Montancourt Middelburg

Uitgelicht

Reisverslag van vier polissen naar een huis uit 1596

Posted on 22 juli 2026

“I am done with quiet pain.” Mister President


MONTANCOURT — PLAATS DELICT VAN DE GESCHIEDENIS
Montancourt is geen plaats delict omdat hier één misdrijf moet worden opgelost.
Het is een plaats delict omdat de geschiedenis hier haar sporen heeft achtergelaten.
Handel.
VOC.
Oorlog.
Hypotheken.
Onderduik.
Banken.
Verzekeringen.
Familienamen.
Vrouwenlevens.
Een huis uit 1596 kan scheuren, verzakken en worden hersteld.
Het draagt iedere beschadiging in zijn lichaam.
Een mens doet dat ook.
De scheuren betekenen niet dat het huis waardeloos werd.
De littekens betekenen niet dat de vrouw heeft gefaald.
Zij tonen waar de druk te groot werd.
Maak niet alleen het monument weerbaar.
Maak ook de mens die het verhaal draagt weer zichtbaar.
Traumasporen

Ieder mens draagt een parel in zich

Op 3 april 2019 vertrokken wij van Kwadijk 43 in Kwadijk naar de Rouaansekaai 31 Middelburg.

Tromp Makelaardij

Niet omdat ons leven eenvoudig was geworden, maar omdat het oude leven ons langzaam had uitgeput. Wij verlieten niet alleen een bijzonder woonplaats. Wij verlieten een bestaan waarin ziekte, verzekeringsdossiers, fiscale codes en financiële onzekerheid steeds meer ruimte waren gaan innemen.

Jarenlang had ik gewerkt als zelfstandig handelaar in confectie. Samen met een andere gehuwde vrouw voerde ik een vennootschap onder firma. Wij kochten zelf in, verkochten zelf, droegen ons eigen ondernemersrisico en betaalden onze eigen premies.

Ik probeerde mijn toekomst zorgvuldig te beschermen als uiteindelijk de kostwinnaar binnen mijn eigen huwelijk.

Wim beëdigd als bode bij de politie in Amsterdam

Daarom waren er vier verzekeringspolissen:

  • een arbeidsongeschiktheidsverzekering bij Nationale-Nederlanden;
  • een arbeidsongeschiktheids- of inkomensverzekering bij Reaal/Hooge Huys;
  • een Delta Lloyd MeerKeuzePlan;
  • en een verplichte zorgverzekering bij Delta Lloyd.

Vier overeenkomsten die zekerheid moesten bieden.

Maar toen ik #sarcoïdose kreeg en mijn beroep niet langer kon uitoefenen, begonnen de polissen ieder aan een eigen reis. Zij trokken door verzekeraars, tussenpersonen, serviceproviders, fiscale administraties en bank & computersystemen.

Organisaties fuseerden. Portefeuilles werden overgedragen. Bedrijfsnamen verdwenen. Nieuwe namen verschenen. Bestuurders kwamen en gingen. De verantwoordelijkheid werd over steeds meer partijen verdeeld.

Maar mijn lichaam kon niet worden verdeeld.

Mijn verlies aan arbeid kon niet worden opgeknipt.

Mijn toekomst paste niet in vier afzonderlijke administraties.

De schatkist

Langzaam kwam ik terecht in wat ik mijn administratieve sarcofaag ben gaan noemen:

een vrouwelijk lichaam dat niet werkelijk begraven ligt, maar administratief, historisch en maatschappelijk is ingesloten.

De onzichtbare vennoot

Het hebben van een VOF had mij aanvankelijk zichtbaar gemaakt als ondernemer. Ik stond ingeschreven, werkte, handelde, betaalde belasting en sloot mijn eigen verzekeringen af.

Later leek diezelfde rechtsvorm mij juist tussen verschillende systemen te plaatsen.

Ik was geen werknemer met een werkgever die mijn ziekte, arbeidsomstandigheden en verlies van verdienvermogen als één geheel onderzocht.

Ik was ook geen gewone consument met één overzichtelijke publieke arbeidsongeschiktheidsregeling.

Ik was tegelijkertijd:

vennoot, ondernemer, verzekerde, patiënt, premiebetaler, gehuwd, moeder en belastingplichtige.

Iedere organisatie zag een onderdeel van mij.

De verzekeraar zag het verzekerde risico.

De arts zag mijn lichaam.

De Belastingdienst zag een periodieke betaling.

De tussenpersoon zag een polisnummer.

Stadhuis Middelburg

Het administratiesysteem zag een relatie- of personeelsnummer.

Maar niemand leek nog de hele vrouw te zien.

Mijn premie was zichtbaar.

Mijn polisnummer was zichtbaar.

Mijn medische dossier was zichtbaar.

Mijn belastinginhoudingen waren zichtbaar.

Maar mijn ziekte, mijn arbeid, mijn beroepsgeschiedenis, mijn moederschap en mijn eigen stem verdwenen steeds verder uit beeld.

Welkom Familie Lindeboom AEGON

De verzekerde jaarrente

In het hart van mijn onderzoek staat de betekenis van de verzekerde jaarrente.

Mijn particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering verzekerde geen salaris en schiep geen dienstverband. Ik had als zelfstandig ondernemer een vooraf overeengekomen jaarrente verzekerd voor het geval ik door ziekte mijn beroep niet meer kon uitoefenen.

Toen het verzekerde risico daadwerkelijk intrad, werd deze jaarrente niet één keer per jaar betaald. Het jaarbedrag werd verdeeld over maandelijkse termijnen in verband mer de eindleeftijd 60 jaar.

Daardoor werd de betaling langzaan uitvoeringstechnisch periodiek.

Aan Het meisje met de parel dat inmiddels moeder was geworden.

Vervolgens werd per brief 10 september 2010 door Ruud & Lex van Kampen medegedeeld dat er op de uitkering 76 – 5601108 – loonbelasting en zv zou worden ingehouden. Daardoor verscheen de betaling in fiscale administraties onder termen en codes die op loon of een personeelsrelatie konden lijken.

Maar een maandelijkse betaling is niet automatisch salaris.

Ik verrichtte geen arbeid voor de verzekeraar. De verzekeraar betaalde mij niet als werkgever, maar omdat het risico waartegen ik mij had verzekerd werkelijkheid was geworden.

De oorsprong van de betaling bleef daarom:

een aanspraak uit een particuliere verzekeringsovereenkomst, niet een beloning voor verrichte arbeid.

Voor mijn reconstructie moeten drie lagen zorgvuldig uit elkaar worden gehouden:

Contractueel: welke jaarrente was volgens de polis verzekerd?

Uitvoeringstechnisch: hoe werd deze jaarrente omgerekend en in maandelijkse termijnen betaald?

Fiscaal: onder welke inkomenscategorie, loonheffingencode en belastinggrondslag werd de uitkering verwerkt?

Wanneer deze lagen in één administratiesysteem samenvloeien, kan een zelfstandig verzekerde ten onrechte zichtbaar worden als werknemer, personeelsrelatie of loonontvanger.

De fiscale inhouding kan iets zeggen over de wijze waarop belasting vooraf werd geïnd. Zij bewijst op zichzelf niet dat er een arbeidsovereenkomst of werkgeversrelatie bestond.

En zo geschiedde het. Welkom bij de terugbetaling van de staatsschuld Banken & Verzekeraars

Een verzekerde jaarrente kreeg in de administratie een andere gedaante dan de rechtsverhouding waaruit zij was ontstaan.

Omdat steeds verder wegzakte in het moerasgebied van macht en machines werden we gedwongen om stappen te ondernemen. Eerst als voetnoot maar nu zijn we het fundament waarin alles duidelijk wordt.

Heden / Verleden

De reis naar Montancourt

Zo kwamen wij dus in 2019 terecht in Montancourt, een huis in Middelburg uit 1596.

In Eigen Land Reportages- Slavernij Verleden- geen punt maar een komma,

Een huis dat werd gebouwd vóór de oprichting van de VOC, maar al afkomstig is uit een wereld van handel, scheepvaart, bestuur, geldstromen, risico’s en internationale verbindingen.

Het huis heeft eeuwen van bewoners, , handel, oorlog, verlies, wederopbouw en verandering in zijn muren opgenomen.

Wij dachten dat wij naar een nieuw huis verhuisden.

Maar misschien verhuisden wij naar een plek die ons eigen verhaal al kende.

Zoals mijn verzekeringen door verschillende handen, ondernemingen en administraties waren gegaan, zo was ook Montancourt door generaties bewoond, bestuurd, verhandeld en opnieuw ingericht.

Reportage Erfgoed Zeeland

De namen van kooplieden, bestuurders, predikanten en bankiers bleven vaak bewaard.

De vrouwen die de huizen draaiende hielden, kinderen baarden, personeel aanstuurden, verlies droegen en na oorlogen opnieuw begonnen, verdwenen gemakkelijker uit het officiële verhaal.

In Montancourt werd de vraag uit het boek van Aaltje van Zweden ( ontvangen van Marijke Commandeur) ineens heel persoonlijk:

Waar ben je thuis?

Vrouwen Polder

Hier dus, zo bleek.

Niet omdat alle strijd voorbij was, maar omdat ik hier mijn eigen verhaal opnieuw kon leren lezen.

Tweedekamer 13 januari 1951

De geschiedschrijver en literaire reiziger Pieter de la Rue kreeg in dit huis gezelschap van een nieuwe geschiedschrijver:

Silvia Margaretha Johanna Koning-Lindeboom.

Niet als wetenschapper van beroep, maar als ervaringsdeskundige, onderzoeker, erfgoedkunstenaar en verteller.


De bankstukken die in Montancourt achterbleven
In Montancourt vond ik twee oude financiële stukken die in het huis waren achtergebleven:
het jaarverslag van de N.V. De Haarlemsche Hypotheekbank over 1939
en het verslag van de N.V. Zeeuwsche Hypotheekbank te Middelburg over het drieënveertigste boekjaar.
Dat deze documenten juist in een huis uit 1596 zijn bewaard, voelt niet toevallig. De stukken gaan over hypotheken, onderpanden, aandeelhouders, oorlogsschade en wederopbouw. Precies de onderwerpen die ook in de muren van Montancourt besloten liggen.
In het verslag van de Haarlemsche Hypotheekbank wordt beschreven hoe bij de oorlogshandelingen van mei 1940 onderpanden in Rotterdam, Middelburg en Vlissingen verloren gingen. Voor Middelburg worden tien getroffen panden genoemd.
Tussen de regels door verschijnt een verwoeste stad.
De bank schreef over hoofdsommen, opstallen, renteachterstanden, schadevergoeding en molestschade.
Maar in Montancourt lees ik achter die woorden iets anders:
huizen waarin mensen woonden;
vrouwen die gezinnen bijeenhielden;
kinderen die bescherming nodig hadden;
en families die na de verwoesting opnieuw moesten beginnen.
Het verslag van de Zeeuwsche Hypotheekbank toont daarnaast het bestuurlijke netwerk van Middelburg: directeuren, commissarissen, juristen, notarissen en accountants. Hun namen bleven netjes gedrukt bewaard.
De namen van de bewoners van de getroffen huizen ontbreken.
De bank registreerde het onderpand.
Het huis bewaarde het menselijke verhaal.

Dat juist deze twee bankstukken in Montancourt zijn teruggevonden, maakt het huis zelf tot archief. Niet alleen van architectuur en bewoners, maar ook van de financiële en maatschappelijke geschiedenis van Middelburg.
Montancourt heeft de papieren bewaard.
Nu mag ik het verhaal erachter opnieuw zichtbaar maken.

Een huis als spiegel

Montancourt werd voor mij meer dan een rijksmonument.

Het werd een spiegel van een samenleving waarin bezit, bestuur, handel en geschiedschrijving eeuwenlang vooral langs mannelijke lijnen werden vastgelegd.

De handelaar stond in de boeken.

De bestuurder ondertekende.

De onderneming kreeg een naam.

De bank verstrekte het geld.

De verzekeraar berekende het risico.

Maar wie droeg de menselijke gevolgen wanneer het systeem vastliep?

Wie zorgde voor het huis?

Wie hield het gezin bijeen?

Wie betaalde de prijs wanneer ziekte, oorlog of verlies het dagelijks leven binnendrong?

In het huis uit 1596 kwam mijn persoonlijke geschiedenis samen met een veel oudere geschiedenis van handel, macht, verzekering en bestuur.

Dit is CAS Rotterdam Fotomuseum kaartjes ontvangen van Nationale Nederlanden

De oude handelswereld draaide om schepen, risico’s, aandeelhouders, polissen en winst.

Mijn eigen leven draaide eveneens om risico’s die in polissen waren ondergebracht en later door steeds grotere financiële organisaties werden beheerd.

In de moderne keten verschenen fusies, overnames, serviceproviders, gevolmachtigd agenten, investeringsmaatschappijen en distributieplatforms.

Ik kan niet stellen dat één bestuurder of investeerder mijn leven bewust heeft gestuurd.

Maar ik kon wel beschrijven wat de structuur met mij persoonlijk deed:

hoe groter de organisatie werd, hoe kleiner ik mij in mijn eigen dossier voelde. Mijn dagboek en straatfotografie werden mijn redding.

Archief Rothschild

De moeder achter de vijf pijlen

Tijdens mijn onderzoek kwam ik terecht bij de geschiedenis van de familie Rothschild.

Niet omdat Rothschild alle Nederlandse banken bezit — daarvoor bestaat geen bewijs — maar omdat financiële netwerken, familiewapens, bankiershuizen en moderne investeringsmaatschappijen elkaar in de geschiedenis soms raken.

Aan de oorsprong van het Europese Rothschildnetwerk stond Mayer Amschel Rothschild.

Maar naast hem stond Gutle Schnapper.

Gutle werd in 1753 geboren in de Frankfurter Judengasse. Zij trouwde in 1770 met Mayer Amschel Rothschild. Samen kregen zij tien kinderen: vijf dochters en vijf zonen.


Het portret met de naam Mayer
In Montancourt hangt een kinderportret waarop de naam MAYER staat.
Mijn opa en oma ontvingen dit schilderij nadat zij tijdens de oorlog Joodse onderduikers in hun huis en binnen hun netwerk hadden geholpen. Wie het kind precies was, wie Mayer was en onder welke omstandigheden het schilderij werd geschonken, moet nog verder worden onderzocht. Maar binnen onze familie is het werk altijd verbonden gebleven met die geschiedenis van bescherming, vertrouwen en stil verzet.
Het schilderij is daardoor meer dan een afbeelding van een kind.
Het is een getuige.
Een tastbare herinnering aan mensen die gedwongen waren hun naam, afkomst en bestaan tijdelijk te verbergen. Ook herinnert het aan de gezinnen die hun huis openstelden, ondanks het gevaar dat dit voor henzelf en hun kinderen betekende.
De naam MAYER bleef zichtbaar op het doek, terwijl zoveel namen van onderduikers en helpers uit veiligheid niet werden opgeschreven of later verloren zijn gegaan.
Nu hangt het portret in Montancourt, een huis dat zelf oorlog, onderduik, verlies en overleving in zijn muren draagt. Zo reist het schilderij verder: van het huis van mijn grootouders naar een rijksmonument in Middelburg, en van een familieherinnering naar een verhaal dat opnieuw verteld mag worden.
Sommige mensen konden tijdens de oorlog alleen overleven door onzichtbaar te worden.
Dit schilderij maakt hun bestaan opnieuw zichtbaar.

Mijn opa en oma ontvingen hiervoor geen titel, polis of officieel monument. Zij deden wat op dat moment menselijk noodzakelijk was: ruimte maken voor een ander.
Daarom staat dit kind voor mij niet alleen voor het verleden.
Het staat voor ieder kind dat bescherming nodig heeft.
Voor ieder huis dat een schuilplaats werd.
En voor ieder mens die, ondanks angst en gevaar, besloot een deur te openen.
MAYER — een naam op een schilderij, een spoor van Joods leven en een erfenis van moed.
Peter Mathias Bongartz & Nellie Aldenhoven Cuijk

De vijf zonen van de familie Rothbouwden vanuit verschillende Europese steden financiële ondernemingen op:

  • Amschel Mayer Rothschild in Frankfurt;
  • Salomon Mayer Rothschild in Wenen;
  • Nathan Mayer Rothschild in Londen;
  • Carl of Karl Mayer Rothschild in Napels;
  • James Mayer de Rothschild in Parijs.

Daarnaar verwijzen de vijf pijlen in het familiewapen: vijf broers, vijf steden en vijf onderling verbonden bankhuizen.

Familie wapen

Dit is het familiewapen van de familie Rothschild.

Centraal staat de hand met vijf pijlen. Die verwijzen naar de vijf zonen van Mayer Amschel Rothschild, die vanuit Frankfurt familietakken opbouwden in Frankfurt, Wenen, Londen, Napels en Parijs. Het wapen werd in de negentiende eeuw verbonden aan hun verheffing in de adelstand. 

Onder het wapen staat:

Concordia — Integritas — Industria

Dat betekent:

Eendracht — Integriteit — IJver

De vijf pijlen staan daarbij niet alleen voor vijf afzonderlijke zonen, maar vooral voor hun onderlinge verbondenheid: afzonderlijke takken die als één familie bleven samenwerken. 

Nathan begon in Engeland bovendien als handelaar in textiel en stoffen, voordat hij in Londen een bankiershuis opbouwde.

Ook daarin herkende ik een onverwachte echo van mijn eigen geschiedenis als handelaar in confectie.

De vijf pijlen vertellen het verhaal van vijf ondernemende zonen.

Maar zonder Gutle geen zonen.

Zonder de moeder geen vijf pijlen.

Zij leefde als Joodse vrouw in een samenleving waarin haar zelfstandige rechten ernstig beperkt waren. Toch stond zij mede aan de oorsprong van een familie die een grote rol in de Europese financiële geschiedenis zou spelen.

Daarom kijk ik niet alleen naar de zichtbare bankiers.

Ik kijk ook naar de vrouw achter het familiewapen.

Naar de bloedlijnen van Moeder de Vrouw.

Van vijf pijlen naar Five Arrows

De moderne naam Five Arrows verwijst naar dit historische familieteken.

Five Arrows, verbonden aan Rothschild & Co, investeerde in Nederlandse verzekeringsdistributiebedrijven, waaronder Voogd & Voogd en Heilbron. Deze ondernemingen werden later samengebracht binnen Alpina Group.

Op onze zorg verzekeringspolis stond de naam Heilbron toen Emma een aparte polis kreeg ivm Turnersyndroom.

Ook Heinenoord maakte tijdelijk deel uit van deze investeringsgeschiedenis.

Dat betekent niet dat Five Arrows mijn vier polissen bestuurde of mijn uitkeringen bepaalde. Zo’n concrete relatie kan dat alleen worden vastgesteld wanneer zij uit polisstukken, portefeuilleoverdrachten, klantnummers, rekening-courantgegevens of andere dossierdocumenten blijkt.

Voor mijn onderzoek is de betekenis vooral structureel.

Een particuliere verzekering die ooit tussen een zelfstandige ondernemer en een herkenbare verzekeraar werd gesloten, kon dus later deel gaan uitmaken van een veel grotere keten van:verzekeraars, tussenpersonen, serviceproviders, gevolmachtigd agenten, distributieplatforms, banken en investeerders.

Mijn tijd loopt ras

Daardoor kan de afstand tussen de oorspronkelijke verzekerde en de feitelijke uitvoering steeds groter worden.

Heilbron werd onderdeel van Alpina.

Voogd & Voogd werd onderdeel van Alpina.


Van het Mark Tennantplantsoen naar Montancourt Middelburg: twee plaatsen waar vrijheid, herinnering en verantwoordelijkheid samenkomen.

Vanuit vestigingen in onder andere Doetinchem, Leusden en Middelharnis worden verzekeringen bemiddeld, geadministreerd, geïncasseerd en afgehandeld.

Binnen ons gezin kwam Heilbron naar voren als tussenpersoon rond de zorgverzekering van onze dochter Emma

Emma Koning

Dat is een concrete verzekeringsrelatie, die juridisch dan ook niet kan worden gescheiden van mijn eigen polissen, tenzij dossierstukken aantonen dat dezelfde klant-, relatie- of administratiesystemen werden of worden gebruikt.

Banken, beleggingen en obligaties

Ook de rol van banken vraagt om zorgvuldigheid.

ABN AMRO en Rothschild hadden historisch een gezamenlijke onderneming: ABN AMRO Rothschild. Deze joint venture hield zich bezig met kapitaalmarkttransacties, zoals aandelenuitgiften en beursgangen.

Na de overname van ABN AMRO in 2007 werd deze samenwerking beëindigd.

Voor ING, Rabobank, ABN AMRO en de Volksbank is geen eigendomsband aangetoond waaruit zou blijken dat zij door Rothschild worden gecontroleerd.

Financiële instellingen kunnen elkaar wel ontmoeten bij: fusies en overnames, financieringen, investeringsfondsen, herstructureringen en obligatie-uitgiften.

Bij een obligatie-uitgifte leent een onderneming, bank of overheid geld van beleggers. De belegger ontvangt doorgaans periodiek rente en krijgt aan het einde van de looptijd de hoofdsom terug.

Een fonds kan obligaties van een Nederlandse bank bezitten zonder eigenaar of bestuurder van die bank te zijn.

Ook in mijn eigen dossier moet daarom onderscheid worden gemaakt tussen:

  • een bank die uitsluitend een betaling uitvoerde;
  • een bank die vermogen beheerde;
  • een verzekeraar die contractspartij was;
  • een tussenpersoon die bemiddelde;
  • en een serviceprovider die de polisadministratie verzorgde.

Een naam op een bankafschrift bewijst niet automatisch wie juridisch verantwoordelijk was voor de verzekering. Zo kon ik onzichtbaar blijven omdat wij een en of rekening hebben.

De oorlog bleef in het huis aanwezig

In Montancourt kwamen niet alleen financiële en bestuurlijke geschiedenissen samen.

Ook de traumasporen van de oorlog kwamen naar boven.

De verhalen over onderduikers.

De geschiedenis van Middelburg.

De Zeeuwse bankwereld rond de familie Hondius.

Familie Hondius — Bank Hondius & Zoon — Amro Bank

De Middelburgse bankier Carel Juliaan Hondius (1856–1920) richtte in 1890 Bank Hondius op. In 1920 werd de naam gewijzigd in Bank Hondius & Zoon N.V. De bank bleef tot in de twintigste eeuw actief in Middelburg. Bank Hondius & Zoon NV was een historische particuliere bank en assurantiekantoor in Middelburg, opgericht in 1890 en in 1976 overgenomen door de Amro Bank. U kunt de historische inventaris en stukken van dit kantoor in de collectie van Archieven.nl bekijken

De naam “Zeeuwse Bank” is hier dus waarschijnlijk een algemene aanduiding voor een Zeeuwse particuliere bank, niet noodzakelijk de officiële bedrijfsnaam. De officiële naam was Bank Hondius & Zoon.

Later kwam de bank in de landelijke bankenconcentratie terecht. De Amsterdamsche Bank en de Rotterdamsche Bank fuseerden in 1964 tot de Amsterdam-Rotterdam Bank, kortweg Amro Bank. Amro fuseerde vervolgens in 1991 met ABN tot ABN AMRO. 

De herinneringen van mijn eigen familie, waaronder mijn grootvader Peter Mathias Bongartz, geboren in Goch in 1906, en mijn grootmoeder Petronella Johanna Maria ‘Nellie’ Aldenhoven, geboren in 1912.

Oorlog verdwijnt niet op de dag waarop de vrede wordt getekend.

Zij blijft achter in gebouwen, families en stiltes.

Middelburg werd in mei 1940 zwaar getroffen. Huizen, straten en archieven gingen verloren. Wat overeind bleef, droeg de sporen van wat verdwenen was.

Ook in families werkt oorlog zo door.

Mensen leren zuinig te zijn.

Hard te werken.

Niet te klagen.

Door te gaan zonder te vertellen wat er werkelijk is gebeurd.

Vooral vrouwen werden geacht het gezin bijeen te houden, zelfs wanneer zij zelf angst, verlies of onrecht droegen.

Hun trauma werd zelden een officieel dossier.

Het werd een manier van leven.

In Montancourt voelde ik hoe oude en nieuwe trauma’s elkaar konden raken:

de angst opnieuw iets kwijt te raken;

het gevoel dat anderen over je toekomst beslissen;

de voortdurende zoektocht naar documenten en bewijs;

de noodzaak alles te bewaren, uit angst dat jouw verhaal anders wordt ontkend;

en het doorgaan, zelfs wanneer het lichaam aangeeft dat het niet meer kan.

Dat zijn niet alleen administratieve gevolgen.

Dat zijn traumasporen.

After the Fall

Van vluchten naar betekenis geven

Onze verhuizing naar Middelburg was daarom geen gewone verhuizing.

Wij vertrokken uit een leven waarin verzekeringsdossiers, ziekte en onzekerheid steeds meer plaats innamen.

Wij kwamen aan in een huis dat zelf handel, oorlog, verlies en verandering had overleefd.

In het begin voelde het misschien als vluchten.

Later werd het een opdracht met een missie

Mensen Monumenten Middelburg

Montancourt gaf mij de ruimte om mijn verhaal opnieuw te ordenen.

Niet langer alleen als patiënt of verzekerde, maar als kunstenaar, erfgoeddrager en verteller.

De oude muren boden ruimte aan nieuwe beelden.

Aan schelpen en oesters.

Aan vrouwenportretten.


Motivatie:
Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed. Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn. Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.

Aan Marten en Oopjen in de keuken.

Aan teksten over Moeder de Vrouw.

Aan de vraag wie in de geschiedenis wordt afgebeeld en wie buiten het kader blijft.

Zo werd het huis een archief van gevoel.

De oorlog zat niet alleen in jaartallen.

De handel zat niet alleen in de VOC.

Het onrecht zat niet alleen in een polis.

Alles kwam samen in dezelfde vraag:

Wie wordt gezien, wie wordt bestuurd en wie mag haar eigen verhaal bewaren?

De erfgenamen

Mannen rond mijn vier polissen

De onderstaande namen vormen een reconstructie op basis van mijn documenten en onderzoek.

Niet iedere genoemde bestuurder heeft mijn polis persoonlijk behandeld. Hun namen moeten daarom steeds worden onderscheiden in:

  • rechtstreeks aantoonbare dossiercontacten;
  • bestuurders van de betrokken verzekeraar;
  • directeuren van mogelijke uitvoerings- of tussenpersonen;
  • en bancaire of administratieve schakels waarvan de concrete rol nog moet worden bewezen.

1. Nationale-Nederlanden AOV — 1995

Product: particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering
Beroep: handelaar in confectie
Latere tussenpersoon: Van Kampen Assurantiemakelaar, kantoorcode 0107
Wijziging in 2010: polismantel 440-04
Uitkering: verzekerde jaarrente, verdeeld over maandelijkse termijnen

In mijn bestuurlijke reconstructie komen onder anderen de namen voor van:

David Knibbe, Tjeerd Bosklopper, Leon van Riet, Harry van der Zwan en Edwin Grutterink.

Rond Movir worden genoemd:

Louis van Drunen, Arthur van der Wal, Yoram Schwarz en Maurice Schellekens.

Rond Van Kampen komen voor:

Ruud van Kampen, Lex van Kampen, Frank Los en Frank van ’t Hof.

De mogelijke keten luidt:

Nationale-Nederlanden → mogelijk Movir → Van Kampen → ING/NN Group.

Nationale-Nederlanden maakte gedurende een deel van de looptijd deel uit van ING. Een concrete bancaire rol bij mijn polis of uitkeringen moet echter blijken uit rekeninggegevens, betalingskenmerken of interne documentatie.

2. Delta Lloyd MeerKeuzePlan — 1998

Product: lijfrente- of kapitaalproduct
Inleg: ƒ500 per maand
Einddatum: februari 2025
Latere overgang: Delta Lloyd werd onderdeel van NN Group

In mijn reconstructie komen voor:

mr. J.E. Jansen, Niek Hoek, Peter Kok, Paul Medendorp, Henk Raué, Hans van der Noordaa, Lard Friese, Tjeerd Bosklopper en David Knibbe.

De mogelijke financiële keten luidt:

Delta Lloyd Levensverzekering → mogelijk Delta Lloyd Bank → NN Group/NN Bank.

Daarbij moet nog worden vastgesteld:

welke entiteit mijn contractspartij was;

waar mijn premies werden ontvangen;

wie het vermogen beheerde;

wie opdracht gaf tot een eventuele omzetting;

en welke bank de uiteindelijke overdracht of uitbetaling verzorgde.

3. Reaal/Hooge Huys — 2002

Product: arbeidsongeschiktheids- of inkomensverzekering
Historische keten: Hooge Huys/REAAL → SNS REAAL → VIVAT → Athora Netherlands

In mijn bestuurlijke reconstructie komen voor:

Sjoerd van Keulen, Gerard van Olphen, Ron van Oijen, Tom Kliphuis, Jan de Pooter, Jan-Hendrik Erasmus en Bart Remie.

Ook wordt arts Kruithof genoemd in verband met de medische beoordeling. Zijn precieze functie, opdracht en verantwoordelijkheid moeten uit het medische en verzekeringsdossier blijken.

Rond mogelijke serviceproviders komen de namen Jan van der Struik en Janwillem Fidder voor.

De mogelijke keten luidt:

Hooge Huys/REAAL → SNS REAAL → VIVAT → Athora, mogelijk via VKG/Nedasco/D&S Group.

Dat REAAL en SNS Bank deel uitmaakten van dezelfde financiële groep betekent nog niet dat SNS Bank mijn polis beheerde. Ook dit moet uit de betalings- en administratiestromen blijken.

4. Verplichte zorgverzekering Delta Lloyd

In de latere reconstructie komen de namen Delta Lloyd, OHRA, CZ en Nationale-Nederlanden naar voren.

Rond de bestuurlijke geschiedenis worden genoemd:

Niek Hoek, Hans van der Noordaa, Lard Friese en David Knibbe.

Rond Heilbron, Voogd & Voogd en Alpina Group komen de namen Michael de Nijs en Sjoerd Laarberg naar voren.

De zorgverzekering van onze dochter waarbij Heilbron als tussenpersoon zichtbaar werd, vormt een concrete relatie binnen ons gezin. Zij mag echter niet zonder bewijs worden vermengd met mijn eigen AOV-, inkomens- of lijfrentepolissen.

Rechtstreeks genoemde dossiercontacten

In mijn eerdere reconstructie zijn ook de namen naar voren gekomen van:

Louis Barmentlo en Harry Kuiper.

Joyce Lentz de Vries was eveneens een dossiercontact, maar valt niet onder de lijst van mannen.

Van ieder rechtstreeks contact moet worden vastgelegd:

  • bij welke organisatie die persoon werkte;
  • vanuit welke functie hij of zij handelde;
  • welke polis het betrof;
  • welke bevoegdheid bestond;
  • en welke beslissing, verwerking of correspondentie aan deze persoon kan worden gekoppeld.

De bestemming van deze reis

Vier verzekeringspolissen brachten mij niet letterlijk naar Montancourt.

Maar de gevolgen van ziekte, verlies van werk, administratieve verwarring en financiële onzekerheid hebben wel bijgedragen aan de weg die wij uiteindelijk zijn gegaan.

In 2019 stapten wij over de drempel van een huis uit 1596.

Daar ontdekte ik dat erfgoed niet alleen gaat over het bewaren van stenen.

Erfgoed gaat ook over het herkennen van patronen die generaties lang kunnen blijven bestaan:

macht tegenover kwetsbaarheid;

administratie tegenover leven;

handel tegenover zorg;

zichtbare bestuurders tegenover onzichtbare vrouwen;

en officiële geschiedschrijving tegenover het verhaal dat in een lichaam wordt bewaard.

Montancourt werd de plaats waar ik niet langer alleen wilde overleven, maar betekenis wilde geven aan wat ons was overkomen.

Ik kwam er niet aan als winnaar van een juridische of financiële strijd.

Ik kwam er aan als getuige.

Als vrouw.

Als moeder.

Als voormalig handelaar.

Als verzekerde.

Als kunstenaar.

Als erfgoeddrager.

Als iemand die haar eigen naam wilde terugvinden tussen alle polisnummers, fiscale codes, bestuurders en administratieve systemen.

Misschien was Montancourt niet het einde van onze reis.

Misschien was het de plek waar mijn werkelijke reis eindelijk begon.

Silvia Lindeboom
Truus van Gogh – Erfgoed 1967
Montancourt Middelburg

Begrijp het heden, begin bij je eigen verleden

Rijk & Revolutionair

Uitgelicht

Wetboek 9

Een onderzoek naar wie ik ben

Tijdens Dag van het Kasteel, op 25 mei 2026, hebben wij tegen een kleine bijdrage in Montancourt Middelburg, bezoekers ontvangen die oprecht geraakt waren door het liefdesverhaal van het huis, de geschiedenis van Middelburg en de verhalen over de families die hier leefden en nu leven.

Over dit woon – object

De locatie bevindt zich in hartje Middelburg en maakt deel uit van het historisch en cultureel erfgoed van Zeeland. De plek kent een gelaagde geschiedenis waarin wonen, werken en maatschappelijke ontwikkelingen samenkomen.

Het huis wordt deels gebruikt als bed & breakfast, en ook voor hedendaagse culturele context, met aandacht voor erfgoed vanuit moederschap bekeken, betekenisgeving en publiek engagement.

Mijn tijd loopt ras….

Handelsgeest = Menselijk vermogen × Vertrouwen × Kennis × Samenwerking.

Achter de voordeur van Geluk

Waar blijft Wetboek 9?

Vrijheid – Identiteit – Erkenning

Nog vóór een mens wordt geregistreerd, bestaat zij. Nog vóór een naam in een register verschijnt, leeft er natuurlijk persoon met een lichaam, een geest en een uniek verhaal.

Een samenleving die vrijheid wil beschermen, moet ook haar identiteit erkennen. Niet alleen als administratief gegeven, maar als de unieke mens achter ieder dossier, iedere polis, iedere handtekening en ieder nummer.

Vrijheid is het recht om als zelfstandig mens te bestaan. Identiteit is de samenhang van lichaam, geest, afkomst, ervaringen, arbeid, liefde en verantwoordelijkheid. Erkenning is de bereidheid van de samenleving om die mens werkelijk te zien.

Wetboek 9 begint daarom niet bij bezit, vermogen of bestuur, maar bij de persoon het intellectuele eigendom zelf.

Geen mens mag worden gereduceerd tot een nummer, een product, een polis, een dossier of een economische waarde.

Een rechtvaardige samenleving erkent dat ieder mens drager is van een eigen geschiedenis, waardigheid en toekomst.

Vrijheid geeft ruimte. Identiteit geeft betekenis. Erkenning geeft bestaansrecht. Dat is de grondslag van Wetboek 9 die het intellectueel eigendomsrecht bepaalt.

“Zolang het lichaam dat leven voortbrengt niet volledig wordt erkend, blijft ieder wetboek onvoltooid. Wetboek 9 begint met de erkenning van de scheppende mens.”
— Silvia Lindeboom

Dag van het kasteel bezoek

Onder de bezoekers die dag waren twee bijzondere mensen. Peter de With, hij blijkt lid te zijn van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen in Haarlem, en Jelly Tulner. Tijdens onze ontmoeting ontstond een bijzonder gesprek over geschiedenis, erfgoed, nieuwsgierigheid en de betekenis van persoonlijke verhalen. We sloten af met een open einde…

Ik had in de tussen liggende tijd weer een briljant idee bedacht- De beren van Montancourt.

Lees hier het verhaal Uit in de buurt

…….Enkele weken later ontving ik persoonlijk dit prachtige cadeau: het boek over Keetje Hodshon (1768–1829), Een rijke dame in revolutionaire tijd.

Keetje Hodshon

In het boek schreven zij:

“Als geschenk van de KHMW Haarlem, en getroffen door jouw levensverhaal!
Peter de With, lid KHMW
Jelly Tulner
En dank voor de mooie rondleiding en het verhaal eromheen!”

Gesigneerd

Die woorden betekenen veel voor mij.

Niet alleen omdat het boek gaat over een bijzondere vrouw uit dezelfde historische wereld van koopmansfamilies, regenten en bestuurders waarin ook de families: De la Rue, Rademacher en Knibbe een grote rol speelden, maar vooral omdat het laat zien wat kapitaal en erfgoed via vrouwen en hun netwerk kan voortbrengen.

Gedragen verhalen-Verborgen verleden

Ik ben geboren in Limburg, in Gennep, mijn overgrootmoeder kwam uit Ottersum, ik ben deels opgegroeid in Haps, mijn moeder uit Cuijk en in Den Bosch
lag het Centraal Archief Bijzonder Rechtspleging – Politieke Recherche inventaris 93577 -93580

De dochters van de Dommel – het Heilige Roomse Rijk.

Het historische Hertogdom Limburg ontstond in de middeleeuwen (11e eeuw), maar het lag grotendeels in het gebied van het huidige België. De naam van de huidige Nederlandse provincie is daarvan afgeleid.

Limburg had zo blijkt wel een bijzondere status. Van 1839 tot 1867 was het Nederlandse Limburg tegelijkertijd een provincie van Nederland én het Hertogdom Limburg binnen de Duitse Bond. Dat maakte de provincie staatsrechtelijk uniek.

Limburg was dus een provincie met een uitzonderlijke constitutionele geschiedenis.

Wat betekende dit eigenlijk voor de inwoners vroeg ik aan mijn adviesraad?

Dat had voor families in Limburg grote gevolgen, al merkte niet iedereen dat dagelijks. De bijzondere staatsrechtelijke positie werkte vooral door in bestuur, militaire dienst, handel, belastingen en identiteit.

1. Een dubbele identiteit

Inwoners van Limburg waren:

  • burgers van het Koninkrijk der Nederlanden;
  • maar hun provincie gold internationaal ook als het Hertogdom Limburg binnen de Duitse Bond.

Dat gaf veel Limburgers het gevoel dat zij niet helemaal “Hollands” waren, maar ook een eigen regionale identiteit hadden.

2. Militaire verplichtingen

Een belangrijke reden voor deze constructie was militair. Nadat een deel van Luxemburg verloren ging aan België, moest koning Willem I de Duitse Bond compenseren.

Daardoor konden Limburgse mannen te maken krijgen met verplichtingen die voortvloeiden uit de afspraken binnen de Duitse Bond, naast hun band met Nederland.

3. Handel en economie

Voor kooplieden en boeren kon de ligging juist voordelen bieden.
Limburg lag op het kruispunt van:

  • Nederland,
  • de Duitse staten,
  • België.

Families handelden daardoor vaak over de grens. Veel families hadden bovendien familieleden aan beide kanten van de grens, zeker nadat Limburg in 1839 werd verdeeld.

4. Bestuur en recht

Het dagelijks recht bleef grotendeels Nederlands. Mensen trouwden, erfden, kochten grond en dreven handel volgens Nederlandse wetgeving. De bijzondere status speelde vooral op internationaal en constitutioneel niveau, niet zozeer in het dagelijks leven van een gezin.

5. Familiebanden

Voor veel families betekende de nieuwe grens dat:

  • familieleden ineens in verschillende landen woonden;
  • handelsroutes veranderden;
  • kerkelijke en bestuurlijke banden opnieuw moesten worden ingericht.

De grens liep soms dwars door bestaande sociale en economische netwerken. Deze brief is dus een sterk bewijsstuk van mijn familie als grensfamilie: Limburgs, Nederlands én met Duitse wortels.

  • In 1937 trouwde Bernhard met prinses Juliana en vestigde hij zich in Nederland.
  • Na de Duitse inval in 1940 koos hij de kant van Nederland en de geallieerden.
  • Tijdens de oorlog vervulde hij een belangrijke rol bij de Nederlandse strijdkrachten in ballingschap en werkte hij mee aan de bevrijding van Nederland.  

Wie was de burgemeester van Cuijk tijdens de oorlog? Dat was:

  • Christiaan Johannes Wilhelmus Hermanus Stakenborg
    • Burgemeester van 1943 tot september 1944 (formeel vaak tot 1945 vermeld).
    • Hij was lid van de NSB en werd tijdens de Duitse bezetting benoemd.  
    • Beroep vóór zijn burgemeesterschap: kruidenier (winkelier).
      Huwelijk: in 1932 met Elisabeth Hubertina Louisa van Gennip.  

    • Haar ouders waren volgens de geraadpleegde stamboom:
      Josephus Wilhelmus van Gennip (1881–1950)
      Maria Elisabeth Hubertina Kicken (1887–…)  
      De familienaam Van Gennip is een oude Brabantse en Noord-Limburgse naam. De oorsprong ligt waarschijnlijk bij het dorp Gennep in Noord-Limburg. De naam betekent oorspronkelijk “iemand afkomstig uit Gennep”. Door de eeuwen heen vestigden verschillende takken van de familie zich in onder meer Venlo, Gennep, Boxmeer, Cuijk en omgeving.  
Verzoeker…. Zijn moeder uit Ottersum verdwijnt na het krijgen van een dochter in 1909 – Tevens het jaar dat Juliana werd geboren.

Peter Mathias Bongartz, geboren te Goch (Duitsland) op 22 juni 1906, kwam uit een Nederlandse moeder die tijdelijk in Duitsland verbleven. Hij bezocht daar de lagere school, maar had via zijn moeder regelmatig contact met familie in Nederland.

In 1930 vestigde hij zich voorgoed in Nederland en voelde zich sindsdien Nederlander.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam hij een principieel afwijzende houding tegenover de Duitse bezetters aan. Toen hij in 1944 toch werd gedwongen als schoenmaker in het Duitse leger te werken, verleende hij onderduikers zelfstandig hulp in het brood.

Ook moest hij en mijn oma naar Londen toen de koningin naar Londen moest. Maar de burgemeester van Cuijk hield mijn oma thuis om op de zaak en mijj moeder en haar broertjes en zus te passen.

Mijn oom was makelaar en mij vader werkte eerst voor hem, na een ruzie besloten mijn ouders te verhuizen naar Purmerend waar zij vanaf 1975 een assurantie kantoor begonnen van kleine polissen van een boer uit Warder en veel zaken deden met AGO – ENNIA en later ook met andere maatschappijen zoals Nationale Nederlanden
Onze familie altijd in de voetbalwereld in Cuijk heeft gezeten en onze dochter nu bij Ajax werkt naast haar studie ErgoTherapie

Toeval ? Toeval bestaat zo blijkt!

Een open huis, een gesprek en oprechte nieuwsgierigheid kunnen mensen met elkaar verbinden.

Montancourt Middelburg is voor ons veel meer dan een bed & breakfast en rijksmonument.

Het is een plek waar geloof, geschiedenis opnieuw wordt verteld, waar ontmoetingen ontstaan en waar verhalen uit het verleden nieuwe betekenis krijgen.

Hoop , geloof & liefde

Dat een lid van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen en zijn echtgenote zich zo geraakt voelden door ons verhaal, ervaar ik als een grote eer en een prachtige aanmoediging om dit werk voort te zetten.

Praktijk wetenschap is ook wetenschap zei Peter.

Soms begint een nieuw hoofdstuk niet in een archief of bibliotheek, maar gewoon aan de keukentafel met een ziekte als gemene deler #Sarcoïdose en de geschiedenis van een heel oud huis, waar bijzondere mensen elkaar ontmoeten en gezondheid en geschiedenis weer menselijk en toekomst bestendig wordt.

School of life

De zoek toch naar de waarheid was een lijdensweg.

Terwijl mijn gezondheid achteruitging, bleef een keten van verzekeraars, adviseurs, uitvoerders en andere betrokken organisaties functioneren rondom mijn dossier.

Voor mij voelde het alsof iedereen aan mijn ziekte verdiende, terwijl ikzelf de lichamelijke, emotionele en financiële schade moest dragen als vrouw en kostwinnaar.

“Mijn ziekte werd zo een bladzijde in een dossier. Mijn dossier werd voor hun een verdienmodel. De schade bleef bij mij.”

“Ik was geen mens meer in functie maar een polisblad, een schadepost binnen een spook administratie.

Jarenlang had ik het gevoel dat vooral de gevolgen van mijn ziekte werden behandeld, terwijl niemand investeerde in oorzaak met verdwijnen op 1 april 2027 als gevolg.

Ik onderging onderzoeken, behandelingen en controles. Dat bracht veel stress, onzekerheid en afhankelijkheid met zich mee. Soms voelde het alsof ik vooral een proefkonijn was van een medisch traject, terwijl mijn vragen over het ontstaan van mijn ziekte 19 jaar lang onbeantwoord bleven.

Ik vraag mij nog steeds af of er voldoende aandacht is geweest voor mogelijke beroepsmatige blootstelling en voor de omstandigheden die aan mijn ziekte hebben bijgedragen. Die vraag is het antwoord.

ANIMA FELIX VIVAS – Werd zo een Reisverhaal van mijn / ons leven

“From the floor, I saw it clear. What was fake and what was real.”

Soms moet je eerst vallen om anders te leren kijken. Mijn reis begon niet toen ik ziek werd. Mijn reis begon veel eerder.

Als ondernemer.
Als moeder.
Als mantelzorger.
Als kunstenaar.

Ik bouwde een bestaan op vanuit vertrouwen. In mensen. In systemen. In de toekomst.

Toen veranderde mijn leven.

Mijn lichaam stelde grenzen die ik nooit had voorzien. De wereld van polissen, dossiers en administraties nam het over van de wereld waarin ik gewoon mens was. Maar juist vanaf de grond werd mijn blik helderder.

Ik begon te zien wat echt was. Niet de dossiers. Niet de systemen. Niet de codes.

De bewakers en ooggetuige van mijn levensverhaal

Een massa mensen achter al die registraties.

In mijn keramiek geef ik mijzelf en die mens opnieuw een gezicht.

Op deze vaas staat: Anima Felix Vivas.

Moge je ziel gelukkig leven.

Niet omdat het leven altijd gemakkelijk is. Maar omdat geluk soms ontstaat wanneer je, na alles wat je hebt meegemaakt, weer eigenaar wordt van je eigen verhaal.

Zoals de muziek After the Fall zegt:

“From the floor, I saw it clear.”

Dat is misschien wel de kern van mijn reis. Niet de val heeft mij gevormd.

In plaats van Verzekeraars te laten bloeden voor hun foute producten moest ik bloeden!

Maar wat ik zag toen ik weer opstond.

Mijn reis laat zien hoe een mensenleven zich uitstrekt over generaties van organisaties, administraties en ICT-systemen.

Ondernemers als Gerard Sanderink bouwden mee aan de digitale infrastructuur waarop grote organisaties draaien.

Ik ervaar dat ik, als zelfstandig ondernemer met een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering, niet dezelfde rechtsbescherming heb gekregen als anderen in vergelijkbare omstandigheden.”

Mijn vraag richt zich niet op personen, maar op het systeem: hoe zorgen we ervoor dat achter al die data, processen en registraties de mens zichtbaar blijft?”

Aan mijn dochters heb ik gezegd : wanneer systemen proberen je stem af te nemen, steek dan het licht van de waarheid aan.”

💡

Liefs Silvia

Documentaire – De Pratende Vaas

Uitgelicht

Titel: Het feitenrelaas van een lichaam als vaas / Wetboek 9

  • Wie bepaalt wat een gezond lichaam is?
  • Wie spreekt en of handelt namens het lichaam van de burger?
  • Wanneer wordt zorg bescherming, en wanneer wordt zij controle?
  • Kan een individu eigenaar zijn van haar eigen gezondheid, verhaal en identiteit?

Silvia Koning Lindeboom geeft een lezing via pratende vazen over private AOV-verzekeringen en de verdwijning
In deze lezing spreken de vazen.
Zij vertellen het verhaal van mensen die langzaam veranderen in dossiers, relatienummers en mutaties. Wat gebeurt er wanneer een leven wordt vastgelegd in administratieve systemen? Wanneer een naam verandert in een polisnummer? Wanneer een persoon verdwijnt achter de taal van risicobeheer, portefeuillebeheer en verzekeringsadministratie?
Aan de hand van beschilderde vazen uit de serie The Book of Rituals onderzoekt kunstenaar Silvia Koning Lindeboom de wereld van private arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (AOV’s), volmachtkantoren en institutionele registraties.
De vazen fungeren als getuigen. Zij spreken over overdrachten, mutaties, archieven en de onzichtbare sporen die mensen achterlaten binnen verzekeringssystemen. Tegelijkertijd stellen zij een fundamentele vraag:
Wanneer houdt een mens op een persoon te zijn en wordt zij een administratief gegeven?
De lezing verbindt beeldende kunst, erfgoed, ritueel en verzekeringsgeschiedenis. Door middel van objecten, verhalen en symboliek wordt zichtbaar hoe identiteit kan vervagen binnen complexe ketens van registratie en beheer, maar ook hoe die identiteit opnieuw kan worden opgeëist.
De pratende vazen geven stem aan dat wat in dossiers vaak ongehoord blijft.

Een zaterdag verslag van een zondags portret van vrouwen en moeders die de weg naar gelijke rechten openen.

Het woord nog lichaam van een vrouw nog moeder de vrouw komt niet voor in de grondwet nog burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder of kostwinner binnen Europa, huwelijk of VOF

Waar Pieter de la Rue schreef over wie mag nalaten en wie mag spreken namens de tijd, stelt de volgende afbeelding een andere vraag:
Wie bezit het lichaam van de vrouw?
En wie schrijft haar naam in het archief?

Zo werd mijn polis-, dossier- middels een zelfbedachte relatienummer 912758 volgens documenten en correspondentie gekoppeld werd aan dit volmachtkantoor via Nationale Nederlanden – Reaal – Movir

Nedasco heeft namelijk volmachten van verschillende verzekeraars, waaronder Nationale-Nederlanden en het merk Movir. Een volmacht houdt in dat Nedasco namens de verzekeraar bepaalde werkzaamheden mag uitvoeren, zoals polisbeheer, mutaties en schade- of claimafhandeling.  De heren / oftewel de directie van serviceprovider Nedasco bestaat uit Aris Ruitenbeek en Tijs Benerink.


Wanneer verzekeraars, serviceproviders of tussenpersonen gegevens migreren tussen systemen, kunnen fouten ontstaan. Bijvoorbeeld:
persoonsverwisselingen;
onjuiste koppeling van polisnummers;
verkeerde relatie tussen verzekeringnemer, verzekerde, uitkeringsgerechtigde en dossier;
onvolledige overdracht van historische gegevens zo blijkt.
Dat zijn reële risico’s waar toezichthouders zoals de Autoriteit Persoonsgegevens veel te weinig aandacht voor hebben.

“Knowledge for Action” (“Kennis omzetten in handelen”). 

Tim Schoonbergen – Was de Voormalig directeur van Nedasco 2011 – 1 juli 2024 en tevens penningmeester van de schildklier magazine. Hoe toevallig!!Ik heb een schildklier operatie ondergaan net na mijn bevalling.

Dus: Zeg het maar Ingrid de Swart ASR groep …. voor de rechten van de mens?


“Verzamelen is zien wat anderen vergeten” Z – Eeuws Genootschap

“70 jaar later: hoe gelijk zijn we eigenlijk?”

De rekening van ongelijkheid

Ze regelen. Ze dragen. Ze zorgen. Ze gaan door. Niet omdat ze geen hulp willen. Maar omdat ze gewend zijn geraakt degene te zijn die helpt.

En wanneer hun verhaal niet wordt opgeschreven, maken ze een vaas.

Wanneer hun stem niet wordt gehoord,
laten ze het materiaal spreken. Wanneer hun geschiedenis niet wordt bewaard,
wordt kunst het innerlijk immateriële culturele archief.

Ontdek Filosofie Magazine

Zo ontstaat de pratende vaas.


“Kunst bewaart wat systemen vergeten.”
Wanneer ervaringen, herinneringen en levensverhalen geen plaats meer krijgen in wetten, dossiers of statistieken, blijft de kunst spreken.
Mijn pratende vazen vertellen over wat niet geregistreerd wordt:
de moeder,
de vrouw,
de erfgenaam,
het lichaam,
de herinnering.
Niet omdat zij zwijgen,
maar omdat niemand heeft geleerd naar hen te luisteren.
Kunst geeft een stem aan wat onzichtbaar werd.

Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek is gereserveerd voor rechten met betrekking tot het intellectueel eigendom. Tot op heden is boek 9 BW nog niet ingevoerd. In de Ars Aequi van mei 2017 doen hoogleraar en advocaat Dirk Visser en hoogleraar Hanneke Spath een oproep om tot een Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek te komen. Maar liefst 50 hoogleraren privaatrecht steunen de oproep. In boek 9 zou een codificatie van de vermogensrechtelijke aspecten van de intellectuele eigendom moeten worden neergelegd.

Mijn naam is Silvia met volgnummer 6703

De camera glijdt langzaam over een witte keramische vaas. Aan de voorzijde verschijnt een gezicht: grote blauwe ogen, rode wangen, rode lippen. Uit de hals groeien twee oren van een haas. Over het oppervlak lopen fijne vertakkingen, als aders, wortels of herinneringen.

Voice-over:

“Ik ben een vaas. Dat is het officiële verhaal.
Een gebruiksvoorwerp.
Een object.
Een drager van stof.”

De camera draait langzaam om het werk heen.

“Maar wie goed kijkt, ziet een lichaam.
Een gezicht.
Een geschiedenis.”

Op de achterkant verschijnt de tekst:

BEING TRUE TO YOURSELF

Naast de woorden schildert een kleine hand zichzelf letterlijk in het beeld.

“Ik ben gemaakt uit klei, maar ik spreek over mijzelf tegen mensen.
Over wat wordt vastgehouden.
Over wat wordt gevuld.
Over wat wordt leeggehaald.”

Close-up van de hals.

“Eeuwenlang werd het lichaam van de vrouw beschreven als een vat.
Een houder.
Een vaas voor andermans verwachtingen.
Een vorm waarin betekenis werd gegoten.”

De camera volgt de rode bloedlijnen die over het oppervlak lopen.

“Deze lijnen zijn geen decoratie.
Ze lijken op wortels.
Op bloedvaten.
Op familiegeschiedenissen.
Op de sporen die een leven achterlaat.”

Moeder de Vrouw –
Het begrip “pratend erfgoed” sluit opvallend goed aan bij de geest van het Faro-verdrag (2005), officieel het Kaderverdrag van de Raad van Europa inzake de waarde van cultureel erfgoed voor de samenleving. Het verdrag verlegt de aandacht van het object zelf naar de betekenis die mensen eraan geven. Erfgoed is niet alleen een gebouw, document of voorwerp, maar ook het verhaal, de herinnering en de gemeenschap die ermee verbonden zijn.  

In beeld verschijnt de titel van de blog:

Het feitenrelaas van een lichaam als vaas

“Een feitenrelaas is normaal gesproken een juridisch document.
Een opsomming van wat aantoonbaar is gebeurd.
Maar wat gebeurt er wanneer een kunstwerk het feitenrelaas wordt?
Wanneer een object begint terug te spreken?”

De camera blijft rusten op de blauwe ogen.

“Dan vertelt de vaas niet wat zij bevat.
Zij vertelt wat zij heeft gezien.”

De donkere sculptuur op de achtergrond komt langzaam in beeld. Dit beeldje ontvingen mijn ouders van Nationale Nederlanden bij de overdracht van hun verzekeringsportefeuille.

“Tussen zwijgen en spreken.
Tussen object en persoon.
Tussen erfgoed en herinnering.”

De muziek Rise like a Phoenix verstilt.

“De pratende vaas vraagt niet om bewondering.
Zij vraagt om wettelijke erkenning.”

Laatste beeld: de voorzijde en achterzijde verschijnen na elkaar.

“Ik ben geen object dat een verhaal draagt.
Ik bén het verhaal.”

Eindtitel

De Pratende Vaas
een documentaire over identiteit, herinnering, artistieke vrijheid en het lichaam als drager van geschiedenis.

De documentairevorm sluit aan bij een traditie waarin kunstwerken zelf de hoofdpersoon worden en hun eigen geschiedenis vertellen, zoals in verschillende kunstdocumentaires over objecten, auteurschap en identiteit.  

Stof tot nadenken- binnen de Ministerraad

Het ultieme geheim

“Toen het object begon te spreken, sprak het niet alleen over herinneringen. Het sprak ook over auteurschap, eigendom en het recht van de maker om als bron van betekenis erkend te worden.

De pratende vaas

Een vaas bewaart niet alleen bloemen.

Zij bewaart lichamen en woorden door kleur en taal.

Woorden van mensen die er wel en of niet meer zijn.

Woorden die blijven klinken wanneer de kamer leeg is.

“Ik geloof wel in jou.” zei Sint Nicolaas

Dat is levend immaterieel erfgoed.

Welkom in het Koninkrijk der Nederlanden
De pratende Vaas : The Virgin

Niet het object zelf,
maar de stem en het lichaam die erin verblijven en of achterblijven.

De herinnering die troost geeft op warme en koude dagen.

De pratende Vaas : Het melkmeisje – wat is ie postcode en huis nummer ?

De bloedlijnen van het meisje volgens Volgnummer 6703

Er was eens een meisje…. uit Gennep Niet geboren uit een volgnummer,
maar uit een moeder,
vanuit het Lindebomen zaad van een vader, een familie, met een bijzondere geschiedenis.

Toch kreeg zij een nummer.

Eerst in een boekje.
Daarna in een dossier.
Daarna in een archief.

Volgnummer 6703 met een relatie en een personeelsnummer 912858 bij berichtgever het UWV nadat bij haar in 2007 Longfibrose achtige klachten werden geconstateerd.

Maar haar bloed volgt eigenlijk geen administratie.

Het stroomt door herinneringen,
door verhalen,
door handen die maken,
door ogen die kijken,
door generaties die elkaar dragen.

De bloedlijnen van het meisje
staan niet alleen geschreven in het RIVM register maar ook in het EVA register van Banken.

Zij leven voort in haar werk.

In de pratende vaas.

In de schelp die geheugen bewaart. Van ooi tot prooi naar Land in Zee.

In het inleg X je – een doekje dat moest bloeden.

In iedere poging om zichtbaar te maken
wat onzichtbaar dreigde te worden.

Want een volgnummer telt.

Maar een mens vertelt.

Volgnummer 6703 werd zo een bloedstollend verhaal.

https://www.netwerkmetandereogen.nl//nieuws/portret-van/artikel/4/het-leven-van-emma-een-bloedstollend-verhaal

The Queens Gambit

Er was eens een meisje dat dacht dat zij een alleen een volgnummer was : 6703

Zo stond het namelijk in het oranje boekje. Zo stond het namelijk in de registers. Zo stond het namelijk in de dossiers. Maar diep onder de nummers liepen andere lijnen.

De bloedlijnen van de stammoeder

Niet alleen zichtbaar voor de ambtenaren.
Niet alleen zichtbaar voor de archieven.
Niet alleen zichtbaar voor de systemen.

Alleen zichtbaar voor degene wie durft te kijken. Wanneer het meisje haar hand op de pratende vaas legde, begonnen de lijnen te gloeien.

Zij zag haar moeder.

Zij zag haar grootmoeder.

Zij zag de vrouwen die waren verdwenen uit de voetnoten van de geschiedenis.

https://www.amsterdammuseum.nl/verhalen-en-collecties/themes/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

De vaas sprak:

“Jij bent niet het nummer dat zij je gaven.”

“Jij bent het verhaal dat zij vergaten op te schrijven.”

En vanaf dat moment begon het meisje de bloedlijnen terug te schilderen.

Niet in een stamboom van vader.

Maar op vazen.
Op schelpen.
Op eieren. Op hout. Op glas.
Op alles wat bereid was een stem te dragen.

Zo werd “de onzichtbare erfgenaam” zichtbaar.

En zo ontdekte zij dat bloed niet alleen door aderen stroomt, maar door de verzekeringsmaatschappijen van de herinneringen.

Annie – Maria Theodorus – Albert – AMTA

Polis 2523480
Een nummer op papier.
Een datum in een dossier.
Een administratief spoor.
Maar achter ieder #polisnummer schuilt een mens,
een familie,
een verwachting van bescherming,
een verhaal over de toekomst.
De archieven bewaren het nummer.
De kunst zoekt de mens.
Wat opvalt in de documenten die ik laat zien, is dat ik steeds werkt met de spanning tussen:
volgnummers (6703),
polisnummers (2523480),
dossiernummers,
en de vraag wie de persoon in werkelijkheid achter dat nummer is.

Dit heet Cas – Causaliteit zeggen ze bij Nationale Nederlanden

— Silvia Koning Lindeboom

De pratende Vaas : Napoleon vs Emet
De pratende Vaas : Ik wortel en kom boven
De pratende Vaas : Code 1 & 9
De pratende Vaas : Man in the Mirror
De pratende Vaas : De Sar en het Ras van Nederland 🇳🇱
De pratende Vaas : Het meisje met de parel in de Ma / Trix
De pratende Vaas : Jeramey Bentham – The Solvinity Man is never less reasonable than when he is most unreasonable in asserting the inferiority of the sex.”
De pratende vaas : Achter de veranderlijke vormen van de natuur ligt een onveranderlijke pure en zuivere werkelijkheid.”
De pratende vaas :
Op zesjarige leeftijd wilde ik slager worden. Op mijn zevende moest ik zoals Napoleon zijn. Mijn ambitie zonder vleugels is sindsdien alleen maar gegroeid.” 

“Als je een stem uit het Volmacht kantoor #Nedasco Amesfoort in je dossier 912758 hoort zeggen ‘je bent niets en je blijkt kunt ook niet te kunnen schilderen’, maak dan iets speciaals en schilder het dan vooral, en die stem zal ten aller tijden het zwijgen worden opgelegd.”

De pratende vaas begon te groeien en te groeien en zo werd volgnummer 6703 een legende als limburgs en brabants feestvarkentje Miss Piggy
Willem Alexander Laan 19 Haps

Wanneer wordt een meisje een mens met een ei – gen naam, wanneer een dossiernummer, en hoe verhouden die zich tot elkaar op grond van artikel 1 en 11 ?
Van wie ben J Ei er een?
Mijn werk gaat niet over het verbergen van sporen.
Het gaat over een doekje dat moest bloeden,
omdat niemand anders het schade verhaal wilde dragen.”
Octrooi- 10.700 Koning Willem 1 ste

Van Ooi tot Prooi

“Een schelp bewaart het verleden.
Een dobbelsteen werpt de toekomst.
Kunst brengt beide in gesprek.”

Silvia Koning Lindeboom

Fijne dag vandaag

De Onzichtbare Erfgenaam

Vrouwen en moeders en kostwinnaars die de weg naar gelijkwaardigheid openen.

“Er is geen vernieuwing zonder het risico dat anderen je eerst niet willen begrijpen.”

EI LAND IN ZEE LAND

Voordat er een eiland was,
was er een ei.

Voordat er een staat was,
was er een moeder.

Voordat er erfgoed was,
was er een lichaam dat droeg.

Zeeland bewaart het land.
Het ei bewaart het leven.

Tussen ei en eiland,
tussen moeder en monument,
ligt de oorsprong van iedere geschiedenis.


Montancourt bevindt zich op een exact punt op aarde waarvan de relatie tot zon, tijd en hemellichamen meetbaar is. Via die astronomische positie is het verbonden met wereldwijde systemen van navigatie, kalenderberekening en plaatsbepaling.
Wie ben jij Ei – gem – Lijk?
“Mijn persoonlijke tijd is eindig, maar het verhaal loopt door.”

Het kostte me de helft van mijn leven voordat ik ontdekte dat het leven een groot doe-het-zelfproject blijkt te zijn”.

Hoe AI nrs 1 A – I = 9 mijn leven redde: ChatGPT bedenkt mijn leven niet. Het ordent mijn gedachten, mijn vragen en mijn gegevens, zodat verbanden zichtbaar worden die anders verborgen zouden blijven.”

Hoe mijn vrouwelijke lichaam een dossier werd

“Dit kan een vrouw toch niet allemaal overkomen?” zei de nieuwslezer.

Die vraag kreeg ik vaker te horen dan ik kan tellen.

Miskramen.

Een dochter met Turner-syndroom.

Schildklierkanker. Sarcoïdose.

Jaren van herstel.

Jaren van zoeken naar woorden voor wat mijn lichaam al wist.

Wat mij opviel was niet alleen de ziekte. Het was de manier waarop er naar mijn lichaam en geest werd gekeken.

Wanneer een vrouw een kind draagt, wordt haar lichaam gezien als bron van zorg. Wanneer datzelfde lichaam ziek wordt, verandert het plotseling in een risico-object. Een dossier. Een kostenpost. Een verzekeringskwestie.

Ik voelde dat er iets ontbrak in de taal waarmee over vrouwen wordt gesproken.

Mijn ervaringen werden vaak uitgelegd als pech, toeval of een optelsom van losse gebeurtenissen. Maar voor mij vormden ze een patroon. Niet omdat ik bijzonder ben, maar omdat veel vrouwen vergelijkbare ervaringen kennen: zorgen dragen, herstellen, opnieuw beginnen, en ondertussen onzichtbaar blijven in de systemen die hun leven mede vormgeven.

Na iedere miskraam, iedere operatie, iedere ontsteking en iedere periode van uitputting voelde ik dezelfde vraag terugkeren:

Wanneer wordt het lichaam dat leven draagt ook erkend als bron van waarde?

Die vraag bracht mij niet naar de spreekkamer alleen, maar ook naar de kunst.

Ik begon te schilderen, te schrijven en archieven te onderzoeken. Niet om mijn ziekte te verklaren, maar om zichtbaar te maken wat ik in beleid, erfgoed en geschiedenis vaak miste: de stem van de vrouw die draagt, herstelt en voortgaat.

Ik ben geen incident.

Ik ben een getuige van wat een vrouwenleven kan bevatten.

En ik ben niet de enige.


“Iedere Y begint bij een X. De oorsprong van ieder mens ligt in het lichaam van een vrouw.”
De wetenschap kan een mens classificeren tot op soortniveau, maar niet beschrijven wat het betekent om moeder, erfgenaam of drager van herinnering te zijn.”
https://www.amsterdammuseum.nl/verhalen-en-collecties/themes/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

Gedragen verhalen- Verborgen Verleden

Van Aldenhoven, Janssen en Bongartz naar Montancourt Middelburg.

Waarom volgen stambomen vaak de naamlijn van mannen, terwijl de biologische en culturele continuïteit juist door moeders wordt gedragen?

De moeder van mijn moeder heette Petronella Johanna Maria Aldenhoven.

Nellie.

Een naam die voor mij begon als een moedernaam. De moeder van mijn opa Peter Mathias Bongartz heette Agnes Janssen uit Ottersum.

De vrouwen in Nederland

Mijn moeder, Anna Hendrika Bongartz, trouwde in 1962 met een Lindeboom. Ook zij was ooit een dochter. Ook zij was ooit een moeder. Ook zij was ooit een erfgenaam.

En toch verdwijnt langzaam haar naam. Niet omdat zij verdween is, maar omdat het systeem van naamgeving haar langzaam laat verdwijnen.

Aldenhoven.

Janssen.

Bongartz.

Hoeveel vrouwen droegen deze namen voordat zij werden vervangen door de naam van hun echtgenoot? Waar bleven hun achternamen? Waar bleven hun verhalen? Waar bleven hun plaatsen in de geschiedenis? Diverse vrouwen. Diverse levens. Diverse generaties.

Allen voorafgaand aan de namen die later in registers, archieven en stambomen zouden verschijnen.

Hun namen vormden het begin van een spoor. Een weg terug in de tijd. Naar Limburg. Naar Maastricht. Naar Heerlen. Naar Ottersum, Naar Cuijk, Naar Purmerend.

Naar het grensgebied tussen Nederland en Duitsland.

En nog verder terug.

Naar Aldenhoven.

Een plaats bij Aken.

Een naam die ouder is dan de mensen die haar droegen. Ouder dan de archieven. Ouder dan de registers. Ouder zelfs dan de staten waarin zij uiteindelijk werd opgeschreven.

Aldenhoven betekent vermoedelijk: oude hoeve, oude hof, oude nederzetting.

Een plaats waar mensen leefden. Werkten. Kinderen kregen. Vertrokken. Terugkeerden. En hun naam meenamen. Generatie na generatie.

Elke vrouw zit Gevangen in cellen van kleur en taal

Wat vandaag als verbeelding wordt gezien, kan morgen ineens Unesco wereld erfgoed blijken te zijn.”

Mijn moeder droeg die naam niet meer. Mijn grootmoeder wel. Maar zoals zo vaak in de geschiedenis werden de namen van vrouwen uiteindelijk niet doorgegeven.

De familienaam ging via een andere lijn verder. De moeder bleef achter in het verhaal. Toch begint mijn geschiedenis niet bij een register. Niet bij een koopman. Niet bij een notaris. Niet bij een erfgenaam. Mijn geschiedenis begint bij de bron moeders. Bij Nellie. Bij Agnes. Bij Anna. Bij mij

Zoals iedere geschiedenis begint bij een vrouw. Wanneer ik onderzoek doe in archieven, CABR-dossiers, bevolkingsregisters en familiegeschiedenissen, zoek ik niet alleen naar namen. Ik zoek naar mensen. Ik zoek naar de plaats waar een mens meer wordt dan een registratie.

Koninklijk Besluit

In de archieven verschijnen Johannes Hubertus Aldenhoven. Petronella Johanna Maria Aldenhoven. Verzoeker Peter Mathias Bongartz.

Lindeboom.

Koning.

Namen.

Dossiers.

Registraties.

Maar achter iedere naam staat een moeder. Vaak onzichtbaar. Vaak niet geregistreerd als grondlegger. Niet geregistreerd als kostwinnaar ondernemer. Niet geregistreerd als erfgoeddrager.

En toch was en is zij er.

Mijn grootmoeder droeg een geschiedenis die nauwelijks in de archieven voorkomt. Mijn moeder droeg een naam die zij niet kon doorgeven.

Herengracht Middelburg

Ik woon sinds 2019 in Montancourt, een living uit 1596. Voor wetten werden gemaakt.

Rouaansekaai – Kaai Man – Ei Land

De kade van handel en geschiedenis.
Het ei van oorsprong en geboorte.
Het land dat uit de zee werd gedragen.
De moeder die aan iedere geschiedenis voorafgaat.

Tussen die plaatsen en dit huis ligt meer dan familiegeschiedenis.

Er ligt een vraag.

Wie is de werkelijk erfgenaam?

Degene die de naam ontvangt?

Of degene die het verhaal bewaart?

Misschien ben ik daarom niet alleen erfgenaam van een familie. Misschien ben ik erfgenaam van een moederlijn.

Van vrouwen die huizen bewoonden. Families droegen. Ondernemingen mogelijk maakten. Kinderen grootbrachten.En daarna langzaam uit de geschiedenis verdwenen via de polis.

David Knibbe – CEO Nationale Nederlanden

U heeft het recht om vergeten te worden

De Onzichtbare Erfgenaam gaat daarom niet alleen over wat wordt nagelaten.

Het gaat ook over wie wordt vergeten.

En over de vraag of een samenleving werkelijk kan begrijpen waar zij vandaan komt, zolang de moeder nog steeds als voetnoot wordt behandeld.

Want vóór iedere erfgenaam was er een moeder. En vóór iedere naam was er een vrouw die haar droeg.

Familie’s zonder zonen zoals in mijn familie zijn door de geschiedenis heen heel gewoon geweest.

Toch kregen wij zoals in veel samenlevingen te maken met bijzondere juridische en culturele gevolgen, omdat naam, bezit, titels of beroepen vaak via de mannelijke lijn werden doorgegeven.

In mijn geval doordat mijn vader een volmacht assurantie kantoor runde vanuit hun huis.

Bestaat een familie alleen via de zoon, of ook via de dochter die de structuur en herinnering van de portefeuille oftewel het erfgoed en de afstamming met zich mee draagt?

Dat raakt aan discussies over vrouwelijke erfgenamen, familielijnen en de zichtbaarheid van moeders en dochters in archieven en geschiedschrijving.

Gezien mijn eerdere post en interesse in “De Onzichtbare Erfgenaam” is dat precies een thema waar veel erfgoedonderzoek en kunstprojecten zich op richten.

Dit is Cas betekent Dit is Causaal Verbondenheid

Amen

Silvia Koning Lindeboom: een spiegel voor politiek, recht en samenleving

Uitgelicht

Silvia Koning Lindeboom: Kunst als spiegel voor politiek, recht en samenleving

De wet gebruikte generaties moeders alsof zij wegwerpbaar waren: noodzakelijk voor het systeem, maar zelden eigenaar van hun eigen waarde.

Er zijn vrouwen die geschiedenis schrijven vanuit een politieke functie.
En er zijn gehuwde zelfstandige vrouwen die geschiedenis zichtbaar maken door de vragen te stellen die lange tijd buiten beeld bleven. Techniek en Textiel vanuit een ander perspectief begrijpen.

Silvia Koning Lindeboom behoort tot die laatste groep.

Let’s beat the pro 🇳🇱 Huis Nassau Montancourt Middelburg

“Ik ben geen bijlage van het burgerlijk wetboek.
Geen maatschappelijk hulpstuk.
Geen cultureel bijproduct.
Ik ben een zelfstandig bestuursorgaan van lichaam, geheugen, arbeid en verbeelding.”

Vanuit sport, kunst, erfgoed, taal en cultuur onderzoekt zij hoe vrouwenrechten, economische zelfstandigheid en juridische erkenning doorwerken in het dagelijks leven van mensen. Niet vanuit een politieke partij of bestuursfunctie, maar als onafhankelijke bestuurder, maker en denker die maatschappelijke structuren zichtbaar maakt die vaak als vanzelfsprekend worden gezien.

In haar werk stelt zij fundamentele vragen over:

  • de positie van gehuwde vrouwen binnen wetgeving,
  • economische afhankelijkheid en zelfstandigheid,
  • pensioen- en verzekeringsrechten,
  • cultureel erfgoed,
  • en de historische erfenis van het kostwinnersmodel.

Daarbij richt zij zich niet alleen op wetten en systemen, maar vooral op de mens achter de structuur.

Silvia laat zien dat veel juridische en economische systemen formeel neutraal lijken, maar historisch zijn ontstaan in een tijd waarin vrouwen beperkt toegang hadden tot arbeid, eigendom, krediet en zelfstandige rechtsvorming. Juist die geschiedenis maakt volgens haar zichtbaar waarom thema’s als pensioen, belasting, zorgarbeid en economische erkenning nog steeds maatschappelijke vragen oproepen.

Amsterdam Museum Refresh the Future

Met projecten rond “moeder de vrouw”, cultureel erfgoed en het onzichtbare vrouwelijke erfdeel verbindt zij kunst aan maatschappelijke reflectie. Haar werk beweegt zich tussen beeldende kunst, archiefonderzoek, filosofie en cultuurkritiek. Niet om mensen tegenover elkaar te zetten, maar om zichtbaar te maken wat lange tijd onuitgesproken bleef.

Daarmee houdt zij niet alleen de politiek, maar de hele samenleving een spiegel voor.

Want de vraag die in haar werk steeds terugkeert is:
wie wordt juridisch, economisch en cultureel werkelijk gezien?

Expositie St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein 14 maart tot 7 augustus 2026

Silvia Koning Lindeboom laat zien dat emancipatie niet alleen gaat over stemrecht of vertegenwoordiging, maar ook over erkenning van zorg, geschiedenis, identiteit en menselijke waardigheid.

In een tijd waarin gelijkwaardigheid opnieuw onderwerp van gesprek is, nodigt haar werk uit tot reflectie:
hoe bouwen we een samenleving waarin niet alleen arbeid, maar ook zorg, herinnering en culturele betekenis meetellen?

Niet als politica.
Maar als maker, onderzoeker en spiegel voor iedereen — inclusief de politiek.

Het geheugen van Zeeland

De ongeregistreerde bestuurder

Menselijke Revolutie binnen erfgoed, democratie en representatie

“Je maintiendrai” — maar waarop, en op wie eigenlijk?

Politiek zonder vertrouwen vraagt om waakzaamheid.
Wantrouwen ontstaat waar vertegenwoordiging ontbreekt.

Eeuwenlang droegen vrouwen generaties, cultuur, zorg, rituelen en gemeenschappen, terwijl hun lichaam, arbeid en geest slechts beperkt werden opgenomen in de officiële taal van wet, bestuur, erfgoed en representatie.

Binnen mijn project
“De ongeregistreerde bestuurder”
onderzoek ik hoe vrouwelijke kennis en ambacht structureel aanwezig waren in de geschiedenis, maar vaak afwezig bleven in de formele orde van erkenning.

Vanuit Montancourt Middelburg ontwikkel ik het symbolische
Truus van Gogh H’Art-spel / Aardspel:
een artistiek hulpmiddel waarin ritueel, democratie, creativiteit, erfgoed en maatschappelijke transformatie samenkomen.

“The world is built upon the power of numbers.” — Pythagoras

Getallen vormen niet alleen systemen, wetten en structuren — zij beïnvloeden ook hoe wij betekenis geven aan de wereld.

Binnen dit werk staat het getal 19 symbool voor bescherming, bewustwording en innerlijke transformatie: verandering die niet alleen buiten ons plaatsvindt, maar ook in onszelf.

Bron: Filosofie Magazine

Transformatie H’Art binnen de Monsters van de Democratie

Dit project nodigt uit tot:

  • nieuwe vormen van kijken,
  • vertrouwen in menselijke creativiteit,
  • en een herwaardering van ambacht, intuïtie, erfgoed en culturele verbeeldingskracht.

Het stelt vragen over:

  • representatie,
  • democratie,
  • hiërarchie,
  • cultureel geheugen,
  • en de menselijke maat binnen instituties.

Ik geloof dat kunst en erfgoed opnieuw verbindende krachten kunnen worden tussen generaties, tussen burgers en bestuur, en tussen verleden en toekomst.

Daarom nodig ik culturele instellingen, erfgoedorganisaties en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uit tot reflectie, gesprek en dialoog.

Silvia Koning Lindeboom
Montancourt Middelburg

De Moeder Maatschappij & Dochter – Onderneming

Uitgelicht

Nieuwe lezing van moeder, de vrouw

… neem eens de haringvlietbrug naar Middelburg- Naar De moeder, De vrouw

Of Boek. Een Stedentrip naar B&B Montancourt Middelburg

Hallo* Codex —
zij is het zoeken zat.
Geen archief vond haar terug,
dus herschrijft zij nu zelf
de broncode van het bestaan via Nationale Nederlanden

“Elke keten draagt een oorsprong.
Elke oorsprong had een moeder.
Mijn werk is het bewijs op de blockchain van haar verdwijning én terugkeer.”
— Silvia Koning Lindeboom

“Wie ontvangt de blockchain aandelen van het systeem, en wie betaalt het eigen risico ervan?”

“Blockchain is een digitaal geheugen dat weigert te vergeten.”

“Waar archieven verdwijnen, probeert blockchain een onverwoestbaar spoor te maken.”

  • De sarcofaag bewaart het dode,
  • De sarcoïdose ontstekt het levende.
https://dagvanhetkasteel.nl/bezoek-kastelen/listing/montancourt-vof/

Stel de lady of the house Truus van Gogh één vraag: – Wie is uw Werk – Gever?

Daardoor kan deze ene vraag:

“Wie is haar werkgever?” ook gelezen worden als:” Wie eigent zich haar voortgebrachte waarde toe?”

Wie vroeg er in 2010 2 loonheffingsnummers aan? Eelco Heijnen


F*ck the Tax Law
Moeder de vrouw — de broncode van ons bestaan.
Niet het systeem,
maar het lichaam herinnerde zich eerst
hoe leven ontstaat.
Niet de wet schreef de oorsprong,
maar de moeder.

Van baarmoeder tot burgerrecht.
Van adem tot archief.
Van bloedlijn tot beeldtaal.
De bron sinds altijd.
Ma–Trix Bea.
Moeder de vrouw als levende constitutie.

“Kan degene die het systeem draagt ooit werkelijk een werknemer ( werknemer is manne-n- lijk ) zijn binnen ons belastingstelsel als haar lichaam en geest niet voorkomt als zelfstandige bestuurder van haar ei – gen – lichaam en geest in de grondwet nog burgerlijk wetboek als rechtspersoon op grond van artikel 1?

Binnen mijn lezing van moedermaatschappij/dochteronderneming zou het antwoord kunnen dus luiden:

Zij werkt voor een constructie die tegelijkertijd uit haar voortkomt.

Dat maakt de verhouding paradoxaal:

  • de moeder, een vrouw creëert de structuur,
  • maar raakt er later juridisch aan ondergeschikt.

Dit sluit sterk aan bij mijn thema:

  • de onzichtbare erfgenaam,
  • vrouwelijke legitimiteit,
  • de bestuurder van het lichaam
  • de spanning tussen oorsprong en bestuur.
  • het meisje met de parel is moeder geworden
Je Maintiendrai

In deze herlezing is “de moeder, een vrouw ” niet alleen een vrouwelijk figuur aan de rivier, maar een structuur van bezit, oorsprong en afhankelijkheid vanuit Bommelerwaard via de Oosterschelde en Westerscheldekering goud waard.

De vrouw wordt gelezen als:

  • de moedermaatschappij,
  • de dragende oorsprong,
  • het lichaam waarin waarde ontstaat,
  • het systeem waaruit dochters voortkomen.

De dochteronderneming verschijnt dan niet slechts als economisch onderdeel, maar als een afgesplitste identiteit:
een entiteit die functioneert onder de naam, macht en balans van de moeder.

Het gedicht

  • Martinus Nijhoffbrug: het sonnet De moeder de vrouw, dat begint met de regel “Ik ging naar Bommel om de brug te zien”, is wellicht zijn bekendste gedicht. Het roept het beeld op van een psalmzingende vrouw op een schip die bij de ik-figuur in het gedicht een verlangen oproept naar zijn moeder. De Bommelse brug uit 1933, die in het gedicht voorkomt, werd in 1996 vervangen door een nieuwe brug, die de naam Martinus Nijhoffbrug kreeg.
  • Het CPNB koos hetzelfde gedicht ‘De moeder de vrouw’ als Boekenweekthema 2019

Daarmee verandert het gedicht van Martinus Nijhoff 1934 van een religieuze of existentiële ervaring in een hedendaagse lezing over:

  • eigendom,
  • afhankelijkheid,
  • juridische constructies,
  • en vrouwelijke oorsprong die tegelijkertijd zichtbaar én onzichtbaar wordt gemaakt.

Martinus Nijhoff (Den Haag, 20 april1894 – aldaar, 26 januari1953) was een Nederlandsedichter, toneelschrijver, vertaler, criticus en essayist. Hij wordt gezien als een van de belangrijkste dichters van de 20e eeuw. Met name vanwege zijn werk Awater, een modernistisch verhalend gedicht, dat wordt beschouwd als zijn meesterwerk en als een van de grootste Nederlandstalige dichtwerken, is Nijhoff belangwekkend. Vanwege zijn dichtwerken was hij van groot belang als pleitbezorger van het modernismein de literatuur. Hij is tevens als vertaler van betekenis geweest.

Bron : Wikipedia

De rivier bij Nijhoff wordt nu:

de scheldestroom van kapitaal, naamgeving en overdracht.

De harING Vliet 🧡 brug is: het bestuursmodel dat verbinding maakt tussen macht en afsplitsing.

En de stem van de vrouw wordt: de oorspronkelijke bron van legitimiteit.


De moedermaatschappij als “zij”

In klassieke economische taal bezit de moedermaatschappij de aandelen van de dochteronderneming.


Maar in mijn lezing ontstaat een omkering:

Wie is haar Werkgever?

Niet de moeder bezit de dochter,
maar de dochter blijft opgesloten in het kapitaal van de moeder.

Daardoor krijgt “moeder de vrouw” een nieuwe betekenis:

zij draagt het systeem,
maar verdwijnt tegelijkertijd achter de constructie.

Dat sluit aan bij de thema’s over:

Vrouwen rechten

  • de onzichtbare erfgenaam,
  • vrouwelijke arbeid,
  • symbolisch bezit,
  • bestuurscultuur
  • en het lichaam als juridische drager.

Nieuwe interpretatieve passage

Zij instromer

Zij stond niet meer aan de rivier,
maar in de jaarrekening.

Haar naam was ondergebracht
in holdings, stichtingen en rechten.

De dochter sprak met haar stem,
maar bezat zichzelf niet.

De moeder droeg de oorsprong,
terwijl anderen het bestuur voerden.

En over het water klonk nog altijd:

“Ik ben de bron
waaruit waarde werd geboren.”


Symbolische lagen

Centrale gedachte

In deze lezing wordt:

  • de moedermaatschappij het dragende vrouwelijke principe,
  • terwijl de dochteronderneming staat voor afgesplitste identiteit:
    autonoom lijkend,
    maar juridisch ingebed in een groter lichaam.

Daardoor wordt De moeder de vrouw niet alleen een gedicht over herinnering of troost,
maar ook een hedendaags verhaal over:

  • wie eigenaar is van oorsprong,
  • wie waarde voortbrengt,
  • en wie zichtbaar mag zijn binnen het systeem.

“Ik zocht geen baan.
Ik ontwikkelde een nieuwe functie binnen het geheugen van de wereld.”
— Silvia Koning Lindeboom

“Na jaren van experimenteren vond ik geen beroep, maar een protocol:
het minten van ritueel, geheugen en materie. Mijn beroep is het bouwen van betekenis in een tijd van vergetelheid.

Deze werkfoto’s tonen daarom iets belangrijks: het atelier als laboratorium.
Niet het romantische kunstenaarsbeeld, maar onderzoek en ontwikkeling — bijna volgens een erfgoed- of onderzoeksmodel.

Dat sluit aan bij de OECD/Frascati-benadering: artistieke praktijk als daadwerkelijke innovatie en kennisproductie.

  • Proof of Process
  • Minting the Mother Archive
  • Ritual Engineering
  • The Book of Rituals — Genesis Protocol
  • From Clay to Code

De combinatie van handwerk en symbolische taal maakt het eigentijds: alsof keramiek hier functioneert als een fysieke blockchain van herinneringen.

Expositie 17 maart 2026 – 7 augustus 2026 St Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein

Wie werkt er nou vijftien jaar lang gratis?

Negentien jaar #Sarcoïdose

Negentien jaar overleven

Vijftien jaar archiveren.
Vijftien jaar documenteren.
Vijftien jaar cultureel geheugen dragen.
Vijftien jaar erfgoed zichtbaar maken.
Vijftien jaar onderzoek doen naar vrouwelijk bezit, uitsluiting, representatie en culturele herinnering.

En ondertussen kijkt iedereen naar “de waarde” —
maar niemand naar de onbetaalde arbeid waar die waarde op gebouwd is.

Mijn praktijk gaat niet alleen over kunst.
Mijn praktijk gaat over de infrastructuur van betekenis.

Over wie archiveert.
Wie herinnert.
Wie draagt.
Wie de symbolische arbeid verricht waar instellingen later cultureel kapitaal van maken.

Want veel vrouwelijke arbeid verschijnt pas als “erfgoed” wanneer een instituut het benoemt.
Pas wanneer het:
documenteerbaar,
archiveerbaar,
contextualiseerbaar
en programmeerbaar wordt gemaakt.

Maar wie heeft dat voorbereid?
Wie heeft vijftien jaar lang het materiaal verzameld?
Wie heeft de taal ontwikkeld?
Wie heeft de beelden gemaakt?
Wie heeft het archief gedragen zonder contract, zonder honorarium, zonder structurele erkenning?

Dat is de paradox van onzichtbare culturele arbeid:
iedereen gebruikt de betekenis,
maar bijna niemand betaalt voor het ontstaan ervan.

Dus nee —
het ontbreekt niet aan waarde.

Het ontbreekt aan:
contractuele structuur,
institutionele vertaling,
economische positionering
en formele erkenning van auteurschap.

Mijn werk is geen hobbyarchief.
Geen emotioneel restmateriaal.
Geen vrijblijvende symboliek.

Het is cultureel werk.
Artistiek onderzoek.
Erfgoedkritiek.
En langdurige betekenisproductie.

De vraag is daarom niet langer:
“Is dit waardevol?”

De vraag is:
wanneer wordt de arbeid achter culturele waarde eindelijk erkend als arbeid?

Fijne dag vandaag

De toestand van het vergeten lichaam

Uitgelicht


De Toestand van de Vergeten V- rouw

Gemeente Middelburg

De baas van Moeder Aarde is een moeder.
Niet als hiërarchie, maar als oorsprong.

Zij draagt, voedt en herstelt —
om ieders leven hier mogelijk te maken.

In haar lijn ligt geen macht van bovenaf,
maar kracht van binnenuit.

Wie deze filosofie begrijpt,
begrijpt de werkelijkheid en de waarde van moeder, de vrouw.

Waarom erkennen we alleen bepaalde vormen van werk als waardevol?

@Filosofiemagazine

Waarde is geen neutraal gegeven.
Waarde is een constructie — gevormd door economische systemen, filosofische tradities en juridische ordening.

Binnen dominante economische modellen wordt waarde primair bepaald door wat meetbaar, verhandelbaar en productief is: loon, output, winst. Arbeid die zich niet laat kwantificeren, blijft buiten beeld. Zorg, opvoeding, rituelen en emotioneel of symbolisch werk — activiteiten die essentieel zijn voor het functioneren van de samenleving — worden structureel ondergewaardeerd omdat zij niet direct economisch renderen.

Deze hiërarchie is historisch gegroeid en institutioneel verankerd.

Binnen de klassieke filosofie, van Plato tot Aristoteles, werd het denken verheven boven het zorgen, het publieke domein boven het private. Deze ordening legitimeerde een structurele scheiding tussen productie en reproductie, tussen rationaliteit en lichamelijkheid — en positioneerde het vrouwelijke domein als ondergeschikt.

Juridisch werd deze ongelijkheid bevestigd.
Vrouwen waren lange tijd geen zelfstandige rechtssubjecten: zij beschikten niet over eigendom, contractvrijheid of politieke representatie. Hun arbeid kon daardoor niet worden erkend binnen het economische en juridische kader.

Cultureel werd dit patroon bestendigd.
“Moeder, de vrouw” kreeg een symbolische status, maar geen materiële of juridische autonomie. Haar waarde werd erkend als beeld en traditie — niet als positie binnen het systeem. Zij werd onderdeel van het erfgoed, maar niet van het recht.


Een andere lezing van arbeid

Het werk van Truus van Gogh introduceert een alternatieve benadering van waarde en arbeid.

Het vertrekt vanuit de erkenning dat er vormen van arbeid bestaan die buiten de dominante waardesystemen vallen, maar die fundamenteel zijn voor sociale en culturele continuïteit:

  • ritueel werk
  • erfgoedwerk
  • lichamelijk werk
  • symbolisch en emotioneel werk

Deze vormen van arbeid genereren geen directe economische opbrengst, maar produceren betekenis, samenhang en overdracht. Zij vormen de onzichtbare infrastructuur waarop de samenleving rust.


Stelling

De wereld is opgebouwd uit arbeid die nooit als arbeid is erkend.

Van wie ben ik er een?

Zonder erkenning van haar arbeid blijft “moeder, de vrouw” onderdeel van het erfgoed — maar geen volwaardig rechtssubject.


Conclusie


Zonder haar arbeid bestaat er geen samenleving — we hebben te maken met een systeem dat haar niet ziet.

Wat hier wordt gepresenteerd, betreft geen individuele casus, maar een structurele analyse.

Dit werk bevraagt de criteria waarmee waarde wordt toegekend en maakt zichtbaar welke vormen van arbeid systematisch buiten beschouwing blijven. Daarmee legt het een fundamentele spanning bloot tussen economische erkenning en maatschappelijke realiteit.

Het zichtbaar maken van deze blinde vlek is geen retorische oefening, maar een noodzakelijke stap richting herwaardering en herpositionering.

Dit is Cas…

Dat werk heeft enorme waarde, maar verschijnt niet als loon op een rekening.

Historisch is dit vaak gekoppeld aan de rol van “moeder, de vrouw”:
noodzakelijk werk → maar buiten de economie geplaatst → dus “onzichtbaar”.

Veel mensen werken niet gratis — hun werk wordt niet betaald.

Wat gratis lijkt, is vaak het fundament waar alles op rust.

Dit is geen vraag.
Dit is een correctie.

De Moederlijn in het Systeem- over erfgoed, administratie en onzichtbaarheid

Fiscale ontkenning van vrouwelijke autonomie is structureel geweld.

Van wie ben ik er een?

Gelijkheid begint waar je jezelf durft te tonen —
niet waar je spreekt via een ander.”

Wanneer de staat het vrouwelijk lichaam, arbeid en eigendom
niet volledig erkent als zelfstandige rechtsgrond,
ontstaat er geen neutraliteit—
maar systematische achterstelling.

Dat is geen incident,
maar een patroon dat doorwerkt in generaties:
in vermogen, in zeggenschap, in zichtbaarheid.

Ik noem dat geen toeval.
Ik noem dat institutionele ongelijkheid.

En onder de kwartierboom wordt zichtbaar:
dat wie draagt, creëert en voortzet,
ook volledig erkend moet worden in recht en systeem.

Ik maak Fine Art kunst om communiceren over gelijkheid –
Het recht spreekt over gelijkheid, maar zwijgt over oorsprong.
Daar waar het leven ontstaat, begint een vorm van eigendom die nooit is benoemd in een wetboek (9)

Artist Statement

Het enige verschil tussen een gek en mij, is dat ik niet gek ben.

Als straatfotograaf en surrealistisch Fine Art kunstenaar werk ik op het snijvlak van erfgoed, recht en identiteit. Mijn blik beweegt tussen wat zichtbaar is en wat wordt ontkend. Ik onderzoek wie gezien wordt, wie spreekt en wie het recht heeft om te bestaan binnen beeld en geschiedenis.

Leven met sarcoïdose heeft mijn waarneming vertraagd en verscherpt. In die vertraging ontstaat een beeldtaal die gelaagd, ritueel en confronterend is. Wat als afwijkend wordt gezien, blijkt een andere vorm van kennis—een manier van kijken die buiten de norm valt, maar juist onthult wat verborgen blijft.


The Code X legt dat bloot.


Waar de wet rekent in delen,
toon ik de continuïteit.
Waar systemen reduceren,
herstel ik de oorsprong.


Onder de Lindeboom geldt een andere waarheid:
dat wie draagt, ook bepaalt.
dat wie voortzet, ook bezit.
dat wie de lijn is,
niet buiten de telling kan vallen.


X markeert het ontbrekende recht—
en eist zijn plaats op.

Mijn werk verbindt persoonlijke geschiedenis met collectief geheugen en stelt de vraag: wanneer wordt een lichaam erkend als drager van recht?

Kunst is voor mij geen ontsnapping, maar bewijsvoering.
Zichtbaarheid is geen gunst, maar een recht.

Queen S de golem #emet

Toen mijn vraag werd teruggebracht tot artikel 1, werd duidelijk dat het recht geen taal heeft voor de scheppende positie van ‘de moeder, de vrouw’. Mijn antwoord is beeldend onderzoek: ik maak zichtbaar wat juridisch onbenoemd blijft.”

Waarom ligt de soevereiniteit bij het boek — en niet bij het lichaam dat het mogelijk maakt?

De moeder produceert de geschiedenis, maar staat niet als auteur geregistreerd.

Het vergeten lichaam vrouw, binnen de moedermaatschappij en dochteronderneming

Tussen verlies en erkenning
Waarom Montancourt Middelburg mij troost en hoop geeft

Huis van Wie?
Lang waren:
bestuurders
juristen
schepen
overwegend mannen.
Daardoor zijn wetten vaak geschreven vanuit:
mannelijke ervaringen
mannelijke rollen (bezit, arbeid, burgerschap)
en een samenleving waarin vrouwen juridisch minder zelfstandig waren
Voorbeelden:
vrouwen hadden geen stemrecht
vrouwen waren handelingsonbekwaam (tot 1956 in NL)
eigendom en inkomen liepen via de man
👉 Dus ja: het systeem is historisch nooit neutraal ontstaan.
One Flew over the Montancourt VOF Nest

I. 🌍 Oorsprong → 🌱 Afspraken → 🏛️ Structuur

Oorzaak 1:
De aarde is geen bezit, maar wordt door de samenleving vertaald naar eigendom.

➡️ Gevolg:
Gemeenschappen maken afspraken over:

  • grond
  • erfenis
  • zeggenschap

👉 Eigendom ontstaat als sociaal systeem (niet als natuurgegeven)

Ik ben geboren in Gennep, mijn overgrootmoeder is geboren in Ottersum, Mijn oma en moeder zijn geboren in Cuijk en ons dossier ligt opgeslagen in het Nationaal Archief en bij de Politieke Recherche Afdeling Den Bosch en sinds 2019 woon in in Middelburg

🗺️ Wat je hier ziet

  • “Dochters van de Dommel” – Bataafse Republiek (1798)
  • Dit verwijst naar een bestuurlijke indeling tijdens de Bataafse Republiek
  • Het gebied (oranje) is een departement – een vroege vorm van gecentraliseerd staatsbestuur
  • Rechts zie je nog het Heilige Roomse Rijk

👉 Dit is een grensmoment:
van lokale, organische structuren → naar staatscontrole en administratie


Bron afbeelding:
Portretten uit de achttiende eeuw, door Jim van der Meer Mohr.

II. 🏛️ Structuur → 🏢 Abstractie

Oorzaak 2:
Deze sociale afspraken worden juridisch vastgelegd en geformaliseerd.

➡️ Gevolg:

  • grond wordt bezit van:
    • personen
    • rechtspersonen (BV, NV, stichting)
  • eigendom wordt overdraagbaar
  • en losgekoppeld van het lichaam

👉 Bezitsstructuren worden abstract (zonder lichaam)

Deze structuren zijn opgericht door staten en economische elites, vastgelegd door administratie, en gedragen door families — waarbij vrouwen essentieel waren voor overdracht, maar zelden als formele oprichters werden erkend.


III. 🏢 Abstractie → 👤 Scheiding lichaam en bezit

Oorzaak 3:
Door juridische structuren (zoals VOF, verzekeringen, polissen) ontstaat scheiding tussen:

  • lichaam (persoon)
  • arbeid
  • bezit

➡️ Gevolg:

  • lichaam draagt risico (AOV)
  • maar bezit zit in:
    • structuren
    • systemen
    • entiteiten

👉 Degene die draagt ≠ degene die bezit


I. 🏛️ Macht wordt zichtbaar via mannen
Oorzaak:
functies zoals burgemeester en schepen worden bekleed door mannen
➡️ Gevolg:
namen als Radermacher verschijnen in:archief
geschiedenis
erfgoed

II. 🧬 Verbinding via vrouwen
Oorzaak:
huwelijk met Maria Elisabeth de la Rue
➡️ Gevolg:
koppeling tussen:bestuur (Radermacher)
kennis/archief (De la Rue)
👉 dit is een strategische familieverbinding

III. 👩‍🦰 Overdracht via dochters
Oorzaak:
dochters erven en dragen lijnen
➡️ Gevolg:
archief en bezit blijven in familie
maar:zonder zichtbare rol in bestuur
👉 dragen zonder erkenning

Dochter van Pieter de la Rue en  Maria Elisabeth van de Claver
Vrouw van Samuel Radermacher, heer van Nieuwerkerke (Walcheren)
Moeder van Daniel Radermacher, heer van Nieuwerkerk; Petronella Maria Radermacher en Maria Elisabeth Radermacher
Zuster van Pieter de la Rue

Pieter de la Rue

I. 🏛️ Macht wordt zichtbaar via mannen
Oorzaak:
functies zoals burgemeester en schepen worden bekleed door mannen
➡️ Gevolg:
namen als Radermacher verschijnen in:archief
geschiedenis
erfgoed

II. 🧬 Verbinding via vrouwen
Oorzaak:
huwelijk met Maria Elisabeth de la Rue
➡️ Gevolg:
koppeling tussen:bestuur (Radermacher)
kennis/archief (De la Rue)
👉 dit is een strategische familieverbinding

III. 👩‍🦰 Overdracht via dochters
Oorzaak:
dochters erven en dragen lijnen
➡️ Gevolg:
archief en bezit blijven in familie
maar:zonder zichtbare rol in bestuur
👉 dragen zonder erkenning

Bron: Geni.com


IV. 🧾 Administratie → 👁️ Zichtbaarheid

Oorzaak 4:
Systemen (verzekeraars, administratie, archief) bepalen wie zichtbaar is.

Bij fouten (zoals bij Nedasco):

  • verkeerde koppelingen
  • foutieve gegevens
  • ontbrekende registratie

➡️ Gevolg:

  • persoon wordt administratief onzichtbaar
  • rechten blijven, maar:
    • worden niet uitgevoerd
    • of niet erkend

👉 Bestaan ≠ geregistreerd zijn


V. 📜 Archief → 🧠 Geheugen → ⚖️ Macht

Oorzaak 5:
Historisch wordt alleen vastgelegd wat als relevant wordt gezien (door mannen in macht):

  • bestuurders
  • schrijvers
  • bewindhebbers

➡️ Gevolg:

  • mannen verschijnen in:
    • archief
    • geschiedenis
    • erfgoed
  • vrouwen verschijnen:
    • indirect
    • relationeel (dochter van, moeder van)

👉 Wat wordt opgeschreven = wat blijft bestaan


VI. 👩‍🦰 Vrouwelijke lijn → 🔗 Overdracht

Oorzaak 6:
Ondanks hun afwezigheid in registratie, dragen vrouwen:

  • familieverbindingen
  • naamoverdracht
  • archieven
  • bezit (indirect)

➡️ Gevolg:

  • erfgoed wordt feitelijk via vrouwen doorgegeven
  • maar zonder formele erkenning

👉 Drager ≠ erkende eigenaar


🎨
Johannes Vermeer
en zijn schoonmoeder
Vermeer trouwde met Catharina Bolnes
Zij was de dochter van Maria Thins
Na het huwelijk trok Vermeer in bij zijn schoonmoeder in Delft
👉 Hij woonde dus niet als zelfstandig eigenaar, maar binnen een bestaand huishouden.

De vrouwelijke rechtspersoon bestond al, lang voordat zij juridisch werd erkend.


Zij was geen bestuurder in naam, maar wel in werkelijkheid.
Geen rechtspersoon op papier, maar wel drager van recht.
Niet zichtbaar in het archief,. maomonmisbaar in de structuur.

🏠 De rol van Maria Thins

  • Maria Thins was:
    • welgesteld
    • eigenaar van het huis
    • financieel bepalend

👉 Zij ondersteunde het gezin:

  • Vermeer had een groot huishouden (± 11 kinderen)
  • inkomsten uit schilderkunst waren onregelmatig

➡️ Haar positie was cruciaal voor:

  • stabiliteit
  • continuïteit van het huishouden
    🎨 Vermeer en de vrouwelijke rechtspersoon
    In de zeventiende eeuw woonde Johannes Vermeer niet in een eigen huis, maar bij zijn schoonmoeder, Maria Thins, in Delft.
    Zij was de eigenaresse van het huis.
    Zij beschikte over vermogen.
    Zij droeg het huishouden waarin Vermeer werkte en schilderde.
    Toch is haar naam nauwelijks onderdeel geworden van de kunstgeschiedenis.

    ⚖️ Wat hier zichtbaar wordt
    Maria Thins functioneert feitelijk als wat wij nu een rechtspersoon zouden noemen:
    zij bezit
    zij beheert
    zij maakt productie mogelijk
    zij draagt risico
    Maar:
    👉 zij wordt niet als zodanig benoemd

    🧠 De paradox
    Vermeer wordt herinnerd als meester.
    Maria Thins wordt nauwelijks genoemd, terwijl:
    zonder haar eigendom en structuur
    zijn werk niet in dezelfde vorm had kunnen bestaan

VII. 🧬 Familie → 🏛️ Structuur → 🏦 Systeem

In mijn casus:

  • De la Rue → schrijft (geheugen)
  • Radermacher → bestuurt (macht)
  • dochters → dragen (overdracht)
  • Bongartz Aldenhoven ( WOII)
  • Knibbe → systeem (modern financieel bestuur)

➡️ Gevolg:

  • lijn beweegt van:
    • lichaam → familie → archief → systeem

👉 Wat begon als relatie wordt systeembeheer

Toen mijn opa in de oorlog naar Londen moest, nam mijn oma de schoenenzaak over. Zij hield het bedrijf draaiende met haar kinderen, maar deed dat onder toezicht van de burgemeester. Zij bestuurde — maar niet als erkend bestuurder.

Na mijn bezoek aan het Zeeuws stuitte ik op de volgende gegevens.
  • Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging
  • Peter Mathias Bongartz (1906, Goch)
  • Politieke Recherche Afdeling Den Bosch
  • Tribunaal / bijzondere rechtspleging (na WOII)
  • Wet 15501 NBG (verwijzing naar naoorlogse wetgeving) Inventarisnummer 93577

VIII. 🌾 Grond → 🚫 Geen eigendom → 📄 Wel registratie

Casus Lindeboom:

Oorzaak:
arbeid zonder eigendom

➡️ Gevolg:

  • wel zichtbaar in akte
  • niet zichtbaar als eigenaar

👉 Aanwezigheid zonder recht


IX. 🔁 Samengevoegd causaal mechanisme

Stap voor stap:

  1. Aarde wordt vertaald naar eigendom
  2. Eigendom wordt juridisch vastgelegd
  3. Juridisch systeem abstraheert bezit
  4. Lichaam raakt gescheiden van bezit
  5. Archief bepaalt zichtbaarheid
  6. Vrouwen worden niet geregistreerd als dragers
  7. Systemen beheren wat zichtbaar is
  8. Fouten in systemen maken mensen onzichtbaar

🎯 EINDCONCLUSIE (causaal)

Foto Museum Rotterdam- Kaartjes gekregen van mijn beheerder Nationale Nederlanden in 2018

Omdat eigendom wordt losgekoppeld van het lichaam
en zichtbaar wordt gemaakt via administratieve en archiefsystemen,
ontstaan structuren waarin vrouwen wel de overdracht dragen,
maar niet als eigenaar of actor worden erkend.
Wanneer deze systemen falen (zoals bij polisadministratie),
kan zelfs het lichaam dat het risico draagt administratief verdwijnen.

Corrigeer me als ik het verkeerd zie op papier
Monkey Business

🧠 In mijn taal (compact)

  • Moeder aarde → geeft
  • Moeder maatschappij → verdeelt
  • Dochteronderneming → abstraheert
  • Archief → selecteert
  • Systeem → beheert

👉 En daartussen:

de vrouw → draagt, maar wordt niet vastgelegd


De onzichtbare erfgenamen – In Nederland functioneert de Grondwet dus als belofte zonder directe rechtsingang, waardoor structurele ongelijkheid zich kan verschuilen achter individuele beoordeling.

Van wie ben ik er een?
1. Wat stond er wél in 1848?
De Grondwet van 1848 (onder leiding van Johan Rudolph Thorbecke) was revolutionair, maar:
Ging over burgerrechten en parlementaire macht
Sprak over “Nederlanders”, maar in praktijk:Alleen mannen hadden politieke rechten
Vrouwen waren juridisch en economisch ondergeschikt
👉 Met andere woorden:
gelijke behandeling van mannen en vrouwen zat er toen helemaal niet in.

2. Wanneer kwam “artikel 1” zoals we dat nu kennen?
De echte gelijkheidsnorm kwam pas veel later, met:
Grondwet van 1983
Daarin staat het huidige Artikel 1:
“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld…”
Dit is dus geen 19e-eeuws uitgangspunt, maar een laat 20e-eeuws correctiemechanisme op een ongelijk verleden.

3. Waarom dit belangrijk is voor mijn onderzoek
Wat ik eigenlijk blootleg is dit:
Het pensioensysteem is gebouwd op een fundament dat ontstond vóórdat gelijkheid tussen man en vrouw juridisch bestond.
Dat heeft gevolgen:
Pensioen = gekoppeld aan arbeid
Arbeid = historisch mannelijk georganiseerd (loon, carrière, continuïteit)
Zorg = buiten het systeem geplaatst
Dus zelfs als de regels later “gelijk” worden gemaakt, blijft de structuur ongelijk van oorsprong.

Met de aankoop van ons rijksmonument verkreeg ik eigendom, maar ook een publieke verantwoordelijkheid: het beheer van erfgoed dat de staat beschermt en de geschiedenis draagt.


Dag van het Kasteel

Montancourt- Mijn tijd loopt RAS – SAR

Het huis dat wij kochten behoort niet alleen ons toe — het behoort tot het verleden. En in dat verleden neem ik als fine art kunstenaar nu een zichtbare plaats in.

Op grond van Artikel 1
Er is maar een Nederlandse zoals zij
Wie ben ik juridisch?

https://www.amsterdammuseum.nl/verhalen-en-collecties/themes/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

Als eigenaresse en kostwinner draag ik de volledige aansprakelijkheid. VOF

Tegelijk werd ik in de polisadministratie van betrokken volmachtkantoren niet correct geregistreerd, waardoor mijn positie als rechthebbende onvoldoende zichtbaar en erkend was.

Pst….indien mijn interpretatie afwijkt van de historische of juridische werkelijkheid, nodig ik uit tot correctie maar dan met feiten op papier.

Liefs Silvia alias Truus van Gogh

Het ultieme geheim

Ik ben toch niet de enige vrouw die het ultieme geheim over het lichaam en de geest van een vrouw blootleg?

Nog in de Nederlandse Grondwet
Hoezo 80 jaar vrijheid?

Wie niet vertegenwoordigd is bij het maken van regels, wordt object van die regels.

Restaurant Faire Trade

De vrouw verschijnt in het archief zelden als autonome drager van recht,
maar als subject dat wordt beheerd via tussenpersonen:
contracten, instellingen, familieverbanden en systemen van registratie.

De kunst – schat

Het lichaam van de vrouw wordt juridisch en economisch zichtbaar
via tussenkomst van anderen.

De ziel van Nederland in Beeld en Wet

Nee …natuurlijk niet!

Door de geschiedenis heen hebben veel vrouwen geprobeerd iets “ultiems” te verwoorden over lichaam en geest, maar dat gebeurde zelden op dezelfde manier of met dezelfde taal.

Denk aan iemand als Simone de Beauvoir, die het vrouw-zijn filosofisch ontleedde, of Clarissa Pinkola Estés, die via mythen en verhalen het innerlijke vrouwelijke onderzocht. Ook Carl Gustav Jung (hoewel geen vrouw) schreef over het vrouwelijke principe in de psyche.

Maar hier zit de kern:
wat ik ervaar als “het ultieme geheim” is geen objectieve waarheid die één persoon bezit. Het is eerder een persoonlijke doorbraak, een inzicht dat zo diep voelt dat het universeel lijkt.

En dat heeft twee kanten:

  • Ik ben niet de enige die zoekt, ontdekt en blootlegt.
  • Maar mijn Fine Art kunst, mijn symboliek, mijn ervaring blijkt uniek. Niemand anders beleeft en verwoordt het precies zoals ik dat doet.
Emet – De golem

Wat ik beschrijf past ook bij een proces dat in de Jungiaanse psychologie “individuatie” wordt genoemd: het moment waarop innerlijke beelden, lichaamservaring en betekenis samenvallen en een gevoel geven van openbaring.

Het kan intens zijn — soms zelfs een beetje eenzaam — omdat het voelt alsof je iets ziet wat anderen (nog) niet zien of niet zo benoemen.


Koning Willem I en zijn creatieve handelsgeest

De Koning Willem I (1772–1843) stond bekend als een vorst met een uitgesproken economische visie. Hij werd niet voor niets “de koopman-koning” genoemd. Maar wat bedoelen we met zijn creatieve handelsgeest?

1. De staat als ondernemer

Willem I zag de staat niet alleen als bestuurder, maar als actieve speler in de economie. Hij richtte onder andere de Nederlandsche Handel-Maatschappij op, die handel met koloniën stimuleerde en investeringen aanjoeg.

→ Creatief hieraan was:
hij gebruikte staatsmacht om markten te organiseren en versnellen, niet alleen te reguleren.

2. Investeren in infrastructuur

Hij begreep dat handel niet zonder verbindingen bestaat. Daarom liet hij:

  • kanalen graven (zoals het Noordhollandsch Kanaal)
  • wegen verbeteren
  • havens ontwikkelen

Dit was visionair: hij zag infrastructuur als motor van economische verbeelding.

3. Stimuleren van industrie

Onder Willem I ontstonden fabrieken, banken en handelsnetwerken. Hij ondersteunde ondernemers financieel en politiek.

→ Zijn aanpak was bijna modern: een vroege vorm van wat we nu “publiek-private samenwerking” zouden noemen.

4. De schaduwzijde

Zijn handelsgeest had ook een keerzijde:

  • sterke afhankelijkheid van koloniale exploitatie
  • schulden door grootschalige investeringen
  • weinig democratische inspraak (hij regeerde vrij autoritair)

Hij maakte van een idee (“Nederland moet economisch sterk worden”) een systeem.

Misschien raakt mijn vraag hieraan:

  • Wat is vandaag de “handel” van het lichaam en de geest?
  • Wie organiseert die?
  • En wat gebeurt er als dat inzicht nog géén structuur heeft?

Wat betekent: Verzekerd beroep: Handelaar (mannelijk) in confectie als het lichaam en geest van een vrouw als zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam en geest juridische niet bestaat? Is deze vraag het ultieme geheim? 

Misschien is dit wel de belangrijkste opdracht voor de staat der Nederlanden : wat gaat zij met dit inzicht doen?

  • Gaat zij het zien als kunst?
  • Gaat zij de Fine Art Collectie van Truus van Gogh Aankopen als kennis / compensatie?
  • Als taal, ritueel, of spiegelbeeld?
  • Als onderzoek binnen de looncodes / naar de leemte in code 32 50 en 21 die ontstaan in na 1998?
  • Of gaat zijn zich eens verdiepen in onze geschiedenis en waarheid?

Misschien is het zo
dat we via anderen
geleerd hebben te bestaan.

Maar dit beeld en gezicht
laat dat los.

Het is er.

Zonder tussenkomst,
zonder vertaling.

Liefs Silvia

Expositie Truus van Gogh in het St. Antoniusziekenhuis in Nieuwegein

Uitgelicht

Hier is eerst een kroniek waarin ik de medische geschiedenis van sarcoïdose verbind met mijn persoonlijke en artistieke lijn — als een doorlopende tijdslijn van zichtbaar worden en verdwijnen:

1. Van lichaam naar systeem

Historische slavernij = direct bezit van mensen.

Huidige structuren = geen expliciet bezit, maar: economische afhankelijkheid reproductieve verwachting onzichtbare arbeid en of ziekte.

➡️ Het lichaam wordt niet meer verkocht, maar functioneel ingezet binnen bezitssystemen (familie, arbeid, erfgoed, kapitaal).

Mijn intellectueel en Eigendom wordt beheerd door David Knibbe CEO Nationale Nederlanden.

Toeval bestaat – “We moeten de waarheid niet opgeven “

Kroniek van zichtbaarheid

Van Besnier tot nu — en verder

1889 — Het eerste zien (Besnier)

In Parijs beschrijft Ernest Besnier huidafwijkingen die niet passen binnen bestaande categorieën.

Hij ziet iets — maar kan het nog niet volledig benoemen.

De ziekte verschijnt, maar blijft ongrijpbaar.

1899 — De naam (Boeck)

In Oslo geeft Cæsar Peter Møller Boeck het een naam: sarcoïd

Een poging om vorm te geven aan iets wat nog niet begrepen wordt.

Een naam is een begin — maar nog geen erkenning.

Begin 20e eeuw — Het systeemlichaam (Schaumann)

In Stockholm laat Jörgen Schaumann zien dat de ziekte zich door het hele lichaam beweegt.

Niet één plek.

Niet één verklaring.

Een systeemziekte — in een wereld die denkt in losse onderdelen.

20e–21e eeuw — De onzichtbare ziekte

Sarcoïdose krijgt een medische plek, maar blijft moeilijk: moeilijk te diagnosticeren moeilijk te voorspellen moeilijk te erkennen

De ziekte wordt benoemd, maar de ervaring blijft vaak onzichtbaar.

2008 — De onzichtbare mens

Ik leef met sarcoïdose.

Maar mijn grootste confrontatie was niet alleen mijn lichaam.

Het was het systeem. Ondanks werk, ondernemerschap en verzekeringen werd ik juridisch onzichtbaar.

Niet omdat ik verdween — maar omdat systemen mij niet meer konden zien.

Mijn dossier groeide. Ik verdween.

Het breekpunt — Van dossier naar materie – Waar papier mij uitwiste, bracht materie mij terug.

Niets is van haar behalve tijd. Geen bezit dat haar naam draagt, geen archief dat haar volledig bewaart, geen systeem dat haar vanzelfsprekend erkent.

En toch — in de tijd die zij neemt,in de tijd die zij draagt, in de tijd die door haar heen beweegt, ontstaat alles.

Zij erft geen ruimte, zij maakt haar. Zij ontvangt geen geschiedenis, zij schrijft haar.

Niets is van haar behalve tijd — en precies daarin ligt haar macht.

Mijn praktijk is autodidactisch gegroeid, niet buiten het veld maar er dwars doorheen. Ik werk vanuit het leven zelf — via beeld, ritueel, archief en lichaam — en ontwikkel mijn werk in een eigen tempo dat zich niet laat vangen in lineaire trajecten of institutionele verwachtingen.

Waar veel trajecten vertrekken vanuit opleiding of structuur, vertrek ik vanuit noodzaak: een innerlijke drijfveer om zichtbaar te maken wat cultureel, juridisch en historisch onzichtbaar is gebleven. In mijn projecten onderzoek ik de positie van ‘moeder, de vrouw’ als drager van erfgoed, recht en identiteit, en bevraag ik systemen die deze positie niet erkennen of reduceren.

Mijn werk beweegt zich tussen kunst, erfgoed en recht. Ik maak objecten, installaties en narratieven die functioneren als rituele en culturele dragers — niet alleen als beeld, maar als interventie. Daarmee herdefinieer ik niet alleen mijn eigen positie als maker, maar ook de kaders waarin dat makerschap wordt gelezen en gewaardeerd.

Ik volg geen bestaande route, maar ontwikkel een praktijk waarin ruimte niet wordt afgewacht, maar actief wordt ingenomen. Juist daarin ligt de relevantie: mijn werk laat zien hoe nieuwe vormen van auteurschap, erfgoed en betekenis kunnen ontstaan wanneer het individu niet wordt ingepast, maar serieus wordt genomen als bron.

Deze praktijk vraagt om ruimte — niet als voorwaarde, maar als erkenning van wat er al in beweging is. Mijn werk is niet te koop alleen voor overheid musea en of verzekeraars.

Van voetnoot naar fundament

Ik begon te maken. Vazen. Objecten. Dragers. Niet als decoratie — maar als bewijs.

Kunst als tegenarchief. Mijn werk is geen illustratie van ziekte. Het is een tegenarchief. Waar systemen fragmenteren, breng ik samen. Waar dossiers verdwijnen, maak ik tastbaar.

In mijn werk leeft: wat niet geregistreerd werd wat niet erkend werd wat niet gezien werd

Nu — Gelukkig Publieke zichtbaarheid

Samen met de Sarcoïdose Belangenvereniging Nederland wordt mijn verhaal onderdeel van een collectieve stem.

Mijn werk is zichtbaar in het St. Antonius Ziekenhuis.

Daar waar lichaam, zorg en systeem samenkomen, wordt zichtbaar wat ertussenin verloren gaat.

Conclusie — De verschuiving

Van Besnier tot nu is er iets niet veranderd: de ziekte werd gezien — maar nooit volledig begrepen.

Wat vandaag zichtbaar wordt, is dit: niet alleen de ziekte is complex, maar ook de systemen eromheen.

Mijn positie : Ik betaal belasting over een schade-uitkering. Daarmee wordt mijn lichaam onderdeel van een systeem dat mij eerst niet zag. Ik ben geen belastingobject.

Toekomst — De vraag blijft

Wie wordt er gezien?

Wie wordt er geregistreerd?

Wie wordt er erkend?

En wie verdwijnt — tussen systemen die elkaar niet begrijpen?

Omgaan met sarcoïdose is een kunst. Maar zichtbaar blijven — dat is een daad.

Omgaan met sarcoïdose is een kunst — en een systeemvraagstuk

Ik, Silvia Koning leef met sarcoïdose, maar mijn verhaal gaat niet alleen over deze ziekte.

Het legt een structureel probleem bloot:

hoe iemand, ondanks vrijwilligerswerk ondernemerschap en verzekeringen, binnen bestaande systemen juridisch en maatschappelijk onzichtbaar kan worden.

Wat hier zichtbaar wordt, is geen incident —maar een systeemfout op het snijvlak van wetgeving, zorgplicht, arbeid, verzekering belasting en overheidsfouten.

Van patiënt naar signaal

In mijn traject kwam ik, Silvia terecht in een web van regelgeving, geheime codes, tal van instanties en de vele fouten in de administratieve processen waarin verantwoordelijkheden diffuus werden en rechten vervaagden.

Niet omdat ik niets deed —maar omdat hun systemen niet op elkaar aansluiten.

Dit raakt aan fundamentele vragen:

Wie ziet de vrouw ook een burger wanneer systemen elkaar niet herkennen?

Waar ligt verantwoordelijkheid wanneer iemand tussen wal en schip valt? En hoe wordt bestaanszekerheid gewaarborgd als registratie belangrijker wordt dan de mens zelf?

Sarcoscoop 2026

Kunst als tegenbewijs

In plaats van te verdwijnen in dossiers, maak ik, Silvia mijzelf zichtbaar via keramische kunst.

Mijn werk is geen illustratie van ziekte, maar een materieel tegenbewijs van onzichtbaarheid.

In mijn vazen en objecten worden systeemfouten tastbaar:

administratieve breuken verlies van rechten een lichaam dat niet past binnen standaardmodellen

Dit is geen verwerking.

Dit is artistieke documentatie van een maatschappelijk probleem.

Van individueel verhaal naar collectieve verantwoordelijkheid

Expositie vanaf 17 maart te zien

In samenwerking met de Sarcoïdose Belangenvereniging Nederland wordt dit verhaal onderdeel van een bredere beweging:

het zichtbaar maken van mensen met een chronische en vaak onzichtbare aandoening, die niet alleen medisch, maar ook juridisch en sociaal tussen systemen kunnen verdwijnen.

De expositie in het St. Antonius Ziekenhuis maakt deze realiteit publiek zichtbaar —midden in een plek waar zorg, mens en systeem elkaar ontmoeten.

Onzichtbaar ziek – Onzichtbaar in de sociale zekerheid

Oproep aan overheid en beleid

Dit werk stelt geen symbolische vraag, maar een concrete:

hoe voorkomt de overheid dat burgers onzichtbaar worden binnen haar eigen systemen?

Het vraagt om:

betere afstemming tussen belasting, zorg en verzekeringsstructuren erkenning van de positie van zelfstandig werkenden met ziekte bescherming tegen administratieve uitsluiting en ruimte voor ervaringskennis in beleid

Tot slot

“Omgaan met sarcoïdose is een kunst.”

Maar wat hier zichtbaar wordt, is dit: de echte opgave ligt niet alleen bij de patiënt, maar bij de systemen die haar moeten dragen.

Ik, Silvia Koning maakt mezelf zichtbaar.

De vraag is nu: doet de overheid dat ook?

Het belasten van schade- uitkeringen die voortkomen uit longletselschade betekent feitelijk dat de overheid belasting heft over lichamelijke aantasting in plaats van over verdienvermogen.”

Hello, Today you have day off

Hello, Today you have day off
Posted on 7 maart 2026

Als moeder, de vrouw meedoet groeit iedereen. Beoordeel mij op mijn werk, mijn strijd en mijn bijdrage aan het publieke belang.

Niet op een ziekte, en niet op systemen die mensen beperken.

Rechtvaardigheid en gelijkheid horen het uitgangspunt te zijn van een samenleving die haar burgers serieus neemt.


“Wanneer een vrouw de draad van de geschiedenis oppakt, verandert het archief in toekomst.”

Wanneer je door Middelburg loopt, langs het water van de Rouaansekaai, lijkt de stad rustig. De gevels staan stil, het water beweegt langzaam richting zee. Maar onder deze rust ligt een lange geschiedenis van handel, risico en verzekering.

Het is geen toeval dat juist in Zeeland en Middelburg vroeger relatief veel assurantiekantoren zaten. De oorsprong daarvan ligt in de zee.


De zee als economische motor

In de 17e en 18e eeuw was Middelburg een belangrijke handelsstad. Schepen vertrokken vanuit de Zeeuwse havens naar verre bestemmingen: Azië, Afrika, de Caraïben en Noord-Europa. Organisaties zoals de Dutch East India Company en de Middelburgsche Commercie Compagnie organiseerden internationale handelsroutes.

Elke reis bracht risico’s met zich mee.

Een schip kon vergaan in een storm.
Lading kon verloren gaan.
Piraten konden een schip overnemen.
Bemanningsleden konden overlijden tijdens de reis.

Handel over zee betekende altijd onzekerheid.

Uit die onzekerheid ontstond iets nieuws: verzekering.


De geboorte van assurantie

Kooplieden en reders wilden hun risico’s beperken. Daarom ontstonden de eerste vormen van maritieme verzekering.

Schepen werden verzekerd.
Handelswaar werd verzekerd.
Soms werd zelfs de bemanning verzekerd.

Zo ontstond een netwerk van contracten tussen investeerders, reders en handelaren. Een verzekeringscontract kon betrekking hebben op één schip, één reis of zelfs één specifieke lading.

Daarmee ontstonden ook de eerste assurantiemakelaars en lokale verzekeringskantoren.

De haven werd niet alleen een plek van goederen, maar ook van financiële afspraken.


De haven als financieel netwerk

Een havenstad functioneerde als een economisch ecosysteem. In en rond de kades zaten:

kooplieden
notarissen
assurantiemakelaars
bankiers

Contracten werden vaak gesloten in handelskantoren, notariskamers en zelfs koffiehuizen. Daar ontstonden de eerste verzekeringsportefeuilles — bundels van polissen die samen een economische waarde vormden.

De kade was dus niet alleen een logistieke plek.
Het was een financieel knooppunt.


Rouaansekaai: een naam die een handelsroute onthult

De naam Rouaansekaai verwijst vrijwel zeker naar de Franse handelsstad Rouen.

Rue de gros horloge

In de 16e en 17e eeuw bestond er een intensieve handelsverbinding tussen Zeeland en Normandië. Schepen voeren tussen Middelburg, Antwerpen en Rouen langs de rivier de Seine.

Vanuit Rouen kwamen bijvoorbeeld:

wijn
textiel
zout
luxegoederen

Vanuit Zeeland vertrokken:

graan
haring
koloniale goederen
scheepsmateriaal

Veel kades kregen namen die verwezen naar handelspartners. Dat had een praktische reden: kooplieden wisten waar bepaalde goederen aankwamen en schepen uit dezelfde regio legden vaak op dezelfde plek aan.

De Rouaansekaai betekende dus letterlijk:
de kade van de handel met Rouen.

Bed & Breakfast Montancourt Middelburg

De huizen aan de kade

Wie langs de Rouaansekaai loopt, merkt meteen dat de huizen hoog en smal zijn.

Dat heeft een simpele oorzaak: belasting. In veel Nederlandse steden werd belasting geheven op basis van de breedte van de gevel. Kooplieden bouwden daarom smalle huizen die diep en hoog waren.

Zo betaalden ze minder belasting maar hadden ze toch veel opslagruimte.

De gebouwen waren vaak een combinatie van woning en pakhuis. Binnen lagen goederen opgeslagen zoals wijnvaten, graan, specerijen en textiel. Bovenin zie je bij veel huizen nog een hijsbalk of hijshaak. Daarmee werden goederen via luiken naar boven getakeld.

De architectuur was eigenlijk een handelsmachine.

Beneden: kantoor of opslag.
Midden: magazijn.
Boven: soms woonruimte.


Het doorhuis

Veel van deze huizen hadden bovendien een bijzondere structuur: een doorhuis.

Een doorhuis had een doorgang van straat naar water. Vandaar de waterput in onze kelder. Goederen konden zelfs rechtstreeks van schip naar gebouw worden gebracht. Soms kon een wagen zelfs door het gebouw rijden van straat naar kade.

Handel liep letterlijk door het huis heen.

In deze gebouwen bevonden zich vaak verschillende zones:

Begane grond
opslagruimte
kantoor van de koopman
laadruimte

Verdiepingen
magazijnen
administratie
contracten

Zolder
lichte opslag
goederen die via de hijsbalk omhoog werden gehesen

Door deze gebouwen stroomden goederen, geld en afspraken.


Van zeehandel naar levensverzekering

In de 19e eeuw veranderde de economie. Scheepvaart bleef belangrijk, maar verzekeringen breidden zich uit naar nieuwe vormen:

brandverzekeringen
levensverzekeringen
pensioenverzekeringen

Veel oude maritieme assurantiekantoren groeiden uit tot algemene verzekeringskantoren.

Lokatie Zeeuws Museum

Later werden ze onderdeel van grote nationale verzekeraars zoals

Entity company”,”Nationale-Nederlanden”,”Dutch insurance company”, Aegon en ASR Nederland.

De zeehandel had dus indirect de basis gelegd voor een moderne financiële sector.


De onzichtbare bron van kapitaal

Wanneer een vrouw, moeder en later kostwinner verzekeringen afsluit, ontstaat een economische keten.

Arbeid wordt inkomen.
Inkomen wordt premie.
Premie wordt beleggingskapitaal.

Verzekeraars investeren die premies in staatsobligaties, aandelen, vastgoed en infrastructuur. Zo werd mijn individuele leven uiteindelijk onderdeel van grote financiële systemen.

De bron van dat kapitaal — het werk, het lichaam, het leven van de verzekerde — verdwijnt vaak uit beeld.

De vrouw – een ontwikkelingsgebied. De vrouw is geen object. De vrouw blijkt een ontwikkelingsgebied.

Zoals een ei in een nest rust voordat het uitkomt, zo draagt de vrouw de mogelijkheid van nieuw leven, nieuwe kennis en nieuwe vormen van bestaan.

Het ei staat voor: oorsprong potentie begin van groei Het nest staat voor: bescherming zorg gemeenschap

Samen vormen ze een beeld van ontwikkeling. De verborgen kracht Ontwikkeling begint vaak in stilte. Niet alles wat groeit is zichtbaar. Niet alles wat waarde heeft wordt meteen erkend.

Zoals het ei tijd nodig heeft om te rijpen, zo heeft ook de ontwikkeling van mensen, kennis en cultuur ruimte en bescherming nodig.

De vrouw als bron

Door de geschiedenis heen werd de vrouw vaak gezien als: moeder zorgdrager beschermer van leven

Maar de vrouw is meer dan dat. De vrouw is ook: drager van kennis maker van cultuur bron van vernieuwing.

Ontwikkeling als toekomst

Wanneer we de vrouw erkennen als ontwikkelingsgebied, erkennen we dat:

groei begint bij zorg toekomst begint bij aandacht en vernieuwing begint bij degene die leven draagt.

De vrouw is geen bijvangst of randgebied van de geschiedenis. Zij is het terrein waar toekomst ontstaat.

Ziel van Nederland in Beeld en wet

De onzichtbare erfgenaam

Historisch werden veel verzekeringsportefeuilles familiaal opgebouwd. Assurantietussenpersonen beheerden netwerken van klanten en polissen die generaties konden blijven bestaan.


Wees trots op wie je bent, maar blijf begrijpen hoe de wereld in elkaar zit.


Trots op mijn monument zonder kennis maakte mij kwetsbaar.
Kennis zonder trots maakt een rijksmonument leeg en stil.
Dag van het Kasteel

Maar archieven vertellen vaak maar een deel van het verhaal.

Foto museum Rotterdam

Tot 1956 waren gehuwde vrouwen juridisch beperkt in hun handelingsbekwaamheid. Economische activiteiten konden dus door vrouwen worden gedragen terwijl het eigendom formeel op naam van mannen stond.

Zo ontstond een merkwaardig historisch fenomeen:
een economische structuur die familiaal was, maar juridisch patriarchaal.

Daar verschijnt een figuur die vaak buiten beeld blijft: de vrouw, de moeder,

de onzichtbare erfgenaam.

X + Y = Z

“Before Y was written in the law, X was already there.”


Rouaansekaai als archief

Wanneer je vandaag de dag langs de Rouaansekaai loopt, zie je vooral water, gevels en stilte.

Maar onder deze plek ligt een geschiedenis van:

Heilig Geloof – internationale handel –
risico en verzekering – familienetwerken
economische erfenissen

Het adres zoals Rouaansekaai 21 kan daardoor worden gelezen als meer dan een huis.

Het ultieme geheim van het Ei van Collum Bus

Het is een knooppunt waar handel, verzekering, familiegeschiedenis en erfgoed elkaar kruisen.


Het begin van eigendom ligt in het lichaam dat leven voortbrengt.

“Don’t forget to have a good time also.”

Volgens het erfgoeddenken van de Council of Europe en de Faro Convention bestaat erfgoed niet alleen uit monumenten, maar ook uit de verhalen die mensen eraan verbinden.

De kade wordt dan een archief van menselijke relaties.


Want aan de Rouaansekaai stroomt het water nog altijd richting zee.
De schepen zijn verdwenen, maar de vaarroutes bestaan nog.

Tussen Middelburg en Amsterdam, Amerika, Rome en Rouen.
Tussen wereldhandel en herinnering.
Tussen moeder, erfgoed en de onzichtbare erfenis van de stad.

Het ultieme geheim – Moeder de vrouw

Wettelijke kenniskloof van vrouwen in de juridische fictie

De term “wettelijke kenniskloof” gebruik ik hier om het historische probleem te beschrijven: vrouwen werden juridisch geacht de wet te kennen, maar kregen lange tijd geen toegang tot dezelfde juridische kennis of bevoegdheden als mannen.

Dit hangt samen met het principe van de Ignorantia juris non excusat.

Dit principe zegt: iedereen wordt geacht de wet te kennen.

Maar historisch resulteerde dit voor veel vrouwen vaak een juridische fictie.

1. De juridische fictie

Een Legal Fiction is een aanname die het recht gebruikt om een systeem werkbaar te maken.

Voorbeeld:

de wet behandelt iedereen als gelijke rechtssubjecten maar in werkelijkheid hadden groepen mensen niet dezelfde mogelijkheden

Voor vrouwen gold dat zij vaak:

geen contracten mochten sluiten geen eigendom zelfstandig konden beheren geen juridische opleiding kregen

Toch werd juridisch aangenomen dat zij de wet moesten kennen en naleven.

2. Historische beperking van de gehuwde vrouw

In Nederland werd de positie van vrouwen lange tijd bepaald door het familierecht.

Tot 1956 bestond de regeling waarbij de gehuwde vrouw handelingsonbekwaam was.

Dat veranderde met de Wet handelingsonbekwaamheid gehuwde vrouw afgeschaft.

Voor die tijd betekende dit dat een vrouw vaak:

toestemming van haar man nodig had voor contracten geen zelfstandig financieel beheer had niet volledig als juridisch actor werd behandeld

Hier ontstaat de kenniskloof:

de vrouw werd geacht de wet te volgen, maar had geen volledige toegang tot de instrumenten van die wet.

3. De kenniskloof in praktijk

De juridische kenniskloof kon zich uiten in situaties zoals:

verzekeringscontracten op naam van de echtgenoot eigendom dat juridisch bij de man lag beperkte toegang tot financiële informatie

In economische structuren zoals verzekeringsportefeuilles of familiekapitaal kon dat betekenen dat vrouwen:

meewerkten aan het opbouwen van vermogen maar niet zichtbaar waren als eigenaar of beheerder.

4. De kenniskloof als structureel probleem

De wettelijke kenniskloof ontstaat wanneer drie elementen samenkomen:

juridische verplichting (de wet moet worden nageleefd) beperkte toegang tot kennis of macht een juridische fictie van gelijkheid

De wet zegt dat iedereen gelijk is, maar de sociale realiteit creëert ongelijkheid.

5. Relevantie voor hedendaags onderzoek

Het concept van een wettelijke kenniskloof wordt vandaag besproken in verband met:

gendergelijkheid economische participatie toegang tot juridische informatie erkenning van onzichtbare arbeid.

Het laat zien dat juridische systemen soms formele gelijkheid aannemen terwijl de praktijk anders werkt.

💡 Samenvatting

De wettelijke kenniskloof van vrouwen in de juridische fictie betekent dat:

vrouwen juridisch werden geacht de wet te kennen maar historisch vaak geen volledige toegang hadden tot de middelen om die wet te gebruiken.

Het recht behandelde hen als gelijke rechtssubjecten, terwijl hun feitelijke juridische autonomie beperkt was.

Verzekeringsspel- Pensioenboekje- Ganzenbordspel

“Wanneer moeder, een vrouw de draad van de geschiedenis oppakt, verandert het archief in gezonde toekomst.”

God – Save the Queen

Haar hoofd wordt gefixeerd. Alsof haar denken gereguleerd wordt. Alsof haar afwijking gecorrigeerd moet worden.

Dit beeld (vanuit Internet geüpload) raakt direct aan al mijn eerdere thema’s

Institutionele gaslighting

De slaaf als eigendom werd de moeder als bezit. Welkom in de Loonketen via je BSN nummer dat niet je identiteit is.
Banned Womans

Biologisch is moederschap zichtbaar.

Vaderschap moest historisch worden “bewezen” via huwelijk en naamgeving.

Daarom werd controle op vrouwelijke seksualiteit gekoppeld aan erfenisrecht.

De vrouw werd drager van voortplanting, maar niet van overdraagbare macht. Dat is een machtsstructuur, geen natuurwet.

Code 32 – U hoort nog van ons als u 67 jaar en 3 maanden bent geworden
De sleutel van de doctrine

Art for Equality in Return

Uit de serie: The Book of Rituals

Beschilderde vaas met vergulde top

Artistieke Ontwikkeling Truus van Gogh

In God Save the Queen maakt en transformeer ik de vaas tot een soeverein lichaam — een ritueel vat dat macht, erfgoed en vrouwelijke subjectiviteit samenbrengt in één circulair narratief.

Het object, onderdeel van de serie The Book of Rituals, is geen decoratief gebruiksvoorwerp maar een draaiend manuscript: een 360-gradenbeeld waarin iconografie, staatsbeeldtaal, religieuze symboliek en persoonlijke mythologie in elkaar grijpen.

De vaas staat op een boek getiteld The Book of Rituals. Deze ondergrond fungeert niet enkel als sokkel maar als conceptuele fundering: het object rust letterlijk op een tekstuele, rituele orde. De gouden finiaal bovenop de vaas versterkt deze verticaliteit. De vorm herinnert aan een koninklijke staf, een architectonische toren, een as mundi. Het goud vangt het licht en verleent het object een aura van ceremoniële autoriteit. Tegelijkertijd verwijst het naar de kroon — niet enkel als monarchaal attribuut, maar als metafoor voor bewustzijn, hoofd, denken en soevereiniteit.

Het lichaam als drager van de staat

De vaas is buikig, rond, dragend. Haar vorm is uitgesproken corporeel. Zij fungeert als container, als baarmoederlijk vat waarin symbolen samenkomen. In mijn praktijk is het vrouwelijke lichaam geen passieve drager van macht, maar het strijdtoneel waar recht, ritueel en representatie elkaar ontmoeten. De monarchale frase “God Save the Queen” verschijnt in goud op het blauw geglazuurde oppervlak. De tekst is geen ironische echo van een volkslied, maar een performatieve vraag: wie wordt hier gered? De koningin als instituut? De vrouw als lichaam? Of het systeem dat haar nodig heeft als symbool?

Door de tekst op een rond object te plaatsen, wordt lineariteit opgeheven. De lezer — of kijker — moet zich verplaatsen. Het verhaal ontvouwt zich niet frontaal maar in beweging. Daarmee ondergraaf ik het hiërarchische perspectief dat vaak met staatsiconografie gepaard gaat. De macht is hier niet gefixeerd; zij circuleert.

De gekroonde paarse krokodil: instinct en instituties

Een van de meest opvallende motieven zijn de gekroonde paarse krokodilkoppen die een klein oranje kikkertje draagt. Naast hem wappert een Nederlandse vlag. De krokodil — een oerdier, koudbloedig, prehistorisch — belichaamt instinct en overlevingsdrift. Door het dier te kronen, schuif ik het instinctuele domein onder het teken van staatsmacht. Het beeld roept een ongemakkelijke vraag op: is de macht geciviliseerd, of rust zij nog steeds op reptielachtige reflexen van het Cool: Gen.

Het kleine oranje kikkertje vlakbij de bek of klauw van het dier kan gelezen worden als onderdaan, kind, of alter ego. De verhouding tussen macht en kwetsbaarheid wordt letterlijk zichtbaar. Tegelijkertijd is de krokodil niet eenduidig demonisch; hij is ook drager. Hij beweegt zich voort. Hij houdt het verhaal in gang.

De soldaat en het kruis: ceremonie en controle

Aan een andere zijde verschijnt een figuur in ceremonieel militair uniform. Napoleon. Zijn profiel is scherp, zijn blik gericht op de horizon. Boven hem zweven donkere bollen, bijna als gedachten, projectielen of planeten. Nabij is een kruis geschilderd. Deze combinatie van militair, religieus en kosmisch beeldmateriaal suggereert de historische verwevenheid van staat, kerk en geweld.

Toch is Napoleon dominant in compositie. Hij bevindt zich op het oppervlak van een vrouwelijk lichaam. De macht die hij representeert is afhankelijk van het vat dat haar draagt. Ik verschuif daarmee het centrum van autoriteit: niet het uniform maar de vorm van de vaas bepaalt het ritueel.

De slak en de walvis: tijd en diepte

Tussen de politieke en religieuze symbolen bewegen dieren die verwijzen naar andere tijdsdimensies. De slak, traag en tastend, kruipt over een vrouwenfiguur. De slak is tijd in vertraagde vorm, een metafoor voor genealogie en erfopvolging. Zij draagt haar huis op haar rug, zoals het individu zijn geschiedenis draagt.

De walvis daarentegen zweeft in het blauw als een archaïsch wezen uit de diepte. Wet Walvis. De kleur van de vaas wordt oceaan; het object wordt zee. De walvis roept mythische resonanties op — van Jona tot de oermoeder. Hier verschijnt het onderbewuste als stille tegenmacht tegenover het ceremoniële oppervlak van vlaggen en uniformen.

Tentakels en peper: zintuiglijkheid en dreiging van de polpo.

Aan de bovenzijde slingeren de tentakelachtige vormen naar beneden, geschilderd met gouden accenten. Ze verbinden de vergulde top met het blauwe lichaam. Deze organische lijnen contrasteren met de strakke symbolen van staat en religie. Ze suggereren netwerken, zenuwbanen, wortels. Macht is hier niet enkel hiërarchisch, maar ook diffuus en onderhuids.

Een rode peper hangt als een signaal. Zij introduceert scherpte, hitte, mogelijk gevaar. In dit beeldtaal functioneren zulke elementen als zintuiglijke interventies: zij verstoren de plechtigheid van het koninklijke discours en herinneren aan lichamelijkheid.

Fragmentatie van de vrouw

Verspreid over het oppervlak verschijnen fragmenten van een vrouwenlichaam: een tong, een oog, een gezicht in profiel. De vrouw is aanwezig maar niet volledig zichtbaar. Deze fragmentatie verwijst naar de manier waarop vrouwelijke subjectiviteit historisch is versnipperd binnen staats- en religieuze representaties. Tegelijkertijd vormt de vaas als geheel een integraal lichaam. Wat gefragmenteerd lijkt, wordt in de ronde vorm opnieuw samengebracht.

In deze spanning tussen fragment en totaliteit schuilt de kern van het werk. Ik stel simpelweg niet de monarchie ter discussie; ik onderzoek de voorwaarden waaronder het vrouwelijke lichaam symbool wordt — en de prijs die daarvoor betaald wordt.

Ritueel als tegenmacht

De serie op The Book of Rituals positioneert kunst als rituele praktijk. Het maken en beschilderen van de vaas is geen illustratie, maar een handeling die de objectstatus transformeert. Door iconografie, tekst en goud te combineren, creëer ik een hedendaags ritueel vat waarin persoonlijke en collectieve mythologie elkaar ontmoeten.

Het werk functioneert daarmee op meerdere niveaus: als sculptuur, als schilderkunstig oppervlak, als politiek commentaar en als autobiografische drager. Het is tegelijk ironisch en ernstig, speels en scherp. De titel God Save the Queen wordt in deze context geen patriottische kreet, maar een reflectie op de kwetsbaarheid van elk systeem dat zijn legitimiteit ontleent aan symbolen.

Soevereiniteit hergedefinieerd

Wat betekent soevereiniteit in een tijd waarin traditionele machtsstructuren onder druk staan? In dit werk suggereer ik dat ware soevereiniteit niet ligt in kroon of uniform, maar in het vermogen om betekenis te dragen. De vaas — het ogenschijnlijk kwetsbare object — wordt hier monumentaal. Ze houdt verhalen vast, absorbeert projecties en laat ze draaien.

Door het object te laten rusten op The Book of Rituals onderstreept de kunstenaar dat ritueel geen overblijfsel uit het verleden is, maar een hedendaagse strategie om macht te herinterpreteren. De monarchale frase wordt teruggeplaatst in het lichaam van de vrouw. Niet als onderwerping, maar als herinscriptie.

In God Save the Queen is de vraag niet wie de koningin redt. De vraag is: wie geeft haar vorm? En misschien, impliciet: kan het vat zichzelf redden?

Amen.