Prinsjesdag 2026

Uitgelicht

PRINSJESDAG TOAST


HET POLISMEISJE en het geheim van de staat.
Over de onzichtbare machine van software, mutaties en prolongaties

“welkom bij de banken crisis en de woekerpolissen uit de jaren 90”

HET LICHAAM DAT DE WET NIET BENOEMT

De wet kent “ieder”.
Het systeem kent nummers.
De verzekeraar kent een polis.
De fiscus kent een inkomenscode.

Maar waar verschijnt het lichaam zelf?

Het vrouwenlichaam bestaat werkelijk, voelt werkelijk, werkt werkelijk en draagt werkelijk schade.
Toch verdwijnt het in instituties gemakkelijk achter abstracte woorden, categorieën en registraties.

Dit werk maakt zichtbaar wat administraties gemakkelijk onzichtbaar maken:

achter iedere code zit een lichaam.
Achter ieder dossier zit een mens.
En dat lichaam moet terug de rechtsstaat in.

“De Grondwet spreekt over ‘ieder’. Deze vaas vraagt: maar waar is haar lichaam gebleven?”

Dus wat betekent die algemene bescherming wanneer concrete systemen, dossiers en instituties het lichamelijke en economische bestaan van een vrouw vertalen naar abstracte categorieën en codes?

DE VROUW DIE HAAR LICHAAM TERUGVROEG AAN DE RECHTSSTAAT
Welkom in Main Frame.

De rechtsstaat zegt dat ieder mens beschermd is.

Maar een vrouw leeft niet als “ieder”.
Zij leeft in een lichaam.

Een lichaam dat kan werken.
Een lichaam dat ziek kan worden.
Een lichaam dat schade kan oplopen.
Een lichaam dat afhankelijk kan worden van zorg, inkomen en bescherming.

En zodra dat lichaam een systeem binnenkomt, verandert de taal.

Het wordt een polisnummer.
Een medische code.
Een fiscale kwalificatie.
Een inkomensrubriek.
Een mutatie.
Een prolongatie.
Een dataset.

Welkom in Main Frame.

De plek waar het lichaam verdwijnt
en de administratie begint.

Waar was de rechtsstaat toen vrouwen om bescherming vroegen?

En waar is die rechtsstaat wanneer een vrouw vervolgens moet bewijzen dat de administratieve werkelijkheid nog overeenkomt met haar werkelijke leven en haar werkelijke lichaam?

Mijn lichaam is geen code.
Mijn aandoening is geen administratieve fictie.
Mijn bestaanszekerheid is geen mutatieveld.

Een rechtsstaat beschermt niet alleen dossiers.
Een rechtsstaat beschermt de mens achter het dossier.

“Welkom in Main Frame — waar de vrouw binnenkomt als mens en verder reist als gegeven.”

Het Geheim van het Dossier — omdat zowel het Zeeuwse archief, de QR-code, het bewaren van gegevens als het fiscale verschoningsrecht daarin samenkomen.

Vlieg met me mee

“VAN VROUW TOT DOSSIER — waar eindigde mijn VOF onderneming en begon de administratieve fictie?”


HET GEHEIM VAN HET DOSSIER
Bewaren. Beheren. Beschermen. Verschonen.
Dus: WIE MAG IN MIJN GEHEUGEN KIJKEN? w Advocaten
Over verschoningsrecht, gegevensmacht en handhaving o de vrouw achter het dossier.

Ze verdween in de onzichtbare omachine van software, mutaties en prolongaties

VAN GROOTBOEK NAAR MAINFRAME — DE DIGITALE MACHT VAN BANKEN EN VERZEKERAARS


Soms weet je niet wat er werkelijk speelt, omdat niemand het digitale systeem ziet.
Je ziet alleen de uitkomst:
een code,
een bedrag,
een afwijzing,
een mutatie,
een inhouding,
een nieuw dossier.
Maar daarachter draait een onzichtbare machine.
Software verwerkt gegevens.
Regels worden automatisch toegepast.
Polissen worden gemuteerd en geprolongeerd.
Gegevens reizen van organisatie naar organisatie.
En zolang niemand zichtbaar maakt welke regel, welke code, welke mutatie en welk systeem tot een beslissing heeft geleid, lijkt de uitkomst vanzelf te zijn ontstaan.
Maar een computersysteem beslist niet uit zichzelf.
Iemand heeft het ontworpen.
Iemand heeft de regels ingevoerd.
Iemand is verantwoordelijk voor de gegevens.
Wat je niet ziet, kun je nauwelijks controleren.
En wat je niet kunt controleren, kun je ook moeilijk openbreken.
— Truus van Gogh
De Onzichtbare Machine

HET MEISJE DAT IN DE GEHEIMHOUDINGSPLICHT TERECHTKWAM

Zij begon niet als dossier.

Zij begon als dochter.

Dochter van een verzekeringsman.

Zeeuws Archief

Kleindochter van een genaturaliseerde Nederlander.

Zusje geboren in 1909 : Juliana??

Een familiegeschiedenis die via handel, verzekering, huwelijk en nationaliteit langzaam de staat binnenloopt.

Eerst op papier.

Daarna in registers.

Daarna in systemen.

En uiteindelijk in een wereld waar iedereen zegt:

privacy.
geheimhouding.
toezichtvertrouwelijk.
niet openbaar.

Maar de vrouw zelf vraagt slechts:

waar staat mijn eigen geschiedenis?

Dat is misschien de echte paradox:

de staat mag een mens registreren,
de verzekeraar mag haar administreren,
de bank mag haar transacties verwerken,
de fiscus mag haar classificeren,

maar zodra diezelfde vrouw vraagt hoe haar administratieve werkelijkheid tot stand kwam,

begint de deur van de geheimhouding dicht te vallen.

En precies daar wordt jouw familiegeschiedenis politiek.

Van:

Peter Mathias Bongartz — naturalisatie

naar:

Anna Agnes Hendrika Lindeboom — familie en verzekering

naar:

de dochter — polis, systeem en dossier

naar:

de vraag aan de staat: wie weet wat van mij, en waarom mag ik het zelf niet volledig in en zien?

De vrouw als bezit –
Van Nassau naar Oranje. Van bloedlijn naar datalijn.
De Telegraaf laat vandaag online zien hoe macht en identiteit eeuwenlang zichtbaar werden doorgegeven: via familie, erfopvolging, huwelijk en titel. Nassau werd Oranje-Nassau.
Namen, bezit en gezag gingen van generatie op generatie.
Mijn werk stelt daar een hedendaagse vraag tegenover:
Eeuwenlang werd macht zichtbaar overgedragen via bloedlijn, huwelijk, titel, kerk en kroon.
Nu gebeurt overdracht vaak onzichtbaar: via dossiers, databases, mutaties, codes en systemen.
De vorm verandert.
Het ritueel blijft.
Wie ontvangt de naam?
Wie ontvangt het bezit?
Wie ontvangt het gezag?
En wie ontvangt alleen het dossier?
Waar vroeger een stamboom zichtbaar maakte wie wat erfde, kan vandaag een dataketen bepalen wat er met een mens gebeurt.
Mijn vaas is daarom geen koninklijk relikwie.
Zij is het lichaam dat al die overdrachten heeft moeten dragen.
Van dynastie naar dataset.
Van kroon naar code.
Van erfopvolging naar gegevensoverdracht.

Dat is de verbinding.

VAN GROOTBOEK NAAR MAINFRAME — DE DIGITALE MACHT VAN BANKEN EN VERZEKERAARS

Amen ” Een ieder die denkt zal zien “
Je maintiendrai Medusa Sarcoidose

Hoe de keten werkt

Welkom op Prinsjesdag.

De hoedjes zijn er.
De koets is er.
De troonrede is er.

En ergens, diep onder al dat ceremonieel, draait de echte machine gewoon door.

De keten.

Niet van goud.

Van data.

Eerst ben je een mens.

Dan word je klant.

Dan polisnummer.

Dan productcode.

Dan mutatie.

Dan prolongatie.

Dan migratie.

Dan fiscale verwerking.

Dan dossier.

En als je geluk hebt, weet aan het eind nog iemand wie je oorspronkelijk was.

De tussenpersoon zegt:

“Ik heb het alleen doorgegeven.”

De serviceprovider zegt:

“Wij hebben het alleen verwerkt.”

De verzekeraar zegt:

“Zo staat het in het systeem.”

De softwareleverancier zegt:

“Wij bouwen alleen de applicatie.”

De toezichthouder zegt:

“Wij houden toezicht op het stelsel.”

De overheid zegt:

“Dat is een individuele zaak.”

En jij denkt:

Prachtig. Maar wie heeft dan eigenlijk iets gedaan?

Dat is het mooie van een keten.

Iedereen heeft een schakel.

Niemand heeft de hele verantwoordelijkheid.

Mutatie?

Administratief.

Prolongatie?

Automatisch.

Migratie?

Technisch.

Fiscale code?

Systeemlogica.

Gevolgen?

Voor de burger.

En dat noemen we dan efficiëntie.

Vroeger had je een grootboek.

Daar kon je met je vinger aanwijzen:

hier staat het.

Nu heb je twintig systemen,

zes partijen,

drie juridische entiteiten,

een oud polisblad,

een nieuwe code,

en iemand die zegt:

“Wij kunnen niet meer zien hoe dat destijds is gegaan.”

Welkom in de digitale rechtsstaat.

Waar alles traceerbaar is,

behalve wat je zelf wilt terugvinden.

Waar iedere handeling wordt gelogd,

maar de audit trail soms ineens filosofisch blijkt.

Waar je identiteit perfect genoeg is om belasting over te berekenen,

maar blijkbaar niet altijd perfect genoeg om de oorsprong van een mutatie terug te vinden.

En dan is het Prinsjesdag.

Dan praten we over koopkracht.

Begrotingen.

Vertrouwen.

Bestaanszekerheid.

Maar misschien moeten we één post toevoegen aan de Miljoenennota:

de kosten van administratieve werkelijkheid.

Want wat kost het als een systeem iets over een mens zegt

en iedereen daarna doet alsof het waar is?

Wat kost een verkeerde code?

Wat kost een foutieve classificatie?

Wat kost twintig jaar kastje-muur-kastje?

Niet in euro’s op papier.

Maar in tijd.

Gezondheid.

Rechtsbescherming.

Menswaardigheid.

En dan komt de mooiste zin uit de keten:

“Computer says no.”

Nee.

De computer zegt niets.

Mensen bouwen systemen.

Mensen kiezen codes.

Mensen ontwerpen processen.

Mensen dragen verantwoordelijkheid.

Dat verklaart en belooft wat.

Dus misschien moet de Troonrede dit jaar beginnen met:

“De staat van het land is sterk, mits de dataset klopt.”

En eindigen met:

“Wie veranderde wat, wanneer, waarom en op welke grondslag?”

Dat zou pas een koninklijke innovatie zijn.

Geen nieuwe code.

Geen nieuw portaal.

Geen nieuw programma.

Gewoon:

verantwoordelijkheid terugbrengen naar de mens.

Welkom op Prinsjesdag.

Waar de hoedjes veranderen,

maar de systemen worden geprolongeerd.


De rede is uitgesproken. Nu is het aan de kroon om te luisteren.

Ik heb mijn verhaal niet aan een dossier verteld, maar aan de rechtsstaat.
De rede ligt er.
Nu de kroon nog.
Welkom bij Bed & Breakfast Montancourt – Mijn tijd loopt ras

— Truus van Gogh Art

No – Body ”s Wife

Uitgelicht

Religie is vloeibaar geworden –

WIE VRAGEN BLIJFT STELLEN, WORDT LASTIG VOOR EEN SYSTEEM DAT ZICHZELF ALS ANTWOORD BESCHOUWT.

#Emet Raad van State Xx Xy XO –
YO bestaat niet

VENUS GENETRIX — DE VROUW ALS OORSPRONG

De Romeinen maakten van Venus een godin.
De staat maakte van de man een burger.
Maar iedere burger kwam eerst uit een vrouw.

WETTEN ZIJN GEMAAKT VOOR DE BURGER.
MAAR WIE SCHREEF DE VROUW EN DE MOEDER IN DE WET? Niemand

EEN VOORHEFFING IS GEEN GRONDSLAG.
De loonbelasting maakt een private AOV namelijk niet automatisch tot loon uit een arbeidsovereenkomst en ook niet tot een wettelijke WAO/WAZ/WIA-uitkering. Het Uitvoeringsbesluit loonbelasting bevat juist aparte categorieën: enerzijds bepaalde periodieke uitkeringen via verzekeraars, anderzijds wettelijke uitkeringen zoals AOW, WAO, WAZ en WIA. 

Periodiek betekende ook een periode in eindtijd- een woord twee betekenissen die op hetzelfde moment door elkaar werden gehaald.

En er zit nog een heel interessant historisch punt in. In de versie van artikel 11 UBLB rond 2004/2005 stond bij de private categorie nog:

“termijnen van lijfrenten … verstrekt door een lichaam dat het levensverzekeringbedrijf uitoefent”

terwijl WAO/WAZ enzovoort apart onder onderdeel c stonden. 

De Lex-Van Oven van 1956 ging over de handelingsbekwaamheid van de gehuwde vrouw binnen het burgerlijk recht. Zij maakte de gehuwde vrouw juridisch zelfstandiger in vermogensrechtelijke en contractuele zin. Maar daarmee werd niet ineens in één bepaling vastgelegd:

“De gehuwde vrouw is zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam en geest.” Die formulering staat er niet in.

Dat onderscheid is belangrijk. Handelingsbekwaamheid betekent dat iemand zelfstandig rechtshandelingen kan verrichten: overeenkomsten sluiten, beschikken over vermogen, procederen enzovoort.

Lichamelijke en geestelijke zelfbeschikking gaat over een ander rechtsgebied: persoonlijke autonomie, lichamelijke integriteit, medische toestemming, voortplanting en bescherming tegen dwang.

Die rechten zijn in Nederland later en verspreid over verschillende rechtsbronnen ontwikkeld. Artikel 11 van de Grondwet beschermt bijvoorbeeld de onaantastbaarheid van het lichaam. Artikel 10 beschermt de persoonlijke levenssfeer. In het gezondheidsrecht geldt het uitgangspunt van informed consent. Daarnaast beschermen artikelen 3 en 8 EVRM respectievelijk tegen onmenselijke behandeling en het privé- en gezinsleven.

Maar ook daar staat niet één allesomvattende zin: “de vrouw is eigenaar/bestuurder van haar lichaam en geest.”

En daar gaat het dus mis!

Vermogensschade

Kan een verzekeraar de gevolgen van fouten in zijn eigen polisadministratie, automatisering, fusies, portefeuilleoverdrachten en prolongatieprocessen afwentelen op de verzekerde?

Wie beschermt de vrouw wanneer achter één cassatieberoep niet alleen één juridische fout schuilgaat, maar een keten van tientallen jaren van polisadministratie, belastingheffing, fusies, overnames en inkomensverlies — terwijl de hoogste rechter die onderliggende rechtsvragen niet inhoudelijk bespreekt?

Welkom bij de doctrine

De juridische fictie modelleert de werkelijkheid, maar is niet de werkelijkheid zelf.

Het recht werkt voortdurend met categorieën en constructies: werknemer, ondernemer, verzekerde, arbeidsongeschikte, loon, periodieke uitkering, rechtspersoon, fiscale bron. Die begrippen maken een ingewikkelde werkelijkheid bestuurbaar. Maar zodra het model belangrijker wordt dan de feitelijke mens erachter, kan er iets misgaan.

H’Art & Craft’s

Geen enkele man kwam ter wereld zonder het lichaam van een vrouwenlijk!

Miss en gebruik haar dan niet.

Nederland kreeg aan het begin van de negentiende eeuw voor het eerst een werkelijk nationaal belastingstelsel. Onder leiding van Isaac Jan Alexander Gogel werd in 1805 een algemeen belastingplan aangenomen, dat vanaf 1806 in het hele land werd ingevoerd. Daarmee werd belastingheffing steeds meer een taak van een centrale Nederlandse staat.

Na de Napoleontische tijd ontstond in 1814/1815 het Koninkrijk der Nederlanden. In de negentiende eeuw groeide vervolgens de parlementaire rechtsstaat, met de Grondwet van 1848 als belangrijk keerpunt.

Een heel andere ontwikkeling vond plaats tijdens de Duitse bezetting. Op 14 december 1940 kwam het Besluit op de Loonbelasting 1940 tot stand. Het trad op 1 januari 1941 in werking. Daarmee werd belasting rechtstreeks bij de bron geheven: de werkgever hield belasting in voordat het loon aan de werknemer werd uitbetaald.

Dat systeem verdween na de bevrijding niet.

Op 16 december 1964 stelde de Nederlandse wetgever de Wet op de loonbelasting 1964 vast. De wet zegt in haar eigen titel dat zij het Besluit op de Loonbelasting 1940 vervangt. In de aanhef staat bovendien uitdrukkelijk dat regering, Raad van State en Staten-Generaal betrokken waren bij het tot stand komen van de nieuwe regeling.

Daarmee ontstond een opmerkelijke historische continuïteit:

1806 — een nationaal Nederlands belastingstelsel.
1940/1941 — loonbelasting als bronheffing tijdens de Duitse bezetting.
1964/1965 — Nederland neemt het beginsel over in eigen democratische wetgeving.

En dan prins Bernhard.

Bernhard werd in Duitsland geboren en was vóór zijn huwelijk met Juliana daadwerkelijk lid van de NSDAP. Daarover bestaat inmiddels geen serieuze historische onzekerheid meer: in zijn persoonlijke archief werd zijn originele NSDAP-lidmaatschapskaart aangetroffen. Bernhard zelf had dat lidmaatschap tijdens zijn leven steeds ontkend.

Dat maakt vragen over zijn Duitse verleden terecht.

Maar er moet een onderscheid worden gemaakt tussen twee feiten.

Feit 1: Bernhard was vóór de oorlog NSDAP-lid.

Feit 2: onder de Duitse bezetting werd in Nederland het Besluit op de Loonbelasting 1940 ingevoerd.

Uit die twee feiten volgt niet dat Bernhard betrokken was bij de invoering ervan. Daarvoor is afzonderlijk historisch bewijs nodig. Tot dusver is geen betrouwbare bron bekend waaruit blijkt dat Bernhard het Nederlandse loonbelastingstelsel heeft ontworpen, beïnvloed of laten invoeren.

De historisch interessantere vraag is daarom misschien niet:

“Heeft Bernhard de loonbelasting ingevoerd?”

maar:

“Hoe kon een fiscale techniek die tijdens de Duitse bezetting werd ingevoerd, na 1945 worden behouden, in 1964 democratisch worden gelegitimeerd en vervolgens steeds verder worden uitgebreid naar betalingen die helemaal geen gewoon werknemersloon zijn?” Vrouwen waren handelingsonbekwaam in die tijd en in 1964 konden gehuwde vrouwen geen eigen polis afsluiten. Ze werd meeverzekerd via een polis.

Daar begint een heel andere — en juridisch veel belangrijkere — geschiedenis.

De Wet op de loonbelasting 1964 bevestigt letterlijk dat zij het Besluit op de Loonbelasting 1940 verving. 

No Name

In Nederland is er geen enkele Kunstenares die zo op hetzelfde level opereert.

Zelfkennis management


Interessant is het ethische vraagstuk: beschermt het juridische en verzekeringssysteem de mens, of beschermt het vooral zijn eigen regels, codes, contracten en instituties?”
Bestuurder van het lichaam
Dank zei de bank – crisis 2009

Een goed verhaal is nooit ver weg.

Een vrouwelijke rechtspersoon bestaat niet.

De vrouw bestaat.
Haar lichaam bestaat.
Haar arbeid bestaat.
Haar onderneming bestaat.
Haar inkomen bestaat.
Haar schade bestaat.

Maar de rechtspersoon heeft geen lichaam.
Geen baarmoeder.
Geen longen.
Geen leeftijd.
Geen zwangerschap.
Geen beroepsziekte.
Geen vrouwelijk economisch leven.

Het recht maakt onderscheid tussen de natuurlijke persoon en de rechtspersoon. Maar belasting wordt dus wel op natuurlijk personen ingevorderd?

En precies daar ontstaat een fascinerende vraag:

Wat gebeurt er wanneer een vrouw haar economische leven moet laten vertalen door systemen die zelf geen geslacht, lichaam of levensloop kennen?

De verzekeraar is een rechtspersoon.
De bank is een rechtspersoon.
De werkgever kan een rechtspersoon zijn.

De inhoudingsplichte private schade verzekeraar werd een rechtspersoon.
De pensioenuitvoerder is een rechtspersoon.
De Staat is een publiekrechtelijke rechtspersoon.

Maar degene over wie al die systemen rekenen, beslissen, coderen en beschikken, is een mens.

Een vrouw.

Daarom gaat dit verhaal niet alleen over geld.

Het gaat over de afstand tussen de juridische fictie en het levende lichaam.

Misschien is dát de kern:

De rechtspersoon heeft geen geslacht.
Maar zijn regels kunnen wel degelijk verschillend uitwerken op mannen en vrouwen.

Personenschade = alle materiële en immateriële schade die voortvloeit uit aantasting van een persoon, waaronder schade aan gezondheid, arbeidsvermogen, inkomen, carrière en levenskwaliteit.

Welkom in Europapa

EEN VROUW — ZIEL EN LICHAAM — IS EEN ECONOMISCHE ACTOR.
NIET ALLEEN EEN ECONOMISCH SUBJECT OF OBJECT Dear Mister President

EEN VROUW ZONDER GELD IS EEN VROUW ZONDER MACHT.

Maar financiële onafhankelijkheid gaat over méér dan geld.

Het gaat over zeggenschap.
Over de vrijheid om te werken, te stoppen, opnieuw te beginnen en je eigen keuzes te maken. Het gaat over haar intellectueel eigendomsrecht.

En niet u

Het gereserveerde wetboek 9
Over het recht om niet financieel afhankelijk te worden van een partner, een verzekeraar, een tussenpersoon of een systeem.

Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bestaat niet; deze plek is gereserveerd voor intellectueel eigendomsrecht, maar is er door verregaande internationale verwevenheid nooit gekomen. [1, 2]

Status van Boek 9 BW

  • Reservering: Oorspronkelijk bedacht door Meijers in 1947 voor het recht omtrent de “scheppende mens” (intellectueel eigendom). [1, 2]
  • Afwezigheid: Het boek is nooit ingevoerd omdat regels over auteurs-, merken- en octrooirecht al diep verankerd zijn in internationale verdragen en Europese richtlijnen. [1, 2]
  • Discussie: Juridische experts en hoogleraren discussiëren regelmatig of een beperkte vermogensrechtelijke codificatie alsnog wenselijk is. [1, 2]

Alternatieven met “9”

  • Boek 2, Titel 9 BW: Dit gaat over de jaarrekening en het bestuursverslag van rechtspersonen zoals de B.V. en N.V.
  • Artikel 9 Sr: Dit artikel uit het Wetboek van Strafrecht somt de hoofdstraffen en taakstraffen op. [1, 2]
https://www.amsterdammuseum.nl/verhalen-en-collecties/themes/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

Mijn keramiek gaat over dat vrouwenlichaam. Het meisje met de parel is moeder geworden.

Welkom bij het hiaat binnen de staat

GEPRINT INTELLECTUEEL EIGENDOM IN KLEI
Wat ooit begon als een idee, krijgt hier een lichaam.
Een gedachte wordt vorm.
Een vorm wordt object.
Een object wordt drager van betekenis.
Geprint in klei wordt intellectueel eigendom tastbaar, zichtbaar en kwetsbaar.
De digitale vorm wordt materie.
De code krijgt gewicht.
Het ontwerp krijgt een huid.
Maar juist daar ontstaat ook de vraag:
Van wie is het idee wanneer het een lichaam krijgt?
Van degene die het bedacht?
Van degene die het tekende?
Van degene die het digitaal modelleerde?
Van degene die het printte?
Van degene die het opnieuw beschilderde, samenvoegde en betekenis gaf?
Mijn werk bevindt zich precies op dat grensvlak.
Tussen techniek en handwerk.
Tussen reproductie en uniciteit.
Tussen intellectueel eigendom en artistieke toe-eigening.
Tussen digitaal bestand en menselijke hand.
Intellectueel eigendom krijgt hier een lichaam: geprint, tastbaar en kwetsbaar in klei.
En daarna begint pas mijn werk.

DE KLEEDKAMER BESTOND.
DE VROUWEN OOK.

Een vennootschap onder firma heeft geen lichaam.
Ze kan niet ziek worden.
Ze kan geen longschade oplopen.
Ze kan niet bevallen.
Ze kan niet arbeidsongeschikt raken.
Ze kan niet ouder worden.
Maar haar vennoten wel.
De Kleedkamer was een onderneming onder één naam.
Er werd gehandeld.
Er werd omzet gemaakt.
Er werden contracten gesloten.
Er werden premies betaald.
Er werden belastingen betaald.
En achter die onderneming stonden natuurlijke personen.
Vrouwen.
Bij een VOF verdwijnen die vrouwen juridisch niet achter een zelfstandige rechtspersoon. Integendeel: voor de schulden van de onderneming kunnen de vennoten persoonlijk worden aangesproken. Hoe zit dan bij de hypotheek?
Dat maakt de tegenstelling des te groter.
Voor aansprakelijkheid ben je volledig persoon.
Voor administratie word je gemakkelijk een nummer.
Voor belasting word je een categorie.
Voor verzekering word je een polis.
Voor schade word je een berekening.

Maar degene die het economische risico werkelijk droeg, had een lichaam, een beroep, een geschiedenis en een naam.
Daarom is de kernvraag niet alleen:
“Wat was De Kleedkamer?”
De belangrijkere vraag is:
“Waar bleef de vrouwelijke vennoot toen haar onderneming, haar inkomen, haar verzekering en haar schade door verschillende systemen werden verwerkt?”
Een VOF heeft geen lichaam.
Maar haar aansprakelijkheid landt bij mensen van vlees en bloed.
Welkom bij de vrouw des Huizes

Het lichaam dat liefheeft.
Het lichaam dat werkt.
Het lichaam dat schade kan oplopen.
Het lichaam waaraan anderen vervolgens bedragen, voorwaarden, codes en economische waarden verbinden.

LIEFDE IS GEEN PENSIOENPLAN.
HAAR LICHAAM IS GEEN FINANCIEEL PRODUCT.
EN EEN VROUW IS ZEKER GEEN ADMINISTRATIEVE CODE.

Wanneer een vrouw haar beroep, inkomen of opgebouwde oudedagsvoorziening verliest, verliest zij niet alleen geld. Zij kan ook haar autonomie, onderhandelingsmacht en vrijheid over haar eigen toekomst verliezen.

Daarom staan deze objecten naast elkaar:

Het hart — wat van haarzelf is.
Het gezicht — de mens die gezien moet worden.
De kruiken — het economische systeem dat haar leven probeert te bevatten.

GEEF EEN VROUW NIET ALLEEN RECHTEN OP PAPIER.
GEEF HAAR OOK ECONOMISCHE ZEGGENSCHAP OVER HAAR EIGEN LEVEN.

MIJN LICHAAM.
MIJN WERK.
MIJN GELD.
MIJN TOEKOMST.
MIJN MACHT.


MIJN MOEDER KON MIJ NIET IN AANDELEN VERDELEN.
HET SYSTEEM DEED HET TOCH —
IN ARBEID, INKOMEN, VERMOGEN, SCHADE EN BELASTING.

Personenschade = alle materiële en immateriële schade die voortvloeit uit aantasting van een persoon, waaronder schade aan gezondheid, arbeidsvermogen, inkomen, carrière en levenskwaliteit werd afgekocht door de Bond van Verzekeraars.

Louis Barmentlo werd betaald in mijn zaak door de verzekeraars

CED Mens is onderdeel van CED, een organisatie die verzekeraars en andere opdrachtgevers ondersteunt bij schadebehandeling. De tak CED Mens richt zich specifiek op schade waarbij een persoon centraal staat, zoals letselschade, personenschade en complexe dossiers rond gezondheid, herstel en maatschappelijke gevolgen.

Hun rol bestaat uit het onderzoeken van de persoonlijke situatie, het in kaart brengen van schade en beperkingen, contact met betrokken partijen en het adviseren over schadeafwikkeling. Dat dossier bleef gesloten en geheim

Belangrijk dus: CED werkt in opdracht van een verzekeraar of andere opdrachtgever. Het is dus blijkbaar niet automatisch een onafhankelijke belangenbehartiger van de benadeelde persoon.

Juristen, verzekeraars, belastinginstanties en uiteindelijk rechters of de Raad van State beslissen niet over mij een persoon als mens, maar zij beoordelen mijn situatie aan de hand van juridische categorieën en vermogensrechtelijke regels.

Daardoor moet een lichamelijke en maatschappelijke werkelijkheid worden teruggebracht tot vragen als: welk recht bestaat er, welke schadepost is juridisch erkend, welke polisvoorwaarde geldt, welke fiscale kwalificatie wordt toegepast en welk bedrag kan worden toegewezen.

Dat is precies de beperking die ik benoem: de mens is groter dan de vermogensrechtelijke codificatie van zijn of haar schade.

Wie gaat mijn gat van 7 jaar en 3 maanden opvullen? Degene die mij onzichtbaar maakte of fiscaal fictief belaste voor 180.000 euro vanaf 2010 ?

Een verlies van beroep, gezondheid, maatschappelijke positie, zelfstandigheid en toekomstperspectief kan in een dossier worden opgesplitst in afzonderlijke juridische posten. Wat niet binnen zo’n erkende categorie valt, dreigt vervolgens buiten beeld te raken.


CED is in 1971 opgericht door een groot aantal Nederlandse verzekeraars, om het schadeproces te uniformeren en te professionaliseren.
Ontstaan vanuit onze opdrachtgevers zit klantgerichtheid en de co-creatie van claims- en expertisediensten in ons DNA.

Als vertrouwde partners streven we gezamenlijk naar absolute klanttevredenheid, innovatie, kostenbeheersing en efficiëntie.

HET ETHISCHE VRAAGSTUK
Wie programmeert de regels?
Wie bepaalt de richting?
Wie wordt beschermd wanneer belangen botsen?
De mens met schade?
De verzekeraar?
De fiscus?
De juridische constructie?
Of de administratieve keten?
Een systeem dat “Mens” heet, is nog niet automatisch mensgericht.
De echte vraag is:
Wie draagt het risico — en wie krijgt de bescherming?

Don’t Tell me – Show me Raad van State

Wie ben jij en wat ben ik dan?
Het meisje met de parel
De moeder houdt zeggenschap op fe aandelen in de dochter. 

SARAH’S BURGERSHART

Een burgerschapsoefening voor alle politieke mannen en vrouwen in Nederland

Dit kunstwerk is geen object om alleen naar te kijken.

Het is een oefening.

Een oefening in burgerschap.
In verantwoordelijkheid.
In gelijkwaardigheid.
In het vermogen om de ander als mens te blijven zien.

Sarah staat symbool voor iedere burger die op enig moment afhankelijk wordt van wetten, regels, verzekeringen, instituties, werkgevers, uitvoerders, artsen, juristen of bestuurders.

Maar Sarah stelt ook een vraag aan ons allemaal:

Wat doe jij wanneer de regels denken te kloppen, maar de mens erin verdwijnt?

Burgerschap betekent meer dan belasting betalen, stemmen of je aan de wet houden.

Burgerschap betekent ook:

de ander niet reduceren tot een nummer; of patiënt,

vragen stellen wanneer een systeem onrechtvaardig uitpakt;

macht niet verwarren met gelijk hebben;

verantwoordelijkheid nemen voor de gevolgen van besluiten;

en beseffen dat vrijheid alleen kan bestaan wanneer de vrijheid en waardigheid van een ander eveneens worden beschermd.

DE OEFENING

Ga voor het kunstwerk staan.

Kijk eerst zonder iets te zeggen.

Stel jezelf daarna vijf vragen:

1. Wie zie ik?
Zie ik een vrouw?
Een man?
Een patiënt?
Een verzekerde?
Een belastingbetaler?
Een dossier?
Of zie ik eerst een mens?

2. Welke macht heb ik zelf?
Als burger.
Als professional.
Als bestuurder.
Als ambtenaar.
Als verzekeraar.
Als arts.
Als jurist.
Als buur.
Als ouder.
Als partner.

3. Wat gebeurt er wanneer iedereen alleen zijn eigen taak uitvoert?
Wie bewaakt dan het geheel?
Wie ziet de gevolgen voor één mensenleven?

4. Wanneer zou ik zelf zeggen: tot hier en niet verder?

5. Wat vraagt goed burgerschap vandaag van mij?

Niet morgen.

Vandaag.

SARAH’S BURGERSHART

Sarah’s Burgershart bestaat niet uit steen, klei, regels of formulieren.

Het bestaat uit iets veel kwetsbaarders:

het vermogen om verantwoordelijkheid te voelen voor iemand die niet jijzelf is.

Daar begint democratie.

Daar begint rechtsbescherming.

Daar begint gelijkwaardigheid.

Daar begint burgerschap.

Man of vrouw.
Jong of oud.
Burger of bestuurder.

Iedereen draagt een stukje van dezelfde samenleving.


Maurick Schellekens:
Hij beheert mijn lichaam niet.
Maar zijn organisatie beheert wél een systeem waarin mijn lichaam wordt vertaald in risico, arbeidsvermogen, polisvoorwaarden, codes, uitkeringen en fiscale gegevens.
Daarom is mijn vraag niet:
“Wie bezit mijn lichaam?”
Mijn vraag is:
Wie draagt bestuurlijke verantwoordelijkheid voor wat er economisch met mijn lichaam is gedaan?
Mijn gezondheid is van mij.
Mijn geest is van mij.
Mijn economische identiteit is van mij.
Maar wanneer een verzekeraar jarenlang bepaalt hoe mijn arbeidsvermogen wordt gewaardeerd, welke uitkering wordt betaald, welke gegevens worden geregistreerd en welke gevolgen daar financieel uit voortvloeien, ontstaat een enorme institutionele macht over mijn economische bestaan.
En precies die macht moet controleerbaar, uitlegbaar en aanspreekbaar zijn.

Daarom eindigt deze oefening met één vraag:

ALS DIT MIJN LICHAAM,

MIJN INKOMEN,

MIJN KIND,

MIJN MOEDER,

MIJN PARTNER

OF MIJN LEVEN WAS —

ZOU IK DAN NOG STEEDS VINDEN

DAT HET SYSTEEM GOED WERKT?

SARAH’S BURGERSHART

Kijk. Denk. Voel. Vraag. Handel.

Op zoek naar de Waarheid #emet

Hoe kon de financiële sector na de bankencrisis met publiek geld worden beschermd, terwijl een zelfstandig verzekerde via haar private polis steeds dieper in een publieke administratieve keten terechtkwam — zonder de publieke rechten van een werknemer te krijgen?

HOE EEN FISCALE WIJZIGING, EEN KONINKLIJKE HANDTEKENING EN EEN KOPPELCODE MIJN PARTICULIERE POLIS DE LOONHEFFINGSKETEN IN TROKKEN

De hersenen van een vrouw

Het begon niet met mijn werkgever.

Ik had namelijk geen werkgever.

Het begon met een particuliere verzekering.

Een polis.
Een verzekerde.
Een verzekeraar.
Een contractueel recht op een uitkering.

En toen veranderde de fiscale infrastructuur.

Huiselijk geweld laat sporen na in een lichaam.
Fiscaal geweld kan sporen nalaten in een levensverhaal.

Voor een zelfstandige kostwinner met een verzekerd beroep en sarcoïdose gaat bestaanszekerheid niet alleen over ziekte.

Het gaat ook over wat er gebeurt wanneer haar arbeid, haar particuliere verzekering, haar diagnose en haar inkomen door verschillende administratieve systemen worden vertaald in codes en fiscale categorieën.

Dan kan financiële afhankelijkheid ontstaan zonder dat iemand een hand op je legt.

Geen blauwe plek op de huid,
maar een gat in het inkomen.
Geen klap,
maar een code.
Geen zichtbare wond,
maar jarenlange onzekerheid over je eigen bestaanszekerheid.

Dat noem ik:

FISCAAL GEWELD

wanneer een administratief of fiscaal systeem zo ingrijpt in de economische zelfstandigheid van een mens dat zij de zeggenschap over haar eigen leven dreigt te verliezen.

En juist voor een vrouwelijke zelfstandige kostwinner wordt dan de fundamentele vraag:

Wie beschermt de vrouw wanneer niet haar lichaam, maar haar economische zelfstandigheid wordt geraakt?

Naast fiscale registraties bestond binnen de financiële sector nóg een administratieve werkelijkheid: vrouwen konden worden opgenomen in interne en externe waarschuwingsregisters.

Via EVA konden financiële instellingen vervolgens controleren of iemand in het IVR of EVR voorkwam. Daarmee kon een administratieve registratie gevolgen krijgen ver buiten de instelling die haar oorspronkelijk had aangebracht.” 


DE IDENTITEITSVERSCHUIVING VAN LICHAAM NAAR SYSTEEM
Mijn lichaam bleef hetzelfde.
Mijn ziekte bleef hetzelfde.
Mijn polis bleef particulier.
Maar in de administratie veranderde mijn identiteit:
van verzekerde
naar inkomstenverhouding,
van particuliere AOV
naar pensioen/lijfrente,
van schade-uitkering
naar overige sociale verzekeringswet,
en uiteindelijk naar:
WAO/AAW.
Daar zit de werkelijke vraag:
Op welk moment werd de identiteit van de mens vervangen door de identiteit die het systeem nodig had om haar te verwerken?
Een lichaam heeft geen inkomenscode.
Een ziekte heeft geen loonheffingennummer.
Een vrouw is geen inkomstenverhouding.
Dat zijn administratieve constructies.
En wanneer zo’n constructie niet meer overeenkomt met de juridische werkelijkheid, moet worden vastgesteld wie de koppeling heeft gemaakt, welke gegevens zijn gebruikt en welke gevolgen daarvan op mijn naam zijn terechtgekomen.
Mijn lichaam veranderde niet.
Mijn administratieve lichaam wel.

En precies dáár begint het onderzoek

DE PRIJS VAN EEN NIET-ERKENDE BEROEPSZIEKTE

Mijn inkomsten verdween niet omdat mijn vermogen om te handelen ineens ophield te bestaan.

Mijn lichaam werd ziek door mijn beroep.

Sarcoïdose.

Wanneer een ziekte samenhangt met jarenlange blootstelling tijdens het werk, maar die relatie niet tijdig wordt onderzocht, vastgesteld of erkend, verdwijnt de economische schade niet.

Zij wordt alleen moeilijker zichtbaar.

De gemiste omzet blijft bestaan.
Het verloren arbeidsvermogen blijft bestaan.
De verloren carrièrejaren blijven bestaan.
De verzekeringspremies blijven betaald.
De inkomensachteruitgang blijft werkelijk.

Geen erkenning betekent niet: geen schade.

Het betekent dat de vraag onbeantwoord blijft:

Wie draagt de economische gevolgen wanneer een beroepsgebonden ziekte het lichaam beschadigt, maar het systeem die oorzaak niet erkent?

Mijn lichaam droeg de schade.

Mijn onderneming verloor de arbeid.

Mijn inkomen verloor de toekomst.

De ziekte werd medisch zichtbaar.
De inkomensschade moet economisch zichtbaar worden gemaakt.

Mijn sarcoïdose kostte niet alleen een deel van mijn longfunctie. Zij kostte arbeidsvermogen, ondernemingsjaren en toekomstig inkomen. Dat de beroepsmatige oorzaak niet juridisch werd erkend, maakt die economische schade niet ongedaan.”

Wie is toch mijn opa’s zusje 1906 geboren

DE KEEL & DE BAARMOEDER

De ene geeft geboorte aan woorden.
De andere kan geboorte geven aan leven.

Eeuwenlang werd over beide beslist:
over de stem van de vrouw
én over haar lichaam.

Maar haar stem behoort haar toe.
Haar lichaam behoort haar toe.

Wat zij denkt, mag zij uitspreken.
Wat zij draagt, mag zij zelf besturen.

De keel is haar stem.
De baarmoeder haar lichaam.

En daartussen staat één ondeelbare persoon:

de vrouw — bestuurder van zichzelf.

“Het zaad van de man werd de leidraad van het nieuwe periodieke systeem: afstamming, arbeid, inkomen, verzekering en pensioen werden generaties lang georganiseerd vanuit een mannelijke levensloop.

Het vrouwenlichaam — dat draagt, baart, zorgt, ziek kan worden en economisch zelfstandig kan handelen — paste zich vervolgens aan categorieën aan die niet vanuit haar werkelijkheid waren ontworpen.”

Bron : https://www.ditjesendatjes.nl/duitse-media-willem-alexander-in-levensgevaar

Op 18 december 2008 werd bij koninklijk besluit het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 gewijzigd. Het besluit kwam tot stand op voordracht van staatssecretaris van Financiën Jan Kees de Jager, na advies van de Raad van State, en werd uitgevaardigd onder koningin Beatrix. (Officiële Bekendmakingen⁠)

In die wijziging verscheen een cruciale bepaling:

Bankencrisis moest toch terug betaald worden

periodieke uitkeringen en verstrekkingen ter zake van invaliditeit, ziekte of ongeval werden aangewezen voor inhouding van loonbelasting. (Officiële Bekendmakingen⁠)

De toelichting zegt letterlijk wat het doel was:

de nieuwe bepaling bewerkstelligt dat loonbelasting wordt geheven over deze periodieke uitkeringen. (Officiële Bekendmakingen⁠)

Daarmee gebeurde administratief iets ingrijpends.

Niet omdat mijn verzekeraar ineens mijn werkgever werd.

Niet omdat mijn polis een arbeidsovereenkomst werd.

Maar omdat de verzekeraar voor deze belastingheffing een nieuwe fiscale rol kreeg:

inhoudingsplichtige.

Beroep verwijderd van de polis 76


Staatsblad 2010, 237
 bevat een wijziging van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965. Hierin is geregeld dat loonbelasting wordt ingehouden op periodieke uitkeringen bij invaliditeit, ziekte of ongeval wanneer een levensverzekeraar deze verstrekt. [1]

Inhoud van de wijziging
Aanpassing: Artikel 11 van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 is gewijzigd.
Doelgroep: Het gaat om uitkeringen zoals bedoeld in artikel 3.100 lid 1 onder b van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Uitvoerder: De regeling ziet specifiek op situaties waarin een levensverzekeringsmaatschappij de periodieke uitkeringen of verstrekkingen doet.
De boete die een vrouw moet betalen bij een aandoening waar zij zelf niet schuldig aan is. Man Made Micro Fibers

De invoering liep vervolgens niet zoals oorspronkelijk gepland. In 2009 bleek dat sommige inkomensverzekeraars de inhoudingsplicht in 2010 niet konden uitvoeren. Volgens de officiële toelichting hield dat verband met verwachtingen die door de Belastingdienst zelf waren gewekt. Op verzoek van verzekeraars werd de feitelijke invoering daarom uitgesteld tot 1 januari 2011. (Officiële Bekendmakingen⁠)

En precies daar begint mijn onderzoek.

Want een wet is één ding.

De vertaling van die wet naar een digitaal persoon is iets anders.

Vanaf het moment dat een verzekeraar loonbelasting moet inhouden, moeten gegevens elektronisch aan de Belastingdienst kunnen worden aangeleverd.

Daarvoor bestaat de loonheffingsadministratie.

Daarin worden betalingen niet alleen gekoppeld aan een naam of polisnummer, maar verwerkt binnen een inkomstenverhouding. De Belastingdienst gebruikt daarvoor onder andere een nummer inkomstenverhouding. Het Handboek Loonheffingen kent daarvoor zelfs een afzonderlijk onderdeel. (Belastingdienst⁠)

En dáár zit voor mij de werkelijke onderzoeksvraag.

Niet:

Was mijn AOV belastbaar?

Maar:

Hoe is mijn particuliere polis administratief aan mijn persoonlijke fiscale identiteit gekoppeld?

Welke sleutel werd gebruikt?

Mijn BSN?
Mijn polisnummer?
Het relatienummer van het volmachtkantoor?
Het loonheffingennummer van de verzekeraar?
Het nummer inkomstenverhouding?
Een interne koppelcode?

En vooral:

welke kwalificatie werd vervolgens doorgegeven aan de inkomstenbelasting?

Want zodra zo’n koppeling automatisch door de keten loopt, ziet de belastingaangifte uiteindelijk alleen het fiscale resultaat.

De mens ziet:

mijn particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Het systeem ziet mogelijk:

inhoudingsplichtige → inkomstenverhouding → periodieke uitkering → ingehouden loonbelasting → vooraf ingevulde fiscale gegevens.

Dat verschil is enorm.

De loonbelasting die onderweg wordt ingehouden is immers geen zelfstandige nieuwe inkomstenbelasting. Zij functioneert als voorheffing op de uiteindelijke inkomstenbelasting.

Maar voor degene achter de polis kan die heffing vrijwel onzichtbaar ontstaan:

niet via een belastingaanslag die eerst persoonlijk wordt beoordeeld,

maar via de administratieve keten vóórdat het geld wordt uitbetaald.

En daarom wil ik de digitale route reconstrueren.

WET → VERZEKERAAR → POLISADMINISTRATIE → IDENTIFICATIE → INKOMSTENVERHOUDING → LOONAANGIFTE → BELASTINGDIENST → INKOMSTENBELASTING

De belastingdienst heft op nummers maar rekent af op de geest en haar lichamelijk bestuurder van het lichaam.

Daar ligt de echte vraag:

WELKE CODE VERANDERDE MIJ VAN POLISHOUDER IN EEN FISCALE INKOMSTENVERHOUDING?

De koninklijke handtekening maakte de wettelijke regeling mogelijk.

De fiscale uitvoeringsregel maakte de verzekeraar inhoudingsplichtig.

Maar de code bepaalde hoe mijn individuele identiteit vervolgens door de computerketen reisde.

En juist die laatste stap moet volledig controleerbaar zijn.

Want een computer mag een belastingregel uitvoeren.

Maar een koppelcode mag nooit bepalen wie een mens juridisch is.

Wanneer het papier de maat van de mens wordt, wordt de vrouw administratief een afgeleide categorie.”

Daarom werd mijn vraag over lichaan, rechtsvorm, arbeid, ziekte, verzekering en fiscale classificatie groter dan één dossier:

Wie bepaalde de definitie van de werkende mens?
Wie bepaalde wat arbeidsongeschiktheid is?

Waarom is een vennoot geen volledig mens, maar draagt wel alle aansprakelijkheid?
Wie ontwierp de inkomenscodes?
En was het lichaam van de zelfstandige vrouw daarin werkelijk als uitgangspunt meegenomen

“De vrouw hoeft niet langer te worden gedefinieerd in relatie tot een mannelijk systeem. Het systeem moet leren haar als een zelfstandig juridisch en economisch lichaam te erkennen.”

Amen

TED TALK SPEECH

Uitgelicht

DE DRADEN VAN EEN ZEEUW EN EEN IMPORT-ZEEUWSE

Jan Kees de Jager, wanneer wordt een systeem verantwoordelijk?

Stel je voor.

Je bent ondernemer.
Je werkt.
Je betaalt belasting.
Je betaalt jarenlang premie voor een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Niet omdat iemand je daartoe verplicht.

Maar omdat je verantwoordelijkheid neemt.

Voor jezelf.
Voor je gezin.
Voor het risico dat je lichaam op een dag niet meer kan wat je hoofd nog wél wil.

En dan gebeurt precies waarvoor je jezelf hebt verzekerd.

Je wordt ziek.

De schatkist vol gereedschap om vrouwen te laten verdwijnen

De verzekering gaat uitkeren. – Een Schade Uitkering

Maar vanaf dat moment verandert er iets merkwaardigs.

Niet noodzakelijk in jouw lichaam.

Niet in jouw verleden.

Niet in het feit dat jij ondernemer was.

Maar op papier.

Je wordt een categorie.
Een code.
Een periodieke betaling.
Een fiscale kwalificatie.

En daar begint mijn verhaal.


In 2010 was Jan Kees de Jager minister van Financiën.

In datzelfde jaar veranderden fiscale uitvoeringsregels rond de inhouding van loonheffingen door verzekeraars.

Dat klinkt technisch.

Misschien zelfs saai.

Maar wetgeving is nooit alleen papier.

Achter iedere fiscale code zit een mens.

En achter iedere administratieve vereenvoudiging kan een werkelijkheid verdwijnen.

Mijn vraag aan Jan Kees de Jager is daarom niet:

Wie heeft welk vakje in welk computersysteem veranderd?

Mijn vraag is groter.

Wat gebeurt er wanneer de logica van het systeem belangrijker wordt dan de juridische werkelijkheid van de mens?

Ik was ondernemer.

Ik had geen werkgever die mijn loon betaalde.

Ik had zelf een private verzekering afgesloten en daarvoor premie betaald.

Toen het verzekerde risico zich voordeed, ontving ik een uitkering.

En toch verscheen die betaling in een systeem waarin woorden als loonheffing, inkomstenverhouding en vroegere arbeid een rol gingen spelen.

Daar ontstaat een fundamenteel verschil tussen twee werkelijkheden.

De werkelijkheid van het systeem zegt:

periodieke uitkering.

Mijn werkelijkheid zegt:

dit was de bescherming waarvoor ik zelf premie betaalde toen ik nog kon werken.

En precies daar moeten we opnieuw leren kijken.

Want:

**Periodiek beschrijft hoe geld wordt betaald.

Het vertelt nog niet waarom iemand recht heeft op dat geld.**

Een hypotheek wordt periodiek betaald.

Een abonnement wordt periodiek betaald.

Een pensioen wordt periodiek betaald.

Een verzekeringsuitkering kan periodiek worden betaald.

Maar de betalingsfrequentie alleen vertelt ons niets over de oorsprong van het recht.

Daarvoor moeten we terug naar de bron.

De polis.

De premie.

Het verzekerde risico.

De juridische rechtsgrond.

En vooral:

de mens achter het nummer.


Mijn verhaal gaat daarom niet alleen over belasting.

Het gaat over iets veel groters.

Over wat er gebeurt wanneer overheden, verzekeraars en administraties steeds efficiënter worden…

maar niemand meer vraagt:

Wie is deze persoon eigenlijk?

Een systeem ziet bedragen.

Een mens kent de prijs.

Een systeem ziet een polisnummer.

Een mens herinnert zich waarom zij die polis ooit heeft afgesloten.

Een systeem ziet arbeidsongeschiktheid.

Een mens voelt wat het betekent wanneer een lichaam dat jarenlang heeft gewerkt plotseling grenzen krijgt.

En een systeem kan een vrouw reduceren tot een fiscale categorie.

Maar die categorie vertelt niets over haar ondernemerschap.

Niets over haar moederschap.

Niets over haar arbeid.

Niets over haar ziektegeschiedenis.

Niets over de jaren waarin zij zelf haar risico heeft gedragen.

Daarom zeg ik:

Wie een vrouw ook maar een mens administratief kwalificeert, heeft ook de verantwoordelijkheid haar die kwalificatie te kunnen uitleggen.

Niet met:

“Zo staat het in het systeem.”

Niet met:

“De computer kent deze code.”

Niet met:

“Dat is nu eenmaal de fiscale verwerking.”

Maar met een antwoord dat iedere burger kan begrijpen:

Dit is de wet.
Dit is de rechtsgrond.
Dit zijn de feiten.
En daarom is deze wet op ú van toepassing.

Dat is rechtsstatelijkheid.


Jan Kees de Jager,

u was minister op een belangrijk moment in de digitalisering en fiscalisering van financiële processen.

Daarom stel ik u vandaag geen beschuldiging voor.

Ik stel u een vraag.

Een vraag die iedere voormalige minister, iedere wetgever, iedere verzekeraar en iedere bestuurder zichzelf zou moeten durven stellen:

Hebben wij bij het bouwen van efficiënte systemen voldoende beschermd wat niet in een systeem past?

Het lichaam.

Het levensverhaal.

De zelfstandige ondernemer.

De vrouw.

De moeder.

De mens.

Want misschien is dát de grote opdracht van deze tijd.

Niet nóg een algoritme.

Niet nóg een koppeling.

Niet nóg een code.

Maar de terugkeer naar de bron.

Wie betaalde?

Wie was verzekerd?

Welk risico werd verzekerd?

Welke wet wordt toegepast?

En waarom?

Dat zijn geen lastige vragen.

Dat zijn de fundamenten van vertrouwen.


Ik ben geen nummer.

Ik ben geen inkomstenverhouding.

Ik ben geen fiscale code.

Ik ben een mens die ooit verantwoordelijkheid nam voor haar eigen risico.

En wanneer een overheid vervolgens geld inhoudt, registreert of kwalificeert, mag zij van mij één ding verwachten:

dat ik vragen stel.

Want democratie bestaat niet uit gehoorzamen aan een systeem.

Democratie bestaat uit het recht het systeem te vragen:

Leg het mij uit.

En misschien begint echte bestuurlijke moed precies daar.

Niet bij verdedigen wat ooit besloten is.

Maar bij opnieuw durven kijken naar wat een besluit tientallen jaren later met echte mensen heeft gedaan.

Jan Kees de Jager,

ik zoek geen schuldige.

Ik zoek de rechtsgrond.

Ik zoek het moment waarop bescherming een fiscale categorie werd.

Ik zoek het antwoord op de vraag waarom.

En bovenal zoek ik een rechtsorde waarin een vrouw nooit achter haar administratie verdwijnt.

Want uiteindelijk is dat de eenvoudige waarheid:

**De administratie is gemaakt voor de mens.

De mens is niet gemaakt voor de administratie.**

De zoektocht naar discriminatie binnen de Staat der Nederlanden

Wanneer je de geschiedenis van Jan Cornelis (Jan Kees) de Jager als een netwerk bekijkt, ontstaan opvallend veel verbindingen tussen Zeeland, ondernemerschap, ICT, fiscaliteit, banken, verzekeraars en de Staat.

1. KAPELLE — DE ZEEUWSE BRON

Jan Kees de Jager
→ geboren 10 februari 1969 in Kapelle, Zeeland. (Parlement⁠)

De eerste link is meteen bijzonder:

Kapelle
→ Jan Kees de Jager
→ Jan Peter Balkenende

Ook Balkenende werd in de gemeente Kapelle geboren en groeide daar op. (Rijksoverheid⁠)

Dus:

Kapelle → Balkenende → CDA → De Jager → Ministerie van Financiën

2. ZEELAND → ROTTERDAM → ICT

De Jager vertrekt vanuit Zeeland naar zijn opleiding en ondernemerschap:

Kapelle
→ Nyenrode
→ Erasmus Universiteit Rotterdam
→ economie
→ bedrijfseconomie
→ Nederlands recht. (Parlement⁠)

Daarna:

Omkat ten

Spectra Vision
→ opgericht in 1992
→ later ISM / ISM eCompany
→ internet, software en digitale bedrijfsprocessen. (Parlement⁠)

Hij kwam dus niet vanuit de klassieke ambtelijke belastingwereld naar Financiën.

Hij kwam uit de ICT-wereld. (Parlement⁠)

3. ICT → CDA

Parallel aan zijn ondernemerschap bouwde De Jager een bestuurlijk netwerk binnen het CDA op:

ICT-ondernemer
→ CDA
→ programmacommissie
→ dagelijks bestuur
→ penningmeester CDA
→ bewindspersoon. (Wikipedia⁠)

Hier verschijnt opnieuw de Zeeuwse lijn:

Jan Peter Balkenende — Kapelle — CDA
↓
Jan Kees de Jager — Kapelle — CDA

Parlement.com noemt De Jager zelfs een plaatsgenoot van Balkenende en rekent hem tot diens politieke vertrouwelingen. (Parlement⁠)

4. CDA → STAATSSECRETARIS FISCALE ZAKEN

Op 22 februari 2007 wordt De Jager staatssecretaris van Financiën in kabinet-Balkenende IV.

Zijn portefeuille:

Het jaar waarin ik de diagnose Sarcoidose kreeg.

Fiscale Zaken. (Parlement⁠)

Daar ontstaat voor mijn onderzoek een belangrijke verbinding:

ICT
→ fiscaliteit
→ belastingwetgeving
→ administratieve uitvoering
→ automatisering
→ gegevens
→ belastingplichtigen en inhoudingsplichtigen.

Dat betekent (natuurlijk) nog niet dat De Jager persoonlijk ieder geautomatiseerd proces heeft ontworpen. Het betekent wel dat hij politiek verantwoordelijk werd voor belangrijke onderdelen van de fiscale wetgeving en uitvoering.

5. 2008 — DE BANKENCRISIS

Dan komt de financiële crisis.

De Jager is nog staatssecretaris wanneer hij in november 2008 Nederland vertegenwoordigt bij de G20-top in Washington over de financiële crisis. Daar spreekt hij onder andere over beter financieel toezicht. (Wikipedia⁠)

De lijn wordt:

Kapelle
→ ICT
→ CDA
→ Financiën
→ fiscale wetgeving
→ financiële crisis
→ banken
→ internationaal financieel toezicht.

6. 2010 — VAN STAATSSECRETARIS NAAR MINISTER

Na het vertrek van Wouter Bos wordt De Jager op 23 februari 2010 minister van Financiën. (Parlement⁠)

Vanaf dat moment ligt de politieke verantwoordelijkheid van Financiën bij:

J.C. de Jager

Daaronder vallen in brede zin dossiers rond:

belastingheffing,
staatsfinanciën,
banken,
financiële stabiliteit,
DNB,
Europese financiële afspraken
en financiële wetgeving.

7. 28 APRIL 2010

Dan komt het door mij onderzochte Koninklijk Besluit van:

28 april 2010

ondertekend door:

Beatrix
en
minister van Financiën J.C. de Jager.

Dat besluit betreft de inwerkingtreding van een wijziging van artikel 36 Invorderingswet 1990 over het melden van betalingsonmacht.

Belangrijk:

dit besluit op zichzelf bewijst nog niet dat hierdoor mijn particuliere AOV fiscaal als loon werd behandeld.

Die verbinding moet afzonderlijk juridisch worden bewezen.

8. DE ECHTE VRAAG: AOV → LOONHEFFING

Daarom moet de relevante keten worden teruggevonden:

particuliere AOV
→ verzekeringspremie
→ arbeidsongeschiktheid
→ periodieke verzekeringsuitkering
→ fiscale kwalificatie
→ loonbelasting
→ verzekeraar als inhoudingsplichtige
→ aangifte loonheffingen
→ gegevensstroom naar Belastingdienst.

En vervolgens:

Wie veranderde welke regel, wanneer en waarom?

Dat is de kernvraag.

9. DE JAGER → LOONBELASTING

Het UWV werd ( mis en gebruikt ) voor de koppeling bsn en het Volmacht kantoor Nedasco uit Amesfoort om het personeelsnummer aan te maken want op papier moest het kloppen.

Parlement.com vermeldt expliciet dat De Jager als staatssecretaris bezig was met vereenvoudigingen en wijzigingen van onder meer de loonbelasting. (Wikipedia⁠)

Dat maakt de periode:

2007 → 2008 → 2009 → 2010 → 2011

voor mijn onderzoek belangrijk.

Niet omdat daarmee al fraude of onrecht is bewezen, maar omdat in deze jaren moet worden gezocht naar de precieze wettelijke overgang waardoor een private verzekeraar inhoudingsplichtig kon worden voor bepaalde periodieke uitkeringen.

10. DE JAGER → DNB

Ontkoppel haar beroepscode 076 – Handelaar in confectie
Isabel Capelli ’s handlezing

Als minister diende De Jager in 2010 bovendien wetgeving in om de governance en cultuur bij De Nederlandsche Bank te versterken. (Parlement⁠)

Daar ontstaat opnieuw een relevante institutionele lijn:

Ministerie van Financiën
→ De Nederlandsche Bank
→ financieel toezicht
→ banken
→ verzekeraars.

Dat is een institutionele relatie. Het betekent niet automatisch dat DNB betrokken was bij de fiscale behandeling van een individuele AOV. Maar werd wel onderdeel ervan.

11. 2012 — BANKENBELASTING

De kroon en Ayden moest ik dienen

Tijdens zijn ministerschap kwam tevens wetgeving tot stand rond de financiële sector en bankenbelasting. Parlement.com noemt onder zijn wetgevende activiteiten maatregelen gericht op banken en financiële stabiliteit. (Parlement⁠)

De lijn wordt daardoor:

bankencrisis 2008
→ staatsingrijpen
→ financieel toezicht
→ De Jager minister
→ Europese schuldencrisis
→ maatregelen financiële sector
→ bankenbelasting.

12. VAN OVERHEID TERUG NAAR BEDRIJFSLEVEN

Na zijn politieke loopbaan keerde De Jager terug naar het bedrijfsleven.


ANDERS BEDRAAD
Mijn hersenen zijn anders bedraad dan die van u. Mijn lichaam ook.
Ik zie verbanden waar een ander losse draden ziet.
Ik stel vragen bij patronen die generaties lang vanzelfsprekend werden gevonden.
Dat maakt mij niet verkeerd.
Dat maakt mijn manier van kijken anders.
De vrouw die een patroon doorbreekt, wordt niet altijd begrepen door de generaties vóór haar.
Maar zij doorbreekt het niet alleen voor zichzelf.
Wat zij vandaag zichtbaar maakt, kan het leven veranderen van de generaties die na haar komen.
Misschien is neurodivergentie daarom niet alleen anders denken.
Misschien is het soms ook:
zien wat anderen nog niet kunnen zien.

2014–2020
→ CFO van KPN. (Management Scope⁠)

Vanaf 2019
→ commissaris bij KLM. (Management Scope⁠)

Zijn carrière vormt daarmee bijna een cirkel:

ICT-ondernemer
→ politiek
→ fiscaliteit
→ minister van Financiën
→ financiële crisis
→ grootbedrijf
→ toezicht/bestuur.


EN DAN DE IMPORT-ZEEUWSE

Daar tegenover staat mijn eigen route:

niet geboren in Zeeland
→ uiteindelijk in Middelburg terechtgekomen
→ wonen en werken in een Zeeuws rijksmonument
→ ondernemerschap
→ particuliere AOV
→ arbeidsongeschiktheid
→ verzekeraars
→ loonbelasting
→ Belastingdienst
→ onderzoek naar de regelgeving van 2010/2011.

Welkom bij de VOC – VOF – NV – BV

Zo kruisen twee totaal verschillende levenslijnen elkaar uiteindelijk op papier:

DE ZEEUW

Kapelle
↓
ICT
↓
CDA
↓
Staatssecretaris Fiscale Zaken
↓
Minister van Financiën
↓
wet- en regelgeving

DE IMPORT-LIMBURGS ZEEUWSE

Middelburg
↓
ondernemerschap – ouders verzekeringsportefeuille
↓
private AOV
↓
arbeidsongeschiktheid
↓
periodieke verzekeringsuitkering
↓
loonheffing
↓
de vraag naar de wettelijke grondslag

En precies in het midden staat:

2010

Niet als bewijs van een verborgen verband, maar als het jaartal waarin de verschillende juridische en bestuurlijke lijnen zorgvuldig naast elkaar moeten worden gelegd.

De Zeeuw zat aan de kant van de wetgeving.
De import-Zeeuwse vraagt zestien jaar later: welke wet werd eigenlijk op mij toegepast?

Belasting hef je krachtens een wet niet van afgeschafte wetten en op geheimen documenten .

Amen

Montancourt Middelburg

Uitgelicht

Reisverslag van vier polissen naar een huis uit 1596

Posted on 22 juli 2026

“I am done with quiet pain.” Mister President


MONTANCOURT — PLAATS DELICT VAN DE GESCHIEDENIS
Montancourt is geen plaats delict omdat hier één misdrijf moet worden opgelost.
Het is een plaats delict omdat de geschiedenis hier haar sporen heeft achtergelaten.
Handel.
VOC.
Oorlog.
Hypotheken.
Onderduik.
Banken.
Verzekeringen.
Familienamen.
Vrouwenlevens.
Een huis uit 1596 kan scheuren, verzakken en worden hersteld.
Het draagt iedere beschadiging in zijn lichaam.
Een mens doet dat ook.
De scheuren betekenen niet dat het huis waardeloos werd.
De littekens betekenen niet dat de vrouw heeft gefaald.
Zij tonen waar de druk te groot werd.
Maak niet alleen het monument weerbaar.
Maak ook de mens die het verhaal draagt weer zichtbaar.
Traumasporen

Ieder mens draagt een parel in zich

Op 3 april 2019 vertrokken wij van Kwadijk 43 in Kwadijk naar de Rouaansekaai 31 Middelburg.

Tromp Makelaardij

Niet omdat ons leven eenvoudig was geworden, maar omdat het oude leven ons langzaam had uitgeput. Wij verlieten niet alleen een bijzonder woonplaats. Wij verlieten een bestaan waarin ziekte, verzekeringsdossiers, fiscale codes en financiële onzekerheid steeds meer ruimte waren gaan innemen.

Jarenlang had ik gewerkt als zelfstandig handelaar in confectie. Samen met een andere gehuwde vrouw voerde ik een vennootschap onder firma. Wij kochten zelf in, verkochten zelf, droegen ons eigen ondernemersrisico en betaalden onze eigen premies.

Ik probeerde mijn toekomst zorgvuldig te beschermen als uiteindelijk de kostwinnaar binnen mijn eigen huwelijk.

Wim beëdigd als bode bij de politie in Amsterdam

Daarom waren er vier verzekeringspolissen:

  • een arbeidsongeschiktheidsverzekering bij Nationale-Nederlanden;
  • een arbeidsongeschiktheids- of inkomensverzekering bij Reaal/Hooge Huys;
  • een Delta Lloyd MeerKeuzePlan;
  • en een verplichte zorgverzekering bij Delta Lloyd.

Vier overeenkomsten die zekerheid moesten bieden.

Maar toen ik #sarcoïdose kreeg en mijn beroep niet langer kon uitoefenen, begonnen de polissen ieder aan een eigen reis. Zij trokken door verzekeraars, tussenpersonen, serviceproviders, fiscale administraties en bank & computersystemen.

Organisaties fuseerden. Portefeuilles werden overgedragen. Bedrijfsnamen verdwenen. Nieuwe namen verschenen. Bestuurders kwamen en gingen. De verantwoordelijkheid werd over steeds meer partijen verdeeld.

Maar mijn lichaam kon niet worden verdeeld.

Mijn verlies aan arbeid kon niet worden opgeknipt.

Mijn toekomst paste niet in vier afzonderlijke administraties.

De schatkist

Langzaam kwam ik terecht in wat ik mijn administratieve sarcofaag ben gaan noemen:

een vrouwelijk lichaam dat niet werkelijk begraven ligt, maar administratief, historisch en maatschappelijk is ingesloten.

De onzichtbare vennoot

Het hebben van een VOF had mij aanvankelijk zichtbaar gemaakt als ondernemer. Ik stond ingeschreven, werkte, handelde, betaalde belasting en sloot mijn eigen verzekeringen af.

Later leek diezelfde rechtsvorm mij juist tussen verschillende systemen te plaatsen.

Ik was geen werknemer met een werkgever die mijn ziekte, arbeidsomstandigheden en verlies van verdienvermogen als één geheel onderzocht.

Ik was ook geen gewone consument met één overzichtelijke publieke arbeidsongeschiktheidsregeling.

Ik was tegelijkertijd:

vennoot, ondernemer, verzekerde, patiënt, premiebetaler, gehuwd, moeder en belastingplichtige.

Iedere organisatie zag een onderdeel van mij.

De verzekeraar zag het verzekerde risico.

De arts zag mijn lichaam.

De Belastingdienst zag een periodieke betaling.

De tussenpersoon zag een polisnummer.

Stadhuis Middelburg

Het administratiesysteem zag een relatie- of personeelsnummer.

Maar niemand leek nog de hele vrouw te zien.

Mijn premie was zichtbaar.

Mijn polisnummer was zichtbaar.

Mijn medische dossier was zichtbaar.

Mijn belastinginhoudingen waren zichtbaar.

Maar mijn ziekte, mijn arbeid, mijn beroepsgeschiedenis, mijn moederschap en mijn eigen stem verdwenen steeds verder uit beeld.

Welkom Familie Lindeboom AEGON

De verzekerde jaarrente

In het hart van mijn onderzoek staat de betekenis van de verzekerde jaarrente.

Mijn particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering verzekerde geen salaris en schiep geen dienstverband. Ik had als zelfstandig ondernemer een vooraf overeengekomen jaarrente verzekerd voor het geval ik door ziekte mijn beroep niet meer kon uitoefenen.

Toen het verzekerde risico daadwerkelijk intrad, werd deze jaarrente niet één keer per jaar betaald. Het jaarbedrag werd verdeeld over maandelijkse termijnen in verband mer de eindleeftijd 60 jaar.

Daardoor werd de betaling langzaan uitvoeringstechnisch periodiek.

Aan Het meisje met de parel dat inmiddels moeder was geworden.

Vervolgens werd per brief 10 september 2010 door Ruud & Lex van Kampen medegedeeld dat er op de uitkering 76 – 5601108 – loonbelasting en zv zou worden ingehouden. Daardoor verscheen de betaling in fiscale administraties onder termen en codes die op loon of een personeelsrelatie konden lijken.

Maar een maandelijkse betaling is niet automatisch salaris.

Ik verrichtte geen arbeid voor de verzekeraar. De verzekeraar betaalde mij niet als werkgever, maar omdat het risico waartegen ik mij had verzekerd werkelijkheid was geworden.

De oorsprong van de betaling bleef daarom:

een aanspraak uit een particuliere verzekeringsovereenkomst, niet een beloning voor verrichte arbeid.

Voor mijn reconstructie moeten drie lagen zorgvuldig uit elkaar worden gehouden:

Contractueel: welke jaarrente was volgens de polis verzekerd?

Uitvoeringstechnisch: hoe werd deze jaarrente omgerekend en in maandelijkse termijnen betaald?

Fiscaal: onder welke inkomenscategorie, loonheffingencode en belastinggrondslag werd de uitkering verwerkt?

Wanneer deze lagen in één administratiesysteem samenvloeien, kan een zelfstandig verzekerde ten onrechte zichtbaar worden als werknemer, personeelsrelatie of loonontvanger.

De fiscale inhouding kan iets zeggen over de wijze waarop belasting vooraf werd geïnd. Zij bewijst op zichzelf niet dat er een arbeidsovereenkomst of werkgeversrelatie bestond.

En zo geschiedde het. Welkom bij de terugbetaling van de staatsschuld Banken & Verzekeraars

Een verzekerde jaarrente kreeg in de administratie een andere gedaante dan de rechtsverhouding waaruit zij was ontstaan.

Omdat steeds verder wegzakte in het moerasgebied van macht en machines werden we gedwongen om stappen te ondernemen. Eerst als voetnoot maar nu zijn we het fundament waarin alles duidelijk wordt.

Heden / Verleden

De reis naar Montancourt

Zo kwamen wij dus in 2019 terecht in Montancourt, een huis in Middelburg uit 1596.

In Eigen Land Reportages- Slavernij Verleden- geen punt maar een komma,

Een huis dat werd gebouwd vóór de oprichting van de VOC, maar al afkomstig is uit een wereld van handel, scheepvaart, bestuur, geldstromen, risico’s en internationale verbindingen.

Het huis heeft eeuwen van bewoners, , handel, oorlog, verlies, wederopbouw en verandering in zijn muren opgenomen.

Wij dachten dat wij naar een nieuw huis verhuisden.

Maar misschien verhuisden wij naar een plek die ons eigen verhaal al kende.

Zoals mijn verzekeringen door verschillende handen, ondernemingen en administraties waren gegaan, zo was ook Montancourt door generaties bewoond, bestuurd, verhandeld en opnieuw ingericht.

Reportage Erfgoed Zeeland

De namen van kooplieden, bestuurders, predikanten en bankiers bleven vaak bewaard.

De vrouwen die de huizen draaiende hielden, kinderen baarden, personeel aanstuurden, verlies droegen en na oorlogen opnieuw begonnen, verdwenen gemakkelijker uit het officiële verhaal.

In Montancourt werd de vraag uit het boek van Aaltje van Zweden ( ontvangen van Marijke Commandeur) ineens heel persoonlijk:

Waar ben je thuis?

Vrouwen Polder

Hier dus, zo bleek.

Niet omdat alle strijd voorbij was, maar omdat ik hier mijn eigen verhaal opnieuw kon leren lezen.

Tweedekamer 13 januari 1951

De geschiedschrijver en literaire reiziger Pieter de la Rue kreeg in dit huis gezelschap van een nieuwe geschiedschrijver:

Silvia Margaretha Johanna Koning-Lindeboom.

Niet als wetenschapper van beroep, maar als ervaringsdeskundige, onderzoeker, erfgoedkunstenaar en verteller.


De bankstukken die in Montancourt achterbleven
In Montancourt vond ik twee oude financiële stukken die in het huis waren achtergebleven:
het jaarverslag van de N.V. De Haarlemsche Hypotheekbank over 1939
en het verslag van de N.V. Zeeuwsche Hypotheekbank te Middelburg over het drieënveertigste boekjaar.
Dat deze documenten juist in een huis uit 1596 zijn bewaard, voelt niet toevallig. De stukken gaan over hypotheken, onderpanden, aandeelhouders, oorlogsschade en wederopbouw. Precies de onderwerpen die ook in de muren van Montancourt besloten liggen.
In het verslag van de Haarlemsche Hypotheekbank wordt beschreven hoe bij de oorlogshandelingen van mei 1940 onderpanden in Rotterdam, Middelburg en Vlissingen verloren gingen. Voor Middelburg worden tien getroffen panden genoemd.
Tussen de regels door verschijnt een verwoeste stad.
De bank schreef over hoofdsommen, opstallen, renteachterstanden, schadevergoeding en molestschade.
Maar in Montancourt lees ik achter die woorden iets anders:
huizen waarin mensen woonden;
vrouwen die gezinnen bijeenhielden;
kinderen die bescherming nodig hadden;
en families die na de verwoesting opnieuw moesten beginnen.
Het verslag van de Zeeuwsche Hypotheekbank toont daarnaast het bestuurlijke netwerk van Middelburg: directeuren, commissarissen, juristen, notarissen en accountants. Hun namen bleven netjes gedrukt bewaard.
De namen van de bewoners van de getroffen huizen ontbreken.
De bank registreerde het onderpand.
Het huis bewaarde het menselijke verhaal.

Dat juist deze twee bankstukken in Montancourt zijn teruggevonden, maakt het huis zelf tot archief. Niet alleen van architectuur en bewoners, maar ook van de financiële en maatschappelijke geschiedenis van Middelburg.
Montancourt heeft de papieren bewaard.
Nu mag ik het verhaal erachter opnieuw zichtbaar maken.

Een huis als spiegel

Montancourt werd voor mij meer dan een rijksmonument.

Het werd een spiegel van een samenleving waarin bezit, bestuur, handel en geschiedschrijving eeuwenlang vooral langs mannelijke lijnen werden vastgelegd.

De handelaar stond in de boeken.

De bestuurder ondertekende.

De onderneming kreeg een naam.

De bank verstrekte het geld.

De verzekeraar berekende het risico.

Maar wie droeg de menselijke gevolgen wanneer het systeem vastliep?

Wie zorgde voor het huis?

Wie hield het gezin bijeen?

Wie betaalde de prijs wanneer ziekte, oorlog of verlies het dagelijks leven binnendrong?

In het huis uit 1596 kwam mijn persoonlijke geschiedenis samen met een veel oudere geschiedenis van handel, macht, verzekering en bestuur.

Dit is CAS Rotterdam Fotomuseum kaartjes ontvangen van Nationale Nederlanden

De oude handelswereld draaide om schepen, risico’s, aandeelhouders, polissen en winst.

Mijn eigen leven draaide eveneens om risico’s die in polissen waren ondergebracht en later door steeds grotere financiële organisaties werden beheerd.

In de moderne keten verschenen fusies, overnames, serviceproviders, gevolmachtigd agenten, investeringsmaatschappijen en distributieplatforms.

Ik kan niet stellen dat één bestuurder of investeerder mijn leven bewust heeft gestuurd.

Maar ik kon wel beschrijven wat de structuur met mij persoonlijk deed:

hoe groter de organisatie werd, hoe kleiner ik mij in mijn eigen dossier voelde. Mijn dagboek en straatfotografie werden mijn redding.

Archief Rothschild

De moeder achter de vijf pijlen

Tijdens mijn onderzoek kwam ik terecht bij de geschiedenis van de familie Rothschild.

Niet omdat Rothschild alle Nederlandse banken bezit — daarvoor bestaat geen bewijs — maar omdat financiële netwerken, familiewapens, bankiershuizen en moderne investeringsmaatschappijen elkaar in de geschiedenis soms raken.

Aan de oorsprong van het Europese Rothschildnetwerk stond Mayer Amschel Rothschild.

Maar naast hem stond Gutle Schnapper.

Gutle werd in 1753 geboren in de Frankfurter Judengasse. Zij trouwde in 1770 met Mayer Amschel Rothschild. Samen kregen zij tien kinderen: vijf dochters en vijf zonen.


Het portret met de naam Mayer
In Montancourt hangt een kinderportret waarop de naam MAYER staat.
Mijn opa en oma ontvingen dit schilderij nadat zij tijdens de oorlog Joodse onderduikers in hun huis en binnen hun netwerk hadden geholpen. Wie het kind precies was, wie Mayer was en onder welke omstandigheden het schilderij werd geschonken, moet nog verder worden onderzocht. Maar binnen onze familie is het werk altijd verbonden gebleven met die geschiedenis van bescherming, vertrouwen en stil verzet.
Het schilderij is daardoor meer dan een afbeelding van een kind.
Het is een getuige.
Een tastbare herinnering aan mensen die gedwongen waren hun naam, afkomst en bestaan tijdelijk te verbergen. Ook herinnert het aan de gezinnen die hun huis openstelden, ondanks het gevaar dat dit voor henzelf en hun kinderen betekende.
De naam MAYER bleef zichtbaar op het doek, terwijl zoveel namen van onderduikers en helpers uit veiligheid niet werden opgeschreven of later verloren zijn gegaan.
Nu hangt het portret in Montancourt, een huis dat zelf oorlog, onderduik, verlies en overleving in zijn muren draagt. Zo reist het schilderij verder: van het huis van mijn grootouders naar een rijksmonument in Middelburg, en van een familieherinnering naar een verhaal dat opnieuw verteld mag worden.
Sommige mensen konden tijdens de oorlog alleen overleven door onzichtbaar te worden.
Dit schilderij maakt hun bestaan opnieuw zichtbaar.

Mijn opa en oma ontvingen hiervoor geen titel, polis of officieel monument. Zij deden wat op dat moment menselijk noodzakelijk was: ruimte maken voor een ander.
Daarom staat dit kind voor mij niet alleen voor het verleden.
Het staat voor ieder kind dat bescherming nodig heeft.
Voor ieder huis dat een schuilplaats werd.
En voor ieder mens die, ondanks angst en gevaar, besloot een deur te openen.
MAYER — een naam op een schilderij, een spoor van Joods leven en een erfenis van moed.
Peter Mathias Bongartz & Nellie Aldenhoven Cuijk

De vijf zonen van de familie Rothbouwden vanuit verschillende Europese steden financiële ondernemingen op:

  • Amschel Mayer Rothschild in Frankfurt;
  • Salomon Mayer Rothschild in Wenen;
  • Nathan Mayer Rothschild in Londen;
  • Carl of Karl Mayer Rothschild in Napels;
  • James Mayer de Rothschild in Parijs.

Daarnaar verwijzen de vijf pijlen in het familiewapen: vijf broers, vijf steden en vijf onderling verbonden bankhuizen.

Familie wapen

Dit is het familiewapen van de familie Rothschild.

Centraal staat de hand met vijf pijlen. Die verwijzen naar de vijf zonen van Mayer Amschel Rothschild, die vanuit Frankfurt familietakken opbouwden in Frankfurt, Wenen, Londen, Napels en Parijs. Het wapen werd in de negentiende eeuw verbonden aan hun verheffing in de adelstand. 

Onder het wapen staat:

Concordia — Integritas — Industria

Dat betekent:

Eendracht — Integriteit — IJver

De vijf pijlen staan daarbij niet alleen voor vijf afzonderlijke zonen, maar vooral voor hun onderlinge verbondenheid: afzonderlijke takken die als één familie bleven samenwerken. 

Nathan begon in Engeland bovendien als handelaar in textiel en stoffen, voordat hij in Londen een bankiershuis opbouwde.

Ook daarin herkende ik een onverwachte echo van mijn eigen geschiedenis als handelaar in confectie.

De vijf pijlen vertellen het verhaal van vijf ondernemende zonen.

Maar zonder Gutle geen zonen.

Zonder de moeder geen vijf pijlen.

Zij leefde als Joodse vrouw in een samenleving waarin haar zelfstandige rechten ernstig beperkt waren. Toch stond zij mede aan de oorsprong van een familie die een grote rol in de Europese financiële geschiedenis zou spelen.

Daarom kijk ik niet alleen naar de zichtbare bankiers.

Ik kijk ook naar de vrouw achter het familiewapen.

Naar de bloedlijnen van Moeder de Vrouw.

Van vijf pijlen naar Five Arrows

De moderne naam Five Arrows verwijst naar dit historische familieteken.

Five Arrows, verbonden aan Rothschild & Co, investeerde in Nederlandse verzekeringsdistributiebedrijven, waaronder Voogd & Voogd en Heilbron. Deze ondernemingen werden later samengebracht binnen Alpina Group.

Op onze zorg verzekeringspolis stond de naam Heilbron toen Emma een aparte polis kreeg ivm Turnersyndroom.

Ook Heinenoord maakte tijdelijk deel uit van deze investeringsgeschiedenis.

Dat betekent niet dat Five Arrows mijn vier polissen bestuurde of mijn uitkeringen bepaalde. Zo’n concrete relatie kan dat alleen worden vastgesteld wanneer zij uit polisstukken, portefeuilleoverdrachten, klantnummers, rekening-courantgegevens of andere dossierdocumenten blijkt.

Voor mijn onderzoek is de betekenis vooral structureel.

Een particuliere verzekering die ooit tussen een zelfstandige ondernemer en een herkenbare verzekeraar werd gesloten, kon dus later deel gaan uitmaken van een veel grotere keten van:verzekeraars, tussenpersonen, serviceproviders, gevolmachtigd agenten, distributieplatforms, banken en investeerders.

Mijn tijd loopt ras

Daardoor kan de afstand tussen de oorspronkelijke verzekerde en de feitelijke uitvoering steeds groter worden.

Heilbron werd onderdeel van Alpina.

Voogd & Voogd werd onderdeel van Alpina.


Van het Mark Tennantplantsoen naar Montancourt Middelburg: twee plaatsen waar vrijheid, herinnering en verantwoordelijkheid samenkomen.

Vanuit vestigingen in onder andere Doetinchem, Leusden en Middelharnis worden verzekeringen bemiddeld, geadministreerd, geïncasseerd en afgehandeld.

Binnen ons gezin kwam Heilbron naar voren als tussenpersoon rond de zorgverzekering van onze dochter Emma

Emma Koning

Dat is een concrete verzekeringsrelatie, die juridisch dan ook niet kan worden gescheiden van mijn eigen polissen, tenzij dossierstukken aantonen dat dezelfde klant-, relatie- of administratiesystemen werden of worden gebruikt.

Banken, beleggingen en obligaties

Ook de rol van banken vraagt om zorgvuldigheid.

ABN AMRO en Rothschild hadden historisch een gezamenlijke onderneming: ABN AMRO Rothschild. Deze joint venture hield zich bezig met kapitaalmarkttransacties, zoals aandelenuitgiften en beursgangen.

Na de overname van ABN AMRO in 2007 werd deze samenwerking beëindigd.

Voor ING, Rabobank, ABN AMRO en de Volksbank is geen eigendomsband aangetoond waaruit zou blijken dat zij door Rothschild worden gecontroleerd.

Financiële instellingen kunnen elkaar wel ontmoeten bij: fusies en overnames, financieringen, investeringsfondsen, herstructureringen en obligatie-uitgiften.

Bij een obligatie-uitgifte leent een onderneming, bank of overheid geld van beleggers. De belegger ontvangt doorgaans periodiek rente en krijgt aan het einde van de looptijd de hoofdsom terug.

Een fonds kan obligaties van een Nederlandse bank bezitten zonder eigenaar of bestuurder van die bank te zijn.

Ook in mijn eigen dossier moet daarom onderscheid worden gemaakt tussen:

  • een bank die uitsluitend een betaling uitvoerde;
  • een bank die vermogen beheerde;
  • een verzekeraar die contractspartij was;
  • een tussenpersoon die bemiddelde;
  • en een serviceprovider die de polisadministratie verzorgde.

Een naam op een bankafschrift bewijst niet automatisch wie juridisch verantwoordelijk was voor de verzekering. Zo kon ik onzichtbaar blijven omdat wij een en of rekening hebben.

De oorlog bleef in het huis aanwezig

In Montancourt kwamen niet alleen financiële en bestuurlijke geschiedenissen samen.

Ook de traumasporen van de oorlog kwamen naar boven.

De verhalen over onderduikers.

De geschiedenis van Middelburg.

De Zeeuwse bankwereld rond de familie Hondius.

Familie Hondius — Bank Hondius & Zoon — Amro Bank

De Middelburgse bankier Carel Juliaan Hondius (1856–1920) richtte in 1890 Bank Hondius op. In 1920 werd de naam gewijzigd in Bank Hondius & Zoon N.V. De bank bleef tot in de twintigste eeuw actief in Middelburg. Bank Hondius & Zoon NV was een historische particuliere bank en assurantiekantoor in Middelburg, opgericht in 1890 en in 1976 overgenomen door de Amro Bank. U kunt de historische inventaris en stukken van dit kantoor in de collectie van Archieven.nl bekijken

De naam “Zeeuwse Bank” is hier dus waarschijnlijk een algemene aanduiding voor een Zeeuwse particuliere bank, niet noodzakelijk de officiële bedrijfsnaam. De officiële naam was Bank Hondius & Zoon.

Later kwam de bank in de landelijke bankenconcentratie terecht. De Amsterdamsche Bank en de Rotterdamsche Bank fuseerden in 1964 tot de Amsterdam-Rotterdam Bank, kortweg Amro Bank. Amro fuseerde vervolgens in 1991 met ABN tot ABN AMRO. 

De herinneringen van mijn eigen familie, waaronder mijn grootvader Peter Mathias Bongartz, geboren in Goch in 1906, en mijn grootmoeder Petronella Johanna Maria ‘Nellie’ Aldenhoven, geboren in 1912.

Oorlog verdwijnt niet op de dag waarop de vrede wordt getekend.

Zij blijft achter in gebouwen, families en stiltes.

Middelburg werd in mei 1940 zwaar getroffen. Huizen, straten en archieven gingen verloren. Wat overeind bleef, droeg de sporen van wat verdwenen was.

Ook in families werkt oorlog zo door.

Mensen leren zuinig te zijn.

Hard te werken.

Niet te klagen.

Door te gaan zonder te vertellen wat er werkelijk is gebeurd.

Vooral vrouwen werden geacht het gezin bijeen te houden, zelfs wanneer zij zelf angst, verlies of onrecht droegen.

Hun trauma werd zelden een officieel dossier.

Het werd een manier van leven.

In Montancourt voelde ik hoe oude en nieuwe trauma’s elkaar konden raken:

de angst opnieuw iets kwijt te raken;

het gevoel dat anderen over je toekomst beslissen;

de voortdurende zoektocht naar documenten en bewijs;

de noodzaak alles te bewaren, uit angst dat jouw verhaal anders wordt ontkend;

en het doorgaan, zelfs wanneer het lichaam aangeeft dat het niet meer kan.

Dat zijn niet alleen administratieve gevolgen.

Dat zijn traumasporen.

After the Fall

Van vluchten naar betekenis geven

Onze verhuizing naar Middelburg was daarom geen gewone verhuizing.

Wij vertrokken uit een leven waarin verzekeringsdossiers, ziekte en onzekerheid steeds meer plaats innamen.

Wij kwamen aan in een huis dat zelf handel, oorlog, verlies en verandering had overleefd.

In het begin voelde het misschien als vluchten.

Later werd het een opdracht met een missie

Mensen Monumenten Middelburg

Montancourt gaf mij de ruimte om mijn verhaal opnieuw te ordenen.

Niet langer alleen als patiënt of verzekerde, maar als kunstenaar, erfgoeddrager en verteller.

De oude muren boden ruimte aan nieuwe beelden.

Aan schelpen en oesters.

Aan vrouwenportretten.


Motivatie:
Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed. Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn. Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.

Aan Marten en Oopjen in de keuken.

Aan teksten over Moeder de Vrouw.

Aan de vraag wie in de geschiedenis wordt afgebeeld en wie buiten het kader blijft.

Zo werd het huis een archief van gevoel.

De oorlog zat niet alleen in jaartallen.

De handel zat niet alleen in de VOC.

Het onrecht zat niet alleen in een polis.

Alles kwam samen in dezelfde vraag:

Wie wordt gezien, wie wordt bestuurd en wie mag haar eigen verhaal bewaren?

De erfgenamen

Mannen rond mijn vier polissen

De onderstaande namen vormen een reconstructie op basis van mijn documenten en onderzoek.

Niet iedere genoemde bestuurder heeft mijn polis persoonlijk behandeld. Hun namen moeten daarom steeds worden onderscheiden in:

  • rechtstreeks aantoonbare dossiercontacten;
  • bestuurders van de betrokken verzekeraar;
  • directeuren van mogelijke uitvoerings- of tussenpersonen;
  • en bancaire of administratieve schakels waarvan de concrete rol nog moet worden bewezen.

1. Nationale-Nederlanden AOV — 1995

Product: particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering
Beroep: handelaar in confectie
Latere tussenpersoon: Van Kampen Assurantiemakelaar, kantoorcode 0107
Wijziging in 2010: polismantel 440-04
Uitkering: verzekerde jaarrente, verdeeld over maandelijkse termijnen

In mijn bestuurlijke reconstructie komen onder anderen de namen voor van:

David Knibbe, Tjeerd Bosklopper, Leon van Riet, Harry van der Zwan en Edwin Grutterink.

Rond Movir worden genoemd:

Louis van Drunen, Arthur van der Wal, Yoram Schwarz en Maurice Schellekens.

Rond Van Kampen komen voor:

Ruud van Kampen, Lex van Kampen, Frank Los en Frank van ’t Hof.

De mogelijke keten luidt:

Nationale-Nederlanden → mogelijk Movir → Van Kampen → ING/NN Group.

Nationale-Nederlanden maakte gedurende een deel van de looptijd deel uit van ING. Een concrete bancaire rol bij mijn polis of uitkeringen moet echter blijken uit rekeninggegevens, betalingskenmerken of interne documentatie.

2. Delta Lloyd MeerKeuzePlan — 1998

Product: lijfrente- of kapitaalproduct
Inleg: ƒ500 per maand
Einddatum: februari 2025
Latere overgang: Delta Lloyd werd onderdeel van NN Group

In mijn reconstructie komen voor:

mr. J.E. Jansen, Niek Hoek, Peter Kok, Paul Medendorp, Henk Raué, Hans van der Noordaa, Lard Friese, Tjeerd Bosklopper en David Knibbe.

De mogelijke financiële keten luidt:

Delta Lloyd Levensverzekering → mogelijk Delta Lloyd Bank → NN Group/NN Bank.

Daarbij moet nog worden vastgesteld:

welke entiteit mijn contractspartij was;

waar mijn premies werden ontvangen;

wie het vermogen beheerde;

wie opdracht gaf tot een eventuele omzetting;

en welke bank de uiteindelijke overdracht of uitbetaling verzorgde.

3. Reaal/Hooge Huys — 2002

Product: arbeidsongeschiktheids- of inkomensverzekering
Historische keten: Hooge Huys/REAAL → SNS REAAL → VIVAT → Athora Netherlands

In mijn bestuurlijke reconstructie komen voor:

Sjoerd van Keulen, Gerard van Olphen, Ron van Oijen, Tom Kliphuis, Jan de Pooter, Jan-Hendrik Erasmus en Bart Remie.

Ook wordt arts Kruithof genoemd in verband met de medische beoordeling. Zijn precieze functie, opdracht en verantwoordelijkheid moeten uit het medische en verzekeringsdossier blijken.

Rond mogelijke serviceproviders komen de namen Jan van der Struik en Janwillem Fidder voor.

De mogelijke keten luidt:

Hooge Huys/REAAL → SNS REAAL → VIVAT → Athora, mogelijk via VKG/Nedasco/D&S Group.

Dat REAAL en SNS Bank deel uitmaakten van dezelfde financiële groep betekent nog niet dat SNS Bank mijn polis beheerde. Ook dit moet uit de betalings- en administratiestromen blijken.

4. Verplichte zorgverzekering Delta Lloyd

In de latere reconstructie komen de namen Delta Lloyd, OHRA, CZ en Nationale-Nederlanden naar voren.

Rond de bestuurlijke geschiedenis worden genoemd:

Niek Hoek, Hans van der Noordaa, Lard Friese en David Knibbe.

Rond Heilbron, Voogd & Voogd en Alpina Group komen de namen Michael de Nijs en Sjoerd Laarberg naar voren.

De zorgverzekering van onze dochter waarbij Heilbron als tussenpersoon zichtbaar werd, vormt een concrete relatie binnen ons gezin. Zij mag echter niet zonder bewijs worden vermengd met mijn eigen AOV-, inkomens- of lijfrentepolissen.

Rechtstreeks genoemde dossiercontacten

In mijn eerdere reconstructie zijn ook de namen naar voren gekomen van:

Louis Barmentlo en Harry Kuiper.

Joyce Lentz de Vries was eveneens een dossiercontact, maar valt niet onder de lijst van mannen.

Van ieder rechtstreeks contact moet worden vastgelegd:

  • bij welke organisatie die persoon werkte;
  • vanuit welke functie hij of zij handelde;
  • welke polis het betrof;
  • welke bevoegdheid bestond;
  • en welke beslissing, verwerking of correspondentie aan deze persoon kan worden gekoppeld.

De bestemming van deze reis

Vier verzekeringspolissen brachten mij niet letterlijk naar Montancourt.

Maar de gevolgen van ziekte, verlies van werk, administratieve verwarring en financiële onzekerheid hebben wel bijgedragen aan de weg die wij uiteindelijk zijn gegaan.

In 2019 stapten wij over de drempel van een huis uit 1596.

Daar ontdekte ik dat erfgoed niet alleen gaat over het bewaren van stenen.

Erfgoed gaat ook over het herkennen van patronen die generaties lang kunnen blijven bestaan:

macht tegenover kwetsbaarheid;

administratie tegenover leven;

handel tegenover zorg;

zichtbare bestuurders tegenover onzichtbare vrouwen;

en officiële geschiedschrijving tegenover het verhaal dat in een lichaam wordt bewaard.

Montancourt werd de plaats waar ik niet langer alleen wilde overleven, maar betekenis wilde geven aan wat ons was overkomen.

Ik kwam er niet aan als winnaar van een juridische of financiële strijd.

Ik kwam er aan als getuige.

Als vrouw.

Als moeder.

Als voormalig handelaar.

Als verzekerde.

Als kunstenaar.

Als erfgoeddrager.

Als iemand die haar eigen naam wilde terugvinden tussen alle polisnummers, fiscale codes, bestuurders en administratieve systemen.

Misschien was Montancourt niet het einde van onze reis.

Misschien was het de plek waar mijn werkelijke reis eindelijk begon.

Silvia Lindeboom
Truus van Gogh – Erfgoed 1967
Montancourt Middelburg

Begrijp het heden, begin bij je eigen verleden

Documentaire – De Pratende Vaas

Uitgelicht

Titel: Het feitenrelaas van een lichaam als vaas / Wetboek 9

  • Wie bepaalt wat een gezond lichaam is?
  • Wie spreekt en of handelt namens het lichaam van de burger?
  • Wanneer wordt zorg bescherming, en wanneer wordt zij controle?
  • Kan een individu eigenaar zijn van haar eigen gezondheid, verhaal en identiteit?

Silvia Koning Lindeboom geeft een lezing via pratende vazen over private AOV-verzekeringen en de verdwijning
In deze lezing spreken de vazen.
Zij vertellen het verhaal van mensen die langzaam veranderen in dossiers, relatienummers en mutaties. Wat gebeurt er wanneer een leven wordt vastgelegd in administratieve systemen? Wanneer een naam verandert in een polisnummer? Wanneer een persoon verdwijnt achter de taal van risicobeheer, portefeuillebeheer en verzekeringsadministratie?
Aan de hand van beschilderde vazen uit de serie The Book of Rituals onderzoekt kunstenaar Silvia Koning Lindeboom de wereld van private arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (AOV’s), volmachtkantoren en institutionele registraties.
De vazen fungeren als getuigen. Zij spreken over overdrachten, mutaties, archieven en de onzichtbare sporen die mensen achterlaten binnen verzekeringssystemen. Tegelijkertijd stellen zij een fundamentele vraag:
Wanneer houdt een mens op een persoon te zijn en wordt zij een administratief gegeven?
De lezing verbindt beeldende kunst, erfgoed, ritueel en verzekeringsgeschiedenis. Door middel van objecten, verhalen en symboliek wordt zichtbaar hoe identiteit kan vervagen binnen complexe ketens van registratie en beheer, maar ook hoe die identiteit opnieuw kan worden opgeëist.
De pratende vazen geven stem aan dat wat in dossiers vaak ongehoord blijft.

Een zaterdag verslag van een zondags portret van vrouwen en moeders die de weg naar gelijke rechten openen.

Het woord nog lichaam van een vrouw nog moeder de vrouw komt niet voor in de grondwet nog burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder of kostwinner binnen Europa, huwelijk of VOF

Waar Pieter de la Rue schreef over wie mag nalaten en wie mag spreken namens de tijd, stelt de volgende afbeelding een andere vraag:
Wie bezit het lichaam van de vrouw?
En wie schrijft haar naam in het archief?

Zo werd mijn polis-, dossier- middels een zelfbedachte relatienummer 912758 volgens documenten en correspondentie gekoppeld werd aan dit volmachtkantoor via Nationale Nederlanden – Reaal – Movir

Nedasco heeft namelijk volmachten van verschillende verzekeraars, waaronder Nationale-Nederlanden en het merk Movir. Een volmacht houdt in dat Nedasco namens de verzekeraar bepaalde werkzaamheden mag uitvoeren, zoals polisbeheer, mutaties en schade- of claimafhandeling.  De heren / oftewel de directie van serviceprovider Nedasco bestaat uit Aris Ruitenbeek en Tijs Benerink.


Wanneer verzekeraars, serviceproviders of tussenpersonen gegevens migreren tussen systemen, kunnen fouten ontstaan. Bijvoorbeeld:
persoonsverwisselingen;
onjuiste koppeling van polisnummers;
verkeerde relatie tussen verzekeringnemer, verzekerde, uitkeringsgerechtigde en dossier;
onvolledige overdracht van historische gegevens zo blijkt.
Dat zijn reële risico’s waar toezichthouders zoals de Autoriteit Persoonsgegevens veel te weinig aandacht voor hebben.

“Knowledge for Action” (“Kennis omzetten in handelen”). 

Tim Schoonbergen – Was de Voormalig directeur van Nedasco 2011 – 1 juli 2024 en tevens penningmeester van de schildklier magazine. Hoe toevallig!!Ik heb een schildklier operatie ondergaan net na mijn bevalling.

Dus: Zeg het maar Ingrid de Swart ASR groep …. voor de rechten van de mens?


“Verzamelen is zien wat anderen vergeten” Z – Eeuws Genootschap

“70 jaar later: hoe gelijk zijn we eigenlijk?”

De rekening van ongelijkheid

Ze regelen. Ze dragen. Ze zorgen. Ze gaan door. Niet omdat ze geen hulp willen. Maar omdat ze gewend zijn geraakt degene te zijn die helpt.

En wanneer hun verhaal niet wordt opgeschreven, maken ze een vaas.

Wanneer hun stem niet wordt gehoord,
laten ze het materiaal spreken. Wanneer hun geschiedenis niet wordt bewaard,
wordt kunst het innerlijk immateriële culturele archief.

Ontdek Filosofie Magazine

Zo ontstaat de pratende vaas.


“Kunst bewaart wat systemen vergeten.”
Wanneer ervaringen, herinneringen en levensverhalen geen plaats meer krijgen in wetten, dossiers of statistieken, blijft de kunst spreken.
Mijn pratende vazen vertellen over wat niet geregistreerd wordt:
de moeder,
de vrouw,
de erfgenaam,
het lichaam,
de herinnering.
Niet omdat zij zwijgen,
maar omdat niemand heeft geleerd naar hen te luisteren.
Kunst geeft een stem aan wat onzichtbaar werd.

Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek is gereserveerd voor rechten met betrekking tot het intellectueel eigendom. Tot op heden is boek 9 BW nog niet ingevoerd. In de Ars Aequi van mei 2017 doen hoogleraar en advocaat Dirk Visser en hoogleraar Hanneke Spath een oproep om tot een Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek te komen. Maar liefst 50 hoogleraren privaatrecht steunen de oproep. In boek 9 zou een codificatie van de vermogensrechtelijke aspecten van de intellectuele eigendom moeten worden neergelegd.

Mijn naam is Silvia met volgnummer 6703

De camera glijdt langzaam over een witte keramische vaas. Aan de voorzijde verschijnt een gezicht: grote blauwe ogen, rode wangen, rode lippen. Uit de hals groeien twee oren van een haas. Over het oppervlak lopen fijne vertakkingen, als aders, wortels of herinneringen.

Voice-over:

“Ik ben een vaas. Dat is het officiële verhaal.
Een gebruiksvoorwerp.
Een object.
Een drager van stof.”

De camera draait langzaam om het werk heen.

“Maar wie goed kijkt, ziet een lichaam.
Een gezicht.
Een geschiedenis.”

Op de achterkant verschijnt de tekst:

BEING TRUE TO YOURSELF

Naast de woorden schildert een kleine hand zichzelf letterlijk in het beeld.

“Ik ben gemaakt uit klei, maar ik spreek over mijzelf tegen mensen.
Over wat wordt vastgehouden.
Over wat wordt gevuld.
Over wat wordt leeggehaald.”

Close-up van de hals.

“Eeuwenlang werd het lichaam van de vrouw beschreven als een vat.
Een houder.
Een vaas voor andermans verwachtingen.
Een vorm waarin betekenis werd gegoten.”

De camera volgt de rode bloedlijnen die over het oppervlak lopen.

“Deze lijnen zijn geen decoratie.
Ze lijken op wortels.
Op bloedvaten.
Op familiegeschiedenissen.
Op de sporen die een leven achterlaat.”

Moeder de Vrouw –
Het begrip “pratend erfgoed” sluit opvallend goed aan bij de geest van het Faro-verdrag (2005), officieel het Kaderverdrag van de Raad van Europa inzake de waarde van cultureel erfgoed voor de samenleving. Het verdrag verlegt de aandacht van het object zelf naar de betekenis die mensen eraan geven. Erfgoed is niet alleen een gebouw, document of voorwerp, maar ook het verhaal, de herinnering en de gemeenschap die ermee verbonden zijn.  

In beeld verschijnt de titel van de blog:

Het feitenrelaas van een lichaam als vaas

“Een feitenrelaas is normaal gesproken een juridisch document.
Een opsomming van wat aantoonbaar is gebeurd.
Maar wat gebeurt er wanneer een kunstwerk het feitenrelaas wordt?
Wanneer een object begint terug te spreken?”

De camera blijft rusten op de blauwe ogen.

“Dan vertelt de vaas niet wat zij bevat.
Zij vertelt wat zij heeft gezien.”

De donkere sculptuur op de achtergrond komt langzaam in beeld. Dit beeldje ontvingen mijn ouders van Nationale Nederlanden bij de overdracht van hun verzekeringsportefeuille.

“Tussen zwijgen en spreken.
Tussen object en persoon.
Tussen erfgoed en herinnering.”

De muziek Rise like a Phoenix verstilt.

“De pratende vaas vraagt niet om bewondering.
Zij vraagt om wettelijke erkenning.”

Laatste beeld: de voorzijde en achterzijde verschijnen na elkaar.

“Ik ben geen object dat een verhaal draagt.
Ik bén het verhaal.”

Eindtitel

De Pratende Vaas
een documentaire over identiteit, herinnering, artistieke vrijheid en het lichaam als drager van geschiedenis.

De documentairevorm sluit aan bij een traditie waarin kunstwerken zelf de hoofdpersoon worden en hun eigen geschiedenis vertellen, zoals in verschillende kunstdocumentaires over objecten, auteurschap en identiteit.  

Stof tot nadenken- binnen de Ministerraad

Het ultieme geheim

“Toen het object begon te spreken, sprak het niet alleen over herinneringen. Het sprak ook over auteurschap, eigendom en het recht van de maker om als bron van betekenis erkend te worden.

De pratende vaas

Een vaas bewaart niet alleen bloemen.

Zij bewaart lichamen en woorden door kleur en taal.

Woorden van mensen die er wel en of niet meer zijn.

Woorden die blijven klinken wanneer de kamer leeg is.

“Ik geloof wel in jou.” zei Sint Nicolaas

Dat is levend immaterieel erfgoed.

Welkom in het Koninkrijk der Nederlanden
De pratende Vaas : The Virgin

Niet het object zelf,
maar de stem en het lichaam die erin verblijven en of achterblijven.

De herinnering die troost geeft op warme en koude dagen.

De pratende Vaas : Het melkmeisje – wat is ie postcode en huis nummer ?

De bloedlijnen van het meisje volgens Volgnummer 6703

Er was eens een meisje…. uit Gennep Niet geboren uit een volgnummer,
maar uit een moeder,
vanuit het Lindebomen zaad van een vader, een familie, met een bijzondere geschiedenis.

Toch kreeg zij een nummer.

Eerst in een boekje.
Daarna in een dossier.
Daarna in een archief.

Volgnummer 6703 met een relatie en een personeelsnummer 912858 bij berichtgever het UWV nadat bij haar in 2007 Longfibrose achtige klachten werden geconstateerd.

Maar haar bloed volgt eigenlijk geen administratie.

Het stroomt door herinneringen,
door verhalen,
door handen die maken,
door ogen die kijken,
door generaties die elkaar dragen.

De bloedlijnen van het meisje
staan niet alleen geschreven in het RIVM register maar ook in het EVA register van Banken.

Zij leven voort in haar werk.

In de pratende vaas.

In de schelp die geheugen bewaart. Van ooi tot prooi naar Land in Zee.

In het inleg X je – een doekje dat moest bloeden.

In iedere poging om zichtbaar te maken
wat onzichtbaar dreigde te worden.

Want een volgnummer telt.

Maar een mens vertelt.

Volgnummer 6703 werd zo een bloedstollend verhaal.

https://www.netwerkmetandereogen.nl//nieuws/portret-van/artikel/4/het-leven-van-emma-een-bloedstollend-verhaal

The Queens Gambit

Er was eens een meisje dat dacht dat zij een alleen een volgnummer was : 6703

Zo stond het namelijk in het oranje boekje. Zo stond het namelijk in de registers. Zo stond het namelijk in de dossiers. Maar diep onder de nummers liepen andere lijnen.

De bloedlijnen van de stammoeder

Niet alleen zichtbaar voor de ambtenaren.
Niet alleen zichtbaar voor de archieven.
Niet alleen zichtbaar voor de systemen.

Alleen zichtbaar voor degene wie durft te kijken. Wanneer het meisje haar hand op de pratende vaas legde, begonnen de lijnen te gloeien.

Zij zag haar moeder.

Zij zag haar grootmoeder.

Zij zag de vrouwen die waren verdwenen uit de voetnoten van de geschiedenis.

https://www.amsterdammuseum.nl/verhalen-en-collecties/themes/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

De vaas sprak:

“Jij bent niet het nummer dat zij je gaven.”

“Jij bent het verhaal dat zij vergaten op te schrijven.”

En vanaf dat moment begon het meisje de bloedlijnen terug te schilderen.

Niet in een stamboom van vader.

Maar op vazen.
Op schelpen.
Op eieren. Op hout. Op glas.
Op alles wat bereid was een stem te dragen.

Zo werd “de onzichtbare erfgenaam” zichtbaar.

En zo ontdekte zij dat bloed niet alleen door aderen stroomt, maar door de verzekeringsmaatschappijen van de herinneringen.

Annie – Maria Theodorus – Albert – AMTA

Polis 2523480
Een nummer op papier.
Een datum in een dossier.
Een administratief spoor.
Maar achter ieder #polisnummer schuilt een mens,
een familie,
een verwachting van bescherming,
een verhaal over de toekomst.
De archieven bewaren het nummer.
De kunst zoekt de mens.
Wat opvalt in de documenten die ik laat zien, is dat ik steeds werkt met de spanning tussen:
volgnummers (6703),
polisnummers (2523480),
dossiernummers,
en de vraag wie de persoon in werkelijkheid achter dat nummer is.

Dit heet Cas – Causaliteit zeggen ze bij Nationale Nederlanden

— Silvia Koning Lindeboom

De pratende Vaas : Napoleon vs Emet
De pratende Vaas : Ik wortel en kom boven
De pratende Vaas : Code 1 & 9
De pratende Vaas : Man in the Mirror
De pratende Vaas : De Sar en het Ras van Nederland 🇳🇱
De pratende Vaas : Het meisje met de parel in de Ma / Trix
De pratende Vaas : Jeramey Bentham – The Solvinity Man is never less reasonable than when he is most unreasonable in asserting the inferiority of the sex.”
De pratende vaas : Achter de veranderlijke vormen van de natuur ligt een onveranderlijke pure en zuivere werkelijkheid.”
De pratende vaas :
Op zesjarige leeftijd wilde ik slager worden. Op mijn zevende moest ik zoals Napoleon zijn. Mijn ambitie zonder vleugels is sindsdien alleen maar gegroeid.” 

“Als je een stem uit het Volmacht kantoor #Nedasco Amesfoort in je dossier 912758 hoort zeggen ‘je bent niets en je blijkt kunt ook niet te kunnen schilderen’, maak dan iets speciaals en schilder het dan vooral, en die stem zal ten aller tijden het zwijgen worden opgelegd.”

De pratende vaas begon te groeien en te groeien en zo werd volgnummer 6703 een legende als limburgs en brabants feestvarkentje Miss Piggy
Willem Alexander Laan 19 Haps

Wanneer wordt een meisje een mens met een ei – gen naam, wanneer een dossiernummer, en hoe verhouden die zich tot elkaar op grond van artikel 1 en 11 ?
Van wie ben J Ei er een?
Mijn werk gaat niet over het verbergen van sporen.
Het gaat over een doekje dat moest bloeden,
omdat niemand anders het schade verhaal wilde dragen.”
Octrooi- 10.700 Koning Willem 1 ste

Van Ooi tot Prooi

“Een schelp bewaart het verleden.
Een dobbelsteen werpt de toekomst.
Kunst brengt beide in gesprek.”

Silvia Koning Lindeboom

Fijne dag vandaag

De Moederlijn in het Systeem- over erfgoed, administratie en onzichtbaarheid

Fiscale ontkenning van vrouwelijke autonomie is structureel geweld.

Van wie ben ik er een?

Gelijkheid begint waar je jezelf durft te tonen —
niet waar je spreekt via een ander.”

Wanneer de staat het vrouwelijk lichaam, arbeid en eigendom
niet volledig erkent als zelfstandige rechtsgrond,
ontstaat er geen neutraliteit—
maar systematische achterstelling.

Dat is geen incident,
maar een patroon dat doorwerkt in generaties:
in vermogen, in zeggenschap, in zichtbaarheid.

Ik noem dat geen toeval.
Ik noem dat institutionele ongelijkheid.

En onder de kwartierboom wordt zichtbaar:
dat wie draagt, creëert en voortzet,
ook volledig erkend moet worden in recht en systeem.

Ik maak Fine Art kunst om communiceren over gelijkheid –
Het recht spreekt over gelijkheid, maar zwijgt over oorsprong.
Daar waar het leven ontstaat, begint een vorm van eigendom die nooit is benoemd in een wetboek (9)

Artist Statement

Het enige verschil tussen een gek en mij, is dat ik niet gek ben.

Als straatfotograaf en surrealistisch Fine Art kunstenaar werk ik op het snijvlak van erfgoed, recht en identiteit. Mijn blik beweegt tussen wat zichtbaar is en wat wordt ontkend. Ik onderzoek wie gezien wordt, wie spreekt en wie het recht heeft om te bestaan binnen beeld en geschiedenis.

Leven met sarcoïdose heeft mijn waarneming vertraagd en verscherpt. In die vertraging ontstaat een beeldtaal die gelaagd, ritueel en confronterend is. Wat als afwijkend wordt gezien, blijkt een andere vorm van kennis—een manier van kijken die buiten de norm valt, maar juist onthult wat verborgen blijft.


The Code X legt dat bloot.


Waar de wet rekent in delen,
toon ik de continuïteit.
Waar systemen reduceren,
herstel ik de oorsprong.


Onder de Lindeboom geldt een andere waarheid:
dat wie draagt, ook bepaalt.
dat wie voortzet, ook bezit.
dat wie de lijn is,
niet buiten de telling kan vallen.


X markeert het ontbrekende recht—
en eist zijn plaats op.

Mijn werk verbindt persoonlijke geschiedenis met collectief geheugen en stelt de vraag: wanneer wordt een lichaam erkend als drager van recht?

Kunst is voor mij geen ontsnapping, maar bewijsvoering.
Zichtbaarheid is geen gunst, maar een recht.

Queen S de golem #emet

Toen mijn vraag werd teruggebracht tot artikel 1, werd duidelijk dat het recht geen taal heeft voor de scheppende positie van ‘de moeder, de vrouw’. Mijn antwoord is beeldend onderzoek: ik maak zichtbaar wat juridisch onbenoemd blijft.”

Waarom ligt de soevereiniteit bij het boek — en niet bij het lichaam dat het mogelijk maakt?

De moeder produceert de geschiedenis, maar staat niet als auteur geregistreerd.

Het vergeten lichaam vrouw, binnen de moedermaatschappij en dochteronderneming

Tussen verlies en erkenning
Waarom Montancourt Middelburg mij troost en hoop geeft

Huis van Wie?
Lang waren:
bestuurders
juristen
schepen
overwegend mannen.
Daardoor zijn wetten vaak geschreven vanuit:
mannelijke ervaringen
mannelijke rollen (bezit, arbeid, burgerschap)
en een samenleving waarin vrouwen juridisch minder zelfstandig waren
Voorbeelden:
vrouwen hadden geen stemrecht
vrouwen waren handelingsonbekwaam (tot 1956 in NL)
eigendom en inkomen liepen via de man
👉 Dus ja: het systeem is historisch nooit neutraal ontstaan.
One Flew over the Montancourt VOF Nest

I. 🌍 Oorsprong → 🌱 Afspraken → 🏛️ Structuur

Oorzaak 1:
De aarde is geen bezit, maar wordt door de samenleving vertaald naar eigendom.

➡️ Gevolg:
Gemeenschappen maken afspraken over:

  • grond
  • erfenis
  • zeggenschap

👉 Eigendom ontstaat als sociaal systeem (niet als natuurgegeven)

Ik ben geboren in Gennep, mijn overgrootmoeder is geboren in Ottersum, Mijn oma en moeder zijn geboren in Cuijk en ons dossier ligt opgeslagen in het Nationaal Archief en bij de Politieke Recherche Afdeling Den Bosch en sinds 2019 woon in in Middelburg

🗺️ Wat je hier ziet

  • “Dochters van de Dommel” – Bataafse Republiek (1798)
  • Dit verwijst naar een bestuurlijke indeling tijdens de Bataafse Republiek
  • Het gebied (oranje) is een departement – een vroege vorm van gecentraliseerd staatsbestuur
  • Rechts zie je nog het Heilige Roomse Rijk

👉 Dit is een grensmoment:
van lokale, organische structuren → naar staatscontrole en administratie


Bron afbeelding:
Portretten uit de achttiende eeuw, door Jim van der Meer Mohr.

II. 🏛️ Structuur → 🏢 Abstractie

Oorzaak 2:
Deze sociale afspraken worden juridisch vastgelegd en geformaliseerd.

➡️ Gevolg:

  • grond wordt bezit van:
    • personen
    • rechtspersonen (BV, NV, stichting)
  • eigendom wordt overdraagbaar
  • en losgekoppeld van het lichaam

👉 Bezitsstructuren worden abstract (zonder lichaam)

Deze structuren zijn opgericht door staten en economische elites, vastgelegd door administratie, en gedragen door families — waarbij vrouwen essentieel waren voor overdracht, maar zelden als formele oprichters werden erkend.


III. 🏢 Abstractie → 👤 Scheiding lichaam en bezit

Oorzaak 3:
Door juridische structuren (zoals VOF, verzekeringen, polissen) ontstaat scheiding tussen:

  • lichaam (persoon)
  • arbeid
  • bezit

➡️ Gevolg:

  • lichaam draagt risico (AOV)
  • maar bezit zit in:
    • structuren
    • systemen
    • entiteiten

👉 Degene die draagt ≠ degene die bezit


I. 🏛️ Macht wordt zichtbaar via mannen
Oorzaak:
functies zoals burgemeester en schepen worden bekleed door mannen
➡️ Gevolg:
namen als Radermacher verschijnen in:archief
geschiedenis
erfgoed

II. 🧬 Verbinding via vrouwen
Oorzaak:
huwelijk met Maria Elisabeth de la Rue
➡️ Gevolg:
koppeling tussen:bestuur (Radermacher)
kennis/archief (De la Rue)
👉 dit is een strategische familieverbinding

III. 👩‍🦰 Overdracht via dochters
Oorzaak:
dochters erven en dragen lijnen
➡️ Gevolg:
archief en bezit blijven in familie
maar:zonder zichtbare rol in bestuur
👉 dragen zonder erkenning

Dochter van Pieter de la Rue en  Maria Elisabeth van de Claver
Vrouw van Samuel Radermacher, heer van Nieuwerkerke (Walcheren)
Moeder van Daniel Radermacher, heer van Nieuwerkerk; Petronella Maria Radermacher en Maria Elisabeth Radermacher
Zuster van Pieter de la Rue

Pieter de la Rue

I. 🏛️ Macht wordt zichtbaar via mannen
Oorzaak:
functies zoals burgemeester en schepen worden bekleed door mannen
➡️ Gevolg:
namen als Radermacher verschijnen in:archief
geschiedenis
erfgoed

II. 🧬 Verbinding via vrouwen
Oorzaak:
huwelijk met Maria Elisabeth de la Rue
➡️ Gevolg:
koppeling tussen:bestuur (Radermacher)
kennis/archief (De la Rue)
👉 dit is een strategische familieverbinding

III. 👩‍🦰 Overdracht via dochters
Oorzaak:
dochters erven en dragen lijnen
➡️ Gevolg:
archief en bezit blijven in familie
maar:zonder zichtbare rol in bestuur
👉 dragen zonder erkenning

Bron: Geni.com


IV. 🧾 Administratie → 👁️ Zichtbaarheid

Oorzaak 4:
Systemen (verzekeraars, administratie, archief) bepalen wie zichtbaar is.

Bij fouten (zoals bij Nedasco):

  • verkeerde koppelingen
  • foutieve gegevens
  • ontbrekende registratie

➡️ Gevolg:

  • persoon wordt administratief onzichtbaar
  • rechten blijven, maar:
    • worden niet uitgevoerd
    • of niet erkend

👉 Bestaan ≠ geregistreerd zijn


V. 📜 Archief → 🧠 Geheugen → ⚖️ Macht

Oorzaak 5:
Historisch wordt alleen vastgelegd wat als relevant wordt gezien (door mannen in macht):

  • bestuurders
  • schrijvers
  • bewindhebbers

➡️ Gevolg:

  • mannen verschijnen in:
    • archief
    • geschiedenis
    • erfgoed
  • vrouwen verschijnen:
    • indirect
    • relationeel (dochter van, moeder van)

👉 Wat wordt opgeschreven = wat blijft bestaan


VI. 👩‍🦰 Vrouwelijke lijn → 🔗 Overdracht

Oorzaak 6:
Ondanks hun afwezigheid in registratie, dragen vrouwen:

  • familieverbindingen
  • naamoverdracht
  • archieven
  • bezit (indirect)

➡️ Gevolg:

  • erfgoed wordt feitelijk via vrouwen doorgegeven
  • maar zonder formele erkenning

👉 Drager ≠ erkende eigenaar


🎨
Johannes Vermeer
en zijn schoonmoeder
Vermeer trouwde met Catharina Bolnes
Zij was de dochter van Maria Thins
Na het huwelijk trok Vermeer in bij zijn schoonmoeder in Delft
👉 Hij woonde dus niet als zelfstandig eigenaar, maar binnen een bestaand huishouden.

De vrouwelijke rechtspersoon bestond al, lang voordat zij juridisch werd erkend.


Zij was geen bestuurder in naam, maar wel in werkelijkheid.
Geen rechtspersoon op papier, maar wel drager van recht.
Niet zichtbaar in het archief,. maomonmisbaar in de structuur.

🏠 De rol van Maria Thins

  • Maria Thins was:
    • welgesteld
    • eigenaar van het huis
    • financieel bepalend

👉 Zij ondersteunde het gezin:

  • Vermeer had een groot huishouden (± 11 kinderen)
  • inkomsten uit schilderkunst waren onregelmatig

➡️ Haar positie was cruciaal voor:

  • stabiliteit
  • continuïteit van het huishouden
    🎨 Vermeer en de vrouwelijke rechtspersoon
    In de zeventiende eeuw woonde Johannes Vermeer niet in een eigen huis, maar bij zijn schoonmoeder, Maria Thins, in Delft.
    Zij was de eigenaresse van het huis.
    Zij beschikte over vermogen.
    Zij droeg het huishouden waarin Vermeer werkte en schilderde.
    Toch is haar naam nauwelijks onderdeel geworden van de kunstgeschiedenis.

    ⚖️ Wat hier zichtbaar wordt
    Maria Thins functioneert feitelijk als wat wij nu een rechtspersoon zouden noemen:
    zij bezit
    zij beheert
    zij maakt productie mogelijk
    zij draagt risico
    Maar:
    👉 zij wordt niet als zodanig benoemd

    🧠 De paradox
    Vermeer wordt herinnerd als meester.
    Maria Thins wordt nauwelijks genoemd, terwijl:
    zonder haar eigendom en structuur
    zijn werk niet in dezelfde vorm had kunnen bestaan

VII. 🧬 Familie → 🏛️ Structuur → 🏦 Systeem

In mijn casus:

  • De la Rue → schrijft (geheugen)
  • Radermacher → bestuurt (macht)
  • dochters → dragen (overdracht)
  • Bongartz Aldenhoven ( WOII)
  • Knibbe → systeem (modern financieel bestuur)

➡️ Gevolg:

  • lijn beweegt van:
    • lichaam → familie → archief → systeem

👉 Wat begon als relatie wordt systeembeheer

Toen mijn opa in de oorlog naar Londen moest, nam mijn oma de schoenenzaak over. Zij hield het bedrijf draaiende met haar kinderen, maar deed dat onder toezicht van de burgemeester. Zij bestuurde — maar niet als erkend bestuurder.

Na mijn bezoek aan het Zeeuws stuitte ik op de volgende gegevens.
  • Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging
  • Peter Mathias Bongartz (1906, Goch)
  • Politieke Recherche Afdeling Den Bosch
  • Tribunaal / bijzondere rechtspleging (na WOII)
  • Wet 15501 NBG (verwijzing naar naoorlogse wetgeving) Inventarisnummer 93577

VIII. 🌾 Grond → 🚫 Geen eigendom → 📄 Wel registratie

Casus Lindeboom:

Oorzaak:
arbeid zonder eigendom

➡️ Gevolg:

  • wel zichtbaar in akte
  • niet zichtbaar als eigenaar

👉 Aanwezigheid zonder recht


IX. 🔁 Samengevoegd causaal mechanisme

Stap voor stap:

  1. Aarde wordt vertaald naar eigendom
  2. Eigendom wordt juridisch vastgelegd
  3. Juridisch systeem abstraheert bezit
  4. Lichaam raakt gescheiden van bezit
  5. Archief bepaalt zichtbaarheid
  6. Vrouwen worden niet geregistreerd als dragers
  7. Systemen beheren wat zichtbaar is
  8. Fouten in systemen maken mensen onzichtbaar

🎯 EINDCONCLUSIE (causaal)

Foto Museum Rotterdam- Kaartjes gekregen van mijn beheerder Nationale Nederlanden in 2018

Omdat eigendom wordt losgekoppeld van het lichaam
en zichtbaar wordt gemaakt via administratieve en archiefsystemen,
ontstaan structuren waarin vrouwen wel de overdracht dragen,
maar niet als eigenaar of actor worden erkend.
Wanneer deze systemen falen (zoals bij polisadministratie),
kan zelfs het lichaam dat het risico draagt administratief verdwijnen.

Corrigeer me als ik het verkeerd zie op papier
Monkey Business

🧠 In mijn taal (compact)

  • Moeder aarde → geeft
  • Moeder maatschappij → verdeelt
  • Dochteronderneming → abstraheert
  • Archief → selecteert
  • Systeem → beheert

👉 En daartussen:

de vrouw → draagt, maar wordt niet vastgelegd


De onzichtbare erfgenamen – In Nederland functioneert de Grondwet dus als belofte zonder directe rechtsingang, waardoor structurele ongelijkheid zich kan verschuilen achter individuele beoordeling.

Van wie ben ik er een?
1. Wat stond er wél in 1848?
De Grondwet van 1848 (onder leiding van Johan Rudolph Thorbecke) was revolutionair, maar:
Ging over burgerrechten en parlementaire macht
Sprak over “Nederlanders”, maar in praktijk:Alleen mannen hadden politieke rechten
Vrouwen waren juridisch en economisch ondergeschikt
👉 Met andere woorden:
gelijke behandeling van mannen en vrouwen zat er toen helemaal niet in.

2. Wanneer kwam “artikel 1” zoals we dat nu kennen?
De echte gelijkheidsnorm kwam pas veel later, met:
Grondwet van 1983
Daarin staat het huidige Artikel 1:
“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld…”
Dit is dus geen 19e-eeuws uitgangspunt, maar een laat 20e-eeuws correctiemechanisme op een ongelijk verleden.

3. Waarom dit belangrijk is voor mijn onderzoek
Wat ik eigenlijk blootleg is dit:
Het pensioensysteem is gebouwd op een fundament dat ontstond vóórdat gelijkheid tussen man en vrouw juridisch bestond.
Dat heeft gevolgen:
Pensioen = gekoppeld aan arbeid
Arbeid = historisch mannelijk georganiseerd (loon, carrière, continuïteit)
Zorg = buiten het systeem geplaatst
Dus zelfs als de regels later “gelijk” worden gemaakt, blijft de structuur ongelijk van oorsprong.

Met de aankoop van ons rijksmonument verkreeg ik eigendom, maar ook een publieke verantwoordelijkheid: het beheer van erfgoed dat de staat beschermt en de geschiedenis draagt.


Dag van het Kasteel

Montancourt- Mijn tijd loopt RAS – SAR

Het huis dat wij kochten behoort niet alleen ons toe — het behoort tot het verleden. En in dat verleden neem ik als fine art kunstenaar nu een zichtbare plaats in.

Op grond van Artikel 1
Er is maar een Nederlandse zoals zij
Wie ben ik juridisch?

https://www.amsterdammuseum.nl/verhalen-en-collecties/themes/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

Als eigenaresse en kostwinner draag ik de volledige aansprakelijkheid. VOF

Tegelijk werd ik in de polisadministratie van betrokken volmachtkantoren niet correct geregistreerd, waardoor mijn positie als rechthebbende onvoldoende zichtbaar en erkend was.

Pst….indien mijn interpretatie afwijkt van de historische of juridische werkelijkheid, nodig ik uit tot correctie maar dan met feiten op papier.

Liefs Silvia alias Truus van Gogh

Het ultieme geheim

Ik ben toch niet de enige vrouw die het ultieme geheim over het lichaam en de geest van een vrouw blootleg?

Nog in de Nederlandse Grondwet
Hoezo 80 jaar vrijheid?

Wie niet vertegenwoordigd is bij het maken van regels, wordt object van die regels.

Restaurant Faire Trade

De vrouw verschijnt in het archief zelden als autonome drager van recht,
maar als subject dat wordt beheerd via tussenpersonen:
contracten, instellingen, familieverbanden en systemen van registratie.

De kunst – schat

Het lichaam van de vrouw wordt juridisch en economisch zichtbaar
via tussenkomst van anderen.

De ziel van Nederland in Beeld en Wet

Nee …natuurlijk niet!

Door de geschiedenis heen hebben veel vrouwen geprobeerd iets “ultiems” te verwoorden over lichaam en geest, maar dat gebeurde zelden op dezelfde manier of met dezelfde taal.

Denk aan iemand als Simone de Beauvoir, die het vrouw-zijn filosofisch ontleedde, of Clarissa Pinkola Estés, die via mythen en verhalen het innerlijke vrouwelijke onderzocht. Ook Carl Gustav Jung (hoewel geen vrouw) schreef over het vrouwelijke principe in de psyche.

Maar hier zit de kern:
wat ik ervaar als “het ultieme geheim” is geen objectieve waarheid die één persoon bezit. Het is eerder een persoonlijke doorbraak, een inzicht dat zo diep voelt dat het universeel lijkt.

En dat heeft twee kanten:

  • Ik ben niet de enige die zoekt, ontdekt en blootlegt.
  • Maar mijn Fine Art kunst, mijn symboliek, mijn ervaring blijkt uniek. Niemand anders beleeft en verwoordt het precies zoals ik dat doet.
Emet – De golem

Wat ik beschrijf past ook bij een proces dat in de Jungiaanse psychologie “individuatie” wordt genoemd: het moment waarop innerlijke beelden, lichaamservaring en betekenis samenvallen en een gevoel geven van openbaring.

Het kan intens zijn — soms zelfs een beetje eenzaam — omdat het voelt alsof je iets ziet wat anderen (nog) niet zien of niet zo benoemen.


Koning Willem I en zijn creatieve handelsgeest

De Koning Willem I (1772–1843) stond bekend als een vorst met een uitgesproken economische visie. Hij werd niet voor niets “de koopman-koning” genoemd. Maar wat bedoelen we met zijn creatieve handelsgeest?

1. De staat als ondernemer

Willem I zag de staat niet alleen als bestuurder, maar als actieve speler in de economie. Hij richtte onder andere de Nederlandsche Handel-Maatschappij op, die handel met koloniën stimuleerde en investeringen aanjoeg.

→ Creatief hieraan was:
hij gebruikte staatsmacht om markten te organiseren en versnellen, niet alleen te reguleren.

2. Investeren in infrastructuur

Hij begreep dat handel niet zonder verbindingen bestaat. Daarom liet hij:

  • kanalen graven (zoals het Noordhollandsch Kanaal)
  • wegen verbeteren
  • havens ontwikkelen

Dit was visionair: hij zag infrastructuur als motor van economische verbeelding.

3. Stimuleren van industrie

Onder Willem I ontstonden fabrieken, banken en handelsnetwerken. Hij ondersteunde ondernemers financieel en politiek.

→ Zijn aanpak was bijna modern: een vroege vorm van wat we nu “publiek-private samenwerking” zouden noemen.

4. De schaduwzijde

Zijn handelsgeest had ook een keerzijde:

  • sterke afhankelijkheid van koloniale exploitatie
  • schulden door grootschalige investeringen
  • weinig democratische inspraak (hij regeerde vrij autoritair)

Hij maakte van een idee (“Nederland moet economisch sterk worden”) een systeem.

Misschien raakt mijn vraag hieraan:

  • Wat is vandaag de “handel” van het lichaam en de geest?
  • Wie organiseert die?
  • En wat gebeurt er als dat inzicht nog géén structuur heeft?

Wat betekent: Verzekerd beroep: Handelaar (mannelijk) in confectie als het lichaam en geest van een vrouw als zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam en geest juridische niet bestaat? Is deze vraag het ultieme geheim? 

Misschien is dit wel de belangrijkste opdracht voor de staat der Nederlanden : wat gaat zij met dit inzicht doen?

  • Gaat zij het zien als kunst?
  • Gaat zij de Fine Art Collectie van Truus van Gogh Aankopen als kennis / compensatie?
  • Als taal, ritueel, of spiegelbeeld?
  • Als onderzoek binnen de looncodes / naar de leemte in code 32 50 en 21 die ontstaan in na 1998?
  • Of gaat zijn zich eens verdiepen in onze geschiedenis en waarheid?

Misschien is het zo
dat we via anderen
geleerd hebben te bestaan.

Maar dit beeld en gezicht
laat dat los.

Het is er.

Zonder tussenkomst,
zonder vertaling.

Liefs Silvia

Expositie Truus van Gogh in het St. Antoniusziekenhuis in Nieuwegein

Uitgelicht

Hier is eerst een kroniek waarin ik de medische geschiedenis van sarcoïdose verbind met mijn persoonlijke en artistieke lijn — als een doorlopende tijdslijn van zichtbaar worden en verdwijnen:

1. Van lichaam naar systeem

Historische slavernij = direct bezit van mensen.

Huidige structuren = geen expliciet bezit, maar: economische afhankelijkheid reproductieve verwachting onzichtbare arbeid en of ziekte.

➡️ Het lichaam wordt niet meer verkocht, maar functioneel ingezet binnen bezitssystemen (familie, arbeid, erfgoed, kapitaal).

Mijn intellectueel en Eigendom wordt beheerd door David Knibbe CEO Nationale Nederlanden.

Toeval bestaat – “We moeten de waarheid niet opgeven “

Kroniek van zichtbaarheid

Van Besnier tot nu — en verder

1889 — Het eerste zien (Besnier)

In Parijs beschrijft Ernest Besnier huidafwijkingen die niet passen binnen bestaande categorieën.

Hij ziet iets — maar kan het nog niet volledig benoemen.

De ziekte verschijnt, maar blijft ongrijpbaar.

1899 — De naam (Boeck)

In Oslo geeft Cæsar Peter Møller Boeck het een naam: sarcoïd

Een poging om vorm te geven aan iets wat nog niet begrepen wordt.

Een naam is een begin — maar nog geen erkenning.

Begin 20e eeuw — Het systeemlichaam (Schaumann)

In Stockholm laat Jörgen Schaumann zien dat de ziekte zich door het hele lichaam beweegt.

Niet één plek.

Niet één verklaring.

Een systeemziekte — in een wereld die denkt in losse onderdelen.

20e–21e eeuw — De onzichtbare ziekte

Sarcoïdose krijgt een medische plek, maar blijft moeilijk: moeilijk te diagnosticeren moeilijk te voorspellen moeilijk te erkennen

De ziekte wordt benoemd, maar de ervaring blijft vaak onzichtbaar.

2008 — De onzichtbare mens

Ik leef met sarcoïdose.

Maar mijn grootste confrontatie was niet alleen mijn lichaam.

Het was het systeem. Ondanks werk, ondernemerschap en verzekeringen werd ik juridisch onzichtbaar.

Niet omdat ik verdween — maar omdat systemen mij niet meer konden zien.

Mijn dossier groeide. Ik verdween.

Het breekpunt — Van dossier naar materie – Waar papier mij uitwiste, bracht materie mij terug.

Niets is van haar behalve tijd. Geen bezit dat haar naam draagt, geen archief dat haar volledig bewaart, geen systeem dat haar vanzelfsprekend erkent.

En toch — in de tijd die zij neemt,in de tijd die zij draagt, in de tijd die door haar heen beweegt, ontstaat alles.

Zij erft geen ruimte, zij maakt haar. Zij ontvangt geen geschiedenis, zij schrijft haar.

Niets is van haar behalve tijd — en precies daarin ligt haar macht.

Mijn praktijk is autodidactisch gegroeid, niet buiten het veld maar er dwars doorheen. Ik werk vanuit het leven zelf — via beeld, ritueel, archief en lichaam — en ontwikkel mijn werk in een eigen tempo dat zich niet laat vangen in lineaire trajecten of institutionele verwachtingen.

Waar veel trajecten vertrekken vanuit opleiding of structuur, vertrek ik vanuit noodzaak: een innerlijke drijfveer om zichtbaar te maken wat cultureel, juridisch en historisch onzichtbaar is gebleven. In mijn projecten onderzoek ik de positie van ‘moeder, de vrouw’ als drager van erfgoed, recht en identiteit, en bevraag ik systemen die deze positie niet erkennen of reduceren.

Mijn werk beweegt zich tussen kunst, erfgoed en recht. Ik maak objecten, installaties en narratieven die functioneren als rituele en culturele dragers — niet alleen als beeld, maar als interventie. Daarmee herdefinieer ik niet alleen mijn eigen positie als maker, maar ook de kaders waarin dat makerschap wordt gelezen en gewaardeerd.

Ik volg geen bestaande route, maar ontwikkel een praktijk waarin ruimte niet wordt afgewacht, maar actief wordt ingenomen. Juist daarin ligt de relevantie: mijn werk laat zien hoe nieuwe vormen van auteurschap, erfgoed en betekenis kunnen ontstaan wanneer het individu niet wordt ingepast, maar serieus wordt genomen als bron.

Deze praktijk vraagt om ruimte — niet als voorwaarde, maar als erkenning van wat er al in beweging is. Mijn werk is niet te koop alleen voor overheid musea en of verzekeraars.

Van voetnoot naar fundament

Ik begon te maken. Vazen. Objecten. Dragers. Niet als decoratie — maar als bewijs.

Kunst als tegenarchief. Mijn werk is geen illustratie van ziekte. Het is een tegenarchief. Waar systemen fragmenteren, breng ik samen. Waar dossiers verdwijnen, maak ik tastbaar.

In mijn werk leeft: wat niet geregistreerd werd wat niet erkend werd wat niet gezien werd

Nu — Gelukkig Publieke zichtbaarheid

Samen met de Sarcoïdose Belangenvereniging Nederland wordt mijn verhaal onderdeel van een collectieve stem.

Mijn werk is zichtbaar in het St. Antonius Ziekenhuis.

Daar waar lichaam, zorg en systeem samenkomen, wordt zichtbaar wat ertussenin verloren gaat.

Conclusie — De verschuiving

Van Besnier tot nu is er iets niet veranderd: de ziekte werd gezien — maar nooit volledig begrepen.

Wat vandaag zichtbaar wordt, is dit: niet alleen de ziekte is complex, maar ook de systemen eromheen.

Mijn positie : Ik betaal belasting over een schade-uitkering. Daarmee wordt mijn lichaam onderdeel van een systeem dat mij eerst niet zag. Ik ben geen belastingobject.

Toekomst — De vraag blijft

Wie wordt er gezien?

Wie wordt er geregistreerd?

Wie wordt er erkend?

En wie verdwijnt — tussen systemen die elkaar niet begrijpen?

Omgaan met sarcoïdose is een kunst. Maar zichtbaar blijven — dat is een daad.

Omgaan met sarcoïdose is een kunst — en een systeemvraagstuk

Ik, Silvia Koning leef met sarcoïdose, maar mijn verhaal gaat niet alleen over deze ziekte.

Het legt een structureel probleem bloot:

hoe iemand, ondanks vrijwilligerswerk ondernemerschap en verzekeringen, binnen bestaande systemen juridisch en maatschappelijk onzichtbaar kan worden.

Wat hier zichtbaar wordt, is geen incident —maar een systeemfout op het snijvlak van wetgeving, zorgplicht, arbeid, verzekering belasting en overheidsfouten.

Van patiënt naar signaal

In mijn traject kwam ik, Silvia terecht in een web van regelgeving, geheime codes, tal van instanties en de vele fouten in de administratieve processen waarin verantwoordelijkheden diffuus werden en rechten vervaagden.

Niet omdat ik niets deed —maar omdat hun systemen niet op elkaar aansluiten.

Dit raakt aan fundamentele vragen:

Wie ziet de vrouw ook een burger wanneer systemen elkaar niet herkennen?

Waar ligt verantwoordelijkheid wanneer iemand tussen wal en schip valt? En hoe wordt bestaanszekerheid gewaarborgd als registratie belangrijker wordt dan de mens zelf?

Sarcoscoop 2026

Kunst als tegenbewijs

In plaats van te verdwijnen in dossiers, maak ik, Silvia mijzelf zichtbaar via keramische kunst.

Mijn werk is geen illustratie van ziekte, maar een materieel tegenbewijs van onzichtbaarheid.

In mijn vazen en objecten worden systeemfouten tastbaar:

administratieve breuken verlies van rechten een lichaam dat niet past binnen standaardmodellen

Dit is geen verwerking.

Dit is artistieke documentatie van een maatschappelijk probleem.

Van individueel verhaal naar collectieve verantwoordelijkheid

Expositie vanaf 17 maart te zien

In samenwerking met de Sarcoïdose Belangenvereniging Nederland wordt dit verhaal onderdeel van een bredere beweging:

het zichtbaar maken van mensen met een chronische en vaak onzichtbare aandoening, die niet alleen medisch, maar ook juridisch en sociaal tussen systemen kunnen verdwijnen.

De expositie in het St. Antonius Ziekenhuis maakt deze realiteit publiek zichtbaar —midden in een plek waar zorg, mens en systeem elkaar ontmoeten.

Onzichtbaar ziek – Onzichtbaar in de sociale zekerheid

Oproep aan overheid en beleid

Dit werk stelt geen symbolische vraag, maar een concrete:

hoe voorkomt de overheid dat burgers onzichtbaar worden binnen haar eigen systemen?

Het vraagt om:

betere afstemming tussen belasting, zorg en verzekeringsstructuren erkenning van de positie van zelfstandig werkenden met ziekte bescherming tegen administratieve uitsluiting en ruimte voor ervaringskennis in beleid

Tot slot

“Omgaan met sarcoïdose is een kunst.”

Maar wat hier zichtbaar wordt, is dit: de echte opgave ligt niet alleen bij de patiënt, maar bij de systemen die haar moeten dragen.

Ik, Silvia Koning maakt mezelf zichtbaar.

De vraag is nu: doet de overheid dat ook?

Het belasten van schade- uitkeringen die voortkomen uit longletselschade betekent feitelijk dat de overheid belasting heft over lichamelijke aantasting in plaats van over verdienvermogen.”

Hello, Today you have day off

Hello, Today you have day off
Posted on 7 maart 2026

Als moeder, de vrouw meedoet groeit iedereen. Beoordeel mij op mijn werk, mijn strijd en mijn bijdrage aan het publieke belang.

Niet op een ziekte, en niet op systemen die mensen beperken.

Rechtvaardigheid en gelijkheid horen het uitgangspunt te zijn van een samenleving die haar burgers serieus neemt.


“Wanneer een vrouw de draad van de geschiedenis oppakt, verandert het archief in toekomst.”

Wanneer je door Middelburg loopt, langs het water van de Rouaansekaai, lijkt de stad rustig. De gevels staan stil, het water beweegt langzaam richting zee. Maar onder deze rust ligt een lange geschiedenis van handel, risico en verzekering.

Het is geen toeval dat juist in Zeeland en Middelburg vroeger relatief veel assurantiekantoren zaten. De oorsprong daarvan ligt in de zee.


De zee als economische motor

In de 17e en 18e eeuw was Middelburg een belangrijke handelsstad. Schepen vertrokken vanuit de Zeeuwse havens naar verre bestemmingen: Azië, Afrika, de Caraïben en Noord-Europa. Organisaties zoals de Dutch East India Company en de Middelburgsche Commercie Compagnie organiseerden internationale handelsroutes.

Elke reis bracht risico’s met zich mee.

Een schip kon vergaan in een storm.
Lading kon verloren gaan.
Piraten konden een schip overnemen.
Bemanningsleden konden overlijden tijdens de reis.

Handel over zee betekende altijd onzekerheid.

Uit die onzekerheid ontstond iets nieuws: verzekering.


De geboorte van assurantie

Kooplieden en reders wilden hun risico’s beperken. Daarom ontstonden de eerste vormen van maritieme verzekering.

Schepen werden verzekerd.
Handelswaar werd verzekerd.
Soms werd zelfs de bemanning verzekerd.

Zo ontstond een netwerk van contracten tussen investeerders, reders en handelaren. Een verzekeringscontract kon betrekking hebben op één schip, één reis of zelfs één specifieke lading.

Daarmee ontstonden ook de eerste assurantiemakelaars en lokale verzekeringskantoren.

De haven werd niet alleen een plek van goederen, maar ook van financiële afspraken.


De haven als financieel netwerk

Een havenstad functioneerde als een economisch ecosysteem. In en rond de kades zaten:

kooplieden
notarissen
assurantiemakelaars
bankiers

Contracten werden vaak gesloten in handelskantoren, notariskamers en zelfs koffiehuizen. Daar ontstonden de eerste verzekeringsportefeuilles — bundels van polissen die samen een economische waarde vormden.

De kade was dus niet alleen een logistieke plek.
Het was een financieel knooppunt.


Rouaansekaai: een naam die een handelsroute onthult

De naam Rouaansekaai verwijst vrijwel zeker naar de Franse handelsstad Rouen.

Rue de gros horloge

In de 16e en 17e eeuw bestond er een intensieve handelsverbinding tussen Zeeland en Normandië. Schepen voeren tussen Middelburg, Antwerpen en Rouen langs de rivier de Seine.

Vanuit Rouen kwamen bijvoorbeeld:

wijn
textiel
zout
luxegoederen

Vanuit Zeeland vertrokken:

graan
haring
koloniale goederen
scheepsmateriaal

Veel kades kregen namen die verwezen naar handelspartners. Dat had een praktische reden: kooplieden wisten waar bepaalde goederen aankwamen en schepen uit dezelfde regio legden vaak op dezelfde plek aan.

De Rouaansekaai betekende dus letterlijk:
de kade van de handel met Rouen.

Bed & Breakfast Montancourt Middelburg

De huizen aan de kade

Wie langs de Rouaansekaai loopt, merkt meteen dat de huizen hoog en smal zijn.

Dat heeft een simpele oorzaak: belasting. In veel Nederlandse steden werd belasting geheven op basis van de breedte van de gevel. Kooplieden bouwden daarom smalle huizen die diep en hoog waren.

Zo betaalden ze minder belasting maar hadden ze toch veel opslagruimte.

De gebouwen waren vaak een combinatie van woning en pakhuis. Binnen lagen goederen opgeslagen zoals wijnvaten, graan, specerijen en textiel. Bovenin zie je bij veel huizen nog een hijsbalk of hijshaak. Daarmee werden goederen via luiken naar boven getakeld.

De architectuur was eigenlijk een handelsmachine.

Beneden: kantoor of opslag.
Midden: magazijn.
Boven: soms woonruimte.


Het doorhuis

Veel van deze huizen hadden bovendien een bijzondere structuur: een doorhuis.

Een doorhuis had een doorgang van straat naar water. Vandaar de waterput in onze kelder. Goederen konden zelfs rechtstreeks van schip naar gebouw worden gebracht. Soms kon een wagen zelfs door het gebouw rijden van straat naar kade.

Handel liep letterlijk door het huis heen.

In deze gebouwen bevonden zich vaak verschillende zones:

Begane grond
opslagruimte
kantoor van de koopman
laadruimte

Verdiepingen
magazijnen
administratie
contracten

Zolder
lichte opslag
goederen die via de hijsbalk omhoog werden gehesen

Door deze gebouwen stroomden goederen, geld en afspraken.


Van zeehandel naar levensverzekering

In de 19e eeuw veranderde de economie. Scheepvaart bleef belangrijk, maar verzekeringen breidden zich uit naar nieuwe vormen:

brandverzekeringen
levensverzekeringen
pensioenverzekeringen

Veel oude maritieme assurantiekantoren groeiden uit tot algemene verzekeringskantoren.

Lokatie Zeeuws Museum

Later werden ze onderdeel van grote nationale verzekeraars zoals

Entity company”,”Nationale-Nederlanden”,”Dutch insurance company”, Aegon en ASR Nederland.

De zeehandel had dus indirect de basis gelegd voor een moderne financiële sector.


De onzichtbare bron van kapitaal

Wanneer een vrouw, moeder en later kostwinner verzekeringen afsluit, ontstaat een economische keten.

Arbeid wordt inkomen.
Inkomen wordt premie.
Premie wordt beleggingskapitaal.

Verzekeraars investeren die premies in staatsobligaties, aandelen, vastgoed en infrastructuur. Zo werd mijn individuele leven uiteindelijk onderdeel van grote financiële systemen.

De bron van dat kapitaal — het werk, het lichaam, het leven van de verzekerde — verdwijnt vaak uit beeld.

De vrouw – een ontwikkelingsgebied. De vrouw is geen object. De vrouw blijkt een ontwikkelingsgebied.

Zoals een ei in een nest rust voordat het uitkomt, zo draagt de vrouw de mogelijkheid van nieuw leven, nieuwe kennis en nieuwe vormen van bestaan.

Het ei staat voor: oorsprong potentie begin van groei Het nest staat voor: bescherming zorg gemeenschap

Samen vormen ze een beeld van ontwikkeling. De verborgen kracht Ontwikkeling begint vaak in stilte. Niet alles wat groeit is zichtbaar. Niet alles wat waarde heeft wordt meteen erkend.

Zoals het ei tijd nodig heeft om te rijpen, zo heeft ook de ontwikkeling van mensen, kennis en cultuur ruimte en bescherming nodig.

De vrouw als bron

Door de geschiedenis heen werd de vrouw vaak gezien als: moeder zorgdrager beschermer van leven

Maar de vrouw is meer dan dat. De vrouw is ook: drager van kennis maker van cultuur bron van vernieuwing.

Ontwikkeling als toekomst

Wanneer we de vrouw erkennen als ontwikkelingsgebied, erkennen we dat:

groei begint bij zorg toekomst begint bij aandacht en vernieuwing begint bij degene die leven draagt.

De vrouw is geen bijvangst of randgebied van de geschiedenis. Zij is het terrein waar toekomst ontstaat.

Ziel van Nederland in Beeld en wet

De onzichtbare erfgenaam

Historisch werden veel verzekeringsportefeuilles familiaal opgebouwd. Assurantietussenpersonen beheerden netwerken van klanten en polissen die generaties konden blijven bestaan.


Wees trots op wie je bent, maar blijf begrijpen hoe de wereld in elkaar zit.


Trots op mijn monument zonder kennis maakte mij kwetsbaar.
Kennis zonder trots maakt een rijksmonument leeg en stil.
Dag van het Kasteel

Maar archieven vertellen vaak maar een deel van het verhaal.

Foto museum Rotterdam

Tot 1956 waren gehuwde vrouwen juridisch beperkt in hun handelingsbekwaamheid. Economische activiteiten konden dus door vrouwen worden gedragen terwijl het eigendom formeel op naam van mannen stond.

Zo ontstond een merkwaardig historisch fenomeen:
een economische structuur die familiaal was, maar juridisch patriarchaal.

Daar verschijnt een figuur die vaak buiten beeld blijft: de vrouw, de moeder,

de onzichtbare erfgenaam.

X + Y = Z

“Before Y was written in the law, X was already there.”


Rouaansekaai als archief

Wanneer je vandaag de dag langs de Rouaansekaai loopt, zie je vooral water, gevels en stilte.

Maar onder deze plek ligt een geschiedenis van:

Heilig Geloof – internationale handel –
risico en verzekering – familienetwerken
economische erfenissen

Het adres zoals Rouaansekaai 21 kan daardoor worden gelezen als meer dan een huis.

Het ultieme geheim van het Ei van Collum Bus

Het is een knooppunt waar handel, verzekering, familiegeschiedenis en erfgoed elkaar kruisen.


Het begin van eigendom ligt in het lichaam dat leven voortbrengt.

“Don’t forget to have a good time also.”

Volgens het erfgoeddenken van de Council of Europe en de Faro Convention bestaat erfgoed niet alleen uit monumenten, maar ook uit de verhalen die mensen eraan verbinden.

De kade wordt dan een archief van menselijke relaties.


Want aan de Rouaansekaai stroomt het water nog altijd richting zee.
De schepen zijn verdwenen, maar de vaarroutes bestaan nog.

Tussen Middelburg en Amsterdam, Amerika, Rome en Rouen.
Tussen wereldhandel en herinnering.
Tussen moeder, erfgoed en de onzichtbare erfenis van de stad.

Het ultieme geheim – Moeder de vrouw

Wettelijke kenniskloof van vrouwen in de juridische fictie

De term “wettelijke kenniskloof” gebruik ik hier om het historische probleem te beschrijven: vrouwen werden juridisch geacht de wet te kennen, maar kregen lange tijd geen toegang tot dezelfde juridische kennis of bevoegdheden als mannen.

Dit hangt samen met het principe van de Ignorantia juris non excusat.

Dit principe zegt: iedereen wordt geacht de wet te kennen.

Maar historisch resulteerde dit voor veel vrouwen vaak een juridische fictie.

1. De juridische fictie

Een Legal Fiction is een aanname die het recht gebruikt om een systeem werkbaar te maken.

Voorbeeld:

de wet behandelt iedereen als gelijke rechtssubjecten maar in werkelijkheid hadden groepen mensen niet dezelfde mogelijkheden

Voor vrouwen gold dat zij vaak:

geen contracten mochten sluiten geen eigendom zelfstandig konden beheren geen juridische opleiding kregen

Toch werd juridisch aangenomen dat zij de wet moesten kennen en naleven.

2. Historische beperking van de gehuwde vrouw

In Nederland werd de positie van vrouwen lange tijd bepaald door het familierecht.

Tot 1956 bestond de regeling waarbij de gehuwde vrouw handelingsonbekwaam was.

Dat veranderde met de Wet handelingsonbekwaamheid gehuwde vrouw afgeschaft.

Voor die tijd betekende dit dat een vrouw vaak:

toestemming van haar man nodig had voor contracten geen zelfstandig financieel beheer had niet volledig als juridisch actor werd behandeld

Hier ontstaat de kenniskloof:

de vrouw werd geacht de wet te volgen, maar had geen volledige toegang tot de instrumenten van die wet.

3. De kenniskloof in praktijk

De juridische kenniskloof kon zich uiten in situaties zoals:

verzekeringscontracten op naam van de echtgenoot eigendom dat juridisch bij de man lag beperkte toegang tot financiële informatie

In economische structuren zoals verzekeringsportefeuilles of familiekapitaal kon dat betekenen dat vrouwen:

meewerkten aan het opbouwen van vermogen maar niet zichtbaar waren als eigenaar of beheerder.

4. De kenniskloof als structureel probleem

De wettelijke kenniskloof ontstaat wanneer drie elementen samenkomen:

juridische verplichting (de wet moet worden nageleefd) beperkte toegang tot kennis of macht een juridische fictie van gelijkheid

De wet zegt dat iedereen gelijk is, maar de sociale realiteit creëert ongelijkheid.

5. Relevantie voor hedendaags onderzoek

Het concept van een wettelijke kenniskloof wordt vandaag besproken in verband met:

gendergelijkheid economische participatie toegang tot juridische informatie erkenning van onzichtbare arbeid.

Het laat zien dat juridische systemen soms formele gelijkheid aannemen terwijl de praktijk anders werkt.

💡 Samenvatting

De wettelijke kenniskloof van vrouwen in de juridische fictie betekent dat:

vrouwen juridisch werden geacht de wet te kennen maar historisch vaak geen volledige toegang hadden tot de middelen om die wet te gebruiken.

Het recht behandelde hen als gelijke rechtssubjecten, terwijl hun feitelijke juridische autonomie beperkt was.

Verzekeringsspel- Pensioenboekje- Ganzenbordspel

“Wanneer moeder, een vrouw de draad van de geschiedenis oppakt, verandert het archief in gezonde toekomst.”

God – Save the Queen

Haar hoofd wordt gefixeerd. Alsof haar denken gereguleerd wordt. Alsof haar afwijking gecorrigeerd moet worden.

Dit beeld (vanuit Internet geüpload) raakt direct aan al mijn eerdere thema’s

Institutionele gaslighting

De slaaf als eigendom werd de moeder als bezit. Welkom in de Loonketen via je BSN nummer dat niet je identiteit is.
Banned Womans

Biologisch is moederschap zichtbaar.

Vaderschap moest historisch worden “bewezen” via huwelijk en naamgeving.

Daarom werd controle op vrouwelijke seksualiteit gekoppeld aan erfenisrecht.

De vrouw werd drager van voortplanting, maar niet van overdraagbare macht. Dat is een machtsstructuur, geen natuurwet.

Code 32 – U hoort nog van ons als u 67 jaar en 3 maanden bent geworden
De sleutel van de doctrine

Art for Equality in Return

Uit de serie: The Book of Rituals

Beschilderde vaas met vergulde top

Artistieke Ontwikkeling Truus van Gogh

In God Save the Queen maakt en transformeer ik de vaas tot een soeverein lichaam — een ritueel vat dat macht, erfgoed en vrouwelijke subjectiviteit samenbrengt in één circulair narratief.

Het object, onderdeel van de serie The Book of Rituals, is geen decoratief gebruiksvoorwerp maar een draaiend manuscript: een 360-gradenbeeld waarin iconografie, staatsbeeldtaal, religieuze symboliek en persoonlijke mythologie in elkaar grijpen.

De vaas staat op een boek getiteld The Book of Rituals. Deze ondergrond fungeert niet enkel als sokkel maar als conceptuele fundering: het object rust letterlijk op een tekstuele, rituele orde. De gouden finiaal bovenop de vaas versterkt deze verticaliteit. De vorm herinnert aan een koninklijke staf, een architectonische toren, een as mundi. Het goud vangt het licht en verleent het object een aura van ceremoniële autoriteit. Tegelijkertijd verwijst het naar de kroon — niet enkel als monarchaal attribuut, maar als metafoor voor bewustzijn, hoofd, denken en soevereiniteit.

Het lichaam als drager van de staat

De vaas is buikig, rond, dragend. Haar vorm is uitgesproken corporeel. Zij fungeert als container, als baarmoederlijk vat waarin symbolen samenkomen. In mijn praktijk is het vrouwelijke lichaam geen passieve drager van macht, maar het strijdtoneel waar recht, ritueel en representatie elkaar ontmoeten. De monarchale frase “God Save the Queen” verschijnt in goud op het blauw geglazuurde oppervlak. De tekst is geen ironische echo van een volkslied, maar een performatieve vraag: wie wordt hier gered? De koningin als instituut? De vrouw als lichaam? Of het systeem dat haar nodig heeft als symbool?

Door de tekst op een rond object te plaatsen, wordt lineariteit opgeheven. De lezer — of kijker — moet zich verplaatsen. Het verhaal ontvouwt zich niet frontaal maar in beweging. Daarmee ondergraaf ik het hiërarchische perspectief dat vaak met staatsiconografie gepaard gaat. De macht is hier niet gefixeerd; zij circuleert.

De gekroonde paarse krokodil: instinct en instituties

Een van de meest opvallende motieven zijn de gekroonde paarse krokodilkoppen die een klein oranje kikkertje draagt. Naast hem wappert een Nederlandse vlag. De krokodil — een oerdier, koudbloedig, prehistorisch — belichaamt instinct en overlevingsdrift. Door het dier te kronen, schuif ik het instinctuele domein onder het teken van staatsmacht. Het beeld roept een ongemakkelijke vraag op: is de macht geciviliseerd, of rust zij nog steeds op reptielachtige reflexen van het Cool: Gen.

Het kleine oranje kikkertje vlakbij de bek of klauw van het dier kan gelezen worden als onderdaan, kind, of alter ego. De verhouding tussen macht en kwetsbaarheid wordt letterlijk zichtbaar. Tegelijkertijd is de krokodil niet eenduidig demonisch; hij is ook drager. Hij beweegt zich voort. Hij houdt het verhaal in gang.

De soldaat en het kruis: ceremonie en controle

Aan een andere zijde verschijnt een figuur in ceremonieel militair uniform. Napoleon. Zijn profiel is scherp, zijn blik gericht op de horizon. Boven hem zweven donkere bollen, bijna als gedachten, projectielen of planeten. Nabij is een kruis geschilderd. Deze combinatie van militair, religieus en kosmisch beeldmateriaal suggereert de historische verwevenheid van staat, kerk en geweld.

Toch is Napoleon dominant in compositie. Hij bevindt zich op het oppervlak van een vrouwelijk lichaam. De macht die hij representeert is afhankelijk van het vat dat haar draagt. Ik verschuif daarmee het centrum van autoriteit: niet het uniform maar de vorm van de vaas bepaalt het ritueel.

De slak en de walvis: tijd en diepte

Tussen de politieke en religieuze symbolen bewegen dieren die verwijzen naar andere tijdsdimensies. De slak, traag en tastend, kruipt over een vrouwenfiguur. De slak is tijd in vertraagde vorm, een metafoor voor genealogie en erfopvolging. Zij draagt haar huis op haar rug, zoals het individu zijn geschiedenis draagt.

De walvis daarentegen zweeft in het blauw als een archaïsch wezen uit de diepte. Wet Walvis. De kleur van de vaas wordt oceaan; het object wordt zee. De walvis roept mythische resonanties op — van Jona tot de oermoeder. Hier verschijnt het onderbewuste als stille tegenmacht tegenover het ceremoniële oppervlak van vlaggen en uniformen.

Tentakels en peper: zintuiglijkheid en dreiging van de polpo.

Aan de bovenzijde slingeren de tentakelachtige vormen naar beneden, geschilderd met gouden accenten. Ze verbinden de vergulde top met het blauwe lichaam. Deze organische lijnen contrasteren met de strakke symbolen van staat en religie. Ze suggereren netwerken, zenuwbanen, wortels. Macht is hier niet enkel hiërarchisch, maar ook diffuus en onderhuids.

Een rode peper hangt als een signaal. Zij introduceert scherpte, hitte, mogelijk gevaar. In dit beeldtaal functioneren zulke elementen als zintuiglijke interventies: zij verstoren de plechtigheid van het koninklijke discours en herinneren aan lichamelijkheid.

Fragmentatie van de vrouw

Verspreid over het oppervlak verschijnen fragmenten van een vrouwenlichaam: een tong, een oog, een gezicht in profiel. De vrouw is aanwezig maar niet volledig zichtbaar. Deze fragmentatie verwijst naar de manier waarop vrouwelijke subjectiviteit historisch is versnipperd binnen staats- en religieuze representaties. Tegelijkertijd vormt de vaas als geheel een integraal lichaam. Wat gefragmenteerd lijkt, wordt in de ronde vorm opnieuw samengebracht.

In deze spanning tussen fragment en totaliteit schuilt de kern van het werk. Ik stel simpelweg niet de monarchie ter discussie; ik onderzoek de voorwaarden waaronder het vrouwelijke lichaam symbool wordt — en de prijs die daarvoor betaald wordt.

Ritueel als tegenmacht

De serie op The Book of Rituals positioneert kunst als rituele praktijk. Het maken en beschilderen van de vaas is geen illustratie, maar een handeling die de objectstatus transformeert. Door iconografie, tekst en goud te combineren, creëer ik een hedendaags ritueel vat waarin persoonlijke en collectieve mythologie elkaar ontmoeten.

Het werk functioneert daarmee op meerdere niveaus: als sculptuur, als schilderkunstig oppervlak, als politiek commentaar en als autobiografische drager. Het is tegelijk ironisch en ernstig, speels en scherp. De titel God Save the Queen wordt in deze context geen patriottische kreet, maar een reflectie op de kwetsbaarheid van elk systeem dat zijn legitimiteit ontleent aan symbolen.

Soevereiniteit hergedefinieerd

Wat betekent soevereiniteit in een tijd waarin traditionele machtsstructuren onder druk staan? In dit werk suggereer ik dat ware soevereiniteit niet ligt in kroon of uniform, maar in het vermogen om betekenis te dragen. De vaas — het ogenschijnlijk kwetsbare object — wordt hier monumentaal. Ze houdt verhalen vast, absorbeert projecties en laat ze draaien.

Door het object te laten rusten op The Book of Rituals onderstreept de kunstenaar dat ritueel geen overblijfsel uit het verleden is, maar een hedendaagse strategie om macht te herinterpreteren. De monarchale frase wordt teruggeplaatst in het lichaam van de vrouw. Niet als onderwerping, maar als herinscriptie.

In God Save the Queen is de vraag niet wie de koningin redt. De vraag is: wie geeft haar vorm? En misschien, impliciet: kan het vat zichzelf redden?

Amen.

De grote verdwijntruc – vrouwen via de AVG #denieuwebijbel

Uitgelicht

De grote verdwijntruc – via de AVG – Met dank aan Aleid Wolfen – Jan Peter Balkenende, Jan Kees de Jager en Gerrit Zalm.

Sarcoidosis didn’t break me. It made me stronger.

Zolang vrijheid alleen in bed bestaat en niet in het recht, is emancipatie een intieme illusie.

Dit is precies waarom mijn werk niet therapeutisch, maar constitutioneel is.

Een systeem dat zegt te beschermen, maar daarmee arbeid onmogelijk maakt, beschermt niet — het bestuurt.

Arbeidsrechtelijke en gelijkebehandelingsrechtelijke duiding

1. Kern van de kwestie

Wat hier speelt is geen gebrek aan bescherming, maar een vorm van uitsluiting door bescherming.

Er werd: wél zorg en verzekering toegekend, maar onder voorwaarden die arbeid buitenshuis onmogelijk maakten. Daarmee werd feitelijk: toegang tot arbeid beperkt, economische zelfstandigheid verhinderd, en een afhankelijkheidspositie vastgelegd.

2. Arbeidsrechtelijk kader

Volgens het Nederlandse arbeidsrecht en het Europese recht geldt:

Vrije toegang tot arbeid is een fundamenteel beginsel (art. 19 lid 3 Grondwet, art. 15 EU-Handvest). Beperkingen op arbeid zijn alleen toegestaan indien: objectief gerechtvaardigd, proportioneel, en noodzakelijk.

Wanneer verzekering of zorgregelingen: automatisch leiden tot uitsluiting van arbeid, zonder individuele toets, of zonder reële keuzevrijheid, dan is sprake van oneigenlijke arbeidsbeperking.

👉 Bescherming mag arbeid niet vervangen door afhankelijkheid.

3. Gelijkebehandelingsrechtelijk kader

Binnen de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) en EU-richtlijnen geldt:

Indirect onderscheid op grond van geslacht is verboden. Ook wanneer een maatregel neutraal lijkt, maar in de praktijk: vrouwen structureel harder raakt, moederschap of zorgrollen verabsoluteert, en mannen niet in vergelijkbare mate uitsluit, is sprake van indirecte discriminatie, tenzij zwaarwegend gerechtvaardigd.

Wanneer: zorg = uitsluiting van arbeid, en die koppeling vooral vrouwen treft, dan is dat juridisch problematisch.

4. Bestuursrechtelijke dimensie

Als een verzekerings- of zorgregime: normerend werkt, levenskeuzes feitelijk voorschrijft, zonder expliciete wettelijke basis, dan treedt het systeem besturend op in plaats van faciliterend.

Dat raakt aan: het recht op zelfbeschikking, het verbod op paternalisme zonder grondslag, en het beginsel van proportionaliteit.

5. Samenvattend

Het probleem was niet de verzekering, maar de wijze waarop bescherming werd gekoppeld aan arbeidsuitsluiting.

Causaliteit


Zolang ongelijkheid wordt uitgelegd als gedrag,
blijft macht netjes buiten schot.

Noem het geen giftige mannelijkheid
als het gewoon slecht bestuur is.

Dat is geen weigering van gesprek.
Dat is Sarcoïdose met koninklijke militaire precisie.

Wanneer bescherming leidt tot structurele uitsluiting van arbeid, is sprake van indirecte discriminatie en een ontoelaatbare beperking van het recht op arbeid.

6. Slotzin

Zorg en verzekering mogen nooit functioneren als substituut voor arbeid, noch als instrument om economische autonomie te beperken.

Hand made –

Herhaal — Herken — Herinner

Herhaal – wat eerder werd gezegd, maar niet werd gehoord.

Herken – het patroon, wanneer het zich opnieuw aandient, in andere namen, andere tijden, dezelfde structuren.

Herinner, wie er waren, toen macht nog een lichaam had, en gezag een stem, die niet mocht blijven.

Mijn vrouwelijke lichaam werd juridisch een onderpand. Niet erkend als drager van volledige rechten, maar ingezet als garantie met volledige aansprakelijkheid.,

Niet beschermd, maar verrekend.

Mijn lichaam werd het stille risico achter dossiers, premies, procedures en verplichtingen.

Het droeg zorg, arbeid, verlies en continuïteit, zonder ooit als zelfstandig rechtssubject te worden benoemd.

Wat geen naam heeft in de wet, kan worden gebruikt en misbruikt.

Wat niet wordt erkend, kan zomaar worden belast.

Dit is de naakte waarheid: zolang het vrouwelijke lichaam geen zelfstandige juridische positie heeft, blijft het beschikbaar als onderpand voor systemen die zeggen neutraal te zijn op grond van artikel 1 .


Ik verwerp de kwalificatie van mijn persoon als fictief product.
Ik ben een natuurlijk persoon met volledige rechtspersoonlijkheid.
Elke administratieve fictie die mijn lichaam, arbeid of rechtspositie ontmenselijkt, is in strijd met art. 1 GW, het EVRM en het beginsel van menselijke waardigheid.”


Dit is geen emotie, dit is juridische taal.
Ik zal handhaven zij god

Mijn hele identiteit werd volledig uitgewist door systematische juridische abstrahering, administratieve herleiding en institutionele neutralisering.

Leuker konden zij het niet maken.

Onderwerp: Private Aov en software code

De fiscale en juridische verdwijntruc Vrouwen zelfstandige onderneemsters – Een private schade-uitkering werd gecodeerd via deze looncode aan de Wet LB1964 zonder loondossier – sociale zekerheid wetgeving.

De door Nationale Nederlanden aangeleverde post is een schadevergoeding en geen pensioen/lijfrente/uitkering ter vervanging van loon. De automatische rubricering onder ‘inkomsten uit dienstbetrekking/uitkering’ is daarom onjuist. De betaling ziet op schadeherstel (geen loonkarakter). Onderliggende specificatie/besluit is beschikbaar.”

De software plaatst deze betaling onder:

Inkomsten uit dienstbetrekking → AOW, pensioen, lijfrente of andere uitkering

Dat impliceert box 1-belasting én een loonvervangend karakter.

Maar:

👉 Die kwalificatie is geen feit, maar een juridische duiding

👉 En die duiding vereist een wettelijke bepaling

Zonder die bepaling is de codering rechtsstatelijk ondeugdelijk.

De rechtsstaat heeft het vrouwelijke lichaam niet erkend als inheems rechtssubject, maar wel gebruikt als inheemse grondstof.

De oervrouw was niet aan de macht in een jaar, maar in een wereld vóór jaartallen – toen leven belangrijker was dan bezit.

De AVG is ingevoerd door de Europese Unie, op initiatief van de Europese Commissie onder Viviane Reding, en aangenomen door het Europees Parlement en de lidstaten.


Vrouwelijke klokkenluiders worden niet beschermd door het recht,
maar hergecodeerd door het systeem —
tot hun waarheid fiscaal belastbaar wordt verklaard.

Opmerking: Voor de periode 1995–1998 was Gerrit Zalm al minister van Financiën (vanaf 1994 in kabinet-Kok I).  

Let op: De loonbelasting werd door het Duitse rijk ingevoerd in 1941 – Toen waren de vrouwen en moeders nog volledig handelingsonbekwaam volgens de wet 1838 Napoleon Bon – Apart graag.

Een Romeinse Rijk / instituut dat langzaam toegeeft dat wat ‘normaal’ heette, eigenlijk structureel onrecht was.

De rechtsvormen in Nederland en de betrokken ministers sinds ik zelfstandige werd met een private AOV Nationale Nederlanden/ Reaal

Lijst van rechtsvormen in Nederland

I. Natuurlijk persoon (zonder rechtspersoon)

1. Natuurlijk persoon (privé)

Burger zonder economische rechtsvorm Geen aparte bescherming bij inkomen, arbeid of risico Vaak onzichtbaar in systemen tenzij via afgeleide vorm (toeslagen, uitkering)

2. Eenmanszaak

Meest gebruikte rechtsvorm voor zelfstandigen Geen rechtspersoonlijkheid Ondernemer is privé volledig aansprakelijk Beperkte sociale bescherming Fiscaal en juridisch kwetsbaar

3. Meewerkend partner / gezinsarbeid

Juridisch zwakke positie Vaak economisch actief maar niet zelfstandig erkend

II. Samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid

4. Maatschap

Veel gebruikt in zorg, vrije beroepen, cultuur Geen rechtspersoon Hoofdelijke aansprakelijkheid mogelijk Ongeschikt voor hybride arbeid

5. Vennootschap onder firma (VOF)

Geen rechtspersoon Hoofdelijke aansprakelijkheid Grote persoonlijke risico’s ( En daar gaat het volledig mis )

VOC – VOF Handelaar in confectie branche code 076 ( werd verwijderd en zo kwam ik in de loonketen ) als zelfstandige
Misbruik een schadeuitkering onder de noemer AOW – Pensioen- lijfrente of andere uitkering te zetten! Zo simpel kan het zijn – Gerrit Zalm 🍣

6. Commanditaire vennootschap (CV)

Beherende vennoten: volledig aansprakelijk Commanditaire vennoten: beperkt, maar geen zeggenschap

III. Rechtspersonen (met rechtspersoonlijkheid)

7. Besloten vennootschap (BV) 1971 oprichting

Rechtspersoon Beperkte aansprakelijkheid Fiscaal gunstiger boven bepaalde inkomens Toegang tot structuren en bescherming

8. Naamloze vennootschap (NV)

Grote ondernemingen Volledige rechtspersoonlijkheid Vergaande juridische bescherming – Nationale Nederlanden

9. Coöperatie

Rechtspersoon Soms sociaal, soms commercieel Flexibele aansprakelijkheid (U.A., B.A., W.A.)

10. Vereniging

Rechtspersoon Bestuurdersaansprakelijkheid bij wanbeheer Beperkte economische ruimte

11. Stichting

Rechtspersoon Geen leden Veel gebruikt voor zorg, cultuur, vermogen Beperkte democratische zeggenschap

IV. Publiekrechtelijke rechtsvormen

12. Publiekrechtelijke rechtspersoon

Staat Provincie Gemeente Waterschap

➡️ Volledige rechtsmacht, beleidsvrijheid, beperkte aansprakelijkheid

13. Zelfstandig bestuursorgaan (ZBO)

Publieke taak Beperkte democratische controle Grote uitvoeringsmacht (bv. Belastingdienst, UWV)

V. Arbeids- en inkomensvormen (functionele rechtsposities)

Geen klassieke rechtsvormen, maar beslissend voor rechten

14. Werknemer (dienstbetrekking)

Volledige arbeidsrechtelijke bescherming Sociale zekerheid Collectieve rechten

15. Ambtenaar

Publiekrechtelijke dienst Sterke rechtspositie Institutionele bescherming

16. Uitkeringsgerechtigde

Afhankelijk van bestuursbesluiten Sterke controle Beperkte autonomie

17. ZZP’er (feitelijke categorie)

Geen zelfstandige rechtsvorm Juridisch versnipperd Vaak behandeld als risico-object

VI. Hybride en problematische posities (de “grijze zone”)

18. Schijnzelfstandige (bestuurlijke kwalificatie)

Geen formele status Achteraf opgelegd Grote financiële gevolgen

19. Platformwerker

Tussen werknemer en zelfstandige Onzekere rechtspositie Afhankelijk van algoritmen

20. Mantelzorger / onbetaalde zorg

Economisch relevant Juridisch grotendeels onzichtbaar

21. Cultureel maker / kunstenaar

Projectmatig inkomen Wisselende rechtsvormen Structureel benadeeld

VII. Kernprobleem (samenvattend)

De Nederlandse rechtsorde:

kent bescherming toe per rechtsvorm, niet per mens; waardeert loon hoger dan zorg, winst hoger dan creatie; kent de staat maximale flexibiliteit en burgers minimale.

➡️ Rechtsvormen functioneren als toegangs- en uitsluitingsmechanismen.

Juridische spanning

Deze inrichting raakt direct aan:

Art. 1 Grondwet – indirecte discriminatie Art. 6 EVRM – rechtsbescherming Art. 8 EVRM – administratieve identiteit AVG – onjuiste / onvolledige data

Mijn zeeuwse voorganger
En bedankt

Financiën (1995–2025):

Zalm → Hoogervorst → Zalm → Bos → De Jager → Dijsselbloem → Hoekstra → Kaag → van Weyenberg → van Oostenbruggen → Heijnen. 

Justitie / Justitie & Veiligheid (1995–2025):

Sorgdrager → onder Balkenende meerdere → Opstelten → Blok → Grapperhaus → Yeşilgöz-Zegerius → van Weel → van Oosten. 

In Nederland doen we graag alsof rechtsvormen neutraal zijn. Alsof het niet uitmaakt of je werknemer, zelfstandige, ondernemer, uitkeringsgerechtigde of zorgende ouder bent.

De werkelijkheid is anders. De rechtsvorm die je wordt toegekend — of opgedrongen — bepaalt je toegang tot inkomen, bescherming, zeggenschap en rechtszekerheid. En precies daar wringt het.

De Nederlandse rechtsorde is ingericht rond een beperkt aantal gestandaardiseerde rechtsvormen: dienstbetrekking, onderneming, uitkering. Wie daarbinnen valt, bestaat juridisch. Wie ertussen valt, wordt een probleem. Geen menselijk probleem, maar een administratief probleem. En administratieve problemen worden zelden opgelost in het voordeel van de burger.


Artistiek statement


Oermoeder – Moeder der Aarde – Moedermaatschappij – Dochteronderneming


Mijn werk vertrekt vanuit de oermoeder: niet als mythisch beeld, maar als oorspronkelijke rechtsfiguur. De vrouw als bron van leven, tijd en orde. In pre-patriarchale culturen was zij geen bezit, maar maatgevend. Leven was relationeel, cyclisch en wederkerig.


In de loop van de geschiedenis is deze vrouwelijke oorsprong vertaald, verplaatst en onteigend. De moeder der aarde werd grond. De moeder werd rechtspersoon. Het lichaam werd abstractie. Wat ooit leven voortbracht, werd eigendom. Wat ooit dochter was, werd onderneming.


De termen moedermaatschappij en dochteronderneming dragen nog altijd een lichamelijke taal, maar functioneren binnen een systeem dat zorg heeft vervangen door kapitaal en voortbrenging door exploitatie. De moeder bezit. De dochter draagt risico. De winst stroomt omhoog. Het lichaam verdwijnt uit beeld.


Mijn werk onderzoekt deze verschuiving als een cultureel en juridisch trauma. Ik verbind archetypische moederbeelden aan hedendaagse structuren van eigendom, erfopvolging en rechtspersoonlijkheid. Daarbij bevraag ik wie mag voortbrengen, wie mag erven en wie als drager van waarde wordt erkend.


Door objecten, tekst, ritueel en beeld te combineren, herstel ik de moeder niet als nostalgisch symbool, maar als kritische figuur: een tegenkracht binnen systemen die haar taal gebruiken, maar haar lichaam ontkennen.


Mijn praktijk is een zoektocht naar her-inschrijving:
van moeder als kapitaal naar moeder als betekenis,
van dochter als onderneming naar dochter als erfgenaam,
van systeem naar relatie.


De oermoeder is niet verdwenen.
Zij is juridisch onzichtbaar gemaakt.

Ongelijkheid door ontwerp

De wet behandelt rechtsvormen niet gelijkwaardig. Een werknemer geniet automatische bescherming: loondoorbetaling bij ziekte, sociale zekerheid, duidelijke rechtspositie. Een zelfstandige draagt vrijwel alle risico’s zelf. Niet omdat dat een vrije keuze is, maar omdat het systeem zo is ingericht.

Deze ongelijkheid is geen bijwerking, maar een ontwerpkeuze. De rechtsvorm fungeert als selectiemechanisme: hij bepaalt wie recht heeft op bescherming en wie niet. Dat leidt tot indirecte discriminatie van groepen die vaker buiten het standaardmodel vallen, zoals vrouwen, mantelzorgers, kunstenaars, freelancers en mensen met een onderbroken arbeidsloopbaan.


Het slavernijverleden is ook een geschiedenis van VOC – vrouwenlichamen als eigendom, van moederschap onder dwang en van overleving door zorg en verzet.

Rechtsvorm boven werkelijkheid

In plaats van te kijken naar de feitelijke omstandigheden van iemands leven en werk, kijkt de overheid eerst naar de juridische vorm. Die vorm wordt vervolgens bepalend voor belastingen, toeslagen, verzekeringen en handhaving. Als de werkelijkheid niet past bij de vorm, wordt niet de vorm aangepast, maar de burger gecorrigeerd.

Dit is zichtbaar in herkwalificaties van zelfstandigen, in toeslagen die worden teruggevorderd omdat iemand “niet paste in het profiel”, en in verzekeringssystemen die complex of psychisch letsel uitsluiten. De rechtsvorm wordt belangrijker dan de mens.

Schending van fundamentele rechten

Wanneer rechtsvormen structureel ongelijk uitwerken, raakt dit aan fundamentele rechten:

Artikel 1 Grondwet: gelijke behandeling wordt ondermijnd door indirecte discriminatie via systeemontwerp. Artikel 6 EVRM: effectieve rechtsbescherming ontbreekt wanneer bezwaar en correctie pas na jaren mogelijk zijn. Artikel 8 EVRM: de staat grijpt diep in in het privéleven door mensen administratief vast te zetten in onjuiste of onvolledige identiteiten.

Het probleem is niet dat rechtsvormen bestaan. Het probleem is dat ze rigide, hiërarchisch en uitsluitingsgevoelig zijn geworden.

Tijd voor herziening

Een moderne rechtsstaat kan zich niet permitteren mensen te reduceren tot administratieve categorieën. Rechtsvormen zouden dienend moeten zijn aan de werkelijkheid, niet andersom. Zolang Nederland blijft vasthouden aan een systeem waarin bescherming afhankelijk is van juridische vorm in plaats van feitelijke situatie, blijft discriminatie ingebakken in de wet.

De vraag is dus niet of rechtsvormen nodig zijn.

De vraag is: voor wie werken ze — en wie laten ze structureel vallen?

Wat in Nederland wordt gepresenteerd als uitvoeringspraktijk, is in werkelijkheid een structurele schending van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De grote verdwijntruc voltrekt zich niet ondanks privacywetgeving, maar door haar selectieve toepassing.

De AVG stelt dat persoonsgegevens:

juist moeten zijn (art. 5 lid 1d), doelmatig en proportioneel verwerkt moeten worden (art. 5 lid 1c), transparant en uitlegbaar moeten zijn (art. 5 lid 1a), en dat betrokkenen recht hebben op inzage, correctie en bezwaar (art. 12–21).

Precies daar gaat het structureel mis.

Fictieve data als waarheid

Overheidssoftware werkt met categorieën die juridisch en sociaal tekortschieten: loon of winst, werknemer of ondernemer, gezond of arbeidsongeschikt. Hybride levens — zelfstandigen met wisselende inkomsten, zorgende ouders, cultureel werkenden, mensen in herstel — bestaan niet in de systemen.

Die lacunes worden niet aangepast. In plaats daarvan wordt de onvolledige data als waarheid behandeld. Daarmee handelt de overheid in strijd met het beginsel van dataminimalisatie en juistheid: het systeem wéét dat de gegevens de werkelijkheid niet dekken, maar gebruikt ze toch voor besluiten met verstrekkende gevolgen.

Dat is geen uitvoeringsfout. Dat is onrechtmatige gegevensverwerking.

Automatisering zonder tegenmacht

In toeslagen, belastingen en handhaving worden besluiten genomen op basis van geautomatiseerde logica, terwijl:

de werking van die systemen niet inzichtelijk is, burgers hun data niet effectief kunnen corrigeren, en menselijke tussenkomst vaak pas volgt ná schade.

Artikel 22 AVG verbiedt geautomatiseerde besluitvorming met rechtsgevolgen zonder adequate waarborgen. Die waarborgen ontbreken wanneer software hiaten structureel blijven bestaan en bezwaarprocedures jarenlang duren.

De burger verdwijnt als rechtssubject

Wat hier gebeurt, is fundamenteel: de burger verdwijnt niet fysiek, maar juridisch. Niet omdat hij geen gegevens heeft, maar omdat zijn leven niet correct kan worden vastgelegd. En wat niet correct wordt vastgelegd, kan niet worden beschermd.

De staat verschuilt zich achter systemen die zij zelf ontwerpt en onderhoudt. Zo wordt verantwoordelijkheid verplaatst van beleid naar code, van mens naar machine. Dat is in strijd met de AVG, maar vooral met de rechtsstaat.

De kernvraag

De AVG is bedoeld om burgers te beschermen tegen machtsconcentratie via data. Wanneer juist de overheid structureel werkt met gebrekkige datasets, ondoorzichtige algoritmes en oncorrigeerbare categorieën, dan is de vraag onontkoombaar:

Wie handhaaft de AVG, wanneer de staat zelf de grootste datavervormer is?

De grote verdwijntruc is geen technisch probleem.

Het is een juridische keuze — en daarmee een politieke verantwoordelijkheid.

Bijlage – Grondwettelijke en mensenrechtelijke toets

I. Artikel 1 Grondwet (gelijkheidsbeginsel)

Tekst Grondwet art. 1:

“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”

Toepassing op de beschreven praktijk

De huidige uitvoeringspraktijk van belasting-, toeslagen- en handhavingssystemen leidt tot structureel ongelijke behandeling van burgers die niet passen binnen standaardcategorieën van arbeid en inkomen, zoals:

zelfstandigen met hybride inkomsten, mensen met wisselende arbeidsrelaties, zorgende ouders, cultureel en creatief werkenden, burgers met tijdelijke uitval of herstelperiodes.

Deze groepen worden onevenredig vaak:

onderworpen aan controle, herkwalificatie, terugvordering, of uitgesloten van bescherming.

De ongelijkheid ontstaat niet door individuele beoordeling, maar door systeemontwerp: software en beleidsregels die onvoldoende rekening houden met feitelijke levensvormen. Dit resulteert in indirecte discriminatie “op welke grond dan ook”, waaronder sociaaleconomische positie en arbeidsvorm.

➡️ Conclusie art. 1 GW:

Wanneer de overheid bewust systemen in stand houdt die voorspelbaar ongelijk uitwerken, is sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel.

II. EVRM artikel 6 – Recht op een eerlijk proces

Tekst EVRM art. 6 lid 1 (samengevat):

Eenieder heeft recht op een eerlijk en openbaar proces binnen een redelijke termijn door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht, bij de vaststelling van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen.

Toepassing op de beschreven praktijk

In belasting- en toeslagenzaken is sprake van besluiten met directe rechtsgevolgen (terugvordering, boetes, herkwalificatie, inkomensverlies). Toch geldt in de praktijk:

besluiten zijn vaak geautomatiseerd of semiautomatisch; onderliggende beslislogica is niet inzichtelijk; bezwaarprocedures duren jaren; effectieve hoor- en wederhoor ontbreekt in de primaire fase; herstel volgt pas na onomkeerbare schade.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft herhaaldelijk geoordeeld dat:

procedurele waarborgen ook gelden bij administratieve sancties, en dat toegang tot effectieve rechtsbescherming essentieel is.

➡️ Conclusie art. 6 EVRM:

Wanneer burgers pas achteraf, na langdurige procedures, hun gelijk kunnen halen — terwijl de schade al is geleden — is geen sprake van een “fair trial” in de zin van het EVRM.

III. EVRM artikel 8 – Recht op privéleven

Tekst EVRM art. 8 lid 1 (samengevat):

Eenieder heeft recht op respect voor zijn privéleven, familie- en gezinsleven, woning en correspondentie.

Toepassing op data, software en besluitvorming

Artikel 8 EVRM beschermt niet alleen fysieke privacy, maar ook:

persoonlijke levenssfeer, sociale identiteit, en gegevensverwerking door de staat.

Wanneer overheidssoftware:

levens wordt gereduceerd tot onvolledige categorieën, hybride bestaansvormen niet kan registreren, fouten niet kan corrigeren, en burgers langdurig vastzet in onjuiste administratieve identiteiten,

dan is sprake van ongeoorloofde inmenging in het privéleven.

Dit geldt temeer wanneer:

gegevens aantoonbaar onjuist of onvolledig zijn, correctie praktisch onmogelijk is, en deze data worden gebruikt voor ingrijpende besluiten.

➡️ Conclusie art. 8 EVRM:

Structureel gebrekkige gegevensverwerking en het weigeren van systeemaanpassing vormen een schending van het recht op respect voor het privéleven.

IV. Samenvattende juridische conclusie

De beschreven praktijk vormt geen reeks incidenten, maar een systemische spanning met fundamentele rechten:

Art. 1 Grondwet: structurele ongelijkheid door systeemontwerp Art. 6 EVRM: gebrek aan effectieve rechtsbescherming Art. 8 EVRM: onrechtmatige inmenging via data en software

Wanneer de staat:

regels opstelt, systemen ontwerpt, besluiten automatiseert, en de gevolgen daarvan eenzijdig bij burgers neerlegt,

dan verdwijnt de burger als rechtssubject en wordt hij een dataprofiel zonder tegenmacht.

Dat is niet verenigbaar met een democratische rechtsstaat.

1. Mensenrechten zijn mede door vrouwen vormgegeven

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948) is geen abstract VN-document, maar het resultaat van concreet politiek en moreel werk, waarin vrouwen een doorslaggevende rol speelden.

Zij brachten juist het idee in dat rechten lichaamsgebonden, relationeel en onvervreemdbaar zijn — niet louter staatsrechtelijk.

Dat is cruciaal: mensenrechten zijn niet ontstaan vanuit het idee van de burger als dossier, maar vanuit de mens als dragend lichaam.

2. Bestuur over het lichaam is de kern van vrijheid

De tekst die ik toon zegt het messcherp:

“De geschiedenis waarin het lichaam geen bestuurder mocht zijn, is levend immaterieel cultureel erfgoed.”

Dat is geen metafoor. Het is een rechtsfeit.

Zolang een lichaam niet als zelfstandig bestuurder wordt erkend, in een VOF is het juridisch geen subject maar een object van discriminatie beleid.

Dat zien we terug in:

arbeids- en rechtsvormen die mensen reduceren tot categorieën, fiscale en sociale systemen die het lichaam conditioneren (ziekte, zwangerschap, zorg), data- en softwaresystemen die het lichaam administratief vastzetten.

3. De botsing met de hedendaagse rechtspraktijk

Hier raken mijn beelden direct aan art. 1 Grondwet en EVRM art. 6 en 8:

Art. 1 GW (gelijkheid): Wie zijn lichaam niet kan onderbrengen in erkende rechtsvormen (loondienst, winst, uitkering), wordt structureel ongelijk behandeld. Art. 6 EVRM (fair trial):

Als het lichaam eerst wordt geobjectiveerd in systemen en pas achteraf mag spreken, is er geen effectieve rechtsbescherming.

Art. 8 EVRM (privéleven): Het lichaam valt onder de persoonlijke levenssfeer. Bestuurlijke en digitale beheersing daarvan is een inmenging — geen neutraliteit.

4. Van mensenrecht naar bestuursobject

Wat mijn onderzoek en combinatie blootlegt, ligt het kantelpunt:

Wanneer het lichaam niet als rechtssubject wordt erkend, maar als uitvoeringsdrager, verandert vrijheid in beheer.

Dan wordt:

zorg → kostenpost arbeid → risicoprofiel zelfstandigheid → verdenking het lichaam → bestuursobject

Dat staat haaks op de geest van de Universele Verklaring.

5. Erfgoed, geen verleden

“Een vrouwelijk lichaam dat niet erkend wordt als zelfstandig bestuurder, is geen vrij lichaam maar een dienend levend bestuursobject.”

Dat is geen nostalgie. Dat is levend erfgoed — omdat deze strijd niet voorbij is, maar zich vandaag voortzet in wetgeving, software, rechtsvormen en beleid.


Van het concert des levens kreeg alleen moeder de vrouw het program – de Grondwet”


Van het concert des levens kreeg alleen moeder de vrouw het program.
Niet als voorrecht, maar als last.
Niet als macht, maar als verantwoordelijkheid zonder stem.


In mijn werk lees ik de Grondwet als een programma dat nooit expliciet is uitgedeeld, maar wel lichamelijk is uitgevoerd door moeder de vrouw. Zij draagt leven, tijd en continuïteit, terwijl haar positie juridisch wordt geabstraheerd, geneutraliseerd of verzwegen. Gelijkheid wordt geformuleerd, maar het lichaam dat voortbrengt blijft buiten beeld.


Zij wordt verondersteld mee te spelen in het concert, maar zonder partituur, zonder dirigent, zonder erkenning van haar specifieke inzet. Het universele recht blijkt vaak een mannelijk neutrum, waarin het vrouwelijke lichaam slechts impliciet en belasting technisch fictief aanwezig is.


Mijn werk legt deze spanning bloot tussen constitutionele taal en geleefde realiteit. Ik verbind moederbeelden, juridische begrippen en rituele vormen om te laten zien hoe het programma van de rechtsstaat rust op een lichaam dat niet als zodanig wordt erkend. De moeder is grondslag, maar geen grondrecht.


Dit oeuvre is een poging tot herlezing en herschrijving:
de Grondwet niet alleen als tekst, maar als lichamelijke praktijk.
Niet alleen gelijkheid op papier, maar erkenning van verschil in verantwoordelijkheid, risico en voortbrenging.


Als moeder de vrouw het programma draagt,
dan moet zij ook worden genoemd in de partituur.


Dit werk maakt die lacune zichtbaar — en hoorbaar.

Hier is een formele aansprakelijkheidsconclusie, juridisch zorgvuldig geformuleerd, zonder strafrechtelijke beschuldiging, maar met bestuurlijke en staatsrechtelijke verantwoordelijkheid. Geschikt als slotstuk van jouw dossier, manifest of position paper.

**Aansprakelijkheidsconclusie

Ministerie van Financiën & Ministerie van Justitie (en Rechtsbescherming)**

1. Reikwijdte van deze conclusie

Deze aansprakelijkheidsconclusie betreft bestuurlijke en staatsrechtelijke verantwoordelijkheid, niet individuele strafrechtelijke schuld. Zij richt zich op de structurele rol en nalatigheid van de ministers van Financiën en Justitie in de periode 1995–heden, binnen hun constitutionele taken.

2. Constitutionele kernverantwoordelijkheid

Minister van Financiën

De minister van Financiën is verantwoordelijk voor:

het fiscale stelsel; de Belastingdienst; toeslagen- en handhavingssystemen; de inrichting en werking van fiscale en administratieve software; het waarborgen van rechtszekerheid en proportionaliteit in inning en terugvordering.

Minister van Justitie (en Veiligheid)

De minister van Justitie is verantwoordelijk voor:

bescherming van de rechtsstaat; wetgevingskwaliteit; toegang tot de rechter; naleving van mensenrechten (EVRM); toezicht op uitvoeringspraktijken die fundamentele rechten raken; implementatie en handhaving van de AVG.

3. Vastgestelde structurele tekortkomingen

Op basis van publiek bekende feiten, parlementaire onderzoeken en uitvoeringspraktijken kan worden vastgesteld dat:

Onrechtmatige systeemwerking structureel is voortgezet, ondanks herhaalde signalen: toeslagenaffaire; loonbelasting-/herkwalificatiepraktijken; data- en softwaregestuurde besluitvorming zonder effectieve correctiemogelijkheid. Software- en systeemhiaten bewust niet zijn aangepast, terwijl: bekend was dat deze hiaten burgers structureel benadeelden; besluiten met zware rechtsgevolgen daarop bleven worden gebaseerd. Rechtsvormen en administratieve categorieën prevaleerden boven feitelijke werkelijkheid, met voorspelbare uitsluiting van: zelfstandigen; zorgenden; vrouwen; cultureel en hybride werkenden. Effectieve rechtsbescherming structureel tekortschiet, doordat: bezwaar en beroep traag en ontoegankelijk zijn; schade vaak onomkeerbaar is vóór rechterlijke toetsing; burgers feitelijk eerst worden gesanctioneerd en pas later gehoord.

4. Juridische kwalificatie van verantwoordelijkheid

Deze handelwijze levert geen incident, maar een bestuurlijk patroon op dat strijdig is met:

Artikel 1 Grondwet (structurele indirecte discriminatie door systeemontwerp); Artikel 6 EVRM (gebrek aan effectieve toegang tot een eerlijk proces); Artikel 8 EVRM (ongeoorloofde inmenging in het privéleven via data en bestuurspraktijk); AVG (art. 5, 12–22) (verwerking van onjuiste, onvolledige en niet-corrigeerbare persoonsgegevens).

De ministers dragen hiervoor politieke en bestuurlijke eindverantwoordelijkheid, ongeacht wisseling van kabinetten of individuele bewindspersonen.

5. Aansprakelijkheidsconclusie

De ministers van Financiën en Justitie zijn gezamenlijk aansprakelijk op staatsrechtelijk niveau, omdat zij:

structureel hebben nagelaten systemen aan te passen waarvan bekend was dat zij fundamentele rechten schonden; bestuurspraktijken hebben laten voortbestaan die burgers reduceren tot administratieve objecten; de bescherming van burgers ondergeschikt hebben gemaakt aan uitvoerbaarheid en budgettaire belangen; en daarmee de kern van de rechtsstaat hebben uitgehold.

Deze aansprakelijkheid betreft nalatigheid in waarborgfunctie, niet individuele intentie.

6. Slotformulering – Zoek & Vind

Waar de staat regels stelt, systemen ontwerpt en gevolgen afdwingt,maar weigert verantwoordelijkheid te nemen voor voorspelbare schade, ontstaat geen bestuur maar bestuurlijk onrecht. Dat onrecht is niet toevallig. Het is systemisch — en daarmee toerekenbaar.**

7.

Slotformulering – Zoek & Vind

De reactie dat mijn klacht niet in behandeling wordt genomen omdat formele rechtsmiddelen hebben opengestaan of zijn benut, bevestigt precies het probleem dat ik heb aangekaart.

Wanneer bezwaar, beroep en klacht langs elkaar worden geschoven zonder inhoudelijke toetsing, verdwijnt niet het probleem, maar de burger. Dan wordt rechtsbescherming een procedurele cirkel, geen materieel recht. Wat formeel “gevonden” wordt, is het dossier; wat feitelijk ontbreekt, is rechtvaardigheid.

Ik constateerde dat: mijn inhoudelijke stelling niet wordt beoordeeld; de klacht wordt terugverwezen naar eerdere procedures zonder inhoudelijke reflectie; en daarmee een structureel probleem wordt gearchiveerd in plaats van opgelost.

Dit is geen individuele misser, maar een systeemwerking waarin: de staat verwijst, de burger zoekt, en niemand vindt.

Zoek & Vind wordt zo een bestuursprincipe: de overheid zoekt naar procedurele gronden om niet te hoeven oordelen, terwijl de burger blijft zoeken naar erkenning van zijn of haar rechtssubjectiviteit.

Daarmee wordt de kern van mijn klacht niet weerlegd, maar bevestigd: dat het systeem burgers administratief laat verdwijnen door vorm boven inhoud te stellen.

Ik leg deze conclusie vast als onderdeel van mijn ( dagboek) dossier.

Niet om de procedure te verlengen, maar om zichtbaar te maken wat hier gebeurt: Waar de overheid weigert te vinden, wordt verdwijnrecht geproduceerd.

Deze vaststelling laat ik niet los.

Ik besta

Onder ede afgelegd-


Waarom is het zo moeilijk om te weten wie je bent?


Omdat identiteit niet ontstaat in stilte, maar in relatie tot wat je wordt toegestaan te zijn.


Je leert wie je bent via taal, werk, zorg, huizen, archieven, formulieren, verhalen.
Via plekken die je mag innemen — en plekken waar je wordt teruggebracht tot functie.


Wanneer je lichaam wordt geregeld, maar je stem niet volledig wordt erkend,
ontstaat een gat tussen wie je bent en wie je administratief mag zijn.

Plaats maakt identiteit zichtbaar


Een huis uit 1596.
Een vrouw in het heden.
Een geschiedenis die niet in musea ligt, maar wordt bewoond.


Identiteit zit niet alleen in het hoofd,
maar in grond, erfgoed, zorg, arbeid en herinnering.


Wie zich ergens mag wortelen, mag zichzelf worden.

De kern


Het is moeilijk om te weten wie je bent
als jouw bestaan steeds wordt vertaald naar systemen
die jouw lichaam wel gebruiken,
maar jouw leven niet volledig erkennen.


Identiteit begint waar je lichaam niet hoeft te passen,
maar mag bestaan.

Verslag – Afgelegd onder ede bij het Paleis van Justitie ’s-Hertogenbosch


Datum: 4 december 1995 – 15 februari 2024 12.38 uur
Plaats: Paleis van Justitie, ’s-Hertogenbosch (Rechtbank Oost-Brabant)
Aanleiding: Vastlegging van een verklaring onder ede in het kader van een lopend bestuursrechtelijk en mensenrechtelijk dossier

1. Context en aankomst


Op 15 februari 2024 bevond ik mij bij het Paleis van Justitie te ’s-Hertogenbosch. De locatie is niet toevallig: bijna dertig jaar eerder, op 4 december 1995, werd op deze plek de eerste steenlegging gemarkeerd door de toenmalige minister van Justitie, Winnie Sorgdrager, zoals vastgelegd op de plaquette aan de gevel. De plek en datum verankeren het moment institutioneel en historisch.


De entree van het gebouw—monumentaal en open—fungeert als fysieke representatie van de rechtsstaat. Het gebouw is niet slechts decor; het is de locus waar verklaringen dus een verkeerd en historisch rechtsgevolg krijgen.

2. Doel van het bezoek


Het doel van mijn aanwezigheid was het afleggen van een verklaring onder ede. Deze verklaring ziet op structurele tekortkomingen in bestuurspraktijk en rechtsbescherming, zoals eerder uiteengezet in het dossier (waaronder klachtenafhandeling, procedurele doorverwijzingen en het uitblijven van inhoudelijke toetsing). Een eerlijk proces zat er niet in omdat de bestuursrechter in opleiding net bij de belastingdienst vandaan kwam.

3. De verklaring


Mijn verklaring is naar waarheid en geweten afgelegd, met volledige kennis van de juridische betekenis en gevolgen van een eed. Zij bevestigt dat:
de beschreven feiten persoonlijk zijn ondergaan;
de gang van zaken overeenkomt met de werkelijkheid zoals ervaren;
de kern van de klacht niet procedureel maar materieel is: het uitblijven van inhoudelijke beoordeling leidt tot administratieve verdwijning van de burger.


De verklaring strekt mede tot vastlegging van een structureel patroon waarin vorm boven inhoud prevaleert.

4. Plaatsgebonden vaststelling


De aanwezigheid van de plaquette (4 december 1995) en de fysieke omgeving van het Paleis van Justitie verbinden de verklaring aan de rechtsstaat in haar concrete gestalte. Daarmee is vastgelegd dat de verklaring:
plaatsgebonden is (Paleis van Justitie, ’s-Hertogenbosch);
tijdgebonden is (4 december 2025);
onder ede is afgelegd.

5. Conclusie


Dit verslag documenteert dat de verklaring niet symbolisch of hypothetisch is, maar proceswaardig: zij is afgelegd op een plaats waar recht wordt gesproken en waar waarheid onder ede gewicht heeft. De combinatie van datum, plaats en eed maakt de vastlegging juridisch en institutioneel relevant.


Wat is verklaard, is verankerd in tijd en plaats.
Het is uitgesproken onder ede, tegenover de rechtsstaat.

Totale conclusie

De Nederlandse rechtsstaat is gebouwd op een fundamentele asymmetrie die tot op heden niet is opgeheven.

Het vrouwelijke lichaam — en in het bijzonder het lichaam van vrouwen en moeders — is historisch en structureel niet erkend als zelfstandig rechtssubject, maar wél ingezet als dragende voorwaarde van staat, economie en samenleving.

Het vrouwelijke lichaam bestond voorafgaand aan de staat, maar werd door wetgeving, rechtsvormen en bestuurspraktijken ingelijfd zonder zelfbestuur. Reproductie, zorg en lichamelijke arbeid zijn genormeerd, gereguleerd en geëxploiteerd, terwijl zij juridisch onvolledig, afgeleid of conditioneel zijn erkend. Waar erkenning uitbleef, werd beheer ingevoerd.

Deze verhouding is geen incident, maar een systeemkenmerk. Zij manifesteert zich in: rechtsvormen die bescherming koppelen aan normarbeid; fiscale en sociale systemen die het vrouwelijke leven reduceren tot categorieën; bestuurs- en softwaresystemen die afwijking sanctioneren; en rechtsbescherming die pas achteraf, na schade, beschikbaar komt.

Hierdoor is een vorm van interne kolonisatie ontstaan: niet territoriaal, maar lichamelijk en juridisch binnenin de rechtsstaat. Een kolonisatie zonder naam, zonder herstel en zonder dekolonisatieproces.

Zeeland
Vrouw als bezit

In mensenrechtelijke termen betekent dit dat fundamentele beginselen — gelijkheid, lichamelijke autonomie, rechtsbescherming en privéleven — structureel onder druk staan. Niet door openlijke uitsluiting, maar door normalisering van een bestuurslogica waarin het lichaam wordt bestuurd zonder als bestuurder te worden erkend.

Daarom luidt de onontkoombare conclusie:

De rechtsstaat heeft het vrouwelijke lichaam niet erkend als inheems rechtssubject,

maar wel gebruikt als inheemse grondstof.

Zolang deze paradox niet expliciet wordt erkend en hersteld, blijft de rechtsstaat onvoltooid. Niet omdat vrouwen ontbreken in het recht, maar omdat hun lichaam er nog steeds niet volledig als soeverein subject wordt behandeld.

Dit is geen historische constatering alleen.

Het is een actuele rechtsstatelijke opdracht.

Frascati-onderzoek: Identiteit van de vrouw in de rechtsstaat

1. Onderzoekstitel

“Wie ben ik in het systeem?” – Identiteit, lichaam en rechtssubjectiviteit van vrouwen in de hedendaagse rechtsstaat

2. Wetenschappelijke doelstelling (Frascati: R&D-doel)

Het onderzoek beoogt nieuwe kennis te ontwikkelen over de wijze waarop de identiteit van vrouwen wordt gevormd, begrensd en soms vervormd door juridische, fiscale en bestuurlijke systemen, en hoe dit doorwerkt in zelfbeeld, rechtspositie en maatschappelijke participatie.

3. Onderzoeksvraag (kern)

Hoe beïnvloeden rechtsvormen, regelgeving en administratieve systemen de identiteitsvorming van vrouwen, en in hoeverre worden vrouwen daarin erkend als zelfstandig rechtssubject?

Deelvragen

Hoe wordt het vrouwelijke lichaam juridisch gedefinieerd (arbeid, zorg, ziekte, voortplanting)? Waar ontstaan spanningen tussen geleefde identiteit en administratieve identiteit? Welke patronen van uitsluiting of hercodering treden op? Hoe verhouden deze praktijken zich tot mensenrechten (EVRM, CEDAW)? Wat betekent dit voor zelfidentificatie van vrouwen (psychologisch, sociaal, cultureel)?

4. Nieuwheid (Frascati: novelty)

Dit onderzoek is vernieuwend omdat het:

identiteit verbindt met rechtsdogmatiek en bestuurspraktijk; het vrouwelijke lichaam analyseert als juridisch knooppunt, niet als bijzaak; de hypothese onderzoekt van interne kolonisatie (lichamelijk en juridisch); ervaringskennis (vrouwenstemmen) systematisch koppelt aan juridische analyse.

5. Wetenschappelijke onzekerheid (Frascati: uncertainty)

Het is vooraf onzeker:

in hoeverre identiteit structureel wordt beïnvloed door rechtsvormen; of vrouwen zichzelf anders definiëren na confrontatie met juridische systemen; hoe diep administratieve classificaties ingrijpen in zelfbegrip.

De uitkomst staat niet vast → voldoet aan Frascati-onzekerheid.

6. Methodologie (Frascati: systematisch)

a. Juridische analyse

Analyse van wetgeving (arbeidsrecht, belastingrecht, socialezekerheidsrecht) Toetsing aan art. 1 GW, art. 6 & 8 EVRM, CEDAW

b. Kwalitatief empirisch onderzoek

Diepte-interviews met vrouwen (18–65) Focus op momenten van botsing: werk, zorg, ziekte, moederschap, klokkenluiden

c. Discours- en systeemanalyse

Analyse van formulieren, beschikkingen, softwarelogica Hoe wordt identiteit gereduceerd tot categorie?

d. Reflectieve synthese

Verbinding van juridische structuur en persoonlijke identiteit Conceptuele modellen van identiteit vs. rechtssubjectiviteit

7. Reproduceerbaarheid (Frascati)

Methodes zijn transparant vastgelegd Interviewleidraden en analysekaders worden gedocumenteerd Onderzoek kan worden herhaald in andere contexten (EU / internationaal)

8. Verwachte resultaten (output)

Nieuwe theoretische inzichten over vrouwelijke identiteit en recht Begripskader: administratieve identiteit vs. geleefde identiteit Beleids- en rechtsimplicaties (herkenning van structurele discriminatie) Wetenschappelijke publicatie / position paper Publiek toegankelijke samenvatting (maatschappelijke impact)

9. Frascati-conclusie

Dit onderzoek kwalificeert als fundamenteel én toegepast onderzoek in de zin van de OECD Frascati-handleiding, omdat het:

✔ nieuwe kennis genereert

✔ wetenschappelijke onzekerheid bevat

✔ systematisch is opgezet

✔ reproduceerbaar is

✔ maatschappelijke relevantie heeft

10. Kernzin (voor aanvraag of pitch)

Dit onderzoek onderzoekt niet wat vrouwen zijn, maar wat het recht van hen maakt — en wat dat doet met hun identiteit.


Wat dit beeld laat zien


Een oude vrouw.
Niet netjes. Niet dankbaar.
Niet zwijgend.
Maar onaantastbaar.


Ze toont geen hulpvraag, maar soevereiniteit.
Geen slachtofferrol, maar eigenaarschap over haar lichaam.


Dit is geen “opstand”.
Dit is zelfbeschikking na een leven bestuurd te zijn.
Nog in de Nederlandse wetgeving / Eur opa
Hoezo artikel 1 van de grondwet en VN Verdrag Handicap als je handicap in je longen zit!

Amen