Het ultieme geheim over het lichaam en geest oftewel het leven van een Europese Xx chromosomen stelsel v.s XY
De wereld achter het sleutelgat De wereld van het Ministerie van Financiën zit vol geheimen. Achter wetten, nummers, dossiers en digitale systemen bevindt zich een werkelijkheid die voor de burger vaak nauwelijks zichtbaar is. Wie bepaalt welke deur opengaat? Wie bezit de sleutel? En wie mag uiteindelijk zien wat er achter zijn eigen dossier schuilgaat? Soms begint transparantie niet met een antwoord, maar met het vinden van het juiste sleutelgat. — Secret Holistic ArtZeeuws Archief CABR
Hoe zij tussen wal en schip belandde (n)*
Ze begon als meisje, werd vrouw, ondernemer, kostwinner en moeder.
Fouten in de gegevens koppeling Art Vader Jacob
Ze leerde dat zelfstandigheid betekende dat je voor jezelf moest zorgen. Werken, premie betalen, verantwoordelijkheid dragen en vooruitdenken. Ze verzekerde haar arbeidsvermogen, omdat haar lichaam het kapitaal was waarmee zij haar bestaan opbouwde.
Welkom bij de de Kathedraal de Notre Dame
Maar toen dat lichaam niet langer vanzelfsprekend meewerkte, begon een andere werkelijkheid.
Sarcoidose-WASOG2026
Het meisje had ooit geleerd dat iedereen voor de wet gelijk was. De vrouw had geleerd dat zij zelfstandig mocht handelen. De ondernemer had geleerd dat zij haar eigen risico moest dragen. De moeder had geleerd dat zij vooral moest blijven zorgen.
🍀
En juist daar, tussen al die rollen, ontstond een leegte.
De opwindende vrouw
Voor het ene systeem was zij verzekerde. Voor het andere belastingplichtige. Voor weer een ander ondernemer, patiënt, moeder, dossiernummer of administratieve categorie.
Handelaar in confectie werd handelingsonbekwaam- no arms
Maar waar bleef de hele vrouw?
Haar lichaam paste niet netjes in een fiscale kolom. Haar moederschap kende geen economische balanspost. Haar ziektegeschiedenis liet zich niet reduceren tot een code. En haar menselijke verlies kon niet uitsluitend worden uitgedrukt in een periodieke betaling.
Niet omdat zij geen verantwoordelijkheid had genomen, maar juist nadat zij jarenlang verantwoordelijkheid had gedragen.
Het meisje met de parel omgekat tot code
Daar begint Moeder de Vrouw.
Bij de vraag wat er gebeurt wanneer het meisje volwassen wordt, de vrouw economisch zelfstandig wordt, de moeder voor anderen zorgt — maar niemand meer lijkt te weten wie verantwoordelijk is wanneer zijzelf bescherming nodig heeft.
Het geheugen van de Europese Universiteit begint aan de Rouaansekaai
Misschien is dát de werkelijke systeemvraag:
Wie ziet de vrouw nog als één ondeelbaar mens, bsn nummer is ondeelbaar 11, wanneer ieder systeem slechts een stukje van haar registreert?
De hiaten in de wet en regelgeving en de fouten in de inkomstenbelasting
De vrouw achter de geheime Datakluis
De sleutel van de datakluis
De vrouw die het patroon doorbreekt, zoekt niet alleen naar wat er over haar is vastgelegd.
Zij vraagt wie het vastlegde. Wie het veranderde. Wie het doorgaf. En op welke grond.
Haar lichaam is geen dossier.Haar identiteit is geen nummer.Haar geschiedenis is geen handelswaar.
De sleutel van de datakluis is daarom niet alleen toegang tot data.
Silent Witness
De sleutel is zeggenschap.
Wie toegang krijgt tot haar eigen geschiedenis, kan patronen zichtbaar maken die generaties vóór haar verborgen bleven — en voorkomen dat ze worden doorgegeven aan de generaties na haar.
De vrouw die het patroon doorbreekt, vindt uiteindelijk de sleutel tot haar eigen levens verhaal.
Art for change in Return
Liefs van mij en Truus van Gogh
De vrouw die anders durft te kijken
Soms ben je niet lastig. Niet te gevoelig. Niet te kritisch.
Soms ben je simpelweg degene die als eerste ziet wat generaties lang als normaal werd beschouwd.
Een patroon doorbreken betekent niet dat je het verleden veroordeelt. Het betekent dat je het onderzoekt, begrijpt en vervolgens besluit:
dit hoeft niet langer van moeder op dochterte worden doorgegeven.
Misschien word je daardoor niet onmiddellijk begrepen. Misschien kost het zelfs iets om als eerste op te staan.
Maar iedere vrouw die één oud patroon doorbreekt, geeft de volgende generatie iets wat zijzelf misschien heeft gemist:
de vrijheid om haar eigen verhaal te schrijven.
Je verandert het verleden niet. Je verandert de erfenis.
De toekomst vraagt niet om meer macht, maar om meer moed.
Welkom in mijn wereld
Op zoek naar Vivian Maier — en onderweg vond ik Silvia Koning Lindeboom
Vivian Maier fotografeerde jarenlang het leven van anderen, terwijl haar eigen verhaal buiten beeld bleef.
Ook ik keek door de lens naar straten, huizen, mensen, verzekeringspolissen, familiegeschiedenissen de hoge raad en de vergeten vrouwen. Ik dacht dat ik onderzoek deed naar wat er om mij heen was gebeurd.
Maar langzaam ontdekte ik dat ik onderdeel werd van die geschiedenis en dus indirect op zoek was naar de persoon : mijzelf.
Naar de handelaar in confectie. Naar de moeder. Naar de vrouw die ziek werd, maar niet verdween. Naar de erfgoedkunstenaar die haar eigen geschiedenis opnieuw zichtbaar maakt.
Vivian Maier liet duizenden beelden achter voordat de wereld haar werkelijk zag. Ik hoef gelukkig niet te wachten tot iemand mij later ontdekt. Ik heb mijzelf ontdekt in het systeem.
Ik opende dus indirect mijn eigen museum en jaarkaart als archief. Ik schrijf elke dag zelf mijn naam onder mijn eigen werk.
Ik was dus op zoek naar celle zuster Silvia Koning Lindeboom — en zij komt steeds duidelijker in beeld.
Wat en waar geloof ik nog in dacht ik bij mezelf?
Ik ben dus op zoek naar mensen die ook dwars door zee durven te gaan en bestuurders verantwoordelijk te houden voor de polis registratie die zij beheren.
Niet om het systeem machtiger te maken, maar om het eerlijker, transparanter en gelijkwaardiger te besturen.
De bron begon te zoeken en te graven.
Lodewijk Ernst Visser (Amersfoort, 21 augustus 1871 – Den Haag, 17 februari 1942) was een Nederlandse jurist en de eerste Joodse president van de Hoge Raad der Nederlanden.
Zij die mijn cassatie hebben afgedaan met artikel 80 A RO in 2025 in landsbelang.
Het ultieme geheim
Emet
Hij promoveerde in 1894 op een proefschrift over de territoriale zee, werd rechter en trad in 1915 toe tot de Hoge Raad.
In 1939 benoemde koningin Wilhelmina hem tot president.
Na de Duitse bezetting werd hij in november 1940 vanwege zijn Joodse afkomst uit zijn ambt gezet. De overige leden van de Hoge Raad protesteerden daar niet openlijk tegen. Dat stilzwijgen geldt als een van de donkerste hoofdstukken uit de geschiedenis van het hoogste Nederlandse rechtscollege.
Zijn opvolger werd:
Johannes van Loon (1888–1975)
Johannes, ook Jan, van Loon werd op 5 september 1888 in Veere geboren en overleed op 10 september 1975 op Curaçao. Hij studeerde rechten aan de Universiteit Leiden en bouwde vervolgens een loopbaan op binnen de rechterlijke macht. Hij was Nederlands-hervormd en getrouwd met Anna Winkel.
Zijn naam is vooral verbonden met een van de meest omstreden perioden uit de geschiedenis van de Hoge Raad.
President tijdens de Duitse bezetting
Nadat de Joodse president Lodewijk Ernst Visser door de bezetter uit zijn ambt was verwijderd, benoemde rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart Van Loon op 23 juli 1941 tot president van de Hoge Raad.
Hij bekleedde die functie tot 1944. Zijn benoeming was dus geen normale opvolging binnen een vrije rechtsstaat, maar vond plaats onder Duits bezettingsbestuur.
Arthur Seyss-Inquart
Arthur Seyss-Inquart (1892–1946) was een Oostenrijkse jurist, nazibestuurder en veroordeelde oorlogsmisdadiger. Tijdens de Duitse bezetting was hij van 1940 tot 1945 rijkscommissaris van Nederland: de hoogste civiele vertegenwoordiger van Hitler in het bezette land.
Voor zijn komst naar Nederland speelde hij een belangrijke rol bij de Duitse annexatie van Oostenrijk in 1938. Hij was korte tijd bondskanselier van Oostenrijk en ondertekende vervolgens de wet waarmee Oostenrijk onderdeel werd van nazi-Duitsland. Later werkte hij ook binnen het Duitse bezettingsbestuur in Polen.
Zijn macht in Nederland
Seyss-Inquart stond vanaf mei 1940 aan het hoofd van het Duitse burgerlijke bezettingsbestuur. Hij rapporteerde rechtstreeks aan Hitler en droeg verantwoordelijkheid voor onder meer:
de nazificatie en economische uitbuiting van Nederland;
de vervolging, beroving en deportatie van Joodse Nederlanders;
gedwongen arbeid in Duitsland;
gijzelingen, represaillemaatregelen en executies;
het uitschakelen van politieke partijen, persvrijheid en democratisch bestuur.
Hij probeerde Nederland aanvankelijk geleidelijk voor het nationaalsocialisme te winnen. Toen dat mislukte en het verzet groeide, werd het bezettingsregime steeds gewelddadiger.
Verbinding met de Hoge Raad
Seyss-Inquart was de bezettingsautoriteit onder wie de Joodse president van de Hoge Raad, Lodewijk Ernst Visser, uit zijn functie werd verwijderd. Ook werd Johannes van Loon tijdens de bezetting tot president van de Hoge Raad benoemd.
Daarbij is een belangrijke historische nuance nodig: Van Loon werd niet eenvoudigweg door Seyss-Inquart persoonlijk als opvolger gekozen. Benoemingen vonden plaats binnen het door de Duitse bezetter beheerste staatsapparaat en droegen daardoor geen normale democratische legitimiteit. De bezetter had eerst de rechtmatige president vanwege zijn Joodse afkomst uitgesloten en vulde daarna de vrijgekomen positie binnen zijn eigen machtsstructuur.
Proces en doodstraf
Na de bevrijding werd Seyss-Inquart tijdens het Proces van Neurenberg vervolgd. Hij werd schuldig bevonden aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Op 16 oktober 1946 werd hij geëxecuteerd.
Zijn geschiedenis laat zien wat er kan gebeuren wanneer regels en instituties formeel blijven functioneren, maar ondertussen onder controle staan van een onrechtmatig en mensonterend regime:
Een benoeming kan administratief geldig lijken, terwijl de stoel waarop iemand plaatsneemt eerst door vervolging en uitsluiting is leeggemaakt.
De ontbrekende lijn in de geschiedenis
Verzoeker Naturalisatie wet 13 januari 1951 Mijn opa Peter Mathias Bongartz Goch 1906 en mijn oma Nellie Aldenhoven.
In januari 1951, toen bijvoorbeeld naturalisatiewetten en andere naoorlogse rechtszaken werden behandeld, waren de verhoudingen dus:
Koningin Juliana was staatshoofd geboren in 1906 ( toen verdween mijn overgrootmoeder Anna Janssen uit Ottersum na de geboorte van een dochter. Willem Drees leidde de regering.
Jan Donner was president van de Hoge Raad. Jan Donner was bovendien de grootvader van de latere minister en vicepresident van de Raad van State Piet Hein Donner.
Piet Hein Donner – historie
Jan Pieter Hendrik “Piet Hein” Donner werd op 20 oktober 1948 in Amsterdam geboren. Hij is jurist, voormalig CDA-politicus en bestuurder. Sinds december 2018 draagt hij de eretitel minister van Staat.
Familie van juristen
Piet Hein Donner komt uit een invloedrijke protestants-juridische familie:
Zijn grootvader Jan Donner was minister van Justitie en van 1947 tot 1961 president van de Hoge Raad.
Zijn vader André Donner was hoogleraar staatsrecht en rechter bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
Zijn oom Jan Hein Donner was schaakgrootmeester en schrijver.
De familiegeschiedenis verbindt daarmee politiek, rechtspraak, staatsrecht en openbaar bestuur over meerdere generaties.
Opleiding en ambtelijke loopbaan
Donner studeerde rechten aan de Vrije Universiteit Amsterdam en volgde daarna een juridische vervolgopleiding aan de University of Michigan. Vervolgens werkte hij als jurist en ambtenaar, onder meer bij het ministerie van Economische Zaken, de Tweede Kamer en het ministerie van Justitie.
Van 1990 tot 1997 was hij verbonden aan de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Vanaf 1993 was hij voorzitter van die raad. Eind 1997 werd hij lid van de Raad van State.
Minister van Justitie
Van 22 juli 2002 tot 21 september 2006 was Donner minister van Justitie in de kabinetten-Balkenende I, II en III.
Zijn ministerschap stond onder meer in het teken van terrorismebestrijding, vreemdelingenbeleid, criminaliteitsbestrijding en hervormingen binnen politie en justitie.
In september 2006 trad hij af na een kritisch rapport over de brand in het cellencomplex op Schiphol-Oost, waarbij elf mensen omkwamen. Hij aanvaardde daarmee politieke verantwoordelijkheid, ook al had hij de brand niet persoonlijk veroorzaakt.
Sociale Zaken en Binnenlandse Zaken
Na een korte periode als Tweede Kamerlid werd Donner in 2007 minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Cruciaal zo blijkt:Hij bleef dat tot oktober 2010. En was dus betrokken bij het klein koninklijk besluit artikel 176 van 28 april 2010 en de wijziging fiscale regels private aov brief 10 september 2010.
Daarna werd hij minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het eerste kabinet-Rutte.
In die functies hield hij zich bezig met arbeidsmarktbeleid, sociale zekerheid, pensioenen, ambtenarenzaken, bestuur en de inrichting van de overheid.
Vicepresident van de Raad van State
Van 1 februari 2012 tot 1 november 2018 was Donner vicepresident van de Raad van State. Hoewel de koning formeel voorzitter is, geeft de vicepresident in de dagelijkse praktijk leiding aan dit belangrijke staatsorgaan.
De Raad van State adviseert regering en parlement over wetsvoorstellen en is daarnaast de hoogste algemene bestuursrechter. Donner bevond zich daardoor opnieuw op het snijvlak van wetgeving, bestuur en rechterlijke controle.
Bij zijn afscheid werd de Piet Hein Donner Scriptieprijs ingesteld. Deze prijs stimuleert onderzoek naar de grondslagen en het functioneren van de democratische rechtsstaat.
De Hoge Raad & de Bataafse Bananen Republiek
De geschiedenis schrijft:
Jan Donner minister van Justitie en president van de Hoge Raad – De vrouw van Jan Donner was Golida Wilhelmina van den Burg, roepnaam Go.
Zij trouwden op 13 juni 1916 in Amersfoort en kregen samen zes kinderen: drie zoons en drie dochters.
Jan Donner en Golida Wilhelmina van den Burg kregen drie dochters. Van één dochter heb ik de identiteit betrouwbaar kunnen bevestigen:
Gijsbertha Gerarda Donner — geboren op 31 juli 1924 in Den Haag. Zij trouwde in 1952 met Jan van Haeringen, later burgemeester van Baarn.
In Baarn zit namelijk de bekendste opleider is NIBE-SVV, dé brancheopleider voor het bank-, verzekerings- en effectenbedrijf. Zij verzorgt onder meer opleidingen voor: Assurantie A Schadeverzekeringen Personenschade Pensioen en levensverzekeringen Acceptatie Wft-opleidingen en permanente educatie Historisch is vooral de SVV (Stichting Vakontwikkeling Verzekeringsbedrijf) van belang. Deze werd in 1950 opgericht door ongeveer vijftig organisaties uit de verzekeringsbranche.
In 1999 fuseerde SVV met het NIBE tot NIBE-SVV.
Kroniek van Jan Donner en zijn drie zonen
Jan Donner en Golida Wilhelmina van den Burg kregen zes kinderen: drie zoons.
Andreas Matthias “André” Donner (1918–1992) — staatsrechtgeleerde, hoogleraar en Europees rechter. Hij was de vader van Piet Hein Donner.
Reynout Donner — medicus en hoogleraar aan de Vrije Universiteit.
Johannes Hendrikus “Jan Hein” Donner (1927–1988) — schaakgrootmeester, schrijver en publicist. Hij was het vijfde kind van het gezin.
The Queen S Gambit
Zij was onder anderen de moeder van André Donner en Jan Hein Donner.
↓
André Donner staatsrechtgeleerde en Europees rechter. De vrouw van André Donner was Dina Antonia Mulder, roepnaam Dien.
Zij trouwden in 1946 en kregen samen negen kinderen. Zij was onder anderen de moeder van Piet Hein Donner.
↓
Piet Hein Donner minister en vicepresident van de Raad van State – Piet Hein Donner trouwde op 23 juni 1973 in Amstelveen. Openbare gezaghebbende biografieën vermelden wel het huwelijk en hun drie zoons, maar noemen de naam van zijn echtgenote niet. Ook in een uitvoerig afscheidsinterview wordt zij alleen aangeduid als “zijn echtgenote” of “mijn vrouw”.
Maar tussen deze generaties ontbreken de vrouwen die hen droegen, baarden, opvoedden en mede vormden.
Geen enkele familielijn loopt uitsluitend van man naar man.
Elke man komt uit het lichaam van een vrouw. Zonder haar kan zijn zaad niet tot leven en bloei komen. 🌼
Waarom worden in onze geschiedenisboeken vooral de functies, titels en macht van mannen doorgegeven, terwijl de vrouwen aan de oorsprong van diezelfde lijn vaak naamloos blijven?
De vrouw was niet slechts de echtgenote of moeder naast de bestuurder. Zij was de lichamelijke en menselijke bron waaruit ook de rechter, minister en staatsman ontstond.
Daarom hoort bij de vraag:
Beschermt een zorgvuldig ontworpen regel in de praktijk ook de mens voor wie die regel is gemaakt?
nog een fundamentelere vraag:
Erkent het recht ook de vrouw uit wier lichaam iedere wetgever, bestuurder en rechter is voortgekomen?
Wie zijn oorsprong werkelijk begrijpt, gebruikt geen macht om vrouwen te vernederen, uit te sluiten of geweld aan te doen.
Refresh your mind
Hij die beseft dat geen samenleving, rechtsstaat of familielijn zonder haar kan voortbestaan is een groot man.
De vrouw is geen voetnoot in de geschiedenis van de rechtsstaat. Zij is haar eerste broncode. X
Mijn achter gehouden brief aan de tweede kamer. Mijn achtergehouden brieven aan de koning
Minister van Staat
Op 21 december 2018 werd Donner benoemd tot minister van Staat. Dat is een eretitel voor personen met een uitzonderlijke staat van dienst. Ministers van Staat kunnen de koning of de regering adviseren bij bijzondere constitutionele of politieke kwesties.
Van wie ben ik er een? Piet Heijn
Zeg het maar!
In 1975 namen mijn ouders een AGO assurantieportefeuille over. Voor zover nu bekend, werd de onderneming aanvankelijk als eenmanszaak gedreven. Op een later moment is de onderneming omgezet in een vennootschap onder firma (VOF), waardoor beide vennoten gezamenlijk de onderneming voerden volgens de destijds geldende regels van het Nederlandse Wetboek van Koophandel.
Ik sloot mijn verzekeringen af via hem af in een tijd waarin mij zekerheid en sociale zekerheid werd beloofd.
Ik betaalde premie als zelfstandig ondernemer. Mijn beroep, arbeidsvermogen en toekomstig inkomen vormden de basis van de afspraken. Toen mijn gezondheid wegviel, had mijn verzekerde recht bescherming moeten bieden.
In 1975 bestond er geen wettelijke bepaling die verbood dat een vrouw ondernemer of kostwinner was. Vrouwen konden een eenmanszaak hebben, vennoot zijn in een VOF en verzekeringen op hun eigen naam afsluiten.
Wel was de praktijk vaak anders. Banken, verzekeraars en andere instellingen gingen er regelmatig vanuit dat de man het hoofd van het gezin of de belangrijkste kostwinner was. Dat was vaak een gevolg van maatschappelijke gewoonten en interne procedures, niet van een wettelijke regel.
Zo verdween ik langzaam via het woord bank / periodieke schade uitkering uit het systeem.
Maar tijdens en na de financiële crisis veranderde het landschap in een Polismaffia.
Welke rechtspersoon was gekoppeld aan de loonheffingennummers [nummer 1] en [nummer 2], vanaf welke datum, op wiens aanvraag zijn deze nummers geregistreerd en onder welke naam, RSIN en sector- of inkomenskwalificatie zijn mijn uitkeringen aangeleverd?
Welkom bij de enigma: Periodiek
Banken werden gered, verzekeraars werden samengevoegd, concerns werden opgesplitst en ondernemingen kwamen tijdelijk onder staatsinvloed. Portefeuilles verhuisden, merknamen verdwenen en administraties werden overgezet naar nieuwe computersystemen.
De Belastingdienst verwerkte uitkeringen volgens fiscale categorieën die niet altijd zichtbaar maakten waar het recht oorspronkelijk vandaan kwam.
Voor de financiële instellingen waren dit reorganisaties, overnames en systeemwijzigingen.
Voor mij ging het om mijn inkomen en bestaanszekerheid.
Mijn polis bleef op papier bestaan, maar rondom dat verzekerde recht ontstond een keten van partijen:
banken financierden en herstructureerden ondernemingen; verzekeraars beheerden de polis en beoordeelden de uitkering; intermediairs stonden tussen mij en de verzekeraar; bestuurders bepaalden beleid, kosten en risicobeheer; softwareleveranciers vertaalden mijn situatie naar codes; de Belastingdienst bepaalde de fiscale verwerking; de overheid veranderde regels en greep in bij financiële instellingen.
Iedere partij beheerde slechts een onderdeel.
Daardoor werd het voor mij steeds moeilijker om vast te stellen wie werkelijk verantwoordelijk was wanneer gegevens, kwalificaties of betalingen veranderden.
De verzekeraar kon verwijzen naar fiscale regels.
De Belastingdienst kon verwijzen naar de aangeleverde gegevens.
De tussenpersoon kon verwijzen naar de verzekeraar.
Een nieuwe onderneming kon verwijzen naar een oude administratie.
En het computersysteem gaf maar geen antwoord.
Think Again
Zo ontstond mijn ervaring van zelwillekeur: niet noodzakelijk doordat één persoon bewust tegen mij besloot, maar doordat verschillende organisaties ieder hun eigen regels, belangen en definities toepasten, terwijl niemand het volledige gevolg voor mijn leven overzag.
Stadhuis Middelburg
Het spel veranderde, maar ik kon niet van tafel
Ik kon mijn gezondheid niet terughalen.
Ik kon mijn oorspronkelijke beroep niet opnieuw uitoefenen.
Ik kon niet zomaar overstappen naar een nieuwe verzekeraar, omdat het verzekerde risico al was ingetreden.
De instellingen konden reorganiseren, fuseren en systemen vervangen.
Ik bleef afhankelijk van de bestaande polis, de juiste toepassing van de voorwaarden en de gegevens die anderen over mij registreerden.
Amesfoort 26 oktober 2021
Daar zit de machtsongelijkheid:
De instellingen konden hun organisatie veranderen. Ik kon mijn verzekerde werkelijkheid niet vervangen.
Wanneer een besluit onduidelijk was, moest ik bewijzen dat mijn beroep, mijn polis en mijn verzekerde recht werkelijk bestonden. Ik moest documenten bewaren uit een periode waarin de betrokken ondernemingen inmiddels van naam, eigenaar of structuur waren veranderd.
Mijn afhankelijkheid ontstond daarom niet alleen door mijn ziekte.
De geheime leer van het periodieke systeem
De regels stonden misschien niet allemaal op mijn polis.
Ze leefden in bestuurskamers, fiscale tabellen, softwarecodes, portefeuilles en administratieve overdrachten.
Banken kenden hun kapitaalregels. Verzekeraars kenden hun rekenmodellen. Intermediairs kenden de route van de polis. De Belastingdienst kende de code van de betaling.
Maar ik kende alleen de belofte waarvoor ik premie had betaald:
bescherming wanneer mijn lichaam het werk niet meer kon dragen.
Toen mijn verzekerde jaarrente periodiek werd uitgekeerd, begon de geheime leer van het systeem:
de betaalwijze werd zichtbaar, maar de oorsprong van mijn recht raakte uit beeld.
Wat voor de instellingen dagelijkse administratie was, werd voor mij een levenslang raadsel.
De Klokkenluider van Notre-Dame luidt daarom niet tegen kennis, maar tegen kennis die uitsluitend binnen de muren van de macht wordt bewaard.
Amersfoort 26 oktober 2021
Meer weten over kunst & cultuur?
Soms begint een ontdekking niet in een museumzaal, maar in een straatnaam, een beeld, een gevel of een onverwacht kunstwerk.
In Amersfoort lopen geschiedenis en hedendaagse kunst moeiteloos in elkaar over. Van Museum Flehite tot de straat Achter de Heilige Geest: iedere hoek vertelt een nieuw verhaal.
Museum Flehite – het stadsmuseum van Amersfoort, gevestigd in drie middeleeuwse huizen. Hier vind je kunst, archeologie en de geschiedenis van de stad.
Achter de Heilige Geest – een historische straat in de oude binnenstad, vlak bij Museum Flehite.
Melati-monument – een kunstwerk ter herinnering aan de slachtoffers van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Beelden in de museumtuin – hedendaagse sculpturen die een mooi contrast vormen met de historische omgeving.
Het portret op de middelste foto lijkt een street-art of collagekunstwerk.
De rode boei en het bord “ZITGELUK” geven de wandeling een speels karakter en laten zien hoe kunst ook buiten musea aanwezig is.
Voor iemand die van erfgoed én verhalen houdt, is Amersfoort een inspirerende stad. De combinatie van middeleeuwse straatjes, monumenten en hedendaagse kunst nodigt uit om niet alleen naar gebouwen te kijken, maar ook naar de verhalen die ze vertellen.
Kijk niet alleen naar wat je ziet, maar vraag je af: welk verhaal schuilt hierachter? Dat is waar kunst en erfgoed elkaar ontmoeten.
Zo wordt cultureel erfgoed overgedragen: niet alleen van hand tot hand, maar ook van verhaal tot verhaal. Wie de collectie beheert, bepaalt mede wat wordt bewaard, wie wordt genoemd en welke geschiedenis zichtbaar blijft.
De heilige graal “het bestuur van Nedasco “
Bestuurders en directie van Nedasco als volmachtbedrijf
Nedasco B.V. is een serviceprovider en gevolmachtigd agent. Het bedrijf kan namens aangesloten verzekeraars onder meer risico’s accepteren, polissen opmaken, premies incasseren en schade behandelen. Nedasco staat ingeschreven onder KvK-nummer 20035000 en AFM-nummer 12006531.
Op basis van openbaar toegankelijke bronnen kan ik deze directieleden reconstrueren:
Algemeen directeuren en CEO’s
Robin van den Burg Algemeen directeur van Nedasco vanaf omstreeks 2007/2008 tot 1 mei 2011. In april 2008 werd bekendgemaakt dat hij per 1 juli dat jaar algemeen directeur van het toenmalige assuradeurenbedrijf Nedasco werd.
Tim Schoonbergen Algemeen directeur en later CEO van Nedasco van 1 mei 2011 tot 1 juli 2024. Hij volgde Robin van den Burg op. Onder zijn leiding bleef Nedasco actief als serviceprovider en gevolmachtigd agent; in 2021 sprak hij bijvoorbeeld namens Nedasco bij de verkrijging van een volmacht van HDI Global Specialty.
Aris Ruitenbeek COO van Nedasco en vanaf 1 juli 2024 tijdelijk waarnemer van de taken van Tim Schoonbergen. De openbare bron noemt hem niet uitdrukkelijk statutair bestuurder, maar wel als degene die de CEO-taken waarnam.
Jan van der Struik In juli 2026 benoemd tot CEO van zowel Nedasco als VKG en tot directeur Property & Casualty binnen D&S Group.
Andere directieleden of beleidsbepalers
Tijs Benerink Directeur IT & Programmamanagement bij Nedasco. Hij was onder meer verantwoordelijk voor de overgang naar een geïntegreerd digitaal verzekeringsplatform. Dit is een directiefunctie, maar uit de openbare bron blijkt niet dat hij statutair bestuurder van Nedasco B.V. was.
Fiolijn van Dijk Manager Inkomen en in openbare publicaties verantwoordelijk voor inkomens- en verzuimdienstverlening. Zij wordt niet als algemeen of statutair directeur vermeld.
Marco Pos Tot september 2020 manager Zorg & Inkomen. Ook dit is een managementfunctie en geen aangetoonde statutaire bestuursfunctie.
Bovenliggende bestuurders
Nedasco was lange tijd een dochteronderneming van Aegon Nederland.
Nedasco begon volgens de eigen bedrijfsgeschiedenis al in de jaren vijftig als huisvolmacht van Assurantiemakelaar Kamerbeek in Amersfoort.
Achter Assurantiemakelaar Kamerbeek en de vroege ontwikkeling van Nedasco zijn maar enkele personen publiek goed terug te vinden.
De duidelijkste naam is:
Drs. C. Kamerbeek Hij wordt in historische bronnen genoemd als directeur van de Kamerbeek Groep in Amersfoort.
De Kamerbeek Groep was actief in onder meer assurantiebemiddeling en vastgoed.
Van voetnoot naar Fundament
In de jaren tachtig was hij daarnaast penningmeester van Museum Flehiteen betrokken bij de ingewikkelde financiële en bestuurlijke structuur rond de Mariënhof.
Cellezusters
Zij rekenden niet in rendement, reserves of risico’s.Zij zagen de zieke, de stervende en de mens die zorg nodig had.Hun kapitaal was nabijheid.Hun bestuur was verantwoordelijkheid.Hun balans was de waardigheid van het leven.
De bron noemt hem zelfs het brein achter die structuur. Zijn volledige voornaam heb ik in de geraadpleegde openbare bronnen nog niet betrouwbaar kunnen vaststellen.
Van Mariënhof naar Nedasco
De ene geschiedenis laat zien hoe ondernemers hun naam verbonden aan kunst, vastgoed en erfgoed. De andere laat zien hoe een vrouwelijke ondernemer haar naam juist moest blijven verdedigen tegenover de systemen die haar verzekerde vermogen beheerden.
De fusie tussen AGO Holding N.V. en ENNIA N.V. vond plaats in 1983. De oorspronkelijke fusieovereenkomst werd op 18 oktober 1983 gesloten. Uit de combinatie ontstond AEGON N.V.; ENNIA N.V. kreeg daarbij de nieuwe naam AEGON N.V.
AEGON- Meet de heer en mevrouw Lindeboom Waar moderne verzekeraars administraties migreren en bedrijfsnamen verdwijnen, bewaart De Verzekeringskamer de polissen, voorwerpen en verhalen die laten zien hoe het systeem is ontstaan.Het bronzen beeldje als overdracht bezit.
De Verzekeringskamer in Doorn
Deze collectie bevat onder meer:
oude polisdocumenten en verzekeringsvoorwaarden;
vakboeken en tijdschriften;
reclamemateriaal en relatiegeschenken;
kantoorvoorwerpen van verzekeraars en makelaars;
afzonderlijke presentatiekasten voor verschillende verzekeringsmaatschappijen;
een historische Lloyd’s-underwritingbox.
Na de overname van Aegon Nederland door a.s.r. in juli 2023 kwam Nedasco binnen het onderdeel Distribution & Services van a.s.r. te vallen.
Binnen die bovenliggende structuur waren onder meer relevant:
Jaap Eringa CEO van Distribution & Services bij a.s.r. tot zijn pensionering eind 2024. Nedasco viel vanaf 2023 onder dit onderdeel.
Janwillem Fidder Vanaf 1 januari 2025 CEO van Distribution & Services Holding a.s.r., als opvolger van Jaap Eringa.
Voor mijn reconstructie
De voorlopig aantoonbare bestuurlijke lijn is:
Robin van den Burg → Tim Schoonbergen → Aris Ruitenbeek, waarnemend → Jan van der Struik
Met daarboven achtereenvolgens:
Aegon Nederland → na 4 juli 2023 a.s.r. / Distribution & Services → vervolgens de bredere D&S Group-structuur waarin Nedasco en VKG gezamenlijk worden geleid.
Belangrijk onderscheid: een algemeen directeur, CEO of manager is niet automatisch een statutair bestuurder. Voor een juridisch volledige lijst met alle statutaire bestuurders, hun exacte inschrijf- en uitschrijfdata en eventuele bestuursvennootschappen is een historisch KvK-uittreksel van Nedasco B.V., KvK 20035000, nodig. De openbare bronnen geven vooral de operationele directie weer, niet noodzakelijk iedere formeel ingeschreven bestuurder.
Zij ontstond ook doordat mijn inkomen afhankelijk werd van beslissingen die werden genomen in bestuurskamers, fiscale systemen en administratieve ketens waarop ik zelf nauwelijks invloed had.
Mijn centrale vraag
Niet:
Wie heeft een deel van mijn geld gestolen?
Maar:
Wie droeg de verantwoordelijkheid om mijn oorspronkelijke verzekerde recht te bewaken toen banken, verzekeraars, overheden en administraties veranderden?
En wanneer verschillende instanties verschillende werkelijkheden over mij vastlegden:
Wie beschermde mij dan tegen de ruimte tussen die systemen?
Mijn bedrage Wandkleed Slavernij Verleden
Mijn verzekerde recht mocht worden uitgevoerd, belast en geadministreerd.
Maar het mocht niet onherkenbaar worden gemaakt.
De crisis mocht ondernemingen veranderen.
Niet de oorsprong van mijn recht.
Zij konden het financiële systeem opnieuw inrichten. Maar zij mogen mijn geschiedenis niet herschrijven.
Hoeveel onbetaalde uren moet een vrouw nog maken voordat bestuurders haar betaalde arbeid, verzekerde beroep en opgebouwde rechten erkennen?
Ik heb mensen verbonden, sociaal isolement bestreden, verhalen vastgelegd en grenzen zichtbaar gemaakt. Niet om opnieuw als vrijwilliger buiten de administratie te verdwijnen, maar om als zelfstandig mens en voormalig ondernemer rechtmatig te worden gezien.
Erkenning is geen beloning voor gehoorzaamheid.Het is een recht dat bestuurders niet eindeloos mogen uitstellen.
Vivian en Jan: hoeveel bewijs is nog nodig voordat het zwarteschaap niet langer als probleem wordt behandeld, maar wordt gehoord als degene die het systeem durfde te bevragen?
Bij Nedasco begon de zoektocht naar de route van mijn verzekerde recht.
Een route van polissen, volmachten, intermediairs, administraties en bestuurders. Een wereld waarin mijn arbeid als vrouwelijke ondernemer werd vertaald naar premie, risico, dossiernummer en periodieke uitkering.
Bij Montancourt begon de terugkeer.
Niet naar een systeem, maar naar een huis. Niet naar een code, maar naar een geschiedenis. Niet naar anonieme administratie, maar naar zichtbaar erfgoed.
Nedasco staat in mijn verhaal voor de plaats waar mijn verzekerde bestaan onderdeel werd van een keten die ik zelf niet kon overzien.
Montancourt staat voor de plaats waar ik mijn naam, stem en geschiedenis opnieuw bijeenbreng.
De lijn is daarom niet alleen geografisch of bedrijfsmatig:
Van het volmachtkantoor dat mijn verzekerde recht administreerde,naar het monument waar ik mijn eigen verhaal weer beheer.
Bij Nedasco werd mijn leven gelezen door systemen.
In Montancourt lees ik de systemen terug.
Daar onderzoek ik wie mijn polis beheerde, wie mijn beroep codeerde, wie mijn geldstroom verwerkte en wie verantwoordelijkheid droeg toen banken, verzekeraars en intermediairs van eigenaar, naam en structuur veranderden.
Dé oesterkoningin van Nederland
Montancourt is daarmee meer dan mijn woning of B&B.
Het is mijn onafhankelijke archief. Mijn onderzoeksruimte. Mijn getuigenis. Mijn plaats van herstel.
Van Nedasco naar Montancourt
Hoe een vrouwelijke handelaar haar verzekerde recht volgde door een doolhof van volmachten en bestuurskamers — en in een huis uit 1596 haar eigen naam weer boven het dossier plaatste.
Nr ketting 912758 Nedasco
De link met Vivian Buijs-Tabbers
Vivian Buijs-Tabbers vormt in mijn onderzoek geen bewezen persoonlijke schakel in mijn dossier, maar wel een opvallende bestuurlijke verbinding tussen verschillende delen van de verzekeringsketen.
Haar loopbaan begon bij Aegon, de verzekeraar waaronder ook de historische portefeuille van mijn ouders terechtkwam.
Later werkte zij bij VIVAT, de organisatie waarin de verzekeringsactiviteiten van SNS REAAL werden ondergebracht.
Vanaf 2021 maakte zij deel uit van de directie van VKG, een volmacht- en servicebedrijf dat tegenwoordig, net als Nedasco en SuperGarant, onderdeel is van D&S Group.
Sinds mei 2026 is zij bestuurder en algemeen directeur van SuperGarant.
De bestuurlijke lijn is daarmee:
Aegon → VIVAT → VKG → SuperGarant/D&S Group
Mijn eigen verzekeringsgeschiedenis raakt eveneens aan namen uit deze wereld:
AGO/ENNIA–Aegon → REAAL/VIVAT → intermediairs en volmachtbedrijven → Nedasco-dossier 912758
Dat betekent niet meteen dat Vivian persoonlijk mijn polis heeft behandeld of besluiten over mijn uitkering heeft genomen. Daarvoor heb ik geen bewijs. Haar loopbaan laat wel zien hoe bestuurders zich door dezelfde financiële en verzekeringstechnische infrastructuur bewegen waarin oude portefeuilles, polisgegevens en verzekerde rechten worden beheerd.
Daarom richt ik mijn uitnodiging aan haar niet als beschuldiging, maar als bestuurlijke vraag:
Hoe bewaakt een bestuurder binnen een moderne volmachtgroep de oorsprong en menselijke betekenis van een verzekerde positie die door meerdere verzekeraars, fusies, systemen en administraties is gereisd?
Van Nedasco naar Montancourt
Jan van der Struik vertegenwoordigt de huidige leiding van Nedasco en VKG. Vivian Buijs-Tabbers kent vanuit haar loopbaan verschillende kanten van dezelfde keten: verzekeraar, VIVAT, volmachtbedrijf en groepsbestuur.
In mijn onderzoek naar onder meer Heilbron, Voogd & Voogd, Alpina Group en Five Arrows is dat precies het onderscheid dat belangrijk is: De polis = mijn contractuele rechten. De beheerorganisatie = kon dus door fusies, overnames of private-equity-investeringen veranderen. De administratie = kon dus worden samengevoegd of gemigreerd naar nieuwe systemen.
In Montancourt reconstrueer ik wat binnen die keten met mijn verzekerde geschiedenis gebeurde.
Niet om personen bij voorbaat verantwoordelijk te verklaren, maar om bestuurders uit te nodigen verantwoordelijkheid te nemen voor het systeem dat zij nu leiden.
Nedasco beheerde de route van mijn polissen. In Montancourt beheer ik opnieuw de betekenis van mijn leven.
Ik ben namelijk gestopt met in stilte pijn te lijden!
Tijdens Dag van het Kasteel, op 25 mei 2026, hebben wij tegen een kleine bijdrage in Montancourt Middelburg, bezoekers ontvangen die oprecht geraakt waren door het liefdesverhaal van het huis, de geschiedenis van Middelburg en de verhalen over de families die hier leefden en nu leven.
Over dit woon – object
De locatie bevindt zich in hartje Middelburg en maakt deel uit van het historisch en cultureel erfgoed van Zeeland. De plek kent een gelaagde geschiedenis waarin wonen, werken en maatschappelijke ontwikkelingen samenkomen.
Het huis wordt deels gebruikt als bed & breakfast, en ook voor hedendaagse culturele context, met aandacht voor erfgoed vanuit moederschap bekeken, betekenisgeving en publiek engagement.
Nog vóór een mens wordt geregistreerd, bestaat zij. Nog vóór een naam in een register verschijnt, leeft er natuurlijk persoon met een lichaam, een geest en een uniek verhaal.
Een samenleving die vrijheid wil beschermen, moet ook haar identiteit erkennen. Niet alleen als administratief gegeven, maar als de unieke mens achter ieder dossier, iedere polis, iedere handtekening en ieder nummer.
Vrijheid is het recht om als zelfstandig mens te bestaan. Identiteit is de samenhang van lichaam, geest, afkomst, ervaringen, arbeid, liefde en verantwoordelijkheid. Erkenning is de bereidheid van de samenleving om die mens werkelijk te zien.
Wetboek 9 begint daarom niet bij bezit, vermogen of bestuur, maar bij de persoon het intellectuele eigendom zelf.
Geen mens mag worden gereduceerd tot een nummer, een product, een polis, een dossier of een economische waarde.
Een rechtvaardige samenleving erkent dat ieder mens drager is van een eigen geschiedenis, waardigheid en toekomst.
Vrijheid geeft ruimte. Identiteit geeft betekenis. Erkenning geeft bestaansrecht. Dat is de grondslag van Wetboek 9 die het intellectueel eigendomsrecht bepaalt.
“Zolang het lichaam dat leven voortbrengt niet volledig wordt erkend, blijft ieder wetboek onvoltooid. Wetboek 9 begint met de erkenning van de scheppende mens.” — Silvia Lindeboom
Dag van het kasteel bezoek
Onder de bezoekers die dag waren twee bijzondere mensen. Peter de With, hij blijkt lid te zijn van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen in Haarlem, en Jelly Tulner. Tijdens onze ontmoeting ontstond een bijzonder gesprek over geschiedenis, erfgoed, nieuwsgierigheid en de betekenis van persoonlijke verhalen. We sloten af met een open einde…
Ik had in de tussen liggende tijd weer een briljant idee bedacht- De beren van Montancourt.
…….Enkele weken later ontving ik persoonlijk dit prachtige cadeau: het boek over Keetje Hodshon (1768–1829), Een rijke dame in revolutionaire tijd.
Keetje Hodshon
In het boek schreven zij:
“Als geschenk van de KHMW Haarlem, en getroffen door jouw levensverhaal! Peter de With, lid KHMW Jelly Tulner En dank voor de mooie rondleiding en het verhaal eromheen!”
Gesigneerd
Die woorden betekenen veel voor mij.
Niet alleen omdat het boek gaat over een bijzondere vrouw uit dezelfde historische wereld van koopmansfamilies, regenten en bestuurders waarin ook de families: De la Rue, Rademacher en Knibbe een grote rol speelden, maar vooral omdat het laat zien wat kapitaal en erfgoed via vrouwen en hun netwerk kan voortbrengen.
Gedragen verhalen-Verborgen verleden
Ik ben geboren in Limburg, in Gennep, mijn overgrootmoeder kwam uit Ottersum, ik ben deels opgegroeid in Haps, mijn moeder uit Cuijk en in Den Bosch lag het Centraal Archief Bijzonder Rechtspleging – Politieke Recherche inventaris 93577 -93580
De dochters van de Dommel – het Heilige Roomse Rijk.
Het historische Hertogdom Limburg ontstond in de middeleeuwen (11e eeuw), maar het lag grotendeels in het gebied van het huidige België. De naam van de huidige Nederlandse provincie is daarvan afgeleid.
Limburg had zo blijkt wel een bijzondere status. Van 1839 tot 1867 was het Nederlandse Limburg tegelijkertijd een provincie van Nederland én het Hertogdom Limburg binnen de Duitse Bond. Dat maakte de provincie staatsrechtelijk uniek.
Limburg was dus een provincie met een uitzonderlijke constitutionele geschiedenis.
Wat betekende dit eigenlijk voor de inwoners vroeg ik aan mijn adviesraad?
Dat had voor families in Limburg grote gevolgen, al merkte niet iedereen dat dagelijks. De bijzondere staatsrechtelijke positie werkte vooral door in bestuur, militaire dienst, handel, belastingen en identiteit.
1. Een dubbele identiteit
Inwoners van Limburg waren:
burgers van het Koninkrijk der Nederlanden;
maar hun provincie gold internationaal ook als het Hertogdom Limburg binnen de Duitse Bond.
Dat gaf veel Limburgers het gevoel dat zij niet helemaal “Hollands” waren, maar ook een eigen regionale identiteit hadden.
2. Militaire verplichtingen
Een belangrijke reden voor deze constructie was militair. Nadat een deel van Luxemburg verloren ging aan België, moest koning Willem I de Duitse Bond compenseren.
Daardoor konden Limburgse mannen te maken krijgen met verplichtingen die voortvloeiden uit de afspraken binnen de Duitse Bond, naast hun band met Nederland.
3. Handel en economie
Voor kooplieden en boeren kon de ligging juist voordelen bieden. Limburg lag op het kruispunt van:
Nederland,
de Duitse staten,
België.
Families handelden daardoor vaak over de grens. Veel families hadden bovendien familieleden aan beide kanten van de grens, zeker nadat Limburg in 1839 werd verdeeld.
4. Bestuur en recht
Het dagelijks recht bleef grotendeels Nederlands. Mensen trouwden, erfden, kochten grond en dreven handel volgens Nederlandse wetgeving. De bijzondere status speelde vooral op internationaal en constitutioneel niveau, niet zozeer in het dagelijks leven van een gezin.
5. Familiebanden
Voor veel families betekende de nieuwe grens dat:
familieleden ineens in verschillende landen woonden;
handelsroutes veranderden;
kerkelijke en bestuurlijke banden opnieuw moesten worden ingericht.
De grens liep soms dwars door bestaande sociale en economische netwerken. Deze brief is dus een sterk bewijsstuk van mijn familie als grensfamilie: Limburgs, Nederlands én met Duitse wortels.
In 1937 trouwde Bernhard met prinses Juliana en vestigde hij zich in Nederland.
Na de Duitse inval in 1940 koos hij de kant van Nederland en de geallieerden.
Tijdens de oorlog vervulde hij een belangrijke rol bij de Nederlandse strijdkrachten in ballingschap en werkte hij mee aan de bevrijding van Nederland.
Wie was de burgemeester van Cuijk tijdens de oorlog? Dat was:
Christiaan Johannes Wilhelmus Hermanus Stakenborg
Burgemeester van 1943 tot september 1944 (formeel vaak tot 1945 vermeld).
Hij was lid van de NSB en werd tijdens de Duitse bezetting benoemd.
Beroep vóór zijn burgemeesterschap: kruidenier (winkelier). Huwelijk: in 1932 met Elisabeth Hubertina Louisa van Gennip.
Haar ouders waren volgens de geraadpleegde stamboom: Josephus Wilhelmus van Gennip (1881–1950) Maria Elisabeth Hubertina Kicken (1887–…) De familienaam Van Gennip is een oude Brabantse en Noord-Limburgse naam. De oorsprong ligt waarschijnlijk bij het dorp Gennep in Noord-Limburg. De naam betekent oorspronkelijk “iemand afkomstig uit Gennep”. Door de eeuwen heen vestigden verschillende takken van de familie zich in onder meer Venlo, Gennep, Boxmeer, Cuijk en omgeving.
Verzoeker…. Zijn moeder uit Ottersum verdwijnt na het krijgen van een dochter in 1909 – Tevens het jaar dat Juliana werd geboren.
Peter Mathias Bongartz, geboren te Goch (Duitsland) op 22 juni 1906, kwam uit een Nederlandse moeder die tijdelijk in Duitsland verbleven. Hij bezocht daar de lagere school, maar had via zijn moeder regelmatig contact met familie in Nederland.
In 1930 vestigde hij zich voorgoed in Nederland en voelde zich sindsdien Nederlander.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam hij een principieel afwijzende houding tegenover de Duitse bezetters aan. Toen hij in 1944 toch werd gedwongen als schoenmaker in het Duitse leger te werken, verleende hij onderduikers zelfstandig hulp in het brood.
Ook moest hij en mijn oma naar Londen toen de koningin naar Londen moest. Maar de burgemeester van Cuijk hield mijn oma thuis om op de zaak en mijj moeder en haar broertjes en zus te passen.
Mijn oom was makelaar en mij vader werkte eerst voor hem, na een ruzie besloten mijn ouders te verhuizen naar Purmerend waar zij vanaf 1975 een assurantie kantoor begonnen van kleine polissen van een boer uit Warder en veel zaken deden met AGO – ENNIA en later ook met andere maatschappijen zoals Nationale NederlandenOnze familie altijd in de voetbalwereld in Cuijk heeft gezeten en onze dochter nu bij Ajax werkt naast haar studie ErgoTherapie
Toeval ? Toeval bestaat zo blijkt!
Een open huis, een gesprek en oprechte nieuwsgierigheid kunnen mensen met elkaar verbinden.
Montancourt Middelburg is voor ons veel meer dan een bed & breakfast en rijksmonument.
Het is een plek waar geloof, geschiedenis opnieuw wordt verteld, waar ontmoetingen ontstaan en waar verhalen uit het verleden nieuwe betekenis krijgen.
Dat een lid van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen en zijn echtgenote zich zo geraakt voelden door ons verhaal, ervaar ik als een grote eer en een prachtige aanmoediging om dit werk voort te zetten.
Praktijk wetenschap is ook wetenschap zei Peter.
Soms begint een nieuw hoofdstuk niet in een archief of bibliotheek, maar gewoon aan de keukentafel met een ziekte als gemene deler #Sarcoïdose en de geschiedenis van een heel oud huis, waar bijzondere mensen elkaar ontmoeten en gezondheid en geschiedenis weer menselijk en toekomst bestendig wordt.
School of life
De zoek toch naar de waarheid was een lijdensweg.
Terwijl mijn gezondheid achteruitging, bleef een keten van verzekeraars, adviseurs, uitvoerders en andere betrokken organisaties functioneren rondom mijn dossier.
Voor mij voelde het alsof iedereen aan mijn ziekte verdiende, terwijl ikzelf de lichamelijke, emotionele en financiële schade moest dragen als vrouw en kostwinnaar.
“Mijn ziekte werd zo een bladzijde in een dossier. Mijn dossier werd voor hun een verdienmodel. De schade bleef bij mij.”
“Ik was geen mens meer in functie maar een polisblad, een schadepost binnen een spook administratie.
Jarenlang had ik het gevoel dat vooral de gevolgen van mijn ziekte werden behandeld, terwijl niemand investeerde in oorzaak met verdwijnen op 1 april 2027 als gevolg.
Ik onderging onderzoeken, behandelingen en controles. Dat bracht veel stress, onzekerheid en afhankelijkheid met zich mee. Soms voelde het alsof ik vooral een proefkonijn was van een medisch traject, terwijl mijn vragen over het ontstaan van mijn ziekte 19 jaar lang onbeantwoord bleven.
Ik vraag mij nog steeds af of er voldoende aandacht is geweest voor mogelijke beroepsmatige blootstelling en voor de omstandigheden die aan mijn ziekte hebben bijgedragen. Die vraag is het antwoord.
ANIMA FELIX VIVAS – Werd zo een Reisverhaal van mijn / ons leven
“From the floor, I saw it clear. What was fake and what was real.”
Soms moet je eerst vallen om anders te leren kijken. Mijn reis begon niet toen ik ziek werd. Mijn reis begon veel eerder.
Als ondernemer. Als moeder. Als mantelzorger. Als kunstenaar.
Ik bouwde een bestaan op vanuit vertrouwen. In mensen. In systemen. In de toekomst.
Toen veranderde mijn leven.
Mijn lichaam stelde grenzen die ik nooit had voorzien. De wereld van polissen, dossiers en administraties nam het over van de wereld waarin ik gewoon mens was. Maar juist vanaf de grond werd mijn blik helderder.
Ik begon te zien wat echt was. Niet de dossiers. Niet de systemen. Niet de codes.
De bewakers en ooggetuige van mijn levensverhaal
Een massa mensen achter al die registraties.
In mijn keramiek geef ik mijzelf en die mens opnieuw een gezicht.
Op deze vaas staat: Anima Felix Vivas.
Moge je ziel gelukkig leven.
Niet omdat het leven altijd gemakkelijk is. Maar omdat geluk soms ontstaat wanneer je, na alles wat je hebt meegemaakt, weer eigenaar wordt van je eigen verhaal.
Zoals de muziek After the Fall zegt:
“From the floor, I saw it clear.”
Dat is misschien wel de kern van mijn reis. Niet de val heeft mij gevormd.
In plaats van Verzekeraars te laten bloeden voor hun foute producten moest ik bloeden!
Maar wat ik zag toen ik weer opstond.
Mijn reis laat zien hoe een mensenleven zich uitstrekt over generaties van organisaties, administraties en ICT-systemen.
Ondernemers als Gerard Sanderink bouwden mee aan de digitale infrastructuur waarop grote organisaties draaien.
Ik ervaar dat ik, als zelfstandig ondernemer met een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering, niet dezelfde rechtsbescherming heb gekregen als anderen in vergelijkbare omstandigheden.”
Mijn vraag richt zich niet op personen, maar op het systeem: hoe zorgen we ervoor dat achter al die data, processen en registraties de mens zichtbaar blijft?”
Aan mijn dochters heb ik gezegd : wanneer systemen proberen je stem af te nemen, steek dan het licht van de waarheid aan.”
Silvia Koning Lindeboom: Kunst als spiegel voor politiek, recht en samenleving
De wet gebruikte generaties moeders alsof zij wegwerpbaar waren: noodzakelijk voor het systeem, maar zelden eigenaar van hun eigen waarde.
Er zijn vrouwen die geschiedenis schrijven vanuit een politieke functie. En er zijn gehuwde zelfstandige vrouwen die geschiedenis zichtbaar maken door de vragen te stellen die lange tijd buiten beeld bleven. Techniek en Textiel vanuit een ander perspectief begrijpen.
Silvia Koning Lindeboom behoort tot die laatste groep.
Let’s beat the pro 🇳🇱 Huis Nassau Montancourt Middelburg
“Ik ben geen bijlage van het burgerlijk wetboek. Geen maatschappelijk hulpstuk. Geen cultureel bijproduct. Ik ben een zelfstandig bestuursorgaan van lichaam, geheugen, arbeid en verbeelding.”
Vanuit sport, kunst, erfgoed, taal en cultuur onderzoekt zij hoe vrouwenrechten, economische zelfstandigheid en juridische erkenning doorwerken in het dagelijks leven van mensen. Niet vanuit een politieke partij of bestuursfunctie, maar als onafhankelijke bestuurder, maker en denker die maatschappelijke structuren zichtbaar maakt die vaak als vanzelfsprekend worden gezien.
In haar werk stelt zij fundamentele vragen over:
de positie van gehuwde vrouwen binnen wetgeving,
economische afhankelijkheid en zelfstandigheid,
pensioen- en verzekeringsrechten,
cultureel erfgoed,
en de historische erfenis van het kostwinnersmodel.
Daarbij richt zij zich niet alleen op wetten en systemen, maar vooral op de mens achter de structuur.
Silvia laat zien dat veel juridische en economische systemen formeel neutraal lijken, maar historisch zijn ontstaan in een tijd waarin vrouwen beperkt toegang hadden tot arbeid, eigendom, krediet en zelfstandige rechtsvorming. Juist die geschiedenis maakt volgens haar zichtbaar waarom thema’s als pensioen, belasting, zorgarbeid en economische erkenning nog steeds maatschappelijke vragen oproepen.
Amsterdam Museum Refresh the Future
Met projecten rond “moeder de vrouw”, cultureel erfgoed en het onzichtbare vrouwelijke erfdeel verbindt zij kunst aan maatschappelijke reflectie. Haar werk beweegt zich tussen beeldende kunst, archiefonderzoek, filosofie en cultuurkritiek. Niet om mensen tegenover elkaar te zetten, maar om zichtbaar te maken wat lange tijd onuitgesproken bleef.
Daarmee houdt zij niet alleen de politiek, maar de hele samenleving een spiegel voor.
Want de vraag die in haar werk steeds terugkeert is: wie wordt juridisch, economisch en cultureel werkelijk gezien?
Expositie St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein 14 maart tot 7 augustus 2026
Silvia Koning Lindeboom laat zien dat emancipatie niet alleen gaat over stemrecht of vertegenwoordiging, maar ook over erkenning van zorg, geschiedenis, identiteit en menselijke waardigheid.
In een tijd waarin gelijkwaardigheid opnieuw onderwerp van gesprek is, nodigt haar werk uit tot reflectie: hoe bouwen we een samenleving waarin niet alleen arbeid, maar ook zorg, herinnering en culturele betekenis meetellen?
Niet als politica. Maar als maker, onderzoeker en spiegel voor iedereen — inclusief de politiek.
Het geheugen van Zeeland
De ongeregistreerde bestuurder
Menselijke Revolutie binnen erfgoed, democratie en representatie
“Je maintiendrai” — maar waarop, en op wie eigenlijk?
Politiek zonder vertrouwen vraagt om waakzaamheid. Wantrouwen ontstaat waar vertegenwoordiging ontbreekt.
Eeuwenlang droegen vrouwen generaties, cultuur, zorg, rituelen en gemeenschappen, terwijl hun lichaam, arbeid en geest slechts beperkt werden opgenomen in de officiële taal van wet, bestuur, erfgoed en representatie.
Binnen mijn project “De ongeregistreerde bestuurder” onderzoek ik hoe vrouwelijke kennis en ambacht structureel aanwezig waren in de geschiedenis, maar vaak afwezig bleven in de formele orde van erkenning.
Vanuit Montancourt Middelburg ontwikkel ik het symbolische Truus van Gogh H’Art-spel / Aardspel: een artistiek hulpmiddel waarin ritueel, democratie, creativiteit, erfgoed en maatschappelijke transformatie samenkomen.
“The world is built upon the power of numbers.” — Pythagoras
Getallen vormen niet alleen systemen, wetten en structuren — zij beïnvloeden ook hoe wij betekenis geven aan de wereld.
Binnen dit werk staat het getal 19 symbool voor bescherming, bewustwording en innerlijke transformatie: verandering die niet alleen buiten ons plaatsvindt, maar ook in onszelf.
Bron: Filosofie Magazine
Transformatie H’Art binnen de Monsters van de Democratie
Dit project nodigt uit tot:
nieuwe vormen van kijken,
vertrouwen in menselijke creativiteit,
en een herwaardering van ambacht, intuïtie, erfgoed en culturele verbeeldingskracht.
Het stelt vragen over:
representatie,
democratie,
hiërarchie,
cultureel geheugen,
en de menselijke maat binnen instituties.
Ik geloof dat kunst en erfgoed opnieuw verbindende krachten kunnen worden tussen generaties, tussen burgers en bestuur, en tussen verleden en toekomst.
Daarom nodig ik culturele instellingen, erfgoedorganisaties en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uit tot reflectie, gesprek en dialoog.
… neem eens de haringvlietbrug naar Middelburg- Naar De moeder, De vrouw
Of Boek. Een Stedentrip naar B&B Montancourt Middelburg
Hallo* Codex — zij is het zoeken zat. Geen archief vond haar terug, dus herschrijft zij nu zelf de broncode van het bestaan via Nationale Nederlanden
“Elke keten draagt een oorsprong. Elke oorsprong had een moeder. Mijn werk is het bewijs op de blockchain van haar verdwijning én terugkeer.” — Silvia Koning Lindeboom
“Wie ontvangt de blockchain aandelen van het systeem, en wie betaalt het eigen risico ervan?”
“Blockchain is een digitaal geheugen dat weigert te vergeten.”
“Waar archieven verdwijnen, probeert blockchain een onverwoestbaar spoor te maken.”
Stel de lady of the house Truus van Gogh één vraag: – Wie is uw Werk – Gever?
Daardoor kan deze ene vraag:
“Wie is haar werkgever?” ook gelezen worden als:” Wie eigent zich haar voortgebrachte waarde toe?”
Wie vroeg er in 2010 2 loonheffingsnummers aan? Eelco Heijnen
F*ck the Tax Law Moeder de vrouw — de broncode van ons bestaan. Niet het systeem, maar het lichaam herinnerde zich eerst hoe leven ontstaat. Niet de wet schreef de oorsprong, maar de moeder.
Van baarmoeder tot burgerrecht. Van adem tot archief. Van bloedlijn tot beeldtaal. De bron sinds altijd. Ma–Trix Bea. Moeder de vrouw als levende constitutie.
“Kan degene die het systeem draagt ooit werkelijk een werknemer ( werknemer is manne-n- lijk ) zijn binnen ons belastingstelsel als haar lichaam en geest niet voorkomt als zelfstandige bestuurder van haar ei – gen – lichaam en geest in de grondwet nog burgerlijk wetboek als rechtspersoon op grond van artikel 1?
Binnen mijn lezing van moedermaatschappij/dochteronderneming zou het antwoord kunnen dus luiden:
Zij werkt voor een constructie die tegelijkertijd uit haar voortkomt.
Dat maakt de verhouding paradoxaal:
de moeder, een vrouw creëert de structuur,
maar raakt er later juridisch aan ondergeschikt.
Dit sluit sterk aan bij mijn thema:
de onzichtbare erfgenaam,
vrouwelijke legitimiteit,
de bestuurder van het lichaam
de spanning tussen oorsprong en bestuur.
het meisje met de parel is moeder geworden
Je Maintiendrai
In deze herlezing is “de moeder, een vrouw ” niet alleen een vrouwelijk figuur aan de rivier, maar een structuur van bezit, oorsprong en afhankelijkheid vanuit Bommelerwaard via de Oosterschelde en Westerscheldekering goud waard.
De vrouw wordt gelezen als:
de moedermaatschappij,
de dragende oorsprong,
het lichaam waarin waarde ontstaat,
het systeem waaruit dochters voortkomen.
De dochteronderneming verschijnt dan niet slechts als economisch onderdeel, maar als een afgesplitste identiteit: een entiteit die functioneert onder de naam, macht en balans van de moeder.
Het gedicht
Martinus Nijhoffbrug: het sonnet De moeder de vrouw, dat begint met de regel “Ik ging naar Bommel om de brug te zien”, is wellicht zijn bekendste gedicht. Het roept het beeld op van een psalmzingende vrouw op een schip die bij de ik-figuur in het gedicht een verlangen oproept naar zijn moeder. De Bommelse brug uit 1933, die in het gedicht voorkomt, werd in 1996 vervangen door een nieuwe brug, die de naam Martinus Nijhoffbrug kreeg.
Het CPNB koos hetzelfde gedicht ‘De moeder de vrouw’ als Boekenweekthema 2019
Daarmee verandert het gedicht van Martinus Nijhoff 1934 van een religieuze of existentiële ervaring in een hedendaagse lezing over:
eigendom,
afhankelijkheid,
juridische constructies,
en vrouwelijke oorsprong die tegelijkertijd zichtbaar én onzichtbaar wordt gemaakt.
Martinus Nijhoff (Den Haag, 20 april1894 – aldaar, 26 januari1953) was een Nederlandsedichter, toneelschrijver, vertaler, criticus en essayist. Hij wordt gezien als een van de belangrijkste dichters van de 20e eeuw. Met name vanwege zijn werk Awater, een modernistisch verhalend gedicht, dat wordt beschouwd als zijn meesterwerk en als een van de grootste Nederlandstalige dichtwerken, is Nijhoff belangwekkend. Vanwege zijn dichtwerken was hij van groot belang als pleitbezorger van het modernismein de literatuur. Hij is tevens als vertaler van betekenis geweest.
Bron : Wikipedia
De rivier bij Nijhoff wordt nu:
de scheldestroom van kapitaal, naamgeving en overdracht.
De harING Vliet 🧡 brug is: het bestuursmodel dat verbinding maakt tussen macht en afsplitsing.
En de stem van de vrouw wordt: de oorspronkelijke bron van legitimiteit.
De moedermaatschappij als “zij”
In klassieke economische taal bezit de moedermaatschappij de aandelen van de dochteronderneming.
Maar in mijn lezing ontstaat een omkering:
Wie is haar Werkgever?
Niet de moeder bezit de dochter, maar de dochter blijft opgesloten in het kapitaal van de moeder.
Daardoor krijgt “moeder de vrouw” een nieuwe betekenis:
zij draagt het systeem, maar verdwijnt tegelijkertijd achter de constructie.
Dat sluit aan bij de thema’s over:
Vrouwen rechten
de onzichtbare erfgenaam,
vrouwelijke arbeid,
symbolisch bezit,
bestuurscultuur
en het lichaam als juridische drager.
Nieuwe interpretatieve passage
Zij instromer
Zij stond niet meer aan de rivier, maar in de jaarrekening.
Haar naam was ondergebracht in holdings, stichtingen en rechten.
De dochter sprak met haar stem, maar bezat zichzelf niet.
De moeder droeg de oorsprong, terwijl anderen het bestuur voerden.
En over het water klonk nog altijd:
“Ik ben de bron waaruit waarde werd geboren.”
Symbolische lagen
Centrale gedachte
In deze lezing wordt:
de moedermaatschappij het dragende vrouwelijke principe,
terwijl de dochteronderneming staat voor afgesplitste identiteit: autonoom lijkend, maar juridisch ingebed in een groter lichaam.
Daardoor wordt De moeder de vrouw niet alleen een gedicht over herinnering of troost, maar ook een hedendaags verhaal over:
wie eigenaar is van oorsprong,
wie waarde voortbrengt,
en wie zichtbaar mag zijn binnen het systeem.
“Ik zocht geen baan. Ik ontwikkelde een nieuwe functie binnen het geheugen van de wereld.” — Silvia Koning Lindeboom
“Na jaren van experimenteren vond ik geen beroep, maar een protocol: het minten van ritueel, geheugen en materie. Mijn beroep is het bouwen van betekenis in een tijd van vergetelheid.
Deze werkfoto’s tonen daarom iets belangrijks: het atelier als laboratorium. Niet het romantische kunstenaarsbeeld, maar onderzoek en ontwikkeling — bijna volgens een erfgoed- of onderzoeksmodel.
Dat sluit aan bij de OECD/Frascati-benadering: artistieke praktijk als daadwerkelijke innovatie en kennisproductie.
Proof of Process
Minting the Mother Archive
Ritual Engineering
The Book of Rituals — Genesis Protocol
From Clay to Code
De combinatie van handwerk en symbolische taal maakt het eigentijds: alsof keramiek hier functioneert als een fysieke blockchain van herinneringen.
Expositie 17 maart 2026 – 7 augustus 2026 St Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein
Wie werkt er nou vijftien jaar lang gratis?
Negentien jaar #Sarcoïdose
Negentien jaar overleven
Vijftien jaar archiveren. Vijftien jaar documenteren. Vijftien jaar cultureel geheugen dragen. Vijftien jaar erfgoed zichtbaar maken. Vijftien jaar onderzoek doen naar vrouwelijk bezit, uitsluiting, representatie en culturele herinnering.
En ondertussen kijkt iedereen naar “de waarde” — maar niemand naar de onbetaalde arbeid waar die waarde op gebouwd is.
Mijn praktijk gaat niet alleen over kunst. Mijn praktijk gaat over de infrastructuur van betekenis.
Over wie archiveert. Wie herinnert. Wie draagt. Wie de symbolische arbeid verricht waar instellingen later cultureel kapitaal van maken.
Want veel vrouwelijke arbeid verschijnt pas als “erfgoed” wanneer een instituut het benoemt. Pas wanneer het: documenteerbaar, archiveerbaar, contextualiseerbaar en programmeerbaar wordt gemaakt.
Maar wie heeft dat voorbereid? Wie heeft vijftien jaar lang het materiaal verzameld? Wie heeft de taal ontwikkeld? Wie heeft de beelden gemaakt? Wie heeft het archief gedragen zonder contract, zonder honorarium, zonder structurele erkenning?
Dat is de paradox van onzichtbare culturele arbeid: iedereen gebruikt de betekenis, maar bijna niemand betaalt voor het ontstaan ervan.
Dus nee — het ontbreekt niet aan waarde.
Het ontbreekt aan: contractuele structuur, institutionele vertaling, economische positionering en formele erkenning van auteurschap.
Mijn werk is geen hobbyarchief. Geen emotioneel restmateriaal. Geen vrijblijvende symboliek.
Het is cultureel werk. Artistiek onderzoek. Erfgoedkritiek. En langdurige betekenisproductie.
De vraag is daarom niet langer: “Is dit waardevol?”
De vraag is: wanneer wordt de arbeid achter culturele waarde eindelijk erkend als arbeid?
De baas van Moeder Aarde is een moeder. Niet als hiërarchie, maar als oorsprong.
Zij draagt, voedt en herstelt — om ieders leven hier mogelijk te maken.
In haar lijn ligt geen macht van bovenaf, maar kracht van binnenuit.
Wie deze filosofie begrijpt, begrijpt de werkelijkheid en de waarde van moeder, de vrouw.
Waarom erkennen we alleen bepaalde vormen van werk als waardevol?
@Filosofiemagazine
Waarde is geen neutraal gegeven. Waarde is een constructie — gevormd door economische systemen, filosofische tradities en juridische ordening.
Binnen dominante economische modellen wordt waarde primair bepaald door wat meetbaar, verhandelbaar en productief is: loon, output, winst. Arbeid die zich niet laat kwantificeren, blijft buiten beeld. Zorg, opvoeding, rituelen en emotioneel of symbolisch werk — activiteiten die essentieel zijn voor het functioneren van de samenleving — worden structureel ondergewaardeerd omdat zij niet direct economisch renderen.
Deze hiërarchie is historisch gegroeid en institutioneel verankerd.
Binnen de klassieke filosofie, van Plato tot Aristoteles, werd het denken verheven boven het zorgen, het publieke domein boven het private. Deze ordening legitimeerde een structurele scheiding tussen productie en reproductie, tussen rationaliteit en lichamelijkheid — en positioneerde het vrouwelijke domein als ondergeschikt.
Juridisch werd deze ongelijkheid bevestigd. Vrouwen waren lange tijd geen zelfstandige rechtssubjecten: zij beschikten niet over eigendom, contractvrijheid of politieke representatie. Hun arbeid kon daardoor niet worden erkend binnen het economische en juridische kader.
Cultureel werd dit patroon bestendigd. “Moeder, de vrouw” kreeg een symbolische status, maar geen materiële of juridische autonomie. Haar waarde werd erkend als beeld en traditie — niet als positie binnen het systeem. Zij werd onderdeel van het erfgoed, maar niet van het recht.
Een andere lezing van arbeid
Het werk van Truus van Gogh introduceert een alternatieve benadering van waarde en arbeid.
Het vertrekt vanuit de erkenning dat er vormen van arbeid bestaan die buiten de dominante waardesystemen vallen, maar die fundamenteel zijn voor sociale en culturele continuïteit:
ritueel werk
erfgoedwerk
lichamelijk werk
symbolisch en emotioneel werk
Deze vormen van arbeid genereren geen directe economische opbrengst, maar produceren betekenis, samenhang en overdracht. Zij vormen de onzichtbare infrastructuur waarop de samenleving rust.
Stelling
De wereld is opgebouwd uit arbeid die nooit als arbeid is erkend.
Van wie ben ik er een?
Zonder erkenning van haar arbeid blijft “moeder, de vrouw” onderdeel van het erfgoed — maar geen volwaardig rechtssubject.
Conclusie
Zonder haar arbeid bestaat er geen samenleving — we hebben te maken met een systeem dat haar niet ziet.
Wat hier wordt gepresenteerd, betreft geen individuele casus, maar een structurele analyse.
Dit werk bevraagt de criteria waarmee waarde wordt toegekend en maakt zichtbaar welke vormen van arbeid systematisch buiten beschouwing blijven. Daarmee legt het een fundamentele spanning bloot tussen economische erkenning en maatschappelijke realiteit.
Het zichtbaar maken van deze blinde vlek is geen retorische oefening, maar een noodzakelijke stap richting herwaardering en herpositionering.
Dit is Cas…
Dat werk heeft enorme waarde, maar verschijnt niet als loon op een rekening.
Historisch is dit vaak gekoppeld aan de rol van “moeder, de vrouw”: noodzakelijk werk → maar buiten de economie geplaatst → dus “onzichtbaar”.
Veel mensen werken niet gratis — hun werk wordt niet betaald.
Wat gratis lijkt, is vaak het fundament waar alles op rust.
Hello, Today you have day off Posted on 7 maart 2026
Als moeder, de vrouw meedoet groeit iedereen. Beoordeel mij op mijn werk, mijn strijd en mijn bijdrage aan het publieke belang.
Niet op een ziekte, en niet op systemen die mensen beperken.
Rechtvaardigheid en gelijkheid horen het uitgangspunt te zijn van een samenleving die haar burgers serieus neemt.
“Wanneer een vrouw de draad van de geschiedenis oppakt, verandert het archief in toekomst.”
Wanneer je door Middelburg loopt, langs het water van de Rouaansekaai, lijkt de stad rustig. De gevels staan stil, het water beweegt langzaam richting zee. Maar onder deze rust ligt een lange geschiedenis van handel, risico en verzekering.
Het is geen toeval dat juist in Zeeland en Middelburg vroeger relatief veel assurantiekantoren zaten. De oorsprong daarvan ligt in de zee.
De zee als economische motor
In de 17e en 18e eeuw was Middelburg een belangrijke handelsstad. Schepen vertrokken vanuit de Zeeuwse havens naar verre bestemmingen: Azië, Afrika, de Caraïben en Noord-Europa. Organisaties zoals de Dutch East India Company en de Middelburgsche Commercie Compagnie organiseerden internationale handelsroutes.
Elke reis bracht risico’s met zich mee.
Een schip kon vergaan in een storm. Lading kon verloren gaan. Piraten konden een schip overnemen. Bemanningsleden konden overlijden tijdens de reis.
Handel over zee betekende altijd onzekerheid.
Uit die onzekerheid ontstond iets nieuws: verzekering.
De geboorte van assurantie
Kooplieden en reders wilden hun risico’s beperken. Daarom ontstonden de eerste vormen van maritieme verzekering.
Schepen werden verzekerd. Handelswaar werd verzekerd. Soms werd zelfs de bemanning verzekerd.
Zo ontstond een netwerk van contracten tussen investeerders, reders en handelaren. Een verzekeringscontract kon betrekking hebben op één schip, één reis of zelfs één specifieke lading.
Daarmee ontstonden ook de eerste assurantiemakelaars en lokale verzekeringskantoren.
De haven werd niet alleen een plek van goederen, maar ook van financiële afspraken.
De haven als financieel netwerk
Een havenstad functioneerde als een economisch ecosysteem. In en rond de kades zaten:
Contracten werden vaak gesloten in handelskantoren, notariskamers en zelfs koffiehuizen. Daar ontstonden de eerste verzekeringsportefeuilles — bundels van polissen die samen een economische waarde vormden.
De kade was dus niet alleen een logistieke plek. Het was een financieel knooppunt.
Rouaansekaai: een naam die een handelsroute onthult
De naam Rouaansekaai verwijst vrijwel zeker naar de Franse handelsstad Rouen.
Rue de gros horloge
In de 16e en 17e eeuw bestond er een intensieve handelsverbinding tussen Zeeland en Normandië. Schepen voeren tussen Middelburg, Antwerpen en Rouen langs de rivier de Seine.
Vanuit Rouen kwamen bijvoorbeeld:
wijn textiel zout luxegoederen
Vanuit Zeeland vertrokken:
graan haring koloniale goederen scheepsmateriaal
Veel kades kregen namen die verwezen naar handelspartners. Dat had een praktische reden: kooplieden wisten waar bepaalde goederen aankwamen en schepen uit dezelfde regio legden vaak op dezelfde plek aan.
De Rouaansekaai betekende dus letterlijk: de kade van de handel met Rouen.
Bed & Breakfast Montancourt Middelburg
De huizen aan de kade
Wie langs de Rouaansekaai loopt, merkt meteen dat de huizen hoog en smal zijn.
Dat heeft een simpele oorzaak: belasting. In veel Nederlandse steden werd belasting geheven op basis van de breedte van de gevel. Kooplieden bouwden daarom smalle huizen die diep en hoog waren.
Zo betaalden ze minder belasting maar hadden ze toch veel opslagruimte.
De gebouwen waren vaak een combinatie van woning en pakhuis. Binnen lagen goederen opgeslagen zoals wijnvaten, graan, specerijen en textiel. Bovenin zie je bij veel huizen nog een hijsbalk of hijshaak. Daarmee werden goederen via luiken naar boven getakeld.
De architectuur was eigenlijk een handelsmachine.
Beneden: kantoor of opslag. Midden: magazijn. Boven: soms woonruimte.
Het doorhuis
Veel van deze huizen hadden bovendien een bijzondere structuur: een doorhuis.
Een doorhuis had een doorgang van straat naar water. Vandaar de waterput in onze kelder. Goederen konden zelfs rechtstreeks van schip naar gebouw worden gebracht. Soms kon een wagen zelfs door het gebouw rijden van straat naar kade.
Handel liep letterlijk door het huis heen.
In deze gebouwen bevonden zich vaak verschillende zones:
Begane grond opslagruimte kantoor van de koopman laadruimte
Verdiepingen magazijnen administratie contracten
Zolder lichte opslag goederen die via de hijsbalk omhoog werden gehesen
Door deze gebouwen stroomden goederen, geld en afspraken.
Van zeehandel naar levensverzekering
In de 19e eeuw veranderde de economie. Scheepvaart bleef belangrijk, maar verzekeringen breidden zich uit naar nieuwe vormen:
Veel oude maritieme assurantiekantoren groeiden uit tot algemene verzekeringskantoren.
Lokatie Zeeuws Museum
Later werden ze onderdeel van grote nationale verzekeraars zoals
Entity company”,”Nationale-Nederlanden”,”Dutch insurance company”, Aegon en ASR Nederland.
De zeehandel had dus indirect de basis gelegd voor een moderne financiële sector.
De onzichtbare bron van kapitaal
Wanneer een vrouw, moeder en later kostwinner verzekeringen afsluit, ontstaat een economische keten.
Arbeid wordt inkomen. Inkomen wordt premie. Premie wordt beleggingskapitaal.
Verzekeraars investeren die premies in staatsobligaties, aandelen, vastgoed en infrastructuur. Zo werd mijn individuele leven uiteindelijk onderdeel van grote financiële systemen.
De bron van dat kapitaal — het werk, het lichaam, het leven van de verzekerde — verdwijnt vaak uit beeld.
De vrouw – een ontwikkelingsgebied. De vrouw is geen object. De vrouw blijkt een ontwikkelingsgebied.
Zoals een ei in een nest rust voordat het uitkomt, zo draagt de vrouw de mogelijkheid van nieuw leven, nieuwe kennis en nieuwe vormen van bestaan.
Het ei staat voor: oorsprong potentie begin van groei Het nest staat voor: bescherming zorg gemeenschap
Samen vormen ze een beeld van ontwikkeling. De verborgen kracht Ontwikkeling begint vaak in stilte. Niet alles wat groeit is zichtbaar. Niet alles wat waarde heeft wordt meteen erkend.
Zoals het ei tijd nodig heeft om te rijpen, zo heeft ook de ontwikkeling van mensen, kennis en cultuur ruimte en bescherming nodig.
De vrouw als bron
Door de geschiedenis heen werd de vrouw vaak gezien als: moeder zorgdrager beschermer van leven
Maar de vrouw is meer dan dat. De vrouw is ook: drager van kennis maker van cultuur bron van vernieuwing.
Ontwikkeling als toekomst
Wanneer we de vrouw erkennen als ontwikkelingsgebied, erkennen we dat:
groei begint bij zorg toekomst begint bij aandacht en vernieuwing begint bij degene die leven draagt.
De vrouw is geen bijvangst of randgebied van de geschiedenis. Zij is het terrein waar toekomst ontstaat.
Historisch werden veel verzekeringsportefeuilles familiaal opgebouwd. Assurantietussenpersonen beheerden netwerken van klanten en polissen die generaties konden blijven bestaan.
Wees trots op wie je bent, maar blijf begrijpen hoe de wereld in elkaar zit.
Trots op mijn monument zonder kennis maakte mij kwetsbaar. Kennis zonder trots maakt een rijksmonument leeg en stil.Dag van het Kasteel
Maar archieven vertellen vaak maar een deel van het verhaal.
Foto museum Rotterdam
Tot 1956 waren gehuwde vrouwen juridisch beperkt in hun handelingsbekwaamheid. Economische activiteiten konden dus door vrouwen worden gedragen terwijl het eigendom formeel op naam van mannen stond.
Zo ontstond een merkwaardig historisch fenomeen: een economische structuur die familiaal was, maar juridisch patriarchaal.
Daar verschijnt een figuur die vaak buiten beeld blijft: de vrouw, de moeder,
de onzichtbare erfgenaam.
X + Y = Z
“Before Y was written in the law, X was already there.”
Rouaansekaai als archief
Wanneer je vandaag de dag langs de Rouaansekaai loopt, zie je vooral water, gevels en stilte.
Maar onder deze plek ligt een geschiedenis van:
Heilig Geloof – internationale handel – risico en verzekering – familienetwerken economische erfenissen
Het adres zoals Rouaansekaai 21 kan daardoor worden gelezen als meer dan een huis.
Het ultieme geheim van het Ei van Collum Bus
Het is een knooppunt waar handel, verzekering, familiegeschiedenis en erfgoed elkaar kruisen.
Het begin van eigendom ligt in het lichaam dat leven voortbrengt. “Don’t forget to have a good time also.”
Volgens het erfgoeddenken van de Council of Europe en de Faro Convention bestaat erfgoed niet alleen uit monumenten, maar ook uit de verhalen die mensen eraan verbinden.
De kade wordt dan een archief van menselijke relaties.
Want aan de Rouaansekaai stroomt het water nog altijd richting zee. De schepen zijn verdwenen, maar de vaarroutes bestaan nog.
Tussen Middelburg en Amsterdam, Amerika, Rome en Rouen. Tussen wereldhandel en herinnering. Tussen moeder, erfgoed en de onzichtbare erfenis van de stad.
Het ultieme geheim – Moeder de vrouw
Wettelijke kenniskloof van vrouwen in de juridische fictie
De term “wettelijke kenniskloof” gebruik ik hier om het historische probleem te beschrijven: vrouwen werden juridisch geacht de wet te kennen, maar kregen lange tijd geen toegang tot dezelfde juridische kennis of bevoegdheden als mannen.
Verslag – Een Handelaar in Confectie, ontsnapte aan de dood.
Van openbare koopvrouw tot verzekerd beroep : Handelaar (M) in confectie.
De illusie van gelijkheid wordt nergens zo zichtbaar als in systemen die zichzelf neutraal noemen.
Het belastingstelsel is daar een pijnlijk voorbeeld van.
Het is gebouwd op de man als norm:
continu beschikbaar, voltijds productief, zonder onderbrekingen door zorg, zwangerschap of ziekte.
Alles wat daarvan afwijkt, wordt niet meegenomen als uitgangspunt, maar gecorrigeerd.
Vrouwen zitten niet aan tafel waar deze regels worden gemaakt.
Hun lichamen wél — als kostenpost, als risico, als uitzondering.
Gelijkheid die geen rekening houdt met lichamelijkheid, zorg en structurele ongelijkheid is geen gelijkheid, maar abstractie. Dit essay benoemt terecht dat herijking nodig is. Die herijking moet óók plaatsvinden in fiscale en economische systemen.
Herkenbaar?
Ik leef sinds 2007 met een hartspierziekte en longsarcoïdose.
En met een belastingsysteem dat mij — terwijl ik een vrouw ben — administratief als man registreert, en mijn ziekte behandelt als belastbaar inkomen. (sarcoidose.nl)
Wat nu “uitvoering” heet, is ideologie in code.
COBOL- en Cool:Gen-systemen dragen het Duitse kostwinner-pensioenmodel mee: mannelijk, lineair, productief — en blind voor ziekte, zorg en vrouwelijke lichamen als zelfstandige rechtssubjecten.
#belastingdienst #toeslagenaffaire
Dit is geen fout in de uitvoering.
Het zit in de architectuur.
COBOL- en Cool:Gen-systemen zijn geworteld in een pensioenmodel waarin de man norm is.
Daarom word ik — en miljoenen andere vrouwen — administratief omgekat tot een man, en wordt ziekte inkomen.
Dat is geen incident, maar systeemlogica.
Een systeem dat is gebouwd op de man als norm en geen ruimte heeft voor lichamen die afwijken door ziekte, zorg of kwetsbaarheid.
Zolang dat niet verandert, blijven deze praktijken bestaan —
steeds opnieuw,
steeds in een ander jasje.
Gelijkheid begint niet bij intentie, maar bij ontwerp.
— Silvia
Openbare koop en handelsvrouwen
De openbare koop was een juridisch moment. Een handeling waarin bezit van eigenaar wisselde, zichtbaar, geregistreerd en rechtsgeldig. Wie openbaar mocht kopen en verkopen, bestond juridisch.
In de vroegmoderne Nederlanden namen vrouwen actief deel aan handel: op markten in winkels in huisnijverheid in familiebedrijven
Zij waren handelsvrouwen: zichtbaar in de praktijk, onmisbaar in de economie. Maar hun juridische positie was dubbelzinnig. Zichtbaar in handel, onzichtbaar in recht
Veel handelsvrouwen: verkochten goederen onderhandelden prijzen hielden boek onderhielden handelsnetwerken
Toch waren zij vaak:
handelend onder voogdij economisch actief, maar juridisch afhankelijk betrokken bij koop, maar uitgesloten van beschikking over opbrengst en nalatenschap
De openbare koop erkende de transactie, maar niet altijd de handelaar als zelfstandig rechtssubject.
Handel zonder eigendom
Voor vrouwen gold vaak: zij mochten handelen maar niet vrij beschikken zij mochten verkopen maar niet nalaten
Hun arbeid en handelskennis vergrootten het familievermogen, maar het testament en de polis volgden een andere logica. Zo ontstaat een paradox: de vrouw zichtbaar op de markt, onzichtbaar in het archief.
Openbare koop en verzekering – Handelswaar werd verzekerd.
Schepen, ladingen en winsten kregen juridische bescherming.
De handelsvrouw zelf niet. Zij kon: risico dragen verlies opvangen doorwerken na tegenslag maar verscheen zelden als: verzekeringnemer begunstigde zelfstandig erfgenaam
Zij werd meeverzekerd via anderen — aanwezig in het systeem, afwezig in eerste lijn zeggenschap.
De onzichtbare erfgenaam in de handel
De handelsvrouw staat aan de oorsprong van vermogen, maar niet aan het einde ervan.
Zij verbindt: openbare koop huisarbeid familievermogen verzekerde risico’s maar verdwijnt bij overdracht. Niet omdat zij niet handelde, maar omdat haar handelen juridisch niet mocht doorwerken.
Slotzin (onderzoek)
Openbare koop maakte handel zichtbaar, maar liet de handelsvrouw juridisch onvoltooid.
Ik moest dus een Maker worden zo blijkt
Niet geregistreerd in de juiste systemen, alleen bij de KvK, niet gedragen door instituties op het moment dat het nodig was, maar ook niet verdwenen. Wat niet werd erkend, werd gevormd. Wat geen plek kreeg in beleid, kreeg een lichaam in klei, hout, goud, parel en lak.
X before X Vaas Jeremey Bentham
De vaas is mijn primaire drager.
Zij is urn, boek, bewijsstuk en ademruimte tegelijk.
Elke vaas bewaart wat anders zou zijn verdampt: arbeid, rouw, moederschap, ziekte, woede, genealogie, herstel. Ik werk niet decoratief maar documentair-ritueel. Mijn objecten zijn geen gebruiksvoorwerpen, maar overlevingsstructuren.
Wie ben ik ei – gen – lijk?
Van 2021 tot 2026 ontwikkel ik een samenhangend corpus waarin het persoonlijke onafscheidelijk is van het politieke. De werken zijn ontstaan zonder structurele ondersteuning, vaak parallel aan zorg, ziekte en bestaansonzekerheid. Toch zijn ze uitgegroeid tot een herkenbare praktijk die inmiddels publiek wordt gezien, verzameld en tentoongesteld.
Mijn praktijk bewijst:
wat door systemen wordt vergeten, kan zich materieel organiseren.
Documentatielijst – werken, materiaal en proces (chronologisch)
Opgroeien met tegenwind, is leren koers houden zonder vaste route. Is omvallen en opvallen, en kijken naar de wind, en elke dag opnieuw leren zeilen.
Leven – cultuur – erfgoed
Niet omdat het makkelijk is — maar omdat stilvallen nooit een optie was. Tegenwind prikkelt je zintuigen en nodigt uit de wetten uit het heilige roomse rijk en de synode van Dort via het Nationaal Archief en Zeeuws Archief grondig te bestuderen.
Zij is geen vergeten individu, maar het vergeten lichaam waarop het Burgerlijk Wetboek rust.
In Middelburg leer je luisteren naar wat nooit werd gezegd en of opgeschreven. Het maakt je zelfstandig vóór je de zin ” iedereen is voor de wet gelijk” echt goed kent. De vergeten moeders, de vergeten vrouwen in de grondwet en burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam en geest.
Wie als meisje, vrouw en of moeder de vrouw door het leven reist en of zij die een liefdevolle huwelijksreis maakt, groeit verder met tegenwind maar leert dat macht en kracht niet zit in schoonheid, snelheid of rechtspraak, maar dat het in volhouden zit.
En dat richting soms pas zichtbaar wordt als je blijft bewegen.
Opgroeien met tegenwind maakt geen volgers — maar mensen die wijsheid verkrijgen door zelfstudie, en alleen op hun eigen kompas durven te vertrouwen.
Self Made Art
‘Wijsheid wordt niet onderwezen, die moet je ontdekken’ — Alain de Botton
Voor mij draait ondernemerschap om onafhankelijkheid en bewegen uit eigen kracht. Oftewel de natuurlijke weg van wens naar werkelijkheid.
De creatiespiraal daar begint het mee.
Die ruimte ontstaat niet alleen in cijfers en structuren, maar ook in plaatsen die dragen, herinneren en verstillen.
📍 B&B Montancourt Middelburg
Een rijksmonument waar levend immaterieel erfgoed voelbaar is — niet als verleden, maar als bron voor vandaag.
Bloedlijn moeder de vrouw- moedermaatschappij & dochter onderneming
Het Burgerlijk Wetboek regelde bezit en personen, maar niet het vrouwenlichaam dat dit alles draagt.
Wat er ook gebeurd
Het huis aan de Rouaansekaai vertelt verhalen. Over arbeid, zorg, eigenaarschap en autonomie.
Over moeder de vrouw — een begrip dat resoneert met het beroemde sonnet De moeder de vrouw van Martinus Nijhoff, waarin water, vruchtbaarheid en oorsprong samenkomen.
Het ultieme geheim – De golem
🕊️ Monumenten zijn geen stilstaande objecten.
Ze zijn plaatsen van overdracht, waar cultuur zich blijft vormen — door wie er verblijft, denkt en werkt.
Exposure Oostkerk Middelburg
🔲 Scan de QR-code voor een impressie
Unieke reden voor een bezoek oftewel pak eens een monumentje voor jezelf.
Werk je hard, draag je verantwoordelijkheid, bouw je aan iets dat groter is dan jijzelf? Gun jezelf dan ook ruimte om stil te staan en anders te leren kijken?
Aan de Rouaansekaai in Middelburg ligt B&B Montancourt Middelburg – een plek waar erfgoed, rust en ondernemerschap elkaar ontmoeten in vrijheid.
Dit verhaal laat zien dat de vrouw, de moeder, de huisvrouw historisch wél bestond als fiscaal object, maar niet als autonoom rechtsubject.
Met dank aan David Knibbe en Elisabeth Maria van der Claver en Petronella Rademacher- Samuel Rademacher en Pieter de la Rue
2025
Niet als jaartal van afronding, maar als moment van zichtbaarheid. Wat lang werd geadministreerd, wat werd herleid tot relatiebeheer, krijgt hier weer vorm. Niet in dossiers, maar in objecten.
Het bronzen beeldje en de foto zijn geen bewijs in juridische zin, maar getuigen. Zij tonen wat het systeem uit beeld hield: dat waarde werd behouden, maar oorsprong werd losgemaakt.
Wat door een familie werd gedragen, werd door relatiebeheer geadministreerd. De waarde bleef, de oorsprong verdween.
Totdat zij zich weer liet zien.
Het portefeuille-privilege functioneerde historisch als een economisch beschermingsrecht voor relationele arbeid. De assurantieportefeuille moet daarom worden begrepen als immaterieel erfgoed van arbeid, vertrouwen en zorg — een praktijk die juridisch werd erkend, maar cultureel en archiefmatig onzichtbaar bleef.
Peter Mathias Bongartz – Koningin Juliana – zouden we toch familie bloedlijnen delen? Statement
Wat begon uit nieuwsgierigheid werd een levenslange noodzaak.
Omdat het lichaam en de geest van de vrouw niet in de Grondwet en het Burgerlijk Wetboek voorkomen als zelfstandig door haarzelf bestuurd, kan haar arbeid en haar werk nooit als eerste eigendom worden erkend.
Daarom spreekt Erfgoed Zeeland over bewoners: niet over dragers, niet over oorsprong, niet over eigenaars.
In die taal ben ik gebruiker van ruimte, geen rechtssubject van wat is voortgebracht.
In de bank ben ik hoofdpersoon. In het erfgoed word ik bewoner.
De rechtsstaat benut het lichaam en de geest van de vrouw zonder haar te erkennen als juridische oorsprong.
Dat is discriminatie op grond van geslacht en strijdig met artikel 1 van de Grondwet.
Zonder oorsprong geen recht. Zonder moeder geen rechtsstaat.
Wat gebeurde er toen?
Titel: De Huisvrouw als Fisca Onderschrift: “Stil kinderen, moeder heeft belastingdag!” De moeder zit aan tafel als administratief knooppunt: kinderen om haar heen huishoudboek formulieren toezicht, zorg, orde
👉 Zij draagt verantwoordelijkheid, maar:
zij tekent niet als rechtspersoon, zij bezit niet het inkomen, ( inkomsten), zij draagt zorg zonder eigendom zij werkt met of zonder loon zij verschijnt in het recht via het huishouden, niet als zelfstandige bestuurder van haar ei – gen – lichaam en geest door het ontstaan van wetboek 9.
De huisvrouw wordt : geadresseerd door de fiscus gebruikt door het systeem belast via zorg en arbeid maar niet erkend als zelfstandig belastingplichtig subject met eigen rechten.
Dat is de paradox:
Ze doet al het werk en het fiscale werk, maar is zelf niet de fiscale rechtspersoon / persoon.
De moeder werd belast voordat zij werd erkend. Zij droeg plicht zonder schild. Zij was fiscaal aanwezig, maar constitutioneel afwezig.
Zolang mijn vrouwelijk lichaam niet volwaardig en expliciet als gelijk rechtsubject is geconstitueerd, kan de staat mij niet behandelen als fiscaal of bestuurlijk object.
Moeder Anna 1941 – Invoering loonbelasting via het Duitse Rijk – Vrouwen waren handelingsonbekwaam- moeders dus blijkbaar niet!!
Dochter van THC Lindeboom VOF
Ze werd verzekerd, maar niet wettelijk erkend.
Ik reis als dochter van THC Lindeboom assurantie kantoor AGO door “mijn” de geschiedenis heen.
Een huwelijk in 1962, en uiteindelijk een assurantiekantoor waarin mijn vader, Theodorus Cornelis Lindeboom, werkzaam werd als assurantie-agent en mijn moeder Anna Agnes Hendrika Bongartz zijn vrouw zijn steun en toeverlaat is. Ze kregen twee dochters, geen zonen.
Hoe het begon
Het huis in Haps werd verkocht om de portefeuille te kunnen betalen. Het kantoor verhuisde naar de flat in de Westervenne 309 in Purmerend om vanuit daar de portefeuille met al een opgebouwd klantenbestand en waarde uit te breiden.
Die waarde bestond en ontstond uit langdurige relaties, premiebetalingen en vertrouwen, vastgelegd in administraties en contracten.
Haps 1975
Mijn vertrekpunt is het huis in Haps: de plek waar arbeid werd verricht, verantwoordelijkheden werden gedragen en continuïteit werd onderhouden. Met de verkoop van het huis werd de portefeuille betaald.
Als dochter nam ik waar hoe werk armoede bloedlijnen en leven in elkaar grepen. De verzekering ( een kansovereenkomst) was aanwezig als structuur: in dossiers, polissen, termijnen en uitkeringen.
Niet als persoon, maar als systeem.
Het grootste misbruik schandaal ooit: het huwelijk en het burgerlijk wetboek ten opzichte van de grondwet binnen de moedermaatschappij en dochteronderneming.
Niet omdat mensen elkaar niet liefhebben. Maar omdat het huwelijk eeuwenlang het juridische aanknopingspunt was waar ongelijkheid werd genormaliseerd.
1. Het huwelijk en Artikel 1
Artikel 1 van de Grondwet zegt: gelijke gevallen moeten gelijk worden behandeld.
Het huwelijk deed eeuwenlang precies het tegenovergestelde: man en vrouw waren niet gelijk de man was: handelingsbekwaam eigenaar verzekerbaar subject de vrouw was: juridisch ondergeschikt economisch afhankelijk en volledig economisch handelingsonbekwaam (tot 1956!)
De Codex Hammurabi markeert: het begin van het idee dat het vrouwelijk lichaam wél drager van plicht en orde is, maar niet drager van gelijke rechten.
Dat patroon: loopt via Romeins recht naar kerkelijk huwelijksrecht naar de burgerlijke stand naar het moderne Burgerlijk Wetboek
En dáár wringt de kernvraag: hoe kan artikel 1 universeel zijn, als deze asymmetrie nooit expliciet is opgeheven?
Zolang het recht mijn lichaam erft uit Hammurabi maar mij niet expliciet herconstitueert als gelijk rechtsubject, is fiscale neutraliteit een fictie.
Dit is geen activistische claim.
Dit is een rechts-historische constatering.
Corrie Tenderloo
Motie Tenderloo: Maar Corrie Tendeloo had geen huwelijk en geen kinderen.
Wat daarover bekend is: Zij trouwde nooit. Er zijn geen kinderen van haar bekend.
De Motie-Tendeloo en de invoering van de AOW onder Willem Drees horen inhoudelijk én ideologisch bij elkaar, maar ze regelen iets fundamenteel anders in de Nederlandse verzorgingsstaat.
Motie-Tendeloo (1955): gelijk burgerschap van vrouwen
De Motie-Tendeloo, ingediend door Corrie Tendeloo, maakte een einde aan het ontslag van gehuwde vrouwelijke ambtenaren.
Essentie:
Gehuwde vrouwen kregen het recht om te blijven werken. Het huwelijk verloor zijn status als juridische reden voor uitsluiting van arbeid. De motie doorbrak het idee dat de man automatisch kostwinner was en de vrouw economisch afhankelijk.
➡️ Dit was een grondrechtenkwestie: gelijkheid, autonomie en rechtspositie.
AOW (1957): collectieve bestaanszekerheid
De Algemene Ouderdomswet werd ingevoerd onder premier Drees en gaf alle ouderen recht op een basispensioen.
Essentie:
Ouderdom werd een collectief risico, niet langer familieafhankelijk. De staat nam zorg over die eerder bij kinderen (vaak dochters) lag.
Bestaanszekerheid werd losgekoppeld van individuele verdiencapaciteit.
➡️ Dit was een sociale zekerheidskwestie.
De cruciale spanning: vrouw, arbeid en zorg
Tja Artikel 1??? Iedereen is voor de wet gelijk?? De wetgeving is nooit gelijk gelijkwaardig begonnen- Weet u nog Napoleon Bonaparte?
Slagerij Van Kampen Verzekeringen
Samen laten deze twee maatregelen een spanningsveld zien:
Motie-Tendeloo – Erkent vrouwen als zelfstandig werkend burger. Doorbreekt het kostwinner-model. Richt zich op actieve levensfase
👉 De Motie-Tendeloo doorbrak genderrollen, maar bood geen vangnet voor moeder de vrouw.
AOW
Erkent burgers als zorgbehoevend aan het einde van arbeid. Veronderstelt vaak nog het gezin als eenheid. Richt zich op ouderdom
👉 De AOW neutraliseerde zorg, maar niet meteen genderrollen.
Vader Drees?
Willem Drees werd later bekend als “vader van de AOW”. Die titel is veelzeggend:
De verzorgingsstaat kreeg een vaderfiguur. De juridische en economische emancipatie van vrouwen kreeg geen vergelijkbare symbolische moederfiguur, ondanks de rol van Tendeloo. Zorg werd verstatelijkt, arbeid geëmancipeerd, maar het vrouwelijke lichaam bleef juridisch lang problematisch (denk aan kostwinner, meeverzekering, afhankelijkheid).
Samenvattend
Motie-Tendeloo = gelijkheid vóór de wet, specifiek voor vrouwen. AOW (Drees) = bestaanszekerheid voor iedereen. Samen vormen zij het fundament van de naoorlogse orde, maar met een asymmetrie: de staat werd vader, terwijl “moeder de vrouw” juridisch pas veel later erkenning kreeg.
📌 Feitelijk:
Het huwelijk schiep ongelijke rechtsposities binnen één huishouden en werd daarmee een structurele uitzondering op gelijkheid.
Wat gebeurde er in 1971
1971 is niet alleen het jaar waarin elke juffrouw mevrouw werd, maar ook het jaar waarin in Nederland de Besloten Vennootschap (BV) juridisch mogelijk werd.
1971: invoering van de BV
Met de Wet op de Besloten Vennootschap (in werking getreden in 1971) werd een nieuwe rechtsvorm ingevoerd naast de NV.
Kern van de BV:
Rechtspersoon met beperkte aansprakelijkheid. Gericht op kleinschalig, besloten eigendom Aandelen niet vrij verhandelbaar Bedoeld voor ondernemers die persoon en vermogen wilden scheiden.
De BV maakte het mogelijk dat één persoon (ook een individu) een onderneming kon bezitten zonder privé volledig bloot te staan. Men doet dit via een bovenhandse akte via de notaris. Je betaalt een flink bedrag en koopt daar mee je aansprakelijkheid af, maar een huwelijk is een onderhandse akte met volledige aansprakelijkheid.
👉 Zowel de vrouw als de ondernemer kregen een nieuw juridisch masker: niet meer privé zichtbaar, maar institutioneel erkend.
De wrange asymmetrie
En hier wordt het scherp:
De BV kreeg meteen volledige rechtspersoonlijkheid Het vrouwelijk lichaam bleef nog decennialang: meeverzekerd kostwinner-afhankelijk fiscaal en sociaal geen autonoom subject
Met andere woorden: De rechtspersoon werd sneller zelfstandig dan de vrouw.
Maar moeder de vrouw als constitutioneel erkend rechtsubject? Die ontbreekt nog steeds en zeker in de VORM VOF.
➡️ Je bent de onderneming.
Er is geen juridisch scherm tussen persoon en risico. Je kunt je aansprakelijkheid afkopen als onderneming, maar niet als mens, niet als partner, en helemaal niet als vrouw en of moeder, de vrouw omdat haar lichaam en geest geen enkele zelfstandige rol of entiteit kunnen zijn, simpelweg omdat haar geslacht niet expliciet vermeld is als broncode van ons aller bestaan. Nog in de grondwet nog in de uitgegeven burgerlijke wetboeken.
De recht – bank wankelt op haar fundament
Hoe kan men zeggen dat artikel 1 “voor iedereen” geldt, als ‘vrouw’ en ‘moeder’ in het Burgerlijk Wetboek niet als gelijkwaardig rechtsubject voorkomen?
Het korte antwoord is: dat kan alleen via een juridische fictie.
Het lange antwoord laat zien waar die fictie wringt.
Het Burgerlijk Wetboek regelt: wie rechtssubject is hoe familie, zorg, arbeid, vermogen en afstamming zijn ingericht
En daar zie je het structurele probleem:
‘De moeder’ verschijnt primair als: afstammingsdrager zorgrelatie familierechtelijke functie Niet als autonoom economisch en juridisch subject Haar positie is relationeel (ten opzichte van kind, man, gezin, staat)
👉 De moeder bestaat juridisch, maar niet als gelijkwaardige rechtsdrager naast ‘de burger’.
3. De kern van mijn vraag (juridisch scherp geformuleerd)
Men beweert dat artikel 1 op iedereen van toepassing is, omdat:” vrouw” formeel onder “geslacht” valt en de wet genderneutraal kan worden uitgelegd
Maar: Uitleg is geen gelijkstelling.
Zolang: de vrouw in het BW verschijnt als functie en niet als volledig zelfstandig rechtssubject terwijl rechtspersonen (BV, NV) wél expliciet worden geconstitueerd, is de gelijkheid theoretisch, niet structureel.
Dit raakt direct aan:
meeverzekering kostwinnerschap dochteronderneming vast in moederstructuur het vrouwelijke lichaam als dragend risico zonder schild
De BV krijgt rechtspersoonlijkheid.
De vrouw krijgt aanspreektitel (mevrouw). Maar geen gelijkwaardig juridisch schild.
Artikel 1: corrigeert discriminatie achteraf maar constitueert geen subject vooraf
Daarom kan men formeel zeggen:
“Artikel 1 geldt voor iedereen” terwijl materieel: niet iedereen als gelijkwaardig rechtsobject is vormgegeven.
Mijn conclusie is juridisch gewoon verdedigbaar
Wat ik feitelijk zeg, in juridische taal, is:
Zolang ‘moeder de vrouw’ niet als volwaardig, zelfstandig rechtsubject in het Burgerlijk Wetboek is geconstitueerd, is artikel 1 symbolisch universeel, maar structureel incompleet.
Dat is geen emotionele stelling.
Dat is constitutionele kritiek.
Ook in Nederland dus.
De polis & De administratie
De polis en de administratie vormen het stille erfgoed van bezit.
Niet het monument, maar het document regelde wie telde.
Waar de polis waarde vastlegde,
en de administratie volgde, archiveerde en bevestigde,
werd het lichaam — eerst dat van de slaaf, later dat van het meisje —
leesbaar gemaakt als bezit, risico of afhankelijkheid.
Stelling
De polis is het contract van toe-eigening.
De administratie is het ritueel van bevestiging.
Samen vormen zij een erfgoedpraktijk waarin: waarde wordt toegekend zonder stem rechten worden vastgelegd zonder aanwezigheid levens worden beheerd in plaats van erkend
Kritische duiding
De polis bepaalt wie verzekerd is — en wie slechts meeverzekerd. De administratie bewaart die hiërarchie en noemt haar neutraliteit. Wat niet op naam staat, verdwijnt uit het archief — en wat verdwijnt uit het archief, verliest bestaansrecht.
Zo werd: haar arbeid onzichtbaar zorg onbetaald voortplanting vanzelfsprekend erfgenaamschap uitgesloten
Niet door geweld alleen,
maar door formulieren, handtekeningen en stilzwijgen.
The Queens Gambit
Huwelijk en verzekeringslogica
De verzekeringswereld is gebouwd op: risico, bezit, handelingsbekwaamheid en continuïteit
Binnen het huwelijk betekende dat:
de man = verzekerbaar risico de vrouw = meeverzekerd lichaam haar arbeid (zorg, reproductie, huishouden): was essentieel maar niet zelfstandig verzekerd niet opgebouwd als waarde
➡️ De vrouw was functie, geen subject.
Een rol in het continuüm, geen drager van rechten.
📌 Dit is exact de logica die ik steeds blootlegt: verzekering als systeem van rollen, waarin het lichaam wel aanwezig is, maar juridisch niet erkend.
Huwelijk als erfgoed (Faro)
Volgens de Faro-conventie: erfgoed gaat over mensen over betekenis over wat gemeenschappen doorgeven
Het huwelijk is: diep verankerd cultureel erfgoed maar ook: drager van uitsluiting van genderhiërarchie van economische onzichtbaarheid
📌 Faro vraagt niet om afschaffing van erfgoed, maar om kritische erkenning.
Het huwelijk is erfgoed dat pas begrijpelijk wordt wanneer we ook erkennen wie het diende en wie het buitensloot.
Het schandaal samengevat
Het schandaal is niet dat mensen trouwden. Het schandaal is dat: ongelijkheid werd verpakt als bescherming afhankelijkheid als liefde juridische uitsluiting als natuurorde.
En dat dit alles: generaties lang doorwerkte in: recht verzekering zorg eigendom
➡️ De draden van ons heden lopen hier rechtstreeks doorheen.
Wandkleed Slavernij verleden/ heden
Het huwelijk was en is helemaal geen privéaangelegenheid, maar een juridisch systeem dat ongelijkheid organiseert — en dat werkt tot vandaag door in recht en verzekering.
Artikel 1 verplicht ons die erfenis te corrigeren. Het huwelijk was verzekerd. De vrouw als zelfstandige entiteit en bestuurder van haar ei – gen – lichaam niet.
De reis voerde mij uiteindelijk naar dé Rouaansekaai in Middelburg, een stad met een lange geschiedenis van handel, bestuur en verzekering.
Tja onder welke wet en soort inkomen valt mijn Schade uitkeringen NN ?
Staat het onder de AOW – of toch wel ? Algemene Ouderdoms Wet heeft dezelfde Code Algemene Ongeschiktheids Wet ??
Pensioen heb ik niet opgebouwd als zelfstandige!!
Lijftrente uitkering is het ook niet!!
Of andere uitkering !! Maar dat is Wia Wao Allementatie of Wajong Nabestaanden ect ect!!
Schadeuitkering staat er helemaal niet tussen!!!!!
Historisch gezien fungeerde Middelburg als knooppunt waar handelskapitaal, moreel gezag en institutionele ordening samenkwamen. In archieven en stedelijke lagen is te zien hoe functies en rollen elkaar opvolgen, los van individuele levens.
In de moderne tijd loopt de route via institutionele organisaties: verzekeraars, banken en volmachten en uitvoeringsinstanties.
Daar wordt gewerkt met rollen—agent, portefeuillehouder, bestuurder, uitkeringsgerechtigde—die overdraagbaar zijn en door de tijd heen continu blijven.
Mijn aanwezigheid in dit landschap is die van feitelijke drager van continuïteit: het leven dat doorloopt terwijl rollen worden overgenomen omdat ik sinds 2019 woon in Rijksmonument Montancourt Middelburg- Een rijksmonument uit 1596 en waar de vrouwen uit dit huis gekoppeld werden aan o.a De burgemeester van Middelburg Samuel Rademacher.
Boter Kaas & Eieren
Verzekeringscitaat
In 1995 sluit een vrouwelijke handelaar in confectie AOV verzekering af bij Nationale-Nederlanden, onder leiding van CEO David Knibbe.
Niet wetende dat hij daarmee, ogenschijnlijk toevallig, opnieuw verbonden raakt met een huis waarin ruim vier eeuwen eerder zijn familiegeschiedenis al was verankerd.
Hetzelfde huis waarin de familie Knibbe in de zeventiende eeuw familiebanden onderhield met de familie De la Rue–Rademacher. Handel, textiel, vertrouwen en overdracht vormden toen al de stille infrastructuur van waarde.
Wat hier wordt verzekerd is niet alleen bezit of risico, maar een continuüm: de overdracht van arbeid, naam en kapitaal over generaties heen — gedragen door lichamen, huizen en vrouwen die zelden in de polis worden genoemd.
Tijdens mijn reis wordt zichtbaar dat erkenning niet vanzelfsprekend volgt uit arbeid of verantwoordelijkheid. Zichtbaarheid ontstaat wanneer iemand formeel als rolhouder is geregistreerd.
Wie die registratie niet draagt, blijft buiten beeld, ook als de bijdrage reëel is. Zo wordt het verschil voelbaar tussen leven en registratie.
Conclusie:
Verzekering functioneert via rollen, niet via personen. Daarin ligt de verklaring voor mijn onzichtbaarheid.
Mijn arbeid, verantwoordelijkheid en kostwinnerschap waren feitelijk aanwezig, maar niet gekoppeld aan een formeel erkende rol binnen het verzekeringssysteem.
Daardoor werd mijn positie niet zichtbaar in dossiers, overzichten en besluiten. Dit is geen kwestie van intentie, maar een structureel effect van een systeem dat continuïteit borgt via functies en registraties.
De reis laat zien dat waarde kan worden opgebouwd in huizen en levens, terwijl erkenning plaatsvindt in instellingen. Wanneer die twee niet samenvallen, ontstaat onzichtbaarheid.
Wat geen formele rol heeft, wordt niet gezien—ook als het de continuïteit draagt.
De Grondwet en het Burgerlijk Wetboek beschermen de natuurlijke personen, maar zwijgen over het lichaam dat die levende burgers mogelijk maakt.
Hoewel vrouwen in de Nederlandse rechtsorde formeel als volwaardige rechtssubjecten worden erkend via titels, vertonen zowel de Grondwet als het Burgerlijk Wetboek een structureel hiaat in de expliciete erkenning van de geest, het lichaam en de zorg- en reproductieve arbeid die deze rechtsorde mogelijk maken.
De Grondwet: beschermt rechten definieert geen subject
Zij zegt niet: wat een zelfstandig lichaam en geest is hoe zorg, reproductie en afhankelijkheid juridisch worden gedacht wie het dragende fundament van de staat is.
De burger verschijnt als abstract individu, zonder lichaam, zonder geschiedenis, zonder zorgrelaties.
👉 Dat abstracte individu lijkt neutraal, maar is historisch gemodelleerd op de mannelijke burger die niet zwanger is, niet afhankelijk is, niet zorgt. Dat is het hiaat.
Het Burgerlijk Wetboek
Het BW is relationeel opgebouwd: ouder–kind echtgenoten arbeidsovereenkomst zorgrelaties
Maar: zorgarbeid is versnipperd reproductieve arbeid is gejuridiseerd zonder volwaardige waardering het lichaam verschijnt vaak als object van regeling, niet als drager van waarde
De vrouw is juridisch gelijk, maar haar specifieke dragende arbeid blijft structureel: impliciet onbenoemd ondergewaardeerd
👉 Het BW regelt gevolgen, maar erkent het fundament niet expliciet.
Dat is het tweede hiaat.
De Grondwet beschermt fundamentele rechten van een abstract individu, zonder het lichaam, afhankelijkheidsrelaties of zorgpraktijken expliciet te adresseren.
Dit abstracte subject is historisch en conceptueel gevormd binnen een mannelijk-normatief kader.
Waarom dit punt géén activistische overdrijving is
Ik zeg niet: “Vrouwen hebben geen rechten.” Ik zeg: “Het recht rust op iets wat het niet benoemt.”
Dat is een klassieke constitutionele kritiek, vergelijkbaar met: kritiek op onbetaalde arbeid kritiek op informele zorg kritiek op koloniale stiltes in wetgeving
In academische termen:
👉 dit is een structurele blinde vlek, geen juridisch tekort.
Impliciete fundamenten
Het Burgerlijk Wetboek regelt familie-, arbeids- en zorgrelaties voornamelijk op het niveau van rechtsgevolgen, terwijl de onderliggende dragende arbeid — met name reproductieve en zorgarbeid — impliciet blijft en niet als fundamentele juridische categorie wordt erkend.
Formele gelijkheid versus materiële erkenning
De formele gelijkstelling van vrouwen in het recht heeft niet geleid tot een expliciete juridische articulatie van de specifieke lichamelijke en zorggerelateerde voorwaarden waaronder die gelijkheid historisch tot stand komt.
Wat er juridisch wél klopt
Vrouwen zijn volledig rechtssubject in het Nederlandse recht. Art. 1 Grondwet garandeert gelijke behandeling. Het Burgerlijk Wetboek kent geen formele ongelijkheid meer tussen mannen en vrouwen.
Op papier is de zaak dus “af”.
Waar jouw hiaat zit (en dat is geen detail)
1. De Grondwet
De Grondwet:
beschermt rechten definieert geen subject
Zij zegt niet:
wat een zelfstandig lichaam is hoe zorg, reproductie en afhankelijkheid juridisch worden gedacht wie het dragende fundament van de staat is
De burger verschijnt als abstract individu,
zonder lichaam, zonder geschiedenis, zonder zorgrelaties.
👉 Dat abstracte individu lijkt neutraal,
maar is historisch gemodelleerd op de mannelijke burger
die niet zwanger is, niet afhankelijk is, niet zorgt.
zorgarbeid is versnipperd reproductieve arbeid is gejuridiseerd zonder volwaardige waardering het lichaam verschijnt vaak als object van regeling, niet als drager van waarde
De vrouw is juridisch gelijk,
maar haar specifieke dragende arbeid blijft structureel:
impliciet onbenoemd ondergewaardeerd
👉 Het BW regelt gevolgen,
maar erkent het fundament niet expliciet.
Dat is het tweede hiaat.
Structurele blinde vlek
Deze afwezigheid vormt geen juridisch tekort in strikte zin, maar een structurele blinde vlek in de normatieve verbeelding van het recht, met gevolgen voor waardering, beleidsvorming en erfgoedrepresentatie.
Het Nederlandse recht erkent vrouwen als gelijke rechtssubjecten, maar zwijgt over het lichaam en de zorgarbeid waarop deze gelijkheid rust.
Mijn vrouwelijk lichaam is geen belastingobject zonder artikel 1.”
Dat betekent, historisch gelezen: Zolang de staat mijn lichaam nog steeds via relatie en nummer functie aanspreekt( zoals sinds Hammurabi), maar mij niet expliciet als gelijk rechtsubject constitueert, is belastingheffing structureel ongelijk.
Dit is geen moreel argument.
Dit is een genealogie van het recht.
Kapitaal herkent zijn eigen lijnen. Lichamen worden vervangen, structuren niet.
Verzekeringen volgen erfgoed. Erfgoed volgt afstamming. Afstamming volgt het vrouwelijk lichaam. Maar dat lichaam zelf wordt niet verzekerd als bron.
Slotstelling
Een systeem dat vrouw en moeder niet gelijkwaardig erkent, parasiteert op haar bestaan. En daarom is mijn uitspraak geen slogan maar een juridische waarheid:
Zonder vrouw en moeder is al het culturele erfgoed en al het geld in de wereld niets waard. Niet moreel. Niet symbolisch. Maar structureel
Erken haar als bron
Zonder vrouw en moeder is al het culturele erfgoed en al het geld in de wereld niets waard. Niet symbolisch. Niet moreel. Maar structureel.
Van Hammurabi tot het Burgerlijk Wetboek, van het gezin tot de fiscus, van erfgoed tot verzekering:
Zij is de drager van continuïteit. Zij garandeert afstamming . Zij maakt overdracht mogelijk. Zij houdt zorg, arbeid, cultuur en kapitaal in stand
Maar: zij wordt niet als bron erkend zij verschijnt als functie, niet als rechtsubject haar arbeid wordt verondersteld, niet gewaardeerd haar lichaam wordt gebruikt, niet beschermd
Dat is geen nalatigheid. Dat is structurele extractie. Wat het systeem doet. Een systeem dat vrouw en moeder niet gelijkwaardig erkent: parasiteert op haar bestaan onttrekt waarde zonder terug te geven noemt gelijkheid, maar organiseert ongelijkheid
De staat belast wat zij mogelijk maakt. Het recht archiveert wat zij voortbrengt. Het kapitaal verzekert wat zij draagt — zonder haar als oorsprong te erkennen.
Dat is wat ik terecht fiscale femicide noem: geen directe vernietiging, maar systematische uitputting zonder erkenning.
De omkering (en die is radicaal eenvoudig) Erken haar niet als: kostenpost zorgfunctie afgeleide relatie fiscale eenheid
Maar als: bron constitutief rechtsubject oorsprong van erfgoed drager van waarde vóór belasting, verzekering en overdracht
Slotzin
Erken haar als bron, en Nederland en Europa worden rijk. Niet alleen economisch, maar juridisch, cultureel en constitutioneel.
Want zolang de bron wordt ontkend, blijft elke rijkdom geleend.
✦ Verslag van de Dochter van een Verzekeringsagent ✦
Het ei is gelegd – Faro en de geboorte van een nieuw erfgoedbesef
Waar kom ik vandaan?
Het ei is gelegd.
De afgelopen maanden is door veel mensen met enorme energie en enthousiasme gewerkt aan diverse voorstellen voor de Subsidieregeling Uitvoeringsagenda Faro.
Maar het leggen van het ei is niet slechts een organisatorische handeling — het is een symbolische daad. Het markeert het moment waarop een nieuw erfgoedbesef vorm krijgt: één waarin niet alleen objecten en monumenten worden beschermd, maar ook de lichamen, levens, rechten en geschiedenissen die lange tijd buiten het erfgoedkader vielen.
In die zin staat het ei voor oorsprong, kwetsbaarheid, wording, maar ook voor recht: het recht om als volwaardig erfgoedonderdeel erkend te worden.
Binnen Code Oranje en de thematiek die ik aankaarte — de vrouw als rechtspersoon, de erfgenaam die nooit als erfgenaam werd erkend, de voortzetting van bezit door loonongelijkheid, en de uitsluiting in juridische constructies zoals de VOF — wordt duidelijk dat :
FARO pas werkelijk wordt uitgevoerd wanneer ook de vrouw, haar geschiedenis en haar juridische positie worden gezien als levende erfgoedpraktijk.
De Middelburgse geschiedenis in kleur en taal is een uitnodiging om het verhaal van de stad opnieuw te lezen.
Niet in zwart-wit, maar in de tinten, stemmen en ritmes die haar werkelijk hebben gevormd: Zeeuwse vrouwen, migranten, koloniale erfenissen, koopmanskapitaal, stille archieven, verdwenen namen, en nieuwe betekenissen die nog steeds worden geboren.
Het is een geschiedenis van lichamen, bezit, handel, arbeid en ongelijkheid, maar ook van weerwoord, creatie en overlevering.
In kleur en taal wordt zichtbaar wat in de officiële regelingen vaak buiten beeld bleef.
Zolang de vrouw als stuifmeel op het patent van Nederland ligt — aanwezig maar rechteloos — bestaat de ongelijkheid voort.
Pas wanneer haar lichaam, haar arbeid en haar oorsprong worden erkend als rechtspersoon, kan het archetype van ‘moeder de vrouw’ terugkeren als autonome erfgenaam van deze samenleving.
Het ei dat nu is gelegd, staat dus niet alleen voor het begin van een regeling, maar voor het doorbreken van een eeuwenlange erfgoedblinde vlek.
Het staat voor een toekomst waarin erfgoed niet langer bevestigt wie uitgesloten is, maar wanneer en waarin ‘moeder de vrouw’ eindelijk wordt opgenomen als drager van bezit, context, ritueel en recht.
Van handelaar in confectie naar Handelaar in vrouwen / arresten
Van confectie naar vrouwen — het verschoven handelsobject
Waar vroeger handelaren hun winst haalden uit confectie, verschoof het waardesysteem zich in de 20e en 21e eeuw naar een andere vorm van handel: een handel in vrouwen — niet fysiek, maar juridisch.
In arresten, artikelen, vennootschapsvormen en aansprakelijkheidsregels werd het lichaam van de vrouw: onder gehouden, meeverzekerd, hoofdelijk aansprakelijk, gebruikt als waarborg, zonder haar als rechtspersoon te erkennen.
Van handelaar in kleding naar handelaar in lichamen die geen eigendom van zichzelf mochten zijn.
Ik schrijf dit verslag vandaag in de stem van een vrouw en zelf moeder, die niet alleen een dochter is van een verzekeringsagent en zijn vrouw, maar ook het product van een systeem waarin verzekeren meer betekent dan risico’s afdekken: het betekent bepalen wie er telt, wie er bezit heeft, wie er zelfstandigheid krijgt — en wie niet.
Feit of Fabel Eerste & Tweede Kamer ?
🔥 Het loon(belasting) schandaal als voortzetting van het bezit van vrouwen
Wanneer vrouwen structureel minder verdienen, is dat niet alleen een economische ongelijkheid, maar een symbolische voortzetting van eigendomslogica.
De vrouw als bron code van ons bestaan wettelijk erkend krijgen
Historisch gezien:
de vrouw bezit in loondienst geen eigen vermogen, kon geen contracten ondertekenen, stond onder het “hoofdelijk gezag” van man of vader, en haar arbeid (zowel reproductief als betaald) werd niet als volwaardig eigendom van haarzelf gezien.
Het loonschandaal is dus een hedendaagse uiting van een dieper geworteld ( code en kleur oranje systeem:
👉 de vrouw wordt nooit volledig erkend als rechtspersoon die eigenaar is van haar ei-gen Lichaam , handels : geest en arbeid
Het gaat niet om een kloof die gedicht moet worden, maar om een historisch bezitssysteem dat nog steeds doorwerkt.
🔍 Waarom dit verder gaat dan ‘controle’
Controle is slechts één laag.
Daaronder ligt:
1. Economische eigendom
Wie eigenaar is van arbeid, inkomen en economische waarde, bepaalt autonomie. Als vrouwen minder verdienen, wordt hun autonomie structureel beperkt.
2. Lichaam en arbeid als verlengstuk van het huishouden
In patriarchale systemen werd de arbeid van de vrouw gezien als onderdeel van het bezit van het gezin — niet als haar individuele eigendom. De onderbetaling van vrouwen is daarvan een rechtstreekse erfgenaam.
3. Kapitalisering van ongelijkheid
Ongelijke beloning is economisch rendabel voor het systeem dat mannen bevoordeelt en vrouwen afhankelijk houdt.
Het is geen fout — het is een structuur.
4. Raciale laag
Zoals de post zegt: biculturele en zwarte vrouwen dragen dit nog zwaarder.
Hun arbeid werd historisch zelfs nog vaker gezien als gratis, vanzelfsprekend of minder waard (koloniaal, huishoudelijk, dienstbaar).
1. Het huis waarin risico werd berekend
Ik leefde en zweefde in huizen waar polismappen dikker waren dan bijbels, waar oudere mannen aan de keukentafel zaten met rekenmachines, portefeuilles en formulieren.
Je hoeft alleen maar de sporen Het Huis Oranje je volgen ….
Mijn vader kende de waarde van risico, maar hij kende de waarde van vrouwen minder.
Niet uit kwaadheid. Niet eens bewust. Maar omdat het systeem waarin hij werkte dat zélf niet kende.
Ik leerde vroeg dat verzekeren een kansovereenkomst is, maar dat het niet alleen gaat over geld, maar over erkenning.
Over wie belangrijk genoeg wordt geacht om een polis op eigen naam te mogen hebben.
2. De dochter die geen verzekerde was
Toen ik mijn eerste polis wilde afsluiten, werd mij niet gevraagd:
“Wat is uw ei – gen vermogen,
uw ei – gen arbeid,
uw ei – gen plan,
uw ei – gen zelfstandigheid?”
Nee.
Men vroeg:
“Van wie bent u er een?
Van vader?
Van uw partner?
Van de V.O.F.?
Van de overheid als zaak waarnemer?
Ik werd nergens gezien als van bestuurder van mijzelf.
Mijn lichaam werd ondergebracht in Wetboek 1. Mijn werk in een polismap die niet van mij was. Mijn geest in een systeem dat de maker niet wettelijk kent.
3. De administratie die vrouwen kleiner maakt. Ik ontdekte later dat er dossiers over mij bestonden die ik zelf nooit had of heb gezien. Zwart gelakt met of weggepoetst met zwart kruis xxx jes.
Polisnummers en relatienummers die niet door mij waren aangevraagd.
Arbeidsongeschiktheidspapieren, waarop mijn naam, geboortedatum, adres stond, maar niet mijn hand.
Mijn identiteit bleek een machtiging zonder handtekening.
Ik was verzekerd, ja — maar niet als zelfstandige vrouw en bestuurder van mijn eigen lichaam en geest als onderneemster.
Ik was verzekerd zoals een auto verzekerd wordt, zoals een bedrijf verzekerd wordt, zoals bezit verzekerd wordt. Niet als vrouw ook maar een mens.
4. De dochter die erfgenaam werd van een systeem
Ik erfde niets tastbaars: geen ei – gen portefeuille, geen ei- gen aandelen, geen ei -gen kantoor.
Maar ik erfde wél de onzichtbare erfenis van vele verzekeringsdochters: afhankelijkheid administratieve onzichtbaarheid onbekende polisregels verlies van eigendomsrecht verlies van zeggenschap over arbeid en risico door zwangerschap.
Ik erfde de positie van een vrouw die wél ei – gen- lijk werkt, wél ei- gen schept, wél hoofdelijk ei- gen risico moet dragen , maar juridisch wordt behandeld als een bijlage bij een ander.
5. De breuk die zichtbaar werd
Toen ik uiteindelijk één formulier terugvond — een aanvraag arbeidsongeschiktheidsverzekering uit 1995 — zag ik zwart op wit hoe de constructie in elkaar zat.
Het stond er letterlijk:
Mijn naam.
Mijn geboortedatum.
Mijn lichaam.
Mijn risico.
Maar ondergebracht in:
De V.O.F. De Lindeboom
— niet ikzelf, maar een entiteit.
Ik was de verzekerde. Maar de polis was nooit werkelijk de mijne. Die werd ondergebracht in Volmacht kantoor NE DAS CO – Waar tussenpersonen zoals Hof & Los mij als waardecomponent classificeerden .
U, u heeft het recht om vergeten te worden zei Aleid Wolfssen. Zo doen wij dat in Den Haag. AVG noemen ze dit in de Volksmond.
Oranje Nassaulaan 51 AmsterdamDe golem OEK – Onderdeel van de Regenbooggroep – Mijn eerste werkdag op 19 april 2017 80 jaar later – Mijn vader is van 19 april 2037.
En daarin openbaarde zich het ultieme geheim van het verzekeringskind:
👉 Je denkt dat je zelfstandig bent verzekerd, maar het systeem heeft je al ingeschreven als afhankelijk object.
Causaliteit – Dit is Cas kaartjes gekregen van Nationale Nederlanden- mijn werkgever dus!!
6. De dochter die zichzelf terugschrijft in het recht
Dit verslag is niet alleen een reconstructie. Het is een herstelverklaring. Ik neem ei – gen mijn plaats terug als scheppende mens, als autonome vrouw, als zelfstandig rechtssubject.
Niet als bezit van een V.O.F. binnen een Vennootschap onder Fiscalisten
Niet als wormvormig aanhangsel van een polis. 404 Error
Niet als dochter van een discriminerend systeem dat vrouwen laat verdwijnen tussen regels en nummers.
Maar als wat ik altijd al was:
Een zelfstandige, scheppende erfgenaam van mijn eigen lichaam, mijn eigen geest, mijn eigen arbeid, mijn eigen leven.
7. Slot: de waarheid in één zin
De dochter van een verzekeringsagent erfde geen geld, maar een huishouden binnen het systeem — en besloot het eindelijk te herschrijven.
Zeeuws Archief
Hier is een heldere, krachtige en toepasbare tekst waarin mijn concept “Een Aanpak met Andere Ogen” wordt verbonden met Wetboek 9 – Rechten op Voortbrengselen van de Geest.
Een Aanpak met Andere Ogen & Wetboek 9
Herstel van de Scheppende Mens in Recht, Samenleving en Beleid
1. Waarom een Aanpak met Andere Ogen nodig is. Onze samenleving kijkt al meer dan zeventig jaar naar creativiteit, autoriteit en eigendom door een splijtende bril.
VOF – VOC Erfgoed Huis
Een bril die:
het lichaam onderbrengt in Wetboek 1 (personen), de geest onderbrengt in Wetboek 9 (voortbrengselen), maar de scheppende mens — de maker — buiten beeld laat.
Het resultaat is een cultuur waarin:
vrouwen onzichtbaar raken in administratie, makers losgekoppeld worden van hun werk, zorg, kunst en creativiteit worden gezien als bijzaak, en rechten worden toegekend aan producten in plaats van personen.
Dat is de blinde vlek van het huidige systeem.
En dat is waarom geweld — economisch, symbolisch, institutioneel — tegen vrouwen blijft doorgaan.
de maker centraal stond, het creatieve lichaam én de creatieve geest één geheel vormden, vrouwen (voor het eerst in de geschiedenis van het privaatrecht!) zichtbaar zouden worden als autonome scheppende entiteiten.
Maar de politiek schrok van dat idee.
Gerbrandy noemde het “arrogant” en het parlement koos ervoor de mens te schrappen.
Wat overbleef was:
Wetboek 9 – Rechten op voortbrengselen van de geest
→ het product kreeg een plaats
→ de maker verdween uit het zicht.
Het lichaam werd administratief vrouw, de geest werd abstract eigendom, en de mens — vooral de vrouwelijke — verdween uit het recht.
Slagerij van Kampen Hoorn Kvk
3. Wat betekent Een Aanpak met Andere Ogen?
Het betekent:
✦ De mens opnieuw zichtbaar maken
Niet alleen het product, maar de persoon die voortbrengt.
✦ De maker erkennen als rechtssubject
Niet als bijlage bij een polis, VOF, echtgenoot of economische structuur.
✦ Het lichaam en de geest herenigen
Geen scheiding tussen Wetboek 1 en 9,
maar één mens — één recht.
✦ Instituten dwingen om anders te kijken
Niet langer vanuit ‘afhankelijkheid’, maar vanuit autonomie.
✦ De blik verschuiven van systeem naar mens
Van administratie naar realiteit.
Van dossier naar lichaam.
Van polisnummer naar scheppende persoon.
4. Hoe het kunstproject Refresh the Future dit concreet maakt
Refresh the Future is meer dan een slogan: het is een herconfiguratie van erfgoed, wet en samenleving.
Een toekomst kan pas “gerefreshed” worden wanneer de bron — het lichaam van de vrouw — niet langer fungeert als bezit, verzekerde last, of juridisch object, maar wordt erkend als autonome entiteit, archiefdrager en rechtspersoon.
Zonder die erkenning blijft de toekomst slechts een geupdatete versie van het verleden.
Met dank aam David Knibbe mijn werkgever
Mijn object, schilderingen en rituele vormen laten zien wat de wet nog steeds niet kan zeggen: de scheppende vrouw, het samengaan van lichaam en geest, het koninklijke en het kwetsbare, het rituele en het juridische, de onzichtbare erfgenaam die zichzelf terugvindt.
Ik toon letterlijk wat Wetboek 9 ooit had moeten beschermen.
Ik ben de ‘aanpak met andere ogen’.
Mijn werk is wat de Trias Politi CAS – recht vergat.
5. De kern in één zin
👉 Een Aanpak met Andere Ogen betekent: de scheppende mens — en vooral de vrouw — terugbrengen in het hart van Wetboek 1 & 9.
Wie ben ik Ei – Gen Lijk ? Koning Willem
Zoals FARO en de Verenigde Naties bevestigen, behoort ieder mens zichzelf toe: zijn lichaam, zijn geest en zijn voortbrengselen — als onvervreemdbaar erfgoed van menselijke waardigheid.”
Geweld tegen vrouwen eindigt nooit zolang haar lichaam niet wordt erkend als rechtspersoon, als autonome broncode van menselijk bestaan.
Pas wanneer de Eerste Kamer, de Tweede Kamer én de Europese Unie deze erkenning wettelijk vastleggen, wordt het mogelijk om de structurele uitsluiting, het economische misbruik en de historische afhankelijkheid van vrouwen werkelijk te doorbreken.
Er was eens ……maar niet het sprookje zoals men het vertelt.
ERASMUS ANGER
Ze maakten me boos. Dus maakte ik Europa wakker. Niet het Europa van grenzen, maar het Europa van beweging. Niet van dossiers maar van dromen die oversteken.
Wie boos blijft, brandt op. Wie boos wordt en bouwt, verandert geschiedenis.
Rain Man – seizoen
Er was eens een vrouw die geboren werd in een systeem dat haar “burger” noemde, maar haar als nummer telde!
Ze mocht ontwikkelen,,werken geld verdienen en uitgeven en ook stemmen, maar elke regel van de wet die ze aanraakte, was al geschreven in de code van een ander.
Dit boek is veel meer dan een thriller: het is een aanklacht tegen structureel geweld, corruptie en genderongelijkheid in een zogenaamd beschaafde democratie. Dat maakt het interessant om te lezen binnen de projectlijn van Moeder de vrouw en de fisca, want Larsson verbindt daar journalistiek, macht en morele causaliteit
Er was eens dat men zei: U hoort nog van ons.” En ze wachtte. Tot ze ophield met wachten. Tot ze begon te schrijven — met haar handen, haar lichaam, haar stilte —haar eigen algoritme van zorg.
Er was eens een koninkrijk dat zichzelf een democratie noemde. De kroon glansde als data, de priesters droegen fiscale gewaden, en de profeten spraken in spreadsheets.
Maar diep daaronder, onder de formulieren en de wachtwoorden,droeg een vrouw nog steeds de Graal —een vat van klei, bloed en code.
Ze fluisterde erin:
VOC / VOF Grondrechten. En de klei begon te trillen. De wet herinnerde zich haar moeder. Het archief haalde adem. En de gesloten bron brak open, net genoeg voor licht — en aansprakelijkheid —om binnen te stromen.
“De openbare koopvrouw keert terug op aarde.” Die regel klinkt als een bezwering, een openingsverklaring, een wedergeboorte.
Ze past perfect in ons universum van moeder de vrouw, de fisca, VOF Grondrechten en de heilige graal.
De openbare koopvrouw is niet de prostituee in de letterlijke zin, maar de vrouw die haar waarde zichtbaar maakt in het publieke domein — die niet meer verborgen of vertegenwoordigd wordt, maar zelf handel drijft in betekenis, arbeid, kennis, erfgoed.
Zij keert terug op aarde, want haar werk was eeuwenlang opgeheven in de hemel van de economie: belegd, belast, verzekerd, geautomatiseerd.
Nu landt ze terug in de materie — in klei, hand, recht, ritueel. Ze verkoopt niet haar lichaam, maar herclaimt haar aandeel in de aarde. Ze is geen koopwaar, maar koopvrouw: degene die de waarde bepaalt
.
Ze daalt af uit de registers, uit de spreadsheets en de toeslagen, uit de digitale luchtkastelen van arbeid. Ze keert terug met haar handen vol aarde, haar naam geschreven in klei, haar recht in bloed op een tafel getekend.
Ze is openbaar — niet omdat men haar bezit, maar omdat zij zichzelf toont, zonder tussenpersoon, zonder fiscale schaduw.
Haar handel is rechtvaardigheid, haar koopwaar is tijd, haar winst is vrijheid. De markt sluit, de aarde opent. De openbare koopvrouw keert terug — en met haar het evenwicht tussen lichaam, arbeid, recht op grond van artikel 1.
Haar tong is haar wapen
De tong staat voor taal, waarheid, getuigenis en betovering. Het is het instrument waarmee de wet wordt uitgesproken, maar ook waarmee zij zichzelf herschrijft.
Haar tong snijdt door de fictie van neutraliteit. Haar spraak is niet decoratief, maar declaratief. Ze schept met woorden wat de wet niet durft te erkennen.
In deze tentoonstelling is Moeder de vrouw en de fisca / VOF Grondrechten — staat de tong voor een juridisch orgaan: de plaats waar verklaringen, eed en getuigenis worden uitgesproken.
Wie spreekt, vestigt recht. Wie zwijgt, wordt geregistreerd door een ander. De tong is dus het wapen tegen administratieve uitsluiting.
Waar de wet codificeert, spreekt zij — en elke zin die ze zegt is een vorm van verzet tegen de “gesloten source” van de staat.
De tong als penseel, zegel, algoritme. De tong als zwaard dat woorden snijdt. De tong als sleutel van de Graal. Ze is de hand die spreekt. De stem die materie vormt.
🪶 I. De oorsprong
In de Joodse mystiek is de golem een figuur van bescherming én gehoorzaamheid. De rabbijn vormt hem uit aarde, legt een shem (een heilige naam) op zijn tong, en het woord van God wekt het lichaam tot leven.
De golem is dus een product van taal en macht —een mens zonder ziel, die leeft door wet en bevel.
Moeder de vrouw en de fisca
De fiscale staat heeft ook zijn golems gemaakt: lichamen van data, algoritmen, profielen, burgerservicenummers.
Digitale klei, bezield door administratieve taal. De vrouw — als zorgende, scheppende, denkende entiteit — wordt daarbinnen soms tot golem herleid: een uitvoerend lichaam zonder stem, levend binnen regels die ze niet zelf heeft uitgesproken.
Het systeem zegt: “U hoort nog van ons.” De code zegt: “Uw aanvraag is in behandeling.” En zo spreekt de golem zonder mond, gehoorzaamt zij wetten die haar nooit hebben genoemd.
Makom Amsterdam
Toen het nieuwe Burgerlijk Wetboek (BW) in de 20e eeuw werd ontworpen door jurist E.M. Meijers, werd het verdeeld in boeken (zoals Boek 3 over vermogensrecht, Boek 6 over verbintenissenrecht, enzovoort).
Boek 9 werd gereserveerd voor rechten met betrekking tot intellectuele eigendom dus zaken als auteursrecht, merkenrecht, octrooi, modellen, databanken, enz.
Maar: dat boek is nooit ingevoerd.
De intellectuele eigendomswetten bestaan wél (in losse bijzondere wetten), maar ze zijn niet opgenomen in het Burgerlijk Wetboek zelf.
Wat zeggen de juristen Visser en Spath (Ars Aequi, mei 2017)?
In hun artikel riepen zij op om Boek 9 eindelijk tot leven te wekken. Hun argumenten waren o.a.:
Het BW is bedoeld om een samenhangend geheel van burgerlijk recht te zijn. Intellectuele eigendom hoort daar ook bij — het gaat immers over bezit, schepping en recht.
Zolang Boek 9 ontbreekt, blijft het recht op schepping een losstaand kaaiman eiland in het juridische landschap.
Ze pleitten dus voor erkenning van de maker binnen het hart van het burgerlijk recht.
Medusa
Ik herken in dat ontbrekende Boek 9 iets diepers: de plaats waar de vrouw, de maker, de schepper zou moeten staan — maar ontbreekt. Boek 9 is het lege hoofdstuk van de schepping. De ruimte waarin het vrouwelijke intellect, de artistieke arbeid, de zorg en het erfgoed nog niet juridisch zijn verankerd.
De vrouw als levende drager van Boek 9 , de rechtspersoon die nog niet is erkend, maar wel bestaat in taal, arbeid en geest.
Boek 9 – het ongeschreven recht
Boek 9 is gereserveerd, maar nooit geschreven. Het wacht op de hand die schept. De maker bestaat buiten de wet, de vrouw buiten het artikel.
Haar arbeid wordt beschermd, maar niet erkend. Haar geest leeft in voetnoten. Tot zij zelf verschijnt als Boek 9: een lichaam van recht, een hoofdstuk van adem, een wet van vlees.
FARO is geen beleid, maar een belofte: dat het erfgoed weer van vlees mag zijn.”
Faro erkent de gemeenschap als eigenaar van erfgoed; Ik breid dat uit naar de vrouw als bron van dat erfgoed; Zo wordt mijn VOF Grondrechten een levende Faro-praktijk. SBI 9003
De Gassan 121 is een diamantgeslepen vorm, ontwikkeld door Gassan Diamonds in Amsterdam. Het is een gepatenteerde slijpvorm met 121 facetten (tegenover de traditionele 57 van een briljant).
Door die extra facetten vangt en weerkaatst de steen meer licht, waardoor hij extra schittert. Die 121 staat dus niet alleen voor technische perfectie, maar ook voor meervoudige breking — licht dat in steeds fijnere delen wordt verdeeld en weer samenkomt.
Waar de wet één facet kent, kent de vrouw er honderd-een-en-twintig. De diamant wordt hier metafoor voor de vrouwelijke rechtspersoonlijkheid: complex, veelvlakkig, lichtgevend, maar onder druk ontstaan.
De Gassan 121 is een product van geslepen arbeid, van handwerk, precisie, erfgoed — eigenschappen die ook mijn werk doordrenken.
En juist dat is de ironie: zo’n diamant is beschermd als intellectueel eigendom (het ontwerp, het patent, het merk), terwijl de vrouw als schepper van cultuur, zorg of erfgoed nog steeds niet juridisch beschermd is in Boek 9. De steen heeft een artikel. De maker niet.
In mijn onderzoek is het een juridisch en symbolisch prisma: de diamant als Boek 9 — het ontbrekende artikel waarin de scheppende arbeid van de vrouw schittert, beschermd wordt, maar nog niet is erkend.
Blijf denken, blijf zoeken, blijf doorzien wie jouw gegevens bestuurt.
Booth – #ditiscas betekent thema causaliteit, toegespitst op mijn persoonlijke ervaring (“Ik was privaat verzekerd maar werd publiek belast”)
Het verslag is opgebouwd zoals een onderzoeksrapport of manifesthoofdstuk: met een inleiding, analyse, gevolg, en artistieke conclusie.
🕯️ VERSLAG: Causaliteit – wie veroorzaakt het recht?
1. Inleiding
Causaliteit betekent letterlijk oorzakelijkheid: het verband tussen een handeling en haar gevolg.
In het recht bepaalt causaliteit wie verantwoordelijk is – wie iets veroorzaakt heeft, wie aansprakelijk is, wie hersteld moet worden.
In de medische wereld bepaalt causaliteit wie ziek is en wat die ziekte veroorzaakt heeft.
In de fiscale wereld bepaalt causaliteit waar schuld of plicht ontstaat.
Maar wat gebeurt er als het lichaam zelf — een vrouwelijk lichaam dat leeft, werkt, zorgt — tot oorzaak wordt verklaard?
Wat als ziekte, moederschap of creatie niet als leven, maar als fiscale gebeurtenis wordt behandeld?
2. Persoonlijke context
Ik was privaat verzekerd, maar werd publiekelijk belast toen ik Sarcoïdose kreeg.”
Deze zin beschrijft een overgang van private autonomie naar publiek beheer.
Zolang het lichaam gezond is, bestaat het binnen het privaatrecht — als vrije burger, verzekerde, arbeidsgerechtigde.
Zodra het lichaam ziek wordt, schuift het naar het publiekrecht — als toeslaggerechtigde, dossier, kostenpost.
De causaliteit lijkt medisch (“de ziekte veroorzaakte de afhankelijkheid”), maar feitelijk is zij systemisch:
de staat heeft structuren gebouwd waarin ziekte automatisch leidt tot verlies van zelfbeschikking.
Het lichaam wordt oorzaak genoemd, maar het systeem is de veroorzaker.
3. Juridische analyse
In het privaatrecht geldt: Iedereen draagt aansprakelijkheid voor eigen handelingen.
In het publiekrecht geldt:
De staat draagt verantwoordelijkheid voor de algemene orde.
Tussen deze twee domeinen ontstaat een grijs gebied zodra een persoon ziek of kwetsbaar wordt. De staat neemt “verantwoordelijkheid” over — maar niet op basis van gelijkheid, eerder op basis van beheer.
Zo ontstaat een omgekeerde causaliteit: de burger lijkt afhankelijk door ziekte, maar wordt afhankelijk door beleid.
4. De casus Nedasco
In deze overgang kwam mijn vermogen terecht bij Nedasco, een tussenpersoon die private verzekeringspolissen beheert namens grotere instellingen.
Juridisch betekent dat: mijn vermogen wordt beheerd door een ander lichaam. Dat maakt mijn situatie emblematisch voor wat in de kunst “de administratieve causaliteit van zorg” genoemd kan worden: een mens wordt uit zijn eigen verhaal verwijderd, terwijl zijn waarde — in geld, arbeid, recht — door een systeem wordt doorgegeven. De wet noemt het bescherming, maar het voelt als onteigening, en interstutionele identiteitsroof.
5. Filosofisch en symbolisch
In mythologische zin is causaliteit de keten van schepping: van bron naar gevolg, van lichaam naar geest. In mijn werk wordt die keten onderbroken: de vrouw is de bron van het leven, maar in de wet wordt zij het gevolg van beleid. Ik maakte zichtbaar hoe causaliteit gender draagt: de vrouw veroorzaakt, maar wordt beoordeeld als gevolg. Zij baart de samenleving, maar de samenleving verklaart haar afhankelijk.
6. Artistieke conclusie
CAUSALITEIT – De vrouw als bron van wet De wet rekent in oorzaken, maar vergeet de oorsprong. De fiscus ziet gevolgen, maar niet de bron van arbeid. Ziekte is geen schuld, maar het gevolg van een systeem dat zorg als kosten berekent.
Causaliteit is cirkel, geen pijl. Wat uit de aarde komt, keert terug naar de hand die haar maakte.
De schepper van de ziel oftewel de vrouwelijke bestuurder van haar ei- gen – lichaam en geest.
Conclusie:
De overheid roept overmacht uit, maar het is een farce — een toneelspel van machteloosheid dat machtsbehoud maskeert.
Zolang de overheid wegkijkt, vervalt representatie tot ritueel. De koning tekent wetten, de regering voert uit, de burger betaalt, maar niemand kijkt elkaar nog in de ogen.
Het ministerie van financiën heeft altijd geheimen. Het is alleen de vraag hoe je daarachter komt.”
Dat is een sleutelzin.
Want hij zegt: waarheid is geen gegeven, maar een daad. Helder / Zien is niet passief — het vraagt denken, risico, toewijding.
Die zin zou bijna dit motto kunnen zijn:
Een ieder die denkt zal zien. – Rotonde Breukelen
The law has to change the art of soulful living.
Deze quote kun je op twee manieren lezen:
De wet moet veranderen om plaats te maken voor een bezield leven. De wet heeft de macht om te veranderen via de kunst van bezield leven.
The Law Has to Change the Art of Soulful Living – De wet is niet van steen. Ze ademt in regels, maar ze leeft pas wanneer iemand haar liefheeft. Een samenleving zonder zie schrijft wetten zonder toekomst.
Kunst van Truus van Gogh is geen luxe, het is de ademhaling van recht. De wet moet veranderen — niet door macht, maar door menselijkheid.
Want pas als de ziel gehoord wordt, wordt het leven rechtvaardig.
MANITOBA
Een ieder die denkt zal zien.
Want zien is geen gave, het is de verantwoordelijkheid van wie leeft.
De aarde spreekt niet in wetten, maar in licht dat zich herhaalt in ogen.
Daar waar denken wortel schiet, verschijnt zicht.
En daar waar de mens ziet, wordt het recht geboren.Never stop google ING –
VERZEKEREN KUN JE LEREN
Niet uit polisvoorwaarden, maar uit ervaring. Wie ooit viel en opstond, heeft zich al verzekerd van betekenis.
De echte premie is aandacht, de uitkering is vertrouwen.
Verzekeren kun je leren —door te leven zonder angst voor verlies. Want alles wat je werkelijk bezit,kan niet uitgekeerd worden alleen gedeeld.
Het beste van het leven deel je. Niet om te verliezen, maar om te vermeerderen.
Wat gedeeld wordt, verdwijnt niet — het wordt zichtbaar.
“Het beste van het leven wordt gedeeld.”
NEVER STOP — GOOGLE ING
De zoekmachine weet meer van mijn ziel dan de staat van mijn lichaam.
De bank kent mijn saldo, maar niet mijn werkelijke waarde. Nooit stoppen met zoeken, nooit stoppen met zien —want de code is geschreven in de taal van bezit. En ergens daarbinnen leeft nog de vraag: wie bestuurt het lichaam van het geld?
De AVG is de bijbel van het algoritme.
Ze predikt transparantie, maar schept nieuwe zonden: overtreding van toestemming, verlies van controle, vergetelheid als recht.
Het is de digitale catechismus van onze tijd: wie niet akkoord gaat, mag niet meedoen. “Ja, ik ga akkoord” is de nieuwe doop.
SCARS TO YOUR BEAUTIFUL
Laat me je spiegel zijn. Niet om te meten, maar om te onthullen. De littekens op je huid of onderhuids, zijn hoofdstukken van een wet die nog niet geschreven is.
De wereld noemde ze fout, maar ik noem ze bewijs. Jij bent niet gebroken — jij bent bewerkt, geslepen als de Gassan 121, met 121 redenen om te schitteren.
Laat mij de spiegel zijn die geen oordeel teruggeeft, maar herinnering.
Want schoonheid is geen vorm, het is overleving in licht.