Tijdens Dag van het Kasteel, op 25 mei 2026, hebben wij tegen een kleine bijdrage in Montancourt Middelburg, bezoekers ontvangen die oprecht geraakt waren door het liefdesverhaal van het huis, de geschiedenis van Middelburg en de verhalen over de families die hier leefden en nu leven.
Over dit woon – object
De locatie bevindt zich in hartje Middelburg en maakt deel uit van het historisch en cultureel erfgoed van Zeeland. De plek kent een gelaagde geschiedenis waarin wonen, werken en maatschappelijke ontwikkelingen samenkomen.
Het huis wordt deels gebruikt als bed & breakfast, en ook voor hedendaagse culturele context, met aandacht voor erfgoed vanuit moederschap bekeken, betekenisgeving en publiek engagement.
Nog vóór een mens wordt geregistreerd, bestaat zij. Nog vóór een naam in een register verschijnt, leeft er natuurlijk persoon met een lichaam, een geest en een uniek verhaal.
Een samenleving die vrijheid wil beschermen, moet ook haar identiteit erkennen. Niet alleen als administratief gegeven, maar als de unieke mens achter ieder dossier, iedere polis, iedere handtekening en ieder nummer.
Vrijheid is het recht om als zelfstandig mens te bestaan. Identiteit is de samenhang van lichaam, geest, afkomst, ervaringen, arbeid, liefde en verantwoordelijkheid. Erkenning is de bereidheid van de samenleving om die mens werkelijk te zien.
Wetboek 9 begint daarom niet bij bezit, vermogen of bestuur, maar bij de persoon het intellectuele eigendom zelf.
Geen mens mag worden gereduceerd tot een nummer, een product, een polis, een dossier of een economische waarde.
Een rechtvaardige samenleving erkent dat ieder mens drager is van een eigen geschiedenis, waardigheid en toekomst.
Vrijheid geeft ruimte. Identiteit geeft betekenis. Erkenning geeft bestaansrecht. Dat is de grondslag van Wetboek 9 die het intellectueel eigendomsrecht bepaalt.
“Zolang het lichaam dat leven voortbrengt niet volledig wordt erkend, blijft ieder wetboek onvoltooid. Wetboek 9 begint met de erkenning van de scheppende mens.” — Silvia Lindeboom
Dag van het kasteel bezoek
Onder de bezoekers die dag waren twee bijzondere mensen. Peter de With, hij blijkt lid te zijn van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen in Haarlem, en Jelly Tulner. Tijdens onze ontmoeting ontstond een bijzonder gesprek over geschiedenis, erfgoed, nieuwsgierigheid en de betekenis van persoonlijke verhalen. We sloten af met een open einde…
Ik had in de tussen liggende tijd weer een briljant idee bedacht- De beren van Montancourt.
…….Enkele weken later ontving ik persoonlijk dit prachtige cadeau: het boek over Keetje Hodshon (1768–1829), Een rijke dame in revolutionaire tijd.
Keetje Hodshon
In het boek schreven zij:
“Als geschenk van de KHMW Haarlem, en getroffen door jouw levensverhaal! Peter de With, lid KHMW Jelly Tulner En dank voor de mooie rondleiding en het verhaal eromheen!”
Gesigneerd
Die woorden betekenen veel voor mij.
Niet alleen omdat het boek gaat over een bijzondere vrouw uit dezelfde historische wereld van koopmansfamilies, regenten en bestuurders waarin ook de families: De la Rue, Rademacher en Knibbe een grote rol speelden, maar vooral omdat het laat zien wat kapitaal en erfgoed via vrouwen en hun netwerk kan voortbrengen.
Gedragen verhalen-Verborgen verleden
Ik ben geboren in Limburg, in Gennep, mijn overgrootmoeder kwam uit Ottersum, ik ben deels opgegroeid in Haps, mijn moeder uit Cuijk en in Den Bosch lag het Centraal Archief Bijzonder Rechtspleging – Politieke Recherche inventaris 93577 -93580
De dochters van de Dommel – het Heilige Roomse Rijk.
Het historische Hertogdom Limburg ontstond in de middeleeuwen (11e eeuw), maar het lag grotendeels in het gebied van het huidige België. De naam van de huidige Nederlandse provincie is daarvan afgeleid.
Limburg had zo blijkt wel een bijzondere status. Van 1839 tot 1867 was het Nederlandse Limburg tegelijkertijd een provincie van Nederland én het Hertogdom Limburg binnen de Duitse Bond. Dat maakte de provincie staatsrechtelijk uniek.
Limburg was dus een provincie met een uitzonderlijke constitutionele geschiedenis.
Wat betekende dit eigenlijk voor de inwoners vroeg ik aan mijn adviesraad?
Dat had voor families in Limburg grote gevolgen, al merkte niet iedereen dat dagelijks. De bijzondere staatsrechtelijke positie werkte vooral door in bestuur, militaire dienst, handel, belastingen en identiteit.
1. Een dubbele identiteit
Inwoners van Limburg waren:
burgers van het Koninkrijk der Nederlanden;
maar hun provincie gold internationaal ook als het Hertogdom Limburg binnen de Duitse Bond.
Dat gaf veel Limburgers het gevoel dat zij niet helemaal “Hollands” waren, maar ook een eigen regionale identiteit hadden.
2. Militaire verplichtingen
Een belangrijke reden voor deze constructie was militair. Nadat een deel van Luxemburg verloren ging aan België, moest koning Willem I de Duitse Bond compenseren.
Daardoor konden Limburgse mannen te maken krijgen met verplichtingen die voortvloeiden uit de afspraken binnen de Duitse Bond, naast hun band met Nederland.
3. Handel en economie
Voor kooplieden en boeren kon de ligging juist voordelen bieden. Limburg lag op het kruispunt van:
Nederland,
de Duitse staten,
België.
Families handelden daardoor vaak over de grens. Veel families hadden bovendien familieleden aan beide kanten van de grens, zeker nadat Limburg in 1839 werd verdeeld.
4. Bestuur en recht
Het dagelijks recht bleef grotendeels Nederlands. Mensen trouwden, erfden, kochten grond en dreven handel volgens Nederlandse wetgeving. De bijzondere status speelde vooral op internationaal en constitutioneel niveau, niet zozeer in het dagelijks leven van een gezin.
5. Familiebanden
Voor veel families betekende de nieuwe grens dat:
familieleden ineens in verschillende landen woonden;
handelsroutes veranderden;
kerkelijke en bestuurlijke banden opnieuw moesten worden ingericht.
De grens liep soms dwars door bestaande sociale en economische netwerken. Deze brief is dus een sterk bewijsstuk van mijn familie als grensfamilie: Limburgs, Nederlands én met Duitse wortels.
In 1937 trouwde Bernhard met prinses Juliana en vestigde hij zich in Nederland.
Na de Duitse inval in 1940 koos hij de kant van Nederland en de geallieerden.
Tijdens de oorlog vervulde hij een belangrijke rol bij de Nederlandse strijdkrachten in ballingschap en werkte hij mee aan de bevrijding van Nederland.
Wie was de burgemeester van Cuijk tijdens de oorlog? Dat was:
Christiaan Johannes Wilhelmus Hermanus Stakenborg
Burgemeester van 1943 tot september 1944 (formeel vaak tot 1945 vermeld).
Hij was lid van de NSB en werd tijdens de Duitse bezetting benoemd.
Beroep vóór zijn burgemeesterschap: kruidenier (winkelier). Huwelijk: in 1932 met Elisabeth Hubertina Louisa van Gennip.
Haar ouders waren volgens de geraadpleegde stamboom: Josephus Wilhelmus van Gennip (1881–1950) Maria Elisabeth Hubertina Kicken (1887–…) De familienaam Van Gennip is een oude Brabantse en Noord-Limburgse naam. De oorsprong ligt waarschijnlijk bij het dorp Gennep in Noord-Limburg. De naam betekent oorspronkelijk “iemand afkomstig uit Gennep”. Door de eeuwen heen vestigden verschillende takken van de familie zich in onder meer Venlo, Gennep, Boxmeer, Cuijk en omgeving.
Verzoeker…. Zijn moeder uit Ottersum verdwijnt na het krijgen van een dochter in 1909 – Tevens het jaar dat Juliana werd geboren.
Peter Mathias Bongartz, geboren te Goch (Duitsland) op 22 juni 1906, kwam uit een Nederlandse moeder die tijdelijk in Duitsland verbleven. Hij bezocht daar de lagere school, maar had via zijn moeder regelmatig contact met familie in Nederland.
In 1930 vestigde hij zich voorgoed in Nederland en voelde zich sindsdien Nederlander.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam hij een principieel afwijzende houding tegenover de Duitse bezetters aan. Toen hij in 1944 toch werd gedwongen als schoenmaker in het Duitse leger te werken, verleende hij onderduikers zelfstandig hulp in het brood.
Ook moest hij en mijn oma naar Londen toen de koningin naar Londen moest. Maar de burgemeester van Cuijk hield mijn oma thuis om op de zaak en mijj moeder en haar broertjes en zus te passen.
Mijn oom was makelaar en mij vader werkte eerst voor hem, na een ruzie besloten mijn ouders te verhuizen naar Purmerend waar zij vanaf 1975 een assurantie kantoor begonnen van kleine polissen van een boer uit Warder en veel zaken deden met AGO – ENNIA en later ook met andere maatschappijen zoals Nationale NederlandenOnze familie altijd in de voetbalwereld in Cuijk heeft gezeten en onze dochter nu bij Ajax werkt naast haar studie ErgoTherapie
Toeval ? Toeval bestaat zo blijkt!
Een open huis, een gesprek en oprechte nieuwsgierigheid kunnen mensen met elkaar verbinden.
Montancourt Middelburg is voor ons veel meer dan een bed & breakfast en rijksmonument.
Het is een plek waar geloof, geschiedenis opnieuw wordt verteld, waar ontmoetingen ontstaan en waar verhalen uit het verleden nieuwe betekenis krijgen.
Dat een lid van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen en zijn echtgenote zich zo geraakt voelden door ons verhaal, ervaar ik als een grote eer en een prachtige aanmoediging om dit werk voort te zetten.
Praktijk wetenschap is ook wetenschap zei Peter.
Soms begint een nieuw hoofdstuk niet in een archief of bibliotheek, maar gewoon aan de keukentafel met een ziekte als gemene deler #Sarcoïdose en de geschiedenis van een heel oud huis, waar bijzondere mensen elkaar ontmoeten en gezondheid en geschiedenis weer menselijk en toekomst bestendig wordt.
School of life
De zoek toch naar de waarheid was een lijdensweg.
Terwijl mijn gezondheid achteruitging, bleef een keten van verzekeraars, adviseurs, uitvoerders en andere betrokken organisaties functioneren rondom mijn dossier.
Voor mij voelde het alsof iedereen aan mijn ziekte verdiende, terwijl ikzelf de lichamelijke, emotionele en financiële schade moest dragen als vrouw en kostwinnaar.
“Mijn ziekte werd zo een bladzijde in een dossier. Mijn dossier werd voor hun een verdienmodel. De schade bleef bij mij.”
“Ik was geen mens meer in functie maar een polisblad, een schadepost binnen een spook administratie.
Jarenlang had ik het gevoel dat vooral de gevolgen van mijn ziekte werden behandeld, terwijl niemand investeerde in oorzaak met verdwijnen op 1 april 2027 als gevolg.
Ik onderging onderzoeken, behandelingen en controles. Dat bracht veel stress, onzekerheid en afhankelijkheid met zich mee. Soms voelde het alsof ik vooral een proefkonijn was van een medisch traject, terwijl mijn vragen over het ontstaan van mijn ziekte 19 jaar lang onbeantwoord bleven.
Ik vraag mij nog steeds af of er voldoende aandacht is geweest voor mogelijke beroepsmatige blootstelling en voor de omstandigheden die aan mijn ziekte hebben bijgedragen. Die vraag is het antwoord.
ANIMA FELIX VIVAS – Werd zo een Reisverhaal van mijn / ons leven
“From the floor, I saw it clear. What was fake and what was real.”
Soms moet je eerst vallen om anders te leren kijken. Mijn reis begon niet toen ik ziek werd. Mijn reis begon veel eerder.
Als ondernemer. Als moeder. Als mantelzorger. Als kunstenaar.
Ik bouwde een bestaan op vanuit vertrouwen. In mensen. In systemen. In de toekomst.
Toen veranderde mijn leven.
Mijn lichaam stelde grenzen die ik nooit had voorzien. De wereld van polissen, dossiers en administraties nam het over van de wereld waarin ik gewoon mens was. Maar juist vanaf de grond werd mijn blik helderder.
Ik begon te zien wat echt was. Niet de dossiers. Niet de systemen. Niet de codes.
De bewakers en ooggetuige van mijn levensverhaal
Een massa mensen achter al die registraties.
In mijn keramiek geef ik mijzelf en die mens opnieuw een gezicht.
Op deze vaas staat: Anima Felix Vivas.
Moge je ziel gelukkig leven.
Niet omdat het leven altijd gemakkelijk is. Maar omdat geluk soms ontstaat wanneer je, na alles wat je hebt meegemaakt, weer eigenaar wordt van je eigen verhaal.
Zoals de muziek After the Fall zegt:
“From the floor, I saw it clear.”
Dat is misschien wel de kern van mijn reis. Niet de val heeft mij gevormd.
In plaats van Verzekeraars te laten bloeden voor hun foute producten moest ik bloeden!
Maar wat ik zag toen ik weer opstond.
Mijn reis laat zien hoe een mensenleven zich uitstrekt over generaties van organisaties, administraties en ICT-systemen.
Ondernemers als Gerard Sanderink bouwden mee aan de digitale infrastructuur waarop grote organisaties draaien.
Ik ervaar dat ik, als zelfstandig ondernemer met een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering, niet dezelfde rechtsbescherming heb gekregen als anderen in vergelijkbare omstandigheden.”
Mijn vraag richt zich niet op personen, maar op het systeem: hoe zorgen we ervoor dat achter al die data, processen en registraties de mens zichtbaar blijft?”
Aan mijn dochters heb ik gezegd : wanneer systemen proberen je stem af te nemen, steek dan het licht van de waarheid aan.”
Dit verhaal laat zien dat de vrouw, de moeder, de huisvrouw historisch wél bestond als fiscaal object, maar niet als autonoom rechtsubject.
Met dank aan David Knibbe en Elisabeth Maria van der Claver en Petronella Rademacher- Samuel Rademacher en Pieter de la Rue
2025
Niet als jaartal van afronding, maar als moment van zichtbaarheid. Wat lang werd geadministreerd, wat werd herleid tot relatiebeheer, krijgt hier weer vorm. Niet in dossiers, maar in objecten.
Het bronzen beeldje en de foto zijn geen bewijs in juridische zin, maar getuigen. Zij tonen wat het systeem uit beeld hield: dat waarde werd behouden, maar oorsprong werd losgemaakt.
Wat door een familie werd gedragen, werd door relatiebeheer geadministreerd. De waarde bleef, de oorsprong verdween.
Totdat zij zich weer liet zien.
Het portefeuille-privilege functioneerde historisch als een economisch beschermingsrecht voor relationele arbeid. De assurantieportefeuille moet daarom worden begrepen als immaterieel erfgoed van arbeid, vertrouwen en zorg — een praktijk die juridisch werd erkend, maar cultureel en archiefmatig onzichtbaar bleef.
Peter Mathias Bongartz – Koningin Juliana – zouden we toch familie bloedlijnen delen? Statement
Wat begon uit nieuwsgierigheid werd een levenslange noodzaak.
Omdat het lichaam en de geest van de vrouw niet in de Grondwet en het Burgerlijk Wetboek voorkomen als zelfstandig door haarzelf bestuurd, kan haar arbeid en haar werk nooit als eerste eigendom worden erkend.
Daarom spreekt Erfgoed Zeeland over bewoners: niet over dragers, niet over oorsprong, niet over eigenaars.
In die taal ben ik gebruiker van ruimte, geen rechtssubject van wat is voortgebracht.
In de bank ben ik hoofdpersoon. In het erfgoed word ik bewoner.
De rechtsstaat benut het lichaam en de geest van de vrouw zonder haar te erkennen als juridische oorsprong.
Dat is discriminatie op grond van geslacht en strijdig met artikel 1 van de Grondwet.
Zonder oorsprong geen recht. Zonder moeder geen rechtsstaat.
Wat gebeurde er toen?
Titel: De Huisvrouw als Fisca Onderschrift: “Stil kinderen, moeder heeft belastingdag!” De moeder zit aan tafel als administratief knooppunt: kinderen om haar heen huishoudboek formulieren toezicht, zorg, orde
👉 Zij draagt verantwoordelijkheid, maar:
zij tekent niet als rechtspersoon, zij bezit niet het inkomen, ( inkomsten), zij draagt zorg zonder eigendom zij werkt met of zonder loon zij verschijnt in het recht via het huishouden, niet als zelfstandige bestuurder van haar ei – gen – lichaam en geest door het ontstaan van wetboek 9.
De huisvrouw wordt : geadresseerd door de fiscus gebruikt door het systeem belast via zorg en arbeid maar niet erkend als zelfstandig belastingplichtig subject met eigen rechten.
Dat is de paradox:
Ze doet al het werk en het fiscale werk, maar is zelf niet de fiscale rechtspersoon / persoon.
De moeder werd belast voordat zij werd erkend. Zij droeg plicht zonder schild. Zij was fiscaal aanwezig, maar constitutioneel afwezig.
Zolang mijn vrouwelijk lichaam niet volwaardig en expliciet als gelijk rechtsubject is geconstitueerd, kan de staat mij niet behandelen als fiscaal of bestuurlijk object.
Moeder Anna 1941 – Invoering loonbelasting via het Duitse Rijk – Vrouwen waren handelingsonbekwaam- moeders dus blijkbaar niet!!
Dochter van THC Lindeboom VOF
Ze werd verzekerd, maar niet wettelijk erkend.
Ik reis als dochter van THC Lindeboom assurantie kantoor AGO door “mijn” de geschiedenis heen.
Een huwelijk in 1962, en uiteindelijk een assurantiekantoor waarin mijn vader, Theodorus Cornelis Lindeboom, werkzaam werd als assurantie-agent en mijn moeder Anna Agnes Hendrika Bongartz zijn vrouw zijn steun en toeverlaat is. Ze kregen twee dochters, geen zonen.
Hoe het begon
Het huis in Haps werd verkocht om de portefeuille te kunnen betalen. Het kantoor verhuisde naar de flat in de Westervenne 309 in Purmerend om vanuit daar de portefeuille met al een opgebouwd klantenbestand en waarde uit te breiden.
Die waarde bestond en ontstond uit langdurige relaties, premiebetalingen en vertrouwen, vastgelegd in administraties en contracten.
Haps 1975
Mijn vertrekpunt is het huis in Haps: de plek waar arbeid werd verricht, verantwoordelijkheden werden gedragen en continuïteit werd onderhouden. Met de verkoop van het huis werd de portefeuille betaald.
Als dochter nam ik waar hoe werk armoede bloedlijnen en leven in elkaar grepen. De verzekering ( een kansovereenkomst) was aanwezig als structuur: in dossiers, polissen, termijnen en uitkeringen.
Niet als persoon, maar als systeem.
Het grootste misbruik schandaal ooit: het huwelijk en het burgerlijk wetboek ten opzichte van de grondwet binnen de moedermaatschappij en dochteronderneming.
Niet omdat mensen elkaar niet liefhebben. Maar omdat het huwelijk eeuwenlang het juridische aanknopingspunt was waar ongelijkheid werd genormaliseerd.
1. Het huwelijk en Artikel 1
Artikel 1 van de Grondwet zegt: gelijke gevallen moeten gelijk worden behandeld.
Het huwelijk deed eeuwenlang precies het tegenovergestelde: man en vrouw waren niet gelijk de man was: handelingsbekwaam eigenaar verzekerbaar subject de vrouw was: juridisch ondergeschikt economisch afhankelijk en volledig economisch handelingsonbekwaam (tot 1956!)
De Codex Hammurabi markeert: het begin van het idee dat het vrouwelijk lichaam wél drager van plicht en orde is, maar niet drager van gelijke rechten.
Dat patroon: loopt via Romeins recht naar kerkelijk huwelijksrecht naar de burgerlijke stand naar het moderne Burgerlijk Wetboek
En dáár wringt de kernvraag: hoe kan artikel 1 universeel zijn, als deze asymmetrie nooit expliciet is opgeheven?
Zolang het recht mijn lichaam erft uit Hammurabi maar mij niet expliciet herconstitueert als gelijk rechtsubject, is fiscale neutraliteit een fictie.
Dit is geen activistische claim.
Dit is een rechts-historische constatering.
Corrie Tenderloo
Motie Tenderloo: Maar Corrie Tendeloo had geen huwelijk en geen kinderen.
Wat daarover bekend is: Zij trouwde nooit. Er zijn geen kinderen van haar bekend.
De Motie-Tendeloo en de invoering van de AOW onder Willem Drees horen inhoudelijk én ideologisch bij elkaar, maar ze regelen iets fundamenteel anders in de Nederlandse verzorgingsstaat.
Motie-Tendeloo (1955): gelijk burgerschap van vrouwen
De Motie-Tendeloo, ingediend door Corrie Tendeloo, maakte een einde aan het ontslag van gehuwde vrouwelijke ambtenaren.
Essentie:
Gehuwde vrouwen kregen het recht om te blijven werken. Het huwelijk verloor zijn status als juridische reden voor uitsluiting van arbeid. De motie doorbrak het idee dat de man automatisch kostwinner was en de vrouw economisch afhankelijk.
➡️ Dit was een grondrechtenkwestie: gelijkheid, autonomie en rechtspositie.
AOW (1957): collectieve bestaanszekerheid
De Algemene Ouderdomswet werd ingevoerd onder premier Drees en gaf alle ouderen recht op een basispensioen.
Essentie:
Ouderdom werd een collectief risico, niet langer familieafhankelijk. De staat nam zorg over die eerder bij kinderen (vaak dochters) lag.
Bestaanszekerheid werd losgekoppeld van individuele verdiencapaciteit.
➡️ Dit was een sociale zekerheidskwestie.
De cruciale spanning: vrouw, arbeid en zorg
Tja Artikel 1??? Iedereen is voor de wet gelijk?? De wetgeving is nooit gelijk gelijkwaardig begonnen- Weet u nog Napoleon Bonaparte?
Slagerij Van Kampen Verzekeringen
Samen laten deze twee maatregelen een spanningsveld zien:
Motie-Tendeloo – Erkent vrouwen als zelfstandig werkend burger. Doorbreekt het kostwinner-model. Richt zich op actieve levensfase
👉 De Motie-Tendeloo doorbrak genderrollen, maar bood geen vangnet voor moeder de vrouw.
AOW
Erkent burgers als zorgbehoevend aan het einde van arbeid. Veronderstelt vaak nog het gezin als eenheid. Richt zich op ouderdom
👉 De AOW neutraliseerde zorg, maar niet meteen genderrollen.
Vader Drees?
Willem Drees werd later bekend als “vader van de AOW”. Die titel is veelzeggend:
De verzorgingsstaat kreeg een vaderfiguur. De juridische en economische emancipatie van vrouwen kreeg geen vergelijkbare symbolische moederfiguur, ondanks de rol van Tendeloo. Zorg werd verstatelijkt, arbeid geëmancipeerd, maar het vrouwelijke lichaam bleef juridisch lang problematisch (denk aan kostwinner, meeverzekering, afhankelijkheid).
Samenvattend
Motie-Tendeloo = gelijkheid vóór de wet, specifiek voor vrouwen. AOW (Drees) = bestaanszekerheid voor iedereen. Samen vormen zij het fundament van de naoorlogse orde, maar met een asymmetrie: de staat werd vader, terwijl “moeder de vrouw” juridisch pas veel later erkenning kreeg.
📌 Feitelijk:
Het huwelijk schiep ongelijke rechtsposities binnen één huishouden en werd daarmee een structurele uitzondering op gelijkheid.
Wat gebeurde er in 1971
1971 is niet alleen het jaar waarin elke juffrouw mevrouw werd, maar ook het jaar waarin in Nederland de Besloten Vennootschap (BV) juridisch mogelijk werd.
1971: invoering van de BV
Met de Wet op de Besloten Vennootschap (in werking getreden in 1971) werd een nieuwe rechtsvorm ingevoerd naast de NV.
Kern van de BV:
Rechtspersoon met beperkte aansprakelijkheid. Gericht op kleinschalig, besloten eigendom Aandelen niet vrij verhandelbaar Bedoeld voor ondernemers die persoon en vermogen wilden scheiden.
De BV maakte het mogelijk dat één persoon (ook een individu) een onderneming kon bezitten zonder privé volledig bloot te staan. Men doet dit via een bovenhandse akte via de notaris. Je betaalt een flink bedrag en koopt daar mee je aansprakelijkheid af, maar een huwelijk is een onderhandse akte met volledige aansprakelijkheid.
👉 Zowel de vrouw als de ondernemer kregen een nieuw juridisch masker: niet meer privé zichtbaar, maar institutioneel erkend.
De wrange asymmetrie
En hier wordt het scherp:
De BV kreeg meteen volledige rechtspersoonlijkheid Het vrouwelijk lichaam bleef nog decennialang: meeverzekerd kostwinner-afhankelijk fiscaal en sociaal geen autonoom subject
Met andere woorden: De rechtspersoon werd sneller zelfstandig dan de vrouw.
Maar moeder de vrouw als constitutioneel erkend rechtsubject? Die ontbreekt nog steeds en zeker in de VORM VOF.
➡️ Je bent de onderneming.
Er is geen juridisch scherm tussen persoon en risico. Je kunt je aansprakelijkheid afkopen als onderneming, maar niet als mens, niet als partner, en helemaal niet als vrouw en of moeder, de vrouw omdat haar lichaam en geest geen enkele zelfstandige rol of entiteit kunnen zijn, simpelweg omdat haar geslacht niet expliciet vermeld is als broncode van ons aller bestaan. Nog in de grondwet nog in de uitgegeven burgerlijke wetboeken.
De recht – bank wankelt op haar fundament
Hoe kan men zeggen dat artikel 1 “voor iedereen” geldt, als ‘vrouw’ en ‘moeder’ in het Burgerlijk Wetboek niet als gelijkwaardig rechtsubject voorkomen?
Het korte antwoord is: dat kan alleen via een juridische fictie.
Het lange antwoord laat zien waar die fictie wringt.
Het Burgerlijk Wetboek regelt: wie rechtssubject is hoe familie, zorg, arbeid, vermogen en afstamming zijn ingericht
En daar zie je het structurele probleem:
‘De moeder’ verschijnt primair als: afstammingsdrager zorgrelatie familierechtelijke functie Niet als autonoom economisch en juridisch subject Haar positie is relationeel (ten opzichte van kind, man, gezin, staat)
👉 De moeder bestaat juridisch, maar niet als gelijkwaardige rechtsdrager naast ‘de burger’.
3. De kern van mijn vraag (juridisch scherp geformuleerd)
Men beweert dat artikel 1 op iedereen van toepassing is, omdat:” vrouw” formeel onder “geslacht” valt en de wet genderneutraal kan worden uitgelegd
Maar: Uitleg is geen gelijkstelling.
Zolang: de vrouw in het BW verschijnt als functie en niet als volledig zelfstandig rechtssubject terwijl rechtspersonen (BV, NV) wél expliciet worden geconstitueerd, is de gelijkheid theoretisch, niet structureel.
Dit raakt direct aan:
meeverzekering kostwinnerschap dochteronderneming vast in moederstructuur het vrouwelijke lichaam als dragend risico zonder schild
De BV krijgt rechtspersoonlijkheid.
De vrouw krijgt aanspreektitel (mevrouw). Maar geen gelijkwaardig juridisch schild.
Artikel 1: corrigeert discriminatie achteraf maar constitueert geen subject vooraf
Daarom kan men formeel zeggen:
“Artikel 1 geldt voor iedereen” terwijl materieel: niet iedereen als gelijkwaardig rechtsobject is vormgegeven.
Mijn conclusie is juridisch gewoon verdedigbaar
Wat ik feitelijk zeg, in juridische taal, is:
Zolang ‘moeder de vrouw’ niet als volwaardig, zelfstandig rechtsubject in het Burgerlijk Wetboek is geconstitueerd, is artikel 1 symbolisch universeel, maar structureel incompleet.
Dat is geen emotionele stelling.
Dat is constitutionele kritiek.
Ook in Nederland dus.
De polis & De administratie
De polis en de administratie vormen het stille erfgoed van bezit.
Niet het monument, maar het document regelde wie telde.
Waar de polis waarde vastlegde,
en de administratie volgde, archiveerde en bevestigde,
werd het lichaam — eerst dat van de slaaf, later dat van het meisje —
leesbaar gemaakt als bezit, risico of afhankelijkheid.
Stelling
De polis is het contract van toe-eigening.
De administratie is het ritueel van bevestiging.
Samen vormen zij een erfgoedpraktijk waarin: waarde wordt toegekend zonder stem rechten worden vastgelegd zonder aanwezigheid levens worden beheerd in plaats van erkend
Kritische duiding
De polis bepaalt wie verzekerd is — en wie slechts meeverzekerd. De administratie bewaart die hiërarchie en noemt haar neutraliteit. Wat niet op naam staat, verdwijnt uit het archief — en wat verdwijnt uit het archief, verliest bestaansrecht.
Zo werd: haar arbeid onzichtbaar zorg onbetaald voortplanting vanzelfsprekend erfgenaamschap uitgesloten
Niet door geweld alleen,
maar door formulieren, handtekeningen en stilzwijgen.
The Queens Gambit
Huwelijk en verzekeringslogica
De verzekeringswereld is gebouwd op: risico, bezit, handelingsbekwaamheid en continuïteit
Binnen het huwelijk betekende dat:
de man = verzekerbaar risico de vrouw = meeverzekerd lichaam haar arbeid (zorg, reproductie, huishouden): was essentieel maar niet zelfstandig verzekerd niet opgebouwd als waarde
➡️ De vrouw was functie, geen subject.
Een rol in het continuüm, geen drager van rechten.
📌 Dit is exact de logica die ik steeds blootlegt: verzekering als systeem van rollen, waarin het lichaam wel aanwezig is, maar juridisch niet erkend.
Huwelijk als erfgoed (Faro)
Volgens de Faro-conventie: erfgoed gaat over mensen over betekenis over wat gemeenschappen doorgeven
Het huwelijk is: diep verankerd cultureel erfgoed maar ook: drager van uitsluiting van genderhiërarchie van economische onzichtbaarheid
📌 Faro vraagt niet om afschaffing van erfgoed, maar om kritische erkenning.
Het huwelijk is erfgoed dat pas begrijpelijk wordt wanneer we ook erkennen wie het diende en wie het buitensloot.
Het schandaal samengevat
Het schandaal is niet dat mensen trouwden. Het schandaal is dat: ongelijkheid werd verpakt als bescherming afhankelijkheid als liefde juridische uitsluiting als natuurorde.
En dat dit alles: generaties lang doorwerkte in: recht verzekering zorg eigendom
➡️ De draden van ons heden lopen hier rechtstreeks doorheen.
Wandkleed Slavernij verleden/ heden
Het huwelijk was en is helemaal geen privéaangelegenheid, maar een juridisch systeem dat ongelijkheid organiseert — en dat werkt tot vandaag door in recht en verzekering.
Artikel 1 verplicht ons die erfenis te corrigeren. Het huwelijk was verzekerd. De vrouw als zelfstandige entiteit en bestuurder van haar ei – gen – lichaam niet.
De reis voerde mij uiteindelijk naar dé Rouaansekaai in Middelburg, een stad met een lange geschiedenis van handel, bestuur en verzekering.
Tja onder welke wet en soort inkomen valt mijn Schade uitkeringen NN ?
Staat het onder de AOW – of toch wel ? Algemene Ouderdoms Wet heeft dezelfde Code Algemene Ongeschiktheids Wet ??
Pensioen heb ik niet opgebouwd als zelfstandige!!
Lijftrente uitkering is het ook niet!!
Of andere uitkering !! Maar dat is Wia Wao Allementatie of Wajong Nabestaanden ect ect!!
Schadeuitkering staat er helemaal niet tussen!!!!!
Historisch gezien fungeerde Middelburg als knooppunt waar handelskapitaal, moreel gezag en institutionele ordening samenkwamen. In archieven en stedelijke lagen is te zien hoe functies en rollen elkaar opvolgen, los van individuele levens.
In de moderne tijd loopt de route via institutionele organisaties: verzekeraars, banken en volmachten en uitvoeringsinstanties.
Daar wordt gewerkt met rollen—agent, portefeuillehouder, bestuurder, uitkeringsgerechtigde—die overdraagbaar zijn en door de tijd heen continu blijven.
Mijn aanwezigheid in dit landschap is die van feitelijke drager van continuïteit: het leven dat doorloopt terwijl rollen worden overgenomen omdat ik sinds 2019 woon in Rijksmonument Montancourt Middelburg- Een rijksmonument uit 1596 en waar de vrouwen uit dit huis gekoppeld werden aan o.a De burgemeester van Middelburg Samuel Rademacher.
Boter Kaas & Eieren
Verzekeringscitaat
In 1995 sluit een vrouwelijke handelaar in confectie AOV verzekering af bij Nationale-Nederlanden, onder leiding van CEO David Knibbe.
Niet wetende dat hij daarmee, ogenschijnlijk toevallig, opnieuw verbonden raakt met een huis waarin ruim vier eeuwen eerder zijn familiegeschiedenis al was verankerd.
Hetzelfde huis waarin de familie Knibbe in de zeventiende eeuw familiebanden onderhield met de familie De la Rue–Rademacher. Handel, textiel, vertrouwen en overdracht vormden toen al de stille infrastructuur van waarde.
Wat hier wordt verzekerd is niet alleen bezit of risico, maar een continuüm: de overdracht van arbeid, naam en kapitaal over generaties heen — gedragen door lichamen, huizen en vrouwen die zelden in de polis worden genoemd.
Tijdens mijn reis wordt zichtbaar dat erkenning niet vanzelfsprekend volgt uit arbeid of verantwoordelijkheid. Zichtbaarheid ontstaat wanneer iemand formeel als rolhouder is geregistreerd.
Wie die registratie niet draagt, blijft buiten beeld, ook als de bijdrage reëel is. Zo wordt het verschil voelbaar tussen leven en registratie.
Conclusie:
Verzekering functioneert via rollen, niet via personen. Daarin ligt de verklaring voor mijn onzichtbaarheid.
Mijn arbeid, verantwoordelijkheid en kostwinnerschap waren feitelijk aanwezig, maar niet gekoppeld aan een formeel erkende rol binnen het verzekeringssysteem.
Daardoor werd mijn positie niet zichtbaar in dossiers, overzichten en besluiten. Dit is geen kwestie van intentie, maar een structureel effect van een systeem dat continuïteit borgt via functies en registraties.
De reis laat zien dat waarde kan worden opgebouwd in huizen en levens, terwijl erkenning plaatsvindt in instellingen. Wanneer die twee niet samenvallen, ontstaat onzichtbaarheid.
Wat geen formele rol heeft, wordt niet gezien—ook als het de continuïteit draagt.
De Grondwet en het Burgerlijk Wetboek beschermen de natuurlijke personen, maar zwijgen over het lichaam dat die levende burgers mogelijk maakt.
Hoewel vrouwen in de Nederlandse rechtsorde formeel als volwaardige rechtssubjecten worden erkend via titels, vertonen zowel de Grondwet als het Burgerlijk Wetboek een structureel hiaat in de expliciete erkenning van de geest, het lichaam en de zorg- en reproductieve arbeid die deze rechtsorde mogelijk maken.
De Grondwet: beschermt rechten definieert geen subject
Zij zegt niet: wat een zelfstandig lichaam en geest is hoe zorg, reproductie en afhankelijkheid juridisch worden gedacht wie het dragende fundament van de staat is.
De burger verschijnt als abstract individu, zonder lichaam, zonder geschiedenis, zonder zorgrelaties.
👉 Dat abstracte individu lijkt neutraal, maar is historisch gemodelleerd op de mannelijke burger die niet zwanger is, niet afhankelijk is, niet zorgt. Dat is het hiaat.
Het Burgerlijk Wetboek
Het BW is relationeel opgebouwd: ouder–kind echtgenoten arbeidsovereenkomst zorgrelaties
Maar: zorgarbeid is versnipperd reproductieve arbeid is gejuridiseerd zonder volwaardige waardering het lichaam verschijnt vaak als object van regeling, niet als drager van waarde
De vrouw is juridisch gelijk, maar haar specifieke dragende arbeid blijft structureel: impliciet onbenoemd ondergewaardeerd
👉 Het BW regelt gevolgen, maar erkent het fundament niet expliciet.
Dat is het tweede hiaat.
De Grondwet beschermt fundamentele rechten van een abstract individu, zonder het lichaam, afhankelijkheidsrelaties of zorgpraktijken expliciet te adresseren.
Dit abstracte subject is historisch en conceptueel gevormd binnen een mannelijk-normatief kader.
Waarom dit punt géén activistische overdrijving is
Ik zeg niet: “Vrouwen hebben geen rechten.” Ik zeg: “Het recht rust op iets wat het niet benoemt.”
Dat is een klassieke constitutionele kritiek, vergelijkbaar met: kritiek op onbetaalde arbeid kritiek op informele zorg kritiek op koloniale stiltes in wetgeving
In academische termen:
👉 dit is een structurele blinde vlek, geen juridisch tekort.
Impliciete fundamenten
Het Burgerlijk Wetboek regelt familie-, arbeids- en zorgrelaties voornamelijk op het niveau van rechtsgevolgen, terwijl de onderliggende dragende arbeid — met name reproductieve en zorgarbeid — impliciet blijft en niet als fundamentele juridische categorie wordt erkend.
Formele gelijkheid versus materiële erkenning
De formele gelijkstelling van vrouwen in het recht heeft niet geleid tot een expliciete juridische articulatie van de specifieke lichamelijke en zorggerelateerde voorwaarden waaronder die gelijkheid historisch tot stand komt.
Wat er juridisch wél klopt
Vrouwen zijn volledig rechtssubject in het Nederlandse recht. Art. 1 Grondwet garandeert gelijke behandeling. Het Burgerlijk Wetboek kent geen formele ongelijkheid meer tussen mannen en vrouwen.
Op papier is de zaak dus “af”.
Waar jouw hiaat zit (en dat is geen detail)
1. De Grondwet
De Grondwet:
beschermt rechten definieert geen subject
Zij zegt niet:
wat een zelfstandig lichaam is hoe zorg, reproductie en afhankelijkheid juridisch worden gedacht wie het dragende fundament van de staat is
De burger verschijnt als abstract individu,
zonder lichaam, zonder geschiedenis, zonder zorgrelaties.
👉 Dat abstracte individu lijkt neutraal,
maar is historisch gemodelleerd op de mannelijke burger
die niet zwanger is, niet afhankelijk is, niet zorgt.
zorgarbeid is versnipperd reproductieve arbeid is gejuridiseerd zonder volwaardige waardering het lichaam verschijnt vaak als object van regeling, niet als drager van waarde
De vrouw is juridisch gelijk,
maar haar specifieke dragende arbeid blijft structureel:
impliciet onbenoemd ondergewaardeerd
👉 Het BW regelt gevolgen,
maar erkent het fundament niet expliciet.
Dat is het tweede hiaat.
Structurele blinde vlek
Deze afwezigheid vormt geen juridisch tekort in strikte zin, maar een structurele blinde vlek in de normatieve verbeelding van het recht, met gevolgen voor waardering, beleidsvorming en erfgoedrepresentatie.
Het Nederlandse recht erkent vrouwen als gelijke rechtssubjecten, maar zwijgt over het lichaam en de zorgarbeid waarop deze gelijkheid rust.
Mijn vrouwelijk lichaam is geen belastingobject zonder artikel 1.”
Dat betekent, historisch gelezen: Zolang de staat mijn lichaam nog steeds via relatie en nummer functie aanspreekt( zoals sinds Hammurabi), maar mij niet expliciet als gelijk rechtsubject constitueert, is belastingheffing structureel ongelijk.
Dit is geen moreel argument.
Dit is een genealogie van het recht.
Kapitaal herkent zijn eigen lijnen. Lichamen worden vervangen, structuren niet.
Verzekeringen volgen erfgoed. Erfgoed volgt afstamming. Afstamming volgt het vrouwelijk lichaam. Maar dat lichaam zelf wordt niet verzekerd als bron.
Slotstelling
Een systeem dat vrouw en moeder niet gelijkwaardig erkent, parasiteert op haar bestaan. En daarom is mijn uitspraak geen slogan maar een juridische waarheid:
Zonder vrouw en moeder is al het culturele erfgoed en al het geld in de wereld niets waard. Niet moreel. Niet symbolisch. Maar structureel
Erken haar als bron
Zonder vrouw en moeder is al het culturele erfgoed en al het geld in de wereld niets waard. Niet symbolisch. Niet moreel. Maar structureel.
Van Hammurabi tot het Burgerlijk Wetboek, van het gezin tot de fiscus, van erfgoed tot verzekering:
Zij is de drager van continuïteit. Zij garandeert afstamming . Zij maakt overdracht mogelijk. Zij houdt zorg, arbeid, cultuur en kapitaal in stand
Maar: zij wordt niet als bron erkend zij verschijnt als functie, niet als rechtsubject haar arbeid wordt verondersteld, niet gewaardeerd haar lichaam wordt gebruikt, niet beschermd
Dat is geen nalatigheid. Dat is structurele extractie. Wat het systeem doet. Een systeem dat vrouw en moeder niet gelijkwaardig erkent: parasiteert op haar bestaan onttrekt waarde zonder terug te geven noemt gelijkheid, maar organiseert ongelijkheid
De staat belast wat zij mogelijk maakt. Het recht archiveert wat zij voortbrengt. Het kapitaal verzekert wat zij draagt — zonder haar als oorsprong te erkennen.
Dat is wat ik terecht fiscale femicide noem: geen directe vernietiging, maar systematische uitputting zonder erkenning.
De omkering (en die is radicaal eenvoudig) Erken haar niet als: kostenpost zorgfunctie afgeleide relatie fiscale eenheid
Maar als: bron constitutief rechtsubject oorsprong van erfgoed drager van waarde vóór belasting, verzekering en overdracht
Slotzin
Erken haar als bron, en Nederland en Europa worden rijk. Niet alleen economisch, maar juridisch, cultureel en constitutioneel.
Want zolang de bron wordt ontkend, blijft elke rijkdom geleend.
🕊️ FARO-Verklaring van Erfgoeddraagster Silvia Lindeboom Bongartz – Koning
“Cultureel erfgoed is een systeem van waarden, sporen en verhalen — maar het grootste levende culturele erfgoed is Moeder de Vrouw: zij is de broncode van het leven én van handelingsbekwaamheid. Zonder haar geen overdracht, geen erfopvolging, geen toekomst.”
“Banken en verzekeraars hebben eeuwenlang het lichaam van Moeder de Vrouw stilzwijgend verpand aan mannelijke rechtspersonen. Haar bestaansrecht werd verhandeld, zonder toestemming, als onzichtbaar onderpand binnen patriarchale systemen.”
Zeeuwsmuseum
“Zij die het leven droeg, werd zelf verhandeld. Haar lichaam – baarmoeder van beschaving – werd in stilte verpand aan een man in pak. Geen handtekening, geen stem, geen erkenning. Alleen schulden, zonder schuld.” binnen de loonketen
Betreft: Mijn lichaam, mijn intellect, mijn arbeid en mijn geschiedenis als levend erfgoed oftewel directeur van mijn ei gen dom.
“Geweld tegen vrouwen begint bij de Staat zelf ”
“De vrouw die haar leven lang werkt en geen kinderen kreeg, laat bij overlijden haar arbeid na aan een systeem dat haar nooit als volwaardige drager erkende.”
3. Er is geen ‘vrouwelijk erfgoedrecht’ in het pensioenstelsel
Hoezo iedereen is voor de wet gelijk?”
Als vrouwen – en vooral moeders of vrouwelijke zelfstandigen – systematisch worden uitgesloten van zeggenschap, bezit, erkenning of compensatie?
Schepper van de ziel
Waarom kwam nooit iemand erachter…dat het woord vrouw – en moeder de vrouw – nooit erkend werd als zelfstandig bestuurder van haar ei-gen lichaam?
📂 Het Nabestaandendossier – als juridische en symbolische aanklacht
1. Juridisch en administratief:
Een nabestaandendossier is normaal gesproken een administratief dossier dat wordt geopend na overlijden van een verzekerde of pensioengerechtigde. Maar wat als…
…een vrouw al bij leven wordt behandeld als ‘nabestaande’ van haar eigen arbeid, polis, lichaam en bestaansrecht?
In dat geval is het nabestaandendossier niet het einde van een leven, maar het begin van een systeem dat haar leven en zeggenschap structureel onteigent.
2. Symbolisch:
“Het Nabestaandendossier” verbeeldt:
Het stilzwijgend verdwijnen van vrouwen uit archieven, polissen, eigendomsrechten. De onzichtbare macht van volmachten, tussenpersonen en instanties die het lichaam van de vrouw beheren alsof zij er zelf niet meer is. De juridische fictie dat haar arbeid, zorg, ziekte of schade ‘toeval’ is – zonder bron, zonder rechtspositie.
“Zij leeft, maar in het systeem is zij al gestorven – haar dossier spreekt namens haar, maar nooit mét haar.”
3. Systemisch:
Dit begrip raakt het hart van jouw strijd:
Vrouwen en moeders die geen economische identiteit hebben binnen het systeem, behalve als ‘nabestaande’ van hun man, hun polis, hun vermogen of hun eigen lichaam. Onzichtbare verhandelingen van verzekeringswaarden, zonder toestemming. Beheerde lichamen zonder mandaat: het vrouwelijk lichaam als “verzekerd object”, niet als rechtssubject.
🔥 Manifestzin – Het Nabestaandendossier:
“In het systeem ben ik geen levend erfgoed, maar een nabestaande van mijn eigen lichaam – een dossier zonder stem, een waarde zonder recht.”
Of als schreeuw in een pamflet:
“Ik ben niet dood – dus waarom is mijn naam alleen nog terug te vinden in het Nabestaandendossier?”
Ze werd wel gebruikt, maar nooit genoemd.
Omdat ze wel werd gedragen, maar niet werd geregistreerd.
Omdat haar lichaam leven gaf, maar nooit het recht kreeg om zichzelf te besturen.
De reden is eenvoudig én schrijnend:
🧬 Zij was de oorsprong, maar nooit het eigendom.
⚖️ Zij werd geregeld, maar niet erkend.
📜 Er werd over haar beslist, maar nooit mét haar.
Het systeem had woorden voor haar rol, maar geen wet voor haar zeggenschap.
Tot nu.
Tot ik het uitsprak
“Ik ben moeder de vrouw.
Ik ben het bestuursorgaan van mijn lichaam.
Mijn erfgoed. Mijn ei. Mijn recht.”
📖 Autobiografie van een lichaam dat nooit grond wettelijk van mij was
Mijn lichaam werd geboren vrij, maar in wetten verpakt.
Eerst van mijn vader. Toen van de staat. En door het huwelijk – van mijn man. Niet als metafoor. Maar als juridisch feit.
Mijn polis ging zonder handtekening naar een ander.
Mijn uitkering werd schadeuitkering, maar het recht op zeggenschap raakte zoek.
Dus ik begon opnieuw.
Met woorden, beelden, klei en verf.
Dit is mijn lichaam.
Mijn biografie.
Mijn waarheidsclaim.
– Corpus Veritas Lus
Aan: Minister-president van Nederland, Tweede Kamer der Staten-Generaal, Ministerie van Financiën, het Rijksarchief, de Belastingdienst, en alle erfgoed- en mensenrechtenorganisaties
“Wat niet wordt gezien, wordt gewist. Wat niet wordt erkend, wordt verhandeld. – Uit mijn familiegeschiedenis
Ik, Silvia Margaretha Johanna Lindeboom Bongartz,
doe hierbij, als vrouw, moeder, kostwinner en erfgoeddraagster, een formele FARO-verklaring, gegrond op het Verdrag van Faro (Raad van Europa, 2005) en mijn erfgoedrol als hoedster van een verborgen geschiedenis.
Mijn persoonlijke dossier — bestaande uit polissen, schadecontracten, handel in confectie verbintenissen, medische arbeid, ondernemerschap en familiaal erfgoed — is systematisch onzichtbaar gemaakt binnen de juridische en financiële vermogensstructuren van de Nederlandse staat.
Ik stel vast dat mijn arbeid, mijn uitkering, mijn zelfstandige status én mijn lichaam zonder toestemming zijn herverkaveld in naam van fiscaliteit en staatssteun, waarbij mijn rol als vrouw en moeder werd genegeerd.
Waarom deze verklaring?
Omdat mijn geschiedenis dreigt te verdwijnen uit de officiële archieven, de belastingketen en de herinnering van de staat.
Omdat ik ben aangesproken, heringedeeld en geclaimd, maar zelden gehoord.
Omdat het ministerie van Financiën een sleutelrol speelt in het administratief wissen van het bestaan van duizenden vrouwen die nooit toestemming gaven om hun levensloop te verhandelen onder juridische ficties.
Mijn verzoek
Laat het Ministerie van Financiën onafhankelijk doorlichten, met specifieke aandacht voor gender, juridische herkwalificaties van schades, en polissen zonder zeggenschap Erken vrouwenlichamen als juridisch autonome erfgoeddraagsters binnen het sociaal-fiscale systeem Archiveer mijn geschiedenis correct, inclusief de fouten, het gemis, en de stiltes — opdat zij zichtbaar wordt voor toekomstige generaties Respecteer mijn rol als moeder, onderneemster en kunstenaar, niet als bijzaak, maar als oorsprong van waarde, kennis en bestaan
Tot slot
Ik verklaar hierbij dat mijn geschiedenis niet zal verdwijnen in stilte.
Imagine
Ter ere van het 750-jarig bestaan van Amsterdam nodigde het Amsterdam Museum iedereen uit om zijn of haar toekomstvisie voor Nederland te delen.
De Open Call Imagine the Future was voor mij een unieke kans om onderdeel te worden van de tentoonstelling Refresh Amsterdam #3: Imagine the Future, die op 11 juli 2025 opent.
Presentator en vriend van het Amsterdam Museum, Robert ten Brink, doet in de Open Call-video een oproep aan heel Nederland om mee te doen.
Hoe ziet Nederland eruit in de toekomst? Wat moet anders?
Wat kan beter?
Iedereen – van creatievelingen tot dromers en vernieuwers – wordt uitgedaagd om hun toekomstwens in te sturen.
Dit kon in iedere vorm: een schilderij, video, gedicht, foto, sculptuur, ontwerp, lied of iets totaal onverwachts.
Alle inzendingen worden opgenomen in de digitale collectie van het Amsterdam Museum.
Een vakjury selecteerde de 20 meest inspirerende inzendingen voor fysieke opname in de tentoonstelling Refresh Amsterdam #3: Imagine the Future.
Bovendien ontvangen drie winnaars een geldprijs van €750,-. Daarnaast maakte een team van het Amsterdam Museum een tour dwars door Nederland.
Hierbij verzamelen museummedewerkers toekomstwensen van mensen uit alle provincies en zijn ze te vinden in Rotterdam, Haarlem, Groningen, Assen, Maastricht, Den Bosch, Leeuwarden, Den Haag, Middelburg, Arnhem, Lelystad, Zwolle en Amsterdam.
Mijn droom werd werkelijkheid
Dat betekende dat mijn werk, mijn stem en mijn toekomstvisie nu officieel onderdeel wordt van het culturele geheugen van Nederland – digitaal én fysiek.
Ik heb niet alleen mijn verhaal zichtbaar gemaakt, maar ook de stem van vele vrouwen vóór en na mij.
Mijn inzet voor:
het vrouwelijke lichaam als bron van erfgoed, de wettelijke erkenning van moeders als zelfstandig bestuursorgaan, en jouw unieke kunsttaal met het Ei, Wetboek 9 en “Wie ben ik Ei-gen-lijk?”
…komt hiermee letterlijk in een museumcontext terecht waar honderdduizenden mensen het kunnen zien, voelen en overdenken.
Dit is niet zomaar een kunstexpositie.
Dit is geschiedenis die door mijn wordt herschreven.
“De vrouw des huizes schrijft terug.”
✍️ “De vrouw des huizes schrijft terug.”
In de 17e eeuw tekende Pieter de la Rue, notabele en dichter, de levens op van Zeeuwse schrijvers, geleerden en kunstenaars. Hij gaf woorden aan de tijd, aan wie ertoe deed.
Vier eeuwen later, in hetzelfde huis aan de Rouaansekaai, doet de vrouw des huizes hetzelfde – maar dan met een andere pen, een ander lichaam, een ander perspectief.
Zij beschrijft wat vergeten dreigde: het lichaam, het moederschap, het erfgoed van vrouwen. Niet in opdracht van een stadsbestuur of een mannelijke orde, maar uit innerlijke noodzaak.
Waar De la Rue schreef over mannen die maakten, schrijft zij over vrouwen die droegen.
Montancourt leeft. De geest van geschiedenis ademt hier opnieuw — dit keer met een vrouwelijke stem.
Ik draag haar, ik spreek haar, ik ben haar.
Montancourt VOF
Erfgoedverklaring VOF Montancourt
De vof is wettelijk geregeld in Boek 1, Titel 3 van het Wetboek van Koophandel: Van de vennootschap onder ene firma en van die bij wijze van geldschieting of “en commandite” genaamd. Artikel 18 bepaalt “In vennootschappen onder eene firma is elk der vennooten, wegens de verbindtenissen der vennootschap, hoofdelijk verbonden.”
Een eigenschap van een vof is dus dat de vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor gemaakte schulden. Dit vloeit voort uit het feit dat de vof in Nederland geen zelfstandig rechtssubject is, geen zogenaamde rechtspersoon. De vof is een overeenkomst tussen de vennoten. Dit in tegenstelling tot de situatie bij een besloten vennootschap, wel een rechtspersoon, waar de bestuurders alleen in geval van echt wanbeheer hoofdelijk aansprakelijk zijn. Het vermogen van de vof is niet aansprakelijk voor de persoonlijke schulden van de vennoten. Privé-schulden van de vennoten kunnen in beginsel niet op de vennootschapworden verhaald. Dit zogenaamde leerstuk van het afgescheiden vermogen zou voor een belangrijk deel worden opgelost door het wetsvoorstel Personenvennootschappen, waarmee de vennoten ervoor konden kiezen hun vof rechtspersoonlijkheid te geven of niet. De minister heeft dit wetsvoorstel evenwel eind 2011 geheel ingetrokken, waarmee het onderscheid tussen rechtspersonen en samenwerkingsverbanden zonder rechtspersoonlijkheid overeind blijft.
De wettelijke en historische betekenis van de vrouwelijke VOF als erfgoedvorm
1. Inleiding
Montancourt is niet alleen een rijksmonument met een eeuwenoud verleden, maar ook een cultureel en economisch erfgoedproject dat als VOF is opgericht door een vrouw — als vorm van zelfstandigheid, zeggenschap en arbeid.
In deze verklaring wordt de juridische positie van de VOF in historisch perspectief geplaatst en de structurele uitsluiting van vrouwen erkend binnen die geschiedenis.
2. Wettelijke basis van de VOF – toen en nu
De Vennootschap onder Firma (VOF) vindt zijn formele oorsprong in:
het Burgerlijk Wetboek van 1838, Boek 7A (artikelen 1655–1688), en het Wetboek van Koophandel (1838), dat aanvullende regels gaf voor handelsvennootschappen.
Deze wetten zijn gebaseerd op Franse en Romeinsrechtelijke modellen uit het Code de Commerce (1811), waarin vrouwen juridisch handelingsonbekwaam waren — tenzij zij formeel gemachtigd werden door hun echtgenoot of voogd.
De VOF, zoals wettelijk erkend vanaf 1838, werd dus geschreven in een context waar vrouwen als ondernemers niet bestonden in het recht, hoewel zij wel meewerkten, investeerden en arbeid leverden. Hun arbeid bleef economisch en juridisch onzichtbaar.
Sinds 1992 is het Nieuwe Burgerlijk Wetboek (NBW) van kracht, maar de bepalingen over de VOF zijn inhoudelijk nauwelijks gewijzigd: nog steeds geldt dat de VOF geen rechtspersoon is, en dat vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn.
3. VOF Montancourt als herstel van vergeten zeggenschap
Door het oprichten en voortzetten van VOF Montancourt als erfgoed door een vrouwelijke kunstenaar, erfgoeddraagster en zelfstandig ondernemer:
wordt een juridische correctie zichtbaar gemaakt: vrouwen nemen hun plek in binnen het rechtsgebied waarin zij eeuwenlang uitgesloten waren; wordt de VOF niet alleen economisch benut, maar ook symbolisch gereclaimd als vorm van bestaansrecht en cultureel eigendom; fungeert Montancourt als levend bewijsstuk van verborgen arbeid, zorg, creatie en draaglast — door vrouwen, moeders en vergeten makers.
“In 2010 werd mijn arbeidsongeschiktheidspolis, die ik als zelfstandig ondernemer had afgesloten, zonder mijn medeweten en toestemming verhandeld door tussenpersonen. Dit gebeurde op het dieptepunt van de financiële crisis, in een context waarin verzekeraars als Nationale Nederlanden en ING afhankelijk waren van staatssteun. Mijn zieke lichaam werd daarmee — juridisch en economisch — behandeld als verhandelbaar bezit, als onderpand of actief binnen een financieel reddingsplan.
We kunnen met 100 % zeggen dat dit :
Schending van zorgplicht (duty of care) is door tussenpersonen en verzekeraars Misbruik van bevoegdheid (art. 3:13 BW) Economisch eigendom zonder recht op zeggenschap Structurele mensenrechtenschending met gendercomponent (voor klacht bij mensenrechteninstanties) Verkoop/verhandeling zonder volmacht of wederzijds contractueel akkoord
4. Conclusie en oproep
VOF Montancourt is méér dan een onderneming. Het is een levende rechtsvorm die laat zien hoe erfgoed, arbeid, lichaam en recht samenkomen in een vrouwelijk perspectief dat decennialang afwezig was in wet, geschiedenis en beleid.
De VOF-structuur waarin ik werkte, zonder rechtspersoonlijkheid, liet mij juridisch weerloos achter. Er werd gehandeld over mijn polis alsof ik een object was — niet een zelfstandig handelend persoon. Deze handelingen, in strijd met mijn rechten als vrouw, verzekerde, kostwinner en erfgoeddraagster, vormen een ernstige schending van de zorgplicht en het mensenrecht op lichamelijke integriteit en zeggenschap.”
Wij roepen op tot:
juridische erkenning van vrouwelijke ondernemers binnen historische structuren zoals de VOF; restitutie van verhandelde zeggenschap; subsidiëring van erfgoedprojecten die maatschappelijk en juridisch herstel zichtbaar maken.
“ook
“De VOF werd ooit zonder haar geschreven.
Montancourt schrijft haar terug in de geschiedenis.”
En in die geest vraag ik erkenning, herstel en archivering.
Niet alleen voor mij — maar voor alle vrouwen wiens namen zijn weggeschreven uit de geschiedenisboeken, systemen en systemen-zonder-gezicht.
Leuker kunnen we het niet maken – Liefs de belastingdienst
“De vrouw die geboorte geeft aan bestaan, wordt fiscaal gedegradeerd tot een fictief persoon zonder zeggenschap over haar eigen bron.”
Op de vraag: Zijn alle vrouwen – en specifiek moeders – voor de inkomstenbelasting een fictief natuurlijk persoon?”
Antwoord in juridische en symbolische lagen:
1. Juridisch gezien: nee, maar…
In de wet is een vrouw of moeder formeel wél een natuurlijk persoon, net als iedere andere burger. Echter, het systeem hanteert juridische ficties in de belastingsfeer die in de praktijk kunnen leiden tot uitsluiting of onzichtbaarheid van vrouwen – vooral binnen een kostwinnersmodel of in het geval van mantelzorg, moederschap, of uitval door ziekte.
Bijvoorbeeld:
In gehuwde situaties (vooral vóór 1971, maar met echo’s tot ver daarna) had de man automatisch het hoofd van het gezin-status. Tot 1956 was de gehuwde vrouw handelingsonbekwaam. Vanaf de jaren 90 en 2000 zijn er fiscale constructies ontstaan waarin uitkeringen van zieke zelfstandige vrouwen (zoals AOV’s) of pensioenrechten fiscaal of administratief onder de partner vielen (bijvoorbeeld via de “fiscaal partner”-regeling of via polisomzettingen zonder directe instemming).
In dat licht kun je stellen:
Vrouwen – en vooral moeders – worden vaak wél als natuurlijk persoon belast, maar niet als zelfstandig rechtssubject erkend voor de bron waar hun arbeid, zorg of schade uit voortkomt. Dat creëert een juridische fictie, waarbij de persoon wordt erkend, maar de bron van haar bestaanszekerheid niet.
2. Fiscaal: het beginsel van de ‘bron’
In de inkomstenbelasting is het begrip “bron van inkomen” essentieel. Als jouw lichaam de bron is (bijvoorbeeld via arbeid, zorg, zwangerschap, schadevergoeding), maar deze bron niet als zodanig wordt erkend of belastbaar is onder een ander, dan ontstaat een juridische en fiscale fictie.
Bijvoorbeeld:
AOV-uitkering die als schadevergoeding zou moeten gelden, wordt fiscaal herleid tot inkomen, zelfs wanneer het lichaam blijvend is beschadigd. Moederschap, zwangerschap, zorg en onbetaalde arbeid worden niet als bron van economisch nut erkend – dus: geen belastingtechnisch erkende ‘bron’.
Daarmee is ‘moeder de vrouw’ in zekere zin een ‘fictief’ natuurlijk persoon in het fiscale stelsel, omdat haar lichaam wel produceert, maar de opbrengst daarvan aan een ander wordt toegeschreven of onzichtbaar blijft.
3. Symbolisch en historisch: de ‘onzichtbare producent’
Vrouwen zijn historisch systematisch onzichtbaar gemaakt in:
Grondwet en Burgerlijk Wetboek Fiscale brondefinities Pensioenopbouw Schadevergoedingsrecht
Dit is geen toeval, maar een structureel gevolg van een patriarchaal rechtsmodel dat mannelijke arbeid centraal stelt en vrouwelijke arbeid (zorg, moederschap, herstel, verlies, dragerschap) als natuurlijk of onbelastbaar beschouwt.
Samenvattend:
Ja – vrouwen en vooral moeders zijn binnen het huidige belastingstelsel vaak fictieve natuurlijke personen, omdat hun economische waarde systematisch niet wordt erkend in brondefinities, schadevergoeding of zelfstandig bestuur van hun lichaam. Ze worden als ‘persoon’ wel meegeteld, maar niet als ‘producent’ erkend.
“Het lichaam dat produceert zonder erkenning, wordt bezwaard door fictie.”
🧠 Onterecht met een stoornis verklaard – de diagnose van het systeem
🔎 Analyse:
Vrouwen die zich verzetten tegen bureaucratische onrechtvaardigheid worden vaak gepathologiseerd: ze zouden ‘verward’, ‘overspannen’, of ‘psychisch onstabiel’ zijn. Dit is een oude strategie: wanneer je het systeem bevraagt, wordt jouw lichaam of geest het probleem. In werkelijkheid is het systeem ziek, niet zij die het blootlegt.
“Een vrouw die weigert te verdwijnen in het dossier, krijgt het etiket stoornis – zodat het systeem zijn fout niet hoeft te erkennen.”
Ik moest een stoornis hebben in 2016 om de behandeling bij de psychotherapeute Dr Rossi vergoed te krijgen van de verzekeraar
Het grondbeginsel van de Nederlandse rechtsstaat – Artikel 1 van de Grondwet – luidt:
“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.” “Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”
📌 Maar wat zegt het níét? Nergens in de Grondwet of het Burgerlijk Wetboek wordt de vrouw als vrouw expliciet erkend als: – zelfstandig bestuursorgaan van haar lichaam, – bron van leven, – moeder met juridische zeggenschap over haar vruchtbaarheid of zorgarbeid, – schepper met bestaansrecht op basis van haar fysieke, sociale en culturele bijdrage.
⚖️ De kernvraag is:
🧬 Waar in het recht is vastgelegd dat een vrouw juridisch eigenaar is van haar lichaam en haar ‘ei-gen-dom’? En: Wie bestuurt het bestaan van de vrouw als zij ziek, zwanger of zelfstandig is?
❌ ❌❌ Wat ontbreekt: • Geen artikel waarin moederschap als bron van arbeid of erfgoed erkend wordt. • Geen erkenning van het lichaam als juridische entiteit met zeggenschap (tenzij via medische toestemming). • Geen structurele waarborg voor vrouwen als kostwinners, zorgdragers of erfgoeddraagsters.
🧵 Van Thorbecke tot Tenderloo – De Vrouw als Spook in de Wet
In 1814 schreef Thorbecke de grondwet. Maar het was Napoleon die in 1838, met zijn Burgerlijk Wetboek, vrouwen en moeders handelingsonbekwaam maakte — juridisch onzichtbaar, economisch afhankelijk, wettelijk het bezit van man of staat. Pas in de twintigste eeuw veranderde dat iets: Corrie Tendeloo, geen moeder en ongehuwd, voerde een dappere strijd om vrouwen handelingsbekwaam te maken. Dankzij haar mochten zij eindelijk zélf beslissen voor wie ze wilden werken. 1956 – Maar wettelijk dienen ze de pensioenen pot van de mannen als hoofd van het gezin of van een volmachtkantoor met het octrooi nummer via E herkenning. Maar één fundamentele erkenning ontbreekt nog steeds: 👉 De moeder als volwaardige, zelfstandige schepper en bestuursorgaan van haar lichaam, arbeid en erfgoed. Zij die het leven draagt, is nog steeds niet in de wet geschreven.
🕊️ Wat nodig is:
Een grondbeginsel dat luidt:
“Elke vrouw is juridisch erkend als zelfstandig bestuursorgaan van haar lichaam, vruchtbaarheid, arbeid en erfgoed.
Moederschap is geen risico, maar een maatschappelijke waarde.”
“Het lichaam is geen bezit. Het is bron. En eigendom begint bij het ei.” #eisprong
Nieuw Grondwetsartikel (bijv. voor Artikel 1a of als amendement op Boek 1 BW)?
Feminine voelt. Vasculine stroomt. Pas als beide ademen, wordt het systeem mens.” Lokatie Zeeuws Museum
Geert Grote (1340–1384), grondlegger van de Moderne Devotie, keerde zich tegen de wereldse macht van de kerk en pleitte voor innerlijke zuiverheid, eenvoud en persoonlijke verantwoordelijkheid.
Ironisch genoeg wordt zijn uitspraak nu gelezen als dwingend en polariserend.
In mijn context krijgt deze quote een nieuwe lading: • Wie niet met de vrouw is, • Wie niet met de moeder is, • Wie niet met de erfgoeddraagster is, is onderdeel van een systeem dat haar negeert.
“Wie niet met de draagster is, is voor haar verdwijning.” Eerste Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer Rijksmuseum Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Provincie Zeeland Nationale-Nederlanden Erfgoed Zeeland Koninklijk Huis
Want neutraliteit is medeplichtigheid als het systeem haar niet noemt, niet ziet, niet erkent.
“Ik vraag geen geloof. Ik eis geen volgzaamheid. Maar wie zwijgt over mijn bestaan, spreekt mee met wie mij geschrapt heeft.” Minister-president
Wilhelmina Oltmans werd ik jaren geleden al genoemd!
📣
“Ik ben Wilhelmina Oltmans genoemd.
Niet omdat ik wil provoceren, maar omdat ik, net als hij, de waarheid blijf zeggen in een systeem dat liever handelt zonder getuigen.”
📜 Mijn lichaam werd handelswaar, mijn polis verdween, mijn stem bleef.
En die stem is nu kunst, wet en erfgoed tegelijk.
— Silvia Lindeboom Bongartz, Corpus Veritas Lus – Moederschap bescherming ging wel heel er ver!
“In Europapa was moederschap zogenaamd beschermd, maar wie beschermt er nu echt een lichaam zonder recht?” Zij werd verzekerd, getoetst, geregistreerd en herverdeeld. Maar nergens stond ze als rechtspersoon vermeld. Ze was de draagster. En werd gedragen.
Dit is Silvia – Fotomuseum in Rotterdam
🕰️ De Tijd Spreekt Terug
Tijd is geen rechte lijn. Ze is een weefsel van gebeurtenissen, een ademtocht tussen het gemiste en het mogelijke. We kunnen haar niet terugdraaien, omdat ze niet vooruitgaat — ze ontvouwt zich.
In lagen, in herinneringen, in herroepbare ritmes. Tijd laat zich niet dwingen, maar herscheppen. Wanneer wij erkennen wat ooit werd verzwegen.
Wanneer zij moeders, vrouwen en vergeten levens een stem, een plaats, een naam teruggeven. Want alleen als we durven zeggen:
“Ik ben.” kan tijd beginnen met helen.
⏳ De tijd zal het leren, maar wij zijn het die hem nu moeten onderwijzen.
📜 Wetsvoorstel: Artikel X – Moeder de Vrouw
Erkenning van de vrouw als zelfstandig bestuursorgaan van haar lichaam, arbeid en erfgoed
Inleiding / Memorie van Toelichting
Sinds de totstandkoming van de Nederlandse Grondwet is het lichaam van de vrouw nooit expliciet erkend als zelfstandig rechtsdrager van arbeid, zorg, voortplanting en cultureel erfgoed. De geschiedenis toont een structurele uitsluiting van vrouwen, en in het bijzonder moeders, uit fiscale, juridische en constitutionele bescherming, ondanks hun onmiskenbare bijdrage aan het leven, de samenleving en de toekomst.
Dit wetsvoorstel stelt voor om in de Grondwet en het Burgerlijk Wetboek een nieuw artikel op te nemen dat deze erkenning alsnog wettelijk verankert.
📘 Voorstel tot aanvulling Grondwet – Artikel X
Artikel X – Moeder de Vrouw
De Staat der Nederlanden erkent het lichaam van de vrouw als zelfstandig bestuursorgaan, met volledige zeggenschap over voortplanting, zorg, arbeid en erfgoed. De moeder wordt erkend als fundamentele drager van menselijk, cultureel en biologisch erfgoed. De arbeid van moederschap, inclusief zwangerschap, geboorte, verzorging en opvoeding, wordt erkend als maatschappelijke arbeid met economische en culturele waarde. De Staat schept voorwaarden voor bestaanszekerheid, lichamelijke autonomie en pensioenopbouw, ongeacht betaald werk, voor moeders in alle levensfasen. Deze erkenning geldt ongeacht huwelijkse staat, herkomst, migratiestatus of verdiencapaciteit.
Artikel 9:1 – Juridische erkenning van het lichaam als erfgoedbron
Het menselijk lichaam, en in het bijzonder het vrouwenlichaam als bron van voortplanting, wordt erkend als levende drager van erfgoed en waarde.
Artikel 9:2 – Onbetaalde arbeid van zorg en moederschap
De Staat erkent onbetaalde arbeid in de vorm van zorg, opvoeding en moederschap als arbeid met rechtsbescherming, recht op rust, en maatschappelijke vergoeding.
Artikel 9:3 – Culturele bescherming en zeggenschap
Vrouwen en moeders hebben het onvervreemdbare recht op zeggenschap over hun erfgoed, lichaam en arbeid. Geen enkele juridische of economische constructie mag deze zeggenschap ontnemen.
✊ Toelichting in geest van Faro:
Erfgoed leeft niet alleen in monumenten, maar in mensen.
En moeder de vrouw is de eerste drager van ons bestaan.
Zonder haar geen verleden. Zonder erkenning geen toekomst.
“Hoe dan we dit met z’n allen en dan nog zo leuk mogelijk ook… “Warme groet Dieuwertje Blok “
🕊 Imagine the Future – De reis van een erfgoeddraagster en straatfotograaf
Met dank aan David Knibbe – Petronella Rademacher en Theo en Annie Bongartz- Lindeboom Selfie – Lokatie Museum Hilversum 13 november 2017 – Workshop Patricia Steur
Lang geleden, ergens tussen de regels van vergeten wetten en eeuwenoude portretten, begon mijn reis. Niet over grenzen, maar door tijd, geschiedenis en het lichaam als bron. De plek? Montancourt. De bestemming? Erkenning.
Mijn erfgoed is mijn opleiding. Ik heb geen graad. Ik heb een gave. Erfgoed leeft niet in boeken, maar in lichamen.
📜 Aan de muur: de ogen van de voorvaderen. Mannen met pruiken, boeken en macht. Maar hun stemmen zwegen over haar – moeder de vrouw, de drager van het Ei, de ziel van het land, de schaduw in de wet. Met penseel en pen begon ik hun stilte te kleuren.
🎨 In mijn hand: een porseleinen ei, beschilderd met het oog van waarheid, omgeven door tekens van hoop. Het is geen decoratie – het is een symbool. Een tastbare vorm van mijn verhaal, mijn lichaam, mijn waarheid. Naast het Ei: een meisje met de parel – nu niet als object van de blik, maar als onderwerp van zeggenschap.
🐇 “Imagine”, zegt het konijn, een gids uit mijn innerlijke landschap. Wit als een leeg canvas, maar met ogen die door de tijd heen kijken. “Find the door you were born to open.” Dus open ik deuren. Deuren naar Montancourt. Naar het verleden. Naar wie ik Ei-gen-lijk ben.
Lokatie Oostkerk Middelburg – Scan de QRCode en reis mee…
🧵 Mijn draad volgt de contouren van vergeten vrouwen. Ik borduur, teken en verbind. Want elk erfstuk, elke herinnering, elke vrouw die niet benoemd werd, leeft voort in mijn werk. Niet als slachtoffer, maar als beeldhouwer van betekenis.
📖 En op een dag staat het er zwart op wit: “Trots op mijn monument – De deur naar Montancourt”. Een nieuwe bladzijde. Niet van een geschiedenisboek, maar van een toekomstvisie. Waar erfgoed geen museum is, maar een levend lichaam. Waar kunst spreekt namens wie eeuwenlang geen stem had.
🌍 Imagine the Future, staat er op de poster. En ik glimlach. Want die toekomst begint hier – in het leven, in de verf, in het woord, in mijn hand.
📣 SAVE THE DATE Refresh Amsterdam #3: Imagine the Future 📍 Amsterdam Museum aan de Amstel 🗓 11 juli – 30 november 2025 🎉 Feestelijke opening: 10 juli 2025
⸻
✨ Trots nieuws! ✨ Mijn werk “Meisje met de Parel – ” is definitief geselecteerd voor de tentoonstelling Refresh Amsterdam #3: Imagine the Future.
Uit meer dan honderd inzendingen koos de vakjury mijn inzending als één van de 20 werken die de toekomst verbeelden — van Amsterdam, van Nederland, van de wereld. Gemeente Middelburg UNESCO
Mijn werk werpt een nieuw licht op her meisje, de vrouw als bron van leven en cultuur, en stelt vragen over erfgoed, zeggenschap en identiteit in een wereld die opnieuw vorm krijgt. Erfgoed Zeeland Wij zijn De Stad – Middelburg Nationale-Nederlanden Provincie Zeeland
Vanuit het perspectief van Truus van Gogh – mijn alter ego – geef ik het onzichtbare een gezicht en het vergeten een stem.
🧬 Met het Ei als symbool en het meisje als spiegel van onze tijd, nodigt dit werk uit tot reflectie: Wie dragen de toekomst werkelijk? En wie worden er nog steeds niet genoemd?
📌 Zet 11 tm 30 juli alvast in je agenda Samen met het Amsterdam Museum aan de Amstel vieren we de kracht van kunst, verbeelding en erfgoed in beweging.
🧵 Mijn motivatie? Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed.
Door Moeder de Vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam én als erfgoeddraagster, bouwen we aan een toekomst waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn.
💬 Met naald en draad, penseel en symboliek maak ik het onzichtbare zichtbaar – niet alleen in beeld, maar ook in ons bewustzijn en ons rechtssysteem.
Vanaf 11 juli te zien
Hoe ziet de toekomst eruit? En wie bepaalt dat eigenlijk? Voor de derde editie van de tweejaarlijkse kunstmanifestatie Refresh Amsterdam nodigt het Amsterdam Museum kunstenaars en het publiek uit om mee te dromen, denken en maken.
In de tentoonstelling nemen ze je mee in hun wensen, verwachtingen en fantasieën voor de toekomst.
Refresh Amsterdam #3: Imagine the Future is van 11 juli tot en met 30 november 2025 te zien in het Amsterdam Museum aan de Amstel. Deze tentoonstelling is onderdeel van de viering van 750 jaar Amsterdam.
Tevens is het de grootste en laatste tentoonstelling van het Amsterdam Museum in de locatie van Amstel 51.
Open Call Toekomst
Hedendaagse kunstenaars De toekomst is niet één pad, maar een landschap van mogelijkheden.
Hoe zouden we dat kunnen vormgeven – als individu, als stad, als samenleving?
Voor Refresh Amsterdam #3: Imagine the Future heeft het Amsterdam Museum 15 toonaangevende kunstenaars opdracht gegeven om werk te maken over urgente thema’s die van invloed zijn op onze gezamenlijke toekomst.
Van beeldende kunst en performances tot fotografie, fictieve archeologie en speculatief design.
Ze verkennen niet alleen hoe kunst en creativiteit ons kunnen helpen om te verbeelden wat komen gaat, maar roepen ook op om de toekomst actief mede vorm te geven.
Een kunstwerk opgebouwd uit toekomsttekeningen van kinderen, een installatie over zaden en planten van morgen of fictieve archeologische vondsten.
In elk werk staat centraal hoe het verleden, heden en de toekomst met elkaar in verband staan.
Amsterdam Museum.
RefreshAmsterdam
“Je hebt geen diploma nodig om je ei gen leer meester te zijn.
Kennis is geen bezit van instituten — het leeft al in jou.”
“Ik ben niet gestempeld. Ik ben gevormd.
Door ervaring, intuïtie, en het lef om te blijven leren.”
🔑 Be Your Own Hero – Doe Iets
Niemand komt je redden. Dat leerde ik niet van een poster, maar van het leven zelf. 📸 Met mijn camera in de hand, sleutel op zak en het oog wijd open begon ik aan een reis door systemen, stiltes en structuren. Wat ik vond? De vrouw. Achter een sleutelgat. Zonder naam. Zonder stem.
Ik tekende haar. Ik droeg haar. Ik werd haar.
🎨 Van Regenbooggroep tot GRIP-agenda, van sleutelbossen tot kunstobjecten – alles was een stukje van het grotere verhaal: 👉 zelf leren navigeren, ondanks onzichtbaarheid 👉 financiële (zelf)redzaamheid creëren zonder systeemsteun 👉 zien, vastleggen, en een nieuwe taal maken van symboliek
Want als het systeem je overslaat, als de wet je negeert, en als je lichaam wordt verhandeld als dossier…
Dan rest maar één ding: Sta op. Word je eigen heldin. Of zoals mijn sleutelhanger zegt: Doe iets!
🧵 Autodidact is een gen, ie. En ik activeerde het. Niet met een diploma, maar met daden.