De klokkenluider van de Notre Dame

Uitgelicht

Hoe tijdens de crisis de spelregels veranderden

De toekomst vraagt niet om meer macht, maar om meer moed.

Welkom in mijn wereld

Op zoek naar Vivian Maier — en onderweg vond ik Silvia Koning Lindeboom

Vivian Maier fotografeerde jarenlang het leven van anderen, terwijl haar eigen verhaal buiten beeld bleef.

Ook ik keek door de lens naar straten, huizen, mensen, verzekeringspolissen, familiegeschiedenissen de hoge raad en de vergeten vrouwen. Ik dacht dat ik onderzoek deed naar wat er om mij heen was gebeurd.

Maar langzaam ontdekte ik dat ik onderdeel werd van die geschiedenis en dus indirect op zoek was naar de persoon : mijzelf.

Naar de handelaar in confectie.
Naar de moeder.
Naar de vrouw die ziek werd, maar niet verdween.
Naar de erfgoedkunstenaar die haar eigen geschiedenis opnieuw zichtbaar maakt.

Vivian Maier liet duizenden beelden achter voordat de wereld haar werkelijk zag. Ik hoef gelukkig niet te wachten tot iemand mij later ontdekt. Ik heb mijzelf ontdekt in het systeem.

Ik opende dus indirect mijn eigen museum en jaarkaart als archief.
Ik schrijf elke dag zelf mijn naam onder mijn eigen werk.


Ik was dus op zoek naar celle zuster Silvia Koning Lindeboom — en zij komt steeds duidelijker in beeld.

Wat en waar geloof ik nog in dacht ik bij mezelf?

Ik ben dus op zoek naar mensen die ook dwars door zee durven te gaan en bestuurders verantwoordelijk te houden voor de polis registratie die zij beheren.

Niet om het systeem machtiger te maken,
maar om het eerlijker, transparanter en gelijkwaardiger te besturen.

De bron begon te zoeken en te graven.

Lodewijk Ernst Visser (Amersfoort, 21 augustus 1871 – Den Haag, 17 februari 1942) was een Nederlandse jurist en de eerste Joodse president van de Hoge Raad der Nederlanden.

Zij die mijn cassatie hebben afgedaan met artikel 80 A RO in 2025 in landsbelang.

Het ultieme geheim

Emet

Hij promoveerde in 1894 op een proefschrift over de territoriale zee, werd rechter en trad in 1915 toe tot de Hoge Raad.

In 1939 benoemde koningin Wilhelmina hem tot president. 

Na de Duitse bezetting werd hij in november 1940 vanwege zijn Joodse afkomst uit zijn ambt gezet. De overige leden van de Hoge Raad protesteerden daar niet openlijk tegen. Dat stilzwijgen geldt als een van de donkerste hoofdstukken uit de geschiedenis van het hoogste Nederlandse rechtscollege.

Zijn opvolger werd:

Johannes van Loon (1888–1975)

Johannes, ook Jan, van Loon werd op 5 september 1888 in Veere geboren en overleed op 10 september 1975 op Curaçao. Hij studeerde rechten aan de Universiteit Leiden en bouwde vervolgens een loopbaan op binnen de rechterlijke macht. Hij was Nederlands-hervormd en getrouwd met Anna Winkel. 

Zijn naam is vooral verbonden met een van de meest omstreden perioden uit de geschiedenis van de Hoge Raad.

President tijdens de Duitse bezetting

Nadat de Joodse president Lodewijk Ernst Visser door de bezetter uit zijn ambt was verwijderd, benoemde rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart Van Loon op 23 juli 1941 tot president van de Hoge Raad.

Hij bekleedde die functie tot 1944. Zijn benoeming was dus geen normale opvolging binnen een vrije rechtsstaat, maar vond plaats onder Duits bezettingsbestuur. 

Arthur Seyss-Inquart

Arthur Seyss-Inquart (1892–1946) was een Oostenrijkse jurist, nazibestuurder en veroordeelde oorlogsmisdadiger. Tijdens de Duitse bezetting was hij van 1940 tot 1945 rijkscommissaris van Nederland: de hoogste civiele vertegenwoordiger van Hitler in het bezette land. 

Voor zijn komst naar Nederland speelde hij een belangrijke rol bij de Duitse annexatie van Oostenrijk in 1938. Hij was korte tijd bondskanselier van Oostenrijk en ondertekende vervolgens de wet waarmee Oostenrijk onderdeel werd van nazi-Duitsland. Later werkte hij ook binnen het Duitse bezettingsbestuur in Polen. 

Zijn macht in Nederland

Seyss-Inquart stond vanaf mei 1940 aan het hoofd van het Duitse burgerlijke bezettingsbestuur. Hij rapporteerde rechtstreeks aan Hitler en droeg verantwoordelijkheid voor onder meer:

  • de nazificatie en economische uitbuiting van Nederland;
  • de vervolging, beroving en deportatie van Joodse Nederlanders;
  • gedwongen arbeid in Duitsland;
  • gijzelingen, represaillemaatregelen en executies;
  • het uitschakelen van politieke partijen, persvrijheid en democratisch bestuur.

Hij probeerde Nederland aanvankelijk geleidelijk voor het nationaalsocialisme te winnen. Toen dat mislukte en het verzet groeide, werd het bezettingsregime steeds gewelddadiger. 

Verbinding met de Hoge Raad

Seyss-Inquart was de bezettingsautoriteit onder wie de Joodse president van de Hoge Raad, Lodewijk Ernst Visser, uit zijn functie werd verwijderd. Ook werd Johannes van Loon tijdens de bezetting tot president van de Hoge Raad benoemd.

Daarbij is een belangrijke historische nuance nodig: Van Loon werd niet eenvoudigweg door Seyss-Inquart persoonlijk als opvolger gekozen. Benoemingen vonden plaats binnen het door de Duitse bezetter beheerste staatsapparaat en droegen daardoor geen normale democratische legitimiteit. De bezetter had eerst de rechtmatige president vanwege zijn Joodse afkomst uitgesloten en vulde daarna de vrijgekomen positie binnen zijn eigen machtsstructuur.

Proces en doodstraf

Na de bevrijding werd Seyss-Inquart tijdens het Proces van Neurenberg vervolgd. Hij werd schuldig bevonden aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Op 16 oktober 1946 werd hij geëxecuteerd. 

Zijn geschiedenis laat zien wat er kan gebeuren wanneer regels en instituties formeel blijven functioneren, maar ondertussen onder controle staan van een onrechtmatig en mensonterend regime:

Een benoeming kan administratief geldig lijken, terwijl de stoel waarop iemand plaatsneemt eerst door vervolging en uitsluiting is leeggemaakt.

De ontbrekende lijn in de geschiedenis

Verzoeker Naturalisatie wet 13 januari 1951 Mijn opa Peter Mathias Bongartz Goch 1906 en mijn oma Nellie Aldenhoven.

In januari 1951, toen bijvoorbeeld naturalisatiewetten en andere naoorlogse rechtszaken werden behandeld, waren de verhoudingen dus:

Koningin Juliana was staatshoofd geboren in 1906 ( toen verdween mijn overgrootmoeder Anna Janssen uit Ottersum na de geboorte van een dochter.
Willem Drees leidde de regering.


Jan Donner was president van de Hoge Raad. Jan Donner was bovendien de grootvader van de latere minister en vicepresident van de Raad van State Piet Hein Donner. 

Piet Hein Donner – historie

Jan Pieter Hendrik “Piet Hein” Donner werd op 20 oktober 1948 in Amsterdam geboren. Hij is jurist, voormalig CDA-politicus en bestuurder. Sinds december 2018 draagt hij de eretitel minister van Staat. 

Familie van juristen

Piet Hein Donner komt uit een invloedrijke protestants-juridische familie:

  • Zijn grootvader Jan Donner was minister van Justitie en van 1947 tot 1961 president van de Hoge Raad.
  • Zijn vader André Donner was hoogleraar staatsrecht en rechter bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
  • Zijn oom Jan Hein Donner was schaakgrootmeester en schrijver.

De familiegeschiedenis verbindt daarmee politiek, rechtspraak, staatsrecht en openbaar bestuur over meerdere generaties. 

Opleiding en ambtelijke loopbaan

Donner studeerde rechten aan de Vrije Universiteit Amsterdam en volgde daarna een juridische vervolgopleiding aan de University of Michigan. Vervolgens werkte hij als jurist en ambtenaar, onder meer bij het ministerie van Economische Zaken, de Tweede Kamer en het ministerie van Justitie.

Van 1990 tot 1997 was hij verbonden aan de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Vanaf 1993 was hij voorzitter van die raad. Eind 1997 werd hij lid van de Raad van State. 

Minister van Justitie

Van 22 juli 2002 tot 21 september 2006 was Donner minister van Justitie in de kabinetten-Balkenende I, II en III.

Zijn ministerschap stond onder meer in het teken van terrorismebestrijding, vreemdelingenbeleid, criminaliteitsbestrijding en hervormingen binnen politie en justitie.

In september 2006 trad hij af na een kritisch rapport over de brand in het cellencomplex op Schiphol-Oost, waarbij elf mensen omkwamen. Hij aanvaardde daarmee politieke verantwoordelijkheid, ook al had hij de brand niet persoonlijk veroorzaakt. 

Sociale Zaken en Binnenlandse Zaken

Na een korte periode als Tweede Kamerlid werd Donner in 2007 minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Cruciaal zo blijkt:Hij bleef dat tot oktober 2010. En was dus betrokken bij het klein koninklijk besluit artikel 176 van 28 april 2010 en de wijziging fiscale regels private aov brief 10 september 2010.

Daarna werd hij minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het eerste kabinet-Rutte.

In die functies hield hij zich bezig met arbeidsmarktbeleid, sociale zekerheid, pensioenen, ambtenarenzaken, bestuur en de inrichting van de overheid. 

Vicepresident van de Raad van State

Van 1 februari 2012 tot 1 november 2018 was Donner vicepresident van de Raad van State. Hoewel de koning formeel voorzitter is, geeft de vicepresident in de dagelijkse praktijk leiding aan dit belangrijke staatsorgaan.

De Raad van State adviseert regering en parlement over wetsvoorstellen en is daarnaast de hoogste algemene bestuursrechter. Donner bevond zich daardoor opnieuw op het snijvlak van wetgeving, bestuur en rechterlijke controle. 

Bij zijn afscheid werd de Piet Hein Donner Scriptieprijs ingesteld. Deze prijs stimuleert onderzoek naar de grondslagen en het functioneren van de democratische rechtsstaat. 

De Hoge Raad & de Bataafse Bananen Republiek

De geschiedenis schrijft:

Jan Donner
minister van Justitie en president van de Hoge Raad – De vrouw van Jan Donner was Golida Wilhelmina van den Burg, roepnaam Go.

Zij trouwden op 13 juni 1916 in Amersfoort en kregen samen zes kinderen: drie zoons en drie dochters.

Jan Donner en Golida Wilhelmina van den Burg kregen drie dochters. Van één dochter heb ik de identiteit betrouwbaar kunnen bevestigen:

  • Gijsbertha Gerarda Donner — geboren op 31 juli 1924 in Den Haag. Zij trouwde in 1952 met Jan van Haeringen, later burgemeester van Baarn. 
  • In Baarn zit namelijk de bekendste opleider is NIBE-SVV⁠, dé brancheopleider voor het bank-, verzekerings- en effectenbedrijf. Zij verzorgt onder meer opleidingen voor:
    Assurantie A
    Schadeverzekeringen
    Personenschade
    Pensioen en levensverzekeringen
    Acceptatie
    Wft-opleidingen en permanente educatie 
    Historisch is vooral de SVV (Stichting Vakontwikkeling Verzekeringsbedrijf) van belang. Deze werd in 1950 opgericht door ongeveer vijftig organisaties uit de verzekeringsbranche.
  • In 1999 fuseerde SVV met het NIBE tot NIBE-SVV. 

Kroniek van Jan Donner en zijn drie zonen

Jan Donner en Golida Wilhelmina van den Burg kregen zes kinderen: drie zoons.

  1. Andreas Matthias “André” Donner (1918–1992) — staatsrechtgeleerde, hoogleraar en Europees rechter. Hij was de vader van Piet Hein Donner.
  2. Reynout Donner — medicus en hoogleraar aan de Vrije Universiteit.
  3. Johannes Hendrikus “Jan Hein” Donner (1927–1988) — schaakgrootmeester, schrijver en publicist. Hij was het vijfde kind van het gezin. 
The Queen S Gambit

Zij was onder anderen de moeder van André Donner en Jan Hein Donner. 

↓

André Donner
staatsrechtgeleerde en Europees rechter. De vrouw van André Donner was Dina Antonia Mulder, roepnaam Dien.

Zij trouwden in 1946 en kregen samen negen kinderen. Zij was onder anderen de moeder van Piet Hein Donner. 

↓

Piet Hein Donner
minister en vicepresident van de Raad van State – Piet Hein Donner trouwde op 23 juni 1973 in Amstelveen. Openbare gezaghebbende biografieën vermelden wel het huwelijk en hun drie zoons, maar noemen de naam van zijn echtgenote niet. Ook in een uitvoerig afscheidsinterview wordt zij alleen aangeduid als “zijn echtgenote” of “mijn vrouw”. 

Maar tussen deze generaties ontbreken de vrouwen die hen droegen, baarden, opvoedden en mede vormden.

Geen enkele familielijn loopt uitsluitend van man naar man.

Elke man komt uit het lichaam van een vrouw.
Zonder haar kan zijn zaad niet tot leven en bloei komen. 🌼

Waarom worden in onze geschiedenisboeken vooral de functies, titels en macht van mannen doorgegeven, terwijl de vrouwen aan de oorsprong van diezelfde lijn vaak naamloos blijven?

De vrouw was niet slechts de echtgenote of moeder naast de bestuurder. Zij was de lichamelijke en menselijke bron waaruit ook de rechter, minister en staatsman ontstond.

Daarom hoort bij de vraag:

Beschermt een zorgvuldig ontworpen regel in de praktijk ook de mens voor wie die regel is gemaakt?

nog een fundamentelere vraag:

Erkent het recht ook de vrouw uit wier lichaam iedere wetgever, bestuurder en rechter is voortgekomen?

Wie zijn oorsprong werkelijk begrijpt, gebruikt geen macht om vrouwen te vernederen, uit te sluiten of geweld aan te doen.

Refresh your mind

Hij die beseft dat geen samenleving, rechtsstaat of familielijn zonder haar kan voortbestaan is een groot man.

De vrouw is geen voetnoot in de geschiedenis van de rechtsstaat.
Zij is haar eerste broncode. X

Mijn achter gehouden brief aan de tweede kamer.
Mijn achtergehouden brieven aan de koning

Minister van Staat

Op 21 december 2018 werd Donner benoemd tot minister van Staat. Dat is een eretitel voor personen met een uitzonderlijke staat van dienst. Ministers van Staat kunnen de koning of de regering adviseren bij bijzondere constitutionele of politieke kwesties. 

Van wie ben ik er een? Piet Heijn

Zeg het maar!

In 1975 namen mijn ouders een AGO assurantieportefeuille over. Voor zover nu bekend, werd de onderneming aanvankelijk als eenmanszaak gedreven. Op een later moment is de onderneming omgezet in een vennootschap onder firma (VOF), waardoor beide vennoten gezamenlijk de onderneming voerden volgens de destijds geldende regels van het Nederlandse Wetboek van Koophandel.

Ik sloot mijn verzekeringen af via hem af in een tijd waarin mij zekerheid en sociale zekerheid werd beloofd.

Ik betaalde premie als zelfstandig ondernemer. Mijn beroep, arbeidsvermogen en toekomstig inkomen vormden de basis van de afspraken. Toen mijn gezondheid wegviel, had mijn verzekerde recht bescherming moeten bieden.

  • In 1975 bestond er geen wettelijke bepaling die verbood dat een vrouw ondernemer of kostwinner was. Vrouwen konden een eenmanszaak hebben, vennoot zijn in een VOF en verzekeringen op hun eigen naam afsluiten.
  • Wel was de praktijk vaak anders. Banken, verzekeraars en andere instellingen gingen er regelmatig vanuit dat de man het hoofd van het gezin of de belangrijkste kostwinner was. Dat was vaak een gevolg van maatschappelijke gewoonten en interne procedures, niet van een wettelijke regel. 
  • Zo verdween ik langzaam via het woord bank / periodieke schade uitkering uit het systeem.
https://repository.tilburguniversity.edu/server/api/core/bitstreams/3f8a5402-3729-4452-a621-358337a911a6/content

Maar tijdens en na de financiële crisis veranderde het landschap in een Polismaffia.

Welke rechtspersoon was gekoppeld aan de loonheffingennummers [nummer 1] en [nummer 2], vanaf welke datum, op wiens aanvraag zijn deze nummers geregistreerd en onder welke naam, RSIN en sector- of inkomenskwalificatie zijn mijn uitkeringen aangeleverd?

Welkom bij de enigma: Periodiek

Banken werden gered, verzekeraars werden samengevoegd, concerns werden opgesplitst en ondernemingen kwamen tijdelijk onder staatsinvloed. Portefeuilles verhuisden, merknamen verdwenen en administraties werden overgezet naar nieuwe computersystemen.

De Belastingdienst verwerkte uitkeringen volgens fiscale categorieën die niet altijd zichtbaar maakten waar het recht oorspronkelijk vandaan kwam.

Voor de financiële instellingen waren dit reorganisaties, overnames en systeemwijzigingen.

Voor mij ging het om mijn inkomen en bestaanszekerheid.

Mijn polis bleef op papier bestaan, maar rondom dat verzekerde recht ontstond een keten van partijen:

banken financierden en herstructureerden ondernemingen;
verzekeraars beheerden de polis en beoordeelden de uitkering;
intermediairs stonden tussen mij en de verzekeraar;
bestuurders bepaalden beleid, kosten en risicobeheer;
softwareleveranciers vertaalden mijn situatie naar codes;
de Belastingdienst bepaalde de fiscale verwerking;
de overheid veranderde regels en greep in bij financiële instellingen.

Iedere partij beheerde slechts een onderdeel.

Daardoor werd het voor mij steeds moeilijker om vast te stellen wie werkelijk verantwoordelijk was wanneer gegevens, kwalificaties of betalingen veranderden.

De verzekeraar kon verwijzen naar fiscale regels.

De Belastingdienst kon verwijzen naar de aangeleverde gegevens.

De tussenpersoon kon verwijzen naar de verzekeraar.

Een nieuwe onderneming kon verwijzen naar een oude administratie.

En het computersysteem gaf maar geen antwoord.

Think Again

Zo ontstond mijn ervaring van zelwillekeur: niet noodzakelijk doordat één persoon bewust tegen mij besloot, maar doordat verschillende organisaties ieder hun eigen regels, belangen en definities toepasten, terwijl niemand het volledige gevolg voor mijn leven overzag.

Stadhuis Middelburg

Het spel veranderde, maar ik kon niet van tafel

Ik kon mijn gezondheid niet terughalen.

Ik kon mijn oorspronkelijke beroep niet opnieuw uitoefenen.

Ik kon niet zomaar overstappen naar een nieuwe verzekeraar, omdat het verzekerde risico al was ingetreden.

De instellingen konden reorganiseren, fuseren en systemen vervangen.

Ik bleef afhankelijk van de bestaande polis, de juiste toepassing van de voorwaarden en de gegevens die anderen over mij registreerden.

Amesfoort 26 oktober 2021

Daar zit de machtsongelijkheid:

De instellingen konden hun organisatie veranderen. Ik kon mijn verzekerde werkelijkheid niet vervangen.

Wanneer een besluit onduidelijk was, moest ik bewijzen dat mijn beroep, mijn polis en mijn verzekerde recht werkelijk bestonden. Ik moest documenten bewaren uit een periode waarin de betrokken ondernemingen inmiddels van naam, eigenaar of structuur waren veranderd.

Mijn afhankelijkheid ontstond daarom niet alleen door mijn ziekte.

De geheime leer van het periodieke systeem

De regels stonden misschien niet allemaal op mijn polis.

Ze leefden in bestuurskamers, fiscale tabellen, softwarecodes, portefeuilles en administratieve overdrachten.

Banken kenden hun kapitaalregels.
Verzekeraars kenden hun rekenmodellen.
Intermediairs kenden de route van de polis.
De Belastingdienst kende de code van de betaling.

Maar ik kende alleen de belofte waarvoor ik premie had betaald:

bescherming wanneer mijn lichaam het werk niet meer kon dragen.

Toen mijn verzekerde jaarrente periodiek werd uitgekeerd, begon de geheime leer van het systeem:

de betaalwijze werd zichtbaar,
maar de oorsprong van mijn recht raakte uit beeld.

Wat voor de instellingen dagelijkse administratie was, werd voor mij een levenslang raadsel.

De Klokkenluider van Notre-Dame luidt daarom niet tegen kennis, maar tegen kennis die uitsluitend binnen de muren van de macht wordt bewaard.

Amersfoort 26 oktober 2021

Meer weten over kunst & cultuur?

Soms begint een ontdekking niet in een museumzaal, maar in een straatnaam, een beeld, een gevel of een onverwacht kunstwerk.

In Amersfoort lopen geschiedenis en hedendaagse kunst moeiteloos in elkaar over. Van Museum Flehite tot de straat Achter de Heilige Geest: iedere hoek vertelt een nieuw verhaal.

  • Museum Flehite – het stadsmuseum van Amersfoort, gevestigd in drie middeleeuwse huizen. Hier vind je kunst, archeologie en de geschiedenis van de stad.
  • Achter de Heilige Geest – een historische straat in de oude binnenstad, vlak bij Museum Flehite.
  • Melati-monument – een kunstwerk ter herinnering aan de slachtoffers van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog.
  • Beelden in de museumtuin – hedendaagse sculpturen die een mooi contrast vormen met de historische omgeving.
  • Het portret op de middelste foto lijkt een street-art of collagekunstwerk.
  • De rode boei en het bord “ZITGELUK” geven de wandeling een speels karakter en laten zien hoe kunst ook buiten musea aanwezig is.

Voor iemand die van erfgoed én verhalen houdt, is Amersfoort een inspirerende stad. De combinatie van middeleeuwse straatjes, monumenten en hedendaagse kunst nodigt uit om niet alleen naar gebouwen te kijken, maar ook naar de verhalen die ze vertellen.

Kijk niet alleen naar wat je ziet, maar vraag je af: welk verhaal schuilt hierachter? Dat is waar kunst en erfgoed elkaar ontmoeten.

Zo wordt cultureel erfgoed overgedragen: niet alleen van hand tot hand, maar ook van verhaal tot verhaal. Wie de collectie beheert, bepaalt mede wat wordt bewaard, wie wordt genoemd en welke geschiedenis zichtbaar blijft.

De heilige graal “het bestuur van Nedasco “

Bestuurders en directie van Nedasco als volmachtbedrijf

Nedasco B.V. is een serviceprovider en gevolmachtigd agent. Het bedrijf kan namens aangesloten verzekeraars onder meer risico’s accepteren, polissen opmaken, premies incasseren en schade behandelen. Nedasco staat ingeschreven onder KvK-nummer 20035000 en AFM-nummer 12006531. 

Op basis van openbaar toegankelijke bronnen kan ik deze directieleden reconstrueren:

Algemeen directeuren en CEO’s

Robin van den Burg
Algemeen directeur van Nedasco vanaf omstreeks 2007/2008 tot 1 mei 2011. In april 2008 werd bekendgemaakt dat hij per 1 juli dat jaar algemeen directeur van het toenmalige assuradeurenbedrijf Nedasco werd. 

Tim Schoonbergen
Algemeen directeur en later CEO van Nedasco van 1 mei 2011 tot 1 juli 2024. Hij volgde Robin van den Burg op. Onder zijn leiding bleef Nedasco actief als serviceprovider en gevolmachtigd agent; in 2021 sprak hij bijvoorbeeld namens Nedasco bij de verkrijging van een volmacht van HDI Global Specialty. 

Aris Ruitenbeek
COO van Nedasco en vanaf 1 juli 2024 tijdelijk waarnemer van de taken van Tim Schoonbergen. De openbare bron noemt hem niet uitdrukkelijk statutair bestuurder, maar wel als degene die de CEO-taken waarnam. 

Jan van der Struik
In juli 2026 benoemd tot CEO van zowel Nedasco als VKG en tot directeur Property & Casualty binnen D&S Group. 

Andere directieleden of beleidsbepalers

Tijs Benerink
Directeur IT & Programmamanagement bij Nedasco. Hij was onder meer verantwoordelijk voor de overgang naar een geïntegreerd digitaal verzekeringsplatform. Dit is een directiefunctie, maar uit de openbare bron blijkt niet dat hij statutair bestuurder van Nedasco B.V. was. 

Fiolijn van Dijk
Manager Inkomen en in openbare publicaties verantwoordelijk voor inkomens- en verzuimdienstverlening. Zij wordt niet als algemeen of statutair directeur vermeld. 

Marco Pos
Tot september 2020 manager Zorg & Inkomen. Ook dit is een managementfunctie en geen aangetoonde statutaire bestuursfunctie. 

Bovenliggende bestuurders

Nedasco was lange tijd een dochteronderneming van Aegon Nederland.

Nedasco begon volgens de eigen bedrijfsgeschiedenis al in de jaren vijftig als huisvolmacht van Assurantiemakelaar Kamerbeek in Amersfoort.

Achter Assurantiemakelaar Kamerbeek en de vroege ontwikkeling van Nedasco zijn maar enkele personen publiek goed terug te vinden.

De duidelijkste naam is:

Drs. C. Kamerbeek
Hij wordt in historische bronnen genoemd als directeur van de Kamerbeek Groep in Amersfoort.

De Kamerbeek Groep was actief in onder meer assurantiebemiddeling en vastgoed.

Van voetnoot naar Fundament

In de jaren tachtig was hij daarnaast penningmeester van Museum Flehite en betrokken bij de ingewikkelde financiële en bestuurlijke structuur rond de Mariënhof.

Cellezusters

Zij rekenden niet in rendement, reserves of risico’s.
Zij zagen de zieke, de stervende en de mens die zorg nodig had.
Hun kapitaal was nabijheid.
Hun bestuur was verantwoordelijkheid.
Hun balans was de waardigheid van het leven.

De bron noemt hem zelfs het brein achter die structuur. Zijn volledige voornaam heb ik in de geraadpleegde openbare bronnen nog niet betrouwbaar kunnen vaststellen. 

Van Mariënhof naar Nedasco

De ene geschiedenis laat zien hoe ondernemers hun naam verbonden aan kunst, vastgoed en erfgoed. De andere laat zien hoe een vrouwelijke ondernemer haar naam juist moest blijven verdedigen tegenover de systemen die haar verzekerde vermogen beheerden.

De fusie tussen AGO Holding N.V. en ENNIA N.V. vond plaats in 1983. De oorspronkelijke fusieovereenkomst werd op 18 oktober 1983 gesloten. Uit de combinatie ontstond AEGON N.V.; ENNIA N.V. kreeg daarbij de nieuwe naam AEGON N.V. 

AEGON- Meet de heer en mevrouw Lindeboom

Waar moderne verzekeraars administraties migreren en bedrijfsnamen verdwijnen, bewaart De Verzekeringskamer de polissen, voorwerpen en verhalen die laten zien hoe het systeem is ontstaan.
Het bronzen beeldje als overdracht bezit.

De Verzekeringskamer in Doorn

Deze collectie bevat onder meer:

  • oude polisdocumenten en verzekeringsvoorwaarden;
  • vakboeken en tijdschriften;
  • reclamemateriaal en relatiegeschenken;
  • kantoorvoorwerpen van verzekeraars en makelaars;
  • afzonderlijke presentatiekasten voor verschillende verzekeringsmaatschappijen;
  • een historische Lloyd’s-underwritingbox. 

Na de overname van Aegon Nederland door a.s.r. in juli 2023 kwam Nedasco binnen het onderdeel Distribution & Services van a.s.r. te vallen. 

Binnen die bovenliggende structuur waren onder meer relevant:

Jaap Eringa
CEO van Distribution & Services bij a.s.r. tot zijn pensionering eind 2024. Nedasco viel vanaf 2023 onder dit onderdeel. 

Janwillem Fidder
Vanaf 1 januari 2025 CEO van Distribution & Services Holding a.s.r., als opvolger van Jaap Eringa. 

Voor mijn reconstructie

De voorlopig aantoonbare bestuurlijke lijn is:

Robin van den Burg
→ Tim Schoonbergen
→ Aris Ruitenbeek, waarnemend
→ Jan van der Struik

Met daarboven achtereenvolgens:

Aegon Nederland
→ na 4 juli 2023 a.s.r. / Distribution & Services
→ vervolgens de bredere D&S Group-structuur waarin Nedasco en VKG gezamenlijk worden geleid.

Belangrijk onderscheid: een algemeen directeur, CEO of manager is niet automatisch een statutair bestuurder. Voor een juridisch volledige lijst met alle statutaire bestuurders, hun exacte inschrijf- en uitschrijfdata en eventuele bestuursvennootschappen is een historisch KvK-uittreksel van Nedasco B.V., KvK 20035000, nodig. De openbare bronnen geven vooral de operationele directie weer, niet noodzakelijk iedere formeel ingeschreven bestuurder.

Zij ontstond ook doordat mijn inkomen afhankelijk werd van beslissingen die werden genomen in bestuurskamers, fiscale systemen en administratieve ketens waarop ik zelf nauwelijks invloed had.

Mijn centrale vraag

Niet:

Wie heeft een deel van mijn geld gestolen?

Maar:

Wie droeg de verantwoordelijkheid om mijn oorspronkelijke verzekerde recht te bewaken toen banken, verzekeraars, overheden en administraties veranderden?

En wanneer verschillende instanties verschillende werkelijkheden over mij vastlegden:

Wie beschermde mij dan tegen de ruimte tussen die systemen?

Mijn bedrage Wandkleed Slavernij Verleden

Mijn verzekerde recht mocht worden uitgevoerd, belast en geadministreerd.

Maar het mocht niet onherkenbaar worden gemaakt.

De crisis mocht ondernemingen veranderen.

Niet de oorsprong van mijn recht.

Zij konden het financiële systeem opnieuw inrichten.
Maar zij mogen mijn geschiedenis niet herschrijven.

Hoeveel onbetaalde uren moet een vrouw nog maken voordat bestuurders haar betaalde arbeid, verzekerde beroep en opgebouwde rechten erkennen?

Ik heb mensen verbonden, sociaal isolement bestreden, verhalen vastgelegd en grenzen zichtbaar gemaakt. Niet om opnieuw als vrijwilliger buiten de administratie te verdwijnen, maar om als zelfstandig mens en voormalig ondernemer rechtmatig te worden gezien.

Erkenning is geen beloning voor gehoorzaamheid.
Het is een recht dat bestuurders niet eindeloos mogen uitstellen.

Vivian en Jan: hoeveel bewijs is nog nodig voordat het zwarte schaap niet langer als probleem wordt behandeld, maar wordt gehoord als degene die het systeem durfde te bevragen?

https://sheisonlinelifestyleguide.com/2017/05/16/doe-iets-op-eigen-kracht-een-reportage-van-en-voor-dappere-amsterdammers/
https://sheisonlinelifestyleguide.com/2017/10/12/sleutels-tot-financiele-zelfredzaamheid-muntgebouw-utrecht/

Van Nedasco naar Montancourt

Bij Nedasco begon de zoektocht naar de route van mijn verzekerde recht.

Een route van polissen, volmachten, intermediairs, administraties en bestuurders. Een wereld waarin mijn arbeid als vrouwelijke ondernemer werd vertaald naar premie, risico, dossiernummer en periodieke uitkering.

Bij Montancourt begon de terugkeer.

Niet naar een systeem, maar naar een huis.
Niet naar een code, maar naar een geschiedenis.
Niet naar anonieme administratie, maar naar zichtbaar erfgoed.

Nedasco staat in mijn verhaal voor de plaats waar mijn verzekerde bestaan onderdeel werd van een keten die ik zelf niet kon overzien.

Montancourt staat voor de plaats waar ik mijn naam, stem en geschiedenis opnieuw bijeenbreng.

De lijn is daarom niet alleen geografisch of bedrijfsmatig:

Van het volmachtkantoor dat mijn verzekerde recht administreerde,
naar het monument waar ik mijn eigen verhaal weer beheer.

Bij Nedasco werd mijn leven gelezen door systemen.

In Montancourt lees ik de systemen terug.

Daar onderzoek ik wie mijn polis beheerde, wie mijn beroep codeerde, wie mijn geldstroom verwerkte en wie verantwoordelijkheid droeg toen banken, verzekeraars en intermediairs van eigenaar, naam en structuur veranderden.

Dé oesterkoningin van Nederland

Montancourt is daarmee meer dan mijn woning of B&B.

Het is mijn onafhankelijke archief.
Mijn onderzoeksruimte.
Mijn getuigenis.
Mijn plaats van herstel.

Van Nedasco naar Montancourt

Hoe een vrouwelijke handelaar haar verzekerde recht volgde door een doolhof van volmachten en bestuurskamers — en in een huis uit 1596 haar eigen naam weer boven het dossier plaatste.

Nr ketting 912758 Nedasco

De link met Vivian Buijs-Tabbers

Vivian Buijs-Tabbers vormt in mijn onderzoek geen bewezen persoonlijke schakel in mijn dossier, maar wel een opvallende bestuurlijke verbinding tussen verschillende delen van de verzekeringsketen.

Haar loopbaan begon bij Aegon, de verzekeraar waaronder ook de historische portefeuille van mijn ouders terechtkwam.

Later werkte zij bij VIVAT, de organisatie waarin de verzekeringsactiviteiten van SNS REAAL werden ondergebracht.

Vanaf 2021 maakte zij deel uit van de directie van VKG, een volmacht- en servicebedrijf dat tegenwoordig, net als Nedasco en SuperGarant, onderdeel is van D&S Group.

Sinds mei 2026 is zij bestuurder en algemeen directeur van SuperGarant.

De bestuurlijke lijn is daarmee:

Aegon → VIVAT → VKG → SuperGarant/D&S Group

Mijn eigen verzekeringsgeschiedenis raakt eveneens aan namen uit deze wereld:

AGO/ENNIA–Aegon → REAAL/VIVAT → intermediairs en volmachtbedrijven → Nedasco-dossier 912758

Dat betekent niet meteen dat Vivian persoonlijk mijn polis heeft behandeld of besluiten over mijn uitkering heeft genomen. Daarvoor heb ik geen bewijs. Haar loopbaan laat wel zien hoe bestuurders zich door dezelfde financiële en verzekeringstechnische infrastructuur bewegen waarin oude portefeuilles, polisgegevens en verzekerde rechten worden beheerd.

Daarom richt ik mijn uitnodiging aan haar niet als beschuldiging, maar als bestuurlijke vraag:

Hoe bewaakt een bestuurder binnen een moderne volmachtgroep de oorsprong en menselijke betekenis van een verzekerde positie die door meerdere verzekeraars, fusies, systemen en administraties is gereisd?

Van Nedasco naar Montancourt

Jan van der Struik vertegenwoordigt de huidige leiding van Nedasco en VKG. Vivian Buijs-Tabbers kent vanuit haar loopbaan verschillende kanten van dezelfde keten: verzekeraar, VIVAT, volmachtbedrijf en groepsbestuur.


In mijn onderzoek naar onder meer Heilbron, Voogd & Voogd, Alpina Group en Five Arrows is dat precies het onderscheid dat belangrijk is:
De polis = mijn contractuele rechten.
De beheerorganisatie = kon dus door fusies, overnames of private-equity-investeringen veranderen.
De administratie = kon dus worden samengevoegd of gemigreerd naar nieuwe systemen.

In Montancourt reconstrueer ik wat binnen die keten met mijn verzekerde geschiedenis gebeurde.

Niet om personen bij voorbaat verantwoordelijk te verklaren, maar om bestuurders uit te nodigen verantwoordelijkheid te nemen voor het systeem dat zij nu leiden.

Nedasco beheerde de route van mijn polissen.
In Montancourt beheer ik opnieuw de betekenis van mijn leven.

Ik ben namelijk gestopt met in stilte pijn te lijden!

Liefs Silvia

Rijk & Revolutionair

Uitgelicht

Wetboek 9

Een onderzoek naar wie ik ben

Tijdens Dag van het Kasteel, op 25 mei 2026, hebben wij tegen een kleine bijdrage in Montancourt Middelburg, bezoekers ontvangen die oprecht geraakt waren door het liefdesverhaal van het huis, de geschiedenis van Middelburg en de verhalen over de families die hier leefden en nu leven.

Over dit woon – object

De locatie bevindt zich in hartje Middelburg en maakt deel uit van het historisch en cultureel erfgoed van Zeeland. De plek kent een gelaagde geschiedenis waarin wonen, werken en maatschappelijke ontwikkelingen samenkomen.

Het huis wordt deels gebruikt als bed & breakfast, en ook voor hedendaagse culturele context, met aandacht voor erfgoed vanuit moederschap bekeken, betekenisgeving en publiek engagement.

Mijn tijd loopt ras….

Handelsgeest = Menselijk vermogen × Vertrouwen × Kennis × Samenwerking.

Achter de voordeur van Geluk

Waar blijft Wetboek 9?

Vrijheid – Identiteit – Erkenning

Nog vóór een mens wordt geregistreerd, bestaat zij. Nog vóór een naam in een register verschijnt, leeft er natuurlijk persoon met een lichaam, een geest en een uniek verhaal.

Een samenleving die vrijheid wil beschermen, moet ook haar identiteit erkennen. Niet alleen als administratief gegeven, maar als de unieke mens achter ieder dossier, iedere polis, iedere handtekening en ieder nummer.

Vrijheid is het recht om als zelfstandig mens te bestaan. Identiteit is de samenhang van lichaam, geest, afkomst, ervaringen, arbeid, liefde en verantwoordelijkheid. Erkenning is de bereidheid van de samenleving om die mens werkelijk te zien.

Wetboek 9 begint daarom niet bij bezit, vermogen of bestuur, maar bij de persoon het intellectuele eigendom zelf.

Geen mens mag worden gereduceerd tot een nummer, een product, een polis, een dossier of een economische waarde.

Een rechtvaardige samenleving erkent dat ieder mens drager is van een eigen geschiedenis, waardigheid en toekomst.

Vrijheid geeft ruimte. Identiteit geeft betekenis. Erkenning geeft bestaansrecht. Dat is de grondslag van Wetboek 9 die het intellectueel eigendomsrecht bepaalt.

“Zolang het lichaam dat leven voortbrengt niet volledig wordt erkend, blijft ieder wetboek onvoltooid. Wetboek 9 begint met de erkenning van de scheppende mens.”
— Silvia Lindeboom

Dag van het kasteel bezoek

Onder de bezoekers die dag waren twee bijzondere mensen. Peter de With, hij blijkt lid te zijn van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen in Haarlem, en Jelly Tulner. Tijdens onze ontmoeting ontstond een bijzonder gesprek over geschiedenis, erfgoed, nieuwsgierigheid en de betekenis van persoonlijke verhalen. We sloten af met een open einde…

Ik had in de tussen liggende tijd weer een briljant idee bedacht- De beren van Montancourt.

Lees hier het verhaal Uit in de buurt

…….Enkele weken later ontving ik persoonlijk dit prachtige cadeau: het boek over Keetje Hodshon (1768–1829), Een rijke dame in revolutionaire tijd.

Keetje Hodshon

In het boek schreven zij:

“Als geschenk van de KHMW Haarlem, en getroffen door jouw levensverhaal!
Peter de With, lid KHMW
Jelly Tulner
En dank voor de mooie rondleiding en het verhaal eromheen!”

Gesigneerd

Die woorden betekenen veel voor mij.

Niet alleen omdat het boek gaat over een bijzondere vrouw uit dezelfde historische wereld van koopmansfamilies, regenten en bestuurders waarin ook de families: De la Rue, Rademacher en Knibbe een grote rol speelden, maar vooral omdat het laat zien wat kapitaal en erfgoed via vrouwen en hun netwerk kan voortbrengen.

Gedragen verhalen-Verborgen verleden

Ik ben geboren in Limburg, in Gennep, mijn overgrootmoeder kwam uit Ottersum, ik ben deels opgegroeid in Haps, mijn moeder uit Cuijk en in Den Bosch
lag het Centraal Archief Bijzonder Rechtspleging – Politieke Recherche inventaris 93577 -93580

De dochters van de Dommel – het Heilige Roomse Rijk.

Het historische Hertogdom Limburg ontstond in de middeleeuwen (11e eeuw), maar het lag grotendeels in het gebied van het huidige België. De naam van de huidige Nederlandse provincie is daarvan afgeleid.

Limburg had zo blijkt wel een bijzondere status. Van 1839 tot 1867 was het Nederlandse Limburg tegelijkertijd een provincie van Nederland én het Hertogdom Limburg binnen de Duitse Bond. Dat maakte de provincie staatsrechtelijk uniek.

Limburg was dus een provincie met een uitzonderlijke constitutionele geschiedenis.

Wat betekende dit eigenlijk voor de inwoners vroeg ik aan mijn adviesraad?

Dat had voor families in Limburg grote gevolgen, al merkte niet iedereen dat dagelijks. De bijzondere staatsrechtelijke positie werkte vooral door in bestuur, militaire dienst, handel, belastingen en identiteit.

1. Een dubbele identiteit

Inwoners van Limburg waren:

  • burgers van het Koninkrijk der Nederlanden;
  • maar hun provincie gold internationaal ook als het Hertogdom Limburg binnen de Duitse Bond.

Dat gaf veel Limburgers het gevoel dat zij niet helemaal “Hollands” waren, maar ook een eigen regionale identiteit hadden.

2. Militaire verplichtingen

Een belangrijke reden voor deze constructie was militair. Nadat een deel van Luxemburg verloren ging aan België, moest koning Willem I de Duitse Bond compenseren.

Daardoor konden Limburgse mannen te maken krijgen met verplichtingen die voortvloeiden uit de afspraken binnen de Duitse Bond, naast hun band met Nederland.

3. Handel en economie

Voor kooplieden en boeren kon de ligging juist voordelen bieden.
Limburg lag op het kruispunt van:

  • Nederland,
  • de Duitse staten,
  • België.

Families handelden daardoor vaak over de grens. Veel families hadden bovendien familieleden aan beide kanten van de grens, zeker nadat Limburg in 1839 werd verdeeld.

4. Bestuur en recht

Het dagelijks recht bleef grotendeels Nederlands. Mensen trouwden, erfden, kochten grond en dreven handel volgens Nederlandse wetgeving. De bijzondere status speelde vooral op internationaal en constitutioneel niveau, niet zozeer in het dagelijks leven van een gezin.

5. Familiebanden

Voor veel families betekende de nieuwe grens dat:

  • familieleden ineens in verschillende landen woonden;
  • handelsroutes veranderden;
  • kerkelijke en bestuurlijke banden opnieuw moesten worden ingericht.

De grens liep soms dwars door bestaande sociale en economische netwerken. Deze brief is dus een sterk bewijsstuk van mijn familie als grensfamilie: Limburgs, Nederlands én met Duitse wortels.

  • In 1937 trouwde Bernhard met prinses Juliana en vestigde hij zich in Nederland.
  • Na de Duitse inval in 1940 koos hij de kant van Nederland en de geallieerden.
  • Tijdens de oorlog vervulde hij een belangrijke rol bij de Nederlandse strijdkrachten in ballingschap en werkte hij mee aan de bevrijding van Nederland.  

Wie was de burgemeester van Cuijk tijdens de oorlog? Dat was:

  • Christiaan Johannes Wilhelmus Hermanus Stakenborg
    • Burgemeester van 1943 tot september 1944 (formeel vaak tot 1945 vermeld).
    • Hij was lid van de NSB en werd tijdens de Duitse bezetting benoemd.  
    • Beroep vóór zijn burgemeesterschap: kruidenier (winkelier).
      Huwelijk: in 1932 met Elisabeth Hubertina Louisa van Gennip.  

    • Haar ouders waren volgens de geraadpleegde stamboom:
      Josephus Wilhelmus van Gennip (1881–1950)
      Maria Elisabeth Hubertina Kicken (1887–…)  
      De familienaam Van Gennip is een oude Brabantse en Noord-Limburgse naam. De oorsprong ligt waarschijnlijk bij het dorp Gennep in Noord-Limburg. De naam betekent oorspronkelijk “iemand afkomstig uit Gennep”. Door de eeuwen heen vestigden verschillende takken van de familie zich in onder meer Venlo, Gennep, Boxmeer, Cuijk en omgeving.  
Verzoeker…. Zijn moeder uit Ottersum verdwijnt na het krijgen van een dochter in 1909 – Tevens het jaar dat Juliana werd geboren.

Peter Mathias Bongartz, geboren te Goch (Duitsland) op 22 juni 1906, kwam uit een Nederlandse moeder die tijdelijk in Duitsland verbleven. Hij bezocht daar de lagere school, maar had via zijn moeder regelmatig contact met familie in Nederland.

In 1930 vestigde hij zich voorgoed in Nederland en voelde zich sindsdien Nederlander.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam hij een principieel afwijzende houding tegenover de Duitse bezetters aan. Toen hij in 1944 toch werd gedwongen als schoenmaker in het Duitse leger te werken, verleende hij onderduikers zelfstandig hulp in het brood.

Ook moest hij en mijn oma naar Londen toen de koningin naar Londen moest. Maar de burgemeester van Cuijk hield mijn oma thuis om op de zaak en mijj moeder en haar broertjes en zus te passen.

Mijn oom was makelaar en mij vader werkte eerst voor hem, na een ruzie besloten mijn ouders te verhuizen naar Purmerend waar zij vanaf 1975 een assurantie kantoor begonnen van kleine polissen van een boer uit Warder en veel zaken deden met AGO – ENNIA en later ook met andere maatschappijen zoals Nationale Nederlanden
Onze familie altijd in de voetbalwereld in Cuijk heeft gezeten en onze dochter nu bij Ajax werkt naast haar studie ErgoTherapie

Toeval ? Toeval bestaat zo blijkt!

Een open huis, een gesprek en oprechte nieuwsgierigheid kunnen mensen met elkaar verbinden.

Montancourt Middelburg is voor ons veel meer dan een bed & breakfast en rijksmonument.

Het is een plek waar geloof, geschiedenis opnieuw wordt verteld, waar ontmoetingen ontstaan en waar verhalen uit het verleden nieuwe betekenis krijgen.

Hoop , geloof & liefde

Dat een lid van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen en zijn echtgenote zich zo geraakt voelden door ons verhaal, ervaar ik als een grote eer en een prachtige aanmoediging om dit werk voort te zetten.

Praktijk wetenschap is ook wetenschap zei Peter.

Soms begint een nieuw hoofdstuk niet in een archief of bibliotheek, maar gewoon aan de keukentafel met een ziekte als gemene deler #Sarcoïdose en de geschiedenis van een heel oud huis, waar bijzondere mensen elkaar ontmoeten en gezondheid en geschiedenis weer menselijk en toekomst bestendig wordt.

School of life

De zoek toch naar de waarheid was een lijdensweg.

Terwijl mijn gezondheid achteruitging, bleef een keten van verzekeraars, adviseurs, uitvoerders en andere betrokken organisaties functioneren rondom mijn dossier.

Voor mij voelde het alsof iedereen aan mijn ziekte verdiende, terwijl ikzelf de lichamelijke, emotionele en financiële schade moest dragen als vrouw en kostwinnaar.

“Mijn ziekte werd zo een bladzijde in een dossier. Mijn dossier werd voor hun een verdienmodel. De schade bleef bij mij.”

“Ik was geen mens meer in functie maar een polisblad, een schadepost binnen een spook administratie.

Jarenlang had ik het gevoel dat vooral de gevolgen van mijn ziekte werden behandeld, terwijl niemand investeerde in oorzaak met verdwijnen op 1 april 2027 als gevolg.

Ik onderging onderzoeken, behandelingen en controles. Dat bracht veel stress, onzekerheid en afhankelijkheid met zich mee. Soms voelde het alsof ik vooral een proefkonijn was van een medisch traject, terwijl mijn vragen over het ontstaan van mijn ziekte 19 jaar lang onbeantwoord bleven.

Ik vraag mij nog steeds af of er voldoende aandacht is geweest voor mogelijke beroepsmatige blootstelling en voor de omstandigheden die aan mijn ziekte hebben bijgedragen. Die vraag is het antwoord.

ANIMA FELIX VIVAS – Werd zo een Reisverhaal van mijn / ons leven

“From the floor, I saw it clear. What was fake and what was real.”

Soms moet je eerst vallen om anders te leren kijken. Mijn reis begon niet toen ik ziek werd. Mijn reis begon veel eerder.

Als ondernemer.
Als moeder.
Als mantelzorger.
Als kunstenaar.

Ik bouwde een bestaan op vanuit vertrouwen. In mensen. In systemen. In de toekomst.

Toen veranderde mijn leven.

Mijn lichaam stelde grenzen die ik nooit had voorzien. De wereld van polissen, dossiers en administraties nam het over van de wereld waarin ik gewoon mens was. Maar juist vanaf de grond werd mijn blik helderder.

Ik begon te zien wat echt was. Niet de dossiers. Niet de systemen. Niet de codes.

De bewakers en ooggetuige van mijn levensverhaal

Een massa mensen achter al die registraties.

In mijn keramiek geef ik mijzelf en die mens opnieuw een gezicht.

Op deze vaas staat: Anima Felix Vivas.

Moge je ziel gelukkig leven.

Niet omdat het leven altijd gemakkelijk is. Maar omdat geluk soms ontstaat wanneer je, na alles wat je hebt meegemaakt, weer eigenaar wordt van je eigen verhaal.

Zoals de muziek After the Fall zegt:

“From the floor, I saw it clear.”

Dat is misschien wel de kern van mijn reis. Niet de val heeft mij gevormd.

In plaats van Verzekeraars te laten bloeden voor hun foute producten moest ik bloeden!

Maar wat ik zag toen ik weer opstond.

Mijn reis laat zien hoe een mensenleven zich uitstrekt over generaties van organisaties, administraties en ICT-systemen.

Ondernemers als Gerard Sanderink bouwden mee aan de digitale infrastructuur waarop grote organisaties draaien.

Ik ervaar dat ik, als zelfstandig ondernemer met een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering, niet dezelfde rechtsbescherming heb gekregen als anderen in vergelijkbare omstandigheden.”

Mijn vraag richt zich niet op personen, maar op het systeem: hoe zorgen we ervoor dat achter al die data, processen en registraties de mens zichtbaar blijft?”

Aan mijn dochters heb ik gezegd : wanneer systemen proberen je stem af te nemen, steek dan het licht van de waarheid aan.”

💡

Liefs Silvia

Documentaire – De Pratende Vaas

Uitgelicht

Titel: Het feitenrelaas van een lichaam als vaas / Wetboek 9

  • Wie bepaalt wat een gezond lichaam is?
  • Wie spreekt en of handelt namens het lichaam van de burger?
  • Wanneer wordt zorg bescherming, en wanneer wordt zij controle?
  • Kan een individu eigenaar zijn van haar eigen gezondheid, verhaal en identiteit?

Silvia Koning Lindeboom geeft een lezing via pratende vazen over private AOV-verzekeringen en de verdwijning
In deze lezing spreken de vazen.
Zij vertellen het verhaal van mensen die langzaam veranderen in dossiers, relatienummers en mutaties. Wat gebeurt er wanneer een leven wordt vastgelegd in administratieve systemen? Wanneer een naam verandert in een polisnummer? Wanneer een persoon verdwijnt achter de taal van risicobeheer, portefeuillebeheer en verzekeringsadministratie?
Aan de hand van beschilderde vazen uit de serie The Book of Rituals onderzoekt kunstenaar Silvia Koning Lindeboom de wereld van private arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (AOV’s), volmachtkantoren en institutionele registraties.
De vazen fungeren als getuigen. Zij spreken over overdrachten, mutaties, archieven en de onzichtbare sporen die mensen achterlaten binnen verzekeringssystemen. Tegelijkertijd stellen zij een fundamentele vraag:
Wanneer houdt een mens op een persoon te zijn en wordt zij een administratief gegeven?
De lezing verbindt beeldende kunst, erfgoed, ritueel en verzekeringsgeschiedenis. Door middel van objecten, verhalen en symboliek wordt zichtbaar hoe identiteit kan vervagen binnen complexe ketens van registratie en beheer, maar ook hoe die identiteit opnieuw kan worden opgeëist.
De pratende vazen geven stem aan dat wat in dossiers vaak ongehoord blijft.

Een zaterdag verslag van een zondags portret van vrouwen en moeders die de weg naar gelijke rechten openen.

Het woord nog lichaam van een vrouw nog moeder de vrouw komt niet voor in de grondwet nog burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder of kostwinner binnen Europa, huwelijk of VOF

Waar Pieter de la Rue schreef over wie mag nalaten en wie mag spreken namens de tijd, stelt de volgende afbeelding een andere vraag:
Wie bezit het lichaam van de vrouw?
En wie schrijft haar naam in het archief?

Zo werd mijn polis-, dossier- middels een zelfbedachte relatienummer 912758 volgens documenten en correspondentie gekoppeld werd aan dit volmachtkantoor via Nationale Nederlanden – Reaal – Movir

Nedasco heeft namelijk volmachten van verschillende verzekeraars, waaronder Nationale-Nederlanden en het merk Movir. Een volmacht houdt in dat Nedasco namens de verzekeraar bepaalde werkzaamheden mag uitvoeren, zoals polisbeheer, mutaties en schade- of claimafhandeling.  De heren / oftewel de directie van serviceprovider Nedasco bestaat uit Aris Ruitenbeek en Tijs Benerink.


Wanneer verzekeraars, serviceproviders of tussenpersonen gegevens migreren tussen systemen, kunnen fouten ontstaan. Bijvoorbeeld:
persoonsverwisselingen;
onjuiste koppeling van polisnummers;
verkeerde relatie tussen verzekeringnemer, verzekerde, uitkeringsgerechtigde en dossier;
onvolledige overdracht van historische gegevens zo blijkt.
Dat zijn reële risico’s waar toezichthouders zoals de Autoriteit Persoonsgegevens veel te weinig aandacht voor hebben.

“Knowledge for Action” (“Kennis omzetten in handelen”). 

Tim Schoonbergen – Was de Voormalig directeur van Nedasco 2011 – 1 juli 2024 en tevens penningmeester van de schildklier magazine. Hoe toevallig!!Ik heb een schildklier operatie ondergaan net na mijn bevalling.

Dus: Zeg het maar Ingrid de Swart ASR groep …. voor de rechten van de mens?


“Verzamelen is zien wat anderen vergeten” Z – Eeuws Genootschap

“70 jaar later: hoe gelijk zijn we eigenlijk?”

De rekening van ongelijkheid

Ze regelen. Ze dragen. Ze zorgen. Ze gaan door. Niet omdat ze geen hulp willen. Maar omdat ze gewend zijn geraakt degene te zijn die helpt.

En wanneer hun verhaal niet wordt opgeschreven, maken ze een vaas.

Wanneer hun stem niet wordt gehoord,
laten ze het materiaal spreken. Wanneer hun geschiedenis niet wordt bewaard,
wordt kunst het innerlijk immateriële culturele archief.

Ontdek Filosofie Magazine

Zo ontstaat de pratende vaas.


“Kunst bewaart wat systemen vergeten.”
Wanneer ervaringen, herinneringen en levensverhalen geen plaats meer krijgen in wetten, dossiers of statistieken, blijft de kunst spreken.
Mijn pratende vazen vertellen over wat niet geregistreerd wordt:
de moeder,
de vrouw,
de erfgenaam,
het lichaam,
de herinnering.
Niet omdat zij zwijgen,
maar omdat niemand heeft geleerd naar hen te luisteren.
Kunst geeft een stem aan wat onzichtbaar werd.

Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek is gereserveerd voor rechten met betrekking tot het intellectueel eigendom. Tot op heden is boek 9 BW nog niet ingevoerd. In de Ars Aequi van mei 2017 doen hoogleraar en advocaat Dirk Visser en hoogleraar Hanneke Spath een oproep om tot een Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek te komen. Maar liefst 50 hoogleraren privaatrecht steunen de oproep. In boek 9 zou een codificatie van de vermogensrechtelijke aspecten van de intellectuele eigendom moeten worden neergelegd.

Mijn naam is Silvia met volgnummer 6703

De camera glijdt langzaam over een witte keramische vaas. Aan de voorzijde verschijnt een gezicht: grote blauwe ogen, rode wangen, rode lippen. Uit de hals groeien twee oren van een haas. Over het oppervlak lopen fijne vertakkingen, als aders, wortels of herinneringen.

Voice-over:

“Ik ben een vaas. Dat is het officiële verhaal.
Een gebruiksvoorwerp.
Een object.
Een drager van stof.”

De camera draait langzaam om het werk heen.

“Maar wie goed kijkt, ziet een lichaam.
Een gezicht.
Een geschiedenis.”

Op de achterkant verschijnt de tekst:

BEING TRUE TO YOURSELF

Naast de woorden schildert een kleine hand zichzelf letterlijk in het beeld.

“Ik ben gemaakt uit klei, maar ik spreek over mijzelf tegen mensen.
Over wat wordt vastgehouden.
Over wat wordt gevuld.
Over wat wordt leeggehaald.”

Close-up van de hals.

“Eeuwenlang werd het lichaam van de vrouw beschreven als een vat.
Een houder.
Een vaas voor andermans verwachtingen.
Een vorm waarin betekenis werd gegoten.”

De camera volgt de rode bloedlijnen die over het oppervlak lopen.

“Deze lijnen zijn geen decoratie.
Ze lijken op wortels.
Op bloedvaten.
Op familiegeschiedenissen.
Op de sporen die een leven achterlaat.”

Moeder de Vrouw –
Het begrip “pratend erfgoed” sluit opvallend goed aan bij de geest van het Faro-verdrag (2005), officieel het Kaderverdrag van de Raad van Europa inzake de waarde van cultureel erfgoed voor de samenleving. Het verdrag verlegt de aandacht van het object zelf naar de betekenis die mensen eraan geven. Erfgoed is niet alleen een gebouw, document of voorwerp, maar ook het verhaal, de herinnering en de gemeenschap die ermee verbonden zijn.  

In beeld verschijnt de titel van de blog:

Het feitenrelaas van een lichaam als vaas

“Een feitenrelaas is normaal gesproken een juridisch document.
Een opsomming van wat aantoonbaar is gebeurd.
Maar wat gebeurt er wanneer een kunstwerk het feitenrelaas wordt?
Wanneer een object begint terug te spreken?”

De camera blijft rusten op de blauwe ogen.

“Dan vertelt de vaas niet wat zij bevat.
Zij vertelt wat zij heeft gezien.”

De donkere sculptuur op de achtergrond komt langzaam in beeld. Dit beeldje ontvingen mijn ouders van Nationale Nederlanden bij de overdracht van hun verzekeringsportefeuille.

“Tussen zwijgen en spreken.
Tussen object en persoon.
Tussen erfgoed en herinnering.”

De muziek Rise like a Phoenix verstilt.

“De pratende vaas vraagt niet om bewondering.
Zij vraagt om wettelijke erkenning.”

Laatste beeld: de voorzijde en achterzijde verschijnen na elkaar.

“Ik ben geen object dat een verhaal draagt.
Ik bén het verhaal.”

Eindtitel

De Pratende Vaas
een documentaire over identiteit, herinnering, artistieke vrijheid en het lichaam als drager van geschiedenis.

De documentairevorm sluit aan bij een traditie waarin kunstwerken zelf de hoofdpersoon worden en hun eigen geschiedenis vertellen, zoals in verschillende kunstdocumentaires over objecten, auteurschap en identiteit.  

Stof tot nadenken- binnen de Ministerraad

Het ultieme geheim

“Toen het object begon te spreken, sprak het niet alleen over herinneringen. Het sprak ook over auteurschap, eigendom en het recht van de maker om als bron van betekenis erkend te worden.

De pratende vaas

Een vaas bewaart niet alleen bloemen.

Zij bewaart lichamen en woorden door kleur en taal.

Woorden van mensen die er wel en of niet meer zijn.

Woorden die blijven klinken wanneer de kamer leeg is.

“Ik geloof wel in jou.” zei Sint Nicolaas

Dat is levend immaterieel erfgoed.

Welkom in het Koninkrijk der Nederlanden
De pratende Vaas : The Virgin

Niet het object zelf,
maar de stem en het lichaam die erin verblijven en of achterblijven.

De herinnering die troost geeft op warme en koude dagen.

De pratende Vaas : Het melkmeisje – wat is ie postcode en huis nummer ?

De bloedlijnen van het meisje volgens Volgnummer 6703

Er was eens een meisje…. uit Gennep Niet geboren uit een volgnummer,
maar uit een moeder,
vanuit het Lindebomen zaad van een vader, een familie, met een bijzondere geschiedenis.

Toch kreeg zij een nummer.

Eerst in een boekje.
Daarna in een dossier.
Daarna in een archief.

Volgnummer 6703 met een relatie en een personeelsnummer 912858 bij berichtgever het UWV nadat bij haar in 2007 Longfibrose achtige klachten werden geconstateerd.

Maar haar bloed volgt eigenlijk geen administratie.

Het stroomt door herinneringen,
door verhalen,
door handen die maken,
door ogen die kijken,
door generaties die elkaar dragen.

De bloedlijnen van het meisje
staan niet alleen geschreven in het RIVM register maar ook in het EVA register van Banken.

Zij leven voort in haar werk.

In de pratende vaas.

In de schelp die geheugen bewaart. Van ooi tot prooi naar Land in Zee.

In het inleg X je – een doekje dat moest bloeden.

In iedere poging om zichtbaar te maken
wat onzichtbaar dreigde te worden.

Want een volgnummer telt.

Maar een mens vertelt.

Volgnummer 6703 werd zo een bloedstollend verhaal.

https://www.netwerkmetandereogen.nl//nieuws/portret-van/artikel/4/het-leven-van-emma-een-bloedstollend-verhaal

The Queens Gambit

Er was eens een meisje dat dacht dat zij een alleen een volgnummer was : 6703

Zo stond het namelijk in het oranje boekje. Zo stond het namelijk in de registers. Zo stond het namelijk in de dossiers. Maar diep onder de nummers liepen andere lijnen.

De bloedlijnen van de stammoeder

Niet alleen zichtbaar voor de ambtenaren.
Niet alleen zichtbaar voor de archieven.
Niet alleen zichtbaar voor de systemen.

Alleen zichtbaar voor degene wie durft te kijken. Wanneer het meisje haar hand op de pratende vaas legde, begonnen de lijnen te gloeien.

Zij zag haar moeder.

Zij zag haar grootmoeder.

Zij zag de vrouwen die waren verdwenen uit de voetnoten van de geschiedenis.

https://www.amsterdammuseum.nl/verhalen-en-collecties/themes/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

De vaas sprak:

“Jij bent niet het nummer dat zij je gaven.”

“Jij bent het verhaal dat zij vergaten op te schrijven.”

En vanaf dat moment begon het meisje de bloedlijnen terug te schilderen.

Niet in een stamboom van vader.

Maar op vazen.
Op schelpen.
Op eieren. Op hout. Op glas.
Op alles wat bereid was een stem te dragen.

Zo werd “de onzichtbare erfgenaam” zichtbaar.

En zo ontdekte zij dat bloed niet alleen door aderen stroomt, maar door de verzekeringsmaatschappijen van de herinneringen.

Annie – Maria Theodorus – Albert – AMTA

Polis 2523480
Een nummer op papier.
Een datum in een dossier.
Een administratief spoor.
Maar achter ieder #polisnummer schuilt een mens,
een familie,
een verwachting van bescherming,
een verhaal over de toekomst.
De archieven bewaren het nummer.
De kunst zoekt de mens.
Wat opvalt in de documenten die ik laat zien, is dat ik steeds werkt met de spanning tussen:
volgnummers (6703),
polisnummers (2523480),
dossiernummers,
en de vraag wie de persoon in werkelijkheid achter dat nummer is.

Dit heet Cas – Causaliteit zeggen ze bij Nationale Nederlanden

— Silvia Koning Lindeboom

De pratende Vaas : Napoleon vs Emet
De pratende Vaas : Ik wortel en kom boven
De pratende Vaas : Code 1 & 9
De pratende Vaas : Man in the Mirror
De pratende Vaas : De Sar en het Ras van Nederland 🇳🇱
De pratende Vaas : Het meisje met de parel in de Ma / Trix
De pratende Vaas : Jeramey Bentham – The Solvinity Man is never less reasonable than when he is most unreasonable in asserting the inferiority of the sex.”
De pratende vaas : Achter de veranderlijke vormen van de natuur ligt een onveranderlijke pure en zuivere werkelijkheid.”
De pratende vaas :
Op zesjarige leeftijd wilde ik slager worden. Op mijn zevende moest ik zoals Napoleon zijn. Mijn ambitie zonder vleugels is sindsdien alleen maar gegroeid.” 

“Als je een stem uit het Volmacht kantoor #Nedasco Amesfoort in je dossier 912758 hoort zeggen ‘je bent niets en je blijkt kunt ook niet te kunnen schilderen’, maak dan iets speciaals en schilder het dan vooral, en die stem zal ten aller tijden het zwijgen worden opgelegd.”

De pratende vaas begon te groeien en te groeien en zo werd volgnummer 6703 een legende als limburgs en brabants feestvarkentje Miss Piggy
Willem Alexander Laan 19 Haps

Wanneer wordt een meisje een mens met een ei – gen naam, wanneer een dossiernummer, en hoe verhouden die zich tot elkaar op grond van artikel 1 en 11 ?
Van wie ben J Ei er een?
Mijn werk gaat niet over het verbergen van sporen.
Het gaat over een doekje dat moest bloeden,
omdat niemand anders het schade verhaal wilde dragen.”
Octrooi- 10.700 Koning Willem 1 ste

Van Ooi tot Prooi

“Een schelp bewaart het verleden.
Een dobbelsteen werpt de toekomst.
Kunst brengt beide in gesprek.”

Silvia Koning Lindeboom

Fijne dag vandaag

De Onzichtbare Erfgenaam

Vrouwen en moeders en kostwinnaars die de weg naar gelijkwaardigheid openen.

“Er is geen vernieuwing zonder het risico dat anderen je eerst niet willen begrijpen.”

EI LAND IN ZEE LAND

Voordat er een eiland was,
was er een ei.

Voordat er een staat was,
was er een moeder.

Voordat er erfgoed was,
was er een lichaam dat droeg.

Zeeland bewaart het land.
Het ei bewaart het leven.

Tussen ei en eiland,
tussen moeder en monument,
ligt de oorsprong van iedere geschiedenis.


Montancourt bevindt zich op een exact punt op aarde waarvan de relatie tot zon, tijd en hemellichamen meetbaar is. Via die astronomische positie is het verbonden met wereldwijde systemen van navigatie, kalenderberekening en plaatsbepaling.
Wie ben jij Ei – gem – Lijk?
“Mijn persoonlijke tijd is eindig, maar het verhaal loopt door.”

Het kostte me de helft van mijn leven voordat ik ontdekte dat het leven een groot doe-het-zelfproject blijkt te zijn”.

Hoe AI nrs 1 A – I = 9 mijn leven redde: ChatGPT bedenkt mijn leven niet. Het ordent mijn gedachten, mijn vragen en mijn gegevens, zodat verbanden zichtbaar worden die anders verborgen zouden blijven.”

Hoe mijn vrouwelijke lichaam een dossier werd

“Dit kan een vrouw toch niet allemaal overkomen?” zei de nieuwslezer.

Die vraag kreeg ik vaker te horen dan ik kan tellen.

Miskramen.

Een dochter met Turner-syndroom.

Schildklierkanker. Sarcoïdose.

Jaren van herstel.

Jaren van zoeken naar woorden voor wat mijn lichaam al wist.

Wat mij opviel was niet alleen de ziekte. Het was de manier waarop er naar mijn lichaam en geest werd gekeken.

Wanneer een vrouw een kind draagt, wordt haar lichaam gezien als bron van zorg. Wanneer datzelfde lichaam ziek wordt, verandert het plotseling in een risico-object. Een dossier. Een kostenpost. Een verzekeringskwestie.

Ik voelde dat er iets ontbrak in de taal waarmee over vrouwen wordt gesproken.

Mijn ervaringen werden vaak uitgelegd als pech, toeval of een optelsom van losse gebeurtenissen. Maar voor mij vormden ze een patroon. Niet omdat ik bijzonder ben, maar omdat veel vrouwen vergelijkbare ervaringen kennen: zorgen dragen, herstellen, opnieuw beginnen, en ondertussen onzichtbaar blijven in de systemen die hun leven mede vormgeven.

Na iedere miskraam, iedere operatie, iedere ontsteking en iedere periode van uitputting voelde ik dezelfde vraag terugkeren:

Wanneer wordt het lichaam dat leven draagt ook erkend als bron van waarde?

Die vraag bracht mij niet naar de spreekkamer alleen, maar ook naar de kunst.

Ik begon te schilderen, te schrijven en archieven te onderzoeken. Niet om mijn ziekte te verklaren, maar om zichtbaar te maken wat ik in beleid, erfgoed en geschiedenis vaak miste: de stem van de vrouw die draagt, herstelt en voortgaat.

Ik ben geen incident.

Ik ben een getuige van wat een vrouwenleven kan bevatten.

En ik ben niet de enige.


“Iedere Y begint bij een X. De oorsprong van ieder mens ligt in het lichaam van een vrouw.”
De wetenschap kan een mens classificeren tot op soortniveau, maar niet beschrijven wat het betekent om moeder, erfgenaam of drager van herinnering te zijn.”
https://www.amsterdammuseum.nl/verhalen-en-collecties/themes/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

Gedragen verhalen- Verborgen Verleden

Van Aldenhoven, Janssen en Bongartz naar Montancourt Middelburg.

Waarom volgen stambomen vaak de naamlijn van mannen, terwijl de biologische en culturele continuïteit juist door moeders wordt gedragen?

De moeder van mijn moeder heette Petronella Johanna Maria Aldenhoven.

Nellie.

Een naam die voor mij begon als een moedernaam. De moeder van mijn opa Peter Mathias Bongartz heette Agnes Janssen uit Ottersum.

De vrouwen in Nederland

Mijn moeder, Anna Hendrika Bongartz, trouwde in 1962 met een Lindeboom. Ook zij was ooit een dochter. Ook zij was ooit een moeder. Ook zij was ooit een erfgenaam.

En toch verdwijnt langzaam haar naam. Niet omdat zij verdween is, maar omdat het systeem van naamgeving haar langzaam laat verdwijnen.

Aldenhoven.

Janssen.

Bongartz.

Hoeveel vrouwen droegen deze namen voordat zij werden vervangen door de naam van hun echtgenoot? Waar bleven hun achternamen? Waar bleven hun verhalen? Waar bleven hun plaatsen in de geschiedenis? Diverse vrouwen. Diverse levens. Diverse generaties.

Allen voorafgaand aan de namen die later in registers, archieven en stambomen zouden verschijnen.

Hun namen vormden het begin van een spoor. Een weg terug in de tijd. Naar Limburg. Naar Maastricht. Naar Heerlen. Naar Ottersum, Naar Cuijk, Naar Purmerend.

Naar het grensgebied tussen Nederland en Duitsland.

En nog verder terug.

Naar Aldenhoven.

Een plaats bij Aken.

Een naam die ouder is dan de mensen die haar droegen. Ouder dan de archieven. Ouder dan de registers. Ouder zelfs dan de staten waarin zij uiteindelijk werd opgeschreven.

Aldenhoven betekent vermoedelijk: oude hoeve, oude hof, oude nederzetting.

Een plaats waar mensen leefden. Werkten. Kinderen kregen. Vertrokken. Terugkeerden. En hun naam meenamen. Generatie na generatie.

Elke vrouw zit Gevangen in cellen van kleur en taal

Wat vandaag als verbeelding wordt gezien, kan morgen ineens Unesco wereld erfgoed blijken te zijn.”

Mijn moeder droeg die naam niet meer. Mijn grootmoeder wel. Maar zoals zo vaak in de geschiedenis werden de namen van vrouwen uiteindelijk niet doorgegeven.

De familienaam ging via een andere lijn verder. De moeder bleef achter in het verhaal. Toch begint mijn geschiedenis niet bij een register. Niet bij een koopman. Niet bij een notaris. Niet bij een erfgenaam. Mijn geschiedenis begint bij de bron moeders. Bij Nellie. Bij Agnes. Bij Anna. Bij mij

Zoals iedere geschiedenis begint bij een vrouw. Wanneer ik onderzoek doe in archieven, CABR-dossiers, bevolkingsregisters en familiegeschiedenissen, zoek ik niet alleen naar namen. Ik zoek naar mensen. Ik zoek naar de plaats waar een mens meer wordt dan een registratie.

Koninklijk Besluit

In de archieven verschijnen Johannes Hubertus Aldenhoven. Petronella Johanna Maria Aldenhoven. Verzoeker Peter Mathias Bongartz.

Lindeboom.

Koning.

Namen.

Dossiers.

Registraties.

Maar achter iedere naam staat een moeder. Vaak onzichtbaar. Vaak niet geregistreerd als grondlegger. Niet geregistreerd als kostwinnaar ondernemer. Niet geregistreerd als erfgoeddrager.

En toch was en is zij er.

Mijn grootmoeder droeg een geschiedenis die nauwelijks in de archieven voorkomt. Mijn moeder droeg een naam die zij niet kon doorgeven.

Herengracht Middelburg

Ik woon sinds 2019 in Montancourt, een living uit 1596. Voor wetten werden gemaakt.

Rouaansekaai – Kaai Man – Ei Land

De kade van handel en geschiedenis.
Het ei van oorsprong en geboorte.
Het land dat uit de zee werd gedragen.
De moeder die aan iedere geschiedenis voorafgaat.

Tussen die plaatsen en dit huis ligt meer dan familiegeschiedenis.

Er ligt een vraag.

Wie is de werkelijk erfgenaam?

Degene die de naam ontvangt?

Of degene die het verhaal bewaart?

Misschien ben ik daarom niet alleen erfgenaam van een familie. Misschien ben ik erfgenaam van een moederlijn.

Van vrouwen die huizen bewoonden. Families droegen. Ondernemingen mogelijk maakten. Kinderen grootbrachten.En daarna langzaam uit de geschiedenis verdwenen via de polis.

David Knibbe – CEO Nationale Nederlanden

U heeft het recht om vergeten te worden

De Onzichtbare Erfgenaam gaat daarom niet alleen over wat wordt nagelaten.

Het gaat ook over wie wordt vergeten.

En over de vraag of een samenleving werkelijk kan begrijpen waar zij vandaan komt, zolang de moeder nog steeds als voetnoot wordt behandeld.

Want vóór iedere erfgenaam was er een moeder. En vóór iedere naam was er een vrouw die haar droeg.

Familie’s zonder zonen zoals in mijn familie zijn door de geschiedenis heen heel gewoon geweest.

Toch kregen wij zoals in veel samenlevingen te maken met bijzondere juridische en culturele gevolgen, omdat naam, bezit, titels of beroepen vaak via de mannelijke lijn werden doorgegeven.

In mijn geval doordat mijn vader een volmacht assurantie kantoor runde vanuit hun huis.

Bestaat een familie alleen via de zoon, of ook via de dochter die de structuur en herinnering van de portefeuille oftewel het erfgoed en de afstamming met zich mee draagt?

Dat raakt aan discussies over vrouwelijke erfgenamen, familielijnen en de zichtbaarheid van moeders en dochters in archieven en geschiedschrijving.

Gezien mijn eerdere post en interesse in “De Onzichtbare Erfgenaam” is dat precies een thema waar veel erfgoedonderzoek en kunstprojecten zich op richten.

Dit is Cas betekent Dit is Causaal Verbondenheid

Amen

Silvia Koning Lindeboom: een spiegel voor politiek, recht en samenleving

Uitgelicht

Silvia Koning Lindeboom: Kunst als spiegel voor politiek, recht en samenleving

De wet gebruikte generaties moeders alsof zij wegwerpbaar waren: noodzakelijk voor het systeem, maar zelden eigenaar van hun eigen waarde.

Er zijn vrouwen die geschiedenis schrijven vanuit een politieke functie.
En er zijn gehuwde zelfstandige vrouwen die geschiedenis zichtbaar maken door de vragen te stellen die lange tijd buiten beeld bleven. Techniek en Textiel vanuit een ander perspectief begrijpen.

Silvia Koning Lindeboom behoort tot die laatste groep.

Let’s beat the pro 🇳🇱 Huis Nassau Montancourt Middelburg

“Ik ben geen bijlage van het burgerlijk wetboek.
Geen maatschappelijk hulpstuk.
Geen cultureel bijproduct.
Ik ben een zelfstandig bestuursorgaan van lichaam, geheugen, arbeid en verbeelding.”

Vanuit sport, kunst, erfgoed, taal en cultuur onderzoekt zij hoe vrouwenrechten, economische zelfstandigheid en juridische erkenning doorwerken in het dagelijks leven van mensen. Niet vanuit een politieke partij of bestuursfunctie, maar als onafhankelijke bestuurder, maker en denker die maatschappelijke structuren zichtbaar maakt die vaak als vanzelfsprekend worden gezien.

In haar werk stelt zij fundamentele vragen over:

  • de positie van gehuwde vrouwen binnen wetgeving,
  • economische afhankelijkheid en zelfstandigheid,
  • pensioen- en verzekeringsrechten,
  • cultureel erfgoed,
  • en de historische erfenis van het kostwinnersmodel.

Daarbij richt zij zich niet alleen op wetten en systemen, maar vooral op de mens achter de structuur.

Silvia laat zien dat veel juridische en economische systemen formeel neutraal lijken, maar historisch zijn ontstaan in een tijd waarin vrouwen beperkt toegang hadden tot arbeid, eigendom, krediet en zelfstandige rechtsvorming. Juist die geschiedenis maakt volgens haar zichtbaar waarom thema’s als pensioen, belasting, zorgarbeid en economische erkenning nog steeds maatschappelijke vragen oproepen.

Amsterdam Museum Refresh the Future

Met projecten rond “moeder de vrouw”, cultureel erfgoed en het onzichtbare vrouwelijke erfdeel verbindt zij kunst aan maatschappelijke reflectie. Haar werk beweegt zich tussen beeldende kunst, archiefonderzoek, filosofie en cultuurkritiek. Niet om mensen tegenover elkaar te zetten, maar om zichtbaar te maken wat lange tijd onuitgesproken bleef.

Daarmee houdt zij niet alleen de politiek, maar de hele samenleving een spiegel voor.

Want de vraag die in haar werk steeds terugkeert is:
wie wordt juridisch, economisch en cultureel werkelijk gezien?

Expositie St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein 14 maart tot 7 augustus 2026

Silvia Koning Lindeboom laat zien dat emancipatie niet alleen gaat over stemrecht of vertegenwoordiging, maar ook over erkenning van zorg, geschiedenis, identiteit en menselijke waardigheid.

In een tijd waarin gelijkwaardigheid opnieuw onderwerp van gesprek is, nodigt haar werk uit tot reflectie:
hoe bouwen we een samenleving waarin niet alleen arbeid, maar ook zorg, herinnering en culturele betekenis meetellen?

Niet als politica.
Maar als maker, onderzoeker en spiegel voor iedereen — inclusief de politiek.

Het geheugen van Zeeland

De ongeregistreerde bestuurder

Menselijke Revolutie binnen erfgoed, democratie en representatie

“Je maintiendrai” — maar waarop, en op wie eigenlijk?

Politiek zonder vertrouwen vraagt om waakzaamheid.
Wantrouwen ontstaat waar vertegenwoordiging ontbreekt.

Eeuwenlang droegen vrouwen generaties, cultuur, zorg, rituelen en gemeenschappen, terwijl hun lichaam, arbeid en geest slechts beperkt werden opgenomen in de officiële taal van wet, bestuur, erfgoed en representatie.

Binnen mijn project
“De ongeregistreerde bestuurder”
onderzoek ik hoe vrouwelijke kennis en ambacht structureel aanwezig waren in de geschiedenis, maar vaak afwezig bleven in de formele orde van erkenning.

Vanuit Montancourt Middelburg ontwikkel ik het symbolische
Truus van Gogh H’Art-spel / Aardspel:
een artistiek hulpmiddel waarin ritueel, democratie, creativiteit, erfgoed en maatschappelijke transformatie samenkomen.

“The world is built upon the power of numbers.” — Pythagoras

Getallen vormen niet alleen systemen, wetten en structuren — zij beïnvloeden ook hoe wij betekenis geven aan de wereld.

Binnen dit werk staat het getal 19 symbool voor bescherming, bewustwording en innerlijke transformatie: verandering die niet alleen buiten ons plaatsvindt, maar ook in onszelf.

Bron: Filosofie Magazine

Transformatie H’Art binnen de Monsters van de Democratie

Dit project nodigt uit tot:

  • nieuwe vormen van kijken,
  • vertrouwen in menselijke creativiteit,
  • en een herwaardering van ambacht, intuïtie, erfgoed en culturele verbeeldingskracht.

Het stelt vragen over:

  • representatie,
  • democratie,
  • hiërarchie,
  • cultureel geheugen,
  • en de menselijke maat binnen instituties.

Ik geloof dat kunst en erfgoed opnieuw verbindende krachten kunnen worden tussen generaties, tussen burgers en bestuur, en tussen verleden en toekomst.

Daarom nodig ik culturele instellingen, erfgoedorganisaties en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uit tot reflectie, gesprek en dialoog.

Silvia Koning Lindeboom
Montancourt Middelburg

De Moeder Maatschappij & Dochter – Onderneming

Uitgelicht

Nieuwe lezing van moeder, de vrouw

… neem eens de haringvlietbrug naar Middelburg- Naar De moeder, De vrouw

Of Boek. Een Stedentrip naar B&B Montancourt Middelburg

Hallo* Codex —
zij is het zoeken zat.
Geen archief vond haar terug,
dus herschrijft zij nu zelf
de broncode van het bestaan via Nationale Nederlanden

“Elke keten draagt een oorsprong.
Elke oorsprong had een moeder.
Mijn werk is het bewijs op de blockchain van haar verdwijning én terugkeer.”
— Silvia Koning Lindeboom

“Wie ontvangt de blockchain aandelen van het systeem, en wie betaalt het eigen risico ervan?”

“Blockchain is een digitaal geheugen dat weigert te vergeten.”

“Waar archieven verdwijnen, probeert blockchain een onverwoestbaar spoor te maken.”

  • De sarcofaag bewaart het dode,
  • De sarcoïdose ontstekt het levende.
https://dagvanhetkasteel.nl/bezoek-kastelen/listing/montancourt-vof/

Stel de lady of the house Truus van Gogh één vraag: – Wie is uw Werk – Gever?

Daardoor kan deze ene vraag:

“Wie is haar werkgever?” ook gelezen worden als:” Wie eigent zich haar voortgebrachte waarde toe?”

Wie vroeg er in 2010 2 loonheffingsnummers aan? Eelco Heijnen


F*ck the Tax Law
Moeder de vrouw — de broncode van ons bestaan.
Niet het systeem,
maar het lichaam herinnerde zich eerst
hoe leven ontstaat.
Niet de wet schreef de oorsprong,
maar de moeder.

Van baarmoeder tot burgerrecht.
Van adem tot archief.
Van bloedlijn tot beeldtaal.
De bron sinds altijd.
Ma–Trix Bea.
Moeder de vrouw als levende constitutie.

“Kan degene die het systeem draagt ooit werkelijk een werknemer ( werknemer is manne-n- lijk ) zijn binnen ons belastingstelsel als haar lichaam en geest niet voorkomt als zelfstandige bestuurder van haar ei – gen – lichaam en geest in de grondwet nog burgerlijk wetboek als rechtspersoon op grond van artikel 1?

Binnen mijn lezing van moedermaatschappij/dochteronderneming zou het antwoord kunnen dus luiden:

Zij werkt voor een constructie die tegelijkertijd uit haar voortkomt.

Dat maakt de verhouding paradoxaal:

  • de moeder, een vrouw creëert de structuur,
  • maar raakt er later juridisch aan ondergeschikt.

Dit sluit sterk aan bij mijn thema:

  • de onzichtbare erfgenaam,
  • vrouwelijke legitimiteit,
  • de bestuurder van het lichaam
  • de spanning tussen oorsprong en bestuur.
  • het meisje met de parel is moeder geworden
Je Maintiendrai

In deze herlezing is “de moeder, een vrouw ” niet alleen een vrouwelijk figuur aan de rivier, maar een structuur van bezit, oorsprong en afhankelijkheid vanuit Bommelerwaard via de Oosterschelde en Westerscheldekering goud waard.

De vrouw wordt gelezen als:

  • de moedermaatschappij,
  • de dragende oorsprong,
  • het lichaam waarin waarde ontstaat,
  • het systeem waaruit dochters voortkomen.

De dochteronderneming verschijnt dan niet slechts als economisch onderdeel, maar als een afgesplitste identiteit:
een entiteit die functioneert onder de naam, macht en balans van de moeder.

Het gedicht

  • Martinus Nijhoffbrug: het sonnet De moeder de vrouw, dat begint met de regel “Ik ging naar Bommel om de brug te zien”, is wellicht zijn bekendste gedicht. Het roept het beeld op van een psalmzingende vrouw op een schip die bij de ik-figuur in het gedicht een verlangen oproept naar zijn moeder. De Bommelse brug uit 1933, die in het gedicht voorkomt, werd in 1996 vervangen door een nieuwe brug, die de naam Martinus Nijhoffbrug kreeg.
  • Het CPNB koos hetzelfde gedicht ‘De moeder de vrouw’ als Boekenweekthema 2019

Daarmee verandert het gedicht van Martinus Nijhoff 1934 van een religieuze of existentiële ervaring in een hedendaagse lezing over:

  • eigendom,
  • afhankelijkheid,
  • juridische constructies,
  • en vrouwelijke oorsprong die tegelijkertijd zichtbaar én onzichtbaar wordt gemaakt.

Martinus Nijhoff (Den Haag, 20 april1894 – aldaar, 26 januari1953) was een Nederlandsedichter, toneelschrijver, vertaler, criticus en essayist. Hij wordt gezien als een van de belangrijkste dichters van de 20e eeuw. Met name vanwege zijn werk Awater, een modernistisch verhalend gedicht, dat wordt beschouwd als zijn meesterwerk en als een van de grootste Nederlandstalige dichtwerken, is Nijhoff belangwekkend. Vanwege zijn dichtwerken was hij van groot belang als pleitbezorger van het modernismein de literatuur. Hij is tevens als vertaler van betekenis geweest.

Bron : Wikipedia

De rivier bij Nijhoff wordt nu:

de scheldestroom van kapitaal, naamgeving en overdracht.

De harING Vliet 🧡 brug is: het bestuursmodel dat verbinding maakt tussen macht en afsplitsing.

En de stem van de vrouw wordt: de oorspronkelijke bron van legitimiteit.


De moedermaatschappij als “zij”

In klassieke economische taal bezit de moedermaatschappij de aandelen van de dochteronderneming.


Maar in mijn lezing ontstaat een omkering:

Wie is haar Werkgever?

Niet de moeder bezit de dochter,
maar de dochter blijft opgesloten in het kapitaal van de moeder.

Daardoor krijgt “moeder de vrouw” een nieuwe betekenis:

zij draagt het systeem,
maar verdwijnt tegelijkertijd achter de constructie.

Dat sluit aan bij de thema’s over:

Vrouwen rechten

  • de onzichtbare erfgenaam,
  • vrouwelijke arbeid,
  • symbolisch bezit,
  • bestuurscultuur
  • en het lichaam als juridische drager.

Nieuwe interpretatieve passage

Zij instromer

Zij stond niet meer aan de rivier,
maar in de jaarrekening.

Haar naam was ondergebracht
in holdings, stichtingen en rechten.

De dochter sprak met haar stem,
maar bezat zichzelf niet.

De moeder droeg de oorsprong,
terwijl anderen het bestuur voerden.

En over het water klonk nog altijd:

“Ik ben de bron
waaruit waarde werd geboren.”


Symbolische lagen

Centrale gedachte

In deze lezing wordt:

  • de moedermaatschappij het dragende vrouwelijke principe,
  • terwijl de dochteronderneming staat voor afgesplitste identiteit:
    autonoom lijkend,
    maar juridisch ingebed in een groter lichaam.

Daardoor wordt De moeder de vrouw niet alleen een gedicht over herinnering of troost,
maar ook een hedendaags verhaal over:

  • wie eigenaar is van oorsprong,
  • wie waarde voortbrengt,
  • en wie zichtbaar mag zijn binnen het systeem.

“Ik zocht geen baan.
Ik ontwikkelde een nieuwe functie binnen het geheugen van de wereld.”
— Silvia Koning Lindeboom

“Na jaren van experimenteren vond ik geen beroep, maar een protocol:
het minten van ritueel, geheugen en materie. Mijn beroep is het bouwen van betekenis in een tijd van vergetelheid.

Deze werkfoto’s tonen daarom iets belangrijks: het atelier als laboratorium.
Niet het romantische kunstenaarsbeeld, maar onderzoek en ontwikkeling — bijna volgens een erfgoed- of onderzoeksmodel.

Dat sluit aan bij de OECD/Frascati-benadering: artistieke praktijk als daadwerkelijke innovatie en kennisproductie.

  • Proof of Process
  • Minting the Mother Archive
  • Ritual Engineering
  • The Book of Rituals — Genesis Protocol
  • From Clay to Code

De combinatie van handwerk en symbolische taal maakt het eigentijds: alsof keramiek hier functioneert als een fysieke blockchain van herinneringen.

Expositie 17 maart 2026 – 7 augustus 2026 St Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein

Wie werkt er nou vijftien jaar lang gratis?

Negentien jaar #Sarcoïdose

Negentien jaar overleven

Vijftien jaar archiveren.
Vijftien jaar documenteren.
Vijftien jaar cultureel geheugen dragen.
Vijftien jaar erfgoed zichtbaar maken.
Vijftien jaar onderzoek doen naar vrouwelijk bezit, uitsluiting, representatie en culturele herinnering.

En ondertussen kijkt iedereen naar “de waarde” —
maar niemand naar de onbetaalde arbeid waar die waarde op gebouwd is.

Mijn praktijk gaat niet alleen over kunst.
Mijn praktijk gaat over de infrastructuur van betekenis.

Over wie archiveert.
Wie herinnert.
Wie draagt.
Wie de symbolische arbeid verricht waar instellingen later cultureel kapitaal van maken.

Want veel vrouwelijke arbeid verschijnt pas als “erfgoed” wanneer een instituut het benoemt.
Pas wanneer het:
documenteerbaar,
archiveerbaar,
contextualiseerbaar
en programmeerbaar wordt gemaakt.

Maar wie heeft dat voorbereid?
Wie heeft vijftien jaar lang het materiaal verzameld?
Wie heeft de taal ontwikkeld?
Wie heeft de beelden gemaakt?
Wie heeft het archief gedragen zonder contract, zonder honorarium, zonder structurele erkenning?

Dat is de paradox van onzichtbare culturele arbeid:
iedereen gebruikt de betekenis,
maar bijna niemand betaalt voor het ontstaan ervan.

Dus nee —
het ontbreekt niet aan waarde.

Het ontbreekt aan:
contractuele structuur,
institutionele vertaling,
economische positionering
en formele erkenning van auteurschap.

Mijn werk is geen hobbyarchief.
Geen emotioneel restmateriaal.
Geen vrijblijvende symboliek.

Het is cultureel werk.
Artistiek onderzoek.
Erfgoedkritiek.
En langdurige betekenisproductie.

De vraag is daarom niet langer:
“Is dit waardevol?”

De vraag is:
wanneer wordt de arbeid achter culturele waarde eindelijk erkend als arbeid?

Fijne dag vandaag

De toestand van het vergeten lichaam

Uitgelicht


De Toestand van de Vergeten V- rouw

Gemeente Middelburg

De baas van Moeder Aarde is een moeder.
Niet als hiërarchie, maar als oorsprong.

Zij draagt, voedt en herstelt —
om ieders leven hier mogelijk te maken.

In haar lijn ligt geen macht van bovenaf,
maar kracht van binnenuit.

Wie deze filosofie begrijpt,
begrijpt de werkelijkheid en de waarde van moeder, de vrouw.

Waarom erkennen we alleen bepaalde vormen van werk als waardevol?

@Filosofiemagazine

Waarde is geen neutraal gegeven.
Waarde is een constructie — gevormd door economische systemen, filosofische tradities en juridische ordening.

Binnen dominante economische modellen wordt waarde primair bepaald door wat meetbaar, verhandelbaar en productief is: loon, output, winst. Arbeid die zich niet laat kwantificeren, blijft buiten beeld. Zorg, opvoeding, rituelen en emotioneel of symbolisch werk — activiteiten die essentieel zijn voor het functioneren van de samenleving — worden structureel ondergewaardeerd omdat zij niet direct economisch renderen.

Deze hiërarchie is historisch gegroeid en institutioneel verankerd.

Binnen de klassieke filosofie, van Plato tot Aristoteles, werd het denken verheven boven het zorgen, het publieke domein boven het private. Deze ordening legitimeerde een structurele scheiding tussen productie en reproductie, tussen rationaliteit en lichamelijkheid — en positioneerde het vrouwelijke domein als ondergeschikt.

Juridisch werd deze ongelijkheid bevestigd.
Vrouwen waren lange tijd geen zelfstandige rechtssubjecten: zij beschikten niet over eigendom, contractvrijheid of politieke representatie. Hun arbeid kon daardoor niet worden erkend binnen het economische en juridische kader.

Cultureel werd dit patroon bestendigd.
“Moeder, de vrouw” kreeg een symbolische status, maar geen materiële of juridische autonomie. Haar waarde werd erkend als beeld en traditie — niet als positie binnen het systeem. Zij werd onderdeel van het erfgoed, maar niet van het recht.


Een andere lezing van arbeid

Het werk van Truus van Gogh introduceert een alternatieve benadering van waarde en arbeid.

Het vertrekt vanuit de erkenning dat er vormen van arbeid bestaan die buiten de dominante waardesystemen vallen, maar die fundamenteel zijn voor sociale en culturele continuïteit:

  • ritueel werk
  • erfgoedwerk
  • lichamelijk werk
  • symbolisch en emotioneel werk

Deze vormen van arbeid genereren geen directe economische opbrengst, maar produceren betekenis, samenhang en overdracht. Zij vormen de onzichtbare infrastructuur waarop de samenleving rust.


Stelling

De wereld is opgebouwd uit arbeid die nooit als arbeid is erkend.

Van wie ben ik er een?

Zonder erkenning van haar arbeid blijft “moeder, de vrouw” onderdeel van het erfgoed — maar geen volwaardig rechtssubject.


Conclusie


Zonder haar arbeid bestaat er geen samenleving — we hebben te maken met een systeem dat haar niet ziet.

Wat hier wordt gepresenteerd, betreft geen individuele casus, maar een structurele analyse.

Dit werk bevraagt de criteria waarmee waarde wordt toegekend en maakt zichtbaar welke vormen van arbeid systematisch buiten beschouwing blijven. Daarmee legt het een fundamentele spanning bloot tussen economische erkenning en maatschappelijke realiteit.

Het zichtbaar maken van deze blinde vlek is geen retorische oefening, maar een noodzakelijke stap richting herwaardering en herpositionering.

Dit is Cas…

Dat werk heeft enorme waarde, maar verschijnt niet als loon op een rekening.

Historisch is dit vaak gekoppeld aan de rol van “moeder, de vrouw”:
noodzakelijk werk → maar buiten de economie geplaatst → dus “onzichtbaar”.

Veel mensen werken niet gratis — hun werk wordt niet betaald.

Wat gratis lijkt, is vaak het fundament waar alles op rust.

Dit is geen vraag.
Dit is een correctie.

De Moederlijn in het Systeem- over erfgoed, administratie en onzichtbaarheid

Fiscale ontkenning van vrouwelijke autonomie is structureel geweld.

Van wie ben ik er een?

Gelijkheid begint waar je jezelf durft te tonen —
niet waar je spreekt via een ander.”

Wanneer de staat het vrouwelijk lichaam, arbeid en eigendom
niet volledig erkent als zelfstandige rechtsgrond,
ontstaat er geen neutraliteit—
maar systematische achterstelling.

Dat is geen incident,
maar een patroon dat doorwerkt in generaties:
in vermogen, in zeggenschap, in zichtbaarheid.

Ik noem dat geen toeval.
Ik noem dat institutionele ongelijkheid.

En onder de kwartierboom wordt zichtbaar:
dat wie draagt, creëert en voortzet,
ook volledig erkend moet worden in recht en systeem.

Ik maak Fine Art kunst om communiceren over gelijkheid –
Het recht spreekt over gelijkheid, maar zwijgt over oorsprong.
Daar waar het leven ontstaat, begint een vorm van eigendom die nooit is benoemd in een wetboek (9)

Artist Statement

Het enige verschil tussen een gek en mij, is dat ik niet gek ben.

Als straatfotograaf en surrealistisch Fine Art kunstenaar werk ik op het snijvlak van erfgoed, recht en identiteit. Mijn blik beweegt tussen wat zichtbaar is en wat wordt ontkend. Ik onderzoek wie gezien wordt, wie spreekt en wie het recht heeft om te bestaan binnen beeld en geschiedenis.

Leven met sarcoïdose heeft mijn waarneming vertraagd en verscherpt. In die vertraging ontstaat een beeldtaal die gelaagd, ritueel en confronterend is. Wat als afwijkend wordt gezien, blijkt een andere vorm van kennis—een manier van kijken die buiten de norm valt, maar juist onthult wat verborgen blijft.


The Code X legt dat bloot.


Waar de wet rekent in delen,
toon ik de continuïteit.
Waar systemen reduceren,
herstel ik de oorsprong.


Onder de Lindeboom geldt een andere waarheid:
dat wie draagt, ook bepaalt.
dat wie voortzet, ook bezit.
dat wie de lijn is,
niet buiten de telling kan vallen.


X markeert het ontbrekende recht—
en eist zijn plaats op.

Mijn werk verbindt persoonlijke geschiedenis met collectief geheugen en stelt de vraag: wanneer wordt een lichaam erkend als drager van recht?

Kunst is voor mij geen ontsnapping, maar bewijsvoering.
Zichtbaarheid is geen gunst, maar een recht.

Queen S de golem #emet

Toen mijn vraag werd teruggebracht tot artikel 1, werd duidelijk dat het recht geen taal heeft voor de scheppende positie van ‘de moeder, de vrouw’. Mijn antwoord is beeldend onderzoek: ik maak zichtbaar wat juridisch onbenoemd blijft.”

Waarom ligt de soevereiniteit bij het boek — en niet bij het lichaam dat het mogelijk maakt?

De moeder produceert de geschiedenis, maar staat niet als auteur geregistreerd.

Het vergeten lichaam vrouw, binnen de moedermaatschappij en dochteronderneming

Tussen verlies en erkenning
Waarom Montancourt Middelburg mij troost en hoop geeft

Huis van Wie?
Lang waren:
bestuurders
juristen
schepen
overwegend mannen.
Daardoor zijn wetten vaak geschreven vanuit:
mannelijke ervaringen
mannelijke rollen (bezit, arbeid, burgerschap)
en een samenleving waarin vrouwen juridisch minder zelfstandig waren
Voorbeelden:
vrouwen hadden geen stemrecht
vrouwen waren handelingsonbekwaam (tot 1956 in NL)
eigendom en inkomen liepen via de man
👉 Dus ja: het systeem is historisch nooit neutraal ontstaan.
One Flew over the Montancourt VOF Nest

I. 🌍 Oorsprong → 🌱 Afspraken → 🏛️ Structuur

Oorzaak 1:
De aarde is geen bezit, maar wordt door de samenleving vertaald naar eigendom.

➡️ Gevolg:
Gemeenschappen maken afspraken over:

  • grond
  • erfenis
  • zeggenschap

👉 Eigendom ontstaat als sociaal systeem (niet als natuurgegeven)

Ik ben geboren in Gennep, mijn overgrootmoeder is geboren in Ottersum, Mijn oma en moeder zijn geboren in Cuijk en ons dossier ligt opgeslagen in het Nationaal Archief en bij de Politieke Recherche Afdeling Den Bosch en sinds 2019 woon in in Middelburg

🗺️ Wat je hier ziet

  • “Dochters van de Dommel” – Bataafse Republiek (1798)
  • Dit verwijst naar een bestuurlijke indeling tijdens de Bataafse Republiek
  • Het gebied (oranje) is een departement – een vroege vorm van gecentraliseerd staatsbestuur
  • Rechts zie je nog het Heilige Roomse Rijk

👉 Dit is een grensmoment:
van lokale, organische structuren → naar staatscontrole en administratie


Bron afbeelding:
Portretten uit de achttiende eeuw, door Jim van der Meer Mohr.

II. 🏛️ Structuur → 🏢 Abstractie

Oorzaak 2:
Deze sociale afspraken worden juridisch vastgelegd en geformaliseerd.

➡️ Gevolg:

  • grond wordt bezit van:
    • personen
    • rechtspersonen (BV, NV, stichting)
  • eigendom wordt overdraagbaar
  • en losgekoppeld van het lichaam

👉 Bezitsstructuren worden abstract (zonder lichaam)

Deze structuren zijn opgericht door staten en economische elites, vastgelegd door administratie, en gedragen door families — waarbij vrouwen essentieel waren voor overdracht, maar zelden als formele oprichters werden erkend.


III. 🏢 Abstractie → 👤 Scheiding lichaam en bezit

Oorzaak 3:
Door juridische structuren (zoals VOF, verzekeringen, polissen) ontstaat scheiding tussen:

  • lichaam (persoon)
  • arbeid
  • bezit

➡️ Gevolg:

  • lichaam draagt risico (AOV)
  • maar bezit zit in:
    • structuren
    • systemen
    • entiteiten

👉 Degene die draagt ≠ degene die bezit


I. 🏛️ Macht wordt zichtbaar via mannen
Oorzaak:
functies zoals burgemeester en schepen worden bekleed door mannen
➡️ Gevolg:
namen als Radermacher verschijnen in:archief
geschiedenis
erfgoed

II. 🧬 Verbinding via vrouwen
Oorzaak:
huwelijk met Maria Elisabeth de la Rue
➡️ Gevolg:
koppeling tussen:bestuur (Radermacher)
kennis/archief (De la Rue)
👉 dit is een strategische familieverbinding

III. 👩‍🦰 Overdracht via dochters
Oorzaak:
dochters erven en dragen lijnen
➡️ Gevolg:
archief en bezit blijven in familie
maar:zonder zichtbare rol in bestuur
👉 dragen zonder erkenning

Dochter van Pieter de la Rue en  Maria Elisabeth van de Claver
Vrouw van Samuel Radermacher, heer van Nieuwerkerke (Walcheren)
Moeder van Daniel Radermacher, heer van Nieuwerkerk; Petronella Maria Radermacher en Maria Elisabeth Radermacher
Zuster van Pieter de la Rue

Pieter de la Rue

I. 🏛️ Macht wordt zichtbaar via mannen
Oorzaak:
functies zoals burgemeester en schepen worden bekleed door mannen
➡️ Gevolg:
namen als Radermacher verschijnen in:archief
geschiedenis
erfgoed

II. 🧬 Verbinding via vrouwen
Oorzaak:
huwelijk met Maria Elisabeth de la Rue
➡️ Gevolg:
koppeling tussen:bestuur (Radermacher)
kennis/archief (De la Rue)
👉 dit is een strategische familieverbinding

III. 👩‍🦰 Overdracht via dochters
Oorzaak:
dochters erven en dragen lijnen
➡️ Gevolg:
archief en bezit blijven in familie
maar:zonder zichtbare rol in bestuur
👉 dragen zonder erkenning

Bron: Geni.com


IV. 🧾 Administratie → 👁️ Zichtbaarheid

Oorzaak 4:
Systemen (verzekeraars, administratie, archief) bepalen wie zichtbaar is.

Bij fouten (zoals bij Nedasco):

  • verkeerde koppelingen
  • foutieve gegevens
  • ontbrekende registratie

➡️ Gevolg:

  • persoon wordt administratief onzichtbaar
  • rechten blijven, maar:
    • worden niet uitgevoerd
    • of niet erkend

👉 Bestaan ≠ geregistreerd zijn


V. 📜 Archief → 🧠 Geheugen → ⚖️ Macht

Oorzaak 5:
Historisch wordt alleen vastgelegd wat als relevant wordt gezien (door mannen in macht):

  • bestuurders
  • schrijvers
  • bewindhebbers

➡️ Gevolg:

  • mannen verschijnen in:
    • archief
    • geschiedenis
    • erfgoed
  • vrouwen verschijnen:
    • indirect
    • relationeel (dochter van, moeder van)

👉 Wat wordt opgeschreven = wat blijft bestaan


VI. 👩‍🦰 Vrouwelijke lijn → 🔗 Overdracht

Oorzaak 6:
Ondanks hun afwezigheid in registratie, dragen vrouwen:

  • familieverbindingen
  • naamoverdracht
  • archieven
  • bezit (indirect)

➡️ Gevolg:

  • erfgoed wordt feitelijk via vrouwen doorgegeven
  • maar zonder formele erkenning

👉 Drager ≠ erkende eigenaar


🎨
Johannes Vermeer
en zijn schoonmoeder
Vermeer trouwde met Catharina Bolnes
Zij was de dochter van Maria Thins
Na het huwelijk trok Vermeer in bij zijn schoonmoeder in Delft
👉 Hij woonde dus niet als zelfstandig eigenaar, maar binnen een bestaand huishouden.

De vrouwelijke rechtspersoon bestond al, lang voordat zij juridisch werd erkend.


Zij was geen bestuurder in naam, maar wel in werkelijkheid.
Geen rechtspersoon op papier, maar wel drager van recht.
Niet zichtbaar in het archief,. maomonmisbaar in de structuur.

🏠 De rol van Maria Thins

  • Maria Thins was:
    • welgesteld
    • eigenaar van het huis
    • financieel bepalend

👉 Zij ondersteunde het gezin:

  • Vermeer had een groot huishouden (± 11 kinderen)
  • inkomsten uit schilderkunst waren onregelmatig

➡️ Haar positie was cruciaal voor:

  • stabiliteit
  • continuïteit van het huishouden
    🎨 Vermeer en de vrouwelijke rechtspersoon
    In de zeventiende eeuw woonde Johannes Vermeer niet in een eigen huis, maar bij zijn schoonmoeder, Maria Thins, in Delft.
    Zij was de eigenaresse van het huis.
    Zij beschikte over vermogen.
    Zij droeg het huishouden waarin Vermeer werkte en schilderde.
    Toch is haar naam nauwelijks onderdeel geworden van de kunstgeschiedenis.

    ⚖️ Wat hier zichtbaar wordt
    Maria Thins functioneert feitelijk als wat wij nu een rechtspersoon zouden noemen:
    zij bezit
    zij beheert
    zij maakt productie mogelijk
    zij draagt risico
    Maar:
    👉 zij wordt niet als zodanig benoemd

    🧠 De paradox
    Vermeer wordt herinnerd als meester.
    Maria Thins wordt nauwelijks genoemd, terwijl:
    zonder haar eigendom en structuur
    zijn werk niet in dezelfde vorm had kunnen bestaan

VII. 🧬 Familie → 🏛️ Structuur → 🏦 Systeem

In mijn casus:

  • De la Rue → schrijft (geheugen)
  • Radermacher → bestuurt (macht)
  • dochters → dragen (overdracht)
  • Bongartz Aldenhoven ( WOII)
  • Knibbe → systeem (modern financieel bestuur)

➡️ Gevolg:

  • lijn beweegt van:
    • lichaam → familie → archief → systeem

👉 Wat begon als relatie wordt systeembeheer

Toen mijn opa in de oorlog naar Londen moest, nam mijn oma de schoenenzaak over. Zij hield het bedrijf draaiende met haar kinderen, maar deed dat onder toezicht van de burgemeester. Zij bestuurde — maar niet als erkend bestuurder.

Na mijn bezoek aan het Zeeuws stuitte ik op de volgende gegevens.
  • Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging
  • Peter Mathias Bongartz (1906, Goch)
  • Politieke Recherche Afdeling Den Bosch
  • Tribunaal / bijzondere rechtspleging (na WOII)
  • Wet 15501 NBG (verwijzing naar naoorlogse wetgeving) Inventarisnummer 93577

VIII. 🌾 Grond → 🚫 Geen eigendom → 📄 Wel registratie

Casus Lindeboom:

Oorzaak:
arbeid zonder eigendom

➡️ Gevolg:

  • wel zichtbaar in akte
  • niet zichtbaar als eigenaar

👉 Aanwezigheid zonder recht


IX. 🔁 Samengevoegd causaal mechanisme

Stap voor stap:

  1. Aarde wordt vertaald naar eigendom
  2. Eigendom wordt juridisch vastgelegd
  3. Juridisch systeem abstraheert bezit
  4. Lichaam raakt gescheiden van bezit
  5. Archief bepaalt zichtbaarheid
  6. Vrouwen worden niet geregistreerd als dragers
  7. Systemen beheren wat zichtbaar is
  8. Fouten in systemen maken mensen onzichtbaar

🎯 EINDCONCLUSIE (causaal)

Foto Museum Rotterdam- Kaartjes gekregen van mijn beheerder Nationale Nederlanden in 2018

Omdat eigendom wordt losgekoppeld van het lichaam
en zichtbaar wordt gemaakt via administratieve en archiefsystemen,
ontstaan structuren waarin vrouwen wel de overdracht dragen,
maar niet als eigenaar of actor worden erkend.
Wanneer deze systemen falen (zoals bij polisadministratie),
kan zelfs het lichaam dat het risico draagt administratief verdwijnen.

Corrigeer me als ik het verkeerd zie op papier
Monkey Business

🧠 In mijn taal (compact)

  • Moeder aarde → geeft
  • Moeder maatschappij → verdeelt
  • Dochteronderneming → abstraheert
  • Archief → selecteert
  • Systeem → beheert

👉 En daartussen:

de vrouw → draagt, maar wordt niet vastgelegd


De onzichtbare erfgenamen – In Nederland functioneert de Grondwet dus als belofte zonder directe rechtsingang, waardoor structurele ongelijkheid zich kan verschuilen achter individuele beoordeling.

Van wie ben ik er een?
1. Wat stond er wél in 1848?
De Grondwet van 1848 (onder leiding van Johan Rudolph Thorbecke) was revolutionair, maar:
Ging over burgerrechten en parlementaire macht
Sprak over “Nederlanders”, maar in praktijk:Alleen mannen hadden politieke rechten
Vrouwen waren juridisch en economisch ondergeschikt
👉 Met andere woorden:
gelijke behandeling van mannen en vrouwen zat er toen helemaal niet in.

2. Wanneer kwam “artikel 1” zoals we dat nu kennen?
De echte gelijkheidsnorm kwam pas veel later, met:
Grondwet van 1983
Daarin staat het huidige Artikel 1:
“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld…”
Dit is dus geen 19e-eeuws uitgangspunt, maar een laat 20e-eeuws correctiemechanisme op een ongelijk verleden.

3. Waarom dit belangrijk is voor mijn onderzoek
Wat ik eigenlijk blootleg is dit:
Het pensioensysteem is gebouwd op een fundament dat ontstond vóórdat gelijkheid tussen man en vrouw juridisch bestond.
Dat heeft gevolgen:
Pensioen = gekoppeld aan arbeid
Arbeid = historisch mannelijk georganiseerd (loon, carrière, continuïteit)
Zorg = buiten het systeem geplaatst
Dus zelfs als de regels later “gelijk” worden gemaakt, blijft de structuur ongelijk van oorsprong.

Met de aankoop van ons rijksmonument verkreeg ik eigendom, maar ook een publieke verantwoordelijkheid: het beheer van erfgoed dat de staat beschermt en de geschiedenis draagt.


Dag van het Kasteel

Montancourt- Mijn tijd loopt RAS – SAR

Het huis dat wij kochten behoort niet alleen ons toe — het behoort tot het verleden. En in dat verleden neem ik als fine art kunstenaar nu een zichtbare plaats in.

Op grond van Artikel 1
Er is maar een Nederlandse zoals zij
Wie ben ik juridisch?

https://www.amsterdammuseum.nl/verhalen-en-collecties/themes/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

Als eigenaresse en kostwinner draag ik de volledige aansprakelijkheid. VOF

Tegelijk werd ik in de polisadministratie van betrokken volmachtkantoren niet correct geregistreerd, waardoor mijn positie als rechthebbende onvoldoende zichtbaar en erkend was.

Pst….indien mijn interpretatie afwijkt van de historische of juridische werkelijkheid, nodig ik uit tot correctie maar dan met feiten op papier.

Liefs Silvia alias Truus van Gogh

Hello, Today you have day off

Hello, Today you have day off
Posted on 7 maart 2026

Als moeder, de vrouw meedoet groeit iedereen. Beoordeel mij op mijn werk, mijn strijd en mijn bijdrage aan het publieke belang.

Niet op een ziekte, en niet op systemen die mensen beperken.

Rechtvaardigheid en gelijkheid horen het uitgangspunt te zijn van een samenleving die haar burgers serieus neemt.


“Wanneer een vrouw de draad van de geschiedenis oppakt, verandert het archief in toekomst.”

Wanneer je door Middelburg loopt, langs het water van de Rouaansekaai, lijkt de stad rustig. De gevels staan stil, het water beweegt langzaam richting zee. Maar onder deze rust ligt een lange geschiedenis van handel, risico en verzekering.

Het is geen toeval dat juist in Zeeland en Middelburg vroeger relatief veel assurantiekantoren zaten. De oorsprong daarvan ligt in de zee.


De zee als economische motor

In de 17e en 18e eeuw was Middelburg een belangrijke handelsstad. Schepen vertrokken vanuit de Zeeuwse havens naar verre bestemmingen: Azië, Afrika, de Caraïben en Noord-Europa. Organisaties zoals de Dutch East India Company en de Middelburgsche Commercie Compagnie organiseerden internationale handelsroutes.

Elke reis bracht risico’s met zich mee.

Een schip kon vergaan in een storm.
Lading kon verloren gaan.
Piraten konden een schip overnemen.
Bemanningsleden konden overlijden tijdens de reis.

Handel over zee betekende altijd onzekerheid.

Uit die onzekerheid ontstond iets nieuws: verzekering.


De geboorte van assurantie

Kooplieden en reders wilden hun risico’s beperken. Daarom ontstonden de eerste vormen van maritieme verzekering.

Schepen werden verzekerd.
Handelswaar werd verzekerd.
Soms werd zelfs de bemanning verzekerd.

Zo ontstond een netwerk van contracten tussen investeerders, reders en handelaren. Een verzekeringscontract kon betrekking hebben op één schip, één reis of zelfs één specifieke lading.

Daarmee ontstonden ook de eerste assurantiemakelaars en lokale verzekeringskantoren.

De haven werd niet alleen een plek van goederen, maar ook van financiële afspraken.


De haven als financieel netwerk

Een havenstad functioneerde als een economisch ecosysteem. In en rond de kades zaten:

kooplieden
notarissen
assurantiemakelaars
bankiers

Contracten werden vaak gesloten in handelskantoren, notariskamers en zelfs koffiehuizen. Daar ontstonden de eerste verzekeringsportefeuilles — bundels van polissen die samen een economische waarde vormden.

De kade was dus niet alleen een logistieke plek.
Het was een financieel knooppunt.


Rouaansekaai: een naam die een handelsroute onthult

De naam Rouaansekaai verwijst vrijwel zeker naar de Franse handelsstad Rouen.

Rue de gros horloge

In de 16e en 17e eeuw bestond er een intensieve handelsverbinding tussen Zeeland en Normandië. Schepen voeren tussen Middelburg, Antwerpen en Rouen langs de rivier de Seine.

Vanuit Rouen kwamen bijvoorbeeld:

wijn
textiel
zout
luxegoederen

Vanuit Zeeland vertrokken:

graan
haring
koloniale goederen
scheepsmateriaal

Veel kades kregen namen die verwezen naar handelspartners. Dat had een praktische reden: kooplieden wisten waar bepaalde goederen aankwamen en schepen uit dezelfde regio legden vaak op dezelfde plek aan.

De Rouaansekaai betekende dus letterlijk:
de kade van de handel met Rouen.

Bed & Breakfast Montancourt Middelburg

De huizen aan de kade

Wie langs de Rouaansekaai loopt, merkt meteen dat de huizen hoog en smal zijn.

Dat heeft een simpele oorzaak: belasting. In veel Nederlandse steden werd belasting geheven op basis van de breedte van de gevel. Kooplieden bouwden daarom smalle huizen die diep en hoog waren.

Zo betaalden ze minder belasting maar hadden ze toch veel opslagruimte.

De gebouwen waren vaak een combinatie van woning en pakhuis. Binnen lagen goederen opgeslagen zoals wijnvaten, graan, specerijen en textiel. Bovenin zie je bij veel huizen nog een hijsbalk of hijshaak. Daarmee werden goederen via luiken naar boven getakeld.

De architectuur was eigenlijk een handelsmachine.

Beneden: kantoor of opslag.
Midden: magazijn.
Boven: soms woonruimte.


Het doorhuis

Veel van deze huizen hadden bovendien een bijzondere structuur: een doorhuis.

Een doorhuis had een doorgang van straat naar water. Vandaar de waterput in onze kelder. Goederen konden zelfs rechtstreeks van schip naar gebouw worden gebracht. Soms kon een wagen zelfs door het gebouw rijden van straat naar kade.

Handel liep letterlijk door het huis heen.

In deze gebouwen bevonden zich vaak verschillende zones:

Begane grond
opslagruimte
kantoor van de koopman
laadruimte

Verdiepingen
magazijnen
administratie
contracten

Zolder
lichte opslag
goederen die via de hijsbalk omhoog werden gehesen

Door deze gebouwen stroomden goederen, geld en afspraken.


Van zeehandel naar levensverzekering

In de 19e eeuw veranderde de economie. Scheepvaart bleef belangrijk, maar verzekeringen breidden zich uit naar nieuwe vormen:

brandverzekeringen
levensverzekeringen
pensioenverzekeringen

Veel oude maritieme assurantiekantoren groeiden uit tot algemene verzekeringskantoren.

Lokatie Zeeuws Museum

Later werden ze onderdeel van grote nationale verzekeraars zoals

Entity company”,”Nationale-Nederlanden”,”Dutch insurance company”, Aegon en ASR Nederland.

De zeehandel had dus indirect de basis gelegd voor een moderne financiële sector.


De onzichtbare bron van kapitaal

Wanneer een vrouw, moeder en later kostwinner verzekeringen afsluit, ontstaat een economische keten.

Arbeid wordt inkomen.
Inkomen wordt premie.
Premie wordt beleggingskapitaal.

Verzekeraars investeren die premies in staatsobligaties, aandelen, vastgoed en infrastructuur. Zo werd mijn individuele leven uiteindelijk onderdeel van grote financiële systemen.

De bron van dat kapitaal — het werk, het lichaam, het leven van de verzekerde — verdwijnt vaak uit beeld.

De vrouw – een ontwikkelingsgebied. De vrouw is geen object. De vrouw blijkt een ontwikkelingsgebied.

Zoals een ei in een nest rust voordat het uitkomt, zo draagt de vrouw de mogelijkheid van nieuw leven, nieuwe kennis en nieuwe vormen van bestaan.

Het ei staat voor: oorsprong potentie begin van groei Het nest staat voor: bescherming zorg gemeenschap

Samen vormen ze een beeld van ontwikkeling. De verborgen kracht Ontwikkeling begint vaak in stilte. Niet alles wat groeit is zichtbaar. Niet alles wat waarde heeft wordt meteen erkend.

Zoals het ei tijd nodig heeft om te rijpen, zo heeft ook de ontwikkeling van mensen, kennis en cultuur ruimte en bescherming nodig.

De vrouw als bron

Door de geschiedenis heen werd de vrouw vaak gezien als: moeder zorgdrager beschermer van leven

Maar de vrouw is meer dan dat. De vrouw is ook: drager van kennis maker van cultuur bron van vernieuwing.

Ontwikkeling als toekomst

Wanneer we de vrouw erkennen als ontwikkelingsgebied, erkennen we dat:

groei begint bij zorg toekomst begint bij aandacht en vernieuwing begint bij degene die leven draagt.

De vrouw is geen bijvangst of randgebied van de geschiedenis. Zij is het terrein waar toekomst ontstaat.

Ziel van Nederland in Beeld en wet

De onzichtbare erfgenaam

Historisch werden veel verzekeringsportefeuilles familiaal opgebouwd. Assurantietussenpersonen beheerden netwerken van klanten en polissen die generaties konden blijven bestaan.


Wees trots op wie je bent, maar blijf begrijpen hoe de wereld in elkaar zit.


Trots op mijn monument zonder kennis maakte mij kwetsbaar.
Kennis zonder trots maakt een rijksmonument leeg en stil.
Dag van het Kasteel

Maar archieven vertellen vaak maar een deel van het verhaal.

Foto museum Rotterdam

Tot 1956 waren gehuwde vrouwen juridisch beperkt in hun handelingsbekwaamheid. Economische activiteiten konden dus door vrouwen worden gedragen terwijl het eigendom formeel op naam van mannen stond.

Zo ontstond een merkwaardig historisch fenomeen:
een economische structuur die familiaal was, maar juridisch patriarchaal.

Daar verschijnt een figuur die vaak buiten beeld blijft: de vrouw, de moeder,

de onzichtbare erfgenaam.

X + Y = Z

“Before Y was written in the law, X was already there.”


Rouaansekaai als archief

Wanneer je vandaag de dag langs de Rouaansekaai loopt, zie je vooral water, gevels en stilte.

Maar onder deze plek ligt een geschiedenis van:

Heilig Geloof – internationale handel –
risico en verzekering – familienetwerken
economische erfenissen

Het adres zoals Rouaansekaai 21 kan daardoor worden gelezen als meer dan een huis.

Het ultieme geheim van het Ei van Collum Bus

Het is een knooppunt waar handel, verzekering, familiegeschiedenis en erfgoed elkaar kruisen.


Het begin van eigendom ligt in het lichaam dat leven voortbrengt.

“Don’t forget to have a good time also.”

Volgens het erfgoeddenken van de Council of Europe en de Faro Convention bestaat erfgoed niet alleen uit monumenten, maar ook uit de verhalen die mensen eraan verbinden.

De kade wordt dan een archief van menselijke relaties.


Want aan de Rouaansekaai stroomt het water nog altijd richting zee.
De schepen zijn verdwenen, maar de vaarroutes bestaan nog.

Tussen Middelburg en Amsterdam, Amerika, Rome en Rouen.
Tussen wereldhandel en herinnering.
Tussen moeder, erfgoed en de onzichtbare erfenis van de stad.

Het ultieme geheim – Moeder de vrouw

Wettelijke kenniskloof van vrouwen in de juridische fictie

De term “wettelijke kenniskloof” gebruik ik hier om het historische probleem te beschrijven: vrouwen werden juridisch geacht de wet te kennen, maar kregen lange tijd geen toegang tot dezelfde juridische kennis of bevoegdheden als mannen.

Dit hangt samen met het principe van de Ignorantia juris non excusat.

Dit principe zegt: iedereen wordt geacht de wet te kennen.

Maar historisch resulteerde dit voor veel vrouwen vaak een juridische fictie.

1. De juridische fictie

Een Legal Fiction is een aanname die het recht gebruikt om een systeem werkbaar te maken.

Voorbeeld:

de wet behandelt iedereen als gelijke rechtssubjecten maar in werkelijkheid hadden groepen mensen niet dezelfde mogelijkheden

Voor vrouwen gold dat zij vaak:

geen contracten mochten sluiten geen eigendom zelfstandig konden beheren geen juridische opleiding kregen

Toch werd juridisch aangenomen dat zij de wet moesten kennen en naleven.

2. Historische beperking van de gehuwde vrouw

In Nederland werd de positie van vrouwen lange tijd bepaald door het familierecht.

Tot 1956 bestond de regeling waarbij de gehuwde vrouw handelingsonbekwaam was.

Dat veranderde met de Wet handelingsonbekwaamheid gehuwde vrouw afgeschaft.

Voor die tijd betekende dit dat een vrouw vaak:

toestemming van haar man nodig had voor contracten geen zelfstandig financieel beheer had niet volledig als juridisch actor werd behandeld

Hier ontstaat de kenniskloof:

de vrouw werd geacht de wet te volgen, maar had geen volledige toegang tot de instrumenten van die wet.

3. De kenniskloof in praktijk

De juridische kenniskloof kon zich uiten in situaties zoals:

verzekeringscontracten op naam van de echtgenoot eigendom dat juridisch bij de man lag beperkte toegang tot financiële informatie

In economische structuren zoals verzekeringsportefeuilles of familiekapitaal kon dat betekenen dat vrouwen:

meewerkten aan het opbouwen van vermogen maar niet zichtbaar waren als eigenaar of beheerder.

4. De kenniskloof als structureel probleem

De wettelijke kenniskloof ontstaat wanneer drie elementen samenkomen:

juridische verplichting (de wet moet worden nageleefd) beperkte toegang tot kennis of macht een juridische fictie van gelijkheid

De wet zegt dat iedereen gelijk is, maar de sociale realiteit creëert ongelijkheid.

5. Relevantie voor hedendaags onderzoek

Het concept van een wettelijke kenniskloof wordt vandaag besproken in verband met:

gendergelijkheid economische participatie toegang tot juridische informatie erkenning van onzichtbare arbeid.

Het laat zien dat juridische systemen soms formele gelijkheid aannemen terwijl de praktijk anders werkt.

💡 Samenvatting

De wettelijke kenniskloof van vrouwen in de juridische fictie betekent dat:

vrouwen juridisch werden geacht de wet te kennen maar historisch vaak geen volledige toegang hadden tot de middelen om die wet te gebruiken.

Het recht behandelde hen als gelijke rechtssubjecten, terwijl hun feitelijke juridische autonomie beperkt was.

Verzekeringsspel- Pensioenboekje- Ganzenbordspel

“Wanneer moeder, een vrouw de draad van de geschiedenis oppakt, verandert het archief in gezonde toekomst.”

Aan Ondernemend Nederland | cultuur, erfgoed & zelfstandigheid

Onze monarchie moeder de vrouw.

Opgroeien met tegenwind, is leren koers houden zonder vaste route. Is omvallen en opvallen, en kijken naar de wind, en elke dag opnieuw leren zeilen.

Leven – cultuur – erfgoed

Niet omdat het makkelijk is — maar omdat stilvallen nooit een optie was. Tegenwind prikkelt je zintuigen en nodigt uit de wetten uit het heilige roomse rijk en de synode van Dort via het Nationaal Archief en Zeeuws Archief grondig te bestuderen.

Zij is geen vergeten individu, maar het vergeten lichaam waarop het Burgerlijk Wetboek rust.

In Middelburg leer je luisteren naar wat nooit werd gezegd en of opgeschreven. Het maakt je zelfstandig vóór je de zin ” iedereen is voor de wet gelijk” echt goed kent. De vergeten moeders, de vergeten vrouwen in de grondwet en burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam en geest.

Wie als meisje, vrouw en of moeder de vrouw door het leven reist en of zij die een liefdevolle huwelijksreis maakt, groeit verder met tegenwind maar leert dat macht en kracht niet zit in schoonheid, snelheid of rechtspraak, maar dat het in volhouden zit.

En dat richting soms pas zichtbaar wordt als je blijft bewegen.

Opgroeien met tegenwind maakt geen volgers — maar mensen die wijsheid verkrijgen door zelfstudie, en alleen op hun eigen kompas durven te vertrouwen.

Self Made Art

‘Wijsheid wordt niet onderwezen, die moet je ontdekken’ — Alain de Botton

Voor mij draait ondernemerschap om onafhankelijkheid en bewegen uit eigen kracht. Oftewel de natuurlijke weg van wens naar werkelijkheid.

De creatiespiraal daar begint het mee.

Die ruimte ontstaat niet alleen in cijfers en structuren, maar ook in plaatsen die dragen, herinneren en verstillen.

📍 B&B Montancourt Middelburg

Een rijksmonument waar levend immaterieel erfgoed voelbaar is — niet als verleden, maar als bron voor vandaag.

Bloedlijn moeder de vrouw- moedermaatschappij & dochter onderneming

Het Burgerlijk Wetboek regelde bezit en personen, maar niet het vrouwenlichaam dat dit alles draagt.

Wat er ook gebeurd

Het huis aan de Rouaansekaai vertelt verhalen. Over arbeid, zorg, eigenaarschap en autonomie.

Over moeder de vrouw — een begrip dat resoneert met het beroemde sonnet De moeder de vrouw van Martinus Nijhoff, waarin water, vruchtbaarheid en oorsprong samenkomen.

Het ultieme geheim – De golem

🕊️ Monumenten zijn geen stilstaande objecten.

Ze zijn plaatsen van overdracht, waar cultuur zich blijft vormen — door wie er verblijft, denkt en werkt.

Exposure Oostkerk Middelburg

🔲 Scan de QR-code voor een impressie

Unieke reden voor een bezoek oftewel pak eens een monumentje voor jezelf.

#cultuurhistorischewaarde #levendimmaterieelerfgoed #ondernemerschap

#moederdevrouw #erfgoed #zelfstandigheid #Middelburg #verwondering #aanpakmetandereogen

Werk je hard, draag je verantwoordelijkheid, bouw je aan iets dat groter is dan jijzelf? Gun jezelf dan ook ruimte om stil te staan en anders te leren kijken?

Aan de Rouaansekaai in Middelburg ligt B&B Montancourt Middelburg – een plek waar erfgoed, rust en ondernemerschap elkaar ontmoeten in vrijheid.

Netwerk- levens erfgoed
Harry’s Style

Reserveer via Booking.com of mail ons:

https://bedbreakfastmontancourtmiddelburg.com/contact/

Photo credits: Christina Marcour

Fijne dag vandaag

Silvia

Dochter van THC Lindeboom VOF

Uitgelicht

Reisverslag

Dit verhaal laat zien dat de vrouw, de moeder, de huisvrouw historisch wél bestond als fiscaal object, maar niet als autonoom rechtsubject.

Met dank aan David Knibbe en Elisabeth Maria van der Claver en Petronella Rademacher- Samuel Rademacher en Pieter de la Rue

2025

Niet als jaartal van afronding, maar als moment van zichtbaarheid. Wat lang werd geadministreerd, wat werd herleid tot relatiebeheer, krijgt hier weer vorm. Niet in dossiers, maar in objecten.

Het bronzen beeldje en de foto zijn geen bewijs in juridische zin, maar getuigen. Zij tonen wat het systeem uit beeld hield: dat waarde werd behouden, maar oorsprong werd losgemaakt.

Wat door een familie werd gedragen, werd door relatiebeheer geadministreerd. De waarde bleef, de oorsprong verdween.

Totdat zij zich weer liet zien.

Het portefeuille-privilege functioneerde historisch als een economisch beschermingsrecht voor relationele arbeid. De assurantieportefeuille moet daarom worden begrepen als immaterieel erfgoed van arbeid, vertrouwen en zorg — een praktijk die juridisch werd erkend, maar cultureel en archiefmatig onzichtbaar bleef.

Peter Mathias Bongartz – Koningin Juliana – zouden we toch familie bloedlijnen delen?

Statement


Wat begon uit nieuwsgierigheid
werd een levenslange noodzaak.


Omdat het lichaam en de geest van de vrouw
niet in de Grondwet en het Burgerlijk Wetboek voorkomen
als zelfstandig door haarzelf bestuurd,
kan haar arbeid en haar werk
nooit als eerste eigendom worden erkend.


Daarom spreekt Erfgoed Zeeland over bewoners:
niet over dragers,
niet over oorsprong,
niet over eigenaars.


In die taal ben ik gebruiker van ruimte,
geen rechtssubject van wat is voortgebracht.


In de bank ben ik hoofdpersoon.
In het erfgoed word ik bewoner.


De rechtsstaat benut het lichaam en de geest van de vrouw
zonder haar te erkennen als juridische oorsprong.


Dat is discriminatie op grond van geslacht
en strijdig met artikel 1 van de Grondwet.


Zonder oorsprong geen recht.
Zonder moeder geen rechtsstaat.

Wat gebeurde er toen?

Titel: De Huisvrouw als Fisca Onderschrift: “Stil kinderen, moeder heeft belastingdag!” De moeder zit aan tafel als administratief knooppunt: kinderen om haar heen huishoudboek formulieren toezicht, zorg, orde

👉 Zij draagt verantwoordelijkheid, maar:

zij tekent niet als rechtspersoon, zij bezit niet het inkomen, ( inkomsten), zij draagt zorg zonder eigendom zij werkt met of zonder loon zij verschijnt in het recht via het huishouden, niet als zelfstandige bestuurder van haar ei – gen – lichaam en geest door het ontstaan van wetboek 9.

De huisvrouw wordt : geadresseerd door de fiscus gebruikt door het systeem belast via zorg en arbeid maar niet erkend als zelfstandig belastingplichtig subject met eigen rechten.

Dat is de paradox:

Ze doet al het werk en het fiscale werk, maar is zelf niet de fiscale rechtspersoon / persoon.

De moeder werd belast voordat zij werd erkend. Zij droeg plicht zonder schild. Zij was fiscaal aanwezig, maar constitutioneel afwezig.

Zolang mijn vrouwelijk lichaam niet volwaardig en expliciet als gelijk rechtsubject is geconstitueerd, kan de staat mij niet behandelen als fiscaal of bestuurlijk object.

Moeder Anna 1941 – Invoering loonbelasting via het Duitse Rijk – Vrouwen waren handelingsonbekwaam- moeders dus blijkbaar niet!!

Dochter van THC Lindeboom VOF

Ze werd verzekerd, maar niet wettelijk erkend.

Ik reis als dochter van THC Lindeboom assurantie kantoor AGO door “mijn” de geschiedenis heen.

Een huwelijk in 1962, en uiteindelijk een assurantiekantoor waarin mijn vader, Theodorus Cornelis Lindeboom, werkzaam werd als assurantie-agent en mijn moeder Anna Agnes Hendrika Bongartz zijn vrouw zijn steun en toeverlaat is. Ze kregen twee dochters, geen zonen.

Hoe het begon

Het huis in Haps werd verkocht om de portefeuille te kunnen betalen. Het kantoor verhuisde naar de flat in de Westervenne 309 in Purmerend om vanuit daar de portefeuille met al een opgebouwd klantenbestand en waarde uit te breiden.

Die waarde bestond en ontstond uit langdurige relaties, premiebetalingen en vertrouwen, vastgelegd in administraties en contracten.

Haps 1975

Mijn vertrekpunt is het huis in Haps: de plek waar arbeid werd verricht, verantwoordelijkheden werden gedragen en continuïteit werd onderhouden. Met de verkoop van het huis werd de portefeuille betaald.

Als dochter nam ik waar hoe werk armoede bloedlijnen en leven in elkaar grepen. De verzekering ( een kansovereenkomst) was aanwezig als structuur: in dossiers, polissen, termijnen en uitkeringen.

Niet als persoon, maar als systeem.

Het grootste misbruik schandaal ooit: het huwelijk en het burgerlijk wetboek ten opzichte van de grondwet binnen de moedermaatschappij en dochteronderneming.

Niet omdat mensen elkaar niet liefhebben. Maar omdat het huwelijk eeuwenlang het juridische aanknopingspunt was waar ongelijkheid werd genormaliseerd.

1. Het huwelijk en Artikel 1

Artikel 1 van de Grondwet zegt: gelijke gevallen moeten gelijk worden behandeld.

Het huwelijk deed eeuwenlang precies het tegenovergestelde: man en vrouw waren niet gelijk de man was: handelingsbekwaam eigenaar verzekerbaar subject de vrouw was: juridisch ondergeschikt economisch afhankelijk en volledig economisch handelingsonbekwaam (tot 1956!)

De Codex Hammurabi markeert: het begin van het idee dat het vrouwelijk lichaam wél drager van plicht en orde is, maar niet drager van gelijke rechten.

Dat patroon: loopt via Romeins recht naar kerkelijk huwelijksrecht naar de burgerlijke stand naar het moderne Burgerlijk Wetboek

En dáár wringt de kernvraag: hoe kan artikel 1 universeel zijn, als deze asymmetrie nooit expliciet is opgeheven?

Zolang het recht mijn lichaam erft uit Hammurabi maar mij niet expliciet herconstitueert als gelijk rechtsubject, is fiscale neutraliteit een fictie.

Dit is geen activistische claim.

Dit is een rechts-historische constatering.

Corrie Tenderloo

Motie Tenderloo: Maar Corrie Tendeloo had geen huwelijk en geen kinderen.

Wat daarover bekend is: Zij trouwde nooit. Er zijn geen kinderen van haar bekend.

De Motie-Tendeloo en de invoering van de AOW onder Willem Drees horen inhoudelijk én ideologisch bij elkaar, maar ze regelen iets fundamenteel anders in de Nederlandse verzorgingsstaat.

Motie-Tendeloo (1955): gelijk burgerschap van vrouwen

De Motie-Tendeloo, ingediend door Corrie Tendeloo, maakte een einde aan het ontslag van gehuwde vrouwelijke ambtenaren.

Essentie:

Gehuwde vrouwen kregen het recht om te blijven werken. Het huwelijk verloor zijn status als juridische reden voor uitsluiting van arbeid. De motie doorbrak het idee dat de man automatisch kostwinner was en de vrouw economisch afhankelijk.

➡️ Dit was een grondrechtenkwestie: gelijkheid, autonomie en rechtspositie.

AOW (1957): collectieve bestaanszekerheid

De Algemene Ouderdomswet werd ingevoerd onder premier Drees en gaf alle ouderen recht op een basispensioen.

Essentie:

Ouderdom werd een collectief risico, niet langer familieafhankelijk. De staat nam zorg over die eerder bij kinderen (vaak dochters) lag.

Bestaanszekerheid werd losgekoppeld van individuele verdiencapaciteit.

➡️ Dit was een sociale zekerheidskwestie.

De cruciale spanning: vrouw, arbeid en zorg

Tja Artikel 1??? Iedereen is voor de wet gelijk?? De wetgeving is nooit gelijk gelijkwaardig begonnen- Weet u nog Napoleon Bonaparte?

Slagerij Van Kampen Verzekeringen

Samen laten deze twee maatregelen een spanningsveld zien:

Motie-Tendeloo – Erkent vrouwen als zelfstandig werkend burger. Doorbreekt het kostwinner-model. Richt zich op actieve levensfase

👉 De Motie-Tendeloo doorbrak genderrollen, maar bood geen vangnet voor moeder de vrouw.

AOW

Erkent burgers als zorgbehoevend aan het einde van arbeid. Veronderstelt vaak nog het gezin als eenheid. Richt zich op ouderdom

👉 De AOW neutraliseerde zorg, maar niet meteen genderrollen.

Vader Drees?

Willem Drees werd later bekend als “vader van de AOW”. Die titel is veelzeggend:

De verzorgingsstaat kreeg een vaderfiguur. De juridische en economische emancipatie van vrouwen kreeg geen vergelijkbare symbolische moederfiguur, ondanks de rol van Tendeloo. Zorg werd verstatelijkt, arbeid geëmancipeerd, maar het vrouwelijke lichaam bleef juridisch lang problematisch (denk aan kostwinner, meeverzekering, afhankelijkheid).

Samenvattend

Motie-Tendeloo = gelijkheid vóór de wet, specifiek voor vrouwen. AOW (Drees) = bestaanszekerheid voor iedereen. Samen vormen zij het fundament van de naoorlogse orde, maar met een asymmetrie: de staat werd vader, terwijl “moeder de vrouw” juridisch pas veel later erkenning kreeg.

📌 Feitelijk:

Het huwelijk schiep ongelijke rechtsposities binnen één huishouden en werd daarmee een structurele uitzondering op gelijkheid.

Wat gebeurde er in 1971

1971 is niet alleen het jaar waarin elke juffrouw mevrouw werd, maar ook het jaar waarin in Nederland de Besloten Vennootschap (BV) juridisch mogelijk werd.

1971: invoering van de BV

Met de Wet op de Besloten Vennootschap (in werking getreden in 1971) werd een nieuwe rechtsvorm ingevoerd naast de NV.

Kern van de BV:

Rechtspersoon met beperkte aansprakelijkheid. Gericht op kleinschalig, besloten eigendom Aandelen niet vrij verhandelbaar Bedoeld voor ondernemers die persoon en vermogen wilden scheiden.

De BV maakte het mogelijk dat één persoon (ook een individu) een onderneming kon bezitten zonder privé volledig bloot te staan. Men doet dit via een bovenhandse akte via de notaris. Je betaalt een flink bedrag en koopt daar mee je aansprakelijkheid af, maar een huwelijk is een onderhandse akte met volledige aansprakelijkheid.

👉 Zowel de vrouw als de ondernemer kregen een nieuw juridisch masker: niet meer privé zichtbaar, maar institutioneel erkend.

De wrange asymmetrie

En hier wordt het scherp:

De BV kreeg meteen volledige rechtspersoonlijkheid Het vrouwelijk lichaam bleef nog decennialang: meeverzekerd kostwinner-afhankelijk fiscaal en sociaal geen autonoom subject

Met andere woorden: De rechtspersoon werd sneller zelfstandig dan de vrouw.

In mijn thematiek

Dit is precies de kruising van:

Motie-Tendeloo (1955) → arbeid AOW / Drees → zorg BV (1971) → kapitaal Mevrouw (1971) → taal

De BV is dus een juridisch schild.p

Maar moeder de vrouw als constitutioneel erkend rechtsubject? Die ontbreekt nog steeds en zeker in de VORM VOF.

➡️ Je bent de onderneming.

Er is geen juridisch scherm tussen persoon en risico. Je kunt je aansprakelijkheid afkopen als onderneming, maar niet als mens, niet als partner, en helemaal niet als vrouw en of moeder, de vrouw omdat haar lichaam en geest geen enkele zelfstandige rol of entiteit kunnen zijn, simpelweg omdat haar geslacht niet expliciet vermeld is als broncode van ons aller bestaan. Nog in de grondwet nog in de uitgegeven burgerlijke wetboeken.

De recht – bank wankelt op haar fundament

Hoe kan men zeggen dat artikel 1 “voor iedereen” geldt, als ‘vrouw’ en ‘moeder’ in het Burgerlijk Wetboek niet als gelijkwaardig rechtsubject voorkomen?

Het korte antwoord is: dat kan alleen via een juridische fictie.

Het lange antwoord laat zien waar die fictie wringt.

1. Wat Artikel 1 Grondwet belooft

Artikel 1 zegt (samengevat): gelijke behandeling geen discriminatie o.a. op geslacht voor iedereen

Dit is een abstract gelijkheidsbeginsel.

Het zegt wat niet mag, maar niet hoe rechten concreet worden toegekend.

➡️ Artikel 1 is negatief geformuleerd (verbod op onderscheid), niet positief constituerend (toekenning van positie).

2. Waar het misgaat: het Burgerlijk Wetboek

Het Burgerlijk Wetboek regelt: wie rechtssubject is hoe familie, zorg, arbeid, vermogen en afstamming zijn ingericht

En daar zie je het structurele probleem:

‘De moeder’ verschijnt primair als: afstammingsdrager zorgrelatie familierechtelijke functie Niet als autonoom economisch en juridisch subject Haar positie is relationeel (ten opzichte van kind, man, gezin, staat)

👉 De moeder bestaat juridisch, maar niet als gelijkwaardige rechtsdrager naast ‘de burger’.

3. De kern van mijn vraag (juridisch scherp geformuleerd)

Men beweert dat artikel 1 op iedereen van toepassing is, omdat:” vrouw” formeel onder “geslacht” valt en de wet genderneutraal kan worden uitgelegd

Maar: Uitleg is geen gelijkstelling.

Zolang: de vrouw in het BW verschijnt als functie en niet als volledig zelfstandig rechtssubject terwijl rechtspersonen (BV, NV) wél expliciet worden geconstitueerd, is de gelijkheid theoretisch, niet structureel.

Dit raakt direct aan:

meeverzekering kostwinnerschap dochteronderneming vast in moederstructuur het vrouwelijke lichaam als dragend risico zonder schild

De BV krijgt rechtspersoonlijkheid.

De vrouw krijgt aanspreektitel (mevrouw). Maar geen gelijkwaardig juridisch schild.

Rechtspersoon (BV) – Expliciet gecreëerd in wet – Beperkt aansprakelijk – Autonoom kapitaal – Positief erkend

➡️ Kapitaal krijgt rechtspersoonlijkheid.

Moeder / vrouw – Impliciet verondersteld – Dragend risico – Relationeel lichaam – Negatief beschermd (via art. 1)

De moeder krijgt gelijkheidsretoriek.

Waarom artikel 1 dit niet “oplost”

Artikel 1: corrigeert discriminatie achteraf maar constitueert geen subject vooraf

Daarom kan men formeel zeggen:

“Artikel 1 geldt voor iedereen” terwijl materieel: niet iedereen als gelijkwaardig rechtsobject is vormgegeven.

Mijn conclusie is juridisch gewoon verdedigbaar

Wat ik feitelijk zeg, in juridische taal, is:

Zolang ‘moeder de vrouw’ niet als volwaardig, zelfstandig rechtsubject in het Burgerlijk Wetboek is geconstitueerd, is artikel 1 symbolisch universeel, maar structureel incompleet.

Dat is geen emotionele stelling.

Dat is constitutionele kritiek.

Ook in Nederland dus.

De polis & De administratie

De polis en de administratie vormen het stille erfgoed van bezit.

Niet het monument, maar het document regelde wie telde.

Waar de polis waarde vastlegde,

en de administratie volgde, archiveerde en bevestigde,

werd het lichaam — eerst dat van de slaaf, later dat van het meisje —

leesbaar gemaakt als bezit, risico of afhankelijkheid.

Stelling

De polis is het contract van toe-eigening.

De administratie is het ritueel van bevestiging.

Samen vormen zij een erfgoedpraktijk waarin: waarde wordt toegekend zonder stem rechten worden vastgelegd zonder aanwezigheid levens worden beheerd in plaats van erkend

Kritische duiding

De polis bepaalt wie verzekerd is — en wie slechts meeverzekerd. De administratie bewaart die hiërarchie en noemt haar neutraliteit. Wat niet op naam staat, verdwijnt uit het archief — en wat verdwijnt uit het archief, verliest bestaansrecht.

Zo werd: haar arbeid onzichtbaar zorg onbetaald voortplanting vanzelfsprekend erfgenaamschap uitgesloten

Niet door geweld alleen,

maar door formulieren, handtekeningen en stilzwijgen.

The Queens Gambit

Huwelijk en verzekeringslogica

De verzekeringswereld is gebouwd op: risico, bezit, handelingsbekwaamheid en continuïteit

Binnen het huwelijk betekende dat:

de man = verzekerbaar risico de vrouw = meeverzekerd lichaam haar arbeid (zorg, reproductie, huishouden): was essentieel maar niet zelfstandig verzekerd niet opgebouwd als waarde

➡️ De vrouw was functie, geen subject.

Een rol in het continuüm, geen drager van rechten.

📌 Dit is exact de logica die ik steeds blootlegt: verzekering als systeem van rollen, waarin het lichaam wel aanwezig is, maar juridisch niet erkend.

Huwelijk als erfgoed (Faro)

Volgens de Faro-conventie: erfgoed gaat over mensen over betekenis over wat gemeenschappen doorgeven

Het huwelijk is: diep verankerd cultureel erfgoed maar ook: drager van uitsluiting van genderhiërarchie van economische onzichtbaarheid

📌 Faro vraagt niet om afschaffing van erfgoed, maar om kritische erkenning.

Het huwelijk is erfgoed dat pas begrijpelijk wordt wanneer we ook erkennen wie het diende en wie het buitensloot.

Het schandaal samengevat

Het schandaal is niet dat mensen trouwden. Het schandaal is dat: ongelijkheid werd verpakt als bescherming afhankelijkheid als liefde juridische uitsluiting als natuurorde.

En dat dit alles: generaties lang doorwerkte in: recht verzekering zorg eigendom

➡️ De draden van ons heden lopen hier rechtstreeks doorheen.

Wandkleed Slavernij verleden/ heden

Het huwelijk was en is helemaal geen privéaangelegenheid, maar een juridisch systeem dat ongelijkheid organiseert — en dat werkt tot vandaag door in recht en verzekering.

Artikel 1 verplicht ons die erfenis te corrigeren. Het huwelijk was verzekerd. De vrouw als zelfstandige entiteit en bestuurder van haar ei – gen – lichaam niet.

De reis voerde mij uiteindelijk naar dé Rouaansekaai in Middelburg, een stad met een lange geschiedenis van handel, bestuur en verzekering.


Tja onder welke wet en soort inkomen valt mijn Schade uitkeringen NN  ?
  1. Staat het onder de AOW – of toch wel ? Algemene Ouderdoms Wet heeft dezelfde Code Algemene Ongeschiktheids Wet ??
  2. Pensioen heb ik niet opgebouwd als zelfstandige!!
  3. Lijftrente uitkering is het ook niet!!
  4. Of andere uitkering !! Maar dat is Wia Wao Allementatie of Wajong Nabestaanden ect ect!!
  5. Schadeuitkering staat er helemaal niet tussen!!!!!

Historisch gezien fungeerde Middelburg als knooppunt waar handelskapitaal, moreel gezag en institutionele ordening samenkwamen. In archieven en stedelijke lagen is te zien hoe functies en rollen elkaar opvolgen, los van individuele levens.

In de moderne tijd loopt de route via institutionele organisaties: verzekeraars, banken en volmachten en uitvoeringsinstanties.

Daar wordt gewerkt met rollen—agent, portefeuillehouder, bestuurder, uitkeringsgerechtigde—die overdraagbaar zijn en door de tijd heen continu blijven.

Mijn aanwezigheid in dit landschap is die van feitelijke drager van continuïteit: het leven dat doorloopt terwijl rollen worden overgenomen omdat ik sinds 2019 woon in Rijksmonument Montancourt Middelburg- Een rijksmonument uit 1596 en waar de vrouwen uit dit huis gekoppeld werden aan o.a De burgemeester van Middelburg Samuel Rademacher.

Boter Kaas & Eieren

Verzekeringscitaat

In 1995 sluit een vrouwelijke handelaar in confectie AOV verzekering af bij Nationale-Nederlanden, onder leiding van CEO David Knibbe.

Niet wetende dat hij daarmee, ogenschijnlijk toevallig, opnieuw verbonden raakt met een huis waarin ruim vier eeuwen eerder zijn familiegeschiedenis al was verankerd.

Hetzelfde huis waarin de familie Knibbe in de zeventiende eeuw familiebanden onderhield met de familie De la Rue–Rademacher. Handel, textiel, vertrouwen en overdracht vormden toen al de stille infrastructuur van waarde.

Wat hier wordt verzekerd is niet alleen bezit of risico, maar een continuüm: de overdracht van arbeid, naam en kapitaal over generaties heen — gedragen door lichamen, huizen en vrouwen die zelden in de polis worden genoemd.

Tijdens mijn reis wordt zichtbaar dat erkenning niet vanzelfsprekend volgt uit arbeid of verantwoordelijkheid. Zichtbaarheid ontstaat wanneer iemand formeel als rolhouder is geregistreerd.

Wie die registratie niet draagt, blijft buiten beeld, ook als de bijdrage reëel is. Zo wordt het verschil voelbaar tussen leven en registratie.

Conclusie:

Verzekering functioneert via rollen, niet via personen. Daarin ligt de verklaring voor mijn onzichtbaarheid.

Mijn arbeid, verantwoordelijkheid en kostwinnerschap waren feitelijk aanwezig, maar niet gekoppeld aan een formeel erkende rol binnen het verzekeringssysteem.

Daardoor werd mijn positie niet zichtbaar in dossiers, overzichten en besluiten. Dit is geen kwestie van intentie, maar een structureel effect van een systeem dat continuïteit borgt via functies en registraties.

De reis laat zien dat waarde kan worden opgebouwd in huizen en levens, terwijl erkenning plaatsvindt in instellingen. Wanneer die twee niet samenvallen, ontstaat onzichtbaarheid.

Wat geen formele rol heeft, wordt niet gezien—ook als het de continuïteit draagt.

De Grondwet en het Burgerlijk Wetboek beschermen de natuurlijke personen, maar zwijgen over het lichaam dat die levende burgers mogelijk maakt.

Hoewel vrouwen in de Nederlandse rechtsorde formeel als volwaardige rechtssubjecten worden erkend via titels, vertonen zowel de Grondwet als het Burgerlijk Wetboek een structureel hiaat in de expliciete erkenning van de geest, het lichaam en de zorg- en reproductieve arbeid die deze rechtsorde mogelijk maken.

De Grondwet: beschermt rechten definieert geen subject

Zij zegt niet: wat een zelfstandig lichaam en geest is hoe zorg, reproductie en afhankelijkheid juridisch worden gedacht wie het dragende fundament van de staat is.

De burger verschijnt als abstract individu, zonder lichaam, zonder geschiedenis, zonder zorgrelaties.

👉 Dat abstracte individu lijkt neutraal, maar is historisch gemodelleerd op de mannelijke burger die niet zwanger is, niet afhankelijk is, niet zorgt. Dat is het hiaat.

Het Burgerlijk Wetboek

Het BW is relationeel opgebouwd: ouder–kind echtgenoten arbeidsovereenkomst zorgrelaties

Maar: zorgarbeid is versnipperd reproductieve arbeid is gejuridiseerd zonder volwaardige waardering het lichaam verschijnt vaak als object van regeling, niet als drager van waarde

De vrouw is juridisch gelijk, maar haar specifieke dragende arbeid blijft structureel: impliciet onbenoemd ondergewaardeerd

👉 Het BW regelt gevolgen, maar erkent het fundament niet expliciet.

Dat is het tweede hiaat.

De Grondwet beschermt fundamentele rechten van een abstract individu, zonder het lichaam, afhankelijkheidsrelaties of zorgpraktijken expliciet te adresseren.

Dit abstracte subject is historisch en conceptueel gevormd binnen een mannelijk-normatief kader.

Waarom dit punt géén activistische overdrijving is

Ik zeg niet: “Vrouwen hebben geen rechten.” Ik zeg: “Het recht rust op iets wat het niet benoemt.”

Dat is een klassieke constitutionele kritiek, vergelijkbaar met: kritiek op onbetaalde arbeid kritiek op informele zorg kritiek op koloniale stiltes in wetgeving

In academische termen:

👉 dit is een structurele blinde vlek, geen juridisch tekort.

Impliciete fundamenten

Het Burgerlijk Wetboek regelt familie-, arbeids- en zorgrelaties voornamelijk op het niveau van rechtsgevolgen, terwijl de onderliggende dragende arbeid — met name reproductieve en zorgarbeid — impliciet blijft en niet als fundamentele juridische categorie wordt erkend.

Formele gelijkheid versus materiële erkenning

De formele gelijkstelling van vrouwen in het recht heeft niet geleid tot een expliciete juridische articulatie van de specifieke lichamelijke en zorggerelateerde voorwaarden waaronder die gelijkheid historisch tot stand komt.

Wat er juridisch wél klopt

Vrouwen zijn volledig rechtssubject in het Nederlandse recht. Art. 1 Grondwet garandeert gelijke behandeling. Het Burgerlijk Wetboek kent geen formele ongelijkheid meer tussen mannen en vrouwen.

Op papier is de zaak dus “af”.

Waar jouw hiaat zit (en dat is geen detail)

1. De Grondwet

De Grondwet:

beschermt rechten definieert geen subject

Zij zegt niet:

wat een zelfstandig lichaam is hoe zorg, reproductie en afhankelijkheid juridisch worden gedacht wie het dragende fundament van de staat is

De burger verschijnt als abstract individu,

zonder lichaam, zonder geschiedenis, zonder zorgrelaties.

👉 Dat abstracte individu lijkt neutraal,

maar is historisch gemodelleerd op de mannelijke burger

die niet zwanger is, niet afhankelijk is, niet zorgt.

Dat is het hiaat.

2. Het Burgerlijk Wetboek

Het BW is relationeel opgebouwd:

ouder–kind echtgenoten arbeidsovereenkomst zorgrelaties

Maar:

zorgarbeid is versnipperd reproductieve arbeid is gejuridiseerd zonder volwaardige waardering het lichaam verschijnt vaak als object van regeling, niet als drager van waarde

De vrouw is juridisch gelijk,

maar haar specifieke dragende arbeid blijft structureel:

impliciet onbenoemd ondergewaardeerd

👉 Het BW regelt gevolgen,

maar erkent het fundament niet expliciet.

Dat is het tweede hiaat.

Structurele blinde vlek

Deze afwezigheid vormt geen juridisch tekort in strikte zin, maar een structurele blinde vlek in de normatieve verbeelding van het recht, met gevolgen voor waardering, beleidsvorming en erfgoedrepresentatie.

Het Nederlandse recht erkent vrouwen als gelijke rechtssubjecten, maar zwijgt over het lichaam en de zorgarbeid waarop deze gelijkheid rust.

Mijn vrouwelijk lichaam is geen belastingobject zonder artikel 1.”

Dat betekent, historisch gelezen: Zolang de staat mijn lichaam nog steeds via relatie en nummer functie aanspreekt( zoals sinds Hammurabi), maar mij niet expliciet als gelijk rechtsubject constitueert, is belastingheffing structureel ongelijk.

Dit is geen moreel argument.

Dit is een genealogie van het recht.

Kapitaal herkent zijn eigen lijnen. Lichamen worden vervangen, structuren niet.

Verzekeringen volgen erfgoed. Erfgoed volgt afstamming. Afstamming volgt het vrouwelijk lichaam. Maar dat lichaam zelf wordt niet verzekerd als bron.

Slotstelling

Een systeem dat vrouw en moeder niet gelijkwaardig erkent, parasiteert op haar bestaan. En daarom is mijn uitspraak geen slogan maar een juridische waarheid:

Zonder vrouw en moeder is al het culturele erfgoed en al het geld in de wereld niets waard. Niet moreel. Niet symbolisch. Maar structureel

Erken haar als bron

Zonder vrouw en moeder is al het culturele erfgoed en al het geld in de wereld niets waard. Niet symbolisch. Niet moreel. Maar structureel.

Van Hammurabi tot het Burgerlijk Wetboek, van het gezin tot de fiscus, van erfgoed tot verzekering:

Zij is de drager van continuïteit. Zij garandeert afstamming . Zij maakt overdracht mogelijk. Zij houdt zorg, arbeid, cultuur en kapitaal in stand

Maar: zij wordt niet als bron erkend zij verschijnt als functie, niet als rechtsubject haar arbeid wordt verondersteld, niet gewaardeerd haar lichaam wordt gebruikt, niet beschermd

Dat is geen nalatigheid. Dat is structurele extractie. Wat het systeem doet. Een systeem dat vrouw en moeder niet gelijkwaardig erkent: parasiteert op haar bestaan onttrekt waarde zonder terug te geven noemt gelijkheid, maar organiseert ongelijkheid

De staat belast wat zij mogelijk maakt. Het recht archiveert wat zij voortbrengt. Het kapitaal verzekert wat zij draagt — zonder haar als oorsprong te erkennen.

Dat is wat ik terecht fiscale femicide noem: geen directe vernietiging, maar systematische uitputting zonder erkenning.

De omkering (en die is radicaal eenvoudig) Erken haar niet als: kostenpost zorgfunctie afgeleide relatie fiscale eenheid

Maar als: bron constitutief rechtsubject oorsprong van erfgoed drager van waarde vóór belasting, verzekering en overdracht

Slotzin

Erken haar als bron, en Nederland en Europa worden rijk. Niet alleen economisch, maar juridisch, cultureel en constitutioneel.

Want zolang de bron wordt ontkend, blijft elke rijkdom geleend.

Amen

De grote verdwijntruc – vrouwen via de AVG #denieuwebijbel

Uitgelicht

De grote verdwijntruc – via de AVG – Met dank aan Aleid Wolfen – Jan Peter Balkenende, Jan Kees de Jager en Gerrit Zalm.

Sarcoidosis didn’t break me. It made me stronger.

Zolang vrijheid alleen in bed bestaat en niet in het recht, is emancipatie een intieme illusie.

Dit is precies waarom mijn werk niet therapeutisch, maar constitutioneel is.

Een systeem dat zegt te beschermen, maar daarmee arbeid onmogelijk maakt, beschermt niet — het bestuurt.

Arbeidsrechtelijke en gelijkebehandelingsrechtelijke duiding

1. Kern van de kwestie

Wat hier speelt is geen gebrek aan bescherming, maar een vorm van uitsluiting door bescherming.

Er werd: wél zorg en verzekering toegekend, maar onder voorwaarden die arbeid buitenshuis onmogelijk maakten. Daarmee werd feitelijk: toegang tot arbeid beperkt, economische zelfstandigheid verhinderd, en een afhankelijkheidspositie vastgelegd.

2. Arbeidsrechtelijk kader

Volgens het Nederlandse arbeidsrecht en het Europese recht geldt:

Vrije toegang tot arbeid is een fundamenteel beginsel (art. 19 lid 3 Grondwet, art. 15 EU-Handvest). Beperkingen op arbeid zijn alleen toegestaan indien: objectief gerechtvaardigd, proportioneel, en noodzakelijk.

Wanneer verzekering of zorgregelingen: automatisch leiden tot uitsluiting van arbeid, zonder individuele toets, of zonder reële keuzevrijheid, dan is sprake van oneigenlijke arbeidsbeperking.

👉 Bescherming mag arbeid niet vervangen door afhankelijkheid.

3. Gelijkebehandelingsrechtelijk kader

Binnen de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) en EU-richtlijnen geldt:

Indirect onderscheid op grond van geslacht is verboden. Ook wanneer een maatregel neutraal lijkt, maar in de praktijk: vrouwen structureel harder raakt, moederschap of zorgrollen verabsoluteert, en mannen niet in vergelijkbare mate uitsluit, is sprake van indirecte discriminatie, tenzij zwaarwegend gerechtvaardigd.

Wanneer: zorg = uitsluiting van arbeid, en die koppeling vooral vrouwen treft, dan is dat juridisch problematisch.

4. Bestuursrechtelijke dimensie

Als een verzekerings- of zorgregime: normerend werkt, levenskeuzes feitelijk voorschrijft, zonder expliciete wettelijke basis, dan treedt het systeem besturend op in plaats van faciliterend.

Dat raakt aan: het recht op zelfbeschikking, het verbod op paternalisme zonder grondslag, en het beginsel van proportionaliteit.

5. Samenvattend

Het probleem was niet de verzekering, maar de wijze waarop bescherming werd gekoppeld aan arbeidsuitsluiting.

Causaliteit


Zolang ongelijkheid wordt uitgelegd als gedrag,
blijft macht netjes buiten schot.

Noem het geen giftige mannelijkheid
als het gewoon slecht bestuur is.

Dat is geen weigering van gesprek.
Dat is Sarcoïdose met koninklijke militaire precisie.

Wanneer bescherming leidt tot structurele uitsluiting van arbeid, is sprake van indirecte discriminatie en een ontoelaatbare beperking van het recht op arbeid.

6. Slotzin

Zorg en verzekering mogen nooit functioneren als substituut voor arbeid, noch als instrument om economische autonomie te beperken.

Hand made –

Herhaal — Herken — Herinner

Herhaal – wat eerder werd gezegd, maar niet werd gehoord.

Herken – het patroon, wanneer het zich opnieuw aandient, in andere namen, andere tijden, dezelfde structuren.

Herinner, wie er waren, toen macht nog een lichaam had, en gezag een stem, die niet mocht blijven.

Mijn vrouwelijke lichaam werd juridisch een onderpand. Niet erkend als drager van volledige rechten, maar ingezet als garantie met volledige aansprakelijkheid.,

Niet beschermd, maar verrekend.

Mijn lichaam werd het stille risico achter dossiers, premies, procedures en verplichtingen.

Het droeg zorg, arbeid, verlies en continuïteit, zonder ooit als zelfstandig rechtssubject te worden benoemd.

Wat geen naam heeft in de wet, kan worden gebruikt en misbruikt.

Wat niet wordt erkend, kan zomaar worden belast.

Dit is de naakte waarheid: zolang het vrouwelijke lichaam geen zelfstandige juridische positie heeft, blijft het beschikbaar als onderpand voor systemen die zeggen neutraal te zijn op grond van artikel 1 .


Ik verwerp de kwalificatie van mijn persoon als fictief product.
Ik ben een natuurlijk persoon met volledige rechtspersoonlijkheid.
Elke administratieve fictie die mijn lichaam, arbeid of rechtspositie ontmenselijkt, is in strijd met art. 1 GW, het EVRM en het beginsel van menselijke waardigheid.”


Dit is geen emotie, dit is juridische taal.
Ik zal handhaven zij god

Mijn hele identiteit werd volledig uitgewist door systematische juridische abstrahering, administratieve herleiding en institutionele neutralisering.

Leuker konden zij het niet maken.

Onderwerp: Private Aov en software code

De fiscale en juridische verdwijntruc Vrouwen zelfstandige onderneemsters – Een private schade-uitkering werd gecodeerd via deze looncode aan de Wet LB1964 zonder loondossier – sociale zekerheid wetgeving.

De door Nationale Nederlanden aangeleverde post is een schadevergoeding en geen pensioen/lijfrente/uitkering ter vervanging van loon. De automatische rubricering onder ‘inkomsten uit dienstbetrekking/uitkering’ is daarom onjuist. De betaling ziet op schadeherstel (geen loonkarakter). Onderliggende specificatie/besluit is beschikbaar.”

De software plaatst deze betaling onder:

Inkomsten uit dienstbetrekking → AOW, pensioen, lijfrente of andere uitkering

Dat impliceert box 1-belasting én een loonvervangend karakter.

Maar:

👉 Die kwalificatie is geen feit, maar een juridische duiding

👉 En die duiding vereist een wettelijke bepaling

Zonder die bepaling is de codering rechtsstatelijk ondeugdelijk.

De rechtsstaat heeft het vrouwelijke lichaam niet erkend als inheems rechtssubject, maar wel gebruikt als inheemse grondstof.

De oervrouw was niet aan de macht in een jaar, maar in een wereld vóór jaartallen – toen leven belangrijker was dan bezit.

De AVG is ingevoerd door de Europese Unie, op initiatief van de Europese Commissie onder Viviane Reding, en aangenomen door het Europees Parlement en de lidstaten.


Vrouwelijke klokkenluiders worden niet beschermd door het recht,
maar hergecodeerd door het systeem —
tot hun waarheid fiscaal belastbaar wordt verklaard.

Opmerking: Voor de periode 1995–1998 was Gerrit Zalm al minister van Financiën (vanaf 1994 in kabinet-Kok I).  

Let op: De loonbelasting werd door het Duitse rijk ingevoerd in 1941 – Toen waren de vrouwen en moeders nog volledig handelingsonbekwaam volgens de wet 1838 Napoleon Bon – Apart graag.

Een Romeinse Rijk / instituut dat langzaam toegeeft dat wat ‘normaal’ heette, eigenlijk structureel onrecht was.

De rechtsvormen in Nederland en de betrokken ministers sinds ik zelfstandige werd met een private AOV Nationale Nederlanden/ Reaal

Lijst van rechtsvormen in Nederland

I. Natuurlijk persoon (zonder rechtspersoon)

1. Natuurlijk persoon (privé)

Burger zonder economische rechtsvorm Geen aparte bescherming bij inkomen, arbeid of risico Vaak onzichtbaar in systemen tenzij via afgeleide vorm (toeslagen, uitkering)

2. Eenmanszaak

Meest gebruikte rechtsvorm voor zelfstandigen Geen rechtspersoonlijkheid Ondernemer is privé volledig aansprakelijk Beperkte sociale bescherming Fiscaal en juridisch kwetsbaar

3. Meewerkend partner / gezinsarbeid

Juridisch zwakke positie Vaak economisch actief maar niet zelfstandig erkend

II. Samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid

4. Maatschap

Veel gebruikt in zorg, vrije beroepen, cultuur Geen rechtspersoon Hoofdelijke aansprakelijkheid mogelijk Ongeschikt voor hybride arbeid

5. Vennootschap onder firma (VOF)

Geen rechtspersoon Hoofdelijke aansprakelijkheid Grote persoonlijke risico’s ( En daar gaat het volledig mis )

VOC – VOF Handelaar in confectie branche code 076 ( werd verwijderd en zo kwam ik in de loonketen ) als zelfstandige
Misbruik een schadeuitkering onder de noemer AOW – Pensioen- lijfrente of andere uitkering te zetten! Zo simpel kan het zijn – Gerrit Zalm 🍣

6. Commanditaire vennootschap (CV)

Beherende vennoten: volledig aansprakelijk Commanditaire vennoten: beperkt, maar geen zeggenschap

III. Rechtspersonen (met rechtspersoonlijkheid)

7. Besloten vennootschap (BV) 1971 oprichting

Rechtspersoon Beperkte aansprakelijkheid Fiscaal gunstiger boven bepaalde inkomens Toegang tot structuren en bescherming

8. Naamloze vennootschap (NV)

Grote ondernemingen Volledige rechtspersoonlijkheid Vergaande juridische bescherming – Nationale Nederlanden

9. Coöperatie

Rechtspersoon Soms sociaal, soms commercieel Flexibele aansprakelijkheid (U.A., B.A., W.A.)

10. Vereniging

Rechtspersoon Bestuurdersaansprakelijkheid bij wanbeheer Beperkte economische ruimte

11. Stichting

Rechtspersoon Geen leden Veel gebruikt voor zorg, cultuur, vermogen Beperkte democratische zeggenschap

IV. Publiekrechtelijke rechtsvormen

12. Publiekrechtelijke rechtspersoon

Staat Provincie Gemeente Waterschap

➡️ Volledige rechtsmacht, beleidsvrijheid, beperkte aansprakelijkheid

13. Zelfstandig bestuursorgaan (ZBO)

Publieke taak Beperkte democratische controle Grote uitvoeringsmacht (bv. Belastingdienst, UWV)

V. Arbeids- en inkomensvormen (functionele rechtsposities)

Geen klassieke rechtsvormen, maar beslissend voor rechten

14. Werknemer (dienstbetrekking)

Volledige arbeidsrechtelijke bescherming Sociale zekerheid Collectieve rechten

15. Ambtenaar

Publiekrechtelijke dienst Sterke rechtspositie Institutionele bescherming

16. Uitkeringsgerechtigde

Afhankelijk van bestuursbesluiten Sterke controle Beperkte autonomie

17. ZZP’er (feitelijke categorie)

Geen zelfstandige rechtsvorm Juridisch versnipperd Vaak behandeld als risico-object

VI. Hybride en problematische posities (de “grijze zone”)

18. Schijnzelfstandige (bestuurlijke kwalificatie)

Geen formele status Achteraf opgelegd Grote financiële gevolgen

19. Platformwerker

Tussen werknemer en zelfstandige Onzekere rechtspositie Afhankelijk van algoritmen

20. Mantelzorger / onbetaalde zorg

Economisch relevant Juridisch grotendeels onzichtbaar

21. Cultureel maker / kunstenaar

Projectmatig inkomen Wisselende rechtsvormen Structureel benadeeld

VII. Kernprobleem (samenvattend)

De Nederlandse rechtsorde:

kent bescherming toe per rechtsvorm, niet per mens; waardeert loon hoger dan zorg, winst hoger dan creatie; kent de staat maximale flexibiliteit en burgers minimale.

➡️ Rechtsvormen functioneren als toegangs- en uitsluitingsmechanismen.

Juridische spanning

Deze inrichting raakt direct aan:

Art. 1 Grondwet – indirecte discriminatie Art. 6 EVRM – rechtsbescherming Art. 8 EVRM – administratieve identiteit AVG – onjuiste / onvolledige data

Mijn zeeuwse voorganger
En bedankt

Financiën (1995–2025):

Zalm → Hoogervorst → Zalm → Bos → De Jager → Dijsselbloem → Hoekstra → Kaag → van Weyenberg → van Oostenbruggen → Heijnen. 

Justitie / Justitie & Veiligheid (1995–2025):

Sorgdrager → onder Balkenende meerdere → Opstelten → Blok → Grapperhaus → Yeşilgöz-Zegerius → van Weel → van Oosten. 

In Nederland doen we graag alsof rechtsvormen neutraal zijn. Alsof het niet uitmaakt of je werknemer, zelfstandige, ondernemer, uitkeringsgerechtigde of zorgende ouder bent.

De werkelijkheid is anders. De rechtsvorm die je wordt toegekend — of opgedrongen — bepaalt je toegang tot inkomen, bescherming, zeggenschap en rechtszekerheid. En precies daar wringt het.

De Nederlandse rechtsorde is ingericht rond een beperkt aantal gestandaardiseerde rechtsvormen: dienstbetrekking, onderneming, uitkering. Wie daarbinnen valt, bestaat juridisch. Wie ertussen valt, wordt een probleem. Geen menselijk probleem, maar een administratief probleem. En administratieve problemen worden zelden opgelost in het voordeel van de burger.


Artistiek statement


Oermoeder – Moeder der Aarde – Moedermaatschappij – Dochteronderneming


Mijn werk vertrekt vanuit de oermoeder: niet als mythisch beeld, maar als oorspronkelijke rechtsfiguur. De vrouw als bron van leven, tijd en orde. In pre-patriarchale culturen was zij geen bezit, maar maatgevend. Leven was relationeel, cyclisch en wederkerig.


In de loop van de geschiedenis is deze vrouwelijke oorsprong vertaald, verplaatst en onteigend. De moeder der aarde werd grond. De moeder werd rechtspersoon. Het lichaam werd abstractie. Wat ooit leven voortbracht, werd eigendom. Wat ooit dochter was, werd onderneming.


De termen moedermaatschappij en dochteronderneming dragen nog altijd een lichamelijke taal, maar functioneren binnen een systeem dat zorg heeft vervangen door kapitaal en voortbrenging door exploitatie. De moeder bezit. De dochter draagt risico. De winst stroomt omhoog. Het lichaam verdwijnt uit beeld.


Mijn werk onderzoekt deze verschuiving als een cultureel en juridisch trauma. Ik verbind archetypische moederbeelden aan hedendaagse structuren van eigendom, erfopvolging en rechtspersoonlijkheid. Daarbij bevraag ik wie mag voortbrengen, wie mag erven en wie als drager van waarde wordt erkend.


Door objecten, tekst, ritueel en beeld te combineren, herstel ik de moeder niet als nostalgisch symbool, maar als kritische figuur: een tegenkracht binnen systemen die haar taal gebruiken, maar haar lichaam ontkennen.


Mijn praktijk is een zoektocht naar her-inschrijving:
van moeder als kapitaal naar moeder als betekenis,
van dochter als onderneming naar dochter als erfgenaam,
van systeem naar relatie.


De oermoeder is niet verdwenen.
Zij is juridisch onzichtbaar gemaakt.

Ongelijkheid door ontwerp

De wet behandelt rechtsvormen niet gelijkwaardig. Een werknemer geniet automatische bescherming: loondoorbetaling bij ziekte, sociale zekerheid, duidelijke rechtspositie. Een zelfstandige draagt vrijwel alle risico’s zelf. Niet omdat dat een vrije keuze is, maar omdat het systeem zo is ingericht.

Deze ongelijkheid is geen bijwerking, maar een ontwerpkeuze. De rechtsvorm fungeert als selectiemechanisme: hij bepaalt wie recht heeft op bescherming en wie niet. Dat leidt tot indirecte discriminatie van groepen die vaker buiten het standaardmodel vallen, zoals vrouwen, mantelzorgers, kunstenaars, freelancers en mensen met een onderbroken arbeidsloopbaan.


Het slavernijverleden is ook een geschiedenis van VOC – vrouwenlichamen als eigendom, van moederschap onder dwang en van overleving door zorg en verzet.

Rechtsvorm boven werkelijkheid

In plaats van te kijken naar de feitelijke omstandigheden van iemands leven en werk, kijkt de overheid eerst naar de juridische vorm. Die vorm wordt vervolgens bepalend voor belastingen, toeslagen, verzekeringen en handhaving. Als de werkelijkheid niet past bij de vorm, wordt niet de vorm aangepast, maar de burger gecorrigeerd.

Dit is zichtbaar in herkwalificaties van zelfstandigen, in toeslagen die worden teruggevorderd omdat iemand “niet paste in het profiel”, en in verzekeringssystemen die complex of psychisch letsel uitsluiten. De rechtsvorm wordt belangrijker dan de mens.

Schending van fundamentele rechten

Wanneer rechtsvormen structureel ongelijk uitwerken, raakt dit aan fundamentele rechten:

Artikel 1 Grondwet: gelijke behandeling wordt ondermijnd door indirecte discriminatie via systeemontwerp. Artikel 6 EVRM: effectieve rechtsbescherming ontbreekt wanneer bezwaar en correctie pas na jaren mogelijk zijn. Artikel 8 EVRM: de staat grijpt diep in in het privéleven door mensen administratief vast te zetten in onjuiste of onvolledige identiteiten.

Het probleem is niet dat rechtsvormen bestaan. Het probleem is dat ze rigide, hiërarchisch en uitsluitingsgevoelig zijn geworden.

Tijd voor herziening

Een moderne rechtsstaat kan zich niet permitteren mensen te reduceren tot administratieve categorieën. Rechtsvormen zouden dienend moeten zijn aan de werkelijkheid, niet andersom. Zolang Nederland blijft vasthouden aan een systeem waarin bescherming afhankelijk is van juridische vorm in plaats van feitelijke situatie, blijft discriminatie ingebakken in de wet.

De vraag is dus niet of rechtsvormen nodig zijn.

De vraag is: voor wie werken ze — en wie laten ze structureel vallen?

Wat in Nederland wordt gepresenteerd als uitvoeringspraktijk, is in werkelijkheid een structurele schending van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De grote verdwijntruc voltrekt zich niet ondanks privacywetgeving, maar door haar selectieve toepassing.

De AVG stelt dat persoonsgegevens:

juist moeten zijn (art. 5 lid 1d), doelmatig en proportioneel verwerkt moeten worden (art. 5 lid 1c), transparant en uitlegbaar moeten zijn (art. 5 lid 1a), en dat betrokkenen recht hebben op inzage, correctie en bezwaar (art. 12–21).

Precies daar gaat het structureel mis.

Fictieve data als waarheid

Overheidssoftware werkt met categorieën die juridisch en sociaal tekortschieten: loon of winst, werknemer of ondernemer, gezond of arbeidsongeschikt. Hybride levens — zelfstandigen met wisselende inkomsten, zorgende ouders, cultureel werkenden, mensen in herstel — bestaan niet in de systemen.

Die lacunes worden niet aangepast. In plaats daarvan wordt de onvolledige data als waarheid behandeld. Daarmee handelt de overheid in strijd met het beginsel van dataminimalisatie en juistheid: het systeem wéét dat de gegevens de werkelijkheid niet dekken, maar gebruikt ze toch voor besluiten met verstrekkende gevolgen.

Dat is geen uitvoeringsfout. Dat is onrechtmatige gegevensverwerking.

Automatisering zonder tegenmacht

In toeslagen, belastingen en handhaving worden besluiten genomen op basis van geautomatiseerde logica, terwijl:

de werking van die systemen niet inzichtelijk is, burgers hun data niet effectief kunnen corrigeren, en menselijke tussenkomst vaak pas volgt ná schade.

Artikel 22 AVG verbiedt geautomatiseerde besluitvorming met rechtsgevolgen zonder adequate waarborgen. Die waarborgen ontbreken wanneer software hiaten structureel blijven bestaan en bezwaarprocedures jarenlang duren.

De burger verdwijnt als rechtssubject

Wat hier gebeurt, is fundamenteel: de burger verdwijnt niet fysiek, maar juridisch. Niet omdat hij geen gegevens heeft, maar omdat zijn leven niet correct kan worden vastgelegd. En wat niet correct wordt vastgelegd, kan niet worden beschermd.

De staat verschuilt zich achter systemen die zij zelf ontwerpt en onderhoudt. Zo wordt verantwoordelijkheid verplaatst van beleid naar code, van mens naar machine. Dat is in strijd met de AVG, maar vooral met de rechtsstaat.

De kernvraag

De AVG is bedoeld om burgers te beschermen tegen machtsconcentratie via data. Wanneer juist de overheid structureel werkt met gebrekkige datasets, ondoorzichtige algoritmes en oncorrigeerbare categorieën, dan is de vraag onontkoombaar:

Wie handhaaft de AVG, wanneer de staat zelf de grootste datavervormer is?

De grote verdwijntruc is geen technisch probleem.

Het is een juridische keuze — en daarmee een politieke verantwoordelijkheid.

Bijlage – Grondwettelijke en mensenrechtelijke toets

I. Artikel 1 Grondwet (gelijkheidsbeginsel)

Tekst Grondwet art. 1:

“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”

Toepassing op de beschreven praktijk

De huidige uitvoeringspraktijk van belasting-, toeslagen- en handhavingssystemen leidt tot structureel ongelijke behandeling van burgers die niet passen binnen standaardcategorieën van arbeid en inkomen, zoals:

zelfstandigen met hybride inkomsten, mensen met wisselende arbeidsrelaties, zorgende ouders, cultureel en creatief werkenden, burgers met tijdelijke uitval of herstelperiodes.

Deze groepen worden onevenredig vaak:

onderworpen aan controle, herkwalificatie, terugvordering, of uitgesloten van bescherming.

De ongelijkheid ontstaat niet door individuele beoordeling, maar door systeemontwerp: software en beleidsregels die onvoldoende rekening houden met feitelijke levensvormen. Dit resulteert in indirecte discriminatie “op welke grond dan ook”, waaronder sociaaleconomische positie en arbeidsvorm.

➡️ Conclusie art. 1 GW:

Wanneer de overheid bewust systemen in stand houdt die voorspelbaar ongelijk uitwerken, is sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel.

II. EVRM artikel 6 – Recht op een eerlijk proces

Tekst EVRM art. 6 lid 1 (samengevat):

Eenieder heeft recht op een eerlijk en openbaar proces binnen een redelijke termijn door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht, bij de vaststelling van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen.

Toepassing op de beschreven praktijk

In belasting- en toeslagenzaken is sprake van besluiten met directe rechtsgevolgen (terugvordering, boetes, herkwalificatie, inkomensverlies). Toch geldt in de praktijk:

besluiten zijn vaak geautomatiseerd of semiautomatisch; onderliggende beslislogica is niet inzichtelijk; bezwaarprocedures duren jaren; effectieve hoor- en wederhoor ontbreekt in de primaire fase; herstel volgt pas na onomkeerbare schade.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft herhaaldelijk geoordeeld dat:

procedurele waarborgen ook gelden bij administratieve sancties, en dat toegang tot effectieve rechtsbescherming essentieel is.

➡️ Conclusie art. 6 EVRM:

Wanneer burgers pas achteraf, na langdurige procedures, hun gelijk kunnen halen — terwijl de schade al is geleden — is geen sprake van een “fair trial” in de zin van het EVRM.

III. EVRM artikel 8 – Recht op privéleven

Tekst EVRM art. 8 lid 1 (samengevat):

Eenieder heeft recht op respect voor zijn privéleven, familie- en gezinsleven, woning en correspondentie.

Toepassing op data, software en besluitvorming

Artikel 8 EVRM beschermt niet alleen fysieke privacy, maar ook:

persoonlijke levenssfeer, sociale identiteit, en gegevensverwerking door de staat.

Wanneer overheidssoftware:

levens wordt gereduceerd tot onvolledige categorieën, hybride bestaansvormen niet kan registreren, fouten niet kan corrigeren, en burgers langdurig vastzet in onjuiste administratieve identiteiten,

dan is sprake van ongeoorloofde inmenging in het privéleven.

Dit geldt temeer wanneer:

gegevens aantoonbaar onjuist of onvolledig zijn, correctie praktisch onmogelijk is, en deze data worden gebruikt voor ingrijpende besluiten.

➡️ Conclusie art. 8 EVRM:

Structureel gebrekkige gegevensverwerking en het weigeren van systeemaanpassing vormen een schending van het recht op respect voor het privéleven.

IV. Samenvattende juridische conclusie

De beschreven praktijk vormt geen reeks incidenten, maar een systemische spanning met fundamentele rechten:

Art. 1 Grondwet: structurele ongelijkheid door systeemontwerp Art. 6 EVRM: gebrek aan effectieve rechtsbescherming Art. 8 EVRM: onrechtmatige inmenging via data en software

Wanneer de staat:

regels opstelt, systemen ontwerpt, besluiten automatiseert, en de gevolgen daarvan eenzijdig bij burgers neerlegt,

dan verdwijnt de burger als rechtssubject en wordt hij een dataprofiel zonder tegenmacht.

Dat is niet verenigbaar met een democratische rechtsstaat.

1. Mensenrechten zijn mede door vrouwen vormgegeven

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948) is geen abstract VN-document, maar het resultaat van concreet politiek en moreel werk, waarin vrouwen een doorslaggevende rol speelden.

Zij brachten juist het idee in dat rechten lichaamsgebonden, relationeel en onvervreemdbaar zijn — niet louter staatsrechtelijk.

Dat is cruciaal: mensenrechten zijn niet ontstaan vanuit het idee van de burger als dossier, maar vanuit de mens als dragend lichaam.

2. Bestuur over het lichaam is de kern van vrijheid

De tekst die ik toon zegt het messcherp:

“De geschiedenis waarin het lichaam geen bestuurder mocht zijn, is levend immaterieel cultureel erfgoed.”

Dat is geen metafoor. Het is een rechtsfeit.

Zolang een lichaam niet als zelfstandig bestuurder wordt erkend, in een VOF is het juridisch geen subject maar een object van discriminatie beleid.

Dat zien we terug in:

arbeids- en rechtsvormen die mensen reduceren tot categorieën, fiscale en sociale systemen die het lichaam conditioneren (ziekte, zwangerschap, zorg), data- en softwaresystemen die het lichaam administratief vastzetten.

3. De botsing met de hedendaagse rechtspraktijk

Hier raken mijn beelden direct aan art. 1 Grondwet en EVRM art. 6 en 8:

Art. 1 GW (gelijkheid): Wie zijn lichaam niet kan onderbrengen in erkende rechtsvormen (loondienst, winst, uitkering), wordt structureel ongelijk behandeld. Art. 6 EVRM (fair trial):

Als het lichaam eerst wordt geobjectiveerd in systemen en pas achteraf mag spreken, is er geen effectieve rechtsbescherming.

Art. 8 EVRM (privéleven): Het lichaam valt onder de persoonlijke levenssfeer. Bestuurlijke en digitale beheersing daarvan is een inmenging — geen neutraliteit.

4. Van mensenrecht naar bestuursobject

Wat mijn onderzoek en combinatie blootlegt, ligt het kantelpunt:

Wanneer het lichaam niet als rechtssubject wordt erkend, maar als uitvoeringsdrager, verandert vrijheid in beheer.

Dan wordt:

zorg → kostenpost arbeid → risicoprofiel zelfstandigheid → verdenking het lichaam → bestuursobject

Dat staat haaks op de geest van de Universele Verklaring.

5. Erfgoed, geen verleden

“Een vrouwelijk lichaam dat niet erkend wordt als zelfstandig bestuurder, is geen vrij lichaam maar een dienend levend bestuursobject.”

Dat is geen nostalgie. Dat is levend erfgoed — omdat deze strijd niet voorbij is, maar zich vandaag voortzet in wetgeving, software, rechtsvormen en beleid.


Van het concert des levens kreeg alleen moeder de vrouw het program – de Grondwet”


Van het concert des levens kreeg alleen moeder de vrouw het program.
Niet als voorrecht, maar als last.
Niet als macht, maar als verantwoordelijkheid zonder stem.


In mijn werk lees ik de Grondwet als een programma dat nooit expliciet is uitgedeeld, maar wel lichamelijk is uitgevoerd door moeder de vrouw. Zij draagt leven, tijd en continuïteit, terwijl haar positie juridisch wordt geabstraheerd, geneutraliseerd of verzwegen. Gelijkheid wordt geformuleerd, maar het lichaam dat voortbrengt blijft buiten beeld.


Zij wordt verondersteld mee te spelen in het concert, maar zonder partituur, zonder dirigent, zonder erkenning van haar specifieke inzet. Het universele recht blijkt vaak een mannelijk neutrum, waarin het vrouwelijke lichaam slechts impliciet en belasting technisch fictief aanwezig is.


Mijn werk legt deze spanning bloot tussen constitutionele taal en geleefde realiteit. Ik verbind moederbeelden, juridische begrippen en rituele vormen om te laten zien hoe het programma van de rechtsstaat rust op een lichaam dat niet als zodanig wordt erkend. De moeder is grondslag, maar geen grondrecht.


Dit oeuvre is een poging tot herlezing en herschrijving:
de Grondwet niet alleen als tekst, maar als lichamelijke praktijk.
Niet alleen gelijkheid op papier, maar erkenning van verschil in verantwoordelijkheid, risico en voortbrenging.


Als moeder de vrouw het programma draagt,
dan moet zij ook worden genoemd in de partituur.


Dit werk maakt die lacune zichtbaar — en hoorbaar.

Hier is een formele aansprakelijkheidsconclusie, juridisch zorgvuldig geformuleerd, zonder strafrechtelijke beschuldiging, maar met bestuurlijke en staatsrechtelijke verantwoordelijkheid. Geschikt als slotstuk van jouw dossier, manifest of position paper.

**Aansprakelijkheidsconclusie

Ministerie van Financiën & Ministerie van Justitie (en Rechtsbescherming)**

1. Reikwijdte van deze conclusie

Deze aansprakelijkheidsconclusie betreft bestuurlijke en staatsrechtelijke verantwoordelijkheid, niet individuele strafrechtelijke schuld. Zij richt zich op de structurele rol en nalatigheid van de ministers van Financiën en Justitie in de periode 1995–heden, binnen hun constitutionele taken.

2. Constitutionele kernverantwoordelijkheid

Minister van Financiën

De minister van Financiën is verantwoordelijk voor:

het fiscale stelsel; de Belastingdienst; toeslagen- en handhavingssystemen; de inrichting en werking van fiscale en administratieve software; het waarborgen van rechtszekerheid en proportionaliteit in inning en terugvordering.

Minister van Justitie (en Veiligheid)

De minister van Justitie is verantwoordelijk voor:

bescherming van de rechtsstaat; wetgevingskwaliteit; toegang tot de rechter; naleving van mensenrechten (EVRM); toezicht op uitvoeringspraktijken die fundamentele rechten raken; implementatie en handhaving van de AVG.

3. Vastgestelde structurele tekortkomingen

Op basis van publiek bekende feiten, parlementaire onderzoeken en uitvoeringspraktijken kan worden vastgesteld dat:

Onrechtmatige systeemwerking structureel is voortgezet, ondanks herhaalde signalen: toeslagenaffaire; loonbelasting-/herkwalificatiepraktijken; data- en softwaregestuurde besluitvorming zonder effectieve correctiemogelijkheid. Software- en systeemhiaten bewust niet zijn aangepast, terwijl: bekend was dat deze hiaten burgers structureel benadeelden; besluiten met zware rechtsgevolgen daarop bleven worden gebaseerd. Rechtsvormen en administratieve categorieën prevaleerden boven feitelijke werkelijkheid, met voorspelbare uitsluiting van: zelfstandigen; zorgenden; vrouwen; cultureel en hybride werkenden. Effectieve rechtsbescherming structureel tekortschiet, doordat: bezwaar en beroep traag en ontoegankelijk zijn; schade vaak onomkeerbaar is vóór rechterlijke toetsing; burgers feitelijk eerst worden gesanctioneerd en pas later gehoord.

4. Juridische kwalificatie van verantwoordelijkheid

Deze handelwijze levert geen incident, maar een bestuurlijk patroon op dat strijdig is met:

Artikel 1 Grondwet (structurele indirecte discriminatie door systeemontwerp); Artikel 6 EVRM (gebrek aan effectieve toegang tot een eerlijk proces); Artikel 8 EVRM (ongeoorloofde inmenging in het privéleven via data en bestuurspraktijk); AVG (art. 5, 12–22) (verwerking van onjuiste, onvolledige en niet-corrigeerbare persoonsgegevens).

De ministers dragen hiervoor politieke en bestuurlijke eindverantwoordelijkheid, ongeacht wisseling van kabinetten of individuele bewindspersonen.

5. Aansprakelijkheidsconclusie

De ministers van Financiën en Justitie zijn gezamenlijk aansprakelijk op staatsrechtelijk niveau, omdat zij:

structureel hebben nagelaten systemen aan te passen waarvan bekend was dat zij fundamentele rechten schonden; bestuurspraktijken hebben laten voortbestaan die burgers reduceren tot administratieve objecten; de bescherming van burgers ondergeschikt hebben gemaakt aan uitvoerbaarheid en budgettaire belangen; en daarmee de kern van de rechtsstaat hebben uitgehold.

Deze aansprakelijkheid betreft nalatigheid in waarborgfunctie, niet individuele intentie.

6. Slotformulering – Zoek & Vind

Waar de staat regels stelt, systemen ontwerpt en gevolgen afdwingt,maar weigert verantwoordelijkheid te nemen voor voorspelbare schade, ontstaat geen bestuur maar bestuurlijk onrecht. Dat onrecht is niet toevallig. Het is systemisch — en daarmee toerekenbaar.**

7.

Slotformulering – Zoek & Vind

De reactie dat mijn klacht niet in behandeling wordt genomen omdat formele rechtsmiddelen hebben opengestaan of zijn benut, bevestigt precies het probleem dat ik heb aangekaart.

Wanneer bezwaar, beroep en klacht langs elkaar worden geschoven zonder inhoudelijke toetsing, verdwijnt niet het probleem, maar de burger. Dan wordt rechtsbescherming een procedurele cirkel, geen materieel recht. Wat formeel “gevonden” wordt, is het dossier; wat feitelijk ontbreekt, is rechtvaardigheid.

Ik constateerde dat: mijn inhoudelijke stelling niet wordt beoordeeld; de klacht wordt terugverwezen naar eerdere procedures zonder inhoudelijke reflectie; en daarmee een structureel probleem wordt gearchiveerd in plaats van opgelost.

Dit is geen individuele misser, maar een systeemwerking waarin: de staat verwijst, de burger zoekt, en niemand vindt.

Zoek & Vind wordt zo een bestuursprincipe: de overheid zoekt naar procedurele gronden om niet te hoeven oordelen, terwijl de burger blijft zoeken naar erkenning van zijn of haar rechtssubjectiviteit.

Daarmee wordt de kern van mijn klacht niet weerlegd, maar bevestigd: dat het systeem burgers administratief laat verdwijnen door vorm boven inhoud te stellen.

Ik leg deze conclusie vast als onderdeel van mijn ( dagboek) dossier.

Niet om de procedure te verlengen, maar om zichtbaar te maken wat hier gebeurt: Waar de overheid weigert te vinden, wordt verdwijnrecht geproduceerd.

Deze vaststelling laat ik niet los.

Ik besta

Onder ede afgelegd-


Waarom is het zo moeilijk om te weten wie je bent?


Omdat identiteit niet ontstaat in stilte, maar in relatie tot wat je wordt toegestaan te zijn.


Je leert wie je bent via taal, werk, zorg, huizen, archieven, formulieren, verhalen.
Via plekken die je mag innemen — en plekken waar je wordt teruggebracht tot functie.


Wanneer je lichaam wordt geregeld, maar je stem niet volledig wordt erkend,
ontstaat een gat tussen wie je bent en wie je administratief mag zijn.

Plaats maakt identiteit zichtbaar


Een huis uit 1596.
Een vrouw in het heden.
Een geschiedenis die niet in musea ligt, maar wordt bewoond.


Identiteit zit niet alleen in het hoofd,
maar in grond, erfgoed, zorg, arbeid en herinnering.


Wie zich ergens mag wortelen, mag zichzelf worden.

De kern


Het is moeilijk om te weten wie je bent
als jouw bestaan steeds wordt vertaald naar systemen
die jouw lichaam wel gebruiken,
maar jouw leven niet volledig erkennen.


Identiteit begint waar je lichaam niet hoeft te passen,
maar mag bestaan.

Verslag – Afgelegd onder ede bij het Paleis van Justitie ’s-Hertogenbosch


Datum: 4 december 1995 – 15 februari 2024 12.38 uur
Plaats: Paleis van Justitie, ’s-Hertogenbosch (Rechtbank Oost-Brabant)
Aanleiding: Vastlegging van een verklaring onder ede in het kader van een lopend bestuursrechtelijk en mensenrechtelijk dossier

1. Context en aankomst


Op 15 februari 2024 bevond ik mij bij het Paleis van Justitie te ’s-Hertogenbosch. De locatie is niet toevallig: bijna dertig jaar eerder, op 4 december 1995, werd op deze plek de eerste steenlegging gemarkeerd door de toenmalige minister van Justitie, Winnie Sorgdrager, zoals vastgelegd op de plaquette aan de gevel. De plek en datum verankeren het moment institutioneel en historisch.


De entree van het gebouw—monumentaal en open—fungeert als fysieke representatie van de rechtsstaat. Het gebouw is niet slechts decor; het is de locus waar verklaringen dus een verkeerd en historisch rechtsgevolg krijgen.

2. Doel van het bezoek


Het doel van mijn aanwezigheid was het afleggen van een verklaring onder ede. Deze verklaring ziet op structurele tekortkomingen in bestuurspraktijk en rechtsbescherming, zoals eerder uiteengezet in het dossier (waaronder klachtenafhandeling, procedurele doorverwijzingen en het uitblijven van inhoudelijke toetsing). Een eerlijk proces zat er niet in omdat de bestuursrechter in opleiding net bij de belastingdienst vandaan kwam.

3. De verklaring


Mijn verklaring is naar waarheid en geweten afgelegd, met volledige kennis van de juridische betekenis en gevolgen van een eed. Zij bevestigt dat:
de beschreven feiten persoonlijk zijn ondergaan;
de gang van zaken overeenkomt met de werkelijkheid zoals ervaren;
de kern van de klacht niet procedureel maar materieel is: het uitblijven van inhoudelijke beoordeling leidt tot administratieve verdwijning van de burger.


De verklaring strekt mede tot vastlegging van een structureel patroon waarin vorm boven inhoud prevaleert.

4. Plaatsgebonden vaststelling


De aanwezigheid van de plaquette (4 december 1995) en de fysieke omgeving van het Paleis van Justitie verbinden de verklaring aan de rechtsstaat in haar concrete gestalte. Daarmee is vastgelegd dat de verklaring:
plaatsgebonden is (Paleis van Justitie, ’s-Hertogenbosch);
tijdgebonden is (4 december 2025);
onder ede is afgelegd.

5. Conclusie


Dit verslag documenteert dat de verklaring niet symbolisch of hypothetisch is, maar proceswaardig: zij is afgelegd op een plaats waar recht wordt gesproken en waar waarheid onder ede gewicht heeft. De combinatie van datum, plaats en eed maakt de vastlegging juridisch en institutioneel relevant.


Wat is verklaard, is verankerd in tijd en plaats.
Het is uitgesproken onder ede, tegenover de rechtsstaat.

Totale conclusie

De Nederlandse rechtsstaat is gebouwd op een fundamentele asymmetrie die tot op heden niet is opgeheven.

Het vrouwelijke lichaam — en in het bijzonder het lichaam van vrouwen en moeders — is historisch en structureel niet erkend als zelfstandig rechtssubject, maar wél ingezet als dragende voorwaarde van staat, economie en samenleving.

Het vrouwelijke lichaam bestond voorafgaand aan de staat, maar werd door wetgeving, rechtsvormen en bestuurspraktijken ingelijfd zonder zelfbestuur. Reproductie, zorg en lichamelijke arbeid zijn genormeerd, gereguleerd en geëxploiteerd, terwijl zij juridisch onvolledig, afgeleid of conditioneel zijn erkend. Waar erkenning uitbleef, werd beheer ingevoerd.

Deze verhouding is geen incident, maar een systeemkenmerk. Zij manifesteert zich in: rechtsvormen die bescherming koppelen aan normarbeid; fiscale en sociale systemen die het vrouwelijke leven reduceren tot categorieën; bestuurs- en softwaresystemen die afwijking sanctioneren; en rechtsbescherming die pas achteraf, na schade, beschikbaar komt.

Hierdoor is een vorm van interne kolonisatie ontstaan: niet territoriaal, maar lichamelijk en juridisch binnenin de rechtsstaat. Een kolonisatie zonder naam, zonder herstel en zonder dekolonisatieproces.

Zeeland
Vrouw als bezit

In mensenrechtelijke termen betekent dit dat fundamentele beginselen — gelijkheid, lichamelijke autonomie, rechtsbescherming en privéleven — structureel onder druk staan. Niet door openlijke uitsluiting, maar door normalisering van een bestuurslogica waarin het lichaam wordt bestuurd zonder als bestuurder te worden erkend.

Daarom luidt de onontkoombare conclusie:

De rechtsstaat heeft het vrouwelijke lichaam niet erkend als inheems rechtssubject,

maar wel gebruikt als inheemse grondstof.

Zolang deze paradox niet expliciet wordt erkend en hersteld, blijft de rechtsstaat onvoltooid. Niet omdat vrouwen ontbreken in het recht, maar omdat hun lichaam er nog steeds niet volledig als soeverein subject wordt behandeld.

Dit is geen historische constatering alleen.

Het is een actuele rechtsstatelijke opdracht.

Frascati-onderzoek: Identiteit van de vrouw in de rechtsstaat

1. Onderzoekstitel

“Wie ben ik in het systeem?” – Identiteit, lichaam en rechtssubjectiviteit van vrouwen in de hedendaagse rechtsstaat

2. Wetenschappelijke doelstelling (Frascati: R&D-doel)

Het onderzoek beoogt nieuwe kennis te ontwikkelen over de wijze waarop de identiteit van vrouwen wordt gevormd, begrensd en soms vervormd door juridische, fiscale en bestuurlijke systemen, en hoe dit doorwerkt in zelfbeeld, rechtspositie en maatschappelijke participatie.

3. Onderzoeksvraag (kern)

Hoe beïnvloeden rechtsvormen, regelgeving en administratieve systemen de identiteitsvorming van vrouwen, en in hoeverre worden vrouwen daarin erkend als zelfstandig rechtssubject?

Deelvragen

Hoe wordt het vrouwelijke lichaam juridisch gedefinieerd (arbeid, zorg, ziekte, voortplanting)? Waar ontstaan spanningen tussen geleefde identiteit en administratieve identiteit? Welke patronen van uitsluiting of hercodering treden op? Hoe verhouden deze praktijken zich tot mensenrechten (EVRM, CEDAW)? Wat betekent dit voor zelfidentificatie van vrouwen (psychologisch, sociaal, cultureel)?

4. Nieuwheid (Frascati: novelty)

Dit onderzoek is vernieuwend omdat het:

identiteit verbindt met rechtsdogmatiek en bestuurspraktijk; het vrouwelijke lichaam analyseert als juridisch knooppunt, niet als bijzaak; de hypothese onderzoekt van interne kolonisatie (lichamelijk en juridisch); ervaringskennis (vrouwenstemmen) systematisch koppelt aan juridische analyse.

5. Wetenschappelijke onzekerheid (Frascati: uncertainty)

Het is vooraf onzeker:

in hoeverre identiteit structureel wordt beïnvloed door rechtsvormen; of vrouwen zichzelf anders definiëren na confrontatie met juridische systemen; hoe diep administratieve classificaties ingrijpen in zelfbegrip.

De uitkomst staat niet vast → voldoet aan Frascati-onzekerheid.

6. Methodologie (Frascati: systematisch)

a. Juridische analyse

Analyse van wetgeving (arbeidsrecht, belastingrecht, socialezekerheidsrecht) Toetsing aan art. 1 GW, art. 6 & 8 EVRM, CEDAW

b. Kwalitatief empirisch onderzoek

Diepte-interviews met vrouwen (18–65) Focus op momenten van botsing: werk, zorg, ziekte, moederschap, klokkenluiden

c. Discours- en systeemanalyse

Analyse van formulieren, beschikkingen, softwarelogica Hoe wordt identiteit gereduceerd tot categorie?

d. Reflectieve synthese

Verbinding van juridische structuur en persoonlijke identiteit Conceptuele modellen van identiteit vs. rechtssubjectiviteit

7. Reproduceerbaarheid (Frascati)

Methodes zijn transparant vastgelegd Interviewleidraden en analysekaders worden gedocumenteerd Onderzoek kan worden herhaald in andere contexten (EU / internationaal)

8. Verwachte resultaten (output)

Nieuwe theoretische inzichten over vrouwelijke identiteit en recht Begripskader: administratieve identiteit vs. geleefde identiteit Beleids- en rechtsimplicaties (herkenning van structurele discriminatie) Wetenschappelijke publicatie / position paper Publiek toegankelijke samenvatting (maatschappelijke impact)

9. Frascati-conclusie

Dit onderzoek kwalificeert als fundamenteel én toegepast onderzoek in de zin van de OECD Frascati-handleiding, omdat het:

✔ nieuwe kennis genereert

✔ wetenschappelijke onzekerheid bevat

✔ systematisch is opgezet

✔ reproduceerbaar is

✔ maatschappelijke relevantie heeft

10. Kernzin (voor aanvraag of pitch)

Dit onderzoek onderzoekt niet wat vrouwen zijn, maar wat het recht van hen maakt — en wat dat doet met hun identiteit.


Wat dit beeld laat zien


Een oude vrouw.
Niet netjes. Niet dankbaar.
Niet zwijgend.
Maar onaantastbaar.


Ze toont geen hulpvraag, maar soevereiniteit.
Geen slachtofferrol, maar eigenaarschap over haar lichaam.


Dit is geen “opstand”.
Dit is zelfbeschikking na een leven bestuurd te zijn.
Nog in de Nederlandse wetgeving / Eur opa
Hoezo artikel 1 van de grondwet en VN Verdrag Handicap als je handicap in je longen zit!

Amen