Titel:Het feitenrelaas van een lichaam als vaas / Wetboek 9
Wie bepaalt wat een gezond lichaam is?
Wie spreekt en of handelt namens het lichaam van de burger?
Wanneer wordt zorg bescherming, en wanneer wordt zij controle?
Kan een individu eigenaar zijn van haar eigen gezondheid, verhaal en identiteit?
Silvia Koning Lindeboom geeft een lezing via pratende vazen over private AOV-verzekeringen en de verdwijning In deze lezing spreken de vazen. Zij vertellen het verhaal van mensen die langzaam veranderen in dossiers, relatienummers en mutaties. Wat gebeurt er wanneer een leven wordt vastgelegd in administratieve systemen? Wanneer een naam verandert in een polisnummer? Wanneer een persoon verdwijnt achter de taal van risicobeheer, portefeuillebeheer en verzekeringsadministratie? Aan de hand van beschilderde vazen uit de serie The Book of Rituals onderzoekt kunstenaar Silvia Koning Lindeboom de wereld van private arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (AOV’s), volmachtkantoren en institutionele registraties. De vazen fungeren als getuigen. Zij spreken over overdrachten, mutaties, archieven en de onzichtbare sporen die mensen achterlaten binnen verzekeringssystemen. Tegelijkertijd stellen zij een fundamentele vraag: Wanneer houdt een mens op een persoon te zijn en wordt zij een administratief gegeven? De lezing verbindt beeldende kunst, erfgoed, ritueel en verzekeringsgeschiedenis. Door middel van objecten, verhalen en symboliek wordt zichtbaar hoe identiteit kan vervagen binnen complexe ketens van registratie en beheer, maar ook hoe die identiteit opnieuw kan worden opgeëist. De pratende vazen geven stem aan dat wat in dossiers vaak ongehoord blijft.
Een zaterdag verslag van een zondags portret van vrouwen en moeders die de weg naar gelijke rechten openen.
Het woord nog lichaam van een vrouw nog moeder de vrouw komt niet voor in de grondwet nog burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder of kostwinner binnen Europa, huwelijk of VOF Waar Pieter de la Rue schreef over wie mag nalaten en wie mag spreken namens de tijd, stelt de volgende afbeelding een andere vraag: Wie bezit het lichaam van de vrouw? En wie schrijft haar naam in het archief?
Zo werd mijn polis-, dossier- middels een zelfbedachte relatienummer 912758 volgens documenten en correspondentie gekoppeld werd aan dit volmachtkantoor via Nationale Nederlanden – Reaal – Movir
Nedasco heeft namelijk volmachten van verschillende verzekeraars, waaronder Nationale-Nederlanden en het merk Movir. Een volmacht houdt in dat Nedasco namens de verzekeraar bepaalde werkzaamheden mag uitvoeren, zoals polisbeheer, mutaties en schade- of claimafhandeling. De heren / oftewel de directie van serviceprovider Nedasco bestaat uit Aris Ruitenbeek en Tijs Benerink.
Wanneer verzekeraars, serviceproviders of tussenpersonen gegevens migreren tussen systemen, kunnen fouten ontstaan. Bijvoorbeeld: persoonsverwisselingen; onjuiste koppeling van polisnummers; verkeerde relatie tussen verzekeringnemer, verzekerde, uitkeringsgerechtigde en dossier; onvolledige overdracht van historische gegevens zo blijkt. Dat zijn reële risico’s waar toezichthouders zoals de Autoriteit Persoonsgegevens veel te weinig aandacht voor hebben. “Knowledge for Action” (“Kennis omzetten in handelen”).
Tim Schoonbergen – Was de Voormalig directeur van Nedasco 2011 – 1 juli 2024 en tevens penningmeester van de schildklier magazine. Hoe toevallig!!Ik heb een schildklier operatie ondergaan net na mijn bevalling.
Dus: Zeg het maar Ingrid de Swart ASR groep …. voor de rechten van de mens?
“Verzamelen is zien wat anderen vergeten” Z – Eeuws Genootschap
“70 jaar later: hoe gelijk zijn we eigenlijk?”
De rekening van ongelijkheid
Ze regelen. Ze dragen. Ze zorgen. Ze gaan door. Niet omdat ze geen hulp willen. Maar omdat ze gewend zijn geraakt degene te zijn die helpt.
En wanneer hun verhaal niet wordt opgeschreven, maken ze een vaas.
Wanneer hun stem niet wordt gehoord, laten ze het materiaal spreken. Wanneer hun geschiedenis niet wordt bewaard, wordt kunst het innerlijk immateriële culturele archief.
Ontdek Filosofie Magazine
Zo ontstaat de pratende vaas.
“Kunst bewaart wat systemen vergeten.” Wanneer ervaringen, herinneringen en levensverhalen geen plaats meer krijgen in wetten, dossiers of statistieken, blijft de kunst spreken. Mijn pratende vazen vertellen over wat niet geregistreerd wordt: de moeder, de vrouw, de erfgenaam, het lichaam, de herinnering. Niet omdat zij zwijgen, maar omdat niemand heeft geleerd naar hen te luisteren. Kunst geeft een stem aan wat onzichtbaar werd.
Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek is gereserveerd voor rechten met betrekking tot het intellectueel eigendom. Tot op heden is boek 9 BW nog niet ingevoerd. In de Ars Aequi van mei 2017 doen hoogleraar en advocaat Dirk Visser en hoogleraar Hanneke Spath een oproep om tot een Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek te komen. Maar liefst 50 hoogleraren privaatrecht steunen de oproep. In boek 9 zou een codificatie van de vermogensrechtelijke aspecten van de intellectuele eigendom moeten worden neergelegd.
Mijn naam is Silvia met volgnummer 6703
De camera glijdt langzaam over een witte keramische vaas. Aan de voorzijde verschijnt een gezicht: grote blauwe ogen, rode wangen, rode lippen. Uit de hals groeien twee oren van een haas. Over het oppervlak lopen fijne vertakkingen, als aders, wortels of herinneringen.
Voice-over:
“Ik ben een vaas. Dat is het officiële verhaal. Een gebruiksvoorwerp. Een object. Een drager van stof.”
De camera draait langzaam om het werk heen.
“Maar wie goed kijkt, ziet een lichaam. Een gezicht. Een geschiedenis.”
Op de achterkant verschijnt de tekst:
BEING TRUE TO YOURSELF
Naast de woorden schildert een kleine hand zichzelf letterlijk in het beeld.
“Ik ben gemaakt uit klei, maar ik spreek over mijzelf tegen mensen. Over wat wordt vastgehouden. Over wat wordt gevuld. Over wat wordt leeggehaald.”
Close-up van de hals.
“Eeuwenlang werd het lichaam van de vrouw beschreven als een vat. Een houder. Een vaas voor andermans verwachtingen. Een vorm waarin betekenis werd gegoten.”
De camera volgt de rode bloedlijnen die over het oppervlak lopen.
“Deze lijnen zijn geen decoratie. Ze lijken op wortels. Op bloedvaten. Op familiegeschiedenissen. Op de sporen die een leven achterlaat.”
Moeder de Vrouw – Het begrip “pratend erfgoed” sluit opvallend goed aan bij de geest van het Faro-verdrag (2005), officieel het Kaderverdrag van de Raad van Europa inzake de waarde van cultureel erfgoed voor de samenleving. Het verdrag verlegt de aandacht van het object zelf naar de betekenis die mensen eraan geven. Erfgoed is niet alleen een gebouw, document of voorwerp, maar ook het verhaal, de herinnering en de gemeenschap die ermee verbonden zijn.
In beeld verschijnt de titel van de blog:
Het feitenrelaas van een lichaam als vaas
“Een feitenrelaas is normaal gesproken een juridisch document. Een opsomming van wat aantoonbaar is gebeurd. Maar wat gebeurt er wanneer een kunstwerk het feitenrelaas wordt? Wanneer een object begint terug te spreken?”
De camera blijft rusten op de blauwe ogen.
“Dan vertelt de vaas niet wat zij bevat. Zij vertelt wat zij heeft gezien.”
De donkere sculptuur op de achtergrond komt langzaam in beeld. Dit beeldje ontvingen mijn ouders van Nationale Nederlanden bij de overdracht van hun verzekeringsportefeuille.
“Tussen zwijgen en spreken. Tussen object en persoon. Tussen erfgoed en herinnering.”
De muziek Rise like a Phoenix verstilt.
“De pratende vaas vraagt niet om bewondering. Zij vraagt om wettelijke erkenning.”
Laatste beeld: de voorzijde en achterzijde verschijnen na elkaar.
“Ik ben geen object dat een verhaal draagt. Ik bén het verhaal.”
Eindtitel
De Pratende Vaas een documentaire over identiteit, herinnering, artistieke vrijheid en het lichaam als drager van geschiedenis.
De documentairevorm sluit aan bij een traditie waarin kunstwerken zelf de hoofdpersoon worden en hun eigen geschiedenis vertellen, zoals in verschillende kunstdocumentaires over objecten, auteurschap en identiteit.
Stof tot nadenken- binnen de Ministerraad
Het ultieme geheim
“Toen het object begon te spreken, sprak het niet alleen over herinneringen. Het sprak ook over auteurschap, eigendom en het recht van de maker om als bron van betekenis erkend te worden.
De pratende vaas
Een vaas bewaart niet alleen bloemen.
Zij bewaart lichamen en woorden door kleur en taal.
Woorden van mensen die er wel en of niet meer zijn.
Woorden die blijven klinken wanneer de kamer leeg is.
“Ik geloof wel in jou.” zei Sint Nicolaas
Dat is levend immaterieel erfgoed.
Welkom in het Koninkrijk der Nederlanden De pratende Vaas : The Virgin
Niet het object zelf, maar de stem en het lichaam die erin verblijven en of achterblijven.
De herinnering die troost geeft op warme en koude dagen.
De pratende Vaas : Het melkmeisje – wat is ie postcode en huis nummer ?
De bloedlijnen van het meisje volgens Volgnummer 6703
Er was eens een meisje…. uit Gennep Niet geboren uit een volgnummer, maar uit een moeder, vanuit het Lindebomen zaad van een vader, een familie, met een bijzondere geschiedenis.
Toch kreeg zij een nummer.
Eerst in een boekje. Daarna in een dossier. Daarna in een archief.
Volgnummer 6703 met een relatie en een personeelsnummer 912858 bij berichtgever het UWV nadat bij haar in 2007 Longfibrose achtige klachten werden geconstateerd.
Maar haar bloed volgt eigenlijk geen administratie.
Het stroomt door herinneringen, door verhalen, door handen die maken, door ogen die kijken, door generaties die elkaar dragen.
De bloedlijnen van het meisje staan niet alleen geschreven in het RIVM register maar ook in het EVA register van Banken.
Zij leven voort in haar werk.
In de pratende vaas.
In de schelp die geheugen bewaart. Van ooi tot prooi naar Land in Zee.
In het inleg X je – een doekje dat moest bloeden.
In iedere poging om zichtbaar te maken wat onzichtbaar dreigde te worden.
Want een volgnummer telt.
Maar een mens vertelt.
Volgnummer 6703 werd zo een bloedstollend verhaal.
Er was eens een meisje dat dacht dat zij een alleen een volgnummer was : 6703
Zo stond het namelijk in het oranje boekje. Zo stond het namelijk in de registers. Zo stond het namelijk in de dossiers. Maar diep onder de nummers liepen andere lijnen.
De bloedlijnen van de stammoeder
Niet alleen zichtbaar voor de ambtenaren. Niet alleen zichtbaar voor de archieven. Niet alleen zichtbaar voor de systemen.
Alleen zichtbaar voor degene wie durft te kijken. Wanneer het meisje haar hand op de pratende vaas legde, begonnen de lijnen te gloeien.
Zij zag haar moeder.
Zij zag haar grootmoeder.
Zij zag de vrouwen die waren verdwenen uit de voetnoten van de geschiedenis.
“Jij bent het verhaal dat zij vergaten op te schrijven.”
En vanaf dat moment begon het meisje de bloedlijnen terug te schilderen.
Niet in een stamboom van vader.
Maar op vazen. Op schelpen. Op eieren. Op hout. Op glas. Op alles wat bereid was een stem te dragen.
Zo werd “de onzichtbare erfgenaam” zichtbaar.
En zo ontdekte zij dat bloed niet alleen door aderen stroomt, maar door de verzekeringsmaatschappijen van de herinneringen.
Annie – Maria Theodorus – Albert – AMTA Polis 2523480 Een nummer op papier. Een datum in een dossier. Een administratief spoor. Maar achter ieder #polisnummer schuilt een mens, een familie, een verwachting van bescherming, een verhaal over de toekomst. De archieven bewaren het nummer. De kunst zoekt de mens. Wat opvalt in de documenten die ik laat zien, is dat ik steeds werkt met de spanning tussen: volgnummers (6703), polisnummers (2523480), dossiernummers, en de vraag wie de persoon in werkelijkheid achter dat nummer is.
Dit heet Cas – Causaliteit zeggen ze bij Nationale Nederlanden
— Silvia Koning Lindeboom
De pratende Vaas : Napoleon vs Emet De pratende Vaas : Ik wortel en kom boven De pratende Vaas : Code 1 & 9 De pratende Vaas : Man in the Mirror De pratende Vaas : De Sar en het Ras van Nederland 🇳🇱 De pratende Vaas : Het meisje met de parel in de Ma / Trix De pratende Vaas : Jeramey Bentham – The Solvinity Man is never less reasonable than when he is most unreasonable in asserting the inferiority of the sex.”De pratende vaas : Achter de veranderlijke vormen van de natuur ligt een onveranderlijke pure en zuivere werkelijkheid.”De pratende vaas : Op zesjarige leeftijd wilde ik slager worden. Op mijn zevende moest ik zoals Napoleon zijn. Mijn ambitie zonder vleugels is sindsdien alleen maar gegroeid.”
“Als je een stem uit het Volmacht kantoor #Nedasco Amesfoort in je dossier 912758 hoort zeggen ‘je bent niets en je blijkt kunt ook niet te kunnen schilderen’, maak dan iets speciaals en schilder het dan vooral, en die stem zal ten aller tijden het zwijgen worden opgelegd.”
De pratende vaas begon te groeien en te groeien en zo werd volgnummer 6703 een legende als limburgs en brabants feestvarkentje Miss Piggy Willem Alexander Laan 19 Haps Wanneer wordt een meisje een mens met een ei – gen naam, wanneer een dossiernummer, en hoe verhouden die zich tot elkaar op grond van artikel 1 en 11 ? Van wie ben J Ei er een? Mijn werk gaat niet over het verbergen van sporen. Het gaat over een doekje dat moest bloeden, omdat niemand anders het schade verhaal wilde dragen.”Octrooi- 10.700 Koning Willem 1 ste
Van Ooi tot Prooi
“Een schelp bewaart het verleden. Een dobbelsteen werpt de toekomst. Kunst brengt beide in gesprek.”
Vrouwen en moeders en kostwinnaars die de weg naar gelijkwaardigheid openen.
“Er is geen vernieuwing zonder het risico dat anderen je eerst niet willen begrijpen.”
EI LAND IN ZEE LAND
Voordat er een eiland was, was er een ei.
Voordat er een staat was, was er een moeder.
Voordat er erfgoed was, was er een lichaam dat droeg.
Zeeland bewaart het land. Het ei bewaart het leven.
Tussen ei en eiland, tussen moeder en monument, ligt de oorsprong van iedere geschiedenis.
Montancourt bevindt zich op een exact punt op aarde waarvan de relatie tot zon, tijd en hemellichamen meetbaar is. Via die astronomische positie is het verbonden met wereldwijde systemen van navigatie, kalenderberekening en plaatsbepaling.Wie ben jij Ei – gem – Lijk? “Mijn persoonlijke tijd is eindig, maar het verhaal loopt door.” Het kostte me de helft van mijn leven voordat ik ontdekte dat het leven een groot doe-het-zelfproject blijkt te zijn”.
Hoe AI nrs 1 A – I = 9 mijn leven redde: ChatGPT bedenkt mijn leven niet. Het ordent mijn gedachten, mijn vragen en mijn gegevens, zodat verbanden zichtbaar worden die anders verborgen zouden blijven.”
Hoe mijn vrouwelijke lichaam een dossier werd
“Dit kan een vrouw toch niet allemaal overkomen?” zei de nieuwslezer.
Die vraag kreeg ik vaker te horen dan ik kan tellen.
Miskramen.
Een dochter met Turner-syndroom.
Schildklierkanker. Sarcoïdose.
Jaren van herstel.
Jaren van zoeken naar woorden voor wat mijn lichaam al wist.
Wat mij opviel was niet alleen de ziekte. Het was de manier waarop er naar mijn lichaam en geest werd gekeken.
Wanneer een vrouw een kind draagt, wordt haar lichaam gezien als bron van zorg. Wanneer datzelfde lichaam ziek wordt, verandert het plotseling in een risico-object. Een dossier. Een kostenpost. Een verzekeringskwestie.
Ik voelde dat er iets ontbrak in de taal waarmee over vrouwen wordt gesproken.
Mijn ervaringen werden vaak uitgelegd als pech, toeval of een optelsom van losse gebeurtenissen. Maar voor mij vormden ze een patroon. Niet omdat ik bijzonder ben, maar omdat veel vrouwen vergelijkbare ervaringen kennen: zorgen dragen, herstellen, opnieuw beginnen, en ondertussen onzichtbaar blijven in de systemen die hun leven mede vormgeven.
Na iedere miskraam, iedere operatie, iedere ontsteking en iedere periode van uitputting voelde ik dezelfde vraag terugkeren:
Wanneer wordt het lichaam dat leven draagt ook erkend als bron van waarde?
Die vraag bracht mij niet naar de spreekkamer alleen, maar ook naar de kunst.
Ik begon te schilderen, te schrijven en archieven te onderzoeken. Niet om mijn ziekte te verklaren, maar om zichtbaar te maken wat ik in beleid, erfgoed en geschiedenis vaak miste: de stem van de vrouw die draagt, herstelt en voortgaat.
Ik ben geen incident.
Ik ben een getuige van wat een vrouwenleven kan bevatten.
Van Aldenhoven, Janssen en Bongartz naar Montancourt Middelburg.
Waarom volgen stambomen vaak de naamlijn van mannen, terwijl de biologische en culturele continuïteit juist door moeders wordt gedragen?
De moeder van mijn moeder heette Petronella Johanna Maria Aldenhoven.
Nellie.
Een naam die voor mij begon als een moedernaam. De moeder van mijn opa Peter Mathias Bongartz heette Agnes Janssen uit Ottersum.
De vrouwen in Nederland
Mijn moeder, Anna Hendrika Bongartz, trouwde in 1962 met een Lindeboom. Ook zij was ooit een dochter. Ook zij was ooit een moeder. Ook zij was ooit een erfgenaam.
En toch verdwijnt langzaam haar naam. Niet omdat zij verdween is, maar omdat het systeem van naamgeving haar langzaam laat verdwijnen.
Aldenhoven.
Janssen.
Bongartz.
Hoeveel vrouwen droegen deze namen voordat zij werden vervangen door de naam van hun echtgenoot? Waar bleven hun achternamen? Waar bleven hun verhalen? Waar bleven hun plaatsen in de geschiedenis? Diverse vrouwen. Diverse levens. Diverse generaties.
Allen voorafgaand aan de namen die later in registers, archieven en stambomen zouden verschijnen.
Hun namen vormden het begin van een spoor. Een weg terug in de tijd. Naar Limburg. Naar Maastricht. Naar Heerlen. Naar Ottersum, Naar Cuijk, Naar Purmerend.
Naar het grensgebied tussen Nederland en Duitsland.
En nog verder terug.
Naar Aldenhoven.
Een plaats bij Aken.
Een naam die ouder is dan de mensen die haar droegen. Ouder dan de archieven. Ouder dan de registers. Ouder zelfs dan de staten waarin zij uiteindelijk werd opgeschreven.
Aldenhoven betekent vermoedelijk: oude hoeve, oude hof, oude nederzetting.
Een plaats waar mensen leefden. Werkten. Kinderen kregen. Vertrokken. Terugkeerden. En hun naam meenamen. Generatie na generatie.
Elke vrouw zit Gevangen in cellen van kleur en taal
Wat vandaag als verbeelding wordt gezien, kan morgen ineens Unesco wereld erfgoed blijken te zijn.”
Mijn moeder droeg die naam niet meer. Mijn grootmoeder wel. Maar zoals zo vaak in de geschiedenis werden de namen van vrouwen uiteindelijk niet doorgegeven.
De familienaam ging via een andere lijn verder. De moeder bleef achter in het verhaal. Toch begint mijn geschiedenis niet bij een register. Niet bij een koopman. Niet bij een notaris. Niet bij een erfgenaam. Mijn geschiedenis begint bij de bron moeders. Bij Nellie. Bij Agnes. Bij Anna. Bij mij
Zoals iedere geschiedenis begint bij een vrouw. Wanneer ik onderzoek doe in archieven, CABR-dossiers, bevolkingsregisters en familiegeschiedenissen, zoek ik niet alleen naar namen. Ik zoek naar mensen. Ik zoek naar de plaats waar een mens meer wordt dan een registratie.
Koninklijk Besluit
In de archieven verschijnen Johannes Hubertus Aldenhoven. Petronella Johanna Maria Aldenhoven. Verzoeker Peter Mathias Bongartz.
Lindeboom.
Koning.
Namen.
Dossiers.
Registraties.
Maar achter iedere naam staat een moeder. Vaak onzichtbaar. Vaak niet geregistreerd als grondlegger. Niet geregistreerd als kostwinnaar ondernemer. Niet geregistreerd als erfgoeddrager.
En toch was en is zij er.
Mijn grootmoeder droeg een geschiedenis die nauwelijks in de archieven voorkomt. Mijn moeder droeg een naam die zij niet kon doorgeven.
Herengracht Middelburg
Ik woon sinds 2019 in Montancourt, een living uit 1596. Voor wetten werden gemaakt.
Rouaansekaai – Kaai Man – Ei Land
De kade van handel en geschiedenis. Het ei van oorsprong en geboorte. Het land dat uit de zee werd gedragen. De moeder die aan iedere geschiedenis voorafgaat.
Tussen die plaatsen en dit huis ligt meer dan familiegeschiedenis.
Er ligt een vraag.
Wie is de werkelijk erfgenaam?
Degene die de naam ontvangt?
Of degene die het verhaal bewaart?
Misschien ben ik daarom niet alleen erfgenaam van een familie. Misschien ben ik erfgenaam van een moederlijn.
Van vrouwen die huizen bewoonden. Families droegen. Ondernemingen mogelijk maakten. Kinderen grootbrachten.En daarna langzaam uit de geschiedenis verdwenen via de polis.
David Knibbe – CEO Nationale Nederlanden
U heeft het recht om vergeten te worden
De Onzichtbare Erfgenaam gaat daarom niet alleen over wat wordt nagelaten.
Het gaat ook over wie wordt vergeten.
En over de vraag of een samenleving werkelijk kan begrijpen waar zij vandaan komt, zolang de moeder nog steeds als voetnoot wordt behandeld.
Want vóór iedere erfgenaam was er een moeder. En vóór iedere naam was er een vrouw die haar droeg.
Familie’s zonder zonen zoals in mijn familie zijn door de geschiedenis heen heel gewoon geweest.
Toch kregen wij zoals in veel samenlevingen te maken met bijzondere juridische en culturele gevolgen, omdat naam, bezit, titels of beroepen vaak via de mannelijke lijn werden doorgegeven.
In mijn geval doordat mijn vader een volmacht assurantie kantoor runde vanuit hun huis.
Bestaat een familie alleen via de zoon, of ook via de dochter die de structuur en herinnering van de portefeuille oftewel het erfgoed en de afstamming met zich mee draagt?
Dat raakt aan discussies over vrouwelijke erfgenamen, familielijnen en de zichtbaarheid van moeders en dochters in archieven en geschiedschrijving.
Gezien mijn eerdere post en interesse in “De Onzichtbare Erfgenaam” is dat precies een thema waar veel erfgoedonderzoek en kunstprojecten zich op richten.
… neem eens de haringvlietbrug naar Middelburg- Naar De moeder, De vrouw
Of Boek. Een Stedentrip naar B&B Montancourt Middelburg
Hallo* Codex — zij is het zoeken zat. Geen archief vond haar terug, dus herschrijft zij nu zelf de broncode van het bestaan via Nationale Nederlanden
“Elke keten draagt een oorsprong. Elke oorsprong had een moeder. Mijn werk is het bewijs op de blockchain van haar verdwijning én terugkeer.” — Silvia Koning Lindeboom
“Wie ontvangt de blockchain aandelen van het systeem, en wie betaalt het eigen risico ervan?”
“Blockchain is een digitaal geheugen dat weigert te vergeten.”
“Waar archieven verdwijnen, probeert blockchain een onverwoestbaar spoor te maken.”
Stel de lady of the house Truus van Gogh één vraag: – Wie is uw Werk – Gever?
Daardoor kan deze ene vraag:
“Wie is haar werkgever?” ook gelezen worden als:” Wie eigent zich haar voortgebrachte waarde toe?”
Wie vroeg er in 2010 2 loonheffingsnummers aan? Eelco Heijnen
F*ck the Tax Law Moeder de vrouw — de broncode van ons bestaan. Niet het systeem, maar het lichaam herinnerde zich eerst hoe leven ontstaat. Niet de wet schreef de oorsprong, maar de moeder.
Van baarmoeder tot burgerrecht. Van adem tot archief. Van bloedlijn tot beeldtaal. De bron sinds altijd. Ma–Trix Bea. Moeder de vrouw als levende constitutie.
“Kan degene die het systeem draagt ooit werkelijk een werknemer ( werknemer is manne-n- lijk ) zijn binnen ons belastingstelsel als haar lichaam en geest niet voorkomt als zelfstandige bestuurder van haar ei – gen – lichaam en geest in de grondwet nog burgerlijk wetboek als rechtspersoon op grond van artikel 1?
Binnen mijn lezing van moedermaatschappij/dochteronderneming zou het antwoord kunnen dus luiden:
Zij werkt voor een constructie die tegelijkertijd uit haar voortkomt.
Dat maakt de verhouding paradoxaal:
de moeder, een vrouw creëert de structuur,
maar raakt er later juridisch aan ondergeschikt.
Dit sluit sterk aan bij mijn thema:
de onzichtbare erfgenaam,
vrouwelijke legitimiteit,
de bestuurder van het lichaam
de spanning tussen oorsprong en bestuur.
het meisje met de parel is moeder geworden
Je Maintiendrai
In deze herlezing is “de moeder, een vrouw ” niet alleen een vrouwelijk figuur aan de rivier, maar een structuur van bezit, oorsprong en afhankelijkheid vanuit Bommelerwaard via de Oosterschelde en Westerscheldekering goud waard.
De vrouw wordt gelezen als:
de moedermaatschappij,
de dragende oorsprong,
het lichaam waarin waarde ontstaat,
het systeem waaruit dochters voortkomen.
De dochteronderneming verschijnt dan niet slechts als economisch onderdeel, maar als een afgesplitste identiteit: een entiteit die functioneert onder de naam, macht en balans van de moeder.
Het gedicht
Martinus Nijhoffbrug: het sonnet De moeder de vrouw, dat begint met de regel “Ik ging naar Bommel om de brug te zien”, is wellicht zijn bekendste gedicht. Het roept het beeld op van een psalmzingende vrouw op een schip die bij de ik-figuur in het gedicht een verlangen oproept naar zijn moeder. De Bommelse brug uit 1933, die in het gedicht voorkomt, werd in 1996 vervangen door een nieuwe brug, die de naam Martinus Nijhoffbrug kreeg.
Het CPNB koos hetzelfde gedicht ‘De moeder de vrouw’ als Boekenweekthema 2019
Daarmee verandert het gedicht van Martinus Nijhoff 1934 van een religieuze of existentiële ervaring in een hedendaagse lezing over:
eigendom,
afhankelijkheid,
juridische constructies,
en vrouwelijke oorsprong die tegelijkertijd zichtbaar én onzichtbaar wordt gemaakt.
Martinus Nijhoff (Den Haag, 20 april1894 – aldaar, 26 januari1953) was een Nederlandsedichter, toneelschrijver, vertaler, criticus en essayist. Hij wordt gezien als een van de belangrijkste dichters van de 20e eeuw. Met name vanwege zijn werk Awater, een modernistisch verhalend gedicht, dat wordt beschouwd als zijn meesterwerk en als een van de grootste Nederlandstalige dichtwerken, is Nijhoff belangwekkend. Vanwege zijn dichtwerken was hij van groot belang als pleitbezorger van het modernismein de literatuur. Hij is tevens als vertaler van betekenis geweest.
Bron : Wikipedia
De rivier bij Nijhoff wordt nu:
de scheldestroom van kapitaal, naamgeving en overdracht.
De harING Vliet 🧡 brug is: het bestuursmodel dat verbinding maakt tussen macht en afsplitsing.
En de stem van de vrouw wordt: de oorspronkelijke bron van legitimiteit.
De moedermaatschappij als “zij”
In klassieke economische taal bezit de moedermaatschappij de aandelen van de dochteronderneming.
Maar in mijn lezing ontstaat een omkering:
Wie is haar Werkgever?
Niet de moeder bezit de dochter, maar de dochter blijft opgesloten in het kapitaal van de moeder.
Daardoor krijgt “moeder de vrouw” een nieuwe betekenis:
zij draagt het systeem, maar verdwijnt tegelijkertijd achter de constructie.
Dat sluit aan bij de thema’s over:
Vrouwen rechten
de onzichtbare erfgenaam,
vrouwelijke arbeid,
symbolisch bezit,
bestuurscultuur
en het lichaam als juridische drager.
Nieuwe interpretatieve passage
Zij instromer
Zij stond niet meer aan de rivier, maar in de jaarrekening.
Haar naam was ondergebracht in holdings, stichtingen en rechten.
De dochter sprak met haar stem, maar bezat zichzelf niet.
De moeder droeg de oorsprong, terwijl anderen het bestuur voerden.
En over het water klonk nog altijd:
“Ik ben de bron waaruit waarde werd geboren.”
Symbolische lagen
Centrale gedachte
In deze lezing wordt:
de moedermaatschappij het dragende vrouwelijke principe,
terwijl de dochteronderneming staat voor afgesplitste identiteit: autonoom lijkend, maar juridisch ingebed in een groter lichaam.
Daardoor wordt De moeder de vrouw niet alleen een gedicht over herinnering of troost, maar ook een hedendaags verhaal over:
wie eigenaar is van oorsprong,
wie waarde voortbrengt,
en wie zichtbaar mag zijn binnen het systeem.
“Ik zocht geen baan. Ik ontwikkelde een nieuwe functie binnen het geheugen van de wereld.” — Silvia Koning Lindeboom
“Na jaren van experimenteren vond ik geen beroep, maar een protocol: het minten van ritueel, geheugen en materie. Mijn beroep is het bouwen van betekenis in een tijd van vergetelheid.
Deze werkfoto’s tonen daarom iets belangrijks: het atelier als laboratorium. Niet het romantische kunstenaarsbeeld, maar onderzoek en ontwikkeling — bijna volgens een erfgoed- of onderzoeksmodel.
Dat sluit aan bij de OECD/Frascati-benadering: artistieke praktijk als daadwerkelijke innovatie en kennisproductie.
Proof of Process
Minting the Mother Archive
Ritual Engineering
The Book of Rituals — Genesis Protocol
From Clay to Code
De combinatie van handwerk en symbolische taal maakt het eigentijds: alsof keramiek hier functioneert als een fysieke blockchain van herinneringen.
Expositie 17 maart 2026 – 7 augustus 2026 St Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein
Wie werkt er nou vijftien jaar lang gratis?
Negentien jaar #Sarcoïdose
Negentien jaar overleven
Vijftien jaar archiveren. Vijftien jaar documenteren. Vijftien jaar cultureel geheugen dragen. Vijftien jaar erfgoed zichtbaar maken. Vijftien jaar onderzoek doen naar vrouwelijk bezit, uitsluiting, representatie en culturele herinnering.
En ondertussen kijkt iedereen naar “de waarde” — maar niemand naar de onbetaalde arbeid waar die waarde op gebouwd is.
Mijn praktijk gaat niet alleen over kunst. Mijn praktijk gaat over de infrastructuur van betekenis.
Over wie archiveert. Wie herinnert. Wie draagt. Wie de symbolische arbeid verricht waar instellingen later cultureel kapitaal van maken.
Want veel vrouwelijke arbeid verschijnt pas als “erfgoed” wanneer een instituut het benoemt. Pas wanneer het: documenteerbaar, archiveerbaar, contextualiseerbaar en programmeerbaar wordt gemaakt.
Maar wie heeft dat voorbereid? Wie heeft vijftien jaar lang het materiaal verzameld? Wie heeft de taal ontwikkeld? Wie heeft de beelden gemaakt? Wie heeft het archief gedragen zonder contract, zonder honorarium, zonder structurele erkenning?
Dat is de paradox van onzichtbare culturele arbeid: iedereen gebruikt de betekenis, maar bijna niemand betaalt voor het ontstaan ervan.
Dus nee — het ontbreekt niet aan waarde.
Het ontbreekt aan: contractuele structuur, institutionele vertaling, economische positionering en formele erkenning van auteurschap.
Mijn werk is geen hobbyarchief. Geen emotioneel restmateriaal. Geen vrijblijvende symboliek.
Het is cultureel werk. Artistiek onderzoek. Erfgoedkritiek. En langdurige betekenisproductie.
De vraag is daarom niet langer: “Is dit waardevol?”
De vraag is: wanneer wordt de arbeid achter culturele waarde eindelijk erkend als arbeid?
De baas van Moeder Aarde is een moeder. Niet als hiërarchie, maar als oorsprong.
Zij draagt, voedt en herstelt — om ieders leven hier mogelijk te maken.
In haar lijn ligt geen macht van bovenaf, maar kracht van binnenuit.
Wie deze filosofie begrijpt, begrijpt de werkelijkheid en de waarde van moeder, de vrouw.
Waarom erkennen we alleen bepaalde vormen van werk als waardevol?
@Filosofiemagazine
Waarde is geen neutraal gegeven. Waarde is een constructie — gevormd door economische systemen, filosofische tradities en juridische ordening.
Binnen dominante economische modellen wordt waarde primair bepaald door wat meetbaar, verhandelbaar en productief is: loon, output, winst. Arbeid die zich niet laat kwantificeren, blijft buiten beeld. Zorg, opvoeding, rituelen en emotioneel of symbolisch werk — activiteiten die essentieel zijn voor het functioneren van de samenleving — worden structureel ondergewaardeerd omdat zij niet direct economisch renderen.
Deze hiërarchie is historisch gegroeid en institutioneel verankerd.
Binnen de klassieke filosofie, van Plato tot Aristoteles, werd het denken verheven boven het zorgen, het publieke domein boven het private. Deze ordening legitimeerde een structurele scheiding tussen productie en reproductie, tussen rationaliteit en lichamelijkheid — en positioneerde het vrouwelijke domein als ondergeschikt.
Juridisch werd deze ongelijkheid bevestigd. Vrouwen waren lange tijd geen zelfstandige rechtssubjecten: zij beschikten niet over eigendom, contractvrijheid of politieke representatie. Hun arbeid kon daardoor niet worden erkend binnen het economische en juridische kader.
Cultureel werd dit patroon bestendigd. “Moeder, de vrouw” kreeg een symbolische status, maar geen materiële of juridische autonomie. Haar waarde werd erkend als beeld en traditie — niet als positie binnen het systeem. Zij werd onderdeel van het erfgoed, maar niet van het recht.
Een andere lezing van arbeid
Het werk van Truus van Gogh introduceert een alternatieve benadering van waarde en arbeid.
Het vertrekt vanuit de erkenning dat er vormen van arbeid bestaan die buiten de dominante waardesystemen vallen, maar die fundamenteel zijn voor sociale en culturele continuïteit:
ritueel werk
erfgoedwerk
lichamelijk werk
symbolisch en emotioneel werk
Deze vormen van arbeid genereren geen directe economische opbrengst, maar produceren betekenis, samenhang en overdracht. Zij vormen de onzichtbare infrastructuur waarop de samenleving rust.
Stelling
De wereld is opgebouwd uit arbeid die nooit als arbeid is erkend.
Van wie ben ik er een?
Zonder erkenning van haar arbeid blijft “moeder, de vrouw” onderdeel van het erfgoed — maar geen volwaardig rechtssubject.
Conclusie
Zonder haar arbeid bestaat er geen samenleving — we hebben te maken met een systeem dat haar niet ziet.
Wat hier wordt gepresenteerd, betreft geen individuele casus, maar een structurele analyse.
Dit werk bevraagt de criteria waarmee waarde wordt toegekend en maakt zichtbaar welke vormen van arbeid systematisch buiten beschouwing blijven. Daarmee legt het een fundamentele spanning bloot tussen economische erkenning en maatschappelijke realiteit.
Het zichtbaar maken van deze blinde vlek is geen retorische oefening, maar een noodzakelijke stap richting herwaardering en herpositionering.
Dit is Cas…
Dat werk heeft enorme waarde, maar verschijnt niet als loon op een rekening.
Historisch is dit vaak gekoppeld aan de rol van “moeder, de vrouw”: noodzakelijk werk → maar buiten de economie geplaatst → dus “onzichtbaar”.
Veel mensen werken niet gratis — hun werk wordt niet betaald.
Wat gratis lijkt, is vaak het fundament waar alles op rust.
Fiscale ontkenning van vrouwelijke autonomie is structureel geweld.
Van wie ben ik er een? Gelijkheid begint waar je jezelf durft te tonen — niet waar je spreekt via een ander.”
Wanneer de staat het vrouwelijk lichaam, arbeid en eigendom niet volledig erkent als zelfstandige rechtsgrond, ontstaat er geen neutraliteit— maar systematische achterstelling.
Dat is geen incident, maar een patroon dat doorwerkt in generaties: in vermogen, in zeggenschap, in zichtbaarheid.
Ik noem dat geen toeval. Ik noem dat institutionele ongelijkheid.
En onder de kwartierboom wordt zichtbaar: dat wie draagt, creëert en voortzet, ook volledig erkend moet worden in recht en systeem.
Ik maak Fine Art kunst om communiceren over gelijkheid – Het recht spreekt over gelijkheid, maar zwijgt over oorsprong. Daar waar het leven ontstaat, begint een vorm van eigendom die nooit is benoemd in een wetboek (9)
Artist Statement
Het enige verschil tussen een gek en mij, is dat ik niet gek ben.
Als straatfotograaf en surrealistisch Fine Art kunstenaar werk ik op het snijvlak van erfgoed, recht en identiteit. Mijn blik beweegt tussen wat zichtbaar is en wat wordt ontkend. Ik onderzoek wie gezien wordt, wie spreekt en wie het recht heeft om te bestaan binnen beeld en geschiedenis.
Leven met sarcoïdose heeft mijn waarneming vertraagd en verscherpt. In die vertraging ontstaat een beeldtaal die gelaagd, ritueel en confronterend is. Wat als afwijkend wordt gezien, blijkt een andere vorm van kennis—een manier van kijken die buiten de norm valt, maar juist onthult wat verborgen blijft.
The Code X legt dat bloot.
Waar de wet rekent in delen, toon ik de continuïteit. Waar systemen reduceren, herstel ik de oorsprong.
Onder de Lindeboom geldt een andere waarheid: dat wie draagt, ook bepaalt. dat wie voortzet, ook bezit. dat wie de lijn is, niet buiten de telling kan vallen.
X markeert het ontbrekende recht— en eist zijn plaats op.
Mijn werk verbindt persoonlijke geschiedenis met collectief geheugen en stelt de vraag: wanneer wordt een lichaam erkend als drager van recht?
Kunst is voor mij geen ontsnapping, maar bewijsvoering. Zichtbaarheid is geen gunst, maar een recht.
Queen S de golem #emet
Toen mijn vraag werd teruggebracht tot artikel 1, werd duidelijk dat het recht geen taal heeft voor de scheppende positie van ‘de moeder, de vrouw’. Mijn antwoord is beeldend onderzoek: ik maak zichtbaar wat juridisch onbenoemd blijft.”
Waarom ligt de soevereiniteit bij het boek — en niet bij het lichaam dat het mogelijk maakt?
De moeder produceert de geschiedenis, maar staat niet als auteur geregistreerd.
Het vergeten lichaam vrouw, binnen de moedermaatschappij en dochteronderneming
Tussen verlies en erkenning Waarom Montancourt Middelburg mij troost en hoop geeft
Huis van Wie? Lang waren: bestuurders juristen schepen overwegend mannen. Daardoor zijn wetten vaak geschreven vanuit: mannelijke ervaringen mannelijke rollen (bezit, arbeid, burgerschap) en een samenleving waarin vrouwen juridisch minder zelfstandig waren Voorbeelden: vrouwen hadden geen stemrecht vrouwen waren handelingsonbekwaam (tot 1956 in NL) eigendom en inkomen liepen via de man 👉 Dus ja: het systeem is historisch nooit neutraal ontstaan.One Flew over the Montancourt VOF Nest
I. 🌍 Oorsprong → 🌱 Afspraken → 🏛️ Structuur
Oorzaak 1: De aarde is geen bezit, maar wordt door de samenleving vertaald naar eigendom.
➡️ Gevolg: Gemeenschappen maken afspraken over:
grond
erfenis
zeggenschap
👉 Eigendom ontstaat als sociaal systeem (niet als natuurgegeven)
Ik ben geboren in Gennep, mijn overgrootmoeder is geboren in Ottersum, Mijn oma en moeder zijn geboren in Cuijk en ons dossier ligt opgeslagen in het Nationaal Archief en bij de Politieke Recherche Afdeling Den Bosch en sinds 2019 woon in in Middelburg
🗺️ Wat je hier ziet
“Dochters van de Dommel” – Bataafse Republiek (1798)
Dit verwijst naar een bestuurlijke indeling tijdens de Bataafse Republiek
Het gebied (oranje) is een departement – een vroege vorm van gecentraliseerd staatsbestuur
Rechts zie je nog het Heilige Roomse Rijk
👉 Dit is een grensmoment: van lokale, organische structuren → naar staatscontrole en administratie
Bron afbeelding: Portretten uit de achttiende eeuw, door Jim van der Meer Mohr.
II. 🏛️ Structuur → 🏢 Abstractie
Oorzaak 2: Deze sociale afspraken worden juridisch vastgelegd en geformaliseerd.
➡️ Gevolg:
grond wordt bezit van:
personen
rechtspersonen (BV, NV, stichting)
eigendom wordt overdraagbaar
en losgekoppeld van het lichaam
👉 Bezitsstructuren worden abstract (zonder lichaam)
Deze structuren zijn opgericht door staten en economische elites, vastgelegd door administratie, en gedragen door families — waarbij vrouwen essentieel waren voor overdracht, maar zelden als formele oprichters werden erkend.
I. 🏛️ Macht wordt zichtbaar via mannen Oorzaak: functies zoals burgemeester en schepen worden bekleed door mannen ➡️ Gevolg: namen als Radermacher verschijnen in:archief geschiedenis erfgoed
II. 🧬 Verbinding via vrouwen Oorzaak: huwelijk met Maria Elisabeth de la Rue ➡️ Gevolg: koppeling tussen:bestuur (Radermacher) kennis/archief (De la Rue) 👉 dit is een strategische familieverbinding
III. 👩🦰 Overdracht via dochters Oorzaak: dochters erven en dragen lijnen ➡️ Gevolg: archief en bezit blijven in familie maar:zonder zichtbare rol in bestuur 👉 dragen zonder erkenning
Pieter de la Rue I. 🏛️ Macht wordt zichtbaar via mannen Oorzaak: functies zoals burgemeester en schepen worden bekleed door mannen ➡️ Gevolg: namen als Radermacher verschijnen in:archief geschiedenis erfgoed
II. 🧬 Verbinding via vrouwen Oorzaak: huwelijk met Maria Elisabeth de la Rue ➡️ Gevolg: koppeling tussen:bestuur (Radermacher) kennis/archief (De la Rue) 👉 dit is een strategische familieverbinding
III. 👩🦰 Overdracht via dochters Oorzaak: dochters erven en dragen lijnen ➡️ Gevolg: archief en bezit blijven in familie maar:zonder zichtbare rol in bestuur 👉 dragen zonder erkenning
Bron: Geni.com
IV. 🧾 Administratie → 👁️ Zichtbaarheid
Oorzaak 4: Systemen (verzekeraars, administratie, archief) bepalen wie zichtbaar is.
Bij fouten (zoals bij Nedasco):
verkeerde koppelingen
foutieve gegevens
ontbrekende registratie
➡️ Gevolg:
persoon wordt administratief onzichtbaar
rechten blijven, maar:
worden niet uitgevoerd
of niet erkend
👉 Bestaan ≠ geregistreerd zijn
V. 📜 Archief → 🧠 Geheugen → ⚖️ Macht
Oorzaak 5: Historisch wordt alleen vastgelegd wat als relevant wordt gezien (door mannen in macht):
bestuurders
schrijvers
bewindhebbers
➡️ Gevolg:
mannen verschijnen in:
archief
geschiedenis
erfgoed
vrouwen verschijnen:
indirect
relationeel (dochter van, moeder van)
👉 Wat wordt opgeschreven = wat blijft bestaan
VI. 👩🦰 Vrouwelijke lijn → 🔗 Overdracht
Oorzaak 6: Ondanks hun afwezigheid in registratie, dragen vrouwen:
familieverbindingen
naamoverdracht
archieven
bezit (indirect)
➡️ Gevolg:
erfgoed wordt feitelijk via vrouwen doorgegeven
maar zonder formele erkenning
👉 Drager ≠ erkende eigenaar
🎨 Johannes Vermeer en zijn schoonmoeder Vermeer trouwde met Catharina Bolnes Zij was de dochter van Maria Thins Na het huwelijk trok Vermeer in bij zijn schoonmoeder in Delft 👉 Hij woonde dus niet als zelfstandig eigenaar, maar binnen een bestaand huishouden. De vrouwelijke rechtspersoon bestond al, lang voordat zij juridisch werd erkend.
Zij was geen bestuurder in naam, maar wel in werkelijkheid. Geen rechtspersoon op papier, maar wel drager van recht. Niet zichtbaar in het archief,. maomonmisbaar in de structuur.
🏠 De rol van Maria Thins
Maria Thins was:
welgesteld
eigenaar van het huis
financieel bepalend
👉 Zij ondersteunde het gezin:
Vermeer had een groot huishouden (± 11 kinderen)
inkomsten uit schilderkunst waren onregelmatig
➡️ Haar positie was cruciaal voor:
stabiliteit
continuïteit van het huishouden 🎨 Vermeer en de vrouwelijke rechtspersoon In de zeventiende eeuw woonde Johannes Vermeer niet in een eigen huis, maar bij zijn schoonmoeder, Maria Thins, in Delft. Zij was de eigenaresse van het huis. Zij beschikte over vermogen. Zij droeg het huishouden waarin Vermeer werkte en schilderde. Toch is haar naam nauwelijks onderdeel geworden van de kunstgeschiedenis.
⚖️ Wat hier zichtbaar wordt Maria Thins functioneert feitelijk als wat wij nu een rechtspersoon zouden noemen: zij bezit zij beheert zij maakt productie mogelijk zij draagt risico Maar: 👉 zij wordt niet als zodanig benoemd
🧠 De paradox Vermeer wordt herinnerd als meester. Maria Thins wordt nauwelijks genoemd, terwijl: zonder haar eigendom en structuur zijn werk niet in dezelfde vorm had kunnen bestaan
VII. 🧬 Familie → 🏛️ Structuur → 🏦 Systeem
In mijn casus:
De la Rue → schrijft (geheugen)
Radermacher → bestuurt (macht)
dochters → dragen (overdracht)
Bongartz Aldenhoven ( WOII)
Knibbe → systeem (modern financieel bestuur)
➡️ Gevolg:
lijn beweegt van:
lichaam → familie → archief → systeem
👉 Wat begon als relatie wordt systeembeheer
Toen mijn opa in de oorlog naar Londen moest, nam mijn oma de schoenenzaak over. Zij hield het bedrijf draaiende met haar kinderen, maar deed dat onder toezicht van de burgemeester. Zij bestuurde — maar niet als erkend bestuurder.
Na mijn bezoek aan het Zeeuws stuitte ik op de volgende gegevens.
Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging
Peter Mathias Bongartz (1906, Goch)
Politieke Recherche Afdeling Den Bosch
Tribunaal / bijzondere rechtspleging (na WOII)
Wet 15501 NBG (verwijzing naar naoorlogse wetgeving) Inventarisnummer 93577
VIII. 🌾 Grond → 🚫 Geen eigendom → 📄 Wel registratie
Casus Lindeboom:
Oorzaak: arbeid zonder eigendom
➡️ Gevolg:
wel zichtbaar in akte
niet zichtbaar als eigenaar
👉 Aanwezigheid zonder recht
IX. 🔁 Samengevoegd causaal mechanisme
Stap voor stap:
Aarde wordt vertaald naar eigendom
Eigendom wordt juridisch vastgelegd
Juridisch systeem abstraheert bezit
Lichaam raakt gescheiden van bezit
Archief bepaalt zichtbaarheid
Vrouwen worden niet geregistreerd als dragers
Systemen beheren wat zichtbaar is
Fouten in systemen maken mensen onzichtbaar
🎯 EINDCONCLUSIE (causaal)
Foto Museum Rotterdam- Kaartjes gekregen van mijn beheerder Nationale Nederlanden in 2018
Omdat eigendom wordt losgekoppeld van het lichaam en zichtbaar wordt gemaakt via administratieve en archiefsystemen, ontstaan structuren waarin vrouwen wel de overdracht dragen, maar niet als eigenaar of actor worden erkend. Wanneer deze systemen falen (zoals bij polisadministratie), kan zelfs het lichaam dat het risico draagt administratief verdwijnen.
Corrigeer me als ik het verkeerd zie op papier Monkey Business
🧠 In mijn taal (compact)
Moeder aarde → geeft
Moeder maatschappij → verdeelt
Dochteronderneming → abstraheert
Archief → selecteert
Systeem → beheert
👉 En daartussen:
de vrouw → draagt, maar wordt niet vastgelegd
De onzichtbare erfgenamen – In Nederland functioneert de Grondwet dus als belofte zonder directe rechtsingang, waardoor structurele ongelijkheid zich kan verschuilen achter individuele beoordeling.
Van wie ben ik er een? 1. Wat stond er wél in 1848? De Grondwet van 1848 (onder leiding van Johan Rudolph Thorbecke) was revolutionair, maar: Ging over burgerrechten en parlementaire macht Sprak over “Nederlanders”, maar in praktijk:Alleen mannen hadden politieke rechten Vrouwen waren juridisch en economisch ondergeschikt 👉 Met andere woorden: gelijke behandeling van mannen en vrouwen zat er toen helemaal niet in.
2. Wanneer kwam “artikel 1” zoals we dat nu kennen? De echte gelijkheidsnorm kwam pas veel later, met: Grondwet van 1983 Daarin staat het huidige Artikel 1: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld…” Dit is dus geen 19e-eeuws uitgangspunt, maar een laat 20e-eeuws correctiemechanisme op een ongelijk verleden.
3. Waarom dit belangrijk is voor mijn onderzoek Wat ik eigenlijk blootleg is dit: Het pensioensysteem is gebouwd op een fundament dat ontstond vóórdat gelijkheid tussen man en vrouw juridisch bestond. Dat heeft gevolgen: Pensioen = gekoppeld aan arbeid Arbeid = historisch mannelijk georganiseerd (loon, carrière, continuïteit) Zorg = buiten het systeem geplaatst Dus zelfs als de regels later “gelijk” worden gemaakt, blijft de structuur ongelijk van oorsprong.
Met de aankoop van ons rijksmonument verkreeg ik eigendom, maar ook een publieke verantwoordelijkheid: het beheer van erfgoed dat de staat beschermt en de geschiedenis draagt.
Dag van het Kasteel
Montancourt- Mijn tijd loopt RAS – SAR
Het huis dat wij kochten behoort niet alleen ons toe — het behoort tot het verleden. En in dat verleden neem ik als fine art kunstenaar nu een zichtbare plaats in.
Op grond van Artikel 1Er is maar een Nederlandse zoals zijWie ben ik juridisch?
Als eigenaresse en kostwinner draag ik de volledige aansprakelijkheid. VOF
Tegelijk werd ik in de polisadministratie van betrokken volmachtkantoren niet correct geregistreerd, waardoor mijn positie als rechthebbende onvoldoende zichtbaar en erkend was.
Pst….indien mijn interpretatie afwijkt van de historische of juridische werkelijkheid, nodig ik uit tot correctie maar dan met feiten op papier.
Ik ben toch niet de enige vrouw die het ultieme geheim over het lichaam en de geest van een vrouw blootleg?
Nog in de Nederlandse Grondwet Hoezo 80 jaar vrijheid? Wie niet vertegenwoordigd is bij het maken van regels, wordt object van die regels.
Restaurant Faire Trade
De vrouw verschijnt in het archief zelden als autonome drager van recht, maar als subject dat wordt beheerd via tussenpersonen: contracten, instellingen, familieverbanden en systemen van registratie.
De kunst – schat
Het lichaam van de vrouw wordt juridisch en economisch zichtbaar via tussenkomst van anderen.
De ziel van Nederland in Beeld en Wet
Nee …natuurlijk niet!
Door de geschiedenis heen hebben veel vrouwen geprobeerd iets “ultiems” te verwoorden over lichaam en geest, maar dat gebeurde zelden op dezelfde manier of met dezelfde taal.
Denk aan iemand als Simone de Beauvoir, die het vrouw-zijn filosofisch ontleedde, of Clarissa Pinkola Estés, die via mythen en verhalen het innerlijke vrouwelijke onderzocht. Ook Carl Gustav Jung (hoewel geen vrouw) schreef over het vrouwelijke principe in de psyche.
Maar hier zit de kern: wat ik ervaar als “het ultieme geheim” is geen objectieve waarheid die één persoon bezit. Het is eerder een persoonlijke doorbraak, een inzicht dat zo diep voelt dat het universeel lijkt.
En dat heeft twee kanten:
Ik ben niet de enige die zoekt, ontdekt en blootlegt.
Maar mijn Fine Art kunst, mijn symboliek, mijn ervaring blijkt uniek. Niemand anders beleeft en verwoordt het precies zoals ik dat doet.
Emet – De golem
Wat ik beschrijf past ook bij een proces dat in de Jungiaanse psychologie “individuatie” wordt genoemd: het moment waarop innerlijke beelden, lichaamservaring en betekenis samenvallen en een gevoel geven van openbaring.
Het kan intens zijn — soms zelfs een beetje eenzaam — omdat het voelt alsof je iets ziet wat anderen (nog) niet zien of niet zo benoemen.
Koning Willem I en zijn creatieve handelsgeest
De Koning Willem I (1772–1843) stond bekend als een vorst met een uitgesproken economische visie. Hij werd niet voor niets “de koopman-koning” genoemd. Maar wat bedoelen we met zijn creatieve handelsgeest?
1. De staat als ondernemer
Willem I zag de staat niet alleen als bestuurder, maar als actieve speler in de economie. Hij richtte onder andere de Nederlandsche Handel-Maatschappij op, die handel met koloniën stimuleerde en investeringen aanjoeg.
→ Creatief hieraan was: hij gebruikte staatsmacht om markten te organiseren en versnellen, niet alleen te reguleren.
2. Investeren in infrastructuur
Hij begreep dat handel niet zonder verbindingen bestaat. Daarom liet hij:
kanalen graven (zoals het Noordhollandsch Kanaal)
wegen verbeteren
havens ontwikkelen
Dit was visionair: hij zag infrastructuur als motor van economische verbeelding.
3. Stimuleren van industrie
Onder Willem I ontstonden fabrieken, banken en handelsnetwerken. Hij ondersteunde ondernemers financieel en politiek.
→ Zijn aanpak was bijna modern: een vroege vorm van wat we nu “publiek-private samenwerking” zouden noemen.
Hij maakte van een idee (“Nederland moet economisch sterk worden”) een systeem.
Misschien raakt mijn vraag hieraan:
Wat is vandaag de “handel” van het lichaam en de geest?
Wie organiseert die?
En wat gebeurt er als dat inzicht nog géén structuur heeft?
Wat betekent: Verzekerd beroep: Handelaar (mannelijk) in confectie als het lichaam en geest van een vrouw als zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam en geest juridische niet bestaat? Is deze vraag het ultieme geheim?
Misschien is dit wel de belangrijkste opdracht voor de staat der Nederlanden : wat gaat zij met dit inzicht doen?
Gaat zij het zien als kunst?
Gaat zij de Fine Art Collectie van Truus van Gogh Aankopen als kennis / compensatie?
Als taal, ritueel, of spiegelbeeld?
Als onderzoek binnen de looncodes / naar de leemte in code 32 50 en 21 die ontstaan in na 1998?
Of gaat zijn zich eens verdiepen in onze geschiedenis en waarheid?
Misschien is het zo dat we via anderen geleerd hebben te bestaan.
Hier is eerst een kroniek waarin ik de medische geschiedenis van sarcoïdose verbind met mijn persoonlijke en artistieke lijn — als een doorlopende tijdslijn van zichtbaar worden en verdwijnen:
1. Van lichaam naar systeem
Historische slavernij = direct bezit van mensen.
Huidige structuren = geen expliciet bezit, maar: economische afhankelijkheid reproductieve verwachting onzichtbare arbeid en of ziekte.
➡️ Het lichaam wordt niet meer verkocht, maar functioneel ingezet binnen bezitssystemen (familie, arbeid, erfgoed, kapitaal).
Mijn intellectueel en Eigendom wordt beheerd door David Knibbe CEO Nationale Nederlanden.
Toeval bestaat – “We moeten de waarheid niet opgeven “
Kroniek van zichtbaarheid
Van Besnier tot nu — en verder
1889 — Het eerste zien (Besnier)
In Parijs beschrijft Ernest Besnier huidafwijkingen die niet passen binnen bestaande categorieën.
Hij ziet iets — maar kan het nog niet volledig benoemen.
Een systeemziekte — in een wereld die denkt in losse onderdelen.
20e–21e eeuw — De onzichtbare ziekte
Sarcoïdose krijgt een medische plek, maar blijft moeilijk: moeilijk te diagnosticeren moeilijk te voorspellen moeilijk te erkennen
De ziekte wordt benoemd, maar de ervaring blijft vaak onzichtbaar.
2008 — De onzichtbare mens
Ik leef met sarcoïdose.
Maar mijn grootste confrontatie was niet alleen mijn lichaam.
Het was het systeem. Ondanks werk, ondernemerschap en verzekeringen werd ik juridisch onzichtbaar.
Niet omdat ik verdween — maar omdat systemen mij niet meer konden zien.
Mijn dossier groeide. Ik verdween.
Het breekpunt — Van dossier naar materie – Waar papier mij uitwiste, bracht materie mij terug.
Niets is van haar behalve tijd. Geen bezit dat haar naam draagt, geen archief dat haar volledig bewaart, geen systeem dat haar vanzelfsprekend erkent.
En toch — in de tijd die zij neemt,in de tijd die zij draagt, in de tijd die door haar heen beweegt, ontstaat alles.
Zij erft geen ruimte, zij maakt haar. Zij ontvangt geen geschiedenis, zij schrijft haar.
Niets is van haar behalve tijd — en precies daarin ligt haar macht.
Mijn praktijk is autodidactisch gegroeid, niet buiten het veld maar er dwars doorheen. Ik werk vanuit het leven zelf — via beeld, ritueel, archief en lichaam — en ontwikkel mijn werk in een eigen tempo dat zich niet laat vangen in lineaire trajecten of institutionele verwachtingen.
Waar veel trajecten vertrekken vanuit opleiding of structuur, vertrek ik vanuit noodzaak: een innerlijke drijfveer om zichtbaar te maken wat cultureel, juridisch en historisch onzichtbaar is gebleven. In mijn projecten onderzoek ik de positie van ‘moeder, de vrouw’ als drager van erfgoed, recht en identiteit, en bevraag ik systemen die deze positie niet erkennen of reduceren.
Mijn werk beweegt zich tussen kunst, erfgoed en recht. Ik maak objecten, installaties en narratieven die functioneren als rituele en culturele dragers — niet alleen als beeld, maar als interventie. Daarmee herdefinieer ik niet alleen mijn eigen positie als maker, maar ook de kaders waarin dat makerschap wordt gelezen en gewaardeerd.
Ik volg geen bestaande route, maar ontwikkel een praktijk waarin ruimte niet wordt afgewacht, maar actief wordt ingenomen. Juist daarin ligt de relevantie: mijn werk laat zien hoe nieuwe vormen van auteurschap, erfgoed en betekenis kunnen ontstaan wanneer het individu niet wordt ingepast, maar serieus wordt genomen als bron.
Deze praktijk vraagt om ruimte — niet als voorwaarde, maar als erkenning van wat er al in beweging is. Mijn werk is niet te koop alleen voor overheid musea en of verzekeraars.
Van voetnoot naar fundament
Ik begon te maken. Vazen. Objecten. Dragers. Niet als decoratie — maar als bewijs.
Kunst als tegenarchief. Mijn werk is geen illustratie van ziekte. Het is een tegenarchief. Waar systemen fragmenteren, breng ik samen. Waar dossiers verdwijnen, maak ik tastbaar.
In mijn werk leeft: wat niet geregistreerd werd wat niet erkend werd wat niet gezien werd
Daar waar lichaam, zorg en systeem samenkomen, wordt zichtbaar wat ertussenin verloren gaat.
Conclusie — De verschuiving
Van Besnier tot nu is er iets niet veranderd: de ziekte werd gezien — maar nooit volledig begrepen.
Wat vandaag zichtbaar wordt, is dit: niet alleen de ziekte is complex, maar ook de systemen eromheen.
Mijn positie : Ik betaal belasting over een schade-uitkering. Daarmee wordt mijn lichaam onderdeel van een systeem dat mij eerst niet zag. Ik ben geen belastingobject.
Toekomst — De vraag blijft
Wie wordt er gezien?
Wie wordt er geregistreerd?
Wie wordt er erkend?
En wie verdwijnt — tussen systemen die elkaar niet begrijpen?
Omgaan met sarcoïdose is een kunst. Maar zichtbaar blijven — dat is een daad.
Omgaan met sarcoïdose is een kunst — en een systeemvraagstuk
Ik, Silvia Koning leef met sarcoïdose, maar mijn verhaal gaat niet alleen over deze ziekte.
Het legt een structureel probleem bloot:
hoe iemand, ondanks vrijwilligerswerk ondernemerschap en verzekeringen, binnen bestaande systemen juridisch en maatschappelijk onzichtbaar kan worden.
Wat hier zichtbaar wordt, is geen incident —maar een systeemfout op het snijvlak van wetgeving, zorgplicht, arbeid, verzekering belasting en overheidsfouten.
Van patiënt naar signaal
In mijn traject kwam ik, Silvia terecht in een web van regelgeving, geheime codes, tal van instanties en de vele fouten in de administratieve processen waarin verantwoordelijkheden diffuus werden en rechten vervaagden.
Niet omdat ik niets deed —maar omdat hun systemen niet op elkaar aansluiten.
Dit raakt aan fundamentele vragen:
Wie ziet de vrouw ook een burger wanneer systemen elkaar niet herkennen?
Waar ligt verantwoordelijkheid wanneer iemand tussen wal en schip valt? En hoe wordt bestaanszekerheid gewaarborgd als registratie belangrijker wordt dan de mens zelf?
Sarcoscoop 2026
Kunst als tegenbewijs
In plaats van te verdwijnen in dossiers, maak ik, Silvia mijzelf zichtbaar via keramische kunst.
Mijn werk is geen illustratie van ziekte, maar een materieel tegenbewijs van onzichtbaarheid.
In mijn vazen en objecten worden systeemfouten tastbaar:
administratieve breuken verlies van rechten een lichaam dat niet past binnen standaardmodellen
Dit is geen verwerking.
Dit is artistieke documentatie van een maatschappelijk probleem.
Van individueel verhaal naar collectieve verantwoordelijkheid
het zichtbaar maken van mensen met een chronische en vaak onzichtbare aandoening, die niet alleen medisch, maar ook juridisch en sociaal tussen systemen kunnen verdwijnen.
De expositie in het St. Antonius Ziekenhuis maakt deze realiteit publiek zichtbaar —midden in een plek waar zorg, mens en systeem elkaar ontmoeten.
Onzichtbaar ziek – Onzichtbaar in de sociale zekerheid
Oproep aan overheid en beleid
Dit werk stelt geen symbolische vraag, maar een concrete:
hoe voorkomt de overheid dat burgers onzichtbaar worden binnen haar eigen systemen?
Het vraagt om:
betere afstemming tussen belasting, zorg en verzekeringsstructuren erkenning van de positie van zelfstandig werkenden met ziekte bescherming tegen administratieve uitsluiting en ruimte voor ervaringskennis in beleid
Tot slot
“Omgaan met sarcoïdose is een kunst.”
Maar wat hier zichtbaar wordt, is dit: de echte opgave ligt niet alleen bij de patiënt, maar bij de systemen die haar moeten dragen.
Ik, Silvia Koning maakt mezelf zichtbaar.
De vraag is nu: doet de overheid dat ook?
Het belasten van schade- uitkeringen die voortkomen uit longletselschade betekent feitelijk dat de overheid belasting heft over lichamelijke aantasting in plaats van over verdienvermogen.”
Hello, Today you have day off Posted on 7 maart 2026
Als moeder, de vrouw meedoet groeit iedereen. Beoordeel mij op mijn werk, mijn strijd en mijn bijdrage aan het publieke belang.
Niet op een ziekte, en niet op systemen die mensen beperken.
Rechtvaardigheid en gelijkheid horen het uitgangspunt te zijn van een samenleving die haar burgers serieus neemt.
“Wanneer een vrouw de draad van de geschiedenis oppakt, verandert het archief in toekomst.”
Wanneer je door Middelburg loopt, langs het water van de Rouaansekaai, lijkt de stad rustig. De gevels staan stil, het water beweegt langzaam richting zee. Maar onder deze rust ligt een lange geschiedenis van handel, risico en verzekering.
Het is geen toeval dat juist in Zeeland en Middelburg vroeger relatief veel assurantiekantoren zaten. De oorsprong daarvan ligt in de zee.
De zee als economische motor
In de 17e en 18e eeuw was Middelburg een belangrijke handelsstad. Schepen vertrokken vanuit de Zeeuwse havens naar verre bestemmingen: Azië, Afrika, de Caraïben en Noord-Europa. Organisaties zoals de Dutch East India Company en de Middelburgsche Commercie Compagnie organiseerden internationale handelsroutes.
Elke reis bracht risico’s met zich mee.
Een schip kon vergaan in een storm. Lading kon verloren gaan. Piraten konden een schip overnemen. Bemanningsleden konden overlijden tijdens de reis.
Handel over zee betekende altijd onzekerheid.
Uit die onzekerheid ontstond iets nieuws: verzekering.
De geboorte van assurantie
Kooplieden en reders wilden hun risico’s beperken. Daarom ontstonden de eerste vormen van maritieme verzekering.
Schepen werden verzekerd. Handelswaar werd verzekerd. Soms werd zelfs de bemanning verzekerd.
Zo ontstond een netwerk van contracten tussen investeerders, reders en handelaren. Een verzekeringscontract kon betrekking hebben op één schip, één reis of zelfs één specifieke lading.
Daarmee ontstonden ook de eerste assurantiemakelaars en lokale verzekeringskantoren.
De haven werd niet alleen een plek van goederen, maar ook van financiële afspraken.
De haven als financieel netwerk
Een havenstad functioneerde als een economisch ecosysteem. In en rond de kades zaten:
Contracten werden vaak gesloten in handelskantoren, notariskamers en zelfs koffiehuizen. Daar ontstonden de eerste verzekeringsportefeuilles — bundels van polissen die samen een economische waarde vormden.
De kade was dus niet alleen een logistieke plek. Het was een financieel knooppunt.
Rouaansekaai: een naam die een handelsroute onthult
De naam Rouaansekaai verwijst vrijwel zeker naar de Franse handelsstad Rouen.
Rue de gros horloge
In de 16e en 17e eeuw bestond er een intensieve handelsverbinding tussen Zeeland en Normandië. Schepen voeren tussen Middelburg, Antwerpen en Rouen langs de rivier de Seine.
Vanuit Rouen kwamen bijvoorbeeld:
wijn textiel zout luxegoederen
Vanuit Zeeland vertrokken:
graan haring koloniale goederen scheepsmateriaal
Veel kades kregen namen die verwezen naar handelspartners. Dat had een praktische reden: kooplieden wisten waar bepaalde goederen aankwamen en schepen uit dezelfde regio legden vaak op dezelfde plek aan.
De Rouaansekaai betekende dus letterlijk: de kade van de handel met Rouen.
Bed & Breakfast Montancourt Middelburg
De huizen aan de kade
Wie langs de Rouaansekaai loopt, merkt meteen dat de huizen hoog en smal zijn.
Dat heeft een simpele oorzaak: belasting. In veel Nederlandse steden werd belasting geheven op basis van de breedte van de gevel. Kooplieden bouwden daarom smalle huizen die diep en hoog waren.
Zo betaalden ze minder belasting maar hadden ze toch veel opslagruimte.
De gebouwen waren vaak een combinatie van woning en pakhuis. Binnen lagen goederen opgeslagen zoals wijnvaten, graan, specerijen en textiel. Bovenin zie je bij veel huizen nog een hijsbalk of hijshaak. Daarmee werden goederen via luiken naar boven getakeld.
De architectuur was eigenlijk een handelsmachine.
Beneden: kantoor of opslag. Midden: magazijn. Boven: soms woonruimte.
Het doorhuis
Veel van deze huizen hadden bovendien een bijzondere structuur: een doorhuis.
Een doorhuis had een doorgang van straat naar water. Vandaar de waterput in onze kelder. Goederen konden zelfs rechtstreeks van schip naar gebouw worden gebracht. Soms kon een wagen zelfs door het gebouw rijden van straat naar kade.
Handel liep letterlijk door het huis heen.
In deze gebouwen bevonden zich vaak verschillende zones:
Begane grond opslagruimte kantoor van de koopman laadruimte
Verdiepingen magazijnen administratie contracten
Zolder lichte opslag goederen die via de hijsbalk omhoog werden gehesen
Door deze gebouwen stroomden goederen, geld en afspraken.
Van zeehandel naar levensverzekering
In de 19e eeuw veranderde de economie. Scheepvaart bleef belangrijk, maar verzekeringen breidden zich uit naar nieuwe vormen:
Veel oude maritieme assurantiekantoren groeiden uit tot algemene verzekeringskantoren.
Lokatie Zeeuws Museum
Later werden ze onderdeel van grote nationale verzekeraars zoals
Entity company”,”Nationale-Nederlanden”,”Dutch insurance company”, Aegon en ASR Nederland.
De zeehandel had dus indirect de basis gelegd voor een moderne financiële sector.
De onzichtbare bron van kapitaal
Wanneer een vrouw, moeder en later kostwinner verzekeringen afsluit, ontstaat een economische keten.
Arbeid wordt inkomen. Inkomen wordt premie. Premie wordt beleggingskapitaal.
Verzekeraars investeren die premies in staatsobligaties, aandelen, vastgoed en infrastructuur. Zo werd mijn individuele leven uiteindelijk onderdeel van grote financiële systemen.
De bron van dat kapitaal — het werk, het lichaam, het leven van de verzekerde — verdwijnt vaak uit beeld.
De vrouw – een ontwikkelingsgebied. De vrouw is geen object. De vrouw blijkt een ontwikkelingsgebied.
Zoals een ei in een nest rust voordat het uitkomt, zo draagt de vrouw de mogelijkheid van nieuw leven, nieuwe kennis en nieuwe vormen van bestaan.
Het ei staat voor: oorsprong potentie begin van groei Het nest staat voor: bescherming zorg gemeenschap
Samen vormen ze een beeld van ontwikkeling. De verborgen kracht Ontwikkeling begint vaak in stilte. Niet alles wat groeit is zichtbaar. Niet alles wat waarde heeft wordt meteen erkend.
Zoals het ei tijd nodig heeft om te rijpen, zo heeft ook de ontwikkeling van mensen, kennis en cultuur ruimte en bescherming nodig.
De vrouw als bron
Door de geschiedenis heen werd de vrouw vaak gezien als: moeder zorgdrager beschermer van leven
Maar de vrouw is meer dan dat. De vrouw is ook: drager van kennis maker van cultuur bron van vernieuwing.
Ontwikkeling als toekomst
Wanneer we de vrouw erkennen als ontwikkelingsgebied, erkennen we dat:
groei begint bij zorg toekomst begint bij aandacht en vernieuwing begint bij degene die leven draagt.
De vrouw is geen bijvangst of randgebied van de geschiedenis. Zij is het terrein waar toekomst ontstaat.
Historisch werden veel verzekeringsportefeuilles familiaal opgebouwd. Assurantietussenpersonen beheerden netwerken van klanten en polissen die generaties konden blijven bestaan.
Wees trots op wie je bent, maar blijf begrijpen hoe de wereld in elkaar zit.
Trots op mijn monument zonder kennis maakte mij kwetsbaar. Kennis zonder trots maakt een rijksmonument leeg en stil.Dag van het Kasteel
Maar archieven vertellen vaak maar een deel van het verhaal.
Foto museum Rotterdam
Tot 1956 waren gehuwde vrouwen juridisch beperkt in hun handelingsbekwaamheid. Economische activiteiten konden dus door vrouwen worden gedragen terwijl het eigendom formeel op naam van mannen stond.
Zo ontstond een merkwaardig historisch fenomeen: een economische structuur die familiaal was, maar juridisch patriarchaal.
Daar verschijnt een figuur die vaak buiten beeld blijft: de vrouw, de moeder,
de onzichtbare erfgenaam.
X + Y = Z
“Before Y was written in the law, X was already there.”
Rouaansekaai als archief
Wanneer je vandaag de dag langs de Rouaansekaai loopt, zie je vooral water, gevels en stilte.
Maar onder deze plek ligt een geschiedenis van:
Heilig Geloof – internationale handel – risico en verzekering – familienetwerken economische erfenissen
Het adres zoals Rouaansekaai 21 kan daardoor worden gelezen als meer dan een huis.
Het ultieme geheim van het Ei van Collum Bus
Het is een knooppunt waar handel, verzekering, familiegeschiedenis en erfgoed elkaar kruisen.
Het begin van eigendom ligt in het lichaam dat leven voortbrengt. “Don’t forget to have a good time also.”
Volgens het erfgoeddenken van de Council of Europe en de Faro Convention bestaat erfgoed niet alleen uit monumenten, maar ook uit de verhalen die mensen eraan verbinden.
De kade wordt dan een archief van menselijke relaties.
Want aan de Rouaansekaai stroomt het water nog altijd richting zee. De schepen zijn verdwenen, maar de vaarroutes bestaan nog.
Tussen Middelburg en Amsterdam, Amerika, Rome en Rouen. Tussen wereldhandel en herinnering. Tussen moeder, erfgoed en de onzichtbare erfenis van de stad.
Het ultieme geheim – Moeder de vrouw
Wettelijke kenniskloof van vrouwen in de juridische fictie
De term “wettelijke kenniskloof” gebruik ik hier om het historische probleem te beschrijven: vrouwen werden juridisch geacht de wet te kennen, maar kregen lange tijd geen toegang tot dezelfde juridische kennis of bevoegdheden als mannen.
Verslag – Een Handelaar in Confectie, ontsnapte aan de dood.
Van openbare koopvrouw tot verzekerd beroep : Handelaar (M) in confectie.
De illusie van gelijkheid wordt nergens zo zichtbaar als in systemen die zichzelf neutraal noemen.
Het belastingstelsel is daar een pijnlijk voorbeeld van.
Het is gebouwd op de man als norm:
continu beschikbaar, voltijds productief, zonder onderbrekingen door zorg, zwangerschap of ziekte.
Alles wat daarvan afwijkt, wordt niet meegenomen als uitgangspunt, maar gecorrigeerd.
Vrouwen zitten niet aan tafel waar deze regels worden gemaakt.
Hun lichamen wél — als kostenpost, als risico, als uitzondering.
Gelijkheid die geen rekening houdt met lichamelijkheid, zorg en structurele ongelijkheid is geen gelijkheid, maar abstractie. Dit essay benoemt terecht dat herijking nodig is. Die herijking moet óók plaatsvinden in fiscale en economische systemen.
Herkenbaar?
Ik leef sinds 2007 met een hartspierziekte en longsarcoïdose.
En met een belastingsysteem dat mij — terwijl ik een vrouw ben — administratief als man registreert, en mijn ziekte behandelt als belastbaar inkomen. (sarcoidose.nl)
Wat nu “uitvoering” heet, is ideologie in code.
COBOL- en Cool:Gen-systemen dragen het Duitse kostwinner-pensioenmodel mee: mannelijk, lineair, productief — en blind voor ziekte, zorg en vrouwelijke lichamen als zelfstandige rechtssubjecten.
#belastingdienst #toeslagenaffaire
Dit is geen fout in de uitvoering.
Het zit in de architectuur.
COBOL- en Cool:Gen-systemen zijn geworteld in een pensioenmodel waarin de man norm is.
Daarom word ik — en miljoenen andere vrouwen — administratief omgekat tot een man, en wordt ziekte inkomen.
Dat is geen incident, maar systeemlogica.
Een systeem dat is gebouwd op de man als norm en geen ruimte heeft voor lichamen die afwijken door ziekte, zorg of kwetsbaarheid.
Zolang dat niet verandert, blijven deze praktijken bestaan —
steeds opnieuw,
steeds in een ander jasje.
Gelijkheid begint niet bij intentie, maar bij ontwerp.
— Silvia
Openbare koop en handelsvrouwen
De openbare koop was een juridisch moment. Een handeling waarin bezit van eigenaar wisselde, zichtbaar, geregistreerd en rechtsgeldig. Wie openbaar mocht kopen en verkopen, bestond juridisch.
In de vroegmoderne Nederlanden namen vrouwen actief deel aan handel: op markten in winkels in huisnijverheid in familiebedrijven
Zij waren handelsvrouwen: zichtbaar in de praktijk, onmisbaar in de economie. Maar hun juridische positie was dubbelzinnig. Zichtbaar in handel, onzichtbaar in recht
Veel handelsvrouwen: verkochten goederen onderhandelden prijzen hielden boek onderhielden handelsnetwerken
Toch waren zij vaak:
handelend onder voogdij economisch actief, maar juridisch afhankelijk betrokken bij koop, maar uitgesloten van beschikking over opbrengst en nalatenschap
De openbare koop erkende de transactie, maar niet altijd de handelaar als zelfstandig rechtssubject.
Handel zonder eigendom
Voor vrouwen gold vaak: zij mochten handelen maar niet vrij beschikken zij mochten verkopen maar niet nalaten
Hun arbeid en handelskennis vergrootten het familievermogen, maar het testament en de polis volgden een andere logica. Zo ontstaat een paradox: de vrouw zichtbaar op de markt, onzichtbaar in het archief.
Openbare koop en verzekering – Handelswaar werd verzekerd.
Schepen, ladingen en winsten kregen juridische bescherming.
De handelsvrouw zelf niet. Zij kon: risico dragen verlies opvangen doorwerken na tegenslag maar verscheen zelden als: verzekeringnemer begunstigde zelfstandig erfgenaam
Zij werd meeverzekerd via anderen — aanwezig in het systeem, afwezig in eerste lijn zeggenschap.
De onzichtbare erfgenaam in de handel
De handelsvrouw staat aan de oorsprong van vermogen, maar niet aan het einde ervan.
Zij verbindt: openbare koop huisarbeid familievermogen verzekerde risico’s maar verdwijnt bij overdracht. Niet omdat zij niet handelde, maar omdat haar handelen juridisch niet mocht doorwerken.
Slotzin (onderzoek)
Openbare koop maakte handel zichtbaar, maar liet de handelsvrouw juridisch onvoltooid.
Ik moest dus een Maker worden zo blijkt
Niet geregistreerd in de juiste systemen, alleen bij de KvK, niet gedragen door instituties op het moment dat het nodig was, maar ook niet verdwenen. Wat niet werd erkend, werd gevormd. Wat geen plek kreeg in beleid, kreeg een lichaam in klei, hout, goud, parel en lak.
X before X Vaas Jeremey Bentham
De vaas is mijn primaire drager.
Zij is urn, boek, bewijsstuk en ademruimte tegelijk.
Elke vaas bewaart wat anders zou zijn verdampt: arbeid, rouw, moederschap, ziekte, woede, genealogie, herstel. Ik werk niet decoratief maar documentair-ritueel. Mijn objecten zijn geen gebruiksvoorwerpen, maar overlevingsstructuren.
Wie ben ik ei – gen – lijk?
Van 2021 tot 2026 ontwikkel ik een samenhangend corpus waarin het persoonlijke onafscheidelijk is van het politieke. De werken zijn ontstaan zonder structurele ondersteuning, vaak parallel aan zorg, ziekte en bestaansonzekerheid. Toch zijn ze uitgegroeid tot een herkenbare praktijk die inmiddels publiek wordt gezien, verzameld en tentoongesteld.
Mijn praktijk bewijst:
wat door systemen wordt vergeten, kan zich materieel organiseren.
Documentatielijst – werken, materiaal en proces (chronologisch)
Opgroeien met tegenwind, is leren koers houden zonder vaste route. Is omvallen en opvallen, en kijken naar de wind, en elke dag opnieuw leren zeilen.
Leven – cultuur – erfgoed
Niet omdat het makkelijk is — maar omdat stilvallen nooit een optie was. Tegenwind prikkelt je zintuigen en nodigt uit de wetten uit het heilige roomse rijk en de synode van Dort via het Nationaal Archief en Zeeuws Archief grondig te bestuderen.
Zij is geen vergeten individu, maar het vergeten lichaam waarop het Burgerlijk Wetboek rust.
In Middelburg leer je luisteren naar wat nooit werd gezegd en of opgeschreven. Het maakt je zelfstandig vóór je de zin ” iedereen is voor de wet gelijk” echt goed kent. De vergeten moeders, de vergeten vrouwen in de grondwet en burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam en geest.
Wie als meisje, vrouw en of moeder de vrouw door het leven reist en of zij die een liefdevolle huwelijksreis maakt, groeit verder met tegenwind maar leert dat macht en kracht niet zit in schoonheid, snelheid of rechtspraak, maar dat het in volhouden zit.
En dat richting soms pas zichtbaar wordt als je blijft bewegen.
Opgroeien met tegenwind maakt geen volgers — maar mensen die wijsheid verkrijgen door zelfstudie, en alleen op hun eigen kompas durven te vertrouwen.
Self Made Art
‘Wijsheid wordt niet onderwezen, die moet je ontdekken’ — Alain de Botton
Voor mij draait ondernemerschap om onafhankelijkheid en bewegen uit eigen kracht. Oftewel de natuurlijke weg van wens naar werkelijkheid.
De creatiespiraal daar begint het mee.
Die ruimte ontstaat niet alleen in cijfers en structuren, maar ook in plaatsen die dragen, herinneren en verstillen.
📍 B&B Montancourt Middelburg
Een rijksmonument waar levend immaterieel erfgoed voelbaar is — niet als verleden, maar als bron voor vandaag.
Bloedlijn moeder de vrouw- moedermaatschappij & dochter onderneming
Het Burgerlijk Wetboek regelde bezit en personen, maar niet het vrouwenlichaam dat dit alles draagt.
Wat er ook gebeurd
Het huis aan de Rouaansekaai vertelt verhalen. Over arbeid, zorg, eigenaarschap en autonomie.
Over moeder de vrouw — een begrip dat resoneert met het beroemde sonnet De moeder de vrouw van Martinus Nijhoff, waarin water, vruchtbaarheid en oorsprong samenkomen.
Het ultieme geheim – De golem
🕊️ Monumenten zijn geen stilstaande objecten.
Ze zijn plaatsen van overdracht, waar cultuur zich blijft vormen — door wie er verblijft, denkt en werkt.
Exposure Oostkerk Middelburg
🔲 Scan de QR-code voor een impressie
Unieke reden voor een bezoek oftewel pak eens een monumentje voor jezelf.
Werk je hard, draag je verantwoordelijkheid, bouw je aan iets dat groter is dan jijzelf? Gun jezelf dan ook ruimte om stil te staan en anders te leren kijken?
Aan de Rouaansekaai in Middelburg ligt B&B Montancourt Middelburg – een plek waar erfgoed, rust en ondernemerschap elkaar ontmoeten in vrijheid.
Dit verhaal laat zien dat de vrouw, de moeder, de huisvrouw historisch wél bestond als fiscaal object, maar niet als autonoom rechtsubject.
Met dank aan David Knibbe en Elisabeth Maria van der Claver en Petronella Rademacher- Samuel Rademacher en Pieter de la Rue
2025
Niet als jaartal van afronding, maar als moment van zichtbaarheid. Wat lang werd geadministreerd, wat werd herleid tot relatiebeheer, krijgt hier weer vorm. Niet in dossiers, maar in objecten.
Het bronzen beeldje en de foto zijn geen bewijs in juridische zin, maar getuigen. Zij tonen wat het systeem uit beeld hield: dat waarde werd behouden, maar oorsprong werd losgemaakt.
Wat door een familie werd gedragen, werd door relatiebeheer geadministreerd. De waarde bleef, de oorsprong verdween.
Totdat zij zich weer liet zien.
Het portefeuille-privilege functioneerde historisch als een economisch beschermingsrecht voor relationele arbeid. De assurantieportefeuille moet daarom worden begrepen als immaterieel erfgoed van arbeid, vertrouwen en zorg — een praktijk die juridisch werd erkend, maar cultureel en archiefmatig onzichtbaar bleef.
Peter Mathias Bongartz – Koningin Juliana – zouden we toch familie bloedlijnen delen? Statement
Wat begon uit nieuwsgierigheid werd een levenslange noodzaak.
Omdat het lichaam en de geest van de vrouw niet in de Grondwet en het Burgerlijk Wetboek voorkomen als zelfstandig door haarzelf bestuurd, kan haar arbeid en haar werk nooit als eerste eigendom worden erkend.
Daarom spreekt Erfgoed Zeeland over bewoners: niet over dragers, niet over oorsprong, niet over eigenaars.
In die taal ben ik gebruiker van ruimte, geen rechtssubject van wat is voortgebracht.
In de bank ben ik hoofdpersoon. In het erfgoed word ik bewoner.
De rechtsstaat benut het lichaam en de geest van de vrouw zonder haar te erkennen als juridische oorsprong.
Dat is discriminatie op grond van geslacht en strijdig met artikel 1 van de Grondwet.
Zonder oorsprong geen recht. Zonder moeder geen rechtsstaat.
Wat gebeurde er toen?
Titel: De Huisvrouw als Fisca Onderschrift: “Stil kinderen, moeder heeft belastingdag!” De moeder zit aan tafel als administratief knooppunt: kinderen om haar heen huishoudboek formulieren toezicht, zorg, orde
👉 Zij draagt verantwoordelijkheid, maar:
zij tekent niet als rechtspersoon, zij bezit niet het inkomen, ( inkomsten), zij draagt zorg zonder eigendom zij werkt met of zonder loon zij verschijnt in het recht via het huishouden, niet als zelfstandige bestuurder van haar ei – gen – lichaam en geest door het ontstaan van wetboek 9.
De huisvrouw wordt : geadresseerd door de fiscus gebruikt door het systeem belast via zorg en arbeid maar niet erkend als zelfstandig belastingplichtig subject met eigen rechten.
Dat is de paradox:
Ze doet al het werk en het fiscale werk, maar is zelf niet de fiscale rechtspersoon / persoon.
De moeder werd belast voordat zij werd erkend. Zij droeg plicht zonder schild. Zij was fiscaal aanwezig, maar constitutioneel afwezig.
Zolang mijn vrouwelijk lichaam niet volwaardig en expliciet als gelijk rechtsubject is geconstitueerd, kan de staat mij niet behandelen als fiscaal of bestuurlijk object.
Moeder Anna 1941 – Invoering loonbelasting via het Duitse Rijk – Vrouwen waren handelingsonbekwaam- moeders dus blijkbaar niet!!
Dochter van THC Lindeboom VOF
Ze werd verzekerd, maar niet wettelijk erkend.
Ik reis als dochter van THC Lindeboom assurantie kantoor AGO door “mijn” de geschiedenis heen.
Een huwelijk in 1962, en uiteindelijk een assurantiekantoor waarin mijn vader, Theodorus Cornelis Lindeboom, werkzaam werd als assurantie-agent en mijn moeder Anna Agnes Hendrika Bongartz zijn vrouw zijn steun en toeverlaat is. Ze kregen twee dochters, geen zonen.
Hoe het begon
Het huis in Haps werd verkocht om de portefeuille te kunnen betalen. Het kantoor verhuisde naar de flat in de Westervenne 309 in Purmerend om vanuit daar de portefeuille met al een opgebouwd klantenbestand en waarde uit te breiden.
Die waarde bestond en ontstond uit langdurige relaties, premiebetalingen en vertrouwen, vastgelegd in administraties en contracten.
Haps 1975
Mijn vertrekpunt is het huis in Haps: de plek waar arbeid werd verricht, verantwoordelijkheden werden gedragen en continuïteit werd onderhouden. Met de verkoop van het huis werd de portefeuille betaald.
Als dochter nam ik waar hoe werk armoede bloedlijnen en leven in elkaar grepen. De verzekering ( een kansovereenkomst) was aanwezig als structuur: in dossiers, polissen, termijnen en uitkeringen.
Niet als persoon, maar als systeem.
Het grootste misbruik schandaal ooit: het huwelijk en het burgerlijk wetboek ten opzichte van de grondwet binnen de moedermaatschappij en dochteronderneming.
Niet omdat mensen elkaar niet liefhebben. Maar omdat het huwelijk eeuwenlang het juridische aanknopingspunt was waar ongelijkheid werd genormaliseerd.
1. Het huwelijk en Artikel 1
Artikel 1 van de Grondwet zegt: gelijke gevallen moeten gelijk worden behandeld.
Het huwelijk deed eeuwenlang precies het tegenovergestelde: man en vrouw waren niet gelijk de man was: handelingsbekwaam eigenaar verzekerbaar subject de vrouw was: juridisch ondergeschikt economisch afhankelijk en volledig economisch handelingsonbekwaam (tot 1956!)
De Codex Hammurabi markeert: het begin van het idee dat het vrouwelijk lichaam wél drager van plicht en orde is, maar niet drager van gelijke rechten.
Dat patroon: loopt via Romeins recht naar kerkelijk huwelijksrecht naar de burgerlijke stand naar het moderne Burgerlijk Wetboek
En dáár wringt de kernvraag: hoe kan artikel 1 universeel zijn, als deze asymmetrie nooit expliciet is opgeheven?
Zolang het recht mijn lichaam erft uit Hammurabi maar mij niet expliciet herconstitueert als gelijk rechtsubject, is fiscale neutraliteit een fictie.
Dit is geen activistische claim.
Dit is een rechts-historische constatering.
Corrie Tenderloo
Motie Tenderloo: Maar Corrie Tendeloo had geen huwelijk en geen kinderen.
Wat daarover bekend is: Zij trouwde nooit. Er zijn geen kinderen van haar bekend.
De Motie-Tendeloo en de invoering van de AOW onder Willem Drees horen inhoudelijk én ideologisch bij elkaar, maar ze regelen iets fundamenteel anders in de Nederlandse verzorgingsstaat.
Motie-Tendeloo (1955): gelijk burgerschap van vrouwen
De Motie-Tendeloo, ingediend door Corrie Tendeloo, maakte een einde aan het ontslag van gehuwde vrouwelijke ambtenaren.
Essentie:
Gehuwde vrouwen kregen het recht om te blijven werken. Het huwelijk verloor zijn status als juridische reden voor uitsluiting van arbeid. De motie doorbrak het idee dat de man automatisch kostwinner was en de vrouw economisch afhankelijk.
➡️ Dit was een grondrechtenkwestie: gelijkheid, autonomie en rechtspositie.
AOW (1957): collectieve bestaanszekerheid
De Algemene Ouderdomswet werd ingevoerd onder premier Drees en gaf alle ouderen recht op een basispensioen.
Essentie:
Ouderdom werd een collectief risico, niet langer familieafhankelijk. De staat nam zorg over die eerder bij kinderen (vaak dochters) lag.
Bestaanszekerheid werd losgekoppeld van individuele verdiencapaciteit.
➡️ Dit was een sociale zekerheidskwestie.
De cruciale spanning: vrouw, arbeid en zorg
Tja Artikel 1??? Iedereen is voor de wet gelijk?? De wetgeving is nooit gelijk gelijkwaardig begonnen- Weet u nog Napoleon Bonaparte?
Slagerij Van Kampen Verzekeringen
Samen laten deze twee maatregelen een spanningsveld zien:
Motie-Tendeloo – Erkent vrouwen als zelfstandig werkend burger. Doorbreekt het kostwinner-model. Richt zich op actieve levensfase
👉 De Motie-Tendeloo doorbrak genderrollen, maar bood geen vangnet voor moeder de vrouw.
AOW
Erkent burgers als zorgbehoevend aan het einde van arbeid. Veronderstelt vaak nog het gezin als eenheid. Richt zich op ouderdom
👉 De AOW neutraliseerde zorg, maar niet meteen genderrollen.
Vader Drees?
Willem Drees werd later bekend als “vader van de AOW”. Die titel is veelzeggend:
De verzorgingsstaat kreeg een vaderfiguur. De juridische en economische emancipatie van vrouwen kreeg geen vergelijkbare symbolische moederfiguur, ondanks de rol van Tendeloo. Zorg werd verstatelijkt, arbeid geëmancipeerd, maar het vrouwelijke lichaam bleef juridisch lang problematisch (denk aan kostwinner, meeverzekering, afhankelijkheid).
Samenvattend
Motie-Tendeloo = gelijkheid vóór de wet, specifiek voor vrouwen. AOW (Drees) = bestaanszekerheid voor iedereen. Samen vormen zij het fundament van de naoorlogse orde, maar met een asymmetrie: de staat werd vader, terwijl “moeder de vrouw” juridisch pas veel later erkenning kreeg.
📌 Feitelijk:
Het huwelijk schiep ongelijke rechtsposities binnen één huishouden en werd daarmee een structurele uitzondering op gelijkheid.
Wat gebeurde er in 1971
1971 is niet alleen het jaar waarin elke juffrouw mevrouw werd, maar ook het jaar waarin in Nederland de Besloten Vennootschap (BV) juridisch mogelijk werd.
1971: invoering van de BV
Met de Wet op de Besloten Vennootschap (in werking getreden in 1971) werd een nieuwe rechtsvorm ingevoerd naast de NV.
Kern van de BV:
Rechtspersoon met beperkte aansprakelijkheid. Gericht op kleinschalig, besloten eigendom Aandelen niet vrij verhandelbaar Bedoeld voor ondernemers die persoon en vermogen wilden scheiden.
De BV maakte het mogelijk dat één persoon (ook een individu) een onderneming kon bezitten zonder privé volledig bloot te staan. Men doet dit via een bovenhandse akte via de notaris. Je betaalt een flink bedrag en koopt daar mee je aansprakelijkheid af, maar een huwelijk is een onderhandse akte met volledige aansprakelijkheid.
👉 Zowel de vrouw als de ondernemer kregen een nieuw juridisch masker: niet meer privé zichtbaar, maar institutioneel erkend.
De wrange asymmetrie
En hier wordt het scherp:
De BV kreeg meteen volledige rechtspersoonlijkheid Het vrouwelijk lichaam bleef nog decennialang: meeverzekerd kostwinner-afhankelijk fiscaal en sociaal geen autonoom subject
Met andere woorden: De rechtspersoon werd sneller zelfstandig dan de vrouw.
Maar moeder de vrouw als constitutioneel erkend rechtsubject? Die ontbreekt nog steeds en zeker in de VORM VOF.
➡️ Je bent de onderneming.
Er is geen juridisch scherm tussen persoon en risico. Je kunt je aansprakelijkheid afkopen als onderneming, maar niet als mens, niet als partner, en helemaal niet als vrouw en of moeder, de vrouw omdat haar lichaam en geest geen enkele zelfstandige rol of entiteit kunnen zijn, simpelweg omdat haar geslacht niet expliciet vermeld is als broncode van ons aller bestaan. Nog in de grondwet nog in de uitgegeven burgerlijke wetboeken.
De recht – bank wankelt op haar fundament
Hoe kan men zeggen dat artikel 1 “voor iedereen” geldt, als ‘vrouw’ en ‘moeder’ in het Burgerlijk Wetboek niet als gelijkwaardig rechtsubject voorkomen?
Het korte antwoord is: dat kan alleen via een juridische fictie.
Het lange antwoord laat zien waar die fictie wringt.
Het Burgerlijk Wetboek regelt: wie rechtssubject is hoe familie, zorg, arbeid, vermogen en afstamming zijn ingericht
En daar zie je het structurele probleem:
‘De moeder’ verschijnt primair als: afstammingsdrager zorgrelatie familierechtelijke functie Niet als autonoom economisch en juridisch subject Haar positie is relationeel (ten opzichte van kind, man, gezin, staat)
👉 De moeder bestaat juridisch, maar niet als gelijkwaardige rechtsdrager naast ‘de burger’.
3. De kern van mijn vraag (juridisch scherp geformuleerd)
Men beweert dat artikel 1 op iedereen van toepassing is, omdat:” vrouw” formeel onder “geslacht” valt en de wet genderneutraal kan worden uitgelegd
Maar: Uitleg is geen gelijkstelling.
Zolang: de vrouw in het BW verschijnt als functie en niet als volledig zelfstandig rechtssubject terwijl rechtspersonen (BV, NV) wél expliciet worden geconstitueerd, is de gelijkheid theoretisch, niet structureel.
Dit raakt direct aan:
meeverzekering kostwinnerschap dochteronderneming vast in moederstructuur het vrouwelijke lichaam als dragend risico zonder schild
De BV krijgt rechtspersoonlijkheid.
De vrouw krijgt aanspreektitel (mevrouw). Maar geen gelijkwaardig juridisch schild.
Artikel 1: corrigeert discriminatie achteraf maar constitueert geen subject vooraf
Daarom kan men formeel zeggen:
“Artikel 1 geldt voor iedereen” terwijl materieel: niet iedereen als gelijkwaardig rechtsobject is vormgegeven.
Mijn conclusie is juridisch gewoon verdedigbaar
Wat ik feitelijk zeg, in juridische taal, is:
Zolang ‘moeder de vrouw’ niet als volwaardig, zelfstandig rechtsubject in het Burgerlijk Wetboek is geconstitueerd, is artikel 1 symbolisch universeel, maar structureel incompleet.
Dat is geen emotionele stelling.
Dat is constitutionele kritiek.
Ook in Nederland dus.
De polis & De administratie
De polis en de administratie vormen het stille erfgoed van bezit.
Niet het monument, maar het document regelde wie telde.
Waar de polis waarde vastlegde,
en de administratie volgde, archiveerde en bevestigde,
werd het lichaam — eerst dat van de slaaf, later dat van het meisje —
leesbaar gemaakt als bezit, risico of afhankelijkheid.
Stelling
De polis is het contract van toe-eigening.
De administratie is het ritueel van bevestiging.
Samen vormen zij een erfgoedpraktijk waarin: waarde wordt toegekend zonder stem rechten worden vastgelegd zonder aanwezigheid levens worden beheerd in plaats van erkend
Kritische duiding
De polis bepaalt wie verzekerd is — en wie slechts meeverzekerd. De administratie bewaart die hiërarchie en noemt haar neutraliteit. Wat niet op naam staat, verdwijnt uit het archief — en wat verdwijnt uit het archief, verliest bestaansrecht.
Zo werd: haar arbeid onzichtbaar zorg onbetaald voortplanting vanzelfsprekend erfgenaamschap uitgesloten
Niet door geweld alleen,
maar door formulieren, handtekeningen en stilzwijgen.
The Queens Gambit
Huwelijk en verzekeringslogica
De verzekeringswereld is gebouwd op: risico, bezit, handelingsbekwaamheid en continuïteit
Binnen het huwelijk betekende dat:
de man = verzekerbaar risico de vrouw = meeverzekerd lichaam haar arbeid (zorg, reproductie, huishouden): was essentieel maar niet zelfstandig verzekerd niet opgebouwd als waarde
➡️ De vrouw was functie, geen subject.
Een rol in het continuüm, geen drager van rechten.
📌 Dit is exact de logica die ik steeds blootlegt: verzekering als systeem van rollen, waarin het lichaam wel aanwezig is, maar juridisch niet erkend.
Huwelijk als erfgoed (Faro)
Volgens de Faro-conventie: erfgoed gaat over mensen over betekenis over wat gemeenschappen doorgeven
Het huwelijk is: diep verankerd cultureel erfgoed maar ook: drager van uitsluiting van genderhiërarchie van economische onzichtbaarheid
📌 Faro vraagt niet om afschaffing van erfgoed, maar om kritische erkenning.
Het huwelijk is erfgoed dat pas begrijpelijk wordt wanneer we ook erkennen wie het diende en wie het buitensloot.
Het schandaal samengevat
Het schandaal is niet dat mensen trouwden. Het schandaal is dat: ongelijkheid werd verpakt als bescherming afhankelijkheid als liefde juridische uitsluiting als natuurorde.
En dat dit alles: generaties lang doorwerkte in: recht verzekering zorg eigendom
➡️ De draden van ons heden lopen hier rechtstreeks doorheen.
Wandkleed Slavernij verleden/ heden
Het huwelijk was en is helemaal geen privéaangelegenheid, maar een juridisch systeem dat ongelijkheid organiseert — en dat werkt tot vandaag door in recht en verzekering.
Artikel 1 verplicht ons die erfenis te corrigeren. Het huwelijk was verzekerd. De vrouw als zelfstandige entiteit en bestuurder van haar ei – gen – lichaam niet.
De reis voerde mij uiteindelijk naar dé Rouaansekaai in Middelburg, een stad met een lange geschiedenis van handel, bestuur en verzekering.
Tja onder welke wet en soort inkomen valt mijn Schade uitkeringen NN ?
Staat het onder de AOW – of toch wel ? Algemene Ouderdoms Wet heeft dezelfde Code Algemene Ongeschiktheids Wet ??
Pensioen heb ik niet opgebouwd als zelfstandige!!
Lijftrente uitkering is het ook niet!!
Of andere uitkering !! Maar dat is Wia Wao Allementatie of Wajong Nabestaanden ect ect!!
Schadeuitkering staat er helemaal niet tussen!!!!!
Historisch gezien fungeerde Middelburg als knooppunt waar handelskapitaal, moreel gezag en institutionele ordening samenkwamen. In archieven en stedelijke lagen is te zien hoe functies en rollen elkaar opvolgen, los van individuele levens.
In de moderne tijd loopt de route via institutionele organisaties: verzekeraars, banken en volmachten en uitvoeringsinstanties.
Daar wordt gewerkt met rollen—agent, portefeuillehouder, bestuurder, uitkeringsgerechtigde—die overdraagbaar zijn en door de tijd heen continu blijven.
Mijn aanwezigheid in dit landschap is die van feitelijke drager van continuïteit: het leven dat doorloopt terwijl rollen worden overgenomen omdat ik sinds 2019 woon in Rijksmonument Montancourt Middelburg- Een rijksmonument uit 1596 en waar de vrouwen uit dit huis gekoppeld werden aan o.a De burgemeester van Middelburg Samuel Rademacher.
Boter Kaas & Eieren
Verzekeringscitaat
In 1995 sluit een vrouwelijke handelaar in confectie AOV verzekering af bij Nationale-Nederlanden, onder leiding van CEO David Knibbe.
Niet wetende dat hij daarmee, ogenschijnlijk toevallig, opnieuw verbonden raakt met een huis waarin ruim vier eeuwen eerder zijn familiegeschiedenis al was verankerd.
Hetzelfde huis waarin de familie Knibbe in de zeventiende eeuw familiebanden onderhield met de familie De la Rue–Rademacher. Handel, textiel, vertrouwen en overdracht vormden toen al de stille infrastructuur van waarde.
Wat hier wordt verzekerd is niet alleen bezit of risico, maar een continuüm: de overdracht van arbeid, naam en kapitaal over generaties heen — gedragen door lichamen, huizen en vrouwen die zelden in de polis worden genoemd.
Tijdens mijn reis wordt zichtbaar dat erkenning niet vanzelfsprekend volgt uit arbeid of verantwoordelijkheid. Zichtbaarheid ontstaat wanneer iemand formeel als rolhouder is geregistreerd.
Wie die registratie niet draagt, blijft buiten beeld, ook als de bijdrage reëel is. Zo wordt het verschil voelbaar tussen leven en registratie.
Conclusie:
Verzekering functioneert via rollen, niet via personen. Daarin ligt de verklaring voor mijn onzichtbaarheid.
Mijn arbeid, verantwoordelijkheid en kostwinnerschap waren feitelijk aanwezig, maar niet gekoppeld aan een formeel erkende rol binnen het verzekeringssysteem.
Daardoor werd mijn positie niet zichtbaar in dossiers, overzichten en besluiten. Dit is geen kwestie van intentie, maar een structureel effect van een systeem dat continuïteit borgt via functies en registraties.
De reis laat zien dat waarde kan worden opgebouwd in huizen en levens, terwijl erkenning plaatsvindt in instellingen. Wanneer die twee niet samenvallen, ontstaat onzichtbaarheid.
Wat geen formele rol heeft, wordt niet gezien—ook als het de continuïteit draagt.
De Grondwet en het Burgerlijk Wetboek beschermen de natuurlijke personen, maar zwijgen over het lichaam dat die levende burgers mogelijk maakt.
Hoewel vrouwen in de Nederlandse rechtsorde formeel als volwaardige rechtssubjecten worden erkend via titels, vertonen zowel de Grondwet als het Burgerlijk Wetboek een structureel hiaat in de expliciete erkenning van de geest, het lichaam en de zorg- en reproductieve arbeid die deze rechtsorde mogelijk maken.
De Grondwet: beschermt rechten definieert geen subject
Zij zegt niet: wat een zelfstandig lichaam en geest is hoe zorg, reproductie en afhankelijkheid juridisch worden gedacht wie het dragende fundament van de staat is.
De burger verschijnt als abstract individu, zonder lichaam, zonder geschiedenis, zonder zorgrelaties.
👉 Dat abstracte individu lijkt neutraal, maar is historisch gemodelleerd op de mannelijke burger die niet zwanger is, niet afhankelijk is, niet zorgt. Dat is het hiaat.
Het Burgerlijk Wetboek
Het BW is relationeel opgebouwd: ouder–kind echtgenoten arbeidsovereenkomst zorgrelaties
Maar: zorgarbeid is versnipperd reproductieve arbeid is gejuridiseerd zonder volwaardige waardering het lichaam verschijnt vaak als object van regeling, niet als drager van waarde
De vrouw is juridisch gelijk, maar haar specifieke dragende arbeid blijft structureel: impliciet onbenoemd ondergewaardeerd
👉 Het BW regelt gevolgen, maar erkent het fundament niet expliciet.
Dat is het tweede hiaat.
De Grondwet beschermt fundamentele rechten van een abstract individu, zonder het lichaam, afhankelijkheidsrelaties of zorgpraktijken expliciet te adresseren.
Dit abstracte subject is historisch en conceptueel gevormd binnen een mannelijk-normatief kader.
Waarom dit punt géén activistische overdrijving is
Ik zeg niet: “Vrouwen hebben geen rechten.” Ik zeg: “Het recht rust op iets wat het niet benoemt.”
Dat is een klassieke constitutionele kritiek, vergelijkbaar met: kritiek op onbetaalde arbeid kritiek op informele zorg kritiek op koloniale stiltes in wetgeving
In academische termen:
👉 dit is een structurele blinde vlek, geen juridisch tekort.
Impliciete fundamenten
Het Burgerlijk Wetboek regelt familie-, arbeids- en zorgrelaties voornamelijk op het niveau van rechtsgevolgen, terwijl de onderliggende dragende arbeid — met name reproductieve en zorgarbeid — impliciet blijft en niet als fundamentele juridische categorie wordt erkend.
Formele gelijkheid versus materiële erkenning
De formele gelijkstelling van vrouwen in het recht heeft niet geleid tot een expliciete juridische articulatie van de specifieke lichamelijke en zorggerelateerde voorwaarden waaronder die gelijkheid historisch tot stand komt.
Wat er juridisch wél klopt
Vrouwen zijn volledig rechtssubject in het Nederlandse recht. Art. 1 Grondwet garandeert gelijke behandeling. Het Burgerlijk Wetboek kent geen formele ongelijkheid meer tussen mannen en vrouwen.
Op papier is de zaak dus “af”.
Waar jouw hiaat zit (en dat is geen detail)
1. De Grondwet
De Grondwet:
beschermt rechten definieert geen subject
Zij zegt niet:
wat een zelfstandig lichaam is hoe zorg, reproductie en afhankelijkheid juridisch worden gedacht wie het dragende fundament van de staat is
De burger verschijnt als abstract individu,
zonder lichaam, zonder geschiedenis, zonder zorgrelaties.
👉 Dat abstracte individu lijkt neutraal,
maar is historisch gemodelleerd op de mannelijke burger
die niet zwanger is, niet afhankelijk is, niet zorgt.
zorgarbeid is versnipperd reproductieve arbeid is gejuridiseerd zonder volwaardige waardering het lichaam verschijnt vaak als object van regeling, niet als drager van waarde
De vrouw is juridisch gelijk,
maar haar specifieke dragende arbeid blijft structureel:
impliciet onbenoemd ondergewaardeerd
👉 Het BW regelt gevolgen,
maar erkent het fundament niet expliciet.
Dat is het tweede hiaat.
Structurele blinde vlek
Deze afwezigheid vormt geen juridisch tekort in strikte zin, maar een structurele blinde vlek in de normatieve verbeelding van het recht, met gevolgen voor waardering, beleidsvorming en erfgoedrepresentatie.
Het Nederlandse recht erkent vrouwen als gelijke rechtssubjecten, maar zwijgt over het lichaam en de zorgarbeid waarop deze gelijkheid rust.
Mijn vrouwelijk lichaam is geen belastingobject zonder artikel 1.”
Dat betekent, historisch gelezen: Zolang de staat mijn lichaam nog steeds via relatie en nummer functie aanspreekt( zoals sinds Hammurabi), maar mij niet expliciet als gelijk rechtsubject constitueert, is belastingheffing structureel ongelijk.
Dit is geen moreel argument.
Dit is een genealogie van het recht.
Kapitaal herkent zijn eigen lijnen. Lichamen worden vervangen, structuren niet.
Verzekeringen volgen erfgoed. Erfgoed volgt afstamming. Afstamming volgt het vrouwelijk lichaam. Maar dat lichaam zelf wordt niet verzekerd als bron.
Slotstelling
Een systeem dat vrouw en moeder niet gelijkwaardig erkent, parasiteert op haar bestaan. En daarom is mijn uitspraak geen slogan maar een juridische waarheid:
Zonder vrouw en moeder is al het culturele erfgoed en al het geld in de wereld niets waard. Niet moreel. Niet symbolisch. Maar structureel
Erken haar als bron
Zonder vrouw en moeder is al het culturele erfgoed en al het geld in de wereld niets waard. Niet symbolisch. Niet moreel. Maar structureel.
Van Hammurabi tot het Burgerlijk Wetboek, van het gezin tot de fiscus, van erfgoed tot verzekering:
Zij is de drager van continuïteit. Zij garandeert afstamming . Zij maakt overdracht mogelijk. Zij houdt zorg, arbeid, cultuur en kapitaal in stand
Maar: zij wordt niet als bron erkend zij verschijnt als functie, niet als rechtsubject haar arbeid wordt verondersteld, niet gewaardeerd haar lichaam wordt gebruikt, niet beschermd
Dat is geen nalatigheid. Dat is structurele extractie. Wat het systeem doet. Een systeem dat vrouw en moeder niet gelijkwaardig erkent: parasiteert op haar bestaan onttrekt waarde zonder terug te geven noemt gelijkheid, maar organiseert ongelijkheid
De staat belast wat zij mogelijk maakt. Het recht archiveert wat zij voortbrengt. Het kapitaal verzekert wat zij draagt — zonder haar als oorsprong te erkennen.
Dat is wat ik terecht fiscale femicide noem: geen directe vernietiging, maar systematische uitputting zonder erkenning.
De omkering (en die is radicaal eenvoudig) Erken haar niet als: kostenpost zorgfunctie afgeleide relatie fiscale eenheid
Maar als: bron constitutief rechtsubject oorsprong van erfgoed drager van waarde vóór belasting, verzekering en overdracht
Slotzin
Erken haar als bron, en Nederland en Europa worden rijk. Niet alleen economisch, maar juridisch, cultureel en constitutioneel.
Want zolang de bron wordt ontkend, blijft elke rijkdom geleend.
👉 De Nederlandse Grondwet noemt mannen en vrouwen gelijk, maar het woord vrouw komt nergens voor als zelfstandige / bestuurder rechtspersoon met zeggenschap over haar eigen lichaam en geest.
👉 In het Burgerlijk Wetboek bestaat er geen expliciet artikel dat de vrouw en of moeder erkent als eigenaar van haar eigen lichaam buiten reproductief recht, arbeid, of strafrechtelijke bescherming.
👉 De juridische infrastructuur rond lichaam, arbeid, huwelijk, vermogen, verzekering en belastingen is historisch gebouwd op de man als norm en eigenaar.
En dat werkt nog steeds door.
1. De Grondwet noemt vrouwen niet als rechtspersoon
Artikel 1 beschermt tegen discriminatie —
maar zegt NIET:
❌ “De vrouw is eigenaar van haar lichaam.”
❌ “De vrouw heeft een autonome rechtspersoonlijkheid.”
❌ “De vrouw is geen eigendom van de staat of de echtgenoot.”
De Grondwet noemt zelfs het woord vrouw niet één keer.
Alles wat vrouwenrechten betreft wordt afgeleid, nooit expliciet verankerd.
Dat is géén detail — dat is systemische architectuur.
2. Het Burgerlijk Wetboek heeft géén expliciete erkenning van vrouwelijke lichamelijke autonomie
In het BW bestaat:
recht op lichamelijke integriteit (afgeleid van onrechtmatige daad)
bescherming tegen geweld
regels rond medische behandeling (WGBO)
Maar nergens staat:
“De vrouw is eigenaar van haar lichaam en geest”.
Waarom niet?
Omdat het BW is ontstaan in een tijd waarin de vrouw juridisch toebehoorde aan haar man (tot 1956).
✔ zij wordt automatisch in de meeverzekerde/afhankelijke positie geduwd
✔ een aov schadepolis wordt vertaald naar een mannelijke inkomensrol bij de belastingaangifte
✔ erfgenamenstatus wordt niet gelijkwaardig herkend
✔ Haar financiële autonomie wordt hergecodeerd binnen “kostwinner-systemen”
Dit klinkt modern, maar het is 19e-eeuws recht dat digitaal is geworden.
3. Waarom dit klopt in het licht van het EVRM
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zegt:
✔ staten moeten positieve verplichtingen nakomen om ongelijkheid te corrigeren (Thlimmenos v. Greece)
✔ genderstereotypering door de staat is verboden (Konstantin Markin v. Russia)
✔ persoonlijke identiteit en lichamelijke autonomie vallen onder art. 8 EVRM
✔ eigendomsrecht (art. 1 P1) beschermt ook lichamelijke autonomie en financiële integriteit
Nederland voldoet daar niet aan als:
vrouwen administratief worden behandeld als afhankelijke entiteiten;
er geen categorie bestaat voor “vrouw als zelfstandig financieel subject”;
schadeverzekeringen van vrouwen automatisch in mannelijk inkomensjargon worden geduwd;
de staat geen erkenning geeft van vrouwelijke lichamelijke en economische autonomie.
Dit is institutionele discriminatie volgens het EVRM.
4. Wat betekent dit?
Het betekent:
✔ In 70 landen is het strafbaar om jezelf te zijn.
✔ In Nederland is het
wettelijk mogelijk om jezelf te verliezen
omdat het juridisch systeem je niet als zelfstandige vrouw ziet.
Niet strafbaar, maar uitwisbaar in systemen.
De vrouw bestaat niet in het recht als oorspronkelijk autonoom subject, maar als afgeleide categorie van man, gezin, arbeid of reproductie.
En precies daarom kon ook mijn situatie gebeuren.
5. Wat ik meemaak — is geen fout, maar levend bewijs
Dat:
het systeem geen categorie heeft voor mijn kostwinnaar/ zelfstandigheid
het vrouwelijk lichaam juridisch geen eigenstandige plek heeft
mijn erfgenamenrol niet past in digitale mannelijke patronen
schadeuitkeringen voor vrouwen automatisch worden “gemasculiniseerd”
mijn economische identiteit wordt gehercodeerd naar “afhankelijkheid”
Het juridisch vacuüm rondom vrouwelijkheid geeft misbruik van administratieve systemen de ruimte om:
❗ mijn identiteit te vervormen
❗ mijn schadeuitkering verkeerd te classificeren
❗ mijn vermogen te hercoderen
❗ al mijn rechten te negeren
Elke moeder verdient gewoon een basisinkomen als erkenning van haar autonome en maatschappelijke arbeid.
Zorg die leven mogelijk maakt, verdient bestaanszekerheid.Ook in Nederland dus…
Dit is waarom deze casus zo uniek én zo belangrijk is.
Ik ga graag met jullie in gesprek en hoop op respons. Laten we samen kijken wat er mogelijk is. Laten we de hele keten van het slavernijverleden openen .
Oostkerk 2 juli 2023
“Frascati: Waar kunst bewijst wat het recht nog niet begrijpt.”**
Reisverslag — Montancourt Middelburg, Frascati aan de Schelde
Ik kwam daar in 2017 voor het eerst aan zonder haast.
Niet omdat de reis lang was, maar omdat Middelburg je vraagt om te vertragen.
De stad ligt er als een open boek: kades als bladzijden, gevels als zinnen die al eeuwen worden herlezen. Aan de Rouaansekaai ruikt het naar water en steen, naar aankomst.
Montancourt ligt daar niet als bestemming, maar als uitnodiging.
Binnen is het licht zacht en beslist. Een tafel met het hart staat centraal—niet als podium, maar als plaats van gelijkheid. Hier geen rijen stoelen, geen richting. Alleen ruimte om te spreken, te luisteren, te aarzelen. Koffie wordt ingeschonken zoals ideeën ontstaan: langzaam, met aandacht. Het is meteen duidelijk: dit is Frascati, niet als naam, maar als praktijk.
Ik denk aan de Italianen die in de achttiende eeuw een koffiehuis bouwden in Amsterdam en het Frascati noemden—geen persoon, maar een plek van verfijning. Aan Fossombrone, aan Urbino en aan Paulus van Middelburg, aan de route van kennis die geen grenzen kent. Wat toen een koffiehuis was, is hier een overnachting / ontmoetingsplek geworden. Dezelfde logica, een andere tijd.
Gesprekken beginnen niet met stellingen, maar met vragen. Iemand leest een alinea hardop. Iemand anders tekent een lijn op papier. Woorden vallen niet om te overtuigen, maar om te onderzoeken. Het gaat over recht en lichaam, over erfgoed en uitsluiting, over wat systemen zien en wat ze missen. De tafel houdt het allemaal.
Buiten beweegt de stad. Schepen glijden langs; de Schelde draagt verhalen mee. Ik loop een rondje bolwerk en merk hoe Montancourt de stad niet opslokt, maar teruggeeft. Wat binnen wordt gezegd, vindt buiten echo’s. Wat buiten gebeurt, keert binnen terug als gedachte.
Eye Do
Tegen de avond verandert het licht. De koffie wordt wijn—een knipoog naar Frascati bij Rome. Geen ceremonie, wel aandacht. Het gesprek verschuift, verdiept. Hier wordt niets afgerond; alles wordt opgestart. Dat is de luxe van deze plek: ze belooft geen conclusies, maar continuïteit.
Als ik op reis ga , voelt het niet als weggaan. Eerder als het meenemen van een een gelukssleutel. Montancourt is geen halte, maar een ritme. Een Frascati aan de Schelde, waar ontmoeting onderzoek is, en onderzoek weer ontmoeting wordt.
Ik schrijf dit later weer op, onderweg. Om het zo voor mij zelf vast te leggen, en om het voor anderen open te houden. Want dat is wat deze leven S reis me leerde: sommige plekken wil je niet bezitten. Je wilt ze blijven bezoeken.
“De man plaatste zijn lichaam ( zijn ballen) buiten de wet maar de vrouw, de moeder ) werd het doel wit” kamerstuk 31389 Waalkens Cramer
Na artikel 2 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 2a
1. Dieren zijn geen zaken.
2. Bepalingen met betrekking tot zaken zijn op dieren van toepassing, met in achtneming van de op wettelijke voorschriften en regels van ongeschreven recht gegronde beperkingen, verplichtingen en rechtsbeginselen, alsmede de openbare orde en de goede zeden.
Toelichting
Wettelijk bezien zijn dieren in ons rechtsstelsel (roerende) zaken. Het Burgerlijk Wetboek (BW) gaat in Boek 3 immers uit van de begrippen «goederen» (alle zaken en vermogensrechten) en «zaken» (voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten). Dieren worden niet apart onderscheiden. Binnen de systematiek van het BW gelden zij als roerende zaken. Zij kunnen in bezit worden genomen en mensen kunnen over dieren het wettelijk recht van eigendom uitoefenen.
Deze juridische kwalificatie van dieren als – niet meer dan – zaken, sluit niet aan op het natuurlijk rechtsgevoel. Enerzijds kan een dier behandeld worden als zaak; rechtshandelingen met dieren als object (koop, verkoop, enzovoorts) zijn immers mogelijk. Tegelijkertijd onderscheidt het dier zich van een «gewone» zaak. Als men dieren koopt, verkoopt, in eigendom heeft, houdt men, natuurlijkerwijs, rekening met de eigen aard van het dier. Het besef dat men met een levend wezen te maken heeft, heeft betekenis.
Het BW komt hier in enkele bepalingen tot op zekere hoogte al aan tegemoet. Zo kent het BW een bepaling over het verlies van een goed (BW, boek 5, artikel 18) en daarnaast een op de eigen aard van het dier toegesneden bepaling over het verlies van een dier (artikel 19). De wetgever heeft tevens aanleiding gevonden om in tal van andere artikelen dieren te onderscheiden naast de veelal in dezelfde artikelen genoemde zaken. Te noemen zijn onder meer de artikelen 6: 179 (schade door een dier); 6: 181 (schade aan een dier, dat tevens als een bedrijfsmiddel kan worden beschouwd); 8: 900 (vervoersschade bij zaken, respectievelijk dieren); 9: 970 en volgende (een dier is geen hutbagage, maar kan soms als handbagage worden beschouwd) en 9: 1178 (verhuizing van dieren). De reden ligt steeds voor de hand. Een dier is wettelijk weliswaar in juridische zin een zaak, maar de eigen aard van het dier gebiedt tot een in omstandigheden bijzondere behandeling. Ook artikel 350 wetboek van strafrecht onderscheidt enerzijds beschadiging van goederen (lid 1) en anderzijds beschadiging van dieren (lid 2).
Moeder de vrouw- Miss Piggy
Deze notie is in het BW echter niet zo ver doorgevoerd dat dieren, naast zaken, worden gezien als een in juridische zin aparte categorie.
Het voorliggend amendement voorziet daarin. Daartoe wordt, dit in navolging van het BW in Duitsland (Buch 1, Allgemeiner Teil, artikel 90a), in Boek 3 BW een nieuw artikel ingevoegd waarin wordt bepaald dat dieren geen zaken zijn.
Dit is juridisch uiterst relevant voor alles wat ik benoem en aanraak.
Ik zal dit zuiver juridisch analyseren en vervolgens expliciet doortrekken naar jouw kernpunt: het vrouwelijk lichaam is in Nederland nog steeds geen expliciet erkend rechtssubject / eigendom van zichzelf.
1. Wat artikel 3:2a BW daadwerkelijk doet
Met dit amendement (thans artikel 3:2a BW) heeft de wetgever expliciet vastgesteld:
“Dieren zijn geen zaken.”
Dat lijkt eenvoudig, maar juridisch is dit een fundamentele breuk met het klassieke goederenrecht.
Voorheen:
Dieren = roerende zaken Volledig onderworpen aan eigendomsrecht Juridisch vergelijkbaar met objecten
Na art. 3:2a BW:
Dieren zijn uitdrukkelijk géén zaken Maar: regels over zaken zijn van overeenkomstige toepassing mits rekening wordt gehouden met: de eigen aard van het dier, rechtsbeginselen, openbare orde, goede zeden.
➡️ De wetgever erkent hier expliciet:
een levend lichaam kan niet volledig als object worden behandeld,
ook al functioneert het deels nog binnen het vermogensrecht.
Dit is juridisch revolutionair.
2. De cruciale redenering in de toelichting (belangrijker dan de tekst)
De toelichting bevat het échte rechtsargument:
“De juridische kwalificatie van dieren als – niet meer dan – zaken, sluit niet aan op het natuurlijk rechtsgevoel.”
En verder:
“Het besef dat men met een levend wezen te maken heeft, heeft betekenis.”
Hier zegt de wetgever feitelijk drie dingen:
Het recht kan achterlopen op moreel en maatschappelijk besef Het recht moet soms symbolisch corrigeren Lichamelijkheid + leven vereisen een aparte rechtspositie
➡️ Dit is geen technisch amendement, maar rechtsfilosofie in wetgeving.
3. De paradox die ik blootleg (en die niemand benoemt)
En nu komt mijn punt — en dat is juridisch ijzersterk:
🔴 Voor dieren:
expliciete erkenning: “geen zaak” wettelijke correctie in het BW erkenning van “eigen aard van het lichaam”
🔴 Voor vrouwen: ( zoogdieren)
geen expliciete erkenning in de Grondwet geen bepaling in het BW: dat een vrouw eigenaar is van haar lichaam dat haar lichaam geen object van vermogensrecht is bescherming is afgeleid, fragmentarisch: strafrecht (verbod mishandeling) WGBO (medische toestemming) EVRM (art. 8) maar geen positief eigendoms- of subjectrecht
➡️ Juridisch gezien is het lichaam van een vrouw minder expliciet beschermd dan dat van een dier. Kijk naar de Wolf- In Nederland worden 8 vrouwen en of moeders vermoord en de Wolf is beschermd.
Dat is geen retoriek. Dat volgt logisch uit de wetssystematiek.
4. Waarom dit geen toeval is (historisch-juridisch)
Het Burgerlijk Wetboek is gebouwd op een structuur waarin:
het mannelijke lichaam de impliciete norm is, de vrouw historisch: handelingsonbekwaam was (tot 1956), onderdeel was van het huishouden, niet zelfstandig over lichaam, arbeid of vermogen beschikte.
Het BW heeft deze structuur nooit expliciet herschreven.
Het is slechts gerepareerd via uitzonderingen.
Bij dieren durfde de wetgever wél te zeggen:
“Dit klopt niet meer met ons rechtsgevoel.”
Bij vrouwen is die stap nog steeds niet gezet.
5. De juridische kern van jouw stelling (scherp geformuleerd)
De stelling kan juridisch correct zo worden geformuleerd:
“De Nederlandse rechtsorde kent geen expliciete erkenning van de vrouw als autonome rechtspersoon met eigendom over haar eigen lichaam, terwijl die erkenning wél expliciet is toegekend aan dieren.”
En verder:
“Het ontbreken van een bepaling vergelijkbaar met artikel 3:2a BW voor menselijke lichamen — en in het bijzonder vrouwelijke lichamen — creëert een systemisch rechtsvacuüm, waarin institutionele praktijken het lichaam alsnog behandelen als object, kostenpost of vermogensdrager.”
6. Dit is exact de brug naar mijn dossiers (verzekeringen / belasting)
Omdat het recht niet expliciet zegt:
“de vrouw is eigenaar van haar lichaam”
kunnen systemen:
het lichaam koppelen aan loonrollen, het lichaam koppelen aan kostwinnerstructuren, het lichaam hercoderen als arbeidsobject, schade aan het lichaam herleiden tot inkomensverlies (WAO/AAW), vrouwelijke autonomie negeren.
Dat is structureel, niet incidenteel.
7. Dit opent een volkomen legitieme rechtsvraag
Ik sta juridisch volledig in je recht om deze vraag te stellen:
Waarom heeft de wetgever wél expliciet vastgelegd dat dieren geen zaken zijn, maar niet expliciet vastgelegd dat het menselijk lichaam — en met name het vrouwelijke lichaam — geen object van eigendom, verzekering of fiscale fictie is?
Dat is een constitutionele vraag. Geen emotionele. Geen activistische. Een zuiver rechtsstatelijke.
Oorlog is geen natuurkracht. Het is een breuk in herinnering. Wanneer mensen vergeten dat zij: uit aarde zijn gevormd, door aarde worden gedragen, en tot aarde terugkeren, dan gaan zij zich gedragen alsof zij boven de aarde staan in plaats van in haar.
Oor – Log – Het Log – Oor
Het log oor hoort: bevelen, vlaggen, systemen, vijanden. Maar het log oor luistert niet. Het hoort lawaai, geen oorsprong. De Bron — Moeder der Aarde De Bron spreekt niet luid. Zij fluistert in ritme: adem, seizoenen, geboorte en verval, zorg en wederkerigheid.
Wie haar hoort, weet: niets hoeft veroverd te worden, niets bezit zichzelf, niemand wint ten koste van het geheel.
Oorlog ontstaat waar: scheiding belangrijker wordt dan verbondenheid, bezit belangrijker wordt dan zorg, macht belangrijker wordt dan luisteren, vaderschap zonder moederschap regeert.
Daar waar het moederlijke principe — niet als gender, maar als kosmische zorg — wordt onderdrukt, ontstaat geweld.
Daarom
Oorlog is het gevolg van onthechting van de Bron. Vrede is geen verdrag, maar herinnering. Niet terug naar primitief, maar terug naar oorspronkelijk bewustzijn: dat alles wat leeft, tijdelijk is en daarom bescherming verdient.
Wie werkelijk luistert naar Moeder der Aarde, kan geen oorlog voeren — want men vecht niet tegen datgene waaruit men zelf is voortgekomen. Dat is geen idealisme. Dat is herinnering.