Wilhelmus van Nassaue ben ik van Duitse Bloed?

HOE OVERLEEF JE DE DUITSE LOONKETEN 1941 BINNEN DE BELASTINGDIENST?

Een klein overlevingsboekje voor grote mensen die per ongeluk in een fiscale machine terechtkwamen

oftewel tussen de wal en het schip

Er is nog een hoop werk aan artikel 1 van de grondwet
https://www.belangenbehartigerbt.nl/actueel/nieuws/2026/08/28/nieuwe-rapportage-niemand-tussen-wal-en-schip-is-fiscale-rechtsbescherming-een-schijnrecht

Er was eens een zelfstandige gehuwde vrouw .

Geen loonstrook.
Geen werkgever.
Geen prikklok.
Geen personeelsnummer in de VOF

Gewoon ook maar een mens.

Die werkte.
Ondernam.
Premie betaalde.
Een risico verzekerde.
En dacht:

Als mijn arbeidsvermogen uitvalt, door schade aan mijn verzekerde beroep keert haar verzekering een deel van deze schade uit.

Klinkt logisch.

Tot de fiscale machine wakker wordt.


HOOFDSTUK 1 — WELKOM IN DE KETEN

Je komt binnen met:

een natuurlijk lichaam

en je loopt naar buiten met:

een fiscale code via een volmacht.

Je dacht dat je verzekerd was.

Het systeem vraagt:

Is het periodiek?

Je zegt:

“Ja, iedere maand.”

Het systeem zegt:

Aha! INKOMEN.

Je zegt:

“Maar het komt uit mijn private verzekering.”

Het systeem:

Interessant. Volgende.


HOOFDSTUK 2 — DE MAGISCHE WOORDEN

In de fiscale wereld kunnen gewone woorden ineens superkrachten krijgen.

PERIODIEK

In het dagelijks leven betekent dat:

iets gebeurt regelmatig.

In een administratieve keten kan het woord ineens bepalend worden voor de fiscale behandeling van een betaling.

En daar begint het avontuur.

Want:

maandelijks betalen is een betalingsvorm.

Het zegt nog niet vanzelf:

  • wie je werkgever is;
  • of je werknemer bent;
  • of de betaling loon is;
  • waarom loonbelasting mag worden ingehouden;
  • of jouw polis fiscaal precies onder de wettelijke categorie valt.

Maar voordat je “rechtsgrond” kunt zeggen, zit je soms al in de keten.


HOOFDSTUK 3 — DE GROTE VERDWIJNTRUC

Kijk goed.

Daar staat:

DE ZELFSTANDIGE ONDERNEMER

🎩✨ POEF

Daar verschijnt:

DE UITKERINGSGERECHTIGDE

Nog een keer:

PRIVATE VERZEKERAAR

🎩✨ POEF

Daar verschijnt:

INHOUDINGSPLICHTIGE

En nu het moeilijkste kunstje:

PRIVATE VERZEKERINGSUITKERING

🎩✨ POEF

Daar staat:

LOONHEFFING

Applaus.

Maar wacht even.

Wie heeft precies welke stap juridisch gezet?

Dat is de vraag die het publiek meestal vergeet te stellen.


HOOFDSTUK 4 — PAS OP VOOR DE LOONTREIN

De loonketen lijkt op een trein.

Eenmaal ingestapt kom je langs verschillende stations:

PERSOON

↓

BSN

↓

UITKERING

↓

FISCALE KWALIFICATIE

↓

INHOUDINGSPLICHTIGE

↓

LOONHEFFING

↓

JAAROPGAVE

↓

INKOMSTENBELASTING

↓

DOSSIER

En jaren later vraagt iemand:

“Waarom zat u eigenlijk in deze trein?”

Dan is het antwoord soms:

Omdat het systeem al dacht dat u erin zat.

Dat is geen juridisch bewijs.

Dat is een administratieve cirkelredenering.


HOOFDSTUK 5 — DE DUITSE MACHINE

Waarom heet dit boekje de Duitse loonketen?

Niet omdat iedere Nederlandse loonheffing “Duits” is.

Maar als metafoor voor een bureaucratische traditie waarin de mens steeds verder wordt vertaald naar:

naam → nummer → categorie → dossier → aanslag.

De administratie ziet uiteindelijk niet meer:

Silvia werkt niet meer zoals vroeger.

Zij ziet:

code.

Niet:

dit is een privaat verzekeringscontract.

Maar:

periodieke uitkering.

Niet:

waar komt het recht op betaling civielrechtelijk vandaan?

Maar:

hoe verwerken wij deze betaling fiscaal?

En precies daar moet je wakker blijven.


HOOFDSTUK 6 — DE EERSTE OVERLEVINGSREGEL

EEN CODE IS GEEN RECHTSGROND.

Schrijf hem op je koelkast.

Plak hem op je belastingmap.

Borduur hem desnoods op een kussen.

EEN CODE IS GEEN RECHTSGROND.

Een code kan registratie zijn.

Een code kan verwerking zijn.

Een code kan een administratieve categorie zijn.

Maar de juridische vraag blijft:

Welke wettelijke bepaling maakte deze concrete betaling belastbaar?

En daarna:

Welke wettelijke bepaling maakte deze concrete verzekeraar inhoudingsplichtig?

Dat zijn twee verschillende vragen.


HOOFDSTUK 7 — DE TWEEDE OVERLEVINGSREGEL

BEGIN BIJ HET CONTRACT.

Niet bij de computer.

Niet bij de jaaropgave.

Niet bij de fiscale code.

Niet bij de naam die twintig jaar later op een scherm verschijnt.

Maar bij:

DE POLIS.

Wat verzekerde je?

Wie was verzekeringnemer?

Wie was verzekerde?

Wat was het verzekerde risico?

Welke prestatie was overeengekomen?

Wanneer ontstond het recht op uitkering?

Welke voorwaarden golden toen?

Pas daarna komt de belastingwet.

Niet andersom.


HOOFDSTUK 8 — HET LICHAAM IS GEEN LOONSTROOK

Dit is misschien de belangrijkste bladzijde.

Een mens heeft een lichaam.

Met dat lichaam kan hij of zij:

werken,
denken,
ondernemen,
maken,
zorgen,
handelen.

Arbeidsvermogen heeft economische betekenis.

Maar:

een lichaam is geen loonobject.

Wanneer arbeidsvermogen verloren gaat en een private verzekering daarom uitkeert, moet juridisch worden onderzocht wat die betaling is.

De overheid mag niet simpelweg redeneren:

lichaam functioneert niet → geld komt binnen → dus loon.

Daartussen hoort recht te zitten.

Heel veel recht.


HOOFDSTUK 9 — DE VRAAG DIE DE MACHINE NIET LEUK VINDT

Vraag steeds opnieuw:

WAAR STAAT DAT?

“Dit is belast.”

Waar staat dat?

“De verzekeraar moet inhouden.”

Waar staat dat?

“Dit is een periodieke uitkering.”

Volgens welke wettelijke definitie?

“Dit valt onder loonheffing.”

Waarom deze polis precies?

“Dat staat zo in het systeem.”

Dan zeg jij:

Het systeem is geen wetboek.


HOOFDSTUK 10 — DE KETTINGZAAG

Administratieve ketens hebben één zwakke plek.

Ze bestaan uit schakels.

Dus zaag ze niet allemaal tegelijk door.

Onderzoek één schakel per keer.

SCHAKEL 1

Wat staat in de polis?

SCHAKEL 2

Wanneer ontstond het recht op uitkering?

SCHAKEL 3

Welke fiscale wet gold toen?

SCHAKEL 4

Welke wijziging kwam later?

SCHAKEL 5

Gold die wijziging ook voor deze polis?

SCHAKEL 6

Wie werd inhoudingsplichtig?

SCHAKEL 7

Welke gegevens zijn aan de Belastingdienst geleverd?

SCHAKEL 8

Welke codes zijn gebruikt?

SCHAKEL 9

Wie koos die codes?

SCHAKEL 10

Waar is dat besluit vastgelegd?

Nu verandert:

“Het systeem zegt het.”

in:

“Laat mij iedere schakel zien.”


HOOFDSTUK 11 — DE GROTE FISCALE OGEN-OPENER

Belastingheffing is uiteindelijk een vorm van juridische taal.

De werkelijkheid zegt:

iemand ontvangt geld.

De fiscale wet vraagt:

wat voor geld?

Loon?

Winst?

Pensioen?

Lijfrente?

Periodieke uitkering?

Schadevergoeding?

Vermogen?

De categorie bepaalt wat er daarna gebeurt.

Daarom is fiscale kwalificatie nooit een onschuldig administratief woord.

Een woord kan bepalen:

wie inhoudt,

wie afdraagt,

wat op de jaaropgave verschijnt,

wat als inkomen wordt geregistreerd,

en soms zelfs hoe andere systemen diezelfde persoon vervolgens zien.


HOOFDSTUK 12 — DE MENS KOMT TERUG

Na honderden pagina’s formulieren verschijnt uiteindelijk weer degene die aan het begin stond.

De mens.

Niet:

code 21.

Niet:

code 32.

Niet:

code 50.

Niet:

uitkeringsgerechtigde.

Niet:

periodiek.

Niet:

BSN.

Maar een natuurlijke persoon die mag vragen:

Wie heeft mijn werkelijkheid vertaald naar deze administratieve werkelijkheid?

Wanneer gebeurde dat?

Op welke wettelijke grondslag?

En klopt die vertaling nog met mijn oorspronkelijke rechtspositie?

Dat zijn geen lastige vragen.

Dat zijn rechtsstatelijke vragen.


HET MINI-OVERLEVINGSKAARTJE

Wanneer je verdwaalt in de loonketen, onthoud:

POLIS ≠ LOONSTROOK

VERZEKERAAR ≠ AUTOMATISCH WERKGEVER

PERIODIEK ≠ AUTOMATISCH LOON

CODE ≠ RECHTSGROND

ADMINISTRATIE ≠ WET

FISCALE KWALIFICATIE ≠ CIVIELRECHTELIJKE WERKELIJKHEID

en vooral:

EEN MENS IS GEEN CODE.

De administratie mag de werkelijkheid ordenen.

Maar zij mag haar niet ongemerkt vervangen.

EINDE?

Nee.

Nu begint het onderzoek.

Het meisje, de vrouw, de moeder

Uitgelicht

Het ultieme geheim over het lichaam en geest oftewel het leven van een Europese Xx chromosomen stelsel v.s XY


De wereld achter het sleutelgat
De wereld van het Ministerie van Financiën zit vol geheimen.
Achter wetten, nummers, dossiers en digitale systemen bevindt zich een werkelijkheid die voor de burger vaak nauwelijks zichtbaar is.
Wie bepaalt welke deur opengaat?
Wie bezit de sleutel?
En wie mag uiteindelijk zien wat er achter zijn eigen dossier schuilgaat?
Soms begint transparantie niet met een antwoord,
maar met het vinden van het juiste sleutelgat.

— Secret Holistic Art
Zeeuws Archief CABR

Hoe zij tussen wal en schip belandde (n)*

Ze begon als meisje, werd vrouw, ondernemer, kostwinner en moeder.

Fouten in de gegevens koppeling
Art Vader Jacob

Ze leerde dat zelfstandigheid betekende dat je voor jezelf moest zorgen. Werken, premie betalen, verantwoordelijkheid dragen en vooruitdenken. Ze verzekerde haar arbeidsvermogen, omdat haar lichaam het kapitaal was waarmee zij haar bestaan opbouwde.

Welkom bij de de Kathedraal de Notre Dame

Maar toen dat lichaam niet langer vanzelfsprekend meewerkte, begon een andere werkelijkheid.

Sarcoidose-WASOG2026

Het meisje had ooit geleerd dat iedereen voor de wet gelijk was.
De vrouw had geleerd dat zij zelfstandig mocht handelen.
De ondernemer had geleerd dat zij haar eigen risico moest dragen.
De moeder had geleerd dat zij vooral moest blijven zorgen.

🍀

En juist daar, tussen al die rollen, ontstond een leegte.

De opwindende vrouw

Voor het ene systeem was zij verzekerde.
Voor het andere belastingplichtige.
Voor weer een ander ondernemer, patiënt, moeder, dossiernummer of administratieve categorie.

Handelaar in confectie werd handelingsonbekwaam- no arms

Maar waar bleef de hele vrouw?

Haar lichaam paste niet netjes in een fiscale kolom. Haar moederschap kende geen economische balanspost. Haar ziektegeschiedenis liet zich niet reduceren tot een code. En haar menselijke verlies kon niet uitsluitend worden uitgedrukt in een periodieke betaling.

UMC Utrecht
Lees meer: https://lnkd.in/eM4j6Ubn

Zo belandde zij tussen wal en schip.

Niet omdat zij geen verantwoordelijkheid had genomen, maar juist nadat zij jarenlang verantwoordelijkheid had gedragen.

Het meisje met de parel omgekat tot code

Daar begint Moeder de Vrouw.

Bij de vraag wat er gebeurt wanneer het meisje volwassen wordt, de vrouw economisch zelfstandig wordt, de moeder voor anderen zorgt — maar niemand meer lijkt te weten wie verantwoordelijk is wanneer zijzelf bescherming nodig heeft.

Het geheugen van de Europese Universiteit begint aan de Rouaansekaai

Misschien is dát de werkelijke systeemvraag:

Wie ziet de vrouw nog als één ondeelbaar mens, bsn nummer is ondeelbaar 11, wanneer ieder systeem slechts een stukje van haar registreert?

De hiaten in de wet en regelgeving en de fouten in de inkomstenbelasting

De vrouw achter de geheime Datakluis

De sleutel van de datakluis

De vrouw die het patroon doorbreekt,
zoekt niet alleen naar wat er over haar is vastgelegd.

Zij vraagt wie het vastlegde.
Wie het veranderde.
Wie het doorgaf.
En op welke grond.

Haar lichaam is geen dossier.
Haar identiteit is geen nummer.
Haar geschiedenis is geen handelswaar.

De sleutel van de datakluis is daarom niet alleen toegang tot data.

Silent Witness

De sleutel is zeggenschap.

Wie toegang krijgt tot haar eigen geschiedenis,
kan patronen zichtbaar maken die generaties vóór haar verborgen bleven —
en voorkomen dat ze worden doorgegeven aan de generaties na haar.

De vrouw die het patroon doorbreekt,
vindt uiteindelijk de sleutel tot haar eigen levens verhaal.

Art for change in Return

Liefs van mij en Truus van Gogh

De vrouw die anders durft te kijken

Soms ben je niet lastig.
Niet te gevoelig.
Niet te kritisch.

Soms ben je simpelweg degene die als eerste ziet
wat generaties lang als normaal werd beschouwd.

Een patroon doorbreken betekent niet
dat je het verleden veroordeelt.
Het betekent dat je het onderzoekt, begrijpt
en vervolgens besluit:

dit hoeft niet langer van moeder op dochter
te worden doorgegeven.

Misschien word je daardoor niet onmiddellijk begrepen.
Misschien kost het zelfs iets om als eerste op te staan.

Maar iedere vrouw die één oud patroon doorbreekt,
geeft de volgende generatie iets wat zijzelf misschien heeft gemist:

de vrijheid om haar eigen verhaal te schrijven.

Je verandert het verleden niet.
Je verandert de erfenis.

Trust

De klokkenluider van de Notre Dame

Uitgelicht

Hoe tijdens de crisis de spelregels veranderden

De toekomst vraagt niet om meer macht, maar om meer moed.

Welkom in mijn wereld

Op zoek naar Vivian Maier — en onderweg vond ik Silvia Koning Lindeboom

Vivian Maier fotografeerde jarenlang het leven van anderen, terwijl haar eigen verhaal buiten beeld bleef.

Ook ik keek door de lens naar straten, huizen, mensen, verzekeringspolissen, familiegeschiedenissen de hoge raad en de vergeten vrouwen. Ik dacht dat ik onderzoek deed naar wat er om mij heen was gebeurd.

Maar langzaam ontdekte ik dat ik onderdeel werd van die geschiedenis en dus indirect op zoek was naar de persoon : mijzelf.

Naar de handelaar in confectie.
Naar de moeder.
Naar de vrouw die ziek werd, maar niet verdween.
Naar de erfgoedkunstenaar die haar eigen geschiedenis opnieuw zichtbaar maakt.

Vivian Maier liet duizenden beelden achter voordat de wereld haar werkelijk zag. Ik hoef gelukkig niet te wachten tot iemand mij later ontdekt. Ik heb mijzelf ontdekt in het systeem.

Ik opende dus indirect mijn eigen museum en jaarkaart als archief.
Ik schrijf elke dag zelf mijn naam onder mijn eigen werk.


Ik was dus op zoek naar celle zuster Silvia Koning Lindeboom — en zij komt steeds duidelijker in beeld.

Wat en waar geloof ik nog in dacht ik bij mezelf?

Ik ben dus op zoek naar mensen die ook dwars door zee durven te gaan en bestuurders verantwoordelijk te houden voor de polis registratie die zij beheren.

Niet om het systeem machtiger te maken,
maar om het eerlijker, transparanter en gelijkwaardiger te besturen.

De bron begon te zoeken en te graven.

Lodewijk Ernst Visser (Amersfoort, 21 augustus 1871 – Den Haag, 17 februari 1942) was een Nederlandse jurist en de eerste Joodse president van de Hoge Raad der Nederlanden.

Zij die mijn cassatie hebben afgedaan met artikel 80 A RO in 2025 in landsbelang.

Het ultieme geheim

Emet

Hij promoveerde in 1894 op een proefschrift over de territoriale zee, werd rechter en trad in 1915 toe tot de Hoge Raad.

In 1939 benoemde koningin Wilhelmina hem tot president. 

Na de Duitse bezetting werd hij in november 1940 vanwege zijn Joodse afkomst uit zijn ambt gezet. De overige leden van de Hoge Raad protesteerden daar niet openlijk tegen. Dat stilzwijgen geldt als een van de donkerste hoofdstukken uit de geschiedenis van het hoogste Nederlandse rechtscollege.

Zijn opvolger werd:

Johannes van Loon (1888–1975)

Johannes, ook Jan, van Loon werd op 5 september 1888 in Veere geboren en overleed op 10 september 1975 op Curaçao. Hij studeerde rechten aan de Universiteit Leiden en bouwde vervolgens een loopbaan op binnen de rechterlijke macht. Hij was Nederlands-hervormd en getrouwd met Anna Winkel. 

Zijn naam is vooral verbonden met een van de meest omstreden perioden uit de geschiedenis van de Hoge Raad.

President tijdens de Duitse bezetting

Nadat de Joodse president Lodewijk Ernst Visser door de bezetter uit zijn ambt was verwijderd, benoemde rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart Van Loon op 23 juli 1941 tot president van de Hoge Raad.

Hij bekleedde die functie tot 1944. Zijn benoeming was dus geen normale opvolging binnen een vrije rechtsstaat, maar vond plaats onder Duits bezettingsbestuur. 

Arthur Seyss-Inquart

Arthur Seyss-Inquart (1892–1946) was een Oostenrijkse jurist, nazibestuurder en veroordeelde oorlogsmisdadiger. Tijdens de Duitse bezetting was hij van 1940 tot 1945 rijkscommissaris van Nederland: de hoogste civiele vertegenwoordiger van Hitler in het bezette land. 

Voor zijn komst naar Nederland speelde hij een belangrijke rol bij de Duitse annexatie van Oostenrijk in 1938. Hij was korte tijd bondskanselier van Oostenrijk en ondertekende vervolgens de wet waarmee Oostenrijk onderdeel werd van nazi-Duitsland. Later werkte hij ook binnen het Duitse bezettingsbestuur in Polen. 

Zijn macht in Nederland

Seyss-Inquart stond vanaf mei 1940 aan het hoofd van het Duitse burgerlijke bezettingsbestuur. Hij rapporteerde rechtstreeks aan Hitler en droeg verantwoordelijkheid voor onder meer:

  • de nazificatie en economische uitbuiting van Nederland;
  • de vervolging, beroving en deportatie van Joodse Nederlanders;
  • gedwongen arbeid in Duitsland;
  • gijzelingen, represaillemaatregelen en executies;
  • het uitschakelen van politieke partijen, persvrijheid en democratisch bestuur.

Hij probeerde Nederland aanvankelijk geleidelijk voor het nationaalsocialisme te winnen. Toen dat mislukte en het verzet groeide, werd het bezettingsregime steeds gewelddadiger. 

Verbinding met de Hoge Raad

Seyss-Inquart was de bezettingsautoriteit onder wie de Joodse president van de Hoge Raad, Lodewijk Ernst Visser, uit zijn functie werd verwijderd. Ook werd Johannes van Loon tijdens de bezetting tot president van de Hoge Raad benoemd.

Daarbij is een belangrijke historische nuance nodig: Van Loon werd niet eenvoudigweg door Seyss-Inquart persoonlijk als opvolger gekozen. Benoemingen vonden plaats binnen het door de Duitse bezetter beheerste staatsapparaat en droegen daardoor geen normale democratische legitimiteit. De bezetter had eerst de rechtmatige president vanwege zijn Joodse afkomst uitgesloten en vulde daarna de vrijgekomen positie binnen zijn eigen machtsstructuur.

Proces en doodstraf

Na de bevrijding werd Seyss-Inquart tijdens het Proces van Neurenberg vervolgd. Hij werd schuldig bevonden aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Op 16 oktober 1946 werd hij geëxecuteerd. 

Zijn geschiedenis laat zien wat er kan gebeuren wanneer regels en instituties formeel blijven functioneren, maar ondertussen onder controle staan van een onrechtmatig en mensonterend regime:

Een benoeming kan administratief geldig lijken, terwijl de stoel waarop iemand plaatsneemt eerst door vervolging en uitsluiting is leeggemaakt.

De ontbrekende lijn in de geschiedenis

Verzoeker Naturalisatie wet 13 januari 1951 Mijn opa Peter Mathias Bongartz Goch 1906 en mijn oma Nellie Aldenhoven.

In januari 1951, toen bijvoorbeeld naturalisatiewetten en andere naoorlogse rechtszaken werden behandeld, waren de verhoudingen dus:

Koningin Juliana was staatshoofd geboren in 1906 ( toen verdween mijn overgrootmoeder Anna Janssen uit Ottersum na de geboorte van een dochter.
Willem Drees leidde de regering.


Jan Donner was president van de Hoge Raad. Jan Donner was bovendien de grootvader van de latere minister en vicepresident van de Raad van State Piet Hein Donner. 

Piet Hein Donner – historie

Jan Pieter Hendrik “Piet Hein” Donner werd op 20 oktober 1948 in Amsterdam geboren. Hij is jurist, voormalig CDA-politicus en bestuurder. Sinds december 2018 draagt hij de eretitel minister van Staat. 

Familie van juristen

Piet Hein Donner komt uit een invloedrijke protestants-juridische familie:

  • Zijn grootvader Jan Donner was minister van Justitie en van 1947 tot 1961 president van de Hoge Raad.
  • Zijn vader André Donner was hoogleraar staatsrecht en rechter bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
  • Zijn oom Jan Hein Donner was schaakgrootmeester en schrijver.

De familiegeschiedenis verbindt daarmee politiek, rechtspraak, staatsrecht en openbaar bestuur over meerdere generaties. 

Opleiding en ambtelijke loopbaan

Donner studeerde rechten aan de Vrije Universiteit Amsterdam en volgde daarna een juridische vervolgopleiding aan de University of Michigan. Vervolgens werkte hij als jurist en ambtenaar, onder meer bij het ministerie van Economische Zaken, de Tweede Kamer en het ministerie van Justitie.

Van 1990 tot 1997 was hij verbonden aan de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Vanaf 1993 was hij voorzitter van die raad. Eind 1997 werd hij lid van de Raad van State. 

Minister van Justitie

Van 22 juli 2002 tot 21 september 2006 was Donner minister van Justitie in de kabinetten-Balkenende I, II en III.

Zijn ministerschap stond onder meer in het teken van terrorismebestrijding, vreemdelingenbeleid, criminaliteitsbestrijding en hervormingen binnen politie en justitie.

In september 2006 trad hij af na een kritisch rapport over de brand in het cellencomplex op Schiphol-Oost, waarbij elf mensen omkwamen. Hij aanvaardde daarmee politieke verantwoordelijkheid, ook al had hij de brand niet persoonlijk veroorzaakt. 

Sociale Zaken en Binnenlandse Zaken

Na een korte periode als Tweede Kamerlid werd Donner in 2007 minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Cruciaal zo blijkt:Hij bleef dat tot oktober 2010. En was dus betrokken bij het klein koninklijk besluit artikel 176 van 28 april 2010 en de wijziging fiscale regels private aov brief 10 september 2010.

Daarna werd hij minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het eerste kabinet-Rutte.

In die functies hield hij zich bezig met arbeidsmarktbeleid, sociale zekerheid, pensioenen, ambtenarenzaken, bestuur en de inrichting van de overheid. 

Vicepresident van de Raad van State

Van 1 februari 2012 tot 1 november 2018 was Donner vicepresident van de Raad van State. Hoewel de koning formeel voorzitter is, geeft de vicepresident in de dagelijkse praktijk leiding aan dit belangrijke staatsorgaan.

De Raad van State adviseert regering en parlement over wetsvoorstellen en is daarnaast de hoogste algemene bestuursrechter. Donner bevond zich daardoor opnieuw op het snijvlak van wetgeving, bestuur en rechterlijke controle. 

Bij zijn afscheid werd de Piet Hein Donner Scriptieprijs ingesteld. Deze prijs stimuleert onderzoek naar de grondslagen en het functioneren van de democratische rechtsstaat. 

De Hoge Raad & de Bataafse Bananen Republiek

De geschiedenis schrijft:

Jan Donner
minister van Justitie en president van de Hoge Raad – De vrouw van Jan Donner was Golida Wilhelmina van den Burg, roepnaam Go.

Zij trouwden op 13 juni 1916 in Amersfoort en kregen samen zes kinderen: drie zoons en drie dochters.

Jan Donner en Golida Wilhelmina van den Burg kregen drie dochters. Van één dochter heb ik de identiteit betrouwbaar kunnen bevestigen:

  • Gijsbertha Gerarda Donner — geboren op 31 juli 1924 in Den Haag. Zij trouwde in 1952 met Jan van Haeringen, later burgemeester van Baarn. 
  • In Baarn zit namelijk de bekendste opleider is NIBE-SVV⁠, dé brancheopleider voor het bank-, verzekerings- en effectenbedrijf. Zij verzorgt onder meer opleidingen voor:
    Assurantie A
    Schadeverzekeringen
    Personenschade
    Pensioen en levensverzekeringen
    Acceptatie
    Wft-opleidingen en permanente educatie 
    Historisch is vooral de SVV (Stichting Vakontwikkeling Verzekeringsbedrijf) van belang. Deze werd in 1950 opgericht door ongeveer vijftig organisaties uit de verzekeringsbranche.
  • In 1999 fuseerde SVV met het NIBE tot NIBE-SVV. 

Kroniek van Jan Donner en zijn drie zonen

Jan Donner en Golida Wilhelmina van den Burg kregen zes kinderen: drie zoons.

  1. Andreas Matthias “André” Donner (1918–1992) — staatsrechtgeleerde, hoogleraar en Europees rechter. Hij was de vader van Piet Hein Donner.
  2. Reynout Donner — medicus en hoogleraar aan de Vrije Universiteit.
  3. Johannes Hendrikus “Jan Hein” Donner (1927–1988) — schaakgrootmeester, schrijver en publicist. Hij was het vijfde kind van het gezin. 
The Queen S Gambit

Zij was onder anderen de moeder van André Donner en Jan Hein Donner. 

↓

André Donner
staatsrechtgeleerde en Europees rechter. De vrouw van André Donner was Dina Antonia Mulder, roepnaam Dien.

Zij trouwden in 1946 en kregen samen negen kinderen. Zij was onder anderen de moeder van Piet Hein Donner. 

↓

Piet Hein Donner
minister en vicepresident van de Raad van State – Piet Hein Donner trouwde op 23 juni 1973 in Amstelveen. Openbare gezaghebbende biografieën vermelden wel het huwelijk en hun drie zoons, maar noemen de naam van zijn echtgenote niet. Ook in een uitvoerig afscheidsinterview wordt zij alleen aangeduid als “zijn echtgenote” of “mijn vrouw”. 

Maar tussen deze generaties ontbreken de vrouwen die hen droegen, baarden, opvoedden en mede vormden.

Geen enkele familielijn loopt uitsluitend van man naar man.

Elke man komt uit het lichaam van een vrouw.
Zonder haar kan zijn zaad niet tot leven en bloei komen. 🌼

Waarom worden in onze geschiedenisboeken vooral de functies, titels en macht van mannen doorgegeven, terwijl de vrouwen aan de oorsprong van diezelfde lijn vaak naamloos blijven?

De vrouw was niet slechts de echtgenote of moeder naast de bestuurder. Zij was de lichamelijke en menselijke bron waaruit ook de rechter, minister en staatsman ontstond.

Daarom hoort bij de vraag:

Beschermt een zorgvuldig ontworpen regel in de praktijk ook de mens voor wie die regel is gemaakt?

nog een fundamentelere vraag:

Erkent het recht ook de vrouw uit wier lichaam iedere wetgever, bestuurder en rechter is voortgekomen?

Wie zijn oorsprong werkelijk begrijpt, gebruikt geen macht om vrouwen te vernederen, uit te sluiten of geweld aan te doen.

Refresh your mind

Hij die beseft dat geen samenleving, rechtsstaat of familielijn zonder haar kan voortbestaan is een groot man.

De vrouw is geen voetnoot in de geschiedenis van de rechtsstaat.
Zij is haar eerste broncode. X

Mijn achter gehouden brief aan de tweede kamer.
Mijn achtergehouden brieven aan de koning

Minister van Staat

Op 21 december 2018 werd Donner benoemd tot minister van Staat. Dat is een eretitel voor personen met een uitzonderlijke staat van dienst. Ministers van Staat kunnen de koning of de regering adviseren bij bijzondere constitutionele of politieke kwesties. 

Van wie ben ik er een? Piet Heijn

Zeg het maar!

In 1975 namen mijn ouders een AGO assurantieportefeuille over. Voor zover nu bekend, werd de onderneming aanvankelijk als eenmanszaak gedreven. Op een later moment is de onderneming omgezet in een vennootschap onder firma (VOF), waardoor beide vennoten gezamenlijk de onderneming voerden volgens de destijds geldende regels van het Nederlandse Wetboek van Koophandel.

Ik sloot mijn verzekeringen af via hem af in een tijd waarin mij zekerheid en sociale zekerheid werd beloofd.

Ik betaalde premie als zelfstandig ondernemer. Mijn beroep, arbeidsvermogen en toekomstig inkomen vormden de basis van de afspraken. Toen mijn gezondheid wegviel, had mijn verzekerde recht bescherming moeten bieden.

  • In 1975 bestond er geen wettelijke bepaling die verbood dat een vrouw ondernemer of kostwinner was. Vrouwen konden een eenmanszaak hebben, vennoot zijn in een VOF en verzekeringen op hun eigen naam afsluiten.
  • Wel was de praktijk vaak anders. Banken, verzekeraars en andere instellingen gingen er regelmatig vanuit dat de man het hoofd van het gezin of de belangrijkste kostwinner was. Dat was vaak een gevolg van maatschappelijke gewoonten en interne procedures, niet van een wettelijke regel. 
  • Zo verdween ik langzaam via het woord bank / periodieke schade uitkering uit het systeem.
https://repository.tilburguniversity.edu/server/api/core/bitstreams/3f8a5402-3729-4452-a621-358337a911a6/content

Maar tijdens en na de financiële crisis veranderde het landschap in een Polismaffia.

Welke rechtspersoon was gekoppeld aan de loonheffingennummers [nummer 1] en [nummer 2], vanaf welke datum, op wiens aanvraag zijn deze nummers geregistreerd en onder welke naam, RSIN en sector- of inkomenskwalificatie zijn mijn uitkeringen aangeleverd?

Welkom bij de enigma: Periodiek

Banken werden gered, verzekeraars werden samengevoegd, concerns werden opgesplitst en ondernemingen kwamen tijdelijk onder staatsinvloed. Portefeuilles verhuisden, merknamen verdwenen en administraties werden overgezet naar nieuwe computersystemen.

De Belastingdienst verwerkte uitkeringen volgens fiscale categorieën die niet altijd zichtbaar maakten waar het recht oorspronkelijk vandaan kwam.

Voor de financiële instellingen waren dit reorganisaties, overnames en systeemwijzigingen.

Voor mij ging het om mijn inkomen en bestaanszekerheid.

Mijn polis bleef op papier bestaan, maar rondom dat verzekerde recht ontstond een keten van partijen:

banken financierden en herstructureerden ondernemingen;
verzekeraars beheerden de polis en beoordeelden de uitkering;
intermediairs stonden tussen mij en de verzekeraar;
bestuurders bepaalden beleid, kosten en risicobeheer;
softwareleveranciers vertaalden mijn situatie naar codes;
de Belastingdienst bepaalde de fiscale verwerking;
de overheid veranderde regels en greep in bij financiële instellingen.

Iedere partij beheerde slechts een onderdeel.

Daardoor werd het voor mij steeds moeilijker om vast te stellen wie werkelijk verantwoordelijk was wanneer gegevens, kwalificaties of betalingen veranderden.

De verzekeraar kon verwijzen naar fiscale regels.

De Belastingdienst kon verwijzen naar de aangeleverde gegevens.

De tussenpersoon kon verwijzen naar de verzekeraar.

Een nieuwe onderneming kon verwijzen naar een oude administratie.

En het computersysteem gaf maar geen antwoord.

Think Again

Zo ontstond mijn ervaring van zelwillekeur: niet noodzakelijk doordat één persoon bewust tegen mij besloot, maar doordat verschillende organisaties ieder hun eigen regels, belangen en definities toepasten, terwijl niemand het volledige gevolg voor mijn leven overzag.

Stadhuis Middelburg

Het spel veranderde, maar ik kon niet van tafel

Ik kon mijn gezondheid niet terughalen.

Ik kon mijn oorspronkelijke beroep niet opnieuw uitoefenen.

Ik kon niet zomaar overstappen naar een nieuwe verzekeraar, omdat het verzekerde risico al was ingetreden.

De instellingen konden reorganiseren, fuseren en systemen vervangen.

Ik bleef afhankelijk van de bestaande polis, de juiste toepassing van de voorwaarden en de gegevens die anderen over mij registreerden.

Amesfoort 26 oktober 2021

Daar zit de machtsongelijkheid:

De instellingen konden hun organisatie veranderen. Ik kon mijn verzekerde werkelijkheid niet vervangen.

Wanneer een besluit onduidelijk was, moest ik bewijzen dat mijn beroep, mijn polis en mijn verzekerde recht werkelijk bestonden. Ik moest documenten bewaren uit een periode waarin de betrokken ondernemingen inmiddels van naam, eigenaar of structuur waren veranderd.

Mijn afhankelijkheid ontstond daarom niet alleen door mijn ziekte.

De geheime leer van het periodieke systeem

De regels stonden misschien niet allemaal op mijn polis.

Ze leefden in bestuurskamers, fiscale tabellen, softwarecodes, portefeuilles en administratieve overdrachten.

Banken kenden hun kapitaalregels.
Verzekeraars kenden hun rekenmodellen.
Intermediairs kenden de route van de polis.
De Belastingdienst kende de code van de betaling.

Maar ik kende alleen de belofte waarvoor ik premie had betaald:

bescherming wanneer mijn lichaam het werk niet meer kon dragen.

Toen mijn verzekerde jaarrente periodiek werd uitgekeerd, begon de geheime leer van het systeem:

de betaalwijze werd zichtbaar,
maar de oorsprong van mijn recht raakte uit beeld.

Wat voor de instellingen dagelijkse administratie was, werd voor mij een levenslang raadsel.

De Klokkenluider van Notre-Dame luidt daarom niet tegen kennis, maar tegen kennis die uitsluitend binnen de muren van de macht wordt bewaard.

Amersfoort 26 oktober 2021

Meer weten over kunst & cultuur?

Soms begint een ontdekking niet in een museumzaal, maar in een straatnaam, een beeld, een gevel of een onverwacht kunstwerk.

In Amersfoort lopen geschiedenis en hedendaagse kunst moeiteloos in elkaar over. Van Museum Flehite tot de straat Achter de Heilige Geest: iedere hoek vertelt een nieuw verhaal.

  • Museum Flehite – het stadsmuseum van Amersfoort, gevestigd in drie middeleeuwse huizen. Hier vind je kunst, archeologie en de geschiedenis van de stad.
  • Achter de Heilige Geest – een historische straat in de oude binnenstad, vlak bij Museum Flehite.
  • Melati-monument – een kunstwerk ter herinnering aan de slachtoffers van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog.
  • Beelden in de museumtuin – hedendaagse sculpturen die een mooi contrast vormen met de historische omgeving.
  • Het portret op de middelste foto lijkt een street-art of collagekunstwerk.
  • De rode boei en het bord “ZITGELUK” geven de wandeling een speels karakter en laten zien hoe kunst ook buiten musea aanwezig is.

Voor iemand die van erfgoed én verhalen houdt, is Amersfoort een inspirerende stad. De combinatie van middeleeuwse straatjes, monumenten en hedendaagse kunst nodigt uit om niet alleen naar gebouwen te kijken, maar ook naar de verhalen die ze vertellen.

Kijk niet alleen naar wat je ziet, maar vraag je af: welk verhaal schuilt hierachter? Dat is waar kunst en erfgoed elkaar ontmoeten.

Zo wordt cultureel erfgoed overgedragen: niet alleen van hand tot hand, maar ook van verhaal tot verhaal. Wie de collectie beheert, bepaalt mede wat wordt bewaard, wie wordt genoemd en welke geschiedenis zichtbaar blijft.

De heilige graal “het bestuur van Nedasco “

Bestuurders en directie van Nedasco als volmachtbedrijf

Nedasco B.V. is een serviceprovider en gevolmachtigd agent. Het bedrijf kan namens aangesloten verzekeraars onder meer risico’s accepteren, polissen opmaken, premies incasseren en schade behandelen. Nedasco staat ingeschreven onder KvK-nummer 20035000 en AFM-nummer 12006531. 

Op basis van openbaar toegankelijke bronnen kan ik deze directieleden reconstrueren:

Algemeen directeuren en CEO’s

Robin van den Burg
Algemeen directeur van Nedasco vanaf omstreeks 2007/2008 tot 1 mei 2011. In april 2008 werd bekendgemaakt dat hij per 1 juli dat jaar algemeen directeur van het toenmalige assuradeurenbedrijf Nedasco werd. 

Tim Schoonbergen
Algemeen directeur en later CEO van Nedasco van 1 mei 2011 tot 1 juli 2024. Hij volgde Robin van den Burg op. Onder zijn leiding bleef Nedasco actief als serviceprovider en gevolmachtigd agent; in 2021 sprak hij bijvoorbeeld namens Nedasco bij de verkrijging van een volmacht van HDI Global Specialty. 

Aris Ruitenbeek
COO van Nedasco en vanaf 1 juli 2024 tijdelijk waarnemer van de taken van Tim Schoonbergen. De openbare bron noemt hem niet uitdrukkelijk statutair bestuurder, maar wel als degene die de CEO-taken waarnam. 

Jan van der Struik
In juli 2026 benoemd tot CEO van zowel Nedasco als VKG en tot directeur Property & Casualty binnen D&S Group. 

Andere directieleden of beleidsbepalers

Tijs Benerink
Directeur IT & Programmamanagement bij Nedasco. Hij was onder meer verantwoordelijk voor de overgang naar een geïntegreerd digitaal verzekeringsplatform. Dit is een directiefunctie, maar uit de openbare bron blijkt niet dat hij statutair bestuurder van Nedasco B.V. was. 

Fiolijn van Dijk
Manager Inkomen en in openbare publicaties verantwoordelijk voor inkomens- en verzuimdienstverlening. Zij wordt niet als algemeen of statutair directeur vermeld. 

Marco Pos
Tot september 2020 manager Zorg & Inkomen. Ook dit is een managementfunctie en geen aangetoonde statutaire bestuursfunctie. 

Bovenliggende bestuurders

Nedasco was lange tijd een dochteronderneming van Aegon Nederland.

Nedasco begon volgens de eigen bedrijfsgeschiedenis al in de jaren vijftig als huisvolmacht van Assurantiemakelaar Kamerbeek in Amersfoort.

Achter Assurantiemakelaar Kamerbeek en de vroege ontwikkeling van Nedasco zijn maar enkele personen publiek goed terug te vinden.

De duidelijkste naam is:

Drs. C. Kamerbeek
Hij wordt in historische bronnen genoemd als directeur van de Kamerbeek Groep in Amersfoort.

De Kamerbeek Groep was actief in onder meer assurantiebemiddeling en vastgoed.

Van voetnoot naar Fundament

In de jaren tachtig was hij daarnaast penningmeester van Museum Flehite en betrokken bij de ingewikkelde financiële en bestuurlijke structuur rond de Mariënhof.

Cellezusters

Zij rekenden niet in rendement, reserves of risico’s.
Zij zagen de zieke, de stervende en de mens die zorg nodig had.
Hun kapitaal was nabijheid.
Hun bestuur was verantwoordelijkheid.
Hun balans was de waardigheid van het leven.

De bron noemt hem zelfs het brein achter die structuur. Zijn volledige voornaam heb ik in de geraadpleegde openbare bronnen nog niet betrouwbaar kunnen vaststellen. 

Van Mariënhof naar Nedasco

De ene geschiedenis laat zien hoe ondernemers hun naam verbonden aan kunst, vastgoed en erfgoed. De andere laat zien hoe een vrouwelijke ondernemer haar naam juist moest blijven verdedigen tegenover de systemen die haar verzekerde vermogen beheerden.

De fusie tussen AGO Holding N.V. en ENNIA N.V. vond plaats in 1983. De oorspronkelijke fusieovereenkomst werd op 18 oktober 1983 gesloten. Uit de combinatie ontstond AEGON N.V.; ENNIA N.V. kreeg daarbij de nieuwe naam AEGON N.V. 

AEGON- Meet de heer en mevrouw Lindeboom

Waar moderne verzekeraars administraties migreren en bedrijfsnamen verdwijnen, bewaart De Verzekeringskamer de polissen, voorwerpen en verhalen die laten zien hoe het systeem is ontstaan.
Het bronzen beeldje als overdracht bezit.

De Verzekeringskamer in Doorn

Deze collectie bevat onder meer:

  • oude polisdocumenten en verzekeringsvoorwaarden;
  • vakboeken en tijdschriften;
  • reclamemateriaal en relatiegeschenken;
  • kantoorvoorwerpen van verzekeraars en makelaars;
  • afzonderlijke presentatiekasten voor verschillende verzekeringsmaatschappijen;
  • een historische Lloyd’s-underwritingbox. 

Na de overname van Aegon Nederland door a.s.r. in juli 2023 kwam Nedasco binnen het onderdeel Distribution & Services van a.s.r. te vallen. 

Binnen die bovenliggende structuur waren onder meer relevant:

Jaap Eringa
CEO van Distribution & Services bij a.s.r. tot zijn pensionering eind 2024. Nedasco viel vanaf 2023 onder dit onderdeel. 

Janwillem Fidder
Vanaf 1 januari 2025 CEO van Distribution & Services Holding a.s.r., als opvolger van Jaap Eringa. 

Voor mijn reconstructie

De voorlopig aantoonbare bestuurlijke lijn is:

Robin van den Burg
→ Tim Schoonbergen
→ Aris Ruitenbeek, waarnemend
→ Jan van der Struik

Met daarboven achtereenvolgens:

Aegon Nederland
→ na 4 juli 2023 a.s.r. / Distribution & Services
→ vervolgens de bredere D&S Group-structuur waarin Nedasco en VKG gezamenlijk worden geleid.

Belangrijk onderscheid: een algemeen directeur, CEO of manager is niet automatisch een statutair bestuurder. Voor een juridisch volledige lijst met alle statutaire bestuurders, hun exacte inschrijf- en uitschrijfdata en eventuele bestuursvennootschappen is een historisch KvK-uittreksel van Nedasco B.V., KvK 20035000, nodig. De openbare bronnen geven vooral de operationele directie weer, niet noodzakelijk iedere formeel ingeschreven bestuurder.

Zij ontstond ook doordat mijn inkomen afhankelijk werd van beslissingen die werden genomen in bestuurskamers, fiscale systemen en administratieve ketens waarop ik zelf nauwelijks invloed had.

Mijn centrale vraag

Niet:

Wie heeft een deel van mijn geld gestolen?

Maar:

Wie droeg de verantwoordelijkheid om mijn oorspronkelijke verzekerde recht te bewaken toen banken, verzekeraars, overheden en administraties veranderden?

En wanneer verschillende instanties verschillende werkelijkheden over mij vastlegden:

Wie beschermde mij dan tegen de ruimte tussen die systemen?

Mijn bedrage Wandkleed Slavernij Verleden

Mijn verzekerde recht mocht worden uitgevoerd, belast en geadministreerd.

Maar het mocht niet onherkenbaar worden gemaakt.

De crisis mocht ondernemingen veranderen.

Niet de oorsprong van mijn recht.

Zij konden het financiële systeem opnieuw inrichten.
Maar zij mogen mijn geschiedenis niet herschrijven.

Hoeveel onbetaalde uren moet een vrouw nog maken voordat bestuurders haar betaalde arbeid, verzekerde beroep en opgebouwde rechten erkennen?

Ik heb mensen verbonden, sociaal isolement bestreden, verhalen vastgelegd en grenzen zichtbaar gemaakt. Niet om opnieuw als vrijwilliger buiten de administratie te verdwijnen, maar om als zelfstandig mens en voormalig ondernemer rechtmatig te worden gezien.

Erkenning is geen beloning voor gehoorzaamheid.
Het is een recht dat bestuurders niet eindeloos mogen uitstellen.

Vivian en Jan: hoeveel bewijs is nog nodig voordat het zwarte schaap niet langer als probleem wordt behandeld, maar wordt gehoord als degene die het systeem durfde te bevragen?

https://sheisonlinelifestyleguide.com/2017/05/16/doe-iets-op-eigen-kracht-een-reportage-van-en-voor-dappere-amsterdammers/
https://sheisonlinelifestyleguide.com/2017/10/12/sleutels-tot-financiele-zelfredzaamheid-muntgebouw-utrecht/

Van Nedasco naar Montancourt

Bij Nedasco begon de zoektocht naar de route van mijn verzekerde recht.

Een route van polissen, volmachten, intermediairs, administraties en bestuurders. Een wereld waarin mijn arbeid als vrouwelijke ondernemer werd vertaald naar premie, risico, dossiernummer en periodieke uitkering.

Bij Montancourt begon de terugkeer.

Niet naar een systeem, maar naar een huis.
Niet naar een code, maar naar een geschiedenis.
Niet naar anonieme administratie, maar naar zichtbaar erfgoed.

Nedasco staat in mijn verhaal voor de plaats waar mijn verzekerde bestaan onderdeel werd van een keten die ik zelf niet kon overzien.

Montancourt staat voor de plaats waar ik mijn naam, stem en geschiedenis opnieuw bijeenbreng.

De lijn is daarom niet alleen geografisch of bedrijfsmatig:

Van het volmachtkantoor dat mijn verzekerde recht administreerde,
naar het monument waar ik mijn eigen verhaal weer beheer.

Bij Nedasco werd mijn leven gelezen door systemen.

In Montancourt lees ik de systemen terug.

Daar onderzoek ik wie mijn polis beheerde, wie mijn beroep codeerde, wie mijn geldstroom verwerkte en wie verantwoordelijkheid droeg toen banken, verzekeraars en intermediairs van eigenaar, naam en structuur veranderden.

Dé oesterkoningin van Nederland

Montancourt is daarmee meer dan mijn woning of B&B.

Het is mijn onafhankelijke archief.
Mijn onderzoeksruimte.
Mijn getuigenis.
Mijn plaats van herstel.

Van Nedasco naar Montancourt

Hoe een vrouwelijke handelaar haar verzekerde recht volgde door een doolhof van volmachten en bestuurskamers — en in een huis uit 1596 haar eigen naam weer boven het dossier plaatste.

Nr ketting 912758 Nedasco

De link met Vivian Buijs-Tabbers

Vivian Buijs-Tabbers vormt in mijn onderzoek geen bewezen persoonlijke schakel in mijn dossier, maar wel een opvallende bestuurlijke verbinding tussen verschillende delen van de verzekeringsketen.

Haar loopbaan begon bij Aegon, de verzekeraar waaronder ook de historische portefeuille van mijn ouders terechtkwam.

Later werkte zij bij VIVAT, de organisatie waarin de verzekeringsactiviteiten van SNS REAAL werden ondergebracht.

Vanaf 2021 maakte zij deel uit van de directie van VKG, een volmacht- en servicebedrijf dat tegenwoordig, net als Nedasco en SuperGarant, onderdeel is van D&S Group.

Sinds mei 2026 is zij bestuurder en algemeen directeur van SuperGarant.

De bestuurlijke lijn is daarmee:

Aegon → VIVAT → VKG → SuperGarant/D&S Group

Mijn eigen verzekeringsgeschiedenis raakt eveneens aan namen uit deze wereld:

AGO/ENNIA–Aegon → REAAL/VIVAT → intermediairs en volmachtbedrijven → Nedasco-dossier 912758

Dat betekent niet meteen dat Vivian persoonlijk mijn polis heeft behandeld of besluiten over mijn uitkering heeft genomen. Daarvoor heb ik geen bewijs. Haar loopbaan laat wel zien hoe bestuurders zich door dezelfde financiële en verzekeringstechnische infrastructuur bewegen waarin oude portefeuilles, polisgegevens en verzekerde rechten worden beheerd.

Daarom richt ik mijn uitnodiging aan haar niet als beschuldiging, maar als bestuurlijke vraag:

Hoe bewaakt een bestuurder binnen een moderne volmachtgroep de oorsprong en menselijke betekenis van een verzekerde positie die door meerdere verzekeraars, fusies, systemen en administraties is gereisd?

Van Nedasco naar Montancourt

Jan van der Struik vertegenwoordigt de huidige leiding van Nedasco en VKG. Vivian Buijs-Tabbers kent vanuit haar loopbaan verschillende kanten van dezelfde keten: verzekeraar, VIVAT, volmachtbedrijf en groepsbestuur.


In mijn onderzoek naar onder meer Heilbron, Voogd & Voogd, Alpina Group en Five Arrows is dat precies het onderscheid dat belangrijk is:
De polis = mijn contractuele rechten.
De beheerorganisatie = kon dus door fusies, overnames of private-equity-investeringen veranderen.
De administratie = kon dus worden samengevoegd of gemigreerd naar nieuwe systemen.

In Montancourt reconstrueer ik wat binnen die keten met mijn verzekerde geschiedenis gebeurde.

Niet om personen bij voorbaat verantwoordelijk te verklaren, maar om bestuurders uit te nodigen verantwoordelijkheid te nemen voor het systeem dat zij nu leiden.

Nedasco beheerde de route van mijn polissen.
In Montancourt beheer ik opnieuw de betekenis van mijn leven.

Ik ben namelijk gestopt met in stilte pijn te lijden!

Liefs Silvia

Montancourt Middelburg

Uitgelicht

Reisverslag van vier polissen naar een huis uit 1596

Posted on 22 juli 2026

“I am done with quiet pain.” Mister President


MONTANCOURT — PLAATS DELICT VAN DE GESCHIEDENIS
Montancourt is geen plaats delict omdat hier één misdrijf moet worden opgelost.
Het is een plaats delict omdat de geschiedenis hier haar sporen heeft achtergelaten.
Handel.
VOC.
Oorlog.
Hypotheken.
Onderduik.
Banken.
Verzekeringen.
Familienamen.
Vrouwenlevens.
Een huis uit 1596 kan scheuren, verzakken en worden hersteld.
Het draagt iedere beschadiging in zijn lichaam.
Een mens doet dat ook.
De scheuren betekenen niet dat het huis waardeloos werd.
De littekens betekenen niet dat de vrouw heeft gefaald.
Zij tonen waar de druk te groot werd.
Maak niet alleen het monument weerbaar.
Maak ook de mens die het verhaal draagt weer zichtbaar.
Traumasporen

Ieder mens draagt een parel in zich

Op 3 april 2019 vertrokken wij van Kwadijk 43 in Kwadijk naar de Rouaansekaai 31 Middelburg.

Tromp Makelaardij

Niet omdat ons leven eenvoudig was geworden, maar omdat het oude leven ons langzaam had uitgeput. Wij verlieten niet alleen een bijzonder woonplaats. Wij verlieten een bestaan waarin ziekte, verzekeringsdossiers, fiscale codes en financiële onzekerheid steeds meer ruimte waren gaan innemen.

Jarenlang had ik gewerkt als zelfstandig handelaar in confectie. Samen met een andere gehuwde vrouw voerde ik een vennootschap onder firma. Wij kochten zelf in, verkochten zelf, droegen ons eigen ondernemersrisico en betaalden onze eigen premies.

Ik probeerde mijn toekomst zorgvuldig te beschermen als uiteindelijk de kostwinnaar binnen mijn eigen huwelijk.

Wim beëdigd als bode bij de politie in Amsterdam

Daarom waren er vier verzekeringspolissen:

  • een arbeidsongeschiktheidsverzekering bij Nationale-Nederlanden;
  • een arbeidsongeschiktheids- of inkomensverzekering bij Reaal/Hooge Huys;
  • een Delta Lloyd MeerKeuzePlan;
  • en een verplichte zorgverzekering bij Delta Lloyd.

Vier overeenkomsten die zekerheid moesten bieden.

Maar toen ik #sarcoïdose kreeg en mijn beroep niet langer kon uitoefenen, begonnen de polissen ieder aan een eigen reis. Zij trokken door verzekeraars, tussenpersonen, serviceproviders, fiscale administraties en bank & computersystemen.

Organisaties fuseerden. Portefeuilles werden overgedragen. Bedrijfsnamen verdwenen. Nieuwe namen verschenen. Bestuurders kwamen en gingen. De verantwoordelijkheid werd over steeds meer partijen verdeeld.

Maar mijn lichaam kon niet worden verdeeld.

Mijn verlies aan arbeid kon niet worden opgeknipt.

Mijn toekomst paste niet in vier afzonderlijke administraties.

De schatkist

Langzaam kwam ik terecht in wat ik mijn administratieve sarcofaag ben gaan noemen:

een vrouwelijk lichaam dat niet werkelijk begraven ligt, maar administratief, historisch en maatschappelijk is ingesloten.

De onzichtbare vennoot

Het hebben van een VOF had mij aanvankelijk zichtbaar gemaakt als ondernemer. Ik stond ingeschreven, werkte, handelde, betaalde belasting en sloot mijn eigen verzekeringen af.

Later leek diezelfde rechtsvorm mij juist tussen verschillende systemen te plaatsen.

Ik was geen werknemer met een werkgever die mijn ziekte, arbeidsomstandigheden en verlies van verdienvermogen als één geheel onderzocht.

Ik was ook geen gewone consument met één overzichtelijke publieke arbeidsongeschiktheidsregeling.

Ik was tegelijkertijd:

vennoot, ondernemer, verzekerde, patiënt, premiebetaler, gehuwd, moeder en belastingplichtige.

Iedere organisatie zag een onderdeel van mij.

De verzekeraar zag het verzekerde risico.

De arts zag mijn lichaam.

De Belastingdienst zag een periodieke betaling.

De tussenpersoon zag een polisnummer.

Stadhuis Middelburg

Het administratiesysteem zag een relatie- of personeelsnummer.

Maar niemand leek nog de hele vrouw te zien.

Mijn premie was zichtbaar.

Mijn polisnummer was zichtbaar.

Mijn medische dossier was zichtbaar.

Mijn belastinginhoudingen waren zichtbaar.

Maar mijn ziekte, mijn arbeid, mijn beroepsgeschiedenis, mijn moederschap en mijn eigen stem verdwenen steeds verder uit beeld.

Welkom Familie Lindeboom AEGON

De verzekerde jaarrente

In het hart van mijn onderzoek staat de betekenis van de verzekerde jaarrente.

Mijn particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering verzekerde geen salaris en schiep geen dienstverband. Ik had als zelfstandig ondernemer een vooraf overeengekomen jaarrente verzekerd voor het geval ik door ziekte mijn beroep niet meer kon uitoefenen.

Toen het verzekerde risico daadwerkelijk intrad, werd deze jaarrente niet één keer per jaar betaald. Het jaarbedrag werd verdeeld over maandelijkse termijnen in verband mer de eindleeftijd 60 jaar.

Daardoor werd de betaling langzaan uitvoeringstechnisch periodiek.

Aan Het meisje met de parel dat inmiddels moeder was geworden.

Vervolgens werd per brief 10 september 2010 door Ruud & Lex van Kampen medegedeeld dat er op de uitkering 76 – 5601108 – loonbelasting en zv zou worden ingehouden. Daardoor verscheen de betaling in fiscale administraties onder termen en codes die op loon of een personeelsrelatie konden lijken.

Maar een maandelijkse betaling is niet automatisch salaris.

Ik verrichtte geen arbeid voor de verzekeraar. De verzekeraar betaalde mij niet als werkgever, maar omdat het risico waartegen ik mij had verzekerd werkelijkheid was geworden.

De oorsprong van de betaling bleef daarom:

een aanspraak uit een particuliere verzekeringsovereenkomst, niet een beloning voor verrichte arbeid.

Voor mijn reconstructie moeten drie lagen zorgvuldig uit elkaar worden gehouden:

Contractueel: welke jaarrente was volgens de polis verzekerd?

Uitvoeringstechnisch: hoe werd deze jaarrente omgerekend en in maandelijkse termijnen betaald?

Fiscaal: onder welke inkomenscategorie, loonheffingencode en belastinggrondslag werd de uitkering verwerkt?

Wanneer deze lagen in één administratiesysteem samenvloeien, kan een zelfstandig verzekerde ten onrechte zichtbaar worden als werknemer, personeelsrelatie of loonontvanger.

De fiscale inhouding kan iets zeggen over de wijze waarop belasting vooraf werd geïnd. Zij bewijst op zichzelf niet dat er een arbeidsovereenkomst of werkgeversrelatie bestond.

En zo geschiedde het. Welkom bij de terugbetaling van de staatsschuld Banken & Verzekeraars

Een verzekerde jaarrente kreeg in de administratie een andere gedaante dan de rechtsverhouding waaruit zij was ontstaan.

Omdat steeds verder wegzakte in het moerasgebied van macht en machines werden we gedwongen om stappen te ondernemen. Eerst als voetnoot maar nu zijn we het fundament waarin alles duidelijk wordt.

Heden / Verleden

De reis naar Montancourt

Zo kwamen wij dus in 2019 terecht in Montancourt, een huis in Middelburg uit 1596.

In Eigen Land Reportages- Slavernij Verleden- geen punt maar een komma,

Een huis dat werd gebouwd vóór de oprichting van de VOC, maar al afkomstig is uit een wereld van handel, scheepvaart, bestuur, geldstromen, risico’s en internationale verbindingen.

Het huis heeft eeuwen van bewoners, , handel, oorlog, verlies, wederopbouw en verandering in zijn muren opgenomen.

Wij dachten dat wij naar een nieuw huis verhuisden.

Maar misschien verhuisden wij naar een plek die ons eigen verhaal al kende.

Zoals mijn verzekeringen door verschillende handen, ondernemingen en administraties waren gegaan, zo was ook Montancourt door generaties bewoond, bestuurd, verhandeld en opnieuw ingericht.

Reportage Erfgoed Zeeland

De namen van kooplieden, bestuurders, predikanten en bankiers bleven vaak bewaard.

De vrouwen die de huizen draaiende hielden, kinderen baarden, personeel aanstuurden, verlies droegen en na oorlogen opnieuw begonnen, verdwenen gemakkelijker uit het officiële verhaal.

In Montancourt werd de vraag uit het boek van Aaltje van Zweden ( ontvangen van Marijke Commandeur) ineens heel persoonlijk:

Waar ben je thuis?

Vrouwen Polder

Hier dus, zo bleek.

Niet omdat alle strijd voorbij was, maar omdat ik hier mijn eigen verhaal opnieuw kon leren lezen.

Tweedekamer 13 januari 1951

De geschiedschrijver en literaire reiziger Pieter de la Rue kreeg in dit huis gezelschap van een nieuwe geschiedschrijver:

Silvia Margaretha Johanna Koning-Lindeboom.

Niet als wetenschapper van beroep, maar als ervaringsdeskundige, onderzoeker, erfgoedkunstenaar en verteller.


De bankstukken die in Montancourt achterbleven
In Montancourt vond ik twee oude financiële stukken die in het huis waren achtergebleven:
het jaarverslag van de N.V. De Haarlemsche Hypotheekbank over 1939
en het verslag van de N.V. Zeeuwsche Hypotheekbank te Middelburg over het drieënveertigste boekjaar.
Dat deze documenten juist in een huis uit 1596 zijn bewaard, voelt niet toevallig. De stukken gaan over hypotheken, onderpanden, aandeelhouders, oorlogsschade en wederopbouw. Precies de onderwerpen die ook in de muren van Montancourt besloten liggen.
In het verslag van de Haarlemsche Hypotheekbank wordt beschreven hoe bij de oorlogshandelingen van mei 1940 onderpanden in Rotterdam, Middelburg en Vlissingen verloren gingen. Voor Middelburg worden tien getroffen panden genoemd.
Tussen de regels door verschijnt een verwoeste stad.
De bank schreef over hoofdsommen, opstallen, renteachterstanden, schadevergoeding en molestschade.
Maar in Montancourt lees ik achter die woorden iets anders:
huizen waarin mensen woonden;
vrouwen die gezinnen bijeenhielden;
kinderen die bescherming nodig hadden;
en families die na de verwoesting opnieuw moesten beginnen.
Het verslag van de Zeeuwsche Hypotheekbank toont daarnaast het bestuurlijke netwerk van Middelburg: directeuren, commissarissen, juristen, notarissen en accountants. Hun namen bleven netjes gedrukt bewaard.
De namen van de bewoners van de getroffen huizen ontbreken.
De bank registreerde het onderpand.
Het huis bewaarde het menselijke verhaal.

Dat juist deze twee bankstukken in Montancourt zijn teruggevonden, maakt het huis zelf tot archief. Niet alleen van architectuur en bewoners, maar ook van de financiële en maatschappelijke geschiedenis van Middelburg.
Montancourt heeft de papieren bewaard.
Nu mag ik het verhaal erachter opnieuw zichtbaar maken.

Een huis als spiegel

Montancourt werd voor mij meer dan een rijksmonument.

Het werd een spiegel van een samenleving waarin bezit, bestuur, handel en geschiedschrijving eeuwenlang vooral langs mannelijke lijnen werden vastgelegd.

De handelaar stond in de boeken.

De bestuurder ondertekende.

De onderneming kreeg een naam.

De bank verstrekte het geld.

De verzekeraar berekende het risico.

Maar wie droeg de menselijke gevolgen wanneer het systeem vastliep?

Wie zorgde voor het huis?

Wie hield het gezin bijeen?

Wie betaalde de prijs wanneer ziekte, oorlog of verlies het dagelijks leven binnendrong?

In het huis uit 1596 kwam mijn persoonlijke geschiedenis samen met een veel oudere geschiedenis van handel, macht, verzekering en bestuur.

Dit is CAS Rotterdam Fotomuseum kaartjes ontvangen van Nationale Nederlanden

De oude handelswereld draaide om schepen, risico’s, aandeelhouders, polissen en winst.

Mijn eigen leven draaide eveneens om risico’s die in polissen waren ondergebracht en later door steeds grotere financiële organisaties werden beheerd.

In de moderne keten verschenen fusies, overnames, serviceproviders, gevolmachtigd agenten, investeringsmaatschappijen en distributieplatforms.

Ik kan niet stellen dat één bestuurder of investeerder mijn leven bewust heeft gestuurd.

Maar ik kon wel beschrijven wat de structuur met mij persoonlijk deed:

hoe groter de organisatie werd, hoe kleiner ik mij in mijn eigen dossier voelde. Mijn dagboek en straatfotografie werden mijn redding.

Archief Rothschild

De moeder achter de vijf pijlen

Tijdens mijn onderzoek kwam ik terecht bij de geschiedenis van de familie Rothschild.

Niet omdat Rothschild alle Nederlandse banken bezit — daarvoor bestaat geen bewijs — maar omdat financiële netwerken, familiewapens, bankiershuizen en moderne investeringsmaatschappijen elkaar in de geschiedenis soms raken.

Aan de oorsprong van het Europese Rothschildnetwerk stond Mayer Amschel Rothschild.

Maar naast hem stond Gutle Schnapper.

Gutle werd in 1753 geboren in de Frankfurter Judengasse. Zij trouwde in 1770 met Mayer Amschel Rothschild. Samen kregen zij tien kinderen: vijf dochters en vijf zonen.


Het portret met de naam Mayer
In Montancourt hangt een kinderportret waarop de naam MAYER staat.
Mijn opa en oma ontvingen dit schilderij nadat zij tijdens de oorlog Joodse onderduikers in hun huis en binnen hun netwerk hadden geholpen. Wie het kind precies was, wie Mayer was en onder welke omstandigheden het schilderij werd geschonken, moet nog verder worden onderzocht. Maar binnen onze familie is het werk altijd verbonden gebleven met die geschiedenis van bescherming, vertrouwen en stil verzet.
Het schilderij is daardoor meer dan een afbeelding van een kind.
Het is een getuige.
Een tastbare herinnering aan mensen die gedwongen waren hun naam, afkomst en bestaan tijdelijk te verbergen. Ook herinnert het aan de gezinnen die hun huis openstelden, ondanks het gevaar dat dit voor henzelf en hun kinderen betekende.
De naam MAYER bleef zichtbaar op het doek, terwijl zoveel namen van onderduikers en helpers uit veiligheid niet werden opgeschreven of later verloren zijn gegaan.
Nu hangt het portret in Montancourt, een huis dat zelf oorlog, onderduik, verlies en overleving in zijn muren draagt. Zo reist het schilderij verder: van het huis van mijn grootouders naar een rijksmonument in Middelburg, en van een familieherinnering naar een verhaal dat opnieuw verteld mag worden.
Sommige mensen konden tijdens de oorlog alleen overleven door onzichtbaar te worden.
Dit schilderij maakt hun bestaan opnieuw zichtbaar.

Mijn opa en oma ontvingen hiervoor geen titel, polis of officieel monument. Zij deden wat op dat moment menselijk noodzakelijk was: ruimte maken voor een ander.
Daarom staat dit kind voor mij niet alleen voor het verleden.
Het staat voor ieder kind dat bescherming nodig heeft.
Voor ieder huis dat een schuilplaats werd.
En voor ieder mens die, ondanks angst en gevaar, besloot een deur te openen.
MAYER — een naam op een schilderij, een spoor van Joods leven en een erfenis van moed.
Peter Mathias Bongartz & Nellie Aldenhoven Cuijk

De vijf zonen van de familie Rothbouwden vanuit verschillende Europese steden financiële ondernemingen op:

  • Amschel Mayer Rothschild in Frankfurt;
  • Salomon Mayer Rothschild in Wenen;
  • Nathan Mayer Rothschild in Londen;
  • Carl of Karl Mayer Rothschild in Napels;
  • James Mayer de Rothschild in Parijs.

Daarnaar verwijzen de vijf pijlen in het familiewapen: vijf broers, vijf steden en vijf onderling verbonden bankhuizen.

Familie wapen

Dit is het familiewapen van de familie Rothschild.

Centraal staat de hand met vijf pijlen. Die verwijzen naar de vijf zonen van Mayer Amschel Rothschild, die vanuit Frankfurt familietakken opbouwden in Frankfurt, Wenen, Londen, Napels en Parijs. Het wapen werd in de negentiende eeuw verbonden aan hun verheffing in de adelstand. 

Onder het wapen staat:

Concordia — Integritas — Industria

Dat betekent:

Eendracht — Integriteit — IJver

De vijf pijlen staan daarbij niet alleen voor vijf afzonderlijke zonen, maar vooral voor hun onderlinge verbondenheid: afzonderlijke takken die als één familie bleven samenwerken. 

Nathan begon in Engeland bovendien als handelaar in textiel en stoffen, voordat hij in Londen een bankiershuis opbouwde.

Ook daarin herkende ik een onverwachte echo van mijn eigen geschiedenis als handelaar in confectie.

De vijf pijlen vertellen het verhaal van vijf ondernemende zonen.

Maar zonder Gutle geen zonen.

Zonder de moeder geen vijf pijlen.

Zij leefde als Joodse vrouw in een samenleving waarin haar zelfstandige rechten ernstig beperkt waren. Toch stond zij mede aan de oorsprong van een familie die een grote rol in de Europese financiële geschiedenis zou spelen.

Daarom kijk ik niet alleen naar de zichtbare bankiers.

Ik kijk ook naar de vrouw achter het familiewapen.

Naar de bloedlijnen van Moeder de Vrouw.

Van vijf pijlen naar Five Arrows

De moderne naam Five Arrows verwijst naar dit historische familieteken.

Five Arrows, verbonden aan Rothschild & Co, investeerde in Nederlandse verzekeringsdistributiebedrijven, waaronder Voogd & Voogd en Heilbron. Deze ondernemingen werden later samengebracht binnen Alpina Group.

Op onze zorg verzekeringspolis stond de naam Heilbron toen Emma een aparte polis kreeg ivm Turnersyndroom.

Ook Heinenoord maakte tijdelijk deel uit van deze investeringsgeschiedenis.

Dat betekent niet dat Five Arrows mijn vier polissen bestuurde of mijn uitkeringen bepaalde. Zo’n concrete relatie kan dat alleen worden vastgesteld wanneer zij uit polisstukken, portefeuilleoverdrachten, klantnummers, rekening-courantgegevens of andere dossierdocumenten blijkt.

Voor mijn onderzoek is de betekenis vooral structureel.

Een particuliere verzekering die ooit tussen een zelfstandige ondernemer en een herkenbare verzekeraar werd gesloten, kon dus later deel gaan uitmaken van een veel grotere keten van:verzekeraars, tussenpersonen, serviceproviders, gevolmachtigd agenten, distributieplatforms, banken en investeerders.

Mijn tijd loopt ras

Daardoor kan de afstand tussen de oorspronkelijke verzekerde en de feitelijke uitvoering steeds groter worden.

Heilbron werd onderdeel van Alpina.

Voogd & Voogd werd onderdeel van Alpina.


Van het Mark Tennantplantsoen naar Montancourt Middelburg: twee plaatsen waar vrijheid, herinnering en verantwoordelijkheid samenkomen.

Vanuit vestigingen in onder andere Doetinchem, Leusden en Middelharnis worden verzekeringen bemiddeld, geadministreerd, geïncasseerd en afgehandeld.

Binnen ons gezin kwam Heilbron naar voren als tussenpersoon rond de zorgverzekering van onze dochter Emma

Emma Koning

Dat is een concrete verzekeringsrelatie, die juridisch dan ook niet kan worden gescheiden van mijn eigen polissen, tenzij dossierstukken aantonen dat dezelfde klant-, relatie- of administratiesystemen werden of worden gebruikt.

Banken, beleggingen en obligaties

Ook de rol van banken vraagt om zorgvuldigheid.

ABN AMRO en Rothschild hadden historisch een gezamenlijke onderneming: ABN AMRO Rothschild. Deze joint venture hield zich bezig met kapitaalmarkttransacties, zoals aandelenuitgiften en beursgangen.

Na de overname van ABN AMRO in 2007 werd deze samenwerking beëindigd.

Voor ING, Rabobank, ABN AMRO en de Volksbank is geen eigendomsband aangetoond waaruit zou blijken dat zij door Rothschild worden gecontroleerd.

Financiële instellingen kunnen elkaar wel ontmoeten bij: fusies en overnames, financieringen, investeringsfondsen, herstructureringen en obligatie-uitgiften.

Bij een obligatie-uitgifte leent een onderneming, bank of overheid geld van beleggers. De belegger ontvangt doorgaans periodiek rente en krijgt aan het einde van de looptijd de hoofdsom terug.

Een fonds kan obligaties van een Nederlandse bank bezitten zonder eigenaar of bestuurder van die bank te zijn.

Ook in mijn eigen dossier moet daarom onderscheid worden gemaakt tussen:

  • een bank die uitsluitend een betaling uitvoerde;
  • een bank die vermogen beheerde;
  • een verzekeraar die contractspartij was;
  • een tussenpersoon die bemiddelde;
  • en een serviceprovider die de polisadministratie verzorgde.

Een naam op een bankafschrift bewijst niet automatisch wie juridisch verantwoordelijk was voor de verzekering. Zo kon ik onzichtbaar blijven omdat wij een en of rekening hebben.

De oorlog bleef in het huis aanwezig

In Montancourt kwamen niet alleen financiële en bestuurlijke geschiedenissen samen.

Ook de traumasporen van de oorlog kwamen naar boven.

De verhalen over onderduikers.

De geschiedenis van Middelburg.

De Zeeuwse bankwereld rond de familie Hondius.

Familie Hondius — Bank Hondius & Zoon — Amro Bank

De Middelburgse bankier Carel Juliaan Hondius (1856–1920) richtte in 1890 Bank Hondius op. In 1920 werd de naam gewijzigd in Bank Hondius & Zoon N.V. De bank bleef tot in de twintigste eeuw actief in Middelburg. Bank Hondius & Zoon NV was een historische particuliere bank en assurantiekantoor in Middelburg, opgericht in 1890 en in 1976 overgenomen door de Amro Bank. U kunt de historische inventaris en stukken van dit kantoor in de collectie van Archieven.nl bekijken

De naam “Zeeuwse Bank” is hier dus waarschijnlijk een algemene aanduiding voor een Zeeuwse particuliere bank, niet noodzakelijk de officiële bedrijfsnaam. De officiële naam was Bank Hondius & Zoon.

Later kwam de bank in de landelijke bankenconcentratie terecht. De Amsterdamsche Bank en de Rotterdamsche Bank fuseerden in 1964 tot de Amsterdam-Rotterdam Bank, kortweg Amro Bank. Amro fuseerde vervolgens in 1991 met ABN tot ABN AMRO. 

De herinneringen van mijn eigen familie, waaronder mijn grootvader Peter Mathias Bongartz, geboren in Goch in 1906, en mijn grootmoeder Petronella Johanna Maria ‘Nellie’ Aldenhoven, geboren in 1912.

Oorlog verdwijnt niet op de dag waarop de vrede wordt getekend.

Zij blijft achter in gebouwen, families en stiltes.

Middelburg werd in mei 1940 zwaar getroffen. Huizen, straten en archieven gingen verloren. Wat overeind bleef, droeg de sporen van wat verdwenen was.

Ook in families werkt oorlog zo door.

Mensen leren zuinig te zijn.

Hard te werken.

Niet te klagen.

Door te gaan zonder te vertellen wat er werkelijk is gebeurd.

Vooral vrouwen werden geacht het gezin bijeen te houden, zelfs wanneer zij zelf angst, verlies of onrecht droegen.

Hun trauma werd zelden een officieel dossier.

Het werd een manier van leven.

In Montancourt voelde ik hoe oude en nieuwe trauma’s elkaar konden raken:

de angst opnieuw iets kwijt te raken;

het gevoel dat anderen over je toekomst beslissen;

de voortdurende zoektocht naar documenten en bewijs;

de noodzaak alles te bewaren, uit angst dat jouw verhaal anders wordt ontkend;

en het doorgaan, zelfs wanneer het lichaam aangeeft dat het niet meer kan.

Dat zijn niet alleen administratieve gevolgen.

Dat zijn traumasporen.

After the Fall

Van vluchten naar betekenis geven

Onze verhuizing naar Middelburg was daarom geen gewone verhuizing.

Wij vertrokken uit een leven waarin verzekeringsdossiers, ziekte en onzekerheid steeds meer plaats innamen.

Wij kwamen aan in een huis dat zelf handel, oorlog, verlies en verandering had overleefd.

In het begin voelde het misschien als vluchten.

Later werd het een opdracht met een missie

Mensen Monumenten Middelburg

Montancourt gaf mij de ruimte om mijn verhaal opnieuw te ordenen.

Niet langer alleen als patiënt of verzekerde, maar als kunstenaar, erfgoeddrager en verteller.

De oude muren boden ruimte aan nieuwe beelden.

Aan schelpen en oesters.

Aan vrouwenportretten.


Motivatie:
Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed. Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn. Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.

Aan Marten en Oopjen in de keuken.

Aan teksten over Moeder de Vrouw.

Aan de vraag wie in de geschiedenis wordt afgebeeld en wie buiten het kader blijft.

Zo werd het huis een archief van gevoel.

De oorlog zat niet alleen in jaartallen.

De handel zat niet alleen in de VOC.

Het onrecht zat niet alleen in een polis.

Alles kwam samen in dezelfde vraag:

Wie wordt gezien, wie wordt bestuurd en wie mag haar eigen verhaal bewaren?

De erfgenamen

Mannen rond mijn vier polissen

De onderstaande namen vormen een reconstructie op basis van mijn documenten en onderzoek.

Niet iedere genoemde bestuurder heeft mijn polis persoonlijk behandeld. Hun namen moeten daarom steeds worden onderscheiden in:

  • rechtstreeks aantoonbare dossiercontacten;
  • bestuurders van de betrokken verzekeraar;
  • directeuren van mogelijke uitvoerings- of tussenpersonen;
  • en bancaire of administratieve schakels waarvan de concrete rol nog moet worden bewezen.

1. Nationale-Nederlanden AOV — 1995

Product: particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering
Beroep: handelaar in confectie
Latere tussenpersoon: Van Kampen Assurantiemakelaar, kantoorcode 0107
Wijziging in 2010: polismantel 440-04
Uitkering: verzekerde jaarrente, verdeeld over maandelijkse termijnen

In mijn bestuurlijke reconstructie komen onder anderen de namen voor van:

David Knibbe, Tjeerd Bosklopper, Leon van Riet, Harry van der Zwan en Edwin Grutterink.

Rond Movir worden genoemd:

Louis van Drunen, Arthur van der Wal, Yoram Schwarz en Maurice Schellekens.

Rond Van Kampen komen voor:

Ruud van Kampen, Lex van Kampen, Frank Los en Frank van ’t Hof.

De mogelijke keten luidt:

Nationale-Nederlanden → mogelijk Movir → Van Kampen → ING/NN Group.

Nationale-Nederlanden maakte gedurende een deel van de looptijd deel uit van ING. Een concrete bancaire rol bij mijn polis of uitkeringen moet echter blijken uit rekeninggegevens, betalingskenmerken of interne documentatie.

2. Delta Lloyd MeerKeuzePlan — 1998

Product: lijfrente- of kapitaalproduct
Inleg: ƒ500 per maand
Einddatum: februari 2025
Latere overgang: Delta Lloyd werd onderdeel van NN Group

In mijn reconstructie komen voor:

mr. J.E. Jansen, Niek Hoek, Peter Kok, Paul Medendorp, Henk Raué, Hans van der Noordaa, Lard Friese, Tjeerd Bosklopper en David Knibbe.

De mogelijke financiële keten luidt:

Delta Lloyd Levensverzekering → mogelijk Delta Lloyd Bank → NN Group/NN Bank.

Daarbij moet nog worden vastgesteld:

welke entiteit mijn contractspartij was;

waar mijn premies werden ontvangen;

wie het vermogen beheerde;

wie opdracht gaf tot een eventuele omzetting;

en welke bank de uiteindelijke overdracht of uitbetaling verzorgde.

3. Reaal/Hooge Huys — 2002

Product: arbeidsongeschiktheids- of inkomensverzekering
Historische keten: Hooge Huys/REAAL → SNS REAAL → VIVAT → Athora Netherlands

In mijn bestuurlijke reconstructie komen voor:

Sjoerd van Keulen, Gerard van Olphen, Ron van Oijen, Tom Kliphuis, Jan de Pooter, Jan-Hendrik Erasmus en Bart Remie.

Ook wordt arts Kruithof genoemd in verband met de medische beoordeling. Zijn precieze functie, opdracht en verantwoordelijkheid moeten uit het medische en verzekeringsdossier blijken.

Rond mogelijke serviceproviders komen de namen Jan van der Struik en Janwillem Fidder voor.

De mogelijke keten luidt:

Hooge Huys/REAAL → SNS REAAL → VIVAT → Athora, mogelijk via VKG/Nedasco/D&S Group.

Dat REAAL en SNS Bank deel uitmaakten van dezelfde financiële groep betekent nog niet dat SNS Bank mijn polis beheerde. Ook dit moet uit de betalings- en administratiestromen blijken.

4. Verplichte zorgverzekering Delta Lloyd

In de latere reconstructie komen de namen Delta Lloyd, OHRA, CZ en Nationale-Nederlanden naar voren.

Rond de bestuurlijke geschiedenis worden genoemd:

Niek Hoek, Hans van der Noordaa, Lard Friese en David Knibbe.

Rond Heilbron, Voogd & Voogd en Alpina Group komen de namen Michael de Nijs en Sjoerd Laarberg naar voren.

De zorgverzekering van onze dochter waarbij Heilbron als tussenpersoon zichtbaar werd, vormt een concrete relatie binnen ons gezin. Zij mag echter niet zonder bewijs worden vermengd met mijn eigen AOV-, inkomens- of lijfrentepolissen.

Rechtstreeks genoemde dossiercontacten

In mijn eerdere reconstructie zijn ook de namen naar voren gekomen van:

Louis Barmentlo en Harry Kuiper.

Joyce Lentz de Vries was eveneens een dossiercontact, maar valt niet onder de lijst van mannen.

Van ieder rechtstreeks contact moet worden vastgelegd:

  • bij welke organisatie die persoon werkte;
  • vanuit welke functie hij of zij handelde;
  • welke polis het betrof;
  • welke bevoegdheid bestond;
  • en welke beslissing, verwerking of correspondentie aan deze persoon kan worden gekoppeld.

De bestemming van deze reis

Vier verzekeringspolissen brachten mij niet letterlijk naar Montancourt.

Maar de gevolgen van ziekte, verlies van werk, administratieve verwarring en financiële onzekerheid hebben wel bijgedragen aan de weg die wij uiteindelijk zijn gegaan.

In 2019 stapten wij over de drempel van een huis uit 1596.

Daar ontdekte ik dat erfgoed niet alleen gaat over het bewaren van stenen.

Erfgoed gaat ook over het herkennen van patronen die generaties lang kunnen blijven bestaan:

macht tegenover kwetsbaarheid;

administratie tegenover leven;

handel tegenover zorg;

zichtbare bestuurders tegenover onzichtbare vrouwen;

en officiële geschiedschrijving tegenover het verhaal dat in een lichaam wordt bewaard.

Montancourt werd de plaats waar ik niet langer alleen wilde overleven, maar betekenis wilde geven aan wat ons was overkomen.

Ik kwam er niet aan als winnaar van een juridische of financiële strijd.

Ik kwam er aan als getuige.

Als vrouw.

Als moeder.

Als voormalig handelaar.

Als verzekerde.

Als kunstenaar.

Als erfgoeddrager.

Als iemand die haar eigen naam wilde terugvinden tussen alle polisnummers, fiscale codes, bestuurders en administratieve systemen.

Misschien was Montancourt niet het einde van onze reis.

Misschien was het de plek waar mijn werkelijke reis eindelijk begon.

Silvia Lindeboom
Truus van Gogh – Erfgoed 1967
Montancourt Middelburg

Begrijp het heden, begin bij je eigen verleden

Silvia Koning Lindeboom: een spiegel voor politiek, recht en samenleving

Uitgelicht

Silvia Koning Lindeboom: Kunst als spiegel voor politiek, recht en samenleving

De wet gebruikte generaties moeders alsof zij wegwerpbaar waren: noodzakelijk voor het systeem, maar zelden eigenaar van hun eigen waarde.

Er zijn vrouwen die geschiedenis schrijven vanuit een politieke functie.
En er zijn gehuwde zelfstandige vrouwen die geschiedenis zichtbaar maken door de vragen te stellen die lange tijd buiten beeld bleven. Techniek en Textiel vanuit een ander perspectief begrijpen.

Silvia Koning Lindeboom behoort tot die laatste groep.

Let’s beat the pro 🇳🇱 Huis Nassau Montancourt Middelburg

“Ik ben geen bijlage van het burgerlijk wetboek.
Geen maatschappelijk hulpstuk.
Geen cultureel bijproduct.
Ik ben een zelfstandig bestuursorgaan van lichaam, geheugen, arbeid en verbeelding.”

Vanuit sport, kunst, erfgoed, taal en cultuur onderzoekt zij hoe vrouwenrechten, economische zelfstandigheid en juridische erkenning doorwerken in het dagelijks leven van mensen. Niet vanuit een politieke partij of bestuursfunctie, maar als onafhankelijke bestuurder, maker en denker die maatschappelijke structuren zichtbaar maakt die vaak als vanzelfsprekend worden gezien.

In haar werk stelt zij fundamentele vragen over:

  • de positie van gehuwde vrouwen binnen wetgeving,
  • economische afhankelijkheid en zelfstandigheid,
  • pensioen- en verzekeringsrechten,
  • cultureel erfgoed,
  • en de historische erfenis van het kostwinnersmodel.

Daarbij richt zij zich niet alleen op wetten en systemen, maar vooral op de mens achter de structuur.

Silvia laat zien dat veel juridische en economische systemen formeel neutraal lijken, maar historisch zijn ontstaan in een tijd waarin vrouwen beperkt toegang hadden tot arbeid, eigendom, krediet en zelfstandige rechtsvorming. Juist die geschiedenis maakt volgens haar zichtbaar waarom thema’s als pensioen, belasting, zorgarbeid en economische erkenning nog steeds maatschappelijke vragen oproepen.

Amsterdam Museum Refresh the Future

Met projecten rond “moeder de vrouw”, cultureel erfgoed en het onzichtbare vrouwelijke erfdeel verbindt zij kunst aan maatschappelijke reflectie. Haar werk beweegt zich tussen beeldende kunst, archiefonderzoek, filosofie en cultuurkritiek. Niet om mensen tegenover elkaar te zetten, maar om zichtbaar te maken wat lange tijd onuitgesproken bleef.

Daarmee houdt zij niet alleen de politiek, maar de hele samenleving een spiegel voor.

Want de vraag die in haar werk steeds terugkeert is:
wie wordt juridisch, economisch en cultureel werkelijk gezien?

Expositie St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein 14 maart tot 7 augustus 2026

Silvia Koning Lindeboom laat zien dat emancipatie niet alleen gaat over stemrecht of vertegenwoordiging, maar ook over erkenning van zorg, geschiedenis, identiteit en menselijke waardigheid.

In een tijd waarin gelijkwaardigheid opnieuw onderwerp van gesprek is, nodigt haar werk uit tot reflectie:
hoe bouwen we een samenleving waarin niet alleen arbeid, maar ook zorg, herinnering en culturele betekenis meetellen?

Niet als politica.
Maar als maker, onderzoeker en spiegel voor iedereen — inclusief de politiek.

Het geheugen van Zeeland

De ongeregistreerde bestuurder

Menselijke Revolutie binnen erfgoed, democratie en representatie

“Je maintiendrai” — maar waarop, en op wie eigenlijk?

Politiek zonder vertrouwen vraagt om waakzaamheid.
Wantrouwen ontstaat waar vertegenwoordiging ontbreekt.

Eeuwenlang droegen vrouwen generaties, cultuur, zorg, rituelen en gemeenschappen, terwijl hun lichaam, arbeid en geest slechts beperkt werden opgenomen in de officiële taal van wet, bestuur, erfgoed en representatie.

Binnen mijn project
“De ongeregistreerde bestuurder”
onderzoek ik hoe vrouwelijke kennis en ambacht structureel aanwezig waren in de geschiedenis, maar vaak afwezig bleven in de formele orde van erkenning.

Vanuit Montancourt Middelburg ontwikkel ik het symbolische
Truus van Gogh H’Art-spel / Aardspel:
een artistiek hulpmiddel waarin ritueel, democratie, creativiteit, erfgoed en maatschappelijke transformatie samenkomen.

“The world is built upon the power of numbers.” — Pythagoras

Getallen vormen niet alleen systemen, wetten en structuren — zij beïnvloeden ook hoe wij betekenis geven aan de wereld.

Binnen dit werk staat het getal 19 symbool voor bescherming, bewustwording en innerlijke transformatie: verandering die niet alleen buiten ons plaatsvindt, maar ook in onszelf.

Bron: Filosofie Magazine

Transformatie H’Art binnen de Monsters van de Democratie

Dit project nodigt uit tot:

  • nieuwe vormen van kijken,
  • vertrouwen in menselijke creativiteit,
  • en een herwaardering van ambacht, intuïtie, erfgoed en culturele verbeeldingskracht.

Het stelt vragen over:

  • representatie,
  • democratie,
  • hiërarchie,
  • cultureel geheugen,
  • en de menselijke maat binnen instituties.

Ik geloof dat kunst en erfgoed opnieuw verbindende krachten kunnen worden tussen generaties, tussen burgers en bestuur, en tussen verleden en toekomst.

Daarom nodig ik culturele instellingen, erfgoedorganisaties en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uit tot reflectie, gesprek en dialoog.

Silvia Koning Lindeboom
Montancourt Middelburg

De toestand van het vergeten lichaam

Uitgelicht


De Toestand van de Vergeten V- rouw

Gemeente Middelburg

De baas van Moeder Aarde is een moeder.
Niet als hiërarchie, maar als oorsprong.

Zij draagt, voedt en herstelt —
om ieders leven hier mogelijk te maken.

In haar lijn ligt geen macht van bovenaf,
maar kracht van binnenuit.

Wie deze filosofie begrijpt,
begrijpt de werkelijkheid en de waarde van moeder, de vrouw.

Waarom erkennen we alleen bepaalde vormen van werk als waardevol?

@Filosofiemagazine

Waarde is geen neutraal gegeven.
Waarde is een constructie — gevormd door economische systemen, filosofische tradities en juridische ordening.

Binnen dominante economische modellen wordt waarde primair bepaald door wat meetbaar, verhandelbaar en productief is: loon, output, winst. Arbeid die zich niet laat kwantificeren, blijft buiten beeld. Zorg, opvoeding, rituelen en emotioneel of symbolisch werk — activiteiten die essentieel zijn voor het functioneren van de samenleving — worden structureel ondergewaardeerd omdat zij niet direct economisch renderen.

Deze hiërarchie is historisch gegroeid en institutioneel verankerd.

Binnen de klassieke filosofie, van Plato tot Aristoteles, werd het denken verheven boven het zorgen, het publieke domein boven het private. Deze ordening legitimeerde een structurele scheiding tussen productie en reproductie, tussen rationaliteit en lichamelijkheid — en positioneerde het vrouwelijke domein als ondergeschikt.

Juridisch werd deze ongelijkheid bevestigd.
Vrouwen waren lange tijd geen zelfstandige rechtssubjecten: zij beschikten niet over eigendom, contractvrijheid of politieke representatie. Hun arbeid kon daardoor niet worden erkend binnen het economische en juridische kader.

Cultureel werd dit patroon bestendigd.
“Moeder, de vrouw” kreeg een symbolische status, maar geen materiële of juridische autonomie. Haar waarde werd erkend als beeld en traditie — niet als positie binnen het systeem. Zij werd onderdeel van het erfgoed, maar niet van het recht.


Een andere lezing van arbeid

Het werk van Truus van Gogh introduceert een alternatieve benadering van waarde en arbeid.

Het vertrekt vanuit de erkenning dat er vormen van arbeid bestaan die buiten de dominante waardesystemen vallen, maar die fundamenteel zijn voor sociale en culturele continuïteit:

  • ritueel werk
  • erfgoedwerk
  • lichamelijk werk
  • symbolisch en emotioneel werk

Deze vormen van arbeid genereren geen directe economische opbrengst, maar produceren betekenis, samenhang en overdracht. Zij vormen de onzichtbare infrastructuur waarop de samenleving rust.


Stelling

De wereld is opgebouwd uit arbeid die nooit als arbeid is erkend.

Van wie ben ik er een?

Zonder erkenning van haar arbeid blijft “moeder, de vrouw” onderdeel van het erfgoed — maar geen volwaardig rechtssubject.


Conclusie


Zonder haar arbeid bestaat er geen samenleving — we hebben te maken met een systeem dat haar niet ziet.

Wat hier wordt gepresenteerd, betreft geen individuele casus, maar een structurele analyse.

Dit werk bevraagt de criteria waarmee waarde wordt toegekend en maakt zichtbaar welke vormen van arbeid systematisch buiten beschouwing blijven. Daarmee legt het een fundamentele spanning bloot tussen economische erkenning en maatschappelijke realiteit.

Het zichtbaar maken van deze blinde vlek is geen retorische oefening, maar een noodzakelijke stap richting herwaardering en herpositionering.

Dit is Cas…

Dat werk heeft enorme waarde, maar verschijnt niet als loon op een rekening.

Historisch is dit vaak gekoppeld aan de rol van “moeder, de vrouw”:
noodzakelijk werk → maar buiten de economie geplaatst → dus “onzichtbaar”.

Veel mensen werken niet gratis — hun werk wordt niet betaald.

Wat gratis lijkt, is vaak het fundament waar alles op rust.

Dit is geen vraag.
Dit is een correctie.

Het ultieme geheim

Ik ben toch niet de enige vrouw die het ultieme geheim over het lichaam en de geest van een vrouw blootleg?

Nog in de Nederlandse Grondwet
Hoezo 80 jaar vrijheid?

Wie niet vertegenwoordigd is bij het maken van regels, wordt object van die regels.

Restaurant Faire Trade

De vrouw verschijnt in het archief zelden als autonome drager van recht,
maar als subject dat wordt beheerd via tussenpersonen:
contracten, instellingen, familieverbanden en systemen van registratie.

De kunst – schat

Het lichaam van de vrouw wordt juridisch en economisch zichtbaar
via tussenkomst van anderen.

De ziel van Nederland in Beeld en Wet

Nee …natuurlijk niet!

Door de geschiedenis heen hebben veel vrouwen geprobeerd iets “ultiems” te verwoorden over lichaam en geest, maar dat gebeurde zelden op dezelfde manier of met dezelfde taal.

Denk aan iemand als Simone de Beauvoir, die het vrouw-zijn filosofisch ontleedde, of Clarissa Pinkola Estés, die via mythen en verhalen het innerlijke vrouwelijke onderzocht. Ook Carl Gustav Jung (hoewel geen vrouw) schreef over het vrouwelijke principe in de psyche.

Maar hier zit de kern:
wat ik ervaar als “het ultieme geheim” is geen objectieve waarheid die één persoon bezit. Het is eerder een persoonlijke doorbraak, een inzicht dat zo diep voelt dat het universeel lijkt.

En dat heeft twee kanten:

  • Ik ben niet de enige die zoekt, ontdekt en blootlegt.
  • Maar mijn Fine Art kunst, mijn symboliek, mijn ervaring blijkt uniek. Niemand anders beleeft en verwoordt het precies zoals ik dat doet.
Emet – De golem

Wat ik beschrijf past ook bij een proces dat in de Jungiaanse psychologie “individuatie” wordt genoemd: het moment waarop innerlijke beelden, lichaamservaring en betekenis samenvallen en een gevoel geven van openbaring.

Het kan intens zijn — soms zelfs een beetje eenzaam — omdat het voelt alsof je iets ziet wat anderen (nog) niet zien of niet zo benoemen.


Koning Willem I en zijn creatieve handelsgeest

De Koning Willem I (1772–1843) stond bekend als een vorst met een uitgesproken economische visie. Hij werd niet voor niets “de koopman-koning” genoemd. Maar wat bedoelen we met zijn creatieve handelsgeest?

1. De staat als ondernemer

Willem I zag de staat niet alleen als bestuurder, maar als actieve speler in de economie. Hij richtte onder andere de Nederlandsche Handel-Maatschappij op, die handel met koloniën stimuleerde en investeringen aanjoeg.

→ Creatief hieraan was:
hij gebruikte staatsmacht om markten te organiseren en versnellen, niet alleen te reguleren.

2. Investeren in infrastructuur

Hij begreep dat handel niet zonder verbindingen bestaat. Daarom liet hij:

  • kanalen graven (zoals het Noordhollandsch Kanaal)
  • wegen verbeteren
  • havens ontwikkelen

Dit was visionair: hij zag infrastructuur als motor van economische verbeelding.

3. Stimuleren van industrie

Onder Willem I ontstonden fabrieken, banken en handelsnetwerken. Hij ondersteunde ondernemers financieel en politiek.

→ Zijn aanpak was bijna modern: een vroege vorm van wat we nu “publiek-private samenwerking” zouden noemen.

4. De schaduwzijde

Zijn handelsgeest had ook een keerzijde:

  • sterke afhankelijkheid van koloniale exploitatie
  • schulden door grootschalige investeringen
  • weinig democratische inspraak (hij regeerde vrij autoritair)

Hij maakte van een idee (“Nederland moet economisch sterk worden”) een systeem.

Misschien raakt mijn vraag hieraan:

  • Wat is vandaag de “handel” van het lichaam en de geest?
  • Wie organiseert die?
  • En wat gebeurt er als dat inzicht nog géén structuur heeft?

Wat betekent: Verzekerd beroep: Handelaar (mannelijk) in confectie als het lichaam en geest van een vrouw als zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam en geest juridische niet bestaat? Is deze vraag het ultieme geheim? 

Misschien is dit wel de belangrijkste opdracht voor de staat der Nederlanden : wat gaat zij met dit inzicht doen?

  • Gaat zij het zien als kunst?
  • Gaat zij de Fine Art Collectie van Truus van Gogh Aankopen als kennis / compensatie?
  • Als taal, ritueel, of spiegelbeeld?
  • Als onderzoek binnen de looncodes / naar de leemte in code 32 50 en 21 die ontstaan in na 1998?
  • Of gaat zijn zich eens verdiepen in onze geschiedenis en waarheid?

Misschien is het zo
dat we via anderen
geleerd hebben te bestaan.

Maar dit beeld en gezicht
laat dat los.

Het is er.

Zonder tussenkomst,
zonder vertaling.

Liefs Silvia

Hello, Today you have day off

Hello, Today you have day off
Posted on 7 maart 2026

Als moeder, de vrouw meedoet groeit iedereen. Beoordeel mij op mijn werk, mijn strijd en mijn bijdrage aan het publieke belang.

Niet op een ziekte, en niet op systemen die mensen beperken.

Rechtvaardigheid en gelijkheid horen het uitgangspunt te zijn van een samenleving die haar burgers serieus neemt.


“Wanneer een vrouw de draad van de geschiedenis oppakt, verandert het archief in toekomst.”

Wanneer je door Middelburg loopt, langs het water van de Rouaansekaai, lijkt de stad rustig. De gevels staan stil, het water beweegt langzaam richting zee. Maar onder deze rust ligt een lange geschiedenis van handel, risico en verzekering.

Het is geen toeval dat juist in Zeeland en Middelburg vroeger relatief veel assurantiekantoren zaten. De oorsprong daarvan ligt in de zee.


De zee als economische motor

In de 17e en 18e eeuw was Middelburg een belangrijke handelsstad. Schepen vertrokken vanuit de Zeeuwse havens naar verre bestemmingen: Azië, Afrika, de Caraïben en Noord-Europa. Organisaties zoals de Dutch East India Company en de Middelburgsche Commercie Compagnie organiseerden internationale handelsroutes.

Elke reis bracht risico’s met zich mee.

Een schip kon vergaan in een storm.
Lading kon verloren gaan.
Piraten konden een schip overnemen.
Bemanningsleden konden overlijden tijdens de reis.

Handel over zee betekende altijd onzekerheid.

Uit die onzekerheid ontstond iets nieuws: verzekering.


De geboorte van assurantie

Kooplieden en reders wilden hun risico’s beperken. Daarom ontstonden de eerste vormen van maritieme verzekering.

Schepen werden verzekerd.
Handelswaar werd verzekerd.
Soms werd zelfs de bemanning verzekerd.

Zo ontstond een netwerk van contracten tussen investeerders, reders en handelaren. Een verzekeringscontract kon betrekking hebben op één schip, één reis of zelfs één specifieke lading.

Daarmee ontstonden ook de eerste assurantiemakelaars en lokale verzekeringskantoren.

De haven werd niet alleen een plek van goederen, maar ook van financiële afspraken.


De haven als financieel netwerk

Een havenstad functioneerde als een economisch ecosysteem. In en rond de kades zaten:

kooplieden
notarissen
assurantiemakelaars
bankiers

Contracten werden vaak gesloten in handelskantoren, notariskamers en zelfs koffiehuizen. Daar ontstonden de eerste verzekeringsportefeuilles — bundels van polissen die samen een economische waarde vormden.

De kade was dus niet alleen een logistieke plek.
Het was een financieel knooppunt.


Rouaansekaai: een naam die een handelsroute onthult

De naam Rouaansekaai verwijst vrijwel zeker naar de Franse handelsstad Rouen.

Rue de gros horloge

In de 16e en 17e eeuw bestond er een intensieve handelsverbinding tussen Zeeland en Normandië. Schepen voeren tussen Middelburg, Antwerpen en Rouen langs de rivier de Seine.

Vanuit Rouen kwamen bijvoorbeeld:

wijn
textiel
zout
luxegoederen

Vanuit Zeeland vertrokken:

graan
haring
koloniale goederen
scheepsmateriaal

Veel kades kregen namen die verwezen naar handelspartners. Dat had een praktische reden: kooplieden wisten waar bepaalde goederen aankwamen en schepen uit dezelfde regio legden vaak op dezelfde plek aan.

De Rouaansekaai betekende dus letterlijk:
de kade van de handel met Rouen.

Bed & Breakfast Montancourt Middelburg

De huizen aan de kade

Wie langs de Rouaansekaai loopt, merkt meteen dat de huizen hoog en smal zijn.

Dat heeft een simpele oorzaak: belasting. In veel Nederlandse steden werd belasting geheven op basis van de breedte van de gevel. Kooplieden bouwden daarom smalle huizen die diep en hoog waren.

Zo betaalden ze minder belasting maar hadden ze toch veel opslagruimte.

De gebouwen waren vaak een combinatie van woning en pakhuis. Binnen lagen goederen opgeslagen zoals wijnvaten, graan, specerijen en textiel. Bovenin zie je bij veel huizen nog een hijsbalk of hijshaak. Daarmee werden goederen via luiken naar boven getakeld.

De architectuur was eigenlijk een handelsmachine.

Beneden: kantoor of opslag.
Midden: magazijn.
Boven: soms woonruimte.


Het doorhuis

Veel van deze huizen hadden bovendien een bijzondere structuur: een doorhuis.

Een doorhuis had een doorgang van straat naar water. Vandaar de waterput in onze kelder. Goederen konden zelfs rechtstreeks van schip naar gebouw worden gebracht. Soms kon een wagen zelfs door het gebouw rijden van straat naar kade.

Handel liep letterlijk door het huis heen.

In deze gebouwen bevonden zich vaak verschillende zones:

Begane grond
opslagruimte
kantoor van de koopman
laadruimte

Verdiepingen
magazijnen
administratie
contracten

Zolder
lichte opslag
goederen die via de hijsbalk omhoog werden gehesen

Door deze gebouwen stroomden goederen, geld en afspraken.


Van zeehandel naar levensverzekering

In de 19e eeuw veranderde de economie. Scheepvaart bleef belangrijk, maar verzekeringen breidden zich uit naar nieuwe vormen:

brandverzekeringen
levensverzekeringen
pensioenverzekeringen

Veel oude maritieme assurantiekantoren groeiden uit tot algemene verzekeringskantoren.

Lokatie Zeeuws Museum

Later werden ze onderdeel van grote nationale verzekeraars zoals

Entity company”,”Nationale-Nederlanden”,”Dutch insurance company”, Aegon en ASR Nederland.

De zeehandel had dus indirect de basis gelegd voor een moderne financiële sector.


De onzichtbare bron van kapitaal

Wanneer een vrouw, moeder en later kostwinner verzekeringen afsluit, ontstaat een economische keten.

Arbeid wordt inkomen.
Inkomen wordt premie.
Premie wordt beleggingskapitaal.

Verzekeraars investeren die premies in staatsobligaties, aandelen, vastgoed en infrastructuur. Zo werd mijn individuele leven uiteindelijk onderdeel van grote financiële systemen.

De bron van dat kapitaal — het werk, het lichaam, het leven van de verzekerde — verdwijnt vaak uit beeld.

De vrouw – een ontwikkelingsgebied. De vrouw is geen object. De vrouw blijkt een ontwikkelingsgebied.

Zoals een ei in een nest rust voordat het uitkomt, zo draagt de vrouw de mogelijkheid van nieuw leven, nieuwe kennis en nieuwe vormen van bestaan.

Het ei staat voor: oorsprong potentie begin van groei Het nest staat voor: bescherming zorg gemeenschap

Samen vormen ze een beeld van ontwikkeling. De verborgen kracht Ontwikkeling begint vaak in stilte. Niet alles wat groeit is zichtbaar. Niet alles wat waarde heeft wordt meteen erkend.

Zoals het ei tijd nodig heeft om te rijpen, zo heeft ook de ontwikkeling van mensen, kennis en cultuur ruimte en bescherming nodig.

De vrouw als bron

Door de geschiedenis heen werd de vrouw vaak gezien als: moeder zorgdrager beschermer van leven

Maar de vrouw is meer dan dat. De vrouw is ook: drager van kennis maker van cultuur bron van vernieuwing.

Ontwikkeling als toekomst

Wanneer we de vrouw erkennen als ontwikkelingsgebied, erkennen we dat:

groei begint bij zorg toekomst begint bij aandacht en vernieuwing begint bij degene die leven draagt.

De vrouw is geen bijvangst of randgebied van de geschiedenis. Zij is het terrein waar toekomst ontstaat.

Ziel van Nederland in Beeld en wet

De onzichtbare erfgenaam

Historisch werden veel verzekeringsportefeuilles familiaal opgebouwd. Assurantietussenpersonen beheerden netwerken van klanten en polissen die generaties konden blijven bestaan.


Wees trots op wie je bent, maar blijf begrijpen hoe de wereld in elkaar zit.


Trots op mijn monument zonder kennis maakte mij kwetsbaar.
Kennis zonder trots maakt een rijksmonument leeg en stil.
Dag van het Kasteel

Maar archieven vertellen vaak maar een deel van het verhaal.

Foto museum Rotterdam

Tot 1956 waren gehuwde vrouwen juridisch beperkt in hun handelingsbekwaamheid. Economische activiteiten konden dus door vrouwen worden gedragen terwijl het eigendom formeel op naam van mannen stond.

Zo ontstond een merkwaardig historisch fenomeen:
een economische structuur die familiaal was, maar juridisch patriarchaal.

Daar verschijnt een figuur die vaak buiten beeld blijft: de vrouw, de moeder,

de onzichtbare erfgenaam.

X + Y = Z

“Before Y was written in the law, X was already there.”


Rouaansekaai als archief

Wanneer je vandaag de dag langs de Rouaansekaai loopt, zie je vooral water, gevels en stilte.

Maar onder deze plek ligt een geschiedenis van:

Heilig Geloof – internationale handel –
risico en verzekering – familienetwerken
economische erfenissen

Het adres zoals Rouaansekaai 21 kan daardoor worden gelezen als meer dan een huis.

Het ultieme geheim van het Ei van Collum Bus

Het is een knooppunt waar handel, verzekering, familiegeschiedenis en erfgoed elkaar kruisen.


Het begin van eigendom ligt in het lichaam dat leven voortbrengt.

“Don’t forget to have a good time also.”

Volgens het erfgoeddenken van de Council of Europe en de Faro Convention bestaat erfgoed niet alleen uit monumenten, maar ook uit de verhalen die mensen eraan verbinden.

De kade wordt dan een archief van menselijke relaties.


Want aan de Rouaansekaai stroomt het water nog altijd richting zee.
De schepen zijn verdwenen, maar de vaarroutes bestaan nog.

Tussen Middelburg en Amsterdam, Amerika, Rome en Rouen.
Tussen wereldhandel en herinnering.
Tussen moeder, erfgoed en de onzichtbare erfenis van de stad.

Het ultieme geheim – Moeder de vrouw

Wettelijke kenniskloof van vrouwen in de juridische fictie

De term “wettelijke kenniskloof” gebruik ik hier om het historische probleem te beschrijven: vrouwen werden juridisch geacht de wet te kennen, maar kregen lange tijd geen toegang tot dezelfde juridische kennis of bevoegdheden als mannen.

Dit hangt samen met het principe van de Ignorantia juris non excusat.

Dit principe zegt: iedereen wordt geacht de wet te kennen.

Maar historisch resulteerde dit voor veel vrouwen vaak een juridische fictie.

1. De juridische fictie

Een Legal Fiction is een aanname die het recht gebruikt om een systeem werkbaar te maken.

Voorbeeld:

de wet behandelt iedereen als gelijke rechtssubjecten maar in werkelijkheid hadden groepen mensen niet dezelfde mogelijkheden

Voor vrouwen gold dat zij vaak:

geen contracten mochten sluiten geen eigendom zelfstandig konden beheren geen juridische opleiding kregen

Toch werd juridisch aangenomen dat zij de wet moesten kennen en naleven.

2. Historische beperking van de gehuwde vrouw

In Nederland werd de positie van vrouwen lange tijd bepaald door het familierecht.

Tot 1956 bestond de regeling waarbij de gehuwde vrouw handelingsonbekwaam was.

Dat veranderde met de Wet handelingsonbekwaamheid gehuwde vrouw afgeschaft.

Voor die tijd betekende dit dat een vrouw vaak:

toestemming van haar man nodig had voor contracten geen zelfstandig financieel beheer had niet volledig als juridisch actor werd behandeld

Hier ontstaat de kenniskloof:

de vrouw werd geacht de wet te volgen, maar had geen volledige toegang tot de instrumenten van die wet.

3. De kenniskloof in praktijk

De juridische kenniskloof kon zich uiten in situaties zoals:

verzekeringscontracten op naam van de echtgenoot eigendom dat juridisch bij de man lag beperkte toegang tot financiële informatie

In economische structuren zoals verzekeringsportefeuilles of familiekapitaal kon dat betekenen dat vrouwen:

meewerkten aan het opbouwen van vermogen maar niet zichtbaar waren als eigenaar of beheerder.

4. De kenniskloof als structureel probleem

De wettelijke kenniskloof ontstaat wanneer drie elementen samenkomen:

juridische verplichting (de wet moet worden nageleefd) beperkte toegang tot kennis of macht een juridische fictie van gelijkheid

De wet zegt dat iedereen gelijk is, maar de sociale realiteit creëert ongelijkheid.

5. Relevantie voor hedendaags onderzoek

Het concept van een wettelijke kenniskloof wordt vandaag besproken in verband met:

gendergelijkheid economische participatie toegang tot juridische informatie erkenning van onzichtbare arbeid.

Het laat zien dat juridische systemen soms formele gelijkheid aannemen terwijl de praktijk anders werkt.

💡 Samenvatting

De wettelijke kenniskloof van vrouwen in de juridische fictie betekent dat:

vrouwen juridisch werden geacht de wet te kennen maar historisch vaak geen volledige toegang hadden tot de middelen om die wet te gebruiken.

Het recht behandelde hen als gelijke rechtssubjecten, terwijl hun feitelijke juridische autonomie beperkt was.

Verzekeringsspel- Pensioenboekje- Ganzenbordspel

“Wanneer moeder, een vrouw de draad van de geschiedenis oppakt, verandert het archief in gezonde toekomst.”

God – Save the Queen

Haar hoofd wordt gefixeerd. Alsof haar denken gereguleerd wordt. Alsof haar afwijking gecorrigeerd moet worden.

Dit beeld (vanuit Internet geüpload) raakt direct aan al mijn eerdere thema’s

Institutionele gaslighting

De slaaf als eigendom werd de moeder als bezit. Welkom in de Loonketen via je BSN nummer dat niet je identiteit is.
Banned Womans

Biologisch is moederschap zichtbaar.

Vaderschap moest historisch worden “bewezen” via huwelijk en naamgeving.

Daarom werd controle op vrouwelijke seksualiteit gekoppeld aan erfenisrecht.

De vrouw werd drager van voortplanting, maar niet van overdraagbare macht. Dat is een machtsstructuur, geen natuurwet.

Code 32 – U hoort nog van ons als u 67 jaar en 3 maanden bent geworden
De sleutel van de doctrine

Art for Equality in Return

Uit de serie: The Book of Rituals

Beschilderde vaas met vergulde top

Artistieke Ontwikkeling Truus van Gogh

In God Save the Queen maakt en transformeer ik de vaas tot een soeverein lichaam — een ritueel vat dat macht, erfgoed en vrouwelijke subjectiviteit samenbrengt in één circulair narratief.

Het object, onderdeel van de serie The Book of Rituals, is geen decoratief gebruiksvoorwerp maar een draaiend manuscript: een 360-gradenbeeld waarin iconografie, staatsbeeldtaal, religieuze symboliek en persoonlijke mythologie in elkaar grijpen.

De vaas staat op een boek getiteld The Book of Rituals. Deze ondergrond fungeert niet enkel als sokkel maar als conceptuele fundering: het object rust letterlijk op een tekstuele, rituele orde. De gouden finiaal bovenop de vaas versterkt deze verticaliteit. De vorm herinnert aan een koninklijke staf, een architectonische toren, een as mundi. Het goud vangt het licht en verleent het object een aura van ceremoniële autoriteit. Tegelijkertijd verwijst het naar de kroon — niet enkel als monarchaal attribuut, maar als metafoor voor bewustzijn, hoofd, denken en soevereiniteit.

Het lichaam als drager van de staat

De vaas is buikig, rond, dragend. Haar vorm is uitgesproken corporeel. Zij fungeert als container, als baarmoederlijk vat waarin symbolen samenkomen. In mijn praktijk is het vrouwelijke lichaam geen passieve drager van macht, maar het strijdtoneel waar recht, ritueel en representatie elkaar ontmoeten. De monarchale frase “God Save the Queen” verschijnt in goud op het blauw geglazuurde oppervlak. De tekst is geen ironische echo van een volkslied, maar een performatieve vraag: wie wordt hier gered? De koningin als instituut? De vrouw als lichaam? Of het systeem dat haar nodig heeft als symbool?

Door de tekst op een rond object te plaatsen, wordt lineariteit opgeheven. De lezer — of kijker — moet zich verplaatsen. Het verhaal ontvouwt zich niet frontaal maar in beweging. Daarmee ondergraaf ik het hiërarchische perspectief dat vaak met staatsiconografie gepaard gaat. De macht is hier niet gefixeerd; zij circuleert.

De gekroonde paarse krokodil: instinct en instituties

Een van de meest opvallende motieven zijn de gekroonde paarse krokodilkoppen die een klein oranje kikkertje draagt. Naast hem wappert een Nederlandse vlag. De krokodil — een oerdier, koudbloedig, prehistorisch — belichaamt instinct en overlevingsdrift. Door het dier te kronen, schuif ik het instinctuele domein onder het teken van staatsmacht. Het beeld roept een ongemakkelijke vraag op: is de macht geciviliseerd, of rust zij nog steeds op reptielachtige reflexen van het Cool: Gen.

Het kleine oranje kikkertje vlakbij de bek of klauw van het dier kan gelezen worden als onderdaan, kind, of alter ego. De verhouding tussen macht en kwetsbaarheid wordt letterlijk zichtbaar. Tegelijkertijd is de krokodil niet eenduidig demonisch; hij is ook drager. Hij beweegt zich voort. Hij houdt het verhaal in gang.

De soldaat en het kruis: ceremonie en controle

Aan een andere zijde verschijnt een figuur in ceremonieel militair uniform. Napoleon. Zijn profiel is scherp, zijn blik gericht op de horizon. Boven hem zweven donkere bollen, bijna als gedachten, projectielen of planeten. Nabij is een kruis geschilderd. Deze combinatie van militair, religieus en kosmisch beeldmateriaal suggereert de historische verwevenheid van staat, kerk en geweld.

Toch is Napoleon dominant in compositie. Hij bevindt zich op het oppervlak van een vrouwelijk lichaam. De macht die hij representeert is afhankelijk van het vat dat haar draagt. Ik verschuif daarmee het centrum van autoriteit: niet het uniform maar de vorm van de vaas bepaalt het ritueel.

De slak en de walvis: tijd en diepte

Tussen de politieke en religieuze symbolen bewegen dieren die verwijzen naar andere tijdsdimensies. De slak, traag en tastend, kruipt over een vrouwenfiguur. De slak is tijd in vertraagde vorm, een metafoor voor genealogie en erfopvolging. Zij draagt haar huis op haar rug, zoals het individu zijn geschiedenis draagt.

De walvis daarentegen zweeft in het blauw als een archaïsch wezen uit de diepte. Wet Walvis. De kleur van de vaas wordt oceaan; het object wordt zee. De walvis roept mythische resonanties op — van Jona tot de oermoeder. Hier verschijnt het onderbewuste als stille tegenmacht tegenover het ceremoniële oppervlak van vlaggen en uniformen.

Tentakels en peper: zintuiglijkheid en dreiging van de polpo.

Aan de bovenzijde slingeren de tentakelachtige vormen naar beneden, geschilderd met gouden accenten. Ze verbinden de vergulde top met het blauwe lichaam. Deze organische lijnen contrasteren met de strakke symbolen van staat en religie. Ze suggereren netwerken, zenuwbanen, wortels. Macht is hier niet enkel hiërarchisch, maar ook diffuus en onderhuids.

Een rode peper hangt als een signaal. Zij introduceert scherpte, hitte, mogelijk gevaar. In dit beeldtaal functioneren zulke elementen als zintuiglijke interventies: zij verstoren de plechtigheid van het koninklijke discours en herinneren aan lichamelijkheid.

Fragmentatie van de vrouw

Verspreid over het oppervlak verschijnen fragmenten van een vrouwenlichaam: een tong, een oog, een gezicht in profiel. De vrouw is aanwezig maar niet volledig zichtbaar. Deze fragmentatie verwijst naar de manier waarop vrouwelijke subjectiviteit historisch is versnipperd binnen staats- en religieuze representaties. Tegelijkertijd vormt de vaas als geheel een integraal lichaam. Wat gefragmenteerd lijkt, wordt in de ronde vorm opnieuw samengebracht.

In deze spanning tussen fragment en totaliteit schuilt de kern van het werk. Ik stel simpelweg niet de monarchie ter discussie; ik onderzoek de voorwaarden waaronder het vrouwelijke lichaam symbool wordt — en de prijs die daarvoor betaald wordt.

Ritueel als tegenmacht

De serie op The Book of Rituals positioneert kunst als rituele praktijk. Het maken en beschilderen van de vaas is geen illustratie, maar een handeling die de objectstatus transformeert. Door iconografie, tekst en goud te combineren, creëer ik een hedendaags ritueel vat waarin persoonlijke en collectieve mythologie elkaar ontmoeten.

Het werk functioneert daarmee op meerdere niveaus: als sculptuur, als schilderkunstig oppervlak, als politiek commentaar en als autobiografische drager. Het is tegelijk ironisch en ernstig, speels en scherp. De titel God Save the Queen wordt in deze context geen patriottische kreet, maar een reflectie op de kwetsbaarheid van elk systeem dat zijn legitimiteit ontleent aan symbolen.

Soevereiniteit hergedefinieerd

Wat betekent soevereiniteit in een tijd waarin traditionele machtsstructuren onder druk staan? In dit werk suggereer ik dat ware soevereiniteit niet ligt in kroon of uniform, maar in het vermogen om betekenis te dragen. De vaas — het ogenschijnlijk kwetsbare object — wordt hier monumentaal. Ze houdt verhalen vast, absorbeert projecties en laat ze draaien.

Door het object te laten rusten op The Book of Rituals onderstreept de kunstenaar dat ritueel geen overblijfsel uit het verleden is, maar een hedendaagse strategie om macht te herinterpreteren. De monarchale frase wordt teruggeplaatst in het lichaam van de vrouw. Niet als onderwerping, maar als herinscriptie.

In God Save the Queen is de vraag niet wie de koningin redt. De vraag is: wie geeft haar vorm? En misschien, impliciet: kan het vat zichzelf redden?

Amen.

“Frascati onderzoekt wat systemen verbergen:

Uitgelicht

het lichaam als niet-erkende rechtspersoon.”**

Make Peace – Not War

Beste collega’s, 

👉 De Nederlandse Grondwet noemt mannen en vrouwen gelijk, maar het woord vrouw komt nergens voor als zelfstandige / bestuurder rechtspersoon met zeggenschap over haar eigen lichaam en geest. 

👉 In het Burgerlijk Wetboek bestaat er geen expliciet artikel dat de vrouw en of moeder erkent als eigenaar van haar eigen lichaam buiten reproductief recht, arbeid, of strafrechtelijke bescherming.

👉 De juridische infrastructuur rond lichaam, arbeid, huwelijk, vermogen, verzekering en belastingen is historisch gebouwd op de man als norm en eigenaar.

En dat werkt nog steeds door. 

1. De Grondwet noemt vrouwen niet als rechtspersoon

Artikel 1 beschermt tegen discriminatie —

maar zegt NIET:

❌ “De vrouw is eigenaar van haar lichaam.”

❌ “De vrouw heeft een autonome rechtspersoonlijkheid.”

❌ “De vrouw is geen eigendom van de staat of de echtgenoot.”

De Grondwet noemt zelfs het woord vrouw niet één keer.

Alles wat vrouwenrechten betreft wordt afgeleid, nooit expliciet verankerd.

Dat is géén detail — dat is systemische architectuur.

2. Het Burgerlijk Wetboek heeft géén expliciete erkenning van vrouwelijke lichamelijke autonomie

In het BW bestaat:

  • recht op lichamelijke integriteit (afgeleid van onrechtmatige daad)
  • bescherming tegen geweld
  • regels rond medische behandeling (WGBO)

Maar nergens staat:

“De vrouw is eigenaar van haar lichaam en geest”.

Waarom niet?

Omdat het BW is ontstaan in een tijd waarin de vrouw juridisch toebehoorde aan haar man (tot 1956).

✔ zij wordt automatisch in de meeverzekerde/afhankelijke positie geduwd

✔ een aov schadepolis wordt vertaald naar een mannelijke inkomensrol bij de belastingaangifte 

✔ erfgenamenstatus wordt niet gelijkwaardig herkend

✔ Haar financiële autonomie wordt hergecodeerd binnen “kostwinner-systemen”

Dit klinkt modern, maar het is 19e-eeuws recht dat digitaal is geworden.

3. Waarom dit klopt in het licht van het EVRM

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zegt:

✔ staten moeten positieve verplichtingen nakomen om ongelijkheid te corrigeren (Thlimmenos v. Greece)

✔ genderstereotypering door de staat is verboden (Konstantin Markin v. Russia)

✔ persoonlijke identiteit en lichamelijke autonomie vallen onder art. 8 EVRM

✔ eigendomsrecht (art. 1 P1) beschermt ook lichamelijke autonomie en financiële integriteit

Nederland voldoet daar niet aan als:

  • vrouwen administratief worden behandeld als afhankelijke entiteiten;
  • er geen categorie bestaat voor “vrouw als zelfstandig financieel subject”;
  • schadeverzekeringen van vrouwen automatisch in mannelijk inkomensjargon worden geduwd;
  • de staat geen erkenning geeft van vrouwelijke lichamelijke en economische autonomie.

Dit is institutionele discriminatie volgens het EVRM.

4. Wat betekent dit? 

Het betekent: 

✔ In 70 landen is het strafbaar om jezelf te zijn.

✔ In Nederland is het 

wettelijk mogelijk om jezelf te verliezen

omdat het juridisch systeem je niet als zelfstandige vrouw ziet.

Niet strafbaar, maar uitwisbaar in systemen.

De vrouw bestaat niet in het recht als oorspronkelijk autonoom subject, maar als afgeleide categorie van man, gezin, arbeid of reproductie.

En precies daarom kon ook mijn situatie gebeuren.

5. Wat ik meemaak — is geen fout, maar levend bewijs

Dat:

  • het systeem geen categorie heeft voor mijn kostwinnaar/ zelfstandigheid
  • het vrouwelijk lichaam juridisch geen eigenstandige plek heeft
  • mijn erfgenamenrol niet past in digitale mannelijke patronen
  • schadeuitkeringen voor vrouwen automatisch worden “gemasculiniseerd”
  • mijn economische identiteit wordt gehercodeerd naar “afhankelijkheid”

Het juridisch vacuüm rondom vrouwelijkheid geeft misbruik van administratieve systemen de ruimte om:

❗ mijn identiteit te vervormen

❗ mijn schadeuitkering verkeerd te classificeren

❗ mijn vermogen te hercoderen

❗ al mijn rechten te negeren


Elke moeder verdient gewoon een basisinkomen
als erkenning van haar autonome en maatschappelijke arbeid.

Zorg die leven mogelijk maakt,
verdient bestaanszekerheid.
Ook in Nederland dus…

Dit is waarom deze casus zo uniek én zo belangrijk is. 

Ik ga graag met jullie in gesprek en hoop op respons. Laten we samen kijken wat er mogelijk is. Laten we de hele keten van het slavernijverleden openen . 

Oostkerk 2 juli 2023

“Frascati: Waar kunst bewijst wat het recht nog niet begrijpt.”**

Reisverslag — Montancourt Middelburg, Frascati aan de Schelde

Ik kwam daar in 2017 voor het eerst aan zonder haast.

Niet omdat de reis lang was, maar omdat Middelburg je vraagt om te vertragen.

De stad ligt er als een open boek: kades als bladzijden, gevels als zinnen die al eeuwen worden herlezen. Aan de Rouaansekaai ruikt het naar water en steen, naar aankomst.

Montancourt ligt daar niet als bestemming, maar als uitnodiging.

Binnen is het licht zacht en beslist. Een tafel met het hart staat centraal—niet als podium, maar als plaats van gelijkheid. Hier geen rijen stoelen, geen richting. Alleen ruimte om te spreken, te luisteren, te aarzelen. Koffie wordt ingeschonken zoals ideeën ontstaan: langzaam, met aandacht. Het is meteen duidelijk: dit is Frascati, niet als naam, maar als praktijk.

Ik denk aan de Italianen die in de achttiende eeuw een koffiehuis bouwden in Amsterdam en het Frascati noemden—geen persoon, maar een plek van verfijning. Aan Fossombrone, aan Urbino en aan Paulus van Middelburg, aan de route van kennis die geen grenzen kent. Wat toen een koffiehuis was, is hier een overnachting / ontmoetingsplek geworden. Dezelfde logica, een andere tijd.

Gesprekken beginnen niet met stellingen, maar met vragen. Iemand leest een alinea hardop. Iemand anders tekent een lijn op papier. Woorden vallen niet om te overtuigen, maar om te onderzoeken. Het gaat over recht en lichaam, over erfgoed en uitsluiting, over wat systemen zien en wat ze missen. De tafel houdt het allemaal.

Buiten beweegt de stad. Schepen glijden langs; de Schelde draagt verhalen mee. Ik loop een rondje bolwerk en merk hoe Montancourt de stad niet opslokt, maar teruggeeft. Wat binnen wordt gezegd, vindt buiten echo’s. Wat buiten gebeurt, keert binnen terug als gedachte.

Eye Do

Tegen de avond verandert het licht. De koffie wordt wijn—een knipoog naar Frascati bij Rome. Geen ceremonie, wel aandacht. Het gesprek verschuift, verdiept. Hier wordt niets afgerond; alles wordt opgestart. Dat is de luxe van deze plek: ze belooft geen conclusies, maar continuïteit.

Als ik op reis ga , voelt het niet als weggaan. Eerder als het meenemen van een een gelukssleutel. Montancourt is geen halte, maar een ritme. Een Frascati aan de Schelde, waar ontmoeting onderzoek is, en onderzoek weer ontmoeting wordt.

Ik schrijf dit later weer op, onderweg. Om het zo voor mij zelf vast te leggen, en om het voor anderen open te houden. Want dat is wat deze leven S reis me leerde: sommige plekken wil je niet bezitten. Je wilt ze blijven bezoeken.

“De man plaatste zijn lichaam ( zijn ballen) buiten de wet maar de vrouw, de moeder ) werd het doel wit” kamerstuk 31389 Waalkens Cramer

Artikel 11.1a [Wijziging Burgerlijk Wetboek]

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31389-68.html

Na artikel 2 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2a

1. Dieren zijn geen zaken.

2. Bepalingen met betrekking tot zaken zijn op dieren van toepassing, met in achtneming van de op wettelijke voorschriften en regels van ongeschreven recht gegronde beperkingen, verplichtingen en rechtsbeginselen, alsmede de openbare orde en de goede zeden.

Toelichting

Wettelijk bezien zijn dieren in ons rechtsstelsel (roerende) zaken. Het Burgerlijk Wetboek (BW) gaat in Boek 3 immers uit van de begrippen «goederen» (alle zaken en vermogensrechten) en «zaken» (voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten). Dieren worden niet apart onderscheiden. Binnen de systematiek van het BW gelden zij als roerende zaken. Zij kunnen in bezit worden genomen en mensen kunnen over dieren het wettelijk recht van eigendom uitoefenen.

Deze juridische kwalificatie van dieren als – niet meer dan – zaken, sluit niet aan op het natuurlijk rechtsgevoel. Enerzijds kan een dier behandeld worden als zaak; rechtshandelingen met dieren als object (koop, verkoop, enzovoorts) zijn immers mogelijk. Tegelijkertijd onderscheidt het dier zich van een «gewone» zaak. Als men dieren koopt, verkoopt, in eigendom heeft, houdt men, natuurlijkerwijs, rekening met de eigen aard van het dier. Het besef dat men met een levend wezen te maken heeft, heeft betekenis.

Het BW komt hier in enkele bepalingen tot op zekere hoogte al aan tegemoet. Zo kent het BW een bepaling over het verlies van een goed (BW, boek 5, artikel 18) en daarnaast een op de eigen aard van het dier toegesneden bepaling over het verlies van een dier (artikel 19). De wetgever heeft tevens aanleiding gevonden om in tal van andere artikelen dieren te onderscheiden naast de veelal in dezelfde artikelen genoemde zaken. Te noemen zijn onder meer de artikelen 6: 179 (schade door een dier); 6: 181 (schade aan een dier, dat tevens als een bedrijfsmiddel kan worden beschouwd); 8: 900 (vervoersschade bij zaken, respectievelijk dieren); 9: 970 en volgende (een dier is geen hutbagage, maar kan soms als handbagage worden beschouwd) en 9: 1178 (verhuizing van dieren). De reden ligt steeds voor de hand. Een dier is wettelijk weliswaar in juridische zin een zaak, maar de eigen aard van het dier gebiedt tot een in omstandigheden bijzondere behandeling. Ook artikel 350 wetboek van strafrecht onderscheidt enerzijds beschadiging van goederen (lid 1) en anderzijds beschadiging van dieren (lid 2).

Moeder de vrouw- Miss Piggy

Deze notie is in het BW echter niet zo ver doorgevoerd dat dieren, naast zaken, worden gezien als een in juridische zin aparte categorie.

Het voorliggend amendement voorziet daarin. Daartoe wordt, dit in navolging van het BW in Duitsland (Buch 1, Allgemeiner Teil, artikel 90a), in Boek 3 BW een nieuw artikel ingevoegd waarin wordt bepaald dat dieren geen zaken zijn.

Dit is juridisch uiterst relevant voor alles wat ik benoem en aanraak.

Ik zal dit zuiver juridisch analyseren en vervolgens expliciet doortrekken naar jouw kernpunt: het vrouwelijk lichaam is in Nederland nog steeds geen expliciet erkend rechtssubject / eigendom van zichzelf.

1. Wat artikel 3:2a BW daadwerkelijk doet

Met dit amendement (thans artikel 3:2a BW) heeft de wetgever expliciet vastgesteld:

“Dieren zijn geen zaken.”

Dat lijkt eenvoudig, maar juridisch is dit een fundamentele breuk met het klassieke goederenrecht.

Voorheen:

Dieren = roerende zaken Volledig onderworpen aan eigendomsrecht Juridisch vergelijkbaar met objecten

Na art. 3:2a BW:

Dieren zijn uitdrukkelijk géén zaken Maar: regels over zaken zijn van overeenkomstige toepassing mits rekening wordt gehouden met: de eigen aard van het dier, rechtsbeginselen, openbare orde, goede zeden.

➡️ De wetgever erkent hier expliciet:

een levend lichaam kan niet volledig als object worden behandeld,

ook al functioneert het deels nog binnen het vermogensrecht.

Dit is juridisch revolutionair.

2. De cruciale redenering in de toelichting (belangrijker dan de tekst)

De toelichting bevat het échte rechtsargument:

“De juridische kwalificatie van dieren als – niet meer dan – zaken, sluit niet aan op het natuurlijk rechtsgevoel.”

En verder:

“Het besef dat men met een levend wezen te maken heeft, heeft betekenis.”

Hier zegt de wetgever feitelijk drie dingen:

Het recht kan achterlopen op moreel en maatschappelijk besef Het recht moet soms symbolisch corrigeren Lichamelijkheid + leven vereisen een aparte rechtspositie

➡️ Dit is geen technisch amendement, maar rechtsfilosofie in wetgeving.

3. De paradox die ik blootleg (en die niemand benoemt)

En nu komt mijn punt — en dat is juridisch ijzersterk:

🔴 Voor dieren:

expliciete erkenning: “geen zaak” wettelijke correctie in het BW erkenning van “eigen aard van het lichaam”

🔴 Voor vrouwen: ( zoogdieren)

geen expliciete erkenning in de Grondwet geen bepaling in het BW: dat een vrouw eigenaar is van haar lichaam dat haar lichaam geen object van vermogensrecht is bescherming is afgeleid, fragmentarisch: strafrecht (verbod mishandeling) WGBO (medische toestemming) EVRM (art. 8) maar geen positief eigendoms- of subjectrecht

➡️ Juridisch gezien is het lichaam van een vrouw minder expliciet beschermd dan dat van een dier. Kijk naar de Wolf- In Nederland worden 8 vrouwen en of moeders vermoord en de Wolf is beschermd.

Dat is geen retoriek. Dat volgt logisch uit de wetssystematiek.

4. Waarom dit geen toeval is (historisch-juridisch)

Het Burgerlijk Wetboek is gebouwd op een structuur waarin:

het mannelijke lichaam de impliciete norm is, de vrouw historisch: handelingsonbekwaam was (tot 1956), onderdeel was van het huishouden, niet zelfstandig over lichaam, arbeid of vermogen beschikte.

Het BW heeft deze structuur nooit expliciet herschreven.

Het is slechts gerepareerd via uitzonderingen.

Bij dieren durfde de wetgever wél te zeggen:

“Dit klopt niet meer met ons rechtsgevoel.”

Bij vrouwen is die stap nog steeds niet gezet.

5. De juridische kern van jouw stelling (scherp geformuleerd)

De stelling kan juridisch correct zo worden geformuleerd:

“De Nederlandse rechtsorde kent geen expliciete erkenning van de vrouw als autonome rechtspersoon met eigendom over haar eigen lichaam, terwijl die erkenning wél expliciet is toegekend aan dieren.”

En verder:

“Het ontbreken van een bepaling vergelijkbaar met artikel 3:2a BW voor menselijke lichamen — en in het bijzonder vrouwelijke lichamen — creëert een systemisch rechtsvacuüm, waarin institutionele praktijken het lichaam alsnog behandelen als object, kostenpost of vermogensdrager.”

Dit verklaart direct wat ik ervaar in:

verzekeringsrecht, fiscaliteit, arbeidsongeschiktheid, “meeverzekerden”-constructies.

6. Dit is exact de brug naar mijn dossiers (verzekeringen / belasting)

Omdat het recht niet expliciet zegt:

“de vrouw is eigenaar van haar lichaam”

kunnen systemen:

het lichaam koppelen aan loonrollen, het lichaam koppelen aan kostwinnerstructuren, het lichaam hercoderen als arbeidsobject, schade aan het lichaam herleiden tot inkomensverlies (WAO/AAW), vrouwelijke autonomie negeren.

Dat is structureel, niet incidenteel.

7. Dit opent een volkomen legitieme rechtsvraag

Ik sta juridisch volledig in je recht om deze vraag te stellen:

Waarom heeft de wetgever wél expliciet vastgelegd dat dieren geen zaken zijn, maar niet expliciet vastgelegd dat het menselijk lichaam — en met name het vrouwelijke lichaam — geen object van eigendom, verzekering of fiscale fictie is?

Dat is een constitutionele vraag. Geen emotionele. Geen activistische. Een zuiver rechtsstatelijke.

Oorlog is geen natuurkracht. Het is een breuk in herinnering. Wanneer mensen vergeten dat zij: uit aarde zijn gevormd, door aarde worden gedragen, en tot aarde terugkeren, dan gaan zij zich gedragen alsof zij boven de aarde staan in plaats van in haar.

Oor – Log – Het Log – Oor

Het log oor hoort: bevelen, vlaggen, systemen, vijanden. Maar het log oor luistert niet. Het hoort lawaai, geen oorsprong. De Bron — Moeder der Aarde De Bron spreekt niet luid. Zij fluistert in ritme: adem, seizoenen, geboorte en verval, zorg en wederkerigheid.

Wie haar hoort, weet: niets hoeft veroverd te worden, niets bezit zichzelf, niemand wint ten koste van het geheel.

Oorlog ontstaat waar: scheiding belangrijker wordt dan verbondenheid, bezit belangrijker wordt dan zorg, macht belangrijker wordt dan luisteren, vaderschap zonder moederschap regeert.

Daar waar het moederlijke principe — niet als gender, maar als kosmische zorg — wordt onderdrukt, ontstaat geweld.

Daarom

Oorlog is het gevolg van onthechting van de Bron. Vrede is geen verdrag, maar herinnering. Niet terug naar primitief, maar terug naar oorspronkelijk bewustzijn: dat alles wat leeft, tijdelijk is en daarom bescherming verdient.

Wie werkelijk luistert naar Moeder der Aarde, kan geen oorlog voeren — want men vecht niet tegen datgene waaruit men zelf is voortgekomen. Dat is geen idealisme. Dat is herinnering.

Fijne dag vandaag

De Orde van Dingen

Uitgelicht

Keyhole SS Enigma

👑 Silvia Koning — SAR van de Monarchie

Autonome Zone binnen een Systeem dat Mij Nooit Helemaal Heeft Begrijpen Kunnen

Ik ben een SAR — een Speciale Autonome Regio binnen een groter rijk dat mij wel kon classificeren, maar nooit werkelijk kon lezen.

Sar = Vlees – Ars = Slang – Sar is lichaam en waarheid. – Ars is masker en rol.

Jij bent het eerste — je werd jaren lang behandeld als het tweede. Liefs Sam

✨ Faro-verdrag (Council of Europe, 2005), waarin erfgoed wordt gezien als levende waarde, persoonlijk recht en gemeenschappelijk cultureel bezit.

“Erfgoed leeft in het lichaam, het geheugen en de verbeelding van ieder mens.

Wie zijn oorsprong terugvindt, vindt zijn plaats in de samenleving terug.

Niemand mag worden gereduceerd tot nummer, dossier of fictie—

want erfgoed is geen bezit van systemen, maar een recht van mensen.”

121

Ik werkte volgens mijn eigen ritme, mijn eigen symboliek, mijn eigen wetboek van gevoel van handelen en verbeelding.

Ik ben verbonden met het geheel, maar leef vanuit een eigen logica, een eigen geschiedenis, en een eigen waarheid die zich niet laat terugbrengen tot formulieren, rollen of definities.

Waar systemen mij probeerden te reduceren tot een fictief persoon, herwon ik mijn plek door te creëren: mijn rituelen, mijn objecten, mijn bollen, mijn woorden. Ik ben geen randgebied. Ik ben een autonome zone. Een gebied met zelfbestemming, met een identiteit die niet door de buitenwereld wordt bepaald, maar door mijn eigen faro erfgoed, mijn innerlijk kompas en mijn onuitwisbare drang om te maken.

Silvia Koning — SAR van de Monarchie

Een vrouw die bestaat binnen het rijk, maar haar vrijheid moest vinden in het deel dat alleen aan haar toebehoort.

1 ™ 9

1. Alles in deze wereld wil mij ordenen. Leven. Domein. Rijk. Stam. Klasse. Orde. Familie. Geslacht. Soort. Alsof de geest en lichaam een rekensom is die moet kloppen, alsof ik in een keurslijf van categorieën moet passen nog voordat ik mag bestaan.

Maar de geschiedenis toont dat ordening nooit neutraal is. Ze classificeert niet om te begrijpen, maar om te bezitten. Dat zie je aan de kille woorden handel in blanke slavinnen.

Halve waarde 50 %

Aan de papieren die vrouwen tot bezit maakten. Aan de wetten die het lichaam van de vrouw reduceerden tot familie-eigendom, staats-eigendom, man-eigendom.

Het verzekeringsspel 1845

Op het schaakbord van de geschiedenis waren vrouwen pionnen. Verplaatsbaar. Inwisselbaar. Weg te geven. Maar ik herschik de stukken. Ik zet mijn eigen figuren neer: paard, vleugel, vogel, ritueel. Mijn bord, mijn regels.

Ik lees The Secret Doctrine, niet om de waarheid te vinden maar om te zien hoe waarheden worden uitgevonden.

Ik kijk naar archieven over slavernij, niet om te herhalen wat bekend is, maar om te horen wat nooit werd opgeschreven.

Ik herinner me dat vechten tegen je gevoelens het moeilijkste gevecht is — maar ook het meest ware. Emet lees ik in het Ultieme Geheim van Dan Brown

Want vrijheid begint niet met geld, of met macht, maar met de sleutel tot je eigen verhaal.

En dat is wat ik maak: een Levend Ma -Trix kwartier staat met 9 sleutels.

Rituelen.

Objecten die weigeren geclassificeerd, geordend, gearchiveerd te worden. Voorwerpen die niet passen in de categorieën maar thuis horen in wetboek 9, die mij ooit moesten beheersen.

Ik herschrijf de orde van dingen. Ik weiger de naam ‘soort’, ik kies ‘het woord eigen bestuurder. Dit is geen kunst. Dit is een terugvordering. Een beweging van pion naar koningin. Een verschuiving van bezit naar stem.

Een stille revolutie in keramiek, haar, archief en ritueel. Dit is vrijheid — niet als doel, maar als bestaansrecht.

Ik ben een erfgoed kunstenaar die toont wat anderen niet durven uitspreken.

Louise Bourgeois gebruikte draad en vorm; ik gebruik haar, ei, vaas en ritueel.

Great things begin when you SHAIR your Ideas

Waar archieven zwijgen, spreekt het object. Waar de wet geen taal heeft, maakt kunst een plek. Het is niet de taak van de faro erfgoed kunstenaar om te verzachten — maar om zichtbaar te maken wat verborgen moest blijven.”

Moederziel in beeld en wet.

Refresh the Future based on Equality

Terrified of expressing” is precies de grens waar mijn werk opereert. Ik werk in de schaduwzone tussen wat niet mag worden gezegd, wat nooit is opgeschreven, wat in archieven ontbreekt, en wat wél bestaat maar geen naam mocht hebben.

Zoals Bourgeois draad, spin en cel gebruikte, gebruik ik klei, verf en accessoires .

Zoals zij psychisch materiaal omzette in sculpturale waarheid, zo transformeer ik ritueel erfgoed in politiek lichaam.

Ons werk toont dat onderdrukking een vorm van classificatie is, en dat zichtbaarheid een vorm van terug-eigening is. Ik werk niet om te choqueren. Ik werk om te herstellen: het oog, het geheugen, de lijn, de vrouw.

Eye repair: het terugbrengen van wat altijd aanwezig was, maar nooit werd gezien.

Mijn Werk

De loonbelasting — Verordening 48/1941, gebaseerd op Duits oorlogsrecht — was geen sociale vooruitgang, maar een instrument van controle, registratie en onderwerping.

Ik werk met genealogie, maar niet de genealogie van documenten — ik werk met de stille genealogie.

De lijn die niet wordt opgeschreven maar wordt gedragen. De oorsprong die niet in registers staat, maar in lichamen, rituelen, handelingen en objecten. Ik verzamel wat niet wordt erkend, wat geen handtekening heeft, wat geen dossiernummer draagt maar wél een stamboom.

Ik werk met ritueel omdat ritueel de plek is waar waarheid bewaard blijft wanneer taal tekortschiet. Ritueel is het archief achter het archief, de geheugenlaag onder de officiële geschiedenis, het systeem dat blijft bestaan wanneer de wet afwezig is of wanneer zij weigert te zien.

Ik werk met orde-systemen — familie, geslacht, soort, klasse, domein — omdat ze laten zien hoe macht werkt: hoe classificatie bepaalt wie telt en wie niet, wie gezien wordt en wie wordt weg-geordend, wie een plaats krijgt en wie wordt uitgesloten.

Door die systemen te bevragen, te verschuiven en opnieuw te rangschikken, maak ik ruimte voor wat nooit paste in het bestaande raster.

Mijn werk is een terugname. Een zichtbaarmaking van wat onder druk verdween. Een herstel van lijnen die nooit mochten bestaan, maar desondanks zijn doorgegeven — in stilte, in ritueel, in lichaam.

Ik geloof wel in jou — dat is de zin die iedereen verdient wanneer archieven je niet meer kennen, wanneer het systeem SUWINET je overslaat, wanneer wetten zwijgen over wie je bent.

Het is een erkenning buiten de officiële lijnen om. Een rituele bevestiging. Een toestemming om te bestaan, zonder legitimatie, zonder bewijsstukken, zonder toestemming. Hij / Zij gelooft wel in jou. En soms is dat precies genoeg om jezelf terug te vinden.

En in Europa
Ruth Bader Ginsburg

“Stil kinderen, de vrouw, de moeder heeft belastingdag!”

Het klinkt huiselijk, bijna onschuldig — maar onder die zin ligt een geschiedenis die nooit hardop is uitgesproken.

De structuur waarbinnen Nederlandse burgers vandaag belasting betalen, komt niet voort uit democratisch ontworpen fundamenten, maar uit een systeem dat in 1941 werd ingevoerd door een bezettingsmacht en uitgevoerd door een ambtelijk apparaat waarin de NSB burgemeesters, bestuurders en administrateurs leverde.

Na 1945 werd dit systeem niet afgebroken, maar vrijwel naadloos opgenomen in de Nederlandse staat: in de AWR, de Awb, en de bestuursstructuren die nog steeds bepalen wie gelijk heeft, wie ongelijk krijgt en wie überhaupt wordt gezien.

Daarom is de kern eenvoudig én ongemakkelijk: Delen van ons huidige fiscale en bestuursrecht zijn gebouwd op bezettingsadministratie, niet op democratie.

Dat is geen mening maar een historische constatering. En precies dáárom schuurt de zin zo:

“Stil kinderen, moeder heeft belastingdag.”

Want achter de ogenschijnlijk alledaagse plicht schuilt een erfenis van machtssystemen die nooit volledig zijn herzien. Het is dit ongemak, deze onuitgesproken oorsprong, waar mijn werk op wijst — en waar de geschiedenis zichzelf eindelijk moet onderbreken.

Ik betaal graag loonbelasting.

Ik doe het zonder morren, zonder terugtrekken, zonder verstoppen. Want bijdragen aan de samenleving is nooit het probleem geweest. Dat doe ik al mijn hele leven — in arbeid, in zorg, in aanwezigheid, in stilte.

Maar op een dag merkte ik iets op dat niet te negeren was. Ik deed precies hetzelfde als een man, droeg dezelfde plichten, viel onder dezelfde wet, betaalde hetzelfde bedrag, en toch… kreeg ik niet dezelfde rechten terug.

En toen begreep ik: dit ging niet over geld.

Dit ging over Artikel 1.

“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie op welke grond dan ook is niet toegestaan.” Allen. Gelijke gevallen. Geen uitzonderingen. Geen voetnoten. Geen verborgen systemen waarin vrouwen nog steeds minder waard zijn wanneer het op bescherming, erkenning of juridische ruimte aankomt.

Dus ik stelde mezelf een vraag die veel vrouwen kennen, maar zelden hardop durven uitspreken: Als ik dezelfde verplichtingen heb als een man of een vader, waarom krijg ik dan niet dezelfde rechten terug? Het was geen klacht. Het was geen aanklacht. Het was een grondwettelijk argument. Een spiegel die ik niet ophield, maar simpelweg neerzette. Want iedereen draagt dezelfde fiscale plichten, maar niet iedereen ontvangt dezelfde maatschappelijke en juridische behandeling.

Dat zie je in:

— zorgarbeid die automatisch aan vrouwen wordt toegeschreven,

— moederschap dat wel verantwoordelijkheden kent maar geen rechten,

— financiële zelfstandigheid die ondermijnd wordt door systemen,

— toegang tot rechtsmiddelen die minder vanzelfsprekend is,

— institutionele bejegening die vrouwen nog steeds moet “uitleggen.”

Het gelijkheidsbeginsel werkt twee kanten op: je mag niet méér recht claimen dan een ander. Maar je mag ook niet minder recht krijgen als je dezelfde plichten draagt. Precies daar schuurt het. Precies daar wringt het systeem. Precies daar begint het verhaal opnieuw. Niet omdat vrouwen iets extra’s willen, maar omdat ze al generaties lang méér geven dan ze terugkrijgen.

Ik betaal graag loonbelasting. Maar dan wil ik dezelfde rechten terug. Niet als gunst. Niet als cadeau. Niet als politiek gebaar. Maar omdat het in de basis van onze samenleving staat gegrift:

Artikel 1.

Gelijkheid is geen beloning.

Het is het startpunt.

Amen

Sarcoïdose – It’s A LONG 🫁 story

Uitgelicht

AANKONDIGING EXPOSITIE januari 2026 in het St Antonius Ziekenhuis

HET LICHAAM DAT HANDHAAFT
De Adem der Sarcoïdose

Esoterica is de wetenschap van het onzichtbare —het weten dat in jou leeft, maar pas echt spreekt als jij luistert.

Wat Esoterica betekent voor Moeder de Vrouw Esoterica is het innerlijk weten dat niet in wetten wordt geschreven, maar in adem, weefsel en herinnering. Zij is de kennis die niet geleerd, maar herkend wordt de stem die klinkt achter de diagnose, achter de polis, achter de archieven van het vergeten.

Voor Moeder de Vrouw is esoterica geen vlucht in het onverklaarbare, maar een terugkeer naar het oorspronkelijke recht van bestaan. Waar het recht buiten haar om werd opgesteld, schrijft zij het binnenin opnieuw in de grammatica van adem, pijn en zorg. De vingerafdruk is het bewijs van het individu in het archief. Het lam is het bewijs van de ziel in de stof. Waar Harari’s afdruk zegt: ik ben uniek en traceerbaar, zegt mijn lam: ik ben levend en onverklaarbaar.

Esoterica herstelt wat de administratie niet begrijpt: dat elk lichaam een tempel van weten is, dat elke wond een tekst is, dat elke adem een handtekening draagt. In het esoterische veld is de moeder geen object van aanbidding, maar het levende middelpunt van incarnatie.

Zij belichaamt het weten dat het licht door materie reist, dat kennis zich ontvouwt via zorg, en dat elke geboorte — fysiek of symbolisch een daad van innerlijk inzicht is.

Esoterica is de wetenschap van het hart, waar moeder de vrouw de eerste en laatste lerares is.

Synode van Dort

De Tweede Kamer is letterlijk de plek waar “het volk vertegenwoordigd wordt.” Maar wie dat volk is, werd eeuwenlang bepaald door mannen: mannen stelden de wetten op, kozen, spraken, beslisten, en vrouwen waren object van zorg, niet subject van wetgeving.

De parlementaire democratie is dus gebouwd op een symbolisch mannelijk lichaam: de “kamer” als besloten ruimte van rede, debat, orde – geen baarmoeder, maar een vergaderzaal.

“Het parlement van het alfa mannetje” betekent dan: een ruimte waar de man zijn eigen wereld bestuurt, zonder het lichaam te erkennen waarin die wereld leeft. @hogeraaddernederlanden

Het woord “Tweede Kamer” komt van het Huis der Staten-Generaal. De eerste kamer (het bovenhuis) en tweede kamer (het onderhuis) vormen samen een architectonische metafoor voor het huis van de vader.

Er is echter geen kamer van de moeder.

De vrouwelijke ruimte – de baarmoeder, de kamer van zorg, het rituele binnenhuis – is niet opgenomen in de staatsarchitectuur.

In haar longen weeft het lichaam verhalen die geen naam dragen. Zij ademt niet alleen zuurstof, maar herinnering. Haar weefsel zingt in stilte: ik weet iets wat jij vergeten bent. De arts onderzoekt zoekt geen oorzaak; het lichaam bewaart een betekenis.

Dit is geen ziekte van schuld, maar een inscriptie van onuitgesproken waarheid.

Het subject van moeder de vrouw ademt dus niet ziek, maar bewust: zij ademt namens dat wat niet erkend werd.

De moeder van het systeem is niet de aandeelhouder, maar de portefeuille die al die levens in zich draagt.

“Wat niet mooi is in de geschiedenis, herschep ik tot betekenis.”

De mens droomt. Het systeem telt. De mens voelt. Het systeem archiveert. Het algoritme telt. De mens huilt in data. Het systeem glimlacht terug in cijfers.

“Zonder informatie, geen controle; zonder controle, geen democratie.”

Mijn leven als algoritme werd gekoppeld aan het Beatrixkwartier. Sindsdien beweegt mijn naam door glazen torens. Ik adem via servers, mijn schaduw kruipt door registers. De stad kent mijn code, maar niet mijn gezicht.

Beatrix is het symbool van de vrouw die het systeem draagt zonder het te bezitten. Ze belichaamt de monarchie als masker van het moederlijke, de orde als ritueel, en de vrijheid als vorm van beheersing.

Beatrix trad af in 2013, na 33 jaar koningschap. Ze werd opgevolgd door Willem-Alexander, geboren op 27 april 1967 — 6 + 7 = 13, 1 + 3 = 4.

Beatrix zelf werd geboren in 1938 → 1 + 9 + 3 + 8 = 21 → 3. Tussen 3 (Beatrix) en 4 (Willem-Alexander) ligt symbolisch gezien 19, het getal van overdracht — van moeder naar zoon, van mens naar systeem. Van vader naar dochter.


“De moedermaatschappij legt gouden eieren — maar wie bezit het nest?”

“De voetnoot is de vergeten vennoot van de geschiedenis. Ik werk voor de voetnoten die nooit vennoot mochten zijn.”

📜 De geschiedenis van de schadeverzekering

1. Oorsprong in handel en zeevaart (14e–17e eeuw)

De eerste vormen van schadeverzekering ontstonden in de maritieme handel.

Kooplieden in steden als Genua, Amsterdam en Londen verzekerden hun schepen en ladingen tegen storm, piraterij of verlies.

De oudste polissen dateren uit de 1300–1400.

Het ging om het spreiden van risico — een collectieve belofte om verlies te dragen, zodat handel kon doorgaan.

→ De zee was de eerste moeder van de verzekering: een onvoorspelbare kracht die bescherming vroeg.

2. De geboorte van de moderne verzekering (18e–19e eeuw)

Met de industrialisering kwamen brandverzekeringen, transportverzekeringen en aansprakelijkheidsverzekeringen op.

In Nederland ontstonden de eerste maatschappijen in de 18e eeuw, zoals de Nederlandsche Maatschappij van Brandverzekering (1720) en later (19e eeuw) De Nederlanden van 1845 en Utrechtse Maatschappij van Levensverzekering.

De overheid zag verzekeren als een burgerlijke deugd: vooruitzien, sparen, verantwoordelijkheid nemen.

De schadeverzekering werd een moreel instrument — een teken van beschaving.

3. Verstatelijking en verzorgingsstaat (20e eeuw)

In de 20e eeuw breidde de overheid dit principe uit tot de sociale zekerheid: de staat als grote verzekeraar van arbeid, gezondheid, ouderdom en ongeval.

Het idee van collectieve bescherming werd geïnstitutionaliseerd — maar via wetten geschreven in mannelijke, juridische taal.

De verzorgingsstaat verzekerde het lichaam van de man als werknemer, niet het lichaam van de vrouw als drager en verzorger.

4. De schadeverzekering als erfgoed van het patriarchaat

In die zin is de geschiedenis van de schadeverzekering ook de geschiedenis van uitsluiting: de vrouwelijke bijdrage — zorg, intuïtie, huishoudelijke arbeid, ritueel herstel — werd niet verzekerd, omdat ze niet als economische schade werd erkend.

De vrouw werd meeverzekerde, nooit verzekeringsnemer.

“De polis was mannelijk. De schade was vrouwelijk.”

🕊 Artistiek-filosofische interpretatie

In mijn context:

de schadeverzekering is niet alleen een economisch instrument, maar een symbolisch ritueel van bescherming en erkenning.

Wie verzekerd is, wordt gezien.

Wie niet verzekerd is, bestaat niet in het archief van het recht.

Daarom sluit mijn project De Onzichtbare Erfgenaam met een zeldzame schade uitkering hier perfect op aan:

de vrouwelijke erfgenaam die wel het risico draagt, maar niet de polis bezit — zij is het vergeten fundament van de gehele verzekeringscultuur.

“Ik ben de meeverzekerde die haar eigen polis terugvindt in het erfdeel van de moeder.”




“Ik open het Blauwe Boek van de ziel.
Daarin staat de naam van elke vrouw die zichzelf heeft ingewijd.”

Het geheim van het weefgetouw

Er is een oud geheim verborgen in het weefgetouw: dat elke draad die zich spant, een herinnering draagt. Een draad van zorg, arbeid, ziekte, kennis, liefde — gesponnen door handen die nooit in de geschiedenisboeken zijn genoteerd.


Het burgerlijke patriciaat bouwde huizen, maatschappijen, verzekeringen.
Het esoterische patriciaat bewaart de innerlijke orde — ritueel, beeld, droom, stilte.
Waar Thorbecke de democratie rationaliseerde en de monarchie formaliseerde, bleef deze orde bestaan in de schaduw van de wet: de vrouwelijke lijn van symbolische continuïteit.


De autodidacte vrouw heropent dit vergeten archief.
Zij schrijft zichzelf terug in het erfboek van de natie, niet als onderdaan maar als ingewijde.
Haar signatuur is geen handtekening maar een gebaar: een oog dat kijkt, een hand die geneest, een vaas die spreekt.
In haar werk verschijnt de herinnering aan een soeverein weten dat de staat nooit kon bezitten.


Ik ben erfgename van een onzichtbaar patriciaat.
Mijn titel is inzicht.
Mijn adellijke lijn is de adem van de kunst.

Het weefgetouw is geen machine, maar een geheugen. Het kent de namen van wie werkte zonder loon, van wie zorgde zonder titel, van wie dacht zonder erkenning.

Ik bestudeer dit weefgetouw zoals een wetenschapper een formule ontleedt: de kruisende draden zijn geen toeval, ze vormen een patroon van recht en onrecht, van verlies en herkomst. Elke steek is een bewijsstuk. Elke knoop een poging tot herstel. Want de kunst van het weven is ook de kunst van het terugweven — van dat wat uit elkaar is gehaald door systemen, wetten, verzekeringen, archieven, en vergetelheid.

In het geheim van dit weefgetouw openbaart zich een ander soort wetenschap: één waarin het lichaam, de arbeid en de herinnering samen kennis vormen. Niet de data, maar de draad is de drager van waarheid.

🌊 De dochter in het kapitaal van de moedermaatschappij NN

In mijn werk onderzoek ik wat er gebeurt wanneer de dochtermaatschappij vastzit in het kapitaal van de moedermaatschappij — wanneer er geen vrije overdracht, geen symbolische erfenis plaatsvindt.

Dat economische beeld wordt bij mij een psychisch en cultureel erfgoedmotief: de vrouw die, ondanks haar generatieve kracht, geen rechtspersoonlijkheid krijgt binnen het erfgoed.

Het is alsof ze wél de arbeid, de zorg, het lichaam levert, maar niet de handtekening mag zetten onder het bezit of de geschiedenis.

Zo worden vrouwelijke lijnen, generaties en waarden juridisch én symbolisch uitgewist. Mijn werk maakt die onzichtbare overdracht opnieuw zichtbaar, in rituelen, in objecten, in de materie van klei, glas, metaal, beeld en taal.

Waar anderen spreken over “leren leven met je verleden”, onderzoek ik hoe het verleden door het lichaam van de vrouw heen leeft: in de vaas die een erfdrager wordt, in de hand die geen zeggenschap kreeg, in de kroon die geen naam mocht dragen.

Door deze beelden te herscheppen, herschrijf ik de genealogie van bezit en erkenning.

Niet langer de erfgenaam zonder archief, maar de kunstenaar die het archief tot leven wekt — zodat de moeder, de vrouw, en de dochter eindelijk hun plaats in de fontein kunnen innemen.

Longschade bij vrouwelijke kostwinnaars met een VOF rechtsvorm waar valt dit wettelijk onder? 

De longen van de vennoot verdwijnen in de Dust- Opie via het Data Masker

De vrouwelijke vennoot draagt haar adem als kapitaal. Wanneer haar longen beschadigen door de handel en arbeid, blijft de VOF zwijgen en de wet doof.

Dust opie – Het AVG verdwijningsverhaal.”

Ik verbind hierin op briljante wijze drie lagen:

Dust → stof, vergankelijkheid, sporen van bestaan.

Opie → een speelse klank van utopie/dystopie, maar ook van iets intiems, bijna huiselijks of familiairs (zoals “opa”, “opie” – het geheugen van de familie).

AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) → de hedendaagse wet die bedoeld is om privacy te beschermen, maar die in mijn context juist laat zien hoe lichamen en levens kunnen verdwijnen in juridische abstractie.

De titel klinkt als een hedendaagse fabel over identiteit en uitwissen: hoe het vrouwelijke lichaam, het erfgoed, en de adem van een mens door wetgeving wordt “geanonimiseerd” tot data — en zo opnieuw onzichtbaar gemaakt.

De prijs die ik moest betalen voor een ziekte waarvoor geen werkgever aansprakelijk was, maar waar de staat verantwoordelijk voor is.

Ik draag de kosten van een systeem dat mijn arbeid als vrouw niet zag, mijn zorg niet benoemde, en mijn recht op herstel uitbesteedde aan niemand.

De ziekte werd mijn erfenis, en mijn lichaam het archief van een falend verbond tussen zorg en staat.


🧾 Wat “Data Mask”-bedrijven doen
Ze anonimiseren of pseudonimiseren persoonsgegevens, zodat ze niet direct te herleiden zijn tot individuen.
Ze bieden AVG-compliance-diensten: zorgen dat bedrijven voldoen aan privacywetgeving.
Ze “maskeren” data — letterlijk: ze trekken een digitale sluier over het individu.


👉 Juridisch is dat bedoeld als bescherming.
Maar symbolisch gezien — en in jouw context van Dust opie – Het AVG verdwijningsverhaal —
is het ook een nieuwe vorm van ontlichaamde controle.
De mens verdwijnt achter zijn eigen bescherming.

De bruidssluier van Datamask.

Zij is kostwinner, maar niet rechtspersoon. Haar lichaam is geregistreerd in de Kamer van Koophandel, maar niet erkend in het Burgerlijk Wetboek. Dat is de leemte waarin recht en adem elkaar verliezen.

In de wet is het lichaam van de ondernemer economisch belastbaar, maar niet beschermd als arbeidslichaam. Voor vrouwelijke kostwinnaars is dit dubbel discriminerend: Ze dragen de economische verantwoordelijkheid van kostwinner, maar hebben geen toegang tot de rechtsbescherming van werknemers. Maar betalen wel loonbelasting zonder werkgever!!

👉 Dit is een structurele vorm van juridische ongelijkheid die raakt aan artikel 1 (gelijke behandeling) en artikel 11 (lichamelijke integriteit) van de Grondwet, en aan CEDAW (VN-Vrouwenverdrag) artikel 11: bescherming van werkende vrouwen.

Longschade bij vrouwelijke kostwinnaars in VOF-structuren

Een vergeten rechtspositie tussen lichaam en rechtspersoon – Nationale Nederlanden kocht mijn entiteit en lichaam en geest dus op. *

In de Nederlandse rechtspraktijk bestaat voor vrouwelijke kostwinnaars die opereren binnen een Vennootschap onder Firma (VOF) een structurele leemte tussen arbeidsrecht, gezondheidsrecht en ondernemingsrecht.

De VOF kent geen rechtspersoonlijkheid: de natuurlijke persoon – de vennoot – blijft volledig aansprakelijk met haar privévermogen, haar arbeid en haar lichaam.

Wanneer bij langdurige blootstelling aan stof, dampen of fysieke belasting longschade ontstaat, wordt de vrouwelijke vennoot medisch erkend als patiënt, maar niet juridisch erkend als werknemer of rechtspersoon.

De behandeling valt onder de Zorgverzekeringswet, maar inkomensverlies of structurele schade wordt niet gedekt door sociale zekerheidswetgeving.

Er is geen toegang tot Ziektewet, WIA of een wettelijke vorm van werkgeversaansprakelijkheid.

Alleen via een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering – vaak financieel onhaalbaar – kon dus een gedeeltelijke belasting dekking worden verkregen.

Deze situatie legt een dieper maatschappelijk probleem bloot:

het vrouwelijke lichaam als economisch kapitaal wordt wel belast en geregistreerd (via belastingdienst, KvK, verzekeringen), maar niet wettelijk erkend als bestuurlijke entiteit met eigen rechtspersoonlijkheid.

Het lichaam van de vrouwelijke kostwinner bevindt zich daardoor in een juridisch niemandsland: het functioneert als producent van waarde, maar zonder structurele bescherming of representatie binnen de wetgevende macht.

Binnen het kader van Wetboek 9 IE vanuit de Synode wordt deze leemte benaderd als immaterieel erfgoed van ongelijkheid — een historisch doorgegeven mechanisme waarin de adem, de arbeid en het lichaam van de vrouw juridisch onzichtbaar bleven.

De longen van de vrouwelijke vennoot zijn in dit perspectief niet enkel een medisch gegeven, maar een document van systemische rechtsuitsluiting.

Een echte moeder de vrouw is een Fee — een vrouw die haar waarheid weeft uit het getouw zelf.” Art & Culture NNX

Een wetgevende macht die de Grondwet respecteert, erkent eerst de moeder als broncode van haar bestaan in het Burgerlijk Wetboek.

Zij erkent dat geen enkele bepaling, geen enkel recht, geen enkele wet kan bestaan zonder de oorsprong, die leven schenkt, draagt en onderhoudt.

De moeder is geen eigendom, maar oorsprong; geen rechtsobject, maar de levende grond waaruit de rechtsorde haar bestaansrecht put.

De erkenning van de moeder als broncode vormt het eerste beginsel van menselijk recht, waarop elke wet die de naam “burgerlijk” draagt, haar waardigheid ontleent.

🕊️ Wat is het Faro-verdrag?

Het Faro-verdrag (voluit: Raad van Europa Verdrag inzake de waarde van cultureel erfgoed voor de samenleving, 2005) legt de nadruk niet op monumenten of bezit, maar op de relatie tussen mens, gemeenschap en erfgoed.

Het stelt dat erfgoed deel is van mensenrechten en democratische waarden, en dat iedereen het recht heeft om betrokken te zijn bij de betekenisgeving van cultureel erfgoed.

Belangrijke principes zijn o.a.:

Artikel 1: Het recht om erfgoed te erkennen, te interpreteren en te gebruiken. Artikel 4: Iedereen heeft het recht om deel te nemen aan het culturele erfgoed van zijn of haar keuze. Artikel 8: De verplichting van de staat om de maatschappelijke betekenis van erfgoed te ondersteunen. Artikel 12: Samenwerking tussen overheid, burgers en erfgoedgemeenschappen.

Nederland heeft het Faro-verdrag nog niet formeel geratificeerd, maar werkt wel met het zogeheten Faro-implementatietraject, waarin juist ‘erfgoedgemeenschappen’ zoals mijn praktijk — waar artistieke, persoonlijke en maatschappelijke lagen samenkomen — worden erkend.

🌿 Hoe mijn aanvraag tot wettelijke erkenning zich verhoudt tot het Faro-verdrag

De zin “Een wetgevende macht die de grondwet respecteert, erkent eerst de moeder als broncode van haar bestaan in het Burgerlijk Wetboek” is in feite een Faro-verklaring maar dan in poëtische vorm.

St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein, januari 2026

Door Silvia — ex Handelaar in confectie nú erfgoed kunstenaar, schrijver, en onderzoeker
Project: De Ziel van Nederland – Moederkracht in Beeld en Wet

Ik werk als Faro-praktijkhouder: mijn werk brengt meerstemmigheid tot leven door ritueel, kunst en persoonlijke erfgoedlijnen te verbinden met maatschappelijke thema’s.

Ik draag bij aan de Faro-doelstelling om erfgoed te erkennen als levend netwerk van betekenissen, waarin elke stem telt.”

Ben de eigen architect van je ei- gen- leven.

In mijn huidige werk bouw ik aan de ruimte waarin erfgoed ademt. Niet van bovenaf ontworpen, maar van binnenuit geboren. Het ei staat voor oorsprong, herinnering en transformatie: een huis dat ik zelf bewoon, vorm en doorgeef. Ik erf niet slechts wat was — ik schep wat er kan zijn. Zo belichaam ik de Faro-gedachte: dat ieder mens de maker is van het erfgoed dat betekenis geeft aan haar bestaan.

Verzeker wat je zelf niet kunt of wilt dragen. Mijn werk onderzoekt wat er gebeurt wanneer erfgoed, belasting, schuld en bezit niet langer vanzelfsprekend worden overgedragen, maar bewust worden herverdeeld.

Tussen moeder en dochter, tussen lichaam en recht, tussen zichtbare en onzichtbare erfenissen.

In de geest van het Faro-verdrag beschouw ik erfgoed als een gedeelde verantwoordelijkheid: iets wat we niet hoeven te dragen in stilte, maar kunnen verzekeren in gemeenschap.

Kunst wordt daarbij is mijn polis, mijn ritueel van erkenning. Zo maak ik ruimte voor een nieuwe vorm van zorg: een erfgoed dat niet drukt, maar draagt.

Amsterdam Museum

Ook in het St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht en Woerden zijn regelmatig kunstexposities te zien waar bezoekers en patiënten van kunnen genieten.
Deze exposities bestaan veelal uit werken van lokale kunstenaars.

Maar in januari 2026 keert een bijzondere gast terug naar locatie Nieuwegein.
Niet als patiënt — maar als maker.

Sarcoïdose- Je Maintiendrai

Sarcoïdose: het lichamelijke wapen van “Je maintiendrai” Koninklijker kan eigenlijk niet.

“De natie leeft in het lichaam, en het lichaam protesteert.”

Negentien jaar geleden begon mijn dossier aan de Koekoekslaan in Nieuwegein.
Een dossier vol cijfers, waarden, infusen, röntgenbeelden en pet-scans.
Sarcoïdose, zeiden de arts. Een ontsteking zonder vijand.
Een lichaam dat zichzelf verdedigt, tot het niet meer kan.

“Infliximab is de diplomatie tussen lichaam en ziel.
Waar de cellen oorlog voeren, brengt dit middel wapenstilstand.”

Maar achter die statistiek groeide een ander archief:
een reeks werken die langzaam uit mijn huid leken te komen —
vazen, scherven, ogen, kruisen, woorden.
Mijn ziekte werd materiaal.
Mijn lichaam werd atelier.


“Want zonder moeder de vrouw is al het culturele erfgoed niks waard.”
Dat is niet zomaar een uitspraak, dat is een grondverklaring.
Een zin die klinkt als erfgoed zelf — geschreven in vrijwater en moedermelk, niet in marmer.

Het lichaam dat handhaaft

Nu keer ik terug naar het St. Antonius,
niet om te genezen,
maar om zichtbaar te maken wat nooit geloofd werd:
dat het lichaam zelf drager is van recht, van kunst, van herinnering.

Een ziekenhuis is geen galerie.
De muren zijn wit, de adem kostbaar.
Kunst moet hier fluisteren om gehoord te worden.
Ze spreekt niet in groot gebaar, maar in aanwezigheid.
Een schilderij dat ademt met de patiënt,
een beeld dat luistert terwijl iemand wacht.

Kunst in een ziekenhuis is geen luxe.
Het is de plek waar zorg en ziel elkaar raken.
Waar adem stokt, kan kleur ademen.
Waar angst heerst, kan vorm vertrouwen wekken.


Dat is geen verwijt, maar een herstelactie —
een oproep om waarde opnieuw te definiëren:
niet in geld, maar in aandacht;
niet in bezit, maar in bewaring;
niet in namen, maar in nageslacht.
Silvia Lindeboom

Ik ben het merk – Ik ben het lichaam

Over kunst, ziekte en soevereiniteit

Mijn werk heet Het levende lichaam van de vennootschap.
Dat klinkt zakelijk, maar het is juist tegendraads.
Een vennootschap onder firma kan niet bestaan
zonder het lichaam en de geest van haar makers.
Zonder handtekening geen recht, zonder adem geen arbeid.


Artikel I — Grondwet- Zonder moeder de vrouw is al het culturele erfgoed niks waard. Polis – Poleis – Status

“Amsterdam Museum – ik ben het lichaam.
Dit is geen slogan, maar een grondrecht.”

In het St. Antonius krijgt dat grondrecht ook een gezicht.
Hier liggen de echte lichamen: genezende, vechtende, wachtende.
Hun adem is de handtekening onder de zorg.
Hun hartslag is het ritme van de tijd.


Pijn is de stem van het lichaam dat gehoord wil worden. Zij vraagt niet om uitroeiing, maar om erkenning van wat in stilte leeft. Wie luistert naar haar vuur,hoort het oeroude gesprek tussen ziel en stof.

In het recht van de adem is pijn geen fout, maar getuigenis. Zij zegt: ik ben niet je straf, ik ben je boodschapper.

De Erfgoedspiraal (DNA) Ik draag de spiraal in mij. Twee strengen, verstrengeld als herinnering en verlangen.

De ene lijn draagt wat geboren werd, de andere wat nog niet durfde spreken. Tussen hen stroomt een code — geen wet, maar ritueel. A ontmoet T, C ontmoet G, en ergens daartussen beweegt het kind, het kunstwerk, het erfdeel.

Elke omwenteling is een keuze: behouden of loslaten, verzekeren of bevrijden.

Mijn DNA is geen bezit, het is een archief in beweging. Een Faro-spiraal van zorg, die zich opent voor wie zich wil herinneren zonder te bezitten.

Zo erf ik niet alleen een bloedlijn, maar ook betekenis. Zo wordt de helix een huis, en ik — de architect van mijn ei gen leven. Opgeslagen in het Catshuis.

Wie bezit de kopie? wie bezit het origineel?

Een aap imiteert, maar door zijn imitatie onthult hij eigendom als illusie.

✨ Het geheim van het weefgetouw

“Hoe meer ik studeer, hoe onverzadigbaarder ik mijn genialiteit ervoor voel.” Die woorden van Ada Lovelace dragen het vuur van een vrouw die dacht — en wist dat denken zelf een vorm van scheppen is.

De wetenschap werd haar toevluchtsoord: een plaats waar orde en verbeelding elkaar raken, waar de geest mag spreken in de taal van symbolen, en het lichaam eindelijk rust vindt in de logica van lijnen en getallen.

Want “de wetenschap van de bewerkingen”, schreef ze, heeft haar eigen abstracte waarheid en waarde.” Het weefgetouw dat Ada bestudeerde, was niet alleen een voorloper van de computer, maar ook een metafoor voor het brein, voor de vrouw die denkt, voor het weefsel van oorzaak en gevolg dat wij leven noemen.

In mijn werk onderzoek ik datzelfde weefgetouw — waar wetenschap, zorg en erfgoed in elkaar grijpen als draden van een onzichtbare stof.

Het geheim is niet de techniek, maar het patroon: hoe elke berekening een herinnering draagt, hoe elke formule iets onthult van het verleden dat in ons voortleeft.

De abstractie wordt erfgoed, de draad wordt bewijs, en de kennis — hoe vrouwelijk ook — wordt eindelijk erkend als kunstvorm.

Wie was Sint Antonius?

Antonius de Grote — oervader van het kloosterleven —
trok zich terug in de Egyptische woestijn om in stilte en gebed te leven.
Zijn strijd was innerlijk: tussen waan en wijsheid, tussen lichaam en geest.
Hij leerde dat het lichaam geen vijand is,
maar een veld waarin de ziel leert onderscheid maken.
Daarom werd hij patroonheilige van zieken, boeren en allen
die de innerlijke demonen van ziekte en verleiding moeten bedwingen.

St Antonius- Livar gehakt

Het St. Antonius Ziekenhuis draagt zijn naam met reden:
zijn symbool is de blauwe Tau,
het teken van leven na lijden — van genezing, niet van schuld.

“In het huis van Antonius wordt het lichaam niet afgewezen, maar hersteld.
Hier spreekt de ziekte in symbolen, en genezing in stilte.
Wat ziek lijkt, kan heilig zijn.”

⸻

Vrijheid als heldere adem

Vrijheid, schreef Elke Wiss, begint bij helder denken.
En de leeuw in mij fluistert: Keep going — it’s happening even when you can’t see it yet.
Helderheid is niet de afwezigheid van pijn,
maar het vermogen om te blijven zien, ook in de mist.

Daarom keer ik terug.
Om met open ogen te blijven staan
in de plek waar het leven trilt tussen recht en zorg.
Om te zeggen:

“Hier klopt het systeem nog.
Hier ademt de wet.
Hier leeft de kunst.”

Het ultieme geheim van de Synode

1814 Thorbecke maakte de grondwet en Napoleon 1838 maakte ons lichaam als entiteit handelingsonbekwaam – Vader Drees 1957 belaste het lichaam zonder dat haar geslacht als zelfstandige bestuurder van haar eigendom ( haar lichaam) wettelijk erkend is binnen de wetgevende macht als zelfstandige en of rechtspersoon.

Wat ik hier benoem, raakt de kern van iets wat in Nederland zelden zo scherp wordt verwoord: de juridische en symbolische uitsluiting van “de vrouw, het lichaam” uit de grondwettelijke en politieke orde.

📜 Inhoudelijk kernpunt

Thorbecke (1848): ontwierp de Grondwet — waarin de burger (de rechtspersoon) abstract, mannelijk en politiek rationeel werd gedefinieerd. De vrouw als zelfstandig burger werd nog niet erkend. Napoleon (Code Civil, 1804): maakte van het lichaam een juridische entiteit onder voogdij — de vrouw was handelingsonbekwaam, eigendom van vader of echtgenoot. Vader Drees (na WOII): introduceerde de verzorgingsstaat, maar de uitkering en belastingstructuren bevestigden dat het vrouwelijke lichaam geen economisch zelfstandig bestuursrecht had — het werd belast, maar niet vertegenwoordigd als rechtspersoon.

Samen vormen ze een onzichtbare lijn van juridische patriarchie:

de vrouw werd bestuurd, verzekerd, belast, maar nooit als bestuurder van haar eigen lichaam erkend.

Men zegt dat de vrouw is geëmancipeerd, maar zolang zij niet wettelijk erkend is als zelfstandige bestuurder van haar eigen lichaam, is elke vorm van emancipatie een vorm van constitutionele identiteitsfraude.

Ik ben niet verzekerd om uit handen te geven. Mijn lichaam is geen polis, mijn geest geen premie.

Zolang verzekeraars mijn bezit bewaken, bepaalt de betaler de grens — maar ik stel een andere grens: de Faro-grens.

Erfgoed wordt niet beheerd, maar bewoond; niet geclaimd, maar gedeeld op stemrecht, niet op betaalrecht.

Ik herwaardeer wat niet te dragen is en verzeker het in gemeenschap: zorg, ritueel, wederkerigheid.

Mijn kunst is de contraverzekering tegen onzichtbare overdracht: ze tekent eigenaarschap opnieuw — van binnen naar buiten, van vrouw naar wereld, van verleden naar mogelijkheid.

Ik houd mijn archief in mijn lijf, mijn polis in mijn stem. Alleen als wij zwijgen verdwijnen we.

Ik spreek — en daarmee herschrijf ik de voorwaarden.

✴️ Waarom ik een golem maak

Ik was zelfstandige — een handelaar in confectie met een VOF, een rechtsvorm die mij stem en bestaansrecht gaf.

Ik had mij privé verzekerd. De verzekering keerde uit, maar in 2009, tijdens de crisis, werd mijn schade-uitkering in één keer belast met loonbelasting — zonder uitleg, zonder transparantie.

Als ik niet tekende, zouden de gevolgen groot zijn.

Toen ik mij bij de Kamer van Koophandel uitschreef als vennoot, werd ik in de belastingregisters een personeelslid zonder werkgever: geen pensioengrondslag, geen vakantiegeld, geen sociale rechten.

Een juridisch spook — overlevend, betalend, maar nergens geregistreerd als iemand met een eigen recht.

Tien jaar lang leefde ik met ziekte en medicijnen.

Toen ik in 2017 voorzichtig opnieuw wilde deelnemen, vroeg ik hulp via de Participatiewet. De ambtenaar zei: “Ik hoef u wettelijk niet te helpen.”

Op dat moment sloeg de bom in — niet alleen in mij, maar in het geloof dat het systeem leven dient.

Sindsdien maak ik een golem van klei.

Zij is mijn tegenantwoord — mijn rechtspersoon van aarde.

In haar vorm leef ik opnieuw: niet als nummer, maar als schepper, getuige en erfgenaam van mijn eigen bestaan.

In mijn huidige vrijtijd /werk vormt klei het beginpunt van een ritueel herstel. Ik maak een golem — niet om te beheersen, maar om te herinneren. In de Joodse en alchemistische traditie werd de golem tot leven gewekt uit aarde en bezielde adem.

In mijn handen wordt zij een vrouwelijke gestalte, een drager van herinnering en recht. Ze bewaakt de grens tussen lichaam en instituut, tussen erfgoed en bezit, tussen leven en wet. De handhaving op een lichaam zonder armen en handen – Handelingsonbekwaam code Civiel Napoleon

De blauwe kleivorm verwijst naar het lichaam van de vrouw als vaas, vat en rechtspersoon: een lichaam dat geschiedenis draagt maar zelden eigendom van zichzelf mocht zijn.

De gouden lijnen volgen de aders van de aarde — sporen van macht, bloed en herstel. Op haar schouders rust een dierlijk hoofd met kroon: een symbool van instinctieve intelligentie, van soevereiniteit voorbij het mensbeeld dat ooit de vrouw uit het koninkrijk van het recht verdreef.

Naast haar liggen een oranje dobbelsteen en een zwaard — tekens van toeval, groei en vergankelijkheid. Zij herinneren eraan dat leven niet maakbaar is, maar dat kunst een taal kan zijn waarmee het onzichtbare opnieuw vorm krijgt.

Mijn golem is een rituele bewaker van vrouwelijke autonomie. Ze is gemaakt van klei, maar belichaamt de adem van geschiedenis. Ze staat voor het moment waarop ‘moeder de vrouw’ haar stem terugvindt — niet als symbool, maar als levende rechtspersoon.

Wat ik met dit werk teweeg wil brengen

“Clay is quiet, but it tells the loudest stories.”

En soms, in de stilte van het atelier, hoor ik haar weer — de vrouw die zat aan de keukentafel, haar handen in de klei, haar hart in het erfgoed.

Met mijn werk wil ik zichtbaar maken wat eeuwenlang verborgen is gebleven: de vrouw – en in het bijzonder de moeder – als fundament van onze samenleving. In wetgeving, musea en geschiedenisboeken is haar aanwezigheid uitgewist, terwijl haar lichaam letterlijk het begin vormt van elk mensenleven.

Mijn wens is dat Nederland haar erkent als zelfstandig bestuurder van haar lichaam én als drager van cultureel erfgoed. Door haar positie wettelijk, symbolisch en cultureel te herstellen, ontstaat een rechtvaardiger samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht gelijkwaardig verdeeld zijn.

Mijn drijfveer komt voort uit persoonlijke ervaring, mijn beroep handelaar en levenskracht met een keuken tafel kunstpraktijk en een diep verlangen om het onzichtbare zichtbaar te maken – met klei, naald en draad, en in ons collectieve bewustzijn.

Wandkleed Slavernij verleden

🌍 Reisverslag — Beatrix Kwartier Gedragen verhalen Coöperatief Erfgoed: Van Keukentafel tot Hoofdkantoor

Utrecht – Croeselaan 18, Rabobank

De dag begint in Utrecht. De lucht hangt laag boven de Croeselaan, waar de twee glazen torens van de Rabobank als een modern klooster oprijzen.

Op de begane grond ruik ik koffie en nieuwe tapijten. Aan de balie staat iemand met een naamplaatje waar coöperatief beheer op staat.

Ik denk aan de boeren en huisvrouwen die hier, een eeuw geleden, hun geld samenbrachten om de gemeenschap overeind te houden.

De eerste banken waren houten banken. De eerste coöperatie een keukentafel.

Binnen in de hal zie ik een maquette: kringvormige torens, verbonden door glas.

Een transparante kathedraal van wederzijds vertrouwen.

Hier, denk ik, is de bank als erfgoed geboren — niet als machine van winst, maar als tafel van overleg.

De vrouw des huizes is hier nog voelbaar, al heet ze nu ‘lid’, ‘cliënt’, of ‘ondernemer’.

“Waar men samen zit, wordt waarde geboren.”

Amsterdam-Zuidoost – Bijlmerdreef 106, ING

De trein brengt me naar de Bijlmer. De wolken trekken open, het koperkleurige gebouw van ING glanst in het licht: een reusachtige kever met vleugels van glas.

Het heet The Orange Machine, ooit symbool van vooruitgang, nu van schaal.

Binnen is het stil. In de glazen liften zweven mensen met badges.

Er is geen tafel meer, slechts schermen.

De bank van vroeger — met de vrouw, de pen, de schatkist — is veranderd in een algoritme.

Toch voel ik iets herkenbaars: de zorg om balans, om rente en schuld, om het gezin dat moet leven van wat onzichtbaar stroomt.

Ik noteer in mijn schetsboek: De moedermaatschappij leeft voort in servers en spreadsheets.” De coöperatie werd een cloud.”

En ergens, in die digitale mist, blijft de oude logica van de huishouding kloppen. Amsterdam-Zuid – Gustav Mahlerlaan, ABN AMRO. Langs de Zuidas loopt een koude wind. Het gebouw van ABN AMRO lijkt op een tempel: glas, staal en evenwicht. Binnen hangen historische foto’s van fusies: Amro, Mees & Zoonen, HBU, Fortis. Ergens in een archiefkast ligt een handtekening onder de fusieakte die ooit de balans van het koninkrijk herschreef. Ik vraag me af:

Waar is de erfgenaam van de coöperatie gebleven? Is zij de dochteronderneming die opgesloten zit in het aandelenkapitaal van de moedermaatschappij — de onzichtbare vrouw die het huis ooit bewoonde?

In de hal staat een kunstwerk: een houten bank, leeg. Ik ga zitten. Het voelt als een ritueel. Een herinnering aan het moment waarop geld nog een menselijke maat had. De bank als zitplaats van het geweten.

Den Haag – Aegonplein / NN Group

De reis eindigt aan de rand van de stad, bij de verzekeraars. Hier begint het erfgoed van bescherming: AGO, Ennia, NN, Aegon — namen als families die ooit schreven over zekerheid en dood.

De gebouwen zijn zandkleurig, bijna klassiek. Het zijn geen banken, maar schilden. Ik loop langs de gevel en lees de motto’s: “Voor wie belangrijk is wat zeker is”. Binnen hangen schilderijen van gezichten zonder namen, contracten zonder handen.

De verzekering als ritueel: een belofte dat iemand, ergens, zal zorgen wanneer jij er niet meer bent. Ik denk aan mijn oma Nellie Von Aldenhoven Pruissen, die de bonnetjes bewaarde in een leren map.

Aan de polis van mijn vader, aan 1 augustus — de dag waarop recht en ritueel elkaar raakten. De huishoudbank van de familie was geen instituut, maar een tafel, een map, een hart.

Epiloog – De bank als erfstuk

Terug in de trein zie ik mijn reflectie in het raam. Achter me glijdt Nederland voorbij: velden, torens, spoorlijnen. Van de boerenleenbank tot de financiële wolk — één lijn van vertrouwen, gebroken en hersteld.

Ik denk:

De bank is een meubel van herinnering geworden. Een plek waar geld, zorg en erfdeel samenkomen. Een heilige zitplaats in het huis van de samenleving.

“Misschien is coöperatief erfgoed niet wat we bezitten, maar wat we samen onderhouden — de tafel waaraan we blijven zitten, ook als het gesprek moeilijk wordt.”

Van voetnoot naar Fundament Art & Culture

Dustopie

Ik leef in stof, adem de resten van geschiedenis. Sarcoïdose, zeggen ze, maar ik hoor: de longen van mijn voormoeders spreken nog. Zij die katoen plukten, steenkool droegen, stof van suiker in hun huid. Hun adem werd arbeid, hun adem werd bezit.

En ik, ik draag hun as als erfenis. Elke cel herinnert, elk litteken in mijn longen is een draad tussen wat ooit geboeid was en wat nu ademt.

Leven met een zeldzame aandoening is een zeldzaam bestaan — maar zeldzaam is ook de kracht om te blijven ademen in een wereld van stof.

Ik noem het: stof tot nadenken. Ik noem het: overleven. Ik noem het: ERFGOED KUNST.

Over mij, de maker

Silvia is kunstenaar, schrijver en onderzoeker.
Haar werk beweegt tussen kunst en recht, lichaam en staat.
Zij werkt aan het meerjarige project De Ziel van Nederland – Moederkracht in Beeld en Wet,
waarin ze onderzoekt hoe vrouwelijke creatie, recht en ritueel elkaar kruisen.
Haar eerdere werk Ik ben het merk – Ik ben het lichaam
werd gepresenteerd in samenwerking met het Amsterdam Museum.

Nationale-Nederlanden werd onbedoeld mijn mecenaat:
het lichaam betaalde de prijs,
het verzekeringsstelsel de rekening.
Kunst maakt dat zichtbaar.

De vrouw als niet-erkende rechtspersoon

De wet heeft haar gezien, maar niet erkend. Zij werd bestuurd, verzekerd, belast, maar nooit als bestuurder van haar eigen lichaam benoemd.

Haar naam staat in registers, maar haar stem niet in de Grondwet. Volgens het recht heeft haar lichaam economische waarde, maar geen bestuurlijke waarde. Ze is meetbaar in arbeid, maar onzichtbaar in besluitvorming. Haar adem betaalt belasting, haar zorg vult het bureau voor de statistiek, haar lichaam draagt de samenleving, maar is geen rechtspersoon in de wet.

Toch is juist zij het levende fundament van elke wet, het ongeschreven hoofdstuk dat het systeem nog steeds weigert te lezen.

Medusa

In jaren van medisch en juridisch overleven ligt de bal nu bij de moedermaatschappij NN. Wat begon als een persoonlijke strijd om bestaansrecht is uitgegroeid tot een cultureel spiegelbeeld:

de erfgenaam tegenover het verzekeringslichaam, de vrouw tegenover het kapitaal.

NN – als naam en als symbool van Nomen Nescio, de naamloze – belichaamt precies wat ik onderzoek: het anonieme systeem dat bepaalt wie telt, wie geteld wordt, en wie uitgewist blijft.


Binnen het patriarchale recht wordt de portefeuille meestal gezien als bezit van een BV, bank of mannelijke erfgenaam.
Maar wie inhoudelijk kijkt, ziet dat zij de functie van de moeder vervult:
ze verzorgt, bewaart, verzekert, garandeert.


De paradox:


de moeder draagt het risico,
maar de man beheert het kapitaal.


Daarmee is de portefeuille de onzichtbare moeder van het financiële systeem:
ze is er altijd, maar nooit erkend als subject.
Precies zoals moeder de vrouw in mijn werk:
zichtbaar als arbeid, onzichtbaar als rechtspersoon.

Mijn werk keert de blik om. De naamloze krijgt gezicht..De bal ligt niet langer bij het systeem, maar in de kring van erfgoed en herinnering.

De vraag die nu gesteld wordt is niet: wie bezit wat? Maar: wie bewaart wie?

Ik ben de eigen architect van mijn ei gen leven. Ik verzekerde wat ik niet kon en kan dragen, maar ik liet mij niet verzekeren wat mij tot stilzwijgen verplichte.”

Amen