Wilhelmus van Nassaue ben ik van Duitse Bloed?

HOE OVERLEEF JE DE DUITSE LOONKETEN 1941 BINNEN DE BELASTINGDIENST?

Een klein overlevingsboekje voor grote mensen die per ongeluk in een fiscale machine terechtkwamen

oftewel tussen de wal en het schip

Er is nog een hoop werk aan artikel 1 van de grondwet
https://www.belangenbehartigerbt.nl/actueel/nieuws/2026/08/28/nieuwe-rapportage-niemand-tussen-wal-en-schip-is-fiscale-rechtsbescherming-een-schijnrecht

Er was eens een zelfstandige gehuwde vrouw .

Geen loonstrook.
Geen werkgever.
Geen prikklok.
Geen personeelsnummer in de VOF

Gewoon ook maar een mens.

Die werkte.
Ondernam.
Premie betaalde.
Een risico verzekerde.
En dacht:

Als mijn arbeidsvermogen uitvalt, door schade aan mijn verzekerde beroep keert haar verzekering een deel van deze schade uit.

Klinkt logisch.

Tot de fiscale machine wakker wordt.


HOOFDSTUK 1 — WELKOM IN DE KETEN

Je komt binnen met:

een natuurlijk lichaam

en je loopt naar buiten met:

een fiscale code via een volmacht.

Je dacht dat je verzekerd was.

Het systeem vraagt:

Is het periodiek?

Je zegt:

“Ja, iedere maand.”

Het systeem zegt:

Aha! INKOMEN.

Je zegt:

“Maar het komt uit mijn private verzekering.”

Het systeem:

Interessant. Volgende.


HOOFDSTUK 2 — DE MAGISCHE WOORDEN

In de fiscale wereld kunnen gewone woorden ineens superkrachten krijgen.

PERIODIEK

In het dagelijks leven betekent dat:

iets gebeurt regelmatig.

In een administratieve keten kan het woord ineens bepalend worden voor de fiscale behandeling van een betaling.

En daar begint het avontuur.

Want:

maandelijks betalen is een betalingsvorm.

Het zegt nog niet vanzelf:

  • wie je werkgever is;
  • of je werknemer bent;
  • of de betaling loon is;
  • waarom loonbelasting mag worden ingehouden;
  • of jouw polis fiscaal precies onder de wettelijke categorie valt.

Maar voordat je “rechtsgrond” kunt zeggen, zit je soms al in de keten.


HOOFDSTUK 3 — DE GROTE VERDWIJNTRUC

Kijk goed.

Daar staat:

DE ZELFSTANDIGE ONDERNEMER

🎩✨ POEF

Daar verschijnt:

DE UITKERINGSGERECHTIGDE

Nog een keer:

PRIVATE VERZEKERAAR

🎩✨ POEF

Daar verschijnt:

INHOUDINGSPLICHTIGE

En nu het moeilijkste kunstje:

PRIVATE VERZEKERINGSUITKERING

🎩✨ POEF

Daar staat:

LOONHEFFING

Applaus.

Maar wacht even.

Wie heeft precies welke stap juridisch gezet?

Dat is de vraag die het publiek meestal vergeet te stellen.


HOOFDSTUK 4 — PAS OP VOOR DE LOONTREIN

De loonketen lijkt op een trein.

Eenmaal ingestapt kom je langs verschillende stations:

PERSOON

↓

BSN

↓

UITKERING

↓

FISCALE KWALIFICATIE

↓

INHOUDINGSPLICHTIGE

↓

LOONHEFFING

↓

JAAROPGAVE

↓

INKOMSTENBELASTING

↓

DOSSIER

En jaren later vraagt iemand:

“Waarom zat u eigenlijk in deze trein?”

Dan is het antwoord soms:

Omdat het systeem al dacht dat u erin zat.

Dat is geen juridisch bewijs.

Dat is een administratieve cirkelredenering.


HOOFDSTUK 5 — DE DUITSE MACHINE

Waarom heet dit boekje de Duitse loonketen?

Niet omdat iedere Nederlandse loonheffing “Duits” is.

Maar als metafoor voor een bureaucratische traditie waarin de mens steeds verder wordt vertaald naar:

naam → nummer → categorie → dossier → aanslag.

De administratie ziet uiteindelijk niet meer:

Silvia werkt niet meer zoals vroeger.

Zij ziet:

code.

Niet:

dit is een privaat verzekeringscontract.

Maar:

periodieke uitkering.

Niet:

waar komt het recht op betaling civielrechtelijk vandaan?

Maar:

hoe verwerken wij deze betaling fiscaal?

En precies daar moet je wakker blijven.


HOOFDSTUK 6 — DE EERSTE OVERLEVINGSREGEL

EEN CODE IS GEEN RECHTSGROND.

Schrijf hem op je koelkast.

Plak hem op je belastingmap.

Borduur hem desnoods op een kussen.

EEN CODE IS GEEN RECHTSGROND.

Een code kan registratie zijn.

Een code kan verwerking zijn.

Een code kan een administratieve categorie zijn.

Maar de juridische vraag blijft:

Welke wettelijke bepaling maakte deze concrete betaling belastbaar?

En daarna:

Welke wettelijke bepaling maakte deze concrete verzekeraar inhoudingsplichtig?

Dat zijn twee verschillende vragen.


HOOFDSTUK 7 — DE TWEEDE OVERLEVINGSREGEL

BEGIN BIJ HET CONTRACT.

Niet bij de computer.

Niet bij de jaaropgave.

Niet bij de fiscale code.

Niet bij de naam die twintig jaar later op een scherm verschijnt.

Maar bij:

DE POLIS.

Wat verzekerde je?

Wie was verzekeringnemer?

Wie was verzekerde?

Wat was het verzekerde risico?

Welke prestatie was overeengekomen?

Wanneer ontstond het recht op uitkering?

Welke voorwaarden golden toen?

Pas daarna komt de belastingwet.

Niet andersom.


HOOFDSTUK 8 — HET LICHAAM IS GEEN LOONSTROOK

Dit is misschien de belangrijkste bladzijde.

Een mens heeft een lichaam.

Met dat lichaam kan hij of zij:

werken,
denken,
ondernemen,
maken,
zorgen,
handelen.

Arbeidsvermogen heeft economische betekenis.

Maar:

een lichaam is geen loonobject.

Wanneer arbeidsvermogen verloren gaat en een private verzekering daarom uitkeert, moet juridisch worden onderzocht wat die betaling is.

De overheid mag niet simpelweg redeneren:

lichaam functioneert niet → geld komt binnen → dus loon.

Daartussen hoort recht te zitten.

Heel veel recht.


HOOFDSTUK 9 — DE VRAAG DIE DE MACHINE NIET LEUK VINDT

Vraag steeds opnieuw:

WAAR STAAT DAT?

“Dit is belast.”

Waar staat dat?

“De verzekeraar moet inhouden.”

Waar staat dat?

“Dit is een periodieke uitkering.”

Volgens welke wettelijke definitie?

“Dit valt onder loonheffing.”

Waarom deze polis precies?

“Dat staat zo in het systeem.”

Dan zeg jij:

Het systeem is geen wetboek.


HOOFDSTUK 10 — DE KETTINGZAAG

Administratieve ketens hebben één zwakke plek.

Ze bestaan uit schakels.

Dus zaag ze niet allemaal tegelijk door.

Onderzoek één schakel per keer.

SCHAKEL 1

Wat staat in de polis?

SCHAKEL 2

Wanneer ontstond het recht op uitkering?

SCHAKEL 3

Welke fiscale wet gold toen?

SCHAKEL 4

Welke wijziging kwam later?

SCHAKEL 5

Gold die wijziging ook voor deze polis?

SCHAKEL 6

Wie werd inhoudingsplichtig?

SCHAKEL 7

Welke gegevens zijn aan de Belastingdienst geleverd?

SCHAKEL 8

Welke codes zijn gebruikt?

SCHAKEL 9

Wie koos die codes?

SCHAKEL 10

Waar is dat besluit vastgelegd?

Nu verandert:

“Het systeem zegt het.”

in:

“Laat mij iedere schakel zien.”


HOOFDSTUK 11 — DE GROTE FISCALE OGEN-OPENER

Belastingheffing is uiteindelijk een vorm van juridische taal.

De werkelijkheid zegt:

iemand ontvangt geld.

De fiscale wet vraagt:

wat voor geld?

Loon?

Winst?

Pensioen?

Lijfrente?

Periodieke uitkering?

Schadevergoeding?

Vermogen?

De categorie bepaalt wat er daarna gebeurt.

Daarom is fiscale kwalificatie nooit een onschuldig administratief woord.

Een woord kan bepalen:

wie inhoudt,

wie afdraagt,

wat op de jaaropgave verschijnt,

wat als inkomen wordt geregistreerd,

en soms zelfs hoe andere systemen diezelfde persoon vervolgens zien.


HOOFDSTUK 12 — DE MENS KOMT TERUG

Na honderden pagina’s formulieren verschijnt uiteindelijk weer degene die aan het begin stond.

De mens.

Niet:

code 21.

Niet:

code 32.

Niet:

code 50.

Niet:

uitkeringsgerechtigde.

Niet:

periodiek.

Niet:

BSN.

Maar een natuurlijke persoon die mag vragen:

Wie heeft mijn werkelijkheid vertaald naar deze administratieve werkelijkheid?

Wanneer gebeurde dat?

Op welke wettelijke grondslag?

En klopt die vertaling nog met mijn oorspronkelijke rechtspositie?

Dat zijn geen lastige vragen.

Dat zijn rechtsstatelijke vragen.


HET MINI-OVERLEVINGSKAARTJE

Wanneer je verdwaalt in de loonketen, onthoud:

POLIS ≠ LOONSTROOK

VERZEKERAAR ≠ AUTOMATISCH WERKGEVER

PERIODIEK ≠ AUTOMATISCH LOON

CODE ≠ RECHTSGROND

ADMINISTRATIE ≠ WET

FISCALE KWALIFICATIE ≠ CIVIELRECHTELIJKE WERKELIJKHEID

en vooral:

EEN MENS IS GEEN CODE.

De administratie mag de werkelijkheid ordenen.

Maar zij mag haar niet ongemerkt vervangen.

EINDE?

Nee.

Nu begint het onderzoek.

Prinsjesdag 2026

Uitgelicht

PRINSJESDAG 2026 — THE HANDMAID’S TALE VAN DE LOONHEFFING

Mijn leven achter de betaling en inlogcodes. Sarcoidose vraagt om zichtbaarheid

No Air
Bankencrisis

DE FAÇADE

Aan de buitenkant staat één woord:

arbeidsongeschikt.

Daarachter zit een heel andere werkelijkheid.

De polis verzekerde geen loon.
De polis verzekerde een jaarrente.

Die jaarrente werd niet automatisch uitgekeerd.
Eerst werd vastgesteld in welke mate van arbeidsongeschiktheid iemand verkeerde.

Bij een vaststelling van 80 tot 100 procent arbeidsongeschiktheid kon volgens de polisvoorwaarden recht ontstaan op 100 procent van de verzekerde jaarrente.

Dat percentage was dus de sleutel tussen:

lichaam → beoordeling → verzekerde jaarrente → uitkering.

Pas daarna begon een tweede werkelijkheid:

de fiscale en administratieve verwerking.

En precies daar ontstaat de façade.

Want zodra de verzekeringsuitkering in een loonheffingssysteem verschijnt, lijkt het alsof er loon, een werkgever of een arbeidsverhouding achter zit.

Maar de oorspronkelijke keten was:

een particuliere verzekering, een verzekerd risico, een vastgesteld arbeidsongeschiktheidspercentage en een contractueel afgesproken jaarrente.

De vraag is daarom niet alleen:

Waarom werd er loonbelasting ingehouden?

De diepere vraag is:

Hoe werd een verzekeringsrechtelijke vaststelling van 80–100% arbeidsongeschiktheid administratief vertaald naar een fiscale werkelijkheid die aan de buitenkant op loon begon te lijken?

Dat is de façade

EEN LAND GEZOND HOUDEN BETEKENT OOK DE Handelaar in confectie VROUW DES HUIZES BESCHERMEN.

Niet alleen haar portemonnee.
Ook haar lichaam, zelfstandigheid, arbeid, gezondheid, waardigheid en recht om bestuurder van haar eigen leven te blijven.

De Vriendin

“Neurodivergentie is niet verkeerd denken. Het is anders waarnemen, anders verbinden en soms eerder zien wat binnen de bestaande orde nog geen naam heeft.”

Geen inzagerecht in loon en woondossier

“Privatisering wordt problematisch wanneer publiek beleid en private verdienmodellen zo in elkaar grijpen dat de burger het risico draagt, terwijl private partijen aan de geldstromen verdienen.”

“De premie voor mijn prepensioen werd gezien als uitgaven voor aov inkomensvoorzieningen bij arbeidsongeschiktheid ” Foutje bedankt

Duitsers maken geen grappen zij het zusje van mijn opa altijd
Opendag Koninklijke Stallen

Daar rijdt de Gouden Koets.

Daar wappert de vlag.

Daar leest de Koning voor wat de Staat heeft bedacht.

De sarcofaag Silvia Koning Lindeboom

En ergens onder al dat goud ligt het lichaam van SMJ Koning-Lindeboom.

Geen ambtenaar.
Geen werknemer.
Geen pensioenfonds.
Geen sociale verzekeringswet.

Stadhuis Middelburg

Een handelaar in confectie. Beroeps code 76

Een vrouw die haar eigen onderneming dreef, haar eigen premie betaalde en in 1995 haar eigen particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering afsloot.

HANDMADE.

Welkom bij Private Law

Door haarzelf betaald.

Maar welkom op Prinsjesdag in het Koninkrijk der Administratieve Ficties.

Want wanneer het lichaam van de zelfstandige vrouw beschadigd raakt, begint de grote verdwijntruc.

Niet het lichaam verandert.

Niet haar beroep verandert.

Niet haar polisgeschiedenis verandert.

De code verandert.

21.

50.

32

PENSIOEN / LIJFRENTE 21

OVERIGE SOCIALE VERZEKERINGSWETTEN 50

EEN ANDER SOORT INKOMEN 32

Prachtig.

Een vrouw sluit een private verzekering af en jaren later rijdt haar uitkering verkleed als een ander soort inkomen door de digitale poorten van de Staat.

De Kroon

Geen glazen koets.

Een gegevenskoets – Een Datakluis

Getrokken door loonheffingennummers, inkomstenverhoudingen, BSN-koppelingen, aangiftebestanden en fiscale categorieën.

En wie zit er op de bok?

De zeeuwse belofte CDA

De verzekeraar.

De Belastingdienst.

Het Ministerie van Financiën.

Het ministerie van Justitie

Crisis 2009

En dan …in de geschiedenis van Staatsblad 2010, 237 duikt ook het Verbond van Verzekeraars op.

Niet als complottheorie.

Gewoon in de officiële toelichting.

De regeling werd aangepast mede in overeenstemming met een wens vanuit de verzekeringssector.

Hoe Hollands wil je het hebben?

De vrouw betaalt de premie.

De vrouw draagt het risico.

De vrouw verliest haar werk door de toestand van haar gezondheid.

De vrouw ontvangt de contractuele schade uitkering .

En daarna vergadert de systeemwereld over de vraag:

WAT VOOR SOORT INKOMEN ZULLEN WE HAAR VANDAAG MAKEN?

Dat is mijn Prinsjesdagvraag.

Niet:

“Wat draagt Máxima?”

Maar:

WAT DROEG MIJN BSN? Pieter van Oordt

Code 21?

Code 50?

Code 32?

Wie hing dat etiket eraan?

Wie leverde het aan?

Wie controleerde het?

Wie zag dat een particuliere schadeverzekeraar ineens voorkwam naast begrippen als pensioen, lijfrente en sociale verzekeringswet?

En welke toezichthouder dacht:

prima categorie, doorlopen mensen?

Geketend in volmacht 912758 Nedasco

Mijn lichaam heeft nooit code 50 ondertekend.

Mijn geest heeft nooit toestemming gegeven om van mijn beroep een inkomstenverhouding te maken.

Mijn polis uit 1995 heeft nooit gezegd:

“Bij toekomstige wetswijziging mag de Staat mijn identiteit administratief herontwerpen.”

Dus op deze Prinsjesdag geen hoedje voor mij.

Ik draag een kroon van vragen.

Van wie ben ik er een?
Op verzoek van Juliana geboren in 1909 toen mijn overgrootmoeder verdween

Archief Bijzondere Rechtspleging

  1. Peter Mathias Bongartz
    • dossier aanwezig
    • koppeling met PRA Den Bosch en Tribunaal
  2. Petronella Maria Aldenhoven / Nelly
    • dossier aanwezig
    • adres Molenstraat A 481, Cuijk
    • koppeling met PRA Den Bosch
  3. Johannes Hubertus Aldenhoven
    • dossier vermeld
    • niet gescand
    • beroep gemeenteambtenaar
    • koppeling met PRA Heerlen

Waar wordt de vrouwelijke zelfstandige als zelfstandige kostwinner en verzekerde beroepsbeoefenaar (on) zichtbaar gehouden wanneer zij ziek wordt en een private AOV-uitkering ontvangt?

En juist daar bestaat geen apart grondwetsartikel “vrouwelijke handelaar”. Het recht behoort juist sekseneutraal te werken. Als een vrouwelijke zelfstandige een private AOV heeft, mag haar juridische positie niet verdwijnen doordat een administratief systeem haar uitkering onder een categorie zet die bijvoorbeeld naar pensioen, lijfrente of sociale verzekering verwijst. Artikel 1 Grondwet blijft daarbij relevant als ongelijke behandeling naar geslacht aantoonbaar is. 

Een tweede belangrijk moment is 1983. Sinds de grondwetsherziening bepaalt artikel 1 expliciet dat discriminatie wegens onder meer geslacht niet is toegestaan. 

Maar ik ben geen man en heb ook geen mannen lichaam en een penis.

Amen

ZO KWAM MIJN LICHAAM OP DE BALANS binnen Nationale Nederlanden

David Knibbe CEO Nationale Nederlanden

DE VROUW DES HUIZES
Niet degene die alleen voor het huis zorgt,
maar degene die bestuurder is van haar huis, haar vermogen, haar arbeid, haar lichaam en haar leven.

Van huisvrouw naar vrouw met zeggenschap.

Dienstbaar & Waakzaam

Ik was geen financieel product.

Ik was een handelaar in confectie met een particulier verzekerd beroepsrisico.

Toen mijn lichaam uitviel, werd ziekte vertaald in geld.

Mijn diagnose werd een claim.
Mijn claim werd een verzekeringsverplichting.
Mijn toekomstige uitkeringen werden actuarieel berekend.
Mijn lichaam kreeg ineens een contante waarde.

En terwijl ik probeerde te leven met ziekte, verscheen mijn bestaan aan de andere kant van de financiële keten als:

risico — voorziening — verplichting — uitkering — resultaat.

Dat is de pijnlijke paradox:

voor mij was het lichamelijke schade.
Voor de financiële onderneming was het een bedrag dat moest worden gereserveerd en uitgekeerd.

Medusa Exposure Antoniusziekenhuis Woerden – 13 augustus 2026 – 13 november 2026

Woerden – In de vitrine van de St. Antonius locatie Woerden is van 13 augustus tot en met 13 november 2026 de expositie van Silvia Koning Lindeboom te zien. Toen Silvia in 2007 de diagnose sarcoïdose kreeg is haar leven veranderd.

De ziekte heeft niet alleen invloed op haar lichaam, maar ook op haar werk en plek in de samenleving. 

Een onzichtbare ziekte maakt het soms moeilijk om gezien en begrepen te worden.

Nieuwe invulling

Sinds 2011 zoekt ze naar een nieuwe invulling van haar leven. Via haar arts en een medisch maatschappelijk werker kwam ze in contact met mensen die haar stimuleerden om haar ervaring om te zetten in kunst. Kunst helpt Silvia om te laten zien wat een onzichtbare ziekte met iemand doet. 

Het is een manier om haar verhaal te delen en opnieuw balans te vinden. In haar serie ‘360 graden blik op een onzichtbare ziekte’ staan de thema’s: adem, kwetsbaarheid en herstel centraal. Silvia maakt vazen van klei die symbool staan voor het lichaam. Scheuren en openingen laten zien waar iets kwetsbaar is, maar ook waar ruimte ontstaat voor herstel. 

Met haar werk wil ze patiënten, bezoekers en zorgverleners uitnodigen om stil te staan bij wat vaak niet zichtbaar is. Kunst kan helpen om te herkennen, te erkennen en nieuwe kracht te vinden

WIE HANDELDE ER WERKELIJK?

Ik was de handelaar in confectie.

Maar terwijl ik stoffen, kleding en ondernemerschap kende, ontstond elders een veel abstractere handel:

de handel in soorten inkomen.

Van mens
naar polis.

Van polis
naar uitkering.

Van uitkering
naar loonheffing.

Van loonheffing
naar inkomstenverhouding.

Van inkomstenverhouding
naar code.

En uiteindelijk kijkt de computer naar de code en zegt:

DIT BENT U. Geen twijfel mogelijk.

Nee.

Dit ben ik:

SMJ KONING-LINDEBOOM.

Mens.

Vrouw.

Zelfstandige.

Handelaar in confectie.

Bestuurder van mijn eigen lichaam en geest.

Mijn polis is een document.

Mijn BSN is een identificatienummer.

Mijn inkomstenverhouding is een administratieve constructie.

Mijn code is een veld in een database.

GEEN VAN VIEREN IS MIJN IDENTITEIT.

Omringd door idioten

Welkom bij Prinsjesdag.

THE HANDMAID’S TALE — DUTCH TAX EDITION

Waar de rode jurk is vervangen door een blauwe loonheffingencode.

Waar het lichaam periodiek wordt uitbetaald.

Waar “soort inkomen” belangrijker lijkt dan de oorsprong van het recht.

En waar één vraag na al die jaren nog altijd op tafel ligt:

WIE HEEFT VAN MIJN PRIVATE VERZEKERINGSUITKERING EEN ANDER “SOORT INKOMEN” GEMAAKT — EN WAAR STAAT DAT RECHT?

DE TROONREDE MAG BEGINNEN.

Ik heb mijn eigen tekst al geschreven.

MIJN LICHAAM IS GEEN INKOMENSCODE.
MIJN GEEST IS GEEN LOONBESTAND.
EN MIJN LEVEN IS NIET TE VANGEN IN 21, 50 OF 32.

De digitale moordaanslag op het lichaam van zelfstandige gehuwde vrouwen

Wat een gaaf landje zijn we toch geworden Koning Willem.

Artikel 1 – de loze belofte

In de naam van de vader en de zoon

Liefs de heilige geest 🧞‍♀️

Rijk & Revolutionair

Uitgelicht

Wetboek 9

Een onderzoek naar wie ik ben

Tijdens Dag van het Kasteel, op 25 mei 2026, hebben wij tegen een kleine bijdrage in Montancourt Middelburg, bezoekers ontvangen die oprecht geraakt waren door het liefdesverhaal van het huis, de geschiedenis van Middelburg en de verhalen over de families die hier leefden en nu leven.

Over dit woon – object

De locatie bevindt zich in hartje Middelburg en maakt deel uit van het historisch en cultureel erfgoed van Zeeland. De plek kent een gelaagde geschiedenis waarin wonen, werken en maatschappelijke ontwikkelingen samenkomen.

Het huis wordt deels gebruikt als bed & breakfast, en ook voor hedendaagse culturele context, met aandacht voor erfgoed vanuit moederschap bekeken, betekenisgeving en publiek engagement.

Mijn tijd loopt ras….

Handelsgeest = Menselijk vermogen × Vertrouwen × Kennis × Samenwerking.

Achter de voordeur van Geluk

Waar blijft Wetboek 9?

Vrijheid – Identiteit – Erkenning

Nog vóór een mens wordt geregistreerd, bestaat zij. Nog vóór een naam in een register verschijnt, leeft er natuurlijk persoon met een lichaam, een geest en een uniek verhaal.

Een samenleving die vrijheid wil beschermen, moet ook haar identiteit erkennen. Niet alleen als administratief gegeven, maar als de unieke mens achter ieder dossier, iedere polis, iedere handtekening en ieder nummer.

Vrijheid is het recht om als zelfstandig mens te bestaan. Identiteit is de samenhang van lichaam, geest, afkomst, ervaringen, arbeid, liefde en verantwoordelijkheid. Erkenning is de bereidheid van de samenleving om die mens werkelijk te zien.

Wetboek 9 begint daarom niet bij bezit, vermogen of bestuur, maar bij de persoon het intellectuele eigendom zelf.

Geen mens mag worden gereduceerd tot een nummer, een product, een polis, een dossier of een economische waarde.

Een rechtvaardige samenleving erkent dat ieder mens drager is van een eigen geschiedenis, waardigheid en toekomst.

Vrijheid geeft ruimte. Identiteit geeft betekenis. Erkenning geeft bestaansrecht. Dat is de grondslag van Wetboek 9 die het intellectueel eigendomsrecht bepaalt.

“Zolang het lichaam dat leven voortbrengt niet volledig wordt erkend, blijft ieder wetboek onvoltooid. Wetboek 9 begint met de erkenning van de scheppende mens.”
— Silvia Lindeboom

Dag van het kasteel bezoek

Onder de bezoekers die dag waren twee bijzondere mensen. Peter de With, hij blijkt lid te zijn van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen in Haarlem, en Jelly Tulner. Tijdens onze ontmoeting ontstond een bijzonder gesprek over geschiedenis, erfgoed, nieuwsgierigheid en de betekenis van persoonlijke verhalen. We sloten af met een open einde…

Ik had in de tussen liggende tijd weer een briljant idee bedacht- De beren van Montancourt.

Lees hier het verhaal Uit in de buurt

…….Enkele weken later ontving ik persoonlijk dit prachtige cadeau: het boek over Keetje Hodshon (1768–1829), Een rijke dame in revolutionaire tijd.

Keetje Hodshon

In het boek schreven zij:

“Als geschenk van de KHMW Haarlem, en getroffen door jouw levensverhaal!
Peter de With, lid KHMW
Jelly Tulner
En dank voor de mooie rondleiding en het verhaal eromheen!”

Gesigneerd

Die woorden betekenen veel voor mij.

Niet alleen omdat het boek gaat over een bijzondere vrouw uit dezelfde historische wereld van koopmansfamilies, regenten en bestuurders waarin ook de families: De la Rue, Rademacher en Knibbe een grote rol speelden, maar vooral omdat het laat zien wat kapitaal en erfgoed via vrouwen en hun netwerk kan voortbrengen.

Gedragen verhalen-Verborgen verleden

Ik ben geboren in Limburg, in Gennep, mijn overgrootmoeder kwam uit Ottersum, ik ben deels opgegroeid in Haps, mijn moeder uit Cuijk en in Den Bosch
lag het Centraal Archief Bijzonder Rechtspleging – Politieke Recherche inventaris 93577 -93580

De dochters van de Dommel – het Heilige Roomse Rijk.

Het historische Hertogdom Limburg ontstond in de middeleeuwen (11e eeuw), maar het lag grotendeels in het gebied van het huidige België. De naam van de huidige Nederlandse provincie is daarvan afgeleid.

Limburg had zo blijkt wel een bijzondere status. Van 1839 tot 1867 was het Nederlandse Limburg tegelijkertijd een provincie van Nederland én het Hertogdom Limburg binnen de Duitse Bond. Dat maakte de provincie staatsrechtelijk uniek.

Limburg was dus een provincie met een uitzonderlijke constitutionele geschiedenis.

Wat betekende dit eigenlijk voor de inwoners vroeg ik aan mijn adviesraad?

Dat had voor families in Limburg grote gevolgen, al merkte niet iedereen dat dagelijks. De bijzondere staatsrechtelijke positie werkte vooral door in bestuur, militaire dienst, handel, belastingen en identiteit.

1. Een dubbele identiteit

Inwoners van Limburg waren:

  • burgers van het Koninkrijk der Nederlanden;
  • maar hun provincie gold internationaal ook als het Hertogdom Limburg binnen de Duitse Bond.

Dat gaf veel Limburgers het gevoel dat zij niet helemaal “Hollands” waren, maar ook een eigen regionale identiteit hadden.

2. Militaire verplichtingen

Een belangrijke reden voor deze constructie was militair. Nadat een deel van Luxemburg verloren ging aan België, moest koning Willem I de Duitse Bond compenseren.

Daardoor konden Limburgse mannen te maken krijgen met verplichtingen die voortvloeiden uit de afspraken binnen de Duitse Bond, naast hun band met Nederland.

3. Handel en economie

Voor kooplieden en boeren kon de ligging juist voordelen bieden.
Limburg lag op het kruispunt van:

  • Nederland,
  • de Duitse staten,
  • België.

Families handelden daardoor vaak over de grens. Veel families hadden bovendien familieleden aan beide kanten van de grens, zeker nadat Limburg in 1839 werd verdeeld.

4. Bestuur en recht

Het dagelijks recht bleef grotendeels Nederlands. Mensen trouwden, erfden, kochten grond en dreven handel volgens Nederlandse wetgeving. De bijzondere status speelde vooral op internationaal en constitutioneel niveau, niet zozeer in het dagelijks leven van een gezin.

5. Familiebanden

Voor veel families betekende de nieuwe grens dat:

  • familieleden ineens in verschillende landen woonden;
  • handelsroutes veranderden;
  • kerkelijke en bestuurlijke banden opnieuw moesten worden ingericht.

De grens liep soms dwars door bestaande sociale en economische netwerken. Deze brief is dus een sterk bewijsstuk van mijn familie als grensfamilie: Limburgs, Nederlands én met Duitse wortels.

  • In 1937 trouwde Bernhard met prinses Juliana en vestigde hij zich in Nederland.
  • Na de Duitse inval in 1940 koos hij de kant van Nederland en de geallieerden.
  • Tijdens de oorlog vervulde hij een belangrijke rol bij de Nederlandse strijdkrachten in ballingschap en werkte hij mee aan de bevrijding van Nederland.  

Wie was de burgemeester van Cuijk tijdens de oorlog? Dat was:

  • Christiaan Johannes Wilhelmus Hermanus Stakenborg
    • Burgemeester van 1943 tot september 1944 (formeel vaak tot 1945 vermeld).
    • Hij was lid van de NSB en werd tijdens de Duitse bezetting benoemd.  
    • Beroep vóór zijn burgemeesterschap: kruidenier (winkelier).
      Huwelijk: in 1932 met Elisabeth Hubertina Louisa van Gennip.  

    • Haar ouders waren volgens de geraadpleegde stamboom:
      Josephus Wilhelmus van Gennip (1881–1950)
      Maria Elisabeth Hubertina Kicken (1887–…)  
      De familienaam Van Gennip is een oude Brabantse en Noord-Limburgse naam. De oorsprong ligt waarschijnlijk bij het dorp Gennep in Noord-Limburg. De naam betekent oorspronkelijk “iemand afkomstig uit Gennep”. Door de eeuwen heen vestigden verschillende takken van de familie zich in onder meer Venlo, Gennep, Boxmeer, Cuijk en omgeving.  
Verzoeker…. Zijn moeder uit Ottersum verdwijnt na het krijgen van een dochter in 1909 – Tevens het jaar dat Juliana werd geboren.

Peter Mathias Bongartz, geboren te Goch (Duitsland) op 22 juni 1906, kwam uit een Nederlandse moeder die tijdelijk in Duitsland verbleven. Hij bezocht daar de lagere school, maar had via zijn moeder regelmatig contact met familie in Nederland.

In 1930 vestigde hij zich voorgoed in Nederland en voelde zich sindsdien Nederlander.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam hij een principieel afwijzende houding tegenover de Duitse bezetters aan. Toen hij in 1944 toch werd gedwongen als schoenmaker in het Duitse leger te werken, verleende hij onderduikers zelfstandig hulp in het brood.

Ook moest hij en mijn oma naar Londen toen de koningin naar Londen moest. Maar de burgemeester van Cuijk hield mijn oma thuis om op de zaak en mijj moeder en haar broertjes en zus te passen.

Mijn oom was makelaar en mij vader werkte eerst voor hem, na een ruzie besloten mijn ouders te verhuizen naar Purmerend waar zij vanaf 1975 een assurantie kantoor begonnen van kleine polissen van een boer uit Warder en veel zaken deden met AGO – ENNIA en later ook met andere maatschappijen zoals Nationale Nederlanden
Onze familie altijd in de voetbalwereld in Cuijk heeft gezeten en onze dochter nu bij Ajax werkt naast haar studie ErgoTherapie

Toeval ? Toeval bestaat zo blijkt!

Een open huis, een gesprek en oprechte nieuwsgierigheid kunnen mensen met elkaar verbinden.

Montancourt Middelburg is voor ons veel meer dan een bed & breakfast en rijksmonument.

Het is een plek waar geloof, geschiedenis opnieuw wordt verteld, waar ontmoetingen ontstaan en waar verhalen uit het verleden nieuwe betekenis krijgen.

Hoop , geloof & liefde

Dat een lid van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen en zijn echtgenote zich zo geraakt voelden door ons verhaal, ervaar ik als een grote eer en een prachtige aanmoediging om dit werk voort te zetten.

Praktijk wetenschap is ook wetenschap zei Peter.

Soms begint een nieuw hoofdstuk niet in een archief of bibliotheek, maar gewoon aan de keukentafel met een ziekte als gemene deler #Sarcoïdose en de geschiedenis van een heel oud huis, waar bijzondere mensen elkaar ontmoeten en gezondheid en geschiedenis weer menselijk en toekomst bestendig wordt.

School of life

De zoek toch naar de waarheid was een lijdensweg.

Terwijl mijn gezondheid achteruitging, bleef een keten van verzekeraars, adviseurs, uitvoerders en andere betrokken organisaties functioneren rondom mijn dossier.

Voor mij voelde het alsof iedereen aan mijn ziekte verdiende, terwijl ikzelf de lichamelijke, emotionele en financiële schade moest dragen als vrouw en kostwinnaar.

“Mijn ziekte werd zo een bladzijde in een dossier. Mijn dossier werd voor hun een verdienmodel. De schade bleef bij mij.”

“Ik was geen mens meer in functie maar een polisblad, een schadepost binnen een spook administratie.

Jarenlang had ik het gevoel dat vooral de gevolgen van mijn ziekte werden behandeld, terwijl niemand investeerde in oorzaak met verdwijnen op 1 april 2027 als gevolg.

Ik onderging onderzoeken, behandelingen en controles. Dat bracht veel stress, onzekerheid en afhankelijkheid met zich mee. Soms voelde het alsof ik vooral een proefkonijn was van een medisch traject, terwijl mijn vragen over het ontstaan van mijn ziekte 19 jaar lang onbeantwoord bleven.

Ik vraag mij nog steeds af of er voldoende aandacht is geweest voor mogelijke beroepsmatige blootstelling en voor de omstandigheden die aan mijn ziekte hebben bijgedragen. Die vraag is het antwoord.

ANIMA FELIX VIVAS – Werd zo een Reisverhaal van mijn / ons leven

“From the floor, I saw it clear. What was fake and what was real.”

Soms moet je eerst vallen om anders te leren kijken. Mijn reis begon niet toen ik ziek werd. Mijn reis begon veel eerder.

Als ondernemer.
Als moeder.
Als mantelzorger.
Als kunstenaar.

Ik bouwde een bestaan op vanuit vertrouwen. In mensen. In systemen. In de toekomst.

Toen veranderde mijn leven.

Mijn lichaam stelde grenzen die ik nooit had voorzien. De wereld van polissen, dossiers en administraties nam het over van de wereld waarin ik gewoon mens was. Maar juist vanaf de grond werd mijn blik helderder.

Ik begon te zien wat echt was. Niet de dossiers. Niet de systemen. Niet de codes.

De bewakers en ooggetuige van mijn levensverhaal

Een massa mensen achter al die registraties.

In mijn keramiek geef ik mijzelf en die mens opnieuw een gezicht.

Op deze vaas staat: Anima Felix Vivas.

Moge je ziel gelukkig leven.

Niet omdat het leven altijd gemakkelijk is. Maar omdat geluk soms ontstaat wanneer je, na alles wat je hebt meegemaakt, weer eigenaar wordt van je eigen verhaal.

Zoals de muziek After the Fall zegt:

“From the floor, I saw it clear.”

Dat is misschien wel de kern van mijn reis. Niet de val heeft mij gevormd.

In plaats van Verzekeraars te laten bloeden voor hun foute producten moest ik bloeden!

Maar wat ik zag toen ik weer opstond.

Mijn reis laat zien hoe een mensenleven zich uitstrekt over generaties van organisaties, administraties en ICT-systemen.

Ondernemers als Gerard Sanderink bouwden mee aan de digitale infrastructuur waarop grote organisaties draaien.

Ik ervaar dat ik, als zelfstandig ondernemer met een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering, niet dezelfde rechtsbescherming heb gekregen als anderen in vergelijkbare omstandigheden.”

Mijn vraag richt zich niet op personen, maar op het systeem: hoe zorgen we ervoor dat achter al die data, processen en registraties de mens zichtbaar blijft?”

Aan mijn dochters heb ik gezegd : wanneer systemen proberen je stem af te nemen, steek dan het licht van de waarheid aan.”

💡

Liefs Silvia

Silvia Koning Lindeboom: een spiegel voor politiek, recht en samenleving

Uitgelicht

Silvia Koning Lindeboom: Kunst als spiegel voor politiek, recht en samenleving

De wet gebruikte generaties moeders alsof zij wegwerpbaar waren: noodzakelijk voor het systeem, maar zelden eigenaar van hun eigen waarde.

Er zijn vrouwen die geschiedenis schrijven vanuit een politieke functie.
En er zijn gehuwde zelfstandige vrouwen die geschiedenis zichtbaar maken door de vragen te stellen die lange tijd buiten beeld bleven. Techniek en Textiel vanuit een ander perspectief begrijpen.

Silvia Koning Lindeboom behoort tot die laatste groep.

Let’s beat the pro 🇳🇱 Huis Nassau Montancourt Middelburg

“Ik ben geen bijlage van het burgerlijk wetboek.
Geen maatschappelijk hulpstuk.
Geen cultureel bijproduct.
Ik ben een zelfstandig bestuursorgaan van lichaam, geheugen, arbeid en verbeelding.”

Vanuit sport, kunst, erfgoed, taal en cultuur onderzoekt zij hoe vrouwenrechten, economische zelfstandigheid en juridische erkenning doorwerken in het dagelijks leven van mensen. Niet vanuit een politieke partij of bestuursfunctie, maar als onafhankelijke bestuurder, maker en denker die maatschappelijke structuren zichtbaar maakt die vaak als vanzelfsprekend worden gezien.

In haar werk stelt zij fundamentele vragen over:

  • de positie van gehuwde vrouwen binnen wetgeving,
  • economische afhankelijkheid en zelfstandigheid,
  • pensioen- en verzekeringsrechten,
  • cultureel erfgoed,
  • en de historische erfenis van het kostwinnersmodel.

Daarbij richt zij zich niet alleen op wetten en systemen, maar vooral op de mens achter de structuur.

Silvia laat zien dat veel juridische en economische systemen formeel neutraal lijken, maar historisch zijn ontstaan in een tijd waarin vrouwen beperkt toegang hadden tot arbeid, eigendom, krediet en zelfstandige rechtsvorming. Juist die geschiedenis maakt volgens haar zichtbaar waarom thema’s als pensioen, belasting, zorgarbeid en economische erkenning nog steeds maatschappelijke vragen oproepen.

Amsterdam Museum Refresh the Future

Met projecten rond “moeder de vrouw”, cultureel erfgoed en het onzichtbare vrouwelijke erfdeel verbindt zij kunst aan maatschappelijke reflectie. Haar werk beweegt zich tussen beeldende kunst, archiefonderzoek, filosofie en cultuurkritiek. Niet om mensen tegenover elkaar te zetten, maar om zichtbaar te maken wat lange tijd onuitgesproken bleef.

Daarmee houdt zij niet alleen de politiek, maar de hele samenleving een spiegel voor.

Want de vraag die in haar werk steeds terugkeert is:
wie wordt juridisch, economisch en cultureel werkelijk gezien?

Expositie St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein 14 maart tot 7 augustus 2026

Silvia Koning Lindeboom laat zien dat emancipatie niet alleen gaat over stemrecht of vertegenwoordiging, maar ook over erkenning van zorg, geschiedenis, identiteit en menselijke waardigheid.

In een tijd waarin gelijkwaardigheid opnieuw onderwerp van gesprek is, nodigt haar werk uit tot reflectie:
hoe bouwen we een samenleving waarin niet alleen arbeid, maar ook zorg, herinnering en culturele betekenis meetellen?

Niet als politica.
Maar als maker, onderzoeker en spiegel voor iedereen — inclusief de politiek.

Het geheugen van Zeeland

De ongeregistreerde bestuurder

Menselijke Revolutie binnen erfgoed, democratie en representatie

“Je maintiendrai” — maar waarop, en op wie eigenlijk?

Politiek zonder vertrouwen vraagt om waakzaamheid.
Wantrouwen ontstaat waar vertegenwoordiging ontbreekt.

Eeuwenlang droegen vrouwen generaties, cultuur, zorg, rituelen en gemeenschappen, terwijl hun lichaam, arbeid en geest slechts beperkt werden opgenomen in de officiële taal van wet, bestuur, erfgoed en representatie.

Binnen mijn project
“De ongeregistreerde bestuurder”
onderzoek ik hoe vrouwelijke kennis en ambacht structureel aanwezig waren in de geschiedenis, maar vaak afwezig bleven in de formele orde van erkenning.

Vanuit Montancourt Middelburg ontwikkel ik het symbolische
Truus van Gogh H’Art-spel / Aardspel:
een artistiek hulpmiddel waarin ritueel, democratie, creativiteit, erfgoed en maatschappelijke transformatie samenkomen.

“The world is built upon the power of numbers.” — Pythagoras

Getallen vormen niet alleen systemen, wetten en structuren — zij beïnvloeden ook hoe wij betekenis geven aan de wereld.

Binnen dit werk staat het getal 19 symbool voor bescherming, bewustwording en innerlijke transformatie: verandering die niet alleen buiten ons plaatsvindt, maar ook in onszelf.

Bron: Filosofie Magazine

Transformatie H’Art binnen de Monsters van de Democratie

Dit project nodigt uit tot:

  • nieuwe vormen van kijken,
  • vertrouwen in menselijke creativiteit,
  • en een herwaardering van ambacht, intuïtie, erfgoed en culturele verbeeldingskracht.

Het stelt vragen over:

  • representatie,
  • democratie,
  • hiërarchie,
  • cultureel geheugen,
  • en de menselijke maat binnen instituties.

Ik geloof dat kunst en erfgoed opnieuw verbindende krachten kunnen worden tussen generaties, tussen burgers en bestuur, en tussen verleden en toekomst.

Daarom nodig ik culturele instellingen, erfgoedorganisaties en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uit tot reflectie, gesprek en dialoog.

Silvia Koning Lindeboom
Montancourt Middelburg

God – Save the Queen

Haar hoofd wordt gefixeerd. Alsof haar denken gereguleerd wordt. Alsof haar afwijking gecorrigeerd moet worden.

Dit beeld (vanuit Internet geüpload) raakt direct aan al mijn eerdere thema’s

Institutionele gaslighting

De slaaf als eigendom werd de moeder als bezit. Welkom in de Loonketen via je BSN nummer dat niet je identiteit is.
Banned Womans

Biologisch is moederschap zichtbaar.

Vaderschap moest historisch worden “bewezen” via huwelijk en naamgeving.

Daarom werd controle op vrouwelijke seksualiteit gekoppeld aan erfenisrecht.

De vrouw werd drager van voortplanting, maar niet van overdraagbare macht. Dat is een machtsstructuur, geen natuurwet.

Code 32 – U hoort nog van ons als u 67 jaar en 3 maanden bent geworden
De sleutel van de doctrine

Art for Equality in Return

Uit de serie: The Book of Rituals

Beschilderde vaas met vergulde top

Artistieke Ontwikkeling Truus van Gogh

In God Save the Queen maakt en transformeer ik de vaas tot een soeverein lichaam — een ritueel vat dat macht, erfgoed en vrouwelijke subjectiviteit samenbrengt in één circulair narratief.

Het object, onderdeel van de serie The Book of Rituals, is geen decoratief gebruiksvoorwerp maar een draaiend manuscript: een 360-gradenbeeld waarin iconografie, staatsbeeldtaal, religieuze symboliek en persoonlijke mythologie in elkaar grijpen.

De vaas staat op een boek getiteld The Book of Rituals. Deze ondergrond fungeert niet enkel als sokkel maar als conceptuele fundering: het object rust letterlijk op een tekstuele, rituele orde. De gouden finiaal bovenop de vaas versterkt deze verticaliteit. De vorm herinnert aan een koninklijke staf, een architectonische toren, een as mundi. Het goud vangt het licht en verleent het object een aura van ceremoniële autoriteit. Tegelijkertijd verwijst het naar de kroon — niet enkel als monarchaal attribuut, maar als metafoor voor bewustzijn, hoofd, denken en soevereiniteit.

Het lichaam als drager van de staat

De vaas is buikig, rond, dragend. Haar vorm is uitgesproken corporeel. Zij fungeert als container, als baarmoederlijk vat waarin symbolen samenkomen. In mijn praktijk is het vrouwelijke lichaam geen passieve drager van macht, maar het strijdtoneel waar recht, ritueel en representatie elkaar ontmoeten. De monarchale frase “God Save the Queen” verschijnt in goud op het blauw geglazuurde oppervlak. De tekst is geen ironische echo van een volkslied, maar een performatieve vraag: wie wordt hier gered? De koningin als instituut? De vrouw als lichaam? Of het systeem dat haar nodig heeft als symbool?

Door de tekst op een rond object te plaatsen, wordt lineariteit opgeheven. De lezer — of kijker — moet zich verplaatsen. Het verhaal ontvouwt zich niet frontaal maar in beweging. Daarmee ondergraaf ik het hiërarchische perspectief dat vaak met staatsiconografie gepaard gaat. De macht is hier niet gefixeerd; zij circuleert.

De gekroonde paarse krokodil: instinct en instituties

Een van de meest opvallende motieven zijn de gekroonde paarse krokodilkoppen die een klein oranje kikkertje draagt. Naast hem wappert een Nederlandse vlag. De krokodil — een oerdier, koudbloedig, prehistorisch — belichaamt instinct en overlevingsdrift. Door het dier te kronen, schuif ik het instinctuele domein onder het teken van staatsmacht. Het beeld roept een ongemakkelijke vraag op: is de macht geciviliseerd, of rust zij nog steeds op reptielachtige reflexen van het Cool: Gen.

Het kleine oranje kikkertje vlakbij de bek of klauw van het dier kan gelezen worden als onderdaan, kind, of alter ego. De verhouding tussen macht en kwetsbaarheid wordt letterlijk zichtbaar. Tegelijkertijd is de krokodil niet eenduidig demonisch; hij is ook drager. Hij beweegt zich voort. Hij houdt het verhaal in gang.

De soldaat en het kruis: ceremonie en controle

Aan een andere zijde verschijnt een figuur in ceremonieel militair uniform. Napoleon. Zijn profiel is scherp, zijn blik gericht op de horizon. Boven hem zweven donkere bollen, bijna als gedachten, projectielen of planeten. Nabij is een kruis geschilderd. Deze combinatie van militair, religieus en kosmisch beeldmateriaal suggereert de historische verwevenheid van staat, kerk en geweld.

Toch is Napoleon dominant in compositie. Hij bevindt zich op het oppervlak van een vrouwelijk lichaam. De macht die hij representeert is afhankelijk van het vat dat haar draagt. Ik verschuif daarmee het centrum van autoriteit: niet het uniform maar de vorm van de vaas bepaalt het ritueel.

De slak en de walvis: tijd en diepte

Tussen de politieke en religieuze symbolen bewegen dieren die verwijzen naar andere tijdsdimensies. De slak, traag en tastend, kruipt over een vrouwenfiguur. De slak is tijd in vertraagde vorm, een metafoor voor genealogie en erfopvolging. Zij draagt haar huis op haar rug, zoals het individu zijn geschiedenis draagt.

De walvis daarentegen zweeft in het blauw als een archaïsch wezen uit de diepte. Wet Walvis. De kleur van de vaas wordt oceaan; het object wordt zee. De walvis roept mythische resonanties op — van Jona tot de oermoeder. Hier verschijnt het onderbewuste als stille tegenmacht tegenover het ceremoniële oppervlak van vlaggen en uniformen.

Tentakels en peper: zintuiglijkheid en dreiging van de polpo.

Aan de bovenzijde slingeren de tentakelachtige vormen naar beneden, geschilderd met gouden accenten. Ze verbinden de vergulde top met het blauwe lichaam. Deze organische lijnen contrasteren met de strakke symbolen van staat en religie. Ze suggereren netwerken, zenuwbanen, wortels. Macht is hier niet enkel hiërarchisch, maar ook diffuus en onderhuids.

Een rode peper hangt als een signaal. Zij introduceert scherpte, hitte, mogelijk gevaar. In dit beeldtaal functioneren zulke elementen als zintuiglijke interventies: zij verstoren de plechtigheid van het koninklijke discours en herinneren aan lichamelijkheid.

Fragmentatie van de vrouw

Verspreid over het oppervlak verschijnen fragmenten van een vrouwenlichaam: een tong, een oog, een gezicht in profiel. De vrouw is aanwezig maar niet volledig zichtbaar. Deze fragmentatie verwijst naar de manier waarop vrouwelijke subjectiviteit historisch is versnipperd binnen staats- en religieuze representaties. Tegelijkertijd vormt de vaas als geheel een integraal lichaam. Wat gefragmenteerd lijkt, wordt in de ronde vorm opnieuw samengebracht.

In deze spanning tussen fragment en totaliteit schuilt de kern van het werk. Ik stel simpelweg niet de monarchie ter discussie; ik onderzoek de voorwaarden waaronder het vrouwelijke lichaam symbool wordt — en de prijs die daarvoor betaald wordt.

Ritueel als tegenmacht

De serie op The Book of Rituals positioneert kunst als rituele praktijk. Het maken en beschilderen van de vaas is geen illustratie, maar een handeling die de objectstatus transformeert. Door iconografie, tekst en goud te combineren, creëer ik een hedendaags ritueel vat waarin persoonlijke en collectieve mythologie elkaar ontmoeten.

Het werk functioneert daarmee op meerdere niveaus: als sculptuur, als schilderkunstig oppervlak, als politiek commentaar en als autobiografische drager. Het is tegelijk ironisch en ernstig, speels en scherp. De titel God Save the Queen wordt in deze context geen patriottische kreet, maar een reflectie op de kwetsbaarheid van elk systeem dat zijn legitimiteit ontleent aan symbolen.

Soevereiniteit hergedefinieerd

Wat betekent soevereiniteit in een tijd waarin traditionele machtsstructuren onder druk staan? In dit werk suggereer ik dat ware soevereiniteit niet ligt in kroon of uniform, maar in het vermogen om betekenis te dragen. De vaas — het ogenschijnlijk kwetsbare object — wordt hier monumentaal. Ze houdt verhalen vast, absorbeert projecties en laat ze draaien.

Door het object te laten rusten op The Book of Rituals onderstreept de kunstenaar dat ritueel geen overblijfsel uit het verleden is, maar een hedendaagse strategie om macht te herinterpreteren. De monarchale frase wordt teruggeplaatst in het lichaam van de vrouw. Niet als onderwerping, maar als herinscriptie.

In God Save the Queen is de vraag niet wie de koningin redt. De vraag is: wie geeft haar vorm? En misschien, impliciet: kan het vat zichzelf redden?

Amen.

Sterke moeders, de vrouwen van Nederland

Prinsjesdag is een toneelstuk waarin iedereen een rol moet spelen:

“De moeder als oorsprong van bloedlijn en staatsrecht: erken haar kracht, en de monarchie hervindt haar legitimiteit.” #koning #rol #formatie

Façade 2027

“De Grondwet levert geen bewijs van de zelfstandige rechtspersoonlijkheid van de vrouw als bestuurder van arbeid en lichaam. De stilte van de wet is het bewijs van de uitsluiting.”

“Ik werk niet om te slagen binnen hun systeem, maar omdat het goed is om de waarheid zichtbaar te maken.”



“Wederzijds respect begint niet bij een paleisrede, maar bij de wet: erken de vrouw als zelfstandige bestuurder van haar eigen lichaam en arbeid, als volwaardige rechtspersoon. Alles minder is schijnbegrip.”

De koning leest. Het kabinet knikt. Het parlement applaudisseert. En het volk betaalt de kaartjes, zonder de tekst te mogen herschrijven.

Dus ja, dan ben ik maar even de moeder van de koning.

Maar door mijn ogen zie ik geen toekomstvisioen, maar slechts een repetitie van het verleden.


Banned Woman S


Wie bezit? Wie ontvangt?
Door de eeuwen heen zijn vrouwen vaak erkend als drager van rechten, maar buitengesloten van hun uitoefening. Hun naam stond in registers, maar hun handtekening telde niet. Hun werk leverde waarde, maar hun inkomen vloeide via een ander kanaal.


Verbannen uit de zichtbare macht
De “banned woman” is niet alleen de letterlijk verbannen vrouw, maar ook de vrouw die uit systemen van eigendom, geld en erfgoed is gehouden. Zij die juridisch handelingsonbekwaam werd verklaard. Zij wier stem verdween achter die van de kostwinner. Zij wier aanwezigheid in verdragen en archieven tot stilte werd teruggebracht.


Verbannen, maar niet verdwenen
In archieven, in bankbrieven, in verdragen, in kunstobjecten duikt haar spoor telkens weer op. Zij verschijnt als schaduw in de regels, als ongeziene erfgenaam, als stille kracht die toch doorwerkt.

De waarheid achter de private aov polishouders vrouwelijke ondernemers en kostwinnaars.

De onderzochte private AOV’s uit de periode 1990–2004 kunnen in casus van vrouwelijke kostwinners binnen een VOF worden aangemerkt als polis zonder waarde. Ondanks premiebetaling bood de verzekering geen reëel vangnet. Dit wijst op een structureel patroon van financieel en juridisch achterstellen van vrouwelijke ondernemers in de onderzochte periode.

Belasting heffen op een BSN werd de norm – Zo ontstond ook de toeslagen affaire met dank aan Jan Kees de Jager en Jan Peter Balkenende. Belasting wordt dus geheven zonder recht op ander werk of begeleiding naar ander werk.

Discriminatie op basis van een BSN nummer en de nieuwe bijbel de AVG.

1. BSN als centraal controlepunt

Vanaf de invoering werd het BSN dé sleutel voor zowel belastingheffing als inkomensafhankelijke toeslagen (huur, zorg, kinderopvang). Elk gezin, elk kind, elke ouder → individueel geregistreerd en door algoritmes gekoppeld. Dit maakte het technisch eenvoudig om mensen massaal te monitoren en “af te vinken”.

2. Fiscale logica boven mensenrechten

Het systeem keek niet meer naar de mens achter de aangifte, maar naar het nummer in de database. Wanneer er iets “niet klopte” (bv. dubbele registratie, een foutje in een formulier, of afkomst), werd dat nummer als fraudeur gemarkeerd. Omdat belastingheffing via het BSN een harde norm was, sloegen foutjes onmiddellijk door naar toeslagstopzetting of terugvorderingen.

3. Afwezigheid van tegenmacht

Burgers werden volledig afhankelijk van hun BSN-status. Het maakte niet uit of een ouder feitelijk kostwinner was, of een moeder in een VOF → de administratie bepaalde of je recht had. Als het BSN-systeem zei “geen recht” → dan was er ook geen recht, ook al was het menselijk en juridisch onredelijk.

4. Toeslagenaffaire in dit kader

Het toeslagenstelsel was gebouwd op wantrouwen + automatisering. Het BSN maakte burgers tot belastingobject én toeslagenobject, zonder ruimte voor nuance. Daardoor kon de affaire ontstaan en jarenlang doorgaan: de menselijke maat werd vervangen door systeemlogica.

5. De kernparadox

Iedereen met een BSN is verplicht te betalen (belasting, premies). Maar de toegang tot rechten (toeslagen, voorzieningen, verzekeringen) werd voorwaardelijk gemaakt en vaak ontnomen. Gevolg: burgers werden fiscale onderdanen zonder volwaardige sociale bescherming.

👉 Dus ja: “Belasting heffen op een BSN werd de norm – en zo kon ook de toeslagenaffaire doorgaan.”

Maar je BSN is niet je werkelijke identiteit !!

De affaire is niet een los incident, maar een systeemfout die voortkomt uit de logica dat de staat burgers eerst als nummer en betaler behandelt, en pas veel later (en vaak gebrekkig) als rechtssubject en mens.

1. De belastingplicht

Via het BSN wordt ieder individu automatisch belastingplichtig. Of je nu zelfstandig ondernemer bent, meewerkend echtgenoot in een VOF, of een werknemer met flexibel contract: de staat heft inkomstenbelasting en sociale premies.

2. De ontbrekende tegenprestatie

Voor zelfstandigen, en in het bijzonder vrouwen in een VOF, geldt: Geen recht op passend ander werk bij arbeidsongeschiktheid of faillissement. Geen begeleiding of herplaatsing (zoals werknemers in loondienst die via UWV of re-integratie verplichtingen ondersteuning kunnen krijgen). Vaak geen toegang tot omscholing of transitievergoedingen.

3. Het systeemmatig onrecht

De overheid incasseert belasting en premies, maar leverde geen evenredige bescherming terug. Vrouwen in zelfstandige posities werden dubbel geraakt: Premies en belasting wel betaald. Bij uitval: geen verzekering die uitkeert, geen vangnet, geen begeleidingsplicht.

4. Cultureel-juridische kern

Dit is de logica die ook bij de toeslagenaffaire speelde: het systeem registreert mensen primair als betalers en nummers, niet als gerechtigden en burgers met rechten. Voor vrouwen als kostwinner werd zo een situatie gecreëerd waarin ze formeel meededen (belastingplicht, polis), maar materieel werden uitgesloten van arbeidsparticipatie en herstelmogelijkheden.

De scène toont hoe de zelfstandige vrouw afhankelijk wordt gemaakt van dure, private AOV’s. Het ‘lesje’ van Silvia koning symboliseert een paternalistisch systeem waarin de vrouwelijke kostwinner en erfgenaam ondergeschikt raakt aan markt en instituties. Dit spanningsveld kan artistiek verbeeld worden in rituelen en installaties rond contracten, polissen en vrijheid.”

Toen mijn man voor zichzelf begon in 2010 werd mijn schadeuitkering op de bankrekening van mijn man als kostwinner erkend omdat hij juridisch of administratief als “kostwinner” werd gezien?

Kostwinnerslogica (2010): Veel sociale regelingen en verzekeringen waren toen nog geënt op het idee dat de man of partner de “kostwinner” was. Soms leidde dat ertoe dat betalingen aan de man werden gedaan, ook al was de uitkering feitelijk van mij.

Rekening op naam: Vanaf de jaren ‘90 konden vrouwen gewoon zelfstandig bankrekeningen openen en beheren, maar sommige instanties hielden nog vast aan “hoofdbetalingsadressen” of aan de partner die als contracthouder gold.

Schade-uitkering als eigen recht: Juridisch gezien is een schade-uitkering altijd persoonlijk vermogen van degene die de schade heeft geleden, niet van de partner. Dat het op de rekening van mijn man kwam, betekent dus niet dat de uitkering hem toekwam, maar wel dat ik daar misschien minder directe zeggenschap over had.

Culturele en juridische context: Dit past in de bredere discussie die ik in mijn projecten voer: hoe het beeld van “moeder, de vrouw” ook in de 21e eeuw nog doorwerkt in systemen die de vrouw niet als volwaardige rechtssubject behandelen, maar via de man als kostwinner.

De Paarse Krokokill: hij eet geen mensen, hij vreet tijd, energie en bestaansrecht.”

Ik ben belast met uw wetten, met uw formulieren, met uw naam die boven de mijne staat. Ik draag kinderen,

ik draag schulden, hypotheek, ik draag volledige aansprakelijkheid als vennoot, ik draag de tafel die gedekt wordt en weer afgeruimd.

Mijn arbeid is niet aftrekbaar, mijn tranen niet verrekenbaar, mijn zorg niet in box één, noch twee, noch drie.

Toch vult u mijn schaduw met cijfers en mijn hart met lasten.

Belasting is het gewicht van traditie, maar ook de bijdrage aan morgen. Ik, moeder de vrouw, wil niet langer enkel drager zijn, maar ook ontvanger, erkend, berekend, zichtbaar in uw boekhouding van de tijd.


Fraude met BSN-nummers (Burgerservicenummer) is een reëel en groeiend probleem, juist omdat het BSN hét unieke sleuteltje is voor belasting, toeslagen, zorg, werk en bankzaken.
Ik zet het even forensisch voor je uiteen:

1. Wat is BSN-fraude?
Identiteitsfraude: iemand gebruikt jouw BSN om zich voor te doen als jou (bijv. bij Belastingdienst, UWV, zorgverzekeraar).
Toeslagenfraude: aanvragen van zorgtoeslag, huurtoeslag of kinderopvangtoeslag op naam van een ander met diens BSN.

Loonfraude: werkgevers die met valse of gekopieerde BSN’s “werknemers” opgeven of juist zwart laten werken.
Zorgfraude: declaraties bij zorgverzekeraars op basis van andermans BSN.

2. Waarom is het BSN zo kwetsbaar?
Het nummer staat op heel veel documenten (loonstroken, belastingformulieren, medische stukken).
Zodra criminelen het nummer hebben, kan het gekoppeld worden aan naam + geboortedatum om systemen te misleiden.
Het BSN is eigenlijk bedoeld als administratief identificatiemiddel, maar functioneert in de praktijk als een soort sleutel tot je hele bestaan.

3. Gevolgen van BSN-fraude
Slachtoffers krijgen brieven over toeslagen of belastingen die ze nooit hebben aangevraagd.
Mogelijke schulden of terugvorderingen.
Jarenlange strijd om te bewijzen dat jíj niet degene bent die fraudeerde → vaak enorme psychische en financiële schade (denk aan parallellen met de toeslagenaffaire).

4. Hoe wordt het misbruikt?
Cybercriminelen kopen en verkopen BSN’s via datalekken of darkweb.
Malafide werkgevers gebruiken BSN’s van onwetende burgers of overleden personen om nepwerknemers aan te maken.
Internationale bendes combineren BSN met valse identiteitsbewijzen om rekeningen te openen of toeslagen op te strijken.

5. Forensische analyse
De overheid heft belasting en koppelt alles via BSN → maximale centralisatie.
Maar de beveiliging en rechtsbescherming zijn zwakker dan de macht van het systeem.
Burgers zijn verplicht een BSN te hebben, maar kunnen zich nauwelijks verdedigen als het nummer wordt misbruikt.

👉 Kortom: fraude met BSN-nummers toont dat het systeem burgers reduceert tot een cijfer, maar geen volwaardig recht biedt om zich tegen datzelfde systeem te beschermen.

Op al mijn polissen staan helemaal geen BSN Nummers

De vrouw als bezit

De verzekeraars en belastingen hebben het spel zélf ontworpen en gespeeld.

De zelfstandige dacht verzekerd en beschermd te zijn, maar bleek alleen een nummer dat betaalt.

Wat naar buiten toe leek op “orde en zekerheid” (belastingdienst die waakt, verzekeraars die dekking bieden), was in feite een intern spel van waarde-extractie:

Winsten en lasten verschoven naar de instellingen. Verlies en risico kwamen volledig bij de zieke — en opvallend vaak bij de vrouw als zelfstandige rechtspersoon.


Case-frame: “Wie mag exploiteren?” (Versailles, art. 306–311) ↔ “Wie ontvangt de betaling?” (kostwinnerspraktijken/bankroutes).

1919 – Verdrag van Versailles, artikel 306

De Geallieerden behouden het recht om octrooien, handelsmerken en industriële eigendomsrechten van Duitse onderdanen te beperken, te gebruiken of dwanglicenties te verlenen, wanneer dit in het algemeen belang of voor de nationale veiligheid noodzakelijk wordt geacht.

→ Het recht bestond nog, maar de macht over de exploitatie en de geldstromen lag niet langer bij de oorspronkelijke rechthebbende.

2010 – Bankbrief aan een echtpaar

Uw schade-uitkering wordt vanaf heden uitbetaald op de rekening van uw echtgenoot, aangezien hij de kostwinner is binnen het huishouden.

→ Het recht op de uitkering bestond, maar de macht over de ontvangst en besteding werd verlegd naar de ‘kostwinner’.

1919: internationale politiek bepaalt wie de geldstroom mag ontvangen (octrooien). 2010: nationale instituties bepalen via wie een uitkering loopt (kostwinner).

Kortom: het BSN is een politieke/ambtelijke uitvinding, en Capgemini werd ingehuurd om de technische implementatie (inclusief crisismanagement bij tegenvallers) te ondersteunen.

Loonbelasting wordt dus geheven op een BSN, maar zonder dat er een volwaardig recht bestaat op ander werk of begeleiding. Dat is niet alleen een financieel probleem, maar ook een structurele schending van het gelijkheidsbeginsel.


Maar Een VOF rechtsvorm kent winst geen inkomen, dividend of sociale zekerheid en pensioen grondslag 

Een VOF (Vennootschap onder firma):

Kent alleen winstverdeling → partners krijgen hun aandeel in de winst, géén loon uit dienstverband. Geen dividend → want er zijn geen aandelen. Geen automatische sociale zekerheid of pensioen → zelfstandigen in een VOF moeten zelf AOV, zorg en pensioen regelen. Belasting → winst uit de VOF wordt aangemerkt als inkomen uit werk en woning (box 1) voor de inkomstenbelasting, maar dat is puur fiscaal; juridisch blijft het winst.

👉 En daar wringt het met al deze eerder genoemde punten.

De overheid en verzekeraars rekenen wél graag met “inkomen” en BSN-koppelingen, maar de rechtsvorm zelf erkent geen loon of sociale zekerheidsgrondslag. Daardoor ontstaat een grijs gat waarin de zelfstandige wordt gecontroleerd, maar niet beschermd.

MFO Overheid S fouten

Het Burgerservicenummer – zogenaamd hét bewijs dat de overheid grip heeft op de burger. In werkelijkheid was het in 2007 niet meer dan een cosmetische upgrade van het oude Sofinummer, bedacht door ambtenaren die dachten dat een nieuw label alle gaten in hun ICT zou dichten. Enter Capgemini: de brandweerlieden van het digitale inferno, die met gouden uurtarieven het ‘gat van 2006’ mochten vullen. De burger werd omgedoopt tot nummer, de overheid kocht paniekmanagement, en de zelfstandige kreeg er nog een extra dossier bij. Het BSN: niet zozeer een service voor de burger, maar een servicecontract voor de markt.”

En de vrouwen die lieten ze dubbel bloeden 🩸

Vrouwen kregen stemrecht 1919 en mochten werken voor 1956 maar dienen uiteindelijk de pensioenpot voor de mannen 

1919 → vrouwen kregen actief kiesrecht. 1956 → het zogeheten huwelijksontslag werd afgeschaft; tot dan moesten gehuwde vrouwen stoppen met werken bij de overheid. Pensioenrealiteit → vrouwen die wél werkten, deden dat vaak parttime of in lagere functies, waardoor hun opbouw minimaal was. De collectieve pensioenpotten en sociale regelingen waren vooral ingericht op de mannelijke kostwinner.

Kort samengevat: vrouwen kregen stemrecht en arbeidstoegang, maar hun arbeid en levensloop werden structureel ingezet om de pensioen- en sociale zekerheidsstructuren van mannen te financieren.

“Sinds 1919 mag de vrouw stemmen, sinds 1956 werken – maar haar arbeid en leven bleven de stille bodem waarop de pensioenpot van de man groeide.”


Holmes:
“Observeer, Watson: de cijfers zijn helder. De mannen in hun maatpakken hebben zich verzekerd van winst, terwijl de vrouwen slechts een polis zonder waarde ontvingen.”


Watson:
“Een onrecht, Holmes. Men zou bijna zeggen dat de samenleving zelf medeplichtig is.”


Holmes:
“Inderdaad, mijn beste Watson. Het is geen raadsel van misdaad alleen, maar van structuren die de ene helft verheffen en de andere verpletteren.”

En geloof me: er zit meer waarheid in een dronefilm boven Middelburg dan in duizend troonredes.

Voorwoord:

Kunst & Cultuurroute | Silvia de Koning

Silvia Koning Lindeboom verhuisde in 2019 naar Zeeland en gooide daarmee bewust het roer om. Waar ze jarenlang actief was als blogger en vrijwilliger via She is Online Lifestyle Guide.com, vond ze in de luwte van Zeeland de ruimte om haar grote passie te volgen: beeldende kunst.

Voor Silvia is creativiteit geen luxe, maar een levensvoorwaarde. “Zonder creativiteit zouden we ons nooit verder kunnen ontwikkelen,” zegt ze. Haar werk ontstaat niet uit een dikke portemonnee, maar uit een diepe overtuiging dat kunst kleur geeft aan het dagelijks bestaan.

Onder het label Truus van Gogh Art creëert zij Art for Change in Return: kunst die de kijker uitnodigt anders te leren kijken naar precies hetzelfde. Haar schilderijen, ontwerpen en projecten zetten aan tot reflectie, inspiratie en beweging – zowel bij particulieren als bij bedrijven en organisaties.

De kracht van Silvia’s werk schuilt in haar aanpak: persoonlijk, intuïtief en gedreven. Ze bedenkt, creëert, publiceert en maakt zo de echte waarde achter de mens zichtbaar. Haar missie: kunst inzetten als middel tot verandering, ontmoeting en groei.

Bewijs aan gebrek

Wat ooit glansde als een parel, toont zich in nu als façade: de buitenkant zorgvuldig opgepoetst, de binnenkant getekend door gebrek. Waar vroeger de slagzin luidde “Ieder mens bezit een parel”, echoot nu de vraag: “Wat gebeurt er als je die parel nooit mag tonen?” Geweld tegen vrouwen


“Zij bouwde zonder subsidie aan een oeuvre dat geen universiteit kan bevatten, terwijl haar leven door het systeem werd gereduceerd tot een reeks nummers: fiscaal, sociaal, burger.”

Sarcoïdose maakte haar kwetsbaar, maar geen enkele commissie reikte haar de hand. Terwijl onderzoeksbureaus miljoenen slurpen uit de staatsschuld, werd zij herleid tot een fiscaal nummer, later sofi, later BSN. Haar oeuvre bleef onbetaald bewijs van wat echte creativiteit waard is.”

Time for Revolution

In de huidige tentoonstelling 11 juli tot 30 november 2025 in het Amsterdam Museum legt Silvia Koning de vinger op de kwetsbare huid van de samenleving. De façade van vooruitgang, beleid en symboliek wordt geconfronteerd met de realiteit van onzichtbaarheid en afgedankt worden – als kind, als moeder, als vrouw, als ziek lichaam, als vergeten arbeider.


https://youtu.be/wUrK6UmiaUI?feature=shared
Dr LOVE

Haar CV past in geen enkel proefschrift: nooit een euro subsidie, alles zelf bekostigd, terwijl onderzoeksbureaus groeien op de rente van onze staatsschuld.”
“Geen subsidie, geen fonds, geen vangnet: haar levenswerk is privé betaald, terwijl instituten zich verrijken met publieke schuld.”
“Zij bouwde zonder subsidie aan een oeuvre dat geen universiteit kan bevatten “.
“Haar CV is een protest: alles zelf betaald, niets ontvangen. Een bewijs dat echte creativiteit niet wordt erkend door een systeem dat zijn eigen schulden subsidieert.”

Deze toekomstwens is ingezonden in het kader van het project Refresh Amsterdam #3 – Imagine the Future, ter gelegenheid van de 750e verjaardag van Amsterdam.


Motivatie:
Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed. Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn. Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.

Cover Girls

De oesters met gezichten keren terug, maar nu niet meer alleen als spiegel: zij worden bewijsstukken. Afgewerkt met lagen bootlak, als conservering van het gebrek. Een archief van pijn en strijd, maar ook van veerkracht.

Be your own Dali

De Oostkerk, ooit huis van geloof, werd een podium voor dit proces van ontmaskering. Het monument fungeert als getuige van een samenleving die haar façade koestert, maar haar gebreken liever niet erkent.

Over Silvia nu

Van handelaar in confectie tot digitale beeldmaker, van straatfotograaf tot ritueel kunstenaar: Silvia Koning heeft alle façades zelf doorleefd.

Je maintiendrai – Sars betekent vlees

Nederland, waar zelfs je ziekte verdienmodel is. Sarcoïdose in je longen, maar de Belastingdienst ademt mee. De VOF als melkkoe, de kostwinner als marktwerking in optima forma. Geef die man of vrouw een factuur voor het ademen erbij!”

Sinds de diagnose Sarcoïdose (2007) draagt ze een lichaam dat de kwetsbaarheid niet verbergt. Haar verhuizing naar Zeeland werd een draad en daad van verzet en bevrijding. Binnenkort sluit ze aan, aan de façade tafels met een nieuwe vraag:

Is de façade die we ophouden sterker dan de waarheid die we onderdrukken?


“Faro leert ons dat erfgoed niet alleen gaat over stenen en papieren, maar over mensen die hun verhaal doorgeven – en daarmee toekomst scheppen.”
Onze bloedlijn – De moeder van verzoeker Peter Mathias Bongartz- Agnes Janssen – beviel in 1909 van een meisje …. De grootste vraag wie was dit meisje ….Juliana?

Hier zweeft de façade boven de tafel van symbolen: wijn, sleutels, parels. Alles wat bezit heet, valt terug naar de grond. Maar het lichaam, de vrouw , de moeder zelf, blijft hangen tussen grond en hemel. Dit is de ware marktwerking: je schoenen glanzen, je glas vult zich, maar je ziel hangt in het luchtledige.”

Photo: Cristiane Marcour.

Hoe mijn familie geschiedenis onderdeel werd van Huis Oranje middels dit wereld beroemde beeldje.

Tegengeluid Prinsjesdag 2025 – Europa als golfbaan ⚡

Let’s play with the balls

Bestuurder & Licentie

Denktijd


Sarcoïdose gaf mij Denktijd.
Een plotselinge stilte, opgelegd door een lichaam dat weigerde mee te doen aan het tempo van de buitenwereld. Waar anderen spraken over uitval, verlies en mislukking, ontdekte ik een ruimte die zeldzaam is: de tijd om te denken, te voelen, te herzien.


Wat leek op een mislukking, werd de bron van mijn levenskunst.
In de dagen van ademnood en vermoeidheid groeide een ander ritme: langzaam, aandachtig, ritueel. Ik leerde zien wat verborgen was, horen wat verzwegen werd, en spreken vanuit een dieper weten.


Deze Denktijd maakte mij gevoelig voor de structuren die mensen klein houden. Voor vrouwen die als zelfstandige belasting betalen maar geen rechten terugkrijgen. Voor kostwinners wier arbeid niet wordt erkend. Voor de manier waarop een samenleving wel cijfers telt, maar niet de mens.


In die kloof vond ik mijn stem.
Mijn kunst werd getuigenis en erfgoed tegelijk: een vorm waarin ziekte geen eindpunt is, maar een opening naar waarheid.


Sarcoïdose gaf mij Denktijd.
En in die Denktijd leerde ik: de bron van kunst ligt niet in succes, maar in het vermogen om betekenis te scheppen waar de wereld alleen tekort ziet.

Two popes and a proudmom

“Tod’s asked me to leave a mark — so I did.”
— The Holy Spirit

https://sheisonlinelifestyleguide.com/2018/07/05/tods-ask-me-to-leave-a-mark-in-italy/

“Ze praten uren over cijfers, soms met miljarden, staatsschuld. Maar de echte hole-in-one? Dat is simpel: erken de bron, de moeder, de vrouw, in de Grondwet. Klaar spel, vlag in de cup.”


KEYHOLE
https://sheisonlinelifestyleguide.com/2017/10/12/sleutels-tot-financiele-zelfredzaamheid-muntgebouw-utrecht/

“De bron is geen voetnoot, maar de oorsprong. Wie de Grondwet leest met andere ogen, ziet: één slag kan genoeg zijn. Een hole-in-one van erkenning, terug naar waar het leven begint.”

Zolang de oorsprong ( de schepper van de ziel, moeder de vrouw niet grondwettelijk wordt erkend, blijven conflicten institutioneel verankerd.”

“Zolang de bron geen plaats krijgt in onze grondwet, blijft de aarde een slagveld waarin mensen hun rechten moeten opeisen.”


Roast Story


Welkom dames en heren bij de grote erfgoed-bijeenkomst.
Vandaag roasten we niet één persoon, maar een heel systeem.


OCW, jullie zijn als die oom die elk jaar op de verjaardag komt, cadeautjes belooft, maar altijd een lege envelop meeneemt. “Volgend jaar beter,” zegt hij dan – en schuift snel zijn bord vol met taart.


De instituties? Net clowns op een familiereünie. Mooie schmink, dikke lach, maar ondertussen stelen ze stilletjes de bitterballen. En als iemand vraagt: “Waar is moeder de vrouw eigenlijk gebleven?”, wijzen ze naar elkaar en verdwijnen in de coulissen.


De Grondwet? Een feestzaal waar iedereen mag binnenkomen – behalve de bron. Die staat buiten in de regen, zonder jas, terwijl binnen de heren met bolhoed toosten op tradities.


En dan de koninklijke sporen – mooi hoor, die Nassau-stenen. Maar probeer er eens op te lopen met hakken. Het zijn eigenlijk struikelblokken. De vrouwen die ze hebben meegedragen, staan er niet bij. Geen beeldje, geen naam. Alleen: “anonieme arbeid.”


En toch – hier sta ik op , een proudmom, met een eigen citaat:
“If a proudmom wants to be a legend, she should just go ahead and be one.”
Dat is geen grap, dat is de punchline.



Dus ja, laten we eerlijk zijn: dit is geen roast van jou. Dit is een roast van een staat die denkt dat je erfgoed kunt besturen als een Excel-sheet.


Newsflash: erfgoed is messy, emotioneel, vrouwelijk, en vooral… levend.
En als jullie dat niet zien, beste OCW, dan komt de proudmom langs met de microfoon en zegt:
“Dit is nog maar het begin.”


Mic drop. 🎤
Storms makes trees take deeper roots – Dolly Parton

Op Prinsjesdag vragen we wie er dit jaar een konijn uit de hoed tovert – de politiek als een goocheltruc, vol beloften en onverwachte uitkomsten.
Het konijn verschijnt vervolgens opnieuw, maar niet langer als truc: aangekleed, dromend, zacht en eigenzinnig draagt het de boodschap Imagine.
Hier wordt het dier een spiegel voor onze verbeelding, voor het idee dat vrede en zachtheid een serieuze toekomstvisie kunnen zijn.
En tenslotte verschijnt het gelaat van Sinterklaas, mythisch en menselijk tegelijk, die zegt: Ik geloof wel in jou. Geen magie en geen droom meer, maar troost en vertrouwen in de ander.


Zo vormen de drie beelden samen een ritueel drieluik:
de politieke hoop die uit een hoed wordt getoverd,
de utopie van verbeelding die door een konijn wordt belichaamd,
en het persoonlijke geloof dat ieder van ons nodig heeft om de koude dagen door te komen.


Het is een reis van verwachting naar verbeelding, en van verbeelding naar vertrouwen.
In naam van vader, de zoon voor de heilige geest- moeder de vrouw

Call-to-action” Erken de bron. Moeder der Aarde geef haar grondwettelijke bescherming en vrijheid — voor gelijk recht, voor wereld vrede.”


Plannen 2025


Derde dinsdag in september. Prinsjesdag.
Het ministerie van OCW presenteert begrotingen, tradities en nieuwe plannen.
Maar naast de officiële woorden en cijfers bestaat er nog een ander plan: het plan van degene die leeft, werkt en zorgt – de proudmom.


“I figure if a proudmom wants to be a legend, she should just go ahead an be one.”
— Silvia Koning Lindeboom


Mijn plan gaat niet over cijfers, maar over leven.
Niet over abstracte begrotingsregels, maar over wat het betekent om mens, moeder, maker en erfgenaam te zijn.
De plannen van de Staat raken papier; de plannen van een proudmom raken de toekomst.


Wat mijn plannen zijn
Erfgoed zichtbaar maken: ook de persoonlijke, vaak vergeten verhalen horen thuis in ons cultureel geheugen.
Ruimte opeisen: kunstenaars en zelfstandigen hebben bestaanszekerheid nodig, net zozeer als begrotingsregels.
Erkenning vragen: niet alleen voor stenen en instituten, maar voor de levenskracht van zij die dragen, zorgen en scheppen.
Een nieuw verhaal schrijven: waar proudmoms, erfgenamen en kunstenaars evenzeer traditie scheppen als ministers en beleidsstukken.


Conclusie


OCW schrijft over plannen voor cultuur.
Ik schrijf over plannen om cultuur te léven.
Twee documenten, één toekomst.

Een vergeten erfgoed


Tot een eeuw geleden werden kinderen, wezen en vondelingen niet gezien als dragers van toekomst, maar als lasten die voor een zo laag mogelijk bedrag werden uitbesteed. Gemeenten organiseerden veilingen: wie het minste geld vroeg, kreeg een kind of oudere in huis. Geen keuze, geen stem, slechts een prijskaartje.


Die geschiedenis ligt niet ver achter ons. Zij laat zien hoe armoede, macht en religie samenwerkten om mensen te reduceren tot handelswaar. Kwetsbaren werden niet beschermd, maar verhandeld.


Vandaag vragen wij ons af: hoeveel van dit erfgoed is nog zichtbaar?
De stenen paleizen en de sporen van de Nassaus zijn zorgvuldig bewaard, maar de verhalen van de kinderen, de moeders en de onzichtbare vrouwen zijn grotendeels uitgewist.


Toch horen zij bij ons collectieve geheugen.
Hun levens zijn de stille fundamenten onder onze samenleving.
Hun stilte vraagt om stem.


Faro in praktijk


De Faro-conventie leert ons dat erfgoed niet alleen bestaat uit wat rijk en machtig is, maar ook uit de sporen van onrecht en vergeten levens. Juist daar vinden we de waarheid van een samenleving.



Mijn plaats hierin


Ik spreek als proudmom, als erfgenaam, als kunstenaar.
Ik schrijf dit verhaal niet alleen voor mezelf, maar voor de generaties die niet gehoord zijn.
Zij die geveild, genegeerd of uitbesteed werden, zijn deel van mijn bloedlijn, deel van ons allemaal.


Erfgoed is geen monument van macht, maar een getuigenis van menselijkheid.

Creativiteit als motor voor vooruitgang?
Ja. Maar alleen wanneer de samenleving haar burgers ziet, hoort en erkent.


De vierde aap verschijnt:
Hij ziet niemand.
Hij hoort niemand.
Hij spreekt tot niemand.
Hij bestaat enkel als nummer in een database, een BSN.


Zo werden zelfstandige vrouwen, kostwinners en ondernemers behandeld: belastingplichtig zonder recht, polis zonder waarde, arbeid zonder erkenning.


Creativiteit kan pas vooruitgang brengen als we de stilte doorbreken.
Wanneer de onzichtbare wordt gezien, de ongehoorde wordt gehoord, en de stemloze spreekt.


Vooruitgang begint met erkenning.

“De belasting op het Vrouwelijk lichaam, onzichtbaar in de Miljoenennota.”

Beautifull People say Yess

Wat u moet weten voor prinsjesdag – Geen façade van cijfers, maar een bewijs van leven.”



Er is maar een Nederlandse zoals ZEI – zorg goed voor jezelf
liefs David Knibbe
Zoals ZEI uniek is, zo is erfgoed ook een eenmalige afdruk: zorgzaam bewaren is de enige manier waarop het blijft bestaan.”

“Het onzichtbare kaartspel is als een erfstuk zonder doos: de kaarten worden al generaties lang gedeeld, verwisseld en verstopt, maar niemand ziet wie de troef in handen heeft — tenzij iemand durft te zeggen: Be Frank.”

Roast – Moeder de Vrouw & de Lid-Staten

Dames en heren, welkom bij Prinsjesdag 2.0.

Niet in de Ridderzaal, maar in de baarmoeder van de samenleving.

Vandaag spreken we niet de Troonrede, maar de Schootrede.

Moeder de Vrouw, is de enige die weet waar de broncode werkelijk begint.

Foto De Groene Amsterdammer

Roast van de LID Staten

De mannelijke lID staten verklaren al eeuwen dat hun bewegingen “niet te beheersen” zijn.

Nou, nieuwsflash: dat is geen natuurwet, dat is gemakzuchtig beleid.

Francine Oomen schrijft boeken voor pubers die leren om te puberen. Maar mannen in de politiek lijken te puberen tot hun pensioen.

CEO’s en burgemeesters rekenen zichzelf rijk met hypotheken, portefeuilles en polissen.

Maar wie de basis van al die rekeningen baarde? Onzichtbaar. Moeder de vrouw staat niet in de jaarrekening.

De broncode van het bestaan wordt wél gebruikt: Voor nageslacht, voor erfenissen, voor erfgoed. Maar niet erkend in de statuten van onze moedermaatschappij.

Omdenken-symbool voor Prinsjesdag

Stel je voor: geen kroon op de troon, maar een baarmoeder als wapen van staat.

Niet de gouden koets, maar een placenta-koets die door Den Haag rijdt.

Niet een koffertje met miljoenennota, maar een keramieken vaas met levenslijnen erin gegrift.

Symbool: de omgekeerde troon → een wieg.

Want geen enkel staatsbestel bestaat zonder het fundament van de wieg.

Conclusie

De lID staten mogen zichzelf blijven opblazen,

maar zonder de moedermaatschappij is er geen dividend.

Moeder de vrouw is de enige aandeelhouder die nooit genoemd wordt,

en toch elk aandeel in leven uitgeeft.

En dus: Prinsjesdag wordt voortaan Moederdag.

Met als motto: “Wij zijn niet de bijvangst, maar de broncode.”

Leer kinderen hoe het systeem werkt

“Pensioen is uitgesteld loon, maar ik had als vrouwelijke zelfstandige nooit loon.”

Dat legt een fundamentele paradox bloot – én een maatschappelijk probleem dat precies past bij mijn exposities, positie en tentoonstelling als onzichtbare erfgenaam.

📜 Wat dit betekent

Het klassieke systeem Pensioen in Nederland is gebaseerd op loondienst: wie loon krijgt, spaart via werkgever en overheid voor later.

Pensioen = uitgesteld loon.

Prachtig voorbeeld:
De bewegingen van het mannelijk LID ( lidstaten) zijn niet te beheersen De Groene Amsterdammer

Uitgelekte document 🎤

Roast – Moeder de Vrouw binnen de LID Staten Minister-president Koninklijk Huis

Dames en heren, welkom bij Prinsjesdag 2.0.
Niet in de Ridderzaal, maar in de baarmoeder van de samenleving.

Vandaag spreken we niet de Troonrede, maar de Schootrede.

Moeder de Vrouw, is de enige die weet waar de broncode werkelijk begint.

Roast van de LID Staten
• De mannelijke lid-staten verklaren al eeuwen dat hun bewegingen “niet te beheersen” zijn.

Nou, nieuwsflash: dat is geen natuurwet, dat is gemakzuchtig beleid.

• Francine Oomen schrijft boeken voor pubers die leren om te puberen.

Maar mannen in de politiek lijken te puberen tot hun pensioen.

• CEO’s en burgemeesters rekenen zichzelf rijk met hypotheken, portefeuilles en polissen.

Maar wie de basis van al die rekeningen baarde? Onzichtbaar.
Moeder de vrouw staat niet in de jaarrekening.

• De broncode van het bestaan wordt wél gebruikt:
Voor nageslacht, voor erfenissen, voor erfgoed.
Maar niet erkend in de statuten van onze moedermaatschappij.

Omdenken-symbool voor Prinsjesdag Rijksmuseum Amsterdam Museum

Stel je voor: geen kroon op de troon, maar een baarmoeder als wapen van staat. Zie het als het behalen van The CUT ( zoals in Golftaal)

Niet de gouden koets, maar een placenta-koets die door Den Haag rijdt.
Niet een koffertje met miljoenennota, maar een keramieken vaas met levenslijnen erin gegrift.

Symbool: de omgekeerde troon → een wieg.
Want geen enkel staatsbestel bestaat zonder het fundament van de wieg.

Conclusie

De lid-staten mogen zichzelf blijven opblazen,
maar zonder de moedermaatschappij is er geen dividend.
Moeder de vrouw is de enige aandeelhouder die nooit genoemd wordt,
en toch elk aandeel in leven uitgeeft.

En dus: Prinsjesdag wordt voortaan Moederdag.
Met als motto: “Wij zijn niet de bijvangst, maar de broncode.”

Eerste Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer Gemeente Middelburg

Onze democratie is een monarchie die rust op moeders

Wie generaties lang heeft gedragen, verdient meer dan vergeten te worden. Niet alleen in zorgkamers, maar ook in erfgoed, in recht en in zekerheid. De draagkracht van vrouwen is het fundament van onze samenleving. Het wordt tijd dat zij zelf gedragen worden niet als bijvangst, maar als erfgenaam.”

Mijn situatie

Ik was kostwinner, kunstenaar, zelfstandige – maar zonder vast loon. Daardoor viel ik buiten de klassieke regelgeving en pensioenopbouw.

Mijn zekerheid zat in verzekeringen, AOV’s en spaarpolissen die via fusies bij o.a. Nationale Nederlanden terechtkwamen.

De erfgoedlijn

Net zoals vrouwen in de familie (Petronella Radermacher, Maria Elisabeth de la Ruë, Anna Hendrika Bongartz Lindeboom) geen officiële erkenning kregen als erfgenaam of rechtspersoon, zo werd ook mijn arbeid niet erkend als loon. En dus ook niet als rechthebbende en of pensioen.

✨ Faro-perspectief

“Mijn erfgoed is niet opgebouwd uit loonstroken.

Mijn pensioen ligt niet in registers van arbeid.

Mijn leven is gedragen door polissen, volmachten, tussenpersonen.

Ik ben de onzichtbare erfgenaam van een systeem dat mijn werk niet loon noemt, maar toch mijn bestaan bewaart.”

Onzichtbaar voor publiek – Zichtbaar in de loonbelasting. Ik bedoel hier eigenlijk mee dat al mijn werk en bijdrage niet maatschappelijk wordt erkend, maar wel fiscaal wordt belast en vastgelegd.


“Lindebomen houden het land recht.
Hun wortels bewaren verhalen,
hun takken dragen rechtspraak,
hun kruinen waken over erfgoed.” Book of rituals “

Faro-citaat

“Niet paleizen of portefeuilles,

maar lindebomen houden het land recht.


Mijn werk als handelaar ook wel
levenskunstenaar genoemd verschijnt niet in canon, catalogus of collectie.
Maar elke euro wordt door de staat geregistreerd.
Er is geen loonstrook, maar wel een aanslag.
Geen erkenning, maar wel inning.


Zo word ik in registers vastgelegd,
maar niet in erfgoed wettelijk erkend.”

Ik heb de bloedlijnen blootgelegd:
huislijnen, familielijnen, polisregisters.
Ik heb zichtbaar gemaakt wat onzichtbaar bleef.


Nu kan ik rustiger aan doen.
Niet omdat het werk af is,
maar omdat het fundament zichtbaar is geworden.
De onzichtbare erfgenaam staat geschreven,
en dat geeft adem.”

✨

Mijn kunst werd tot 10 juli 2025 niet verzekerd.
Mijn arbeid werd niet loon genoemd.
Maar mijn ziekte – sarcoïdose – kreeg dekking.
Daarmee werd mijn leven waardevast gemaakt,
niet als erfgenaam of kostwinner,
maar als medisch risico in een polis.”

F*ck the Systemen – Maak van de voetnoot erfgoed. Van voetnoot naar Funda: vrouwen schrijven geschiedenis.

Men to be – erfgoed is geen bezit, maar nalatenschap. F*ck the Systemen – kunst is ons archief.

Sterke vrouwen, eerlijke erfenis.


Waar Kay Turnbaugh en Elektra Greer het verhaal van sterke vrouwen in woorden vertellen, vertaal ik diezelfde strijd in rituele objecten en erfgoedpraktijken.
Mijn werk maakt zichtbaar wat onzichtbaar was: de voetnoot wordt erfgoed, het huis wordt archief, de vrouw wordt geschiedenis vanuit Huis Oranje Nassau

Rust in mijn hoofd en lichaam begon bij de bloedsporen en bloedsomloop Huis Oranje Nassau

Gedragen verhalen- verborgen verleden

Rust in hoofd en lichaam begon bij de bloedsporen van Oranje Nassau – Onderhuids


Onder de façade van stenen gevels, deals en dynastieke sporen, ligt een onderhuidse waarheid.
De Nassaus lieten hun bloedlijnen achter als monument, maar de rust van lichaam en geest begon pas toen de onderdrukte sporen zichtbaar werden: de littekens van belasting, van koloniale wortels, van geheime afspraken.


De moederboom van Capricorne groeit tegen de muur van dit verleden. Haar wortels barsten de kelders open, haar takken dragen verhalen die nooit in de boekhouding van het rijk zijn geschreven.


Voortschrijdend inzicht is geen beleidsnota, maar een masker dat we afzetten. Wat onderhuids was, komt naar de oppervlakte: bloed, deals, erfenissen. En de vraag blijft: wie draagt de last, wie mag rust vinden?
Willem Alexander Laan 19
Onderhuids – Lokatie Paleis Noordeinde

De loonbelasting werd in 1941 (onder Duitse bezetting) ingevoerd, en is na de oorlog gebleven. Toen vrouwen eenmaal verplicht gingen deelnemen aan betaalde arbeid, werden ze automatisch belastingplichtig — maar hun juridische en sociale rechten en voorzieningen lopen nog steeds ver achter bij een zelfstandige ondernemING.

Waar mannen winst en eigendom konden opbouwen, moesten vrouwen de schade ophoesten: loonbelasting betalen zonder dat hun arbeid of lichaam volwaardig erkend was in wet of grondwet.” “Elke inhouding op loon was en is voor moeder de vrouw een bewijs van gebrek: de staat rekende haar arbeid, maar niet haar wettelijk erkende bestaan als zelfstandig bestuurder van haar lichaam als rechtspersoon. ….VOF.

De Bloedwaarde de Staat van de Staat

Deze toekomstwens is ingezonden in het kader van het project Refresh Amsterdam #3 – Imagine the Future, ter gelegenheid van de 750e verjaardag van Amsterdam.


S van Staat – Sluier, Schaduw, Symboliek 19 de letter Al fa bet – en van Sonne Shein
Iedereen is wetenschapper

Reflectie – Iedereen is wetenschapper


Iedereen die een vraag stelt, die observeert, die verbanden zoekt tussen oorzaak en gevolg, is al een wetenschapper.
Het kind dat vraagt waarom de hemel blauw is.
De moeder die haar lichaam onderzoekt en voelt waar pijn begint.
De arbeider die uitrekent hoe lang zijn loon nog reikt tot het einde van de maand.
De kunstenaar die tekens en symbolen samenbrengt om een verborgen structuur zichtbaar te maken.


Wetenschap is geen ivoren toren, maar een houding: kijken, denken, proberen, falen, opnieuw beginnen.
Het bewijs is soms een formule, soms een vaas, soms een kruis dat gedragen wordt.
En het verslag hoeft niet altijd in een tijdschrift te staan — het kan ook een reisverslag zijn, een ritueel, een stille kamer.


Zo wordt wetenschap niet het bezit van instituten, maar een gedeelde erfenis.
Iedereen is wetenschapper, omdat iedereen op zoek is naar waarheid —
al is het maar de waarheid van een eigen dag.

“Het kruis van moeder de vrouw weegt zwaarder dan goud.”

“Prinsjesdag telt de miljoenen, maar vergeet moeder de vrouw als wettelijke erfgenaam.”

Mijn X tocht voor wettelijk Erkenning van de zelfstandige vrouw als bestuurder van haar eigen lichaam, arbeid en vermogen als rechtspersoon en allerbelangrijkste broncode van ons aller bestaan

Jezus geef toe – de wereld staat in Brand

Vandaag heb ik een voorstel gestuurd het het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Eis: Erkenning van de zelfstandige vrouw als bestuurder van haar eigen lichaam, arbeid en vermogen

1. Probleemstelling

In Nederland bestaat een fundamentele ongelijkheid in de rechtsorde en fiscale praktijk:

Grondwet & BW De vrouw wordt niet expliciet erkend als zelfstandige juridische entiteit en bestuurder van haar eigen lichaam. De neutraliteit in de wettekst verhult dat de man historisch de norm was, en de vrouw pas later formeel werd gelijkgesteld (1919 kiesrecht, 1956 handelingsbekwaam).

Vrouwelijke kostwinnaar – Zelfstandigen & belasting

Zelfstandigen met een VOF dragen hoofdelijk aansprakelijk in alles, omzet / inkomstenbelasting, en inkomensafhankelijke Zvw-bijdrage zorgverzekering en aov en pensioenpremies

Dit geldt ook wanneer hun inkomsten inkomen géén winst is, maar bijvoorbeeld een schadevergoeding wegens verlies van arbeidscapaciteit bij bevoordeeld de longziekten voor vrouwen genaamd Sarcoïdose

Als het belangrijk is staat het in roze

Geachte heren en dames van het FD,

U vraagt of ik voorbereid ben op wat in Den Haag besloten wordt.

Ik ben voorbereid op het kruis dat ik draag, niet op de berekeningen die u samenvat.

Waar u spreekt over lasten en koopkracht, spreek ik over adem, ziekte, en stilgeboren kinderen.

Uw samenvatting telt cijfers, maar niet de stilte van het bewijs van gebrek.

Gevolg: vrouwelijke zelfstandigen met een aangetast lichaam (zoals door sarcoïdose) worden fiscaal behandeld als winstmakers, terwijl zij in feite dubbele schade lijden.

Structurele discriminatie

Vrouwelijke Werknemers en mannen met een BV of NV hebben bij ziekte en arbeidsongeschiktheid recht op loondoorbetaling of sociale zekerheid en pensioen grondslag. ( zij genieten loon)

Vrouwelijke Zelfstandigen moeten volledig alle lasten en plichten zelf dragen tot hun AOW leeftijd.

2. Internationale kaders

Nederland is gebonden aan:

CEDAW (VN-Vrouwenverdrag, 1979): verplicht staten om discriminatie van vrouwen niet alleen te verbieden, maar ook actief weg te nemen. VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (CRPD): verbiedt discriminatie op basis van handicap of verlies van arbeidscapaciteit. EVRM (art. 14 + art. 8): verbiedt discriminatie en erkent lichamelijke integriteit.

👉 Het huidige systeem, waarin vrouwen en zelfstandigen met een beschadigd lichaam fiscaal zwaarder worden belast, kan worden gezien als schending van deze verdragsverplichtingen.

3. Voorstel tot wijziging

a. Grondwet & BW

Neem een bepaling op die luidt:

“De vrouw wordt erkend als zelfstandige rechtspersoon en bestuurder van haar eigen lichaam, arbeid en vermogen, met volledige rechtsbevoegdheid.” ook met een aov en meerkeuze plan polis voor pensioen opbouw

Hiermee wordt een historische achterstand gecorrigeerd en de geest van CEDAW nageleefd.

b. Fiscale wetgeving

Stel vast dat schadevergoedingen wegens verlies van arbeidscapaciteit of gezondheidsschade: Niet onder inkomstenbelasting vallen. Niet onder de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw vallen. Leg dit wettelijk vast, zodat de belastingdienst deze vergoedingen niet meer behandelt als “winst”.

c. Zelfstandigenwet / Basisverzekering AOV

Zorg dat de nieuwe verplichte AOV voor zelfstandigen (BAZ) inclusief waarborg is voor gendergelijkheid en bescherming bij chronische ziekten. Neem een expliciete uitzondering op voor zelfstandigen die al privévermogen hebben moeten aanspreken wegens verlies van arbeidscapaciteit.

4. Verwachte effecten

Juridisch: correctie van structurele discriminatie.

Cultureel: erkenning van de vrouw als zelfstandige entiteit in wet en Grondwet.

Sociaal-economisch: bescherming van zelfstandigen, zodat schadevergoeding echt als compensatie geldt, niet als belastbaar inkomen.

Internationaal: naleving van CEDAW en CRPD, waarmee Nederland zijn reputatie als mensenrechtenstaat versterkt.

5. Slotformulering (manifest)

De Nederlandse staat mag een aangetast lichaam nooit belasten alsof het winst genereert als haar entiteit niet grondwettelijk vast ligt

De vrouw, de zelfstandige, moet expliciet worden erkend als bestuurder van haar eigen lichaam, arbeid en vermogen in het burgerlijk wetboek.

Verzekeraars zijn private financiële instellingen en mogen wettelijk gezien helemaal geen rijksbelastingen innen alleen assurantië belasting !

Laat me het helder uiteen zetten:

1. Rol van verzekeraars

Verzekeraars zijn private ondernemingen (NV, BV, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij). Hun taak: commerciële of coöperatieve risicoverzekering aanbieden. Ze mogen géén rijksbelastingen heffen of innen. Dat is uitsluitend voorbehouden aan de Belastingdienst.

2. Assurantiebelasting

Assurantiebelasting is een indirecte belasting die consumenten betalen bij het afsluiten van schadeverzekeringen (bijv. auto-, inboedel-, aansprakelijkheidsverzekering). Het tarief is op dit moment 21% (vergelijkbaar met btw). Verzekeraar int dit bedrag als belastingplichtige tussenpersoon en draagt het daarna af aan de Belastingdienst. Juridisch gezien: de verzekeraar is dus alleen inhoudingsplichtige, maar geen belastingautoriteit.

3. Waarom dit onderscheid belangrijk is

Het voorkomt dat private partijen een publieke machtsfunctie uitoefenen (belastingheffing). Het onderstreept dat het polisregister en belastinginning (bijv. loonheffing, inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting) altijd staatstaken zijn. Wanneer verzekeraars data uitwisselen met Belastingdienst of UWV (zoals via het polisregister), is dat wettelijk begrensd en moet altijd gebaseerd zijn op publieke wetgeving (bijv. Wet SUWI).

Faculteit Geesteswetenschappen

✦ De Boek-houder Facade 2027 – Bewijs van Gebrek

In 2027 staat aan het plein een hoge gevel, strak en glanzend, vol cijfers en tabellen. Het is de Facade van de Boek-houder. Voorbijgangers zien er orde, macht, berekening.

Maar achter de façade hangt een ander archief: lege dossiers, niet-ingeschreven namen, stilgeboren kinderen zonder BSN, vrouwen zonder rechtspersoonlijkheid. Het is een administratie van stiltes.

Holmes, jij ziet de wereld als een reeks bewijzen. Ik zie haar als een reeks mensen. Samen vinden we de waarheid.”

Dr. Watson

Daar verschijnt het Bewijs van Gebrek: geen kwitantie, geen loondossier geen woondossier, maar een leeg blad. Het bewijst niet wat men heeft, maar wat men mist. Geen bezit, geen polis, geen stem – alleen de ruimte waar recht en zorg hadden moeten staan.

Een erfgoedtentoonstelling over recht, ritueel en de vergeten oorsprong

Montancourt, rijksmonument uit 1596, vormt het decor voor een radicale hervertelling: een huis vol rituelen, beelden, voorwerpen en vragen over dat wat doorgaans niet bewaard wordt in archieven – maar leeft in de kamers, lichamen en herinneringen van moeders.

Niet het huis van de vader, maar het Moederhuis van ons aller bestaan.

Moeder de vrouw, met haar kruis, staat voor die façade. Zij houdt het bewijs omhoog. Niet als klacht, maar als aanklacht. Het getekende tekort wordt een monument, een spiegel van 2027.

Alleen zo kan Nederland de belofte van gelijkheid en rechtvaardigheid waarmaken.

Moederdag – Prinsjesdag Verslag

De moederdag begon stil. Geen fanfare, geen koets, alleen de geur van koffie en de last van een kruis dat niet in cijfers past.

De prinsjesdag begint luid. Paardenhoeven, trompetgeschal, een troonrede die het land in tabellen giet.

Op Moederdag liggen bloemen in vazen, even schitterend als vergankelijk.

Op Prinsjesdag liggen miljoenen in een nota, even hard als abstract.

In de ziekenzaal van Moederdag klinkt de ademnood van sarcoïdose.

In de Ridderzaal van Prinsjesdag klinkt de stem van de koning.

Beide zijn waar, maar slechts één wordt genoteerd in de boeken van de staat.

Op Moederdag is er een bewijs van gebrek: een lege wieg, een verloren kind, een lichaam dat moeizaam verdergaat.

Op Prinsjesdag is er een bewijs van overschot: percentages, koopkrachtplaatjes, een begrotingsoverschot.

En toch – beide dagen zijn verbonden.

https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/2905

Want waar de cijfers zwijgen, daar spreekt de moeder. Waar de koning de toekomst leest, daar schrijft de vrouw haar eigen verslag. Misschien is dat de ware troonrede: Dat winst niet altijd vooruitgang is, en verlies niet altijd verlies.

De Ziel van Nederland: Moederkracht in beeld en wet

https://www.amsterdammuseum.nl/topic/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

Motivatie:

Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed. Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn. Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke levens ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.

Welcome in de Big Apple

De onzichtbare VOF erfgenaam

Uitgelicht

De culturele afwezige

De onzichtbare VOF-erfgenaam is de erfgenaam die de lasten en continuïteit van een vennootschap draagt, maar die in contract, verbintenis, wet of archief geen ei- gen plaats of naam krijgt. Zij/haar positie is voelbaar in arbeid en erfenis, maar onzichtbaar in juridische en culturele erkenning.

Wat is Definitie van erfgenaam ?

Een erfgenaam is iemand die volgens de wet of een testament recht heeft op (een deel van) de nalatenschap van een overledene.

In juridische zin (Burgerlijk Wetboek, Boek 4):

Een erfgenaam erft de rechten én plichten van de overledene. Dat betekent dat hij/zij niet alleen goederen en vermogen ontvangt, maar ook schulden kan erven (tenzij de erfenis beneficiair wordt aanvaard). Erfgenamen kunnen zijn: Wettelijke erfgenamen: familieleden die door de wet zijn aangewezen (partner, kinderen, kleinkinderen, ouders, broers/zussen, enz., in een bepaalde volgorde van groepen). Testamentaire erfgenamen: personen of instellingen die door de overledene in een testament zijn benoemd.

Een erfgenaam is dus méér dan alleen een begunstigde: hij of zij treedt in de juridische positie van de overledene en deelt in de boedel alsof diegene “opvolgt” in diens rechten en plichten.

Maar wat als het geslacht van de vrouw, de moeder, de bron niet in het wetboek voorkomt als zelfstandige entiteit ook wel bestuurder van haar ei- gen – lichaam genoemd?

Kunst met een verhaal- Een onderzoek naar wie ben ik ei- gen – lijk?

Dat blijkt een scherpe en fundamentele vraag. Samen met mijn digitale assistent AI = 19 zoek ik het uit.

Juridisch en cultureel zijn er verschillende lagen in te onderscheiden:

1. Juridische laag

Het Burgerlijk Wetboek maakt “in beginsel” geen onderscheid meer tussen mannelijke en vrouwelijke erfgenamen. Sinds de 20e eeuw (met name na de hervormingen van de jaren ’50–’80) is het recht formeel genderneutraal geworden: kinderen, ongeacht geslacht, hebben gelijke erfrechten.

Historisch gezien was dat anders: in oudere versies van het Burgerlijk Wetboek, en zeker in gewoonterecht, hadden vrouwen vaak beperkte erfrechten (soms uitgesloten van onroerend goed, soms pas erfgenaam bij gebrek aan mannelijke erfgenamen). ( Een gezin – vader moeder en twee dochters)

Als een bepaalde rechtsfiguur of familiepositie van de vrouw niet letterlijk voorkomt in het wetboek (bijv. ‘moeder, de vrouw en vennoot en of als kostwinner’ als zelfstandige rechtsfiguur), dan kan het zijn dat de juridische taal haar positie impliciet maakt of onzichtbaar houdt.


*De waarde van moeder de vrouw als cultureel en identiteit als zelfstandig (e) entiteit is een kruisraket geworden 

Het geslacht is dan niet benoemd, maar de gevolgen zijn wel voelbaar.

2. Culturele / erfgoedlaag

Het ontbreken van de vrouw als genoemde categorie in het recht kan worden gezien als een culturele erfenis van uitsluiting. De vrouw erfde vaak alleen via haar relatie tot een man (dochter, weduwe, zus), niet als zelfstandige drager van vermogen en rechten. Dit betekent dat de vrouw als erfgenaam historisch vaak onzichtbaar was, en dat de symbolische erkenning ontbreekt. Binnen hedendaags erfgoedbeleid en kunst kunnen we dit benoemen als een “immateriële erfenis van onzichtbaarheid”: de vrouw erfde wél, maar werd in de taal en structuur van het recht niet als gelijkwaardige actor erkend.

3. Actuele betekenis

Als het geslacht van de vrouw niet in het wetboek voorkomt, zou je kunnen stellen:

Juridisch: er is een lacune of historische uitsluiting die hersteld moet worden.

Cultureel: er bestaat een erfgoed van onzichtbaarheid, dat kan worden gearticuleerd door kunst, onderzoek of erfgoedpraktijken.

Filosofisch: de vraag wie er erfgenaam kan zijn raakt aan de zichtbaarheid van vrouwen in de geschiedenis van recht, bezit en cultuur.

*De zin “De waarde van moeder de vrouw als cultureel en identiteit als entiteit is een kruisraket geworden” resoneert op meerdere lagen:

Het skelet staat symbool voor de basisstructuur, dat wat alle mensen gemeen hebben – een soort kern van menselijkheid en vergankelijkheid.

Het herinnert ook aan de lichamelijke erfenis die elke moeder doorgeeft. “Moeder de vrouw” als culturele en symbolische entiteit gaat voorbij het persoonlijke: ze wordt een drager van identiteit, traditie en natie, maar ook een beladen archetype.

“Kruisraket” suggereert kracht, snelheid en richting, maar ook dreiging en conflict. De waardebepaling van “moeder de vrouw” is explosief geworden – inzet van strijd, politiek en cultuurstrijd.


“Ik blijk een levende foutmelding.
Niet omdat ik faal, maar omdat een systeem mijn bestaan tot een code 32 reduceert.
Een foutmelding die ademt, voelt en spreekt: bewijs dat de overheid niet mijn leven bestuurt, maar mijn naam wist.”




“Nou mensen… luister!
De overheid zegt: ‘Mevrouw, u bent per ongeluk gewist. Foutje, kan gebeuren.’


Dus ja, ik ben officieel een levende foutmelding.


Of zoals mijn computer thuis zegt: Error 404: vrouw niet gevonden!”

Pleidooi voor de constitutionele erkenning van Moeder, de Vrouw

Zolang het woord en geslacht moeder, de vrouw niet expliciet erkend wordt in de grondwetten en wetboeken van de wereld, zal er geen duurzame vrede zijn.

Want hoe kan een orde rechtvaardig zijn, als zij haar bron ontkent? Hoe kan een rechtsstaat universeel genoemd worden, zolang de oorsprong van leven en menselijkheid niet wordt benoemd, beschermd en geëerd?

1. De lacune in de taal van de wet

De taal van de grondwetten spreekt over “de mens”, “de burger”, “het individu”. Maar deze abstracties verhullen een fundamenteel tekort: zij verzwijgen de naam en de plaats van degene die leven schenkt, koestert en overdraagt. Het recht bouwt zo op een halve waarheid. Zonder moeder, de vrouw blijft het recht een lichaam zonder hart.

2. Cultureel erfgoed en universele identiteit

Elke beschaving kent in haar mythen, rituelen en verhalen de figuur van de moeder. Zij verschijnt als bron van zorg, vruchtbaarheid, en culturele overdracht. Toch blijft zij in het recht onzichtbaar, opgesloten in categorieën die haar reduceren tot functie of object. Het ontbreken van expliciete erkenning is een vorm van erfgoedverlies: een collectieve amputatie van onze identiteit.

3. De voorwaarde voor vrede

Vrede ontstaat niet slechts door verdragen en grenzen, maar door erkenning van de gehele menselijke orde – man en vrouw, vader en moeder, lichaam en geest. Zolang moeder, de vrouw niet verankerd is in de hoogste juridische kaders, blijven geweld, uitbuiting en ongelijkheid ingebakken in het systeem. Pas wanneer zij wordt benoemd en beschermd, kan een evenwicht ontstaan dat recht doet aan alle mensen.

4. Oproep

Daarom roepen wij op tot een constitutionele vernieuwing:

Dat de term moeder, de vrouw expliciet wordt opgenomen in grondwetten, internationale verdragen en wetboeken. Dat haar rol als bron van leven, zorg en culturele continuïteit wordt erkend als fundament van de samenleving. Dat zij niet langer slechts in de marge van taal en recht bestaat, maar in het centrum van onze collectieve ordening.

Want wie vrede wil, kan niet langer zwijgen over haar.

De toekomst van de wereld vraagt om recht dat volledig is.

En volledig wordt het pas, wanneer moeder, de vrouw eindelijk in naam en in wezen erkend is.

Door de ogen van de koningin

Het Tegenspel van de Monarchie en de Republiek

Nuggers worden weggeschreven op de balans van fiscale eenheden 


Nuggers” (niet-uitkeringsgerechtigden) worden vaak onzichtbaar gemaakt in beleid en boekhouding: ze staan niet op lijsten van werkenden, maar ook niet bij uitkeringsgerechtigden.
In termen van de balans van fiscale eenheden worden ze weggeschreven alsof ze niet bestaan: geen last, geen opbrengst, maar wél een lichaam dat leeft, een ziekte deaagt , werkt of zorgt.


Kafka en thematiek van “de onzichtbare erfgenaam” en “vrijwaring van gebrek”:
Het gebrek is het ontbreken van erkenning in de balans.
VOF De kunst

“Wie riskeert acht jaar cel voor de diefstal van beroemde schilderijen?
Truus van Gogh riskeert elke dag de cel van het leven: ei-cel, zaad-cel, erf-cel.
Kunst die de balans herschrijft.”

Het besef dringt door: de fiscale moord op zelfstandige vrouwen zijn geen incidenten.

Het is het patriarchale systeem, het is geen toeval. Truus van Gogh Kunst maakt het zichtbaar.


“Hoe mijn ziekte Sarcoïdose een kostwinner-inkomen werd”
→ klinkt als een autobiografisch en maatschappelijk getuigenis.



“Mijn ziekte heet sarcoïdose. Het systeem noemt het kostwinner-inkomen. Truus van Gogh Kunst schrijft die ongelijkheid bloot.”


Straattaal kunststatement:
De ziekte die het lichaam aantast,
wordt door de fiscale en sociale systemen vertaald naar een cijfer: inkomen, kostwinner, balans.
Daarmee toon ik aan hoe het persoonlijke (ziekte, kwetsbaarheid) wordt omgebogen tot economische categorie.


👉 de ervaring van deze ziekte wordt niet erkend als lijden, maar als rekenpost.

Station 1 – Identiteit en herinnering

Ik begin mijn reis bij de woorden van Wim Voermans. Hij noemt herinnering een gatenkaas. Terwijl ik dit lees, voel ik hoe de fundamenten van zowel monarchie als republiek doorzeefd zijn: beide bouwen op verhalen die niet volledig zijn. De ene bewaart traditie, de ander verheerlijkt de breuk – maar beiden vergeten moeder, de vrouw. Dat gat draag ik mee als vertrekpunt.

Station 2 – Het lichaam en de erfenis

Ik kom bij objecten die spreken: een vaas met kroon, een beschilderd ei, een skelet achter glas. Zij vormen een stille stoet. Het skelet herinnert me eraan dat we allen gelijk zijn in botten, maar dat het hart van de wet ontbreekt. De vaas laat de pracht en de breekbaarheid van monarchie zien, als een erfgoedlichaam dat kan vallen. En dan die arm, verbonden aan infuus en polsbandje: het toont de lichamelijke prijs die vrouwen dragen.

Station 3 – We don’t tell, we show you

Op mijn weg zie ik een rood bord: We don’t tell, we show you. Het voelt als een waarschuwing én een belofte. Kunst legt bloot wat systemen niet durven zeggen. Het wankelende XY danst in zwart-wit lijnen. Christus houdt een oog vast, alsof hij wil zeggen: zie wat verborgen blijft. Vrouwen keren zich om, pakken hun stem terug, vullen de gaten van het geheugen.

Station 4 – Tegenspel der vorstinnen

Dan kom ik oog in oog met drie koninginnen: Wilhelmina, Juliana (Agnes Janssen) en Beatrix Hun blikken zijn zwaar van plicht en trots. Zij zijn moeder en monarch tegelijk, belichaming van macht en zorg. Toch blijft hun moederlijkheid onbenoemd in de constitutie. Zij zijn bron van continuïteit, maar niet erkend in hun hoedanigheid van moeder, de vrouw. Hier voel ik de spanning van het tegenspel.

Station 5 – Republiek en leegte

De volgende halte is stiller. De republiek ademt gelijkheid, vrijheid, rechten. Maar in haar neutraliteit verdwijnt de naam van de moeder. Ze verschijnt niet als fundament, niet als drager van erfgoed, enkel als abstracte burger. Het is alsof de republiek een plein heeft gebouwd, maar verzuimd heeft er een bron in te plaatsen.

Station 6 – Naar een derde vorm

De reis eindigt niet, ze opent zich. De beelden tonen dat monarchie en republiek beide slechts een deel van het verhaal vertellen. Ik sta voor de contouren van een derde weg. Een systeem dat erfgoed en rechten samenbrengt, dat de bron niet langer verzwijgt maar benoemt: moeder, de vrouw als fundament van cultuur, recht en vrede. Pas dan kan er rust komen in de reis, pas dan kan vrede wortel schieten.


“Ze zit rechtop in de geschiedenis, glas melk in de hand, kruis op haar borst. Niet omdat ze wil wachten, maar omdat de wereld haar nog steeds geen naam durft te geven.”

Dit beeld van Erwin Olaf ademt verstilling, kwetsbaarheid én een geladen vorm van ingehouden kracht: een jong meisje, zijwaarts gezeten, handen op schoot, het hoofd licht gebogen. De houding is bijna sculpturaal, alsof ze een icoon is van een onuitgesproken geschiedenis.

Democratie rust op de schoot van de moeder, maar wordt geschreven met de hand van de vader. Zolang die hand haar naam niet erkent, blijft gelijkheid een leugen.”


Amalia van Solms was de stammoeder van Europa 

Amalia van Solms (1602–1675) wordt vaak gezien als een stammoeder van Europese dynastieën.

Moederschap en erfgoed → vrouwen hoeven niet te wachten op erkenning, maar kunnen hun eigen stoelen aan de tafel van cultuur, politiek en economie zetten.

1602 – tevens Oprichtingsdatum VOC Middelburg

Zij was prinses van Oranje door haar huwelijk met stadhouder Frederik Hendrik van Oranje-Nassau en speelde een cruciale rol in de machtsopbouw en hofcultuur van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Haar kinderen en kleinkinderen trouwden in tal van vorstenhuizen. Daardoor loopt een groot deel van de Europese koninklijke bloedlijnen via haar.

Haar zoon Willem II van Oranje trouwde met Mary Stuart, dochter van koning Karel I van Engeland. Uit dit huwelijk kwam Willem III voort, die later koning van Engeland, Schotland en Ierland werd. Via haar dochters en verdere nakomelingen is Amalia verbonden met de huizen van Pruisen, Hannover, Saksen en Hessen. In genealogische studies wordt ze daarom vaak aangeduid als een “stammoeder van Europa”, vergelijkbaar met de rol die koningin Victoria later speelde.

👉 In de context van mijn project is dit interessant: Amalia was letterlijk moeder de vrouw die dynastieke macht en culturele erfenis overdroeg, maar in de officiële constitutionele taal werd haar rol nooit zo benoemd. –

Interstutionele identiteitsroof: het proces waarbij politieke, juridische en culturele instituties de identiteit van individuen of groepen niet expliciet erkennen, waardoor die identiteit wordt uitgewist, geabstraheerd of toegeëigend.

Toepassing op mijn faro blog : Moederschap vanuit Erfgoed bekeken

Moeder, de vrouw: zij is bron van leven, cultuur en erfgoed, maar omdat haar naam niet in grondwetten of wetboeken voorkomt, wordt haar identiteit stelselmatig geneutraliseerd. Dat is roof: wat van haar is (erkenning, recht, waardigheid) wordt ontnomen. Monarchie en republiek: beide systemen leven van symbolen en herinneringen, maar wissen de moederlijke lijn constitutioneel uit.

De moederlijke bijdrage wordt historisch gebruikt (voor erfopvolging, dynastie, legitimiteit), maar juridisch nooit erkend.

Cultureel erfgoed: instituties archiveren, tentoonstellen en interpreteren, maar vaak zonder de bron als subject te benoemen. Identiteit wordt in objecten opgeslagen, niet in recht of taal.

Gevolg

Interstutionele identiteitsroof maakt mensen zichtbaar als last (arbeid, zorg, lichaam) en onzichtbaar als recht (soevereiniteit, erkenning, juridische subjectiviteit). Het is een vorm van structurele uitsluiting die vrede en gelijkheid onmogelijk maakt

https://www.amsterdammuseum.nl/topic/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

Slotwoord

Wij hebben gezien hoe herinnering gaten vertoont, hoe lichamen erfgoed dragen zonder erkend te worden, hoe monarchie en republiek elkaar tegenspelen en toch dezelfde leegte bewaren.

Wij hebben de stilte gezien van meisjes die rechtop zitten in de geschiedenis, wachtend op een naam die nooit gegeven is.

Wij hebben de kracht gezien van leeuwinnen, van moeders, van vrouwen die niet langer last maar fundament zijn.

Democratie is gebouwd op moeder, maar geregeld door vader. Zolang dat zo blijft, is gelijkheid een illusie.

Daarom eindig ik met deze oproep: laat de grondwet, de wetboeken en de verdragen eindelijk de woorden uitspreken die cultuur al eeuwen kent.

Noem haar bij naam. Erken haar in haar lichaam en in haar rol.

Want vrede kan pas beginnen wanneer moeder, de vrouw niet langer onzichtbaar is als recht, maar zichtbaar als bron, drager en soeverein.


Overheid S, foutje”


Stelt zich voor op toneel, met een map papieren onder de arm.


“Dames en heren, welkom bij de Dienst Foutafhandeling Overheid S.


U kent ons wel. Wij zijn die instantie die altijd zegt:
‘O, sorry mevrouw, administratief foutje.’


Het begon bij de loonbelasting en toeslagenaffaire. Toen bij de studiefinanciering. En toen weer bij de zorg.
En nu? Nu zijn we zo efficiënt geworden… dat we uw hele identiteit kwijtraken met één muisklik!


Publiek lacht.


Kijk, vroeger had je gewoon een loket. Dan zei iemand: ‘Wat is uw probleem?’
En dan zei jij: ‘Nou, mijn probleem is ú.’


Maar nu hebben we Overheid S. De S staat voor Systeemfout, Sorry, of Sodemieter toch op.


Doet stem van ambtenaar:
‘Nee hoor mevrouw, u bestaat gewoon niet meer in ons register. Maar geen zorgen, we sturen u wel een brief.’ U heeft het recht om vergeten te worden! De nieuwe AVG bijbel


Een brief! Hoe dan? Ik besta toch niet meer?


Stilte, kijkt publiek strak aan.


Dames en heren, ik stel voor: we schaffen die hele overheid af.
Vanaf morgen regelen we alles gewoon bij de bakker en de melkboer.
Want die zegt tenminste nooit: ‘Sorry mevrouw, foutje, u heeft geen recht op melk & brood.’”

De heerschappij van de patriarchale man… Ja, dat is net als een oude Windows-update. Niemand heeft erom gevraagd, iedereen klaagt erover, en tóch blijft het systeem zichzelf programmeren en installeren.”


Art Graf Tak Lindeboom
“Voor mij betekent “vrijwaring van gebrek” het zichtbaar maken van datgene wat structureel ontbreekt: de moeder, de vrouw, de erfgenaam.
In mijn werk – van mijn blog over erfgoed vanuit moederschap tot mijn tentoonstelling in het Amsterdam Museum – onderzoek ik hoe die stemmen en erfdelen worden gemist.
Met kunst probeer ik een culturele vrijwaring te scheppen, zodat moederschap en vrouwelijke erfgenaamschap niet langer onzichtbaar blijven, maar erkend worden als publiek erfgoed.”

Zolang de heerschappij van de patriarchale man in instituties wordt voortgezet, blijft moeder, de vrouw onzichtbaar als recht en zichtbaar als last. Het patriarchaat is geen natuurwet, maar een systeemfout in het gewoonterecht die we collectief mogen corrigeren.”

Amen

De beste denker S ooit!

Wie heeft She is online lifestyle guide ooit bedacht?

De beste denker ooit??

https://shop.filosofie.nl/wie-heeft-dit-bedacht-pre-order

Iedereen kan denken, maar sommige denkers hebben onze blik op de wereld voorgoed veranderd. Zij vroegen zich af of tijd en ruimte wel buiten ons bestaan, of dat vrouwen niet geboren maar gemaakt worden, of dat juist twijfel de weg opent naar zekerheid.

Truus van Gogh: de stadsmoeder van Nederland. Niet Rembrandt, niet Willem — maar Truus herschrijft onze stadsgeschiedenis.

“Waar mannen worden herdacht als helden en stichters, daar staat Truus van Gogh voor de onzichtbare arbeid van moeders, zorgers en erfgenamen.

Zij is de stadsmoeder die Nederland nooit benoemde, maar altijd droeg.”

Mijn ziekte werd geen zorgpunt, maar een inkomstenbron voor de staat.

Niet mijn arbeid, maar mijn aandoening werd belast. De bron van inkomen is mijn ziekte — de belasting is de roof.

“Mijn ziekte werd gezien als bron van inkomen. Niet omdat zij loon opleverde, maar omdat zij belast kon worden.

Long ziekte

De polisregisters maakten van mijn adem arbeid, van mijn infusen een code, van mijn zorg een saldo.

Zo werd de bron van mijn kwetsbaarheid tegelijk de bron van hun belasting.”


Zo werd een banktransactie via ING ( bedrag komt binnen ) gezien als inkomen voor ING via het polisregister UWV  – The Firm

Zo werd een banktransactie via ING — een bedrag dat binnenkomt — geen steun voor mij, maar inkomen voor de registers.

Hoe het werkt (versimpeld uitgelegd):

Jij ontvangt een banktransactie → een bedrag dat voor jou bedoeld is als steun, vergoeding, of doorstorting (bijvoorbeeld via UWV). Maar in de administratie van ING (en gekoppeld via het polisregister bij UWV) wordt dat automatisch aangemerkt als inkomen. Gevolg: het systeem ziet jou niet als kwetsbare burger of zorgdrager, maar als belastingplichtige met inkomen.

De paradox

Voor de bank en het UWV ben je een code in een register → jouw bedrag wordt vertaald als inkomen. Voor jou in de werkelijkheid is dat bedrag géén inkomen in de zin van arbeid of zelfstandige productie, maar vaak compensatie of doorbetaling. Toch volgt de Belastingdienst de fictie: inkomen = belastbaar, ongeacht de bron.

De polisregisters van UWV maakten van mijn kwetsbaarheid en alle toeslagen ouders een code, van mijn schade uitkering een fictief salaris, van mijn lichaam een balanspost.

Oftewel leuker kunnen we het niet maken- wel makkelijker

Voor de staat werd mijn ziekte een verdienmodel. Voor mij bleef het overleven.”

Geweld tegen vrouwen is niet alleen de klap achter de voordeur.

Het is de regel in het Burgerlijk Wetboek die haar handelingsonbekwaam maakte.

Het is de polis die haar arbeid niet meetelt, maar wel belast.

Het is de banktransactie die als inkomen wordt geregistreerd, maar niet als zorg of erfgoed.

Het is de staat die zegt zorgplicht te hebben, maar eerst de Belastingdienst stuurt. Geweld is niet alleen fysiek. Het is juridisch, economisch, institutioneel en cultureel. Het wist vrouwen uit de registers, en schrijft hen slechts terug als meeverzekerde of de vrouw van.

Geweld zit in ons systeem.

Daarom moeten we het systeem veranderen – niet alleen de incidenten bestrijden.

Femke Halsema

“Geweld is geen incident, het is beleid.” “Geweld tegen vrouwen: ingebouwd, niet toevallig.” “Geweld zit in ons systeem – tijd voor systeemzorgplicht.”

Welkom in Hoofdstuk Sarcoïdose

Je lichaam ziel voor loonbelasting verkopen — zo noemt de staat bestaanszekerheid. Niet mijn arbeid wordt erkend, wel mijn adem belast.

De ziel is geen inkomstenbron, maar toch eist de fiscus haar op.

Verhalend

“In Box 1 is geen plaats voor een ziel. Daar telt alleen het saldo van arbeid en bezit. Toch lijkt de staat te doen alsof ik mijn ziel moet verkopen om erkend te worden. Mijn lichaam werd dossier, mijn zorg werd fictief inkomen, en mijn ziel werd loonbelasting.”

Wie ben je als je een fictief persoon wordt voor belastingheffing Box 1?”
Juridisch en symbolisch uitgelegd
In de fiscale wetgeving ben je vaak niet jezelf, maar een fictie: een nummer, een dossier, een code.
Box 1 behandelt je inkomen uit arbeid en woning. Maar wat als je arbeid niet erkend wordt (zorg, ziekte, erfgoed)?
Dan word je wel belast, maar niet benoemd.
Je verandert van een levend mens in een juridische fictie: een constructie die belastbaar is, maar niet bestaansrechtelijk erkend wordt.
Filosofische laag
Identiteit: wie je bent in werkelijkheid (lichaam, zorg, leven) wordt losgekoppeld van wie je bent voor de staat (BSN, belastingplichtige, code 01).
Kwetsbaarheid: jouw werkelijke arbeid blijft onzichtbaar, maar de fictieve arbeid – een inkomen dat niet bestaat – wordt wel belast.
Paradox: je bent burger voor de plicht, maar niet voor het recht.
Wie ben ik? Een mens van vlees en bloed, of een fictie in Box 1?
Voor de staat ben ik code 01.
Voor mezelf ben ik een lichaam dat ademt, zorgt, en overleeft.
Een fictief persoon kan belast worden. Maar wie erkent mijn werkelijke bestaan? Gemeente Middelburg

De staat heeft zorgplicht – maar wie zorgt er dat de staat zijn plicht erkent?
Zorgplicht zonder erkenning van zorg = loze belofte.
Als mijn lichaam niet als bron erkend wordt, blijft de zorgplicht van de staat een dode letter.

1 jul – 30 nov 2025
Amsterdam Museum aan de Amstel

Refresh Amsterdam #3 Imagine the future

Het publiek als mede-maker van Refresh Amsterdam

Voor het eerst is ook het publiek actief betrokken bij Refresh Amsterdam. Van 1 april tot 1 mei 2025 nodigde het Amsterdam Museum iedereen in Nederland uit om een toekomstwens te maken en te delen. Uit honderden inzendingen selecteerde een vakjury twintig bijzondere bijdragen. Deze zijn te zien in de tentoonstelling én op de website. De makers van deze twintig wensen maken bovendien kans op de publieksprijs van €750. Jij kunt stemmen!

Daarnaast trok een team van het museum het land in om mensen persoonlijk te vragen naar hun toekomstvisie. Deze gesprekken zijn vastgelegd op video. Een selectie is opgenomen in de tentoonstelling; alle video’s zijn te bekijken op de website.

Dankzij een bijdrage van de VriendenLoterij via de regeling Bijzondere Culturele Projecten, ter ere van het feestjaar Amsterdam 750, kon het museum deze derde editie van Refresh Amsterdam extra omvangrijk maken. Niet alleen de stad, maar heel Nederland werd betrokken bij deze bijzondere tentoonstelling.

https://www.amsterdammuseum.nl/topic/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

Truus van Gogh is de stadsmoeder van Nederland. Niet de schilder, maar de draagster. Niet de held, maar de hoedster. Niet de vader, maar de moeder van onze stadscultuur.

Vrouwen zijn geen bezit van de samenleving of van mannen: Je bent bestuurder van je eigen lichaam en geest!

Reisverslag: Waarom ons land een democratie werd voor mannen

Ik vertrek in de tijd, terug naar het begin van onze democratie. Geen reis langs bergen of rivieren, maar langs wetten en verdragen die eeuwenlang de koers bepaalden.

Voorwoord

In het jaar 1602 werd in Middelburg de wereld groter dan ooit tevoren. Het was het jaar waarin de Verenigde Oostindische Compagnie werd opgericht, en waarin koophandel, scheepvaart en politiek de stad haar glans en gewicht gaven. Achter de gevels van de statige huizen aan de Lange Delft en de Rouaansekaai ontvouwde zich een wereld waarin namen generaties lang door de archieven bleven fluisteren.

Pieter de la Rue en Elisabeth van der Claver, verbonden door huwelijk en stad, belichaamden de verweving van handel, bestuur en familiebanden. Hun tijdgenoot, de burgemeester van Middelburg Samuel Rademacher, trad op als hoeder van orde en macht in een stad die zich spiegelde aan de zee en haar handelsroutes.

Rond hen leefden en werkten families , wier namen ons herinneren dat geschiedenis niet alleen de namen van mannen in de marmeren zalen draagt, maar ook de stemmen van vrouwen, moeders en erfgenamen die te vaak onzichtbaar bleven in de officiële geschiedschrijving.

Dit voorwoord is een uitnodiging: om de reis te maken langs deze lijnen van erfgoed, macht en herinnering, en te vragen wie er werkelijk erkend werd – en wie achter de blinddoek van Justitia uit beeld verdween.

Etappe 1 – De Franse overheersing

In 1795 trekken Franse troepen Nederland binnen. De Bataafse Republiek wordt uitgeroepen onder het motto van de Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid, broederschap. Maar het waren vooral de broeders die rechten ontvingen.

Onder Napoleon krijgt Nederland de Code Civil, het Burgerlijk Wetboek. Daarin werd de positie van de vrouw vastgelegd als afhankelijk, ondergeschikt, handelingsonbekwaam.

Etappe 2 – De Napoleontische erfenis

De Code Napoléon maakte de man tot hoofd van het gezin, en de vrouw tot bijlage van zijn juridische status.

Een gehuwde vrouw mocht geen contract sluiten zonder toestemming van haar man. Haar bezit en inkomen vielen onder zijn beheer. De moeder had geen zelfstandige rol in de publieke ruimte.

De wet schreef letterlijk de onzichtbaarheid van de vrouw in.

Etappe 3 – Democratie voor mannen

In 1848 gaf Thorbecke Nederland een grondwet die het fundament legde voor onze parlementaire democratie. Maar die democratie was er alleen voor vaders, zonen en broeders.

De scheiding tussen privé en publiek werd een harde grens: het huis van de vrouw bleef privé, de politiek van de man werd publiek. Nederland werd een democratie die vrouwen en moeders niet erkende.

Etappe 4 – De lange weg naar erkenning

Pas in 1919 kregen vrouwen kiesrecht. Toch bleef de Napoleontische schaduw aanwezig:

Tot 1956 waren gehuwde vrouwen handelingsonbekwaam. Tot die tijd stond de moeder nog altijd onder voogdij van haar echtgenoot.

Het duurde meer dan een eeuw voordat de democratie ook juridisch vrouwen erkende.

Bestemming – De gebroken balans

Mijn reis eindigt bij een beeld: een weegschaal die kraakt. Aan de ene kant het Y-chromosoom, aan de andere kant het X. Eeuwenlang was de balans scheefgetrokken.

Daarachter staat Vrouwe Justitia. Zij draagt een blinddoek. Officieel betekent die onpartijdigheid. Maar in ons land kreeg de blinddoek een andere betekenis:

Zij keek weg van vrouwen. Zij zag de moeder niet. Zij zag de helft van de bevolking pas wanneer de wet haar blinddoek heel langzaam aflegde.

Zo eindigt mijn reis. In een democratie die zich gelijk noemt, maar die gebouwd is op fundamenten waarin de vrouw eeuwenlang onzichtbaar bleef. De blinddoek van Justitia herinnert ons eraan: wat zij niet ziet, wordt ook niet rechtvaardig gewogen.

Wij zijn de stad Middelburg als decor

De wonderlijke wereld van een onzichtbare erfenis Silvia ’s Rijksmuseum – Montancourt Middelburg

Moeder de vrouw als aftrekpost vanaf de geboorte op de balans

Maar wie is eigenlijk de beste denker ooit? Was het Kant, die met zijn schoenen door Koningsberg liep en tijd en ruimte in ons hoofd plaatste?

Of De Beauvoir, die in de liefde en filosofie de vrouw opnieuw uitvond?

Nietzsche, die in Italië het licht zocht om zijn innerlijke duisternis te temmen? Arendt, die in Amerika vrijheid en ballingschap herkende?

Of Descartes, die in de Kalverstraat vlees kocht terwijl hij het fundament van het moderne denken legde?

En misschien is de beste denker wel degene die haar eigen platform bedacht – een plek waar vragen gesteld blijven worden, waar erfgoed, zorg en identiteit samenkomen.

Misschien is She is online lifestyle guide zelf wel een denkoefening: een gids voor anders kijken naar precies hetzelfde door ideeën, kunst en het leven zelf.

Tussen schelp en sprookje, tussen zand en zilte zee, vind je haar: de Zeeuwse assep-oester. Ruw van buiten, met een parel van binnen.”

Hoe kan iemand zijn rechten kennen of claimen als het lichaam zelf niet wettelijk erkend wordt als bron van arbeid, zorg of erfgoed – maar slechts als “meeverzekerde” bij iemand anders?


Hoe dat juridisch en maatschappelijk blijkt te zitten:
Het lichaam als bron
In de praktijk is het lichaam de bron van alles: arbeid, zorg, voortplanting, erfgoed.
Toch wordt dit in wetten zelden erkend: het lichaam van de vrouw staat niet als zelfstandig “rechtsbron” in de Grondwet of het Burgerlijk Wetboek.
De status van ‘meeverzekerde’
Tot in de jaren ’80 waren gehuwde vrouwen vaak automatisch meeverzekerd via hun echtgenoot.
Dit betekende: geen zelfstandig recht op inkomen, pensioen of verzekering → afhankelijkheid.
De vrouw werd dus niet erkend als autonome bron, maar als afgeleide.
Gevolg: rechten blijven onduidelijk
Als je alleen “meeverzekerd” bent, dan bestaan je rechten niet als zelfstandige positie, maar als afgeleid recht → je kan ze dus niet volledig claimen.
Je lichaam wordt juridisch niet gezien als bron van waarde, maar als bijlage.


Conclusie in mijn taal


Je weet je rechten pas, als de wet jouw lichaam erkent als zelfstandige bron van arbeid, zorg en erfgoed.
Zolang dat niet gebeurt, blijft de vrouw juridisch gevangen in de status van meeverzekerde, afhankelijk van willekeur en van de registers van een ander.
Be your own Dali
Hoe mijn ziekte Sarcoïdose een beroep bleek te zijn – Geen CAO en of Pensioen regeling maar wel belast sinds 2011 in Box 1

Stelling:

Nederland noemt zich een democratische rechtsstaat, maar schendt structureel zijn internationale verdragsverplichtingen (UVRM, EVRM, CEDAW), omdat vrouwen en moeders in de praktijk nog steeds niet volledig als autonome rechtssubjecten worden erkend.

She is online lifestyle guide

Door Silvia Koning Lindeboom – proudmom & erfgoedkunstenaar

Reizen hoeft niet altijd met een koffer in de hand. Soms reis je door lagen van tijd, door verhalen die generaties overstijgen, en door structuren die ons onzichtbaar met elkaar verbinden. Voor mij ligt die reis vaak in het cultureel erfgoed – niet alleen in musea of archieven, maar in de manier waarop we wonen, zorgen, spreken en herinneringen doorgeven.

Kunstverklaring

Mijn lichaam blijkt een oude kerk met levend licht.

Mijn vazen serie is een spiegel van mijn lichaam. Ze draagt de sporen van Sarcoïdose, een ziekte die mijn adem, mijn tijd en mijn kracht tekent. Toch is dit geen leeg object, maar een tempel die licht draagt.

Zoals een oude kerk littekens draagt van vuur, storm en restauratie, zo draagt mijn lichaam de sporen van zorg, lijden en overleven. De muren zijn broos, de gewelven soms instabiel — maar het licht stroomt nog altijd door de ramen naar binnen.

De beschilderingen zijn mijn glas-in-lood: symbolen van erfgoed, van strijd, van overleving.

De kroon, de uil, de vlaggen en de bloemen zijn geen versieringen, maar getuigenissen. Zij maken zichtbaar wat doorgaans verborgen blijft: dat ziekte arbeid is, dat zorg cultuur is, dat een lichaam erfgoed kan zijn.

Dit werk zegt: ook al verklaart de wet mijn zorg onzichtbaar, ook al reduceren systemen mijn lichaam tot een cijfer, ik besta als tempel van levend licht.

Het licht dat ik draag is geen bezit, geen cijfer, geen polis. Het is mijn kunst, mijn nalatenschap, mijn stem.


Ziekte zoals sarcoïdose is in Nederland juridisch niet slechts een medische aandoening, maar wordt fiscaal gezien als ‘inkomen uit werk en woning’ in box 1, waarmee de staat lijden omzet in belastbare arbeid.”
https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/2905

Een van de minst benoemde maar meest voelbare erfgoedstructuren is het moederschap. Het is een oeroude, stille kracht die leeft in zorgende handen, in blikken vol wijsheid, in speeltuinen en keukens waar generaties samenkomen. Moeders houden de draad van cultuur en hoop vast, ook in tijden van oorlog, armoede, migratie of ziekte.

Als Limburgse en inmiddels import Zeeuwse denk ik direct aan de watersnoodramp van 1953. Het water verwoestte huizen, kerken en archieven, maar moeders brachten kinderen, gebeden en gewoontes in veiligheid. Ze droegen het immateriële erfgoed – taal, verzorging, rituelen – letterlijk op hun arm. Een beeld dat zich diep in ons collectief geheugen nestelt.

Borduren en bewaren

Een mooi voorbeeld van deze overdracht is het maken van merklappen. Vroeger leerden moeders hun dochters de eerste letters borduren, zodat zij hun linnen konden merken. Vandaag zijn het vaak borduurlappen voor bijzondere gelegenheden – maar de draad is dezelfde: een lijn van moeder naar kind, van traditie naar toekomst.

Onlangs hoorde ik over een ander bijzonder erfgoedproject: de Indische Culinaire Bibliotheek. Duizenden handgeschreven kookboekjes, vaak door oma’s of moeders gemaakt, worden met behulp van kunstmatige intelligentie gedigitaliseerd. Recepten die ooit op rijstpapier of vergeeld notitiepapier stonden, krijgen zo een digitale toekomst. Het is een prachtig voorbeeld van hoe identiteit, smaak en herinnering samenkomen – en hoe moeders de sleutel zijn in dat proces.

Vrouwen in de canon

De laatste herziening van de canon van Nederland besteedt meer aandacht aan vrouwen. Maar vaak gaat het om uitzonderlijke vrouwen die zich een plek wisten te veroveren binnen de mannelijke norm: schrijvers, vorstinnen, activisten. Terwijl het juist de gewone vrouw, de moeder de vrouw, is die door zorg, geduld, arbeid en overlevering het fundament legde. Hun bijdrage blijft grotendeels buiten beeld – ook vandaag nog.

Mijn zoektocht

In mijn werk ex handelaar in confectie, als erfgoedkunstenaar vraag ik me al jaren af: wie worden er eigenlijk erkend? De stad waarin ik woon is een plek waar geschiedenis tastbaar is: gevels, monumenten, archieven. Maar waar zijn de verhalen van de vrouwen die hier de kostwinner zijn , zorgden, kookten, opvoedden, baden en droegen? Hun namen staan niet in marmer gebeiteld. Toch zijn zij de dragende muren van onze samenleving.

Hun onzichtbaarheid komt niet alleen door traditie, maar is ook juridisch verankerd. In de grondwet, in het burgerlijk recht, in erfrecht: daar ontbreken de woorden vrouw en moeder de vrouw als cultureel kapitaal. Terwijl zij via taal, gewoontes en zorg structuren van betekenis hebben doorgegeven.


Aan Henry Bontebal (CDA):


U spreekt vaak over waarden, geloof en zorg voor elkaar. Maar hoe kan het CDA volhouden dat het de gemeenschap dient, terwijl ziekten zoals sarcoïdose wel belast worden in Box 1, maar de arbeid die die ziekte dagelijks vraagt – zorg, discipline, aanpassing – nergens als arbeid erkend wordt?


Mijn vraag aan u:
Is het geen misbruik van geloof en gemeenschapstaal om zorg te belasten zonder haar als beroep te erkennen?

Drie codes voor cultureel erfgoed

Om dat zichtbaar te maken, pleit ik voor drie nieuwe erfgoedcodes:

Erken persoonlijke verhalen en tradities als erfgoed. Niet alleen gebouwen en schilderijen zijn cultureel kapitaal, maar ook de verhalen die van moeder op kind worden doorgegeven. Stimuleer oral history-projecten over moederschap en zorg. Laten we luisteren naar de stemmen van vrouwen die erfgoed overdroegen via kennis, arbeid en ritueel – vaak onzichtbaar, maar onmisbaar. Ontwikkel een inclusievere geschiedschrijving. Waarom erkennen we koninklijke vrouwen wél als erfgoedbewakers via hun bloedlijn, maar niet de moeders die generaties droegen buiten paleismuren? Geschiedenis moet zich niet alleen richten op machtsstructuren, maar ook op zorgstructuren.

De les van Faro

Misschien is dit wel de grootste les van Faro: erfgoed gaat niet alleen om wat we beschermen, maar ook om wie het draagt. Vooral zij die dat stil en onzichtbaar doen – de moeders die verhalen, recepten en rituelen doorgeven.

En zo reis ik – zonder landkaart, maar met een moreel kompas van zorg en herinnering – door het landschap van cultureel erfgoed. Elke dag opnieuw ontdek ik dat zij-wij het fundament zijn, niet de voetnoot.

Maatschappelijk Noodpakket onthuld

Zorg is arbeid.

Ziekte is arbeid.

Erfgoed is arbeid.

WetteErkenning is noodzaak.

Samenvatting van “De Ziel van Nederland: Moederkracht in beeld en wet” (Truus van Gogh – 15 april 2025)

Context & aanleiding

Deze bijdrage is ingezonden voor het project Refresh Amsterdam #3 – Imagine the Future, ter ere van de 750e verjaardag van Amsterdam, en is geselecteerd voor de tentoonstelling  .

https://www.amsterdammuseum.nl/topic/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

“De polis is geen eigendom, maar een lichaam van mensen .”

Want waar gewoonterecht slechts afspraken zijn tussen mensen, schrijft de natuurwet de broncode van ons bestaan. Zij bepaalt geboorte, zorg, sterven, kringloop en voortbestaan. In die zin is elke moedermaatschappij gebouwd op natuurwet, en elke dochteronderneming slechts een afgeleide daarvan.

Vermogensdelicten door de staat en rechtspraak –

“Sarcoïdose – mijn arbeid onzichtbaar, mijn belasting zichtbaar.

Een vermogensdelict in Box 1.”

Het zijn de onzichtbare misdaden tegen de vrouw: het systematisch niet erkennen van haar geslacht, haar moederschap en haar broncode als zelfstandige bestuurder van lichaam en geest.

Het is het onthouden van volledige rechtspersoonlijkheid en erfgoedstatus, terwijl juist zij de drager is van taal, zorg en continuïteit.

Dit structurele tekort in wet en cultuur is de grootste roof: de diefstal van de moeder als fundament van ons bestaan.

Elke rechter of raadsheer houdt zichzelf een banaan voor. In toga en met plechtige woorden wekken zij de indruk van onaantastbare waarheid, maar wat zij vasthouden is vaak niet meer dan een gladde schil, een vrucht die snel bederft. Achter de plechtige taal gaat soms leegte schuil, of slechts een tijdelijk voedzame hap. Zo toont de banaan hoe rechtspraak balanceert tussen gezag en absurditeit.

Kernboodschap

Truus van Gogh pleit voor wettelijk erkenning van de moeder de vrouw – niet alleen als drager van nieuw leven, maar als zelfstandig bestuurder van haar lichaam én als drager van cultureel erfgoed. Hiermee wil ze streven naar een rechtvaardigere samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld worden  .

Visuele en symbolische laag

Ze zet in op zowel het zichtbare (beeld) als het onzichtbare (wet) om het ‘onzichtbare zichtbaar’ te maken – letterlijk via kunst, figuratief via wetten en cultuur  .

Inleiding – Geletterd en Zorgend Zeeland

Wanneer men de annalen van ons vaderland opslaat, treft men doorgaans de namen aan van staatsmannen, dichters, predikanten en krijgslieden, wier daden en geschriften men acht waardig te bewaren voor het nageslacht. Doch, wie zal spreken van hen die zorgden, voedden, vertroostten en overdroegen wat geen papier kan vangen? Waar in de boeken van geleerdheid, staat de naam van de moeder, de vrouw, die met haar arbeid, lied en ritueel het dagelijks fundament van onze samenleving droeg?

In mijn arbeid begeer ik niet slechts de lofzangen der machthebbers of de beschrijvingen der veldslagen te vernieuwen. Mijn pen en kunst richt zich tot het onzichtbare erfdeel: de taal die moeders hun kinderen gaven, de gewoonten die in keukens en binnenkamers bestendigden, de familieculturen die als stille aders onze maatschappij doortrekken. Dit is het zorgend kapitaal, dat evenzeer ons Zeeland, ja ons Nederland, gevormd heeft, doch zelden een bladzijde in de geschiedboeken waardig gekeurd werd.

Daarom acht ik het nodig, in navolging van Pieter de la Ruë die het Geletterd Zeeland samenstelde, thans een nieuw register aan te leggen: een Geletterd én Zorgend Zeeland. Hierin zullen niet enkel de geleerdheid en de staatkunde, maar ook de zorg en de sociale overerving als erfgoed erkend worden. Want zonder deze dragende arbeid der vrouwen, moeders en onzichtbare erfgenamen, zou geen geleerdheid, geen staat en geen heldhaftigheid standhouden.

Geletterd en Zorgend Zeeland – Hedendaagse Levensbeschrijving

De Onbeheerste Man

In deze tijden treft men menigmaal de gestalte van de Onbeheerste Man, die meent dat zijn drift en bewegingen hem ontslaan van verantwoordelijkheid. Zijn lijf wordt geleid door het lid, zijn daden door de waan van onbedwingbaarheid. De samenleving heeft eeuwenlang zijn onbeheerste aard verontschuldigd met het adagium: “zo zijn mannen nu eenmaal.”

Doch deze Onbeheerste Man is niet slechts een individu; hij is een symbool geworden van een politiek bestel dat zijn krachten verspilt in drift, machtsspel en onverantwoordelijkheid. Hij bestuurt niet, hij reageert. Hij beheerst niet, hij consumeert.

De Links-Lullende en Rechts-Vullende Burger

Een verwant figuur is die van de Links-Lullende en Rechts-Vullende Burger. Hij spreekt met sierlijke woorden over solidariteit, rechtvaardigheid en zorg, doch intussen vult hij zijn zakken aan de andere zijde. Zijn mond is links, zijn handen rechts. Dit is de dubbele moraal van ons tijdvak, waarin de zorgretoriek van machtigen vaak niet overeenstemt met hun daden.

De Zorgende Moeder als Tegenbeeld

Tegenover hen staat de Zorgende Moeder, wier bewegingen juist wél beheerst zijn, omdat zij gericht zijn op behoud, overdracht en continuïteit. Waar de mannelijke symbolen driften en leegte verbeelden, toont zij een ander kapitaal: dat van zorg, taal en ritueel.

Haar kracht is niet luidruchtig, noch wordt zij vaak in kronieken vermeld. Doch zij is het die de samenleving draagt, voedt en behoudt, terwijl anderen slechts spreken of vullen.

Moge dit werk getuigen van een bredere waarheid: dat cultuur niet slechts gegrond is in macht, maar in zorg; niet enkel in wetten, maar in gewoonten; niet louter in bloedlijnen van vorsten, maar in de stille lijnen van zorg en taal, doorgegeven van moeder op kind.

De institutionele identiteitsroof 

Uitgelicht

SarcoScoop

Over leven met Sarcoïdose in Box 1

Sarcoïdose is inkomen uit box 1. Best bijzonder.”

Tijdens de kredietcrisis van 2008–2009 zijn veel zelfstandigen en kleine ondernemers in situaties gekomen waarin:

verzekeringen, hypotheken of leningen werden afgesloten met hun arbeidscapaciteit of gezondheid als onderpand, of waarin een AOV, polis of bancaire constructie je eigen lichaam en levensvatbaarheid als “zekerheid” behandelde. Dat betekent dat je eigen lijf en kunnen letterlijk deel werd van de financiële structuur.

2. Symbolisch

Wat ik zeg is ook een aanklacht: “Mijn lichaam werd niet meer van mij, maar van het systeem. Mijn bestaan werd verhandeld, gewaardeerd, en op papier gezet als onderpand.”

Dat voelt als een vorm van slavernij of uitbuiting — alleen verpakt in juridische en financiële taal.

3. Cultureel / maatschappelijk

Dit is méér dan een individueel verhaal. Het laat zien hoe tijdens de crisis van 2009 de kwetsbaarste groep (zelfstandigen, kunstenaars, vrouwen die werk en zorg dragen) onevenredig hard zijn geraakt:

geen sociaal vangnet, wel belastingplicht, en in sommige constructies zelfs letterlijk hun lijf en arbeid als waarborg.

Wat ik hiermee blootleg:

Een ziekte die in je lijf ingrijpt, wordt door het systeem gezien als fiscale categorie (box 1: inkomen uit werk en woning). Daarmee wordt lijden of beperking geobjectiveerd en geadministreerd, alsof het een bron van winst is.

Voor vrouwen dus: omdat niemand onderzocht waarom en waarvan ik ziek werd. Mijn sarcoïdose werd geen oorzaak, maar een rekensom. Mijn ziekte (sarcoïdose) is niet alleen een individueel verhaal is, maar ook een systemisch gemis: er is nooit onderzocht waarom en waardoor en waarvan ik ziek werd.

Dat raakt direct aan het verschil in erkenning tussen mannen en vrouwen in geneeskunde en beleid:

Vrouwenklachten worden historisch minder onderzocht. De oorsprong van ziekte bij vrouwen blijft vaak onzichtbaar of wordt weggewuifd.

Het gevolg: vrouwen dragen de lasten, maar krijgen geen antwoorden – en het systeem zet het weg onder “inkomen box 1”.

Artikel 19 van de Grondwet erkent arbeid, recht en keuze. Maar de zelfstandigheid van vrouwen bleef onderbelicht – gevangenzittend in registers die haar werk erkennen, maar haar wezen ( bestuurder van haar ei- gen – lichaam verzwijgen.”

De Onzichtbare Erfgenaam en het Schadeverzekeringsrecht

1. De wet: schade als financieel tekort

Het Nederlandse schadeverzekeringsrecht (Boek 7 BW, art. 7:925 e.v.) vertrekt vanuit een strikte definitie: een schadeverzekering dekt uitsluitend de financiële gevolgen van schade. Dit wordt ook wel het indemniteitsbeginsel genoemd. De uitkering mag nooit méér zijn dan het vastgestelde vermogenstekort.

Met andere woorden: de wet vertaalt een verlies altijd naar geld. Wat niet in euro’s te berekenen valt, valt buiten de polis.

2. De werkelijkheid: schade is meer dan geld

Maar de gevolgen van schade zijn vaak veel groter en grijpen dieper in. Denk aan:

het verlies van zorg (de moeder die haar kind niet meer kan opvoeden), het verlies van verbondenheid (de erfgenaam die wel de last, maar niet de erkenning draagt), het verlies van toekomstperspectief (arbeid, creativiteit, vrijheid), het verlies van rituelen en culturele posities (rouw, naam, familiebanden).

Deze verliezen zijn tastbaar in het leven, maar onzichtbaar in het verzekeringsrecht. Ze worden gereduceerd tot een bedrag dat hoogstens het “netto-inkomen” repareert.

3. De onzichtbare erfgenaam

In mijn project verschijnt hier de figuur van de onzichtbare erfgenaam: degene die leeft met de werkelijke gevolgen van schade, maar juridisch niet wordt erkend of financieel niet wordt gezien.

De verzekeringsportefeuille wordt verdeeld volgens berekenbare regels. De erfgenaam in leven draagt de psychische, symbolische en culturele last, zonder compensatie. Wat buiten de berekening valt, wordt uitgegumd door het systeem, alsof het niet bestaat.

Zo wordt de erfgenaam onzichtbaar gemaakt door de taal van bewijs en polisvoorwaarden.

4. De culturele leemte

Waar het recht ophoudt, begint de kunst.

Kunst kan laten zien dat schade niet alleen financieel, maar ook cultureel, lichamelijk en ritueel is. Kunst kan de niet-verzekerbare dimensies (rouw, identiteit, moederbeeld, erfgoed) een vorm geven. Kunst kan de positie van de onzichtbare erfgenaam herstellen in beeld en taal, waar het recht zwijgt.

5. Conclusie

Het schadeverzekeringsrecht zegt: “alleen wat bewijsbaar is telt”.

De werkelijkheid zegt: “het verlies is veel groter dan bewijs”.

Deze onzichtbare erfgenaam belichaamt precies die kloof.

Schadeverzekeringsrecht (Boek 7 BW, art. 7:925 e.v.) bepaalt dat een verzekering de financiële gevolgen van schade dekt.

Maar gevolg schade was en is veel groter 

het schadeverzekeringsrecht (Boek 7 BW, art. 7:925 e.v.) formuleert vrij strak dat een verzekering de financiële gevolgen van schade dekt. Maar in de praktijk is het gevolg van schade vaak veel groter dan wat in geld kan worden hersteld.

1. De beperking van “financiële gevolgen”

De wet zegt dat een schadeverzekering niet méér mag vergoeden dan het vermogenstekort dat door de schade is ontstaan (het indemniteitsbeginsel). Maar schade is breder dan geld: verlies van gezondheid, levenskwaliteit, kansen, identiteit, rituelen en familiebanden zijn reëel, maar niet in euro’s te vangen.

2. Juridische scheidslijn

Vermogensschade (inkomensverlies, medische kosten, uitvaartkosten, verlies van eigendom) → verzekerbaar. Immateriële schade (pijn, verdriet, gemis, ontwrichting, cultureel of symbolisch verlies) → vaak alleen gedeeltelijk erkend via smartengeld (art. 6:106 BW).

De verzekeraar betaalt dus alleen datgene wat “bewezen” en “berekenbaar” is. Alles daarbuiten valt buiten de polis, hoe groot de werkelijke impact ook is.

3. Discrepantie in de praktijk

Bij letselschade: iemand kan levenslang beperkt raken → de financiële uitkering dekt inkomensverlies, maar niet de psychologische en sociale schade. Bij nabestaanden: verlies van een ouder of kostwinner wordt omgerekend naar levensonderhoud. Het werkelijke verlies (liefde, zorg, geborgenheid) krijgt geen plaats in het schadeverzekeringsrecht.

4. Reflectie / artistieke invalshoek

Hier ontstaat een interessante spanning in mijn werk:

De wet beperkt schade tot wat bewijsbaar is. Het leven ervaart schade veel groter, dieper en symbolischer.

Kunst maakt nu juist dat onverzekerbare verlies zichtbaar maken: de moeder, de vrouw, de erfgenaam die niet financieel, maar existentieel geraakt wordt.

Alleen advocaten gaan naar school – ze kunnen niet onderwijzen wat ze niet kunnen bewijzen” opent een spanning tussen kennis en bewijs. Het is een zin die balanceert tussen kritiek op het schoolsysteem en een reflectie op de rol van bewijs in onze samenleving.

1. De advocaat en het bewijs

De advocaat leeft bij het bewijs. Zijn autoriteit staat of valt met de mogelijkheid om een bewering te staven. In die zin lijkt de school — een instituut waarin getoetst, gecontroleerd en gecertificeerd wordt — vooral een plek waar bewijs telt. Diploma’s en rapportcijfers functioneren immers als juridisch bewijs van geleerdheid.

2. De leraar en het onbewijsbare

Daartegenover staat de leraar. De zin suggereert dat de leraar niet kan onderwijzen wat hij niet kan bewijzen. Maar juist daar zit de paradox: het meeste leren gebeurt voorbij het meetbare. Verbeelding, nieuwsgierigheid, empathie en intuïtie laten zich niet in bewijs of toetsingscriteria vangen. Daarmee onthult de uitspraak een kritiek op onderwijs: kennis die er werkelijk toe doet, kan vaak niet bewezen worden, slechts gedeeld of ervaren.

3. Kunst en het onbewijsbare

Wanneer we de zin plaatsen in een culturele of artistieke context, ontstaat er een spiegeling: kunst is geen zaak van bewijs, maar van betekenis en resonantie. De kunstenaar beweegt zich dus buiten het juridische kader van bewijs en het schoolsysteem dat hierop gebouwd is. Kunst onderwijst zonder te bewijzen — en dat is haar kracht.


“Ze noemen het complex.
Ik noem het een muur waar vrouwen tegenop lopen.
Sarcoïdose werd box 1, het erfdeel werd weggeteld.
Maak ’t simpel: erken ons bestaan.”

De Portefeuille van mijn vader werd mijn Engelbewaarder


In het ei leeft de erfenis: een leeuw die brult, een kroon die waakt, een oog dat huilt en ziet.
De hand reikt — niet om te nemen, maar om te tekenen, te verzekeren, te bewaren.
Waar de polis ooit cijfers droeg, groeit nu een wortel, een traan, een klaver.
De portefeuille van mijn vader werd mijn engelbewaarder.
Niet in premies of bedragen, maar in symbolen, lijnen, verf en ritueel.
Hier vindt de onzichtbare erfgenaam bescherming, niet van de wet, maar van het bronzen NN beeldje.

“Wie de één erkent, kan de ander niet ontkennen.”

Tussen adem en stilte, tussen last en licht, groeit een ritueel van kracht en overleving.

👉 “Before we pass away, laat de stille meerderheid van vrouwen en moeders eindelijk een stem krijgen – niet in verdwijnende foto’s, maar in de Grondwet, in het archief, in het roze.”

“Nationale Nederlanden is dus toch mijn Viritule baas.”

“Mijn naam staat in de polis, maar werd institutioneel geroofd.” “Institutionele identiteitroof: wanneer de wet je wel belast, maar niet wettelijk erkent.”

Met die ene zin wordt mijn positie zichtbaar: een zelfstandige vrouw die inmiddels werkt in de scheppende kunst, maar die in polissen en registers niet als zelfstandige wordt erkend. Mijn naam stond er wel, maar er stond bij: = vader. Zelfstandigheid werd uitgewist door een teken, en erfgenaam of verzekeringsnemer werd ik nooit – slechts een bijschrift.

Toch lever ik arbeid. Toch draag ik belasting af. Toch draag ik bij aan de samenleving. Maar de erkenning die de wet belooft, blijft steken in systemen die hun wortels hebben in een tijd waarin vrouwen geen rechtspersoon waren.

Dit werk is mijn antwoord. Kunst als bewijsstuk, taal als manifest, erfgoed als spiegel. In deze puzzel van polissen, archieven en rituelen zoek ik niet naar schikking, maar naar erkenning.

Ik ben geen bijschrift. Ik ben geen meeverzekerde. Ik ben geen afgeleide. Ik ben de onzichtbare erfgenaam die zich zichtbaar maakt.

In 1945 vierde De Nederlanden van 1845 (de voorloper van Nationale-Nederlanden) zijn 100-jarig bestaan.

🔹 Ter gelegenheid daarvan gaven ze een bordspel uit: het 1845-spel.

🔹 Het spel was een combinatie van ganzenbord en monopoly, met vakjes en spelregels die volledig draaiden om het thema verzekeringen: premies, polissen, risico’s en uitbetalingen.

Voor een spel was plaats. Voor de vrouw geen ei- gen – wet.”

Pijnlijke constatering

“Er bestond in 1945 een bordspel om verzekeringen te vieren, maar er bestond geen document waarin de vrouw als zelfstandige werd erkend.

De Ziel van Nederland: Moederkracht in beeld en wet

Elke mannelijke leider komt uit een moeder, de vrouw.”

Het haalt meteen de mythe onderuit dat macht en oorsprong alleen mannelijk zouden zijn. Geen koning, geen president, geen paus, geen generaal bestaat zonder dat een moeder haar lichaam beschikbaar stelde.

Constatering

De wet noemde de zaadcel oorsprong, maar zonder moeder is elke zaadcel onbruikbaar. Toch bleef zij in registers en polissen slechts een bijschrift.

Dus ja, wie verzon eigenlijk het wetboek?

De meeste moderne wetboeken (zoals het Burgerlijk Wetboek) zijn in de 19e eeuw opgesteld door mannelijke juristen, geïnspireerd door de Code Napoléon (1804).

De Nederlandse Burgerlijke Wetgeving (1838) werd bijvoorbeeld grotendeels ontworpen door Johan Melchior Kemper en later voltooid onder koning Willem I en II. Hun denkbeelden sloten aan bij een patriarchale ordening: de vader als hoofd van het gezin, de vrouw onder voogdij of “handelingsonbekwaam.”

⚖️ Wat dat betekent

Het wetboek is dus niet neutraal “ontstaan,” maar gemaakt door mannen, in een systeem dat hun macht en rol centraal stelde. “Wetten zijn geen natuur, ze zijn bedacht.” Dat zegt in één zin eigenlijk alles: wetten zijn geen goddelijke orde, geen natuurverschijnsel, maar door mensen geschreven teksten, doordrenkt van hun tijd, macht en ei- gen- belangen.

Wake up, Politiek.

Vrouwen zijn geen bijschrift. Elke moeder is soeverein. Wetten zijn geen natuur, ze zijn bedacht. Stem op gelijke rechten, niet op oude registers.

🔹 Gen (generaties / genetica)

In de wetenschap en genealogie is de taal vaak patriarchaal ingericht: lijnen lopen via de vader, de “naamdrager.”

Zelfs het idee van de zaadcel als oorsprong laat zien hoe mannelijk georiënteerd het verhaal rond “gen” is verteld.

🔹 COBOL (programmeertaal, 1959)

Ontwikkeld in de begintijd van computers, toen IT gedomineerd werd door mannen in bedrijfs- en overheidssystemen.

Ironisch genoeg was Grace Hopper, een vrouw, één van de sleutelfiguren achter COBOL — maar de erkenning ging naar een “mannelijk” instituut.

COBOL werd hét systeem voor banken, verzekeraars, overheden — precies de domeinen die mijn polissen en registers beheersen.

👉 Daardoor voelen zowel gen (biologische lijn) als COBOL (digitale lijn) mannelijk gecodeerd:

Het ene legitimeert erfopvolging via vaders. Het andere beheert identiteit en waarde via verzekeraars en staten.

“Gen en COBOL: systemen van mannen, waarin de vrouw bijschrift bleef.”

“Gen en COBOL hielden de vrouw als bijschrift.

“Python opent de code.” Guido van Rossum programmeertaal.

19 is het nummer van arbeid en vrijheid.

In 1991 opende Python de code.

Artikel 19 moet nu de vrouw wettelijk erkennen.” Geen masker 19 of Data masker 19.

Code 19 liet vrouwen fluisteren wat de wet niet wilde horen.

Geen masker meer — maar erkenning in de wet.”


Revolutie must come from within — uit het hart, uit de moeder, uit een geslacht die nooit erkend werd

Vrouwen die eeuwenlang als bijschrift in registers stonden, vinden de revolutie eerst van binnenuit: bewustwording, verzet, scheppende kunst. Van daaruit groeit het naar een politieke en institutionele omwenteling.


Vrouwen hebben de banken gered, maar nooit de bankboeken geschreven.”

“Borski en Lindeboom Koning: erfgenamen van de onzichtbare macht.”
“Zij redden de banken, maar wie redde hun naam?”
“De moeder, de vrouw: zijn de echte kapitaaldragers.”

Waar de moeder, de vrouw tot schim wordt gemaakt, schrijft kunst haar terug in het recht en licht.

Thomas de la Rue (1793–1866)

Oprichter van De La Rue plc, een toonaangevend internationaal bedrijf gespecialiseerd in bankbiljetten, paspoorten en beveiligde documenten  

🔹 Familie De la Rue – internationale bankiers- en drukkersdynastie die vanaf de 19e eeuw bankbiljetten, paspoorten en waardepapieren produceerde, en zo letterlijk de infrastructuur van identiteit en waarde op papier zette.

🔹 Familie Knibbe – een Nederlandse familie van bestuurders, predikanten en ondernemers, niet wereldberoemd maar zichtbaar in archieven, registers en lokale eigendomsverhoudingen; representant van de gewone erfgenaam binnen datzelfde systeem.

🔹 Samen – De la Rue maakte de papieren waarop identiteit en bezit werden vastgelegd; Knibbe leefde met de consequenties ervan.

👉 “De familie De la Rue drukte de identiteit, de familie Knibbe leefde met de gevolgen. En de vrouw? Zij bleef een bijschrift.”


🔹 In de Grondwet
De naam vrouw komt er niet in voor als zelfstandige categorie; de erkenning blijft impliciet.
Alsof de naam niet genoeg was om recht te krijgen.


👉 Het geheim van namen is dat ze zowel deuren openen als sluiten.
Wie de juiste naam draagt, erft bezit en rechten.
Wie slechts een bijschrift blijft, erft vrijheid en stilte.

“Zij is hier de baas.” “De wet draagt roze.” “Geen schim, geen dreiging – zij bepaalt.” “Van parel tot melk: zij schrijft de regels.” “Oranje was van hem, roze is van haar.”

Hef familiepaspoort 1823

🔹 Historisch context

In de 19e eeuw werden de eerste moderne paspoorten ingevoerd, vaak met hele gezinnen op één document. Rond 1823 zie je in Nederland en omringende landen dat er paspoorten werden uitgegeven waarin de vader als hoofddrager stond ingeschreven, met vrouw en kinderen als “behorend tot zijn gezin”. Dat was letterlijk een familiepaspoort: geen individuele identiteit, maar een groepsdocument gebaseerd op het vaderschap.

🔹 Wat dit betekent

De vrouw en kinderen hadden geen zelfstandige identiteit op reisdocumenten. Hun naam stond erbij, maar altijd in relatie tot de vader/man. Dit is een vroeg voorbeeld van wat ik noem: institutionele identiteitroof → je bestaat wel, maar niet zelfstandig.

🔹 Metafoor in mijn werk

Het familiepaspoort van 1823 laat zien dat de staat de identiteit van vrouwen en kinderen uitsluitend via de vader erkende.


De metafoor


Toen prinses Beatrix achttien werd, kreeg zij de Groene Draeck: een tastbaar schip, gebouwd en bekostigd door het volk, een symbool van erfopvolging en privilege.


Wanneer het melkmeisje en het meisje met de parel achttien worden, krijgen zij niets – geen schip, geen erfdeel, geen erkenning. Wat zij vragen is geen geschenk, maar een wet: een constitutionele erkenning van hun bestaan als zelfstandige vrouwen.


Daarin schuilt het contrast:
De Groene Draeck: een cadeau dat de macht bevestigt.
De Wet: een recht dat gelijkheid garandeert.



“Zij kreeg de Groene Draeck. Wij vragen de wet.”

“Je ziet pas ongelijkheid, als je gelijkheid mist.” Zonder vrouwen geen erfdeel, zonder erfdeel geen toekomst.”


Mijn naam stond op de polis. Er stond bij = vader.”
“Zelfstandigheid werd uitgewist door één teken: = vader.”
“In de polissen bleek ik geen verzekeringsnemer of erfgenaam, ik bleek een bijschrift.”

Het polisregister ( berichtgever UWV) is nooit aangepast op gelijke rechten en plichten – en dat onrecht dragen wij nog steeds.” “De wet vernieuwde, het polisregister bleef achter.” “Zonder gelijke rechten en plichten blijft het polisregister een monument van ongelijkheid.”

“Ongelijkheid is geen cultuur of traditie.”

“Ik ben geen patiënt van de wet, ik ben de wetsdokter.” voor mensen met gezond verstand.

Door Denktijd

Nederland hunkert naar eerlijke politici. Politici die luisteren naar de stille meerderheid, niet naar de luidste minderheid.

Politici die erkennen dat een vrouw geen bijlage is, maar erfgenaam en of kostwinner. Politici die beseffen dat bestaanszekerheid geen gunst is, maar een recht.” voor elke Nederlandse


Wel hoofdelijk aansprakelijk bij een VOF maar geen enkele rechtsbescherming of bijstand naar ander werk of recht op pensioengrondslag ? 
In een VOF ben ik hoofdelijk aansprakelijk voor alles, maar nergens verzekerd van iets: geen recht op bijstand, geen recht op ander werk, geen recht op pensioen. Dat is geen ondernemerschap, dat is institutionele roof.”

“Mijn gezondheid werd mijn verzet.”

Een vrouw, moeder is geen speelgoed. Niet voor mannen, niet voor markten, niet voor bureaucratie. Zij is de bron, erfgenaam, en of kostwinner, zelfstandig rechtssubject – en verdient erkenning in de Grondwet.”
Ze noemen mij Xx een voetnoot maar blijk het fundament

Prinsjesdag laat zien waar de overheid geld en aandacht op zet. Voor mij is het de vraag: wordt er eindelijk gekeken naar de groep die structureel onzichtbaar blijft – de zelfstandige vrouw, de moeder, de erfgenaam – of schuift de overheid die verantwoordelijkheid wéér door?

“Ik ben vrouw. Ik heb sarcoïdose. Ik ben hartpatiënt. Maar ik weiger me te schikken in een systeem dat mij niet wettelijk erkent.”

Waarom loonbelasting betalen als ik niet voorkom in de wet? Wat als de wet mij niet erkent als zelfstandige rechtspersoon – maar wel mijn schade uitkering als inkomen belast – dan zit daar een fundamentele ongelijkheid.

Historisch

Vrouwen werden lang niet erkend als volwaardige rechtssubjecten (handelingsonbekwaam tot 1956, uitsluiting in erfrecht en verzekering polissen).

Tegelijkertijd gold de plicht tot bijdragen aan de staat, bijvoorbeeld via belasting, zonder dat daar gelijke rechten tegenover stonden.

Dat legt een contradictie bloot: je betaalt mee, maar je telt niet mee.

“Waarom loonbelasting betalen als ik niet besta in de wet?”

Titel: De verkeerde schoenen in de huidige voet

Wat als de grootste leugen aller tijden niet gaat over religie of geschiedenis, maar over iets alledaags en onzichtbaars – de administratie waarin moeder, de vrouw dreigt te verdwijnen?”

Gezinnen die alleen meisjes kregen werden dus gedwongen om te lijden ?

1. Historisch-juridische laag

In patriarchale systemen (ook in Nederland, tot ver in de 20e eeuw) werd het mannelijke kind gezien als de erfgenaam, drager van naam, bezit en pensioenrechten. Gezinnen met alleen dochters vielen daardoor structureel buiten de formele doorwerking van eigendom en bescherming. Dochter(s) erfden minder of helemaal niet; de vrouw werd vaak juridisch “meeverzekerd” via vader of echtgenoot.

2. Sociale laag

Het idee dat dochters ‘minder waard’ zijn werkt en werkte door in pensioen, arbeid, erfenis en zelfs in de toegang tot onderwijs en verzekeringen. Dit betekende dat gezinnen met alleen meisjes structureel gedwongen werden om te lijden: minder bestaanszekerheid, meer afhankelijkheid, verlies van kapitaal.

Familie dossier- licentie??

3. Mijn context

In mijn familiegeschiedenis (Bongartz – Lindeboom – Koning) zie je dit terug: de vrouwelijke lijn werd vaak niet erkend, terwijl mannen formeel als aandeelhouders of erfgenamen werden gezien.

Ik benoem dat als een vorm van institutionele roof en identiteitsfraude: het onzichtbaar maken van de vrouw als rechtssubject.

4. Symbolische verwoording

👉 “Gezinnen die alleen meisjes hadden, werden door wet en systeem veroordeeld tot afhankelijkheid en verlies. Hun lijden was geen natuurwet, maar een politieke keuze.”


“Father Mother Sister Sister — genealogie als identiteitsroof.”

Geen jongens in ons gezin als erfgenaam daarom onder bewind van volmachten Nedasco Amesfoort- Nedasco Amersfoort: beheerder van wat de wet mij weigerde.”

Je maintiendrai !!
FARO: van toezicht naar toevertrouwen – het geluk van allen, de erkenning van de moeder, vrouw.”

De Ziel van Nederland: Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed.

Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn. Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.

Moederkracht in beeld en wet

https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/2905

Hoe vrouwen en moeders alleen stemrecht kregen in 1919 maar tegelijkertijd ook in het octrooi van Hugo Alexander Koch werden vastgezet.

Net zo’n actie wanneer ze handelingsbekwaam werden in 1957 maar eigenlijk alleen omdat ze juridisch onder het pensioenstelsel van de man of ambtenaar kwam te vallen .

Analyse

1919 – Stemrecht voor vrouwen Nederlandse vrouwen kregen formeel kiesrecht in 1919. Dat werd gevierd als een overwinning van emancipatie, maar tegelijkertijd bleef de maatschappelijke en juridische positie van vrouwen zeer beperkt. Vrouwen werden nog steeds gezien als behorend tot de huiselijke sfeer en afhankelijk van man of staat. Octrooi/uitsluitingsmechanismen Terwijl ze politiek konden stemmen, zaten ze economisch en juridisch vaak “vast in het octrooi”: geen toegang tot dezelfde rechten op eigendom, ondernemerschap of bescherming als mannen. Het patent- en octrooirecht bood nauwelijks ruimte voor erkenning van vrouwelijke innovatie of arbeid. Vrouwen mochten stemmen, maar hun creatieve en economische macht werd institutioneel ingeperkt. 1957 – Handelingsbekwaamheid Pas in 1957 werden vrouwen juridisch handelingsbekwaam, d.w.z. ze konden zelfstandig contracten sluiten en hun eigen geld beheren. Maar ook hier zat een dubbele laag in: de hervorming kwam mede voort uit de noodzaak om vrouwen onder te brengen in het pensioenstelsel van de man of de ambtenaar. Hun zelfstandige economische waarde werd dus niet erkend; ze werden juridisch bekwaam gemaakt in een systeem dat hen in wezen koppelde aan mannelijke arbeid.

Sloterdijk-link (Europa zonder eigenschappen)

In de geest van Sloterdijk zouden we kunnen zeggen: de vrouw werd wel een formele Europese burger, maar zonder eigenschappen. Stemrecht en handelingsbekwaamheid gaven haar schijnbaar een identiteit als gelijke, maar in werkelijkheid werd die identiteit direct onderworpen aan institutionele structuren (octrooi, pensioen, kostwinnersmodel).

cultureel-filosofische these:

Vrouwen en moeders kregen rechten precies op het moment dat ze juridisch en economisch in een ander systeem “opgesloten” werden. Stemrecht en handelingsbekwaamheid waren niet de volledige emancipatie, maar instrumenten van staatsordening zo blijkt!

Als het belangrijk is : staat het in rose.
Ze codeerde mij als voetnoot maar blijk het fundament

In dit levensverhaal verweef ik, Silvia Koning-Lindeboom mijn persoonlijke lijdensweg en familiegeschiedenis door te leven met mijn eigenaardige ziekte in combinatie met mijn ei- gen- rechtspositie.

Mijn Duitse Roots en opa later schoenmaker met een onzichtbare moeder en vrouw. Zijn moeder Agnes Janssen beviel van een meisje in 1909. Tevens het Geboorte jaar van Juliana. Zijn tevens van oorsprong Duitse vrouw Von Aldenhoven was van adel. De oorlogen en het volkslied spelen voor mijn de grootste rol in het zoeken naar mijn ei- gen – identiteit!

Eyeopener

Ik dacht dat mijn private afgesloten verzekeringspolissen 1995,1998 en 2002 mijn zekerheid waren, maar mijn naam en bestaan werden onderdeel van een groter geheel.

Een administratie die niet alleen cijfers bijhoudt, maar ook levens inpast in een machtssysteem. Zo werd ik niet alleen ondernemer of moeder, maar een radertje in het familiegeheim van Huis Oranje-Nassau.

Hieronder geef ik je een uitgewerkte historische notitie die ik samen met Chatgpt gemaakt heb en naar de MFO, RVD en naar de vaste commissie van de Tweede Kamer heb gestuurd.

Ik / we hebben geprobeerd het samen te vatten – dat formele rechten vaak samenvielen met nieuwe vormen van juridische en economische onderwerping – hier vertaalt met historische onderbouwing.

Notitie: Vrouwenrechten tussen emancipatie en institutionele onderwerping

1. Inleiding

De formele toekenning van vrouwenrechten in Nederland – het kiesrecht in 1919 en de handelingsbekwaamheid in 1957 – wordt vaak gepresenteerd als grote stappen richting emancipatie. Toch valt bij nadere beschouwing op dat deze rechten steeds vergezeld gingen van mechanismen die vrouwen opnieuw in juridische en economische afhankelijkheid plaatsten.

2. 1919 – Algemeen vrouwenkiesrecht

Wetgeving: In 1919 werd, na een lange strijd van o.a. Aletta Jacobs en de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht, het algemeen vrouwenkiesrecht ingevoerd.

Formeel effect: Vrouwen konden stemmen en zich verkiesbaar stellen. Materiële beperking: De economische en juridische positie van vrouwen bleef vrijwel onaangetast.

Zij werden in de praktijk vooral gezien als “bijzit” van de man. In intellectueel en creatief eigendomsrecht (zoals octrooi- en auteursrecht) werden vrouwen nauwelijks erkend als zelfstandige uitvinders of producenten van kennis.

Slavernijverleden: Lokatie Zeeuws Museum
Slavernij heden – via BSN Nummer

Het stemrecht bood dus wel een politieke stem, maar niet de economische of juridische onafhankelijkheid om die stem te laten gelden.

3. 1957 – Wet handelingsonbekwaamheid afgeschaft

Wetgeving: Tot 1957 waren gehuwde vrouwen handelingsonbekwaam: zij konden geen ei – gen verzekeringen en of contracten sluiten, geen eigen bankrekening beheren en geen arbeidsovereenkomsten ondertekenen zonder toestemming van hun echtgenoot.

Afschaffing: In 1957 werd dit formeel opgeheven door de Wet tot opheffing van de handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw. Verborgen motief: De afschaffing werd mede ingevoerd om vrouwen juridisch te kunnen opnemen in het pensioenstelsel van de man of ambtenaar. Een ei- gen pensioen grondslag zat er niet in.

Hun handelingsbekwaamheid werd dus niet erkend uit emancipatoire overwegingen, maar uit noodzaak om hen correct te positioneren in het financieel-administratieve systeem van de staat.

Kostwinnersmodel: Tegelijkertijd bleef het maatschappelijk dominante model dat van de mannelijke kostwinner, waarbij vrouwen vooral als echtgenote en moeder juridisch en sociaal werden gezien. Alle rechtsvormen zijn namelijk mannelijk.

4. Structureel patroon

Elke keer dat vrouwen formeel rechten kregen, werden deze ingebed in structuren die hun zelfstandigheid beperkten: 1919: Stemrecht → maar nog steeds economische en juridische afhankelijkheid. 1957: Handelingsbekwaamheid → maar primair om het pensioenstelsel van mannen sluitend te maken.

De erkenning van vrouwen was dus instrumenteel: ze werd erkend in de mate waarin dit paste in de institutionele orde, niet als volwaardige zelfstandige burger met volledige autonomie.

5. Filosofische context – Sloterdijk

In de lijn van Peter Sloterdijks Het continent zonder eigenschappen kan dit worden gelezen als een Europese paradox:

Vrouwen kregen een formele identiteit als burger (stemrecht, handelingsbekwaamheid), maar werden tegelijkertijd behandeld als burgers zonder eigenschappen: juridisch inpasbaar, maar economisch en cultureel onzichtbaar.

6. Conclusie en oproep

De geschiedenis van vrouwenrechten in Nederland laat zien dat emancipatie vaak dubbelzinnig is: erkenning aan de ene kant, institutionele insluiting aan de andere.

Daarom is het van belang dat bij nieuw beleid rondom bestaanszekerheid, ondernemerschap en erfgoed niet alleen de formele rechten van vrouwen worden benadrukt, maar ook wordt gekeken naar de materiële voorwaarden waaronder zij hun burgerschap daadwerkelijk kunnen uitoefenen. Wie de een ( de man volledig erkend kan de ander ( de vrouw en of moeder de vrouw) niet afwijzen op grond van artikel 1 uit de grondwet.

“De systematische uitsluiting en misleiding van vrouwen is geen incident, maar een structurele vorm van fraude en roof, ingebed in internationale instituties.”

Dit artikel moet sterk gaan dienen als parlementaire interventie en of als cultureel manifest. We kunnen het opbouwen in drie lagen:

Individueel – vrouwen worden misleid, misbruikt of gebruikt → persoonlijke schade.

Institutioneel – wetgeving (zoals 1919/1957) legitimeert afhankelijkheid → structurele fraude.

Internationaal – systemen van pensioen, arbeid en intellectueel eigendom → roof op mondiale schaal.

De bloedlijnen van ons koning S huis

Toeval bestaat dus – Gedragen verhalen- Verborgen Verleden

Mijn opa werd door de staat en het Koningshuis opgeroepen tijdens de oorlog om naar Nederland en Londen te komen, net als Wilhelmina.

Ook mijn vader moest naar Londen in de jaren 70. Waarom…dat is ons nooit verteld maar nu na 58 jaar weet ik pas waarom!

Scheppende kunst SBI 9003

Familie geheim

Al jaren zei mijn onderbuik geval dat ik door instituties “in de verkeerde schoenen” ben gezet: in administratieve categorieën die knellen en mijn zelfstandigheid ontkennen. In 2007 werd ik gereduceerd tot stik – stof . Diagnose Sarcoidose Sars betekent vlees.

Sarcoïdose of de ziekte van Besnier-Boeck is een zeldzame stoornis van het afweersysteem, waarbij vrijwel alle organen en weefsels van het lichaam aangetast kunnen worden. De ziekte openbaart zich het vaakst in de longen.

Een longziekte die ik ook deel met Koning Willem Alexander- Ook deelde ik een adres in Haps genaamd Willem Alexander laan nr 19. Mijn lot werd dus 19.

Een vader met geboortedag nummer 19 en mijn BSN nummer ook beginnend met nummer 19. Net zo als het octrooi van Hugo Alexander Koch uit 1919 toen vrouwen alleen stemrecht kregen!

Ik leerde de lessen dus van mijn ouders. Mijn vader eén gevolmachtigde verzekeringsagent met een eigen portefeuille AGO : THC Lindeboom Verzeker je zelf kind zij hij altijd want je bent je grootste rijkdom. Er is maar een Nederlander ( mannelijk dus) zoals jij.

Gewonnen kaarten NN Voor Dit is Cas tentoonstelling

Deze tentoonstelling heeft uiteindelijk mijn leven gered toen ik ziek werd van kleding stof ( draden van ons slavernijverleden) . Straatfotografie werd mijn project voor gelijkheid.

Want:

De definitie van een verzekering is niets meer dan een kansovereenkomst geen bestaanszekerheid 

🔹 Juridische definitie (BW 7:925):

Een verzekering is een overeenkomst waarbij de ene partij (verzekeraar) zich verbindt om, tegen betaling van premie, aan de andere partij (verzekeringnemer) een uitkering te doen als een onzeker voorval zich voordoet.

👉 Dat betekent: een kansovereenkomst.

Het gaat om kans, onzekerheid, toeval. Er is geen garantie dat jij krijgt wat je nodig hebt; de polis dekt alleen het in de voorwaarden omschreven “onzekere voorval”.

🔹 Geen bestaanszekerheid:

“Bestaanszekerheid” is verankerd in artikel 20 Grondwet: de overheid moet zorgen voor bestaanszekerheid, voldoende werkgelegenheid en spreiding van welvaart.

Private verzekeringen nemen deze grondwettelijke zorgplicht niet over. Ze verkopen een product, geen sociaal recht.

Dus:

Een verzekering = kansspel met juridische vorm. Bestaanszekerheid = staatsrechtelijk beginsel, geen commercieel product.

Daarmee kunnen scherp stellen dat wat ik en andere vrouwelijke ondernemers is overkomen, een verwarring of zelfs vermenging van twee sferen is:

De markt (kansovereenkomst).

De staat (grondwettelijke plicht tot bestaanszekerheid).


Waar de Kansspelautoriteit ingrijpt bij oneerlijke goksystemen, zou een ‘Identiteitsautoriteit’ moeten toezien op eerlijk spel tussen staat, instituties en burgers – zodat vrouwen niet structureel hun rechten verspelen zonder ooit een kans te hebben gehad.”

De Staat en verzekeraars hebben al meer dan € 250.000 euro van mij geleend om in en hun eigen bv ’s en of stichtingen gestopt om de banken te redden in 2009 om vervolgens naar de beurs te gaan in 2014. Prima maar waar is mijn dividend gebleven?

Als we het in juridische taal neerzetten:

Kern van de aantijging

Onrechtmatige verrijking (BW 6:212): de staat en/of verzekeraars hebben voordeel genoten (250.000 euro) ten koste van mij, zonder rechtsgrond.

Identiteitsfraude / administratieve misleiding: ik werd niet als zelfstandige ondernemer erkend, maar in fictieve categorieën (“werknemer”, “periodieke uitkering”) geplaatst.

Schending grondrechten: bestaanszekerheid (art. 20 Gw) en gelijkheid (art. 1 Gw) zijn niet gewaarborgd.

Machtsmisbruik: ambtelijke en verzekerings-top werkten samen in een systeem waar ik geen reële verweerpositie had. Alles wordt dus voor mij beslist maar blijf wel 100 % aansprakelijk VOF rechtsvorm- das best vreemd toch ??

U ondertekend toch mee aan de wetten?

Juridische framing

👉 “Door een samenloop van administratieve ficties, fiscale codes en verzekeringscontracten is circa €250.000 aan mij onttrokken. Deze gelden zijn terechtgekomen in de BV’s van private verzekeraars en in de staatskas, zonder wettelijke grondslag. Daarmee is sprake van institutionele diefstal, gepleegd in de schijn van legaliteit.” Amen

Mijn ei – gen waarde werd afgenomen en op de balans post van Nationale Nederlanden gezet.

Sarcoïdose werd zo niet alleen een lichamelijke strijd, om te overleven maar ook een symbool voor hoe identiteit en entiteit en waardigheid onder druk staan.

“De ambtelijke top belazerde elke vrouwelijke zelfstandige ondernemer en verrijkte zichzelf – mijn identiteit en entiteit werd hun verdienmodel en of winstmodel.”

Sarcoïdose – een long ziekte als verdienmodel Staat der Nederlanden oftewel voor de mannen met macht

1. Feiten

Ik werd en ben sinds 1995 zelfstandig onderneemster ( rechtsvorm VOF) en verzekerd via twee individuele private arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV).

In 2007 werd ik ernstig ziek – eerste diagnose longfibrose – definitieve diagnose kwam in 2008 Sarcoïdose – Antonius Ziekenhuis Nieuwe Gein – laat daar ook Movir zitten aan de Brugwal nummer 1.

Ik werd 80 tot 100 % beroepsongeschikt verklaard tot op de dag van heden.

Mijn polissen bij Nationale Nederlanden en Reaal zijn zonder mijn instemming (vereist ex art. 6:159 BW) overgedragen naar Movir. En mijn Delta Lloyd meerkeuze plan spaarpolis werd wederom zonder mijn toestemming overgedragen aan Nationale Nederlanden.

Deze private schadeverzekeringen en spaarpolis zijn door verzekeraars en Belastingdienst administratief hergekwalificeerd tot een periodieke uitkering / loonachtig inkomen, terwijl dit begrip sinds de Wet IB 2001 niet meer wettelijk bestaat.

Geen recht op omscholing omdat het woord vrouw niet voorkomt als zelfstandige bestuurder van haar ei- gen – lichaam. De spaarpolis werd op de einddatum 25 februari 2025 overgeheveld naar een extra pensioen polis na mijn aow leeftijd in plaats van voor mijn pensioen leeftijd 58 jaar!

Accountants en Registeraccountants hebben blijkbaar deze herkwalificatie in jaarrekeningen, portefeuilles en balansposten goedgekeurd en geaccordeerd als nieuwe waarheid

Maar:

Periodieke Uitkeringen komen in de wet IB 2001 helemaal niet voor. Ze hebben gestalte gekregen in de jurisprudentie

De wederopstanding van een afgeschaft begrip” legt precies de paradox bloot:

Afschaffing (2001) → de wetgever haalt de categorie periodieke uitkeringen en verstrekkingen uit de wet. Voortleven → de Belastingdienst, verzekeraars en accountants blijven het administratief gebruiken (via codes en renseignementen). Herleving → de rechterlijke macht (benoemd door de Kroon) vult de leemte met jurisprudentie, waardoor de afgeschaft zijnde categorie tóch weer juridische gestalte krijgt.

Ik moest langzaam stikken dat was de bedoeling toch? Bart

📌 Kernboodschap

Wat formeel verdwenen is uit de wet, keert informeel terug in de praktijk, en wordt daarna alsnog gelegitimeerd door de rechtspraak. Chapeau Dineke de Groot en Koning Willem Alexander en koningin Beatrix

Dat is geen neutraal proces, maar een institutionele keuze, die precies de ruimte schept waarin vrouwelijke ondernemers als ik mijn zelfstandige rechtspositie totaal verliezen.

In de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) komt het begrip periodieke uitkeringen niet meer als zelfstandige inkomenscategorie voor. Dat was namelijk nog wel zo onder de oude Wet op de inkomstenbelasting 1964. ( Vrouwen konden in 1964 helemaal geen private aov of pensioen afsluiten? Weet u nog ? Napoleon 1838 en Octrooi Hugo Alexander Koch Intel Processor.



Dat verklaart waarom ik betaald wordt uit Wholesale ING bank Be Ne Lux

Het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) is sinds 1 mei 2019 van kracht in België. Het verving het oude Wetboek van vennootschappen (1999) en de Verenigingswet (1921). Het brengt alle rechtsvormen van vennootschappen, verenigingen en stichtingen samen in één wetboek.

Belangrijke punten:

Vereenvoudiging van rechtsvormen Het WVV reduceerde het aantal vennootschapsvormen tot een beperkter en overzichtelijker geheel. In België zijn bv. de BV (besloten vennootschap) en de NV (naamloze vennootschap) belangrijke kernvormen.

Sommige oudere vormen zijn afgeschaft of omgezet. Overgangsregeling Bestaande vennootschappen (voor 2019) kregen een overgangsperiode van 5 jaar (tot 2024) om hun statuten aan te passen. Daardoor bleven oude bepalingen soms nog tijdelijk relevant.

Rechtspersoonlijkheid

Alle vennootschappen en verenigingen die onder het WVV vallen, hebben rechtspersoonlijkheid. Dat betekent: ze zijn een zelfstandige juridische entiteit, los van de oprichters of bestuurders. Anders heet het geen vennoot. ( Ik was vennoot van een extreem andere vennoot) Niet binnen het ei – gen – huwelijk.

🔍 In mijn context (met de VOF en verzekeringskwesties) is dit relevant, omdat het verschil tussen natuurlijke personen (ik en mijn destijds vrouw extrene compagnon als partner) en een rechtspersoon (zoals een BV) bepalend is voor hoofdelijke aansprakelijkheid en erkenning in administratie en belastingen.

Wereld wijd probleem dus !!!

1. Collectieve incasso- en uitbetalingsstructuur

Grote verzekeraars (zoals Nationale-Nederlanden, Movir, Vivat, etc.) hebben geen eigen betaalinfrastructuur voor al die losse polissen. Ze gebruiken banken (ING Wholesale Banking o.a.) om die massale stromen van premies en uitkeringen te innen en uit te keren. Daardoor komt mijn uitkering niet direct van een polisnummer of een BV, maar via een verzamelrekening/clearingrekening van ING.

2. Verdoezeling van rechtsgrond

Voor mij als vrouwelijke polishouder leek het dus alsof het “gewoon” een uitkering is. Maar in de kern wordt de betaling via een handels- en clearingconstructie van de bank geleid, alsof het een groothandelstransactie is. Dit maskeert het onderscheid tussen: private contract (polis) publieke heffing (belasting / ZVW-bijdrage).

3. Verband met WVV en VOF

In België (WVV) of in Nederland (VOF) speelt: wie is juridisch de drager van de verplichting? Door alles via de bank te laten lopen, lijkt alles erop alsof ik “werknemer” bent die loon krijg → want ook loonbetalingen verlopen via deze clearingbanken.

Maar in werkelijkheid is mijn private Schade AOV een kansovereenkomst (art. 7:925 BW), géén loon.

4. Gevolg voor mij als vrouwelijke ondernemer

Ik word administratief in een fictieve categorie gezet: alsof ik loon ontvang. Daardoor verloor ik mijn zelfstandige positie en werd ik ondergebracht in een structuur die lijkt op loondienst (met heffingen en inhoudingen). Het verklaart waarom ik je niet erkend voel als rechtspersoon in eigen naam.

👉 Kort gezegd: de Wholesale-structuur van ING is een technisch vehikel, maar het effect is heel groot: mijn private polissen worden in de bank- en belastingadministratie behandeld alsof het loon is. Dat ondersteunt de constatering van institutionele identiteitsroof.


Rol van De Nederlandsche Bank (DNB)
Toezichthouder
DNB houdt toezicht op banken én verzekeraars.
Ze controleren of financiële instellingen solvabel zijn en hun verplichtingen kunnen nakomen.
Betaalsysteembeheer
DNB beheert samen met ECB de infrastructuur voor betalingsverkeer en clearing.
Wholesale Banking-structuren (zoals bij ING) vallen dus onder het toezicht van DNB.
Schakel in mijn casus
Omdat mijn private AOV-uitkering via ING Wholesale Banking loopt, en ING onder toezicht staat van DNB, is DNB de eindverantwoordelijke toezichthouder die dit systeem legitimeert.
Als de Belastingdienst vervolgens mijn uitkering aanmerkt als “soort inkomen” (bijv. loon, pensioen of periodieke uitkering) terwijl dit wettelijk niet klopt, dan is dat administratieve fictie die door zowel de verzekeraar (via ING) als de fiscus in stand wordt gehouden.
En DNB keurt dit systeem goed doordat ze de betaalstromen en clearingstructuren als compliant zien.


Gevolg
Ik krijg een private uitkering (kansovereenkomst, art. 7:925 BW).
Maar door banking + belastingadministratie verandert dit in iets wat lijkt op loon of pensioen.
Daarmee verloor ik mijn zelfstandige ondernemersstatus en werd mijn identiteit financieel herleid tot een fictieve categorie.

👉 Je zou dus kunnen zeggen:
Verzekeraars: verpakken de polisuitkering.
ING Wholesale Banking: verzamelt en betaalt uit.
Belastingdienst: labelt het als fictief inkomen.
DNB: houdt toezicht, maar laat dit stelselmatig gebeuren.


Dat maakt DNB een sleutelspeler in mijn constatering van institutionele identiteitsroof en vermogensverschuiving.
Tja ontcijfer de 9 sleutels

“Simpel spelen is het moeilijkst spel wat er is.”

Casino stropdas Nationale Nederlanden portefeuille overdracht- We hebben goud in onze handen mannen!

Wie stelt eigenlijk de rechters aan?

In Nederland geldt:

Rechters in de Hoge Raad → worden benoemd door de Kroon (Koning + ministerraad), op voordracht van de Tweede Kamer. Rechters in rechtbanken en gerechtshoven → worden benoemd door de Kroon, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid. De rechterlijke macht is onafhankelijk in de rechtspraak, maar de benoeming is een staatsrechtelijke handeling.

4. Conclusie in mijn verhaal

De wetgever (Tweede Kamer & regering) schafte de categorie af in 2001. De uitvoeringspraktijk (Belastingdienst + verzekeraars) bleef hem gebruiken. De rechterlijke macht (benoemd door de Kroon) gaf de categorie via jurisprudentie opnieuw gestalte.

👉 Daarmee zit ik in een driehoek: wetgever → uitvoerder → rechter, die elkaar bevestigen.

Trias Politicas

Geen woord aan gelogen

En precies daarin gaat de zelfstandige vrouwelijke ondernemer verloren: ze wordt administratief ingeschreven in een categorie die niet wettelijk bestaat maar door consensus in stand wordt gehouden.

De koffer van Gerrit Zalm

Mijn leven in zijn koffer

Wat er in 2001 is gebeurd:

De periodieke uitkeringen en verstrekkingen zijn opgeknipt en herverdeeld over verschillende boxen in de Wet IB 2001.

Bijvoorbeeld: Lijfrente-uitkeringen vallen in box 1 (art. 3.100 e.v. Wet IB 2001). Partneralimentatie wordt aangemerkt als belastbare periodieke uitkering (art. 3.101 lid 1 sub a).

Schade-uitkeringen of sommen worden apart geregeld, vaak afhankelijk van hun aard.

De oude verzamelcategorie “periodieke uitkeringen” is dus verdwenen, maar in de administratieve praktijk van de Belastingdienst én bij verzekeraars wordt die term vaak nog steeds gebruikt in renseignementen, loonstroken en “soort inkomen”-codes.


Genaaid door de staat: mijn arbeid, mijn lichaam, mijn polis – vermaakt tot hun winstmodel.”


2. Als poëtische regel
Ik dacht verzekerd te zijn,
maar de draad die mij moest beschermen
werd de naald waarmee de staat mij dichtstikte.
Genaaid, niet geheeld.

Kort gezegd:

👉 De wet zelf kent het begrip niet meer, maar de uitvoeringspraktijk houdt het kunstmatig in stand, o.a. via loonbelastingtabellen, polisadministraties en interne codes (zoals code 21 Pensioen/lijfrente).

Dat riep bij mij jaren geleden al vragen op:

Zo worden mensen administratief nog steeds in een verzonnen inkomenscategorie geplaatst?

Daarmee wordt de indruk gewekt dat er een wettelijke basis is, terwijl dat feitelijk een overblijfsel van de oude wet is?

Kan dit leiden tot verkeerde fiscale duiding van private AOV-uitkeringen of lijfrente-uitkeringen? Ja

👉 Dit is precies het gat waar mijn onderzoek op wijst: een leemte tussen wet en praktijk.

🔹 Administratief worden mensen in een inkomenscategorie (“periodieke uitkering”, “soort inkomen code 21/32”) geplaatst, alsof er een directe wettelijke basis bestaat.

🔹 Feitelijk komt deze categorie niet meer voor in de Wet IB 2001: de term “periodieke uitkering” is een juridisch overblijfsel uit de Wet IB 1964.

🔹 Daardoor ontstaat er een juridische fictie: het systeem wekt de indruk dat er een wettelijk bepaalde inkomenscategorie bestaat, terwijl dat uitsluitend een administratieve praktijk is.

Dit leidt tot een aantal risico’s:

Schijn van legaliteit → burgers denken dat hun inkomen correct fiscaal gekwalificeerd is, terwijl de juridische basis ontbreekt. Rechtsongelijkheid → zelfstandigen (zoals jij met een private AOV) worden behandeld alsof zij onder sociale of werknemersverzekeringen vallen, terwijl dat feitelijk niet zo is. Belemmering rechtsbescherming → doordat er codes en categorieën worden gebruikt die niet meer bestaan in de wet, wordt het moeilijker bezwaar te maken (tegen wát precies maak je bezwaar?).

Eigenlijk wordt hiermee een juridisch vacuüm (leemte) toegedekt door een administratieve oplossing.

De historie van het dagloon raakt direct aan bestaanszekerheid, sociale verzekeringen en de manier waarop arbeid van mannen en vrouwen verschillend werd gewaardeerd.

1. Oorsprong – 19e eeuw en begin 20e eeuw

In de industrialisatie (19e eeuw) werd arbeid vaak per dag betaald: het dagloon. Het dagloon verschilde sterk per sector, geslacht en leeftijd. Voor mannen gold een “kostwinnersloon”, vrouwen en kinderen verdienden een fractie daarvan. Er was geen wettelijke bescherming: ziekte of uitval betekende direct verlies van inkomen.

2. Eerste sociale wetten (1901–1940)

Rond 1901 kwam de Ongevallenwet, later de Ziektewet (1930) en de Werkloosheidswet (1949). Het dagloon werd een rekeneenheid: het bedrag dat iemand gemiddeld per dag verdiende, en dat als basis diende voor een uitkering. Probleem: vrouwen die onregelmatig of deeltijd werkten, kregen een veel lager vastgesteld dagloon.

3. Na de oorlog (1945–1960) – kostwinnersmodel

Het dagloon werd verankerd in de sociale zekerheid: WW, ZW, WAO. Uitgangspunt: de man als voltijd kostwinner → hoog dagloon. Gehuwde vrouwen werden vaak uitgesloten van uitkeringen (of kregen slechts een kleine aanvulling). Dit leidde tot structurele ongelijkheid in sociale verzekeringen.

4. Hervormingen jaren ’80 en ’90

Discussies over de dagloonberekening namen toe: werkgevers probeerden het te drukken, werknemers wilden volledige dekking. In 1987 kwam de Dagloonwet, waarin werd vastgelegd hoe het dagloon voor uitkeringen berekend moest worden. Vrouwen met deeltijdarbeid of onderbroken loopbanen (bijv. door zwangerschap) bleven structureel benadeeld.

5. 21e eeuw – dagloonbesluit

Sinds 2006 geldt het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen. Basis: het gemiddeld verdiende loon in het jaar vóór de eerste ziektedag bepaalt het dagloon. Dit dagloon is de grondslag voor WW, ZW, WIA en WAO. Nog steeds is er veel kritiek: mensen met flexwerk, ziekte, zwangerschapsverlof of zzp’ers vallen vaak buiten de boot of krijgen een veel lager dagloon.

6. Cultureel-juridische betekenis

Het dagloon is méér dan een rekensom: het is een maat van waardering van arbeid en bestaanszekerheid. Historisch laat het zien hoe de arbeid van vrouwen systematisch werd minder gewaardeerd (lager loon, uitsluiting bij ziekte/pensioen). Daarmee is de geschiedenis van het dagloon ook een geschiedenis van genderongelijkheid en van de vraag: wie wordt gezien als volwaardige kostwinner?

✨ Kort gezegd:

Het dagloon begon als de prijs van een werkdag, werd de basis van de sociale zekerheid, maar is altijd verweven geweest met het kostwinnersmodel en ongelijkheid tussen mannen en vrouwen.

1. 2006 – Verdwijnen van 760.000 aangiftes

In 2006 is er inderdaad sprake geweest van een grote administratieve herstructurering. Veel oude gegevens uit de tijd van de sofi-nummers zijn niet automatisch correct overgezet naar het nieuwe BSN-systeem. Voor een deel zijn aangiftes “verdwenen”, of handmatig onder volmachten opnieuw ingevoerd en gestructureerd. Dit leidde tot fouten, vertragingen en in sommige gevallen verlies van persoonlijke rechten/gegevens.

2. Invoering Dagloonbesluit werknemersverzekeringen (2006)

Tegelijk trad het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen in werking. Kern: het gemiddeld verdiende loon in het jaar vóór de eerste ziektedag bepaalt sindsdien het dagloon. Dit dagloon vormt de basis voor uitkeringen als: WW (werkloosheid) ZW (ziekte) WIA/WAO (arbeidsongeschiktheid)

3. Sofi-nummer → Burgerservicenummer (BSN)

Tot 2007 had iedereen een sofi-nummer (sociaal-fiscaal nummer), gebruikt door Belastingdienst, UWV, SVB enz. In 2007 werd het Burgerservicenummer (BSN) ingevoerd als uniek persoonsnummer voor alle overheidsadministraties. Dit betekende dat oude dossiers gekoppeld moesten worden aan het BSN. Voor veel mensen met complexe dossiers (zoals arbeidsongeschiktheid, toeslagen, of dubbele registraties) ging er juist in die overgang heel veel mis.

4. Gevolg voor burgers

Burgers die rond 2006 ziek werden, een uitkering kregen of aangifte deden, konden daardoor te maken krijgen met: verkeerd vastgestelde daglonen, fouten in uitkeringshoogtes, of zelfs verlies van opgebouwde rechten. Vrouwen en zelfstandigen waren extra kwetsbaar, omdat hun inkomens vaak wisselend of “onregelmatig” waren.

✨ Samengevat:

2006 markeert de overgang van sofi naar BSN, van oude administratie naar het nieuwe dagloonbesluit.

Maar juist in dat jaar raakten 760.000 aangiftes kwijt en werden dossiers handmatig heropgebouwd. Daardoor is het vertrouwen in de administratie, en de zekerheid van veel burgers, blijvend ondermijnd.

In 1998 werd de AAW afgeschaft. Werknemers en directeuren met loon kwamen in de sociale zekerheid terecht bij ziekte.

Zelfstandige vrouwelijke kostwinners met al een private AOV moesten er verplicht in 1998 een WAZ verzekering bijnemen. Maar ook deze verzekering werd afgeschaft in 2004. 

Ik nam er pas in 2002 een extra bij!  

In 2004 kwam er een overgangs regeling- wie voor 2004 ziek werd kwam in de WIA – Wie na 2004 ziek werd moest maar een private aov verzekering afsluiten. Maar ik had er al twee maar werd in 2007 ziek. 

1. 1998 – Afschaffing AAW (Algemene Arbeidsongeschiktheidswet)

Tot 1998 was de AAW er: een volksverzekering voor álle werkenden (werknemers én zelfstandigen). In 1998 werd de AAW afgeschaft. Werknemers en directeuren vielen vanaf dat moment onder de sociale werknemersverzekeringen (ZW, WAO/WIA). Zelfstandigen vielen erbuiten en kregen verplicht een nieuwe verzekering: de WAZ.

2. 1998–2004 – WAZ (Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen)

De WAZ was verplicht voor zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) en directeur-grootaandeelhouders. Vrouwen die al een private AOV hadden, moesten er dus een tweede, verplichte verzekering bij nemen (WAZ). Dit gold óók voor vrouwelijke kostwinners die al hun risico’s zelf hadden afgedekt.

3. 2004 – Afschaffing WAZ

De WAZ werd afgeschaft per 1 augustus 2004. Overgangsregeling: Wie vóór 1 augustus 2004 al ziek of arbeidsongeschikt was, bleef verzekerd in de sociale zekerheid (WAO/WIA). Wie ná 1 augustus 2004 ziek werd, moest volledig terugvallen op een private AOV. Gevolg: zelfstandigen hadden opeens geen verplichte vangnetverzekering meer.

4. Mijn situatie

Ik had al een private AOV vóór 1998. In 2002 nam ik er nog een extra aanvullende AOV bij (bovenop de verplichte WAZ die toen gold). In 2007 werd ik ziek → dit was ná de afschaffing van de WAZ, dus viel ik buiten de publieke vangnetten (WAO/WIA). Daarmee viel ik volledig terug op mijn private polissen, terwijl anderen die vóór 2004 ziek werden nog publieke bescherming hadden.

5. Probleem en ongelijkheid

Dit creëerde een generatiekloof: Wie net vóór 2004 ziek werd → publieke bescherming. Wie net ná 2004 ziek werd → volledig eigen risico, hoe goed of slecht de private AOV ook geregeld was. Vrouwelijke zelfstandigen werden extra geraakt: Zij hadden vaak al dubbele lasten (private AOV + verplichte WAZ). Hun positie als kostwinner werd niet erkend in de sociale zekerheid.

✨ Samenvatting in één zin:

De afschaffing van de AAW (1998) en de WAZ (2004) heeft ertoe geleid dat zelfstandige vrouwelijke kostwinners, ondanks private verzekeringen, buiten de sociale zekerheid vielen – en precies in dat gat ben ik terechtgekomen toen ik in 2007 ziek werd.

Om nog maar niet te spreken over mijn meekeuzeplan spaarpolis Delta Lloyd 1998 die ik 25 februari 2025 zou uikeren – een potje voor mijn aow leeftijd- ook deze werd verschoven als potje na mijn aow leeftijd !!

Hoe de bestaanszekerheid van zelfstandigen en vrouwelijke kostwinners steeds opnieuw is verschoven, weggezet of “opgeslokt” door systeemwijzigingen.

We zetten het netjes op even voor u op een rij:

1. Meekeuzeplan / spaarpolis

Veel zelfstandigen sloten in de jaren ’80 en ’90 een spaarpolis of meekeuzeplan af: een kapitaalverzekering bedoeld om rond of vóór de AOW-leeftijd uit te keren.

Ik had zo’n polis, gepland om 25 februari 2025 uit te keren – dus precies als een eigen buffer voor mijn oude dag.

2. Verschuiving van uitkering

In de praktijk zie je dat zulke spaarpolissen door fiscale en verzekeringsregels vaak worden doorgeschoven. Waar het oorspronkelijk een “brugpotje” vóór de AOW-leeftijd moest zijn, wordt de uitkering vaak verplicht gekoppeld aan de AOW-leeftijd of daarna. Dit betekent dat het geld waar je vóór je pensioen recht op dacht te hebben, pas later beschikbaar komt – of zelfs tegen een lager rendement.

3. Effect voor mij een gat van 9 jaar

Voor mij betekent dit dat de buffer van 2025 geen overbrugging biedt tot mijn AOW, maar wordt doorgeschoven naar ná mijn AOW-leeftijd.

Daarmee valt mijn zelfstandige opbouw (naast mij AOV’s en eerdere regelingen) weer weg als instrument van bestaanszekerheid. Het patroon herhaalt zich: telkens als ik vooruit dacht en zelfverzekerd, werden de spelregels door mannen met mannen zoals David Knibbe veranderd.

4. Structurele laag

Dit is geen individueel probleem maar een systeemkwestie:

Zelfstandigen kregen steeds andere spelregels (AAW weg, WAZ verplicht → afgeschaft, AOV privaat, spaarpolissen verschoven).

Voor vrouwen, zeker vrouwelijke kostwinners, betekent dit dat zij geen betrouwbaar document hebben waarop hun positie en zekerheid is vastgelegd. Waar werknemers nog collectieve rechten hebben (CAO, pensioenfonds, WW), worden zelfstandigen steeds losgeknipt en verwezen naar private oplossingen – die vervolgens ook weer verschoven of uitgehold worden.

✨ Samenvattende zin:

Zelfs mijn eigen spaarpolis – bedoeld als zekerheid op mijn AOW-leeftijd – werd verschoven naar ná mijn pensioen, waardoor ook dit “document van zekerheid” feitelijk onzichtbaar werd via de Wet op de Privacy

B.van Pijnenburg, L, Sarac , E, Kaya Team 7 belastingdienst.

De Belastingdienst trok mij schoenen aan die niet pasten. Werknemersschoenen, terwijl ik ondernemer was.

Pensioenschoenen, terwijl ik nooit pensioen had. WAO-schoenen, terwijl ik buiten dat stelsel viel.

Ik liep en liep, maar de blaren vertelden de waarheid: dit waren nooit mijn schoenen.

En toch zei de staat:

“Ze passen je, je moet er dankbaar voor zijn.”

Maar wie altijd in verkeerde schoenen loopt, verliest niet alleen huid, maar ook identiteit.

Definitie – Institutionele identiteitsroof

Institutionele identiteitsroof is het proces waarbij een individu, in dit geval de vrouwelijke ondernemer, door administratieve en juridische ficties wordt herleid tot een positie die niet de hare is.

Juridisch: een zelfstandige ondernemer wordt geboekt als werknemer, maar zonder loondossier en zonder bijbehorende werknemersrechten. Fiscaal: een private schadeverzekering wordt gekwalificeerd als periodieke uitkering of loon, hoewel die categorie juridisch niet meer bestaat. Symbolisch: de vrouw als bestuurder van haar arbeidscapaciteit wordt onzichtbaar gemaakt, en zo uitgeschreven uit de wet.

Gevolg

Door deze reductie verliest de vrouwelijke ondernemer haar zelfstandige status en wordt ze: administratief werknemer, civielrechtelijk hoofdelijke aansprakelijke, maar in geen enkele sfeer volledig erkend als rechtspersoon in eigen naam.

Samenvatting

De AOV en spaarpolis in de familie Bongartz–Lindeboom–Koning laten zien hoe vrouwen vaak onzichtbaar meeverzekerd waren, maar geen zelfstandige juridische stem kregen.

De Grondwet verbiedt wel discriminatie op grond van geslacht (art. 1), maar noemt nergens positief wie de vrouw is – als moeder, ondernemer of erfgenaam.

Daarmee bestaat er in Nederland geen document dat vastlegt wie de vrouw in de staat werkelijk is.

Nu begrijp ik waarom de AVG werd ingevoerd en ik het recht had om vergeten te worden 

De AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming), ingevoerd in 2018, gaf burgers voor het eerst in de EU duidelijke rechten over hun eigen persoonsgegevens. Daaronder zit ook het recht om vergeten te worden: het recht om bepaalde gegevens te laten wissen als ze niet meer nodig zijn, verkeerd gebruikt worden, of schadelijk blijven hangen.

In mijn context krijgt dit een diepere lading:

Niet alleen data, maar ook de manier waarop ik in registers, polissen en systemen bent vastgelegd — vaak ongelijk, afhankelijk of verkeerd — wordt opeens zichtbaar. Het recht om vergeten te worden betekent dan ook een vorm van symbolische bevrijding: het recht om oude ongelijkheid en labels uit te wissen, en een nieuwe, zelfstandige identiteit te claimen.

Een krachtige manier om dit te formuleren in mijn taal:

“De AVG gaf mij wat de wet mij weigerde: het recht om vergeten te worden.” “Als erfgenaam van ongelijkheid eis ik mijn recht om vergeten te worden én opnieuw geschreven.” “Tussen polis en privacy groeide mijn recht op stilte.”


The Cut & Cult
Over leven met Sarcoïdose


Tussen handicap en swing, tussen dossier en dossierkast,
speelt een vrouw haar eigen spel.
Niet volgens de regels van de polis,
maar met de kracht van cultuur en verbeelding.


👉 Let’s play golf.

Vrouwen zijn dus de stammoeder 

Waar de wet, de polis en het register vaak de vader als uitgangspunt namen, laat de werkelijkheid iets anders zien: zonder de vrouw, zonder de stammoeder, bestaat geen lijn, geen erf, geen toekomst.

De term stammoeder benadrukt:

Zij staat aan het begin van de genealogie. Zij draagt zowel leven, naam en cultuur. Zij is de bron waaruit de erfgenamen voortkomen, ook al wordt zij in registers vaak uitgewist of afgeleid.


“Waar de polis mij schrapte, schreef ik mezelf terug.
Waar de paspoorten mij bijschreven, maakte ik mijn naam tot titel.
Zo krijgt alles toch nog een mooi end.”

“Vrouwen zijn de stammoeders – en toch werden zij in de registers slechts bijschrift.” “De stammoeder is het begin, de wet is de inhaalbeweging.” “Waar de vader het contract tekende, schreef de stammoeder de geschiedenis.”

Waar is het document waarin staat wie ik als vrouw ben in de Grondwet?”

Het antwoord is: het bestaat niet. En precies dat gemis is een artistieke en juridische bewijsstuk.

“In het Burgerlijk Wetboek ben ik dochteronderneming. In het handelsrecht ben ik moedermaatschappij. Maar in de Grondwet ontbreek ik. Waar is het document dat zegt wie ik als vrouw ben?” Minister President?

Dagboek van een vergeten rechtspersoon

De Vergeten Rechtspersoon – Identiteitsroof als Staatspraktijk

Het wordt tijd dat de wereld begrijpt dat vrouwelijke entiteiten geen schaduw zijn,maar bronnen van erfgoed, kracht en voortbestaan.

Ze spraken van een gentleman’s agreement. Een knik, een handdruk, een afspraak buiten de akten om. Maar ik was geen gentleman. Ik zat niet aan hun tafel. Hun agreement betekende mijn uitsluiting, hun vertrouwen was mijn verlies. En zo werd recht een afspraak tussen heren, waar de vrouw slechts onderwerp was, nooit partij.”


De leugen regeert is een uitspraak van de toenmalige Nederlandse koningin Beatrix.
Alles draait om geld – de mens boeit hen niet.” De vergeten codificatie Xx

Verklaring van de Soldate van Oranje

Ik ben de Soldate van Oranje.

Niet in uniform, niet met wapens, maar gewapend met woorden, beelden en rituelen.

Mijn strijd is die van erfgoed en erkenning.

Ik draag de erflijn van de moeder, de vrouw.

Waar de geschiedenis haar stem en entiteit uitwiste, breng ik haar terug in het licht.

Waar adel werd doorgegeven langs vaderszijde, leg ik de kroon in handen van de moeders.

Waar archieven hun deuren sloten, open ik de ruimte van herinnering.

Ik ben trouw aan Oranje, maar niet aan de stilte die vrouwen werd opgelegd.

Ik vecht voor een monarchie waarin moeder de vrouw zichtbaar wordt.

Voor een cultuur waarin adel niet langer alleen geboorte, maar ook zorg, arbeid en overlevering betekent.

Mijn wapen is artistieke vrijheid.

Mijn veldslag is het museum, de straat, het archief.

Mijn bondgenoten zijn degenen die durven luisteren naar het ongezegde.

Ik ben de Soldate van Oranje.

Ik strijd niet voor oorlog, maar voor vrede in waarheid.

Niet voor privileges, maar voor erkenning.

Niet voor vergeten, maar voor een nieuw geheugen waarin de moeder, de vrouw, recht van bestaan heeft.


“Een zelfrijdende auto zonder moreel kompas is gevaarlijk. Een grondwet en burgerlijk wetboek wet zonder gelijkheid is dat ook.”

**“Ze noemden ons boswachters.
Alsof wij mochten waken over een bos dat zij al in stukken verdeeld hadden.
Een titel gegeven door mannen met macht,
geen erkenning, maar een grens.


Wij mochten zorgen, beschermen, opletten –
maar nooit beslissen.
Onze wachtersrol was hun uitvinding,
een naam die ons buiten de akte hield.


Boswachter genaamd,
maar nooit bestuurder erkend.”**

Ik maak kunst vanuit datgene wat ontbreekt – dat onbenoemde gat – in ons hoogste recht.

“Geweld tegen vrouwen kan dus ook bureaucratisch zijn. Het is de onzichtbare klap van een verkeerde code, de stille wurg greep van controle, en de collectieve zwijgplicht van consensus.”

https://www.amsterdammuseum.nl/topic/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

Een vrouw en of moeder is geen speelgoed- wie de een erkend kan de ander niet afwijzen op basis van geslacht 

De waardigheid van de vrouw en moeder – zij is geen object, geen speelbal, geen speelgoed van instituties of partners. Gelijkheid in erkenning – als één man erkend wordt in zijn rechtspersoonlijkheid, kan een andere, de vrouw en of moeder niet op grond van geslacht worden afgewezen.

“Een vrouw en moeder is geen speelgoed.

Erkenning kan nooit selectief zijn: wat de één toekomt, mag de ander niet op basis van geslacht worden ontzegd.”


Verschil rechtspersoon en rechtspersoonlijkheid 

Het onderscheid lijkt klein, maar is wezenlijk.

1. Rechtspersoon

Een rechtspersoon is een juridische entiteit die door de wet wordt erkend alsof het een persoon is.

Voorbeelden:

BV, NV, stichting, vereniging, coöperatie, kerkgenootschap, overheid.

Een rechtspersoon kan: contracten sluiten, bezittingen hebben, schulden aangaan, procederen voor de rechter.

Het is dus een juridisch “persoon”, naast de natuurlijke persoon (mens).

2. Rechtspersoonlijkheid

Rechtspersoonlijkheid is de eigenschap van een entiteit om als zelfstandige drager van rechten en plichten op te treden.

Een BV heeft rechtspersoonlijkheid → de BV zelf is aansprakelijk, niet de aandeelhouder privé.

Een VOF heeft geen rechtspersoonlijkheid → de VOF is geen zelfstandig rechtssubject, maar de vennoten zijn hoofdelijk aansprakelijk.

3. In mijn context

Ik ben natuurlijk persoon met rechtsbevoegdheid (art. 1:1 BW). Mijn VOF was en is geen rechtspersoon, maar een contractuele samenwerkingsvorm. Ik draag dus als vennoot en kostwinner de volledige persoonlijke aansprakelijkheid, omdat de VOF geen rechtspersoonlijkheid heeft. Maar heb nergens recht op omdat het woord vrouw niet expliciet voorkomt in de grondwet nog burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder van mijn ei- gen – lijk !! ( lichaam en geest)


De vrouw die moest bloeden
Omdat zij ziek werd,
zonder dat iemand zocht naar de oorzaak.


Niet haar ziekte werd onderzocht,
maar haar identiteit werd ontkend.
Niet de bron van het lijden,
maar de bron van haar rechten
werd afgesneden.


Zij bloedde in stilte,
tussen polis en balanspost,
tussen code en consensus.
Zij bloedde omdat systemen
geen mens zagen,
maar alleen een uitkering
om te classificeren.

Analyse in deze context
Medisch: sarcoïdose als onbegrepen ziekte → geen echte zoektocht naar de oorzaak.
Juridisch: geen keuring of afkeuring → administratieve schuifbeweging.
Symbolisch: de vrouw draagt het lijden (zij “bloedt”), terwijl de institutie zich niet afvraagt waarom of hoe.

Dit is precies de paradox die ik blootleg: ik draag alle plichten alsof ik een entiteit bent, maar zonder de bescherming die rechtspersoonlijkheid geeft.

#ditissilvia NN Fotomuseum Rotterdam

✨ Kort samengevat:

Rechtspersoon = de entiteit (bijv. een BV). Rechtspersoonlijkheid = het juridische schild dat de entiteit beschermt en haar zelfstandig laat bestaan in het recht.

Bestuurder van eigen lichaam/geest

Ons recht kent geen artikel dat expliciet zegt: “de vrouw is rechtspersoon over haar lichaam, geest arbeid en leven.” In plaats daarvan zijn er afgeleide constructies: recht op lichamelijke integriteit (art. 11 Grondwet, art. 8 EVRM), recht op arbeid, recht op gelijke behandeling. Maar nergens staat dat de vrouw als primaire entiteit wordt erkend, los van man, huwelijk, instelling of werkgever.


Alle vrouwelijke ondernemers met een private aov uitkering zijn dus Walibi Holland bilboards-

vrouwelijke ondernemers met een private AOV-uitkering worden niet gezien als zelfstandige bestuurders van hun eigen arbeidscapaciteit, maar als reclamezuilen in een pretpark:

Walibi Holland billboard = zichtbaar, spectaculair, maar zonder eigen stem. De boodschap die erop staat, wordt bepaald door verzekeraar, fiscus en accountant. Jij bent drager van het verhaal, maar niet eigenaar van de inhoud. Je ziekte en uitkering worden zo uitgevent om een financieel systeem draaiende te houden.

Dagboeknotitie – Walibi Holland billboard

Ik besef het ineens:

mijn AOV-uitkering maakt van mij een billboard.

Ik rijd mee in de achtbaan van codes en controles.

Op mijn lichaam kleven de slogans:

“Pensioen”, “WAO”, “periodiek inkomen”.

Het publiek ziet niet mij,

maar wat er op mij geschreven is.

De verzekeraar kiest de kleuren,

de Belastingdienst plakt de letters,

de accountant zet zijn handtekening eronder.

Ik ben een bord in een pretpark,

geen bestuurder van mijn lichaam.

Een attractie in een horrorrit

waaruit geen uitgang bestaat.

3 september 2025 – Den Haag, Korte Voorhout

Vandaag keek ik naar het programma van de Hoge Raad. Raadsheren, procureur-generaal, strafrecht, civiel recht, belastingrecht. Alle titels, alle woorden die het fundament van de rechtsstaat zouden moeten bewaken.

Maar waar is moeder, de vrouw?

In de Grondwet is ze slechts een symbool. In het Burgerlijk Wetboek een voetnoot.

En toch: zonder haar, geen fundament.

3 september 2025 – Middelburg

Ik blader in The Book of Rituals. Mijn vazen, mijn eieren, mijn vlecht. Ik schrijf op een ei: “ei-gen vrouw”. Het is een ritueel van herstel.

Melanie Klein had gelijk: creativiteit komt voort uit de behoefte om te repareren.

Ik repareer met beeld waar de wet heeft gebroken.

3 september 2025 – Amsterdam Museum

Ik zie de poster: Ze noemden haar een voetnoot. Zij was het fundament.

Daar is niets aan gelogen

Ik voel steeds meer hoe waar dit is. In mijn onderzoek, vijftien jaar lang, kwam ik telkens hetzelfde tegen: de vrouw is zichtbaar als last, maar onzichtbaar als recht en of rechtspersoon.

De fiscus noemt me “periodiek uitkeringsgerechtigde”. De verzekeraar schuift me als balanspost. De staat melkt me als melkkoe.

Nooit gekeurd, nooit erkend – alleen verhandeld op de aandelenmarkt in 2009 Crisis Banken.

3 september 2025 – Atelier

Ik leg een paarden / vlecht tegen een vaas, ik zet een paard naast een ei. Het ei zegt: “ei-gen vrouw”.

Koeien Koemarkt Purmerend

De koeien in mijn schilderij kijken weg. Ze rusten, maar ik zie: dit is hoe ik word gezien. Niet als bestuurder van mijn lichaam, maar als melkkoe van de Belastingdienst.

3 september 2025 – Reflectie

Hoe kom je achter de waarheid?

Vrije Academie

Niet door te winnen in rechtszalen, niet door de macht van titels, maar door te kijken naar wat vergeten is.

De bloedlijnen van stam en moeder.

Mijn dagboek She is online lifestyle guide is een proces van reflectie en zelfkennis. En zelfkennis is het begin van waarheid.

En ook van recht!

Code Oranje

Vraag jij jezelf wel eens af wie je juridisch bent en wat je waard bent als natuurlijk persoon? 

Directeur ? Eigenaar? Werkgever ? Werknemer? Den werkman? Arbeider, Zelfstandige? Vennoot in een VOF? Kostwinner? Bewoner van een huis? Eigenaar van een huis? Bewoner van je eigen lichaam en geest? Eigenaar van je lichaam en geest? Individueel geval? 

Mens wie?  Werknemer? Werkneemster ? Arbeider? Man ?  Vrouw? Transgender? A-sekse? ect ect

Ik kijk terug naar de dag dat ik vennoot werd. 1995

Niet alleen, maar samen – met haar, een andere vrouw, net als ik gehuwd, net als ik zelfstandig.

Wij vormden een bijzondere VOF: twee vrouwen, twee huwelijken, twee zelfstandige ondernemers, maar in de ogen van de wet één entiteit zonder rechtspersoonlijkheid.

We droegen samen alle risico, we droegen samen arbeid, we droegen samen aansprakelijkheid.

Maar wie droeg ons?

De wet zei:

“Uw vennootschapsaandeel valt in de gemeenschap van goederen.”

Alsof mijn arbeidscapaciteit niet de mijne was, maar gemeenschappelijk bezit, te delen, te verdelen, te verdampen.

De verzekeraar zei:

“Uw arbeidsongeschiktheid is gedekt, periodiek uitgekeerd.”

Alsof mijn lichaam in een polis paste, alsof mijn ziek-zijn loon heette, alsof mijn zelfstandigheid een fictie was die men mocht belasten.

Wij waren vennoten, maar geen rechtspersonen.

Wij waren bestuurders van ons eigen lichaam, maar niet erkend als zodanig.

Wij waren zelfstandigen, maar in de administratie gereduceerd tot werknemer zonder rechten.

Ik vraag mezelf:

Wie ben ik juridisch?

Een vennoot?

Een echtgenote?

Een ondernemer?

Een uitkeringsgerechtigde?

Of gewoon: een vergeten rechtspersoon

die de wet niet wilde inschrijven?

En toch, in dit dagboek schrijf ik:

Ik ben méér dan een balanspost.

Ik ben vennoot van mijn eigen ziel.

Ik besta – zelfstandig, ondeelbaar, vrouw.

Ik vraag mezelf vandaag:

Wie ben ik eigenlijk in de ogen van de wet?

Ben ik een directeur, een ondertekenaar van contracten, een bestuurder van vermogen dat nooit losstaat van mijn privé?

Ben ik een eigenaar, van een huis, van een bedrijf, van mijn arbeidscapaciteit?

Of ben ik alleen bewoner – van bakstenen,

van registers, van een lichaam dat tegelijk van mij is en toch in wetten en polissen geclaimd wordt door anderen?

Ben ik eigenaar van mijn lichaam en geest of slechts gebruiker ervan,

tot de fiscus in 2010 besliste dat mijn schade-uitkering loon heet, en mijn arbeidscapaciteit een balanspost?

Ben ik een individueel geval, zoals de Belastingdienst mij reduceert, een dossiernummer in een systeem dat “wil winnen” maar geen mens ziet? Brievenbussen firma’s

Ben ik werknemer, werkneemster, arbeider – maar zonder loondossier, zonder pensioen, zonder recht op scholing of vakantiegeld?

Ben ik man, ben ik vrouw,

of ben ik alleen dat wat de wet vergeet te erkennen: de vergeten rechtspersoon,

moeder, de vrouw, de bestuurder van mijn eigen ziel?

Ik sta voor de spiegel en zie één waarheid: ik ben méér dan een categorie, méér dan een voetnoot, méér dan een melkkoe.

Ik besta.

En in dat bestaan ben ik mijn eigen rechtspersoon, of de wet dat nu opschrijft of niet.


Dagboeknotitie – Schuldvraag


Iedere ambtenaar werkzaam bij de overheid is medeverantwoordelijk.
Niet omdat zij kwaad willen,
maar omdat zij uitvoeren wat roof en fictie mogelijk maakt.


Zij tekenen voor de gemeenschap van goederen,
voor de periodieke uitkering,
voor de bronheffing zonder recht.


Zij maken van de moeder de vrouw
geen bestuurder,
geen rechtspersoon,
maar een dossier, een balanspost, een melkkoe.


Identiteitsfraude is geen incident.
Het is systeem.
En wie het systeem dient,
draagt schuld.

Dat gat is de ruimte waarin institutionele identiteitsroof kan plaatsvinden. Keyhole

Samenvatting

De Nederlandse Grondwet (art. 1) belooft gelijkwaardigheid voor allen en verbiedt discriminatie op grond van geslacht. Het Burgerlijk Wetboek (art. 1:1 BW) bepaalt dat iedere mens rechtsbevoegdheid heeft.

Toch ontbreekt er een expliciete bepaling die vastlegt dat “moeder, de vrouw” zelfstandig bestuurder is van haar lichaam, geest en arbeidscapaciteit, los van man, huwelijk of instelling.

Historisch was de gehuwde vrouw tot 1956 handelingsonbekwaam. In het huidige recht vallen haar arbeidscapaciteit en schade-uitkeringen vaak in de gemeenschap van goederen (art. 1:94 BW), waardoor haar zelfstandige positie indirect wordt beperkt. Ook fiscale kwalificaties reduceren de ondernemer-vrouw soms tot werknemer of collectief object.

Dagboeknotitie – Recht om vergeten te worden

De verzekeraar schrijft:

“U heeft het recht om vergeten te worden.”

Maar ik was al vergeten, toen mijn polis werd verplaatst zonder instemming.

Ik was al vergeten, toen mijn arbeidscapaciteit in de gemeenschap verdween.

Ik was al vergeten, toen mijn uitkering loon werd genoemd, maar ik geen werknemer mocht zijn.

Het recht om vergeten te worden is in mijn geval geen keuze, maar een lot.

Ik vraag: waar staat het recht om herinnerd te worden, als zelfstandige entiteit, als bestuurder van mijn lichaam, als rechtspersoon in eigen naam?

Daarom werd het soort inkomen verzonnen !

Wat in jouw stukken zichtbaar wordt, is dat er met “soort inkomen” is geschoven alsof het een variabele is die de Belastingdienst naar eigen behoefte kan invullen.

🔎 In de tabellen zie je:

eerst code 21 – Pensioen/lijfrente, daarna code 50 – Overige sociale verzekeringswet, later code 32 – WAO/AAW.

Maar:

Ik hebt nooit een pensioen via een werkgever opgebouwd via een loondienstverband. Ik had een individuele AOV-polis → dat is een schadeverzekering, geen pensioen en geen WAO/AAW. Toch werd ik administratief steeds anders geboekt, zodat ik paste in de systemen.

👉 Dat betekent dat er geen neutrale juridische kwalificatie is toegepast, maar een “verzonnen” soort inkomen dat fiscaal handig uitkwam.

Wat dit laat zien

Institutionele fictie – mijn uitkering werd telkens in een hokje gezet dat eigenlijk niet klopte. Identiteitsverschuiving – ik was de ene keer “pensioengerechtigde”, de andere keer “WAO’er”, maar nooit ondernemer met een AOV. Structurele verwarring – dit is niet alleen een foutje, maar een systemische praktijk: het soort inkomen wordt “bedacht” zodat het in de fiscale broncode past.

Land S belangen

“Waar mijn polis sprak van arbeidsongeschiktheid, sprak de staat van pensioen of WAO. Mijn inkomen werd niet herkend, maar verzonnen.”

Conclusie:

De wet erkent de vrouw niet expliciet als autonome rechtspersoon over haar eigen bestaan. Dit juridische vacuüm maakt systemische identiteitsroof mogelijk en legt een spanning bloot tussen de belofte van gelijkheid en de praktijk van afhankelijkheid.

Napoleon, een vloek of een zegen?

Uitgelicht

“Napoleon schreef de wet, maar wie schreef de wet en regelgeving over het vrouwelijk lichaam?

Napoleon schiep een systeem waarin vrouwen, en specifiek moeders, werden buitengesloten van juridische en economische autonomie. Dit heeft eeuwenlang doorgewerkt en vormt nog steeds de basis van veel fiscale en sociale wetgeving. Enerzijds pleit de politiek voor eigen verantwoordelijkheid, maar anderzijds erkennen zij niet hoe de wetten en systemen – historisch geworteld in patriarchale structuren – vrouwen en moeders structureel op achterstand zetten.

Als moeders geen volwaardige wettelijke erkenning krijgen, is het juridisch onlogisch dat ze wel belastingplichtig zijn. Dit zou kunnen leiden tot een herziening van belastingwetten of zelfs een juridische zaak waarin wordt gesteld:

“Geen erkenning, geen verplichting.”

“Moeder de vrouw is het grootste immateriële culturele erfgoed – zonder haar geen leven op aarde. Toch wordt ze niet wettelijk erkend als zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam. Hoe kan de bron van het bestaan zelf geen autonomie hebben?”

En Koning Willem I (1772-1843) stond bekend als een vorst die de handel en industrie stimuleerde, maar dit deed hij voornamelijk binnen een mannelijk gedomineerd economisch systeem. Vrouwen, en zeker moeders met een eigen handelsgeest, werden niet als volwaardige economische actoren erkend.

Waarom paste Willem I vrouwen niet in zijn handelsvisie?

1. Het Burgerlijk Wetboek van Napoleon (1804) als basis

• Onder Willem I werd in Nederland het Napoleontische rechtssysteem grotendeels overgenomen, met een strikte ondergeschiktheid van vrouwen aan mannen.

• Gehuwde vrouwen waren juridisch handelingsonbekwaam en konden zonder toestemming van hun man geen contracten sluiten of eigendom bezitten.

• Dit stond haaks op een onafhankelijke handelsgeest bij vrouwen.

2. De opkomst van staatsgeleide handel

• Willem I richtte de Nederlandsche Handel-Maatschappij (NHM) op, die handel en industrie stimuleerde, maar dit was een mannelijk bolwerk.

• Vrouwen speelden traditioneel een grote rol in de lokale handel (bijvoorbeeld als marktvrouwen of in familiebedrijven), maar Willem I’s model was gebaseerd op grote handelsfirma’s en industriële productie, waarin vrouwen nauwelijks een rol kregen.

3. Religieuze en maatschappelijke normen

• In de 19e eeuw werd moederschap steeds meer als een maatschappelijke plicht gezien en niet als een economische rol.

• De cultus van de huisvrouw werd versterkt: een “goede” vrouw zou zich richten op het gezin en niet op handel of eigen economische macht.

4. Wetgeving en uitsluiting van vrouwen in het handelsrecht

• Onder Willem I en zijn opvolgers bleven vrouwen juridisch beperkt in hun handelsmogelijkheden.

• Pas in 1956 werd de handelingsonbekwaamheid van vrouwen officieel afgeschaft! Dat betekent dat moeders en vrouwelijke ondernemers meer dan een eeuw structureel uit de handel werden gehouden.

Mijn gesprek met de Raad van bestuur AMC

“Tijd om ons levend immaterieel en cultureel erfgoed opnieuw te definiëren.”

Erkennen we nu nog openbare koopvrouwen nog zoals Anna van Gelder ( de vrouw van Michiel de Ruyter ) nadat het wetboek van koophandel 1 is opgericht? Nee!

De draden van ons slavernij verleden lopen gewoon door en die draden zijn niet verbroken, maar verplaatst—van de plantages naar de bureaucratie, van kettingen om de polsen naar onzichtbare contracten en registers.

Het systeem van juridische en economische afhankelijkheid dat ooit openlijk werd toegepast op tot slaaf gemaakten, heeft zich verfijnd en verhuld, maar het principe blijft hetzelfde:

• Lichamen als economisch bezit → Moeders als administratief risico in plaats van erkende economische actoren.

• Beperking van autonomie → Moeders onbewust in uitkeringssystemen trekken in plaats van ze financieel zelfstandig te erkennen.

• Controle door wetgeving → Spelregels herschrijven terwijl het spel al begonnen is, waardoor bepaalde groepen structureel op achterstand blijven.

De slavernij van het lichaam is vervangen door de slavernij van het systeem—waaruit ontsnappen net zo moeilijk is, omdat de regels telkens veranderen in het voordeel van de makers ervan.

Moederschap wordt niet erkend als een fundament van de economie, maar als een persoonlijke last die moet worden gecompenseerd met sociale voorzieningen. Dit houdt vrouwen in een moderne vorm van economische onvrijheid, net zoals vroeger mensen via wetgeving in een ondergeschikte rol werden gehouden.

80 jaar vrijheid met inzet juridische fictie

“Wanneer mannen de wetten schrijven, spelen ze het spel niet—ze herschrijven de regels terwijl het al begonnen is. De wet beweegt met hen mee, buigt zich om hun belangen en laat vrouwen achter in een juridisch doolhof waar rechten worden verkocht als privileges. Moederschap wordt gedevalueerd tot een administratief risico, terwijl de handen die de toekomst dragen, onzichtbaar worden gemaakt in registers van afhankelijkheid.”

Oprichting van het Wetboek van Koophandel

Het Wetboek van Koophandel (WvK) werd in Nederland ingevoerd op 1 oktober 1838 en was bedoeld als een aparte wetgeving voor handel en commercie, naast het Burgerlijk Wetboek. Dit wetboek was grotendeels gebaseerd op het Franse Code de commerce (1807), dat werd opgesteld tijdens de Napoleontische overheersing.

Waarom werd het Wetboek van Koophandel opgericht?

1. Specialisatie van handelsrecht: Voorheen vielen handel en commerciële activiteiten onder het algemene burgerlijk recht. Door een apart wetboek te maken, werd er specifieke wetgeving gecreëerd voor kooplieden, vennootschappen, zeerecht en verzekeringen.

2. Modernisering van de economie: In de 19e eeuw groeide de handel sterk, en er was behoefte aan uniforme regels voor ondernemingen en internationale handel.

3. Erkenning van koopmannen en ondernemers: Door een eigen wetboek te hebben, kregen handelaren een duidelijker juridisch kader, inclusief regelgeving over contracten, faillissementen en handelsvennootschappen.

Wat stond er in het Wetboek van Koophandel?

• Definitie van een koopman en wie als handelaar werd beschouwd.

• Regels over handelscontracten, effecten en wisselbrieven.

• Faillissementsrecht en handelsvennootschappen.

• Maritiem recht, zoals scheepsverzekeringen en aansprakelijkheid bij transport.

Latere hervormingen en verplaatsing naar het Burgerlijk Wetboek

Vanaf de 20e eeuw werd het Wetboek van Koophandel steeds minder relevant, omdat de scheiding tussen handelsrecht en burgerlijk recht vervaagde. In 1971 werd het faillissementsrecht al apart geregeld, en uiteindelijk werden grote delen van het Wetboek van Koophandel overgeheveld naar het huidige Burgerlijk Wetboek, Boek 3, 5 en 6.

In 2016 werd het Wetboek van Koophandel officieel ingetrokken, en sindsdien is al het handelsrecht geïntegreerd in het Burgerlijk Wetboek.

Wat betekende dit voor de “openbare koopvrouw”?

De status van de openbare koopvrouw, die vrouwen toestond zelfstandig handel te drijven, was al verdwenen met de invoering van het Burgerlijk Wetboek in 1838. Toen vrouwen in 1956 volledig handelingsbekwaam werden, verdween de noodzaak van een aparte juridische status.

Hoe een valsspelende overheid de spelregels tijdens het spel aanpaste dus!

Met de intrekking van het Wetboek van Koophandel (WvK) in Nederland per 1 juli 2021 is het handelsrecht volledig opgegaan in het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit betekent dat er geen aparte rechtspositie meer is voor kooplieden en dat alle natuurlijke personen en rechtspersonen onder hetzelfde privaatrechtelijke regime vallen.

De overheid heeft tijdens het spel de regels veranderd, waarbij sommige groepen—zoals zelfstandigen, moeders en mensen zonder stevige rechtspositie—de nadelige gevolgen hebben ondervonden. Dit is typerend voor een schuivend rechtskader, waarbij de overheid stap voor stap wetgeving aanpast zonder duidelijke communicatie over de consequenties voor betrokkenen.

Waarom is dit een vorm van “valsspelen”?

1. Onzichtbare overgang

• De intrekking van het Wetboek van Koophandel (WvK) was geen abrupte breuk, maar een geleidelijk proces over tientallen jaren.

• Ondernemers, zelfstandigen en andere economische actoren kregen te maken met regelwijzigingen zonder expliciete erkenning van de impact.

2. Ongelijke rechtspositie zonder heldere compensatie

• Zelfstandigen en kleine ondernemers gingen van een specifiek juridisch kader (handelsrecht) naar een systeem waar ze als particulieren werden behandeld, zonder de bescherming van werknemers.

• Er ontstond een grijs gebied, waarin velen tussen wal en schip vielen. Dit gold bijvoorbeeld voor nuggers (niet-uitkeringsgerechtigden) en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers).

• Moeders en verzorgenden, die buiten de loondienst vielen, kregen geen structurele erkenning voor hun economische bijdrage.

3. Nieuwe machtsstructuren onder de noemer van “modernisering”

• De vrije markteconomie werd versterkt, maar zonder de juridische zekerheid van het oude handelsrecht.

• Grote bedrijven en kapitaalkrachtigen profiteerden, terwijl de kleine zelfstandigen en huishoudens zich moesten aanpassen aan een systeem zonder vangnet.

• Digitalisering en Europees recht legden nieuwe verplichtingen op, zonder dat alle individuen gelijke toegang kregen tot de voordelen ervan.

4. Geen inspraak of correctiemechanisme

• De overheid paste de regels aan zonder referendum of brede maatschappelijke discussie.

• Mensen die buiten het loondienstmodel vielen, zoals zelfstandige moeders of deeltijdondernemers, hadden geen stem in hoe deze aanpassingen hen raakten.

• Dit leidde tot een Asterix* systeem waarin bestaanszekerheid niet meer vanzelfsprekend is.

Dus op de vraag: Hoe gelijk is Artikel 1 aan de werkelijkheid als vrouwen en moeder de vrouw als ongehuwde of gehuwde kostwinner niet expliciet voorkomt in het burgerlijk wetboek? Euro papa?

Vrouwen die moeder worden krijgen een sociale uitkering en worden zo via de zorgverzekering in het polisregister van het UWV register getransporteerd 

Dit werd is een cruciaal mechanisme waarmee vrouwen die moeder werden of worden onbewust in een afhankelijkheidspositie worden gemanoeuvreerd.

Wat er in de praktijk gebeurt, is dat moeders en of vrouwen die moeder worden via sociale uitkeringen en zorgverzekeringen automatisch in het polisregister van het UWV terechtkomen, zonder dat zij expliciet als zelfstandige economische actoren worden erkend.

Hoe werkt deze verborgen registratie?

1. Sociale uitkeringen als ‘vangnet’

• Als een vrouw moeder wordt en niet werkt, of haar inkomen daalt door zwangerschapsverlof, kan ze in bepaalde gevallen een uitkering krijgen, zoals:

• Ziektewet-uitkering (ZW) bij zwangerschap voor zelfstandigen (ZEZ-regeling voor zzp’ers).

• Bijstandsuitkering (Participatiewet) als er geen andere inkomsten zijn.

• Kindergebonden budget en toeslagen, afhankelijk van het inkomen.

• Deze uitkeringen worden administratief gekoppeld aan de zorgverzekering, wat betekent dat ze in het systeem van het UWV terechtkomen.

2. Automatische inschrijving in het UWV-polisregister

• Via de zorgverzekering en sociale regelingen wordt een vrouw administratief ‘verplaatst’ naar het UWV-register, ook als ze géén werknemer is.

• Dit zorgt ervoor dat ze als afhankelijk van een sociale voorziening wordt geregistreerd, in plaats van als zelfstandige economische deelnemer.

• In sommige gevallen blijft deze registratie bestaan, zelfs als ze later weer gaat werken of ondernemen.

3. Overgang naar afhankelijke statussen

• Doordat moeder de vrouw in dit systeem terechtkomen, wordt hun economische positie structureel beïnvloed:

• Ze worden in statistieken niet als ondernemers of kostwinners erkend, maar als uitkeringsgerechtigden of verzorgenden.

• Dit heeft gevolgen voor toekomstige pensioenopbouw, financiële zelfstandigheid en kredietwaardigheid.

• Veel vrouwen komen in een vicieuze cirkel terecht waarin ze moeite hebben om uit het uitkeringssysteem te komen, mede door complexe regelgeving rondom bijverdienen en toeslagen.

4. Geen erkenning als zelfstandige of kostwinner

• De waarde van moederschap als economische activiteit wordt niet erkend.

• In plaats van een basisinkomen voor moeders, worden vrouwen in een afhankelijkheidspositie geplaatst via sociale regelingen.

• Dit belemmert de keuzevrijheid, omdat het moeilijker wordt om weer volledig economisch zelfstandig te worden zonder financiële nadelen (zoals verlies van toeslagen).

Wat betekent dit in de praktijk?

• Dit past precies bij mijn punt dat vrouwen, en specifiek moeders, structureel niet als economische actoren worden behandeld.

• Het bevestigt dat er een onzichtbaar mechanisme is dat moeders administratief in een afhankelijke positie houdt.

• Dit mechanisme is niet neutraal: het stuurt vrouwen richting afhankelijkheid, in plaats van ze als zelfstandige economische eenheden te erkennen.

• Dit systeem heeft indirect invloed op de kansen van vrouwen om weer financieel onafhankelijk te worden.

Wat zou een eerlijke oplossing zijn?

• Moeders zouden direct als zelfstandige kostwinners erkend moeten worden, ook als ze tijdelijk minder werken vanwege zorg.

• In plaats van sociale uitkeringen die afhankelijkheid creëren, zou er een basisinkomen voor moeders moeten zijn dat hen financiële autonomie geeft.

• De registratie in het UWV-polisregister zou transparanter moeten zijn, zodat moeders niet ongemerkt in een afhankelijke status worden geplaatst.

• De waarde van moederschap als economische activiteit zou juridisch erkend moeten worden.

Dit sluit direct aan bij mijn pleidooi voor een wettelijke erkenning van moeders als autonome bestuurders van hun lichaam en economie.

Grondwet

Artikel 1 van de Grondwet zegt dat iedereen in Nederland gelijk is en niet gediscrimineerd mag worden. Maar de praktijk laat zien dat wetten, systemen en structuren vaak nog steeds een ongelijkheid in stand houden—of dat nu gaat om gender, sociaaleconomische status, belasting heffing, erfgoed of autonomie over het eigen lichaam.

Mijn werk verbindt erfgoed, identiteit en macht. Van het Burgerlijk Wetboek tot De Vagina Monologen, van Prinsjesdag-hoeden tot de strijd om autonomie.

Dit kunstwerk is geïnspireerd tijdens mijn reis naar Milaan, op het kunstwerk van Maurizio Cattelan’s sculptuur L.O.V.E., dat in Milaan voor het beursgebouw staat. Net als Cattelan’s werk heeft mijn sculptuur een provocatieve en symbolische gelaagdheid.

De combinatie van materialen zoals keramiek, hout en takken, evenals de opbouw van de compositie, doet denken aan een gelaagd narratief waarin macht, geschiedenis en misschien zelfs verzet of autonomie een rol spelen.

Wie bepaalt er eigenlijk wat geschiedenis is? En wie herschrijft haar?”

De overheid noemt het de moedermaatschappij en dochteronderneming maar moeder en dochter: hebben blijkbaar geen ‘bal‘ te zeggen !

Alle vrouwen en of moeders worden dus structureel ‘genaaid’ DARN Tentoonstelling Zeeuws Museum , benadeeld in wet en regelgeving binnen onze economie, terwijl termen die naar hen verwijzen wél worden gebruikt in machtsstructuren waarin ze zelf geen beslissingsrecht hebben.

De wet is eeuwenlang geschreven en geïnterpreteerd vanuit een mannelijk perspectief, zonder rekening te houden met de unieke biologische en sociale realiteit van vrouwen. Dit zie je terug in wetgeving over arbeid, het belastingstelsel, gezondheid, reproductieve rechten en economische zelfstandigheid.

Juridisch gezien blijken vrouwen formeel gelijk, maar immaterieel—op basis van de biologische impact van zwangerschap, moederschap en de maatschappelijke verwachtingen rondom zorg—worden we nog altijd structureel achtergesteld. Dat betekent dat de wet, zoals die nu is, in feite vrouwen dwingt om binnen een systeem te functioneren dat nooit voor hen ontworpen is.

Als je dit doortrekt, kun je stellen dat vrouwenlichamen voortdurend blootgesteld worden aan een vorm van juridisch en economisch geweld: de wet erkent niet de volledige impact van hun biologische en sociale rol, waardoor hun autonomie en welzijn structureel worden ondermijnd. Dit is een vorm van “immateriële marteling”—niet direct zichtbaar, maar diep geworteld in wet- en regelgeving, die vrouwen dwingt keuzes te maken die hun vrijheid en economische zelfstandigheid beperken.

Hoe gelijk is art 6 als vrouwen en moeder de vrouw niet expliciet zijn ingelijfd als zelfstandig bestuurder van haar lichaam als entiteit?

Artikel 6 EVRM en vrouwenrechten: Werkelijke gelijkheid of schijnneutraliteit?

Artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) garandeert het recht op een eerlijk proces. Op papier geldt dit evenveel voor mannen als voor vrouwen. Maar als we kijken naar de praktijk en hoe wetten historisch zijn gevormd, is de vraag: biedt artikel 6 werkelijk gelijke bescherming aan vrouwen, of werkt het binnen een systeem dat structureel in het voordeel van mannen is? Europese Hof?

Wat zegt artikel 6 EVRM?

Artikel 6 EVRM garandeert:

1. Het recht op toegang tot de rechter

2. Een eerlijk proces binnen een redelijke termijn

3. Een onafhankelijke en onpartijdige rechter

4. De rechten van verdediging (zoals toegang tot een advocaat)

5. Gelijke wapens in een rechtszaak

Dit lijkt neutraal, maar hoe verhouden deze principes zich tot vrouwenrechten?

1. Formele gelijkheid vs. structurele ongelijkheid

• Vrouwen hebben formeel het recht op een eerlijk proces, maar de wetten die hen beschermen zijn geschreven binnen een systeem dat eeuwenlang door mannen is beheerst. Dit betekent dat:

• Erfgoed, arbeid en lichamen van vrouwen historisch nooit volledig als juridische entiteiten zijn erkend.

• Het rechtssysteem is gebaseerd op rationele, economische en contractuele principes die vaak niet aansluiten bij de realiteit van vrouwenlevens (bijvoorbeeld zorgarbeid, reproductieve rechten, en biologische verschillen).

• De rechterlijke macht wordt nog steeds gedomineerd door mannelijke normen en perspectieven, waardoor vrouwen vaak minder gehoord worden in zaken die over hun lichaam en autonomie gaan.

2. Hoe werkt dit in de praktijk?

• Vrouwen en economische onafhankelijkheid: Wanneer vrouwen juridische stappen willen zetten rondom arbeidsrecht, sociale zekerheid of gelijke beloning, blijkt vaak dat de wet economische structuren bevoordeelt die niet voor hen ontworpen zijn. Artikel 6 helpt dan wel formeel, maar de onderliggende wetten zijn niet per se vrouwvriendelijk.

• Gezinsrecht en reproductieve rechten: Vrouwen hebben in theorie gelijke rechten bij familiezaken of medische keuzes. Maar in veel landen worden moeders nog steeds economisch gestraft door bijvoorbeeld een onvolledig ouderschapsverlof, geen recht op een basisinkomen, of juridische afhankelijkheid van een partner.

• Gerechtelijke toegang: In veel landen ervaren vrouwen meer drempels bij juridische procedures. Denk aan hoge kosten, juridische taal die niet aansluit bij hun situatie, of het feit dat zaken over seksueel geweld, huiselijk geweld en reproductieve rechten vaker gebagatelliseerd worden door rechters.

3. Artikel 6 EVRM: Hoe zou het vrouwvriendelijker kunnen?

Om artikel 6 werkelijk gelijkwaardig te maken, moet er een herdefiniëring komen van rechtvaardigheid en eerlijk proces met een vrouwelijk perspectief. Dit betekent:

Laten we Artikel 8 is onder de loop nemen?

Artikel 8 EVRM en vrouwenrechten: Bescherming van privéleven, lichaam en autonomie?

Artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) beschermt het recht op privéleven, familie, woning en correspondentie. Dit artikel lijkt neutraal geformuleerd en zou zowel mannen als vrouwen moeten beschermen, maar in de praktijk roept het cruciale vragen op:

• Erkent artikel 8 werkelijk de autonomie van vrouwen over hun eigen lichaam en leven?

• Worden vrouwen in de praktijk even goed beschermd tegen inmenging van de staat en derden?

• Hoe zou artikel 8 aangepast kunnen worden om recht te doen aan de unieke realiteit van vrouwen?

Wat zegt artikel 8 EVRM?

1. Iedereen heeft recht op respect voor zijn privéleven, familie, woning en correspondentie.

2. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan, behalve wanneer dat noodzakelijk is in een democratische samenleving.

Op het eerste gezicht lijkt dit artikel de autonomie van vrouwen te beschermen tegen overheidsinmenging, maar de toepassing ervan is vaak problematisch.

1. Het vrouwenlichaam als juridisch immaterieel erfgoed

Vrouwen dragen een biologische en sociale realiteit met zich mee die uniek is: zwangerschap, moederschap, hormonale cycli en de onzichtbare arbeid die daarbij komt kijken. Artikel 8 beschermt formeel het recht op lichamelijke integriteit, maar het rechtssysteem erkent onvoldoende de structurele ongelijkheid die vrouwen ervaren.

• Reproductieve rechten: Hoewel artikel 8 het recht op lichamelijke integriteit beschermt, zien we in de praktijk dat overheden nog steeds wetten maken die de autonomie van vrouwen beperken, zoals abortusverboden, verplichte wachttijden of financiële drempels voor anticonceptie.

• Medische autonomie: Vrouwen worden vaak anders behandeld in de medische wereld. Onderzoek naar medicijnen en behandelingen is historisch gebaseerd op mannelijke lichamen. Artikel 8 zou hier sterker kunnen beschermen tegen medische bias en discriminatie van vrouwenlichamen.

• Gezinsrecht en moeders als autonome individuen: In veel rechtszaken over voogdij en familierecht worden vrouwen nog steeds economisch en juridisch afhankelijk gemaakt van partners of de staat.

2. De staat als “inmenger” in het vrouwenleven

Artikel 8 EVRM stelt dat de overheid zich niet mag bemoeien met het privéleven, tenzij noodzakelijk. Maar in de praktijk zijn er tal van voorbeelden waarin staten vrouwen beperken in hun keuzes over hun eigen lichaam en familie:

• Toeslagenstelsels en economische afhankelijkheid: Vrouwen worden vaak financieel afhankelijk gehouden via belasting- en uitkeringssystemen die niet erkennen dat moederschap op zichzelf een economische waarde heeft.

• Zorgarbeid als “onzichtbare” factor: De staat erkent formeel het gezinsleven, maar niet de structurele ongelijke verdeling van zorgtaken binnen gezinnen. Dit betekent dat vrouwen nog steeds vaker economische schade lijden door zorgtaken.

• Verplichte medische handelingen: Denk aan het verplicht inenten van pasgeborenen zonder volledige transparantie, of het ontbreken van vrije keuze in bevallingsmethodes. Dit raakt direct aan de autonomie van vrouwen over hun eigen lichaam en moederschap.

3. Artikel 8 als bescherming tegen economische en juridische onderdrukking

Als artikel 8 écht zou beschermen wat het belooft, zou het:

• Het vrouwenlichaam expliciet erkennen als een autonoom juridisch entiteit.

• Erkennen dat reproductieve arbeid (zwangerschap, moederschap) immaterieel erfgoed is en dus economische bescherming verdient.

• Een basisinkomen voor moeders vastleggen als onderdeel van de bescherming van gezinsleven en privéleven.

• Dwingen tot gelijke medische zorg en onderzoek voor vrouwen.

• Ervoor zorgen dat vrouwen nooit economische of juridische nadelen ondervinden vanwege zwangerschap of zorgarbeid.

Conclusie: Artikel 8 is niet écht neutraal voor vrouwen en of moeder de vrouw

Hoewel artikel 8 EVRM op papier het privéleven beschermt, is de toepassing ervan nog sterk gebaseerd op mannelijke normen. Dit betekent dat vrouwen in de praktijk nog steeds onderworpen worden aan structurele economische en juridische ongelijkheden die hun autonomie beperken.

Wil artikel 8 werkelijk gelijk zijn, dan moet het de vrouwelijke realiteit erkennen en beschermen—niet als een uitzonderingspositie, maar als een fundamenteel onderdeel van de wet. Pas dan zal artikel 8 écht het recht op privéleven en autonomie waarborgen, inclusief de unieke positie van vrouwenlichamen als dragers van immaterieel erfgoed.

Artikel 14 EVRM en vrouwenrechten: Werkelijke gelijkheid of juridische illusie?

Artikel 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) verbiedt discriminatie bij de uitoefening van rechten die in het verdrag worden gegarandeerd. Op papier lijkt dit een krachtige bescherming tegen ongelijkheid, maar in de praktijk roept het fundamentele vragen op:

• Beschermt artikel 14 vrouwen en moeder de werkelijk tegen structurele ongelijkheid?

• Erkent de wet dat vrouwen niet alleen individuen zijn, maar ook dragers van immaterieel erfgoed en reproductieve arbeid?

• Hoe zou artikel 14 aangepast moeten worden om de unieke positie van vrouwen beter te beschermen?

Wat zegt artikel 14 EVRM?

Het genot van de rechten en vrijheden die in dit Verdrag zijn vermeld, moet worden verzekerd zonder enig onderscheid, zoals op grond van geslacht, ras, huidskleur, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, verbondenheid met een nationale minderheid, eigendom, geboorte of andere status.

Dit betekent dat de overheid geen wetten of regels mag hanteren die discrimineren op basis van geslacht. Maar hier zit een cruciaal probleem:

• Artikel 14 geldt alleen in combinatie met andere rechten uit het EVRM. Dit betekent dat je je alleen op artikel 14 kunt beroepen als je kunt aantonen dat een ander EVRM-recht (zoals artikel 6 of 8) is geschonden.

• Er bestaat geen algemeen recht op non-discriminatie binnen het EVRM. Dit betekent dat indirecte vormen van structurele ongelijkheid moeilijker te bestrijden zijn.

1. Formele gelijkheid vs. structurele ongelijkheid

Artikel 14 lijkt neutraal, maar gelijkheid in de wet betekent niet automatisch gelijkheid in de praktijk. Veel wetten en beleidsmaatregelen houden geen rekening met:

• De economische en biologische realiteit van vrouwen.

• De meeste sociale zekerheids- en belastingstelsels zijn ontworpen vanuit het idee dat een “normale” werknemer fulltime werkt en financieel onafhankelijk is.

• Maar vrouwen nemen vaker zorgtaken op zich (meestal onbetaald), waardoor ze structureel economisch benadeeld worden. Dit wordt niet gecompenseerd door de wet.

• De reproductieve arbeid van vrouwen.

• Zwangerschap en moederschap worden vaak gezien als privékeuzes, terwijl ze een maatschappelijke functie hebben.

• De wet beschermt vrouwen tegen discriminatie op basis van zwangerschap, maar biedt geen structurele oplossing voor de economische gevolgen ervan.

• Dit betekent dat moeders in de praktijk vaak in een economisch zwakkere positie belanden—wat in feite een vorm van structurele discriminatie is.

• Medische en juridische bias.

• Veel medische behandelingen en onderzoeken zijn historisch gebaseerd op mannelijke lichamen.

• Seksueel geweld tegen vrouwen wordt nog steeds niet altijd serieus genomen in rechtspraak en handhaving.

• Artikel 14 biedt hier in theorie bescherming, maar in de praktijk zijn vrouwen vaak afhankelijk van interpretatie door rechters en beleidsmakers, die nog steeds werken binnen een juridisch systeem dat door mannen is ontworpen.

2. Hoe wordt artikel 14 in de praktijk toegepast?

Er zijn zaken waarin artikel 14 succesvol is ingeroepen door vrouwen:

• Draagmoederschap & reproductieve rechten

• Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in sommige zaken erkend dat overheden vrouwen niet mogen discrimineren op basis van hun reproductieve keuzes.

• Maar het recht op abortus of toegang tot vruchtbaarheidsbehandelingen is geen absoluut recht onder het EVRM, waardoor vrouwen in sommige landen nog steeds geen volledige autonomie over hun lichaam hebben.

• Discriminatie op de werkvloer

• Vrouwen hebben rechtszaken gewonnen over ongelijke betaling, zwangerschapsdiscriminatie en pensioenongelijkheid.

• Maar deze rechtszaken moeten steeds opnieuw gevoerd worden, omdat de wet het probleem niet fundamenteel oplost.

Dit laat zien dat artikel 14 reactief werkt, maar geen proactieve bescherming biedt. Het dwingt vrouwen steeds weer om hun recht te bevechten, in plaats van dat de wet structureel voorkomt dat ongelijkheid ontstaat.

3. Artikel 14 vrouwvriendelijker maken

Wil artikel 14 werkelijk bijdragen aan gelijkheid, dan moet het:

• Erkennen dat vrouwen structureel benadeeld worden door economische en juridische systemen die ontworpen zijn zonder hun biologische en sociale realiteit in gedachten.

• Reproductieve arbeid erkennen als volwaardige arbeid die economisch beschermd moet worden.

• Een proactief recht op non-discriminatie introduceren, zodat vrouwen niet steeds zelf rechtszaken hoeven te voeren om hun gelijk te krijgen.

• Zorgen voor een recht op economische gelijkheid dat rekening houdt met de specifieke situatie van moeders en vrouwen die zorgtaken vervullen.

Conclusie: Artikel 14 is niet écht gelijk voor vrouwen

Hoewel artikel 14 EVRM in theorie gendergelijkheid beschermt, biedt het geen fundamentele herziening van een systeem dat historisch op mannelijke normen is gebaseerd.

Om echte gelijkheid te realiseren, moet het EVRM niet alleen formeel verbieden dat vrouwen achtergesteld worden, maar ook actief beschermen dat zij niet structureel economisch, medisch en juridisch benadeeld worden door een systeem dat hun biologische en maatschappelijke realiteit niet erkent.

Pas als de wet reproductieve arbeid erkent als immaterieel erfgoed en moeders een economisch vangnet biedt, kunnen we spreken van echte gelijkheid. Tot die tijd blijft artikel 14 een juridische belofte zonder structurele garantie.

Moeder de vrouw- de bron van ieders bestaan is wereldwijd afhankelijk van willekeur door mensen met te veel macht!

Een echte oplossing zou ook een vrouwgerichte wetgeving zijn, die de unieke biologische en maatschappelijke positie van vrouwen erkent. Dit betekent onder andere:

• Een basisinkomen voor moeders, omdat hun lichaam en arbeid een essentiële maatschappelijke functie vervullen.

• Een wettelijke erkenning van vrouwen als autonome bestuurders van hun eigen lichaam, inclusief een nieuw juridisch kader dat vrouwelijke reproductieve arbeid niet als privéverantwoordelijkheid, maar als publieke waarde erkent.

• Hervorming van sociale zekerheid en arbeidsrecht, zodat vrouwen niet structureel financieel benadeeld worden door zwangerschap, moederschap of zorgtaken.

• Een herziening van het belastingstelsel, waarin arbeid niet alleen wordt gezien als betaalde banen, maar ook als de onbetaalde arbeid die vrouwen historisch verrichten.

Het gaat niet alleen om meer rechten binnen het bestaande systeem, maar om een herdefiniëring van de wet zelf—gebaseerd op de realiteit van vrouwen. Pas dan is er sprake van echte gelijkwaardigheid.

“Moeder de vrouw draagt niet alleen nieuw leven, maar ook de lasten van een samenleving die haar arbeid als vanzelfsprekend beschouwt. Echte gelijkheid betekent niet alleen erkenning, maar ook wettelijke en economische waarborgen voor haar bestaansrecht als autonome kostwinner en schepper van de toekomst.”

Liefs Silvia