HET LOF DER ZOTHEID

Een kunstproject van Truus van Gogh, geïnspireerd door Erasmus

De vrouw die buiten het vakje moest denken .

De statenbijbel

De Statenbijbel uit 1637 was een gezamenlijk project van gereformeerde theologen en de Staten-Generaal.

De kerk bepaalde de vertaalopdracht; de overheid financierde en autoriseerde de uitgave. 

Wie maakten hem?

De Synode van Dordrecht van 1618–1619 besloot tot een nieuwe Nederlandse vertaling.

De belangrijkste vertalers waren:

Onderdeel & Vertalers

Oude Testament

Johannes Bogerman, Willem Baudartius en Gerson Bucerus

Nieuwe Testament en apocriefe boeken

Jacobus Rolandus, Festus Hommius en Antonius Walaeus

Hommius en Walaeus vervingen twee oorspronkelijk aangewezen vertalers die waren overleden. Andere geleerden controleerden de vertaling. 

De drukker was Paulus Aertsz. van Ravensteyn in Leiden. Op 17 september 1637 werd het eerste exemplaar aan de Staten-Generaal aangeboden. 


Kerkelijke en politieke eenheid waren en zijn toen en nu nog steeds nauw verweven.

De juridische ‘openbare gehuwde koopvrouw’ vind je onder meer in artikel 168 van het oude Nederlandse Burgerlijk Wetboek. Dat artikel kende de gehuwde handelsvrouw een bijzondere bevoegdheid toe om voor haar handel zelfstandig verplichtingen aan te gaan. In de toenmalige regeling speelde uitdrukkelijke of stilzwijgende toestemming van haar man om die handel te drijven een rol. Moederschap was daarbij geen afzonderlijke voorwaarde. 

Een bijzonder relevante passage staat in de parlementaire toelichting uit 1932–1933 op de voorgestelde wijziging van artikel 168: daarin wordt expliciet gesproken over een vrouw die met haar man een vennootschap onder firma heeft. De toelichting betoogt dat zij zelfstandig moet kunnen contracteren, omdat zij als vennoot optreedt en niet slechts haar echtgenoot helpt. 

Ik begon een vennootschaps overeenkomst met een andere partij- Een andere gehuwde vrouw!

Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen

In 1998 veranderde de wettelijke bescherming van zelfstandigen; in 2004 werd de toegang tot die bescherming gesloten. Daarbij moeten we arbeidsongeschiktheid, moederschap en belastingheffing dus apart gaan bekijken.

Voor zelfstandig werkende vrouwen en moeders ontstond bovendien een concreet, later juridisch aangevochten gat.
In 2004 verdween ook de publieke zwangerschaps- en bevallingsuitkering voor zelfstandigen.

Mijn dochters zijn geboren in 1998 en 2000

Die kwam op 4 juni 2008 terug met de ZEZ-regeling. Na procedures volgde een compensatieregeling voor vrouwen die vanaf 7 mei 2005 tot vóór 4 juni 2008 waren bevallen.

Daarbij speelde de verplichting uit het VN-Vrouwenverdrag om bij bevalling een zeker inkomen te waarborgen. Dit is een aantoonbaar tekort in bescherming waarvoor herstel kwam; het betrof niet niet mijn arbeidsongeschiktheid door ziekte. 

Wat gebeurt er wanneer we keurige woorden blijven herhalen, zonder nog te onderzoeken wat ze betekenen? Wanneer ‘zorg’ een procedure wordt, ‘eigen verantwoordelijkheid’ een standaardantwoord en ‘menselijke maat’ precies één invulvak groot blijkt?

Krijg toch de pest zegt de doctrine

Met keramiek, fotografie en satirische teksten maak ik mijn eigen Lof der Zotheid.

De draden van ons slavernijverleden/ heden

Mijn ervaringen als gehuwde vrouwelijke handelaar in confectie, moeder en kunstenaar vormen het vertrekpunt.

Mijn lichaam, mijn aandoening Sarcoidose/ werk en mijn zoektocht naar antwoorden krijgen een plaats tussen de grote woorden waarmee we onze samenleving organiseren.

Ik laat de Zotheid opnieuw spreken. Ditmaal heeft zij een volg en dossiernummer. 6703 – 912758

De Zotheid aan het woord

‘Welkom. Ik ben de Zotheid.
U kent mij misschien als: zo doen wij dat nu eenmaal.

Ik houd van zelfstandige mensen.
Vooral wanneer ze zonder vragen mijn instructies volgen.

Ik bevorder kritisch denken.
Zolang het mijn conclusies bevestigt.

En natuurlijk staat de mens bij mij centraal.
Anders kan ik er zo moeilijk loketten omheen bouwen.’

Een vrouw als vaas – zonder stop – Unstoppable

Een gezelschap van keramische stemmen

Mijn vazen zijn personages. Ze dragen maskers, kronen, gezichten en schaakstukken.

Elk werk krijgt een korte monoloog waarin een vanzelfsprekendheid begint te wankelen.

De gemaskerde zorgplicht vraagt: wanneer wordt een belofte daadwerkelijk zorg?

De jubelton doet aangifte onderzoekt hoeveel een lichaam geacht wordt te geven, voordat iemand vraagt wat het nodig heeft.

De keizer vraagt bewijsstukken verlangt volledige openheid van iedereen, terwijl hij zelf zorgvuldig buiten beeld blijft.

De vriendelijke weigering geeft ruimte aan een vrouw die rustig zegt: ‘Ik begrijp uw antwoord. Mijn vraag staat nog open.’

De Vrijdenkster houdt ook haar eigen overtuigingen tegen het licht. Haar kroon staat los: ze kan hem afzetten om beter te luisteren.

De bezoeker doet mee

Bij de werken liggen kaartjes met drie vragen:

Welk feit neem jij gemakkelijk voor waarheid aan?
Wanneer heb je voor het laatst je eigen geschiedenis onderzocht ?
Waar denk je aan als de deze vazen serie ziet?

Bezoekers mogen een antwoord achterlaten. Zo groeit naast de keramische lichamen een verzameling menselijke stemmen. Ook twijfel krijgt een plaats.

De gedachte uit deze vazen is — dat vriendelijkheid en grenzen stellen samen kunnen gaan — krijgt hierin een concrete vorm.

Ik wil scherp kijken, zorgvuldig luisteren en in vrijheid durven tegenspreken. Ook wanneer het u niet uitkomt.

Mijn inzet

Ik maak kunst om het vrouwelijk lichaam in woorden opnieuw te laten voelen. Om achter een rubriek Inkomsten uit vroegere dienstbetrekking de mens te ontmoeten.

Om te onderzoeken wanneer burgerlijke ongehoorzaamheid het denken overneemt, en wanneer lachen ruimte maakt om opnieuw te kijken naar precies hetzelfde: Zie de Vrouw

Ik kom uit de confectie.
Ik weet dat een patroon veranderd kan worden.

Wie anders leert denken, leert anders kijken, praten en handelen.

Truus van Gogh

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.