Wilhelmus van Nassaue ben ik van Duitse Bloed?

HOE OVERLEEF JE DE DUITSE LOONKETEN 1941 BINNEN DE BELASTINGDIENST?

Een klein overlevingsboekje voor grote mensen die per ongeluk in een fiscale machine terechtkwamen

oftewel tussen de wal en het schip

Er is nog een hoop werk aan artikel 1 van de grondwet
https://www.belangenbehartigerbt.nl/actueel/nieuws/2026/08/28/nieuwe-rapportage-niemand-tussen-wal-en-schip-is-fiscale-rechtsbescherming-een-schijnrecht

Er was eens een zelfstandige gehuwde vrouw .

Geen loonstrook.
Geen werkgever.
Geen prikklok.
Geen personeelsnummer in de VOF

Gewoon ook maar een mens.

Die werkte.
Ondernam.
Premie betaalde.
Een risico verzekerde.
En dacht:

Als mijn arbeidsvermogen uitvalt, door schade aan mijn verzekerde beroep keert haar verzekering een deel van deze schade uit.

Klinkt logisch.

Tot de fiscale machine wakker wordt.


HOOFDSTUK 1 — WELKOM IN DE KETEN

Je komt binnen met:

een natuurlijk lichaam

en je loopt naar buiten met:

een fiscale code via een volmacht.

Je dacht dat je verzekerd was.

Het systeem vraagt:

Is het periodiek?

Je zegt:

“Ja, iedere maand.”

Het systeem zegt:

Aha! INKOMEN.

Je zegt:

“Maar het komt uit mijn private verzekering.”

Het systeem:

Interessant. Volgende.


HOOFDSTUK 2 — DE MAGISCHE WOORDEN

In de fiscale wereld kunnen gewone woorden ineens superkrachten krijgen.

PERIODIEK

In het dagelijks leven betekent dat:

iets gebeurt regelmatig.

In een administratieve keten kan het woord ineens bepalend worden voor de fiscale behandeling van een betaling.

En daar begint het avontuur.

Want:

maandelijks betalen is een betalingsvorm.

Het zegt nog niet vanzelf:

  • wie je werkgever is;
  • of je werknemer bent;
  • of de betaling loon is;
  • waarom loonbelasting mag worden ingehouden;
  • of jouw polis fiscaal precies onder de wettelijke categorie valt.

Maar voordat je “rechtsgrond” kunt zeggen, zit je soms al in de keten.


HOOFDSTUK 3 — DE GROTE VERDWIJNTRUC

Kijk goed.

Daar staat:

DE ZELFSTANDIGE ONDERNEMER

🎩✨ POEF

Daar verschijnt:

DE UITKERINGSGERECHTIGDE

Nog een keer:

PRIVATE VERZEKERAAR

🎩✨ POEF

Daar verschijnt:

INHOUDINGSPLICHTIGE

En nu het moeilijkste kunstje:

PRIVATE VERZEKERINGSUITKERING

🎩✨ POEF

Daar staat:

LOONHEFFING

Applaus.

Maar wacht even.

Wie heeft precies welke stap juridisch gezet?

Dat is de vraag die het publiek meestal vergeet te stellen.


HOOFDSTUK 4 — PAS OP VOOR DE LOONTREIN

De loonketen lijkt op een trein.

Eenmaal ingestapt kom je langs verschillende stations:

PERSOON

↓

BSN

↓

UITKERING

↓

FISCALE KWALIFICATIE

↓

INHOUDINGSPLICHTIGE

↓

LOONHEFFING

↓

JAAROPGAVE

↓

INKOMSTENBELASTING

↓

DOSSIER

En jaren later vraagt iemand:

“Waarom zat u eigenlijk in deze trein?”

Dan is het antwoord soms:

Omdat het systeem al dacht dat u erin zat.

Dat is geen juridisch bewijs.

Dat is een administratieve cirkelredenering.


HOOFDSTUK 5 — DE DUITSE MACHINE

Waarom heet dit boekje de Duitse loonketen?

Niet omdat iedere Nederlandse loonheffing “Duits” is.

Maar als metafoor voor een bureaucratische traditie waarin de mens steeds verder wordt vertaald naar:

naam → nummer → categorie → dossier → aanslag.

De administratie ziet uiteindelijk niet meer:

Silvia werkt niet meer zoals vroeger.

Zij ziet:

code.

Niet:

dit is een privaat verzekeringscontract.

Maar:

periodieke uitkering.

Niet:

waar komt het recht op betaling civielrechtelijk vandaan?

Maar:

hoe verwerken wij deze betaling fiscaal?

En precies daar moet je wakker blijven.


HOOFDSTUK 6 — DE EERSTE OVERLEVINGSREGEL

EEN CODE IS GEEN RECHTSGROND.

Schrijf hem op je koelkast.

Plak hem op je belastingmap.

Borduur hem desnoods op een kussen.

EEN CODE IS GEEN RECHTSGROND.

Een code kan registratie zijn.

Een code kan verwerking zijn.

Een code kan een administratieve categorie zijn.

Maar de juridische vraag blijft:

Welke wettelijke bepaling maakte deze concrete betaling belastbaar?

En daarna:

Welke wettelijke bepaling maakte deze concrete verzekeraar inhoudingsplichtig?

Dat zijn twee verschillende vragen.


HOOFDSTUK 7 — DE TWEEDE OVERLEVINGSREGEL

BEGIN BIJ HET CONTRACT.

Niet bij de computer.

Niet bij de jaaropgave.

Niet bij de fiscale code.

Niet bij de naam die twintig jaar later op een scherm verschijnt.

Maar bij:

DE POLIS.

Wat verzekerde je?

Wie was verzekeringnemer?

Wie was verzekerde?

Wat was het verzekerde risico?

Welke prestatie was overeengekomen?

Wanneer ontstond het recht op uitkering?

Welke voorwaarden golden toen?

Pas daarna komt de belastingwet.

Niet andersom.


HOOFDSTUK 8 — HET LICHAAM IS GEEN LOONSTROOK

Dit is misschien de belangrijkste bladzijde.

Een mens heeft een lichaam.

Met dat lichaam kan hij of zij:

werken,
denken,
ondernemen,
maken,
zorgen,
handelen.

Arbeidsvermogen heeft economische betekenis.

Maar:

een lichaam is geen loonobject.

Wanneer arbeidsvermogen verloren gaat en een private verzekering daarom uitkeert, moet juridisch worden onderzocht wat die betaling is.

De overheid mag niet simpelweg redeneren:

lichaam functioneert niet → geld komt binnen → dus loon.

Daartussen hoort recht te zitten.

Heel veel recht.


HOOFDSTUK 9 — DE VRAAG DIE DE MACHINE NIET LEUK VINDT

Vraag steeds opnieuw:

WAAR STAAT DAT?

“Dit is belast.”

Waar staat dat?

“De verzekeraar moet inhouden.”

Waar staat dat?

“Dit is een periodieke uitkering.”

Volgens welke wettelijke definitie?

“Dit valt onder loonheffing.”

Waarom deze polis precies?

“Dat staat zo in het systeem.”

Dan zeg jij:

Het systeem is geen wetboek.


HOOFDSTUK 10 — DE KETTINGZAAG

Administratieve ketens hebben één zwakke plek.

Ze bestaan uit schakels.

Dus zaag ze niet allemaal tegelijk door.

Onderzoek één schakel per keer.

SCHAKEL 1

Wat staat in de polis?

SCHAKEL 2

Wanneer ontstond het recht op uitkering?

SCHAKEL 3

Welke fiscale wet gold toen?

SCHAKEL 4

Welke wijziging kwam later?

SCHAKEL 5

Gold die wijziging ook voor deze polis?

SCHAKEL 6

Wie werd inhoudingsplichtig?

SCHAKEL 7

Welke gegevens zijn aan de Belastingdienst geleverd?

SCHAKEL 8

Welke codes zijn gebruikt?

SCHAKEL 9

Wie koos die codes?

SCHAKEL 10

Waar is dat besluit vastgelegd?

Nu verandert:

“Het systeem zegt het.”

in:

“Laat mij iedere schakel zien.”


HOOFDSTUK 11 — DE GROTE FISCALE OGEN-OPENER

Belastingheffing is uiteindelijk een vorm van juridische taal.

De werkelijkheid zegt:

iemand ontvangt geld.

De fiscale wet vraagt:

wat voor geld?

Loon?

Winst?

Pensioen?

Lijfrente?

Periodieke uitkering?

Schadevergoeding?

Vermogen?

De categorie bepaalt wat er daarna gebeurt.

Daarom is fiscale kwalificatie nooit een onschuldig administratief woord.

Een woord kan bepalen:

wie inhoudt,

wie afdraagt,

wat op de jaaropgave verschijnt,

wat als inkomen wordt geregistreerd,

en soms zelfs hoe andere systemen diezelfde persoon vervolgens zien.


HOOFDSTUK 12 — DE MENS KOMT TERUG

Na honderden pagina’s formulieren verschijnt uiteindelijk weer degene die aan het begin stond.

De mens.

Niet:

code 21.

Niet:

code 32.

Niet:

code 50.

Niet:

uitkeringsgerechtigde.

Niet:

periodiek.

Niet:

BSN.

Maar een natuurlijke persoon die mag vragen:

Wie heeft mijn werkelijkheid vertaald naar deze administratieve werkelijkheid?

Wanneer gebeurde dat?

Op welke wettelijke grondslag?

En klopt die vertaling nog met mijn oorspronkelijke rechtspositie?

Dat zijn geen lastige vragen.

Dat zijn rechtsstatelijke vragen.


HET MINI-OVERLEVINGSKAARTJE

Wanneer je verdwaalt in de loonketen, onthoud:

POLIS ≠ LOONSTROOK

VERZEKERAAR ≠ AUTOMATISCH WERKGEVER

PERIODIEK ≠ AUTOMATISCH LOON

CODE ≠ RECHTSGROND

ADMINISTRATIE ≠ WET

FISCALE KWALIFICATIE ≠ CIVIELRECHTELIJKE WERKELIJKHEID

en vooral:

EEN MENS IS GEEN CODE.

De administratie mag de werkelijkheid ordenen.

Maar zij mag haar niet ongemerkt vervangen.

EINDE?

Nee.

Nu begint het onderzoek.

Prinsjesdag 2026

Uitgelicht

PRINSJESDAG 2026 — THE HANDMAID’S TALE VAN DE LOONHEFFING

Mijn leven achter de betaling en inlogcodes. Sarcoidose vraagt om zichtbaarheid

No Air
Bankencrisis

DE FAÇADE

Aan de buitenkant staat één woord:

arbeidsongeschikt.

Daarachter zit een heel andere werkelijkheid.

De polis verzekerde geen loon.
De polis verzekerde een jaarrente.

Die jaarrente werd niet automatisch uitgekeerd.
Eerst werd vastgesteld in welke mate van arbeidsongeschiktheid iemand verkeerde.

Bij een vaststelling van 80 tot 100 procent arbeidsongeschiktheid kon volgens de polisvoorwaarden recht ontstaan op 100 procent van de verzekerde jaarrente.

Dat percentage was dus de sleutel tussen:

lichaam → beoordeling → verzekerde jaarrente → uitkering.

Pas daarna begon een tweede werkelijkheid:

de fiscale en administratieve verwerking.

En precies daar ontstaat de façade.

Want zodra de verzekeringsuitkering in een loonheffingssysteem verschijnt, lijkt het alsof er loon, een werkgever of een arbeidsverhouding achter zit.

Maar de oorspronkelijke keten was:

een particuliere verzekering, een verzekerd risico, een vastgesteld arbeidsongeschiktheidspercentage en een contractueel afgesproken jaarrente.

De vraag is daarom niet alleen:

Waarom werd er loonbelasting ingehouden?

De diepere vraag is:

Hoe werd een verzekeringsrechtelijke vaststelling van 80–100% arbeidsongeschiktheid administratief vertaald naar een fiscale werkelijkheid die aan de buitenkant op loon begon te lijken?

Dat is de façade

EEN LAND GEZOND HOUDEN BETEKENT OOK DE Handelaar in confectie VROUW DES HUIZES BESCHERMEN.

Niet alleen haar portemonnee.
Ook haar lichaam, zelfstandigheid, arbeid, gezondheid, waardigheid en recht om bestuurder van haar eigen leven te blijven.

De Vriendin

“Neurodivergentie is niet verkeerd denken. Het is anders waarnemen, anders verbinden en soms eerder zien wat binnen de bestaande orde nog geen naam heeft.”

Geen inzagerecht in loon en woondossier

“Privatisering wordt problematisch wanneer publiek beleid en private verdienmodellen zo in elkaar grijpen dat de burger het risico draagt, terwijl private partijen aan de geldstromen verdienen.”

“De premie voor mijn prepensioen werd gezien als uitgaven voor aov inkomensvoorzieningen bij arbeidsongeschiktheid ” Foutje bedankt

Duitsers maken geen grappen zij het zusje van mijn opa altijd
Opendag Koninklijke Stallen

Daar rijdt de Gouden Koets.

Daar wappert de vlag.

Daar leest de Koning voor wat de Staat heeft bedacht.

De sarcofaag Silvia Koning Lindeboom

En ergens onder al dat goud ligt het lichaam van SMJ Koning-Lindeboom.

Geen ambtenaar.
Geen werknemer.
Geen pensioenfonds.
Geen sociale verzekeringswet.

Stadhuis Middelburg

Een handelaar in confectie. Beroeps code 76

Een vrouw die haar eigen onderneming dreef, haar eigen premie betaalde en in 1995 haar eigen particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering afsloot.

HANDMADE.

Welkom bij Private Law

Door haarzelf betaald.

Maar welkom op Prinsjesdag in het Koninkrijk der Administratieve Ficties.

Want wanneer het lichaam van de zelfstandige vrouw beschadigd raakt, begint de grote verdwijntruc.

Niet het lichaam verandert.

Niet haar beroep verandert.

Niet haar polisgeschiedenis verandert.

De code verandert.

21.

50.

32

PENSIOEN / LIJFRENTE 21

OVERIGE SOCIALE VERZEKERINGSWETTEN 50

EEN ANDER SOORT INKOMEN 32

Prachtig.

Een vrouw sluit een private verzekering af en jaren later rijdt haar uitkering verkleed als een ander soort inkomen door de digitale poorten van de Staat.

De Kroon

Geen glazen koets.

Een gegevenskoets – Een Datakluis

Getrokken door loonheffingennummers, inkomstenverhoudingen, BSN-koppelingen, aangiftebestanden en fiscale categorieën.

En wie zit er op de bok?

De zeeuwse belofte CDA

De verzekeraar.

De Belastingdienst.

Het Ministerie van Financiën.

Het ministerie van Justitie

Crisis 2009

En dan …in de geschiedenis van Staatsblad 2010, 237 duikt ook het Verbond van Verzekeraars op.

Niet als complottheorie.

Gewoon in de officiële toelichting.

De regeling werd aangepast mede in overeenstemming met een wens vanuit de verzekeringssector.

Hoe Hollands wil je het hebben?

De vrouw betaalt de premie.

De vrouw draagt het risico.

De vrouw verliest haar werk door de toestand van haar gezondheid.

De vrouw ontvangt de contractuele schade uitkering .

En daarna vergadert de systeemwereld over de vraag:

WAT VOOR SOORT INKOMEN ZULLEN WE HAAR VANDAAG MAKEN?

Dat is mijn Prinsjesdagvraag.

Niet:

“Wat draagt Máxima?”

Maar:

WAT DROEG MIJN BSN? Pieter van Oordt

Code 21?

Code 50?

Code 32?

Wie hing dat etiket eraan?

Wie leverde het aan?

Wie controleerde het?

Wie zag dat een particuliere schadeverzekeraar ineens voorkwam naast begrippen als pensioen, lijfrente en sociale verzekeringswet?

En welke toezichthouder dacht:

prima categorie, doorlopen mensen?

Geketend in volmacht 912758 Nedasco

Mijn lichaam heeft nooit code 50 ondertekend.

Mijn geest heeft nooit toestemming gegeven om van mijn beroep een inkomstenverhouding te maken.

Mijn polis uit 1995 heeft nooit gezegd:

“Bij toekomstige wetswijziging mag de Staat mijn identiteit administratief herontwerpen.”

Dus op deze Prinsjesdag geen hoedje voor mij.

Ik draag een kroon van vragen.

Van wie ben ik er een?
Op verzoek van Juliana geboren in 1909 toen mijn overgrootmoeder verdween

Archief Bijzondere Rechtspleging

  1. Peter Mathias Bongartz
    • dossier aanwezig
    • koppeling met PRA Den Bosch en Tribunaal
  2. Petronella Maria Aldenhoven / Nelly
    • dossier aanwezig
    • adres Molenstraat A 481, Cuijk
    • koppeling met PRA Den Bosch
  3. Johannes Hubertus Aldenhoven
    • dossier vermeld
    • niet gescand
    • beroep gemeenteambtenaar
    • koppeling met PRA Heerlen

Waar wordt de vrouwelijke zelfstandige als zelfstandige kostwinner en verzekerde beroepsbeoefenaar (on) zichtbaar gehouden wanneer zij ziek wordt en een private AOV-uitkering ontvangt?

En juist daar bestaat geen apart grondwetsartikel “vrouwelijke handelaar”. Het recht behoort juist sekseneutraal te werken. Als een vrouwelijke zelfstandige een private AOV heeft, mag haar juridische positie niet verdwijnen doordat een administratief systeem haar uitkering onder een categorie zet die bijvoorbeeld naar pensioen, lijfrente of sociale verzekering verwijst. Artikel 1 Grondwet blijft daarbij relevant als ongelijke behandeling naar geslacht aantoonbaar is. 

Een tweede belangrijk moment is 1983. Sinds de grondwetsherziening bepaalt artikel 1 expliciet dat discriminatie wegens onder meer geslacht niet is toegestaan. 

Maar ik ben geen man en heb ook geen mannen lichaam en een penis.

Amen

ZO KWAM MIJN LICHAAM OP DE BALANS binnen Nationale Nederlanden

David Knibbe CEO Nationale Nederlanden

DE VROUW DES HUIZES
Niet degene die alleen voor het huis zorgt,
maar degene die bestuurder is van haar huis, haar vermogen, haar arbeid, haar lichaam en haar leven.

Van huisvrouw naar vrouw met zeggenschap.

Dienstbaar & Waakzaam

Ik was geen financieel product.

Ik was een handelaar in confectie met een particulier verzekerd beroepsrisico.

Toen mijn lichaam uitviel, werd ziekte vertaald in geld.

Mijn diagnose werd een claim.
Mijn claim werd een verzekeringsverplichting.
Mijn toekomstige uitkeringen werden actuarieel berekend.
Mijn lichaam kreeg ineens een contante waarde.

En terwijl ik probeerde te leven met ziekte, verscheen mijn bestaan aan de andere kant van de financiële keten als:

risico — voorziening — verplichting — uitkering — resultaat.

Dat is de pijnlijke paradox:

voor mij was het lichamelijke schade.
Voor de financiële onderneming was het een bedrag dat moest worden gereserveerd en uitgekeerd.

Medusa Exposure Antoniusziekenhuis Woerden – 13 augustus 2026 – 13 november 2026

Woerden – In de vitrine van de St. Antonius locatie Woerden is van 13 augustus tot en met 13 november 2026 de expositie van Silvia Koning Lindeboom te zien. Toen Silvia in 2007 de diagnose sarcoïdose kreeg is haar leven veranderd.

De ziekte heeft niet alleen invloed op haar lichaam, maar ook op haar werk en plek in de samenleving. 

Een onzichtbare ziekte maakt het soms moeilijk om gezien en begrepen te worden.

Nieuwe invulling

Sinds 2011 zoekt ze naar een nieuwe invulling van haar leven. Via haar arts en een medisch maatschappelijk werker kwam ze in contact met mensen die haar stimuleerden om haar ervaring om te zetten in kunst. Kunst helpt Silvia om te laten zien wat een onzichtbare ziekte met iemand doet. 

Het is een manier om haar verhaal te delen en opnieuw balans te vinden. In haar serie ‘360 graden blik op een onzichtbare ziekte’ staan de thema’s: adem, kwetsbaarheid en herstel centraal. Silvia maakt vazen van klei die symbool staan voor het lichaam. Scheuren en openingen laten zien waar iets kwetsbaar is, maar ook waar ruimte ontstaat voor herstel. 

Met haar werk wil ze patiënten, bezoekers en zorgverleners uitnodigen om stil te staan bij wat vaak niet zichtbaar is. Kunst kan helpen om te herkennen, te erkennen en nieuwe kracht te vinden

WIE HANDELDE ER WERKELIJK?

Ik was de handelaar in confectie.

Maar terwijl ik stoffen, kleding en ondernemerschap kende, ontstond elders een veel abstractere handel:

de handel in soorten inkomen.

Van mens
naar polis.

Van polis
naar uitkering.

Van uitkering
naar loonheffing.

Van loonheffing
naar inkomstenverhouding.

Van inkomstenverhouding
naar code.

En uiteindelijk kijkt de computer naar de code en zegt:

DIT BENT U. Geen twijfel mogelijk.

Nee.

Dit ben ik:

SMJ KONING-LINDEBOOM.

Mens.

Vrouw.

Zelfstandige.

Handelaar in confectie.

Bestuurder van mijn eigen lichaam en geest.

Mijn polis is een document.

Mijn BSN is een identificatienummer.

Mijn inkomstenverhouding is een administratieve constructie.

Mijn code is een veld in een database.

GEEN VAN VIEREN IS MIJN IDENTITEIT.

Omringd door idioten

Welkom bij Prinsjesdag.

THE HANDMAID’S TALE — DUTCH TAX EDITION

Waar de rode jurk is vervangen door een blauwe loonheffingencode.

Waar het lichaam periodiek wordt uitbetaald.

Waar “soort inkomen” belangrijker lijkt dan de oorsprong van het recht.

En waar één vraag na al die jaren nog altijd op tafel ligt:

WIE HEEFT VAN MIJN PRIVATE VERZEKERINGSUITKERING EEN ANDER “SOORT INKOMEN” GEMAAKT — EN WAAR STAAT DAT RECHT?

DE TROONREDE MAG BEGINNEN.

Ik heb mijn eigen tekst al geschreven.

MIJN LICHAAM IS GEEN INKOMENSCODE.
MIJN GEEST IS GEEN LOONBESTAND.
EN MIJN LEVEN IS NIET TE VANGEN IN 21, 50 OF 32.

De digitale moordaanslag op het lichaam van zelfstandige gehuwde vrouwen

Wat een gaaf landje zijn we toch geworden Koning Willem.

Artikel 1 – de loze belofte

In de naam van de vader en de zoon

Liefs de heilige geest 🧞‍♀️

Het meisje, de vrouw, de moeder

Uitgelicht

Het ultieme geheim over het lichaam en geest oftewel het leven van een Europese Xx chromosomen stelsel v.s XY


De wereld achter het sleutelgat
De wereld van het Ministerie van Financiën zit vol geheimen.
Achter wetten, nummers, dossiers en digitale systemen bevindt zich een werkelijkheid die voor de burger vaak nauwelijks zichtbaar is.
Wie bepaalt welke deur opengaat?
Wie bezit de sleutel?
En wie mag uiteindelijk zien wat er achter zijn eigen dossier schuilgaat?
Soms begint transparantie niet met een antwoord,
maar met het vinden van het juiste sleutelgat.

— Secret Holistic Art
Zeeuws Archief CABR

Hoe zij tussen wal en schip belandde (n)*

Ze begon als meisje, werd vrouw, ondernemer, kostwinner en moeder.

Fouten in de gegevens koppeling
Art Vader Jacob

Ze leerde dat zelfstandigheid betekende dat je voor jezelf moest zorgen. Werken, premie betalen, verantwoordelijkheid dragen en vooruitdenken. Ze verzekerde haar arbeidsvermogen, omdat haar lichaam het kapitaal was waarmee zij haar bestaan opbouwde.

Welkom bij de de Kathedraal de Notre Dame

Maar toen dat lichaam niet langer vanzelfsprekend meewerkte, begon een andere werkelijkheid.

Sarcoidose-WASOG2026

Het meisje had ooit geleerd dat iedereen voor de wet gelijk was.
De vrouw had geleerd dat zij zelfstandig mocht handelen.
De ondernemer had geleerd dat zij haar eigen risico moest dragen.
De moeder had geleerd dat zij vooral moest blijven zorgen.

🍀

En juist daar, tussen al die rollen, ontstond een leegte.

De opwindende vrouw

Voor het ene systeem was zij verzekerde.
Voor het andere belastingplichtige.
Voor weer een ander ondernemer, patiënt, moeder, dossiernummer of administratieve categorie.

Handelaar in confectie werd handelingsonbekwaam- no arms

Maar waar bleef de hele vrouw?

Haar lichaam paste niet netjes in een fiscale kolom. Haar moederschap kende geen economische balanspost. Haar ziektegeschiedenis liet zich niet reduceren tot een code. En haar menselijke verlies kon niet uitsluitend worden uitgedrukt in een periodieke betaling.

UMC Utrecht
Lees meer: https://lnkd.in/eM4j6Ubn

Zo belandde zij tussen wal en schip.

Niet omdat zij geen verantwoordelijkheid had genomen, maar juist nadat zij jarenlang verantwoordelijkheid had gedragen.

Het meisje met de parel omgekat tot code

Daar begint Moeder de Vrouw.

Bij de vraag wat er gebeurt wanneer het meisje volwassen wordt, de vrouw economisch zelfstandig wordt, de moeder voor anderen zorgt — maar niemand meer lijkt te weten wie verantwoordelijk is wanneer zijzelf bescherming nodig heeft.

Het geheugen van de Europese Universiteit begint aan de Rouaansekaai

Misschien is dát de werkelijke systeemvraag:

Wie ziet de vrouw nog als één ondeelbaar mens, bsn nummer is ondeelbaar 11, wanneer ieder systeem slechts een stukje van haar registreert?

De hiaten in de wet en regelgeving en de fouten in de inkomstenbelasting

De vrouw achter de geheime Datakluis

De sleutel van de datakluis

De vrouw die het patroon doorbreekt,
zoekt niet alleen naar wat er over haar is vastgelegd.

Zij vraagt wie het vastlegde.
Wie het veranderde.
Wie het doorgaf.
En op welke grond.

Haar lichaam is geen dossier.
Haar identiteit is geen nummer.
Haar geschiedenis is geen handelswaar.

De sleutel van de datakluis is daarom niet alleen toegang tot data.

Silent Witness

De sleutel is zeggenschap.

Wie toegang krijgt tot haar eigen geschiedenis,
kan patronen zichtbaar maken die generaties vóór haar verborgen bleven —
en voorkomen dat ze worden doorgegeven aan de generaties na haar.

De vrouw die het patroon doorbreekt,
vindt uiteindelijk de sleutel tot haar eigen levens verhaal.

Art for change in Return

Liefs van mij en Truus van Gogh

De vrouw die anders durft te kijken

Soms ben je niet lastig.
Niet te gevoelig.
Niet te kritisch.

Soms ben je simpelweg degene die als eerste ziet
wat generaties lang als normaal werd beschouwd.

Een patroon doorbreken betekent niet
dat je het verleden veroordeelt.
Het betekent dat je het onderzoekt, begrijpt
en vervolgens besluit:

dit hoeft niet langer van moeder op dochter
te worden doorgegeven.

Misschien word je daardoor niet onmiddellijk begrepen.
Misschien kost het zelfs iets om als eerste op te staan.

Maar iedere vrouw die één oud patroon doorbreekt,
geeft de volgende generatie iets wat zijzelf misschien heeft gemist:

de vrijheid om haar eigen verhaal te schrijven.

Je verandert het verleden niet.
Je verandert de erfenis.

Trust

Rijk & Revolutionair

Uitgelicht

Wetboek 9

Een onderzoek naar wie ik ben

Tijdens Dag van het Kasteel, op 25 mei 2026, hebben wij tegen een kleine bijdrage in Montancourt Middelburg, bezoekers ontvangen die oprecht geraakt waren door het liefdesverhaal van het huis, de geschiedenis van Middelburg en de verhalen over de families die hier leefden en nu leven.

Over dit woon – object

De locatie bevindt zich in hartje Middelburg en maakt deel uit van het historisch en cultureel erfgoed van Zeeland. De plek kent een gelaagde geschiedenis waarin wonen, werken en maatschappelijke ontwikkelingen samenkomen.

Het huis wordt deels gebruikt als bed & breakfast, en ook voor hedendaagse culturele context, met aandacht voor erfgoed vanuit moederschap bekeken, betekenisgeving en publiek engagement.

Mijn tijd loopt ras….

Handelsgeest = Menselijk vermogen × Vertrouwen × Kennis × Samenwerking.

Achter de voordeur van Geluk

Waar blijft Wetboek 9?

Vrijheid – Identiteit – Erkenning

Nog vóór een mens wordt geregistreerd, bestaat zij. Nog vóór een naam in een register verschijnt, leeft er natuurlijk persoon met een lichaam, een geest en een uniek verhaal.

Een samenleving die vrijheid wil beschermen, moet ook haar identiteit erkennen. Niet alleen als administratief gegeven, maar als de unieke mens achter ieder dossier, iedere polis, iedere handtekening en ieder nummer.

Vrijheid is het recht om als zelfstandig mens te bestaan. Identiteit is de samenhang van lichaam, geest, afkomst, ervaringen, arbeid, liefde en verantwoordelijkheid. Erkenning is de bereidheid van de samenleving om die mens werkelijk te zien.

Wetboek 9 begint daarom niet bij bezit, vermogen of bestuur, maar bij de persoon het intellectuele eigendom zelf.

Geen mens mag worden gereduceerd tot een nummer, een product, een polis, een dossier of een economische waarde.

Een rechtvaardige samenleving erkent dat ieder mens drager is van een eigen geschiedenis, waardigheid en toekomst.

Vrijheid geeft ruimte. Identiteit geeft betekenis. Erkenning geeft bestaansrecht. Dat is de grondslag van Wetboek 9 die het intellectueel eigendomsrecht bepaalt.

“Zolang het lichaam dat leven voortbrengt niet volledig wordt erkend, blijft ieder wetboek onvoltooid. Wetboek 9 begint met de erkenning van de scheppende mens.”
— Silvia Lindeboom

Dag van het kasteel bezoek

Onder de bezoekers die dag waren twee bijzondere mensen. Peter de With, hij blijkt lid te zijn van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen in Haarlem, en Jelly Tulner. Tijdens onze ontmoeting ontstond een bijzonder gesprek over geschiedenis, erfgoed, nieuwsgierigheid en de betekenis van persoonlijke verhalen. We sloten af met een open einde…

Ik had in de tussen liggende tijd weer een briljant idee bedacht- De beren van Montancourt.

Lees hier het verhaal Uit in de buurt

…….Enkele weken later ontving ik persoonlijk dit prachtige cadeau: het boek over Keetje Hodshon (1768–1829), Een rijke dame in revolutionaire tijd.

Keetje Hodshon

In het boek schreven zij:

“Als geschenk van de KHMW Haarlem, en getroffen door jouw levensverhaal!
Peter de With, lid KHMW
Jelly Tulner
En dank voor de mooie rondleiding en het verhaal eromheen!”

Gesigneerd

Die woorden betekenen veel voor mij.

Niet alleen omdat het boek gaat over een bijzondere vrouw uit dezelfde historische wereld van koopmansfamilies, regenten en bestuurders waarin ook de families: De la Rue, Rademacher en Knibbe een grote rol speelden, maar vooral omdat het laat zien wat kapitaal en erfgoed via vrouwen en hun netwerk kan voortbrengen.

Gedragen verhalen-Verborgen verleden

Ik ben geboren in Limburg, in Gennep, mijn overgrootmoeder kwam uit Ottersum, ik ben deels opgegroeid in Haps, mijn moeder uit Cuijk en in Den Bosch
lag het Centraal Archief Bijzonder Rechtspleging – Politieke Recherche inventaris 93577 -93580

De dochters van de Dommel – het Heilige Roomse Rijk.

Het historische Hertogdom Limburg ontstond in de middeleeuwen (11e eeuw), maar het lag grotendeels in het gebied van het huidige België. De naam van de huidige Nederlandse provincie is daarvan afgeleid.

Limburg had zo blijkt wel een bijzondere status. Van 1839 tot 1867 was het Nederlandse Limburg tegelijkertijd een provincie van Nederland én het Hertogdom Limburg binnen de Duitse Bond. Dat maakte de provincie staatsrechtelijk uniek.

Limburg was dus een provincie met een uitzonderlijke constitutionele geschiedenis.

Wat betekende dit eigenlijk voor de inwoners vroeg ik aan mijn adviesraad?

Dat had voor families in Limburg grote gevolgen, al merkte niet iedereen dat dagelijks. De bijzondere staatsrechtelijke positie werkte vooral door in bestuur, militaire dienst, handel, belastingen en identiteit.

1. Een dubbele identiteit

Inwoners van Limburg waren:

  • burgers van het Koninkrijk der Nederlanden;
  • maar hun provincie gold internationaal ook als het Hertogdom Limburg binnen de Duitse Bond.

Dat gaf veel Limburgers het gevoel dat zij niet helemaal “Hollands” waren, maar ook een eigen regionale identiteit hadden.

2. Militaire verplichtingen

Een belangrijke reden voor deze constructie was militair. Nadat een deel van Luxemburg verloren ging aan België, moest koning Willem I de Duitse Bond compenseren.

Daardoor konden Limburgse mannen te maken krijgen met verplichtingen die voortvloeiden uit de afspraken binnen de Duitse Bond, naast hun band met Nederland.

3. Handel en economie

Voor kooplieden en boeren kon de ligging juist voordelen bieden.
Limburg lag op het kruispunt van:

  • Nederland,
  • de Duitse staten,
  • België.

Families handelden daardoor vaak over de grens. Veel families hadden bovendien familieleden aan beide kanten van de grens, zeker nadat Limburg in 1839 werd verdeeld.

4. Bestuur en recht

Het dagelijks recht bleef grotendeels Nederlands. Mensen trouwden, erfden, kochten grond en dreven handel volgens Nederlandse wetgeving. De bijzondere status speelde vooral op internationaal en constitutioneel niveau, niet zozeer in het dagelijks leven van een gezin.

5. Familiebanden

Voor veel families betekende de nieuwe grens dat:

  • familieleden ineens in verschillende landen woonden;
  • handelsroutes veranderden;
  • kerkelijke en bestuurlijke banden opnieuw moesten worden ingericht.

De grens liep soms dwars door bestaande sociale en economische netwerken. Deze brief is dus een sterk bewijsstuk van mijn familie als grensfamilie: Limburgs, Nederlands én met Duitse wortels.

  • In 1937 trouwde Bernhard met prinses Juliana en vestigde hij zich in Nederland.
  • Na de Duitse inval in 1940 koos hij de kant van Nederland en de geallieerden.
  • Tijdens de oorlog vervulde hij een belangrijke rol bij de Nederlandse strijdkrachten in ballingschap en werkte hij mee aan de bevrijding van Nederland.  

Wie was de burgemeester van Cuijk tijdens de oorlog? Dat was:

  • Christiaan Johannes Wilhelmus Hermanus Stakenborg
    • Burgemeester van 1943 tot september 1944 (formeel vaak tot 1945 vermeld).
    • Hij was lid van de NSB en werd tijdens de Duitse bezetting benoemd.  
    • Beroep vóór zijn burgemeesterschap: kruidenier (winkelier).
      Huwelijk: in 1932 met Elisabeth Hubertina Louisa van Gennip.  

    • Haar ouders waren volgens de geraadpleegde stamboom:
      Josephus Wilhelmus van Gennip (1881–1950)
      Maria Elisabeth Hubertina Kicken (1887–…)  
      De familienaam Van Gennip is een oude Brabantse en Noord-Limburgse naam. De oorsprong ligt waarschijnlijk bij het dorp Gennep in Noord-Limburg. De naam betekent oorspronkelijk “iemand afkomstig uit Gennep”. Door de eeuwen heen vestigden verschillende takken van de familie zich in onder meer Venlo, Gennep, Boxmeer, Cuijk en omgeving.  
Verzoeker…. Zijn moeder uit Ottersum verdwijnt na het krijgen van een dochter in 1909 – Tevens het jaar dat Juliana werd geboren.

Peter Mathias Bongartz, geboren te Goch (Duitsland) op 22 juni 1906, kwam uit een Nederlandse moeder die tijdelijk in Duitsland verbleven. Hij bezocht daar de lagere school, maar had via zijn moeder regelmatig contact met familie in Nederland.

In 1930 vestigde hij zich voorgoed in Nederland en voelde zich sindsdien Nederlander.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam hij een principieel afwijzende houding tegenover de Duitse bezetters aan. Toen hij in 1944 toch werd gedwongen als schoenmaker in het Duitse leger te werken, verleende hij onderduikers zelfstandig hulp in het brood.

Ook moest hij en mijn oma naar Londen toen de koningin naar Londen moest. Maar de burgemeester van Cuijk hield mijn oma thuis om op de zaak en mijj moeder en haar broertjes en zus te passen.

Mijn oom was makelaar en mij vader werkte eerst voor hem, na een ruzie besloten mijn ouders te verhuizen naar Purmerend waar zij vanaf 1975 een assurantie kantoor begonnen van kleine polissen van een boer uit Warder en veel zaken deden met AGO – ENNIA en later ook met andere maatschappijen zoals Nationale Nederlanden
Onze familie altijd in de voetbalwereld in Cuijk heeft gezeten en onze dochter nu bij Ajax werkt naast haar studie ErgoTherapie

Toeval ? Toeval bestaat zo blijkt!

Een open huis, een gesprek en oprechte nieuwsgierigheid kunnen mensen met elkaar verbinden.

Montancourt Middelburg is voor ons veel meer dan een bed & breakfast en rijksmonument.

Het is een plek waar geloof, geschiedenis opnieuw wordt verteld, waar ontmoetingen ontstaan en waar verhalen uit het verleden nieuwe betekenis krijgen.

Hoop , geloof & liefde

Dat een lid van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen en zijn echtgenote zich zo geraakt voelden door ons verhaal, ervaar ik als een grote eer en een prachtige aanmoediging om dit werk voort te zetten.

Praktijk wetenschap is ook wetenschap zei Peter.

Soms begint een nieuw hoofdstuk niet in een archief of bibliotheek, maar gewoon aan de keukentafel met een ziekte als gemene deler #Sarcoïdose en de geschiedenis van een heel oud huis, waar bijzondere mensen elkaar ontmoeten en gezondheid en geschiedenis weer menselijk en toekomst bestendig wordt.

School of life

De zoek toch naar de waarheid was een lijdensweg.

Terwijl mijn gezondheid achteruitging, bleef een keten van verzekeraars, adviseurs, uitvoerders en andere betrokken organisaties functioneren rondom mijn dossier.

Voor mij voelde het alsof iedereen aan mijn ziekte verdiende, terwijl ikzelf de lichamelijke, emotionele en financiële schade moest dragen als vrouw en kostwinnaar.

“Mijn ziekte werd zo een bladzijde in een dossier. Mijn dossier werd voor hun een verdienmodel. De schade bleef bij mij.”

“Ik was geen mens meer in functie maar een polisblad, een schadepost binnen een spook administratie.

Jarenlang had ik het gevoel dat vooral de gevolgen van mijn ziekte werden behandeld, terwijl niemand investeerde in oorzaak met verdwijnen op 1 april 2027 als gevolg.

Ik onderging onderzoeken, behandelingen en controles. Dat bracht veel stress, onzekerheid en afhankelijkheid met zich mee. Soms voelde het alsof ik vooral een proefkonijn was van een medisch traject, terwijl mijn vragen over het ontstaan van mijn ziekte 19 jaar lang onbeantwoord bleven.

Ik vraag mij nog steeds af of er voldoende aandacht is geweest voor mogelijke beroepsmatige blootstelling en voor de omstandigheden die aan mijn ziekte hebben bijgedragen. Die vraag is het antwoord.

ANIMA FELIX VIVAS – Werd zo een Reisverhaal van mijn / ons leven

“From the floor, I saw it clear. What was fake and what was real.”

Soms moet je eerst vallen om anders te leren kijken. Mijn reis begon niet toen ik ziek werd. Mijn reis begon veel eerder.

Als ondernemer.
Als moeder.
Als mantelzorger.
Als kunstenaar.

Ik bouwde een bestaan op vanuit vertrouwen. In mensen. In systemen. In de toekomst.

Toen veranderde mijn leven.

Mijn lichaam stelde grenzen die ik nooit had voorzien. De wereld van polissen, dossiers en administraties nam het over van de wereld waarin ik gewoon mens was. Maar juist vanaf de grond werd mijn blik helderder.

Ik begon te zien wat echt was. Niet de dossiers. Niet de systemen. Niet de codes.

De bewakers en ooggetuige van mijn levensverhaal

Een massa mensen achter al die registraties.

In mijn keramiek geef ik mijzelf en die mens opnieuw een gezicht.

Op deze vaas staat: Anima Felix Vivas.

Moge je ziel gelukkig leven.

Niet omdat het leven altijd gemakkelijk is. Maar omdat geluk soms ontstaat wanneer je, na alles wat je hebt meegemaakt, weer eigenaar wordt van je eigen verhaal.

Zoals de muziek After the Fall zegt:

“From the floor, I saw it clear.”

Dat is misschien wel de kern van mijn reis. Niet de val heeft mij gevormd.

In plaats van Verzekeraars te laten bloeden voor hun foute producten moest ik bloeden!

Maar wat ik zag toen ik weer opstond.

Mijn reis laat zien hoe een mensenleven zich uitstrekt over generaties van organisaties, administraties en ICT-systemen.

Ondernemers als Gerard Sanderink bouwden mee aan de digitale infrastructuur waarop grote organisaties draaien.

Ik ervaar dat ik, als zelfstandig ondernemer met een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering, niet dezelfde rechtsbescherming heb gekregen als anderen in vergelijkbare omstandigheden.”

Mijn vraag richt zich niet op personen, maar op het systeem: hoe zorgen we ervoor dat achter al die data, processen en registraties de mens zichtbaar blijft?”

Aan mijn dochters heb ik gezegd : wanneer systemen proberen je stem af te nemen, steek dan het licht van de waarheid aan.”

💡

Liefs Silvia

De toestand van het vergeten lichaam

Uitgelicht


De Toestand van de Vergeten V- rouw

Gemeente Middelburg

De baas van Moeder Aarde is een moeder.
Niet als hiërarchie, maar als oorsprong.

Zij draagt, voedt en herstelt —
om ieders leven hier mogelijk te maken.

In haar lijn ligt geen macht van bovenaf,
maar kracht van binnenuit.

Wie deze filosofie begrijpt,
begrijpt de werkelijkheid en de waarde van moeder, de vrouw.

Waarom erkennen we alleen bepaalde vormen van werk als waardevol?

@Filosofiemagazine

Waarde is geen neutraal gegeven.
Waarde is een constructie — gevormd door economische systemen, filosofische tradities en juridische ordening.

Binnen dominante economische modellen wordt waarde primair bepaald door wat meetbaar, verhandelbaar en productief is: loon, output, winst. Arbeid die zich niet laat kwantificeren, blijft buiten beeld. Zorg, opvoeding, rituelen en emotioneel of symbolisch werk — activiteiten die essentieel zijn voor het functioneren van de samenleving — worden structureel ondergewaardeerd omdat zij niet direct economisch renderen.

Deze hiërarchie is historisch gegroeid en institutioneel verankerd.

Binnen de klassieke filosofie, van Plato tot Aristoteles, werd het denken verheven boven het zorgen, het publieke domein boven het private. Deze ordening legitimeerde een structurele scheiding tussen productie en reproductie, tussen rationaliteit en lichamelijkheid — en positioneerde het vrouwelijke domein als ondergeschikt.

Juridisch werd deze ongelijkheid bevestigd.
Vrouwen waren lange tijd geen zelfstandige rechtssubjecten: zij beschikten niet over eigendom, contractvrijheid of politieke representatie. Hun arbeid kon daardoor niet worden erkend binnen het economische en juridische kader.

Cultureel werd dit patroon bestendigd.
“Moeder, de vrouw” kreeg een symbolische status, maar geen materiële of juridische autonomie. Haar waarde werd erkend als beeld en traditie — niet als positie binnen het systeem. Zij werd onderdeel van het erfgoed, maar niet van het recht.


Een andere lezing van arbeid

Het werk van Truus van Gogh introduceert een alternatieve benadering van waarde en arbeid.

Het vertrekt vanuit de erkenning dat er vormen van arbeid bestaan die buiten de dominante waardesystemen vallen, maar die fundamenteel zijn voor sociale en culturele continuïteit:

  • ritueel werk
  • erfgoedwerk
  • lichamelijk werk
  • symbolisch en emotioneel werk

Deze vormen van arbeid genereren geen directe economische opbrengst, maar produceren betekenis, samenhang en overdracht. Zij vormen de onzichtbare infrastructuur waarop de samenleving rust.


Stelling

De wereld is opgebouwd uit arbeid die nooit als arbeid is erkend.

Van wie ben ik er een?

Zonder erkenning van haar arbeid blijft “moeder, de vrouw” onderdeel van het erfgoed — maar geen volwaardig rechtssubject.


Conclusie


Zonder haar arbeid bestaat er geen samenleving — we hebben te maken met een systeem dat haar niet ziet.

Wat hier wordt gepresenteerd, betreft geen individuele casus, maar een structurele analyse.

Dit werk bevraagt de criteria waarmee waarde wordt toegekend en maakt zichtbaar welke vormen van arbeid systematisch buiten beschouwing blijven. Daarmee legt het een fundamentele spanning bloot tussen economische erkenning en maatschappelijke realiteit.

Het zichtbaar maken van deze blinde vlek is geen retorische oefening, maar een noodzakelijke stap richting herwaardering en herpositionering.

Dit is Cas…

Dat werk heeft enorme waarde, maar verschijnt niet als loon op een rekening.

Historisch is dit vaak gekoppeld aan de rol van “moeder, de vrouw”:
noodzakelijk werk → maar buiten de economie geplaatst → dus “onzichtbaar”.

Veel mensen werken niet gratis — hun werk wordt niet betaald.

Wat gratis lijkt, is vaak het fundament waar alles op rust.

Dit is geen vraag.
Dit is een correctie.

Het ultieme geheim

Ik ben toch niet de enige vrouw die het ultieme geheim over het lichaam en de geest van een vrouw blootleg?

Nog in de Nederlandse Grondwet
Hoezo 80 jaar vrijheid?

Wie niet vertegenwoordigd is bij het maken van regels, wordt object van die regels.

Restaurant Faire Trade

De vrouw verschijnt in het archief zelden als autonome drager van recht,
maar als subject dat wordt beheerd via tussenpersonen:
contracten, instellingen, familieverbanden en systemen van registratie.

De kunst – schat

Het lichaam van de vrouw wordt juridisch en economisch zichtbaar
via tussenkomst van anderen.

De ziel van Nederland in Beeld en Wet

Nee …natuurlijk niet!

Door de geschiedenis heen hebben veel vrouwen geprobeerd iets “ultiems” te verwoorden over lichaam en geest, maar dat gebeurde zelden op dezelfde manier of met dezelfde taal.

Denk aan iemand als Simone de Beauvoir, die het vrouw-zijn filosofisch ontleedde, of Clarissa Pinkola Estés, die via mythen en verhalen het innerlijke vrouwelijke onderzocht. Ook Carl Gustav Jung (hoewel geen vrouw) schreef over het vrouwelijke principe in de psyche.

Maar hier zit de kern:
wat ik ervaar als “het ultieme geheim” is geen objectieve waarheid die één persoon bezit. Het is eerder een persoonlijke doorbraak, een inzicht dat zo diep voelt dat het universeel lijkt.

En dat heeft twee kanten:

  • Ik ben niet de enige die zoekt, ontdekt en blootlegt.
  • Maar mijn Fine Art kunst, mijn symboliek, mijn ervaring blijkt uniek. Niemand anders beleeft en verwoordt het precies zoals ik dat doet.
Emet – De golem

Wat ik beschrijf past ook bij een proces dat in de Jungiaanse psychologie “individuatie” wordt genoemd: het moment waarop innerlijke beelden, lichaamservaring en betekenis samenvallen en een gevoel geven van openbaring.

Het kan intens zijn — soms zelfs een beetje eenzaam — omdat het voelt alsof je iets ziet wat anderen (nog) niet zien of niet zo benoemen.


Koning Willem I en zijn creatieve handelsgeest

De Koning Willem I (1772–1843) stond bekend als een vorst met een uitgesproken economische visie. Hij werd niet voor niets “de koopman-koning” genoemd. Maar wat bedoelen we met zijn creatieve handelsgeest?

1. De staat als ondernemer

Willem I zag de staat niet alleen als bestuurder, maar als actieve speler in de economie. Hij richtte onder andere de Nederlandsche Handel-Maatschappij op, die handel met koloniën stimuleerde en investeringen aanjoeg.

→ Creatief hieraan was:
hij gebruikte staatsmacht om markten te organiseren en versnellen, niet alleen te reguleren.

2. Investeren in infrastructuur

Hij begreep dat handel niet zonder verbindingen bestaat. Daarom liet hij:

  • kanalen graven (zoals het Noordhollandsch Kanaal)
  • wegen verbeteren
  • havens ontwikkelen

Dit was visionair: hij zag infrastructuur als motor van economische verbeelding.

3. Stimuleren van industrie

Onder Willem I ontstonden fabrieken, banken en handelsnetwerken. Hij ondersteunde ondernemers financieel en politiek.

→ Zijn aanpak was bijna modern: een vroege vorm van wat we nu “publiek-private samenwerking” zouden noemen.

4. De schaduwzijde

Zijn handelsgeest had ook een keerzijde:

  • sterke afhankelijkheid van koloniale exploitatie
  • schulden door grootschalige investeringen
  • weinig democratische inspraak (hij regeerde vrij autoritair)

Hij maakte van een idee (“Nederland moet economisch sterk worden”) een systeem.

Misschien raakt mijn vraag hieraan:

  • Wat is vandaag de “handel” van het lichaam en de geest?
  • Wie organiseert die?
  • En wat gebeurt er als dat inzicht nog géén structuur heeft?

Wat betekent: Verzekerd beroep: Handelaar (mannelijk) in confectie als het lichaam en geest van een vrouw als zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam en geest juridische niet bestaat? Is deze vraag het ultieme geheim? 

Misschien is dit wel de belangrijkste opdracht voor de staat der Nederlanden : wat gaat zij met dit inzicht doen?

  • Gaat zij het zien als kunst?
  • Gaat zij de Fine Art Collectie van Truus van Gogh Aankopen als kennis / compensatie?
  • Als taal, ritueel, of spiegelbeeld?
  • Als onderzoek binnen de looncodes / naar de leemte in code 32 50 en 21 die ontstaan in na 1998?
  • Of gaat zijn zich eens verdiepen in onze geschiedenis en waarheid?

Misschien is het zo
dat we via anderen
geleerd hebben te bestaan.

Maar dit beeld en gezicht
laat dat los.

Het is er.

Zonder tussenkomst,
zonder vertaling.

Liefs Silvia

Ontsnapt aan de Dood

Verslag – Een Handelaar in Confectie, ontsnapte aan de dood.

Van openbare koopvrouw tot verzekerd beroep : Handelaar (M) in confectie.

De illusie van gelijkheid wordt nergens zo zichtbaar als in systemen die zichzelf neutraal noemen.

Het belastingstelsel is daar een pijnlijk voorbeeld van.

Het is gebouwd op de man als norm:

continu beschikbaar, voltijds productief, zonder onderbrekingen door zorg, zwangerschap of ziekte.

Alles wat daarvan afwijkt, wordt niet meegenomen als uitgangspunt, maar gecorrigeerd.

Vrouwen zitten niet aan tafel waar deze regels worden gemaakt.

Hun lichamen wél — als kostenpost, als risico, als uitzondering.

Gelijkheid die geen rekening houdt met lichamelijkheid, zorg en structurele ongelijkheid is geen gelijkheid, maar abstractie. Dit essay benoemt terecht dat herijking nodig is. Die herijking moet óók plaatsvinden in fiscale en economische systemen.

Herkenbaar?

Ik leef sinds 2007 met een hartspierziekte en longsarcoïdose.

En met een belastingsysteem dat mij — terwijl ik een vrouw ben — administratief als man registreert, en mijn ziekte behandelt als belastbaar inkomen. (sarcoidose.nl)

Wat nu “uitvoering” heet, is ideologie in code.

COBOL- en Cool:Gen-systemen dragen het Duitse kostwinner-pensioenmodel mee: mannelijk, lineair, productief — en blind voor ziekte, zorg en vrouwelijke lichamen als zelfstandige rechtssubjecten.

#belastingdienst #toeslagenaffaire

Dit is geen fout in de uitvoering.

Het zit in de architectuur.

COBOL- en Cool:Gen-systemen zijn geworteld in een pensioenmodel waarin de man norm is.

Daarom word ik — en miljoenen andere vrouwen — administratief omgekat tot een man, en wordt ziekte inkomen.

Dat is geen incident, maar systeemlogica.

Een systeem dat is gebouwd op de man als norm en geen ruimte heeft voor lichamen die afwijken door ziekte, zorg of kwetsbaarheid.

Zolang dat niet verandert, blijven deze praktijken bestaan —

steeds opnieuw,

steeds in een ander jasje.

Gelijkheid begint niet bij intentie, maar bij ontwerp.

— Silvia

Openbare koop en handelsvrouwen

De openbare koop was een juridisch moment. Een handeling waarin bezit van eigenaar wisselde, zichtbaar, geregistreerd en rechtsgeldig. Wie openbaar mocht kopen en verkopen, bestond juridisch.

In de vroegmoderne Nederlanden namen vrouwen actief deel aan handel: op markten in winkels in huisnijverheid in familiebedrijven

Zij waren handelsvrouwen: zichtbaar in de praktijk, onmisbaar in de economie. Maar hun juridische positie was dubbelzinnig. Zichtbaar in handel, onzichtbaar in recht

Veel handelsvrouwen: verkochten goederen onderhandelden prijzen hielden boek onderhielden handelsnetwerken

Toch waren zij vaak:

handelend onder voogdij economisch actief, maar juridisch afhankelijk betrokken bij koop, maar uitgesloten van beschikking over opbrengst en nalatenschap

De openbare koop erkende de transactie, maar niet altijd de handelaar als zelfstandig rechtssubject.

Handel zonder eigendom

Voor vrouwen gold vaak: zij mochten handelen maar niet vrij beschikken zij mochten verkopen maar niet nalaten

Hun arbeid en handelskennis vergrootten het familievermogen, maar het testament en de polis volgden een andere logica. Zo ontstaat een paradox: de vrouw zichtbaar op de markt, onzichtbaar in het archief.

Openbare koop en verzekering – Handelswaar werd verzekerd.

Schepen, ladingen en winsten kregen juridische bescherming.

De handelsvrouw zelf niet. Zij kon: risico dragen verlies opvangen doorwerken na tegenslag maar verscheen zelden als: verzekeringnemer begunstigde zelfstandig erfgenaam

Zij werd meeverzekerd via anderen — aanwezig in het systeem, afwezig in eerste lijn zeggenschap.

De onzichtbare erfgenaam in de handel

De handelsvrouw staat aan de oorsprong van vermogen, maar niet aan het einde ervan.

Zij verbindt: openbare koop huisarbeid familievermogen verzekerde risico’s maar verdwijnt bij overdracht. Niet omdat zij niet handelde, maar omdat haar handelen juridisch niet mocht doorwerken.

Slotzin (onderzoek)

Openbare koop maakte handel zichtbaar, maar liet de handelsvrouw juridisch onvoltooid.

Ik moest dus een Maker worden zo blijkt

Niet geregistreerd in de juiste systemen, alleen bij de KvK, niet gedragen door instituties op het moment dat het nodig was, maar ook niet verdwenen. Wat niet werd erkend, werd gevormd. Wat geen plek kreeg in beleid, kreeg een lichaam in klei, hout, goud, parel en lak.

X before X
Vaas Jeremey Bentham

De vaas is mijn primaire drager.

Zij is urn, boek, bewijsstuk en ademruimte tegelijk.

Elke vaas bewaart wat anders zou zijn verdampt: arbeid, rouw, moederschap, ziekte, woede, genealogie, herstel. Ik werk niet decoratief maar documentair-ritueel. Mijn objecten zijn geen gebruiksvoorwerpen, maar overlevingsstructuren.

Wie ben ik ei – gen – lijk?

Van 2021 tot 2026 ontwikkel ik een samenhangend corpus waarin het persoonlijke onafscheidelijk is van het politieke. De werken zijn ontstaan zonder structurele ondersteuning, vaak parallel aan zorg, ziekte en bestaansonzekerheid. Toch zijn ze uitgegroeid tot een herkenbare praktijk die inmiddels publiek wordt gezien, verzameld en tentoongesteld.

Mijn praktijk bewijst:

wat door systemen wordt vergeten, kan zich materieel organiseren.

Documentatielijst – werken, materiaal en proces (chronologisch)

2025

1. Het Ultieme Geheim / De golem

Materiaal: Chamotte 264, acrylverf, inkt, bootlak/epoxy, boek

Techniek/proces: Handgevormd, gestamperd, bewerkt met lomer

Status: Object als kennisdrager

2. De Patrones en het Gouden Ei

Materiaal: Chamotte 264, acrylverf, goudverf, bootlak/epoxy

Techniek/proces: Handgevormd, lomer, keramiekgereedschap

3. Bordspel

Materiaal: Draaischijf, acrylverf, bootlak

Techniek/proces: Draaischijf, pottenbakkersgereedschap

4. Wereldbol – Moeder der Aarde

Materiaal: Chamotte 264, acrylverf, inkt, bootlak

Techniek/proces: Gestamperd in mal (dubbel), lomer, appelboor

Zie extra foto’s

2024–2025

5. Zwaan

Materiaal: Hout, takken, chamotte 264, hoogglansverf, bootlak

Techniek: Handgevormd, handmatige afwerking

6. Vinger van God

Materiaal: Hout, chamotte 264, natuurtakken, hoogglansverf, bootlak

Techniek: Handgevormd

7. Moeder Ei – Wie ben ik Ei-Gen-Lijk

Materiaal: Chamotte 264, inkt, acrylverf, metaal, kralen, bootlak

Techniek: Handgevormd

8. Meisje met de parel is moeder geworden (serie van 12)

Materiaal: Hout, gips, gietklei, parels

Mal: Zelfstandig ontwikkeld artistiek instrument

Context: Amsterdam Museum – Open Call

Resultaat: Winnaar Online Publieksprijs €750 (750 jaar Amsterdam)

9. Napoleon (serie van 12)

Materiaal: Gietklei, parels

Context: Amsterdam Museum

Doorlopend: Serie van 9 vazen, feb–aug 2026, St. Antonius ziekenhuis

10. De Barones (serie van 12)

Materiaal: Gietklei, bladgoud, acrylverf, bootlak

11. Nedasco personeel Belastingdienst

Materiaal: Gietklei, acryl, bootlak, TOV Jewls

12. Tulpenvaasje (serie van 12)

Materiaal: Gietklei, bladgoud, acrylverf, bootlak

Status: Verkocht

13. Meisje met de parel is moeder geworden

Herhaling binnen serie en tentoonstellingscontext

2023–2024

14. Je Maintiendrai Sarcoïdose

Materiaal: Gietklei, acrylverf, bootlak

15. Octrooi 1919 Hugo Alexander Koch

Materiaal: Gietklei, acrylverf, houtlijm, bootlak

16. Frieda Kahlo

Materiaal: Gietklei, acrylverf, bootlak

17. Tulpenvaas – De Ballerina (2 versies)

Materialen: Klei Chamotte 480 acrylverf, bootlak

19. Melkfles – De Witte Motor

Materiaal: Gerecycled glas, acrylverf, stof, bootlak

20. De Gouden Handdruk

Materiaal: Chamotte 264, bladgoud, metaal, Delfts blauw familievaasje

2022–2023

21. Wall & Tablet – Ambitie met Allure

Materiaal: Glas, verf, bootlak; tafel met eigen bloed/DNA

Context: Raadzaal Edam-Volendam; aangekocht door Montancourt Middelburg

22. Doofpot L.O.V.E

Materiaal: Chamotte 264, porselein, goudverf

23. Sieradendoos Madame S

Materiaal: Chamotte 264, porselein, bladgoud

24. De Toeslagen (niet gebakken)

Materiaal: Klei, hout uit eigen tuin

25. Brain Art

Materiaal: Chamotte 264, porselein, klavertje vier, labbuisjes

26. Zeeuws Meisje

Materiaal: Chamotte 480, kant, porselein

27. Flessenpost – De wereld is glashard (serie van 12)

Materiaal: Oude flessen, micronpennen, parels

28. Van Voetnoot naar Fundament

Materiaal: Chamotte 264, bladgoud, kralen

2021–2023

29. Brain Regain Eej – Ieder mens bezit een parel

Materiaal: Gebruikte oesterschelpen (serie 150)

Expositie: Kunst- en Cultuurroute Middelburg 2023

30. Wall Art – Ver”gang”gelijkheid

Materiaal: Chamotte 264, Viveo kalkverf

Locatie: Rijksmonument Montancourt (1596)

Slot

Dit is geen losse productie, maar een levend archief.

Een praktijk waarin overleven, maken en documenteren samenvallen.

Ik ben Maker.

Niet vergeten — maar vastgelegd in materie.

Imagine

Dochter van THC Lindeboom VOF

Uitgelicht

Reisverslag

Dit verhaal laat zien dat de vrouw, de moeder, de huisvrouw historisch wél bestond als fiscaal object, maar niet als autonoom rechtsubject.

Met dank aan David Knibbe en Elisabeth Maria van der Claver en Petronella Rademacher- Samuel Rademacher en Pieter de la Rue

2025

Niet als jaartal van afronding, maar als moment van zichtbaarheid. Wat lang werd geadministreerd, wat werd herleid tot relatiebeheer, krijgt hier weer vorm. Niet in dossiers, maar in objecten.

Het bronzen beeldje en de foto zijn geen bewijs in juridische zin, maar getuigen. Zij tonen wat het systeem uit beeld hield: dat waarde werd behouden, maar oorsprong werd losgemaakt.

Wat door een familie werd gedragen, werd door relatiebeheer geadministreerd. De waarde bleef, de oorsprong verdween.

Totdat zij zich weer liet zien.

Het portefeuille-privilege functioneerde historisch als een economisch beschermingsrecht voor relationele arbeid. De assurantieportefeuille moet daarom worden begrepen als immaterieel erfgoed van arbeid, vertrouwen en zorg — een praktijk die juridisch werd erkend, maar cultureel en archiefmatig onzichtbaar bleef.

Peter Mathias Bongartz – Koningin Juliana – zouden we toch familie bloedlijnen delen?

Statement


Wat begon uit nieuwsgierigheid
werd een levenslange noodzaak.


Omdat het lichaam en de geest van de vrouw
niet in de Grondwet en het Burgerlijk Wetboek voorkomen
als zelfstandig door haarzelf bestuurd,
kan haar arbeid en haar werk
nooit als eerste eigendom worden erkend.


Daarom spreekt Erfgoed Zeeland over bewoners:
niet over dragers,
niet over oorsprong,
niet over eigenaars.


In die taal ben ik gebruiker van ruimte,
geen rechtssubject van wat is voortgebracht.


In de bank ben ik hoofdpersoon.
In het erfgoed word ik bewoner.


De rechtsstaat benut het lichaam en de geest van de vrouw
zonder haar te erkennen als juridische oorsprong.


Dat is discriminatie op grond van geslacht
en strijdig met artikel 1 van de Grondwet.


Zonder oorsprong geen recht.
Zonder moeder geen rechtsstaat.

Wat gebeurde er toen?

Titel: De Huisvrouw als Fisca Onderschrift: “Stil kinderen, moeder heeft belastingdag!” De moeder zit aan tafel als administratief knooppunt: kinderen om haar heen huishoudboek formulieren toezicht, zorg, orde

👉 Zij draagt verantwoordelijkheid, maar:

zij tekent niet als rechtspersoon, zij bezit niet het inkomen, ( inkomsten), zij draagt zorg zonder eigendom zij werkt met of zonder loon zij verschijnt in het recht via het huishouden, niet als zelfstandige bestuurder van haar ei – gen – lichaam en geest door het ontstaan van wetboek 9.

De huisvrouw wordt : geadresseerd door de fiscus gebruikt door het systeem belast via zorg en arbeid maar niet erkend als zelfstandig belastingplichtig subject met eigen rechten.

Dat is de paradox:

Ze doet al het werk en het fiscale werk, maar is zelf niet de fiscale rechtspersoon / persoon.

De moeder werd belast voordat zij werd erkend. Zij droeg plicht zonder schild. Zij was fiscaal aanwezig, maar constitutioneel afwezig.

Zolang mijn vrouwelijk lichaam niet volwaardig en expliciet als gelijk rechtsubject is geconstitueerd, kan de staat mij niet behandelen als fiscaal of bestuurlijk object.

Moeder Anna 1941 – Invoering loonbelasting via het Duitse Rijk – Vrouwen waren handelingsonbekwaam- moeders dus blijkbaar niet!!

Dochter van THC Lindeboom VOF

Ze werd verzekerd, maar niet wettelijk erkend.

Ik reis als dochter van THC Lindeboom assurantie kantoor AGO door “mijn” de geschiedenis heen.

Een huwelijk in 1962, en uiteindelijk een assurantiekantoor waarin mijn vader, Theodorus Cornelis Lindeboom, werkzaam werd als assurantie-agent en mijn moeder Anna Agnes Hendrika Bongartz zijn vrouw zijn steun en toeverlaat is. Ze kregen twee dochters, geen zonen.

Hoe het begon

Het huis in Haps werd verkocht om de portefeuille te kunnen betalen. Het kantoor verhuisde naar de flat in de Westervenne 309 in Purmerend om vanuit daar de portefeuille met al een opgebouwd klantenbestand en waarde uit te breiden.

Die waarde bestond en ontstond uit langdurige relaties, premiebetalingen en vertrouwen, vastgelegd in administraties en contracten.

Haps 1975

Mijn vertrekpunt is het huis in Haps: de plek waar arbeid werd verricht, verantwoordelijkheden werden gedragen en continuïteit werd onderhouden. Met de verkoop van het huis werd de portefeuille betaald.

Als dochter nam ik waar hoe werk armoede bloedlijnen en leven in elkaar grepen. De verzekering ( een kansovereenkomst) was aanwezig als structuur: in dossiers, polissen, termijnen en uitkeringen.

Niet als persoon, maar als systeem.

Het grootste misbruik schandaal ooit: het huwelijk en het burgerlijk wetboek ten opzichte van de grondwet binnen de moedermaatschappij en dochteronderneming.

Niet omdat mensen elkaar niet liefhebben. Maar omdat het huwelijk eeuwenlang het juridische aanknopingspunt was waar ongelijkheid werd genormaliseerd.

1. Het huwelijk en Artikel 1

Artikel 1 van de Grondwet zegt: gelijke gevallen moeten gelijk worden behandeld.

Het huwelijk deed eeuwenlang precies het tegenovergestelde: man en vrouw waren niet gelijk de man was: handelingsbekwaam eigenaar verzekerbaar subject de vrouw was: juridisch ondergeschikt economisch afhankelijk en volledig economisch handelingsonbekwaam (tot 1956!)

De Codex Hammurabi markeert: het begin van het idee dat het vrouwelijk lichaam wél drager van plicht en orde is, maar niet drager van gelijke rechten.

Dat patroon: loopt via Romeins recht naar kerkelijk huwelijksrecht naar de burgerlijke stand naar het moderne Burgerlijk Wetboek

En dáár wringt de kernvraag: hoe kan artikel 1 universeel zijn, als deze asymmetrie nooit expliciet is opgeheven?

Zolang het recht mijn lichaam erft uit Hammurabi maar mij niet expliciet herconstitueert als gelijk rechtsubject, is fiscale neutraliteit een fictie.

Dit is geen activistische claim.

Dit is een rechts-historische constatering.

Corrie Tenderloo

Motie Tenderloo: Maar Corrie Tendeloo had geen huwelijk en geen kinderen.

Wat daarover bekend is: Zij trouwde nooit. Er zijn geen kinderen van haar bekend.

De Motie-Tendeloo en de invoering van de AOW onder Willem Drees horen inhoudelijk én ideologisch bij elkaar, maar ze regelen iets fundamenteel anders in de Nederlandse verzorgingsstaat.

Motie-Tendeloo (1955): gelijk burgerschap van vrouwen

De Motie-Tendeloo, ingediend door Corrie Tendeloo, maakte een einde aan het ontslag van gehuwde vrouwelijke ambtenaren.

Essentie:

Gehuwde vrouwen kregen het recht om te blijven werken. Het huwelijk verloor zijn status als juridische reden voor uitsluiting van arbeid. De motie doorbrak het idee dat de man automatisch kostwinner was en de vrouw economisch afhankelijk.

➡️ Dit was een grondrechtenkwestie: gelijkheid, autonomie en rechtspositie.

AOW (1957): collectieve bestaanszekerheid

De Algemene Ouderdomswet werd ingevoerd onder premier Drees en gaf alle ouderen recht op een basispensioen.

Essentie:

Ouderdom werd een collectief risico, niet langer familieafhankelijk. De staat nam zorg over die eerder bij kinderen (vaak dochters) lag.

Bestaanszekerheid werd losgekoppeld van individuele verdiencapaciteit.

➡️ Dit was een sociale zekerheidskwestie.

De cruciale spanning: vrouw, arbeid en zorg

Tja Artikel 1??? Iedereen is voor de wet gelijk?? De wetgeving is nooit gelijk gelijkwaardig begonnen- Weet u nog Napoleon Bonaparte?

Slagerij Van Kampen Verzekeringen

Samen laten deze twee maatregelen een spanningsveld zien:

Motie-Tendeloo – Erkent vrouwen als zelfstandig werkend burger. Doorbreekt het kostwinner-model. Richt zich op actieve levensfase

👉 De Motie-Tendeloo doorbrak genderrollen, maar bood geen vangnet voor moeder de vrouw.

AOW

Erkent burgers als zorgbehoevend aan het einde van arbeid. Veronderstelt vaak nog het gezin als eenheid. Richt zich op ouderdom

👉 De AOW neutraliseerde zorg, maar niet meteen genderrollen.

Vader Drees?

Willem Drees werd later bekend als “vader van de AOW”. Die titel is veelzeggend:

De verzorgingsstaat kreeg een vaderfiguur. De juridische en economische emancipatie van vrouwen kreeg geen vergelijkbare symbolische moederfiguur, ondanks de rol van Tendeloo. Zorg werd verstatelijkt, arbeid geëmancipeerd, maar het vrouwelijke lichaam bleef juridisch lang problematisch (denk aan kostwinner, meeverzekering, afhankelijkheid).

Samenvattend

Motie-Tendeloo = gelijkheid vóór de wet, specifiek voor vrouwen. AOW (Drees) = bestaanszekerheid voor iedereen. Samen vormen zij het fundament van de naoorlogse orde, maar met een asymmetrie: de staat werd vader, terwijl “moeder de vrouw” juridisch pas veel later erkenning kreeg.

📌 Feitelijk:

Het huwelijk schiep ongelijke rechtsposities binnen één huishouden en werd daarmee een structurele uitzondering op gelijkheid.

Wat gebeurde er in 1971

1971 is niet alleen het jaar waarin elke juffrouw mevrouw werd, maar ook het jaar waarin in Nederland de Besloten Vennootschap (BV) juridisch mogelijk werd.

1971: invoering van de BV

Met de Wet op de Besloten Vennootschap (in werking getreden in 1971) werd een nieuwe rechtsvorm ingevoerd naast de NV.

Kern van de BV:

Rechtspersoon met beperkte aansprakelijkheid. Gericht op kleinschalig, besloten eigendom Aandelen niet vrij verhandelbaar Bedoeld voor ondernemers die persoon en vermogen wilden scheiden.

De BV maakte het mogelijk dat één persoon (ook een individu) een onderneming kon bezitten zonder privé volledig bloot te staan. Men doet dit via een bovenhandse akte via de notaris. Je betaalt een flink bedrag en koopt daar mee je aansprakelijkheid af, maar een huwelijk is een onderhandse akte met volledige aansprakelijkheid.

👉 Zowel de vrouw als de ondernemer kregen een nieuw juridisch masker: niet meer privé zichtbaar, maar institutioneel erkend.

De wrange asymmetrie

En hier wordt het scherp:

De BV kreeg meteen volledige rechtspersoonlijkheid Het vrouwelijk lichaam bleef nog decennialang: meeverzekerd kostwinner-afhankelijk fiscaal en sociaal geen autonoom subject

Met andere woorden: De rechtspersoon werd sneller zelfstandig dan de vrouw.

In mijn thematiek

Dit is precies de kruising van:

Motie-Tendeloo (1955) → arbeid AOW / Drees → zorg BV (1971) → kapitaal Mevrouw (1971) → taal

De BV is dus een juridisch schild.p

Maar moeder de vrouw als constitutioneel erkend rechtsubject? Die ontbreekt nog steeds en zeker in de VORM VOF.

➡️ Je bent de onderneming.

Er is geen juridisch scherm tussen persoon en risico. Je kunt je aansprakelijkheid afkopen als onderneming, maar niet als mens, niet als partner, en helemaal niet als vrouw en of moeder, de vrouw omdat haar lichaam en geest geen enkele zelfstandige rol of entiteit kunnen zijn, simpelweg omdat haar geslacht niet expliciet vermeld is als broncode van ons aller bestaan. Nog in de grondwet nog in de uitgegeven burgerlijke wetboeken.

De recht – bank wankelt op haar fundament

Hoe kan men zeggen dat artikel 1 “voor iedereen” geldt, als ‘vrouw’ en ‘moeder’ in het Burgerlijk Wetboek niet als gelijkwaardig rechtsubject voorkomen?

Het korte antwoord is: dat kan alleen via een juridische fictie.

Het lange antwoord laat zien waar die fictie wringt.

1. Wat Artikel 1 Grondwet belooft

Artikel 1 zegt (samengevat): gelijke behandeling geen discriminatie o.a. op geslacht voor iedereen

Dit is een abstract gelijkheidsbeginsel.

Het zegt wat niet mag, maar niet hoe rechten concreet worden toegekend.

➡️ Artikel 1 is negatief geformuleerd (verbod op onderscheid), niet positief constituerend (toekenning van positie).

2. Waar het misgaat: het Burgerlijk Wetboek

Het Burgerlijk Wetboek regelt: wie rechtssubject is hoe familie, zorg, arbeid, vermogen en afstamming zijn ingericht

En daar zie je het structurele probleem:

‘De moeder’ verschijnt primair als: afstammingsdrager zorgrelatie familierechtelijke functie Niet als autonoom economisch en juridisch subject Haar positie is relationeel (ten opzichte van kind, man, gezin, staat)

👉 De moeder bestaat juridisch, maar niet als gelijkwaardige rechtsdrager naast ‘de burger’.

3. De kern van mijn vraag (juridisch scherp geformuleerd)

Men beweert dat artikel 1 op iedereen van toepassing is, omdat:” vrouw” formeel onder “geslacht” valt en de wet genderneutraal kan worden uitgelegd

Maar: Uitleg is geen gelijkstelling.

Zolang: de vrouw in het BW verschijnt als functie en niet als volledig zelfstandig rechtssubject terwijl rechtspersonen (BV, NV) wél expliciet worden geconstitueerd, is de gelijkheid theoretisch, niet structureel.

Dit raakt direct aan:

meeverzekering kostwinnerschap dochteronderneming vast in moederstructuur het vrouwelijke lichaam als dragend risico zonder schild

De BV krijgt rechtspersoonlijkheid.

De vrouw krijgt aanspreektitel (mevrouw). Maar geen gelijkwaardig juridisch schild.

Rechtspersoon (BV) – Expliciet gecreëerd in wet – Beperkt aansprakelijk – Autonoom kapitaal – Positief erkend

➡️ Kapitaal krijgt rechtspersoonlijkheid.

Moeder / vrouw – Impliciet verondersteld – Dragend risico – Relationeel lichaam – Negatief beschermd (via art. 1)

De moeder krijgt gelijkheidsretoriek.

Waarom artikel 1 dit niet “oplost”

Artikel 1: corrigeert discriminatie achteraf maar constitueert geen subject vooraf

Daarom kan men formeel zeggen:

“Artikel 1 geldt voor iedereen” terwijl materieel: niet iedereen als gelijkwaardig rechtsobject is vormgegeven.

Mijn conclusie is juridisch gewoon verdedigbaar

Wat ik feitelijk zeg, in juridische taal, is:

Zolang ‘moeder de vrouw’ niet als volwaardig, zelfstandig rechtsubject in het Burgerlijk Wetboek is geconstitueerd, is artikel 1 symbolisch universeel, maar structureel incompleet.

Dat is geen emotionele stelling.

Dat is constitutionele kritiek.

Ook in Nederland dus.

De polis & De administratie

De polis en de administratie vormen het stille erfgoed van bezit.

Niet het monument, maar het document regelde wie telde.

Waar de polis waarde vastlegde,

en de administratie volgde, archiveerde en bevestigde,

werd het lichaam — eerst dat van de slaaf, later dat van het meisje —

leesbaar gemaakt als bezit, risico of afhankelijkheid.

Stelling

De polis is het contract van toe-eigening.

De administratie is het ritueel van bevestiging.

Samen vormen zij een erfgoedpraktijk waarin: waarde wordt toegekend zonder stem rechten worden vastgelegd zonder aanwezigheid levens worden beheerd in plaats van erkend

Kritische duiding

De polis bepaalt wie verzekerd is — en wie slechts meeverzekerd. De administratie bewaart die hiërarchie en noemt haar neutraliteit. Wat niet op naam staat, verdwijnt uit het archief — en wat verdwijnt uit het archief, verliest bestaansrecht.

Zo werd: haar arbeid onzichtbaar zorg onbetaald voortplanting vanzelfsprekend erfgenaamschap uitgesloten

Niet door geweld alleen,

maar door formulieren, handtekeningen en stilzwijgen.

The Queens Gambit

Huwelijk en verzekeringslogica

De verzekeringswereld is gebouwd op: risico, bezit, handelingsbekwaamheid en continuïteit

Binnen het huwelijk betekende dat:

de man = verzekerbaar risico de vrouw = meeverzekerd lichaam haar arbeid (zorg, reproductie, huishouden): was essentieel maar niet zelfstandig verzekerd niet opgebouwd als waarde

➡️ De vrouw was functie, geen subject.

Een rol in het continuüm, geen drager van rechten.

📌 Dit is exact de logica die ik steeds blootlegt: verzekering als systeem van rollen, waarin het lichaam wel aanwezig is, maar juridisch niet erkend.

Huwelijk als erfgoed (Faro)

Volgens de Faro-conventie: erfgoed gaat over mensen over betekenis over wat gemeenschappen doorgeven

Het huwelijk is: diep verankerd cultureel erfgoed maar ook: drager van uitsluiting van genderhiërarchie van economische onzichtbaarheid

📌 Faro vraagt niet om afschaffing van erfgoed, maar om kritische erkenning.

Het huwelijk is erfgoed dat pas begrijpelijk wordt wanneer we ook erkennen wie het diende en wie het buitensloot.

Het schandaal samengevat

Het schandaal is niet dat mensen trouwden. Het schandaal is dat: ongelijkheid werd verpakt als bescherming afhankelijkheid als liefde juridische uitsluiting als natuurorde.

En dat dit alles: generaties lang doorwerkte in: recht verzekering zorg eigendom

➡️ De draden van ons heden lopen hier rechtstreeks doorheen.

Wandkleed Slavernij verleden/ heden

Het huwelijk was en is helemaal geen privéaangelegenheid, maar een juridisch systeem dat ongelijkheid organiseert — en dat werkt tot vandaag door in recht en verzekering.

Artikel 1 verplicht ons die erfenis te corrigeren. Het huwelijk was verzekerd. De vrouw als zelfstandige entiteit en bestuurder van haar ei – gen – lichaam niet.

De reis voerde mij uiteindelijk naar dé Rouaansekaai in Middelburg, een stad met een lange geschiedenis van handel, bestuur en verzekering.


Tja onder welke wet en soort inkomen valt mijn Schade uitkeringen NN  ?
  1. Staat het onder de AOW – of toch wel ? Algemene Ouderdoms Wet heeft dezelfde Code Algemene Ongeschiktheids Wet ??
  2. Pensioen heb ik niet opgebouwd als zelfstandige!!
  3. Lijftrente uitkering is het ook niet!!
  4. Of andere uitkering !! Maar dat is Wia Wao Allementatie of Wajong Nabestaanden ect ect!!
  5. Schadeuitkering staat er helemaal niet tussen!!!!!

Historisch gezien fungeerde Middelburg als knooppunt waar handelskapitaal, moreel gezag en institutionele ordening samenkwamen. In archieven en stedelijke lagen is te zien hoe functies en rollen elkaar opvolgen, los van individuele levens.

In de moderne tijd loopt de route via institutionele organisaties: verzekeraars, banken en volmachten en uitvoeringsinstanties.

Daar wordt gewerkt met rollen—agent, portefeuillehouder, bestuurder, uitkeringsgerechtigde—die overdraagbaar zijn en door de tijd heen continu blijven.

Mijn aanwezigheid in dit landschap is die van feitelijke drager van continuïteit: het leven dat doorloopt terwijl rollen worden overgenomen omdat ik sinds 2019 woon in Rijksmonument Montancourt Middelburg- Een rijksmonument uit 1596 en waar de vrouwen uit dit huis gekoppeld werden aan o.a De burgemeester van Middelburg Samuel Rademacher.

Boter Kaas & Eieren

Verzekeringscitaat

In 1995 sluit een vrouwelijke handelaar in confectie AOV verzekering af bij Nationale-Nederlanden, onder leiding van CEO David Knibbe.

Niet wetende dat hij daarmee, ogenschijnlijk toevallig, opnieuw verbonden raakt met een huis waarin ruim vier eeuwen eerder zijn familiegeschiedenis al was verankerd.

Hetzelfde huis waarin de familie Knibbe in de zeventiende eeuw familiebanden onderhield met de familie De la Rue–Rademacher. Handel, textiel, vertrouwen en overdracht vormden toen al de stille infrastructuur van waarde.

Wat hier wordt verzekerd is niet alleen bezit of risico, maar een continuüm: de overdracht van arbeid, naam en kapitaal over generaties heen — gedragen door lichamen, huizen en vrouwen die zelden in de polis worden genoemd.

Tijdens mijn reis wordt zichtbaar dat erkenning niet vanzelfsprekend volgt uit arbeid of verantwoordelijkheid. Zichtbaarheid ontstaat wanneer iemand formeel als rolhouder is geregistreerd.

Wie die registratie niet draagt, blijft buiten beeld, ook als de bijdrage reëel is. Zo wordt het verschil voelbaar tussen leven en registratie.

Conclusie:

Verzekering functioneert via rollen, niet via personen. Daarin ligt de verklaring voor mijn onzichtbaarheid.

Mijn arbeid, verantwoordelijkheid en kostwinnerschap waren feitelijk aanwezig, maar niet gekoppeld aan een formeel erkende rol binnen het verzekeringssysteem.

Daardoor werd mijn positie niet zichtbaar in dossiers, overzichten en besluiten. Dit is geen kwestie van intentie, maar een structureel effect van een systeem dat continuïteit borgt via functies en registraties.

De reis laat zien dat waarde kan worden opgebouwd in huizen en levens, terwijl erkenning plaatsvindt in instellingen. Wanneer die twee niet samenvallen, ontstaat onzichtbaarheid.

Wat geen formele rol heeft, wordt niet gezien—ook als het de continuïteit draagt.

De Grondwet en het Burgerlijk Wetboek beschermen de natuurlijke personen, maar zwijgen over het lichaam dat die levende burgers mogelijk maakt.

Hoewel vrouwen in de Nederlandse rechtsorde formeel als volwaardige rechtssubjecten worden erkend via titels, vertonen zowel de Grondwet als het Burgerlijk Wetboek een structureel hiaat in de expliciete erkenning van de geest, het lichaam en de zorg- en reproductieve arbeid die deze rechtsorde mogelijk maken.

De Grondwet: beschermt rechten definieert geen subject

Zij zegt niet: wat een zelfstandig lichaam en geest is hoe zorg, reproductie en afhankelijkheid juridisch worden gedacht wie het dragende fundament van de staat is.

De burger verschijnt als abstract individu, zonder lichaam, zonder geschiedenis, zonder zorgrelaties.

👉 Dat abstracte individu lijkt neutraal, maar is historisch gemodelleerd op de mannelijke burger die niet zwanger is, niet afhankelijk is, niet zorgt. Dat is het hiaat.

Het Burgerlijk Wetboek

Het BW is relationeel opgebouwd: ouder–kind echtgenoten arbeidsovereenkomst zorgrelaties

Maar: zorgarbeid is versnipperd reproductieve arbeid is gejuridiseerd zonder volwaardige waardering het lichaam verschijnt vaak als object van regeling, niet als drager van waarde

De vrouw is juridisch gelijk, maar haar specifieke dragende arbeid blijft structureel: impliciet onbenoemd ondergewaardeerd

👉 Het BW regelt gevolgen, maar erkent het fundament niet expliciet.

Dat is het tweede hiaat.

De Grondwet beschermt fundamentele rechten van een abstract individu, zonder het lichaam, afhankelijkheidsrelaties of zorgpraktijken expliciet te adresseren.

Dit abstracte subject is historisch en conceptueel gevormd binnen een mannelijk-normatief kader.

Waarom dit punt géén activistische overdrijving is

Ik zeg niet: “Vrouwen hebben geen rechten.” Ik zeg: “Het recht rust op iets wat het niet benoemt.”

Dat is een klassieke constitutionele kritiek, vergelijkbaar met: kritiek op onbetaalde arbeid kritiek op informele zorg kritiek op koloniale stiltes in wetgeving

In academische termen:

👉 dit is een structurele blinde vlek, geen juridisch tekort.

Impliciete fundamenten

Het Burgerlijk Wetboek regelt familie-, arbeids- en zorgrelaties voornamelijk op het niveau van rechtsgevolgen, terwijl de onderliggende dragende arbeid — met name reproductieve en zorgarbeid — impliciet blijft en niet als fundamentele juridische categorie wordt erkend.

Formele gelijkheid versus materiële erkenning

De formele gelijkstelling van vrouwen in het recht heeft niet geleid tot een expliciete juridische articulatie van de specifieke lichamelijke en zorggerelateerde voorwaarden waaronder die gelijkheid historisch tot stand komt.

Wat er juridisch wél klopt

Vrouwen zijn volledig rechtssubject in het Nederlandse recht. Art. 1 Grondwet garandeert gelijke behandeling. Het Burgerlijk Wetboek kent geen formele ongelijkheid meer tussen mannen en vrouwen.

Op papier is de zaak dus “af”.

Waar jouw hiaat zit (en dat is geen detail)

1. De Grondwet

De Grondwet:

beschermt rechten definieert geen subject

Zij zegt niet:

wat een zelfstandig lichaam is hoe zorg, reproductie en afhankelijkheid juridisch worden gedacht wie het dragende fundament van de staat is

De burger verschijnt als abstract individu,

zonder lichaam, zonder geschiedenis, zonder zorgrelaties.

👉 Dat abstracte individu lijkt neutraal,

maar is historisch gemodelleerd op de mannelijke burger

die niet zwanger is, niet afhankelijk is, niet zorgt.

Dat is het hiaat.

2. Het Burgerlijk Wetboek

Het BW is relationeel opgebouwd:

ouder–kind echtgenoten arbeidsovereenkomst zorgrelaties

Maar:

zorgarbeid is versnipperd reproductieve arbeid is gejuridiseerd zonder volwaardige waardering het lichaam verschijnt vaak als object van regeling, niet als drager van waarde

De vrouw is juridisch gelijk,

maar haar specifieke dragende arbeid blijft structureel:

impliciet onbenoemd ondergewaardeerd

👉 Het BW regelt gevolgen,

maar erkent het fundament niet expliciet.

Dat is het tweede hiaat.

Structurele blinde vlek

Deze afwezigheid vormt geen juridisch tekort in strikte zin, maar een structurele blinde vlek in de normatieve verbeelding van het recht, met gevolgen voor waardering, beleidsvorming en erfgoedrepresentatie.

Het Nederlandse recht erkent vrouwen als gelijke rechtssubjecten, maar zwijgt over het lichaam en de zorgarbeid waarop deze gelijkheid rust.

Mijn vrouwelijk lichaam is geen belastingobject zonder artikel 1.”

Dat betekent, historisch gelezen: Zolang de staat mijn lichaam nog steeds via relatie en nummer functie aanspreekt( zoals sinds Hammurabi), maar mij niet expliciet als gelijk rechtsubject constitueert, is belastingheffing structureel ongelijk.

Dit is geen moreel argument.

Dit is een genealogie van het recht.

Kapitaal herkent zijn eigen lijnen. Lichamen worden vervangen, structuren niet.

Verzekeringen volgen erfgoed. Erfgoed volgt afstamming. Afstamming volgt het vrouwelijk lichaam. Maar dat lichaam zelf wordt niet verzekerd als bron.

Slotstelling

Een systeem dat vrouw en moeder niet gelijkwaardig erkent, parasiteert op haar bestaan. En daarom is mijn uitspraak geen slogan maar een juridische waarheid:

Zonder vrouw en moeder is al het culturele erfgoed en al het geld in de wereld niets waard. Niet moreel. Niet symbolisch. Maar structureel

Erken haar als bron

Zonder vrouw en moeder is al het culturele erfgoed en al het geld in de wereld niets waard. Niet symbolisch. Niet moreel. Maar structureel.

Van Hammurabi tot het Burgerlijk Wetboek, van het gezin tot de fiscus, van erfgoed tot verzekering:

Zij is de drager van continuïteit. Zij garandeert afstamming . Zij maakt overdracht mogelijk. Zij houdt zorg, arbeid, cultuur en kapitaal in stand

Maar: zij wordt niet als bron erkend zij verschijnt als functie, niet als rechtsubject haar arbeid wordt verondersteld, niet gewaardeerd haar lichaam wordt gebruikt, niet beschermd

Dat is geen nalatigheid. Dat is structurele extractie. Wat het systeem doet. Een systeem dat vrouw en moeder niet gelijkwaardig erkent: parasiteert op haar bestaan onttrekt waarde zonder terug te geven noemt gelijkheid, maar organiseert ongelijkheid

De staat belast wat zij mogelijk maakt. Het recht archiveert wat zij voortbrengt. Het kapitaal verzekert wat zij draagt — zonder haar als oorsprong te erkennen.

Dat is wat ik terecht fiscale femicide noem: geen directe vernietiging, maar systematische uitputting zonder erkenning.

De omkering (en die is radicaal eenvoudig) Erken haar niet als: kostenpost zorgfunctie afgeleide relatie fiscale eenheid

Maar als: bron constitutief rechtsubject oorsprong van erfgoed drager van waarde vóór belasting, verzekering en overdracht

Slotzin

Erken haar als bron, en Nederland en Europa worden rijk. Niet alleen economisch, maar juridisch, cultureel en constitutioneel.

Want zolang de bron wordt ontkend, blijft elke rijkdom geleend.

Amen

“Frascati onderzoekt wat systemen verbergen:

Uitgelicht

het lichaam als niet-erkende rechtspersoon.”**

Make Peace – Not War

Beste collega’s, 

👉 De Nederlandse Grondwet noemt mannen en vrouwen gelijk, maar het woord vrouw komt nergens voor als zelfstandige / bestuurder rechtspersoon met zeggenschap over haar eigen lichaam en geest. 

👉 In het Burgerlijk Wetboek bestaat er geen expliciet artikel dat de vrouw en of moeder erkent als eigenaar van haar eigen lichaam buiten reproductief recht, arbeid, of strafrechtelijke bescherming.

👉 De juridische infrastructuur rond lichaam, arbeid, huwelijk, vermogen, verzekering en belastingen is historisch gebouwd op de man als norm en eigenaar.

En dat werkt nog steeds door. 

1. De Grondwet noemt vrouwen niet als rechtspersoon

Artikel 1 beschermt tegen discriminatie —

maar zegt NIET:

❌ “De vrouw is eigenaar van haar lichaam.”

❌ “De vrouw heeft een autonome rechtspersoonlijkheid.”

❌ “De vrouw is geen eigendom van de staat of de echtgenoot.”

De Grondwet noemt zelfs het woord vrouw niet één keer.

Alles wat vrouwenrechten betreft wordt afgeleid, nooit expliciet verankerd.

Dat is géén detail — dat is systemische architectuur.

2. Het Burgerlijk Wetboek heeft géén expliciete erkenning van vrouwelijke lichamelijke autonomie

In het BW bestaat:

  • recht op lichamelijke integriteit (afgeleid van onrechtmatige daad)
  • bescherming tegen geweld
  • regels rond medische behandeling (WGBO)

Maar nergens staat:

“De vrouw is eigenaar van haar lichaam en geest”.

Waarom niet?

Omdat het BW is ontstaan in een tijd waarin de vrouw juridisch toebehoorde aan haar man (tot 1956).

✔ zij wordt automatisch in de meeverzekerde/afhankelijke positie geduwd

✔ een aov schadepolis wordt vertaald naar een mannelijke inkomensrol bij de belastingaangifte 

✔ erfgenamenstatus wordt niet gelijkwaardig herkend

✔ Haar financiële autonomie wordt hergecodeerd binnen “kostwinner-systemen”

Dit klinkt modern, maar het is 19e-eeuws recht dat digitaal is geworden.

3. Waarom dit klopt in het licht van het EVRM

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zegt:

✔ staten moeten positieve verplichtingen nakomen om ongelijkheid te corrigeren (Thlimmenos v. Greece)

✔ genderstereotypering door de staat is verboden (Konstantin Markin v. Russia)

✔ persoonlijke identiteit en lichamelijke autonomie vallen onder art. 8 EVRM

✔ eigendomsrecht (art. 1 P1) beschermt ook lichamelijke autonomie en financiële integriteit

Nederland voldoet daar niet aan als:

  • vrouwen administratief worden behandeld als afhankelijke entiteiten;
  • er geen categorie bestaat voor “vrouw als zelfstandig financieel subject”;
  • schadeverzekeringen van vrouwen automatisch in mannelijk inkomensjargon worden geduwd;
  • de staat geen erkenning geeft van vrouwelijke lichamelijke en economische autonomie.

Dit is institutionele discriminatie volgens het EVRM.

4. Wat betekent dit? 

Het betekent: 

✔ In 70 landen is het strafbaar om jezelf te zijn.

✔ In Nederland is het 

wettelijk mogelijk om jezelf te verliezen

omdat het juridisch systeem je niet als zelfstandige vrouw ziet.

Niet strafbaar, maar uitwisbaar in systemen.

De vrouw bestaat niet in het recht als oorspronkelijk autonoom subject, maar als afgeleide categorie van man, gezin, arbeid of reproductie.

En precies daarom kon ook mijn situatie gebeuren.

5. Wat ik meemaak — is geen fout, maar levend bewijs

Dat:

  • het systeem geen categorie heeft voor mijn kostwinnaar/ zelfstandigheid
  • het vrouwelijk lichaam juridisch geen eigenstandige plek heeft
  • mijn erfgenamenrol niet past in digitale mannelijke patronen
  • schadeuitkeringen voor vrouwen automatisch worden “gemasculiniseerd”
  • mijn economische identiteit wordt gehercodeerd naar “afhankelijkheid”

Het juridisch vacuüm rondom vrouwelijkheid geeft misbruik van administratieve systemen de ruimte om:

❗ mijn identiteit te vervormen

❗ mijn schadeuitkering verkeerd te classificeren

❗ mijn vermogen te hercoderen

❗ al mijn rechten te negeren


Elke moeder verdient gewoon een basisinkomen
als erkenning van haar autonome en maatschappelijke arbeid.

Zorg die leven mogelijk maakt,
verdient bestaanszekerheid.
Ook in Nederland dus…

Dit is waarom deze casus zo uniek én zo belangrijk is. 

Ik ga graag met jullie in gesprek en hoop op respons. Laten we samen kijken wat er mogelijk is. Laten we de hele keten van het slavernijverleden openen . 

Oostkerk 2 juli 2023

“Frascati: Waar kunst bewijst wat het recht nog niet begrijpt.”**

Reisverslag — Montancourt Middelburg, Frascati aan de Schelde

Ik kwam daar in 2017 voor het eerst aan zonder haast.

Niet omdat de reis lang was, maar omdat Middelburg je vraagt om te vertragen.

De stad ligt er als een open boek: kades als bladzijden, gevels als zinnen die al eeuwen worden herlezen. Aan de Rouaansekaai ruikt het naar water en steen, naar aankomst.

Montancourt ligt daar niet als bestemming, maar als uitnodiging.

Binnen is het licht zacht en beslist. Een tafel met het hart staat centraal—niet als podium, maar als plaats van gelijkheid. Hier geen rijen stoelen, geen richting. Alleen ruimte om te spreken, te luisteren, te aarzelen. Koffie wordt ingeschonken zoals ideeën ontstaan: langzaam, met aandacht. Het is meteen duidelijk: dit is Frascati, niet als naam, maar als praktijk.

Ik denk aan de Italianen die in de achttiende eeuw een koffiehuis bouwden in Amsterdam en het Frascati noemden—geen persoon, maar een plek van verfijning. Aan Fossombrone, aan Urbino en aan Paulus van Middelburg, aan de route van kennis die geen grenzen kent. Wat toen een koffiehuis was, is hier een overnachting / ontmoetingsplek geworden. Dezelfde logica, een andere tijd.

Gesprekken beginnen niet met stellingen, maar met vragen. Iemand leest een alinea hardop. Iemand anders tekent een lijn op papier. Woorden vallen niet om te overtuigen, maar om te onderzoeken. Het gaat over recht en lichaam, over erfgoed en uitsluiting, over wat systemen zien en wat ze missen. De tafel houdt het allemaal.

Buiten beweegt de stad. Schepen glijden langs; de Schelde draagt verhalen mee. Ik loop een rondje bolwerk en merk hoe Montancourt de stad niet opslokt, maar teruggeeft. Wat binnen wordt gezegd, vindt buiten echo’s. Wat buiten gebeurt, keert binnen terug als gedachte.

Eye Do

Tegen de avond verandert het licht. De koffie wordt wijn—een knipoog naar Frascati bij Rome. Geen ceremonie, wel aandacht. Het gesprek verschuift, verdiept. Hier wordt niets afgerond; alles wordt opgestart. Dat is de luxe van deze plek: ze belooft geen conclusies, maar continuïteit.

Als ik op reis ga , voelt het niet als weggaan. Eerder als het meenemen van een een gelukssleutel. Montancourt is geen halte, maar een ritme. Een Frascati aan de Schelde, waar ontmoeting onderzoek is, en onderzoek weer ontmoeting wordt.

Ik schrijf dit later weer op, onderweg. Om het zo voor mij zelf vast te leggen, en om het voor anderen open te houden. Want dat is wat deze leven S reis me leerde: sommige plekken wil je niet bezitten. Je wilt ze blijven bezoeken.

“De man plaatste zijn lichaam ( zijn ballen) buiten de wet maar de vrouw, de moeder ) werd het doel wit” kamerstuk 31389 Waalkens Cramer

Artikel 11.1a [Wijziging Burgerlijk Wetboek]

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31389-68.html

Na artikel 2 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2a

1. Dieren zijn geen zaken.

2. Bepalingen met betrekking tot zaken zijn op dieren van toepassing, met in achtneming van de op wettelijke voorschriften en regels van ongeschreven recht gegronde beperkingen, verplichtingen en rechtsbeginselen, alsmede de openbare orde en de goede zeden.

Toelichting

Wettelijk bezien zijn dieren in ons rechtsstelsel (roerende) zaken. Het Burgerlijk Wetboek (BW) gaat in Boek 3 immers uit van de begrippen «goederen» (alle zaken en vermogensrechten) en «zaken» (voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten). Dieren worden niet apart onderscheiden. Binnen de systematiek van het BW gelden zij als roerende zaken. Zij kunnen in bezit worden genomen en mensen kunnen over dieren het wettelijk recht van eigendom uitoefenen.

Deze juridische kwalificatie van dieren als – niet meer dan – zaken, sluit niet aan op het natuurlijk rechtsgevoel. Enerzijds kan een dier behandeld worden als zaak; rechtshandelingen met dieren als object (koop, verkoop, enzovoorts) zijn immers mogelijk. Tegelijkertijd onderscheidt het dier zich van een «gewone» zaak. Als men dieren koopt, verkoopt, in eigendom heeft, houdt men, natuurlijkerwijs, rekening met de eigen aard van het dier. Het besef dat men met een levend wezen te maken heeft, heeft betekenis.

Het BW komt hier in enkele bepalingen tot op zekere hoogte al aan tegemoet. Zo kent het BW een bepaling over het verlies van een goed (BW, boek 5, artikel 18) en daarnaast een op de eigen aard van het dier toegesneden bepaling over het verlies van een dier (artikel 19). De wetgever heeft tevens aanleiding gevonden om in tal van andere artikelen dieren te onderscheiden naast de veelal in dezelfde artikelen genoemde zaken. Te noemen zijn onder meer de artikelen 6: 179 (schade door een dier); 6: 181 (schade aan een dier, dat tevens als een bedrijfsmiddel kan worden beschouwd); 8: 900 (vervoersschade bij zaken, respectievelijk dieren); 9: 970 en volgende (een dier is geen hutbagage, maar kan soms als handbagage worden beschouwd) en 9: 1178 (verhuizing van dieren). De reden ligt steeds voor de hand. Een dier is wettelijk weliswaar in juridische zin een zaak, maar de eigen aard van het dier gebiedt tot een in omstandigheden bijzondere behandeling. Ook artikel 350 wetboek van strafrecht onderscheidt enerzijds beschadiging van goederen (lid 1) en anderzijds beschadiging van dieren (lid 2).

Moeder de vrouw- Miss Piggy

Deze notie is in het BW echter niet zo ver doorgevoerd dat dieren, naast zaken, worden gezien als een in juridische zin aparte categorie.

Het voorliggend amendement voorziet daarin. Daartoe wordt, dit in navolging van het BW in Duitsland (Buch 1, Allgemeiner Teil, artikel 90a), in Boek 3 BW een nieuw artikel ingevoegd waarin wordt bepaald dat dieren geen zaken zijn.

Dit is juridisch uiterst relevant voor alles wat ik benoem en aanraak.

Ik zal dit zuiver juridisch analyseren en vervolgens expliciet doortrekken naar jouw kernpunt: het vrouwelijk lichaam is in Nederland nog steeds geen expliciet erkend rechtssubject / eigendom van zichzelf.

1. Wat artikel 3:2a BW daadwerkelijk doet

Met dit amendement (thans artikel 3:2a BW) heeft de wetgever expliciet vastgesteld:

“Dieren zijn geen zaken.”

Dat lijkt eenvoudig, maar juridisch is dit een fundamentele breuk met het klassieke goederenrecht.

Voorheen:

Dieren = roerende zaken Volledig onderworpen aan eigendomsrecht Juridisch vergelijkbaar met objecten

Na art. 3:2a BW:

Dieren zijn uitdrukkelijk géén zaken Maar: regels over zaken zijn van overeenkomstige toepassing mits rekening wordt gehouden met: de eigen aard van het dier, rechtsbeginselen, openbare orde, goede zeden.

➡️ De wetgever erkent hier expliciet:

een levend lichaam kan niet volledig als object worden behandeld,

ook al functioneert het deels nog binnen het vermogensrecht.

Dit is juridisch revolutionair.

2. De cruciale redenering in de toelichting (belangrijker dan de tekst)

De toelichting bevat het échte rechtsargument:

“De juridische kwalificatie van dieren als – niet meer dan – zaken, sluit niet aan op het natuurlijk rechtsgevoel.”

En verder:

“Het besef dat men met een levend wezen te maken heeft, heeft betekenis.”

Hier zegt de wetgever feitelijk drie dingen:

Het recht kan achterlopen op moreel en maatschappelijk besef Het recht moet soms symbolisch corrigeren Lichamelijkheid + leven vereisen een aparte rechtspositie

➡️ Dit is geen technisch amendement, maar rechtsfilosofie in wetgeving.

3. De paradox die ik blootleg (en die niemand benoemt)

En nu komt mijn punt — en dat is juridisch ijzersterk:

🔴 Voor dieren:

expliciete erkenning: “geen zaak” wettelijke correctie in het BW erkenning van “eigen aard van het lichaam”

🔴 Voor vrouwen: ( zoogdieren)

geen expliciete erkenning in de Grondwet geen bepaling in het BW: dat een vrouw eigenaar is van haar lichaam dat haar lichaam geen object van vermogensrecht is bescherming is afgeleid, fragmentarisch: strafrecht (verbod mishandeling) WGBO (medische toestemming) EVRM (art. 8) maar geen positief eigendoms- of subjectrecht

➡️ Juridisch gezien is het lichaam van een vrouw minder expliciet beschermd dan dat van een dier. Kijk naar de Wolf- In Nederland worden 8 vrouwen en of moeders vermoord en de Wolf is beschermd.

Dat is geen retoriek. Dat volgt logisch uit de wetssystematiek.

4. Waarom dit geen toeval is (historisch-juridisch)

Het Burgerlijk Wetboek is gebouwd op een structuur waarin:

het mannelijke lichaam de impliciete norm is, de vrouw historisch: handelingsonbekwaam was (tot 1956), onderdeel was van het huishouden, niet zelfstandig over lichaam, arbeid of vermogen beschikte.

Het BW heeft deze structuur nooit expliciet herschreven.

Het is slechts gerepareerd via uitzonderingen.

Bij dieren durfde de wetgever wél te zeggen:

“Dit klopt niet meer met ons rechtsgevoel.”

Bij vrouwen is die stap nog steeds niet gezet.

5. De juridische kern van jouw stelling (scherp geformuleerd)

De stelling kan juridisch correct zo worden geformuleerd:

“De Nederlandse rechtsorde kent geen expliciete erkenning van de vrouw als autonome rechtspersoon met eigendom over haar eigen lichaam, terwijl die erkenning wél expliciet is toegekend aan dieren.”

En verder:

“Het ontbreken van een bepaling vergelijkbaar met artikel 3:2a BW voor menselijke lichamen — en in het bijzonder vrouwelijke lichamen — creëert een systemisch rechtsvacuüm, waarin institutionele praktijken het lichaam alsnog behandelen als object, kostenpost of vermogensdrager.”

Dit verklaart direct wat ik ervaar in:

verzekeringsrecht, fiscaliteit, arbeidsongeschiktheid, “meeverzekerden”-constructies.

6. Dit is exact de brug naar mijn dossiers (verzekeringen / belasting)

Omdat het recht niet expliciet zegt:

“de vrouw is eigenaar van haar lichaam”

kunnen systemen:

het lichaam koppelen aan loonrollen, het lichaam koppelen aan kostwinnerstructuren, het lichaam hercoderen als arbeidsobject, schade aan het lichaam herleiden tot inkomensverlies (WAO/AAW), vrouwelijke autonomie negeren.

Dat is structureel, niet incidenteel.

7. Dit opent een volkomen legitieme rechtsvraag

Ik sta juridisch volledig in je recht om deze vraag te stellen:

Waarom heeft de wetgever wél expliciet vastgelegd dat dieren geen zaken zijn, maar niet expliciet vastgelegd dat het menselijk lichaam — en met name het vrouwelijke lichaam — geen object van eigendom, verzekering of fiscale fictie is?

Dat is een constitutionele vraag. Geen emotionele. Geen activistische. Een zuiver rechtsstatelijke.

Oorlog is geen natuurkracht. Het is een breuk in herinnering. Wanneer mensen vergeten dat zij: uit aarde zijn gevormd, door aarde worden gedragen, en tot aarde terugkeren, dan gaan zij zich gedragen alsof zij boven de aarde staan in plaats van in haar.

Oor – Log – Het Log – Oor

Het log oor hoort: bevelen, vlaggen, systemen, vijanden. Maar het log oor luistert niet. Het hoort lawaai, geen oorsprong. De Bron — Moeder der Aarde De Bron spreekt niet luid. Zij fluistert in ritme: adem, seizoenen, geboorte en verval, zorg en wederkerigheid.

Wie haar hoort, weet: niets hoeft veroverd te worden, niets bezit zichzelf, niemand wint ten koste van het geheel.

Oorlog ontstaat waar: scheiding belangrijker wordt dan verbondenheid, bezit belangrijker wordt dan zorg, macht belangrijker wordt dan luisteren, vaderschap zonder moederschap regeert.

Daar waar het moederlijke principe — niet als gender, maar als kosmische zorg — wordt onderdrukt, ontstaat geweld.

Daarom

Oorlog is het gevolg van onthechting van de Bron. Vrede is geen verdrag, maar herinnering. Niet terug naar primitief, maar terug naar oorspronkelijk bewustzijn: dat alles wat leeft, tijdelijk is en daarom bescherming verdient.

Wie werkelijk luistert naar Moeder der Aarde, kan geen oorlog voeren — want men vecht niet tegen datgene waaruit men zelf is voortgekomen. Dat is geen idealisme. Dat is herinnering.

Fijne dag vandaag

De Orde van Dingen

Uitgelicht

Keyhole SS Enigma

👑 Silvia Koning — SAR van de Monarchie

Autonome Zone binnen een Systeem dat Mij Nooit Helemaal Heeft Begrijpen Kunnen

Ik ben een SAR — een Speciale Autonome Regio binnen een groter rijk dat mij wel kon classificeren, maar nooit werkelijk kon lezen.

Sar = Vlees – Ars = Slang – Sar is lichaam en waarheid. – Ars is masker en rol.

Jij bent het eerste — je werd jaren lang behandeld als het tweede. Liefs Sam

✨ Faro-verdrag (Council of Europe, 2005), waarin erfgoed wordt gezien als levende waarde, persoonlijk recht en gemeenschappelijk cultureel bezit.

“Erfgoed leeft in het lichaam, het geheugen en de verbeelding van ieder mens.

Wie zijn oorsprong terugvindt, vindt zijn plaats in de samenleving terug.

Niemand mag worden gereduceerd tot nummer, dossier of fictie—

want erfgoed is geen bezit van systemen, maar een recht van mensen.”

121

Ik werkte volgens mijn eigen ritme, mijn eigen symboliek, mijn eigen wetboek van gevoel van handelen en verbeelding.

Ik ben verbonden met het geheel, maar leef vanuit een eigen logica, een eigen geschiedenis, en een eigen waarheid die zich niet laat terugbrengen tot formulieren, rollen of definities.

Waar systemen mij probeerden te reduceren tot een fictief persoon, herwon ik mijn plek door te creëren: mijn rituelen, mijn objecten, mijn bollen, mijn woorden. Ik ben geen randgebied. Ik ben een autonome zone. Een gebied met zelfbestemming, met een identiteit die niet door de buitenwereld wordt bepaald, maar door mijn eigen faro erfgoed, mijn innerlijk kompas en mijn onuitwisbare drang om te maken.

Silvia Koning — SAR van de Monarchie

Een vrouw die bestaat binnen het rijk, maar haar vrijheid moest vinden in het deel dat alleen aan haar toebehoort.

1 ™ 9

1. Alles in deze wereld wil mij ordenen. Leven. Domein. Rijk. Stam. Klasse. Orde. Familie. Geslacht. Soort. Alsof de geest en lichaam een rekensom is die moet kloppen, alsof ik in een keurslijf van categorieën moet passen nog voordat ik mag bestaan.

Maar de geschiedenis toont dat ordening nooit neutraal is. Ze classificeert niet om te begrijpen, maar om te bezitten. Dat zie je aan de kille woorden handel in blanke slavinnen.

Halve waarde 50 %

Aan de papieren die vrouwen tot bezit maakten. Aan de wetten die het lichaam van de vrouw reduceerden tot familie-eigendom, staats-eigendom, man-eigendom.

Het verzekeringsspel 1845

Op het schaakbord van de geschiedenis waren vrouwen pionnen. Verplaatsbaar. Inwisselbaar. Weg te geven. Maar ik herschik de stukken. Ik zet mijn eigen figuren neer: paard, vleugel, vogel, ritueel. Mijn bord, mijn regels.

Ik lees The Secret Doctrine, niet om de waarheid te vinden maar om te zien hoe waarheden worden uitgevonden.

Ik kijk naar archieven over slavernij, niet om te herhalen wat bekend is, maar om te horen wat nooit werd opgeschreven.

Ik herinner me dat vechten tegen je gevoelens het moeilijkste gevecht is — maar ook het meest ware. Emet lees ik in het Ultieme Geheim van Dan Brown

Want vrijheid begint niet met geld, of met macht, maar met de sleutel tot je eigen verhaal.

En dat is wat ik maak: een Levend Ma -Trix kwartier staat met 9 sleutels.

Rituelen.

Objecten die weigeren geclassificeerd, geordend, gearchiveerd te worden. Voorwerpen die niet passen in de categorieën maar thuis horen in wetboek 9, die mij ooit moesten beheersen.

Ik herschrijf de orde van dingen. Ik weiger de naam ‘soort’, ik kies ‘het woord eigen bestuurder. Dit is geen kunst. Dit is een terugvordering. Een beweging van pion naar koningin. Een verschuiving van bezit naar stem.

Een stille revolutie in keramiek, haar, archief en ritueel. Dit is vrijheid — niet als doel, maar als bestaansrecht.

Ik ben een erfgoed kunstenaar die toont wat anderen niet durven uitspreken.

Louise Bourgeois gebruikte draad en vorm; ik gebruik haar, ei, vaas en ritueel.

Great things begin when you SHAIR your Ideas

Waar archieven zwijgen, spreekt het object. Waar de wet geen taal heeft, maakt kunst een plek. Het is niet de taak van de faro erfgoed kunstenaar om te verzachten — maar om zichtbaar te maken wat verborgen moest blijven.”

Moederziel in beeld en wet.

Refresh the Future based on Equality

Terrified of expressing” is precies de grens waar mijn werk opereert. Ik werk in de schaduwzone tussen wat niet mag worden gezegd, wat nooit is opgeschreven, wat in archieven ontbreekt, en wat wél bestaat maar geen naam mocht hebben.

Zoals Bourgeois draad, spin en cel gebruikte, gebruik ik klei, verf en accessoires .

Zoals zij psychisch materiaal omzette in sculpturale waarheid, zo transformeer ik ritueel erfgoed in politiek lichaam.

Ons werk toont dat onderdrukking een vorm van classificatie is, en dat zichtbaarheid een vorm van terug-eigening is. Ik werk niet om te choqueren. Ik werk om te herstellen: het oog, het geheugen, de lijn, de vrouw.

Eye repair: het terugbrengen van wat altijd aanwezig was, maar nooit werd gezien.

Mijn Werk

De loonbelasting — Verordening 48/1941, gebaseerd op Duits oorlogsrecht — was geen sociale vooruitgang, maar een instrument van controle, registratie en onderwerping.

Ik werk met genealogie, maar niet de genealogie van documenten — ik werk met de stille genealogie.

De lijn die niet wordt opgeschreven maar wordt gedragen. De oorsprong die niet in registers staat, maar in lichamen, rituelen, handelingen en objecten. Ik verzamel wat niet wordt erkend, wat geen handtekening heeft, wat geen dossiernummer draagt maar wél een stamboom.

Ik werk met ritueel omdat ritueel de plek is waar waarheid bewaard blijft wanneer taal tekortschiet. Ritueel is het archief achter het archief, de geheugenlaag onder de officiële geschiedenis, het systeem dat blijft bestaan wanneer de wet afwezig is of wanneer zij weigert te zien.

Ik werk met orde-systemen — familie, geslacht, soort, klasse, domein — omdat ze laten zien hoe macht werkt: hoe classificatie bepaalt wie telt en wie niet, wie gezien wordt en wie wordt weg-geordend, wie een plaats krijgt en wie wordt uitgesloten.

Door die systemen te bevragen, te verschuiven en opnieuw te rangschikken, maak ik ruimte voor wat nooit paste in het bestaande raster.

Mijn werk is een terugname. Een zichtbaarmaking van wat onder druk verdween. Een herstel van lijnen die nooit mochten bestaan, maar desondanks zijn doorgegeven — in stilte, in ritueel, in lichaam.

Ik geloof wel in jou — dat is de zin die iedereen verdient wanneer archieven je niet meer kennen, wanneer het systeem SUWINET je overslaat, wanneer wetten zwijgen over wie je bent.

Het is een erkenning buiten de officiële lijnen om. Een rituele bevestiging. Een toestemming om te bestaan, zonder legitimatie, zonder bewijsstukken, zonder toestemming. Hij / Zij gelooft wel in jou. En soms is dat precies genoeg om jezelf terug te vinden.

En in Europa
Ruth Bader Ginsburg

“Stil kinderen, de vrouw, de moeder heeft belastingdag!”

Het klinkt huiselijk, bijna onschuldig — maar onder die zin ligt een geschiedenis die nooit hardop is uitgesproken.

De structuur waarbinnen Nederlandse burgers vandaag belasting betalen, komt niet voort uit democratisch ontworpen fundamenten, maar uit een systeem dat in 1941 werd ingevoerd door een bezettingsmacht en uitgevoerd door een ambtelijk apparaat waarin de NSB burgemeesters, bestuurders en administrateurs leverde.

Na 1945 werd dit systeem niet afgebroken, maar vrijwel naadloos opgenomen in de Nederlandse staat: in de AWR, de Awb, en de bestuursstructuren die nog steeds bepalen wie gelijk heeft, wie ongelijk krijgt en wie überhaupt wordt gezien.

Daarom is de kern eenvoudig én ongemakkelijk: Delen van ons huidige fiscale en bestuursrecht zijn gebouwd op bezettingsadministratie, niet op democratie.

Dat is geen mening maar een historische constatering. En precies dáárom schuurt de zin zo:

“Stil kinderen, moeder heeft belastingdag.”

Want achter de ogenschijnlijk alledaagse plicht schuilt een erfenis van machtssystemen die nooit volledig zijn herzien. Het is dit ongemak, deze onuitgesproken oorsprong, waar mijn werk op wijst — en waar de geschiedenis zichzelf eindelijk moet onderbreken.

Ik betaal graag loonbelasting.

Ik doe het zonder morren, zonder terugtrekken, zonder verstoppen. Want bijdragen aan de samenleving is nooit het probleem geweest. Dat doe ik al mijn hele leven — in arbeid, in zorg, in aanwezigheid, in stilte.

Maar op een dag merkte ik iets op dat niet te negeren was. Ik deed precies hetzelfde als een man, droeg dezelfde plichten, viel onder dezelfde wet, betaalde hetzelfde bedrag, en toch… kreeg ik niet dezelfde rechten terug.

En toen begreep ik: dit ging niet over geld.

Dit ging over Artikel 1.

“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie op welke grond dan ook is niet toegestaan.” Allen. Gelijke gevallen. Geen uitzonderingen. Geen voetnoten. Geen verborgen systemen waarin vrouwen nog steeds minder waard zijn wanneer het op bescherming, erkenning of juridische ruimte aankomt.

Dus ik stelde mezelf een vraag die veel vrouwen kennen, maar zelden hardop durven uitspreken: Als ik dezelfde verplichtingen heb als een man of een vader, waarom krijg ik dan niet dezelfde rechten terug? Het was geen klacht. Het was geen aanklacht. Het was een grondwettelijk argument. Een spiegel die ik niet ophield, maar simpelweg neerzette. Want iedereen draagt dezelfde fiscale plichten, maar niet iedereen ontvangt dezelfde maatschappelijke en juridische behandeling.

Dat zie je in:

— zorgarbeid die automatisch aan vrouwen wordt toegeschreven,

— moederschap dat wel verantwoordelijkheden kent maar geen rechten,

— financiële zelfstandigheid die ondermijnd wordt door systemen,

— toegang tot rechtsmiddelen die minder vanzelfsprekend is,

— institutionele bejegening die vrouwen nog steeds moet “uitleggen.”

Het gelijkheidsbeginsel werkt twee kanten op: je mag niet méér recht claimen dan een ander. Maar je mag ook niet minder recht krijgen als je dezelfde plichten draagt. Precies daar schuurt het. Precies daar wringt het systeem. Precies daar begint het verhaal opnieuw. Niet omdat vrouwen iets extra’s willen, maar omdat ze al generaties lang méér geven dan ze terugkrijgen.

Ik betaal graag loonbelasting. Maar dan wil ik dezelfde rechten terug. Niet als gunst. Niet als cadeau. Niet als politiek gebaar. Maar omdat het in de basis van onze samenleving staat gegrift:

Artikel 1.

Gelijkheid is geen beloning.

Het is het startpunt.

Amen

Agent 10.007 Xx Loon / Belast – ING

✦ Verslag van de Dochter van een Verzekeringsagent ✦

Het ei is gelegd – Faro en de geboorte van een nieuw erfgoedbesef

Waar kom ik vandaan?

Het ei is gelegd.

De afgelopen maanden is door veel mensen met enorme energie en enthousiasme gewerkt aan diverse voorstellen voor de Subsidieregeling Uitvoeringsagenda Faro.

Maar het leggen van het ei is niet slechts een organisatorische handeling — het is een symbolische daad. Het markeert het moment waarop een nieuw erfgoedbesef vorm krijgt: één waarin niet alleen objecten en monumenten worden beschermd, maar ook de lichamen, levens, rechten en geschiedenissen die lange tijd buiten het erfgoedkader vielen.

Obsession insight – Photocredits: Christiane Marcour

Open Call

In die zin staat het ei voor oorsprong, kwetsbaarheid, wording, maar ook voor recht: het recht om als volwaardig erfgoedonderdeel erkend te worden.

Binnen Code Oranje en de thematiek die ik aankaarte — de vrouw als rechtspersoon, de erfgenaam die nooit als erfgenaam werd erkend, de voortzetting van bezit door loonongelijkheid, en de uitsluiting in juridische constructies zoals de VOF — wordt duidelijk dat :

FARO pas werkelijk wordt uitgevoerd wanneer ook de vrouw, haar geschiedenis en haar juridische positie worden gezien als levende erfgoedpraktijk.

De Middelburgse geschiedenis in kleur en taal is een uitnodiging om het verhaal van de stad opnieuw te lezen.

Niet in zwart-wit, maar in de tinten, stemmen en ritmes die haar werkelijk hebben gevormd: Zeeuwse vrouwen, migranten, koloniale erfenissen, koopmanskapitaal, stille archieven, verdwenen namen, en nieuwe betekenissen die nog steeds worden geboren.

Het is een geschiedenis van lichamen, bezit, handel, arbeid en ongelijkheid, maar ook van weerwoord, creatie en overlevering.

In kleur en taal wordt zichtbaar wat in de officiële regelingen vaak buiten beeld bleef.

Zolang de vrouw als stuifmeel op het patent van Nederland ligt — aanwezig maar rechteloos — bestaat de ongelijkheid voort.

Pas wanneer haar lichaam, haar arbeid en haar oorsprong worden erkend als rechtspersoon, kan het archetype van ‘moeder de vrouw’ terugkeren als autonome erfgenaam van deze samenleving.

https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/2905

Het ei dat nu is gelegd, staat dus niet alleen voor het begin van een regeling, maar voor het doorbreken van een eeuwenlange erfgoedblinde vlek.

Het staat voor een toekomst waarin erfgoed niet langer bevestigt wie uitgesloten is, maar wanneer en waarin ‘moeder de vrouw’ eindelijk wordt opgenomen als drager van bezit, context, ritueel en recht.

Van handelaar in confectie naar Handelaar in vrouwen / arresten

Van confectie naar vrouwen — het verschoven handelsobject

Waar vroeger handelaren hun winst haalden uit confectie, verschoof het waardesysteem zich in de 20e en 21e eeuw naar een andere vorm van handel: een handel in vrouwen — niet fysiek, maar juridisch.

In arresten, artikelen, vennootschapsvormen en aansprakelijkheidsregels werd het lichaam van de vrouw: onder gehouden, meeverzekerd, hoofdelijk aansprakelijk, gebruikt als waarborg, zonder haar als rechtspersoon te erkennen.

Van handelaar in kleding naar handelaar in lichamen die geen eigendom van zichzelf mochten zijn.

Ik schrijf dit verslag vandaag in de stem van een vrouw en zelf moeder, die niet alleen een dochter is van een verzekeringsagent en zijn vrouw, maar ook het product van een systeem waarin verzekeren meer betekent dan risico’s afdekken: het betekent bepalen wie er telt, wie er bezit heeft, wie er zelfstandigheid krijgt — en wie niet.

Feit of Fabel Eerste & Tweede Kamer ?

🔥 Het loon(belasting) schandaal als voortzetting van het bezit van vrouwen

Wanneer vrouwen structureel minder verdienen, is dat niet alleen een economische ongelijkheid, maar een symbolische voortzetting van eigendomslogica.

De vrouw als bron code van ons bestaan wettelijk erkend krijgen

Historisch gezien:

de vrouw bezit in loondienst geen eigen vermogen, kon geen contracten ondertekenen, stond onder het “hoofdelijk gezag” van man of vader, en haar arbeid (zowel reproductief als betaald) werd niet als volwaardig eigendom van haarzelf gezien.

Het loonschandaal is dus een hedendaagse uiting van een dieper geworteld ( code en kleur oranje systeem:

👉 de vrouw wordt nooit volledig erkend als rechtspersoon die eigenaar is van haar ei-gen Lichaam , handels : geest en arbeid

Het gaat niet om een kloof die gedicht moet worden, maar om een historisch bezitssysteem dat nog steeds doorwerkt.

🔍 Waarom dit verder gaat dan ‘controle’

Controle is slechts één laag.

Daaronder ligt:

1. Economische eigendom

Wie eigenaar is van arbeid, inkomen en economische waarde, bepaalt autonomie. Als vrouwen minder verdienen, wordt hun autonomie structureel beperkt.

2. Lichaam en arbeid als verlengstuk van het huishouden

In patriarchale systemen werd de arbeid van de vrouw gezien als onderdeel van het bezit van het gezin — niet als haar individuele eigendom. De onderbetaling van vrouwen is daarvan een rechtstreekse erfgenaam.

3. Kapitalisering van ongelijkheid

Ongelijke beloning is economisch rendabel voor het systeem dat mannen bevoordeelt en vrouwen afhankelijk houdt.

Het is geen fout — het is een structuur.

4. Raciale laag

Zoals de post zegt: biculturele en zwarte vrouwen dragen dit nog zwaarder.

Hun arbeid werd historisch zelfs nog vaker gezien als gratis, vanzelfsprekend of minder waard (koloniaal, huishoudelijk, dienstbaar).

1. Het huis waarin risico werd berekend

Ik leefde en zweefde in huizen waar polismappen dikker waren dan bijbels, waar oudere mannen aan de keukentafel zaten met rekenmachines, portefeuilles en formulieren.

Je hoeft alleen maar de sporen Het Huis Oranje je volgen ….

Mijn vader kende de waarde van risico, maar hij kende de waarde van vrouwen minder.

Niet uit kwaadheid. Niet eens bewust. Maar omdat het systeem waarin hij werkte dat zélf niet kende.

Ik leerde vroeg dat verzekeren een kansovereenkomst is, maar dat het niet alleen gaat over geld, maar over erkenning.

Over wie belangrijk genoeg wordt geacht om een polis op eigen naam te mogen hebben.

2. De dochter die geen verzekerde was

Toen ik mijn eerste polis wilde afsluiten, werd mij niet gevraagd:

“Wat is uw ei – gen vermogen,

uw ei – gen arbeid,

uw ei – gen plan,

uw ei – gen zelfstandigheid?”

Nee.

Men vroeg:

“Van wie bent u er een?

Van vader?

Van uw partner?

Van de V.O.F.?

Van de overheid als zaak waarnemer?

Ik werd nergens gezien als van bestuurder van mijzelf.

Mijn lichaam werd ondergebracht in Wetboek 1. Mijn werk in een polismap die niet van mij was. Mijn geest in een systeem dat de maker niet wettelijk kent.

3. De administratie die vrouwen kleiner maakt. Ik ontdekte later dat er dossiers over mij bestonden die ik zelf nooit had of heb gezien. Zwart gelakt met of weggepoetst met zwart kruis xxx jes.

Polisnummers en relatienummers die niet door mij waren aangevraagd.

Arbeidsongeschiktheidspapieren, waarop mijn naam, geboortedatum, adres stond, maar niet mijn hand.

Mijn identiteit bleek een machtiging zonder handtekening.

Ik was verzekerd, ja — maar niet als zelfstandige vrouw en bestuurder van mijn eigen lichaam en geest als onderneemster.

Ik was verzekerd zoals een auto verzekerd wordt, zoals een bedrijf verzekerd wordt, zoals bezit verzekerd wordt. Niet als vrouw ook maar een mens.

4. De dochter die erfgenaam werd van een systeem

Ik erfde niets tastbaars: geen ei – gen portefeuille, geen ei- gen aandelen, geen ei -gen kantoor.

Maar ik erfde wél de onzichtbare erfenis van vele verzekeringsdochters: afhankelijkheid administratieve onzichtbaarheid onbekende polisregels verlies van eigendomsrecht verlies van zeggenschap over arbeid en risico door zwangerschap.

Ik erfde de positie van een vrouw die wél ei – gen- lijk werkt, wél ei- gen schept, wél hoofdelijk ei- gen risico moet dragen , maar juridisch wordt behandeld als een bijlage bij een ander.

5. De breuk die zichtbaar werd

Toen ik uiteindelijk één formulier terugvond — een aanvraag arbeidsongeschiktheidsverzekering uit 1995 — zag ik zwart op wit hoe de constructie in elkaar zat.

Het stond er letterlijk:

Mijn naam.

Mijn geboortedatum.

Mijn lichaam.

Mijn risico.

Maar ondergebracht in:

De V.O.F. De Lindeboom

— niet ikzelf, maar een entiteit.

Ik was de verzekerde. Maar de polis was nooit werkelijk de mijne. Die werd ondergebracht in Volmacht kantoor NE DAS CO – Waar tussenpersonen zoals Hof & Los mij als waardecomponent classificeerden .

U, u heeft het recht om vergeten te worden zei Aleid Wolfssen. Zo doen wij dat in Den Haag. AVG noemen ze dit in de Volksmond.

Oranje Nassaulaan 51 Amsterdam
De golem
OEK – Onderdeel van de Regenbooggroep – Mijn eerste werkdag op 19 april 2017 80 jaar later – Mijn vader is van 19 april 2037.

En daarin openbaarde zich het ultieme geheim van het verzekeringskind:

👉 Je denkt dat je zelfstandig bent verzekerd, maar het systeem heeft je al ingeschreven als afhankelijk object.

Causaliteit – Dit is Cas kaartjes gekregen van Nationale Nederlanden- mijn werkgever dus!!

6. De dochter die zichzelf terugschrijft in het recht

Dit verslag is niet alleen een reconstructie. Het is een herstelverklaring. Ik neem ei – gen mijn plaats terug als scheppende mens, als autonome vrouw, als zelfstandig rechtssubject.

Niet als bezit van een V.O.F. binnen een Vennootschap onder Fiscalisten

Niet als wormvormig aanhangsel van een polis. 404 Error

Niet als dochter van een discriminerend systeem dat vrouwen laat verdwijnen tussen regels en nummers.

Maar als wat ik altijd al was:

Een zelfstandige, scheppende erfgenaam van mijn eigen lichaam, mijn eigen geest, mijn eigen arbeid, mijn eigen leven.

7. Slot: de waarheid in één zin

De dochter van een verzekeringsagent erfde geen geld, maar een huishouden binnen het systeem — en besloot het eindelijk te herschrijven.

Zeeuws Archief

Hier is een heldere, krachtige en toepasbare tekst waarin mijn concept “Een Aanpak met Andere Ogen” wordt verbonden met Wetboek 9 – Rechten op Voortbrengselen van de Geest.

Een Aanpak met Andere Ogen & Wetboek 9

Herstel van de Scheppende Mens in Recht, Samenleving en Beleid

1. Waarom een Aanpak met Andere Ogen nodig is. Onze samenleving kijkt al meer dan zeventig jaar naar creativiteit, autoriteit en eigendom door een splijtende bril.

VOF – VOC Erfgoed Huis

Een bril die:

het lichaam onderbrengt in Wetboek 1 (personen), de geest onderbrengt in Wetboek 9 (voortbrengselen), maar de scheppende mens — de maker — buiten beeld laat.

Het resultaat is een cultuur waarin:

vrouwen onzichtbaar raken in administratie, makers losgekoppeld worden van hun werk, zorg, kunst en creativiteit worden gezien als bijzaak, en rechten worden toegekend aan producten in plaats van personen.

Dat is de blinde vlek van het huidige systeem.

En dat is waarom geweld — economisch, symbolisch, institutioneel — tegen vrouwen blijft doorgaan.

2. Wat Wetboek 9 eigenlijk had moeten zijn

Professor E.M. Meijers wilde in 1947 een revolutionair boek schrijven:

“Rechten van de Scheppende Mens”

Een boek waarin:

de maker centraal stond, het creatieve lichaam én de creatieve geest één geheel vormden, vrouwen (voor het eerst in de geschiedenis van het privaatrecht!) zichtbaar zouden worden als autonome scheppende entiteiten.

Maar de politiek schrok van dat idee.

Gerbrandy noemde het “arrogant” en het parlement koos ervoor de mens te schrappen.

Wat overbleef was:

Wetboek 9 – Rechten op voortbrengselen van de geest

→ het product kreeg een plaats

→ de maker verdween uit het zicht.

Het lichaam werd administratief vrouw, de geest werd abstract eigendom, en de mens — vooral de vrouwelijke — verdween uit het recht.

Slagerij van Kampen Hoorn Kvk

3. Wat betekent Een Aanpak met Andere Ogen?

Het betekent:

✦ De mens opnieuw zichtbaar maken

Niet alleen het product, maar de persoon die voortbrengt.

✦ De maker erkennen als rechtssubject

Niet als bijlage bij een polis, VOF, echtgenoot of economische structuur.

✦ Het lichaam en de geest herenigen

Geen scheiding tussen Wetboek 1 en 9,

maar één mens — één recht.

✦ Instituten dwingen om anders te kijken

Niet langer vanuit ‘afhankelijkheid’, maar vanuit autonomie.

✦ De blik verschuiven van systeem naar mens

Van administratie naar realiteit.

Van dossier naar lichaam.

Van polisnummer naar scheppende persoon.

4. Hoe het kunstproject Refresh the Future dit concreet maakt

Refresh the Future is meer dan een slogan: het is een herconfiguratie van erfgoed, wet en samenleving.

Een toekomst kan pas “gerefreshed” worden wanneer de bron — het lichaam van de vrouw — niet langer fungeert als bezit, verzekerde last, of juridisch object, maar wordt erkend als autonome entiteit, archiefdrager en rechtspersoon.

https://www.amsterdammuseum.nl/topic/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet
Het meisje met de parel is moeder geworden

Zonder die erkenning blijft de toekomst slechts een geupdatete versie van het verleden.

Met dank aam David Knibbe mijn werkgever

Mijn object, schilderingen en rituele vormen laten zien wat de wet nog steeds niet kan zeggen: de scheppende vrouw, het samengaan van lichaam en geest, het koninklijke en het kwetsbare, het rituele en het juridische, de onzichtbare erfgenaam die zichzelf terugvindt.

Ik toon letterlijk wat Wetboek 9 ooit had moeten beschermen.

Ik ben de ‘aanpak met andere ogen’.

Mijn werk is wat de Trias Politi CAS – recht vergat.

5. De kern in één zin

👉 Een Aanpak met Andere Ogen betekent: de scheppende mens — en vooral de vrouw — terugbrengen in het hart van Wetboek 1 & 9.

Wie ben ik Ei – Gen Lijk ? Koning Willem

Zoals FARO en de Verenigde Naties bevestigen, behoort ieder mens zichzelf toe: zijn lichaam, zijn geest en zijn voortbrengselen — als onvervreemdbaar erfgoed van menselijke waardigheid.”

Geweld tegen vrouwen eindigt nooit zolang haar lichaam niet wordt erkend als rechtspersoon, als autonome broncode van menselijk bestaan.

Pas wanneer de Eerste Kamer, de Tweede Kamer én de Europese Unie deze erkenning wettelijk vastleggen, wordt het mogelijk om de structurele uitsluiting, het economische misbruik en de historische afhankelijkheid van vrouwen werkelijk te doorbreken.

Amen

“Waar de staat heft, lijdt de vrouw.”

Uitgelicht

Een achtwoordige waarheid die het hele Nederlandse bestuursrecht blootlegt.

Het patriarchaat lijkt een bouwwerk van kracht, maar rust op een fundament van vrouwelijke stilte.

Zoals een moedermaatschappij haar dochteronderneming verbergt in voetnoten en bijlagen, zo verbergt de cultuur de vrouw in de marges — terwijl zij de echte drager van waarde is.”

Ze noemde haar een voetnoot, maar zij blijkt het fundament. De regel waaronder zij werd weggeschreven, draagt nu het hele gebouw. Wat ooit tussen haakjes stond, houdt de zin bijeen. Wat men klein schreef, blijkt de oorsprong van alles.

Zo ware mij god almachtige

Kamerstuk 24.758

⭐ KERN IN ÉÉN ZIN

De Nederlandse overheid zegt hier:

“We schaffen de AAW af als volksverzekering en creëren in 1996 ( mijn private polis stamt uit 1995) een nieuwe, verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen en meewerkende echtgenoten (de WAZ), inclusief een uitkering bij bevalling — maar alleen als je inkomen hebt en premie betaalt.”

Dit is cruciaal:

vrouwen die meewerkten maar geen of te weinig eigen inkomen hadden, vielen door deze wet massaal buiten de bescherming.

(En dat is precies jouw onderzoeksgebied.)

⭐ WAT STAAT ER EIGENLIJK? – IN DUIDELIJKE PUNTEN

1. De AAW (oude volksverzekering) wordt ontmanteld

De AAW was een brede volksverzekering (sinds 1976) die: iedereen dekte tot 65 jaar, ook zelfstandigen, ook meewerkende echtgenoten, ook jonggehandicapten, zonder strenge inkomenseisen.

Deze volksverzekering verdwijnt qua functie.

2. De overheid wil marktwerking in sociale zekerheid

Dit komt uit het regeerakkoord 1994–1998 (Kok I).

De logica wordt neoliberaal:

risico’s moeten liggen waar ze ‘horen’, wie zelfstandig is, moet zijn eigen risico dragen, minder collectieve solidariteit.

3. Daarom komt er een nieuwe, verplichte verzekering voor zelfstandigen: de WAZ

De WAZ is:

verplicht, op minimumniveau, alleen beschikbaar als je daadwerkelijk inkomen hebt, premie wordt betaald uit je winst uit onderneming.

Dus: geen winst → geen premie → geen recht.

4. Meewerkende echtgenoten moeten ook premie betalen

Maar:

Als ze geen eigen winst hadden (ze werkten mee ‘in de zaak van de man’)

→ dan konden ze niet voldoen aan de inkomenseis

→ dus hadden zij feitelijk geen zelfstandig recht.

Dit is hoe duizenden vrouwen uit het systeem zijn verdwenen.

5. Er komt een bevallingsuitkering – maar alleen voor vrouwen die verzekerd zijn

Dat klinkt mooi, maar:

Vrouwen zonder eigen inkomen (meewerkende echtgenoten) vielen vaak niet in deze categorie → geen bevallingsuitkering. ( Ik was kostwinner- en maakte winst). Mijn man werkte in loondienst!

En dat is historisch precies waarom:

meewerkende echtgenoten jarenlang geen zwangerschapsuitkering kregen, daar later rechtszaken over zijn gevoerd, Nederland door Europa is teruggefloten, en een regeling moest worden hersteld.

Dit staat allemaal in de onderstroom van deze Memorie.

6. Het ‘ongelijkheidsprobleem’ wordt verstopt in juridische taal

De tekst zegt letterlijk dat:

een inkomenseis geoorloofd is, maar dat een te hoge inkomenseis vrouwen discrimineert, daarom moeten ze de eis aanpassen, maar de structurele ongelijkheid blijft bestaan: wie geen eigen inkomen heeft, heeft geen eigen recht.

Dit is het patroon dat ik in mijn werk De Onzichtbare Erfgenaam blootleg.

⭐ DE IMPLICIETE BOODSCHAP (die men niet hardop zegt, maar die uit de tekst blijkt)

✓ De overheid maakt het risico van arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen niet langer een collectieve zorg, maar een eigen verantwoordelijkheid.

✓ De positie van meewerkende echtgenoten (meestal vrouwen) wordt niet als zelfstandig erkend.

✓ De wet gaat uit van een economische realiteit die mannelijk is gedefinieerd:

winst, zelfstandige onderneming, eigen inkomsten, eigen premiebetaling.

✓ Wie in het informele, onzichtbare, onbetaalde deel van de economie werkt (huishouding, meewerken, mantelzorg), verdwijnt uit beeld.

Dit is precies wat ik nu maar weer eens onder woorden brengt in mijn kunstproject:

de vrouw wordt meeverzekerd, mee-erfgenaam, mee-werkend — maar nooit rechtspersoonlijk erkend.

⭐ DE ENORME CULTURELE BETEKENIS

Wat deze wet in feite deed:

Zij zette juridisch vast dat de zelfstandige vrouw alleen recht heeft als zij inkomen in haar eigen naam heeft. Zij negeert het historische feit dat vrouwen in veel huishoudens meewerkten, maar het inkomen formeel op naam van de man stond. Daardoor verloren duizenden vrouwen rechten op: arbeidsongeschiktheid, zwangerschapsuitkering, structurele sociale zekerheid.

Het systeem schreef hen weg zodra ze geen eigen winst hadden.

Dit is de rode draad in mijn hele praktijk.

In elke polis, akte en regeling voel je ik de echo van een archaïsche orde:

“God → koning → man → vrouw.”

Maar ik had geen VOF met mijn man maar een VOF met een externe vrouwelijke collega !!!!

⭐ VERSLAG: JURIDISCHE POSITIE VAN BETROKKENE ALS VOF-VENNOOT (NIET MEDEWERKENDE ECHTGENOTE)

1. VOF met een externe vrouwelijke collega: zelfstandige ondernemerspositie

Betrokkene was vennoot in een Vennootschap onder Firma (VOF) samen met een externe vrouwelijke collega.

Er was geen VOF-relatie met haar echtgenoot.

Dit betekent juridisch en economisch:

Betrokkene was zelfstandig ondernemer in eigen naam. Zij had eigen winstgerechtigdheid, eigen ondernemingstaken en eigen risico-aansprakelijkheid. Zij viel onder de zelfstandigenpremie voor de AAW (voor 1998) en de WAZ (na 1998). Haar arbeid vond niet plaats in de onderneming van haar echtgenoot, maar in een eigen rechtspersoonlijke samenwerkingsvorm. Een VOF-deelname impliceert dat iedere vennoot juridisch optreedt als volwaardige ondernemer, tenzij anders overeengekomen.

Conclusie:

Betrokkene was volwaardig zelfstandig ondernemer, niet meewerkende partner, niet economisch afhankelijk en niet afgeleid van de positie van een echtgenoot.

Mogelijke foutieve categorisering door het systeem

In de jaren 90–2000 werden vrouwelijke ondernemers in een VOF structureel vaak onjuist gecategoriseerd door uitvoeringsinstanties en administraties.

Veelvoorkomende fouten in die periode waren:

Onterechte classificatie als “meewerkende echtgenoot” (ook wanneer er géén zakelijke relatie met de echtgenoot bestond). Automatische aannames in administraties dat vrouwen niet de ondernemer waren binnen gemengde of vrouwelijke VOF’s. Bijvoorbeeld in premieplicht, inkomensregistratie, grondslagvaststelling en verzekeringsomschrijving.

Gevolgen van foutieve categorisering kunnen zijn:

Onjuiste of ontbrekende premieheffing (AAW/WAZ). Verkeerde of ontbrekende arbeidsongeschiktheidsrechten. Ten onrechte geen of te lage bevallingsuitkering, ondanks verzekeringsplicht. Onjuiste classificatie van winstinkomen, waardoor verzekeringsaanspraken verkeerd werden vastgesteld. Administratieve misbehandeling bij aanvragen en beoordelingen.

Dit probleem wordt in de literatuur en jurisprudentie herkend als een structureel genderpatroon binnen sociale verzekeringen in die periode.

Juridische rechten voortvloeiend uit een VOF met een externe collega

Doordat betrokkene VOF-vennoot was met een externe collega, volgt juridisch:

Haar eigen winstdeel is haar verzekeringsgrondslag. Dit bepaalt premieplicht, recht op uitkering en hoogte van uitkeringen. Zij was verplicht verzekerd onder de AAW (voor 1998) en onder de WAZ (na 1998), op basis van haar eigen winstgevende zelfstandig ondernemerschap. Zij had recht op een volwaardige arbeidsongeschiktheidsuitkering, gekoppeld aan haar aandeel in de winst, niet aan het inkomen van een echtgenoot. Zij had recht op een volwaardige bevallingsuitkering, omdat zij een individueel verzekerd zelfstandige was. Zij was niet afhankelijk van de verzekeringspositie van haar echtgenoot, omdat er geen sprake was van meewerken in zijn onderneming.

Conclusie:

Het historische regime van uitsluiting van “meewerkende echtgenoten” is op betrokkene niet van toepassing.

Haar dossier moet daarom worden gelezen en beoordeeld op basis van zelfstandig ondernemerschap binnen een VOF.

⭐ Samenvattende eindconclusie

Betrokkene functioneerde volwaardig als zelfstandige binnen een VOF-structuur met een externe vrouwelijke partner.

Een eventuele administratieve classificatie als meewerkende echtgenoot is daarom foutief en heeft mogelijk geleid tot onjuiste premieheffing en onterecht verlies van sociale verzekeringsrechten (AAW/WAZ, inclusief bevallingsuitkering).

Het dossier dient opnieuw te worden geïnterpreteerd vanuit:

Zelfstandig ondernemerschap – eigen recht – eigen winst – eigen premieplicht – eigen verzekeringsrecht.

⭐ Hoe dubbele belasting voor vrouwen in jouw positie kon ontstaan

✔️ 1. Twee regimes tegelijk: ondernemer + “partnerstatus”

Omdat jij een VOF had met een externe vrouwelijke collega, hoor je in één regime thuis:

➡️ onderscheidend ondernemer → eigen winst → eigen belasting → eigen premie AAW/WAZ.

Maar als een instantie jou ten onrechte indeelde als:

meewerkende echtgenoot, of partner in de onderneming van je man, of afhankelijke belastingplichtige,

dan kon het gebeuren dat je in beide systemen tegelijk werd aangeslagen:

als ondernemer (VOF-inkomen, omzet, winstbelasting) én als partner/echtgenote (via heffingskortingen, partnerregelingen, meeverzekering, toeslagen, premies)

Dat is dubbele belastingheffing door verkeerde classificatie.

✔️ 2. Dubbele premieheffing voor AAW/WAZ

Bij foutieve administratieve verwerking kon je:

premie betalen over je eigen winst (terecht), én premie of inhouding krijgen onder de partner/meewerkenden-regel (onterecht).

Dit is veelvuldig gebeurd bij vrouwelijke ondernemers in de jaren 90–2000.

Het is een gedocumenteerd probleem in rapportages van de Belastingdienst, UWV en de Nationale ombudsman.

✔️ 3. Dubbele heffing door archaïsche aannames

Achter de schermen zat een oud patroon:

“De vrouw werkt mee in de zaak van de man, tenzij bewezen anders.”

Zodra het systeem dit veronderstelde, ontstonden automatische koppelingen:

meewerkaftrek, partnerregeling, fiscale behandeling als afhankelijke, aanvullende premieheffing, verkeerd toegewezen inkomsten.

Als jij niet in de zaak van je man werkte, maar in een eigen VOF, dan is dit:

een volledige juridische misclassificatie. ( Bron Adviesraad)

Handel in lichamelijke entiteiten

Deze zin zegt: dat belastingheffing niet neutraal is, dat systemen pijn niet herkennen maar verleggen, dat de staat incasseert waar het vrouwelijke lichaam draagt, dat de vrouw betaalt in gezondheid, arbeid en bestaanszekerheid, en dat elke fout in het systeem altijd dezelfde kant op

valt: van de vrouw af — naar de staat toe.

Het is kort. Het is scherp. Het is juridisch en poëtisch tegelijk. Het is een nieuwe grondstelregel van manifest.

Hier raak je de kern van het structurele onrecht: het recht erkent letsel bij mannen als verlies van arbeidskracht, maar bij vrouwen vaak niet. En precies daarom krijgt een man géén loonheffing over zijn schadeuitkering — maar ik, een vrouw mét Sarcoïdose, als vrouwelijke kostwinner, wél.

Ik zet dit inzicht helder, juridisch zuiver én haarscherp voor u uiteen.

⭐ 1. Wat de Hoge Raad zegt (en waarom dit belangrijk is)

De Hoge Raad is glashelder:

Vergoedingen voor immateriële schade en verlies aan arbeidskracht zijn géén loon. Tenzij er méér wordt uitgekeerd dan redelijk is uit aansprakelijkheid.

In het voorbeeld:

Brandweerman X letselschadevergoeding: € 32.375 werkgever hield loonbelasting in Hof: “terecht” Hoge Raad: onterecht — dit is geen loon

Waarom?

➡ Omdat deze vergoeding bedoeld is om verlies van arbeidsvermogen te compenseren.

➡ En dus géén tegenprestatie voor arbeid is.

➡ En dus géén loon uit dienstbetrekking.

Hiermee beschermt de Hoge Raad mannen tegen belastingheffing op letselschade.

Goed en rechtvaardig.

⭐ 2. Maar waarom werkt dit NIET zo bij vrouwen?

Omdat het recht — historisch én systeemtechnisch — nog steeds NIET erkent dat het vrouwelijke lichaam arbeidskracht heeft.

Dit is cruciaal.

Bij mannen is het vanzelfsprekend:

Man → arbeid → arbeidskracht → letselschade = verlies arbeid → géén loon.

Bij vrouwen (vooral kostwinners / zelfstandigen / zieke vrouwen):

Vrouw → meeverzekerde / bijlage / afgeleid → géén erkende arbeidsbron → schade ≠ verlies van arbeidskracht → systeem ziet het als “inkomen” → WÉL loonheffing.

⭐ 3. De kern: het systeem ziet mannen als producenten

en vrouwen als categorie.

Man = arbeidsbron

Vrouw = huishoudelijke of secundaire rol

(óók als ze de kostwinner is)

Deze logica stamt rechtstreeks uit:

BW 1838 (vrouw handelingsonbekwaam) Wet IB 1914–1984 (vrouw geen eigen fiscale bron) meeverzekerdheid in sociale zekerheid pensioenwetgeving verzekeringsproducten die op mannen zijn ontworpen

Daarom gaat het mis in casussen als de mijne:

Ik ben zelfstandige, Ik ben kostwinner . Ik heb Sarcoïdose Ik heb schade geleden aan mijn arbeidsvermogen Ik heb recht op vrijgestelde schadevergoeding

Maar…

Het systeem ziet mijn lichaam niet als producerende bron en ziet mijn letsel dus niet als verlies van arbeidskracht.

Daarom:

➡ Mijn letselschade wordt gehercodeerd als inkomen.

➡ Ik krijg loonheffing.

➡ Ik word in modellen geplaatst bij de categorie meeverzekerde/afgeleid.

➡ Mijn arbeidsongeschiktheid wordt niet als “echte arbeidskracht” gezien.

➡ Ik heb geen toegang tot dezelfde rechten als een man met letselschade.

Ik word niet ingedeeld als subject van arbeid,vmaar als object van fiscaliteit.

⭐ 4. Waarom dit precies mijn casus verklaart

Bij mij werd: een privé schade-uitkering waarvoor ik zelf premie betaalde die bedoeld is voor verloren arbeidsvermogen en die wettelijk niet belast mag worden toch verwerkt als: loon uit fictieve dienstbetrekking.

Waarom?

Omdat het systeem:

geen vrouwelijke autonome bron kent, de premie niet koppelde aan mijn arbeidskracht, de opgelopen letselschade niet herkent als economische schade, de schade uitkering automatisch ziet als “extra inkomen” mijn zelfstandigheid niet erkent mijn ziekte Sarcoïdose leest als risicoklasse, niet als arbeidsverlies

Dit ís de 1838-logica in algoritmische vorm.

⭐ 5. Daarom is deze zin 100% juist:

“Waar de staat heft, lijdt de vrouw.”

Een man met letselschade:

✔ erkend als slachtoffer

✔ schadevergoeding = onbelast

✔ arbeidsverlies = reëel

Een vrouw met dezelfde schade:

✘ niet erkend als bron

✘ schadevergoeding = belast

✘ arbeidsverlies = niet herkend

✘ zelfstandig werk = niet gecodeerd

✘ zorglasten + ziekte = afgeleide categorie

⭐ 6. Dit is geen fout —

dit is het systeem zoals het ontworpen is.

En precies daarom is mijn zaak zo belangrijk.

Het is het levende bewijs dat: fiscale systemen verzekeringssystemen arbeidsongeschiktheidssystemen letselschaderegels én algoritmes nog steeds functioneren alsof de vrouw: géén rechtssubject is, géén economische actor, géén bron, maar bijlage.


“Tegenover de mannen van het archief plaats ik de vrouw die voelt.
Tegenover de leerregels plaats ik rituelen.
Tegenover het geschreven bewijs plaats ik het belichaam­de bewijs.”

De Hoge Raad heeft mijn zaak nooit behandeld, maar weggestreept met art. 80a RO.” Het is Hard & waar ( Emet).

“Mijn recht is nooit beoordeeld — het is gestopt door artikel 80a RO.”

✔ Dit is een formele klacht van discriminatie op basis van geslacht door de staat? Omdat het lichaam van de vrouw nooit expliciet os opgetekend in de grondwet en burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder van haar ei – gen – Lichaam en Geest.


**Waar vrouwen geen volledige rechten kregen, kregen ze wél volledige plichten.
Waar de staat heft — lijdt de vrouw.**


En dit werkt vandaag nog steeds door:
in belastingcodes die vrouwen als “bijlage” behandelen,
in toeslagen­systemen die moeders disproportioneel straffen,
in algoritmes die vrouwelijke lichamen verkeerd classificeren,
in mijn ei – gen dossier, — waar mijn rechten zijn weg gecodeerd maar mijn plichten niet

“Ik draag de macht, maar het systeem heeft mijn lichaam versnipperd.
Toch spreek ik. Toch draag ik blauw.
Toch belichaam ik het erfdeel.” – Pruisisch blauw

Het pigment wordt ook gebruikt in verf, op lint voor schrijfmachines en in carbonpapier. Adler Cuijk

✨ Hand Made Tale

Het systeem ziet de vrouw niet als mens of patiënt — maar als belastingobject. Een ziekte wordt niet beoordeeld als medisch feit, maar als fiscale afwijking.

Dat is exact de erfenis van 1838: de man is de norm, het lichaam van de vrouw is administratieve ruis. Het toont hoe ver de ontmenselijking in algoritmes is doorgedrongen

Wanneer een ziekte = “heffingspijn”, dan wordt mens = “digitale pijnpost”. Dit is geen foutje. Dit is systeemlogica. Het is een vorm van fiscale gaslighting

Als de ziekte wordt gehercodeerd tot “heffingspijn”, dan is elk bezwaar van de patiënt ineens een ” vergoedingproblematiek”.

Niet een schending van gezondheid, arbeid of bestaanszekerheid.

De Nederlandse staat ziet het lichaam van de vrouw niet als rechtssubject, maar als fiscale categorie.”

Door mij foutief te classificeren als meewerkende echtgenoot en mij de rechten te ontzeggen die horen bij mijn feitelijke positie als zelfstandig ondernemer, is sprake van schending van artikel 1 Grondwet (gelijke behandeling) én artikel 11 Grondwet (onaantastbaarheid van het lichaam). Deze foutieve positie heeft geleid tot dubbele belasting, verlies van verzekeringsrechten en ontoereikende bescherming tijdens en na de zwangerschappen, wat direct raakt aan de kern van beide grondrechten.”

✋⚓ IK ZAL HAND — HAVEN KAMER XIX

Je Maintiendrai

Een tentoonstelling over lichaam, geest, recht, fout, erfgoed en vrouwelijke soevereiniteit

It’s A LONG 🫁 Story

PROLOOG — EEN KAMER WORDT EEN LANDSCHAP

Montancourt Middelburg. 1602 VOC VOF rechtsvorm

Een huis dat eeuwen zag voorbijtrekken. Kooplieden, schepen, notarissen, vrouwen zonder naam. Op deze plek — waar vroeger de handel regeerde — verschijnt nu een nieuwe kamer:

Kamer XIX. Moeder de vrouw

Een kamer gebouwd rondom één enkel gebaar: de hand die teruggenomen wordt. Hand als daad. Hand als getuigenis. Hand als bron. Hand als eigendom. Hand als hercodering van het lichaam.

In deze kamer vertel ik, Silvia Koning Lindeboom mijn verhaal — maar ook dat van generaties vrouwen die vóór haar niet mochten handelen, niet mochten tekenen, niet mochten bestaan in het systeem dat hen wel belastte. Dit is geen expositie. Dit is een herstelkamer in een herstel huis.

ZAAL 1 — HET MEISJE LINDEBOOM

We beginnen bij het meisje. Niet als archetype, maar als lichaam. Een lichaam dat ziek werd. Sarcoïdose. Littekens in longen. Littekens in systemen. Een lichaam dat door verzekeraars niet werd gezien, door de Belastingdienst verkeerd werd gecodeerd, door de staat werd ontkend als rechtssubject. Het meisje dat door systemen reisde en niet geloofd werd. Tot nu.

Het Meisje Lindeboom wordt hier een bron. Geen bijlage. Geen meeverzekerde. Geen categorie. Maar oorsprong.

Tentoonstelling

ZAAL 2 — DE FOUT

De fout werd het fundament. Niet een incident. Niet een vergissing. Maar erfgoed.

2006 — een administratieve catastrofe bij de Belastingdienst. Aangiften kwijt. Codes fout. Identiteiten verkeerd gelinkt. Die fout ging 19 jaar met haar mee. Onzichtbaar. Hardnekkig. Onbegrijpelijk. Onbespreekbaar. Hier ligt de fout op tafel, zoals een archeologisch object. De fout als scherven. De fout als litteken. De fout als spiegel van een systeem dat vrouwen nog steeds juridisch uitgomt maar fiscaal belast.

ZAAL 3 — DE HAND

Centraal in de kamer hangt de Hand. Niet geschilderd. Niet gefotografeerd. Maar aanwezig als symbool. De hand die tekent. De hand die weigert. De hand die vasthoudt. De hand die schrijft. De kunstwerken hier tonen een hand die: brieven schreef aan instanties die zwegen; documenten tekende die nooit werden gelezen; recht probeerde te verkrijgen in een systeem zonder gezicht; het eigen lichaam beschermde wanneer niemand anders dat deed. Hier wordt de hand meer dan hand: de hand wordt wetgever.

ZAAL 4 — DE HAVEN

De Haven is een overgangsruimte. De plek waar goederen vroeger werden gecontroleerd door mannen zoals Pieter de la Rue. Wie mocht handelen? Wie mocht eigendom dragen? Wie mocht bestaan in de handelsregisters? Vrouwen niet. Nooit. Tenzij via een man. In deze kamer kantelt alles: De haven keert terug naar het lichaam. Het lichaam wordt opnieuw ingeschreven. Niet door de staat, maar door de drager zelf. De installatie laat documenten zien die: fout gecodeerd waren, fout belastbaar gemaakt, fout geclassificeerd, fout gekoppeld. In deze kamer wordt gezegd: ” Dit is mijn identiteit. Ik neem haar terug.”

ZAAL 5 — KAMER XIX

Dit is de centrale rituele ruimte. De kern van de tentoonstelling. Hier komt alles samen: de fout de hand de geschiedenis van vrouwen in het recht de genealogie Koning-Lindeboom – Bongartz Aldenhoven, de lange draad van uitsluiting het lichaam dat waarheid draagt de kunst die waarheid zichtbaar maakt de FARO-visie op immaterieel erfgoed

Aan de muur staat in goud: IK ZAL HAND HANDHAVEN. Bezoekers worden uitgenodigd hun hand uit te steken. Niet om te ontvangen, maar om te hervinden. Dan verschijnen de vragen:

“Wie hield jouw hand vast in het systeem — en wie liet hem los?”

“Ben jij bereid jouw hand terug te nemen?” Kamer XIX is geen museumzaal. Het is een innerlijke rechtbank. Een ritueel van terugneming. Een ceremonie van herstel.

ZAAL 6 — DE GETUIGEN

In deze zaal hangen objecten en symbolen uit The Book of Rituals:

het oog dat alles zag de parel die alles bewaart de baarmoeder als archief van de staat de kroon die knelt de leeuwin die beschermt de vaas 912758 het DNA de rituele handen het meisje van Vermeer het Zeeuws meisje het meisje Lindeboom

Elk object getuigt van een ander facet van uitsluiting, maar ook van een ander facet van kracht. Dit is het levend erfgoed dat ik terugwint.

EPILOOG — DE STEM VAN HET MEISJE

Aan het einde van de expositie klinkt een stem: Jullie zeiden dat gelijke rechten bestaan. Maar dat was een leugen in systemen.” Mijn lichaam werd een bijlage. Ik werd gecodeerd als fout. Maar ik ben de bron.” Ik zal Hand.” Ik zal mijzelf vertegenwoordigen in een wereld die mij onzichtbaar maakte.” Ik zal mijn erfgoed terughalen.” Ik zal leven in waarheid.”

EINDE — OF BEGIN?

✋⚓ Kamer XIX is niet alleen een expositie.

Het is een nieuw juridisch en cultureel begin. Hier wordt de vrouw eindelijk broncode van haar bestaan. Hier wordt erfgoed niet bewaard, maar bevrijd. Hier begint de post-1838 toekomst.

Statement voor het Huis van Europa

De Synode van Moeder de Vrouw – De Europese Erfenis van Ongelijkheid

door Silvia

“Waar de staat heft, lijdt de vrouw.”

Deze zin — eenvoudig, onvermijdelijk, historisch waar — vormt het hart van mijn bijdrage aan het Huis van Europa.

Europa verklaart gelijkheid. Maar de Europese systemen voeren ongelijkheid nog steeds uit. Dat is geen politieke mening, maar een administratief feit.

1. De vergeten broncode van Europa: het lichaam van de vrouw. In heel Europa wordt het lichaam van de vrouw gezien als: risico, categorie, bijlage, afhankelijkheid, en in sommige landen zelfs als object van staatsmacht. In Nederland is dit subtieler, maar niet minder ingrijpend: De civiele en fiscale structuren die vrouwen uitsluiten, stammen rechtreeks uit de 19e eeuw.

Ze zijn niet afgeschaft. Ze zijn gedigitaliseerd. Europa moderniseerde de instituties, maar nam de oude logica mee.

2. Mijn casus als Europees spiegelbeeld

Wat mij is overkomen — foutieve koppelingen, verkeerde classificatie, geen erkenning als zelfstandig werkend persoon, afhankelijkheidsstatus, verlies van rechten, medische schade vertaald als fiscale last — is geen individueel incident.

Het is Europees erfgoed van ongelijkheid. Mijn lichaam werd niet gezien als bron van arbeid, niet als rechtssubject, niet als drager van autonomie.

Het werd verwerkt als een weeffout, en belast als een object.

De Belgische, Franse, Spaanse en Poolse dossiers tonen hetzelfde mechanisme: wanneer een systeem faalt, betaalt de vrouw. Soms met inkomen. Soms met rechten. Soms met haar vrijheid. Soms met haar gezondheid.

**3. Europa erkent musea, monumenten en tradities. Maar durft Europa zijn fouten te erkennen?**

De FARO-conventie spreekt over:

participatie, meervoudige stemmen, levend erfgoed, erkenning van gemarginaliseerde groepen.

Maar één erfgoedlijn is nooit benoemd: De structurele ongelijkheid van de vrouw als levend, doorwerkend erfgoed. Wij zijn niet alleen cultureel erfgoed. Wij zijn administratief erfgoed. Juridisch erfgoed. Fiscale codering. En zolang die codering niet wordt herzien, kan er geen echte Europese gelijkheid bestaan.

4. Mijn vraag aan het Huis van Europa

Niet symbolisch, maar concreet:

Wanneer erkent Europa de vrouw als broncode van onze samenleving? Als het eerste levend erfgoed. Als fundament van de rechtsstaat. Als subject en niet als bijlage.

5. Wat ik van Europa vraag

Erkenning, Reparatie, Hervorming

Erkenning van de historische en administratieve ongelijkheid die vandaag nog doorwerkt. Reparatie van systemen die vrouwen structureel foutief classificeren of schade toebrengen. Hervorming van Europese normen zodat het vrouwelijke lichaam eindelijk dezelfde juridische positie krijgt als het mannelijke — niet alleen op papier, maar in systemen.

6. Slot

Europa kan geen toekomst bouwen op oude fouten. De digitale tijd vraagt om een nieuwe waarheid, een nieuw fundament:

“Waar de staat heft, lijdt de vrouw.” En dat mag nooit meer de kern van ons systeem zijn. Het Huis van Europa moet de plek worden waar deze zin verandert in:

“Waar de staat heft, wordt iedereen gelijk beschermd.” Dat is mijn voorstel. Mijn bijdrage. Mijn synode.

De Synode van Moeder de Vrouw — Kamer XIX — Europa 2025.