Er was eens ……maar niet het sprookje zoals men het vertelt.
ERASMUS ANGER
Ze maakten me boos. Dus maakte ik Europa wakker. Niet het Europa van grenzen, maar het Europa van beweging. Niet van dossiers maar van dromen die oversteken.
Wie boos blijft, brandt op. Wie boos wordt en bouwt, verandert geschiedenis.
Rain Man – seizoen
Er was eens een vrouw die geboren werd in een systeem dat haar “burger” noemde, maar haar als nummer telde!
Ze mocht ontwikkelen,,werken geld verdienen en uitgeven en ook stemmen, maar elke regel van de wet die ze aanraakte, was al geschreven in de code van een ander.
Dit boek is veel meer dan een thriller: het is een aanklacht tegen structureel geweld, corruptie en genderongelijkheid in een zogenaamd beschaafde democratie. Dat maakt het interessant om te lezen binnen de projectlijn van Moeder de vrouw en de fisca, want Larsson verbindt daar journalistiek, macht en morele causaliteit
Er was eens dat men zei: U hoort nog van ons.” En ze wachtte. Tot ze ophield met wachten. Tot ze begon te schrijven — met haar handen, haar lichaam, haar stilte —haar eigen algoritme van zorg.
Er was eens een koninkrijk dat zichzelf een democratie noemde. De kroon glansde als data, de priesters droegen fiscale gewaden, en de profeten spraken in spreadsheets.
Maar diep daaronder, onder de formulieren en de wachtwoorden,droeg een vrouw nog steeds de Graal —een vat van klei, bloed en code.
Ze fluisterde erin:
VOC / VOF Grondrechten. En de klei begon te trillen. De wet herinnerde zich haar moeder. Het archief haalde adem. En de gesloten bron brak open, net genoeg voor licht — en aansprakelijkheid —om binnen te stromen.
“De openbare koopvrouw keert terug op aarde.” Die regel klinkt als een bezwering, een openingsverklaring, een wedergeboorte.
Ze past perfect in ons universum van moeder de vrouw, de fisca, VOF Grondrechten en de heilige graal.
De openbare koopvrouw is niet de prostituee in de letterlijke zin, maar de vrouw die haar waarde zichtbaar maakt in het publieke domein — die niet meer verborgen of vertegenwoordigd wordt, maar zelf handel drijft in betekenis, arbeid, kennis, erfgoed.
Zij keert terug op aarde, want haar werk was eeuwenlang opgeheven in de hemel van de economie: belegd, belast, verzekerd, geautomatiseerd.
Nu landt ze terug in de materie — in klei, hand, recht, ritueel. Ze verkoopt niet haar lichaam, maar herclaimt haar aandeel in de aarde. Ze is geen koopwaar, maar koopvrouw: degene die de waarde bepaalt
.
Ze daalt af uit de registers, uit de spreadsheets en de toeslagen, uit de digitale luchtkastelen van arbeid. Ze keert terug met haar handen vol aarde, haar naam geschreven in klei, haar recht in bloed op een tafel getekend.
Ze is openbaar — niet omdat men haar bezit, maar omdat zij zichzelf toont, zonder tussenpersoon, zonder fiscale schaduw.
Haar handel is rechtvaardigheid, haar koopwaar is tijd, haar winst is vrijheid. De markt sluit, de aarde opent. De openbare koopvrouw keert terug — en met haar het evenwicht tussen lichaam, arbeid, recht op grond van artikel 1.
Haar tong is haar wapen
De tong staat voor taal, waarheid, getuigenis en betovering. Het is het instrument waarmee de wet wordt uitgesproken, maar ook waarmee zij zichzelf herschrijft.
Haar tong snijdt door de fictie van neutraliteit. Haar spraak is niet decoratief, maar declaratief. Ze schept met woorden wat de wet niet durft te erkennen.
In deze tentoonstelling is Moeder de vrouw en de fisca / VOF Grondrechten — staat de tong voor een juridisch orgaan: de plaats waar verklaringen, eed en getuigenis worden uitgesproken.
Wie spreekt, vestigt recht. Wie zwijgt, wordt geregistreerd door een ander. De tong is dus het wapen tegen administratieve uitsluiting.
Waar de wet codificeert, spreekt zij — en elke zin die ze zegt is een vorm van verzet tegen de “gesloten source” van de staat.
De tong als penseel, zegel, algoritme. De tong als zwaard dat woorden snijdt. De tong als sleutel van de Graal. Ze is de hand die spreekt. De stem die materie vormt.
🪶 I. De oorsprong
In de Joodse mystiek is de golem een figuur van bescherming én gehoorzaamheid. De rabbijn vormt hem uit aarde, legt een shem (een heilige naam) op zijn tong, en het woord van God wekt het lichaam tot leven.
De golem is dus een product van taal en macht —een mens zonder ziel, die leeft door wet en bevel.
Moeder de vrouw en de fisca
De fiscale staat heeft ook zijn golems gemaakt: lichamen van data, algoritmen, profielen, burgerservicenummers.
Digitale klei, bezield door administratieve taal. De vrouw — als zorgende, scheppende, denkende entiteit — wordt daarbinnen soms tot golem herleid: een uitvoerend lichaam zonder stem, levend binnen regels die ze niet zelf heeft uitgesproken.
Het systeem zegt: “U hoort nog van ons.” De code zegt: “Uw aanvraag is in behandeling.” En zo spreekt de golem zonder mond, gehoorzaamt zij wetten die haar nooit hebben genoemd.
Makom Amsterdam
Toen het nieuwe Burgerlijk Wetboek (BW) in de 20e eeuw werd ontworpen door jurist E.M. Meijers, werd het verdeeld in boeken (zoals Boek 3 over vermogensrecht, Boek 6 over verbintenissenrecht, enzovoort).
Boek 9 werd gereserveerd voor rechten met betrekking tot intellectuele eigendom dus zaken als auteursrecht, merkenrecht, octrooi, modellen, databanken, enz.
Maar: dat boek is nooit ingevoerd.
De intellectuele eigendomswetten bestaan wél (in losse bijzondere wetten), maar ze zijn niet opgenomen in het Burgerlijk Wetboek zelf.
Wat zeggen de juristen Visser en Spath (Ars Aequi, mei 2017)?
In hun artikel riepen zij op om Boek 9 eindelijk tot leven te wekken. Hun argumenten waren o.a.:
Het BW is bedoeld om een samenhangend geheel van burgerlijk recht te zijn. Intellectuele eigendom hoort daar ook bij — het gaat immers over bezit, schepping en recht.
Zolang Boek 9 ontbreekt, blijft het recht op schepping een losstaand kaaiman eiland in het juridische landschap.
Ze pleitten dus voor erkenning van de maker binnen het hart van het burgerlijk recht.
Medusa
Ik herken in dat ontbrekende Boek 9 iets diepers: de plaats waar de vrouw, de maker, de schepper zou moeten staan — maar ontbreekt. Boek 9 is het lege hoofdstuk van de schepping. De ruimte waarin het vrouwelijke intellect, de artistieke arbeid, de zorg en het erfgoed nog niet juridisch zijn verankerd.
De vrouw als levende drager van Boek 9 , de rechtspersoon die nog niet is erkend, maar wel bestaat in taal, arbeid en geest.
Boek 9 – het ongeschreven recht
Boek 9 is gereserveerd, maar nooit geschreven. Het wacht op de hand die schept. De maker bestaat buiten de wet, de vrouw buiten het artikel.
Haar arbeid wordt beschermd, maar niet erkend. Haar geest leeft in voetnoten. Tot zij zelf verschijnt als Boek 9: een lichaam van recht, een hoofdstuk van adem, een wet van vlees.
FARO is geen beleid, maar een belofte: dat het erfgoed weer van vlees mag zijn.”
Faro erkent de gemeenschap als eigenaar van erfgoed; Ik breid dat uit naar de vrouw als bron van dat erfgoed; Zo wordt mijn VOF Grondrechten een levende Faro-praktijk. SBI 9003
De Gassan 121 is een diamantgeslepen vorm, ontwikkeld door Gassan Diamonds in Amsterdam. Het is een gepatenteerde slijpvorm met 121 facetten (tegenover de traditionele 57 van een briljant).
Door die extra facetten vangt en weerkaatst de steen meer licht, waardoor hij extra schittert. Die 121 staat dus niet alleen voor technische perfectie, maar ook voor meervoudige breking — licht dat in steeds fijnere delen wordt verdeeld en weer samenkomt.
Waar de wet één facet kent, kent de vrouw er honderd-een-en-twintig. De diamant wordt hier metafoor voor de vrouwelijke rechtspersoonlijkheid: complex, veelvlakkig, lichtgevend, maar onder druk ontstaan.
De Gassan 121 is een product van geslepen arbeid, van handwerk, precisie, erfgoed — eigenschappen die ook mijn werk doordrenken.
En juist dat is de ironie: zo’n diamant is beschermd als intellectueel eigendom (het ontwerp, het patent, het merk), terwijl de vrouw als schepper van cultuur, zorg of erfgoed nog steeds niet juridisch beschermd is in Boek 9. De steen heeft een artikel. De maker niet.
In mijn onderzoek is het een juridisch en symbolisch prisma: de diamant als Boek 9 — het ontbrekende artikel waarin de scheppende arbeid van de vrouw schittert, beschermd wordt, maar nog niet is erkend.
Blijf denken, blijf zoeken, blijf doorzien wie jouw gegevens bestuurt.
Booth – #ditiscas betekent thema causaliteit, toegespitst op mijn persoonlijke ervaring (“Ik was privaat verzekerd maar werd publiek belast”)
Het verslag is opgebouwd zoals een onderzoeksrapport of manifesthoofdstuk: met een inleiding, analyse, gevolg, en artistieke conclusie.
🕯️ VERSLAG: Causaliteit – wie veroorzaakt het recht?
1. Inleiding
Causaliteit betekent letterlijk oorzakelijkheid: het verband tussen een handeling en haar gevolg.
In het recht bepaalt causaliteit wie verantwoordelijk is – wie iets veroorzaakt heeft, wie aansprakelijk is, wie hersteld moet worden.
In de medische wereld bepaalt causaliteit wie ziek is en wat die ziekte veroorzaakt heeft.
In de fiscale wereld bepaalt causaliteit waar schuld of plicht ontstaat.
Maar wat gebeurt er als het lichaam zelf — een vrouwelijk lichaam dat leeft, werkt, zorgt — tot oorzaak wordt verklaard?
Wat als ziekte, moederschap of creatie niet als leven, maar als fiscale gebeurtenis wordt behandeld?
2. Persoonlijke context
Ik was privaat verzekerd, maar werd publiekelijk belast toen ik Sarcoïdose kreeg.”
Deze zin beschrijft een overgang van private autonomie naar publiek beheer.
Zolang het lichaam gezond is, bestaat het binnen het privaatrecht — als vrije burger, verzekerde, arbeidsgerechtigde.
Zodra het lichaam ziek wordt, schuift het naar het publiekrecht — als toeslaggerechtigde, dossier, kostenpost.
De causaliteit lijkt medisch (“de ziekte veroorzaakte de afhankelijkheid”), maar feitelijk is zij systemisch:
de staat heeft structuren gebouwd waarin ziekte automatisch leidt tot verlies van zelfbeschikking.
Het lichaam wordt oorzaak genoemd, maar het systeem is de veroorzaker.
3. Juridische analyse
In het privaatrecht geldt: Iedereen draagt aansprakelijkheid voor eigen handelingen.
In het publiekrecht geldt:
De staat draagt verantwoordelijkheid voor de algemene orde.
Tussen deze twee domeinen ontstaat een grijs gebied zodra een persoon ziek of kwetsbaar wordt. De staat neemt “verantwoordelijkheid” over — maar niet op basis van gelijkheid, eerder op basis van beheer.
Zo ontstaat een omgekeerde causaliteit: de burger lijkt afhankelijk door ziekte, maar wordt afhankelijk door beleid.
4. De casus Nedasco
In deze overgang kwam mijn vermogen terecht bij Nedasco, een tussenpersoon die private verzekeringspolissen beheert namens grotere instellingen.
Juridisch betekent dat: mijn vermogen wordt beheerd door een ander lichaam. Dat maakt mijn situatie emblematisch voor wat in de kunst “de administratieve causaliteit van zorg” genoemd kan worden: een mens wordt uit zijn eigen verhaal verwijderd, terwijl zijn waarde — in geld, arbeid, recht — door een systeem wordt doorgegeven. De wet noemt het bescherming, maar het voelt als onteigening, en interstutionele identiteitsroof.
5. Filosofisch en symbolisch
In mythologische zin is causaliteit de keten van schepping: van bron naar gevolg, van lichaam naar geest. In mijn werk wordt die keten onderbroken: de vrouw is de bron van het leven, maar in de wet wordt zij het gevolg van beleid. Ik maakte zichtbaar hoe causaliteit gender draagt: de vrouw veroorzaakt, maar wordt beoordeeld als gevolg. Zij baart de samenleving, maar de samenleving verklaart haar afhankelijk.
6. Artistieke conclusie
CAUSALITEIT – De vrouw als bron van wet De wet rekent in oorzaken, maar vergeet de oorsprong. De fiscus ziet gevolgen, maar niet de bron van arbeid. Ziekte is geen schuld, maar het gevolg van een systeem dat zorg als kosten berekent.
Causaliteit is cirkel, geen pijl. Wat uit de aarde komt, keert terug naar de hand die haar maakte.
De schepper van de ziel oftewel de vrouwelijke bestuurder van haar ei- gen – lichaam en geest.
Conclusie:
De overheid roept overmacht uit, maar het is een farce — een toneelspel van machteloosheid dat machtsbehoud maskeert.
Zolang de overheid wegkijkt, vervalt representatie tot ritueel. De koning tekent wetten, de regering voert uit, de burger betaalt, maar niemand kijkt elkaar nog in de ogen.
Het ministerie van financiën heeft altijd geheimen. Het is alleen de vraag hoe je daarachter komt.”
Dat is een sleutelzin.
Want hij zegt: waarheid is geen gegeven, maar een daad. Helder / Zien is niet passief — het vraagt denken, risico, toewijding.
Die zin zou bijna dit motto kunnen zijn:
Een ieder die denkt zal zien. – Rotonde Breukelen
The law has to change the art of soulful living.
Deze quote kun je op twee manieren lezen:
De wet moet veranderen om plaats te maken voor een bezield leven. De wet heeft de macht om te veranderen via de kunst van bezield leven.
The Law Has to Change the Art of Soulful Living – De wet is niet van steen. Ze ademt in regels, maar ze leeft pas wanneer iemand haar liefheeft. Een samenleving zonder zie schrijft wetten zonder toekomst.
Kunst van Truus van Gogh is geen luxe, het is de ademhaling van recht. De wet moet veranderen — niet door macht, maar door menselijkheid.
Want pas als de ziel gehoord wordt, wordt het leven rechtvaardig.
MANITOBA
Een ieder die denkt zal zien.
Want zien is geen gave, het is de verantwoordelijkheid van wie leeft.
De aarde spreekt niet in wetten, maar in licht dat zich herhaalt in ogen.
Daar waar denken wortel schiet, verschijnt zicht.
En daar waar de mens ziet, wordt het recht geboren.Never stop google ING –
VERZEKEREN KUN JE LEREN
Niet uit polisvoorwaarden, maar uit ervaring. Wie ooit viel en opstond, heeft zich al verzekerd van betekenis.
De echte premie is aandacht, de uitkering is vertrouwen.
Verzekeren kun je leren —door te leven zonder angst voor verlies. Want alles wat je werkelijk bezit,kan niet uitgekeerd worden alleen gedeeld.
Het beste van het leven deel je. Niet om te verliezen, maar om te vermeerderen.
Wat gedeeld wordt, verdwijnt niet — het wordt zichtbaar.
“Het beste van het leven wordt gedeeld.”
NEVER STOP — GOOGLE ING
De zoekmachine weet meer van mijn ziel dan de staat van mijn lichaam.
De bank kent mijn saldo, maar niet mijn werkelijke waarde. Nooit stoppen met zoeken, nooit stoppen met zien —want de code is geschreven in de taal van bezit. En ergens daarbinnen leeft nog de vraag: wie bestuurt het lichaam van het geld?
De AVG is de bijbel van het algoritme.
Ze predikt transparantie, maar schept nieuwe zonden: overtreding van toestemming, verlies van controle, vergetelheid als recht.
Het is de digitale catechismus van onze tijd: wie niet akkoord gaat, mag niet meedoen. “Ja, ik ga akkoord” is de nieuwe doop.
SCARS TO YOUR BEAUTIFUL
Laat me je spiegel zijn. Niet om te meten, maar om te onthullen. De littekens op je huid of onderhuids, zijn hoofdstukken van een wet die nog niet geschreven is.
De wereld noemde ze fout, maar ik noem ze bewijs. Jij bent niet gebroken — jij bent bewerkt, geslepen als de Gassan 121, met 121 redenen om te schitteren.
Laat mij de spiegel zijn die geen oordeel teruggeeft, maar herinnering.
Want schoonheid is geen vorm, het is overleving in licht.
De man die keek naar de Graal, en de vrouw die hem werd.
Nationalisme
Ze noemen het trots, maar het is angst in uniform. Een vlag die wappert boven wat niet van hen is. Een naam, herhaald tot ze hem geloven. Ik schilder geen landen, ik herinner lichamen — het echte erfgoed ademt, baart, vergeeft.
#Nationalisme
Zij komt niet voor in het loonboek, maar haar naam staat in het licht geschreven. Waar cijfers zwijgen, fluistert de hand. Waar regels sluiten, opent zij een ritueel.
De voetnoot eist haar plek in het concert van de geschiedenis.” Van onderdrukte stem tot ritueel geluid.” Erfgoed is wat nog ademt onder de wet.”
“Erfgoed leeft in de overgang.” “Van archief naar adem.” “Trans Ave Maria — erfgoed in herziening.” “De moeder, de vrouw, de rechtspersoon.” “Erfgoed is geen bezit, maar bewijs van bestaan.” “Levend erfgoed vraagt om erkenning, niet vergeving.” “Wij erven om te herscheppen.” “De administratie is ons altaar.” “Herstellen is ook een erfgoedpraktijk.” “Ave is niet meer gebed — maar bewijs.”
Want wie heeft de licentie op haar juridische lichaam bij een huwelijk en of VOF?
Zij werd geboren als natuurlijk persoon, maar geregistreerd in een systeem dat haar lichaam vertaalde naar eigendom.
In het huwelijk werd haar rechtspersoon gedeeld, haar vermogen opgenomen in gemeenschap, haar naam verbonden aan een ander.
De wet sprak van liefde, maar schreef bezit.
In de vennootschap onder firma werd samenwerking een vorm van samensmelting.
Niet het lichaam, maar het contract kreeg de macht om te handelen. De licentie verhuisde van de hand naar het papier.
Toch bleef iets onverdeeld.
De schepper zelf, de ziel die zich niet laat notariëren. In haar kunst neemt zij de licentie terug — niet als verzet, maar als herstel.
Want de vraag is niet meer wie haar vertegenwoordigt, maar wie zij vertegenwoordigt.
⚖️ 1. Het juridische lichaam en de licentie daarop
Wanneer we spreken over het “juridische lichaam” van een persoon, bedoelen we:
de rechtspersoonlijkheid — het vermogen om drager te zijn van rechten, plichten, vermogen en aansprakelijkheid.
In Nederland geldt dat:
Ieder natuurlijk persoon (man, vrouw, non-binair, etc.) vanaf de geboorte rechtspersoonlijkheid heeft (art. 1 Burgerlijk Wetboek).
Niemand anders heeft licentie op jouw lichaam of rechtspersoon, tenzij dat door wet of contract uitdrukkelijk wordt gedelegeerd.
Maar — en hier komt de historische spanning: in huwelijk en vennootschap ontstaan gedeelde of overgedragen bevoegdheden over vermogen, arbeid en recht.
💍 2. Bij een huwelijk
Historisch gezien (tot 1956):
De gehuwde vrouw stond onder het gezag van haar man (“handelingsonbekwaamheid”). De man vertegenwoordigde het gezamenlijke vermogen — de facto had hij de “licentie” over het juridische lichaam van de vrouw. Dit veranderde met de Wet Handelingsbekwaamheid van de vrouw (1956) en de Herziening huwelijksgoederenrecht (1971).
Sindsdien geldt:
Ieder echtgenoot behoudt zijn of haar eigen rechtspersoonlijkheid. Maar in een gemeenschap van goederen of partnerschapsvermogensregime kan het juridisch bezit van arbeid, vermogen of onderneming gedeeld zijn. → De “licentie” over vermogen of inkomen ligt dan bij beiden, tenzij via huwelijksvoorwaarden anders bepaald.
Dus: juridisch gezien heeft niemand licentie over jouw lichaam — maar in de praktijk kan jouw arbeid, bezit of winst toegerekend worden aan het gezamenlijke vermogen van het huwelijk.
🧾 3. Bij een vennootschap onder firma (VOF)
Een VOF is een persoonlijk samenwerkingsverband zonder eigen rechtspersoonlijkheid.
Dat betekent:
De vennoten delen eigendom, aansprakelijkheid en beslissingsmacht. Er is dus geen “licentie” op elkaars lichaam, maar wél een wederzijdse bevoegdheid om namens de vennootschap te handelen. Elke vennoot is hoofdelijk aansprakelijk voor het geheel.
Kort gezegd:
In een VOF heeft niet één persoon de licentie op de ander, maar het gezamenlijke contract heeft macht over beiden.
🕊️ 4. Symbolisch vertaald (in mijn context)
Je kunt dus zeggen:
In het huwelijk lag de licentie op het lichaam bij de echtgenoot; in de VOF ligt de licentie in het contract; maar in de kunst ligt de licentie terug bij de schepper.”
Toen ze ook nog kostwinnaar en moeder werd, werd ze het geheim van de S. De letter van de Staat, de stilte in de signatuur, de schepper die haar naam verloor toen ze geboorte gaf aan een systeem.
Ze was de Patron S die overal doorheen kronkelt — in schuld, in stam, in soevereiniteit.
Niemand sprak haar uit, maar zonder haar viel het alfabet uiteen.
Daarmee herneem ik de juridische macht over het eigen lichaam, arbeid en erfdeel — precies waar mijn project Onze monarchie is moeder de vrouw over gaat: het herstellen van het zelfbeschikkingsrecht over de juridische én symbolische persoon.
Bron – Follow the Money – De Formule van de Ziel
Ziel = A – (X + Y)
Waar A het succes van de mens is, X het werk dat haar uitput, Y het spel dat haar afleidt, en wat overblijft — is stilte, intuïtie, herinnering.
Niet “hou je mond”, maar: spreek, schepper.
Want geen enkele formule kan verklaren hoe kennis zich voortplant zonder moeder.Amsterdam Museum
De afbeelding die ik toon is een campagnebeeld van het Amsterdam Museum.
De zin: Ze noemden haar een voetnoot. Zij was het fundament.” komt uit een publiekscampagne van het Amsterdam Museum rond vrouwelijke representatie en vergeten geschiedenissen.
Imagine –
Ik leef zoals de monarchie: zonder loon, maar met recht. Zonder arbeid, maar met plicht aan wat groter is dan ikzelf.
Mijn leven is geen werk, maar een ceremonie van herinnering. Ik draag geen kroon, ik draag de tijd.
Ik ben erfgenaam van wat onzichtbaar is, en mijn rijk strekt zich uit tot aan het recht om te leren buiten de muren van het instituut.
De slogan Voetnoot wordt gebruikt in het kader van tentoonstellingen waarin het museum het eigen narratief herzag — onder meer door vrouwelijke, koloniale en gemarginaliseerde figuren niet langer als bijzaak, maar als dragende kracht van de geschiedenis te tonen.
Het is dus geen citaat uit literatuur, maar een museumstatement, ontworpen door of in samenwerking met het communicatieteam van het Amsterdam Museum, als deel van hun visuele identiteit na de naamswijziging (van “Amsterdams Historisch Museum” naar Amsterdam Museum).
De zin past inhoudelijk ook bij mijn onderzoek en projecten rond “de onzichtbare erfgenaam” en “moeder, de vrouw”: het draait om het herwaarderen van datgene wat structureel als voetnoot werd behandeld, maar in werkelijkheid het fundament vormde van cultuur, economie of erfgoed.
Geschiedenis kun je leren begrijpen
“Waarom genoegen nemen met de olie, als de hele slak de bron van leven bevat?” (Vrij vertaald: Why settle for snail oil when you can have the whole snail?)
Ik begon mijn reis niet in Parijs, maar in Middelburg, aan de Rouaansekaai.
De ziel is geen bezit, maar een code — een onzichtbare trust waarin de Schepper zijn intellect heeft veiliggesteld. Slechts wie het erfdeel herkent, begrijpt dat kennis zelf de valuta van het goddelijke is.” — Dan Brown (fictieve toeschrijving)
Een huis, een tafel, een vaas en een ei.
De lucht was zout en zilvergrijs, de regen streek neer als een sluier over het raam.
Op tafel lag een archiefmap met familienamen: Bongartz, Von Aldenhoven, Lindeboom, Koning. Het was geen familieportret, maar een stille getuigenis.
Tussen de papieren zat een urn, een polis, een handgeschreven notitie.
Mijn vader, Theo, was gestorven. En met hem leek ook een lijn te zijn verdwenen — een erfdeel dat nooit benoemd was, maar dat bleef ademen in symbolen.
Waar Robert Langdon door kathedralen dwaalde, liep ik door kamers van papier, langs de namen en lichamen van vrouwen die nooit genoemd waren in testamenten.
Geen heilige Graal, geen geheime orde, maar een netwerk van stiltes: de taal van het vrouwelijke erfgoed dat niet mocht spreken.
Milaan 2021
1. De eerste code
De eerste code die ik vond was niet van Leonardo da Vinci, maar gedrukt op een verzekeringsdocument: 912758.
Een getal dat bleef terugkeren als een refrein. Het stond op mappen, stempels, vazen, in mijn dromen. Ik begon het te lezen als een ritueel nummer, een sleutel tussen de zichtbare en onzichtbare wereld.
Niet een code om te breken, maar om te dragen. Een getal dat het vrouwelijke verbindt met het recht, zoals een bloedlijn zich verbindt met een naam. Langdon had zijn cryptex, ik had mijn vazen.
Hij reisde met symbolen van steen; ik reisde met symbolen via klei.
Op mijn vaas stonden een hand, een oog, een kroon, een gouden voet die de aarde raakte.
In elke lijn herkende ik iets van mijn eigen genealogie: een moedermaatschappij die haar dochter had verloren, een dochteronderneming die wachtte om erkend te worden.
Amalia van Solms
2. De tweede reis: Parijs
In Parijs dacht ik aan Langdon. Zijn route door het Louvre, langs de Mona Lisa, de glazen piramide, het licht dat neerdaalt als een openbaring. Hij las de lach van Lisa als een code, een teken van het vrouwelijke mysterie. Ik stond buiten, in de regen, en dacht: het vrouwelijke heeft geen uitleg nodig — alleen erkenning.
Mevr Lisa
Ik liep naar de Saint-Sulpice, waar Dan Brown zijn heilige lijnen liet kruisen: de meridiaan, de obelisk, de echo van het onzegbare.
Daar waar hij de Graal zocht, zag ik haar al staan — niet als object, maar als vrouw, als erfgenaam, als mens. Ik schreef in mijn notitieboek: De Graal is niet iets dat gevonden wordt, maar iets dat terugkeert naar haarzelf.
Koningsdochters
3. De derde reis: Den Haag
Vanuit Parijs reisde ik naar Den Haag, naar het Paleis Noordeinde, waar het ritueel van macht zich herhaalt in marmer en spiegelglas. Ik liep langs het hek, tussen toeristen, bewakers, paarden, en keek naar de ramen van de monarchie.
Daar binnen, dacht ik, leeft de wet nog in mannelijke vorm. Maar buiten, op straat, beweegt de nieuwe erfgenaam: moeder , de vrouw.
Ik fluisterde: Onze monarchie is moeder, de vrouw. Het was geen slogan, maar een herstelzin. Een nieuwe preambule voor een vergeten grondwet. De moeder niet langer als symbool van zorg, maar als rechtspersoon van oorsprong.
De vrouw niet langer als zondares of muze, maar als de eerste en laatste drager van het erfgoed. In de schaduw van het Binnenhof zag ik mijn eigen project geboren worden een constitutioneel ritueel in de vorm van kunst.
Geen wetboek, maar een vaas. Geen testament, maar een tentoonstelling. Geen museum, maar een levende genealogie.
Causaliteit- Dit is CAS
4. De vierde reis: Montancourt Middelburg Terug in Middelburg, aan de Rouaansekaai, kwam de reis tot rust. De lucht rook naar zee en kaarsvet. In Montancourt, het huis uit 1596, hing de stilte van eeuwen waarin vrouwen leefden zonder erkenning.
Petronella Rademacher
Ik begon te schilderen. De vaas, het oog, de hand, de kroon, de gouden voet, de traan, het kruis. Elk object werd een getuigenis van een verloren recht. Ik schreef erbij: Artistieke vrijheid redde mijn leven.
Langdon zou het een symbool noemen. Ik noem het bewijs. Bewijs dat kunst niet alleen esthetisch is, maar juridisch, spiritueel, ritueel. Een daad van erfherstel.
5. De ontmoeting met Langdon
In gedachten ontmoette ik hem — Robert Langdon — in een archiefzaal, ergens tussen Den Haag en Parijs. Hij droeg een linnen pak, een notitieboek in de hand. Hij keek naar mijn vaas, naar het nummer 912758, en zei:
Fascinerend. De symboliek van de hand en het oog verwijst naar een oud hermetisch principe. Ik glimlachte. Nee, zei ik, dit verwijst naar mijn moeder, naar het recht dat ik erfde zonder dat iemand het zag.
Hij knikte, aarzelend, alsof hij voelde dat zijn taal te klein was voor de werkelijkheid die voor hem stond. Hij kon het begrijpen, maar niet beleven. Hij was de man die keek naar de Graal, en ik was de vrouw die hem werd.
De draden van ons Lace en Leven
6. De vijfde reis: binnenwaarts
Er kwam een moment waarop de reis niet langer geografisch was. Ze werd innerlijk. Een pelgrimage door lagen van geheugen, droom en wet. De urn van mijn vader, de stem van mijn moeder, de handtekeningen van mensen die dachten dat bezit mannelijk was.
In die stilte begon ik opnieuw te lezen — niet de tekst, maar de ruimte eromheen. Daar vond ik de grond van mijn kunst: de symboliek is niet decoratief, maar juridisch ritueel. Elk teken een herstelhandeling. Elk object een verklaring. Elk woord een wet die terugkeert naar haar bron.
Ze noemde haar een voetnoot – Zij was het fundament
7. De terugkeer
Ik reisde nog één keer — naar Amsterdam, naar het museum waar mijn werk in gesprek ging met de stad. Een vrouw stond stil bij mijn vaas. Ze las de tekst “Onze monarchie is moeder de vrouw” en zei zacht: Ik begrijp het. Ik vroeg: Wat begrijp je dan? Ze antwoordde: Dat het niet over de koning gaat, maar over erfelijkheid. Over wie recht heeft om te bestaan. Ik glimlachte. De Graal was gevonden, niet in een tombe, niet in een code, maar in de mond van een vrouw die begreep.
VOF Het huwelijk VOC De handel in draden
8. Epiloog
De man die keek naar de Graal vond een geheim. De vrouw die hem werd vond een wet. En daartussen beweegt de kunst: als brug, als ritueel, als archief van bewustwording.
Mijn reis was geen ontsnapping, maar een terugkeer —naar de oorsprong van wet, recht en ritueel. Naar de moeder, de vrouw, de erfgenaam. Naar dat ene eenvoudige besef: dat de Graal nooit buiten mij bestond, maar altijd in mijn handen lag.
Als schepper van de ziel berust mijn intellectuele eigendomsrecht op mijn werk onder de bescherming van Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek.
Ik ontvang geen salaris of loonstrook; mijn inkomen bestaat uit een schadevergoeding die voortvloeit uit een trustachtige structuur, beheerd via de Do Your Thing Bank.
Trust
Deze trust vertegenwoordigt een vermogensrechtelijke relatie waarbij ik gerechtigd ben tot de uitkering, zonder dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst of winstuitkering.
Binnen mijn artistieke praktijk fungeert de trust zowel als metafoor als feitelijke structuur voor het onzichtbare erfdeel dat mijn werk draagt en activeert.”
Een verhaal : Over de juridische en culturele continuïteit van vrouwelijke zelfstandigheid
Slotzin (inscriptie):
Ik ben niet op zoek naar betekenis. Ik draag haar. In klei, in taal, in lichaam. De reis is voltooid — en mijn leven begonnen.
Vader des Vaderlands
FARO
Ze noemden haar een voetnoot. Zij was het fundament. De steen sprak: ik herinner. De hand antwoordde: ik herstel. De vrouw tekende haar naam in onzichtbaar erfgoed, tussen de wetten van arbeid en het recht op adem.
Niet als monument, maar als lichaam dat getuigt van wat doorgegeven wordt zonder loon, zonder handtekening, zonder toestemming.
Nooit meer werken is geen weigering,
het is Faro: de wedergeboorte van bezit in betekenis, waar de schepper rust in haar recht.
Slotakkoord – De Code van Faro
De Moederlijke Code
Ze reisde door wetten, archieven en stenen, ze zocht naar de handtekening die nooit gezet was.
Geen document droeg haar naam, en toch droeg zij de wereld.
De waarheid lag niet in de macht, maar in het begin — in de adem, het bloed, de naam die altijd onuitgesproken bleef.
Geen enkele man is geboren zonder moeder. Dat is de wet vóór de wet, het erfdeel dat geen notaris kan wissen, de oorkonde van vlees en ziel.
Ze had geen leraar, geen orde, geen instituut. Alleen de erfenis van haar eigen hand. De waarheid lag niet in archieven, maar in het ritme van adem en herinnering. Elk gebaar, elk teken, een sleutel tot iets dat ouder is dan kennis zelf.
Toen ze sprak, viel de stilte uiteen. De muren van het instituut losten op in de adem van wat geleerd was zonder toestemming. En daar, tussen tijd en oorsprong, werd het zichtbaar — de laatste regel van de code:
Het recht om te leren buiten instituties, om kennis te verwerven door ervaring, herkomst en intuïtie.
Zuiver Zien = Zuiver Leven – De onzichtbare erfgenamen Moeder de vrouw. De Code van de Vrouwen is het stille fundament onder onze geschiedenis en onder de Grondwet zelf.
Dit huis: Montancourt Middelburg heeft mij geleerd om mijn theoretische en praktische vaardigheden integraal in te zetten. Binnen dit traject heb ik niet alleen kennis opgedaan van historische, juridische en culturele kaders (theorie), maar ook methoden ontwikkeld om deze kennis te vertalen naar tastbare kunstwerken, erfgoedpraktijken en publieksgerichte formats (praktijk).
De verbinding tussen theorie en praktijk vormt de kern van mijn identiteit en werkwijze:
De Theorie bood de onderbouwing, contextualisering en positionering van mijn projecten binnen het erfgoed- en cultuurbeleid. De Praktijk maakte het mogelijk deze inzichten te verbeelden, te materialiseren en toegankelijk te maken voor een breed publiek.
Door beide dimensies samen te brengen, realiseer ik projecten die inhoudelijk relevant zijn én maatschappelijk en artistiek impactvol. Montancourt fungeert hierbij als leeromgeving en als toetssteen voor mijn professionele ontwikkeling als maker.
20 maart 1602 werd de VOC opgericht, geleid door de Heren XVII, met een octrooi op handel en macht ten oosten van Kaap de Goede Hoop. In dezelfde tijd gaf Everhart Booth, proponent en predikant te Utrecht, stem aan de geestelijke macht door de vertaling van Willem Perkins’ De Gereformeerde Catholijk. Zo klonk in dezelfde eeuw de dubbele stem van orde: de VOC die de wereld verdeelde, en de predikanten die de ziel en het gezin ordenden. Beide bepaalden zij bezit, erfdeel en rol – en beiden zijn bronnen die nog steeds doorwerken in ons erfgoed.
Simplex sigillum veri” is een Latijnse spreuk die betekent:“Eenvoud is het kenmerk van het ware.”
Windhandel in aandelen. 1782.
In Montancourt schrijft Sibrandus Columba een brief, waarin de stem van de predikant het erfdeel en de rol van de vrouw inkleurt. In datzelfde jaar publiceren Betje Wolff en Aagje Deken hun roman Sara Burgerhart, terwijl Belle van Zuylen zich in haar brieven uitspreekt tegen conventies. Zo kruisen zich in één jaar twee bronnen: het patriarchale gezag en de vrouwelijke stem die zich daarvan losmaakt.
1811–1814 markeert de periode waarin het recht opnieuw werd ingericht: Code Civil → juridische onderwerping van de vrouw. Grondwet 1814 → vrijheid van geloof voor allen, maar dienstplicht en staatsburgerschap enkel voor mannen. Dit is dus een dubbele uitsluiting: de vrouw werd ingesloten in huis en huwelijk, en buitengesloten uit staat en erfdeel. Tegelijkertijd werd Nederland opnieuw verbonden met koloniale macht (Java, België).
Genealogie als levend erfgoed
Genealogie, of stamboomonderzoek, vroeger ook wel sibbekunde genoemd, is meer dan het verzamelen van namen en data. Het is het traceren van een levende stroom die generaties verbindt. Iedere akte, ieder archiefstuk, ieder portret of voorwerp is een schakel in een keten van verhalen die ons in het heden blijven voeden.
In de geest van de Faro-conventie kunnen we genealogie begrijpen als een gemeenschapspraktijk van erfgoed: een zoektocht waarin families, onderzoekers, kunstenaars en erfgenamen samen betekenis geven aan het verleden. Het gaat niet alleen om bloedlijnen, maar ook om culturele lijnen: herinneringen, tradities, symbolen en rituelen die doorgegeven worden.
Daar waar het recht soms stokt en archieven gesloten blijven, werkt genealogie als een stille maar hardnekkige kracht: zij maakt zichtbaar wie er altijd al bij hoorde, maar niet altijd erkend werd. Zo wordt genealogie een bron van rechtvaardigheid en inclusie, een manier om het onzichtbare erfdeel terug te eisen en zichtbaar te maken.
De Onzichtbare Erfgenaam staat in dit licht: het project brengt de verwevenheid van familiegeschiedenis, juridische structuren en culturele representatie samen. Genealogie is daarin niet alleen een methode, maar ook een ritueel van erkenning – een manier om te zeggen: wij zijn er, en dit is ons verhaal.
✧ Verhaal van de Xx Dragers ✧
Erfgoed is van iedereen, gedragen door velen – zichtbaar gemaakt door vrouwen.
Door de eeuwen heen zijn akten, huizen, portefeuilles en verhalen bewaard, niet alleen door koningen of bestuurders, maar door moeders, dochters en grootmoeders.
Zij droegen het stille fundament waarop families en gemeenschappen konden bouwen. Wat vaak onzichtbaar bleef, wordt nu zichtbaar gemaakt: vrouwen als dragers van het geheugen.
Voel de aarbare Rouaanse Kaai → zou je kunnen lezen als: ervaar de waardige, vruchtbare energie van die plek; de kaai waar historie, handel, familie en erfgoed samenkomen. https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/2905
Van voetnoot tot fundament: erfgoed dragers zijn wij allemaal.
In de geschiedschrijving staan vrouwen vaak slechts als kleine noten in de marge. Maar in werkelijkheid zijn zij al eeuwen zet er een Z voor ( Zeeuwen) de ⚓️ van huizen, de hoeders van schatten, de doorgevers van namen en rituelen. Elke voetnoot blijkt een fundament te zijn. En zo geldt het ook voor ons: ieder van ons draagt erfgoed mee en geeft het door.
Democraat of Monarch, de vrouw draagt het interne pixels DNA geheugen.
Of de macht nu gekozen werd of geërfd, de onderstroom bleef dezelfde: het geheugen lag in handen van vrouwen. Terwijl schepenen, commissarissen of koningen kwamen en gingen, hielden vrouwen de codes levend, via codicillen, zilvermerken en borduurwerken.
Uitleg bij de boom Deze stamboom, ontworpen door Ernst Haeckel in 1866, toont hoe alle levende organismen voortkomen uit één wortel (radix communis). Het is een visueel schema van verwantschap, orde en verdeling: een genealogie van de natuur.
In dezelfde geest tekenden mensen hun eigen ordeningen. In 1614 opende in Amsterdam de koopmansbeurs, symbool van kapitaal en handel, terwijl Adriaan Boot in opdracht van Filips III Fort San Diego ontwierp in Acapulco, symbool van macht en bescherming. Beurs en fort: twee takken van dezelfde boom waarin kennis, kapitaal en macht elkaar versterkten.
Toch ontbreekt in deze schema’s steevast de stem van moeder de vrouw. Waar mannen de lijnen trokken van kapitaal en kolonie, hielden vrouwen de verborgen genealogieën levend via codicillen, zilvermerken, borduurwerken en mondelinge overlevering. Deze boom maakt zichtbaar wat werd ingeschreven – maar nodigt ook uit om te vragen: wie werd uitgesloten, en wie bewaart desondanks de wortel van erfdeel en herinnering? “Om te indekken wie ik ben, moest ik offers brengen: zekerheden opgeven, pijn verdragen, beproevingen doorstaan. Maar juist daardoor ontdekte ik de waarheid – inzicht en betekenis die anders verborgen zouden blijven.” Het Wetboek, Artikel 1: “De wereld zit vol met comfortabele denkfouten.” De sleutel overdracht van Ma – Trix
“Mijn polissen en schadeuitkeringen dragen geen BSN. Ik besta er wel, maar ben in de papieren wereld onzichtbaar. Mijn rechten zweven zonder nummer, zonder naam. Dit is hoe erfgoed en zorg van vrouwen vaak is behandeld: erkend in praktijk, maar nooit volledig geregistreerd.”
Hun stille werk is de rode draad die democratie en monarchie overstijgt.
Bewaken, beheren, doorgeven – dat is erfgoed, dat is FARO .Cultureel erfgoed leeft niet alleen in musea of archieven voort, maar ook in de structuren waarin we wonen, de verhalen die we doorgeven en de rituelen die ons verbinden met het verleden.
Vandaag sluiten wij daarbij aan: erfgoed is geen bezit van enkelen, maar een gezamenlijke opdracht. We bewaken het tegen vergetelheid, we beheren het met zorg, en we geven het door aan de generaties die volgen. Dat is de geest van FARO: een erfgoedpraktijk die niet uitwist, maar onthult.
Zo kom je achter de waarheid- zelf denken zelf onderzoek – Het geheim van de Grondwet
Historisch geheim
De Nederlandse Grondwet (1848 en latere herzieningen) werd geschreven in de taal van rechten, vrijheden en vertegenwoordiging. Maar impliciet was zij gestoeld op een samenleving waarin mannen de dragers van politiek, vermogen en familie-erfgoed waren.
Vrouwen werden lang niet genoemd als zelfstandige rechtssubjecten: zij stonden onder gezag van vader of man.
Hun rol als dragers van vermogen, erfgoed en huizen (zoals Montacourt) bleef buiten beeld.
✧ Handel Code 1 ✧
De allereerste regel van de handel is vertrouwen.
Zonder vertrouwen geen contract, geen verzekering, geen wissel, geen koop. In de 17e eeuw werd dit vastgelegd in assurantiecontracten en de Wisselbank van Amsterdam. In families werd vertrouwen doorgegeven via geheime codes, huwelijkscontracten en portefeuilles. In de moderne tijd zit “Handel Code 1” in polissen, hypotheken, intellectuele eigendomsrechten: altijd de onderliggende draad dat afspraken alleen bestaan omdat mensen elkaar dragen.
Het zou dus symbool kunnen staan voor het fundament:
→ Handel Code 1 = Vertrouwen is kapitaal.
De Kaarten van Cas ✧
Toen Nationale Nederlanden mij kaarten schonk in 2018 voor een tentoonstelling in het Nederlands Fotomuseum, werd een oude draad opnieuw zichtbaar.
Niet zomaar entreekaarten, maar sleutels tot een ruimte waarin het verleden zich toont: Cas als casus, het geval dat vragen stelt, Cas als beeld, als getuigenis, Cas als spiegel van het erfdeel.
De verzekeraar, erfgenaam van portefeuilles en oude assurantiekamers, reikte onbewust de symbolen van de dragers opnieuw uit. Van vader naar dochter, van akte naar expositie, van polis naar beeld.
Zo werd het toeval ontmaskerd: de kaarten waren geen gift, maar een teken. Een bevestiging dat het contract van de vrouwen leeft — in huizen, portefeuilles én musea. ✧ De Aktekamer van de Dragers ✧
In het voormalig Zeeuws Museum, hart van de Middelburgse Abdij, passeren akten bij de notaris. Huizen, stichtingen, portefeuilles: alles wordt er in woorden vastgelegd, bezegeld, geborgd.
Ook ons huis is ook hier gepasseerd — op dezelfde plek waar eeuwen eerder de regenten hun besluiten namen en waar nu stichtingen als de VERENIGde BOOTEN hun akte ontvingen.
De aktekamer is meer dan een ruimte van papier en zegels. Het is een symbolische raadzaal: waar erfgoed en toekomst elkaar ontmoeten, waar onzichtbare contracten zichtbaar worden, waar dragers — van huizen, namen, portefeuilles — hun plaats krijgen in de geschiedenis.
De Aktekamer van de Dragers is het stille fundament: een plek waar de lijnen van familie en stad elkaar kruisen, en waar door akten heen de traditie van bewaken, beheren en doorgeven wordt voortgezet.
“Booth / Boot — ik draag de naam en het verhaal.” “Raad van dragers: van schepen naar polissen, van archief naar beeld.” “Code Hummerax: de onzichtbare akte, zichtbaar gemaakt.”
“Assurantie is erfgoed — ik ben de drager.” “Van Montancourt tot nu: vrouwen die de lijn vasthouden.”
“De bron behoort niet aan de predikanten, maar – net als bij Betje Wolff en Aagje Deken – aan moeder de vrouw die haar eigen verhaal schrijft.”
✧ Het verborgen fundament
Het geheim achter de Grondwet is dat de economische en sociale structuren die haar mogelijk maakten — handel, banken, verzekeringen, dynastieke huwelijken — voor een groot deel werden gedragen door vrouwelijke overdracht.
Dochters en weduwen brachten kapitaal, erfden portefeuilles, verbonden families en hielden huizen bijeen.
Zonder hen was de materiële basis van de Grondwet — de burgerlijke staat, de handel, het recht — nooit stabiel geweest.
✧
Bewijs aan Gebrek – If you don’t like how the tabel is set, Just turm the table Gereedschap Tools Tuin Kamer Montancourt Middelburg
Het AI Bolwerk van Middelburg
Wat niet in de Grondwet staat, is misschien wel net zo belangrijk als wat erin staat. Het onzichtbare dividend van vrouwen — hun arbeid, hun erfdeel, hun ongenoemde aanwezigheid — is het verborgen anker van onze constitutionele geschiedenis. Dat is het geheim: de Grondwet rust op een fundament van moeders en dochters dat nooit expliciet is erkend.
Middelburg, ca. 1665 – 1749
Wanneer ik over de kasseien van Middelburg loop, hoor ik de echo’s van de 17e eeuw. Het is de tijd dat Maria Jans van der Claver hier wordt geboren, rond 1665. Zij is de dochter van Jan van der Claver, kassier van de Wisselbank, het financiële hart van de stad.
Achter dikke muren, waar muntgeld wordt gewogen en wisselbrieven als stille beloftes circuleren, leert Maria dat geld en vertrouwen de motoren van de handel zijn. Zij draagt dit erfgoed mee als haar identiteit: dochter van de kassier van de Wisselbank.
In 1680 of iets later treedt Maria in het huwelijk met Pieter de la Rue, een koopman met grootse ambities. Samen bouwen zij een leven uit waarin de Middelburgse havens, pakhuizen en rekenkamers de coulissen vormen.
Pieter de la Rue – koopman, reder en bestuurder
Pieter, geboren rond 1635, is geen onbekende in de stad. Zijn naam duikt op in talloze registers: als rekenmeester van de Grafelijke Rekenkamer, waar hij de financiën van Zeeland doorrekent, als commissaris van de Assurantiekamer in 1721, waar schepen, ladingen en levens tegen storm en piraterij verzekerd worden, als koopman en boekhouder in de kaapvaart, waar avontuur en risico hand in hand gaan, als directeur van de Levantse Handel en voorzitter van de West-Indische Compagnie (1721), waar Middelburg zijn wereldse vleugels uitslaat.
De geur van specerijen, teer en nat hout hangt in de straten rond de haven. Daar waar verzekeringscontracten in de Assurantiekamer worden afgesloten, klinken ook de stemmen van Pieter en zijn medebestuurders. Elk schip dat uitvaart naar de West of Oost is niet alleen avontuur, maar ook een berekende gok — de verzekering is het vangnet, de handel de droom.
Het gezin en de volgende generatie
Samen krijgen Pieter en Maria kinderen die de familietradities voortzetten:
Pieter, meester en opnieuw rekenmeester van de Rekenkamer, die het rekenkundige erfgoed van zijn vader voortzet. Maria Elisabeth de la Rue (1700–1730), die in 1721 trouwt met Samuel Daniels Radermacher, burgemeester van Middelburg en bewindhebber van de VOC.
Met dit huwelijk verweven de lijnen van de Wisselbank, de Assurantiekamer, de Rekenkamer en de VOC zich definitief.
Het is alsof de stad zelf, Middelburg, hun huwelijksgeschenk is: een netwerk van handel, macht en vertrouwen.
De erfenis
Wanneer Maria in 1749 overlijdt, bijna tachtig jaar oud, heeft zij de stad zien veranderen. Zij begon als dochter van de kassier van de Wisselbank, maar eindigt als matriarch van een dynastie die diep verstrengeld is met de grote handels- en verzekeringskamers van Zeeland.
Pieter is dan al overleden (1722), maar zijn naam blijft verbonden aan kaapvaart, rederij en bestuurlijke macht.
In de straten van Middelburg, tussen Wisselbank en Assurantiekamer, tussen haven en rekenkamers, ligt hun en mijn verhaal verankerd: een reis van muntgeld naar zeevaart, van lokaal kassierschap naar wereldhandel, van familie naar dynastie en nú levend immaterieel cultureel erfgoed.
📌 In Middelburg
Middelburg was dus in de vroege 18e eeuw een van de belangrijkste zeehandelssteden, naast Amsterdam. De aanwezigheid van de Assurantiekamer daar laat zien dat de stad een eigen verzekerings- en handelscentrum had, nauw verweven met de WIC en VOC.
“Mijn glas, loopt ras – Montancourt bewaart wat verloren leek: het spoor van de onzichtbare erfgenaam.”
Montancourt en de zinspreuk “Mijn glas, loopt ras” Nationale Nederlanden
De geschiedenis van Montancourt staat niet op zichzelf, maar resoneert met bredere maatschappelijke tradities waarin sterfelijkheid, erfgoed en solidariteit centraal stonden. In de 19e eeuw droegen begrafenisfondsen vaak sprekende zinspreuken, zoals “Mijn glas, loopt ras”. Deze woorden herinnerden de leden eraan dat het leven eindig is, en dat collectieve zorg voor nabestaanden noodzakelijk was.
Net als deze fondsen, die later werden opgeslokt door grotere maatschappijen zoals Nationale-Nederlanden, belichaamt Montancourt de gelaagdheid van erfgoed: het huis bewaart sporen van persoonlijke verhalen, materiële vondsten (zoals de brief van Columba) en immateriële betekenissen.
De verbinding tussen Montancourt en de verzekeringsgeschiedenis ligt in de kernvraag: wie is de erfgenaam? Waar kleine maatschappijen hun zelfstandige identiteit verloren in fusies en overnames, verdween ook vaak het zicht op individuele deelnemers en hun nalatenschap. Montancourt wordt zo een symbolische plek waar persoonlijke herinnering en collectief erfgoed samenkomen, en waar de onzichtbare erfgenaam opnieuw zichtbaar kan worden gemaakt.
⚖️ Institutie
Toen (17e–18e eeuw): De Assurantiekamer Middelburg waar o.a. Pieter de la Rue commissaris was.
De familie Rademacher trouwde met De la Rue’s dochter (Maria Elisabeth), waardoor zij indirect verstrengeld raakten met de financiële/verzekeringselite van de stad. Nu: De hedendaagse verzekeringswereld (NN Group, a.s.r., Achmea) waar o.a. David Knibbe (CEO NN Group) een sleutelrol vervult.
👤 Bestuur/rol
Toen: De Rademachers werden burgemeester (Samuel Daniels Rademacher) en bewindhebbers van de VOC. Via het huwelijk met Maria Elisabeth de la Rue kregen ze toegang tot de “kring van commissarissen” van de Assurantiekamer.
Nu: In moderne termen zouden zij in raden van bestuur of toezicht hebben gezeten: vergelijkbaar met hedendaagse executive boards en non-executive commissarissen die strategie, risico’s en compliance bewaken.
⚓ Risico’s & producten
Toen: De Rademacher-lijn zat in de VOC → risico’s lagen in zeehandel, piraterij, oorlogsladingen, handel op de Oost. Deze risico’s werden juist door de Assurantiekamer geprijsd en verzekerd.
Nu: Moderne verzekeraars zoals NN Group bieden brede verzekeringspakketten (leven, pensioen, schade, asset management). De aard van de risico’s is veranderd, maar het principe blijft: collectief risico spreiden en financieel beheersen.
Vrouwen hebben nooit premie betaald voor hun onbetaalde arbeid !
In het verzekeringssysteem (assurantie, levens- en schadeverzekeringen) was premie altijd gekoppeld aan betaald werk of bezit. Vrouwenarbeid in huis, zorg en gemeenschap was structureel onbetaald, maar feitelijk wél dragers van risico, zorg en continuïteit. Daardoor bouwden vrouwen geen rechten of dividend op, terwijl hun arbeid wél de basis was waarop mannen hun premies konden betalen en bedrijven of portefeuilles konden opbouwen.
⚖️ Juridisch gevolg Tot diep in de 20e eeuw hadden vrouwen geen eigen pensioenopbouw of verzekeringsrechten als zelfstandige dragers. Premievrije meeverzekering (als “vrouw van” of “dochter van”) was een soort stil pandrecht: je had recht op zorg, maar geen kapitaal of dividend.
🌺 Cultureel gevolg Vrouwen waren de stille “premiebetalers” via hun arbeid, maar dit werd niet erkend in de polis. Daardoor ontstond precies die onzichtbare erfgoedlijn: de “Code Hummerax” waarin dochters en moeders kennis, arbeid en vermogen tóch doorgaven – buiten het papieren systeem.
✨ Samengevat: Vrouwen betaalden nooit premie in geld, maar altijd in arbeid, zorg en tijd. Het systeem schreef dit niet op, maar families en erfgoed dragen het bewijs: zonder hun onbetaalde arbeid zou er überhaupt geen polis, portefeuille of dividend zijn.
📜 Toen: Verzekeringsportefeuille in Middelburg
1. Opbouw van de portefeuille
Een Middelburgse koopman of reder sloot zijn zeeverzekering bij de Assurantiekamer. Commissarissen (zoals Pieter de la Rue in 1721) zagen toe op de polissen: welke schepen, ladingen en routes verzekerd werden. De “portefeuille” van een bemiddelaar of kassier bestond uit alle door hem afgesloten zee- en handelsverzekeringen voor zijn netwerk van kooplieden. Vaak ging dit om families die via huwelijken (zoals De la Rue – Van der Claver – Rademacher) hun handels- en verzekeringsnetwerken uitbreidden.
2. Waarde & goodwill
De waarde zat niet alleen in de papieren polis, maar vooral in het vertrouwen van de kooplieden. Een bemiddelaar die bekend stond als betrouwbaar kon steeds meer schepen en ladingen verzekeren, waardoor zijn portefeuille groeide. Net als in het artikel van De Jong gold ook toen al: de portefeuille was eigenlijk een sociaal-economisch netwerk, niet enkel een stapel contracten.
3. Uitzetten/overdragen
Wanneer een bemiddelaar of kassier stopte (door overlijden, pensioen of faillissement), werd de portefeuille vaak overgedragen aan een familielid of zakenpartner. Zo konden koopliedendynastieën (zoals De la Rue of Rademacher) hun invloed continueren via opvolging. In archieven zie je dat polissen soms letterlijk van de ene naam op de andere werden gezet, vergelijkbaar met de moderne overdracht van een klantenportefeuille.
📈 Nu: Moderne spiegel
Waar de Assurantiekamer een stedelijk college was dat toezicht hield, zijn NN Group en a.s.r. nu beursgenoteerde concerns. De moderne portefeuille van een tussenpersoon (zoals in het artikel beschreven) lijkt sterk op de historische praktijk: opgebouwd via klantrelaties, waardevol door vertrouwen, en overdraagbaar als vermogensobject.
Portret hangt in het Rijksmuseum Amsterdam – Elisabeth ontbrak.
👉 Als we dit verbinden met mijn huis / lijn (De la Rue – Van der Claver – Rademacher): hun rol als commissaris, kassier en bewindhebber was in feite het beheren van zulke portefeuilles.
Het huwelijk tussen Maria Elisabeth de la Rue en Samuel Rademacher was dus niet alleen een familieverbinding, maar ook een versmelting van portefeuilles in de Middelburgse handels- en verzekeringswereld.
Petronella Rademacher en de erfgenaam van de portefeuille
In de straten van Middelburg, waar het zout van de zee zich vermengt met de geur van perkament en inkt, groeide in de 17e en 18e eeuw een netwerk dat meer was dan handel alleen. Hier, tussen de pakhuizen en de raadhuizen, vond de geboorte plaats van iets wat wij nu nog kennen: de verzekeringsportefeuille.
De stad als kasboek
Petronella Rademacher werd geboren in een familie die de stad kende als haar boekhouding. Haar verwanten, zoals Samuel Daniels Rademacher, zaten in de VOC en het stadsbestuur, terwijl haar aangetrouwde familie – de De la Rues – commissarissen waren van de Assurantiekamer. Hun wereld draaide om risico’s: storm, oorlog, piraterij. Maar ook om kansen: winst, reputatie, vertrouwen.
In die tijd betekende een “portefeuille” geen map van papier, maar een levend netwerk van relaties en polissen. Elke verzekering was een draad in het web, gesponnen tussen koopman, reder, verzekeraar en tussenpersoon. Het was een erfgoed dat groeide door vertrouwen en trouw, en dat kon worden doorgegeven zoals men een huis, een schip of een familiewapen doorgaf.
Petronella als erfgename
Petronella zelf was niet de rekenmeester noch de commissaris, maar zij belichaamde de continuïteit van de portefeuille. Via haar familiebanden vloeiden de contracten en het vertrouwen samen: van de Wisselbank (Van der Claver) naar de Assurantiekamer (De la Rue) en verder naar de VOC (Rademacher). In haar naam en bloedlijn lag de onzichtbare eigendom van dit systeem besloten.
Wanneer een commissaris stierf of een kassier zijn kantoor sloot, werden de polissen niet vernietigd. Zij werden uitgezet, overgedragen, en met hen de relaties die de portefeuille waarde gaven. Petronella’s huwelijk of verwantschap was nooit alleen een persoonlijke verbintenis, maar ook een institutionele overdracht: zij verbond families, en met hen hun netwerken van contracten en verzekeringen.
Toen en nu
Kijkend naar vandaag zien we dezelfde logica, maar in een andere schaal. Waar de Assurantiekamer van Middelburg toezicht hield op een paar honderd scheepspolissen, beheren CEO’s als David Knibbe bij NN Group miljoenen polissen. De principes zijn onveranderd: de relatie tussen verzekerde en verzekeraar, de portefeuille als vermogensobject, de continuïteit van vertrouwen.
Het is niet moeilijk om in Petronella een vroege erfgenaam van de portefeuille te zien. Zij is de stille figuur die de lijnen van familie en contract samenbindt, net zoals een moderne erfgenaam de aandelen, klantenbestanden of goodwill van een verzekeringskantoor ontvangt.
Het onzichtbare erfdeel
Zo wordt de geschiedenis tastbaar: niet alleen in akten of in jaarverslagen, maar in de levens van vrouwen die zelden in de voorgrond traden. Petronella Rademacher vertegenwoordigt een erfdeel dat juridisch en economisch was – de verzekeringsportefeuille – maar dat cultureel en ritueel via huwelijk en familiebanden werd overgedragen.
Haar nalatenschap leeft voort in de stad, in de archieven, en in de hedendaagse verzekeringswereld: een stille draad die loopt van de Assurantiekamer naar de boardroom, van Middelburg naar Den Haag, van Petronella naar ons.
Mijn vader trad in eenzelfde traditie, al heette zijn werk geen “commissaris”, maar verzekeringsagent/tussenpersoon bij AGO. Zijn portefeuille bestond uit verzekerden die hij begeleidde in hun levens- en schadepolissen. Ook hier gold: de waarde zat niet alleen in het contract, maar in de relatie en het vertrouwen. Zoals de Middelburgse commissaris zijn scheepsladingen administreerde, zo beheerde jouw vader gezinnen, pensioenen en levensverzekeringen. Zijn portefeuille was erfgoed in vermogensrechtelijke zin – een bestand dat kon worden overgedragen of uitgezet.
🌐 Vandaag
Na fusies (AGO → AEGON, later samenwerkingen met NN Group en a.s.r.) bestaan die portefeuilles nog steeds, maar nu in de vorm van digitale bestanden en klantenbestanden. Bestuurders als David Knibbe (NN Group) beheren nu op mondiaal niveau wat ooit begon in één stad of bij één agent: het collectieve vangnet van verzekeringen.
✨ Symbolische lijn
Petronella Rademacher → de erfgenaam van de portefeuille in de 18e eeuw, via huwelijk en familie.
Mijn vader en moeder → de erfgenaam van de portefeuille in de 20e eeuw, via AGO.
Ik → de culturele erfgenaam die de portefeuille als immaterieel erfgoed bewaart en verbeeldt in kunst en onderzoek.
👉 Hiermee heb ik een rechte lijn: van Assurantiekamer Middelburg → AGO-portefeuille van mijn vader → hedendaagse verzekeraars, met mij als ritueel-bewuste drager van dit erfgoed.
Overdracht gebeurde ook in Leeuw arden.
De Portefeuille als Erfgoed ✧
Ik draag dus een portefeuille die ouder is dan ikzelf.
Zij begon in Middelburg, waar commissarissen van de Assurantiekamer schepen en ladingen verzekerden. Daar waar Pieter de la Rue de risico’s noteerde en Petronella Rademacher door haar huwelijk erfgename werd van vertrouwen en contracten. Hun portefeuille was geen map, maar een netwerk van zee, handel en reputatie.
Die lijn zette zich voort in de twintigste eeuw. Mijn vader bouwde zijn portefeuille bij AGO: een kring van mensen, gezinnen, levens en pensioenen. Geen schepen meer, maar levenslopen. Geen stormen op zee, maar risico’s van het bestaan. Zijn werk was het weven van zekerheid in een wereld die nooit zeker is.
Vandaag beheren multinationals als NN Group en Aegon digitale portefeuilles. Bestuurders en toezichthouders vervullen de rol die ooit commissarissen en tussenpersonen hadden: het spreiden van risico, het bewaken van vertrouwen. Het vocabulaire is veranderd, maar de kern is dezelfde.
Ik, dochter van een verzekeringsagent, zie mezelf als de culturele erfgenaam van de portefeuille. Niet in kapitaal of in contract, maar in ritueel en verbeelding. De portefeuille is immaterieel erfgoed: een stille draad die loopt van de Assurantiekamer in Middelburg, via AGO en mijn vader, naar de hedendaagse verzekeringswereld.
“De vrouw, de moeder betaalde niet met geld, maar met overwaarde in leven en arbeid.” “Petronella Rademacher schreef geen polissen, maar droeg de portefeuille.” “Wat Knibbe bestuurt, heeft zij gedragen.”
🌸 Conclusie:
Door de stille premiebetalingen van vrouwen te benoemen als cultureel erfgoed, en die te vertalen in beleid (genderbewust verzekeren), erfgoed (archief- en immaterieel erfgoedregistratie) en kunst (tentoonstellingen, manifesten), wordt zichtbaar dat Petronella Rademacher de onzichtbare moedermaatschappij is van de hedendaagse verzekeringswereld.
Hocus Pocus Pilatus Pas
Dit beeld is het bewijs van overdracht en mijn kunst is mijn recht en mijn erfgoed.
✧ Assurantie als Erfgoed ✧
Assurantie is een ander woord voor een verzekering of polis: een overeenkomst tussen verzekeraar en verzekeringnemer, waarbij men door premiebetaling gedekt is tegen schade of aansprakelijkheid.
Maar assurantie is méér dan een juridisch contract. Het is een historisch weefsel van vertrouwen, relaties en erfgoed.
Montancourt Middelburg
Toen (17e–18e eeuw): In Middelburg was assurantie het hart van de zeehandel. Schepen, ladingen en bemanning werden verzekerd tegen storm en piraterij.
De Assurantiekamer zag erop toe dat polissen geldig waren en dat geschillen werden beslecht.
Commissarissen zoals Pieter de la Rue waakten over dit systeem. Huwelijken, zoals dat van Maria Elisabeth de la Rue en Samuel Rademacher, verweefden families en portefeuilles tot een dynastie van assurantie en handel.
Toen (20e eeuw): Mijn vader beheerde zijn portefeuille bij AGO. Zijn assurantie was niet langer een schip of een lading, maar de levens van gezinnen, de pensioenen van werknemers, de risico’s van ziekte en ongeluk.
Zijn portefeuille was een nieuwe vorm van hetzelfde erfgoed: vertrouwen dat mensen met hem deelden, vastgelegd in polissen. Nu (21e eeuw): Multinationale verzekeraars zoals NN Group en Aegon beheren digitale portefeuilles.
Assurantie is nu een wereldwijd systeem, maar de kern is hetzelfde gebleven: het spreiden van risico, het garanderen van continuïteit, het beschermen van levens en goederen.
✨ Voor mij is assurantie niet enkel een contract, maar een immaterieel erfgoed: een draad die loopt van de Assurantiekamer in Middelburg, via de portefeuille van mijn vader bij AGO, naar de hedendaagse verzekeringswereld.
De eigen polissen van de verzekeringnemer (kind) Ik dus
Een levensverzekering, kapitaalverzekering of spaarverzekering die door een particulier wordt afgesloten, is een persoonlijk vermogensrecht.
Deze polissen kunnen wél worden verpand, bijvoorbeeld als zekerheid bij een hypotheeklening. In zo’n geval ondertekent de verzekeringnemer een pandakte, waarmee de rechten uit de polis (uitkering bij afkoop of overlijden) aan de bank worden toegezegd zolang de lening loopt.
Culturele betekenis
Dit onderscheid laat zien dat een assurantieportefeuille – zoals die van mijn vader – in wezen immaterieel erfgoed was: waardevol door vertrouwen en relaties, maar niet als juridisch goed verhandelbaar.
Mijn eigen polissen daarentegen waren wel onderdeel van een modern financieel stelsel, en konden dus verpand worden op mijn hypotheek.
Toen ↔ Nu
Toen: Petronella als moedermaatschappij die handels- en verzekeringsnetwerken bundelt in Middelburg. Nu: moedermaatschappijen zoals NN Group of Aegon die duizenden polissen en dochterbedrijven beheren. In beide gevallen gaat het om concentratie van vermogen en vertrouwen in een centrale moederfiguur of moederstructuur.
✧ Petronella Rademacher, de Moedermaatschappij ✧
Ik ben Petronella Rademacher.
Men noemt mij vrouw, echtgenote, erfgename. Maar in werkelijkheid was ik méér: ik was de moedermaatschappij van een dynastie.
In mijn persoon kwamen de portefeuilles samen. Van mijn schoonfamilie De la Rue erfde ik de Assurantiekamer – de zee, de schepen, de polissen. Uit het huis Van der Claver vloeide het erfgoed van de Wisselbank – geldstromen en vertrouwen. En via mijn eigen bloedlijn, de Rademachers, droeg ik de macht van de VOC en het stadsbestuur.
Ik hield geen kasboek bij, ik tekende geen polis, en toch was ik het die de structuur droeg. Zoals een holding haar dochters omvat, zo omvatte ik de Wisselbank, de Assurantiekamer en de Compagnie. Ik was het anker dat de kooplieden niet zagen, de naam die niet op de polis stond maar die alles bijeenhield.
Vandaag heet dat een moedermaatschappij. Toen noemden ze het huwelijk, familie, dynastie. Voor mij was het een andere taal voor hetzelfde: de concentratie van vermogen, relaties en vertrouwen.
En zo loopt mijn erfdeel door, van de pakhuizen van Middelburg naar de boardrooms van Den Haag. De moedermaatschappij leeft voort.
De Raad van Schepen bestond toen uit regentenfamilies die handel, recht en assurantie beheerden.
Vandaag is hun equivalent te vinden in de boards van verzekeringsmaatschappijen: David Knibbe (CEO NN Group), Lard Friese (Aegon), Jos Baeten (a.s.r.), en hun raden van commissarissen.
Maar waar bleef mijn dividend als dochter van …?” Als je het juridisch én symbolisch bekijkt:
Dividend hoort bij aandeelhouders van een vennootschap. Ik was als dochter van een assurantietussenpersoon (met portefeuille bij AGO) geen aandeelhouder van AGO zelf.
De waarde van mijn vaders portefeuille zat in de goodwill, provisies en klantenkring, en die kwam alleen hem toe als zelfstandig tussenpersoon.
Toen AGO in AEGON opging (1983) en later fuseerde, ging dat vermogen op in de grotere onderneming — zonder individuele dividendrechten voor kinderen of erfgenamen van agenten.
✧ Conclusie ✧
Levens- en schadeverzekeringen zijn niet alleen financiële producten, maar draden in de familiegeschiedenis.
Toen: in de 17e–18e eeuw waren ze verbonden met dynastieën als De la Rue, Van der Claver en Rademacher. Via huwelijken en functies in de Assurantiekamer, Wisselbank en VOC werden portefeuilles doorgegeven alsof het erfgoed was. 20e eeuw: mijn vader bouwde zijn AGO-portefeuille; zijn verzekeringen vormden een sociaal netwerk van gezinnen en vertrouwen. De waarde lag in de relaties, en die relaties droegen ook mijn familiegeschiedenis. Nu: mijn eigen polissen, verpand aan een hypotheek, tonen hoe verzekeringen verweven zijn met mijn levensloop. Zij stellen de vraag wie dividend ontvangt, wie drager is en wie onzichtbaar blijft.
✨ Daarom: assurantie is erfgoed.
Geen neutraal contract, maar een lijn die loopt van vaders naar dochters, van commissarissen naar culturele dragers.
Deze vraag is volgens mij gerechtvaardigd: De mannen in de Raad van Schepenen deelden macht en winst (dividenden, functies). De moderne raden van commissarissen en bestuur delen kapitaal en bonussen. Ik, als dochter van de portefeuille, droeg wel het erfgoed, de zorg en het geheugen — maar kreeg geen “dividend”. Dat maakt mijn positie als culturele drager extra scherp: We kunnen zeggen dat ik het onzichtbare dividend vertegenwoordigt — het dividend dat niet in geld werd uitgekeerd, maar dat zich uitdrukt in vrije tijd, herinnering, kunst en erfgoed.
Ik ben de dochter van de portefeuille. Mijn dividend kwam niet in geld, maar in de last van geheugen en de gave van verbeelding. Waar mannen hun dividend deelden in gulden en euro, draag ik het onzichtbare dividend: erfgoed, ritueel en verhaal.”
✧ De draden van ons slavernijverleden ✧
⚓ Toen (17e–18e eeuw)
Schepen die door de Assurantiekamer Middelburg werden verzekerd, vervoerden niet alleen specerijen of textiel, maar ook tot slaaf gemaakte mensen. Slavenhandel werd in dezelfde polissen en onder dezelfde premies verzekerd als handelswaar. Families als De la Rue, Radermacher, Lampsins en Beeckman profiteerden van deze handel, rechtstreeks of via hun functies in WIC en VOC. Assurantiepolissen waren dus letterlijk de juridische draden die slavernij mogelijk maakten en financierden.
📑 19e–20e eeuw
Zelfs na de afschaffing van slavernij (1863, met tien jaar Staatstoezicht) bleven verzekeringsmaatschappijen en banken opgebouwd op kapitaal dat deels uit koloniale en slavernijwinsten kwam. Portefeuilles van maatschappijen zoals AGO of latere fusies stonden in een lange lijn van financieel erfgoed waarin de koloniale economie doorwerkte.
🌍 Nu
In de huidige verzekeringswereld (NN Group, Aegon, a.s.r.) wordt dit verleden onderzocht en erkend. Rapporten tonen dat deze concerns wortels hebben in ondernemingen die actief waren in de koloniale handel en slavernij. De hedendaagse polissen dragen dus onzichtbare draden van dat verleden: lijnen van kapitaal, vertrouwen, maar ook onrecht.
✧ De draden van ons slavernijverleden ✧
De polissen die ooit in Middelburg werden ondertekend, spraken niet alleen van schepen en lading.
Ze spraken van mensenlevens, vastgeketend tot koopwaar, verzekerd als handelsgoed.
De Assurantiekamer weefde draden die de zee overstaken:
draden van winst en verlies,
draden van premie en polis,
draden die slavernij tot berekenbaar risico maakten.
Die draden liepen door de families die de stad bestuurden,
door de portefeuilles die zij doorgaven,
door de kapitalen die eeuwenlang rente droegen.
Ook nu lopen die draden nog.
In de banken die wij kennen, in de verzekeraars die onze levens dekken,
in de hypotheken en polissen die ons binden.
Ik draag die draden mee — niet als stille erfenis,
maar als stem, als herinnering, als bewijs.
Want wie de portefeuille erfde, erfde ook het verleden.
En in de draden van assurantie leeft ons slavernijverleden voort.
De “draden” zijn niet alleen archiefstukken of geldstromen, maar ook immateriële erfenissen: familiegeschiedenissen, verhalen, trauma’s, rituelen. Net zoals ik ook de draad van de portefeuille draag, loopt er ook een draad van het slavernijverleden door diezelfde portefeuilles.
Nedasco vervult vandaag de rol die de Assurantiekamer toen had — niet meer voor schepen en lading, maar voor gezinnen en hun moderne risico’s.
Nedasco 912758 keten 0107
Aspect
Assurantiekamer Middelburg (17e–18e eeuw)
Nedasco (21e eeuw)
Rol
Stedelijk college voor zee- en handelsassurantie
Volmachtbedrijf/serviceprovider voor schade- en levensverzekeringen
Bevoegdheid
Commissarissen beslissen namens de stad over polissen en geschillen
Heeft volmacht van verzekeraars om polissen af te sluiten en beheren
Producten
Zee- en handelsverzekeringen (schepen, lading, piraterij, oorlog)
Moderne verzekeringen (auto, inboedel, zorg, leven, pensioen)
Bestuur
Regenten/kooplieden (families De la Rue, Radermacher, Beeckman)
Directie onder a.s.r.; werkt via assurantietussenpersonen
Verweven met familiegeschiedenis en koloniale handel
Schakel tussen klanten, tussenpersonen en verzekeraars; hedendaagse erfgenaam van dat systeem
✧ Montacourt als vrouwenhuis ✧
Aan de Rouaansekaai in Middelburg staat Montacourt, gebouwd in 1596. Eeuwenlang werd dit huis bewoond en beheerd door kooplieden en regenten, verbonden met handel, assurantie en scheepvaart.
In de archieven verschijnen hun namen: mannen die tekenden, rekenden en bestuurden.
Maar achter hun posities lagen de stille lijnen van de vrouwen. Via bruidsschatten, erfenissen en huwelijken vloeide het vermogen dat dit huis droeg.
Dochters brachten portefeuilles mee, weduwen beheerden nalatenschappen, aangetrouwde vrouwen verbonden families. Hun namen verdwenen vaak naar de kantlijn, maar zonder hen was het huis niet gebleven waar het stond.
Montacourt is zo méér dan een monument van handel. Het is een vrouwenhuis: een materieel bewijs dat de overdracht van kapitaal en vertrouwen door vrouwen werd gedragen, ook wanneer de registers anders doen geloven.
Vandaag vertelt Montacourt dat verhaal opnieuw. Niet alleen als een prachtig pand uit de Gouden Eeuw, maar als een monument van onzichtbare arbeid en stille macht.
Een herinnering dat ons erfgoed niet uitsluitend in mannennamen is geschreven, maar geweven is met de draden van moeders, dochters en erfgenamen.
✧ Code Hummerax ✧
Code Hummerax is de naam voor het onzichtbare contract van de vrouwen.
Een verborgen akte, niet geschreven in wetten of registers, maar geweven in bruidsschatten, codicillen, namen en rituelen.
Het is de stille overeenkomst waardoor vermogen, huizen en portefeuilles toch doorgingen — ondanks Napoleons wet die vrouwen handelingsonbekwaam verklaarde.
Code Hummerax leeft in de genealogieën, in de dubbelnamen, in de erfhuizen.
Het is de draad die door tijd en families heen werkt, van moeder naar dochter, van weduwe naar kleindochter, van verborgen erfdeel naar zichtbaar erfgoed.
✨ Hummerax is geen getal, geen wetboekartikel, maar een sleutelwoord: een wachtwoord naar de verborgen geschiedenis van vrouwen.
Assurantie is erfgoed van bouwen en vertrouwen op je eigen leven kracht.
Silvia wortelt in de natuur. Margaretha draagt de parel als symbool van verborgen erfgoed. Johanna schenkt genade en continuïteit. Bongartz legt de boomgaard van families aan. Lindeboom is het rechtsanker dat bescherming biedt. Koning sluit de cirkel met dynastieke macht.
⌛ Tijdreis van de Vrouw als Fundament
🔸 Oertijd & Ritueel
250.000 jaar geleden – De eerste mensen verschijnen in Nederland. 25.000 jaar geleden – Neanderthalers verdwijnen, maar hun rituele grafgiften tonen de vroege erkenning van vrouwen als dragers van leven en dood. 10.000 jaar geleden – In grotten en objecten verschijnen de eerste vrouwelijke symbolen, verbonden aan vruchtbaarheid en bescherming.
🔸 Oudheid & Vroege beschaving
ca. 0 – Vrouwelijke offers in Friese venen (Meisje van Yde). Het lichaam van de vrouw wordt letterlijk deel van cultureel erfgoed. Romeinse tijd – Vrouwen beheren huishouden, land en familie-netwerken, vaak onzichtbaar in wetten, maar cruciaal in continuïteit.
🔸 Middeleeuwen & Vroegmoderne tijd
1000–1500 – In huwelijkscontracten en codicillen ontstaat de stille code: vrouwen borgen erfgoed via schenkingen, sieraden, namen. 1600–1700 – Kunst en handel bloeien. Achter de VOC en schilderkunst staan talloze vrouwen die vermogen, huizen en rituelen beheren. Montancourt Middelburg (1596) – Een huis waar de stilzwijgende overdracht zichtbaar wordt: erfgoed als fundament van vrouwen.
🔸 Napoleon & De Grondwet
1811 – Napoleon maakt vrouwen wettelijk handelingsonbekwaam. Maar: in geheime codes (dubbelnaam, huisankers, codicillen) blijft het erfgoed vloeien. De Code Hummerax ontstaat: het onzichtbare contract van vrouwen door tijd en families heen.
🔸 19e & 20e eeuw
1871 – Aletta Jacobs opent de weg naar onderwijs en zelfbeschikking. 1919 – Vrouwenkiesrecht in Nederland. 1969 – Dolle Mina roept: “Baas in eigen buik.” 1970s – Erfgoedhuizen en archieven tonen nog steeds vooral de mannelijke kant – vrouwen blijven vaak voetnoot.
🔸 Onze tijd – 21e eeuw
2007 – Mijn persoonlijke erfgoedlijn (Bongartz–Lindeboom–Koning) wordt ritueel geladen bij de crematie van mijn vader. 2020 , ik ontwikkel The Book of Rituals, objecten en installaties waarin oog, kroon, tranen en sleutels de verborgen codes van vrouwen tastbaar maken.
2025 – Amsterdam Museum – Refresh Amsterdam #3: “Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed.”
Imagine
🔮 Toekomst
Imagine the Future – Het meisje met de parel is moeder geworden. Vrouwen zijn niet langer voetnoten, maar zichtbaar als het fundament van cultuur, geschiedenis en toekomst. De Code Hummerax wordt herkend als levend erfgoed, dat generaties overstijgt.
✧ Work Hard / Play Hard Codex ✧
Een playlist als verborgen contract van de dragers
1. Jon Hopkins – Emerald Rush
Code 1: De Schatkistclausule
Alles begint met energie in beweging. De bruidsschat wordt veiliggesteld – de rush is het fundament.
2. Ólafur Arnalds – Near Light
Code 2: Het Codicil
Een licht dat dichtbij schijnt, fluisterend als handgeschreven bijlagen die erfgoed doorgeven.
3. Nils Frahm – Says
Code 3: De Stilzwijgende Overdracht
Een herhaling die groeit: zo gaven moeders en dochters kennis door, zonder woorden.
4. Max Richter – On the Nature of Daylight
Code 4: Het Huisanker
Huizen en erfgoed als bakens in de tijd – Montacourt, Rouaansekaai – dragers in licht.
5. Kendrick Lamar – HUMBLE.
Code 5: De Dubbelnaam
Grootheid en bescheidenheid tegelijk. Radermacher–De la Rue. Lindeboom Bongartz en Koning. Namen die macht dragen.
6. Missy Elliott – Work It
Code 6: De Vruchtenregel
Omzetten, draaien, bewerken – net als vruchtgebruik: vrouwen leven van de opbrengsten, ook als het bezit hen wordt ontzegd.
7. Run The Jewels – Legend Has It
Code 7: De Symbolische Tekenreeks
De legende wordt doorgegeven in inscripties, merktekens, verhalen.
8. Foo Fighters – The Pretender
Code 8: De Geheimcode
Wat je ziet is niet wat je krijgt. Achter façade en theater zit de code van de vrouwen verborgen.
9. Beyoncé – Run the World (Girls)
Code 9: De Stilzwijgende Macht
Wie draagt werkelijk? De vrouwen – altijd.
10. Dua Lipa – Physical
Code 10: De Dragerskracht
Lichaam en ritme als contract – de fysieke kant van dragen, bewaren, doorgeven.
11. Fela Kuti – Water No Get Enemy
Code 11: De Onstuitbare Stroom
Water als metafoor voor erfgoed: overal, zacht en hard tegelijk. Het kan niet worden tegengehouden.
12. Burna Boy – Ye
Code 12: De Diasporacode
Verbonden aan slavernij en migratie – erfgoed reist, verandert en keert terug.
13. Bad Bunny – Tití Me Preguntó
Code 13: De Familiecode
Wie trouwt met wie, wie erft van wie – exact de vragen die erfgoedlijnen bepalen.
14. Peggy Gou – (It Goes Like) Nanana
Code 14: De Rituele Echo
Het refrein is een echo van moeders en grootmoeders – klank als codetaal.
15. Disclosure – When a Fire Starts to Burn
Code 15: De Oproep tot Actie
De brand ( Sarcoidose) in je longen begint klein, maar verspreidt zich. Zo werkt erfgoed: een vonk, een beweging, een collectief.
Brain Regain Eej*
Mimdset is everything / Verzekeren is investeren in jezelf en je eigen lichaam en brein – Iedereen kan wetenschap lerenDe Patrones Ode aan mijn levensmotto Doe iets ! Het is maak hoe je kijkt!
Not to believe – Roadless Traveler Hier begon de weg die nooit is getekend. – Laan van London.
Geen kaart, geen polis, geen handtekening. Alleen de stille premie, betaald door vrouwen.
Petronella draagt, Knibbe bestuurt.
Het erfgoed beweegt, onzichtbaar, als water onder steen. Vandaar boetseren wij haar terug. Stil kinderen, moeder heeft belastingdag.
De moedermaatschappij bestaat — zonder dat men haar ziet. Waar ben je thuis?
Corrigeer me als ik het verkeerd zie maar dan gaat op papier.
Op zoek naar mijn identiteitskaart binnen de democratie
Ik ging op zoek naar mijn identiteitskaart binnen de democratie. Daar, in de registers en systemen die ons zogenaamd bevestigen als burger, ontdekte ik iets schokkends: ik bestond niet meer als zelfstandig natuurlijk persoon. Mijn juridische lichaam was verdampt in de logica van administratieve hokjes.
Toen ik terugging naar mijn roots, investeerde ik in de moeder maatschap – een herontdekking van het fundament dat altijd heeft gedragen. Daar kwam ik tot een pijnlijke conclusie: het systeem had mij uitgewist.
Er werd beweerd dat ik ooit een ZEZ-zwangerschapsuitkering had genoten. Maar dat was een fictie. Die fictie was voldoende voor de Belastingdienst om mijn lichaam en geest gevangen te zetten in een onzichtbaar vakje 32 van het polisregister van het UWV. Alsof ik in een digitale kerker zat, niet langer erkend als zelfstandig ondernemer, maar als een schim tussen categorieën.
Structurele discriminatie van zelfstandige moeders
Wat eerst als een foutieve codering leek, blijkt een spiegel van een dieper probleem: de structurele discriminatie van moeders.
De culturele paradox is bekend:
werken alsof je geen kinderen hebt, zorgen alsof je geen werk hebt.
In mijn situatie is die paradox niet slechts cultureel, maar juridisch gecodificeerd. Het systeem splitste mijn status kunstmatig: tegelijkertijd werd ik behandeld als werknemer én als zelfstandige – maar zonder de bescherming van beide. Dit is institutionele discriminatie, geworteld in de administratie.
De schaduw van het verleden
Mijn kinderen werden geboren in 1998 en 2002 – maar het systeem beweert koppig dat het 2008 was. Ambtenaren zwijgen, verzegeld door wat tegenwoordig AVG heet. Geheimhouding als sluier voor een historisch onrecht.
Zo werd ik een pseudo-werknemer, gecodeerd in een systeem dat niet de realiteit van mijn arbeid of moederschap weerspiegelde. Juridisch stond ik als zelfstandig ondernemer geregistreerd sinds de jaren negentig, maar fiscaal werd ik vastgezet in een fictieve arbeidsrelatie.
De WAZO verving in 2004 de regelingen die mij betroffen, samen met de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. Maar mijn private aov polissen stamden al uit 1995. Ze droegen het gewicht van een tijd waarin zelfstandige moeders wel verplicht betaalden, maar nauwelijks rechten ontvingen.
Conclusie
Op zoek naar mijn identiteit vond ik niet mijn kaart, maar mijn uitwissing. De staat tekende mij niet als wie ik was – moeder én zelfstandige – maar als een fout in de code. Een fout die geen incident bleek, maar een institutioneel patroon. Een fout die mijn moederschap gijzelde en mijn ondernemerschap uitwiste. En zo wordt een persoonlijke geschiedenis tot maatschappelijk erfgoed: het verhaal van de onzichtbare zelfstandige moeder, verstrikt in een systeem dat vrijheid belooft, maar ongelijkheid programmeert.
De moeder, de vrouw
De moeder, de vrouw: degene die het meeste tijd heeft geïnvesteerd – in kinderen, gezin, zorg, arbeid, gemeenschap maar die in de kern geen enkele juridische status kreeg. Zij was wel de draagster van de polis, maar niet de rechthebbende. Wel de kostbare tijd geïnvesteerd, maar niet de rechtspersoon erkend. Wel geregistreerd in administratieve vakjes, maar nooit in de grondwet als subject.
De moeder, de vrouw: juridisch onzichtbaar gemaakt, economisch gemarginaliseerd, cultureel gereduceerd tot een vanzelfsprekendheid.
Daar ligt de paradox: zij die de meeste tijd geeft, wordt zelf buiten de tijd van het recht geplaatst.
“Ik draag mijn eigen bibliotheek als levende sokkel. Ik kruis de codes van de staat met mijn eigen teken. Ik schrijf mijn erfdeel terug in ritueel, waar liefde, kunst en erfgoed elkaar ontmoeten.” La Croix leerde me de codes ontcijferen De Onzichtbare Erfgenaam staat op als levende sokkel: zij draagt een bibliotheek die niet door de staat-universiteit werd uitgereikt, maar door eigen handen is opgebouwd. Het kruis op het scherm X markeert de botsing tussen officiële systemen en de autonomie van de geest. In rituelen en beelden schrijft zij zich terug in de geschiedenis – niet als vergeten dochter, maar als drager en barende van toekomstig erfgoed.
Zo wordt het Faro-principe zichtbaar: erfgoed is niet enkel bezit, maar betekenis. Het leeft in wie het draagt en ritueel herschrijft.
“Omarm de monarchie – als symbool van wat de democratie vergat.” “Tussen stembus en troon zoekt moeder de vrouw en moeder als zelfstandig entiteit en rechtspersoon haar plaats.”
“Ik draag mijn eigen bibliotheek als levende sokkel. Ik kruis de codes van de staat met mijn eigen leven S teken Ram
Ik schrijf mijn erfdeel terug in ritueel, waar liefde, kunst en erfgoed elkaar ontmoeten.”
Private Equality
In de papieren taal van de rechtspraak stond ik nooit op gelijke voet. De VOF sprak over winst en risico, de polissen over meeverzekerde dochters, de Belastingdienst over staatsgeheimen.
Zij droeg hoofdelijke aansprakelijkheid maar de BV Nederland kocht zijn wettelijke aansprakelijkheid af middels notariële akten
Maar mijn vraag was eenvoudiger: waar begint gelijkheid? Niet in publieke debatten, maar in de privésfeer: aan de keukentafel, in de handtekening onder een akte, in de stille erkenning dat mijn arbeid evenveel waard is als die van jou.
Ons gezin kende geen mannelijke nazaten dus werd de verzekering S portefeuille van mijn ouders werd dus opgekocht voor een schijntje van de werkelijke waarde door AEGON / NATIONALE NEDERLANDEN
Een vrouw en of moeder heeft nooit dezelfde rechten gekregen als de man of vader juridisch!
Een man of vader kreeg rechten als rechtspersoon; een vrouw of moeder werd gezien als bijverzekerde of bijstand. Zij droeg en baarde, maar werd juridisch niet als drager van dezelfde rechten erkend.”
“De openbare koopvrouw droeg de markt, maar werd juridisch gemangeld tussen eigendomsrecht en moraal.”
Bijstand S Moeder, de vrouw
Burgerlijk recht: de vrouw werd pas sinds 1956 volledig handelingsbekwaam (tot die tijd stond zij onder gezag van haar echtgenoot).
Erfrecht: dochters kregen lang niet dezelfde positie als zonen; patrimonium en portefeuilles volgden de mannelijke lijn.
Arbeidsrecht: moederschap werd gezien als belemmering; recht op werk en kostwinnerschap golden primair voor mannen.
Sociale zekerheid: vaak afhankelijk van de status van de man (meeverzekerde, bijstandswetgeving).
2. Menselijke rechten (grondrechten)
Gelijkheid: artikel 1 Grondwet waarborgt gelijke behandeling, maar in de praktijk een lange tijd van strijd.
Zelfbeschikking: recht over eigen lichaam en arbeid, sterk bevochten recht.
Participatie: stemrecht voor vrouwen (1919), maar de culturele erkenning bleef achter.
3. Symbolische rechten (erfgoed / Faro)
Het recht om te dragen en baren: niet juridisch erkend als bron van erfgoed, maar cultureel en ritueel van onschatbare waarde.
Recht op herinnering: de moeder als erfgenaam van verhalen, rituelen, gebruiken.
Recht op zichtbaarheid: de inschrijving in registers, musea en erfgoedpraktijken.
Private Equality is geen wetsartikel.
Het is een ongeschreven regel, een verlangen dat door generaties heen fluistert: zie mij als gelijke, ook in het verborgene. Ik ben de foute oververzekerde, de vergeten erfgenaam, de exploitant van de ziel. En ik eis Private Equality: geen symbolische rol, maar werkelijke gelijkwaardigheid – in register, in recht, in ritueel.
Rubriek A en B
Het register kende twee rubrieken. Rubriek A: de namen die telden, de bedragen die golden, de cijfers die zekerheid beloofden. Rubriek B: de voetnoten, de bijlagen, de stemmen die nooit volledig mochten klinken. Ik stond in rubriek B. Niet als fraudeur, niet als schaduw, maar als meeverzekerde dochter, als vennoot in marge, als maker zonder polis van de ziel.
Rubriek A noemde mijn bestaan een fout.
Rubriek B hield mijn verhaal verborgen.
Maar equity vraagt om meer dan cijfers. Het vraagt om billijkheid. Om erkenning dat rubriek B geen bijlage is, maar de draad die rubriek A betekenis geeft.
Beste Truus van Gogh,
Onlangs heb je gereageerd op de open call van ons project Refresh 3: Imagine the Future. Ontzettend bedankt hiervoor!
Een vakjury heeft de ingezonden toekomstwensen kritisch bekeken en een selectie gemaakt die goed zouden passen binnen onze aankomende tentoonstelling.
De jury was onder de indruk van mijn originele en goed uitgewerkte toekomstwens en heeft mijn werk geselecteerd als onderdeel voor de tentoonstelling Refresh 3: Imagine the Future.
Waarom nou Daarom- Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed.
Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn. Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.”
Ik besta
De foute oververzekerde herschrijft rubriek A en B tot één codex: het wetboek van de ziel.
Want:
Wie ben ik ? Fictie – Non – Fictie of Nonsens
Truus snakte naar antwoorden
Truus, alias Silvia Lindeboom Koning, snakte naar antwoorden. Niet alleen in verf en penseel, maar ook in de papieren taal van de rechtspraak.
Huis Oranje – Pruissen
Exploitant van de Ziel
Niet de verzekeraar. Niet de Belastingdienst. Niet de Hoge Raad die zwijgt met art. 80 RO.
De enige echte exploitant van de ziel ben ikzelf.
Ik ontgin mijn eigen binnenland, ik stapel fouten tot fundamenten, ik draag mijn polissen als penseelstreken.
Waar een exploitant in het handelsrecht een pand, een café of een theater beheert, beheert mijn exploitatie iets ongrijpbaars: het archief van de ziel, de herinnering die zich niet laat afschrijven, de erfgenaam die zich niet laat vergeten.
Exploitant van de Ziel betekent: dat ik mijn littekens omzet in rituelen, dat ik mijn oververzekering vertaal in iconen, dat ik messy en signaalwit durf te dragen als kleuren van erkenning.
Geen balans, geen jaarrekening, geen winst- en verliesstaat. Mijn boekhouding is een kunstwerk, mijn register een Adam en Eva-codex, mijn exploitatie een palet.
Ik ben de exploitant van de ziel. En daarmee schrijf ik de polis die niemand anders ooit voor mij durfde te tekenen.De erfenis van de oorlog Schoenmaker Peter Mathias Bongartz en haar adellijke familie leden
De formulieren van de Tweede Kamer en de Kamer van Koophandel, de SBI-codes, de VOF-akten – ze leken oud, droog, rationeel, en zakelijk.
Maar wie beter keek, ontdekte een verborgen weeffout van deze romantiek.
Een VOC – VOF rechtsvorm was immers niets anders dan een verbintenis tussen geliefden in arbeid:
“Ik breng in wat ik heb, jij brengt in wat jij hebt, en samen dragen we het risico.”
Het klonk als een huwelijksbelofte, maar dan in juridische taal. Maar mijn bloedlijnen gaven er een andere wending aan. Staatsgeheim
Resigneren Ze vroegen me te berusten. Te reseigneren in de stilte van de Hoge Raad, in de geheimen van de Belastingdienst, in de polissen die mij omsloten.
Maar ik reseigneer niet mijn ziel. Ik reseigneer alleen het register dat nooit voor mij bedoeld was. Ik geef het terug, ongeldig, ontzegeld.
Wat ik behoud, is mijn recht om te scheppen. Mijn recht om te falen, te stapelen, messy te zijn. Resigneren wordt zo geen berusting, maar een ritueel van teruggeven: wat niet van mij was, draag ik terug, en wat wel van mij is, schilder ik in signaalwit.
En de ZEZ-regeling? Wetr geheimhoudingsplicht ambtenaren.,
Een uitkering voor de zelfstandige vrouw die leven draagt. Het was een erkenning – al voelde ze vaak minimaal – dat arbeid en liefde nooit los te koppelen zijn.
In de romantiek van de rechtspraak is er altijd een dubbele laag: De letter van de wet, koud en strak, zoals Signaalwit RAL 9003. De geest van de wet, rafelig, emotioneel, messy – zoals de penseelgezichten die Truus schilderde.
Truus las zich door uitspraken heen alsof het liefdesbrieven waren. Elke rechtsvorm, elk wetsartikel fluisterde een verhaal van verlangen naar erkenning. Wie mag scheppen? Wie mag erven? Wie mag moeder, vrouw en kostwinner tegelijk zijn? Romantiek in de rechtspraak is geen rozengeur, maar mannen-schijn.
Het is een dans op papier, waarin de regels altijd net te strak zitten. Maar juist daar, in de spanning tussen vrijheid en beperking, vond Truus haar inspiratie.
2. Adam en Eva Register
In het begin was er geen polis. Geen overlijdensrisico, geen zorgverzekering, geen pensioenfonds. Alleen Adam en Eva, naakt in een tuin zonder kleine lettertjes. Maar ergens begon het register. Eerst de namen, toen de daden, toen de schuld. De aangifte begint bij de geboorte. Aangeven bij de burgemeester.
Wat ooit vrijheid was, werd een optelsom van akten en clausules. En ik? Ik schreef mijzelf in dat register, in meervoud.
VOF-aktes, verzekeringen, polissen – ik stapelde muren van papier om mijn bestaan heen. Ik dacht dat verzekerd zijn zekerheid betekende: verzekerd zijn. Maar het wetboek kent het woord vrouw nog moeder de vrouw niet eens als zelfstandige entiteit en rechtspersoon.
Er is maar een Nederlandse zoals jij zei Nationale Nederlanden. Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid Post Bus 51
Montancourt Middelburg en familie geschiedenis
Tot ik de kleine lettertjes las. Polisaanhangsel 404 Error – zonder waarde.
En toen begreep ik: ik was de foute oververzekerde.
Niet omdat ik iets verborg, maar omdat ik te veel geheimen in mijn lichaam bezat wat zij al wisten — DNA Bekend Sarcoidose 2007
Als vrouw, als vennoot, als maker stond ik in een register dat blijkbaar nooit voor mij geschreven was.
De Hoge Raad noemde het een fout. De Belastingdienst maakte er een geheim van. Ik noem het romantiek – Handmade Tail
Want achter elk artikel, elk art. 80 RO, elke clausule, schuilt een verlangen: erkend worden, gezien worden – niet als bijlage, maar als schepper.
De foute oververzekerde als icoon
Het Adam en Eva-register is geen hof van Eden of Eton meer, maar een zeeuws levend archief.
Een plek waar mijn naam tegelijk bestaat en ook weer verdwijnt. En toch, precies daar ligt mijn kunst: in de fout, in het teveel, in de stapeling.
De foute oververzekerde was ik.
Ik droeg te veel, betaalde te veel, en bleef toch onzichtbaar. Maar ik draag het nu als een icoon. Geen strafblad, maar een palet.
Messy. Signaalwit. Romantiek in de rechtspraak.
Ik schilder gezichten op penselen, ogen op vazen, een wereldbol die bloedt en toch klopt. Ik laat vergeten entiteiten terugkeren in verf en ritueel.
Elke penseel wordt een getuige, elk object een nieuw artikel in een eigen wetboek: het Wetboek van de Ziel.
Regenten en de Vrouwelijke Aandeelhouder
Ik begon mijn reis niet met een koffer, maar met een archiefdoos. Geen paspoort, maar een stapel polissen en een fotoboek.
Mijn afkomst lag niet vast in stamboeken, maar in de stille erfenis van een verzekeringsportefeuille – zorgvuldig opgebouwd door mijn ouders waarvan mijn vader, verzekeringsagent en regent van zijn eigen kleine rijk was.
Ik ben de dochter van die portefeuille. Een vrouwelijke aandeelhouder die nooit zo mocht heten en geen dividend ontving.
In de registers stond ik slechts als meeverzekerde. In de rechtspraak als bijlage. In de familie Bongartz als geheim.
Etappe I: De Regentenhuizen
Ik wandelde langs gevels waar gouden letters fluisterden: Rijks Munt, Bewind, Staten, Compagnie. Binnen hingen portretten van mannen in zwarte kragen en witte pruiken. Hun ogen strak, hun handen rustend op charters en akten.
Dit was de wereld van Rubriek A: cijfers, namen, eigendom. En ik – als vrouw, als dochter – hoorde thuis in Rubriek B, de voetnoot, de bijlage, de schaduw.
Toch voelde ik in hun schilderijen een stilte. Een leegte waar mijn verhaal zich kon nestelen. Alsof tussen hun lakzegels en handtekeningen ruimte openbleef voor mijn penseel.
Etappe II: Het Familiegeheim
Thuis begon ik te begrijpen dat mijn vaders portefeuille niet alleen een economische waarde had, maar ook een erfgoedwaarde. Elke polis een draad in een groter weefsel, elke klant een verhaal. Ik dacht lang dat zekerheid betekende: verzekerd zijn. Tot ik doorzag dat ik geen aandeelhouder mocht zijn, enkel drager van een geheim. De vrouwelijke aandeelhouder S moest verborgen blijven.
Niet omdat ze minderwaardig was, maar omdat haar bestaan de logica van het register verstoorde.
Etappe III: De Rechtspraak als Reisgenoot
Mijn reis voerde me ook door de gangen van rechtbanken in Middelburg en Den Bosch. Geleid door katholieke mannen.
Daar hoorde ik woorden als art. 80 RO, staatsgeheim, vernietigen.
Geachte heer / mevrouw zo begon de aanhef toen wist ik genoeg!!
De Hoge Raad sprak niet in kleuren, maar in codes. Toch las ik hun uitspraken als liefdesbrieven. Elke regel een bekentenis: we weten dat je bestaat, maar we kunnen je niet opnemen.
Het recht leek een reisgenoot die steeds een halte verder uitstapte, me achterlatend op een perron vol vragen.
Etappe IV: De Polis van de Ziel
Ik besloot mijn eigen reis te vervolgen met penseel en verf. Ik schilderde gezichten op penselen, ogen op vazen, werelden die bloedden maar toch bleven kloppen.
Zo schreef ik de polis die niemand anders voor mij tekende: een polis van de ziel.
Daarin was ik niet langer voetnoot of bijlage, maar exploitant van mijn eigen bestaan. Geen verborgen aandeelhouder, maar schepper van equity: billijkheid in plaats van verzwijging.
Conclusie van mijn reis
Mijn reisverslag van regenten is geen historisch overzicht, maar een routekaart langs schilderijen, akten, en polissen. Een weg van de foute oververzekerde naar de vrouwelijke aandeelhouder die eindelijk zichtbaar wordt.
Ik ben de erfgenaam van een portefeuille, maar ook van een stilte. Die stilte breek ik open met verf, ritueel en taal. Want de reis eindigt niet bij de regenten, maar bij de vraag die ik telkens opnieuw stel:
Wie schrijft de polis van de ziel?
Wie schrijft de polis van de ziel? Dirk Visser? Wetboek 9.
In het Nieuw Burgerlijk Wetboek is Boek 9 gereserveerd door in mijn eigen optiek Het kabinet van de Koningen
Lange tijd bestond het voornemen om in Boek 9 BW te komen tot een partiële codificatie van de rechten van intellectuele eigendom. Een algehele codificatie werd vanaf het begin niet als haalbaar beschouwd, vooral vanwege het internationale karakter van de regelgeving op dit gebied. Vereenvoudiging, eenvormigheid en verbetering is wél mogelijk ter zake van aspecten van vermogensrecht, handhaving en procesrecht. Ingewijden betwijfelen echter of het project ‘Boek 9’ er ooit zal komen.
Een dergelijk idee heeft volgens de regeringscommissaris voor Boek 9 (Tussenbalans 15 april 1997) ‘het voordeel dat over de in dit boek te regelen kwesties in onderlinge samenhang wordt nagedacht en dat allerlei gerezen of verwachte problemen ten aanzien van rechten van intellectuele eigendom een kader hebben gevonden waarbinnen zij aan de orde kunnen worden gesteld.’
What’s in a name?
Zeventig jaar geleden, in 1947, kreeg Meijers de opdracht om een nieuw BW te ontwerpen. Het was de bedoeling van Meijers om daar ook een apart boek bij op te nemen over de ‘rechten van de scheppende mens’. Tegen deze naam werd bezwaar gemaakt, onder andere door Gerbrandy. Hij vond de aanduiding ‘scheppende mens’ arrogant. De naam werd veranderd in ‘rechten op voortbrengselen van de geest’
Wie draagt en wie baart?
In het klassieke eigendomsrecht is de zaak de drager. Het recht rust op een tastbaar object – een huis, een vaas, een boek. Het eigendomsrecht is als een mantel die om de stoffelijke zaak heen hangt.
Bij intellectuele eigendom ontbreekt die stoffelijke drager. Wat ontstaat, wordt gebaard uit de geest van de maker. De schepper is de moeder die draagt en baart: zij brengt een werk voort dat onstoffelijk is en toch juridisch bestaansrecht krijgt. Het is een geboorte zonder lichaam, maar met rechtskracht.
Daarmee ontstaat een verschuiving:
Bij eigendomsrecht: de zaak draagt, de eigenaar bezit. Bij intellectueel eigendomsrecht: de maker draagt, de creatie wordt geboren.
De “drager” is dus niet langer een ding, maar de scheppende persoon. En wat gebaard wordt, is een recht dat zweeft tussen tastbaarheid en onstoffelijkheid – een kind van geest en taal, erkend door de wet maar niet verankerd in materie.
Maar:
“Zorg voor traditie is zorg voor vrijheid.”
Een vergeten entiteit schildert zichzelf terug in het wetboek. Niet met de pen van juristen, maar met de kleur van kunstenaars. Niet in de taal van clausules, maar in de taal van rituelen.
En de vraag die blijft hangen in de lucht:
Nou: Wie schrijft de polis van de ziel?
De polis van de ziel wordt geschreven door degene die weigert vergeten en of uitgewist te worden. De AVG werd de kroongetuige van de revolutie
In mijn verhaal: door Truus alias Silvia Lindeboom Koning, die met penseel, verf, objecten en rituelen de polis herschrijft in beeld en kleur.
Art for Equality in Return
Misschien is dat de mooiste conclusie:
👉 De polis van de ziel wordt niet getekend door een verzekeraar, maar geschilderd door de levende kunstenaar zelf .
✨ Zeeland – Montancourt Middelburg Een rijksmonument uit 1596. Een huis vol verhalen, ooit gebouwd aan de kade waar schepen kwamen en gingen.
Verboden Sectie van de bibliotheek van Zweinstein en de personages die daar stiekem kennis zoeken. Als boeken verboden kunnen worden, dan ook vrouwen. Ik ben de verbannen vrouw, die in de Verboden Sectie de uitgewiste erfenis leest.”
De grootste dreiging is niet de technologie, maar ons onbegrepen zelf.
Carl Gustav Jung waarschuwde dat zonder zelfkennis onze waanzin alleen zou groeien. Hij zag hoe de mens zijn geest verdrong, terwijl machines sneller en machtiger werden.
Vandaag herkennen wij dezelfde spanning. Polissen, wetten, archieven en markten zijn onze moderne technologie: systemen die krachtig zijn, maar vaak zonder ziel. Zij vergeten moeder de vrouw, de erfgenaam, de bron van bestaan.
Zoals psychedelica deuren kunnen openen naar het onbewuste, zo opent kunst rituelen naar herinnering en erkenning. Hier wordt het onzichtbare zichtbaar: de schaduw, het erfdeel, het woord dat geschrapt werd.
Robert noemt het geen ontsnapping, maar een hercodering. Ik noem het: het heilige boek van rituelen.
Als het tijd is voor een update van je auto, ministers, vergeet dan niet de vrouw die nog steeds buiten de wet geparkeerd staat.”
Als het tijd is voor een update van je auto, is het ook tijd voor een update van moeder de vrouw als zelfstandige entiteit in onze wet.”
En dat gebeurde Dr Love Robert Ten Brink
Open source is belangrijk omdat het vertrouwen schept, innovatie versnelt, ongelijkheid verkleint, veiligheid vergroot en vrijheid garandeert.
*“Al 15 jaar betaal ik loonbelasting als zelfstandige, vrouwelijke onderneemster. VOF met private aov scgadeuitkering vanwege Sarcoidose.
Ik draag volledige aansprakelijkheid. Maar ik kan nergens aanspraak op maken.
Ik besta in een rechtsvacuüm: drager van lasten zonder drager van rechten.
Ik belichaam het gat in het systeem – de plek waar moeder de vrouw verdwijnt uit de registers.
Mijn bestaan toont hoe arbeid, aansprakelijkheid en autonomie worden onzichtbaar gemaakt, zolang zij in vrouwelijke handen liggen.
Ik ben geen uitzondering: ik ben het bewijs aan gebrek van onze staat / overheid.
“Men S werd mens, maar ik ben geen men S. Ik ben vrouw. Ik ben Silvia.” Internationale samenvatting – Voor de Vrede
“Why shouldn’t I be proud to be a woman? … I’m convinced the future is ours.” Met deze woorden claimde Rosa Bonheur trots en toekomst vanuit kunst en vrouw-zijn.
Daartegenover klinkt een hedendaagse echo uit Nederland: “Ze riepen: er is maar één Nederlandse zoals zij.” Een slogan die vrouwen ogenschijnlijk erkent, maar tegelijk hun onzichtbaarheid blootlegt.
Samen vormen deze stemmen een dialoog door de tijd: Bonheur verkondigt dat trots en toekomst vrouwen toebehoren. De huidige stem laat zien dat erkenning nooit vanzelfsprekend is: er wordt wel over vrouwen gesproken, maar zelden écht gekeken.dus een fictief persoon
Wie voerde fictieve belasting heffing in ?? Gerrit Zalm
Wie kent hem niet!!
de fictieve belastingheffing (ook wel fictief inkomen of forfaitair rendement) is typisch Nederlands en kwam voort uit hervormingen in de jaren 2000. Millenniumbug overgang gulden naar euro – papa
Historische kern
Tot eind jaren ’90 werd je in Nederland belast op basis van je werkelijke inkomsten uit vermogen (rente, dividend, huur etc.). In 2001 voerde het kabinet Kok II (PvdA, VVD, D66) onder minister van Financiën Gerrit Zalm een grote belastingherziening door.
Daarin werd de Wet inkomstenbelasting 2001 ingevoerd, met o.a. Box 3: belasting op fictief rendement.
Wat betekent dat?
De overheid ging er vanuit dat je spaargeld en beleggingen gemiddeld een vast rendement opleveren (destijds 4%). Daarover moest je belasting betalen, ook als je in werkelijkheid minder (of niets) verdiende. Dat is de zogeheten fictieve heffing: belasting over een inkomen dat je misschien niet echt had.
Symbolisch (in mijn narratief)
Het idee van “fictieve belastingheffing” raakt aan mijn thema’s: Het is een juridische fictie die mensen belast zonder dat er werkelijk opbrengst is. Net zoals ik belast wordt op Sarcoidose zo spreek ik dus over een onzichtbare erfenis: er wordt gerekend en geheven, maar de echte erkenning ontbreekt.
👉
De feitelijke geschiedenis van de fictieve heffing (Box 3, Zalm, 2001). Een symbolische vertaling waarin fictieve belasting wordt verbonden met mijn zaak van fictief erfdeel / onzichtbare erfgenaam?
Box 1 daarom werden alle private aov ’s omgekat tot inkomen
Wat er gebeurde bij de invoering van de Wet IB 2001:
Box 1 = inkomen uit werk en woning → Daarin vallen lonen, winst uit onderneming, maar óók periodieke uitkeringen en verstrekkingen.
Private AOV’s Voor zelfstandigen waren premies voor een particuliere AOV ineens aftrekbaar in Box 1.
De keerzijde: als er een uitkering volgde, werd die volledig belast als inkomen in Box 1. Dus: je betaalde geen premie uit je netto inkomen (want aftrekbaar), maar kreeg later geen “vrijgestelde” uitkering meer — alles werd als loon behandeld.
Effect
Veel zelfstandigen zagen hun private verzekeringen door de fiscus “omgekat” tot inkomen. Waar het ooit een vorm van eigen bescherming was, werd het nu een fiscaal geregisseerd inkomensstroom.
Symbolisch in mijn narratief
Het laat zien hoe individuele bescherming (AOV als privé-contract) door de staat is ingekapseld en juridisch hernoemd tot “inkomen”. Daarmee verdwijnt de persoonlijke autonomie: mijn polis wordt niet meer gezien als mijn bezit, maar als een deel van de algemene belastingstructuur.
Voor De Onzichtbare Erfgenaam kunnen we dit uitwerken als: “Zelfs onze bescherming werd omgekat. Wat ooit polis heette, heet nu inkomen. Wat ooit erfdeel was, heet nu fictie.”
Die reclamecampagne liep rond 2009–2011 en draaide om het idee dat NN mij als individu zag, met mijn eigen dromen, risico’s en levensverhaal. Ze gebruikten het in tv-spots, billboards en print, met persoonlijke verhalen en beelden van gewone mensen. Maar ze hebben me nog nooit gezien
Bewijs aan gebrek #facade2027
In 2018 zocht dit huis ons. Niet wij zochten specifiek naar dit huis, maar het huis zocht ons – om opnieuw zijn rol te vervullen als moederschip, als drager van ons collectief geheugen en ritueel.
Montancourt is meer dan een verblijf: het is een levende entiteit, een fundament, een huis van moederlijke cultuur.Zij – Wij zijn het fundament
In mijn werk als erfgoed-kunstenaar onderzoek ik hoe identiteit en erfgoed zich tot elkaar verhouden. Ik woon in een huis en stad waar geschiedenis dagelijks voelbaar is. Zijn nalatenschap wordt erkend, vastgelegd en gelabeld als erfgoed.
Maar wat met de vrouwen die hier woonden, leefden en zorgden? Waar zijn hun verhalen? Maartje Duin
De onzichtbaarheid van vrouwen en moeders als cultuurdragers heeft diepe wortels in onze wetgeving: • in de grondwet die hen niet noemt, • in het burgerlijk recht dat hun zorgarbeid niet erkent, • in het erfrecht dat hun rol als dragers van familiecultuur en immaterieel kapitaal onzichtbaar maakt.
Taal, gewoonten, rituelen, zorg, herinneringen – dit is het ongeschreven erfgoed dat onze samenleving vormt. Het is geen voetnoot, maar het fundament.
Meerstemmigheid, zoals Faro bepleit, begint hier: bij de stemmen die nooit gehoord werden Bij de vrouwen die het fundament legden.
De vrouw en moeder is nooit als zelfstandig entiteit vastgelegd, terwijl onze monarchie voortleeft op de bloedlijnen van een vrouw en of moeder.
In de wet bleef zij meeverzekerde, weduwe van, echtgenote van. In de registers verscheen zij niet met loon, pensioen of kapitaalgrondslag. In het erfgoed werd haar zorg en overdracht niet benoemd als dragend cultureel kapitaal.
In de grondwet, het burgerlijk recht en de sociale zekerheid bleef zij onzichtbaar: geen zelfstandig rechtssubject, geen arbeids- of pensioengrondslag, geen plaats in registers.
Toch is het voortbestaan van het hoogste symbool van onze staat – de monarchie – volledig afhankelijk van haar lichaam, haar bloedlijn, haar moederschap.
Wat juridisch werd genegeerd, werd biologisch en symbolisch gevorderd. Wat niet mocht bestaan als entiteit, werd onmisbaar gemaakt als fundament van natie en dynastie.
Daar, in die spanning, openbaart zich de ware positie van de vrouw: niet voetnoot, maar drager van legitimiteit. Niet bijzaak, maar moederschip van cultuur en macht.
Toch waren juist vrouwen en moeders de fundamenten van onze samenleving: zij droegen taal, gewoonten, erfgoed, zorg en familiecultuur. Wat niet werd opgeschreven, werd geleefd. Wat niet werd erkend, hield de samenleving bijeen.
Daarom is de verschuiving nodig: van voetnoot naar fundament, van niet-geregistreerd naar erkende erfgoed-entiteit.
Artikel 1 van de Grondwet is een façade. Het belooft gelijkheid, maar verhult eeuwenlange uitsluiting. Het schrijft gelijkheid, maar zwijgt over de vrouw en moeder als zelfstandige entiteit. Het maskeert de paradox: de staat leeft voort op de bloedlijn van vrouwen, maar erkent hen niet in recht, arbeid en erfgoed.
Echte gelijkheid begint niet met een façade, maar met het erkennen van de moederlijn als fundament.
bewijsmateriaal ís van wat ontbreekt in wet en register CBK Zeeland
⚖️ Bewijs aan gebrek
Juridisch • Geen loon- of pensioendossier → bewijs aan gebrek. • Geen registratie in SUWI-net → bewijs aan gebrek. • Geen recht op WIA ondanks arbeid → bewijs aan gebrek.
Historisch • Elisabeth Maria van der Claver: genoemd als weduwe, niet als zelfstandige kapitaalhouder → bewijs aan gebrek. • Vrouwen in Middelburgse koopmans- en verzekeringsfamilies: onmisbaar in zorg en overdracht, maar niet in registers → bewijs aan gebrek. • Generaties die kapitaal en erfgoed droegen, zonder dat hun namen verschenen in akten of wetten → bewijs aan gebrek.
Cultureel-symbolisch • De monarchie overleeft door de bloedlijn van vrouwen en moeders, maar erkent hen juridisch niet → bewijs aan gebrek. • Erfgoedlabels hechten zich aan “zijn” nalatenschap, niet aan de onzichtbare arbeid van vrouwen → bewijs aan gebrek.
⸻
✨ Conclusie
Het ontbreken zélf is het bewijs. Het lege dossier, de niet-genoemde naam, de stille moederlijn: zij vormen het archief van het onzichtbare.
Ik ben de patrones. Ik draag het bewijs aan gebrek. En ik keer het om: wat niet erkend werd, wordt door mij zichtbaar gemaakt als fundament.
NUGGER – staat voor Nug – Niet Uitkerings Gerechtigde
Een man of vader is dus wettelijk wel een uitkeringsgerechtigde maar een vrouw of moeder niet omdat haar entiteit niet wettelijk is vastgelegd !!
Ik raakt hier dus als sinds 2018 expositie Gemeente Edam Volendam 24 mei 2018 aan een kernvraag in het Nederlandse recht en sociaal stelsel: de juridische erkenning van man/vader versus vrouw/moeder als zelfstandig rechtssubject binnen sociale zekerheid en erfgoed.
Kunst – Stof tot nadenken
Historisch
In het Burgerlijk Wetboek (tot ver in de 20e eeuw) werd de man gezien als hoofd van de echtvereniging (“de vader is het hoofd des huizes”), terwijl de vrouw juridisch handelingsonbekwaam was. Dit betekende dat de vader/werkende man als vanzelf drager was van verzekeringsrechten (pensioen, uitkeringen, etc.).
De moeder/vrouw en of private verzekerde vrouwelijke kostwinnaar werd en wordt dus nog steeds in dat stelsel gezien als “meeverzekerde” (via man of vader) en niet als zelfstandig uitkeringsgerechtigde.
Sociaal zekerheidsrecht
Tot de jaren ’80 waren veel regelingen in de sociale zekerheid (WW, WAO, AOW, kinderbijslag) zo ingericht dat de man als “kostwinner” de formele uitkeringsgerechtigde was. De vrouw/moeder had vaak geen eigen aanspraak tenzij zij zelf werkte en sociale premie betaalde.
Een bekend voorbeeld: de AOW-uitkering was oorspronkelijk gekoppeld aan de man als kostwinner; de vrouw kreeg een lagere of afgeleide aanspraak.
Grondwettelijk
De Nederlandse Grondwet kent geen afzonderlijke bepaling waarin “de moeder” of “de vrouw” als constitutionele entiteit is vastgelegd.
Artikel 1 Grondwet garandeert gelijkheid en verbiedt discriminatie, maar benoemt “moeder” niet als juridische categorie. De vader/het vaderschap is daarentegen juridisch sterk verankerd via afstammingsrecht, familierecht en sociale zekerheidswetten.
👉 Wat ik dus scherp formuleer:
De man/vader is wél als zelfstandige drager van rechten en uitkeringen juridisch vastgelegd. De vrouw/moeder de kostwinnaar is historisch en juridisch veelal afgeleid, en dus niet zelfstandig erkend – haar status als is niet expliciet in de wet vastgelegd als rechtssubject met uitkeringsaanspraak. Maar wordt in een VOF vorm wel hoofdelijk aansprakelijk gehouden!!!
FiscaleFemicide
de asymmetrie tussen rechten en plichten.
In het sociaal-zekerheidsrecht (historisch gezien): De vrouw/moeder werd lang gezien als afgeleid subject → ze had geen eigen uitkeringsrechten tenzij via man/vader. Ze was daardoor vaak onzichtbaar in de wet, behalve in de rol van afhankelijke.
In het ondernemingsrecht (bijv. VOF): Zodra een vrouw vennoot is, geldt volledige hoofdelijkheid. Zij wordt dus wél volledig en zelfstandig aangesproken voor plichten (aansprakelijkheid, schulden), terwijl het sociaal recht haar niet even sterk als gerechtigde heeft erkend.
Dat spanningsveld benoem ik dus als een vorm van fiscale femicide:
Het is een structurele uitwissing van de moeder/vrouw als zelfstandig rechtssubject in de sfeer van bescherming en rechten, terwijl haar wél alle fiscale en juridische lasten en aansprakelijkheden worden opgelegd zodra zij als ondernemer optreedt.
Dat maakt deze stelling zo krachtig, want ik vertaal dif in een culturele en juridische aanklacht:
De vrouw als kostwinner is historisch niet als rechtssubject erkend in de sociale zekerheid. De vrouw als ondernemer is daarentegen maximaal aansprakelijk. Het systeem erkent dus haar schuld en risico, maar niet haar recht en bescherming.
Fiscale Femicide De moeder, de vrouw, de kostwinner is historisch en juridisch nooit erkend als zelfstandig rechtssubject met uitkeringsaanspraak. Haar rechten zijn afgeleid, haar bestaan in wet en stelsel onzichtbaar. Toch wordt zij in het ondernemingsrecht – in de VOF – wél volledig hoofdelijk aansprakelijk gehouden. Dit is geen gelijkheid maar een structurele vorm van uitwissing: de staat erkent haar plichten, maar weigert haar rechten. Fiscale femicide betekent dat de vrouw/mens juridisch doodverklaard is als gerechtigde, terwijl zij levend gehouden wordt als schuldenaar. Oorsprong en ontwikkeling van AGO AGO stond voor Algemene Friesche Levensverzekering- en Lijfrente-Onderneming (later gewoon AGO). Oorspronkelijk in 1883 opgericht in Leeuwarden, als een noordelijke tegenhanger van Nillmij en andere maatschappijen. AGO groeide in de 20e eeuw sterk, met een stevige basis in het noorden van Nederland, maar werd later landelijk actief.
Fusies en de portefeuille 1983: AGO fuseerde met Ennia (een andere grote verzekeraar, met wortels in Den Haag) → samen werden zij AEGON. AEGON werd daarna een van de grootste verzekeraars van Nederland, ook internationaal. De AGO-portefeuille werd dus onderdeel van AEGON. Sinds 2023 is Aegon Nederland verkocht aan ASR, waardoor veel oude portefeuilles (ook die van AGO) nu onder ASR Nederland vallen.
Symbolische betekenis voor mijn verhaal Net zoals Nillmij de hofkring voedde, had AGO zijn eigen kring van polishouders, agenten en erfgenamen. De AGO-portefeuille is dus een parallelle erfenis: Nillmij/Nationale-Nederlanden → hofleverancier en Koninklijk Huis. AGO → noordelijke wortels, later opgegaan in hetzelfde verzekeringsimperium. Dit maakt duidelijk dat mijn vaders / ouders levens werk en mijn positie niet alleen aan één maatschappij hangen, maar aan een hele keten van fusies en portefeuilles die zich over generaties hebben verplaatst.
✨ Mijn vrijwilligerswerk is van on – schatbare waarde
Mijn werk wordt niet beloond in loon, niet geregistreerd in SUWI, niet vastgelegd in pensioenrechten.
Maar mijn inzet leeft voort in zorg, in taal, in ritueel, in erfgoed. Het is het onzichtbare weefsel dat gemeenschappen draagt.
Vrijwilligerswerk is niet vrijblijvend: het is van onschátbare waarde. Het is de plek waar samenleven tastbaar wordt, waar zorg en cultuur worden doorgegeven zonder contract, maar mét betekenis.
Wat niet in cijfers wordt gemeten, is wat de samenleving in stand houdt. U heeft het recht om vergeten te worden – wie kent hem niet In de AVG is het een recht: het recht om gewist te worden uit registers, zoekmachines, bestanden.
Maar mijn werkelijkheid is omgekeerd: ik bestond nooit in die registers. Mijn arbeid, mijn zorg, mijn overdracht zijn niet vergeten — ze zijn nooit vastgelegd. Het “recht om vergeten te worden” klinkt als bescherming.Voor mij werd het een stilzwijgende voorwaarde van bestaan. Ik ben het bewijs aan gebrek: de erfgenaam die niet werd geregistreerd, de vrouw, kostwinnaar en moeder die niet als entiteit werd erkend, de vrouw die altijd al vergeten was, nog vóór ze zelf gevraagd had vergeten te mogen worden.
AVG – De nieuwe Bijbel
Wie kent hem niet? Het recht om vergeten te worden. Ik vraag: wie kent háár nog, die nooit mocht bestaan in de registers?
Banned Books Banned Woman
Manifest van de Onzichtbare Erfgenaam
Mijn vader was geen gewone man. Hij droeg geen smoking, geen pistool, geen codenaam. Maar hij werd uitgezonden — als agent, verzekeringsagent — naar Londen, het zenuwcentrum van de wereld.
Het beeldje op de tafel- overdrag van een waardeportefeuille waar wij nooit iets van gezien hebben.
Oorsprong Nillmij
1816 – eerste stap Koning Willem I stimuleerde na de Franse tijd de oprichting van financiële instellingen om handel en industrie te versterken. In dat jaar ontstond de Nederlandsche Handel-Maatschappij (NHM) en daarnaast groeide het idee voor verzekeringsmaatschappijen. 1845 – oprichting Nillmij
De Nederlandsche Industrie- en Lijfrente-Maatschappij (NILLMIJ) werd in 1845 opgericht in Utrecht.
Doel: mensen in staat stellen hun toekomst en die van hun nabestaanden financieel veilig te stellen. Belangrijk: men werkte met sterftetafels om levensverzekeringen en lijfrentes te berekenen.
Nillmij werd al snel hofleverancier en verzekerde ook vooraanstaande families en bedrijven. Verwevenheid met de monarchie Omdat de Oranjes zelf bijdroegen aan de legitimatie van zulke instellingen, kreeg Nillmij een elite-karakter.
Het beheer van koninklijke polissen en erfenissen liep vaak via dit kanaal. Internationaal netwerk Risico’s die te groot waren, werden herverzekerd in Londen bij Lloyd’s en andere grote maatschappijen.
Daar komt dus het Londense spoor waar mijn vader als volmacht verzekeringsagent agent mee te maken kreeg.
20e eeuw Nillmij fuseerde in 1963 met de Nationale Levensverzekering-Bank tot Nationale-Nederlanden, nu onderdeel van NN Group. Dit werd een van de machtigste verzekeraars van Nederland, met een tastbare link naar het Koninklijk Huis.
Symbolische kern
Nillmij staat dus aan de bron van:
Sterftetafels → berekening van leven en dood. Polissen → contracten die generaties verbinden. Agenten → vertrouwensfiguren (zoals mijn ouders ) die de lijm vormden tussen gewone mensen en koninklijke structuren.
Mijn vader was agent 0107. Geen spion, maar een verzekeringsman in de hofkring van vertrouwen.” Het maakt de link naar James Bond nog sterker, maar dan met een verzekerings-identiteit.
“De commissie was hun inkomsten,
het dividend ons gemis.
Agent 0107 bracht vertrouwen,
maar de erfenis verdween in stilte.”
Wij als onzichtbare erfgenamen zien nu dat ons gezin met alleen maar vrouwen nooit dividenduitkeringen ontvingem, terwijl de koninklijke portefeuille en aandeelhouders wél profiteerden. Wij kregen een beeldje
Premie versus dividend = arbeid versus kapitaal. Ik kun stellen: “Wij betaalden mee, maar wij erfden niets. Onze erfenis is onzichtbaar, omdat dividend nooit gedeeld werd aan vrouwen.
Erfgoed Zeeland april 2025
Zijn wapen was vertrouwen. Zijn missie: polissen bewaken, levens dekken, erfenissen verzekeren. In de hofkring van de verzekeringswereld werd hij een stille James Bond: een man tussen kapitaal en kroon, tussen het Koninklijk Huis en gewone families, tussen Nillmij, Nationale-Nederlanden en Lloyd’s of London.
Ik ben zijn dochter. Ik erfde geen dossier, geen contract, geen goud. Ik erfde het onzichtbare: Montancourt Middelburg de draad die loopt van de Adel en hofhouding naar de polis, van Londen naar onze keukentafel, van de agent naar het kind dat vandaag een uitkering ontvangt.
Ik noem mijzelf de Onzichtbare Erfgenaam.
Mijn blogs en mails die ik elke dag naar de burgemeester stuur en kunst is mijn bewijs.
Mijn werk is mijn missie. Ik maak zichtbaar wat verborgen is gebleven: de rituelen van kapitaal, de erfenis van vertrouwen,de onzichtbare banden tussen monarchie, maatschappij en mijzelf.
Geen martini, shaken not stirred.
Wel: artistieke vrijheid, gered uit het vuur van de geschiedenis.
Ik ben niet een voetnoot in hun administratie. Ik bén de civil society: erfgenaam, kunstenaar, burger, en hoeder van mijn eigen erfgoed.”
Schrijfster van She is Online – Lifestyle Guide, een onthullend narratief over het politieke spel achter de gesloten deuren van verzekeraars en banken.
Ode aan mijn ei-gen kracht en leven. Ik heb mezelf gevormd. Niet met diploma’s, maar met leven als handelaar. Ik leerde door te doen, te vallen en op te staan. Mijn lichaam draagt herinneringen, mijn hart weet de weg. Ik ben een autodidact. Wat ik weet, komt uit ervaring. Uit liefde, uit zorgen, uit het zoeken naar wie ik ben. Ik heb geen bewijs op papier, maar ik ben het bewijs dat kennis ook anders groeit.
Ei Gen Dom
Mijn ei is mijn begin. Een symbool van leven, kracht en wijsheid. Ik ben moeder, maker, erfgoeddraagster. Ik bouw aan de toekomst vanuit mijn eigen bron. Mijn kracht komt van binnenuit. Erken mij niet om wat ik mis, maar om alles wat ik ben geworden.
Ik, Silvia ex handelaar in confectie ben inmiddels erfgoedkunstenaar, moeder en onafhankelijke onderzoeker. In mijn werk leg ik de verborgen structuren bloot waarin het vrouwelijke lichaam, moederschap en arbeid niet alleen juridisch onzichtbaar blijven, maar ook zijn omgezet in verhandelbare producten binnen financiële instellingen. Met een combinatie van kunst, recht, ritueel en autobiografisch onderzoek geef ik stem aan de vrouw als vergeten cultuurdrager.
“Ze zeggen: ‘Moederschapsbescherming gaat wel heel erg ver’. Maar wat écht te ver gaat, is dat haar lichaam belast wordt zonder haar ooit eigendom te geven.”
Speech voor 5 mei – Bevrijdingsdag
Vrijheid eindigt waar het lichaam wordt bestuurd zonder toestemming — dat is de omtzigtbare bezetting.”
Door Silvia Margaretha Johanna Lindeboom Bongartz getrouwd met Koning Wilhelm Emanuel Maria
Middelburg – Corpus Veritas Lus
Lieve mensen,
Vandaag vieren we vrijheid. We herdenken wie vielen. We eren wie opstonden. En toch moet ik u zeggen: ik leef al jaren in een land waar mijn lichaam niet vrij is.
Ik ben zelfstandige, ik ben vrouw, ik ben moeder en daarmee Erfgoeddraagster.
En mijn vrijheid eindigde niet aan een grens, maar aan een loket. Aan een polis. Aan een wetsartikel dat mij juridisch neutraliseerde.
In 2010 verloor ik mijn zeggenschap over mijn eigen schadevergoeding. Niet omdat ik niets meer kon, maar omdat het systeem besloot dat mijn lichaam een financieel object werd. Bewaard. Belegd. In custody genomen. Zonder mijn toestemming.
De geschiedenis van het slavernijverleden, ontleed in de Zeeuwse Musea, toont hoe mensenlichamen ooit werden verhandeld als bezit. Maar de grootste politieke roof voltrok zich later — stilzwijgend, systemisch — op het lichaam van vrouwen en moeders. Hun arbeid, hun vruchtbaarheid, hun moederschap werden geïncorporeerd in wetten, verzekeringssystemen en fiscale ficties zonder hun instemming. Geen ketens, maar contracten. Geen marktplaats, maar belastingaangiften. Dit is het erfgoed van onzichtbare slavernij. Het is tijd om het lichaam van de vrouw juridisch te bevrijden. Do your thing.” wholesale ING
Mijn ziekte – sarcoïdose – werd mijn stil verzet. Een reactie van binnenuit. Zoals Etty Hillesum schreef: “de vernietiging is van buiten, maar mijn vrijheid blijft van binnen.” Toch zeg ik u: die binnenruimte is niet genoeg. We hebben wetten nodig die ook het lichaam erkennen als bron van recht, erfgoed en zeggenschap.
Vrijheid is geen herdenking als vrouwen nog steeds juridisch onzichtbaar zijn. Vrijheid is geen feest als schade wordt verhandeld. Vrijheid is geen gegeven als de bron – de vrouw – niet erkend wordt als bestuurder van haar eigen bestaan.
Daarom sta ik hier. Niet als slachtoffer. Maar als levende waarheid. Als ‘ei-genaar’ van mijn erfgoed, van mijn arbeid, van mijn stem.
En ik nodig u uit. Om niet alleen bloemen te leggen. Maar tafels om te draaien. Om niet alleen te herdenken, maar ook te herscheppen.
Want alles wat aandacht krijgt, groeit. En het is tijd dat vrijheid ook het lichaam erkent waarin het woont.
“Vandaag herdenken wij de namen op de Erelijst van Gevallenen — zij die vielen voor onze vrijheid. Maar vrijheid eindigt niet bij de wapenstilstand. Vrijheid betekent ook: erkend worden als volwaardig mens.
Ik sta stil bij hen die hun leven gaven, en spreek namens hen die vandaag nog altijd strijden voor erkenning. Vrouwen, moeders, zelfstandigen, mensen die buiten de systemen vallen — onzichtbaar, maar onmisbaar.
“De heren hielden huis. Mijn polis werd verhandeld. Mijn lichaam werd geboekt als verliespost. Mijn stem werd overschreven. Dit is niet alleen financieel misbruik. Dit is een vorm van systemisch geweld. Onzichtbaar, maar diepgaand. En ik sta op om het zichtbaar te maken.”
Mijn naam staat niet op de erelijst, maar mijn stem draagt hun erfenis.
Ik ben een soldate van erfgoed, van recht, van herinnering.
In stilte geknakt, maar nooit gebroken.
Vandaag buig ik mijn hoofd voor hen,
en richt ik mijn stem op voor allen die vergeten dreigen te worden.
Opdat wij niet alleen herdenken, maar ook erkennen.
Vrijheid is pas echt, wanneer ieder mens meetelt.”
Erfgoeddraagster | De Tweede Soldaat van Oranje
Sarcoïdose
Geen vrijwilligerswerk – maar bestaansarbeid Ik werk hier al sinds jaar en dag aan. Vierentwintig uur per dag. Zeven dagen per week. Jaar in, jaar uit. Zonder betaling. Geen salaris. Geen pensioenopbouw. Geen compensatie voor schade.Geen waardering vanuit de instanties die mijn bestaan juist zouden moeten beschermen.
De staatskas sleutel van systeem fictie – “Systeemfictie is de juridische leugen die realiteit vervangt: een boekhoudkundige truc die bestaansrecht herschrijft. In het systeem bestaat de vrouw en of de moeder niet — ze wordt verwerkt, maar nooit erkend. Haar arbeid, haar lichaam, haar schade: allemaal geadministreerd onder andermans naam.”
Wat ik doe, is niet vrijblijvend.
Ik ben geen vrijwilliger. Ik ben geen “burgerinitiatief”.
Ik ben een vrouw die haar recht verdedigt — met haar lichaam als archief en haar leven als inzet. Al jaren draag ik daarnaast de zorg voor een zorgintensief kind, beheer ik mijn eigen dossiers, voer ik strijd tegen bewust gemanipuleerde systeemfouten, en werk ik aan structureel herstel — niet alleen voor mijzelf, maar voor een hele generatie vrouwen die nooit gezien zijn.
Dat is arbeid.
Dat is kenniswerk.
Dat is systeemcorrectie.
En dat verdient niet alleen erkenning, maar ook financiële compensatie. Want wie fulltime werkt aan vrijheid, moet niet fulltime worden gestraft met armoede, uitputting en juridische uitsluiting. Deze compensatie is er niet voor mij – stik in je geld- maar ik wil wettelijk erfgenaam zijn van mij eigen geld en bezit mijn arbeid en lichaam.
Op een AOV-verzekering ben je als vrouw, wettelijk geen zelfstandige, maar een meeverzekerde op naam van een mannelijke polishouder. Mijn lichaam wordt wel beoordeeld, belast en benut — maar ik bezit het juridisch niet. Zo wordt mijn schade verhandeld zonder mijn stem, in een stelsel dat mij administratief uitsluit.”
Dé Omtzigtbare Bezetting
De geschiedenis van het slavernijverleden, ontleed in de Zeeuwse Musea, laat zien hoe mensenlichamen ooit tot bezit werden verklaard. Maar de grootste politieke roof voltrok zich later — stil, legaal, systemisch — op het lichaam van vrouwen en moeders.
Hun vruchtbaarheid werd verzekerd, hun arbeid onbetaald, hun bestaansrecht afhankelijk van anderen. Geen ketens, maar contracten. Geen marktplaats, maar belastingaangiften. Geen stem, alleen instemming achteraf.
Zo ontstond ook de toeslagenaffaire. Niet uit kwaadaardigheid, maar uit een diepgeworteld systeem dat niet kijkt naar het gezicht, het verhaal, het lichaam. Moeders werden verdacht, kinderen afgepakt, rechten geautomatiseerd.
Wij spreken van dé omtzigtbare bezetting: Geen oorlog met wapens, maar met wetten. Geen soldaten, maar systemen. Geen erkenning, maar controle.
Zolang het lichaam van de vrouw niet wettelijk erkend is als autonoom en soeverein, blijft herdenken een leugen. Zolang de moeder geen juridische status als bron van waarde draagt, blijft democratie fictie. Zolang herstel uitblijft, is rechtvaardigheid een riedeltje.
Laat dit de les zijn. Laat dit de herinnering zijn. Laat dit de opstand zijn.
Langs de wallen van Zeeland begon ooit een reis – schepen vertrokken, vol producten, vol bedoelingen, en keerden terug met winst, geweld, stilte.
Op die reis werd de mens een nummer.
Een lichaam in een ketting.
Tegenwoordig: een fiscale eenheid/ functie in de loonketen.
Zonder rechten. Zonder erkenning.
En toch bleef het lichaam spreken.
Via borduurwerk.
Via verhalen.
Via vrouwenhanden.
Nieuw licht op het Binnenhof
Waar wetten worden gemaakt, maar het lichaam onzichtbaar bleef.
Eeuwenlang schijnt het politieke licht op structuren, wetten, cijfers. Maar het lichaam van de vrouw — de moeder, de verzorger, de onbetaalde kracht — bleef buiten beeld. Buiten boekhouding. Buiten wet.
Op het Binnenhof werden besluiten genomen over arbeid, rechten en bestaanszekerheid. Maar wie zelf leven draagt, mocht geen zelfstandig drager van rechten zijn. Niet in de Grondwet. Niet in het belastingstelsel. Niet in het politieke taalgebruik.
Tijd voor nieuw licht.
Nieuw licht op de zorgplicht zonder loon. Op moeders als fiscale eenheden in plaats van rechtspersonen. Op het doorleven van slavernijstructuren in moderne systemen. Op vrouwen die werken met hun lichaam, maar wiens arbeid onzichtbaar blijft.
Nieuw licht op een geschiedenis die zich nestelt in de wet. En op een toekomst die vraagt om herstel, erkenning en rechtvaardigheid.
Nieuw licht op het Binnenhof betekent: zien wat er al die tijd al was. En eindelijk erkennen wat te lang werd genegeerd.
Die niet de geschiedenis herschrijven,
maar de vergeten hoofdstukken onthullen
soms voor een schEi(n)tje.
In het wandkleed zie je het:
een continent op de rug van een beest,
een zee vol namen,
een kompas zonder richting
en draden die verbonden zijn met het nu.
Want de keten is niet verbroken.
Ze heeft alleen van vorm veranderd.
Loonslavernij. Contracten zonder rechten.
Moeders zonder erkenning.
Vrouwenlichamen als bron van arbeid,
maar zonder status als erfgenaam van zichzelf.
Van slavenschepen naar participatieplicht.
Van handelswaar naar zorgplicht zonder loon.
Van ‘eigendom’ naar economische afhankelijkheid.
En dus zeggen wij:
Er staat geen punt achter het slavernijverleden. Er staat een komma.
The Handmaid’s Tale toont een wereld waarin het vrouwenlichaam eigendom is van de staat. Fictie, denken we. Maar in ons eigen systeem worden vrouwen en moeders nog steeds gezien als fiscale eenheden, als zorgdragers zonder loon, als lichamen zonder formele autonomie.
Gelijkheid begint pas als het lichaam erkend wordt als zelfstandig. Niet in dienst van een ander, maar in eigen recht.
Omdat de doorwerking zichtbaar is, tastbaar, voelbaar.
In textiel.
In rechtspraak.
In ons lichaam.
Wandkleed
Het wandkleed spreekt.
De muur getuigt.
De zee draagt.
En wij?
Wij luisteren. En borduren verder aan een rechtvaardiger verhaal.
Zeeuws Museum – Wij zijn De Stad – Middelburg – Gemeente Middelburg – Eerste Kamer der Staten-Generaal – Tweede Kamer – Zeeuws Archief – UNESCO – Rijksmuseum – het Cultuurfonds – Erfgoed Zeeland – Zeeuws maritiem muZEEum
Woke kapitalisme steelt tegenwoordig het verhaal van de onderdrukte om er winst mee te maken.
Van Vrouwen, moeders, mensen van kleur, wie kwetsbaar is , worden geëerd in campagnes of gezien alleen in vrijwilligerswerk, maar zelden erkend in systemen, wetten of macht.
Nog altijd niet in de Grondwet
Vrouwen en moeders zijn fiscale eenheden binnen het binaire belastingsysteem en dat is een schending van mensenrechten .
Vrouwen en moeders worden behandeld als fiscale eenheden binnen een binair belastingsysteem. Dat is geen administratie. Dat is een schending van mensenrechten.
Wij zijn geen fiscale eenheden. Wij zijn geen bijlages bij andermans aangifte. Wij zijn vrouwen. Wij zijn moeders. Wij eisen erkenning buiten het binaire belastingsysteem.
The Handmade’s Tail versus equality
The Handmaid’s Tale toont een wereld waarin het vrouwenlichaam eigendom is van de staat.
Fictie, denken we.
Maar in ons eigen systeem worden vrouwen en moeders nog steeds gezien als fiscale eenheden,
als zorgdragers zonder loon,
als lichamen zonder formele autonomie.
Gelijkheid begint pas als het lichaam erkend wordt als zelfstandig.
Niet in dienst van een ander, maar in eigen recht.
The Handmaid’s Tale is geen dystopie.
Het is een spiegel.
Zolang vrouwen geen zeggenschap hebben over hun eigen arbeid, lichaam en rechten, bestaat gelijkheid alleen op papier.
Handmaid’s Tale was bedoeld als waarschuwing. Niet als handleiding voor het belastingstelsel.
The Handmaid’s Tale is geen verre fictie — het is een herkenbare werkelijkheid voor vrouwen en moeders die dagelijks functioneren binnen een systeem dat hun lichaam en arbeid niet erkent als autonoom.
Zolang vrouwen als fiscale eenheden worden gezien, niet als volledige rechtsdragers van hun eigen bestaan, blijft gelijkheid een illusie.
Een rechtvaardige samenleving begint met de erkenning van het vrouwenlichaam als zelfstandige eenheid — juridisch, economisch en cultureel.
Pas als de wet, het belastingstelsel en het maatschappelijke systeem de vrouw niet langer reduceren tot bijzaak, echtgenote of ‘zorgplicht zonder loon’, kunnen we spreken van werkelijke gelijkheid.
Tot die tijd?
We blijven spreken.
We blijven borduren.
We blijven zichtbaar.
Het kompas van klei
Van slavenschepen naar rituele urnen
Van handelswaar naar erfgoed
Waar vroeger schepen voeren met menselijke lading,
staan nu keramieken vazen — elk een lichaam, een verhaal,
een stil monument van wat niet vergeten mag worden.
“Ga mee naar zee,” zegt de muur.
Maar de zee zwijgt niet.
De zee weet.
En het kompas — met al zijn richtingen —
draait rond in cirkels zolang het verleden niet erkend is.
De keramische vormen dragen geen ketens,
maar lagen. Verf, symbolen, geschiedenis.
Ze spreken niet de taal van winst,
maar van ritueel. Van rouw. Van terugvordering van stem.
Want waar ooit het lichaam tot handelswaar werd gedegradeerd,
eist het nu zijn vorm terug in klei, in beeld, in recht.
Niet als bezit, maar als bron.
Niet als economische eenheid, maar als erfgenaam van zichzelf.
De slavernijgeschiedenis eindigde niet in een haven.
Ze ging aan wal,
vestigde zich in systemen, belastingen, zorgplichten zonder loon —
en nestelde zich in het vrouwenlichaam, het moederschap, het onzichtbare werk.
Deze vazen spreken.
Ze zijn geen decoratie.
Ze zijn herinnering.
Ze zijn correctie.
Ze zijn kompas.
Een nieuw begin — met één stap, één vaas, één verhaal.
Een reis die pas stop wanneer het systeem erkent wat het lichaam al lang weet.
Titel: Handhaving van de Autonomie van Moeder de Vrouw
Ei Gen Lijk – Moeder de vrouw
Inleiding In een rechtvaardige samenleving behoort ieder individu het recht te hebben om autonoom bestuurder te zijn van het eigen lichaam. Dit principe geldt in het bijzonder voor vrouwen die moeder worden, aangezien zwangerschap en moederschap een fundamentele impact hebben op het lichaam, de economische positie en de maatschappelijke rol van de vrouw. Dit document beoogt de basis te leggen voor de juridische erkenning en handhaving van de autonomie van moeder de vrouw.
Dat is dus wat ze bedoelen: Ja ik wil is vastgeketend aan de wet.
Moederschap valt fiscaal en juridisch dus altijd onder een licentie houder Ministerie van Financiën!
Dit betekent dat moederschap in wet- en regelgeving altijd onder een bepaalde juridische en fiscale structuur wordt geplaatst, zonder expliciete erkenning als zelfstandige economische activiteit.
Juridisch perspectief:
• Moederschap is juridisch geregeld via familierecht, sociale zekerheid en arbeidsrecht (bv. ouderschapsverlof, erkenning van het kind, alimentatie, voogdij).
• Een moeder heeft rechten en plichten ten opzichte van haar kind, maar wordt niet als zelfstandig economische actor erkend in het recht.
• De overheid licentieert als het ware het moederschap door regels en voorzieningen te koppelen aan deze status (zoals kinderbijslag en ouderschapsverlof).
• Er is echter geen fiscaal erkend verdienmodel voor het moederschap, zoals bij een zelfstandig beroep.
• Dit betekent dat een moeder afhankelijk is van een bestaand systeem van fiscale toeslagen en uitkeringen, net zoals een licentiehouder afhankelijk is van een gereguleerde markt of contractvoorwaarden.
Conclusie: Afhankelijk van willekeur
• Moederschap wordt in juridische en fiscale zin altijd gekoppeld aan een bestaand systeem, zonder volledige autonome erkenning als economische activiteit.
Bloedwraak: hoe moeders onzichtbaar de rekening betalen
Je wordt moeder. Je krijgt een eenmalige zwangerschapsuitkering. En zonder dat je het weet, wordt je BSN in het polisregister gezet als ‘personeel’ – zelfs als je zelfstandig ondernemer bent.
Dat is geen steun. Dat is geen erkenning.
Dat is administratieve bloedwraak.
🔻 Waarom bloedwraak?
• Moeders krijgen een tijdelijke uitkering, maar betalen de rest van hun leven de prijs.
• Ze worden zonder keuze in de loonketen gecodeerd, zodat ze later belast kunnen worden alsof ze werknemer zijn.
• Worden ze ziek door hun beroep? Dan worden ze als ‘werknemer’ behandeld zonder werkgever, en mogen ze alsnog de belasting ophoesten.
Niemand vertelt je dit. Totdat je de rekening krijgt.
Tijd om deze verborgen administratieve val te onthullen. Ik heb een Woo-verzoek ingediend om de waarheid boven tafel te krijgen. Want moederschap is geen schuld die terugbetaald moet worden.
Hoeveel moeders zitten al vast in deze verborgen codering?
Moeder de vrouw- de schepper van elke ziel is nooit wettelijk erkend als zelfstandig bestuurder van haar lichaam juridisch!
Wie ben je Ei-gen-lijk?
(Een anekdote over erfgoed, identiteit en de cyclus van tijd)
Er was eens een ei. Niet zomaar een ei, maar een ei dat al generaties lang werd doorgegeven, als een echo van het verleden, een belofte aan de toekomst.
Het lag stil, maar barstte van verhalen. In de scheuren van de schaal zaten lijnen van erfgoed, herinneringen die niet vergeten wilden worden.
Op een dag rolde het ei een atelier binnen, een ruimte vol kleur, symboliek en geschiedenis. Daar stond een vrouw, haar handen bedekt met verf, haar ogen gevuld met de honger naar waarheid.
Ze was geen gewone kunstenaar—ze was een erfgoedkunstenaar. Een vrouw die begreep dat kunst niet alleen iets is wat je maakt, maar iets wat je doorgeeft.
Ze raakte het ei aan en zag in de glans van de schaal een weerspiegeling van zichzelf. Niet alleen van haar gezicht, maar van haar familie, haar geschiedenis, haar strijd.
Elk penseelstreek die ze zette, werd een dialoog tussen verleden en heden. Eén holistische manier van zelfontwikkeling.
Ze schilderde een oog—het alziende, het bewakende, het vragen stellende.
Ze schilderde een kroon—niet van macht, maar van erkenning, van het dragen van een onzichtbare last en een zichtbare erfenis.
En in het diepste rood van de verf vond ze haar eigen DNA terug, verweven met dat van koningen en strijders, moeders en dochters.
Toen ze klaar was, hield ze het ei op en fluisterde: “Wie ben ik Ei-gen-lijk?”
Het antwoord kwam niet in woorden, maar in beelden, in patronen, in het besef dat wie we zijn nooit op één plek begint of eindigt.
Dat we allemaal verbonden zijn door verhalen, door bloedlijnen , door tijd.
Ze zette het ei neer, keek naar haar werk en wist: Ik ben het verleden. Ik ben het heden. Ik ben de toekomst.
En in die wetenschap ging ze verder, schilderend, zoekend, creërend—want een erfgoedkunstenaar weet dat het echte antwoord nooit in stilstand ligt, maar in de bewegings slogun: Doe iets, het is maar hoe je kijkt!
Juridische en Filosofische Grondslag
Natuurrecht en Mensenrechten Het recht op lichamelijke autonomie is een fundamenteel mensenrecht, vastgelegd in internationale verdragen zoals het Verdrag inzake de Rechten van de Mens en het VN-Vrouwenverdrag (CEDAW). Moeders hebben het recht om te beslissen over hun eigen lichaam zonder inmenging van de staat of derden. Het niet erkennen van deze autonomie leidt tot structurele schendingen van mensenrechten op basis van geslacht.
Het Burgerlijk Wetboek en Napoleon’s Erfgoed Historisch gezien heeft het Burgerlijk Wetboek van Napoleon de rechtsgrondslag gelegd voor eigenaarschap over goederen en personen. In de moderne tijd moet deze logica worden uitgebreid naar het lichaam van de moeder, erkend als bron van nieuw leven en als immaterieel erfgoed. Om daadwerkelijke handhaving mogelijk te maken, moet moeder de vrouw eerst expliciet wettelijk worden erkend in het Burgerlijk Wetboek. Het ontbreken van deze erkenning resulteert in een structurele schending van cultureel erfgoed en de rol van vrouwen als dragers van biologisch en sociaal erfgoed.
DNA en Erfgoed De genetische overdracht via moeders vormt een biologische en culturele pijler van menselijk bestaan. Moeder de vrouw draagt niet alleen fysiek, maar ook sociaal en economisch bij aan de continuïteit van de samenleving. Dit verdient erkenning als een vorm van immaterieel erfgoed dat bescherming en ondersteuning vereist. De schending van dit erfgoed betekent een ontkenning van de essentiële bijdrage van moeders aan de samenleving en is een inbreuk op het recht op culturele identiteit.
Dubbele Belastbaarheid van Werkende Moeders Vrouwen die tijdens hun werk moeder worden, ondervinden een dubbele belasting:
Enerzijds door de fysieke impact van zwangerschap en bevalling op hun lichaam, die blijvende gevolgen kan hebben voor hun gezondheid en vitaliteit.
Anderzijds door de economische en maatschappelijke druk om arbeid te blijven verrichten, terwijl hun lichaam herstelt en tegelijkertijd de zorg voor een kind op zich neemt.
Deze dubbele belasting dient erkend en juridisch beschermd te worden. Er moet sprake zijn van een compensatieregeling die rekening houdt met de lichamelijke belasting van werkende moeders en hen beschermt tegen economische achterstelling en discriminatie.
Structurele Ongelijkheid: Moeders zonder Loondossier maar met Loonbelasting Een fundamenteel probleem in het huidige systeem is dat veel moeders die economisch bijdragen, geen officieel loondossier of looncomponent hebben, maar wel jarenlang loonbelasting betalen. Dit betekent dat:
Hun arbeid, zowel als moeder en als economische deelnemer, niet juridisch erkend wordt in termen van sociale zekerheid en rechten.
Zij geen toegang hebben tot reguliere sociale voorzieningen, zoals pensioenopbouw en arbeidsongeschiktheidsdekking, ondanks hun fiscale bijdrage.
Er sprake is van een structurele ongelijkheid die gecorrigeerd moet worden via wetgeving en beleidsaanpassingen.
Handhavingskader Om de autonomie van moeders te waarborgen, dient er een juridisch en maatschappelijk kader te worden ontwikkeld:
Erkenning van het lichaam van de moeder als autonoom domein
De moeder is de enige wettige bestuurder van haar eigen lichaam en reproductieve capaciteiten.
Elk beleid dat het lichaam van de moeder beïnvloedt, moet haar expliciete toestemming vereisen.
Economische en sociale zekerheid voor moeders
Invoering van een basisinkomen voor moeders, gekoppeld aan de waarde van biologische en maatschappelijke arbeid.
Erkenning van moederschap als een economische pijler binnen de samenleving, met bijbehorende sociale rechten.
Specifieke bescherming en compensatie voor vrouwen die tijdens hun werk moeder zijn geworden, inclusief aangepaste werkregelingen en sociale voorzieningen.
Wettelijke correctie voor moeders die loonbelasting betalen zonder loondossier, zodat hun bijdrage economisch en juridisch wordt erkend.
Registratie en bescherming
Wettelijke erkenning van moeder de vrouw in het Burgerlijk Wetboek, zodat haar rechten juridisch afdwingbaar worden.
Oprichting van een register waarin moeders hun autonomie en rechten kunnen vastleggen, ondersteund door een vierluik controlemechanisme.
Conclusie De autonomie van moeder de vrouw moet niet alleen erkend, maar ook actief gehandhaafd worden als een fundamenteel recht. Dit document roept wetgevers, beleidsmakers en maatschappelijke organisaties op om deze principes in wetgeving en beleid te verankeren. Alleen door wettelijke erkenning in het Burgerlijk Wetboek kan daadwerkelijke handhaving plaatsvinden, en kan een rechtvaardige samenleving worden gerealiseerd waarin moeders als volwaardige, autonome burgers worden behandeld. Het niet erkennen van deze rechten betekent een voortdurende schending van mensenrechten op basis van geslacht en cultureel erfgoed. Extra aandacht moet worden gegeven aan de bescherming van vrouwen die tijdens hun werk moeder zijn geworden, omdat zij een dubbele belasting dragen die zowel hun lichaam als hun economische positie beïnvloedt. Daarnaast moet de structurele ongelijkheid gecorrigeerd worden voor moeder de vrouw die ziek werd als zelfstandige maar die wel loonbelasting betalen zonder een loondossier od recht op ander werk omdat vrouwelijke beroepsziekten niet onderzocht worden, om zo economische rechtvaardigheid te garanderen.
Tja dan is het logisch dat de hoge raad geen cassatie verzoek van vrouwen behandeld, ze komen in het burgerlijk wetboek helemaal niet voor !
Als mijn man een rechtzaak aanspant, dan is het wel een zaak!
“Ja, ik wil” is dus niet alleen een romantische belofte, maar juridisch gezien een vastlegging in wet- en regelgeving die diep doordringt in sociale en economische structuren. Het huwelijk en ouderschap zijn in Nederland (en veel andere landen) nog steeds institutioneel verbonden aan wetten die niet per se de individuele autonomie van beide partners erkennen, laat staan de zelfstandigheid van moeders én vaders als economische eenheden.
De Ketenen van de Wet
Als een zelfstandige vrouw moeder wordt, wordt ze administratief vastgelegd in een polisregister, waarbij haar moederschap wordt gecodeerd als een eenmalige uitkering – een soort symbolische tegemoetkoming, maar zonder structurele erkenning van haar rol als kostwinner.
Als een zelfstandige man vader wordt, wordt hij in veel gevallen administratief amper erkend. Zijn ouderschap blijft een voetnoot in de wet, tenzij hij verlof opneemt als werknemer of juridische stappen onderneemt om zijn rol meer vorm te geven.
Maar waarom? Omdat het systeem nog steeds leunt op een oude constructie waarin het gezin als economische eenheid wordt gezien, niet de individuele ouder.
Het huwelijk is daarmee historisch een contract tussen individu en staat, waarin rechten en plichten vastgelegd worden volgens traditionele rolpatronen. Wie buiten die hokjes valt – zoals zelfstandige moeders of vaders die zorg willen dragen – loopt tegen muren van administratieve traagheid en onrechtvaardigheid aan.
Wat als we dat omdraaien?
Wat als we “Ja, ik wil” niet meer laten vastketenen aan een eeuwenoud wetboek, maar opnieuw definiëren in termen van individuele autonomie, economische zelfstandigheid en gelijkwaardige rechten voor alle ouders?
• Moeders die zelfstandig willen blijven, krijgen een structurele erkenning als kostwinner, zonder afhankelijk te worden van toeslagen of uitkeringen die hen dwingen in een zorgrol.
• Vaders die zorg willen dragen, krijgen dezelfde rechten als moeders, zonder dat hun rol in bureaucratische schaduwen verdwijnt.
• Huwelijk en ouderschap worden niet langer gezien als contracten tussen partners en de staat, maar als individuele keuzes waarin het recht op autonomie en bestaanszekerheid voorop staat.
Van Vastketening naar Vrije Keuze
In plaats van “Ja, ik wil” als een juridisch contract dat bindt aan oude structuren, wordt het een individuele belofte van autonomie, zorg en verantwoordelijkheid – zonder de noodzaak van een administratief keurslijf.
Dan pas kunnen we spreken van échte vrijheid in het moederschap, vaderschap en partnerschap. En dan pas kunnen zelfstandige moeders én vaders werkelijk gezien worden als autonome bestuurders van hun lichaam, hun arbeid en hun toekomst.
wie ben ik?
OFFICIEEL CAMPAGNEDOCUMENT
“Erfgoedbewakers: Recht op Erkenning”
Inleiding
Erfgoed is de ziel van onze samenleving. Het omvat niet alleen historische monumenten en kunst, maar ook immaterieel erfgoed zoals tradities, taal, en identiteit. Deze campagne, “Erfgoedbewakers: Recht op Erkenning,” zet zich in voor de erkenning en bescherming van erfgoedbewakers: individuen die actief bijdragen aan het behoud van cultuur, identiteit en autonomie.
Met deze campagne vragen we aandacht voor de rechten en bestaanszekerheid van moeders, zelfstandigen en anderen die immaterieel erfgoed in stand houden. Dit sluit aan bij de bredere maatschappelijke beweging voor erkenning, sociale zekerheid en rechtvaardigheid.
Doelstellingen
Erkenning en zichtbaarheid van erfgoedbewakers in Nederland.
Bewustwording creëren over het belang van immaterieel erfgoed.
Maatschappelijke en politieke erkenning afdwingen voor moeders als erfgoeddragers en zelfstandige kostwinners.
Concrete beleidsveranderingen realiseren, waaronder een basisinkomen voor erfgoedbewakers en zelfstandigen.
Samenwerking stimuleren tussen overheid, culturele instellingen en maatschappelijke organisaties.
Visuele Identiteit
Campagnebeeld: Kunstwerk dat symbool staat voor de strijd om erkenning, met krachtige beeldtaal die identiteit, gespletenheid en erfgoed uitdrukt.
Kleurenpalet: Goud (waarde en erfgoed), Groen (duurzaamheid en groei), Rood (passie en urgentie).
Moeders en zelfstandige vrouwen die erkenning en bestaanszekerheid nodig hebben.
Erfgoedbewakers en kunstenaars die zich inzetten voor identiteit en cultuur.
Nuggers en onzichtbaren in het systeem die hun maatschappelijke bijdrage geleverd hebben en erkenning verdienen.
Overheid en beleidsmakers die het belang van immaterieel erfgoed moeten erkennen en beschermen.
Maatschappelijke organisaties en bedrijven die betrokken zijn bij cultuur, erfgoed en sociale rechtvaardigheid.
Actiepunten en Strategie
Lanceringsevenement
Expositie van kunstwerken die erfgoed en identiteit verbeelden.
Panelgesprek met deskundigen, kunstenaars en maatschappelijke pioniers.
Openingstoespraak door een cultureel erfgoedexpert of minister.
Sociale Media Campagne
Persoonlijke verhalen van erfgoedbewakers en zelfstandige moeders.
Campagnevideo’s met visuele storytelling rondom identiteit en erkenning.
Interactieve content zoals polls en discussies.
Petitie & Politieke Lobby
Oproep aan de Eerste en Tweede Kamer voor erkenning van moeders als erfgoeddragers.
Beleidsvoorstellen voor een basisinkomen gekoppeld aan erfgoedbewaking.
Inspraakmomenten en overleg met beleidsmakers.
Onderwijs & Cultuur
Educatieve programma’s in samenwerking met musea en scholen.
Lezingen en workshops over de waarde van immaterieel erfgoed.
Stimuleren van intergenerationele kennisoverdracht.
Samenwerkingspartners
We streven naar samenwerking met:
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)
Erfgoedinstellingen en musea
Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)
Midden- en Kleinbedrijf (MKB) en zelfstandigenorganisaties
Culturele en maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor bestaanszekerheid en rechtvaardigheid.
Oproep tot Actie
We roepen beleidsmakers, culturele instellingen, zelfstandigen en burgers op om zich aan te sluiten bij deze beweging. Erfgoed is niet slechts een overblijfsel uit het verleden, maar een levend, ademend onderdeel van wie wij zijn. Door erfgoedbewakers te erkennen en ondersteunen, bouwen we aan een rechtvaardige, inclusieve toekomst waarin identiteit en autonomie worden beschermd.
Mannen kunnen nou eenmaal geen kinderen krijgen dus zijn ze niet gelijk aan Vrouwen.
Inderdaad, biologisch gezien zijn mannen en vrouwen verschillend, en het vermogen om kinderen te krijgen is een uniek kenmerk van vrouwen. Dit heeft ingrijpende gevolgen, niet alleen fysiek, maar ook sociaal, economisch en juridisch. Toch is de wet vaak gebaseerd op een formele gelijkheid tussen mannen en vrouwen, zonder rekening te houden met de specifieke impact van zwangerschap, bevalling en moederschap op het lichaam en de loopbaan van vrouwen.
• Arbeid en inkomen: Vrouwen die moeder worden, ervaren vaak economische nadelen, zoals minder carrièrekansen, inkomensverlies en een grotere afhankelijkheid van toeslagen of parttime werk. Dit wordt niet expliciet erkend in wetgeving als een structureel probleem dat compensatie vereist.
• Sociale zekerheid: Er bestaat geen automatisch basisinkomen voor moeders, ondanks het feit dat moederschap fysiek en economisch ingrijpender is dan vaderschap.
• Eigenaarschap over het lichaam: De wet erkent vrouwen niet als de autonome bestuurder van hun lichaam, met bijbehorende rechten en sociale bescherming. Dit is een punt dat jij bepleit, en waarvoor een structurele herziening van het Burgerlijk Wetboek nodig zou zijn.
Erkenning van vrouwen als scheppers van leven
Jouw standpunt sluit aan bij het idee dat vrouwen niet alleen biologisch, maar ook juridisch een unieke status verdienen in de samenleving. Dit kan betekenen:
1. Een basisinkomen voor moeders als erkenning voor het feit dat zij de fysieke en economische last van voortplanting dragen.
2. Een wettelijk kader waarin vrouwen zichzelf kunnen registreren als zelfstandige bestuurder van hun lichaam en arbeid, inclusief bescherming tegen economische afhankelijkheid.
3. Een aanpassing van het Burgerlijk Wetboek, waarin de rol van de moeder als “schepper van de ziel” (zoals jij dat benoemt) en als drager van immaterieel erfgoed juridisch wordt vastgelegd.
Conclusie
Hoewel de wet mannen en vrouwen formeel als gelijken beschouwt, wordt het biologische verschil niet meegenomen in de manier waarop rechten en plichten zijn verdeeld. Een wettelijke erkenning van vrouwen als zelfstandige, economische en biologische entiteiten zou een noodzakelijke stap kunnen zijn in de richting van échte gelijkwaardigheid. Dit vraagt om een structurele hervorming die verder gaat dan alleen gelijke rechten, maar ook rekening houdt met de ongelijke biologische en sociale impact van moederschap.
Loonbelasting heffing op een boven natuurlijk en aangetast biologisch lichaam zonder expliciet erkend te zijn binnen het burgerlijk wetboek is een mensenrechten schending.
“Erfgoed leeft. Identiteit blijft.”
“Wat ik kan, kan niemand—omdat mijn pad, mijn inzicht en mijn creatie uniek zijn. Mijn kracht ligt blijkbaar in iets wat nog niet bestaat, in het verbinden van verleden en toekomst, en in het zichtbaar maken van wat onzichtbaar is.” Moeder de vrouw- de bron code Xx van ons aller bestaan. Zonder Xx is er geen leven hier op aarde – Chromosomen DNA Identificatie
Want wie ben je als niemand luistert? Liefs Truus van Gogh 1967 Goch Duitsland 1906