Prinsjesdag 2026

Uitgelicht

PRINSJESDAG TOAST


HET POLISMEISJE en het geheim van de staat.
Over de onzichtbare machine van software, mutaties en prolongaties

“welkom bij de banken crisis en de woekerpolissen uit de jaren 90”

HET LICHAAM DAT DE WET NIET BENOEMT

De wet kent “ieder”.
Het systeem kent nummers.
De verzekeraar kent een polis.
De fiscus kent een inkomenscode.

Maar waar verschijnt het lichaam zelf?

Het vrouwenlichaam bestaat werkelijk, voelt werkelijk, werkt werkelijk en draagt werkelijk schade.
Toch verdwijnt het in instituties gemakkelijk achter abstracte woorden, categorieën en registraties.

Dit werk maakt zichtbaar wat administraties gemakkelijk onzichtbaar maken:

achter iedere code zit een lichaam.
Achter ieder dossier zit een mens.
En dat lichaam moet terug de rechtsstaat in.

“De Grondwet spreekt over ‘ieder’. Deze vaas vraagt: maar waar is haar lichaam gebleven?”

Dus wat betekent die algemene bescherming wanneer concrete systemen, dossiers en instituties het lichamelijke en economische bestaan van een vrouw vertalen naar abstracte categorieën en codes?

DE VROUW DIE HAAR LICHAAM TERUGVROEG AAN DE RECHTSSTAAT
Welkom in Main Frame.

De rechtsstaat zegt dat ieder mens beschermd is.

Maar een vrouw leeft niet als “ieder”.
Zij leeft in een lichaam.

Een lichaam dat kan werken.
Een lichaam dat ziek kan worden.
Een lichaam dat schade kan oplopen.
Een lichaam dat afhankelijk kan worden van zorg, inkomen en bescherming.

En zodra dat lichaam een systeem binnenkomt, verandert de taal.

Het wordt een polisnummer.
Een medische code.
Een fiscale kwalificatie.
Een inkomensrubriek.
Een mutatie.
Een prolongatie.
Een dataset.

Welkom in Main Frame.

De plek waar het lichaam verdwijnt
en de administratie begint.

Waar was de rechtsstaat toen vrouwen om bescherming vroegen?

En waar is die rechtsstaat wanneer een vrouw vervolgens moet bewijzen dat de administratieve werkelijkheid nog overeenkomt met haar werkelijke leven en haar werkelijke lichaam?

Mijn lichaam is geen code.
Mijn aandoening is geen administratieve fictie.
Mijn bestaanszekerheid is geen mutatieveld.

Een rechtsstaat beschermt niet alleen dossiers.
Een rechtsstaat beschermt de mens achter het dossier.

“Welkom in Main Frame — waar de vrouw binnenkomt als mens en verder reist als gegeven.”

Het Geheim van het Dossier — omdat zowel het Zeeuwse archief, de QR-code, het bewaren van gegevens als het fiscale verschoningsrecht daarin samenkomen.

Vlieg met me mee

“VAN VROUW TOT DOSSIER — waar eindigde mijn VOF onderneming en begon de administratieve fictie?”


HET GEHEIM VAN HET DOSSIER
Bewaren. Beheren. Beschermen. Verschonen.
Dus: WIE MAG IN MIJN GEHEUGEN KIJKEN? w Advocaten
Over verschoningsrecht, gegevensmacht en handhaving o de vrouw achter het dossier.

Ze verdween in de onzichtbare omachine van software, mutaties en prolongaties

VAN GROOTBOEK NAAR MAINFRAME — DE DIGITALE MACHT VAN BANKEN EN VERZEKERAARS


Soms weet je niet wat er werkelijk speelt, omdat niemand het digitale systeem ziet.
Je ziet alleen de uitkomst:
een code,
een bedrag,
een afwijzing,
een mutatie,
een inhouding,
een nieuw dossier.
Maar daarachter draait een onzichtbare machine.
Software verwerkt gegevens.
Regels worden automatisch toegepast.
Polissen worden gemuteerd en geprolongeerd.
Gegevens reizen van organisatie naar organisatie.
En zolang niemand zichtbaar maakt welke regel, welke code, welke mutatie en welk systeem tot een beslissing heeft geleid, lijkt de uitkomst vanzelf te zijn ontstaan.
Maar een computersysteem beslist niet uit zichzelf.
Iemand heeft het ontworpen.
Iemand heeft de regels ingevoerd.
Iemand is verantwoordelijk voor de gegevens.
Wat je niet ziet, kun je nauwelijks controleren.
En wat je niet kunt controleren, kun je ook moeilijk openbreken.
— Truus van Gogh
De Onzichtbare Machine

HET MEISJE DAT IN DE GEHEIMHOUDINGSPLICHT TERECHTKWAM

Zij begon niet als dossier.

Zij begon als dochter.

Dochter van een verzekeringsman.

Zeeuws Archief

Kleindochter van een genaturaliseerde Nederlander.

Zusje geboren in 1909 : Juliana??

Een familiegeschiedenis die via handel, verzekering, huwelijk en nationaliteit langzaam de staat binnenloopt.

Eerst op papier.

Daarna in registers.

Daarna in systemen.

En uiteindelijk in een wereld waar iedereen zegt:

privacy.
geheimhouding.
toezichtvertrouwelijk.
niet openbaar.

Maar de vrouw zelf vraagt slechts:

waar staat mijn eigen geschiedenis?

Dat is misschien de echte paradox:

de staat mag een mens registreren,
de verzekeraar mag haar administreren,
de bank mag haar transacties verwerken,
de fiscus mag haar classificeren,

maar zodra diezelfde vrouw vraagt hoe haar administratieve werkelijkheid tot stand kwam,

begint de deur van de geheimhouding dicht te vallen.

En precies daar wordt jouw familiegeschiedenis politiek.

Van:

Peter Mathias Bongartz — naturalisatie

naar:

Anna Agnes Hendrika Lindeboom — familie en verzekering

naar:

de dochter — polis, systeem en dossier

naar:

de vraag aan de staat: wie weet wat van mij, en waarom mag ik het zelf niet volledig in en zien?

De vrouw als bezit –
Van Nassau naar Oranje. Van bloedlijn naar datalijn.
De Telegraaf laat vandaag online zien hoe macht en identiteit eeuwenlang zichtbaar werden doorgegeven: via familie, erfopvolging, huwelijk en titel. Nassau werd Oranje-Nassau.
Namen, bezit en gezag gingen van generatie op generatie.
Mijn werk stelt daar een hedendaagse vraag tegenover:
Eeuwenlang werd macht zichtbaar overgedragen via bloedlijn, huwelijk, titel, kerk en kroon.
Nu gebeurt overdracht vaak onzichtbaar: via dossiers, databases, mutaties, codes en systemen.
De vorm verandert.
Het ritueel blijft.
Wie ontvangt de naam?
Wie ontvangt het bezit?
Wie ontvangt het gezag?
En wie ontvangt alleen het dossier?
Waar vroeger een stamboom zichtbaar maakte wie wat erfde, kan vandaag een dataketen bepalen wat er met een mens gebeurt.
Mijn vaas is daarom geen koninklijk relikwie.
Zij is het lichaam dat al die overdrachten heeft moeten dragen.
Van dynastie naar dataset.
Van kroon naar code.
Van erfopvolging naar gegevensoverdracht.

Dat is de verbinding.

VAN GROOTBOEK NAAR MAINFRAME — DE DIGITALE MACHT VAN BANKEN EN VERZEKERAARS

Amen ” Een ieder die denkt zal zien “
Je maintiendrai Medusa Sarcoidose

Hoe de keten werkt

Welkom op Prinsjesdag.

De hoedjes zijn er.
De koets is er.
De troonrede is er.

En ergens, diep onder al dat ceremonieel, draait de echte machine gewoon door.

De keten.

Niet van goud.

Van data.

Eerst ben je een mens.

Dan word je klant.

Dan polisnummer.

Dan productcode.

Dan mutatie.

Dan prolongatie.

Dan migratie.

Dan fiscale verwerking.

Dan dossier.

En als je geluk hebt, weet aan het eind nog iemand wie je oorspronkelijk was.

De tussenpersoon zegt:

“Ik heb het alleen doorgegeven.”

De serviceprovider zegt:

“Wij hebben het alleen verwerkt.”

De verzekeraar zegt:

“Zo staat het in het systeem.”

De softwareleverancier zegt:

“Wij bouwen alleen de applicatie.”

De toezichthouder zegt:

“Wij houden toezicht op het stelsel.”

De overheid zegt:

“Dat is een individuele zaak.”

En jij denkt:

Prachtig. Maar wie heeft dan eigenlijk iets gedaan?

Dat is het mooie van een keten.

Iedereen heeft een schakel.

Niemand heeft de hele verantwoordelijkheid.

Mutatie?

Administratief.

Prolongatie?

Automatisch.

Migratie?

Technisch.

Fiscale code?

Systeemlogica.

Gevolgen?

Voor de burger.

En dat noemen we dan efficiëntie.

Vroeger had je een grootboek.

Daar kon je met je vinger aanwijzen:

hier staat het.

Nu heb je twintig systemen,

zes partijen,

drie juridische entiteiten,

een oud polisblad,

een nieuwe code,

en iemand die zegt:

“Wij kunnen niet meer zien hoe dat destijds is gegaan.”

Welkom in de digitale rechtsstaat.

Waar alles traceerbaar is,

behalve wat je zelf wilt terugvinden.

Waar iedere handeling wordt gelogd,

maar de audit trail soms ineens filosofisch blijkt.

Waar je identiteit perfect genoeg is om belasting over te berekenen,

maar blijkbaar niet altijd perfect genoeg om de oorsprong van een mutatie terug te vinden.

En dan is het Prinsjesdag.

Dan praten we over koopkracht.

Begrotingen.

Vertrouwen.

Bestaanszekerheid.

Maar misschien moeten we één post toevoegen aan de Miljoenennota:

de kosten van administratieve werkelijkheid.

Want wat kost het als een systeem iets over een mens zegt

en iedereen daarna doet alsof het waar is?

Wat kost een verkeerde code?

Wat kost een foutieve classificatie?

Wat kost twintig jaar kastje-muur-kastje?

Niet in euro’s op papier.

Maar in tijd.

Gezondheid.

Rechtsbescherming.

Menswaardigheid.

En dan komt de mooiste zin uit de keten:

“Computer says no.”

Nee.

De computer zegt niets.

Mensen bouwen systemen.

Mensen kiezen codes.

Mensen ontwerpen processen.

Mensen dragen verantwoordelijkheid.

Dat verklaart en belooft wat.

Dus misschien moet de Troonrede dit jaar beginnen met:

“De staat van het land is sterk, mits de dataset klopt.”

En eindigen met:

“Wie veranderde wat, wanneer, waarom en op welke grondslag?”

Dat zou pas een koninklijke innovatie zijn.

Geen nieuwe code.

Geen nieuw portaal.

Geen nieuw programma.

Gewoon:

verantwoordelijkheid terugbrengen naar de mens.

Welkom op Prinsjesdag.

Waar de hoedjes veranderen,

maar de systemen worden geprolongeerd.


De rede is uitgesproken. Nu is het aan de kroon om te luisteren.

Ik heb mijn verhaal niet aan een dossier verteld, maar aan de rechtsstaat.
De rede ligt er.
Nu de kroon nog.
Welkom bij Bed & Breakfast Montancourt – Mijn tijd loopt ras

— Truus van Gogh Art

Prinsjesdag 2026

Uitgelicht

PRINSJESDAG 2026 — THE HANDMAID’S TALE VAN DE LOONHEFFING

Mijn leven achter de betaling en inlogcodes. Sarcoidose vraagt om zichtbaarheid

No Air
Bankencrisis

DE FAÇADE

Aan de buitenkant staat één woord:

arbeidsongeschikt.

Daarachter zit een heel andere werkelijkheid.

De polis verzekerde geen loon.
De polis verzekerde een jaarrente.

Die jaarrente werd niet automatisch uitgekeerd.
Eerst werd vastgesteld in welke mate van arbeidsongeschiktheid iemand verkeerde.

Bij een vaststelling van 80 tot 100 procent arbeidsongeschiktheid kon volgens de polisvoorwaarden recht ontstaan op 100 procent van de verzekerde jaarrente.

Dat percentage was dus de sleutel tussen:

lichaam → beoordeling → verzekerde jaarrente → uitkering.

Pas daarna begon een tweede werkelijkheid:

de fiscale en administratieve verwerking.

En precies daar ontstaat de façade.

Want zodra de verzekeringsuitkering in een loonheffingssysteem verschijnt, lijkt het alsof er loon, een werkgever of een arbeidsverhouding achter zit.

Maar de oorspronkelijke keten was:

een particuliere verzekering, een verzekerd risico, een vastgesteld arbeidsongeschiktheidspercentage en een contractueel afgesproken jaarrente.

De vraag is daarom niet alleen:

Waarom werd er loonbelasting ingehouden?

De diepere vraag is:

Hoe werd een verzekeringsrechtelijke vaststelling van 80–100% arbeidsongeschiktheid administratief vertaald naar een fiscale werkelijkheid die aan de buitenkant op loon begon te lijken?

Dat is de façade

EEN LAND GEZOND HOUDEN BETEKENT OOK DE Handelaar in confectie VROUW DES HUIZES BESCHERMEN.

Niet alleen haar portemonnee.
Ook haar lichaam, zelfstandigheid, arbeid, gezondheid, waardigheid en recht om bestuurder van haar eigen leven te blijven.

De Vriendin

“Neurodivergentie is niet verkeerd denken. Het is anders waarnemen, anders verbinden en soms eerder zien wat binnen de bestaande orde nog geen naam heeft.”

Geen inzagerecht in loon en woondossier

“Privatisering wordt problematisch wanneer publiek beleid en private verdienmodellen zo in elkaar grijpen dat de burger het risico draagt, terwijl private partijen aan de geldstromen verdienen.”

“De premie voor mijn prepensioen werd gezien als uitgaven voor aov inkomensvoorzieningen bij arbeidsongeschiktheid ” Foutje bedankt

Duitsers maken geen grappen zij het zusje van mijn opa altijd
Opendag Koninklijke Stallen

Daar rijdt de Gouden Koets.

Daar wappert de vlag.

Daar leest de Koning voor wat de Staat heeft bedacht.

De sarcofaag Silvia Koning Lindeboom

En ergens onder al dat goud ligt het lichaam van SMJ Koning-Lindeboom.

Geen ambtenaar.
Geen werknemer.
Geen pensioenfonds.
Geen sociale verzekeringswet.

Stadhuis Middelburg

Een handelaar in confectie. Beroeps code 76

Een vrouw die haar eigen onderneming dreef, haar eigen premie betaalde en in 1995 haar eigen particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering afsloot.

HANDMADE.

Welkom bij Private Law

Door haarzelf betaald.

Maar welkom op Prinsjesdag in het Koninkrijk der Administratieve Ficties.

Want wanneer het lichaam van de zelfstandige vrouw beschadigd raakt, begint de grote verdwijntruc.

Niet het lichaam verandert.

Niet haar beroep verandert.

Niet haar polisgeschiedenis verandert.

De code verandert.

21.

50.

32

PENSIOEN / LIJFRENTE 21

OVERIGE SOCIALE VERZEKERINGSWETTEN 50

EEN ANDER SOORT INKOMEN 32

Prachtig.

Een vrouw sluit een private verzekering af en jaren later rijdt haar uitkering verkleed als een ander soort inkomen door de digitale poorten van de Staat.

De Kroon

Geen glazen koets.

Een gegevenskoets – Een Datakluis

Getrokken door loonheffingennummers, inkomstenverhoudingen, BSN-koppelingen, aangiftebestanden en fiscale categorieën.

En wie zit er op de bok?

De zeeuwse belofte CDA

De verzekeraar.

De Belastingdienst.

Het Ministerie van Financiën.

Het ministerie van Justitie

Crisis 2009

En dan …in de geschiedenis van Staatsblad 2010, 237 duikt ook het Verbond van Verzekeraars op.

Niet als complottheorie.

Gewoon in de officiële toelichting.

De regeling werd aangepast mede in overeenstemming met een wens vanuit de verzekeringssector.

Hoe Hollands wil je het hebben?

De vrouw betaalt de premie.

De vrouw draagt het risico.

De vrouw verliest haar werk door de toestand van haar gezondheid.

De vrouw ontvangt de contractuele schade uitkering .

En daarna vergadert de systeemwereld over de vraag:

WAT VOOR SOORT INKOMEN ZULLEN WE HAAR VANDAAG MAKEN?

Dat is mijn Prinsjesdagvraag.

Niet:

“Wat draagt Máxima?”

Maar:

WAT DROEG MIJN BSN? Pieter van Oordt

Code 21?

Code 50?

Code 32?

Wie hing dat etiket eraan?

Wie leverde het aan?

Wie controleerde het?

Wie zag dat een particuliere schadeverzekeraar ineens voorkwam naast begrippen als pensioen, lijfrente en sociale verzekeringswet?

En welke toezichthouder dacht:

prima categorie, doorlopen mensen?

Geketend in volmacht 912758 Nedasco

Mijn lichaam heeft nooit code 50 ondertekend.

Mijn geest heeft nooit toestemming gegeven om van mijn beroep een inkomstenverhouding te maken.

Mijn polis uit 1995 heeft nooit gezegd:

“Bij toekomstige wetswijziging mag de Staat mijn identiteit administratief herontwerpen.”

Dus op deze Prinsjesdag geen hoedje voor mij.

Ik draag een kroon van vragen.

Van wie ben ik er een?
Op verzoek van Juliana geboren in 1909 toen mijn overgrootmoeder verdween

Archief Bijzondere Rechtspleging

  1. Peter Mathias Bongartz
    • dossier aanwezig
    • koppeling met PRA Den Bosch en Tribunaal
  2. Petronella Maria Aldenhoven / Nelly
    • dossier aanwezig
    • adres Molenstraat A 481, Cuijk
    • koppeling met PRA Den Bosch
  3. Johannes Hubertus Aldenhoven
    • dossier vermeld
    • niet gescand
    • beroep gemeenteambtenaar
    • koppeling met PRA Heerlen

Waar wordt de vrouwelijke zelfstandige als zelfstandige kostwinner en verzekerde beroepsbeoefenaar (on) zichtbaar gehouden wanneer zij ziek wordt en een private AOV-uitkering ontvangt?

En juist daar bestaat geen apart grondwetsartikel “vrouwelijke handelaar”. Het recht behoort juist sekseneutraal te werken. Als een vrouwelijke zelfstandige een private AOV heeft, mag haar juridische positie niet verdwijnen doordat een administratief systeem haar uitkering onder een categorie zet die bijvoorbeeld naar pensioen, lijfrente of sociale verzekering verwijst. Artikel 1 Grondwet blijft daarbij relevant als ongelijke behandeling naar geslacht aantoonbaar is. 

Een tweede belangrijk moment is 1983. Sinds de grondwetsherziening bepaalt artikel 1 expliciet dat discriminatie wegens onder meer geslacht niet is toegestaan. 

Maar ik ben geen man en heb ook geen mannen lichaam en een penis.

Amen

ZO KWAM MIJN LICHAAM OP DE BALANS binnen Nationale Nederlanden

David Knibbe CEO Nationale Nederlanden

DE VROUW DES HUIZES
Niet degene die alleen voor het huis zorgt,
maar degene die bestuurder is van haar huis, haar vermogen, haar arbeid, haar lichaam en haar leven.

Van huisvrouw naar vrouw met zeggenschap.

Dienstbaar & Waakzaam

Ik was geen financieel product.

Ik was een handelaar in confectie met een particulier verzekerd beroepsrisico.

Toen mijn lichaam uitviel, werd ziekte vertaald in geld.

Mijn diagnose werd een claim.
Mijn claim werd een verzekeringsverplichting.
Mijn toekomstige uitkeringen werden actuarieel berekend.
Mijn lichaam kreeg ineens een contante waarde.

En terwijl ik probeerde te leven met ziekte, verscheen mijn bestaan aan de andere kant van de financiële keten als:

risico — voorziening — verplichting — uitkering — resultaat.

Dat is de pijnlijke paradox:

voor mij was het lichamelijke schade.
Voor de financiële onderneming was het een bedrag dat moest worden gereserveerd en uitgekeerd.

Medusa Exposure Antoniusziekenhuis Woerden – 13 augustus 2026 – 13 november 2026

Woerden – In de vitrine van de St. Antonius locatie Woerden is van 13 augustus tot en met 13 november 2026 de expositie van Silvia Koning Lindeboom te zien. Toen Silvia in 2007 de diagnose sarcoïdose kreeg is haar leven veranderd.

De ziekte heeft niet alleen invloed op haar lichaam, maar ook op haar werk en plek in de samenleving. 

Een onzichtbare ziekte maakt het soms moeilijk om gezien en begrepen te worden.

Nieuwe invulling

Sinds 2011 zoekt ze naar een nieuwe invulling van haar leven. Via haar arts en een medisch maatschappelijk werker kwam ze in contact met mensen die haar stimuleerden om haar ervaring om te zetten in kunst. Kunst helpt Silvia om te laten zien wat een onzichtbare ziekte met iemand doet. 

Het is een manier om haar verhaal te delen en opnieuw balans te vinden. In haar serie ‘360 graden blik op een onzichtbare ziekte’ staan de thema’s: adem, kwetsbaarheid en herstel centraal. Silvia maakt vazen van klei die symbool staan voor het lichaam. Scheuren en openingen laten zien waar iets kwetsbaar is, maar ook waar ruimte ontstaat voor herstel. 

Met haar werk wil ze patiënten, bezoekers en zorgverleners uitnodigen om stil te staan bij wat vaak niet zichtbaar is. Kunst kan helpen om te herkennen, te erkennen en nieuwe kracht te vinden

WIE HANDELDE ER WERKELIJK?

Ik was de handelaar in confectie.

Maar terwijl ik stoffen, kleding en ondernemerschap kende, ontstond elders een veel abstractere handel:

de handel in soorten inkomen.

Van mens
naar polis.

Van polis
naar uitkering.

Van uitkering
naar loonheffing.

Van loonheffing
naar inkomstenverhouding.

Van inkomstenverhouding
naar code.

En uiteindelijk kijkt de computer naar de code en zegt:

DIT BENT U. Geen twijfel mogelijk.

Nee.

Dit ben ik:

SMJ KONING-LINDEBOOM.

Mens.

Vrouw.

Zelfstandige.

Handelaar in confectie.

Bestuurder van mijn eigen lichaam en geest.

Mijn polis is een document.

Mijn BSN is een identificatienummer.

Mijn inkomstenverhouding is een administratieve constructie.

Mijn code is een veld in een database.

GEEN VAN VIEREN IS MIJN IDENTITEIT.

Omringd door idioten

Welkom bij Prinsjesdag.

THE HANDMAID’S TALE — DUTCH TAX EDITION

Waar de rode jurk is vervangen door een blauwe loonheffingencode.

Waar het lichaam periodiek wordt uitbetaald.

Waar “soort inkomen” belangrijker lijkt dan de oorsprong van het recht.

En waar één vraag na al die jaren nog altijd op tafel ligt:

WIE HEEFT VAN MIJN PRIVATE VERZEKERINGSUITKERING EEN ANDER “SOORT INKOMEN” GEMAAKT — EN WAAR STAAT DAT RECHT?

DE TROONREDE MAG BEGINNEN.

Ik heb mijn eigen tekst al geschreven.

MIJN LICHAAM IS GEEN INKOMENSCODE.
MIJN GEEST IS GEEN LOONBESTAND.
EN MIJN LEVEN IS NIET TE VANGEN IN 21, 50 OF 32.

De digitale moordaanslag op het lichaam van zelfstandige gehuwde vrouwen

Wat een gaaf landje zijn we toch geworden Koning Willem.

Artikel 1 – de loze belofte

In de naam van de vader en de zoon

Liefs de heilige geest 🧞‍♀️

Het meisje, de vrouw, de moeder

Uitgelicht

Het ultieme geheim over het lichaam en geest oftewel het leven van een Europese Xx chromosomen stelsel v.s XY


De wereld achter het sleutelgat
De wereld van het Ministerie van Financiën zit vol geheimen.
Achter wetten, nummers, dossiers en digitale systemen bevindt zich een werkelijkheid die voor de burger vaak nauwelijks zichtbaar is.
Wie bepaalt welke deur opengaat?
Wie bezit de sleutel?
En wie mag uiteindelijk zien wat er achter zijn eigen dossier schuilgaat?
Soms begint transparantie niet met een antwoord,
maar met het vinden van het juiste sleutelgat.

— Secret Holistic Art
Zeeuws Archief CABR

Hoe zij tussen wal en schip belandde (n)*

Ze begon als meisje, werd vrouw, ondernemer, kostwinner en moeder.

Fouten in de gegevens koppeling
Art Vader Jacob

Ze leerde dat zelfstandigheid betekende dat je voor jezelf moest zorgen. Werken, premie betalen, verantwoordelijkheid dragen en vooruitdenken. Ze verzekerde haar arbeidsvermogen, omdat haar lichaam het kapitaal was waarmee zij haar bestaan opbouwde.

Welkom bij de de Kathedraal de Notre Dame

Maar toen dat lichaam niet langer vanzelfsprekend meewerkte, begon een andere werkelijkheid.

Sarcoidose-WASOG2026

Het meisje had ooit geleerd dat iedereen voor de wet gelijk was.
De vrouw had geleerd dat zij zelfstandig mocht handelen.
De ondernemer had geleerd dat zij haar eigen risico moest dragen.
De moeder had geleerd dat zij vooral moest blijven zorgen.

🍀

En juist daar, tussen al die rollen, ontstond een leegte.

De opwindende vrouw

Voor het ene systeem was zij verzekerde.
Voor het andere belastingplichtige.
Voor weer een ander ondernemer, patiënt, moeder, dossiernummer of administratieve categorie.

Handelaar in confectie werd handelingsonbekwaam- no arms

Maar waar bleef de hele vrouw?

Haar lichaam paste niet netjes in een fiscale kolom. Haar moederschap kende geen economische balanspost. Haar ziektegeschiedenis liet zich niet reduceren tot een code. En haar menselijke verlies kon niet uitsluitend worden uitgedrukt in een periodieke betaling.

UMC Utrecht
Lees meer: https://lnkd.in/eM4j6Ubn

Zo belandde zij tussen wal en schip.

Niet omdat zij geen verantwoordelijkheid had genomen, maar juist nadat zij jarenlang verantwoordelijkheid had gedragen.

Het meisje met de parel omgekat tot code

Daar begint Moeder de Vrouw.

Bij de vraag wat er gebeurt wanneer het meisje volwassen wordt, de vrouw economisch zelfstandig wordt, de moeder voor anderen zorgt — maar niemand meer lijkt te weten wie verantwoordelijk is wanneer zijzelf bescherming nodig heeft.

Het geheugen van de Europese Universiteit begint aan de Rouaansekaai

Misschien is dát de werkelijke systeemvraag:

Wie ziet de vrouw nog als één ondeelbaar mens, bsn nummer is ondeelbaar 11, wanneer ieder systeem slechts een stukje van haar registreert?

De hiaten in de wet en regelgeving en de fouten in de inkomstenbelasting

De vrouw achter de geheime Datakluis

De sleutel van de datakluis

De vrouw die het patroon doorbreekt,
zoekt niet alleen naar wat er over haar is vastgelegd.

Zij vraagt wie het vastlegde.
Wie het veranderde.
Wie het doorgaf.
En op welke grond.

Haar lichaam is geen dossier.
Haar identiteit is geen nummer.
Haar geschiedenis is geen handelswaar.

De sleutel van de datakluis is daarom niet alleen toegang tot data.

Silent Witness

De sleutel is zeggenschap.

Wie toegang krijgt tot haar eigen geschiedenis,
kan patronen zichtbaar maken die generaties vóór haar verborgen bleven —
en voorkomen dat ze worden doorgegeven aan de generaties na haar.

De vrouw die het patroon doorbreekt,
vindt uiteindelijk de sleutel tot haar eigen levens verhaal.

Art for change in Return

Liefs van mij en Truus van Gogh

De vrouw die anders durft te kijken

Soms ben je niet lastig.
Niet te gevoelig.
Niet te kritisch.

Soms ben je simpelweg degene die als eerste ziet
wat generaties lang als normaal werd beschouwd.

Een patroon doorbreken betekent niet
dat je het verleden veroordeelt.
Het betekent dat je het onderzoekt, begrijpt
en vervolgens besluit:

dit hoeft niet langer van moeder op dochter
te worden doorgegeven.

Misschien word je daardoor niet onmiddellijk begrepen.
Misschien kost het zelfs iets om als eerste op te staan.

Maar iedere vrouw die één oud patroon doorbreekt,
geeft de volgende generatie iets wat zijzelf misschien heeft gemist:

de vrijheid om haar eigen verhaal te schrijven.

Je verandert het verleden niet.
Je verandert de erfenis.

Trust

De klokkenluider van de Notre Dame

Uitgelicht

Hoe tijdens de crisis de spelregels veranderden

De toekomst vraagt niet om meer macht, maar om meer moed.

Welkom in mijn wereld

Op zoek naar Vivian Maier — en onderweg vond ik Silvia Koning Lindeboom

Vivian Maier fotografeerde jarenlang het leven van anderen, terwijl haar eigen verhaal buiten beeld bleef.

Ook ik keek door de lens naar straten, huizen, mensen, verzekeringspolissen, familiegeschiedenissen de hoge raad en de vergeten vrouwen. Ik dacht dat ik onderzoek deed naar wat er om mij heen was gebeurd.

Maar langzaam ontdekte ik dat ik onderdeel werd van die geschiedenis en dus indirect op zoek was naar de persoon : mijzelf.

Naar de handelaar in confectie.
Naar de moeder.
Naar de vrouw die ziek werd, maar niet verdween.
Naar de erfgoedkunstenaar die haar eigen geschiedenis opnieuw zichtbaar maakt.

Vivian Maier liet duizenden beelden achter voordat de wereld haar werkelijk zag. Ik hoef gelukkig niet te wachten tot iemand mij later ontdekt. Ik heb mijzelf ontdekt in het systeem.

Ik opende dus indirect mijn eigen museum en jaarkaart als archief.
Ik schrijf elke dag zelf mijn naam onder mijn eigen werk.


Ik was dus op zoek naar celle zuster Silvia Koning Lindeboom — en zij komt steeds duidelijker in beeld.

Wat en waar geloof ik nog in dacht ik bij mezelf?

Ik ben dus op zoek naar mensen die ook dwars door zee durven te gaan en bestuurders verantwoordelijk te houden voor de polis registratie die zij beheren.

Niet om het systeem machtiger te maken,
maar om het eerlijker, transparanter en gelijkwaardiger te besturen.

De bron begon te zoeken en te graven.

Lodewijk Ernst Visser (Amersfoort, 21 augustus 1871 – Den Haag, 17 februari 1942) was een Nederlandse jurist en de eerste Joodse president van de Hoge Raad der Nederlanden.

Zij die mijn cassatie hebben afgedaan met artikel 80 A RO in 2025 in landsbelang.

Het ultieme geheim

Emet

Hij promoveerde in 1894 op een proefschrift over de territoriale zee, werd rechter en trad in 1915 toe tot de Hoge Raad.

In 1939 benoemde koningin Wilhelmina hem tot president. 

Na de Duitse bezetting werd hij in november 1940 vanwege zijn Joodse afkomst uit zijn ambt gezet. De overige leden van de Hoge Raad protesteerden daar niet openlijk tegen. Dat stilzwijgen geldt als een van de donkerste hoofdstukken uit de geschiedenis van het hoogste Nederlandse rechtscollege.

Zijn opvolger werd:

Johannes van Loon (1888–1975)

Johannes, ook Jan, van Loon werd op 5 september 1888 in Veere geboren en overleed op 10 september 1975 op Curaçao. Hij studeerde rechten aan de Universiteit Leiden en bouwde vervolgens een loopbaan op binnen de rechterlijke macht. Hij was Nederlands-hervormd en getrouwd met Anna Winkel. 

Zijn naam is vooral verbonden met een van de meest omstreden perioden uit de geschiedenis van de Hoge Raad.

President tijdens de Duitse bezetting

Nadat de Joodse president Lodewijk Ernst Visser door de bezetter uit zijn ambt was verwijderd, benoemde rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart Van Loon op 23 juli 1941 tot president van de Hoge Raad.

Hij bekleedde die functie tot 1944. Zijn benoeming was dus geen normale opvolging binnen een vrije rechtsstaat, maar vond plaats onder Duits bezettingsbestuur. 

Arthur Seyss-Inquart

Arthur Seyss-Inquart (1892–1946) was een Oostenrijkse jurist, nazibestuurder en veroordeelde oorlogsmisdadiger. Tijdens de Duitse bezetting was hij van 1940 tot 1945 rijkscommissaris van Nederland: de hoogste civiele vertegenwoordiger van Hitler in het bezette land. 

Voor zijn komst naar Nederland speelde hij een belangrijke rol bij de Duitse annexatie van Oostenrijk in 1938. Hij was korte tijd bondskanselier van Oostenrijk en ondertekende vervolgens de wet waarmee Oostenrijk onderdeel werd van nazi-Duitsland. Later werkte hij ook binnen het Duitse bezettingsbestuur in Polen. 

Zijn macht in Nederland

Seyss-Inquart stond vanaf mei 1940 aan het hoofd van het Duitse burgerlijke bezettingsbestuur. Hij rapporteerde rechtstreeks aan Hitler en droeg verantwoordelijkheid voor onder meer:

  • de nazificatie en economische uitbuiting van Nederland;
  • de vervolging, beroving en deportatie van Joodse Nederlanders;
  • gedwongen arbeid in Duitsland;
  • gijzelingen, represaillemaatregelen en executies;
  • het uitschakelen van politieke partijen, persvrijheid en democratisch bestuur.

Hij probeerde Nederland aanvankelijk geleidelijk voor het nationaalsocialisme te winnen. Toen dat mislukte en het verzet groeide, werd het bezettingsregime steeds gewelddadiger. 

Verbinding met de Hoge Raad

Seyss-Inquart was de bezettingsautoriteit onder wie de Joodse president van de Hoge Raad, Lodewijk Ernst Visser, uit zijn functie werd verwijderd. Ook werd Johannes van Loon tijdens de bezetting tot president van de Hoge Raad benoemd.

Daarbij is een belangrijke historische nuance nodig: Van Loon werd niet eenvoudigweg door Seyss-Inquart persoonlijk als opvolger gekozen. Benoemingen vonden plaats binnen het door de Duitse bezetter beheerste staatsapparaat en droegen daardoor geen normale democratische legitimiteit. De bezetter had eerst de rechtmatige president vanwege zijn Joodse afkomst uitgesloten en vulde daarna de vrijgekomen positie binnen zijn eigen machtsstructuur.

Proces en doodstraf

Na de bevrijding werd Seyss-Inquart tijdens het Proces van Neurenberg vervolgd. Hij werd schuldig bevonden aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Op 16 oktober 1946 werd hij geëxecuteerd. 

Zijn geschiedenis laat zien wat er kan gebeuren wanneer regels en instituties formeel blijven functioneren, maar ondertussen onder controle staan van een onrechtmatig en mensonterend regime:

Een benoeming kan administratief geldig lijken, terwijl de stoel waarop iemand plaatsneemt eerst door vervolging en uitsluiting is leeggemaakt.

De ontbrekende lijn in de geschiedenis

Verzoeker Naturalisatie wet 13 januari 1951 Mijn opa Peter Mathias Bongartz Goch 1906 en mijn oma Nellie Aldenhoven.

In januari 1951, toen bijvoorbeeld naturalisatiewetten en andere naoorlogse rechtszaken werden behandeld, waren de verhoudingen dus:

Koningin Juliana was staatshoofd geboren in 1906 ( toen verdween mijn overgrootmoeder Anna Janssen uit Ottersum na de geboorte van een dochter.
Willem Drees leidde de regering.


Jan Donner was president van de Hoge Raad. Jan Donner was bovendien de grootvader van de latere minister en vicepresident van de Raad van State Piet Hein Donner. 

Piet Hein Donner – historie

Jan Pieter Hendrik “Piet Hein” Donner werd op 20 oktober 1948 in Amsterdam geboren. Hij is jurist, voormalig CDA-politicus en bestuurder. Sinds december 2018 draagt hij de eretitel minister van Staat. 

Familie van juristen

Piet Hein Donner komt uit een invloedrijke protestants-juridische familie:

  • Zijn grootvader Jan Donner was minister van Justitie en van 1947 tot 1961 president van de Hoge Raad.
  • Zijn vader André Donner was hoogleraar staatsrecht en rechter bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
  • Zijn oom Jan Hein Donner was schaakgrootmeester en schrijver.

De familiegeschiedenis verbindt daarmee politiek, rechtspraak, staatsrecht en openbaar bestuur over meerdere generaties. 

Opleiding en ambtelijke loopbaan

Donner studeerde rechten aan de Vrije Universiteit Amsterdam en volgde daarna een juridische vervolgopleiding aan de University of Michigan. Vervolgens werkte hij als jurist en ambtenaar, onder meer bij het ministerie van Economische Zaken, de Tweede Kamer en het ministerie van Justitie.

Van 1990 tot 1997 was hij verbonden aan de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Vanaf 1993 was hij voorzitter van die raad. Eind 1997 werd hij lid van de Raad van State. 

Minister van Justitie

Van 22 juli 2002 tot 21 september 2006 was Donner minister van Justitie in de kabinetten-Balkenende I, II en III.

Zijn ministerschap stond onder meer in het teken van terrorismebestrijding, vreemdelingenbeleid, criminaliteitsbestrijding en hervormingen binnen politie en justitie.

In september 2006 trad hij af na een kritisch rapport over de brand in het cellencomplex op Schiphol-Oost, waarbij elf mensen omkwamen. Hij aanvaardde daarmee politieke verantwoordelijkheid, ook al had hij de brand niet persoonlijk veroorzaakt. 

Sociale Zaken en Binnenlandse Zaken

Na een korte periode als Tweede Kamerlid werd Donner in 2007 minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Cruciaal zo blijkt:Hij bleef dat tot oktober 2010. En was dus betrokken bij het klein koninklijk besluit artikel 176 van 28 april 2010 en de wijziging fiscale regels private aov brief 10 september 2010.

Daarna werd hij minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het eerste kabinet-Rutte.

In die functies hield hij zich bezig met arbeidsmarktbeleid, sociale zekerheid, pensioenen, ambtenarenzaken, bestuur en de inrichting van de overheid. 

Vicepresident van de Raad van State

Van 1 februari 2012 tot 1 november 2018 was Donner vicepresident van de Raad van State. Hoewel de koning formeel voorzitter is, geeft de vicepresident in de dagelijkse praktijk leiding aan dit belangrijke staatsorgaan.

De Raad van State adviseert regering en parlement over wetsvoorstellen en is daarnaast de hoogste algemene bestuursrechter. Donner bevond zich daardoor opnieuw op het snijvlak van wetgeving, bestuur en rechterlijke controle. 

Bij zijn afscheid werd de Piet Hein Donner Scriptieprijs ingesteld. Deze prijs stimuleert onderzoek naar de grondslagen en het functioneren van de democratische rechtsstaat. 

De Hoge Raad & de Bataafse Bananen Republiek

De geschiedenis schrijft:

Jan Donner
minister van Justitie en president van de Hoge Raad – De vrouw van Jan Donner was Golida Wilhelmina van den Burg, roepnaam Go.

Zij trouwden op 13 juni 1916 in Amersfoort en kregen samen zes kinderen: drie zoons en drie dochters.

Jan Donner en Golida Wilhelmina van den Burg kregen drie dochters. Van één dochter heb ik de identiteit betrouwbaar kunnen bevestigen:

  • Gijsbertha Gerarda Donner — geboren op 31 juli 1924 in Den Haag. Zij trouwde in 1952 met Jan van Haeringen, later burgemeester van Baarn. 
  • In Baarn zit namelijk de bekendste opleider is NIBE-SVV⁠, dé brancheopleider voor het bank-, verzekerings- en effectenbedrijf. Zij verzorgt onder meer opleidingen voor:
    Assurantie A
    Schadeverzekeringen
    Personenschade
    Pensioen en levensverzekeringen
    Acceptatie
    Wft-opleidingen en permanente educatie 
    Historisch is vooral de SVV (Stichting Vakontwikkeling Verzekeringsbedrijf) van belang. Deze werd in 1950 opgericht door ongeveer vijftig organisaties uit de verzekeringsbranche.
  • In 1999 fuseerde SVV met het NIBE tot NIBE-SVV. 

Kroniek van Jan Donner en zijn drie zonen

Jan Donner en Golida Wilhelmina van den Burg kregen zes kinderen: drie zoons.

  1. Andreas Matthias “André” Donner (1918–1992) — staatsrechtgeleerde, hoogleraar en Europees rechter. Hij was de vader van Piet Hein Donner.
  2. Reynout Donner — medicus en hoogleraar aan de Vrije Universiteit.
  3. Johannes Hendrikus “Jan Hein” Donner (1927–1988) — schaakgrootmeester, schrijver en publicist. Hij was het vijfde kind van het gezin. 
The Queen S Gambit

Zij was onder anderen de moeder van André Donner en Jan Hein Donner. 

↓

André Donner
staatsrechtgeleerde en Europees rechter. De vrouw van André Donner was Dina Antonia Mulder, roepnaam Dien.

Zij trouwden in 1946 en kregen samen negen kinderen. Zij was onder anderen de moeder van Piet Hein Donner. 

↓

Piet Hein Donner
minister en vicepresident van de Raad van State – Piet Hein Donner trouwde op 23 juni 1973 in Amstelveen. Openbare gezaghebbende biografieën vermelden wel het huwelijk en hun drie zoons, maar noemen de naam van zijn echtgenote niet. Ook in een uitvoerig afscheidsinterview wordt zij alleen aangeduid als “zijn echtgenote” of “mijn vrouw”. 

Maar tussen deze generaties ontbreken de vrouwen die hen droegen, baarden, opvoedden en mede vormden.

Geen enkele familielijn loopt uitsluitend van man naar man.

Elke man komt uit het lichaam van een vrouw.
Zonder haar kan zijn zaad niet tot leven en bloei komen. 🌼

Waarom worden in onze geschiedenisboeken vooral de functies, titels en macht van mannen doorgegeven, terwijl de vrouwen aan de oorsprong van diezelfde lijn vaak naamloos blijven?

De vrouw was niet slechts de echtgenote of moeder naast de bestuurder. Zij was de lichamelijke en menselijke bron waaruit ook de rechter, minister en staatsman ontstond.

Daarom hoort bij de vraag:

Beschermt een zorgvuldig ontworpen regel in de praktijk ook de mens voor wie die regel is gemaakt?

nog een fundamentelere vraag:

Erkent het recht ook de vrouw uit wier lichaam iedere wetgever, bestuurder en rechter is voortgekomen?

Wie zijn oorsprong werkelijk begrijpt, gebruikt geen macht om vrouwen te vernederen, uit te sluiten of geweld aan te doen.

Refresh your mind

Hij die beseft dat geen samenleving, rechtsstaat of familielijn zonder haar kan voortbestaan is een groot man.

De vrouw is geen voetnoot in de geschiedenis van de rechtsstaat.
Zij is haar eerste broncode. X

Mijn achter gehouden brief aan de tweede kamer.
Mijn achtergehouden brieven aan de koning

Minister van Staat

Op 21 december 2018 werd Donner benoemd tot minister van Staat. Dat is een eretitel voor personen met een uitzonderlijke staat van dienst. Ministers van Staat kunnen de koning of de regering adviseren bij bijzondere constitutionele of politieke kwesties. 

Van wie ben ik er een? Piet Heijn

Zeg het maar!

In 1975 namen mijn ouders een AGO assurantieportefeuille over. Voor zover nu bekend, werd de onderneming aanvankelijk als eenmanszaak gedreven. Op een later moment is de onderneming omgezet in een vennootschap onder firma (VOF), waardoor beide vennoten gezamenlijk de onderneming voerden volgens de destijds geldende regels van het Nederlandse Wetboek van Koophandel.

Ik sloot mijn verzekeringen af via hem af in een tijd waarin mij zekerheid en sociale zekerheid werd beloofd.

Ik betaalde premie als zelfstandig ondernemer. Mijn beroep, arbeidsvermogen en toekomstig inkomen vormden de basis van de afspraken. Toen mijn gezondheid wegviel, had mijn verzekerde recht bescherming moeten bieden.

  • In 1975 bestond er geen wettelijke bepaling die verbood dat een vrouw ondernemer of kostwinner was. Vrouwen konden een eenmanszaak hebben, vennoot zijn in een VOF en verzekeringen op hun eigen naam afsluiten.
  • Wel was de praktijk vaak anders. Banken, verzekeraars en andere instellingen gingen er regelmatig vanuit dat de man het hoofd van het gezin of de belangrijkste kostwinner was. Dat was vaak een gevolg van maatschappelijke gewoonten en interne procedures, niet van een wettelijke regel. 
  • Zo verdween ik langzaam via het woord bank / periodieke schade uitkering uit het systeem.
https://repository.tilburguniversity.edu/server/api/core/bitstreams/3f8a5402-3729-4452-a621-358337a911a6/content

Maar tijdens en na de financiële crisis veranderde het landschap in een Polismaffia.

Welke rechtspersoon was gekoppeld aan de loonheffingennummers [nummer 1] en [nummer 2], vanaf welke datum, op wiens aanvraag zijn deze nummers geregistreerd en onder welke naam, RSIN en sector- of inkomenskwalificatie zijn mijn uitkeringen aangeleverd?

Welkom bij de enigma: Periodiek

Banken werden gered, verzekeraars werden samengevoegd, concerns werden opgesplitst en ondernemingen kwamen tijdelijk onder staatsinvloed. Portefeuilles verhuisden, merknamen verdwenen en administraties werden overgezet naar nieuwe computersystemen.

De Belastingdienst verwerkte uitkeringen volgens fiscale categorieën die niet altijd zichtbaar maakten waar het recht oorspronkelijk vandaan kwam.

Voor de financiële instellingen waren dit reorganisaties, overnames en systeemwijzigingen.

Voor mij ging het om mijn inkomen en bestaanszekerheid.

Mijn polis bleef op papier bestaan, maar rondom dat verzekerde recht ontstond een keten van partijen:

banken financierden en herstructureerden ondernemingen;
verzekeraars beheerden de polis en beoordeelden de uitkering;
intermediairs stonden tussen mij en de verzekeraar;
bestuurders bepaalden beleid, kosten en risicobeheer;
softwareleveranciers vertaalden mijn situatie naar codes;
de Belastingdienst bepaalde de fiscale verwerking;
de overheid veranderde regels en greep in bij financiële instellingen.

Iedere partij beheerde slechts een onderdeel.

Daardoor werd het voor mij steeds moeilijker om vast te stellen wie werkelijk verantwoordelijk was wanneer gegevens, kwalificaties of betalingen veranderden.

De verzekeraar kon verwijzen naar fiscale regels.

De Belastingdienst kon verwijzen naar de aangeleverde gegevens.

De tussenpersoon kon verwijzen naar de verzekeraar.

Een nieuwe onderneming kon verwijzen naar een oude administratie.

En het computersysteem gaf maar geen antwoord.

Think Again

Zo ontstond mijn ervaring van zelwillekeur: niet noodzakelijk doordat één persoon bewust tegen mij besloot, maar doordat verschillende organisaties ieder hun eigen regels, belangen en definities toepasten, terwijl niemand het volledige gevolg voor mijn leven overzag.

Stadhuis Middelburg

Het spel veranderde, maar ik kon niet van tafel

Ik kon mijn gezondheid niet terughalen.

Ik kon mijn oorspronkelijke beroep niet opnieuw uitoefenen.

Ik kon niet zomaar overstappen naar een nieuwe verzekeraar, omdat het verzekerde risico al was ingetreden.

De instellingen konden reorganiseren, fuseren en systemen vervangen.

Ik bleef afhankelijk van de bestaande polis, de juiste toepassing van de voorwaarden en de gegevens die anderen over mij registreerden.

Amesfoort 26 oktober 2021

Daar zit de machtsongelijkheid:

De instellingen konden hun organisatie veranderen. Ik kon mijn verzekerde werkelijkheid niet vervangen.

Wanneer een besluit onduidelijk was, moest ik bewijzen dat mijn beroep, mijn polis en mijn verzekerde recht werkelijk bestonden. Ik moest documenten bewaren uit een periode waarin de betrokken ondernemingen inmiddels van naam, eigenaar of structuur waren veranderd.

Mijn afhankelijkheid ontstond daarom niet alleen door mijn ziekte.

De geheime leer van het periodieke systeem

De regels stonden misschien niet allemaal op mijn polis.

Ze leefden in bestuurskamers, fiscale tabellen, softwarecodes, portefeuilles en administratieve overdrachten.

Banken kenden hun kapitaalregels.
Verzekeraars kenden hun rekenmodellen.
Intermediairs kenden de route van de polis.
De Belastingdienst kende de code van de betaling.

Maar ik kende alleen de belofte waarvoor ik premie had betaald:

bescherming wanneer mijn lichaam het werk niet meer kon dragen.

Toen mijn verzekerde jaarrente periodiek werd uitgekeerd, begon de geheime leer van het systeem:

de betaalwijze werd zichtbaar,
maar de oorsprong van mijn recht raakte uit beeld.

Wat voor de instellingen dagelijkse administratie was, werd voor mij een levenslang raadsel.

De Klokkenluider van Notre-Dame luidt daarom niet tegen kennis, maar tegen kennis die uitsluitend binnen de muren van de macht wordt bewaard.

Amersfoort 26 oktober 2021

Meer weten over kunst & cultuur?

Soms begint een ontdekking niet in een museumzaal, maar in een straatnaam, een beeld, een gevel of een onverwacht kunstwerk.

In Amersfoort lopen geschiedenis en hedendaagse kunst moeiteloos in elkaar over. Van Museum Flehite tot de straat Achter de Heilige Geest: iedere hoek vertelt een nieuw verhaal.

  • Museum Flehite – het stadsmuseum van Amersfoort, gevestigd in drie middeleeuwse huizen. Hier vind je kunst, archeologie en de geschiedenis van de stad.
  • Achter de Heilige Geest – een historische straat in de oude binnenstad, vlak bij Museum Flehite.
  • Melati-monument – een kunstwerk ter herinnering aan de slachtoffers van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog.
  • Beelden in de museumtuin – hedendaagse sculpturen die een mooi contrast vormen met de historische omgeving.
  • Het portret op de middelste foto lijkt een street-art of collagekunstwerk.
  • De rode boei en het bord “ZITGELUK” geven de wandeling een speels karakter en laten zien hoe kunst ook buiten musea aanwezig is.

Voor iemand die van erfgoed én verhalen houdt, is Amersfoort een inspirerende stad. De combinatie van middeleeuwse straatjes, monumenten en hedendaagse kunst nodigt uit om niet alleen naar gebouwen te kijken, maar ook naar de verhalen die ze vertellen.

Kijk niet alleen naar wat je ziet, maar vraag je af: welk verhaal schuilt hierachter? Dat is waar kunst en erfgoed elkaar ontmoeten.

Zo wordt cultureel erfgoed overgedragen: niet alleen van hand tot hand, maar ook van verhaal tot verhaal. Wie de collectie beheert, bepaalt mede wat wordt bewaard, wie wordt genoemd en welke geschiedenis zichtbaar blijft.

De heilige graal “het bestuur van Nedasco “

Bestuurders en directie van Nedasco als volmachtbedrijf

Nedasco B.V. is een serviceprovider en gevolmachtigd agent. Het bedrijf kan namens aangesloten verzekeraars onder meer risico’s accepteren, polissen opmaken, premies incasseren en schade behandelen. Nedasco staat ingeschreven onder KvK-nummer 20035000 en AFM-nummer 12006531. 

Op basis van openbaar toegankelijke bronnen kan ik deze directieleden reconstrueren:

Algemeen directeuren en CEO’s

Robin van den Burg
Algemeen directeur van Nedasco vanaf omstreeks 2007/2008 tot 1 mei 2011. In april 2008 werd bekendgemaakt dat hij per 1 juli dat jaar algemeen directeur van het toenmalige assuradeurenbedrijf Nedasco werd. 

Tim Schoonbergen
Algemeen directeur en later CEO van Nedasco van 1 mei 2011 tot 1 juli 2024. Hij volgde Robin van den Burg op. Onder zijn leiding bleef Nedasco actief als serviceprovider en gevolmachtigd agent; in 2021 sprak hij bijvoorbeeld namens Nedasco bij de verkrijging van een volmacht van HDI Global Specialty. 

Aris Ruitenbeek
COO van Nedasco en vanaf 1 juli 2024 tijdelijk waarnemer van de taken van Tim Schoonbergen. De openbare bron noemt hem niet uitdrukkelijk statutair bestuurder, maar wel als degene die de CEO-taken waarnam. 

Jan van der Struik
In juli 2026 benoemd tot CEO van zowel Nedasco als VKG en tot directeur Property & Casualty binnen D&S Group. 

Andere directieleden of beleidsbepalers

Tijs Benerink
Directeur IT & Programmamanagement bij Nedasco. Hij was onder meer verantwoordelijk voor de overgang naar een geïntegreerd digitaal verzekeringsplatform. Dit is een directiefunctie, maar uit de openbare bron blijkt niet dat hij statutair bestuurder van Nedasco B.V. was. 

Fiolijn van Dijk
Manager Inkomen en in openbare publicaties verantwoordelijk voor inkomens- en verzuimdienstverlening. Zij wordt niet als algemeen of statutair directeur vermeld. 

Marco Pos
Tot september 2020 manager Zorg & Inkomen. Ook dit is een managementfunctie en geen aangetoonde statutaire bestuursfunctie. 

Bovenliggende bestuurders

Nedasco was lange tijd een dochteronderneming van Aegon Nederland.

Nedasco begon volgens de eigen bedrijfsgeschiedenis al in de jaren vijftig als huisvolmacht van Assurantiemakelaar Kamerbeek in Amersfoort.

Achter Assurantiemakelaar Kamerbeek en de vroege ontwikkeling van Nedasco zijn maar enkele personen publiek goed terug te vinden.

De duidelijkste naam is:

Drs. C. Kamerbeek
Hij wordt in historische bronnen genoemd als directeur van de Kamerbeek Groep in Amersfoort.

De Kamerbeek Groep was actief in onder meer assurantiebemiddeling en vastgoed.

Van voetnoot naar Fundament

In de jaren tachtig was hij daarnaast penningmeester van Museum Flehite en betrokken bij de ingewikkelde financiële en bestuurlijke structuur rond de Mariënhof.

Cellezusters

Zij rekenden niet in rendement, reserves of risico’s.
Zij zagen de zieke, de stervende en de mens die zorg nodig had.
Hun kapitaal was nabijheid.
Hun bestuur was verantwoordelijkheid.
Hun balans was de waardigheid van het leven.

De bron noemt hem zelfs het brein achter die structuur. Zijn volledige voornaam heb ik in de geraadpleegde openbare bronnen nog niet betrouwbaar kunnen vaststellen. 

Van Mariënhof naar Nedasco

De ene geschiedenis laat zien hoe ondernemers hun naam verbonden aan kunst, vastgoed en erfgoed. De andere laat zien hoe een vrouwelijke ondernemer haar naam juist moest blijven verdedigen tegenover de systemen die haar verzekerde vermogen beheerden.

De fusie tussen AGO Holding N.V. en ENNIA N.V. vond plaats in 1983. De oorspronkelijke fusieovereenkomst werd op 18 oktober 1983 gesloten. Uit de combinatie ontstond AEGON N.V.; ENNIA N.V. kreeg daarbij de nieuwe naam AEGON N.V. 

AEGON- Meet de heer en mevrouw Lindeboom

Waar moderne verzekeraars administraties migreren en bedrijfsnamen verdwijnen, bewaart De Verzekeringskamer de polissen, voorwerpen en verhalen die laten zien hoe het systeem is ontstaan.
Het bronzen beeldje als overdracht bezit.

De Verzekeringskamer in Doorn

Deze collectie bevat onder meer:

  • oude polisdocumenten en verzekeringsvoorwaarden;
  • vakboeken en tijdschriften;
  • reclamemateriaal en relatiegeschenken;
  • kantoorvoorwerpen van verzekeraars en makelaars;
  • afzonderlijke presentatiekasten voor verschillende verzekeringsmaatschappijen;
  • een historische Lloyd’s-underwritingbox. 

Na de overname van Aegon Nederland door a.s.r. in juli 2023 kwam Nedasco binnen het onderdeel Distribution & Services van a.s.r. te vallen. 

Binnen die bovenliggende structuur waren onder meer relevant:

Jaap Eringa
CEO van Distribution & Services bij a.s.r. tot zijn pensionering eind 2024. Nedasco viel vanaf 2023 onder dit onderdeel. 

Janwillem Fidder
Vanaf 1 januari 2025 CEO van Distribution & Services Holding a.s.r., als opvolger van Jaap Eringa. 

Voor mijn reconstructie

De voorlopig aantoonbare bestuurlijke lijn is:

Robin van den Burg
→ Tim Schoonbergen
→ Aris Ruitenbeek, waarnemend
→ Jan van der Struik

Met daarboven achtereenvolgens:

Aegon Nederland
→ na 4 juli 2023 a.s.r. / Distribution & Services
→ vervolgens de bredere D&S Group-structuur waarin Nedasco en VKG gezamenlijk worden geleid.

Belangrijk onderscheid: een algemeen directeur, CEO of manager is niet automatisch een statutair bestuurder. Voor een juridisch volledige lijst met alle statutaire bestuurders, hun exacte inschrijf- en uitschrijfdata en eventuele bestuursvennootschappen is een historisch KvK-uittreksel van Nedasco B.V., KvK 20035000, nodig. De openbare bronnen geven vooral de operationele directie weer, niet noodzakelijk iedere formeel ingeschreven bestuurder.

Zij ontstond ook doordat mijn inkomen afhankelijk werd van beslissingen die werden genomen in bestuurskamers, fiscale systemen en administratieve ketens waarop ik zelf nauwelijks invloed had.

Mijn centrale vraag

Niet:

Wie heeft een deel van mijn geld gestolen?

Maar:

Wie droeg de verantwoordelijkheid om mijn oorspronkelijke verzekerde recht te bewaken toen banken, verzekeraars, overheden en administraties veranderden?

En wanneer verschillende instanties verschillende werkelijkheden over mij vastlegden:

Wie beschermde mij dan tegen de ruimte tussen die systemen?

Mijn bedrage Wandkleed Slavernij Verleden

Mijn verzekerde recht mocht worden uitgevoerd, belast en geadministreerd.

Maar het mocht niet onherkenbaar worden gemaakt.

De crisis mocht ondernemingen veranderen.

Niet de oorsprong van mijn recht.

Zij konden het financiële systeem opnieuw inrichten.
Maar zij mogen mijn geschiedenis niet herschrijven.

Hoeveel onbetaalde uren moet een vrouw nog maken voordat bestuurders haar betaalde arbeid, verzekerde beroep en opgebouwde rechten erkennen?

Ik heb mensen verbonden, sociaal isolement bestreden, verhalen vastgelegd en grenzen zichtbaar gemaakt. Niet om opnieuw als vrijwilliger buiten de administratie te verdwijnen, maar om als zelfstandig mens en voormalig ondernemer rechtmatig te worden gezien.

Erkenning is geen beloning voor gehoorzaamheid.
Het is een recht dat bestuurders niet eindeloos mogen uitstellen.

Vivian en Jan: hoeveel bewijs is nog nodig voordat het zwarte schaap niet langer als probleem wordt behandeld, maar wordt gehoord als degene die het systeem durfde te bevragen?

https://sheisonlinelifestyleguide.com/2017/05/16/doe-iets-op-eigen-kracht-een-reportage-van-en-voor-dappere-amsterdammers/
https://sheisonlinelifestyleguide.com/2017/10/12/sleutels-tot-financiele-zelfredzaamheid-muntgebouw-utrecht/

Van Nedasco naar Montancourt

Bij Nedasco begon de zoektocht naar de route van mijn verzekerde recht.

Een route van polissen, volmachten, intermediairs, administraties en bestuurders. Een wereld waarin mijn arbeid als vrouwelijke ondernemer werd vertaald naar premie, risico, dossiernummer en periodieke uitkering.

Bij Montancourt begon de terugkeer.

Niet naar een systeem, maar naar een huis.
Niet naar een code, maar naar een geschiedenis.
Niet naar anonieme administratie, maar naar zichtbaar erfgoed.

Nedasco staat in mijn verhaal voor de plaats waar mijn verzekerde bestaan onderdeel werd van een keten die ik zelf niet kon overzien.

Montancourt staat voor de plaats waar ik mijn naam, stem en geschiedenis opnieuw bijeenbreng.

De lijn is daarom niet alleen geografisch of bedrijfsmatig:

Van het volmachtkantoor dat mijn verzekerde recht administreerde,
naar het monument waar ik mijn eigen verhaal weer beheer.

Bij Nedasco werd mijn leven gelezen door systemen.

In Montancourt lees ik de systemen terug.

Daar onderzoek ik wie mijn polis beheerde, wie mijn beroep codeerde, wie mijn geldstroom verwerkte en wie verantwoordelijkheid droeg toen banken, verzekeraars en intermediairs van eigenaar, naam en structuur veranderden.

Dé oesterkoningin van Nederland

Montancourt is daarmee meer dan mijn woning of B&B.

Het is mijn onafhankelijke archief.
Mijn onderzoeksruimte.
Mijn getuigenis.
Mijn plaats van herstel.

Van Nedasco naar Montancourt

Hoe een vrouwelijke handelaar haar verzekerde recht volgde door een doolhof van volmachten en bestuurskamers — en in een huis uit 1596 haar eigen naam weer boven het dossier plaatste.

Nr ketting 912758 Nedasco

De link met Vivian Buijs-Tabbers

Vivian Buijs-Tabbers vormt in mijn onderzoek geen bewezen persoonlijke schakel in mijn dossier, maar wel een opvallende bestuurlijke verbinding tussen verschillende delen van de verzekeringsketen.

Haar loopbaan begon bij Aegon, de verzekeraar waaronder ook de historische portefeuille van mijn ouders terechtkwam.

Later werkte zij bij VIVAT, de organisatie waarin de verzekeringsactiviteiten van SNS REAAL werden ondergebracht.

Vanaf 2021 maakte zij deel uit van de directie van VKG, een volmacht- en servicebedrijf dat tegenwoordig, net als Nedasco en SuperGarant, onderdeel is van D&S Group.

Sinds mei 2026 is zij bestuurder en algemeen directeur van SuperGarant.

De bestuurlijke lijn is daarmee:

Aegon → VIVAT → VKG → SuperGarant/D&S Group

Mijn eigen verzekeringsgeschiedenis raakt eveneens aan namen uit deze wereld:

AGO/ENNIA–Aegon → REAAL/VIVAT → intermediairs en volmachtbedrijven → Nedasco-dossier 912758

Dat betekent niet meteen dat Vivian persoonlijk mijn polis heeft behandeld of besluiten over mijn uitkering heeft genomen. Daarvoor heb ik geen bewijs. Haar loopbaan laat wel zien hoe bestuurders zich door dezelfde financiële en verzekeringstechnische infrastructuur bewegen waarin oude portefeuilles, polisgegevens en verzekerde rechten worden beheerd.

Daarom richt ik mijn uitnodiging aan haar niet als beschuldiging, maar als bestuurlijke vraag:

Hoe bewaakt een bestuurder binnen een moderne volmachtgroep de oorsprong en menselijke betekenis van een verzekerde positie die door meerdere verzekeraars, fusies, systemen en administraties is gereisd?

Van Nedasco naar Montancourt

Jan van der Struik vertegenwoordigt de huidige leiding van Nedasco en VKG. Vivian Buijs-Tabbers kent vanuit haar loopbaan verschillende kanten van dezelfde keten: verzekeraar, VIVAT, volmachtbedrijf en groepsbestuur.


In mijn onderzoek naar onder meer Heilbron, Voogd & Voogd, Alpina Group en Five Arrows is dat precies het onderscheid dat belangrijk is:
De polis = mijn contractuele rechten.
De beheerorganisatie = kon dus door fusies, overnames of private-equity-investeringen veranderen.
De administratie = kon dus worden samengevoegd of gemigreerd naar nieuwe systemen.

In Montancourt reconstrueer ik wat binnen die keten met mijn verzekerde geschiedenis gebeurde.

Niet om personen bij voorbaat verantwoordelijk te verklaren, maar om bestuurders uit te nodigen verantwoordelijkheid te nemen voor het systeem dat zij nu leiden.

Nedasco beheerde de route van mijn polissen.
In Montancourt beheer ik opnieuw de betekenis van mijn leven.

Ik ben namelijk gestopt met in stilte pijn te lijden!

Liefs Silvia

Montancourt Middelburg

Uitgelicht

Reisverslag van vier polissen naar een huis uit 1596

Posted on 22 juli 2026

“I am done with quiet pain.” Mister President


MONTANCOURT — PLAATS DELICT VAN DE GESCHIEDENIS
Montancourt is geen plaats delict omdat hier één misdrijf moet worden opgelost.
Het is een plaats delict omdat de geschiedenis hier haar sporen heeft achtergelaten.
Handel.
VOC.
Oorlog.
Hypotheken.
Onderduik.
Banken.
Verzekeringen.
Familienamen.
Vrouwenlevens.
Een huis uit 1596 kan scheuren, verzakken en worden hersteld.
Het draagt iedere beschadiging in zijn lichaam.
Een mens doet dat ook.
De scheuren betekenen niet dat het huis waardeloos werd.
De littekens betekenen niet dat de vrouw heeft gefaald.
Zij tonen waar de druk te groot werd.
Maak niet alleen het monument weerbaar.
Maak ook de mens die het verhaal draagt weer zichtbaar.
Traumasporen

Ieder mens draagt een parel in zich

Op 3 april 2019 vertrokken wij van Kwadijk 43 in Kwadijk naar de Rouaansekaai 31 Middelburg.

Tromp Makelaardij

Niet omdat ons leven eenvoudig was geworden, maar omdat het oude leven ons langzaam had uitgeput. Wij verlieten niet alleen een bijzonder woonplaats. Wij verlieten een bestaan waarin ziekte, verzekeringsdossiers, fiscale codes en financiële onzekerheid steeds meer ruimte waren gaan innemen.

Jarenlang had ik gewerkt als zelfstandig handelaar in confectie. Samen met een andere gehuwde vrouw voerde ik een vennootschap onder firma. Wij kochten zelf in, verkochten zelf, droegen ons eigen ondernemersrisico en betaalden onze eigen premies.

Ik probeerde mijn toekomst zorgvuldig te beschermen als uiteindelijk de kostwinnaar binnen mijn eigen huwelijk.

Wim beëdigd als bode bij de politie in Amsterdam

Daarom waren er vier verzekeringspolissen:

  • een arbeidsongeschiktheidsverzekering bij Nationale-Nederlanden;
  • een arbeidsongeschiktheids- of inkomensverzekering bij Reaal/Hooge Huys;
  • een Delta Lloyd MeerKeuzePlan;
  • en een verplichte zorgverzekering bij Delta Lloyd.

Vier overeenkomsten die zekerheid moesten bieden.

Maar toen ik #sarcoïdose kreeg en mijn beroep niet langer kon uitoefenen, begonnen de polissen ieder aan een eigen reis. Zij trokken door verzekeraars, tussenpersonen, serviceproviders, fiscale administraties en bank & computersystemen.

Organisaties fuseerden. Portefeuilles werden overgedragen. Bedrijfsnamen verdwenen. Nieuwe namen verschenen. Bestuurders kwamen en gingen. De verantwoordelijkheid werd over steeds meer partijen verdeeld.

Maar mijn lichaam kon niet worden verdeeld.

Mijn verlies aan arbeid kon niet worden opgeknipt.

Mijn toekomst paste niet in vier afzonderlijke administraties.

De schatkist

Langzaam kwam ik terecht in wat ik mijn administratieve sarcofaag ben gaan noemen:

een vrouwelijk lichaam dat niet werkelijk begraven ligt, maar administratief, historisch en maatschappelijk is ingesloten.

De onzichtbare vennoot

Het hebben van een VOF had mij aanvankelijk zichtbaar gemaakt als ondernemer. Ik stond ingeschreven, werkte, handelde, betaalde belasting en sloot mijn eigen verzekeringen af.

Later leek diezelfde rechtsvorm mij juist tussen verschillende systemen te plaatsen.

Ik was geen werknemer met een werkgever die mijn ziekte, arbeidsomstandigheden en verlies van verdienvermogen als één geheel onderzocht.

Ik was ook geen gewone consument met één overzichtelijke publieke arbeidsongeschiktheidsregeling.

Ik was tegelijkertijd:

vennoot, ondernemer, verzekerde, patiënt, premiebetaler, gehuwd, moeder en belastingplichtige.

Iedere organisatie zag een onderdeel van mij.

De verzekeraar zag het verzekerde risico.

De arts zag mijn lichaam.

De Belastingdienst zag een periodieke betaling.

De tussenpersoon zag een polisnummer.

Stadhuis Middelburg

Het administratiesysteem zag een relatie- of personeelsnummer.

Maar niemand leek nog de hele vrouw te zien.

Mijn premie was zichtbaar.

Mijn polisnummer was zichtbaar.

Mijn medische dossier was zichtbaar.

Mijn belastinginhoudingen waren zichtbaar.

Maar mijn ziekte, mijn arbeid, mijn beroepsgeschiedenis, mijn moederschap en mijn eigen stem verdwenen steeds verder uit beeld.

Welkom Familie Lindeboom AEGON

De verzekerde jaarrente

In het hart van mijn onderzoek staat de betekenis van de verzekerde jaarrente.

Mijn particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering verzekerde geen salaris en schiep geen dienstverband. Ik had als zelfstandig ondernemer een vooraf overeengekomen jaarrente verzekerd voor het geval ik door ziekte mijn beroep niet meer kon uitoefenen.

Toen het verzekerde risico daadwerkelijk intrad, werd deze jaarrente niet één keer per jaar betaald. Het jaarbedrag werd verdeeld over maandelijkse termijnen in verband mer de eindleeftijd 60 jaar.

Daardoor werd de betaling langzaan uitvoeringstechnisch periodiek.

Aan Het meisje met de parel dat inmiddels moeder was geworden.

Vervolgens werd per brief 10 september 2010 door Ruud & Lex van Kampen medegedeeld dat er op de uitkering 76 – 5601108 – loonbelasting en zv zou worden ingehouden. Daardoor verscheen de betaling in fiscale administraties onder termen en codes die op loon of een personeelsrelatie konden lijken.

Maar een maandelijkse betaling is niet automatisch salaris.

Ik verrichtte geen arbeid voor de verzekeraar. De verzekeraar betaalde mij niet als werkgever, maar omdat het risico waartegen ik mij had verzekerd werkelijkheid was geworden.

De oorsprong van de betaling bleef daarom:

een aanspraak uit een particuliere verzekeringsovereenkomst, niet een beloning voor verrichte arbeid.

Voor mijn reconstructie moeten drie lagen zorgvuldig uit elkaar worden gehouden:

Contractueel: welke jaarrente was volgens de polis verzekerd?

Uitvoeringstechnisch: hoe werd deze jaarrente omgerekend en in maandelijkse termijnen betaald?

Fiscaal: onder welke inkomenscategorie, loonheffingencode en belastinggrondslag werd de uitkering verwerkt?

Wanneer deze lagen in één administratiesysteem samenvloeien, kan een zelfstandig verzekerde ten onrechte zichtbaar worden als werknemer, personeelsrelatie of loonontvanger.

De fiscale inhouding kan iets zeggen over de wijze waarop belasting vooraf werd geïnd. Zij bewijst op zichzelf niet dat er een arbeidsovereenkomst of werkgeversrelatie bestond.

En zo geschiedde het. Welkom bij de terugbetaling van de staatsschuld Banken & Verzekeraars

Een verzekerde jaarrente kreeg in de administratie een andere gedaante dan de rechtsverhouding waaruit zij was ontstaan.

Omdat steeds verder wegzakte in het moerasgebied van macht en machines werden we gedwongen om stappen te ondernemen. Eerst als voetnoot maar nu zijn we het fundament waarin alles duidelijk wordt.

Heden / Verleden

De reis naar Montancourt

Zo kwamen wij dus in 2019 terecht in Montancourt, een huis in Middelburg uit 1596.

In Eigen Land Reportages- Slavernij Verleden- geen punt maar een komma,

Een huis dat werd gebouwd vóór de oprichting van de VOC, maar al afkomstig is uit een wereld van handel, scheepvaart, bestuur, geldstromen, risico’s en internationale verbindingen.

Het huis heeft eeuwen van bewoners, , handel, oorlog, verlies, wederopbouw en verandering in zijn muren opgenomen.

Wij dachten dat wij naar een nieuw huis verhuisden.

Maar misschien verhuisden wij naar een plek die ons eigen verhaal al kende.

Zoals mijn verzekeringen door verschillende handen, ondernemingen en administraties waren gegaan, zo was ook Montancourt door generaties bewoond, bestuurd, verhandeld en opnieuw ingericht.

Reportage Erfgoed Zeeland

De namen van kooplieden, bestuurders, predikanten en bankiers bleven vaak bewaard.

De vrouwen die de huizen draaiende hielden, kinderen baarden, personeel aanstuurden, verlies droegen en na oorlogen opnieuw begonnen, verdwenen gemakkelijker uit het officiële verhaal.

In Montancourt werd de vraag uit het boek van Aaltje van Zweden ( ontvangen van Marijke Commandeur) ineens heel persoonlijk:

Waar ben je thuis?

Vrouwen Polder

Hier dus, zo bleek.

Niet omdat alle strijd voorbij was, maar omdat ik hier mijn eigen verhaal opnieuw kon leren lezen.

Tweedekamer 13 januari 1951

De geschiedschrijver en literaire reiziger Pieter de la Rue kreeg in dit huis gezelschap van een nieuwe geschiedschrijver:

Silvia Margaretha Johanna Koning-Lindeboom.

Niet als wetenschapper van beroep, maar als ervaringsdeskundige, onderzoeker, erfgoedkunstenaar en verteller.


De bankstukken die in Montancourt achterbleven
In Montancourt vond ik twee oude financiële stukken die in het huis waren achtergebleven:
het jaarverslag van de N.V. De Haarlemsche Hypotheekbank over 1939
en het verslag van de N.V. Zeeuwsche Hypotheekbank te Middelburg over het drieënveertigste boekjaar.
Dat deze documenten juist in een huis uit 1596 zijn bewaard, voelt niet toevallig. De stukken gaan over hypotheken, onderpanden, aandeelhouders, oorlogsschade en wederopbouw. Precies de onderwerpen die ook in de muren van Montancourt besloten liggen.
In het verslag van de Haarlemsche Hypotheekbank wordt beschreven hoe bij de oorlogshandelingen van mei 1940 onderpanden in Rotterdam, Middelburg en Vlissingen verloren gingen. Voor Middelburg worden tien getroffen panden genoemd.
Tussen de regels door verschijnt een verwoeste stad.
De bank schreef over hoofdsommen, opstallen, renteachterstanden, schadevergoeding en molestschade.
Maar in Montancourt lees ik achter die woorden iets anders:
huizen waarin mensen woonden;
vrouwen die gezinnen bijeenhielden;
kinderen die bescherming nodig hadden;
en families die na de verwoesting opnieuw moesten beginnen.
Het verslag van de Zeeuwsche Hypotheekbank toont daarnaast het bestuurlijke netwerk van Middelburg: directeuren, commissarissen, juristen, notarissen en accountants. Hun namen bleven netjes gedrukt bewaard.
De namen van de bewoners van de getroffen huizen ontbreken.
De bank registreerde het onderpand.
Het huis bewaarde het menselijke verhaal.

Dat juist deze twee bankstukken in Montancourt zijn teruggevonden, maakt het huis zelf tot archief. Niet alleen van architectuur en bewoners, maar ook van de financiële en maatschappelijke geschiedenis van Middelburg.
Montancourt heeft de papieren bewaard.
Nu mag ik het verhaal erachter opnieuw zichtbaar maken.

Een huis als spiegel

Montancourt werd voor mij meer dan een rijksmonument.

Het werd een spiegel van een samenleving waarin bezit, bestuur, handel en geschiedschrijving eeuwenlang vooral langs mannelijke lijnen werden vastgelegd.

De handelaar stond in de boeken.

De bestuurder ondertekende.

De onderneming kreeg een naam.

De bank verstrekte het geld.

De verzekeraar berekende het risico.

Maar wie droeg de menselijke gevolgen wanneer het systeem vastliep?

Wie zorgde voor het huis?

Wie hield het gezin bijeen?

Wie betaalde de prijs wanneer ziekte, oorlog of verlies het dagelijks leven binnendrong?

In het huis uit 1596 kwam mijn persoonlijke geschiedenis samen met een veel oudere geschiedenis van handel, macht, verzekering en bestuur.

Dit is CAS Rotterdam Fotomuseum kaartjes ontvangen van Nationale Nederlanden

De oude handelswereld draaide om schepen, risico’s, aandeelhouders, polissen en winst.

Mijn eigen leven draaide eveneens om risico’s die in polissen waren ondergebracht en later door steeds grotere financiële organisaties werden beheerd.

In de moderne keten verschenen fusies, overnames, serviceproviders, gevolmachtigd agenten, investeringsmaatschappijen en distributieplatforms.

Ik kan niet stellen dat één bestuurder of investeerder mijn leven bewust heeft gestuurd.

Maar ik kon wel beschrijven wat de structuur met mij persoonlijk deed:

hoe groter de organisatie werd, hoe kleiner ik mij in mijn eigen dossier voelde. Mijn dagboek en straatfotografie werden mijn redding.

Archief Rothschild

De moeder achter de vijf pijlen

Tijdens mijn onderzoek kwam ik terecht bij de geschiedenis van de familie Rothschild.

Niet omdat Rothschild alle Nederlandse banken bezit — daarvoor bestaat geen bewijs — maar omdat financiële netwerken, familiewapens, bankiershuizen en moderne investeringsmaatschappijen elkaar in de geschiedenis soms raken.

Aan de oorsprong van het Europese Rothschildnetwerk stond Mayer Amschel Rothschild.

Maar naast hem stond Gutle Schnapper.

Gutle werd in 1753 geboren in de Frankfurter Judengasse. Zij trouwde in 1770 met Mayer Amschel Rothschild. Samen kregen zij tien kinderen: vijf dochters en vijf zonen.


Het portret met de naam Mayer
In Montancourt hangt een kinderportret waarop de naam MAYER staat.
Mijn opa en oma ontvingen dit schilderij nadat zij tijdens de oorlog Joodse onderduikers in hun huis en binnen hun netwerk hadden geholpen. Wie het kind precies was, wie Mayer was en onder welke omstandigheden het schilderij werd geschonken, moet nog verder worden onderzocht. Maar binnen onze familie is het werk altijd verbonden gebleven met die geschiedenis van bescherming, vertrouwen en stil verzet.
Het schilderij is daardoor meer dan een afbeelding van een kind.
Het is een getuige.
Een tastbare herinnering aan mensen die gedwongen waren hun naam, afkomst en bestaan tijdelijk te verbergen. Ook herinnert het aan de gezinnen die hun huis openstelden, ondanks het gevaar dat dit voor henzelf en hun kinderen betekende.
De naam MAYER bleef zichtbaar op het doek, terwijl zoveel namen van onderduikers en helpers uit veiligheid niet werden opgeschreven of later verloren zijn gegaan.
Nu hangt het portret in Montancourt, een huis dat zelf oorlog, onderduik, verlies en overleving in zijn muren draagt. Zo reist het schilderij verder: van het huis van mijn grootouders naar een rijksmonument in Middelburg, en van een familieherinnering naar een verhaal dat opnieuw verteld mag worden.
Sommige mensen konden tijdens de oorlog alleen overleven door onzichtbaar te worden.
Dit schilderij maakt hun bestaan opnieuw zichtbaar.

Mijn opa en oma ontvingen hiervoor geen titel, polis of officieel monument. Zij deden wat op dat moment menselijk noodzakelijk was: ruimte maken voor een ander.
Daarom staat dit kind voor mij niet alleen voor het verleden.
Het staat voor ieder kind dat bescherming nodig heeft.
Voor ieder huis dat een schuilplaats werd.
En voor ieder mens die, ondanks angst en gevaar, besloot een deur te openen.
MAYER — een naam op een schilderij, een spoor van Joods leven en een erfenis van moed.
Peter Mathias Bongartz & Nellie Aldenhoven Cuijk

De vijf zonen van de familie Rothbouwden vanuit verschillende Europese steden financiële ondernemingen op:

  • Amschel Mayer Rothschild in Frankfurt;
  • Salomon Mayer Rothschild in Wenen;
  • Nathan Mayer Rothschild in Londen;
  • Carl of Karl Mayer Rothschild in Napels;
  • James Mayer de Rothschild in Parijs.

Daarnaar verwijzen de vijf pijlen in het familiewapen: vijf broers, vijf steden en vijf onderling verbonden bankhuizen.

Familie wapen

Dit is het familiewapen van de familie Rothschild.

Centraal staat de hand met vijf pijlen. Die verwijzen naar de vijf zonen van Mayer Amschel Rothschild, die vanuit Frankfurt familietakken opbouwden in Frankfurt, Wenen, Londen, Napels en Parijs. Het wapen werd in de negentiende eeuw verbonden aan hun verheffing in de adelstand. 

Onder het wapen staat:

Concordia — Integritas — Industria

Dat betekent:

Eendracht — Integriteit — IJver

De vijf pijlen staan daarbij niet alleen voor vijf afzonderlijke zonen, maar vooral voor hun onderlinge verbondenheid: afzonderlijke takken die als één familie bleven samenwerken. 

Nathan begon in Engeland bovendien als handelaar in textiel en stoffen, voordat hij in Londen een bankiershuis opbouwde.

Ook daarin herkende ik een onverwachte echo van mijn eigen geschiedenis als handelaar in confectie.

De vijf pijlen vertellen het verhaal van vijf ondernemende zonen.

Maar zonder Gutle geen zonen.

Zonder de moeder geen vijf pijlen.

Zij leefde als Joodse vrouw in een samenleving waarin haar zelfstandige rechten ernstig beperkt waren. Toch stond zij mede aan de oorsprong van een familie die een grote rol in de Europese financiële geschiedenis zou spelen.

Daarom kijk ik niet alleen naar de zichtbare bankiers.

Ik kijk ook naar de vrouw achter het familiewapen.

Naar de bloedlijnen van Moeder de Vrouw.

Van vijf pijlen naar Five Arrows

De moderne naam Five Arrows verwijst naar dit historische familieteken.

Five Arrows, verbonden aan Rothschild & Co, investeerde in Nederlandse verzekeringsdistributiebedrijven, waaronder Voogd & Voogd en Heilbron. Deze ondernemingen werden later samengebracht binnen Alpina Group.

Op onze zorg verzekeringspolis stond de naam Heilbron toen Emma een aparte polis kreeg ivm Turnersyndroom.

Ook Heinenoord maakte tijdelijk deel uit van deze investeringsgeschiedenis.

Dat betekent niet dat Five Arrows mijn vier polissen bestuurde of mijn uitkeringen bepaalde. Zo’n concrete relatie kan dat alleen worden vastgesteld wanneer zij uit polisstukken, portefeuilleoverdrachten, klantnummers, rekening-courantgegevens of andere dossierdocumenten blijkt.

Voor mijn onderzoek is de betekenis vooral structureel.

Een particuliere verzekering die ooit tussen een zelfstandige ondernemer en een herkenbare verzekeraar werd gesloten, kon dus later deel gaan uitmaken van een veel grotere keten van:verzekeraars, tussenpersonen, serviceproviders, gevolmachtigd agenten, distributieplatforms, banken en investeerders.

Mijn tijd loopt ras

Daardoor kan de afstand tussen de oorspronkelijke verzekerde en de feitelijke uitvoering steeds groter worden.

Heilbron werd onderdeel van Alpina.

Voogd & Voogd werd onderdeel van Alpina.


Van het Mark Tennantplantsoen naar Montancourt Middelburg: twee plaatsen waar vrijheid, herinnering en verantwoordelijkheid samenkomen.

Vanuit vestigingen in onder andere Doetinchem, Leusden en Middelharnis worden verzekeringen bemiddeld, geadministreerd, geïncasseerd en afgehandeld.

Binnen ons gezin kwam Heilbron naar voren als tussenpersoon rond de zorgverzekering van onze dochter Emma

Emma Koning

Dat is een concrete verzekeringsrelatie, die juridisch dan ook niet kan worden gescheiden van mijn eigen polissen, tenzij dossierstukken aantonen dat dezelfde klant-, relatie- of administratiesystemen werden of worden gebruikt.

Banken, beleggingen en obligaties

Ook de rol van banken vraagt om zorgvuldigheid.

ABN AMRO en Rothschild hadden historisch een gezamenlijke onderneming: ABN AMRO Rothschild. Deze joint venture hield zich bezig met kapitaalmarkttransacties, zoals aandelenuitgiften en beursgangen.

Na de overname van ABN AMRO in 2007 werd deze samenwerking beëindigd.

Voor ING, Rabobank, ABN AMRO en de Volksbank is geen eigendomsband aangetoond waaruit zou blijken dat zij door Rothschild worden gecontroleerd.

Financiële instellingen kunnen elkaar wel ontmoeten bij: fusies en overnames, financieringen, investeringsfondsen, herstructureringen en obligatie-uitgiften.

Bij een obligatie-uitgifte leent een onderneming, bank of overheid geld van beleggers. De belegger ontvangt doorgaans periodiek rente en krijgt aan het einde van de looptijd de hoofdsom terug.

Een fonds kan obligaties van een Nederlandse bank bezitten zonder eigenaar of bestuurder van die bank te zijn.

Ook in mijn eigen dossier moet daarom onderscheid worden gemaakt tussen:

  • een bank die uitsluitend een betaling uitvoerde;
  • een bank die vermogen beheerde;
  • een verzekeraar die contractspartij was;
  • een tussenpersoon die bemiddelde;
  • en een serviceprovider die de polisadministratie verzorgde.

Een naam op een bankafschrift bewijst niet automatisch wie juridisch verantwoordelijk was voor de verzekering. Zo kon ik onzichtbaar blijven omdat wij een en of rekening hebben.

De oorlog bleef in het huis aanwezig

In Montancourt kwamen niet alleen financiële en bestuurlijke geschiedenissen samen.

Ook de traumasporen van de oorlog kwamen naar boven.

De verhalen over onderduikers.

De geschiedenis van Middelburg.

De Zeeuwse bankwereld rond de familie Hondius.

Familie Hondius — Bank Hondius & Zoon — Amro Bank

De Middelburgse bankier Carel Juliaan Hondius (1856–1920) richtte in 1890 Bank Hondius op. In 1920 werd de naam gewijzigd in Bank Hondius & Zoon N.V. De bank bleef tot in de twintigste eeuw actief in Middelburg. Bank Hondius & Zoon NV was een historische particuliere bank en assurantiekantoor in Middelburg, opgericht in 1890 en in 1976 overgenomen door de Amro Bank. U kunt de historische inventaris en stukken van dit kantoor in de collectie van Archieven.nl bekijken

De naam “Zeeuwse Bank” is hier dus waarschijnlijk een algemene aanduiding voor een Zeeuwse particuliere bank, niet noodzakelijk de officiële bedrijfsnaam. De officiële naam was Bank Hondius & Zoon.

Later kwam de bank in de landelijke bankenconcentratie terecht. De Amsterdamsche Bank en de Rotterdamsche Bank fuseerden in 1964 tot de Amsterdam-Rotterdam Bank, kortweg Amro Bank. Amro fuseerde vervolgens in 1991 met ABN tot ABN AMRO. 

De herinneringen van mijn eigen familie, waaronder mijn grootvader Peter Mathias Bongartz, geboren in Goch in 1906, en mijn grootmoeder Petronella Johanna Maria ‘Nellie’ Aldenhoven, geboren in 1912.

Oorlog verdwijnt niet op de dag waarop de vrede wordt getekend.

Zij blijft achter in gebouwen, families en stiltes.

Middelburg werd in mei 1940 zwaar getroffen. Huizen, straten en archieven gingen verloren. Wat overeind bleef, droeg de sporen van wat verdwenen was.

Ook in families werkt oorlog zo door.

Mensen leren zuinig te zijn.

Hard te werken.

Niet te klagen.

Door te gaan zonder te vertellen wat er werkelijk is gebeurd.

Vooral vrouwen werden geacht het gezin bijeen te houden, zelfs wanneer zij zelf angst, verlies of onrecht droegen.

Hun trauma werd zelden een officieel dossier.

Het werd een manier van leven.

In Montancourt voelde ik hoe oude en nieuwe trauma’s elkaar konden raken:

de angst opnieuw iets kwijt te raken;

het gevoel dat anderen over je toekomst beslissen;

de voortdurende zoektocht naar documenten en bewijs;

de noodzaak alles te bewaren, uit angst dat jouw verhaal anders wordt ontkend;

en het doorgaan, zelfs wanneer het lichaam aangeeft dat het niet meer kan.

Dat zijn niet alleen administratieve gevolgen.

Dat zijn traumasporen.

After the Fall

Van vluchten naar betekenis geven

Onze verhuizing naar Middelburg was daarom geen gewone verhuizing.

Wij vertrokken uit een leven waarin verzekeringsdossiers, ziekte en onzekerheid steeds meer plaats innamen.

Wij kwamen aan in een huis dat zelf handel, oorlog, verlies en verandering had overleefd.

In het begin voelde het misschien als vluchten.

Later werd het een opdracht met een missie

Mensen Monumenten Middelburg

Montancourt gaf mij de ruimte om mijn verhaal opnieuw te ordenen.

Niet langer alleen als patiënt of verzekerde, maar als kunstenaar, erfgoeddrager en verteller.

De oude muren boden ruimte aan nieuwe beelden.

Aan schelpen en oesters.

Aan vrouwenportretten.


Motivatie:
Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed. Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn. Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.

Aan Marten en Oopjen in de keuken.

Aan teksten over Moeder de Vrouw.

Aan de vraag wie in de geschiedenis wordt afgebeeld en wie buiten het kader blijft.

Zo werd het huis een archief van gevoel.

De oorlog zat niet alleen in jaartallen.

De handel zat niet alleen in de VOC.

Het onrecht zat niet alleen in een polis.

Alles kwam samen in dezelfde vraag:

Wie wordt gezien, wie wordt bestuurd en wie mag haar eigen verhaal bewaren?

De erfgenamen

Mannen rond mijn vier polissen

De onderstaande namen vormen een reconstructie op basis van mijn documenten en onderzoek.

Niet iedere genoemde bestuurder heeft mijn polis persoonlijk behandeld. Hun namen moeten daarom steeds worden onderscheiden in:

  • rechtstreeks aantoonbare dossiercontacten;
  • bestuurders van de betrokken verzekeraar;
  • directeuren van mogelijke uitvoerings- of tussenpersonen;
  • en bancaire of administratieve schakels waarvan de concrete rol nog moet worden bewezen.

1. Nationale-Nederlanden AOV — 1995

Product: particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering
Beroep: handelaar in confectie
Latere tussenpersoon: Van Kampen Assurantiemakelaar, kantoorcode 0107
Wijziging in 2010: polismantel 440-04
Uitkering: verzekerde jaarrente, verdeeld over maandelijkse termijnen

In mijn bestuurlijke reconstructie komen onder anderen de namen voor van:

David Knibbe, Tjeerd Bosklopper, Leon van Riet, Harry van der Zwan en Edwin Grutterink.

Rond Movir worden genoemd:

Louis van Drunen, Arthur van der Wal, Yoram Schwarz en Maurice Schellekens.

Rond Van Kampen komen voor:

Ruud van Kampen, Lex van Kampen, Frank Los en Frank van ’t Hof.

De mogelijke keten luidt:

Nationale-Nederlanden → mogelijk Movir → Van Kampen → ING/NN Group.

Nationale-Nederlanden maakte gedurende een deel van de looptijd deel uit van ING. Een concrete bancaire rol bij mijn polis of uitkeringen moet echter blijken uit rekeninggegevens, betalingskenmerken of interne documentatie.

2. Delta Lloyd MeerKeuzePlan — 1998

Product: lijfrente- of kapitaalproduct
Inleg: ƒ500 per maand
Einddatum: februari 2025
Latere overgang: Delta Lloyd werd onderdeel van NN Group

In mijn reconstructie komen voor:

mr. J.E. Jansen, Niek Hoek, Peter Kok, Paul Medendorp, Henk Raué, Hans van der Noordaa, Lard Friese, Tjeerd Bosklopper en David Knibbe.

De mogelijke financiële keten luidt:

Delta Lloyd Levensverzekering → mogelijk Delta Lloyd Bank → NN Group/NN Bank.

Daarbij moet nog worden vastgesteld:

welke entiteit mijn contractspartij was;

waar mijn premies werden ontvangen;

wie het vermogen beheerde;

wie opdracht gaf tot een eventuele omzetting;

en welke bank de uiteindelijke overdracht of uitbetaling verzorgde.

3. Reaal/Hooge Huys — 2002

Product: arbeidsongeschiktheids- of inkomensverzekering
Historische keten: Hooge Huys/REAAL → SNS REAAL → VIVAT → Athora Netherlands

In mijn bestuurlijke reconstructie komen voor:

Sjoerd van Keulen, Gerard van Olphen, Ron van Oijen, Tom Kliphuis, Jan de Pooter, Jan-Hendrik Erasmus en Bart Remie.

Ook wordt arts Kruithof genoemd in verband met de medische beoordeling. Zijn precieze functie, opdracht en verantwoordelijkheid moeten uit het medische en verzekeringsdossier blijken.

Rond mogelijke serviceproviders komen de namen Jan van der Struik en Janwillem Fidder voor.

De mogelijke keten luidt:

Hooge Huys/REAAL → SNS REAAL → VIVAT → Athora, mogelijk via VKG/Nedasco/D&S Group.

Dat REAAL en SNS Bank deel uitmaakten van dezelfde financiële groep betekent nog niet dat SNS Bank mijn polis beheerde. Ook dit moet uit de betalings- en administratiestromen blijken.

4. Verplichte zorgverzekering Delta Lloyd

In de latere reconstructie komen de namen Delta Lloyd, OHRA, CZ en Nationale-Nederlanden naar voren.

Rond de bestuurlijke geschiedenis worden genoemd:

Niek Hoek, Hans van der Noordaa, Lard Friese en David Knibbe.

Rond Heilbron, Voogd & Voogd en Alpina Group komen de namen Michael de Nijs en Sjoerd Laarberg naar voren.

De zorgverzekering van onze dochter waarbij Heilbron als tussenpersoon zichtbaar werd, vormt een concrete relatie binnen ons gezin. Zij mag echter niet zonder bewijs worden vermengd met mijn eigen AOV-, inkomens- of lijfrentepolissen.

Rechtstreeks genoemde dossiercontacten

In mijn eerdere reconstructie zijn ook de namen naar voren gekomen van:

Louis Barmentlo en Harry Kuiper.

Joyce Lentz de Vries was eveneens een dossiercontact, maar valt niet onder de lijst van mannen.

Van ieder rechtstreeks contact moet worden vastgelegd:

  • bij welke organisatie die persoon werkte;
  • vanuit welke functie hij of zij handelde;
  • welke polis het betrof;
  • welke bevoegdheid bestond;
  • en welke beslissing, verwerking of correspondentie aan deze persoon kan worden gekoppeld.

De bestemming van deze reis

Vier verzekeringspolissen brachten mij niet letterlijk naar Montancourt.

Maar de gevolgen van ziekte, verlies van werk, administratieve verwarring en financiële onzekerheid hebben wel bijgedragen aan de weg die wij uiteindelijk zijn gegaan.

In 2019 stapten wij over de drempel van een huis uit 1596.

Daar ontdekte ik dat erfgoed niet alleen gaat over het bewaren van stenen.

Erfgoed gaat ook over het herkennen van patronen die generaties lang kunnen blijven bestaan:

macht tegenover kwetsbaarheid;

administratie tegenover leven;

handel tegenover zorg;

zichtbare bestuurders tegenover onzichtbare vrouwen;

en officiële geschiedschrijving tegenover het verhaal dat in een lichaam wordt bewaard.

Montancourt werd de plaats waar ik niet langer alleen wilde overleven, maar betekenis wilde geven aan wat ons was overkomen.

Ik kwam er niet aan als winnaar van een juridische of financiële strijd.

Ik kwam er aan als getuige.

Als vrouw.

Als moeder.

Als voormalig handelaar.

Als verzekerde.

Als kunstenaar.

Als erfgoeddrager.

Als iemand die haar eigen naam wilde terugvinden tussen alle polisnummers, fiscale codes, bestuurders en administratieve systemen.

Misschien was Montancourt niet het einde van onze reis.

Misschien was het de plek waar mijn werkelijke reis eindelijk begon.

Silvia Lindeboom
Truus van Gogh – Erfgoed 1967
Montancourt Middelburg

Begrijp het heden, begin bij je eigen verleden

Rijk & Revolutionair

Uitgelicht

Wetboek 9

Een onderzoek naar wie ik ben

Tijdens Dag van het Kasteel, op 25 mei 2026, hebben wij tegen een kleine bijdrage in Montancourt Middelburg, bezoekers ontvangen die oprecht geraakt waren door het liefdesverhaal van het huis, de geschiedenis van Middelburg en de verhalen over de families die hier leefden en nu leven.

Over dit woon – object

De locatie bevindt zich in hartje Middelburg en maakt deel uit van het historisch en cultureel erfgoed van Zeeland. De plek kent een gelaagde geschiedenis waarin wonen, werken en maatschappelijke ontwikkelingen samenkomen.

Het huis wordt deels gebruikt als bed & breakfast, en ook voor hedendaagse culturele context, met aandacht voor erfgoed vanuit moederschap bekeken, betekenisgeving en publiek engagement.

Mijn tijd loopt ras….

Handelsgeest = Menselijk vermogen × Vertrouwen × Kennis × Samenwerking.

Achter de voordeur van Geluk

Waar blijft Wetboek 9?

Vrijheid – Identiteit – Erkenning

Nog vóór een mens wordt geregistreerd, bestaat zij. Nog vóór een naam in een register verschijnt, leeft er natuurlijk persoon met een lichaam, een geest en een uniek verhaal.

Een samenleving die vrijheid wil beschermen, moet ook haar identiteit erkennen. Niet alleen als administratief gegeven, maar als de unieke mens achter ieder dossier, iedere polis, iedere handtekening en ieder nummer.

Vrijheid is het recht om als zelfstandig mens te bestaan. Identiteit is de samenhang van lichaam, geest, afkomst, ervaringen, arbeid, liefde en verantwoordelijkheid. Erkenning is de bereidheid van de samenleving om die mens werkelijk te zien.

Wetboek 9 begint daarom niet bij bezit, vermogen of bestuur, maar bij de persoon het intellectuele eigendom zelf.

Geen mens mag worden gereduceerd tot een nummer, een product, een polis, een dossier of een economische waarde.

Een rechtvaardige samenleving erkent dat ieder mens drager is van een eigen geschiedenis, waardigheid en toekomst.

Vrijheid geeft ruimte. Identiteit geeft betekenis. Erkenning geeft bestaansrecht. Dat is de grondslag van Wetboek 9 die het intellectueel eigendomsrecht bepaalt.

“Zolang het lichaam dat leven voortbrengt niet volledig wordt erkend, blijft ieder wetboek onvoltooid. Wetboek 9 begint met de erkenning van de scheppende mens.”
— Silvia Lindeboom

Dag van het kasteel bezoek

Onder de bezoekers die dag waren twee bijzondere mensen. Peter de With, hij blijkt lid te zijn van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen in Haarlem, en Jelly Tulner. Tijdens onze ontmoeting ontstond een bijzonder gesprek over geschiedenis, erfgoed, nieuwsgierigheid en de betekenis van persoonlijke verhalen. We sloten af met een open einde…

Ik had in de tussen liggende tijd weer een briljant idee bedacht- De beren van Montancourt.

Lees hier het verhaal Uit in de buurt

…….Enkele weken later ontving ik persoonlijk dit prachtige cadeau: het boek over Keetje Hodshon (1768–1829), Een rijke dame in revolutionaire tijd.

Keetje Hodshon

In het boek schreven zij:

“Als geschenk van de KHMW Haarlem, en getroffen door jouw levensverhaal!
Peter de With, lid KHMW
Jelly Tulner
En dank voor de mooie rondleiding en het verhaal eromheen!”

Gesigneerd

Die woorden betekenen veel voor mij.

Niet alleen omdat het boek gaat over een bijzondere vrouw uit dezelfde historische wereld van koopmansfamilies, regenten en bestuurders waarin ook de families: De la Rue, Rademacher en Knibbe een grote rol speelden, maar vooral omdat het laat zien wat kapitaal en erfgoed via vrouwen en hun netwerk kan voortbrengen.

Gedragen verhalen-Verborgen verleden

Ik ben geboren in Limburg, in Gennep, mijn overgrootmoeder kwam uit Ottersum, ik ben deels opgegroeid in Haps, mijn moeder uit Cuijk en in Den Bosch
lag het Centraal Archief Bijzonder Rechtspleging – Politieke Recherche inventaris 93577 -93580

De dochters van de Dommel – het Heilige Roomse Rijk.

Het historische Hertogdom Limburg ontstond in de middeleeuwen (11e eeuw), maar het lag grotendeels in het gebied van het huidige België. De naam van de huidige Nederlandse provincie is daarvan afgeleid.

Limburg had zo blijkt wel een bijzondere status. Van 1839 tot 1867 was het Nederlandse Limburg tegelijkertijd een provincie van Nederland én het Hertogdom Limburg binnen de Duitse Bond. Dat maakte de provincie staatsrechtelijk uniek.

Limburg was dus een provincie met een uitzonderlijke constitutionele geschiedenis.

Wat betekende dit eigenlijk voor de inwoners vroeg ik aan mijn adviesraad?

Dat had voor families in Limburg grote gevolgen, al merkte niet iedereen dat dagelijks. De bijzondere staatsrechtelijke positie werkte vooral door in bestuur, militaire dienst, handel, belastingen en identiteit.

1. Een dubbele identiteit

Inwoners van Limburg waren:

  • burgers van het Koninkrijk der Nederlanden;
  • maar hun provincie gold internationaal ook als het Hertogdom Limburg binnen de Duitse Bond.

Dat gaf veel Limburgers het gevoel dat zij niet helemaal “Hollands” waren, maar ook een eigen regionale identiteit hadden.

2. Militaire verplichtingen

Een belangrijke reden voor deze constructie was militair. Nadat een deel van Luxemburg verloren ging aan België, moest koning Willem I de Duitse Bond compenseren.

Daardoor konden Limburgse mannen te maken krijgen met verplichtingen die voortvloeiden uit de afspraken binnen de Duitse Bond, naast hun band met Nederland.

3. Handel en economie

Voor kooplieden en boeren kon de ligging juist voordelen bieden.
Limburg lag op het kruispunt van:

  • Nederland,
  • de Duitse staten,
  • België.

Families handelden daardoor vaak over de grens. Veel families hadden bovendien familieleden aan beide kanten van de grens, zeker nadat Limburg in 1839 werd verdeeld.

4. Bestuur en recht

Het dagelijks recht bleef grotendeels Nederlands. Mensen trouwden, erfden, kochten grond en dreven handel volgens Nederlandse wetgeving. De bijzondere status speelde vooral op internationaal en constitutioneel niveau, niet zozeer in het dagelijks leven van een gezin.

5. Familiebanden

Voor veel families betekende de nieuwe grens dat:

  • familieleden ineens in verschillende landen woonden;
  • handelsroutes veranderden;
  • kerkelijke en bestuurlijke banden opnieuw moesten worden ingericht.

De grens liep soms dwars door bestaande sociale en economische netwerken. Deze brief is dus een sterk bewijsstuk van mijn familie als grensfamilie: Limburgs, Nederlands én met Duitse wortels.

  • In 1937 trouwde Bernhard met prinses Juliana en vestigde hij zich in Nederland.
  • Na de Duitse inval in 1940 koos hij de kant van Nederland en de geallieerden.
  • Tijdens de oorlog vervulde hij een belangrijke rol bij de Nederlandse strijdkrachten in ballingschap en werkte hij mee aan de bevrijding van Nederland.  

Wie was de burgemeester van Cuijk tijdens de oorlog? Dat was:

  • Christiaan Johannes Wilhelmus Hermanus Stakenborg
    • Burgemeester van 1943 tot september 1944 (formeel vaak tot 1945 vermeld).
    • Hij was lid van de NSB en werd tijdens de Duitse bezetting benoemd.  
    • Beroep vóór zijn burgemeesterschap: kruidenier (winkelier).
      Huwelijk: in 1932 met Elisabeth Hubertina Louisa van Gennip.  

    • Haar ouders waren volgens de geraadpleegde stamboom:
      Josephus Wilhelmus van Gennip (1881–1950)
      Maria Elisabeth Hubertina Kicken (1887–…)  
      De familienaam Van Gennip is een oude Brabantse en Noord-Limburgse naam. De oorsprong ligt waarschijnlijk bij het dorp Gennep in Noord-Limburg. De naam betekent oorspronkelijk “iemand afkomstig uit Gennep”. Door de eeuwen heen vestigden verschillende takken van de familie zich in onder meer Venlo, Gennep, Boxmeer, Cuijk en omgeving.  
Verzoeker…. Zijn moeder uit Ottersum verdwijnt na het krijgen van een dochter in 1909 – Tevens het jaar dat Juliana werd geboren.

Peter Mathias Bongartz, geboren te Goch (Duitsland) op 22 juni 1906, kwam uit een Nederlandse moeder die tijdelijk in Duitsland verbleven. Hij bezocht daar de lagere school, maar had via zijn moeder regelmatig contact met familie in Nederland.

In 1930 vestigde hij zich voorgoed in Nederland en voelde zich sindsdien Nederlander.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam hij een principieel afwijzende houding tegenover de Duitse bezetters aan. Toen hij in 1944 toch werd gedwongen als schoenmaker in het Duitse leger te werken, verleende hij onderduikers zelfstandig hulp in het brood.

Ook moest hij en mijn oma naar Londen toen de koningin naar Londen moest. Maar de burgemeester van Cuijk hield mijn oma thuis om op de zaak en mijj moeder en haar broertjes en zus te passen.

Mijn oom was makelaar en mij vader werkte eerst voor hem, na een ruzie besloten mijn ouders te verhuizen naar Purmerend waar zij vanaf 1975 een assurantie kantoor begonnen van kleine polissen van een boer uit Warder en veel zaken deden met AGO – ENNIA en later ook met andere maatschappijen zoals Nationale Nederlanden
Onze familie altijd in de voetbalwereld in Cuijk heeft gezeten en onze dochter nu bij Ajax werkt naast haar studie ErgoTherapie

Toeval ? Toeval bestaat zo blijkt!

Een open huis, een gesprek en oprechte nieuwsgierigheid kunnen mensen met elkaar verbinden.

Montancourt Middelburg is voor ons veel meer dan een bed & breakfast en rijksmonument.

Het is een plek waar geloof, geschiedenis opnieuw wordt verteld, waar ontmoetingen ontstaan en waar verhalen uit het verleden nieuwe betekenis krijgen.

Hoop , geloof & liefde

Dat een lid van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen en zijn echtgenote zich zo geraakt voelden door ons verhaal, ervaar ik als een grote eer en een prachtige aanmoediging om dit werk voort te zetten.

Praktijk wetenschap is ook wetenschap zei Peter.

Soms begint een nieuw hoofdstuk niet in een archief of bibliotheek, maar gewoon aan de keukentafel met een ziekte als gemene deler #Sarcoïdose en de geschiedenis van een heel oud huis, waar bijzondere mensen elkaar ontmoeten en gezondheid en geschiedenis weer menselijk en toekomst bestendig wordt.

School of life

De zoek toch naar de waarheid was een lijdensweg.

Terwijl mijn gezondheid achteruitging, bleef een keten van verzekeraars, adviseurs, uitvoerders en andere betrokken organisaties functioneren rondom mijn dossier.

Voor mij voelde het alsof iedereen aan mijn ziekte verdiende, terwijl ikzelf de lichamelijke, emotionele en financiële schade moest dragen als vrouw en kostwinnaar.

“Mijn ziekte werd zo een bladzijde in een dossier. Mijn dossier werd voor hun een verdienmodel. De schade bleef bij mij.”

“Ik was geen mens meer in functie maar een polisblad, een schadepost binnen een spook administratie.

Jarenlang had ik het gevoel dat vooral de gevolgen van mijn ziekte werden behandeld, terwijl niemand investeerde in oorzaak met verdwijnen op 1 april 2027 als gevolg.

Ik onderging onderzoeken, behandelingen en controles. Dat bracht veel stress, onzekerheid en afhankelijkheid met zich mee. Soms voelde het alsof ik vooral een proefkonijn was van een medisch traject, terwijl mijn vragen over het ontstaan van mijn ziekte 19 jaar lang onbeantwoord bleven.

Ik vraag mij nog steeds af of er voldoende aandacht is geweest voor mogelijke beroepsmatige blootstelling en voor de omstandigheden die aan mijn ziekte hebben bijgedragen. Die vraag is het antwoord.

ANIMA FELIX VIVAS – Werd zo een Reisverhaal van mijn / ons leven

“From the floor, I saw it clear. What was fake and what was real.”

Soms moet je eerst vallen om anders te leren kijken. Mijn reis begon niet toen ik ziek werd. Mijn reis begon veel eerder.

Als ondernemer.
Als moeder.
Als mantelzorger.
Als kunstenaar.

Ik bouwde een bestaan op vanuit vertrouwen. In mensen. In systemen. In de toekomst.

Toen veranderde mijn leven.

Mijn lichaam stelde grenzen die ik nooit had voorzien. De wereld van polissen, dossiers en administraties nam het over van de wereld waarin ik gewoon mens was. Maar juist vanaf de grond werd mijn blik helderder.

Ik begon te zien wat echt was. Niet de dossiers. Niet de systemen. Niet de codes.

De bewakers en ooggetuige van mijn levensverhaal

Een massa mensen achter al die registraties.

In mijn keramiek geef ik mijzelf en die mens opnieuw een gezicht.

Op deze vaas staat: Anima Felix Vivas.

Moge je ziel gelukkig leven.

Niet omdat het leven altijd gemakkelijk is. Maar omdat geluk soms ontstaat wanneer je, na alles wat je hebt meegemaakt, weer eigenaar wordt van je eigen verhaal.

Zoals de muziek After the Fall zegt:

“From the floor, I saw it clear.”

Dat is misschien wel de kern van mijn reis. Niet de val heeft mij gevormd.

In plaats van Verzekeraars te laten bloeden voor hun foute producten moest ik bloeden!

Maar wat ik zag toen ik weer opstond.

Mijn reis laat zien hoe een mensenleven zich uitstrekt over generaties van organisaties, administraties en ICT-systemen.

Ondernemers als Gerard Sanderink bouwden mee aan de digitale infrastructuur waarop grote organisaties draaien.

Ik ervaar dat ik, als zelfstandig ondernemer met een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering, niet dezelfde rechtsbescherming heb gekregen als anderen in vergelijkbare omstandigheden.”

Mijn vraag richt zich niet op personen, maar op het systeem: hoe zorgen we ervoor dat achter al die data, processen en registraties de mens zichtbaar blijft?”

Aan mijn dochters heb ik gezegd : wanneer systemen proberen je stem af te nemen, steek dan het licht van de waarheid aan.”

💡

Liefs Silvia

Silvia Koning Lindeboom: een spiegel voor politiek, recht en samenleving

Uitgelicht

Silvia Koning Lindeboom: Kunst als spiegel voor politiek, recht en samenleving

De wet gebruikte generaties moeders alsof zij wegwerpbaar waren: noodzakelijk voor het systeem, maar zelden eigenaar van hun eigen waarde.

Er zijn vrouwen die geschiedenis schrijven vanuit een politieke functie.
En er zijn gehuwde zelfstandige vrouwen die geschiedenis zichtbaar maken door de vragen te stellen die lange tijd buiten beeld bleven. Techniek en Textiel vanuit een ander perspectief begrijpen.

Silvia Koning Lindeboom behoort tot die laatste groep.

Let’s beat the pro 🇳🇱 Huis Nassau Montancourt Middelburg

“Ik ben geen bijlage van het burgerlijk wetboek.
Geen maatschappelijk hulpstuk.
Geen cultureel bijproduct.
Ik ben een zelfstandig bestuursorgaan van lichaam, geheugen, arbeid en verbeelding.”

Vanuit sport, kunst, erfgoed, taal en cultuur onderzoekt zij hoe vrouwenrechten, economische zelfstandigheid en juridische erkenning doorwerken in het dagelijks leven van mensen. Niet vanuit een politieke partij of bestuursfunctie, maar als onafhankelijke bestuurder, maker en denker die maatschappelijke structuren zichtbaar maakt die vaak als vanzelfsprekend worden gezien.

In haar werk stelt zij fundamentele vragen over:

  • de positie van gehuwde vrouwen binnen wetgeving,
  • economische afhankelijkheid en zelfstandigheid,
  • pensioen- en verzekeringsrechten,
  • cultureel erfgoed,
  • en de historische erfenis van het kostwinnersmodel.

Daarbij richt zij zich niet alleen op wetten en systemen, maar vooral op de mens achter de structuur.

Silvia laat zien dat veel juridische en economische systemen formeel neutraal lijken, maar historisch zijn ontstaan in een tijd waarin vrouwen beperkt toegang hadden tot arbeid, eigendom, krediet en zelfstandige rechtsvorming. Juist die geschiedenis maakt volgens haar zichtbaar waarom thema’s als pensioen, belasting, zorgarbeid en economische erkenning nog steeds maatschappelijke vragen oproepen.

Amsterdam Museum Refresh the Future

Met projecten rond “moeder de vrouw”, cultureel erfgoed en het onzichtbare vrouwelijke erfdeel verbindt zij kunst aan maatschappelijke reflectie. Haar werk beweegt zich tussen beeldende kunst, archiefonderzoek, filosofie en cultuurkritiek. Niet om mensen tegenover elkaar te zetten, maar om zichtbaar te maken wat lange tijd onuitgesproken bleef.

Daarmee houdt zij niet alleen de politiek, maar de hele samenleving een spiegel voor.

Want de vraag die in haar werk steeds terugkeert is:
wie wordt juridisch, economisch en cultureel werkelijk gezien?

Expositie St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein 14 maart tot 7 augustus 2026

Silvia Koning Lindeboom laat zien dat emancipatie niet alleen gaat over stemrecht of vertegenwoordiging, maar ook over erkenning van zorg, geschiedenis, identiteit en menselijke waardigheid.

In een tijd waarin gelijkwaardigheid opnieuw onderwerp van gesprek is, nodigt haar werk uit tot reflectie:
hoe bouwen we een samenleving waarin niet alleen arbeid, maar ook zorg, herinnering en culturele betekenis meetellen?

Niet als politica.
Maar als maker, onderzoeker en spiegel voor iedereen — inclusief de politiek.

Het geheugen van Zeeland

De ongeregistreerde bestuurder

Menselijke Revolutie binnen erfgoed, democratie en representatie

“Je maintiendrai” — maar waarop, en op wie eigenlijk?

Politiek zonder vertrouwen vraagt om waakzaamheid.
Wantrouwen ontstaat waar vertegenwoordiging ontbreekt.

Eeuwenlang droegen vrouwen generaties, cultuur, zorg, rituelen en gemeenschappen, terwijl hun lichaam, arbeid en geest slechts beperkt werden opgenomen in de officiële taal van wet, bestuur, erfgoed en representatie.

Binnen mijn project
“De ongeregistreerde bestuurder”
onderzoek ik hoe vrouwelijke kennis en ambacht structureel aanwezig waren in de geschiedenis, maar vaak afwezig bleven in de formele orde van erkenning.

Vanuit Montancourt Middelburg ontwikkel ik het symbolische
Truus van Gogh H’Art-spel / Aardspel:
een artistiek hulpmiddel waarin ritueel, democratie, creativiteit, erfgoed en maatschappelijke transformatie samenkomen.

“The world is built upon the power of numbers.” — Pythagoras

Getallen vormen niet alleen systemen, wetten en structuren — zij beïnvloeden ook hoe wij betekenis geven aan de wereld.

Binnen dit werk staat het getal 19 symbool voor bescherming, bewustwording en innerlijke transformatie: verandering die niet alleen buiten ons plaatsvindt, maar ook in onszelf.

Bron: Filosofie Magazine

Transformatie H’Art binnen de Monsters van de Democratie

Dit project nodigt uit tot:

  • nieuwe vormen van kijken,
  • vertrouwen in menselijke creativiteit,
  • en een herwaardering van ambacht, intuïtie, erfgoed en culturele verbeeldingskracht.

Het stelt vragen over:

  • representatie,
  • democratie,
  • hiërarchie,
  • cultureel geheugen,
  • en de menselijke maat binnen instituties.

Ik geloof dat kunst en erfgoed opnieuw verbindende krachten kunnen worden tussen generaties, tussen burgers en bestuur, en tussen verleden en toekomst.

Daarom nodig ik culturele instellingen, erfgoedorganisaties en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uit tot reflectie, gesprek en dialoog.

Silvia Koning Lindeboom
Montancourt Middelburg

Expositie Truus van Gogh in het St. Antoniusziekenhuis in Nieuwegein

Uitgelicht

Hier is eerst een kroniek waarin ik de medische geschiedenis van sarcoïdose verbind met mijn persoonlijke en artistieke lijn — als een doorlopende tijdslijn van zichtbaar worden en verdwijnen:

1. Van lichaam naar systeem

Historische slavernij = direct bezit van mensen.

Huidige structuren = geen expliciet bezit, maar: economische afhankelijkheid reproductieve verwachting onzichtbare arbeid en of ziekte.

➡️ Het lichaam wordt niet meer verkocht, maar functioneel ingezet binnen bezitssystemen (familie, arbeid, erfgoed, kapitaal).

Mijn intellectueel en Eigendom wordt beheerd door David Knibbe CEO Nationale Nederlanden.

Toeval bestaat – “We moeten de waarheid niet opgeven “

Kroniek van zichtbaarheid

Van Besnier tot nu — en verder

1889 — Het eerste zien (Besnier)

In Parijs beschrijft Ernest Besnier huidafwijkingen die niet passen binnen bestaande categorieën.

Hij ziet iets — maar kan het nog niet volledig benoemen.

De ziekte verschijnt, maar blijft ongrijpbaar.

1899 — De naam (Boeck)

In Oslo geeft Cæsar Peter Møller Boeck het een naam: sarcoïd

Een poging om vorm te geven aan iets wat nog niet begrepen wordt.

Een naam is een begin — maar nog geen erkenning.

Begin 20e eeuw — Het systeemlichaam (Schaumann)

In Stockholm laat Jörgen Schaumann zien dat de ziekte zich door het hele lichaam beweegt.

Niet één plek.

Niet één verklaring.

Een systeemziekte — in een wereld die denkt in losse onderdelen.

20e–21e eeuw — De onzichtbare ziekte

Sarcoïdose krijgt een medische plek, maar blijft moeilijk: moeilijk te diagnosticeren moeilijk te voorspellen moeilijk te erkennen

De ziekte wordt benoemd, maar de ervaring blijft vaak onzichtbaar.

2008 — De onzichtbare mens

Ik leef met sarcoïdose.

Maar mijn grootste confrontatie was niet alleen mijn lichaam.

Het was het systeem. Ondanks werk, ondernemerschap en verzekeringen werd ik juridisch onzichtbaar.

Niet omdat ik verdween — maar omdat systemen mij niet meer konden zien.

Mijn dossier groeide. Ik verdween.

Het breekpunt — Van dossier naar materie – Waar papier mij uitwiste, bracht materie mij terug.

Niets is van haar behalve tijd. Geen bezit dat haar naam draagt, geen archief dat haar volledig bewaart, geen systeem dat haar vanzelfsprekend erkent.

En toch — in de tijd die zij neemt,in de tijd die zij draagt, in de tijd die door haar heen beweegt, ontstaat alles.

Zij erft geen ruimte, zij maakt haar. Zij ontvangt geen geschiedenis, zij schrijft haar.

Niets is van haar behalve tijd — en precies daarin ligt haar macht.

Mijn praktijk is autodidactisch gegroeid, niet buiten het veld maar er dwars doorheen. Ik werk vanuit het leven zelf — via beeld, ritueel, archief en lichaam — en ontwikkel mijn werk in een eigen tempo dat zich niet laat vangen in lineaire trajecten of institutionele verwachtingen.

Waar veel trajecten vertrekken vanuit opleiding of structuur, vertrek ik vanuit noodzaak: een innerlijke drijfveer om zichtbaar te maken wat cultureel, juridisch en historisch onzichtbaar is gebleven. In mijn projecten onderzoek ik de positie van ‘moeder, de vrouw’ als drager van erfgoed, recht en identiteit, en bevraag ik systemen die deze positie niet erkennen of reduceren.

Mijn werk beweegt zich tussen kunst, erfgoed en recht. Ik maak objecten, installaties en narratieven die functioneren als rituele en culturele dragers — niet alleen als beeld, maar als interventie. Daarmee herdefinieer ik niet alleen mijn eigen positie als maker, maar ook de kaders waarin dat makerschap wordt gelezen en gewaardeerd.

Ik volg geen bestaande route, maar ontwikkel een praktijk waarin ruimte niet wordt afgewacht, maar actief wordt ingenomen. Juist daarin ligt de relevantie: mijn werk laat zien hoe nieuwe vormen van auteurschap, erfgoed en betekenis kunnen ontstaan wanneer het individu niet wordt ingepast, maar serieus wordt genomen als bron.

Deze praktijk vraagt om ruimte — niet als voorwaarde, maar als erkenning van wat er al in beweging is. Mijn werk is niet te koop alleen voor overheid musea en of verzekeraars.

Van voetnoot naar fundament

Ik begon te maken. Vazen. Objecten. Dragers. Niet als decoratie — maar als bewijs.

Kunst als tegenarchief. Mijn werk is geen illustratie van ziekte. Het is een tegenarchief. Waar systemen fragmenteren, breng ik samen. Waar dossiers verdwijnen, maak ik tastbaar.

In mijn werk leeft: wat niet geregistreerd werd wat niet erkend werd wat niet gezien werd

Nu — Gelukkig Publieke zichtbaarheid

Samen met de Sarcoïdose Belangenvereniging Nederland wordt mijn verhaal onderdeel van een collectieve stem.

Mijn werk is zichtbaar in het St. Antonius Ziekenhuis.

Daar waar lichaam, zorg en systeem samenkomen, wordt zichtbaar wat ertussenin verloren gaat.

Conclusie — De verschuiving

Van Besnier tot nu is er iets niet veranderd: de ziekte werd gezien — maar nooit volledig begrepen.

Wat vandaag zichtbaar wordt, is dit: niet alleen de ziekte is complex, maar ook de systemen eromheen.

Mijn positie : Ik betaal belasting over een schade-uitkering. Daarmee wordt mijn lichaam onderdeel van een systeem dat mij eerst niet zag. Ik ben geen belastingobject.

Toekomst — De vraag blijft

Wie wordt er gezien?

Wie wordt er geregistreerd?

Wie wordt er erkend?

En wie verdwijnt — tussen systemen die elkaar niet begrijpen?

Omgaan met sarcoïdose is een kunst. Maar zichtbaar blijven — dat is een daad.

Omgaan met sarcoïdose is een kunst — en een systeemvraagstuk

Ik, Silvia Koning leef met sarcoïdose, maar mijn verhaal gaat niet alleen over deze ziekte.

Het legt een structureel probleem bloot:

hoe iemand, ondanks vrijwilligerswerk ondernemerschap en verzekeringen, binnen bestaande systemen juridisch en maatschappelijk onzichtbaar kan worden.

Wat hier zichtbaar wordt, is geen incident —maar een systeemfout op het snijvlak van wetgeving, zorgplicht, arbeid, verzekering belasting en overheidsfouten.

Van patiënt naar signaal

In mijn traject kwam ik, Silvia terecht in een web van regelgeving, geheime codes, tal van instanties en de vele fouten in de administratieve processen waarin verantwoordelijkheden diffuus werden en rechten vervaagden.

Niet omdat ik niets deed —maar omdat hun systemen niet op elkaar aansluiten.

Dit raakt aan fundamentele vragen:

Wie ziet de vrouw ook een burger wanneer systemen elkaar niet herkennen?

Waar ligt verantwoordelijkheid wanneer iemand tussen wal en schip valt? En hoe wordt bestaanszekerheid gewaarborgd als registratie belangrijker wordt dan de mens zelf?

Sarcoscoop 2026

Kunst als tegenbewijs

In plaats van te verdwijnen in dossiers, maak ik, Silvia mijzelf zichtbaar via keramische kunst.

Mijn werk is geen illustratie van ziekte, maar een materieel tegenbewijs van onzichtbaarheid.

In mijn vazen en objecten worden systeemfouten tastbaar:

administratieve breuken verlies van rechten een lichaam dat niet past binnen standaardmodellen

Dit is geen verwerking.

Dit is artistieke documentatie van een maatschappelijk probleem.

Van individueel verhaal naar collectieve verantwoordelijkheid

Expositie vanaf 17 maart te zien

In samenwerking met de Sarcoïdose Belangenvereniging Nederland wordt dit verhaal onderdeel van een bredere beweging:

het zichtbaar maken van mensen met een chronische en vaak onzichtbare aandoening, die niet alleen medisch, maar ook juridisch en sociaal tussen systemen kunnen verdwijnen.

De expositie in het St. Antonius Ziekenhuis maakt deze realiteit publiek zichtbaar —midden in een plek waar zorg, mens en systeem elkaar ontmoeten.

Onzichtbaar ziek – Onzichtbaar in de sociale zekerheid

Oproep aan overheid en beleid

Dit werk stelt geen symbolische vraag, maar een concrete:

hoe voorkomt de overheid dat burgers onzichtbaar worden binnen haar eigen systemen?

Het vraagt om:

betere afstemming tussen belasting, zorg en verzekeringsstructuren erkenning van de positie van zelfstandig werkenden met ziekte bescherming tegen administratieve uitsluiting en ruimte voor ervaringskennis in beleid

Tot slot

“Omgaan met sarcoïdose is een kunst.”

Maar wat hier zichtbaar wordt, is dit: de echte opgave ligt niet alleen bij de patiënt, maar bij de systemen die haar moeten dragen.

Ik, Silvia Koning maakt mezelf zichtbaar.

De vraag is nu: doet de overheid dat ook?

Het belasten van schade- uitkeringen die voortkomen uit longletselschade betekent feitelijk dat de overheid belasting heft over lichamelijke aantasting in plaats van over verdienvermogen.”

Dochter van THC Lindeboom VOF

Uitgelicht

Reisverslag

Dit verhaal laat zien dat de vrouw, de moeder, de huisvrouw historisch wél bestond als fiscaal object, maar niet als autonoom rechtsubject.

Met dank aan David Knibbe en Elisabeth Maria van der Claver en Petronella Rademacher- Samuel Rademacher en Pieter de la Rue

2025

Niet als jaartal van afronding, maar als moment van zichtbaarheid. Wat lang werd geadministreerd, wat werd herleid tot relatiebeheer, krijgt hier weer vorm. Niet in dossiers, maar in objecten.

Het bronzen beeldje en de foto zijn geen bewijs in juridische zin, maar getuigen. Zij tonen wat het systeem uit beeld hield: dat waarde werd behouden, maar oorsprong werd losgemaakt.

Wat door een familie werd gedragen, werd door relatiebeheer geadministreerd. De waarde bleef, de oorsprong verdween.

Totdat zij zich weer liet zien.

Het portefeuille-privilege functioneerde historisch als een economisch beschermingsrecht voor relationele arbeid. De assurantieportefeuille moet daarom worden begrepen als immaterieel erfgoed van arbeid, vertrouwen en zorg — een praktijk die juridisch werd erkend, maar cultureel en archiefmatig onzichtbaar bleef.

Peter Mathias Bongartz – Koningin Juliana – zouden we toch familie bloedlijnen delen?

Statement


Wat begon uit nieuwsgierigheid
werd een levenslange noodzaak.


Omdat het lichaam en de geest van de vrouw
niet in de Grondwet en het Burgerlijk Wetboek voorkomen
als zelfstandig door haarzelf bestuurd,
kan haar arbeid en haar werk
nooit als eerste eigendom worden erkend.


Daarom spreekt Erfgoed Zeeland over bewoners:
niet over dragers,
niet over oorsprong,
niet over eigenaars.


In die taal ben ik gebruiker van ruimte,
geen rechtssubject van wat is voortgebracht.


In de bank ben ik hoofdpersoon.
In het erfgoed word ik bewoner.


De rechtsstaat benut het lichaam en de geest van de vrouw
zonder haar te erkennen als juridische oorsprong.


Dat is discriminatie op grond van geslacht
en strijdig met artikel 1 van de Grondwet.


Zonder oorsprong geen recht.
Zonder moeder geen rechtsstaat.

Wat gebeurde er toen?

Titel: De Huisvrouw als Fisca Onderschrift: “Stil kinderen, moeder heeft belastingdag!” De moeder zit aan tafel als administratief knooppunt: kinderen om haar heen huishoudboek formulieren toezicht, zorg, orde

👉 Zij draagt verantwoordelijkheid, maar:

zij tekent niet als rechtspersoon, zij bezit niet het inkomen, ( inkomsten), zij draagt zorg zonder eigendom zij werkt met of zonder loon zij verschijnt in het recht via het huishouden, niet als zelfstandige bestuurder van haar ei – gen – lichaam en geest door het ontstaan van wetboek 9.

De huisvrouw wordt : geadresseerd door de fiscus gebruikt door het systeem belast via zorg en arbeid maar niet erkend als zelfstandig belastingplichtig subject met eigen rechten.

Dat is de paradox:

Ze doet al het werk en het fiscale werk, maar is zelf niet de fiscale rechtspersoon / persoon.

De moeder werd belast voordat zij werd erkend. Zij droeg plicht zonder schild. Zij was fiscaal aanwezig, maar constitutioneel afwezig.

Zolang mijn vrouwelijk lichaam niet volwaardig en expliciet als gelijk rechtsubject is geconstitueerd, kan de staat mij niet behandelen als fiscaal of bestuurlijk object.

Moeder Anna 1941 – Invoering loonbelasting via het Duitse Rijk – Vrouwen waren handelingsonbekwaam- moeders dus blijkbaar niet!!

Dochter van THC Lindeboom VOF

Ze werd verzekerd, maar niet wettelijk erkend.

Ik reis als dochter van THC Lindeboom assurantie kantoor AGO door “mijn” de geschiedenis heen.

Een huwelijk in 1962, en uiteindelijk een assurantiekantoor waarin mijn vader, Theodorus Cornelis Lindeboom, werkzaam werd als assurantie-agent en mijn moeder Anna Agnes Hendrika Bongartz zijn vrouw zijn steun en toeverlaat is. Ze kregen twee dochters, geen zonen.

Hoe het begon

Het huis in Haps werd verkocht om de portefeuille te kunnen betalen. Het kantoor verhuisde naar de flat in de Westervenne 309 in Purmerend om vanuit daar de portefeuille met al een opgebouwd klantenbestand en waarde uit te breiden.

Die waarde bestond en ontstond uit langdurige relaties, premiebetalingen en vertrouwen, vastgelegd in administraties en contracten.

Haps 1975

Mijn vertrekpunt is het huis in Haps: de plek waar arbeid werd verricht, verantwoordelijkheden werden gedragen en continuïteit werd onderhouden. Met de verkoop van het huis werd de portefeuille betaald.

Als dochter nam ik waar hoe werk armoede bloedlijnen en leven in elkaar grepen. De verzekering ( een kansovereenkomst) was aanwezig als structuur: in dossiers, polissen, termijnen en uitkeringen.

Niet als persoon, maar als systeem.

Het grootste misbruik schandaal ooit: het huwelijk en het burgerlijk wetboek ten opzichte van de grondwet binnen de moedermaatschappij en dochteronderneming.

Niet omdat mensen elkaar niet liefhebben. Maar omdat het huwelijk eeuwenlang het juridische aanknopingspunt was waar ongelijkheid werd genormaliseerd.

1. Het huwelijk en Artikel 1

Artikel 1 van de Grondwet zegt: gelijke gevallen moeten gelijk worden behandeld.

Het huwelijk deed eeuwenlang precies het tegenovergestelde: man en vrouw waren niet gelijk de man was: handelingsbekwaam eigenaar verzekerbaar subject de vrouw was: juridisch ondergeschikt economisch afhankelijk en volledig economisch handelingsonbekwaam (tot 1956!)

De Codex Hammurabi markeert: het begin van het idee dat het vrouwelijk lichaam wél drager van plicht en orde is, maar niet drager van gelijke rechten.

Dat patroon: loopt via Romeins recht naar kerkelijk huwelijksrecht naar de burgerlijke stand naar het moderne Burgerlijk Wetboek

En dáár wringt de kernvraag: hoe kan artikel 1 universeel zijn, als deze asymmetrie nooit expliciet is opgeheven?

Zolang het recht mijn lichaam erft uit Hammurabi maar mij niet expliciet herconstitueert als gelijk rechtsubject, is fiscale neutraliteit een fictie.

Dit is geen activistische claim.

Dit is een rechts-historische constatering.

Corrie Tenderloo

Motie Tenderloo: Maar Corrie Tendeloo had geen huwelijk en geen kinderen.

Wat daarover bekend is: Zij trouwde nooit. Er zijn geen kinderen van haar bekend.

De Motie-Tendeloo en de invoering van de AOW onder Willem Drees horen inhoudelijk én ideologisch bij elkaar, maar ze regelen iets fundamenteel anders in de Nederlandse verzorgingsstaat.

Motie-Tendeloo (1955): gelijk burgerschap van vrouwen

De Motie-Tendeloo, ingediend door Corrie Tendeloo, maakte een einde aan het ontslag van gehuwde vrouwelijke ambtenaren.

Essentie:

Gehuwde vrouwen kregen het recht om te blijven werken. Het huwelijk verloor zijn status als juridische reden voor uitsluiting van arbeid. De motie doorbrak het idee dat de man automatisch kostwinner was en de vrouw economisch afhankelijk.

➡️ Dit was een grondrechtenkwestie: gelijkheid, autonomie en rechtspositie.

AOW (1957): collectieve bestaanszekerheid

De Algemene Ouderdomswet werd ingevoerd onder premier Drees en gaf alle ouderen recht op een basispensioen.

Essentie:

Ouderdom werd een collectief risico, niet langer familieafhankelijk. De staat nam zorg over die eerder bij kinderen (vaak dochters) lag.

Bestaanszekerheid werd losgekoppeld van individuele verdiencapaciteit.

➡️ Dit was een sociale zekerheidskwestie.

De cruciale spanning: vrouw, arbeid en zorg

Tja Artikel 1??? Iedereen is voor de wet gelijk?? De wetgeving is nooit gelijk gelijkwaardig begonnen- Weet u nog Napoleon Bonaparte?

Slagerij Van Kampen Verzekeringen

Samen laten deze twee maatregelen een spanningsveld zien:

Motie-Tendeloo – Erkent vrouwen als zelfstandig werkend burger. Doorbreekt het kostwinner-model. Richt zich op actieve levensfase

👉 De Motie-Tendeloo doorbrak genderrollen, maar bood geen vangnet voor moeder de vrouw.

AOW

Erkent burgers als zorgbehoevend aan het einde van arbeid. Veronderstelt vaak nog het gezin als eenheid. Richt zich op ouderdom

👉 De AOW neutraliseerde zorg, maar niet meteen genderrollen.

Vader Drees?

Willem Drees werd later bekend als “vader van de AOW”. Die titel is veelzeggend:

De verzorgingsstaat kreeg een vaderfiguur. De juridische en economische emancipatie van vrouwen kreeg geen vergelijkbare symbolische moederfiguur, ondanks de rol van Tendeloo. Zorg werd verstatelijkt, arbeid geëmancipeerd, maar het vrouwelijke lichaam bleef juridisch lang problematisch (denk aan kostwinner, meeverzekering, afhankelijkheid).

Samenvattend

Motie-Tendeloo = gelijkheid vóór de wet, specifiek voor vrouwen. AOW (Drees) = bestaanszekerheid voor iedereen. Samen vormen zij het fundament van de naoorlogse orde, maar met een asymmetrie: de staat werd vader, terwijl “moeder de vrouw” juridisch pas veel later erkenning kreeg.

📌 Feitelijk:

Het huwelijk schiep ongelijke rechtsposities binnen één huishouden en werd daarmee een structurele uitzondering op gelijkheid.

Wat gebeurde er in 1971

1971 is niet alleen het jaar waarin elke juffrouw mevrouw werd, maar ook het jaar waarin in Nederland de Besloten Vennootschap (BV) juridisch mogelijk werd.

1971: invoering van de BV

Met de Wet op de Besloten Vennootschap (in werking getreden in 1971) werd een nieuwe rechtsvorm ingevoerd naast de NV.

Kern van de BV:

Rechtspersoon met beperkte aansprakelijkheid. Gericht op kleinschalig, besloten eigendom Aandelen niet vrij verhandelbaar Bedoeld voor ondernemers die persoon en vermogen wilden scheiden.

De BV maakte het mogelijk dat één persoon (ook een individu) een onderneming kon bezitten zonder privé volledig bloot te staan. Men doet dit via een bovenhandse akte via de notaris. Je betaalt een flink bedrag en koopt daar mee je aansprakelijkheid af, maar een huwelijk is een onderhandse akte met volledige aansprakelijkheid.

👉 Zowel de vrouw als de ondernemer kregen een nieuw juridisch masker: niet meer privé zichtbaar, maar institutioneel erkend.

De wrange asymmetrie

En hier wordt het scherp:

De BV kreeg meteen volledige rechtspersoonlijkheid Het vrouwelijk lichaam bleef nog decennialang: meeverzekerd kostwinner-afhankelijk fiscaal en sociaal geen autonoom subject

Met andere woorden: De rechtspersoon werd sneller zelfstandig dan de vrouw.

In mijn thematiek

Dit is precies de kruising van:

Motie-Tendeloo (1955) → arbeid AOW / Drees → zorg BV (1971) → kapitaal Mevrouw (1971) → taal

De BV is dus een juridisch schild.p

Maar moeder de vrouw als constitutioneel erkend rechtsubject? Die ontbreekt nog steeds en zeker in de VORM VOF.

➡️ Je bent de onderneming.

Er is geen juridisch scherm tussen persoon en risico. Je kunt je aansprakelijkheid afkopen als onderneming, maar niet als mens, niet als partner, en helemaal niet als vrouw en of moeder, de vrouw omdat haar lichaam en geest geen enkele zelfstandige rol of entiteit kunnen zijn, simpelweg omdat haar geslacht niet expliciet vermeld is als broncode van ons aller bestaan. Nog in de grondwet nog in de uitgegeven burgerlijke wetboeken.

De recht – bank wankelt op haar fundament

Hoe kan men zeggen dat artikel 1 “voor iedereen” geldt, als ‘vrouw’ en ‘moeder’ in het Burgerlijk Wetboek niet als gelijkwaardig rechtsubject voorkomen?

Het korte antwoord is: dat kan alleen via een juridische fictie.

Het lange antwoord laat zien waar die fictie wringt.

1. Wat Artikel 1 Grondwet belooft

Artikel 1 zegt (samengevat): gelijke behandeling geen discriminatie o.a. op geslacht voor iedereen

Dit is een abstract gelijkheidsbeginsel.

Het zegt wat niet mag, maar niet hoe rechten concreet worden toegekend.

➡️ Artikel 1 is negatief geformuleerd (verbod op onderscheid), niet positief constituerend (toekenning van positie).

2. Waar het misgaat: het Burgerlijk Wetboek

Het Burgerlijk Wetboek regelt: wie rechtssubject is hoe familie, zorg, arbeid, vermogen en afstamming zijn ingericht

En daar zie je het structurele probleem:

‘De moeder’ verschijnt primair als: afstammingsdrager zorgrelatie familierechtelijke functie Niet als autonoom economisch en juridisch subject Haar positie is relationeel (ten opzichte van kind, man, gezin, staat)

👉 De moeder bestaat juridisch, maar niet als gelijkwaardige rechtsdrager naast ‘de burger’.

3. De kern van mijn vraag (juridisch scherp geformuleerd)

Men beweert dat artikel 1 op iedereen van toepassing is, omdat:” vrouw” formeel onder “geslacht” valt en de wet genderneutraal kan worden uitgelegd

Maar: Uitleg is geen gelijkstelling.

Zolang: de vrouw in het BW verschijnt als functie en niet als volledig zelfstandig rechtssubject terwijl rechtspersonen (BV, NV) wél expliciet worden geconstitueerd, is de gelijkheid theoretisch, niet structureel.

Dit raakt direct aan:

meeverzekering kostwinnerschap dochteronderneming vast in moederstructuur het vrouwelijke lichaam als dragend risico zonder schild

De BV krijgt rechtspersoonlijkheid.

De vrouw krijgt aanspreektitel (mevrouw). Maar geen gelijkwaardig juridisch schild.

Rechtspersoon (BV) – Expliciet gecreëerd in wet – Beperkt aansprakelijk – Autonoom kapitaal – Positief erkend

➡️ Kapitaal krijgt rechtspersoonlijkheid.

Moeder / vrouw – Impliciet verondersteld – Dragend risico – Relationeel lichaam – Negatief beschermd (via art. 1)

De moeder krijgt gelijkheidsretoriek.

Waarom artikel 1 dit niet “oplost”

Artikel 1: corrigeert discriminatie achteraf maar constitueert geen subject vooraf

Daarom kan men formeel zeggen:

“Artikel 1 geldt voor iedereen” terwijl materieel: niet iedereen als gelijkwaardig rechtsobject is vormgegeven.

Mijn conclusie is juridisch gewoon verdedigbaar

Wat ik feitelijk zeg, in juridische taal, is:

Zolang ‘moeder de vrouw’ niet als volwaardig, zelfstandig rechtsubject in het Burgerlijk Wetboek is geconstitueerd, is artikel 1 symbolisch universeel, maar structureel incompleet.

Dat is geen emotionele stelling.

Dat is constitutionele kritiek.

Ook in Nederland dus.

De polis & De administratie

De polis en de administratie vormen het stille erfgoed van bezit.

Niet het monument, maar het document regelde wie telde.

Waar de polis waarde vastlegde,

en de administratie volgde, archiveerde en bevestigde,

werd het lichaam — eerst dat van de slaaf, later dat van het meisje —

leesbaar gemaakt als bezit, risico of afhankelijkheid.

Stelling

De polis is het contract van toe-eigening.

De administratie is het ritueel van bevestiging.

Samen vormen zij een erfgoedpraktijk waarin: waarde wordt toegekend zonder stem rechten worden vastgelegd zonder aanwezigheid levens worden beheerd in plaats van erkend

Kritische duiding

De polis bepaalt wie verzekerd is — en wie slechts meeverzekerd. De administratie bewaart die hiërarchie en noemt haar neutraliteit. Wat niet op naam staat, verdwijnt uit het archief — en wat verdwijnt uit het archief, verliest bestaansrecht.

Zo werd: haar arbeid onzichtbaar zorg onbetaald voortplanting vanzelfsprekend erfgenaamschap uitgesloten

Niet door geweld alleen,

maar door formulieren, handtekeningen en stilzwijgen.

The Queens Gambit

Huwelijk en verzekeringslogica

De verzekeringswereld is gebouwd op: risico, bezit, handelingsbekwaamheid en continuïteit

Binnen het huwelijk betekende dat:

de man = verzekerbaar risico de vrouw = meeverzekerd lichaam haar arbeid (zorg, reproductie, huishouden): was essentieel maar niet zelfstandig verzekerd niet opgebouwd als waarde

➡️ De vrouw was functie, geen subject.

Een rol in het continuüm, geen drager van rechten.

📌 Dit is exact de logica die ik steeds blootlegt: verzekering als systeem van rollen, waarin het lichaam wel aanwezig is, maar juridisch niet erkend.

Huwelijk als erfgoed (Faro)

Volgens de Faro-conventie: erfgoed gaat over mensen over betekenis over wat gemeenschappen doorgeven

Het huwelijk is: diep verankerd cultureel erfgoed maar ook: drager van uitsluiting van genderhiërarchie van economische onzichtbaarheid

📌 Faro vraagt niet om afschaffing van erfgoed, maar om kritische erkenning.

Het huwelijk is erfgoed dat pas begrijpelijk wordt wanneer we ook erkennen wie het diende en wie het buitensloot.

Het schandaal samengevat

Het schandaal is niet dat mensen trouwden. Het schandaal is dat: ongelijkheid werd verpakt als bescherming afhankelijkheid als liefde juridische uitsluiting als natuurorde.

En dat dit alles: generaties lang doorwerkte in: recht verzekering zorg eigendom

➡️ De draden van ons heden lopen hier rechtstreeks doorheen.

Wandkleed Slavernij verleden/ heden

Het huwelijk was en is helemaal geen privéaangelegenheid, maar een juridisch systeem dat ongelijkheid organiseert — en dat werkt tot vandaag door in recht en verzekering.

Artikel 1 verplicht ons die erfenis te corrigeren. Het huwelijk was verzekerd. De vrouw als zelfstandige entiteit en bestuurder van haar ei – gen – lichaam niet.

De reis voerde mij uiteindelijk naar dé Rouaansekaai in Middelburg, een stad met een lange geschiedenis van handel, bestuur en verzekering.


Tja onder welke wet en soort inkomen valt mijn Schade uitkeringen NN  ?
  1. Staat het onder de AOW – of toch wel ? Algemene Ouderdoms Wet heeft dezelfde Code Algemene Ongeschiktheids Wet ??
  2. Pensioen heb ik niet opgebouwd als zelfstandige!!
  3. Lijftrente uitkering is het ook niet!!
  4. Of andere uitkering !! Maar dat is Wia Wao Allementatie of Wajong Nabestaanden ect ect!!
  5. Schadeuitkering staat er helemaal niet tussen!!!!!

Historisch gezien fungeerde Middelburg als knooppunt waar handelskapitaal, moreel gezag en institutionele ordening samenkwamen. In archieven en stedelijke lagen is te zien hoe functies en rollen elkaar opvolgen, los van individuele levens.

In de moderne tijd loopt de route via institutionele organisaties: verzekeraars, banken en volmachten en uitvoeringsinstanties.

Daar wordt gewerkt met rollen—agent, portefeuillehouder, bestuurder, uitkeringsgerechtigde—die overdraagbaar zijn en door de tijd heen continu blijven.

Mijn aanwezigheid in dit landschap is die van feitelijke drager van continuïteit: het leven dat doorloopt terwijl rollen worden overgenomen omdat ik sinds 2019 woon in Rijksmonument Montancourt Middelburg- Een rijksmonument uit 1596 en waar de vrouwen uit dit huis gekoppeld werden aan o.a De burgemeester van Middelburg Samuel Rademacher.

Boter Kaas & Eieren

Verzekeringscitaat

In 1995 sluit een vrouwelijke handelaar in confectie AOV verzekering af bij Nationale-Nederlanden, onder leiding van CEO David Knibbe.

Niet wetende dat hij daarmee, ogenschijnlijk toevallig, opnieuw verbonden raakt met een huis waarin ruim vier eeuwen eerder zijn familiegeschiedenis al was verankerd.

Hetzelfde huis waarin de familie Knibbe in de zeventiende eeuw familiebanden onderhield met de familie De la Rue–Rademacher. Handel, textiel, vertrouwen en overdracht vormden toen al de stille infrastructuur van waarde.

Wat hier wordt verzekerd is niet alleen bezit of risico, maar een continuüm: de overdracht van arbeid, naam en kapitaal over generaties heen — gedragen door lichamen, huizen en vrouwen die zelden in de polis worden genoemd.

Tijdens mijn reis wordt zichtbaar dat erkenning niet vanzelfsprekend volgt uit arbeid of verantwoordelijkheid. Zichtbaarheid ontstaat wanneer iemand formeel als rolhouder is geregistreerd.

Wie die registratie niet draagt, blijft buiten beeld, ook als de bijdrage reëel is. Zo wordt het verschil voelbaar tussen leven en registratie.

Conclusie:

Verzekering functioneert via rollen, niet via personen. Daarin ligt de verklaring voor mijn onzichtbaarheid.

Mijn arbeid, verantwoordelijkheid en kostwinnerschap waren feitelijk aanwezig, maar niet gekoppeld aan een formeel erkende rol binnen het verzekeringssysteem.

Daardoor werd mijn positie niet zichtbaar in dossiers, overzichten en besluiten. Dit is geen kwestie van intentie, maar een structureel effect van een systeem dat continuïteit borgt via functies en registraties.

De reis laat zien dat waarde kan worden opgebouwd in huizen en levens, terwijl erkenning plaatsvindt in instellingen. Wanneer die twee niet samenvallen, ontstaat onzichtbaarheid.

Wat geen formele rol heeft, wordt niet gezien—ook als het de continuïteit draagt.

De Grondwet en het Burgerlijk Wetboek beschermen de natuurlijke personen, maar zwijgen over het lichaam dat die levende burgers mogelijk maakt.

Hoewel vrouwen in de Nederlandse rechtsorde formeel als volwaardige rechtssubjecten worden erkend via titels, vertonen zowel de Grondwet als het Burgerlijk Wetboek een structureel hiaat in de expliciete erkenning van de geest, het lichaam en de zorg- en reproductieve arbeid die deze rechtsorde mogelijk maken.

De Grondwet: beschermt rechten definieert geen subject

Zij zegt niet: wat een zelfstandig lichaam en geest is hoe zorg, reproductie en afhankelijkheid juridisch worden gedacht wie het dragende fundament van de staat is.

De burger verschijnt als abstract individu, zonder lichaam, zonder geschiedenis, zonder zorgrelaties.

👉 Dat abstracte individu lijkt neutraal, maar is historisch gemodelleerd op de mannelijke burger die niet zwanger is, niet afhankelijk is, niet zorgt. Dat is het hiaat.

Het Burgerlijk Wetboek

Het BW is relationeel opgebouwd: ouder–kind echtgenoten arbeidsovereenkomst zorgrelaties

Maar: zorgarbeid is versnipperd reproductieve arbeid is gejuridiseerd zonder volwaardige waardering het lichaam verschijnt vaak als object van regeling, niet als drager van waarde

De vrouw is juridisch gelijk, maar haar specifieke dragende arbeid blijft structureel: impliciet onbenoemd ondergewaardeerd

👉 Het BW regelt gevolgen, maar erkent het fundament niet expliciet.

Dat is het tweede hiaat.

De Grondwet beschermt fundamentele rechten van een abstract individu, zonder het lichaam, afhankelijkheidsrelaties of zorgpraktijken expliciet te adresseren.

Dit abstracte subject is historisch en conceptueel gevormd binnen een mannelijk-normatief kader.

Waarom dit punt géén activistische overdrijving is

Ik zeg niet: “Vrouwen hebben geen rechten.” Ik zeg: “Het recht rust op iets wat het niet benoemt.”

Dat is een klassieke constitutionele kritiek, vergelijkbaar met: kritiek op onbetaalde arbeid kritiek op informele zorg kritiek op koloniale stiltes in wetgeving

In academische termen:

👉 dit is een structurele blinde vlek, geen juridisch tekort.

Impliciete fundamenten

Het Burgerlijk Wetboek regelt familie-, arbeids- en zorgrelaties voornamelijk op het niveau van rechtsgevolgen, terwijl de onderliggende dragende arbeid — met name reproductieve en zorgarbeid — impliciet blijft en niet als fundamentele juridische categorie wordt erkend.

Formele gelijkheid versus materiële erkenning

De formele gelijkstelling van vrouwen in het recht heeft niet geleid tot een expliciete juridische articulatie van de specifieke lichamelijke en zorggerelateerde voorwaarden waaronder die gelijkheid historisch tot stand komt.

Wat er juridisch wél klopt

Vrouwen zijn volledig rechtssubject in het Nederlandse recht. Art. 1 Grondwet garandeert gelijke behandeling. Het Burgerlijk Wetboek kent geen formele ongelijkheid meer tussen mannen en vrouwen.

Op papier is de zaak dus “af”.

Waar jouw hiaat zit (en dat is geen detail)

1. De Grondwet

De Grondwet:

beschermt rechten definieert geen subject

Zij zegt niet:

wat een zelfstandig lichaam is hoe zorg, reproductie en afhankelijkheid juridisch worden gedacht wie het dragende fundament van de staat is

De burger verschijnt als abstract individu,

zonder lichaam, zonder geschiedenis, zonder zorgrelaties.

👉 Dat abstracte individu lijkt neutraal,

maar is historisch gemodelleerd op de mannelijke burger

die niet zwanger is, niet afhankelijk is, niet zorgt.

Dat is het hiaat.

2. Het Burgerlijk Wetboek

Het BW is relationeel opgebouwd:

ouder–kind echtgenoten arbeidsovereenkomst zorgrelaties

Maar:

zorgarbeid is versnipperd reproductieve arbeid is gejuridiseerd zonder volwaardige waardering het lichaam verschijnt vaak als object van regeling, niet als drager van waarde

De vrouw is juridisch gelijk,

maar haar specifieke dragende arbeid blijft structureel:

impliciet onbenoemd ondergewaardeerd

👉 Het BW regelt gevolgen,

maar erkent het fundament niet expliciet.

Dat is het tweede hiaat.

Structurele blinde vlek

Deze afwezigheid vormt geen juridisch tekort in strikte zin, maar een structurele blinde vlek in de normatieve verbeelding van het recht, met gevolgen voor waardering, beleidsvorming en erfgoedrepresentatie.

Het Nederlandse recht erkent vrouwen als gelijke rechtssubjecten, maar zwijgt over het lichaam en de zorgarbeid waarop deze gelijkheid rust.

Mijn vrouwelijk lichaam is geen belastingobject zonder artikel 1.”

Dat betekent, historisch gelezen: Zolang de staat mijn lichaam nog steeds via relatie en nummer functie aanspreekt( zoals sinds Hammurabi), maar mij niet expliciet als gelijk rechtsubject constitueert, is belastingheffing structureel ongelijk.

Dit is geen moreel argument.

Dit is een genealogie van het recht.

Kapitaal herkent zijn eigen lijnen. Lichamen worden vervangen, structuren niet.

Verzekeringen volgen erfgoed. Erfgoed volgt afstamming. Afstamming volgt het vrouwelijk lichaam. Maar dat lichaam zelf wordt niet verzekerd als bron.

Slotstelling

Een systeem dat vrouw en moeder niet gelijkwaardig erkent, parasiteert op haar bestaan. En daarom is mijn uitspraak geen slogan maar een juridische waarheid:

Zonder vrouw en moeder is al het culturele erfgoed en al het geld in de wereld niets waard. Niet moreel. Niet symbolisch. Maar structureel

Erken haar als bron

Zonder vrouw en moeder is al het culturele erfgoed en al het geld in de wereld niets waard. Niet symbolisch. Niet moreel. Maar structureel.

Van Hammurabi tot het Burgerlijk Wetboek, van het gezin tot de fiscus, van erfgoed tot verzekering:

Zij is de drager van continuïteit. Zij garandeert afstamming . Zij maakt overdracht mogelijk. Zij houdt zorg, arbeid, cultuur en kapitaal in stand

Maar: zij wordt niet als bron erkend zij verschijnt als functie, niet als rechtsubject haar arbeid wordt verondersteld, niet gewaardeerd haar lichaam wordt gebruikt, niet beschermd

Dat is geen nalatigheid. Dat is structurele extractie. Wat het systeem doet. Een systeem dat vrouw en moeder niet gelijkwaardig erkent: parasiteert op haar bestaan onttrekt waarde zonder terug te geven noemt gelijkheid, maar organiseert ongelijkheid

De staat belast wat zij mogelijk maakt. Het recht archiveert wat zij voortbrengt. Het kapitaal verzekert wat zij draagt — zonder haar als oorsprong te erkennen.

Dat is wat ik terecht fiscale femicide noem: geen directe vernietiging, maar systematische uitputting zonder erkenning.

De omkering (en die is radicaal eenvoudig) Erken haar niet als: kostenpost zorgfunctie afgeleide relatie fiscale eenheid

Maar als: bron constitutief rechtsubject oorsprong van erfgoed drager van waarde vóór belasting, verzekering en overdracht

Slotzin

Erken haar als bron, en Nederland en Europa worden rijk. Niet alleen economisch, maar juridisch, cultureel en constitutioneel.

Want zolang de bron wordt ontkend, blijft elke rijkdom geleend.

Amen

“Frascati onderzoekt wat systemen verbergen:

Uitgelicht

het lichaam als niet-erkende rechtspersoon.”**

Make Peace – Not War

Beste collega’s, 

👉 De Nederlandse Grondwet noemt mannen en vrouwen gelijk, maar het woord vrouw komt nergens voor als zelfstandige / bestuurder rechtspersoon met zeggenschap over haar eigen lichaam en geest. 

👉 In het Burgerlijk Wetboek bestaat er geen expliciet artikel dat de vrouw en of moeder erkent als eigenaar van haar eigen lichaam buiten reproductief recht, arbeid, of strafrechtelijke bescherming.

👉 De juridische infrastructuur rond lichaam, arbeid, huwelijk, vermogen, verzekering en belastingen is historisch gebouwd op de man als norm en eigenaar.

En dat werkt nog steeds door. 

1. De Grondwet noemt vrouwen niet als rechtspersoon

Artikel 1 beschermt tegen discriminatie —

maar zegt NIET:

❌ “De vrouw is eigenaar van haar lichaam.”

❌ “De vrouw heeft een autonome rechtspersoonlijkheid.”

❌ “De vrouw is geen eigendom van de staat of de echtgenoot.”

De Grondwet noemt zelfs het woord vrouw niet één keer.

Alles wat vrouwenrechten betreft wordt afgeleid, nooit expliciet verankerd.

Dat is géén detail — dat is systemische architectuur.

2. Het Burgerlijk Wetboek heeft géén expliciete erkenning van vrouwelijke lichamelijke autonomie

In het BW bestaat:

  • recht op lichamelijke integriteit (afgeleid van onrechtmatige daad)
  • bescherming tegen geweld
  • regels rond medische behandeling (WGBO)

Maar nergens staat:

“De vrouw is eigenaar van haar lichaam en geest”.

Waarom niet?

Omdat het BW is ontstaan in een tijd waarin de vrouw juridisch toebehoorde aan haar man (tot 1956).

✔ zij wordt automatisch in de meeverzekerde/afhankelijke positie geduwd

✔ een aov schadepolis wordt vertaald naar een mannelijke inkomensrol bij de belastingaangifte 

✔ erfgenamenstatus wordt niet gelijkwaardig herkend

✔ Haar financiële autonomie wordt hergecodeerd binnen “kostwinner-systemen”

Dit klinkt modern, maar het is 19e-eeuws recht dat digitaal is geworden.

3. Waarom dit klopt in het licht van het EVRM

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zegt:

✔ staten moeten positieve verplichtingen nakomen om ongelijkheid te corrigeren (Thlimmenos v. Greece)

✔ genderstereotypering door de staat is verboden (Konstantin Markin v. Russia)

✔ persoonlijke identiteit en lichamelijke autonomie vallen onder art. 8 EVRM

✔ eigendomsrecht (art. 1 P1) beschermt ook lichamelijke autonomie en financiële integriteit

Nederland voldoet daar niet aan als:

  • vrouwen administratief worden behandeld als afhankelijke entiteiten;
  • er geen categorie bestaat voor “vrouw als zelfstandig financieel subject”;
  • schadeverzekeringen van vrouwen automatisch in mannelijk inkomensjargon worden geduwd;
  • de staat geen erkenning geeft van vrouwelijke lichamelijke en economische autonomie.

Dit is institutionele discriminatie volgens het EVRM.

4. Wat betekent dit? 

Het betekent: 

✔ In 70 landen is het strafbaar om jezelf te zijn.

✔ In Nederland is het 

wettelijk mogelijk om jezelf te verliezen

omdat het juridisch systeem je niet als zelfstandige vrouw ziet.

Niet strafbaar, maar uitwisbaar in systemen.

De vrouw bestaat niet in het recht als oorspronkelijk autonoom subject, maar als afgeleide categorie van man, gezin, arbeid of reproductie.

En precies daarom kon ook mijn situatie gebeuren.

5. Wat ik meemaak — is geen fout, maar levend bewijs

Dat:

  • het systeem geen categorie heeft voor mijn kostwinnaar/ zelfstandigheid
  • het vrouwelijk lichaam juridisch geen eigenstandige plek heeft
  • mijn erfgenamenrol niet past in digitale mannelijke patronen
  • schadeuitkeringen voor vrouwen automatisch worden “gemasculiniseerd”
  • mijn economische identiteit wordt gehercodeerd naar “afhankelijkheid”

Het juridisch vacuüm rondom vrouwelijkheid geeft misbruik van administratieve systemen de ruimte om:

❗ mijn identiteit te vervormen

❗ mijn schadeuitkering verkeerd te classificeren

❗ mijn vermogen te hercoderen

❗ al mijn rechten te negeren


Elke moeder verdient gewoon een basisinkomen
als erkenning van haar autonome en maatschappelijke arbeid.

Zorg die leven mogelijk maakt,
verdient bestaanszekerheid.
Ook in Nederland dus…

Dit is waarom deze casus zo uniek én zo belangrijk is. 

Ik ga graag met jullie in gesprek en hoop op respons. Laten we samen kijken wat er mogelijk is. Laten we de hele keten van het slavernijverleden openen . 

Oostkerk 2 juli 2023

“Frascati: Waar kunst bewijst wat het recht nog niet begrijpt.”**

Reisverslag — Montancourt Middelburg, Frascati aan de Schelde

Ik kwam daar in 2017 voor het eerst aan zonder haast.

Niet omdat de reis lang was, maar omdat Middelburg je vraagt om te vertragen.

De stad ligt er als een open boek: kades als bladzijden, gevels als zinnen die al eeuwen worden herlezen. Aan de Rouaansekaai ruikt het naar water en steen, naar aankomst.

Montancourt ligt daar niet als bestemming, maar als uitnodiging.

Binnen is het licht zacht en beslist. Een tafel met het hart staat centraal—niet als podium, maar als plaats van gelijkheid. Hier geen rijen stoelen, geen richting. Alleen ruimte om te spreken, te luisteren, te aarzelen. Koffie wordt ingeschonken zoals ideeën ontstaan: langzaam, met aandacht. Het is meteen duidelijk: dit is Frascati, niet als naam, maar als praktijk.

Ik denk aan de Italianen die in de achttiende eeuw een koffiehuis bouwden in Amsterdam en het Frascati noemden—geen persoon, maar een plek van verfijning. Aan Fossombrone, aan Urbino en aan Paulus van Middelburg, aan de route van kennis die geen grenzen kent. Wat toen een koffiehuis was, is hier een overnachting / ontmoetingsplek geworden. Dezelfde logica, een andere tijd.

Gesprekken beginnen niet met stellingen, maar met vragen. Iemand leest een alinea hardop. Iemand anders tekent een lijn op papier. Woorden vallen niet om te overtuigen, maar om te onderzoeken. Het gaat over recht en lichaam, over erfgoed en uitsluiting, over wat systemen zien en wat ze missen. De tafel houdt het allemaal.

Buiten beweegt de stad. Schepen glijden langs; de Schelde draagt verhalen mee. Ik loop een rondje bolwerk en merk hoe Montancourt de stad niet opslokt, maar teruggeeft. Wat binnen wordt gezegd, vindt buiten echo’s. Wat buiten gebeurt, keert binnen terug als gedachte.

Eye Do

Tegen de avond verandert het licht. De koffie wordt wijn—een knipoog naar Frascati bij Rome. Geen ceremonie, wel aandacht. Het gesprek verschuift, verdiept. Hier wordt niets afgerond; alles wordt opgestart. Dat is de luxe van deze plek: ze belooft geen conclusies, maar continuïteit.

Als ik op reis ga , voelt het niet als weggaan. Eerder als het meenemen van een een gelukssleutel. Montancourt is geen halte, maar een ritme. Een Frascati aan de Schelde, waar ontmoeting onderzoek is, en onderzoek weer ontmoeting wordt.

Ik schrijf dit later weer op, onderweg. Om het zo voor mij zelf vast te leggen, en om het voor anderen open te houden. Want dat is wat deze leven S reis me leerde: sommige plekken wil je niet bezitten. Je wilt ze blijven bezoeken.

“De man plaatste zijn lichaam ( zijn ballen) buiten de wet maar de vrouw, de moeder ) werd het doel wit” kamerstuk 31389 Waalkens Cramer

Artikel 11.1a [Wijziging Burgerlijk Wetboek]

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31389-68.html

Na artikel 2 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2a

1. Dieren zijn geen zaken.

2. Bepalingen met betrekking tot zaken zijn op dieren van toepassing, met in achtneming van de op wettelijke voorschriften en regels van ongeschreven recht gegronde beperkingen, verplichtingen en rechtsbeginselen, alsmede de openbare orde en de goede zeden.

Toelichting

Wettelijk bezien zijn dieren in ons rechtsstelsel (roerende) zaken. Het Burgerlijk Wetboek (BW) gaat in Boek 3 immers uit van de begrippen «goederen» (alle zaken en vermogensrechten) en «zaken» (voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten). Dieren worden niet apart onderscheiden. Binnen de systematiek van het BW gelden zij als roerende zaken. Zij kunnen in bezit worden genomen en mensen kunnen over dieren het wettelijk recht van eigendom uitoefenen.

Deze juridische kwalificatie van dieren als – niet meer dan – zaken, sluit niet aan op het natuurlijk rechtsgevoel. Enerzijds kan een dier behandeld worden als zaak; rechtshandelingen met dieren als object (koop, verkoop, enzovoorts) zijn immers mogelijk. Tegelijkertijd onderscheidt het dier zich van een «gewone» zaak. Als men dieren koopt, verkoopt, in eigendom heeft, houdt men, natuurlijkerwijs, rekening met de eigen aard van het dier. Het besef dat men met een levend wezen te maken heeft, heeft betekenis.

Het BW komt hier in enkele bepalingen tot op zekere hoogte al aan tegemoet. Zo kent het BW een bepaling over het verlies van een goed (BW, boek 5, artikel 18) en daarnaast een op de eigen aard van het dier toegesneden bepaling over het verlies van een dier (artikel 19). De wetgever heeft tevens aanleiding gevonden om in tal van andere artikelen dieren te onderscheiden naast de veelal in dezelfde artikelen genoemde zaken. Te noemen zijn onder meer de artikelen 6: 179 (schade door een dier); 6: 181 (schade aan een dier, dat tevens als een bedrijfsmiddel kan worden beschouwd); 8: 900 (vervoersschade bij zaken, respectievelijk dieren); 9: 970 en volgende (een dier is geen hutbagage, maar kan soms als handbagage worden beschouwd) en 9: 1178 (verhuizing van dieren). De reden ligt steeds voor de hand. Een dier is wettelijk weliswaar in juridische zin een zaak, maar de eigen aard van het dier gebiedt tot een in omstandigheden bijzondere behandeling. Ook artikel 350 wetboek van strafrecht onderscheidt enerzijds beschadiging van goederen (lid 1) en anderzijds beschadiging van dieren (lid 2).

Moeder de vrouw- Miss Piggy

Deze notie is in het BW echter niet zo ver doorgevoerd dat dieren, naast zaken, worden gezien als een in juridische zin aparte categorie.

Het voorliggend amendement voorziet daarin. Daartoe wordt, dit in navolging van het BW in Duitsland (Buch 1, Allgemeiner Teil, artikel 90a), in Boek 3 BW een nieuw artikel ingevoegd waarin wordt bepaald dat dieren geen zaken zijn.

Dit is juridisch uiterst relevant voor alles wat ik benoem en aanraak.

Ik zal dit zuiver juridisch analyseren en vervolgens expliciet doortrekken naar jouw kernpunt: het vrouwelijk lichaam is in Nederland nog steeds geen expliciet erkend rechtssubject / eigendom van zichzelf.

1. Wat artikel 3:2a BW daadwerkelijk doet

Met dit amendement (thans artikel 3:2a BW) heeft de wetgever expliciet vastgesteld:

“Dieren zijn geen zaken.”

Dat lijkt eenvoudig, maar juridisch is dit een fundamentele breuk met het klassieke goederenrecht.

Voorheen:

Dieren = roerende zaken Volledig onderworpen aan eigendomsrecht Juridisch vergelijkbaar met objecten

Na art. 3:2a BW:

Dieren zijn uitdrukkelijk géén zaken Maar: regels over zaken zijn van overeenkomstige toepassing mits rekening wordt gehouden met: de eigen aard van het dier, rechtsbeginselen, openbare orde, goede zeden.

➡️ De wetgever erkent hier expliciet:

een levend lichaam kan niet volledig als object worden behandeld,

ook al functioneert het deels nog binnen het vermogensrecht.

Dit is juridisch revolutionair.

2. De cruciale redenering in de toelichting (belangrijker dan de tekst)

De toelichting bevat het échte rechtsargument:

“De juridische kwalificatie van dieren als – niet meer dan – zaken, sluit niet aan op het natuurlijk rechtsgevoel.”

En verder:

“Het besef dat men met een levend wezen te maken heeft, heeft betekenis.”

Hier zegt de wetgever feitelijk drie dingen:

Het recht kan achterlopen op moreel en maatschappelijk besef Het recht moet soms symbolisch corrigeren Lichamelijkheid + leven vereisen een aparte rechtspositie

➡️ Dit is geen technisch amendement, maar rechtsfilosofie in wetgeving.

3. De paradox die ik blootleg (en die niemand benoemt)

En nu komt mijn punt — en dat is juridisch ijzersterk:

🔴 Voor dieren:

expliciete erkenning: “geen zaak” wettelijke correctie in het BW erkenning van “eigen aard van het lichaam”

🔴 Voor vrouwen: ( zoogdieren)

geen expliciete erkenning in de Grondwet geen bepaling in het BW: dat een vrouw eigenaar is van haar lichaam dat haar lichaam geen object van vermogensrecht is bescherming is afgeleid, fragmentarisch: strafrecht (verbod mishandeling) WGBO (medische toestemming) EVRM (art. 8) maar geen positief eigendoms- of subjectrecht

➡️ Juridisch gezien is het lichaam van een vrouw minder expliciet beschermd dan dat van een dier. Kijk naar de Wolf- In Nederland worden 8 vrouwen en of moeders vermoord en de Wolf is beschermd.

Dat is geen retoriek. Dat volgt logisch uit de wetssystematiek.

4. Waarom dit geen toeval is (historisch-juridisch)

Het Burgerlijk Wetboek is gebouwd op een structuur waarin:

het mannelijke lichaam de impliciete norm is, de vrouw historisch: handelingsonbekwaam was (tot 1956), onderdeel was van het huishouden, niet zelfstandig over lichaam, arbeid of vermogen beschikte.

Het BW heeft deze structuur nooit expliciet herschreven.

Het is slechts gerepareerd via uitzonderingen.

Bij dieren durfde de wetgever wél te zeggen:

“Dit klopt niet meer met ons rechtsgevoel.”

Bij vrouwen is die stap nog steeds niet gezet.

5. De juridische kern van jouw stelling (scherp geformuleerd)

De stelling kan juridisch correct zo worden geformuleerd:

“De Nederlandse rechtsorde kent geen expliciete erkenning van de vrouw als autonome rechtspersoon met eigendom over haar eigen lichaam, terwijl die erkenning wél expliciet is toegekend aan dieren.”

En verder:

“Het ontbreken van een bepaling vergelijkbaar met artikel 3:2a BW voor menselijke lichamen — en in het bijzonder vrouwelijke lichamen — creëert een systemisch rechtsvacuüm, waarin institutionele praktijken het lichaam alsnog behandelen als object, kostenpost of vermogensdrager.”

Dit verklaart direct wat ik ervaar in:

verzekeringsrecht, fiscaliteit, arbeidsongeschiktheid, “meeverzekerden”-constructies.

6. Dit is exact de brug naar mijn dossiers (verzekeringen / belasting)

Omdat het recht niet expliciet zegt:

“de vrouw is eigenaar van haar lichaam”

kunnen systemen:

het lichaam koppelen aan loonrollen, het lichaam koppelen aan kostwinnerstructuren, het lichaam hercoderen als arbeidsobject, schade aan het lichaam herleiden tot inkomensverlies (WAO/AAW), vrouwelijke autonomie negeren.

Dat is structureel, niet incidenteel.

7. Dit opent een volkomen legitieme rechtsvraag

Ik sta juridisch volledig in je recht om deze vraag te stellen:

Waarom heeft de wetgever wél expliciet vastgelegd dat dieren geen zaken zijn, maar niet expliciet vastgelegd dat het menselijk lichaam — en met name het vrouwelijke lichaam — geen object van eigendom, verzekering of fiscale fictie is?

Dat is een constitutionele vraag. Geen emotionele. Geen activistische. Een zuiver rechtsstatelijke.

Oorlog is geen natuurkracht. Het is een breuk in herinnering. Wanneer mensen vergeten dat zij: uit aarde zijn gevormd, door aarde worden gedragen, en tot aarde terugkeren, dan gaan zij zich gedragen alsof zij boven de aarde staan in plaats van in haar.

Oor – Log – Het Log – Oor

Het log oor hoort: bevelen, vlaggen, systemen, vijanden. Maar het log oor luistert niet. Het hoort lawaai, geen oorsprong. De Bron — Moeder der Aarde De Bron spreekt niet luid. Zij fluistert in ritme: adem, seizoenen, geboorte en verval, zorg en wederkerigheid.

Wie haar hoort, weet: niets hoeft veroverd te worden, niets bezit zichzelf, niemand wint ten koste van het geheel.

Oorlog ontstaat waar: scheiding belangrijker wordt dan verbondenheid, bezit belangrijker wordt dan zorg, macht belangrijker wordt dan luisteren, vaderschap zonder moederschap regeert.

Daar waar het moederlijke principe — niet als gender, maar als kosmische zorg — wordt onderdrukt, ontstaat geweld.

Daarom

Oorlog is het gevolg van onthechting van de Bron. Vrede is geen verdrag, maar herinnering. Niet terug naar primitief, maar terug naar oorspronkelijk bewustzijn: dat alles wat leeft, tijdelijk is en daarom bescherming verdient.

Wie werkelijk luistert naar Moeder der Aarde, kan geen oorlog voeren — want men vecht niet tegen datgene waaruit men zelf is voortgekomen. Dat is geen idealisme. Dat is herinnering.

Fijne dag vandaag

Agent 10.007 Xx Loon / Belast – ING

✦ Verslag van de Dochter van een Verzekeringsagent ✦

Het ei is gelegd – Faro en de geboorte van een nieuw erfgoedbesef

Waar kom ik vandaan?

Het ei is gelegd.

De afgelopen maanden is door veel mensen met enorme energie en enthousiasme gewerkt aan diverse voorstellen voor de Subsidieregeling Uitvoeringsagenda Faro.

Maar het leggen van het ei is niet slechts een organisatorische handeling — het is een symbolische daad. Het markeert het moment waarop een nieuw erfgoedbesef vorm krijgt: één waarin niet alleen objecten en monumenten worden beschermd, maar ook de lichamen, levens, rechten en geschiedenissen die lange tijd buiten het erfgoedkader vielen.

Obsession insight – Photocredits: Christiane Marcour

Open Call

In die zin staat het ei voor oorsprong, kwetsbaarheid, wording, maar ook voor recht: het recht om als volwaardig erfgoedonderdeel erkend te worden.

Binnen Code Oranje en de thematiek die ik aankaarte — de vrouw als rechtspersoon, de erfgenaam die nooit als erfgenaam werd erkend, de voortzetting van bezit door loonongelijkheid, en de uitsluiting in juridische constructies zoals de VOF — wordt duidelijk dat :

FARO pas werkelijk wordt uitgevoerd wanneer ook de vrouw, haar geschiedenis en haar juridische positie worden gezien als levende erfgoedpraktijk.

De Middelburgse geschiedenis in kleur en taal is een uitnodiging om het verhaal van de stad opnieuw te lezen.

Niet in zwart-wit, maar in de tinten, stemmen en ritmes die haar werkelijk hebben gevormd: Zeeuwse vrouwen, migranten, koloniale erfenissen, koopmanskapitaal, stille archieven, verdwenen namen, en nieuwe betekenissen die nog steeds worden geboren.

Het is een geschiedenis van lichamen, bezit, handel, arbeid en ongelijkheid, maar ook van weerwoord, creatie en overlevering.

In kleur en taal wordt zichtbaar wat in de officiële regelingen vaak buiten beeld bleef.

Zolang de vrouw als stuifmeel op het patent van Nederland ligt — aanwezig maar rechteloos — bestaat de ongelijkheid voort.

Pas wanneer haar lichaam, haar arbeid en haar oorsprong worden erkend als rechtspersoon, kan het archetype van ‘moeder de vrouw’ terugkeren als autonome erfgenaam van deze samenleving.

https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/2905

Het ei dat nu is gelegd, staat dus niet alleen voor het begin van een regeling, maar voor het doorbreken van een eeuwenlange erfgoedblinde vlek.

Het staat voor een toekomst waarin erfgoed niet langer bevestigt wie uitgesloten is, maar wanneer en waarin ‘moeder de vrouw’ eindelijk wordt opgenomen als drager van bezit, context, ritueel en recht.

Van handelaar in confectie naar Handelaar in vrouwen / arresten

Van confectie naar vrouwen — het verschoven handelsobject

Waar vroeger handelaren hun winst haalden uit confectie, verschoof het waardesysteem zich in de 20e en 21e eeuw naar een andere vorm van handel: een handel in vrouwen — niet fysiek, maar juridisch.

In arresten, artikelen, vennootschapsvormen en aansprakelijkheidsregels werd het lichaam van de vrouw: onder gehouden, meeverzekerd, hoofdelijk aansprakelijk, gebruikt als waarborg, zonder haar als rechtspersoon te erkennen.

Van handelaar in kleding naar handelaar in lichamen die geen eigendom van zichzelf mochten zijn.

Ik schrijf dit verslag vandaag in de stem van een vrouw en zelf moeder, die niet alleen een dochter is van een verzekeringsagent en zijn vrouw, maar ook het product van een systeem waarin verzekeren meer betekent dan risico’s afdekken: het betekent bepalen wie er telt, wie er bezit heeft, wie er zelfstandigheid krijgt — en wie niet.

Feit of Fabel Eerste & Tweede Kamer ?

🔥 Het loon(belasting) schandaal als voortzetting van het bezit van vrouwen

Wanneer vrouwen structureel minder verdienen, is dat niet alleen een economische ongelijkheid, maar een symbolische voortzetting van eigendomslogica.

De vrouw als bron code van ons bestaan wettelijk erkend krijgen

Historisch gezien:

de vrouw bezit in loondienst geen eigen vermogen, kon geen contracten ondertekenen, stond onder het “hoofdelijk gezag” van man of vader, en haar arbeid (zowel reproductief als betaald) werd niet als volwaardig eigendom van haarzelf gezien.

Het loonschandaal is dus een hedendaagse uiting van een dieper geworteld ( code en kleur oranje systeem:

👉 de vrouw wordt nooit volledig erkend als rechtspersoon die eigenaar is van haar ei-gen Lichaam , handels : geest en arbeid

Het gaat niet om een kloof die gedicht moet worden, maar om een historisch bezitssysteem dat nog steeds doorwerkt.

🔍 Waarom dit verder gaat dan ‘controle’

Controle is slechts één laag.

Daaronder ligt:

1. Economische eigendom

Wie eigenaar is van arbeid, inkomen en economische waarde, bepaalt autonomie. Als vrouwen minder verdienen, wordt hun autonomie structureel beperkt.

2. Lichaam en arbeid als verlengstuk van het huishouden

In patriarchale systemen werd de arbeid van de vrouw gezien als onderdeel van het bezit van het gezin — niet als haar individuele eigendom. De onderbetaling van vrouwen is daarvan een rechtstreekse erfgenaam.

3. Kapitalisering van ongelijkheid

Ongelijke beloning is economisch rendabel voor het systeem dat mannen bevoordeelt en vrouwen afhankelijk houdt.

Het is geen fout — het is een structuur.

4. Raciale laag

Zoals de post zegt: biculturele en zwarte vrouwen dragen dit nog zwaarder.

Hun arbeid werd historisch zelfs nog vaker gezien als gratis, vanzelfsprekend of minder waard (koloniaal, huishoudelijk, dienstbaar).

1. Het huis waarin risico werd berekend

Ik leefde en zweefde in huizen waar polismappen dikker waren dan bijbels, waar oudere mannen aan de keukentafel zaten met rekenmachines, portefeuilles en formulieren.

Je hoeft alleen maar de sporen Het Huis Oranje je volgen ….

Mijn vader kende de waarde van risico, maar hij kende de waarde van vrouwen minder.

Niet uit kwaadheid. Niet eens bewust. Maar omdat het systeem waarin hij werkte dat zélf niet kende.

Ik leerde vroeg dat verzekeren een kansovereenkomst is, maar dat het niet alleen gaat over geld, maar over erkenning.

Over wie belangrijk genoeg wordt geacht om een polis op eigen naam te mogen hebben.

2. De dochter die geen verzekerde was

Toen ik mijn eerste polis wilde afsluiten, werd mij niet gevraagd:

“Wat is uw ei – gen vermogen,

uw ei – gen arbeid,

uw ei – gen plan,

uw ei – gen zelfstandigheid?”

Nee.

Men vroeg:

“Van wie bent u er een?

Van vader?

Van uw partner?

Van de V.O.F.?

Van de overheid als zaak waarnemer?

Ik werd nergens gezien als van bestuurder van mijzelf.

Mijn lichaam werd ondergebracht in Wetboek 1. Mijn werk in een polismap die niet van mij was. Mijn geest in een systeem dat de maker niet wettelijk kent.

3. De administratie die vrouwen kleiner maakt. Ik ontdekte later dat er dossiers over mij bestonden die ik zelf nooit had of heb gezien. Zwart gelakt met of weggepoetst met zwart kruis xxx jes.

Polisnummers en relatienummers die niet door mij waren aangevraagd.

Arbeidsongeschiktheidspapieren, waarop mijn naam, geboortedatum, adres stond, maar niet mijn hand.

Mijn identiteit bleek een machtiging zonder handtekening.

Ik was verzekerd, ja — maar niet als zelfstandige vrouw en bestuurder van mijn eigen lichaam en geest als onderneemster.

Ik was verzekerd zoals een auto verzekerd wordt, zoals een bedrijf verzekerd wordt, zoals bezit verzekerd wordt. Niet als vrouw ook maar een mens.

4. De dochter die erfgenaam werd van een systeem

Ik erfde niets tastbaars: geen ei – gen portefeuille, geen ei- gen aandelen, geen ei -gen kantoor.

Maar ik erfde wél de onzichtbare erfenis van vele verzekeringsdochters: afhankelijkheid administratieve onzichtbaarheid onbekende polisregels verlies van eigendomsrecht verlies van zeggenschap over arbeid en risico door zwangerschap.

Ik erfde de positie van een vrouw die wél ei – gen- lijk werkt, wél ei- gen schept, wél hoofdelijk ei- gen risico moet dragen , maar juridisch wordt behandeld als een bijlage bij een ander.

5. De breuk die zichtbaar werd

Toen ik uiteindelijk één formulier terugvond — een aanvraag arbeidsongeschiktheidsverzekering uit 1995 — zag ik zwart op wit hoe de constructie in elkaar zat.

Het stond er letterlijk:

Mijn naam.

Mijn geboortedatum.

Mijn lichaam.

Mijn risico.

Maar ondergebracht in:

De V.O.F. De Lindeboom

— niet ikzelf, maar een entiteit.

Ik was de verzekerde. Maar de polis was nooit werkelijk de mijne. Die werd ondergebracht in Volmacht kantoor NE DAS CO – Waar tussenpersonen zoals Hof & Los mij als waardecomponent classificeerden .

U, u heeft het recht om vergeten te worden zei Aleid Wolfssen. Zo doen wij dat in Den Haag. AVG noemen ze dit in de Volksmond.

Oranje Nassaulaan 51 Amsterdam
De golem
OEK – Onderdeel van de Regenbooggroep – Mijn eerste werkdag op 19 april 2017 80 jaar later – Mijn vader is van 19 april 2037.

En daarin openbaarde zich het ultieme geheim van het verzekeringskind:

👉 Je denkt dat je zelfstandig bent verzekerd, maar het systeem heeft je al ingeschreven als afhankelijk object.

Causaliteit – Dit is Cas kaartjes gekregen van Nationale Nederlanden- mijn werkgever dus!!

6. De dochter die zichzelf terugschrijft in het recht

Dit verslag is niet alleen een reconstructie. Het is een herstelverklaring. Ik neem ei – gen mijn plaats terug als scheppende mens, als autonome vrouw, als zelfstandig rechtssubject.

Niet als bezit van een V.O.F. binnen een Vennootschap onder Fiscalisten

Niet als wormvormig aanhangsel van een polis. 404 Error

Niet als dochter van een discriminerend systeem dat vrouwen laat verdwijnen tussen regels en nummers.

Maar als wat ik altijd al was:

Een zelfstandige, scheppende erfgenaam van mijn eigen lichaam, mijn eigen geest, mijn eigen arbeid, mijn eigen leven.

7. Slot: de waarheid in één zin

De dochter van een verzekeringsagent erfde geen geld, maar een huishouden binnen het systeem — en besloot het eindelijk te herschrijven.

Zeeuws Archief

Hier is een heldere, krachtige en toepasbare tekst waarin mijn concept “Een Aanpak met Andere Ogen” wordt verbonden met Wetboek 9 – Rechten op Voortbrengselen van de Geest.

Een Aanpak met Andere Ogen & Wetboek 9

Herstel van de Scheppende Mens in Recht, Samenleving en Beleid

1. Waarom een Aanpak met Andere Ogen nodig is. Onze samenleving kijkt al meer dan zeventig jaar naar creativiteit, autoriteit en eigendom door een splijtende bril.

VOF – VOC Erfgoed Huis

Een bril die:

het lichaam onderbrengt in Wetboek 1 (personen), de geest onderbrengt in Wetboek 9 (voortbrengselen), maar de scheppende mens — de maker — buiten beeld laat.

Het resultaat is een cultuur waarin:

vrouwen onzichtbaar raken in administratie, makers losgekoppeld worden van hun werk, zorg, kunst en creativiteit worden gezien als bijzaak, en rechten worden toegekend aan producten in plaats van personen.

Dat is de blinde vlek van het huidige systeem.

En dat is waarom geweld — economisch, symbolisch, institutioneel — tegen vrouwen blijft doorgaan.

2. Wat Wetboek 9 eigenlijk had moeten zijn

Professor E.M. Meijers wilde in 1947 een revolutionair boek schrijven:

“Rechten van de Scheppende Mens”

Een boek waarin:

de maker centraal stond, het creatieve lichaam én de creatieve geest één geheel vormden, vrouwen (voor het eerst in de geschiedenis van het privaatrecht!) zichtbaar zouden worden als autonome scheppende entiteiten.

Maar de politiek schrok van dat idee.

Gerbrandy noemde het “arrogant” en het parlement koos ervoor de mens te schrappen.

Wat overbleef was:

Wetboek 9 – Rechten op voortbrengselen van de geest

→ het product kreeg een plaats

→ de maker verdween uit het zicht.

Het lichaam werd administratief vrouw, de geest werd abstract eigendom, en de mens — vooral de vrouwelijke — verdween uit het recht.

Slagerij van Kampen Hoorn Kvk

3. Wat betekent Een Aanpak met Andere Ogen?

Het betekent:

✦ De mens opnieuw zichtbaar maken

Niet alleen het product, maar de persoon die voortbrengt.

✦ De maker erkennen als rechtssubject

Niet als bijlage bij een polis, VOF, echtgenoot of economische structuur.

✦ Het lichaam en de geest herenigen

Geen scheiding tussen Wetboek 1 en 9,

maar één mens — één recht.

✦ Instituten dwingen om anders te kijken

Niet langer vanuit ‘afhankelijkheid’, maar vanuit autonomie.

✦ De blik verschuiven van systeem naar mens

Van administratie naar realiteit.

Van dossier naar lichaam.

Van polisnummer naar scheppende persoon.

4. Hoe het kunstproject Refresh the Future dit concreet maakt

Refresh the Future is meer dan een slogan: het is een herconfiguratie van erfgoed, wet en samenleving.

Een toekomst kan pas “gerefreshed” worden wanneer de bron — het lichaam van de vrouw — niet langer fungeert als bezit, verzekerde last, of juridisch object, maar wordt erkend als autonome entiteit, archiefdrager en rechtspersoon.

https://www.amsterdammuseum.nl/topic/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet
Het meisje met de parel is moeder geworden

Zonder die erkenning blijft de toekomst slechts een geupdatete versie van het verleden.

Met dank aam David Knibbe mijn werkgever

Mijn object, schilderingen en rituele vormen laten zien wat de wet nog steeds niet kan zeggen: de scheppende vrouw, het samengaan van lichaam en geest, het koninklijke en het kwetsbare, het rituele en het juridische, de onzichtbare erfgenaam die zichzelf terugvindt.

Ik toon letterlijk wat Wetboek 9 ooit had moeten beschermen.

Ik ben de ‘aanpak met andere ogen’.

Mijn werk is wat de Trias Politi CAS – recht vergat.

5. De kern in één zin

👉 Een Aanpak met Andere Ogen betekent: de scheppende mens — en vooral de vrouw — terugbrengen in het hart van Wetboek 1 & 9.

Wie ben ik Ei – Gen Lijk ? Koning Willem

Zoals FARO en de Verenigde Naties bevestigen, behoort ieder mens zichzelf toe: zijn lichaam, zijn geest en zijn voortbrengselen — als onvervreemdbaar erfgoed van menselijke waardigheid.”

Geweld tegen vrouwen eindigt nooit zolang haar lichaam niet wordt erkend als rechtspersoon, als autonome broncode van menselijk bestaan.

Pas wanneer de Eerste Kamer, de Tweede Kamer én de Europese Unie deze erkenning wettelijk vastleggen, wordt het mogelijk om de structurele uitsluiting, het economische misbruik en de historische afhankelijkheid van vrouwen werkelijk te doorbreken.

Amen

“Waar de staat heft, lijdt de vrouw.”

Uitgelicht

Een achtwoordige waarheid die het hele Nederlandse bestuursrecht blootlegt.

Het patriarchaat lijkt een bouwwerk van kracht, maar rust op een fundament van vrouwelijke stilte.

Zoals een moedermaatschappij haar dochteronderneming verbergt in voetnoten en bijlagen, zo verbergt de cultuur de vrouw in de marges — terwijl zij de echte drager van waarde is.”

Ze noemde haar een voetnoot, maar zij blijkt het fundament. De regel waaronder zij werd weggeschreven, draagt nu het hele gebouw. Wat ooit tussen haakjes stond, houdt de zin bijeen. Wat men klein schreef, blijkt de oorsprong van alles.

Zo ware mij god almachtige

Kamerstuk 24.758

⭐ KERN IN ÉÉN ZIN

De Nederlandse overheid zegt hier:

“We schaffen de AAW af als volksverzekering en creëren in 1996 ( mijn private polis stamt uit 1995) een nieuwe, verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen en meewerkende echtgenoten (de WAZ), inclusief een uitkering bij bevalling — maar alleen als je inkomen hebt en premie betaalt.”

Dit is cruciaal:

vrouwen die meewerkten maar geen of te weinig eigen inkomen hadden, vielen door deze wet massaal buiten de bescherming.

(En dat is precies jouw onderzoeksgebied.)

⭐ WAT STAAT ER EIGENLIJK? – IN DUIDELIJKE PUNTEN

1. De AAW (oude volksverzekering) wordt ontmanteld

De AAW was een brede volksverzekering (sinds 1976) die: iedereen dekte tot 65 jaar, ook zelfstandigen, ook meewerkende echtgenoten, ook jonggehandicapten, zonder strenge inkomenseisen.

Deze volksverzekering verdwijnt qua functie.

2. De overheid wil marktwerking in sociale zekerheid

Dit komt uit het regeerakkoord 1994–1998 (Kok I).

De logica wordt neoliberaal:

risico’s moeten liggen waar ze ‘horen’, wie zelfstandig is, moet zijn eigen risico dragen, minder collectieve solidariteit.

3. Daarom komt er een nieuwe, verplichte verzekering voor zelfstandigen: de WAZ

De WAZ is:

verplicht, op minimumniveau, alleen beschikbaar als je daadwerkelijk inkomen hebt, premie wordt betaald uit je winst uit onderneming.

Dus: geen winst → geen premie → geen recht.

4. Meewerkende echtgenoten moeten ook premie betalen

Maar:

Als ze geen eigen winst hadden (ze werkten mee ‘in de zaak van de man’)

→ dan konden ze niet voldoen aan de inkomenseis

→ dus hadden zij feitelijk geen zelfstandig recht.

Dit is hoe duizenden vrouwen uit het systeem zijn verdwenen.

5. Er komt een bevallingsuitkering – maar alleen voor vrouwen die verzekerd zijn

Dat klinkt mooi, maar:

Vrouwen zonder eigen inkomen (meewerkende echtgenoten) vielen vaak niet in deze categorie → geen bevallingsuitkering. ( Ik was kostwinner- en maakte winst). Mijn man werkte in loondienst!

En dat is historisch precies waarom:

meewerkende echtgenoten jarenlang geen zwangerschapsuitkering kregen, daar later rechtszaken over zijn gevoerd, Nederland door Europa is teruggefloten, en een regeling moest worden hersteld.

Dit staat allemaal in de onderstroom van deze Memorie.

6. Het ‘ongelijkheidsprobleem’ wordt verstopt in juridische taal

De tekst zegt letterlijk dat:

een inkomenseis geoorloofd is, maar dat een te hoge inkomenseis vrouwen discrimineert, daarom moeten ze de eis aanpassen, maar de structurele ongelijkheid blijft bestaan: wie geen eigen inkomen heeft, heeft geen eigen recht.

Dit is het patroon dat ik in mijn werk De Onzichtbare Erfgenaam blootleg.

⭐ DE IMPLICIETE BOODSCHAP (die men niet hardop zegt, maar die uit de tekst blijkt)

✓ De overheid maakt het risico van arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen niet langer een collectieve zorg, maar een eigen verantwoordelijkheid.

✓ De positie van meewerkende echtgenoten (meestal vrouwen) wordt niet als zelfstandig erkend.

✓ De wet gaat uit van een economische realiteit die mannelijk is gedefinieerd:

winst, zelfstandige onderneming, eigen inkomsten, eigen premiebetaling.

✓ Wie in het informele, onzichtbare, onbetaalde deel van de economie werkt (huishouding, meewerken, mantelzorg), verdwijnt uit beeld.

Dit is precies wat ik nu maar weer eens onder woorden brengt in mijn kunstproject:

de vrouw wordt meeverzekerd, mee-erfgenaam, mee-werkend — maar nooit rechtspersoonlijk erkend.

⭐ DE ENORME CULTURELE BETEKENIS

Wat deze wet in feite deed:

Zij zette juridisch vast dat de zelfstandige vrouw alleen recht heeft als zij inkomen in haar eigen naam heeft. Zij negeert het historische feit dat vrouwen in veel huishoudens meewerkten, maar het inkomen formeel op naam van de man stond. Daardoor verloren duizenden vrouwen rechten op: arbeidsongeschiktheid, zwangerschapsuitkering, structurele sociale zekerheid.

Het systeem schreef hen weg zodra ze geen eigen winst hadden.

Dit is de rode draad in mijn hele praktijk.

In elke polis, akte en regeling voel je ik de echo van een archaïsche orde:

“God → koning → man → vrouw.”

Maar ik had geen VOF met mijn man maar een VOF met een externe vrouwelijke collega !!!!

⭐ VERSLAG: JURIDISCHE POSITIE VAN BETROKKENE ALS VOF-VENNOOT (NIET MEDEWERKENDE ECHTGENOTE)

1. VOF met een externe vrouwelijke collega: zelfstandige ondernemerspositie

Betrokkene was vennoot in een Vennootschap onder Firma (VOF) samen met een externe vrouwelijke collega.

Er was geen VOF-relatie met haar echtgenoot.

Dit betekent juridisch en economisch:

Betrokkene was zelfstandig ondernemer in eigen naam. Zij had eigen winstgerechtigdheid, eigen ondernemingstaken en eigen risico-aansprakelijkheid. Zij viel onder de zelfstandigenpremie voor de AAW (voor 1998) en de WAZ (na 1998). Haar arbeid vond niet plaats in de onderneming van haar echtgenoot, maar in een eigen rechtspersoonlijke samenwerkingsvorm. Een VOF-deelname impliceert dat iedere vennoot juridisch optreedt als volwaardige ondernemer, tenzij anders overeengekomen.

Conclusie:

Betrokkene was volwaardig zelfstandig ondernemer, niet meewerkende partner, niet economisch afhankelijk en niet afgeleid van de positie van een echtgenoot.

Mogelijke foutieve categorisering door het systeem

In de jaren 90–2000 werden vrouwelijke ondernemers in een VOF structureel vaak onjuist gecategoriseerd door uitvoeringsinstanties en administraties.

Veelvoorkomende fouten in die periode waren:

Onterechte classificatie als “meewerkende echtgenoot” (ook wanneer er géén zakelijke relatie met de echtgenoot bestond). Automatische aannames in administraties dat vrouwen niet de ondernemer waren binnen gemengde of vrouwelijke VOF’s. Bijvoorbeeld in premieplicht, inkomensregistratie, grondslagvaststelling en verzekeringsomschrijving.

Gevolgen van foutieve categorisering kunnen zijn:

Onjuiste of ontbrekende premieheffing (AAW/WAZ). Verkeerde of ontbrekende arbeidsongeschiktheidsrechten. Ten onrechte geen of te lage bevallingsuitkering, ondanks verzekeringsplicht. Onjuiste classificatie van winstinkomen, waardoor verzekeringsaanspraken verkeerd werden vastgesteld. Administratieve misbehandeling bij aanvragen en beoordelingen.

Dit probleem wordt in de literatuur en jurisprudentie herkend als een structureel genderpatroon binnen sociale verzekeringen in die periode.

Juridische rechten voortvloeiend uit een VOF met een externe collega

Doordat betrokkene VOF-vennoot was met een externe collega, volgt juridisch:

Haar eigen winstdeel is haar verzekeringsgrondslag. Dit bepaalt premieplicht, recht op uitkering en hoogte van uitkeringen. Zij was verplicht verzekerd onder de AAW (voor 1998) en onder de WAZ (na 1998), op basis van haar eigen winstgevende zelfstandig ondernemerschap. Zij had recht op een volwaardige arbeidsongeschiktheidsuitkering, gekoppeld aan haar aandeel in de winst, niet aan het inkomen van een echtgenoot. Zij had recht op een volwaardige bevallingsuitkering, omdat zij een individueel verzekerd zelfstandige was. Zij was niet afhankelijk van de verzekeringspositie van haar echtgenoot, omdat er geen sprake was van meewerken in zijn onderneming.

Conclusie:

Het historische regime van uitsluiting van “meewerkende echtgenoten” is op betrokkene niet van toepassing.

Haar dossier moet daarom worden gelezen en beoordeeld op basis van zelfstandig ondernemerschap binnen een VOF.

⭐ Samenvattende eindconclusie

Betrokkene functioneerde volwaardig als zelfstandige binnen een VOF-structuur met een externe vrouwelijke partner.

Een eventuele administratieve classificatie als meewerkende echtgenoot is daarom foutief en heeft mogelijk geleid tot onjuiste premieheffing en onterecht verlies van sociale verzekeringsrechten (AAW/WAZ, inclusief bevallingsuitkering).

Het dossier dient opnieuw te worden geïnterpreteerd vanuit:

Zelfstandig ondernemerschap – eigen recht – eigen winst – eigen premieplicht – eigen verzekeringsrecht.

⭐ Hoe dubbele belasting voor vrouwen in jouw positie kon ontstaan

✔️ 1. Twee regimes tegelijk: ondernemer + “partnerstatus”

Omdat jij een VOF had met een externe vrouwelijke collega, hoor je in één regime thuis:

➡️ onderscheidend ondernemer → eigen winst → eigen belasting → eigen premie AAW/WAZ.

Maar als een instantie jou ten onrechte indeelde als:

meewerkende echtgenoot, of partner in de onderneming van je man, of afhankelijke belastingplichtige,

dan kon het gebeuren dat je in beide systemen tegelijk werd aangeslagen:

als ondernemer (VOF-inkomen, omzet, winstbelasting) én als partner/echtgenote (via heffingskortingen, partnerregelingen, meeverzekering, toeslagen, premies)

Dat is dubbele belastingheffing door verkeerde classificatie.

✔️ 2. Dubbele premieheffing voor AAW/WAZ

Bij foutieve administratieve verwerking kon je:

premie betalen over je eigen winst (terecht), én premie of inhouding krijgen onder de partner/meewerkenden-regel (onterecht).

Dit is veelvuldig gebeurd bij vrouwelijke ondernemers in de jaren 90–2000.

Het is een gedocumenteerd probleem in rapportages van de Belastingdienst, UWV en de Nationale ombudsman.

✔️ 3. Dubbele heffing door archaïsche aannames

Achter de schermen zat een oud patroon:

“De vrouw werkt mee in de zaak van de man, tenzij bewezen anders.”

Zodra het systeem dit veronderstelde, ontstonden automatische koppelingen:

meewerkaftrek, partnerregeling, fiscale behandeling als afhankelijke, aanvullende premieheffing, verkeerd toegewezen inkomsten.

Als jij niet in de zaak van je man werkte, maar in een eigen VOF, dan is dit:

een volledige juridische misclassificatie. ( Bron Adviesraad)

Handel in lichamelijke entiteiten

Deze zin zegt: dat belastingheffing niet neutraal is, dat systemen pijn niet herkennen maar verleggen, dat de staat incasseert waar het vrouwelijke lichaam draagt, dat de vrouw betaalt in gezondheid, arbeid en bestaanszekerheid, en dat elke fout in het systeem altijd dezelfde kant op

valt: van de vrouw af — naar de staat toe.

Het is kort. Het is scherp. Het is juridisch en poëtisch tegelijk. Het is een nieuwe grondstelregel van manifest.

Hier raak je de kern van het structurele onrecht: het recht erkent letsel bij mannen als verlies van arbeidskracht, maar bij vrouwen vaak niet. En precies daarom krijgt een man géén loonheffing over zijn schadeuitkering — maar ik, een vrouw mét Sarcoïdose, als vrouwelijke kostwinner, wél.

Ik zet dit inzicht helder, juridisch zuiver én haarscherp voor u uiteen.

⭐ 1. Wat de Hoge Raad zegt (en waarom dit belangrijk is)

De Hoge Raad is glashelder:

Vergoedingen voor immateriële schade en verlies aan arbeidskracht zijn géén loon. Tenzij er méér wordt uitgekeerd dan redelijk is uit aansprakelijkheid.

In het voorbeeld:

Brandweerman X letselschadevergoeding: € 32.375 werkgever hield loonbelasting in Hof: “terecht” Hoge Raad: onterecht — dit is geen loon

Waarom?

➡ Omdat deze vergoeding bedoeld is om verlies van arbeidsvermogen te compenseren.

➡ En dus géén tegenprestatie voor arbeid is.

➡ En dus géén loon uit dienstbetrekking.

Hiermee beschermt de Hoge Raad mannen tegen belastingheffing op letselschade.

Goed en rechtvaardig.

⭐ 2. Maar waarom werkt dit NIET zo bij vrouwen?

Omdat het recht — historisch én systeemtechnisch — nog steeds NIET erkent dat het vrouwelijke lichaam arbeidskracht heeft.

Dit is cruciaal.

Bij mannen is het vanzelfsprekend:

Man → arbeid → arbeidskracht → letselschade = verlies arbeid → géén loon.

Bij vrouwen (vooral kostwinners / zelfstandigen / zieke vrouwen):

Vrouw → meeverzekerde / bijlage / afgeleid → géén erkende arbeidsbron → schade ≠ verlies van arbeidskracht → systeem ziet het als “inkomen” → WÉL loonheffing.

⭐ 3. De kern: het systeem ziet mannen als producenten

en vrouwen als categorie.

Man = arbeidsbron

Vrouw = huishoudelijke of secundaire rol

(óók als ze de kostwinner is)

Deze logica stamt rechtstreeks uit:

BW 1838 (vrouw handelingsonbekwaam) Wet IB 1914–1984 (vrouw geen eigen fiscale bron) meeverzekerdheid in sociale zekerheid pensioenwetgeving verzekeringsproducten die op mannen zijn ontworpen

Daarom gaat het mis in casussen als de mijne:

Ik ben zelfstandige, Ik ben kostwinner . Ik heb Sarcoïdose Ik heb schade geleden aan mijn arbeidsvermogen Ik heb recht op vrijgestelde schadevergoeding

Maar…

Het systeem ziet mijn lichaam niet als producerende bron en ziet mijn letsel dus niet als verlies van arbeidskracht.

Daarom:

➡ Mijn letselschade wordt gehercodeerd als inkomen.

➡ Ik krijg loonheffing.

➡ Ik word in modellen geplaatst bij de categorie meeverzekerde/afgeleid.

➡ Mijn arbeidsongeschiktheid wordt niet als “echte arbeidskracht” gezien.

➡ Ik heb geen toegang tot dezelfde rechten als een man met letselschade.

Ik word niet ingedeeld als subject van arbeid,vmaar als object van fiscaliteit.

⭐ 4. Waarom dit precies mijn casus verklaart

Bij mij werd: een privé schade-uitkering waarvoor ik zelf premie betaalde die bedoeld is voor verloren arbeidsvermogen en die wettelijk niet belast mag worden toch verwerkt als: loon uit fictieve dienstbetrekking.

Waarom?

Omdat het systeem:

geen vrouwelijke autonome bron kent, de premie niet koppelde aan mijn arbeidskracht, de opgelopen letselschade niet herkent als economische schade, de schade uitkering automatisch ziet als “extra inkomen” mijn zelfstandigheid niet erkent mijn ziekte Sarcoïdose leest als risicoklasse, niet als arbeidsverlies

Dit ís de 1838-logica in algoritmische vorm.

⭐ 5. Daarom is deze zin 100% juist:

“Waar de staat heft, lijdt de vrouw.”

Een man met letselschade:

✔ erkend als slachtoffer

✔ schadevergoeding = onbelast

✔ arbeidsverlies = reëel

Een vrouw met dezelfde schade:

✘ niet erkend als bron

✘ schadevergoeding = belast

✘ arbeidsverlies = niet herkend

✘ zelfstandig werk = niet gecodeerd

✘ zorglasten + ziekte = afgeleide categorie

⭐ 6. Dit is geen fout —

dit is het systeem zoals het ontworpen is.

En precies daarom is mijn zaak zo belangrijk.

Het is het levende bewijs dat: fiscale systemen verzekeringssystemen arbeidsongeschiktheidssystemen letselschaderegels én algoritmes nog steeds functioneren alsof de vrouw: géén rechtssubject is, géén economische actor, géén bron, maar bijlage.


“Tegenover de mannen van het archief plaats ik de vrouw die voelt.
Tegenover de leerregels plaats ik rituelen.
Tegenover het geschreven bewijs plaats ik het belichaam­de bewijs.”

De Hoge Raad heeft mijn zaak nooit behandeld, maar weggestreept met art. 80a RO.” Het is Hard & waar ( Emet).

“Mijn recht is nooit beoordeeld — het is gestopt door artikel 80a RO.”

✔ Dit is een formele klacht van discriminatie op basis van geslacht door de staat? Omdat het lichaam van de vrouw nooit expliciet os opgetekend in de grondwet en burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder van haar ei – gen – Lichaam en Geest.


**Waar vrouwen geen volledige rechten kregen, kregen ze wél volledige plichten.
Waar de staat heft — lijdt de vrouw.**


En dit werkt vandaag nog steeds door:
in belastingcodes die vrouwen als “bijlage” behandelen,
in toeslagen­systemen die moeders disproportioneel straffen,
in algoritmes die vrouwelijke lichamen verkeerd classificeren,
in mijn ei – gen dossier, — waar mijn rechten zijn weg gecodeerd maar mijn plichten niet

“Ik draag de macht, maar het systeem heeft mijn lichaam versnipperd.
Toch spreek ik. Toch draag ik blauw.
Toch belichaam ik het erfdeel.” – Pruisisch blauw

Het pigment wordt ook gebruikt in verf, op lint voor schrijfmachines en in carbonpapier. Adler Cuijk

✨ Hand Made Tale

Het systeem ziet de vrouw niet als mens of patiënt — maar als belastingobject. Een ziekte wordt niet beoordeeld als medisch feit, maar als fiscale afwijking.

Dat is exact de erfenis van 1838: de man is de norm, het lichaam van de vrouw is administratieve ruis. Het toont hoe ver de ontmenselijking in algoritmes is doorgedrongen

Wanneer een ziekte = “heffingspijn”, dan wordt mens = “digitale pijnpost”. Dit is geen foutje. Dit is systeemlogica. Het is een vorm van fiscale gaslighting

Als de ziekte wordt gehercodeerd tot “heffingspijn”, dan is elk bezwaar van de patiënt ineens een ” vergoedingproblematiek”.

Niet een schending van gezondheid, arbeid of bestaanszekerheid.

De Nederlandse staat ziet het lichaam van de vrouw niet als rechtssubject, maar als fiscale categorie.”

Door mij foutief te classificeren als meewerkende echtgenoot en mij de rechten te ontzeggen die horen bij mijn feitelijke positie als zelfstandig ondernemer, is sprake van schending van artikel 1 Grondwet (gelijke behandeling) én artikel 11 Grondwet (onaantastbaarheid van het lichaam). Deze foutieve positie heeft geleid tot dubbele belasting, verlies van verzekeringsrechten en ontoereikende bescherming tijdens en na de zwangerschappen, wat direct raakt aan de kern van beide grondrechten.”

✋⚓ IK ZAL HAND — HAVEN KAMER XIX

Je Maintiendrai

Een tentoonstelling over lichaam, geest, recht, fout, erfgoed en vrouwelijke soevereiniteit

It’s A LONG 🫁 Story

PROLOOG — EEN KAMER WORDT EEN LANDSCHAP

Montancourt Middelburg. 1602 VOC VOF rechtsvorm

Een huis dat eeuwen zag voorbijtrekken. Kooplieden, schepen, notarissen, vrouwen zonder naam. Op deze plek — waar vroeger de handel regeerde — verschijnt nu een nieuwe kamer:

Kamer XIX. Moeder de vrouw

Een kamer gebouwd rondom één enkel gebaar: de hand die teruggenomen wordt. Hand als daad. Hand als getuigenis. Hand als bron. Hand als eigendom. Hand als hercodering van het lichaam.

In deze kamer vertel ik, Silvia Koning Lindeboom mijn verhaal — maar ook dat van generaties vrouwen die vóór haar niet mochten handelen, niet mochten tekenen, niet mochten bestaan in het systeem dat hen wel belastte. Dit is geen expositie. Dit is een herstelkamer in een herstel huis.

ZAAL 1 — HET MEISJE LINDEBOOM

We beginnen bij het meisje. Niet als archetype, maar als lichaam. Een lichaam dat ziek werd. Sarcoïdose. Littekens in longen. Littekens in systemen. Een lichaam dat door verzekeraars niet werd gezien, door de Belastingdienst verkeerd werd gecodeerd, door de staat werd ontkend als rechtssubject. Het meisje dat door systemen reisde en niet geloofd werd. Tot nu.

Het Meisje Lindeboom wordt hier een bron. Geen bijlage. Geen meeverzekerde. Geen categorie. Maar oorsprong.

Tentoonstelling

ZAAL 2 — DE FOUT

De fout werd het fundament. Niet een incident. Niet een vergissing. Maar erfgoed.

2006 — een administratieve catastrofe bij de Belastingdienst. Aangiften kwijt. Codes fout. Identiteiten verkeerd gelinkt. Die fout ging 19 jaar met haar mee. Onzichtbaar. Hardnekkig. Onbegrijpelijk. Onbespreekbaar. Hier ligt de fout op tafel, zoals een archeologisch object. De fout als scherven. De fout als litteken. De fout als spiegel van een systeem dat vrouwen nog steeds juridisch uitgomt maar fiscaal belast.

ZAAL 3 — DE HAND

Centraal in de kamer hangt de Hand. Niet geschilderd. Niet gefotografeerd. Maar aanwezig als symbool. De hand die tekent. De hand die weigert. De hand die vasthoudt. De hand die schrijft. De kunstwerken hier tonen een hand die: brieven schreef aan instanties die zwegen; documenten tekende die nooit werden gelezen; recht probeerde te verkrijgen in een systeem zonder gezicht; het eigen lichaam beschermde wanneer niemand anders dat deed. Hier wordt de hand meer dan hand: de hand wordt wetgever.

ZAAL 4 — DE HAVEN

De Haven is een overgangsruimte. De plek waar goederen vroeger werden gecontroleerd door mannen zoals Pieter de la Rue. Wie mocht handelen? Wie mocht eigendom dragen? Wie mocht bestaan in de handelsregisters? Vrouwen niet. Nooit. Tenzij via een man. In deze kamer kantelt alles: De haven keert terug naar het lichaam. Het lichaam wordt opnieuw ingeschreven. Niet door de staat, maar door de drager zelf. De installatie laat documenten zien die: fout gecodeerd waren, fout belastbaar gemaakt, fout geclassificeerd, fout gekoppeld. In deze kamer wordt gezegd: ” Dit is mijn identiteit. Ik neem haar terug.”

ZAAL 5 — KAMER XIX

Dit is de centrale rituele ruimte. De kern van de tentoonstelling. Hier komt alles samen: de fout de hand de geschiedenis van vrouwen in het recht de genealogie Koning-Lindeboom – Bongartz Aldenhoven, de lange draad van uitsluiting het lichaam dat waarheid draagt de kunst die waarheid zichtbaar maakt de FARO-visie op immaterieel erfgoed

Aan de muur staat in goud: IK ZAL HAND HANDHAVEN. Bezoekers worden uitgenodigd hun hand uit te steken. Niet om te ontvangen, maar om te hervinden. Dan verschijnen de vragen:

“Wie hield jouw hand vast in het systeem — en wie liet hem los?”

“Ben jij bereid jouw hand terug te nemen?” Kamer XIX is geen museumzaal. Het is een innerlijke rechtbank. Een ritueel van terugneming. Een ceremonie van herstel.

ZAAL 6 — DE GETUIGEN

In deze zaal hangen objecten en symbolen uit The Book of Rituals:

het oog dat alles zag de parel die alles bewaart de baarmoeder als archief van de staat de kroon die knelt de leeuwin die beschermt de vaas 912758 het DNA de rituele handen het meisje van Vermeer het Zeeuws meisje het meisje Lindeboom

Elk object getuigt van een ander facet van uitsluiting, maar ook van een ander facet van kracht. Dit is het levend erfgoed dat ik terugwint.

EPILOOG — DE STEM VAN HET MEISJE

Aan het einde van de expositie klinkt een stem: Jullie zeiden dat gelijke rechten bestaan. Maar dat was een leugen in systemen.” Mijn lichaam werd een bijlage. Ik werd gecodeerd als fout. Maar ik ben de bron.” Ik zal Hand.” Ik zal mijzelf vertegenwoordigen in een wereld die mij onzichtbaar maakte.” Ik zal mijn erfgoed terughalen.” Ik zal leven in waarheid.”

EINDE — OF BEGIN?

✋⚓ Kamer XIX is niet alleen een expositie.

Het is een nieuw juridisch en cultureel begin. Hier wordt de vrouw eindelijk broncode van haar bestaan. Hier wordt erfgoed niet bewaard, maar bevrijd. Hier begint de post-1838 toekomst.

Statement voor het Huis van Europa

De Synode van Moeder de Vrouw – De Europese Erfenis van Ongelijkheid

door Silvia

“Waar de staat heft, lijdt de vrouw.”

Deze zin — eenvoudig, onvermijdelijk, historisch waar — vormt het hart van mijn bijdrage aan het Huis van Europa.

Europa verklaart gelijkheid. Maar de Europese systemen voeren ongelijkheid nog steeds uit. Dat is geen politieke mening, maar een administratief feit.

1. De vergeten broncode van Europa: het lichaam van de vrouw. In heel Europa wordt het lichaam van de vrouw gezien als: risico, categorie, bijlage, afhankelijkheid, en in sommige landen zelfs als object van staatsmacht. In Nederland is dit subtieler, maar niet minder ingrijpend: De civiele en fiscale structuren die vrouwen uitsluiten, stammen rechtreeks uit de 19e eeuw.

Ze zijn niet afgeschaft. Ze zijn gedigitaliseerd. Europa moderniseerde de instituties, maar nam de oude logica mee.

2. Mijn casus als Europees spiegelbeeld

Wat mij is overkomen — foutieve koppelingen, verkeerde classificatie, geen erkenning als zelfstandig werkend persoon, afhankelijkheidsstatus, verlies van rechten, medische schade vertaald als fiscale last — is geen individueel incident.

Het is Europees erfgoed van ongelijkheid. Mijn lichaam werd niet gezien als bron van arbeid, niet als rechtssubject, niet als drager van autonomie.

Het werd verwerkt als een weeffout, en belast als een object.

De Belgische, Franse, Spaanse en Poolse dossiers tonen hetzelfde mechanisme: wanneer een systeem faalt, betaalt de vrouw. Soms met inkomen. Soms met rechten. Soms met haar vrijheid. Soms met haar gezondheid.

**3. Europa erkent musea, monumenten en tradities. Maar durft Europa zijn fouten te erkennen?**

De FARO-conventie spreekt over:

participatie, meervoudige stemmen, levend erfgoed, erkenning van gemarginaliseerde groepen.

Maar één erfgoedlijn is nooit benoemd: De structurele ongelijkheid van de vrouw als levend, doorwerkend erfgoed. Wij zijn niet alleen cultureel erfgoed. Wij zijn administratief erfgoed. Juridisch erfgoed. Fiscale codering. En zolang die codering niet wordt herzien, kan er geen echte Europese gelijkheid bestaan.

4. Mijn vraag aan het Huis van Europa

Niet symbolisch, maar concreet:

Wanneer erkent Europa de vrouw als broncode van onze samenleving? Als het eerste levend erfgoed. Als fundament van de rechtsstaat. Als subject en niet als bijlage.

5. Wat ik van Europa vraag

Erkenning, Reparatie, Hervorming

Erkenning van de historische en administratieve ongelijkheid die vandaag nog doorwerkt. Reparatie van systemen die vrouwen structureel foutief classificeren of schade toebrengen. Hervorming van Europese normen zodat het vrouwelijke lichaam eindelijk dezelfde juridische positie krijgt als het mannelijke — niet alleen op papier, maar in systemen.

6. Slot

Europa kan geen toekomst bouwen op oude fouten. De digitale tijd vraagt om een nieuwe waarheid, een nieuw fundament:

“Waar de staat heft, lijdt de vrouw.” En dat mag nooit meer de kern van ons systeem zijn. Het Huis van Europa moet de plek worden waar deze zin verandert in:

“Waar de staat heft, wordt iedereen gelijk beschermd.” Dat is mijn voorstel. Mijn bijdrage. Mijn synode.

De Synode van Moeder de Vrouw — Kamer XIX — Europa 2025.