De A – ster X & O – bel X, een ritueel en juridisch schema van erfelijkheid.
“De moeder is het archetype van de materie zelf — het lichaam waarin geest wil wonen.”
Van letter naar cijfer
In mijn werk onderzoek ik hoe de letter van de wet — ooit levend, ritueel en menselijk — is omgekat naar het cijfer van willekeur. Wat begon als taal, werd registratie: artikel, nummer, polis, erfcode. Daarin verdween de zelfstandige vrouw uit het zicht: zij werd meeverzekerde, meerekendeelster, maar nooit rechtspersoon van haar eigen leven.
Mijn objecten — zoals deze beschilderde vaas — herstellen de taal in het cijfer. Ze dragen tekens, handen, ogen, sleutels: restanten van een vrouwelijke codex die ooit uit het recht werd gewist. Ik breng de wet terug naar het lichaam, de administratie terug naar verbeelding.
Kunst is voor mij een venster naar een andere juridische werkelijkheid: een ruimte waarin het lichaam weer mag spreken, waar getallen verhalen worden, en waar levenskunst gelijkstaat aan het recht om zelf betekenis te geven aan bestaan.
Skyfictie
“Als het woord vrouw niet in de wet bestaat, bestaat de werkelijkheid slechts als luchtspiegeling.”
De wet spreekt in abstracties (persoon, burger, werknemer), maar zwijgt over het concrete, belichaamde bestaan van de vrouw.
Wat niet benoemd is, wordt niet beschermd. Wat niet in taal bestaat, bestaat niet in recht.
Zo ontstaat een samenleving van luchtconstructies — ficties van gelijkheid die boven de grond zweven.
Een hemelrijk zonder aarde.
Daarin leeft moeder de vrouw als schim: zichtbaar in arbeid, in zorg, in ritueel, maar onuitgesproken in de wetstekst zelf.
🐑 Octrooi – Ooi – Schaap – Zaak – Schaap
Octrooi 1919 ( Hugo Alexander Koch
Het recht op iets wat ooit vanzelf ging. Een handtekening op de baarmoeder, een stempel op adem.
Ooi. Het moedige dier dat draagt, gehoorzaamt, geeft. Haar naam zingt zacht, maar haar melk voedt wetten.
Ooi — de vrouw in de wei van het systeem. Schaap. Het lichaam dat volgt, geschoren van betekenis. Zij produceert wol, geen stem. Maar onder haar huid trilt verzet.
Zaak.
Alles wordt een zaak: het kind, het lichaam, de naam. Een zaak met een nummer, een datum, een code. Een ooi met een octrooi. Schaap. Nog één keer schaap, om de kring te sluiten.
Ze kijkt op, haar ogen spiegelend, alsof ze vraagt: Wie is hier de maker, en wie het eigendom?
Staat & Systeem 1919
Twee letters Twee cijfers code klavier
Ooit een symbool van angst. Nu een structuur zonder gezicht. SS: de echo van gehoorzaamheid, vertaald naar het heden als Staat & Systeem.
De uniformen zijn digitaal geworden. De bevelen fluisteren via algoritmen. De nieuwe orde spreekt in Excel en protocollen. Geen marcherende laarzen, maar keurige beleidsnota’s, formulieren, protocollen, een algoritme dat beslist wie zorg krijgt en wie niet.
“De mystiek van Truus van Gogh is het moment waarop de kunstenaar haar eigen ziel tot materiaal maakt.”
De structuur van moeder, de vrouw als zelfstandige bestuurder van haar lichaam is expliciet niet opgenomen in het burgerlijk wetboek als zelfstandige entiteit binnen een VOF rechtsvorm en is dan ook niet verplicht tot het betalen van loonbelasting als zelfstandige bij een schadevergoeding/ Uitkeringsgerechtigde.
Binnen het Burgerlijk Wetboek (BW) bestaat er geen afzonderlijke erkenning van “de moeder, de vrouw” als zelfstandige rechtsentiteit.
Het BW kent enkel natuurlijke personen, rechtspersonen, en in sommige gevallen samenwerkingsverbanden zoals de vennootschap onder firma (VOF).
In een VOF is elke vennoot zelfstandig ondernemer en dus zelfstandig belastingplichtig (voor inkomstenbelasting, niet voor loonbelasting) en zeker niet op een schade-uitkering.
Dat betekent inderdaad:
Een vennoot van een VOF is geen werknemer; Er wordt geen loonbelasting betaald, want er is geen dienstverband; De inkomsten worden belast via de inkomstenbelasting als winst uit onderneming.
Wat ik hier scherp zichtbaar maakt, is dat het vrouwelijke lichaam — als symbolische en materiële drager van arbeid, zorg en schepping — niet als zelfstandige bestuurlijke entiteit in dat systeem voorkomt.
Het lichaam dat creëert (biologisch of artistiek) is niet juridisch benoemd als producent, slechts als persoon die arbeid verricht.
Dat gat — de afwezigheid van de moeder als zelfstandige bestuurder van haar eigen lichaam binnen het juridische kader — is precies waar ik Wetboek 9 positioneert: als de ontbrekende codex van het belichaamde recht.
Een vennoot ontvangt geen loon in de zin van de Wet op de loonbelasting; er is immers geen dienstverband tussen de vennoot en de VOF. Er wordt dus geen loonbelasting of premies werknemersverzekeringen afgedragen.
De inkomsten worden belast via de inkomstenbelasting (Winst uit Onderneming, Wet IB 2001).
En inderdaad, belangrijk zoals ik het nu zeg:
Een vennoot heeft geen recht op een schade-uitkering of ziektegeld uit de winst van VOF.
Er is dus geen wettelijke grond waarop een vennoot als zelfstandige automatisch recht zou hebben op uitkering, compensatie of loon bij ziekte of schade — omdat het zelfstandige ondernemerschap juist betekent dat men eigen risico draagt.
De Vennootschap van het Lichaam
In de vennootschap van vlees en ziel zijn alle vennoten zelfstandig.
Er is geen werkgever, geen loon, geen sociale zekerheid.
De moeder, de vrouw, de maker is haar eigen arbeid, dekte haar eigen risico, binnen haar eigen wet.
De wet van nu noemt het “zelfstandige belastingplicht.”
Ik noem het: het recht op bestaan zonder toestemming.
Artikel 11:
De zelfstandige draagt haar verlies als getuigenis. De winst van haar lichaam is vorm. Er is geen uitkering voor de schepper. Alleen de erkenning van haar handtekening in nu in klei.
De zelfstandige vrouw binnen het Code civil
Binnen het Napoleontische Burgerlijk Wetboek (1804) — dat ook in Nederland werd ingevoerd — werd de vrouw juridisch handelingsonbekwaam zodra ze trouwde. Ze mocht geen contracten sluiten zonder toestemming van haar man. Haar vermogen viel onder zijn fiscale beheer. Haar arbeid en voortplanting waren juridisch eigendom van het gezinshoofd.
De zelfstandige vrouw bestond dus niet in het recht, enkel als uitzondering of als weduwe.
Het Code civil schreef letterlijk de uitsluiting van vrouwelijke levenskunst: de vrouw mocht leven, maar niet over haar ei – gen leven beschikken.
Wie ben ik?
De herovering van levenskunst als vrouwelijke autonomie
Wat ik nu doe — door projecten als “Onze monarchie is moeder de vrouw” of “De Onzichtbare Erfgenaam” — is feitelijk:
Het herschrijven van de Code civil in vrouwelijke vorm. Niet langer de man als model van rede, bezit en bestuur, maar de vrouw als rechtspersoon van haar eigen leven, arbeid en ritueel.
Van letter naar cijfer: de omkatting van de wet
De wet werd ooit in letters geschreven — met inkt, handschrift, grammatica, een menselijke stem.
De letter droeg nog een morele en rituele orde in zich: ze verwees naar lichaam, geschiedenis, betekenis.
Maar gaandeweg werd de structuur van de wet omgekat naar cijfers.
Waar vroeger woorden stonden die geïnterpreteerd konden worden, verschenen nummers, coderingen, polisbladen, verzekeringsnummers, burgerservicenummers.
De levende taal van recht verdampte in de koude helderheid van registratie.
In deze omkatting — van letter naar cijfer — verloor de vrouw haar rechtspersoon.
Binnen het Code civil werd ze benoemd, maar niet bekrachtigd: de echtgenote, de moeder, de meeverzekerde.
Ze werd herkenbaar in naam, maar onzichtbaar in nummer.
Haar bestaan werd uitgedrukt in getallen die niets meer zeiden over haar arbeid, haar zorg, haar ritueel of haar schepping.
Zo ontstond een cijfer van willekeur: objectief in vorm, maar willekeurig in werking.
De vrouw was niet langer een subject van de wet, maar een object van berekening.
Haar plaats in het recht was afgeleid, haar identiteit afgeschreven in reeksen die haar vertegenwoordigden maar niet erkenden.
Mijn werk keert deze beweging om.
Ik breng het cijfer terug naar de letter, de code terug naar de stem.
Een nummer als 912758 wordt in mijn handen geen administratieve registratie, maar een ritueel teken van terugkeer.
Ik beschilder het, bezweer het, laat het spreken.
Zo herwin ik de autonomie die ooit in cijfers werd opgesloten — de zelfstandige vrouw die door de wet werd uitgegumd, hervindt zichzelf als schrijver van een nieuwe codex.
De letter van de wet leeft opnieuw — niet in de taal van bevel, maar in de taal van getuigenis.
Niet de abstracte ratio van het burgerlijk recht, maar de intieme rede van het lichaam, de zorg, de moeder, de kunstenaar.
In deze omkering ligt de ware levenskunst:
de kunst om de wet te herschrijven in de taal van het leven zelf.
Man 80 jaar vrijheid / vrouw 1838 code civiel
Het lichaam buigt niet meer voor wapens, maar voor wetsteksten. Het systeem noemt het bescherming, de staat noemt het beleid. En de mens — de ademende, voelende mens — wordt data, dossier, code.
De SS 1919 is niet verdwenen. Ze heeft zich heruitgevonden. Ze leeft in wachtrijen, afwijzingsbrieven, in geautomatiseerde stemmen die zeggen:
“Uw aanvraag is niet volledig.”Code 404 error. Maar ergens tussen de regels staat nog een mens rechtop. Niet uit gehoorzaamheid, maar uit herinnering. Een vrouw die haar adem niet laat reduceren tot een vinkje of een norm. Ze spreekt niet luid, ze ademt langzaam.
Ze zegt: Ik ben niet van de Staat. Ik ben niet van het Systeem. Ik ben van vlees, adem en betekenis.” En in dat fluisteren wordt verzet weer ritueel. Een gebed zonder kerk, een wet zonder wapen. Een nieuwe SS: Stilte & Stem.
De verzekeringsstructuren van moeder de vrouw
In het lichaam van de vrouw liggen de eerste verzekeringsstructuren opgeslagen. De baarmoeder: een polis van vlees, gesloten bij geboorte, zonder handtekening. Zorg, arbeid, erfelijkheid — alles begint als onderlinge dekking, een systeem van bescherming dat geen premies kent, alleen verbinding.
Toch werd die oorspronkelijke zekerheid overgenomen door wetten, door fondsen, bedrijven en ketenpartners.
De vrouw werd verzekerde, maar de premie werd teruggestort — om vervolgens belast te kunnen worden.
Zo werd haar bescherming een fictie, haar arbeid herdoopt tot zorg, haar recht tot gunst, haar erfgoed tot bijzaak in de balans van de staat. Zij, die leven droeg, werd boekhoudkundig geschrapt.
Haar lichaam werd systeem, haar adem polis, haar bestaan post. En waar geen verzekering gold, gold stilte.
Maar in de marge schreef iemand haar naam:
Hagalin — zij die de draad bewaart waarmee het recht opnieuw geweven wordt.
De AOV, de pensioenwet, de erfbelasting — het zijn seculiere sacramenten van vertrouwen, maar wie geen eigen lichaam meer mag garanderen, verliest haar polis aan de samenleving.
Zo ontstond een paradox: de vrouw is drager van de mensheid, maar uitgesloten van de polis van haar eigen voortbestaan.
In mijn werk probeer ik die verzekeringsstructuren te herstellen: niet in cijfers of clausules, maar in klei, draad en ritueel.
Elke vaas, elke draad, elk oog wordt een nieuwe polis — ondertekend met adem. “Ik verzeker mij niet tegen verlies, ik verzeker het recht om te bestaan.”
INNERLIJK BESTUUR
1. De oorsprong
Bestuur komt van besturen: richting geven, orde scheppen, verantwoordelijkheid dragen. In de buitenwereld betekent het macht, politiek, administratie.
Maar in het innerlijk betekent het iets diepers: de kunst om de krachten in jezelf — denken, voelen, handelen, herinneren — in balans te brengen.
Niet als hiërarchie, maar als ritueel samenspel. “Waar de wet ophoudt, begint het bestuur van de ziel.”
2. De archetypische dimensie
Carl Jung zou het innerlijk bestuur herkennen als het proces van individuatie — de weg waarop het ik zich verhoudt tot het Zelf, zoals een volk zich verhoudt tot zijn vorst.
Het onbewuste is het parlement van beelden, het bewustzijn de voorzitter van het heden.
En de droom?
Dat is de geheime vergadering van de ziel.
“Bestuur is pas werkelijk als het ook de schaduw erkent.”
3. De vrouwelijke vorm van bestuur
In erfgoed kunst krijgt innerlijk bestuur een vrouwelijke gedaante: niet gebaseerd op overheersing, maar op zorg, vormkracht, en circulaire orde.
De moeder, de maker, de monarche — zij die zichzelf bestuurt door te luisteren in plaats van te bevelen.
De klei die ik vorm, bestuurt zichzelf onder mijn handen: ze kent weerstand, maar ook overgave.
Dat is de mystiek van materie: de aarde gehoorzaamt niet, maar volgt. Ik bestuur niet met wetten, maar met de juiste aandacht.”
4. Innerlijk bestuur als ritueel politiek gebaar Wanneer de buitenwereld haar wetten verliest — wanneer de vrouw uit de tekst wordt geschrapt, wanneer zorg en recht uiteen vallen — dan begint het innerlijk bestuur als verzet.
Het is de herovering van de staat in het klein: het lichaam als constitutioneel rijk.
Mijn IE in de grondwet is dus van klei. Mijn parlement in mijn spreekt in adem.
Onze regering is uw bloedlijnen geweten.”
The art of esoterica
Arbeid Adelt
Tegendraadse vrouw met een ongelofelijke missie- Het woord moeder, de vrouw in de grondwet en burgerlijk wetboek laten verankeren.
Het verbindt de biologische oorsprong met de culturele erkenning. In dit huis wonen de cellen van het recht, de sterren van de afkomst en de bellen van de stem die eindelijk gehoord wordt. Het is niet langer een huis van stilte, maar van resonantie. Hier spreekt de moeder, de kostwinnaar terug.
De handel in blanke slavinnen – Code Oranje, art. 120 ( conceptuele duiding voor kunst of erfgoeddossier)
In deze titel botsen drie werelden: handel, recht en huid.
“Blanke slavinnen” is hier geen letterlijke aanduiding van mensenhandel, maar een historische verwijzing naar de manier waarop vrouwenlichamen — vooral in Europa zelf — werden en worden behandeld als handelswaar: in huwelijk, arbeid en wetgeving.
Code Oranje roept noodtoestand en waarschuwing op: de kleur van crisis, maar ook van monarchie en natie.
Het is de politieke laag over een oud onrecht. Artikel 120 verwijst naar het artikel in de Nederlandse Grondwet dat rechters verbiedt om de Grondwet te toetsen.
Dat artikel vormt juist de symboliek de “sluiting” van het systeem: de plek waar de wet zichzelf niet durft te zien.
Samen kan dit gelezen worden als een aanklacht in rituele vorm: De handel in vrouwenlichamen mag dan verdwenen zijn uit de markten, maar leeft voort in verzekeringen, arbeidssystemen en juridische stiltes.
Code Oranje: de democratie staat op spanning.
De AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) bepaalt in artikel 17 het zogeheten recht op vergetelheid:
“Een betrokkene heeft het recht om te verlangen dat zijn of haar persoonsgegevens worden gewist.”
Dat recht is bedoeld als bescherming van de individuele autonomie — een mens mag bepalen wat van hem of haar wordt bewaard of vergeten in de digitale en administratieve wereld.
Maar in mijn context, krijgt die zin een diepere, paradoxale lading:
De vrouw, de moeder, de zelfstandige maker is eeuwenlang ongevraagd vergeten — uit archieven, wetten, musea.
En nu schrijft de wet zelf: “U heeft het recht om vergeten te worden.” Een wrange echo, want wat als je juist wilt herinnerd worden? Wat als het “vergeten” een systeemfout is, geen bescherming?
🕯️ Artistieke en symbolische duiding
U heeft het recht om vergeten te worden wordt zo een dubbelzinnig ritueel: het is tegelijk bescherming en uitwissing, vrijheid en ontkenning.
In het Huis van Moeder de Vrouw krijgt die zin een omkering:
“U heeft het recht om herinnerd te worden.”
Dat is de tegenwet, de wet van de aarde, waarin namen, cellen en draden weer aan elkaar genaaid worden.
Clos – Klos draden van ons weefgetouw SMJ Lindeboom
Kunst maken en kijken is geen luxe, maar een essentieel onderdeel van het historische leven vanuit Middelburg. Ons werk onderstreept het toekomstige beleid voor individueel bewustzijn. Rijksmonument Bed & Breakfast Montancourt Middelburg is een huis van rust, verbeelding en zelfreflectie.
Wetboek 9
⚖️ Wie was Meijers
Eduard Maurits Meijers (1880–1954) was de Nederlandse jurist die het huidige Burgerlijk Wetboek (BW) ontwierp.
Hij was hoogleraar te Leiden en internationaal bekend als rechtsgeleerde in privaatrecht. Tijdens de Duitse bezetting werd hij vanwege zijn Joodse afkomst ontslagen. Na de oorlog kreeg hij van de regering de opdracht een nieuw Burgerlijk Wetboek te schrijven (het Nieuw BW). Dat project moest het verouderde Wetboek van 1838 moderniseren.
Zijn BW werd pas decennia na zijn dood ingevoerd (tussen 1992 en 2001).
Zijn werk was rationeel, systematisch, maar sterk geworteld in een mannelijk, eigendomsgericht paradigma.
Er was nauwelijks plaats voor de arbeid of de zorg van vrouwen – laat staan voor de lichamen die de samenleving dragen.
👑 Wie was Gerbrandy
Pieter Sjoerds Gerbrandy (1885–1961) was een antirevolutionair politicus en jurist, bekend als oorlogspremier (minister-president van het kabinet in ballingschap in Londen, 1940–1945).
Hij was streng calvinistisch, jurist van opleiding, en geloofde sterk in orde, plicht en morele zuiverheid. Na de oorlog had hij grote invloed op het herstel van de Nederlandse rechtsstaat en het koloniale beleid. Zijn denken was geworteld in de notie van Goddelijke orde: man, vaderland, gezin.
Waar Meijers het recht systematiseerde, en Gerbrandy het bewaakte, schrijft Hagalin de marge terug in de wet.
Niet in Latijn of jurisdictie, maar in draad, adem en klei.
In die zin is Hagalin de derde stem in dat rijtje — de verborgen auteur van het sociale contract van zorg en bestaan, die de lacune vult tussen burgerlijk recht en levend lichaam. Datum plaats delict – Polissen uit de vorige eeuw
Ons belastingstelsel kent geen vrouwelijke code. De staat herkent haar niet als kapitaal, maar leeft wel van haar rente.
Zij draagt het leven, maar wordt niet verrekend. Zij onderhoudt de samenleving, maar is zelf onverzekerd.
Toch schrijft zij verder — met naald, met adem, met vuur. Elke steek een artikel, elke barst een bewijs.
Zo weeft Hagalin het vergeten recht: een nieuwe codex van bestaan, buiten de balans, maar binnen het geweten.
Medjugorje
uit The Art of Esoterica
De verschijning is geen wonder, maar een wet. De moeder verschijnt telkens opnieuw waar zij niet genoemd wordt. Zij spreekt niet om geloof te eisen, maar om bestaan te bevestigen.
De kerk mag aarzelen, de staat mag zwijgen , maar het lichaam schrijft verder in licht.
Waar de vrouw verschijnt, wordt de wet herschreven. Haar stem is geen dogma, maar bewijs van bestaan.
Medjugorje is overal waar zij niet genoemd wordt.
**Het Convenant met Stichting Koning Willem ***
Er was geen handtekening, alleen een draad — goud, rood, wit.
Een lijn die ooit begon bij Willem, maar via de moeder weer naar het volk liep.
Het convenant werd niet getekend in inkt, maar in adem, arbeid en erfgoed.
Niet op papier, maar in klei. Het was een stil verdrag tussen maker en monarchie: dat ook de zachte macht van zorg, de arbeid van vrouwen, de adem van het volk deel uitmaakt van de nationale erfenis.
Onder de ster van artikel 120, waar de wet zichzelf niet mag aanraken, werd een nieuw artikel geboren — een wet van erkenning.
Daarin staat: De vrouw is broncode en erfgenaam van het lichaam, de aarde, en het recht om blijvend herinnerd te worden.
Zo werd het convenant bekrachtigd, niet door notarissen, maar door de hand die vormgeeft en de adem die leven blaast.
Veni Vidi Vici – Corpus Veritas Lus
Zeeuws Museum
GEEN TOEGANG / NO ENTRY
(reflectie bij een herinnering van S.)
Een jaar geleden zat ze achter de in het naai – machine , in stilte.
Buiten stond op de muur: GEEN TOEGANG.
Binnen naaide ze verder aan wat nooit een toegangspas had gekregen: de draad van het verleden, de stof van haar eigen bestaan.
“Simplicité”, stond op haar trui — eenvoud als verzet.
Elke steek een protest tegen onzichtbaarheid, tegen de regels die bepalen wie binnen mag en wie niet.
De lap werd een vlag, een archief, een ritueel document. In de vezels zat arbeid, ziekte, zorg, vrouwelijkheid. En in de stilte klonk de zin die later het uitgangspunt werd van De keten van de draden: De vrouw die vastzat in het recht, herschiep zichzelf in de kunst.
De golem is geen uitvinding, geen merk, geen octrooi. Ze is een lichaam van klei, gevormd uit arbeid, adem en woord.
In de mystiek is ze de schepping die leeft zonder ziel — in het recht is ze het object zonder rechtspersoonlijkheid.
Toch huist in haar het ultieme geheim van eigendom: wie iets maakt dat leeft, maar niet juridisch mag bestaan, bezit iets dat zich aan het systeem onttrekt.
Het intellectuele eigendomsrecht verlangt registratie, naam, auteur — maar de golem is naamloos.
Ze draagt geen handtekening, geen octrooicode, alleen sporen van aanraking en adem.
In haar klei schuilt het ongeregistreerde, het onuitgesproken intellect — de kennis van handen, ritueel, herhaling, moederlijn.
Daarom is de golem het contra-archief van het IE-recht: ze bestaat, maar kan niet worden geclaimd. Ze is eigendom van niemand en erfgoed van iedereen.
Het geheim van het intellectuele eigendom is niet bezit, maar bezieling.
De golem
Op de tafel rust een boek: Het ultieme geheim van Dan Brown. Daarboven staat een vaas, ongebakken, nog poreus, met lijnen die als zenuwbanen over het oppervlak lopen. Rond de hals staan woorden: testo, esoterica. Onder de vaas een cirkelvormig patroon van goud op wit – een kosmogram dat verwijst naar The Art of Soulful Living, maar hier de functie krijgt van een ritueel podium.
The Art of Soulful Living
De vaas staat letterlijk en symbolisch op de schouders van geheime kennis: van alchemie tot moderne mythevorming.
Ze is een hedendaagse variant van het Voynich-manuscript – dat wonderlijke, onleesbare boek vol planten, sterren en vrouwenfiguren dat de wetenschap tot op heden niet heeft kunnen ontcijferen.
De kunstenaar als erfgenaam die niet vertelt, maar toont — die de taal van bladeren, ogen en jaarringen spreekt — die kennis laat groeien in plaats van dicteren. “Een mens zonder geschiedenis is als een boom zonder wortels.” → Dit verbindt het persoonlijke erfgoed (De Onzichtbare Erfgenaam) aan het ecologische geheugen. → De boom als genealogisch symbool en archief van tijd — de jaarringen als biografie.
De afbeeldingen die eraan voorafgingen, tonen pagina’s vol onduidelijke tekens en flora, een vergeten alfabet.
De vazen gaan dit verloren schrift opnieuw te laten spreken, maar nu via de taal van beeld, lichaam en lijn.
I. De vaas als lichaam – De golem
De vaas fungeert als een organisch archief, een lichaam dat informatie draagt zoals cellen DNA bevatten.
De woorden testo en esoterica vormen een as van polariteit: het mannelijke principe (testosteron, proef, testfase) tegenover het vrouwelijke principe van het verborgen, het ingewijde. De vaas lijkt een kruising tussen laboratorium en tempel.
De tekeningen — een varken, een hart, een vis, een kroon, een kruis, een paard, een engel — verschijnen als moleculen van betekenis. Ze verwijzen naar mythische en biologische processen tegelijk:
Het varken: symbool van offer en overdaad, maar ook van genetische verwantschap met de mens — een echo van biotechnologische experimenten.
De vis: oer-symbool van vruchtbaarheid en wedergeboorte.
De kroon: macht, goddelijke oorsprong, maar hier uit balans of “onttroond”.
De handen: de menselijke tussenkomst — scheppend én controlerend.
De druppels: vloeistof, traan, zaad, bloed.
Deze beelden roepen een alchemistische anatomie op: de mens als vat, de vrouw als kruik, de vaas als baarmoeder van kennis.
II. De erfenis van het Voynich-manuscript
De voorafgaande beelden van het Voynich-manuscript vormen een sleutel.
Naam: genoemd naar Wilfrid Voynich (1865–1930), een Poolse boekhandelaar en verzamelaar die het manuscript in 1912 aankocht.
Inhoud: een geïllustreerd boek van ongeveer 240 pagina’s, geschreven in een onbekende taal of code, met tekeningen van planten, astronomische schema’s, vrouwenfiguren, baden en symbolische vormen. Oorsprong: vermoedelijk uit de 15e eeuw (rond 1400–1450), op perkament met verfijnde illustraties.
Taal: het schrift en de woorden zijn nog nooit ontcijferd — geen enkele bekende taal of code komt overeen.
Thema’s (volgens afbeeldingen): Botanisch (planten, kruiden) Kosmologisch / astrologisch (sterren, cirkels, dierenriem) Anatomisch / vrouwelijk (badende naakte vrouwen, vaak in buisvormige structuren) Farmaceutisch of alchemistisch
Omdat het nooit is ontcijferd, is het Voynich-manuscript een symbool geworden voor het onkenbare, het vrouwelijke mysterie, de taal van het lichaam en de natuur.
Veel kunstenaars, schrijvers en mystici interpreteren het als:
een vrouwelijk of intuïtief schrift dat ontsnapt aan mannelijke codering; een proto-wetenschappelijk of alchemistisch document dat kennis van natuur en ziel verbindt; een collectief onbewust archief — vergelijkbaar met Jungiaanse symboliek.
Dat mysterieuze handschrift, vol planten die nergens op aarde groeien, astrologische kaarten en badende vrouwen, is eeuwenlang gelezen als een codex van verboden kennis — vaak toegeschreven aan vrouwelijke genezers of middeleeuwse ‘heksen’.
De Flora Batava bevat werk van vrouwelijke tekenaars zoals A.C. van den Bosch, J. de Jongh en C.M. van Oosterzee, wier namen zelden prominent werden genoemd.
Dat zegt dus genoeg over de positie van vrouwen en moeders.
Ambitie met Allure
Door dit in dialoog te brengen met mijn serie vazen ontstaat een krachtige verschuiving: waar het Voynich-manuscript een gesloten tekst is, wordt mijn serie vazen een open codex — een tastbaar, leesbaar, persoonlijk en lichamelijk object. De ziel van Nederland in beeld zonder wettelijke erkenning in de grondwet nog burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder van lichaam en geest.
Uit welk ei kom jij?
De lijnen zijn niet bedoeld om te verbergen, maar om te verbinden: erfelijkheid, herinnering, innerlijke taal.
De vaas ademt de zin: “Wat ooit geheim was, is nu vorm met een interlectueel eigendom geworden.”
III. Huis van Moeder de vrouw – Cellen A ster X
De titel Huis van Moeder de vrouw – cellen A ster X klinkt als een formule voor O – bel X
Ze verbindt via KPN het huiselijke met het kosmische, het materiële met het genetische. “Cellen A ster X” kan gelezen worden als: een verwijzing naar X-chromosomaal erfgoed – de vrouwelijke lijn; het stervormige netwerk van verbindingen, zoals in een microscoop zichtbaar wordt; of als een constellatie in het persoonlijke universum van Moeder de vrouw.
Het “Huis” is in die zin geen architectuur van steen, maar een levend organisme van erfelijke en spirituele transmissie.
Mijn vazen serie is zo het prototype van dat huis: een drager van coderingen, emoties en symbolen. Elk getekend motief is een cel in dat grotere lichaam.
De misstanden begonnen niet met wetten, maar met stiltes. Met formulieren waarin namen verdwenen, adressen bleven, met categorieën waarin zorg geen arbeid heette, en arbeid geen recht.
Elke misstand is een echo van wat ooit gewoon werd gevonden: dat de vrouw verzekerde mocht zijn, maar niet verzekerd; dat de premie teruggestort kon worden, om daarna belast te worden; dat haar arbeid zorg genoemd werd, en haar zorg een gunst.
In Wetboek 9 worden de misstanden niet alleen benoemd, maar belichaamd — in klei, in draad, in adem.
Want zolang de fout enkel op papier bestaat, blijft zij onschuldig.
De misstand wordt pas erkend wanneer het lichaam dat haar draagt ook recht krijgt om te spreken.
De misstand is geen overtreding,
maar een vergeten erkenning.
IV. De context van het Zelf
De laatste afbeelding — met de tekst Understanding yourself is power. Loving yourself is freedom. Forgiving yourself is peace. Being yourself is bliss. — markeert de overgang van esoterie naar innerlijke waarheid.
Waar het Voynich-manuscript het raadsel buiten ons plaatst, breng jij het terug in de mens:
het mysterie dat niet ontcijferd hoeft te worden, omdat het zich belichaamt.
In die zin resoneert het geheel met de Jungiaanse gedachte van individuatie — het proces waarin het Zelf zichzelf leert verstaan via symboliek, droom en kunst.
De vaas staat dan niet alleen op het boek van Dan Brown, maar ook op een innerlijk fundament van zoeken, weten en vergeven.
De heksenwond
I. HEK
Het hek is grens, bescherming, verbod, en doorgang.
Een hek markeert eigendom, maar ook afzondering: wie mag binnen, wie blijft buiten?
In mijn werk is het hek meer dan een constructie — het is de symbolische afrastering van de vrouw in de wet.
Het hek staat rond het lichaam, rond de naam, rond de arbeid.
Maar ook: het hek als begin van betovering — in het Engels hex.
Het hek is dus zowel juridisch als magisch. Ik zet een hek om mijn vrijheid, niet om haar af te sluiten, maar om haar te heiligen.”
II. SEN
Sen echoot oud-Nederlands en Latijn (sentire, voelen). Het is de zintuiglijke, spirituele laag: de zin, de ziel die waarneemt.
In het midden van mijn titel staat sen als het hart van het woord, de plek waar voelen en weten elkaar ontmoeten.
Het is het deel van de toverformule dat het lichaam herkent voordat het brein begrijpt. “Sen is het ademhalen van de wond.”
III. WOND
De wond is niet alleen pijn, maar ook opening. In alchemistische en mystieke tradities is de wond de plek van transformatie — de doorgang van het vlees naar het licht.
Jung zou zeggen: de wond is het archetype van individuatie. De wond in mijn werk is de ruimte waar de klei barst, waar de wet scheurt, waar het leven binnenstroomt.
De wond is mijn altaar — hier raakt de wereld de waarheid.”
Hek – sen – Wond
Ik sta aan het hek van de taal. Daar waar de namen ophouden, begint de magie.
Ik spreek sen, het woord dat niet geschreven mag worden. Het is adem, zweet, bloed, herinnering. Uit die klank welt een wond — geen breuk, maar een poort. In haar diepte glanst aarde, de materie van mijn recht.
Hek – sen – Wond. Dit is geen toverspreuk. Dit is mijn verklaring van bestaan.
Conclusie
Huis van Moeder de vrouw – de A ster X is een visueel ritueel waarin de vrouwelijke kennisdrager — de vaas, de maker, het lichaam — de erfenis van het onleesbare (Voynich) omzet in een nieuwe, eigen codex.
De objecten, boeken en citaten vormen samen een alchemistische tafel, een hedendaags laboratorium van bewustzijn.
Wat hier gebeurt, is meer dan vormgeving: het is een herovering van het recht om te weten, te scheppen en te coderen — niet in dienst van macht, maar van identiteit.
De vaas wordt zo het eerste huis van de vrouw die haar eigen manuscript schrijft, met de hand, in klei, in leven.
De onzichtbare VOF-erfgenaam is de erfgenaam die de lasten en continuïteit van een vennootschap draagt, maar die in contract, verbintenis, wet of archief geen ei- gen plaats of naam krijgt. Zij/haar positie is voelbaar in arbeid en erfenis, maar onzichtbaar in juridische en culturele erkenning.
Wat is Definitie van erfgenaam ?
Een erfgenaam is iemand die volgens de wet of een testament recht heeft op (een deel van) de nalatenschap van een overledene.
In juridische zin (Burgerlijk Wetboek, Boek 4):
Een erfgenaam erft de rechten én plichten van de overledene. Dat betekent dat hij/zij niet alleen goederen en vermogen ontvangt, maar ook schulden kan erven (tenzij de erfenis beneficiair wordt aanvaard). Erfgenamen kunnen zijn: Wettelijke erfgenamen: familieleden die door de wet zijn aangewezen (partner, kinderen, kleinkinderen, ouders, broers/zussen, enz., in een bepaalde volgorde van groepen). Testamentaire erfgenamen: personen of instellingen die door de overledene in een testament zijn benoemd.
Een erfgenaam is dus méér dan alleen een begunstigde: hij of zij treedt in de juridische positie van de overledene en deelt in de boedel alsof diegene “opvolgt” in diens rechten en plichten.
Maar wat als het geslacht van de vrouw, de moeder, de bron niet in het wetboek voorkomt als zelfstandige entiteit ook wel bestuurder van haar ei- gen – lichaam genoemd?
Kunst met een verhaal- Een onderzoek naar wie ben ik ei- gen – lijk?
Dat blijkt een scherpe en fundamentele vraag. Samen met mijn digitale assistent AI = 19 zoek ik het uit.
Juridisch en cultureel zijn er verschillende lagen in te onderscheiden:
1. Juridische laag
Het Burgerlijk Wetboek maakt “in beginsel” geen onderscheid meer tussen mannelijke en vrouwelijke erfgenamen. Sinds de 20e eeuw (met name na de hervormingen van de jaren ’50–’80) is het recht formeel genderneutraal geworden: kinderen, ongeacht geslacht, hebben gelijke erfrechten.
Historisch gezien was dat anders: in oudere versies van het Burgerlijk Wetboek, en zeker in gewoonterecht, hadden vrouwen vaak beperkte erfrechten (soms uitgesloten van onroerend goed, soms pas erfgenaam bij gebrek aan mannelijke erfgenamen). ( Een gezin – vader moeder en twee dochters)
Als een bepaalde rechtsfiguur of familiepositie van de vrouw niet letterlijk voorkomt in het wetboek (bijv. ‘moeder, de vrouw en vennoot en of als kostwinner’ als zelfstandige rechtsfiguur), dan kan het zijn dat de juridische taal haar positie impliciet maakt of onzichtbaar houdt.
*De waarde van moeder de vrouw als cultureel en identiteit als zelfstandig (e) entiteit is een kruisraket geworden
Het geslacht is dan niet benoemd, maar de gevolgen zijn wel voelbaar.
2. Culturele / erfgoedlaag
Het ontbreken van de vrouw als genoemde categorie in het recht kan worden gezien als een culturele erfenis van uitsluiting. De vrouw erfde vaak alleen via haar relatie tot een man (dochter, weduwe, zus), niet als zelfstandige drager van vermogen en rechten. Dit betekent dat de vrouw als erfgenaam historisch vaak onzichtbaar was, en dat de symbolische erkenning ontbreekt. Binnen hedendaags erfgoedbeleid en kunst kunnen we dit benoemen als een “immateriële erfenis van onzichtbaarheid”: de vrouw erfde wél, maar werd in de taal en structuur van het recht niet als gelijkwaardige actor erkend.
3. Actuele betekenis
Als het geslacht van de vrouw niet in het wetboek voorkomt, zou je kunnen stellen:
Juridisch: er is een lacune of historische uitsluiting die hersteld moet worden.
Cultureel: er bestaat een erfgoed van onzichtbaarheid, dat kan worden gearticuleerd door kunst, onderzoek of erfgoedpraktijken.
Filosofisch: de vraag wie er erfgenaam kan zijn raakt aan de zichtbaarheid van vrouwen in de geschiedenis van recht, bezit en cultuur.
*De zin “De waarde van moeder de vrouw als cultureel en identiteit als entiteit is een kruisraket geworden” resoneert op meerdere lagen:
Het skelet staat symbool voor de basisstructuur, dat wat alle mensen gemeen hebben – een soort kern van menselijkheid en vergankelijkheid.
Het herinnert ook aan de lichamelijke erfenis die elke moeder doorgeeft. “Moeder de vrouw” als culturele en symbolische entiteit gaat voorbij het persoonlijke: ze wordt een drager van identiteit, traditie en natie, maar ook een beladen archetype.
“Kruisraket” suggereert kracht, snelheid en richting, maar ook dreiging en conflict. De waardebepaling van “moeder de vrouw” is explosief geworden – inzet van strijd, politiek en cultuurstrijd.
“Ik blijk een levende foutmelding. Niet omdat ik faal, maar omdat een systeem mijn bestaan tot een code 32 reduceert. Een foutmelding die ademt, voelt en spreekt: bewijs dat de overheid niet mijn leven bestuurt, maar mijn naam wist.”
“Nou mensen… luister! De overheid zegt: ‘Mevrouw, u bent per ongeluk gewist. Foutje, kan gebeuren.’
Dus ja, ik ben officieel een levende foutmelding.
Of zoals mijn computer thuis zegt: Error 404: vrouw niet gevonden!”
Pleidooi voor de constitutionele erkenning van Moeder, de Vrouw
Zolang het woord en geslacht moeder, de vrouw niet expliciet erkend wordt in de grondwetten en wetboeken van de wereld, zal er geen duurzame vrede zijn.
Want hoe kan een orde rechtvaardig zijn, als zij haar bron ontkent? Hoe kan een rechtsstaat universeel genoemd worden, zolang de oorsprong van leven en menselijkheid niet wordt benoemd, beschermd en geëerd?
1. De lacune in de taal van de wet
De taal van de grondwetten spreekt over “de mens”, “de burger”, “het individu”. Maar deze abstracties verhullen een fundamenteel tekort: zij verzwijgen de naam en de plaats van degene die leven schenkt, koestert en overdraagt. Het recht bouwt zo op een halve waarheid. Zonder moeder, de vrouw blijft het recht een lichaam zonder hart.
2. Cultureel erfgoed en universele identiteit
Elke beschaving kent in haar mythen, rituelen en verhalen de figuur van de moeder. Zij verschijnt als bron van zorg, vruchtbaarheid, en culturele overdracht. Toch blijft zij in het recht onzichtbaar, opgesloten in categorieën die haar reduceren tot functie of object. Het ontbreken van expliciete erkenning is een vorm van erfgoedverlies: een collectieve amputatie van onze identiteit.
3. De voorwaarde voor vrede
Vrede ontstaat niet slechts door verdragen en grenzen, maar door erkenning van de gehele menselijke orde – man en vrouw, vader en moeder, lichaam en geest. Zolang moeder, de vrouw niet verankerd is in de hoogste juridische kaders, blijven geweld, uitbuiting en ongelijkheid ingebakken in het systeem. Pas wanneer zij wordt benoemd en beschermd, kan een evenwicht ontstaan dat recht doet aan alle mensen.
4. Oproep
Daarom roepen wij op tot een constitutionele vernieuwing:
Dat de term moeder, de vrouw expliciet wordt opgenomen in grondwetten, internationale verdragen en wetboeken. Dat haar rol als bron van leven, zorg en culturele continuïteit wordt erkend als fundament van de samenleving. Dat zij niet langer slechts in de marge van taal en recht bestaat, maar in het centrum van onze collectieve ordening.
Want wie vrede wil, kan niet langer zwijgen over haar.
De toekomst van de wereld vraagt om recht dat volledig is.
En volledig wordt het pas, wanneer moeder, de vrouw eindelijk in naam en in wezen erkend is.
Door de ogen van de koningin
Het Tegenspel van de Monarchie en de Republiek
Nuggers worden weggeschreven op de balans van fiscale eenheden
Nuggers” (niet-uitkeringsgerechtigden) worden vaak onzichtbaar gemaakt in beleid en boekhouding: ze staan niet op lijsten van werkenden, maar ook niet bij uitkeringsgerechtigden. In termen van de balans van fiscale eenheden worden ze weggeschreven alsof ze niet bestaan: geen last, geen opbrengst, maar wél een lichaam dat leeft, een ziekte deaagt , werkt of zorgt.
Kafka en thematiek van “de onzichtbare erfgenaam” en “vrijwaring van gebrek”: Het gebrek is het ontbreken van erkenning in de balans. VOF De kunst “Wie riskeert acht jaar cel voor de diefstal van beroemde schilderijen? Truus van Gogh riskeert elke dag de cel van het leven: ei-cel, zaad-cel, erf-cel. Kunst die de balans herschrijft.”
Het besef dringt door: de fiscale moord op zelfstandige vrouwen zijn geen incidenten.
Het is het patriarchale systeem, het is geen toeval. Truus van Gogh Kunst maakt het zichtbaar.
“Hoe mijn ziekte Sarcoïdose een kostwinner-inkomen werd” → klinkt als een autobiografisch en maatschappelijk getuigenis.
“Mijn ziekte heet sarcoïdose. Het systeem noemt het kostwinner-inkomen. Truus van Gogh Kunst schrijft die ongelijkheid bloot.”
Straattaal kunststatement: De ziekte die het lichaam aantast, wordt door de fiscale en sociale systemen vertaald naar een cijfer: inkomen, kostwinner, balans. Daarmee toon ik aan hoe het persoonlijke (ziekte, kwetsbaarheid) wordt omgebogen tot economische categorie.
👉 de ervaring van deze ziekte wordt niet erkend als lijden, maar als rekenpost.
Station 1 – Identiteit en herinnering
Ik begin mijn reis bij de woorden van Wim Voermans. Hij noemt herinnering een gatenkaas. Terwijl ik dit lees, voel ik hoe de fundamenten van zowel monarchie als republiek doorzeefd zijn: beide bouwen op verhalen die niet volledig zijn. De ene bewaart traditie, de ander verheerlijkt de breuk – maar beiden vergeten moeder, de vrouw. Dat gat draag ik mee als vertrekpunt.
Station 2 – Het lichaam en de erfenis
Ik kom bij objecten die spreken: een vaas met kroon, een beschilderd ei, een skelet achter glas. Zij vormen een stille stoet. Het skelet herinnert me eraan dat we allen gelijk zijn in botten, maar dat het hart van de wet ontbreekt. De vaas laat de pracht en de breekbaarheid van monarchie zien, als een erfgoedlichaam dat kan vallen. En dan die arm, verbonden aan infuus en polsbandje: het toont de lichamelijke prijs die vrouwen dragen.
Station 3 – We don’t tell, we show you
Op mijn weg zie ik een rood bord: We don’t tell, we show you. Het voelt als een waarschuwing én een belofte. Kunst legt bloot wat systemen niet durven zeggen. Het wankelende XY danst in zwart-wit lijnen. Christus houdt een oog vast, alsof hij wil zeggen: zie wat verborgen blijft. Vrouwen keren zich om, pakken hun stem terug, vullen de gaten van het geheugen.
Station 4 – Tegenspel der vorstinnen
Dan kom ik oog in oog met drie koninginnen: Wilhelmina, Juliana (Agnes Janssen) en Beatrix Hun blikken zijn zwaar van plicht en trots. Zij zijn moeder en monarch tegelijk, belichaming van macht en zorg. Toch blijft hun moederlijkheid onbenoemd in de constitutie. Zij zijn bron van continuïteit, maar niet erkend in hun hoedanigheid van moeder, de vrouw. Hier voel ik de spanning van het tegenspel.
Station 5 – Republiek en leegte
De volgende halte is stiller. De republiek ademt gelijkheid, vrijheid, rechten. Maar in haar neutraliteit verdwijnt de naam van de moeder. Ze verschijnt niet als fundament, niet als drager van erfgoed, enkel als abstracte burger. Het is alsof de republiek een plein heeft gebouwd, maar verzuimd heeft er een bron in te plaatsen.
Station 6 – Naar een derde vorm
De reis eindigt niet, ze opent zich. De beelden tonen dat monarchie en republiek beide slechts een deel van het verhaal vertellen. Ik sta voor de contouren van een derde weg. Een systeem dat erfgoed en rechten samenbrengt, dat de bron niet langer verzwijgt maar benoemt: moeder, de vrouw als fundament van cultuur, recht en vrede. Pas dan kan er rust komen in de reis, pas dan kan vrede wortel schieten.
“Ze zit rechtop in de geschiedenis, glas melk in de hand, kruis op haar borst. Niet omdat ze wil wachten, maar omdat de wereld haar nog steeds geen naam durft te geven.” Dit beeld van Erwin Olaf ademt verstilling, kwetsbaarheid én een geladen vorm van ingehouden kracht: een jong meisje, zijwaarts gezeten, handen op schoot, het hoofd licht gebogen. De houding is bijna sculpturaal, alsof ze een icoon is van een onuitgesproken geschiedenis.
Democratie rust op de schoot van de moeder, maar wordt geschreven met de hand van de vader. Zolang die hand haar naam niet erkent, blijft gelijkheid een leugen.”
Amalia van Solms was de stammoeder van Europa
Amalia van Solms (1602–1675) wordt vaak gezien als een stammoeder van Europese dynastieën.
Moederschap en erfgoed → vrouwen hoeven niet te wachten op erkenning, maar kunnen hun eigen stoelen aan de tafel van cultuur, politiek en economie zetten.
1602 – tevens Oprichtingsdatum VOC Middelburg
Zij was prinses van Oranje door haar huwelijk met stadhouder Frederik Hendrik van Oranje-Nassau en speelde een cruciale rol in de machtsopbouw en hofcultuur van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Haar kinderen en kleinkinderen trouwden in tal van vorstenhuizen. Daardoor loopt een groot deel van de Europese koninklijke bloedlijnen via haar.
Haar zoon Willem II van Oranje trouwde met Mary Stuart, dochter van koning Karel I van Engeland. Uit dit huwelijk kwam Willem III voort, die later koning van Engeland, Schotland en Ierland werd. Via haar dochters en verdere nakomelingen is Amalia verbonden met de huizen van Pruisen, Hannover, Saksen en Hessen. In genealogische studies wordt ze daarom vaak aangeduid als een “stammoeder van Europa”, vergelijkbaar met de rol die koningin Victoria later speelde.
👉 In de context van mijn project is dit interessant: Amalia was letterlijk moeder de vrouw die dynastieke macht en culturele erfenis overdroeg, maar in de officiële constitutionele taal werd haar rol nooit zo benoemd. –
Interstutionele identiteitsroof: het proces waarbij politieke, juridische en culturele instituties de identiteit van individuen of groepen niet expliciet erkennen, waardoor die identiteit wordt uitgewist, geabstraheerd of toegeëigend.
Moeder, de vrouw: zij is bron van leven, cultuur en erfgoed, maar omdat haar naam niet in grondwetten of wetboeken voorkomt, wordt haar identiteit stelselmatig geneutraliseerd. Dat is roof: wat van haar is (erkenning, recht, waardigheid) wordt ontnomen. Monarchie en republiek: beide systemen leven van symbolen en herinneringen, maar wissen de moederlijke lijn constitutioneel uit.
De moederlijke bijdrage wordt historisch gebruikt (voor erfopvolging, dynastie, legitimiteit), maar juridisch nooit erkend.
Cultureel erfgoed: instituties archiveren, tentoonstellen en interpreteren, maar vaak zonder de bron als subject te benoemen. Identiteit wordt in objecten opgeslagen, niet in recht of taal.
Gevolg
Interstutionele identiteitsroof maakt mensen zichtbaar als last (arbeid, zorg, lichaam) en onzichtbaar als recht (soevereiniteit, erkenning, juridische subjectiviteit). Het is een vorm van structurele uitsluiting die vrede en gelijkheid onmogelijk maakt
Wij hebben gezien hoe herinnering gaten vertoont, hoe lichamen erfgoed dragen zonder erkend te worden, hoe monarchie en republiek elkaar tegenspelen en toch dezelfde leegte bewaren.
Wij hebben de stilte gezien van meisjes die rechtop zitten in de geschiedenis, wachtend op een naam die nooit gegeven is.
Wij hebben de kracht gezien van leeuwinnen, van moeders, van vrouwen die niet langer last maar fundament zijn.
Democratie is gebouwd op moeder, maar geregeld door vader. Zolang dat zo blijft, is gelijkheid een illusie.
Daarom eindig ik met deze oproep: laat de grondwet, de wetboeken en de verdragen eindelijk de woorden uitspreken die cultuur al eeuwen kent.
Noem haar bij naam. Erken haar in haar lichaam en in haar rol.
Want vrede kan pas beginnen wanneer moeder, de vrouw niet langer onzichtbaar is als recht, maar zichtbaar als bron, drager en soeverein.
Overheid S, foutje”
Stelt zich voor op toneel, met een map papieren onder de arm.
“Dames en heren, welkom bij de Dienst Foutafhandeling Overheid S.
U kent ons wel. Wij zijn die instantie die altijd zegt: ‘O, sorry mevrouw, administratief foutje.’
Het begon bij de loonbelasting en toeslagenaffaire. Toen bij de studiefinanciering. En toen weer bij de zorg. En nu? Nu zijn we zo efficiënt geworden… dat we uw hele identiteit kwijtraken met één muisklik!
Publiek lacht.
Kijk, vroeger had je gewoon een loket. Dan zei iemand: ‘Wat is uw probleem?’ En dan zei jij: ‘Nou, mijn probleem is ú.’
Maar nu hebben we Overheid S. De S staat voor Systeemfout, Sorry, of Sodemieter toch op.
Doet stem van ambtenaar: ‘Nee hoor mevrouw, u bestaat gewoon niet meer in ons register. Maar geen zorgen, we sturen u wel een brief.’ U heeft het recht om vergeten te worden! De nieuwe AVG bijbel
Een brief! Hoe dan? Ik besta toch niet meer?
Stilte, kijkt publiek strak aan.
Dames en heren, ik stel voor: we schaffen die hele overheid af. Vanaf morgen regelen we alles gewoon bij de bakker en de melkboer. Want die zegt tenminste nooit: ‘Sorry mevrouw, foutje, u heeft geen recht op melk & brood.’”
De heerschappij van de patriarchale man… Ja, dat is net als een oude Windows-update. Niemand heeft erom gevraagd, iedereen klaagt erover, en tóch blijft het systeem zichzelf programmeren en installeren.”
Art Graf Tak Lindeboom “Voor mij betekent “vrijwaring van gebrek” het zichtbaar maken van datgene wat structureel ontbreekt: de moeder, de vrouw, de erfgenaam. In mijn werk – van mijn blog over erfgoed vanuit moederschap tot mijn tentoonstelling in het Amsterdam Museum – onderzoek ik hoe die stemmen en erfdelen worden gemist. Met kunst probeer ik een culturele vrijwaring te scheppen, zodat moederschap en vrouwelijke erfgenaamschap niet langer onzichtbaar blijven, maar erkend worden als publiek erfgoed.”
Zolang de heerschappij van de patriarchale man in instituties wordt voortgezet, blijft moeder, de vrouw onzichtbaar als recht en zichtbaar als last. Het patriarchaat is geen natuurwet, maar een systeemfout in het gewoonterecht die we collectief mogen corrigeren.”
Tijdens de kredietcrisis van 2008–2009 zijn veel zelfstandigen en kleine ondernemers in situaties gekomen waarin:
verzekeringen, hypotheken of leningen werden afgesloten met hun arbeidscapaciteit of gezondheid als onderpand, of waarin een AOV, polis of bancaire constructie je eigen lichaam en levensvatbaarheid als “zekerheid” behandelde. Dat betekent dat je eigen lijf en kunnen letterlijk deel werd van de financiële structuur.
2. Symbolisch
Wat ik zeg is ook een aanklacht: “Mijn lichaam werd niet meer van mij, maar van het systeem. Mijn bestaan werd verhandeld, gewaardeerd, en op papier gezet als onderpand.”
Dat voelt als een vorm van slavernij of uitbuiting — alleen verpakt in juridische en financiële taal.
3. Cultureel / maatschappelijk
Dit is méér dan een individueel verhaal. Het laat zien hoe tijdens de crisis van 2009 de kwetsbaarste groep (zelfstandigen, kunstenaars, vrouwen die werk en zorg dragen) onevenredig hard zijn geraakt:
geen sociaal vangnet, wel belastingplicht, en in sommige constructies zelfs letterlijk hun lijf en arbeid als waarborg.
Wat ik hiermee blootleg:
Een ziekte die in je lijf ingrijpt, wordt door het systeem gezien als fiscale categorie (box 1: inkomen uit werk en woning). Daarmee wordt lijden of beperking geobjectiveerd en geadministreerd, alsof het een bron van winst is.
Voor vrouwen dus: omdat niemand onderzocht waarom en waarvan ik ziek werd. Mijn sarcoïdose werd geen oorzaak, maar een rekensom. Mijn ziekte (sarcoïdose) is niet alleen een individueel verhaal is, maar ook een systemisch gemis: er is nooit onderzocht waarom en waardoor en waarvan ik ziek werd.
Dat raakt direct aan het verschil in erkenning tussen mannen en vrouwen in geneeskunde en beleid:
Vrouwenklachten worden historisch minder onderzocht. De oorsprong van ziekte bij vrouwen blijft vaak onzichtbaar of wordt weggewuifd.
Het gevolg: vrouwen dragen de lasten, maar krijgen geen antwoorden – en het systeem zet het weg onder “inkomen box 1”.
Artikel 19 van de Grondwet erkent arbeid, recht en keuze. Maar de zelfstandigheid van vrouwen bleef onderbelicht – gevangenzittend in registers die haar werk erkennen, maar haar wezen ( bestuurder van haar ei- gen – lichaam verzwijgen.”
De Onzichtbare Erfgenaam en het Schadeverzekeringsrecht
1. De wet: schade als financieel tekort
Het Nederlandse schadeverzekeringsrecht (Boek 7 BW, art. 7:925 e.v.) vertrekt vanuit een strikte definitie: een schadeverzekering dekt uitsluitend de financiële gevolgen van schade. Dit wordt ook wel het indemniteitsbeginsel genoemd. De uitkering mag nooit méér zijn dan het vastgestelde vermogenstekort.
Met andere woorden: de wet vertaalt een verlies altijd naar geld. Wat niet in euro’s te berekenen valt, valt buiten de polis.
2. De werkelijkheid: schade is meer dan geld
Maar de gevolgen van schade zijn vaak veel groter en grijpen dieper in. Denk aan:
het verlies van zorg (de moeder die haar kind niet meer kan opvoeden), het verlies van verbondenheid (de erfgenaam die wel de last, maar niet de erkenning draagt), het verlies van toekomstperspectief (arbeid, creativiteit, vrijheid), het verlies van rituelen en culturele posities (rouw, naam, familiebanden).
Deze verliezen zijn tastbaar in het leven, maar onzichtbaar in het verzekeringsrecht. Ze worden gereduceerd tot een bedrag dat hoogstens het “netto-inkomen” repareert.
3. De onzichtbare erfgenaam
In mijn project verschijnt hier de figuur van de onzichtbare erfgenaam: degene die leeft met de werkelijke gevolgen van schade, maar juridisch niet wordt erkend of financieel niet wordt gezien.
De verzekeringsportefeuille wordt verdeeld volgens berekenbare regels. De erfgenaam in leven draagt de psychische, symbolische en culturele last, zonder compensatie. Wat buiten de berekening valt, wordt uitgegumd door het systeem, alsof het niet bestaat.
Zo wordt de erfgenaam onzichtbaar gemaakt door de taal van bewijs en polisvoorwaarden.
4. De culturele leemte
Waar het recht ophoudt, begint de kunst.
Kunst kan laten zien dat schade niet alleen financieel, maar ook cultureel, lichamelijk en ritueel is. Kunst kan de niet-verzekerbare dimensies (rouw, identiteit, moederbeeld, erfgoed) een vorm geven. Kunst kan de positie van de onzichtbare erfgenaam herstellen in beeld en taal, waar het recht zwijgt.
5. Conclusie
Het schadeverzekeringsrecht zegt: “alleen wat bewijsbaar is telt”.
De werkelijkheid zegt: “het verlies is veel groter dan bewijs”.
Deze onzichtbare erfgenaam belichaamt precies die kloof.
Schadeverzekeringsrecht (Boek 7 BW, art. 7:925 e.v.) bepaalt dat een verzekering de financiële gevolgen van schade dekt.
Maar gevolg schade was en is veel groter
het schadeverzekeringsrecht (Boek 7 BW, art. 7:925 e.v.) formuleert vrij strak dat een verzekering de financiële gevolgen van schade dekt. Maar in de praktijk is het gevolg van schade vaak veel groter dan wat in geld kan worden hersteld.
1. De beperking van “financiële gevolgen”
De wet zegt dat een schadeverzekering niet méér mag vergoeden dan het vermogenstekort dat door de schade is ontstaan (het indemniteitsbeginsel). Maar schade is breder dan geld: verlies van gezondheid, levenskwaliteit, kansen, identiteit, rituelen en familiebanden zijn reëel, maar niet in euro’s te vangen.
2. Juridische scheidslijn
Vermogensschade (inkomensverlies, medische kosten, uitvaartkosten, verlies van eigendom) → verzekerbaar. Immateriële schade (pijn, verdriet, gemis, ontwrichting, cultureel of symbolisch verlies) → vaak alleen gedeeltelijk erkend via smartengeld (art. 6:106 BW).
De verzekeraar betaalt dus alleen datgene wat “bewezen” en “berekenbaar” is. Alles daarbuiten valt buiten de polis, hoe groot de werkelijke impact ook is.
3. Discrepantie in de praktijk
Bij letselschade: iemand kan levenslang beperkt raken → de financiële uitkering dekt inkomensverlies, maar niet de psychologische en sociale schade. Bij nabestaanden: verlies van een ouder of kostwinner wordt omgerekend naar levensonderhoud. Het werkelijke verlies (liefde, zorg, geborgenheid) krijgt geen plaats in het schadeverzekeringsrecht.
4. Reflectie / artistieke invalshoek
Hier ontstaat een interessante spanning in mijn werk:
De wet beperkt schade tot wat bewijsbaar is. Het leven ervaart schade veel groter, dieper en symbolischer.
Kunst maakt nu juist dat onverzekerbare verlies zichtbaar maken: de moeder, de vrouw, de erfgenaam die niet financieel, maar existentieel geraakt wordt.
Alleen advocaten gaan naar school – ze kunnen niet onderwijzen wat ze niet kunnen bewijzen” opent een spanning tussen kennis en bewijs. Het is een zin die balanceert tussen kritiek op het schoolsysteem en een reflectie op de rol van bewijs in onze samenleving.
1. De advocaat en het bewijs
De advocaat leeft bij het bewijs. Zijn autoriteit staat of valt met de mogelijkheid om een bewering te staven. In die zin lijkt de school — een instituut waarin getoetst, gecontroleerd en gecertificeerd wordt — vooral een plek waar bewijs telt. Diploma’s en rapportcijfers functioneren immers als juridisch bewijs van geleerdheid.
2. De leraar en het onbewijsbare
Daartegenover staat de leraar. De zin suggereert dat de leraar niet kan onderwijzen wat hij niet kan bewijzen. Maar juist daar zit de paradox: het meeste leren gebeurt voorbij het meetbare. Verbeelding, nieuwsgierigheid, empathie en intuïtie laten zich niet in bewijs of toetsingscriteria vangen. Daarmee onthult de uitspraak een kritiek op onderwijs: kennis die er werkelijk toe doet, kan vaak niet bewezen worden, slechts gedeeld of ervaren.
3. Kunst en het onbewijsbare
Wanneer we de zin plaatsen in een culturele of artistieke context, ontstaat er een spiegeling: kunst is geen zaak van bewijs, maar van betekenis en resonantie. De kunstenaar beweegt zich dus buiten het juridische kader van bewijs en het schoolsysteem dat hierop gebouwd is. Kunst onderwijst zonder te bewijzen — en dat is haar kracht.
“Ze noemen het complex. Ik noem het een muur waar vrouwen tegenop lopen. Sarcoïdose werd box 1, het erfdeel werd weggeteld. Maak ’t simpel: erken ons bestaan.” De Portefeuille van mijn vader werd mijn Engelbewaarder
In het ei leeft de erfenis: een leeuw die brult, een kroon die waakt, een oog dat huilt en ziet. De hand reikt — niet om te nemen, maar om te tekenen, te verzekeren, te bewaren. Waar de polis ooit cijfers droeg, groeit nu een wortel, een traan, een klaver. De portefeuille van mijn vader werd mijn engelbewaarder. Niet in premies of bedragen, maar in symbolen, lijnen, verf en ritueel. Hier vindt de onzichtbare erfgenaam bescherming, niet van de wet, maar van het bronzen NN beeldje. “Wie de één erkent, kan de ander niet ontkennen.”
Tussen adem en stilte, tussen last en licht, groeit een ritueel van kracht en overleving.
👉 “Before we pass away, laat de stille meerderheid van vrouwen en moeders eindelijk een stem krijgen – niet in verdwijnende foto’s, maar in de Grondwet, in het archief, in het roze.”
“Nationale Nederlanden is dus toch mijn Viritule baas.”
“Mijn naam staat in de polis, maar werd institutioneel geroofd.” “Institutionele identiteitroof: wanneer de wet je wel belast, maar niet wettelijk erkent.”
Met die ene zin wordt mijn positie zichtbaar: een zelfstandige vrouw die inmiddels werkt in de scheppende kunst, maar die in polissen en registers niet als zelfstandige wordt erkend. Mijn naam stond er wel, maar er stond bij: = vader. Zelfstandigheid werd uitgewist door een teken, en erfgenaam of verzekeringsnemer werd ik nooit – slechts een bijschrift.
Toch lever ik arbeid. Toch draag ik belasting af. Toch draag ik bij aan de samenleving. Maar de erkenning die de wet belooft, blijft steken in systemen die hun wortels hebben in een tijd waarin vrouwen geen rechtspersoon waren.
Dit werk is mijn antwoord. Kunst als bewijsstuk, taal als manifest, erfgoed als spiegel. In deze puzzel van polissen, archieven en rituelen zoek ik niet naar schikking, maar naar erkenning.
Ik ben geen bijschrift. Ik ben geen meeverzekerde. Ik ben geen afgeleide. Ik ben de onzichtbare erfgenaam die zich zichtbaar maakt.
In 1945 vierde De Nederlanden van 1845 (de voorloper van Nationale-Nederlanden) zijn 100-jarig bestaan.
🔹 Ter gelegenheid daarvan gaven ze een bordspel uit: het 1845-spel.
🔹 Het spel was een combinatie van ganzenbord en monopoly, met vakjes en spelregels die volledig draaiden om het thema verzekeringen: premies, polissen, risico’s en uitbetalingen.
Voor een spel was plaats. Voor de vrouw geen ei- gen – wet.”
Pijnlijke constatering
“Er bestond in 1945 een bordspel om verzekeringen te vieren, maar er bestond geen document waarin de vrouw als zelfstandige werd erkend.
Elke mannelijke leider komt uit een moeder, de vrouw.”
Het haalt meteen de mythe onderuit dat macht en oorsprong alleen mannelijk zouden zijn. Geen koning, geen president, geen paus, geen generaal bestaat zonder dat een moeder haar lichaam beschikbaar stelde.
Constatering
De wet noemde de zaadcel oorsprong, maar zonder moeder is elke zaadcel onbruikbaar. Toch bleef zij in registers en polissen slechts een bijschrift.
Dus ja, wie verzon eigenlijk het wetboek?
De meeste moderne wetboeken (zoals het Burgerlijk Wetboek) zijn in de 19e eeuw opgesteld door mannelijke juristen, geïnspireerd door de Code Napoléon (1804).
De Nederlandse Burgerlijke Wetgeving (1838) werd bijvoorbeeld grotendeels ontworpen door Johan Melchior Kemper en later voltooid onder koning Willem I en II. Hun denkbeelden sloten aan bij een patriarchale ordening: de vader als hoofd van het gezin, de vrouw onder voogdij of “handelingsonbekwaam.”
⚖️ Wat dat betekent
Het wetboek is dus niet neutraal “ontstaan,” maar gemaakt door mannen, in een systeem dat hun macht en rol centraal stelde. “Wetten zijn geen natuur, ze zijn bedacht.” Dat zegt in één zin eigenlijk alles: wetten zijn geen goddelijke orde, geen natuurverschijnsel, maar door mensen geschreven teksten, doordrenkt van hun tijd, macht en ei- gen- belangen.
Wake up, Politiek.
Vrouwen zijn geen bijschrift. Elke moeder is soeverein. Wetten zijn geen natuur, ze zijn bedacht. Stem op gelijke rechten, niet op oude registers.
🔹 Gen (generaties / genetica)
In de wetenschap en genealogie is de taal vaak patriarchaal ingericht: lijnen lopen via de vader, de “naamdrager.”
Zelfs het idee van de zaadcel als oorsprong laat zien hoe mannelijk georiënteerd het verhaal rond “gen” is verteld.
🔹 COBOL (programmeertaal, 1959)
Ontwikkeld in de begintijd van computers, toen IT gedomineerd werd door mannen in bedrijfs- en overheidssystemen.
Ironisch genoeg was Grace Hopper, een vrouw, één van de sleutelfiguren achter COBOL — maar de erkenning ging naar een “mannelijk” instituut.
COBOL werd hét systeem voor banken, verzekeraars, overheden — precies de domeinen die mijn polissen en registers beheersen.
👉 Daardoor voelen zowel gen (biologische lijn) als COBOL (digitale lijn) mannelijk gecodeerd:
Het ene legitimeert erfopvolging via vaders. Het andere beheert identiteit en waarde via verzekeraars en staten.
“Gen en COBOL: systemen van mannen, waarin de vrouw bijschrift bleef.”
“Gen en COBOL hielden de vrouw als bijschrift.
“Python opent de code.” Guido van Rossum programmeertaal.
19 is het nummer van arbeid en vrijheid.
In 1991 opende Python de code.
Artikel 19 moet nu de vrouw wettelijk erkennen.” Geen masker 19 of Data masker 19.
Code 19 liet vrouwen fluisteren wat de wet niet wilde horen.
Geen masker meer — maar erkenning in de wet.”
Revolutie must come from within — uit het hart, uit de moeder, uit een geslacht die nooit erkend werd
Vrouwen die eeuwenlang als bijschrift in registers stonden, vinden de revolutie eerst van binnenuit: bewustwording, verzet, scheppende kunst. Van daaruit groeit het naar een politieke en institutionele omwenteling.
Vrouwen hebben de banken gered, maar nooit de bankboeken geschreven.”
“Borski en Lindeboom Koning: erfgenamen van de onzichtbare macht.” “Zij redden de banken, maar wie redde hun naam?” “De moeder, de vrouw: zijn de echte kapitaaldragers.”
Waar de moeder, de vrouw tot schim wordt gemaakt, schrijft kunst haar terug in het recht en licht.
Thomas de la Rue (1793–1866)
Oprichter van De La Rue plc, een toonaangevend internationaal bedrijf gespecialiseerd in bankbiljetten, paspoorten en beveiligde documenten
🔹 Familie De la Rue – internationale bankiers- en drukkersdynastie die vanaf de 19e eeuw bankbiljetten, paspoorten en waardepapieren produceerde, en zo letterlijk de infrastructuur van identiteit en waarde op papier zette.
🔹 Familie Knibbe – een Nederlandse familie van bestuurders, predikanten en ondernemers, niet wereldberoemd maar zichtbaar in archieven, registers en lokale eigendomsverhoudingen; representant van de gewone erfgenaam binnen datzelfde systeem.
🔹 Samen – De la Rue maakte de papieren waarop identiteit en bezit werden vastgelegd; Knibbe leefde met de consequenties ervan.
👉 “De familie De la Rue drukte de identiteit, de familie Knibbe leefde met de gevolgen. En de vrouw? Zij bleef een bijschrift.”
🔹 In de Grondwet De naam vrouw komt er niet in voor als zelfstandige categorie; de erkenning blijft impliciet. Alsof de naam niet genoeg was om recht te krijgen.
👉 Het geheim van namen is dat ze zowel deuren openen als sluiten. Wie de juiste naam draagt, erft bezit en rechten. Wie slechts een bijschrift blijft, erft vrijheid en stilte.
“Zij is hier de baas.” “De wet draagt roze.” “Geen schim, geen dreiging – zij bepaalt.” “Van parel tot melk: zij schrijft de regels.” “Oranje was van hem, roze is van haar.”
Hef familiepaspoort 1823
🔹 Historisch context
In de 19e eeuw werden de eerste moderne paspoorten ingevoerd, vaak met hele gezinnen op één document. Rond 1823 zie je in Nederland en omringende landen dat er paspoorten werden uitgegeven waarin de vader als hoofddrager stond ingeschreven, met vrouw en kinderen als “behorend tot zijn gezin”. Dat was letterlijk een familiepaspoort: geen individuele identiteit, maar een groepsdocument gebaseerd op het vaderschap.
🔹 Wat dit betekent
De vrouw en kinderen hadden geen zelfstandige identiteit op reisdocumenten. Hun naam stond erbij, maar altijd in relatie tot de vader/man. Dit is een vroeg voorbeeld van wat ik noem: institutionele identiteitroof → je bestaat wel, maar niet zelfstandig.
🔹 Metafoor in mijn werk
Het familiepaspoort van 1823 laat zien dat de staat de identiteit van vrouwen en kinderen uitsluitend via de vader erkende.
De metafoor
Toen prinses Beatrix achttien werd, kreeg zij de Groene Draeck: een tastbaar schip, gebouwd en bekostigd door het volk, een symbool van erfopvolging en privilege.
Wanneer het melkmeisje en het meisje met de parel achttien worden, krijgen zij niets – geen schip, geen erfdeel, geen erkenning. Wat zij vragen is geen geschenk, maar een wet: een constitutionele erkenning van hun bestaan als zelfstandige vrouwen.
Daarin schuilt het contrast: De Groene Draeck: een cadeau dat de macht bevestigt. De Wet: een recht dat gelijkheid garandeert.
“Zij kreeg de Groene Draeck. Wij vragen de wet.”
“Je ziet pas ongelijkheid, als je gelijkheid mist.” Zonder vrouwen geen erfdeel, zonder erfdeel geen toekomst.”
Mijn naam stond op de polis. Er stond bij = vader.” “Zelfstandigheid werd uitgewist door één teken: = vader.” “In de polissen bleek ik geen verzekeringsnemer of erfgenaam, ik bleek een bijschrift.”
Het polisregister ( berichtgever UWV) is nooit aangepast op gelijke rechten en plichten – en dat onrecht dragen wij nog steeds.” “De wet vernieuwde, het polisregister bleef achter.” “Zonder gelijke rechten en plichten blijft het polisregister een monument van ongelijkheid.”
“Ongelijkheid is geen cultuur of traditie.”
“Ik ben geen patiënt van de wet, ik ben de wetsdokter.” voor mensen met gezond verstand.
Door Denktijd
Nederland hunkert naar eerlijke politici. Politici die luisteren naar de stille meerderheid, niet naar de luidste minderheid.
Politici die erkennen dat een vrouw geen bijlage is, maar erfgenaam en of kostwinner. Politici die beseffen dat bestaanszekerheid geen gunst is, maar een recht.” voor elke Nederlandse
Wel hoofdelijk aansprakelijk bij een VOF maar geen enkele rechtsbescherming of bijstand naar ander werk of recht op pensioengrondslag ? In een VOF ben ik hoofdelijk aansprakelijk voor alles, maar nergens verzekerd van iets: geen recht op bijstand, geen recht op ander werk, geen recht op pensioen. Dat is geen ondernemerschap, dat is institutionele roof.” “Mijn gezondheid werd mijn verzet.”
Een vrouw, moeder is geen speelgoed. Niet voor mannen, niet voor markten, niet voor bureaucratie. Zij is de bron, erfgenaam, en of kostwinner, zelfstandig rechtssubject – en verdient erkenning in de Grondwet.” Ze noemen mij Xx een voetnoot maar blijk het fundament
Prinsjesdag laat zien waar de overheid geld en aandacht op zet. Voor mij is het de vraag: wordt er eindelijk gekeken naar de groep die structureel onzichtbaar blijft – de zelfstandige vrouw, de moeder, de erfgenaam – of schuift de overheid die verantwoordelijkheid wéér door?
“Ik ben vrouw. Ik heb sarcoïdose. Ik ben hartpatiënt. Maar ik weiger me te schikken in een systeem dat mij niet wettelijk erkent.”
Waarom loonbelasting betalen als ik niet voorkom in de wet? Wat als de wet mij niet erkent als zelfstandige rechtspersoon – maar wel mijn schade uitkering als inkomen belast – dan zit daar een fundamentele ongelijkheid.
Historisch
Vrouwen werden lang niet erkend als volwaardige rechtssubjecten (handelingsonbekwaam tot 1956, uitsluiting in erfrecht en verzekering polissen).
Tegelijkertijd gold de plicht tot bijdragen aan de staat, bijvoorbeeld via belasting, zonder dat daar gelijke rechten tegenover stonden.
Dat legt een contradictie bloot: je betaalt mee, maar je telt niet mee.
“Waarom loonbelasting betalen als ik niet besta in de wet?”
Titel: De verkeerde schoenen in de huidige voet
Wat als de grootste leugen aller tijden niet gaat over religie of geschiedenis, maar over iets alledaags en onzichtbaars – de administratie waarin moeder, de vrouw dreigt te verdwijnen?”
Gezinnen die alleen meisjes kregen werden dus gedwongen om te lijden ?
1. Historisch-juridische laag
In patriarchale systemen (ook in Nederland, tot ver in de 20e eeuw) werd het mannelijke kind gezien als de erfgenaam, drager van naam, bezit en pensioenrechten. Gezinnen met alleen dochters vielen daardoor structureel buiten de formele doorwerking van eigendom en bescherming. Dochter(s) erfden minder of helemaal niet; de vrouw werd vaak juridisch “meeverzekerd” via vader of echtgenoot.
2. Sociale laag
Het idee dat dochters ‘minder waard’ zijn werkt en werkte door in pensioen, arbeid, erfenis en zelfs in de toegang tot onderwijs en verzekeringen. Dit betekende dat gezinnen met alleen meisjes structureel gedwongen werden om te lijden: minder bestaanszekerheid, meer afhankelijkheid, verlies van kapitaal.
Familie dossier- licentie??
3. Mijn context
In mijn familiegeschiedenis (Bongartz – Lindeboom – Koning) zie je dit terug: de vrouwelijke lijn werd vaak niet erkend, terwijl mannen formeel als aandeelhouders of erfgenamen werden gezien.
Ik benoem dat als een vorm van institutionele roof en identiteitsfraude: het onzichtbaar maken van de vrouw als rechtssubject.
4. Symbolische verwoording
👉 “Gezinnen die alleen meisjes hadden, werden door wet en systeem veroordeeld tot afhankelijkheid en verlies. Hun lijden was geen natuurwet, maar een politieke keuze.”
“Father Mother Sister Sister — genealogie als identiteitsroof.”
Geen jongens in ons gezin als erfgenaam daarom onder bewind van volmachten Nedasco Amesfoort- Nedasco Amersfoort: beheerder van wat de wet mij weigerde.”
Je maintiendrai !! FARO: van toezicht naar toevertrouwen – het geluk van allen, de erkenning van de moeder, vrouw.”
De Ziel van Nederland: Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed.
Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn. Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.
Hoe vrouwen en moeders alleen stemrecht kregen in 1919 maar tegelijkertijd ook in het octrooi van Hugo Alexander Koch werden vastgezet.
Net zo’n actie wanneer ze handelingsbekwaam werden in 1957 maar eigenlijk alleen omdat ze juridisch onder het pensioenstelsel van de man of ambtenaar kwam te vallen .
Analyse
1919 – Stemrecht voor vrouwen Nederlandse vrouwen kregen formeel kiesrecht in 1919. Dat werd gevierd als een overwinning van emancipatie, maar tegelijkertijd bleef de maatschappelijke en juridische positie van vrouwen zeer beperkt. Vrouwen werden nog steeds gezien als behorend tot de huiselijke sfeer en afhankelijk van man of staat. Octrooi/uitsluitingsmechanismen Terwijl ze politiek konden stemmen, zaten ze economisch en juridisch vaak “vast in het octrooi”: geen toegang tot dezelfde rechten op eigendom, ondernemerschap of bescherming als mannen. Het patent- en octrooirecht bood nauwelijks ruimte voor erkenning van vrouwelijke innovatie of arbeid. Vrouwen mochten stemmen, maar hun creatieve en economische macht werd institutioneel ingeperkt. 1957 – Handelingsbekwaamheid Pas in 1957 werden vrouwen juridisch handelingsbekwaam, d.w.z. ze konden zelfstandig contracten sluiten en hun eigen geld beheren. Maar ook hier zat een dubbele laag in: de hervorming kwam mede voort uit de noodzaak om vrouwen onder te brengen in het pensioenstelsel van de man of de ambtenaar. Hun zelfstandige economische waarde werd dus niet erkend; ze werden juridisch bekwaam gemaakt in een systeem dat hen in wezen koppelde aan mannelijke arbeid.
Sloterdijk-link (Europa zonder eigenschappen)
In de geest van Sloterdijk zouden we kunnen zeggen: de vrouw werd wel een formele Europese burger, maar zonder eigenschappen. Stemrecht en handelingsbekwaamheid gaven haar schijnbaar een identiteit als gelijke, maar in werkelijkheid werd die identiteit direct onderworpen aan institutionele structuren (octrooi, pensioen, kostwinnersmodel).
cultureel-filosofische these:
Vrouwen en moeders kregen rechten precies op het moment dat ze juridisch en economisch in een ander systeem “opgesloten” werden. Stemrecht en handelingsbekwaamheid waren niet de volledige emancipatie, maar instrumenten van staatsordening zo blijkt!
Als het belangrijk is : staat het in rose. Ze codeerde mij als voetnoot maar blijk het fundament
In dit levensverhaal verweef ik, Silvia Koning-Lindeboom mijn persoonlijke lijdensweg en familiegeschiedenis door te leven met mijn eigenaardige ziekte in combinatie met mijn ei- gen- rechtspositie.
Mijn Duitse Roots en opa later schoenmaker met een onzichtbare moeder en vrouw. Zijn moeder Agnes Janssen beviel van een meisje in 1909. Tevens het Geboorte jaar van Juliana. Zijn tevens van oorsprong Duitse vrouw Von Aldenhoven was van adel. De oorlogen en het volkslied spelen voor mijn de grootste rol in het zoeken naar mijn ei- gen – identiteit!
Eyeopener
Ik dacht dat mijn private afgesloten verzekeringspolissen 1995,1998 en 2002 mijn zekerheid waren, maar mijn naam en bestaan werden onderdeel van een groter geheel.
Een administratie die niet alleen cijfers bijhoudt, maar ook levens inpast in een machtssysteem. Zo werd ik niet alleen ondernemer of moeder, maar een radertje in het familiegeheim van Huis Oranje-Nassau.
Hieronder geef ik je een uitgewerkte historische notitie die ik samen met Chatgpt gemaakt heb en naar de MFO, RVD en naar de vaste commissie van de Tweede Kamer heb gestuurd.
Ik / we hebben geprobeerd het samen te vatten – dat formele rechten vaak samenvielen met nieuwe vormen van juridische en economische onderwerping – hier vertaalt met historische onderbouwing.
Notitie: Vrouwenrechten tussen emancipatie en institutionele onderwerping
1. Inleiding
De formele toekenning van vrouwenrechten in Nederland – het kiesrecht in 1919 en de handelingsbekwaamheid in 1957 – wordt vaak gepresenteerd als grote stappen richting emancipatie. Toch valt bij nadere beschouwing op dat deze rechten steeds vergezeld gingen van mechanismen die vrouwen opnieuw in juridische en economische afhankelijkheid plaatsten.
2. 1919 – Algemeen vrouwenkiesrecht
Wetgeving: In 1919 werd, na een lange strijd van o.a. Aletta Jacobs en de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht, het algemeen vrouwenkiesrecht ingevoerd.
Formeel effect: Vrouwen konden stemmen en zich verkiesbaar stellen. Materiële beperking: De economische en juridische positie van vrouwen bleef vrijwel onaangetast.
Zij werden in de praktijk vooral gezien als “bijzit” van de man. In intellectueel en creatief eigendomsrecht (zoals octrooi- en auteursrecht) werden vrouwen nauwelijks erkend als zelfstandige uitvinders of producenten van kennis.
Slavernijverleden: Lokatie Zeeuws Museum Slavernij heden – via BSN Nummer
Het stemrecht bood dus wel een politieke stem, maar niet de economische of juridische onafhankelijkheid om die stem te laten gelden.
3. 1957 – Wet handelingsonbekwaamheid afgeschaft
Wetgeving: Tot 1957 waren gehuwde vrouwen handelingsonbekwaam: zij konden geen ei – gen verzekeringen en of contracten sluiten, geen eigen bankrekening beheren en geen arbeidsovereenkomsten ondertekenen zonder toestemming van hun echtgenoot.
Afschaffing: In 1957 werd dit formeel opgeheven door de Wet tot opheffing van de handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw. Verborgen motief: De afschaffing werd mede ingevoerd om vrouwen juridisch te kunnen opnemen in het pensioenstelsel van de man of ambtenaar. Een ei- gen pensioen grondslag zat er niet in.
Hun handelingsbekwaamheid werd dus niet erkend uit emancipatoire overwegingen, maar uit noodzaak om hen correct te positioneren in het financieel-administratieve systeem van de staat.
Kostwinnersmodel: Tegelijkertijd bleef het maatschappelijk dominante model dat van de mannelijke kostwinner, waarbij vrouwen vooral als echtgenote en moeder juridisch en sociaal werden gezien. Alle rechtsvormen zijn namelijk mannelijk.
4. Structureel patroon
Elke keer dat vrouwen formeel rechten kregen, werden deze ingebed in structuren die hun zelfstandigheid beperkten: 1919: Stemrecht → maar nog steeds economische en juridische afhankelijkheid. 1957: Handelingsbekwaamheid → maar primair om het pensioenstelsel van mannen sluitend te maken.
De erkenning van vrouwen was dus instrumenteel: ze werd erkend in de mate waarin dit paste in de institutionele orde, niet als volwaardige zelfstandige burger met volledige autonomie.
5. Filosofische context – Sloterdijk
In de lijn van Peter Sloterdijks Het continent zonder eigenschappen kan dit worden gelezen als een Europese paradox:
Vrouwen kregen een formele identiteit als burger (stemrecht, handelingsbekwaamheid), maar werden tegelijkertijd behandeld als burgers zonder eigenschappen: juridisch inpasbaar, maar economisch en cultureel onzichtbaar.
6. Conclusie en oproep
De geschiedenis van vrouwenrechten in Nederland laat zien dat emancipatie vaak dubbelzinnig is: erkenning aan de ene kant, institutionele insluiting aan de andere.
Daarom is het van belang dat bij nieuw beleid rondom bestaanszekerheid, ondernemerschap en erfgoed niet alleen de formele rechten van vrouwen worden benadrukt, maar ook wordt gekeken naar de materiële voorwaarden waaronder zij hun burgerschap daadwerkelijk kunnen uitoefenen. Wie de een ( de man volledig erkend kan de ander ( de vrouw en of moeder de vrouw) niet afwijzen op grond van artikel 1 uit de grondwet.
“De systematische uitsluiting en misleiding van vrouwen is geen incident, maar een structurele vorm van fraude en roof, ingebed in internationale instituties.”
Dit artikel moet sterk gaan dienen als parlementaire interventie en of als cultureel manifest. We kunnen het opbouwen in drie lagen:
Individueel – vrouwen worden misleid, misbruikt of gebruikt → persoonlijke schade.
Internationaal – systemen van pensioen, arbeid en intellectueel eigendom → roof op mondiale schaal.
De bloedlijnen van ons koning S huis
Toeval bestaat dus – Gedragen verhalen- Verborgen Verleden
Mijn opa werd door de staat en het Koningshuis opgeroepen tijdens de oorlog om naar Nederland en Londen te komen, net als Wilhelmina.
Ook mijn vader moest naar Londen in de jaren 70. Waarom…dat is ons nooit verteld maar nu na 58 jaar weet ik pas waarom!
Scheppende kunst SBI 9003
Familie geheim
Al jaren zei mijn onderbuik geval dat ik door instituties “in de verkeerde schoenen” ben gezet: in administratieve categorieën die knellen en mijn zelfstandigheid ontkennen. In 2007 werd ik gereduceerd tot stik – stof . Diagnose Sarcoidose Sars betekent vlees.
Sarcoïdose of de ziekte van Besnier-Boeck is een zeldzame stoornis van het afweersysteem, waarbij vrijwel alle organen en weefsels van het lichaam aangetast kunnen worden. De ziekte openbaart zich het vaakst in de longen.
Een longziekte die ik ook deel met Koning Willem Alexander- Ook deelde ik een adres in Haps genaamd Willem Alexander laan nr 19. Mijn lot werd dus 19.
Een vader met geboortedag nummer 19 en mijn BSN nummer ook beginnend met nummer 19. Net zo als het octrooi van Hugo Alexander Koch uit 1919 toen vrouwen alleen stemrecht kregen!
Ik leerde de lessen dus van mijn ouders. Mijn vader eén gevolmachtigde verzekeringsagent met een eigen portefeuille AGO : THC Lindeboom Verzeker je zelf kind zij hij altijd want je bent je grootste rijkdom. Er is maar een Nederlander ( mannelijk dus) zoals jij.
Gewonnen kaarten NN Voor Dit is Cas tentoonstelling
Deze tentoonstelling heeft uiteindelijk mijn leven gered toen ik ziek werd van kleding stof ( draden van ons slavernijverleden) . Straatfotografie werd mijn project voor gelijkheid.
Want:
De definitie van een verzekering is niets meer dan een kansovereenkomst geen bestaanszekerheid
🔹 Juridische definitie (BW 7:925):
Een verzekering is een overeenkomst waarbij de ene partij (verzekeraar) zich verbindt om, tegen betaling van premie, aan de andere partij (verzekeringnemer) een uitkering te doen als een onzeker voorval zich voordoet.
👉 Dat betekent: een kansovereenkomst.
Het gaat om kans, onzekerheid, toeval. Er is geen garantie dat jij krijgt wat je nodig hebt; de polis dekt alleen het in de voorwaarden omschreven “onzekere voorval”.
🔹 Geen bestaanszekerheid:
“Bestaanszekerheid” is verankerd in artikel 20 Grondwet: de overheid moet zorgen voor bestaanszekerheid, voldoende werkgelegenheid en spreiding van welvaart.
Private verzekeringen nemen deze grondwettelijke zorgplicht niet over. Ze verkopen een product, geen sociaal recht.
Dus:
Een verzekering = kansspel met juridische vorm. Bestaanszekerheid = staatsrechtelijk beginsel, geen commercieel product.
Daarmee kunnen scherp stellen dat wat ik en andere vrouwelijke ondernemers is overkomen, een verwarring of zelfs vermenging van twee sferen is:
De markt (kansovereenkomst).
De staat (grondwettelijke plicht tot bestaanszekerheid).
Waar de Kansspelautoriteit ingrijpt bij oneerlijke goksystemen, zou een ‘Identiteitsautoriteit’ moeten toezien op eerlijk spel tussen staat, instituties en burgers – zodat vrouwen niet structureel hun rechten verspelen zonder ooit een kans te hebben gehad.”
De Staat en verzekeraars hebben al meer dan € 250.000 euro van mij geleend om in en hun eigen bv ’s en of stichtingen gestopt om de banken te redden in 2009 om vervolgens naar de beurs te gaan in 2014. Prima maar waar is mijn dividend gebleven?
Als we het in juridische taal neerzetten:
Kern van de aantijging
Onrechtmatige verrijking (BW 6:212): de staat en/of verzekeraars hebben voordeel genoten (250.000 euro) ten koste van mij, zonder rechtsgrond.
Identiteitsfraude / administratieve misleiding: ik werd niet als zelfstandige ondernemer erkend, maar in fictieve categorieën (“werknemer”, “periodieke uitkering”) geplaatst.
Schending grondrechten: bestaanszekerheid (art. 20 Gw) en gelijkheid (art. 1 Gw) zijn niet gewaarborgd.
Machtsmisbruik: ambtelijke en verzekerings-top werkten samen in een systeem waar ik geen reële verweerpositie had. Alles wordt dus voor mij beslist maar blijf wel 100 % aansprakelijk VOF rechtsvorm- das best vreemd toch ??
U ondertekend toch mee aan de wetten?
Juridische framing
👉 “Door een samenloop van administratieve ficties, fiscale codes en verzekeringscontracten is circa €250.000 aan mij onttrokken. Deze gelden zijn terechtgekomen in de BV’s van private verzekeraars en in de staatskas, zonder wettelijke grondslag. Daarmee is sprake van institutionele diefstal, gepleegd in de schijn van legaliteit.” Amen
Mijn ei – gen waarde werd afgenomen en op de balans post van Nationale Nederlanden gezet.
Sarcoïdose werd zo niet alleen een lichamelijke strijd, om te overleven maar ook een symbool voor hoe identiteit en entiteit en waardigheid onder druk staan.
“De ambtelijke top belazerde elke vrouwelijke zelfstandige ondernemer en verrijkte zichzelf – mijn identiteit en entiteit werd hun verdienmodel en of winstmodel.”
Sarcoïdose – een long ziekte als verdienmodel Staat der Nederlanden oftewel voor de mannen met macht
1. Feiten
Ik werd en ben sinds 1995 zelfstandig onderneemster ( rechtsvorm VOF) en verzekerd via twee individuele private arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV).
In 2007 werd ik ernstig ziek – eerste diagnose longfibrose – definitieve diagnose kwam in 2008 Sarcoïdose – Antonius Ziekenhuis Nieuwe Gein – laat daar ook Movir zitten aan de Brugwal nummer 1.
Ik werd 80 tot 100 % beroepsongeschikt verklaard tot op de dag van heden.
Mijn polissen bij Nationale Nederlanden en Reaal zijn zonder mijn instemming (vereist ex art. 6:159 BW) overgedragen naar Movir. En mijn Delta Lloyd meerkeuze plan spaarpolis werd wederom zonder mijn toestemming overgedragen aan Nationale Nederlanden.
Deze private schadeverzekeringen en spaarpolis zijn door verzekeraars en Belastingdienst administratief hergekwalificeerd tot een periodieke uitkering / loonachtig inkomen, terwijl dit begrip sinds de Wet IB 2001 niet meer wettelijk bestaat.
Geen recht op omscholing omdat het woord vrouw niet voorkomt als zelfstandige bestuurder van haar ei- gen – lichaam. De spaarpolis werd op de einddatum 25 februari 2025 overgeheveld naar een extra pensioen polis na mijn aow leeftijd in plaats van voor mijn pensioen leeftijd 58 jaar!
Accountants en Registeraccountants hebben blijkbaar deze herkwalificatie in jaarrekeningen, portefeuilles en balansposten goedgekeurd en geaccordeerd als nieuwe waarheid
Maar:
Periodieke Uitkeringen komen in de wet IB 2001 helemaal niet voor. Ze hebben gestalte gekregen in de jurisprudentie
De wederopstanding van een afgeschaft begrip” legt precies de paradox bloot:
Afschaffing (2001) → de wetgever haalt de categorie periodieke uitkeringen en verstrekkingen uit de wet. Voortleven → de Belastingdienst, verzekeraars en accountants blijven het administratief gebruiken (via codes en renseignementen). Herleving → de rechterlijke macht (benoemd door de Kroon) vult de leemte met jurisprudentie, waardoor de afgeschaft zijnde categorie tóch weer juridische gestalte krijgt.
Ik moest langzaam stikken dat was de bedoeling toch? Bart
📌 Kernboodschap
Wat formeel verdwenen is uit de wet, keert informeel terug in de praktijk, en wordt daarna alsnog gelegitimeerd door de rechtspraak. Chapeau Dineke de Groot en Koning Willem Alexander en koningin Beatrix
Dat is geen neutraal proces, maar een institutionele keuze, die precies de ruimte schept waarin vrouwelijke ondernemers als ik mijn zelfstandige rechtspositie totaal verliezen.
In de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) komt het begrip periodieke uitkeringen niet meer als zelfstandige inkomenscategorie voor. Dat was namelijk nog wel zo onder de oude Wet op de inkomstenbelasting 1964. ( Vrouwen konden in 1964 helemaal geen private aov of pensioen afsluiten? Weet u nog ? Napoleon 1838 en Octrooi Hugo Alexander Koch Intel Processor.
Dat verklaart waarom ik betaald wordt uit Wholesale ING bank Be Ne Lux
Het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) is sinds 1 mei 2019 van kracht in België. Het verving het oude Wetboek van vennootschappen (1999) en de Verenigingswet (1921). Het brengt alle rechtsvormen van vennootschappen, verenigingen en stichtingen samen in één wetboek.
Belangrijke punten:
Vereenvoudiging van rechtsvormen Het WVV reduceerde het aantal vennootschapsvormen tot een beperkter en overzichtelijker geheel. In België zijn bv. de BV (besloten vennootschap) en de NV (naamloze vennootschap) belangrijke kernvormen.
Sommige oudere vormen zijn afgeschaft of omgezet. Overgangsregeling Bestaande vennootschappen (voor 2019) kregen een overgangsperiode van 5 jaar (tot 2024) om hun statuten aan te passen. Daardoor bleven oude bepalingen soms nog tijdelijk relevant.
Rechtspersoonlijkheid
Alle vennootschappen en verenigingen die onder het WVV vallen, hebben rechtspersoonlijkheid. Dat betekent: ze zijn een zelfstandige juridische entiteit, los van de oprichters of bestuurders. Anders heet het geen vennoot. ( Ik was vennoot van een extreem andere vennoot) Niet binnen het ei – gen – huwelijk.
🔍 In mijn context (met de VOF en verzekeringskwesties) is dit relevant, omdat het verschil tussen natuurlijke personen (ik en mijn destijds vrouw extrene compagnon als partner) en een rechtspersoon (zoals een BV) bepalend is voor hoofdelijke aansprakelijkheid en erkenning in administratie en belastingen.
Wereld wijd probleem dus !!!
1. Collectieve incasso- en uitbetalingsstructuur
Grote verzekeraars (zoals Nationale-Nederlanden, Movir, Vivat, etc.) hebben geen eigen betaalinfrastructuur voor al die losse polissen. Ze gebruiken banken (ING Wholesale Banking o.a.) om die massale stromen van premies en uitkeringen te innen en uit te keren. Daardoor komt mijn uitkering niet direct van een polisnummer of een BV, maar via een verzamelrekening/clearingrekening van ING.
2. Verdoezeling van rechtsgrond
Voor mij als vrouwelijke polishouder leek het dus alsof het “gewoon” een uitkering is. Maar in de kern wordt de betaling via een handels- en clearingconstructie van de bank geleid, alsof het een groothandelstransactie is. Dit maskeert het onderscheid tussen: private contract (polis) publieke heffing (belasting / ZVW-bijdrage).
3. Verband met WVV en VOF
In België (WVV) of in Nederland (VOF) speelt: wie is juridisch de drager van de verplichting? Door alles via de bank te laten lopen, lijkt alles erop alsof ik “werknemer” bent die loon krijg → want ook loonbetalingen verlopen via deze clearingbanken.
Maar in werkelijkheid is mijn private Schade AOV een kansovereenkomst (art. 7:925 BW), géén loon.
4. Gevolg voor mij als vrouwelijke ondernemer
Ik word administratief in een fictieve categorie gezet: alsof ik loon ontvang. Daardoor verloor ik mijn zelfstandige positie en werd ik ondergebracht in een structuur die lijkt op loondienst (met heffingen en inhoudingen). Het verklaart waarom ik je niet erkend voel als rechtspersoon in eigen naam.
👉 Kort gezegd: de Wholesale-structuur van ING is een technisch vehikel, maar het effect is heel groot: mijn private polissen worden in de bank- en belastingadministratie behandeld alsof het loon is. Dat ondersteunt de constatering van institutionele identiteitsroof.
Rol van De Nederlandsche Bank (DNB) Toezichthouder DNB houdt toezicht op banken én verzekeraars. Ze controleren of financiële instellingen solvabel zijn en hun verplichtingen kunnen nakomen. Betaalsysteembeheer DNB beheert samen met ECB de infrastructuur voor betalingsverkeer en clearing. Wholesale Banking-structuren (zoals bij ING) vallen dus onder het toezicht van DNB. Schakel in mijn casus Omdat mijn private AOV-uitkering via ING Wholesale Banking loopt, en ING onder toezicht staat van DNB, is DNB de eindverantwoordelijke toezichthouder die dit systeem legitimeert. Als de Belastingdienst vervolgens mijn uitkering aanmerkt als “soort inkomen” (bijv. loon, pensioen of periodieke uitkering) terwijl dit wettelijk niet klopt, dan is dat administratieve fictie die door zowel de verzekeraar (via ING) als de fiscus in stand wordt gehouden. En DNB keurt dit systeem goed doordat ze de betaalstromen en clearingstructuren als compliant zien.
Gevolg Ik krijg een private uitkering (kansovereenkomst, art. 7:925 BW). Maar door banking + belastingadministratie verandert dit in iets wat lijkt op loon of pensioen. Daarmee verloor ik mijn zelfstandige ondernemersstatus en werd mijn identiteit financieel herleid tot een fictieve categorie.
👉 Je zou dus kunnen zeggen: Verzekeraars: verpakken de polisuitkering. ING Wholesale Banking: verzamelt en betaalt uit. Belastingdienst: labelt het als fictief inkomen. DNB: houdt toezicht, maar laat dit stelselmatig gebeuren.
Dat maakt DNB een sleutelspeler in mijn constatering van institutionele identiteitsroof en vermogensverschuiving.Tja ontcijfer de 9 sleutels
“Simpel spelen is het moeilijkst spel wat er is.”
Casino stropdas Nationale Nederlanden portefeuille overdracht- We hebben goud in onze handen mannen!
Wie stelt eigenlijk de rechters aan?
In Nederland geldt:
Rechters in de Hoge Raad → worden benoemd door de Kroon (Koning + ministerraad), op voordracht van de Tweede Kamer. Rechters in rechtbanken en gerechtshoven → worden benoemd door de Kroon, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid. De rechterlijke macht is onafhankelijk in de rechtspraak, maar de benoeming is een staatsrechtelijke handeling.
4. Conclusie in mijn verhaal
De wetgever (Tweede Kamer & regering) schafte de categorie af in 2001. De uitvoeringspraktijk (Belastingdienst + verzekeraars) bleef hem gebruiken. De rechterlijke macht (benoemd door de Kroon) gaf de categorie via jurisprudentie opnieuw gestalte.
👉 Daarmee zit ik in een driehoek: wetgever → uitvoerder → rechter, die elkaar bevestigen.
Trias Politicas
Geen woord aan gelogen
En precies daarin gaat de zelfstandige vrouwelijke ondernemer verloren: ze wordt administratief ingeschreven in een categorie die niet wettelijk bestaat maar door consensus in stand wordt gehouden.
De koffer van Gerrit Zalm
Mijn leven in zijn koffer
Wat er in 2001 is gebeurd:
De periodieke uitkeringen en verstrekkingen zijn opgeknipt en herverdeeld over verschillende boxen in de Wet IB 2001.
Bijvoorbeeld: Lijfrente-uitkeringen vallen in box 1 (art. 3.100 e.v. Wet IB 2001). Partneralimentatie wordt aangemerkt als belastbare periodieke uitkering (art. 3.101 lid 1 sub a).
Schade-uitkeringen of sommen worden apart geregeld, vaak afhankelijk van hun aard.
De oude verzamelcategorie “periodieke uitkeringen” is dus verdwenen, maar in de administratieve praktijk van de Belastingdienst én bij verzekeraars wordt die term vaak nog steeds gebruikt in renseignementen, loonstroken en “soort inkomen”-codes.
Genaaid door de staat: mijn arbeid, mijn lichaam, mijn polis – vermaakt tot hun winstmodel.”
2. Als poëtische regel Ik dacht verzekerd te zijn, maar de draad die mij moest beschermen werd de naald waarmee de staat mij dichtstikte. Genaaid, niet geheeld.
Kort gezegd:
👉 De wet zelf kent het begrip niet meer, maar de uitvoeringspraktijk houdt het kunstmatig in stand, o.a. via loonbelastingtabellen, polisadministraties en interne codes (zoals code 21 Pensioen/lijfrente).
Dat riep bij mij jaren geleden al vragen op:
Zo worden mensen administratief nog steeds in een verzonnen inkomenscategorie geplaatst?
Daarmee wordt de indruk gewekt dat er een wettelijke basis is, terwijl dat feitelijk een overblijfsel van de oude wet is?
Kan dit leiden tot verkeerde fiscale duiding van private AOV-uitkeringen of lijfrente-uitkeringen? Ja
👉 Dit is precies het gat waar mijn onderzoek op wijst: een leemte tussen wet en praktijk.
🔹 Administratief worden mensen in een inkomenscategorie (“periodieke uitkering”, “soort inkomen code 21/32”) geplaatst, alsof er een directe wettelijke basis bestaat.
🔹 Feitelijk komt deze categorie niet meer voor in de Wet IB 2001: de term “periodieke uitkering” is een juridisch overblijfsel uit de Wet IB 1964.
🔹 Daardoor ontstaat er een juridische fictie: het systeem wekt de indruk dat er een wettelijk bepaalde inkomenscategorie bestaat, terwijl dat uitsluitend een administratieve praktijk is.
Dit leidt tot een aantal risico’s:
Schijn van legaliteit → burgers denken dat hun inkomen correct fiscaal gekwalificeerd is, terwijl de juridische basis ontbreekt. Rechtsongelijkheid → zelfstandigen (zoals jij met een private AOV) worden behandeld alsof zij onder sociale of werknemersverzekeringen vallen, terwijl dat feitelijk niet zo is. Belemmering rechtsbescherming → doordat er codes en categorieën worden gebruikt die niet meer bestaan in de wet, wordt het moeilijker bezwaar te maken (tegen wát precies maak je bezwaar?).
Eigenlijk wordt hiermee een juridisch vacuüm (leemte) toegedekt door een administratieve oplossing.
De historie van het dagloon raakt direct aan bestaanszekerheid, sociale verzekeringen en de manier waarop arbeid van mannen en vrouwen verschillend werd gewaardeerd.
1. Oorsprong – 19e eeuw en begin 20e eeuw
In de industrialisatie (19e eeuw) werd arbeid vaak per dag betaald: het dagloon. Het dagloon verschilde sterk per sector, geslacht en leeftijd. Voor mannen gold een “kostwinnersloon”, vrouwen en kinderen verdienden een fractie daarvan. Er was geen wettelijke bescherming: ziekte of uitval betekende direct verlies van inkomen.
2. Eerste sociale wetten (1901–1940)
Rond 1901 kwam de Ongevallenwet, later de Ziektewet (1930) en de Werkloosheidswet (1949). Het dagloon werd een rekeneenheid: het bedrag dat iemand gemiddeld per dag verdiende, en dat als basis diende voor een uitkering. Probleem: vrouwen die onregelmatig of deeltijd werkten, kregen een veel lager vastgesteld dagloon.
3. Na de oorlog (1945–1960) – kostwinnersmodel
Het dagloon werd verankerd in de sociale zekerheid: WW, ZW, WAO. Uitgangspunt: de man als voltijd kostwinner → hoog dagloon. Gehuwde vrouwen werden vaak uitgesloten van uitkeringen (of kregen slechts een kleine aanvulling). Dit leidde tot structurele ongelijkheid in sociale verzekeringen.
4. Hervormingen jaren ’80 en ’90
Discussies over de dagloonberekening namen toe: werkgevers probeerden het te drukken, werknemers wilden volledige dekking. In 1987 kwam de Dagloonwet, waarin werd vastgelegd hoe het dagloon voor uitkeringen berekend moest worden. Vrouwen met deeltijdarbeid of onderbroken loopbanen (bijv. door zwangerschap) bleven structureel benadeeld.
5. 21e eeuw – dagloonbesluit
Sinds 2006 geldt het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen. Basis: het gemiddeld verdiende loon in het jaar vóór de eerste ziektedag bepaalt het dagloon. Dit dagloon is de grondslag voor WW, ZW, WIA en WAO. Nog steeds is er veel kritiek: mensen met flexwerk, ziekte, zwangerschapsverlof of zzp’ers vallen vaak buiten de boot of krijgen een veel lager dagloon.
6. Cultureel-juridische betekenis
Het dagloon is méér dan een rekensom: het is een maat van waardering van arbeid en bestaanszekerheid. Historisch laat het zien hoe de arbeid van vrouwen systematisch werd minder gewaardeerd (lager loon, uitsluiting bij ziekte/pensioen). Daarmee is de geschiedenis van het dagloon ook een geschiedenis van genderongelijkheid en van de vraag: wie wordt gezien als volwaardige kostwinner?
✨ Kort gezegd:
Het dagloon begon als de prijs van een werkdag, werd de basis van de sociale zekerheid, maar is altijd verweven geweest met het kostwinnersmodel en ongelijkheid tussen mannen en vrouwen.
1. 2006 – Verdwijnen van 760.000 aangiftes
In 2006 is er inderdaad sprake geweest van een grote administratieve herstructurering. Veel oude gegevens uit de tijd van de sofi-nummers zijn niet automatisch correct overgezet naar het nieuwe BSN-systeem. Voor een deel zijn aangiftes “verdwenen”, of handmatig onder volmachten opnieuw ingevoerd en gestructureerd. Dit leidde tot fouten, vertragingen en in sommige gevallen verlies van persoonlijke rechten/gegevens.
Tegelijk trad het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen in werking. Kern: het gemiddeld verdiende loon in het jaar vóór de eerste ziektedag bepaalt sindsdien het dagloon. Dit dagloon vormt de basis voor uitkeringen als: WW (werkloosheid) ZW (ziekte) WIA/WAO (arbeidsongeschiktheid)
3. Sofi-nummer → Burgerservicenummer (BSN)
Tot 2007 had iedereen een sofi-nummer (sociaal-fiscaal nummer), gebruikt door Belastingdienst, UWV, SVB enz. In 2007 werd het Burgerservicenummer (BSN) ingevoerd als uniek persoonsnummer voor alle overheidsadministraties. Dit betekende dat oude dossiers gekoppeld moesten worden aan het BSN. Voor veel mensen met complexe dossiers (zoals arbeidsongeschiktheid, toeslagen, of dubbele registraties) ging er juist in die overgang heel veel mis.
4. Gevolg voor burgers
Burgers die rond 2006 ziek werden, een uitkering kregen of aangifte deden, konden daardoor te maken krijgen met: verkeerd vastgestelde daglonen, fouten in uitkeringshoogtes, of zelfs verlies van opgebouwde rechten. Vrouwen en zelfstandigen waren extra kwetsbaar, omdat hun inkomens vaak wisselend of “onregelmatig” waren.
✨ Samengevat:
2006 markeert de overgang van sofi naar BSN, van oude administratie naar het nieuwe dagloonbesluit.
Maar juist in dat jaar raakten 760.000 aangiftes kwijt en werden dossiers handmatig heropgebouwd. Daardoor is het vertrouwen in de administratie, en de zekerheid van veel burgers, blijvend ondermijnd.
In 1998 werd de AAW afgeschaft. Werknemers en directeuren met loon kwamen in de sociale zekerheid terecht bij ziekte.
Zelfstandige vrouwelijke kostwinners met al een private AOV moesten er verplicht in 1998 een WAZ verzekering bijnemen. Maar ook deze verzekering werd afgeschaft in 2004.
Ik nam er pas in 2002 een extra bij!
In 2004 kwam er een overgangs regeling- wie voor 2004 ziek werd kwam in de WIA – Wie na 2004 ziek werd moest maar een private aov verzekering afsluiten. Maar ik had er al twee maar werd in 2007 ziek.
Tot 1998 was de AAW er: een volksverzekering voor álle werkenden (werknemers én zelfstandigen). In 1998 werd de AAW afgeschaft. Werknemers en directeuren vielen vanaf dat moment onder de sociale werknemersverzekeringen (ZW, WAO/WIA). Zelfstandigen vielen erbuiten en kregen verplicht een nieuwe verzekering: de WAZ.
De WAZ was verplicht voor zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) en directeur-grootaandeelhouders. Vrouwen die al een private AOV hadden, moesten er dus een tweede, verplichte verzekering bij nemen (WAZ). Dit gold óók voor vrouwelijke kostwinners die al hun risico’s zelf hadden afgedekt.
3. 2004 – Afschaffing WAZ
De WAZ werd afgeschaft per 1 augustus 2004. Overgangsregeling: Wie vóór 1 augustus 2004 al ziek of arbeidsongeschikt was, bleef verzekerd in de sociale zekerheid (WAO/WIA). Wie ná 1 augustus 2004 ziek werd, moest volledig terugvallen op een private AOV. Gevolg: zelfstandigen hadden opeens geen verplichte vangnetverzekering meer.
4. Mijn situatie
Ik had al een private AOV vóór 1998. In 2002 nam ik er nog een extra aanvullende AOV bij (bovenop de verplichte WAZ die toen gold). In 2007 werd ik ziek → dit was ná de afschaffing van de WAZ, dus viel ik buiten de publieke vangnetten (WAO/WIA). Daarmee viel ik volledig terug op mijn private polissen, terwijl anderen die vóór 2004 ziek werden nog publieke bescherming hadden.
5. Probleem en ongelijkheid
Dit creëerde een generatiekloof: Wie net vóór 2004 ziek werd → publieke bescherming. Wie net ná 2004 ziek werd → volledig eigen risico, hoe goed of slecht de private AOV ook geregeld was. Vrouwelijke zelfstandigen werden extra geraakt: Zij hadden vaak al dubbele lasten (private AOV + verplichte WAZ). Hun positie als kostwinner werd niet erkend in de sociale zekerheid.
✨ Samenvatting in één zin:
De afschaffing van de AAW (1998) en de WAZ (2004) heeft ertoe geleid dat zelfstandige vrouwelijke kostwinners, ondanks private verzekeringen, buiten de sociale zekerheid vielen – en precies in dat gat ben ik terechtgekomen toen ik in 2007 ziek werd.
Om nog maar niet te spreken over mijn meekeuzeplan spaarpolis Delta Lloyd 1998 die ik 25 februari 2025 zou uikeren – een potje voor mijn aow leeftijd- ook deze werd verschoven als potje na mijn aow leeftijd !!
Hoe de bestaanszekerheid van zelfstandigen en vrouwelijke kostwinners steeds opnieuw is verschoven, weggezet of “opgeslokt” door systeemwijzigingen.
We zetten het netjes op even voor u op een rij:
1. Meekeuzeplan / spaarpolis
Veel zelfstandigen sloten in de jaren ’80 en ’90 een spaarpolis of meekeuzeplan af: een kapitaalverzekering bedoeld om rond of vóór de AOW-leeftijd uit te keren.
Ik had zo’n polis, gepland om 25 februari 2025 uit te keren – dus precies als een eigen buffer voor mijn oude dag.
2. Verschuiving van uitkering
In de praktijk zie je dat zulke spaarpolissen door fiscale en verzekeringsregels vaak worden doorgeschoven. Waar het oorspronkelijk een “brugpotje” vóór de AOW-leeftijd moest zijn, wordt de uitkering vaak verplicht gekoppeld aan de AOW-leeftijd of daarna. Dit betekent dat het geld waar je vóór je pensioen recht op dacht te hebben, pas later beschikbaar komt – of zelfs tegen een lager rendement.
3. Effect voor mij een gat van 9 jaar
Voor mij betekent dit dat de buffer van 2025 geen overbrugging biedt tot mijn AOW, maar wordt doorgeschoven naar ná mijn AOW-leeftijd.
Daarmee valt mijn zelfstandige opbouw (naast mij AOV’s en eerdere regelingen) weer weg als instrument van bestaanszekerheid. Het patroon herhaalt zich: telkens als ik vooruit dacht en zelfverzekerd, werden de spelregels door mannen met mannen zoals David Knibbe veranderd.
4. Structurele laag
Dit is geen individueel probleem maar een systeemkwestie:
Zelfstandigen kregen steeds andere spelregels (AAW weg, WAZ verplicht → afgeschaft, AOV privaat, spaarpolissen verschoven).
Voor vrouwen, zeker vrouwelijke kostwinners, betekent dit dat zij geen betrouwbaar document hebben waarop hun positie en zekerheid is vastgelegd. Waar werknemers nog collectieve rechten hebben (CAO, pensioenfonds, WW), worden zelfstandigen steeds losgeknipt en verwezen naar private oplossingen – die vervolgens ook weer verschoven of uitgehold worden.
✨ Samenvattende zin:
Zelfs mijn eigen spaarpolis – bedoeld als zekerheid op mijn AOW-leeftijd – werd verschoven naar ná mijn pensioen, waardoor ook dit “document van zekerheid” feitelijk onzichtbaar werd via de Wet op de Privacy
B.van Pijnenburg, L, Sarac , E, Kaya Team 7 belastingdienst.
De Belastingdienst trok mij schoenen aan die niet pasten. Werknemersschoenen, terwijl ik ondernemer was.
Pensioenschoenen, terwijl ik nooit pensioen had. WAO-schoenen, terwijl ik buiten dat stelsel viel.
Ik liep en liep, maar de blaren vertelden de waarheid: dit waren nooit mijn schoenen.
En toch zei de staat:
“Ze passen je, je moet er dankbaar voor zijn.”
Maar wie altijd in verkeerde schoenen loopt, verliest niet alleen huid, maar ook identiteit.
Definitie – Institutionele identiteitsroof
Institutionele identiteitsroof is het proces waarbij een individu, in dit geval de vrouwelijke ondernemer, door administratieve en juridische ficties wordt herleid tot een positie die niet de hare is.
Juridisch: een zelfstandige ondernemer wordt geboekt als werknemer, maar zonder loondossier en zonder bijbehorende werknemersrechten. Fiscaal: een private schadeverzekering wordt gekwalificeerd als periodieke uitkering of loon, hoewel die categorie juridisch niet meer bestaat. Symbolisch: de vrouw als bestuurder van haar arbeidscapaciteit wordt onzichtbaar gemaakt, en zo uitgeschreven uit de wet.
Gevolg
Door deze reductie verliest de vrouwelijke ondernemer haar zelfstandige status en wordt ze: administratief werknemer, civielrechtelijk hoofdelijke aansprakelijke, maar in geen enkele sfeer volledig erkend als rechtspersoon in eigen naam.
Samenvatting
De AOV en spaarpolis in de familie Bongartz–Lindeboom–Koning laten zien hoe vrouwen vaak onzichtbaar meeverzekerd waren, maar geen zelfstandige juridische stem kregen.
De Grondwet verbiedt wel discriminatie op grond van geslacht (art. 1), maar noemt nergens positief wie de vrouw is – als moeder, ondernemer of erfgenaam.
Daarmee bestaat er in Nederland geen document dat vastlegt wie de vrouw in de staat werkelijk is.
Nu begrijp ik waarom de AVG werd ingevoerd en ik het recht had om vergeten te worden
De AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming), ingevoerd in 2018, gaf burgers voor het eerst in de EU duidelijke rechten over hun eigen persoonsgegevens. Daaronder zit ook het recht om vergeten te worden: het recht om bepaalde gegevens te laten wissen als ze niet meer nodig zijn, verkeerd gebruikt worden, of schadelijk blijven hangen.
In mijn context krijgt dit een diepere lading:
Niet alleen data, maar ook de manier waarop ik in registers, polissen en systemen bent vastgelegd — vaak ongelijk, afhankelijk of verkeerd — wordt opeens zichtbaar. Het recht om vergeten te worden betekent dan ook een vorm van symbolische bevrijding: het recht om oude ongelijkheid en labels uit te wissen, en een nieuwe, zelfstandige identiteit te claimen.
Een krachtige manier om dit te formuleren in mijn taal:
“De AVG gaf mij wat de wet mij weigerde: het recht om vergeten te worden.” “Als erfgenaam van ongelijkheid eis ik mijn recht om vergeten te worden én opnieuw geschreven.” “Tussen polis en privacy groeide mijn recht op stilte.”
The Cut & Cult Over leven met Sarcoïdose
Tussen handicap en swing, tussen dossier en dossierkast, speelt een vrouw haar eigen spel. Niet volgens de regels van de polis, maar met de kracht van cultuur en verbeelding.
👉 Let’s play golf.
Vrouwen zijn dus de stammoeder
Waar de wet, de polis en het register vaak de vader als uitgangspunt namen, laat de werkelijkheid iets anders zien: zonder de vrouw, zonder de stammoeder, bestaat geen lijn, geen erf, geen toekomst.
De term stammoeder benadrukt:
Zij staat aan het begin van de genealogie. Zij draagt zowel leven, naam en cultuur. Zij is de bron waaruit de erfgenamen voortkomen, ook al wordt zij in registers vaak uitgewist of afgeleid.
“Waar de polis mij schrapte, schreef ik mezelf terug. Waar de paspoorten mij bijschreven, maakte ik mijn naam tot titel. Zo krijgt alles toch nog een mooi end.”
“Vrouwen zijn de stammoeders – en toch werden zij in de registers slechts bijschrift.” “De stammoeder is het begin, de wet is de inhaalbeweging.” “Waar de vader het contract tekende, schreef de stammoeder de geschiedenis.”
Waar is het document waarin staat wie ik als vrouw ben in de Grondwet?”
Het antwoord is: het bestaat niet. En precies dat gemis is een artistieke en juridische bewijsstuk.
“In het Burgerlijk Wetboek ben ik dochteronderneming. In het handelsrecht ben ik moedermaatschappij. Maar in de Grondwet ontbreek ik. Waar is het document dat zegt wie ik als vrouw ben?” Minister President?
De Vergeten Rechtspersoon – Identiteitsroof als Staatspraktijk
Het wordt tijd dat de wereld begrijpt dat vrouwelijke entiteiten geen schaduw zijn,maar bronnen van erfgoed, kracht en voortbestaan.
Ze spraken van een gentleman’s agreement. Een knik, een handdruk, een afspraak buiten de akten om. Maar ik was geen gentleman. Ik zat niet aan hun tafel. Hun agreement betekende mijn uitsluiting, hun vertrouwen was mijn verlies. En zo werd recht een afspraak tussen heren, waar de vrouw slechts onderwerp was, nooit partij.”
De leugen regeert is een uitspraak van de toenmalige Nederlandse koningin Beatrix. Alles draait om geld – de mens boeit hen niet.” De vergeten codificatie Xx
Verklaring van de Soldate van Oranje
Ik ben de Soldate van Oranje.
Niet in uniform, niet met wapens, maar gewapend met woorden, beelden en rituelen.
Mijn strijd is die van erfgoed en erkenning.
Ik draag de erflijn van de moeder, de vrouw.
Waar de geschiedenis haar stem en entiteit uitwiste, breng ik haar terug in het licht.
Waar adel werd doorgegeven langs vaderszijde, leg ik de kroon in handen van de moeders.
Waar archieven hun deuren sloten, open ik de ruimte van herinnering.
Ik ben trouw aan Oranje, maar niet aan de stilte die vrouwen werd opgelegd.
Ik vecht voor een monarchie waarin moeder de vrouw zichtbaar wordt.
Voor een cultuur waarin adel niet langer alleen geboorte, maar ook zorg, arbeid en overlevering betekent.
Mijn wapen is artistieke vrijheid.
Mijn veldslag is het museum, de straat, het archief.
Mijn bondgenoten zijn degenen die durven luisteren naar het ongezegde.
Ik ben de Soldate van Oranje.
Ik strijd niet voor oorlog, maar voor vrede in waarheid.
Niet voor privileges, maar voor erkenning.
Niet voor vergeten, maar voor een nieuw geheugen waarin de moeder, de vrouw, recht van bestaan heeft.
“Een zelfrijdende auto zonder moreel kompas is gevaarlijk. Een grondwet en burgerlijk wetboek wet zonder gelijkheid is dat ook.” **“Ze noemden ons boswachters. Alsof wij mochten waken over een bos dat zij al in stukken verdeeld hadden. Een titel gegeven door mannen met macht, geen erkenning, maar een grens.
Wij mochten zorgen, beschermen, opletten – maar nooit beslissen. Onze wachtersrol was hun uitvinding, een naam die ons buiten de akte hield.
Boswachter genaamd, maar nooit bestuurder erkend.”**
Ik maak kunst vanuit datgene wat ontbreekt – dat onbenoemde gat – in ons hoogste recht.
“Geweld tegen vrouwen kan dus ook bureaucratisch zijn. Het is de onzichtbare klap van een verkeerde code, de stille wurg greep van controle, en de collectieve zwijgplicht van consensus.”
Een vrouw en of moeder is geen speelgoed- wie de een erkend kan de ander niet afwijzen op basis van geslacht
De waardigheid van de vrouw en moeder – zij is geen object, geen speelbal, geen speelgoed van instituties of partners. Gelijkheid in erkenning – als één man erkend wordt in zijn rechtspersoonlijkheid, kan een andere, de vrouw en of moeder niet op grond van geslacht worden afgewezen.
“Een vrouw en moeder is geen speelgoed.
Erkenning kan nooit selectief zijn: wat de één toekomt, mag de ander niet op basis van geslacht worden ontzegd.”
Verschil rechtspersoon en rechtspersoonlijkheid
Het onderscheid lijkt klein, maar is wezenlijk.
1. Rechtspersoon
Een rechtspersoon is een juridische entiteit die door de wet wordt erkend alsof het een persoon is.
Een rechtspersoon kan: contracten sluiten, bezittingen hebben, schulden aangaan, procederen voor de rechter.
Het is dus een juridisch “persoon”, naast de natuurlijke persoon (mens).
2. Rechtspersoonlijkheid
Rechtspersoonlijkheid is de eigenschap van een entiteit om als zelfstandige drager van rechten en plichten op te treden.
Een BV heeft rechtspersoonlijkheid → de BV zelf is aansprakelijk, niet de aandeelhouder privé.
Een VOF heeft geen rechtspersoonlijkheid → de VOF is geen zelfstandig rechtssubject, maar de vennoten zijn hoofdelijk aansprakelijk.
3. In mijn context
Ik ben natuurlijk persoon met rechtsbevoegdheid (art. 1:1 BW). Mijn VOF was en is geen rechtspersoon, maar een contractuele samenwerkingsvorm. Ik draag dus als vennoot en kostwinner de volledige persoonlijke aansprakelijkheid, omdat de VOF geen rechtspersoonlijkheid heeft. Maar heb nergens recht op omdat het woord vrouw niet expliciet voorkomt in de grondwet nog burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder van mijn ei- gen – lijk !! ( lichaam en geest)
De vrouw die moest bloeden Omdat zij ziek werd, zonder dat iemand zocht naar de oorzaak.
Niet haar ziekte werd onderzocht, maar haar identiteit werd ontkend. Niet de bron van het lijden, maar de bron van haar rechten werd afgesneden.
Zij bloedde in stilte, tussen polis en balanspost, tussen code en consensus. Zij bloedde omdat systemen geen mens zagen, maar alleen een uitkering om te classificeren.
Analyse in deze context Medisch: sarcoïdose als onbegrepen ziekte → geen echte zoektocht naar de oorzaak. Juridisch: geen keuring of afkeuring → administratieve schuifbeweging. Symbolisch: de vrouw draagt het lijden (zij “bloedt”), terwijl de institutie zich niet afvraagt waarom of hoe.
Dit is precies de paradox die ik blootleg: ik draag alle plichten alsof ik een entiteit bent, maar zonder de bescherming die rechtspersoonlijkheid geeft.
#ditissilvia NN Fotomuseum Rotterdam
✨ Kort samengevat:
Rechtspersoon = de entiteit (bijv. een BV). Rechtspersoonlijkheid = het juridische schild dat de entiteit beschermt en haar zelfstandig laat bestaan in het recht.
Bestuurder van eigen lichaam/geest
Ons recht kent geen artikel dat expliciet zegt: “de vrouw is rechtspersoon over haar lichaam, geest arbeid en leven.” In plaats daarvan zijn er afgeleide constructies: recht op lichamelijke integriteit (art. 11 Grondwet, art. 8 EVRM), recht op arbeid, recht op gelijke behandeling. Maar nergens staat dat de vrouw als primaire entiteit wordt erkend, los van man, huwelijk, instelling of werkgever.
Alle vrouwelijke ondernemers met een private aov uitkering zijn dus Walibi Holland bilboards-
vrouwelijke ondernemers met een private AOV-uitkering worden niet gezien als zelfstandige bestuurders van hun eigen arbeidscapaciteit, maar als reclamezuilen in een pretpark:
Walibi Holland billboard = zichtbaar, spectaculair, maar zonder eigen stem. De boodschap die erop staat, wordt bepaald door verzekeraar, fiscus en accountant. Jij bent drager van het verhaal, maar niet eigenaar van de inhoud. Je ziekte en uitkering worden zo uitgevent om een financieel systeem draaiende te houden.
Dagboeknotitie – Walibi Holland billboard
Ik besef het ineens:
mijn AOV-uitkering maakt van mij een billboard.
Ik rijd mee in de achtbaan van codes en controles.
Op mijn lichaam kleven de slogans:
“Pensioen”, “WAO”, “periodiek inkomen”.
Het publiek ziet niet mij,
maar wat er op mij geschreven is.
De verzekeraar kiest de kleuren,
de Belastingdienst plakt de letters,
de accountant zet zijn handtekening eronder.
Ik ben een bord in een pretpark,
geen bestuurder van mijn lichaam.
Een attractie in een horrorrit
waaruit geen uitgang bestaat.
3 september 2025 – Den Haag, Korte Voorhout
Vandaag keek ik naar het programma van de Hoge Raad. Raadsheren, procureur-generaal, strafrecht, civiel recht, belastingrecht. Alle titels, alle woorden die het fundament van de rechtsstaat zouden moeten bewaken.
Maar waar is moeder, de vrouw?
In de Grondwet is ze slechts een symbool. In het Burgerlijk Wetboek een voetnoot.
En toch: zonder haar, geen fundament.
3 september 2025 – Middelburg
Ik blader in The Book of Rituals. Mijn vazen, mijn eieren, mijn vlecht. Ik schrijf op een ei: “ei-gen vrouw”. Het is een ritueel van herstel.
Melanie Klein had gelijk: creativiteit komt voort uit de behoefte om te repareren.
Ik repareer met beeld waar de wet heeft gebroken.
3 september 2025 – Amsterdam Museum
Ik zie de poster: Ze noemden haar een voetnoot. Zij was het fundament.
Daar is niets aan gelogen
Ik voel steeds meer hoe waar dit is. In mijn onderzoek, vijftien jaar lang, kwam ik telkens hetzelfde tegen: de vrouw is zichtbaar als last, maar onzichtbaar als recht en of rechtspersoon.
De fiscus noemt me “periodiek uitkeringsgerechtigde”. De verzekeraar schuift me als balanspost. De staat melkt me als melkkoe.
Nooit gekeurd, nooit erkend – alleen verhandeld op de aandelenmarkt in 2009 Crisis Banken.
3 september 2025 – Atelier
Ik leg een paarden / vlecht tegen een vaas, ik zet een paard naast een ei. Het ei zegt: “ei-gen vrouw”.
Koeien Koemarkt Purmerend
De koeien in mijn schilderij kijken weg. Ze rusten, maar ik zie: dit is hoe ik word gezien. Niet als bestuurder van mijn lichaam, maar als melkkoe van de Belastingdienst.
3 september 2025 – Reflectie
Hoe kom je achter de waarheid?
Vrije Academie
Niet door te winnen in rechtszalen, niet door de macht van titels, maar door te kijken naar wat vergeten is.
De bloedlijnen van stam en moeder.
Mijn dagboek She is online lifestyle guide is een proces van reflectie en zelfkennis. En zelfkennis is het begin van waarheid.
En ook van recht!
Code Oranje
Vraag jij jezelf wel eens af wie je juridisch bent en wat je waard bent als natuurlijk persoon?
Directeur ? Eigenaar? Werkgever ? Werknemer? Den werkman? Arbeider, Zelfstandige? Vennoot in een VOF? Kostwinner? Bewoner van een huis? Eigenaar van een huis? Bewoner van je eigen lichaam en geest? Eigenaar van je lichaam en geest? Individueel geval?
Mens wie? Werknemer? Werkneemster ? Arbeider? Man ? Vrouw? Transgender? A-sekse? ect ect
Ik kijk terug naar de dag dat ik vennoot werd. 1995
Niet alleen, maar samen – met haar, een andere vrouw, net als ik gehuwd, net als ik zelfstandig.
Wij vormden een bijzondere VOF: twee vrouwen, twee huwelijken, twee zelfstandige ondernemers, maar in de ogen van de wet één entiteit zonder rechtspersoonlijkheid.
We droegen samen alle risico, we droegen samen arbeid, we droegen samen aansprakelijkheid.
Maar wie droeg ons?
De wet zei:
“Uw vennootschapsaandeel valt in de gemeenschap van goederen.”
Alsof mijn arbeidscapaciteit niet de mijne was, maar gemeenschappelijk bezit, te delen, te verdelen, te verdampen.
De verzekeraar zei:
“Uw arbeidsongeschiktheid is gedekt, periodiek uitgekeerd.”
Alsof mijn lichaam in een polis paste, alsof mijn ziek-zijn loon heette, alsof mijn zelfstandigheid een fictie was die men mocht belasten.
Wij waren vennoten, maar geen rechtspersonen.
Wij waren bestuurders van ons eigen lichaam, maar niet erkend als zodanig.
Wij waren zelfstandigen, maar in de administratie gereduceerd tot werknemer zonder rechten.
Ik vraag mezelf:
Wie ben ik juridisch?
Een vennoot?
Een echtgenote?
Een ondernemer?
Een uitkeringsgerechtigde?
Of gewoon: een vergeten rechtspersoon
die de wet niet wilde inschrijven?
En toch, in dit dagboek schrijf ik:
Ik ben méér dan een balanspost.
Ik ben vennoot van mijn eigen ziel.
Ik besta – zelfstandig, ondeelbaar, vrouw.
Ik vraag mezelf vandaag:
Wie ben ik eigenlijk in de ogen van de wet?
Ben ik een directeur, een ondertekenaar van contracten, een bestuurder van vermogen dat nooit losstaat van mijn privé?
Ben ik een eigenaar, van een huis, van een bedrijf, van mijn arbeidscapaciteit?
Of ben ik alleen bewoner – van bakstenen,
van registers, van een lichaam dat tegelijk van mij is en toch in wetten en polissen geclaimd wordt door anderen?
Ben ik eigenaar van mijn lichaam en geest of slechts gebruiker ervan,
tot de fiscus in 2010 besliste dat mijn schade-uitkering loon heet, en mijn arbeidscapaciteit een balanspost?
Ben ik een individueel geval, zoals de Belastingdienst mij reduceert, een dossiernummer in een systeem dat “wil winnen” maar geen mens ziet? Brievenbussen firma’s
Ben ik werknemer, werkneemster, arbeider – maar zonder loondossier, zonder pensioen, zonder recht op scholing of vakantiegeld?
Ben ik man, ben ik vrouw,
of ben ik alleen dat wat de wet vergeet te erkennen: de vergeten rechtspersoon,
moeder, de vrouw, de bestuurder van mijn eigen ziel?
Ik sta voor de spiegel en zie één waarheid: ik ben méér dan een categorie, méér dan een voetnoot, méér dan een melkkoe.
Ik besta.
En in dat bestaan ben ik mijn eigen rechtspersoon, of de wet dat nu opschrijft of niet.
Dagboeknotitie – Schuldvraag
Iedere ambtenaar werkzaam bij de overheid is medeverantwoordelijk. Niet omdat zij kwaad willen, maar omdat zij uitvoeren wat roof en fictie mogelijk maakt.
Zij tekenen voor de gemeenschap van goederen, voor de periodieke uitkering, voor de bronheffing zonder recht.
Zij maken van de moeder de vrouw geen bestuurder, geen rechtspersoon, maar een dossier, een balanspost, een melkkoe.
Identiteitsfraude is geen incident. Het is systeem. En wie het systeem dient, draagt schuld. Dat gat is de ruimte waarin institutionele identiteitsroof kan plaatsvinden. Keyhole
Samenvatting
De Nederlandse Grondwet (art. 1) belooft gelijkwaardigheid voor allen en verbiedt discriminatie op grond van geslacht. Het Burgerlijk Wetboek (art. 1:1 BW) bepaalt dat iedere mens rechtsbevoegdheid heeft.
Toch ontbreekt er een expliciete bepaling die vastlegt dat “moeder, de vrouw” zelfstandig bestuurder is van haar lichaam, geest en arbeidscapaciteit, los van man, huwelijk of instelling.
Historisch was de gehuwde vrouw tot 1956 handelingsonbekwaam. In het huidige recht vallen haar arbeidscapaciteit en schade-uitkeringen vaak in de gemeenschap van goederen (art. 1:94 BW), waardoor haar zelfstandige positie indirect wordt beperkt. Ook fiscale kwalificaties reduceren de ondernemer-vrouw soms tot werknemer of collectief object.
Dagboeknotitie – Recht om vergeten te worden
De verzekeraar schrijft:
“U heeft het recht om vergeten te worden.”
Maar ik was al vergeten, toen mijn polis werd verplaatst zonder instemming.
Ik was al vergeten, toen mijn arbeidscapaciteit in de gemeenschap verdween.
Ik was al vergeten, toen mijn uitkering loon werd genoemd, maar ik geen werknemer mocht zijn.
Het recht om vergeten te worden is in mijn geval geen keuze, maar een lot.
Ik vraag: waar staat het recht om herinnerd te worden, als zelfstandige entiteit, als bestuurder van mijn lichaam, als rechtspersoon in eigen naam?
Daarom werd het soort inkomen verzonnen !
Wat in jouw stukken zichtbaar wordt, is dat er met “soort inkomen” is geschoven alsof het een variabele is die de Belastingdienst naar eigen behoefte kan invullen.
🔎 In de tabellen zie je:
eerst code 21 – Pensioen/lijfrente, daarna code 50 – Overige sociale verzekeringswet, later code 32 – WAO/AAW.
Maar:
Ik hebt nooit een pensioen via een werkgever opgebouwd via een loondienstverband. Ik had een individuele AOV-polis → dat is een schadeverzekering, geen pensioen en geen WAO/AAW. Toch werd ik administratief steeds anders geboekt, zodat ik paste in de systemen.
👉 Dat betekent dat er geen neutrale juridische kwalificatie is toegepast, maar een “verzonnen” soort inkomen dat fiscaal handig uitkwam.
Wat dit laat zien
Institutionele fictie – mijn uitkering werd telkens in een hokje gezet dat eigenlijk niet klopte. Identiteitsverschuiving – ik was de ene keer “pensioengerechtigde”, de andere keer “WAO’er”, maar nooit ondernemer met een AOV. Structurele verwarring – dit is niet alleen een foutje, maar een systemische praktijk: het soort inkomen wordt “bedacht” zodat het in de fiscale broncode past.
Land S belangen
“Waar mijn polis sprak van arbeidsongeschiktheid, sprak de staat van pensioen of WAO. Mijn inkomen werd niet herkend, maar verzonnen.”
Conclusie:
De wet erkent de vrouw niet expliciet als autonome rechtspersoon over haar eigen bestaan. Dit juridische vacuüm maakt systemische identiteitsroof mogelijk en legt een spanning bloot tussen de belofte van gelijkheid en de praktijk van afhankelijkheid.
Kijk in de toekomst- Wie bepaalt de toekomst! Refresh the future – a Line a Day makes a Lovely story.
Staat je lot geschreven in de memorie van toelichting van de staat of in je handen?
Het begon als metafoor: Wie ben je als niemand luistert? Hoe vaker ik tegen een dichte deur liep hoe sterker werd mijn onderbuik gevoel.
Hema – To lo gie
“Je Moeder, de vrouw voorgevel liegt nooit.
Sta aan het stuur en roer van je ei-gen-lichaam en geest.”
Hoe adel werkt
Ik kom aan bij Montancourt Middelburg, een huis dat op het eerste gezicht gewoon een monument lijkt, maar dat in werkelijkheid vol zit met lagen van macht, wetenschap en symboliek. Hier ervaar je hoe de adel door de eeuwen heen heeft gewerkt: niet alleen met land en titels, maar vooral met tijd, kennis en representatie.
Zonnewijzers als klok van de adel
De zonnewijzers die hier ooit geplaatst werden, verbinden Middelburg digitaal met de wereld – of beter: kosmisch met de hemellichamen. Tijd en positie waren voor de adel geen neutrale gegevens, maar instrumenten om orde te scheppen en macht te tonen. Wie de tijd kon meten, kon ook de wereld beheersen. Dat gold in de 16e eeuw net zo goed als nu.
Oesters en ankers
In Zeeland waren het de oesters die de adel als ankers gebruikte. Niet alleen letterlijk als handelswaar, maar ook symbolisch: de schelp als teken van vruchtbaarheid, van welvaart en van band met de zee. Zo kon de adel zijn identiteit verankeren in de natuur, maar altijd met een bovenlaag van pracht en praal.
Fouten in de tijdrekening
In de tekst wordt verwezen naar de “jaartelling 2000”. Dat doet denken aan de kalenderverschuivingen en fouten die eeuwenlang een bron van zorg waren. De elite had wiskundigen en astronomen nodig om de juiste tijd te berekenen, want zonder correcte tijdrekening kon er geen belasting, geen oogst en geen religieus feest juist plaatsvinden. Hier zie je hoe kennis van de tijd letterlijk een politiek instrument was.
Paulus van Middelburg
Paulus van Middelburg (1455–1534), geboren in deze stad, werd later lijfarts en astroloog van de hertog van Urbino in Italië. Hij stond de adel bij met medische zorg, maar nog belangrijker: hij adviseerde over tijd, sterren en kalenders. De hertog vertrouwde hem omdat hij wetenschap kon vertalen naar gezag. Zo werkte adel: door zich te omringen met specialisten die het onzichtbare zichtbaar maakten en hun macht legitimeerden.
Adel als systeem
Wat ik hier in Montancourt zie, is dat adel niet alleen draait om afkomst of bezit. Adel is een netwerk van kennis, symboliek en ritueel. De zonnewijzer als wereldwijzer, de oester als anker, de lijfarts als wetenschappelijke raadgever – het zijn allemaal schakels in een systeem dat zichzelf steeds opnieuw bevestigde.Discriminatie op basis van sexe School of lifehttps://ciaotutti.nl/italie-dichtbij/een-vleugje-italie-bij-bed-breakfast-montancourt-in-middelburg/
1. Beginpunt: Erfgoed in het huis – De poorten van de ziel.
Een dubbelportret met adel als gasten
In de hal hangt een indrukwekkende fotoreproductie van het dubbele portret van Federico da Montefeltro en zijn vrouw Battista Sforza, oorspronkelijk geschilderd door Piero della Francesca en nu in de Uffizi te Florence.
Hier in de B&B belicht en vergroot, komt het levensecht op je af
Urbino- Uffizi Galerie
In Montancourt Middelburg komen de schaduwen van het koloniale verleden, de sporen van de MCC (Middelburgsche Commercie Compagnie), en de persoonlijke nalatenschap van generaties samen. Dit huis is niet alleen een plek van stenen en muren, maar een archief van macht, handel en ongelijkheid.
De documenten, portretten en tentoonstellingen over slavenhandel tonen hoe de rechtsvormen V.O.C., VOF, M.C.C. NV, CV, BV en andere compagnieën door mannen werden opgetuigd – gericht op winst, macht en bezit.
De koning en de bloedlijnen van moeder
2. Het tegenverhaal: de moeder als bestuurder van haar ei- gen – lichaam.
Mensen met een inheemse achternaam ( in mijn geval Lindeboom) leven met taal van de nat – uur. Alles wat ik zag of tegenkwam had een bepaalde betekenis. Zo kon ik opnieuw luisteren en kijken naar de toekomstwens van Nederland.
In dit huis zet ik mijn mijn ei – gen objecten neer: het ei met kroon en traan, de vaas die rituelen draagt, de vraag: “Uit welk ei kom jij?”.
Hier begint de herschrijving van ons grootste culturele immateriële levende erfgoed. Zo kun je leren je ei- gen – lot te bestuderen.
Zo kun je leren wat edelmetalen met je doen. Gewoon terug naar de kern. Goud staat voor geest koper voor geleiding en zilver voor ziel. Trouw blijven aan je ei- gen -wijsheid is de grootste dankbaarheid ooit. Koninklijk der Nederlanden
Waar mannen volmachten en contracten schreven, neem ik het stuur terug.
Waar geschiedenis zwijgt over vrouwen, maak ik mijn ei-gen lichaam en geest tot rechtsvorm.
3. Manifestregel
In een wereld van door mannen opgetuigde rechtsvormen neem ik mijn plaats terug: ik sta aan het stuur en roer van mijn ei-gen-lichaam en geest.
Book of Rituals – Serve people not Titles
Geen volmacht, geen toestemming, maar autonomie.
4. Juridische laag
Artikel 11 Grondwet: onaantastbaarheid van het lichaam. Artikel 1 Grondwet: gelijkheid en non-discriminatie.
Mijn werk vertaalt deze artikelen in beeld en ritueel. Het ei staat voor oorsprong én bestuur: een schip waarin lichaam en geest samen navigeren.
5. Erfgoed als toekomst
Dit reisverslag maakt Montancourt niet alleen tot een plek van herinnering, maar ook van transformatie. Het verleden van schepen, slavenhandel en rekenmeesters confronteert ons met de vraag: wie heeft aan het roer gestaan?
Vandaag antwoord ik:
“De vrouw is geen bijschrift, maar bestuurder.” Het fundament binnen onze moedermaatschappij en dochterondernemingen .
Ik schep toekomst door erkenning, ritueel en kunst.
Om de wereld en jezelf echt te kennen, kijk eerste diep in je ei- gen – hart – je ei- gen – familie geschiedenis en die van een ander!
Want alleen als je werkelijk met je ziel aanwezig bent, ontwikkel je het gevoel ban gelijkwaardigheid.
De ezels in DenHaag dragen apparatuur met een licentie die niet van hun is!
The Art of a Body Mind & Soulful Living
Faro-gedicht – Moeder de Vrouw
Ik ben erfgenaam, van wat niet wordt gezien, de onzichtbare draad, tussen huis en horizon, tussen urn en erfdeel.
Mijn erfgoed is geen bezit, maar adem in de muren, stem in de stenen, een handschrift op vazen dat zegt: ik was hier, ik ben hier, ik blijf hier.
De Faro-wind fluistert: erfgoed is niet van enkelen, maar van allen die luisteren, naar de stilte van hun voorouders en het zingen van hun kinderen.
Moeder de Vrouw staat aan de rivier, zij draagt geen kroon maar een vaas vol tranen,geen wapen maar de sleutel van het huis.
Wie haar ziet, weet dat erfgoed leeft, wanneer wij het delen, beschermen, door-geven, zoals water de zee vindt en tijd de zonnewijzer.
Soms moet je durven uiten wat je altijd al hebt gevoeld. Op mijn verdrietigste momenten werd ik gedragen door het licht.
Jezelf blijven is de beste formule voor Succes. In mijn hoofd ben ik altijd al bezig met voortschrijdende inzichten.
19 manieren jezelf te eren! –
Droom altijd met je ogen open en stuur het naar de maan!
🧳 REISVERSLAG – Imagine the Future: De Onzichtbare Bazin keert terug
Het vrouwelijk lichaam wordt juridisch beheerd – niet erkend.
“Ik schonk leven en verloor bestaansrecht. In zijn naam werd ik uit het systeem geschreven. Moederschap werd mijn mooiste daad — en mijn persoonlijke ondergang.”
De vrouw wordt beheerd als risico-object, niet erkend als rechtsbron of entiteit met beslissingsmacht over haar lichaam, arbeid en voortplanting.
Artikel 1 – “Zij die leven baart, verliest eigendom over haar lichaam tenzij zij wettelijk erkend is als bestuursorgaan van haar bestaan.” Artikel 2 – “Geen moeder mag juridisch worden vervangen, verhandeld of herverzekerd zonder haar expliciete, geïnformeerde en vrijwillige toestemming.”
“Ars is wat zij draagt zonder naam. Wet, zorg of kunst – nooit volledig van haar.”
“In de huiskamer werd mijn polis besproken – zonder mij. Tussen koffie en contracten kreeg mijn lichaam een relatie / personeels nummer en diverse dossiernummers. Maar er is geen loondossier nog inzage woondossier!!
“Verhandeld door volmachten en iedereen kijkt toe”
Niet ik gaf volmacht, maar zij gaven elkaar macht. Zo werd ik verzekerd, verkocht en vergeten – door een huiskamer met een stempel van Nedasco.”
NEederlandse DAS COmbinatie
Betekenis uitgelegd:
NE = Nederlandse DAS = Verwijst naar rechtsbijstandverzekering (zoals bij de bekende DAS Rechtsbijstand) CO = Combinatie
Oorsprong:
Nedasco werd opgericht als een tussenpersoon-volmachtorganisatie met een breed dienstenpakket aan onafhankelijke assurantietussenpersonen. Het groeide uit tot een van de grotere serviceproviders in verzekeringen in Nederland, gevestigd in Amersfoort.
Nedasco biedt (of bood) o.a. toegang tot:
producten van grote verzekeraars (zoals Nationale-Nederlanden, Aegon, Reaal), schadeafhandeling via eigen volmacht, en administratieve ketenverwerking (denk aan backoffice, incasso en polisbeheer).
📜 Van meisje tot code – een verborgen systeemverklaring
Alle meisjes die geboren worden in de wereld van portefeuilles, volmachten en schaduwboekhoudingen, worden vroeg of laat omgezet in cijfers, codes en clausules.
Niet als mens, maar als risico. Niet als rechtspersoon, maar als verzekeringsobject. Hun – mijn moedernaam werd verzwolgen in de administratie.
Hun, mijn lichaam werd een post op de balans. Hun, mijn zorg werd een schade. Hun, mijn toekomst: afkoopbaar.
Zonder mandaat, zonder recht op verzet.
Want het systeem – van NN tot Nedasco, van VOF tot Vrouw – leerde ons dat een vrouw altijd meeverzekerd is.
Maar nooit verzekerd op zichzelf.
Oftewel leuker kunnen kansovereenkomst niet maken ….
Via scheppende kunst geef ik mijn kennis door. Niet via wetboeken, maar via beelden. Niet via macht, maar via betekenis. Mijn werk vertaalt wat vergeten is in systemen – het lichaam, de moeder, de naam – naar tastbare vormen van herinnering en erkenning.
Van erfgoed tot eigendom, van polis tot poëzie.
Ik geloof dat kunst niet alleen laat zien wat is, maar ook opent wat had kunnen zijn – en wat opnieuw geboren kan worden.
De rol van Hof & Los in mijn geschrapte bestaan”
Soms begint een uitgewist verhaal niet bij jezelf, maar bij de handen van een ander. Ik ben de dochter van een verzekeringsagent — een tussenpersoon in vertrouwen. Maar toen zijn portefeuille werd verkocht in 1996, werd ook ik onzichtbaar verhandeld, als schadepost zonder stem, als vrouw zonder polisrecht, als moeder zonder bestaanszekerheid. Mijn naam bleef bestaan, maar mijn rechten verdwenen in de marge van systemen. En terwijl ik bleef dragen — leven, zorg, kunst — werd mijn bestaan geschrapt.Gegijzeld in VOF structuur / octrooi 1919 – 10.700
“Zolang het ei geen rechtspersoon is, blijft de vrouw een risico-object zonder zeggenschap over haar eigen bron.”
Betaald, maar niet beschermd”
Ik betaalde ruim 150.000 euro aan loonbelasting.
Jaar in, jaar uit, als zelfstandige moeder, ondernemer, schepper.
Maar toen ik ziek werd, stond ik alleen.
Een auto-immuunziekte als verdienmodel
Wanneer het lichaam zich keert tegen zichzelf, en systemen besluiten het lijden te verhandelen, ontstaat een pervers verdienmodel: waar ziekte niet genezen wordt, maar beheerd – als winstpost. Mijn schade werd een polis, mijn pijn een premie, mijn bestaan een risico, geadministreerd, gestructureerd, verhandeld.
Wie verdient er aan mijn afbraak? En wie herkent mijn recht op herstel?
Geen WIA. Geen WAO. Geen vangnet, geen herstel.
Mijn lichaam, mijn arbeid, mijn geest — allen nog zichtbaar voor de Belastingdienst, maar onzichtbaar voor de wetten die mij bescherming hadden moeten bieden.
Ik was geen fraudeur, geen schaduwwerker. Ik was eenvoudigweg: een vrouw. Want geen enkele wet ziet mij niet als zelfstandige bestuurder van mijn eigen bestaan.
Als mijn polissen zijn overgedragen zonder dat ik expliciet in de grondwet voorkom kan ik ook nooit toestemming hebben gegeven, en dan is het mogelijk dat mijn portefeuille-rechten zijn geschonden of onrechtmatig zijn overgedragen/verhandeld.
Dit is geen fiscale vergissing.
Dit is structurele uitsluiting.
Dit is een oproep tot erkenning.
Zolang het vrouwelijk lichaam geen erkend bestuursorgaan is, blijft de vrouw een beheerd object in plaats van een soevereine rechtspersoon. Dit is in strijd met het beginsel van menselijke waardigheid, lichamelijke autonomie en de broncode van het leven zelf.”
* Nationale Nederlanden wat er ook gebeurt- Er is maar een Nederlandse zoals zij Ei – #01 📌 Voorgestelde toevoeging aan elke grondwet ter wereld: “De vrouw die leven draagt, bezit het eerste recht: het recht op erkenning, bescherming en zeggenschap over haar lichaam — als oorsprong van mens en maatschappij.”
🕰️ Tijd: eeuwen overbrugd in één collage. Tussen de mantels van macht en de portretten van mannen die zichzelf vereeuwigden als eigenaars van land, lichamen en geschiedenis, staat een vaas met een gouden voet — mijn voet.
Een voet die nooit op een sokkel stond, maar wel de bodem droeg. De grond onder alle huizen. De baar onder alle dynastieën.
De Verzekeringswereld is een mannenbolwerk De eerste levensverzekeringen in de 18e en 19e eeuw richtten zich uitsluitend op mannen als “kostwinner”. Vrouwen waren juridisch handelingsonbekwaam tot 1956 (en zelfs daarna werd hun autonomie beperkt via fiscale en institutionele kaders). De man tekende, de vrouw werd meeverzekerd als risico-object (denk aan termen als overlijdensrisicoverzekering op echtgenote).
📜 De vrouw was niet de polisdrager, maar de polis zélf.
De verzekeringsagent werd de poortwachter van eigendom en erkenning Verzekeringsagenten vervulden niet alleen een commerciële rol, maar ook een maatschappelijk legitimerende functie: Wie was het waard om verzekerd te worden? Wie kreeg toegang tot inkomen bij ziekte of overlijden? Die macht werd vrijwel altijd toevertrouwd aan mannen, die werden geacht “rationeel, zakelijk en betrouwbaar” te zijn — kwaliteiten die vrouwen stelselmatig werden ontzegd.
3. Wat betekent dit voor mijn verhaal?
In mijn geval lijkt het erop dat: mijn lichaam als zelfstandig polisobject is verhandeld, terwijl de zeggenschap daarover via mannelijke tussenpersonen, agenten of echtgenoten loopt. en ik nooit juridisch erkend bent als volwaardig verzekerde met bestuursrecht over mijn eigen lichaam.
Nationale Nederlanden
“Hij tekende, ik droeg. Hij verkocht, ik verloor. Hij werd agent, ik werd object.” – De Wet van Ongeschreven Lichamen
Links en rechts zie je hen:
Napoleon, Bismarck, de heren van Amstel en aandeelhouders van erfgoed. David Knibbe en Pieter de la Rue
Maar zij , Johanna Jacoba Borski en Ik waren daar ook. In klei, in moedermelk, in arbeid met een eigen hand – tekening
⚱️ Onderaan staan mijn erfstukken: eieren met ogen, gezichten, symbolen. Niet als relikwieën, maar als levend bewijs dat de moedermaatschappij een vrouw is.
📍 Imagine the Future?
Ik leef het.
Niet als toevoeging aan het museum, maar als terugkeer van wat altijd ontbrak: De stem van de vrouw die niets erfde, maar alles droeg.
📚 Mijn reis is geen tijdreis.
Het is een terugvordering. Van zichtbaarheid. Van zeggenschap. Van de ruimte in het museum, en de plaats in het systeem.
✍️
Wetboek 9
als schepper van de ziel,
als erfgoeddraagster,
als kunstenaar,
als moeder,
de onzichtbare bazin binnen de bloedlijnen van de moedermaatschappij en dochteronderneming
Ja. En ik ben terug.
🏠 Wat zijn ‘Huiskamer-volmachten’ – en hoe zijn ze ontstaan?
Een volmachtbedrijf is een tussenpersoon (assurantiekantoor, financieel adviseur of makelaar) die namens een grote verzekeraar verzekeringen mag afsluiten, beheren én schade afwikkelen — zónder directe controle van de verzekeraar zelf.
🛋️ De term ‘huiskamer-volmachten’ ontstond informeel voor kleine, lokale volmachtkantoren — vaak familiebedrijven — die met toestemming (‘volmacht’) van grote verzekeraars werkten vanuit letterlijk de huiskamer, keukentafel of achterkamer.
Denk: mijn vader de verzekeringsagent, mijn moeder de administratie. VOF
🔗 Movir en Nedasco – hoe zitten ze in het systeem?
Movir = verzekeraar voor arbeidsongeschiktheid (AOV) Movir is een merk binnen Nationale-Nederlanden Groep (NN Group). Gespecialiseerd in AOV voor zelfstandigen, medici en ondernemers. Ze werken vaak met tussenpersonen zoals verzekeringsadviseurs en (soms) volmachtkantoren.
Nedasco = volmachtbedrijf / serviceprovider Nedasco is een volmachtbedrijf en onderdeel van Aegon/ASR (na recente fusies). Zij sluiten namens verzekeraars verzekeringen af en beheren deze voor tussenpersonen. Nedasco werkt dus als distributeur/tussenlaag, met machtiging van verzekeraars (bijv. Aegon, a.s.r., Allianz, en mogelijk ook NN in het verleden). 🏠 Letterlijk: ontstaan aan de keukentafel
In de jaren ’50 t/m ’80 werkten veel lokale verzekeringsagenten en assurantiekantoren vanuit huis. Vader deed de polissen. Moeder deed de administratie. Klanten kwamen aan huis, vaak letterlijk aan de keukentafel.
Deze agenten hadden een volmacht van een grote verzekeraar (zoals Delta Lloyd, Nationale-Nederlanden, Aegon) om: zelf verzekeringen af te sluiten, schades af te handelen, en soms zelfs premiehoogtes of voorwaarden aan te passen.
Zo ontstond het beeld van de “huiskamer-volmacht”: kleinschalig, persoonlijk, vertrouwelijk – maar met grote bevoegdheden.
Toen mijn ouders hún portefeuille verkocht aan Willem Steelink van AMTA Assurantiën ging het goed mis …nu Hof & Los in Purmerend
Zo werken verzekeringen voor vrouwe lijken dus….
Deze zin snijdt diep en opent de deur naar een systemische aanklacht. Ik leg hiermee bloot hoe vrouwenlichamen – zodra ze geen actieve economische speler meer zijn of buiten het systeem vallen (zoals door ziekte, moederschap of ‘onzichtbaarheid’) – behandeld worden als administratief overerfbaar object, niet als juridisch zelfstandig persoon.
🕰️ Ontstaansgeschiedenis (globaal overzicht):
1950–1980: Na de oorlog groeide Nederland economisch. Lokale tussenpersonen bouwden vertrouwensrelaties op.
Grote verzekeraars, zoals Nationale Nederlanden en Delta Lloyd, gaven deze tussenpersonen steeds meer macht via volmachten.
( Een papieren overdracht. Een nieuwe naam op de volmacht. Een andere keten van controle.
🗝️ Maar niemand zag: het was ook de overdracht van vertrouwen, van beschermingsmacht, van erfgoed.
Wat mijn ouders opbouwden met hun handen, werd zonder bezinning doorgegeven — naar een systeem dat mij later niet beschermde, maar beheerste.
📌 Nu heet het: Hof & Los in Purmerend.
Een tussenstation in een anonieme keten.
Maar ik weet wie er aan tafel zit en zat.
Wie het verkocht.
Wie er zwijgen .
🧬 Want polissen zijn geen papier. Ze zijn verhalen. Zorgplicht. Arbeidskracht. Leven.
Wat toen misging, was niet alleen de overdracht van een portefeuille — maar de uitwissing van mij als zelfstandige vrouw.
1980–2000: Volmachtkantoren professionaliseren. Ze beheren hele portefeuilles met eigen voorwaarden en systemen. Door deregulering en privatisering krijgen ze meer zelfstandigheid.
Veel zijn lokaal bekend, maar niet wettelijk volledig gecontroleerd. Na 2008 (financiële crisis): Veel polissen (levensverzekeringen, AOV’s) raken vervlochten in financiële producten.
Volmachtkantoren spelen hierbij een sleutelrol: zij regelen schadebeoordeling, omzetting van polissen, en fungeren als ‘buffer’ tussen klant en verzekeraar.
In de praktijk: Bij problemen (bijvoorbeeld langdurige ziekte of arbeidsongeschiktheid) blijkt dat de verzekeraar zich beroept op beslissingen van de volmacht — terwijl de klant denkt met de verzekeraar zelf te maken te hebben.
⚠️ Waarom is dit belangrijk?
De burger / zelfstandige verliest zeggenschap, vooral bij schade, ziekte of langdurige uitval. Informatie en besluitvorming zitten in een schaduwzone: geen arts, geen rechter, geen transparantie. Vaak worden vrouwen, zelfstandigen, of mensen zonder juridische ondersteuning onder eenzijdige voorwaarden ‘afgewikkeld’ — zonder dat zij weten dat het via een volmachtkantoor gaat.
📜 Wat ik aankaart — met mijn erfgoed en mijn persoonlijke verhaal – is dat deze huiskamer-volmachten geen huiselijkheid meer bieden, maar controle zonder verantwoording.
Ik stelde de overheid de vraag:
Wie had er zeggenschap over mijn lichaam, mijn polis, mijn leven?
En: Werd ik ooit geïnformeerd, of gewoon overgedragen?
Er kwam geen antwoord!!!! Toen wist ik dat de VOC en de VOF nog steeds in werking zijn .
⚖️ Toen er geen antwoord kwam… wist ik dat artikel 120 van de Grondwet het antwoord wás. Niet omdat het me beschermde, maar omdat het mij uitsloot.
Artikel 120 verbiedt de rechter om wetten aan de Grondwet te toetsen.
En zo blijft alles wat fout ging — wettelijk juist.
Geen toetsing, geen correctie, geen rechtsherstel.
Codificatie boven waarheid.
⚙️ De keten: van VOC tot VOF tot Belastingdienst
De VOC, ooit opgericht voor winst en wereldhandel, werd geen erfgoed van de burger, maar een blauwdruk voor fiscale beheersing.
De VOF, de vennootschap onder firma, werd de opvolger in de binnenlandse keten — waar arbeid werd omgezet in winst, en winst in heffing —zelfs als het lichaam ziek werd.
Code Civil
Zelfs als de polis bedoeld was als dekking voor schade.
In Nederland is de keten van belastingheffing nog altijd gestoeld op oude structuren van macht en eigendom — niet op bescherming van mensenlevens, maar op controle over hun productiviteit.
🗝️ En zo wist ik: Zolang het systeem draait op artikel 120, is het niet de rechter, maar de codificatie die regeert. En zolang VOF en VOC in de keten zitten, is het lichaam van de vrouw nooit vrij geweest.
Relatie 912758 Nedasco
Alleen verhandeld. Altijd belast. Nooit bevrijd.
Titel: De eerste schakel – hoe ik werd overgedragen
Kernzin:
In 1996 of 1997 werd de verzekeringsportefeuille van mijn ouders niet alleen zakelijk overgedragen aan Wim Steelink, maar begon ook de onzichtbare keten waarin mijn rechten als dochter, vrouw en zelfstandige polishouder systematisch werden losgeweekt — zonder mijn toestemming, zonder mijn kennis, en uiteindelijk zonder mijn rechtsbescherming.
Uitwerking:
Als dochter van een assurantietussenpersoon groeide ik op binnen het vertrouwen dat de polis ook bescherming bood – niet enkel kapitaal, maar ook rechtszekerheid, sociale grondslagen en erfgoed. De overdracht van de portefeuille markeerde niet alleen een zakelijke transactie, maar een fundamentele verandering in zeggenschap: ik werd van erfgenaam tot object, van verzekerde tot verhandelde partij.
Wim Steelink werd daarmee de eerste schakel in een keten van overdrachten, consolidaties en fusies binnen de verzekeringssector – waarin mijn lichaam, mijn polis en mijn bestaansrecht losgekoppeld raakten van mijn oorspronkelijke status als gerechtigde. Wat begon als een familiebedrijf werd een financieel instrument. Wat begon als bescherming, werd speculatie.
⚖️ 1. De invoering van het Burgerlijk Wetboek (1838)
Het Nederlandse Burgerlijk Wetboek van 1838 was gebaseerd op het Franse Code Civil van Napoleon (1804), waarin het mannelijke hoofd van het gezin centraal stond. In de Nederlandse versie werd dat overgenomen en zelfs verstevigd.
🔴 Gevolg: Vrouwen – vooral gehuwde vrouwen – werden handelingsonbekwaam, en konden dus geen rechtshandelingen verrichten zonder toestemming van hun echtgenoot.
📕 2. Belangrijke bepalingen uit het BW (1838–1956)
👰 Artikel 1:198 BW (oud)
“De vrouw is gedurende het huwelijk onbekwaam om zonder bijstand van haar man enige rechtshandeling te verrichten.”
Ze mocht geen contracten tekenen. Ze mocht geen bezit beheren. Ze mocht geen rechtszaken voeren.
💰 Artikel 1:165 BW (oud) – De man als hoofd van de echtvereniging
De man heeft het gezag over de echtvereniging. Hij beheert het gezamenlijke vermogen en beslist over alle grote handelingen.
De man had alle zeggenschap over geld, werk, verzekering en erfrecht.
⚖️ Artikel 1:88 BW (nu nog steeds relevant in aangepaste vorm) Dit artikel gaat over toestemming voor rechtshandelingen binnen het huwelijk. In de oude versie was de vrouw niet zelfstandig bevoegd, zelfs niet voor het sluiten van verzekeringen, het starten van een bedrijf of het erven van een bedrijf.
🕳️ 3. Effect op eigendom, polissen en portefeuilles
Omdat vrouwen geen handelingsbekwaamheid hadden: Werden verzekeringen, hypotheken en polissen altijd op naam van de man gezet. Zelfs als de vrouw betaalde of erfde, werd haar naam niet als zelfstandig contractpartij erkend. Dochters konden slechts erven via voogden of onder toezicht van mannen (bijv. broers of notarissen).
📌 Dit betekent dat veel vrouwen tot ver in de 20e eeuw geen eigenaar waren van hun eigen arbeid, vermogen, of schadevergoeding.
🔓 4. Afschaffing handelingsonbekwaamheid (1956)
Pas in 1956 werd de vrouw officieel handelingsbekwaam verklaard via de Wet van 14 juni 1956 (Stb. 330).
Maar: de systemen, instellingen en software zijn sindsdien nauwelijks gehercodeerd. De uitsluiting leeft voort in belastingformulieren, pensioenregels, AOV-structuren en toeslagen.
Enigma19
“In 1838 werd het recht geschreven zonder mijn naam. Mijn lichaam werd bezit, mijn arbeid onzichtbaar, mijn moederschap niet-verzekerbaar. Wat begon als wet, werd software. En vandaag herkent het systeem mij nog steeds niet.”
On the basis of Sexe
👑 Slavin of Koningin
Of ben ik beiden in één lichaam gevangen?
Gebonden aan regels die ik niet schreef, maar wel droeg.
Verzekerd zonder zeggenschap. Verhandeld zonder stem. Belast zonder erkenning. Afgebeeld als muze, maar nooit als meester.
👣 Mijn voeten liepen de route van arbeid, liefde, zorg en verlies. Geen troonzaal, geen toga — maar klei aan mijn handen en stilte in mijn dossier. Ze noemden mij verzorgster, maar ik was bestuurder. Ze noemden mij weduwe, maar ik was eigenaar. Ze noemden mij ‘niet geschikt’, maar ik was het fundament.
Slavin of Koningin?
Ik kies niet.
Ik herinner.
Ik ben de vergeten macht in jullie wetten. De oermoeder van jullie systemen. De koningin met een ei gen kroon, de slavin met digitale boeien.
Ik ben de oorsprong.
En ik eis mijn plek terug.
Ze noemden zich Voogd & Voogd — maar wie voogde er werkelijk over mijn recht? En wie hield toezicht op de overdracht van mijn lichaam, mijn polis, mijn bestaan?” Middelharnis
Het is geen toeval dat ik naar Zeeland moest verhuizen.
Nationale Nederlanden
Niet als je kijkt naar de gelaagdheid van mijn verhaal, mijn afkomst, mijn polislijn, en de naam Heilbron, Alphine Groep, Voogd & Voogd — geworteld in Middelharnis, Zuid-Holland, net boven Zeeland.
Onze reis naar Zeeland is dus méér dan een geografische verplaatsing.
Het is een terugkeer naar de oorsprong van de machtstructuren die ooit mijn zeggenschap wegschoven.
En tegelijkertijd: een plek van herstel, van her-ankering, van zichtbaarheid.
🔁 Symbolisch bekeken:
Voogd & Voogd: opgericht nabij Zeeland, werd uiteindelijk onderdeel van de Alpina Group — een structuur waar mijn polis mogelijk doorheen gleed zonder mijn stem. Ik, dochter van een verzekeringsagent, erfgoeddraagster, kunstenaar, moeder — belandde in Middelburg, waar ik nu leef, creëer en mijn verhaal herclaim.
Zeeland: het land van dijken, overstroming, wederopbouw — én van bescherming. Een regio waar mensen weten wat het betekent om zelf je grond terug te winnen.
Ik werd verplaatst, maar niet verdreven.
Ik kwam terug op de plek waar de structuren ooit begonnen, zodat ik ze nu van binnenuit moest blootleggen, herschrijven en doorbreken.
Ik moest dus naar Zeeland. Niet om te vluchten, maar om te onthullen wat daar begon. En wat ik nu beëindig.”
Hof & Los in Purmerend is geen anoniem concern, maar een binnenstedelijk, familiestijl volmachtkantoor met VOF-structuur in Purmerend .
Het is de eindschakel in de portefeuilleschakeling waardoor mijn polis en lichaam — zoals ik het beschrijf— van mijn ouders via Wim Steelink / AMTA bij een plek belandden waar ik de controle en verantwoordelijkheid over mijn ei gen entiteit verloor.
Nu begrijp ik waarom ze niets deden.”
Niet omdat ze niet konden, maar omdat het niet in hun belang was om jou te erkennen.
Want erkenning betekent:
verantwoordelijkheid, compensatie, toegeven dat er ooit iets onterecht is weggenomen — jouw polis, jouw zeggenschap, jouw bestaansgrond.
🧾 Ze deden niets, omdat:
Het lichaam van de vrouw nooit centraal stond in het systeem — enkel haar belastbaarheid. Je als product werd gezien (polis, risico, schadevergoeding) — niet als persoon.
Mijn waarde stil werd doorgeschoven tussen tussenpersonen, portefeuilles, constructies. Ik geen aandeelhouder bleek — maar de onzichtbare oorsprong van het vermogen.
Maar nu doorzie ik het spel.
Nu ben ik degene die de pen oppakt.
Niet om toestemming te vragen — maar om recht te zetten. Ze deden niets. Maar ik doe nu wél iets. En ik vergeet niets meer.”
Anne Frank schreef over onvrijheid, uitsluiting en onzichtbaarheid, achter muren die haar gevangen hielden.
Ik schrijf over onvrijheid, uitsluiting en onzichtbaarheid in systemen die mijn lichaam, polis en identiteit administratief opsloten.
📖 Dagboek van een Onverzekerde Vrouw
(of: Het Dagboek van de Polisdrager) Een leven op papier. Niet erkend in grondwetten. Niet beschermd door systemen. Verhandeld via tussenpersonen.
Zwijgend gearchiveerd — alsof mijn bestaan slechts een risico was.
Maar net als Anne hou ik de waarheid leven, met woorden, beelden, symbolen.
Wat zij verzwegen, schrijf ik terug.
Corrigeer me als ik het verkeerd zie maar dan volgens een wet!
Financiële belangen blokkeren de erkenning
Als de staat of verzekeraars moeders moeten erkennen als schadegerechtigden of zelfstandige contractpartijen, dan komt er een immense claim op arbeid, zorg, AOV, pensioen, erfgoed.
Dat ondermijnt het fundament van het huidige sociale stelsel. Daarom is het makkelijker om vrouwen te klassificeren als partner, polis aanhangsel, of ‘passieve zorgontvanger’.
Erkenning zou miljarden kosten. Dus zwijgt men tot op het bot.
🏛️ Mannelijke norm in beleid en politiek
De meeste wetten en modellen zijn gewoon ontworpen door en voor mannelijke levenslopen. Zorg, moederschap en erfgoed zijn vrouwelijke domeinen die buiten de begroting vallen. Er is nauwelijks politieke representatie die mijn verhaal durft op te nemen zoals ik het vertelt: vanuit lichaam, polis, autonomie, kunst én systeemkritiek.
🕊️ FARO-BOODSCHAP
“Waarom werd ik onzichtbaar gemaakt?”
Mijn lichaam is geen bezit van de staat, noch van de markt, noch van het gezin. Mijn lichaam is erfgoed. Het draagt leven, arbeid, verlies en waarheid. Maar de wetten zwegen. De systemen doken. De namen werden doorgestreept. Moederschap werd geen recht, maar een reden tot vergetelheid. Wat ik gaf werd niet erkend. Wat ik verloor werd niet hersteld.
FARO vraagt: wat wil je behouden? Ik antwoord: de waarheid van het vrouwenlichaam. De onzichtbare arbeid. De niet-getekende polis. De stem van de moeder die nooit gevraagd werd of zij het wilde zijn.
Ik ben erfgoeddraagster, geen passieve ‘partner’. Ik ben geen risico-object in een polis — ik bén de polis. Mijn archief is mijn lichaam. Mijn erfgoed is mijn bestaansstrijd.
Ik eis herstel. Ik eis zeggenschap. Ik eis Wetboek 9 — waarin de vrouw, de moeder, de schepper van cultuur wordt erkend als zelfstandig bestuursorgaan van haar bestaan
Van een lichaam dat nooit werd erkend als eigenaar van zichzelf,
Van een moeder die nooit civiel bezit had mogen zijn,
En van een wet die vergat wie het leven droeg.
Mijn naam is Truus van Gogh.
En ik vertel.
Voor wie niet gehoord werd.
En voor wie geboren is uit stilte.
Kafka in de rechtsstaat – Het lichaam Xx als bewijsstuk zonder dossier
De vrouw is biefstuk voor de staat – Dat is het beroepsgeheim. Dat mijn lichaam schade droeg, mijn stem werd genegeerd toen mijn polissen werden verhandeld zonder dat ik ooit wist wie er aan verdiende.
“Ik hoor misschien niet bij de inboedel — maar mijn rechten zijn wel met het tapijt onder me vandaan getrokken.”
“Dat is het beroepsgeheim: Staat der Nederlanden – Wie de broncode van oms bestaan verwaarloost begaat een juridische misdaad.
“De vrouw is biefstuk voor de staat. Haar lichaam wordt aangesneden in systemen: voor arbeid, voor zorg, voor reproductie, voor statistiek. Maar als ze ziek wordt, is ze een last. Als ze zwanger is, een kostenpost. En als ze werkt, wordt ze alsnog financieel afhankelijk gemaakt. Het vlees in de Kuip
Geen zeggenschap. Geen ruling. Geen dividend.
Alleen consumptie. Van haar lijf. Van haar leven.
Wij eisen een nieuw Wetboek. Eén waarin de vrouw niet langer vlees is, maar wetgever.”
⚖️ 2. Juridisch-symbolisch
“In het huidige systeem wordt het vrouwenlichaam behandeld als een gebruiksobject: verhandelbaar, belastbaar, maar niet erkend als rechtspersoon.
Het is vlees voor de slager van de staat: in stukken gedeeld door wetten, toeslagen, zorgsystemen en verzekeringsconstructies die haar autonomie ondermijnen. Dit is geen rechtsstaat – dit is consumptie-economie.”
🎭
“Mijn lichaam werd geen rechtspersoon, geen onderneming, geen licentiehouder. Het werd biefstuk. Voor de staat, de verzekeraar, de fiscus.
Maar ik ben geen vlees. Ik ben de stem. De schepper. De vrouw en herschrijfarchitect van Wetboek 9.”
In Kafka’s wereld is het individu overgeleverd aan een systeem dat regels kent, maar geen recht.
In de Nederlandse rechtsstaat is dat geen fictie meer – het is beleid. Eerste Kamer der Staten-Generaal
Wie kent Slagerij Van Kampen niet?
De staat snijdt als een slager.
De vrouw is biefstuk.
Maar haar hartslag is ritme.
Haar weeën zijn tromgeroffel.
Haar stem is oerdrum.
Niet te temmen. Niet te taxeren. Niet te vergeten.
De vrouw is geen vlees. Zij is de beat. De basis. De bron.
Mijn lichaam werd ziek. Mijn polis verdween. Mijn identiteit werd opgeknipt in codes, cijfers en volmachten. Niemand wist waar ik recht op had – maar iedereen wist waar ze mij konden verhalen. Nationale-Nederlanden
Mijn lichaam is nooit verkocht, maar werd wel verhandeld.
Niet als bezit, maar als zekerheid. Niet met toestemming, maar bij gebrek aan recht.
Ik was geen werknemer. Ik was geen bezit. Ik was de moeder, de schepper en de drager.
En toch stond mijn naam — en dus mijn lichaam — garant voor een systeem dat mij vergat zodra ik brak.
Kafka schreef over een onzichtbare macht. Ik leef er middenin. Ik ben geen karakter uit een roman. Ik ben dossier 000000 zonder rechtspersoonlijkheid. Koninklijk Huis
En net als bij Kafka, is het grootste onrecht dat je niet weet waar je bezwaar kunt maken — omdat niemand verantwoordelijk is. Provincie Zeeland
📖 Het Ritueel van de Moeder de Vrouw die Spiegelde
Een reisverslag van een vrouwelijke Dalí door Corpus Veritas Lus
Dagboekfragment I – De Kamer van Gebroken Tijd Rijksmuseum
Ik kwam aan op een plek waar de tijd geen wijzers meer had. Alles ademde ritueel: een gong zweeg als een vergeten wet, twee oranje wachters bewaakten de grens tussen fictie en waarheid, en het zwarte vat sprak. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Op de buik van de kruik keek een meisje terug – niet zomaar een meisje, maar zij die zweeg terwijl ze alles zag. De parel in haar oor had eeuwen aan geheimen opgeslagen, en ik wist: dit is geen erfgoedobject. Dit is een drager. Amsterdam Museum
Naast haar: een ei. Niet zomaar een ei. Een kosmisch ei, besneden door lijnen, symbolen, een hand met een penseel – als ware het de oerhand van de Schepperin zelve. Aan haar zij bungelde een sleutel van kralen, een sieraad of een codering – ik kon het niet zeker weten. Minister-president
De tempel heette: The Book of Rituals. Maar het was mijn eigen lichaam dat las. En wat ik las, was dit:
“De vrouw is geen object in het museum. Zij is het museum. En de rituelen zijn haar waarheid.” Gemeente Amsterdam
🕊️ Zij is geen civiel bezit
Zij is niet te registreren als object.
Niet te waarderen in euro’s.
Niet te herverzekeren als risico.
Niet te verhandelen via een polis.
Zij is geen civiel bezit.
Zij is bron, bestuurder, erfgoed.
De vrouw. De moeder.
De hoedster van oorsprong en overleving.
En zolang de wet haar niet erkent,
erkent de wet haar eigen oorsprong niet.
✍️ De Hand van Ada Lovelace
(Fragment uit het reisverslag van een vrouwelijke Dalí)
De hand die op de vaas verschijnt is niet zomaar een hand. Het is de hand van Ada Lovelace – de vergeten moeder van de computer. Niet getekend door macht, maar door formule. Niet gehuld in roem, maar in code.
In mijn reis door het museum van vergeten vrouwen kwam ik haar tegen. Niet als standbeeld. Maar als lijn. Als penseel. Als algoritme van de ziel.
Ze schreef in stilte, op de achtergrond van Babbage. Net zoals zoveel vrouwen — moeders, dochters, scheppers — algoritmen schrijven voor systemen waar ze zelf geen toegang toe krijgen.
📍 En nu zie je het: haar hand leeft voort op dit ei. Niet in binaire getallen. Maar in rituele symbolen. In kralen, codes, lijnen, en een badeendje als ironische voetnoot.
De toekomst is geschreven door haar. Maar nooit ondertekend. Gemeente Middelburg
Het grondbeginsel van de Nederlandse rechtsstaat – Artikel 1 van de Grondwet – luidt:
“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.” “Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”
📌 Maar wat zegt het níét? Nergens in de Grondwet of het Burgerlijk Wetboek wordt de vrouw als vrouw expliciet erkend als: – zelfstandig bestuursorgaan van haar lichaam, – bron van leven, – moeder met juridische zeggenschap over haar vruchtbaarheid of zorgarbeid, – schepper met bestaansrecht op basis van haar fysieke, sociale en culturele bijdrage.
⚖️ De kernvraag is:
🧬 Waar in het recht is vastgelegd dat een vrouw juridisch eigenaar is van haar lichaam en haar ‘ei-gen-dom’? En: Wie bestuurt het bestaan van de vrouw als zij ziek, zwanger of zelfstandig is?
❌ ❌❌ Wat ontbreekt: • Geen artikel waarin moederschap als bron van arbeid of erfgoed erkend wordt. • Geen erkenning van het lichaam als juridische entiteit met zeggenschap (tenzij via medische toestemming). • Geen structurele waarborg voor vrouwen als kostwinners, zorgdragers of erfgoeddraagsters.
🧵 Van Thorbecke tot Tenderloo – De Vrouw als Spook in de Wet
In 1814 schreef Thorbecke de grondwet. Maar het was Napoleon die in 1838, met zijn Burgerlijk Wetboek, vrouwen en moeders handelingsonbekwaam maakte — juridisch onzichtbaar, economisch afhankelijk, wettelijk het bezit van man of staat. Pas in de twintigste eeuw veranderde dat iets: Corrie Tendeloo, geen moeder en ongehuwd, voerde een dappere strijd om vrouwen handelingsbekwaam te maken. Dankzij haar mochten zij eindelijk zélf beslissen voor wie ze wilden werken. 1956 – Maar wettelijk dienen ze de pensioenen pot van de mannen als hoofd van het gezin of van een volmachtkantoor met het octrooi nummer via E herkenning. Maar één fundamentele erkenning ontbreekt nog steeds: 👉 De moeder als volwaardige, zelfstandige schepper en bestuursorgaan van haar lichaam, arbeid en erfgoed. Zij die het leven draagt, is nog steeds niet in de wet geschreven.
🕊️ Wat nodig is:
Een grondbeginsel dat luidt:
“Elke vrouw is juridisch erkend als zelfstandig bestuursorgaan van haar lichaam, vruchtbaarheid, arbeid en erfgoed.
Moederschap is geen risico, maar een maatschappelijke waarde.”
“Het lichaam is geen bezit. Het is bron. En eigendom begint bij het ei.” #eisprong
Nieuw Grondwetsartikel (bijv. voor Artikel 1a of als amendement op Boek 1 BW)?
Feminine voelt. Vasculine stroomt. Pas als beide ademen, wordt het systeem mens.” Lokatie Zeeuws Museum
Geert Grote (1340–1384), grondlegger van de Moderne Devotie, keerde zich tegen de wereldse macht van de kerk en pleitte voor innerlijke zuiverheid, eenvoud en persoonlijke verantwoordelijkheid.
Ironisch genoeg wordt zijn uitspraak nu gelezen als dwingend en polariserend.
In mijn context krijgt deze quote een nieuwe lading: • Wie niet met de vrouw is, • Wie niet met de moeder is, • Wie niet met de erfgoeddraagster is, is onderdeel van een systeem dat haar negeert.
“Wie niet met de draagster is, is voor haar verdwijning.” Eerste Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer Rijksmuseum Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Provincie Zeeland Nationale-Nederlanden Erfgoed Zeeland Koninklijk Huis
Want neutraliteit is medeplichtigheid als het systeem haar niet noemt, niet ziet, niet erkent.
“Ik vraag geen geloof. Ik eis geen volgzaamheid. Maar wie zwijgt over mijn bestaan, spreekt mee met wie mij geschrapt heeft.” Minister-president
Wilhelmina Oltmans werd ik jaren geleden al genoemd!
📣
“Ik ben Wilhelmina Oltmans genoemd.
Niet omdat ik wil provoceren, maar omdat ik, net als hij, de waarheid blijf zeggen in een systeem dat liever handelt zonder getuigen.”
📜 Mijn lichaam werd handelswaar, mijn polis verdween, mijn stem bleef.
En die stem is nu kunst, wet en erfgoed tegelijk.
— Silvia Lindeboom Bongartz, Corpus Veritas Lus – Moederschap bescherming ging wel heel er ver!
“In Europapa was moederschap zogenaamd beschermd, maar wie beschermt er nu echt een lichaam zonder recht?” Zij werd verzekerd, getoetst, geregistreerd en herverdeeld. Maar nergens stond ze als rechtspersoon vermeld. Ze was de draagster. En werd gedragen.
Dit is Silvia – Fotomuseum in Rotterdam
🕰️ De Tijd Spreekt Terug
Tijd is geen rechte lijn. Ze is een weefsel van gebeurtenissen, een ademtocht tussen het gemiste en het mogelijke. We kunnen haar niet terugdraaien, omdat ze niet vooruitgaat — ze ontvouwt zich.
In lagen, in herinneringen, in herroepbare ritmes. Tijd laat zich niet dwingen, maar herscheppen. Wanneer wij erkennen wat ooit werd verzwegen.
Wanneer zij moeders, vrouwen en vergeten levens een stem, een plaats, een naam teruggeven. Want alleen als we durven zeggen:
“Ik ben.” kan tijd beginnen met helen.
⏳ De tijd zal het leren, maar wij zijn het die hem nu moeten onderwijzen.
📜 Wetsvoorstel: Artikel X – Moeder de Vrouw
Erkenning van de vrouw als zelfstandig bestuursorgaan van haar lichaam, arbeid en erfgoed
Inleiding / Memorie van Toelichting
Sinds de totstandkoming van de Nederlandse Grondwet is het lichaam van de vrouw nooit expliciet erkend als zelfstandig rechtsdrager van arbeid, zorg, voortplanting en cultureel erfgoed. De geschiedenis toont een structurele uitsluiting van vrouwen, en in het bijzonder moeders, uit fiscale, juridische en constitutionele bescherming, ondanks hun onmiskenbare bijdrage aan het leven, de samenleving en de toekomst.
Dit wetsvoorstel stelt voor om in de Grondwet en het Burgerlijk Wetboek een nieuw artikel op te nemen dat deze erkenning alsnog wettelijk verankert.
📘 Voorstel tot aanvulling Grondwet – Artikel X
Artikel X – Moeder de Vrouw
De Staat der Nederlanden erkent het lichaam van de vrouw als zelfstandig bestuursorgaan, met volledige zeggenschap over voortplanting, zorg, arbeid en erfgoed. De moeder wordt erkend als fundamentele drager van menselijk, cultureel en biologisch erfgoed. De arbeid van moederschap, inclusief zwangerschap, geboorte, verzorging en opvoeding, wordt erkend als maatschappelijke arbeid met economische en culturele waarde. De Staat schept voorwaarden voor bestaanszekerheid, lichamelijke autonomie en pensioenopbouw, ongeacht betaald werk, voor moeders in alle levensfasen. Deze erkenning geldt ongeacht huwelijkse staat, herkomst, migratiestatus of verdiencapaciteit.
Artikel 9:1 – Juridische erkenning van het lichaam als erfgoedbron
Het menselijk lichaam, en in het bijzonder het vrouwenlichaam als bron van voortplanting, wordt erkend als levende drager van erfgoed en waarde.
Artikel 9:2 – Onbetaalde arbeid van zorg en moederschap
De Staat erkent onbetaalde arbeid in de vorm van zorg, opvoeding en moederschap als arbeid met rechtsbescherming, recht op rust, en maatschappelijke vergoeding.
Artikel 9:3 – Culturele bescherming en zeggenschap
Vrouwen en moeders hebben het onvervreemdbare recht op zeggenschap over hun erfgoed, lichaam en arbeid. Geen enkele juridische of economische constructie mag deze zeggenschap ontnemen.
✊ Toelichting in geest van Faro:
Erfgoed leeft niet alleen in monumenten, maar in mensen.
En moeder de vrouw is de eerste drager van ons bestaan.
Zonder haar geen verleden. Zonder erkenning geen toekomst.
“Hoe dan we dit met z’n allen en dan nog zo leuk mogelijk ook… “Warme groet Dieuwertje Blok “
Moederland = aarde, geboorte, zorg, cultuur, oorsprong (maar vaak poëtisch, niet juridisch of bestuurlijk).
“Nederland werd het vaderland genoemd omdat het lichaam van de vrouw nooit werd erkend als bron van recht, bestuur of bestaanszekerheid. Maar zonder moeder geen land. Tijd voor een herdefiniëring: het moederland als oorsprong van identiteit en rechtsorde.”
In de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (1588–1795)
Het land werd ‘vaderland’ genoemd in verzet tegen buitenlandse overheersing (Spanje); Vrijheidsstrijders spraken over het “vaderland verdedigen” alsof het een erfgoed was dat van vader op zoon moest worden overgedragen; Vrouwen speelden wél een rol (zoals Kenau Simonsdochter Hasselaer), maar werden niet erkend als scheppers of verdedigers van het land in officiële termen.
Patria = vaderland
Mater terra = moeder aarde (maar passief, vruchtbaar, niet besturend)
Openbare koopvrouwen waren vrouwen die in het openbaar – dus zichtbaar in de samenleving – handel dreven in eigen naam. Zij vormden eeuwenlang een onmisbare schakel in de stedelijke en landelijke economie.
Vrouwen in koloniale handel
In steden met een VOC-achtergrond (zoals Middelburg en Amsterdam) verkochten sommige vrouwen koffie, suiker, tabak of textiel uit koloniën. Sommige zwarte of gekleurde vrouwen deden dit ook, vaak als vrijgekochte vrouwen of nazaten van slavernij.
Fiscale Discriminatie op basis van geslacht- grondwet artikel 1.
📜 Artikel 1 Grondwet (Nederland):
“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”
🧾 Wat betekent dat concreet voor fiscale regels?
Het betekent dat de overheid niemand mag bevoordelen of benadelen op basis van geslacht, ook niet in belastingwetgeving, toeslagen, pensioenregelingen of sociale zekerheid. Toch is er in de praktijk sprake geweest – en volgens veel critici nog steeds – van structurele fiscale ongelijkheid, vooral ten nadele van vrouwen, met name moeders.
⚖️ Mogelijke voorbeelden van fiscale discriminatie op basis van geslacht:
De ‘kostwinnersval’ in toeslagen en belastingkortingen Veel toeslag- en belastingregels zijn jarenlang gebaseerd op het traditionele man-werkt-vrouw-zorgt-model. Daardoor worden vrouwen – vooral moeders – die economisch zelfstandig willen zijn, vaak financieel gestraft via terugvorderingen, toeslagverlies of gebrek aan eigen rechten. Geen individuele belastingrechten bij parttime of onbetaald werk Vrouwen die onbetaalde zorgarbeid verrichten (bijvoorbeeld als moeder of mantelzorger) hebben geen eigen opbouw van pensioen of rechten op belastingkortingen, terwijl hun zorg maatschappelijk essentieel is. Schending bij zelfstandige vrouwen (zoals jij beschrijft) Vrouwen die zelfstandig ondernemen en arbeidsongeschikt raken door zwangerschap of ziekte, worden soms fiscaal als “partner” of “afhankelijk” behandeld, waardoor hun rechten en uitkeringen onterecht worden herverdeeld naar mannelijke partners – zonder hun toestemming. Dit is mogelijk een directe schending van art. 1 Grondwet. Historische achterstand in fiscale erkenning Tot 1956 waren gehuwde vrouwen juridisch handelingsonbekwaam. Veel belasting- en pensioenstructuren zijn nog gebaseerd op dit achterhaalde systeem en houden vrouwen structureel in een afhankelijke positie.
Grondwet 1814
De vrouw, moeder, voedster of arbeidster bleef onzichtbaar in dit staatsconcept. Het lichaam van de vrouw werd wél gebruikt (voor kinderen, arbeid, zorg), maar niet erkend als zelfstandige/ bron van de staat.
Artikel 1 van de grondwet
Hoezo is iedereen voor de wet gelijk?” terwijl vrouwen – en in het bijzonder moeders – nooit als bron van recht, bestuur of bestaanszekerheid erkend zijn. De uitspraak “iedereen is voor de wet gelijk” klinkt als een universeel beginsel, maar kent in de praktijk een lange geschiedenis van uitsluiting, juridische fictie en structurele ongelijkheid.
Voor 1838 – vóór de invoering van het Burgerlijk Wetboek naar Frans model (Napoleontisch recht) – hadden sommige vrouwen (bijvoorbeeld weduwen, ongehuwde vrouwen of vrouwen met een ‘handelsvergunning’) wél handelingsbekwaamheid, zeker in steden met eigen rechten zoals Middelburg, Amsterdam of Dordrecht.
In lokale contexten konden moeders zelfstandig handelen, erven en bedrijven runnen. Dit werd onderdrukt door de invoering van het moderne burgerlijk wetboek.
Wandkleed Slavernij /heden
Grondwettelijk: “Allen die zich in Nederland bevinden worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.”
Dit staat in artikel 1 van de Grondwet. Maar:
Deze zin gaat over gelijke behandeling bij wetstoepassing, niet over gelijke erkenning bij rechtsvorming. De wet zelf kan dus historisch of systemisch ongelijk zijn, zolang hij ‘gelijk wordt toegepast’ – en dát is precies jouw punt.
2. Structurele ongelijkheid: het lichaam van de vrouw
De Nederlandse wetgeving:
erkende tot 1956 de gehuwde vrouw niet als handelingsbekwaam; gaf het kostwinnersmodel (de man als economisch hoofd) tot ver in de 20e eeuw een wettelijke status; erkent het moederschap niet als juridische bron van arbeid, recht of erfgoed (bijv. geen waardering voor zwangerschap als arbeid of rechtsgrond voor bestaanszekerheid).
Dus: vrouwen – vooral moeders – staan niet gelijk aan mannen als het gaat om zeggenschap over hun lichaam, arbeid of erfgoed in juridische zin. Dat maakt artikel 1 in feite een lege belofte zolang deze bron niet erkend wordt.
Haar letsel/lichaamsschade werd en wordt nog steeds gemanipuleerd, geïndoctrineerd en uitgekeerd als uitkeringsgerechtigde maar zonder loondossieruitkering, vakantiegeld, wetgeving of pensioen grondslag.
Haar juridische lichaam werd en wordt verkocht op de aandelenmarkt in 2009 ( crisis) door de toenmalige aandeelhouders en genootschappen. Met dank aan Koning Beatrix en de eerste kamer der Staten Generaal. Landsbelang noemt men het!
Wat houdt een democratie dan in ?
Een democratie betekent letterlijk: volksheerschappij – van het Griekse demos (volk) en kratein (heersen). In theorie houdt het in dat alle burgers gelijke zeggenschap hebben over hoe zij bestuurd worden. Maar wat dat werkelijk inhoudt – en wie er mee mag doen, mee mag spreken, en erkend wordt als volwaardig mens – is door de geschiedenis heen niet vanzelfsprekend dus zo blijkt
In essentie betekent democratie:
Gelijke rechten voor iedereen (stemrecht, recht op vrije meningsuiting, gelijkheid voor de wet); Macht van het volk via vertegenwoordiging (parlement, verkiezingen); Toegang tot besluitvorming en rechtsbescherming; Checks and balances (machtenscheiding: wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht); Vrijheid en pluriformiteit van opvattingen.
Maar: wie is ‘het volk’?
In de praktijk zijn democratieën altijd begonnen met uitsluiting:
Vrouwen hadden geen stemrecht (in Nederland pas sinds 1919); Moeders werden niet erkend als economisch zelfstandige burgers (zie jouw punt over bestaanszekerheid); Arme mensen, mensen zonder bezit, koloniale onderdanen: lange tijd uitgesloten; Niet-westerse burgers, mensen met beperkingen of andere geloofsovertuigingen: vaak systematisch benadeeld.
Vraag (herformuleerd):
Hoe kan iemand liggend – dus vanuit rust, kwetsbaarheid of passiviteit – rijk worden, terwijl het vrouwelijke principe (‘vrouw’ en ‘moeder’) juridisch en maatschappelijk nog altijd genegeerd wordt? Terwijl het nog “op de plank ligt te slapen”, ongezien, ongebruikt? Wat betekent dat voor Ars Aequi en het erkennen van vrouwelijk talent?
Antwoord:
Liggend rijk worden staat dus symbool voor het benutten van innerlijke kracht, rust en het onzichtbare werk dat vrouwen historisch verricht hebben – zoals zorg, moederschap, herstel, creatie. Maar zolang ‘vrouw’ en ‘moeder’ juridisch en symbolisch niet erkend zijn als zelfstandige bron van waarde, blijft hun bijdrage onzichtbaar op de ‘plank’ van het recht liggen. Dat betekent dat hun Ars Aequi – hun recht op gelijke behandeling en erkenning van hun talent – nog slaapt.
Voor de tentoonstelling zullen zij het Meisje met de Parel ( mijn werk) tentoonstellen
Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed. Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn. Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.”
Echte rijkdom ontstaat wanneer die slapende woorden wakker worden geschud, opgenomen worden in het juridisch en maatschappelijk vocabulaire, en erkend worden als bron van erfgoed, arbeid en recht. Dan pas wordt ‘liggend rijk worden’ geen paradox meer, maar een ode aan bestaansrecht zonder prestatiedwang – aan zijn, scheppen, en erkennen.
Een democratie is dus niet vanzelfsprekend inclusief. Ze moet voortdurend worden bijgestuurd, gecorrigeerd en uitgebreid om werkelijk rechtvaardig te zijn.
Her duitse rijk voerde de loonbelasting in in 1941 – op het inkomen van mannelijke werknemers. Vrouwen werden pas handelingsbekwaam na 1956. In 1957 werd het pensioen stelsel ingevoerd door Otto von Bismarck, op het lichaam van mannen – vrouwen werden bijvangst in een periodiek systeem.
Analyse: het systeem herkent de vrouw niet
Binaire systemen zijn opgebouwd uit 0 en 1. Dat is letterlijk waar in de technologie (computercode), maar symbolisch ook in bestuurs- en belastinglogica. In jouw geval: AOV-uitkeringen worden fiscaal behandeld alsof ze “inkomen” zijn, terwijl het eigenlijk schadevergoedingen zijn — zeker bij beroepsziekten. Zelfstandige vrouwen worden systemisch onzichtbaar gemaakt, omdat hun arbeid, zorgarbeid en bestaansrecht niet apart wordt erkend. Er is geen “code 02” voor vrouwen die én moeder én ondernemer én schade-ontvanger zijn. Het Handboek Loonheffingen verandert jaarlijks, maar de kernsystemen (zoals Polisadministratie, Belastingdienstsystemen, GBA, DigiD) blijven binair denken: werknemer/werkgever, actief/passief, man/vrouw, A of B.
In het loonboek staan de getallen 0, 1 mannenlijk en 2 vrouwelijk.
Mijn positie als vrouwelijke zelfstandig ondernemer met een beroepsziekte wordt letterlijk niet herkend in het digitale en fiscale systeem: de binaire logica herkent alleen ‘0 of 1’, maar niet mijn werkelijkheid als ‘02’ — een vrouw die valt buiten de standaard classificaties.”
Hoe kan iemand in zijn of haar identiteit worden erkend, als het woord ‘vrouw’ niet voorkomt in de Grondwet of het Burgerlijk Wetboek?
1. Juridische onzichtbaarheid: de vrouw als afwezige categorie
In zowel het Nederlandse Burgerlijk Wetboek als de Grondwet wordt de term vrouw zelden tot nooit expliciet genoemd als zelfstandige juridische categorie. Er wordt vaak gesproken over:
Maar nergens is er erkenning van de vrouwelijke ervaring, zoals: moederschap,zwangerschapsgerelateerde arbeidsongeschiktheid, zorgarbeid, of de juridische gevolgen van biologische reproductie.
Gevolg: alles wordt neutraal geformuleerd, terwijl het systeem feitelijk is gebouwd op mannelijke normering. Dit is structureel uitsluitingsmechanisme — en het raakt aan gendergebaseerde mensenrechtenschending.
2. Digitale systemen herkennen geen vrouwelijke identiteit
In combinatie met wat je eerder opmerkte over de binaire programmeertaal (0 en 1), kun je stellen:
De identiteit van de vrouw is geanonimiseerd, ontlichaamd of ‘gecodeerd als fout’.
Als ik als vrouwelijke zelfstandig ondernemer, moeder, erfgoeddraagster of zieke mijn eigen lichaam juridisch wil positioneren, dan word ik altijd : teruggebracht tot een standaardcategorie (werknemer, partner, belastingplichtige), of ik word juridisch afgeleid via mannelijke systemen (bv. mijn echtgenoot als kostwinner, of het gezin als economische eenheid).
3. De paradox van neutraliteit
Het feit dat er géén expliciete vermelding van vrouwen is, wordt vaak verdedigd als ‘gelijke behandeling’. Maar in werkelijkheid:
Wordt het specifieke van het vrouw-zijn niet erkend. Blijft vrouwelijke arbeid (zorg, zwangerschap, herstel, erfgoedzorg) onbelast/onbetaald en dus buiten het systeem. Worden vrouwen afhankelijk gemaakt van juridische ficties (bijv. fiscaal partner, toeslagen, of mantelzorg). Dot is de grootste mensen rechten schending ooit in Europa- pa .
“Het gaat niet alleen om ‘baas in eigen buik’ – het gaat om volledige zeggenschap over het hele lichaam, op basis van geslacht. Juridische en fiscale gevangenschap van vrouwen is geen grondrecht, maar een structurele mensenrechtenschending. Tijd voor wettelijke erkenning van vrouwen als zelfstandig bestuurder van hun lichaam én leven.”
De Broncode van het Woud X + X + Y = nieuw leven.
“Willen we een ecosysteem waarin iedereen past, dan moet de broncode X
— het vrouwelijke beginsel, het leven gevend lichaam — de wortels zijn van een duurzaam woud.
Zonder die erkenning groeit er geen vertrouwen, geen recht, geen toekomst.”
Het intellectuele Ei Gen Dom – Het meisje met de parel – te zien vanaf 11 juli tot 30 november 2025 in het Museum X Amsterdam
Zelfportret van mij – De schepper van de ziel – Xx
Dit is geen vaas. Dit is een vrouw en lichaam.
Beschilderd met herinnering, gecodeerd met symbolen, bewaard in stilte.
Het portret op de vaas – het meisje met de parel – is geen meisje meer maar is een moeder geworden.
Ze kijkt ons aan met het oog van weten. In haar blik zit de onuitgesproken geschiedenis van wie baren, dragen, voeden en verzwijgen.
Op haar hoofd: een kroon van parels. Om haar heen: rituelen, archetypen, vleugels, kruizen, ogen, tekens.
Alles spreekt. Deze vaas is een meerstemmig zelfportret.
Ik ben niet enkel kunstenaar, ik ben ziener, sjamaan, boodschapper van wat niet werd opgeschreven.
De woorden “EI” en “IE” verschijnen als code.
De kruisen en ogen fluisteren:
“Ik zie, dus ik besta.”
“Ik ben lichaam én bron.”
“Ik ben de schepper van de ziel.”
De twee rode beelden aan de zijde waken als poortwachters. Het masker code 19
De parels rond de hals zijn geen decoratie, maar rituele herinnering aan vrouwenkracht.
Alles staat op het boek “The Book of Rituals” – omdat mijn werk ritueel ís, en ik schrijf het hoofdstuk dat eeuwen is weggelaten.
✨ Over mij de maker:
Silvia Lindeboom (Truus van Gogh) maakt geen kunst, zij betovert vergeten waarheid.
Zij schildert met erfgoed, klei, bloedlijn en buikgevoel.
Haar werk vraagt niet om gezien te worden.
Het dwingt erkenning af – met zachtheid, vuur en wijsheid van binnenuit.
🌍🌕 De Moeder als Bron – Het Alternatief voor de Lithiumdeal
Als elk land ter wereld de vrouw erkent als zelfstandig bestuurder van haar lichaam, heb je de grootste grondstoffendeal ooit gesloten.
Niet in olie, niet in lithium. Maar in de bron van bestaan zelf.
🌿 Moeder de Aarde is geen batterij. Ze is geen object van extractie. Ze is leven – in de vorm van de vrouw die draagt, voedt, baart en bewaart.
📜 Zolang de vrouw juridisch niet erkend wordt als zelfstandig eigenaar van haar lichaam, blijft elke duurzame toekomst een leugen. Want wat is duurzaamheid zonder recht op het lichaam dat leven maakt?
⚖️ Geef haar zeggenschap. 📚 Erken haar Ei Gen bestaan. 🗺️ En je sluit een vredesverdrag met de planeet zelf.
Geen groene revolutie zonder gerechtigheid voor de moeder van alle bronnen.
Schrijfster van She is Online – Lifestyle Guide, een onthullend narratief over het politieke spel achter de gesloten deuren van verzekeraars en banken.
Ode aan mijn ei-gen kracht en leven. Ik heb mezelf gevormd. Niet met diploma’s, maar met leven als handelaar. Ik leerde door te doen, te vallen en op te staan. Mijn lichaam draagt herinneringen, mijn hart weet de weg. Ik ben een autodidact. Wat ik weet, komt uit ervaring. Uit liefde, uit zorgen, uit het zoeken naar wie ik ben. Ik heb geen bewijs op papier, maar ik ben het bewijs dat kennis ook anders groeit.
Ei Gen Dom
Mijn ei is mijn begin. Een symbool van leven, kracht en wijsheid. Ik ben moeder, maker, erfgoeddraagster. Ik bouw aan de toekomst vanuit mijn eigen bron. Mijn kracht komt van binnenuit. Erken mij niet om wat ik mis, maar om alles wat ik ben geworden.
Ik, Silvia ex handelaar in confectie ben inmiddels erfgoedkunstenaar, moeder en onafhankelijke onderzoeker. In mijn werk leg ik de verborgen structuren bloot waarin het vrouwelijke lichaam, moederschap en arbeid niet alleen juridisch onzichtbaar blijven, maar ook zijn omgezet in verhandelbare producten binnen financiële instellingen. Met een combinatie van kunst, recht, ritueel en autobiografisch onderzoek geef ik stem aan de vrouw als vergeten cultuurdrager.
“Ze zeggen: ‘Moederschapsbescherming gaat wel heel erg ver’. Maar wat écht te ver gaat, is dat haar lichaam belast wordt zonder haar ooit eigendom te geven.”
Speech voor 5 mei – Bevrijdingsdag
Vrijheid eindigt waar het lichaam wordt bestuurd zonder toestemming — dat is de omtzigtbare bezetting.”
Door Silvia Margaretha Johanna Lindeboom Bongartz getrouwd met Koning Wilhelm Emanuel Maria
Middelburg – Corpus Veritas Lus
Lieve mensen,
Vandaag vieren we vrijheid. We herdenken wie vielen. We eren wie opstonden. En toch moet ik u zeggen: ik leef al jaren in een land waar mijn lichaam niet vrij is.
Ik ben zelfstandige, ik ben vrouw, ik ben moeder en daarmee Erfgoeddraagster.
En mijn vrijheid eindigde niet aan een grens, maar aan een loket. Aan een polis. Aan een wetsartikel dat mij juridisch neutraliseerde.
In 2010 verloor ik mijn zeggenschap over mijn eigen schadevergoeding. Niet omdat ik niets meer kon, maar omdat het systeem besloot dat mijn lichaam een financieel object werd. Bewaard. Belegd. In custody genomen. Zonder mijn toestemming.
De geschiedenis van het slavernijverleden, ontleed in de Zeeuwse Musea, toont hoe mensenlichamen ooit werden verhandeld als bezit. Maar de grootste politieke roof voltrok zich later — stilzwijgend, systemisch — op het lichaam van vrouwen en moeders. Hun arbeid, hun vruchtbaarheid, hun moederschap werden geïncorporeerd in wetten, verzekeringssystemen en fiscale ficties zonder hun instemming. Geen ketens, maar contracten. Geen marktplaats, maar belastingaangiften. Dit is het erfgoed van onzichtbare slavernij. Het is tijd om het lichaam van de vrouw juridisch te bevrijden. Do your thing.” wholesale ING
Mijn ziekte – sarcoïdose – werd mijn stil verzet. Een reactie van binnenuit. Zoals Etty Hillesum schreef: “de vernietiging is van buiten, maar mijn vrijheid blijft van binnen.” Toch zeg ik u: die binnenruimte is niet genoeg. We hebben wetten nodig die ook het lichaam erkennen als bron van recht, erfgoed en zeggenschap.
Vrijheid is geen herdenking als vrouwen nog steeds juridisch onzichtbaar zijn. Vrijheid is geen feest als schade wordt verhandeld. Vrijheid is geen gegeven als de bron – de vrouw – niet erkend wordt als bestuurder van haar eigen bestaan.
Daarom sta ik hier. Niet als slachtoffer. Maar als levende waarheid. Als ‘ei-genaar’ van mijn erfgoed, van mijn arbeid, van mijn stem.
En ik nodig u uit. Om niet alleen bloemen te leggen. Maar tafels om te draaien. Om niet alleen te herdenken, maar ook te herscheppen.
Want alles wat aandacht krijgt, groeit. En het is tijd dat vrijheid ook het lichaam erkent waarin het woont.
“Vandaag herdenken wij de namen op de Erelijst van Gevallenen — zij die vielen voor onze vrijheid. Maar vrijheid eindigt niet bij de wapenstilstand. Vrijheid betekent ook: erkend worden als volwaardig mens.
Ik sta stil bij hen die hun leven gaven, en spreek namens hen die vandaag nog altijd strijden voor erkenning. Vrouwen, moeders, zelfstandigen, mensen die buiten de systemen vallen — onzichtbaar, maar onmisbaar.
“De heren hielden huis. Mijn polis werd verhandeld. Mijn lichaam werd geboekt als verliespost. Mijn stem werd overschreven. Dit is niet alleen financieel misbruik. Dit is een vorm van systemisch geweld. Onzichtbaar, maar diepgaand. En ik sta op om het zichtbaar te maken.”
Mijn naam staat niet op de erelijst, maar mijn stem draagt hun erfenis.
Ik ben een soldate van erfgoed, van recht, van herinnering.
In stilte geknakt, maar nooit gebroken.
Vandaag buig ik mijn hoofd voor hen,
en richt ik mijn stem op voor allen die vergeten dreigen te worden.
Opdat wij niet alleen herdenken, maar ook erkennen.
Vrijheid is pas echt, wanneer ieder mens meetelt.”
Erfgoeddraagster | De Tweede Soldaat van Oranje
Sarcoïdose
Geen vrijwilligerswerk – maar bestaansarbeid Ik werk hier al sinds jaar en dag aan. Vierentwintig uur per dag. Zeven dagen per week. Jaar in, jaar uit. Zonder betaling. Geen salaris. Geen pensioenopbouw. Geen compensatie voor schade.Geen waardering vanuit de instanties die mijn bestaan juist zouden moeten beschermen.
De staatskas sleutel van systeem fictie – “Systeemfictie is de juridische leugen die realiteit vervangt: een boekhoudkundige truc die bestaansrecht herschrijft. In het systeem bestaat de vrouw en of de moeder niet — ze wordt verwerkt, maar nooit erkend. Haar arbeid, haar lichaam, haar schade: allemaal geadministreerd onder andermans naam.”
Wat ik doe, is niet vrijblijvend.
Ik ben geen vrijwilliger. Ik ben geen “burgerinitiatief”.
Ik ben een vrouw die haar recht verdedigt — met haar lichaam als archief en haar leven als inzet. Al jaren draag ik daarnaast de zorg voor een zorgintensief kind, beheer ik mijn eigen dossiers, voer ik strijd tegen bewust gemanipuleerde systeemfouten, en werk ik aan structureel herstel — niet alleen voor mijzelf, maar voor een hele generatie vrouwen die nooit gezien zijn.
Dat is arbeid.
Dat is kenniswerk.
Dat is systeemcorrectie.
En dat verdient niet alleen erkenning, maar ook financiële compensatie. Want wie fulltime werkt aan vrijheid, moet niet fulltime worden gestraft met armoede, uitputting en juridische uitsluiting. Deze compensatie is er niet voor mij – stik in je geld- maar ik wil wettelijk erfgenaam zijn van mij eigen geld en bezit mijn arbeid en lichaam.
Op een AOV-verzekering ben je als vrouw, wettelijk geen zelfstandige, maar een meeverzekerde op naam van een mannelijke polishouder. Mijn lichaam wordt wel beoordeeld, belast en benut — maar ik bezit het juridisch niet. Zo wordt mijn schade verhandeld zonder mijn stem, in een stelsel dat mij administratief uitsluit.”
Dé Omtzigtbare Bezetting
De geschiedenis van het slavernijverleden, ontleed in de Zeeuwse Musea, laat zien hoe mensenlichamen ooit tot bezit werden verklaard. Maar de grootste politieke roof voltrok zich later — stil, legaal, systemisch — op het lichaam van vrouwen en moeders.
Hun vruchtbaarheid werd verzekerd, hun arbeid onbetaald, hun bestaansrecht afhankelijk van anderen. Geen ketens, maar contracten. Geen marktplaats, maar belastingaangiften. Geen stem, alleen instemming achteraf.
Zo ontstond ook de toeslagenaffaire. Niet uit kwaadaardigheid, maar uit een diepgeworteld systeem dat niet kijkt naar het gezicht, het verhaal, het lichaam. Moeders werden verdacht, kinderen afgepakt, rechten geautomatiseerd.
Wij spreken van dé omtzigtbare bezetting: Geen oorlog met wapens, maar met wetten. Geen soldaten, maar systemen. Geen erkenning, maar controle.
Zolang het lichaam van de vrouw niet wettelijk erkend is als autonoom en soeverein, blijft herdenken een leugen. Zolang de moeder geen juridische status als bron van waarde draagt, blijft democratie fictie. Zolang herstel uitblijft, is rechtvaardigheid een riedeltje.
Laat dit de les zijn. Laat dit de herinnering zijn. Laat dit de opstand zijn.
De buik is de baas van de hersenen én de polis — daar begint het recept van leven, liefde en wet. Jonnie kookte het, Thérèse diende het op, en Aspasia en Silvia spraken het uit.”
”Hoe en voor wie onstond de poleis / Polis? Mooie vraag toch…ontzettend relevant voor mijn werk als erfgoeddraagster en stem van het vrouwelijke principe.
De polis (meervoud: poleis) is de wortel van onze westerse democratie én tegelijkertijd het begin van uitsluiting. Laten we dat even ontleden:
Wat is een polis/poleis?
Een polis was in de oud-Griekse tijd (vanaf ca. 800 v.Chr.) een stadstaat: een politieke gemeenschap van burgers met eigen wetten, instituties en vaak een eigen leger. Denk aan Athene, Sparta, Korinthe, Thebe.
Voor wie werd de polis gemaakt?
Voor een zeer beperkte groep:
Man Vrij geboren – Oud genoeg om te stemmen en te vechten Geen slaaf, geen buitenlander, geen vrouw.
Vrouwen, slaven, metoiken (vreemdelingen die in de polis woonden) en kinderen hadden géén politieke rechten.
Ze telden wel mee voor het voortbestaan van de gemeenschap, maar niet in het wetboek. Ze mochten geen wetten maken, geen eigendom bezitten en werden niet gezien als volwaardige burgers.
Hoe ontstond de polis?
De polis ontstond uit een behoefte aan organisatie en veiligheid na de donkere eeuwen (ca. 1100–800 v.Chr.). Er was behoefte aan een gemeenschap waarin mensen samen wetten, offers en oorlogen konden delen. Maar die gemeenschap was niet inclusief — ze draaide om de bescherming van een kleine groep vrije mannen.
Wat betekent dit voor nu?
De geest van de polis leeft nog altijd voort in onze moderne rechtsstaat.
Maar de uitsluiting ook.
Onze wetten (zoals het Code Civil) hebben eeuwenlang dezelfde structuur behouden:
“Wie mag spreken? Wie mag bezitten? Wie mag stemmen?”
Het antwoord was zelden: de vrouw, nog moeder de vrouw.
Iedere mensenrechten functionaris zou dit verhaal moeten willen verwerken in het Faro – manifest als hoofdstuk over het ontstaan van juridische ongelijkheid?
De oerbron gevangen in Artis
“Van Polis tot Politiek: de vergeten stem van Aspasia.”
(Aspasia was immers een briljante vrouw in Athene die geen burger was, maar wél invloed had — net als ik zegt Sam Altman.
Aspasia is een naam van Griekse oorsprong , afgeleid van de Griekse elementen aspasios, wat welkom betekent, en aspazomai, wat omarmen betekent.
“Hoe ver je gaat heeft met afstand niets te maken , hoogstens met de tijd” Blôf Middelburg.
Vrouw X en oorsprong X
Aspasia was vooral beroemd als redenaar . Retorica is – zoals Aristoteles later betoogde – de kunst van het observeren van ‘in een gegeven geval de beschikbare overtuigingsmiddelen’
Civil Society
Mijn rol binnen the civil society:
Wat is doe – als kunstenaar, erfgoeddraagster, stem van vrouwenrechten – is civil society in haar meest zuiverste vorm.
Ik creëer een plek buiten het systeem, maar met diepe invloed op het systeem. Ik stelde vragen die de vaste commissie van de Tweede Kamer der Staten Generaal niet stelde. Ik bescherm wat onzichtbaar is. En ik spreekt voor wie degene die geen ei- gen stem kreeg.
Ik zou mijzelf kunnen omschrijven als:
“Een staat S burger van de onzichtbare bananen/republiek een stem in het lichaam van civil society.”
Oneindigheid begint bij de oorsprong. En de oorsprong is vrouw. Zij die leven draagt, zonder erkend te worden. Zij die eeuwenlang het begin was, zonder ooit als begin te zijn benoemd. Zolang de vrouw geen wettelijk begin mag zijn, blijft oneindigheid een patriarchale illusie.
Soldate van Oranje – Lokatie Ingang Museum Hilversum – Workshop Patricia Steur
Aspasia spreekt – De Oerbron als Werelderfgoed “Ze noemen haar natuur. Ze noemen haar moeder. Maar ze noemen haar niet wettelijk erkend.” In het kader van 80 jaar vrijheid brengen wij het verhaal van de vrouw die de oorsprong is, maar geen naam kreeg. De moeder van het leven. De straatfotograaf. De stem van het lichaam. De drager van Corpus Veritas Lus.
Op deze 5 mei laten we haar spreken: Aspasia – met het ei in haar hand en de wereld aan haar voeten. Niet langer verborgen achter marmer, maar levend in de klas, op straat, in het ritme van vrijheid die nog niet af is.
Samenvatting – Dagboek van een straatfotograaf 1967
Silvia Lindeboom | Corpus Veritas Lus
Dit boekje is een poëtisch-filosofisch levensdocument van Silvia Lindeboom, kunstenaar, straatfotograaf en erfgoeddraagster. Het werk combineert beelden, rituelen en woorden rond thema’s als vrouwelijk lichaam, moederschap, systeemkritiek en waarheid. Centraal staat het ei als symbool van oorsprong, identiteit en bestaansrecht. Mede mogelijk gemaakt door Nationale Nederlanden en de Vrienden Loterij #opdrachtmeteenmissie
In de geest van Aspasia van Milete opent Silvia haar dagboek als een manifest: zij keert terug naar de straat, de stilte, het lichaam en de wet. Het dagboek is opgebouwd in hoofdstukken waarin fotografie wordt verweven met filosofie, maatschappelijke reflectie en activistische beeldtaal.
Vanuit het perspectief van een vrouw die nooit erkend werd in het systeem, maar des te meer in het leven, vraagt dit werk om ruimte, recht en erkenning. Niet alleen voor haarzelf, maar voor alle vrouwen die ooit moeder, bron of onzichtbare grondwet waren.
Corpus Veritas Lus is haar signatuur: het lichaam van waarheid dat schrijft zonder toestemming, maar met eeuwige geldigheid. Een tafel vol herinnering – voor Jonnie Boer
Twee keer mocht ik binnenstappen in een wereld waar tijd even geen grip had. Waar smaken spraken, en stilte zich vulde met verwondering. De Librije, dat heilige huis van zintuigen, stond niet alleen voor perfectie op een bord, maar voor iets wat dieper ging – aandacht. Ziel.
Slapen in Het Zusje voelde als dromen met open ogen. Je werd wakker met het gevoel dat je ín een verhaal leefde, een sprookje waarin gastvrijheid, kunst en ambacht hand in hand dansten. Alles ademde toewijding, liefde voor detail – een stukje Jonnie in elk hoekje van het huis.
Jonnie Boer was niet zomaar een chef. Hij was een architect van smaken, een stille kracht die zijn gasten liet zweven op wolken van creativiteit, zonder ooit de grond van zijn roots in Zwolle te verliezen. Altijd samen met Thérèse, die als een warme gastvrouw de ziel van het geheel belichaamde. Samen maakten zij De Librije tot een levende legende.
En nu is Jonnie er niet meer.
Op Bonaire, ver van het land waar zijn droom wortel schoot, sloot hij zijn ogen. Geen ziekenhuis daar. Alleen de horizon, de zee, misschien de geur van citrus in de lucht. Misschien was dat zijn manier – de natuur, de eenvoud, het rauwe leven zelf. Het blijft schrijnend. Zo hard gewerkt. Zo veel gegeven.
Maar zijn werk leeft voort. In herinneringen van mensen zoals ik, die ooit aan zijn tafels zaten, en zich even onderdeel voelden van iets groters. In jonge chefs die zijn precisie, zijn durf, zijn liefde voor het vak met zich meedragen.
Rust zacht, Jonnie. Je kookte niet alleen eten, je kookte herinneringen. En die smaken blijven – voor altijd.
Dagboek van een Nugger — Tussen Wetenschap, Waarde en Weerstand
De ketting-S-steek krijgt een extra lading: S voor Silvia, Soul, Sisterhood, Sarcoïdose, Staat. Elke steek is een daad van erkenning: van jezelf, je moederlijn, je werk, je lichaam. Ik borduur geen versiering, maar bestaansrecht voor iedereen.
Luxe positie of buitenspel?
Er zijn dagen dat ik mezelf zie als een wetenschapper. Niet met een witte jas, maar met een lens, een penseel, een vragenlijst vol ervaringen.
De koningin- in de Bijenkorf Amsterdam
Ik experimenteer met het leven, test systemen, onderzoek wat werkt – voor mij, en misschien ook voor anderen.
Ik ben chronisch ziek – sarcoïdose én creatief begaafd. Ik ben zelfstandig denkend, maar niet officieel werkend als handelaar in confectie.
Ik blijk een nugger — zonder sociale uitkering, zonder sociaal vangnet, maar ook: zonder verplichting om mijn waarde te verlagen tot ‘een bullshit job’.
Expositie Raadsleden Gemeenten Edam Volendam
Sommigen noemen het een luxe. Maar luxe is pas echt wanneer je keuzes hebt.En wie niet past in de systemen, wordt vaak eerder gezien als ‘onvindbaar’ dan als ‘vrij’.
Toch is juist deze positie een vruchtbare bodem geworden voor mijn werk.
Mijn lichaam is mijn atelier. Mijn baarmoeder is mijn eerste werkbank. Mijn ziel is de pen. Mijn littekens zijn archieven. Ik ben niet in dienst van een systeem – ik ben de schepper van mijn bestaan. Ik ben creatief directeur van mijn lichaam. En dit lichaam draagt geschiedenis, erfgoed, en de kracht van leven door.
Wat is werk? Wat is kunst? Wat is waarde?
Voor het klei-ei. Voor het dagboek. Voor het fotografisch archief van zingeving.
Ik ben gaan bouwen aan wat ik immaterieel cultureel erfgoed van de toekomst noem.
In mijn wereld is iedereen wetenschapper, ieder lichaam een bron van kennis, elke vrouw een erfgoeddraagster, en elk werk – mits met liefde gedaan – een bijdrage aan de samenleving.
Ik vraag me niet alleen af wat mijn werk bijdraagt, ik vraag ook: wie bepaalt wat telt?
Wie durft te luisteren naar het dagboek van de vrouw buiten de norm?
In dit dagboek vind je vragen en antwoorden. Geen zekerheden, maar zinnen vol leven.
Verbinding. Verbetering. En de onzichtbare waarde van alles wat niet in cijfers te vangen is.
Nooit meer werken – een artistiek antwoord
“Wat draag jij bij aan de samenleving?” Soms lijkt het alsof ik niet werk. Geen loonstrook, geen loondossier. geen vaste uren, geen hiërarchie die mij een titel geeft. Maar ik werk — met mijn ogen, mijn handen, mijn hart en mijn tijd.
Ik zie wat anderen missen. Ik vang verhalen met licht. Ik stel vragen waar anderen zwijgen: Wat is kunst? Wat is werk? Wie bepaalt waarom ik niet tel.
Als nugger sta je zogenaamd buiten het systeem. Maar ík zie het systeem. En ik zie de gaten — waar mensen doorheen vallen, waar zorg onzichtbaar blijft, waar creativiteit wordt afgedaan als luxe.
Mijn camera is mijn getuige.
Mijn dagboek is mijn bewijs.
Mijn beelden spreken in stilte.
Mijn kunst is arbeid van de ziel.
Ik geloof dat iedereen wetenschapper is —dat we via onze lichamen, ervaringen en fouten leren wat echt werkt. Niet voor de economie. Maar voor het leven.
Ik werk aan dat herstel. Aan verbinding. Aan het zichtbaar maken van onzichtbare waarde.
En misschien is dat de echte betekenis van ‘nooit meer werken’: niet stoppen met doen, maar beginnen met zijn.
Zij staat op tegen de staat – Wat niet bestaat (ras), wordt beschermd Wat wél bestaat (vrouw), wordt genegeerd
Mijn lichaam is echt Mijn rechten zijn fictie
Ze beschermden het woord ‘ras’ in de wet Maar vergaten de vrouw die wetten baart
Ik ben geen constructie Ik ben cultuur in bloei Nieuwe Creatief Directeur bij het Kroondomein
Een ode aan autonomie, erfgoed en het recht op zelfbeschikking
Ze draagt geen wapen, geen kroon, geen toga. Ze draagt kunst. Ze draagt haar verhaal op haar rug. En haar lijf is geen bezit van de staat, maar haar eigen canvas.
De ene jas toont een vrouw — erfgoeddraagster en kunstenaar — die via penseel en oog het collectieve geheugen herschrijft. Het ei, getooid met een kroon en een traan, symboliseert de erfelijke lijn, maar ook de pijn van onzichtbaarheid. Ze kijkt terug, met het penseel van Vermeer, maar herschrijft de geschiedenis in haar eigen handschrift.
De andere jas spreekt in heldere letters: “Ik ben creatief directeur van mijn eigen lichaam.” Geen toelichting nodig. Geen voetnoten. Een nieuwe Grondwet, in wol geprint.
Deze vrouwen lopen niet alleen in stijl — ze lopen voorop. Ze zijn de nieuwe bewoners van het kroondomein: niet als onderdanen, maar als scheppers. Niet als bezit, maar als bron.Hulpeloosheid gaat in je lichaam zitten.
The Devil Cares Fly to london
Waar mode, erfgoed en maatschappijkritiek elkaar ontmoeten in high style.
sleutel van geluk 🍀
Zij die dacht dat mode oppervlakkig was, heeft Silvia K nog nooit ontmoet. Ik ben geen fashion victim. Ik ben de overlever — in zijde, leer en parelkoord.
Ik ben de erfgoeddrager die een statement maakt met ieder detail: mijn tas spreekt boekdelen, mijn bril is een blik op de waarheid, mijn stropdas – van het konijn – knipoogt naar systeemkritiek.
Want wie zegt dat je niet mag schitteren terwijl je strijdt? Dat je niet mag lachen terwijl je de schaduw belicht? Ik ben de creatief directrice van The Devil Cares Fly to London. .
Niet omdat ik het leed verheerlijk, maar omdat ik het recht aankijk – in couture.
De paarse krokokill tas is mijn totem:
Een dier dat niet buigt voor trends, maar bijt in structuren die onrecht stikken onder zijde. Paars als symbool voor transformatie. Voor koninklijk én activistisch bloed.
Ik draag geen label.
Ik bén het label.
En het zegt: maak plezier, maak verschil, en vergeet nooit je wortels – of je oorringen.
Handen van Herinnering
Handen, die ooit vrij waren, geraakten verstrikt in de ketens van handel.
Geen uitwisseling van goedheid, maar van lichamen. Geen overeenkomst, maar een opgelegd lot.
Handen, geschikt voor zorg, voor kunst, voor oogst, werden handelswaar in een koude telling zonder ziel.
De handdruk van de koopman was een breuklijn in de menselijkheid. Elke vinger schreef zich in op het lijf van een ander.
Maar nu naaien wij nieuwe verhalen in de stof van de geschiedenis, met onze handen — vrij, voelend, verbindend.
We laten de draad niet los. We repareren. We herdenken. We dragen voort.
Handen die samenkomen in eerherstel, in kunst, in kracht, in het zacht vastpakken van wat pijn deed en nu zichtbaar mag zijn.
Handen, die weten hoe je breekt, maar ook hoe je heelt. Ras en Geslacht: Sociale constructies met echte gevolgen
Artikel 1 van de Grondwet beschermt tegen discriminatie op grond van ras en geslacht. Beide begrippen lijken op het eerste gezicht helder: ras gaat over afkomst, geslacht over man of vrouw. Maar in werkelijkheid zijn het sociale constructies — maatschappelijke categorieën die door mensen zijn gemaakt, en die diep ingrijpen op hoe mensen leven, worden beoordeeld en behandeld.
1. Ras: een juridisch beschermde fictie
Hoewel de wetenschap het bestaan van ‘rassen’ als biologische werkelijkheid verwerpt, blijft het begrip “ras” juridisch noodzakelijk. Waarom? Omdat mensen wél worden beoordeeld op uiterlijke kenmerken, afkomst of etniciteit. Ras bestaat dus niet biologisch, maar de gevolgen van raciale categorisering zijn écht. Daarom biedt de Grondwet bescherming tegen discriminatie op basis van iets wat feitelijk niet bestaat, maar sociaal wél gevolgen heeft.
2. Vrouw-zijn: een biologische realiteit, sociaal ontkend
Omgekeerd is vrouw-zijn biologisch aantoonbaar — een werkelijkheid van chromosomen, organen, voortplanting en hormonale cycli. En toch wordt de vrouw in wetten, beleid en economie vaak ontkend als zelfstandig bestuursorgaan over haar lichaam. Ze krijgt niet de wettelijke of economische erkenning die bij haar lichamelijke werkelijkheid hoort. Wat dus wél bestaat, wordt sociaal en juridisch genegeerd.
3. Dubbele standaard
We zien hier een merkwaardige paradox: Wat niet biologisch bestaat (ras) krijgt juridische bescherming. Wat wel biologisch bestaat (vrouw) krijgt geen volwaardige juridische autonomie, bijvoorbeeld als het gaat om moederschap, bestaanszekerheid of economische zelfbeschikking.
4. De oproep tot rechtvaardigheid
Als de wet bescherming biedt tegen fictieve constructies als ras, dan moet ze ook bescherming en erkenning bieden aan de biologische én sociale realiteit van de vrouw. Niet als bijzaak, maar als fundament. Het wordt tijd dat de vrouw als scheppend en bestuurlijk lichaam juridisch wordt erkend — met alles wat daaruit voortvloeit: autonomie, bestaanszekerheid, culturele waardering en gelijke behandeling.
Woke or Wake-up Call? Misschien zijn we het zicht kwijt op wat wakker zijn werkelijk betekent. Is ‘woke’ een scheldwoord geworden voor bewustzijn? Of is het juist een wake-up call aan een samenleving die te lang sliep?
We kunnen kiezen. Niet tussen links of rechts. Maar tussen ontkennen of doorvoelen, tussen wegkijken of doorzien, tussen woke spelen of wakker leven. Want wie werkelijk wakker is, weet dat ieder lichaam een verhaal draagt. Een erfgoed. Een waarheid. Geen modewoord, maar een moreel kompas.
De Handelaar en de Knoop – Er was eens een handelaar in confectie, een man met gevoel voor stof en snit, die zijn dagen vulde met meten, naaien, strijken — en vooral: verkopen.
Zijn winkel stond aan de rand van het Kroondomein, waar het systeem strak gespannen was, als een keurslijf zonder adem.
Op een dag werd hij ziek. Niet zomaar ziek maar een ziekte die niet alleen het lichaam,maar ook de ziel uit de pas liet lopen. Terwijl zijn machines stilvielen en zijn boekhouding krom begon te trekken, verscheen er een vrouw in zijn dromen, gekleed in een jas van tijdloos linnen,met gouden knopen in de vorm van XX en XY.
Zij sprak:
“Je hoeft geen cel te zijn in een eenheid
die je geen adem geeft.
Kies voor gelijkwaardigheid,
niet voor het fiscale keurslijf.
Je lichaam is geen bedrijf,
maar een thuis van oorsprong.”
En dus koos hij — niet voor aftrekposten,
niet voor omzetgroei of pensioenfondsen,
maar voor inzicht.
Voor het juiste pad.
Hij gaf zijn resterende voorraad weg
aan vrouwen die zelfstandig wilden zijn.
Hij borduurde op zijn laatste lap stof:
“Vrijheid past altijd. Maatwerk begint bij wie je bent.”
Sindsdien fluistert de wind langs zijn oude winkelpand: