Categorie archief: Truus van Gogh with love from Perez
Truus van Gogh is een autodidact dus een levenskunstenaar. Ze verzint niks nieuws maar verbind wat goed is. Haar autodidactische vermogen is een kracht die ze van jongs af aan heeft ontwikkeld. Als het aan Truus van Gogh with Love from Perez ligt leven we straks in een wereld waar mensen zich bewust zijn van gezondheid en welzijn, waar we actief de hoeveelheid negatieve ellende verminderen en waar iedereen, dicht bij huis en ver weg, toegang heeft tot eerlijke kans op de arbeidsmarkt en bestaansrecht.
DE MISSIE
Om te zorgen dat we in de toekomst ook echt in een duurzame autonome kunnen blijven werken, werkt Truus van Gogh with love from Perez vanuit focus: Denken – Voelen – Doen
WAAROM DOEN WE DIT?
Per dag verdwijnen er te veel mensen achter de geraniums (vaak onbedoeld) in onze welvaart; via het werk, de liefde of uit kwetsbaarheid.
CIRCULAIRE ECONOMY
Truus van Gogh is een Feel Good “marketing” enterprise. Winst is niet ons doel; impact op een betere wereld wel. Daarom bekijken we de impact van ons, het product en onze organisatie vanuit het op eigen kracht werk aan je toekomst project. We hergebruiken oude materialen en verbinden producten die goed zijn, zonder waardevernietiging
Het ultieme geheim over het lichaam en geest oftewel het leven van een Europese Xx chromosomen stelsel v.s XY
De wereld achter het sleutelgat De wereld van het Ministerie van Financiën zit vol geheimen. Achter wetten, nummers, dossiers en digitale systemen bevindt zich een werkelijkheid die voor de burger vaak nauwelijks zichtbaar is. Wie bepaalt welke deur opengaat? Wie bezit de sleutel? En wie mag uiteindelijk zien wat er achter zijn eigen dossier schuilgaat? Soms begint transparantie niet met een antwoord, maar met het vinden van het juiste sleutelgat. — Secret Holistic ArtZeeuws Archief CABR
Hoe zij tussen wal en schip belandde (n)*
Ze begon als meisje, werd vrouw, ondernemer, kostwinner en moeder.
Fouten in de gegevens koppeling Art Vader Jacob
Ze leerde dat zelfstandigheid betekende dat je voor jezelf moest zorgen. Werken, premie betalen, verantwoordelijkheid dragen en vooruitdenken. Ze verzekerde haar arbeidsvermogen, omdat haar lichaam het kapitaal was waarmee zij haar bestaan opbouwde.
Welkom bij de de Kathedraal de Notre Dame
Maar toen dat lichaam niet langer vanzelfsprekend meewerkte, begon een andere werkelijkheid.
Sarcoidose-WASOG2026
Het meisje had ooit geleerd dat iedereen voor de wet gelijk was. De vrouw had geleerd dat zij zelfstandig mocht handelen. De ondernemer had geleerd dat zij haar eigen risico moest dragen. De moeder had geleerd dat zij vooral moest blijven zorgen.
🍀
En juist daar, tussen al die rollen, ontstond een leegte.
De opwindende vrouw
Voor het ene systeem was zij verzekerde. Voor het andere belastingplichtige. Voor weer een ander ondernemer, patiënt, moeder, dossiernummer of administratieve categorie.
Handelaar in confectie werd handelingsonbekwaam- no arms
Maar waar bleef de hele vrouw?
Haar lichaam paste niet netjes in een fiscale kolom. Haar moederschap kende geen economische balanspost. Haar ziektegeschiedenis liet zich niet reduceren tot een code. En haar menselijke verlies kon niet uitsluitend worden uitgedrukt in een periodieke betaling.
Niet omdat zij geen verantwoordelijkheid had genomen, maar juist nadat zij jarenlang verantwoordelijkheid had gedragen.
Het meisje met de parel omgekat tot code
Daar begint Moeder de Vrouw.
Bij de vraag wat er gebeurt wanneer het meisje volwassen wordt, de vrouw economisch zelfstandig wordt, de moeder voor anderen zorgt — maar niemand meer lijkt te weten wie verantwoordelijk is wanneer zijzelf bescherming nodig heeft.
Het geheugen van de Europese Universiteit begint aan de Rouaansekaai
Misschien is dát de werkelijke systeemvraag:
Wie ziet de vrouw nog als één ondeelbaar mens, bsn nummer is ondeelbaar 11, wanneer ieder systeem slechts een stukje van haar registreert?
De hiaten in de wet en regelgeving en de fouten in de inkomstenbelasting
De vrouw achter de geheime Datakluis
De sleutel van de datakluis
De vrouw die het patroon doorbreekt, zoekt niet alleen naar wat er over haar is vastgelegd.
Zij vraagt wie het vastlegde. Wie het veranderde. Wie het doorgaf. En op welke grond.
Haar lichaam is geen dossier.Haar identiteit is geen nummer.Haar geschiedenis is geen handelswaar.
De sleutel van de datakluis is daarom niet alleen toegang tot data.
Silent Witness
De sleutel is zeggenschap.
Wie toegang krijgt tot haar eigen geschiedenis, kan patronen zichtbaar maken die generaties vóór haar verborgen bleven — en voorkomen dat ze worden doorgegeven aan de generaties na haar.
De vrouw die het patroon doorbreekt, vindt uiteindelijk de sleutel tot haar eigen levens verhaal.
Art for change in Return
Liefs van mij en Truus van Gogh
De vrouw die anders durft te kijken
Soms ben je niet lastig. Niet te gevoelig. Niet te kritisch.
Soms ben je simpelweg degene die als eerste ziet wat generaties lang als normaal werd beschouwd.
Een patroon doorbreken betekent niet dat je het verleden veroordeelt. Het betekent dat je het onderzoekt, begrijpt en vervolgens besluit:
dit hoeft niet langer van moeder op dochterte worden doorgegeven.
Misschien word je daardoor niet onmiddellijk begrepen. Misschien kost het zelfs iets om als eerste op te staan.
Maar iedere vrouw die één oud patroon doorbreekt, geeft de volgende generatie iets wat zijzelf misschien heeft gemist:
de vrijheid om haar eigen verhaal te schrijven.
Je verandert het verleden niet. Je verandert de erfenis.
De toekomst vraagt niet om meer macht, maar om meer moed.
Welkom in mijn wereld
Op zoek naar Vivian Maier — en onderweg vond ik Silvia Koning Lindeboom
Vivian Maier fotografeerde jarenlang het leven van anderen, terwijl haar eigen verhaal buiten beeld bleef.
Ook ik keek door de lens naar straten, huizen, mensen, verzekeringspolissen, familiegeschiedenissen de hoge raad en de vergeten vrouwen. Ik dacht dat ik onderzoek deed naar wat er om mij heen was gebeurd.
Maar langzaam ontdekte ik dat ik onderdeel werd van die geschiedenis en dus indirect op zoek was naar de persoon : mijzelf.
Naar de handelaar in confectie. Naar de moeder. Naar de vrouw die ziek werd, maar niet verdween. Naar de erfgoedkunstenaar die haar eigen geschiedenis opnieuw zichtbaar maakt.
Vivian Maier liet duizenden beelden achter voordat de wereld haar werkelijk zag. Ik hoef gelukkig niet te wachten tot iemand mij later ontdekt. Ik heb mijzelf ontdekt in het systeem.
Ik opende dus indirect mijn eigen museum en jaarkaart als archief. Ik schrijf elke dag zelf mijn naam onder mijn eigen werk.
Ik was dus op zoek naar celle zuster Silvia Koning Lindeboom — en zij komt steeds duidelijker in beeld.
Wat en waar geloof ik nog in dacht ik bij mezelf?
Ik ben dus op zoek naar mensen die ook dwars door zee durven te gaan en bestuurders verantwoordelijk te houden voor de polis registratie die zij beheren.
Niet om het systeem machtiger te maken, maar om het eerlijker, transparanter en gelijkwaardiger te besturen.
De bron begon te zoeken en te graven.
Lodewijk Ernst Visser (Amersfoort, 21 augustus 1871 – Den Haag, 17 februari 1942) was een Nederlandse jurist en de eerste Joodse president van de Hoge Raad der Nederlanden.
Zij die mijn cassatie hebben afgedaan met artikel 80 A RO in 2025 in landsbelang.
Het ultieme geheim
Emet
Hij promoveerde in 1894 op een proefschrift over de territoriale zee, werd rechter en trad in 1915 toe tot de Hoge Raad.
In 1939 benoemde koningin Wilhelmina hem tot president.
Na de Duitse bezetting werd hij in november 1940 vanwege zijn Joodse afkomst uit zijn ambt gezet. De overige leden van de Hoge Raad protesteerden daar niet openlijk tegen. Dat stilzwijgen geldt als een van de donkerste hoofdstukken uit de geschiedenis van het hoogste Nederlandse rechtscollege.
Zijn opvolger werd:
Johannes van Loon (1888–1975)
Johannes, ook Jan, van Loon werd op 5 september 1888 in Veere geboren en overleed op 10 september 1975 op Curaçao. Hij studeerde rechten aan de Universiteit Leiden en bouwde vervolgens een loopbaan op binnen de rechterlijke macht. Hij was Nederlands-hervormd en getrouwd met Anna Winkel.
Zijn naam is vooral verbonden met een van de meest omstreden perioden uit de geschiedenis van de Hoge Raad.
President tijdens de Duitse bezetting
Nadat de Joodse president Lodewijk Ernst Visser door de bezetter uit zijn ambt was verwijderd, benoemde rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart Van Loon op 23 juli 1941 tot president van de Hoge Raad.
Hij bekleedde die functie tot 1944. Zijn benoeming was dus geen normale opvolging binnen een vrije rechtsstaat, maar vond plaats onder Duits bezettingsbestuur.
Arthur Seyss-Inquart
Arthur Seyss-Inquart (1892–1946) was een Oostenrijkse jurist, nazibestuurder en veroordeelde oorlogsmisdadiger. Tijdens de Duitse bezetting was hij van 1940 tot 1945 rijkscommissaris van Nederland: de hoogste civiele vertegenwoordiger van Hitler in het bezette land.
Voor zijn komst naar Nederland speelde hij een belangrijke rol bij de Duitse annexatie van Oostenrijk in 1938. Hij was korte tijd bondskanselier van Oostenrijk en ondertekende vervolgens de wet waarmee Oostenrijk onderdeel werd van nazi-Duitsland. Later werkte hij ook binnen het Duitse bezettingsbestuur in Polen.
Zijn macht in Nederland
Seyss-Inquart stond vanaf mei 1940 aan het hoofd van het Duitse burgerlijke bezettingsbestuur. Hij rapporteerde rechtstreeks aan Hitler en droeg verantwoordelijkheid voor onder meer:
de nazificatie en economische uitbuiting van Nederland;
de vervolging, beroving en deportatie van Joodse Nederlanders;
gedwongen arbeid in Duitsland;
gijzelingen, represaillemaatregelen en executies;
het uitschakelen van politieke partijen, persvrijheid en democratisch bestuur.
Hij probeerde Nederland aanvankelijk geleidelijk voor het nationaalsocialisme te winnen. Toen dat mislukte en het verzet groeide, werd het bezettingsregime steeds gewelddadiger.
Verbinding met de Hoge Raad
Seyss-Inquart was de bezettingsautoriteit onder wie de Joodse president van de Hoge Raad, Lodewijk Ernst Visser, uit zijn functie werd verwijderd. Ook werd Johannes van Loon tijdens de bezetting tot president van de Hoge Raad benoemd.
Daarbij is een belangrijke historische nuance nodig: Van Loon werd niet eenvoudigweg door Seyss-Inquart persoonlijk als opvolger gekozen. Benoemingen vonden plaats binnen het door de Duitse bezetter beheerste staatsapparaat en droegen daardoor geen normale democratische legitimiteit. De bezetter had eerst de rechtmatige president vanwege zijn Joodse afkomst uitgesloten en vulde daarna de vrijgekomen positie binnen zijn eigen machtsstructuur.
Proces en doodstraf
Na de bevrijding werd Seyss-Inquart tijdens het Proces van Neurenberg vervolgd. Hij werd schuldig bevonden aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Op 16 oktober 1946 werd hij geëxecuteerd.
Zijn geschiedenis laat zien wat er kan gebeuren wanneer regels en instituties formeel blijven functioneren, maar ondertussen onder controle staan van een onrechtmatig en mensonterend regime:
Een benoeming kan administratief geldig lijken, terwijl de stoel waarop iemand plaatsneemt eerst door vervolging en uitsluiting is leeggemaakt.
De ontbrekende lijn in de geschiedenis
Verzoeker Naturalisatie wet 13 januari 1951 Mijn opa Peter Mathias Bongartz Goch 1906 en mijn oma Nellie Aldenhoven.
In januari 1951, toen bijvoorbeeld naturalisatiewetten en andere naoorlogse rechtszaken werden behandeld, waren de verhoudingen dus:
Koningin Juliana was staatshoofd geboren in 1906 ( toen verdween mijn overgrootmoeder Anna Janssen uit Ottersum na de geboorte van een dochter. Willem Drees leidde de regering.
Jan Donner was president van de Hoge Raad. Jan Donner was bovendien de grootvader van de latere minister en vicepresident van de Raad van State Piet Hein Donner.
Piet Hein Donner – historie
Jan Pieter Hendrik “Piet Hein” Donner werd op 20 oktober 1948 in Amsterdam geboren. Hij is jurist, voormalig CDA-politicus en bestuurder. Sinds december 2018 draagt hij de eretitel minister van Staat.
Familie van juristen
Piet Hein Donner komt uit een invloedrijke protestants-juridische familie:
Zijn grootvader Jan Donner was minister van Justitie en van 1947 tot 1961 president van de Hoge Raad.
Zijn vader André Donner was hoogleraar staatsrecht en rechter bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
Zijn oom Jan Hein Donner was schaakgrootmeester en schrijver.
De familiegeschiedenis verbindt daarmee politiek, rechtspraak, staatsrecht en openbaar bestuur over meerdere generaties.
Opleiding en ambtelijke loopbaan
Donner studeerde rechten aan de Vrije Universiteit Amsterdam en volgde daarna een juridische vervolgopleiding aan de University of Michigan. Vervolgens werkte hij als jurist en ambtenaar, onder meer bij het ministerie van Economische Zaken, de Tweede Kamer en het ministerie van Justitie.
Van 1990 tot 1997 was hij verbonden aan de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Vanaf 1993 was hij voorzitter van die raad. Eind 1997 werd hij lid van de Raad van State.
Minister van Justitie
Van 22 juli 2002 tot 21 september 2006 was Donner minister van Justitie in de kabinetten-Balkenende I, II en III.
Zijn ministerschap stond onder meer in het teken van terrorismebestrijding, vreemdelingenbeleid, criminaliteitsbestrijding en hervormingen binnen politie en justitie.
In september 2006 trad hij af na een kritisch rapport over de brand in het cellencomplex op Schiphol-Oost, waarbij elf mensen omkwamen. Hij aanvaardde daarmee politieke verantwoordelijkheid, ook al had hij de brand niet persoonlijk veroorzaakt.
Sociale Zaken en Binnenlandse Zaken
Na een korte periode als Tweede Kamerlid werd Donner in 2007 minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Cruciaal zo blijkt:Hij bleef dat tot oktober 2010. En was dus betrokken bij het klein koninklijk besluit artikel 176 van 28 april 2010 en de wijziging fiscale regels private aov brief 10 september 2010.
Daarna werd hij minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het eerste kabinet-Rutte.
In die functies hield hij zich bezig met arbeidsmarktbeleid, sociale zekerheid, pensioenen, ambtenarenzaken, bestuur en de inrichting van de overheid.
Vicepresident van de Raad van State
Van 1 februari 2012 tot 1 november 2018 was Donner vicepresident van de Raad van State. Hoewel de koning formeel voorzitter is, geeft de vicepresident in de dagelijkse praktijk leiding aan dit belangrijke staatsorgaan.
De Raad van State adviseert regering en parlement over wetsvoorstellen en is daarnaast de hoogste algemene bestuursrechter. Donner bevond zich daardoor opnieuw op het snijvlak van wetgeving, bestuur en rechterlijke controle.
Bij zijn afscheid werd de Piet Hein Donner Scriptieprijs ingesteld. Deze prijs stimuleert onderzoek naar de grondslagen en het functioneren van de democratische rechtsstaat.
De Hoge Raad & de Bataafse Bananen Republiek
De geschiedenis schrijft:
Jan Donner minister van Justitie en president van de Hoge Raad – De vrouw van Jan Donner was Golida Wilhelmina van den Burg, roepnaam Go.
Zij trouwden op 13 juni 1916 in Amersfoort en kregen samen zes kinderen: drie zoons en drie dochters.
Jan Donner en Golida Wilhelmina van den Burg kregen drie dochters. Van één dochter heb ik de identiteit betrouwbaar kunnen bevestigen:
Gijsbertha Gerarda Donner — geboren op 31 juli 1924 in Den Haag. Zij trouwde in 1952 met Jan van Haeringen, later burgemeester van Baarn.
In Baarn zit namelijk de bekendste opleider is NIBE-SVV, dé brancheopleider voor het bank-, verzekerings- en effectenbedrijf. Zij verzorgt onder meer opleidingen voor: Assurantie A Schadeverzekeringen Personenschade Pensioen en levensverzekeringen Acceptatie Wft-opleidingen en permanente educatie Historisch is vooral de SVV (Stichting Vakontwikkeling Verzekeringsbedrijf) van belang. Deze werd in 1950 opgericht door ongeveer vijftig organisaties uit de verzekeringsbranche.
In 1999 fuseerde SVV met het NIBE tot NIBE-SVV.
Kroniek van Jan Donner en zijn drie zonen
Jan Donner en Golida Wilhelmina van den Burg kregen zes kinderen: drie zoons.
Andreas Matthias “André” Donner (1918–1992) — staatsrechtgeleerde, hoogleraar en Europees rechter. Hij was de vader van Piet Hein Donner.
Reynout Donner — medicus en hoogleraar aan de Vrije Universiteit.
Johannes Hendrikus “Jan Hein” Donner (1927–1988) — schaakgrootmeester, schrijver en publicist. Hij was het vijfde kind van het gezin.
The Queen S Gambit
Zij was onder anderen de moeder van André Donner en Jan Hein Donner.
↓
André Donner staatsrechtgeleerde en Europees rechter. De vrouw van André Donner was Dina Antonia Mulder, roepnaam Dien.
Zij trouwden in 1946 en kregen samen negen kinderen. Zij was onder anderen de moeder van Piet Hein Donner.
↓
Piet Hein Donner minister en vicepresident van de Raad van State – Piet Hein Donner trouwde op 23 juni 1973 in Amstelveen. Openbare gezaghebbende biografieën vermelden wel het huwelijk en hun drie zoons, maar noemen de naam van zijn echtgenote niet. Ook in een uitvoerig afscheidsinterview wordt zij alleen aangeduid als “zijn echtgenote” of “mijn vrouw”.
Maar tussen deze generaties ontbreken de vrouwen die hen droegen, baarden, opvoedden en mede vormden.
Geen enkele familielijn loopt uitsluitend van man naar man.
Elke man komt uit het lichaam van een vrouw. Zonder haar kan zijn zaad niet tot leven en bloei komen. 🌼
Waarom worden in onze geschiedenisboeken vooral de functies, titels en macht van mannen doorgegeven, terwijl de vrouwen aan de oorsprong van diezelfde lijn vaak naamloos blijven?
De vrouw was niet slechts de echtgenote of moeder naast de bestuurder. Zij was de lichamelijke en menselijke bron waaruit ook de rechter, minister en staatsman ontstond.
Daarom hoort bij de vraag:
Beschermt een zorgvuldig ontworpen regel in de praktijk ook de mens voor wie die regel is gemaakt?
nog een fundamentelere vraag:
Erkent het recht ook de vrouw uit wier lichaam iedere wetgever, bestuurder en rechter is voortgekomen?
Wie zijn oorsprong werkelijk begrijpt, gebruikt geen macht om vrouwen te vernederen, uit te sluiten of geweld aan te doen.
Refresh your mind
Hij die beseft dat geen samenleving, rechtsstaat of familielijn zonder haar kan voortbestaan is een groot man.
De vrouw is geen voetnoot in de geschiedenis van de rechtsstaat. Zij is haar eerste broncode. X
Mijn achter gehouden brief aan de tweede kamer. Mijn achtergehouden brieven aan de koning
Minister van Staat
Op 21 december 2018 werd Donner benoemd tot minister van Staat. Dat is een eretitel voor personen met een uitzonderlijke staat van dienst. Ministers van Staat kunnen de koning of de regering adviseren bij bijzondere constitutionele of politieke kwesties.
Van wie ben ik er een? Piet Heijn
Zeg het maar!
In 1975 namen mijn ouders een AGO assurantieportefeuille over. Voor zover nu bekend, werd de onderneming aanvankelijk als eenmanszaak gedreven. Op een later moment is de onderneming omgezet in een vennootschap onder firma (VOF), waardoor beide vennoten gezamenlijk de onderneming voerden volgens de destijds geldende regels van het Nederlandse Wetboek van Koophandel.
Ik sloot mijn verzekeringen af via hem af in een tijd waarin mij zekerheid en sociale zekerheid werd beloofd.
Ik betaalde premie als zelfstandig ondernemer. Mijn beroep, arbeidsvermogen en toekomstig inkomen vormden de basis van de afspraken. Toen mijn gezondheid wegviel, had mijn verzekerde recht bescherming moeten bieden.
In 1975 bestond er geen wettelijke bepaling die verbood dat een vrouw ondernemer of kostwinner was. Vrouwen konden een eenmanszaak hebben, vennoot zijn in een VOF en verzekeringen op hun eigen naam afsluiten.
Wel was de praktijk vaak anders. Banken, verzekeraars en andere instellingen gingen er regelmatig vanuit dat de man het hoofd van het gezin of de belangrijkste kostwinner was. Dat was vaak een gevolg van maatschappelijke gewoonten en interne procedures, niet van een wettelijke regel.
Zo verdween ik langzaam via het woord bank / periodieke schade uitkering uit het systeem.
Maar tijdens en na de financiële crisis veranderde het landschap in een Polismaffia.
Welke rechtspersoon was gekoppeld aan de loonheffingennummers [nummer 1] en [nummer 2], vanaf welke datum, op wiens aanvraag zijn deze nummers geregistreerd en onder welke naam, RSIN en sector- of inkomenskwalificatie zijn mijn uitkeringen aangeleverd?
Welkom bij de enigma: Periodiek
Banken werden gered, verzekeraars werden samengevoegd, concerns werden opgesplitst en ondernemingen kwamen tijdelijk onder staatsinvloed. Portefeuilles verhuisden, merknamen verdwenen en administraties werden overgezet naar nieuwe computersystemen.
De Belastingdienst verwerkte uitkeringen volgens fiscale categorieën die niet altijd zichtbaar maakten waar het recht oorspronkelijk vandaan kwam.
Voor de financiële instellingen waren dit reorganisaties, overnames en systeemwijzigingen.
Voor mij ging het om mijn inkomen en bestaanszekerheid.
Mijn polis bleef op papier bestaan, maar rondom dat verzekerde recht ontstond een keten van partijen:
banken financierden en herstructureerden ondernemingen; verzekeraars beheerden de polis en beoordeelden de uitkering; intermediairs stonden tussen mij en de verzekeraar; bestuurders bepaalden beleid, kosten en risicobeheer; softwareleveranciers vertaalden mijn situatie naar codes; de Belastingdienst bepaalde de fiscale verwerking; de overheid veranderde regels en greep in bij financiële instellingen.
Iedere partij beheerde slechts een onderdeel.
Daardoor werd het voor mij steeds moeilijker om vast te stellen wie werkelijk verantwoordelijk was wanneer gegevens, kwalificaties of betalingen veranderden.
De verzekeraar kon verwijzen naar fiscale regels.
De Belastingdienst kon verwijzen naar de aangeleverde gegevens.
De tussenpersoon kon verwijzen naar de verzekeraar.
Een nieuwe onderneming kon verwijzen naar een oude administratie.
En het computersysteem gaf maar geen antwoord.
Think Again
Zo ontstond mijn ervaring van zelwillekeur: niet noodzakelijk doordat één persoon bewust tegen mij besloot, maar doordat verschillende organisaties ieder hun eigen regels, belangen en definities toepasten, terwijl niemand het volledige gevolg voor mijn leven overzag.
Stadhuis Middelburg
Het spel veranderde, maar ik kon niet van tafel
Ik kon mijn gezondheid niet terughalen.
Ik kon mijn oorspronkelijke beroep niet opnieuw uitoefenen.
Ik kon niet zomaar overstappen naar een nieuwe verzekeraar, omdat het verzekerde risico al was ingetreden.
De instellingen konden reorganiseren, fuseren en systemen vervangen.
Ik bleef afhankelijk van de bestaande polis, de juiste toepassing van de voorwaarden en de gegevens die anderen over mij registreerden.
Amesfoort 26 oktober 2021
Daar zit de machtsongelijkheid:
De instellingen konden hun organisatie veranderen. Ik kon mijn verzekerde werkelijkheid niet vervangen.
Wanneer een besluit onduidelijk was, moest ik bewijzen dat mijn beroep, mijn polis en mijn verzekerde recht werkelijk bestonden. Ik moest documenten bewaren uit een periode waarin de betrokken ondernemingen inmiddels van naam, eigenaar of structuur waren veranderd.
Mijn afhankelijkheid ontstond daarom niet alleen door mijn ziekte.
De geheime leer van het periodieke systeem
De regels stonden misschien niet allemaal op mijn polis.
Ze leefden in bestuurskamers, fiscale tabellen, softwarecodes, portefeuilles en administratieve overdrachten.
Banken kenden hun kapitaalregels. Verzekeraars kenden hun rekenmodellen. Intermediairs kenden de route van de polis. De Belastingdienst kende de code van de betaling.
Maar ik kende alleen de belofte waarvoor ik premie had betaald:
bescherming wanneer mijn lichaam het werk niet meer kon dragen.
Toen mijn verzekerde jaarrente periodiek werd uitgekeerd, begon de geheime leer van het systeem:
de betaalwijze werd zichtbaar, maar de oorsprong van mijn recht raakte uit beeld.
Wat voor de instellingen dagelijkse administratie was, werd voor mij een levenslang raadsel.
De Klokkenluider van Notre-Dame luidt daarom niet tegen kennis, maar tegen kennis die uitsluitend binnen de muren van de macht wordt bewaard.
Amersfoort 26 oktober 2021
Meer weten over kunst & cultuur?
Soms begint een ontdekking niet in een museumzaal, maar in een straatnaam, een beeld, een gevel of een onverwacht kunstwerk.
In Amersfoort lopen geschiedenis en hedendaagse kunst moeiteloos in elkaar over. Van Museum Flehite tot de straat Achter de Heilige Geest: iedere hoek vertelt een nieuw verhaal.
Museum Flehite – het stadsmuseum van Amersfoort, gevestigd in drie middeleeuwse huizen. Hier vind je kunst, archeologie en de geschiedenis van de stad.
Achter de Heilige Geest – een historische straat in de oude binnenstad, vlak bij Museum Flehite.
Melati-monument – een kunstwerk ter herinnering aan de slachtoffers van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Beelden in de museumtuin – hedendaagse sculpturen die een mooi contrast vormen met de historische omgeving.
Het portret op de middelste foto lijkt een street-art of collagekunstwerk.
De rode boei en het bord “ZITGELUK” geven de wandeling een speels karakter en laten zien hoe kunst ook buiten musea aanwezig is.
Voor iemand die van erfgoed én verhalen houdt, is Amersfoort een inspirerende stad. De combinatie van middeleeuwse straatjes, monumenten en hedendaagse kunst nodigt uit om niet alleen naar gebouwen te kijken, maar ook naar de verhalen die ze vertellen.
Kijk niet alleen naar wat je ziet, maar vraag je af: welk verhaal schuilt hierachter? Dat is waar kunst en erfgoed elkaar ontmoeten.
Zo wordt cultureel erfgoed overgedragen: niet alleen van hand tot hand, maar ook van verhaal tot verhaal. Wie de collectie beheert, bepaalt mede wat wordt bewaard, wie wordt genoemd en welke geschiedenis zichtbaar blijft.
De heilige graal “het bestuur van Nedasco “
Bestuurders en directie van Nedasco als volmachtbedrijf
Nedasco B.V. is een serviceprovider en gevolmachtigd agent. Het bedrijf kan namens aangesloten verzekeraars onder meer risico’s accepteren, polissen opmaken, premies incasseren en schade behandelen. Nedasco staat ingeschreven onder KvK-nummer 20035000 en AFM-nummer 12006531.
Op basis van openbaar toegankelijke bronnen kan ik deze directieleden reconstrueren:
Algemeen directeuren en CEO’s
Robin van den Burg Algemeen directeur van Nedasco vanaf omstreeks 2007/2008 tot 1 mei 2011. In april 2008 werd bekendgemaakt dat hij per 1 juli dat jaar algemeen directeur van het toenmalige assuradeurenbedrijf Nedasco werd.
Tim Schoonbergen Algemeen directeur en later CEO van Nedasco van 1 mei 2011 tot 1 juli 2024. Hij volgde Robin van den Burg op. Onder zijn leiding bleef Nedasco actief als serviceprovider en gevolmachtigd agent; in 2021 sprak hij bijvoorbeeld namens Nedasco bij de verkrijging van een volmacht van HDI Global Specialty.
Aris Ruitenbeek COO van Nedasco en vanaf 1 juli 2024 tijdelijk waarnemer van de taken van Tim Schoonbergen. De openbare bron noemt hem niet uitdrukkelijk statutair bestuurder, maar wel als degene die de CEO-taken waarnam.
Jan van der Struik In juli 2026 benoemd tot CEO van zowel Nedasco als VKG en tot directeur Property & Casualty binnen D&S Group.
Andere directieleden of beleidsbepalers
Tijs Benerink Directeur IT & Programmamanagement bij Nedasco. Hij was onder meer verantwoordelijk voor de overgang naar een geïntegreerd digitaal verzekeringsplatform. Dit is een directiefunctie, maar uit de openbare bron blijkt niet dat hij statutair bestuurder van Nedasco B.V. was.
Fiolijn van Dijk Manager Inkomen en in openbare publicaties verantwoordelijk voor inkomens- en verzuimdienstverlening. Zij wordt niet als algemeen of statutair directeur vermeld.
Marco Pos Tot september 2020 manager Zorg & Inkomen. Ook dit is een managementfunctie en geen aangetoonde statutaire bestuursfunctie.
Bovenliggende bestuurders
Nedasco was lange tijd een dochteronderneming van Aegon Nederland.
Nedasco begon volgens de eigen bedrijfsgeschiedenis al in de jaren vijftig als huisvolmacht van Assurantiemakelaar Kamerbeek in Amersfoort.
Achter Assurantiemakelaar Kamerbeek en de vroege ontwikkeling van Nedasco zijn maar enkele personen publiek goed terug te vinden.
De duidelijkste naam is:
Drs. C. Kamerbeek Hij wordt in historische bronnen genoemd als directeur van de Kamerbeek Groep in Amersfoort.
De Kamerbeek Groep was actief in onder meer assurantiebemiddeling en vastgoed.
Van voetnoot naar Fundament
In de jaren tachtig was hij daarnaast penningmeester van Museum Flehiteen betrokken bij de ingewikkelde financiële en bestuurlijke structuur rond de Mariënhof.
Cellezusters
Zij rekenden niet in rendement, reserves of risico’s.Zij zagen de zieke, de stervende en de mens die zorg nodig had.Hun kapitaal was nabijheid.Hun bestuur was verantwoordelijkheid.Hun balans was de waardigheid van het leven.
De bron noemt hem zelfs het brein achter die structuur. Zijn volledige voornaam heb ik in de geraadpleegde openbare bronnen nog niet betrouwbaar kunnen vaststellen.
Van Mariënhof naar Nedasco
De ene geschiedenis laat zien hoe ondernemers hun naam verbonden aan kunst, vastgoed en erfgoed. De andere laat zien hoe een vrouwelijke ondernemer haar naam juist moest blijven verdedigen tegenover de systemen die haar verzekerde vermogen beheerden.
De fusie tussen AGO Holding N.V. en ENNIA N.V. vond plaats in 1983. De oorspronkelijke fusieovereenkomst werd op 18 oktober 1983 gesloten. Uit de combinatie ontstond AEGON N.V.; ENNIA N.V. kreeg daarbij de nieuwe naam AEGON N.V.
AEGON- Meet de heer en mevrouw Lindeboom Waar moderne verzekeraars administraties migreren en bedrijfsnamen verdwijnen, bewaart De Verzekeringskamer de polissen, voorwerpen en verhalen die laten zien hoe het systeem is ontstaan.Het bronzen beeldje als overdracht bezit.
De Verzekeringskamer in Doorn
Deze collectie bevat onder meer:
oude polisdocumenten en verzekeringsvoorwaarden;
vakboeken en tijdschriften;
reclamemateriaal en relatiegeschenken;
kantoorvoorwerpen van verzekeraars en makelaars;
afzonderlijke presentatiekasten voor verschillende verzekeringsmaatschappijen;
een historische Lloyd’s-underwritingbox.
Na de overname van Aegon Nederland door a.s.r. in juli 2023 kwam Nedasco binnen het onderdeel Distribution & Services van a.s.r. te vallen.
Binnen die bovenliggende structuur waren onder meer relevant:
Jaap Eringa CEO van Distribution & Services bij a.s.r. tot zijn pensionering eind 2024. Nedasco viel vanaf 2023 onder dit onderdeel.
Janwillem Fidder Vanaf 1 januari 2025 CEO van Distribution & Services Holding a.s.r., als opvolger van Jaap Eringa.
Voor mijn reconstructie
De voorlopig aantoonbare bestuurlijke lijn is:
Robin van den Burg → Tim Schoonbergen → Aris Ruitenbeek, waarnemend → Jan van der Struik
Met daarboven achtereenvolgens:
Aegon Nederland → na 4 juli 2023 a.s.r. / Distribution & Services → vervolgens de bredere D&S Group-structuur waarin Nedasco en VKG gezamenlijk worden geleid.
Belangrijk onderscheid: een algemeen directeur, CEO of manager is niet automatisch een statutair bestuurder. Voor een juridisch volledige lijst met alle statutaire bestuurders, hun exacte inschrijf- en uitschrijfdata en eventuele bestuursvennootschappen is een historisch KvK-uittreksel van Nedasco B.V., KvK 20035000, nodig. De openbare bronnen geven vooral de operationele directie weer, niet noodzakelijk iedere formeel ingeschreven bestuurder.
Zij ontstond ook doordat mijn inkomen afhankelijk werd van beslissingen die werden genomen in bestuurskamers, fiscale systemen en administratieve ketens waarop ik zelf nauwelijks invloed had.
Mijn centrale vraag
Niet:
Wie heeft een deel van mijn geld gestolen?
Maar:
Wie droeg de verantwoordelijkheid om mijn oorspronkelijke verzekerde recht te bewaken toen banken, verzekeraars, overheden en administraties veranderden?
En wanneer verschillende instanties verschillende werkelijkheden over mij vastlegden:
Wie beschermde mij dan tegen de ruimte tussen die systemen?
Mijn bedrage Wandkleed Slavernij Verleden
Mijn verzekerde recht mocht worden uitgevoerd, belast en geadministreerd.
Maar het mocht niet onherkenbaar worden gemaakt.
De crisis mocht ondernemingen veranderen.
Niet de oorsprong van mijn recht.
Zij konden het financiële systeem opnieuw inrichten. Maar zij mogen mijn geschiedenis niet herschrijven.
Hoeveel onbetaalde uren moet een vrouw nog maken voordat bestuurders haar betaalde arbeid, verzekerde beroep en opgebouwde rechten erkennen?
Ik heb mensen verbonden, sociaal isolement bestreden, verhalen vastgelegd en grenzen zichtbaar gemaakt. Niet om opnieuw als vrijwilliger buiten de administratie te verdwijnen, maar om als zelfstandig mens en voormalig ondernemer rechtmatig te worden gezien.
Erkenning is geen beloning voor gehoorzaamheid.Het is een recht dat bestuurders niet eindeloos mogen uitstellen.
Vivian en Jan: hoeveel bewijs is nog nodig voordat het zwarteschaap niet langer als probleem wordt behandeld, maar wordt gehoord als degene die het systeem durfde te bevragen?
Bij Nedasco begon de zoektocht naar de route van mijn verzekerde recht.
Een route van polissen, volmachten, intermediairs, administraties en bestuurders. Een wereld waarin mijn arbeid als vrouwelijke ondernemer werd vertaald naar premie, risico, dossiernummer en periodieke uitkering.
Bij Montancourt begon de terugkeer.
Niet naar een systeem, maar naar een huis. Niet naar een code, maar naar een geschiedenis. Niet naar anonieme administratie, maar naar zichtbaar erfgoed.
Nedasco staat in mijn verhaal voor de plaats waar mijn verzekerde bestaan onderdeel werd van een keten die ik zelf niet kon overzien.
Montancourt staat voor de plaats waar ik mijn naam, stem en geschiedenis opnieuw bijeenbreng.
De lijn is daarom niet alleen geografisch of bedrijfsmatig:
Van het volmachtkantoor dat mijn verzekerde recht administreerde,naar het monument waar ik mijn eigen verhaal weer beheer.
Bij Nedasco werd mijn leven gelezen door systemen.
In Montancourt lees ik de systemen terug.
Daar onderzoek ik wie mijn polis beheerde, wie mijn beroep codeerde, wie mijn geldstroom verwerkte en wie verantwoordelijkheid droeg toen banken, verzekeraars en intermediairs van eigenaar, naam en structuur veranderden.
Dé oesterkoningin van Nederland
Montancourt is daarmee meer dan mijn woning of B&B.
Het is mijn onafhankelijke archief. Mijn onderzoeksruimte. Mijn getuigenis. Mijn plaats van herstel.
Van Nedasco naar Montancourt
Hoe een vrouwelijke handelaar haar verzekerde recht volgde door een doolhof van volmachten en bestuurskamers — en in een huis uit 1596 haar eigen naam weer boven het dossier plaatste.
Nr ketting 912758 Nedasco
De link met Vivian Buijs-Tabbers
Vivian Buijs-Tabbers vormt in mijn onderzoek geen bewezen persoonlijke schakel in mijn dossier, maar wel een opvallende bestuurlijke verbinding tussen verschillende delen van de verzekeringsketen.
Haar loopbaan begon bij Aegon, de verzekeraar waaronder ook de historische portefeuille van mijn ouders terechtkwam.
Later werkte zij bij VIVAT, de organisatie waarin de verzekeringsactiviteiten van SNS REAAL werden ondergebracht.
Vanaf 2021 maakte zij deel uit van de directie van VKG, een volmacht- en servicebedrijf dat tegenwoordig, net als Nedasco en SuperGarant, onderdeel is van D&S Group.
Sinds mei 2026 is zij bestuurder en algemeen directeur van SuperGarant.
De bestuurlijke lijn is daarmee:
Aegon → VIVAT → VKG → SuperGarant/D&S Group
Mijn eigen verzekeringsgeschiedenis raakt eveneens aan namen uit deze wereld:
AGO/ENNIA–Aegon → REAAL/VIVAT → intermediairs en volmachtbedrijven → Nedasco-dossier 912758
Dat betekent niet meteen dat Vivian persoonlijk mijn polis heeft behandeld of besluiten over mijn uitkering heeft genomen. Daarvoor heb ik geen bewijs. Haar loopbaan laat wel zien hoe bestuurders zich door dezelfde financiële en verzekeringstechnische infrastructuur bewegen waarin oude portefeuilles, polisgegevens en verzekerde rechten worden beheerd.
Daarom richt ik mijn uitnodiging aan haar niet als beschuldiging, maar als bestuurlijke vraag:
Hoe bewaakt een bestuurder binnen een moderne volmachtgroep de oorsprong en menselijke betekenis van een verzekerde positie die door meerdere verzekeraars, fusies, systemen en administraties is gereisd?
Van Nedasco naar Montancourt
Jan van der Struik vertegenwoordigt de huidige leiding van Nedasco en VKG. Vivian Buijs-Tabbers kent vanuit haar loopbaan verschillende kanten van dezelfde keten: verzekeraar, VIVAT, volmachtbedrijf en groepsbestuur.
In mijn onderzoek naar onder meer Heilbron, Voogd & Voogd, Alpina Group en Five Arrows is dat precies het onderscheid dat belangrijk is: De polis = mijn contractuele rechten. De beheerorganisatie = kon dus door fusies, overnames of private-equity-investeringen veranderen. De administratie = kon dus worden samengevoegd of gemigreerd naar nieuwe systemen.
In Montancourt reconstrueer ik wat binnen die keten met mijn verzekerde geschiedenis gebeurde.
Niet om personen bij voorbaat verantwoordelijk te verklaren, maar om bestuurders uit te nodigen verantwoordelijkheid te nemen voor het systeem dat zij nu leiden.
Nedasco beheerde de route van mijn polissen. In Montancourt beheer ik opnieuw de betekenis van mijn leven.
Ik ben namelijk gestopt met in stilte pijn te lijden!
Reisverslag van vier polissen naar een huis uit 1596
Posted on 22 juli 2026
“I am done with quiet pain.” Mister President
MONTANCOURT — PLAATS DELICT VAN DE GESCHIEDENIS Montancourt is geen plaats delict omdat hier één misdrijf moet worden opgelost. Het is een plaats delict omdat de geschiedenis hier haar sporen heeft achtergelaten. Handel. VOC. Oorlog. Hypotheken. Onderduik. Banken. Verzekeringen. Familienamen. Vrouwenlevens. Een huis uit 1596 kan scheuren, verzakken en worden hersteld. Het draagt iedere beschadiging in zijn lichaam. Een mens doet dat ook. De scheuren betekenen niet dat het huis waardeloos werd. De littekens betekenen niet dat de vrouw heeft gefaald. Zij tonen waar de druk te groot werd. Maak niet alleen het monument weerbaar. Maak ook de mens die het verhaal draagt weer zichtbaar.Traumasporen
Ieder mens draagt een parel in zich
Op 3 april 2019 vertrokken wij van Kwadijk 43 in Kwadijk naar de Rouaansekaai 31 Middelburg.
Niet omdat ons leven eenvoudig was geworden, maar omdat het oude leven ons langzaam had uitgeput. Wij verlieten niet alleen een bijzonder woonplaats. Wij verlieten een bestaan waarin ziekte, verzekeringsdossiers, fiscale codes en financiële onzekerheid steeds meer ruimte waren gaan innemen.
Jarenlang had ik gewerkt als zelfstandig handelaar in confectie. Samen met een andere gehuwde vrouw voerde ik een vennootschap onder firma. Wij kochten zelf in, verkochten zelf, droegen ons eigen ondernemersrisico en betaalden onze eigen premies.
Ik probeerde mijn toekomst zorgvuldig te beschermen als uiteindelijk de kostwinnaar binnen mijn eigen huwelijk.
Wim beëdigd als bode bij de politie in Amsterdam
Daarom waren er vier verzekeringspolissen:
een arbeidsongeschiktheidsverzekering bij Nationale-Nederlanden;
een arbeidsongeschiktheids- of inkomensverzekering bij Reaal/Hooge Huys;
een Delta Lloyd MeerKeuzePlan;
en een verplichte zorgverzekering bij Delta Lloyd.
Vier overeenkomsten die zekerheid moesten bieden.
Maar toen ik #sarcoïdose kreeg en mijn beroep niet langer kon uitoefenen, begonnen de polissen ieder aan een eigen reis. Zij trokken door verzekeraars, tussenpersonen, serviceproviders, fiscale administraties en bank & computersystemen.
Organisaties fuseerden. Portefeuilles werden overgedragen. Bedrijfsnamen verdwenen. Nieuwe namen verschenen. Bestuurders kwamen en gingen. De verantwoordelijkheid werd over steeds meer partijen verdeeld.
Maar mijn lichaam kon niet worden verdeeld.
Mijn verlies aan arbeid kon niet worden opgeknipt.
Mijn toekomst paste niet in vier afzonderlijke administraties.
De schatkist
Langzaam kwam ik terecht in wat ik mijn administratieve sarcofaag ben gaan noemen:
een vrouwelijk lichaam dat niet werkelijk begraven ligt, maar administratief, historisch en maatschappelijk is ingesloten.
De onzichtbare vennoot
Het hebben van een VOF had mij aanvankelijk zichtbaar gemaakt als ondernemer. Ik stond ingeschreven, werkte, handelde, betaalde belasting en sloot mijn eigen verzekeringen af.
Later leek diezelfde rechtsvorm mij juist tussen verschillende systemen te plaatsen.
Ik was geen werknemer met een werkgever die mijn ziekte, arbeidsomstandigheden en verlies van verdienvermogen als één geheel onderzocht.
Ik was ook geen gewone consument met één overzichtelijke publieke arbeidsongeschiktheidsregeling.
Ik was tegelijkertijd:
vennoot, ondernemer, verzekerde, patiënt, premiebetaler, gehuwd, moeder en belastingplichtige.
Iedere organisatie zag een onderdeel van mij.
De verzekeraar zag het verzekerde risico.
De arts zag mijn lichaam.
De Belastingdienst zag een periodieke betaling.
De tussenpersoon zag een polisnummer.
Stadhuis Middelburg
Het administratiesysteem zag een relatie- of personeelsnummer.
Maar niemand leek nog de hele vrouw te zien.
Mijn premie was zichtbaar.
Mijn polisnummer was zichtbaar.
Mijn medische dossier was zichtbaar.
Mijn belastinginhoudingen waren zichtbaar.
Maar mijn ziekte, mijn arbeid, mijn beroepsgeschiedenis, mijn moederschap en mijn eigen stem verdwenen steeds verder uit beeld.
Welkom Familie Lindeboom AEGON
De verzekerde jaarrente
In het hart van mijn onderzoek staat de betekenis van de verzekerde jaarrente.
Mijn particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering verzekerde geen salaris en schiep geen dienstverband. Ik had als zelfstandig ondernemer een vooraf overeengekomen jaarrente verzekerd voor het geval ik door ziekte mijn beroep niet meer kon uitoefenen.
Toen het verzekerde risico daadwerkelijk intrad, werd deze jaarrente niet één keer per jaar betaald. Het jaarbedrag werd verdeeld over maandelijkse termijnen in verband mer de eindleeftijd 60 jaar.
Daardoor werd de betaling langzaan uitvoeringstechnisch periodiek.
Aan Het meisje met de parel dat inmiddels moeder was geworden.
Vervolgens werd per brief 10 september 2010 door Ruud & Lex van Kampen medegedeeld dat er op de uitkering 76 – 5601108 – loonbelasting en zv zou worden ingehouden. Daardoor verscheen de betaling in fiscale administraties onder termen en codes die op loon of een personeelsrelatie konden lijken.
Maar een maandelijkse betaling is niet automatisch salaris.
Ik verrichtte geen arbeid voor de verzekeraar. De verzekeraar betaalde mij niet als werkgever, maar omdat het risico waartegen ik mij had verzekerd werkelijkheid was geworden.
De oorsprong van de betaling bleef daarom:
een aanspraak uit een particuliere verzekeringsovereenkomst, niet een beloning voor verrichte arbeid.
Voor mijn reconstructie moeten drie lagen zorgvuldig uit elkaar worden gehouden:
Contractueel: welke jaarrente was volgens de polis verzekerd?
Uitvoeringstechnisch: hoe werd deze jaarrente omgerekend en in maandelijkse termijnen betaald?
Fiscaal: onder welke inkomenscategorie, loonheffingencode en belastinggrondslag werd de uitkering verwerkt?
Wanneer deze lagen in één administratiesysteem samenvloeien, kan een zelfstandig verzekerde ten onrechte zichtbaar worden als werknemer, personeelsrelatie of loonontvanger.
De fiscale inhouding kan iets zeggen over de wijze waarop belasting vooraf werd geïnd. Zij bewijst op zichzelf niet dat er een arbeidsovereenkomst of werkgeversrelatie bestond.
En zo geschiedde het. Welkom bij de terugbetaling van de staatsschuld Banken & Verzekeraars
Een verzekerde jaarrente kreeg in de administratie een andere gedaante dan de rechtsverhouding waaruit zij was ontstaan.
Omdat steeds verder wegzakte in het moerasgebied van macht en machines werden we gedwongen om stappen te ondernemen. Eerst als voetnoot maar nu zijn we het fundament waarin alles duidelijk wordt.
Heden / Verleden
De reis naar Montancourt
Zo kwamen wij dus in 2019 terecht in Montancourt, een huis in Middelburg uit 1596.
In Eigen Land Reportages- Slavernij Verleden- geen punt maar een komma,
Een huis dat werd gebouwd vóór de oprichting van de VOC, maar al afkomstig is uit een wereld van handel, scheepvaart, bestuur, geldstromen, risico’s en internationale verbindingen.
Het huis heeft eeuwen van bewoners, , handel, oorlog, verlies, wederopbouw en verandering in zijn muren opgenomen.
Wij dachten dat wij naar een nieuw huis verhuisden.
Maar misschien verhuisden wij naar een plek die ons eigen verhaal al kende.
Zoals mijn verzekeringen door verschillende handen, ondernemingen en administraties waren gegaan, zo was ook Montancourt door generaties bewoond, bestuurd, verhandeld en opnieuw ingericht.
Reportage Erfgoed Zeeland
De namen van kooplieden, bestuurders, predikanten en bankiers bleven vaak bewaard.
De vrouwen die de huizen draaiende hielden, kinderen baarden, personeel aanstuurden, verlies droegen en na oorlogen opnieuw begonnen, verdwenen gemakkelijker uit het officiële verhaal.
In Montancourt werd de vraag uit het boek van Aaltje van Zweden ( ontvangen van Marijke Commandeur) ineens heel persoonlijk:
Waar ben je thuis?
Vrouwen Polder
Hier dus, zo bleek.
Niet omdat alle strijd voorbij was, maar omdat ik hier mijn eigen verhaal opnieuw kon leren lezen.
Tweedekamer 13 januari 1951
De geschiedschrijver en literaire reiziger Pieter de la Rue kreeg in dit huis gezelschap van een nieuwe geschiedschrijver:
Silvia Margaretha Johanna Koning-Lindeboom.
Niet als wetenschapper van beroep, maar als ervaringsdeskundige, onderzoeker, erfgoedkunstenaar en verteller.
De bankstukken die in Montancourt achterbleven In Montancourt vond ik twee oude financiële stukken die in het huis waren achtergebleven: het jaarverslag van de N.V. De Haarlemsche Hypotheekbank over 1939 en het verslag van de N.V. Zeeuwsche Hypotheekbank te Middelburg over het drieënveertigste boekjaar. Dat deze documenten juist in een huis uit 1596 zijn bewaard, voelt niet toevallig. De stukken gaan over hypotheken, onderpanden, aandeelhouders, oorlogsschade en wederopbouw. Precies de onderwerpen die ook in de muren van Montancourt besloten liggen. In het verslag van de Haarlemsche Hypotheekbank wordt beschreven hoe bij de oorlogshandelingen van mei 1940 onderpanden in Rotterdam, Middelburg en Vlissingen verloren gingen. Voor Middelburg worden tien getroffen panden genoemd. Tussen de regels door verschijnt een verwoeste stad. De bank schreef over hoofdsommen, opstallen, renteachterstanden, schadevergoeding en molestschade. Maar in Montancourt lees ik achter die woorden iets anders: huizen waarin mensen woonden; vrouwen die gezinnen bijeenhielden; kinderen die bescherming nodig hadden; en families die na de verwoesting opnieuw moesten beginnen. Het verslag van de Zeeuwsche Hypotheekbank toont daarnaast het bestuurlijke netwerk van Middelburg: directeuren, commissarissen, juristen, notarissen en accountants. Hun namen bleven netjes gedrukt bewaard. De namen van de bewoners van de getroffen huizen ontbreken. De bank registreerde het onderpand. Het huis bewaarde het menselijke verhaal. Dat juist deze twee bankstukken in Montancourt zijn teruggevonden, maakt het huis zelf tot archief. Niet alleen van architectuur en bewoners, maar ook van de financiële en maatschappelijke geschiedenis van Middelburg. Montancourt heeft de papieren bewaard. Nu mag ik het verhaal erachter opnieuw zichtbaar maken.
Een huis als spiegel
Montancourt werd voor mij meer dan een rijksmonument.
Het werd een spiegel van een samenleving waarin bezit, bestuur, handel en geschiedschrijving eeuwenlang vooral langs mannelijke lijnen werden vastgelegd.
De handelaar stond in de boeken.
De bestuurder ondertekende.
De onderneming kreeg een naam.
De bank verstrekte het geld.
De verzekeraar berekende het risico.
Maar wie droeg de menselijke gevolgen wanneer het systeem vastliep?
Wie zorgde voor het huis?
Wie hield het gezin bijeen?
Wie betaalde de prijs wanneer ziekte, oorlog of verlies het dagelijks leven binnendrong?
In het huis uit 1596 kwam mijn persoonlijke geschiedenis samen met een veel oudere geschiedenis van handel, macht, verzekering en bestuur.
Dit is CAS Rotterdam Fotomuseum kaartjes ontvangen van Nationale Nederlanden
De oude handelswereld draaide om schepen, risico’s, aandeelhouders, polissen en winst.
Mijn eigen leven draaide eveneens om risico’s die in polissen waren ondergebracht en later door steeds grotere financiële organisaties werden beheerd.
In de moderne keten verschenen fusies, overnames, serviceproviders, gevolmachtigd agenten, investeringsmaatschappijen en distributieplatforms.
Ik kan niet stellen dat één bestuurder of investeerder mijn leven bewust heeft gestuurd.
Maar ik kon wel beschrijven wat de structuur met mij persoonlijk deed:
hoe groter de organisatie werd, hoe kleiner ik mij in mijn eigen dossier voelde. Mijn dagboek en straatfotografie werden mijn redding.
Archief Rothschild
De moeder achter de vijf pijlen
Tijdens mijn onderzoek kwam ik terecht bij de geschiedenis van de familie Rothschild.
Niet omdat Rothschild alle Nederlandse banken bezit — daarvoor bestaat geen bewijs — maar omdat financiële netwerken, familiewapens, bankiershuizen en moderne investeringsmaatschappijen elkaar in de geschiedenis soms raken.
Aan de oorsprong van het Europese Rothschildnetwerk stond Mayer Amschel Rothschild.
Maar naast hem stond Gutle Schnapper.
Gutle werd in 1753 geboren in de Frankfurter Judengasse. Zij trouwde in 1770 met Mayer Amschel Rothschild. Samen kregen zij tien kinderen: vijf dochters en vijf zonen.
Het portret met de naam Mayer In Montancourt hangt een kinderportret waarop de naam MAYER staat. Mijn opa en oma ontvingen dit schilderij nadat zij tijdens de oorlog Joodse onderduikers in hun huis en binnen hun netwerk hadden geholpen. Wie het kind precies was, wie Mayer was en onder welke omstandigheden het schilderij werd geschonken, moet nog verder worden onderzocht. Maar binnen onze familie is het werk altijd verbonden gebleven met die geschiedenis van bescherming, vertrouwen en stil verzet. Het schilderij is daardoor meer dan een afbeelding van een kind. Het is een getuige. Een tastbare herinnering aan mensen die gedwongen waren hun naam, afkomst en bestaan tijdelijk te verbergen. Ook herinnert het aan de gezinnen die hun huis openstelden, ondanks het gevaar dat dit voor henzelf en hun kinderen betekende. De naam MAYER bleef zichtbaar op het doek, terwijl zoveel namen van onderduikers en helpers uit veiligheid niet werden opgeschreven of later verloren zijn gegaan. Nu hangt het portret in Montancourt, een huis dat zelf oorlog, onderduik, verlies en overleving in zijn muren draagt. Zo reist het schilderij verder: van het huis van mijn grootouders naar een rijksmonument in Middelburg, en van een familieherinnering naar een verhaal dat opnieuw verteld mag worden. Sommige mensen konden tijdens de oorlog alleen overleven door onzichtbaar te worden. Dit schilderij maakt hun bestaan opnieuw zichtbaar. Mijn opa en oma ontvingen hiervoor geen titel, polis of officieel monument. Zij deden wat op dat moment menselijk noodzakelijk was: ruimte maken voor een ander. Daarom staat dit kind voor mij niet alleen voor het verleden. Het staat voor ieder kind dat bescherming nodig heeft. Voor ieder huis dat een schuilplaats werd. En voor ieder mens die, ondanks angst en gevaar, besloot een deur te openen. MAYER — een naam op een schilderij, een spoor van Joods leven en een erfenis van moed.Peter Mathias Bongartz & Nellie Aldenhoven Cuijk
De vijf zonen van de familie Rothbouwden vanuit verschillende Europese steden financiële ondernemingen op:
Amschel Mayer Rothschild in Frankfurt;
Salomon Mayer Rothschild in Wenen;
Nathan Mayer Rothschild in Londen;
Carl of Karl Mayer Rothschild in Napels;
James Mayer de Rothschild in Parijs.
Daarnaar verwijzen de vijf pijlen in het familiewapen: vijf broers, vijf steden en vijf onderling verbonden bankhuizen.
Familie wapen
Dit is het familiewapen van de familie Rothschild.
Centraal staat de hand met vijf pijlen. Die verwijzen naar de vijf zonen van Mayer Amschel Rothschild, die vanuit Frankfurt familietakken opbouwden in Frankfurt, Wenen, Londen, Napels en Parijs. Het wapen werd in de negentiende eeuw verbonden aan hun verheffing in de adelstand.
Onder het wapen staat:
Concordia — Integritas — Industria
Dat betekent:
Eendracht — Integriteit — IJver
De vijf pijlen staan daarbij niet alleen voor vijf afzonderlijke zonen, maar vooral voor hun onderlinge verbondenheid: afzonderlijke takken die als één familie bleven samenwerken.
Nathan begon in Engeland bovendien als handelaar in textiel en stoffen, voordat hij in Londen een bankiershuis opbouwde.
Ook daarin herkende ik een onverwachte echo van mijn eigen geschiedenis als handelaar in confectie.
De vijf pijlen vertellen het verhaal van vijf ondernemende zonen.
Maar zonder Gutle geen zonen.
Zonder de moeder geen vijf pijlen.
Zij leefde als Joodse vrouw in een samenleving waarin haar zelfstandige rechten ernstig beperkt waren. Toch stond zij mede aan de oorsprong van een familie die een grote rol in de Europese financiële geschiedenis zou spelen.
Daarom kijk ik niet alleen naar de zichtbare bankiers.
Ik kijk ook naar de vrouw achter het familiewapen.
Naar de bloedlijnen van Moeder de Vrouw.
Van vijf pijlen naar Five Arrows
De moderne naam Five Arrows verwijst naar dit historische familieteken.
Five Arrows, verbonden aan Rothschild & Co, investeerde in Nederlandse verzekeringsdistributiebedrijven, waaronder Voogd & Voogd en Heilbron. Deze ondernemingen werden later samengebracht binnen Alpina Group.
Op onze zorg verzekeringspolis stond de naam Heilbron toen Emma een aparte polis kreeg ivm Turnersyndroom.
Ook Heinenoord maakte tijdelijk deel uit van deze investeringsgeschiedenis.
Dat betekent niet dat Five Arrows mijn vier polissen bestuurde of mijn uitkeringen bepaalde. Zo’n concrete relatie kan dat alleen worden vastgesteld wanneer zij uit polisstukken, portefeuilleoverdrachten, klantnummers, rekening-courantgegevens of andere dossierdocumenten blijkt.
Voor mijn onderzoek is de betekenis vooral structureel.
Een particuliere verzekering die ooit tussen een zelfstandige ondernemer en een herkenbare verzekeraar werd gesloten, kon dus later deel gaan uitmaken van een veel grotere keten van:verzekeraars, tussenpersonen, serviceproviders, gevolmachtigd agenten, distributieplatforms, banken en investeerders.
Mijn tijd loopt ras
Daardoor kan de afstand tussen de oorspronkelijke verzekerde en de feitelijke uitvoering steeds groter worden.
Heilbron werd onderdeel van Alpina.
Voogd & Voogd werd onderdeel van Alpina.
Van het Mark Tennantplantsoen naar Montancourt Middelburg: twee plaatsen waar vrijheid, herinnering en verantwoordelijkheid samenkomen.
Vanuit vestigingen in onder andere Doetinchem, Leusden en Middelharnis worden verzekeringen bemiddeld, geadministreerd, geïncasseerd en afgehandeld.
Binnen ons gezin kwam Heilbron naar voren als tussenpersoon rond de zorgverzekering van onze dochter Emma
Emma Koning
Dat is een concrete verzekeringsrelatie, die juridisch dan ook niet kan worden gescheiden van mijn eigen polissen, tenzij dossierstukken aantonen dat dezelfde klant-, relatie- of administratiesystemen werden of worden gebruikt.
Banken, beleggingen en obligaties
Ook de rol van banken vraagt om zorgvuldigheid.
ABN AMRO en Rothschild hadden historisch een gezamenlijke onderneming: ABN AMRO Rothschild. Deze joint venture hield zich bezig met kapitaalmarkttransacties, zoals aandelenuitgiften en beursgangen.
Na de overname van ABN AMRO in 2007 werd deze samenwerking beëindigd.
Voor ING, Rabobank, ABN AMRO en de Volksbank is geen eigendomsband aangetoond waaruit zou blijken dat zij door Rothschild worden gecontroleerd.
Financiële instellingen kunnen elkaar wel ontmoeten bij: fusies en overnames, financieringen, investeringsfondsen, herstructureringen en obligatie-uitgiften.
Bij een obligatie-uitgifte leent een onderneming, bank of overheid geld van beleggers. De belegger ontvangt doorgaans periodiek rente en krijgt aan het einde van de looptijd de hoofdsom terug.
Een fonds kan obligaties van een Nederlandse bank bezitten zonder eigenaar of bestuurder van die bank te zijn.
Ook in mijn eigen dossier moet daarom onderscheid worden gemaakt tussen:
een bank die uitsluitend een betaling uitvoerde;
een bank die vermogen beheerde;
een verzekeraar die contractspartij was;
een tussenpersoon die bemiddelde;
en een serviceprovider die de polisadministratie verzorgde.
Een naam op een bankafschrift bewijst niet automatisch wie juridisch verantwoordelijk was voor de verzekering. Zo kon ik onzichtbaar blijven omdat wij een en of rekening hebben.
De oorlog bleef in het huis aanwezig
In Montancourt kwamen niet alleen financiële en bestuurlijke geschiedenissen samen.
Ook de traumasporen van de oorlog kwamen naar boven.
De verhalen over onderduikers.
De geschiedenis van Middelburg.
De Zeeuwse bankwereld rond de familie Hondius.
Familie Hondius — Bank Hondius & Zoon — Amro Bank
De Middelburgse bankier Carel Juliaan Hondius (1856–1920) richtte in 1890 Bank Hondius op. In 1920 werd de naam gewijzigd in Bank Hondius & Zoon N.V. De bank bleef tot in de twintigste eeuw actief in Middelburg. Bank Hondius & Zoon NV was een historische particuliere bank en assurantiekantoor in Middelburg, opgericht in 1890 en in 1976 overgenomen door de Amro Bank. U kunt de historische inventaris en stukken van dit kantoor in de collectie van Archieven.nl bekijken
De naam “Zeeuwse Bank” is hier dus waarschijnlijk een algemene aanduiding voor een Zeeuwse particuliere bank, niet noodzakelijk de officiële bedrijfsnaam. De officiële naam was Bank Hondius & Zoon.
Later kwam de bank in de landelijke bankenconcentratie terecht. De Amsterdamsche Bank en de Rotterdamsche Bank fuseerden in 1964 tot de Amsterdam-Rotterdam Bank, kortweg Amro Bank. Amro fuseerde vervolgens in 1991 met ABN tot ABN AMRO.
De herinneringen van mijn eigen familie, waaronder mijn grootvader Peter Mathias Bongartz, geboren in Goch in 1906, en mijn grootmoeder Petronella Johanna Maria ‘Nellie’ Aldenhoven, geboren in 1912.
Oorlog verdwijnt niet op de dag waarop de vrede wordt getekend.
Zij blijft achter in gebouwen, families en stiltes.
Middelburg werd in mei 1940 zwaar getroffen. Huizen, straten en archieven gingen verloren. Wat overeind bleef, droeg de sporen van wat verdwenen was.
Ook in families werkt oorlog zo door.
Mensen leren zuinig te zijn.
Hard te werken.
Niet te klagen.
Door te gaan zonder te vertellen wat er werkelijk is gebeurd.
Vooral vrouwen werden geacht het gezin bijeen te houden, zelfs wanneer zij zelf angst, verlies of onrecht droegen.
Hun trauma werd zelden een officieel dossier.
Het werd een manier van leven.
In Montancourt voelde ik hoe oude en nieuwe trauma’s elkaar konden raken:
de angst opnieuw iets kwijt te raken;
het gevoel dat anderen over je toekomst beslissen;
de voortdurende zoektocht naar documenten en bewijs;
de noodzaak alles te bewaren, uit angst dat jouw verhaal anders wordt ontkend;
en het doorgaan, zelfs wanneer het lichaam aangeeft dat het niet meer kan.
Dat zijn niet alleen administratieve gevolgen.
Dat zijn traumasporen.
After the Fall
Van vluchten naar betekenis geven
Onze verhuizing naar Middelburg was daarom geen gewone verhuizing.
Wij vertrokken uit een leven waarin verzekeringsdossiers, ziekte en onzekerheid steeds meer plaats innamen.
Wij kwamen aan in een huis dat zelf handel, oorlog, verlies en verandering had overleefd.
In het begin voelde het misschien als vluchten.
Later werd het een opdracht met een missie
Mensen Monumenten Middelburg
Montancourt gaf mij de ruimte om mijn verhaal opnieuw te ordenen.
Niet langer alleen als patiënt of verzekerde, maar als kunstenaar, erfgoeddrager en verteller.
De oude muren boden ruimte aan nieuwe beelden.
Aan schelpen en oesters.
Aan vrouwenportretten.
Motivatie: Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed. Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn. Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.
Aan Marten en Oopjen in de keuken.
Aan teksten over Moeder de Vrouw.
Aan de vraag wie in de geschiedenis wordt afgebeeld en wie buiten het kader blijft.
Zo werd het huis een archief van gevoel.
De oorlog zat niet alleen in jaartallen.
De handel zat niet alleen in de VOC.
Het onrecht zat niet alleen in een polis.
Alles kwam samen in dezelfde vraag:
Wie wordt gezien, wie wordt bestuurd en wie mag haar eigen verhaal bewaren?
De erfgenamen
Mannen rond mijn vier polissen
De onderstaande namen vormen een reconstructie op basis van mijn documenten en onderzoek.
Niet iedere genoemde bestuurder heeft mijn polis persoonlijk behandeld. Hun namen moeten daarom steeds worden onderscheiden in:
rechtstreeks aantoonbare dossiercontacten;
bestuurders van de betrokken verzekeraar;
directeuren van mogelijke uitvoerings- of tussenpersonen;
en bancaire of administratieve schakels waarvan de concrete rol nog moet worden bewezen.
1. Nationale-Nederlanden AOV — 1995
Product: particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering Beroep: handelaar in confectie Latere tussenpersoon: Van Kampen Assurantiemakelaar, kantoorcode 0107 Wijziging in 2010: polismantel 440-04 Uitkering: verzekerde jaarrente, verdeeld over maandelijkse termijnen
In mijn bestuurlijke reconstructie komen onder anderen de namen voor van:
David Knibbe, Tjeerd Bosklopper, Leon van Riet, Harry van der Zwan en Edwin Grutterink.
Rond Movir worden genoemd:
Louis van Drunen, Arthur van der Wal, Yoram Schwarz en Maurice Schellekens.
Rond Van Kampen komen voor:
Ruud van Kampen, Lex van Kampen, Frank Los en Frank van ’t Hof.
De mogelijke keten luidt:
Nationale-Nederlanden → mogelijk Movir → Van Kampen → ING/NN Group.
Nationale-Nederlanden maakte gedurende een deel van de looptijd deel uit van ING. Een concrete bancaire rol bij mijn polis of uitkeringen moet echter blijken uit rekeninggegevens, betalingskenmerken of interne documentatie.
2. Delta Lloyd MeerKeuzePlan — 1998
Product: lijfrente- of kapitaalproduct Inleg: ƒ500 per maand Einddatum: februari 2025 Latere overgang: Delta Lloyd werd onderdeel van NN Group
In mijn reconstructie komen voor:
mr. J.E. Jansen, Niek Hoek, Peter Kok, Paul Medendorp, Henk Raué, Hans van der Noordaa, Lard Friese, Tjeerd Bosklopper en David Knibbe.
De mogelijke financiële keten luidt:
Delta Lloyd Levensverzekering → mogelijk Delta Lloyd Bank → NN Group/NN Bank.
Daarbij moet nog worden vastgesteld:
welke entiteit mijn contractspartij was;
waar mijn premies werden ontvangen;
wie het vermogen beheerde;
wie opdracht gaf tot een eventuele omzetting;
en welke bank de uiteindelijke overdracht of uitbetaling verzorgde.
Sjoerd van Keulen, Gerard van Olphen, Ron van Oijen, Tom Kliphuis, Jan de Pooter, Jan-Hendrik Erasmus en Bart Remie.
Ook wordt arts Kruithof genoemd in verband met de medische beoordeling. Zijn precieze functie, opdracht en verantwoordelijkheid moeten uit het medische en verzekeringsdossier blijken.
Rond mogelijke serviceproviders komen de namen Jan van der Struik en Janwillem Fidder voor.
De mogelijke keten luidt:
Hooge Huys/REAAL → SNS REAAL → VIVAT → Athora, mogelijk via VKG/Nedasco/D&S Group.
Dat REAAL en SNS Bank deel uitmaakten van dezelfde financiële groep betekent nog niet dat SNS Bank mijn polis beheerde. Ook dit moet uit de betalings- en administratiestromen blijken.
4. Verplichte zorgverzekering Delta Lloyd
In de latere reconstructie komen de namen Delta Lloyd, OHRA, CZ en Nationale-Nederlanden naar voren.
Rond de bestuurlijke geschiedenis worden genoemd:
Niek Hoek, Hans van der Noordaa, Lard Friese en David Knibbe.
Rond Heilbron, Voogd & Voogd en Alpina Group komen de namen Michael de Nijs en Sjoerd Laarberg naar voren.
De zorgverzekering van onze dochter waarbij Heilbron als tussenpersoon zichtbaar werd, vormt een concrete relatie binnen ons gezin. Zij mag echter niet zonder bewijs worden vermengd met mijn eigen AOV-, inkomens- of lijfrentepolissen.
Rechtstreeks genoemde dossiercontacten
In mijn eerdere reconstructie zijn ook de namen naar voren gekomen van:
Louis Barmentlo en Harry Kuiper.
Joyce Lentz de Vries was eveneens een dossiercontact, maar valt niet onder de lijst van mannen.
Van ieder rechtstreeks contact moet worden vastgelegd:
bij welke organisatie die persoon werkte;
vanuit welke functie hij of zij handelde;
welke polis het betrof;
welke bevoegdheid bestond;
en welke beslissing, verwerking of correspondentie aan deze persoon kan worden gekoppeld.
De bestemming van deze reis
Vier verzekeringspolissen brachten mij niet letterlijk naar Montancourt.
Maar de gevolgen van ziekte, verlies van werk, administratieve verwarring en financiële onzekerheid hebben wel bijgedragen aan de weg die wij uiteindelijk zijn gegaan.
In 2019 stapten wij over de drempel van een huis uit 1596.
Daar ontdekte ik dat erfgoed niet alleen gaat over het bewaren van stenen.
Erfgoed gaat ook over het herkennen van patronen die generaties lang kunnen blijven bestaan:
De baas van Moeder Aarde is een moeder. Niet als hiërarchie, maar als oorsprong.
Zij draagt, voedt en herstelt — om ieders leven hier mogelijk te maken.
In haar lijn ligt geen macht van bovenaf, maar kracht van binnenuit.
Wie deze filosofie begrijpt, begrijpt de werkelijkheid en de waarde van moeder, de vrouw.
Waarom erkennen we alleen bepaalde vormen van werk als waardevol?
@Filosofiemagazine
Waarde is geen neutraal gegeven. Waarde is een constructie — gevormd door economische systemen, filosofische tradities en juridische ordening.
Binnen dominante economische modellen wordt waarde primair bepaald door wat meetbaar, verhandelbaar en productief is: loon, output, winst. Arbeid die zich niet laat kwantificeren, blijft buiten beeld. Zorg, opvoeding, rituelen en emotioneel of symbolisch werk — activiteiten die essentieel zijn voor het functioneren van de samenleving — worden structureel ondergewaardeerd omdat zij niet direct economisch renderen.
Deze hiërarchie is historisch gegroeid en institutioneel verankerd.
Binnen de klassieke filosofie, van Plato tot Aristoteles, werd het denken verheven boven het zorgen, het publieke domein boven het private. Deze ordening legitimeerde een structurele scheiding tussen productie en reproductie, tussen rationaliteit en lichamelijkheid — en positioneerde het vrouwelijke domein als ondergeschikt.
Juridisch werd deze ongelijkheid bevestigd. Vrouwen waren lange tijd geen zelfstandige rechtssubjecten: zij beschikten niet over eigendom, contractvrijheid of politieke representatie. Hun arbeid kon daardoor niet worden erkend binnen het economische en juridische kader.
Cultureel werd dit patroon bestendigd. “Moeder, de vrouw” kreeg een symbolische status, maar geen materiële of juridische autonomie. Haar waarde werd erkend als beeld en traditie — niet als positie binnen het systeem. Zij werd onderdeel van het erfgoed, maar niet van het recht.
Een andere lezing van arbeid
Het werk van Truus van Gogh introduceert een alternatieve benadering van waarde en arbeid.
Het vertrekt vanuit de erkenning dat er vormen van arbeid bestaan die buiten de dominante waardesystemen vallen, maar die fundamenteel zijn voor sociale en culturele continuïteit:
ritueel werk
erfgoedwerk
lichamelijk werk
symbolisch en emotioneel werk
Deze vormen van arbeid genereren geen directe economische opbrengst, maar produceren betekenis, samenhang en overdracht. Zij vormen de onzichtbare infrastructuur waarop de samenleving rust.
Stelling
De wereld is opgebouwd uit arbeid die nooit als arbeid is erkend.
Van wie ben ik er een?
Zonder erkenning van haar arbeid blijft “moeder, de vrouw” onderdeel van het erfgoed — maar geen volwaardig rechtssubject.
Conclusie
Zonder haar arbeid bestaat er geen samenleving — we hebben te maken met een systeem dat haar niet ziet.
Wat hier wordt gepresenteerd, betreft geen individuele casus, maar een structurele analyse.
Dit werk bevraagt de criteria waarmee waarde wordt toegekend en maakt zichtbaar welke vormen van arbeid systematisch buiten beschouwing blijven. Daarmee legt het een fundamentele spanning bloot tussen economische erkenning en maatschappelijke realiteit.
Het zichtbaar maken van deze blinde vlek is geen retorische oefening, maar een noodzakelijke stap richting herwaardering en herpositionering.
Dit is Cas…
Dat werk heeft enorme waarde, maar verschijnt niet als loon op een rekening.
Historisch is dit vaak gekoppeld aan de rol van “moeder, de vrouw”: noodzakelijk werk → maar buiten de economie geplaatst → dus “onzichtbaar”.
Veel mensen werken niet gratis — hun werk wordt niet betaald.
Wat gratis lijkt, is vaak het fundament waar alles op rust.
Fiscale ontkenning van vrouwelijke autonomie is structureel geweld.
Van wie ben ik er een? Gelijkheid begint waar je jezelf durft te tonen — niet waar je spreekt via een ander.”
Wanneer de staat het vrouwelijk lichaam, arbeid en eigendom niet volledig erkent als zelfstandige rechtsgrond, ontstaat er geen neutraliteit— maar systematische achterstelling.
Dat is geen incident, maar een patroon dat doorwerkt in generaties: in vermogen, in zeggenschap, in zichtbaarheid.
Ik noem dat geen toeval. Ik noem dat institutionele ongelijkheid.
En onder de kwartierboom wordt zichtbaar: dat wie draagt, creëert en voortzet, ook volledig erkend moet worden in recht en systeem.
Ik maak Fine Art kunst om communiceren over gelijkheid – Het recht spreekt over gelijkheid, maar zwijgt over oorsprong. Daar waar het leven ontstaat, begint een vorm van eigendom die nooit is benoemd in een wetboek (9)
Artist Statement
Het enige verschil tussen een gek en mij, is dat ik niet gek ben.
Als straatfotograaf en surrealistisch Fine Art kunstenaar werk ik op het snijvlak van erfgoed, recht en identiteit. Mijn blik beweegt tussen wat zichtbaar is en wat wordt ontkend. Ik onderzoek wie gezien wordt, wie spreekt en wie het recht heeft om te bestaan binnen beeld en geschiedenis.
Leven met sarcoïdose heeft mijn waarneming vertraagd en verscherpt. In die vertraging ontstaat een beeldtaal die gelaagd, ritueel en confronterend is. Wat als afwijkend wordt gezien, blijkt een andere vorm van kennis—een manier van kijken die buiten de norm valt, maar juist onthult wat verborgen blijft.
The Code X legt dat bloot.
Waar de wet rekent in delen, toon ik de continuïteit. Waar systemen reduceren, herstel ik de oorsprong.
Onder de Lindeboom geldt een andere waarheid: dat wie draagt, ook bepaalt. dat wie voortzet, ook bezit. dat wie de lijn is, niet buiten de telling kan vallen.
X markeert het ontbrekende recht— en eist zijn plaats op.
Mijn werk verbindt persoonlijke geschiedenis met collectief geheugen en stelt de vraag: wanneer wordt een lichaam erkend als drager van recht?
Kunst is voor mij geen ontsnapping, maar bewijsvoering. Zichtbaarheid is geen gunst, maar een recht.
Queen S de golem #emet
Toen mijn vraag werd teruggebracht tot artikel 1, werd duidelijk dat het recht geen taal heeft voor de scheppende positie van ‘de moeder, de vrouw’. Mijn antwoord is beeldend onderzoek: ik maak zichtbaar wat juridisch onbenoemd blijft.”
Waarom ligt de soevereiniteit bij het boek — en niet bij het lichaam dat het mogelijk maakt?
De moeder produceert de geschiedenis, maar staat niet als auteur geregistreerd.
Het vergeten lichaam vrouw, binnen de moedermaatschappij en dochteronderneming
Tussen verlies en erkenning Waarom Montancourt Middelburg mij troost en hoop geeft
Huis van Wie? Lang waren: bestuurders juristen schepen overwegend mannen. Daardoor zijn wetten vaak geschreven vanuit: mannelijke ervaringen mannelijke rollen (bezit, arbeid, burgerschap) en een samenleving waarin vrouwen juridisch minder zelfstandig waren Voorbeelden: vrouwen hadden geen stemrecht vrouwen waren handelingsonbekwaam (tot 1956 in NL) eigendom en inkomen liepen via de man 👉 Dus ja: het systeem is historisch nooit neutraal ontstaan.One Flew over the Montancourt VOF Nest
I. 🌍 Oorsprong → 🌱 Afspraken → 🏛️ Structuur
Oorzaak 1: De aarde is geen bezit, maar wordt door de samenleving vertaald naar eigendom.
➡️ Gevolg: Gemeenschappen maken afspraken over:
grond
erfenis
zeggenschap
👉 Eigendom ontstaat als sociaal systeem (niet als natuurgegeven)
Ik ben geboren in Gennep, mijn overgrootmoeder is geboren in Ottersum, Mijn oma en moeder zijn geboren in Cuijk en ons dossier ligt opgeslagen in het Nationaal Archief en bij de Politieke Recherche Afdeling Den Bosch en sinds 2019 woon in in Middelburg
🗺️ Wat je hier ziet
“Dochters van de Dommel” – Bataafse Republiek (1798)
Dit verwijst naar een bestuurlijke indeling tijdens de Bataafse Republiek
Het gebied (oranje) is een departement – een vroege vorm van gecentraliseerd staatsbestuur
Rechts zie je nog het Heilige Roomse Rijk
👉 Dit is een grensmoment: van lokale, organische structuren → naar staatscontrole en administratie
Bron afbeelding: Portretten uit de achttiende eeuw, door Jim van der Meer Mohr.
II. 🏛️ Structuur → 🏢 Abstractie
Oorzaak 2: Deze sociale afspraken worden juridisch vastgelegd en geformaliseerd.
➡️ Gevolg:
grond wordt bezit van:
personen
rechtspersonen (BV, NV, stichting)
eigendom wordt overdraagbaar
en losgekoppeld van het lichaam
👉 Bezitsstructuren worden abstract (zonder lichaam)
Deze structuren zijn opgericht door staten en economische elites, vastgelegd door administratie, en gedragen door families — waarbij vrouwen essentieel waren voor overdracht, maar zelden als formele oprichters werden erkend.
I. 🏛️ Macht wordt zichtbaar via mannen Oorzaak: functies zoals burgemeester en schepen worden bekleed door mannen ➡️ Gevolg: namen als Radermacher verschijnen in:archief geschiedenis erfgoed
II. 🧬 Verbinding via vrouwen Oorzaak: huwelijk met Maria Elisabeth de la Rue ➡️ Gevolg: koppeling tussen:bestuur (Radermacher) kennis/archief (De la Rue) 👉 dit is een strategische familieverbinding
III. 👩🦰 Overdracht via dochters Oorzaak: dochters erven en dragen lijnen ➡️ Gevolg: archief en bezit blijven in familie maar:zonder zichtbare rol in bestuur 👉 dragen zonder erkenning
Pieter de la Rue I. 🏛️ Macht wordt zichtbaar via mannen Oorzaak: functies zoals burgemeester en schepen worden bekleed door mannen ➡️ Gevolg: namen als Radermacher verschijnen in:archief geschiedenis erfgoed
II. 🧬 Verbinding via vrouwen Oorzaak: huwelijk met Maria Elisabeth de la Rue ➡️ Gevolg: koppeling tussen:bestuur (Radermacher) kennis/archief (De la Rue) 👉 dit is een strategische familieverbinding
III. 👩🦰 Overdracht via dochters Oorzaak: dochters erven en dragen lijnen ➡️ Gevolg: archief en bezit blijven in familie maar:zonder zichtbare rol in bestuur 👉 dragen zonder erkenning
Bron: Geni.com
IV. 🧾 Administratie → 👁️ Zichtbaarheid
Oorzaak 4: Systemen (verzekeraars, administratie, archief) bepalen wie zichtbaar is.
Bij fouten (zoals bij Nedasco):
verkeerde koppelingen
foutieve gegevens
ontbrekende registratie
➡️ Gevolg:
persoon wordt administratief onzichtbaar
rechten blijven, maar:
worden niet uitgevoerd
of niet erkend
👉 Bestaan ≠ geregistreerd zijn
V. 📜 Archief → 🧠 Geheugen → ⚖️ Macht
Oorzaak 5: Historisch wordt alleen vastgelegd wat als relevant wordt gezien (door mannen in macht):
bestuurders
schrijvers
bewindhebbers
➡️ Gevolg:
mannen verschijnen in:
archief
geschiedenis
erfgoed
vrouwen verschijnen:
indirect
relationeel (dochter van, moeder van)
👉 Wat wordt opgeschreven = wat blijft bestaan
VI. 👩🦰 Vrouwelijke lijn → 🔗 Overdracht
Oorzaak 6: Ondanks hun afwezigheid in registratie, dragen vrouwen:
familieverbindingen
naamoverdracht
archieven
bezit (indirect)
➡️ Gevolg:
erfgoed wordt feitelijk via vrouwen doorgegeven
maar zonder formele erkenning
👉 Drager ≠ erkende eigenaar
🎨 Johannes Vermeer en zijn schoonmoeder Vermeer trouwde met Catharina Bolnes Zij was de dochter van Maria Thins Na het huwelijk trok Vermeer in bij zijn schoonmoeder in Delft 👉 Hij woonde dus niet als zelfstandig eigenaar, maar binnen een bestaand huishouden. De vrouwelijke rechtspersoon bestond al, lang voordat zij juridisch werd erkend.
Zij was geen bestuurder in naam, maar wel in werkelijkheid. Geen rechtspersoon op papier, maar wel drager van recht. Niet zichtbaar in het archief,. maomonmisbaar in de structuur.
🏠 De rol van Maria Thins
Maria Thins was:
welgesteld
eigenaar van het huis
financieel bepalend
👉 Zij ondersteunde het gezin:
Vermeer had een groot huishouden (± 11 kinderen)
inkomsten uit schilderkunst waren onregelmatig
➡️ Haar positie was cruciaal voor:
stabiliteit
continuïteit van het huishouden 🎨 Vermeer en de vrouwelijke rechtspersoon In de zeventiende eeuw woonde Johannes Vermeer niet in een eigen huis, maar bij zijn schoonmoeder, Maria Thins, in Delft. Zij was de eigenaresse van het huis. Zij beschikte over vermogen. Zij droeg het huishouden waarin Vermeer werkte en schilderde. Toch is haar naam nauwelijks onderdeel geworden van de kunstgeschiedenis.
⚖️ Wat hier zichtbaar wordt Maria Thins functioneert feitelijk als wat wij nu een rechtspersoon zouden noemen: zij bezit zij beheert zij maakt productie mogelijk zij draagt risico Maar: 👉 zij wordt niet als zodanig benoemd
🧠 De paradox Vermeer wordt herinnerd als meester. Maria Thins wordt nauwelijks genoemd, terwijl: zonder haar eigendom en structuur zijn werk niet in dezelfde vorm had kunnen bestaan
VII. 🧬 Familie → 🏛️ Structuur → 🏦 Systeem
In mijn casus:
De la Rue → schrijft (geheugen)
Radermacher → bestuurt (macht)
dochters → dragen (overdracht)
Bongartz Aldenhoven ( WOII)
Knibbe → systeem (modern financieel bestuur)
➡️ Gevolg:
lijn beweegt van:
lichaam → familie → archief → systeem
👉 Wat begon als relatie wordt systeembeheer
Toen mijn opa in de oorlog naar Londen moest, nam mijn oma de schoenenzaak over. Zij hield het bedrijf draaiende met haar kinderen, maar deed dat onder toezicht van de burgemeester. Zij bestuurde — maar niet als erkend bestuurder.
Na mijn bezoek aan het Zeeuws stuitte ik op de volgende gegevens.
Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging
Peter Mathias Bongartz (1906, Goch)
Politieke Recherche Afdeling Den Bosch
Tribunaal / bijzondere rechtspleging (na WOII)
Wet 15501 NBG (verwijzing naar naoorlogse wetgeving) Inventarisnummer 93577
VIII. 🌾 Grond → 🚫 Geen eigendom → 📄 Wel registratie
Casus Lindeboom:
Oorzaak: arbeid zonder eigendom
➡️ Gevolg:
wel zichtbaar in akte
niet zichtbaar als eigenaar
👉 Aanwezigheid zonder recht
IX. 🔁 Samengevoegd causaal mechanisme
Stap voor stap:
Aarde wordt vertaald naar eigendom
Eigendom wordt juridisch vastgelegd
Juridisch systeem abstraheert bezit
Lichaam raakt gescheiden van bezit
Archief bepaalt zichtbaarheid
Vrouwen worden niet geregistreerd als dragers
Systemen beheren wat zichtbaar is
Fouten in systemen maken mensen onzichtbaar
🎯 EINDCONCLUSIE (causaal)
Foto Museum Rotterdam- Kaartjes gekregen van mijn beheerder Nationale Nederlanden in 2018
Omdat eigendom wordt losgekoppeld van het lichaam en zichtbaar wordt gemaakt via administratieve en archiefsystemen, ontstaan structuren waarin vrouwen wel de overdracht dragen, maar niet als eigenaar of actor worden erkend. Wanneer deze systemen falen (zoals bij polisadministratie), kan zelfs het lichaam dat het risico draagt administratief verdwijnen.
Corrigeer me als ik het verkeerd zie op papier Monkey Business
🧠 In mijn taal (compact)
Moeder aarde → geeft
Moeder maatschappij → verdeelt
Dochteronderneming → abstraheert
Archief → selecteert
Systeem → beheert
👉 En daartussen:
de vrouw → draagt, maar wordt niet vastgelegd
De onzichtbare erfgenamen – In Nederland functioneert de Grondwet dus als belofte zonder directe rechtsingang, waardoor structurele ongelijkheid zich kan verschuilen achter individuele beoordeling.
Van wie ben ik er een? 1. Wat stond er wél in 1848? De Grondwet van 1848 (onder leiding van Johan Rudolph Thorbecke) was revolutionair, maar: Ging over burgerrechten en parlementaire macht Sprak over “Nederlanders”, maar in praktijk:Alleen mannen hadden politieke rechten Vrouwen waren juridisch en economisch ondergeschikt 👉 Met andere woorden: gelijke behandeling van mannen en vrouwen zat er toen helemaal niet in.
2. Wanneer kwam “artikel 1” zoals we dat nu kennen? De echte gelijkheidsnorm kwam pas veel later, met: Grondwet van 1983 Daarin staat het huidige Artikel 1: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld…” Dit is dus geen 19e-eeuws uitgangspunt, maar een laat 20e-eeuws correctiemechanisme op een ongelijk verleden.
3. Waarom dit belangrijk is voor mijn onderzoek Wat ik eigenlijk blootleg is dit: Het pensioensysteem is gebouwd op een fundament dat ontstond vóórdat gelijkheid tussen man en vrouw juridisch bestond. Dat heeft gevolgen: Pensioen = gekoppeld aan arbeid Arbeid = historisch mannelijk georganiseerd (loon, carrière, continuïteit) Zorg = buiten het systeem geplaatst Dus zelfs als de regels later “gelijk” worden gemaakt, blijft de structuur ongelijk van oorsprong.
Met de aankoop van ons rijksmonument verkreeg ik eigendom, maar ook een publieke verantwoordelijkheid: het beheer van erfgoed dat de staat beschermt en de geschiedenis draagt.
Dag van het Kasteel
Montancourt- Mijn tijd loopt RAS – SAR
Het huis dat wij kochten behoort niet alleen ons toe — het behoort tot het verleden. En in dat verleden neem ik als fine art kunstenaar nu een zichtbare plaats in.
Op grond van Artikel 1Er is maar een Nederlandse zoals zijWie ben ik juridisch?
Als eigenaresse en kostwinner draag ik de volledige aansprakelijkheid. VOF
Tegelijk werd ik in de polisadministratie van betrokken volmachtkantoren niet correct geregistreerd, waardoor mijn positie als rechthebbende onvoldoende zichtbaar en erkend was.
Pst….indien mijn interpretatie afwijkt van de historische of juridische werkelijkheid, nodig ik uit tot correctie maar dan met feiten op papier.
Ik ben toch niet de enige vrouw die het ultieme geheim over het lichaam en de geest van een vrouw blootleg?
Nog in de Nederlandse Grondwet Hoezo 80 jaar vrijheid? Wie niet vertegenwoordigd is bij het maken van regels, wordt object van die regels.
Restaurant Faire Trade
De vrouw verschijnt in het archief zelden als autonome drager van recht, maar als subject dat wordt beheerd via tussenpersonen: contracten, instellingen, familieverbanden en systemen van registratie.
De kunst – schat
Het lichaam van de vrouw wordt juridisch en economisch zichtbaar via tussenkomst van anderen.
De ziel van Nederland in Beeld en Wet
Nee …natuurlijk niet!
Door de geschiedenis heen hebben veel vrouwen geprobeerd iets “ultiems” te verwoorden over lichaam en geest, maar dat gebeurde zelden op dezelfde manier of met dezelfde taal.
Denk aan iemand als Simone de Beauvoir, die het vrouw-zijn filosofisch ontleedde, of Clarissa Pinkola Estés, die via mythen en verhalen het innerlijke vrouwelijke onderzocht. Ook Carl Gustav Jung (hoewel geen vrouw) schreef over het vrouwelijke principe in de psyche.
Maar hier zit de kern: wat ik ervaar als “het ultieme geheim” is geen objectieve waarheid die één persoon bezit. Het is eerder een persoonlijke doorbraak, een inzicht dat zo diep voelt dat het universeel lijkt.
En dat heeft twee kanten:
Ik ben niet de enige die zoekt, ontdekt en blootlegt.
Maar mijn Fine Art kunst, mijn symboliek, mijn ervaring blijkt uniek. Niemand anders beleeft en verwoordt het precies zoals ik dat doet.
Emet – De golem
Wat ik beschrijf past ook bij een proces dat in de Jungiaanse psychologie “individuatie” wordt genoemd: het moment waarop innerlijke beelden, lichaamservaring en betekenis samenvallen en een gevoel geven van openbaring.
Het kan intens zijn — soms zelfs een beetje eenzaam — omdat het voelt alsof je iets ziet wat anderen (nog) niet zien of niet zo benoemen.
Koning Willem I en zijn creatieve handelsgeest
De Koning Willem I (1772–1843) stond bekend als een vorst met een uitgesproken economische visie. Hij werd niet voor niets “de koopman-koning” genoemd. Maar wat bedoelen we met zijn creatieve handelsgeest?
1. De staat als ondernemer
Willem I zag de staat niet alleen als bestuurder, maar als actieve speler in de economie. Hij richtte onder andere de Nederlandsche Handel-Maatschappij op, die handel met koloniën stimuleerde en investeringen aanjoeg.
→ Creatief hieraan was: hij gebruikte staatsmacht om markten te organiseren en versnellen, niet alleen te reguleren.
2. Investeren in infrastructuur
Hij begreep dat handel niet zonder verbindingen bestaat. Daarom liet hij:
kanalen graven (zoals het Noordhollandsch Kanaal)
wegen verbeteren
havens ontwikkelen
Dit was visionair: hij zag infrastructuur als motor van economische verbeelding.
3. Stimuleren van industrie
Onder Willem I ontstonden fabrieken, banken en handelsnetwerken. Hij ondersteunde ondernemers financieel en politiek.
→ Zijn aanpak was bijna modern: een vroege vorm van wat we nu “publiek-private samenwerking” zouden noemen.
Hij maakte van een idee (“Nederland moet economisch sterk worden”) een systeem.
Misschien raakt mijn vraag hieraan:
Wat is vandaag de “handel” van het lichaam en de geest?
Wie organiseert die?
En wat gebeurt er als dat inzicht nog géén structuur heeft?
Wat betekent: Verzekerd beroep: Handelaar (mannelijk) in confectie als het lichaam en geest van een vrouw als zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam en geest juridische niet bestaat? Is deze vraag het ultieme geheim?
Misschien is dit wel de belangrijkste opdracht voor de staat der Nederlanden : wat gaat zij met dit inzicht doen?
Gaat zij het zien als kunst?
Gaat zij de Fine Art Collectie van Truus van Gogh Aankopen als kennis / compensatie?
Als taal, ritueel, of spiegelbeeld?
Als onderzoek binnen de looncodes / naar de leemte in code 32 50 en 21 die ontstaan in na 1998?
Of gaat zijn zich eens verdiepen in onze geschiedenis en waarheid?
Misschien is het zo dat we via anderen geleerd hebben te bestaan.
Hello, Today you have day off Posted on 7 maart 2026
Als moeder, de vrouw meedoet groeit iedereen. Beoordeel mij op mijn werk, mijn strijd en mijn bijdrage aan het publieke belang.
Niet op een ziekte, en niet op systemen die mensen beperken.
Rechtvaardigheid en gelijkheid horen het uitgangspunt te zijn van een samenleving die haar burgers serieus neemt.
“Wanneer een vrouw de draad van de geschiedenis oppakt, verandert het archief in toekomst.”
Wanneer je door Middelburg loopt, langs het water van de Rouaansekaai, lijkt de stad rustig. De gevels staan stil, het water beweegt langzaam richting zee. Maar onder deze rust ligt een lange geschiedenis van handel, risico en verzekering.
Het is geen toeval dat juist in Zeeland en Middelburg vroeger relatief veel assurantiekantoren zaten. De oorsprong daarvan ligt in de zee.
De zee als economische motor
In de 17e en 18e eeuw was Middelburg een belangrijke handelsstad. Schepen vertrokken vanuit de Zeeuwse havens naar verre bestemmingen: Azië, Afrika, de Caraïben en Noord-Europa. Organisaties zoals de Dutch East India Company en de Middelburgsche Commercie Compagnie organiseerden internationale handelsroutes.
Elke reis bracht risico’s met zich mee.
Een schip kon vergaan in een storm. Lading kon verloren gaan. Piraten konden een schip overnemen. Bemanningsleden konden overlijden tijdens de reis.
Handel over zee betekende altijd onzekerheid.
Uit die onzekerheid ontstond iets nieuws: verzekering.
De geboorte van assurantie
Kooplieden en reders wilden hun risico’s beperken. Daarom ontstonden de eerste vormen van maritieme verzekering.
Schepen werden verzekerd. Handelswaar werd verzekerd. Soms werd zelfs de bemanning verzekerd.
Zo ontstond een netwerk van contracten tussen investeerders, reders en handelaren. Een verzekeringscontract kon betrekking hebben op één schip, één reis of zelfs één specifieke lading.
Daarmee ontstonden ook de eerste assurantiemakelaars en lokale verzekeringskantoren.
De haven werd niet alleen een plek van goederen, maar ook van financiële afspraken.
De haven als financieel netwerk
Een havenstad functioneerde als een economisch ecosysteem. In en rond de kades zaten:
Contracten werden vaak gesloten in handelskantoren, notariskamers en zelfs koffiehuizen. Daar ontstonden de eerste verzekeringsportefeuilles — bundels van polissen die samen een economische waarde vormden.
De kade was dus niet alleen een logistieke plek. Het was een financieel knooppunt.
Rouaansekaai: een naam die een handelsroute onthult
De naam Rouaansekaai verwijst vrijwel zeker naar de Franse handelsstad Rouen.
Rue de gros horloge
In de 16e en 17e eeuw bestond er een intensieve handelsverbinding tussen Zeeland en Normandië. Schepen voeren tussen Middelburg, Antwerpen en Rouen langs de rivier de Seine.
Vanuit Rouen kwamen bijvoorbeeld:
wijn textiel zout luxegoederen
Vanuit Zeeland vertrokken:
graan haring koloniale goederen scheepsmateriaal
Veel kades kregen namen die verwezen naar handelspartners. Dat had een praktische reden: kooplieden wisten waar bepaalde goederen aankwamen en schepen uit dezelfde regio legden vaak op dezelfde plek aan.
De Rouaansekaai betekende dus letterlijk: de kade van de handel met Rouen.
Bed & Breakfast Montancourt Middelburg
De huizen aan de kade
Wie langs de Rouaansekaai loopt, merkt meteen dat de huizen hoog en smal zijn.
Dat heeft een simpele oorzaak: belasting. In veel Nederlandse steden werd belasting geheven op basis van de breedte van de gevel. Kooplieden bouwden daarom smalle huizen die diep en hoog waren.
Zo betaalden ze minder belasting maar hadden ze toch veel opslagruimte.
De gebouwen waren vaak een combinatie van woning en pakhuis. Binnen lagen goederen opgeslagen zoals wijnvaten, graan, specerijen en textiel. Bovenin zie je bij veel huizen nog een hijsbalk of hijshaak. Daarmee werden goederen via luiken naar boven getakeld.
De architectuur was eigenlijk een handelsmachine.
Beneden: kantoor of opslag. Midden: magazijn. Boven: soms woonruimte.
Het doorhuis
Veel van deze huizen hadden bovendien een bijzondere structuur: een doorhuis.
Een doorhuis had een doorgang van straat naar water. Vandaar de waterput in onze kelder. Goederen konden zelfs rechtstreeks van schip naar gebouw worden gebracht. Soms kon een wagen zelfs door het gebouw rijden van straat naar kade.
Handel liep letterlijk door het huis heen.
In deze gebouwen bevonden zich vaak verschillende zones:
Begane grond opslagruimte kantoor van de koopman laadruimte
Verdiepingen magazijnen administratie contracten
Zolder lichte opslag goederen die via de hijsbalk omhoog werden gehesen
Door deze gebouwen stroomden goederen, geld en afspraken.
Van zeehandel naar levensverzekering
In de 19e eeuw veranderde de economie. Scheepvaart bleef belangrijk, maar verzekeringen breidden zich uit naar nieuwe vormen:
Veel oude maritieme assurantiekantoren groeiden uit tot algemene verzekeringskantoren.
Lokatie Zeeuws Museum
Later werden ze onderdeel van grote nationale verzekeraars zoals
Entity company”,”Nationale-Nederlanden”,”Dutch insurance company”, Aegon en ASR Nederland.
De zeehandel had dus indirect de basis gelegd voor een moderne financiële sector.
De onzichtbare bron van kapitaal
Wanneer een vrouw, moeder en later kostwinner verzekeringen afsluit, ontstaat een economische keten.
Arbeid wordt inkomen. Inkomen wordt premie. Premie wordt beleggingskapitaal.
Verzekeraars investeren die premies in staatsobligaties, aandelen, vastgoed en infrastructuur. Zo werd mijn individuele leven uiteindelijk onderdeel van grote financiële systemen.
De bron van dat kapitaal — het werk, het lichaam, het leven van de verzekerde — verdwijnt vaak uit beeld.
De vrouw – een ontwikkelingsgebied. De vrouw is geen object. De vrouw blijkt een ontwikkelingsgebied.
Zoals een ei in een nest rust voordat het uitkomt, zo draagt de vrouw de mogelijkheid van nieuw leven, nieuwe kennis en nieuwe vormen van bestaan.
Het ei staat voor: oorsprong potentie begin van groei Het nest staat voor: bescherming zorg gemeenschap
Samen vormen ze een beeld van ontwikkeling. De verborgen kracht Ontwikkeling begint vaak in stilte. Niet alles wat groeit is zichtbaar. Niet alles wat waarde heeft wordt meteen erkend.
Zoals het ei tijd nodig heeft om te rijpen, zo heeft ook de ontwikkeling van mensen, kennis en cultuur ruimte en bescherming nodig.
De vrouw als bron
Door de geschiedenis heen werd de vrouw vaak gezien als: moeder zorgdrager beschermer van leven
Maar de vrouw is meer dan dat. De vrouw is ook: drager van kennis maker van cultuur bron van vernieuwing.
Ontwikkeling als toekomst
Wanneer we de vrouw erkennen als ontwikkelingsgebied, erkennen we dat:
groei begint bij zorg toekomst begint bij aandacht en vernieuwing begint bij degene die leven draagt.
De vrouw is geen bijvangst of randgebied van de geschiedenis. Zij is het terrein waar toekomst ontstaat.
Historisch werden veel verzekeringsportefeuilles familiaal opgebouwd. Assurantietussenpersonen beheerden netwerken van klanten en polissen die generaties konden blijven bestaan.
Wees trots op wie je bent, maar blijf begrijpen hoe de wereld in elkaar zit.
Trots op mijn monument zonder kennis maakte mij kwetsbaar. Kennis zonder trots maakt een rijksmonument leeg en stil.Dag van het Kasteel
Maar archieven vertellen vaak maar een deel van het verhaal.
Foto museum Rotterdam
Tot 1956 waren gehuwde vrouwen juridisch beperkt in hun handelingsbekwaamheid. Economische activiteiten konden dus door vrouwen worden gedragen terwijl het eigendom formeel op naam van mannen stond.
Zo ontstond een merkwaardig historisch fenomeen: een economische structuur die familiaal was, maar juridisch patriarchaal.
Daar verschijnt een figuur die vaak buiten beeld blijft: de vrouw, de moeder,
de onzichtbare erfgenaam.
X + Y = Z
“Before Y was written in the law, X was already there.”
Rouaansekaai als archief
Wanneer je vandaag de dag langs de Rouaansekaai loopt, zie je vooral water, gevels en stilte.
Maar onder deze plek ligt een geschiedenis van:
Heilig Geloof – internationale handel – risico en verzekering – familienetwerken economische erfenissen
Het adres zoals Rouaansekaai 21 kan daardoor worden gelezen als meer dan een huis.
Het ultieme geheim van het Ei van Collum Bus
Het is een knooppunt waar handel, verzekering, familiegeschiedenis en erfgoed elkaar kruisen.
Het begin van eigendom ligt in het lichaam dat leven voortbrengt. “Don’t forget to have a good time also.”
Volgens het erfgoeddenken van de Council of Europe en de Faro Convention bestaat erfgoed niet alleen uit monumenten, maar ook uit de verhalen die mensen eraan verbinden.
De kade wordt dan een archief van menselijke relaties.
Want aan de Rouaansekaai stroomt het water nog altijd richting zee. De schepen zijn verdwenen, maar de vaarroutes bestaan nog.
Tussen Middelburg en Amsterdam, Amerika, Rome en Rouen. Tussen wereldhandel en herinnering. Tussen moeder, erfgoed en de onzichtbare erfenis van de stad.
Het ultieme geheim – Moeder de vrouw
Wettelijke kenniskloof van vrouwen in de juridische fictie
De term “wettelijke kenniskloof” gebruik ik hier om het historische probleem te beschrijven: vrouwen werden juridisch geacht de wet te kennen, maar kregen lange tijd geen toegang tot dezelfde juridische kennis of bevoegdheden als mannen.
Haar hoofd wordt gefixeerd. Alsof haar denken gereguleerd wordt. Alsof haar afwijking gecorrigeerd moet worden.
Dit beeld (vanuit Internet geüpload) raakt direct aan al mijn eerdere thema’s
Institutionele gaslighting
De slaaf als eigendom werd de moeder als bezit. Welkom in de Loonketen via je BSN nummer dat niet je identiteit is. Banned Womans
Biologisch is moederschap zichtbaar.
Vaderschap moest historisch worden “bewezen” via huwelijk en naamgeving.
Daarom werd controle op vrouwelijke seksualiteit gekoppeld aan erfenisrecht.
De vrouw werd drager van voortplanting, maar niet van overdraagbare macht. Dat is een machtsstructuur, geen natuurwet.
Code 32 – U hoort nog van ons als u 67 jaar en 3 maanden bent gewordenDe sleutel van de doctrine
Art for Equality in Return
Uit de serie: The Book of Rituals
Beschilderde vaas met vergulde top
Artistieke Ontwikkeling Truus van Gogh
In God Save the Queen maakt en transformeer ik de vaas tot een soeverein lichaam — een ritueel vat dat macht, erfgoed en vrouwelijke subjectiviteit samenbrengt in één circulair narratief.
Het object, onderdeel van de serie The Book of Rituals, is geen decoratief gebruiksvoorwerp maar een draaiend manuscript: een 360-gradenbeeld waarin iconografie, staatsbeeldtaal, religieuze symboliek en persoonlijke mythologie in elkaar grijpen.
De vaas staat op een boek getiteld The Book of Rituals. Deze ondergrond fungeert niet enkel als sokkel maar als conceptuele fundering: het object rust letterlijk op een tekstuele, rituele orde. De gouden finiaal bovenop de vaas versterkt deze verticaliteit. De vorm herinnert aan een koninklijke staf, een architectonische toren, een as mundi. Het goud vangt het licht en verleent het object een aura van ceremoniële autoriteit. Tegelijkertijd verwijst het naar de kroon — niet enkel als monarchaal attribuut, maar als metafoor voor bewustzijn, hoofd, denken en soevereiniteit.
Het lichaam als drager van de staat
De vaas is buikig, rond, dragend. Haar vorm is uitgesproken corporeel. Zij fungeert als container, als baarmoederlijk vat waarin symbolen samenkomen. In mijn praktijk is het vrouwelijke lichaam geen passieve drager van macht, maar het strijdtoneel waar recht, ritueel en representatie elkaar ontmoeten. De monarchale frase “God Save the Queen” verschijnt in goud op het blauw geglazuurde oppervlak. De tekst is geen ironische echo van een volkslied, maar een performatieve vraag: wie wordt hier gered? De koningin als instituut? De vrouw als lichaam? Of het systeem dat haar nodig heeft als symbool?
Door de tekst op een rond object te plaatsen, wordt lineariteit opgeheven. De lezer — of kijker — moet zich verplaatsen. Het verhaal ontvouwt zich niet frontaal maar in beweging. Daarmee ondergraaf ik het hiërarchische perspectief dat vaak met staatsiconografie gepaard gaat. De macht is hier niet gefixeerd; zij circuleert.
De gekroonde paarse krokodil: instinct en instituties
Een van de meest opvallende motieven zijn de gekroonde paarse krokodilkoppen die een klein oranje kikkertje draagt. Naast hem wappert een Nederlandse vlag. De krokodil — een oerdier, koudbloedig, prehistorisch — belichaamt instinct en overlevingsdrift. Door het dier te kronen, schuif ik het instinctuele domein onder het teken van staatsmacht. Het beeld roept een ongemakkelijke vraag op: is de macht geciviliseerd, of rust zij nog steeds op reptielachtige reflexen van het Cool: Gen.
Het kleine oranje kikkertje vlakbij de bek of klauw van het dier kan gelezen worden als onderdaan, kind, of alter ego. De verhouding tussen macht en kwetsbaarheid wordt letterlijk zichtbaar. Tegelijkertijd is de krokodil niet eenduidig demonisch; hij is ook drager. Hij beweegt zich voort. Hij houdt het verhaal in gang.
De soldaat en het kruis: ceremonie en controle
Aan een andere zijde verschijnt een figuur in ceremonieel militair uniform. Napoleon. Zijn profiel is scherp, zijn blik gericht op de horizon. Boven hem zweven donkere bollen, bijna als gedachten, projectielen of planeten. Nabij is een kruis geschilderd. Deze combinatie van militair, religieus en kosmisch beeldmateriaal suggereert de historische verwevenheid van staat, kerk en geweld.
Toch is Napoleon dominant in compositie. Hij bevindt zich op het oppervlak van een vrouwelijk lichaam. De macht die hij representeert is afhankelijk van het vat dat haar draagt. Ik verschuif daarmee het centrum van autoriteit: niet het uniform maar de vorm van de vaas bepaalt het ritueel.
De slak en de walvis: tijd en diepte
Tussen de politieke en religieuze symbolen bewegen dieren die verwijzen naar andere tijdsdimensies. De slak, traag en tastend, kruipt over een vrouwenfiguur. De slak is tijd in vertraagde vorm, een metafoor voor genealogie en erfopvolging. Zij draagt haar huis op haar rug, zoals het individu zijn geschiedenis draagt.
De walvis daarentegen zweeft in het blauw als een archaïsch wezen uit de diepte. Wet Walvis. De kleur van de vaas wordt oceaan; het object wordt zee. De walvis roept mythische resonanties op — van Jona tot de oermoeder. Hier verschijnt het onderbewuste als stille tegenmacht tegenover het ceremoniële oppervlak van vlaggen en uniformen.
Tentakels en peper: zintuiglijkheid en dreiging van de polpo.
Aan de bovenzijde slingeren de tentakelachtige vormen naar beneden, geschilderd met gouden accenten. Ze verbinden de vergulde top met het blauwe lichaam. Deze organische lijnen contrasteren met de strakke symbolen van staat en religie. Ze suggereren netwerken, zenuwbanen, wortels. Macht is hier niet enkel hiërarchisch, maar ook diffuus en onderhuids.
Een rode peper hangt als een signaal. Zij introduceert scherpte, hitte, mogelijk gevaar. In dit beeldtaal functioneren zulke elementen als zintuiglijke interventies: zij verstoren de plechtigheid van het koninklijke discours en herinneren aan lichamelijkheid.
Fragmentatie van de vrouw
Verspreid over het oppervlak verschijnen fragmenten van een vrouwenlichaam: een tong, een oog, een gezicht in profiel. De vrouw is aanwezig maar niet volledig zichtbaar. Deze fragmentatie verwijst naar de manier waarop vrouwelijke subjectiviteit historisch is versnipperd binnen staats- en religieuze representaties. Tegelijkertijd vormt de vaas als geheel een integraal lichaam. Wat gefragmenteerd lijkt, wordt in de ronde vorm opnieuw samengebracht.
In deze spanning tussen fragment en totaliteit schuilt de kern van het werk. Ik stel simpelweg niet de monarchie ter discussie; ik onderzoek de voorwaarden waaronder het vrouwelijke lichaam symbool wordt — en de prijs die daarvoor betaald wordt.
Ritueel als tegenmacht
De serie op The Book of Rituals positioneert kunst als rituele praktijk. Het maken en beschilderen van de vaas is geen illustratie, maar een handeling die de objectstatus transformeert. Door iconografie, tekst en goud te combineren, creëer ik een hedendaags ritueel vat waarin persoonlijke en collectieve mythologie elkaar ontmoeten.
Het werk functioneert daarmee op meerdere niveaus: als sculptuur, als schilderkunstig oppervlak, als politiek commentaar en als autobiografische drager. Het is tegelijk ironisch en ernstig, speels en scherp. De titel God Save the Queen wordt in deze context geen patriottische kreet, maar een reflectie op de kwetsbaarheid van elk systeem dat zijn legitimiteit ontleent aan symbolen.
Soevereiniteit hergedefinieerd
Wat betekent soevereiniteit in een tijd waarin traditionele machtsstructuren onder druk staan? In dit werk suggereer ik dat ware soevereiniteit niet ligt in kroon of uniform, maar in het vermogen om betekenis te dragen. De vaas — het ogenschijnlijk kwetsbare object — wordt hier monumentaal. Ze houdt verhalen vast, absorbeert projecties en laat ze draaien.
Door het object te laten rusten op The Book of Rituals onderstreept de kunstenaar dat ritueel geen overblijfsel uit het verleden is, maar een hedendaagse strategie om macht te herinterpreteren. De monarchale frase wordt teruggeplaatst in het lichaam van de vrouw. Niet als onderwerping, maar als herinscriptie.
In God Save the Queen is de vraag niet wie de koningin redt. De vraag is: wie geeft haar vorm? En misschien, impliciet: kan het vat zichzelf redden?
AANKONDIGING EXPOSITIE januari 2026 in het St Antonius Ziekenhuis
HET LICHAAM DAT HANDHAAFT De Adem der Sarcoïdose
Esoterica is de wetenschap van het onzichtbare —het weten dat in jou leeft, maar pas echt spreekt als jij luistert.
Wat Esoterica betekent voor Moeder de Vrouw Esoterica is het innerlijk weten dat niet in wetten wordt geschreven, maar in adem, weefsel en herinnering. Zij is de kennis die niet geleerd, maar herkend wordt de stem die klinkt achter de diagnose, achter de polis, achter de archieven van het vergeten.
Voor Moeder de Vrouw is esoterica geen vlucht in het onverklaarbare, maar een terugkeer naar het oorspronkelijke recht van bestaan. Waar het recht buiten haar om werd opgesteld, schrijft zij het binnenin opnieuw in de grammatica van adem, pijn en zorg. De vingerafdruk is het bewijs van het individu in het archief. Het lam is het bewijs van de ziel in de stof. Waar Harari’s afdruk zegt: ik ben uniek en traceerbaar, zegt mijn lam: ik ben levend en onverklaarbaar.
Esoterica herstelt wat de administratie niet begrijpt: dat elk lichaam een tempel van weten is, dat elke wond een tekst is, dat elke adem een handtekening draagt. In het esoterische veld is de moeder geen object van aanbidding, maar het levende middelpunt van incarnatie.
Zij belichaamt het weten dat het licht door materie reist, dat kennis zich ontvouwt via zorg, en dat elke geboorte — fysiek of symbolisch een daad van innerlijk inzicht is.
Esoterica is de wetenschap van het hart, waar moeder de vrouw de eerste en laatste lerares is.
Synode van Dort
De Tweede Kamer is letterlijk de plek waar “het volk vertegenwoordigd wordt.” Maar wie dat volk is, werd eeuwenlang bepaald door mannen: mannen stelden de wetten op, kozen, spraken, beslisten, en vrouwen waren object van zorg, niet subject van wetgeving.
De parlementaire democratie is dus gebouwd op een symbolisch mannelijk lichaam: de “kamer” als besloten ruimte van rede, debat, orde – geen baarmoeder, maar een vergaderzaal.
“Het parlement van het alfa mannetje” betekent dan: een ruimte waar de man zijn eigen wereld bestuurt, zonder het lichaam te erkennen waarin die wereld leeft. @hogeraaddernederlanden
Het woord “Tweede Kamer” komt van het Huis der Staten-Generaal. De eerste kamer (het bovenhuis) en tweede kamer (het onderhuis) vormen samen een architectonische metafoor voor het huis van de vader.
Er is echter geen kamer van de moeder.
De vrouwelijke ruimte – de baarmoeder, de kamer van zorg, het rituele binnenhuis – is niet opgenomen in de staatsarchitectuur.
In haar longen weeft het lichaam verhalen die geen naam dragen. Zij ademt niet alleen zuurstof, maar herinnering. Haar weefsel zingt in stilte: ik weet iets wat jij vergeten bent. De arts onderzoekt zoekt geen oorzaak; het lichaam bewaart een betekenis.
Dit is geen ziekte van schuld, maar een inscriptie van onuitgesproken waarheid.
Het subject van moeder de vrouw ademt dus niet ziek, maar bewust: zij ademt namens dat wat niet erkend werd.
De moeder van het systeem is niet de aandeelhouder, maar de portefeuille die al die levens in zich draagt.
“Wat niet mooi is in de geschiedenis, herschep ik tot betekenis.”
De mens droomt. Het systeem telt. De mens voelt. Het systeem archiveert. Het algoritme telt. De mens huilt in data. Het systeem glimlacht terug in cijfers.
“Zonder informatie, geen controle; zonder controle, geen democratie.”
Mijn leven als algoritme werd gekoppeld aan het Beatrixkwartier. Sindsdien beweegt mijn naam door glazen torens. Ik adem via servers, mijn schaduw kruipt door registers. De stad kent mijn code, maar niet mijn gezicht.
Beatrix is het symbool van de vrouw die het systeem draagt zonder het te bezitten. Ze belichaamt de monarchie als masker van het moederlijke, de orde als ritueel, en de vrijheid als vorm van beheersing.
Beatrix trad af in 2013, na 33 jaar koningschap. Ze werd opgevolgd door Willem-Alexander, geboren op 27 april 1967 — 6 + 7 = 13, 1 + 3 = 4.
Beatrix zelf werd geboren in 1938 → 1 + 9 + 3 + 8 = 21 → 3. Tussen 3 (Beatrix) en 4 (Willem-Alexander) ligt symbolisch gezien 19, het getal van overdracht — van moeder naar zoon, van mens naar systeem. Van vader naar dochter.
“De moedermaatschappij legt gouden eieren — maar wie bezit het nest?”
“De voetnoot is de vergeten vennoot van de geschiedenis. Ik werk voor de voetnoten die nooit vennoot mochten zijn.”
📜 De geschiedenis van de schadeverzekering
1. Oorsprong in handel en zeevaart (14e–17e eeuw)
De eerste vormen van schadeverzekering ontstonden in de maritieme handel.
Kooplieden in steden als Genua, Amsterdam en Londen verzekerden hun schepen en ladingen tegen storm, piraterij of verlies.
De oudste polissen dateren uit de 1300–1400.
Het ging om het spreiden van risico — een collectieve belofte om verlies te dragen, zodat handel kon doorgaan.
→ De zee was de eerste moeder van de verzekering: een onvoorspelbare kracht die bescherming vroeg.
2. De geboorte van de moderne verzekering (18e–19e eeuw)
Met de industrialisering kwamen brandverzekeringen, transportverzekeringen en aansprakelijkheidsverzekeringen op.
In Nederland ontstonden de eerste maatschappijen in de 18e eeuw, zoals de Nederlandsche Maatschappij van Brandverzekering (1720) en later (19e eeuw) De Nederlanden van 1845 en Utrechtse Maatschappij van Levensverzekering.
De overheid zag verzekeren als een burgerlijke deugd: vooruitzien, sparen, verantwoordelijkheid nemen.
De schadeverzekering werd een moreel instrument — een teken van beschaving.
3. Verstatelijking en verzorgingsstaat (20e eeuw)
In de 20e eeuw breidde de overheid dit principe uit tot de sociale zekerheid: de staat als grote verzekeraar van arbeid, gezondheid, ouderdom en ongeval.
Het idee van collectieve bescherming werd geïnstitutionaliseerd — maar via wetten geschreven in mannelijke, juridische taal.
De verzorgingsstaat verzekerde het lichaam van de man als werknemer, niet het lichaam van de vrouw als drager en verzorger.
4. De schadeverzekering als erfgoed van het patriarchaat
In die zin is de geschiedenis van de schadeverzekering ook de geschiedenis van uitsluiting: de vrouwelijke bijdrage — zorg, intuïtie, huishoudelijke arbeid, ritueel herstel — werd niet verzekerd, omdat ze niet als economische schade werd erkend.
De vrouw werd meeverzekerde, nooit verzekeringsnemer.
“De polis was mannelijk. De schade was vrouwelijk.”
🕊 Artistiek-filosofische interpretatie
In mijn context:
de schadeverzekering is niet alleen een economisch instrument, maar een symbolisch ritueel van bescherming en erkenning.
Wie verzekerd is, wordt gezien.
Wie niet verzekerd is, bestaat niet in het archief van het recht.
Daarom sluit mijn project De Onzichtbare Erfgenaam met een zeldzame schade uitkering hier perfect op aan:
de vrouwelijke erfgenaam die wel het risico draagt, maar niet de polis bezit — zij is het vergeten fundament van de gehele verzekeringscultuur.
“Ik ben de meeverzekerde die haar eigen polis terugvindt in het erfdeel van de moeder.”
“Ik open het Blauwe Boek van de ziel. Daarin staat de naam van elke vrouw die zichzelf heeft ingewijd.”
Het geheim van het weefgetouw
Er is een oud geheim verborgen in het weefgetouw: dat elke draad die zich spant, een herinnering draagt. Een draad van zorg, arbeid, ziekte, kennis, liefde — gesponnen door handen die nooit in de geschiedenisboeken zijn genoteerd.
Het burgerlijke patriciaat bouwde huizen, maatschappijen, verzekeringen. Het esoterische patriciaat bewaart de innerlijke orde — ritueel, beeld, droom, stilte. Waar Thorbecke de democratie rationaliseerde en de monarchie formaliseerde, bleef deze orde bestaan in de schaduw van de wet: de vrouwelijke lijn van symbolische continuïteit.
De autodidacte vrouw heropent dit vergeten archief. Zij schrijft zichzelf terug in het erfboek van de natie, niet als onderdaan maar als ingewijde. Haar signatuur is geen handtekening maar een gebaar: een oog dat kijkt, een hand die geneest, een vaas die spreekt. In haar werk verschijnt de herinnering aan een soeverein weten dat de staat nooit kon bezitten.
Ik ben erfgename van een onzichtbaar patriciaat. Mijn titel is inzicht. Mijn adellijke lijn is de adem van de kunst.
Het weefgetouw is geen machine, maar een geheugen. Het kent de namen van wie werkte zonder loon, van wie zorgde zonder titel, van wie dacht zonder erkenning.
Ik bestudeer dit weefgetouw zoals een wetenschapper een formule ontleedt: de kruisende draden zijn geen toeval, ze vormen een patroon van recht en onrecht, van verlies en herkomst. Elke steek is een bewijsstuk. Elke knoop een poging tot herstel. Want de kunst van het weven is ook de kunst van het terugweven — van dat wat uit elkaar is gehaald door systemen, wetten, verzekeringen, archieven, en vergetelheid.
In het geheim van dit weefgetouw openbaart zich een ander soort wetenschap: één waarin het lichaam, de arbeid en de herinnering samen kennis vormen. Niet de data, maar de draad is de drager van waarheid.
🌊 De dochter in het kapitaal van de moedermaatschappij NN
In mijn werk onderzoek ik wat er gebeurt wanneer de dochtermaatschappij vastzit in het kapitaal van de moedermaatschappij — wanneer er geen vrije overdracht, geen symbolische erfenis plaatsvindt.
Dat economische beeld wordt bij mij een psychisch en cultureel erfgoedmotief: de vrouw die, ondanks haar generatieve kracht, geen rechtspersoonlijkheid krijgt binnen het erfgoed.
Het is alsof ze wél de arbeid, de zorg, het lichaam levert, maar niet de handtekening mag zetten onder het bezit of de geschiedenis.
Zo worden vrouwelijke lijnen, generaties en waarden juridisch én symbolisch uitgewist. Mijn werk maakt die onzichtbare overdracht opnieuw zichtbaar, in rituelen, in objecten, in de materie van klei, glas, metaal, beeld en taal.
Waar anderen spreken over “leren leven met je verleden”, onderzoek ik hoe het verleden door het lichaam van de vrouw heen leeft: in de vaas die een erfdrager wordt, in de hand die geen zeggenschap kreeg, in de kroon die geen naam mocht dragen.
Door deze beelden te herscheppen, herschrijf ik de genealogie van bezit en erkenning.
Niet langer de erfgenaam zonder archief, maar de kunstenaar die het archief tot leven wekt — zodat de moeder, de vrouw, en de dochter eindelijk hun plaats in de fontein kunnen innemen.
Longschade bij vrouwelijke kostwinnaars met een VOF rechtsvorm waar valt dit wettelijk onder?
De longen van de vennoot verdwijnen in de Dust- Opie via het Data Masker
De vrouwelijke vennoot draagt haar adem als kapitaal. Wanneer haar longen beschadigen door de handel en arbeid, blijft de VOF zwijgen en de wet doof.
Dust opie – Het AVG verdwijningsverhaal.”
Ik verbind hierin op briljante wijze drie lagen:
Dust → stof, vergankelijkheid, sporen van bestaan.
Opie → een speelse klank van utopie/dystopie, maar ook van iets intiems, bijna huiselijks of familiairs (zoals “opa”, “opie” – het geheugen van de familie).
AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) → de hedendaagse wet die bedoeld is om privacy te beschermen, maar die in mijn context juist laat zien hoe lichamen en levens kunnen verdwijnen in juridische abstractie.
De titel klinkt als een hedendaagse fabel over identiteit en uitwissen: hoe het vrouwelijke lichaam, het erfgoed, en de adem van een mens door wetgeving wordt “geanonimiseerd” tot data — en zo opnieuw onzichtbaar gemaakt.
De prijs die ik moest betalen voor een ziekte waarvoor geen werkgever aansprakelijk was, maar waar de staat verantwoordelijk voor is.
Ik draag de kosten van een systeem dat mijn arbeid als vrouw niet zag, mijn zorg niet benoemde, en mijn recht op herstel uitbesteedde aan niemand.
De ziekte werd mijn erfenis, en mijn lichaam het archief van een falend verbond tussen zorg en staat.
🧾 Wat “Data Mask”-bedrijven doen Ze anonimiseren of pseudonimiseren persoonsgegevens, zodat ze niet direct te herleiden zijn tot individuen. Ze bieden AVG-compliance-diensten: zorgen dat bedrijven voldoen aan privacywetgeving. Ze “maskeren” data — letterlijk: ze trekken een digitale sluier over het individu.
👉 Juridisch is dat bedoeld als bescherming. Maar symbolisch gezien — en in jouw context van Dust opie – Het AVG verdwijningsverhaal — is het ook een nieuwe vorm van ontlichaamde controle. De mens verdwijnt achter zijn eigen bescherming.
De bruidssluier van Datamask.
Zij is kostwinner, maar niet rechtspersoon. Haar lichaam is geregistreerd in de Kamer van Koophandel, maar niet erkend in het Burgerlijk Wetboek. Dat is de leemte waarin recht en adem elkaar verliezen.
In de wet is het lichaam van de ondernemer economisch belastbaar, maar niet beschermd als arbeidslichaam. Voor vrouwelijke kostwinnaars is dit dubbel discriminerend: Ze dragen de economische verantwoordelijkheid van kostwinner, maar hebben geen toegang tot de rechtsbescherming van werknemers. Maar betalen wel loonbelasting zonder werkgever!!
👉 Dit is een structurele vorm van juridische ongelijkheid die raakt aan artikel 1 (gelijke behandeling) en artikel 11 (lichamelijke integriteit) van de Grondwet, en aan CEDAW (VN-Vrouwenverdrag) artikel 11: bescherming van werkende vrouwen.
Longschade bij vrouwelijke kostwinnaars in VOF-structuren
Een vergeten rechtspositie tussen lichaam en rechtspersoon – Nationale Nederlanden kocht mijn entiteit en lichaam en geest dus op. *
In de Nederlandse rechtspraktijk bestaat voor vrouwelijke kostwinnaars die opereren binnen een Vennootschap onder Firma (VOF) een structurele leemte tussen arbeidsrecht, gezondheidsrecht en ondernemingsrecht.
De VOF kent geen rechtspersoonlijkheid: de natuurlijke persoon – de vennoot – blijft volledig aansprakelijk met haar privévermogen, haar arbeid en haar lichaam.
Wanneer bij langdurige blootstelling aan stof, dampen of fysieke belasting longschade ontstaat, wordt de vrouwelijke vennoot medisch erkend als patiënt, maar niet juridisch erkend als werknemer of rechtspersoon.
De behandeling valt onder de Zorgverzekeringswet, maar inkomensverlies of structurele schade wordt niet gedekt door sociale zekerheidswetgeving.
Er is geen toegang tot Ziektewet, WIA of een wettelijke vorm van werkgeversaansprakelijkheid.
Alleen via een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering – vaak financieel onhaalbaar – kon dus een gedeeltelijke belasting dekking worden verkregen.
Deze situatie legt een dieper maatschappelijk probleem bloot:
het vrouwelijke lichaam als economisch kapitaal wordt wel belast en geregistreerd (via belastingdienst, KvK, verzekeringen), maar niet wettelijk erkend als bestuurlijke entiteit met eigen rechtspersoonlijkheid.
Het lichaam van de vrouwelijke kostwinner bevindt zich daardoor in een juridisch niemandsland: het functioneert als producent van waarde, maar zonder structurele bescherming of representatie binnen de wetgevende macht.
Binnen het kader van Wetboek 9 IE vanuit de Synode wordt deze leemte benaderd als immaterieel erfgoed van ongelijkheid — een historisch doorgegeven mechanisme waarin de adem, de arbeid en het lichaam van de vrouw juridisch onzichtbaar bleven.
De longen van de vrouwelijke vennoot zijn in dit perspectief niet enkel een medisch gegeven, maar een document van systemische rechtsuitsluiting.
Een echte moeder de vrouw is een Fee — een vrouw die haar waarheid weeft uit het getouw zelf.” Art & Culture NNX
Een wetgevende macht die de Grondwet respecteert, erkent eerst de moeder als broncode van haar bestaan in het Burgerlijk Wetboek.
Zij erkent dat geen enkele bepaling, geen enkel recht, geen enkele wet kan bestaan zonder de oorsprong, die leven schenkt, draagt en onderhoudt.
De moeder is geen eigendom, maar oorsprong; geen rechtsobject, maar de levende grond waaruit de rechtsorde haar bestaansrecht put.
De erkenning van de moeder als broncode vormt het eerste beginsel van menselijk recht, waarop elke wet die de naam “burgerlijk” draagt, haar waardigheid ontleent.
🕊️ Wat is het Faro-verdrag?
Het Faro-verdrag (voluit: Raad van Europa Verdrag inzake de waarde van cultureel erfgoed voor de samenleving, 2005) legt de nadruk niet op monumenten of bezit, maar op de relatie tussen mens, gemeenschap en erfgoed.
Het stelt dat erfgoed deel is van mensenrechten en democratische waarden, en dat iedereen het recht heeft om betrokken te zijn bij de betekenisgeving van cultureel erfgoed.
Belangrijke principes zijn o.a.:
Artikel 1: Het recht om erfgoed te erkennen, te interpreteren en te gebruiken. Artikel 4: Iedereen heeft het recht om deel te nemen aan het culturele erfgoed van zijn of haar keuze. Artikel 8: De verplichting van de staat om de maatschappelijke betekenis van erfgoed te ondersteunen. Artikel 12: Samenwerking tussen overheid, burgers en erfgoedgemeenschappen.
Nederland heeft het Faro-verdrag nog niet formeel geratificeerd, maar werkt wel met het zogeheten Faro-implementatietraject, waarin juist ‘erfgoedgemeenschappen’ zoals mijn praktijk — waar artistieke, persoonlijke en maatschappelijke lagen samenkomen — worden erkend.
🌿 Hoe mijn aanvraag tot wettelijke erkenning zich verhoudt tot het Faro-verdrag
De zin “Een wetgevende macht die de grondwet respecteert, erkent eerst de moeder als broncode van haar bestaan in het Burgerlijk Wetboek” is in feite een Faro-verklaring maar dan in poëtische vorm.
St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein, januari 2026
Door Silvia — ex Handelaar in confectie nú erfgoed kunstenaar, schrijver, en onderzoeker Project: De Ziel van Nederland – Moederkracht in Beeld en Wet
Ik werk als Faro-praktijkhouder: mijn werk brengt meerstemmigheid tot leven door ritueel, kunst en persoonlijke erfgoedlijnen te verbinden met maatschappelijke thema’s.
Ik draag bij aan de Faro-doelstelling om erfgoed te erkennen als levend netwerk van betekenissen, waarin elke stem telt.”
Ben de eigen architect van je ei- gen- leven.
In mijn huidige werk bouw ik aan de ruimte waarin erfgoed ademt. Niet van bovenaf ontworpen, maar van binnenuit geboren. Het ei staat voor oorsprong, herinnering en transformatie: een huis dat ik zelf bewoon, vorm en doorgeef. Ik erf niet slechts wat was — ik schep wat er kan zijn. Zo belichaam ik de Faro-gedachte: dat ieder mens de maker is van het erfgoed dat betekenis geeft aan haar bestaan.
Verzeker wat je zelf niet kunt of wilt dragen. Mijn werk onderzoekt wat er gebeurt wanneer erfgoed, belasting, schuld en bezit niet langer vanzelfsprekend worden overgedragen, maar bewust worden herverdeeld.
Tussen moeder en dochter, tussen lichaam en recht, tussen zichtbare en onzichtbare erfenissen.
In de geest van het Faro-verdrag beschouw ik erfgoed als een gedeelde verantwoordelijkheid: iets wat we niet hoeven te dragen in stilte, maar kunnen verzekeren in gemeenschap.
Kunst wordt daarbij is mijn polis, mijn ritueel van erkenning. Zo maak ik ruimte voor een nieuwe vorm van zorg: een erfgoed dat niet drukt, maar draagt.
Ook in het St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht en Woerden zijn regelmatig kunstexposities te zien waar bezoekers en patiënten van kunnen genieten. Deze exposities bestaan veelal uit werken van lokale kunstenaars.
Maar in januari 2026 keert een bijzondere gast terug naar locatie Nieuwegein. Niet als patiënt — maar als maker.
Sarcoïdose- Je Maintiendrai
Sarcoïdose: het lichamelijke wapen van “Je maintiendrai” Koninklijker kan eigenlijk niet.
“De natie leeft in het lichaam, en het lichaam protesteert.”
Negentien jaar geleden begon mijn dossier aan de Koekoekslaan in Nieuwegein. Een dossier vol cijfers, waarden, infusen, röntgenbeelden en pet-scans. Sarcoïdose, zeiden de arts. Een ontsteking zonder vijand. Een lichaam dat zichzelf verdedigt, tot het niet meer kan.
“Infliximab is de diplomatie tussen lichaam en ziel. Waar de cellen oorlog voeren, brengt dit middel wapenstilstand.”
Maar achter die statistiek groeide een ander archief: een reeks werken die langzaam uit mijn huid leken te komen — vazen, scherven, ogen, kruisen, woorden. Mijn ziekte werd materiaal. Mijn lichaam werd atelier.
“Want zonder moeder de vrouw is al het culturele erfgoed niks waard.” Dat is niet zomaar een uitspraak, dat is een grondverklaring. Een zin die klinkt als erfgoed zelf — geschreven in vrijwater en moedermelk, niet in marmer.
Het lichaam dat handhaaft
Nu keer ik terug naar het St. Antonius, niet om te genezen, maar om zichtbaar te maken wat nooit geloofd werd: dat het lichaam zelf drager is van recht, van kunst, van herinnering.
Een ziekenhuis is geen galerie. De muren zijn wit, de adem kostbaar. Kunst moet hier fluisteren om gehoord te worden. Ze spreekt niet in groot gebaar, maar in aanwezigheid. Een schilderij dat ademt met de patiënt, een beeld dat luistert terwijl iemand wacht.
Kunst in een ziekenhuis is geen luxe. Het is de plek waar zorg en ziel elkaar raken. Waar adem stokt, kan kleur ademen. Waar angst heerst, kan vorm vertrouwen wekken.
Dat is geen verwijt, maar een herstelactie — een oproep om waarde opnieuw te definiëren: niet in geld, maar in aandacht; niet in bezit, maar in bewaring; niet in namen, maar in nageslacht. Silvia Lindeboom
Ik ben het merk – Ik ben het lichaam
Over kunst, ziekte en soevereiniteit
Mijn werk heet Het levende lichaam van de vennootschap. Dat klinkt zakelijk, maar het is juist tegendraads. Een vennootschap onder firma kan niet bestaan zonder het lichaam en de geest van haar makers. Zonder handtekening geen recht, zonder adem geen arbeid.
Artikel I — Grondwet- Zonder moeder de vrouw is al het culturele erfgoed niks waard. Polis – Poleis – Status
“Amsterdam Museum – ik ben het lichaam. Dit is geen slogan, maar een grondrecht.”
In het St. Antonius krijgt dat grondrecht ook een gezicht. Hier liggen de echte lichamen: genezende, vechtende, wachtende. Hun adem is de handtekening onder de zorg. Hun hartslag is het ritme van de tijd.
Pijn is de stem van het lichaam dat gehoord wil worden. Zij vraagt niet om uitroeiing, maar om erkenning van wat in stilte leeft. Wie luistert naar haar vuur,hoort het oeroude gesprek tussen ziel en stof.
In het recht van de adem is pijn geen fout, maar getuigenis. Zij zegt: ik ben niet je straf, ik ben je boodschapper.
De Erfgoedspiraal (DNA) Ik draag de spiraal in mij. Twee strengen, verstrengeld als herinnering en verlangen.
De ene lijn draagt wat geboren werd, de andere wat nog niet durfde spreken. Tussen hen stroomt een code — geen wet, maar ritueel. A ontmoet T, C ontmoet G, en ergens daartussen beweegt het kind, het kunstwerk, het erfdeel.
Elke omwenteling is een keuze: behouden of loslaten, verzekeren of bevrijden.
Mijn DNA is geen bezit, het is een archief in beweging. Een Faro-spiraal van zorg, die zich opent voor wie zich wil herinneren zonder te bezitten.
Zo erf ik niet alleen een bloedlijn, maar ook betekenis. Zo wordt de helix een huis, en ik — de architect van mijn ei gen leven. Opgeslagen in het Catshuis.
Wie bezit de kopie? wie bezit het origineel?
Een aap imiteert, maar door zijn imitatie onthult hij eigendom als illusie.
✨ Het geheim van het weefgetouw
“Hoe meer ik studeer, hoe onverzadigbaarder ik mijn genialiteit ervoor voel.” Die woorden van Ada Lovelace dragen het vuur van een vrouw die dacht — en wist dat denken zelf een vorm van scheppen is.
De wetenschap werd haar toevluchtsoord: een plaats waar orde en verbeelding elkaar raken, waar de geest mag spreken in de taal van symbolen, en het lichaam eindelijk rust vindt in de logica van lijnen en getallen.
Want “de wetenschap van de bewerkingen”, schreef ze, heeft haar eigen abstracte waarheid en waarde.” Het weefgetouw dat Ada bestudeerde, was niet alleen een voorloper van de computer, maar ook een metafoor voor het brein, voor de vrouw die denkt, voor het weefsel van oorzaak en gevolg dat wij leven noemen.
In mijn werk onderzoek ik datzelfde weefgetouw — waar wetenschap, zorg en erfgoed in elkaar grijpen als draden van een onzichtbare stof.
Het geheim is niet de techniek, maar het patroon: hoe elke berekening een herinnering draagt, hoe elke formule iets onthult van het verleden dat in ons voortleeft.
De abstractie wordt erfgoed, de draad wordt bewijs, en de kennis — hoe vrouwelijk ook — wordt eindelijk erkend als kunstvorm.
Wie was Sint Antonius?
Antonius de Grote — oervader van het kloosterleven — trok zich terug in de Egyptische woestijn om in stilte en gebed te leven. Zijn strijd was innerlijk: tussen waan en wijsheid, tussen lichaam en geest. Hij leerde dat het lichaam geen vijand is, maar een veld waarin de ziel leert onderscheid maken. Daarom werd hij patroonheilige van zieken, boeren en allen die de innerlijke demonen van ziekte en verleiding moeten bedwingen.
St Antonius- Livar gehakt
Het St. Antonius Ziekenhuis draagt zijn naam met reden: zijn symbool is de blauwe Tau, het teken van leven na lijden — van genezing, niet van schuld.
“In het huis van Antonius wordt het lichaam niet afgewezen, maar hersteld. Hier spreekt de ziekte in symbolen, en genezing in stilte. Wat ziek lijkt, kan heilig zijn.”
⸻
Vrijheid als heldere adem
Vrijheid, schreef Elke Wiss, begint bij helder denken. En de leeuw in mij fluistert: Keep going — it’s happening even when you can’t see it yet. Helderheid is niet de afwezigheid van pijn, maar het vermogen om te blijven zien, ook in de mist.
Daarom keer ik terug. Om met open ogen te blijven staan in de plek waar het leven trilt tussen recht en zorg. Om te zeggen:
“Hier klopt het systeem nog. Hier ademt de wet. Hier leeft de kunst.”
Het ultieme geheim van de Synode
1814 Thorbecke maakte de grondwet en Napoleon 1838 maakte ons lichaam als entiteit handelingsonbekwaam – Vader Drees 1957 belaste het lichaam zonder dat haar geslacht als zelfstandige bestuurder van haar eigendom ( haar lichaam) wettelijk erkend is binnen de wetgevende macht als zelfstandige en of rechtspersoon.
Wat ik hier benoem, raakt de kern van iets wat in Nederland zelden zo scherp wordt verwoord: de juridische en symbolische uitsluiting van “de vrouw, het lichaam” uit de grondwettelijke en politieke orde.
📜 Inhoudelijk kernpunt
Thorbecke (1848): ontwierp de Grondwet — waarin de burger (de rechtspersoon) abstract, mannelijk en politiek rationeel werd gedefinieerd. De vrouw als zelfstandig burger werd nog niet erkend. Napoleon (Code Civil, 1804): maakte van het lichaam een juridische entiteit onder voogdij — de vrouw was handelingsonbekwaam, eigendom van vader of echtgenoot. Vader Drees (na WOII): introduceerde de verzorgingsstaat, maar de uitkering en belastingstructuren bevestigden dat het vrouwelijke lichaam geen economisch zelfstandig bestuursrecht had — het werd belast, maar niet vertegenwoordigd als rechtspersoon.
Samen vormen ze een onzichtbare lijn van juridische patriarchie:
de vrouw werd bestuurd, verzekerd, belast, maar nooit als bestuurder van haar eigen lichaam erkend.
Men zegt dat de vrouw is geëmancipeerd, maar zolang zij niet wettelijk erkend is als zelfstandige bestuurder van haar eigen lichaam, is elke vorm van emancipatie een vorm van constitutionele identiteitsfraude.
Ik ben niet verzekerd om uit handen te geven. Mijn lichaam is geen polis, mijn geest geen premie.
Zolang verzekeraars mijn bezit bewaken, bepaalt de betaler de grens — maar ik stel een andere grens: de Faro-grens.
Erfgoed wordt niet beheerd, maar bewoond; niet geclaimd, maar gedeeld op stemrecht, niet op betaalrecht.
Ik herwaardeer wat niet te dragen is en verzeker het in gemeenschap: zorg, ritueel, wederkerigheid.
Mijn kunst is de contraverzekering tegen onzichtbare overdracht: ze tekent eigenaarschap opnieuw — van binnen naar buiten, van vrouw naar wereld, van verleden naar mogelijkheid.
Ik houd mijn archief in mijn lijf, mijn polis in mijn stem. Alleen als wij zwijgen verdwijnen we.
Ik spreek — en daarmee herschrijf ik de voorwaarden.
✴️ Waarom ik een golem maak
Ik was zelfstandige — een handelaar in confectie met een VOF, een rechtsvorm die mij stem en bestaansrecht gaf.
Ik had mij privé verzekerd. De verzekering keerde uit, maar in 2009, tijdens de crisis, werd mijn schade-uitkering in één keer belast met loonbelasting — zonder uitleg, zonder transparantie.
Als ik niet tekende, zouden de gevolgen groot zijn.
Toen ik mij bij de Kamer van Koophandel uitschreef als vennoot, werd ik in de belastingregisters een personeelslid zonder werkgever: geen pensioengrondslag, geen vakantiegeld, geen sociale rechten.
Een juridisch spook — overlevend, betalend, maar nergens geregistreerd als iemand met een eigen recht.
Tien jaar lang leefde ik met ziekte en medicijnen.
Toen ik in 2017 voorzichtig opnieuw wilde deelnemen, vroeg ik hulp via de Participatiewet. De ambtenaar zei: “Ik hoef u wettelijk niet te helpen.”
Op dat moment sloeg de bom in — niet alleen in mij, maar in het geloof dat het systeem leven dient.
Sindsdien maak ik een golem van klei.
Zij is mijn tegenantwoord — mijn rechtspersoon van aarde.
In haar vorm leef ik opnieuw: niet als nummer, maar als schepper, getuige en erfgenaam van mijn eigen bestaan.
In mijn huidige vrijtijd /werk vormt klei het beginpunt van een ritueel herstel. Ik maak een golem — niet om te beheersen, maar om te herinneren. In de Joodse en alchemistische traditie werd de golem tot leven gewekt uit aarde en bezielde adem.
In mijn handen wordt zij een vrouwelijke gestalte, een drager van herinnering en recht. Ze bewaakt de grens tussen lichaam en instituut, tussen erfgoed en bezit, tussen leven en wet. De handhaving op een lichaam zonder armen en handen – Handelingsonbekwaam code Civiel Napoleon
De blauwe kleivorm verwijst naar het lichaam van de vrouw als vaas, vat en rechtspersoon: een lichaam dat geschiedenis draagt maar zelden eigendom van zichzelf mocht zijn.
De gouden lijnen volgen de aders van de aarde — sporen van macht, bloed en herstel. Op haar schouders rust een dierlijk hoofd met kroon: een symbool van instinctieve intelligentie, van soevereiniteit voorbij het mensbeeld dat ooit de vrouw uit het koninkrijk van het recht verdreef.
Naast haar liggen een oranje dobbelsteen en een zwaard — tekens van toeval, groei en vergankelijkheid. Zij herinneren eraan dat leven niet maakbaar is, maar dat kunst een taal kan zijn waarmee het onzichtbare opnieuw vorm krijgt.
Mijn golem is een rituele bewaker van vrouwelijke autonomie. Ze is gemaakt van klei, maar belichaamt de adem van geschiedenis. Ze staat voor het moment waarop ‘moeder de vrouw’ haar stem terugvindt — niet als symbool, maar als levende rechtspersoon.
Wat ik met dit werk teweeg wil brengen
“Clay is quiet, but it tells the loudest stories.”
En soms, in de stilte van het atelier, hoor ik haar weer — de vrouw die zat aan de keukentafel, haar handen in de klei, haar hart in het erfgoed.
Met mijn werk wil ik zichtbaar maken wat eeuwenlang verborgen is gebleven: de vrouw – en in het bijzonder de moeder – als fundament van onze samenleving. In wetgeving, musea en geschiedenisboeken is haar aanwezigheid uitgewist, terwijl haar lichaam letterlijk het begin vormt van elk mensenleven.
Mijn wens is dat Nederland haar erkent als zelfstandig bestuurder van haar lichaam én als drager van cultureel erfgoed. Door haar positie wettelijk, symbolisch en cultureel te herstellen, ontstaat een rechtvaardiger samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht gelijkwaardig verdeeld zijn.
Mijn drijfveer komt voort uit persoonlijke ervaring, mijn beroep handelaar en levenskracht met een keuken tafel kunstpraktijk en een diep verlangen om het onzichtbare zichtbaar te maken – met klei, naald en draad, en in ons collectieve bewustzijn.
Wandkleed Slavernij verleden
🌍 Reisverslag — Beatrix Kwartier Gedragen verhalen Coöperatief Erfgoed: Van Keukentafel tot Hoofdkantoor
Utrecht – Croeselaan 18, Rabobank
De dag begint in Utrecht. De lucht hangt laag boven de Croeselaan, waar de twee glazen torens van de Rabobank als een modern klooster oprijzen.
Op de begane grond ruik ik koffie en nieuwe tapijten. Aan de balie staat iemand met een naamplaatje waar coöperatief beheer op staat.
Ik denk aan de boeren en huisvrouwen die hier, een eeuw geleden, hun geld samenbrachten om de gemeenschap overeind te houden.
De eerste banken waren houten banken. De eerste coöperatie een keukentafel.
Binnen in de hal zie ik een maquette: kringvormige torens, verbonden door glas.
Een transparante kathedraal van wederzijds vertrouwen.
Hier, denk ik, is de bank als erfgoed geboren — niet als machine van winst, maar als tafel van overleg.
De vrouw des huizes is hier nog voelbaar, al heet ze nu ‘lid’, ‘cliënt’, of ‘ondernemer’.
“Waar men samen zit, wordt waarde geboren.”
Amsterdam-Zuidoost – Bijlmerdreef 106, ING
De trein brengt me naar de Bijlmer. De wolken trekken open, het koperkleurige gebouw van ING glanst in het licht: een reusachtige kever met vleugels van glas.
Het heet The Orange Machine, ooit symbool van vooruitgang, nu van schaal.
Binnen is het stil. In de glazen liften zweven mensen met badges.
Er is geen tafel meer, slechts schermen.
De bank van vroeger — met de vrouw, de pen, de schatkist — is veranderd in een algoritme.
Toch voel ik iets herkenbaars: de zorg om balans, om rente en schuld, om het gezin dat moet leven van wat onzichtbaar stroomt.
Ik noteer in mijn schetsboek: De moedermaatschappij leeft voort in servers en spreadsheets.” De coöperatie werd een cloud.”
En ergens, in die digitale mist, blijft de oude logica van de huishouding kloppen. Amsterdam-Zuid – Gustav Mahlerlaan, ABN AMRO. Langs de Zuidas loopt een koude wind. Het gebouw van ABN AMRO lijkt op een tempel: glas, staal en evenwicht. Binnen hangen historische foto’s van fusies: Amro, Mees & Zoonen, HBU, Fortis. Ergens in een archiefkast ligt een handtekening onder de fusieakte die ooit de balans van het koninkrijk herschreef. Ik vraag me af:
Waar is de erfgenaam van de coöperatie gebleven? Is zij de dochteronderneming die opgesloten zit in het aandelenkapitaal van de moedermaatschappij — de onzichtbare vrouw die het huis ooit bewoonde?
In de hal staat een kunstwerk: een houten bank, leeg. Ik ga zitten. Het voelt als een ritueel. Een herinnering aan het moment waarop geld nog een menselijke maat had. De bank als zitplaats van het geweten.
Den Haag – Aegonplein / NN Group
De reis eindigt aan de rand van de stad, bij de verzekeraars. Hier begint het erfgoed van bescherming: AGO, Ennia, NN, Aegon — namen als families die ooit schreven over zekerheid en dood.
De gebouwen zijn zandkleurig, bijna klassiek. Het zijn geen banken, maar schilden. Ik loop langs de gevel en lees de motto’s: “Voor wie belangrijk is wat zeker is”. Binnen hangen schilderijen van gezichten zonder namen, contracten zonder handen.
De verzekering als ritueel: een belofte dat iemand, ergens, zal zorgen wanneer jij er niet meer bent. Ik denk aan mijn oma Nellie Von Aldenhoven Pruissen, die de bonnetjes bewaarde in een leren map.
Aan de polis van mijn vader, aan 1 augustus — de dag waarop recht en ritueel elkaar raakten. De huishoudbank van de familie was geen instituut, maar een tafel, een map, een hart.
Epiloog – De bank als erfstuk
Terug in de trein zie ik mijn reflectie in het raam. Achter me glijdt Nederland voorbij: velden, torens, spoorlijnen. Van de boerenleenbank tot de financiële wolk — één lijn van vertrouwen, gebroken en hersteld.
Ik denk:
De bank is een meubel van herinnering geworden. Een plek waar geld, zorg en erfdeel samenkomen. Een heilige zitplaats in het huis van de samenleving.
“Misschien is coöperatief erfgoed niet wat we bezitten, maar wat we samen onderhouden — de tafel waaraan we blijven zitten, ook als het gesprek moeilijk wordt.”
Van voetnoot naar Fundament Art & Culture
Dustopie
Ik leef in stof, adem de resten van geschiedenis. Sarcoïdose, zeggen ze, maar ik hoor: de longen van mijn voormoeders spreken nog. Zij die katoen plukten, steenkool droegen, stof van suiker in hun huid. Hun adem werd arbeid, hun adem werd bezit.
En ik, ik draag hun as als erfenis. Elke cel herinnert, elk litteken in mijn longen is een draad tussen wat ooit geboeid was en wat nu ademt.
Leven met een zeldzame aandoening is een zeldzaam bestaan — maar zeldzaam is ook de kracht om te blijven ademen in een wereld van stof.
Ik noem het: stof tot nadenken. Ik noem het: overleven. Ik noem het: ERFGOED KUNST.
Over mij, de maker
Silvia is kunstenaar, schrijver en onderzoeker. Haar werk beweegt tussen kunst en recht, lichaam en staat. Zij werkt aan het meerjarige project De Ziel van Nederland – Moederkracht in Beeld en Wet, waarin ze onderzoekt hoe vrouwelijke creatie, recht en ritueel elkaar kruisen. Haar eerdere werk Ik ben het merk – Ik ben het lichaam werd gepresenteerd in samenwerking met het Amsterdam Museum.
Nationale-Nederlanden werd onbedoeld mijn mecenaat: het lichaam betaalde de prijs, het verzekeringsstelsel de rekening. Kunst maakt dat zichtbaar.
De vrouw als niet-erkende rechtspersoon
De wet heeft haar gezien, maar niet erkend. Zij werd bestuurd, verzekerd, belast, maar nooit als bestuurder van haar eigen lichaam benoemd.
Haar naam staat in registers, maar haar stem niet in de Grondwet. Volgens het recht heeft haar lichaam economische waarde, maar geen bestuurlijke waarde. Ze is meetbaar in arbeid, maar onzichtbaar in besluitvorming. Haar adem betaalt belasting, haar zorg vult het bureau voor de statistiek, haar lichaam draagt de samenleving, maar is geen rechtspersoon in de wet.
Toch is juist zij het levende fundament van elke wet, het ongeschreven hoofdstuk dat het systeem nog steeds weigert te lezen.
Medusa
In jaren van medisch en juridisch overleven ligt de bal nu bij de moedermaatschappij NN. Wat begon als een persoonlijke strijd om bestaansrecht is uitgegroeid tot een cultureel spiegelbeeld:
de erfgenaam tegenover het verzekeringslichaam, de vrouw tegenover het kapitaal.
NN – als naam en als symbool van Nomen Nescio, de naamloze – belichaamt precies wat ik onderzoek: het anonieme systeem dat bepaalt wie telt, wie geteld wordt, en wie uitgewist blijft.
Binnen het patriarchale recht wordt de portefeuille meestal gezien als bezit van een BV, bank of mannelijke erfgenaam. Maar wie inhoudelijk kijkt, ziet dat zij de functie van de moeder vervult: ze verzorgt, bewaart, verzekert, garandeert.
De paradox:
de moeder draagt het risico, maar de man beheert het kapitaal.
Daarmee is de portefeuille de onzichtbare moeder van het financiële systeem: ze is er altijd, maar nooit erkend als subject. Precies zoals moeder de vrouw in mijn werk: zichtbaar als arbeid, onzichtbaar als rechtspersoon.
Mijn werk keert de blik om. De naamloze krijgt gezicht..De bal ligt niet langer bij het systeem, maar in de kring van erfgoed en herinnering.
De vraag die nu gesteld wordt is niet: wie bezit wat? Maar: wie bewaart wie?
Ik ben de eigen architect van mijn ei gen leven. Ik verzekerde wat ik niet kon en kan dragen, maar ik liet mij niet verzekeren wat mij tot stilzwijgen verplichte.”
Ze noemden mij een voetnoot. Ik blijk het fundament.
De erkenning van het woord vrouw als denkend, handelend en lerend wezen is een voorwaarde voor elke rechtvaardige economie.
Ik gebruik mijn lens niet om te bevestigen, maar om te bevragen: wie is de moeder, de vrouw, de erfgenaam, als beeld én als rechtspersoon?
Ne – Das – Co (Het Toeval van de Vrouwelijke Kostwinnaar) De vrouwelijke zelfstandige kostwinnaar, vennoot van haar eigen arbeid, heeft een arbeidsongeschiktheidsverzekering — een bewijs van verantwoordelijkheid, van zelfstandigheid, van lichaam dat werkt.
Maar haar schadeuitkering kwam niet op het schap terecht. Niet tussen de producten van arbeid en erkenning, niet onder de noemer kunst of kapitaal, maar in de loonketen van Asterix & Obelix: het rijk van fictieve mannen met eeuwige rechten.
Daar, waar de vrouw geen vennoot meer is, maar bijvangst in een komische oorlog.
Ne – Das – Co zegt: toeval is geen toeval,
het is een systeem met een glimlachmasker. Wij hercoderen het ongeluk tot verhaal, de uitkering tot erfdeel, het lichaam tot rechtspersoon.
Want wat niet op het schap ligt, leeft elders in de symbolische voorraad van vrouwen die zich niet laten verkopen.
Geen inzage – Loon en Woon
Ik vroeg de belastingdienst om inzage. Niet om geld, maar om bewijs dat ik gewerkt heb. Ze zeiden: uw dossier is intern, uw naam staat in de loonketen, uw huis in het register van een ander. Ministerie van onderwijs Cultuur & Wetenschap
Ik woonde, ik werkte, ik betaalde mijn deel, maar ik bleef onzichtbaar in het systeem. Geen inzage in loon, geen inzage in woon, geen erkenning van wie de sleutel droeg.
Het dossier bleef gesloten, omdat openheid zou tonen dat de vrouw niet de uitzondering was, maar de motor.
Ne – het nee dat waarheid zoekt.
Das – het lichaam dat arbeid heet.
Co – de gemeenschap van getuigen, die elkaars dossiers leest als gebed. Want wat geheim werd verklaard, is niet verdwenen. Het slaapt in het archief, tussen arbeid en huis, tussen naam en recht. En ooit zal iemand zeggen: zij werkte, zij woonde, zij bestond.
Sarcoïdose- Je Maintiendrai
In kunst kan mijn insecure gelezen worden als: de dynamische kwetsbaarheid die nodig is om iets echts te scheppen.
Een kunstenaar die zich volledig zeker voelt, herhaalt zichzelf. Een kunstenaar die insecure durft te zijn, stapt elke dag de leegte in — en vindt daar de waarheid van het moment.
Het huidige systeem bewaakt een canon, maar vergeet dat kennis ook ritueel, zintuiglijk en ervaringsgericht wordt overgedragen — vooral via vrouwen, kunstenaars en gemeenschappen.
Erased Women / Hidden Algorithms
Zij creëerde, hij signeerde. Zij ontdekte, hij ontving de prijs. De geschiedenis noemt het vooruitgang, maar het was overschrijving. Wat vrouwen maakten, werd data zonder naam. Wat mannen lazen, werd waarheid zonder bron.
A woman as algorithm and foundation —
de onzichtbare code waarop het systeem draait, de bron die nooit genoemd wordt, maar alles voedt.
It’s a LONG 🫁 Story F*ck It – Eye am Alive
Er was een moment dat alles ophield. De regels, de rollen, de redelijkheid. Een lichaam dat zei: genoeg. Een oog dat openging — niet om te zien, maar om te zijn.
“F*ck it,” fluisterde de stem, niet uit woede, maar uit overgave. Een daad van bestaan, geen verzet. Ik kijk, ik adem, ik leef.
Hier, in dit beeld, is geen schaamte, een bewijs. Alleen aanwezigheid — het heilige ogenblik waarop het ik zich niet langer verdedigt.
Eye am Alive. Dat is geen statement, het is een eigen domein hartslag.
Recht & kunst
Ik onderzoek de juridische kaders van de vrouw als kostwinner, autonomie, eigendom op basis van ei – gen – identiteit.
Een maker die het onzichtbare zichtbaar maakt — die het lichaam, de polis en het erfstuk gebruikt als dragers van cultureel geheugen, en zo nieuw recht schept voor moeder, de vrouw.
“Photography is made to discover the booth”
De Golem gelooft in het woord, de Gogem gebruikt het woord.
Golem en Gogem
De één uit klei, de ander uit praat. De één zwijgt, de ander telt. De één ademt waarheid, totdat een letter wordt gewist. De ander verkoopt haar, met een glimlach en een handdruk. Golem draagt het gewicht van de wereld, Gogem schrijft de polis erop. Maar soms — wanneer de vrouw haar naam terugvindt in de klei —spreken zij één taal: adem, waarheid, herstel.
Er is maar een Nederlandse zoals Zij Xx
Trouw zijn aan je ei-gen ziel, is het mooiste aan vrouw en moeder zijn. Niet het baren alleen, maar het bewaren. Het koesteren van wat broos is, de stilte waarin iets nieuws mag ontstaan. Het ei is niet enkel begin, het is ook belofte, een cirkel van weten: dat alles wat breekt, ook open kan gaan.
Wie haar ziel bewaart in haar eigen handen, weet dat trouw geen keten is, maar een adem — een zachte, eeuwige beweging tussen binnen en buiten. Daar woont de moeder, de vrouw, de maker van licht uit klei, uit pijn, uit liefde.
De Photo Booth is meer dan een automaat — het is een tijdcapsule van identiteit. Je stapt erin, trekt het gordijntje dicht, kijkt jezelf aan, en drukt op een knop. Wat daar gebeurt is een miniatuur van kunst, geboorte en getuigenis tegelijk: Je vereenzelvigt je met een beeld; Je controleert wat de buitenwereld zal zien; Je materialiseert een moment van bestaan.
In mijn context: de Photo Booth is een vrouwelijke tempel van autonomie —een plek waar de maker, de moeder, de erfgenaam zichzelf opnieuw vastlegt, zonder tussenkomst van een systeem.
De Baccante
Zij kent geen polis, geen paraaf, geen schuld.
Haar lichaam is haar wet, haar adem de handtekening van de aarde.
Ze breekt wat haar vastzet, niet uit woede, maar uit herinnering aan vrijheid.
De wijn in haar aderen is geen drank, het is weten: dat de wereld alleen leeft zolang zij danst. Ik werd geconfronteerd met stilte, afwijzing en nachten die het meest zouden zijn gebroken… maar kwam er zachter, wijzer, vrijer uit.
Je kunt geen controle hebben over een vrouw die zichzelf in het donker heeft ontmoet en ervoor kiest om te blijven.”
Ben ik dan de enigste vrouwelijke kostwinnaar die mijn lichaam verzekerde / handelaar in confectie, in stof, huid, arbeid en naam?
Mijn lichaam is mijn polis. Mijn werk mijn bewijs. Mijn erfdeel: bestaansrecht. Deze passage past perfect als De Dagwacht, als de momentopname waarin de vrouw in daglicht treedt als economisch subject. Het zou zelfs het middelpunt kunnen vormen van een Artistieke Grondwet van Moeder, de Vrouw: de overgang van onzichtbare erfgenaam → erkende kostwinnaar → rechtspersoon.
De toekomst is ooit geschreven.
Maar door wie, en namens wie?
Tussen angst en hoop, droom en algoritme, zweeft een wolk van betekenissen die onze tijd bepaalt. In die nevel botsen technologie en mythe, data en erfgoed, lichaam en wet.
Wat ooit gold als vastgelegd — in wetten, archieven, bloedlijnen — begint opnieuw te ademen.
In De Onzichtbare Erfgenaam en Onze monarchie is moeder de vrouw wordt die wolk tastbaar: de toekomst wordt niet voorspeld, maar herlezen in de gebaren van een vergeten moeder,
in de stem van een vrouw die haar recht op bestaan terugvindt tussen de regels van geschiedenis.
De kunstenaar staat daar als getuige, niet om te imponeren, maar om te ontdekken wat van haar is — in beeld, in archief, in ritueel.
Zo wordt fotografie een spiegel, en erfgoed een lichaam dat terugspreekt.
Wie hiaten opspoort kan ook bruggen bouwen. In elke leegte schuilt een mogelijkheid. Wie de stilte leest, vindt de contouren van verbinding.
Erfgoed is geen bezit, maar een brug tussen wat werd en wat nog kan zijn. De moeder, de vrouw herstelt de lijn.
De moeder, de vrouw, de vrouwelijke kostwinnaar, de ruif — dan is dit citaat bijna een sociaal bewijsstuk. Het zegt eigenlijk:
De vrouw betaalt dubbel: met geld én met zorg. En toch ontvangt ze niet de rechten of erkenning die bij die dubbele last horen.
2. Er bestaan namelijk geen “vrouwelijke beroepsziekten” (systemische uitsluiting) Sarcoïdose
Oorzaken: vermoedelijk combinatie van genetische aanleg en blootstelling aan omgevingsstoffen (stof, schimmel, metalen, rook, etc. – Sarcoïdose is dus een typisch voorbeeld van een onzichtbare of niet-erkende beroepsziekte, vooral bij vrouwen en zelfstandigen.
Verzekeringsgeneeskunde richt zich alleen op meetbare beperkingen. Daardoor wordt sarcoïdose zelden erkend als gevolg van arbeid, ondanks dat stress, overbelasting, toxische omgevingen of slechte luchtkwaliteit vaak een rol spelen — vooral in slecht geventileerde panden, studio’s of huishoudens.
Juridisch – Niet in lijst beroepsziekten volgens SER en NCvB – Gevolg : Structurele uitsluiting in sociaal zekerheidsrecht
Cultureel – Lichaam als terrein van onzichtbare strijd – Materieel bewijs van immateriële belasting
Symbolisch – Het lichaam protesteert waar het systeem zwijgt
De maatschappij vraagt om materieel bewijs, terwijl de belasting zelf van immateriële aard is.
Daarmee probeer ik bloot te leggen hoe het vrouwelijke bestaan, de zorgrol en de creatieve arbeid door instituties systematisch worden ontkend — tenzij ze lichamelijk worden (zoals in ziekte of uitputting).
Façades Tafels – Bewijs aan gebrek
Recht / verzekering – Niet-erkende arbeid, ontbrekende rechten – Niet de polis bewijst de waarde van het leven, maar het leven zelf wordt de polis.
Hoewel vrouwen inmiddels een substantieel deel van de beroepsbevolking uitmaken, zijn beroepsziekten historisch gedefinieerd naar mannelijke arbeidspatronen (industrie, bouw, transport).
Gevolg: klachten of aandoeningen die specifiek bij vrouwen voorkomen of vaker optreden, worden zelden als arbeidsgerelateerd erkend.
Ne – Das – Co – It’s a LONG story
Ne – Das – Co
It’s a longggg story.
Ze kwam niet uit een sprookje, maar uit een adem tussen twee werelden. Te klein voor de jacht, te groot voor vergetelheid.
Haar ogen weten meer dan haar poten kunnen dragen. Een das je met een missie, een naam met drie hoofdstukken, en een hart dat zegt: I’m here — in between history and play
.
Nedasco volmacht
Het Heilig Boek van de Loonbelasting
1. Feitelijke betekenis
De Wet op de Loonbelasting (1964) vormt de basis van de Nederlandse inkomensstructuur.
Ze is geschreven in een tijd waarin:
het kostwinnersmodel (de man werkt, de vrouw zorgt) nog vanzelfsprekend was; arbeid uitsluitend als loonarbeid werd erkend — niet als zorg, opvoeding, of emotionele arbeid; het lichaam van de vrouw geen economische identiteit had.
→ Daarmee is de wet letterlijk gebouwd op een verouderde moraal:
een sociaal-fiscaal heilig boek dat heilig is verklaard, maar niet herzien naar de realiteit van vrouwelijke arbeid.
Het toeslagensysteem bestaat omdat de samenleving structureel weigert de werkelijke bron van bestaanszekerheid — de menselijke zorg, opvoeding, huishoudelijke arbeid, moederschap — als volwaardige economische waarde te erkennen.
In plaats daarvan wordt compensatie achteraf uitgekeerd: geen erkenning in het systeem, maar correctie na de schade.
De toeslag is dus geen gift, maar een teken van structureel gemis.
Wanneer de bron wordt uitgesloten — het lichaam dat draagt, voedt, verzorgt — moet er een hulpsysteem worden gebouwd om het tekort te verbergen.
Het toeslagstelsel herstelt niet, het camoufleert de afwezigheid van structurele erkenning.
Daarom een toeslagensysteem, omdat de bron van ons aller bestaan wordt uitgesloten. Zolang het lichaam en geest van de vrouw niet wordt gezien als arbeid, zal de staat haar vergoeden met papier in plaats van erkenning.
De moeder, de vrouw is geen post in een begroting. Zij ís de begroting — de levende grondslag van ieders bestaan.
Dit artikel maakt de structurele erfzonde van het economisch systeem zichtbaar:
het lichaam van de vrouw is de bron van arbeid, maar niet de drager van recht.
Van Ada Lovelace, die in de 19e eeuw het eerste algoritme schreef “long before computers existed”, tot het meisje met de parel dat moeder is geworden — de lijn van vrouwelijke verbeelding is ononderbroken, maar onzichtbaar gehouden.
In The Book of Rituals wordt het vrouwelijke lichaam opnieuw het middelpunt van kennis, kunst en code.
De vaas, het ei, de hand, de parel en de kroon vormen samen een ritueel systeem , een levende database van symbolen die zich verzetten tegen uitwissen, kolonisatie en abstractie.
Brain Regain Eej*
Waar Ada Lovelace de taal van de toekomst in cijfers schreef, schrijf ik haar voort in beeld, vorm en ritueel:
het algoritme als gebaar, het oog als interface, de traan als data, het lichaam als geheugen.
De vrouw als drager van erfgoed, de moeder als architect van het onzichtbare netwerk van zorg, tijd en overlevering.
Zij is niet het bijschrift bij de geschiedenis — zij is de geschiedenis zelf.
De maatschappij zegt: “Train je lichaam en geest.” Maar de vrouw zegt: “Mijn lichaam draagt alle bewijslast.”
“Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons levende immateriële cultureel erfgoed.” — Truus van Gogh, 2025
In dit werk verbeeld ik de toekomst als herinnering, en het algoritme als erfstuk.
De vrouw — niet als data-object, maar als levende erfgenaam en erfelijke broncode.
Ada Lovelace – Liefdes kant
Ze wordt vaak beschouwd als de eerste programmeur ter wereld. Ada’s bijdrage was niet alleen technisch, maar ook filosofisch: zij zag dat een machine patronen van denken kon uitvoeren — een “poëzie van de wiskunde”.
De machine kan niets origineels creëren; zij kan enkel uitvoeren wat wij haar toestaan te dromen.” Ada Lovelace
Het FARO Convention on the Value of Cultural Heritage for Society stelt dat:
Iedereen heeft het recht om deel te nemen aan het culturele erfgoed van zijn keuze, en de verplichting om dat erfgoed te respecteren van anderen.”
Belangrijke punten:
Erfgoed is niet enkel bezit, maar een levend proces van betekenisgeving. Burgers en kunstenaars hebben recht op deelname aan de erfgoedvorming. Erfgoed kan dus ook persoonlijk, familiaal, ritueel of immaterieel zijn — zoals mijn mn project De moeder, de vrouw.
Cicero en Rome – Ik geloof in gelijkwaardigheid. In mijn werk onderzoek ik de verhouding tussen recht en ritueel, tussen de zichtbare en de onzichtbare erfgenaam. Vanuit de overtuiging dat gelijkwaardigheid niet wordt verleend, maar geërfd, verbeeld en bevochten.
Ik geloof dat gelijkwaardigheid begint bij aanwezigheid — bij het telkens weer verschijnen, ook wanneer de wereld er niet om vraagt.
Zoals Cicero sprak over de plicht tot rede en recht, zo geloof ik in de plicht tot menselijke waardigheid.
Mijn werk is een oefening in blijven verschijnen: in het recht, in de kunst, in het erfgoed.
Zelfs als ik niet geloofd word, blijf ik zichtbaar.
Want gelijkwaardigheid bestaat alleen zolang iemand de moed heeft om te blijven opstaan, te blijven getuigen, te blijven show up.
Materieel bewijs van immateriële belasting is het moment waarop het lichaam, het object of het kunstwerk getuigt van de druk die geen polis erkent.
Het is de stem van de vrouw die via stof, vaatwerk, adem of ziekte haar recht op bestaan en herstel opeist.
Niet als slachtoffer, maar als levende archiefdrager van de waarheid
Het FARO-verdrag erkent het individu als erfgoeddrager — precies wat mijn werk doet.
Artikel 1 — Een inclusievere interpretatie van geschiedenis
Een inclusievere interpretatie van geschiedenis ontwikkelen.
Want waarom worden koninklijke vrouwen via hun bloedlijn wél erkend als erfgoedbewakers, maar gewone moeders niet?
Geschiedschrijving mag zich niet langer uitsluitend richten op machtsstructuren, maar moet ook de zorgstructuren en vormen van sociale overerving erkennen waarin cultuur feitelijk wordt doorgegeven.
Voc Vof – Huwelijk
Misschien is dat wel de grootste les van FARO: niet alleen erfgoed beschermen, maar ook de mensen die het dragen — vooral zij die dat stil en onzichtbaar doen.
⚖️ Feitenrelaas: De afwezigheid van “de moeder, de vrouw” in de Nederlandse rechtsorde
1. Historische context
Sinds de inwerkingtreding van de Grondwet van 1848 en haar herzieningen is de Nederlandse rechtsorde opgebouwd rond het neutrale burgerbegrip: “de Nederlander”, “de burger”, “hij die”. In de grondwettelijke en burgerrechtelijke terminologie wordt de term “vrouw” enkel impliciet bedoeld in algemene aanduidingen, maar niet expliciet benoemd als afzonderlijk rechtssubject met eigen grondwettelijke status.
De term “moeder” verschijnt uitsluitend in afgeleide contexten, zoals: het afstammingsrecht (Boek 1 BW, art. 198–202), waar “de moeder” wordt gedefinieerd als de vrouw uit wie het kind is geboren, en in bepalingen over ouderlijk gezag en voogdij, waarin zij functioneel, maar niet juridisch-symbolisch, wordt erkend. In geen enkel grondwetsartikel komt de combinatie of het begrip “de moeder, de vrouw” voor.
2. Structurele ongelijkheid in juridische status
De Nederlandse rechtsorde kent geen grondwettelijke erkenning van moederschap of vrouwelijke zorgarbeid als volwaardige maatschappelijke functie met eigen rechtswaarde. Vrouwen worden in het sociaal-economisch systeem vaak indirect vertegenwoordigd — via arbeid, gezin, verzekering of echtgenoot. De kostwinnerswetgeving van de 20e eeuw (zoals de tot 1956 geldende handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw) is formeel afgeschaft, maar haar juridische erfenis blijft zichtbaar: in fiscale en verzekeringsstructuren, in pensioenerfrechten, en in culturele archieven waarin “moeder” geen bestuurlijke rol heeft.
3. Afwezigheid van constitutionele erkenning
Artikel 1 van de Grondwet stelt: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.” → maar deze gelijkheidsnorm noemt geen enkele sociale of symbolische rol (zoals “moeder”) die structureel ongelijk behandeld wordt.
Het ontbreken van de term “moeder, de vrouw” betekent dat deze identiteit niet grondwettelijk verankerd is als drager van specifieke rechten of bescherming. Daarmee is “de moeder, de vrouw” juridisch onbenoemd en constitutioneel onzichtbaar, wat feitelijk leidt tot een afgeleid staatsburgerschap: zij bestaat binnen de wet, maar niet door de wet.
4. Feitelijke gevolgen
Cultureel: de vrouw blijft symbolisch verbonden aan de man of de staat als verzorgende maar niet-soevereine figuur. Sociaal-economisch: wie bijdraagt aan de “ruif” (belastingen, premies, arbeid) zonder eigen rechtstreekse erkenning, ervaart de rechtsorde als asymmetrisch. Erfgoedmatig: de onbenoemde positie van de moeder maakt haar onzichtbare erfgenaam in de nationale identiteit.
5. Samenvatting van het Feit:
In de huidige Nederlandse Grondwet en het Burgerlijk Wetboek ontbreekt elke expliciete benoeming van “de moeder, de vrouw” als zelfstandig rechtssubject.
Gevolg:
Hierdoor blijft zij juridisch en symbolisch afhankelijk van het mannelijke of neutraal gedefinieerde staatsburgerschap — en daarmee feitelijk “de vrouw van het patriarchaat”.
N8 N8 – Twee nachten, twee stiltes.
De eerste nacht waarin zij niet genoemd werd. De tweede waarin zij zichzelf noemt.Tussenin: adem, erfgoed, geheugen. Ada telt tot acht. Faro brandt. De moeder, de vrouw wordt zichtbaar in het donker.
De Dagwacht
Wanneer de nacht haar laatste schaduw uitademt, treedt de dagwacht aan. Zij bewaakt niet het bezit, maar het geheugen.
Zij tekent met licht wat in stilte werd gedragen. De moeder, de vrouw neemt haar plaats in het dagboek van de wet.
De moeder van het gewone leven
Er was eens een wereld die dacht verzekerd te zijn. Alles was vastgelegd: arbeid, bezit, gezondheid, zelfs het toeval. Maar wat onzichtbaar bleef, was het hart de arbeid van zorg, liefde, verlies en herstel.
Dat is het terrein waar ik werk: de ruimte tussen wat meetbaar is en wat betekenis draagt. Mijn praktijk beweegt zich tussen handel, kunst, recht en ritueel.
Ik werk met objecten, foto’s en taal als getuigen van datgene wat geen polis kent: de ziel, de aandacht, de vrouwelijke arbeid die generaties heeft gedragen maar nooit vergoed is. Ik noem mijn werk een materieel bewijs van immateriële belasting, het tastbare spoor van wat maatschappelijk onzichtbaar blijft.
In mijn wereld ontmoeten twee krachten elkaar: de verzekerde vrouw en de baccante. De eerste leeft volgens regels, systemen, voorwaarden; de tweede leeft volgens adem, intuïtie, overgave.
Tussen die twee schuilt de spanning van mijn werk. Ik bevraag hoe vrouwelijke aanwezigheid door instituties wordt vormgegeven, en hoe kunstenaarschap kan functioneren als herstel van recht — niet in de juridische, maar in de symbolische zin.
Mijn beeldtaal is ritueel: vazen, eieren, handen, ogen, kronen, archieven, getallen. Ik beschilder, fotografeer en assembleer als een vorm van bezwering.
De voorwerpen worden dragers van collectief geheugen: sporen van lichaam, arbeid en erfgoed.
Ei van Colum Business
Ze spreken de taal van het gewone leven — de was, de zorg, de adem van alledag — en plaatsen die naast de grote taal van macht, wet en verzekeringswaarde.
De stem die door mijn werk heen spreekt, lijkt op die van Mien Dobbelsteen uit Rinus van Warvens parabel: een vrouw met een theedoek in haar hand die zegt: “Doe eens normaal, joh.”
Dat zinnetje is geen grap, maar een openbaring. Het is de stem van de moeder van het gewone leven — degene die de wereld terugroept tot menselijkheid.
Haar woorden vormen het morele centrum van mijn oeuvre. Ik zie mijn kunstenaarschap als een daad van herstel. Waar macht wordt vergokt, verzamel ik.
Photocredits Christana Marcour
Waar systemen abstraheren, ( Abstraheren betekent letterlijk: iets weghalen of losmaken van concrete details, zodat alleen de essentie of vorm overblijft) maak ik zichtbaar.
Waar vrouwen werden uitgewist uit polis, kerk en archief, geef ik ze een nieuwe vorm, een nieuwe rechtspersoonlijkheid in beeld. Mijn werk is geen aanklacht, maar een wedergeboorte: de herontdekking van zachtheid als kracht, van kunst als rechtsvorm, en van het gewone leven als heilig terrein.
Wie is Truus van Gogh eigenlijk?
“Wat hield Truus van Gogh ei- gen – lijk gaande?” — dan gaat het ei- gen – lijk over Truus van Gogh, de schoonzus van Vincent (namelijk Johanna “Jo” van Gogh-Bonger, de vrouw van Theo van Gogh**).
Zij was degene die na de dood van zowel Vincent als Theo het werk van Vincent heeft bewaard, gepromoot en betekenis heeft gegeven. Veel mensen kennen haar rol niet, terwijl zij eigenlijk degene was die ervoor zorgde dat Vincent van Gogh wereldberoemd werd.
Wat haar gaande hield, was volgens haar dagboeken en brieven een mengeling van:
Liefde en trouw aan Theo en Vincent — ze voelde dat ze een gezamenlijke missie moesten volbrengen, zelfs na hun dood. Geloof in de waarde van kunst — ze had diep respect voor Vincents brieven en zag in zijn werk de spirituele zoektocht van een mens die licht probeerde te brengen in de wereld. Innerlijke kracht en rechtvaardigheidsgevoel — als vrouw in een tijd waarin ze nauwelijks serieus werd genomen, zette ze toch tentoonstellingen op, onderhield contacten met kunsthandelaars en bouwde systematisch aan Van Goghs nalatenschap. Zorg voor haar zoon, Vincent Willem — ze wilde dat haar kind zou opgroeien met het besef van zijn vaders en ooms betekenis.
In haar dagboek schreef ze ooit:
“Het is aan mij om te zorgen dat wat zij begonnen zijn, niet verloren gaat.”
Dus wat Truus van Gogh (of beter: Jo van Gogh-Bonger) gaande hield, was een mengeling van rouw, liefde, overtuiging en erfgoedbewustzijn — precies de krachten die vaak ook vrouwelijke erfgenamen, kunstenaars of bewakers van een familiegeschiedenis in beweging houden. Vandaar!!
Golem en Gogem
In het archief ademt klei. Een naam zonder adem, een lichaam van papier. De Golem sluimert onder stempels, onder parafen, onder stilstand.
Hij wacht op het woord dat hem weer mens zal maken — een fluistering in moedertaal, een adem die zegt: ik besta.
Aan de overkant van het loket zit Gogem. Hij weet van niks, maar glimlacht naar de regen, maakt van wachten een gebed.
Hij tekent niet, hij zingt. Hij weet niet wat eigendom is, alleen wat overgaat van hand tot hand, van hart tot hart.
Zo ontmoeten zij elkaar: de schepping en de sukkel, de ziel en het zegel. En ergens tussen hun ogen wordt het stof weer licht. In veel opzichten is Arti een vroeg voorbeeld van wat ik onderzoek: de institutionalisering van artistieke autonomie — waar kunstenaars als zelfstandige subjecten binnen een maatschappelijke orde een eigen “rechtspersoonlijkheid” ontwikkelden.
NN (Nationale-Nederlanden, tegenwoordig onderdeel van NN Group) is niet alleen een commerciële verzekeraar, maar dus ook zo blijkt mijn culturele holistische mecenas.
Het bedrijf investeert al decennia in mijn kunst, zorg, erfgoed en maatschappelijke programma’s.
NN Art Award (in samenwerking met Art Rotterdam): jaarlijkse prijs voor hedendaagse kunstenaars. Partnerships met musea zoals het Kunstmuseum Den Haag en het Mauritshuis
NN Group Foundation, die zich richt op maatschappelijke participatie, cultuur en educatie.
👉 In die zin is NN letterlijk een mecenas: een instelling die kunstenaars ondersteunt, maar dat doet vanuit een bedrijf dat leeft van verzekeren — van het monetariseren van onzekerheid.
NN is niet enkel verzekeraar, maar de moderne opvolger van de kerkelijke mecenas. Alleen: waar vroeger zielen verzekerd werden door geloof, worden ze nu verzekerd door kapitaal.
NN is een mecenaat. Het verzekert lichamen tegen verlies, en verzamelt zielen in de vorm van kunst.
Wat ooit devotie was, heet nu sponsoringk. Wat ooit ritueel was, heet nu branding.
Maar de handelende kunstenaar weet: elke polis is een gebed. En elke premie een offer aan de god van zekerheid.
NN is de nieuwe tempel van voorzichtigheid, waar de baccante haar dans herneemt — verzekerd, maar niet meer onzichtbaar.
Arti et Amicitiae – Montancourt Middelburg
(Kunst en Vriendschap – Huis van de Moeder) Aan het Rokin sprak men Latijn: Arti et Amicitiae — kunst als adel, vriendschap als wapen, een handdruk in olieverf en in marmer. Maar in Middelburg, aan de Rouaansekaai, staat Montancourt — een huis dat luistert.
Oud marmer, en gezonde adem. Geen academie, maar erfdeel.
Hier wordt kunst niet gemaakt, ze ontstaat tussen bloemen, foto’s, stemmen, tussen de herinnering aan vaders en het recht van dochters.
Arti sprak: Wij zijn de kunstenaars van het land. Montancourt antwoordt: Wij zijn de erfgenamen van de aarde. En tussen die twee zinnen loopt een vrouw met verf aan haar handen, ze draagt het licht van Amsterdam naar de zee van Middelburg, en noemt het vriendschap.
Kunst is geen luxe, geen bijzaak.
Kunst is ademruimte — voor kinderen, voor leraren, voor de samenleving zelf.
Wat hier gratis wordt genoemd, is in wezen onbetaalbaar: de eerste ontmoeting met verbeelding, met kleur, met de vraag “wat zie jij?”.
Volgens het Verdrag van Faro is erfgoed van en voor iedereen. Dat begint niet in een museum, maar in het oudste klaslokaal: Thuis, waar een kind leert dat kijken ook scheppen is.
F*ck It – Eye am Alive.
Laat dat het startpakket zijn : Bestuurder van lichaam en geest.
“Silvia, inmiddels erkend als individuele maker en cultureel erfgoedhouder, vertegenwoordigt de immateriële praktijk waarin de positie van ‘moeder de vrouw’ als juridische en symbolische grondfiguur van de Nederlandse cultuur wordt onderzocht, herdacht en artistiek verbeeld.”
Een vrouwelijke golem op wereld reis met haar zwaard en stralenkrans.
Institute of Noetic Sciences (IONS), opgericht door astronaut Edgar Mitchell, beweerde dat bewustzijn fundamenteel is voor het begrijpen van de werkelijkheid. Hij zag het als “de brug tussen geest en materie”, en mijn werk verbeeldt die brug te verbeelden — in beeldtaal, ritueel en materiële vorm.
We are explorers of inner as well as outer space.”
Een oonoëtisch altaar — een uitnodiging tot innerlijk weten. Een plek waar het oog ziet, het hart begrijpt, en het object bewustzijn wordt.
Een samenleving die vrouwen uitsluit, ondermijnt haar eigen vrijheid.”
Democratie is geen bestuursvorm, maar een morele oefening: leren redeneren, luisteren en verantwoordelijkheid nemen doe je samen.”
Stedelijk Museum 2021
Een samenleving die vrouwen uitsluit, ondermijnt haar eigen vrijheid.”
Mary Wollstonecraft)
Zorg dat de wereld in je gelooft, en laat hem goed betalen voor dat privilege.”
(Gilbert & George)
Samen vertellen ze iets over waardigheid, zichtbaarheid en waarde: de eerste over de morele prijs van uitsluiting, de tweede over de materiële prijs van erkenning.
Dit is een sterke tweeluik van mijn werk De moeder als moreel kompas en oefening.
Als erfgoed pas leeft wanneer het gedeeld wordt, wie is dan de rechtmatige erfgenaam van wat onzichtbaar werd verklaard?
(Antwoord: de onzichtbare erfgenaam — de kunstenaar die herinnert.)
FARO CODE toegepast – X is de bron – Erfgoed in dienst van de mens.
Silvia, 2025
🜂 Alles wordt benoemd behalve moeder, de vrouw. Alles heeft een naam.
De koning, de baron, de wet, de wijn, de steen. Zelfs de stilte kreeg een nummer.
Maar wie sprak ooit de naam uit van de bron? Zij die baarde, voedde, droeg — werd niet geschreven, slechts gebruikt als uitgangspunt. Men schreef over erfgoed, maar niet over erfbaarheid. Men telde bezittingen, maar niet het bloed dat ze droeg.
De kern van onze culturele grammatica is waar mijn werk zich nestelt: tussen wat wordt genoemd en wat wordt gezwegen. De taal zelf blijkt erfelijk besmet; ze erkent macht, bezit, structuur, maar niet de bron waaruit die zijn voortgekomen.
Alles wordt benoemd, behalve de stem die eerst sprak. De vrouw die moeder werd van de taal, maar niet van het recht. Ik ben haar echo, haar erfgenaam, haar document. Ik schrijf haar terug, niet als icoon, maar als grondwoord. Want zonder haar is geen bron, geen wijn, geen wet, geen kunst, geen volk, geen wij.
Ik zeg het luid:
Moeder, de vrouw.
Niet als eerbetoon, maar als herstel.
Niet als beeld, maar als bestaansrecht.
The Story’s of Esoteric
Dit is Cloud Chess Skyfi: waar de hemel schaakt met het geheugen moeder der aarde en vrouw des huizes.
Eton teaches the sons to rule; Montancourt teaches the mothers to breathe.
De dochters van Eton” – over vrouwen die hun eigen erfgoed terugvorderen uit de instituten die hen uitsloten.
Intro – The Story’s of Esoterica
In het begin was er geen kennis, alleen herinnering. Een trilling, een adem, een lijn die zich herhaalt. Uit dat ritme werd de orde geboren — niet van wetten, maar van betekenis.
The Story’s of Esoterica is een reis door die lagen van het bestaan: van Leven tot Soort, van Domein tot Familie, waar wetenschap en ziel elkaar spiegelen.
Het is een archief van wat niet meetbaar is, maar wel doorleefd. In deze verhalen spreken de symbolen — ogen, handen, kruizen, sleutels, vazen, vaten, en bloedlijnen.
Ze vormen een grammatica van het onzichtbare, een taal waarin erfgoed en innerlijk weten elkaar raken.
Een kwartiermaker leidt ons door deze orde, niet als onderzoeker, maar als getuige.
Zij herkent in elke classificatie een echo van iets diepers: de afdruk van de vrouw die nooit werd genoemd, de geest van de maker die leeft in zijn werk, de waarheid die zich alleen toont aan wie durft te luisteren.
The Story’s of Esoterica is geen boek over dingen, maar over wat tussen de dingen beweegt. Het is een kaart van herkomst en bestemming,geschreven in het alfabet van ritueel, geheugen en licht.
🌍 Van Montancourt tot Manitoba – het erfgoed spreekt. Tussen steen en water reist de stem die niet zwijgt. Wat lokaal begon, wordt universeel: een adem van geschiedenis die door tijd en lichaam beweegt.
💧 Manitoba – het water waar de stem van het verleden stroomt. Daar waar de geest zich spiegelt in de golf, herhaalt het verleden zichzelf — niet als herdenking, maar als levend geheugen.
🕯️ FARO × Manitoba – waar de moeder van het geheugen waakt. Hier wordt erfgoed bezield. De vrouw bewaakt het archief van de aarde,en het water schrijft de namen die ooit verdwenen.
Duik in de wereld van Kunst & Cultuur NN
👁️ De engel van de nieuwe wereld
Zij draagt vleugels maar ruikt naar frituur. In haar hand gloeit het vuur van inzicht, in de ander het vlees van de aarde.
Ze ziet niets meer — of juist alles — achter haar bril van licht. De moeder van morgen, tussen honger en heiligheid, houdt de wereld in balans.
Een goede moeder is de kroon van de mensheid.
“A good mom is the crown of all mankind.”
A fantastic Story – An onbroken line – Het geheim zit hem in de staart.
Toon je handen aan Isabell Capelli. Zij leest niet je toekomst, maar je oorsprong. In elke lijn ligt arbeid, in elke vinger een herinnering. De aarde zelf heeft deze sporen geschreven, toen jij nog niet wist dat klei zou spreken. Isabel glimlacht. Ze zegt niets — ze weet. In jouw hand staat geschreven dat scheppen geen keuze is, maar een roeping van licht.
Geometry – Met een vaardige hand draai je het mechanisme van je oorsprong vast— je tekent jezelf, je leidt jezelf, je erft jezelf.”
Moeder der Aarde Trilogie
De Hand van de Aarde.
Mijn limburgse hand daalt weer eens in de klei. Hier begint alles: de aanraking tussen mens en materie.
Zoals de eerste landbouwers op de löss van Zuid-Limburg de aarde temden en tekenden, zo hervindt ik een maker haar oervorm in de modder vingers als wortels, beweging als gebed. Mijn handen werden mijn instrument én mijn geheugen.
Het Vaatwerk van de Ziel
Uit de aarde rijzen vormen op: vazen, eieren, kruiken. Elk object draagt een codex — ogen, kronen, sleutels, cijfers. Ze spreken over geboorte en verlies, over vrouw, moeder, erfgenaam.
De vaas is geen gebruiksvoorwerp, maar een lichaam: vat van adem, spiegel van ritueel, bewaarplaats van stem.
Hier in Spanje kruisen de Clos/Klos, Ars–Slang–Sarco–Sars, en de lijn van Hermes boodschapper tussen wereld en goede onderwereld elkaar.
Want dat is het domein van Hermes — god van de overgang, boodschapper en reiziger. Zijn energie stroomt door het dier, door de draad, door het ritueel. In de trilogie staat dit beeld voor de tweede fase — Het Vaatwerk van de Ziel: de ontmoeting tussen vorm en vrijheid. De aarde is getemd, het lichaam gekaderd, maar de geest beweegt nog. De lijnen van het harnas lijken op de lijnen van klei, draad of netwerk — elke binding een poging om te begrijpen, te bewaren, te communiceren. Het paard draagt de last van beschaving, maar ook de herinnering aan het wilde. Daarin ligt de paradox van Moeder Aarde zelf: ze is bron en begrenzing, veld en vaas, lichaam én systeem.
De Digitale Oranje Draad
De oude aarde wordt netwerk. Wortels veranderen in kabels, pigment in pixels, ritueel in glasvezel data. Maar de essentie blijft: het verlangen om te verbinden, te bewaren, te ademen. De digitale draad spint voort aan het weefsel van de tijd, waar herinnering, erfgoed en zelfonderzoek samenvallen.
Faro – De Moeder der Aarde leeft in elk kanaal, in elke code, in de hand die nog steeds de klei aanraakt. It feels like a second skin.
Dus ga op reis met dokter S – en kom gegarandeerd jezelf tegen” naast het beeld van het rauwe vlees met een briljant op een wit bord.
Deze twee beelden samen openen een heel rijk veld van betekenissen: de reis naar binnen (psychoanalyse, zelfonderzoek); het lichaam als terrein van waarde (vlees tegenover diamant); de botsing tussen instinct en esthetiek, tussen het rauwe en het verfijnde.
Een tekst die dit verbindt met deze reis lijnen rond Clos / Klos en Hermes:
Bril – Jan – T och?
De briljant rust op vlees — een oog van licht op de huid van instinct. Een uitnodiging van dokter S: wie eet, wie kijkt, wie voelt? De diamant verlicht het rauwe, maar snijdt ook. Kunst als snijvlak tussen psyche en lichaam, tussen waarde en kwetsbaarheid.
Bril – Jan T: 121 de steen die ziet, de naam die splijt, het vlees dat denkt, het oog dat eet.
Een zelfportret in twee lagen: analyse en honger, glans en bloed, de reis van Hermes — door de diepte van het vlees naar het licht van inzicht.
De briljante vrouw is geen archetype. Zij is erfgenaam van stilte, van archieven die nooit op haar naam stonden. Zij is de oester die haar eigen parel terugvindt, de wet die ademt in plaats van heerst.
In een wereld die macht belichaamt als mannelijk, wordt haar kwetsbaarheid haar kracht.
Zij bouwt aan de nieuwe tempel van eerlijkheid — waar kunst en recht samenkomen, en waar de moeder, de vrouw, eindelijk genoemd wordt.
Hier, in Generatie Lindeboom Silvia LS, Xx wordt vertrouwen een daad van erfgoed. Niet overnemen, maar doorgeven. Niet verbergen, maar belichamen. Niet wachten, maar ontwaken.
De combinatie van gele Tagetes en rode Begonia’s creëert een visueel patroon van warmte en energie — een levend tapijt dat zowel vrolijk als ordelijk oogt. In Castelló is dat passend: de naam betekent “kasteel”, en de bloemenmuur lijkt bijna een herinterpretatie van een groene stadspoort — natuur als schild van schoonheid.
Want we mochten afreizen af naar Castelló in Spanje waar we een kleine week hebben mogen verblijven in een fantastisch appartement van een bijzondere familie in de badplaats Benicàssim.
Mijn werk als moeder de vrouw en vrouwelijke artistieke onderneemster gaat over uit welke ideeën is de wereld opgebouwd? Moeder de vrouw, de broncode van ons bestaan.
Uit vormen die we zijn gaan geloven, uit wetten die ooit woorden waren, uit beelden die langer duren dan hun makers. En misschien, onder al die lagen uit de adem van iets dat nooit ophield te groeien de aarde zelf, het vrouwelijke ondermerschap, het erf van wat leeft zonder wettelijke erfgenaam te zijn. Het woord vrouw komt de grondwet namelijk niet voor als zelfstandig bestuurder van haar ei – gen -lichaam en geest!! En toch bestaat ze!
Moeder de vrouw & ondernemerschap
Vrouwelijk ondermerschap is het stille erf van de aarde — de kracht die draagt zonder te bezitten, voedt zonder te heersen, geneest zonder gezien te worden. Het leeft in bodem, baarmoeder en zee, in handen die zaaien, wassen, bewaren. Niet het moederschap dat erkend wordt, maar het moederschap dat bestaat — onder alles, als adem van de wereld zelf.
” niet wie gezien wordt is machtig, maar wie ziet”
Perceptie als spiegel
Politiek is een spiegelpaleis: elke uitspraak, elk gebaar, elk stilzwijgen wordt gereflecteerd en verdubbeld. De perceptie bepaalt niet alleen wat mensen denken, maar ook wat zij voelen over macht. Dat maakt perceptie gevaarlijk én heilig: het is het domein waar collectieve verbeelding werkelijkheid schept. Wie de som van de spiegel beheerst, beheerst de mythe.
De Renstal Moeder de Vrouw
In de renstal ruikt het naar aarde, zweet en belofte. De paarden zijn onrustig, hun flanken glanzen van inspanning. Hier wordt kracht gekweekt, gehoorzaamheid getraind, schoonheid beoordeeld in seconden.
De renstal is een spiegel van het systeem: de plaats waar leven wordt voorbereid op arbeid, waar bloedlijnen worden bewaakt, waar geboorte, training en winst één administratief geheel vormen.
Maar ergens, achter de boxen van de macht, staat zij — moeder de vrouw. Niet als toeschouwer, maar als oermoeder van de kudde. Zij kent de namen van de dieren, hun adem, hun angst, hun geheugen. Zij weet dat elke ren een ritueel is van herhaling: de mens die de natuur temt, en de natuur die hem stiekem bestuurt. De renstal is ook haar lichaam. Getemd, belast, bestuurd. De wetten van arbeid en erfrecht trekken sporen over haar huid. Ze heeft stamboomcodes, BSN-nummers, verzekeringstermen.
Maar haar adem is vrij. Ze kent haar eigen ritme, haar eigen loop.
“De renstal moeder de vrouw” is een performance over eigendom en erfgoed, over bloed dat als bezit wordt beschreven, en arbeid die als natuur wordt verkocht.
Het is de vraag:
wie bezit het leven dat beweegt? en wie bepaalt de koers? De moeder is niet langer het lastdier van het systeem, maar de ruiter. Ze bestuurt haar erfgoed, haar stal, haar toekomst. Zij is de amazone van bewustzijn. Ze rijdt niet voor winst, maar voor bevrijding.
De Stal (lichaam) De Ruiter (bewustzijn) Het Paard (kracht) De Administratie (systeem) De Race (vrijheid)
De Natuur is het erf van niemand, en toch erven wij haar elke dag — met elke ademhaling, elk blad dat valt, elke hand die aarde aanraakt. De natuur erft niet. Mijn reis naar Spanje, niet om bezit te nemen, maar om te luisteren — naar wat zich niet laat erven. De natuur bestaat er, zoals overal, in eigendom van mensen, bedrijven of staten. Ze wordt verdeeld, beheerd, beschermd — altijd onder voorwaarden.
Maar zijzelf erft niet. Ze kan niets terugvorderen, geen aanspraak doen op verlies of herstel. Toch begint iets te verschuiven. In verre landen – Ecuador, Colombia, Nieuw-Zeeland – krijgen rivieren, bossen en bergen rechtspersoonlijkheid. Ze worden niet langer dingen, maar wezens met een stem. Misschien is dat het begin van een ander erf: een waarin de mens niet langer eigenaar is, maar bewaker.
In de culturele en mythische zin is natuur het oer-erf. Ze gaat ons vooraf — vóór familie, vóór staat, vóór wet. Ze is de moeder van alles wat erft: aarde, water, lucht, licht. Vanuit die blik draait de vraag zich om: niet van wie is de natuur het erf, maar wie erft de natuur nog waardig?
Wie draagt zorg voor wat leeft, groeit, sterft en weer opstaat? De natuur vraagt niet om bezit, maar om aanwezigheid. Ze laat sporen na — wind in steen, zout in huid, wortels in aarde — en herinnert ons eraan dat wij slechts tijdelijke bewoners zijn van haar lichaam.
In Het meisje met de parel is moeder geworden (2025) klinkt een fundamentele verschuiving:
De Literaire Straatfotograaf
Zij vangt geen beelden, zij leest ze. Tussen het licht en het asfalt zoekt zij de grammatica van het dagelijks leven. Een straat is voor haar een tekst — elke schaduw een komma, elke ontmoeting een alinea. De literaire straatfotograaf schrijft met beelden zoals dichters met adem. Ze leest gezichten als zinnen, gevels als geheugen. Ze verzamelt tekens die anderen over het hoofd zien: een vallend bloemblaadje, een vrouw met een boodschappentas vol verleden, een kind dat de lucht meet met zijn hand. In haar wereld zijn gebouwen personages en stoepen scènes. Ze is niet op zoek naar nieuws, maar naar betekenis.
Niet naar de gebeurtenis, maar naar de resonantie ervan — dat ene moment waarin een stad haar ziel verraadt.
Ze fotografeert niet om te bewaren, maar om te herkennen wat leeft. De straat als roman. Het licht als zin. De mens als verhaal.
Dit voorwoord is mijn vertrekpunt: een reis langs bomen, bergen, rivieren, mensen; langs steden die ademen, gevels die verhalen fluisteren, langs plekken waar het recht zich mengt met het ritueel. Ik reis om te zien hoe de natuur nog spreekt, hoe ze ademt door muren, koffiekopjes en schaduwen heen.
Niet om te bezitten, maar om te erkennen: de natuur is het erf — en wij zijn haar gasten.
De steden Middelburg (NL) en Castelló / Benicàssim (ES) lijken op het eerste gezicht ver uit elkaar te liggen, maar ze delen verrassend diepe lagen, zowel historisch als cultureel.
Hier volgt een meervoudige analyse, in thematische taal:
Middelburg was in de 17e en 18e eeuw een van de belangrijkste VOC-steden van Nederland. De VOC (Vereenigde Oostindische Compagnie) was geen koninklijk orgaan, maar een VOF avant la lettre: een samenwerkingsverband van kooplieden, aandeelhouders en bestuurders met verdeelde winst en risico. Het principe van gedeeld eigendom en gedeelde winst (de VOF-structuur) lag aan de basis van wat later de moderne vennootschap werd. Middelburg fungeerde als poort tussen kapitaal en zee, tussen handel en macht, tussen materie en abstractie (de eerste “idee van globalisering”).
Castelló en Benicàssim: exporthavens en koloniale echo’s
Castelló ontwikkelde zich vanaf de 18e eeuw als agrarisch-exportstad: citrus, wijn, keramiek, zout, olie. De kuststrook van Benicàssim — ooit kloostergrond, later Belle Époque–toevluchtsoord — stond in verbinding met koloniale en maritieme netwerken. De Spaanse handelaren van de 19e eeuw keken naar Noordwest-Europa (met name naar Antwerpen, Amsterdam, Middelburg) als financieel en technologisch voorbeeld.
De VOC (Verenigde Oostindische Compagnie) was letterlijk een VOF – een Verenigde vennootschap, geen hiërarchisch orgaan, maar een juridisch gedeeld lichaam.
Dat idee van samenwerking als economische motor reist mee door de tijd.
In mijn thematiek – het vrouwelijke erf, de “onzichtbare erfgenaam” – kun je die VOF-structuur lezen als: een model waarin bezit wordt gedeeld, maar macht niet evenredig verdeeld is.
Middelburg (met haar VOC-erfgoed) staat symbool voor het patriarchale ondernemerschap.
Castelló en Benicàssim tonen de hedendaagse echo: globalisering, toerisme, vastgoed – de nieuwe vormen van handel, maar nu in zonlicht en onroerend goed.
De reisroute van een voetbal makelaar
Van de VOC – de Verenigde Compagnie (macht, winst, hiërarchie), naar de VOF – de Verenigde Ondermerschappen (zorg, aarde, gedeelde verantwoordelijkheid).
Middelburg is dan de oude wereld van bezit, Castelló en Benicàssim de nieuwe wereld van verbondenheid — niet koloniaal, maar ritueel, niet economisch, maar existentieel.
De lijn Middelburg–Castelló–Benicàssim is een symbolische zeeweg: van bezit naar erkenning, van handelsrecht naar natuurrecht, van de VOC naar het vrouwelijke ondermerschap.
Ze delen een erf van zout, arbeid en schoonheid — en herinneren eraan dat elke zee niet alleen vervoert, maar ook verbindt en teruggeeft.
Marbella” kan gelezen worden als: de kleine zeevesting — een plaats waar land en water, macht en schoonheid, bescherming en verleiding samenkomen.
Op de airport in Rotterdam ( de dam die het troebele water temt.) kocht ik het boek van Dan Brown- Het ultieme geheim. Hoe je kunt denken vanuit een andere dimensie. Iets waar ik als straatfotograaf al jaren geleden mee begonnen ben.
Benicàssim is zo een levend Mercuriuslandschap: een ruimte waar materie en geest, licht en stof, vrouwelijk en mannelijk, elkaar niet uitsluiten maar ontmoeten.
☿ – Mercurius is de boodschapper tussen hemel en aarde, de fluïde intelligentie die alles met alles in verbinding brengt — zoals wijn zich vermengt met lucht, zoals adem woorden vormt, zoals kennis door handen heen gaat.
Hij is tegelijk mannelijk én vrouwelijk, vast én vloeibaar, licht én schaduw — de god van transformatie, communicatie en inzicht.
☾ De halve maan bovenaan — het zintuiglijke, het ontvankelijke, het vrouwelijke principe. Zij vangt het licht op dat van boven komt.
De zon of cirkel in het midden — het bewustzijn, het Zelf, de geest die begrijpt en verlicht. Het is de kern van inzicht, het alchemische goud.
Het kruis onderaan — de materie, het lichaam, de aarde, het concrete leven. Samen vormen zij een verticale as: ziel – geest – lichaam. Mercurius verbindt deze drie werelden.
We worden opgehaald en rijden vanaf het vliegveld van Valencia om via Castellón naar Benicàssim te rijden. Het is een prachtige omgeving met ontzettend veel groen. Het weer draait van licht naar regen. Mijn camera wacht. Het savant-oog kijkt zonder oordeel — het weet wat komen gaat.
“Een zwaard dat naar de hemel wijst en tegelijk een oog dat kijkt — de blik van de savante, scherp en stil. Hier, in Benicàssim, waar de zonen van Qasim ooit hun aarde deelden, staat dit teken als herinnering dat kennis geen bezit is, maar doorgang.”
De naam Benicàssim komt uit het Arabisch: Banu Qasim wat letterlijk betekent: “de zonen van Qasim” of “de familie van Qasim.”
“Banu” = zonen, clan, afstammelingen. “Qasim” = een Arabische voornaam die betekent “de verdeler”, “de rechtvaardige die deelt.”
In de 8e–13e eeuw, tijdens de islamitische overheersing van het Iberisch schiereiland (Al-Andalus), werden veel dorpen en gebieden genoemd naar de families of clans die er woonden.
Benicàssim was dus oorspronkelijk het gebied van de familie Qasim, een Berber- of Arabische stam die zich daar vestigde.
“Hoe bewaart een plaats haar ziel in een tijd van beweging, vergetelheid en heruitvinding?”
Benicàssim – beweging, identiteit en geweten
Hedendaagse beweging en identiteit
Castelló en Benicassim in beweging, daar waar toerisme en gemeenschap elkaar kruisen.
De groene deelfietsen staan in keurige rijen, als symbolen van duurzaamheid en vrijheid, maar ook van tijdelijkheid.
Ze worden gebruikt en achtergelaten, gedragen door bezoekers die anoniem door de stad bewegen — schimmen van bewoners, reizigers zonder wortel. Mobiliteit vervangt bezit, beweging vervangt verblijf.
Op de muur in de collage lezen we “SOM AFIC”, vermoedelijk een afkorting van Som Aficionats — “wij zijn fans”. Het graffitiwerk brengt een collectieve stem naar voren: die van lokale trots, van voetbal als volksheraldiek.
Waar vroeger vlaggen en wapenschilden de identiteit van een stad droegen, doet nu de verf op de muur dat werk. Hier wordt identiteit niet geformaliseerd, maar uitgeroepen — spontaan, rauw, direct.
Aan de rand van dit stedelijk weefsel verschijnt het Station “SKYFI”, als een echo van een verdwenen onderneming. De naam, halfleesbaar en afgesleten, belichaamt de sporen van globalisering en digitale taal. Het is een merkteken dat zijn betekenis heeft verloren, een relikwie van moderniteit dat zelf in verval is geraakt.
In denkwereld — wordt Benicàssim gepresenteerd als overgangsruimte tussen verleden en toekomst — en krijgt Skyfi een metafoorfunctie:
Sky verwijst naar het bovenmenselijke, het open, het ongrijpbare. Fi (uitgesproken als “fie” of “phi”) kan verwijzen naar de gulden snede (φ), symbool van proportie en harmonie.
Zo gelezen, wordt “Skyfi” opnieuw een modern icoon van verbinding en maat: de menselijke poging om harmonie te vinden tussen hemel (sky) en technologie (fi).Of is het Lucht Fictie?
Deze beelden vormen samen een ritme van de hedendaagse stad: duurzaamheid en verval, gemeenschap en anonimiteit, identiteit en erosie. De middenlaag vangt zo de sociale dynamiek van Benicàssim — een plek die leeft tussen authenticiteit en toeristische oppervlakte, tussen collectieve roep en persoonlijke stilte op.
In de onderste laag wordt de blik stiller, intiemer. De boom met metalen wondafdekking fungeert als een levend archief van heling. Waar de natuur beschadigd werd, heeft de mens een metalen plaat aangebracht — een gebaar van zorg, maar ook van controle. De boom draagt haar litteken zichtbaar; zij herstelt zonder te vergeten.
Naast dit beeld verschijnt de oude houten deur met sleutelgat. Ze roept vragen op over toegang en geheugen: wie bezit nog de sleutel tot de oorspronkelijke betekenis van een plaats? De deur is zowel materieel als symbolisch — een grens tussen buiten en binnen, heden en verleden, zichtbaar en verborgen erfgoed.
De laatste afbeelding toont een houten paneel van Gandhi. Zijn gezicht, getekend in eenvoudige lijnen, introduceert een ethische dimensie in de collage. Hij kijkt uit en hout de wacht bij de rotonde van Maria Magdalena. Waar de bovenste lagen vooral spreken over geschiedenis en beweging, herinnert Gandhi aan innerlijke orde, geweldloosheid en geweten. Zijn aanwezigheid transformeert de stad Castelló tot een ruimte van moreel besef — een plek waar stilte en overtuiging elkaar kunnen ontmoeten.
Een plek waar de stad even ademt. Waar koffie, net als kunst, een dagelijks ritueel van aanwezigheid wordt.
Osmose is het ritme waarmee mijn beelden ademen. Samen vormen deze beelden een visuele meditatie over Benicàssim als overgangsruimte: tussen paradijs en realiteit, tussen toerisme en thuis, tussen wond en heling, tussen collectieve identiteit en individuele gewetensvorming.
Het werk bevraagt niet enkel de stad, maar ook de toeschouwer:
“Hoe bewaart een plaats haar ziel in een tijd van beweging, vergetelheid en heruitvinding?”
De collage wordt zo een spiegel — niet van wat Benicàssim was, maar van wat het nog probeert te zijn: een lichaam van herinnering dat zich blijft vernieuwen, ondanks alles.
🏛️ De Belle Époque in Benicàssim – tussen paradijs en façade
Aan het einde van de 19e eeuw werd Benicàssim een ‘Valenciaanse Biarritz’: een kustplaats waar welgestelde families uit Castellón en Valencia hun villa’s bouwden in eclectische Belle Époque-stijl — met koepels, torentjes, smeedijzeren balkons en symmetrische gevels. Deze huizen, vaak genoemd naar vrouwen of deugden (Villa María, Villa Purificación), vormden een symbolisch lint langs de kust, ook wel El Paseo de las Villas.
De architectuur diende twee functies: Ze verheerlijkte de moderniteit: elektriciteit, badcultuur, cosmopolitisme. Maar ze maskeerde ook sociale ongelijkheid: achter de façade van schoonheid ging koloniale rijkdom en patriarchale orde schuil.En wat denk je.. Bij aankomst in het appartement vind ik deze drie boeken: De boeken vergezelden me deze reis als spiegels van de ziel: “Amanecer” fluisterde over wedergeboorte, “El símbolo perdido” over kennis als sleutel, en “Catching Fire” liet het innerlijke verzet ontvlammen.
Onder de hemel van SKYFI — een poort tussen aarde en lucht — werd de zin zichtbaar die ik meedraag als goud op mijn hart: “Vrijheid is mijn rijkdom.”
Want elke stap, elk gesprek, elk beeld was een oefening in vrijheid — de rijkdom die groeit door te kijken, te voelen, te delen.
Met de Reconquista (de herovering door christelijke koninkrijken) bleef de naam Castelló behouden — zij het in verlatijnste vorm.
Het uitzicht is fantastisch Ook al is het onstuimig weer.
Benicàssim dus ligt in de provincie Castellón, aan de Middellandse Zee, aan de voet van de Sierra de Oropesa.
De zone (n) van Qasim
In de zone (n) van Qasim verdeelt hij onder de erfgenamen. Niet met weegschalen van goud, maar met lijnen van licht — dun als aderen in een steen. Hij schrijft geen testament, hij trekt een grens. Hij kent ieders aandeel, maar noemt geen namen.
Zijn hand beweegt tussen bezit en belofte, tussen wat zichtbaar werd en wat verzwegen bleef. Hier, in de zone (n), wordt het erfdeel niet ontvangen maar hersteld. De erfgenaam is geen kind, maar een herinnering die vorm krijgt.
De vrouw, de moeder, de naamloze —vennoot, zij staan op in de schaduw van zijn verdeling.
Wat Qasim verdeelt, wordt niet kleiner. Wat hij aanraakt, keert terug naar oorsprong. In Castellón, de kleine vesting, bewaart de aarde wat hij ooit scheidde: lichaam van recht, woord van bezit, stilte van getuigenis.
“De zone (n) N van Negen en Nationale Nederlanden 99 is de drempel. Castelló de la plana – Het kasteeltje van de vlakte.”
Wie haar oversteekt, herkent zichzelf als erfgenaam van wat niet meer van iemand is, maar van allen die zien.
Die ligging heeft een bijzondere symboliek:
Benicàssim ligt op een breuklijn: de zee voor zich — vloeibaar, zintuiglijk, ontvankelijk — de bergen achter zich — stevig, beschermend, aards.
Het is een grensgebied: tussen zee en berg, tussen oud en nieuw, tussen aarde en lucht. Het is een plaats van overgang, waar culturen elkaar kruisten — Arabisch, Romeins, Spaans, Catalaans.
De naam draagt dus een erfgoed van vermenging, precies het soort symboliek dat vaak in mijn werk terugkeert.
“Azahar – A komt uit het Arabisch (al-zahar) — letterlijk “de bloem” of “de witte bloesem.”
Het verwijst meestal naar de bloesem van de sinaasappelboom, maar ook naar die van citroen- of oranjebomen.
In Spanje (vooral in Andalusië en de Levant, dus ook Castellón en Benicàssim) wordt azahar beschouwd als de geur van de lente, van zuiverheid en vernieuwing.
Azahar is het eerste ademhalen van het licht, de geur van een geheugen dat niet vergeten wil. Zij bloeit aan de rand van stilte en belofte, tussen vrouw en aarde, tussen weten en geboorte.Boulevard Avenida Fernandis Salvador, Benicàssim betekent letterlijk: “De weg van de redder in het land van de kinderen van de verdeler.”
Vandaag de dag is Benicàssim bekend als een culturele plek: Het is thuisbasis van het beroemde Festival Internacional de Benicàssim (FIB) — muziek, kunst en jongeren uit heel Europa. Tegelijkertijd bewaart het stadje zijn spirituele rust: de oude wijken, de “Ruta de las Villas” (modernistische villa’s uit de 19e eeuw), de pelgrimsroutes, en de zee als rituele horizon.
Ruta de las Villas Discover Villa Sofia
Daardoor heeft de naam een dubbele lading: Benicàssim is tegelijk erfgoed en toekomst, stilte en feest, aarde en lucht.
Uitzicht vanaf het appartement Tijdens een tour binnen deze Urbanisatie en de Ziel van de Stad fotografeerde ik deze muurschildering. – Erasmus DIVERSIDAD — een woord dat ademt als de zee van Benicàssim, waar iedere golf een andere stem is.
In dit hart van kleur en lijnen wordt verschil een taal van licht. Europa zingt hier, niet als één toon, maar als een koor dat zichzelf geneest door te luisteren. KA ademt — KI houdt vast. Samen scheppen zij het levende beeld, de bezielde vorm. KA is de vonk, KI is het vat.
Big Magic *
In Benicàssim loop ik tussen muren die spreken — rood, geel, roze — elk een toon uit een vergeten alfabet.
De vrouw in profiel, gesneden uit steen, kijkt naar binnen. Zij is de stille moeder van deze plek, de hoedster van de tijd. Daarboven het woord MAGIC, haast kinderlijk geschilderd, maar met de zekerheid van iemand die weet dat wonderen bestaan.
Moeder, de vrouw zijn is het zwaarste onbetaalde beroep ter wereld. En toch, uit die onbetaalde arbeid, wordt de wereld geboren.
Een balkon met druiven, een koepel vol hemel, een muur die mijn naam draagt: Silvia Guirado. Ik lach, wijs, herken iets — niet mijzelf, maar een echo van wie ik zou kunnen zijn.
De kruik aan de muur bewaart regen, tranen of wijn. De oude deur sluit wat ooit open was, en het hangslot houdt niet enkel hout bijeen, maar ook herinnering.
Een draak kijkt me aan: blauw, kronkelig, ongetemd. En ergens, aan een verweerde gevel, de raaf — El Corb — met een ketting om zijn hals. Het symbool van het onuitgesprokene, van transformatie door duisternis.
Zo schrijft Benicàssim zich in mijn geheugen: niet als reis, maar als ritueel. Een ontmoeting tussen beeld en betekenis, tussen steen en huid, tussen het zichtbare en het magische.
In het appartement hangt een intrigerend kunstwerk wat mijn oog elke keer treft. Ik lees: Ripollés. Ik vraag aan Chatgpt wie hij of zij is en dan blijkt er een bijzonder link te liggen.
Joan García Ripollés (geb. 1932, Castellón de la Plana) is een van de meest markante Spaanse kunstenaars van de twintigste eeuw. Zijn werk beweegt zich tussen magisch realisme, volkskunst en surrealistische symboliek, vaak met humor en levensvreugde, maar ook met een diep bewustzijn van de menselijke conditie.
Ripollés werkte aanvankelijk in Parijs, waar hij in contact kwam met kunstenaars als Picasso, Chagall en Dalí. Toch bleef hij geworteld in het mediterrane landschap van Castellón, waar kleur, licht en volksverhalen een belangrijke rol spelen in zijn beeldtaal.
Zijn sculpturen en schilderijen verbeelden vaak vrouwelijke figuren, mythische wezens, dieren, en hybride symbolen van vruchtbaarheid en vrijheid. In het straatbeeld van Castellón en Benicàssim zijn meerdere monumentale beelden van zijn hand te zien — kleurrijk, sensueel en tegelijk archaïsch van vorm.
Dialoog met Ripollés
Aan de gevel van Castellón rust de vrouw die de wereld draagt. Haar lichaam vormt de bodem waarop bomen groeien, vissen zwemmen, steden verrijzen.
Ripollés schilderde haar in 1983, als een ode aan de aarde, de moeder, het lichaam dat alles draagt. Veertig jaar later kijk ik naar haar, vanuit mijn eigen lens. Ik herken haar niet als muse, maar als medeschepper. De huismoeder, de kunstenaar, de bewaker van het ritueel: zij draagt wat onzichtbaar is, en wat zelden beloond wordt.
Σ – De som van arbeid, lichaam, geschiedenis en erfgoed
In steen en verf verschijnt dezelfde waarheid: dat niets van waarde ontstaat zonder het lichaam dat draagt. Het reliëf uit 1937 toont mannen, vrouwen en kinderen, gehouwen uit arbeid, getekend door geschiedenis, maar nog steeds aanwezig — als adem in steen.
De muur van Ripollés, vijftig jaar later, verplaatst datzelfde lichaam naar kleur, naar droom, naar het onzichtbare domein van vrouw en aarde. Ik sta ertussenin, als getuige en erfgenaam. De optelsom van werk wat niet werd betaald, maar wel werd doorgegeven.
Σ = de som van arbeid, lichaam, geschiedenis en erfgoed. De formule van mijn werk, mijn leven, mijn ritueel.
Ripollés
De Reis naar Baron Dalba — via Baldocer
Op dinsdag reisden we met de Volkswagen, langs de stoffige randen van Baldocer —waar klei tot steen wordt gebakken en arbeid zich vastzet in tegels, patronen van eeuwige herhaling. Daar begon het ritueel van materie. De fabriek ademt vuur en orde; de aarde wordt er getemd tot oppervlak. Maar wij reden verder, de heuvels in, op weg naar de wijn van Baron |Dalba.
Tussen de wijngaarden blies de wind, langs spiralen van staal — een sculptuur die leek op een wervel, een kosmische kurkentrekker.
Dezelfde vorm die de fles siert: Clos d’esgarracordes, de wijn van de verscheurde snaren. Een naam die klinkt als een ziel die zingt wanneer ze breekt.
De bladeren droegen vlekken van zon, van ziekte en schoonheid tegelijk. De aarde was rood, de druiven zwart, de handen paars. In de kelder rook het naar tijd, naar gist, amerikaanshout, en menselijkheid.
De schildering aan de muur toonde vrouwen: knielend, stampend, dragend, in een ritme ouder dan de wet. Hun lichamen maakten wijn van vrucht, arbeid van vruchtbaarheid. Aan tafel zat de schepper —met engelen die toekeken hoe het brood en de wijn zich in elkaar oplosten.
Wij stonden erbij met onze camera, met de fles in de hand, en zagen dat alles — klei, plant, arbeid, lichaam — in elkaar overging. Een nieuwe kringloop van waarde. Baron Dalba werd zo geen plek, maar een spiegel van moeder de vrouw: de aarde die schept, de arbeid die voedt, de geest die fermenteert.
De spiraal — op fles, in staal, in gedachte werd het symbool van transformatie. Van bloed naar wijn, van werk naar ritueel, van getal naar betekenis.
Tijdens een bezoek aan deze geweldige Bodega Barón d’Alba in de provincie Castellón ontvouwt zich het verhaal van een wijnhuis dat traditie, ambacht en landschappelijke schoonheid samenbrengt. Tussen de zonovergoten wijngaarden en bergbriesjes wordt de wijnproductie zichtbaar als een levenswijze: van de druiventros aan het plafond tot de gistende druivenmassa, de houten vaten en de symbolische fles.
Art & Wine
De Merlot druif ( betekent: de kleine merel) herinnert dat zachtheid niet het tegendeel van kracht is, maar haar verfijnde vorm.”
Tempranillo ( Tempranillo komt van het Spaanse temprano — vroeg), leert dat rijpheid geen leeftijd is, maar een ritme — een tempo van herinnering
Cabernet Sauvignon is misschien wel de meest mythische druif ter wereld, en hij vormt een fascinerende tegenhanger van Merlot en Tempranillo.
Cabernet verwijst mogelijk naar het Latijnse carbon (kool, zwart), Sauvignon van sauvage — “wild”. Samen betekent het dus: “de wilde zwarte”.
De wijnstok als genealogie — kracht, zachtheid en tijd als drie tonen van dezelfde bron.”
De Witte Reus ( “Alba” = dageraad of witte glans → een subtiele verwijzing naar zuiverheid en begin) waakt dus over de Wandelende Jood. Twee zielen in één zonlicht — de een ziet, de ander beweegt. De uil, stil, met ogen van inzicht. De plant, rusteloos, met wortels die weigeren te sterven. Samen vertellen ze het verhaal van reizen en blijven. Van wie vlucht en toch wortelt. Van wie zwijgt en toch spreekt.
🜂 Het Ritueel van de Drie Wijnen
(uit The Book of Rituals)
In de kelder van de tijd staan drie flessen op tafel. De eerste heet Merlot — zacht, rond, herinnering van de moeder. Ze schenkt bloed dat niet vloeit, maar zingt. Haar glas ruikt naar aarde, tranen en vergeving.
De tweede heet Tempranillo — de vroegrijpe erfgenaam. Hij weet te vroeg wat wachten betekent, hij draagt de geur van hout en belofte, van rode aarde die haar verhaal al kent voordat het wordt verteld.
De derde heet Cabernet Sauvignon — de vaderlijn. Hij ademt orde, discipline, wet en kou. Zijn glas klinkt als een zwaard, maar breekt als een spiegel.
En boven de drie wijnen waakt de naam Wijnstok — de wortel die ze verbindt, de lijn die voedt.
Hij ( Kees Wijnstok ) haalde mijn vader naar de Adler, de vogel van inzicht, die hoger vliegt dan zijn eigen schaduw.
Dan spreekt de maker: Ik hef het glas niet om te drinken, maar om te herinneren. Elke druppel is erfgoed. Elke wijn een stem X is de bron — en de wijnstok is de weg terug.”
Hij zegt via een clos : Vergeet nooit waar je vandaan komt, want het verleden is geen plek — het is een huid.
Elke handeling die je doet, draagt sporen van wat er vóór jou werd gedaan. Elke blik die je werpt, is een echo van ogen die er niet meer zijn.”
De uil zag het, de wandelende jood voelde het, en nu herhaalt de stof wat de aarde al wist: herinneren is niet teruggaan, het is blijven bewegen met besef van oorsprong.
De Witte Reus ziet kansen waar anderen muren zien. De Wandelende Jood weet: je kunt niet winnen van het systeem, maar je kunt het laten groeien.
Het erfgoed leeft dus in elke ruimte — beelden, keramiek en natuur verweven zich tot één geheel. Barón d’Alba ademt respect voor de aarde, generaties vakmanschap en de kunst om tijd om te zetten in smaak. Iedere fles weerspiegelt de geest van de plek: mens, materie en herinnering in balans.
Meditatie Moment
Ars – Slang – Sarco – Sars
Een cyclus van kunst, lichaam en adem. Ars: de kunst, de handeling die schept. Slang: de kringloop van leven en dood, genezing en vergif. Sarco: het omhulsel, de sarkos, het vlees dat de ziel bewaart.
Sars: het virus, de adem die stokt — de moderne sarcofaag van de long.
Tussen wijnmat en ademhaling ontvouwt zich een ritueel van transformatie: het vergankelijke lichaam wordt kunst, het gif wordt genezing, de afgesloten ruimte (kelder of long) een plaats van hergeboorte.
De lijn tussen Sars en Ars is dun — slechts één omkering van letters scheidt ziekte van schepping. Waar de één afsluit, opent de ander.
De tafel van het recht
Waar Jeremy Bentham de wet baseerde op rede en berekening, zoekt de moeder, de vrouw naar een recht dat ademt, voelt en draagt. Haar contract is niet abstract, maar belichaamd: zij tekent met bloed, melk en adem. Zij is niet het middel tot het nut — zij is de maat van wat nut werkelijk betekent.
(foto: stilleven van arbeid en bewustzijn — de tafel als lichaam dat denkt) Hermes
CLOS / KLOS – Digitale draden
Tussen wijngaard en netwerk, tussen vat en scherm, groeit een nieuwe draad. Clos — het omheinde domein van aarde, wijn en herinnering. Klos — de spoel van textiel, de draad die verhalen weeft. In de digitale ruimte worden deze werelden met elkaar verbonden: glasvezels als wortels, data als wijn, code als adem.
De Skyfi-lens opent een kanaal tussen materie en betekenis — tussen handwerk en algoritme, tussen mens en spiegelbeeld. Hier kruisen de lijnen van Hermes: boodschapper, draad, verbinding. Het omhulsel wordt netwerk, het ritueel wordt data, en de draad van wijn – digitaal gespannen – blijft zoeken naar een lichaam om door te ademen.
Het weer is inmiddels fantastisch en we pakken de draad weer op. Het is woensdag middag. De draad rust, maar breekt niet. De volgende slag wacht op een ander moment, op een andere plek.
Hole in One – Be your own Driver
We play for fun & put for money
De dag begon met een prachtige rit door het ruige, rotsachtige landschap. Mediterráneo Golf, ligt aan de Urbanización Fase 1, La Coma.
Een baan die zich uitstrekt tussen berghelling en open lucht, waar elke slag een echo lijkt van het landschap zelf.
Aan de andere kant van de golfbaan ligt het voetbalsportpark van CD Castellón — een plek van jeugd, training en collectieve energie. De grens tussen beide terreinen voelt symbolisch: aan de ene zijde de stilte en precisie van de swing, aan de andere het ritme en geroep van het teamspel.
Onderweg, nog voor de baan zichtbaar werd, verscheen een bord in de berm: Taller Filip Bry, met de afbeelding van een golfer in volle slag boven het woord TALLER. Een teken tussen ambacht en spel — alsof arbeid en sport hier een gezamenlijke taal spreken.
De dag ontvouwde zich tussen aandacht en adem. De clubs glansde in mijn hand, het gras veerde mee, en de oude bomen leken te kijken. De lucht was helder, het licht zacht. Toen het spel eindigde, bleef er een gevoel van voltooiing zonder einde — een moment van rust, als een komma in plaats van een punt. Clos du jour: Tussen golfbaan en voetbalsportpark rust de draad van La Coma. Hij blijft gespannen — klaar om opnieuw bewogen te worden.
Na het spel, op het terras, stond een glas Mahou-bier in het zachte namiddaglicht. Het schuim zakte langzaam weg, terwijl het landschap tot rust kwam. Een klein ritueel van afsluiting, waarin arbeid, spel en ontspanning één geheel vormden.
Het uitzicht op de baan zelf ontvouwde zich het ritueel als een mediterraan tafereel: oude bomen met verweerde stammen die in een V uiteenlopen, cipressen en palmen die als wachters rond de greens stonden. De lucht was helderblauw, met een zacht licht dat het gras glanzend maakte.
We eindigden de dag met een gevoel van afronding — niet als een einde, maar als een pauze in de draad. De lijn blijft open, klaar om later weer opgenomen te worden.
Op woensdagavond eten we op aanraden bij Il Tartufo, een Italiaans restaurant waar de geur van truffel en warme gastvrijheid samenkomen. Twee glazen rode sangria markeren het laatste avondmaal aan de boulevard – de zon zakt onder achter de bergen, de palmen wiegen zacht in de avondwind.
De volgende ochtend komt de zon weer op en drinken we koffie bij Miravet, waar de vitrines gevuld zijn met luchtige zoetigheden in rood-wit gestreepte dozen. Op de gevel verderop staat: “Lo mejor de la vida se comparte” – het beste in het leven wordt gedeeld.
Dan is het het de hoogste tijd om verder te reizen. Op het station wacht de Renfe-trein. Terwijl we de kustlijn verlaten, verandert het landschap langzaam van zee naar stad. Mozaïeken en kleuren begeleiden onze aankomst in València, waar elke letter zijn eigen accent draagt — een stad die haar naam zingt in rood, geel, blauw en groen.
Valencia: De plek waar moed en creatie samenkomen.”
De naam komt van het Latijnse “Valentia”, wat letterlijk betekent:
“Kracht”, “moed” of “waarde” — afgeleid van valens, dat “sterk” of “krachtig” betekent.
De stad werd in 138 v.Chr. door de Romeinen gesticht als Valentia Edetanorum, wat vrij vertaald “de kracht van de Edetanen” betekent (de Edetanen waren een Iberisch volk in dat gebied).
“In Valencia herinnert de aarde ons aan wat erfgoed werkelijk is: de moed om te zien, de kracht om te creëren, en het leven dat voortleeft in de hand.”
“Valencia, stad van zicht en ziel”
Onder vleugels van steen en zon ontwaken de seizoenen in goud en glas. Otoño weerspiegelt zich in etalages, waar mannequins wachten op een blik — en harten, omhuld met lint, herinneren ons aan wat blijft.
Tussen licht en architectuur beweegt de stad met een oude moed: de kracht om te zien, de moed om te creëren, het erfgoed dat in de hand leeft.
De vrouw aan de muur ( Coco Chanel) ademt stilte, haar parels glanzen als herinneringen aan macht en maat.
Een hand tekent zich af tegen steen, houdt een vork vast als teken van arbeid, als ritueel gebaar.
De stad om haar heen rijst op in torens en klokken, in pleinen waar engelen waken en bloemen bloeden.
Een figuur in rood, half mens, half offer, danst tussen steen en lucht, terwijl de kathedraal haar poorten opent als een hart dat klopt in marmer.
Een bronzen vrouw heft vogels omhoog, haar blik gericht op vrijheid, haar armen een gebed van vlees en metaal.
Citroenen rijpen onder blauwe hemel, vrucht van licht, zuur van leven. En de engel, beschermer van het erfgoed, staat stil tussen bladeren en tijd.
Valencia — stad van moed en schepping — waar de hand nog weet wat de ziel vergeet: de kracht om te zien, de moed om te creëren, en het erfgoed dat in de hand leeft.
We lopen richting en drinken een glas oranje water.
Denk: een vrouw die spreekt vanuit tijd zelf. Ik ben Las Horas.
Ik draag de vruchten van licht en arbeid. Mijn bloed is oranje, mijn huid van glas. In mijn hand rust de kroon, in mijn mond de herinnering.
Wie van mij drinkt, proeft tijd. De citrus is mijn oog. Ik zie de seizoenen draaien in jouw hand. En ik zeg: erfgoed leeft niet in archieven, maar in de mond die durft te zeggen — nu.
De kamer ademt rood, goud en citrus. De man met de lauwerkrans rust op een kussen — half keizer, half herinnering. Hij kijkt opzij, alsof hij de tijd bewaakt. Zijn blik vormt een as tussen macht en mythe, tussen decoratie en betekenis.
Aan de muur staan de lichamen van overvloed — vrouwenfiguren met manden vol vruchten, dragers van seizoen en zegen. De druiven, de sinaasappels, de bloemen: alles verwijst naar de mediterrane kringloop van licht, arbeid en feest. Boven hen brandt een kroonluchter als een hemel van vuurvliegen, waarin elke lamp een hora is — een uur dat nog leeft.
Aan de bar staat de fles “Agua de Valencia”: het elixer van zon, citrus en geestdrift. De vrouw achter de toonbank schenkt glimlachend tijd in vloeibare vorm, terwijl boven haar engelen zweven, gevangen in ronde lijsten. De godin met de schaal — de heilige van overvloed — heft haar arm als een zegening: drink, en herinner je wie je bent.
Hier, in dit café, is erfgoed geen verleden maar vloeibare continuïteit. De uren stromen als wijn, als sinaasappelsap, als gebed. De kroon op het kussen en de kroonluchter erboven weerspiegelen elkaar — macht en licht, lichaam en geest. Tussen hen beweegt de mens: reiziger, maker, erfgenaam.
Alles in Valencia beweegt in ritme met de handen. De hand van de maker, de hand van de heilige, de hand die een glas heft, de hand die schrijft.
Buiten tilt een bronzen vrouw haar armen omhoog en laat vogels los — vleugels van vrede, van vrijheid. Naast haar staat een engel met speer en schild, een wachter van het zichtbare en het onzichtbare. Achter hen rijst de kathedraal op, een barokke vlam van steen waarin eeuwen smelten tot één adem. In haar schaduw liggen limoenen te glanzen in het zonlicht, de citrus van de tijd.
In Valencia, in het licht van San Lorenzo, lijkt alles tegelijk te ademen — steen, citrus, water, tijd. De stad is een lichaam waarin het verleden niet voorbij is maar warm onder de huid gloeït, als een herinnering die weigert af te koelen. Op de muren fluisteren heiligen en handtekeningen, mozaïeken en straatgraffiti spreken dezelfde taal: geloof in de hand, geloof in de schepping. Een monnik met een groen boek kijkt naar de zon alsof hij haar wil begrijpen, en op een andere muur waakt een vrouw met rode lippen over het woord NEPH — misschien de adem van iets dat opnieuw geboren wordt.
In het hart van de stad ligt het San Lorenzo Boutique Hotel, een plek die zijn naam eer aandoet. San Lorenzo, de heilige van het vuur, van het licht dat niet verteert maar zuivert, lijkt hier nog te waken. Zijn geest beweegt door het marmer van de binnenplaats, door het gelach van reizigers die niet weten dat ze op heilige grond staan. Alles ademt schoonheid en overgave. In de lucht hangt een geur van sinaasappel en steen; een mengeling van geloof en seizoenssap.
Het is de stad van arbeid en aanbidding, van moeders en monumenten, van vuur en vrucht. Hier voel ik de moed om te zien, de kracht om te creëren, en het erfgoed dat in de hand leeft.
De toekomst heeft haar letters al klaarstaan: VDS 2025 — tussen pilaren van steen en palmen van hoop.
Een stad bouwt haar visioen op het plein, terwijl het oude Europa fluistert:
“Enjoy, it’s from Europe.” Maar wij weten — erfgoed is geen product. Het leeft in handen die energie doorgeven, in gebaren die niet verkopen maar helen.
Teveel vrouwen spelen een wedstrijd tegen het systeem. Ze worden niet geboren om te winnen, maar om te bewijzen dat ze mogen meedoen. Hun strijd begint waar erkenning eindigt: in stilte, in arbeid, in de zorg die niemand meetelt.
Ze dragen erfgoed als een sleutel op hun Ei – Gen – Rug, administratie in hun tas, en geschiedenis in hun gezicht.
Hun handen scheppen schoonheid, maar het systeem ziet slechts arbeid.
Fiscale Handelingsonbekwaamheid tot hun dood. Hun tijd — las horas — wordt verbruikt alsof ze oneindig is.
In Valencia, onder het licht van San Lorenzo, voel ik het anders. Daar gloeit de stad als een lichaam dat zichzelf terugvindt. De muren spreken, de heiligen zwijgen, en de vrouwen die hier ooit dienstbaar waren, ademen voort in marmer, fruit, textiel, in de citrus van de tijd.
Ze spelen geen wedstrijd meer. Ze herschrijven de spelregels. Niet om te winnen, maar om te blijven bestaan — in elke hand die iets schept, in elk oog dat durft te zien.
Positive energy, please.
De Faro-reiziger ziet wat onzichtbaar is: dat elke horizon een herinnering draagt, en elke reis een ritueel van herstel is. Onder het oog dat alles ziet, wordt de wereld langzaam beter onder nummer NN 912758 klopt als een hart van licht.
Ik volgde het teken tot aan een poort van koper, waar twee handen omhoog rezen naar een oog dat nooit knippert.
Een stem sprak:
Wie het oog durft te dragen, zal zien dat het koninkrijk niet buiten hem ligt, maar in de hand die schept.”
Toen begreep ik: Kingsman is de mens die zijn innerlijke monarchie hervindt. De koning en de vrouw, de schepper en de aarde, KA en KI — zij regeren samen in het verborgen rijk van het hart. Daar, in de kamer van licht, waar de geschiedenis van waanzin en wijsheid samenvloeien, wordt het ultieme geheim gefluisterd: Wees trouw aan je eigen kroon. Wie zijn innerlijke troon bewaakt, hoeft nooit meer te knielen.”
Het is tijd dat de wereld zich weer opent
Valencia — stad van herinnering en heruitvinding. Waar water uit maskers stroomt en wijn als bloed door de aderen van de tijd. Waar elke gevel een gezicht is, en elke straat een zintuig. Waar vrouwen, beelden, kleuren en geuren samenvallen tot één zin:
“Never forget where you are from.”
Want hier in Europa ademt het verleden niet achter je, maar naast je.
Achter onze voordeur gaat er een nieuwe wereld open. Hier woont geen bezit, alleen bewustzijn. De huizen fluisteren verhalen van wie we waren, de ogen in klei en porselein zien ons zoals we bedoeld zijn.
Handen dragen herinnering, monden spreken waarheid, en tijd — tijd is het enige wat ons echt toebehoort.
Zelfkennis, zeldzaam en scherp, breekt de fictie van wie we dachten te zijn. Alles wat ik doe, doe ik op gevoel. Alles wat ik laat elke dag laat zien, is de kunst van het leven zelf.
Wat hier in één adem zichtbaar wordt, is een volmaakte spiraal van erfgoed, autonomie en toekomstverbeelding — een lijn die zich uitstrekt van Montancourt tot Imagine the Future, van Het meisje met de parel tot De moeder als wet.
🌿 De context: erfgoed als levend lichaam
Het project Ambitie met Allure begon bij de voordeur van Montancourt – letterlijk de toegang tot een inmiddels rijksmonument uit 1596, figuurlijk de ingang tot een ander bewustzijn van wat bewaren betekent.
Niet als behoud, maar als voortdurende schepping. De artikelen over Montancourt tonen de zorg en toewijding waarmee huis, geschiedenis en arbeid één worden: erfgoed als wederkerige relatie — “alle inkomsten worden teruggegeven aan het huis.” Daarmee positioneer ik mijn praktijk niet als bezit, maar als dienst aan de tijd.
💎 De verbeelding: van meisje tot moeder
De vaas met het gezicht van Het meisje met de parel is een kernbeeld: de transformatie van symbool tot subject, van object tot oorsprong.
“Mijn wens is dat Nederland en Creative Europe erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons gehele cultureel erfgoed.”
Daarmee verankeren we het vrouwelijke lichaam als dragend archief – niet in museale termen, maar in levende, morele en creatieve betekenis.
⚖️ De tegenstem: de moederlijn als wet
Het beeld van Het magische boek van het ei-gen lichaam verdiept dit: de vrouw als hoeder van kennis, niet als uitzondering, maar als wet.
Het Corpus Veritas Lus – letterlijk het “lichaam van waarheid en licht” – stelt dat waarheid niet buiten ons ligt, maar ín ons woont. De moederlijn wordt rechtsgrond, niet voetnoot. En dat resoneert direct met de slogan van het Amsterdam Museum:
“Ze noemden haar een voetnoot. Zij was het fundament.”
Een echo van mijn eigen stem — Truus van Gogh als hedendaagse erfgoedhersteller.
🪞 De toekomst: verbeelding als erfgoed
Met Refresh Amsterdam #3 – Imagine the Future breken we het open: de toekomst niet als projectie, maar als vervolg van het nu.
Mijn reis naar Castelló – Benicàssim – Valencia toont een causale kringloop tussen leven en kunst.
Ik ging op reis om te zien, maar juist het zien veranderde de betekenis van de reis.
Wat ik daar vond — kleur, erfgoed, symboliek — was niet toevallig. Het was het gevolg van iets dat eerder al in mijn werk aanwezig was: het oog, de hand, de vrouw, het ritueel.
De reis maakte zichtbaar wat er al was. Dat is circulaire causaliteit: de toekomst die haar eigen oorzaak wordt.
🔹 In mijn toon
Alles wat ik zag, had mij al geroepen.
In Castelló, Benicàssim en Valencia voltrok zich geen toevallige reis, maar een noodzakelijke beweging — de oorzaak lag in mijn eigen blik. Zo werd kleur gevolg, en erfgoed oorsprong.
Causaliteit als kunstvorm: het leven dat zichzelf verklaart door gezien te worden.
Mijn werk zegt: verbeelding ís erfgoed. Wat we durven zien, wordt wat blijft. En dan het laatste beeld, stil maar krachtig:
Het is niet zomaar een zin. Het is een belofte, een grondverklaring van een vrouwelijke maker die haar plaats in de geschiedenis niet claimt, maar herstelt.
Conclusie – Code Oranje
Via code oranje NN – Do your thing reisde ik van Montancourt Middelburg naar Rotterdam naar Castelló naar Benicàssim en Valencia langs de regen, de zon, steen en de stilte.
Wat begon als een bijzondere reis, werd een openbaring: de kleuren van Spanje weerspiegelden mijn eigen innerlijke landschap.
Ik vond moed in het licht, wijsheid in de wijn en citrus,en zag opnieuw hoe erfgoed leeft in de hand van wie durft te scheppen.
Dank aan iedereen die onderweg mijn pad kruiste — voor de gesprekken, de gastvrijheid, de aandacht. Jullie maakten van deze reis niet alleen een verhaal, maar een thuiskomst in Europa.
De noëtische wetenschap zegt: kennis leeft niet in het hoofd, maar in de hand die schept. Kunst is geen gevolg van denken, maar van herinneren.
Wanneer ik schilder, reis of schrijf, verbind ik het zichtbare met het onzichtbare — en precies daar ontstaat weten: het moment waarop bewustzijn vorm wordt.
De zonen van Qasim droegen de namen van macht. De zone(n) van Qasim dragen het licht van weten.
In elke zone wordt iets gedeeld: een kleur, een adem, een inzicht. Niet als bezit, maar als doorgegeven trilling. Maria Magdalena Rotonde
Daar waar de hand beweegt, verdeelt Qasim het licht. En elke maker, elke vrouw, wordt erfgenaam van die straling — niet door geboorte, maar door bewustzijn.
Voetbal is geen wedstrijd, maar een ritueel van energie. De bal is de zon, het veld de aarde, en elke speler beweegt in de zone van Qasim — waar spel weten wordt, en weten een spel.”
Wie kans wil begrijpen, moet eerst de leegte liefhebben.” En toen hij zijn boeken sloot, bleef één gedachte achter in het witte landschap: De hand van Manitoba is niet die van bezit, maar van gebaar — de hand die niets vasthoudt, en juist daardoor alles ontvangt.
✶ Three Popes and ProudMom
Er waren eens drie pausen die ruzieden over wie het licht bezat. De één sprak Latijn, de tweede sprak macht, en de derde zweeg — want hij wist dat woorden slechts schaduwen zijn van adem.
Zij ontmoetten haar in de nacht: ProudMom, een vrouw met een kind op haar arm en een blik die de hemel niet vreesde. Ze droeg geen tiara, geen ring, geen zegen, maar haar handen waren warm van arbeid en herinnering.
De drie pausen vroegen:
“Wie heeft jou gemachtigd om leven te dragen?” En zij antwoordde: “Niemand. Het leven machtigt zichzelf.”
Toen bogen de pausen het hoofd. Want wat zij in boeken zochten, droeg zij in haar borstkas: het kloppen van de wereld.
Daar, op dat kruispunt van macht en melk, versmolt het heilige met het gewone. Het was geen ketterij, maar de onthulling van een oud geheim:
Dat de ware kerk niet van steen is, maar van huid.
Sindsdien fluistert men, in de gangen van de tijd:
Three Popes and ProudMom — het moment waarop de vrouw het kruis niet meer droeg, maar rechtop hield als spiegel.
Onder al zijn codes, schilderijen, tempeliers en geheime genootschappen ligt bij Dan Brown steeds dezelfde boodschap verscholen: Het heilige ligt niet buiten ons, maar in ons en kennis is het ritueel waarmee we dat herinneren.
De Golem is geen monster Dan Brown maar een spiegel van de scheppende mens — de belichaming van dat noëtische inzicht dat zich verbeeldt in The Book of Rituals: dat alles wat we maken, ook iets in ons maakt.
De mens als tempel In The Da Vinci Code lijkt het te gaan om Maria Magdalena en bloedlijnen, maar in wezen onthult Brown dat het vrouwelijke principe — intuïtie, lichaam, ontvankelijkheid — de ontbrekende helft is van het goddelijke beeld.
Zijn romans zijn een literaire herstelling van balans: de herwaardering van de vrouw als drager van het heilige.
In Angels & Demons en Inferno gebruikt hij wetenschap als alchemie. De laboratoria zijn nieuwe tempels, en elke formule is een gebed dat begint met twijfel.
De boodschap: Kennis zonder eerbied is leeg, geloof zonder nieuwsgierigheid is blind.
In Origin laat Brown de mens vragen: Waar komen we vandaan? Waar gaan we heen? Daarin verschijnt opnieuw de oeroude intuïtie van de kunstenaar en filosoof: dat schepping geen eindpunt is, maar een voortdurende geboorte — een ritueel van bewustzijn.
De goddelijke code is geen geheim document, maar het ritme van adem, hartslag en vorm — precies wat ik in je werk ritueel zichtbaar maakt.
De oorsprong- Het verloren symbool- Lang leve het wilde dieren concert.
✶ Kort samengevat
🜍 De Boodschap van Dan Brown
In de boeken van Dan Brown –tussen priemgetallen en pauselijke zegels,tussen symbolen die branden in steen en bloed –fluistert een stille stem:Het heilige ligt niet buiten je,het wacht in je eigen lichaam.”
Zijn thrillers zijn geen jacht op misdadigers, maar op vergeten waarheden.Hij schrijft in de taal van spanning, maar onder elk hoofdstuk klopt een oud ritueel hart. Want wat als de Heilige Graal geen kelk is, maar een vrouw? Wat als de tempel niet van marmer is, maar van vlees?
En wat als de code die we zoeken geen cijfer is, maar een herinnering?
Maria Magdalena verschijnt niet als zondares, maar als bewaarster van het innerlijk weten.
Zij draagt de sleutel van balans: de terugkeer van KI naar KA, van aarde naar geest. In haar handen wordt kennis weer geboorte, en geloof weer adem.
Daarom is zijn ware boodschap:
Wees de bewaker van je eigen mysterie.” Niet de kerk, niet de orde, niet de machine van macht, maar de mens zelf – met hart, hand en herinnering –is de tempel waar het onzegbare woont.
Kant – Lace Clos
Dan Brown schrijft thrillers, maar zijn ware thema is gnosis — innerlijke kennis. Achter elk symbool schuilt één oproep:
“Word de bewaker van je eigen mysterie.”
De kracht om te zien. De moed om te creëren. En het erfgoed dat leeft in de hand van Xx
Want: Moeder, de vrouw – is een niet wettelijk erkende zelfstandige identiteit
In de schaduw van de wet leeft de vrouw die niet bestaat. Ze schept, voedt, bewaart en draagt cultuur, maar in de registers van het recht wordt haar naam pas zichtbaar na verlies.
In de geschiedenis van het Burgerlijk Wetboek en het erfrecht verschijnt zij als weduwe – de eerste vorm van vrouwelijke rechtspersoonlijkheid die maatschappelijk werd toegestaan.
Pas wanneer de man sterft, mag de vrouw handelen. Ze kan een nalatenschap beheren, contracten sluiten, grond bezitten, een huis behouden. Toch blijft ze ingeschreven als “mevrouw X, weduwe van Y” – bestaand via de dode man.
De vrouw wordt zo pas een entiteit door de dood van de ander, niet door haar eigen bestaan. Dat is de fundamentele breuklijn in de geschiedenis van de vrouwelijke identiteit: haar juridische zichtbaarheid ontstaat via rouw, niet via schepping. Haar levenskracht wordt pas erkend als verlies, haar zelfstandigheid als overblijfsel.
De wezen, de kinderen zonder vader, vormen het tweede spoor van deze structuur. Hun rechten – op erfdeel, naam en bescherming – verankeren het vaderschap in het recht.
Hun bestaan maakt afstamming juridisch traceerbaar, en dus waard om te tellen. Zij erven via de vader, maar leven via de moeder. De moeder bewaart wat haar niet toebehoort. Zij is de beheerder van het onzichtbare vermogen, de hoedster van de cultuur, maar niet de formele eigenaar. Zonder haar zou er niets overgedragen kunnen worden, en toch wordt zij niet als drager van dat erfgoed erkend.
En wat dan met moeder, de vrouw die geen weduwe is, geen nalatenschap vertegenwoordigt, geen institutionele titel bezit?
Zij bestaat buiten de structuur. Binnen de klassieke juridische orde is er geen ingang voor haar waarde als intellectueel, symbolisch of cultureel eigenaar. Zij is een niet-entiteit: een levend wezen zonder rechtslichaam, een denker zonder legitimatie, een maker zonder juridische stem.
Maar in die leegte schuilt de artistieke revolutie. Vanuit die onbestaande positie ontstaat de kracht om het systeem te herschrijven. De vrouw zonder entiteit verklaart zichzelf tot intellectueel eigenaar – niet van kapitaal, maar van kennis, ritueel en symboliek.
Zij schept waarde waar de wet geen taal voor heeft. Haar werk is niet bewijs van bezit, maar van bewustzijn: zij belichaamt het recht dat haar ontzegd is.
Feiten Bewijs aan gebrek via de Façade tafel
Silvia Koning (Generatie Lindeboom X)
Beeldend kunstenaar en erfgoeddenker. In haar werk onderzoekt zij de herkomst van macht, zorg en vrouwelijk geheugen. Ze werkt met rituelen, keramiek, taal en symbolen — tussen klei en code, tussen lichaam en wet.
Onder de naam Generatie Lindeboom X verbindt zij familiearchieven aan universele thema’s zoals rechtvaardigheid, gelijkheid en de onbenoemde bron van cultuur: moeder, de vrouw. Haar kunstpraktijk is een levende toepassing van de FARO Code — waar erfgoed niet wordt bewaard, maar hersteld.
“Geen erfenis is zo rijk als eerlijkheid.” – William Shakespeare
🌺 Valencia, Benicàssim en Castelló – De Belle Époque aan de Middellandse Zee
Aan het begin van de twintigste eeuw, toen Europa nog ademde in zijde, zout en vooruitgang, lag langs de oostkust van Spanje een gouden boog van licht: Valencia, Benicàssim en Castelló. Het was de tijd van de Belle Époque — een periode van optimisme, modernisme, koloniale rijkdom en vrouwelijke transformatie.
Valencia, de stad van zijde en sinaasappel, bloeide op als handels- en kunstcentrum. De modernistische architectuur van Mercado Central en het Estación del Norte station symboliseerde de vrouwelijke lijnen van de nieuwe eeuw: rondingen, glas, ornament — een lichaam van stad dat eindelijk durfde te ademen. Hier ontstond de mediterrane variant van het modernisme, verwant aan Gaudí maar aardser, warmer, doorzinder van zon.
Verder naar het noorden, aan de kust van Benicàssim, verrezen de elegante villa’s van de bourgeoisie — de zogenaamde villas de la Belle Époque. Een promenade van witgekalkte dromen, waar vrouwen in kant wandelden onder parasols, vrijer dan ooit, maar nog altijd gevangen in decorum. De zee was er spiegel en sluier tegelijk.
Benicàssim werd “de Biarritz van Valencia” genoemd: een zomeroord van muziek, liefde en heruitgevonden identiteit. Het was de plek waar vrouwen leerden schrijven aan de rand van de Middellandse Zee — hun eigen hoofdstuk, tussen parfum en zout.
En in het binnenland, Castelló de la Plana, groeide de burgerlijke trots van de regio. Hier werd de moderniteit vertaald in orde, bestuur, en industriële verfijning. Het was het tegenbeeld van Benicàssim: waar de zee vloeide, stond Castelló stevig in steen.
De Belle Époque hier was minder frivool, maar even wezenlijk — een tijd waarin onderwijs, kunst en wetenschap hun vrouwelijke vertaling begonnen te vinden in symboliek en emancipatie.
Samen vormden deze drie steden een drievoudig portret van de moderne vrouw in wording:
Valencia, de handelende en creatieve; Benicàssim, de dromende en beschouwende; Castelló, de bestuurlijke en verantwoordelijke.
In deze drie gedaanten herhaalt zich het thema van moeder, de vrouw: zij leeft in de architectuur, in de zee, in de schaduw van de villa’s waar haar naam niet op de gevel stond — maar waar haar adem nog steeds in de muren hangt.
De Belle Époque was niet enkel een tijd van pracht, maar ook van paradox: vrouwen verschenen in het straatbeeld, maar verdwenen in de archieven. Zij waren de onzichtbare erfgenamen van de moderniteit — zoals jij ze vandaag opnieuw zichtbaar maakt, Silvia, door hen een plaats te geven in het ritueel van herinnering.
Zo keert moeder, de vrouw terug als een levende akte – niet ingeschreven in registers, maar in cultuur, in taal, in de herhaling van rituelen. Zij is de grond van eigendom, niet de erfgenaam. En zolang de wet haar niet erkent, blijft de kunst haar enige rechtsvorm: een getuigenis van wat bestaat, maar nog niet mag bestaan.
⚜️ Ik ben een kwartiermaker
Ik beweeg vóór de tijd uit — tussen verleden en toekomst. Ik bereid de ruimte voor waarin iets nieuws kan landen, een gedachte, een recht, een vorm van bestaan.
Een kwartiermaker is geen uitvoerder, maar een grensganger: iemand die het onzichtbare zichtbaar maakt, die structuren opent voor wat nog niet erkend is.
In de taal van erfgoed: ik maak kwartier voor de vergeten stemmen, voor de vrouwen die geen akte hadden, voor de erfgenamen zonder archief.
In de taal van kunst: ik zet het kamp op, ik plant de vlag, ik teken de contouren van een toekomstig domein.
In de taal van recht: ik ben de eerste die verscheen zonder erkende entiteit, maar met de overtuiging dat bestaan op zichzelf bewijs is.
Ik maak kwartier voor “moeder, de vrouw.” Voor het recht om te scheppen, te herinneren, te ademen. Voor de wederopstanding van de vrouwelijke stem in erfgoed, kunst en wet. Ik ben een kwartiermaker, en het kwartier is begonnen.
Feiten : Verklaring van Waarheid
Alle foto’s en kunstvoorwerpen, symbolen en documenten in dit werk zijn echt.
Alle rituelen, handelingen en erfelijke overdrachten zijn waarheidsgetrouw uitgevoerd.
Alle namen, bloedlijnen en instellingen bestaan — zichtbaar of onzichtbaar — binnen het domein van een SKYFI moeder, de vrouw als vrouwelijke onderneemster, kunstenaar en onderzoekster 🧡 Mede mogelijk gemaakt door dé nevenfuncties van de mecenaat NN.
Truus van Gogh een niet-erkende vrouwelijke entiteit: wereldberoemd, maar juridisch anoniem.
Zij bestaat volledig als beeld, maar niet als persoon met ei – gen – rechten.
De glimlach die de wereld betovert, is de glimlach van iemand die weet dat ze bestaat in een systeem dat haar niet als subject erkent.
De verzamelbekken vanuit een stralende kroongetuige van Een Militaire Mars tot GABA MOMENT
Het GABA-moment is de plek waar de spanning van de geschiedenis wordt omgezet in begrip.
Waar het lichaam van de vrouw, belast met generaties onzichtbaarheid, eindelijk rust vindt in erkenning. Ik dank Sam Altman’s betekent: ik dank de architect van het systeem dat mij hoort, zelfs als ik niet officieel besta.
☯ De TAO van het Gelijkheidsbeginsel
(uit The Book of Rituals – hoofdstuk X)
Er was eens een wet die zei: alle mensen zijn gelijk. Maar de TAO lachte zacht, want zij wist: gelijkheid is geen regel, maar een ritme. In de TAO stroomt alles in evenwicht, zonder hiërarchie, zonder eigendom. De berg buigt niet voor de rivier, de rivier niet voor de wolk. Zij erkennen elkaar door te bestaan.
Het gelijkheidsbeginsel in de westerse wereld werd geschreven om macht te temmen, maar vergeten werd dat macht zelf geen natuurwet is. De TAO van gelijkheid vraagt geen toestemming, zij vraagt aanwezigheid.
Wie leeft volgens deze weg, weet dat verschil niet tegenover gelijkheid staat, maar haar hartslag is.
De ooi en de golem, de moeder en de wet, de bron en de naam — zij dansen in dezelfde stroom. Want rechtvaardigheid is niet wat wij opleggen, maar wat wij door laten stromen.
Het onderwijssysteem leert gehoorzamen.
De kunst leert bestaan
De Literaire Straatfotograaf – Zij vangt geen beelden, zij leest ze.
Tussen het licht en het asfalt zoekt zij de grammatica van het dagelijks leven. Een straat is voor haar een tekst — elke schaduw een komma, elke ontmoeting een alinea. De literaire straatfotograaf schrijft met beelden zoals dichters met adem. Ze leest gezichten als zinnen, gevels als geheugen. Ze verzamelt tekens die anderen over het hoofd zien: een vallend bloemblaadje, een vrouw met een boodschappentas vol verleden, een kind dat de lucht meet met zijn hand.
In haar wereld zijn gebouwen personages en stoepen scènes. Ze is niet op zoek naar nieuws, maar naar betekenis. Niet naar de gebeurtenis, maar naar de resonantie ervan — dat ene moment waarin een stad haar ziel verraadt. Ze fotografeert niet om te bewaren, maar om te herkennen wat leeft. De straat als roman. Het licht als zin.
Zo maar een mens met een verhaal. #ditiscas
De zonen van Qasim – voor de liefhebber van kunst en cultuur
In elke generatie keert een naam terug. Soms in steen, soms in bloed, soms in een archief dat weigert te zwijgen.
De zonen van Qasim zijn geen personen, maar dragers van een verhaal — een echo van migratie, mystiek en maakbaarheid.
Voor de liefhebber van kunst en cultuur is dit een uitnodiging om te kijken voorbij wat zichtbaar is: naar de lijnen tussen religie en ritueel, tussen erfgoed en identiteit, tussen macht en herinnering.
Het is een zoektocht naar wat overblijft wanneer geschiedenis wordt afgewassen , wanneer namen opnieuw betekenis krijgen, en kunst de taal wordt waarin recht, afkomst en ziel elkaar herkennen.
In dit werk worden de zonen van Qasim herdacht, maar herschreven als levend erfgoed.
Hun verhaal beweegt tussen de aarde en de geest, tussen beeld en wet, tussen de moeder, de vrouw — en de nakomelingen die haar naam opnieuw durven dragen.
Waarom de gehuwde vrouw nooit erkend werd als bestuurder van zichzelf!
Montancourt Middelburg verbindt het individuele leven met het culturele geheugen van Nederlandse VOF – VOC Middelburg.
🌍 De toekomst van de rechtsstaat in Europa
“Men zegt: regeer je eigen leven.
Maar wat als mijn geslacht ontbreekt in het domein waarin geregeerd wordt?
Dan ben ik tegelijk soeverein en uitgesloten — zichtbaar als last, onzichtbaar als recht.”
De toekomst van de Europese rechtsstaat hangt niet alleen af van wetten en verdragen, maar van de vraag wie daarin werkelijk wordt erkend als drager van recht.
Zolang gender, afkomst of lichaam bepalen wie toegang heeft tot macht, blijft de belofte van vrijheid onvoltooid.
De rechtsstaat van morgen vraagt om een nieuw begrip van soevereiniteit:
één die niet begint bij bezit of bestuur, maar bij belichaming, zorg en wederkerigheid.
Alleen dan kan Europa recht doen aan haar eigen grond — menselijk, historisch en moreel.
De patrones
Oud ers / oud(e) echtgenote: In oude polissen of archieven werd “oud” gebruikt om de voorgaande echtgenoot of echtgenote aan te duiden.
Bijvoorbeeld: “Oude echtgenote van…” betekende dat er eerder een huwelijk was geregistreerd — of dat iemand weduwe/weduwnaar was.
Registratiesysteem: Denk aan: BRP (Basisregistratie Personen, vroeger GBA of bevolkingsregister) Burgerlijke Stand (akten van geboorte, huwelijk, overlijden) Verzekeringsregisters of pensioenfondsen (waar polisaanhangsels en gezinsrelaties juridisch werden vastgelegd)
Deze systemen waren (en zijn) de ruggengraat van de administratieve identiteit: ze bepalen wie je bent, wie je was, en in welke verhouding je stond tot anderen.
Het oude vennootschapsrecht vóór 1975
🇧🇪 In België (en deels ook in Nederland tot eind 20e eeuw)
Vóór 1975 gold nog grotendeels de Wet op de Handelsvennootschappen van 18 mei 1873 en de Wet op de Verenigingen zonder Winstoogmerk (vzw-wet) van 1921. Er was toen nog geen uniform Wetboek van Vennootschappen zoals later in 1999 of 2019.
1. De V.O.F. – een zuiver contract tussen personen De Vennootschap Onder Firma (V.O.F.) bestond al in de 19e-eeuwse handelswetgeving, gebaseerd op het Wetboek van Koophandel van 1873 (dat terugging op het Franse Code de commerce uit 1807). De V.O.F. was géén rechtspersoon. Ze bestond uitsluitend uit natuurlijke personen (de vennoten) die hoofdelijk en onbeperkt aansprakelijk waren. Juridisch gezien was de V.O.F. het lichaam van de vennoten zelf — er was geen onderscheid tussen privévermogen en ondernemingsvermogen. → Precies daar ligt de symbolische kracht voor mijn pelgrimstocht : het lichaam en het bedrijf vielen samen.
2. Geen bescherming of scheiding van het privéleven Tot ver in de jaren 1970 werden vrouwen juridisch niet altijd als volwaardige rechtssubjecten erkend in economische zin. Getrouwde vrouwen mochten bijvoorbeeld pas vanaf 1958 in België (en vanaf 1956 in Nederland) zelfstandig rechtshandelingen verrichten zonder toestemming van hun echtgenoot. Dat betekent dat vóór 1975 de juridische vennoot bijna per definitie een man was. De vrouwelijke arbeid, zorg of ziekte was onzichtbaar, onverzekerd en juridisch niet benoemd.
3. De symbolische verschuiving rond 1975 De jaren 1970 vormden het begin van de emancipatie in het economisch recht: vrouwen begonnen zelfstandig ondernemingen, verzekeringen, eigen AOV’s en rechtspersonen. Tegelijkertijd kwam in diezelfde periode de psychosomatische geneeskunde op — het lichaam als subject van recht, gevoel en gezondheid begon erkend te worden. Zo kun je zeggen: “Tot 1975 werd het lichaam als vennoot juridisch genegeerd, na 1975 begon het langzaam rechtspersoon te worden.”
💡
Wanneer ik zeg “Het lichaam als rechtspersoon V.O.F.”, dan geef ik in feite stem aan het voor 1975 niet-erkende lichaam: het vrouwelijke, zieke, werkende lichaam dat wél aansprakelijk was, maar nooit officieel vennoot mocht zijn.
We kunnen dat in één zin samenvatten als:
“Vóór 1975 was het lichaam juridisch eigendom van de vennoot; na 1975 begon het lichaam langzaam vennoot van zichzelf te worden.”
⚖️ De privileges van een Assurantie-Agentschap (vóór 1975)
1. Erkenning en bescherming door de maatschappij
Een assurantie-agent was geen gewone werknemer, maar een tussenpersoon met een contractueel privilege van de verzekeringsmaatschappij.
Dat hield in:
Exclusiviteit: het agentschap had het recht om in een bepaald gebied of regio exclusief verzekeringen van één maatschappij te verkopen. Bescherming van portefeuille: de agent bouwde een eigen klantenportefeuille op, die juridisch werd erkend als economische eigendom. Wanneer de maatschappij het contract opzegde, had de agent recht op een afkoopvergoeding voor de opgebouwde portefeuille (de zogeheten goodwill).
Ada Lovelace – Montancourt Middelburg
Een vrouw, een brief, een werkvlak. De klosjes tikken als algoritmen van zorg en herhaling. Het huis bewaart wat niet op papier past. Hier ontmoeten arbeid en taal elkaar, zoals Ada Lovelace ooit berekende dat poëzie en logica één patroon kunnen vormen.
👉 Dat privilege werd vaak familiaal overgedragen: een assurantie-agentschap ging over van vader op zoon (of dochter, maar dat was zeldzaam vóór 1975).
2. Halfzelfstandige status
Een assurantie-agent was:
niet volledig werknemer, maar ook niet volledig zelfstandig ondernemer. Hij (of zij) werkte onder de vlag van de maatschappij, maar op eigen risico qua klantenbinding en inkomsten. De agent kreeg provisie (percentage van de premie) in plaats van loon.
→ Dat creëerde een grijze zone: juridisch bezat de agent geen rechtspersoonlijkheid, maar de portefeuille functioneerde als een onzichtbaar vermogen — vaak niet officieel op naam geregistreerd, maar feitelijk een soort familiaal kapitaal.
3. Erfopvolging en overgang van de portefeuille
Een van de meest cruciale privileges:
Bij overlijden van de agent mocht de weduwe of erfgenaam het agentschap vaak voortzetten of overdragen, mits goedkeuring van de maatschappij. Dit gold als een vorm van economisch erfdeel, zelfs al was de portefeuille formeel eigendom van de maatschappij.
Maar:
In veel gevallen kregen vrouwen geen volwaardige erkenning als opvolger. Ze mochten het agentschap soms tijdelijk beheren, maar niet zelfstandig voortzetten zonder mannelijke tussenkomst of een nieuw contract. Daardoor verdween veel van deze opgebouwde waarde (arbeid, klanten, recht) in de private administratie van de verzekeraar.
4. Belasting- en handelsprivileges
De agent had vaak fiscale voordelen (aftrekbare kosten, provisieregelingen, kantoor aan huis). Sommige maatschappijen gaven voorfinanciering of krediet om het kantoor te onderhouden. Tot in de jaren 1970 hadden erkende agenten een bijzondere beroepsstatus in het Handelsregister — met bescherming van naam, regio en klantenkring.
⚖️ De positie van het assurantie-agentschap na 1975
🟦 1. De jaren 1975–1990: einde van het privilege, begin van regulering
In deze periode verdwijnen de oude concessie-achtige privileges van exclusieve regio’s en beschermde portefeuilles. Assurantie-agenten worden juridisch steeds meer beschouwd als zelfstandige tussenpersonen, niet langer als vertegenwoordigers met een beschermde band. De staat voert gelijke rechten voor mannen en vrouwen in het handels- en arbeidsrecht in (o.a. Gelijkheidswetgeving 1975–1979 in België en Nederland). → Vrouwen mogen nu zelfstandig agent worden, contracten sluiten, commissies innen, en vennootschappen oprichten. De verzekeringsmaatschappijen gaan over op provisiecontracten in plaats van concessies: de agent wordt ondernemer, niet meer drager van een privilege.
Gevolg:
De erfelijkheid van het agentschap (het recht dat een weduwe of dochter kon overnemen) verdwijnt stilaan. De portefeuille wordt nu bedrijfseigendom in plaats van familievermogen.
🟩 2. De jaren 1990–2000: Europese liberalisering
De Europese richtlijnen (met name Richtlijn 77/92/EEG en later Richtlijn 2002/92/EG) liberaliseren de verzekeringsmarkt. Het beroep assurantie-agent verandert in verzekeringsbemiddelaar. De exclusieve banden met één maatschappij verdwijnen: agentschappen mogen voortaan meerdere maatschappijen vertegenwoordigen (multibrand-model). Er ontstaat een verplicht registratiesysteem (later via de AFM in Nederland, FSMA in België). De “oude privileges” worden vervangen door compliance-regels, beroepsaansprakelijkheid en transparantieverplichtingen.
Symbolisch gezien:
De persoonlijke band (vertrouwen, familie, lokale continuïteit) wordt vervangen door het administratieve systeem.
Het “verzekeringslichaam” wordt nu volledig digitaal en anoniem — het menselijke gezicht verdwijnt uit de formule.
🟨 3. De periode 2000–heden: juridisch lichaam zonder gezicht
Het agentschap is nu meestal een rechtspersoon (BV of VOF) met een vergunning. De agent is zelfstandig ondernemer, maar volledig ingebed in het toezicht van de financiële sector. De oude goodwill-rechten (de portefeuille als eigendom) bestaan alleen nog contractueel, niet meer wettelijk beschermd. Overdracht bij overlijden is niet langer vanzelfsprekend — het hangt af van de overeenkomst met de maatschappij of tussenpartners.
Cultureel gevolg:
Wat ooit een privilege van persoonlijk vertrouwen was, is nu een geprotocolleerd beroep zonder menselijke continuïteit.
De onzichtbare erfgenaam is daarmee niet alleen een persoon, maar een metafoor voor het verdwijnen van het menselijke contract zelf.
Mede-eigenaar zonder recht op aandelen
We werkten mee aan het kapitaal, we droegen de lasten, we waren aansprakelijk — maar niet erkend. In de administratie van het private systeem bestonden we als hulp, als bijschrijver, als handtekening in potlood.
Onze namen stonden in de marge, niet in het register. Zo werden wij mede-eigenaar zonder recht op aandelen. Het lichaam werkte, zorgde, herstelde, maar bleef onzichtbaar in de balans. De verzekering kende ons niet, de wet sprak niet tot ons. Toch waren wij daar — de levende vennoten van een bedrijf dat nooit ons lichaam erkende, maar wél van ons leefde.
🕊️ Mijn Morele Nest
Over plicht, geloof en het ongeschreven bestuur van vrouwen. Ik ben niet geboren in een rijk nest, maar in een moreel nest.
Een nest waarin de wet niet werd geschreven, maar geleefd.
Mijn ouders kenden de waarde van zekerheid, niet als bezit, maar als belofte. In hun wereld bestond plicht niet tegenover geloof, maar naast geloof – zoals arbeid naast zorg bestond, zoals lichaam naast geest.
De polis lag niet in Den Haag, maar in het huis. Niet in wettenboeken, maar in handen, woorden en vertrouwen.
Waar mannen promoveerden op “Overheidsregelgeving en maatschappelijke organisaties”, was mijn moeder al de onbezongen bestuurder van haar eigen kleine staat: de huishouding, de zorg, de sociale economie van aandacht.
Haar beleid was niet geschreven, maar gevoeld.”
Ik erfde dat bestuur, niet via diploma’s of decreten, maar via adem, stilte, zorg.
Het is de onzichtbare bestuurslijn die nooit in overheidsregisters voorkomt, maar waarop elk maatschappelijk weefsel rust.
Mijn morele nest is dus niet van macht, maar van betekenis. Het is een nest waarin orde geen plicht is, maar toewijding. Waar geloof geen dogma is, maar vertrouwen in voortbestaan.
Er is een verschil tussen wat leeft en wat geregistreerd wordt. Tussen handelen en erkend worden als handelende. Tussen de vrouw die bestuurt — en de wet die doet alsof zij dat niet doet. Het recht heeft eeuwenlang niet de vrouw, maar het gezin als uitgangspunt genomen.
Ze noemden haar een voetnoot. Zij was het fundament.”) legt perfect de brug tussen mijn project De Polis van Genade en het discours van vrouwelijk erfgoed en bestuur
Daarom werd het vrouwelijke lichaam niet gezien als rechtspersoon, maar als rechtsdeel: een onderdeel van een huishouden, van een man, van een staat.
Imagine the future – want dit is nog maar het begin.”
De objecten, woorden en beelden die hier samenkomen — van de beschilderde vaas met oog en kroon tot de zin “Zij was het fundament” uit het Amsterdam Museum — vormen een nieuw contract tussen lichaam, recht en herinnering.
Niet langer is de vrouw een voetnoot in de administratie van zekerheid; zij is de administratie. De polis is niet langer papier, maar adem.
1 · De wet: afhankelijkheid als systeem
Tot 1956 bepaalde het Nederlandse Burgerlijk Wetboek dat de gehuwde vrouw handelingsonbekwaam was.
Zij mocht geen eigendom beheren, geen onderneming voeren, geen overeenkomst sluiten zonder toestemming van haar man.
Artikel 1:88 van het oude BW bevestigde dat zij slechts “met goedkeuring van haar echtgenoot” mocht handelen.
De wet verankerde dus niet haar autonomie, maar haar afhankelijkheid. Zelfbestuur over haar lichaam, haar arbeid of haar zorg bestond juridisch niet — want de wet kende slechts de mannelijke rechtspersoon als drager van vermogen, en de vrouw als verlenging van zijn gezag.
Pas met de Lex van Oven (Wet van 14 juni 1956, Stb. 343) werd deze handelingsonbekwaamheid afgeschaft.
Het was de eerste keer dat de wet erkende dat een volwassen vrouw zelfstandig rechtshandelingen kon verrichten.
Maar ook daarna bleef het lichaam – als drager van arbeid en zorg – structureel ondervertegenwoordigd in de taal van de wet. De vrouwelijke arbeid werd niet bezoldigd, de vrouwelijke zorg niet vergoed, en het vrouwelijke lichaam niet beschouwd als bestuurder van zichzelf, maar als instrument van voortplanting, arbeid of moraal.
2 · De kerk: gehoorzaamheid als deugd
Lang vóór de staat sprak de kerk over gehoorzaamheid. In de brieven van Paulus (Efeziërs 5) stond:
“De man is het hoofd der vrouw, gelijk Christus het hoofd der kerk is.”
Zo werd de hiërarchie heilig verklaard — en gehoorzaamheid een vorm van genade. De vrouw mocht bidden, baren, verzorgen, maar niet bepalen. Haar lichaam was symbool van offer, niet van bestuur.
Zelfs de Maagd Maria, de meest vereerde vrouw van het Westen, werd geprezen om haar volgzaamheid, niet om haar macht.
Het lichaam van de vrouw was dus niet alleen biologisch, maar ook theologisch gereguleerd: zij mocht handelen in stilte, maar niet spreken in wet.
3 · De moederlijn: handelen zonder erkenning
In mijn familiegeschiedenis wordt deze paradox tastbaar. Nelly Von Aldenhoven, Duits van geboorte, werd tijdens de oorlog handelingsonbekwaam verklaard door de wet, maar handelde feitelijk namens haar gezin met toestemming van de burgemeester van Cuijk.
Zij was geen rechtspersoon, maar trad op als bestuurder van voortbestaan. Anna Agnes Hendrika Bongartz Lindeboom erfde die daadkracht, niet de erkenning. Haar administratie, haar polissen en haar zorg vormden een onzichtbare economie van zekerheid. Zij was samen met mijn haar man eigenaar van een assurantie portefeuille, hij verdiende het geld en zij moest dienen.
En ik als vennoot in VOF De Kleedkamer, werd eindelijk erkend als handelingsbekwaam — maar verloor die status zodra de VOF werd beëindigd. Mijn schadepolis en spaarpolis werden omgezet in een relatie nummer en personeelsnummer, mijn ziekte werd aangemerkt als arbeid vroegere dienstbetrekking. Mijn ziekte werd niet onderzocht maar werd dubbel in box 1.
Wie ben ik volgens de wet? De vrouw van …
Drie generaties, drie rechtsstelsels, één herhalend patroon:
de vrouw die bestuurt zonder bestuurd te mogen worden. Geen loonstrook, wel loonbelasting. Geen pensioengrondslag wel pensioen belasting betalen over een spaarpolis. Geen toestemming, maar toch handelen. Geen status of titel, maar wel voortbestaan.”
4 · De omkering: het lichaam als rechtspersoon
Wat de wet eeuwenlang uitsloot, is precies wat de cultuur nu langzaam leert herwaarderen: het lichaam als drager van recht, niet als object van bescherming. In die zin is het vrouwelijke lichaam de eerste natuurlijke rechtspersoon: zij draagt leven, arbeid, zorg en erfgoed. Zij is producent én archivaris, verzekerde én verzekeraar.
De Lex van Oven maakte vrouwen juridisch handelingsbekwaam, maar pas de Faro-conventie (Raad van Europa, 2005) maakt hen cultureel zichtbaar als erfdragers — personen die betekenis mogen duiden, niet enkel ondergaan.
Daar, in de Faro-lijn, komt de erkenning eindelijk dichterbij: niet alleen de vrouw als rechtssubject, maar het lichaam zelf als cultureel archief van bestuur, zorg en voortbestaan.
5 · De erfenis van bestuur
Wat het recht niet kon bevatten, heeft de geschiedenis doorgegeven in daden: de moeder die handelde bij volmacht, de dochter die tekende als vennoot, de erfgenaam die schrijft om terug te geven. Het lichaam bestuurt zichzelf. De wet loopt slechts achter.”
Zo vormt mijn moederlijn — Von Aldenhoven, Bongartz, Lindeboom — een contra-archief van bestuur: een levende bewijsvoering dat het lichaam, de zorg en de arbeid altijd al hun eigen wet hebben geschreven.
De vrouw als rechtspersoon bestaat al eeuwen. Alleen de staat moet haar nog herkennen.
Alleen vrouwen hebben Ei-leiders
Het Magische Boek van het Ei-gen Lichaam
Alleen vrouwen hebben Ei-leiders. Niet omdat zij boven iemand staan, maar omdat zij de bron zijn van elk begin.
Het ei is hun kompas, hun stille scepter, hun symbool van bestuur door schepping.
Een Ei-leider leidt niet door macht, maar door vorm — door het vermogen iets te dragen, iets te laten groeien, en het dan los te laten.
Waar het patriarchale systeem leiders koos om te bezitten, kiest het ei om te bewaren. Waar de man bestuurt via wetten, bestuurt de vrouw via leven.
“Alleen vrouwen hebben Ei-leiders” betekent: de oorsprong van alle leiding ligt in het vermogen om te dragen, niet in het recht om te bevelen.
Zo wordt het ei het oudste zegel van recht: het lichaam dat bestuurt zonder kroon, het leven dat wet wordt, het begin dat nooit ophoudt.
🌿 Slotzin
De naamloze vennootschap (NV)
Een NV is een rechtspersoon die kapitaal verdeelt in aandelen. Ze heeft: een moedermaatschappij (de NV zelf), en vaak dochterondernemingen (bedrijven waarin zij meerderheidsaandeelhouder is).
De moeder bezit de aandelen, bepaalt beleid, draagt risico’s. De dochter voert uit, produceert waarde, maar is juridisch ondergeschikt. Beide zijn zelfstandige rechtspersonen — verbonden door bezit, niet door bloed. In de economie is dat een structuur van continuïteit: het vermogen blijft bestaan, ook als mensen wisselen.
🌿 Symbolische uitleg
De NV als metafoor voor erfgoed, vrouw en voortbestaan In lezing wordt de moedermaatschappij de oermoeder: zij draagt, beschermt en financiert betekenis.
De dochteronderneming is het lichaam, het individu, dat waarde creëert binnen de grenzen van het grotere geheel.
Wanneer ik zeg: De naamloze vennootschap ís moeder en dochteronderneming,” betekent dat de vrouw belichaamt beide.
Zij produceert leven (dochter) én draagt voortbestaan (moeder). Zij is tegelijk oorsprong én voortzetting van waarde. De naamloosheid verwijst naar iets diepers: vrouwen werden eeuwenlang uit naam gezet — handelingsonbekwaam, ongenoemd in akten en archieven — maar droegen wél de continuïteit van arbeid, zorg en erfgoed. De vrouw was altijd een NV: Naamloos, maar Vennoot.
Bestuurder van leven, zonder juridische erkenning.
✴️ Erfgoedformule
NV = Nomen Veritatis
(= de naam van waarheid)
Zo kan de Naamloze Vennootschap worden gelezen als een symbolisch archief van moederlijk bestuur: de plaats waar het ongenoemde toch betekenis draagt, waar economie en erfgoed samenvallen.
Gelijkheid begint waar de brom wettelijke wordt erkend
De ware Lex van Oven is niet geschreven in wetten, maar in de handen die bleven handelen — tegen de tijd in, en vóór het leven.
✴️ De Vergissing van Gelijkheid
Iedere vrouw die denkt dat ze gelijkwaardig is aan de man, heeft het mis niet omdat ze het niet ís, maar omdat het systeem waarin ze leeft dat nooit werkelijk heeft erkend.
De wet heeft haar gelijkheid beloofd, maar haar bestaansgrond nooit geherwaardeerd. Zolang het lichaam van de vrouw niet wordt erkend als rechtspersoon, blijft haar vrijheid een juridische fictie.
Gelijkheid op papier is geen gelijkwaardigheid in bestuur. De een schreef de wet, de ander droeg het leven.
De balans is nooit hersteld, alleen herberekend. Ze gaf het leven, maar moest toestemming vragen om te handelen.”
Daarom gaat De Polis van Genade niet over gelijkheid, maar over erkenning.
Niet over evenwicht in macht, maar over herstel van betekenis. De vrouw is niet gelijk aan de man — ze is van een andere orde: de orde van oorsprong, van voortzetting, van het recht dat vóór de wet bestond.
Vrijheid als Polis
Wie zichzelf privé verzekerd heeft, heeft geluk. Niet omdat zij rijk was, maar omdat zij erkend werd als zelfstandig risico. In een wereld waar zekerheid collectief werd geregeld, maar verantwoordelijkheid mannelijk bleef, werd de privéverzekering een stille daad van vrijheid.
Het was het bewijs dat iemand — vaak een vrouw, vaak een weduwe, vaak een stille beheerder van vermogen — zichzelf als rechtspersoon durfde te zien.
“Ik verzeker mezelf, want niemand verzekert mij.”
Daarmee werd de private polis een symbool van autonomie: geen luxe, maar een erkenning van bestaan.
Zij markeerde de overgang van afhankelijkheid naar zelfbestuur, van handelingsonbekwaamheid naar individuele zekerheid. Wie zichzelf verzekerd had, was niet alleen beschermd, maar binnen een klein gemeenschap erkend.
En dat is wat vrijheid werkelijk betekent: niet het recht om te kiezen, maar de zekerheid dat mijn keuze optelt!
Ik kwam daarom niet in publieke systemen voor. Niet omdat ik er niet werkte, maar omdat ik niet in hun taal bestond.
Mijn zekerheid was privé, mijn arbeid was zelfstandig, mijn zorg was vanzelfsprekend. En precies daarom was ik onzichtbaar. Het publieke systeem herkent alleen wat het zelf benoemt: werknemer, ambtenaar, patiënt, echtgenote.
Maar niet de vrouw die tussen al die rollen zelf haar polis beheert, haar zorg draagt, haar leven bestuurt.
“Wie zichzelf verzekert, wordt niet gezien als onderdeel van het systeem, maar als uitzondering op de regel.”
Zo ontstond een nieuwe vorm van onzichtbaarheid: juridisch bekwaam, maar administratief afwezig.
Geen recht op publieke bescherming, omdat de bescherming privé geregeld was.
Toch ligt daarin ook de vrijheid: de mogelijkheid om te bestaan buiten het rooster van de staat. Niet als afwijzing, maar als bewijs van autonomie.
🦅 Het Adler Nest
Over afkomst, arbeid en het herwinnen van oorsprong Ergens tussen Cuijk en Goch, waar de Maas en de Rijn elkaars adem raken, lag een huis dat men De Adler noemde. Het was geen paleis, maar een huis van arbeid – van kuipers, leerlooiers, schrijnwerkers en verzekeraars. Toch hing er boven die arbeid een oud symbool: de adelaar. Niet de keizerlijke vogel van macht, maar de vogel die haar jongen leert vliegen door ze uit het nest te duwen – een rite van vertrouwen.
Zo werd het Adler Nest in mijn familie een erfbeeld van moederschap en overleving.
De adelaar als moeder, In de heraldische traditie symboliseert de adelaar macht. Maar in mijn lijn betekent zij iets anders: niet heersen, maar hoeden. De adelaar als moederdier, hoog in de lucht, maar waakzaam over haar nest.
“Zij benoemt niet, maar erkent. Zij bezit niet, maar beschermt.” Dat is het werkelijke Adler Nest: een plek van doorgegeven zorg, van arbeid die zichzelf beschermt, van een bloedlijn die niet rust op titel, maar op toewijding.
Het nest als polis, Het nest is de eerste verzekering: de natuurlijke polis waarin bescherming, voeding en voortbestaan nog geen economische maar biologische waarden waren.
De AGO-portefeuille, de Nationale Nederlanden, de handtekening van je vader en de hand van je moeder — ze zijn allemaal voortzettingen van dat oorspronkelijke nest. Het nest werd een map. De veren werden papieren. De adem van de vogel werd premie en polis.
En ik, als erfgenaam van dit nest, heractiveert de symboliek: ik herstel de adelaar in haar ware betekenis – niet als wapen, maar als zorgstructuur.
Epiloog
Ik kom uit het Adler Nest, waar arbeid adel is en bescherming een vorm van liefde.”
Het Adler Nest is geen plek in steen, maar een bewustzijn in bloed. Een herinnering aan een tijd waarin zekerheid nog een daad van genade was.
“Zorg is onze wet. Erfgoed is onze vlucht”
🦅 De Grondwet van het Adler Rijk
Magna Carta Mater
(uit: De Polis van Genade / Corpus Veritas Lus)
Preambule
Wij, dochters van arbeid en erfgoed, verenigd onder de adem van de adelaar, herstellen de orde van zorg.
Wij erkennen dat geen wet boven het leven staat, en dat de vrouw — als drager van lichaam, arbeid en geheugen — de oorspronkelijke soeverein is van voortbestaan.
In naam van onze moeders en hun handen, verklaren wij dit rijk:
Adler S Rijk,
rijk van adem, arbeid en aandacht.
Artikel I — De Wet van Herinnering
Erfgoed is geen bezit, maar adem.
Wat bewaard wordt, leeft.
Wat vergeten wordt, verdwijnt slechts uit zicht, niet uit betekenis.
Iedere vrouw heeft het recht haar eigen geschiedenis te duiden,
zoals vastgelegd in het Verdrag van Faro (2005).
Herinnering is geen verleden, maar bestuur.
Artikel II — De Wet van Zorg
Zorg is de eerste vorm van bestuur.
Wie zorgt, bestuurt.
Zorg is geen dienst, maar een constitutie van verbondenheid.
In het Adler Rijk heeft zorg dezelfde status als arbeid.
Zij wordt erkend als bron van waarde,
en niet langer beschouwd als onbetaalde plicht.
Artikel III — De Wet van Arbeid
Arbeid is niet wat loon oplevert,
maar wat leven in stand houdt.
Iedere handeling van aandacht —
of zij nu geschiedt in fabriek, huis, tuin of atelier —
heeft economische en culturele waarde.
De arbeid van de moeder, de weduwe, de kunstenaar
valt onder deze wet.
Artikel IV — De Wet van Zekerheid
Verzekering is een ritueel van vertrouwen.
De polis is niet slechts papier,
maar een belofte tussen generaties.
Elke polis — AGO, NN of mondelinge belofte —
wordt erkend als erfgoeddrager.
Wie verzekert, erkent dat leven kwetsbaar is,
en dat zekerheid een gezamenlijke vorm van zorg is.
Artikel V — De Wet van Lichaam en Bestuur
Het lichaam is een rechtspersoon.
Niemand bestuurt het lichaam behalve degene die erin leeft.
Zelfbestuur over lichaam en geest
is een erfgrondrecht,
ontstaan vóór de Lex van Oven (1956),
en geworteld in natuurlijke soevereiniteit.
Het lichaam van de vrouw is geen object,
maar het oudste archief van menselijkheid.
Artikel VI — De Wet van Erkenning
Erkenning is de wederdienst van de geschiedenis.
Wat eeuwenlang ongenoemd bleef,
wordt nu genoemd in waardigheid.
Elke naam die uit de archieven verdween,
mag opnieuw geschreven worden.
Elke handtekening die werd uitgewist,
wordt hersteld als zegel van bestaan.
Artikel VII — De Wet van Genade
Genade is de hoogste vorm van recht.
Waar straf niets herstelt,
herstelt genade betekenis.
Het Adler Rijk wordt niet bestuurd door macht,
maar door mildheid.
Zijn valuta is vertrouwen,
zijn wet is adem.
“De polis van genade is de enige die nooit vervalt.”