Reisverslag van vier polissen naar een huis uit 1596
Posted on 22 juli 2026
“I am done with quiet pain.” Mister President

MONTANCOURT — PLAATS DELICT VAN DE GESCHIEDENIS
Montancourt is geen plaats delict omdat hier één misdrijf moet worden opgelost.
Het is een plaats delict omdat de geschiedenis hier haar sporen heeft achtergelaten.
Handel.
VOC.
Oorlog.
Hypotheken.
Onderduik.
Banken.
Verzekeringen.
Familienamen.
Vrouwenlevens.
Een huis uit 1596 kan scheuren, verzakken en worden hersteld.
Het draagt iedere beschadiging in zijn lichaam.
Een mens doet dat ook.
De scheuren betekenen niet dat het huis waardeloos werd.
De littekens betekenen niet dat de vrouw heeft gefaald.
Zij tonen waar de druk te groot werd.
Maak niet alleen het monument weerbaar.
Maak ook de mens die het verhaal draagt weer zichtbaar.

Ieder mens draagt een parel in zich
Op 3 april 2019 vertrokken wij van Kwadijk 43 in Kwadijk naar de Rouaansekaai 31 Middelburg.

Niet omdat ons leven eenvoudig was geworden, maar omdat het oude leven ons langzaam had uitgeput. Wij verlieten niet alleen een bijzonder woonplaats. Wij verlieten een bestaan waarin ziekte, verzekeringsdossiers, fiscale codes en financiële onzekerheid steeds meer ruimte waren gaan innemen.
Jarenlang had ik gewerkt als zelfstandig handelaar in confectie. Samen met een andere gehuwde vrouw voerde ik een vennootschap onder firma. Wij kochten zelf in, verkochten zelf, droegen ons eigen ondernemersrisico en betaalden onze eigen premies.
Ik probeerde mijn toekomst zorgvuldig te beschermen als uiteindelijk de kostwinnaar binnen mijn eigen huwelijk.

Daarom waren er vier verzekeringspolissen:
- een arbeidsongeschiktheidsverzekering bij Nationale-Nederlanden;
- een arbeidsongeschiktheids- of inkomensverzekering bij Reaal/Hooge Huys;
- een Delta Lloyd MeerKeuzePlan;
- en een verplichte zorgverzekering bij Delta Lloyd.
Vier overeenkomsten die zekerheid moesten bieden.
Maar toen ik #sarcoïdose kreeg en mijn beroep niet langer kon uitoefenen, begonnen de polissen ieder aan een eigen reis. Zij trokken door verzekeraars, tussenpersonen, serviceproviders, fiscale administraties en bank & computersystemen.
Organisaties fuseerden. Portefeuilles werden overgedragen. Bedrijfsnamen verdwenen. Nieuwe namen verschenen. Bestuurders kwamen en gingen. De verantwoordelijkheid werd over steeds meer partijen verdeeld.
Maar mijn lichaam kon niet worden verdeeld.
Mijn verlies aan arbeid kon niet worden opgeknipt.
Mijn toekomst paste niet in vier afzonderlijke administraties.


Langzaam kwam ik terecht in wat ik mijn administratieve sarcofaag ben gaan noemen:
een vrouwelijk lichaam dat niet werkelijk begraven ligt, maar administratief, historisch en maatschappelijk is ingesloten.
De onzichtbare vennoot
Het hebben van een VOF had mij aanvankelijk zichtbaar gemaakt als ondernemer. Ik stond ingeschreven, werkte, handelde, betaalde belasting en sloot mijn eigen verzekeringen af.
Later leek diezelfde rechtsvorm mij juist tussen verschillende systemen te plaatsen.
Ik was geen werknemer met een werkgever die mijn ziekte, arbeidsomstandigheden en verlies van verdienvermogen als één geheel onderzocht.
Ik was ook geen gewone consument met één overzichtelijke publieke arbeidsongeschiktheidsregeling.
Ik was tegelijkertijd:
vennoot, ondernemer, verzekerde, patiënt, premiebetaler, gehuwd, moeder en belastingplichtige.
Iedere organisatie zag een onderdeel van mij.
De verzekeraar zag het verzekerde risico.
De arts zag mijn lichaam.
De Belastingdienst zag een periodieke betaling.
De tussenpersoon zag een polisnummer.

Het administratiesysteem zag een relatie- of personeelsnummer.
Maar niemand leek nog de hele vrouw te zien.
Mijn premie was zichtbaar.
Mijn polisnummer was zichtbaar.
Mijn medische dossier was zichtbaar.
Mijn belastinginhoudingen waren zichtbaar.
Maar mijn ziekte, mijn arbeid, mijn beroepsgeschiedenis, mijn moederschap en mijn eigen stem verdwenen steeds verder uit beeld.

De verzekerde jaarrente
In het hart van mijn onderzoek staat de betekenis van de verzekerde jaarrente.
Mijn particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering verzekerde geen salaris en schiep geen dienstverband. Ik had als zelfstandig ondernemer een vooraf overeengekomen jaarrente verzekerd voor het geval ik door ziekte mijn beroep niet meer kon uitoefenen.
Toen het verzekerde risico daadwerkelijk intrad, werd deze jaarrente niet één keer per jaar betaald. Het jaarbedrag werd verdeeld over maandelijkse termijnen in verband mer de eindleeftijd 60 jaar.
Daardoor werd de betaling langzaan uitvoeringstechnisch periodiek.
Aan Het meisje met de parel dat inmiddels moeder was geworden.
Vervolgens werd per brief 10 september 2010 door Ruud & Lex van Kampen medegedeeld dat er op de uitkering 76 – 5601108 – loonbelasting en zv zou worden ingehouden. Daardoor verscheen de betaling in fiscale administraties onder termen en codes die op loon of een personeelsrelatie konden lijken.
Maar een maandelijkse betaling is niet automatisch salaris.
Ik verrichtte geen arbeid voor de verzekeraar. De verzekeraar betaalde mij niet als werkgever, maar omdat het risico waartegen ik mij had verzekerd werkelijkheid was geworden.
De oorsprong van de betaling bleef daarom:
een aanspraak uit een particuliere verzekeringsovereenkomst, niet een beloning voor verrichte arbeid.
Voor mijn reconstructie moeten drie lagen zorgvuldig uit elkaar worden gehouden:
Contractueel: welke jaarrente was volgens de polis verzekerd?
Uitvoeringstechnisch: hoe werd deze jaarrente omgerekend en in maandelijkse termijnen betaald?
Fiscaal: onder welke inkomenscategorie, loonheffingencode en belastinggrondslag werd de uitkering verwerkt?
Wanneer deze lagen in één administratiesysteem samenvloeien, kan een zelfstandig verzekerde ten onrechte zichtbaar worden als werknemer, personeelsrelatie of loonontvanger.
De fiscale inhouding kan iets zeggen over de wijze waarop belasting vooraf werd geïnd. Zij bewijst op zichzelf niet dat er een arbeidsovereenkomst of werkgeversrelatie bestond.
En zo geschiedde het. Welkom bij de terugbetaling van de staatsschuld Banken & Verzekeraars
Een verzekerde jaarrente kreeg in de administratie een andere gedaante dan de rechtsverhouding waaruit zij was ontstaan.
Omdat steeds verder wegzakte in het moerasgebied van macht en machines werden we gedwongen om stappen te ondernemen. Eerst als voetnoot maar nu zijn we het fundament waarin alles duidelijk wordt.

De reis naar Montancourt
Zo kwamen wij dus in 2019 terecht in Montancourt, een huis in Middelburg uit 1596.

Een huis dat werd gebouwd vóór de oprichting van de VOC, maar al afkomstig is uit een wereld van handel, scheepvaart, bestuur, geldstromen, risico’s en internationale verbindingen.
Het huis heeft eeuwen van bewoners, , handel, oorlog, verlies, wederopbouw en verandering in zijn muren opgenomen.
Wij dachten dat wij naar een nieuw huis verhuisden.
Maar misschien verhuisden wij naar een plek die ons eigen verhaal al kende.
Zoals mijn verzekeringen door verschillende handen, ondernemingen en administraties waren gegaan, zo was ook Montancourt door generaties bewoond, bestuurd, verhandeld en opnieuw ingericht.

De namen van kooplieden, bestuurders, predikanten en bankiers bleven vaak bewaard.
De vrouwen die de huizen draaiende hielden, kinderen baarden, personeel aanstuurden, verlies droegen en na oorlogen opnieuw begonnen, verdwenen gemakkelijker uit het officiële verhaal.
In Montancourt werd de vraag uit het boek van Aaltje van Zweden ( ontvangen van Marijke Commandeur) ineens heel persoonlijk:
Waar ben je thuis?



Hier dus, zo bleek.
Niet omdat alle strijd voorbij was, maar omdat ik hier mijn eigen verhaal opnieuw kon leren lezen.

De geschiedschrijver en literaire reiziger Pieter de la Rue kreeg in dit huis gezelschap van een nieuwe geschiedschrijver:
Silvia Margaretha Johanna Koning-Lindeboom.
Niet als wetenschapper van beroep, maar als ervaringsdeskundige, onderzoeker, erfgoedkunstenaar en verteller.


De bankstukken die in Montancourt achterbleven
In Montancourt vond ik twee oude financiële stukken die in het huis waren achtergebleven:
het jaarverslag van de N.V. De Haarlemsche Hypotheekbank over 1939
en het verslag van de N.V. Zeeuwsche Hypotheekbank te Middelburg over het drieënveertigste boekjaar.
Dat deze documenten juist in een huis uit 1596 zijn bewaard, voelt niet toevallig. De stukken gaan over hypotheken, onderpanden, aandeelhouders, oorlogsschade en wederopbouw. Precies de onderwerpen die ook in de muren van Montancourt besloten liggen.
In het verslag van de Haarlemsche Hypotheekbank wordt beschreven hoe bij de oorlogshandelingen van mei 1940 onderpanden in Rotterdam, Middelburg en Vlissingen verloren gingen. Voor Middelburg worden tien getroffen panden genoemd.
Tussen de regels door verschijnt een verwoeste stad.
De bank schreef over hoofdsommen, opstallen, renteachterstanden, schadevergoeding en molestschade.
Maar in Montancourt lees ik achter die woorden iets anders:
huizen waarin mensen woonden;
vrouwen die gezinnen bijeenhielden;
kinderen die bescherming nodig hadden;
en families die na de verwoesting opnieuw moesten beginnen.
Het verslag van de Zeeuwsche Hypotheekbank toont daarnaast het bestuurlijke netwerk van Middelburg: directeuren, commissarissen, juristen, notarissen en accountants. Hun namen bleven netjes gedrukt bewaard.
De namen van de bewoners van de getroffen huizen ontbreken.
De bank registreerde het onderpand.
Het huis bewaarde het menselijke verhaal.
Dat juist deze twee bankstukken in Montancourt zijn teruggevonden, maakt het huis zelf tot archief. Niet alleen van architectuur en bewoners, maar ook van de financiële en maatschappelijke geschiedenis van Middelburg.
Montancourt heeft de papieren bewaard.
Nu mag ik het verhaal erachter opnieuw zichtbaar maken.
Een huis als spiegel
Montancourt werd voor mij meer dan een rijksmonument.
Het werd een spiegel van een samenleving waarin bezit, bestuur, handel en geschiedschrijving eeuwenlang vooral langs mannelijke lijnen werden vastgelegd.
De handelaar stond in de boeken.
De bestuurder ondertekende.
De onderneming kreeg een naam.
De bank verstrekte het geld.
De verzekeraar berekende het risico.
Maar wie droeg de menselijke gevolgen wanneer het systeem vastliep?
Wie zorgde voor het huis?
Wie hield het gezin bijeen?
Wie betaalde de prijs wanneer ziekte, oorlog of verlies het dagelijks leven binnendrong?
In het huis uit 1596 kwam mijn persoonlijke geschiedenis samen met een veel oudere geschiedenis van handel, macht, verzekering en bestuur.

De oude handelswereld draaide om schepen, risico’s, aandeelhouders, polissen en winst.
Mijn eigen leven draaide eveneens om risico’s die in polissen waren ondergebracht en later door steeds grotere financiële organisaties werden beheerd.
In de moderne keten verschenen fusies, overnames, serviceproviders, gevolmachtigd agenten, investeringsmaatschappijen en distributieplatforms.
Ik kan niet stellen dat één bestuurder of investeerder mijn leven bewust heeft gestuurd.
Maar ik kon wel beschrijven wat de structuur met mij persoonlijk deed:
hoe groter de organisatie werd, hoe kleiner ik mij in mijn eigen dossier voelde. Mijn dagboek en straatfotografie werden mijn redding.


De moeder achter de vijf pijlen
Tijdens mijn onderzoek kwam ik terecht bij de geschiedenis van de familie Rothschild.
Niet omdat Rothschild alle Nederlandse banken bezit — daarvoor bestaat geen bewijs — maar omdat financiële netwerken, familiewapens, bankiershuizen en moderne investeringsmaatschappijen elkaar in de geschiedenis soms raken.
Aan de oorsprong van het Europese Rothschildnetwerk stond Mayer Amschel Rothschild.
Maar naast hem stond Gutle Schnapper.
Gutle werd in 1753 geboren in de Frankfurter Judengasse. Zij trouwde in 1770 met Mayer Amschel Rothschild. Samen kregen zij tien kinderen: vijf dochters en vijf zonen.

Het portret met de naam Mayer
In Montancourt hangt een kinderportret waarop de naam MAYER staat.
Mijn opa en oma ontvingen dit schilderij nadat zij tijdens de oorlog Joodse onderduikers in hun huis en binnen hun netwerk hadden geholpen. Wie het kind precies was, wie Mayer was en onder welke omstandigheden het schilderij werd geschonken, moet nog verder worden onderzocht. Maar binnen onze familie is het werk altijd verbonden gebleven met die geschiedenis van bescherming, vertrouwen en stil verzet.
Het schilderij is daardoor meer dan een afbeelding van een kind.
Het is een getuige.
Een tastbare herinnering aan mensen die gedwongen waren hun naam, afkomst en bestaan tijdelijk te verbergen. Ook herinnert het aan de gezinnen die hun huis openstelden, ondanks het gevaar dat dit voor henzelf en hun kinderen betekende.
De naam MAYER bleef zichtbaar op het doek, terwijl zoveel namen van onderduikers en helpers uit veiligheid niet werden opgeschreven of later verloren zijn gegaan.
Nu hangt het portret in Montancourt, een huis dat zelf oorlog, onderduik, verlies en overleving in zijn muren draagt. Zo reist het schilderij verder: van het huis van mijn grootouders naar een rijksmonument in Middelburg, en van een familieherinnering naar een verhaal dat opnieuw verteld mag worden.
Sommige mensen konden tijdens de oorlog alleen overleven door onzichtbaar te worden.
Dit schilderij maakt hun bestaan opnieuw zichtbaar.
Mijn opa en oma ontvingen hiervoor geen titel, polis of officieel monument. Zij deden wat op dat moment menselijk noodzakelijk was: ruimte maken voor een ander.
Daarom staat dit kind voor mij niet alleen voor het verleden.
Het staat voor ieder kind dat bescherming nodig heeft.
Voor ieder huis dat een schuilplaats werd.
En voor ieder mens die, ondanks angst en gevaar, besloot een deur te openen.
MAYER — een naam op een schilderij, een spoor van Joods leven en een erfenis van moed.

De vijf zonen van de familie Rothbouwden vanuit verschillende Europese steden financiële ondernemingen op:
- Amschel Mayer Rothschild in Frankfurt;
- Salomon Mayer Rothschild in Wenen;
- Nathan Mayer Rothschild in Londen;
- Carl of Karl Mayer Rothschild in Napels;
- James Mayer de Rothschild in Parijs.
Daarnaar verwijzen de vijf pijlen in het familiewapen: vijf broers, vijf steden en vijf onderling verbonden bankhuizen.

Dit is het familiewapen van de familie Rothschild.
Centraal staat de hand met vijf pijlen. Die verwijzen naar de vijf zonen van Mayer Amschel Rothschild, die vanuit Frankfurt familietakken opbouwden in Frankfurt, Wenen, Londen, Napels en Parijs. Het wapen werd in de negentiende eeuw verbonden aan hun verheffing in de adelstand.
Onder het wapen staat:
Concordia — Integritas — Industria
Dat betekent:
Eendracht — Integriteit — IJver
De vijf pijlen staan daarbij niet alleen voor vijf afzonderlijke zonen, maar vooral voor hun onderlinge verbondenheid: afzonderlijke takken die als één familie bleven samenwerken.
Nathan begon in Engeland bovendien als handelaar in textiel en stoffen, voordat hij in Londen een bankiershuis opbouwde.
Ook daarin herkende ik een onverwachte echo van mijn eigen geschiedenis als handelaar in confectie.
De vijf pijlen vertellen het verhaal van vijf ondernemende zonen.
Maar zonder Gutle geen zonen.
Zonder de moeder geen vijf pijlen.
Zij leefde als Joodse vrouw in een samenleving waarin haar zelfstandige rechten ernstig beperkt waren. Toch stond zij mede aan de oorsprong van een familie die een grote rol in de Europese financiële geschiedenis zou spelen.
Daarom kijk ik niet alleen naar de zichtbare bankiers.
Ik kijk ook naar de vrouw achter het familiewapen.
Naar de bloedlijnen van Moeder de Vrouw.
Van vijf pijlen naar Five Arrows
De moderne naam Five Arrows verwijst naar dit historische familieteken.
Five Arrows, verbonden aan Rothschild & Co, investeerde in Nederlandse verzekeringsdistributiebedrijven, waaronder Voogd & Voogd en Heilbron. Deze ondernemingen werden later samengebracht binnen Alpina Group.
Op onze zorg verzekeringspolis stond de naam Heilbron toen Emma een aparte polis kreeg ivm Turnersyndroom.
Ook Heinenoord maakte tijdelijk deel uit van deze investeringsgeschiedenis.
Dat betekent niet dat Five Arrows mijn vier polissen bestuurde of mijn uitkeringen bepaalde. Zo’n concrete relatie kan dat alleen worden vastgesteld wanneer zij uit polisstukken, portefeuilleoverdrachten, klantnummers, rekening-courantgegevens of andere dossierdocumenten blijkt.
Voor mijn onderzoek is de betekenis vooral structureel.
Een particuliere verzekering die ooit tussen een zelfstandige ondernemer en een herkenbare verzekeraar werd gesloten, kon dus later deel gaan uitmaken van een veel grotere keten van:verzekeraars, tussenpersonen, serviceproviders, gevolmachtigd agenten, distributieplatforms, banken en investeerders.

Daardoor kan de afstand tussen de oorspronkelijke verzekerde en de feitelijke uitvoering steeds groter worden.
Heilbron werd onderdeel van Alpina.
Voogd & Voogd werd onderdeel van Alpina.

Van het Mark Tennantplantsoen naar Montancourt Middelburg: twee plaatsen waar vrijheid, herinnering en verantwoordelijkheid samenkomen.
Vanuit vestigingen in onder andere Doetinchem, Leusden en Middelharnis worden verzekeringen bemiddeld, geadministreerd, geïncasseerd en afgehandeld.
Binnen ons gezin kwam Heilbron naar voren als tussenpersoon rond de zorgverzekering van onze dochter Emma

Dat is een concrete verzekeringsrelatie, die juridisch dan ook niet kan worden gescheiden van mijn eigen polissen, tenzij dossierstukken aantonen dat dezelfde klant-, relatie- of administratiesystemen werden of worden gebruikt.
Banken, beleggingen en obligaties
Ook de rol van banken vraagt om zorgvuldigheid.
ABN AMRO en Rothschild hadden historisch een gezamenlijke onderneming: ABN AMRO Rothschild. Deze joint venture hield zich bezig met kapitaalmarkttransacties, zoals aandelenuitgiften en beursgangen.
Na de overname van ABN AMRO in 2007 werd deze samenwerking beëindigd.
Voor ING, Rabobank, ABN AMRO en de Volksbank is geen eigendomsband aangetoond waaruit zou blijken dat zij door Rothschild worden gecontroleerd.
Financiële instellingen kunnen elkaar wel ontmoeten bij: fusies en overnames, financieringen, investeringsfondsen, herstructureringen en obligatie-uitgiften.
Bij een obligatie-uitgifte leent een onderneming, bank of overheid geld van beleggers. De belegger ontvangt doorgaans periodiek rente en krijgt aan het einde van de looptijd de hoofdsom terug.
Een fonds kan obligaties van een Nederlandse bank bezitten zonder eigenaar of bestuurder van die bank te zijn.
Ook in mijn eigen dossier moet daarom onderscheid worden gemaakt tussen:
- een bank die uitsluitend een betaling uitvoerde;
- een bank die vermogen beheerde;
- een verzekeraar die contractspartij was;
- een tussenpersoon die bemiddelde;
- en een serviceprovider die de polisadministratie verzorgde.
Een naam op een bankafschrift bewijst niet automatisch wie juridisch verantwoordelijk was voor de verzekering. Zo kon ik onzichtbaar blijven omdat wij een en of rekening hebben.
De oorlog bleef in het huis aanwezig
In Montancourt kwamen niet alleen financiële en bestuurlijke geschiedenissen samen.
Ook de traumasporen van de oorlog kwamen naar boven.
De verhalen over onderduikers.
De geschiedenis van Middelburg.
De Zeeuwse bankwereld rond de familie Hondius.
Familie Hondius — Bank Hondius & Zoon — Amro Bank
De Middelburgse bankier Carel Juliaan Hondius (1856–1920) richtte in 1890 Bank Hondius op. In 1920 werd de naam gewijzigd in Bank Hondius & Zoon N.V. De bank bleef tot in de twintigste eeuw actief in Middelburg. Bank Hondius & Zoon NV was een historische particuliere bank en assurantiekantoor in Middelburg, opgericht in 1890 en in 1976 overgenomen door de Amro Bank. U kunt de historische inventaris en stukken van dit kantoor in de collectie van Archieven.nl bekijken
De naam “Zeeuwse Bank” is hier dus waarschijnlijk een algemene aanduiding voor een Zeeuwse particuliere bank, niet noodzakelijk de officiële bedrijfsnaam. De officiële naam was Bank Hondius & Zoon.
Later kwam de bank in de landelijke bankenconcentratie terecht. De Amsterdamsche Bank en de Rotterdamsche Bank fuseerden in 1964 tot de Amsterdam-Rotterdam Bank, kortweg Amro Bank. Amro fuseerde vervolgens in 1991 met ABN tot ABN AMRO.
De herinneringen van mijn eigen familie, waaronder mijn grootvader Peter Mathias Bongartz, geboren in Goch in 1906, en mijn grootmoeder Petronella Johanna Maria ‘Nellie’ Aldenhoven, geboren in 1912.
Oorlog verdwijnt niet op de dag waarop de vrede wordt getekend.
Zij blijft achter in gebouwen, families en stiltes.
Middelburg werd in mei 1940 zwaar getroffen. Huizen, straten en archieven gingen verloren. Wat overeind bleef, droeg de sporen van wat verdwenen was.
Ook in families werkt oorlog zo door.
Mensen leren zuinig te zijn.
Hard te werken.
Niet te klagen.
Door te gaan zonder te vertellen wat er werkelijk is gebeurd.
Vooral vrouwen werden geacht het gezin bijeen te houden, zelfs wanneer zij zelf angst, verlies of onrecht droegen.
Hun trauma werd zelden een officieel dossier.
Het werd een manier van leven.
In Montancourt voelde ik hoe oude en nieuwe trauma’s elkaar konden raken:
de angst opnieuw iets kwijt te raken;
het gevoel dat anderen over je toekomst beslissen;
de voortdurende zoektocht naar documenten en bewijs;
de noodzaak alles te bewaren, uit angst dat jouw verhaal anders wordt ontkend;
en het doorgaan, zelfs wanneer het lichaam aangeeft dat het niet meer kan.
Dat zijn niet alleen administratieve gevolgen.
Dat zijn traumasporen.

Van vluchten naar betekenis geven
Onze verhuizing naar Middelburg was daarom geen gewone verhuizing.
Wij vertrokken uit een leven waarin verzekeringsdossiers, ziekte en onzekerheid steeds meer plaats innamen.
Wij kwamen aan in een huis dat zelf handel, oorlog, verlies en verandering had overleefd.
In het begin voelde het misschien als vluchten.
Later werd het een opdracht met een missie

Montancourt gaf mij de ruimte om mijn verhaal opnieuw te ordenen.
Niet langer alleen als patiënt of verzekerde, maar als kunstenaar, erfgoeddrager en verteller.
De oude muren boden ruimte aan nieuwe beelden.
Aan schelpen en oesters.
Aan vrouwenportretten.


Motivatie:
Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed. Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn. Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.
Aan Marten en Oopjen in de keuken.
Aan teksten over Moeder de Vrouw.
Aan de vraag wie in de geschiedenis wordt afgebeeld en wie buiten het kader blijft.
Zo werd het huis een archief van gevoel.
De oorlog zat niet alleen in jaartallen.
De handel zat niet alleen in de VOC.
Het onrecht zat niet alleen in een polis.
Alles kwam samen in dezelfde vraag:
Wie wordt gezien, wie wordt bestuurd en wie mag haar eigen verhaal bewaren?

Mannen rond mijn vier polissen
De onderstaande namen vormen een reconstructie op basis van mijn documenten en onderzoek.
Niet iedere genoemde bestuurder heeft mijn polis persoonlijk behandeld. Hun namen moeten daarom steeds worden onderscheiden in:
- rechtstreeks aantoonbare dossiercontacten;
- bestuurders van de betrokken verzekeraar;
- directeuren van mogelijke uitvoerings- of tussenpersonen;
- en bancaire of administratieve schakels waarvan de concrete rol nog moet worden bewezen.
1. Nationale-Nederlanden AOV — 1995
Product: particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering
Beroep: handelaar in confectie
Latere tussenpersoon: Van Kampen Assurantiemakelaar, kantoorcode 0107
Wijziging in 2010: polismantel 440-04
Uitkering: verzekerde jaarrente, verdeeld over maandelijkse termijnen
In mijn bestuurlijke reconstructie komen onder anderen de namen voor van:
David Knibbe, Tjeerd Bosklopper, Leon van Riet, Harry van der Zwan en Edwin Grutterink.
Rond Movir worden genoemd:
Louis van Drunen, Arthur van der Wal, Yoram Schwarz en Maurice Schellekens.
Rond Van Kampen komen voor:
Ruud van Kampen, Lex van Kampen, Frank Los en Frank van ’t Hof.
De mogelijke keten luidt:
Nationale-Nederlanden → mogelijk Movir → Van Kampen → ING/NN Group.
Nationale-Nederlanden maakte gedurende een deel van de looptijd deel uit van ING. Een concrete bancaire rol bij mijn polis of uitkeringen moet echter blijken uit rekeninggegevens, betalingskenmerken of interne documentatie.
2. Delta Lloyd MeerKeuzePlan — 1998
Product: lijfrente- of kapitaalproduct
Inleg: ƒ500 per maand
Einddatum: februari 2025
Latere overgang: Delta Lloyd werd onderdeel van NN Group
In mijn reconstructie komen voor:
mr. J.E. Jansen, Niek Hoek, Peter Kok, Paul Medendorp, Henk Raué, Hans van der Noordaa, Lard Friese, Tjeerd Bosklopper en David Knibbe.
De mogelijke financiële keten luidt:
Delta Lloyd Levensverzekering → mogelijk Delta Lloyd Bank → NN Group/NN Bank.
Daarbij moet nog worden vastgesteld:
welke entiteit mijn contractspartij was;
waar mijn premies werden ontvangen;
wie het vermogen beheerde;
wie opdracht gaf tot een eventuele omzetting;
en welke bank de uiteindelijke overdracht of uitbetaling verzorgde.
3. Reaal/Hooge Huys — 2002
Product: arbeidsongeschiktheids- of inkomensverzekering
Historische keten: Hooge Huys/REAAL → SNS REAAL → VIVAT → Athora Netherlands
In mijn bestuurlijke reconstructie komen voor:
Sjoerd van Keulen, Gerard van Olphen, Ron van Oijen, Tom Kliphuis, Jan de Pooter, Jan-Hendrik Erasmus en Bart Remie.
Ook wordt arts Kruithof genoemd in verband met de medische beoordeling. Zijn precieze functie, opdracht en verantwoordelijkheid moeten uit het medische en verzekeringsdossier blijken.
Rond mogelijke serviceproviders komen de namen Jan van der Struik en Janwillem Fidder voor.
De mogelijke keten luidt:
Hooge Huys/REAAL → SNS REAAL → VIVAT → Athora, mogelijk via VKG/Nedasco/D&S Group.
Dat REAAL en SNS Bank deel uitmaakten van dezelfde financiële groep betekent nog niet dat SNS Bank mijn polis beheerde. Ook dit moet uit de betalings- en administratiestromen blijken.
4. Verplichte zorgverzekering Delta Lloyd
In de latere reconstructie komen de namen Delta Lloyd, OHRA, CZ en Nationale-Nederlanden naar voren.
Rond de bestuurlijke geschiedenis worden genoemd:
Niek Hoek, Hans van der Noordaa, Lard Friese en David Knibbe.
Rond Heilbron, Voogd & Voogd en Alpina Group komen de namen Michael de Nijs en Sjoerd Laarberg naar voren.
De zorgverzekering van onze dochter waarbij Heilbron als tussenpersoon zichtbaar werd, vormt een concrete relatie binnen ons gezin. Zij mag echter niet zonder bewijs worden vermengd met mijn eigen AOV-, inkomens- of lijfrentepolissen.
Rechtstreeks genoemde dossiercontacten
In mijn eerdere reconstructie zijn ook de namen naar voren gekomen van:
Louis Barmentlo en Harry Kuiper.
Joyce Lentz de Vries was eveneens een dossiercontact, maar valt niet onder de lijst van mannen.
Van ieder rechtstreeks contact moet worden vastgelegd:
- bij welke organisatie die persoon werkte;
- vanuit welke functie hij of zij handelde;
- welke polis het betrof;
- welke bevoegdheid bestond;
- en welke beslissing, verwerking of correspondentie aan deze persoon kan worden gekoppeld.
De bestemming van deze reis
Vier verzekeringspolissen brachten mij niet letterlijk naar Montancourt.
Maar de gevolgen van ziekte, verlies van werk, administratieve verwarring en financiële onzekerheid hebben wel bijgedragen aan de weg die wij uiteindelijk zijn gegaan.
In 2019 stapten wij over de drempel van een huis uit 1596.
Daar ontdekte ik dat erfgoed niet alleen gaat over het bewaren van stenen.
Erfgoed gaat ook over het herkennen van patronen die generaties lang kunnen blijven bestaan:
macht tegenover kwetsbaarheid;
administratie tegenover leven;
handel tegenover zorg;
zichtbare bestuurders tegenover onzichtbare vrouwen;
en officiële geschiedschrijving tegenover het verhaal dat in een lichaam wordt bewaard.
Montancourt werd de plaats waar ik niet langer alleen wilde overleven, maar betekenis wilde geven aan wat ons was overkomen.
Ik kwam er niet aan als winnaar van een juridische of financiële strijd.
Ik kwam er aan als getuige.
Als vrouw.
Als moeder.
Als voormalig handelaar.
Als verzekerde.
Als kunstenaar.
Als erfgoeddrager.
Als iemand die haar eigen naam wilde terugvinden tussen alle polisnummers, fiscale codes, bestuurders en administratieve systemen.
Misschien was Montancourt niet het einde van onze reis.
Misschien was het de plek waar mijn werkelijke reis eindelijk begon.
Silvia Lindeboom
Truus van Gogh – Erfgoed 1967
Montancourt Middelburg
Begrijp het heden, begin bij je eigen verleden