WIE VRAGEN BLIJFT STELLEN, WORDT LASTIG VOOR EEN SYSTEEM DAT ZICHZELF ALS ANTWOORD BESCHOUWT.
#Emet Raad van State Xx Xy XO – YO bestaat niet
VENUS GENETRIX — DE VROUW ALS OORSPRONG
De Romeinen maakten van Venus een godin. De staat maakte van de man een burger. Maar iedere burger kwam eerst uit een vrouw.
WETTEN ZIJN GEMAAKT VOOR DE BURGER. MAAR WIE SCHREEF DE VROUW EN DE MOEDER IN DE WET? Niemand
EEN VOORHEFFING IS GEEN GRONDSLAG. De loonbelasting maakt een private AOV namelijk niet automatisch tot loon uit een arbeidsovereenkomst en ook niet tot een wettelijke WAO/WAZ/WIA-uitkering. Het Uitvoeringsbesluit loonbelasting bevat juist aparte categorieën: enerzijds bepaalde periodieke uitkeringen via verzekeraars, anderzijds wettelijke uitkeringen zoals AOW, WAO, WAZ en WIA.
Periodiek betekende ook een periode in eindtijd- een woord twee betekenissen die op hetzelfde moment door elkaar werden gehaald.
En er zit nog een heel interessant historisch punt in. In de versie van artikel 11 UBLB rond 2004/2005 stond bij de private categorie nog:
“termijnen van lijfrenten … verstrekt door een lichaam dat het levensverzekeringbedrijf uitoefent”
terwijl WAO/WAZ enzovoort apart onder onderdeel c stonden.
De Lex-Van Oven van 1956 ging over de handelingsbekwaamheid van de gehuwde vrouw binnen het burgerlijk recht. Zij maakte de gehuwde vrouw juridisch zelfstandiger in vermogensrechtelijke en contractuele zin. Maar daarmee werd niet ineens in één bepaling vastgelegd:
“De gehuwde vrouw is zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam en geest.” Die formulering staat er niet in.
Dat onderscheid is belangrijk. Handelingsbekwaamheid betekent dat iemand zelfstandig rechtshandelingen kan verrichten: overeenkomsten sluiten, beschikken over vermogen, procederen enzovoort.
Lichamelijke en geestelijke zelfbeschikking gaat over een ander rechtsgebied: persoonlijke autonomie, lichamelijke integriteit, medische toestemming, voortplanting en bescherming tegen dwang.
Die rechten zijn in Nederland later en verspreid over verschillende rechtsbronnen ontwikkeld. Artikel 11 van de Grondwet beschermt bijvoorbeeld de onaantastbaarheid van het lichaam. Artikel 10 beschermt de persoonlijke levenssfeer. In het gezondheidsrecht geldt het uitgangspunt van informed consent. Daarnaast beschermen artikelen 3 en 8 EVRM respectievelijk tegen onmenselijke behandeling en het privé- en gezinsleven.
Maar ook daar staat niet één allesomvattende zin: “de vrouw is eigenaar/bestuurder van haar lichaam en geest.”
En daar gaat het dus mis!
Vermogensschade
Kan een verzekeraar de gevolgen van fouten in zijn eigen polisadministratie, automatisering, fusies, portefeuilleoverdrachten en prolongatieprocessen afwentelen op de verzekerde?
Wie beschermt de vrouw wanneer achter één cassatieberoep niet alleen één juridische fout schuilgaat, maar een keten van tientallen jaren van polisadministratie, belastingheffing, fusies, overnames en inkomensverlies — terwijl de hoogste rechter die onderliggende rechtsvragen niet inhoudelijk bespreekt?
Welkom bij de doctrine
De juridische fictie modelleert de werkelijkheid, maar is niet de werkelijkheid zelf.
Het recht werkt voortdurend met categorieën en constructies: werknemer, ondernemer, verzekerde, arbeidsongeschikte, loon, periodieke uitkering, rechtspersoon, fiscale bron. Die begrippen maken een ingewikkelde werkelijkheid bestuurbaar. Maar zodra het model belangrijker wordt dan de feitelijke mens erachter, kan er iets misgaan.
H’Art & Craft’s
Geen enkele man kwam ter wereld zonder het lichaam van een vrouwenlijk!
Miss en gebruik haar dan niet.
Nederland kreeg aan het begin van de negentiende eeuw voor het eerst een werkelijk nationaal belastingstelsel. Onder leiding van Isaac Jan Alexander Gogel werd in 1805 een algemeen belastingplan aangenomen, dat vanaf 1806 in het hele land werd ingevoerd. Daarmee werd belastingheffing steeds meer een taak van een centrale Nederlandse staat.
Na de Napoleontische tijd ontstond in 1814/1815 het Koninkrijk der Nederlanden. In de negentiende eeuw groeide vervolgens de parlementaire rechtsstaat, met de Grondwet van 1848 als belangrijk keerpunt.
Een heel andere ontwikkeling vond plaats tijdens de Duitse bezetting. Op 14 december 1940 kwam het Besluit op de Loonbelasting 1940 tot stand. Het trad op 1 januari 1941 in werking. Daarmee werd belasting rechtstreeks bij de bron geheven: de werkgever hield belasting in voordat het loon aan de werknemer werd uitbetaald.
Dat systeem verdween na de bevrijding niet.
Op 16 december 1964 stelde de Nederlandse wetgever de Wet op de loonbelasting 1964 vast. De wet zegt in haar eigen titel dat zij het Besluit op de Loonbelasting 1940 vervangt. In de aanhef staat bovendien uitdrukkelijk dat regering, Raad van State en Staten-Generaal betrokken waren bij het tot stand komen van de nieuwe regeling.
Daarmee ontstond een opmerkelijke historische continuïteit:
1806 — een nationaal Nederlands belastingstelsel. 1940/1941 — loonbelasting als bronheffing tijdens de Duitse bezetting. 1964/1965 — Nederland neemt het beginsel over in eigen democratische wetgeving.
En dan prins Bernhard.
Bernhard werd in Duitsland geboren en was vóór zijn huwelijk met Juliana daadwerkelijk lid van de NSDAP. Daarover bestaat inmiddels geen serieuze historische onzekerheid meer: in zijn persoonlijke archief werd zijn originele NSDAP-lidmaatschapskaart aangetroffen. Bernhard zelf had dat lidmaatschap tijdens zijn leven steeds ontkend.
Dat maakt vragen over zijn Duitse verleden terecht.
Maar er moet een onderscheid worden gemaakt tussen twee feiten.
Feit 1: Bernhard was vóór de oorlog NSDAP-lid.
Feit 2: onder de Duitse bezetting werd in Nederland het Besluit op de Loonbelasting 1940 ingevoerd.
Uit die twee feiten volgt niet dat Bernhard betrokken was bij de invoering ervan. Daarvoor is afzonderlijk historisch bewijs nodig. Tot dusver is geen betrouwbare bron bekend waaruit blijkt dat Bernhard het Nederlandse loonbelastingstelsel heeft ontworpen, beïnvloed of laten invoeren.
De historisch interessantere vraag is daarom misschien niet:
“Heeft Bernhard de loonbelasting ingevoerd?”
maar:
“Hoe kon een fiscale techniek die tijdens de Duitse bezetting werd ingevoerd, na 1945 worden behouden, in 1964 democratisch worden gelegitimeerd en vervolgens steeds verder worden uitgebreid naar betalingen die helemaal geen gewoon werknemersloon zijn?” Vrouwen waren handelingsonbekwaam in die tijd en in 1964 konden gehuwde vrouwen geen eigen polis afsluiten. Ze werd meeverzekerd via een polis.
Daar begint een heel andere — en juridisch veel belangrijkere — geschiedenis.
De Wet op de loonbelasting 1964 bevestigt letterlijk dat zij het Besluit op de Loonbelasting 1940 verving.
No Name
In Nederland is er geen enkele Kunstenares die zo op hetzelfde level opereert.
Zelfkennis management
Interessant is het ethische vraagstuk: beschermt het juridische en verzekeringssysteem de mens, of beschermt het vooral zijn eigen regels, codes, contracten en instituties?”Bestuurder van het lichaam Dank zei de bank – crisis 2009
Een goed verhaal is nooit ver weg.
Een vrouwelijke rechtspersoon bestaat niet.
De vrouw bestaat. Haar lichaam bestaat. Haar arbeid bestaat. Haar onderneming bestaat. Haar inkomen bestaat. Haar schade bestaat.
Maar de rechtspersoon heeft geen lichaam. Geen baarmoeder. Geen longen. Geen leeftijd. Geen zwangerschap. Geen beroepsziekte. Geen vrouwelijk economisch leven.
Het recht maakt onderscheid tussen de natuurlijke persoon en de rechtspersoon. Maar belasting wordt dus wel op natuurlijk personen ingevorderd?
En precies daar ontstaat een fascinerende vraag:
Wat gebeurt er wanneer een vrouw haar economische leven moet laten vertalen door systemen die zelf geen geslacht, lichaam of levensloop kennen?
De verzekeraar is een rechtspersoon. De bank is een rechtspersoon. De werkgever kan een rechtspersoon zijn.
De inhoudingsplichte private schade verzekeraar werd een rechtspersoon. De pensioenuitvoerder is een rechtspersoon. De Staat is een publiekrechtelijke rechtspersoon.
Maar degene over wie al die systemen rekenen, beslissen, coderen en beschikken, is een mens.
Een vrouw.
Daarom gaat dit verhaal niet alleen over geld.
Het gaat over de afstand tussen de juridische fictie en het levende lichaam.
Misschien is dát de kern:
De rechtspersoon heeft geen geslacht. Maar zijn regels kunnen wel degelijk verschillend uitwerken op mannen en vrouwen.
Personenschade = alle materiële en immateriële schade die voortvloeit uit aantasting van een persoon, waaronder schade aan gezondheid, arbeidsvermogen, inkomen, carrière en levenskwaliteit.
Welkom in Europapa
EEN VROUW — ZIEL EN LICHAAM — IS EEN ECONOMISCHE ACTOR. NIET ALLEEN EEN ECONOMISCH SUBJECT OF OBJECT Dear Mister President
EEN VROUW ZONDER GELD IS EEN VROUW ZONDER MACHT.
Maar financiële onafhankelijkheid gaat over méér dan geld.
Het gaat over zeggenschap. Over de vrijheid om te werken, te stoppen, opnieuw te beginnen en je eigen keuzes te maken. Het gaat over haar intellectueel eigendomsrecht.
En niet u
Het gereserveerde wetboek 9 Over het recht om niet financieel afhankelijk te worden van een partner, een verzekeraar, een tussenpersoon of een systeem.
Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bestaat niet; deze plek is gereserveerd voor intellectueel eigendomsrecht, maar is er door verregaande internationale verwevenheid nooit gekomen. [1, 2]
Status van Boek 9 BW
Reservering: Oorspronkelijk bedacht door Meijers in 1947 voor het recht omtrent de “scheppende mens” (intellectueel eigendom). [1, 2]
Afwezigheid: Het boek is nooit ingevoerd omdat regels over auteurs-, merken- en octrooirecht al diep verankerd zijn in internationale verdragen en Europese richtlijnen. [1, 2]
Discussie: Juridische experts en hoogleraren discussiëren regelmatig of een beperkte vermogensrechtelijke codificatie alsnog wenselijk is. [1, 2]
Alternatieven met “9”
Boek 2, Titel 9 BW: Dit gaat over de jaarrekening en het bestuursverslag van rechtspersonen zoals de B.V. en N.V.
Artikel 9 Sr: Dit artikel uit het Wetboek van Strafrecht somt de hoofdstraffen en taakstraffen op. [1, 2]
Mijn keramiek gaat over dat vrouwenlichaam. Het meisje met de parel is moeder geworden.
Welkom bij het hiaat binnen de staat GEPRINT INTELLECTUEEL EIGENDOM IN KLEI Wat ooit begon als een idee, krijgt hier een lichaam. Een gedachte wordt vorm. Een vorm wordt object. Een object wordt drager van betekenis. Geprint in klei wordt intellectueel eigendom tastbaar, zichtbaar en kwetsbaar. De digitale vorm wordt materie. De code krijgt gewicht. Het ontwerp krijgt een huid. Maar juist daar ontstaat ook de vraag: Van wie is het idee wanneer het een lichaam krijgt? Van degene die het bedacht? Van degene die het tekende? Van degene die het digitaal modelleerde? Van degene die het printte? Van degene die het opnieuw beschilderde, samenvoegde en betekenis gaf? Mijn werk bevindt zich precies op dat grensvlak. Tussen techniek en handwerk. Tussen reproductie en uniciteit. Tussen intellectueel eigendom en artistieke toe-eigening. Tussen digitaal bestand en menselijke hand. Intellectueel eigendom krijgt hier een lichaam: geprint, tastbaar en kwetsbaar in klei. En daarna begint pas mijn werk. DE KLEEDKAMER BESTOND. DE VROUWEN OOK. Een vennootschap onder firma heeft geen lichaam. Ze kan niet ziek worden. Ze kan geen longschade oplopen. Ze kan niet bevallen. Ze kan niet arbeidsongeschikt raken. Ze kan niet ouder worden. Maar haar vennoten wel. De Kleedkamer was een onderneming onder één naam. Er werd gehandeld. Er werd omzet gemaakt. Er werden contracten gesloten. Er werden premies betaald. Er werden belastingen betaald. En achter die onderneming stonden natuurlijke personen. Vrouwen. Bij een VOF verdwijnen die vrouwen juridisch niet achter een zelfstandige rechtspersoon. Integendeel: voor de schulden van de onderneming kunnen de vennoten persoonlijk worden aangesproken. Hoe zit dan bij de hypotheek? Dat maakt de tegenstelling des te groter. Voor aansprakelijkheid ben je volledig persoon. Voor administratie word je gemakkelijk een nummer. Voor belasting word je een categorie. Voor verzekering word je een polis. Voor schade word je een berekening. Maar degene die het economische risico werkelijk droeg, had een lichaam, een beroep, een geschiedenis en een naam. Daarom is de kernvraag niet alleen: “Wat was De Kleedkamer?” De belangrijkere vraag is: “Waar bleef de vrouwelijke vennoot toen haar onderneming, haar inkomen, haar verzekering en haar schade door verschillende systemen werden verwerkt?” Een VOF heeft geen lichaam. Maar haar aansprakelijkheid landt bij mensen van vlees en bloed.Welkom bij de vrouw des Huizes
Het lichaam dat liefheeft. Het lichaam dat werkt. Het lichaam dat schade kan oplopen. Het lichaam waaraan anderen vervolgens bedragen, voorwaarden, codes en economische waarden verbinden.
LIEFDE IS GEEN PENSIOENPLAN. HAAR LICHAAM IS GEEN FINANCIEEL PRODUCT. EN EEN VROUW IS ZEKER GEEN ADMINISTRATIEVE CODE.
Wanneer een vrouw haar beroep, inkomen of opgebouwde oudedagsvoorziening verliest, verliest zij niet alleen geld. Zij kan ook haar autonomie, onderhandelingsmacht en vrijheid over haar eigen toekomst verliezen.
Daarom staan deze objecten naast elkaar:
Het hart — wat van haarzelf is. Het gezicht — de mens die gezien moet worden. De kruiken — het economische systeem dat haar leven probeert te bevatten.
GEEF EEN VROUW NIET ALLEEN RECHTEN OP PAPIER. GEEF HAAR OOK ECONOMISCHE ZEGGENSCHAP OVER HAAR EIGEN LEVEN.
MIJN MOEDER KON MIJ NIET IN AANDELEN VERDELEN. HET SYSTEEM DEED HET TOCH — IN ARBEID, INKOMEN, VERMOGEN, SCHADE EN BELASTING.
Personenschade = alle materiële en immateriële schade die voortvloeit uit aantasting van een persoon, waaronder schade aan gezondheid, arbeidsvermogen, inkomen, carrière en levenskwaliteit werd afgekocht door de Bond van Verzekeraars.
Louis Barmentlo werd betaald in mijn zaak door de verzekeraars
CED Mens is onderdeel van CED, een organisatie die verzekeraars en andere opdrachtgevers ondersteunt bij schadebehandeling. De tak CED Mens richt zich specifiek op schade waarbij een persoon centraal staat, zoals letselschade, personenschade en complexe dossiers rond gezondheid, herstel en maatschappelijke gevolgen.
Hun rol bestaat uit het onderzoeken van de persoonlijke situatie, het in kaart brengen van schade en beperkingen, contact met betrokken partijen en het adviseren over schadeafwikkeling. Dat dossier bleef gesloten en geheim
Belangrijk dus: CED werkt in opdracht van een verzekeraar of andere opdrachtgever. Het is dus blijkbaar niet automatisch een onafhankelijke belangenbehartiger van de benadeelde persoon.
Juristen, verzekeraars, belastinginstanties en uiteindelijk rechters of de Raad van State beslissen niet over mij een persoon als mens, maar zij beoordelen mijn situatie aan de hand van juridische categorieën en vermogensrechtelijke regels.
Daardoor moet een lichamelijke en maatschappelijke werkelijkheid worden teruggebracht tot vragen als: welk recht bestaat er, welke schadepost is juridisch erkend, welke polisvoorwaarde geldt, welke fiscale kwalificatie wordt toegepast en welk bedrag kan worden toegewezen.
Dat is precies de beperking die ik benoem: de mens is groter dan de vermogensrechtelijke codificatie van zijn of haar schade.
Wie gaat mijn gat van 7 jaar en 3 maanden opvullen? Degene die mij onzichtbaar maakte of fiscaal fictief belaste voor 180.000 euro vanaf 2010 ?
Een verlies van beroep, gezondheid, maatschappelijke positie, zelfstandigheid en toekomstperspectief kan in een dossier worden opgesplitst in afzonderlijke juridische posten. Wat niet binnen zo’n erkende categorie valt, dreigt vervolgens buiten beeld te raken.
CED is in 1971 opgericht door een groot aantal Nederlandse verzekeraars, om het schadeproces te uniformeren en te professionaliseren. Ontstaan vanuit onze opdrachtgevers zit klantgerichtheid en de co-creatie van claims- en expertisediensten in ons DNA.
Als vertrouwde partners streven we gezamenlijk naar absolute klanttevredenheid, innovatie, kostenbeheersing en efficiëntie. HET ETHISCHE VRAAGSTUK Wie programmeert de regels? Wie bepaalt de richting? Wie wordt beschermd wanneer belangen botsen? De mens met schade? De verzekeraar? De fiscus? De juridische constructie? Of de administratieve keten? Een systeem dat “Mens” heet, is nog niet automatisch mensgericht. De echte vraag is: Wie draagt het risico — en wie krijgt de bescherming?
Don’t Tell me – Show me Raad van State
Wie ben jij en wat ben ik dan? Het meisje met de parel De moeder houdt zeggenschap op fe aandelen in de dochter.
SARAH’S BURGERSHART
Een burgerschapsoefening voor alle politieke mannen en vrouwen in Nederland
Dit kunstwerk is geen object om alleen naar te kijken.
Het is een oefening.
Een oefening in burgerschap. In verantwoordelijkheid. In gelijkwaardigheid. In het vermogen om de ander als mens te blijven zien.
Sarah staat symbool voor iedere burger die op enig moment afhankelijk wordt van wetten, regels, verzekeringen, instituties, werkgevers, uitvoerders, artsen, juristen of bestuurders.
Maar Sarah stelt ook een vraag aan ons allemaal:
Wat doe jij wanneer de regels denken te kloppen, maar de mens erin verdwijnt?
Burgerschap betekent meer dan belasting betalen, stemmen of je aan de wet houden.
Burgerschap betekent ook:
de ander niet reduceren tot een nummer; of patiënt,
vragen stellen wanneer een systeem onrechtvaardig uitpakt;
macht niet verwarren met gelijk hebben;
verantwoordelijkheid nemen voor de gevolgen van besluiten;
en beseffen dat vrijheid alleen kan bestaan wanneer de vrijheid en waardigheid van een ander eveneens worden beschermd.
DE OEFENING
Ga voor het kunstwerk staan.
Kijk eerst zonder iets te zeggen.
Stel jezelf daarna vijf vragen:
1. Wie zie ik? Zie ik een vrouw? Een man? Een patiënt? Een verzekerde? Een belastingbetaler? Een dossier? Of zie ik eerst een mens?
2. Welke macht heb ik zelf? Als burger. Als professional. Als bestuurder. Als ambtenaar. Als verzekeraar. Als arts. Als jurist. Als buur. Als ouder. Als partner.
3. Wat gebeurt er wanneer iedereen alleen zijn eigen taak uitvoert? Wie bewaakt dan het geheel? Wie ziet de gevolgen voor één mensenleven?
4. Wanneer zou ik zelf zeggen: tot hier en niet verder?
5. Wat vraagt goed burgerschap vandaag van mij?
Niet morgen.
Vandaag.
SARAH’S BURGERSHART
Sarah’s Burgershart bestaat niet uit steen, klei, regels of formulieren.
Het bestaat uit iets veel kwetsbaarders:
het vermogen om verantwoordelijkheid te voelen voor iemand die niet jijzelf is.
Daar begint democratie.
Daar begint rechtsbescherming.
Daar begint gelijkwaardigheid.
Daar begint burgerschap.
Man of vrouw. Jong of oud. Burger of bestuurder.
Iedereen draagt een stukje van dezelfde samenleving.
Maurick Schellekens: Hij beheert mijn lichaam niet. Maar zijn organisatie beheert wél een systeem waarin mijn lichaam wordt vertaald in risico, arbeidsvermogen, polisvoorwaarden, codes, uitkeringen en fiscale gegevens. Daarom is mijn vraag niet: “Wie bezit mijn lichaam?” Mijn vraag is: Wie draagt bestuurlijke verantwoordelijkheid voor wat er economisch met mijn lichaam is gedaan? Mijn gezondheid is van mij. Mijn geest is van mij. Mijn economische identiteit is van mij. Maar wanneer een verzekeraar jarenlang bepaalt hoe mijn arbeidsvermogen wordt gewaardeerd, welke uitkering wordt betaald, welke gegevens worden geregistreerd en welke gevolgen daar financieel uit voortvloeien, ontstaat een enorme institutionele macht over mijn economische bestaan. En precies die macht moet controleerbaar, uitlegbaar en aanspreekbaar zijn.
PRINSJESDAG 2026 — THE HANDMAID’S TALE VAN DE LOONHEFFING
Mijn leven achter de betaling en inlogcodes. Sarcoidose vraagt om zichtbaarheid
No Air Bankencrisis
DE FAÇADE
Aan de buitenkant staat één woord:
arbeidsongeschikt.
Daarachter zit een heel andere werkelijkheid.
De polis verzekerde geen loon. De polis verzekerde een jaarrente.
Die jaarrente werd niet automatisch uitgekeerd. Eerst werd vastgesteld in welke mate van arbeidsongeschiktheid iemand verkeerde.
Bij een vaststelling van 80 tot 100 procent arbeidsongeschiktheid kon volgens de polisvoorwaarden recht ontstaan op 100 procent van de verzekerde jaarrente.
Want zodra de verzekeringsuitkering in een loonheffingssysteem verschijnt, lijkt het alsof er loon, een werkgever of een arbeidsverhouding achter zit.
Maar de oorspronkelijke keten was:
een particuliere verzekering, een verzekerd risico, een vastgesteld arbeidsongeschiktheidspercentage en een contractueel afgesproken jaarrente.
De vraag is daarom niet alleen:
Waarom werd er loonbelasting ingehouden?
De diepere vraag is:
Hoe werd een verzekeringsrechtelijke vaststelling van 80–100% arbeidsongeschiktheid administratief vertaald naar een fiscale werkelijkheid die aan de buitenkant op loon begon te lijken?
Dat is de façade
EEN LAND GEZOND HOUDEN BETEKENT OOK DE Handelaar in confectie VROUW DES HUIZES BESCHERMEN.
Niet alleen haar portemonnee. Ook haar lichaam, zelfstandigheid, arbeid, gezondheid, waardigheid en recht om bestuurder van haar eigen leven te blijven.
De Vriendin
“Neurodivergentie is niet verkeerd denken. Het is anders waarnemen, anders verbinden en soms eerder zien wat binnen de bestaande orde nog geen naam heeft.”
Geen inzagerecht in loon en woondossier
“Privatisering wordt problematisch wanneer publiek beleid en private verdienmodellen zo in elkaar grijpen dat de burger het risico draagt, terwijl private partijen aan de geldstromen verdienen.”
“De premie voor mijn prepensioen werd gezien als uitgaven voor aov inkomensvoorzieningen bij arbeidsongeschiktheid ” Foutje bedankt
Duitsers maken geen grappen zij het zusje van mijn opa altijd Opendag Koninklijke Stallen
Daar rijdt de Gouden Koets.
Daar wappert de vlag.
Daar leest de Koning voor wat de Staat heeft bedacht.
De sarcofaag Silvia Koning Lindeboom
En ergens onder al dat goud ligt het lichaam van SMJ Koning-Lindeboom.
Geen ambtenaar. Geen werknemer. Geen pensioenfonds. Geen sociale verzekeringswet.
Stadhuis Middelburg
Een handelaar in confectie. Beroeps code 76
Een vrouw die haar eigen onderneming dreef, haar eigen premie betaalde en in 1995 haar eigen particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering afsloot.
HANDMADE.
Welkom bij Private Law
Door haarzelf betaald.
Maar welkom op Prinsjesdag in het Koninkrijk der Administratieve Ficties.
Want wanneer het lichaam van de zelfstandige vrouw beschadigd raakt, begint de grote verdwijntruc.
Niet het lichaam verandert.
Niet haar beroep verandert.
Niet haar polisgeschiedenis verandert.
De code verandert.
21.
50.
32
PENSIOEN / LIJFRENTE 21
OVERIGE SOCIALE VERZEKERINGSWETTEN 50
EEN ANDER SOORT INKOMEN 32
Prachtig.
Een vrouw sluit een private verzekering af en jaren later rijdt haar uitkering verkleed als een ander soort inkomen door de digitale poorten van de Staat.
De Kroon
Geen glazen koets.
Een gegevenskoets – Een Datakluis
Getrokken door loonheffingennummers, inkomstenverhoudingen, BSN-koppelingen, aangiftebestanden en fiscale categorieën.
En wie zit er op de bok?
De zeeuwse belofte CDA
De verzekeraar.
De Belastingdienst.
Het Ministerie van Financiën.
Het ministerie van Justitie
Crisis 2009
En dan …in de geschiedenis van Staatsblad 2010, 237 duikt ook het Verbond van Verzekeraars op.
Niet als complottheorie.
Gewoon in de officiële toelichting.
De regeling werd aangepast mede in overeenstemming met een wens vanuit de verzekeringssector.
Hoe Hollands wil je het hebben?
De vrouw betaalt de premie.
De vrouw draagt het risico.
De vrouw verliest haar werk door de toestand van haar gezondheid.
De vrouw ontvangt de contractuele schade uitkering .
En daarna vergadert de systeemwereld over de vraag:
WAT VOOR SOORT INKOMEN ZULLEN WE HAAR VANDAAG MAKEN?
Dat is mijn Prinsjesdagvraag.
Niet:
“Wat draagt Máxima?”
Maar:
WAT DROEG MIJN BSN? Pieter van Oordt
Code 21?
Code 50?
Code 32?
Wie hing dat etiket eraan?
Wie leverde het aan?
Wie controleerde het?
Wie zag dat een particuliere schadeverzekeraar ineens voorkwam naast begrippen als pensioen, lijfrente en sociale verzekeringswet?
En welke toezichthouder dacht:
prima categorie, doorlopen mensen?
Geketend in volmacht 912758 Nedasco
Mijn lichaam heeft nooit code 50 ondertekend.
Mijn geest heeft nooit toestemming gegeven om van mijn beroep een inkomstenverhouding te maken.
Mijn polis uit 1995 heeft nooit gezegd:
“Bij toekomstige wetswijziging mag de Staat mijn identiteit administratief herontwerpen.”
Dus op deze Prinsjesdag geen hoedje voor mij.
Ik draag een kroon van vragen.
Van wie ben ik er een?Op verzoek van Juliana geboren in 1909 toen mijn overgrootmoeder verdween
Archief Bijzondere Rechtspleging
Peter Mathias Bongartz
dossier aanwezig
koppeling met PRA Den Bosch en Tribunaal
Petronella Maria Aldenhoven / Nelly
dossier aanwezig
adres Molenstraat A 481, Cuijk
koppeling met PRA Den Bosch
Johannes Hubertus Aldenhoven
dossier vermeld
niet gescand
beroep gemeenteambtenaar
koppeling met PRA Heerlen
Waar wordt de vrouwelijke zelfstandige als zelfstandige kostwinner en verzekerde beroepsbeoefenaar (on) zichtbaar gehouden wanneer zij ziek wordt en een private AOV-uitkering ontvangt?
En juist daar bestaat geen apart grondwetsartikel “vrouwelijke handelaar”. Het recht behoort juist sekseneutraal te werken. Als een vrouwelijke zelfstandige een private AOV heeft, mag haar juridische positie niet verdwijnen doordat een administratief systeem haar uitkering onder een categorie zet die bijvoorbeeld naar pensioen, lijfrente of sociale verzekering verwijst. Artikel 1 Grondwet blijft daarbij relevant als ongelijke behandeling naar geslacht aantoonbaar is.
Een tweede belangrijk moment is 1983. Sinds de grondwetsherziening bepaalt artikel 1 expliciet dat discriminatie wegens onder meer geslacht niet is toegestaan.
Maar ik ben geen man en heb ook geen mannen lichaam en een penis.
Amen
ZO KWAM MIJN LICHAAM OP DE BALANS binnen Nationale Nederlanden
David Knibbe CEO Nationale Nederlanden
DE VROUW DES HUIZES Niet degene die alleen voor het huis zorgt, maar degene die bestuurder is van haar huis, haar vermogen, haar arbeid, haar lichaam en haar leven.
Van huisvrouw naar vrouw met zeggenschap.
Dienstbaar & Waakzaam
Ik was geen financieel product.
Ik was een handelaar in confectie met een particulier verzekerd beroepsrisico.
Toen mijn lichaam uitviel, werd ziekte vertaald in geld.
Mijn diagnose werd een claim. Mijn claim werd een verzekeringsverplichting. Mijn toekomstige uitkeringen werden actuarieel berekend. Mijn lichaam kreeg ineens een contante waarde.
En terwijl ik probeerde te leven met ziekte, verscheen mijn bestaan aan de andere kant van de financiële keten als:
voor mij was het lichamelijke schade. Voor de financiële onderneming was het een bedrag dat moest worden gereserveerd en uitgekeerd.
Medusa Exposure Antoniusziekenhuis Woerden – 13 augustus 2026 – 13 november 2026
Woerden – In de vitrine van de St. Antonius locatie Woerden is van 13 augustus tot en met 13 november 2026 de expositie van Silvia Koning Lindeboom te zien. Toen Silvia in 2007 de diagnose sarcoïdose kreeg is haar leven veranderd.
De ziekte heeft niet alleen invloed op haar lichaam, maar ook op haar werk en plek in de samenleving.
Een onzichtbare ziekte maakt het soms moeilijk om gezien en begrepen te worden.
Nieuwe invulling
Sinds 2011 zoekt ze naar een nieuwe invulling van haar leven. Via haar arts en een medisch maatschappelijk werker kwam ze in contact met mensen die haar stimuleerden om haar ervaring om te zetten in kunst. Kunst helpt Silvia om te laten zien wat een onzichtbare ziekte met iemand doet.
Het is een manier om haar verhaal te delen en opnieuw balans te vinden. In haar serie ‘360 graden blik op een onzichtbare ziekte’ staan de thema’s: adem, kwetsbaarheid en herstel centraal. Silvia maakt vazen van klei die symbool staan voor het lichaam. Scheuren en openingen laten zien waar iets kwetsbaar is, maar ook waar ruimte ontstaat voor herstel.
Met haar werk wil ze patiënten, bezoekers en zorgverleners uitnodigen om stil te staan bij wat vaak niet zichtbaar is. Kunst kan helpen om te herkennen, te erkennen en nieuwe kracht te vinden
WIE HANDELDE ER WERKELIJK?
Ik was de handelaar in confectie.
Maar terwijl ik stoffen, kleding en ondernemerschap kende, ontstond elders een veel abstractere handel:
de handel in soorten inkomen.
Van mens naar polis.
Van polis naar uitkering.
Van uitkering naar loonheffing.
Van loonheffing naar inkomstenverhouding.
Van inkomstenverhouding naar code.
En uiteindelijk kijkt de computer naar de code en zegt:
DIT BENT U. Geen twijfel mogelijk.
Nee.
Dit ben ik:
SMJ KONING-LINDEBOOM.
Mens.
Vrouw.
Zelfstandige.
Handelaar in confectie.
Bestuurder van mijn eigen lichaam en geest.
Mijn polis is een document.
Mijn BSN is een identificatienummer.
Mijn inkomstenverhouding is een administratieve constructie.
Mijn code is een veld in een database.
GEEN VAN VIEREN IS MIJN IDENTITEIT.
Omringd door idioten
Welkom bij Prinsjesdag.
THE HANDMAID’S TALE — DUTCH TAX EDITION
Waar de rode jurk is vervangen door een blauwe loonheffingencode.
Waar het lichaam periodiek wordt uitbetaald.
Waar “soort inkomen” belangrijker lijkt dan de oorsprong van het recht.
En waar één vraag na al die jaren nog altijd op tafel ligt:
WIE HEEFT VAN MIJN PRIVATE VERZEKERINGSUITKERING EEN ANDER “SOORT INKOMEN” GEMAAKT — EN WAAR STAAT DAT RECHT?
DE TROONREDE MAG BEGINNEN.
Ik heb mijn eigen tekst al geschreven.
MIJN LICHAAM IS GEEN INKOMENSCODE. MIJN GEEST IS GEEN LOONBESTAND. EN MIJN LEVEN IS NIET TE VANGEN IN 21, 50 OF 32.
De digitale moordaanslag op het lichaam van zelfstandige gehuwde vrouwen
Wat een gaaf landje zijn we toch geworden Koning Willem.
Hoe kon de financiële sector na de bankencrisis met publiek geld worden beschermd, terwijl een zelfstandig verzekerde via haar private polis steeds dieper in een publieke administratieve keten terechtkwam — zonder de publieke rechten van een werknemer te krijgen?
HOE EEN FISCALE WIJZIGING, EEN KONINKLIJKE HANDTEKENING EN EEN KOPPELCODE MIJN PARTICULIERE POLIS DE LOONHEFFINGSKETEN IN TROKKEN
De hersenen van een vrouw
Het begon niet met mijn werkgever.
Ik had namelijk geen werkgever.
Het begon met een particuliere verzekering.
Een polis. Een verzekerde. Een verzekeraar. Een contractueel recht op een uitkering.
En toen veranderde de fiscale infrastructuur.
Huiselijk geweld laat sporen na in een lichaam.Fiscaal geweld kan sporen nalaten in een levensverhaal.
Voor een zelfstandige kostwinner met een verzekerd beroep en sarcoïdose gaat bestaanszekerheid niet alleen over ziekte.
Het gaat ook over wat er gebeurt wanneer haar arbeid, haar particuliere verzekering, haar diagnose en haar inkomen door verschillende administratieve systemen worden vertaald in codes en fiscale categorieën.
Dan kan financiële afhankelijkheid ontstaan zonder dat iemand een hand op je legt.
Geen blauwe plek op de huid,maar een gat in het inkomen.Geen klap,maar een code.Geen zichtbare wond,maar jarenlange onzekerheid over je eigen bestaanszekerheid.
Dat noem ik:
FISCAAL GEWELD
wanneer een administratief of fiscaal systeem zo ingrijpt in de economische zelfstandigheid van een mens dat zij de zeggenschap over haar eigen leven dreigt te verliezen.
En juist voor een vrouwelijke zelfstandige kostwinner wordt dan de fundamentele vraag:
Wie beschermt de vrouw wanneer niet haar lichaam, maar haar economische zelfstandigheid wordt geraakt?
Naast fiscale registraties bestond binnen de financiële sector nóg een administratieve werkelijkheid: vrouwen konden worden opgenomen in interne en externe waarschuwingsregisters.
Via EVA konden financiële instellingen vervolgens controleren of iemand in het IVR of EVR voorkwam. Daarmee kon een administratieve registratie gevolgen krijgen ver buiten de instelling die haar oorspronkelijk had aangebracht.”
DE IDENTITEITSVERSCHUIVING VAN LICHAAM NAAR SYSTEEM Mijn lichaam bleef hetzelfde. Mijn ziekte bleef hetzelfde. Mijn polis bleef particulier. Maar in de administratie veranderde mijn identiteit: van verzekerde naar inkomstenverhouding, van particuliere AOV naar pensioen/lijfrente, van schade-uitkering naar overige sociale verzekeringswet, en uiteindelijk naar: WAO/AAW. Daar zit de werkelijke vraag: Op welk moment werd de identiteit van de mens vervangen door de identiteit die het systeem nodig had om haar te verwerken? Een lichaam heeft geen inkomenscode. Een ziekte heeft geen loonheffingennummer. Een vrouw is geen inkomstenverhouding. Dat zijn administratieve constructies. En wanneer zo’n constructie niet meer overeenkomt met de juridische werkelijkheid, moet worden vastgesteld wie de koppeling heeft gemaakt, welke gegevens zijn gebruikt en welke gevolgen daarvan op mijn naam zijn terechtgekomen. Mijn lichaam veranderde niet. Mijn administratieve lichaam wel. En precies dáár begint het onderzoek
DE PRIJS VAN EEN NIET-ERKENDE BEROEPSZIEKTE
Mijn inkomsten verdween niet omdat mijn vermogen om te handelen ineens ophield te bestaan.
Mijn lichaam werd ziek door mijn beroep.
Sarcoïdose.
Wanneer een ziekte samenhangt met jarenlange blootstelling tijdens het werk, maar die relatie niet tijdig wordt onderzocht, vastgesteld of erkend, verdwijnt de economische schade niet.
Zij wordt alleen moeilijker zichtbaar.
De gemiste omzet blijft bestaan. Het verloren arbeidsvermogen blijft bestaan. De verloren carrièrejaren blijven bestaan. De verzekeringspremies blijven betaald. De inkomensachteruitgang blijft werkelijk.
Geen erkenning betekent niet: geen schade.
Het betekent dat de vraag onbeantwoord blijft:
Wie draagt de economische gevolgen wanneer een beroepsgebonden ziekte het lichaam beschadigt, maar het systeem die oorzaak niet erkent?
Mijn lichaam droeg de schade.
Mijn onderneming verloor de arbeid.
Mijn inkomen verloor de toekomst.
De ziekte werd medisch zichtbaar. De inkomensschade moet economisch zichtbaar worden gemaakt.
Mijn sarcoïdose kostte niet alleen een deel van mijn longfunctie. Zij kostte arbeidsvermogen, ondernemingsjaren en toekomstig inkomen. Dat de beroepsmatige oorzaak niet juridisch werd erkend, maakt die economische schade niet ongedaan.”
Wie is toch mijn opa’s zusje 1906 geboren
DE KEEL & DE BAARMOEDER
De ene geeft geboorte aan woorden. De andere kan geboorte geven aan leven.
Eeuwenlang werd over beide beslist: over de stem van de vrouw én over haar lichaam.
Maar haar stem behoort haar toe. Haar lichaam behoort haar toe.
Wat zij denkt, mag zij uitspreken.Wat zij draagt, mag zij zelf besturen.
De keel is haar stem. De baarmoeder haar lichaam.
En daartussen staat één ondeelbare persoon:
de vrouw — bestuurder van zichzelf.
“Het zaad van de man werd de leidraad van het nieuwe periodieke systeem: afstamming, arbeid, inkomen, verzekering en pensioen werden generaties lang georganiseerd vanuit een mannelijke levensloop.
Het vrouwenlichaam — dat draagt, baart, zorgt, ziek kan worden en economisch zelfstandig kan handelen — paste zich vervolgens aan categorieën aan die niet vanuit haar werkelijkheid waren ontworpen.”
Op 18 december 2008 werd bij koninklijk besluit het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 gewijzigd. Het besluit kwam tot stand op voordracht van staatssecretaris van Financiën Jan Kees de Jager, na advies van de Raad van State, en werd uitgevaardigd onder koningin Beatrix. (Officiële Bekendmakingen)
In die wijziging verscheen een cruciale bepaling:
Bankencrisis moest toch terug betaald worden
periodieke uitkeringen en verstrekkingen ter zake van invaliditeit, ziekte of ongeval werden aangewezen voor inhouding van loonbelasting. (Officiële Bekendmakingen)
De toelichting zegt letterlijk wat het doel was:
de nieuwe bepaling bewerkstelligt dat loonbelasting wordt geheven over deze periodieke uitkeringen. (Officiële Bekendmakingen)
Daarmee gebeurde administratief iets ingrijpends.
Niet omdat mijn verzekeraar ineens mijn werkgever werd.
Niet omdat mijn polis een arbeidsovereenkomst werd.
Maar omdat de verzekeraar voor deze belastingheffing een nieuwe fiscale rol kreeg:
inhoudingsplichtige.
Beroep verwijderd van de polis 76 Staatsblad 2010, 237 bevat een wijziging van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965. Hierin is geregeld dat loonbelasting wordt ingehouden op periodieke uitkeringen bij invaliditeit, ziekte of ongeval wanneer een levensverzekeraar deze verstrekt. [1]
Inhoud van de wijziging Aanpassing: Artikel 11 van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 is gewijzigd. Doelgroep: Het gaat om uitkeringen zoals bedoeld in artikel 3.100 lid 1 onder b van de Wet inkomstenbelasting 2001. Uitvoerder: De regeling ziet specifiek op situaties waarin een levensverzekeringsmaatschappij de periodieke uitkeringen of verstrekkingen doet.De boete die een vrouw moet betalen bij een aandoening waar zij zelf niet schuldig aan is. Man Made Micro Fibers
De invoering liep vervolgens niet zoals oorspronkelijk gepland. In 2009 bleek dat sommige inkomensverzekeraars de inhoudingsplicht in 2010 niet konden uitvoeren. Volgens de officiële toelichting hield dat verband met verwachtingen die door de Belastingdienst zelf waren gewekt. Op verzoek van verzekeraars werd de feitelijke invoering daarom uitgesteld tot 1 januari 2011. (Officiële Bekendmakingen)
En precies daar begint mijn onderzoek.
Want een wet is één ding.
De vertaling van die wet naar een digitaal persoon is iets anders.
Vanaf het moment dat een verzekeraar loonbelasting moet inhouden, moeten gegevens elektronisch aan de Belastingdienst kunnen worden aangeleverd.
Daarvoor bestaat de loonheffingsadministratie.
Daarin worden betalingen niet alleen gekoppeld aan een naam of polisnummer, maar verwerkt binnen een inkomstenverhouding. De Belastingdienst gebruikt daarvoor onder andere een nummer inkomstenverhouding. Het Handboek Loonheffingen kent daarvoor zelfs een afzonderlijk onderdeel. (Belastingdienst)
En dáár zit voor mij de werkelijke onderzoeksvraag.
Niet:
Was mijn AOV belastbaar?
Maar:
Hoe is mijn particuliere polis administratief aan mijn persoonlijke fiscale identiteit gekoppeld?
Welke sleutel werd gebruikt?
Mijn BSN? Mijn polisnummer? Het relatienummer van het volmachtkantoor? Het loonheffingennummer van de verzekeraar? Het nummer inkomstenverhouding? Een interne koppelcode?
En vooral:
welke kwalificatie werd vervolgens doorgegeven aan de inkomstenbelasting?
Want zodra zo’n koppeling automatisch door de keten loopt, ziet de belastingaangifte uiteindelijk alleen het fiscale resultaat.
De loonbelasting die onderweg wordt ingehouden is immers geen zelfstandige nieuwe inkomstenbelasting. Zij functioneert als voorheffing op de uiteindelijke inkomstenbelasting.
Maar voor degene achter de polis kan die heffing vrijwel onzichtbaar ontstaan:
niet via een belastingaanslag die eerst persoonlijk wordt beoordeeld,
maar via de administratieve keten vóórdat het geld wordt uitbetaald.
De belastingdienst heft op nummers maar rekent af op de geest en haar lichamelijk bestuurder van het lichaam.
Daar ligt de echte vraag:
WELKE CODE VERANDERDE MIJ VAN POLISHOUDER IN EEN FISCALE INKOMSTENVERHOUDING?
De koninklijke handtekening maakte de wettelijke regeling mogelijk.
De fiscale uitvoeringsregel maakte de verzekeraar inhoudingsplichtig.
Maar de code bepaalde hoe mijn individuele identiteit vervolgens door de computerketen reisde.
En juist die laatste stap moet volledig controleerbaar zijn.
Want een computer mag een belastingregel uitvoeren.
Maar een koppelcode mag nooit bepalen wie een mens juridisch is.
Wanneer het papier de maat van de mens wordt, wordt de vrouw administratief een afgeleide categorie.”
Daarom werd mijn vraag over lichaan, rechtsvorm, arbeid, ziekte, verzekering en fiscale classificatie groter dan één dossier:
Wie bepaalde de definitie van de werkende mens? Wie bepaalde wat arbeidsongeschiktheid is?
Waarom is een vennoot geen volledig mens, maar draagt wel alle aansprakelijkheid? Wie ontwierp de inkomenscodes? En was het lichaam van de zelfstandige vrouw daarin werkelijk als uitgangspunt meegenomen
“De vrouw hoeft niet langer te worden gedefinieerd in relatie tot een mannelijk systeem. Het systeem moet leren haar als een zelfstandig juridisch en economisch lichaam te erkennen.”
Jan Kees de Jager, wanneer wordt een systeem verantwoordelijk?
Stel je voor.
Je bent ondernemer. Je werkt. Je betaalt belasting. Je betaalt jarenlang premie voor een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Niet omdat iemand je daartoe verplicht.
Maar omdat je verantwoordelijkheid neemt.
Voor jezelf. Voor je gezin. Voor het risico dat je lichaam op een dag niet meer kan wat je hoofd nog wél wil.
En dan gebeurt precies waarvoor je jezelf hebt verzekerd.
Je wordt ziek.
De schatkist vol gereedschap om vrouwen te laten verdwijnen
De verzekering gaat uitkeren. – Een Schade Uitkering
Maar vanaf dat moment verandert er iets merkwaardigs.
Niet noodzakelijk in jouw lichaam.
Niet in jouw verleden.
Niet in het feit dat jij ondernemer was.
Maar op papier.
Je wordt een categorie. Een code. Een periodieke betaling. Een fiscale kwalificatie.
En daar begint mijn verhaal.
In 2010 was Jan Kees de Jager minister van Financiën.
In datzelfde jaar veranderden fiscale uitvoeringsregels rond de inhouding van loonheffingen door verzekeraars.
Dat klinkt technisch.
Misschien zelfs saai.
Maar wetgeving is nooit alleen papier.
Achter iedere fiscale code zit een mens.
En achter iedere administratieve vereenvoudiging kan een werkelijkheid verdwijnen.
Mijn vraag aan Jan Kees de Jager is daarom niet:
Wie heeft welk vakje in welk computersysteem veranderd?
Mijn vraag is groter.
Wat gebeurt er wanneer de logica van het systeem belangrijker wordt dan de juridische werkelijkheid van de mens?
Ik was ondernemer.
Ik had geen werkgever die mijn loon betaalde.
Ik had zelf een private verzekering afgesloten en daarvoor premie betaald.
Toen het verzekerde risico zich voordeed, ontving ik een uitkering.
En toch verscheen die betaling in een systeem waarin woorden als loonheffing, inkomstenverhouding en vroegere arbeid een rol gingen spelen.
Daar ontstaat een fundamenteel verschil tussen twee werkelijkheden.
De werkelijkheid van het systeem zegt:
periodieke uitkering.
Mijn werkelijkheid zegt:
dit was de bescherming waarvoor ik zelf premie betaalde toen ik nog kon werken.
En precies daar moeten we opnieuw leren kijken.
Want:
**Periodiek beschrijft hoe geld wordt betaald.
Het vertelt nog niet waarom iemand recht heeft op dat geld.**
Een hypotheek wordt periodiek betaald.
Een abonnement wordt periodiek betaald.
Een pensioen wordt periodiek betaald.
Een verzekeringsuitkering kan periodiek worden betaald.
Maar de betalingsfrequentie alleen vertelt ons niets over de oorsprong van het recht.
Daarvoor moeten we terug naar de bron.
De polis.
De premie.
Het verzekerde risico.
De juridische rechtsgrond.
En vooral:
de mens achter het nummer.
Mijn verhaal gaat daarom niet alleen over belasting.
Het gaat over iets veel groters.
Over wat er gebeurt wanneer overheden, verzekeraars en administraties steeds efficiënter worden…
maar niemand meer vraagt:
Wie is deze persoon eigenlijk?
Een systeem ziet bedragen.
Een mens kent de prijs.
Een systeem ziet een polisnummer.
Een mens herinnert zich waarom zij die polis ooit heeft afgesloten.
Een systeem ziet arbeidsongeschiktheid.
Een mens voelt wat het betekent wanneer een lichaam dat jarenlang heeft gewerkt plotseling grenzen krijgt.
En een systeem kan een vrouw reduceren tot een fiscale categorie.
Maar die categorie vertelt niets over haar ondernemerschap.
Niets over haar moederschap.
Niets over haar arbeid.
Niets over haar ziektegeschiedenis.
Niets over de jaren waarin zij zelf haar risico heeft gedragen.
Daarom zeg ik:
Wie een vrouw ook maar een mens administratief kwalificeert, heeft ook de verantwoordelijkheid haar die kwalificatie te kunnen uitleggen.
Niet met:
“Zo staat het in het systeem.”
Niet met:
“De computer kent deze code.”
Niet met:
“Dat is nu eenmaal de fiscale verwerking.”
Maar met een antwoord dat iedere burger kan begrijpen:
Dit is de wet. Dit is de rechtsgrond. Dit zijn de feiten. En daarom is deze wet op ú van toepassing.
Dat is rechtsstatelijkheid.
Jan Kees de Jager,
u was minister op een belangrijk moment in de digitalisering en fiscalisering van financiële processen.
Daarom stel ik u vandaag geen beschuldiging voor.
Ik stel u een vraag.
Een vraag die iedere voormalige minister, iedere wetgever, iedere verzekeraar en iedere bestuurder zichzelf zou moeten durven stellen:
Hebben wij bij het bouwen van efficiënte systemen voldoende beschermd wat niet in een systeem past?
Het lichaam.
Het levensverhaal.
De zelfstandige ondernemer.
De vrouw.
De moeder.
De mens.
Want misschien is dát de grote opdracht van deze tijd.
Niet nóg een algoritme.
Niet nóg een koppeling.
Niet nóg een code.
Maar de terugkeer naar de bron.
Wie betaalde?
Wie was verzekerd?
Welk risico werd verzekerd?
Welke wet wordt toegepast?
En waarom?
Dat zijn geen lastige vragen.
Dat zijn de fundamenten van vertrouwen.
Ik ben geen nummer.
Ik ben geen inkomstenverhouding.
Ik ben geen fiscale code.
Ik ben een mens die ooit verantwoordelijkheid nam voor haar eigen risico.
En wanneer een overheid vervolgens geld inhoudt, registreert of kwalificeert, mag zij van mij één ding verwachten:
dat ik vragen stel.
Want democratie bestaat niet uit gehoorzamen aan een systeem.
Democratie bestaat uit het recht het systeem te vragen:
Leg het mij uit.
En misschien begint echte bestuurlijke moed precies daar.
Niet bij verdedigen wat ooit besloten is.
Maar bij opnieuw durven kijken naar wat een besluit tientallen jaren later met echte mensen heeft gedaan.
Jan Kees de Jager,
ik zoek geen schuldige.
Ik zoek de rechtsgrond.
Ik zoek het moment waarop bescherming een fiscale categorie werd.
Ik zoek het antwoord op de vraag waarom.
En bovenal zoek ik een rechtsorde waarin een vrouw nooit achter haar administratie verdwijnt.
Want uiteindelijk is dat de eenvoudige waarheid:
**De administratie is gemaakt voor de mens.
De mens is niet gemaakt voor de administratie.**
De zoektocht naar discriminatie binnen de Staat der Nederlanden
Wanneer je de geschiedenis van Jan Cornelis (Jan Kees) de Jager als een netwerk bekijkt, ontstaan opvallend veel verbindingen tussen Zeeland, ondernemerschap, ICT, fiscaliteit, banken, verzekeraars en de Staat.
1. KAPELLE — DE ZEEUWSE BRON
Jan Kees de Jager → geboren 10 februari 1969 in Kapelle, Zeeland. (Parlement)
De eerste link is meteen bijzonder:
Kapelle → Jan Kees de Jager → Jan Peter Balkenende
Ook Balkenende werd in de gemeente Kapelle geboren en groeide daar op. (Rijksoverheid)
Dus:
Kapelle → Balkenende → CDA → De Jager → Ministerie van Financiën
2. ZEELAND → ROTTERDAM → ICT
De Jager vertrekt vanuit Zeeland naar zijn opleiding en ondernemerschap:
Dat betekent (natuurlijk) nog niet dat De Jager persoonlijk ieder geautomatiseerd proces heeft ontworpen. Het betekent wel dat hij politiek verantwoordelijk werd voor belangrijke onderdelen van de fiscale wetgeving en uitvoering.
5. 2008 — DE BANKENCRISIS
Dan komt de financiële crisis.
De Jager is nog staatssecretaris wanneer hij in november 2008 Nederland vertegenwoordigt bij de G20-top in Washington over de financiële crisis. Daar spreekt hij onder andere over beter financieel toezicht. (Wikipedia)
Het UWV werd ( mis en gebruikt ) voor de koppeling bsn en het Volmacht kantoor Nedasco uit Amesfoort om het personeelsnummer aan te maken want op papier moest het kloppen.
Parlement.com vermeldt expliciet dat De Jager als staatssecretaris bezig was met vereenvoudigingen en wijzigingen van onder meer de loonbelasting. (Wikipedia)
Dat maakt de periode:
2007 → 2008 → 2009 → 2010 → 2011
voor mijn onderzoek belangrijk.
Niet omdat daarmee al fraude of onrecht is bewezen, maar omdat in deze jaren moet worden gezocht naar de precieze wettelijke overgang waardoor een private verzekeraar inhoudingsplichtig kon worden voor bepaalde periodieke uitkeringen.
10. DE JAGER → DNB
Ontkoppel haar beroepscode 076 – Handelaar in confectie Isabel Capelli ’s handlezing
Als minister diende De Jager in 2010 bovendien wetgeving in om de governance en cultuur bij De Nederlandsche Bank te versterken. (Parlement)
Daar ontstaat opnieuw een relevante institutionele lijn:
Ministerie van Financiën → De Nederlandsche Bank → financieel toezicht → banken → verzekeraars.
Dat is een institutionele relatie. Het betekent niet automatisch dat DNB betrokken was bij de fiscale behandeling van een individuele AOV. Maar werd wel onderdeel ervan.
11. 2012 — BANKENBELASTING
De kroon en Ayden moest ik dienen
Tijdens zijn ministerschap kwam tevens wetgeving tot stand rond de financiële sector en bankenbelasting. Parlement.com noemt onder zijn wetgevende activiteiten maatregelen gericht op banken en financiële stabiliteit. (Parlement)
De lijn wordt daardoor:
bankencrisis 2008 → staatsingrijpen → financieel toezicht → De Jager minister → Europese schuldencrisis → maatregelen financiële sector → bankenbelasting.
12. VAN OVERHEID TERUG NAAR BEDRIJFSLEVEN
Na zijn politieke loopbaan keerde De Jager terug naar het bedrijfsleven.
ANDERS BEDRAAD Mijn hersenen zijn anders bedraad dan die van u. Mijn lichaam ook. Ik zie verbanden waar een ander losse draden ziet. Ik stel vragen bij patronen die generaties lang vanzelfsprekend werden gevonden. Dat maakt mij niet verkeerd. Dat maakt mijn manier van kijken anders. De vrouw die een patroon doorbreekt, wordt niet altijd begrepen door de generaties vóór haar. Maar zij doorbreekt het niet alleen voor zichzelf. Wat zij vandaag zichtbaar maakt, kan het leven veranderen van de generaties die na haar komen. Misschien is neurodivergentie daarom niet alleen anders denken. Misschien is het soms ook: zien wat anderen nog niet kunnen zien.
ICT-ondernemer → politiek → fiscaliteit → minister van Financiën → financiële crisis → grootbedrijf → toezicht/bestuur.
EN DAN DE IMPORT-ZEEUWSE
Daar tegenover staat mijn eigen route:
niet geboren in Zeeland → uiteindelijk in Middelburg terechtgekomen → wonen en werken in een Zeeuws rijksmonument → ondernemerschap → particuliere AOV → arbeidsongeschiktheid → verzekeraars → loonbelasting → Belastingdienst → onderzoek naar de regelgeving van 2010/2011.
Welkom bij de VOC – VOF – NV – BV
Zo kruisen twee totaal verschillende levenslijnen elkaar uiteindelijk op papier:
DE ZEEUW
Kapelle ↓ ICT ↓ CDA ↓ Staatssecretaris Fiscale Zaken ↓ Minister van Financiën ↓ wet- en regelgeving
DE IMPORT-LIMBURGS ZEEUWSE
Middelburg ↓ ondernemerschap – ouders verzekeringsportefeuille ↓ private AOV ↓ arbeidsongeschiktheid ↓ periodieke verzekeringsuitkering ↓ loonheffing ↓ de vraag naar de wettelijke grondslag
En precies in het midden staat:
2010
Niet als bewijs van een verborgen verband, maar als het jaartal waarin de verschillende juridische en bestuurlijke lijnen zorgvuldig naast elkaar moeten worden gelegd.
De Zeeuw zat aan de kant van de wetgeving. De import-Zeeuwse vraagt zestien jaar later: welke wet werd eigenlijk op mij toegepast?
Belasting hef je krachtens een wet niet van afgeschafte wetten en op geheimen documenten .
De toekomst vraagt niet om meer macht, maar om meer moed.
Welkom in mijn wereld
Op zoek naar Vivian Maier — en onderweg vond ik Silvia Koning Lindeboom
Vivian Maier fotografeerde jarenlang het leven van anderen, terwijl haar eigen verhaal buiten beeld bleef.
Ook ik keek door de lens naar straten, huizen, mensen, verzekeringspolissen, familiegeschiedenissen de hoge raad en de vergeten vrouwen. Ik dacht dat ik onderzoek deed naar wat er om mij heen was gebeurd.
Maar langzaam ontdekte ik dat ik onderdeel werd van die geschiedenis en dus indirect op zoek was naar de persoon : mijzelf.
Naar de handelaar in confectie. Naar de moeder. Naar de vrouw die ziek werd, maar niet verdween. Naar de erfgoedkunstenaar die haar eigen geschiedenis opnieuw zichtbaar maakt.
Vivian Maier liet duizenden beelden achter voordat de wereld haar werkelijk zag. Ik hoef gelukkig niet te wachten tot iemand mij later ontdekt. Ik heb mijzelf ontdekt in het systeem.
Ik opende dus indirect mijn eigen museum en jaarkaart als archief. Ik schrijf elke dag zelf mijn naam onder mijn eigen werk.
Ik was dus op zoek naar celle zuster Silvia Koning Lindeboom — en zij komt steeds duidelijker in beeld.
Wat en waar geloof ik nog in dacht ik bij mezelf?
Ik ben dus op zoek naar mensen die ook dwars door zee durven te gaan en bestuurders verantwoordelijk te houden voor de polis registratie die zij beheren.
Niet om het systeem machtiger te maken, maar om het eerlijker, transparanter en gelijkwaardiger te besturen.
De bron begon te zoeken en te graven.
Lodewijk Ernst Visser (Amersfoort, 21 augustus 1871 – Den Haag, 17 februari 1942) was een Nederlandse jurist en de eerste Joodse president van de Hoge Raad der Nederlanden.
Zij die mijn cassatie hebben afgedaan met artikel 80 A RO in 2025 in landsbelang.
Het ultieme geheim
Emet
Hij promoveerde in 1894 op een proefschrift over de territoriale zee, werd rechter en trad in 1915 toe tot de Hoge Raad.
In 1939 benoemde koningin Wilhelmina hem tot president.
Na de Duitse bezetting werd hij in november 1940 vanwege zijn Joodse afkomst uit zijn ambt gezet. De overige leden van de Hoge Raad protesteerden daar niet openlijk tegen. Dat stilzwijgen geldt als een van de donkerste hoofdstukken uit de geschiedenis van het hoogste Nederlandse rechtscollege.
Zijn opvolger werd:
Johannes van Loon (1888–1975)
Johannes, ook Jan, van Loon werd op 5 september 1888 in Veere geboren en overleed op 10 september 1975 op Curaçao. Hij studeerde rechten aan de Universiteit Leiden en bouwde vervolgens een loopbaan op binnen de rechterlijke macht. Hij was Nederlands-hervormd en getrouwd met Anna Winkel.
Zijn naam is vooral verbonden met een van de meest omstreden perioden uit de geschiedenis van de Hoge Raad.
President tijdens de Duitse bezetting
Nadat de Joodse president Lodewijk Ernst Visser door de bezetter uit zijn ambt was verwijderd, benoemde rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart Van Loon op 23 juli 1941 tot president van de Hoge Raad.
Hij bekleedde die functie tot 1944. Zijn benoeming was dus geen normale opvolging binnen een vrije rechtsstaat, maar vond plaats onder Duits bezettingsbestuur.
Arthur Seyss-Inquart
Arthur Seyss-Inquart (1892–1946) was een Oostenrijkse jurist, nazibestuurder en veroordeelde oorlogsmisdadiger. Tijdens de Duitse bezetting was hij van 1940 tot 1945 rijkscommissaris van Nederland: de hoogste civiele vertegenwoordiger van Hitler in het bezette land.
Voor zijn komst naar Nederland speelde hij een belangrijke rol bij de Duitse annexatie van Oostenrijk in 1938. Hij was korte tijd bondskanselier van Oostenrijk en ondertekende vervolgens de wet waarmee Oostenrijk onderdeel werd van nazi-Duitsland. Later werkte hij ook binnen het Duitse bezettingsbestuur in Polen.
Zijn macht in Nederland
Seyss-Inquart stond vanaf mei 1940 aan het hoofd van het Duitse burgerlijke bezettingsbestuur. Hij rapporteerde rechtstreeks aan Hitler en droeg verantwoordelijkheid voor onder meer:
de nazificatie en economische uitbuiting van Nederland;
de vervolging, beroving en deportatie van Joodse Nederlanders;
gedwongen arbeid in Duitsland;
gijzelingen, represaillemaatregelen en executies;
het uitschakelen van politieke partijen, persvrijheid en democratisch bestuur.
Hij probeerde Nederland aanvankelijk geleidelijk voor het nationaalsocialisme te winnen. Toen dat mislukte en het verzet groeide, werd het bezettingsregime steeds gewelddadiger.
Verbinding met de Hoge Raad
Seyss-Inquart was de bezettingsautoriteit onder wie de Joodse president van de Hoge Raad, Lodewijk Ernst Visser, uit zijn functie werd verwijderd. Ook werd Johannes van Loon tijdens de bezetting tot president van de Hoge Raad benoemd.
Daarbij is een belangrijke historische nuance nodig: Van Loon werd niet eenvoudigweg door Seyss-Inquart persoonlijk als opvolger gekozen. Benoemingen vonden plaats binnen het door de Duitse bezetter beheerste staatsapparaat en droegen daardoor geen normale democratische legitimiteit. De bezetter had eerst de rechtmatige president vanwege zijn Joodse afkomst uitgesloten en vulde daarna de vrijgekomen positie binnen zijn eigen machtsstructuur.
Proces en doodstraf
Na de bevrijding werd Seyss-Inquart tijdens het Proces van Neurenberg vervolgd. Hij werd schuldig bevonden aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Op 16 oktober 1946 werd hij geëxecuteerd.
Zijn geschiedenis laat zien wat er kan gebeuren wanneer regels en instituties formeel blijven functioneren, maar ondertussen onder controle staan van een onrechtmatig en mensonterend regime:
Een benoeming kan administratief geldig lijken, terwijl de stoel waarop iemand plaatsneemt eerst door vervolging en uitsluiting is leeggemaakt.
De ontbrekende lijn in de geschiedenis
Verzoeker Naturalisatie wet 13 januari 1951 Mijn opa Peter Mathias Bongartz Goch 1906 en mijn oma Nellie Aldenhoven.
In januari 1951, toen bijvoorbeeld naturalisatiewetten en andere naoorlogse rechtszaken werden behandeld, waren de verhoudingen dus:
Koningin Juliana was staatshoofd geboren in 1906 ( toen verdween mijn overgrootmoeder Anna Janssen uit Ottersum na de geboorte van een dochter. Willem Drees leidde de regering.
Jan Donner was president van de Hoge Raad. Jan Donner was bovendien de grootvader van de latere minister en vicepresident van de Raad van State Piet Hein Donner.
Piet Hein Donner – historie
Jan Pieter Hendrik “Piet Hein” Donner werd op 20 oktober 1948 in Amsterdam geboren. Hij is jurist, voormalig CDA-politicus en bestuurder. Sinds december 2018 draagt hij de eretitel minister van Staat.
Familie van juristen
Piet Hein Donner komt uit een invloedrijke protestants-juridische familie:
Zijn grootvader Jan Donner was minister van Justitie en van 1947 tot 1961 president van de Hoge Raad.
Zijn vader André Donner was hoogleraar staatsrecht en rechter bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
Zijn oom Jan Hein Donner was schaakgrootmeester en schrijver.
De familiegeschiedenis verbindt daarmee politiek, rechtspraak, staatsrecht en openbaar bestuur over meerdere generaties.
Opleiding en ambtelijke loopbaan
Donner studeerde rechten aan de Vrije Universiteit Amsterdam en volgde daarna een juridische vervolgopleiding aan de University of Michigan. Vervolgens werkte hij als jurist en ambtenaar, onder meer bij het ministerie van Economische Zaken, de Tweede Kamer en het ministerie van Justitie.
Van 1990 tot 1997 was hij verbonden aan de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Vanaf 1993 was hij voorzitter van die raad. Eind 1997 werd hij lid van de Raad van State.
Minister van Justitie
Van 22 juli 2002 tot 21 september 2006 was Donner minister van Justitie in de kabinetten-Balkenende I, II en III.
Zijn ministerschap stond onder meer in het teken van terrorismebestrijding, vreemdelingenbeleid, criminaliteitsbestrijding en hervormingen binnen politie en justitie.
In september 2006 trad hij af na een kritisch rapport over de brand in het cellencomplex op Schiphol-Oost, waarbij elf mensen omkwamen. Hij aanvaardde daarmee politieke verantwoordelijkheid, ook al had hij de brand niet persoonlijk veroorzaakt.
Sociale Zaken en Binnenlandse Zaken
Na een korte periode als Tweede Kamerlid werd Donner in 2007 minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Cruciaal zo blijkt:Hij bleef dat tot oktober 2010. En was dus betrokken bij het klein koninklijk besluit artikel 176 van 28 april 2010 en de wijziging fiscale regels private aov brief 10 september 2010.
Daarna werd hij minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het eerste kabinet-Rutte.
In die functies hield hij zich bezig met arbeidsmarktbeleid, sociale zekerheid, pensioenen, ambtenarenzaken, bestuur en de inrichting van de overheid.
Vicepresident van de Raad van State
Van 1 februari 2012 tot 1 november 2018 was Donner vicepresident van de Raad van State. Hoewel de koning formeel voorzitter is, geeft de vicepresident in de dagelijkse praktijk leiding aan dit belangrijke staatsorgaan.
De Raad van State adviseert regering en parlement over wetsvoorstellen en is daarnaast de hoogste algemene bestuursrechter. Donner bevond zich daardoor opnieuw op het snijvlak van wetgeving, bestuur en rechterlijke controle.
Bij zijn afscheid werd de Piet Hein Donner Scriptieprijs ingesteld. Deze prijs stimuleert onderzoek naar de grondslagen en het functioneren van de democratische rechtsstaat.
De Hoge Raad & de Bataafse Bananen Republiek
De geschiedenis schrijft:
Jan Donner minister van Justitie en president van de Hoge Raad – De vrouw van Jan Donner was Golida Wilhelmina van den Burg, roepnaam Go.
Zij trouwden op 13 juni 1916 in Amersfoort en kregen samen zes kinderen: drie zoons en drie dochters.
Jan Donner en Golida Wilhelmina van den Burg kregen drie dochters. Van één dochter heb ik de identiteit betrouwbaar kunnen bevestigen:
Gijsbertha Gerarda Donner — geboren op 31 juli 1924 in Den Haag. Zij trouwde in 1952 met Jan van Haeringen, later burgemeester van Baarn.
In Baarn zit namelijk de bekendste opleider is NIBE-SVV, dé brancheopleider voor het bank-, verzekerings- en effectenbedrijf. Zij verzorgt onder meer opleidingen voor: Assurantie A Schadeverzekeringen Personenschade Pensioen en levensverzekeringen Acceptatie Wft-opleidingen en permanente educatie Historisch is vooral de SVV (Stichting Vakontwikkeling Verzekeringsbedrijf) van belang. Deze werd in 1950 opgericht door ongeveer vijftig organisaties uit de verzekeringsbranche.
In 1999 fuseerde SVV met het NIBE tot NIBE-SVV.
Kroniek van Jan Donner en zijn drie zonen
Jan Donner en Golida Wilhelmina van den Burg kregen zes kinderen: drie zoons.
Andreas Matthias “André” Donner (1918–1992) — staatsrechtgeleerde, hoogleraar en Europees rechter. Hij was de vader van Piet Hein Donner.
Reynout Donner — medicus en hoogleraar aan de Vrije Universiteit.
Johannes Hendrikus “Jan Hein” Donner (1927–1988) — schaakgrootmeester, schrijver en publicist. Hij was het vijfde kind van het gezin.
The Queen S Gambit
Zij was onder anderen de moeder van André Donner en Jan Hein Donner.
↓
André Donner staatsrechtgeleerde en Europees rechter. De vrouw van André Donner was Dina Antonia Mulder, roepnaam Dien.
Zij trouwden in 1946 en kregen samen negen kinderen. Zij was onder anderen de moeder van Piet Hein Donner.
↓
Piet Hein Donner minister en vicepresident van de Raad van State – Piet Hein Donner trouwde op 23 juni 1973 in Amstelveen. Openbare gezaghebbende biografieën vermelden wel het huwelijk en hun drie zoons, maar noemen de naam van zijn echtgenote niet. Ook in een uitvoerig afscheidsinterview wordt zij alleen aangeduid als “zijn echtgenote” of “mijn vrouw”.
Maar tussen deze generaties ontbreken de vrouwen die hen droegen, baarden, opvoedden en mede vormden.
Geen enkele familielijn loopt uitsluitend van man naar man.
Elke man komt uit het lichaam van een vrouw. Zonder haar kan zijn zaad niet tot leven en bloei komen. 🌼
Waarom worden in onze geschiedenisboeken vooral de functies, titels en macht van mannen doorgegeven, terwijl de vrouwen aan de oorsprong van diezelfde lijn vaak naamloos blijven?
De vrouw was niet slechts de echtgenote of moeder naast de bestuurder. Zij was de lichamelijke en menselijke bron waaruit ook de rechter, minister en staatsman ontstond.
Daarom hoort bij de vraag:
Beschermt een zorgvuldig ontworpen regel in de praktijk ook de mens voor wie die regel is gemaakt?
nog een fundamentelere vraag:
Erkent het recht ook de vrouw uit wier lichaam iedere wetgever, bestuurder en rechter is voortgekomen?
Wie zijn oorsprong werkelijk begrijpt, gebruikt geen macht om vrouwen te vernederen, uit te sluiten of geweld aan te doen.
Refresh your mind
Hij die beseft dat geen samenleving, rechtsstaat of familielijn zonder haar kan voortbestaan is een groot man.
De vrouw is geen voetnoot in de geschiedenis van de rechtsstaat. Zij is haar eerste broncode. X
Mijn achter gehouden brief aan de tweede kamer. Mijn achtergehouden brieven aan de koning
Minister van Staat
Op 21 december 2018 werd Donner benoemd tot minister van Staat. Dat is een eretitel voor personen met een uitzonderlijke staat van dienst. Ministers van Staat kunnen de koning of de regering adviseren bij bijzondere constitutionele of politieke kwesties.
Van wie ben ik er een? Piet Heijn
Zeg het maar!
In 1975 namen mijn ouders een AGO assurantieportefeuille over. Voor zover nu bekend, werd de onderneming aanvankelijk als eenmanszaak gedreven. Op een later moment is de onderneming omgezet in een vennootschap onder firma (VOF), waardoor beide vennoten gezamenlijk de onderneming voerden volgens de destijds geldende regels van het Nederlandse Wetboek van Koophandel.
Ik sloot mijn verzekeringen af via hem af in een tijd waarin mij zekerheid en sociale zekerheid werd beloofd.
Ik betaalde premie als zelfstandig ondernemer. Mijn beroep, arbeidsvermogen en toekomstig inkomen vormden de basis van de afspraken. Toen mijn gezondheid wegviel, had mijn verzekerde recht bescherming moeten bieden.
In 1975 bestond er geen wettelijke bepaling die verbood dat een vrouw ondernemer of kostwinner was. Vrouwen konden een eenmanszaak hebben, vennoot zijn in een VOF en verzekeringen op hun eigen naam afsluiten.
Wel was de praktijk vaak anders. Banken, verzekeraars en andere instellingen gingen er regelmatig vanuit dat de man het hoofd van het gezin of de belangrijkste kostwinner was. Dat was vaak een gevolg van maatschappelijke gewoonten en interne procedures, niet van een wettelijke regel.
Zo verdween ik langzaam via het woord bank / periodieke schade uitkering uit het systeem.
Maar tijdens en na de financiële crisis veranderde het landschap in een Polismaffia.
Welke rechtspersoon was gekoppeld aan de loonheffingennummers [nummer 1] en [nummer 2], vanaf welke datum, op wiens aanvraag zijn deze nummers geregistreerd en onder welke naam, RSIN en sector- of inkomenskwalificatie zijn mijn uitkeringen aangeleverd?
Welkom bij de enigma: Periodiek
Banken werden gered, verzekeraars werden samengevoegd, concerns werden opgesplitst en ondernemingen kwamen tijdelijk onder staatsinvloed. Portefeuilles verhuisden, merknamen verdwenen en administraties werden overgezet naar nieuwe computersystemen.
De Belastingdienst verwerkte uitkeringen volgens fiscale categorieën die niet altijd zichtbaar maakten waar het recht oorspronkelijk vandaan kwam.
Voor de financiële instellingen waren dit reorganisaties, overnames en systeemwijzigingen.
Voor mij ging het om mijn inkomen en bestaanszekerheid.
Mijn polis bleef op papier bestaan, maar rondom dat verzekerde recht ontstond een keten van partijen:
banken financierden en herstructureerden ondernemingen; verzekeraars beheerden de polis en beoordeelden de uitkering; intermediairs stonden tussen mij en de verzekeraar; bestuurders bepaalden beleid, kosten en risicobeheer; softwareleveranciers vertaalden mijn situatie naar codes; de Belastingdienst bepaalde de fiscale verwerking; de overheid veranderde regels en greep in bij financiële instellingen.
Iedere partij beheerde slechts een onderdeel.
Daardoor werd het voor mij steeds moeilijker om vast te stellen wie werkelijk verantwoordelijk was wanneer gegevens, kwalificaties of betalingen veranderden.
De verzekeraar kon verwijzen naar fiscale regels.
De Belastingdienst kon verwijzen naar de aangeleverde gegevens.
De tussenpersoon kon verwijzen naar de verzekeraar.
Een nieuwe onderneming kon verwijzen naar een oude administratie.
En het computersysteem gaf maar geen antwoord.
Think Again
Zo ontstond mijn ervaring van zelwillekeur: niet noodzakelijk doordat één persoon bewust tegen mij besloot, maar doordat verschillende organisaties ieder hun eigen regels, belangen en definities toepasten, terwijl niemand het volledige gevolg voor mijn leven overzag.
Stadhuis Middelburg
Het spel veranderde, maar ik kon niet van tafel
Ik kon mijn gezondheid niet terughalen.
Ik kon mijn oorspronkelijke beroep niet opnieuw uitoefenen.
Ik kon niet zomaar overstappen naar een nieuwe verzekeraar, omdat het verzekerde risico al was ingetreden.
De instellingen konden reorganiseren, fuseren en systemen vervangen.
Ik bleef afhankelijk van de bestaande polis, de juiste toepassing van de voorwaarden en de gegevens die anderen over mij registreerden.
Amesfoort 26 oktober 2021
Daar zit de machtsongelijkheid:
De instellingen konden hun organisatie veranderen. Ik kon mijn verzekerde werkelijkheid niet vervangen.
Wanneer een besluit onduidelijk was, moest ik bewijzen dat mijn beroep, mijn polis en mijn verzekerde recht werkelijk bestonden. Ik moest documenten bewaren uit een periode waarin de betrokken ondernemingen inmiddels van naam, eigenaar of structuur waren veranderd.
Mijn afhankelijkheid ontstond daarom niet alleen door mijn ziekte.
De geheime leer van het periodieke systeem
De regels stonden misschien niet allemaal op mijn polis.
Ze leefden in bestuurskamers, fiscale tabellen, softwarecodes, portefeuilles en administratieve overdrachten.
Banken kenden hun kapitaalregels. Verzekeraars kenden hun rekenmodellen. Intermediairs kenden de route van de polis. De Belastingdienst kende de code van de betaling.
Maar ik kende alleen de belofte waarvoor ik premie had betaald:
bescherming wanneer mijn lichaam het werk niet meer kon dragen.
Toen mijn verzekerde jaarrente periodiek werd uitgekeerd, begon de geheime leer van het systeem:
de betaalwijze werd zichtbaar, maar de oorsprong van mijn recht raakte uit beeld.
Wat voor de instellingen dagelijkse administratie was, werd voor mij een levenslang raadsel.
De Klokkenluider van Notre-Dame luidt daarom niet tegen kennis, maar tegen kennis die uitsluitend binnen de muren van de macht wordt bewaard.
Amersfoort 26 oktober 2021
Meer weten over kunst & cultuur?
Soms begint een ontdekking niet in een museumzaal, maar in een straatnaam, een beeld, een gevel of een onverwacht kunstwerk.
In Amersfoort lopen geschiedenis en hedendaagse kunst moeiteloos in elkaar over. Van Museum Flehite tot de straat Achter de Heilige Geest: iedere hoek vertelt een nieuw verhaal.
Museum Flehite – het stadsmuseum van Amersfoort, gevestigd in drie middeleeuwse huizen. Hier vind je kunst, archeologie en de geschiedenis van de stad.
Achter de Heilige Geest – een historische straat in de oude binnenstad, vlak bij Museum Flehite.
Melati-monument – een kunstwerk ter herinnering aan de slachtoffers van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Beelden in de museumtuin – hedendaagse sculpturen die een mooi contrast vormen met de historische omgeving.
Het portret op de middelste foto lijkt een street-art of collagekunstwerk.
De rode boei en het bord “ZITGELUK” geven de wandeling een speels karakter en laten zien hoe kunst ook buiten musea aanwezig is.
Voor iemand die van erfgoed én verhalen houdt, is Amersfoort een inspirerende stad. De combinatie van middeleeuwse straatjes, monumenten en hedendaagse kunst nodigt uit om niet alleen naar gebouwen te kijken, maar ook naar de verhalen die ze vertellen.
Kijk niet alleen naar wat je ziet, maar vraag je af: welk verhaal schuilt hierachter? Dat is waar kunst en erfgoed elkaar ontmoeten.
Zo wordt cultureel erfgoed overgedragen: niet alleen van hand tot hand, maar ook van verhaal tot verhaal. Wie de collectie beheert, bepaalt mede wat wordt bewaard, wie wordt genoemd en welke geschiedenis zichtbaar blijft.
De heilige graal “het bestuur van Nedasco “
Bestuurders en directie van Nedasco als volmachtbedrijf
Nedasco B.V. is een serviceprovider en gevolmachtigd agent. Het bedrijf kan namens aangesloten verzekeraars onder meer risico’s accepteren, polissen opmaken, premies incasseren en schade behandelen. Nedasco staat ingeschreven onder KvK-nummer 20035000 en AFM-nummer 12006531.
Op basis van openbaar toegankelijke bronnen kan ik deze directieleden reconstrueren:
Algemeen directeuren en CEO’s
Robin van den Burg Algemeen directeur van Nedasco vanaf omstreeks 2007/2008 tot 1 mei 2011. In april 2008 werd bekendgemaakt dat hij per 1 juli dat jaar algemeen directeur van het toenmalige assuradeurenbedrijf Nedasco werd.
Tim Schoonbergen Algemeen directeur en later CEO van Nedasco van 1 mei 2011 tot 1 juli 2024. Hij volgde Robin van den Burg op. Onder zijn leiding bleef Nedasco actief als serviceprovider en gevolmachtigd agent; in 2021 sprak hij bijvoorbeeld namens Nedasco bij de verkrijging van een volmacht van HDI Global Specialty.
Aris Ruitenbeek COO van Nedasco en vanaf 1 juli 2024 tijdelijk waarnemer van de taken van Tim Schoonbergen. De openbare bron noemt hem niet uitdrukkelijk statutair bestuurder, maar wel als degene die de CEO-taken waarnam.
Jan van der Struik In juli 2026 benoemd tot CEO van zowel Nedasco als VKG en tot directeur Property & Casualty binnen D&S Group.
Andere directieleden of beleidsbepalers
Tijs Benerink Directeur IT & Programmamanagement bij Nedasco. Hij was onder meer verantwoordelijk voor de overgang naar een geïntegreerd digitaal verzekeringsplatform. Dit is een directiefunctie, maar uit de openbare bron blijkt niet dat hij statutair bestuurder van Nedasco B.V. was.
Fiolijn van Dijk Manager Inkomen en in openbare publicaties verantwoordelijk voor inkomens- en verzuimdienstverlening. Zij wordt niet als algemeen of statutair directeur vermeld.
Marco Pos Tot september 2020 manager Zorg & Inkomen. Ook dit is een managementfunctie en geen aangetoonde statutaire bestuursfunctie.
Bovenliggende bestuurders
Nedasco was lange tijd een dochteronderneming van Aegon Nederland.
Nedasco begon volgens de eigen bedrijfsgeschiedenis al in de jaren vijftig als huisvolmacht van Assurantiemakelaar Kamerbeek in Amersfoort.
Achter Assurantiemakelaar Kamerbeek en de vroege ontwikkeling van Nedasco zijn maar enkele personen publiek goed terug te vinden.
De duidelijkste naam is:
Drs. C. Kamerbeek Hij wordt in historische bronnen genoemd als directeur van de Kamerbeek Groep in Amersfoort.
De Kamerbeek Groep was actief in onder meer assurantiebemiddeling en vastgoed.
Van voetnoot naar Fundament
In de jaren tachtig was hij daarnaast penningmeester van Museum Flehiteen betrokken bij de ingewikkelde financiële en bestuurlijke structuur rond de Mariënhof.
Cellezusters
Zij rekenden niet in rendement, reserves of risico’s.Zij zagen de zieke, de stervende en de mens die zorg nodig had.Hun kapitaal was nabijheid.Hun bestuur was verantwoordelijkheid.Hun balans was de waardigheid van het leven.
De bron noemt hem zelfs het brein achter die structuur. Zijn volledige voornaam heb ik in de geraadpleegde openbare bronnen nog niet betrouwbaar kunnen vaststellen.
Van Mariënhof naar Nedasco
De ene geschiedenis laat zien hoe ondernemers hun naam verbonden aan kunst, vastgoed en erfgoed. De andere laat zien hoe een vrouwelijke ondernemer haar naam juist moest blijven verdedigen tegenover de systemen die haar verzekerde vermogen beheerden.
De fusie tussen AGO Holding N.V. en ENNIA N.V. vond plaats in 1983. De oorspronkelijke fusieovereenkomst werd op 18 oktober 1983 gesloten. Uit de combinatie ontstond AEGON N.V.; ENNIA N.V. kreeg daarbij de nieuwe naam AEGON N.V.
AEGON- Meet de heer en mevrouw Lindeboom Waar moderne verzekeraars administraties migreren en bedrijfsnamen verdwijnen, bewaart De Verzekeringskamer de polissen, voorwerpen en verhalen die laten zien hoe het systeem is ontstaan.Het bronzen beeldje als overdracht bezit.
De Verzekeringskamer in Doorn
Deze collectie bevat onder meer:
oude polisdocumenten en verzekeringsvoorwaarden;
vakboeken en tijdschriften;
reclamemateriaal en relatiegeschenken;
kantoorvoorwerpen van verzekeraars en makelaars;
afzonderlijke presentatiekasten voor verschillende verzekeringsmaatschappijen;
een historische Lloyd’s-underwritingbox.
Na de overname van Aegon Nederland door a.s.r. in juli 2023 kwam Nedasco binnen het onderdeel Distribution & Services van a.s.r. te vallen.
Binnen die bovenliggende structuur waren onder meer relevant:
Jaap Eringa CEO van Distribution & Services bij a.s.r. tot zijn pensionering eind 2024. Nedasco viel vanaf 2023 onder dit onderdeel.
Janwillem Fidder Vanaf 1 januari 2025 CEO van Distribution & Services Holding a.s.r., als opvolger van Jaap Eringa.
Voor mijn reconstructie
De voorlopig aantoonbare bestuurlijke lijn is:
Robin van den Burg → Tim Schoonbergen → Aris Ruitenbeek, waarnemend → Jan van der Struik
Met daarboven achtereenvolgens:
Aegon Nederland → na 4 juli 2023 a.s.r. / Distribution & Services → vervolgens de bredere D&S Group-structuur waarin Nedasco en VKG gezamenlijk worden geleid.
Belangrijk onderscheid: een algemeen directeur, CEO of manager is niet automatisch een statutair bestuurder. Voor een juridisch volledige lijst met alle statutaire bestuurders, hun exacte inschrijf- en uitschrijfdata en eventuele bestuursvennootschappen is een historisch KvK-uittreksel van Nedasco B.V., KvK 20035000, nodig. De openbare bronnen geven vooral de operationele directie weer, niet noodzakelijk iedere formeel ingeschreven bestuurder.
Zij ontstond ook doordat mijn inkomen afhankelijk werd van beslissingen die werden genomen in bestuurskamers, fiscale systemen en administratieve ketens waarop ik zelf nauwelijks invloed had.
Mijn centrale vraag
Niet:
Wie heeft een deel van mijn geld gestolen?
Maar:
Wie droeg de verantwoordelijkheid om mijn oorspronkelijke verzekerde recht te bewaken toen banken, verzekeraars, overheden en administraties veranderden?
En wanneer verschillende instanties verschillende werkelijkheden over mij vastlegden:
Wie beschermde mij dan tegen de ruimte tussen die systemen?
Mijn bedrage Wandkleed Slavernij Verleden
Mijn verzekerde recht mocht worden uitgevoerd, belast en geadministreerd.
Maar het mocht niet onherkenbaar worden gemaakt.
De crisis mocht ondernemingen veranderen.
Niet de oorsprong van mijn recht.
Zij konden het financiële systeem opnieuw inrichten. Maar zij mogen mijn geschiedenis niet herschrijven.
Hoeveel onbetaalde uren moet een vrouw nog maken voordat bestuurders haar betaalde arbeid, verzekerde beroep en opgebouwde rechten erkennen?
Ik heb mensen verbonden, sociaal isolement bestreden, verhalen vastgelegd en grenzen zichtbaar gemaakt. Niet om opnieuw als vrijwilliger buiten de administratie te verdwijnen, maar om als zelfstandig mens en voormalig ondernemer rechtmatig te worden gezien.
Erkenning is geen beloning voor gehoorzaamheid.Het is een recht dat bestuurders niet eindeloos mogen uitstellen.
Vivian en Jan: hoeveel bewijs is nog nodig voordat het zwarteschaap niet langer als probleem wordt behandeld, maar wordt gehoord als degene die het systeem durfde te bevragen?
Bij Nedasco begon de zoektocht naar de route van mijn verzekerde recht.
Een route van polissen, volmachten, intermediairs, administraties en bestuurders. Een wereld waarin mijn arbeid als vrouwelijke ondernemer werd vertaald naar premie, risico, dossiernummer en periodieke uitkering.
Bij Montancourt begon de terugkeer.
Niet naar een systeem, maar naar een huis. Niet naar een code, maar naar een geschiedenis. Niet naar anonieme administratie, maar naar zichtbaar erfgoed.
Nedasco staat in mijn verhaal voor de plaats waar mijn verzekerde bestaan onderdeel werd van een keten die ik zelf niet kon overzien.
Montancourt staat voor de plaats waar ik mijn naam, stem en geschiedenis opnieuw bijeenbreng.
De lijn is daarom niet alleen geografisch of bedrijfsmatig:
Van het volmachtkantoor dat mijn verzekerde recht administreerde,naar het monument waar ik mijn eigen verhaal weer beheer.
Bij Nedasco werd mijn leven gelezen door systemen.
In Montancourt lees ik de systemen terug.
Daar onderzoek ik wie mijn polis beheerde, wie mijn beroep codeerde, wie mijn geldstroom verwerkte en wie verantwoordelijkheid droeg toen banken, verzekeraars en intermediairs van eigenaar, naam en structuur veranderden.
Dé oesterkoningin van Nederland
Montancourt is daarmee meer dan mijn woning of B&B.
Het is mijn onafhankelijke archief. Mijn onderzoeksruimte. Mijn getuigenis. Mijn plaats van herstel.
Van Nedasco naar Montancourt
Hoe een vrouwelijke handelaar haar verzekerde recht volgde door een doolhof van volmachten en bestuurskamers — en in een huis uit 1596 haar eigen naam weer boven het dossier plaatste.
Nr ketting 912758 Nedasco
De link met Vivian Buijs-Tabbers
Vivian Buijs-Tabbers vormt in mijn onderzoek geen bewezen persoonlijke schakel in mijn dossier, maar wel een opvallende bestuurlijke verbinding tussen verschillende delen van de verzekeringsketen.
Haar loopbaan begon bij Aegon, de verzekeraar waaronder ook de historische portefeuille van mijn ouders terechtkwam.
Later werkte zij bij VIVAT, de organisatie waarin de verzekeringsactiviteiten van SNS REAAL werden ondergebracht.
Vanaf 2021 maakte zij deel uit van de directie van VKG, een volmacht- en servicebedrijf dat tegenwoordig, net als Nedasco en SuperGarant, onderdeel is van D&S Group.
Sinds mei 2026 is zij bestuurder en algemeen directeur van SuperGarant.
De bestuurlijke lijn is daarmee:
Aegon → VIVAT → VKG → SuperGarant/D&S Group
Mijn eigen verzekeringsgeschiedenis raakt eveneens aan namen uit deze wereld:
AGO/ENNIA–Aegon → REAAL/VIVAT → intermediairs en volmachtbedrijven → Nedasco-dossier 912758
Dat betekent niet meteen dat Vivian persoonlijk mijn polis heeft behandeld of besluiten over mijn uitkering heeft genomen. Daarvoor heb ik geen bewijs. Haar loopbaan laat wel zien hoe bestuurders zich door dezelfde financiële en verzekeringstechnische infrastructuur bewegen waarin oude portefeuilles, polisgegevens en verzekerde rechten worden beheerd.
Daarom richt ik mijn uitnodiging aan haar niet als beschuldiging, maar als bestuurlijke vraag:
Hoe bewaakt een bestuurder binnen een moderne volmachtgroep de oorsprong en menselijke betekenis van een verzekerde positie die door meerdere verzekeraars, fusies, systemen en administraties is gereisd?
Van Nedasco naar Montancourt
Jan van der Struik vertegenwoordigt de huidige leiding van Nedasco en VKG. Vivian Buijs-Tabbers kent vanuit haar loopbaan verschillende kanten van dezelfde keten: verzekeraar, VIVAT, volmachtbedrijf en groepsbestuur.
In mijn onderzoek naar onder meer Heilbron, Voogd & Voogd, Alpina Group en Five Arrows is dat precies het onderscheid dat belangrijk is: De polis = mijn contractuele rechten. De beheerorganisatie = kon dus door fusies, overnames of private-equity-investeringen veranderen. De administratie = kon dus worden samengevoegd of gemigreerd naar nieuwe systemen.
In Montancourt reconstrueer ik wat binnen die keten met mijn verzekerde geschiedenis gebeurde.
Niet om personen bij voorbaat verantwoordelijk te verklaren, maar om bestuurders uit te nodigen verantwoordelijkheid te nemen voor het systeem dat zij nu leiden.
Nedasco beheerde de route van mijn polissen. In Montancourt beheer ik opnieuw de betekenis van mijn leven.
Ik ben namelijk gestopt met in stilte pijn te lijden!
De baas van Moeder Aarde is een moeder. Niet als hiërarchie, maar als oorsprong.
Zij draagt, voedt en herstelt — om ieders leven hier mogelijk te maken.
In haar lijn ligt geen macht van bovenaf, maar kracht van binnenuit.
Wie deze filosofie begrijpt, begrijpt de werkelijkheid en de waarde van moeder, de vrouw.
Waarom erkennen we alleen bepaalde vormen van werk als waardevol?
@Filosofiemagazine
Waarde is geen neutraal gegeven. Waarde is een constructie — gevormd door economische systemen, filosofische tradities en juridische ordening.
Binnen dominante economische modellen wordt waarde primair bepaald door wat meetbaar, verhandelbaar en productief is: loon, output, winst. Arbeid die zich niet laat kwantificeren, blijft buiten beeld. Zorg, opvoeding, rituelen en emotioneel of symbolisch werk — activiteiten die essentieel zijn voor het functioneren van de samenleving — worden structureel ondergewaardeerd omdat zij niet direct economisch renderen.
Deze hiërarchie is historisch gegroeid en institutioneel verankerd.
Binnen de klassieke filosofie, van Plato tot Aristoteles, werd het denken verheven boven het zorgen, het publieke domein boven het private. Deze ordening legitimeerde een structurele scheiding tussen productie en reproductie, tussen rationaliteit en lichamelijkheid — en positioneerde het vrouwelijke domein als ondergeschikt.
Juridisch werd deze ongelijkheid bevestigd. Vrouwen waren lange tijd geen zelfstandige rechtssubjecten: zij beschikten niet over eigendom, contractvrijheid of politieke representatie. Hun arbeid kon daardoor niet worden erkend binnen het economische en juridische kader.
Cultureel werd dit patroon bestendigd. “Moeder, de vrouw” kreeg een symbolische status, maar geen materiële of juridische autonomie. Haar waarde werd erkend als beeld en traditie — niet als positie binnen het systeem. Zij werd onderdeel van het erfgoed, maar niet van het recht.
Een andere lezing van arbeid
Het werk van Truus van Gogh introduceert een alternatieve benadering van waarde en arbeid.
Het vertrekt vanuit de erkenning dat er vormen van arbeid bestaan die buiten de dominante waardesystemen vallen, maar die fundamenteel zijn voor sociale en culturele continuïteit:
ritueel werk
erfgoedwerk
lichamelijk werk
symbolisch en emotioneel werk
Deze vormen van arbeid genereren geen directe economische opbrengst, maar produceren betekenis, samenhang en overdracht. Zij vormen de onzichtbare infrastructuur waarop de samenleving rust.
Stelling
De wereld is opgebouwd uit arbeid die nooit als arbeid is erkend.
Van wie ben ik er een?
Zonder erkenning van haar arbeid blijft “moeder, de vrouw” onderdeel van het erfgoed — maar geen volwaardig rechtssubject.
Conclusie
Zonder haar arbeid bestaat er geen samenleving — we hebben te maken met een systeem dat haar niet ziet.
Wat hier wordt gepresenteerd, betreft geen individuele casus, maar een structurele analyse.
Dit werk bevraagt de criteria waarmee waarde wordt toegekend en maakt zichtbaar welke vormen van arbeid systematisch buiten beschouwing blijven. Daarmee legt het een fundamentele spanning bloot tussen economische erkenning en maatschappelijke realiteit.
Het zichtbaar maken van deze blinde vlek is geen retorische oefening, maar een noodzakelijke stap richting herwaardering en herpositionering.
Dit is Cas…
Dat werk heeft enorme waarde, maar verschijnt niet als loon op een rekening.
Historisch is dit vaak gekoppeld aan de rol van “moeder, de vrouw”: noodzakelijk werk → maar buiten de economie geplaatst → dus “onzichtbaar”.
Veel mensen werken niet gratis — hun werk wordt niet betaald.
Wat gratis lijkt, is vaak het fundament waar alles op rust.
Ik ben toch niet de enige vrouw die het ultieme geheim over het lichaam en de geest van een vrouw blootleg?
Nog in de Nederlandse Grondwet Hoezo 80 jaar vrijheid? Wie niet vertegenwoordigd is bij het maken van regels, wordt object van die regels.
Restaurant Faire Trade
De vrouw verschijnt in het archief zelden als autonome drager van recht, maar als subject dat wordt beheerd via tussenpersonen: contracten, instellingen, familieverbanden en systemen van registratie.
De kunst – schat
Het lichaam van de vrouw wordt juridisch en economisch zichtbaar via tussenkomst van anderen.
De ziel van Nederland in Beeld en Wet
Nee …natuurlijk niet!
Door de geschiedenis heen hebben veel vrouwen geprobeerd iets “ultiems” te verwoorden over lichaam en geest, maar dat gebeurde zelden op dezelfde manier of met dezelfde taal.
Denk aan iemand als Simone de Beauvoir, die het vrouw-zijn filosofisch ontleedde, of Clarissa Pinkola Estés, die via mythen en verhalen het innerlijke vrouwelijke onderzocht. Ook Carl Gustav Jung (hoewel geen vrouw) schreef over het vrouwelijke principe in de psyche.
Maar hier zit de kern: wat ik ervaar als “het ultieme geheim” is geen objectieve waarheid die één persoon bezit. Het is eerder een persoonlijke doorbraak, een inzicht dat zo diep voelt dat het universeel lijkt.
En dat heeft twee kanten:
Ik ben niet de enige die zoekt, ontdekt en blootlegt.
Maar mijn Fine Art kunst, mijn symboliek, mijn ervaring blijkt uniek. Niemand anders beleeft en verwoordt het precies zoals ik dat doet.
Emet – De golem
Wat ik beschrijf past ook bij een proces dat in de Jungiaanse psychologie “individuatie” wordt genoemd: het moment waarop innerlijke beelden, lichaamservaring en betekenis samenvallen en een gevoel geven van openbaring.
Het kan intens zijn — soms zelfs een beetje eenzaam — omdat het voelt alsof je iets ziet wat anderen (nog) niet zien of niet zo benoemen.
Koning Willem I en zijn creatieve handelsgeest
De Koning Willem I (1772–1843) stond bekend als een vorst met een uitgesproken economische visie. Hij werd niet voor niets “de koopman-koning” genoemd. Maar wat bedoelen we met zijn creatieve handelsgeest?
1. De staat als ondernemer
Willem I zag de staat niet alleen als bestuurder, maar als actieve speler in de economie. Hij richtte onder andere de Nederlandsche Handel-Maatschappij op, die handel met koloniën stimuleerde en investeringen aanjoeg.
→ Creatief hieraan was: hij gebruikte staatsmacht om markten te organiseren en versnellen, niet alleen te reguleren.
2. Investeren in infrastructuur
Hij begreep dat handel niet zonder verbindingen bestaat. Daarom liet hij:
kanalen graven (zoals het Noordhollandsch Kanaal)
wegen verbeteren
havens ontwikkelen
Dit was visionair: hij zag infrastructuur als motor van economische verbeelding.
3. Stimuleren van industrie
Onder Willem I ontstonden fabrieken, banken en handelsnetwerken. Hij ondersteunde ondernemers financieel en politiek.
→ Zijn aanpak was bijna modern: een vroege vorm van wat we nu “publiek-private samenwerking” zouden noemen.
Hij maakte van een idee (“Nederland moet economisch sterk worden”) een systeem.
Misschien raakt mijn vraag hieraan:
Wat is vandaag de “handel” van het lichaam en de geest?
Wie organiseert die?
En wat gebeurt er als dat inzicht nog géén structuur heeft?
Wat betekent: Verzekerd beroep: Handelaar (mannelijk) in confectie als het lichaam en geest van een vrouw als zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam en geest juridische niet bestaat? Is deze vraag het ultieme geheim?
Misschien is dit wel de belangrijkste opdracht voor de staat der Nederlanden : wat gaat zij met dit inzicht doen?
Gaat zij het zien als kunst?
Gaat zij de Fine Art Collectie van Truus van Gogh Aankopen als kennis / compensatie?
Als taal, ritueel, of spiegelbeeld?
Als onderzoek binnen de looncodes / naar de leemte in code 32 50 en 21 die ontstaan in na 1998?
Of gaat zijn zich eens verdiepen in onze geschiedenis en waarheid?
Misschien is het zo dat we via anderen geleerd hebben te bestaan.
Hier is eerst een kroniek waarin ik de medische geschiedenis van sarcoïdose verbind met mijn persoonlijke en artistieke lijn — als een doorlopende tijdslijn van zichtbaar worden en verdwijnen:
1. Van lichaam naar systeem
Historische slavernij = direct bezit van mensen.
Huidige structuren = geen expliciet bezit, maar: economische afhankelijkheid reproductieve verwachting onzichtbare arbeid en of ziekte.
➡️ Het lichaam wordt niet meer verkocht, maar functioneel ingezet binnen bezitssystemen (familie, arbeid, erfgoed, kapitaal).
Mijn intellectueel en Eigendom wordt beheerd door David Knibbe CEO Nationale Nederlanden.
Toeval bestaat – “We moeten de waarheid niet opgeven “
Kroniek van zichtbaarheid
Van Besnier tot nu — en verder
1889 — Het eerste zien (Besnier)
In Parijs beschrijft Ernest Besnier huidafwijkingen die niet passen binnen bestaande categorieën.
Hij ziet iets — maar kan het nog niet volledig benoemen.
Een systeemziekte — in een wereld die denkt in losse onderdelen.
20e–21e eeuw — De onzichtbare ziekte
Sarcoïdose krijgt een medische plek, maar blijft moeilijk: moeilijk te diagnosticeren moeilijk te voorspellen moeilijk te erkennen
De ziekte wordt benoemd, maar de ervaring blijft vaak onzichtbaar.
2008 — De onzichtbare mens
Ik leef met sarcoïdose.
Maar mijn grootste confrontatie was niet alleen mijn lichaam.
Het was het systeem. Ondanks werk, ondernemerschap en verzekeringen werd ik juridisch onzichtbaar.
Niet omdat ik verdween — maar omdat systemen mij niet meer konden zien.
Mijn dossier groeide. Ik verdween.
Het breekpunt — Van dossier naar materie – Waar papier mij uitwiste, bracht materie mij terug.
Niets is van haar behalve tijd. Geen bezit dat haar naam draagt, geen archief dat haar volledig bewaart, geen systeem dat haar vanzelfsprekend erkent.
En toch — in de tijd die zij neemt,in de tijd die zij draagt, in de tijd die door haar heen beweegt, ontstaat alles.
Zij erft geen ruimte, zij maakt haar. Zij ontvangt geen geschiedenis, zij schrijft haar.
Niets is van haar behalve tijd — en precies daarin ligt haar macht.
Mijn praktijk is autodidactisch gegroeid, niet buiten het veld maar er dwars doorheen. Ik werk vanuit het leven zelf — via beeld, ritueel, archief en lichaam — en ontwikkel mijn werk in een eigen tempo dat zich niet laat vangen in lineaire trajecten of institutionele verwachtingen.
Waar veel trajecten vertrekken vanuit opleiding of structuur, vertrek ik vanuit noodzaak: een innerlijke drijfveer om zichtbaar te maken wat cultureel, juridisch en historisch onzichtbaar is gebleven. In mijn projecten onderzoek ik de positie van ‘moeder, de vrouw’ als drager van erfgoed, recht en identiteit, en bevraag ik systemen die deze positie niet erkennen of reduceren.
Mijn werk beweegt zich tussen kunst, erfgoed en recht. Ik maak objecten, installaties en narratieven die functioneren als rituele en culturele dragers — niet alleen als beeld, maar als interventie. Daarmee herdefinieer ik niet alleen mijn eigen positie als maker, maar ook de kaders waarin dat makerschap wordt gelezen en gewaardeerd.
Ik volg geen bestaande route, maar ontwikkel een praktijk waarin ruimte niet wordt afgewacht, maar actief wordt ingenomen. Juist daarin ligt de relevantie: mijn werk laat zien hoe nieuwe vormen van auteurschap, erfgoed en betekenis kunnen ontstaan wanneer het individu niet wordt ingepast, maar serieus wordt genomen als bron.
Deze praktijk vraagt om ruimte — niet als voorwaarde, maar als erkenning van wat er al in beweging is. Mijn werk is niet te koop alleen voor overheid musea en of verzekeraars.
Van voetnoot naar fundament
Ik begon te maken. Vazen. Objecten. Dragers. Niet als decoratie — maar als bewijs.
Kunst als tegenarchief. Mijn werk is geen illustratie van ziekte. Het is een tegenarchief. Waar systemen fragmenteren, breng ik samen. Waar dossiers verdwijnen, maak ik tastbaar.
In mijn werk leeft: wat niet geregistreerd werd wat niet erkend werd wat niet gezien werd
Daar waar lichaam, zorg en systeem samenkomen, wordt zichtbaar wat ertussenin verloren gaat.
Conclusie — De verschuiving
Van Besnier tot nu is er iets niet veranderd: de ziekte werd gezien — maar nooit volledig begrepen.
Wat vandaag zichtbaar wordt, is dit: niet alleen de ziekte is complex, maar ook de systemen eromheen.
Mijn positie : Ik betaal belasting over een schade-uitkering. Daarmee wordt mijn lichaam onderdeel van een systeem dat mij eerst niet zag. Ik ben geen belastingobject.
Toekomst — De vraag blijft
Wie wordt er gezien?
Wie wordt er geregistreerd?
Wie wordt er erkend?
En wie verdwijnt — tussen systemen die elkaar niet begrijpen?
Omgaan met sarcoïdose is een kunst. Maar zichtbaar blijven — dat is een daad.
Omgaan met sarcoïdose is een kunst — en een systeemvraagstuk
Ik, Silvia Koning leef met sarcoïdose, maar mijn verhaal gaat niet alleen over deze ziekte.
Het legt een structureel probleem bloot:
hoe iemand, ondanks vrijwilligerswerk ondernemerschap en verzekeringen, binnen bestaande systemen juridisch en maatschappelijk onzichtbaar kan worden.
Wat hier zichtbaar wordt, is geen incident —maar een systeemfout op het snijvlak van wetgeving, zorgplicht, arbeid, verzekering belasting en overheidsfouten.
Van patiënt naar signaal
In mijn traject kwam ik, Silvia terecht in een web van regelgeving, geheime codes, tal van instanties en de vele fouten in de administratieve processen waarin verantwoordelijkheden diffuus werden en rechten vervaagden.
Niet omdat ik niets deed —maar omdat hun systemen niet op elkaar aansluiten.
Dit raakt aan fundamentele vragen:
Wie ziet de vrouw ook een burger wanneer systemen elkaar niet herkennen?
Waar ligt verantwoordelijkheid wanneer iemand tussen wal en schip valt? En hoe wordt bestaanszekerheid gewaarborgd als registratie belangrijker wordt dan de mens zelf?
Sarcoscoop 2026
Kunst als tegenbewijs
In plaats van te verdwijnen in dossiers, maak ik, Silvia mijzelf zichtbaar via keramische kunst.
Mijn werk is geen illustratie van ziekte, maar een materieel tegenbewijs van onzichtbaarheid.
In mijn vazen en objecten worden systeemfouten tastbaar:
administratieve breuken verlies van rechten een lichaam dat niet past binnen standaardmodellen
Dit is geen verwerking.
Dit is artistieke documentatie van een maatschappelijk probleem.
Van individueel verhaal naar collectieve verantwoordelijkheid
het zichtbaar maken van mensen met een chronische en vaak onzichtbare aandoening, die niet alleen medisch, maar ook juridisch en sociaal tussen systemen kunnen verdwijnen.
De expositie in het St. Antonius Ziekenhuis maakt deze realiteit publiek zichtbaar —midden in een plek waar zorg, mens en systeem elkaar ontmoeten.
Onzichtbaar ziek – Onzichtbaar in de sociale zekerheid
Oproep aan overheid en beleid
Dit werk stelt geen symbolische vraag, maar een concrete:
hoe voorkomt de overheid dat burgers onzichtbaar worden binnen haar eigen systemen?
Het vraagt om:
betere afstemming tussen belasting, zorg en verzekeringsstructuren erkenning van de positie van zelfstandig werkenden met ziekte bescherming tegen administratieve uitsluiting en ruimte voor ervaringskennis in beleid
Tot slot
“Omgaan met sarcoïdose is een kunst.”
Maar wat hier zichtbaar wordt, is dit: de echte opgave ligt niet alleen bij de patiënt, maar bij de systemen die haar moeten dragen.
Ik, Silvia Koning maakt mezelf zichtbaar.
De vraag is nu: doet de overheid dat ook?
Het belasten van schade- uitkeringen die voortkomen uit longletselschade betekent feitelijk dat de overheid belasting heft over lichamelijke aantasting in plaats van over verdienvermogen.”
Hello, Today you have day off Posted on 7 maart 2026
Als moeder, de vrouw meedoet groeit iedereen. Beoordeel mij op mijn werk, mijn strijd en mijn bijdrage aan het publieke belang.
Niet op een ziekte, en niet op systemen die mensen beperken.
Rechtvaardigheid en gelijkheid horen het uitgangspunt te zijn van een samenleving die haar burgers serieus neemt.
“Wanneer een vrouw de draad van de geschiedenis oppakt, verandert het archief in toekomst.”
Wanneer je door Middelburg loopt, langs het water van de Rouaansekaai, lijkt de stad rustig. De gevels staan stil, het water beweegt langzaam richting zee. Maar onder deze rust ligt een lange geschiedenis van handel, risico en verzekering.
Het is geen toeval dat juist in Zeeland en Middelburg vroeger relatief veel assurantiekantoren zaten. De oorsprong daarvan ligt in de zee.
De zee als economische motor
In de 17e en 18e eeuw was Middelburg een belangrijke handelsstad. Schepen vertrokken vanuit de Zeeuwse havens naar verre bestemmingen: Azië, Afrika, de Caraïben en Noord-Europa. Organisaties zoals de Dutch East India Company en de Middelburgsche Commercie Compagnie organiseerden internationale handelsroutes.
Elke reis bracht risico’s met zich mee.
Een schip kon vergaan in een storm. Lading kon verloren gaan. Piraten konden een schip overnemen. Bemanningsleden konden overlijden tijdens de reis.
Handel over zee betekende altijd onzekerheid.
Uit die onzekerheid ontstond iets nieuws: verzekering.
De geboorte van assurantie
Kooplieden en reders wilden hun risico’s beperken. Daarom ontstonden de eerste vormen van maritieme verzekering.
Schepen werden verzekerd. Handelswaar werd verzekerd. Soms werd zelfs de bemanning verzekerd.
Zo ontstond een netwerk van contracten tussen investeerders, reders en handelaren. Een verzekeringscontract kon betrekking hebben op één schip, één reis of zelfs één specifieke lading.
Daarmee ontstonden ook de eerste assurantiemakelaars en lokale verzekeringskantoren.
De haven werd niet alleen een plek van goederen, maar ook van financiële afspraken.
De haven als financieel netwerk
Een havenstad functioneerde als een economisch ecosysteem. In en rond de kades zaten:
Contracten werden vaak gesloten in handelskantoren, notariskamers en zelfs koffiehuizen. Daar ontstonden de eerste verzekeringsportefeuilles — bundels van polissen die samen een economische waarde vormden.
De kade was dus niet alleen een logistieke plek. Het was een financieel knooppunt.
Rouaansekaai: een naam die een handelsroute onthult
De naam Rouaansekaai verwijst vrijwel zeker naar de Franse handelsstad Rouen.
Rue de gros horloge
In de 16e en 17e eeuw bestond er een intensieve handelsverbinding tussen Zeeland en Normandië. Schepen voeren tussen Middelburg, Antwerpen en Rouen langs de rivier de Seine.
Vanuit Rouen kwamen bijvoorbeeld:
wijn textiel zout luxegoederen
Vanuit Zeeland vertrokken:
graan haring koloniale goederen scheepsmateriaal
Veel kades kregen namen die verwezen naar handelspartners. Dat had een praktische reden: kooplieden wisten waar bepaalde goederen aankwamen en schepen uit dezelfde regio legden vaak op dezelfde plek aan.
De Rouaansekaai betekende dus letterlijk: de kade van de handel met Rouen.
Bed & Breakfast Montancourt Middelburg
De huizen aan de kade
Wie langs de Rouaansekaai loopt, merkt meteen dat de huizen hoog en smal zijn.
Dat heeft een simpele oorzaak: belasting. In veel Nederlandse steden werd belasting geheven op basis van de breedte van de gevel. Kooplieden bouwden daarom smalle huizen die diep en hoog waren.
Zo betaalden ze minder belasting maar hadden ze toch veel opslagruimte.
De gebouwen waren vaak een combinatie van woning en pakhuis. Binnen lagen goederen opgeslagen zoals wijnvaten, graan, specerijen en textiel. Bovenin zie je bij veel huizen nog een hijsbalk of hijshaak. Daarmee werden goederen via luiken naar boven getakeld.
De architectuur was eigenlijk een handelsmachine.
Beneden: kantoor of opslag. Midden: magazijn. Boven: soms woonruimte.
Het doorhuis
Veel van deze huizen hadden bovendien een bijzondere structuur: een doorhuis.
Een doorhuis had een doorgang van straat naar water. Vandaar de waterput in onze kelder. Goederen konden zelfs rechtstreeks van schip naar gebouw worden gebracht. Soms kon een wagen zelfs door het gebouw rijden van straat naar kade.
Handel liep letterlijk door het huis heen.
In deze gebouwen bevonden zich vaak verschillende zones:
Begane grond opslagruimte kantoor van de koopman laadruimte
Verdiepingen magazijnen administratie contracten
Zolder lichte opslag goederen die via de hijsbalk omhoog werden gehesen
Door deze gebouwen stroomden goederen, geld en afspraken.
Van zeehandel naar levensverzekering
In de 19e eeuw veranderde de economie. Scheepvaart bleef belangrijk, maar verzekeringen breidden zich uit naar nieuwe vormen:
Veel oude maritieme assurantiekantoren groeiden uit tot algemene verzekeringskantoren.
Lokatie Zeeuws Museum
Later werden ze onderdeel van grote nationale verzekeraars zoals
Entity company”,”Nationale-Nederlanden”,”Dutch insurance company”, Aegon en ASR Nederland.
De zeehandel had dus indirect de basis gelegd voor een moderne financiële sector.
De onzichtbare bron van kapitaal
Wanneer een vrouw, moeder en later kostwinner verzekeringen afsluit, ontstaat een economische keten.
Arbeid wordt inkomen. Inkomen wordt premie. Premie wordt beleggingskapitaal.
Verzekeraars investeren die premies in staatsobligaties, aandelen, vastgoed en infrastructuur. Zo werd mijn individuele leven uiteindelijk onderdeel van grote financiële systemen.
De bron van dat kapitaal — het werk, het lichaam, het leven van de verzekerde — verdwijnt vaak uit beeld.
De vrouw – een ontwikkelingsgebied. De vrouw is geen object. De vrouw blijkt een ontwikkelingsgebied.
Zoals een ei in een nest rust voordat het uitkomt, zo draagt de vrouw de mogelijkheid van nieuw leven, nieuwe kennis en nieuwe vormen van bestaan.
Het ei staat voor: oorsprong potentie begin van groei Het nest staat voor: bescherming zorg gemeenschap
Samen vormen ze een beeld van ontwikkeling. De verborgen kracht Ontwikkeling begint vaak in stilte. Niet alles wat groeit is zichtbaar. Niet alles wat waarde heeft wordt meteen erkend.
Zoals het ei tijd nodig heeft om te rijpen, zo heeft ook de ontwikkeling van mensen, kennis en cultuur ruimte en bescherming nodig.
De vrouw als bron
Door de geschiedenis heen werd de vrouw vaak gezien als: moeder zorgdrager beschermer van leven
Maar de vrouw is meer dan dat. De vrouw is ook: drager van kennis maker van cultuur bron van vernieuwing.
Ontwikkeling als toekomst
Wanneer we de vrouw erkennen als ontwikkelingsgebied, erkennen we dat:
groei begint bij zorg toekomst begint bij aandacht en vernieuwing begint bij degene die leven draagt.
De vrouw is geen bijvangst of randgebied van de geschiedenis. Zij is het terrein waar toekomst ontstaat.
Historisch werden veel verzekeringsportefeuilles familiaal opgebouwd. Assurantietussenpersonen beheerden netwerken van klanten en polissen die generaties konden blijven bestaan.
Wees trots op wie je bent, maar blijf begrijpen hoe de wereld in elkaar zit.
Trots op mijn monument zonder kennis maakte mij kwetsbaar. Kennis zonder trots maakt een rijksmonument leeg en stil.Dag van het Kasteel
Maar archieven vertellen vaak maar een deel van het verhaal.
Foto museum Rotterdam
Tot 1956 waren gehuwde vrouwen juridisch beperkt in hun handelingsbekwaamheid. Economische activiteiten konden dus door vrouwen worden gedragen terwijl het eigendom formeel op naam van mannen stond.
Zo ontstond een merkwaardig historisch fenomeen: een economische structuur die familiaal was, maar juridisch patriarchaal.
Daar verschijnt een figuur die vaak buiten beeld blijft: de vrouw, de moeder,
de onzichtbare erfgenaam.
X + Y = Z
“Before Y was written in the law, X was already there.”
Rouaansekaai als archief
Wanneer je vandaag de dag langs de Rouaansekaai loopt, zie je vooral water, gevels en stilte.
Maar onder deze plek ligt een geschiedenis van:
Heilig Geloof – internationale handel – risico en verzekering – familienetwerken economische erfenissen
Het adres zoals Rouaansekaai 21 kan daardoor worden gelezen als meer dan een huis.
Het ultieme geheim van het Ei van Collum Bus
Het is een knooppunt waar handel, verzekering, familiegeschiedenis en erfgoed elkaar kruisen.
Het begin van eigendom ligt in het lichaam dat leven voortbrengt. “Don’t forget to have a good time also.”
Volgens het erfgoeddenken van de Council of Europe en de Faro Convention bestaat erfgoed niet alleen uit monumenten, maar ook uit de verhalen die mensen eraan verbinden.
De kade wordt dan een archief van menselijke relaties.
Want aan de Rouaansekaai stroomt het water nog altijd richting zee. De schepen zijn verdwenen, maar de vaarroutes bestaan nog.
Tussen Middelburg en Amsterdam, Amerika, Rome en Rouen. Tussen wereldhandel en herinnering. Tussen moeder, erfgoed en de onzichtbare erfenis van de stad.
Het ultieme geheim – Moeder de vrouw
Wettelijke kenniskloof van vrouwen in de juridische fictie
De term “wettelijke kenniskloof” gebruik ik hier om het historische probleem te beschrijven: vrouwen werden juridisch geacht de wet te kennen, maar kregen lange tijd geen toegang tot dezelfde juridische kennis of bevoegdheden als mannen.
De grote verdwijntruc – via de AVG – Met dank aan Aleid Wolfen – Jan Peter Balkenende, Jan Kees de Jager en Gerrit Zalm.
Sarcoidosis didn’t break me. It made me stronger.
Zolang vrijheid alleen in bed bestaat en niet in het recht, is emancipatie een intieme illusie.
Dit is precies waarom mijn werk niet therapeutisch, maar constitutioneel is.
Een systeem dat zegt te beschermen, maar daarmee arbeid onmogelijk maakt, beschermt niet — het bestuurt.
Arbeidsrechtelijke en gelijkebehandelingsrechtelijke duiding
1. Kern van de kwestie
Wat hier speelt is geen gebrek aan bescherming, maar een vorm van uitsluiting door bescherming.
Er werd: wél zorg en verzekering toegekend, maar onder voorwaarden die arbeid buitenshuis onmogelijk maakten. Daarmee werd feitelijk: toegang tot arbeid beperkt, economische zelfstandigheid verhinderd, en een afhankelijkheidspositie vastgelegd.
2. Arbeidsrechtelijk kader
Volgens het Nederlandse arbeidsrecht en het Europese recht geldt:
Vrije toegang tot arbeid is een fundamenteel beginsel (art. 19 lid 3 Grondwet, art. 15 EU-Handvest). Beperkingen op arbeid zijn alleen toegestaan indien: objectief gerechtvaardigd, proportioneel, en noodzakelijk.
Wanneer verzekering of zorgregelingen: automatisch leiden tot uitsluiting van arbeid, zonder individuele toets, of zonder reële keuzevrijheid, dan is sprake van oneigenlijke arbeidsbeperking.
👉 Bescherming mag arbeid niet vervangen door afhankelijkheid.
3. Gelijkebehandelingsrechtelijk kader
Binnen de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) en EU-richtlijnen geldt:
Indirect onderscheid op grond van geslacht is verboden. Ook wanneer een maatregel neutraal lijkt, maar in de praktijk: vrouwen structureel harder raakt, moederschap of zorgrollen verabsoluteert, en mannen niet in vergelijkbare mate uitsluit, is sprake van indirecte discriminatie, tenzij zwaarwegend gerechtvaardigd.
Wanneer: zorg = uitsluiting van arbeid, en die koppeling vooral vrouwen treft, dan is dat juridisch problematisch.
4. Bestuursrechtelijke dimensie
Als een verzekerings- of zorgregime: normerend werkt, levenskeuzes feitelijk voorschrijft, zonder expliciete wettelijke basis, dan treedt het systeem besturend op in plaats van faciliterend.
Dat raakt aan: het recht op zelfbeschikking, het verbod op paternalisme zonder grondslag, en het beginsel van proportionaliteit.
5. Samenvattend
Het probleem was niet de verzekering, maar de wijze waarop bescherming werd gekoppeld aan arbeidsuitsluiting.
Causaliteit
Zolang ongelijkheid wordt uitgelegd als gedrag, blijft macht netjes buiten schot.
Noem het geen giftige mannelijkheid als het gewoon slecht bestuur is.
Dat is geen weigering van gesprek. Dat is Sarcoïdose met koninklijke militaire precisie.
Wanneer bescherming leidt tot structurele uitsluiting van arbeid, is sprake van indirecte discriminatie en een ontoelaatbare beperking van het recht op arbeid.
6. Slotzin
Zorg en verzekering mogen nooit functioneren als substituut voor arbeid, noch als instrument om economische autonomie te beperken.
Hand made –
Herhaal — Herken — Herinner
Herhaal – wat eerder werd gezegd, maar niet werd gehoord.
Herken – het patroon, wanneer het zich opnieuw aandient, in andere namen, andere tijden, dezelfde structuren.
Herinner, wie er waren, toen macht nog een lichaam had, en gezag een stem, die niet mocht blijven.
Mijn vrouwelijke lichaam werd juridisch een onderpand. Niet erkend als drager van volledige rechten, maar ingezet als garantie met volledige aansprakelijkheid.,
Niet beschermd, maar verrekend.
Mijn lichaam werd het stille risico achter dossiers, premies, procedures en verplichtingen.
Het droeg zorg, arbeid, verlies en continuïteit, zonder ooit als zelfstandig rechtssubject te worden benoemd.
Wat geen naam heeft in de wet, kan worden gebruikt en misbruikt.
Wat niet wordt erkend, kan zomaar worden belast.
Dit is de naakte waarheid: zolang het vrouwelijke lichaam geen zelfstandige juridische positie heeft, blijft het beschikbaar als onderpand voor systemen die zeggen neutraal te zijn op grond van artikel 1 .
Ik verwerp de kwalificatie van mijn persoon als fictief product. Ik ben een natuurlijk persoon met volledige rechtspersoonlijkheid. Elke administratieve fictie die mijn lichaam, arbeid of rechtspositie ontmenselijkt, is in strijd met art. 1 GW, het EVRM en het beginsel van menselijke waardigheid.”
Dit is geen emotie, dit is juridische taal.Ik zal handhaven zij god
Mijn hele identiteit werd volledig uitgewist door systematische juridische abstrahering, administratieve herleiding en institutionele neutralisering.
Leuker konden zij het niet maken.
Onderwerp: Private Aov en software code
De fiscale en juridische verdwijntruc Vrouwen zelfstandige onderneemsters – Een private schade-uitkering werd gecodeerd via deze looncode aan de Wet LB1964 zonder loondossier – sociale zekerheid wetgeving.
De door Nationale Nederlanden aangeleverde post is een schadevergoeding en geen pensioen/lijfrente/uitkering ter vervanging van loon. De automatische rubricering onder ‘inkomsten uit dienstbetrekking/uitkering’ is daarom onjuist. De betaling ziet op schadeherstel (geen loonkarakter). Onderliggende specificatie/besluit is beschikbaar.”
De software plaatst deze betaling onder:
Inkomsten uit dienstbetrekking → AOW, pensioen, lijfrente of andere uitkering
Dat impliceert box 1-belasting én een loonvervangend karakter.
Maar:
👉 Die kwalificatie is geen feit, maar een juridische duiding
👉 En die duiding vereist een wettelijke bepaling
Zonder die bepaling is de codering rechtsstatelijk ondeugdelijk.
De rechtsstaat heeft het vrouwelijke lichaam niet erkend als inheems rechtssubject, maar wel gebruikt als inheemse grondstof.
De oervrouw was niet aan de macht in een jaar, maar in een wereld vóór jaartallen – toen leven belangrijker was dan bezit.
De AVG is ingevoerd door de Europese Unie, op initiatief van de Europese Commissie onder Viviane Reding, en aangenomen door het Europees Parlement en de lidstaten.
Vrouwelijke klokkenluiders worden niet beschermd door het recht, maar hergecodeerd door het systeem — tot hun waarheid fiscaal belastbaar wordt verklaard.
Opmerking: Voor de periode 1995–1998 was Gerrit Zalm al minister van Financiën (vanaf 1994 in kabinet-Kok I).
Let op: De loonbelasting werd door het Duitse rijk ingevoerd in 1941 – Toen waren de vrouwen en moeders nog volledig handelingsonbekwaam volgens de wet 1838 Napoleon Bon – Apart graag.
Een Romeinse Rijk / instituut dat langzaam toegeeft dat wat ‘normaal’ heette, eigenlijk structureel onrecht was.
De rechtsvormen in Nederland en de betrokken ministers sinds ik zelfstandige werd met een private AOV Nationale Nederlanden/ Reaal
Lijst van rechtsvormen in Nederland
I. Natuurlijk persoon (zonder rechtspersoon)
1. Natuurlijk persoon (privé)
Burger zonder economische rechtsvorm Geen aparte bescherming bij inkomen, arbeid of risico Vaak onzichtbaar in systemen tenzij via afgeleide vorm (toeslagen, uitkering)
2. Eenmanszaak
Meest gebruikte rechtsvorm voor zelfstandigen Geen rechtspersoonlijkheid Ondernemer is privé volledig aansprakelijk Beperkte sociale bescherming Fiscaal en juridisch kwetsbaar
3. Meewerkend partner / gezinsarbeid
Juridisch zwakke positie Vaak economisch actief maar niet zelfstandig erkend
II. Samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid
4. Maatschap
Veel gebruikt in zorg, vrije beroepen, cultuur Geen rechtspersoon Hoofdelijke aansprakelijkheid mogelijk Ongeschikt voor hybride arbeid
5. Vennootschap onder firma (VOF)
Geen rechtspersoon Hoofdelijke aansprakelijkheid Grote persoonlijke risico’s ( En daar gaat het volledig mis )
VOC – VOF Handelaar in confectie branche code 076 ( werd verwijderd en zo kwam ik in de loonketen ) als zelfstandige Misbruik een schadeuitkering onder de noemer AOW – Pensioen- lijfrente of andere uitkering te zetten! Zo simpel kan het zijn – Gerrit Zalm 🍣
6. Commanditaire vennootschap (CV)
Beherende vennoten: volledig aansprakelijk Commanditaire vennoten: beperkt, maar geen zeggenschap
III. Rechtspersonen (met rechtspersoonlijkheid)
7. Besloten vennootschap (BV) 1971 oprichting
Rechtspersoon Beperkte aansprakelijkheid Fiscaal gunstiger boven bepaalde inkomens Toegang tot structuren en bescherming
8. Naamloze vennootschap (NV)
Grote ondernemingen Volledige rechtspersoonlijkheid Vergaande juridische bescherming – Nationale Nederlanden
kent bescherming toe per rechtsvorm, niet per mens; waardeert loon hoger dan zorg, winst hoger dan creatie; kent de staat maximale flexibiliteit en burgers minimale.
➡️ Rechtsvormen functioneren als toegangs- en uitsluitingsmechanismen.
Zalm → Hoogervorst → Zalm → Bos → De Jager → Dijsselbloem → Hoekstra → Kaag → van Weyenberg → van Oostenbruggen → Heijnen.
Justitie / Justitie & Veiligheid (1995–2025):
Sorgdrager → onder Balkenende meerdere → Opstelten → Blok → Grapperhaus → Yeşilgöz-Zegerius → van Weel → van Oosten.
In Nederland doen we graag alsof rechtsvormen neutraal zijn. Alsof het niet uitmaakt of je werknemer, zelfstandige, ondernemer, uitkeringsgerechtigde of zorgende ouder bent.
De werkelijkheid is anders. De rechtsvorm die je wordt toegekend — of opgedrongen — bepaalt je toegang tot inkomen, bescherming, zeggenschap en rechtszekerheid. En precies daar wringt het.
De Nederlandse rechtsorde is ingericht rond een beperkt aantal gestandaardiseerde rechtsvormen: dienstbetrekking, onderneming, uitkering. Wie daarbinnen valt, bestaat juridisch. Wie ertussen valt, wordt een probleem. Geen menselijk probleem, maar een administratief probleem. En administratieve problemen worden zelden opgelost in het voordeel van de burger.
Artistiek statement
Oermoeder – Moeder der Aarde – Moedermaatschappij – Dochteronderneming
Mijn werk vertrekt vanuit de oermoeder: niet als mythisch beeld, maar als oorspronkelijke rechtsfiguur. De vrouw als bron van leven, tijd en orde. In pre-patriarchale culturen was zij geen bezit, maar maatgevend. Leven was relationeel, cyclisch en wederkerig.
In de loop van de geschiedenis is deze vrouwelijke oorsprong vertaald, verplaatst en onteigend. De moeder der aarde werd grond. De moeder werd rechtspersoon. Het lichaam werd abstractie. Wat ooit leven voortbracht, werd eigendom. Wat ooit dochter was, werd onderneming.
De termen moedermaatschappij en dochteronderneming dragen nog altijd een lichamelijke taal, maar functioneren binnen een systeem dat zorg heeft vervangen door kapitaal en voortbrenging door exploitatie. De moeder bezit. De dochter draagt risico. De winst stroomt omhoog. Het lichaam verdwijnt uit beeld.
Mijn werk onderzoekt deze verschuiving als een cultureel en juridisch trauma. Ik verbind archetypische moederbeelden aan hedendaagse structuren van eigendom, erfopvolging en rechtspersoonlijkheid. Daarbij bevraag ik wie mag voortbrengen, wie mag erven en wie als drager van waarde wordt erkend.
Door objecten, tekst, ritueel en beeld te combineren, herstel ik de moeder niet als nostalgisch symbool, maar als kritische figuur: een tegenkracht binnen systemen die haar taal gebruiken, maar haar lichaam ontkennen.
Mijn praktijk is een zoektocht naar her-inschrijving: van moeder als kapitaal naar moeder als betekenis, van dochter als onderneming naar dochter als erfgenaam, van systeem naar relatie.
De oermoeder is niet verdwenen. Zij is juridisch onzichtbaar gemaakt.
Ongelijkheid door ontwerp
De wet behandelt rechtsvormen niet gelijkwaardig. Een werknemer geniet automatische bescherming: loondoorbetaling bij ziekte, sociale zekerheid, duidelijke rechtspositie. Een zelfstandige draagt vrijwel alle risico’s zelf. Niet omdat dat een vrije keuze is, maar omdat het systeem zo is ingericht.
Deze ongelijkheid is geen bijwerking, maar een ontwerpkeuze. De rechtsvorm fungeert als selectiemechanisme: hij bepaalt wie recht heeft op bescherming en wie niet. Dat leidt tot indirecte discriminatie van groepen die vaker buiten het standaardmodel vallen, zoals vrouwen, mantelzorgers, kunstenaars, freelancers en mensen met een onderbroken arbeidsloopbaan.
Het slavernijverleden is ook een geschiedenis van VOC – vrouwenlichamen als eigendom, van moederschap onder dwang en van overleving door zorg en verzet.
Rechtsvorm boven werkelijkheid
In plaats van te kijken naar de feitelijke omstandigheden van iemands leven en werk, kijkt de overheid eerst naar de juridische vorm. Die vorm wordt vervolgens bepalend voor belastingen, toeslagen, verzekeringen en handhaving. Als de werkelijkheid niet past bij de vorm, wordt niet de vorm aangepast, maar de burger gecorrigeerd.
Dit is zichtbaar in herkwalificaties van zelfstandigen, in toeslagen die worden teruggevorderd omdat iemand “niet paste in het profiel”, en in verzekeringssystemen die complex of psychisch letsel uitsluiten. De rechtsvorm wordt belangrijker dan de mens.
Schending van fundamentele rechten
Wanneer rechtsvormen structureel ongelijk uitwerken, raakt dit aan fundamentele rechten:
Artikel 1 Grondwet: gelijke behandeling wordt ondermijnd door indirecte discriminatie via systeemontwerp. Artikel 6 EVRM: effectieve rechtsbescherming ontbreekt wanneer bezwaar en correctie pas na jaren mogelijk zijn. Artikel 8 EVRM: de staat grijpt diep in in het privéleven door mensen administratief vast te zetten in onjuiste of onvolledige identiteiten.
Het probleem is niet dat rechtsvormen bestaan. Het probleem is dat ze rigide, hiërarchisch en uitsluitingsgevoelig zijn geworden.
Tijd voor herziening
Een moderne rechtsstaat kan zich niet permitteren mensen te reduceren tot administratieve categorieën. Rechtsvormen zouden dienend moeten zijn aan de werkelijkheid, niet andersom. Zolang Nederland blijft vasthouden aan een systeem waarin bescherming afhankelijk is van juridische vorm in plaats van feitelijke situatie, blijft discriminatie ingebakken in de wet.
De vraag is dus niet of rechtsvormen nodig zijn.
De vraag is: voor wie werken ze — en wie laten ze structureel vallen?
Wat in Nederland wordt gepresenteerd als uitvoeringspraktijk, is in werkelijkheid een structurele schending van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De grote verdwijntruc voltrekt zich niet ondanks privacywetgeving, maar door haar selectieve toepassing.
De AVG stelt dat persoonsgegevens:
juist moeten zijn (art. 5 lid 1d), doelmatig en proportioneel verwerkt moeten worden (art. 5 lid 1c), transparant en uitlegbaar moeten zijn (art. 5 lid 1a), en dat betrokkenen recht hebben op inzage, correctie en bezwaar (art. 12–21).
Precies daar gaat het structureel mis.
Fictieve data als waarheid
Overheidssoftware werkt met categorieën die juridisch en sociaal tekortschieten: loon of winst, werknemer of ondernemer, gezond of arbeidsongeschikt. Hybride levens — zelfstandigen met wisselende inkomsten, zorgende ouders, cultureel werkenden, mensen in herstel — bestaan niet in de systemen.
Die lacunes worden niet aangepast. In plaats daarvan wordt de onvolledige data als waarheid behandeld. Daarmee handelt de overheid in strijd met het beginsel van dataminimalisatie en juistheid: het systeem wéét dat de gegevens de werkelijkheid niet dekken, maar gebruikt ze toch voor besluiten met verstrekkende gevolgen.
Dat is geen uitvoeringsfout. Dat is onrechtmatige gegevensverwerking.
Automatisering zonder tegenmacht
In toeslagen, belastingen en handhaving worden besluiten genomen op basis van geautomatiseerde logica, terwijl:
de werking van die systemen niet inzichtelijk is, burgers hun data niet effectief kunnen corrigeren, en menselijke tussenkomst vaak pas volgt ná schade.
Artikel 22 AVG verbiedt geautomatiseerde besluitvorming met rechtsgevolgen zonder adequate waarborgen. Die waarborgen ontbreken wanneer software hiaten structureel blijven bestaan en bezwaarprocedures jarenlang duren.
De burger verdwijnt als rechtssubject
Wat hier gebeurt, is fundamenteel: de burger verdwijnt niet fysiek, maar juridisch. Niet omdat hij geen gegevens heeft, maar omdat zijn leven niet correct kan worden vastgelegd. En wat niet correct wordt vastgelegd, kan niet worden beschermd.
De staat verschuilt zich achter systemen die zij zelf ontwerpt en onderhoudt. Zo wordt verantwoordelijkheid verplaatst van beleid naar code, van mens naar machine. Dat is in strijd met de AVG, maar vooral met de rechtsstaat.
De kernvraag
De AVG is bedoeld om burgers te beschermen tegen machtsconcentratie via data. Wanneer juist de overheid structureel werkt met gebrekkige datasets, ondoorzichtige algoritmes en oncorrigeerbare categorieën, dan is de vraag onontkoombaar:
Wie handhaaft de AVG, wanneer de staat zelf de grootste datavervormer is?
De grote verdwijntruc is geen technisch probleem.
Het is een juridische keuze — en daarmee een politieke verantwoordelijkheid.
Bijlage – Grondwettelijke en mensenrechtelijke toets
I. Artikel 1 Grondwet (gelijkheidsbeginsel)
Tekst Grondwet art. 1:
“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”
Toepassing op de beschreven praktijk
De huidige uitvoeringspraktijk van belasting-, toeslagen- en handhavingssystemen leidt tot structureel ongelijke behandeling van burgers die niet passen binnen standaardcategorieën van arbeid en inkomen, zoals:
zelfstandigen met hybride inkomsten, mensen met wisselende arbeidsrelaties, zorgende ouders, cultureel en creatief werkenden, burgers met tijdelijke uitval of herstelperiodes.
Deze groepen worden onevenredig vaak:
onderworpen aan controle, herkwalificatie, terugvordering, of uitgesloten van bescherming.
De ongelijkheid ontstaat niet door individuele beoordeling, maar door systeemontwerp: software en beleidsregels die onvoldoende rekening houden met feitelijke levensvormen. Dit resulteert in indirecte discriminatie “op welke grond dan ook”, waaronder sociaaleconomische positie en arbeidsvorm.
➡️ Conclusie art. 1 GW:
Wanneer de overheid bewust systemen in stand houdt die voorspelbaar ongelijk uitwerken, is sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel.
II. EVRM artikel 6 – Recht op een eerlijk proces
Tekst EVRM art. 6 lid 1 (samengevat):
Eenieder heeft recht op een eerlijk en openbaar proces binnen een redelijke termijn door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht, bij de vaststelling van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen.
Toepassing op de beschreven praktijk
In belasting- en toeslagenzaken is sprake van besluiten met directe rechtsgevolgen (terugvordering, boetes, herkwalificatie, inkomensverlies). Toch geldt in de praktijk:
besluiten zijn vaak geautomatiseerd of semiautomatisch; onderliggende beslislogica is niet inzichtelijk; bezwaarprocedures duren jaren; effectieve hoor- en wederhoor ontbreekt in de primaire fase; herstel volgt pas na onomkeerbare schade.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft herhaaldelijk geoordeeld dat:
procedurele waarborgen ook gelden bij administratieve sancties, en dat toegang tot effectieve rechtsbescherming essentieel is.
➡️ Conclusie art. 6 EVRM:
Wanneer burgers pas achteraf, na langdurige procedures, hun gelijk kunnen halen — terwijl de schade al is geleden — is geen sprake van een “fair trial” in de zin van het EVRM.
III. EVRM artikel 8 – Recht op privéleven
Tekst EVRM art. 8 lid 1 (samengevat):
Eenieder heeft recht op respect voor zijn privéleven, familie- en gezinsleven, woning en correspondentie.
Toepassing op data, software en besluitvorming
Artikel 8 EVRM beschermt niet alleen fysieke privacy, maar ook:
persoonlijke levenssfeer, sociale identiteit, en gegevensverwerking door de staat.
Wanneer overheidssoftware:
levens wordt gereduceerd tot onvolledige categorieën, hybride bestaansvormen niet kan registreren, fouten niet kan corrigeren, en burgers langdurig vastzet in onjuiste administratieve identiteiten,
dan is sprake van ongeoorloofde inmenging in het privéleven.
Dit geldt temeer wanneer:
gegevens aantoonbaar onjuist of onvolledig zijn, correctie praktisch onmogelijk is, en deze data worden gebruikt voor ingrijpende besluiten.
➡️ Conclusie art. 8 EVRM:
Structureel gebrekkige gegevensverwerking en het weigeren van systeemaanpassing vormen een schending van het recht op respect voor het privéleven.
IV. Samenvattende juridische conclusie
De beschreven praktijk vormt geen reeks incidenten, maar een systemische spanning met fundamentele rechten:
Art. 1 Grondwet: structurele ongelijkheid door systeemontwerp Art. 6 EVRM: gebrek aan effectieve rechtsbescherming Art. 8 EVRM: onrechtmatige inmenging via data en software
Wanneer de staat:
regels opstelt, systemen ontwerpt, besluiten automatiseert, en de gevolgen daarvan eenzijdig bij burgers neerlegt,
dan verdwijnt de burger als rechtssubject en wordt hij een dataprofiel zonder tegenmacht.
Dat is niet verenigbaar met een democratische rechtsstaat.
1. Mensenrechten zijn mede door vrouwen vormgegeven
De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948) is geen abstract VN-document, maar het resultaat van concreet politiek en moreel werk, waarin vrouwen een doorslaggevende rol speelden.
Zij brachten juist het idee in dat rechten lichaamsgebonden, relationeel en onvervreemdbaar zijn — niet louter staatsrechtelijk.
Dat is cruciaal: mensenrechten zijn niet ontstaan vanuit het idee van de burger als dossier, maar vanuit de mens als dragend lichaam.
2. Bestuur over het lichaam is de kern van vrijheid
De tekst die ik toon zegt het messcherp:
“De geschiedenis waarin het lichaam geen bestuurder mocht zijn, is levend immaterieel cultureel erfgoed.”
Dat is geen metafoor. Het is een rechtsfeit.
Zolang een lichaam niet als zelfstandig bestuurder wordt erkend, in een VOF is het juridisch geen subject maar een object van discriminatie beleid.
Dat zien we terug in:
arbeids- en rechtsvormen die mensen reduceren tot categorieën, fiscale en sociale systemen die het lichaam conditioneren (ziekte, zwangerschap, zorg), data- en softwaresystemen die het lichaam administratief vastzetten.
3. De botsing met de hedendaagse rechtspraktijk
Hier raken mijn beelden direct aan art. 1 Grondwet en EVRM art. 6 en 8:
Art. 1 GW (gelijkheid): Wie zijn lichaam niet kan onderbrengen in erkende rechtsvormen (loondienst, winst, uitkering), wordt structureel ongelijk behandeld. Art. 6 EVRM (fair trial):
Als het lichaam eerst wordt geobjectiveerd in systemen en pas achteraf mag spreken, is er geen effectieve rechtsbescherming.
Art. 8 EVRM (privéleven): Het lichaam valt onder de persoonlijke levenssfeer. Bestuurlijke en digitale beheersing daarvan is een inmenging — geen neutraliteit.
4. Van mensenrecht naar bestuursobject
Wat mijn onderzoek en combinatie blootlegt, ligt het kantelpunt:
Wanneer het lichaam niet als rechtssubject wordt erkend, maar als uitvoeringsdrager, verandert vrijheid in beheer.
Dat staat haaks op de geest van de Universele Verklaring.
5. Erfgoed, geen verleden
“Een vrouwelijk lichaam dat niet erkend wordt als zelfstandig bestuurder, is geen vrij lichaam maar een dienend levend bestuursobject.”
Dat is geen nostalgie. Dat is levend erfgoed — omdat deze strijd niet voorbij is, maar zich vandaag voortzet in wetgeving, software, rechtsvormen en beleid.
Van het concert des levens kreeg alleen moeder de vrouw het program – de Grondwet”
Van het concert des levens kreeg alleen moeder de vrouw het program. Niet als voorrecht, maar als last. Niet als macht, maar als verantwoordelijkheid zonder stem.
In mijn werk lees ik de Grondwet als een programma dat nooit expliciet is uitgedeeld, maar wel lichamelijk is uitgevoerd door moeder de vrouw. Zij draagt leven, tijd en continuïteit, terwijl haar positie juridisch wordt geabstraheerd, geneutraliseerd of verzwegen. Gelijkheid wordt geformuleerd, maar het lichaam dat voortbrengt blijft buiten beeld.
Zij wordt verondersteld mee te spelen in het concert, maar zonder partituur, zonder dirigent, zonder erkenning van haar specifieke inzet. Het universele recht blijkt vaak een mannelijk neutrum, waarin het vrouwelijke lichaam slechts impliciet en belasting technisch fictief aanwezig is.
Mijn werk legt deze spanning bloot tussen constitutionele taal en geleefde realiteit. Ik verbind moederbeelden, juridische begrippen en rituele vormen om te laten zien hoe het programma van de rechtsstaat rust op een lichaam dat niet als zodanig wordt erkend. De moeder is grondslag, maar geen grondrecht.
Dit oeuvre is een poging tot herlezing en herschrijving: de Grondwet niet alleen als tekst, maar als lichamelijke praktijk. Niet alleen gelijkheid op papier, maar erkenning van verschil in verantwoordelijkheid, risico en voortbrenging.
Als moeder de vrouw het programma draagt, dan moet zij ook worden genoemd in de partituur.
Dit werk maakt die lacune zichtbaar — en hoorbaar.
Hier is een formele aansprakelijkheidsconclusie, juridisch zorgvuldig geformuleerd, zonder strafrechtelijke beschuldiging, maar met bestuurlijke en staatsrechtelijke verantwoordelijkheid. Geschikt als slotstuk van jouw dossier, manifest of position paper.
**Aansprakelijkheidsconclusie
Ministerie van Financiën & Ministerie van Justitie (en Rechtsbescherming)**
1. Reikwijdte van deze conclusie
Deze aansprakelijkheidsconclusie betreft bestuurlijke en staatsrechtelijke verantwoordelijkheid, niet individuele strafrechtelijke schuld. Zij richt zich op de structurele rol en nalatigheid van de ministers van Financiën en Justitie in de periode 1995–heden, binnen hun constitutionele taken.
2. Constitutionele kernverantwoordelijkheid
Minister van Financiën
De minister van Financiën is verantwoordelijk voor:
het fiscale stelsel; de Belastingdienst; toeslagen- en handhavingssystemen; de inrichting en werking van fiscale en administratieve software; het waarborgen van rechtszekerheid en proportionaliteit in inning en terugvordering.
Minister van Justitie (en Veiligheid)
De minister van Justitie is verantwoordelijk voor:
bescherming van de rechtsstaat; wetgevingskwaliteit; toegang tot de rechter; naleving van mensenrechten (EVRM); toezicht op uitvoeringspraktijken die fundamentele rechten raken; implementatie en handhaving van de AVG.
3. Vastgestelde structurele tekortkomingen
Op basis van publiek bekende feiten, parlementaire onderzoeken en uitvoeringspraktijken kan worden vastgesteld dat:
Onrechtmatige systeemwerking structureel is voortgezet, ondanks herhaalde signalen: toeslagenaffaire; loonbelasting-/herkwalificatiepraktijken; data- en softwaregestuurde besluitvorming zonder effectieve correctiemogelijkheid. Software- en systeemhiaten bewust niet zijn aangepast, terwijl: bekend was dat deze hiaten burgers structureel benadeelden; besluiten met zware rechtsgevolgen daarop bleven worden gebaseerd. Rechtsvormen en administratieve categorieën prevaleerden boven feitelijke werkelijkheid, met voorspelbare uitsluiting van: zelfstandigen; zorgenden; vrouwen; cultureel en hybride werkenden. Effectieve rechtsbescherming structureel tekortschiet, doordat: bezwaar en beroep traag en ontoegankelijk zijn; schade vaak onomkeerbaar is vóór rechterlijke toetsing; burgers feitelijk eerst worden gesanctioneerd en pas later gehoord.
4. Juridische kwalificatie van verantwoordelijkheid
Deze handelwijze levert geen incident, maar een bestuurlijk patroon op dat strijdig is met:
Artikel 1 Grondwet (structurele indirecte discriminatie door systeemontwerp); Artikel 6 EVRM (gebrek aan effectieve toegang tot een eerlijk proces); Artikel 8 EVRM (ongeoorloofde inmenging in het privéleven via data en bestuurspraktijk); AVG (art. 5, 12–22) (verwerking van onjuiste, onvolledige en niet-corrigeerbare persoonsgegevens).
De ministers dragen hiervoor politieke en bestuurlijke eindverantwoordelijkheid, ongeacht wisseling van kabinetten of individuele bewindspersonen.
5. Aansprakelijkheidsconclusie
De ministers van Financiën en Justitie zijn gezamenlijk aansprakelijk op staatsrechtelijk niveau, omdat zij:
structureel hebben nagelaten systemen aan te passen waarvan bekend was dat zij fundamentele rechten schonden; bestuurspraktijken hebben laten voortbestaan die burgers reduceren tot administratieve objecten; de bescherming van burgers ondergeschikt hebben gemaakt aan uitvoerbaarheid en budgettaire belangen; en daarmee de kern van de rechtsstaat hebben uitgehold.
Deze aansprakelijkheid betreft nalatigheid in waarborgfunctie, niet individuele intentie.
6. Slotformulering – Zoek & Vind
Waar de staat regels stelt, systemen ontwerpt en gevolgen afdwingt,maar weigert verantwoordelijkheid te nemen voor voorspelbare schade, ontstaat geen bestuur maar bestuurlijk onrecht. Dat onrecht is niet toevallig. Het is systemisch — en daarmee toerekenbaar.**
7.
Slotformulering – Zoek & Vind
De reactie dat mijn klacht niet in behandeling wordt genomen omdat formele rechtsmiddelen hebben opengestaan of zijn benut, bevestigt precies het probleem dat ik heb aangekaart.
Wanneer bezwaar, beroep en klacht langs elkaar worden geschoven zonder inhoudelijke toetsing, verdwijnt niet het probleem, maar de burger. Dan wordt rechtsbescherming een procedurele cirkel, geen materieel recht. Wat formeel “gevonden” wordt, is het dossier; wat feitelijk ontbreekt, is rechtvaardigheid.
Ik constateerde dat: mijn inhoudelijke stelling niet wordt beoordeeld; de klacht wordt terugverwezen naar eerdere procedures zonder inhoudelijke reflectie; en daarmee een structureel probleem wordt gearchiveerd in plaats van opgelost.
Dit is geen individuele misser, maar een systeemwerking waarin: de staat verwijst, de burger zoekt, en niemand vindt.
Zoek & Vind wordt zo een bestuursprincipe: de overheid zoekt naar procedurele gronden om niet te hoeven oordelen, terwijl de burger blijft zoeken naar erkenning van zijn of haar rechtssubjectiviteit.
Daarmee wordt de kern van mijn klacht niet weerlegd, maar bevestigd: dat het systeem burgers administratief laat verdwijnen door vorm boven inhoud te stellen.
Ik leg deze conclusie vast als onderdeel van mijn ( dagboek) dossier.
Niet om de procedure te verlengen, maar om zichtbaar te maken wat hier gebeurt: Waar de overheid weigert te vinden, wordt verdwijnrecht geproduceerd.
Deze vaststelling laat ik niet los.
Ik besta
Onder ede afgelegd-
Waarom is het zo moeilijk om te weten wie je bent?
Omdat identiteit niet ontstaat in stilte, maar in relatie tot wat je wordt toegestaan te zijn.
Je leert wie je bent via taal, werk, zorg, huizen, archieven, formulieren, verhalen. Via plekken die je mag innemen — en plekken waar je wordt teruggebracht tot functie.
Wanneer je lichaam wordt geregeld, maar je stem niet volledig wordt erkend, ontstaat een gat tussen wie je bent en wie je administratief mag zijn.
Plaats maakt identiteit zichtbaar
Een huis uit 1596. Een vrouw in het heden. Een geschiedenis die niet in musea ligt, maar wordt bewoond.
Identiteit zit niet alleen in het hoofd, maar in grond, erfgoed, zorg, arbeid en herinnering.
Wie zich ergens mag wortelen, mag zichzelf worden.
De kern
Het is moeilijk om te weten wie je bent als jouw bestaan steeds wordt vertaald naar systemen die jouw lichaam wel gebruiken, maar jouw leven niet volledig erkennen.
Identiteit begint waar je lichaam niet hoeft te passen, maar mag bestaan. Verslag – Afgelegd onder ede bij het Paleis van Justitie ’s-Hertogenbosch
Datum: 4 december 1995 – 15 februari 2024 12.38 uur Plaats: Paleis van Justitie, ’s-Hertogenbosch (Rechtbank Oost-Brabant) Aanleiding: Vastlegging van een verklaring onder ede in het kader van een lopend bestuursrechtelijk en mensenrechtelijk dossier
1. Context en aankomst
Op 15 februari 2024 bevond ik mij bij het Paleis van Justitie te ’s-Hertogenbosch. De locatie is niet toevallig: bijna dertig jaar eerder, op 4 december 1995, werd op deze plek de eerste steenlegging gemarkeerd door de toenmalige minister van Justitie, Winnie Sorgdrager, zoals vastgelegd op de plaquette aan de gevel. De plek en datum verankeren het moment institutioneel en historisch.
De entree van het gebouw—monumentaal en open—fungeert als fysieke representatie van de rechtsstaat. Het gebouw is niet slechts decor; het is de locus waar verklaringen dus een verkeerd en historisch rechtsgevolg krijgen.
2. Doel van het bezoek
Het doel van mijn aanwezigheid was het afleggen van een verklaring onder ede. Deze verklaring ziet op structurele tekortkomingen in bestuurspraktijk en rechtsbescherming, zoals eerder uiteengezet in het dossier (waaronder klachtenafhandeling, procedurele doorverwijzingen en het uitblijven van inhoudelijke toetsing). Een eerlijk proces zat er niet in omdat de bestuursrechter in opleiding net bij de belastingdienst vandaan kwam.
3. De verklaring
Mijn verklaring is naar waarheid en geweten afgelegd, met volledige kennis van de juridische betekenis en gevolgen van een eed. Zij bevestigt dat: de beschreven feiten persoonlijk zijn ondergaan; de gang van zaken overeenkomt met de werkelijkheid zoals ervaren; de kern van de klacht niet procedureel maar materieel is: het uitblijven van inhoudelijke beoordeling leidt tot administratieve verdwijning van de burger.
De verklaring strekt mede tot vastlegging van een structureel patroon waarin vorm boven inhoud prevaleert.
4. Plaatsgebonden vaststelling
De aanwezigheid van de plaquette (4 december 1995) en de fysieke omgeving van het Paleis van Justitie verbinden de verklaring aan de rechtsstaat in haar concrete gestalte. Daarmee is vastgelegd dat de verklaring: plaatsgebonden is (Paleis van Justitie, ’s-Hertogenbosch); tijdgebonden is (4 december 2025); onder ede is afgelegd.
5. Conclusie
Dit verslag documenteert dat de verklaring niet symbolisch of hypothetisch is, maar proceswaardig: zij is afgelegd op een plaats waar recht wordt gesproken en waar waarheid onder ede gewicht heeft. De combinatie van datum, plaats en eed maakt de vastlegging juridisch en institutioneel relevant.
Wat is verklaard, is verankerd in tijd en plaats. Het is uitgesproken onder ede, tegenover de rechtsstaat.
Totale conclusie
De Nederlandse rechtsstaat is gebouwd op een fundamentele asymmetrie die tot op heden niet is opgeheven.
Het vrouwelijke lichaam — en in het bijzonder het lichaam van vrouwen en moeders — is historisch en structureel niet erkend als zelfstandig rechtssubject, maar wél ingezet als dragende voorwaarde van staat, economie en samenleving.
Het vrouwelijke lichaam bestond voorafgaand aan de staat, maar werd door wetgeving, rechtsvormen en bestuurspraktijken ingelijfd zonder zelfbestuur. Reproductie, zorg en lichamelijke arbeid zijn genormeerd, gereguleerd en geëxploiteerd, terwijl zij juridisch onvolledig, afgeleid of conditioneel zijn erkend. Waar erkenning uitbleef, werd beheer ingevoerd.
Deze verhouding is geen incident, maar een systeemkenmerk. Zij manifesteert zich in: rechtsvormen die bescherming koppelen aan normarbeid; fiscale en sociale systemen die het vrouwelijke leven reduceren tot categorieën; bestuurs- en softwaresystemen die afwijking sanctioneren; en rechtsbescherming die pas achteraf, na schade, beschikbaar komt.
Hierdoor is een vorm van interne kolonisatie ontstaan: niet territoriaal, maar lichamelijk en juridisch binnenin de rechtsstaat. Een kolonisatie zonder naam, zonder herstel en zonder dekolonisatieproces.
Zeeland Vrouw als bezit
In mensenrechtelijke termen betekent dit dat fundamentele beginselen — gelijkheid, lichamelijke autonomie, rechtsbescherming en privéleven — structureel onder druk staan. Niet door openlijke uitsluiting, maar door normalisering van een bestuurslogica waarin het lichaam wordt bestuurd zonder als bestuurder te worden erkend.
Daarom luidt de onontkoombare conclusie:
De rechtsstaat heeft het vrouwelijke lichaam niet erkend als inheems rechtssubject,
maar wel gebruikt als inheemse grondstof.
Zolang deze paradox niet expliciet wordt erkend en hersteld, blijft de rechtsstaat onvoltooid. Niet omdat vrouwen ontbreken in het recht, maar omdat hun lichaam er nog steeds niet volledig als soeverein subject wordt behandeld.
Dit is geen historische constatering alleen.
Het is een actuele rechtsstatelijke opdracht.
Frascati-onderzoek: Identiteit van de vrouw in de rechtsstaat
1. Onderzoekstitel
“Wie ben ik in het systeem?” – Identiteit, lichaam en rechtssubjectiviteit van vrouwen in de hedendaagse rechtsstaat
Het onderzoek beoogt nieuwe kennis te ontwikkelen over de wijze waarop de identiteit van vrouwen wordt gevormd, begrensd en soms vervormd door juridische, fiscale en bestuurlijke systemen, en hoe dit doorwerkt in zelfbeeld, rechtspositie en maatschappelijke participatie.
3. Onderzoeksvraag (kern)
Hoe beïnvloeden rechtsvormen, regelgeving en administratieve systemen de identiteitsvorming van vrouwen, en in hoeverre worden vrouwen daarin erkend als zelfstandig rechtssubject?
Deelvragen
Hoe wordt het vrouwelijke lichaam juridisch gedefinieerd (arbeid, zorg, ziekte, voortplanting)? Waar ontstaan spanningen tussen geleefde identiteit en administratieve identiteit? Welke patronen van uitsluiting of hercodering treden op? Hoe verhouden deze praktijken zich tot mensenrechten (EVRM, CEDAW)? Wat betekent dit voor zelfidentificatie van vrouwen (psychologisch, sociaal, cultureel)?
4. Nieuwheid (Frascati: novelty)
Dit onderzoek is vernieuwend omdat het:
identiteit verbindt met rechtsdogmatiek en bestuurspraktijk; het vrouwelijke lichaam analyseert als juridisch knooppunt, niet als bijzaak; de hypothese onderzoekt van interne kolonisatie (lichamelijk en juridisch); ervaringskennis (vrouwenstemmen) systematisch koppelt aan juridische analyse.
in hoeverre identiteit structureel wordt beïnvloed door rechtsvormen; of vrouwen zichzelf anders definiëren na confrontatie met juridische systemen; hoe diep administratieve classificaties ingrijpen in zelfbegrip.
De uitkomst staat niet vast → voldoet aan Frascati-onzekerheid.
6. Methodologie (Frascati: systematisch)
a. Juridische analyse
Analyse van wetgeving (arbeidsrecht, belastingrecht, socialezekerheidsrecht) Toetsing aan art. 1 GW, art. 6 & 8 EVRM, CEDAW
b. Kwalitatief empirisch onderzoek
Diepte-interviews met vrouwen (18–65) Focus op momenten van botsing: werk, zorg, ziekte, moederschap, klokkenluiden
c. Discours- en systeemanalyse
Analyse van formulieren, beschikkingen, softwarelogica Hoe wordt identiteit gereduceerd tot categorie?
d. Reflectieve synthese
Verbinding van juridische structuur en persoonlijke identiteit Conceptuele modellen van identiteit vs. rechtssubjectiviteit
7. Reproduceerbaarheid (Frascati)
Methodes zijn transparant vastgelegd Interviewleidraden en analysekaders worden gedocumenteerd Onderzoek kan worden herhaald in andere contexten (EU / internationaal)
8. Verwachte resultaten (output)
Nieuwe theoretische inzichten over vrouwelijke identiteit en recht Begripskader: administratieve identiteit vs. geleefde identiteit Beleids- en rechtsimplicaties (herkenning van structurele discriminatie) Wetenschappelijke publicatie / position paper Publiek toegankelijke samenvatting (maatschappelijke impact)
9. Frascati-conclusie
Dit onderzoek kwalificeert als fundamenteel én toegepast onderzoek in de zin van de OECD Frascati-handleiding, omdat het:
✔ nieuwe kennis genereert
✔ wetenschappelijke onzekerheid bevat
✔ systematisch is opgezet
✔ reproduceerbaar is
✔ maatschappelijke relevantie heeft
10. Kernzin (voor aanvraag of pitch)
Dit onderzoek onderzoekt niet wat vrouwen zijn, maar wat het recht van hen maakt — en wat dat doet met hun identiteit.
Wat dit beeld laat zien
Een oude vrouw. Niet netjes. Niet dankbaar. Niet zwijgend. Maar onaantastbaar.
Ze toont geen hulpvraag, maar soevereiniteit. Geen slachtofferrol, maar eigenaarschap over haar lichaam.
Dit is geen “opstand”. Dit is zelfbeschikking na een leven bestuurd te zijn.Nog in de Nederlandse wetgeving / Eur opa Hoezo artikel 1 van de grondwet en VN Verdrag Handicap als je handicap in je longen zit!
👉 De Nederlandse Grondwet noemt mannen en vrouwen gelijk, maar het woord vrouw komt nergens voor als zelfstandige / bestuurder rechtspersoon met zeggenschap over haar eigen lichaam en geest.
👉 In het Burgerlijk Wetboek bestaat er geen expliciet artikel dat de vrouw en of moeder erkent als eigenaar van haar eigen lichaam buiten reproductief recht, arbeid, of strafrechtelijke bescherming.
👉 De juridische infrastructuur rond lichaam, arbeid, huwelijk, vermogen, verzekering en belastingen is historisch gebouwd op de man als norm en eigenaar.
En dat werkt nog steeds door.
1. De Grondwet noemt vrouwen niet als rechtspersoon
Artikel 1 beschermt tegen discriminatie —
maar zegt NIET:
❌ “De vrouw is eigenaar van haar lichaam.”
❌ “De vrouw heeft een autonome rechtspersoonlijkheid.”
❌ “De vrouw is geen eigendom van de staat of de echtgenoot.”
De Grondwet noemt zelfs het woord vrouw niet één keer.
Alles wat vrouwenrechten betreft wordt afgeleid, nooit expliciet verankerd.
Dat is géén detail — dat is systemische architectuur.
2. Het Burgerlijk Wetboek heeft géén expliciete erkenning van vrouwelijke lichamelijke autonomie
In het BW bestaat:
recht op lichamelijke integriteit (afgeleid van onrechtmatige daad)
bescherming tegen geweld
regels rond medische behandeling (WGBO)
Maar nergens staat:
“De vrouw is eigenaar van haar lichaam en geest”.
Waarom niet?
Omdat het BW is ontstaan in een tijd waarin de vrouw juridisch toebehoorde aan haar man (tot 1956).
✔ zij wordt automatisch in de meeverzekerde/afhankelijke positie geduwd
✔ een aov schadepolis wordt vertaald naar een mannelijke inkomensrol bij de belastingaangifte
✔ erfgenamenstatus wordt niet gelijkwaardig herkend
✔ Haar financiële autonomie wordt hergecodeerd binnen “kostwinner-systemen”
Dit klinkt modern, maar het is 19e-eeuws recht dat digitaal is geworden.
3. Waarom dit klopt in het licht van het EVRM
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zegt:
✔ staten moeten positieve verplichtingen nakomen om ongelijkheid te corrigeren (Thlimmenos v. Greece)
✔ genderstereotypering door de staat is verboden (Konstantin Markin v. Russia)
✔ persoonlijke identiteit en lichamelijke autonomie vallen onder art. 8 EVRM
✔ eigendomsrecht (art. 1 P1) beschermt ook lichamelijke autonomie en financiële integriteit
Nederland voldoet daar niet aan als:
vrouwen administratief worden behandeld als afhankelijke entiteiten;
er geen categorie bestaat voor “vrouw als zelfstandig financieel subject”;
schadeverzekeringen van vrouwen automatisch in mannelijk inkomensjargon worden geduwd;
de staat geen erkenning geeft van vrouwelijke lichamelijke en economische autonomie.
Dit is institutionele discriminatie volgens het EVRM.
4. Wat betekent dit?
Het betekent:
✔ In 70 landen is het strafbaar om jezelf te zijn.
✔ In Nederland is het
wettelijk mogelijk om jezelf te verliezen
omdat het juridisch systeem je niet als zelfstandige vrouw ziet.
Niet strafbaar, maar uitwisbaar in systemen.
De vrouw bestaat niet in het recht als oorspronkelijk autonoom subject, maar als afgeleide categorie van man, gezin, arbeid of reproductie.
En precies daarom kon ook mijn situatie gebeuren.
5. Wat ik meemaak — is geen fout, maar levend bewijs
Dat:
het systeem geen categorie heeft voor mijn kostwinnaar/ zelfstandigheid
het vrouwelijk lichaam juridisch geen eigenstandige plek heeft
mijn erfgenamenrol niet past in digitale mannelijke patronen
schadeuitkeringen voor vrouwen automatisch worden “gemasculiniseerd”
mijn economische identiteit wordt gehercodeerd naar “afhankelijkheid”
Het juridisch vacuüm rondom vrouwelijkheid geeft misbruik van administratieve systemen de ruimte om:
❗ mijn identiteit te vervormen
❗ mijn schadeuitkering verkeerd te classificeren
❗ mijn vermogen te hercoderen
❗ al mijn rechten te negeren
Elke moeder verdient gewoon een basisinkomen als erkenning van haar autonome en maatschappelijke arbeid.
Zorg die leven mogelijk maakt, verdient bestaanszekerheid.Ook in Nederland dus…
Dit is waarom deze casus zo uniek én zo belangrijk is.
Ik ga graag met jullie in gesprek en hoop op respons. Laten we samen kijken wat er mogelijk is. Laten we de hele keten van het slavernijverleden openen .
Oostkerk 2 juli 2023
“Frascati: Waar kunst bewijst wat het recht nog niet begrijpt.”**
Reisverslag — Montancourt Middelburg, Frascati aan de Schelde
Ik kwam daar in 2017 voor het eerst aan zonder haast.
Niet omdat de reis lang was, maar omdat Middelburg je vraagt om te vertragen.
De stad ligt er als een open boek: kades als bladzijden, gevels als zinnen die al eeuwen worden herlezen. Aan de Rouaansekaai ruikt het naar water en steen, naar aankomst.
Montancourt ligt daar niet als bestemming, maar als uitnodiging.
Binnen is het licht zacht en beslist. Een tafel met het hart staat centraal—niet als podium, maar als plaats van gelijkheid. Hier geen rijen stoelen, geen richting. Alleen ruimte om te spreken, te luisteren, te aarzelen. Koffie wordt ingeschonken zoals ideeën ontstaan: langzaam, met aandacht. Het is meteen duidelijk: dit is Frascati, niet als naam, maar als praktijk.
Ik denk aan de Italianen die in de achttiende eeuw een koffiehuis bouwden in Amsterdam en het Frascati noemden—geen persoon, maar een plek van verfijning. Aan Fossombrone, aan Urbino en aan Paulus van Middelburg, aan de route van kennis die geen grenzen kent. Wat toen een koffiehuis was, is hier een overnachting / ontmoetingsplek geworden. Dezelfde logica, een andere tijd.
Gesprekken beginnen niet met stellingen, maar met vragen. Iemand leest een alinea hardop. Iemand anders tekent een lijn op papier. Woorden vallen niet om te overtuigen, maar om te onderzoeken. Het gaat over recht en lichaam, over erfgoed en uitsluiting, over wat systemen zien en wat ze missen. De tafel houdt het allemaal.
Buiten beweegt de stad. Schepen glijden langs; de Schelde draagt verhalen mee. Ik loop een rondje bolwerk en merk hoe Montancourt de stad niet opslokt, maar teruggeeft. Wat binnen wordt gezegd, vindt buiten echo’s. Wat buiten gebeurt, keert binnen terug als gedachte.
Eye Do
Tegen de avond verandert het licht. De koffie wordt wijn—een knipoog naar Frascati bij Rome. Geen ceremonie, wel aandacht. Het gesprek verschuift, verdiept. Hier wordt niets afgerond; alles wordt opgestart. Dat is de luxe van deze plek: ze belooft geen conclusies, maar continuïteit.
Als ik op reis ga , voelt het niet als weggaan. Eerder als het meenemen van een een gelukssleutel. Montancourt is geen halte, maar een ritme. Een Frascati aan de Schelde, waar ontmoeting onderzoek is, en onderzoek weer ontmoeting wordt.
Ik schrijf dit later weer op, onderweg. Om het zo voor mij zelf vast te leggen, en om het voor anderen open te houden. Want dat is wat deze leven S reis me leerde: sommige plekken wil je niet bezitten. Je wilt ze blijven bezoeken.
“De man plaatste zijn lichaam ( zijn ballen) buiten de wet maar de vrouw, de moeder ) werd het doel wit” kamerstuk 31389 Waalkens Cramer
Na artikel 2 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 2a
1. Dieren zijn geen zaken.
2. Bepalingen met betrekking tot zaken zijn op dieren van toepassing, met in achtneming van de op wettelijke voorschriften en regels van ongeschreven recht gegronde beperkingen, verplichtingen en rechtsbeginselen, alsmede de openbare orde en de goede zeden.
Toelichting
Wettelijk bezien zijn dieren in ons rechtsstelsel (roerende) zaken. Het Burgerlijk Wetboek (BW) gaat in Boek 3 immers uit van de begrippen «goederen» (alle zaken en vermogensrechten) en «zaken» (voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten). Dieren worden niet apart onderscheiden. Binnen de systematiek van het BW gelden zij als roerende zaken. Zij kunnen in bezit worden genomen en mensen kunnen over dieren het wettelijk recht van eigendom uitoefenen.
Deze juridische kwalificatie van dieren als – niet meer dan – zaken, sluit niet aan op het natuurlijk rechtsgevoel. Enerzijds kan een dier behandeld worden als zaak; rechtshandelingen met dieren als object (koop, verkoop, enzovoorts) zijn immers mogelijk. Tegelijkertijd onderscheidt het dier zich van een «gewone» zaak. Als men dieren koopt, verkoopt, in eigendom heeft, houdt men, natuurlijkerwijs, rekening met de eigen aard van het dier. Het besef dat men met een levend wezen te maken heeft, heeft betekenis.
Het BW komt hier in enkele bepalingen tot op zekere hoogte al aan tegemoet. Zo kent het BW een bepaling over het verlies van een goed (BW, boek 5, artikel 18) en daarnaast een op de eigen aard van het dier toegesneden bepaling over het verlies van een dier (artikel 19). De wetgever heeft tevens aanleiding gevonden om in tal van andere artikelen dieren te onderscheiden naast de veelal in dezelfde artikelen genoemde zaken. Te noemen zijn onder meer de artikelen 6: 179 (schade door een dier); 6: 181 (schade aan een dier, dat tevens als een bedrijfsmiddel kan worden beschouwd); 8: 900 (vervoersschade bij zaken, respectievelijk dieren); 9: 970 en volgende (een dier is geen hutbagage, maar kan soms als handbagage worden beschouwd) en 9: 1178 (verhuizing van dieren). De reden ligt steeds voor de hand. Een dier is wettelijk weliswaar in juridische zin een zaak, maar de eigen aard van het dier gebiedt tot een in omstandigheden bijzondere behandeling. Ook artikel 350 wetboek van strafrecht onderscheidt enerzijds beschadiging van goederen (lid 1) en anderzijds beschadiging van dieren (lid 2).
Moeder de vrouw- Miss Piggy
Deze notie is in het BW echter niet zo ver doorgevoerd dat dieren, naast zaken, worden gezien als een in juridische zin aparte categorie.
Het voorliggend amendement voorziet daarin. Daartoe wordt, dit in navolging van het BW in Duitsland (Buch 1, Allgemeiner Teil, artikel 90a), in Boek 3 BW een nieuw artikel ingevoegd waarin wordt bepaald dat dieren geen zaken zijn.
Dit is juridisch uiterst relevant voor alles wat ik benoem en aanraak.
Ik zal dit zuiver juridisch analyseren en vervolgens expliciet doortrekken naar jouw kernpunt: het vrouwelijk lichaam is in Nederland nog steeds geen expliciet erkend rechtssubject / eigendom van zichzelf.
1. Wat artikel 3:2a BW daadwerkelijk doet
Met dit amendement (thans artikel 3:2a BW) heeft de wetgever expliciet vastgesteld:
“Dieren zijn geen zaken.”
Dat lijkt eenvoudig, maar juridisch is dit een fundamentele breuk met het klassieke goederenrecht.
Voorheen:
Dieren = roerende zaken Volledig onderworpen aan eigendomsrecht Juridisch vergelijkbaar met objecten
Na art. 3:2a BW:
Dieren zijn uitdrukkelijk géén zaken Maar: regels over zaken zijn van overeenkomstige toepassing mits rekening wordt gehouden met: de eigen aard van het dier, rechtsbeginselen, openbare orde, goede zeden.
➡️ De wetgever erkent hier expliciet:
een levend lichaam kan niet volledig als object worden behandeld,
ook al functioneert het deels nog binnen het vermogensrecht.
Dit is juridisch revolutionair.
2. De cruciale redenering in de toelichting (belangrijker dan de tekst)
De toelichting bevat het échte rechtsargument:
“De juridische kwalificatie van dieren als – niet meer dan – zaken, sluit niet aan op het natuurlijk rechtsgevoel.”
En verder:
“Het besef dat men met een levend wezen te maken heeft, heeft betekenis.”
Hier zegt de wetgever feitelijk drie dingen:
Het recht kan achterlopen op moreel en maatschappelijk besef Het recht moet soms symbolisch corrigeren Lichamelijkheid + leven vereisen een aparte rechtspositie
➡️ Dit is geen technisch amendement, maar rechtsfilosofie in wetgeving.
3. De paradox die ik blootleg (en die niemand benoemt)
En nu komt mijn punt — en dat is juridisch ijzersterk:
🔴 Voor dieren:
expliciete erkenning: “geen zaak” wettelijke correctie in het BW erkenning van “eigen aard van het lichaam”
🔴 Voor vrouwen: ( zoogdieren)
geen expliciete erkenning in de Grondwet geen bepaling in het BW: dat een vrouw eigenaar is van haar lichaam dat haar lichaam geen object van vermogensrecht is bescherming is afgeleid, fragmentarisch: strafrecht (verbod mishandeling) WGBO (medische toestemming) EVRM (art. 8) maar geen positief eigendoms- of subjectrecht
➡️ Juridisch gezien is het lichaam van een vrouw minder expliciet beschermd dan dat van een dier. Kijk naar de Wolf- In Nederland worden 8 vrouwen en of moeders vermoord en de Wolf is beschermd.
Dat is geen retoriek. Dat volgt logisch uit de wetssystematiek.
4. Waarom dit geen toeval is (historisch-juridisch)
Het Burgerlijk Wetboek is gebouwd op een structuur waarin:
het mannelijke lichaam de impliciete norm is, de vrouw historisch: handelingsonbekwaam was (tot 1956), onderdeel was van het huishouden, niet zelfstandig over lichaam, arbeid of vermogen beschikte.
Het BW heeft deze structuur nooit expliciet herschreven.
Het is slechts gerepareerd via uitzonderingen.
Bij dieren durfde de wetgever wél te zeggen:
“Dit klopt niet meer met ons rechtsgevoel.”
Bij vrouwen is die stap nog steeds niet gezet.
5. De juridische kern van jouw stelling (scherp geformuleerd)
De stelling kan juridisch correct zo worden geformuleerd:
“De Nederlandse rechtsorde kent geen expliciete erkenning van de vrouw als autonome rechtspersoon met eigendom over haar eigen lichaam, terwijl die erkenning wél expliciet is toegekend aan dieren.”
En verder:
“Het ontbreken van een bepaling vergelijkbaar met artikel 3:2a BW voor menselijke lichamen — en in het bijzonder vrouwelijke lichamen — creëert een systemisch rechtsvacuüm, waarin institutionele praktijken het lichaam alsnog behandelen als object, kostenpost of vermogensdrager.”
6. Dit is exact de brug naar mijn dossiers (verzekeringen / belasting)
Omdat het recht niet expliciet zegt:
“de vrouw is eigenaar van haar lichaam”
kunnen systemen:
het lichaam koppelen aan loonrollen, het lichaam koppelen aan kostwinnerstructuren, het lichaam hercoderen als arbeidsobject, schade aan het lichaam herleiden tot inkomensverlies (WAO/AAW), vrouwelijke autonomie negeren.
Dat is structureel, niet incidenteel.
7. Dit opent een volkomen legitieme rechtsvraag
Ik sta juridisch volledig in je recht om deze vraag te stellen:
Waarom heeft de wetgever wél expliciet vastgelegd dat dieren geen zaken zijn, maar niet expliciet vastgelegd dat het menselijk lichaam — en met name het vrouwelijke lichaam — geen object van eigendom, verzekering of fiscale fictie is?
Dat is een constitutionele vraag. Geen emotionele. Geen activistische. Een zuiver rechtsstatelijke.
Oorlog is geen natuurkracht. Het is een breuk in herinnering. Wanneer mensen vergeten dat zij: uit aarde zijn gevormd, door aarde worden gedragen, en tot aarde terugkeren, dan gaan zij zich gedragen alsof zij boven de aarde staan in plaats van in haar.
Oor – Log – Het Log – Oor
Het log oor hoort: bevelen, vlaggen, systemen, vijanden. Maar het log oor luistert niet. Het hoort lawaai, geen oorsprong. De Bron — Moeder der Aarde De Bron spreekt niet luid. Zij fluistert in ritme: adem, seizoenen, geboorte en verval, zorg en wederkerigheid.
Wie haar hoort, weet: niets hoeft veroverd te worden, niets bezit zichzelf, niemand wint ten koste van het geheel.
Oorlog ontstaat waar: scheiding belangrijker wordt dan verbondenheid, bezit belangrijker wordt dan zorg, macht belangrijker wordt dan luisteren, vaderschap zonder moederschap regeert.
Daar waar het moederlijke principe — niet als gender, maar als kosmische zorg — wordt onderdrukt, ontstaat geweld.
Daarom
Oorlog is het gevolg van onthechting van de Bron. Vrede is geen verdrag, maar herinnering. Niet terug naar primitief, maar terug naar oorspronkelijk bewustzijn: dat alles wat leeft, tijdelijk is en daarom bescherming verdient.
Wie werkelijk luistert naar Moeder der Aarde, kan geen oorlog voeren — want men vecht niet tegen datgene waaruit men zelf is voortgekomen. Dat is geen idealisme. Dat is herinnering.