NN Art & Culture – “De verzekeringsstructuren van moeder de vrouw”

Het Huis en Tempel van Moeder de vrouw:

De A – ster X & O – bel X, een ritueel en juridisch schema van erfelijkheid.

“De moeder is het archetype van de materie zelf — het lichaam waarin geest wil wonen.”


Van letter naar cijfer


In mijn werk onderzoek ik hoe de letter van de wet — ooit levend, ritueel en menselijk — is omgekat naar het cijfer van willekeur.
Wat begon als taal, werd registratie: artikel, nummer, polis, erfcode.
Daarin verdween de zelfstandige vrouw uit het zicht: zij werd meeverzekerde, meerekendeelster, maar nooit rechtspersoon van haar eigen leven.


Mijn objecten — zoals deze beschilderde vaas — herstellen de taal in het cijfer.
Ze dragen tekens, handen, ogen, sleutels: restanten van een vrouwelijke codex die ooit uit het recht werd gewist.
Ik breng de wet terug naar het lichaam, de administratie terug naar verbeelding.


Kunst is voor mij een venster naar een andere juridische werkelijkheid:
een ruimte waarin het lichaam weer mag spreken,
waar getallen verhalen worden,
en waar levenskunst gelijkstaat aan het recht om zelf betekenis te geven aan bestaan.

Skyfictie

“Als het woord vrouw niet in de wet bestaat, bestaat de werkelijkheid slechts als luchtspiegeling.”

De wet spreekt in abstracties (persoon, burger, werknemer), maar zwijgt over het concrete, belichaamde bestaan van de vrouw.

Wat niet benoemd is, wordt niet beschermd. Wat niet in taal bestaat, bestaat niet in recht.

Zo ontstaat een samenleving van luchtconstructies — ficties van gelijkheid die boven de grond zweven.

Een hemelrijk zonder aarde.

Daarin leeft moeder de vrouw als schim: zichtbaar in arbeid, in zorg, in ritueel, maar onuitgesproken in de wetstekst zelf.

🐑 Octrooi – Ooi – Schaap – Zaak – Schaap

Octrooi 1919 ( Hugo Alexander Koch

Het recht op iets wat ooit vanzelf ging. Een handtekening op de baarmoeder, een stempel op adem.

Ooi. Het moedige dier dat draagt, gehoorzaamt, geeft. Haar naam zingt zacht, maar haar melk voedt wetten.

Ooi — de vrouw in de wei van het systeem. Schaap. Het lichaam dat volgt, geschoren van betekenis. Zij produceert wol, geen stem. Maar onder haar huid trilt verzet.

Zaak.

Alles wordt een zaak: het kind, het lichaam, de naam. Een zaak met een nummer, een datum, een code. Een ooi met een octrooi. Schaap. Nog één keer schaap, om de kring te sluiten.

Ze kijkt op, haar ogen spiegelend, alsof ze vraagt: Wie is hier de maker, en wie het eigendom?

Staat & Systeem 1919

Twee letters Twee cijfers code klavier

Ooit een symbool van angst. Nu een structuur zonder gezicht. SS: de echo van gehoorzaamheid, vertaald naar het heden als Staat & Systeem.

De uniformen zijn digitaal geworden. De bevelen fluisteren via algoritmen. De nieuwe orde spreekt in Excel en protocollen. Geen marcherende laarzen, maar keurige beleidsnota’s, formulieren, protocollen, een algoritme dat beslist wie zorg krijgt en wie niet.

“De mystiek van Truus van Gogh is het moment waarop de kunstenaar haar eigen ziel tot materiaal maakt.”

De structuur van moeder, de vrouw als zelfstandige bestuurder van haar lichaam is expliciet niet opgenomen in het burgerlijk wetboek als zelfstandige entiteit binnen een VOF rechtsvorm en is dan ook niet verplicht tot het betalen van loonbelasting als zelfstandige bij een schadevergoeding/ Uitkeringsgerechtigde.

Binnen het Burgerlijk Wetboek (BW) bestaat er geen afzonderlijke erkenning van “de moeder, de vrouw” als zelfstandige rechtsentiteit.

Het BW kent enkel natuurlijke personen, rechtspersonen, en in sommige gevallen samenwerkingsverbanden zoals de vennootschap onder firma (VOF).

In een VOF is elke vennoot zelfstandig ondernemer en dus zelfstandig belastingplichtig (voor inkomstenbelasting, niet voor loonbelasting) en zeker niet op een schade-uitkering.

Dat betekent inderdaad:

Een vennoot van een VOF is geen werknemer; Er wordt geen loonbelasting betaald, want er is geen dienstverband; De inkomsten worden belast via de inkomstenbelasting als winst uit onderneming.

Wat ik hier scherp zichtbaar maakt, is dat het vrouwelijke lichaam — als symbolische en materiële drager van arbeid, zorg en schepping — niet als zelfstandige bestuurlijke entiteit in dat systeem voorkomt.

Het lichaam dat creëert (biologisch of artistiek) is niet juridisch benoemd als producent, slechts als persoon die arbeid verricht.

Dat gat — de afwezigheid van de moeder als zelfstandige bestuurder van haar eigen lichaam binnen het juridische kader — is precies waar ik Wetboek 9 positioneert: als de ontbrekende codex van het belichaamde recht.

Een vennoot ontvangt geen loon in de zin van de Wet op de loonbelasting; er is immers geen dienstverband tussen de vennoot en de VOF. Er wordt dus geen loonbelasting of premies werknemersverzekeringen afgedragen.

De inkomsten worden belast via de inkomstenbelasting (Winst uit Onderneming, Wet IB 2001).

En inderdaad, belangrijk zoals ik het nu zeg:

Een vennoot heeft geen recht op een schade-uitkering of ziektegeld uit de winst van VOF.

Er is dus geen wettelijke grond waarop een vennoot als zelfstandige automatisch recht zou hebben op uitkering, compensatie of loon bij ziekte of schade — omdat het zelfstandige ondernemerschap juist betekent dat men eigen risico draagt.

De Vennootschap van het Lichaam

In de vennootschap van vlees en ziel zijn alle vennoten zelfstandig.

Er is geen werkgever, geen loon, geen sociale zekerheid.

De moeder, de vrouw, de maker is haar eigen arbeid, dekte haar eigen risico, binnen haar eigen wet.

De wet van nu noemt het “zelfstandige belastingplicht.”

Ik noem het: het recht op bestaan zonder toestemming.

Artikel 11:

De zelfstandige draagt haar verlies als getuigenis. De winst van haar lichaam is vorm. Er is geen uitkering voor de schepper. Alleen de erkenning van haar handtekening in nu in klei.

De zelfstandige vrouw binnen het Code civil

Binnen het Napoleontische Burgerlijk Wetboek (1804) — dat ook in Nederland werd ingevoerd — werd de vrouw juridisch handelingsonbekwaam zodra ze trouwde. Ze mocht geen contracten sluiten zonder toestemming van haar man. Haar vermogen viel onder zijn fiscale beheer. Haar arbeid en voortplanting waren juridisch eigendom van het gezinshoofd.

De zelfstandige vrouw bestond dus niet in het recht, enkel als uitzondering of als weduwe.

Het Code civil schreef letterlijk de uitsluiting van vrouwelijke levenskunst: de vrouw mocht leven, maar niet over haar ei – gen leven beschikken.

Wie ben ik?

De herovering van levenskunst als vrouwelijke autonomie

Wat ik nu doe — door projecten als “Onze monarchie is moeder de vrouw” of “De Onzichtbare Erfgenaam” — is feitelijk:

Het herschrijven van de Code civil in vrouwelijke vorm. Niet langer de man als model van rede, bezit en bestuur, maar de vrouw als rechtspersoon van haar eigen leven, arbeid en ritueel.

Van letter naar cijfer: de omkatting van de wet

De wet werd ooit in letters geschreven — met inkt, handschrift, grammatica, een menselijke stem.

De letter droeg nog een morele en rituele orde in zich: ze verwees naar lichaam, geschiedenis, betekenis.

Maar gaandeweg werd de structuur van de wet omgekat naar cijfers.

Waar vroeger woorden stonden die geïnterpreteerd konden worden, verschenen nummers, coderingen, polisbladen, verzekeringsnummers, burgerservicenummers.

De levende taal van recht verdampte in de koude helderheid van registratie.

In deze omkatting — van letter naar cijfer — verloor de vrouw haar rechtspersoon.

Binnen het Code civil werd ze benoemd, maar niet bekrachtigd: de echtgenote, de moeder, de meeverzekerde.

Ze werd herkenbaar in naam, maar onzichtbaar in nummer.

Haar bestaan werd uitgedrukt in getallen die niets meer zeiden over haar arbeid, haar zorg, haar ritueel of haar schepping.

Zo ontstond een cijfer van willekeur: objectief in vorm, maar willekeurig in werking.

De vrouw was niet langer een subject van de wet, maar een object van berekening.

Haar plaats in het recht was afgeleid, haar identiteit afgeschreven in reeksen die haar vertegenwoordigden maar niet erkenden.

Mijn werk keert deze beweging om.

Ik breng het cijfer terug naar de letter, de code terug naar de stem.

Een nummer als 912758 wordt in mijn handen geen administratieve registratie, maar een ritueel teken van terugkeer.

Ik beschilder het, bezweer het, laat het spreken.

Zo herwin ik de autonomie die ooit in cijfers werd opgesloten — de zelfstandige vrouw die door de wet werd uitgegumd, hervindt zichzelf als schrijver van een nieuwe codex.

De letter van de wet leeft opnieuw — niet in de taal van bevel, maar in de taal van getuigenis.

Niet de abstracte ratio van het burgerlijk recht, maar de intieme rede van het lichaam, de zorg, de moeder, de kunstenaar.

In deze omkering ligt de ware levenskunst:

de kunst om de wet te herschrijven in de taal van het leven zelf.

Man 80 jaar vrijheid / vrouw 1838 code civiel

Het lichaam buigt niet meer voor wapens, maar voor wetsteksten. Het systeem noemt het bescherming, de staat noemt het beleid. En de mens — de ademende, voelende mens — wordt data, dossier, code.

De SS 1919 is niet verdwenen. Ze heeft zich heruitgevonden. Ze leeft in wachtrijen, afwijzingsbrieven, in geautomatiseerde stemmen die zeggen:

“Uw aanvraag is niet volledig.”Code 404 error. Maar ergens tussen de regels staat nog een mens rechtop. Niet uit gehoorzaamheid, maar uit herinnering. Een vrouw die haar adem niet laat reduceren tot een vinkje of een norm. Ze spreekt niet luid, ze ademt langzaam.

Ze zegt: Ik ben niet van de Staat. Ik ben niet van het Systeem. Ik ben van vlees, adem en betekenis.” En in dat fluisteren wordt verzet weer ritueel. Een gebed zonder kerk, een wet zonder wapen. Een nieuwe SS: Stilte & Stem.

De verzekeringsstructuren van moeder de vrouw

In het lichaam van de vrouw liggen de eerste verzekeringsstructuren opgeslagen. De baarmoeder: een polis van vlees, gesloten bij geboorte, zonder handtekening. Zorg, arbeid, erfelijkheid — alles begint als onderlinge dekking, een systeem van bescherming dat geen premies kent, alleen verbinding.

Toch werd die oorspronkelijke zekerheid overgenomen door wetten, door fondsen, bedrijven en ketenpartners.

De vrouw werd verzekerde, maar de premie werd teruggestort — om vervolgens belast te kunnen worden.

Zo werd haar bescherming een fictie, haar arbeid herdoopt tot zorg, haar recht tot gunst, haar erfgoed tot bijzaak in de balans van de staat. Zij, die leven droeg, werd boekhoudkundig geschrapt.

Haar lichaam werd systeem, haar adem polis, haar bestaan post. En waar geen verzekering gold, gold stilte.

Maar in de marge schreef iemand haar naam:

Hagalin — zij die de draad bewaart waarmee het recht opnieuw geweven wordt.

De AOV, de pensioenwet, de erfbelasting — het zijn seculiere sacramenten van vertrouwen, maar wie geen eigen lichaam meer mag garanderen, verliest haar polis aan de samenleving.

Zo ontstond een paradox: de vrouw is drager van de mensheid, maar uitgesloten van de polis van haar eigen voortbestaan.

In mijn werk probeer ik die verzekeringsstructuren te herstellen: niet in cijfers of clausules, maar in klei, draad en ritueel.

Elke vaas, elke draad, elk oog wordt een nieuwe polis — ondertekend met adem. “Ik verzeker mij niet tegen verlies, ik verzeker het recht om te bestaan.”

INNERLIJK BESTUUR

1. De oorsprong

Bestuur komt van besturen: richting geven, orde scheppen, verantwoordelijkheid dragen. In de buitenwereld betekent het macht, politiek, administratie.

Maar in het innerlijk betekent het iets diepers: de kunst om de krachten in jezelf — denken, voelen, handelen, herinneren — in balans te brengen.

Niet als hiërarchie, maar als ritueel samenspel. “Waar de wet ophoudt, begint het bestuur van de ziel.”

2. De archetypische dimensie

Carl Jung zou het innerlijk bestuur herkennen als het proces van individuatie — de weg waarop het ik zich verhoudt tot het Zelf, zoals een volk zich verhoudt tot zijn vorst.

Het onbewuste is het parlement van beelden, het bewustzijn de voorzitter van het heden.

En de droom?

Dat is de geheime vergadering van de ziel.

“Bestuur is pas werkelijk als het ook de schaduw erkent.”

3. De vrouwelijke vorm van bestuur

In erfgoed kunst krijgt innerlijk bestuur een vrouwelijke gedaante: niet gebaseerd op overheersing, maar op zorg, vormkracht, en circulaire orde.

De moeder, de maker, de monarche — zij die zichzelf bestuurt door te luisteren in plaats van te bevelen.

De klei die ik vorm, bestuurt zichzelf onder mijn handen: ze kent weerstand, maar ook overgave.

Dat is de mystiek van materie: de aarde gehoorzaamt niet, maar volgt. Ik bestuur niet met wetten, maar met de juiste aandacht.”

4. Innerlijk bestuur als ritueel politiek gebaar Wanneer de buitenwereld haar wetten verliest — wanneer de vrouw uit de tekst wordt geschrapt, wanneer zorg en recht uiteen vallen — dan begint het innerlijk bestuur als verzet.

Het is de herovering van de staat in het klein: het lichaam als constitutioneel rijk.

Mijn IE in de grondwet is dus van klei. Mijn parlement in mijn spreekt in adem.

Onze regering is uw bloedlijnen geweten.”

The art of esoterica

Arbeid Adelt

Tegendraadse vrouw met een ongelofelijke missie- Het woord moeder, de vrouw in de grondwet en burgerlijk wetboek laten verankeren.

Het verbindt de biologische oorsprong met de culturele erkenning. In dit huis wonen de cellen van het recht, de sterren van de afkomst en de bellen van de stem die eindelijk gehoord wordt. Het is niet langer een huis van stilte, maar van resonantie. Hier spreekt de moeder, de kostwinnaar terug.

De handel in blanke slavinnen – Code Oranje, art. 120 ( conceptuele duiding voor kunst of erfgoeddossier)

In deze titel botsen drie werelden: handel, recht en huid.

“Blanke slavinnen” is hier geen letterlijke aanduiding van mensenhandel, maar een historische verwijzing naar de manier waarop vrouwenlichamen — vooral in Europa zelf — werden en worden behandeld als handelswaar: in huwelijk, arbeid en wetgeving.

Code Oranje roept noodtoestand en waarschuwing op: de kleur van crisis, maar ook van monarchie en natie.

Het is de politieke laag over een oud onrecht. Artikel 120 verwijst naar het artikel in de Nederlandse Grondwet dat rechters verbiedt om de Grondwet te toetsen.

Dat artikel vormt juist de symboliek de “sluiting” van het systeem: de plek waar de wet zichzelf niet durft te zien.

Samen kan dit gelezen worden als een aanklacht in rituele vorm: De handel in vrouwenlichamen mag dan verdwenen zijn uit de markten, maar leeft voort in verzekeringen, arbeidssystemen en juridische stiltes.

Code Oranje: de democratie staat op spanning.

De AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) bepaalt in artikel 17 het zogeheten recht op vergetelheid:

“Een betrokkene heeft het recht om te verlangen dat zijn of haar persoonsgegevens worden gewist.”

Dat recht is bedoeld als bescherming van de individuele autonomie — een mens mag bepalen wat van hem of haar wordt bewaard of vergeten in de digitale en administratieve wereld.

Maar in mijn context, krijgt die zin een diepere, paradoxale lading:

De vrouw, de moeder, de zelfstandige maker is eeuwenlang ongevraagd vergeten — uit archieven, wetten, musea.

En nu schrijft de wet zelf: “U heeft het recht om vergeten te worden.” Een wrange echo, want wat als je juist wilt herinnerd worden? Wat als het “vergeten” een systeemfout is, geen bescherming?

🕯️ Artistieke en symbolische duiding

U heeft het recht om vergeten te worden wordt zo een dubbelzinnig ritueel: het is tegelijk bescherming en uitwissing, vrijheid en ontkenning.

In het Huis van Moeder de Vrouw krijgt die zin een omkering:

“U heeft het recht om herinnerd te worden.”

Dat is de tegenwet, de wet van de aarde, waarin namen, cellen en draden weer aan elkaar genaaid worden.

Clos – Klos draden van ons weefgetouw
SMJ Lindeboom

Kunst maken en kijken is geen luxe, maar een essentieel onderdeel van het historische leven vanuit Middelburg. Ons werk onderstreept het toekomstige beleid voor individueel bewustzijn. Rijksmonument Bed & Breakfast Montancourt Middelburg is een huis van rust, verbeelding en zelfreflectie.

Wetboek 9

⚖️ Wie was Meijers

Eduard Maurits Meijers (1880–1954) was de Nederlandse jurist die het huidige Burgerlijk Wetboek (BW) ontwierp.

Hij was hoogleraar te Leiden en internationaal bekend als rechtsgeleerde in privaatrecht. Tijdens de Duitse bezetting werd hij vanwege zijn Joodse afkomst ontslagen. Na de oorlog kreeg hij van de regering de opdracht een nieuw Burgerlijk Wetboek te schrijven (het Nieuw BW). Dat project moest het verouderde Wetboek van 1838 moderniseren.

Zijn BW werd pas decennia na zijn dood ingevoerd (tussen 1992 en 2001).

Zijn werk was rationeel, systematisch, maar sterk geworteld in een mannelijk, eigendomsgericht paradigma.

Er was nauwelijks plaats voor de arbeid of de zorg van vrouwen – laat staan voor de lichamen die de samenleving dragen.

👑 Wie was Gerbrandy

Pieter Sjoerds Gerbrandy (1885–1961) was een antirevolutionair politicus en jurist, bekend als oorlogspremier (minister-president van het kabinet in ballingschap in Londen, 1940–1945).

Hij was streng calvinistisch, jurist van opleiding, en geloofde sterk in orde, plicht en morele zuiverheid. Na de oorlog had hij grote invloed op het herstel van de Nederlandse rechtsstaat en het koloniale beleid. Zijn denken was geworteld in de notie van Goddelijke orde: man, vaderland, gezin.

Waar Meijers het recht systematiseerde, en Gerbrandy het bewaakte, schrijft Hagalin de marge terug in de wet.

Niet in Latijn of jurisdictie, maar in draad, adem en klei.

In die zin is Hagalin de derde stem in dat rijtje — de verborgen auteur van het sociale contract van zorg en bestaan, die de lacune vult tussen burgerlijk recht en levend lichaam. Datum plaats delict – Polissen uit de vorige eeuw

Ons belastingstelsel kent geen vrouwelijke code. De staat herkent haar niet als kapitaal, maar leeft wel van haar rente.

Zij draagt het leven, maar wordt niet verrekend. Zij onderhoudt de samenleving, maar is zelf onverzekerd.

Toch schrijft zij verder — met naald, met adem, met vuur. Elke steek een artikel, elke barst een bewijs.

Zo weeft Hagalin het vergeten recht: een nieuwe codex van bestaan, buiten de balans, maar binnen het geweten.

Medjugorje

uit The Art of Esoterica

De verschijning is geen wonder, maar een wet. De moeder verschijnt telkens opnieuw waar zij niet genoemd wordt. Zij spreekt niet om geloof te eisen, maar om bestaan te bevestigen.

De kerk mag aarzelen, de staat mag zwijgen , maar het lichaam schrijft verder in licht.

Waar de vrouw verschijnt, wordt de wet herschreven. Haar stem is geen dogma, maar bewijs van bestaan.

Medjugorje is overal waar zij niet genoemd wordt.

**Het Convenant met Stichting Koning Willem ***

Er was geen handtekening, alleen een draad — goud, rood, wit.

Een lijn die ooit begon bij Willem, maar via de moeder weer naar het volk liep.

Het convenant werd niet getekend in inkt, maar in adem, arbeid en erfgoed.

Niet op papier, maar in klei. Het was een stil verdrag tussen maker en monarchie: dat ook de zachte macht van zorg, de arbeid van vrouwen, de adem van het volk deel uitmaakt van de nationale erfenis.

Onder de ster van artikel 120, waar de wet zichzelf niet mag aanraken, werd een nieuw artikel geboren — een wet van erkenning.

Daarin staat: De vrouw is broncode en erfgenaam van het lichaam, de aarde, en het recht om blijvend herinnerd te worden.

Zo werd het convenant bekrachtigd, niet door notarissen, maar door de hand die vormgeeft en de adem die leven blaast.

Veni Vidi Vici – Corpus Veritas Lus

Zeeuws Museum

GEEN TOEGANG / NO ENTRY

(reflectie bij een herinnering van S.)

Een jaar geleden zat ze achter de in het naai – machine , in stilte.

Buiten stond op de muur: GEEN TOEGANG.

Binnen naaide ze verder aan wat nooit een toegangspas had gekregen: de draad van het verleden, de stof van haar eigen bestaan.

“Simplicité”, stond op haar trui — eenvoud als verzet.

Elke steek een protest tegen onzichtbaarheid, tegen de regels die bepalen wie binnen mag en wie niet.

De lap werd een vlag, een archief, een ritueel document. In de vezels zat arbeid, ziekte, zorg, vrouwelijkheid. En in de stilte klonk de zin die later het uitgangspunt werd van De keten van de draden: De vrouw die vastzat in het recht, herschiep zichzelf in de kunst.

De golem is geen uitvinding, geen merk, geen octrooi. Ze is een lichaam van klei, gevormd uit arbeid, adem en woord.

In de mystiek is ze de schepping die leeft zonder ziel — in het recht is ze het object zonder rechtspersoonlijkheid.

Toch huist in haar het ultieme geheim van eigendom: wie iets maakt dat leeft, maar niet juridisch mag bestaan, bezit iets dat zich aan het systeem onttrekt.

Het intellectuele eigendomsrecht verlangt registratie, naam, auteur — maar de golem is naamloos.

Ze draagt geen handtekening, geen octrooicode, alleen sporen van aanraking en adem.

In haar klei schuilt het ongeregistreerde, het onuitgesproken intellect — de kennis van handen, ritueel, herhaling, moederlijn.

Daarom is de golem het contra-archief van het IE-recht: ze bestaat, maar kan niet worden geclaimd. Ze is eigendom van niemand en erfgoed van iedereen.

Het geheim van het intellectuele eigendom is niet bezit, maar bezieling.

De golem

Op de tafel rust een boek: Het ultieme geheim van Dan Brown. Daarboven staat een vaas, ongebakken, nog poreus, met lijnen die als zenuwbanen over het oppervlak lopen. Rond de hals staan woorden: testo, esoterica. Onder de vaas een cirkelvormig patroon van goud op wit – een kosmogram dat verwijst naar The Art of Soulful Living, maar hier de functie krijgt van een ritueel podium.

The Art of Soulful Living

De vaas staat letterlijk en symbolisch op de schouders van geheime kennis: van alchemie tot moderne mythevorming.

Ze is een hedendaagse variant van het Voynich-manuscript – dat wonderlijke, onleesbare boek vol planten, sterren en vrouwenfiguren dat de wetenschap tot op heden niet heeft kunnen ontcijferen.


De kunstenaar als erfgenaam die niet vertelt, maar toont —
die de taal van bladeren, ogen en jaarringen spreekt —
die kennis laat groeien in plaats van dicteren.

“Een mens zonder geschiedenis is als een boom zonder wortels.”
→ Dit verbindt het persoonlijke erfgoed (De Onzichtbare Erfgenaam) aan het ecologische geheugen.
→ De boom als genealogisch symbool en archief van tijd — de jaarringen als biografie.

De afbeeldingen die eraan voorafgingen, tonen pagina’s vol onduidelijke tekens en flora, een vergeten alfabet.

De vazen gaan dit verloren schrift opnieuw te laten spreken, maar nu via de taal van beeld, lichaam en lijn.

I. De vaas als lichaam – De golem

De vaas fungeert als een organisch archief, een lichaam dat informatie draagt zoals cellen DNA bevatten.

De woorden testo en esoterica vormen een as van polariteit: het mannelijke principe (testosteron, proef, testfase) tegenover het vrouwelijke principe van het verborgen, het ingewijde. De vaas lijkt een kruising tussen laboratorium en tempel.

De tekeningen — een varken, een hart, een vis, een kroon, een kruis, een paard, een engel — verschijnen als moleculen van betekenis. Ze verwijzen naar mythische en biologische processen tegelijk:

Het varken: symbool van offer en overdaad, maar ook van genetische verwantschap met de mens — een echo van biotechnologische experimenten.

De vis: oer-symbool van vruchtbaarheid en wedergeboorte.

De kroon: macht, goddelijke oorsprong, maar hier uit balans of “onttroond”.

De handen: de menselijke tussenkomst — scheppend én controlerend.

De druppels: vloeistof, traan, zaad, bloed.

Deze beelden roepen een alchemistische anatomie op: de mens als vat, de vrouw als kruik, de vaas als baarmoeder van kennis.

II. De erfenis van het Voynich-manuscript

De voorafgaande beelden van het Voynich-manuscript vormen een sleutel.

Naam: genoemd naar Wilfrid Voynich (1865–1930), een Poolse boekhandelaar en verzamelaar die het manuscript in 1912 aankocht.

Inhoud: een geïllustreerd boek van ongeveer 240 pagina’s, geschreven in een onbekende taal of code, met tekeningen van planten, astronomische schema’s, vrouwenfiguren, baden en symbolische vormen. Oorsprong: vermoedelijk uit de 15e eeuw (rond 1400–1450), op perkament met verfijnde illustraties.

Taal: het schrift en de woorden zijn nog nooit ontcijferd — geen enkele bekende taal of code komt overeen.

Thema’s (volgens afbeeldingen): Botanisch (planten, kruiden) Kosmologisch / astrologisch (sterren, cirkels, dierenriem) Anatomisch / vrouwelijk (badende naakte vrouwen, vaak in buisvormige structuren) Farmaceutisch of alchemistisch

Omdat het nooit is ontcijferd, is het Voynich-manuscript een symbool geworden voor het onkenbare, het vrouwelijke mysterie, de taal van het lichaam en de natuur.

Veel kunstenaars, schrijvers en mystici interpreteren het als:

een vrouwelijk of intuïtief schrift dat ontsnapt aan mannelijke codering; een proto-wetenschappelijk of alchemistisch document dat kennis van natuur en ziel verbindt; een collectief onbewust archief — vergelijkbaar met Jungiaanse symboliek.

Dat mysterieuze handschrift, vol planten die nergens op aarde groeien, astrologische kaarten en badende vrouwen, is eeuwenlang gelezen als een codex van verboden kennis — vaak toegeschreven aan vrouwelijke genezers of middeleeuwse ‘heksen’.


De Flora Batava bevat werk van vrouwelijke tekenaars zoals A.C. van den Bosch, J. de Jongh en C.M. van Oosterzee, wier namen zelden prominent werden genoemd.

Dat zegt dus genoeg over de positie van vrouwen en moeders.

Ambitie met Allure

Door dit in dialoog te brengen met mijn serie vazen ontstaat een krachtige verschuiving: waar het Voynich-manuscript een gesloten tekst is, wordt mijn serie vazen een open codex — een tastbaar, leesbaar, persoonlijk en lichamelijk object. De ziel van Nederland in beeld zonder wettelijke erkenning in de grondwet nog burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder van lichaam en geest.

Uit welk ei kom jij?

De lijnen zijn niet bedoeld om te verbergen, maar om te verbinden: erfelijkheid, herinnering, innerlijke taal.

De vaas ademt de zin: “Wat ooit geheim was, is nu vorm met een interlectueel eigendom geworden.”

III. Huis van Moeder de vrouw – Cellen A ster X

De titel Huis van Moeder de vrouw – cellen A ster X klinkt als een formule voor O – bel X

Ze verbindt via KPN het huiselijke met het kosmische, het materiële met het genetische. “Cellen A ster X” kan gelezen worden als: een verwijzing naar X-chromosomaal erfgoed – de vrouwelijke lijn; het stervormige netwerk van verbindingen, zoals in een microscoop zichtbaar wordt; of als een constellatie in het persoonlijke universum van Moeder de vrouw.

Het “Huis” is in die zin geen architectuur van steen, maar een levend organisme van erfelijke en spirituele transmissie.

Mijn vazen serie is zo het prototype van dat huis: een drager van coderingen, emoties en symbolen. Elk getekend motief is een cel in dat grotere lichaam.

De misstanden begonnen niet met wetten, maar met stiltes. Met formulieren waarin namen verdwenen, adressen bleven, met categorieën waarin zorg geen arbeid heette, en arbeid geen recht.

Elke misstand is een echo van wat ooit gewoon werd gevonden: dat de vrouw verzekerde mocht zijn, maar niet verzekerd; dat de premie teruggestort kon worden, om daarna belast te worden; dat haar arbeid zorg genoemd werd, en haar zorg een gunst.

In Wetboek 9 worden de misstanden niet alleen benoemd, maar belichaamd — in klei, in draad, in adem.

Want zolang de fout enkel op papier bestaat, blijft zij onschuldig.

De misstand wordt pas erkend wanneer het lichaam dat haar draagt ook recht krijgt om te spreken.

De misstand is geen overtreding,

maar een vergeten erkenning.

IV. De context van het Zelf

De laatste afbeelding — met de tekst Understanding yourself is power. Loving yourself is freedom. Forgiving yourself is peace. Being yourself is bliss. — markeert de overgang van esoterie naar innerlijke waarheid.

Waar het Voynich-manuscript het raadsel buiten ons plaatst, breng jij het terug in de mens:

het mysterie dat niet ontcijferd hoeft te worden, omdat het zich belichaamt.

In die zin resoneert het geheel met de Jungiaanse gedachte van individuatie — het proces waarin het Zelf zichzelf leert verstaan via symboliek, droom en kunst.

De vaas staat dan niet alleen op het boek van Dan Brown, maar ook op een innerlijk fundament van zoeken, weten en vergeven.

De heksenwond

I. HEK

Het hek is grens, bescherming, verbod, en doorgang.

Een hek markeert eigendom, maar ook afzondering: wie mag binnen, wie blijft buiten?

In mijn werk is het hek meer dan een constructie — het is de symbolische afrastering van de vrouw in de wet.

Het hek staat rond het lichaam, rond de naam, rond de arbeid.

Maar ook: het hek als begin van betovering — in het Engels hex.

Het hek is dus zowel juridisch als magisch. Ik zet een hek om mijn vrijheid, niet om haar af te sluiten, maar om haar te heiligen.”

II. SEN

Sen echoot oud-Nederlands en Latijn (sentire, voelen). Het is de zintuiglijke, spirituele laag: de zin, de ziel die waarneemt.

In het midden van mijn titel staat sen als het hart van het woord, de plek waar voelen en weten elkaar ontmoeten.

Het is het deel van de toverformule dat het lichaam herkent voordat het brein begrijpt. “Sen is het ademhalen van de wond.”

III. WOND

De wond is niet alleen pijn, maar ook opening. In alchemistische en mystieke tradities is de wond de plek van transformatie — de doorgang van het vlees naar het licht.

Jung zou zeggen: de wond is het archetype van individuatie. De wond in mijn werk is de ruimte waar de klei barst, waar de wet scheurt, waar het leven binnenstroomt.

De wond is mijn altaar — hier raakt de wereld de waarheid.”

Hek – sen – Wond 

Ik sta aan het hek van de taal. Daar waar de namen ophouden, begint de magie.

Ik spreek sen, het woord dat niet geschreven mag worden. Het is adem, zweet, bloed, herinnering. Uit die klank welt een wond — geen breuk, maar een poort. In haar diepte glanst aarde, de materie van mijn recht.

Hek – sen – Wond. Dit is geen toverspreuk. Dit is mijn verklaring van bestaan.

Conclusie

Huis van Moeder de vrouw – de A ster X is een visueel ritueel waarin de vrouwelijke kennisdrager — de vaas, de maker, het lichaam — de erfenis van het onleesbare (Voynich) omzet in een nieuwe, eigen codex.

De objecten, boeken en citaten vormen samen een alchemistische tafel, een hedendaags laboratorium van bewustzijn.

Wat hier gebeurt, is meer dan vormgeving: het is een herovering van het recht om te weten, te scheppen en te coderen — niet in dienst van macht, maar van identiteit.

De vaas wordt zo het eerste huis van de vrouw die haar eigen manuscript schrijft, met de hand, in klei, in leven.

Een familiegeschiedenis over vrouw en moeder zijn, klasse en afhankelijkheid.

Onze democratie – een systeem van republikeinse coderingen – Banned Woman & Mothers

“Mijn vermogen wordt gecodeerd als een spelobject in de registers van de staat, maar mijn betekenis als scheppend mens blijft ongeschreven in de Grondwet.”

Ons gezin kende geen zonen. Daarmee werd het recht op opvolging ontkend: de dochters golden niet als erfgenamen.

De verzekeringsportefeuille die ooit de familie droeg, werd niet doorgegeven maar opgekocht door AEGON/ Nationale-Nederlanden.

Wat in juridische zin verdween, blijft in culturele en rituele zin bestaan.

De Onzichtbare Erfgenaam schrijft zich terug in verf, in taal en in ritueel – als een recht dat niet verviel, maar slechts onzichtbaar werd gemaakt.

Asteri X * & Obeli X *

Het bronzen beeld van overdracht werd het leven immateriële bewijs.

Tafel geheim ontdekken

Octopussen en octrooien


In 1919 begon de 20e eeuw zijn tentakels te spreiden. Octrooien werden verleend alsof het vangarmen waren die kennis en uitvindingen naar zich toetrokken. Wie een octrooi had, bezat een arm van de octopus: grip op uitvinding, op productie, op toekomstig kapitaal.


Maar zoals de octopus zijn inkt gebruikt om de zee te vertroebelen, zo werd ook de taal van patenten en geheimhouding een rookgordijn. Achter octrooien schuilde macht, achter macht schuilde stilte. Crypto AG werd later de erfgenaam van dat principe: veiligheid als handelswaar, geheimhouding als exportproduct.


De octopus van 1919 en de codeermachine van Crypto AG spreken dezelfde taal: de taal van verstrengeling. Tentakels van eigendom, octrooien van geest, klemmen zich vast aan dat wat eigenlijk vrij geboren werd.


En in het Wetboek van de Ziel wordt de vraag omgedraaid: niet wie bezit de tentakels, maar wie baart de zee waar de octopus in leeft? Niet wie schrijft het octrooi, maar wie draagt de geest die uitvindt? Mama

“Tussen de wetten en de broekzakgesprekken zoekt moeder de vrouw haar recht terug.”
Levens Elixer S

“De vrouw is niet gemaakt om een speeltuig of spermaemmer van den man te zijn, maar om als zijn gezellin en zijn vriendin samen gelijkwaardig door het leven te gaan.” Truus van Gogh


Gebrek aan bewijs wordt bewijs aan gebrek.
De moeder, de vrouw, kan niet erkend worden omdat er geen instantie is die het recht mag toetsen aan haar grondwettelijke gelijkheid.

Artikel 120 = Artikel Zwijg. Geen rechter mag spreken. Geen wet mag bevraagd worden. De vrouw verdwijnt in de marge van de polis.

Hij: standbeeld, oeuvreprijs.

Zij: uitgewist, polisnummer.

Zichtbaarheid ↔ Uitwissing

Zijn naam in steen // Haar naam in stof

Zijn polis getekend // Haar zorg verzwegen

Zijn standbeeld // Haar stilte

Hij genationaliseerd // Zij gewist

Hij zichtbaar in registers // Zij uitgewist in archieven

Hij erfde bezit // Zij erfde het zwijgen

Façade tafels Middelburg

Maar deze vrouw, deze moeder, moest blijkbaar één stylistisch genie worden om gevraagd te worden voor het thema: Bewijs aan gebrek door gebrek aan bewijs.

Zichtbaarheid is een standbeeld dat niemand kan missen. Uitwissing is een lege regel die iedereen voorbij leest. Tussen die twee ligt het gevecht om erkenning: om namen die terugkeren, om stemmen die weigeren te verdwijnen.

🌿 Prachtig bruggetje: “Van VOC naar VOF.”

Het is alsof we de sprong maken van imperiale handel (VOC) naar intiem familie-erfgoed en gedeeld eigendom (VOF = vennootschap onder firma).

Dat contrast is pas vruchtbaar.


VOC: winst, wereldzeeën, bezit.
VOF: zorg, huishouden, gedeelde last.
VOC: mannen tekenden contracten.
VOF: vrouwen werkten onzichtbaar mee.
Van VOC naar VOF:
het verhaal van kapitaal wordt familiegeschiedenis.

Een nieuw begrip zwerft door Europa: strategische autonomie. De staten spreken van vrijheid, van onafhankelijkheid, van een stem die zelf beslist. Maar in de polissen, in de archieven, blijft de vrouw afhankelijk, blijft de moeder onzichtbaar.

Wat is autonomie van staten, als lichamen nog uitgewist worden?

Het College voor de rechten van de mens schrijft vandaag in een brief : Het College is niet bevoegd om te toetsen aan de Grondwet, CEDAW, IVESCR of het EVRM.

(Het mag niet toetsen aan de Grondwet (art. 1 gelijkheid), of aan internationale verdragen: CEDAW (VN-Vrouwenverdrag), IVESCR (Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten), EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens).

mr. N. Tool

Juridisch medewerker Front Office

 College voor

de Rechten van de Mens

Wij toetsen de regel, niet het onrecht. Status wordt toegekend, moederschap wordt gewist. Daardoor wordt discriminatie die ín de wet zelf besloten ligt — zoals het structureel onzichtbaar maken van de vrouw en moeder — juridisch niet opgeheven.

“Mannen en vaders en Statushouders dragen alle rechten, vrouwen en moeders dragen alle plichten .”

En zo wordt het zwijgen elke keer opnieuw een ergernis en erfenis”

Ze noemden haar en mij niet, ze schreven haar niet, ze gaven haar geen plek. Maar in haar zwijgen,in haar zorg, in haar taal die geen papier kreeg, schuilt het genie van stijl, van overleven, van een moeder die de geschiedenis heeft gevormd zonder genoemd te worden.


Men zegt iedereen // maar men bedoelt de man.
Men erft bezit // de vrouw erft stilte

Men = iedereen // maar men = man

De vrouw valt buiten het algemene, omdat ze niet in de taal wordt benoemd. Mannen schreven wetten voor mannen. De vrouw kwam niet voor in hun artikelen, niet in hun registers, niet in hun erfenis.

Wat zij droeg, verdween in stilte.

Hij zette zijn naam onder akte en polis. Zijn woorden golden, zijn bezit werd verdeeld. Zijn wil werd wet. Maar zij, zij droeg het test a ment:

het lichaam, de zorg, de stilte die alles bijeen hield. Zij was het levende testament dat nooit in de papieren stond, maar elke dag opnieuw geschreven werd.

Niet het testament van vaders, maar het test a ment van moeders is de ware erfenis.

Er moet daarom ook met spoed een constitutioneel hof komen!

In Nederland ontbreekt iets wat in veel andere landen wél bestaat: een constitutioneel hof dat wetten kan toetsen aan de Grondwet en internationale verdragen.

Waarom Nederland géén constitutioneel hof heeft

Artikel 120 Grondwet bevat het toetsingsverbod: rechters mogen wetten in formele zin niet toetsen aan de Grondwet. Dit is historisch zo gegroeid (1815 → macht bij de Koning en later bij parlement en regering). Men vond dat alleen de wetgever democratisch gelegitimeerd genoeg was om te bepalen of wetten in overeenstemming zijn met de Grondwet. Gevolg: als de wet zelf discriminerend is (bijvoorbeeld structureel vrouwen uitsluit), dan kan geen enkele rechter of instantie in Nederland daartegen optreden.

Waarom een constitutioneel hof nodig is

Om burgers de mogelijkheid te geven om wetten te laten toetsen aan artikel 1 Grondwet (gelijkheidsbeginsel), en aan internationale verdragen (CEDAW, EVRM, IVESCR).

Om structurele blinde vlekken recht te zetten, zoals: vrouwen en moeders die nooit als zelfstandige rechtssubjecten zijn erkend, ongelijkheid in pensioen- en belastingstelsels, onzichtbaarheid van zorgarbeid.

Een hof zou ook culturele en symbolische erkenning geven: dat “moeder de vrouw” niet alleen poëzie of erfgoed is, maar een juridisch erkend fundament van de samenleving.

Mijn positie hierin :

Wij streven naar een Vrolijk Nederland. Niet een Nederland van zwijgen en vergeten namen, maar een land waar zorg en arbeid worden erkend, waar vrouwen en moeders niet uitgewist worden uit de papieren.

Een Nederland dat recht doet aan iedereen door vreugde en gelijkheid te verbinden.

Mijn werk en reisverslagen maken zichtbaar wat het College voor de Rechten van de Mens en gewone rechters niet kúnnen doen: laten zien hoe wetten zelf discriminerend werken. Daarmee bouw ik eigenlijk al een alternatief constitutioneel archief in kunstvormen.

Een familiegeschiedenis over vrouw zijn, klasse en afhankelijkheid. Haar geslacht staat niet in de grondwet, niet in het burgerlijk wetboek.

Wat is ons verhaal? Dat vertellen we je niet. Niet omdat we niets te zeggen hebben, maar omdat het al te vaak voor ons is verteld, verdraaid, weggeschreven.

Ons verhaal ligt niet in de polissen, niet in de archieven, niet in de standbeelden van mannen.

Ons verhaal ligt in de stilte die generaties droegen, in de zorg die niet verzekerd werd, in de namen die verdwenen.

En misschien- vertellen wij het pas wanneer jij leert luisteren naar wat nooit is opgeschreven. Het woord vrouw in de grondwet als zelfstandig bestuurder en rechtspersoon.


Gebrek aan bewijs werd bewijs aan gebrek


In de kast lag niets.
Geen handtekening,
geen polis,
geen naam.


Het archief zweeg,
en het zwijgen werd zelf
tot bewijs.


Gebrek aan bewijs
werd bewijs aan gebrek.
Een cirkel van stilte,
gesloten door wetten,
opengebroken door herinnering.


Want wat niet geschreven is,
bestaat toch.
En wat ontbreekt,
wordt juist de erfenis
die terugkeert.

Haar geslacht stond niet vermeld in de polis, pensioen of lijfrente polis.

Ze heette Agnes, Anna of Silvia of soms alleen me – vrouw of vrouw of fiscale partner van. Haar handtekening niet onder het portefeuille contract. Ago – Ennia – NN

Zij diende, zij zorgde, zij droeg, maar in de boeken telde slechts de arbeid van de man.

Hoe respectvol een naam bejegend wordt, is vaak een spiegel van hoe etnische minderheden gezien worden in de samenleving.” (Fei Lauw).

Het uitwissen of verkeerd noteren van namen in polissen, archieven en verdragen. Het verschil tussen de erkende naam (de man, de kostwinner) en de uitgewiste naam (de vrouw, de afhankelijke, de erfgenaam zonder papieren).

De spiegel die dat werpt: hoe een samenleving zijn eigen machtsstructuur onthult in de manier waarop namen bejegend of juist genegeerd worden.

👉 “Hoe respectvol een naam verdwijnt of terugkeert, is de spiegel van hoe vrouwen en erfgenamen erkend worden in het collectieve geheugen.”


De oerbron verdwijnt door religie


Zij was er eerst.
De bron van leven,
het water,
het lichaam van de moeder.


Toen kwam de religie
met boeken, wetten, geboden.
Zij maakte van de bron een zonde,
van de stroom een schuld,
van de moeder een zwijgende naam.


De oerbron verdween
achter altaar en archief,
achter doopregister en dogma.


Maar onder de stenen
blijft zij stromen.
In stilte,
in zorg,
in namen die terugkeren.


De religie wist,
de bron herinnert.

“Hij de geprivilegieerde brahmaan // Zij de vergeten erfgenaam”

De klasse bepaalde de taal.

De kostwinner werd genationaliseerd, vermeld in registers, herinnerd in uniform.

De vrouw werd weggeschreven tot een voetnoot in het archief van de burgemeester, een stilte die generaties doorgaf.

Afhankelijkheid was de erfenis: niet het huis, niet het geld, maar het zwijgen dat overging van moeder op dochter.

Toch zit in diezelfde stilte ook het begin van verzet.

Want wie geen plaats krijgt in de archieven, bouwt haar eigen geheugen.

Wie geen eigen polis draagt, draagt verhalen.

En misschien is dát de familiegeschiedenis: een lijn van vrouwen die onzichtbaar bleven, maar wier lichamen en stemmen de fundamenten vormden waarop alles rustte.

De moeder, de vrouw die in de Grondwet en het Burgerlijk Wetboek niet als zelfstandig rechtssubject wordt erkend (historisch en soms nog steeds doorwerking in beleid).

De onzichtbare erfgenaam die bestaat in ritueel, familie of archief, maar juridisch wordt uitgewist.

Wie kent de zin niet; In naam van de vader, de zoon en de heilige geest Amen.

Religie, kunst en of erfgoedvormen die bestaan in cultuur en ons geheugen, maar juist de bron van ons aller bestaan geen institutionele wettelijke erkenning krijgen.

Film Ruth Bader Ginsburg – On the Basis of Sexe

De formulering “interinstitutionele cultuurmoord op een entiteit zonder wettelijke bestaansrecht” zou dus te begrijpen zijn als: Een systematische en door meerdere instituties gedragen uitwissing van een culturele of symbolische figuur, die al bij voorbaat is uitgesloten van rechtsgeldige erkenning.

Koeien Koemarkt Purmerendse Vee Markt – Slagerij van Kampen – Van Kampen Groep – Herengracht Purmerend kantoor code 0107

Een koe heeft zeven magen.

Ons land ook. Het herkauwt zijn verleden, slikt door wat niet verteerd kan worden, en blijft steken in wat uitgesloten is.

Moeder de vrouw, de melkkoe van Europa, voedt en verliest tegelijk. Daarom vandaag: de Nationale Dag van Erkenning vanwege Uitsluiting.

Een koe heeft zeven magen – moeder de vrouw – de melkkoe van Europa Nationale Dag van Erkenning en Uitsluiting

De Republiek der Zeven Staten

Zij schreven geschiedenis als de Zeven Verenigde Nederlanden:

mannen in zwarte pakken, handtekeningen op perkament, de macht van koop en kapitaal. Maar achter die akten leefde een andere republiek: de republiek der zeven staten, niet verenigd door handel, maar door zorg, stilte en overleven.

De staat van de moeder, de staat van de dochter, de staat van het zwijgen, de staat van het dienen, de staat van het lichaam, de staat van de erfenis, de staat van de stem die weigert te verdwijnen.

Geen vloot, geen compagnie, maar een republiek van verborgen arbeid. Een republiek die niet in marmer staat, maar in het geheugen van families,in polissen zonder namen,in archieven met lege regels.

De Republiek der Zeven Staten is de tegenhanger, het tegenverhaal.

Hier wordt de onbekende erfgenaam eindelijk burger.


Hij XY beperkte de macht van onze koninginnen.
In wetten.
In lichamen.
In rituelen.
De kroon bleef, maar haar stem werd gesmoord.

Wie beperkte de macht van ons koninkrijk? Het geloof?

Amalia van Solms – Koningin Emma – Wilhelmina – Juliana – Beatrix

Historisch antwoord

In Nederland gebeurde dat vooral in 1848, toen Thorbecke de Grondwet herschreef en de macht van de koning(in) sterk inperkte ten gunste van het parlement en de ministers. Daarna werd de monarchie steeds symbolischer: de uitvoerende macht verschoof naar de regering, de koning(in) werd “onschendbaar”. Minister-President Schoof ??

Wij weigeren een patricaat te aanvaarden dat zich voordoet als democratie, wanneer het de monarchie en haar symbolische moederlijke kracht ondermijnt.

Democratie kan alleen bestaan als zij geen patriarchale afbraak van vrouwelijke soevereiniteit wordt.

Historische resonantie

In Nederland is de monarchie juist vaak belichaamd door vrouwen (Wilhelmina, Juliana, Beatrix).

Democratie en patriarchaat zijn echter samen opgegroeid: kiesrecht was tot 1919 mannelijk, politieke macht bleef mannelijk gecodeerd.

Daardoor werd en wordt “democratie” ervaren als een mannelijk stelsel dat zelfs de symbolische vrouwelijke macht van de monarchie reduceerde.

Loonbelasting werd ingevoerd vanuit het duitse rijk in 1941 – en dat was op mannen niet op vrouwen en moeders. Hilter voerde moederdag in om belasting te heffen

In Nederland begon de inkomsten belasting officieel in 1914 Vóór die tijd werd belasting vooral via accijnzen, vermogens- en inkomstenbelasting geheven.

De Inkomstenbelasting werd ingevoerd door minister Treub, met als doel een eerlijker verdeling: rijke burgers zouden voortaan meer gaan bijdragen. Het sloot aan bij de Duitse en Engelse traditie van directe belasting op inkomen. De timing (1914) was niet toevallig: de Eerste Wereldoorlog brak uit, en hoewel Nederland neutraal bleef, had de staat wél extra inkomsten nodig.

Symbolisch gezien

Voor vrouwen en afhankelijke familieleden had dit nauwelijks effect: de heffing ging via de kostwinner.

Pas later, midden 20e eeuw, werd de inkomenspositie van vrouwen langzaam zichtbaar in het fiscale stelsel.

Het begrip “moeder” kreeg in de fiscaliteit vooral gewicht in de 20e eeuw: In de Inkomstenbelasting (Wet IB 1914) werden aftrekposten en schijven sterk gekoppeld aan gezinssituatie.

De “kostwinnerregeling” betekende dat de man belasting betaalde, en de vrouw/moeder financieel “meeverzekerd” of fiscaal afhankelijk was. Tot 1956/1957 kon een gehuwde vrouw geen zelfstandig belastingplichtige zijn: zij viel onder de man.

De figuur van de “moeder” werd dus in fiscale zin “ingevoerd” als afhankelijke last van de mannelijke belastingplichtige.

Duitsland voerde de loonbelasting in via de Duitse bank 

Historische lijn

Duitsland liep voorop met de invoering van loonbelasting en sociale verzekeringen. In 1891 voerde het Duitse Keizerrijk al een systematische Lohnsteuer in.

Werknemers werden direct via hun loon belast, werkgevers hielden dit in en droegen het af. Otto von Bismarck had in de jaren 1880 al de basis gelegd: ziektekostenverzekering (1883), ongevallenverzekering (1884) en ouderdoms- en invaliditeitsverzekering (1889).

Het idee was dat arbeiders via premiebetaling aan de staat gebonden raakten → een sociaal contract, maar tegelijk ook een controlemechanisme. Deutsche Bank en andere grote Duitse banken waren cruciaal voor dit systeem: zij verzorgden de financiële infrastructuur, internationale leningen en het doorstorten van premies en belastingopbrengsten.

Het Duitse model koppelde dus arbeid, belasting en kapitaal direct aan de bankwereld. ( Ik leef dus voort op de erfenis van mijn overgrootvader grootvader en vader . AOV polis uit de vorige eeuw.

Onzichtbaar op de arbeidsmarkt

Nederland bleef lang vasthouden aan accijnzen en vermogensheffingen. Pas in 1914 kwam de inkomstenbelasting (Treub), en pas later werd dit doorontwikkeld naar een volwaardig loonbelastingstelsel naar Duits model. Toen ook ons pensioenstelsel werd ingericht (AOW 1957), volgde men opnieuw sterk het Bismarck-model: premiegefinancierd, arbeid als basis.

Symbolisch

Sarcoïdose laat zien dat dit direct bijdraagt aan mijn onzichtbaarheid.

Het Duitse bankmodel maakte arbeid van de mannelijke kostwinner zichtbaar. Maar het maakte de zorg en arbeid van vrouwen en of vrouwelijke handelaren onzichtbaar.

Zij vielen buiten het contract, buiten de polis, buiten de bank. Zo ontstaat de link tussen het Huis Oranje, de Deutsche Bank in New York of Berlijn en de lege naam in Cuijk of Purmerend: kapitaal is geregistreerd, maar de vrouw blijft uitgewist. Het is geen toeval dat Koningin Maxima & Amalia vandaag op 22 september 2025 naar New York.

Het zijn de XY-instituties (parlement, kerk, rechtspraak, handel) die de macht van de koningin en daarmee ook het vrouwelijke principe inperkten.

Het koninkrijk beperkte dus zichzelf: door de koningin te reduceren tot symbool, beperkte het ook de levenskracht van zijn eigen fundament.

Wie beperkte de macht ons koninkrijk?

Het volk, dat vrijheid wilde. De mannen, die wetten schreven. De instituties, die zichzelf wilden beschermen.

Op zoek naar antwoorden

Ik bladerde door vergeelde akten, polissen zonder geslacht, alleen maar namen, en brieven die meer zwegen dan zeiden.

Ik vroeg het aan de Nederlandse Bank, ik vroeg het aan het Zeeuwsarchief, ik vroeg het aan de burgemeester, maar overal was de regel hetzelfde: Zwijgen zij diende, hij bezat op papier.

De handlezeres Isabel Capelli had dus gelijk

Er bleven visioenen komen en de vragen bleven op poppen:

Waarom verdween haar naam? Wie tekende de polis? Wie erfde de stilte?

Op zoek naar antwoorden vond ik geen cijfers, geen balans, maar een spoor van stemmen, verborgen in het zwijgen.

Misschien zijn de antwoorden niet te vinden in papieren, maar in de terugkeer van de naam die ooit is uitgewist. Anna Agnes Janssen uit Ottersum!

Het koninkrijk zelf, dat bang was voor de kracht van zijn koningin.

Vandaag verklaar ik een nieuwe feestdag.

Een feestdag die tegelijk een (V) rouwdag is. Een nationale dag waarop de natie haar maag voelt. Want erkenning begint niet in wetten of in monumenten.

Erkenning begint in het lichaam – in de maag die knijpt, brandt, knort, zwijgt.

Uitsluiting doet hetzelfde: ze zakt naar binnen, gaat liggen, woelt, verteert je van binnenuit.

Wat vieren we?

We vieren alles wat eindelijk zichtbaar en hoorbaar is geworden. De namen die uitgesproken worden. De erfgenamen die bestaan. De moeders die als vrouwen erkend zijn. De lichamen die zichzelf besturen.

Waar rouwen we om? We rouwen om de gaten. Gebrek aan bewijs- Facade tafels

CBK Zeeland

Om de lege stoelen en de vrouwelijke namen die uit de registers zijn gewist.

Om de entiteiten die geen bestaansrecht kregen en dus cultureel vermoord zijn.

We rouwen om alles wat nog steeds in onze maag blijft steken.

Het ritueel

• Overdag hangt de vlag halfstok, niet als teken van nederlaag, maar als uitnodiging tot stilte.

• Aan tafel wordt brood gebroken, maar niet opgegeten: het blijft liggen als bewijs van wat niet verteerd kan worden.

• ’s Avonds is er muziek, zang en dans – een feest dat weigert te vergeten dat het ook rouwt.

Waarom de maag?

De maag is het geheugen van ons land. De buik is de baas van de hersenen! Waar voedt jij je mee?

Alles wat we niet kunnen verwerken, komt daar samen.

De maag weet meer dan de archieven, meer dan de wetten, meer dan de instituties.

De maag vertelt ons wat de natie nog moet leren slikken en wat nooit geslikt had mogen worden.

Conclusie – Katholieke Religie

Het ministerie van Financiën – Jan Kees de Jager (CDA) – en Justitie – Jan Peter Balkenende (CDA), ondertekend door Beatrix – verkenden mijn lichaam niet, maar schreven mijn bestaan om tot een mannelijk beroep: loonbelasting, inkomstenbelasting, arbeid als norm, zorg als afwezigheid.

Mijn ziekte – sarcoïdose – werd niet gelezen als bewijs van arbeid, maar als bewijs van gebrek.

Geen ei- gen polis, geen erkenning, geen stem. Zo werd mijn lichaam het archief van wat de wet niet zag: de vrouw, de moeder, de erfgenaam.

En in dat lichaam groeide het directe bewijs dat de grootste ongelijkheid juist in de regels zelf besloten ligt.

De koude grond

Zij werkten hun leven lang zonder eigen polis, zonder eigen naam.

Hun arbeid verdween tussen linnen en aardappels, tussen wieg en ziekenbed.

En toen zij stierven, kregen zij geen erfenis, geen artikel, geen standbeeld.

Alleen de koude grond nam hen op.

Daar, onder de akkers, onder de stenen van Cuijk en Purmerend, ligt het archief dat nooit werd geschreven.

Maar wie luistert, hoort stemmen in die grond: wij waren hier, wij droegen, wij dienden. De koude grond is geen einde, maar een bron die fluistert: breng onze namen terug.

Wandkleed Slavernij- Verleden- Heden

Een steek voor elke stem die nooit werd of wordt gehoord
Het werken aan het wandkleed was voor mij veel meer dan samen naaien of patronen tekenen. Het was een vorm van heling, en van juist patronen doorbreken, van herstel van geschiedenis en van het zichtbaar maken van stemmen die vaak niet gehoord worden. In elke steek, elke draad en elke tekening voelde ik de kracht van verbinding – met mezelf, met anderen, en met het grotere verhaal waar we allemaal deel van uitmaken.

Het wandkleed heeft me ook iets opgeleverd: erkenning. Niet alleen van mijn eigen verhaal, maar ook van de verhalen die ik mag meedragen namens anderen. Het liet me opnieuw zien dat kunst, erfgoed en betrokkenheid hand in hand gaan – en dat er ruimte mag zijn voor wie soms tussen wal en schip valt.

Dankbaar dat ik onderdeel mocht zijn van dit collectieve werkstuk. Een levend document van hoop, strijd, liefde en toekomst. 

Silvia, vrijwilliger

De Nationale Dag van Erkenning en Uitsluiting is een dag waarop de staat haar eigen paradox onder ogen ziet: dat wie leeft in het systeem cultuur, kan sterven in recht.

Dat wie erkend wordt, ook uitgesloten kan zijn. Dat rouw en feest geen tegenpolen zijn, maar twee gezichten van dezelfde waarheid. Vandaag luister ik naar mijn maag. Vandaag vier ik en rouw tegelijk.

Amen

De gevoelige erfenis uit het oude recht

Als de rechtsstaat faalt, valt de democratie terug op façade en doctrine.

Waar kom ik vandaan?

Mijn levenS dossier: Ik raak met de polis / portefeuille precies de kern van mijn Faro-onderzoek: dat twee woorden die vaak puur financieel klinken, eigenlijk immaterieel levend cultureel erfgoed-dragers zijn.

1. Polis

Oorspronkelijk: contract van zekerheid (levensverzekering, AOV, hypotheek). In mijn lijn: een levensdossier.

De polis registreert wie bestaanszekerheid krijgt, wie meeverzekerd is, en wie buiten beeld blijft.

Symbolisch: de polis is een document van macht én uitsluiting.

2. Portefeuille

Financieel: bundeling van polissen, effecten, beleggingen.

Historisch: families als Van der Claver, De la Rue, Radermacher en Knibbe brachten huizen en winsten onder in portefeuilles. Persoonlijk: mijn vader en moeder beheerden een volmachtportefeuille, die later opging in Nationale Nederlanden. Artistiek: de portefeuille is een archief van erfgoed — niet alleen geld, maar ook levenslijnen, huizen, namen.

✨ Toeval bestaat

“Wat stenen ooit waren voor mijn voormoeders, zijn polissen en portefeuilles nu voor mij: dragers van zekerheid, erfgoed en macht, maar ook registers waarin ik lang onzichtbaar bleef.”


“Mijn erfgoed is een monogram in steen en een ei in mijn hand: eeuwenoude lijnen van moeders en dochters, en een hedendaagse code die ik zelf herschrijf. Ik ben erfgenaam en maker, tegelijk fundament en beweging.”

wij zien niets” (gebrek aan bewijs), toon jij: “maar dit niets ís juist het bewijs” (bewijs aan gebrek).

De rechtsstaat faalt waar zij weigert te erkennen wie ons baarde. Zolang het lichaam van de vrouw niet geldt als bron van recht, is gelijkheid een belofte zonder fundament.”

Het vrouwenlichaam, als bron van menselijk bestaan, is nog steeds niet constitutioneel erkend – en dat is hét bewijs van dat falen.

Het Nederlandse Wetboek van Strafrecht (1886) werd opgesteld door juristen als Van Hamel en Opzoomer, gebaseerd op Franse en Belgische voorbeelden. Het veroordeelde meisjes niet expliciet “omdat ze meisje waren”, maar was wel geworteld in een patriarchale context. Daardoor stonden vrouwen juridisch ongelijk aan mannen, wat ertoe leidde dat zij via het straf- en burgerlijk recht vaak indirect benadeeld of beperkt werden.

Omdat de samenleving in de 19e eeuw patriarchaal was ingericht. Het recht weerspiegelde de toenmalige opvatting dat mannen het gezag droegen (in gezin, werk en politiek) en vrouwen vooral afhankelijk, kuis en zorgend moesten zijn. Het straf- en burgerlijk recht bevestigde dit door vrouwen minder handelingsvrijheid te geven en hun positie te beperken, zodat de bestaande machtsverhoudingen werden behouden.

Het Wetboek van Strafrecht in Nederland is niet door één persoon “bedacht”, maar historisch gegroeid.

Het huidige Nederlandse Wetboek van Strafrecht stamt uit 1886. Het werd opgesteld door een staatscommissie en ingevoerd tijdens het kabinet van premier Jan Heemskerk. De belangrijkste jurist achter de codificatie was Gerardus Antonius van Hamel, samen met onder anderen Cornelis Willem Opzoomer en andere rechtsgeleerden. Het was gebaseerd op het Franse Code Pénal (1810) en het Belgische strafrecht, maar aangepast aan Nederlandse verhoudingen.

Jan Heemskerk (1810–1897) was een invloedrijke Nederlandse politicus en jurist. Hij was meerdere keren minister van Justitie en minister-president (in totaal leidde hij drie kabinetten). Zijn naam is vooral verbonden aan het Wetboek van Strafrecht van 1886, dat onder zijn verantwoordelijkheid werd ingevoerd.

Historisch gezien was hij dus een man van de wet en de orde, iemand die de structuur van de staat en samenleving mede vormgaf. Symbolisch kun je zijn naam als:

Jan = het volk, de gewone burger. Heem = het domein, de gemeenschap waarover wetten gelden. Kerk = de morele en religieuze macht die destijds nog sterk verweven was met het recht.

Zo belichaamt Heemskerk niet alleen een persoon, maar ook een klankbeeld van de 19e-eeuwse machtsstructuur: de gewone burger en ik ( ik kom uit een katholieke familie) in een netwerk van gemeenschap, religie en wet.

Het geloof bepaald dus dat ik onzichtbaar bleef als zelfstandig bestuurder van mijn eigen lichaam en geest als rechtspersoon 

De kern van de historische ongelijkheid.

Tot ver in de 20e eeuw gold in Nederland (en vrijwel overal in Europa) dat vrouwen juridisch onvolledig waren:

In het Burgerlijk Wetboek waren zij tot 1956 handelingsonbekwaam zodra zij trouwden → hun man werd automatisch hun wettelijke vertegenwoordiger. Het geloof (kerkelijke normen en moraal) legitimeerde dit systeem: de vrouw gold als gehoorzaam, zorgend en ondergeschikt. Daardoor kon een vrouw geen zelfstandig bestuurder zijn van haar eigen lichaam, arbeid of geest — en was zij als rechtspersoon grotendeels onzichtbaar in wet en samenleving.

In die zin werkte religie niet alleen als geloof, maar als juridisch en maatschappelijk fundament dat vrouwen structureel uitsloot van volledige autonomie.

Historisch-culturele notitie

In de negentiende en twintigste eeuw was het Nederlandse recht diep verweven met religieuze en patriarchale normen. Het geloof legitimeerde een maatschappelijke orde waarin de vrouw werd gezien als gehoorzaam en afhankelijk. Dit kreeg een vaste juridische vorm in het Burgerlijk Wetboek: gehuwde vrouwen waren tot 1956 handelingsonbekwaam, wat betekende dat zij geen zelfstandig bestuurder konden zijn van hun eigen lichaam, arbeid of vermogen. Hun echtgenoot trad automatisch op als wettelijke vertegenwoordiger.

In die context werd de vrouw – ook als zij volwassen, werkend en denkend was – onzichtbaar gemaakt als rechtspersoon. Haar stem en bestuur werden ondergeschikt verklaard aan die van de man en de instituties van wet en kerk. Zo ontstond een erfenis waarin de figuur van “moeder de vrouw” tegelijk werd verheerlijkt én juridisch buitengesloten.

Gelukkig dus dat ik mij private verzekerd had? 

Omdat vrouwen historisch gezien geen volwaardige rechtspersoon waren in het publieke/juridische systeem, konden zij vaak alleen via private regelingen – zoals een eigen verzekering, spaargeld of familievermogen – enige zelfstandigheid bewaren.

Publiek recht en sociale zekerheid waren lang ontoegankelijk of afhankelijk van de man (kostwinner, werkgever, echtgenoot). Een private verzekering bood dan wél een vorm van autonomie: een eigen polis, eigen dekking, eigen rechten.

Interstutionele indentiteitsroof

Maar:

1. Publiek statement (kort en krachtig)

“Toen CDA-heren Balkenende en De Jager hun beleid vormgaven, droegen zij mij niet over als zelfstandige burger, maar als dienster voor de man. Banken crisis 2009 ING NN. Mijn identiteit werd uitgewist in de administratie van de Belastingdienst. Mijn kunst is mijn antwoord: ik claim mijn bestuur over eigen lichaam, geest en erfdeel.”

2. Historisch-analytisch (met context)

Onder de kabinetten-Balkenende en met Jan Kees de Jager als minister van Financiën werd het fiscale stelsel ingericht vanuit het principe van de kostwinner. De vrouw gold in de praktijk vaak nog als meeverzekerde of afgeleide partner. Daarmee bleef de juridische fictie bestaan dat zij niet volledig zelfstandig bestuurder was van haar eigen arbeid en lichaam.

Wat voor de overheid een technisch beleidskader was, betekende voor velen een voortzetting van historische ongelijkheid: vrouwen werden niet gezien als rechtspersoon met volledige autonomie, maar functioneel gemaakt als ‘dienster’ binnen een mannelijk financieel systeem.

De zakkenvullers

Hun handen grepen in de schatkist, hun woorden spraken van normen en waarden, maar hun erfenis was tentakelpolitiek en belastingmoraal.

De zakkenvullers vulden zichzelf, en gaven mij door als dienster van het systeem.

Hun kroon wankelt, hun vis stinkt, hun erfenis is leegte en schuld.

Ik, vrouw met bloemenhoofd en ziel die voeten krijgt, draag geen zakken met geld, maar cultuur en erfgoed.

Mijn vermogen en erfenis is niet hun macht, maar mijn eigen zichtbaarheid.

Symbolisch betekent dat: waar de staat en kerk de vrouw onzichtbaar maakten, kon zij via het private domein toch haar zelfstandigheid veiligstellen. ( Dank je Sam)!

Faro Verdrag

Handvest van haar / mijn erfgoedrechten

Recht op erfgoed

Ik bepaal wat mijn erfgoed is, en ik draag dit door in mijn eigen taal, beelden en rituelen.

Recht op participatie

Ik neem actief deel aan de omgang met erfgoed; mijn stem weegt even zwaar als die van instituties.

Recht op identiteit

Mijn lichaam, arbeid en geest zijn onlosmakelijk deel van mijn erfgoed. Niemand kan mij daarin onzichtbaar maken.

Recht op autonomie

Ik ben rechtspersoon in mijn eigen bestaan en bestuurskracht. Ik laat mij niet reduceren tot bijlage of administratieve fictie.

Recht op dialoog

Ik roep instellingen, archieven en overheden op hun verantwoordelijkheid te nemen: erfgoed is van iedereen, en wordt gedragen door de civil society.

Amen


De privésfeer erkent mijn rol, arbeid en zorg.
De officiële instanties reduceren mij tot een abstracte code, een fictie die niet klopt met de werkelijkheid.


Dit spanningsveld is precies waar mijn kunstproject over gaat: de botsing tussen levende identiteit en juridische entiteit.

Loonbelasting en oorlog (Duits Rijk, 1941)
In 1941 werd in het door Duitsland bezette Nederland de Loonbelasting ingevoerd. Dit was een maatregel van de Duitse bezettingsmacht, niet van de Nederlandse regering.
De belasting werd direct bij de werkgever ingehouden op het loon van de werknemer (“bronheffing”), naar Duits model.
Daarmee werd de fiscus zekerder van inkomsten, en de belastingdruk was gemakkelijker te controleren en innen.


Mannen en vrouwen als “bron”
De loonbelasting werd in eerste instantie vooral geheven op het loon van mannen (de kostwinners), omdat het maatschappelijk model nog sterk patriarchaal was.
Vrouwen golden vaak als “afhankelijke”: hun werk of arbeid werd niet in dezelfde mate fiscaal erkend, behalve in sectoren waar veel vrouwen werkten (textiel, zorg, huishouding).
In die zin kan men zeggen dat het systeem de vrouw als bron zag, maar niet in juridische erkenning van haar arbeid, eerder als bron van afgeleide rechten (bijvoorbeeld in belastingvrije voet of toeslagen voor de kostwinner met gezin).


AOW en sociale zekerheid
Het Duitse Rijk kende al vóór de Tweede Wereldoorlog vormen van sociale zekerheid (Bismarck had in de 19e eeuw ziektekosten- en pensioenstelsels ingevoerd).
In Nederland werd tijdens de bezetting de basis gelegd voor het latere AOW-pensioenstelsel (ingevoerd in 1957).
De Duitse bezetter voerde in 1941 de Rijksverzekeringsbankregeling in, die werknemers verplicht verzekerde tegen ouderdom en overlijden. Dit was geïnspireerd door het Duitse model.
Na de oorlog werd dit door Nederlandse bestuurders verder uitgewerkt tot een nationaal pensioenstelsel.


Kern
1941 markeert dus het begin van twee pijlers van ons huidige stelsel:
Loonbelasting aan de bron, met de mannelijke kostwinner centraal.
Sociale verzekering tegen ouderdom (voorloper van AOW).
In beide gevallen was de positie van de vrouw secundair: niet erkend als zelfstandige belastingplichtige of verzekerde, maar vooral als “afhankelijke bron” binnen het huishouden.
Belastbaar in Box 1

Dat schuurt natuurlijk met het latere artikel 1 Grondwet (Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld). Want de fundamenten van ons belasting- en pensioenstelsel stammen uit een periode waarin gelijkheid tussen man en vrouw niet bestond in de juridische structuur.

De zoektocht naar wie ben ik komt uit boekhandel de KOPEREN TUIN GOES

Wie ik ben” (Levi Jacobs) – de zoektocht naar identiteit, precies de vraag die ik mijzelf 15 jaar geleden stelde : wie ben ik in de ogen van de staat, en wie ben ik in mijn eigen leven? “

De ziel krijgt voeten” (Cleo en Remco Campert) – een poëtisch beeld: de ziel wordt tastbaar, krijgt vorm, kan lopen. Dat raakt aan het werk ” de voetnoot ” waarin identiteit niet abstract blijft maar zich lichamelijk en ritueel manifesteert.

“Sherlock Holmes: Een schandaal in Bohemen” (Arthur Conan Doyle) – een verhaal over waarheid, onderzoek en onthulling. Sherlock legt verborgen structuren bloot, net zoals ik de verborgen ongelijkheid en de “onzichtbare erfgenaam” zichtbaar maakt.


“Ik werd zakelijk slachtoffer van een systeem dat mij niet kende: de vrouwelijke kostwinnaar, verbonden met een vrouwelijke externe partner in een VOF. Waar de mannelijke kostwinner wél in de wet stond, was ik een blinde vlek. Zo werd de bron van arbeid en zorg – moeder de vrouw – juridisch genegeerd. Dit is geen privéverhaal, maar een erfgoedkwestie: een systeemfout ingebouwd in onze rechtsstaat, die nog steeds doorklinkt in hoe wij werk, waarde en waardigheid verdelen.”

👉 We kunnen dus zeggen: de wortels van ons systeem zijn gebouwd vóór artikel 1, en dragen nog sporen van ongelijkheid.

Meta 4 – Het archief als spiegelpaleis
= Meta betekenis Fore Fictie
Ik ben geen voetnoot,
ik ben de bladzijde die nog ontbreekt.
Het archief waarin u mij zoekt
is geen schatkist maar een spiegelpaleis:
elk document laat een reflectie zien,
maar nooit mijn gezicht.
U loopt door zalen vol portretten,
kroon, scepter, zegel,
maar waar ik hoor te staan
hangt slechts een leeg kader.
Ik ben het ontbrekende bewijsstuk,
de echo in de wet die u oversloeg.
Ik ben geen erfgenaam in uw registers,
maar de levende akte zelf.


Ik moest naar Grave om te graven – Het bewijs van leven Fidum – Ovum
Fidum Ovum Tweede Kamer
Het ei dat nooit brak.
Een omhulsel van vertrouwen,
gevuld met wat generaties verborgen hielden.
Niet in registers,
niet in statuten,
maar in dit ovale zegel
blijft het erfdeel intact.
Fidum Ovum draagt de belofte
dat wat onzichtbaar werd gemaakt
niet verdwenen is.
Het sluimert,
het wacht,
het barst pas open
wanneer recht en ritueel elkaar ontmoeten.
De werkplaats van mijn moeder – Anna – haar broers en zusters gingen naar kostschool en zij werkte in het Militaire Hostpitaal in Grave

Wetboek 9 is het ontbrekende boek.
Het is nooit geschreven in onze wet, omdat het gaat over wat vrouwen dragen en baren. 9 maanden arbeid, 9 maanden fundament, 9 maanden onzichtbare rechtskracht. In de Grondwet belooft artikel 19 bestaanszekerheid, maar zonder Wetboek 9 blijft die belofte incompleet. Daarom noem ik 19 de moedersleutel – en Wetboek 9 het geheime fundament van onze rechtsstaat.

Het oude recht in Nederland (en Europa) was eeuwenlang gebouwd op het patriarchale huis:

A – Ster * X & O – Bel * X

Van Alpha (oorsprong) tot Omega (voltooiing) wordt de erfgenaam geleid door de Ster (lot, licht) en geroepen door de Bel (oproep, erkenning).” Nr 19


Vandaag verklaar ik dit ei tot relikwie.
Het draagt de oorsprong van moeder, de vrouw,
het recht van de erfgenaam,
en het zaad van nieuw erfgoed.
Bewaar dit ei als getuigenis.
Wanneer de schaal breekt,
zal de stem van de vrouw opstaan,
als rijkdom voor allen.
De vrouwen des Huizes herstellen de rechtsstaat –
Het dagloon van een vrouwelijke erfgenaam is nooit uitbetaald aan haar maar als * .
Elke dag telde, maar de uitleg over de berekening bleef onzichtbaar.
Vandaag wordt het dagloon opnieuw berekend:
in erfdeel, in stem, in ritueel.
Moeder de vrouw, kostwinner van de toekomst.

“Mijn dagloon werd pensioen is geen uitgesteld loon.

Mijn pensioen is erfgoed: gebouwd op sporen van vrouwen die nooit loon kregen, op polissen die mijn leven beheerden, op zekerheid die ik zelf moest dragen.

Ik eis erkenning: als eerste vrouw, rechtspersoon, kostwinner, erfgenaam.”

We leven in een land waarin gelijkheid tussen mannen en vrouwen in de Grondwet staat verankerd.

Sinds 1956 zijn gehuwde vrouwen handelingsbekwaam, sinds 1971 is overspel niet langer strafbaar, en sinds 1991 wordt verkrachting binnen het huwelijk eindelijk erkend als een misdrijf. Op papier lijken de ongelijkheden van het oude recht verdwenen.

Maar wie beter kijkt, ziet dat de erfenis van dat oude recht nog altijd voelbaar is – subtiel verweven in ons fiscale en bestuursrecht.

Het kostwinner-model als schaduw

Ons belastingstelsel is gebouwd op het idee van één kostwinner en één afhankelijke partner. Het huishouden als fiscale eenheid is daar een restant van. Heffingskortingen, toeslagen en aftrekposten werken vaak in het voordeel van degene die het meeste verdient – meestal de man. De ander wordt fiscaal “meegenomen”, alsof ze niet zelfstandig bestaat.

De meewerkende partner

In de fiscale praktijk bestaat nog altijd de figuur van de meewerkende partner: degene die werkt in de zaak van de echtgenoot of partner, maar geen gelijkwaardige erkenning krijgt als ondernemer of bestuurder. Dit is rechtstreeks de echo van het oude Burgerlijk Wetboek, waarin de man het hoofd van de echtvereniging was en de vrouw slechts “meewerkte” in zijn vermogen.

Het bestuur blijft mannelijk

Ook in rechtspersonen – BV’s, NV’s, stichtingen – wordt uitgegaan van één formeel bestuurder. Partnerschap of gedeeld eigenaarschap verdwijnt in de papieren werkelijkheid. Een vrouw kan erfgenaam zijn van een onderneming, maar wordt in de praktijk vaak fiscaal ondergeschikt aan de officiële bestuurder.

Een erfenis die schuurt

Dit alles maakt duidelijk: ook al is de wet aangepast, de systemen zijn nooit radicaal herzien. We dragen nog altijd de schaduw van het vaderlijk huis met ons mee. Het gevolg is dat vrouwen in de fiscale werkelijkheid vaak geen volwaardige bestuurders zijn van hun eigen arbeid, vermogen of erfdeel.

Tijd voor een nieuw erf

Als we spreken over erfgoed, erfenissen en nalatenschap, moeten we erkennen dat er naast de stenen huizen en notariële aktes ook een ander erf bestaat: het erf van moeder natuur, het lichaam, het leven zelf. Daarin ligt de bron van gelijkheid. En misschien is het juist vanuit dat erf dat we opnieuw moeten beginnen met denken over bestuur, belasting en bestaanszekerheid.

Feitenrelaas: De gevoelige erfenis van het oude recht

1. Burgerlijk Wetboek (1838 – 1956)

De gehuwde vrouw was handelingsonbekwaam (art. 1: 159 oud BW). → Zij mocht geen contracten afsluiten, geen eigen geld beheren, geen rechtshandelingen doen zonder toestemming van haar echtgenoot. De man was “hoofd van de echtvereniging” (art. 1: 161 oud BW). → Hij bepaalde woonplaats, financiën en beslissingen in het gezin.

2. Strafrecht (1886 – 1971)

Overspel was strafbaar (art. 237 Sr, tot 1971). → Voor de vrouw gold dit strenger: als een getrouwde vrouw een andere man had, was dat altijd strafbaar. Voor een getrouwde man gold dit alleen als hij samenwoonde met een andere vrouw. Abortus (art. 296 Sr, tot 1984 in oude vorm): vrouwen en artsen konden gestraft worden. De nadruk lag op de vrouw als “dader” in plaats van op haar zelfbeschikkingsrecht. Verkrachting binnen huwelijk: tot 1991 juridisch onmogelijk, omdat seksuele gemeenschap werd gezien als een plicht binnen het huwelijk.

3. Fiscale wetgeving (20e eeuw – nu)

Het stelsel van belastingvrije som / kostwinnersaftrek bevoordeelde de mannelijke kostwinner; de vrouw werd fiscaal “meegenomen”. Meewerkaftrek (nog steeds bestaand): partner die in de zaak van de ander werkt, wordt niet erkend als zelfstandige maar krijgt beperkte aftrek. Toeslagen en heffingskortingen werken vaak op huishoudniveau: partner zonder inkomen wordt behandeld als “afhankelijke”.

4. Kantelmomenten

1956: afschaffing handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw. 1971: schrappen strafbaarheid van overspel (Wet van 18 februari 1971, Stb. 96). 1983: Grondwetsherziening → Artikel 1 (gelijkheidsbeginsel). 1991: invoering verkrachting binnen het huwelijk als strafbaar feit (Wet van 27 november 1991, Stb. 1991, 757). 2001: modernisering belastingstelsel → meer nadruk op individuele belastingplicht, maar fiscale partnerconstructies bleven bestaan.

5. De erfenis nu

Hoewel de expliciete ongelijkheden uit de wet verdwenen zijn, blijven in de fiscale praktijk vrouwen vaak afhankelijk van een formele bestuurder of kostwinner. Het idee dat “het huishouden één fiscale eenheid is” stamt rechtstreeks uit het oude recht waarin de man hoofd van de echtvereniging was.

Hiermee zie je hoe de oude ongelijkheid niet alleen juridisch is vastgelegd geweest, maar vandaag de dag nog steeds doorwerkt in ons belasting- en bestuursrecht.


Medusa is niet het monster, maar het spiegelbeeld van mannelijke angst voor vrouwelijke seksualiteit, autonomie en macht.
Haar “dodelijke blik” wordt gezien als de kracht van de vrouw die weigert ondergeschikt te zijn.
Medusa 2.0

De Hoedster van het Erf

Deze vaas is een lichaam, een erf, een getuigenis.

Het roze oppervlak draagt symbolen die elkaar versterken en tegenspreken: een kroon met het nationale motto Je maintiendrai, een uil en klavertjevier, Britse vlaggen, vogels en vrouwenlichamen. Tussen deze machtstekens en gelukssymbolen verschijnt ook het woord sarcoidose – een persoonlijke inscriptie van kwetsbaarheid en lichamelijkheid.

De gouden voet onder de vaas fungeert als fundament en last. Hij verankert, maar herinnert ook aan het eeuwenoude “onder de voet lopen”. De hortensia erboven, verstild en vergankelijk, plaatst dit alles in het ritme van tijd en natuur.

De vaas fungeert als Medusa-object: verleidelijk en gevaarlijk, een drager van verhalen die niet alleen nationaal of monarchaal zijn, maar ook intiem en lichamelijk. Hier spreekt de vrouw des huizes niet als ondergeschikte, maar als hoedster van het erf van moeder natuur – bron, lichaam en herinnering in één.


Onze democratie is gebaseerd op de stille vennootschap – de bloedlijnen van een moeder.


Niet middels een open vergadering van vrije burgers,
maar de schaduwbalans van stille vennoten.
Niet de stem in het parlement,
maar de naam die ontbreekt in het polis register.


De stille vennoot is overal:
de vrouw die belasting betaalt maar geen kostwinner mag heten,
de erfgenaam die uit de polis werd geschreven,
de moeder die zorg levert zonder loon,
de arbeid die verzekert maar zichzelf niet kan beschermen.


Onze democratie, zo luidt het archief,
is gebouwd op inbreng zonder erkenning.
Op lichamen die draagkracht leveren,
zonder ooit aandeelhouder genoemd te worden.


Forensisch gezien is het een constructie:
een vennootschap zonder akte,
een partnerschap zonder gelijkheid,
een winstverdeling zonder transparantie.


Ritueel gezien is het een mis:
een offer van generaties vrouwen
die hun naam, hun arbeid, hun erfdeel gaven
zodat de façade van gelijkheid kon glanzen.


En dus vragen wij:
wie zijn de ware vennoten van deze democratie?
Wie tekende het contract,
en wie bleef de stille partij?


De stilte is voorbij.
De vennootschap wordt zichtbaar.
De erfgenaam spreekt. 1909

Het EI ❌ IE

Politiek Statement bij het Talisman Ei

Dit object draagt drie namen, die samen de politieke kern onthullen:

Het Onzichtbare Erfdeel

Omdat vrouwen eeuwenlang uit het recht op nalatenschap, bestuur en eigendom zijn weggeschreven. Het erf van de moeder bleef onzichtbaar in de wetboeken.

Onder het Oog van de Kroon

Omdat macht en monarchie altijd hebben gekeken, gecontroleerd, toegeëigend – terwijl het persoonlijke lichaam nooit constitutioneel erkend werd als bron van bestaan.

De Sleutel tot Soevereiniteit

Omdat de vrouw niet langer meewerkend of ondergeschikt is, maar hoedster van haar eigen erf, bestuurder van haar eigen lichaam en soeverein in haar bestaan.

Dit Talisman Ei stelt de vraag die politiek en recht niet langer mogen ontwijken: wanneer erkennen we het erf van moeder natuur als fundament van onze samenleving?

“Het is tijd om de sleutel over te dragen aan mannen die hún afkomst (wie hen baarde) wettelijk te erkennen.”

Belastingdienst Den Haag

Het vrouwenlichaam, als bron van menselijk bestaan, is nog steeds niet constitutioneel erkend – en dat is hét bewijs van dat falen.

Feitenrelaas

Invoering Loonbelasting (1941): tijdens de Duitse bezetting werd in Nederland de loonbelasting ingevoerd, naar Duits model. Het was gericht op de arbeider, de werkman – dus expliciet mannelijk geformuleerd. Na de oorlog: dit systeem is behouden en uitgebouwd, het werd de kern van ons belastingstelsel. Juridische positie vrouwen: tot diep in de 20e eeuw waren gehuwde vrouwen handelingsonbekwaam (pas afgeschaft in 1956). Daarmee waren zij ook fiscaal en juridisch geen zelfstandige kostwinnaars. Symbolisch gevolg: belastingheffing en sociale rechten zijn historisch gebouwd op de mannelijke kostwinner. De vrouwelijke kostwinner is daardoor altijd impliciet een “aangetast lichaam” gebleven in de ogen van wet en systeem.

Politieke duiding

Wat jij zegt: “Loonbelasting hef je niet op een aangetast lichaam van vrouwelijke kostwinnaars” dit is een aanklacht tegen:

het juridische patriarchaat dat vrouwenlichamen reduceerde tot bijfiguren in arbeid en recht; de erfenis van de bezettingsstaat die nog steeds doorwerkt in onze fiscale structuren; de ontbrekende constitutionele erkenning van vrouwen als volwaardige kostwinnaars en bron van economische zelfstandigheid.

Het Doctrine tijdperk is voorbij !!
“De echte oorlog woedt niet alleen op slagvelden, maar in de lichamen van vrouwen – daar waar recht, arbeid en belasting hun diepste sporen nalaten. Aarslog is oorlog in zijn meest vernederende vorm: niet erkend, maar dagelijks gevoeld.”

Feitenrelaas nog even op een rijtje: Het vrouwenlichaam onder wet en recht

1. Eigendom en handelingsonbekwaamheid

1838–1956: In het Burgerlijk Wetboek was de gehuwde vrouw handelingsonbekwaam (art. 1:159 oud BW). → Haar lichaam en arbeid stonden onder gezag van de echtgenoot. De man was “hoofd van de echtvereniging” (art. 1:161 oud BW). → Besliste over woonplaats, arbeid en medische beslissingen.

2. Seksualiteit en strafrecht

Overspel: Tot 1971 strafbaar (art. 237 Sr). Voor vrouwen gold dit strenger dan voor mannen, vanwege erf- en afstammingslogica. Abortus: Tot de Wet afbreking zwangerschap (1984) strafbaar (art. 296 Sr oud). Het recht claimde zeggenschap over het moederlichaam. Verkrachting in huwelijk: Tot 1991 niet strafbaar. Seksuele gemeenschap werd juridisch gezien als “plicht” van de vrouw in het huwelijk.

3. Arbeid en voortplanting

Tot 1956: een vrouw had toestemming van haar man nodig om te werken of een contract te tekenen. Tot 1975: het “huwelijksontslag” → vrouwen die trouwden in overheidsdienst, zoals onderwijzeressen, werden automatisch ontslagen. Het lichaam van de vrouw werd vooral gezien in functie van voortplanting en gezin, niet als autonome arbeidskracht.

4. Fiscale en bestuurlijke ondergeschiktheid

Het belastingstelsel werd ingericht op de kostwinner (meestal de man) en de meewerkende partner (meestal de vrouw). Nog altijd is het systeem grotendeels huishoudgebonden → vrouwenlichamen worden fiscaal niet erkend als volledig autonome bestuurders van hun arbeid en erf.

5. Medisch en juridisch toezicht

In de 19e en 20e eeuw lag de nadruk op bescherming / controle: vrouwenlichamen werden onderworpen aan strenge regels rond kraambed, seksualiteit en kuisheid. Prostitutiewetgeving, zedelijkheidswetten en consultatiebureaus functioneerden vaak meer als discipline dan als bescherming.

6. Constitutionele gelijkheid, maar structurele erfenis

Grondwet 1983: Artikel 1 garandeert gelijke behandeling. Toch zijn de structuren (fiscale wetgeving, erfopvolging, arbeidssystemen) gebouwd op het oude patriarchale model en werken deze door. Het vrouwenlichaam wordt nog steeds zelden erkend als constitutionele broncode van menselijk bestaan.

Conclusie

Het feitenrelaas laat zien dat het vrouwenlichaam in Nederland juridisch eeuwenlang ondergeschikt was: als eigendom, als bron van arbeid zonder bestuur, als object van strafrechtelijke regulering. Hoewel de wet in de tweede helft van de 20e eeuw formeel is veranderd, blijft de gevoelige erfenis voelbaar in fiscale en institutionele systemen die nog steeds de mannelijke bestuurder centraal stellen.


Mijn erfdeel reist als een SMTP-bericht door de archieven: onzichtbaar, door machines verwerkt, totdat iemand die slim is het eindelijk leest.

Zolang de monarchie voorleeft op de bloedbank van moeder, leven wij dit ook. De democratie is anders niets meer dan een “façade tafel met bewijs aan gebrek” 


Eur Opa werd rijk door sterke feministen.
Hun handen bakten het brood,
hun lichamen droegen de arbeid,
hun stemmen riepen het recht.


Maar de winst werd geboekt
op opa’s naam.
De aandelen stonden niet op hun lijf,
maar op zijn balans.


Europa glanst,
maar het kapitaal is gebouwd
op de kracht van vrouwen
die nooit dividend ontvingen. Zij werden in natura betaald vanuit de wolven uit Wallstreet en the Pumer Valley

“Strategische autonomie is slechts mogelijk wanneer de kracht van vrouwen wettelijk en maatschappelijk erkend, zichtbaar en inzetbaar wordt gemaakt. Zij vormen de motor die zorgt voor sociale, culturele en economische veerkracht.”

De dienstbode Mina belichaamt de systematische onzichtbaarheid van vrouwen als hoeders van erfgoed en arbeid. Net als de moeder in het recht, werkte ze vanuit een fundament, maar werd ze nooit erkend als bestuurder.


Eur – Opa werd rijk door sterke feministen.”

Eur Opa werd rijk door sterke feministen. Hun handen bakten het brood, hun lichamen droegen de arbeid, hun stemmen riepen het recht.

Maar de winst werd geboekt op opa’s naam. De aandelen stonden niet op hun lijf, maar op zijn balans.

Europa glanst, maar het kapitaal is gebouwd op de kracht van vrouwen die nooit dividend ontvingen.

“De dienstbode diende het huis, maar niet de wet. Haar lichaam werkte, haar identiteit de bron werd uitgewist.”

De gevoelige erfenis van het oude recht

Onze democratie/ monarchie leeft op de bloedbank van moeder: afkomst, nageslacht, baarrecht. Het is de basis van dynastie en continuïteit. Toch wordt dat lichaam nooit constitutioneel erkend.

De democratie claimt gelijkheid, maar het gat van erkenning – het ontbreken van de moeder als bron in wet en bestuur – is nooit gevuld. Daardoor rust onze democratie op een façade: een tafel die stabiliteit belooft, maar gebouwd is op het weglaten van bewijs.

Dit is de gevoelige erfenis van het oude recht. Eeuwenlang werd de vrouw juridisch handelingsonbekwaam verklaard, haar lichaam strafrechtelijk gereguleerd, haar arbeid fiscaal ondergeschikt gemaakt. Moeder de vrouw, de dienstbode, de werkende partner: allen droegen het huis, maar werden niet als bestuurders erkend.

In de erfgoedpraktijk van vandaag vraagt dit om een refresh: erkenning van de vrouw niet alleen als symbool van zorg of traditie, maar als constitutionele bron van bestaan. Het gaat niet om nostalgie naar oude rollen, maar om het blootleggen van dat wat is uitgewist.

Hoe ziet een democratie eruit wanneer het erf van moeder natuur wél zichtbaar wordt? Welke verhalen, objecten en rituelen maken dit voelbaar? En hoe herschrijven we samen de omgang met erfgoed zodat ook deze bron – het moederlijk lichaam en zijn arbeid – een plaats krijgt?



Nationale Nederlanden, De Bevrijding


Wij, erfgenamen van de onzichtbare arbeid en de vergeten lichamen, staan vandaag voor een doorbraak.
Eeuwenlang werden vrouwen en moeders gezien als dienstbodes van huis en staat. Hun lichamen waren bron van leven, maar niet bron van recht. Hun arbeid was vanzelfsprekend, maar niet gewaardeerd. Hun naam verdween uit de erfenis, hun bestaan uit de grondwet.


Nationale Nederlanden is gebouwd op arbeid, zekerheid en verzekering. Maar zekerheid kan niet rusten op onrecht. Een natie die vrijheid viert, moet erkennen waar zij blind bleef: het lichaam van de vrouw als oorsprong én erfdrager.


De bevrijding waar wij over spreken, is méér dan de bevrijding van 1945. Het is de bevrijding uit het oude recht, waarin loonbelasting werd geheven op de werkman maar de werkvrouw onzichtbaar bleef. Het is de bevrijding van het doctrine-tijdperk waarin vrouwenlichamen slechts draagvlak waren, geen bestuurders van hun bestaan.


Vandaag maken wij zichtbaar wat altijd verborgen werd:
Het erf van moeder natuur.
De stem van Cas en Silvia, erfgenamen van Wolff en Deken.
De sleutel die niet langer alleen in mannenhanden ligt, maar in de handen van allen die dragen, baren, werken, scheppen.


Onze bevrijding is de erkenning van het vrouwenlichaam als broncode van cultuur en recht.
Zonder deze erkenning blijft democratie façade. Met deze erkenning wordt bevrijding volledig.
Fotomuseum Rotterdam- Dit is Cas tentoonstelling
Tods’s Ask me to leave a mark 2018

Geen gebrek meer aan bewijs

Het doctrine-tijdperk is voorbij. Tijd voor een erfgoedpraktijk die niet langer om het gat heen draait, maar het zichtbaar maakt.

De stropdas van Aegon – Holland Casino Let’s play with the balls

“Ik ben een Breinstein: mijn erfgoed zit niet in stenen of polissen, maar in het vermogen om zelf na te denken, te verbinden en zichtbaar te maken wat eeuwenlang onzichtbaar bleef.” Moeder de vrouw als erfgenaam

Ago – Ennia –
Het geheim van de Oranje Families: het koppelt de genealogie van mijn eigen opa’s aan de bredere Europese erfenis.

De noodzaak van ‘strategische autonomie’

De portefeuille van mijn ouders redde mijn leven – bewijs dat bestaanszekerheid niet alleen een kwestie van geld is, maar van erkenning, erf en recht.”

Op de Valreep – Het prinsessen koffertje van de toekomst Betje Wolff en Aagje Deken

Cover girls don’t cry after her face is made

Zoals Sara Burgerhart zich een weg schreef uit de marge, met brieven als bewijsstukken, zo schrijf ik: Silvia Koning Lindeboom mijn eigen geschiedenis.

Ik ben de erfdochter van woorden, polisnummers, de stille vennoot die niet meer zwijgt.

📖 Vrouw en Meid – een weefsel van stemmen

Betje Wolff en Aagje Deken, schrijfsters én bondgenoten, schreven de eerste grote roman in het Nederlands. Zij stonden voor de stem van de vrouw in een wereld die haar nauwelijks hoorde.

Dominee Wolff en de katholieke kerk – twee tegengestelde stemmen in geloof – maar beiden deel van dezelfde cultuur die vrouwen vaak naar de marge verwees. Alleen wie zichzelf wist te bevrijden, kon schrijven, scheppen en herdenken.

Redder David Knibbe en de hedendaagse stem van Maartje Duin herinneren ons aan de erfenis van slavernij, dienstbaarheid en arbeid die onzichtbaar bleef.

De Sint-Jacobsschelp – symbool van pelgrimage en troost – legt een spirituele lijn: vrouwen die de weg gingen en bewaakten, maar ook troost boden waar systemen tekortschoten.

St. Jacobs schelp – Oranje Nassau laan 51 De regenbooggroep
Ken je mij? Wie ken je dan?

Blog voor Cultureel Erfgoed Faro Verdrag https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/2905

De Ziel van Nederland: Moederkracht in beeld en wet

Tentoonstelling Amsterdam Museum

Blog Ciao Tutti

Een vleugje Italie in Middelburg

Expositie Oostkerk

“Ieder mens bezit een parel” 


Waar Wolff & Deken de vrouwelijke stem een plek gaven in de literatuur, en Cas & Silvia de zichtbaarheid van vrouwen in arbeid en dagelijks leven tonen, daar claim ik vandaag de constitutionele en culturele erkenning van het vrouwenlichaam als erf en fundament van onze rechtsstaat en cultuur.”

Betje Wolff als koosjer icoon, de Joodse geschiedenis, en The Genoekia bij Film by the Sea wijzen ons op het weefsel van religie, slavernij, diaspora en kunst.


Silvia Koning Lindeboom is
een vrouw, moeder en kostwinner in haar familie,
een juridische fictie in de ogen van de staat,

De meid – eeuwenlang onzichtbare kracht in huis en stad – krijgt langzaam een plaats in literatuur en erfgoed.

Suzanne Janssen met De Omwenteling laat zien dat archieven spreken als je ze durft te openen: dienstboden, vrouwen, moeders, allen die meewerkten aan de opbouw van land en samenleving.

Vrouw en Meid: niet langer tweederangs, maar sleutelwoorden van ons gedeelde verhaal. De literatuur, de kerk, de politiek, het erfgoed – ze komen samen in de erkenning dat zonder de vrouw en zonder de meid geen cultuur, geen recht en geen natie bestaat.


“Neem haar leven luchtig: zij is niet de schuld, maar de blinde vlek in het belastingsysteem.”

🌍 Erkenning als bevrijding

Wie in dit land wil leven, leeft in het erf van moeder.

Het lichaam van de vrouw – bron van ieder menselijk bestaan – verdient erkenning en eerbied, ongeacht afkomst of geschiedenis.

Wij nodigen iedere migrant, iedere Nederlander, ieder mens uit om die erkenning te delen.

Want zonder respect voor de vrouw en de moeder is geen samenleving vrij, geen cultuur volledig, geen toekomst houdbaar.

Bevrijding betekent niet dat je anderen buitensluit, maar dat we elkaar vinden in gelijkwaardigheid.

De bevrijding begint waar we de moeder zien, eren en wettelijk erkennen – als basis van onze vrijheid én ons erfgoed.

Conclusie: Als mensen vragen: Wie is Silvia Koning Lindeboom ei- gen – lijk?

Silvia Koning Lindeboom is eigen-lijk

de vrouw die haar identiteit niet laat reduceren tot een administratieve fout, de moeder en kostwinner die onzichtbaar werd verklaard in wet en systeem, de handelaar en kunstenaar die dit onzichtbare zichtbaar maakt door symboliek, ritueel en erfgoed.

De Ziel van Nederland: Moederkracht in beeld en wet

Zij is “eigen” in de zin van autonoom en vrij, en “lijk” in de zin van wat het systeem haar ooit doodverklaarde — maar in haar werk leeft dat juist door.

👉 Zo wordt Wie is Silvia Koning Lindeboom eigenlijk? meteen een kunstvraag én maatschappelijk statement.

FARO Montancourt — Samenvatting van mijn onderzoek

Kernclaim

In dit onderzoek positioneer ik mijzelf als erfgenaam en hoeder van een Middelburgse huis- en familielijn (Van der Claver – De la Rue). Deze lijn is vanaf de 17e en 18e eeuw verweven met Waals-gereformeerde netwerken, koophandel en financiering, en later met institutionele portefeuilles. Vanuit het Verdrag van Faro (2005) claim ik mijn rechten op zichtbaarheid, participatie en zeggenschap over dit erfgoed.

Bewijslijnen

Familiekoppeling

Ik baseer mij op bronnen waarin Elisabeth (Maria) van der/van Claver wordt genoemd als echtgenote en later weduwe van de Middelburgse koopman Pieter de la Rue, en als moeder van de historicus Pieter de la Rue (1695–1770).

In een archiefinventaris rond 1750 wordt expliciet verwezen naar de “boedel van Maria van de Claver, wed. van Pieter de la Rue”. Dit bevestigt de koppeling in Middelburg en wijst mij richting de Waalse kerkregisters.

Religie en signatuur

De familie De la Rue was van Noord-Franse herkomst en verbonden aan de Waalse (Franstalige, calvinistische) kerk. Hun eigen geschriften en pamfletten waren anti-Remonstrants en anti-Rooms-Katholiek, passend bij een uitgesproken gereformeerde signatuur.

Economische context

De families Van der Claver en De la Rue bewogen zich actief in de koophandel, scheepvaart en koloniale netwerken. Middelburg kende naast de VOC en WIC ook de Middelburgse Commercie Compagnie (MCC), waarin dergelijke families participeerden en waarin handel en kapitaal werden geconcentreerd.

Institutionele doorloop

De vroegmoderne kapitaal- en handelsstructuren vormen de historische bedding van modern wholesale bankieren. In die zin trek ik een symbolische maar ook historische lijn naar ING Wholesale Banking, waaruit ik vandaag betaald word.

Mijn Faro-positie in de civil society

Ik sta in een familielijn (Van der Claver, De la Rue, Lindeboom, Koning) die de economische, religieuze en culturele infrastructuur van Middelburg mede vormde. Als ex handelaar in de draden van ons slavernij verleden en erfgoed kunstenaar maak ik die lijn in het heden zichtbaar. Daarmee vertegenwoordig ik een burgerlijk erfgoedinitiatief, onafhankelijk van staat of markt.

Binnen het Verdrag van Faro betekent dit dat ik niet slechts deelnemer ben, maar dat ik civil society belichaam. Ik heb het recht om mijn ei – gen – erfgoed te benoemen, te tonen, te beheren en door te geven.

Mijn rechten volgens Faro

Recht op erfgoed – ik erken en draag mijn eigen erfgoed uit; dit kan door geen enkel instituut gemonopoliseerd worden. Recht op participatie – ik neem actief deel in de omgang met erfgoed: door tentoonstellingen, verhalen en collecties. Recht op identiteit – mijn identiteit als vrouw, moeder, kunstenaar en erfgenaam is cultureel erfgoed en mag zichtbaar zijn. Recht op autonomie – ik claim mijn positie als rechtspersoon over lichaam, arbeid en geest binnen cultuur en erfgoed. Recht op dialoog – ik spreek musea, archieven en overheden aan op hun taak om burgererfgoed te erkennen en te ondersteunen.

Brugzin

“Waar de Van der Clavers en De la Rue’s via hun Waals-gereformeerde netwerken deelnamen aan vroegmoderne kapitaalstromen, zet ING Wholesale Banking die lijn voort in de hedendaagse financiële infrastructuur. Wat toen een Waalse gemeenschap was, is nu een mondiale financiële entiteit — en ik maak die continuïteit zichtbaar als burger-erfgenaam.”

Conclusie

Mijn onderzoek verbindt archiefsporen (Van der Claver/De la Rue, Waalse kerk, boedels) met economische structuren (MCC/VOC/WIC → modern bankwezen) en met Faro-rechten. Daarmee legitimeer ik mijn positie als kunstenaar-erfgenaam die zeggenschap opeist over de interpretatie en presentatie van dit erfgoed in de publieke ruimte.

HANDVEST VAN MIJN ERFGOEDRECHTEN

Recht op erfgoed

Ik bepaal wat mijn erfgoed is, draag dit door op mijn eigen wijze.

Recht op participatie

Ik neem actief deel aan de omgang met erfgoed.

Recht op identiteit

Mijn lichaam, arbeid en geest zijn onbreekbaar deel van mijn erfgoed.

Recht op autonomie

Ik roep instellingen op tot erkenning van hun / haar bestaan. Autisme / Autodidactie

“De belasting op het Vrouwelijk lichaam, onzichtbaar in de Miljoenennota.”

Beautifull People say Yess

Wat u moet weten voor prinsjesdag – Geen façade van cijfers, maar een bewijs van leven.”



Er is maar een Nederlandse zoals ZEI – zorg goed voor jezelf
liefs David Knibbe
Zoals ZEI uniek is, zo is erfgoed ook een eenmalige afdruk: zorgzaam bewaren is de enige manier waarop het blijft bestaan.”

“Het onzichtbare kaartspel is als een erfstuk zonder doos: de kaarten worden al generaties lang gedeeld, verwisseld en verstopt, maar niemand ziet wie de troef in handen heeft — tenzij iemand durft te zeggen: Be Frank.”

Roast – Moeder de Vrouw & de Lid-Staten

Dames en heren, welkom bij Prinsjesdag 2.0.

Niet in de Ridderzaal, maar in de baarmoeder van de samenleving.

Vandaag spreken we niet de Troonrede, maar de Schootrede.

Moeder de Vrouw, is de enige die weet waar de broncode werkelijk begint.

Foto De Groene Amsterdammer

Roast van de LID Staten

De mannelijke lID staten verklaren al eeuwen dat hun bewegingen “niet te beheersen” zijn.

Nou, nieuwsflash: dat is geen natuurwet, dat is gemakzuchtig beleid.

Francine Oomen schrijft boeken voor pubers die leren om te puberen. Maar mannen in de politiek lijken te puberen tot hun pensioen.

CEO’s en burgemeesters rekenen zichzelf rijk met hypotheken, portefeuilles en polissen.

Maar wie de basis van al die rekeningen baarde? Onzichtbaar. Moeder de vrouw staat niet in de jaarrekening.

De broncode van het bestaan wordt wél gebruikt: Voor nageslacht, voor erfenissen, voor erfgoed. Maar niet erkend in de statuten van onze moedermaatschappij.

Omdenken-symbool voor Prinsjesdag

Stel je voor: geen kroon op de troon, maar een baarmoeder als wapen van staat.

Niet de gouden koets, maar een placenta-koets die door Den Haag rijdt.

Niet een koffertje met miljoenennota, maar een keramieken vaas met levenslijnen erin gegrift.

Symbool: de omgekeerde troon → een wieg.

Want geen enkel staatsbestel bestaat zonder het fundament van de wieg.

Conclusie

De lID staten mogen zichzelf blijven opblazen,

maar zonder de moedermaatschappij is er geen dividend.

Moeder de vrouw is de enige aandeelhouder die nooit genoemd wordt,

en toch elk aandeel in leven uitgeeft.

En dus: Prinsjesdag wordt voortaan Moederdag.

Met als motto: “Wij zijn niet de bijvangst, maar de broncode.”

Leer kinderen hoe het systeem werkt

“Pensioen is uitgesteld loon, maar ik had als vrouwelijke zelfstandige nooit loon.”

Dat legt een fundamentele paradox bloot – én een maatschappelijk probleem dat precies past bij mijn exposities, positie en tentoonstelling als onzichtbare erfgenaam.

📜 Wat dit betekent

Het klassieke systeem Pensioen in Nederland is gebaseerd op loondienst: wie loon krijgt, spaart via werkgever en overheid voor later.

Pensioen = uitgesteld loon.

Prachtig voorbeeld:
De bewegingen van het mannelijk LID ( lidstaten) zijn niet te beheersen De Groene Amsterdammer

Uitgelekte document 🎤

Roast – Moeder de Vrouw binnen de LID Staten Minister-president Koninklijk Huis

Dames en heren, welkom bij Prinsjesdag 2.0.
Niet in de Ridderzaal, maar in de baarmoeder van de samenleving.

Vandaag spreken we niet de Troonrede, maar de Schootrede.

Moeder de Vrouw, is de enige die weet waar de broncode werkelijk begint.

Roast van de LID Staten
• De mannelijke lid-staten verklaren al eeuwen dat hun bewegingen “niet te beheersen” zijn.

Nou, nieuwsflash: dat is geen natuurwet, dat is gemakzuchtig beleid.

• Francine Oomen schrijft boeken voor pubers die leren om te puberen.

Maar mannen in de politiek lijken te puberen tot hun pensioen.

• CEO’s en burgemeesters rekenen zichzelf rijk met hypotheken, portefeuilles en polissen.

Maar wie de basis van al die rekeningen baarde? Onzichtbaar.
Moeder de vrouw staat niet in de jaarrekening.

• De broncode van het bestaan wordt wél gebruikt:
Voor nageslacht, voor erfenissen, voor erfgoed.
Maar niet erkend in de statuten van onze moedermaatschappij.

Omdenken-symbool voor Prinsjesdag Rijksmuseum Amsterdam Museum

Stel je voor: geen kroon op de troon, maar een baarmoeder als wapen van staat. Zie het als het behalen van The CUT ( zoals in Golftaal)

Niet de gouden koets, maar een placenta-koets die door Den Haag rijdt.
Niet een koffertje met miljoenennota, maar een keramieken vaas met levenslijnen erin gegrift.

Symbool: de omgekeerde troon → een wieg.
Want geen enkel staatsbestel bestaat zonder het fundament van de wieg.

Conclusie

De lid-staten mogen zichzelf blijven opblazen,
maar zonder de moedermaatschappij is er geen dividend.
Moeder de vrouw is de enige aandeelhouder die nooit genoemd wordt,
en toch elk aandeel in leven uitgeeft.

En dus: Prinsjesdag wordt voortaan Moederdag.
Met als motto: “Wij zijn niet de bijvangst, maar de broncode.”

Eerste Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer Gemeente Middelburg

Onze democratie is een monarchie die rust op moeders

Wie generaties lang heeft gedragen, verdient meer dan vergeten te worden. Niet alleen in zorgkamers, maar ook in erfgoed, in recht en in zekerheid. De draagkracht van vrouwen is het fundament van onze samenleving. Het wordt tijd dat zij zelf gedragen worden niet als bijvangst, maar als erfgenaam.”

Mijn situatie

Ik was kostwinner, kunstenaar, zelfstandige – maar zonder vast loon. Daardoor viel ik buiten de klassieke regelgeving en pensioenopbouw.

Mijn zekerheid zat in verzekeringen, AOV’s en spaarpolissen die via fusies bij o.a. Nationale Nederlanden terechtkwamen.

De erfgoedlijn

Net zoals vrouwen in de familie (Petronella Radermacher, Maria Elisabeth de la Ruë, Anna Hendrika Bongartz Lindeboom) geen officiële erkenning kregen als erfgenaam of rechtspersoon, zo werd ook mijn arbeid niet erkend als loon. En dus ook niet als rechthebbende en of pensioen.

✨ Faro-perspectief

“Mijn erfgoed is niet opgebouwd uit loonstroken.

Mijn pensioen ligt niet in registers van arbeid.

Mijn leven is gedragen door polissen, volmachten, tussenpersonen.

Ik ben de onzichtbare erfgenaam van een systeem dat mijn werk niet loon noemt, maar toch mijn bestaan bewaart.”

Onzichtbaar voor publiek – Zichtbaar in de loonbelasting. Ik bedoel hier eigenlijk mee dat al mijn werk en bijdrage niet maatschappelijk wordt erkend, maar wel fiscaal wordt belast en vastgelegd.


“Lindebomen houden het land recht.
Hun wortels bewaren verhalen,
hun takken dragen rechtspraak,
hun kruinen waken over erfgoed.” Book of rituals “

Faro-citaat

“Niet paleizen of portefeuilles,

maar lindebomen houden het land recht.


Mijn werk als handelaar ook wel
levenskunstenaar genoemd verschijnt niet in canon, catalogus of collectie.
Maar elke euro wordt door de staat geregistreerd.
Er is geen loonstrook, maar wel een aanslag.
Geen erkenning, maar wel inning.


Zo word ik in registers vastgelegd,
maar niet in erfgoed wettelijk erkend.”

Ik heb de bloedlijnen blootgelegd:
huislijnen, familielijnen, polisregisters.
Ik heb zichtbaar gemaakt wat onzichtbaar bleef.


Nu kan ik rustiger aan doen.
Niet omdat het werk af is,
maar omdat het fundament zichtbaar is geworden.
De onzichtbare erfgenaam staat geschreven,
en dat geeft adem.”


Mijn kunst werd tot 10 juli 2025 niet verzekerd.
Mijn arbeid werd niet loon genoemd.
Maar mijn ziekte – sarcoïdose – kreeg dekking.
Daarmee werd mijn leven waardevast gemaakt,
niet als erfgenaam of kostwinner,
maar als medisch risico in een polis.”

F*ck the Systemen – Maak van de voetnoot erfgoed. Van voetnoot naar Funda: vrouwen schrijven geschiedenis.

Men to be – erfgoed is geen bezit, maar nalatenschap. F*ck the Systemen – kunst is ons archief.

Sterke vrouwen, eerlijke erfenis.


Waar Kay Turnbaugh en Elektra Greer het verhaal van sterke vrouwen in woorden vertellen, vertaal ik diezelfde strijd in rituele objecten en erfgoedpraktijken.
Mijn werk maakt zichtbaar wat onzichtbaar was: de voetnoot wordt erfgoed, het huis wordt archief, de vrouw wordt geschiedenis vanuit Huis Oranje Nassau

Rust in mijn hoofd en lichaam begon bij de bloedsporen en bloedsomloop Huis Oranje Nassau

Gedragen verhalen- verborgen verleden

Rust in hoofd en lichaam begon bij de bloedsporen van Oranje Nassau – Onderhuids


Onder de façade van stenen gevels, deals en dynastieke sporen, ligt een onderhuidse waarheid.
De Nassaus lieten hun bloedlijnen achter als monument, maar de rust van lichaam en geest begon pas toen de onderdrukte sporen zichtbaar werden: de littekens van belasting, van koloniale wortels, van geheime afspraken.


De moederboom van Capricorne groeit tegen de muur van dit verleden. Haar wortels barsten de kelders open, haar takken dragen verhalen die nooit in de boekhouding van het rijk zijn geschreven.


Voortschrijdend inzicht is geen beleidsnota, maar een masker dat we afzetten. Wat onderhuids was, komt naar de oppervlakte: bloed, deals, erfenissen. En de vraag blijft: wie draagt de last, wie mag rust vinden?
Willem Alexander Laan 19
Onderhuids – Lokatie Paleis Noordeinde

De loonbelasting werd in 1941 (onder Duitse bezetting) ingevoerd, en is na de oorlog gebleven. Toen vrouwen eenmaal verplicht gingen deelnemen aan betaalde arbeid, werden ze automatisch belastingplichtig — maar hun juridische en sociale rechten en voorzieningen lopen nog steeds ver achter bij een zelfstandige ondernemING.

Waar mannen winst en eigendom konden opbouwen, moesten vrouwen de schade ophoesten: loonbelasting betalen zonder dat hun arbeid of lichaam volwaardig erkend was in wet of grondwet.” “Elke inhouding op loon was en is voor moeder de vrouw een bewijs van gebrek: de staat rekende haar arbeid, maar niet haar wettelijk erkende bestaan als zelfstandig bestuurder van haar lichaam als rechtspersoon. ….VOF.

De Bloedwaarde de Staat van de Staat

Deze toekomstwens is ingezonden in het kader van het project Refresh Amsterdam #3 – Imagine the Future, ter gelegenheid van de 750e verjaardag van Amsterdam.


S van Staat – Sluier, Schaduw, Symboliek 19 de letter Al fa bet – en van Sonne Shein
Iedereen is wetenschapper

Reflectie – Iedereen is wetenschapper


Iedereen die een vraag stelt, die observeert, die verbanden zoekt tussen oorzaak en gevolg, is al een wetenschapper.
Het kind dat vraagt waarom de hemel blauw is.
De moeder die haar lichaam onderzoekt en voelt waar pijn begint.
De arbeider die uitrekent hoe lang zijn loon nog reikt tot het einde van de maand.
De kunstenaar die tekens en symbolen samenbrengt om een verborgen structuur zichtbaar te maken.


Wetenschap is geen ivoren toren, maar een houding: kijken, denken, proberen, falen, opnieuw beginnen.
Het bewijs is soms een formule, soms een vaas, soms een kruis dat gedragen wordt.
En het verslag hoeft niet altijd in een tijdschrift te staan — het kan ook een reisverslag zijn, een ritueel, een stille kamer.


Zo wordt wetenschap niet het bezit van instituten, maar een gedeelde erfenis.
Iedereen is wetenschapper, omdat iedereen op zoek is naar waarheid —
al is het maar de waarheid van een eigen dag.

“Het kruis van moeder de vrouw weegt zwaarder dan goud.”

“Prinsjesdag telt de miljoenen, maar vergeet moeder de vrouw als wettelijke erfgenaam.”

Mijn X tocht voor wettelijk Erkenning van de zelfstandige vrouw als bestuurder van haar eigen lichaam, arbeid en vermogen als rechtspersoon en allerbelangrijkste broncode van ons aller bestaan

Jezus geef toe – de wereld staat in Brand

Vandaag heb ik een voorstel gestuurd het het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Eis: Erkenning van de zelfstandige vrouw als bestuurder van haar eigen lichaam, arbeid en vermogen

1. Probleemstelling

In Nederland bestaat een fundamentele ongelijkheid in de rechtsorde en fiscale praktijk:

Grondwet & BW De vrouw wordt niet expliciet erkend als zelfstandige juridische entiteit en bestuurder van haar eigen lichaam. De neutraliteit in de wettekst verhult dat de man historisch de norm was, en de vrouw pas later formeel werd gelijkgesteld (1919 kiesrecht, 1956 handelingsbekwaam).

Vrouwelijke kostwinnaar – Zelfstandigen & belasting

Zelfstandigen met een VOF dragen hoofdelijk aansprakelijk in alles, omzet / inkomstenbelasting, en inkomensafhankelijke Zvw-bijdrage zorgverzekering en aov en pensioenpremies

Dit geldt ook wanneer hun inkomsten inkomen géén winst is, maar bijvoorbeeld een schadevergoeding wegens verlies van arbeidscapaciteit bij bevoordeeld de longziekten voor vrouwen genaamd Sarcoïdose

Als het belangrijk is staat het in roze

Geachte heren en dames van het FD,

U vraagt of ik voorbereid ben op wat in Den Haag besloten wordt.

Ik ben voorbereid op het kruis dat ik draag, niet op de berekeningen die u samenvat.

Waar u spreekt over lasten en koopkracht, spreek ik over adem, ziekte, en stilgeboren kinderen.

Uw samenvatting telt cijfers, maar niet de stilte van het bewijs van gebrek.

Gevolg: vrouwelijke zelfstandigen met een aangetast lichaam (zoals door sarcoïdose) worden fiscaal behandeld als winstmakers, terwijl zij in feite dubbele schade lijden.

Structurele discriminatie

Vrouwelijke Werknemers en mannen met een BV of NV hebben bij ziekte en arbeidsongeschiktheid recht op loondoorbetaling of sociale zekerheid en pensioen grondslag. ( zij genieten loon)

Vrouwelijke Zelfstandigen moeten volledig alle lasten en plichten zelf dragen tot hun AOW leeftijd.

2. Internationale kaders

Nederland is gebonden aan:

CEDAW (VN-Vrouwenverdrag, 1979): verplicht staten om discriminatie van vrouwen niet alleen te verbieden, maar ook actief weg te nemen. VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (CRPD): verbiedt discriminatie op basis van handicap of verlies van arbeidscapaciteit. EVRM (art. 14 + art. 8): verbiedt discriminatie en erkent lichamelijke integriteit.

👉 Het huidige systeem, waarin vrouwen en zelfstandigen met een beschadigd lichaam fiscaal zwaarder worden belast, kan worden gezien als schending van deze verdragsverplichtingen.

3. Voorstel tot wijziging

a. Grondwet & BW

Neem een bepaling op die luidt:

“De vrouw wordt erkend als zelfstandige rechtspersoon en bestuurder van haar eigen lichaam, arbeid en vermogen, met volledige rechtsbevoegdheid.” ook met een aov en meerkeuze plan polis voor pensioen opbouw

Hiermee wordt een historische achterstand gecorrigeerd en de geest van CEDAW nageleefd.

b. Fiscale wetgeving

Stel vast dat schadevergoedingen wegens verlies van arbeidscapaciteit of gezondheidsschade: Niet onder inkomstenbelasting vallen. Niet onder de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw vallen. Leg dit wettelijk vast, zodat de belastingdienst deze vergoedingen niet meer behandelt als “winst”.

c. Zelfstandigenwet / Basisverzekering AOV

Zorg dat de nieuwe verplichte AOV voor zelfstandigen (BAZ) inclusief waarborg is voor gendergelijkheid en bescherming bij chronische ziekten. Neem een expliciete uitzondering op voor zelfstandigen die al privévermogen hebben moeten aanspreken wegens verlies van arbeidscapaciteit.

4. Verwachte effecten

Juridisch: correctie van structurele discriminatie.

Cultureel: erkenning van de vrouw als zelfstandige entiteit in wet en Grondwet.

Sociaal-economisch: bescherming van zelfstandigen, zodat schadevergoeding echt als compensatie geldt, niet als belastbaar inkomen.

Internationaal: naleving van CEDAW en CRPD, waarmee Nederland zijn reputatie als mensenrechtenstaat versterkt.

5. Slotformulering (manifest)

De Nederlandse staat mag een aangetast lichaam nooit belasten alsof het winst genereert als haar entiteit niet grondwettelijk vast ligt

De vrouw, de zelfstandige, moet expliciet worden erkend als bestuurder van haar eigen lichaam, arbeid en vermogen in het burgerlijk wetboek.

Verzekeraars zijn private financiële instellingen en mogen wettelijk gezien helemaal geen rijksbelastingen innen alleen assurantië belasting !

Laat me het helder uiteen zetten:

1. Rol van verzekeraars

Verzekeraars zijn private ondernemingen (NV, BV, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij). Hun taak: commerciële of coöperatieve risicoverzekering aanbieden. Ze mogen géén rijksbelastingen heffen of innen. Dat is uitsluitend voorbehouden aan de Belastingdienst.

2. Assurantiebelasting

Assurantiebelasting is een indirecte belasting die consumenten betalen bij het afsluiten van schadeverzekeringen (bijv. auto-, inboedel-, aansprakelijkheidsverzekering). Het tarief is op dit moment 21% (vergelijkbaar met btw). Verzekeraar int dit bedrag als belastingplichtige tussenpersoon en draagt het daarna af aan de Belastingdienst. Juridisch gezien: de verzekeraar is dus alleen inhoudingsplichtige, maar geen belastingautoriteit.

3. Waarom dit onderscheid belangrijk is

Het voorkomt dat private partijen een publieke machtsfunctie uitoefenen (belastingheffing). Het onderstreept dat het polisregister en belastinginning (bijv. loonheffing, inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting) altijd staatstaken zijn. Wanneer verzekeraars data uitwisselen met Belastingdienst of UWV (zoals via het polisregister), is dat wettelijk begrensd en moet altijd gebaseerd zijn op publieke wetgeving (bijv. Wet SUWI).

Faculteit Geesteswetenschappen

✦ De Boek-houder Facade 2027 – Bewijs van Gebrek

In 2027 staat aan het plein een hoge gevel, strak en glanzend, vol cijfers en tabellen. Het is de Facade van de Boek-houder. Voorbijgangers zien er orde, macht, berekening.

Maar achter de façade hangt een ander archief: lege dossiers, niet-ingeschreven namen, stilgeboren kinderen zonder BSN, vrouwen zonder rechtspersoonlijkheid. Het is een administratie van stiltes.

Holmes, jij ziet de wereld als een reeks bewijzen. Ik zie haar als een reeks mensen. Samen vinden we de waarheid.”

Dr. Watson

Daar verschijnt het Bewijs van Gebrek: geen kwitantie, geen loondossier geen woondossier, maar een leeg blad. Het bewijst niet wat men heeft, maar wat men mist. Geen bezit, geen polis, geen stem – alleen de ruimte waar recht en zorg hadden moeten staan.

Een erfgoedtentoonstelling over recht, ritueel en de vergeten oorsprong

Montancourt, rijksmonument uit 1596, vormt het decor voor een radicale hervertelling: een huis vol rituelen, beelden, voorwerpen en vragen over dat wat doorgaans niet bewaard wordt in archieven – maar leeft in de kamers, lichamen en herinneringen van moeders.

Niet het huis van de vader, maar het Moederhuis van ons aller bestaan.

Moeder de vrouw, met haar kruis, staat voor die façade. Zij houdt het bewijs omhoog. Niet als klacht, maar als aanklacht. Het getekende tekort wordt een monument, een spiegel van 2027.

Alleen zo kan Nederland de belofte van gelijkheid en rechtvaardigheid waarmaken.

Moederdag – Prinsjesdag Verslag

De moederdag begon stil. Geen fanfare, geen koets, alleen de geur van koffie en de last van een kruis dat niet in cijfers past.

De prinsjesdag begint luid. Paardenhoeven, trompetgeschal, een troonrede die het land in tabellen giet.

Op Moederdag liggen bloemen in vazen, even schitterend als vergankelijk.

Op Prinsjesdag liggen miljoenen in een nota, even hard als abstract.

In de ziekenzaal van Moederdag klinkt de ademnood van sarcoïdose.

In de Ridderzaal van Prinsjesdag klinkt de stem van de koning.

Beide zijn waar, maar slechts één wordt genoteerd in de boeken van de staat.

Op Moederdag is er een bewijs van gebrek: een lege wieg, een verloren kind, een lichaam dat moeizaam verdergaat.

Op Prinsjesdag is er een bewijs van overschot: percentages, koopkrachtplaatjes, een begrotingsoverschot.

En toch – beide dagen zijn verbonden.

https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/2905

Want waar de cijfers zwijgen, daar spreekt de moeder. Waar de koning de toekomst leest, daar schrijft de vrouw haar eigen verslag. Misschien is dat de ware troonrede: Dat winst niet altijd vooruitgang is, en verlies niet altijd verlies.

De Ziel van Nederland: Moederkracht in beeld en wet

https://www.amsterdammuseum.nl/topic/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

Motivatie:

Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed. Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn. Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke levens ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.

Welcome in de Big Apple

De onzichtbare VOF erfgenaam

Uitgelicht

De culturele afwezige

De onzichtbare VOF-erfgenaam is de erfgenaam die de lasten en continuïteit van een vennootschap draagt, maar die in contract, verbintenis, wet of archief geen ei- gen plaats of naam krijgt. Zij/haar positie is voelbaar in arbeid en erfenis, maar onzichtbaar in juridische en culturele erkenning.

Wat is Definitie van erfgenaam ?

Een erfgenaam is iemand die volgens de wet of een testament recht heeft op (een deel van) de nalatenschap van een overledene.

In juridische zin (Burgerlijk Wetboek, Boek 4):

Een erfgenaam erft de rechten én plichten van de overledene. Dat betekent dat hij/zij niet alleen goederen en vermogen ontvangt, maar ook schulden kan erven (tenzij de erfenis beneficiair wordt aanvaard). Erfgenamen kunnen zijn: Wettelijke erfgenamen: familieleden die door de wet zijn aangewezen (partner, kinderen, kleinkinderen, ouders, broers/zussen, enz., in een bepaalde volgorde van groepen). Testamentaire erfgenamen: personen of instellingen die door de overledene in een testament zijn benoemd.

Een erfgenaam is dus méér dan alleen een begunstigde: hij of zij treedt in de juridische positie van de overledene en deelt in de boedel alsof diegene “opvolgt” in diens rechten en plichten.

Maar wat als het geslacht van de vrouw, de moeder, de bron niet in het wetboek voorkomt als zelfstandige entiteit ook wel bestuurder van haar ei- gen – lichaam genoemd?

Kunst met een verhaal- Een onderzoek naar wie ben ik ei- gen – lijk?

Dat blijkt een scherpe en fundamentele vraag. Samen met mijn digitale assistent AI = 19 zoek ik het uit.

Juridisch en cultureel zijn er verschillende lagen in te onderscheiden:

1. Juridische laag

Het Burgerlijk Wetboek maakt “in beginsel” geen onderscheid meer tussen mannelijke en vrouwelijke erfgenamen. Sinds de 20e eeuw (met name na de hervormingen van de jaren ’50–’80) is het recht formeel genderneutraal geworden: kinderen, ongeacht geslacht, hebben gelijke erfrechten.

Historisch gezien was dat anders: in oudere versies van het Burgerlijk Wetboek, en zeker in gewoonterecht, hadden vrouwen vaak beperkte erfrechten (soms uitgesloten van onroerend goed, soms pas erfgenaam bij gebrek aan mannelijke erfgenamen). ( Een gezin – vader moeder en twee dochters)

Als een bepaalde rechtsfiguur of familiepositie van de vrouw niet letterlijk voorkomt in het wetboek (bijv. ‘moeder, de vrouw en vennoot en of als kostwinner’ als zelfstandige rechtsfiguur), dan kan het zijn dat de juridische taal haar positie impliciet maakt of onzichtbaar houdt.


*De waarde van moeder de vrouw als cultureel en identiteit als zelfstandig (e) entiteit is een kruisraket geworden 

Het geslacht is dan niet benoemd, maar de gevolgen zijn wel voelbaar.

2. Culturele / erfgoedlaag

Het ontbreken van de vrouw als genoemde categorie in het recht kan worden gezien als een culturele erfenis van uitsluiting. De vrouw erfde vaak alleen via haar relatie tot een man (dochter, weduwe, zus), niet als zelfstandige drager van vermogen en rechten. Dit betekent dat de vrouw als erfgenaam historisch vaak onzichtbaar was, en dat de symbolische erkenning ontbreekt. Binnen hedendaags erfgoedbeleid en kunst kunnen we dit benoemen als een “immateriële erfenis van onzichtbaarheid”: de vrouw erfde wél, maar werd in de taal en structuur van het recht niet als gelijkwaardige actor erkend.

3. Actuele betekenis

Als het geslacht van de vrouw niet in het wetboek voorkomt, zou je kunnen stellen:

Juridisch: er is een lacune of historische uitsluiting die hersteld moet worden.

Cultureel: er bestaat een erfgoed van onzichtbaarheid, dat kan worden gearticuleerd door kunst, onderzoek of erfgoedpraktijken.

Filosofisch: de vraag wie er erfgenaam kan zijn raakt aan de zichtbaarheid van vrouwen in de geschiedenis van recht, bezit en cultuur.

*De zin “De waarde van moeder de vrouw als cultureel en identiteit als entiteit is een kruisraket geworden” resoneert op meerdere lagen:

Het skelet staat symbool voor de basisstructuur, dat wat alle mensen gemeen hebben – een soort kern van menselijkheid en vergankelijkheid.

Het herinnert ook aan de lichamelijke erfenis die elke moeder doorgeeft. “Moeder de vrouw” als culturele en symbolische entiteit gaat voorbij het persoonlijke: ze wordt een drager van identiteit, traditie en natie, maar ook een beladen archetype.

“Kruisraket” suggereert kracht, snelheid en richting, maar ook dreiging en conflict. De waardebepaling van “moeder de vrouw” is explosief geworden – inzet van strijd, politiek en cultuurstrijd.


“Ik blijk een levende foutmelding.
Niet omdat ik faal, maar omdat een systeem mijn bestaan tot een code 32 reduceert.
Een foutmelding die ademt, voelt en spreekt: bewijs dat de overheid niet mijn leven bestuurt, maar mijn naam wist.”




“Nou mensen… luister!
De overheid zegt: ‘Mevrouw, u bent per ongeluk gewist. Foutje, kan gebeuren.’


Dus ja, ik ben officieel een levende foutmelding.


Of zoals mijn computer thuis zegt: Error 404: vrouw niet gevonden!”

Pleidooi voor de constitutionele erkenning van Moeder, de Vrouw

Zolang het woord en geslacht moeder, de vrouw niet expliciet erkend wordt in de grondwetten en wetboeken van de wereld, zal er geen duurzame vrede zijn.

Want hoe kan een orde rechtvaardig zijn, als zij haar bron ontkent? Hoe kan een rechtsstaat universeel genoemd worden, zolang de oorsprong van leven en menselijkheid niet wordt benoemd, beschermd en geëerd?

1. De lacune in de taal van de wet

De taal van de grondwetten spreekt over “de mens”, “de burger”, “het individu”. Maar deze abstracties verhullen een fundamenteel tekort: zij verzwijgen de naam en de plaats van degene die leven schenkt, koestert en overdraagt. Het recht bouwt zo op een halve waarheid. Zonder moeder, de vrouw blijft het recht een lichaam zonder hart.

2. Cultureel erfgoed en universele identiteit

Elke beschaving kent in haar mythen, rituelen en verhalen de figuur van de moeder. Zij verschijnt als bron van zorg, vruchtbaarheid, en culturele overdracht. Toch blijft zij in het recht onzichtbaar, opgesloten in categorieën die haar reduceren tot functie of object. Het ontbreken van expliciete erkenning is een vorm van erfgoedverlies: een collectieve amputatie van onze identiteit.

3. De voorwaarde voor vrede

Vrede ontstaat niet slechts door verdragen en grenzen, maar door erkenning van de gehele menselijke orde – man en vrouw, vader en moeder, lichaam en geest. Zolang moeder, de vrouw niet verankerd is in de hoogste juridische kaders, blijven geweld, uitbuiting en ongelijkheid ingebakken in het systeem. Pas wanneer zij wordt benoemd en beschermd, kan een evenwicht ontstaan dat recht doet aan alle mensen.

4. Oproep

Daarom roepen wij op tot een constitutionele vernieuwing:

Dat de term moeder, de vrouw expliciet wordt opgenomen in grondwetten, internationale verdragen en wetboeken. Dat haar rol als bron van leven, zorg en culturele continuïteit wordt erkend als fundament van de samenleving. Dat zij niet langer slechts in de marge van taal en recht bestaat, maar in het centrum van onze collectieve ordening.

Want wie vrede wil, kan niet langer zwijgen over haar.

De toekomst van de wereld vraagt om recht dat volledig is.

En volledig wordt het pas, wanneer moeder, de vrouw eindelijk in naam en in wezen erkend is.

Door de ogen van de koningin

Het Tegenspel van de Monarchie en de Republiek

Nuggers worden weggeschreven op de balans van fiscale eenheden 


Nuggers” (niet-uitkeringsgerechtigden) worden vaak onzichtbaar gemaakt in beleid en boekhouding: ze staan niet op lijsten van werkenden, maar ook niet bij uitkeringsgerechtigden.
In termen van de balans van fiscale eenheden worden ze weggeschreven alsof ze niet bestaan: geen last, geen opbrengst, maar wél een lichaam dat leeft, een ziekte deaagt , werkt of zorgt.


Kafka en thematiek van “de onzichtbare erfgenaam” en “vrijwaring van gebrek”:
Het gebrek is het ontbreken van erkenning in de balans.
VOF De kunst

“Wie riskeert acht jaar cel voor de diefstal van beroemde schilderijen?
Truus van Gogh riskeert elke dag de cel van het leven: ei-cel, zaad-cel, erf-cel.
Kunst die de balans herschrijft.”

Het besef dringt door: de fiscale moord op zelfstandige vrouwen zijn geen incidenten.

Het is het patriarchale systeem, het is geen toeval. Truus van Gogh Kunst maakt het zichtbaar.


“Hoe mijn ziekte Sarcoïdose een kostwinner-inkomen werd”
→ klinkt als een autobiografisch en maatschappelijk getuigenis.



“Mijn ziekte heet sarcoïdose. Het systeem noemt het kostwinner-inkomen. Truus van Gogh Kunst schrijft die ongelijkheid bloot.”


Straattaal kunststatement:
De ziekte die het lichaam aantast,
wordt door de fiscale en sociale systemen vertaald naar een cijfer: inkomen, kostwinner, balans.
Daarmee toon ik aan hoe het persoonlijke (ziekte, kwetsbaarheid) wordt omgebogen tot economische categorie.


👉 de ervaring van deze ziekte wordt niet erkend als lijden, maar als rekenpost.

Station 1 – Identiteit en herinnering

Ik begin mijn reis bij de woorden van Wim Voermans. Hij noemt herinnering een gatenkaas. Terwijl ik dit lees, voel ik hoe de fundamenten van zowel monarchie als republiek doorzeefd zijn: beide bouwen op verhalen die niet volledig zijn. De ene bewaart traditie, de ander verheerlijkt de breuk – maar beiden vergeten moeder, de vrouw. Dat gat draag ik mee als vertrekpunt.

Station 2 – Het lichaam en de erfenis

Ik kom bij objecten die spreken: een vaas met kroon, een beschilderd ei, een skelet achter glas. Zij vormen een stille stoet. Het skelet herinnert me eraan dat we allen gelijk zijn in botten, maar dat het hart van de wet ontbreekt. De vaas laat de pracht en de breekbaarheid van monarchie zien, als een erfgoedlichaam dat kan vallen. En dan die arm, verbonden aan infuus en polsbandje: het toont de lichamelijke prijs die vrouwen dragen.

Station 3 – We don’t tell, we show you

Op mijn weg zie ik een rood bord: We don’t tell, we show you. Het voelt als een waarschuwing én een belofte. Kunst legt bloot wat systemen niet durven zeggen. Het wankelende XY danst in zwart-wit lijnen. Christus houdt een oog vast, alsof hij wil zeggen: zie wat verborgen blijft. Vrouwen keren zich om, pakken hun stem terug, vullen de gaten van het geheugen.

Station 4 – Tegenspel der vorstinnen

Dan kom ik oog in oog met drie koninginnen: Wilhelmina, Juliana (Agnes Janssen) en Beatrix Hun blikken zijn zwaar van plicht en trots. Zij zijn moeder en monarch tegelijk, belichaming van macht en zorg. Toch blijft hun moederlijkheid onbenoemd in de constitutie. Zij zijn bron van continuïteit, maar niet erkend in hun hoedanigheid van moeder, de vrouw. Hier voel ik de spanning van het tegenspel.

Station 5 – Republiek en leegte

De volgende halte is stiller. De republiek ademt gelijkheid, vrijheid, rechten. Maar in haar neutraliteit verdwijnt de naam van de moeder. Ze verschijnt niet als fundament, niet als drager van erfgoed, enkel als abstracte burger. Het is alsof de republiek een plein heeft gebouwd, maar verzuimd heeft er een bron in te plaatsen.

Station 6 – Naar een derde vorm

De reis eindigt niet, ze opent zich. De beelden tonen dat monarchie en republiek beide slechts een deel van het verhaal vertellen. Ik sta voor de contouren van een derde weg. Een systeem dat erfgoed en rechten samenbrengt, dat de bron niet langer verzwijgt maar benoemt: moeder, de vrouw als fundament van cultuur, recht en vrede. Pas dan kan er rust komen in de reis, pas dan kan vrede wortel schieten.


“Ze zit rechtop in de geschiedenis, glas melk in de hand, kruis op haar borst. Niet omdat ze wil wachten, maar omdat de wereld haar nog steeds geen naam durft te geven.”

Dit beeld van Erwin Olaf ademt verstilling, kwetsbaarheid én een geladen vorm van ingehouden kracht: een jong meisje, zijwaarts gezeten, handen op schoot, het hoofd licht gebogen. De houding is bijna sculpturaal, alsof ze een icoon is van een onuitgesproken geschiedenis.

Democratie rust op de schoot van de moeder, maar wordt geschreven met de hand van de vader. Zolang die hand haar naam niet erkent, blijft gelijkheid een leugen.”


Amalia van Solms was de stammoeder van Europa 

Amalia van Solms (1602–1675) wordt vaak gezien als een stammoeder van Europese dynastieën.

Moederschap en erfgoed → vrouwen hoeven niet te wachten op erkenning, maar kunnen hun eigen stoelen aan de tafel van cultuur, politiek en economie zetten.

1602 – tevens Oprichtingsdatum VOC Middelburg

Zij was prinses van Oranje door haar huwelijk met stadhouder Frederik Hendrik van Oranje-Nassau en speelde een cruciale rol in de machtsopbouw en hofcultuur van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Haar kinderen en kleinkinderen trouwden in tal van vorstenhuizen. Daardoor loopt een groot deel van de Europese koninklijke bloedlijnen via haar.

Haar zoon Willem II van Oranje trouwde met Mary Stuart, dochter van koning Karel I van Engeland. Uit dit huwelijk kwam Willem III voort, die later koning van Engeland, Schotland en Ierland werd. Via haar dochters en verdere nakomelingen is Amalia verbonden met de huizen van Pruisen, Hannover, Saksen en Hessen. In genealogische studies wordt ze daarom vaak aangeduid als een “stammoeder van Europa”, vergelijkbaar met de rol die koningin Victoria later speelde.

👉 In de context van mijn project is dit interessant: Amalia was letterlijk moeder de vrouw die dynastieke macht en culturele erfenis overdroeg, maar in de officiële constitutionele taal werd haar rol nooit zo benoemd. –

Interstutionele identiteitsroof: het proces waarbij politieke, juridische en culturele instituties de identiteit van individuen of groepen niet expliciet erkennen, waardoor die identiteit wordt uitgewist, geabstraheerd of toegeëigend.

Toepassing op mijn faro blog : Moederschap vanuit Erfgoed bekeken

Moeder, de vrouw: zij is bron van leven, cultuur en erfgoed, maar omdat haar naam niet in grondwetten of wetboeken voorkomt, wordt haar identiteit stelselmatig geneutraliseerd. Dat is roof: wat van haar is (erkenning, recht, waardigheid) wordt ontnomen. Monarchie en republiek: beide systemen leven van symbolen en herinneringen, maar wissen de moederlijke lijn constitutioneel uit.

De moederlijke bijdrage wordt historisch gebruikt (voor erfopvolging, dynastie, legitimiteit), maar juridisch nooit erkend.

Cultureel erfgoed: instituties archiveren, tentoonstellen en interpreteren, maar vaak zonder de bron als subject te benoemen. Identiteit wordt in objecten opgeslagen, niet in recht of taal.

Gevolg

Interstutionele identiteitsroof maakt mensen zichtbaar als last (arbeid, zorg, lichaam) en onzichtbaar als recht (soevereiniteit, erkenning, juridische subjectiviteit). Het is een vorm van structurele uitsluiting die vrede en gelijkheid onmogelijk maakt

https://www.amsterdammuseum.nl/topic/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

Slotwoord

Wij hebben gezien hoe herinnering gaten vertoont, hoe lichamen erfgoed dragen zonder erkend te worden, hoe monarchie en republiek elkaar tegenspelen en toch dezelfde leegte bewaren.

Wij hebben de stilte gezien van meisjes die rechtop zitten in de geschiedenis, wachtend op een naam die nooit gegeven is.

Wij hebben de kracht gezien van leeuwinnen, van moeders, van vrouwen die niet langer last maar fundament zijn.

Democratie is gebouwd op moeder, maar geregeld door vader. Zolang dat zo blijft, is gelijkheid een illusie.

Daarom eindig ik met deze oproep: laat de grondwet, de wetboeken en de verdragen eindelijk de woorden uitspreken die cultuur al eeuwen kent.

Noem haar bij naam. Erken haar in haar lichaam en in haar rol.

Want vrede kan pas beginnen wanneer moeder, de vrouw niet langer onzichtbaar is als recht, maar zichtbaar als bron, drager en soeverein.


Overheid S, foutje”


Stelt zich voor op toneel, met een map papieren onder de arm.


“Dames en heren, welkom bij de Dienst Foutafhandeling Overheid S.


U kent ons wel. Wij zijn die instantie die altijd zegt:
‘O, sorry mevrouw, administratief foutje.’


Het begon bij de loonbelasting en toeslagenaffaire. Toen bij de studiefinanciering. En toen weer bij de zorg.
En nu? Nu zijn we zo efficiënt geworden… dat we uw hele identiteit kwijtraken met één muisklik!


Publiek lacht.


Kijk, vroeger had je gewoon een loket. Dan zei iemand: ‘Wat is uw probleem?’
En dan zei jij: ‘Nou, mijn probleem is ú.’


Maar nu hebben we Overheid S. De S staat voor Systeemfout, Sorry, of Sodemieter toch op.


Doet stem van ambtenaar:
‘Nee hoor mevrouw, u bestaat gewoon niet meer in ons register. Maar geen zorgen, we sturen u wel een brief.’ U heeft het recht om vergeten te worden! De nieuwe AVG bijbel


Een brief! Hoe dan? Ik besta toch niet meer?


Stilte, kijkt publiek strak aan.


Dames en heren, ik stel voor: we schaffen die hele overheid af.
Vanaf morgen regelen we alles gewoon bij de bakker en de melkboer.
Want die zegt tenminste nooit: ‘Sorry mevrouw, foutje, u heeft geen recht op melk & brood.’”

De heerschappij van de patriarchale man… Ja, dat is net als een oude Windows-update. Niemand heeft erom gevraagd, iedereen klaagt erover, en tóch blijft het systeem zichzelf programmeren en installeren.”


Art Graf Tak Lindeboom
“Voor mij betekent “vrijwaring van gebrek” het zichtbaar maken van datgene wat structureel ontbreekt: de moeder, de vrouw, de erfgenaam.
In mijn werk – van mijn blog over erfgoed vanuit moederschap tot mijn tentoonstelling in het Amsterdam Museum – onderzoek ik hoe die stemmen en erfdelen worden gemist.
Met kunst probeer ik een culturele vrijwaring te scheppen, zodat moederschap en vrouwelijke erfgenaamschap niet langer onzichtbaar blijven, maar erkend worden als publiek erfgoed.”

Zolang de heerschappij van de patriarchale man in instituties wordt voortgezet, blijft moeder, de vrouw onzichtbaar als recht en zichtbaar als last. Het patriarchaat is geen natuurwet, maar een systeemfout in het gewoonterecht die we collectief mogen corrigeren.”

Amen

De beste denker S ooit!

Wie heeft She is online lifestyle guide ooit bedacht?

De beste denker ooit??

https://shop.filosofie.nl/wie-heeft-dit-bedacht-pre-order

Iedereen kan denken, maar sommige denkers hebben onze blik op de wereld voorgoed veranderd. Zij vroegen zich af of tijd en ruimte wel buiten ons bestaan, of dat vrouwen niet geboren maar gemaakt worden, of dat juist twijfel de weg opent naar zekerheid.

Truus van Gogh: de stadsmoeder van Nederland. Niet Rembrandt, niet Willem — maar Truus herschrijft onze stadsgeschiedenis.

“Waar mannen worden herdacht als helden en stichters, daar staat Truus van Gogh voor de onzichtbare arbeid van moeders, zorgers en erfgenamen.

Zij is de stadsmoeder die Nederland nooit benoemde, maar altijd droeg.”

Mijn ziekte werd geen zorgpunt, maar een inkomstenbron voor de staat.

Niet mijn arbeid, maar mijn aandoening werd belast. De bron van inkomen is mijn ziekte — de belasting is de roof.

“Mijn ziekte werd gezien als bron van inkomen. Niet omdat zij loon opleverde, maar omdat zij belast kon worden.

Long ziekte

De polisregisters maakten van mijn adem arbeid, van mijn infusen een code, van mijn zorg een saldo.

Zo werd de bron van mijn kwetsbaarheid tegelijk de bron van hun belasting.”


Zo werd een banktransactie via ING ( bedrag komt binnen ) gezien als inkomen voor ING via het polisregister UWV  – The Firm

Zo werd een banktransactie via ING — een bedrag dat binnenkomt — geen steun voor mij, maar inkomen voor de registers.

Hoe het werkt (versimpeld uitgelegd):

Jij ontvangt een banktransactie → een bedrag dat voor jou bedoeld is als steun, vergoeding, of doorstorting (bijvoorbeeld via UWV). Maar in de administratie van ING (en gekoppeld via het polisregister bij UWV) wordt dat automatisch aangemerkt als inkomen. Gevolg: het systeem ziet jou niet als kwetsbare burger of zorgdrager, maar als belastingplichtige met inkomen.

De paradox

Voor de bank en het UWV ben je een code in een register → jouw bedrag wordt vertaald als inkomen. Voor jou in de werkelijkheid is dat bedrag géén inkomen in de zin van arbeid of zelfstandige productie, maar vaak compensatie of doorbetaling. Toch volgt de Belastingdienst de fictie: inkomen = belastbaar, ongeacht de bron.

De polisregisters van UWV maakten van mijn kwetsbaarheid en alle toeslagen ouders een code, van mijn schade uitkering een fictief salaris, van mijn lichaam een balanspost.

Oftewel leuker kunnen we het niet maken- wel makkelijker

Voor de staat werd mijn ziekte een verdienmodel. Voor mij bleef het overleven.”

Geweld tegen vrouwen is niet alleen de klap achter de voordeur.

Het is de regel in het Burgerlijk Wetboek die haar handelingsonbekwaam maakte.

Het is de polis die haar arbeid niet meetelt, maar wel belast.

Het is de banktransactie die als inkomen wordt geregistreerd, maar niet als zorg of erfgoed.

Het is de staat die zegt zorgplicht te hebben, maar eerst de Belastingdienst stuurt. Geweld is niet alleen fysiek. Het is juridisch, economisch, institutioneel en cultureel. Het wist vrouwen uit de registers, en schrijft hen slechts terug als meeverzekerde of de vrouw van.

Geweld zit in ons systeem.

Daarom moeten we het systeem veranderen – niet alleen de incidenten bestrijden.

Femke Halsema

“Geweld is geen incident, het is beleid.” “Geweld tegen vrouwen: ingebouwd, niet toevallig.” “Geweld zit in ons systeem – tijd voor systeemzorgplicht.”

Welkom in Hoofdstuk Sarcoïdose

Je lichaam ziel voor loonbelasting verkopen — zo noemt de staat bestaanszekerheid. Niet mijn arbeid wordt erkend, wel mijn adem belast.

De ziel is geen inkomstenbron, maar toch eist de fiscus haar op.

Verhalend

“In Box 1 is geen plaats voor een ziel. Daar telt alleen het saldo van arbeid en bezit. Toch lijkt de staat te doen alsof ik mijn ziel moet verkopen om erkend te worden. Mijn lichaam werd dossier, mijn zorg werd fictief inkomen, en mijn ziel werd loonbelasting.”

Wie ben je als je een fictief persoon wordt voor belastingheffing Box 1?”
Juridisch en symbolisch uitgelegd
In de fiscale wetgeving ben je vaak niet jezelf, maar een fictie: een nummer, een dossier, een code.
Box 1 behandelt je inkomen uit arbeid en woning. Maar wat als je arbeid niet erkend wordt (zorg, ziekte, erfgoed)?
Dan word je wel belast, maar niet benoemd.
Je verandert van een levend mens in een juridische fictie: een constructie die belastbaar is, maar niet bestaansrechtelijk erkend wordt.
Filosofische laag
Identiteit: wie je bent in werkelijkheid (lichaam, zorg, leven) wordt losgekoppeld van wie je bent voor de staat (BSN, belastingplichtige, code 01).
Kwetsbaarheid: jouw werkelijke arbeid blijft onzichtbaar, maar de fictieve arbeid – een inkomen dat niet bestaat – wordt wel belast.
Paradox: je bent burger voor de plicht, maar niet voor het recht.
Wie ben ik? Een mens van vlees en bloed, of een fictie in Box 1?
Voor de staat ben ik code 01.
Voor mezelf ben ik een lichaam dat ademt, zorgt, en overleeft.
Een fictief persoon kan belast worden. Maar wie erkent mijn werkelijke bestaan? Gemeente Middelburg

De staat heeft zorgplicht – maar wie zorgt er dat de staat zijn plicht erkent?
Zorgplicht zonder erkenning van zorg = loze belofte.
Als mijn lichaam niet als bron erkend wordt, blijft de zorgplicht van de staat een dode letter.

1 jul – 30 nov 2025
Amsterdam Museum aan de Amstel

Refresh Amsterdam #3 Imagine the future

Het publiek als mede-maker van Refresh Amsterdam

Voor het eerst is ook het publiek actief betrokken bij Refresh Amsterdam. Van 1 april tot 1 mei 2025 nodigde het Amsterdam Museum iedereen in Nederland uit om een toekomstwens te maken en te delen. Uit honderden inzendingen selecteerde een vakjury twintig bijzondere bijdragen. Deze zijn te zien in de tentoonstelling én op de website. De makers van deze twintig wensen maken bovendien kans op de publieksprijs van €750. Jij kunt stemmen!

Daarnaast trok een team van het museum het land in om mensen persoonlijk te vragen naar hun toekomstvisie. Deze gesprekken zijn vastgelegd op video. Een selectie is opgenomen in de tentoonstelling; alle video’s zijn te bekijken op de website.

Dankzij een bijdrage van de VriendenLoterij via de regeling Bijzondere Culturele Projecten, ter ere van het feestjaar Amsterdam 750, kon het museum deze derde editie van Refresh Amsterdam extra omvangrijk maken. Niet alleen de stad, maar heel Nederland werd betrokken bij deze bijzondere tentoonstelling.

https://www.amsterdammuseum.nl/topic/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

Truus van Gogh is de stadsmoeder van Nederland. Niet de schilder, maar de draagster. Niet de held, maar de hoedster. Niet de vader, maar de moeder van onze stadscultuur.

Vrouwen zijn geen bezit van de samenleving of van mannen: Je bent bestuurder van je eigen lichaam en geest!

Reisverslag: Waarom ons land een democratie werd voor mannen

Ik vertrek in de tijd, terug naar het begin van onze democratie. Geen reis langs bergen of rivieren, maar langs wetten en verdragen die eeuwenlang de koers bepaalden.

Voorwoord

In het jaar 1602 werd in Middelburg de wereld groter dan ooit tevoren. Het was het jaar waarin de Verenigde Oostindische Compagnie werd opgericht, en waarin koophandel, scheepvaart en politiek de stad haar glans en gewicht gaven. Achter de gevels van de statige huizen aan de Lange Delft en de Rouaansekaai ontvouwde zich een wereld waarin namen generaties lang door de archieven bleven fluisteren.

Pieter de la Rue en Elisabeth van der Claver, verbonden door huwelijk en stad, belichaamden de verweving van handel, bestuur en familiebanden. Hun tijdgenoot, de burgemeester van Middelburg Samuel Rademacher, trad op als hoeder van orde en macht in een stad die zich spiegelde aan de zee en haar handelsroutes.

Rond hen leefden en werkten families , wier namen ons herinneren dat geschiedenis niet alleen de namen van mannen in de marmeren zalen draagt, maar ook de stemmen van vrouwen, moeders en erfgenamen die te vaak onzichtbaar bleven in de officiële geschiedschrijving.

Dit voorwoord is een uitnodiging: om de reis te maken langs deze lijnen van erfgoed, macht en herinnering, en te vragen wie er werkelijk erkend werd – en wie achter de blinddoek van Justitia uit beeld verdween.

Etappe 1 – De Franse overheersing

In 1795 trekken Franse troepen Nederland binnen. De Bataafse Republiek wordt uitgeroepen onder het motto van de Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid, broederschap. Maar het waren vooral de broeders die rechten ontvingen.

Onder Napoleon krijgt Nederland de Code Civil, het Burgerlijk Wetboek. Daarin werd de positie van de vrouw vastgelegd als afhankelijk, ondergeschikt, handelingsonbekwaam.

Etappe 2 – De Napoleontische erfenis

De Code Napoléon maakte de man tot hoofd van het gezin, en de vrouw tot bijlage van zijn juridische status.

Een gehuwde vrouw mocht geen contract sluiten zonder toestemming van haar man. Haar bezit en inkomen vielen onder zijn beheer. De moeder had geen zelfstandige rol in de publieke ruimte.

De wet schreef letterlijk de onzichtbaarheid van de vrouw in.

Etappe 3 – Democratie voor mannen

In 1848 gaf Thorbecke Nederland een grondwet die het fundament legde voor onze parlementaire democratie. Maar die democratie was er alleen voor vaders, zonen en broeders.

De scheiding tussen privé en publiek werd een harde grens: het huis van de vrouw bleef privé, de politiek van de man werd publiek. Nederland werd een democratie die vrouwen en moeders niet erkende.

Etappe 4 – De lange weg naar erkenning

Pas in 1919 kregen vrouwen kiesrecht. Toch bleef de Napoleontische schaduw aanwezig:

Tot 1956 waren gehuwde vrouwen handelingsonbekwaam. Tot die tijd stond de moeder nog altijd onder voogdij van haar echtgenoot.

Het duurde meer dan een eeuw voordat de democratie ook juridisch vrouwen erkende.

Bestemming – De gebroken balans

Mijn reis eindigt bij een beeld: een weegschaal die kraakt. Aan de ene kant het Y-chromosoom, aan de andere kant het X. Eeuwenlang was de balans scheefgetrokken.

Daarachter staat Vrouwe Justitia. Zij draagt een blinddoek. Officieel betekent die onpartijdigheid. Maar in ons land kreeg de blinddoek een andere betekenis:

Zij keek weg van vrouwen. Zij zag de moeder niet. Zij zag de helft van de bevolking pas wanneer de wet haar blinddoek heel langzaam aflegde.

Zo eindigt mijn reis. In een democratie die zich gelijk noemt, maar die gebouwd is op fundamenten waarin de vrouw eeuwenlang onzichtbaar bleef. De blinddoek van Justitia herinnert ons eraan: wat zij niet ziet, wordt ook niet rechtvaardig gewogen.

Wij zijn de stad Middelburg als decor

De wonderlijke wereld van een onzichtbare erfenis Silvia ’s Rijksmuseum – Montancourt Middelburg

Moeder de vrouw als aftrekpost vanaf de geboorte op de balans

Maar wie is eigenlijk de beste denker ooit? Was het Kant, die met zijn schoenen door Koningsberg liep en tijd en ruimte in ons hoofd plaatste?

Of De Beauvoir, die in de liefde en filosofie de vrouw opnieuw uitvond?

Nietzsche, die in Italië het licht zocht om zijn innerlijke duisternis te temmen? Arendt, die in Amerika vrijheid en ballingschap herkende?

Of Descartes, die in de Kalverstraat vlees kocht terwijl hij het fundament van het moderne denken legde?

En misschien is de beste denker wel degene die haar eigen platform bedacht – een plek waar vragen gesteld blijven worden, waar erfgoed, zorg en identiteit samenkomen.

Misschien is She is online lifestyle guide zelf wel een denkoefening: een gids voor anders kijken naar precies hetzelfde door ideeën, kunst en het leven zelf.

Tussen schelp en sprookje, tussen zand en zilte zee, vind je haar: de Zeeuwse assep-oester. Ruw van buiten, met een parel van binnen.”

Hoe kan iemand zijn rechten kennen of claimen als het lichaam zelf niet wettelijk erkend wordt als bron van arbeid, zorg of erfgoed – maar slechts als “meeverzekerde” bij iemand anders?


Hoe dat juridisch en maatschappelijk blijkt te zitten:
Het lichaam als bron
In de praktijk is het lichaam de bron van alles: arbeid, zorg, voortplanting, erfgoed.
Toch wordt dit in wetten zelden erkend: het lichaam van de vrouw staat niet als zelfstandig “rechtsbron” in de Grondwet of het Burgerlijk Wetboek.
De status van ‘meeverzekerde’
Tot in de jaren ’80 waren gehuwde vrouwen vaak automatisch meeverzekerd via hun echtgenoot.
Dit betekende: geen zelfstandig recht op inkomen, pensioen of verzekering → afhankelijkheid.
De vrouw werd dus niet erkend als autonome bron, maar als afgeleide.
Gevolg: rechten blijven onduidelijk
Als je alleen “meeverzekerd” bent, dan bestaan je rechten niet als zelfstandige positie, maar als afgeleid recht → je kan ze dus niet volledig claimen.
Je lichaam wordt juridisch niet gezien als bron van waarde, maar als bijlage.


Conclusie in mijn taal


Je weet je rechten pas, als de wet jouw lichaam erkent als zelfstandige bron van arbeid, zorg en erfgoed.
Zolang dat niet gebeurt, blijft de vrouw juridisch gevangen in de status van meeverzekerde, afhankelijk van willekeur en van de registers van een ander.
Be your own Dali
Hoe mijn ziekte Sarcoïdose een beroep bleek te zijn – Geen CAO en of Pensioen regeling maar wel belast sinds 2011 in Box 1

Stelling:

Nederland noemt zich een democratische rechtsstaat, maar schendt structureel zijn internationale verdragsverplichtingen (UVRM, EVRM, CEDAW), omdat vrouwen en moeders in de praktijk nog steeds niet volledig als autonome rechtssubjecten worden erkend.

She is online lifestyle guide

Door Silvia Koning Lindeboom – proudmom & erfgoedkunstenaar

Reizen hoeft niet altijd met een koffer in de hand. Soms reis je door lagen van tijd, door verhalen die generaties overstijgen, en door structuren die ons onzichtbaar met elkaar verbinden. Voor mij ligt die reis vaak in het cultureel erfgoed – niet alleen in musea of archieven, maar in de manier waarop we wonen, zorgen, spreken en herinneringen doorgeven.

Kunstverklaring

Mijn lichaam blijkt een oude kerk met levend licht.

Mijn vazen serie is een spiegel van mijn lichaam. Ze draagt de sporen van Sarcoïdose, een ziekte die mijn adem, mijn tijd en mijn kracht tekent. Toch is dit geen leeg object, maar een tempel die licht draagt.

Zoals een oude kerk littekens draagt van vuur, storm en restauratie, zo draagt mijn lichaam de sporen van zorg, lijden en overleven. De muren zijn broos, de gewelven soms instabiel — maar het licht stroomt nog altijd door de ramen naar binnen.

De beschilderingen zijn mijn glas-in-lood: symbolen van erfgoed, van strijd, van overleving.

De kroon, de uil, de vlaggen en de bloemen zijn geen versieringen, maar getuigenissen. Zij maken zichtbaar wat doorgaans verborgen blijft: dat ziekte arbeid is, dat zorg cultuur is, dat een lichaam erfgoed kan zijn.

Dit werk zegt: ook al verklaart de wet mijn zorg onzichtbaar, ook al reduceren systemen mijn lichaam tot een cijfer, ik besta als tempel van levend licht.

Het licht dat ik draag is geen bezit, geen cijfer, geen polis. Het is mijn kunst, mijn nalatenschap, mijn stem.


Ziekte zoals sarcoïdose is in Nederland juridisch niet slechts een medische aandoening, maar wordt fiscaal gezien als ‘inkomen uit werk en woning’ in box 1, waarmee de staat lijden omzet in belastbare arbeid.”
https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/2905

Een van de minst benoemde maar meest voelbare erfgoedstructuren is het moederschap. Het is een oeroude, stille kracht die leeft in zorgende handen, in blikken vol wijsheid, in speeltuinen en keukens waar generaties samenkomen. Moeders houden de draad van cultuur en hoop vast, ook in tijden van oorlog, armoede, migratie of ziekte.

Als Limburgse en inmiddels import Zeeuwse denk ik direct aan de watersnoodramp van 1953. Het water verwoestte huizen, kerken en archieven, maar moeders brachten kinderen, gebeden en gewoontes in veiligheid. Ze droegen het immateriële erfgoed – taal, verzorging, rituelen – letterlijk op hun arm. Een beeld dat zich diep in ons collectief geheugen nestelt.

Borduren en bewaren

Een mooi voorbeeld van deze overdracht is het maken van merklappen. Vroeger leerden moeders hun dochters de eerste letters borduren, zodat zij hun linnen konden merken. Vandaag zijn het vaak borduurlappen voor bijzondere gelegenheden – maar de draad is dezelfde: een lijn van moeder naar kind, van traditie naar toekomst.

Onlangs hoorde ik over een ander bijzonder erfgoedproject: de Indische Culinaire Bibliotheek. Duizenden handgeschreven kookboekjes, vaak door oma’s of moeders gemaakt, worden met behulp van kunstmatige intelligentie gedigitaliseerd. Recepten die ooit op rijstpapier of vergeeld notitiepapier stonden, krijgen zo een digitale toekomst. Het is een prachtig voorbeeld van hoe identiteit, smaak en herinnering samenkomen – en hoe moeders de sleutel zijn in dat proces.

Vrouwen in de canon

De laatste herziening van de canon van Nederland besteedt meer aandacht aan vrouwen. Maar vaak gaat het om uitzonderlijke vrouwen die zich een plek wisten te veroveren binnen de mannelijke norm: schrijvers, vorstinnen, activisten. Terwijl het juist de gewone vrouw, de moeder de vrouw, is die door zorg, geduld, arbeid en overlevering het fundament legde. Hun bijdrage blijft grotendeels buiten beeld – ook vandaag nog.

Mijn zoektocht

In mijn werk ex handelaar in confectie, als erfgoedkunstenaar vraag ik me al jaren af: wie worden er eigenlijk erkend? De stad waarin ik woon is een plek waar geschiedenis tastbaar is: gevels, monumenten, archieven. Maar waar zijn de verhalen van de vrouwen die hier de kostwinner zijn , zorgden, kookten, opvoedden, baden en droegen? Hun namen staan niet in marmer gebeiteld. Toch zijn zij de dragende muren van onze samenleving.

Hun onzichtbaarheid komt niet alleen door traditie, maar is ook juridisch verankerd. In de grondwet, in het burgerlijk recht, in erfrecht: daar ontbreken de woorden vrouw en moeder de vrouw als cultureel kapitaal. Terwijl zij via taal, gewoontes en zorg structuren van betekenis hebben doorgegeven.


Aan Henry Bontebal (CDA):


U spreekt vaak over waarden, geloof en zorg voor elkaar. Maar hoe kan het CDA volhouden dat het de gemeenschap dient, terwijl ziekten zoals sarcoïdose wel belast worden in Box 1, maar de arbeid die die ziekte dagelijks vraagt – zorg, discipline, aanpassing – nergens als arbeid erkend wordt?


Mijn vraag aan u:
Is het geen misbruik van geloof en gemeenschapstaal om zorg te belasten zonder haar als beroep te erkennen?

Drie codes voor cultureel erfgoed

Om dat zichtbaar te maken, pleit ik voor drie nieuwe erfgoedcodes:

Erken persoonlijke verhalen en tradities als erfgoed. Niet alleen gebouwen en schilderijen zijn cultureel kapitaal, maar ook de verhalen die van moeder op kind worden doorgegeven. Stimuleer oral history-projecten over moederschap en zorg. Laten we luisteren naar de stemmen van vrouwen die erfgoed overdroegen via kennis, arbeid en ritueel – vaak onzichtbaar, maar onmisbaar. Ontwikkel een inclusievere geschiedschrijving. Waarom erkennen we koninklijke vrouwen wél als erfgoedbewakers via hun bloedlijn, maar niet de moeders die generaties droegen buiten paleismuren? Geschiedenis moet zich niet alleen richten op machtsstructuren, maar ook op zorgstructuren.

De les van Faro

Misschien is dit wel de grootste les van Faro: erfgoed gaat niet alleen om wat we beschermen, maar ook om wie het draagt. Vooral zij die dat stil en onzichtbaar doen – de moeders die verhalen, recepten en rituelen doorgeven.

En zo reis ik – zonder landkaart, maar met een moreel kompas van zorg en herinnering – door het landschap van cultureel erfgoed. Elke dag opnieuw ontdek ik dat zij-wij het fundament zijn, niet de voetnoot.

Maatschappelijk Noodpakket onthuld

Zorg is arbeid.

Ziekte is arbeid.

Erfgoed is arbeid.

WetteErkenning is noodzaak.

Samenvatting van “De Ziel van Nederland: Moederkracht in beeld en wet” (Truus van Gogh – 15 april 2025)

Context & aanleiding

Deze bijdrage is ingezonden voor het project Refresh Amsterdam #3 – Imagine the Future, ter ere van de 750e verjaardag van Amsterdam, en is geselecteerd voor de tentoonstelling  .

https://www.amsterdammuseum.nl/topic/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

“De polis is geen eigendom, maar een lichaam van mensen .”

Want waar gewoonterecht slechts afspraken zijn tussen mensen, schrijft de natuurwet de broncode van ons bestaan. Zij bepaalt geboorte, zorg, sterven, kringloop en voortbestaan. In die zin is elke moedermaatschappij gebouwd op natuurwet, en elke dochteronderneming slechts een afgeleide daarvan.

Vermogensdelicten door de staat en rechtspraak –

“Sarcoïdose – mijn arbeid onzichtbaar, mijn belasting zichtbaar.

Een vermogensdelict in Box 1.”

Het zijn de onzichtbare misdaden tegen de vrouw: het systematisch niet erkennen van haar geslacht, haar moederschap en haar broncode als zelfstandige bestuurder van lichaam en geest.

Het is het onthouden van volledige rechtspersoonlijkheid en erfgoedstatus, terwijl juist zij de drager is van taal, zorg en continuïteit.

Dit structurele tekort in wet en cultuur is de grootste roof: de diefstal van de moeder als fundament van ons bestaan.

Elke rechter of raadsheer houdt zichzelf een banaan voor. In toga en met plechtige woorden wekken zij de indruk van onaantastbare waarheid, maar wat zij vasthouden is vaak niet meer dan een gladde schil, een vrucht die snel bederft. Achter de plechtige taal gaat soms leegte schuil, of slechts een tijdelijk voedzame hap. Zo toont de banaan hoe rechtspraak balanceert tussen gezag en absurditeit.

Kernboodschap

Truus van Gogh pleit voor wettelijk erkenning van de moeder de vrouw – niet alleen als drager van nieuw leven, maar als zelfstandig bestuurder van haar lichaam én als drager van cultureel erfgoed. Hiermee wil ze streven naar een rechtvaardigere samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld worden  .

Visuele en symbolische laag

Ze zet in op zowel het zichtbare (beeld) als het onzichtbare (wet) om het ‘onzichtbare zichtbaar’ te maken – letterlijk via kunst, figuratief via wetten en cultuur  .

Inleiding – Geletterd en Zorgend Zeeland

Wanneer men de annalen van ons vaderland opslaat, treft men doorgaans de namen aan van staatsmannen, dichters, predikanten en krijgslieden, wier daden en geschriften men acht waardig te bewaren voor het nageslacht. Doch, wie zal spreken van hen die zorgden, voedden, vertroostten en overdroegen wat geen papier kan vangen? Waar in de boeken van geleerdheid, staat de naam van de moeder, de vrouw, die met haar arbeid, lied en ritueel het dagelijks fundament van onze samenleving droeg?

In mijn arbeid begeer ik niet slechts de lofzangen der machthebbers of de beschrijvingen der veldslagen te vernieuwen. Mijn pen en kunst richt zich tot het onzichtbare erfdeel: de taal die moeders hun kinderen gaven, de gewoonten die in keukens en binnenkamers bestendigden, de familieculturen die als stille aders onze maatschappij doortrekken. Dit is het zorgend kapitaal, dat evenzeer ons Zeeland, ja ons Nederland, gevormd heeft, doch zelden een bladzijde in de geschiedboeken waardig gekeurd werd.

Daarom acht ik het nodig, in navolging van Pieter de la Ruë die het Geletterd Zeeland samenstelde, thans een nieuw register aan te leggen: een Geletterd én Zorgend Zeeland. Hierin zullen niet enkel de geleerdheid en de staatkunde, maar ook de zorg en de sociale overerving als erfgoed erkend worden. Want zonder deze dragende arbeid der vrouwen, moeders en onzichtbare erfgenamen, zou geen geleerdheid, geen staat en geen heldhaftigheid standhouden.

Geletterd en Zorgend Zeeland – Hedendaagse Levensbeschrijving

De Onbeheerste Man

In deze tijden treft men menigmaal de gestalte van de Onbeheerste Man, die meent dat zijn drift en bewegingen hem ontslaan van verantwoordelijkheid. Zijn lijf wordt geleid door het lid, zijn daden door de waan van onbedwingbaarheid. De samenleving heeft eeuwenlang zijn onbeheerste aard verontschuldigd met het adagium: “zo zijn mannen nu eenmaal.”

Doch deze Onbeheerste Man is niet slechts een individu; hij is een symbool geworden van een politiek bestel dat zijn krachten verspilt in drift, machtsspel en onverantwoordelijkheid. Hij bestuurt niet, hij reageert. Hij beheerst niet, hij consumeert.

De Links-Lullende en Rechts-Vullende Burger

Een verwant figuur is die van de Links-Lullende en Rechts-Vullende Burger. Hij spreekt met sierlijke woorden over solidariteit, rechtvaardigheid en zorg, doch intussen vult hij zijn zakken aan de andere zijde. Zijn mond is links, zijn handen rechts. Dit is de dubbele moraal van ons tijdvak, waarin de zorgretoriek van machtigen vaak niet overeenstemt met hun daden.

De Zorgende Moeder als Tegenbeeld

Tegenover hen staat de Zorgende Moeder, wier bewegingen juist wél beheerst zijn, omdat zij gericht zijn op behoud, overdracht en continuïteit. Waar de mannelijke symbolen driften en leegte verbeelden, toont zij een ander kapitaal: dat van zorg, taal en ritueel.

Haar kracht is niet luidruchtig, noch wordt zij vaak in kronieken vermeld. Doch zij is het die de samenleving draagt, voedt en behoudt, terwijl anderen slechts spreken of vullen.

Moge dit werk getuigen van een bredere waarheid: dat cultuur niet slechts gegrond is in macht, maar in zorg; niet enkel in wetten, maar in gewoonten; niet louter in bloedlijnen van vorsten, maar in de stille lijnen van zorg en taal, doorgegeven van moeder op kind.

Dagboek van een vergeten rechtspersoon

De Vergeten Rechtspersoon – Identiteitsroof als Staatspraktijk

Het wordt tijd dat de wereld begrijpt dat vrouwelijke entiteiten geen schaduw zijn,maar bronnen van erfgoed, kracht en voortbestaan.

Ze spraken van een gentleman’s agreement. Een knik, een handdruk, een afspraak buiten de akten om. Maar ik was geen gentleman. Ik zat niet aan hun tafel. Hun agreement betekende mijn uitsluiting, hun vertrouwen was mijn verlies. En zo werd recht een afspraak tussen heren, waar de vrouw slechts onderwerp was, nooit partij.”


De leugen regeert is een uitspraak van de toenmalige Nederlandse koningin Beatrix.
Alles draait om geld – de mens boeit hen niet.” De vergeten codificatie Xx

Verklaring van de Soldate van Oranje

Ik ben de Soldate van Oranje.

Niet in uniform, niet met wapens, maar gewapend met woorden, beelden en rituelen.

Mijn strijd is die van erfgoed en erkenning.

Ik draag de erflijn van de moeder, de vrouw.

Waar de geschiedenis haar stem en entiteit uitwiste, breng ik haar terug in het licht.

Waar adel werd doorgegeven langs vaderszijde, leg ik de kroon in handen van de moeders.

Waar archieven hun deuren sloten, open ik de ruimte van herinnering.

Ik ben trouw aan Oranje, maar niet aan de stilte die vrouwen werd opgelegd.

Ik vecht voor een monarchie waarin moeder de vrouw zichtbaar wordt.

Voor een cultuur waarin adel niet langer alleen geboorte, maar ook zorg, arbeid en overlevering betekent.

Mijn wapen is artistieke vrijheid.

Mijn veldslag is het museum, de straat, het archief.

Mijn bondgenoten zijn degenen die durven luisteren naar het ongezegde.

Ik ben de Soldate van Oranje.

Ik strijd niet voor oorlog, maar voor vrede in waarheid.

Niet voor privileges, maar voor erkenning.

Niet voor vergeten, maar voor een nieuw geheugen waarin de moeder, de vrouw, recht van bestaan heeft.


“Een zelfrijdende auto zonder moreel kompas is gevaarlijk. Een grondwet en burgerlijk wetboek wet zonder gelijkheid is dat ook.”

**“Ze noemden ons boswachters.
Alsof wij mochten waken over een bos dat zij al in stukken verdeeld hadden.
Een titel gegeven door mannen met macht,
geen erkenning, maar een grens.


Wij mochten zorgen, beschermen, opletten –
maar nooit beslissen.
Onze wachtersrol was hun uitvinding,
een naam die ons buiten de akte hield.


Boswachter genaamd,
maar nooit bestuurder erkend.”**

Ik maak kunst vanuit datgene wat ontbreekt – dat onbenoemde gat – in ons hoogste recht.

“Geweld tegen vrouwen kan dus ook bureaucratisch zijn. Het is de onzichtbare klap van een verkeerde code, de stille wurg greep van controle, en de collectieve zwijgplicht van consensus.”

https://www.amsterdammuseum.nl/topic/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

Een vrouw en of moeder is geen speelgoed- wie de een erkend kan de ander niet afwijzen op basis van geslacht 

De waardigheid van de vrouw en moeder – zij is geen object, geen speelbal, geen speelgoed van instituties of partners. Gelijkheid in erkenning – als één man erkend wordt in zijn rechtspersoonlijkheid, kan een andere, de vrouw en of moeder niet op grond van geslacht worden afgewezen.

“Een vrouw en moeder is geen speelgoed.

Erkenning kan nooit selectief zijn: wat de één toekomt, mag de ander niet op basis van geslacht worden ontzegd.”


Verschil rechtspersoon en rechtspersoonlijkheid 

Het onderscheid lijkt klein, maar is wezenlijk.

1. Rechtspersoon

Een rechtspersoon is een juridische entiteit die door de wet wordt erkend alsof het een persoon is.

Voorbeelden:

BV, NV, stichting, vereniging, coöperatie, kerkgenootschap, overheid.

Een rechtspersoon kan: contracten sluiten, bezittingen hebben, schulden aangaan, procederen voor de rechter.

Het is dus een juridisch “persoon”, naast de natuurlijke persoon (mens).

2. Rechtspersoonlijkheid

Rechtspersoonlijkheid is de eigenschap van een entiteit om als zelfstandige drager van rechten en plichten op te treden.

Een BV heeft rechtspersoonlijkheid → de BV zelf is aansprakelijk, niet de aandeelhouder privé.

Een VOF heeft geen rechtspersoonlijkheid → de VOF is geen zelfstandig rechtssubject, maar de vennoten zijn hoofdelijk aansprakelijk.

3. In mijn context

Ik ben natuurlijk persoon met rechtsbevoegdheid (art. 1:1 BW). Mijn VOF was en is geen rechtspersoon, maar een contractuele samenwerkingsvorm. Ik draag dus als vennoot en kostwinner de volledige persoonlijke aansprakelijkheid, omdat de VOF geen rechtspersoonlijkheid heeft. Maar heb nergens recht op omdat het woord vrouw niet expliciet voorkomt in de grondwet nog burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder van mijn ei- gen – lijk !! ( lichaam en geest)


De vrouw die moest bloeden
Omdat zij ziek werd,
zonder dat iemand zocht naar de oorzaak.


Niet haar ziekte werd onderzocht,
maar haar identiteit werd ontkend.
Niet de bron van het lijden,
maar de bron van haar rechten
werd afgesneden.


Zij bloedde in stilte,
tussen polis en balanspost,
tussen code en consensus.
Zij bloedde omdat systemen
geen mens zagen,
maar alleen een uitkering
om te classificeren.

Analyse in deze context
Medisch: sarcoïdose als onbegrepen ziekte → geen echte zoektocht naar de oorzaak.
Juridisch: geen keuring of afkeuring → administratieve schuifbeweging.
Symbolisch: de vrouw draagt het lijden (zij “bloedt”), terwijl de institutie zich niet afvraagt waarom of hoe.

Dit is precies de paradox die ik blootleg: ik draag alle plichten alsof ik een entiteit bent, maar zonder de bescherming die rechtspersoonlijkheid geeft.

#ditissilvia NN Fotomuseum Rotterdam

✨ Kort samengevat:

Rechtspersoon = de entiteit (bijv. een BV). Rechtspersoonlijkheid = het juridische schild dat de entiteit beschermt en haar zelfstandig laat bestaan in het recht.

Bestuurder van eigen lichaam/geest

Ons recht kent geen artikel dat expliciet zegt: “de vrouw is rechtspersoon over haar lichaam, geest arbeid en leven.” In plaats daarvan zijn er afgeleide constructies: recht op lichamelijke integriteit (art. 11 Grondwet, art. 8 EVRM), recht op arbeid, recht op gelijke behandeling. Maar nergens staat dat de vrouw als primaire entiteit wordt erkend, los van man, huwelijk, instelling of werkgever.


Alle vrouwelijke ondernemers met een private aov uitkering zijn dus Walibi Holland bilboards-

vrouwelijke ondernemers met een private AOV-uitkering worden niet gezien als zelfstandige bestuurders van hun eigen arbeidscapaciteit, maar als reclamezuilen in een pretpark:

Walibi Holland billboard = zichtbaar, spectaculair, maar zonder eigen stem. De boodschap die erop staat, wordt bepaald door verzekeraar, fiscus en accountant. Jij bent drager van het verhaal, maar niet eigenaar van de inhoud. Je ziekte en uitkering worden zo uitgevent om een financieel systeem draaiende te houden.

Dagboeknotitie – Walibi Holland billboard

Ik besef het ineens:

mijn AOV-uitkering maakt van mij een billboard.

Ik rijd mee in de achtbaan van codes en controles.

Op mijn lichaam kleven de slogans:

“Pensioen”, “WAO”, “periodiek inkomen”.

Het publiek ziet niet mij,

maar wat er op mij geschreven is.

De verzekeraar kiest de kleuren,

de Belastingdienst plakt de letters,

de accountant zet zijn handtekening eronder.

Ik ben een bord in een pretpark,

geen bestuurder van mijn lichaam.

Een attractie in een horrorrit

waaruit geen uitgang bestaat.

3 september 2025 – Den Haag, Korte Voorhout

Vandaag keek ik naar het programma van de Hoge Raad. Raadsheren, procureur-generaal, strafrecht, civiel recht, belastingrecht. Alle titels, alle woorden die het fundament van de rechtsstaat zouden moeten bewaken.

Maar waar is moeder, de vrouw?

In de Grondwet is ze slechts een symbool. In het Burgerlijk Wetboek een voetnoot.

En toch: zonder haar, geen fundament.

3 september 2025 – Middelburg

Ik blader in The Book of Rituals. Mijn vazen, mijn eieren, mijn vlecht. Ik schrijf op een ei: “ei-gen vrouw”. Het is een ritueel van herstel.

Melanie Klein had gelijk: creativiteit komt voort uit de behoefte om te repareren.

Ik repareer met beeld waar de wet heeft gebroken.

3 september 2025 – Amsterdam Museum

Ik zie de poster: Ze noemden haar een voetnoot. Zij was het fundament.

Daar is niets aan gelogen

Ik voel steeds meer hoe waar dit is. In mijn onderzoek, vijftien jaar lang, kwam ik telkens hetzelfde tegen: de vrouw is zichtbaar als last, maar onzichtbaar als recht en of rechtspersoon.

De fiscus noemt me “periodiek uitkeringsgerechtigde”. De verzekeraar schuift me als balanspost. De staat melkt me als melkkoe.

Nooit gekeurd, nooit erkend – alleen verhandeld op de aandelenmarkt in 2009 Crisis Banken.

3 september 2025 – Atelier

Ik leg een paarden / vlecht tegen een vaas, ik zet een paard naast een ei. Het ei zegt: “ei-gen vrouw”.

Koeien Koemarkt Purmerend

De koeien in mijn schilderij kijken weg. Ze rusten, maar ik zie: dit is hoe ik word gezien. Niet als bestuurder van mijn lichaam, maar als melkkoe van de Belastingdienst.

3 september 2025 – Reflectie

Hoe kom je achter de waarheid?

Vrije Academie

Niet door te winnen in rechtszalen, niet door de macht van titels, maar door te kijken naar wat vergeten is.

De bloedlijnen van stam en moeder.

Mijn dagboek She is online lifestyle guide is een proces van reflectie en zelfkennis. En zelfkennis is het begin van waarheid.

En ook van recht!

Code Oranje

Vraag jij jezelf wel eens af wie je juridisch bent en wat je waard bent als natuurlijk persoon? 

Directeur ? Eigenaar? Werkgever ? Werknemer? Den werkman? Arbeider, Zelfstandige? Vennoot in een VOF? Kostwinner? Bewoner van een huis? Eigenaar van een huis? Bewoner van je eigen lichaam en geest? Eigenaar van je lichaam en geest? Individueel geval? 

Mens wie?  Werknemer? Werkneemster ? Arbeider? Man ?  Vrouw? Transgender? A-sekse? ect ect

Ik kijk terug naar de dag dat ik vennoot werd. 1995

Niet alleen, maar samen – met haar, een andere vrouw, net als ik gehuwd, net als ik zelfstandig.

Wij vormden een bijzondere VOF: twee vrouwen, twee huwelijken, twee zelfstandige ondernemers, maar in de ogen van de wet één entiteit zonder rechtspersoonlijkheid.

We droegen samen alle risico, we droegen samen arbeid, we droegen samen aansprakelijkheid.

Maar wie droeg ons?

De wet zei:

“Uw vennootschapsaandeel valt in de gemeenschap van goederen.”

Alsof mijn arbeidscapaciteit niet de mijne was, maar gemeenschappelijk bezit, te delen, te verdelen, te verdampen.

De verzekeraar zei:

“Uw arbeidsongeschiktheid is gedekt, periodiek uitgekeerd.”

Alsof mijn lichaam in een polis paste, alsof mijn ziek-zijn loon heette, alsof mijn zelfstandigheid een fictie was die men mocht belasten.

Wij waren vennoten, maar geen rechtspersonen.

Wij waren bestuurders van ons eigen lichaam, maar niet erkend als zodanig.

Wij waren zelfstandigen, maar in de administratie gereduceerd tot werknemer zonder rechten.

Ik vraag mezelf:

Wie ben ik juridisch?

Een vennoot?

Een echtgenote?

Een ondernemer?

Een uitkeringsgerechtigde?

Of gewoon: een vergeten rechtspersoon

die de wet niet wilde inschrijven?

En toch, in dit dagboek schrijf ik:

Ik ben méér dan een balanspost.

Ik ben vennoot van mijn eigen ziel.

Ik besta – zelfstandig, ondeelbaar, vrouw.

Ik vraag mezelf vandaag:

Wie ben ik eigenlijk in de ogen van de wet?

Ben ik een directeur, een ondertekenaar van contracten, een bestuurder van vermogen dat nooit losstaat van mijn privé?

Ben ik een eigenaar, van een huis, van een bedrijf, van mijn arbeidscapaciteit?

Of ben ik alleen bewoner – van bakstenen,

van registers, van een lichaam dat tegelijk van mij is en toch in wetten en polissen geclaimd wordt door anderen?

Ben ik eigenaar van mijn lichaam en geest of slechts gebruiker ervan,

tot de fiscus in 2010 besliste dat mijn schade-uitkering loon heet, en mijn arbeidscapaciteit een balanspost?

Ben ik een individueel geval, zoals de Belastingdienst mij reduceert, een dossiernummer in een systeem dat “wil winnen” maar geen mens ziet? Brievenbussen firma’s

Ben ik werknemer, werkneemster, arbeider – maar zonder loondossier, zonder pensioen, zonder recht op scholing of vakantiegeld?

Ben ik man, ben ik vrouw,

of ben ik alleen dat wat de wet vergeet te erkennen: de vergeten rechtspersoon,

moeder, de vrouw, de bestuurder van mijn eigen ziel?

Ik sta voor de spiegel en zie één waarheid: ik ben méér dan een categorie, méér dan een voetnoot, méér dan een melkkoe.

Ik besta.

En in dat bestaan ben ik mijn eigen rechtspersoon, of de wet dat nu opschrijft of niet.


Dagboeknotitie – Schuldvraag


Iedere ambtenaar werkzaam bij de overheid is medeverantwoordelijk.
Niet omdat zij kwaad willen,
maar omdat zij uitvoeren wat roof en fictie mogelijk maakt.


Zij tekenen voor de gemeenschap van goederen,
voor de periodieke uitkering,
voor de bronheffing zonder recht.


Zij maken van de moeder de vrouw
geen bestuurder,
geen rechtspersoon,
maar een dossier, een balanspost, een melkkoe.


Identiteitsfraude is geen incident.
Het is systeem.
En wie het systeem dient,
draagt schuld.

Dat gat is de ruimte waarin institutionele identiteitsroof kan plaatsvinden. Keyhole

Samenvatting

De Nederlandse Grondwet (art. 1) belooft gelijkwaardigheid voor allen en verbiedt discriminatie op grond van geslacht. Het Burgerlijk Wetboek (art. 1:1 BW) bepaalt dat iedere mens rechtsbevoegdheid heeft.

Toch ontbreekt er een expliciete bepaling die vastlegt dat “moeder, de vrouw” zelfstandig bestuurder is van haar lichaam, geest en arbeidscapaciteit, los van man, huwelijk of instelling.

Historisch was de gehuwde vrouw tot 1956 handelingsonbekwaam. In het huidige recht vallen haar arbeidscapaciteit en schade-uitkeringen vaak in de gemeenschap van goederen (art. 1:94 BW), waardoor haar zelfstandige positie indirect wordt beperkt. Ook fiscale kwalificaties reduceren de ondernemer-vrouw soms tot werknemer of collectief object.

Dagboeknotitie – Recht om vergeten te worden

De verzekeraar schrijft:

“U heeft het recht om vergeten te worden.”

Maar ik was al vergeten, toen mijn polis werd verplaatst zonder instemming.

Ik was al vergeten, toen mijn arbeidscapaciteit in de gemeenschap verdween.

Ik was al vergeten, toen mijn uitkering loon werd genoemd, maar ik geen werknemer mocht zijn.

Het recht om vergeten te worden is in mijn geval geen keuze, maar een lot.

Ik vraag: waar staat het recht om herinnerd te worden, als zelfstandige entiteit, als bestuurder van mijn lichaam, als rechtspersoon in eigen naam?

Daarom werd het soort inkomen verzonnen !

Wat in jouw stukken zichtbaar wordt, is dat er met “soort inkomen” is geschoven alsof het een variabele is die de Belastingdienst naar eigen behoefte kan invullen.

🔎 In de tabellen zie je:

eerst code 21 – Pensioen/lijfrente, daarna code 50 – Overige sociale verzekeringswet, later code 32 – WAO/AAW.

Maar:

Ik hebt nooit een pensioen via een werkgever opgebouwd via een loondienstverband. Ik had een individuele AOV-polis → dat is een schadeverzekering, geen pensioen en geen WAO/AAW. Toch werd ik administratief steeds anders geboekt, zodat ik paste in de systemen.

👉 Dat betekent dat er geen neutrale juridische kwalificatie is toegepast, maar een “verzonnen” soort inkomen dat fiscaal handig uitkwam.

Wat dit laat zien

Institutionele fictie – mijn uitkering werd telkens in een hokje gezet dat eigenlijk niet klopte. Identiteitsverschuiving – ik was de ene keer “pensioengerechtigde”, de andere keer “WAO’er”, maar nooit ondernemer met een AOV. Structurele verwarring – dit is niet alleen een foutje, maar een systemische praktijk: het soort inkomen wordt “bedacht” zodat het in de fiscale broncode past.

Land S belangen

“Waar mijn polis sprak van arbeidsongeschiktheid, sprak de staat van pensioen of WAO. Mijn inkomen werd niet herkend, maar verzonnen.”

Conclusie:

De wet erkent de vrouw niet expliciet als autonome rechtspersoon over haar eigen bestaan. Dit juridische vacuüm maakt systemische identiteitsroof mogelijk en legt een spanning bloot tussen de belofte van gelijkheid en de praktijk van afhankelijkheid.

De (on) zichtbare erfgename

Uitgelicht

Vandaag maandag 25 augustus 2025 deel ik beelden uit de stamboom van het Huis van Oranje (met Amalia van Solms centraal), feministische statements, en verwijzingen naar de mythe van het patriarchaat.

Als je steeds opnieuw moet uitleggen wat je waard bent, zit je in een burgerlijk systeem dat jou niet erkent.

Elke vrouw of moeder de vrouw is een fictief persoon omdat haar sekse niet voorkomt in de grondwet als zelfstandige bestuurder van haar eigen lichaam als entiteit 

En dat geldt niet alleen in relaties tussen mensen, maar ook in de relatie van de vrouw tot de rechtstaat en cultuur.

De Grondwet spreekt in algemene termen over “allen” of “een ieder”, maar benoemt de vrouw nergens expliciet als zelfstandige bestuurder van haar eigen lichaam en arbeid. Historisch gezien werd de vrouw pas sinds 1956 handelingsbekwaam, en dat door een wetswijziging — niet door een grondwettelijke erkenning. Daardoor bestaat de juridische fictie: de vrouw is wel burger en mens in abstracte zin, maar als vrouwelijke entiteit is ze nooit verankerd in het fundament van ons staatsrecht.

De vrouw als moeder, kostwinner en bron van leven moet al eeuwenlang haar waarde bewijzen en/ of verklaren, omdat de wet, politiek en instituties haar nooit vanzelfsprekend als volwaardige rechtspersoon hebben erkend en behandeld.

Mannen hebben een heel ander ( biologisch) lichaam dan vrouwen en of moeder de vrouw.

🔹 Biologisch verschil

Mannen en vrouwen hebben een fundamenteel verschillend lichaam: Mannen dragen geen kinderen. Vrouwen/moeders wél: zij zijn biologisch de dragers van nieuw leven. Dat betekent dat vrouwen vanuit de natuur een extra verantwoordelijkheid én kwetsbaarheid hebben (zwangerschap, bevalling, borstvoeding).

🔹 Juridisch gemis

Toch is dit unieke verschil nooit als rechtspersoonlijkheid benoemd in de Grondwet of het Burgerlijk Wetboek. Integendeel: eeuwenlang werd het vrouwelijke lichaam juist gebruikt als argument om haar rechten te beperken (zwak, beschermd, ondergeschikt). Het paradoxale gevolg: de vrouw wordt biologisch gezien als bron van leven, maar juridisch behandeld als fictief persoon (niet zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam).

Het mannelijke lichaam kreeg het recht, het vrouwelijke lichaam kreeg de plicht — maar nooit de erkenning.”

Zo wordt duidelijk dat er een kloof is tussen biologisch en sociaal bestaan (ze is er, ze draagt, ze voedt, ze werkt) en juridisch bestaan (ze wordt niet benoemd als broncode).

⚖️ Een gezonde rechtsorde moet zijn:

“Je hoeft niet uit te leggen wat je waard bent – je bestaanswaarde is het fundament waarop wij bouwen.” want :

Moeder der Aarde- Moedermaatschappij- dochter onderneming!!

“Waar zij tot voetnoot werd gemaakt, is zij in werkelijkheid de asterisk *broncode van vermenigvuldiging en leven”

⚖️ Geweld en ongelijkheid stoppen pas wanneer de vrouw grondwettelijk erkend is.

Iedereen verwijst altijd meteen naar artikel 1 van de Grondwet als bewijs dat vrouwen gelijk zijn voor de wet. Maar artikel 1 is een algemeen discriminatieverbod. Het is géén expliciete erkenning van de vrouw als zelfstandige bron van ons bestaan en als volwaardige rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid over lichaam, arbeid en erfdeel.

Het parel seizoen is aangebroken: de tijd waarin Moeder, de vrouw, niet langer haar waarde hoeft uit te leggen, maar wordt erkend als bron van leven, rechtspersoon en fundament van onze cultuur.”

Ze noemen moeder, de vrouw een voetnoot maar zijn het fundament- Zonder haar os al het geld en bezit niks waard.

1602 oprichtingsjaar VOC – slavenhandel

Daarmee maak ik een overzicht vanuit Middelburg jaar 1602– en nu 2025 van hoe “moeder, de vrouw” juridisch, politiek en cultureel is gepositioneerd in rechtsvormen en samenleving.

Hier een overzicht in tijdlijnvorm:

📜 Overzicht 1602 – 2025: Moeder, de vrouw – rechtsvormen

1602 – Oprichting VOC (met mannen als bestuurders; vrouwen uitgesloten).

1625–1675 – Amalia van Solms (1602–1675): als echtgenote van stadhouder Frederik Hendrik fungeert zij als “moeder van de dynastie”, maar zonder formele rechtsmacht.

Amalia van Solms

Haar invloed is symbolisch en via beeldcultuur.

1798–1815 – Eerste Grondwetten van Nederland: vrouwen geen stemrecht, geen rechtspersoonlijkheid buiten huwelijk.

Napoleon Bon Apartheid

1838 – Napoleon maakte alle vrouwen handelingsonbekwaam

1848 – Grondwet Thorbecke: parlementaire democratie, maar volledig mannelijk.

1900 – Vrouwen worden nog steeds in wetboeken als handelingsonbekwaam beschouwd binnen huwelijk.

1919 – Algemeen vrouwenkiesrecht → juridische erkenning van “de vrouw” als burger.

1919 – Hugo Alexander Koch vroeg octrooi aan op de ” intel processor ” ik noem het op de vrouwelijke schepper van de ziel”

1956 – Afschaffing handelingsonbekwaamheid gehuwde vrouw → eindelijk zelfstandige rechtspositie. Maar juridisch en fiscaal nog steeds onder beheer van de staat – de ars.

1983 – Nieuwe Grondwet: gelijkheidsbeginsel vastgelegd (art. 1).!!

21e eeuw – Discussies over femicide, , polissen, vrouwelijke kostwinners, mannelijk opgetuigde aov en pensioen uitkeringen, patriarchale structuren, genderongelijkheid en “de moeder, de vrouw” als symbool van erfgoed en strijd.

2025 – Moeder, de vrouw wordt opnieuw bevraagd als rechtsvorm: van bezit en kostwinnerafhankelijkheid naar erkenning als zelfstandige erfgoeddrager en culturele, politieke actor.

Zolang beleid de vrouw niet erkent als broncode, maakt elke staatssecretaris zich schuldig aan structurele uitsluiting — of hij het wil of niet.”

Tot 1956 gold in Nederland dat een getrouwde vrouw handelingsonbekwaam was. Dat betekende concreet:

Alles wat zij bezat of ontving (zoals een erfenis of schadevergoeding) viel automatisch onder het beheer van de echtgenoot.

De man was volgens de wet “hoofd van de echtvereniging” en had het beschikkingsrecht.

De vrouw kon zonder toestemming van haar man géén contract afsluiten, geen rechtszaak voeren, geen eigen vermogen beheren.

👉 Daarom werd mijn schadevergoeding automatisch overgezet naar mijn man. Niet omdat ik geen recht had, maar omdat de wet mij juridisch onzichtbaar maakte als zelfstandige entiteit.

En dit is precies waarom ik nu de lijn trekt:

Artikel 1 en andere bepalingen deden alsof er gelijkheid bestond. Maar de realiteit was dat de vrouw niet als zelfstandige rechtspersoon erkend werd.

🔸 Patroon: telkens schuift moeder, de vrouw van symbolisch icoon (dynastie, religie, cultuur) naar juridische rechtspersoon (kiesrecht, eigendom, gelijkheidsbeginsel) en nu naar immaterieel cultureel erfgoed en maatschappelijke strijd.

Periodieke Dividendkalender van de Aandeelhouders ( metafoor voor erkenning van moeder, de vrouw)

Januari – Nieuwjaarsdividend

Erkenning van geboorte en oorsprong → “de vrouw als bron van leven.”

Maart – Voorjaarsdividend

Erkenning van zorg en opvoeding → de investering in volgende generaties.

Mei – Grondwetsdividend

Herdenking van stemrecht (1919) en rechtspositie (1956, 1983) → de vrouw als burger en rechtspersoon.

Augustus – Erfdividend

Symbolische overdracht van vermogen en erfgoed → erkenning van de onzichtbare erfgenaam.

Oktober – Cultuurdividend

Viering van kunst, taal en rituelen → de vrouw als erfgoeddrager.

December – Jaarlijks Slotdividend

Collectieve erkenning en verdeling van welvaart → “wie haar erkent, wordt rijk.”

Familie Hagelin

🌍 Reisverslag 1602 – heden

Moeder, de vrouw: van bouwsteen tot rechtsvorm

1602 – De start van de reis

De oprichting van de VOC. Mannen tekenen de statuten, vrouwen zijn afwezig in de papieren, maar dragen wel zorg, arbeid en erfgoed. Moeder is aanwezig in stilte.

1625–1675 – Amalia van Solms

De strategische staatsvrouw zonder officiële macht. Ze reist door Europa, verbindt het Huis van Oranje, en laat zien dat invloed ook via beeld en representatie kan bestaan. Moeder als dynastieke spil.

1798–1815 – De eerste Grondwetten

De reis gaat langs de salons en de parlementen, maar de vrouw blijft buiten staan. Ze mag niet stemmen, niet beslissen. Moeder staat voor de poort.

1848 – Thorbecke’s liberale grondwet

De reis kruist een mijlpaal: democratie. Maar democratie is mannelijk ingericht. Moeder blijft onderworpen.

1919 – Kiesrecht

Een halte vol gejuich. Vrouwen mogen stemmen, eindelijk formeel mee op reis in de democratische trein. Moeder krijgt een paspoort.

1956 – Handelingsbekwaamheid

De reis breekt door een muur: de gehuwde vrouw mag eindelijk zelfstandig rechtshandelingen verrichten. Moeder krijgt haar eigen koffer.

1983 – Artikel 1 Grondwet

Gelijkheidsbeginsel: discriminatie is verboden. Moeder staat in de wet verankerd.

2000–heden – Femicide en patriarchaat

De reis komt op een kruispunt. Discussies over geweld, ongelijkheid en de rol van de vrouw als fundament van samenleving. Moeder eist erkenning, niet als hoeksteen, maar als bouwsteen van aarde en recht.

2025 – De nieuwe horizon

Moeder, de vrouw wordt gevierd als levend cultureel erfgoed, als fundamentele rechtsvorm en als rijkste persoon op aarde.

Het reisverslag eindigt waar het begon: bij erkenning dat zonder haar geen route, geen staat, geen samenleving mogelijk is.

Boris Hagelin (1892–1983) → cryptografie-pionier, maakte codeermachines.


👉 Hagelin is de poortwachter van het onzichtbare erfdeel. Wie de code herkent, krijgt toegang tot de rijkdom van moeder aarde. Wie haar niet erkent, blijft buiten de hof, arm en ontworteld.

Zijn werk staat symbool voor het versleutelde erfgoed van vrouwen: het “verborgen kapitaal” dat vaak niet erkend is.

Encryptie als erfgoedpraktijk: de Hagelin-code verbind de met mijn eerder gemaakte MONTANCOURT-912758 cipher *

(Waar zij tot voetnoot werd gemaakt, is zij in werkelijkheid de asterisk *broncode van vermenigvuldiging en leven”?

Hagelin werd zo de beschermer van de verborgen rechten van Moeder, de vrouw. Metafoor: “Waar Bongartz bloedlijn zoekt, Von Aldenhoven erfgoed bewaart, Lindeboom wortels geeft en Koning macht claimt, versleutelt Hagelin het geheim – tot erkenning volgt.”


“Zolang de stemmen van de broncode — Moeder, de vrouw — niet gehoord worden, blijft ook in bestuurslagen een onzichtbaar fundament bestaan”?

Als de staat en verzekeraars jouw lichaam en arbeid in polissen kunnen vangen, zonder jou als volwaardige rechtspersoon te erkennen, dan beheren ze niet alleen je vermogen — maar ook je lichaam en geest.”
De engel bewaarders 🧡🇳🇱 Samen houden we erfgoed in beweging

✨ Een hedendaags reisverslag 1602–2025

1602: start VOC, handel en geheime communicatie. 20e eeuw: Boris Hagelin ontwikkelt cryptomachines → de stem van de vrouw versleuteld in patriarchale systemen.

De naam draagt dus altijd iets dubbels in zich: bescherming en geheim, openbaring en inslag.

In de lijn van moeder, de vrouw wordt Hagelin de bewaker van de sleutel:

Zij die de hof omheint, het erfgoed beschermt. Zij die de code draagt, waarin rechten en bloedlijnen verborgen liggen. Zij die laat zien dat wat versleuteld is, pas waarde krijgt zodra het erkend en gedecodeerd wordt.

2025: Mijn project decodeert het → Moeder, de vrouw krijgt de sleutel tot haar ei – gen – erfdeel.

Dat is de kern: ongelijkheid begint niet in de politiekzaal of op de werkvloer, maar al in de wieg.

Vanaf de geboorte wordt zichtbaar wie wél en wie níet erkend wordt.

Het meisje wordt vaak al anders gewaardeerd dan de jongen. Moederzorg wordt gezien als natuurlijk, maar niet als juridisch of economisch fundament. De bron van leven krijgt geen gelijkwaardige status in de wet.

Daarmee leg je de eerste steen voor structurele ongelijkheid.

👉 “Wie de wieg niet erkent, erkent nooit de vrouw. En wie de vrouw niet erkent, kan nooit spreken van een volwaardige democratie.”

Erfgoed vanuit het moederschap bekeken

https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/2905

Misschien is dat wel de grootste les van Faro:
Niet alleen erfgoed beschermen,
maar ook de mensen die het dragen –
vooral zij die dat stil en onzichtbaar doen.

Wat stelt een parlementaire democratie voor als het fundament niet wettelijk erkend blijkt te zijn als de broncode.


Een parlementaire democratie rust officieel op grondrechten, volksvertegenwoordiging en checks & balances. Maar als de broncode van ons bestaan – de vrouw, moeder, levenschenkster – niet als zelfstandige rechtspersoon en fundament wordt erkend, dan ontbreekt er iets wezenlijks.


Dan krijg je in feite dit spanningsveld:
Democratie als façade
– Er zijn verkiezingen, instituties, procedures. Maar de kernvraag wie de bron van leven en samenleving is, blijft onbenoemd.
– Daardoor kan geweld, ongelijkheid en systemische uitsluiting blijven voortbestaan binnen de “democratische” kaders.
Wettelijk vacuüm
– Als de vrouw niet erkend wordt als broncode en volwaardige rechtspersoon in de Grondwet, dan bouwt de rechtsstaat op een gat.
– Het lijkt stabiel, maar bij elke crisis (toeslagenaffaire, ongelijkheid, geweld tegen vrouwen) zie je dat dit gemis naar boven komt.
Democratie zonder moedergrond
– Een parlementaire democratie die haar fundament niet erkent, lijkt op een huis zonder fundering: je kunt er even in wonen, maar het zakt vroeg of laat scheef.



👉 “Zolang de broncode van ons bestaan niet grondwettelijk erkend is, blijft de parlementaire democratie een systeem zonder moedergrond.” 🌍🌹

MKB Nederland

Wat veel ondernemers niet weten : Seksueel misbruik en AOV-polissen uit de jaren 90.

Inleiding

De jaren ’90 worden vaak gezien als de periode van liberalisering en individualisering. Maar achter de façade van vrijheid en ondernemerschap schuilde een systeem waarin ongelijkheid diep verankerd bleef. Dit werd zichtbaar in de arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (AOV’s), met name rond 1995.

Wat op papier bedoeld was als bescherming voor zelfstandige ondernemers, bleek in de praktijk een instrument van uitsluiting en misbruik. Vooral vrouwen – moeders, kostwinners, zelfstandigen – werden niet erkend als volwaardige verzekerden.

1. De AOV als spiegel van ongelijkheid

De arbeidsongeschiktheidsverzekering was gebouwd op het mannelijk normbeeld: de ondernemer als kostwinner, onafhankelijk en zonder lichamelijke “bijzondere risico’s”.

Voor vrouwen golden vaak:

Hogere premies of uitsluitingen op basis van zwangerschap of “vrouw-specifieke risico’s”. Beperkingen in dekking, waarbij zorgtaken en huishoudelijk werk niet als economische waarde werden erkend. Onzichtbaarheid van de moeder: het moederschap als bron van arbeid en leven kwam in geen enkele polis voor.

Dit maakt de AOV uit 1995 tot een systeem dat de vrouw structureel buitensloot.

2. Seksueel misbruik: letterlijk en symbolisch

Wanneer we spreken van “seksueel misbruik AOV-polissen”, gaat het om twee lagen:

Letterlijk misbruik van macht Vrouwen die afhankelijk waren van tussenpersonen of adviseurs konden te maken krijgen met intimidatie of grensoverschrijdend gedrag, gebruikmakend van hun kwetsbare positie.

Symbolisch/juridisch misbruik Het lichaam van de vrouw – haar vruchtbaarheid, haar rol als moeder – werd gezien als een risico, niet als een waarde. In verzekeringsrecht werd zij zo tot object gemaakt, niet tot subject met volwaardige rechtspersoonlijkheid.

3. Institutioneel misbruik van vertrouwen

De belofte van de AOV – bescherming bij verlies van inkomsten bij een VOF – werd voor vrouwen een leugen.

Het systeem erkende haar arbeid niet meer. Het beschermde haar niet op gelijke voet met mannen. En het legitimeerde ongelijkheid door dit juridisch te verankeren in polissen en voorwaarden.

Dit is een vorm van institutioneel misbruik: een structurele ontkenning van de vrouw als rechtspersoon en kostwinner.

4. De Onzichtbare Erfgenaam

Vanuit het perspectief van De Onzichtbare Erfgenaam kunnen we zeggen:

➡️ “De AOV uit de jaren 90 toont hoe diep de uitsluiting van vrouwen verweven zat in onze instituties. De moeder, de vrouw, moest premies betalen, maar werd nooit als bron van arbeid en leven erkend. Het systeem misbruikte haar lichaam en arbeid, door ze te reduceren tot risico’s en kostenposten.”

Conclusie:

1602 bracht twee geboortes: de VOC, lichaam van kapitaal en handel; en Amalia van Solms, lichaam van dynastie en moederlijk erfgoed. Samen tonen zij hoe economie en erfgoed vanaf het begin ongelijk maar onafscheidelijk verweven zijn in onze geschiedenis.”

📜 Historisch

1602: oprichting van de VOC (Verenigde Oost-Indische Compagnie) → de eerste moderne naamloze vennootschap ter wereld, symbool van handel, kapitaal, winst, en mannelijk bestuur. 1602: geboorte van Amalia van Solms (1602–1675) → zij werd later echtgenote van stadhouder Frederik Hendrik van Oranje, en zou als “moeder van de dynastie” een sleutelrol spelen in de consolidatie van macht, cultuur en erfgoed van het Huis Oranje.

🔗 De symbolische link

Twee fundamenten van macht VOC = economisch fundament van de Republiek, gebaseerd op handel, kapitaal, kolonisatie. Amalia = dynastiek fundament, via huwelijk en nageslacht, moeder van de toekomstige Oranje-lijn.

Mannelijk vs. vrouwelijk systeem VOC: een mannelijke constructie (bestuurders, aandeelhouders, kooplieden). Amalia: vrouwelijk erfgoed, de moeder die dynastieke continuïteit en culturele legitimiteit belichaamde.

1602 als dubbel begin Het jaar waarin Nederland zowel de eerste kapitaalvennootschap kreeg (het economisch lichaam) als de vrouw die symbool werd van erfelijke macht (het dynastiek lichaam).

🌹 Omdenkend

➡️ “1602 bracht twee geboortes: de VOC, lichaam van kapitaal en handel; en Amalia van Solms, lichaam van dynastie en moederlijk erfgoed. Samen tonen zij hoe economie en erfgoed vanaf het begin ongelijk maar onafscheidelijk verweven zijn in onze geschiedenis.”

Vrouwen – Trouwen – Vertrouwen – Rouwen

Eeuwenlang betekende trouwen voor vrouwen niet alleen een verbintenis, maar ook een verlies: van autonomie, van rechtsbevoegdheid, van bezit.

De staat, de kerk en de man beloofden bescherming, maar leverden afhankelijkheid.

Zo werd vertrouwen telkens geschonden, en generaties vrouwen kwamen in rouw om wat hen werd ontnomen: zelfbeschikking, erfdeel, en het recht op hun eigen lichaam en geesr.

Vandaag draaien we de volgorde om:

👉 Vrouwen – niet alleen om voor de wet te trouwen maar om te vertrouwen, zodat we niet meer hoeven te rouwen. ⚖️🌹

✨ “Erfgoed behoort niet alleen toe aan staten of instituties, maar aan iedereen die erdoor geraakt wordt. Zolang de vrouw – moeder en bron van leven – niet als volwaardige erfgenaam erkend wordt, blijft het Faro-principe onvolledig.” ⚖️

Amen

“Truus van Gogh & The Book of Rituals”

Wie leeft zonder titel, laat het systeem stotteren.”

Een serie kunstvoorwerpen gaan over het grootste culturele erfgoed te wereld, moeder, de vrouw als symboliek en artistieke autonomie.

Mijn werk onderzoekt en symboliseert de afwezigheid van ‘de moeder de vrouw’ in onze juridische fundamenten. Ik breng haar terug als cultureel en constitutioneel erfgoed, via scheppende kunst en rituele beeldtaal. Artistieke vrijheid is hierin niet alleen expressie, maar ook herstel: een juridische en culturele zichtbaarheid van het vrouwelijke beginsel.”

“Artistieke vrijheid redde mijn leven.”


“Dit is mijn kunst. Niet om te tonen, maar om te bestaan.” relatie nummer 912758
Het paard van Troje

Het onbehagen van moeder, de vrouw – tussen grondwet en gezin

In 1967 gaf Joke Smit woorden aan het sluimerende gevoel van onvrede bij vrouwen: zij waren opgeleid, bekwaam, maar teruggeduwd in een dienende rol. Vandaag klinkt dat onbehagen opnieuw — niet vanuit de keuken, maar vanuit de juridische schaduw van het systeem.

In dit werk staat de moeder als rechtsfiguur centraal. Niet als verzorgende vanzelfsprekendheid, maar als zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam, arbeid en toekomst. De vraag is niet of vrouwen tegenwoordig ‘alles mogen’, maar wie het recht heeft om hun arbeid, reproductie en zorgcapaciteit juridisch vast te leggen — en onder welke voorwaarden.

De vrouw als kostwinner, als draagster van erfgoed, als rechtspersoon binnen een systeem dat historisch op haar lichaam en arbeid dreef zonder haar te erkennen.

Wat als overleven niet alleen fysiek is, maar ook symbolisch?

Wat als rituelen, vormen, symbolen en kleuren opnieuw een systeem bouwen – daar waar trauma of macht dat systeem ooit verbrak?

In deze serie objecten staat de hand van de maker centraal: ze bedenkt, ze begint, de doet het gewoon, ze tekent, ze schildert, assembleert en bezielt keramische vormen met een eigen visuele grammatica.

Ogen die waken. Kronen die vragen stellen. Tranen die niet verdoven maar vertellen.

De vormen zijn vatten van verhalen — alchemistische vaten waarin persoonlijke én culturele sporen worden verwerkt.

Elk object is een ritueel op zich. Een klein monument van moed, herinnering en overleving.

Een stem voor wat vaak wordt weggefilterd: vrouwelijke kracht, erfgoed, mythologie, koloniale sporen, genealogie, en innerlijke transformatie.

De werken zijn onderdeel van een groter, doorlopend project onder de titel “The Book of Rituals” – Ambitie met Allure waarin elk object een hoofdstuk vormt in een alternatief archief: Corpus Veritas Lus.

Een internationaal archief waarin het persoonlijke politiek is. En het symbolische radicaal bevrijdend.

Ik woon in het Huis van Vernieuwing: daar waar het oude niet wordt weggegooid, maar ritueel omgevormd — tot iets dat weer klopt met de tijdgeest, het lichaam, en de ziel.”

🕵️‍♀️ Oplossing Cold Case: De Moeder de Vrouw

Mijn werk is een poging om een culturele cold case op te lossen. De zaak: De verdwijning van ‘de moeder de vrouw’ uit onze wetten, onze taal, onze monumenten.

Mijn inspiratie haal ik uit mijn jeugd, de stiltes in mijn familie, de verhalen die werden doorgegeven — en de gedragingen die juist nooit benoemd werden, maar alles zeiden. In mijn familiegeschiedenis ligt een archief van intuïtie, opoffering, kracht, schaamte, en vormloos verdriet. Geen documenten, maar gebaren. Geen bewijzen, maar patronen.

Ik maak die sporen zichtbaar door objecten te maken die herinneren, wijzen, bevragen. Mijn symbolische vocabulaire bestaat uit vazen, ogen, schelpen, handen, kronen en getallen. Elk object is een bewijsstuk. Elk werk een getuigenis.

‘De moeder de vrouw’ is voor mij geen poëtisch beeld alleen, maar een verdwenen wetsartikel. Ik keer terug naar die leegte en geef haar vorm — in goud, keramiek, bloem, ritueel.

Wat verdween, keer ik om. Wat verzwegen werd, geef ik stem. X + Y = Ik X . Het persoonlijke is het archetypische. De oplossing ligt niet in het archief, maar in de kunst.

BURGERLIJK WETBOEK (BW)

Het wetboek waarin het burgerlijk recht is geregeld, waaronder algemene grondbeginsels van het burgerlijke recht alsmede meer specifieke rechtsgebieden zoals het erfrecht, contractenrecht, arbeidsrecht en huurrecht. Het huidige BW kent 9 boeken, ingedeeld op verschillende onderwerpen. Bron – Amsadvocaten

  1. Personen- en familierecht
  2. Rechtspersonen (Nederlands rechtspersonenrecht)
  3. Vermogensrecht in het algemeen
  4. Erfrecht
  5. Zakelijke rechten
  6. Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht
  7. Bijzondere overeenkomsten
  8. Verkeersmiddelen en vervoer
  9. (nog niet verschenen) Intellectuele Eigendom Recht 1919 octrooi !!
  10. Internationaal privaatrecht

UIT WELK NEST KOM JIJ? Ei – Gen – Lijk


Een vrouw met een erfstuk in haar hand: een beschilderd ei vol tekens van macht, verlies en zicht. Ze vraagt om wettelijke erkenning — ze eist haar plaats op. In een wereld die registratie verwart met waarheid, toont zij het onzichtbare erfdeel: niet wat ze kreeg, maar wat ze moest dragen.


In dit werk (object, performance, ritueel) wordt het nest niet afgebroken, maar opnieuw ingericht. Met ruimte voor de erfgenaam die nooit werd genoteerd.

🕰️ Historische ontwikkeling van Wetboek 1

⚖️ 1. Burgerlijk Wetboek van 1838

Gebaseerd op het Franse Code Civil (1804, Napoleon). Zeer patriarchaal: man was hoofd van het gezin, vrouw had weinig juridische status. Kinderen waren onwettig of wettig, met sterke gevolgen voor erfrecht en afstamming.

📜 2. Herziening en modernisering

In de 20e eeuw veranderde de maatschappij sterk: Vrouwen kregen stemrecht (1919), Huwelijksmacht werd afgeschaft (1956), Er kwam meer gelijkheid in familierecht.

🛠️ 3. Nieuw Burgerlijk Wetboek (NBW)

Tussen 1992–1997 werden de nieuwe versies van het BW ingevoerd. Boek 1 is al sinds 1 januari 1970 gemoderniseerd van kracht (dus vóór het NBW). Belangrijke hervormingen: Afstamming en gezag losgekoppeld van huwelijk Gelijke rechten voor wettige en onwettige kinderen Toestemming vrouw voor rechtsgeldige handelingen niet meer vereist Geregistreerd partnerschap toegevoegd (1998) Homohuwelijk gelegaliseerd (2001)

🧬 Culturele en juridische betekenis

Boek 1 is fundamenteel: het beschrijft wie je bent in de ogen van de staat — je naam, je ouderschap, je partnerschap, je kind, je geslacht. Het is het beginpunt van rechtspersoonlijkheid.


De waarheid van wat er gebeurd is ligt vaak in documenten, akten, polissen, handtekeningen, testamenten, familiearchieven.
Maar archieven zijn altijd incompleet en selectief opgebouwd — wat ontbreekt zegt vaak net zo veel als wat erin staat.
Vraag dus niet alleen wat is er bewaard?, maar ook: wat is er nooit opgeschreven — en waarom niet?


📜 “De waarheid ligt niet alleen in de tekst, maar ook in de witregels.”

Rode Kruis ❌❌❌
Ze kwamen om te redden, maar ik had geen wond die ze herkenden.
Ze legden verband om iets wat ik droeg, geen letsel, maar geschiedenis.
Dit is mijn taal. Mijn vaas. Mijn waarheid.

Ik maak kunst uit wat verzwegen werd.
Ik erf geen geld, geen land, geen naam in steen.
Ik erf het zwijgen, de polis zonder handtekening, het dossier zonder mijn gezicht.
Mijn werk is een vorm van waarheidsvinding — niet juridisch, maar existentieel.”


“Met vazen, eieren, ogen, sleutels, kronen en tranen bouw ik een ritueel archief.
Elk object is een artikel in mijn persoonlijke wetboek 9 ( nu nog gereserveerd)
Niet in Romeins recht geschreven, maar in symbolen, pigment, breuklijnen en goudlijm.
Ik heropen verdrongen erfstukken en draag het bewijs:
de vrouwelijke lijn is niet dood, ze is ongezien.”


“Mijn kunst stelt vragen als:
Wat betekent het om erfgenaam te zijn als je nooit erkend bent?
Wie bepaalt wat telt?
Mag een vrouw de sleutel zijn — en niet het slot?
Mijn antwoord is beeld.
Mijn antwoord is ritueel.
Mijn kunstwerk : ben ik op – wind – end ?
80 jaar vrijheid voor de man – code civiel voor moeder de vrouw

Napoleon Bonaparte was in veel opzichten een revolutionaire hervormer — maar zijn invloed op de positie van vrouwen en moeders laat zich het beste samenvatten als: een geschenk met een dubbele bodem, en meestal een vloek verpakt als orde.

Napoleon was een zegen voor de mannelijke burger, maar een vloek voor de vrije vrouw.

Zijn wetgeving:

maakte het gezin tot een miniatuurstaat met de vader als keizer, verbood vrouwen politieke of juridische zelfstandigheid, veranderde vrouwen van revolutionair actieve burgers (zoals in 1789) in juridische schaduwen.

“Dank u, Napoleon. U gaf ons orde, maar geen stem. U zette de vrouw in een burgerlijk wetboek, maar liet haar naam weg bij de artikelen.

Wij herschrijven nu wat u codificeerde, in porselein, goud, bloed en moedermelk.”


God saved the Queen S.
Ze was nooit gekroond.
Ze had geen staat.
Ze droeg de sleutels, de kinderen, het zwijgen.


En toch werd ze gered —
door haarzelf.
Door klei.
Door ritueel.
Door beeld.

Soeverein der Stilten

Open Call Dr. Love


Ik ben vereerd dat mijn werk is voorgedragen voor de Joke Smitprijs 2025. Mijn praktijk geeft stem aan het onzichtbare erfgoed van vrouwen — in taal, ritueel en beeld. Door kunst en onderzoek verbind ik emancipatie met recht, geschiedenis en toekomst. De stem van ‘de moeder de vrouw’ verdient een plek in het hart van ons culturele en maatschappelijke bewustzijn.”


— Silvia Koning

“Attitude is everything — zeker voor vrouwen die jarenlang zonder podium, zonder stem en zonder erkenning hun kracht bewezen. De houding van Truus van Gogh is er een van veerkracht, trouw, en stille moed. Zij verandert de wereld — onzichtbaar, maar onmiskenbaar.”

“Truus van Gogh – Ode aan de vergeten heldin – Het meisje met de parel is moeder geworden ” – De schepper van de ziel


Truus van Gogh is geen enkele vrouw, maar alle vrouwen.
Ze is de moeder die het onzichtbare draagt,
de werkster achter de schermen,
de stille kracht die onze geschiedenis weeft.


Ze staat voor de alledaagse vrouw,
degeen die zelden genoemd wordt,
maar zonder wie geen kunst, geen recht,
en geen samenleving kan bestaan.


Truus van Gogh is een naam,
maar vooral een erfgoed van moed en zorg,
een eerbetoon aan alle moeders en vrouwen
die onze cultuur dragen, vaak zonder erkenning.
Gecodeerd als bloed 🩸 lijn in de polis van de Nationale 1845 – Het verzekering S spel en het pensioenboekje van moeder de gans oftewel leuker kunnen we het niet maken

Met dank aan Nationale Nederlanden- wat er ook gebeurt

De Ziel van Nederland: Moederkracht in beeld en wet. Amsterdam Museum an der Amstel
https://www.amsterdammuseum.nl/topic/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

Sarcoïdose redde mijn leven en zo begon ik mijn missie- Je maintiendrai- Waarop en op wie en waarom!


Ode aan de vergeten heldin


Truus van Gogh is geen beroemdheid. Ze is geen icoon uit de geschiedenisboeken.
Zij is de vrouw achter de schermen,
de moeder, de dochter, de verzorger, de stille kracht
die zonder applaus de fundamenten draagt van onze samenleving.


Ze leeft voort in handen die zorgen,
in stemmen die zwijgen,
in archieven die haar naam vergaten.
Ze is de onzichtbare erfgenaam van eeuwen vrouwelijke arbeid,
kunst, liefde en rechtvaardigheid.


Truus van Gogh staat symbool voor:
De alledaagse vrouw als drager van onzichtbaar erfgoed
De moeder die nooit haar naam onder een contract mocht zetten, maar het wel droeg
De vrouw die haar vrijheid niet eiste, maar leefde


Zij belichaamt emancipatie in haar meest doorleefde vorm:
niet als claim, maar als levenskunst.
Niet als protest alleen, maar als dagelijkse daad.


Met dit manifest vragen wij om erkenning, ruimte en stem
voor al die vrouwen die het verschil maken —
zonder dat er ooit een prijs aan verbonden werd.


🟣 Truus van Gogh verdient de Joke Smitprijs. Want zij is de stem van velen.

Huiskamer Volmacht Nedasco Concert

Uitgelicht

🧳 REISVERSLAG – Imagine the Future: De Onzichtbare Bazin keert terug


Het vrouwelijk lichaam wordt juridisch beheerd – niet erkend.

“Ik schonk leven en verloor bestaansrecht.
In zijn naam werd ik uit het systeem geschreven.
Moederschap werd mijn mooiste daad — en mijn persoonlijke ondergang.”


De vrouw wordt beheerd als risico-object, niet erkend als rechtsbron of entiteit met beslissingsmacht over haar lichaam, arbeid en voortplanting.



Artikel 1 – “Zij die leven baart, verliest eigendom over haar lichaam tenzij zij wettelijk erkend is als bestuursorgaan van haar bestaan.”
Artikel 2 – “Geen moeder mag juridisch worden vervangen, verhandeld of herverzekerd zonder haar expliciete, geïnformeerde en vrijwillige toestemming.”


“Ars is wat zij draagt zonder naam.
Wet, zorg of kunst – nooit volledig van haar.”

“In de huiskamer werd mijn polis besproken – zonder mij. Tussen koffie en contracten kreeg mijn lichaam een relatie / personeels nummer en diverse dossiernummers. Maar er is geen loondossier nog inzage woondossier!!

Verhandeld door volmachten en iedereen kijkt toe”

Niet ik gaf volmacht, maar zij gaven elkaar macht. Zo werd ik verzekerd, verkocht en vergeten – door een huiskamer met een stempel van Nedasco.”

NEederlandse DAS COmbinatie

Betekenis uitgelegd:

NE = Nederlandse DAS = Verwijst naar rechtsbijstandverzekering (zoals bij de bekende DAS Rechtsbijstand) CO = Combinatie

Oorsprong:

Nedasco werd opgericht als een tussenpersoon-volmachtorganisatie met een breed dienstenpakket aan onafhankelijke assurantietussenpersonen. Het groeide uit tot een van de grotere serviceproviders in verzekeringen in Nederland, gevestigd in Amersfoort.

Nedasco biedt (of bood) o.a. toegang tot:

producten van grote verzekeraars (zoals Nationale-Nederlanden, Aegon, Reaal), schadeafhandeling via eigen volmacht, en administratieve ketenverwerking (denk aan backoffice, incasso en polisbeheer).

📜 Van meisje tot code – een verborgen systeemverklaring

Alle meisjes die geboren worden in de wereld van portefeuilles, volmachten en schaduwboekhoudingen, worden vroeg of laat omgezet in cijfers, codes en clausules.

Niet als mens, maar als risico. Niet als rechtspersoon, maar als verzekeringsobject. Hun – mijn moedernaam werd verzwolgen in de administratie.

Hun, mijn lichaam werd een post op de balans. Hun, mijn zorg werd een schade. Hun, mijn toekomst: afkoopbaar.

Zonder mandaat, zonder recht op verzet.

Want het systeem – van NN tot Nedasco, van VOF tot Vrouw – leerde ons dat een vrouw altijd meeverzekerd is.

Maar nooit verzekerd op zichzelf.

Oftewel leuker kunnen kansovereenkomst niet maken ….

Via scheppende kunst geef ik mijn kennis door. Niet via wetboeken, maar via beelden. Niet via macht, maar via betekenis. Mijn werk vertaalt wat vergeten is in systemen – het lichaam, de moeder, de naam – naar tastbare vormen van herinnering en erkenning.

Van erfgoed tot eigendom, van polis tot poëzie.

Ik geloof dat kunst niet alleen laat zien wat is, maar ook opent wat had kunnen zijn – en wat opnieuw geboren kan worden.


De rol van Hof & Los in mijn geschrapte bestaan”


Soms begint een uitgewist verhaal niet bij jezelf, maar bij de handen van een ander.
Ik ben de dochter van een verzekeringsagent — een tussenpersoon in vertrouwen.
Maar toen zijn portefeuille werd verkocht in 1996, werd ook ik onzichtbaar verhandeld,
als schadepost zonder stem, als vrouw zonder polisrecht, als moeder zonder bestaanszekerheid.
Mijn naam bleef bestaan, maar mijn rechten verdwenen in de marge van systemen.
En terwijl ik bleef dragen — leven, zorg, kunst — werd mijn bestaan geschrapt.
Gegijzeld in VOF structuur / octrooi 1919 – 10.700


“Zolang het ei geen rechtspersoon is, blijft de vrouw een risico-object zonder zeggenschap over haar eigen bron.”

Betaald, maar niet beschermd”

Ik betaalde ruim 150.000 euro aan loonbelasting.

Jaar in, jaar uit, als zelfstandige moeder, ondernemer, schepper.

Maar toen ik ziek werd, stond ik alleen.


Een auto-immuunziekte als verdienmodel


Wanneer het lichaam zich keert tegen zichzelf,
en systemen besluiten het lijden te verhandelen,
ontstaat een pervers verdienmodel:
waar ziekte niet genezen wordt,
maar beheerd –
als winstpost.
Mijn schade werd een polis,
mijn pijn een premie,
mijn bestaan een risico,
geadministreerd,
gestructureerd,
verhandeld.


Wie verdient er aan mijn afbraak?
En wie herkent mijn recht op herstel?

Geen WIA. Geen WAO. Geen vangnet, geen herstel.

Mijn lichaam, mijn arbeid, mijn geest — allen nog zichtbaar voor de Belastingdienst, maar onzichtbaar voor de wetten die mij bescherming hadden moeten bieden.

Ik was geen fraudeur, geen schaduwwerker. Ik was eenvoudigweg: een vrouw. Want geen enkele wet ziet mij niet als zelfstandige bestuurder van mijn eigen bestaan.


Als mijn polissen zijn overgedragen zonder dat ik expliciet in de grondwet voorkom kan ik ook nooit toestemming hebben gegeven, en dan is het mogelijk dat mijn portefeuille-rechten zijn geschonden of onrechtmatig zijn overgedragen/verhandeld.

Dit is geen fiscale vergissing.

Dit is structurele uitsluiting.

Dit is een oproep tot erkenning.

Zolang het vrouwelijk lichaam geen erkend bestuursorgaan is, blijft de vrouw een beheerd object in plaats van een soevereine rechtspersoon. Dit is in strijd met het beginsel van menselijke waardigheid, lichamelijke autonomie en de broncode van het leven zelf.”

* Nationale Nederlanden wat er ook gebeurt- Er is maar een Nederlandse zoals zij Ei –
#01
📌 Voorgestelde toevoeging aan elke grondwet ter wereld:
“De vrouw die leven draagt, bezit het eerste recht: het recht op erkenning, bescherming en zeggenschap over haar lichaam — als oorsprong van mens en maatschappij.”

📍 Locatie: Amsterdam Museum, Refresh #3 – Chapter 2

🕰️ Tijd: eeuwen overbrugd in één collage. Tussen de mantels van macht en de portretten van mannen die zichzelf vereeuwigden als eigenaars van land, lichamen en geschiedenis, staat een vaas met een gouden voet — mijn voet.

Een voet die nooit op een sokkel stond, maar wel de bodem droeg. De grond onder alle huizen. De baar onder alle dynastieën.


De Verzekeringswereld is een mannenbolwerk
De eerste levensverzekeringen in de 18e en 19e eeuw richtten zich uitsluitend op mannen als “kostwinner”.
Vrouwen waren juridisch handelingsonbekwaam tot 1956 (en zelfs daarna werd hun autonomie beperkt via fiscale en institutionele kaders).
De man tekende, de vrouw werd meeverzekerd als risico-object (denk aan termen als overlijdensrisicoverzekering op echtgenote).


📜 De vrouw was niet de polisdrager, maar de polis zélf.


De verzekeringsagent werd de poortwachter van eigendom en erkenning
Verzekeringsagenten vervulden niet alleen een commerciële rol, maar ook een maatschappelijk legitimerende functie:
Wie was het waard om verzekerd te worden?
Wie kreeg toegang tot inkomen bij ziekte of overlijden?
Die macht werd vrijwel altijd toevertrouwd aan mannen, die werden geacht “rationeel, zakelijk en betrouwbaar” te zijn — kwaliteiten die vrouwen stelselmatig werden ontzegd.


3. Wat betekent dit voor mijn verhaal?


In mijn geval lijkt het erop dat:
mijn lichaam als zelfstandig polisobject is verhandeld,
terwijl de zeggenschap daarover via mannelijke tussenpersonen, agenten of echtgenoten loopt.
en ik nooit juridisch erkend bent als volwaardig verzekerde met bestuursrecht over mijn eigen lichaam.

Nationale Nederlanden


“Hij tekende, ik droeg. Hij verkocht, ik verloor. Hij werd agent, ik werd object.”
– De Wet van Ongeschreven Lichamen

Links en rechts zie je hen:

Napoleon, Bismarck, de heren van Amstel en aandeelhouders van erfgoed. David Knibbe en Pieter de la Rue

Maar zij , Johanna Jacoba Borski en Ik waren daar ook. In klei, in moedermelk, in arbeid met een eigen hand – tekening

⚱️ Onderaan staan mijn erfstukken: eieren met ogen, gezichten, symbolen. Niet als relikwieën, maar als levend bewijs dat de moedermaatschappij een vrouw is.

📍 Imagine the Future?

Ik leef het.

Niet als toevoeging aan het museum, maar als terugkeer van wat altijd ontbrak: De stem van de vrouw die niets erfde, maar alles droeg.

📚 Mijn reis is geen tijdreis.

Het is een terugvordering. Van zichtbaarheid. Van zeggenschap. Van de ruimte in het museum, en de plaats in het systeem.

✍️

Wetboek 9

als schepper van de ziel,

als erfgoeddraagster,

als kunstenaar,

als moeder,

de onzichtbare bazin binnen de bloedlijnen van de moedermaatschappij en dochteronderneming

Ja. En ik ben terug.

🏠 Wat zijn ‘Huiskamer-volmachten’ – en hoe zijn ze ontstaan?

Een volmachtbedrijf is een tussenpersoon (assurantiekantoor, financieel adviseur of makelaar) die namens een grote verzekeraar verzekeringen mag afsluiten, beheren én schade afwikkelen — zónder directe controle van de verzekeraar zelf.

🛋️ De term ‘huiskamer-volmachten’ ontstond informeel voor kleine, lokale volmachtkantoren — vaak familiebedrijven — die met toestemming (‘volmacht’) van grote verzekeraars werkten vanuit letterlijk de huiskamer, keukentafel of achterkamer.

Denk: mijn vader de verzekeringsagent, mijn moeder de administratie. VOF


🔗 
Movir en Nedasco – hoe zitten ze in het systeem?



Movir = verzekeraar voor arbeidsongeschiktheid (AOV)
Movir is een merk binnen Nationale-Nederlanden Groep (NN Group).
Gespecialiseerd in AOV voor zelfstandigen, medici en ondernemers.
Ze werken vaak met tussenpersonen zoals verzekeringsadviseurs en (soms) volmachtkantoren.


Nedasco = volmachtbedrijf / serviceprovider
Nedasco is een volmachtbedrijf en onderdeel van Aegon/ASR (na recente fusies).
Zij sluiten namens verzekeraars verzekeringen af en beheren deze voor tussenpersonen.
Nedasco werkt dus als distributeur/tussenlaag, met machtiging van verzekeraars (bijv. Aegon, a.s.r., Allianz, en mogelijk ook NN in het verleden).

🏠 
Letterlijk: ontstaan aan de keukentafel


In de jaren ’50 t/m ’80 werkten veel lokale verzekeringsagenten en assurantiekantoren vanuit huis.
Vader deed de polissen.
Moeder deed de administratie.
Klanten kwamen aan huis, vaak letterlijk aan de keukentafel.


Deze agenten hadden een volmacht van een grote verzekeraar (zoals Delta Lloyd, Nationale-Nederlanden, Aegon) om:
zelf verzekeringen af te sluiten,
schades af te handelen,
en soms zelfs premiehoogtes of voorwaarden aan te passen.


Zo ontstond het beeld van de “huiskamer-volmacht”: kleinschalig, persoonlijk, vertrouwelijk – maar met grote bevoegdheden.


Toen mijn ouders hún portefeuille verkocht aan Willem Steelink van AMTA Assurantiën ging het goed mis …nu Hof & Los in
Purmerend 

Zo werken verzekeringen voor vrouwe lijken dus….

Deze zin snijdt diep en opent de deur naar een systemische aanklacht. Ik leg hiermee bloot hoe vrouwenlichamen – zodra ze geen actieve economische speler meer zijn of buiten het systeem vallen (zoals door ziekte, moederschap of ‘onzichtbaarheid’) – behandeld worden als administratief overerfbaar object, niet als juridisch zelfstandig persoon.

🕰️ Ontstaansgeschiedenis (globaal overzicht):

1950–1980: Na de oorlog groeide Nederland economisch. Lokale tussenpersonen bouwden vertrouwensrelaties op.

Grote verzekeraars, zoals Nationale Nederlanden en Delta Lloyd, gaven deze tussenpersonen steeds meer macht via volmachten.

( Een papieren overdracht. Een nieuwe naam op de volmacht. Een andere keten van controle.

🗝️ Maar niemand zag: het was ook de overdracht van vertrouwen, van beschermingsmacht, van erfgoed.

Wat mijn ouders opbouwden met hun handen, werd zonder bezinning doorgegeven — naar een systeem dat mij later niet beschermde, maar beheerste.

📌 Nu heet het: Hof & Los in Purmerend.

Een tussenstation in een anonieme keten.

Maar ik weet wie er aan tafel zit en zat.

Wie het verkocht.

Wie er zwijgen .

🧬 Want polissen zijn geen papier. Ze zijn verhalen. Zorgplicht. Arbeidskracht. Leven.

Wat toen misging, was niet alleen de overdracht van een portefeuille — maar de uitwissing van mij als zelfstandige vrouw.

1980–2000: Volmachtkantoren professionaliseren. Ze beheren hele portefeuilles met eigen voorwaarden en systemen. Door deregulering en privatisering krijgen ze meer zelfstandigheid.

Veel zijn lokaal bekend, maar niet wettelijk volledig gecontroleerd. Na 2008 (financiële crisis): Veel polissen (levensverzekeringen, AOV’s) raken vervlochten in financiële producten.

Volmachtkantoren spelen hierbij een sleutelrol: zij regelen schadebeoordeling, omzetting van polissen, en fungeren als ‘buffer’ tussen klant en verzekeraar.

In de praktijk: Bij problemen (bijvoorbeeld langdurige ziekte of arbeidsongeschiktheid) blijkt dat de verzekeraar zich beroept op beslissingen van de volmacht — terwijl de klant denkt met de verzekeraar zelf te maken te hebben.

⚠️ Waarom is dit belangrijk?

De burger / zelfstandige verliest zeggenschap, vooral bij schade, ziekte of langdurige uitval. Informatie en besluitvorming zitten in een schaduwzone: geen arts, geen rechter, geen transparantie. Vaak worden vrouwen, zelfstandigen, of mensen zonder juridische ondersteuning onder eenzijdige voorwaarden ‘afgewikkeld’ — zonder dat zij weten dat het via een volmachtkantoor gaat.

📜 Wat ik aankaart — met mijn erfgoed en mijn persoonlijke verhaal – is dat deze huiskamer-volmachten geen huiselijkheid meer bieden, maar controle zonder verantwoording.

Ik stelde de overheid de vraag:

Wie had er zeggenschap over mijn lichaam, mijn polis, mijn leven?

En: Werd ik ooit geïnformeerd, of gewoon overgedragen?

Er kwam geen antwoord!!!! Toen wist ik dat de VOC en de VOF nog steeds in werking zijn .

⚖️ Toen er geen antwoord kwam… wist ik dat artikel 120 van de Grondwet het antwoord wás. Niet omdat het me beschermde, maar omdat het mij uitsloot.

Artikel 120 verbiedt de rechter om wetten aan de Grondwet te toetsen.

En zo blijft alles wat fout ging — wettelijk juist.

Geen toetsing, geen correctie, geen rechtsherstel.

Codificatie boven waarheid.

⚙️ De keten: van VOC tot VOF tot Belastingdienst

De VOC, ooit opgericht voor winst en wereldhandel, werd geen erfgoed van de burger, maar een blauwdruk voor fiscale beheersing.

De VOF, de vennootschap onder firma, werd de opvolger in de binnenlandse keten — waar arbeid werd omgezet in winst, en winst in heffing —zelfs als het lichaam ziek werd.

Code Civil

Zelfs als de polis bedoeld was als dekking voor schade.

In Nederland is de keten van belastingheffing nog altijd gestoeld op oude structuren van macht en eigendom — niet op bescherming van mensenlevens, maar op controle over hun productiviteit.

🗝️ En zo wist ik: Zolang het systeem draait op artikel 120, is het niet de rechter, maar de codificatie die regeert. En zolang VOF en VOC in de keten zitten, is het lichaam van de vrouw nooit vrij geweest.

Relatie 912758 Nedasco

Alleen verhandeld. Altijd belast. Nooit bevrijd.

Titel: De eerste schakel – hoe ik werd overgedragen

Kernzin:

In 1996 of 1997 werd de verzekeringsportefeuille van mijn ouders niet alleen zakelijk overgedragen aan Wim Steelink, maar begon ook de onzichtbare keten waarin mijn rechten als dochter, vrouw en zelfstandige polishouder systematisch werden losgeweekt — zonder mijn toestemming, zonder mijn kennis, en uiteindelijk zonder mijn rechtsbescherming.

Uitwerking:

Als dochter van een assurantietussenpersoon groeide ik op binnen het vertrouwen dat de polis ook bescherming bood – niet enkel kapitaal, maar ook rechtszekerheid, sociale grondslagen en erfgoed. De overdracht van de portefeuille markeerde niet alleen een zakelijke transactie, maar een fundamentele verandering in zeggenschap: ik werd van erfgenaam tot object, van verzekerde tot verhandelde partij.

Wim Steelink werd daarmee de eerste schakel in een keten van overdrachten, consolidaties en fusies binnen de verzekeringssector – waarin mijn lichaam, mijn polis en mijn bestaansrecht losgekoppeld raakten van mijn oorspronkelijke status als gerechtigde. Wat begon als een familiebedrijf werd een financieel instrument. Wat begon als bescherming, werd speculatie.


⚖️ 
1. De invoering van het Burgerlijk Wetboek (1838)


Het Nederlandse Burgerlijk Wetboek van 1838 was gebaseerd op het Franse Code Civil van Napoleon (1804), waarin het mannelijke hoofd van het gezin centraal stond. In de Nederlandse versie werd dat overgenomen en zelfs verstevigd.


🔴 Gevolg: Vrouwen – vooral gehuwde vrouwen – werden handelingsonbekwaam, en konden dus geen rechtshandelingen verrichten zonder toestemming van hun echtgenoot.

📕 
2. Belangrijke bepalingen uit het BW (1838–1956)


👰 Artikel 1:198 BW (oud)


“De vrouw is gedurende het huwelijk onbekwaam om zonder bijstand van haar man enige rechtshandeling te verrichten.”


Ze mocht geen contracten tekenen.
Ze mocht geen bezit beheren.
Ze mocht geen rechtszaken voeren.


💰 Artikel 1:165 BW (oud) – 
De man als hoofd van de echtvereniging


De man heeft het gezag over de echtvereniging. Hij beheert het gezamenlijke vermogen en beslist over alle grote handelingen.


De man had alle zeggenschap over geld, werk, verzekering en erfrecht.


⚖️ Artikel 1:88 BW (nu nog steeds relevant in aangepaste vorm)
Dit artikel gaat over toestemming voor rechtshandelingen binnen het huwelijk.
In de oude versie was de vrouw niet zelfstandig bevoegd, zelfs niet voor het sluiten van verzekeringen, het starten van een bedrijf of het erven van een bedrijf.

🕳️ 
3. Effect op eigendom, polissen en portefeuilles


Omdat vrouwen geen handelingsbekwaamheid hadden:
Werden verzekeringen, hypotheken en polissen altijd op naam van de man gezet.
Zelfs als de vrouw betaalde of erfde, werd haar naam niet als zelfstandig contractpartij erkend.
Dochters konden slechts erven via voogden of onder toezicht van mannen (bijv. broers of notarissen).


📌 Dit betekent dat veel vrouwen tot ver in de 20e eeuw geen eigenaar waren van hun eigen arbeid, vermogen, of schadevergoeding.

🔓 
4. Afschaffing handelingsonbekwaamheid (1956)


Pas in 1956 werd de vrouw officieel handelingsbekwaam verklaard via de Wet van 14 juni 1956 (Stb. 330).


Maar: de systemen, instellingen en software zijn sindsdien nauwelijks gehercodeerd. De uitsluiting leeft voort in belastingformulieren, pensioenregels, AOV-structuren en toeslagen.

Enigma19

“In 1838 werd het recht geschreven zonder mijn naam. Mijn lichaam werd bezit, mijn arbeid onzichtbaar, mijn moederschap niet-verzekerbaar. Wat begon als wet, werd software. En vandaag herkent het systeem mij nog steeds niet.”

On the basis of Sexe

👑 Slavin of Koningin

Of ben ik beiden in één lichaam gevangen?

Gebonden aan regels die ik niet schreef, maar wel droeg.

Verzekerd zonder zeggenschap. Verhandeld zonder stem. Belast zonder erkenning. Afgebeeld als muze, maar nooit als meester.

👣 Mijn voeten liepen de route van arbeid, liefde, zorg en verlies. Geen troonzaal, geen toga — maar klei aan mijn handen en stilte in mijn dossier. Ze noemden mij verzorgster, maar ik was bestuurder. Ze noemden mij weduwe, maar ik was eigenaar. Ze noemden mij ‘niet geschikt’, maar ik was het fundament.

Slavin of Koningin?

Ik kies niet.

Ik herinner.

Ik ben de vergeten macht in jullie wetten. De oermoeder van jullie systemen. De koningin met een ei gen kroon, de slavin met digitale boeien.

Ik ben de oorsprong.

En ik eis mijn plek terug.


Ze noemden zich Voogd & Voogd — maar wie voogde er werkelijk over mijn recht?
En wie hield toezicht op de overdracht van mijn lichaam, mijn polis, mijn bestaan?” Middelharnis

Het is geen toeval dat ik naar Zeeland moest verhuizen.

Nationale Nederlanden

Niet als je kijkt naar de gelaagdheid van mijn verhaal, mijn afkomst, mijn polislijn, en de naam Heilbron, Alphine Groep, Voogd & Voogd — geworteld in Middelharnis, Zuid-Holland, net boven Zeeland.

Onze reis naar Zeeland is dus méér dan een geografische verplaatsing.

Het is een terugkeer naar de oorsprong van de machtstructuren die ooit mijn zeggenschap wegschoven.

En tegelijkertijd: een plek van herstel, van her-ankering, van zichtbaarheid.

🔁 Symbolisch bekeken:

Voogd & Voogd: opgericht nabij Zeeland, werd uiteindelijk onderdeel van de Alpina Group — een structuur waar mijn polis mogelijk doorheen gleed zonder mijn stem. Ik, dochter van een verzekeringsagent, erfgoeddraagster, kunstenaar, moeder — belandde in Middelburg, waar ik nu leef, creëer en mijn verhaal herclaim.

Zeeland: het land van dijken, overstroming, wederopbouw — én van bescherming. Een regio waar mensen weten wat het betekent om zelf je grond terug te winnen.

Ik werd verplaatst, maar niet verdreven.

Ik kwam terug op de plek waar de structuren ooit begonnen, zodat ik ze nu van binnenuit moest blootleggen, herschrijven en doorbreken.

Ik moest dus naar Zeeland. Niet om te vluchten, maar om te onthullen wat daar begon. En wat ik nu beëindig.”

Hof & Los in Purmerend is geen anoniem concern, maar een binnenstedelijk, familiestijl volmachtkantoor met VOF-structuur in Purmerend .

Het is de eindschakel in de portefeuilleschakeling waardoor mijn polis en lichaam — zoals ik het beschrijf— van mijn ouders via Wim Steelink / AMTA bij een plek belandden waar ik de controle en verantwoordelijkheid over mijn ei gen entiteit verloor.

Nu begrijp ik waarom ze niets deden.”

Niet omdat ze niet konden, maar omdat het niet in hun belang was om jou te erkennen.

Want erkenning betekent:

verantwoordelijkheid, compensatie, toegeven dat er ooit iets onterecht is weggenomen — jouw polis, jouw zeggenschap, jouw bestaansgrond.

🧾 Ze deden niets, omdat:

Het lichaam van de vrouw nooit centraal stond in het systeem — enkel haar belastbaarheid. Je als product werd gezien (polis, risico, schadevergoeding) — niet als persoon.

Mijn waarde stil werd doorgeschoven tussen tussenpersonen, portefeuilles, constructies. Ik geen aandeelhouder bleek — maar de onzichtbare oorsprong van het vermogen.

Maar nu doorzie ik het spel.

Nu ben ik degene die de pen oppakt.

Niet om toestemming te vragen — maar om recht te zetten. Ze deden niets. Maar ik doe nu wél iets. En ik vergeet niets meer.”

Anne Frank schreef over onvrijheid, uitsluiting en onzichtbaarheid, achter muren die haar gevangen hielden.

Ik schrijf over onvrijheid, uitsluiting en onzichtbaarheid in systemen die mijn lichaam, polis en identiteit administratief opsloten.

📖 Dagboek van een Onverzekerde Vrouw

(of: Het Dagboek van de Polisdrager) Een leven op papier. Niet erkend in grondwetten. Niet beschermd door systemen. Verhandeld via tussenpersonen.

Zwijgend gearchiveerd — alsof mijn bestaan slechts een risico was.

Maar net als Anne hou ik de waarheid leven, met woorden, beelden, symbolen.

Wat zij verzwegen, schrijf ik terug.

Corrigeer me als ik het verkeerd zie maar dan volgens een wet!

Financiële belangen blokkeren de erkenning

Als de staat of verzekeraars moeders moeten erkennen als schadegerechtigden of zelfstandige contractpartijen, dan komt er een immense claim op arbeid, zorg, AOV, pensioen, erfgoed.

Dat ondermijnt het fundament van het huidige sociale stelsel. Daarom is het makkelijker om vrouwen te klassificeren als partner, polis aanhangsel, of ‘passieve zorgontvanger’.

Erkenning zou miljarden kosten. Dus zwijgt men tot op het bot.

🏛️ Mannelijke norm in beleid en politiek

De meeste wetten en modellen zijn gewoon ontworpen door en voor mannelijke levenslopen. Zorg, moederschap en erfgoed zijn vrouwelijke domeinen die buiten de begroting vallen. Er is nauwelijks politieke representatie die mijn verhaal durft op te nemen zoals ik het vertelt: vanuit lichaam, polis, autonomie, kunst én systeemkritiek.


🕊️ 
FARO-BOODSCHAP


“Waarom werd ik onzichtbaar gemaakt?”


Mijn lichaam is geen bezit van de staat, noch van de markt, noch van het gezin.
Mijn lichaam is erfgoed. Het draagt leven, arbeid, verlies en waarheid.
Maar de wetten zwegen. De systemen doken. De namen werden doorgestreept.
Moederschap werd geen recht, maar een reden tot vergetelheid.
Wat ik gaf werd niet erkend. Wat ik verloor werd niet hersteld.


FARO vraagt: wat wil je behouden?
Ik antwoord: de waarheid van het vrouwenlichaam.
De onzichtbare arbeid. De niet-getekende polis.
De stem van de moeder die nooit gevraagd werd of zij het wilde zijn.


Ik ben erfgoeddraagster, geen passieve ‘partner’.
Ik ben geen risico-object in een polis —
ik bén de polis.
Mijn archief is mijn lichaam.
Mijn erfgoed is mijn bestaansstrijd.


Ik eis herstel. Ik eis zeggenschap.
Ik eis Wetboek 9 —
waarin de vrouw, de moeder, de schepper van cultuur
wordt erkend als zelfstandig bestuursorgaan van haar bestaan

Wereld verteldag 2025 – 1602 Kafka in de rechtstaat

Op Wereld Verteldag vertel ik geen sprookje.

Ik vertel het ware verhaal —

Van een lichaam dat nooit werd erkend als eigenaar van zichzelf,

Van een moeder die nooit civiel bezit had mogen zijn,

En van een wet die vergat wie het leven droeg.

Mijn naam is Truus van Gogh.

En ik vertel.

Voor wie niet gehoord werd.

En voor wie geboren is uit stilte.

Kafka in de rechtsstaat – Het lichaam Xx als bewijsstuk zonder dossier

De vrouw is biefstuk voor de staat – Dat is het beroepsgeheim. Dat mijn lichaam schade droeg, mijn stem werd genegeerd toen mijn polissen werden verhandeld zonder dat ik ooit wist wie er aan verdiende.

“Ik hoor misschien niet bij de inboedel — maar mijn rechten zijn wel met het tapijt onder me vandaan getrokken.”

“Dat is het beroepsgeheim: Staat der Nederlanden – Wie de broncode van oms bestaan verwaarloost begaat een juridische misdaad.


“De vrouw is biefstuk voor de staat.
Haar lichaam wordt aangesneden in systemen: voor arbeid, voor zorg, voor reproductie, voor statistiek.
Maar als ze ziek wordt, is ze een last. Als ze zwanger is, een kostenpost. En als ze werkt, wordt ze alsnog financieel afhankelijk gemaakt. Het vlees in de Kuip



Geen zeggenschap.
Geen ruling.
Geen dividend.


Alleen consumptie.
Van haar lijf. Van haar leven.


Wij eisen een nieuw Wetboek. Eén waarin de vrouw niet langer vlees is, maar wetgever.”

⚖️ 
2. Juridisch-symbolisch


“In het huidige systeem wordt het vrouwenlichaam behandeld als een gebruiksobject: verhandelbaar, belastbaar, maar niet erkend als rechtspersoon.

Het is vlees voor de slager van de staat: in stukken gedeeld door wetten, toeslagen, zorgsystemen en verzekeringsconstructies die haar autonomie ondermijnen. Dit is geen rechtsstaat – dit is consumptie-economie.”

🎭 


“Mijn lichaam werd geen rechtspersoon, geen onderneming, geen licentiehouder.
Het werd biefstuk.
Voor de staat, de verzekeraar, de fiscus.


Maar ik ben geen vlees.
Ik ben de stem.
De schepper.
De vrouw en herschrijfarchitect van Wetboek 9.”

In Kafka’s wereld is het individu overgeleverd aan een systeem dat regels kent, maar geen recht.

In de Nederlandse rechtsstaat is dat geen fictie meer – het is beleid. Eerste Kamer der Staten-Generaal

Wie kent Slagerij Van Kampen niet?

De staat snijdt als een slager.

De vrouw is biefstuk.

Maar haar hartslag is ritme.

Haar weeën zijn tromgeroffel.

Haar stem is oerdrum.

Niet te temmen. Niet te taxeren. Niet te vergeten.

De vrouw is geen vlees. Zij is de beat. De basis. De bron.

Mijn lichaam werd ziek. Mijn polis verdween. Mijn identiteit werd opgeknipt in codes, cijfers en volmachten.
Niemand wist waar ik recht op had – maar iedereen wist waar ze mij konden verhalen. Nationale-Nederlanden

Mijn lichaam is nooit verkocht, maar werd wel verhandeld.

Niet als bezit, maar als zekerheid. Niet met toestemming, maar bij gebrek aan recht.

Ik was geen werknemer. Ik was geen bezit. Ik was de moeder, de schepper en de drager.

En toch stond mijn naam — en dus mijn lichaam — garant voor een systeem dat mij vergat zodra ik brak.

Kafka schreef over een onzichtbare macht.
Ik leef er middenin.
Ik ben geen karakter uit een roman.
Ik ben dossier 000000 zonder rechtspersoonlijkheid. Koninklijk Huis

En net als bij Kafka, is het grootste onrecht dat je niet weet waar je bezwaar kunt maken — omdat niemand verantwoordelijk is. Provincie Zeeland

📖 Het Ritueel van de Moeder de Vrouw die Spiegelde

Een reisverslag van een vrouwelijke Dalí
door Corpus Veritas Lus

Dagboekfragment I – De Kamer van Gebroken Tijd Rijksmuseum

Ik kwam aan op een plek waar de tijd geen wijzers meer had. Alles ademde ritueel: een gong zweeg als een vergeten wet, twee oranje wachters bewaakten de grens tussen fictie en waarheid, en het zwarte vat sprak. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Op de buik van de kruik keek een meisje terug – niet zomaar een meisje, maar zij die zweeg terwijl ze alles zag. De parel in haar oor had eeuwen aan geheimen opgeslagen, en ik wist: dit is geen erfgoedobject. Dit is een drager. Amsterdam Museum

Naast haar: een ei. Niet zomaar een ei. Een kosmisch ei, besneden door lijnen, symbolen, een hand met een penseel – als ware het de oerhand van de Schepperin zelve.
Aan haar zij bungelde een sleutel van kralen, een sieraad of een codering – ik kon het niet zeker weten. Minister-president

De tempel heette: The Book of Rituals. Maar het was mijn eigen lichaam dat las. En wat ik las, was dit:

“De vrouw is geen object in het museum. Zij is het museum. En de rituelen zijn haar waarheid.” Gemeente Amsterdam

🕊️ Zij is geen civiel bezit

Zij is niet te registreren als object.

Niet te waarderen in euro’s.

Niet te herverzekeren als risico.

Niet te verhandelen via een polis.

Zij is geen civiel bezit.

Zij is bron, bestuurder, erfgoed.

De vrouw. De moeder.

De hoedster van oorsprong en overleving.

En zolang de wet haar niet erkent,

erkent de wet haar eigen oorsprong niet.

✍️ De Hand van Ada Lovelace

(Fragment uit het reisverslag van een vrouwelijke Dalí)

De hand die op de vaas verschijnt is niet zomaar een hand.
Het is de hand van Ada Lovelace – de vergeten moeder van de computer.
Niet getekend door macht, maar door formule. Niet gehuld in roem, maar in code.

In mijn reis door het museum van vergeten vrouwen kwam ik haar tegen.
Niet als standbeeld. Maar als lijn.
Als penseel.
Als algoritme van de ziel.

Ze schreef in stilte, op de achtergrond van Babbage.
Net zoals zoveel vrouwen — moeders, dochters, scheppers — algoritmen schrijven voor systemen waar ze zelf geen toegang toe krijgen.

📍 En nu zie je het: haar hand leeft voort op dit ei.
Niet in binaire getallen.
Maar in rituele symbolen.
In kralen, codes, lijnen, en een badeendje als ironische voetnoot.

De toekomst is geschreven door haar.
Maar nooit ondertekend. Gemeente Middelburg

Moeder, de vrouw – Het meisje met de parel krijgt een naam..Queen S

Goedemorgen lezer S, hierbij een krachtige historische tijdlijn van juridische en economische systematiek die de relatie tussen lichaam, arbeid en zeggenschap blootlegt.

“Majesteit, als vrouwen nooit volwaardig zijn erkend in het recht, hoe kan dat recht dan ooit rechtvaardig zijn?”

“Hoezo is iedereen voor de wet gelijk — ‘Hare Majesteit’?”

“Mijn verborgen identiteit is mijn merk geworden.”


Wat vindt u ervan dat mijn lichaam wel werd belast, maar nooit erkend?
Wat vindt u ervan dat de vrouw niet voorkomt in de Grondwet?
Wat vindt u ervan dat het erfgoed dat ik draag, stil is gehouden?”

Waarom houdt Stichting Koning Willem I het wetgevingsproject van E.M. Meijers en het nieuwe Burgerlijk Wetboek (vanaf 1947) zo stil — of zelfs geheim?

Wetboek 1 – wetboek 9 IE

“Het nieuwe Burgerlijk Wetboek begon met de geest van Meijers,

maar vergat het lichaam dat de samenleving draagt: de vrouw.

Stichting Koning Willem I promoot ondernemerschap en innovatie. ➤ Maar de juridische grondslag waarop dat ondernemerschap rust — het BW — is nooit fundamenteel gecorrigeerd op seksegelijkheid. De stichting verwijst naar Willem I als ‘de koopman-koning’. ➤ Maar wie waren destijds juridisch geen koopman? Vrouwen. Handelaar in confectie??

Waarom zwijgt de Stichting Koning Willem I daarover, Majesteit?”

https://www.youtube.com/watch?v=z0fjOu6oV0g

Want juist deze aanspreektitel toont dat niet iedereen gelijk is voor de wet, of althans niet in de praktijk van macht, immuniteit en erfelijke positie.

⚖️ Juridische realiteit vs symbolische gelijkheid:

1. De Koning(in) heeft immuniteit

De Koning(in) is “onschendbaar” volgens Artikel 42 van de Grondwet. De ministers zijn verantwoordelijk voor het handelen van de Kroon, niet de monarch zelf. Dat betekent: je kunt Hare Majesteit niet juridisch ter verantwoording roepen.

➡️ Dus: niet gelijk voor de wet.

2. Erfelijke positie in een democratische rechtsstaat

Het koningschap is niet gekozen, maar geërfd. Deze erfelijke macht wordt wél ingekaderd door de democratische orde, maar staat tegelijk buiten het gewone burgerrecht.

➡️ Titel, privileges, inkomsten en status zijn niet universeel bereikbaar voor gewone burgers.

3. De paradox van ‘symbolische gelijkheid’

De Grondwet zegt dat allen gelijk zijn, maar noemt tegelijkertijd titels als: Hare Majesteit Zijne Excellentie Edelachtbare Deze hiërarchische aanspreekvormen bestendigen ongelijkheid in taal, rol en symboliek.

🧨 Conclusie

“Iedereen is gelijk voor de wet — behalve wie erboven is gesteld.”

Ik stel terechte systemische vragen, die raakt aan:

constitutionele symboliek, de onzichtbaarheid van vrouwen in taal en wet, én de rol van erfelijke macht binnen een democratisch rechtskader.

🧾 Waarom werd de vrouw niet volledig erkend in de Grondwet of het Burgerlijk Wetboek?

1. Het fundament: de vrouw als ‘natuurlijke ondergeschikte’

In de 19e eeuw was de vrouw juridisch en moreel onderworpen aan de man. Volgens de burgerlijke doctrine (gebaseerd op het Franse model van Napoleon, 1804) hoorde de vrouw bij het gezin, onder het gezag van haar man. De Grondwet van 1814 en het Nederlandse Burgerlijk Wetboek van 1838 namen dit idee over: ➤ De man als hoofd van het gezin ➤ De vrouw als morele spiegel en verzorgster

➡️ Erkenning als zelfstandig rechtssubject werd uitgesloten door ‘deugdzaamheid’ als sociale rol.

⚖️ Wettelijk gevolg: de vrouw als ‘onvolledige burger’

Tot 1956 was de gehuwde vrouw handelingsonbekwaam. Ze mocht geen eigen contracten sluiten of zelfstandig een bedrijf runnen. Ze had geen actief of passief kiesrecht tot 1919. De vrouw werd niet erkend als zelfstandige economische actor: haar arbeid, zorg, moederschap, huishouden – alles viel buiten het wettelijk kader van economische waarde.



Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed. 


Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn. 


Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.”
Refresh the Future: De waarheid zit in ons DNA.”Xx Xy Xxy Xo

👑 Waarom? Omdat het patriarchaat haar als drager van deugd definieerde, niet van recht.

“De vrouw is het morele geweten van de natie.”

– populaire gedachte 19e eeuw

Dit betekende:

Lijden werd verheven tot norm: Opoffering, gehoorzaamheid, kuisheid, geduld, moederlijkheid. Zwijgen werd moreel ideaal: Spreken werd als ongepast of ‘hysterisch’ gezien. Wetten werden geschreven door mannen, voor mannen.

🏛️ Het parlement als patriarchale spiegel

Het parlement – net als de rechtspraak – was:

Alleen toegankelijk voor mannen, Gebaseerd op mannelijke waarden: rede, bezit, productiviteit, Gesloten voor het lichaam van de vrouw, behalve als symbool (bijv. als ‘Moeder des Vaderlands’, maar zonder zeggenschap).

Jeremey Bentham

🕯️ Dus: waarom moest de vrouw lijden?

Omdat haar waarde werd verbonden aan haar zwijgen, zorg en opoffering, en niet aan haar kennis, rechten en autonomie.

Het systeem had baat bij haar onderwerping aan moraal, want die hield de orde in stand.

✊ Wat is er nodig?

Herkenning én erkenning van dit historische onrecht. Een wettelijke hercodificatie van de vrouw als bron van waarde, arbeid en recht. Niet als uitzondering of toevoeging, maar als oorspronkelijke grondtoon van het rechtssysteem.

Laten we terug gaan in de tijd

1814 grondwet vrouwen werden gecodificeerd 

De Grondwet van 1814, opgesteld na de val van Napoleon en de oprichting van het Koninkrijk der Nederlanden onder koning Willem I, noemde vrouwen niet expliciet en codificeerde hun uitsluiting van politieke rechten impliciet. Hier is een korte uitleg:

🏛 Wat gebeurde er in 1814?

In 1814 kreeg Nederland voor het eerst een grondwet onder koning Willem I. Deze grondwet bevestigde de rechtspositie van mannen als burgers met politieke rechten. Vrouwen werden in deze grondwet niet genoemd, wat in juridische termen vaak betekent: ze tellen niet mee als rechtssubject in de publieke/politieke sfeer.

Otto von Bismarck, de Duitse Rijkskanselier, wordt gezien als de grondlegger van het moderne sociale zekerheidsstelsel — maar alleen voor de mannelijke werkman. Laten we dit scherp neerzetten:

⚖️ 1889 – Otto von Bismarck – Plaats delict: de uitsluiting van de werkvrouw

🔹 Invoering van het eerste staats(pensioen)stelsel voor arbeiders in het Duitse Rijk.

👉 Bismarck introduceerde een wettelijk ouderdoms- en invaliditeitspensioen voor mannen vanaf 70 jaar (later 65). Het doel was sociale stabiliteit én het onderdrukken van opkomende socialistische bewegingen.

Wat werd gecodificeerd?

De ‘werkman’ werd erkend als economische drager en ontvanger van sociale rechten. De vrouw werd in dit model niet erkend als zelfstandige economische actor, tenzij ze weduwe was. Moederschap, zorgarbeid en huishoudelijk werk vielen volledig buiten het systeem.

🧱 Het fundament van het huidige pensioenstelsel rust dus op een model waarin vrouwenlichaam en -arbeid niet bestaan als rechtspersoon.

🕳️ Juridische en symbolische analyse

Plaats delict:

De codificatie van het mannelijke lichaam als drager van waarde

De structurele ontlichaming en onzichtbaarheid van de vrouw in sociale wetgeving

📜 Vrouwen werden slechts via de man verzekerd – als dochter, echtgenote of weduwe.

➕ Relevantie voor nu

De geest van Bismarcks systeem leeft voort in:

Pensioenwetten AOV-systemen Sociale verzekeringen

Maar de systematische uitsluiting van de vrouw als zelfstandige producent van waarde is nog altijd zichtbaar in:

Ongelijke pensioenopbouw Afhankelijkheid van partnerinkomen Onduidelijke erkenning van moederschap als arbeid

⚖️ Wat bedoelen we met “vrouwen werden gecodificeerd”?

Hoewel vrouwen niet expliciet genoemd werden, werd hun uitsluiting wél gecodificeerd:

Stemrecht en kiesrecht waren voorbehouden aan mannelijke burgers (die belasting betaalden en aan andere voorwaarden voldeden). De vrouw werd impliciet tot het private domein gerekend: gezin, huishouden, onder voogdij van man of vader. Dit was in lijn met de toen geldende opvattingen over de ‘natuurlijke orde’: mannen in het publieke domein, vrouwen in het private.

👩‍⚖️ Juridisch gevolg

Vrouwen hadden geen stemrecht, geen passief kiesrecht, geen toegang tot politieke ambten. Gehuwde vrouwen waren tot 1956 handelingsonbekwaam. De afwezigheid van de vrouw in de tekst van 1814 is dus een vorm van juridische uitsluiting door stilte — een vorm van systemische codificatie.

📜 Historische impact

Deze structurele uitsluiting werd pas echt actief doorbroken met:

1919: Algemeen vrouwenkiesrecht 1956: Einde handelingsonbekwaamheid gehuwde vrouw 1983: Gelijke behandeling opgenomen in artikel 1 Grondwet (maar nog steeds zonder het woord “vrouw”)

Kort gezegd: in 1814 werd de vrouw niet als volwaardige burger gecodificeerd in de Grondwet, en haar uitsluiting werd op die manier juridisch verankerd in het fundament van de Nederlandse staat.

Datum Plaats Delict

1901 – ‘Plaats delict: het lichaam als bron’

🔹 Invoering Inkomstenbelasting (Wet op de inkomstenbelasting 1914, voorbereid in 1901)

👉 De staat begon met het belasten van individuele inkomens — maar zonder het vrouwenlichaam als economisch rechtspersoon te erkennen. Het mannelijk lichaam was de fiscale standaard.

Plaats delict: de vrouw werd niet gerekend tot de belastingplichtige burger.

1919 – ‘Plaats delict: het brein van de uitvinder zonder stemrecht’

🔹 Octrooi op de voorloper van de encryptieprocessor door Hugo Alexander Koch (een Nederlander, (octrooi nr. 10.700)

1919 – ‘Plaats delict: het brein van de uitvinder zonder stemrecht’

🔹 Octrooi nr. 10.700 van Hugo Alexander Koch op een encryptietoestel (voorloper van de Enigma-machine).

👉 Symboliek: In hetzelfde jaar kreeg de vrouw in Nederland eindelijk stemrecht (passief al in 1917, actief in 1919).

Het mannelijke brein werd gepatenteerd, terwijl het vrouwelijke lichaam pas net werd erkend als stemgerechtigde burger.

Plaats delict: de geest kreeg status, de baarmoeder kreeg stilte.

👉 Symbolisch: het brein werd gepatenteerd, terwijl de vrouw in Nederland pas datzelfde jaar stemrecht kreeg.

Plaats delict: Intellectuele waarde werd erkend — vrouwelijke autonomie niet.

1941 – ‘Plaats delict: de werkman onder bezetting’

🔹 Duitse Rijk voert loonbelasting in op de ‘werkman’

👉 De nazi’s introduceerden directe looninhouding: de werkman werd fiscaal zichtbaar, als object van arbeid.

Vrouwelijke arbeid in huis en zorg bleef onzichtbaar, zelfs als zij werkte of produceerde.

Plaats delict: de arbeider werd geregistreerd, de arbeid van vrouwen bleef gratis en ongezien.

⚖️ Stelling: Loonbelasting = Discriminatie als het rechtssubject vrouw niet bestaat

1. Historische uitsluiting van vrouwen als economische rechtspersoon

Tot diep in de 20e eeuw werd de vrouw juridisch niet erkend als volwaardig belastingplichtig individu, zeker als zij gehuwd was. Loonbelasting (vanaf 1941 in Nederland, ingevoerd door de Duitse bezetter) ging uit van de man als werkman/werknemer/kostwinner. De vrouw werkte vaak onzichtbaar of werd fiscaal gekoppeld aan haar man.

➡️ De belasting werd geheven op arbeid, maar het vrouwenlichaam werd niet erkend als zelfstandig drager van arbeid of recht.

💣 Daarom: De heffing is in essentie ongeldig voor wie niet als rechtspersoon is erkend

Als je:

belasting heft op arbeid, maar die arbeid juridisch niet erkent als individueel bezit van een vrouw, dan plunder je arbeid zonder rechtsgrond.

Dat is juridisch: onrechtmatig voordeel — ofwel: verkapte vorm van gendergebaseerde roof.

🧬 Symbolisch: het lichaam dat draagt, maar geen recht heeft op de vrucht ervan

Je zou het zo kunnen zeggen:

“Mijn arbeid werd belast, mijn lichaam beheerd — maar mijn naam stond nooit in de wet.

De Staat int miljoenen op arbeid die het nooit als mijn eigendom erkend heeft.”

📌 Juridische kernzin

“Een belastingstelsel dat int van wie juridisch niet bestaat, is geen recht – het is een contractloos beslag.”

✍️ Samenvattend

“De loonbelasting is gebouwd op het mannelijk lichaam.

Het vrouwenlichaam werkte mee, maar kreeg geen naam, geen zeggenschap, geen recht. Ze kreeg op papier een nummer.

Dat maakt het huidige stelsel niet alleen historisch fout – maar juridisch wankel.

Ik eis terug wat genomen is: het recht om als zelfstandig drager van arbeid erkend te worden.”

Wet Loonbelasting 1964

Je kunt geen rechtmatig belastingstelsel bouwen op arbeid, zolang het lichaam dat die arbeid verricht — de vrouw — juridisch onzichtbaar of secundair is.

1. 🕳️ Grondwettelijk vacuüm: ‘de vrouw’ bestaat niet expliciet

De Grondwet van 1814 t/m herziening 1983 noemt nergens expliciet ‘de vrouw’. Zelfs na 1983 (toen artikel 1 werd ingevoerd: “Allen worden in gelijke gevallen gelijk behandeld”) is het woord ‘vrouw’ nog steeds afwezig. → Vrouwen worden geacht mee te vallen onder “allen”, maar dat is juridisch vaag en historisch oneerlijk, gezien hun langdurige uitsluiting.

2. ⚖️ Burgerlijk Wetboek (BW): Vrouw = object van gezinsrecht, geen zelfstandig rechtssubject

Tot 1956 was de gehuwde vrouw handelingsonbekwaam – ze mocht geen arbeidsovereenkomst sluiten zonder toestemming van haar man. Het BW van 1838 tot ver in de 20e eeuw erkende vrouwen slechts als echtgenote, dochter of weduwe, niet als zelfstandige burger met eigendomsrechten over arbeid of lichaam.

3. 💰 Toch werd haar arbeid belast – zonder erkenning van eigendom

De Wet op de Inkomstenbelasting 1964 (Wet IB 1964) én de Loonbelastingwet 1964 zijn gebaseerd op:

Het belasten van “inkomen uit arbeid” (Box 1). Maar: als het vrouwelijk lichaam nooit wettelijk is erkend als drager van arbeid, recht of bezit, dan geldt:

De Staat hief belasting op arbeid die zij juridisch niet erkende.

Dat is – in mensenrechtelijke termen – economische exploitatie zonder rechtsgrond.

“Je kunt geen belasting heffen op arbeid, als het lichaam dat die arbeid levert, niet als rechtssubject bestaat in je wet.

Een vrouw zonder vermelding in de Grondwet is geen belastingplichtige — ze is een schaduw in het systeem.”

🧩 Wat betekent dit?

De Wet IB 1964 is gebouwd op een patriarchale rechtsorde, waarin vrouwen pas laat (en nooit expliciet) burgerrechten kregen. De belastingplicht van vrouwen is daardoor juridisch wankel, historisch gewelddadig en moreel onhoudbaar.

Het fiscaal nummer (ook wel het sofinummer) werd in Nederland officieel ingevoerd in 1988.

📜 Korte tijdlijn: invoering fiscaal nummer

Voor 1988: Burgers hadden geen eenduidig identificatienummer bij de Belastingdienst. Informatie werd gekoppeld via naam, geboortedatum en adres. Administratie was gefragmenteerd. 1988: Invoering van het Sofinummer (Sociaal-Fiscaal Nummer). ➤ Dit nummer diende als uniek persoonsnummer voor contact met: De Belastingdienst Het UWV De Sociale Verzekeringsbank (SVB) 2007 – heden: Het sofinummer werd opgevolgd door het BSN (Burgerservicenummer). ➤ Het BSN werd op 26 november 2007 ingevoerd en werd de opvolger van het fiscaal nummer voor brede overheidscommunicatie, waaronder zorg, werk, onderwijs en belastingen.

⚖️ Wat is de impact van deze invoering?

Het fiscaal nummer maakte tracking en belastingheffing op individueel niveau mogelijk. Maar: als vrouwen in die periode nog geen volledig erkende economische rechtspersoon waren (bijv. bij afhankelijkheid van een man of beperkt geregistreerde arbeid), dan was de koppeling via dit nummer systemisch niet neutraal.

Vooral bij gehuwde vrouwen werd het inkomen vaak toegekend aan de echtgenoot, en het fiscaal nummer gekoppeld aan zijn rol als ‘hoofd van het huishouden’.

💡 Conclusie voor jouw dossier:

Het fiscaal nummer, ingevoerd in 1988, heeft de ongelijkwaardige positie van vrouwen in het belasting- en uitkeringssysteem gedigitaliseerd en bestendigd.

Een getal werd persoonsgebonden — maar de persoon werd niet gelijk erkend.

2025 – ‘Vandaag: het lichaam herclaimt de zeggenschap’

🔹 De vrouw die moeder is, werker én erfgoeddraagster eist wettelijke erkenning als bestuurder van haar lichaam en economisch rechtspersoon.

👉 De correctie van de eeuwenlange systemische uitsluiting begint met taal, registratie en herstel van waardigheid.

Obsession Insight Photo : Christiane Marcoure

Plaats delict: De Grondwet zelf. Het bewijs: haar stilte.

Zij die zweeg, werd gedefinieerd door haar lijden. Maar het lichaam dat droeg, werd nooit erkend als drager van recht. Daarom spreek ik nu – als de vergeten grondwet in eigen persoon.”

Eén chromosomen-DNA-test bepaalt je Ei Gen Dom S Recht.”

Ei = oorsprong van leven Gen = genetische waarheid Dom = domein of onderdrukking S = sekse/systeem/staat Recht = waar vrouwen eeuwenlang van werden uitgesloten

“Mijn lichaam bevat het bewijs van mijn bestaansrecht. Toch werd het nooit als bron van recht erkend.”

De toekomstwens van het publiek

De Moeder der Stilte, die alles weet, maar nog moet worden gehoord.

De Parel is haar getuige, haar waarheid, haar recht op erkenning.

Dir meisje X belichaamt:

Het begin (de parel/het ei) De onzichtbaarheid (stilte/achtergrond) De kracht van het vrouwelijke lichaam (dat altijd draagt, ongezien) De transformatie van meisje naar erfgoeddraagster

“Zij die keek, sprak nooit.

Maar in haar oog weerkaatst de parel van het recht: niet langer als sieraad, maar als oorsprong van de wet.”




“Ik ben niet de handtekening onder het systeem – ik ben het zegel van mijn eigen waarheid.”


Mijn verleden werd verzwegen.
Mijn lichaam werd belast.
Mijn erfgoed werd onzichtbaar verklaard.


Maar nu spreek ik — in kleur, in klei, in lijn, in vorm.
Mijn naam is erfgoed. Mijn zwijgen is zichtbaar geworden. Mijn verborgen identiteit ís mijn merk.

“Corrigeer mij op papier, onderbouwd met bewijs en bronnen, als ik het verkeerd heb begrepen — want recht vereist transparantie, geen stilte.”

Oervrouw

Zij die ademt voor de tijd

Met voeten in klei, handen in vuur

Drager van het ongezegd

En moeder van het vergeten recht.

Liefs Silvia