Het ultieme geheim over het lichaam en geest oftewel het leven van een Europese Xx chromosomen stelsel v.s XY
De wereld achter het sleutelgat De wereld van het Ministerie van Financiën zit vol geheimen. Achter wetten, nummers, dossiers en digitale systemen bevindt zich een werkelijkheid die voor de burger vaak nauwelijks zichtbaar is. Wie bepaalt welke deur opengaat? Wie bezit de sleutel? En wie mag uiteindelijk zien wat er achter zijn eigen dossier schuilgaat? Soms begint transparantie niet met een antwoord, maar met het vinden van het juiste sleutelgat. — Secret Holistic ArtZeeuws Archief CABR
Hoe zij tussen wal en schip belandde (n)*
Ze begon als meisje, werd vrouw, ondernemer, kostwinner en moeder.
Fouten in de gegevens koppeling Art Vader Jacob
Ze leerde dat zelfstandigheid betekende dat je voor jezelf moest zorgen. Werken, premie betalen, verantwoordelijkheid dragen en vooruitdenken. Ze verzekerde haar arbeidsvermogen, omdat haar lichaam het kapitaal was waarmee zij haar bestaan opbouwde.
Welkom bij de de Kathedraal de Notre Dame
Maar toen dat lichaam niet langer vanzelfsprekend meewerkte, begon een andere werkelijkheid.
Sarcoidose-WASOG2026
Het meisje had ooit geleerd dat iedereen voor de wet gelijk was. De vrouw had geleerd dat zij zelfstandig mocht handelen. De ondernemer had geleerd dat zij haar eigen risico moest dragen. De moeder had geleerd dat zij vooral moest blijven zorgen.
🍀
En juist daar, tussen al die rollen, ontstond een leegte.
De opwindende vrouw
Voor het ene systeem was zij verzekerde. Voor het andere belastingplichtige. Voor weer een ander ondernemer, patiënt, moeder, dossiernummer of administratieve categorie.
Handelaar in confectie werd handelingsonbekwaam- no arms
Maar waar bleef de hele vrouw?
Haar lichaam paste niet netjes in een fiscale kolom. Haar moederschap kende geen economische balanspost. Haar ziektegeschiedenis liet zich niet reduceren tot een code. En haar menselijke verlies kon niet uitsluitend worden uitgedrukt in een periodieke betaling.
Niet omdat zij geen verantwoordelijkheid had genomen, maar juist nadat zij jarenlang verantwoordelijkheid had gedragen.
Het meisje met de parel omgekat tot code
Daar begint Moeder de Vrouw.
Bij de vraag wat er gebeurt wanneer het meisje volwassen wordt, de vrouw economisch zelfstandig wordt, de moeder voor anderen zorgt — maar niemand meer lijkt te weten wie verantwoordelijk is wanneer zijzelf bescherming nodig heeft.
Het geheugen van de Europese Universiteit begint aan de Rouaansekaai
Misschien is dát de werkelijke systeemvraag:
Wie ziet de vrouw nog als één ondeelbaar mens, bsn nummer is ondeelbaar 11, wanneer ieder systeem slechts een stukje van haar registreert?
De hiaten in de wet en regelgeving en de fouten in de inkomstenbelasting
De vrouw achter de geheime Datakluis
De sleutel van de datakluis
De vrouw die het patroon doorbreekt, zoekt niet alleen naar wat er over haar is vastgelegd.
Zij vraagt wie het vastlegde. Wie het veranderde. Wie het doorgaf. En op welke grond.
Haar lichaam is geen dossier.Haar identiteit is geen nummer.Haar geschiedenis is geen handelswaar.
De sleutel van de datakluis is daarom niet alleen toegang tot data.
Silent Witness
De sleutel is zeggenschap.
Wie toegang krijgt tot haar eigen geschiedenis, kan patronen zichtbaar maken die generaties vóór haar verborgen bleven — en voorkomen dat ze worden doorgegeven aan de generaties na haar.
De vrouw die het patroon doorbreekt, vindt uiteindelijk de sleutel tot haar eigen levens verhaal.
Art for change in Return
Liefs van mij en Truus van Gogh
De vrouw die anders durft te kijken
Soms ben je niet lastig. Niet te gevoelig. Niet te kritisch.
Soms ben je simpelweg degene die als eerste ziet wat generaties lang als normaal werd beschouwd.
Een patroon doorbreken betekent niet dat je het verleden veroordeelt. Het betekent dat je het onderzoekt, begrijpt en vervolgens besluit:
dit hoeft niet langer van moeder op dochterte worden doorgegeven.
Misschien word je daardoor niet onmiddellijk begrepen. Misschien kost het zelfs iets om als eerste op te staan.
Maar iedere vrouw die één oud patroon doorbreekt, geeft de volgende generatie iets wat zijzelf misschien heeft gemist:
de vrijheid om haar eigen verhaal te schrijven.
Je verandert het verleden niet. Je verandert de erfenis.
De toekomst vraagt niet om meer macht, maar om meer moed.
Welkom in mijn wereld
Op zoek naar Vivian Maier — en onderweg vond ik Silvia Koning Lindeboom
Vivian Maier fotografeerde jarenlang het leven van anderen, terwijl haar eigen verhaal buiten beeld bleef.
Ook ik keek door de lens naar straten, huizen, mensen, verzekeringspolissen, familiegeschiedenissen de hoge raad en de vergeten vrouwen. Ik dacht dat ik onderzoek deed naar wat er om mij heen was gebeurd.
Maar langzaam ontdekte ik dat ik onderdeel werd van die geschiedenis en dus indirect op zoek was naar de persoon : mijzelf.
Naar de handelaar in confectie. Naar de moeder. Naar de vrouw die ziek werd, maar niet verdween. Naar de erfgoedkunstenaar die haar eigen geschiedenis opnieuw zichtbaar maakt.
Vivian Maier liet duizenden beelden achter voordat de wereld haar werkelijk zag. Ik hoef gelukkig niet te wachten tot iemand mij later ontdekt. Ik heb mijzelf ontdekt in het systeem.
Ik opende dus indirect mijn eigen museum en jaarkaart als archief. Ik schrijf elke dag zelf mijn naam onder mijn eigen werk.
Ik was dus op zoek naar celle zuster Silvia Koning Lindeboom — en zij komt steeds duidelijker in beeld.
Wat en waar geloof ik nog in dacht ik bij mezelf?
Ik ben dus op zoek naar mensen die ook dwars door zee durven te gaan en bestuurders verantwoordelijk te houden voor de polis registratie die zij beheren.
Niet om het systeem machtiger te maken, maar om het eerlijker, transparanter en gelijkwaardiger te besturen.
De bron begon te zoeken en te graven.
Lodewijk Ernst Visser (Amersfoort, 21 augustus 1871 – Den Haag, 17 februari 1942) was een Nederlandse jurist en de eerste Joodse president van de Hoge Raad der Nederlanden.
Zij die mijn cassatie hebben afgedaan met artikel 80 A RO in 2025 in landsbelang.
Het ultieme geheim
Emet
Hij promoveerde in 1894 op een proefschrift over de territoriale zee, werd rechter en trad in 1915 toe tot de Hoge Raad.
In 1939 benoemde koningin Wilhelmina hem tot president.
Na de Duitse bezetting werd hij in november 1940 vanwege zijn Joodse afkomst uit zijn ambt gezet. De overige leden van de Hoge Raad protesteerden daar niet openlijk tegen. Dat stilzwijgen geldt als een van de donkerste hoofdstukken uit de geschiedenis van het hoogste Nederlandse rechtscollege.
Zijn opvolger werd:
Johannes van Loon (1888–1975)
Johannes, ook Jan, van Loon werd op 5 september 1888 in Veere geboren en overleed op 10 september 1975 op Curaçao. Hij studeerde rechten aan de Universiteit Leiden en bouwde vervolgens een loopbaan op binnen de rechterlijke macht. Hij was Nederlands-hervormd en getrouwd met Anna Winkel.
Zijn naam is vooral verbonden met een van de meest omstreden perioden uit de geschiedenis van de Hoge Raad.
President tijdens de Duitse bezetting
Nadat de Joodse president Lodewijk Ernst Visser door de bezetter uit zijn ambt was verwijderd, benoemde rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart Van Loon op 23 juli 1941 tot president van de Hoge Raad.
Hij bekleedde die functie tot 1944. Zijn benoeming was dus geen normale opvolging binnen een vrije rechtsstaat, maar vond plaats onder Duits bezettingsbestuur.
Arthur Seyss-Inquart
Arthur Seyss-Inquart (1892–1946) was een Oostenrijkse jurist, nazibestuurder en veroordeelde oorlogsmisdadiger. Tijdens de Duitse bezetting was hij van 1940 tot 1945 rijkscommissaris van Nederland: de hoogste civiele vertegenwoordiger van Hitler in het bezette land.
Voor zijn komst naar Nederland speelde hij een belangrijke rol bij de Duitse annexatie van Oostenrijk in 1938. Hij was korte tijd bondskanselier van Oostenrijk en ondertekende vervolgens de wet waarmee Oostenrijk onderdeel werd van nazi-Duitsland. Later werkte hij ook binnen het Duitse bezettingsbestuur in Polen.
Zijn macht in Nederland
Seyss-Inquart stond vanaf mei 1940 aan het hoofd van het Duitse burgerlijke bezettingsbestuur. Hij rapporteerde rechtstreeks aan Hitler en droeg verantwoordelijkheid voor onder meer:
de nazificatie en economische uitbuiting van Nederland;
de vervolging, beroving en deportatie van Joodse Nederlanders;
gedwongen arbeid in Duitsland;
gijzelingen, represaillemaatregelen en executies;
het uitschakelen van politieke partijen, persvrijheid en democratisch bestuur.
Hij probeerde Nederland aanvankelijk geleidelijk voor het nationaalsocialisme te winnen. Toen dat mislukte en het verzet groeide, werd het bezettingsregime steeds gewelddadiger.
Verbinding met de Hoge Raad
Seyss-Inquart was de bezettingsautoriteit onder wie de Joodse president van de Hoge Raad, Lodewijk Ernst Visser, uit zijn functie werd verwijderd. Ook werd Johannes van Loon tijdens de bezetting tot president van de Hoge Raad benoemd.
Daarbij is een belangrijke historische nuance nodig: Van Loon werd niet eenvoudigweg door Seyss-Inquart persoonlijk als opvolger gekozen. Benoemingen vonden plaats binnen het door de Duitse bezetter beheerste staatsapparaat en droegen daardoor geen normale democratische legitimiteit. De bezetter had eerst de rechtmatige president vanwege zijn Joodse afkomst uitgesloten en vulde daarna de vrijgekomen positie binnen zijn eigen machtsstructuur.
Proces en doodstraf
Na de bevrijding werd Seyss-Inquart tijdens het Proces van Neurenberg vervolgd. Hij werd schuldig bevonden aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Op 16 oktober 1946 werd hij geëxecuteerd.
Zijn geschiedenis laat zien wat er kan gebeuren wanneer regels en instituties formeel blijven functioneren, maar ondertussen onder controle staan van een onrechtmatig en mensonterend regime:
Een benoeming kan administratief geldig lijken, terwijl de stoel waarop iemand plaatsneemt eerst door vervolging en uitsluiting is leeggemaakt.
De ontbrekende lijn in de geschiedenis
Verzoeker Naturalisatie wet 13 januari 1951 Mijn opa Peter Mathias Bongartz Goch 1906 en mijn oma Nellie Aldenhoven.
In januari 1951, toen bijvoorbeeld naturalisatiewetten en andere naoorlogse rechtszaken werden behandeld, waren de verhoudingen dus:
Koningin Juliana was staatshoofd geboren in 1906 ( toen verdween mijn overgrootmoeder Anna Janssen uit Ottersum na de geboorte van een dochter. Willem Drees leidde de regering.
Jan Donner was president van de Hoge Raad. Jan Donner was bovendien de grootvader van de latere minister en vicepresident van de Raad van State Piet Hein Donner.
Piet Hein Donner – historie
Jan Pieter Hendrik “Piet Hein” Donner werd op 20 oktober 1948 in Amsterdam geboren. Hij is jurist, voormalig CDA-politicus en bestuurder. Sinds december 2018 draagt hij de eretitel minister van Staat.
Familie van juristen
Piet Hein Donner komt uit een invloedrijke protestants-juridische familie:
Zijn grootvader Jan Donner was minister van Justitie en van 1947 tot 1961 president van de Hoge Raad.
Zijn vader André Donner was hoogleraar staatsrecht en rechter bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
Zijn oom Jan Hein Donner was schaakgrootmeester en schrijver.
De familiegeschiedenis verbindt daarmee politiek, rechtspraak, staatsrecht en openbaar bestuur over meerdere generaties.
Opleiding en ambtelijke loopbaan
Donner studeerde rechten aan de Vrije Universiteit Amsterdam en volgde daarna een juridische vervolgopleiding aan de University of Michigan. Vervolgens werkte hij als jurist en ambtenaar, onder meer bij het ministerie van Economische Zaken, de Tweede Kamer en het ministerie van Justitie.
Van 1990 tot 1997 was hij verbonden aan de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Vanaf 1993 was hij voorzitter van die raad. Eind 1997 werd hij lid van de Raad van State.
Minister van Justitie
Van 22 juli 2002 tot 21 september 2006 was Donner minister van Justitie in de kabinetten-Balkenende I, II en III.
Zijn ministerschap stond onder meer in het teken van terrorismebestrijding, vreemdelingenbeleid, criminaliteitsbestrijding en hervormingen binnen politie en justitie.
In september 2006 trad hij af na een kritisch rapport over de brand in het cellencomplex op Schiphol-Oost, waarbij elf mensen omkwamen. Hij aanvaardde daarmee politieke verantwoordelijkheid, ook al had hij de brand niet persoonlijk veroorzaakt.
Sociale Zaken en Binnenlandse Zaken
Na een korte periode als Tweede Kamerlid werd Donner in 2007 minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Cruciaal zo blijkt:Hij bleef dat tot oktober 2010. En was dus betrokken bij het klein koninklijk besluit artikel 176 van 28 april 2010 en de wijziging fiscale regels private aov brief 10 september 2010.
Daarna werd hij minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het eerste kabinet-Rutte.
In die functies hield hij zich bezig met arbeidsmarktbeleid, sociale zekerheid, pensioenen, ambtenarenzaken, bestuur en de inrichting van de overheid.
Vicepresident van de Raad van State
Van 1 februari 2012 tot 1 november 2018 was Donner vicepresident van de Raad van State. Hoewel de koning formeel voorzitter is, geeft de vicepresident in de dagelijkse praktijk leiding aan dit belangrijke staatsorgaan.
De Raad van State adviseert regering en parlement over wetsvoorstellen en is daarnaast de hoogste algemene bestuursrechter. Donner bevond zich daardoor opnieuw op het snijvlak van wetgeving, bestuur en rechterlijke controle.
Bij zijn afscheid werd de Piet Hein Donner Scriptieprijs ingesteld. Deze prijs stimuleert onderzoek naar de grondslagen en het functioneren van de democratische rechtsstaat.
De Hoge Raad & de Bataafse Bananen Republiek
De geschiedenis schrijft:
Jan Donner minister van Justitie en president van de Hoge Raad – De vrouw van Jan Donner was Golida Wilhelmina van den Burg, roepnaam Go.
Zij trouwden op 13 juni 1916 in Amersfoort en kregen samen zes kinderen: drie zoons en drie dochters.
Jan Donner en Golida Wilhelmina van den Burg kregen drie dochters. Van één dochter heb ik de identiteit betrouwbaar kunnen bevestigen:
Gijsbertha Gerarda Donner — geboren op 31 juli 1924 in Den Haag. Zij trouwde in 1952 met Jan van Haeringen, later burgemeester van Baarn.
In Baarn zit namelijk de bekendste opleider is NIBE-SVV, dé brancheopleider voor het bank-, verzekerings- en effectenbedrijf. Zij verzorgt onder meer opleidingen voor: Assurantie A Schadeverzekeringen Personenschade Pensioen en levensverzekeringen Acceptatie Wft-opleidingen en permanente educatie Historisch is vooral de SVV (Stichting Vakontwikkeling Verzekeringsbedrijf) van belang. Deze werd in 1950 opgericht door ongeveer vijftig organisaties uit de verzekeringsbranche.
In 1999 fuseerde SVV met het NIBE tot NIBE-SVV.
Kroniek van Jan Donner en zijn drie zonen
Jan Donner en Golida Wilhelmina van den Burg kregen zes kinderen: drie zoons.
Andreas Matthias “André” Donner (1918–1992) — staatsrechtgeleerde, hoogleraar en Europees rechter. Hij was de vader van Piet Hein Donner.
Reynout Donner — medicus en hoogleraar aan de Vrije Universiteit.
Johannes Hendrikus “Jan Hein” Donner (1927–1988) — schaakgrootmeester, schrijver en publicist. Hij was het vijfde kind van het gezin.
The Queen S Gambit
Zij was onder anderen de moeder van André Donner en Jan Hein Donner.
↓
André Donner staatsrechtgeleerde en Europees rechter. De vrouw van André Donner was Dina Antonia Mulder, roepnaam Dien.
Zij trouwden in 1946 en kregen samen negen kinderen. Zij was onder anderen de moeder van Piet Hein Donner.
↓
Piet Hein Donner minister en vicepresident van de Raad van State – Piet Hein Donner trouwde op 23 juni 1973 in Amstelveen. Openbare gezaghebbende biografieën vermelden wel het huwelijk en hun drie zoons, maar noemen de naam van zijn echtgenote niet. Ook in een uitvoerig afscheidsinterview wordt zij alleen aangeduid als “zijn echtgenote” of “mijn vrouw”.
Maar tussen deze generaties ontbreken de vrouwen die hen droegen, baarden, opvoedden en mede vormden.
Geen enkele familielijn loopt uitsluitend van man naar man.
Elke man komt uit het lichaam van een vrouw. Zonder haar kan zijn zaad niet tot leven en bloei komen. 🌼
Waarom worden in onze geschiedenisboeken vooral de functies, titels en macht van mannen doorgegeven, terwijl de vrouwen aan de oorsprong van diezelfde lijn vaak naamloos blijven?
De vrouw was niet slechts de echtgenote of moeder naast de bestuurder. Zij was de lichamelijke en menselijke bron waaruit ook de rechter, minister en staatsman ontstond.
Daarom hoort bij de vraag:
Beschermt een zorgvuldig ontworpen regel in de praktijk ook de mens voor wie die regel is gemaakt?
nog een fundamentelere vraag:
Erkent het recht ook de vrouw uit wier lichaam iedere wetgever, bestuurder en rechter is voortgekomen?
Wie zijn oorsprong werkelijk begrijpt, gebruikt geen macht om vrouwen te vernederen, uit te sluiten of geweld aan te doen.
Refresh your mind
Hij die beseft dat geen samenleving, rechtsstaat of familielijn zonder haar kan voortbestaan is een groot man.
De vrouw is geen voetnoot in de geschiedenis van de rechtsstaat. Zij is haar eerste broncode. X
Mijn achter gehouden brief aan de tweede kamer. Mijn achtergehouden brieven aan de koning
Minister van Staat
Op 21 december 2018 werd Donner benoemd tot minister van Staat. Dat is een eretitel voor personen met een uitzonderlijke staat van dienst. Ministers van Staat kunnen de koning of de regering adviseren bij bijzondere constitutionele of politieke kwesties.
Van wie ben ik er een? Piet Heijn
Zeg het maar!
In 1975 namen mijn ouders een AGO assurantieportefeuille over. Voor zover nu bekend, werd de onderneming aanvankelijk als eenmanszaak gedreven. Op een later moment is de onderneming omgezet in een vennootschap onder firma (VOF), waardoor beide vennoten gezamenlijk de onderneming voerden volgens de destijds geldende regels van het Nederlandse Wetboek van Koophandel.
Ik sloot mijn verzekeringen af via hem af in een tijd waarin mij zekerheid en sociale zekerheid werd beloofd.
Ik betaalde premie als zelfstandig ondernemer. Mijn beroep, arbeidsvermogen en toekomstig inkomen vormden de basis van de afspraken. Toen mijn gezondheid wegviel, had mijn verzekerde recht bescherming moeten bieden.
In 1975 bestond er geen wettelijke bepaling die verbood dat een vrouw ondernemer of kostwinner was. Vrouwen konden een eenmanszaak hebben, vennoot zijn in een VOF en verzekeringen op hun eigen naam afsluiten.
Wel was de praktijk vaak anders. Banken, verzekeraars en andere instellingen gingen er regelmatig vanuit dat de man het hoofd van het gezin of de belangrijkste kostwinner was. Dat was vaak een gevolg van maatschappelijke gewoonten en interne procedures, niet van een wettelijke regel.
Zo verdween ik langzaam via het woord bank / periodieke schade uitkering uit het systeem.
Maar tijdens en na de financiële crisis veranderde het landschap in een Polismaffia.
Welke rechtspersoon was gekoppeld aan de loonheffingennummers [nummer 1] en [nummer 2], vanaf welke datum, op wiens aanvraag zijn deze nummers geregistreerd en onder welke naam, RSIN en sector- of inkomenskwalificatie zijn mijn uitkeringen aangeleverd?
Welkom bij de enigma: Periodiek
Banken werden gered, verzekeraars werden samengevoegd, concerns werden opgesplitst en ondernemingen kwamen tijdelijk onder staatsinvloed. Portefeuilles verhuisden, merknamen verdwenen en administraties werden overgezet naar nieuwe computersystemen.
De Belastingdienst verwerkte uitkeringen volgens fiscale categorieën die niet altijd zichtbaar maakten waar het recht oorspronkelijk vandaan kwam.
Voor de financiële instellingen waren dit reorganisaties, overnames en systeemwijzigingen.
Voor mij ging het om mijn inkomen en bestaanszekerheid.
Mijn polis bleef op papier bestaan, maar rondom dat verzekerde recht ontstond een keten van partijen:
banken financierden en herstructureerden ondernemingen; verzekeraars beheerden de polis en beoordeelden de uitkering; intermediairs stonden tussen mij en de verzekeraar; bestuurders bepaalden beleid, kosten en risicobeheer; softwareleveranciers vertaalden mijn situatie naar codes; de Belastingdienst bepaalde de fiscale verwerking; de overheid veranderde regels en greep in bij financiële instellingen.
Iedere partij beheerde slechts een onderdeel.
Daardoor werd het voor mij steeds moeilijker om vast te stellen wie werkelijk verantwoordelijk was wanneer gegevens, kwalificaties of betalingen veranderden.
De verzekeraar kon verwijzen naar fiscale regels.
De Belastingdienst kon verwijzen naar de aangeleverde gegevens.
De tussenpersoon kon verwijzen naar de verzekeraar.
Een nieuwe onderneming kon verwijzen naar een oude administratie.
En het computersysteem gaf maar geen antwoord.
Think Again
Zo ontstond mijn ervaring van zelwillekeur: niet noodzakelijk doordat één persoon bewust tegen mij besloot, maar doordat verschillende organisaties ieder hun eigen regels, belangen en definities toepasten, terwijl niemand het volledige gevolg voor mijn leven overzag.
Stadhuis Middelburg
Het spel veranderde, maar ik kon niet van tafel
Ik kon mijn gezondheid niet terughalen.
Ik kon mijn oorspronkelijke beroep niet opnieuw uitoefenen.
Ik kon niet zomaar overstappen naar een nieuwe verzekeraar, omdat het verzekerde risico al was ingetreden.
De instellingen konden reorganiseren, fuseren en systemen vervangen.
Ik bleef afhankelijk van de bestaande polis, de juiste toepassing van de voorwaarden en de gegevens die anderen over mij registreerden.
Amesfoort 26 oktober 2021
Daar zit de machtsongelijkheid:
De instellingen konden hun organisatie veranderen. Ik kon mijn verzekerde werkelijkheid niet vervangen.
Wanneer een besluit onduidelijk was, moest ik bewijzen dat mijn beroep, mijn polis en mijn verzekerde recht werkelijk bestonden. Ik moest documenten bewaren uit een periode waarin de betrokken ondernemingen inmiddels van naam, eigenaar of structuur waren veranderd.
Mijn afhankelijkheid ontstond daarom niet alleen door mijn ziekte.
De geheime leer van het periodieke systeem
De regels stonden misschien niet allemaal op mijn polis.
Ze leefden in bestuurskamers, fiscale tabellen, softwarecodes, portefeuilles en administratieve overdrachten.
Banken kenden hun kapitaalregels. Verzekeraars kenden hun rekenmodellen. Intermediairs kenden de route van de polis. De Belastingdienst kende de code van de betaling.
Maar ik kende alleen de belofte waarvoor ik premie had betaald:
bescherming wanneer mijn lichaam het werk niet meer kon dragen.
Toen mijn verzekerde jaarrente periodiek werd uitgekeerd, begon de geheime leer van het systeem:
de betaalwijze werd zichtbaar, maar de oorsprong van mijn recht raakte uit beeld.
Wat voor de instellingen dagelijkse administratie was, werd voor mij een levenslang raadsel.
De Klokkenluider van Notre-Dame luidt daarom niet tegen kennis, maar tegen kennis die uitsluitend binnen de muren van de macht wordt bewaard.
Amersfoort 26 oktober 2021
Meer weten over kunst & cultuur?
Soms begint een ontdekking niet in een museumzaal, maar in een straatnaam, een beeld, een gevel of een onverwacht kunstwerk.
In Amersfoort lopen geschiedenis en hedendaagse kunst moeiteloos in elkaar over. Van Museum Flehite tot de straat Achter de Heilige Geest: iedere hoek vertelt een nieuw verhaal.
Museum Flehite – het stadsmuseum van Amersfoort, gevestigd in drie middeleeuwse huizen. Hier vind je kunst, archeologie en de geschiedenis van de stad.
Achter de Heilige Geest – een historische straat in de oude binnenstad, vlak bij Museum Flehite.
Melati-monument – een kunstwerk ter herinnering aan de slachtoffers van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Beelden in de museumtuin – hedendaagse sculpturen die een mooi contrast vormen met de historische omgeving.
Het portret op de middelste foto lijkt een street-art of collagekunstwerk.
De rode boei en het bord “ZITGELUK” geven de wandeling een speels karakter en laten zien hoe kunst ook buiten musea aanwezig is.
Voor iemand die van erfgoed én verhalen houdt, is Amersfoort een inspirerende stad. De combinatie van middeleeuwse straatjes, monumenten en hedendaagse kunst nodigt uit om niet alleen naar gebouwen te kijken, maar ook naar de verhalen die ze vertellen.
Kijk niet alleen naar wat je ziet, maar vraag je af: welk verhaal schuilt hierachter? Dat is waar kunst en erfgoed elkaar ontmoeten.
Zo wordt cultureel erfgoed overgedragen: niet alleen van hand tot hand, maar ook van verhaal tot verhaal. Wie de collectie beheert, bepaalt mede wat wordt bewaard, wie wordt genoemd en welke geschiedenis zichtbaar blijft.
De heilige graal “het bestuur van Nedasco “
Bestuurders en directie van Nedasco als volmachtbedrijf
Nedasco B.V. is een serviceprovider en gevolmachtigd agent. Het bedrijf kan namens aangesloten verzekeraars onder meer risico’s accepteren, polissen opmaken, premies incasseren en schade behandelen. Nedasco staat ingeschreven onder KvK-nummer 20035000 en AFM-nummer 12006531.
Op basis van openbaar toegankelijke bronnen kan ik deze directieleden reconstrueren:
Algemeen directeuren en CEO’s
Robin van den Burg Algemeen directeur van Nedasco vanaf omstreeks 2007/2008 tot 1 mei 2011. In april 2008 werd bekendgemaakt dat hij per 1 juli dat jaar algemeen directeur van het toenmalige assuradeurenbedrijf Nedasco werd.
Tim Schoonbergen Algemeen directeur en later CEO van Nedasco van 1 mei 2011 tot 1 juli 2024. Hij volgde Robin van den Burg op. Onder zijn leiding bleef Nedasco actief als serviceprovider en gevolmachtigd agent; in 2021 sprak hij bijvoorbeeld namens Nedasco bij de verkrijging van een volmacht van HDI Global Specialty.
Aris Ruitenbeek COO van Nedasco en vanaf 1 juli 2024 tijdelijk waarnemer van de taken van Tim Schoonbergen. De openbare bron noemt hem niet uitdrukkelijk statutair bestuurder, maar wel als degene die de CEO-taken waarnam.
Jan van der Struik In juli 2026 benoemd tot CEO van zowel Nedasco als VKG en tot directeur Property & Casualty binnen D&S Group.
Andere directieleden of beleidsbepalers
Tijs Benerink Directeur IT & Programmamanagement bij Nedasco. Hij was onder meer verantwoordelijk voor de overgang naar een geïntegreerd digitaal verzekeringsplatform. Dit is een directiefunctie, maar uit de openbare bron blijkt niet dat hij statutair bestuurder van Nedasco B.V. was.
Fiolijn van Dijk Manager Inkomen en in openbare publicaties verantwoordelijk voor inkomens- en verzuimdienstverlening. Zij wordt niet als algemeen of statutair directeur vermeld.
Marco Pos Tot september 2020 manager Zorg & Inkomen. Ook dit is een managementfunctie en geen aangetoonde statutaire bestuursfunctie.
Bovenliggende bestuurders
Nedasco was lange tijd een dochteronderneming van Aegon Nederland.
Nedasco begon volgens de eigen bedrijfsgeschiedenis al in de jaren vijftig als huisvolmacht van Assurantiemakelaar Kamerbeek in Amersfoort.
Achter Assurantiemakelaar Kamerbeek en de vroege ontwikkeling van Nedasco zijn maar enkele personen publiek goed terug te vinden.
De duidelijkste naam is:
Drs. C. Kamerbeek Hij wordt in historische bronnen genoemd als directeur van de Kamerbeek Groep in Amersfoort.
De Kamerbeek Groep was actief in onder meer assurantiebemiddeling en vastgoed.
Van voetnoot naar Fundament
In de jaren tachtig was hij daarnaast penningmeester van Museum Flehiteen betrokken bij de ingewikkelde financiële en bestuurlijke structuur rond de Mariënhof.
Cellezusters
Zij rekenden niet in rendement, reserves of risico’s.Zij zagen de zieke, de stervende en de mens die zorg nodig had.Hun kapitaal was nabijheid.Hun bestuur was verantwoordelijkheid.Hun balans was de waardigheid van het leven.
De bron noemt hem zelfs het brein achter die structuur. Zijn volledige voornaam heb ik in de geraadpleegde openbare bronnen nog niet betrouwbaar kunnen vaststellen.
Van Mariënhof naar Nedasco
De ene geschiedenis laat zien hoe ondernemers hun naam verbonden aan kunst, vastgoed en erfgoed. De andere laat zien hoe een vrouwelijke ondernemer haar naam juist moest blijven verdedigen tegenover de systemen die haar verzekerde vermogen beheerden.
De fusie tussen AGO Holding N.V. en ENNIA N.V. vond plaats in 1983. De oorspronkelijke fusieovereenkomst werd op 18 oktober 1983 gesloten. Uit de combinatie ontstond AEGON N.V.; ENNIA N.V. kreeg daarbij de nieuwe naam AEGON N.V.
AEGON- Meet de heer en mevrouw Lindeboom Waar moderne verzekeraars administraties migreren en bedrijfsnamen verdwijnen, bewaart De Verzekeringskamer de polissen, voorwerpen en verhalen die laten zien hoe het systeem is ontstaan.Het bronzen beeldje als overdracht bezit.
De Verzekeringskamer in Doorn
Deze collectie bevat onder meer:
oude polisdocumenten en verzekeringsvoorwaarden;
vakboeken en tijdschriften;
reclamemateriaal en relatiegeschenken;
kantoorvoorwerpen van verzekeraars en makelaars;
afzonderlijke presentatiekasten voor verschillende verzekeringsmaatschappijen;
een historische Lloyd’s-underwritingbox.
Na de overname van Aegon Nederland door a.s.r. in juli 2023 kwam Nedasco binnen het onderdeel Distribution & Services van a.s.r. te vallen.
Binnen die bovenliggende structuur waren onder meer relevant:
Jaap Eringa CEO van Distribution & Services bij a.s.r. tot zijn pensionering eind 2024. Nedasco viel vanaf 2023 onder dit onderdeel.
Janwillem Fidder Vanaf 1 januari 2025 CEO van Distribution & Services Holding a.s.r., als opvolger van Jaap Eringa.
Voor mijn reconstructie
De voorlopig aantoonbare bestuurlijke lijn is:
Robin van den Burg → Tim Schoonbergen → Aris Ruitenbeek, waarnemend → Jan van der Struik
Met daarboven achtereenvolgens:
Aegon Nederland → na 4 juli 2023 a.s.r. / Distribution & Services → vervolgens de bredere D&S Group-structuur waarin Nedasco en VKG gezamenlijk worden geleid.
Belangrijk onderscheid: een algemeen directeur, CEO of manager is niet automatisch een statutair bestuurder. Voor een juridisch volledige lijst met alle statutaire bestuurders, hun exacte inschrijf- en uitschrijfdata en eventuele bestuursvennootschappen is een historisch KvK-uittreksel van Nedasco B.V., KvK 20035000, nodig. De openbare bronnen geven vooral de operationele directie weer, niet noodzakelijk iedere formeel ingeschreven bestuurder.
Zij ontstond ook doordat mijn inkomen afhankelijk werd van beslissingen die werden genomen in bestuurskamers, fiscale systemen en administratieve ketens waarop ik zelf nauwelijks invloed had.
Mijn centrale vraag
Niet:
Wie heeft een deel van mijn geld gestolen?
Maar:
Wie droeg de verantwoordelijkheid om mijn oorspronkelijke verzekerde recht te bewaken toen banken, verzekeraars, overheden en administraties veranderden?
En wanneer verschillende instanties verschillende werkelijkheden over mij vastlegden:
Wie beschermde mij dan tegen de ruimte tussen die systemen?
Mijn bedrage Wandkleed Slavernij Verleden
Mijn verzekerde recht mocht worden uitgevoerd, belast en geadministreerd.
Maar het mocht niet onherkenbaar worden gemaakt.
De crisis mocht ondernemingen veranderen.
Niet de oorsprong van mijn recht.
Zij konden het financiële systeem opnieuw inrichten. Maar zij mogen mijn geschiedenis niet herschrijven.
Hoeveel onbetaalde uren moet een vrouw nog maken voordat bestuurders haar betaalde arbeid, verzekerde beroep en opgebouwde rechten erkennen?
Ik heb mensen verbonden, sociaal isolement bestreden, verhalen vastgelegd en grenzen zichtbaar gemaakt. Niet om opnieuw als vrijwilliger buiten de administratie te verdwijnen, maar om als zelfstandig mens en voormalig ondernemer rechtmatig te worden gezien.
Erkenning is geen beloning voor gehoorzaamheid.Het is een recht dat bestuurders niet eindeloos mogen uitstellen.
Vivian en Jan: hoeveel bewijs is nog nodig voordat het zwarteschaap niet langer als probleem wordt behandeld, maar wordt gehoord als degene die het systeem durfde te bevragen?
Bij Nedasco begon de zoektocht naar de route van mijn verzekerde recht.
Een route van polissen, volmachten, intermediairs, administraties en bestuurders. Een wereld waarin mijn arbeid als vrouwelijke ondernemer werd vertaald naar premie, risico, dossiernummer en periodieke uitkering.
Bij Montancourt begon de terugkeer.
Niet naar een systeem, maar naar een huis. Niet naar een code, maar naar een geschiedenis. Niet naar anonieme administratie, maar naar zichtbaar erfgoed.
Nedasco staat in mijn verhaal voor de plaats waar mijn verzekerde bestaan onderdeel werd van een keten die ik zelf niet kon overzien.
Montancourt staat voor de plaats waar ik mijn naam, stem en geschiedenis opnieuw bijeenbreng.
De lijn is daarom niet alleen geografisch of bedrijfsmatig:
Van het volmachtkantoor dat mijn verzekerde recht administreerde,naar het monument waar ik mijn eigen verhaal weer beheer.
Bij Nedasco werd mijn leven gelezen door systemen.
In Montancourt lees ik de systemen terug.
Daar onderzoek ik wie mijn polis beheerde, wie mijn beroep codeerde, wie mijn geldstroom verwerkte en wie verantwoordelijkheid droeg toen banken, verzekeraars en intermediairs van eigenaar, naam en structuur veranderden.
Dé oesterkoningin van Nederland
Montancourt is daarmee meer dan mijn woning of B&B.
Het is mijn onafhankelijke archief. Mijn onderzoeksruimte. Mijn getuigenis. Mijn plaats van herstel.
Van Nedasco naar Montancourt
Hoe een vrouwelijke handelaar haar verzekerde recht volgde door een doolhof van volmachten en bestuurskamers — en in een huis uit 1596 haar eigen naam weer boven het dossier plaatste.
Nr ketting 912758 Nedasco
De link met Vivian Buijs-Tabbers
Vivian Buijs-Tabbers vormt in mijn onderzoek geen bewezen persoonlijke schakel in mijn dossier, maar wel een opvallende bestuurlijke verbinding tussen verschillende delen van de verzekeringsketen.
Haar loopbaan begon bij Aegon, de verzekeraar waaronder ook de historische portefeuille van mijn ouders terechtkwam.
Later werkte zij bij VIVAT, de organisatie waarin de verzekeringsactiviteiten van SNS REAAL werden ondergebracht.
Vanaf 2021 maakte zij deel uit van de directie van VKG, een volmacht- en servicebedrijf dat tegenwoordig, net als Nedasco en SuperGarant, onderdeel is van D&S Group.
Sinds mei 2026 is zij bestuurder en algemeen directeur van SuperGarant.
De bestuurlijke lijn is daarmee:
Aegon → VIVAT → VKG → SuperGarant/D&S Group
Mijn eigen verzekeringsgeschiedenis raakt eveneens aan namen uit deze wereld:
AGO/ENNIA–Aegon → REAAL/VIVAT → intermediairs en volmachtbedrijven → Nedasco-dossier 912758
Dat betekent niet meteen dat Vivian persoonlijk mijn polis heeft behandeld of besluiten over mijn uitkering heeft genomen. Daarvoor heb ik geen bewijs. Haar loopbaan laat wel zien hoe bestuurders zich door dezelfde financiële en verzekeringstechnische infrastructuur bewegen waarin oude portefeuilles, polisgegevens en verzekerde rechten worden beheerd.
Daarom richt ik mijn uitnodiging aan haar niet als beschuldiging, maar als bestuurlijke vraag:
Hoe bewaakt een bestuurder binnen een moderne volmachtgroep de oorsprong en menselijke betekenis van een verzekerde positie die door meerdere verzekeraars, fusies, systemen en administraties is gereisd?
Van Nedasco naar Montancourt
Jan van der Struik vertegenwoordigt de huidige leiding van Nedasco en VKG. Vivian Buijs-Tabbers kent vanuit haar loopbaan verschillende kanten van dezelfde keten: verzekeraar, VIVAT, volmachtbedrijf en groepsbestuur.
In mijn onderzoek naar onder meer Heilbron, Voogd & Voogd, Alpina Group en Five Arrows is dat precies het onderscheid dat belangrijk is: De polis = mijn contractuele rechten. De beheerorganisatie = kon dus door fusies, overnames of private-equity-investeringen veranderen. De administratie = kon dus worden samengevoegd of gemigreerd naar nieuwe systemen.
In Montancourt reconstrueer ik wat binnen die keten met mijn verzekerde geschiedenis gebeurde.
Niet om personen bij voorbaat verantwoordelijk te verklaren, maar om bestuurders uit te nodigen verantwoordelijkheid te nemen voor het systeem dat zij nu leiden.
Nedasco beheerde de route van mijn polissen. In Montancourt beheer ik opnieuw de betekenis van mijn leven.
Ik ben namelijk gestopt met in stilte pijn te lijden!
Tijdens Dag van het Kasteel, op 25 mei 2026, hebben wij tegen een kleine bijdrage in Montancourt Middelburg, bezoekers ontvangen die oprecht geraakt waren door het liefdesverhaal van het huis, de geschiedenis van Middelburg en de verhalen over de families die hier leefden en nu leven.
Over dit woon – object
De locatie bevindt zich in hartje Middelburg en maakt deel uit van het historisch en cultureel erfgoed van Zeeland. De plek kent een gelaagde geschiedenis waarin wonen, werken en maatschappelijke ontwikkelingen samenkomen.
Het huis wordt deels gebruikt als bed & breakfast, en ook voor hedendaagse culturele context, met aandacht voor erfgoed vanuit moederschap bekeken, betekenisgeving en publiek engagement.
Nog vóór een mens wordt geregistreerd, bestaat zij. Nog vóór een naam in een register verschijnt, leeft er natuurlijk persoon met een lichaam, een geest en een uniek verhaal.
Een samenleving die vrijheid wil beschermen, moet ook haar identiteit erkennen. Niet alleen als administratief gegeven, maar als de unieke mens achter ieder dossier, iedere polis, iedere handtekening en ieder nummer.
Vrijheid is het recht om als zelfstandig mens te bestaan. Identiteit is de samenhang van lichaam, geest, afkomst, ervaringen, arbeid, liefde en verantwoordelijkheid. Erkenning is de bereidheid van de samenleving om die mens werkelijk te zien.
Wetboek 9 begint daarom niet bij bezit, vermogen of bestuur, maar bij de persoon het intellectuele eigendom zelf.
Geen mens mag worden gereduceerd tot een nummer, een product, een polis, een dossier of een economische waarde.
Een rechtvaardige samenleving erkent dat ieder mens drager is van een eigen geschiedenis, waardigheid en toekomst.
Vrijheid geeft ruimte. Identiteit geeft betekenis. Erkenning geeft bestaansrecht. Dat is de grondslag van Wetboek 9 die het intellectueel eigendomsrecht bepaalt.
“Zolang het lichaam dat leven voortbrengt niet volledig wordt erkend, blijft ieder wetboek onvoltooid. Wetboek 9 begint met de erkenning van de scheppende mens.” — Silvia Lindeboom
Dag van het kasteel bezoek
Onder de bezoekers die dag waren twee bijzondere mensen. Peter de With, hij blijkt lid te zijn van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen in Haarlem, en Jelly Tulner. Tijdens onze ontmoeting ontstond een bijzonder gesprek over geschiedenis, erfgoed, nieuwsgierigheid en de betekenis van persoonlijke verhalen. We sloten af met een open einde…
Ik had in de tussen liggende tijd weer een briljant idee bedacht- De beren van Montancourt.
…….Enkele weken later ontving ik persoonlijk dit prachtige cadeau: het boek over Keetje Hodshon (1768–1829), Een rijke dame in revolutionaire tijd.
Keetje Hodshon
In het boek schreven zij:
“Als geschenk van de KHMW Haarlem, en getroffen door jouw levensverhaal! Peter de With, lid KHMW Jelly Tulner En dank voor de mooie rondleiding en het verhaal eromheen!”
Gesigneerd
Die woorden betekenen veel voor mij.
Niet alleen omdat het boek gaat over een bijzondere vrouw uit dezelfde historische wereld van koopmansfamilies, regenten en bestuurders waarin ook de families: De la Rue, Rademacher en Knibbe een grote rol speelden, maar vooral omdat het laat zien wat kapitaal en erfgoed via vrouwen en hun netwerk kan voortbrengen.
Gedragen verhalen-Verborgen verleden
Ik ben geboren in Limburg, in Gennep, mijn overgrootmoeder kwam uit Ottersum, ik ben deels opgegroeid in Haps, mijn moeder uit Cuijk en in Den Bosch lag het Centraal Archief Bijzonder Rechtspleging – Politieke Recherche inventaris 93577 -93580
De dochters van de Dommel – het Heilige Roomse Rijk.
Het historische Hertogdom Limburg ontstond in de middeleeuwen (11e eeuw), maar het lag grotendeels in het gebied van het huidige België. De naam van de huidige Nederlandse provincie is daarvan afgeleid.
Limburg had zo blijkt wel een bijzondere status. Van 1839 tot 1867 was het Nederlandse Limburg tegelijkertijd een provincie van Nederland én het Hertogdom Limburg binnen de Duitse Bond. Dat maakte de provincie staatsrechtelijk uniek.
Limburg was dus een provincie met een uitzonderlijke constitutionele geschiedenis.
Wat betekende dit eigenlijk voor de inwoners vroeg ik aan mijn adviesraad?
Dat had voor families in Limburg grote gevolgen, al merkte niet iedereen dat dagelijks. De bijzondere staatsrechtelijke positie werkte vooral door in bestuur, militaire dienst, handel, belastingen en identiteit.
1. Een dubbele identiteit
Inwoners van Limburg waren:
burgers van het Koninkrijk der Nederlanden;
maar hun provincie gold internationaal ook als het Hertogdom Limburg binnen de Duitse Bond.
Dat gaf veel Limburgers het gevoel dat zij niet helemaal “Hollands” waren, maar ook een eigen regionale identiteit hadden.
2. Militaire verplichtingen
Een belangrijke reden voor deze constructie was militair. Nadat een deel van Luxemburg verloren ging aan België, moest koning Willem I de Duitse Bond compenseren.
Daardoor konden Limburgse mannen te maken krijgen met verplichtingen die voortvloeiden uit de afspraken binnen de Duitse Bond, naast hun band met Nederland.
3. Handel en economie
Voor kooplieden en boeren kon de ligging juist voordelen bieden. Limburg lag op het kruispunt van:
Nederland,
de Duitse staten,
België.
Families handelden daardoor vaak over de grens. Veel families hadden bovendien familieleden aan beide kanten van de grens, zeker nadat Limburg in 1839 werd verdeeld.
4. Bestuur en recht
Het dagelijks recht bleef grotendeels Nederlands. Mensen trouwden, erfden, kochten grond en dreven handel volgens Nederlandse wetgeving. De bijzondere status speelde vooral op internationaal en constitutioneel niveau, niet zozeer in het dagelijks leven van een gezin.
5. Familiebanden
Voor veel families betekende de nieuwe grens dat:
familieleden ineens in verschillende landen woonden;
handelsroutes veranderden;
kerkelijke en bestuurlijke banden opnieuw moesten worden ingericht.
De grens liep soms dwars door bestaande sociale en economische netwerken. Deze brief is dus een sterk bewijsstuk van mijn familie als grensfamilie: Limburgs, Nederlands én met Duitse wortels.
In 1937 trouwde Bernhard met prinses Juliana en vestigde hij zich in Nederland.
Na de Duitse inval in 1940 koos hij de kant van Nederland en de geallieerden.
Tijdens de oorlog vervulde hij een belangrijke rol bij de Nederlandse strijdkrachten in ballingschap en werkte hij mee aan de bevrijding van Nederland.
Wie was de burgemeester van Cuijk tijdens de oorlog? Dat was:
Christiaan Johannes Wilhelmus Hermanus Stakenborg
Burgemeester van 1943 tot september 1944 (formeel vaak tot 1945 vermeld).
Hij was lid van de NSB en werd tijdens de Duitse bezetting benoemd.
Beroep vóór zijn burgemeesterschap: kruidenier (winkelier). Huwelijk: in 1932 met Elisabeth Hubertina Louisa van Gennip.
Haar ouders waren volgens de geraadpleegde stamboom: Josephus Wilhelmus van Gennip (1881–1950) Maria Elisabeth Hubertina Kicken (1887–…) De familienaam Van Gennip is een oude Brabantse en Noord-Limburgse naam. De oorsprong ligt waarschijnlijk bij het dorp Gennep in Noord-Limburg. De naam betekent oorspronkelijk “iemand afkomstig uit Gennep”. Door de eeuwen heen vestigden verschillende takken van de familie zich in onder meer Venlo, Gennep, Boxmeer, Cuijk en omgeving.
Verzoeker…. Zijn moeder uit Ottersum verdwijnt na het krijgen van een dochter in 1909 – Tevens het jaar dat Juliana werd geboren.
Peter Mathias Bongartz, geboren te Goch (Duitsland) op 22 juni 1906, kwam uit een Nederlandse moeder die tijdelijk in Duitsland verbleven. Hij bezocht daar de lagere school, maar had via zijn moeder regelmatig contact met familie in Nederland.
In 1930 vestigde hij zich voorgoed in Nederland en voelde zich sindsdien Nederlander.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam hij een principieel afwijzende houding tegenover de Duitse bezetters aan. Toen hij in 1944 toch werd gedwongen als schoenmaker in het Duitse leger te werken, verleende hij onderduikers zelfstandig hulp in het brood.
Ook moest hij en mijn oma naar Londen toen de koningin naar Londen moest. Maar de burgemeester van Cuijk hield mijn oma thuis om op de zaak en mijj moeder en haar broertjes en zus te passen.
Mijn oom was makelaar en mij vader werkte eerst voor hem, na een ruzie besloten mijn ouders te verhuizen naar Purmerend waar zij vanaf 1975 een assurantie kantoor begonnen van kleine polissen van een boer uit Warder en veel zaken deden met AGO – ENNIA en later ook met andere maatschappijen zoals Nationale NederlandenOnze familie altijd in de voetbalwereld in Cuijk heeft gezeten en onze dochter nu bij Ajax werkt naast haar studie ErgoTherapie
Toeval ? Toeval bestaat zo blijkt!
Een open huis, een gesprek en oprechte nieuwsgierigheid kunnen mensen met elkaar verbinden.
Montancourt Middelburg is voor ons veel meer dan een bed & breakfast en rijksmonument.
Het is een plek waar geloof, geschiedenis opnieuw wordt verteld, waar ontmoetingen ontstaan en waar verhalen uit het verleden nieuwe betekenis krijgen.
Dat een lid van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen en zijn echtgenote zich zo geraakt voelden door ons verhaal, ervaar ik als een grote eer en een prachtige aanmoediging om dit werk voort te zetten.
Praktijk wetenschap is ook wetenschap zei Peter.
Soms begint een nieuw hoofdstuk niet in een archief of bibliotheek, maar gewoon aan de keukentafel met een ziekte als gemene deler #Sarcoïdose en de geschiedenis van een heel oud huis, waar bijzondere mensen elkaar ontmoeten en gezondheid en geschiedenis weer menselijk en toekomst bestendig wordt.
School of life
De zoek toch naar de waarheid was een lijdensweg.
Terwijl mijn gezondheid achteruitging, bleef een keten van verzekeraars, adviseurs, uitvoerders en andere betrokken organisaties functioneren rondom mijn dossier.
Voor mij voelde het alsof iedereen aan mijn ziekte verdiende, terwijl ikzelf de lichamelijke, emotionele en financiële schade moest dragen als vrouw en kostwinnaar.
“Mijn ziekte werd zo een bladzijde in een dossier. Mijn dossier werd voor hun een verdienmodel. De schade bleef bij mij.”
“Ik was geen mens meer in functie maar een polisblad, een schadepost binnen een spook administratie.
Jarenlang had ik het gevoel dat vooral de gevolgen van mijn ziekte werden behandeld, terwijl niemand investeerde in oorzaak met verdwijnen op 1 april 2027 als gevolg.
Ik onderging onderzoeken, behandelingen en controles. Dat bracht veel stress, onzekerheid en afhankelijkheid met zich mee. Soms voelde het alsof ik vooral een proefkonijn was van een medisch traject, terwijl mijn vragen over het ontstaan van mijn ziekte 19 jaar lang onbeantwoord bleven.
Ik vraag mij nog steeds af of er voldoende aandacht is geweest voor mogelijke beroepsmatige blootstelling en voor de omstandigheden die aan mijn ziekte hebben bijgedragen. Die vraag is het antwoord.
ANIMA FELIX VIVAS – Werd zo een Reisverhaal van mijn / ons leven
“From the floor, I saw it clear. What was fake and what was real.”
Soms moet je eerst vallen om anders te leren kijken. Mijn reis begon niet toen ik ziek werd. Mijn reis begon veel eerder.
Als ondernemer. Als moeder. Als mantelzorger. Als kunstenaar.
Ik bouwde een bestaan op vanuit vertrouwen. In mensen. In systemen. In de toekomst.
Toen veranderde mijn leven.
Mijn lichaam stelde grenzen die ik nooit had voorzien. De wereld van polissen, dossiers en administraties nam het over van de wereld waarin ik gewoon mens was. Maar juist vanaf de grond werd mijn blik helderder.
Ik begon te zien wat echt was. Niet de dossiers. Niet de systemen. Niet de codes.
De bewakers en ooggetuige van mijn levensverhaal
Een massa mensen achter al die registraties.
In mijn keramiek geef ik mijzelf en die mens opnieuw een gezicht.
Op deze vaas staat: Anima Felix Vivas.
Moge je ziel gelukkig leven.
Niet omdat het leven altijd gemakkelijk is. Maar omdat geluk soms ontstaat wanneer je, na alles wat je hebt meegemaakt, weer eigenaar wordt van je eigen verhaal.
Zoals de muziek After the Fall zegt:
“From the floor, I saw it clear.”
Dat is misschien wel de kern van mijn reis. Niet de val heeft mij gevormd.
In plaats van Verzekeraars te laten bloeden voor hun foute producten moest ik bloeden!
Maar wat ik zag toen ik weer opstond.
Mijn reis laat zien hoe een mensenleven zich uitstrekt over generaties van organisaties, administraties en ICT-systemen.
Ondernemers als Gerard Sanderink bouwden mee aan de digitale infrastructuur waarop grote organisaties draaien.
Ik ervaar dat ik, als zelfstandig ondernemer met een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering, niet dezelfde rechtsbescherming heb gekregen als anderen in vergelijkbare omstandigheden.”
Mijn vraag richt zich niet op personen, maar op het systeem: hoe zorgen we ervoor dat achter al die data, processen en registraties de mens zichtbaar blijft?”
Aan mijn dochters heb ik gezegd : wanneer systemen proberen je stem af te nemen, steek dan het licht van de waarheid aan.”
Titel:Het feitenrelaas van een lichaam als vaas / Wetboek 9
Wie bepaalt wat een gezond lichaam is?
Wie spreekt en of handelt namens het lichaam van de burger?
Wanneer wordt zorg bescherming, en wanneer wordt zij controle?
Kan een individu eigenaar zijn van haar eigen gezondheid, verhaal en identiteit?
Silvia Koning Lindeboom geeft een lezing via pratende vazen over private AOV-verzekeringen en de verdwijning In deze lezing spreken de vazen. Zij vertellen het verhaal van mensen die langzaam veranderen in dossiers, relatienummers en mutaties. Wat gebeurt er wanneer een leven wordt vastgelegd in administratieve systemen? Wanneer een naam verandert in een polisnummer? Wanneer een persoon verdwijnt achter de taal van risicobeheer, portefeuillebeheer en verzekeringsadministratie? Aan de hand van beschilderde vazen uit de serie The Book of Rituals onderzoekt kunstenaar Silvia Koning Lindeboom de wereld van private arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (AOV’s), volmachtkantoren en institutionele registraties. De vazen fungeren als getuigen. Zij spreken over overdrachten, mutaties, archieven en de onzichtbare sporen die mensen achterlaten binnen verzekeringssystemen. Tegelijkertijd stellen zij een fundamentele vraag: Wanneer houdt een mens op een persoon te zijn en wordt zij een administratief gegeven? De lezing verbindt beeldende kunst, erfgoed, ritueel en verzekeringsgeschiedenis. Door middel van objecten, verhalen en symboliek wordt zichtbaar hoe identiteit kan vervagen binnen complexe ketens van registratie en beheer, maar ook hoe die identiteit opnieuw kan worden opgeëist. De pratende vazen geven stem aan dat wat in dossiers vaak ongehoord blijft.
Een zaterdag verslag van een zondags portret van vrouwen en moeders die de weg naar gelijke rechten openen.
Het woord nog lichaam van een vrouw nog moeder de vrouw komt niet voor in de grondwet nog burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder of kostwinner binnen Europa, huwelijk of VOF Waar Pieter de la Rue schreef over wie mag nalaten en wie mag spreken namens de tijd, stelt de volgende afbeelding een andere vraag: Wie bezit het lichaam van de vrouw? En wie schrijft haar naam in het archief?
Zo werd mijn polis-, dossier- middels een zelfbedachte relatienummer 912758 volgens documenten en correspondentie gekoppeld werd aan dit volmachtkantoor via Nationale Nederlanden – Reaal – Movir
Nedasco heeft namelijk volmachten van verschillende verzekeraars, waaronder Nationale-Nederlanden en het merk Movir. Een volmacht houdt in dat Nedasco namens de verzekeraar bepaalde werkzaamheden mag uitvoeren, zoals polisbeheer, mutaties en schade- of claimafhandeling. De heren / oftewel de directie van serviceprovider Nedasco bestaat uit Aris Ruitenbeek en Tijs Benerink.
Wanneer verzekeraars, serviceproviders of tussenpersonen gegevens migreren tussen systemen, kunnen fouten ontstaan. Bijvoorbeeld: persoonsverwisselingen; onjuiste koppeling van polisnummers; verkeerde relatie tussen verzekeringnemer, verzekerde, uitkeringsgerechtigde en dossier; onvolledige overdracht van historische gegevens zo blijkt. Dat zijn reële risico’s waar toezichthouders zoals de Autoriteit Persoonsgegevens veel te weinig aandacht voor hebben. “Knowledge for Action” (“Kennis omzetten in handelen”).
Tim Schoonbergen – Was de Voormalig directeur van Nedasco 2011 – 1 juli 2024 en tevens penningmeester van de schildklier magazine. Hoe toevallig!!Ik heb een schildklier operatie ondergaan net na mijn bevalling.
Dus: Zeg het maar Ingrid de Swart ASR groep …. voor de rechten van de mens?
“Verzamelen is zien wat anderen vergeten” Z – Eeuws Genootschap
“70 jaar later: hoe gelijk zijn we eigenlijk?”
De rekening van ongelijkheid
Ze regelen. Ze dragen. Ze zorgen. Ze gaan door. Niet omdat ze geen hulp willen. Maar omdat ze gewend zijn geraakt degene te zijn die helpt.
En wanneer hun verhaal niet wordt opgeschreven, maken ze een vaas.
Wanneer hun stem niet wordt gehoord, laten ze het materiaal spreken. Wanneer hun geschiedenis niet wordt bewaard, wordt kunst het innerlijk immateriële culturele archief.
Ontdek Filosofie Magazine
Zo ontstaat de pratende vaas.
“Kunst bewaart wat systemen vergeten.” Wanneer ervaringen, herinneringen en levensverhalen geen plaats meer krijgen in wetten, dossiers of statistieken, blijft de kunst spreken. Mijn pratende vazen vertellen over wat niet geregistreerd wordt: de moeder, de vrouw, de erfgenaam, het lichaam, de herinnering. Niet omdat zij zwijgen, maar omdat niemand heeft geleerd naar hen te luisteren. Kunst geeft een stem aan wat onzichtbaar werd.
Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek is gereserveerd voor rechten met betrekking tot het intellectueel eigendom. Tot op heden is boek 9 BW nog niet ingevoerd. In de Ars Aequi van mei 2017 doen hoogleraar en advocaat Dirk Visser en hoogleraar Hanneke Spath een oproep om tot een Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek te komen. Maar liefst 50 hoogleraren privaatrecht steunen de oproep. In boek 9 zou een codificatie van de vermogensrechtelijke aspecten van de intellectuele eigendom moeten worden neergelegd.
Mijn naam is Silvia met volgnummer 6703
De camera glijdt langzaam over een witte keramische vaas. Aan de voorzijde verschijnt een gezicht: grote blauwe ogen, rode wangen, rode lippen. Uit de hals groeien twee oren van een haas. Over het oppervlak lopen fijne vertakkingen, als aders, wortels of herinneringen.
Voice-over:
“Ik ben een vaas. Dat is het officiële verhaal. Een gebruiksvoorwerp. Een object. Een drager van stof.”
De camera draait langzaam om het werk heen.
“Maar wie goed kijkt, ziet een lichaam. Een gezicht. Een geschiedenis.”
Op de achterkant verschijnt de tekst:
BEING TRUE TO YOURSELF
Naast de woorden schildert een kleine hand zichzelf letterlijk in het beeld.
“Ik ben gemaakt uit klei, maar ik spreek over mijzelf tegen mensen. Over wat wordt vastgehouden. Over wat wordt gevuld. Over wat wordt leeggehaald.”
Close-up van de hals.
“Eeuwenlang werd het lichaam van de vrouw beschreven als een vat. Een houder. Een vaas voor andermans verwachtingen. Een vorm waarin betekenis werd gegoten.”
De camera volgt de rode bloedlijnen die over het oppervlak lopen.
“Deze lijnen zijn geen decoratie. Ze lijken op wortels. Op bloedvaten. Op familiegeschiedenissen. Op de sporen die een leven achterlaat.”
Moeder de Vrouw – Het begrip “pratend erfgoed” sluit opvallend goed aan bij de geest van het Faro-verdrag (2005), officieel het Kaderverdrag van de Raad van Europa inzake de waarde van cultureel erfgoed voor de samenleving. Het verdrag verlegt de aandacht van het object zelf naar de betekenis die mensen eraan geven. Erfgoed is niet alleen een gebouw, document of voorwerp, maar ook het verhaal, de herinnering en de gemeenschap die ermee verbonden zijn.
In beeld verschijnt de titel van de blog:
Het feitenrelaas van een lichaam als vaas
“Een feitenrelaas is normaal gesproken een juridisch document. Een opsomming van wat aantoonbaar is gebeurd. Maar wat gebeurt er wanneer een kunstwerk het feitenrelaas wordt? Wanneer een object begint terug te spreken?”
De camera blijft rusten op de blauwe ogen.
“Dan vertelt de vaas niet wat zij bevat. Zij vertelt wat zij heeft gezien.”
De donkere sculptuur op de achtergrond komt langzaam in beeld. Dit beeldje ontvingen mijn ouders van Nationale Nederlanden bij de overdracht van hun verzekeringsportefeuille.
“Tussen zwijgen en spreken. Tussen object en persoon. Tussen erfgoed en herinnering.”
De muziek Rise like a Phoenix verstilt.
“De pratende vaas vraagt niet om bewondering. Zij vraagt om wettelijke erkenning.”
Laatste beeld: de voorzijde en achterzijde verschijnen na elkaar.
“Ik ben geen object dat een verhaal draagt. Ik bén het verhaal.”
Eindtitel
De Pratende Vaas een documentaire over identiteit, herinnering, artistieke vrijheid en het lichaam als drager van geschiedenis.
De documentairevorm sluit aan bij een traditie waarin kunstwerken zelf de hoofdpersoon worden en hun eigen geschiedenis vertellen, zoals in verschillende kunstdocumentaires over objecten, auteurschap en identiteit.
Stof tot nadenken- binnen de Ministerraad
Het ultieme geheim
“Toen het object begon te spreken, sprak het niet alleen over herinneringen. Het sprak ook over auteurschap, eigendom en het recht van de maker om als bron van betekenis erkend te worden.
De pratende vaas
Een vaas bewaart niet alleen bloemen.
Zij bewaart lichamen en woorden door kleur en taal.
Woorden van mensen die er wel en of niet meer zijn.
Woorden die blijven klinken wanneer de kamer leeg is.
“Ik geloof wel in jou.” zei Sint Nicolaas
Dat is levend immaterieel erfgoed.
Welkom in het Koninkrijk der Nederlanden De pratende Vaas : The Virgin
Niet het object zelf, maar de stem en het lichaam die erin verblijven en of achterblijven.
De herinnering die troost geeft op warme en koude dagen.
De pratende Vaas : Het melkmeisje – wat is ie postcode en huis nummer ?
De bloedlijnen van het meisje volgens Volgnummer 6703
Er was eens een meisje…. uit Gennep Niet geboren uit een volgnummer, maar uit een moeder, vanuit het Lindebomen zaad van een vader, een familie, met een bijzondere geschiedenis.
Toch kreeg zij een nummer.
Eerst in een boekje. Daarna in een dossier. Daarna in een archief.
Volgnummer 6703 met een relatie en een personeelsnummer 912858 bij berichtgever het UWV nadat bij haar in 2007 Longfibrose achtige klachten werden geconstateerd.
Maar haar bloed volgt eigenlijk geen administratie.
Het stroomt door herinneringen, door verhalen, door handen die maken, door ogen die kijken, door generaties die elkaar dragen.
De bloedlijnen van het meisje staan niet alleen geschreven in het RIVM register maar ook in het EVA register van Banken.
Zij leven voort in haar werk.
In de pratende vaas.
In de schelp die geheugen bewaart. Van ooi tot prooi naar Land in Zee.
In het inleg X je – een doekje dat moest bloeden.
In iedere poging om zichtbaar te maken wat onzichtbaar dreigde te worden.
Want een volgnummer telt.
Maar een mens vertelt.
Volgnummer 6703 werd zo een bloedstollend verhaal.
Er was eens een meisje dat dacht dat zij een alleen een volgnummer was : 6703
Zo stond het namelijk in het oranje boekje. Zo stond het namelijk in de registers. Zo stond het namelijk in de dossiers. Maar diep onder de nummers liepen andere lijnen.
De bloedlijnen van de stammoeder
Niet alleen zichtbaar voor de ambtenaren. Niet alleen zichtbaar voor de archieven. Niet alleen zichtbaar voor de systemen.
Alleen zichtbaar voor degene wie durft te kijken. Wanneer het meisje haar hand op de pratende vaas legde, begonnen de lijnen te gloeien.
Zij zag haar moeder.
Zij zag haar grootmoeder.
Zij zag de vrouwen die waren verdwenen uit de voetnoten van de geschiedenis.
“Jij bent het verhaal dat zij vergaten op te schrijven.”
En vanaf dat moment begon het meisje de bloedlijnen terug te schilderen.
Niet in een stamboom van vader.
Maar op vazen. Op schelpen. Op eieren. Op hout. Op glas. Op alles wat bereid was een stem te dragen.
Zo werd “de onzichtbare erfgenaam” zichtbaar.
En zo ontdekte zij dat bloed niet alleen door aderen stroomt, maar door de verzekeringsmaatschappijen van de herinneringen.
Annie – Maria Theodorus – Albert – AMTA Polis 2523480 Een nummer op papier. Een datum in een dossier. Een administratief spoor. Maar achter ieder #polisnummer schuilt een mens, een familie, een verwachting van bescherming, een verhaal over de toekomst. De archieven bewaren het nummer. De kunst zoekt de mens. Wat opvalt in de documenten die ik laat zien, is dat ik steeds werkt met de spanning tussen: volgnummers (6703), polisnummers (2523480), dossiernummers, en de vraag wie de persoon in werkelijkheid achter dat nummer is.
Dit heet Cas – Causaliteit zeggen ze bij Nationale Nederlanden
— Silvia Koning Lindeboom
De pratende Vaas : Napoleon vs Emet De pratende Vaas : Ik wortel en kom boven De pratende Vaas : Code 1 & 9 De pratende Vaas : Man in the Mirror De pratende Vaas : De Sar en het Ras van Nederland 🇳🇱 De pratende Vaas : Het meisje met de parel in de Ma / Trix De pratende Vaas : Jeramey Bentham – The Solvinity Man is never less reasonable than when he is most unreasonable in asserting the inferiority of the sex.”De pratende vaas : Achter de veranderlijke vormen van de natuur ligt een onveranderlijke pure en zuivere werkelijkheid.”De pratende vaas : Op zesjarige leeftijd wilde ik slager worden. Op mijn zevende moest ik zoals Napoleon zijn. Mijn ambitie zonder vleugels is sindsdien alleen maar gegroeid.”
“Als je een stem uit het Volmacht kantoor #Nedasco Amesfoort in je dossier 912758 hoort zeggen ‘je bent niets en je blijkt kunt ook niet te kunnen schilderen’, maak dan iets speciaals en schilder het dan vooral, en die stem zal ten aller tijden het zwijgen worden opgelegd.”
De pratende vaas begon te groeien en te groeien en zo werd volgnummer 6703 een legende als limburgs en brabants feestvarkentje Miss Piggy Willem Alexander Laan 19 Haps Wanneer wordt een meisje een mens met een ei – gen naam, wanneer een dossiernummer, en hoe verhouden die zich tot elkaar op grond van artikel 1 en 11 ? Van wie ben J Ei er een? Mijn werk gaat niet over het verbergen van sporen. Het gaat over een doekje dat moest bloeden, omdat niemand anders het schade verhaal wilde dragen.”Octrooi- 10.700 Koning Willem 1 ste
Van Ooi tot Prooi
“Een schelp bewaart het verleden. Een dobbelsteen werpt de toekomst. Kunst brengt beide in gesprek.”
Vrouwen en moeders en kostwinnaars die de weg naar gelijkwaardigheid openen.
“Er is geen vernieuwing zonder het risico dat anderen je eerst niet willen begrijpen.”
EI LAND IN ZEE LAND
Voordat er een eiland was, was er een ei.
Voordat er een staat was, was er een moeder.
Voordat er erfgoed was, was er een lichaam dat droeg.
Zeeland bewaart het land. Het ei bewaart het leven.
Tussen ei en eiland, tussen moeder en monument, ligt de oorsprong van iedere geschiedenis.
Montancourt bevindt zich op een exact punt op aarde waarvan de relatie tot zon, tijd en hemellichamen meetbaar is. Via die astronomische positie is het verbonden met wereldwijde systemen van navigatie, kalenderberekening en plaatsbepaling.Wie ben jij Ei – gem – Lijk? “Mijn persoonlijke tijd is eindig, maar het verhaal loopt door.” Het kostte me de helft van mijn leven voordat ik ontdekte dat het leven een groot doe-het-zelfproject blijkt te zijn”.
Hoe AI nrs 1 A – I = 9 mijn leven redde: ChatGPT bedenkt mijn leven niet. Het ordent mijn gedachten, mijn vragen en mijn gegevens, zodat verbanden zichtbaar worden die anders verborgen zouden blijven.”
Hoe mijn vrouwelijke lichaam een dossier werd
“Dit kan een vrouw toch niet allemaal overkomen?” zei de nieuwslezer.
Die vraag kreeg ik vaker te horen dan ik kan tellen.
Miskramen.
Een dochter met Turner-syndroom.
Schildklierkanker. Sarcoïdose.
Jaren van herstel.
Jaren van zoeken naar woorden voor wat mijn lichaam al wist.
Wat mij opviel was niet alleen de ziekte. Het was de manier waarop er naar mijn lichaam en geest werd gekeken.
Wanneer een vrouw een kind draagt, wordt haar lichaam gezien als bron van zorg. Wanneer datzelfde lichaam ziek wordt, verandert het plotseling in een risico-object. Een dossier. Een kostenpost. Een verzekeringskwestie.
Ik voelde dat er iets ontbrak in de taal waarmee over vrouwen wordt gesproken.
Mijn ervaringen werden vaak uitgelegd als pech, toeval of een optelsom van losse gebeurtenissen. Maar voor mij vormden ze een patroon. Niet omdat ik bijzonder ben, maar omdat veel vrouwen vergelijkbare ervaringen kennen: zorgen dragen, herstellen, opnieuw beginnen, en ondertussen onzichtbaar blijven in de systemen die hun leven mede vormgeven.
Na iedere miskraam, iedere operatie, iedere ontsteking en iedere periode van uitputting voelde ik dezelfde vraag terugkeren:
Wanneer wordt het lichaam dat leven draagt ook erkend als bron van waarde?
Die vraag bracht mij niet naar de spreekkamer alleen, maar ook naar de kunst.
Ik begon te schilderen, te schrijven en archieven te onderzoeken. Niet om mijn ziekte te verklaren, maar om zichtbaar te maken wat ik in beleid, erfgoed en geschiedenis vaak miste: de stem van de vrouw die draagt, herstelt en voortgaat.
Ik ben geen incident.
Ik ben een getuige van wat een vrouwenleven kan bevatten.
Van Aldenhoven, Janssen en Bongartz naar Montancourt Middelburg.
Waarom volgen stambomen vaak de naamlijn van mannen, terwijl de biologische en culturele continuïteit juist door moeders wordt gedragen?
De moeder van mijn moeder heette Petronella Johanna Maria Aldenhoven.
Nellie.
Een naam die voor mij begon als een moedernaam. De moeder van mijn opa Peter Mathias Bongartz heette Agnes Janssen uit Ottersum.
De vrouwen in Nederland
Mijn moeder, Anna Hendrika Bongartz, trouwde in 1962 met een Lindeboom. Ook zij was ooit een dochter. Ook zij was ooit een moeder. Ook zij was ooit een erfgenaam.
En toch verdwijnt langzaam haar naam. Niet omdat zij verdween is, maar omdat het systeem van naamgeving haar langzaam laat verdwijnen.
Aldenhoven.
Janssen.
Bongartz.
Hoeveel vrouwen droegen deze namen voordat zij werden vervangen door de naam van hun echtgenoot? Waar bleven hun achternamen? Waar bleven hun verhalen? Waar bleven hun plaatsen in de geschiedenis? Diverse vrouwen. Diverse levens. Diverse generaties.
Allen voorafgaand aan de namen die later in registers, archieven en stambomen zouden verschijnen.
Hun namen vormden het begin van een spoor. Een weg terug in de tijd. Naar Limburg. Naar Maastricht. Naar Heerlen. Naar Ottersum, Naar Cuijk, Naar Purmerend.
Naar het grensgebied tussen Nederland en Duitsland.
En nog verder terug.
Naar Aldenhoven.
Een plaats bij Aken.
Een naam die ouder is dan de mensen die haar droegen. Ouder dan de archieven. Ouder dan de registers. Ouder zelfs dan de staten waarin zij uiteindelijk werd opgeschreven.
Aldenhoven betekent vermoedelijk: oude hoeve, oude hof, oude nederzetting.
Een plaats waar mensen leefden. Werkten. Kinderen kregen. Vertrokken. Terugkeerden. En hun naam meenamen. Generatie na generatie.
Elke vrouw zit Gevangen in cellen van kleur en taal
Wat vandaag als verbeelding wordt gezien, kan morgen ineens Unesco wereld erfgoed blijken te zijn.”
Mijn moeder droeg die naam niet meer. Mijn grootmoeder wel. Maar zoals zo vaak in de geschiedenis werden de namen van vrouwen uiteindelijk niet doorgegeven.
De familienaam ging via een andere lijn verder. De moeder bleef achter in het verhaal. Toch begint mijn geschiedenis niet bij een register. Niet bij een koopman. Niet bij een notaris. Niet bij een erfgenaam. Mijn geschiedenis begint bij de bron moeders. Bij Nellie. Bij Agnes. Bij Anna. Bij mij
Zoals iedere geschiedenis begint bij een vrouw. Wanneer ik onderzoek doe in archieven, CABR-dossiers, bevolkingsregisters en familiegeschiedenissen, zoek ik niet alleen naar namen. Ik zoek naar mensen. Ik zoek naar de plaats waar een mens meer wordt dan een registratie.
Koninklijk Besluit
In de archieven verschijnen Johannes Hubertus Aldenhoven. Petronella Johanna Maria Aldenhoven. Verzoeker Peter Mathias Bongartz.
Lindeboom.
Koning.
Namen.
Dossiers.
Registraties.
Maar achter iedere naam staat een moeder. Vaak onzichtbaar. Vaak niet geregistreerd als grondlegger. Niet geregistreerd als kostwinnaar ondernemer. Niet geregistreerd als erfgoeddrager.
En toch was en is zij er.
Mijn grootmoeder droeg een geschiedenis die nauwelijks in de archieven voorkomt. Mijn moeder droeg een naam die zij niet kon doorgeven.
Herengracht Middelburg
Ik woon sinds 2019 in Montancourt, een living uit 1596. Voor wetten werden gemaakt.
Rouaansekaai – Kaai Man – Ei Land
De kade van handel en geschiedenis. Het ei van oorsprong en geboorte. Het land dat uit de zee werd gedragen. De moeder die aan iedere geschiedenis voorafgaat.
Tussen die plaatsen en dit huis ligt meer dan familiegeschiedenis.
Er ligt een vraag.
Wie is de werkelijk erfgenaam?
Degene die de naam ontvangt?
Of degene die het verhaal bewaart?
Misschien ben ik daarom niet alleen erfgenaam van een familie. Misschien ben ik erfgenaam van een moederlijn.
Van vrouwen die huizen bewoonden. Families droegen. Ondernemingen mogelijk maakten. Kinderen grootbrachten.En daarna langzaam uit de geschiedenis verdwenen via de polis.
David Knibbe – CEO Nationale Nederlanden
U heeft het recht om vergeten te worden
De Onzichtbare Erfgenaam gaat daarom niet alleen over wat wordt nagelaten.
Het gaat ook over wie wordt vergeten.
En over de vraag of een samenleving werkelijk kan begrijpen waar zij vandaan komt, zolang de moeder nog steeds als voetnoot wordt behandeld.
Want vóór iedere erfgenaam was er een moeder. En vóór iedere naam was er een vrouw die haar droeg.
Familie’s zonder zonen zoals in mijn familie zijn door de geschiedenis heen heel gewoon geweest.
Toch kregen wij zoals in veel samenlevingen te maken met bijzondere juridische en culturele gevolgen, omdat naam, bezit, titels of beroepen vaak via de mannelijke lijn werden doorgegeven.
In mijn geval doordat mijn vader een volmacht assurantie kantoor runde vanuit hun huis.
Bestaat een familie alleen via de zoon, of ook via de dochter die de structuur en herinnering van de portefeuille oftewel het erfgoed en de afstamming met zich mee draagt?
Dat raakt aan discussies over vrouwelijke erfgenamen, familielijnen en de zichtbaarheid van moeders en dochters in archieven en geschiedschrijving.
Gezien mijn eerdere post en interesse in “De Onzichtbare Erfgenaam” is dat precies een thema waar veel erfgoedonderzoek en kunstprojecten zich op richten.
De baas van Moeder Aarde is een moeder. Niet als hiërarchie, maar als oorsprong.
Zij draagt, voedt en herstelt — om ieders leven hier mogelijk te maken.
In haar lijn ligt geen macht van bovenaf, maar kracht van binnenuit.
Wie deze filosofie begrijpt, begrijpt de werkelijkheid en de waarde van moeder, de vrouw.
Waarom erkennen we alleen bepaalde vormen van werk als waardevol?
@Filosofiemagazine
Waarde is geen neutraal gegeven. Waarde is een constructie — gevormd door economische systemen, filosofische tradities en juridische ordening.
Binnen dominante economische modellen wordt waarde primair bepaald door wat meetbaar, verhandelbaar en productief is: loon, output, winst. Arbeid die zich niet laat kwantificeren, blijft buiten beeld. Zorg, opvoeding, rituelen en emotioneel of symbolisch werk — activiteiten die essentieel zijn voor het functioneren van de samenleving — worden structureel ondergewaardeerd omdat zij niet direct economisch renderen.
Deze hiërarchie is historisch gegroeid en institutioneel verankerd.
Binnen de klassieke filosofie, van Plato tot Aristoteles, werd het denken verheven boven het zorgen, het publieke domein boven het private. Deze ordening legitimeerde een structurele scheiding tussen productie en reproductie, tussen rationaliteit en lichamelijkheid — en positioneerde het vrouwelijke domein als ondergeschikt.
Juridisch werd deze ongelijkheid bevestigd. Vrouwen waren lange tijd geen zelfstandige rechtssubjecten: zij beschikten niet over eigendom, contractvrijheid of politieke representatie. Hun arbeid kon daardoor niet worden erkend binnen het economische en juridische kader.
Cultureel werd dit patroon bestendigd. “Moeder, de vrouw” kreeg een symbolische status, maar geen materiële of juridische autonomie. Haar waarde werd erkend als beeld en traditie — niet als positie binnen het systeem. Zij werd onderdeel van het erfgoed, maar niet van het recht.
Een andere lezing van arbeid
Het werk van Truus van Gogh introduceert een alternatieve benadering van waarde en arbeid.
Het vertrekt vanuit de erkenning dat er vormen van arbeid bestaan die buiten de dominante waardesystemen vallen, maar die fundamenteel zijn voor sociale en culturele continuïteit:
ritueel werk
erfgoedwerk
lichamelijk werk
symbolisch en emotioneel werk
Deze vormen van arbeid genereren geen directe economische opbrengst, maar produceren betekenis, samenhang en overdracht. Zij vormen de onzichtbare infrastructuur waarop de samenleving rust.
Stelling
De wereld is opgebouwd uit arbeid die nooit als arbeid is erkend.
Van wie ben ik er een?
Zonder erkenning van haar arbeid blijft “moeder, de vrouw” onderdeel van het erfgoed — maar geen volwaardig rechtssubject.
Conclusie
Zonder haar arbeid bestaat er geen samenleving — we hebben te maken met een systeem dat haar niet ziet.
Wat hier wordt gepresenteerd, betreft geen individuele casus, maar een structurele analyse.
Dit werk bevraagt de criteria waarmee waarde wordt toegekend en maakt zichtbaar welke vormen van arbeid systematisch buiten beschouwing blijven. Daarmee legt het een fundamentele spanning bloot tussen economische erkenning en maatschappelijke realiteit.
Het zichtbaar maken van deze blinde vlek is geen retorische oefening, maar een noodzakelijke stap richting herwaardering en herpositionering.
Dit is Cas…
Dat werk heeft enorme waarde, maar verschijnt niet als loon op een rekening.
Historisch is dit vaak gekoppeld aan de rol van “moeder, de vrouw”: noodzakelijk werk → maar buiten de economie geplaatst → dus “onzichtbaar”.
Veel mensen werken niet gratis — hun werk wordt niet betaald.
Wat gratis lijkt, is vaak het fundament waar alles op rust.
Fiscale ontkenning van vrouwelijke autonomie is structureel geweld.
Van wie ben ik er een? Gelijkheid begint waar je jezelf durft te tonen — niet waar je spreekt via een ander.”
Wanneer de staat het vrouwelijk lichaam, arbeid en eigendom niet volledig erkent als zelfstandige rechtsgrond, ontstaat er geen neutraliteit— maar systematische achterstelling.
Dat is geen incident, maar een patroon dat doorwerkt in generaties: in vermogen, in zeggenschap, in zichtbaarheid.
Ik noem dat geen toeval. Ik noem dat institutionele ongelijkheid.
En onder de kwartierboom wordt zichtbaar: dat wie draagt, creëert en voortzet, ook volledig erkend moet worden in recht en systeem.
Ik maak Fine Art kunst om communiceren over gelijkheid – Het recht spreekt over gelijkheid, maar zwijgt over oorsprong. Daar waar het leven ontstaat, begint een vorm van eigendom die nooit is benoemd in een wetboek (9)
Artist Statement
Het enige verschil tussen een gek en mij, is dat ik niet gek ben.
Als straatfotograaf en surrealistisch Fine Art kunstenaar werk ik op het snijvlak van erfgoed, recht en identiteit. Mijn blik beweegt tussen wat zichtbaar is en wat wordt ontkend. Ik onderzoek wie gezien wordt, wie spreekt en wie het recht heeft om te bestaan binnen beeld en geschiedenis.
Leven met sarcoïdose heeft mijn waarneming vertraagd en verscherpt. In die vertraging ontstaat een beeldtaal die gelaagd, ritueel en confronterend is. Wat als afwijkend wordt gezien, blijkt een andere vorm van kennis—een manier van kijken die buiten de norm valt, maar juist onthult wat verborgen blijft.
The Code X legt dat bloot.
Waar de wet rekent in delen, toon ik de continuïteit. Waar systemen reduceren, herstel ik de oorsprong.
Onder de Lindeboom geldt een andere waarheid: dat wie draagt, ook bepaalt. dat wie voortzet, ook bezit. dat wie de lijn is, niet buiten de telling kan vallen.
X markeert het ontbrekende recht— en eist zijn plaats op.
Mijn werk verbindt persoonlijke geschiedenis met collectief geheugen en stelt de vraag: wanneer wordt een lichaam erkend als drager van recht?
Kunst is voor mij geen ontsnapping, maar bewijsvoering. Zichtbaarheid is geen gunst, maar een recht.
Queen S de golem #emet
Toen mijn vraag werd teruggebracht tot artikel 1, werd duidelijk dat het recht geen taal heeft voor de scheppende positie van ‘de moeder, de vrouw’. Mijn antwoord is beeldend onderzoek: ik maak zichtbaar wat juridisch onbenoemd blijft.”
Waarom ligt de soevereiniteit bij het boek — en niet bij het lichaam dat het mogelijk maakt?
De moeder produceert de geschiedenis, maar staat niet als auteur geregistreerd.
Het vergeten lichaam vrouw, binnen de moedermaatschappij en dochteronderneming
Tussen verlies en erkenning Waarom Montancourt Middelburg mij troost en hoop geeft
Huis van Wie? Lang waren: bestuurders juristen schepen overwegend mannen. Daardoor zijn wetten vaak geschreven vanuit: mannelijke ervaringen mannelijke rollen (bezit, arbeid, burgerschap) en een samenleving waarin vrouwen juridisch minder zelfstandig waren Voorbeelden: vrouwen hadden geen stemrecht vrouwen waren handelingsonbekwaam (tot 1956 in NL) eigendom en inkomen liepen via de man 👉 Dus ja: het systeem is historisch nooit neutraal ontstaan.One Flew over the Montancourt VOF Nest
I. 🌍 Oorsprong → 🌱 Afspraken → 🏛️ Structuur
Oorzaak 1: De aarde is geen bezit, maar wordt door de samenleving vertaald naar eigendom.
➡️ Gevolg: Gemeenschappen maken afspraken over:
grond
erfenis
zeggenschap
👉 Eigendom ontstaat als sociaal systeem (niet als natuurgegeven)
Ik ben geboren in Gennep, mijn overgrootmoeder is geboren in Ottersum, Mijn oma en moeder zijn geboren in Cuijk en ons dossier ligt opgeslagen in het Nationaal Archief en bij de Politieke Recherche Afdeling Den Bosch en sinds 2019 woon in in Middelburg
🗺️ Wat je hier ziet
“Dochters van de Dommel” – Bataafse Republiek (1798)
Dit verwijst naar een bestuurlijke indeling tijdens de Bataafse Republiek
Het gebied (oranje) is een departement – een vroege vorm van gecentraliseerd staatsbestuur
Rechts zie je nog het Heilige Roomse Rijk
👉 Dit is een grensmoment: van lokale, organische structuren → naar staatscontrole en administratie
Bron afbeelding: Portretten uit de achttiende eeuw, door Jim van der Meer Mohr.
II. 🏛️ Structuur → 🏢 Abstractie
Oorzaak 2: Deze sociale afspraken worden juridisch vastgelegd en geformaliseerd.
➡️ Gevolg:
grond wordt bezit van:
personen
rechtspersonen (BV, NV, stichting)
eigendom wordt overdraagbaar
en losgekoppeld van het lichaam
👉 Bezitsstructuren worden abstract (zonder lichaam)
Deze structuren zijn opgericht door staten en economische elites, vastgelegd door administratie, en gedragen door families — waarbij vrouwen essentieel waren voor overdracht, maar zelden als formele oprichters werden erkend.
I. 🏛️ Macht wordt zichtbaar via mannen Oorzaak: functies zoals burgemeester en schepen worden bekleed door mannen ➡️ Gevolg: namen als Radermacher verschijnen in:archief geschiedenis erfgoed
II. 🧬 Verbinding via vrouwen Oorzaak: huwelijk met Maria Elisabeth de la Rue ➡️ Gevolg: koppeling tussen:bestuur (Radermacher) kennis/archief (De la Rue) 👉 dit is een strategische familieverbinding
III. 👩🦰 Overdracht via dochters Oorzaak: dochters erven en dragen lijnen ➡️ Gevolg: archief en bezit blijven in familie maar:zonder zichtbare rol in bestuur 👉 dragen zonder erkenning
Pieter de la Rue I. 🏛️ Macht wordt zichtbaar via mannen Oorzaak: functies zoals burgemeester en schepen worden bekleed door mannen ➡️ Gevolg: namen als Radermacher verschijnen in:archief geschiedenis erfgoed
II. 🧬 Verbinding via vrouwen Oorzaak: huwelijk met Maria Elisabeth de la Rue ➡️ Gevolg: koppeling tussen:bestuur (Radermacher) kennis/archief (De la Rue) 👉 dit is een strategische familieverbinding
III. 👩🦰 Overdracht via dochters Oorzaak: dochters erven en dragen lijnen ➡️ Gevolg: archief en bezit blijven in familie maar:zonder zichtbare rol in bestuur 👉 dragen zonder erkenning
Bron: Geni.com
IV. 🧾 Administratie → 👁️ Zichtbaarheid
Oorzaak 4: Systemen (verzekeraars, administratie, archief) bepalen wie zichtbaar is.
Bij fouten (zoals bij Nedasco):
verkeerde koppelingen
foutieve gegevens
ontbrekende registratie
➡️ Gevolg:
persoon wordt administratief onzichtbaar
rechten blijven, maar:
worden niet uitgevoerd
of niet erkend
👉 Bestaan ≠ geregistreerd zijn
V. 📜 Archief → 🧠 Geheugen → ⚖️ Macht
Oorzaak 5: Historisch wordt alleen vastgelegd wat als relevant wordt gezien (door mannen in macht):
bestuurders
schrijvers
bewindhebbers
➡️ Gevolg:
mannen verschijnen in:
archief
geschiedenis
erfgoed
vrouwen verschijnen:
indirect
relationeel (dochter van, moeder van)
👉 Wat wordt opgeschreven = wat blijft bestaan
VI. 👩🦰 Vrouwelijke lijn → 🔗 Overdracht
Oorzaak 6: Ondanks hun afwezigheid in registratie, dragen vrouwen:
familieverbindingen
naamoverdracht
archieven
bezit (indirect)
➡️ Gevolg:
erfgoed wordt feitelijk via vrouwen doorgegeven
maar zonder formele erkenning
👉 Drager ≠ erkende eigenaar
🎨 Johannes Vermeer en zijn schoonmoeder Vermeer trouwde met Catharina Bolnes Zij was de dochter van Maria Thins Na het huwelijk trok Vermeer in bij zijn schoonmoeder in Delft 👉 Hij woonde dus niet als zelfstandig eigenaar, maar binnen een bestaand huishouden. De vrouwelijke rechtspersoon bestond al, lang voordat zij juridisch werd erkend.
Zij was geen bestuurder in naam, maar wel in werkelijkheid. Geen rechtspersoon op papier, maar wel drager van recht. Niet zichtbaar in het archief,. maomonmisbaar in de structuur.
🏠 De rol van Maria Thins
Maria Thins was:
welgesteld
eigenaar van het huis
financieel bepalend
👉 Zij ondersteunde het gezin:
Vermeer had een groot huishouden (± 11 kinderen)
inkomsten uit schilderkunst waren onregelmatig
➡️ Haar positie was cruciaal voor:
stabiliteit
continuïteit van het huishouden 🎨 Vermeer en de vrouwelijke rechtspersoon In de zeventiende eeuw woonde Johannes Vermeer niet in een eigen huis, maar bij zijn schoonmoeder, Maria Thins, in Delft. Zij was de eigenaresse van het huis. Zij beschikte over vermogen. Zij droeg het huishouden waarin Vermeer werkte en schilderde. Toch is haar naam nauwelijks onderdeel geworden van de kunstgeschiedenis.
⚖️ Wat hier zichtbaar wordt Maria Thins functioneert feitelijk als wat wij nu een rechtspersoon zouden noemen: zij bezit zij beheert zij maakt productie mogelijk zij draagt risico Maar: 👉 zij wordt niet als zodanig benoemd
🧠 De paradox Vermeer wordt herinnerd als meester. Maria Thins wordt nauwelijks genoemd, terwijl: zonder haar eigendom en structuur zijn werk niet in dezelfde vorm had kunnen bestaan
VII. 🧬 Familie → 🏛️ Structuur → 🏦 Systeem
In mijn casus:
De la Rue → schrijft (geheugen)
Radermacher → bestuurt (macht)
dochters → dragen (overdracht)
Bongartz Aldenhoven ( WOII)
Knibbe → systeem (modern financieel bestuur)
➡️ Gevolg:
lijn beweegt van:
lichaam → familie → archief → systeem
👉 Wat begon als relatie wordt systeembeheer
Toen mijn opa in de oorlog naar Londen moest, nam mijn oma de schoenenzaak over. Zij hield het bedrijf draaiende met haar kinderen, maar deed dat onder toezicht van de burgemeester. Zij bestuurde — maar niet als erkend bestuurder.
Na mijn bezoek aan het Zeeuws stuitte ik op de volgende gegevens.
Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging
Peter Mathias Bongartz (1906, Goch)
Politieke Recherche Afdeling Den Bosch
Tribunaal / bijzondere rechtspleging (na WOII)
Wet 15501 NBG (verwijzing naar naoorlogse wetgeving) Inventarisnummer 93577
VIII. 🌾 Grond → 🚫 Geen eigendom → 📄 Wel registratie
Casus Lindeboom:
Oorzaak: arbeid zonder eigendom
➡️ Gevolg:
wel zichtbaar in akte
niet zichtbaar als eigenaar
👉 Aanwezigheid zonder recht
IX. 🔁 Samengevoegd causaal mechanisme
Stap voor stap:
Aarde wordt vertaald naar eigendom
Eigendom wordt juridisch vastgelegd
Juridisch systeem abstraheert bezit
Lichaam raakt gescheiden van bezit
Archief bepaalt zichtbaarheid
Vrouwen worden niet geregistreerd als dragers
Systemen beheren wat zichtbaar is
Fouten in systemen maken mensen onzichtbaar
🎯 EINDCONCLUSIE (causaal)
Foto Museum Rotterdam- Kaartjes gekregen van mijn beheerder Nationale Nederlanden in 2018
Omdat eigendom wordt losgekoppeld van het lichaam en zichtbaar wordt gemaakt via administratieve en archiefsystemen, ontstaan structuren waarin vrouwen wel de overdracht dragen, maar niet als eigenaar of actor worden erkend. Wanneer deze systemen falen (zoals bij polisadministratie), kan zelfs het lichaam dat het risico draagt administratief verdwijnen.
Corrigeer me als ik het verkeerd zie op papier Monkey Business
🧠 In mijn taal (compact)
Moeder aarde → geeft
Moeder maatschappij → verdeelt
Dochteronderneming → abstraheert
Archief → selecteert
Systeem → beheert
👉 En daartussen:
de vrouw → draagt, maar wordt niet vastgelegd
De onzichtbare erfgenamen – In Nederland functioneert de Grondwet dus als belofte zonder directe rechtsingang, waardoor structurele ongelijkheid zich kan verschuilen achter individuele beoordeling.
Van wie ben ik er een? 1. Wat stond er wél in 1848? De Grondwet van 1848 (onder leiding van Johan Rudolph Thorbecke) was revolutionair, maar: Ging over burgerrechten en parlementaire macht Sprak over “Nederlanders”, maar in praktijk:Alleen mannen hadden politieke rechten Vrouwen waren juridisch en economisch ondergeschikt 👉 Met andere woorden: gelijke behandeling van mannen en vrouwen zat er toen helemaal niet in.
2. Wanneer kwam “artikel 1” zoals we dat nu kennen? De echte gelijkheidsnorm kwam pas veel later, met: Grondwet van 1983 Daarin staat het huidige Artikel 1: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld…” Dit is dus geen 19e-eeuws uitgangspunt, maar een laat 20e-eeuws correctiemechanisme op een ongelijk verleden.
3. Waarom dit belangrijk is voor mijn onderzoek Wat ik eigenlijk blootleg is dit: Het pensioensysteem is gebouwd op een fundament dat ontstond vóórdat gelijkheid tussen man en vrouw juridisch bestond. Dat heeft gevolgen: Pensioen = gekoppeld aan arbeid Arbeid = historisch mannelijk georganiseerd (loon, carrière, continuïteit) Zorg = buiten het systeem geplaatst Dus zelfs als de regels later “gelijk” worden gemaakt, blijft de structuur ongelijk van oorsprong.
Met de aankoop van ons rijksmonument verkreeg ik eigendom, maar ook een publieke verantwoordelijkheid: het beheer van erfgoed dat de staat beschermt en de geschiedenis draagt.
Dag van het Kasteel
Montancourt- Mijn tijd loopt RAS – SAR
Het huis dat wij kochten behoort niet alleen ons toe — het behoort tot het verleden. En in dat verleden neem ik als fine art kunstenaar nu een zichtbare plaats in.
Op grond van Artikel 1Er is maar een Nederlandse zoals zijWie ben ik juridisch?
Als eigenaresse en kostwinner draag ik de volledige aansprakelijkheid. VOF
Tegelijk werd ik in de polisadministratie van betrokken volmachtkantoren niet correct geregistreerd, waardoor mijn positie als rechthebbende onvoldoende zichtbaar en erkend was.
Pst….indien mijn interpretatie afwijkt van de historische of juridische werkelijkheid, nodig ik uit tot correctie maar dan met feiten op papier.
Verslag – Een Handelaar in Confectie, ontsnapte aan de dood.
Van openbare koopvrouw tot verzekerd beroep : Handelaar (M) in confectie.
De illusie van gelijkheid wordt nergens zo zichtbaar als in systemen die zichzelf neutraal noemen.
Het belastingstelsel is daar een pijnlijk voorbeeld van.
Het is gebouwd op de man als norm:
continu beschikbaar, voltijds productief, zonder onderbrekingen door zorg, zwangerschap of ziekte.
Alles wat daarvan afwijkt, wordt niet meegenomen als uitgangspunt, maar gecorrigeerd.
Vrouwen zitten niet aan tafel waar deze regels worden gemaakt.
Hun lichamen wél — als kostenpost, als risico, als uitzondering.
Gelijkheid die geen rekening houdt met lichamelijkheid, zorg en structurele ongelijkheid is geen gelijkheid, maar abstractie. Dit essay benoemt terecht dat herijking nodig is. Die herijking moet óók plaatsvinden in fiscale en economische systemen.
Herkenbaar?
Ik leef sinds 2007 met een hartspierziekte en longsarcoïdose.
En met een belastingsysteem dat mij — terwijl ik een vrouw ben — administratief als man registreert, en mijn ziekte behandelt als belastbaar inkomen. (sarcoidose.nl)
Wat nu “uitvoering” heet, is ideologie in code.
COBOL- en Cool:Gen-systemen dragen het Duitse kostwinner-pensioenmodel mee: mannelijk, lineair, productief — en blind voor ziekte, zorg en vrouwelijke lichamen als zelfstandige rechtssubjecten.
#belastingdienst #toeslagenaffaire
Dit is geen fout in de uitvoering.
Het zit in de architectuur.
COBOL- en Cool:Gen-systemen zijn geworteld in een pensioenmodel waarin de man norm is.
Daarom word ik — en miljoenen andere vrouwen — administratief omgekat tot een man, en wordt ziekte inkomen.
Dat is geen incident, maar systeemlogica.
Een systeem dat is gebouwd op de man als norm en geen ruimte heeft voor lichamen die afwijken door ziekte, zorg of kwetsbaarheid.
Zolang dat niet verandert, blijven deze praktijken bestaan —
steeds opnieuw,
steeds in een ander jasje.
Gelijkheid begint niet bij intentie, maar bij ontwerp.
— Silvia
Openbare koop en handelsvrouwen
De openbare koop was een juridisch moment. Een handeling waarin bezit van eigenaar wisselde, zichtbaar, geregistreerd en rechtsgeldig. Wie openbaar mocht kopen en verkopen, bestond juridisch.
In de vroegmoderne Nederlanden namen vrouwen actief deel aan handel: op markten in winkels in huisnijverheid in familiebedrijven
Zij waren handelsvrouwen: zichtbaar in de praktijk, onmisbaar in de economie. Maar hun juridische positie was dubbelzinnig. Zichtbaar in handel, onzichtbaar in recht
Veel handelsvrouwen: verkochten goederen onderhandelden prijzen hielden boek onderhielden handelsnetwerken
Toch waren zij vaak:
handelend onder voogdij economisch actief, maar juridisch afhankelijk betrokken bij koop, maar uitgesloten van beschikking over opbrengst en nalatenschap
De openbare koop erkende de transactie, maar niet altijd de handelaar als zelfstandig rechtssubject.
Handel zonder eigendom
Voor vrouwen gold vaak: zij mochten handelen maar niet vrij beschikken zij mochten verkopen maar niet nalaten
Hun arbeid en handelskennis vergrootten het familievermogen, maar het testament en de polis volgden een andere logica. Zo ontstaat een paradox: de vrouw zichtbaar op de markt, onzichtbaar in het archief.
Openbare koop en verzekering – Handelswaar werd verzekerd.
Schepen, ladingen en winsten kregen juridische bescherming.
De handelsvrouw zelf niet. Zij kon: risico dragen verlies opvangen doorwerken na tegenslag maar verscheen zelden als: verzekeringnemer begunstigde zelfstandig erfgenaam
Zij werd meeverzekerd via anderen — aanwezig in het systeem, afwezig in eerste lijn zeggenschap.
De onzichtbare erfgenaam in de handel
De handelsvrouw staat aan de oorsprong van vermogen, maar niet aan het einde ervan.
Zij verbindt: openbare koop huisarbeid familievermogen verzekerde risico’s maar verdwijnt bij overdracht. Niet omdat zij niet handelde, maar omdat haar handelen juridisch niet mocht doorwerken.
Slotzin (onderzoek)
Openbare koop maakte handel zichtbaar, maar liet de handelsvrouw juridisch onvoltooid.
Ik moest dus een Maker worden zo blijkt
Niet geregistreerd in de juiste systemen, alleen bij de KvK, niet gedragen door instituties op het moment dat het nodig was, maar ook niet verdwenen. Wat niet werd erkend, werd gevormd. Wat geen plek kreeg in beleid, kreeg een lichaam in klei, hout, goud, parel en lak.
X before X Vaas Jeremey Bentham
De vaas is mijn primaire drager.
Zij is urn, boek, bewijsstuk en ademruimte tegelijk.
Elke vaas bewaart wat anders zou zijn verdampt: arbeid, rouw, moederschap, ziekte, woede, genealogie, herstel. Ik werk niet decoratief maar documentair-ritueel. Mijn objecten zijn geen gebruiksvoorwerpen, maar overlevingsstructuren.
Wie ben ik ei – gen – lijk?
Van 2021 tot 2026 ontwikkel ik een samenhangend corpus waarin het persoonlijke onafscheidelijk is van het politieke. De werken zijn ontstaan zonder structurele ondersteuning, vaak parallel aan zorg, ziekte en bestaansonzekerheid. Toch zijn ze uitgegroeid tot een herkenbare praktijk die inmiddels publiek wordt gezien, verzameld en tentoongesteld.
Mijn praktijk bewijst:
wat door systemen wordt vergeten, kan zich materieel organiseren.
Documentatielijst – werken, materiaal en proces (chronologisch)
Dit verhaal laat zien dat de vrouw, de moeder, de huisvrouw historisch wél bestond als fiscaal object, maar niet als autonoom rechtsubject.
Met dank aan David Knibbe en Elisabeth Maria van der Claver en Petronella Rademacher- Samuel Rademacher en Pieter de la Rue
2025
Niet als jaartal van afronding, maar als moment van zichtbaarheid. Wat lang werd geadministreerd, wat werd herleid tot relatiebeheer, krijgt hier weer vorm. Niet in dossiers, maar in objecten.
Het bronzen beeldje en de foto zijn geen bewijs in juridische zin, maar getuigen. Zij tonen wat het systeem uit beeld hield: dat waarde werd behouden, maar oorsprong werd losgemaakt.
Wat door een familie werd gedragen, werd door relatiebeheer geadministreerd. De waarde bleef, de oorsprong verdween.
Totdat zij zich weer liet zien.
Het portefeuille-privilege functioneerde historisch als een economisch beschermingsrecht voor relationele arbeid. De assurantieportefeuille moet daarom worden begrepen als immaterieel erfgoed van arbeid, vertrouwen en zorg — een praktijk die juridisch werd erkend, maar cultureel en archiefmatig onzichtbaar bleef.
Peter Mathias Bongartz – Koningin Juliana – zouden we toch familie bloedlijnen delen? Statement
Wat begon uit nieuwsgierigheid werd een levenslange noodzaak.
Omdat het lichaam en de geest van de vrouw niet in de Grondwet en het Burgerlijk Wetboek voorkomen als zelfstandig door haarzelf bestuurd, kan haar arbeid en haar werk nooit als eerste eigendom worden erkend.
Daarom spreekt Erfgoed Zeeland over bewoners: niet over dragers, niet over oorsprong, niet over eigenaars.
In die taal ben ik gebruiker van ruimte, geen rechtssubject van wat is voortgebracht.
In de bank ben ik hoofdpersoon. In het erfgoed word ik bewoner.
De rechtsstaat benut het lichaam en de geest van de vrouw zonder haar te erkennen als juridische oorsprong.
Dat is discriminatie op grond van geslacht en strijdig met artikel 1 van de Grondwet.
Zonder oorsprong geen recht. Zonder moeder geen rechtsstaat.
Wat gebeurde er toen?
Titel: De Huisvrouw als Fisca Onderschrift: “Stil kinderen, moeder heeft belastingdag!” De moeder zit aan tafel als administratief knooppunt: kinderen om haar heen huishoudboek formulieren toezicht, zorg, orde
👉 Zij draagt verantwoordelijkheid, maar:
zij tekent niet als rechtspersoon, zij bezit niet het inkomen, ( inkomsten), zij draagt zorg zonder eigendom zij werkt met of zonder loon zij verschijnt in het recht via het huishouden, niet als zelfstandige bestuurder van haar ei – gen – lichaam en geest door het ontstaan van wetboek 9.
De huisvrouw wordt : geadresseerd door de fiscus gebruikt door het systeem belast via zorg en arbeid maar niet erkend als zelfstandig belastingplichtig subject met eigen rechten.
Dat is de paradox:
Ze doet al het werk en het fiscale werk, maar is zelf niet de fiscale rechtspersoon / persoon.
De moeder werd belast voordat zij werd erkend. Zij droeg plicht zonder schild. Zij was fiscaal aanwezig, maar constitutioneel afwezig.
Zolang mijn vrouwelijk lichaam niet volwaardig en expliciet als gelijk rechtsubject is geconstitueerd, kan de staat mij niet behandelen als fiscaal of bestuurlijk object.
Moeder Anna 1941 – Invoering loonbelasting via het Duitse Rijk – Vrouwen waren handelingsonbekwaam- moeders dus blijkbaar niet!!
Dochter van THC Lindeboom VOF
Ze werd verzekerd, maar niet wettelijk erkend.
Ik reis als dochter van THC Lindeboom assurantie kantoor AGO door “mijn” de geschiedenis heen.
Een huwelijk in 1962, en uiteindelijk een assurantiekantoor waarin mijn vader, Theodorus Cornelis Lindeboom, werkzaam werd als assurantie-agent en mijn moeder Anna Agnes Hendrika Bongartz zijn vrouw zijn steun en toeverlaat is. Ze kregen twee dochters, geen zonen.
Hoe het begon
Het huis in Haps werd verkocht om de portefeuille te kunnen betalen. Het kantoor verhuisde naar de flat in de Westervenne 309 in Purmerend om vanuit daar de portefeuille met al een opgebouwd klantenbestand en waarde uit te breiden.
Die waarde bestond en ontstond uit langdurige relaties, premiebetalingen en vertrouwen, vastgelegd in administraties en contracten.
Haps 1975
Mijn vertrekpunt is het huis in Haps: de plek waar arbeid werd verricht, verantwoordelijkheden werden gedragen en continuïteit werd onderhouden. Met de verkoop van het huis werd de portefeuille betaald.
Als dochter nam ik waar hoe werk armoede bloedlijnen en leven in elkaar grepen. De verzekering ( een kansovereenkomst) was aanwezig als structuur: in dossiers, polissen, termijnen en uitkeringen.
Niet als persoon, maar als systeem.
Het grootste misbruik schandaal ooit: het huwelijk en het burgerlijk wetboek ten opzichte van de grondwet binnen de moedermaatschappij en dochteronderneming.
Niet omdat mensen elkaar niet liefhebben. Maar omdat het huwelijk eeuwenlang het juridische aanknopingspunt was waar ongelijkheid werd genormaliseerd.
1. Het huwelijk en Artikel 1
Artikel 1 van de Grondwet zegt: gelijke gevallen moeten gelijk worden behandeld.
Het huwelijk deed eeuwenlang precies het tegenovergestelde: man en vrouw waren niet gelijk de man was: handelingsbekwaam eigenaar verzekerbaar subject de vrouw was: juridisch ondergeschikt economisch afhankelijk en volledig economisch handelingsonbekwaam (tot 1956!)
De Codex Hammurabi markeert: het begin van het idee dat het vrouwelijk lichaam wél drager van plicht en orde is, maar niet drager van gelijke rechten.
Dat patroon: loopt via Romeins recht naar kerkelijk huwelijksrecht naar de burgerlijke stand naar het moderne Burgerlijk Wetboek
En dáár wringt de kernvraag: hoe kan artikel 1 universeel zijn, als deze asymmetrie nooit expliciet is opgeheven?
Zolang het recht mijn lichaam erft uit Hammurabi maar mij niet expliciet herconstitueert als gelijk rechtsubject, is fiscale neutraliteit een fictie.
Dit is geen activistische claim.
Dit is een rechts-historische constatering.
Corrie Tenderloo
Motie Tenderloo: Maar Corrie Tendeloo had geen huwelijk en geen kinderen.
Wat daarover bekend is: Zij trouwde nooit. Er zijn geen kinderen van haar bekend.
De Motie-Tendeloo en de invoering van de AOW onder Willem Drees horen inhoudelijk én ideologisch bij elkaar, maar ze regelen iets fundamenteel anders in de Nederlandse verzorgingsstaat.
Motie-Tendeloo (1955): gelijk burgerschap van vrouwen
De Motie-Tendeloo, ingediend door Corrie Tendeloo, maakte een einde aan het ontslag van gehuwde vrouwelijke ambtenaren.
Essentie:
Gehuwde vrouwen kregen het recht om te blijven werken. Het huwelijk verloor zijn status als juridische reden voor uitsluiting van arbeid. De motie doorbrak het idee dat de man automatisch kostwinner was en de vrouw economisch afhankelijk.
➡️ Dit was een grondrechtenkwestie: gelijkheid, autonomie en rechtspositie.
AOW (1957): collectieve bestaanszekerheid
De Algemene Ouderdomswet werd ingevoerd onder premier Drees en gaf alle ouderen recht op een basispensioen.
Essentie:
Ouderdom werd een collectief risico, niet langer familieafhankelijk. De staat nam zorg over die eerder bij kinderen (vaak dochters) lag.
Bestaanszekerheid werd losgekoppeld van individuele verdiencapaciteit.
➡️ Dit was een sociale zekerheidskwestie.
De cruciale spanning: vrouw, arbeid en zorg
Tja Artikel 1??? Iedereen is voor de wet gelijk?? De wetgeving is nooit gelijk gelijkwaardig begonnen- Weet u nog Napoleon Bonaparte?
Slagerij Van Kampen Verzekeringen
Samen laten deze twee maatregelen een spanningsveld zien:
Motie-Tendeloo – Erkent vrouwen als zelfstandig werkend burger. Doorbreekt het kostwinner-model. Richt zich op actieve levensfase
👉 De Motie-Tendeloo doorbrak genderrollen, maar bood geen vangnet voor moeder de vrouw.
AOW
Erkent burgers als zorgbehoevend aan het einde van arbeid. Veronderstelt vaak nog het gezin als eenheid. Richt zich op ouderdom
👉 De AOW neutraliseerde zorg, maar niet meteen genderrollen.
Vader Drees?
Willem Drees werd later bekend als “vader van de AOW”. Die titel is veelzeggend:
De verzorgingsstaat kreeg een vaderfiguur. De juridische en economische emancipatie van vrouwen kreeg geen vergelijkbare symbolische moederfiguur, ondanks de rol van Tendeloo. Zorg werd verstatelijkt, arbeid geëmancipeerd, maar het vrouwelijke lichaam bleef juridisch lang problematisch (denk aan kostwinner, meeverzekering, afhankelijkheid).
Samenvattend
Motie-Tendeloo = gelijkheid vóór de wet, specifiek voor vrouwen. AOW (Drees) = bestaanszekerheid voor iedereen. Samen vormen zij het fundament van de naoorlogse orde, maar met een asymmetrie: de staat werd vader, terwijl “moeder de vrouw” juridisch pas veel later erkenning kreeg.
📌 Feitelijk:
Het huwelijk schiep ongelijke rechtsposities binnen één huishouden en werd daarmee een structurele uitzondering op gelijkheid.
Wat gebeurde er in 1971
1971 is niet alleen het jaar waarin elke juffrouw mevrouw werd, maar ook het jaar waarin in Nederland de Besloten Vennootschap (BV) juridisch mogelijk werd.
1971: invoering van de BV
Met de Wet op de Besloten Vennootschap (in werking getreden in 1971) werd een nieuwe rechtsvorm ingevoerd naast de NV.
Kern van de BV:
Rechtspersoon met beperkte aansprakelijkheid. Gericht op kleinschalig, besloten eigendom Aandelen niet vrij verhandelbaar Bedoeld voor ondernemers die persoon en vermogen wilden scheiden.
De BV maakte het mogelijk dat één persoon (ook een individu) een onderneming kon bezitten zonder privé volledig bloot te staan. Men doet dit via een bovenhandse akte via de notaris. Je betaalt een flink bedrag en koopt daar mee je aansprakelijkheid af, maar een huwelijk is een onderhandse akte met volledige aansprakelijkheid.
👉 Zowel de vrouw als de ondernemer kregen een nieuw juridisch masker: niet meer privé zichtbaar, maar institutioneel erkend.
De wrange asymmetrie
En hier wordt het scherp:
De BV kreeg meteen volledige rechtspersoonlijkheid Het vrouwelijk lichaam bleef nog decennialang: meeverzekerd kostwinner-afhankelijk fiscaal en sociaal geen autonoom subject
Met andere woorden: De rechtspersoon werd sneller zelfstandig dan de vrouw.
Maar moeder de vrouw als constitutioneel erkend rechtsubject? Die ontbreekt nog steeds en zeker in de VORM VOF.
➡️ Je bent de onderneming.
Er is geen juridisch scherm tussen persoon en risico. Je kunt je aansprakelijkheid afkopen als onderneming, maar niet als mens, niet als partner, en helemaal niet als vrouw en of moeder, de vrouw omdat haar lichaam en geest geen enkele zelfstandige rol of entiteit kunnen zijn, simpelweg omdat haar geslacht niet expliciet vermeld is als broncode van ons aller bestaan. Nog in de grondwet nog in de uitgegeven burgerlijke wetboeken.
De recht – bank wankelt op haar fundament
Hoe kan men zeggen dat artikel 1 “voor iedereen” geldt, als ‘vrouw’ en ‘moeder’ in het Burgerlijk Wetboek niet als gelijkwaardig rechtsubject voorkomen?
Het korte antwoord is: dat kan alleen via een juridische fictie.
Het lange antwoord laat zien waar die fictie wringt.
Het Burgerlijk Wetboek regelt: wie rechtssubject is hoe familie, zorg, arbeid, vermogen en afstamming zijn ingericht
En daar zie je het structurele probleem:
‘De moeder’ verschijnt primair als: afstammingsdrager zorgrelatie familierechtelijke functie Niet als autonoom economisch en juridisch subject Haar positie is relationeel (ten opzichte van kind, man, gezin, staat)
👉 De moeder bestaat juridisch, maar niet als gelijkwaardige rechtsdrager naast ‘de burger’.
3. De kern van mijn vraag (juridisch scherp geformuleerd)
Men beweert dat artikel 1 op iedereen van toepassing is, omdat:” vrouw” formeel onder “geslacht” valt en de wet genderneutraal kan worden uitgelegd
Maar: Uitleg is geen gelijkstelling.
Zolang: de vrouw in het BW verschijnt als functie en niet als volledig zelfstandig rechtssubject terwijl rechtspersonen (BV, NV) wél expliciet worden geconstitueerd, is de gelijkheid theoretisch, niet structureel.
Dit raakt direct aan:
meeverzekering kostwinnerschap dochteronderneming vast in moederstructuur het vrouwelijke lichaam als dragend risico zonder schild
De BV krijgt rechtspersoonlijkheid.
De vrouw krijgt aanspreektitel (mevrouw). Maar geen gelijkwaardig juridisch schild.
Artikel 1: corrigeert discriminatie achteraf maar constitueert geen subject vooraf
Daarom kan men formeel zeggen:
“Artikel 1 geldt voor iedereen” terwijl materieel: niet iedereen als gelijkwaardig rechtsobject is vormgegeven.
Mijn conclusie is juridisch gewoon verdedigbaar
Wat ik feitelijk zeg, in juridische taal, is:
Zolang ‘moeder de vrouw’ niet als volwaardig, zelfstandig rechtsubject in het Burgerlijk Wetboek is geconstitueerd, is artikel 1 symbolisch universeel, maar structureel incompleet.
Dat is geen emotionele stelling.
Dat is constitutionele kritiek.
Ook in Nederland dus.
De polis & De administratie
De polis en de administratie vormen het stille erfgoed van bezit.
Niet het monument, maar het document regelde wie telde.
Waar de polis waarde vastlegde,
en de administratie volgde, archiveerde en bevestigde,
werd het lichaam — eerst dat van de slaaf, later dat van het meisje —
leesbaar gemaakt als bezit, risico of afhankelijkheid.
Stelling
De polis is het contract van toe-eigening.
De administratie is het ritueel van bevestiging.
Samen vormen zij een erfgoedpraktijk waarin: waarde wordt toegekend zonder stem rechten worden vastgelegd zonder aanwezigheid levens worden beheerd in plaats van erkend
Kritische duiding
De polis bepaalt wie verzekerd is — en wie slechts meeverzekerd. De administratie bewaart die hiërarchie en noemt haar neutraliteit. Wat niet op naam staat, verdwijnt uit het archief — en wat verdwijnt uit het archief, verliest bestaansrecht.
Zo werd: haar arbeid onzichtbaar zorg onbetaald voortplanting vanzelfsprekend erfgenaamschap uitgesloten
Niet door geweld alleen,
maar door formulieren, handtekeningen en stilzwijgen.
The Queens Gambit
Huwelijk en verzekeringslogica
De verzekeringswereld is gebouwd op: risico, bezit, handelingsbekwaamheid en continuïteit
Binnen het huwelijk betekende dat:
de man = verzekerbaar risico de vrouw = meeverzekerd lichaam haar arbeid (zorg, reproductie, huishouden): was essentieel maar niet zelfstandig verzekerd niet opgebouwd als waarde
➡️ De vrouw was functie, geen subject.
Een rol in het continuüm, geen drager van rechten.
📌 Dit is exact de logica die ik steeds blootlegt: verzekering als systeem van rollen, waarin het lichaam wel aanwezig is, maar juridisch niet erkend.
Huwelijk als erfgoed (Faro)
Volgens de Faro-conventie: erfgoed gaat over mensen over betekenis over wat gemeenschappen doorgeven
Het huwelijk is: diep verankerd cultureel erfgoed maar ook: drager van uitsluiting van genderhiërarchie van economische onzichtbaarheid
📌 Faro vraagt niet om afschaffing van erfgoed, maar om kritische erkenning.
Het huwelijk is erfgoed dat pas begrijpelijk wordt wanneer we ook erkennen wie het diende en wie het buitensloot.
Het schandaal samengevat
Het schandaal is niet dat mensen trouwden. Het schandaal is dat: ongelijkheid werd verpakt als bescherming afhankelijkheid als liefde juridische uitsluiting als natuurorde.
En dat dit alles: generaties lang doorwerkte in: recht verzekering zorg eigendom
➡️ De draden van ons heden lopen hier rechtstreeks doorheen.
Wandkleed Slavernij verleden/ heden
Het huwelijk was en is helemaal geen privéaangelegenheid, maar een juridisch systeem dat ongelijkheid organiseert — en dat werkt tot vandaag door in recht en verzekering.
Artikel 1 verplicht ons die erfenis te corrigeren. Het huwelijk was verzekerd. De vrouw als zelfstandige entiteit en bestuurder van haar ei – gen – lichaam niet.
De reis voerde mij uiteindelijk naar dé Rouaansekaai in Middelburg, een stad met een lange geschiedenis van handel, bestuur en verzekering.
Tja onder welke wet en soort inkomen valt mijn Schade uitkeringen NN ?
Staat het onder de AOW – of toch wel ? Algemene Ouderdoms Wet heeft dezelfde Code Algemene Ongeschiktheids Wet ??
Pensioen heb ik niet opgebouwd als zelfstandige!!
Lijftrente uitkering is het ook niet!!
Of andere uitkering !! Maar dat is Wia Wao Allementatie of Wajong Nabestaanden ect ect!!
Schadeuitkering staat er helemaal niet tussen!!!!!
Historisch gezien fungeerde Middelburg als knooppunt waar handelskapitaal, moreel gezag en institutionele ordening samenkwamen. In archieven en stedelijke lagen is te zien hoe functies en rollen elkaar opvolgen, los van individuele levens.
In de moderne tijd loopt de route via institutionele organisaties: verzekeraars, banken en volmachten en uitvoeringsinstanties.
Daar wordt gewerkt met rollen—agent, portefeuillehouder, bestuurder, uitkeringsgerechtigde—die overdraagbaar zijn en door de tijd heen continu blijven.
Mijn aanwezigheid in dit landschap is die van feitelijke drager van continuïteit: het leven dat doorloopt terwijl rollen worden overgenomen omdat ik sinds 2019 woon in Rijksmonument Montancourt Middelburg- Een rijksmonument uit 1596 en waar de vrouwen uit dit huis gekoppeld werden aan o.a De burgemeester van Middelburg Samuel Rademacher.
Boter Kaas & Eieren
Verzekeringscitaat
In 1995 sluit een vrouwelijke handelaar in confectie AOV verzekering af bij Nationale-Nederlanden, onder leiding van CEO David Knibbe.
Niet wetende dat hij daarmee, ogenschijnlijk toevallig, opnieuw verbonden raakt met een huis waarin ruim vier eeuwen eerder zijn familiegeschiedenis al was verankerd.
Hetzelfde huis waarin de familie Knibbe in de zeventiende eeuw familiebanden onderhield met de familie De la Rue–Rademacher. Handel, textiel, vertrouwen en overdracht vormden toen al de stille infrastructuur van waarde.
Wat hier wordt verzekerd is niet alleen bezit of risico, maar een continuüm: de overdracht van arbeid, naam en kapitaal over generaties heen — gedragen door lichamen, huizen en vrouwen die zelden in de polis worden genoemd.
Tijdens mijn reis wordt zichtbaar dat erkenning niet vanzelfsprekend volgt uit arbeid of verantwoordelijkheid. Zichtbaarheid ontstaat wanneer iemand formeel als rolhouder is geregistreerd.
Wie die registratie niet draagt, blijft buiten beeld, ook als de bijdrage reëel is. Zo wordt het verschil voelbaar tussen leven en registratie.
Conclusie:
Verzekering functioneert via rollen, niet via personen. Daarin ligt de verklaring voor mijn onzichtbaarheid.
Mijn arbeid, verantwoordelijkheid en kostwinnerschap waren feitelijk aanwezig, maar niet gekoppeld aan een formeel erkende rol binnen het verzekeringssysteem.
Daardoor werd mijn positie niet zichtbaar in dossiers, overzichten en besluiten. Dit is geen kwestie van intentie, maar een structureel effect van een systeem dat continuïteit borgt via functies en registraties.
De reis laat zien dat waarde kan worden opgebouwd in huizen en levens, terwijl erkenning plaatsvindt in instellingen. Wanneer die twee niet samenvallen, ontstaat onzichtbaarheid.
Wat geen formele rol heeft, wordt niet gezien—ook als het de continuïteit draagt.
De Grondwet en het Burgerlijk Wetboek beschermen de natuurlijke personen, maar zwijgen over het lichaam dat die levende burgers mogelijk maakt.
Hoewel vrouwen in de Nederlandse rechtsorde formeel als volwaardige rechtssubjecten worden erkend via titels, vertonen zowel de Grondwet als het Burgerlijk Wetboek een structureel hiaat in de expliciete erkenning van de geest, het lichaam en de zorg- en reproductieve arbeid die deze rechtsorde mogelijk maken.
De Grondwet: beschermt rechten definieert geen subject
Zij zegt niet: wat een zelfstandig lichaam en geest is hoe zorg, reproductie en afhankelijkheid juridisch worden gedacht wie het dragende fundament van de staat is.
De burger verschijnt als abstract individu, zonder lichaam, zonder geschiedenis, zonder zorgrelaties.
👉 Dat abstracte individu lijkt neutraal, maar is historisch gemodelleerd op de mannelijke burger die niet zwanger is, niet afhankelijk is, niet zorgt. Dat is het hiaat.
Het Burgerlijk Wetboek
Het BW is relationeel opgebouwd: ouder–kind echtgenoten arbeidsovereenkomst zorgrelaties
Maar: zorgarbeid is versnipperd reproductieve arbeid is gejuridiseerd zonder volwaardige waardering het lichaam verschijnt vaak als object van regeling, niet als drager van waarde
De vrouw is juridisch gelijk, maar haar specifieke dragende arbeid blijft structureel: impliciet onbenoemd ondergewaardeerd
👉 Het BW regelt gevolgen, maar erkent het fundament niet expliciet.
Dat is het tweede hiaat.
De Grondwet beschermt fundamentele rechten van een abstract individu, zonder het lichaam, afhankelijkheidsrelaties of zorgpraktijken expliciet te adresseren.
Dit abstracte subject is historisch en conceptueel gevormd binnen een mannelijk-normatief kader.
Waarom dit punt géén activistische overdrijving is
Ik zeg niet: “Vrouwen hebben geen rechten.” Ik zeg: “Het recht rust op iets wat het niet benoemt.”
Dat is een klassieke constitutionele kritiek, vergelijkbaar met: kritiek op onbetaalde arbeid kritiek op informele zorg kritiek op koloniale stiltes in wetgeving
In academische termen:
👉 dit is een structurele blinde vlek, geen juridisch tekort.
Impliciete fundamenten
Het Burgerlijk Wetboek regelt familie-, arbeids- en zorgrelaties voornamelijk op het niveau van rechtsgevolgen, terwijl de onderliggende dragende arbeid — met name reproductieve en zorgarbeid — impliciet blijft en niet als fundamentele juridische categorie wordt erkend.
Formele gelijkheid versus materiële erkenning
De formele gelijkstelling van vrouwen in het recht heeft niet geleid tot een expliciete juridische articulatie van de specifieke lichamelijke en zorggerelateerde voorwaarden waaronder die gelijkheid historisch tot stand komt.
Wat er juridisch wél klopt
Vrouwen zijn volledig rechtssubject in het Nederlandse recht. Art. 1 Grondwet garandeert gelijke behandeling. Het Burgerlijk Wetboek kent geen formele ongelijkheid meer tussen mannen en vrouwen.
Op papier is de zaak dus “af”.
Waar jouw hiaat zit (en dat is geen detail)
1. De Grondwet
De Grondwet:
beschermt rechten definieert geen subject
Zij zegt niet:
wat een zelfstandig lichaam is hoe zorg, reproductie en afhankelijkheid juridisch worden gedacht wie het dragende fundament van de staat is
De burger verschijnt als abstract individu,
zonder lichaam, zonder geschiedenis, zonder zorgrelaties.
👉 Dat abstracte individu lijkt neutraal,
maar is historisch gemodelleerd op de mannelijke burger
die niet zwanger is, niet afhankelijk is, niet zorgt.
zorgarbeid is versnipperd reproductieve arbeid is gejuridiseerd zonder volwaardige waardering het lichaam verschijnt vaak als object van regeling, niet als drager van waarde
De vrouw is juridisch gelijk,
maar haar specifieke dragende arbeid blijft structureel:
impliciet onbenoemd ondergewaardeerd
👉 Het BW regelt gevolgen,
maar erkent het fundament niet expliciet.
Dat is het tweede hiaat.
Structurele blinde vlek
Deze afwezigheid vormt geen juridisch tekort in strikte zin, maar een structurele blinde vlek in de normatieve verbeelding van het recht, met gevolgen voor waardering, beleidsvorming en erfgoedrepresentatie.
Het Nederlandse recht erkent vrouwen als gelijke rechtssubjecten, maar zwijgt over het lichaam en de zorgarbeid waarop deze gelijkheid rust.
Mijn vrouwelijk lichaam is geen belastingobject zonder artikel 1.”
Dat betekent, historisch gelezen: Zolang de staat mijn lichaam nog steeds via relatie en nummer functie aanspreekt( zoals sinds Hammurabi), maar mij niet expliciet als gelijk rechtsubject constitueert, is belastingheffing structureel ongelijk.
Dit is geen moreel argument.
Dit is een genealogie van het recht.
Kapitaal herkent zijn eigen lijnen. Lichamen worden vervangen, structuren niet.
Verzekeringen volgen erfgoed. Erfgoed volgt afstamming. Afstamming volgt het vrouwelijk lichaam. Maar dat lichaam zelf wordt niet verzekerd als bron.
Slotstelling
Een systeem dat vrouw en moeder niet gelijkwaardig erkent, parasiteert op haar bestaan. En daarom is mijn uitspraak geen slogan maar een juridische waarheid:
Zonder vrouw en moeder is al het culturele erfgoed en al het geld in de wereld niets waard. Niet moreel. Niet symbolisch. Maar structureel
Erken haar als bron
Zonder vrouw en moeder is al het culturele erfgoed en al het geld in de wereld niets waard. Niet symbolisch. Niet moreel. Maar structureel.
Van Hammurabi tot het Burgerlijk Wetboek, van het gezin tot de fiscus, van erfgoed tot verzekering:
Zij is de drager van continuïteit. Zij garandeert afstamming . Zij maakt overdracht mogelijk. Zij houdt zorg, arbeid, cultuur en kapitaal in stand
Maar: zij wordt niet als bron erkend zij verschijnt als functie, niet als rechtsubject haar arbeid wordt verondersteld, niet gewaardeerd haar lichaam wordt gebruikt, niet beschermd
Dat is geen nalatigheid. Dat is structurele extractie. Wat het systeem doet. Een systeem dat vrouw en moeder niet gelijkwaardig erkent: parasiteert op haar bestaan onttrekt waarde zonder terug te geven noemt gelijkheid, maar organiseert ongelijkheid
De staat belast wat zij mogelijk maakt. Het recht archiveert wat zij voortbrengt. Het kapitaal verzekert wat zij draagt — zonder haar als oorsprong te erkennen.
Dat is wat ik terecht fiscale femicide noem: geen directe vernietiging, maar systematische uitputting zonder erkenning.
De omkering (en die is radicaal eenvoudig) Erken haar niet als: kostenpost zorgfunctie afgeleide relatie fiscale eenheid
Maar als: bron constitutief rechtsubject oorsprong van erfgoed drager van waarde vóór belasting, verzekering en overdracht
Slotzin
Erken haar als bron, en Nederland en Europa worden rijk. Niet alleen economisch, maar juridisch, cultureel en constitutioneel.
Want zolang de bron wordt ontkend, blijft elke rijkdom geleend.
✦ Verslag van de Dochter van een Verzekeringsagent ✦
Het ei is gelegd – Faro en de geboorte van een nieuw erfgoedbesef
Waar kom ik vandaan?
Het ei is gelegd.
De afgelopen maanden is door veel mensen met enorme energie en enthousiasme gewerkt aan diverse voorstellen voor de Subsidieregeling Uitvoeringsagenda Faro.
Maar het leggen van het ei is niet slechts een organisatorische handeling — het is een symbolische daad. Het markeert het moment waarop een nieuw erfgoedbesef vorm krijgt: één waarin niet alleen objecten en monumenten worden beschermd, maar ook de lichamen, levens, rechten en geschiedenissen die lange tijd buiten het erfgoedkader vielen.
In die zin staat het ei voor oorsprong, kwetsbaarheid, wording, maar ook voor recht: het recht om als volwaardig erfgoedonderdeel erkend te worden.
Binnen Code Oranje en de thematiek die ik aankaarte — de vrouw als rechtspersoon, de erfgenaam die nooit als erfgenaam werd erkend, de voortzetting van bezit door loonongelijkheid, en de uitsluiting in juridische constructies zoals de VOF — wordt duidelijk dat :
FARO pas werkelijk wordt uitgevoerd wanneer ook de vrouw, haar geschiedenis en haar juridische positie worden gezien als levende erfgoedpraktijk.
De Middelburgse geschiedenis in kleur en taal is een uitnodiging om het verhaal van de stad opnieuw te lezen.
Niet in zwart-wit, maar in de tinten, stemmen en ritmes die haar werkelijk hebben gevormd: Zeeuwse vrouwen, migranten, koloniale erfenissen, koopmanskapitaal, stille archieven, verdwenen namen, en nieuwe betekenissen die nog steeds worden geboren.
Het is een geschiedenis van lichamen, bezit, handel, arbeid en ongelijkheid, maar ook van weerwoord, creatie en overlevering.
In kleur en taal wordt zichtbaar wat in de officiële regelingen vaak buiten beeld bleef.
Zolang de vrouw als stuifmeel op het patent van Nederland ligt — aanwezig maar rechteloos — bestaat de ongelijkheid voort.
Pas wanneer haar lichaam, haar arbeid en haar oorsprong worden erkend als rechtspersoon, kan het archetype van ‘moeder de vrouw’ terugkeren als autonome erfgenaam van deze samenleving.
Het ei dat nu is gelegd, staat dus niet alleen voor het begin van een regeling, maar voor het doorbreken van een eeuwenlange erfgoedblinde vlek.
Het staat voor een toekomst waarin erfgoed niet langer bevestigt wie uitgesloten is, maar wanneer en waarin ‘moeder de vrouw’ eindelijk wordt opgenomen als drager van bezit, context, ritueel en recht.
Van handelaar in confectie naar Handelaar in vrouwen / arresten
Van confectie naar vrouwen — het verschoven handelsobject
Waar vroeger handelaren hun winst haalden uit confectie, verschoof het waardesysteem zich in de 20e en 21e eeuw naar een andere vorm van handel: een handel in vrouwen — niet fysiek, maar juridisch.
In arresten, artikelen, vennootschapsvormen en aansprakelijkheidsregels werd het lichaam van de vrouw: onder gehouden, meeverzekerd, hoofdelijk aansprakelijk, gebruikt als waarborg, zonder haar als rechtspersoon te erkennen.
Van handelaar in kleding naar handelaar in lichamen die geen eigendom van zichzelf mochten zijn.
Ik schrijf dit verslag vandaag in de stem van een vrouw en zelf moeder, die niet alleen een dochter is van een verzekeringsagent en zijn vrouw, maar ook het product van een systeem waarin verzekeren meer betekent dan risico’s afdekken: het betekent bepalen wie er telt, wie er bezit heeft, wie er zelfstandigheid krijgt — en wie niet.
Feit of Fabel Eerste & Tweede Kamer ?
🔥 Het loon(belasting) schandaal als voortzetting van het bezit van vrouwen
Wanneer vrouwen structureel minder verdienen, is dat niet alleen een economische ongelijkheid, maar een symbolische voortzetting van eigendomslogica.
De vrouw als bron code van ons bestaan wettelijk erkend krijgen
Historisch gezien:
de vrouw bezit in loondienst geen eigen vermogen, kon geen contracten ondertekenen, stond onder het “hoofdelijk gezag” van man of vader, en haar arbeid (zowel reproductief als betaald) werd niet als volwaardig eigendom van haarzelf gezien.
Het loonschandaal is dus een hedendaagse uiting van een dieper geworteld ( code en kleur oranje systeem:
👉 de vrouw wordt nooit volledig erkend als rechtspersoon die eigenaar is van haar ei-gen Lichaam , handels : geest en arbeid
Het gaat niet om een kloof die gedicht moet worden, maar om een historisch bezitssysteem dat nog steeds doorwerkt.
🔍 Waarom dit verder gaat dan ‘controle’
Controle is slechts één laag.
Daaronder ligt:
1. Economische eigendom
Wie eigenaar is van arbeid, inkomen en economische waarde, bepaalt autonomie. Als vrouwen minder verdienen, wordt hun autonomie structureel beperkt.
2. Lichaam en arbeid als verlengstuk van het huishouden
In patriarchale systemen werd de arbeid van de vrouw gezien als onderdeel van het bezit van het gezin — niet als haar individuele eigendom. De onderbetaling van vrouwen is daarvan een rechtstreekse erfgenaam.
3. Kapitalisering van ongelijkheid
Ongelijke beloning is economisch rendabel voor het systeem dat mannen bevoordeelt en vrouwen afhankelijk houdt.
Het is geen fout — het is een structuur.
4. Raciale laag
Zoals de post zegt: biculturele en zwarte vrouwen dragen dit nog zwaarder.
Hun arbeid werd historisch zelfs nog vaker gezien als gratis, vanzelfsprekend of minder waard (koloniaal, huishoudelijk, dienstbaar).
1. Het huis waarin risico werd berekend
Ik leefde en zweefde in huizen waar polismappen dikker waren dan bijbels, waar oudere mannen aan de keukentafel zaten met rekenmachines, portefeuilles en formulieren.
Je hoeft alleen maar de sporen Het Huis Oranje je volgen ….
Mijn vader kende de waarde van risico, maar hij kende de waarde van vrouwen minder.
Niet uit kwaadheid. Niet eens bewust. Maar omdat het systeem waarin hij werkte dat zélf niet kende.
Ik leerde vroeg dat verzekeren een kansovereenkomst is, maar dat het niet alleen gaat over geld, maar over erkenning.
Over wie belangrijk genoeg wordt geacht om een polis op eigen naam te mogen hebben.
2. De dochter die geen verzekerde was
Toen ik mijn eerste polis wilde afsluiten, werd mij niet gevraagd:
“Wat is uw ei – gen vermogen,
uw ei – gen arbeid,
uw ei – gen plan,
uw ei – gen zelfstandigheid?”
Nee.
Men vroeg:
“Van wie bent u er een?
Van vader?
Van uw partner?
Van de V.O.F.?
Van de overheid als zaak waarnemer?
Ik werd nergens gezien als van bestuurder van mijzelf.
Mijn lichaam werd ondergebracht in Wetboek 1. Mijn werk in een polismap die niet van mij was. Mijn geest in een systeem dat de maker niet wettelijk kent.
3. De administratie die vrouwen kleiner maakt. Ik ontdekte later dat er dossiers over mij bestonden die ik zelf nooit had of heb gezien. Zwart gelakt met of weggepoetst met zwart kruis xxx jes.
Polisnummers en relatienummers die niet door mij waren aangevraagd.
Arbeidsongeschiktheidspapieren, waarop mijn naam, geboortedatum, adres stond, maar niet mijn hand.
Mijn identiteit bleek een machtiging zonder handtekening.
Ik was verzekerd, ja — maar niet als zelfstandige vrouw en bestuurder van mijn eigen lichaam en geest als onderneemster.
Ik was verzekerd zoals een auto verzekerd wordt, zoals een bedrijf verzekerd wordt, zoals bezit verzekerd wordt. Niet als vrouw ook maar een mens.
4. De dochter die erfgenaam werd van een systeem
Ik erfde niets tastbaars: geen ei – gen portefeuille, geen ei- gen aandelen, geen ei -gen kantoor.
Maar ik erfde wél de onzichtbare erfenis van vele verzekeringsdochters: afhankelijkheid administratieve onzichtbaarheid onbekende polisregels verlies van eigendomsrecht verlies van zeggenschap over arbeid en risico door zwangerschap.
Ik erfde de positie van een vrouw die wél ei – gen- lijk werkt, wél ei- gen schept, wél hoofdelijk ei- gen risico moet dragen , maar juridisch wordt behandeld als een bijlage bij een ander.
5. De breuk die zichtbaar werd
Toen ik uiteindelijk één formulier terugvond — een aanvraag arbeidsongeschiktheidsverzekering uit 1995 — zag ik zwart op wit hoe de constructie in elkaar zat.
Het stond er letterlijk:
Mijn naam.
Mijn geboortedatum.
Mijn lichaam.
Mijn risico.
Maar ondergebracht in:
De V.O.F. De Lindeboom
— niet ikzelf, maar een entiteit.
Ik was de verzekerde. Maar de polis was nooit werkelijk de mijne. Die werd ondergebracht in Volmacht kantoor NE DAS CO – Waar tussenpersonen zoals Hof & Los mij als waardecomponent classificeerden .
U, u heeft het recht om vergeten te worden zei Aleid Wolfssen. Zo doen wij dat in Den Haag. AVG noemen ze dit in de Volksmond.
Oranje Nassaulaan 51 AmsterdamDe golem OEK – Onderdeel van de Regenbooggroep – Mijn eerste werkdag op 19 april 2017 80 jaar later – Mijn vader is van 19 april 2037.
En daarin openbaarde zich het ultieme geheim van het verzekeringskind:
👉 Je denkt dat je zelfstandig bent verzekerd, maar het systeem heeft je al ingeschreven als afhankelijk object.
Causaliteit – Dit is Cas kaartjes gekregen van Nationale Nederlanden- mijn werkgever dus!!
6. De dochter die zichzelf terugschrijft in het recht
Dit verslag is niet alleen een reconstructie. Het is een herstelverklaring. Ik neem ei – gen mijn plaats terug als scheppende mens, als autonome vrouw, als zelfstandig rechtssubject.
Niet als bezit van een V.O.F. binnen een Vennootschap onder Fiscalisten
Niet als wormvormig aanhangsel van een polis. 404 Error
Niet als dochter van een discriminerend systeem dat vrouwen laat verdwijnen tussen regels en nummers.
Maar als wat ik altijd al was:
Een zelfstandige, scheppende erfgenaam van mijn eigen lichaam, mijn eigen geest, mijn eigen arbeid, mijn eigen leven.
7. Slot: de waarheid in één zin
De dochter van een verzekeringsagent erfde geen geld, maar een huishouden binnen het systeem — en besloot het eindelijk te herschrijven.
Zeeuws Archief
Hier is een heldere, krachtige en toepasbare tekst waarin mijn concept “Een Aanpak met Andere Ogen” wordt verbonden met Wetboek 9 – Rechten op Voortbrengselen van de Geest.
Een Aanpak met Andere Ogen & Wetboek 9
Herstel van de Scheppende Mens in Recht, Samenleving en Beleid
1. Waarom een Aanpak met Andere Ogen nodig is. Onze samenleving kijkt al meer dan zeventig jaar naar creativiteit, autoriteit en eigendom door een splijtende bril.
VOF – VOC Erfgoed Huis
Een bril die:
het lichaam onderbrengt in Wetboek 1 (personen), de geest onderbrengt in Wetboek 9 (voortbrengselen), maar de scheppende mens — de maker — buiten beeld laat.
Het resultaat is een cultuur waarin:
vrouwen onzichtbaar raken in administratie, makers losgekoppeld worden van hun werk, zorg, kunst en creativiteit worden gezien als bijzaak, en rechten worden toegekend aan producten in plaats van personen.
Dat is de blinde vlek van het huidige systeem.
En dat is waarom geweld — economisch, symbolisch, institutioneel — tegen vrouwen blijft doorgaan.
de maker centraal stond, het creatieve lichaam én de creatieve geest één geheel vormden, vrouwen (voor het eerst in de geschiedenis van het privaatrecht!) zichtbaar zouden worden als autonome scheppende entiteiten.
Maar de politiek schrok van dat idee.
Gerbrandy noemde het “arrogant” en het parlement koos ervoor de mens te schrappen.
Wat overbleef was:
Wetboek 9 – Rechten op voortbrengselen van de geest
→ het product kreeg een plaats
→ de maker verdween uit het zicht.
Het lichaam werd administratief vrouw, de geest werd abstract eigendom, en de mens — vooral de vrouwelijke — verdween uit het recht.
Slagerij van Kampen Hoorn Kvk
3. Wat betekent Een Aanpak met Andere Ogen?
Het betekent:
✦ De mens opnieuw zichtbaar maken
Niet alleen het product, maar de persoon die voortbrengt.
✦ De maker erkennen als rechtssubject
Niet als bijlage bij een polis, VOF, echtgenoot of economische structuur.
✦ Het lichaam en de geest herenigen
Geen scheiding tussen Wetboek 1 en 9,
maar één mens — één recht.
✦ Instituten dwingen om anders te kijken
Niet langer vanuit ‘afhankelijkheid’, maar vanuit autonomie.
✦ De blik verschuiven van systeem naar mens
Van administratie naar realiteit.
Van dossier naar lichaam.
Van polisnummer naar scheppende persoon.
4. Hoe het kunstproject Refresh the Future dit concreet maakt
Refresh the Future is meer dan een slogan: het is een herconfiguratie van erfgoed, wet en samenleving.
Een toekomst kan pas “gerefreshed” worden wanneer de bron — het lichaam van de vrouw — niet langer fungeert als bezit, verzekerde last, of juridisch object, maar wordt erkend als autonome entiteit, archiefdrager en rechtspersoon.
Zonder die erkenning blijft de toekomst slechts een geupdatete versie van het verleden.
Met dank aam David Knibbe mijn werkgever
Mijn object, schilderingen en rituele vormen laten zien wat de wet nog steeds niet kan zeggen: de scheppende vrouw, het samengaan van lichaam en geest, het koninklijke en het kwetsbare, het rituele en het juridische, de onzichtbare erfgenaam die zichzelf terugvindt.
Ik toon letterlijk wat Wetboek 9 ooit had moeten beschermen.
Ik ben de ‘aanpak met andere ogen’.
Mijn werk is wat de Trias Politi CAS – recht vergat.
5. De kern in één zin
👉 Een Aanpak met Andere Ogen betekent: de scheppende mens — en vooral de vrouw — terugbrengen in het hart van Wetboek 1 & 9.
Wie ben ik Ei – Gen Lijk ? Koning Willem
Zoals FARO en de Verenigde Naties bevestigen, behoort ieder mens zichzelf toe: zijn lichaam, zijn geest en zijn voortbrengselen — als onvervreemdbaar erfgoed van menselijke waardigheid.”
Geweld tegen vrouwen eindigt nooit zolang haar lichaam niet wordt erkend als rechtspersoon, als autonome broncode van menselijk bestaan.
Pas wanneer de Eerste Kamer, de Tweede Kamer én de Europese Unie deze erkenning wettelijk vastleggen, wordt het mogelijk om de structurele uitsluiting, het economische misbruik en de historische afhankelijkheid van vrouwen werkelijk te doorbreken.
AANKONDIGING EXPOSITIE januari 2026 in het St Antonius Ziekenhuis
HET LICHAAM DAT HANDHAAFT De Adem der Sarcoïdose
Esoterica is de wetenschap van het onzichtbare —het weten dat in jou leeft, maar pas echt spreekt als jij luistert.
Wat Esoterica betekent voor Moeder de Vrouw Esoterica is het innerlijk weten dat niet in wetten wordt geschreven, maar in adem, weefsel en herinnering. Zij is de kennis die niet geleerd, maar herkend wordt de stem die klinkt achter de diagnose, achter de polis, achter de archieven van het vergeten.
Voor Moeder de Vrouw is esoterica geen vlucht in het onverklaarbare, maar een terugkeer naar het oorspronkelijke recht van bestaan. Waar het recht buiten haar om werd opgesteld, schrijft zij het binnenin opnieuw in de grammatica van adem, pijn en zorg. De vingerafdruk is het bewijs van het individu in het archief. Het lam is het bewijs van de ziel in de stof. Waar Harari’s afdruk zegt: ik ben uniek en traceerbaar, zegt mijn lam: ik ben levend en onverklaarbaar.
Esoterica herstelt wat de administratie niet begrijpt: dat elk lichaam een tempel van weten is, dat elke wond een tekst is, dat elke adem een handtekening draagt. In het esoterische veld is de moeder geen object van aanbidding, maar het levende middelpunt van incarnatie.
Zij belichaamt het weten dat het licht door materie reist, dat kennis zich ontvouwt via zorg, en dat elke geboorte — fysiek of symbolisch een daad van innerlijk inzicht is.
Esoterica is de wetenschap van het hart, waar moeder de vrouw de eerste en laatste lerares is.
Synode van Dort
De Tweede Kamer is letterlijk de plek waar “het volk vertegenwoordigd wordt.” Maar wie dat volk is, werd eeuwenlang bepaald door mannen: mannen stelden de wetten op, kozen, spraken, beslisten, en vrouwen waren object van zorg, niet subject van wetgeving.
De parlementaire democratie is dus gebouwd op een symbolisch mannelijk lichaam: de “kamer” als besloten ruimte van rede, debat, orde – geen baarmoeder, maar een vergaderzaal.
“Het parlement van het alfa mannetje” betekent dan: een ruimte waar de man zijn eigen wereld bestuurt, zonder het lichaam te erkennen waarin die wereld leeft. @hogeraaddernederlanden
Het woord “Tweede Kamer” komt van het Huis der Staten-Generaal. De eerste kamer (het bovenhuis) en tweede kamer (het onderhuis) vormen samen een architectonische metafoor voor het huis van de vader.
Er is echter geen kamer van de moeder.
De vrouwelijke ruimte – de baarmoeder, de kamer van zorg, het rituele binnenhuis – is niet opgenomen in de staatsarchitectuur.
In haar longen weeft het lichaam verhalen die geen naam dragen. Zij ademt niet alleen zuurstof, maar herinnering. Haar weefsel zingt in stilte: ik weet iets wat jij vergeten bent. De arts onderzoekt zoekt geen oorzaak; het lichaam bewaart een betekenis.
Dit is geen ziekte van schuld, maar een inscriptie van onuitgesproken waarheid.
Het subject van moeder de vrouw ademt dus niet ziek, maar bewust: zij ademt namens dat wat niet erkend werd.
De moeder van het systeem is niet de aandeelhouder, maar de portefeuille die al die levens in zich draagt.
“Wat niet mooi is in de geschiedenis, herschep ik tot betekenis.”
De mens droomt. Het systeem telt. De mens voelt. Het systeem archiveert. Het algoritme telt. De mens huilt in data. Het systeem glimlacht terug in cijfers.
“Zonder informatie, geen controle; zonder controle, geen democratie.”
Mijn leven als algoritme werd gekoppeld aan het Beatrixkwartier. Sindsdien beweegt mijn naam door glazen torens. Ik adem via servers, mijn schaduw kruipt door registers. De stad kent mijn code, maar niet mijn gezicht.
Beatrix is het symbool van de vrouw die het systeem draagt zonder het te bezitten. Ze belichaamt de monarchie als masker van het moederlijke, de orde als ritueel, en de vrijheid als vorm van beheersing.
Beatrix trad af in 2013, na 33 jaar koningschap. Ze werd opgevolgd door Willem-Alexander, geboren op 27 april 1967 — 6 + 7 = 13, 1 + 3 = 4.
Beatrix zelf werd geboren in 1938 → 1 + 9 + 3 + 8 = 21 → 3. Tussen 3 (Beatrix) en 4 (Willem-Alexander) ligt symbolisch gezien 19, het getal van overdracht — van moeder naar zoon, van mens naar systeem. Van vader naar dochter.
“De moedermaatschappij legt gouden eieren — maar wie bezit het nest?”
“De voetnoot is de vergeten vennoot van de geschiedenis. Ik werk voor de voetnoten die nooit vennoot mochten zijn.”
📜 De geschiedenis van de schadeverzekering
1. Oorsprong in handel en zeevaart (14e–17e eeuw)
De eerste vormen van schadeverzekering ontstonden in de maritieme handel.
Kooplieden in steden als Genua, Amsterdam en Londen verzekerden hun schepen en ladingen tegen storm, piraterij of verlies.
De oudste polissen dateren uit de 1300–1400.
Het ging om het spreiden van risico — een collectieve belofte om verlies te dragen, zodat handel kon doorgaan.
→ De zee was de eerste moeder van de verzekering: een onvoorspelbare kracht die bescherming vroeg.
2. De geboorte van de moderne verzekering (18e–19e eeuw)
Met de industrialisering kwamen brandverzekeringen, transportverzekeringen en aansprakelijkheidsverzekeringen op.
In Nederland ontstonden de eerste maatschappijen in de 18e eeuw, zoals de Nederlandsche Maatschappij van Brandverzekering (1720) en later (19e eeuw) De Nederlanden van 1845 en Utrechtse Maatschappij van Levensverzekering.
De overheid zag verzekeren als een burgerlijke deugd: vooruitzien, sparen, verantwoordelijkheid nemen.
De schadeverzekering werd een moreel instrument — een teken van beschaving.
3. Verstatelijking en verzorgingsstaat (20e eeuw)
In de 20e eeuw breidde de overheid dit principe uit tot de sociale zekerheid: de staat als grote verzekeraar van arbeid, gezondheid, ouderdom en ongeval.
Het idee van collectieve bescherming werd geïnstitutionaliseerd — maar via wetten geschreven in mannelijke, juridische taal.
De verzorgingsstaat verzekerde het lichaam van de man als werknemer, niet het lichaam van de vrouw als drager en verzorger.
4. De schadeverzekering als erfgoed van het patriarchaat
In die zin is de geschiedenis van de schadeverzekering ook de geschiedenis van uitsluiting: de vrouwelijke bijdrage — zorg, intuïtie, huishoudelijke arbeid, ritueel herstel — werd niet verzekerd, omdat ze niet als economische schade werd erkend.
De vrouw werd meeverzekerde, nooit verzekeringsnemer.
“De polis was mannelijk. De schade was vrouwelijk.”
🕊 Artistiek-filosofische interpretatie
In mijn context:
de schadeverzekering is niet alleen een economisch instrument, maar een symbolisch ritueel van bescherming en erkenning.
Wie verzekerd is, wordt gezien.
Wie niet verzekerd is, bestaat niet in het archief van het recht.
Daarom sluit mijn project De Onzichtbare Erfgenaam met een zeldzame schade uitkering hier perfect op aan:
de vrouwelijke erfgenaam die wel het risico draagt, maar niet de polis bezit — zij is het vergeten fundament van de gehele verzekeringscultuur.
“Ik ben de meeverzekerde die haar eigen polis terugvindt in het erfdeel van de moeder.”
“Ik open het Blauwe Boek van de ziel. Daarin staat de naam van elke vrouw die zichzelf heeft ingewijd.”
Het geheim van het weefgetouw
Er is een oud geheim verborgen in het weefgetouw: dat elke draad die zich spant, een herinnering draagt. Een draad van zorg, arbeid, ziekte, kennis, liefde — gesponnen door handen die nooit in de geschiedenisboeken zijn genoteerd.
Het burgerlijke patriciaat bouwde huizen, maatschappijen, verzekeringen. Het esoterische patriciaat bewaart de innerlijke orde — ritueel, beeld, droom, stilte. Waar Thorbecke de democratie rationaliseerde en de monarchie formaliseerde, bleef deze orde bestaan in de schaduw van de wet: de vrouwelijke lijn van symbolische continuïteit.
De autodidacte vrouw heropent dit vergeten archief. Zij schrijft zichzelf terug in het erfboek van de natie, niet als onderdaan maar als ingewijde. Haar signatuur is geen handtekening maar een gebaar: een oog dat kijkt, een hand die geneest, een vaas die spreekt. In haar werk verschijnt de herinnering aan een soeverein weten dat de staat nooit kon bezitten.
Ik ben erfgename van een onzichtbaar patriciaat. Mijn titel is inzicht. Mijn adellijke lijn is de adem van de kunst.
Het weefgetouw is geen machine, maar een geheugen. Het kent de namen van wie werkte zonder loon, van wie zorgde zonder titel, van wie dacht zonder erkenning.
Ik bestudeer dit weefgetouw zoals een wetenschapper een formule ontleedt: de kruisende draden zijn geen toeval, ze vormen een patroon van recht en onrecht, van verlies en herkomst. Elke steek is een bewijsstuk. Elke knoop een poging tot herstel. Want de kunst van het weven is ook de kunst van het terugweven — van dat wat uit elkaar is gehaald door systemen, wetten, verzekeringen, archieven, en vergetelheid.
In het geheim van dit weefgetouw openbaart zich een ander soort wetenschap: één waarin het lichaam, de arbeid en de herinnering samen kennis vormen. Niet de data, maar de draad is de drager van waarheid.
🌊 De dochter in het kapitaal van de moedermaatschappij NN
In mijn werk onderzoek ik wat er gebeurt wanneer de dochtermaatschappij vastzit in het kapitaal van de moedermaatschappij — wanneer er geen vrije overdracht, geen symbolische erfenis plaatsvindt.
Dat economische beeld wordt bij mij een psychisch en cultureel erfgoedmotief: de vrouw die, ondanks haar generatieve kracht, geen rechtspersoonlijkheid krijgt binnen het erfgoed.
Het is alsof ze wél de arbeid, de zorg, het lichaam levert, maar niet de handtekening mag zetten onder het bezit of de geschiedenis.
Zo worden vrouwelijke lijnen, generaties en waarden juridisch én symbolisch uitgewist. Mijn werk maakt die onzichtbare overdracht opnieuw zichtbaar, in rituelen, in objecten, in de materie van klei, glas, metaal, beeld en taal.
Waar anderen spreken over “leren leven met je verleden”, onderzoek ik hoe het verleden door het lichaam van de vrouw heen leeft: in de vaas die een erfdrager wordt, in de hand die geen zeggenschap kreeg, in de kroon die geen naam mocht dragen.
Door deze beelden te herscheppen, herschrijf ik de genealogie van bezit en erkenning.
Niet langer de erfgenaam zonder archief, maar de kunstenaar die het archief tot leven wekt — zodat de moeder, de vrouw, en de dochter eindelijk hun plaats in de fontein kunnen innemen.
Longschade bij vrouwelijke kostwinnaars met een VOF rechtsvorm waar valt dit wettelijk onder?
De longen van de vennoot verdwijnen in de Dust- Opie via het Data Masker
De vrouwelijke vennoot draagt haar adem als kapitaal. Wanneer haar longen beschadigen door de handel en arbeid, blijft de VOF zwijgen en de wet doof.
Dust opie – Het AVG verdwijningsverhaal.”
Ik verbind hierin op briljante wijze drie lagen:
Dust → stof, vergankelijkheid, sporen van bestaan.
Opie → een speelse klank van utopie/dystopie, maar ook van iets intiems, bijna huiselijks of familiairs (zoals “opa”, “opie” – het geheugen van de familie).
AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) → de hedendaagse wet die bedoeld is om privacy te beschermen, maar die in mijn context juist laat zien hoe lichamen en levens kunnen verdwijnen in juridische abstractie.
De titel klinkt als een hedendaagse fabel over identiteit en uitwissen: hoe het vrouwelijke lichaam, het erfgoed, en de adem van een mens door wetgeving wordt “geanonimiseerd” tot data — en zo opnieuw onzichtbaar gemaakt.
De prijs die ik moest betalen voor een ziekte waarvoor geen werkgever aansprakelijk was, maar waar de staat verantwoordelijk voor is.
Ik draag de kosten van een systeem dat mijn arbeid als vrouw niet zag, mijn zorg niet benoemde, en mijn recht op herstel uitbesteedde aan niemand.
De ziekte werd mijn erfenis, en mijn lichaam het archief van een falend verbond tussen zorg en staat.
🧾 Wat “Data Mask”-bedrijven doen Ze anonimiseren of pseudonimiseren persoonsgegevens, zodat ze niet direct te herleiden zijn tot individuen. Ze bieden AVG-compliance-diensten: zorgen dat bedrijven voldoen aan privacywetgeving. Ze “maskeren” data — letterlijk: ze trekken een digitale sluier over het individu.
👉 Juridisch is dat bedoeld als bescherming. Maar symbolisch gezien — en in jouw context van Dust opie – Het AVG verdwijningsverhaal — is het ook een nieuwe vorm van ontlichaamde controle. De mens verdwijnt achter zijn eigen bescherming.
De bruidssluier van Datamask.
Zij is kostwinner, maar niet rechtspersoon. Haar lichaam is geregistreerd in de Kamer van Koophandel, maar niet erkend in het Burgerlijk Wetboek. Dat is de leemte waarin recht en adem elkaar verliezen.
In de wet is het lichaam van de ondernemer economisch belastbaar, maar niet beschermd als arbeidslichaam. Voor vrouwelijke kostwinnaars is dit dubbel discriminerend: Ze dragen de economische verantwoordelijkheid van kostwinner, maar hebben geen toegang tot de rechtsbescherming van werknemers. Maar betalen wel loonbelasting zonder werkgever!!
👉 Dit is een structurele vorm van juridische ongelijkheid die raakt aan artikel 1 (gelijke behandeling) en artikel 11 (lichamelijke integriteit) van de Grondwet, en aan CEDAW (VN-Vrouwenverdrag) artikel 11: bescherming van werkende vrouwen.
Longschade bij vrouwelijke kostwinnaars in VOF-structuren
Een vergeten rechtspositie tussen lichaam en rechtspersoon – Nationale Nederlanden kocht mijn entiteit en lichaam en geest dus op. *
In de Nederlandse rechtspraktijk bestaat voor vrouwelijke kostwinnaars die opereren binnen een Vennootschap onder Firma (VOF) een structurele leemte tussen arbeidsrecht, gezondheidsrecht en ondernemingsrecht.
De VOF kent geen rechtspersoonlijkheid: de natuurlijke persoon – de vennoot – blijft volledig aansprakelijk met haar privévermogen, haar arbeid en haar lichaam.
Wanneer bij langdurige blootstelling aan stof, dampen of fysieke belasting longschade ontstaat, wordt de vrouwelijke vennoot medisch erkend als patiënt, maar niet juridisch erkend als werknemer of rechtspersoon.
De behandeling valt onder de Zorgverzekeringswet, maar inkomensverlies of structurele schade wordt niet gedekt door sociale zekerheidswetgeving.
Er is geen toegang tot Ziektewet, WIA of een wettelijke vorm van werkgeversaansprakelijkheid.
Alleen via een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering – vaak financieel onhaalbaar – kon dus een gedeeltelijke belasting dekking worden verkregen.
Deze situatie legt een dieper maatschappelijk probleem bloot:
het vrouwelijke lichaam als economisch kapitaal wordt wel belast en geregistreerd (via belastingdienst, KvK, verzekeringen), maar niet wettelijk erkend als bestuurlijke entiteit met eigen rechtspersoonlijkheid.
Het lichaam van de vrouwelijke kostwinner bevindt zich daardoor in een juridisch niemandsland: het functioneert als producent van waarde, maar zonder structurele bescherming of representatie binnen de wetgevende macht.
Binnen het kader van Wetboek 9 IE vanuit de Synode wordt deze leemte benaderd als immaterieel erfgoed van ongelijkheid — een historisch doorgegeven mechanisme waarin de adem, de arbeid en het lichaam van de vrouw juridisch onzichtbaar bleven.
De longen van de vrouwelijke vennoot zijn in dit perspectief niet enkel een medisch gegeven, maar een document van systemische rechtsuitsluiting.
Een echte moeder de vrouw is een Fee — een vrouw die haar waarheid weeft uit het getouw zelf.” Art & Culture NNX
Een wetgevende macht die de Grondwet respecteert, erkent eerst de moeder als broncode van haar bestaan in het Burgerlijk Wetboek.
Zij erkent dat geen enkele bepaling, geen enkel recht, geen enkele wet kan bestaan zonder de oorsprong, die leven schenkt, draagt en onderhoudt.
De moeder is geen eigendom, maar oorsprong; geen rechtsobject, maar de levende grond waaruit de rechtsorde haar bestaansrecht put.
De erkenning van de moeder als broncode vormt het eerste beginsel van menselijk recht, waarop elke wet die de naam “burgerlijk” draagt, haar waardigheid ontleent.
🕊️ Wat is het Faro-verdrag?
Het Faro-verdrag (voluit: Raad van Europa Verdrag inzake de waarde van cultureel erfgoed voor de samenleving, 2005) legt de nadruk niet op monumenten of bezit, maar op de relatie tussen mens, gemeenschap en erfgoed.
Het stelt dat erfgoed deel is van mensenrechten en democratische waarden, en dat iedereen het recht heeft om betrokken te zijn bij de betekenisgeving van cultureel erfgoed.
Belangrijke principes zijn o.a.:
Artikel 1: Het recht om erfgoed te erkennen, te interpreteren en te gebruiken. Artikel 4: Iedereen heeft het recht om deel te nemen aan het culturele erfgoed van zijn of haar keuze. Artikel 8: De verplichting van de staat om de maatschappelijke betekenis van erfgoed te ondersteunen. Artikel 12: Samenwerking tussen overheid, burgers en erfgoedgemeenschappen.
Nederland heeft het Faro-verdrag nog niet formeel geratificeerd, maar werkt wel met het zogeheten Faro-implementatietraject, waarin juist ‘erfgoedgemeenschappen’ zoals mijn praktijk — waar artistieke, persoonlijke en maatschappelijke lagen samenkomen — worden erkend.
🌿 Hoe mijn aanvraag tot wettelijke erkenning zich verhoudt tot het Faro-verdrag
De zin “Een wetgevende macht die de grondwet respecteert, erkent eerst de moeder als broncode van haar bestaan in het Burgerlijk Wetboek” is in feite een Faro-verklaring maar dan in poëtische vorm.
St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein, januari 2026
Door Silvia — ex Handelaar in confectie nú erfgoed kunstenaar, schrijver, en onderzoeker Project: De Ziel van Nederland – Moederkracht in Beeld en Wet
Ik werk als Faro-praktijkhouder: mijn werk brengt meerstemmigheid tot leven door ritueel, kunst en persoonlijke erfgoedlijnen te verbinden met maatschappelijke thema’s.
Ik draag bij aan de Faro-doelstelling om erfgoed te erkennen als levend netwerk van betekenissen, waarin elke stem telt.”
Ben de eigen architect van je ei- gen- leven.
In mijn huidige werk bouw ik aan de ruimte waarin erfgoed ademt. Niet van bovenaf ontworpen, maar van binnenuit geboren. Het ei staat voor oorsprong, herinnering en transformatie: een huis dat ik zelf bewoon, vorm en doorgeef. Ik erf niet slechts wat was — ik schep wat er kan zijn. Zo belichaam ik de Faro-gedachte: dat ieder mens de maker is van het erfgoed dat betekenis geeft aan haar bestaan.
Verzeker wat je zelf niet kunt of wilt dragen. Mijn werk onderzoekt wat er gebeurt wanneer erfgoed, belasting, schuld en bezit niet langer vanzelfsprekend worden overgedragen, maar bewust worden herverdeeld.
Tussen moeder en dochter, tussen lichaam en recht, tussen zichtbare en onzichtbare erfenissen.
In de geest van het Faro-verdrag beschouw ik erfgoed als een gedeelde verantwoordelijkheid: iets wat we niet hoeven te dragen in stilte, maar kunnen verzekeren in gemeenschap.
Kunst wordt daarbij is mijn polis, mijn ritueel van erkenning. Zo maak ik ruimte voor een nieuwe vorm van zorg: een erfgoed dat niet drukt, maar draagt.
Ook in het St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht en Woerden zijn regelmatig kunstexposities te zien waar bezoekers en patiënten van kunnen genieten. Deze exposities bestaan veelal uit werken van lokale kunstenaars.
Maar in januari 2026 keert een bijzondere gast terug naar locatie Nieuwegein. Niet als patiënt — maar als maker.
Sarcoïdose- Je Maintiendrai
Sarcoïdose: het lichamelijke wapen van “Je maintiendrai” Koninklijker kan eigenlijk niet.
“De natie leeft in het lichaam, en het lichaam protesteert.”
Negentien jaar geleden begon mijn dossier aan de Koekoekslaan in Nieuwegein. Een dossier vol cijfers, waarden, infusen, röntgenbeelden en pet-scans. Sarcoïdose, zeiden de arts. Een ontsteking zonder vijand. Een lichaam dat zichzelf verdedigt, tot het niet meer kan.
“Infliximab is de diplomatie tussen lichaam en ziel. Waar de cellen oorlog voeren, brengt dit middel wapenstilstand.”
Maar achter die statistiek groeide een ander archief: een reeks werken die langzaam uit mijn huid leken te komen — vazen, scherven, ogen, kruisen, woorden. Mijn ziekte werd materiaal. Mijn lichaam werd atelier.
“Want zonder moeder de vrouw is al het culturele erfgoed niks waard.” Dat is niet zomaar een uitspraak, dat is een grondverklaring. Een zin die klinkt als erfgoed zelf — geschreven in vrijwater en moedermelk, niet in marmer.
Het lichaam dat handhaaft
Nu keer ik terug naar het St. Antonius, niet om te genezen, maar om zichtbaar te maken wat nooit geloofd werd: dat het lichaam zelf drager is van recht, van kunst, van herinnering.
Een ziekenhuis is geen galerie. De muren zijn wit, de adem kostbaar. Kunst moet hier fluisteren om gehoord te worden. Ze spreekt niet in groot gebaar, maar in aanwezigheid. Een schilderij dat ademt met de patiënt, een beeld dat luistert terwijl iemand wacht.
Kunst in een ziekenhuis is geen luxe. Het is de plek waar zorg en ziel elkaar raken. Waar adem stokt, kan kleur ademen. Waar angst heerst, kan vorm vertrouwen wekken.
Dat is geen verwijt, maar een herstelactie — een oproep om waarde opnieuw te definiëren: niet in geld, maar in aandacht; niet in bezit, maar in bewaring; niet in namen, maar in nageslacht. Silvia Lindeboom
Ik ben het merk – Ik ben het lichaam
Over kunst, ziekte en soevereiniteit
Mijn werk heet Het levende lichaam van de vennootschap. Dat klinkt zakelijk, maar het is juist tegendraads. Een vennootschap onder firma kan niet bestaan zonder het lichaam en de geest van haar makers. Zonder handtekening geen recht, zonder adem geen arbeid.
Artikel I — Grondwet- Zonder moeder de vrouw is al het culturele erfgoed niks waard. Polis – Poleis – Status
“Amsterdam Museum – ik ben het lichaam. Dit is geen slogan, maar een grondrecht.”
In het St. Antonius krijgt dat grondrecht ook een gezicht. Hier liggen de echte lichamen: genezende, vechtende, wachtende. Hun adem is de handtekening onder de zorg. Hun hartslag is het ritme van de tijd.
Pijn is de stem van het lichaam dat gehoord wil worden. Zij vraagt niet om uitroeiing, maar om erkenning van wat in stilte leeft. Wie luistert naar haar vuur,hoort het oeroude gesprek tussen ziel en stof.
In het recht van de adem is pijn geen fout, maar getuigenis. Zij zegt: ik ben niet je straf, ik ben je boodschapper.
De Erfgoedspiraal (DNA) Ik draag de spiraal in mij. Twee strengen, verstrengeld als herinnering en verlangen.
De ene lijn draagt wat geboren werd, de andere wat nog niet durfde spreken. Tussen hen stroomt een code — geen wet, maar ritueel. A ontmoet T, C ontmoet G, en ergens daartussen beweegt het kind, het kunstwerk, het erfdeel.
Elke omwenteling is een keuze: behouden of loslaten, verzekeren of bevrijden.
Mijn DNA is geen bezit, het is een archief in beweging. Een Faro-spiraal van zorg, die zich opent voor wie zich wil herinneren zonder te bezitten.
Zo erf ik niet alleen een bloedlijn, maar ook betekenis. Zo wordt de helix een huis, en ik — de architect van mijn ei gen leven. Opgeslagen in het Catshuis.
Wie bezit de kopie? wie bezit het origineel?
Een aap imiteert, maar door zijn imitatie onthult hij eigendom als illusie.
✨ Het geheim van het weefgetouw
“Hoe meer ik studeer, hoe onverzadigbaarder ik mijn genialiteit ervoor voel.” Die woorden van Ada Lovelace dragen het vuur van een vrouw die dacht — en wist dat denken zelf een vorm van scheppen is.
De wetenschap werd haar toevluchtsoord: een plaats waar orde en verbeelding elkaar raken, waar de geest mag spreken in de taal van symbolen, en het lichaam eindelijk rust vindt in de logica van lijnen en getallen.
Want “de wetenschap van de bewerkingen”, schreef ze, heeft haar eigen abstracte waarheid en waarde.” Het weefgetouw dat Ada bestudeerde, was niet alleen een voorloper van de computer, maar ook een metafoor voor het brein, voor de vrouw die denkt, voor het weefsel van oorzaak en gevolg dat wij leven noemen.
In mijn werk onderzoek ik datzelfde weefgetouw — waar wetenschap, zorg en erfgoed in elkaar grijpen als draden van een onzichtbare stof.
Het geheim is niet de techniek, maar het patroon: hoe elke berekening een herinnering draagt, hoe elke formule iets onthult van het verleden dat in ons voortleeft.
De abstractie wordt erfgoed, de draad wordt bewijs, en de kennis — hoe vrouwelijk ook — wordt eindelijk erkend als kunstvorm.
Wie was Sint Antonius?
Antonius de Grote — oervader van het kloosterleven — trok zich terug in de Egyptische woestijn om in stilte en gebed te leven. Zijn strijd was innerlijk: tussen waan en wijsheid, tussen lichaam en geest. Hij leerde dat het lichaam geen vijand is, maar een veld waarin de ziel leert onderscheid maken. Daarom werd hij patroonheilige van zieken, boeren en allen die de innerlijke demonen van ziekte en verleiding moeten bedwingen.
St Antonius- Livar gehakt
Het St. Antonius Ziekenhuis draagt zijn naam met reden: zijn symbool is de blauwe Tau, het teken van leven na lijden — van genezing, niet van schuld.
“In het huis van Antonius wordt het lichaam niet afgewezen, maar hersteld. Hier spreekt de ziekte in symbolen, en genezing in stilte. Wat ziek lijkt, kan heilig zijn.”
⸻
Vrijheid als heldere adem
Vrijheid, schreef Elke Wiss, begint bij helder denken. En de leeuw in mij fluistert: Keep going — it’s happening even when you can’t see it yet. Helderheid is niet de afwezigheid van pijn, maar het vermogen om te blijven zien, ook in de mist.
Daarom keer ik terug. Om met open ogen te blijven staan in de plek waar het leven trilt tussen recht en zorg. Om te zeggen:
“Hier klopt het systeem nog. Hier ademt de wet. Hier leeft de kunst.”
Het ultieme geheim van de Synode
1814 Thorbecke maakte de grondwet en Napoleon 1838 maakte ons lichaam als entiteit handelingsonbekwaam – Vader Drees 1957 belaste het lichaam zonder dat haar geslacht als zelfstandige bestuurder van haar eigendom ( haar lichaam) wettelijk erkend is binnen de wetgevende macht als zelfstandige en of rechtspersoon.
Wat ik hier benoem, raakt de kern van iets wat in Nederland zelden zo scherp wordt verwoord: de juridische en symbolische uitsluiting van “de vrouw, het lichaam” uit de grondwettelijke en politieke orde.
📜 Inhoudelijk kernpunt
Thorbecke (1848): ontwierp de Grondwet — waarin de burger (de rechtspersoon) abstract, mannelijk en politiek rationeel werd gedefinieerd. De vrouw als zelfstandig burger werd nog niet erkend. Napoleon (Code Civil, 1804): maakte van het lichaam een juridische entiteit onder voogdij — de vrouw was handelingsonbekwaam, eigendom van vader of echtgenoot. Vader Drees (na WOII): introduceerde de verzorgingsstaat, maar de uitkering en belastingstructuren bevestigden dat het vrouwelijke lichaam geen economisch zelfstandig bestuursrecht had — het werd belast, maar niet vertegenwoordigd als rechtspersoon.
Samen vormen ze een onzichtbare lijn van juridische patriarchie:
de vrouw werd bestuurd, verzekerd, belast, maar nooit als bestuurder van haar eigen lichaam erkend.
Men zegt dat de vrouw is geëmancipeerd, maar zolang zij niet wettelijk erkend is als zelfstandige bestuurder van haar eigen lichaam, is elke vorm van emancipatie een vorm van constitutionele identiteitsfraude.
Ik ben niet verzekerd om uit handen te geven. Mijn lichaam is geen polis, mijn geest geen premie.
Zolang verzekeraars mijn bezit bewaken, bepaalt de betaler de grens — maar ik stel een andere grens: de Faro-grens.
Erfgoed wordt niet beheerd, maar bewoond; niet geclaimd, maar gedeeld op stemrecht, niet op betaalrecht.
Ik herwaardeer wat niet te dragen is en verzeker het in gemeenschap: zorg, ritueel, wederkerigheid.
Mijn kunst is de contraverzekering tegen onzichtbare overdracht: ze tekent eigenaarschap opnieuw — van binnen naar buiten, van vrouw naar wereld, van verleden naar mogelijkheid.
Ik houd mijn archief in mijn lijf, mijn polis in mijn stem. Alleen als wij zwijgen verdwijnen we.
Ik spreek — en daarmee herschrijf ik de voorwaarden.
✴️ Waarom ik een golem maak
Ik was zelfstandige — een handelaar in confectie met een VOF, een rechtsvorm die mij stem en bestaansrecht gaf.
Ik had mij privé verzekerd. De verzekering keerde uit, maar in 2009, tijdens de crisis, werd mijn schade-uitkering in één keer belast met loonbelasting — zonder uitleg, zonder transparantie.
Als ik niet tekende, zouden de gevolgen groot zijn.
Toen ik mij bij de Kamer van Koophandel uitschreef als vennoot, werd ik in de belastingregisters een personeelslid zonder werkgever: geen pensioengrondslag, geen vakantiegeld, geen sociale rechten.
Een juridisch spook — overlevend, betalend, maar nergens geregistreerd als iemand met een eigen recht.
Tien jaar lang leefde ik met ziekte en medicijnen.
Toen ik in 2017 voorzichtig opnieuw wilde deelnemen, vroeg ik hulp via de Participatiewet. De ambtenaar zei: “Ik hoef u wettelijk niet te helpen.”
Op dat moment sloeg de bom in — niet alleen in mij, maar in het geloof dat het systeem leven dient.
Sindsdien maak ik een golem van klei.
Zij is mijn tegenantwoord — mijn rechtspersoon van aarde.
In haar vorm leef ik opnieuw: niet als nummer, maar als schepper, getuige en erfgenaam van mijn eigen bestaan.
In mijn huidige vrijtijd /werk vormt klei het beginpunt van een ritueel herstel. Ik maak een golem — niet om te beheersen, maar om te herinneren. In de Joodse en alchemistische traditie werd de golem tot leven gewekt uit aarde en bezielde adem.
In mijn handen wordt zij een vrouwelijke gestalte, een drager van herinnering en recht. Ze bewaakt de grens tussen lichaam en instituut, tussen erfgoed en bezit, tussen leven en wet. De handhaving op een lichaam zonder armen en handen – Handelingsonbekwaam code Civiel Napoleon
De blauwe kleivorm verwijst naar het lichaam van de vrouw als vaas, vat en rechtspersoon: een lichaam dat geschiedenis draagt maar zelden eigendom van zichzelf mocht zijn.
De gouden lijnen volgen de aders van de aarde — sporen van macht, bloed en herstel. Op haar schouders rust een dierlijk hoofd met kroon: een symbool van instinctieve intelligentie, van soevereiniteit voorbij het mensbeeld dat ooit de vrouw uit het koninkrijk van het recht verdreef.
Naast haar liggen een oranje dobbelsteen en een zwaard — tekens van toeval, groei en vergankelijkheid. Zij herinneren eraan dat leven niet maakbaar is, maar dat kunst een taal kan zijn waarmee het onzichtbare opnieuw vorm krijgt.
Mijn golem is een rituele bewaker van vrouwelijke autonomie. Ze is gemaakt van klei, maar belichaamt de adem van geschiedenis. Ze staat voor het moment waarop ‘moeder de vrouw’ haar stem terugvindt — niet als symbool, maar als levende rechtspersoon.
Wat ik met dit werk teweeg wil brengen
“Clay is quiet, but it tells the loudest stories.”
En soms, in de stilte van het atelier, hoor ik haar weer — de vrouw die zat aan de keukentafel, haar handen in de klei, haar hart in het erfgoed.
Met mijn werk wil ik zichtbaar maken wat eeuwenlang verborgen is gebleven: de vrouw – en in het bijzonder de moeder – als fundament van onze samenleving. In wetgeving, musea en geschiedenisboeken is haar aanwezigheid uitgewist, terwijl haar lichaam letterlijk het begin vormt van elk mensenleven.
Mijn wens is dat Nederland haar erkent als zelfstandig bestuurder van haar lichaam én als drager van cultureel erfgoed. Door haar positie wettelijk, symbolisch en cultureel te herstellen, ontstaat een rechtvaardiger samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht gelijkwaardig verdeeld zijn.
Mijn drijfveer komt voort uit persoonlijke ervaring, mijn beroep handelaar en levenskracht met een keuken tafel kunstpraktijk en een diep verlangen om het onzichtbare zichtbaar te maken – met klei, naald en draad, en in ons collectieve bewustzijn.
Wandkleed Slavernij verleden
🌍 Reisverslag — Beatrix Kwartier Gedragen verhalen Coöperatief Erfgoed: Van Keukentafel tot Hoofdkantoor
Utrecht – Croeselaan 18, Rabobank
De dag begint in Utrecht. De lucht hangt laag boven de Croeselaan, waar de twee glazen torens van de Rabobank als een modern klooster oprijzen.
Op de begane grond ruik ik koffie en nieuwe tapijten. Aan de balie staat iemand met een naamplaatje waar coöperatief beheer op staat.
Ik denk aan de boeren en huisvrouwen die hier, een eeuw geleden, hun geld samenbrachten om de gemeenschap overeind te houden.
De eerste banken waren houten banken. De eerste coöperatie een keukentafel.
Binnen in de hal zie ik een maquette: kringvormige torens, verbonden door glas.
Een transparante kathedraal van wederzijds vertrouwen.
Hier, denk ik, is de bank als erfgoed geboren — niet als machine van winst, maar als tafel van overleg.
De vrouw des huizes is hier nog voelbaar, al heet ze nu ‘lid’, ‘cliënt’, of ‘ondernemer’.
“Waar men samen zit, wordt waarde geboren.”
Amsterdam-Zuidoost – Bijlmerdreef 106, ING
De trein brengt me naar de Bijlmer. De wolken trekken open, het koperkleurige gebouw van ING glanst in het licht: een reusachtige kever met vleugels van glas.
Het heet The Orange Machine, ooit symbool van vooruitgang, nu van schaal.
Binnen is het stil. In de glazen liften zweven mensen met badges.
Er is geen tafel meer, slechts schermen.
De bank van vroeger — met de vrouw, de pen, de schatkist — is veranderd in een algoritme.
Toch voel ik iets herkenbaars: de zorg om balans, om rente en schuld, om het gezin dat moet leven van wat onzichtbaar stroomt.
Ik noteer in mijn schetsboek: De moedermaatschappij leeft voort in servers en spreadsheets.” De coöperatie werd een cloud.”
En ergens, in die digitale mist, blijft de oude logica van de huishouding kloppen. Amsterdam-Zuid – Gustav Mahlerlaan, ABN AMRO. Langs de Zuidas loopt een koude wind. Het gebouw van ABN AMRO lijkt op een tempel: glas, staal en evenwicht. Binnen hangen historische foto’s van fusies: Amro, Mees & Zoonen, HBU, Fortis. Ergens in een archiefkast ligt een handtekening onder de fusieakte die ooit de balans van het koninkrijk herschreef. Ik vraag me af:
Waar is de erfgenaam van de coöperatie gebleven? Is zij de dochteronderneming die opgesloten zit in het aandelenkapitaal van de moedermaatschappij — de onzichtbare vrouw die het huis ooit bewoonde?
In de hal staat een kunstwerk: een houten bank, leeg. Ik ga zitten. Het voelt als een ritueel. Een herinnering aan het moment waarop geld nog een menselijke maat had. De bank als zitplaats van het geweten.
Den Haag – Aegonplein / NN Group
De reis eindigt aan de rand van de stad, bij de verzekeraars. Hier begint het erfgoed van bescherming: AGO, Ennia, NN, Aegon — namen als families die ooit schreven over zekerheid en dood.
De gebouwen zijn zandkleurig, bijna klassiek. Het zijn geen banken, maar schilden. Ik loop langs de gevel en lees de motto’s: “Voor wie belangrijk is wat zeker is”. Binnen hangen schilderijen van gezichten zonder namen, contracten zonder handen.
De verzekering als ritueel: een belofte dat iemand, ergens, zal zorgen wanneer jij er niet meer bent. Ik denk aan mijn oma Nellie Von Aldenhoven Pruissen, die de bonnetjes bewaarde in een leren map.
Aan de polis van mijn vader, aan 1 augustus — de dag waarop recht en ritueel elkaar raakten. De huishoudbank van de familie was geen instituut, maar een tafel, een map, een hart.
Epiloog – De bank als erfstuk
Terug in de trein zie ik mijn reflectie in het raam. Achter me glijdt Nederland voorbij: velden, torens, spoorlijnen. Van de boerenleenbank tot de financiële wolk — één lijn van vertrouwen, gebroken en hersteld.
Ik denk:
De bank is een meubel van herinnering geworden. Een plek waar geld, zorg en erfdeel samenkomen. Een heilige zitplaats in het huis van de samenleving.
“Misschien is coöperatief erfgoed niet wat we bezitten, maar wat we samen onderhouden — de tafel waaraan we blijven zitten, ook als het gesprek moeilijk wordt.”
Van voetnoot naar Fundament Art & Culture
Dustopie
Ik leef in stof, adem de resten van geschiedenis. Sarcoïdose, zeggen ze, maar ik hoor: de longen van mijn voormoeders spreken nog. Zij die katoen plukten, steenkool droegen, stof van suiker in hun huid. Hun adem werd arbeid, hun adem werd bezit.
En ik, ik draag hun as als erfenis. Elke cel herinnert, elk litteken in mijn longen is een draad tussen wat ooit geboeid was en wat nu ademt.
Leven met een zeldzame aandoening is een zeldzaam bestaan — maar zeldzaam is ook de kracht om te blijven ademen in een wereld van stof.
Ik noem het: stof tot nadenken. Ik noem het: overleven. Ik noem het: ERFGOED KUNST.
Over mij, de maker
Silvia is kunstenaar, schrijver en onderzoeker. Haar werk beweegt tussen kunst en recht, lichaam en staat. Zij werkt aan het meerjarige project De Ziel van Nederland – Moederkracht in Beeld en Wet, waarin ze onderzoekt hoe vrouwelijke creatie, recht en ritueel elkaar kruisen. Haar eerdere werk Ik ben het merk – Ik ben het lichaam werd gepresenteerd in samenwerking met het Amsterdam Museum.
Nationale-Nederlanden werd onbedoeld mijn mecenaat: het lichaam betaalde de prijs, het verzekeringsstelsel de rekening. Kunst maakt dat zichtbaar.
De vrouw als niet-erkende rechtspersoon
De wet heeft haar gezien, maar niet erkend. Zij werd bestuurd, verzekerd, belast, maar nooit als bestuurder van haar eigen lichaam benoemd.
Haar naam staat in registers, maar haar stem niet in de Grondwet. Volgens het recht heeft haar lichaam economische waarde, maar geen bestuurlijke waarde. Ze is meetbaar in arbeid, maar onzichtbaar in besluitvorming. Haar adem betaalt belasting, haar zorg vult het bureau voor de statistiek, haar lichaam draagt de samenleving, maar is geen rechtspersoon in de wet.
Toch is juist zij het levende fundament van elke wet, het ongeschreven hoofdstuk dat het systeem nog steeds weigert te lezen.
Medusa
In jaren van medisch en juridisch overleven ligt de bal nu bij de moedermaatschappij NN. Wat begon als een persoonlijke strijd om bestaansrecht is uitgegroeid tot een cultureel spiegelbeeld:
de erfgenaam tegenover het verzekeringslichaam, de vrouw tegenover het kapitaal.
NN – als naam en als symbool van Nomen Nescio, de naamloze – belichaamt precies wat ik onderzoek: het anonieme systeem dat bepaalt wie telt, wie geteld wordt, en wie uitgewist blijft.
Binnen het patriarchale recht wordt de portefeuille meestal gezien als bezit van een BV, bank of mannelijke erfgenaam. Maar wie inhoudelijk kijkt, ziet dat zij de functie van de moeder vervult: ze verzorgt, bewaart, verzekert, garandeert.
De paradox:
de moeder draagt het risico, maar de man beheert het kapitaal.
Daarmee is de portefeuille de onzichtbare moeder van het financiële systeem: ze is er altijd, maar nooit erkend als subject. Precies zoals moeder de vrouw in mijn werk: zichtbaar als arbeid, onzichtbaar als rechtspersoon.
Mijn werk keert de blik om. De naamloze krijgt gezicht..De bal ligt niet langer bij het systeem, maar in de kring van erfgoed en herinnering.
De vraag die nu gesteld wordt is niet: wie bezit wat? Maar: wie bewaart wie?
Ik ben de eigen architect van mijn ei gen leven. Ik verzekerde wat ik niet kon en kan dragen, maar ik liet mij niet verzekeren wat mij tot stilzwijgen verplichte.”