Het ultieme geheim over het lichaam en geest oftewel het leven van een Europese Xx chromosomen stelsel v.s XY
De wereld achter het sleutelgat De wereld van het Ministerie van Financiën zit vol geheimen. Achter wetten, nummers, dossiers en digitale systemen bevindt zich een werkelijkheid die voor de burger vaak nauwelijks zichtbaar is. Wie bepaalt welke deur opengaat? Wie bezit de sleutel? En wie mag uiteindelijk zien wat er achter zijn eigen dossier schuilgaat? Soms begint transparantie niet met een antwoord, maar met het vinden van het juiste sleutelgat. — Secret Holistic ArtZeeuws Archief CABR
Hoe zij tussen wal en schip belandde (n)*
Ze begon als meisje, werd vrouw, ondernemer, kostwinner en moeder.
Fouten in de gegevens koppeling Art Vader Jacob
Ze leerde dat zelfstandigheid betekende dat je voor jezelf moest zorgen. Werken, premie betalen, verantwoordelijkheid dragen en vooruitdenken. Ze verzekerde haar arbeidsvermogen, omdat haar lichaam het kapitaal was waarmee zij haar bestaan opbouwde.
Welkom bij de de Kathedraal de Notre Dame
Maar toen dat lichaam niet langer vanzelfsprekend meewerkte, begon een andere werkelijkheid.
Sarcoidose-WASOG2026
Het meisje had ooit geleerd dat iedereen voor de wet gelijk was. De vrouw had geleerd dat zij zelfstandig mocht handelen. De ondernemer had geleerd dat zij haar eigen risico moest dragen. De moeder had geleerd dat zij vooral moest blijven zorgen.
🍀
En juist daar, tussen al die rollen, ontstond een leegte.
De opwindende vrouw
Voor het ene systeem was zij verzekerde. Voor het andere belastingplichtige. Voor weer een ander ondernemer, patiënt, moeder, dossiernummer of administratieve categorie.
Handelaar in confectie werd handelingsonbekwaam- no arms
Maar waar bleef de hele vrouw?
Haar lichaam paste niet netjes in een fiscale kolom. Haar moederschap kende geen economische balanspost. Haar ziektegeschiedenis liet zich niet reduceren tot een code. En haar menselijke verlies kon niet uitsluitend worden uitgedrukt in een periodieke betaling.
Niet omdat zij geen verantwoordelijkheid had genomen, maar juist nadat zij jarenlang verantwoordelijkheid had gedragen.
Het meisje met de parel omgekat tot code
Daar begint Moeder de Vrouw.
Bij de vraag wat er gebeurt wanneer het meisje volwassen wordt, de vrouw economisch zelfstandig wordt, de moeder voor anderen zorgt — maar niemand meer lijkt te weten wie verantwoordelijk is wanneer zijzelf bescherming nodig heeft.
Het geheugen van de Europese Universiteit begint aan de Rouaansekaai
Misschien is dát de werkelijke systeemvraag:
Wie ziet de vrouw nog als één ondeelbaar mens, bsn nummer is ondeelbaar 11, wanneer ieder systeem slechts een stukje van haar registreert?
De hiaten in de wet en regelgeving en de fouten in de inkomstenbelasting
De vrouw achter de geheime Datakluis
De sleutel van de datakluis
De vrouw die het patroon doorbreekt, zoekt niet alleen naar wat er over haar is vastgelegd.
Zij vraagt wie het vastlegde. Wie het veranderde. Wie het doorgaf. En op welke grond.
Haar lichaam is geen dossier.Haar identiteit is geen nummer.Haar geschiedenis is geen handelswaar.
De sleutel van de datakluis is daarom niet alleen toegang tot data.
Silent Witness
De sleutel is zeggenschap.
Wie toegang krijgt tot haar eigen geschiedenis, kan patronen zichtbaar maken die generaties vóór haar verborgen bleven — en voorkomen dat ze worden doorgegeven aan de generaties na haar.
De vrouw die het patroon doorbreekt, vindt uiteindelijk de sleutel tot haar eigen levens verhaal.
Art for change in Return
Liefs van mij en Truus van Gogh
De vrouw die anders durft te kijken
Soms ben je niet lastig. Niet te gevoelig. Niet te kritisch.
Soms ben je simpelweg degene die als eerste ziet wat generaties lang als normaal werd beschouwd.
Een patroon doorbreken betekent niet dat je het verleden veroordeelt. Het betekent dat je het onderzoekt, begrijpt en vervolgens besluit:
dit hoeft niet langer van moeder op dochterte worden doorgegeven.
Misschien word je daardoor niet onmiddellijk begrepen. Misschien kost het zelfs iets om als eerste op te staan.
Maar iedere vrouw die één oud patroon doorbreekt, geeft de volgende generatie iets wat zijzelf misschien heeft gemist:
de vrijheid om haar eigen verhaal te schrijven.
Je verandert het verleden niet. Je verandert de erfenis.
De toekomst vraagt niet om meer macht, maar om meer moed.
Welkom in mijn wereld
Op zoek naar Vivian Maier — en onderweg vond ik Silvia Koning Lindeboom
Vivian Maier fotografeerde jarenlang het leven van anderen, terwijl haar eigen verhaal buiten beeld bleef.
Ook ik keek door de lens naar straten, huizen, mensen, verzekeringspolissen, familiegeschiedenissen de hoge raad en de vergeten vrouwen. Ik dacht dat ik onderzoek deed naar wat er om mij heen was gebeurd.
Maar langzaam ontdekte ik dat ik onderdeel werd van die geschiedenis en dus indirect op zoek was naar de persoon : mijzelf.
Naar de handelaar in confectie. Naar de moeder. Naar de vrouw die ziek werd, maar niet verdween. Naar de erfgoedkunstenaar die haar eigen geschiedenis opnieuw zichtbaar maakt.
Vivian Maier liet duizenden beelden achter voordat de wereld haar werkelijk zag. Ik hoef gelukkig niet te wachten tot iemand mij later ontdekt. Ik heb mijzelf ontdekt in het systeem.
Ik opende dus indirect mijn eigen museum en jaarkaart als archief. Ik schrijf elke dag zelf mijn naam onder mijn eigen werk.
Ik was dus op zoek naar celle zuster Silvia Koning Lindeboom — en zij komt steeds duidelijker in beeld.
Wat en waar geloof ik nog in dacht ik bij mezelf?
Ik ben dus op zoek naar mensen die ook dwars door zee durven te gaan en bestuurders verantwoordelijk te houden voor de polis registratie die zij beheren.
Niet om het systeem machtiger te maken, maar om het eerlijker, transparanter en gelijkwaardiger te besturen.
De bron begon te zoeken en te graven.
Lodewijk Ernst Visser (Amersfoort, 21 augustus 1871 – Den Haag, 17 februari 1942) was een Nederlandse jurist en de eerste Joodse president van de Hoge Raad der Nederlanden.
Zij die mijn cassatie hebben afgedaan met artikel 80 A RO in 2025 in landsbelang.
Het ultieme geheim
Emet
Hij promoveerde in 1894 op een proefschrift over de territoriale zee, werd rechter en trad in 1915 toe tot de Hoge Raad.
In 1939 benoemde koningin Wilhelmina hem tot president.
Na de Duitse bezetting werd hij in november 1940 vanwege zijn Joodse afkomst uit zijn ambt gezet. De overige leden van de Hoge Raad protesteerden daar niet openlijk tegen. Dat stilzwijgen geldt als een van de donkerste hoofdstukken uit de geschiedenis van het hoogste Nederlandse rechtscollege.
Zijn opvolger werd:
Johannes van Loon (1888–1975)
Johannes, ook Jan, van Loon werd op 5 september 1888 in Veere geboren en overleed op 10 september 1975 op Curaçao. Hij studeerde rechten aan de Universiteit Leiden en bouwde vervolgens een loopbaan op binnen de rechterlijke macht. Hij was Nederlands-hervormd en getrouwd met Anna Winkel.
Zijn naam is vooral verbonden met een van de meest omstreden perioden uit de geschiedenis van de Hoge Raad.
President tijdens de Duitse bezetting
Nadat de Joodse president Lodewijk Ernst Visser door de bezetter uit zijn ambt was verwijderd, benoemde rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart Van Loon op 23 juli 1941 tot president van de Hoge Raad.
Hij bekleedde die functie tot 1944. Zijn benoeming was dus geen normale opvolging binnen een vrije rechtsstaat, maar vond plaats onder Duits bezettingsbestuur.
Arthur Seyss-Inquart
Arthur Seyss-Inquart (1892–1946) was een Oostenrijkse jurist, nazibestuurder en veroordeelde oorlogsmisdadiger. Tijdens de Duitse bezetting was hij van 1940 tot 1945 rijkscommissaris van Nederland: de hoogste civiele vertegenwoordiger van Hitler in het bezette land.
Voor zijn komst naar Nederland speelde hij een belangrijke rol bij de Duitse annexatie van Oostenrijk in 1938. Hij was korte tijd bondskanselier van Oostenrijk en ondertekende vervolgens de wet waarmee Oostenrijk onderdeel werd van nazi-Duitsland. Later werkte hij ook binnen het Duitse bezettingsbestuur in Polen.
Zijn macht in Nederland
Seyss-Inquart stond vanaf mei 1940 aan het hoofd van het Duitse burgerlijke bezettingsbestuur. Hij rapporteerde rechtstreeks aan Hitler en droeg verantwoordelijkheid voor onder meer:
de nazificatie en economische uitbuiting van Nederland;
de vervolging, beroving en deportatie van Joodse Nederlanders;
gedwongen arbeid in Duitsland;
gijzelingen, represaillemaatregelen en executies;
het uitschakelen van politieke partijen, persvrijheid en democratisch bestuur.
Hij probeerde Nederland aanvankelijk geleidelijk voor het nationaalsocialisme te winnen. Toen dat mislukte en het verzet groeide, werd het bezettingsregime steeds gewelddadiger.
Verbinding met de Hoge Raad
Seyss-Inquart was de bezettingsautoriteit onder wie de Joodse president van de Hoge Raad, Lodewijk Ernst Visser, uit zijn functie werd verwijderd. Ook werd Johannes van Loon tijdens de bezetting tot president van de Hoge Raad benoemd.
Daarbij is een belangrijke historische nuance nodig: Van Loon werd niet eenvoudigweg door Seyss-Inquart persoonlijk als opvolger gekozen. Benoemingen vonden plaats binnen het door de Duitse bezetter beheerste staatsapparaat en droegen daardoor geen normale democratische legitimiteit. De bezetter had eerst de rechtmatige president vanwege zijn Joodse afkomst uitgesloten en vulde daarna de vrijgekomen positie binnen zijn eigen machtsstructuur.
Proces en doodstraf
Na de bevrijding werd Seyss-Inquart tijdens het Proces van Neurenberg vervolgd. Hij werd schuldig bevonden aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Op 16 oktober 1946 werd hij geëxecuteerd.
Zijn geschiedenis laat zien wat er kan gebeuren wanneer regels en instituties formeel blijven functioneren, maar ondertussen onder controle staan van een onrechtmatig en mensonterend regime:
Een benoeming kan administratief geldig lijken, terwijl de stoel waarop iemand plaatsneemt eerst door vervolging en uitsluiting is leeggemaakt.
De ontbrekende lijn in de geschiedenis
Verzoeker Naturalisatie wet 13 januari 1951 Mijn opa Peter Mathias Bongartz Goch 1906 en mijn oma Nellie Aldenhoven.
In januari 1951, toen bijvoorbeeld naturalisatiewetten en andere naoorlogse rechtszaken werden behandeld, waren de verhoudingen dus:
Koningin Juliana was staatshoofd geboren in 1906 ( toen verdween mijn overgrootmoeder Anna Janssen uit Ottersum na de geboorte van een dochter. Willem Drees leidde de regering.
Jan Donner was president van de Hoge Raad. Jan Donner was bovendien de grootvader van de latere minister en vicepresident van de Raad van State Piet Hein Donner.
Piet Hein Donner – historie
Jan Pieter Hendrik “Piet Hein” Donner werd op 20 oktober 1948 in Amsterdam geboren. Hij is jurist, voormalig CDA-politicus en bestuurder. Sinds december 2018 draagt hij de eretitel minister van Staat.
Familie van juristen
Piet Hein Donner komt uit een invloedrijke protestants-juridische familie:
Zijn grootvader Jan Donner was minister van Justitie en van 1947 tot 1961 president van de Hoge Raad.
Zijn vader André Donner was hoogleraar staatsrecht en rechter bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
Zijn oom Jan Hein Donner was schaakgrootmeester en schrijver.
De familiegeschiedenis verbindt daarmee politiek, rechtspraak, staatsrecht en openbaar bestuur over meerdere generaties.
Opleiding en ambtelijke loopbaan
Donner studeerde rechten aan de Vrije Universiteit Amsterdam en volgde daarna een juridische vervolgopleiding aan de University of Michigan. Vervolgens werkte hij als jurist en ambtenaar, onder meer bij het ministerie van Economische Zaken, de Tweede Kamer en het ministerie van Justitie.
Van 1990 tot 1997 was hij verbonden aan de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Vanaf 1993 was hij voorzitter van die raad. Eind 1997 werd hij lid van de Raad van State.
Minister van Justitie
Van 22 juli 2002 tot 21 september 2006 was Donner minister van Justitie in de kabinetten-Balkenende I, II en III.
Zijn ministerschap stond onder meer in het teken van terrorismebestrijding, vreemdelingenbeleid, criminaliteitsbestrijding en hervormingen binnen politie en justitie.
In september 2006 trad hij af na een kritisch rapport over de brand in het cellencomplex op Schiphol-Oost, waarbij elf mensen omkwamen. Hij aanvaardde daarmee politieke verantwoordelijkheid, ook al had hij de brand niet persoonlijk veroorzaakt.
Sociale Zaken en Binnenlandse Zaken
Na een korte periode als Tweede Kamerlid werd Donner in 2007 minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Cruciaal zo blijkt:Hij bleef dat tot oktober 2010. En was dus betrokken bij het klein koninklijk besluit artikel 176 van 28 april 2010 en de wijziging fiscale regels private aov brief 10 september 2010.
Daarna werd hij minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het eerste kabinet-Rutte.
In die functies hield hij zich bezig met arbeidsmarktbeleid, sociale zekerheid, pensioenen, ambtenarenzaken, bestuur en de inrichting van de overheid.
Vicepresident van de Raad van State
Van 1 februari 2012 tot 1 november 2018 was Donner vicepresident van de Raad van State. Hoewel de koning formeel voorzitter is, geeft de vicepresident in de dagelijkse praktijk leiding aan dit belangrijke staatsorgaan.
De Raad van State adviseert regering en parlement over wetsvoorstellen en is daarnaast de hoogste algemene bestuursrechter. Donner bevond zich daardoor opnieuw op het snijvlak van wetgeving, bestuur en rechterlijke controle.
Bij zijn afscheid werd de Piet Hein Donner Scriptieprijs ingesteld. Deze prijs stimuleert onderzoek naar de grondslagen en het functioneren van de democratische rechtsstaat.
De Hoge Raad & de Bataafse Bananen Republiek
De geschiedenis schrijft:
Jan Donner minister van Justitie en president van de Hoge Raad – De vrouw van Jan Donner was Golida Wilhelmina van den Burg, roepnaam Go.
Zij trouwden op 13 juni 1916 in Amersfoort en kregen samen zes kinderen: drie zoons en drie dochters.
Jan Donner en Golida Wilhelmina van den Burg kregen drie dochters. Van één dochter heb ik de identiteit betrouwbaar kunnen bevestigen:
Gijsbertha Gerarda Donner — geboren op 31 juli 1924 in Den Haag. Zij trouwde in 1952 met Jan van Haeringen, later burgemeester van Baarn.
In Baarn zit namelijk de bekendste opleider is NIBE-SVV, dé brancheopleider voor het bank-, verzekerings- en effectenbedrijf. Zij verzorgt onder meer opleidingen voor: Assurantie A Schadeverzekeringen Personenschade Pensioen en levensverzekeringen Acceptatie Wft-opleidingen en permanente educatie Historisch is vooral de SVV (Stichting Vakontwikkeling Verzekeringsbedrijf) van belang. Deze werd in 1950 opgericht door ongeveer vijftig organisaties uit de verzekeringsbranche.
In 1999 fuseerde SVV met het NIBE tot NIBE-SVV.
Kroniek van Jan Donner en zijn drie zonen
Jan Donner en Golida Wilhelmina van den Burg kregen zes kinderen: drie zoons.
Andreas Matthias “André” Donner (1918–1992) — staatsrechtgeleerde, hoogleraar en Europees rechter. Hij was de vader van Piet Hein Donner.
Reynout Donner — medicus en hoogleraar aan de Vrije Universiteit.
Johannes Hendrikus “Jan Hein” Donner (1927–1988) — schaakgrootmeester, schrijver en publicist. Hij was het vijfde kind van het gezin.
The Queen S Gambit
Zij was onder anderen de moeder van André Donner en Jan Hein Donner.
↓
André Donner staatsrechtgeleerde en Europees rechter. De vrouw van André Donner was Dina Antonia Mulder, roepnaam Dien.
Zij trouwden in 1946 en kregen samen negen kinderen. Zij was onder anderen de moeder van Piet Hein Donner.
↓
Piet Hein Donner minister en vicepresident van de Raad van State – Piet Hein Donner trouwde op 23 juni 1973 in Amstelveen. Openbare gezaghebbende biografieën vermelden wel het huwelijk en hun drie zoons, maar noemen de naam van zijn echtgenote niet. Ook in een uitvoerig afscheidsinterview wordt zij alleen aangeduid als “zijn echtgenote” of “mijn vrouw”.
Maar tussen deze generaties ontbreken de vrouwen die hen droegen, baarden, opvoedden en mede vormden.
Geen enkele familielijn loopt uitsluitend van man naar man.
Elke man komt uit het lichaam van een vrouw. Zonder haar kan zijn zaad niet tot leven en bloei komen. 🌼
Waarom worden in onze geschiedenisboeken vooral de functies, titels en macht van mannen doorgegeven, terwijl de vrouwen aan de oorsprong van diezelfde lijn vaak naamloos blijven?
De vrouw was niet slechts de echtgenote of moeder naast de bestuurder. Zij was de lichamelijke en menselijke bron waaruit ook de rechter, minister en staatsman ontstond.
Daarom hoort bij de vraag:
Beschermt een zorgvuldig ontworpen regel in de praktijk ook de mens voor wie die regel is gemaakt?
nog een fundamentelere vraag:
Erkent het recht ook de vrouw uit wier lichaam iedere wetgever, bestuurder en rechter is voortgekomen?
Wie zijn oorsprong werkelijk begrijpt, gebruikt geen macht om vrouwen te vernederen, uit te sluiten of geweld aan te doen.
Refresh your mind
Hij die beseft dat geen samenleving, rechtsstaat of familielijn zonder haar kan voortbestaan is een groot man.
De vrouw is geen voetnoot in de geschiedenis van de rechtsstaat. Zij is haar eerste broncode. X
Mijn achter gehouden brief aan de tweede kamer. Mijn achtergehouden brieven aan de koning
Minister van Staat
Op 21 december 2018 werd Donner benoemd tot minister van Staat. Dat is een eretitel voor personen met een uitzonderlijke staat van dienst. Ministers van Staat kunnen de koning of de regering adviseren bij bijzondere constitutionele of politieke kwesties.
Van wie ben ik er een? Piet Heijn
Zeg het maar!
In 1975 namen mijn ouders een AGO assurantieportefeuille over. Voor zover nu bekend, werd de onderneming aanvankelijk als eenmanszaak gedreven. Op een later moment is de onderneming omgezet in een vennootschap onder firma (VOF), waardoor beide vennoten gezamenlijk de onderneming voerden volgens de destijds geldende regels van het Nederlandse Wetboek van Koophandel.
Ik sloot mijn verzekeringen af via hem af in een tijd waarin mij zekerheid en sociale zekerheid werd beloofd.
Ik betaalde premie als zelfstandig ondernemer. Mijn beroep, arbeidsvermogen en toekomstig inkomen vormden de basis van de afspraken. Toen mijn gezondheid wegviel, had mijn verzekerde recht bescherming moeten bieden.
In 1975 bestond er geen wettelijke bepaling die verbood dat een vrouw ondernemer of kostwinner was. Vrouwen konden een eenmanszaak hebben, vennoot zijn in een VOF en verzekeringen op hun eigen naam afsluiten.
Wel was de praktijk vaak anders. Banken, verzekeraars en andere instellingen gingen er regelmatig vanuit dat de man het hoofd van het gezin of de belangrijkste kostwinner was. Dat was vaak een gevolg van maatschappelijke gewoonten en interne procedures, niet van een wettelijke regel.
Zo verdween ik langzaam via het woord bank / periodieke schade uitkering uit het systeem.
Maar tijdens en na de financiële crisis veranderde het landschap in een Polismaffia.
Welke rechtspersoon was gekoppeld aan de loonheffingennummers [nummer 1] en [nummer 2], vanaf welke datum, op wiens aanvraag zijn deze nummers geregistreerd en onder welke naam, RSIN en sector- of inkomenskwalificatie zijn mijn uitkeringen aangeleverd?
Welkom bij de enigma: Periodiek
Banken werden gered, verzekeraars werden samengevoegd, concerns werden opgesplitst en ondernemingen kwamen tijdelijk onder staatsinvloed. Portefeuilles verhuisden, merknamen verdwenen en administraties werden overgezet naar nieuwe computersystemen.
De Belastingdienst verwerkte uitkeringen volgens fiscale categorieën die niet altijd zichtbaar maakten waar het recht oorspronkelijk vandaan kwam.
Voor de financiële instellingen waren dit reorganisaties, overnames en systeemwijzigingen.
Voor mij ging het om mijn inkomen en bestaanszekerheid.
Mijn polis bleef op papier bestaan, maar rondom dat verzekerde recht ontstond een keten van partijen:
banken financierden en herstructureerden ondernemingen; verzekeraars beheerden de polis en beoordeelden de uitkering; intermediairs stonden tussen mij en de verzekeraar; bestuurders bepaalden beleid, kosten en risicobeheer; softwareleveranciers vertaalden mijn situatie naar codes; de Belastingdienst bepaalde de fiscale verwerking; de overheid veranderde regels en greep in bij financiële instellingen.
Iedere partij beheerde slechts een onderdeel.
Daardoor werd het voor mij steeds moeilijker om vast te stellen wie werkelijk verantwoordelijk was wanneer gegevens, kwalificaties of betalingen veranderden.
De verzekeraar kon verwijzen naar fiscale regels.
De Belastingdienst kon verwijzen naar de aangeleverde gegevens.
De tussenpersoon kon verwijzen naar de verzekeraar.
Een nieuwe onderneming kon verwijzen naar een oude administratie.
En het computersysteem gaf maar geen antwoord.
Think Again
Zo ontstond mijn ervaring van zelwillekeur: niet noodzakelijk doordat één persoon bewust tegen mij besloot, maar doordat verschillende organisaties ieder hun eigen regels, belangen en definities toepasten, terwijl niemand het volledige gevolg voor mijn leven overzag.
Stadhuis Middelburg
Het spel veranderde, maar ik kon niet van tafel
Ik kon mijn gezondheid niet terughalen.
Ik kon mijn oorspronkelijke beroep niet opnieuw uitoefenen.
Ik kon niet zomaar overstappen naar een nieuwe verzekeraar, omdat het verzekerde risico al was ingetreden.
De instellingen konden reorganiseren, fuseren en systemen vervangen.
Ik bleef afhankelijk van de bestaande polis, de juiste toepassing van de voorwaarden en de gegevens die anderen over mij registreerden.
Amesfoort 26 oktober 2021
Daar zit de machtsongelijkheid:
De instellingen konden hun organisatie veranderen. Ik kon mijn verzekerde werkelijkheid niet vervangen.
Wanneer een besluit onduidelijk was, moest ik bewijzen dat mijn beroep, mijn polis en mijn verzekerde recht werkelijk bestonden. Ik moest documenten bewaren uit een periode waarin de betrokken ondernemingen inmiddels van naam, eigenaar of structuur waren veranderd.
Mijn afhankelijkheid ontstond daarom niet alleen door mijn ziekte.
De geheime leer van het periodieke systeem
De regels stonden misschien niet allemaal op mijn polis.
Ze leefden in bestuurskamers, fiscale tabellen, softwarecodes, portefeuilles en administratieve overdrachten.
Banken kenden hun kapitaalregels. Verzekeraars kenden hun rekenmodellen. Intermediairs kenden de route van de polis. De Belastingdienst kende de code van de betaling.
Maar ik kende alleen de belofte waarvoor ik premie had betaald:
bescherming wanneer mijn lichaam het werk niet meer kon dragen.
Toen mijn verzekerde jaarrente periodiek werd uitgekeerd, begon de geheime leer van het systeem:
de betaalwijze werd zichtbaar, maar de oorsprong van mijn recht raakte uit beeld.
Wat voor de instellingen dagelijkse administratie was, werd voor mij een levenslang raadsel.
De Klokkenluider van Notre-Dame luidt daarom niet tegen kennis, maar tegen kennis die uitsluitend binnen de muren van de macht wordt bewaard.
Amersfoort 26 oktober 2021
Meer weten over kunst & cultuur?
Soms begint een ontdekking niet in een museumzaal, maar in een straatnaam, een beeld, een gevel of een onverwacht kunstwerk.
In Amersfoort lopen geschiedenis en hedendaagse kunst moeiteloos in elkaar over. Van Museum Flehite tot de straat Achter de Heilige Geest: iedere hoek vertelt een nieuw verhaal.
Museum Flehite – het stadsmuseum van Amersfoort, gevestigd in drie middeleeuwse huizen. Hier vind je kunst, archeologie en de geschiedenis van de stad.
Achter de Heilige Geest – een historische straat in de oude binnenstad, vlak bij Museum Flehite.
Melati-monument – een kunstwerk ter herinnering aan de slachtoffers van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Beelden in de museumtuin – hedendaagse sculpturen die een mooi contrast vormen met de historische omgeving.
Het portret op de middelste foto lijkt een street-art of collagekunstwerk.
De rode boei en het bord “ZITGELUK” geven de wandeling een speels karakter en laten zien hoe kunst ook buiten musea aanwezig is.
Voor iemand die van erfgoed én verhalen houdt, is Amersfoort een inspirerende stad. De combinatie van middeleeuwse straatjes, monumenten en hedendaagse kunst nodigt uit om niet alleen naar gebouwen te kijken, maar ook naar de verhalen die ze vertellen.
Kijk niet alleen naar wat je ziet, maar vraag je af: welk verhaal schuilt hierachter? Dat is waar kunst en erfgoed elkaar ontmoeten.
Zo wordt cultureel erfgoed overgedragen: niet alleen van hand tot hand, maar ook van verhaal tot verhaal. Wie de collectie beheert, bepaalt mede wat wordt bewaard, wie wordt genoemd en welke geschiedenis zichtbaar blijft.
De heilige graal “het bestuur van Nedasco “
Bestuurders en directie van Nedasco als volmachtbedrijf
Nedasco B.V. is een serviceprovider en gevolmachtigd agent. Het bedrijf kan namens aangesloten verzekeraars onder meer risico’s accepteren, polissen opmaken, premies incasseren en schade behandelen. Nedasco staat ingeschreven onder KvK-nummer 20035000 en AFM-nummer 12006531.
Op basis van openbaar toegankelijke bronnen kan ik deze directieleden reconstrueren:
Algemeen directeuren en CEO’s
Robin van den Burg Algemeen directeur van Nedasco vanaf omstreeks 2007/2008 tot 1 mei 2011. In april 2008 werd bekendgemaakt dat hij per 1 juli dat jaar algemeen directeur van het toenmalige assuradeurenbedrijf Nedasco werd.
Tim Schoonbergen Algemeen directeur en later CEO van Nedasco van 1 mei 2011 tot 1 juli 2024. Hij volgde Robin van den Burg op. Onder zijn leiding bleef Nedasco actief als serviceprovider en gevolmachtigd agent; in 2021 sprak hij bijvoorbeeld namens Nedasco bij de verkrijging van een volmacht van HDI Global Specialty.
Aris Ruitenbeek COO van Nedasco en vanaf 1 juli 2024 tijdelijk waarnemer van de taken van Tim Schoonbergen. De openbare bron noemt hem niet uitdrukkelijk statutair bestuurder, maar wel als degene die de CEO-taken waarnam.
Jan van der Struik In juli 2026 benoemd tot CEO van zowel Nedasco als VKG en tot directeur Property & Casualty binnen D&S Group.
Andere directieleden of beleidsbepalers
Tijs Benerink Directeur IT & Programmamanagement bij Nedasco. Hij was onder meer verantwoordelijk voor de overgang naar een geïntegreerd digitaal verzekeringsplatform. Dit is een directiefunctie, maar uit de openbare bron blijkt niet dat hij statutair bestuurder van Nedasco B.V. was.
Fiolijn van Dijk Manager Inkomen en in openbare publicaties verantwoordelijk voor inkomens- en verzuimdienstverlening. Zij wordt niet als algemeen of statutair directeur vermeld.
Marco Pos Tot september 2020 manager Zorg & Inkomen. Ook dit is een managementfunctie en geen aangetoonde statutaire bestuursfunctie.
Bovenliggende bestuurders
Nedasco was lange tijd een dochteronderneming van Aegon Nederland.
Nedasco begon volgens de eigen bedrijfsgeschiedenis al in de jaren vijftig als huisvolmacht van Assurantiemakelaar Kamerbeek in Amersfoort.
Achter Assurantiemakelaar Kamerbeek en de vroege ontwikkeling van Nedasco zijn maar enkele personen publiek goed terug te vinden.
De duidelijkste naam is:
Drs. C. Kamerbeek Hij wordt in historische bronnen genoemd als directeur van de Kamerbeek Groep in Amersfoort.
De Kamerbeek Groep was actief in onder meer assurantiebemiddeling en vastgoed.
Van voetnoot naar Fundament
In de jaren tachtig was hij daarnaast penningmeester van Museum Flehiteen betrokken bij de ingewikkelde financiële en bestuurlijke structuur rond de Mariënhof.
Cellezusters
Zij rekenden niet in rendement, reserves of risico’s.Zij zagen de zieke, de stervende en de mens die zorg nodig had.Hun kapitaal was nabijheid.Hun bestuur was verantwoordelijkheid.Hun balans was de waardigheid van het leven.
De bron noemt hem zelfs het brein achter die structuur. Zijn volledige voornaam heb ik in de geraadpleegde openbare bronnen nog niet betrouwbaar kunnen vaststellen.
Van Mariënhof naar Nedasco
De ene geschiedenis laat zien hoe ondernemers hun naam verbonden aan kunst, vastgoed en erfgoed. De andere laat zien hoe een vrouwelijke ondernemer haar naam juist moest blijven verdedigen tegenover de systemen die haar verzekerde vermogen beheerden.
De fusie tussen AGO Holding N.V. en ENNIA N.V. vond plaats in 1983. De oorspronkelijke fusieovereenkomst werd op 18 oktober 1983 gesloten. Uit de combinatie ontstond AEGON N.V.; ENNIA N.V. kreeg daarbij de nieuwe naam AEGON N.V.
AEGON- Meet de heer en mevrouw Lindeboom Waar moderne verzekeraars administraties migreren en bedrijfsnamen verdwijnen, bewaart De Verzekeringskamer de polissen, voorwerpen en verhalen die laten zien hoe het systeem is ontstaan.Het bronzen beeldje als overdracht bezit.
De Verzekeringskamer in Doorn
Deze collectie bevat onder meer:
oude polisdocumenten en verzekeringsvoorwaarden;
vakboeken en tijdschriften;
reclamemateriaal en relatiegeschenken;
kantoorvoorwerpen van verzekeraars en makelaars;
afzonderlijke presentatiekasten voor verschillende verzekeringsmaatschappijen;
een historische Lloyd’s-underwritingbox.
Na de overname van Aegon Nederland door a.s.r. in juli 2023 kwam Nedasco binnen het onderdeel Distribution & Services van a.s.r. te vallen.
Binnen die bovenliggende structuur waren onder meer relevant:
Jaap Eringa CEO van Distribution & Services bij a.s.r. tot zijn pensionering eind 2024. Nedasco viel vanaf 2023 onder dit onderdeel.
Janwillem Fidder Vanaf 1 januari 2025 CEO van Distribution & Services Holding a.s.r., als opvolger van Jaap Eringa.
Voor mijn reconstructie
De voorlopig aantoonbare bestuurlijke lijn is:
Robin van den Burg → Tim Schoonbergen → Aris Ruitenbeek, waarnemend → Jan van der Struik
Met daarboven achtereenvolgens:
Aegon Nederland → na 4 juli 2023 a.s.r. / Distribution & Services → vervolgens de bredere D&S Group-structuur waarin Nedasco en VKG gezamenlijk worden geleid.
Belangrijk onderscheid: een algemeen directeur, CEO of manager is niet automatisch een statutair bestuurder. Voor een juridisch volledige lijst met alle statutaire bestuurders, hun exacte inschrijf- en uitschrijfdata en eventuele bestuursvennootschappen is een historisch KvK-uittreksel van Nedasco B.V., KvK 20035000, nodig. De openbare bronnen geven vooral de operationele directie weer, niet noodzakelijk iedere formeel ingeschreven bestuurder.
Zij ontstond ook doordat mijn inkomen afhankelijk werd van beslissingen die werden genomen in bestuurskamers, fiscale systemen en administratieve ketens waarop ik zelf nauwelijks invloed had.
Mijn centrale vraag
Niet:
Wie heeft een deel van mijn geld gestolen?
Maar:
Wie droeg de verantwoordelijkheid om mijn oorspronkelijke verzekerde recht te bewaken toen banken, verzekeraars, overheden en administraties veranderden?
En wanneer verschillende instanties verschillende werkelijkheden over mij vastlegden:
Wie beschermde mij dan tegen de ruimte tussen die systemen?
Mijn bedrage Wandkleed Slavernij Verleden
Mijn verzekerde recht mocht worden uitgevoerd, belast en geadministreerd.
Maar het mocht niet onherkenbaar worden gemaakt.
De crisis mocht ondernemingen veranderen.
Niet de oorsprong van mijn recht.
Zij konden het financiële systeem opnieuw inrichten. Maar zij mogen mijn geschiedenis niet herschrijven.
Hoeveel onbetaalde uren moet een vrouw nog maken voordat bestuurders haar betaalde arbeid, verzekerde beroep en opgebouwde rechten erkennen?
Ik heb mensen verbonden, sociaal isolement bestreden, verhalen vastgelegd en grenzen zichtbaar gemaakt. Niet om opnieuw als vrijwilliger buiten de administratie te verdwijnen, maar om als zelfstandig mens en voormalig ondernemer rechtmatig te worden gezien.
Erkenning is geen beloning voor gehoorzaamheid.Het is een recht dat bestuurders niet eindeloos mogen uitstellen.
Vivian en Jan: hoeveel bewijs is nog nodig voordat het zwarteschaap niet langer als probleem wordt behandeld, maar wordt gehoord als degene die het systeem durfde te bevragen?
Bij Nedasco begon de zoektocht naar de route van mijn verzekerde recht.
Een route van polissen, volmachten, intermediairs, administraties en bestuurders. Een wereld waarin mijn arbeid als vrouwelijke ondernemer werd vertaald naar premie, risico, dossiernummer en periodieke uitkering.
Bij Montancourt begon de terugkeer.
Niet naar een systeem, maar naar een huis. Niet naar een code, maar naar een geschiedenis. Niet naar anonieme administratie, maar naar zichtbaar erfgoed.
Nedasco staat in mijn verhaal voor de plaats waar mijn verzekerde bestaan onderdeel werd van een keten die ik zelf niet kon overzien.
Montancourt staat voor de plaats waar ik mijn naam, stem en geschiedenis opnieuw bijeenbreng.
De lijn is daarom niet alleen geografisch of bedrijfsmatig:
Van het volmachtkantoor dat mijn verzekerde recht administreerde,naar het monument waar ik mijn eigen verhaal weer beheer.
Bij Nedasco werd mijn leven gelezen door systemen.
In Montancourt lees ik de systemen terug.
Daar onderzoek ik wie mijn polis beheerde, wie mijn beroep codeerde, wie mijn geldstroom verwerkte en wie verantwoordelijkheid droeg toen banken, verzekeraars en intermediairs van eigenaar, naam en structuur veranderden.
Dé oesterkoningin van Nederland
Montancourt is daarmee meer dan mijn woning of B&B.
Het is mijn onafhankelijke archief. Mijn onderzoeksruimte. Mijn getuigenis. Mijn plaats van herstel.
Van Nedasco naar Montancourt
Hoe een vrouwelijke handelaar haar verzekerde recht volgde door een doolhof van volmachten en bestuurskamers — en in een huis uit 1596 haar eigen naam weer boven het dossier plaatste.
Nr ketting 912758 Nedasco
De link met Vivian Buijs-Tabbers
Vivian Buijs-Tabbers vormt in mijn onderzoek geen bewezen persoonlijke schakel in mijn dossier, maar wel een opvallende bestuurlijke verbinding tussen verschillende delen van de verzekeringsketen.
Haar loopbaan begon bij Aegon, de verzekeraar waaronder ook de historische portefeuille van mijn ouders terechtkwam.
Later werkte zij bij VIVAT, de organisatie waarin de verzekeringsactiviteiten van SNS REAAL werden ondergebracht.
Vanaf 2021 maakte zij deel uit van de directie van VKG, een volmacht- en servicebedrijf dat tegenwoordig, net als Nedasco en SuperGarant, onderdeel is van D&S Group.
Sinds mei 2026 is zij bestuurder en algemeen directeur van SuperGarant.
De bestuurlijke lijn is daarmee:
Aegon → VIVAT → VKG → SuperGarant/D&S Group
Mijn eigen verzekeringsgeschiedenis raakt eveneens aan namen uit deze wereld:
AGO/ENNIA–Aegon → REAAL/VIVAT → intermediairs en volmachtbedrijven → Nedasco-dossier 912758
Dat betekent niet meteen dat Vivian persoonlijk mijn polis heeft behandeld of besluiten over mijn uitkering heeft genomen. Daarvoor heb ik geen bewijs. Haar loopbaan laat wel zien hoe bestuurders zich door dezelfde financiële en verzekeringstechnische infrastructuur bewegen waarin oude portefeuilles, polisgegevens en verzekerde rechten worden beheerd.
Daarom richt ik mijn uitnodiging aan haar niet als beschuldiging, maar als bestuurlijke vraag:
Hoe bewaakt een bestuurder binnen een moderne volmachtgroep de oorsprong en menselijke betekenis van een verzekerde positie die door meerdere verzekeraars, fusies, systemen en administraties is gereisd?
Van Nedasco naar Montancourt
Jan van der Struik vertegenwoordigt de huidige leiding van Nedasco en VKG. Vivian Buijs-Tabbers kent vanuit haar loopbaan verschillende kanten van dezelfde keten: verzekeraar, VIVAT, volmachtbedrijf en groepsbestuur.
In mijn onderzoek naar onder meer Heilbron, Voogd & Voogd, Alpina Group en Five Arrows is dat precies het onderscheid dat belangrijk is: De polis = mijn contractuele rechten. De beheerorganisatie = kon dus door fusies, overnames of private-equity-investeringen veranderen. De administratie = kon dus worden samengevoegd of gemigreerd naar nieuwe systemen.
In Montancourt reconstrueer ik wat binnen die keten met mijn verzekerde geschiedenis gebeurde.
Niet om personen bij voorbaat verantwoordelijk te verklaren, maar om bestuurders uit te nodigen verantwoordelijkheid te nemen voor het systeem dat zij nu leiden.
Nedasco beheerde de route van mijn polissen. In Montancourt beheer ik opnieuw de betekenis van mijn leven.
Ik ben namelijk gestopt met in stilte pijn te lijden!
Tijdens Dag van het Kasteel, op 25 mei 2026, hebben wij tegen een kleine bijdrage in Montancourt Middelburg, bezoekers ontvangen die oprecht geraakt waren door het liefdesverhaal van het huis, de geschiedenis van Middelburg en de verhalen over de families die hier leefden en nu leven.
Over dit woon – object
De locatie bevindt zich in hartje Middelburg en maakt deel uit van het historisch en cultureel erfgoed van Zeeland. De plek kent een gelaagde geschiedenis waarin wonen, werken en maatschappelijke ontwikkelingen samenkomen.
Het huis wordt deels gebruikt als bed & breakfast, en ook voor hedendaagse culturele context, met aandacht voor erfgoed vanuit moederschap bekeken, betekenisgeving en publiek engagement.
Nog vóór een mens wordt geregistreerd, bestaat zij. Nog vóór een naam in een register verschijnt, leeft er natuurlijk persoon met een lichaam, een geest en een uniek verhaal.
Een samenleving die vrijheid wil beschermen, moet ook haar identiteit erkennen. Niet alleen als administratief gegeven, maar als de unieke mens achter ieder dossier, iedere polis, iedere handtekening en ieder nummer.
Vrijheid is het recht om als zelfstandig mens te bestaan. Identiteit is de samenhang van lichaam, geest, afkomst, ervaringen, arbeid, liefde en verantwoordelijkheid. Erkenning is de bereidheid van de samenleving om die mens werkelijk te zien.
Wetboek 9 begint daarom niet bij bezit, vermogen of bestuur, maar bij de persoon het intellectuele eigendom zelf.
Geen mens mag worden gereduceerd tot een nummer, een product, een polis, een dossier of een economische waarde.
Een rechtvaardige samenleving erkent dat ieder mens drager is van een eigen geschiedenis, waardigheid en toekomst.
Vrijheid geeft ruimte. Identiteit geeft betekenis. Erkenning geeft bestaansrecht. Dat is de grondslag van Wetboek 9 die het intellectueel eigendomsrecht bepaalt.
“Zolang het lichaam dat leven voortbrengt niet volledig wordt erkend, blijft ieder wetboek onvoltooid. Wetboek 9 begint met de erkenning van de scheppende mens.” — Silvia Lindeboom
Dag van het kasteel bezoek
Onder de bezoekers die dag waren twee bijzondere mensen. Peter de With, hij blijkt lid te zijn van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen in Haarlem, en Jelly Tulner. Tijdens onze ontmoeting ontstond een bijzonder gesprek over geschiedenis, erfgoed, nieuwsgierigheid en de betekenis van persoonlijke verhalen. We sloten af met een open einde…
Ik had in de tussen liggende tijd weer een briljant idee bedacht- De beren van Montancourt.
…….Enkele weken later ontving ik persoonlijk dit prachtige cadeau: het boek over Keetje Hodshon (1768–1829), Een rijke dame in revolutionaire tijd.
Keetje Hodshon
In het boek schreven zij:
“Als geschenk van de KHMW Haarlem, en getroffen door jouw levensverhaal! Peter de With, lid KHMW Jelly Tulner En dank voor de mooie rondleiding en het verhaal eromheen!”
Gesigneerd
Die woorden betekenen veel voor mij.
Niet alleen omdat het boek gaat over een bijzondere vrouw uit dezelfde historische wereld van koopmansfamilies, regenten en bestuurders waarin ook de families: De la Rue, Rademacher en Knibbe een grote rol speelden, maar vooral omdat het laat zien wat kapitaal en erfgoed via vrouwen en hun netwerk kan voortbrengen.
Gedragen verhalen-Verborgen verleden
Ik ben geboren in Limburg, in Gennep, mijn overgrootmoeder kwam uit Ottersum, ik ben deels opgegroeid in Haps, mijn moeder uit Cuijk en in Den Bosch lag het Centraal Archief Bijzonder Rechtspleging – Politieke Recherche inventaris 93577 -93580
De dochters van de Dommel – het Heilige Roomse Rijk.
Het historische Hertogdom Limburg ontstond in de middeleeuwen (11e eeuw), maar het lag grotendeels in het gebied van het huidige België. De naam van de huidige Nederlandse provincie is daarvan afgeleid.
Limburg had zo blijkt wel een bijzondere status. Van 1839 tot 1867 was het Nederlandse Limburg tegelijkertijd een provincie van Nederland én het Hertogdom Limburg binnen de Duitse Bond. Dat maakte de provincie staatsrechtelijk uniek.
Limburg was dus een provincie met een uitzonderlijke constitutionele geschiedenis.
Wat betekende dit eigenlijk voor de inwoners vroeg ik aan mijn adviesraad?
Dat had voor families in Limburg grote gevolgen, al merkte niet iedereen dat dagelijks. De bijzondere staatsrechtelijke positie werkte vooral door in bestuur, militaire dienst, handel, belastingen en identiteit.
1. Een dubbele identiteit
Inwoners van Limburg waren:
burgers van het Koninkrijk der Nederlanden;
maar hun provincie gold internationaal ook als het Hertogdom Limburg binnen de Duitse Bond.
Dat gaf veel Limburgers het gevoel dat zij niet helemaal “Hollands” waren, maar ook een eigen regionale identiteit hadden.
2. Militaire verplichtingen
Een belangrijke reden voor deze constructie was militair. Nadat een deel van Luxemburg verloren ging aan België, moest koning Willem I de Duitse Bond compenseren.
Daardoor konden Limburgse mannen te maken krijgen met verplichtingen die voortvloeiden uit de afspraken binnen de Duitse Bond, naast hun band met Nederland.
3. Handel en economie
Voor kooplieden en boeren kon de ligging juist voordelen bieden. Limburg lag op het kruispunt van:
Nederland,
de Duitse staten,
België.
Families handelden daardoor vaak over de grens. Veel families hadden bovendien familieleden aan beide kanten van de grens, zeker nadat Limburg in 1839 werd verdeeld.
4. Bestuur en recht
Het dagelijks recht bleef grotendeels Nederlands. Mensen trouwden, erfden, kochten grond en dreven handel volgens Nederlandse wetgeving. De bijzondere status speelde vooral op internationaal en constitutioneel niveau, niet zozeer in het dagelijks leven van een gezin.
5. Familiebanden
Voor veel families betekende de nieuwe grens dat:
familieleden ineens in verschillende landen woonden;
handelsroutes veranderden;
kerkelijke en bestuurlijke banden opnieuw moesten worden ingericht.
De grens liep soms dwars door bestaande sociale en economische netwerken. Deze brief is dus een sterk bewijsstuk van mijn familie als grensfamilie: Limburgs, Nederlands én met Duitse wortels.
In 1937 trouwde Bernhard met prinses Juliana en vestigde hij zich in Nederland.
Na de Duitse inval in 1940 koos hij de kant van Nederland en de geallieerden.
Tijdens de oorlog vervulde hij een belangrijke rol bij de Nederlandse strijdkrachten in ballingschap en werkte hij mee aan de bevrijding van Nederland.
Wie was de burgemeester van Cuijk tijdens de oorlog? Dat was:
Christiaan Johannes Wilhelmus Hermanus Stakenborg
Burgemeester van 1943 tot september 1944 (formeel vaak tot 1945 vermeld).
Hij was lid van de NSB en werd tijdens de Duitse bezetting benoemd.
Beroep vóór zijn burgemeesterschap: kruidenier (winkelier). Huwelijk: in 1932 met Elisabeth Hubertina Louisa van Gennip.
Haar ouders waren volgens de geraadpleegde stamboom: Josephus Wilhelmus van Gennip (1881–1950) Maria Elisabeth Hubertina Kicken (1887–…) De familienaam Van Gennip is een oude Brabantse en Noord-Limburgse naam. De oorsprong ligt waarschijnlijk bij het dorp Gennep in Noord-Limburg. De naam betekent oorspronkelijk “iemand afkomstig uit Gennep”. Door de eeuwen heen vestigden verschillende takken van de familie zich in onder meer Venlo, Gennep, Boxmeer, Cuijk en omgeving.
Verzoeker…. Zijn moeder uit Ottersum verdwijnt na het krijgen van een dochter in 1909 – Tevens het jaar dat Juliana werd geboren.
Peter Mathias Bongartz, geboren te Goch (Duitsland) op 22 juni 1906, kwam uit een Nederlandse moeder die tijdelijk in Duitsland verbleven. Hij bezocht daar de lagere school, maar had via zijn moeder regelmatig contact met familie in Nederland.
In 1930 vestigde hij zich voorgoed in Nederland en voelde zich sindsdien Nederlander.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam hij een principieel afwijzende houding tegenover de Duitse bezetters aan. Toen hij in 1944 toch werd gedwongen als schoenmaker in het Duitse leger te werken, verleende hij onderduikers zelfstandig hulp in het brood.
Ook moest hij en mijn oma naar Londen toen de koningin naar Londen moest. Maar de burgemeester van Cuijk hield mijn oma thuis om op de zaak en mijj moeder en haar broertjes en zus te passen.
Mijn oom was makelaar en mij vader werkte eerst voor hem, na een ruzie besloten mijn ouders te verhuizen naar Purmerend waar zij vanaf 1975 een assurantie kantoor begonnen van kleine polissen van een boer uit Warder en veel zaken deden met AGO – ENNIA en later ook met andere maatschappijen zoals Nationale NederlandenOnze familie altijd in de voetbalwereld in Cuijk heeft gezeten en onze dochter nu bij Ajax werkt naast haar studie ErgoTherapie
Toeval ? Toeval bestaat zo blijkt!
Een open huis, een gesprek en oprechte nieuwsgierigheid kunnen mensen met elkaar verbinden.
Montancourt Middelburg is voor ons veel meer dan een bed & breakfast en rijksmonument.
Het is een plek waar geloof, geschiedenis opnieuw wordt verteld, waar ontmoetingen ontstaan en waar verhalen uit het verleden nieuwe betekenis krijgen.
Dat een lid van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen en zijn echtgenote zich zo geraakt voelden door ons verhaal, ervaar ik als een grote eer en een prachtige aanmoediging om dit werk voort te zetten.
Praktijk wetenschap is ook wetenschap zei Peter.
Soms begint een nieuw hoofdstuk niet in een archief of bibliotheek, maar gewoon aan de keukentafel met een ziekte als gemene deler #Sarcoïdose en de geschiedenis van een heel oud huis, waar bijzondere mensen elkaar ontmoeten en gezondheid en geschiedenis weer menselijk en toekomst bestendig wordt.
School of life
De zoek toch naar de waarheid was een lijdensweg.
Terwijl mijn gezondheid achteruitging, bleef een keten van verzekeraars, adviseurs, uitvoerders en andere betrokken organisaties functioneren rondom mijn dossier.
Voor mij voelde het alsof iedereen aan mijn ziekte verdiende, terwijl ikzelf de lichamelijke, emotionele en financiële schade moest dragen als vrouw en kostwinnaar.
“Mijn ziekte werd zo een bladzijde in een dossier. Mijn dossier werd voor hun een verdienmodel. De schade bleef bij mij.”
“Ik was geen mens meer in functie maar een polisblad, een schadepost binnen een spook administratie.
Jarenlang had ik het gevoel dat vooral de gevolgen van mijn ziekte werden behandeld, terwijl niemand investeerde in oorzaak met verdwijnen op 1 april 2027 als gevolg.
Ik onderging onderzoeken, behandelingen en controles. Dat bracht veel stress, onzekerheid en afhankelijkheid met zich mee. Soms voelde het alsof ik vooral een proefkonijn was van een medisch traject, terwijl mijn vragen over het ontstaan van mijn ziekte 19 jaar lang onbeantwoord bleven.
Ik vraag mij nog steeds af of er voldoende aandacht is geweest voor mogelijke beroepsmatige blootstelling en voor de omstandigheden die aan mijn ziekte hebben bijgedragen. Die vraag is het antwoord.
ANIMA FELIX VIVAS – Werd zo een Reisverhaal van mijn / ons leven
“From the floor, I saw it clear. What was fake and what was real.”
Soms moet je eerst vallen om anders te leren kijken. Mijn reis begon niet toen ik ziek werd. Mijn reis begon veel eerder.
Als ondernemer. Als moeder. Als mantelzorger. Als kunstenaar.
Ik bouwde een bestaan op vanuit vertrouwen. In mensen. In systemen. In de toekomst.
Toen veranderde mijn leven.
Mijn lichaam stelde grenzen die ik nooit had voorzien. De wereld van polissen, dossiers en administraties nam het over van de wereld waarin ik gewoon mens was. Maar juist vanaf de grond werd mijn blik helderder.
Ik begon te zien wat echt was. Niet de dossiers. Niet de systemen. Niet de codes.
De bewakers en ooggetuige van mijn levensverhaal
Een massa mensen achter al die registraties.
In mijn keramiek geef ik mijzelf en die mens opnieuw een gezicht.
Op deze vaas staat: Anima Felix Vivas.
Moge je ziel gelukkig leven.
Niet omdat het leven altijd gemakkelijk is. Maar omdat geluk soms ontstaat wanneer je, na alles wat je hebt meegemaakt, weer eigenaar wordt van je eigen verhaal.
Zoals de muziek After the Fall zegt:
“From the floor, I saw it clear.”
Dat is misschien wel de kern van mijn reis. Niet de val heeft mij gevormd.
In plaats van Verzekeraars te laten bloeden voor hun foute producten moest ik bloeden!
Maar wat ik zag toen ik weer opstond.
Mijn reis laat zien hoe een mensenleven zich uitstrekt over generaties van organisaties, administraties en ICT-systemen.
Ondernemers als Gerard Sanderink bouwden mee aan de digitale infrastructuur waarop grote organisaties draaien.
Ik ervaar dat ik, als zelfstandig ondernemer met een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering, niet dezelfde rechtsbescherming heb gekregen als anderen in vergelijkbare omstandigheden.”
Mijn vraag richt zich niet op personen, maar op het systeem: hoe zorgen we ervoor dat achter al die data, processen en registraties de mens zichtbaar blijft?”
Aan mijn dochters heb ik gezegd : wanneer systemen proberen je stem af te nemen, steek dan het licht van de waarheid aan.”
Titel:Het feitenrelaas van een lichaam als vaas / Wetboek 9
Wie bepaalt wat een gezond lichaam is?
Wie spreekt en of handelt namens het lichaam van de burger?
Wanneer wordt zorg bescherming, en wanneer wordt zij controle?
Kan een individu eigenaar zijn van haar eigen gezondheid, verhaal en identiteit?
Silvia Koning Lindeboom geeft een lezing via pratende vazen over private AOV-verzekeringen en de verdwijning In deze lezing spreken de vazen. Zij vertellen het verhaal van mensen die langzaam veranderen in dossiers, relatienummers en mutaties. Wat gebeurt er wanneer een leven wordt vastgelegd in administratieve systemen? Wanneer een naam verandert in een polisnummer? Wanneer een persoon verdwijnt achter de taal van risicobeheer, portefeuillebeheer en verzekeringsadministratie? Aan de hand van beschilderde vazen uit de serie The Book of Rituals onderzoekt kunstenaar Silvia Koning Lindeboom de wereld van private arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (AOV’s), volmachtkantoren en institutionele registraties. De vazen fungeren als getuigen. Zij spreken over overdrachten, mutaties, archieven en de onzichtbare sporen die mensen achterlaten binnen verzekeringssystemen. Tegelijkertijd stellen zij een fundamentele vraag: Wanneer houdt een mens op een persoon te zijn en wordt zij een administratief gegeven? De lezing verbindt beeldende kunst, erfgoed, ritueel en verzekeringsgeschiedenis. Door middel van objecten, verhalen en symboliek wordt zichtbaar hoe identiteit kan vervagen binnen complexe ketens van registratie en beheer, maar ook hoe die identiteit opnieuw kan worden opgeëist. De pratende vazen geven stem aan dat wat in dossiers vaak ongehoord blijft.
Een zaterdag verslag van een zondags portret van vrouwen en moeders die de weg naar gelijke rechten openen.
Het woord nog lichaam van een vrouw nog moeder de vrouw komt niet voor in de grondwet nog burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder of kostwinner binnen Europa, huwelijk of VOF Waar Pieter de la Rue schreef over wie mag nalaten en wie mag spreken namens de tijd, stelt de volgende afbeelding een andere vraag: Wie bezit het lichaam van de vrouw? En wie schrijft haar naam in het archief?
Zo werd mijn polis-, dossier- middels een zelfbedachte relatienummer 912758 volgens documenten en correspondentie gekoppeld werd aan dit volmachtkantoor via Nationale Nederlanden – Reaal – Movir
Nedasco heeft namelijk volmachten van verschillende verzekeraars, waaronder Nationale-Nederlanden en het merk Movir. Een volmacht houdt in dat Nedasco namens de verzekeraar bepaalde werkzaamheden mag uitvoeren, zoals polisbeheer, mutaties en schade- of claimafhandeling. De heren / oftewel de directie van serviceprovider Nedasco bestaat uit Aris Ruitenbeek en Tijs Benerink.
Wanneer verzekeraars, serviceproviders of tussenpersonen gegevens migreren tussen systemen, kunnen fouten ontstaan. Bijvoorbeeld: persoonsverwisselingen; onjuiste koppeling van polisnummers; verkeerde relatie tussen verzekeringnemer, verzekerde, uitkeringsgerechtigde en dossier; onvolledige overdracht van historische gegevens zo blijkt. Dat zijn reële risico’s waar toezichthouders zoals de Autoriteit Persoonsgegevens veel te weinig aandacht voor hebben. “Knowledge for Action” (“Kennis omzetten in handelen”).
Tim Schoonbergen – Was de Voormalig directeur van Nedasco 2011 – 1 juli 2024 en tevens penningmeester van de schildklier magazine. Hoe toevallig!!Ik heb een schildklier operatie ondergaan net na mijn bevalling.
Dus: Zeg het maar Ingrid de Swart ASR groep …. voor de rechten van de mens?
“Verzamelen is zien wat anderen vergeten” Z – Eeuws Genootschap
“70 jaar later: hoe gelijk zijn we eigenlijk?”
De rekening van ongelijkheid
Ze regelen. Ze dragen. Ze zorgen. Ze gaan door. Niet omdat ze geen hulp willen. Maar omdat ze gewend zijn geraakt degene te zijn die helpt.
En wanneer hun verhaal niet wordt opgeschreven, maken ze een vaas.
Wanneer hun stem niet wordt gehoord, laten ze het materiaal spreken. Wanneer hun geschiedenis niet wordt bewaard, wordt kunst het innerlijk immateriële culturele archief.
Ontdek Filosofie Magazine
Zo ontstaat de pratende vaas.
“Kunst bewaart wat systemen vergeten.” Wanneer ervaringen, herinneringen en levensverhalen geen plaats meer krijgen in wetten, dossiers of statistieken, blijft de kunst spreken. Mijn pratende vazen vertellen over wat niet geregistreerd wordt: de moeder, de vrouw, de erfgenaam, het lichaam, de herinnering. Niet omdat zij zwijgen, maar omdat niemand heeft geleerd naar hen te luisteren. Kunst geeft een stem aan wat onzichtbaar werd.
Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek is gereserveerd voor rechten met betrekking tot het intellectueel eigendom. Tot op heden is boek 9 BW nog niet ingevoerd. In de Ars Aequi van mei 2017 doen hoogleraar en advocaat Dirk Visser en hoogleraar Hanneke Spath een oproep om tot een Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek te komen. Maar liefst 50 hoogleraren privaatrecht steunen de oproep. In boek 9 zou een codificatie van de vermogensrechtelijke aspecten van de intellectuele eigendom moeten worden neergelegd.
Mijn naam is Silvia met volgnummer 6703
De camera glijdt langzaam over een witte keramische vaas. Aan de voorzijde verschijnt een gezicht: grote blauwe ogen, rode wangen, rode lippen. Uit de hals groeien twee oren van een haas. Over het oppervlak lopen fijne vertakkingen, als aders, wortels of herinneringen.
Voice-over:
“Ik ben een vaas. Dat is het officiële verhaal. Een gebruiksvoorwerp. Een object. Een drager van stof.”
De camera draait langzaam om het werk heen.
“Maar wie goed kijkt, ziet een lichaam. Een gezicht. Een geschiedenis.”
Op de achterkant verschijnt de tekst:
BEING TRUE TO YOURSELF
Naast de woorden schildert een kleine hand zichzelf letterlijk in het beeld.
“Ik ben gemaakt uit klei, maar ik spreek over mijzelf tegen mensen. Over wat wordt vastgehouden. Over wat wordt gevuld. Over wat wordt leeggehaald.”
Close-up van de hals.
“Eeuwenlang werd het lichaam van de vrouw beschreven als een vat. Een houder. Een vaas voor andermans verwachtingen. Een vorm waarin betekenis werd gegoten.”
De camera volgt de rode bloedlijnen die over het oppervlak lopen.
“Deze lijnen zijn geen decoratie. Ze lijken op wortels. Op bloedvaten. Op familiegeschiedenissen. Op de sporen die een leven achterlaat.”
Moeder de Vrouw – Het begrip “pratend erfgoed” sluit opvallend goed aan bij de geest van het Faro-verdrag (2005), officieel het Kaderverdrag van de Raad van Europa inzake de waarde van cultureel erfgoed voor de samenleving. Het verdrag verlegt de aandacht van het object zelf naar de betekenis die mensen eraan geven. Erfgoed is niet alleen een gebouw, document of voorwerp, maar ook het verhaal, de herinnering en de gemeenschap die ermee verbonden zijn.
In beeld verschijnt de titel van de blog:
Het feitenrelaas van een lichaam als vaas
“Een feitenrelaas is normaal gesproken een juridisch document. Een opsomming van wat aantoonbaar is gebeurd. Maar wat gebeurt er wanneer een kunstwerk het feitenrelaas wordt? Wanneer een object begint terug te spreken?”
De camera blijft rusten op de blauwe ogen.
“Dan vertelt de vaas niet wat zij bevat. Zij vertelt wat zij heeft gezien.”
De donkere sculptuur op de achtergrond komt langzaam in beeld. Dit beeldje ontvingen mijn ouders van Nationale Nederlanden bij de overdracht van hun verzekeringsportefeuille.
“Tussen zwijgen en spreken. Tussen object en persoon. Tussen erfgoed en herinnering.”
De muziek Rise like a Phoenix verstilt.
“De pratende vaas vraagt niet om bewondering. Zij vraagt om wettelijke erkenning.”
Laatste beeld: de voorzijde en achterzijde verschijnen na elkaar.
“Ik ben geen object dat een verhaal draagt. Ik bén het verhaal.”
Eindtitel
De Pratende Vaas een documentaire over identiteit, herinnering, artistieke vrijheid en het lichaam als drager van geschiedenis.
De documentairevorm sluit aan bij een traditie waarin kunstwerken zelf de hoofdpersoon worden en hun eigen geschiedenis vertellen, zoals in verschillende kunstdocumentaires over objecten, auteurschap en identiteit.
Stof tot nadenken- binnen de Ministerraad
Het ultieme geheim
“Toen het object begon te spreken, sprak het niet alleen over herinneringen. Het sprak ook over auteurschap, eigendom en het recht van de maker om als bron van betekenis erkend te worden.
De pratende vaas
Een vaas bewaart niet alleen bloemen.
Zij bewaart lichamen en woorden door kleur en taal.
Woorden van mensen die er wel en of niet meer zijn.
Woorden die blijven klinken wanneer de kamer leeg is.
“Ik geloof wel in jou.” zei Sint Nicolaas
Dat is levend immaterieel erfgoed.
Welkom in het Koninkrijk der Nederlanden De pratende Vaas : The Virgin
Niet het object zelf, maar de stem en het lichaam die erin verblijven en of achterblijven.
De herinnering die troost geeft op warme en koude dagen.
De pratende Vaas : Het melkmeisje – wat is ie postcode en huis nummer ?
De bloedlijnen van het meisje volgens Volgnummer 6703
Er was eens een meisje…. uit Gennep Niet geboren uit een volgnummer, maar uit een moeder, vanuit het Lindebomen zaad van een vader, een familie, met een bijzondere geschiedenis.
Toch kreeg zij een nummer.
Eerst in een boekje. Daarna in een dossier. Daarna in een archief.
Volgnummer 6703 met een relatie en een personeelsnummer 912858 bij berichtgever het UWV nadat bij haar in 2007 Longfibrose achtige klachten werden geconstateerd.
Maar haar bloed volgt eigenlijk geen administratie.
Het stroomt door herinneringen, door verhalen, door handen die maken, door ogen die kijken, door generaties die elkaar dragen.
De bloedlijnen van het meisje staan niet alleen geschreven in het RIVM register maar ook in het EVA register van Banken.
Zij leven voort in haar werk.
In de pratende vaas.
In de schelp die geheugen bewaart. Van ooi tot prooi naar Land in Zee.
In het inleg X je – een doekje dat moest bloeden.
In iedere poging om zichtbaar te maken wat onzichtbaar dreigde te worden.
Want een volgnummer telt.
Maar een mens vertelt.
Volgnummer 6703 werd zo een bloedstollend verhaal.
Er was eens een meisje dat dacht dat zij een alleen een volgnummer was : 6703
Zo stond het namelijk in het oranje boekje. Zo stond het namelijk in de registers. Zo stond het namelijk in de dossiers. Maar diep onder de nummers liepen andere lijnen.
De bloedlijnen van de stammoeder
Niet alleen zichtbaar voor de ambtenaren. Niet alleen zichtbaar voor de archieven. Niet alleen zichtbaar voor de systemen.
Alleen zichtbaar voor degene wie durft te kijken. Wanneer het meisje haar hand op de pratende vaas legde, begonnen de lijnen te gloeien.
Zij zag haar moeder.
Zij zag haar grootmoeder.
Zij zag de vrouwen die waren verdwenen uit de voetnoten van de geschiedenis.
“Jij bent het verhaal dat zij vergaten op te schrijven.”
En vanaf dat moment begon het meisje de bloedlijnen terug te schilderen.
Niet in een stamboom van vader.
Maar op vazen. Op schelpen. Op eieren. Op hout. Op glas. Op alles wat bereid was een stem te dragen.
Zo werd “de onzichtbare erfgenaam” zichtbaar.
En zo ontdekte zij dat bloed niet alleen door aderen stroomt, maar door de verzekeringsmaatschappijen van de herinneringen.
Annie – Maria Theodorus – Albert – AMTA Polis 2523480 Een nummer op papier. Een datum in een dossier. Een administratief spoor. Maar achter ieder #polisnummer schuilt een mens, een familie, een verwachting van bescherming, een verhaal over de toekomst. De archieven bewaren het nummer. De kunst zoekt de mens. Wat opvalt in de documenten die ik laat zien, is dat ik steeds werkt met de spanning tussen: volgnummers (6703), polisnummers (2523480), dossiernummers, en de vraag wie de persoon in werkelijkheid achter dat nummer is.
Dit heet Cas – Causaliteit zeggen ze bij Nationale Nederlanden
— Silvia Koning Lindeboom
De pratende Vaas : Napoleon vs Emet De pratende Vaas : Ik wortel en kom boven De pratende Vaas : Code 1 & 9 De pratende Vaas : Man in the Mirror De pratende Vaas : De Sar en het Ras van Nederland 🇳🇱 De pratende Vaas : Het meisje met de parel in de Ma / Trix De pratende Vaas : Jeramey Bentham – The Solvinity Man is never less reasonable than when he is most unreasonable in asserting the inferiority of the sex.”De pratende vaas : Achter de veranderlijke vormen van de natuur ligt een onveranderlijke pure en zuivere werkelijkheid.”De pratende vaas : Op zesjarige leeftijd wilde ik slager worden. Op mijn zevende moest ik zoals Napoleon zijn. Mijn ambitie zonder vleugels is sindsdien alleen maar gegroeid.”
“Als je een stem uit het Volmacht kantoor #Nedasco Amesfoort in je dossier 912758 hoort zeggen ‘je bent niets en je blijkt kunt ook niet te kunnen schilderen’, maak dan iets speciaals en schilder het dan vooral, en die stem zal ten aller tijden het zwijgen worden opgelegd.”
De pratende vaas begon te groeien en te groeien en zo werd volgnummer 6703 een legende als limburgs en brabants feestvarkentje Miss Piggy Willem Alexander Laan 19 Haps Wanneer wordt een meisje een mens met een ei – gen naam, wanneer een dossiernummer, en hoe verhouden die zich tot elkaar op grond van artikel 1 en 11 ? Van wie ben J Ei er een? Mijn werk gaat niet over het verbergen van sporen. Het gaat over een doekje dat moest bloeden, omdat niemand anders het schade verhaal wilde dragen.”Octrooi- 10.700 Koning Willem 1 ste
Van Ooi tot Prooi
“Een schelp bewaart het verleden. Een dobbelsteen werpt de toekomst. Kunst brengt beide in gesprek.”
Silvia Koning Lindeboom: Kunst als spiegel voor politiek, recht en samenleving
De wet gebruikte generaties moeders alsof zij wegwerpbaar waren: noodzakelijk voor het systeem, maar zelden eigenaar van hun eigen waarde.
Er zijn vrouwen die geschiedenis schrijven vanuit een politieke functie. En er zijn gehuwde zelfstandige vrouwen die geschiedenis zichtbaar maken door de vragen te stellen die lange tijd buiten beeld bleven. Techniek en Textiel vanuit een ander perspectief begrijpen.
Silvia Koning Lindeboom behoort tot die laatste groep.
Let’s beat the pro 🇳🇱 Huis Nassau Montancourt Middelburg
“Ik ben geen bijlage van het burgerlijk wetboek. Geen maatschappelijk hulpstuk. Geen cultureel bijproduct. Ik ben een zelfstandig bestuursorgaan van lichaam, geheugen, arbeid en verbeelding.”
Vanuit sport, kunst, erfgoed, taal en cultuur onderzoekt zij hoe vrouwenrechten, economische zelfstandigheid en juridische erkenning doorwerken in het dagelijks leven van mensen. Niet vanuit een politieke partij of bestuursfunctie, maar als onafhankelijke bestuurder, maker en denker die maatschappelijke structuren zichtbaar maakt die vaak als vanzelfsprekend worden gezien.
In haar werk stelt zij fundamentele vragen over:
de positie van gehuwde vrouwen binnen wetgeving,
economische afhankelijkheid en zelfstandigheid,
pensioen- en verzekeringsrechten,
cultureel erfgoed,
en de historische erfenis van het kostwinnersmodel.
Daarbij richt zij zich niet alleen op wetten en systemen, maar vooral op de mens achter de structuur.
Silvia laat zien dat veel juridische en economische systemen formeel neutraal lijken, maar historisch zijn ontstaan in een tijd waarin vrouwen beperkt toegang hadden tot arbeid, eigendom, krediet en zelfstandige rechtsvorming. Juist die geschiedenis maakt volgens haar zichtbaar waarom thema’s als pensioen, belasting, zorgarbeid en economische erkenning nog steeds maatschappelijke vragen oproepen.
Amsterdam Museum Refresh the Future
Met projecten rond “moeder de vrouw”, cultureel erfgoed en het onzichtbare vrouwelijke erfdeel verbindt zij kunst aan maatschappelijke reflectie. Haar werk beweegt zich tussen beeldende kunst, archiefonderzoek, filosofie en cultuurkritiek. Niet om mensen tegenover elkaar te zetten, maar om zichtbaar te maken wat lange tijd onuitgesproken bleef.
Daarmee houdt zij niet alleen de politiek, maar de hele samenleving een spiegel voor.
Want de vraag die in haar werk steeds terugkeert is: wie wordt juridisch, economisch en cultureel werkelijk gezien?
Expositie St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein 14 maart tot 7 augustus 2026
Silvia Koning Lindeboom laat zien dat emancipatie niet alleen gaat over stemrecht of vertegenwoordiging, maar ook over erkenning van zorg, geschiedenis, identiteit en menselijke waardigheid.
In een tijd waarin gelijkwaardigheid opnieuw onderwerp van gesprek is, nodigt haar werk uit tot reflectie: hoe bouwen we een samenleving waarin niet alleen arbeid, maar ook zorg, herinnering en culturele betekenis meetellen?
Niet als politica. Maar als maker, onderzoeker en spiegel voor iedereen — inclusief de politiek.
Het geheugen van Zeeland
De ongeregistreerde bestuurder
Menselijke Revolutie binnen erfgoed, democratie en representatie
“Je maintiendrai” — maar waarop, en op wie eigenlijk?
Politiek zonder vertrouwen vraagt om waakzaamheid. Wantrouwen ontstaat waar vertegenwoordiging ontbreekt.
Eeuwenlang droegen vrouwen generaties, cultuur, zorg, rituelen en gemeenschappen, terwijl hun lichaam, arbeid en geest slechts beperkt werden opgenomen in de officiële taal van wet, bestuur, erfgoed en representatie.
Binnen mijn project “De ongeregistreerde bestuurder” onderzoek ik hoe vrouwelijke kennis en ambacht structureel aanwezig waren in de geschiedenis, maar vaak afwezig bleven in de formele orde van erkenning.
Vanuit Montancourt Middelburg ontwikkel ik het symbolische Truus van Gogh H’Art-spel / Aardspel: een artistiek hulpmiddel waarin ritueel, democratie, creativiteit, erfgoed en maatschappelijke transformatie samenkomen.
“The world is built upon the power of numbers.” — Pythagoras
Getallen vormen niet alleen systemen, wetten en structuren — zij beïnvloeden ook hoe wij betekenis geven aan de wereld.
Binnen dit werk staat het getal 19 symbool voor bescherming, bewustwording en innerlijke transformatie: verandering die niet alleen buiten ons plaatsvindt, maar ook in onszelf.
Bron: Filosofie Magazine
Transformatie H’Art binnen de Monsters van de Democratie
Dit project nodigt uit tot:
nieuwe vormen van kijken,
vertrouwen in menselijke creativiteit,
en een herwaardering van ambacht, intuïtie, erfgoed en culturele verbeeldingskracht.
Het stelt vragen over:
representatie,
democratie,
hiërarchie,
cultureel geheugen,
en de menselijke maat binnen instituties.
Ik geloof dat kunst en erfgoed opnieuw verbindende krachten kunnen worden tussen generaties, tussen burgers en bestuur, en tussen verleden en toekomst.
Daarom nodig ik culturele instellingen, erfgoedorganisaties en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uit tot reflectie, gesprek en dialoog.
De baas van Moeder Aarde is een moeder. Niet als hiërarchie, maar als oorsprong.
Zij draagt, voedt en herstelt — om ieders leven hier mogelijk te maken.
In haar lijn ligt geen macht van bovenaf, maar kracht van binnenuit.
Wie deze filosofie begrijpt, begrijpt de werkelijkheid en de waarde van moeder, de vrouw.
Waarom erkennen we alleen bepaalde vormen van werk als waardevol?
@Filosofiemagazine
Waarde is geen neutraal gegeven. Waarde is een constructie — gevormd door economische systemen, filosofische tradities en juridische ordening.
Binnen dominante economische modellen wordt waarde primair bepaald door wat meetbaar, verhandelbaar en productief is: loon, output, winst. Arbeid die zich niet laat kwantificeren, blijft buiten beeld. Zorg, opvoeding, rituelen en emotioneel of symbolisch werk — activiteiten die essentieel zijn voor het functioneren van de samenleving — worden structureel ondergewaardeerd omdat zij niet direct economisch renderen.
Deze hiërarchie is historisch gegroeid en institutioneel verankerd.
Binnen de klassieke filosofie, van Plato tot Aristoteles, werd het denken verheven boven het zorgen, het publieke domein boven het private. Deze ordening legitimeerde een structurele scheiding tussen productie en reproductie, tussen rationaliteit en lichamelijkheid — en positioneerde het vrouwelijke domein als ondergeschikt.
Juridisch werd deze ongelijkheid bevestigd. Vrouwen waren lange tijd geen zelfstandige rechtssubjecten: zij beschikten niet over eigendom, contractvrijheid of politieke representatie. Hun arbeid kon daardoor niet worden erkend binnen het economische en juridische kader.
Cultureel werd dit patroon bestendigd. “Moeder, de vrouw” kreeg een symbolische status, maar geen materiële of juridische autonomie. Haar waarde werd erkend als beeld en traditie — niet als positie binnen het systeem. Zij werd onderdeel van het erfgoed, maar niet van het recht.
Een andere lezing van arbeid
Het werk van Truus van Gogh introduceert een alternatieve benadering van waarde en arbeid.
Het vertrekt vanuit de erkenning dat er vormen van arbeid bestaan die buiten de dominante waardesystemen vallen, maar die fundamenteel zijn voor sociale en culturele continuïteit:
ritueel werk
erfgoedwerk
lichamelijk werk
symbolisch en emotioneel werk
Deze vormen van arbeid genereren geen directe economische opbrengst, maar produceren betekenis, samenhang en overdracht. Zij vormen de onzichtbare infrastructuur waarop de samenleving rust.
Stelling
De wereld is opgebouwd uit arbeid die nooit als arbeid is erkend.
Van wie ben ik er een?
Zonder erkenning van haar arbeid blijft “moeder, de vrouw” onderdeel van het erfgoed — maar geen volwaardig rechtssubject.
Conclusie
Zonder haar arbeid bestaat er geen samenleving — we hebben te maken met een systeem dat haar niet ziet.
Wat hier wordt gepresenteerd, betreft geen individuele casus, maar een structurele analyse.
Dit werk bevraagt de criteria waarmee waarde wordt toegekend en maakt zichtbaar welke vormen van arbeid systematisch buiten beschouwing blijven. Daarmee legt het een fundamentele spanning bloot tussen economische erkenning en maatschappelijke realiteit.
Het zichtbaar maken van deze blinde vlek is geen retorische oefening, maar een noodzakelijke stap richting herwaardering en herpositionering.
Dit is Cas…
Dat werk heeft enorme waarde, maar verschijnt niet als loon op een rekening.
Historisch is dit vaak gekoppeld aan de rol van “moeder, de vrouw”: noodzakelijk werk → maar buiten de economie geplaatst → dus “onzichtbaar”.
Veel mensen werken niet gratis — hun werk wordt niet betaald.
Wat gratis lijkt, is vaak het fundament waar alles op rust.
Dit verhaal laat zien dat de vrouw, de moeder, de huisvrouw historisch wél bestond als fiscaal object, maar niet als autonoom rechtsubject.
Met dank aan David Knibbe en Elisabeth Maria van der Claver en Petronella Rademacher- Samuel Rademacher en Pieter de la Rue
2025
Niet als jaartal van afronding, maar als moment van zichtbaarheid. Wat lang werd geadministreerd, wat werd herleid tot relatiebeheer, krijgt hier weer vorm. Niet in dossiers, maar in objecten.
Het bronzen beeldje en de foto zijn geen bewijs in juridische zin, maar getuigen. Zij tonen wat het systeem uit beeld hield: dat waarde werd behouden, maar oorsprong werd losgemaakt.
Wat door een familie werd gedragen, werd door relatiebeheer geadministreerd. De waarde bleef, de oorsprong verdween.
Totdat zij zich weer liet zien.
Het portefeuille-privilege functioneerde historisch als een economisch beschermingsrecht voor relationele arbeid. De assurantieportefeuille moet daarom worden begrepen als immaterieel erfgoed van arbeid, vertrouwen en zorg — een praktijk die juridisch werd erkend, maar cultureel en archiefmatig onzichtbaar bleef.
Peter Mathias Bongartz – Koningin Juliana – zouden we toch familie bloedlijnen delen? Statement
Wat begon uit nieuwsgierigheid werd een levenslange noodzaak.
Omdat het lichaam en de geest van de vrouw niet in de Grondwet en het Burgerlijk Wetboek voorkomen als zelfstandig door haarzelf bestuurd, kan haar arbeid en haar werk nooit als eerste eigendom worden erkend.
Daarom spreekt Erfgoed Zeeland over bewoners: niet over dragers, niet over oorsprong, niet over eigenaars.
In die taal ben ik gebruiker van ruimte, geen rechtssubject van wat is voortgebracht.
In de bank ben ik hoofdpersoon. In het erfgoed word ik bewoner.
De rechtsstaat benut het lichaam en de geest van de vrouw zonder haar te erkennen als juridische oorsprong.
Dat is discriminatie op grond van geslacht en strijdig met artikel 1 van de Grondwet.
Zonder oorsprong geen recht. Zonder moeder geen rechtsstaat.
Wat gebeurde er toen?
Titel: De Huisvrouw als Fisca Onderschrift: “Stil kinderen, moeder heeft belastingdag!” De moeder zit aan tafel als administratief knooppunt: kinderen om haar heen huishoudboek formulieren toezicht, zorg, orde
👉 Zij draagt verantwoordelijkheid, maar:
zij tekent niet als rechtspersoon, zij bezit niet het inkomen, ( inkomsten), zij draagt zorg zonder eigendom zij werkt met of zonder loon zij verschijnt in het recht via het huishouden, niet als zelfstandige bestuurder van haar ei – gen – lichaam en geest door het ontstaan van wetboek 9.
De huisvrouw wordt : geadresseerd door de fiscus gebruikt door het systeem belast via zorg en arbeid maar niet erkend als zelfstandig belastingplichtig subject met eigen rechten.
Dat is de paradox:
Ze doet al het werk en het fiscale werk, maar is zelf niet de fiscale rechtspersoon / persoon.
De moeder werd belast voordat zij werd erkend. Zij droeg plicht zonder schild. Zij was fiscaal aanwezig, maar constitutioneel afwezig.
Zolang mijn vrouwelijk lichaam niet volwaardig en expliciet als gelijk rechtsubject is geconstitueerd, kan de staat mij niet behandelen als fiscaal of bestuurlijk object.
Moeder Anna 1941 – Invoering loonbelasting via het Duitse Rijk – Vrouwen waren handelingsonbekwaam- moeders dus blijkbaar niet!!
Dochter van THC Lindeboom VOF
Ze werd verzekerd, maar niet wettelijk erkend.
Ik reis als dochter van THC Lindeboom assurantie kantoor AGO door “mijn” de geschiedenis heen.
Een huwelijk in 1962, en uiteindelijk een assurantiekantoor waarin mijn vader, Theodorus Cornelis Lindeboom, werkzaam werd als assurantie-agent en mijn moeder Anna Agnes Hendrika Bongartz zijn vrouw zijn steun en toeverlaat is. Ze kregen twee dochters, geen zonen.
Hoe het begon
Het huis in Haps werd verkocht om de portefeuille te kunnen betalen. Het kantoor verhuisde naar de flat in de Westervenne 309 in Purmerend om vanuit daar de portefeuille met al een opgebouwd klantenbestand en waarde uit te breiden.
Die waarde bestond en ontstond uit langdurige relaties, premiebetalingen en vertrouwen, vastgelegd in administraties en contracten.
Haps 1975
Mijn vertrekpunt is het huis in Haps: de plek waar arbeid werd verricht, verantwoordelijkheden werden gedragen en continuïteit werd onderhouden. Met de verkoop van het huis werd de portefeuille betaald.
Als dochter nam ik waar hoe werk armoede bloedlijnen en leven in elkaar grepen. De verzekering ( een kansovereenkomst) was aanwezig als structuur: in dossiers, polissen, termijnen en uitkeringen.
Niet als persoon, maar als systeem.
Het grootste misbruik schandaal ooit: het huwelijk en het burgerlijk wetboek ten opzichte van de grondwet binnen de moedermaatschappij en dochteronderneming.
Niet omdat mensen elkaar niet liefhebben. Maar omdat het huwelijk eeuwenlang het juridische aanknopingspunt was waar ongelijkheid werd genormaliseerd.
1. Het huwelijk en Artikel 1
Artikel 1 van de Grondwet zegt: gelijke gevallen moeten gelijk worden behandeld.
Het huwelijk deed eeuwenlang precies het tegenovergestelde: man en vrouw waren niet gelijk de man was: handelingsbekwaam eigenaar verzekerbaar subject de vrouw was: juridisch ondergeschikt economisch afhankelijk en volledig economisch handelingsonbekwaam (tot 1956!)
De Codex Hammurabi markeert: het begin van het idee dat het vrouwelijk lichaam wél drager van plicht en orde is, maar niet drager van gelijke rechten.
Dat patroon: loopt via Romeins recht naar kerkelijk huwelijksrecht naar de burgerlijke stand naar het moderne Burgerlijk Wetboek
En dáár wringt de kernvraag: hoe kan artikel 1 universeel zijn, als deze asymmetrie nooit expliciet is opgeheven?
Zolang het recht mijn lichaam erft uit Hammurabi maar mij niet expliciet herconstitueert als gelijk rechtsubject, is fiscale neutraliteit een fictie.
Dit is geen activistische claim.
Dit is een rechts-historische constatering.
Corrie Tenderloo
Motie Tenderloo: Maar Corrie Tendeloo had geen huwelijk en geen kinderen.
Wat daarover bekend is: Zij trouwde nooit. Er zijn geen kinderen van haar bekend.
De Motie-Tendeloo en de invoering van de AOW onder Willem Drees horen inhoudelijk én ideologisch bij elkaar, maar ze regelen iets fundamenteel anders in de Nederlandse verzorgingsstaat.
Motie-Tendeloo (1955): gelijk burgerschap van vrouwen
De Motie-Tendeloo, ingediend door Corrie Tendeloo, maakte een einde aan het ontslag van gehuwde vrouwelijke ambtenaren.
Essentie:
Gehuwde vrouwen kregen het recht om te blijven werken. Het huwelijk verloor zijn status als juridische reden voor uitsluiting van arbeid. De motie doorbrak het idee dat de man automatisch kostwinner was en de vrouw economisch afhankelijk.
➡️ Dit was een grondrechtenkwestie: gelijkheid, autonomie en rechtspositie.
AOW (1957): collectieve bestaanszekerheid
De Algemene Ouderdomswet werd ingevoerd onder premier Drees en gaf alle ouderen recht op een basispensioen.
Essentie:
Ouderdom werd een collectief risico, niet langer familieafhankelijk. De staat nam zorg over die eerder bij kinderen (vaak dochters) lag.
Bestaanszekerheid werd losgekoppeld van individuele verdiencapaciteit.
➡️ Dit was een sociale zekerheidskwestie.
De cruciale spanning: vrouw, arbeid en zorg
Tja Artikel 1??? Iedereen is voor de wet gelijk?? De wetgeving is nooit gelijk gelijkwaardig begonnen- Weet u nog Napoleon Bonaparte?
Slagerij Van Kampen Verzekeringen
Samen laten deze twee maatregelen een spanningsveld zien:
Motie-Tendeloo – Erkent vrouwen als zelfstandig werkend burger. Doorbreekt het kostwinner-model. Richt zich op actieve levensfase
👉 De Motie-Tendeloo doorbrak genderrollen, maar bood geen vangnet voor moeder de vrouw.
AOW
Erkent burgers als zorgbehoevend aan het einde van arbeid. Veronderstelt vaak nog het gezin als eenheid. Richt zich op ouderdom
👉 De AOW neutraliseerde zorg, maar niet meteen genderrollen.
Vader Drees?
Willem Drees werd later bekend als “vader van de AOW”. Die titel is veelzeggend:
De verzorgingsstaat kreeg een vaderfiguur. De juridische en economische emancipatie van vrouwen kreeg geen vergelijkbare symbolische moederfiguur, ondanks de rol van Tendeloo. Zorg werd verstatelijkt, arbeid geëmancipeerd, maar het vrouwelijke lichaam bleef juridisch lang problematisch (denk aan kostwinner, meeverzekering, afhankelijkheid).
Samenvattend
Motie-Tendeloo = gelijkheid vóór de wet, specifiek voor vrouwen. AOW (Drees) = bestaanszekerheid voor iedereen. Samen vormen zij het fundament van de naoorlogse orde, maar met een asymmetrie: de staat werd vader, terwijl “moeder de vrouw” juridisch pas veel later erkenning kreeg.
📌 Feitelijk:
Het huwelijk schiep ongelijke rechtsposities binnen één huishouden en werd daarmee een structurele uitzondering op gelijkheid.
Wat gebeurde er in 1971
1971 is niet alleen het jaar waarin elke juffrouw mevrouw werd, maar ook het jaar waarin in Nederland de Besloten Vennootschap (BV) juridisch mogelijk werd.
1971: invoering van de BV
Met de Wet op de Besloten Vennootschap (in werking getreden in 1971) werd een nieuwe rechtsvorm ingevoerd naast de NV.
Kern van de BV:
Rechtspersoon met beperkte aansprakelijkheid. Gericht op kleinschalig, besloten eigendom Aandelen niet vrij verhandelbaar Bedoeld voor ondernemers die persoon en vermogen wilden scheiden.
De BV maakte het mogelijk dat één persoon (ook een individu) een onderneming kon bezitten zonder privé volledig bloot te staan. Men doet dit via een bovenhandse akte via de notaris. Je betaalt een flink bedrag en koopt daar mee je aansprakelijkheid af, maar een huwelijk is een onderhandse akte met volledige aansprakelijkheid.
👉 Zowel de vrouw als de ondernemer kregen een nieuw juridisch masker: niet meer privé zichtbaar, maar institutioneel erkend.
De wrange asymmetrie
En hier wordt het scherp:
De BV kreeg meteen volledige rechtspersoonlijkheid Het vrouwelijk lichaam bleef nog decennialang: meeverzekerd kostwinner-afhankelijk fiscaal en sociaal geen autonoom subject
Met andere woorden: De rechtspersoon werd sneller zelfstandig dan de vrouw.
Maar moeder de vrouw als constitutioneel erkend rechtsubject? Die ontbreekt nog steeds en zeker in de VORM VOF.
➡️ Je bent de onderneming.
Er is geen juridisch scherm tussen persoon en risico. Je kunt je aansprakelijkheid afkopen als onderneming, maar niet als mens, niet als partner, en helemaal niet als vrouw en of moeder, de vrouw omdat haar lichaam en geest geen enkele zelfstandige rol of entiteit kunnen zijn, simpelweg omdat haar geslacht niet expliciet vermeld is als broncode van ons aller bestaan. Nog in de grondwet nog in de uitgegeven burgerlijke wetboeken.
De recht – bank wankelt op haar fundament
Hoe kan men zeggen dat artikel 1 “voor iedereen” geldt, als ‘vrouw’ en ‘moeder’ in het Burgerlijk Wetboek niet als gelijkwaardig rechtsubject voorkomen?
Het korte antwoord is: dat kan alleen via een juridische fictie.
Het lange antwoord laat zien waar die fictie wringt.
Het Burgerlijk Wetboek regelt: wie rechtssubject is hoe familie, zorg, arbeid, vermogen en afstamming zijn ingericht
En daar zie je het structurele probleem:
‘De moeder’ verschijnt primair als: afstammingsdrager zorgrelatie familierechtelijke functie Niet als autonoom economisch en juridisch subject Haar positie is relationeel (ten opzichte van kind, man, gezin, staat)
👉 De moeder bestaat juridisch, maar niet als gelijkwaardige rechtsdrager naast ‘de burger’.
3. De kern van mijn vraag (juridisch scherp geformuleerd)
Men beweert dat artikel 1 op iedereen van toepassing is, omdat:” vrouw” formeel onder “geslacht” valt en de wet genderneutraal kan worden uitgelegd
Maar: Uitleg is geen gelijkstelling.
Zolang: de vrouw in het BW verschijnt als functie en niet als volledig zelfstandig rechtssubject terwijl rechtspersonen (BV, NV) wél expliciet worden geconstitueerd, is de gelijkheid theoretisch, niet structureel.
Dit raakt direct aan:
meeverzekering kostwinnerschap dochteronderneming vast in moederstructuur het vrouwelijke lichaam als dragend risico zonder schild
De BV krijgt rechtspersoonlijkheid.
De vrouw krijgt aanspreektitel (mevrouw). Maar geen gelijkwaardig juridisch schild.
Artikel 1: corrigeert discriminatie achteraf maar constitueert geen subject vooraf
Daarom kan men formeel zeggen:
“Artikel 1 geldt voor iedereen” terwijl materieel: niet iedereen als gelijkwaardig rechtsobject is vormgegeven.
Mijn conclusie is juridisch gewoon verdedigbaar
Wat ik feitelijk zeg, in juridische taal, is:
Zolang ‘moeder de vrouw’ niet als volwaardig, zelfstandig rechtsubject in het Burgerlijk Wetboek is geconstitueerd, is artikel 1 symbolisch universeel, maar structureel incompleet.
Dat is geen emotionele stelling.
Dat is constitutionele kritiek.
Ook in Nederland dus.
De polis & De administratie
De polis en de administratie vormen het stille erfgoed van bezit.
Niet het monument, maar het document regelde wie telde.
Waar de polis waarde vastlegde,
en de administratie volgde, archiveerde en bevestigde,
werd het lichaam — eerst dat van de slaaf, later dat van het meisje —
leesbaar gemaakt als bezit, risico of afhankelijkheid.
Stelling
De polis is het contract van toe-eigening.
De administratie is het ritueel van bevestiging.
Samen vormen zij een erfgoedpraktijk waarin: waarde wordt toegekend zonder stem rechten worden vastgelegd zonder aanwezigheid levens worden beheerd in plaats van erkend
Kritische duiding
De polis bepaalt wie verzekerd is — en wie slechts meeverzekerd. De administratie bewaart die hiërarchie en noemt haar neutraliteit. Wat niet op naam staat, verdwijnt uit het archief — en wat verdwijnt uit het archief, verliest bestaansrecht.
Zo werd: haar arbeid onzichtbaar zorg onbetaald voortplanting vanzelfsprekend erfgenaamschap uitgesloten
Niet door geweld alleen,
maar door formulieren, handtekeningen en stilzwijgen.
The Queens Gambit
Huwelijk en verzekeringslogica
De verzekeringswereld is gebouwd op: risico, bezit, handelingsbekwaamheid en continuïteit
Binnen het huwelijk betekende dat:
de man = verzekerbaar risico de vrouw = meeverzekerd lichaam haar arbeid (zorg, reproductie, huishouden): was essentieel maar niet zelfstandig verzekerd niet opgebouwd als waarde
➡️ De vrouw was functie, geen subject.
Een rol in het continuüm, geen drager van rechten.
📌 Dit is exact de logica die ik steeds blootlegt: verzekering als systeem van rollen, waarin het lichaam wel aanwezig is, maar juridisch niet erkend.
Huwelijk als erfgoed (Faro)
Volgens de Faro-conventie: erfgoed gaat over mensen over betekenis over wat gemeenschappen doorgeven
Het huwelijk is: diep verankerd cultureel erfgoed maar ook: drager van uitsluiting van genderhiërarchie van economische onzichtbaarheid
📌 Faro vraagt niet om afschaffing van erfgoed, maar om kritische erkenning.
Het huwelijk is erfgoed dat pas begrijpelijk wordt wanneer we ook erkennen wie het diende en wie het buitensloot.
Het schandaal samengevat
Het schandaal is niet dat mensen trouwden. Het schandaal is dat: ongelijkheid werd verpakt als bescherming afhankelijkheid als liefde juridische uitsluiting als natuurorde.
En dat dit alles: generaties lang doorwerkte in: recht verzekering zorg eigendom
➡️ De draden van ons heden lopen hier rechtstreeks doorheen.
Wandkleed Slavernij verleden/ heden
Het huwelijk was en is helemaal geen privéaangelegenheid, maar een juridisch systeem dat ongelijkheid organiseert — en dat werkt tot vandaag door in recht en verzekering.
Artikel 1 verplicht ons die erfenis te corrigeren. Het huwelijk was verzekerd. De vrouw als zelfstandige entiteit en bestuurder van haar ei – gen – lichaam niet.
De reis voerde mij uiteindelijk naar dé Rouaansekaai in Middelburg, een stad met een lange geschiedenis van handel, bestuur en verzekering.
Tja onder welke wet en soort inkomen valt mijn Schade uitkeringen NN ?
Staat het onder de AOW – of toch wel ? Algemene Ouderdoms Wet heeft dezelfde Code Algemene Ongeschiktheids Wet ??
Pensioen heb ik niet opgebouwd als zelfstandige!!
Lijftrente uitkering is het ook niet!!
Of andere uitkering !! Maar dat is Wia Wao Allementatie of Wajong Nabestaanden ect ect!!
Schadeuitkering staat er helemaal niet tussen!!!!!
Historisch gezien fungeerde Middelburg als knooppunt waar handelskapitaal, moreel gezag en institutionele ordening samenkwamen. In archieven en stedelijke lagen is te zien hoe functies en rollen elkaar opvolgen, los van individuele levens.
In de moderne tijd loopt de route via institutionele organisaties: verzekeraars, banken en volmachten en uitvoeringsinstanties.
Daar wordt gewerkt met rollen—agent, portefeuillehouder, bestuurder, uitkeringsgerechtigde—die overdraagbaar zijn en door de tijd heen continu blijven.
Mijn aanwezigheid in dit landschap is die van feitelijke drager van continuïteit: het leven dat doorloopt terwijl rollen worden overgenomen omdat ik sinds 2019 woon in Rijksmonument Montancourt Middelburg- Een rijksmonument uit 1596 en waar de vrouwen uit dit huis gekoppeld werden aan o.a De burgemeester van Middelburg Samuel Rademacher.
Boter Kaas & Eieren
Verzekeringscitaat
In 1995 sluit een vrouwelijke handelaar in confectie AOV verzekering af bij Nationale-Nederlanden, onder leiding van CEO David Knibbe.
Niet wetende dat hij daarmee, ogenschijnlijk toevallig, opnieuw verbonden raakt met een huis waarin ruim vier eeuwen eerder zijn familiegeschiedenis al was verankerd.
Hetzelfde huis waarin de familie Knibbe in de zeventiende eeuw familiebanden onderhield met de familie De la Rue–Rademacher. Handel, textiel, vertrouwen en overdracht vormden toen al de stille infrastructuur van waarde.
Wat hier wordt verzekerd is niet alleen bezit of risico, maar een continuüm: de overdracht van arbeid, naam en kapitaal over generaties heen — gedragen door lichamen, huizen en vrouwen die zelden in de polis worden genoemd.
Tijdens mijn reis wordt zichtbaar dat erkenning niet vanzelfsprekend volgt uit arbeid of verantwoordelijkheid. Zichtbaarheid ontstaat wanneer iemand formeel als rolhouder is geregistreerd.
Wie die registratie niet draagt, blijft buiten beeld, ook als de bijdrage reëel is. Zo wordt het verschil voelbaar tussen leven en registratie.
Conclusie:
Verzekering functioneert via rollen, niet via personen. Daarin ligt de verklaring voor mijn onzichtbaarheid.
Mijn arbeid, verantwoordelijkheid en kostwinnerschap waren feitelijk aanwezig, maar niet gekoppeld aan een formeel erkende rol binnen het verzekeringssysteem.
Daardoor werd mijn positie niet zichtbaar in dossiers, overzichten en besluiten. Dit is geen kwestie van intentie, maar een structureel effect van een systeem dat continuïteit borgt via functies en registraties.
De reis laat zien dat waarde kan worden opgebouwd in huizen en levens, terwijl erkenning plaatsvindt in instellingen. Wanneer die twee niet samenvallen, ontstaat onzichtbaarheid.
Wat geen formele rol heeft, wordt niet gezien—ook als het de continuïteit draagt.
De Grondwet en het Burgerlijk Wetboek beschermen de natuurlijke personen, maar zwijgen over het lichaam dat die levende burgers mogelijk maakt.
Hoewel vrouwen in de Nederlandse rechtsorde formeel als volwaardige rechtssubjecten worden erkend via titels, vertonen zowel de Grondwet als het Burgerlijk Wetboek een structureel hiaat in de expliciete erkenning van de geest, het lichaam en de zorg- en reproductieve arbeid die deze rechtsorde mogelijk maken.
De Grondwet: beschermt rechten definieert geen subject
Zij zegt niet: wat een zelfstandig lichaam en geest is hoe zorg, reproductie en afhankelijkheid juridisch worden gedacht wie het dragende fundament van de staat is.
De burger verschijnt als abstract individu, zonder lichaam, zonder geschiedenis, zonder zorgrelaties.
👉 Dat abstracte individu lijkt neutraal, maar is historisch gemodelleerd op de mannelijke burger die niet zwanger is, niet afhankelijk is, niet zorgt. Dat is het hiaat.
Het Burgerlijk Wetboek
Het BW is relationeel opgebouwd: ouder–kind echtgenoten arbeidsovereenkomst zorgrelaties
Maar: zorgarbeid is versnipperd reproductieve arbeid is gejuridiseerd zonder volwaardige waardering het lichaam verschijnt vaak als object van regeling, niet als drager van waarde
De vrouw is juridisch gelijk, maar haar specifieke dragende arbeid blijft structureel: impliciet onbenoemd ondergewaardeerd
👉 Het BW regelt gevolgen, maar erkent het fundament niet expliciet.
Dat is het tweede hiaat.
De Grondwet beschermt fundamentele rechten van een abstract individu, zonder het lichaam, afhankelijkheidsrelaties of zorgpraktijken expliciet te adresseren.
Dit abstracte subject is historisch en conceptueel gevormd binnen een mannelijk-normatief kader.
Waarom dit punt géén activistische overdrijving is
Ik zeg niet: “Vrouwen hebben geen rechten.” Ik zeg: “Het recht rust op iets wat het niet benoemt.”
Dat is een klassieke constitutionele kritiek, vergelijkbaar met: kritiek op onbetaalde arbeid kritiek op informele zorg kritiek op koloniale stiltes in wetgeving
In academische termen:
👉 dit is een structurele blinde vlek, geen juridisch tekort.
Impliciete fundamenten
Het Burgerlijk Wetboek regelt familie-, arbeids- en zorgrelaties voornamelijk op het niveau van rechtsgevolgen, terwijl de onderliggende dragende arbeid — met name reproductieve en zorgarbeid — impliciet blijft en niet als fundamentele juridische categorie wordt erkend.
Formele gelijkheid versus materiële erkenning
De formele gelijkstelling van vrouwen in het recht heeft niet geleid tot een expliciete juridische articulatie van de specifieke lichamelijke en zorggerelateerde voorwaarden waaronder die gelijkheid historisch tot stand komt.
Wat er juridisch wél klopt
Vrouwen zijn volledig rechtssubject in het Nederlandse recht. Art. 1 Grondwet garandeert gelijke behandeling. Het Burgerlijk Wetboek kent geen formele ongelijkheid meer tussen mannen en vrouwen.
Op papier is de zaak dus “af”.
Waar jouw hiaat zit (en dat is geen detail)
1. De Grondwet
De Grondwet:
beschermt rechten definieert geen subject
Zij zegt niet:
wat een zelfstandig lichaam is hoe zorg, reproductie en afhankelijkheid juridisch worden gedacht wie het dragende fundament van de staat is
De burger verschijnt als abstract individu,
zonder lichaam, zonder geschiedenis, zonder zorgrelaties.
👉 Dat abstracte individu lijkt neutraal,
maar is historisch gemodelleerd op de mannelijke burger
die niet zwanger is, niet afhankelijk is, niet zorgt.
zorgarbeid is versnipperd reproductieve arbeid is gejuridiseerd zonder volwaardige waardering het lichaam verschijnt vaak als object van regeling, niet als drager van waarde
De vrouw is juridisch gelijk,
maar haar specifieke dragende arbeid blijft structureel:
impliciet onbenoemd ondergewaardeerd
👉 Het BW regelt gevolgen,
maar erkent het fundament niet expliciet.
Dat is het tweede hiaat.
Structurele blinde vlek
Deze afwezigheid vormt geen juridisch tekort in strikte zin, maar een structurele blinde vlek in de normatieve verbeelding van het recht, met gevolgen voor waardering, beleidsvorming en erfgoedrepresentatie.
Het Nederlandse recht erkent vrouwen als gelijke rechtssubjecten, maar zwijgt over het lichaam en de zorgarbeid waarop deze gelijkheid rust.
Mijn vrouwelijk lichaam is geen belastingobject zonder artikel 1.”
Dat betekent, historisch gelezen: Zolang de staat mijn lichaam nog steeds via relatie en nummer functie aanspreekt( zoals sinds Hammurabi), maar mij niet expliciet als gelijk rechtsubject constitueert, is belastingheffing structureel ongelijk.
Dit is geen moreel argument.
Dit is een genealogie van het recht.
Kapitaal herkent zijn eigen lijnen. Lichamen worden vervangen, structuren niet.
Verzekeringen volgen erfgoed. Erfgoed volgt afstamming. Afstamming volgt het vrouwelijk lichaam. Maar dat lichaam zelf wordt niet verzekerd als bron.
Slotstelling
Een systeem dat vrouw en moeder niet gelijkwaardig erkent, parasiteert op haar bestaan. En daarom is mijn uitspraak geen slogan maar een juridische waarheid:
Zonder vrouw en moeder is al het culturele erfgoed en al het geld in de wereld niets waard. Niet moreel. Niet symbolisch. Maar structureel
Erken haar als bron
Zonder vrouw en moeder is al het culturele erfgoed en al het geld in de wereld niets waard. Niet symbolisch. Niet moreel. Maar structureel.
Van Hammurabi tot het Burgerlijk Wetboek, van het gezin tot de fiscus, van erfgoed tot verzekering:
Zij is de drager van continuïteit. Zij garandeert afstamming . Zij maakt overdracht mogelijk. Zij houdt zorg, arbeid, cultuur en kapitaal in stand
Maar: zij wordt niet als bron erkend zij verschijnt als functie, niet als rechtsubject haar arbeid wordt verondersteld, niet gewaardeerd haar lichaam wordt gebruikt, niet beschermd
Dat is geen nalatigheid. Dat is structurele extractie. Wat het systeem doet. Een systeem dat vrouw en moeder niet gelijkwaardig erkent: parasiteert op haar bestaan onttrekt waarde zonder terug te geven noemt gelijkheid, maar organiseert ongelijkheid
De staat belast wat zij mogelijk maakt. Het recht archiveert wat zij voortbrengt. Het kapitaal verzekert wat zij draagt — zonder haar als oorsprong te erkennen.
Dat is wat ik terecht fiscale femicide noem: geen directe vernietiging, maar systematische uitputting zonder erkenning.
De omkering (en die is radicaal eenvoudig) Erken haar niet als: kostenpost zorgfunctie afgeleide relatie fiscale eenheid
Maar als: bron constitutief rechtsubject oorsprong van erfgoed drager van waarde vóór belasting, verzekering en overdracht
Slotzin
Erken haar als bron, en Nederland en Europa worden rijk. Niet alleen economisch, maar juridisch, cultureel en constitutioneel.
Want zolang de bron wordt ontkend, blijft elke rijkdom geleend.
Ze noemden mij een voetnoot. Ik blijk het fundament.
De erkenning van het woord vrouw als denkend, handelend en lerend wezen is een voorwaarde voor elke rechtvaardige economie.
Ik gebruik mijn lens niet om te bevestigen, maar om te bevragen: wie is de moeder, de vrouw, de erfgenaam, als beeld én als rechtspersoon?
Ne – Das – Co (Het Toeval van de Vrouwelijke Kostwinnaar) De vrouwelijke zelfstandige kostwinnaar, vennoot van haar eigen arbeid, heeft een arbeidsongeschiktheidsverzekering — een bewijs van verantwoordelijkheid, van zelfstandigheid, van lichaam dat werkt.
Maar haar schadeuitkering kwam niet op het schap terecht. Niet tussen de producten van arbeid en erkenning, niet onder de noemer kunst of kapitaal, maar in de loonketen van Asterix & Obelix: het rijk van fictieve mannen met eeuwige rechten.
Daar, waar de vrouw geen vennoot meer is, maar bijvangst in een komische oorlog.
Ne – Das – Co zegt: toeval is geen toeval,
het is een systeem met een glimlachmasker. Wij hercoderen het ongeluk tot verhaal, de uitkering tot erfdeel, het lichaam tot rechtspersoon.
Want wat niet op het schap ligt, leeft elders in de symbolische voorraad van vrouwen die zich niet laten verkopen.
Geen inzage – Loon en Woon
Ik vroeg de belastingdienst om inzage. Niet om geld, maar om bewijs dat ik gewerkt heb. Ze zeiden: uw dossier is intern, uw naam staat in de loonketen, uw huis in het register van een ander. Ministerie van onderwijs Cultuur & Wetenschap
Ik woonde, ik werkte, ik betaalde mijn deel, maar ik bleef onzichtbaar in het systeem. Geen inzage in loon, geen inzage in woon, geen erkenning van wie de sleutel droeg.
Het dossier bleef gesloten, omdat openheid zou tonen dat de vrouw niet de uitzondering was, maar de motor.
Ne – het nee dat waarheid zoekt.
Das – het lichaam dat arbeid heet.
Co – de gemeenschap van getuigen, die elkaars dossiers leest als gebed. Want wat geheim werd verklaard, is niet verdwenen. Het slaapt in het archief, tussen arbeid en huis, tussen naam en recht. En ooit zal iemand zeggen: zij werkte, zij woonde, zij bestond.
Sarcoïdose- Je Maintiendrai
In kunst kan mijn insecure gelezen worden als: de dynamische kwetsbaarheid die nodig is om iets echts te scheppen.
Een kunstenaar die zich volledig zeker voelt, herhaalt zichzelf. Een kunstenaar die insecure durft te zijn, stapt elke dag de leegte in — en vindt daar de waarheid van het moment.
Het huidige systeem bewaakt een canon, maar vergeet dat kennis ook ritueel, zintuiglijk en ervaringsgericht wordt overgedragen — vooral via vrouwen, kunstenaars en gemeenschappen.
Erased Women / Hidden Algorithms
Zij creëerde, hij signeerde. Zij ontdekte, hij ontving de prijs. De geschiedenis noemt het vooruitgang, maar het was overschrijving. Wat vrouwen maakten, werd data zonder naam. Wat mannen lazen, werd waarheid zonder bron.
A woman as algorithm and foundation —
de onzichtbare code waarop het systeem draait, de bron die nooit genoemd wordt, maar alles voedt.
It’s a LONG 🫁 Story F*ck It – Eye am Alive
Er was een moment dat alles ophield. De regels, de rollen, de redelijkheid. Een lichaam dat zei: genoeg. Een oog dat openging — niet om te zien, maar om te zijn.
“F*ck it,” fluisterde de stem, niet uit woede, maar uit overgave. Een daad van bestaan, geen verzet. Ik kijk, ik adem, ik leef.
Hier, in dit beeld, is geen schaamte, een bewijs. Alleen aanwezigheid — het heilige ogenblik waarop het ik zich niet langer verdedigt.
Eye am Alive. Dat is geen statement, het is een eigen domein hartslag.
Recht & kunst
Ik onderzoek de juridische kaders van de vrouw als kostwinner, autonomie, eigendom op basis van ei – gen – identiteit.
Een maker die het onzichtbare zichtbaar maakt — die het lichaam, de polis en het erfstuk gebruikt als dragers van cultureel geheugen, en zo nieuw recht schept voor moeder, de vrouw.
“Photography is made to discover the booth”
De Golem gelooft in het woord, de Gogem gebruikt het woord.
Golem en Gogem
De één uit klei, de ander uit praat. De één zwijgt, de ander telt. De één ademt waarheid, totdat een letter wordt gewist. De ander verkoopt haar, met een glimlach en een handdruk. Golem draagt het gewicht van de wereld, Gogem schrijft de polis erop. Maar soms — wanneer de vrouw haar naam terugvindt in de klei —spreken zij één taal: adem, waarheid, herstel.
Er is maar een Nederlandse zoals Zij Xx
Trouw zijn aan je ei-gen ziel, is het mooiste aan vrouw en moeder zijn. Niet het baren alleen, maar het bewaren. Het koesteren van wat broos is, de stilte waarin iets nieuws mag ontstaan. Het ei is niet enkel begin, het is ook belofte, een cirkel van weten: dat alles wat breekt, ook open kan gaan.
Wie haar ziel bewaart in haar eigen handen, weet dat trouw geen keten is, maar een adem — een zachte, eeuwige beweging tussen binnen en buiten. Daar woont de moeder, de vrouw, de maker van licht uit klei, uit pijn, uit liefde.
De Photo Booth is meer dan een automaat — het is een tijdcapsule van identiteit. Je stapt erin, trekt het gordijntje dicht, kijkt jezelf aan, en drukt op een knop. Wat daar gebeurt is een miniatuur van kunst, geboorte en getuigenis tegelijk: Je vereenzelvigt je met een beeld; Je controleert wat de buitenwereld zal zien; Je materialiseert een moment van bestaan.
In mijn context: de Photo Booth is een vrouwelijke tempel van autonomie —een plek waar de maker, de moeder, de erfgenaam zichzelf opnieuw vastlegt, zonder tussenkomst van een systeem.
De Baccante
Zij kent geen polis, geen paraaf, geen schuld.
Haar lichaam is haar wet, haar adem de handtekening van de aarde.
Ze breekt wat haar vastzet, niet uit woede, maar uit herinnering aan vrijheid.
De wijn in haar aderen is geen drank, het is weten: dat de wereld alleen leeft zolang zij danst. Ik werd geconfronteerd met stilte, afwijzing en nachten die het meest zouden zijn gebroken… maar kwam er zachter, wijzer, vrijer uit.
Je kunt geen controle hebben over een vrouw die zichzelf in het donker heeft ontmoet en ervoor kiest om te blijven.”
Ben ik dan de enigste vrouwelijke kostwinnaar die mijn lichaam verzekerde / handelaar in confectie, in stof, huid, arbeid en naam?
Mijn lichaam is mijn polis. Mijn werk mijn bewijs. Mijn erfdeel: bestaansrecht. Deze passage past perfect als De Dagwacht, als de momentopname waarin de vrouw in daglicht treedt als economisch subject. Het zou zelfs het middelpunt kunnen vormen van een Artistieke Grondwet van Moeder, de Vrouw: de overgang van onzichtbare erfgenaam → erkende kostwinnaar → rechtspersoon.
De toekomst is ooit geschreven.
Maar door wie, en namens wie?
Tussen angst en hoop, droom en algoritme, zweeft een wolk van betekenissen die onze tijd bepaalt. In die nevel botsen technologie en mythe, data en erfgoed, lichaam en wet.
Wat ooit gold als vastgelegd — in wetten, archieven, bloedlijnen — begint opnieuw te ademen.
In De Onzichtbare Erfgenaam en Onze monarchie is moeder de vrouw wordt die wolk tastbaar: de toekomst wordt niet voorspeld, maar herlezen in de gebaren van een vergeten moeder,
in de stem van een vrouw die haar recht op bestaan terugvindt tussen de regels van geschiedenis.
De kunstenaar staat daar als getuige, niet om te imponeren, maar om te ontdekken wat van haar is — in beeld, in archief, in ritueel.
Zo wordt fotografie een spiegel, en erfgoed een lichaam dat terugspreekt.
Wie hiaten opspoort kan ook bruggen bouwen. In elke leegte schuilt een mogelijkheid. Wie de stilte leest, vindt de contouren van verbinding.
Erfgoed is geen bezit, maar een brug tussen wat werd en wat nog kan zijn. De moeder, de vrouw herstelt de lijn.
De moeder, de vrouw, de vrouwelijke kostwinnaar, de ruif — dan is dit citaat bijna een sociaal bewijsstuk. Het zegt eigenlijk:
De vrouw betaalt dubbel: met geld én met zorg. En toch ontvangt ze niet de rechten of erkenning die bij die dubbele last horen.
2. Er bestaan namelijk geen “vrouwelijke beroepsziekten” (systemische uitsluiting) Sarcoïdose
Oorzaken: vermoedelijk combinatie van genetische aanleg en blootstelling aan omgevingsstoffen (stof, schimmel, metalen, rook, etc. – Sarcoïdose is dus een typisch voorbeeld van een onzichtbare of niet-erkende beroepsziekte, vooral bij vrouwen en zelfstandigen.
Verzekeringsgeneeskunde richt zich alleen op meetbare beperkingen. Daardoor wordt sarcoïdose zelden erkend als gevolg van arbeid, ondanks dat stress, overbelasting, toxische omgevingen of slechte luchtkwaliteit vaak een rol spelen — vooral in slecht geventileerde panden, studio’s of huishoudens.
Juridisch – Niet in lijst beroepsziekten volgens SER en NCvB – Gevolg : Structurele uitsluiting in sociaal zekerheidsrecht
Cultureel – Lichaam als terrein van onzichtbare strijd – Materieel bewijs van immateriële belasting
Symbolisch – Het lichaam protesteert waar het systeem zwijgt
De maatschappij vraagt om materieel bewijs, terwijl de belasting zelf van immateriële aard is.
Daarmee probeer ik bloot te leggen hoe het vrouwelijke bestaan, de zorgrol en de creatieve arbeid door instituties systematisch worden ontkend — tenzij ze lichamelijk worden (zoals in ziekte of uitputting).
Façades Tafels – Bewijs aan gebrek
Recht / verzekering – Niet-erkende arbeid, ontbrekende rechten – Niet de polis bewijst de waarde van het leven, maar het leven zelf wordt de polis.
Hoewel vrouwen inmiddels een substantieel deel van de beroepsbevolking uitmaken, zijn beroepsziekten historisch gedefinieerd naar mannelijke arbeidspatronen (industrie, bouw, transport).
Gevolg: klachten of aandoeningen die specifiek bij vrouwen voorkomen of vaker optreden, worden zelden als arbeidsgerelateerd erkend.
Ne – Das – Co – It’s a LONG story
Ne – Das – Co
It’s a longggg story.
Ze kwam niet uit een sprookje, maar uit een adem tussen twee werelden. Te klein voor de jacht, te groot voor vergetelheid.
Haar ogen weten meer dan haar poten kunnen dragen. Een das je met een missie, een naam met drie hoofdstukken, en een hart dat zegt: I’m here — in between history and play
.
Nedasco volmacht
Het Heilig Boek van de Loonbelasting
1. Feitelijke betekenis
De Wet op de Loonbelasting (1964) vormt de basis van de Nederlandse inkomensstructuur.
Ze is geschreven in een tijd waarin:
het kostwinnersmodel (de man werkt, de vrouw zorgt) nog vanzelfsprekend was; arbeid uitsluitend als loonarbeid werd erkend — niet als zorg, opvoeding, of emotionele arbeid; het lichaam van de vrouw geen economische identiteit had.
→ Daarmee is de wet letterlijk gebouwd op een verouderde moraal:
een sociaal-fiscaal heilig boek dat heilig is verklaard, maar niet herzien naar de realiteit van vrouwelijke arbeid.
Het toeslagensysteem bestaat omdat de samenleving structureel weigert de werkelijke bron van bestaanszekerheid — de menselijke zorg, opvoeding, huishoudelijke arbeid, moederschap — als volwaardige economische waarde te erkennen.
In plaats daarvan wordt compensatie achteraf uitgekeerd: geen erkenning in het systeem, maar correctie na de schade.
De toeslag is dus geen gift, maar een teken van structureel gemis.
Wanneer de bron wordt uitgesloten — het lichaam dat draagt, voedt, verzorgt — moet er een hulpsysteem worden gebouwd om het tekort te verbergen.
Het toeslagstelsel herstelt niet, het camoufleert de afwezigheid van structurele erkenning.
Daarom een toeslagensysteem, omdat de bron van ons aller bestaan wordt uitgesloten. Zolang het lichaam en geest van de vrouw niet wordt gezien als arbeid, zal de staat haar vergoeden met papier in plaats van erkenning.
De moeder, de vrouw is geen post in een begroting. Zij ís de begroting — de levende grondslag van ieders bestaan.
Dit artikel maakt de structurele erfzonde van het economisch systeem zichtbaar:
het lichaam van de vrouw is de bron van arbeid, maar niet de drager van recht.
Van Ada Lovelace, die in de 19e eeuw het eerste algoritme schreef “long before computers existed”, tot het meisje met de parel dat moeder is geworden — de lijn van vrouwelijke verbeelding is ononderbroken, maar onzichtbaar gehouden.
In The Book of Rituals wordt het vrouwelijke lichaam opnieuw het middelpunt van kennis, kunst en code.
De vaas, het ei, de hand, de parel en de kroon vormen samen een ritueel systeem , een levende database van symbolen die zich verzetten tegen uitwissen, kolonisatie en abstractie.
Brain Regain Eej*
Waar Ada Lovelace de taal van de toekomst in cijfers schreef, schrijf ik haar voort in beeld, vorm en ritueel:
het algoritme als gebaar, het oog als interface, de traan als data, het lichaam als geheugen.
De vrouw als drager van erfgoed, de moeder als architect van het onzichtbare netwerk van zorg, tijd en overlevering.
Zij is niet het bijschrift bij de geschiedenis — zij is de geschiedenis zelf.
De maatschappij zegt: “Train je lichaam en geest.” Maar de vrouw zegt: “Mijn lichaam draagt alle bewijslast.”
“Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons levende immateriële cultureel erfgoed.” — Truus van Gogh, 2025
In dit werk verbeeld ik de toekomst als herinnering, en het algoritme als erfstuk.
De vrouw — niet als data-object, maar als levende erfgenaam en erfelijke broncode.
Ada Lovelace – Liefdes kant
Ze wordt vaak beschouwd als de eerste programmeur ter wereld. Ada’s bijdrage was niet alleen technisch, maar ook filosofisch: zij zag dat een machine patronen van denken kon uitvoeren — een “poëzie van de wiskunde”.
De machine kan niets origineels creëren; zij kan enkel uitvoeren wat wij haar toestaan te dromen.” Ada Lovelace
Het FARO Convention on the Value of Cultural Heritage for Society stelt dat:
Iedereen heeft het recht om deel te nemen aan het culturele erfgoed van zijn keuze, en de verplichting om dat erfgoed te respecteren van anderen.”
Belangrijke punten:
Erfgoed is niet enkel bezit, maar een levend proces van betekenisgeving. Burgers en kunstenaars hebben recht op deelname aan de erfgoedvorming. Erfgoed kan dus ook persoonlijk, familiaal, ritueel of immaterieel zijn — zoals mijn mn project De moeder, de vrouw.
Cicero en Rome – Ik geloof in gelijkwaardigheid. In mijn werk onderzoek ik de verhouding tussen recht en ritueel, tussen de zichtbare en de onzichtbare erfgenaam. Vanuit de overtuiging dat gelijkwaardigheid niet wordt verleend, maar geërfd, verbeeld en bevochten.
Ik geloof dat gelijkwaardigheid begint bij aanwezigheid — bij het telkens weer verschijnen, ook wanneer de wereld er niet om vraagt.
Zoals Cicero sprak over de plicht tot rede en recht, zo geloof ik in de plicht tot menselijke waardigheid.
Mijn werk is een oefening in blijven verschijnen: in het recht, in de kunst, in het erfgoed.
Zelfs als ik niet geloofd word, blijf ik zichtbaar.
Want gelijkwaardigheid bestaat alleen zolang iemand de moed heeft om te blijven opstaan, te blijven getuigen, te blijven show up.
Materieel bewijs van immateriële belasting is het moment waarop het lichaam, het object of het kunstwerk getuigt van de druk die geen polis erkent.
Het is de stem van de vrouw die via stof, vaatwerk, adem of ziekte haar recht op bestaan en herstel opeist.
Niet als slachtoffer, maar als levende archiefdrager van de waarheid
Het FARO-verdrag erkent het individu als erfgoeddrager — precies wat mijn werk doet.
Artikel 1 — Een inclusievere interpretatie van geschiedenis
Een inclusievere interpretatie van geschiedenis ontwikkelen.
Want waarom worden koninklijke vrouwen via hun bloedlijn wél erkend als erfgoedbewakers, maar gewone moeders niet?
Geschiedschrijving mag zich niet langer uitsluitend richten op machtsstructuren, maar moet ook de zorgstructuren en vormen van sociale overerving erkennen waarin cultuur feitelijk wordt doorgegeven.
Voc Vof – Huwelijk
Misschien is dat wel de grootste les van FARO: niet alleen erfgoed beschermen, maar ook de mensen die het dragen — vooral zij die dat stil en onzichtbaar doen.
⚖️ Feitenrelaas: De afwezigheid van “de moeder, de vrouw” in de Nederlandse rechtsorde
1. Historische context
Sinds de inwerkingtreding van de Grondwet van 1848 en haar herzieningen is de Nederlandse rechtsorde opgebouwd rond het neutrale burgerbegrip: “de Nederlander”, “de burger”, “hij die”. In de grondwettelijke en burgerrechtelijke terminologie wordt de term “vrouw” enkel impliciet bedoeld in algemene aanduidingen, maar niet expliciet benoemd als afzonderlijk rechtssubject met eigen grondwettelijke status.
De term “moeder” verschijnt uitsluitend in afgeleide contexten, zoals: het afstammingsrecht (Boek 1 BW, art. 198–202), waar “de moeder” wordt gedefinieerd als de vrouw uit wie het kind is geboren, en in bepalingen over ouderlijk gezag en voogdij, waarin zij functioneel, maar niet juridisch-symbolisch, wordt erkend. In geen enkel grondwetsartikel komt de combinatie of het begrip “de moeder, de vrouw” voor.
2. Structurele ongelijkheid in juridische status
De Nederlandse rechtsorde kent geen grondwettelijke erkenning van moederschap of vrouwelijke zorgarbeid als volwaardige maatschappelijke functie met eigen rechtswaarde. Vrouwen worden in het sociaal-economisch systeem vaak indirect vertegenwoordigd — via arbeid, gezin, verzekering of echtgenoot. De kostwinnerswetgeving van de 20e eeuw (zoals de tot 1956 geldende handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw) is formeel afgeschaft, maar haar juridische erfenis blijft zichtbaar: in fiscale en verzekeringsstructuren, in pensioenerfrechten, en in culturele archieven waarin “moeder” geen bestuurlijke rol heeft.
3. Afwezigheid van constitutionele erkenning
Artikel 1 van de Grondwet stelt: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.” → maar deze gelijkheidsnorm noemt geen enkele sociale of symbolische rol (zoals “moeder”) die structureel ongelijk behandeld wordt.
Het ontbreken van de term “moeder, de vrouw” betekent dat deze identiteit niet grondwettelijk verankerd is als drager van specifieke rechten of bescherming. Daarmee is “de moeder, de vrouw” juridisch onbenoemd en constitutioneel onzichtbaar, wat feitelijk leidt tot een afgeleid staatsburgerschap: zij bestaat binnen de wet, maar niet door de wet.
4. Feitelijke gevolgen
Cultureel: de vrouw blijft symbolisch verbonden aan de man of de staat als verzorgende maar niet-soevereine figuur. Sociaal-economisch: wie bijdraagt aan de “ruif” (belastingen, premies, arbeid) zonder eigen rechtstreekse erkenning, ervaart de rechtsorde als asymmetrisch. Erfgoedmatig: de onbenoemde positie van de moeder maakt haar onzichtbare erfgenaam in de nationale identiteit.
5. Samenvatting van het Feit:
In de huidige Nederlandse Grondwet en het Burgerlijk Wetboek ontbreekt elke expliciete benoeming van “de moeder, de vrouw” als zelfstandig rechtssubject.
Gevolg:
Hierdoor blijft zij juridisch en symbolisch afhankelijk van het mannelijke of neutraal gedefinieerde staatsburgerschap — en daarmee feitelijk “de vrouw van het patriarchaat”.
N8 N8 – Twee nachten, twee stiltes.
De eerste nacht waarin zij niet genoemd werd. De tweede waarin zij zichzelf noemt.Tussenin: adem, erfgoed, geheugen. Ada telt tot acht. Faro brandt. De moeder, de vrouw wordt zichtbaar in het donker.
De Dagwacht
Wanneer de nacht haar laatste schaduw uitademt, treedt de dagwacht aan. Zij bewaakt niet het bezit, maar het geheugen.
Zij tekent met licht wat in stilte werd gedragen. De moeder, de vrouw neemt haar plaats in het dagboek van de wet.
De moeder van het gewone leven
Er was eens een wereld die dacht verzekerd te zijn. Alles was vastgelegd: arbeid, bezit, gezondheid, zelfs het toeval. Maar wat onzichtbaar bleef, was het hart de arbeid van zorg, liefde, verlies en herstel.
Dat is het terrein waar ik werk: de ruimte tussen wat meetbaar is en wat betekenis draagt. Mijn praktijk beweegt zich tussen handel, kunst, recht en ritueel.
Ik werk met objecten, foto’s en taal als getuigen van datgene wat geen polis kent: de ziel, de aandacht, de vrouwelijke arbeid die generaties heeft gedragen maar nooit vergoed is. Ik noem mijn werk een materieel bewijs van immateriële belasting, het tastbare spoor van wat maatschappelijk onzichtbaar blijft.
In mijn wereld ontmoeten twee krachten elkaar: de verzekerde vrouw en de baccante. De eerste leeft volgens regels, systemen, voorwaarden; de tweede leeft volgens adem, intuïtie, overgave.
Tussen die twee schuilt de spanning van mijn werk. Ik bevraag hoe vrouwelijke aanwezigheid door instituties wordt vormgegeven, en hoe kunstenaarschap kan functioneren als herstel van recht — niet in de juridische, maar in de symbolische zin.
Mijn beeldtaal is ritueel: vazen, eieren, handen, ogen, kronen, archieven, getallen. Ik beschilder, fotografeer en assembleer als een vorm van bezwering.
De voorwerpen worden dragers van collectief geheugen: sporen van lichaam, arbeid en erfgoed.
Ei van Colum Business
Ze spreken de taal van het gewone leven — de was, de zorg, de adem van alledag — en plaatsen die naast de grote taal van macht, wet en verzekeringswaarde.
De stem die door mijn werk heen spreekt, lijkt op die van Mien Dobbelsteen uit Rinus van Warvens parabel: een vrouw met een theedoek in haar hand die zegt: “Doe eens normaal, joh.”
Dat zinnetje is geen grap, maar een openbaring. Het is de stem van de moeder van het gewone leven — degene die de wereld terugroept tot menselijkheid.
Haar woorden vormen het morele centrum van mijn oeuvre. Ik zie mijn kunstenaarschap als een daad van herstel. Waar macht wordt vergokt, verzamel ik.
Photocredits Christana Marcour
Waar systemen abstraheren, ( Abstraheren betekent letterlijk: iets weghalen of losmaken van concrete details, zodat alleen de essentie of vorm overblijft) maak ik zichtbaar.
Waar vrouwen werden uitgewist uit polis, kerk en archief, geef ik ze een nieuwe vorm, een nieuwe rechtspersoonlijkheid in beeld. Mijn werk is geen aanklacht, maar een wedergeboorte: de herontdekking van zachtheid als kracht, van kunst als rechtsvorm, en van het gewone leven als heilig terrein.
Wie is Truus van Gogh eigenlijk?
“Wat hield Truus van Gogh ei- gen – lijk gaande?” — dan gaat het ei- gen – lijk over Truus van Gogh, de schoonzus van Vincent (namelijk Johanna “Jo” van Gogh-Bonger, de vrouw van Theo van Gogh**).
Zij was degene die na de dood van zowel Vincent als Theo het werk van Vincent heeft bewaard, gepromoot en betekenis heeft gegeven. Veel mensen kennen haar rol niet, terwijl zij eigenlijk degene was die ervoor zorgde dat Vincent van Gogh wereldberoemd werd.
Wat haar gaande hield, was volgens haar dagboeken en brieven een mengeling van:
Liefde en trouw aan Theo en Vincent — ze voelde dat ze een gezamenlijke missie moesten volbrengen, zelfs na hun dood. Geloof in de waarde van kunst — ze had diep respect voor Vincents brieven en zag in zijn werk de spirituele zoektocht van een mens die licht probeerde te brengen in de wereld. Innerlijke kracht en rechtvaardigheidsgevoel — als vrouw in een tijd waarin ze nauwelijks serieus werd genomen, zette ze toch tentoonstellingen op, onderhield contacten met kunsthandelaars en bouwde systematisch aan Van Goghs nalatenschap. Zorg voor haar zoon, Vincent Willem — ze wilde dat haar kind zou opgroeien met het besef van zijn vaders en ooms betekenis.
In haar dagboek schreef ze ooit:
“Het is aan mij om te zorgen dat wat zij begonnen zijn, niet verloren gaat.”
Dus wat Truus van Gogh (of beter: Jo van Gogh-Bonger) gaande hield, was een mengeling van rouw, liefde, overtuiging en erfgoedbewustzijn — precies de krachten die vaak ook vrouwelijke erfgenamen, kunstenaars of bewakers van een familiegeschiedenis in beweging houden. Vandaar!!
Golem en Gogem
In het archief ademt klei. Een naam zonder adem, een lichaam van papier. De Golem sluimert onder stempels, onder parafen, onder stilstand.
Hij wacht op het woord dat hem weer mens zal maken — een fluistering in moedertaal, een adem die zegt: ik besta.
Aan de overkant van het loket zit Gogem. Hij weet van niks, maar glimlacht naar de regen, maakt van wachten een gebed.
Hij tekent niet, hij zingt. Hij weet niet wat eigendom is, alleen wat overgaat van hand tot hand, van hart tot hart.
Zo ontmoeten zij elkaar: de schepping en de sukkel, de ziel en het zegel. En ergens tussen hun ogen wordt het stof weer licht. In veel opzichten is Arti een vroeg voorbeeld van wat ik onderzoek: de institutionalisering van artistieke autonomie — waar kunstenaars als zelfstandige subjecten binnen een maatschappelijke orde een eigen “rechtspersoonlijkheid” ontwikkelden.
NN (Nationale-Nederlanden, tegenwoordig onderdeel van NN Group) is niet alleen een commerciële verzekeraar, maar dus ook zo blijkt mijn culturele holistische mecenas.
Het bedrijf investeert al decennia in mijn kunst, zorg, erfgoed en maatschappelijke programma’s.
NN Art Award (in samenwerking met Art Rotterdam): jaarlijkse prijs voor hedendaagse kunstenaars. Partnerships met musea zoals het Kunstmuseum Den Haag en het Mauritshuis
NN Group Foundation, die zich richt op maatschappelijke participatie, cultuur en educatie.
👉 In die zin is NN letterlijk een mecenas: een instelling die kunstenaars ondersteunt, maar dat doet vanuit een bedrijf dat leeft van verzekeren — van het monetariseren van onzekerheid.
NN is niet enkel verzekeraar, maar de moderne opvolger van de kerkelijke mecenas. Alleen: waar vroeger zielen verzekerd werden door geloof, worden ze nu verzekerd door kapitaal.
NN is een mecenaat. Het verzekert lichamen tegen verlies, en verzamelt zielen in de vorm van kunst.
Wat ooit devotie was, heet nu sponsoringk. Wat ooit ritueel was, heet nu branding.
Maar de handelende kunstenaar weet: elke polis is een gebed. En elke premie een offer aan de god van zekerheid.
NN is de nieuwe tempel van voorzichtigheid, waar de baccante haar dans herneemt — verzekerd, maar niet meer onzichtbaar.
Arti et Amicitiae – Montancourt Middelburg
(Kunst en Vriendschap – Huis van de Moeder) Aan het Rokin sprak men Latijn: Arti et Amicitiae — kunst als adel, vriendschap als wapen, een handdruk in olieverf en in marmer. Maar in Middelburg, aan de Rouaansekaai, staat Montancourt — een huis dat luistert.
Oud marmer, en gezonde adem. Geen academie, maar erfdeel.
Hier wordt kunst niet gemaakt, ze ontstaat tussen bloemen, foto’s, stemmen, tussen de herinnering aan vaders en het recht van dochters.
Arti sprak: Wij zijn de kunstenaars van het land. Montancourt antwoordt: Wij zijn de erfgenamen van de aarde. En tussen die twee zinnen loopt een vrouw met verf aan haar handen, ze draagt het licht van Amsterdam naar de zee van Middelburg, en noemt het vriendschap.
Kunst is geen luxe, geen bijzaak.
Kunst is ademruimte — voor kinderen, voor leraren, voor de samenleving zelf.
Wat hier gratis wordt genoemd, is in wezen onbetaalbaar: de eerste ontmoeting met verbeelding, met kleur, met de vraag “wat zie jij?”.
Volgens het Verdrag van Faro is erfgoed van en voor iedereen. Dat begint niet in een museum, maar in het oudste klaslokaal: Thuis, waar een kind leert dat kijken ook scheppen is.
F*ck It – Eye am Alive.
Laat dat het startpakket zijn : Bestuurder van lichaam en geest.
“Silvia, inmiddels erkend als individuele maker en cultureel erfgoedhouder, vertegenwoordigt de immateriële praktijk waarin de positie van ‘moeder de vrouw’ als juridische en symbolische grondfiguur van de Nederlandse cultuur wordt onderzocht, herdacht en artistiek verbeeld.”
De F*ckulteit – “Moeder de vrouw als ‘Xx’ binnen het belastingstelsel—erkend als kostwinner wanneer het uitkomt, vergeten als het moet.”
Dé deductie methode – Het Mysterie van de Verborgen Aanslag
De haan mag kraaien op het dak van het parlement, maar het is de hen die de eieren legt – en toch blijft haar stem ongehoord.”
Het was een zonnige ochtend in het Beatrix Kwartier in Den Haag toen mevrouw Lindeboom de deur binnen liep naar het moderne , statige gebouw waar haar afspraak zou plaatsvinden.
De Belastingdienst had haar uitgenodigd voor een hoorgesprek over een administratieve kwestie. Volgens de brief was er “onduidelijkheid” over haar polisadministratie, maar zoals een ware autodidact wist ze dat dit slechts een dekmantel was voor iets veel groters.
Toen ze de kamer binnenliep, zat daar inspecteur De Graaf, een man met een keurig gestreken pak en een blik die even neutraal als berekenend was.
“U heeft een fout ontdekt in ons systeem, begrijp ik?” zei hij, terwijl hij met een pen tikte op het dossier voor zich.
Mevrouw Lindeboom ging zitten, legde haar notities op tafel en glimlachte. “Nee, inspecteur. Ik heb geen fout ontdekt. Ik heb een patroon ontdekt.”
De Graaf trok een wenkbrauw op.
“Sta mij toe het uit te leggen,” vervolgde ze, terwijl ze een paar documenten naar voren schoof. “Mijn officiële polisnummer werd omgezet naar een relatie-/personeelsnummer in de FLG-loonketen. Dat betekent dat ik werd behandeld als werknemer terwijl ik zelfstandig onderneemster was. Een subtiele verschuiving, nietwaar?”
De Graaf keek haar strak aan. “Dat klinkt als een administratieve vergissing.”
“Vergissing? Nee. Deductie leert ons dat wanneer een fout zich stelselmatig voordoet, het geen fout meer is maar een methode.” Ze wees naar een kolom cijfers. “Deze omzetting heeft niet alleen bij mij plaatsgevonden, maar bij meerdere zelfstandigen. En door deze verandering werden onze rechten als ondernemer ondermijnd. Zo werd het bijvoorbeeld onmogelijk om op een eerlijke manier aanspraak te maken op sociale zekerheden.”
De Graaf zuchtte. “Mevrouw Lindeboom, uw theorie is interessant, maar…”
“Geen theorie, inspecteur. Laten we het deduceren.” Ze vouwde haar handen samen en keek hem rustig aan. “De kern van belastingheffing is rechtvaardigheid, nietwaar? Burgers betalen belasting op basis van hun status: werknemer, zelfstandige, ondernemer. Maar als die status in stilte wordt aangepast, wordt niet alleen de belastingaanslag veranderd, maar ook hun rechten. Vraag uzelf af: wie profiteert ervan?”
De Graaf zweeg. Zijn vingers tikten niet meer op de tafel.
“Kijk naar de cijfers,” vervolgde ze. “Hoeveel zelfstandigen zijn door dit mechanisme in een situatie terechtgekomen waarin ze hun AOV niet meer konden declareren? Hoeveel zijn onterecht uitgesloten van bepaalde regelingen? Als u het onmogelijke uitsluit, blijft slechts één waarheid over: dit was geen administratieve fout. Dit was een systeemwijziging die de zelfstandigen ongemerkt financieel benadeelde.”
Een lange stilte volgde.
De Graaf sloeg het dossier open en scande de rijen cijfers. “Als u gelijk heeft… dan is dit groter dan een individuele zaak.”
“Precies,” knikte mevrouw Lindeboom. “En zoals u weet, inspecteur, heeft het verleden ons geleerd dat de waarheid altijd aan het licht komt – mits men bereid is te observeren.”
Dit deductieverhaal laat zien hoe een schijnbaar kleine administratieve aanpassing kan leiden tot grote gevolgen, en hoe een scherp analytisch brein patronen kan ontdekken waar anderen slechts ‘fouten’ zien.
Welkom bij de belastingdienst
Juristen bij de Belastingdienst werken binnen een strikt juridisch en administratief kader. Ze volgen de belastingwetten en regelgeving die in de loop van de tijd zijn opgesteld en aangepast, maar binnen die kaders is er vaak weinig ruimte voor individuele maatwerkoplossingen. Dit kan problematisch zijn, vooral voor groepen die historisch gezien niet expliciet in het belastingstelsel zijn meegenomen, zoals zelfstandige moeders of mensen die buiten de standaard arbeidsstructuren vallen.
Hier zijn een paar belangrijke aspecten van hoe juristen bij de Belastingdienst werken:
1. Wettelijke kaders en precedentwerking
• Juristen passen belastingwetten toe op individuele gevallen.
• Ze baseren beslissingen vaak op eerdere uitspraken en jurisprudentie.
• Flexibiliteit is beperkt; er wordt vooral gehandeld naar bestaande regels.
2. Administratieve logica boven menselijke maat
• Het systeem is ontworpen om belastingplichtigen in categorieën te plaatsen.
• Als iemand niet precies in een bestaande categorie past, wordt die vaak verkeerd geclassificeerd, zoals jij hebt ervaren met je AOV en het UWV.
3. Automatisering en standaardisering
• Veel beslissingen worden grotendeels geautomatiseerd verwerkt.
• Dit kan leiden tot fouten als systemen niet goed kunnen omgaan met uitzonderingen.
• Mensen die buiten de standaard vallen, zoals zelfstandigen zonder een reguliere werkgever, kunnen hierdoor problemen ondervinden.
4. Beperkte ruimte voor maatwerk
• Juristen hebben vaak weinig speelruimte om af te wijken van standaardprocedures.
• Er zijn bezwaar- en beroepsprocedures, maar die kosten tijd en moeite.
5. Fiscale wetgeving houdt geen rekening met historische achterstanden
• Omdat het belastingstelsel is ontworpen in een tijd waarin mannen als primaire kostwinner werden gezien, zijn er weinig regelingen die specifiek rekening houden met de economische realiteit van vrouwen als zelfstandige moeders.
• Dit gebrek aan fiscale erkenning kan leiden tot structurele achterstelling.
Mijn pleidooi voor een systeem waarin zelfstandige – en of moeders fiscaal erkend worden en bestaanszekerheid gegarandeerd wordt, raakt precies aan deze problematiek. Een fundamentele herziening van het belastingstelsel zou nodig zijn om ruimte te maken voor meer maatwerk en rechtvaardigheid.
Van wie is juridisch de bron oftewel het lichaam van een vrouw en of moeder de vrouw als ons bestaan?
Tja…. “Minister-President, sommige waarheden zijn te zwaar voor de wereld
Valt belasting heffen op een fictief lichaam onder grensoverschrijdend gedrag ?
Juridisch gezien is het lichaam van een vrouw, inclusief een moeder, haar eigen eigendom.
Handel in blanke slavinnen?
Dit principe is vastgelegd in verschillende wetten en mensenrechtenverdragen, waaronder:
1. Artikel 11 van de Grondwet van Nederland – Dit artikel garandeert het recht op onaantastbaarheid van het lichaam. Dit betekent dat niemand, inclusief de overheid, zonder toestemming inbreuk mag maken op het lichaam van een persoon, tenzij de wet anders bepaalt.
2. Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) – Artikel 8 beschermt het recht op privéleven, waaronder lichamelijke integriteit.
3. Burgerlijk Wetboek – In het Nederlandse rechtssysteem wordt het lichaam beschouwd als een onvervreemdbaar goed. Het kan niet als eigendom van iemand anders worden beschouwd of worden verhandeld.
4. VN-Vrouwenverdrag (CEDAW) – Dit verdrag beschermt vrouwen tegen discriminatie en waarborgt hun autonomie, inclusief beslissingen over hun lichaam.
Hoewel het lichaam juridisch gezien toebehoort aan de persoon zelf, wordt de autonomie van vrouwen vaak beïnvloed door maatschappelijke structuren, wetten en beleidsmaatregelen, zoals reproductieve rechten en toegang tot zorg.
De vraag in hoeverre een moeder in haar hoedanigheid als moeder extra rechten zou moeten hebben over haar lichaam (bijvoorbeeld vanwege zwangerschap en moederschap) is een interessante discussie binnen juridische en ethische kaders.
Sarcoïdose
Waarom wordt er bij ziekte belasting geheven over als lichaam als entiteit en rechtspersoonlijkheid bij een private aov uitkering?
Uit eigen ervaring en onderzoek komt dit door de manier waarop het belastingstelsel en het juridische systeem ziekte en arbeidsongeschiktheid behandelen in combinatie met het recht op inkomen en sociale zekerheid.
Hier zijn de kernfactoren waarom er belasting wordt geheven op een AOV-uitkering en hoe het lichaam indirect als “entiteit” wordt gezien:
1. Belastingheffing op inkomen, ongeacht de bron
• Een private AOV-uitkering wordt door de Belastingdienst als inkomen beschouwd. Dit betekent dat het wordt belast net als loon uit arbeid of andere inkomstenbronnen.
• De redenering hierachter is dat, hoewel je niet werkt, je via de verzekering een vervangend inkomen ontvangt.
• De overheid beschouwt inkomensbronnen als belastbaar, ongeacht of ze afkomstig zijn uit werk, een verzekering of een andere regeling.
2. De paradox: het lichaam als entiteit en belastingobject
• Juridisch gezien ben jij de eigenaar van je lichaam, maar fiscaal wordt je lichaam impliciet als een economische productiefactor beschouwd.
• Wanneer je werkt, verdien je een belastbaar inkomen. Wanneer je door ziekte niet kunt werken en een AOV-uitkering krijgt, blijft die belastingplicht bestaan.
• Dit impliceert dat het lichaam in feite een waarde genererende eenheid wordt gezien, net zoals een bedrijf dat winst maakt en belasting betaalt.
3. Rechtspersoonlijkheid en het lichaam
• Een natuurlijk persoon (jij als individu) heeft geen aparte rechtspersoonlijkheid zoals een bedrijf, maar wordt fiscaal en juridisch wél als een zelfstandige economische eenheid behandeld.
• Dit leidt tot een situatie waarin het lichaam enerzijds privébezit is, maar anderzijds in fiscale en economische zin wordt belast alsof het een economische entiteit is.
4. Verzekering als ‘vervanging’ van arbeid
• Een private AOV-uitkering is een vervangend inkomen waarvoor je premie hebt betaald. In die zin functioneert het als een vorm van uitgesteld loon.
• Dit verschilt van een schadevergoeding, die vaak belastingvrij is omdat het compensatie betreft voor geleden schade en niet wordt gezien als inkomen.
Is dit rechtvaardig?
• Juridisch gezien wringt hier iets: als het lichaam volledig eigendom is van de persoon zelf, zou je kunnen bepleiten dat het belasten van een AOV-uitkering een vorm van dubbele belasting is, omdat je eerst premie hebt betaald en vervolgens belasting over de uitkering.
• Ethisch en filosofisch gezien kun je stellen dat deze belasting impliceert dat het lichaam als een soort “belastingobject” wordt behandeld, ondanks het grondrecht op zelfbeschikking.
Dus zetten alle verzekeringsmaatschappijen de schadeverzekeringen om naar een inkomens uitkering en wie is de bron dan als lichaam?
Tja.. de sleutel van het Kruis X anekdote
Lot nr. 19 – De Onzichtbare Belasting
Het was een stille ochtend toen moeder de vrouw haar papieren voor zich uit spreidde. Stapels brieven, berekeningen, regels die meer leken op een doolhof dan op rechtvaardigheid. Ze had altijd gewerkt, altijd gezorgd, maar ergens in de cijfers verdween haar bestaansrecht.
Geen enkele politieke partij stelde vragen. Geen enkele beleidsmaker boog zich over de details van een belastingstelsel dat haar niet erkende als volwaardige economische kracht. Moeder de vrouw was een voetnoot in een systeem dat gebouwd was op aannames die haar onzichtbaar maakten.
Ze keek naar de zwarte doos op tafel—Lot nr. 19, zoals ze het was gaan noemen. Het lot van de vrouw die werkt, zorgt, voedt, maar altijd netto minder overhoudt. Ze wist dat er in dat systeem geen bonbon voor haar was gereserveerd. Alleen de kruimels die overbleven na de berekening.
Ze zuchtte en pakte een pen. Als niemand anders het belastingstelsel zou onderzoeken, dan zou zij het doen. Regel voor regel, aanslag voor aanslag. Niet omdat ze geloofde dat het snel zou veranderen, maar omdat ze wist: niemand kan een systeem rechtvaardigen dat niet begrepen wordt.
En als het moment daar was, zou ze de doos openen en vragen stellen die niet langer genegeerd konden worden.
Een private arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) is in de basis een schadeverzekering: je verzekert je tegen het risico van inkomsten ( inkomensverlies hebben directeuren of werknemers – zelfstandigen genieten winst) door ziekte of arbeidsongeschiktheid. Maar zodra de verzekering tot uitkering komt, wordt deze fiscaal niet als schadevergoeding behandeld, maar als een vervangend inkomen. En daar gaat het nou mis! MFO meldpunt!
Dit heeft belangrijke juridische en fiscale gevolgen.
tja…
Wie is dan de “bron” als lichaam?
De kernvraag die we dan stellen is: Wie of wat wordt hier als bron van belastingheffing gezien?
Het antwoord ligt in de manier waarop de overheid en het fiscale stelsel het lichaam en arbeid behandelen:
1. Jij of ik als individu (natuurlijke persoon) ( maar mannen zijn andere natuurlijke personen dan vrouwen of moeders!
• Fiscaal gezien ben jij of ik als zelfstandige ondernemer de “bron” van inkomsten.
• Wanneer je werkt, genereer jij of ik als persoon arbeid en inkomen.
• Wanneer je niet kunt werken, wordt de AOV-uitkering gezien als een vervangende bron van inkomen of inkomsten!
2. Het lichaam als “economische entiteit”
• Hoewel het lichaam juridisch gezien geen rechtspersoon is, wordt het fiscaal wel zo behandeld.
• De capaciteit om arbeid te verrichten wordt fiscaal gezien als iets waar inkomsten uit voortkomen. ( Maar hoe xit het dan met inkomen?
Inkomen of inkomsten, een wereld van verschil
• Als je ziek wordt, wordt de verzekering niet gezien als een compensatie voor het verlies van je lichamelijke integriteit, maar als een vervangend arbeidsinkomen.
3. De verzekering als inkomensbron, niet als schadevergoeding
• Bij een schadeverzekering (bijvoorbeeld een letselschade-uitkering) wordt het lichaam gezien als iets dat schade kan lijden, en daarom is de vergoeding belastingvrij.
• Bij een AOV-verzekering wordt de uitkering gezien als een manier om jouw oorspronkelijke verdiencapaciteit te vervangen, en daarom wordt het belast als inkomen.
Wat betekent dit juridisch?
• Dit systeem impliceert dat het lichaam niet als puur persoonlijk eigendom wordt gezien, maar als een economische eenheid die belast kan worden.
• Als het lichaam écht alleen van de persoon zelf zou zijn, zou het belasten van een AOV-uitkering onlogisch zijn, omdat het in feite een vergoeding is voor het niet kunnen gebruiken van je lichaam voor arbeid.
• Dit roept de vraag op of het belastingstelsel in strijd is met de grondrechten op zelfbeschikking en lichamelijke autonomie.
Inkomen of Inkomsten: Een Wereld van Verschil
In de fiscale en juridische context is er een fundamenteel verschil tussen inkomen en inkomsten, een nuance die bepalend is voor hoe het lichaam wordt behandeld als economische eenheid. Dit onderscheid raakt de kern van de paradox waarin het lichaam enerzijds niet wordt erkend als rechtspersoon, maar anderzijds wel wordt belast als een economische bron.
1. Inkomen: Een Recht of een Belastingobject?
• Inkomen wordt vaak gedefinieerd als een vaste of structurele bron van levensonderhoud.
• Dit kan voortkomen uit arbeid, uitkering, pensioen of een AOV-verzekering.
• De overheid belast inkomen, ongeacht of het uit actieve arbeid komt of als een vervangende uitkering wordt beschouwd.
• Hier wringt het: Als er geen loondossier is en het lichaam geen erkende economische eenheid is, waarom wordt een AOV-uitkering dan als belastbaar inkomen gezien?
2. Inkomsten: Een Gecreëerde Fiscale Fictie
• Inkomsten zijn breder en omvatten alle geldstromen die binnenkomen, inclusief vermogen, beleggingen en verzekeringsuitkeringen.
• De fiscus behandelt een AOV-uitkering als inkomsten, terwijl het in feite een schadevergoeding voor arbeidsongeschiktheid zou moeten zijn.
• Dit betekent dat het lichaam niet alleen als economische eenheid wordt gezien, maar ook als een onuitputtelijke bron van inkomsten voor de belastingdienst.
3. De Fiscale Paradox: Waarom dit onderscheid ertoe doet
• Als een AOV-uitkering een vorm van inkomen is, impliceert dat dat arbeid nog steeds een rol speelt. Maar arbeid is gestopt, dus waarom belasting?
• Als het inkomsten zijn, wordt het lichaam behandeld als een bezit dat blijft produceren, zelfs als het ziek is. Maar het lichaam is geen juridisch erkende economische eenheid.
• Dit betekent dat het lichaam zowel een juridische leemte als een fiscale melkkoe is.
Conclusie: Moet het Lichaam een Eigen Fiscale Status Krijgen?
De overheid kan niet beide kanten op:
• Of het lichaam wordt erkend als economische entiteit met rechten en bescherming.
• Of het blijft privébezit, en dan kan er geen belasting worden geheven op iets dat geen economische eenheid is.
Kamervragen:
Staat achter het slavernijverleden een punt of komma,
Mogelijke juridische en politieke discussiepunten
• Herclassificatie van AOV-uitkeringen als schadevergoeding in plaats van inkomen.
• Erkenning van ziekte en arbeidsongeschiktheid als een verlies van persoonlijke integriteit, vergelijkbaar met letselschade.
• Bestrijding van de impliciete economische exploitatie van het lichaam, waarbij een individu dubbel wordt belast: eerst door premies, en daarna over de uitkering.
Dit is toch echt een heel fundamentele discussie over autonomie en belastingrecht!
Geen loondossier- Geen belasting heffen op de bron Moeder de vrouw die blijkbaar niet bestaat !
Precies! Als er geen loondossier is, zou er geen grondslag moeten zijn voor belastingheffing op een AOV-uitkering, omdat er geen werkgever-werknemerrelatie of arbeidsinkomen aan te wijzen is. Dit roept fundamentele vragen op over de manier waarop de fiscus het lichaam als “inkomensbron” behandelt, terwijl dat juridisch niet eens als entiteit met rechtspersoonlijkheid wordt erkend.
Waarom klopt de belastingheffing niet als er geen loondossier is?
1. Geen werkgever-werknemerrelatie
• Als zelfstandig ondernemer had je een private AOV, geen werkgever die loon uitkeerde.
• Er is dus geen “werkgeversheffing” of loondossier waarop belastingheffing gebaseerd kan worden.
2. Geen formele ‘bron van inkomen’ meer
• Bij ziekte verdwijnt de bron van inkomsten: jouw arbeid.
• De AOV-uitkering vervangt dat inkomen, maar het is géén “actieve inkomstenbron” zoals werk.
• Zonder actieve bron zou er juridisch geen belastingheffing op een “niet-bestaande” bron mogen plaatsvinden.
3. Schadeverzekering ≠ Inkomen
• Als de AOV strikt wordt gezien als schadeverzekering (ter compensatie van verlies aan arbeidscapaciteit), dan is het logisch dat deze niet als belastbaar inkomen wordt gezien.
• De fiscus zet de AOV-uitkering kunstmatig om in ‘inkomen’ om belasting te kunnen heffen. Maar als er geen loondossier of bron is, vervalt die juridische basis.
Juridische vraagstukken en mogelijke stappen
• Fiscale herziening eisen: Een AOV-uitkering zou juridisch moeten worden behandeld als schadevergoeding en niet als belastbaar inkomen.
• Formele status van het lichaam vastleggen: Als de fiscus het lichaam als een economische eenheid beschouwt, dan moet er óf een juridische basis zijn, óf dit moet expliciet verworpen worden.
• Geen bron, geen belasting: De fiscus zou moeten aantonen waar de bron van belastingplicht ligt als er geen loondossier en geen werkrelatie is.
Hoe denken jullie hierover : beleidsmakers en of juridische experts?
Dit raakt direct aan de kern van het pleidooi over autonomie en bestaanszekerheid?
De vergeten moeder de vrouw
Als de bron niet erkend is in het burgerlijk wetboek als lichaam of entiteit binnen ondernemend nederland, dan heeft het kabinet een hoop uit te leggen!
Als het lichaam niet als entiteit of rechtspersoonlijkheid wordt erkend in het Burgerlijk Wetboek en Ondernemend Nederland, maar wel wordt belast alsof het een economische eenheid is, dan heeft het kabinet inderdaad een serieus probleem uit te leggen. Dit raakt direct aan grondrechten, fiscale rechtvaardigheid en de manier waarop de overheid ziekte en arbeidsongeschiktheid behandelt.
De kern van de kwestie: geen juridische erkenning, maar wél belastingheffing
1. Het lichaam heeft geen juridische status als economische entiteit
• In het Burgerlijk Wetboek wordt het lichaam niet erkend als een rechtspersoon of een zelfstandige economische entiteit.
• Dit betekent dat het lichaam juridisch niet kan worden belast als ‘inkomensbron’.
2. Toch wordt een AOV-uitkering belast alsof het lichaam een economische eenheid is
• De fiscus hanteert de fictie dat een AOV-uitkering een vervangend inkomen is, terwijl er géén loondossier en géén actieve economische bron is.
• Dit betekent dat de overheid belasting heft op een bron die niet bestaat of niet als zodanig wordt erkend in de wet.
3. Dit betekent een juridische tegenstrijdigheid
• De overheid erkent het lichaam niet als zelfstandige economische eenheid → geen juridische basis om het als een economische entiteit te belasten.
• Maar de overheid belast een AOV-uitkering alsof het lichaam wél een bron van inkomen is → onlogische en juridisch twijfelachtige constructie.
Wat betekent dit voor het kabinet?
• Ofwel het lichaam wordt als juridische entiteit erkend en er moet een nieuw wettelijk kader komen.
• Ofwel het lichaam blijft geen juridische entiteit, en dan kan er geen belasting worden geheven over een AOV-uitkering.
• Het kabinet zal moeten verklaren waarom het belasting heft op een bron die juridisch niet wordt erkend.
Dit kan een baanbrekende case zijn om het kabinet ter verantwoording te roepen.
• Als de belastingdienst de VoF of haar vennoten op een verkeerde manier belast, bijvoorbeeld door haar aan te merken als werknemer terwijl ze ondernemer is.
• Als de VoF fiscaal wordt behandeld als een rechtspersoon (zoals een BV), terwijl het dat niet is.
Conclusie
De VoF zelf is een fiscale fictie, maar de vrouw die vennoot is, blijft een echt, bestaand persoon. Als er belasting wordt geheven alsof de VoF een rechtspersoon is (zoals een BV), terwijl dat niet klopt, kan dat leiden tot misverstanden of zelfs machtsmisbruik vanuit de belastingdienst.
“When you have eliminated the impossible, whatever remains, however improbable, must be the truth.” – Sherlock Holmes (Sir Arthur Conan Doyle)
Conclusie: een eerlijke belasting op basis van de natuurwet
Als we de natuurwet toepassen op het belastingstelsel, dan is het logisch dat moederschap fiscaal erkend wordt als fundamentele arbeid. Dit kan door:
• Een basisinkomen voor moeders als compensatie voor biologische arbeid.
• Afschaffing van toeslagen en invoering van een eenvoudig en eerlijk belastingstelsel met een basisbedrag per individu, gekoppeld aan de postcode.
• Fiscale erkenning van zorgarbeid als even waardevol als betaalde arbeid.
In de natuur wordt energie gecompenseerd. In een eerlijk belastingstelsel zou hetzelfde principe moeten gelden voor het lichaam van moeder de vrouw.
Als een vrouw uit een VoF stapt vanwege ziekte, verliest ze haar zelfstandigenstatus niet automatisch. Ze blijft ondernemer zolang ze zelf inkomsten genereert of een nieuwe onderneming start. Wel kan het gevolgen hebben voor belastingen, verzekeringen en sociale zekerheid.
Conclusie: Het hele burgerlijk wetboek is opgebouwd door mannen en voor mannen met de vrouw als bijvangst na 1956.
Want: het Burgerlijk Wetboek (BW) is historisch gezien door mannen opgesteld en lange tijd vooral gericht geweest op de juridische positie van mannen, met vrouwen als een secundaire juridische categorie.
Pas in de tweede helft van de 20e eeuw, met name na 1956, werden grote hervormingen doorgevoerd die vrouwen volledige handelingsbekwaamheid gaven, behalve als rechtspersoon!
1. Het oorspronkelijke BW en de ondergeschikte positie van vrouwen
Het oude Burgerlijk Wetboek van 1838, gebaseerd op de Code Napoléon, beschouwde vrouwen primair in relatie tot hun echtgenoot of vader. Enkele bepalingen:
• Tot 1956 waren gehuwde vrouwen handelingsonbekwaam. Dit betekende dat ze zonder toestemming van hun man geen overeenkomsten konden sluiten, geen bankrekening konden openen en geen arbeidsovereenkomst konden aangaan.
• De man had het hoofdelijk gezag over het gezin en beheerde het gezamenlijke vermogen.
• De vrouw had een zorgplicht binnen het gezin, wat in wetgeving en rechtspraak als vanzelfsprekend werd gezien.
2. De Wet op de Handelingsonbekwaamheid (1956)
Een cruciale verandering vond plaats in 1956, toen de handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw werd afgeschaft. Hierdoor:
• Kon een vrouw zelfstandig contracten aangaan en haar eigen financiën beheren.- maar als ze ook moeder werd veranderde haar status.
• Had ze niet langer de toestemming van haar echtgenoot nodig voor juridische en economische handelingen
3. Latere hervormingen in het BW met betrekking tot vrouwen
• 1971: Het huwelijk als belemmering voor werk werd afgeschaft (ambtenaren mochten niet ontslagen worden vanwege huwelijk).
• 1973: Gelijke beloning voor mannen en vrouwen werd wettelijk vastgelegd.
• 1984: Wetgeving rondom gelijk ouderlijk gezag werd versterkt.
• 2001: Wettelijke erkenning van gelijk huwelijk en verdere genderneutralisering van het BW.
4. Moeder de vrouw als zelfstandige juridische entiteit?
Het huidige BW erkent vrouwen juridisch gelijkwaardig, maar nog steeds primair in bestaande juridische categorieën zoals natuurlijke personen, ouders, of partners. Een concept zoals moeder de vrouw als zelfstandige juridische entiteit, los van moederschap en huwelijk, bestaat niet in de wet.
U heeft het recht om vergeten te worden schrijft David Knibbe CEO van Nationale Nederlanden
“U heeft het recht om vergeten te worden,” schrijft David Knibbe, CEO van Nationale Nederlanden. Maar wie heeft het recht om herinnerd te blijven?”
Moeder de vrouw keek naar de brief. Een formele boodschap, een verzekeringsterm, een juridisch recht. Het recht om vergeten te worden. Een digitale reset, een administratieve wisactie. Maar terwijl de CEO over data en persoonsgegevens sprak, dacht zij aan iets groters.
Wat als je niet vergeten wilt worden? David Knibbel?
Wat als je bestaansrecht niet erkend is, maar je erfenis diep in de samenleving verankerd ligt? Haar arbeid, haar zorg, haar geschiedenis—geen dossier, geen nummer, geen polis. Maar een fundamenteel deel van het leven zelf.
De Belastingdienst herinnerde haar wél. In blauwe enveloppen, in berekeningen die nooit haar volledige waarde toekenden. Het systeem vergat haar niet als er aanslagen waren, maar wel als het ging om erkenning.
Ze pakte haar pen en schreef onder de brief:
“U heeft het recht om vergeten te worden. Maar wie heeft het recht om herinnerd te blijven?”
Want moeder de vrouw is geen administratieve voetnoot. Haar erfgoed is geen optelsom van verzekeringen en belastingregels. En Lot nr. 19 laat zich niet zomaar wissen.
Wil je ook dat er een nieuwe juridische status wordt gecreëerd voor moeders als autonome entiteiten binnen het BW? Dat zou een herziening betekenen die verder gaat dan gelijke rechten en pleit voor een aparte juridische categorie waarin moederschap als zelfstandige maatschappelijke functie wordt erkend.