Op zoek naar de Waarheid #emet

Hoe kon de financiële sector na de bankencrisis met publiek geld worden beschermd, terwijl een zelfstandig verzekerde via haar private polis steeds dieper in een publieke administratieve keten terechtkwam — zonder de publieke rechten van een werknemer te krijgen?

HOE EEN FISCALE WIJZIGING, EEN KONINKLIJKE HANDTEKENING EN EEN KOPPELCODE MIJN PARTICULIERE POLIS DE LOONHEFFINGSKETEN IN TROKKEN

De hersenen van een vrouw

Het begon niet met mijn werkgever.

Ik had namelijk geen werkgever.

Het begon met een particuliere verzekering.

Een polis.
Een verzekerde.
Een verzekeraar.
Een contractueel recht op een uitkering.

En toen veranderde de fiscale infrastructuur.

Huiselijk geweld laat sporen na in een lichaam.
Fiscaal geweld kan sporen nalaten in een levensverhaal.

Voor een zelfstandige kostwinner met een verzekerd beroep en sarcoïdose gaat bestaanszekerheid niet alleen over ziekte.

Het gaat ook over wat er gebeurt wanneer haar arbeid, haar particuliere verzekering, haar diagnose en haar inkomen door verschillende administratieve systemen worden vertaald in codes en fiscale categorieën.

Dan kan financiële afhankelijkheid ontstaan zonder dat iemand een hand op je legt.

Geen blauwe plek op de huid,
maar een gat in het inkomen.
Geen klap,
maar een code.
Geen zichtbare wond,
maar jarenlange onzekerheid over je eigen bestaanszekerheid.

Dat noem ik:

FISCAAL GEWELD

wanneer een administratief of fiscaal systeem zo ingrijpt in de economische zelfstandigheid van een mens dat zij de zeggenschap over haar eigen leven dreigt te verliezen.

En juist voor een vrouwelijke zelfstandige kostwinner wordt dan de fundamentele vraag:

Wie beschermt de vrouw wanneer niet haar lichaam, maar haar economische zelfstandigheid wordt geraakt?

Naast fiscale registraties bestond binnen de financiële sector nóg een administratieve werkelijkheid: vrouwen konden worden opgenomen in interne en externe waarschuwingsregisters.

Via EVA konden financiële instellingen vervolgens controleren of iemand in het IVR of EVR voorkwam. Daarmee kon een administratieve registratie gevolgen krijgen ver buiten de instelling die haar oorspronkelijk had aangebracht.” 


DE IDENTITEITSVERSCHUIVING VAN LICHAAM NAAR SYSTEEM
Mijn lichaam bleef hetzelfde.
Mijn ziekte bleef hetzelfde.
Mijn polis bleef particulier.
Maar in de administratie veranderde mijn identiteit:
van verzekerde
naar inkomstenverhouding,
van particuliere AOV
naar pensioen/lijfrente,
van schade-uitkering
naar overige sociale verzekeringswet,
en uiteindelijk naar:
WAO/AAW.
Daar zit de werkelijke vraag:
Op welk moment werd de identiteit van de mens vervangen door de identiteit die het systeem nodig had om haar te verwerken?
Een lichaam heeft geen inkomenscode.
Een ziekte heeft geen loonheffingennummer.
Een vrouw is geen inkomstenverhouding.
Dat zijn administratieve constructies.
En wanneer zo’n constructie niet meer overeenkomt met de juridische werkelijkheid, moet worden vastgesteld wie de koppeling heeft gemaakt, welke gegevens zijn gebruikt en welke gevolgen daarvan op mijn naam zijn terechtgekomen.
Mijn lichaam veranderde niet.
Mijn administratieve lichaam wel.

En precies dáár begint het onderzoek

DE PRIJS VAN EEN NIET-ERKENDE BEROEPSZIEKTE

Mijn inkomsten verdween niet omdat mijn vermogen om te handelen ineens ophield te bestaan.

Mijn lichaam werd ziek door mijn beroep.

Sarcoïdose.

Wanneer een ziekte samenhangt met jarenlange blootstelling tijdens het werk, maar die relatie niet tijdig wordt onderzocht, vastgesteld of erkend, verdwijnt de economische schade niet.

Zij wordt alleen moeilijker zichtbaar.

De gemiste omzet blijft bestaan.
Het verloren arbeidsvermogen blijft bestaan.
De verloren carrièrejaren blijven bestaan.
De verzekeringspremies blijven betaald.
De inkomensachteruitgang blijft werkelijk.

Geen erkenning betekent niet: geen schade.

Het betekent dat de vraag onbeantwoord blijft:

Wie draagt de economische gevolgen wanneer een beroepsgebonden ziekte het lichaam beschadigt, maar het systeem die oorzaak niet erkent?

Mijn lichaam droeg de schade.

Mijn onderneming verloor de arbeid.

Mijn inkomen verloor de toekomst.

De ziekte werd medisch zichtbaar.
De inkomensschade moet economisch zichtbaar worden gemaakt.

Mijn sarcoïdose kostte niet alleen een deel van mijn longfunctie. Zij kostte arbeidsvermogen, ondernemingsjaren en toekomstig inkomen. Dat de beroepsmatige oorzaak niet juridisch werd erkend, maakt die economische schade niet ongedaan.”

Wie is toch mijn opa’s zusje 1906 geboren

DE KEEL & DE BAARMOEDER

De ene geeft geboorte aan woorden.
De andere kan geboorte geven aan leven.

Eeuwenlang werd over beide beslist:
over de stem van de vrouw
én over haar lichaam.

Maar haar stem behoort haar toe.
Haar lichaam behoort haar toe.

Wat zij denkt, mag zij uitspreken.
Wat zij draagt, mag zij zelf besturen.

De keel is haar stem.
De baarmoeder haar lichaam.

En daartussen staat één ondeelbare persoon:

de vrouw — bestuurder van zichzelf.

“Het zaad van de man werd de leidraad van het nieuwe periodieke systeem: afstamming, arbeid, inkomen, verzekering en pensioen werden generaties lang georganiseerd vanuit een mannelijke levensloop.

Het vrouwenlichaam — dat draagt, baart, zorgt, ziek kan worden en economisch zelfstandig kan handelen — paste zich vervolgens aan categorieën aan die niet vanuit haar werkelijkheid waren ontworpen.”

Bron : https://www.ditjesendatjes.nl/duitse-media-willem-alexander-in-levensgevaar

Op 18 december 2008 werd bij koninklijk besluit het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 gewijzigd. Het besluit kwam tot stand op voordracht van staatssecretaris van Financiën Jan Kees de Jager, na advies van de Raad van State, en werd uitgevaardigd onder koningin Beatrix. (Officiële Bekendmakingen⁠)

In die wijziging verscheen een cruciale bepaling:

Bankencrisis moest toch terug betaald worden

periodieke uitkeringen en verstrekkingen ter zake van invaliditeit, ziekte of ongeval werden aangewezen voor inhouding van loonbelasting. (Officiële Bekendmakingen⁠)

De toelichting zegt letterlijk wat het doel was:

de nieuwe bepaling bewerkstelligt dat loonbelasting wordt geheven over deze periodieke uitkeringen. (Officiële Bekendmakingen⁠)

Daarmee gebeurde administratief iets ingrijpends.

Niet omdat mijn verzekeraar ineens mijn werkgever werd.

Niet omdat mijn polis een arbeidsovereenkomst werd.

Maar omdat de verzekeraar voor deze belastingheffing een nieuwe fiscale rol kreeg:

inhoudingsplichtige.

Beroep verwijderd van de polis 76


Staatsblad 2010, 237
 bevat een wijziging van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965. Hierin is geregeld dat loonbelasting wordt ingehouden op periodieke uitkeringen bij invaliditeit, ziekte of ongeval wanneer een levensverzekeraar deze verstrekt. [1]

Inhoud van de wijziging
Aanpassing: Artikel 11 van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 is gewijzigd.
Doelgroep: Het gaat om uitkeringen zoals bedoeld in artikel 3.100 lid 1 onder b van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Uitvoerder: De regeling ziet specifiek op situaties waarin een levensverzekeringsmaatschappij de periodieke uitkeringen of verstrekkingen doet.
De boete die een vrouw moet betalen bij een aandoening waar zij zelf niet schuldig aan is. Man Made Micro Fibers

De invoering liep vervolgens niet zoals oorspronkelijk gepland. In 2009 bleek dat sommige inkomensverzekeraars de inhoudingsplicht in 2010 niet konden uitvoeren. Volgens de officiële toelichting hield dat verband met verwachtingen die door de Belastingdienst zelf waren gewekt. Op verzoek van verzekeraars werd de feitelijke invoering daarom uitgesteld tot 1 januari 2011. (Officiële Bekendmakingen⁠)

En precies daar begint mijn onderzoek.

Want een wet is één ding.

De vertaling van die wet naar een digitaal persoon is iets anders.

Vanaf het moment dat een verzekeraar loonbelasting moet inhouden, moeten gegevens elektronisch aan de Belastingdienst kunnen worden aangeleverd.

Daarvoor bestaat de loonheffingsadministratie.

Daarin worden betalingen niet alleen gekoppeld aan een naam of polisnummer, maar verwerkt binnen een inkomstenverhouding. De Belastingdienst gebruikt daarvoor onder andere een nummer inkomstenverhouding. Het Handboek Loonheffingen kent daarvoor zelfs een afzonderlijk onderdeel. (Belastingdienst⁠)

En dáár zit voor mij de werkelijke onderzoeksvraag.

Niet:

Was mijn AOV belastbaar?

Maar:

Hoe is mijn particuliere polis administratief aan mijn persoonlijke fiscale identiteit gekoppeld?

Welke sleutel werd gebruikt?

Mijn BSN?
Mijn polisnummer?
Het relatienummer van het volmachtkantoor?
Het loonheffingennummer van de verzekeraar?
Het nummer inkomstenverhouding?
Een interne koppelcode?

En vooral:

welke kwalificatie werd vervolgens doorgegeven aan de inkomstenbelasting?

Want zodra zo’n koppeling automatisch door de keten loopt, ziet de belastingaangifte uiteindelijk alleen het fiscale resultaat.

De mens ziet:

mijn particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Het systeem ziet mogelijk:

inhoudingsplichtige → inkomstenverhouding → periodieke uitkering → ingehouden loonbelasting → vooraf ingevulde fiscale gegevens.

Dat verschil is enorm.

De loonbelasting die onderweg wordt ingehouden is immers geen zelfstandige nieuwe inkomstenbelasting. Zij functioneert als voorheffing op de uiteindelijke inkomstenbelasting.

Maar voor degene achter de polis kan die heffing vrijwel onzichtbaar ontstaan:

niet via een belastingaanslag die eerst persoonlijk wordt beoordeeld,

maar via de administratieve keten vóórdat het geld wordt uitbetaald.

En daarom wil ik de digitale route reconstrueren.

WET → VERZEKERAAR → POLISADMINISTRATIE → IDENTIFICATIE → INKOMSTENVERHOUDING → LOONAANGIFTE → BELASTINGDIENST → INKOMSTENBELASTING

De belastingdienst heft op nummers maar rekent af op de geest en haar lichamelijk bestuurder van het lichaam.

Daar ligt de echte vraag:

WELKE CODE VERANDERDE MIJ VAN POLISHOUDER IN EEN FISCALE INKOMSTENVERHOUDING?

De koninklijke handtekening maakte de wettelijke regeling mogelijk.

De fiscale uitvoeringsregel maakte de verzekeraar inhoudingsplichtig.

Maar de code bepaalde hoe mijn individuele identiteit vervolgens door de computerketen reisde.

En juist die laatste stap moet volledig controleerbaar zijn.

Want een computer mag een belastingregel uitvoeren.

Maar een koppelcode mag nooit bepalen wie een mens juridisch is.

Wanneer het papier de maat van de mens wordt, wordt de vrouw administratief een afgeleide categorie.”

Daarom werd mijn vraag over lichaan, rechtsvorm, arbeid, ziekte, verzekering en fiscale classificatie groter dan één dossier:

Wie bepaalde de definitie van de werkende mens?
Wie bepaalde wat arbeidsongeschiktheid is?

Waarom is een vennoot geen volledig mens, maar draagt wel alle aansprakelijkheid?
Wie ontwierp de inkomenscodes?
En was het lichaam van de zelfstandige vrouw daarin werkelijk als uitgangspunt meegenomen

“De vrouw hoeft niet langer te worden gedefinieerd in relatie tot een mannelijk systeem. Het systeem moet leren haar als een zelfstandig juridisch en economisch lichaam te erkennen.”

Amen

TED TALK SPEECH

Uitgelicht

DE DRADEN VAN EEN ZEEUW EN EEN IMPORT-ZEEUWSE

Jan Kees de Jager, wanneer wordt een systeem verantwoordelijk?

Stel je voor.

Je bent ondernemer.
Je werkt.
Je betaalt belasting.
Je betaalt jarenlang premie voor een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Niet omdat iemand je daartoe verplicht.

Maar omdat je verantwoordelijkheid neemt.

Voor jezelf.
Voor je gezin.
Voor het risico dat je lichaam op een dag niet meer kan wat je hoofd nog wél wil.

En dan gebeurt precies waarvoor je jezelf hebt verzekerd.

Je wordt ziek.

De schatkist vol gereedschap om vrouwen te laten verdwijnen

De verzekering gaat uitkeren. – Een Schade Uitkering

Maar vanaf dat moment verandert er iets merkwaardigs.

Niet noodzakelijk in jouw lichaam.

Niet in jouw verleden.

Niet in het feit dat jij ondernemer was.

Maar op papier.

Je wordt een categorie.
Een code.
Een periodieke betaling.
Een fiscale kwalificatie.

En daar begint mijn verhaal.


In 2010 was Jan Kees de Jager minister van Financiën.

In datzelfde jaar veranderden fiscale uitvoeringsregels rond de inhouding van loonheffingen door verzekeraars.

Dat klinkt technisch.

Misschien zelfs saai.

Maar wetgeving is nooit alleen papier.

Achter iedere fiscale code zit een mens.

En achter iedere administratieve vereenvoudiging kan een werkelijkheid verdwijnen.

Mijn vraag aan Jan Kees de Jager is daarom niet:

Wie heeft welk vakje in welk computersysteem veranderd?

Mijn vraag is groter.

Wat gebeurt er wanneer de logica van het systeem belangrijker wordt dan de juridische werkelijkheid van de mens?

Ik was ondernemer.

Ik had geen werkgever die mijn loon betaalde.

Ik had zelf een private verzekering afgesloten en daarvoor premie betaald.

Toen het verzekerde risico zich voordeed, ontving ik een uitkering.

En toch verscheen die betaling in een systeem waarin woorden als loonheffing, inkomstenverhouding en vroegere arbeid een rol gingen spelen.

Daar ontstaat een fundamenteel verschil tussen twee werkelijkheden.

De werkelijkheid van het systeem zegt:

periodieke uitkering.

Mijn werkelijkheid zegt:

dit was de bescherming waarvoor ik zelf premie betaalde toen ik nog kon werken.

En precies daar moeten we opnieuw leren kijken.

Want:

**Periodiek beschrijft hoe geld wordt betaald.

Het vertelt nog niet waarom iemand recht heeft op dat geld.**

Een hypotheek wordt periodiek betaald.

Een abonnement wordt periodiek betaald.

Een pensioen wordt periodiek betaald.

Een verzekeringsuitkering kan periodiek worden betaald.

Maar de betalingsfrequentie alleen vertelt ons niets over de oorsprong van het recht.

Daarvoor moeten we terug naar de bron.

De polis.

De premie.

Het verzekerde risico.

De juridische rechtsgrond.

En vooral:

de mens achter het nummer.


Mijn verhaal gaat daarom niet alleen over belasting.

Het gaat over iets veel groters.

Over wat er gebeurt wanneer overheden, verzekeraars en administraties steeds efficiënter worden…

maar niemand meer vraagt:

Wie is deze persoon eigenlijk?

Een systeem ziet bedragen.

Een mens kent de prijs.

Een systeem ziet een polisnummer.

Een mens herinnert zich waarom zij die polis ooit heeft afgesloten.

Een systeem ziet arbeidsongeschiktheid.

Een mens voelt wat het betekent wanneer een lichaam dat jarenlang heeft gewerkt plotseling grenzen krijgt.

En een systeem kan een vrouw reduceren tot een fiscale categorie.

Maar die categorie vertelt niets over haar ondernemerschap.

Niets over haar moederschap.

Niets over haar arbeid.

Niets over haar ziektegeschiedenis.

Niets over de jaren waarin zij zelf haar risico heeft gedragen.

Daarom zeg ik:

Wie een vrouw ook maar een mens administratief kwalificeert, heeft ook de verantwoordelijkheid haar die kwalificatie te kunnen uitleggen.

Niet met:

“Zo staat het in het systeem.”

Niet met:

“De computer kent deze code.”

Niet met:

“Dat is nu eenmaal de fiscale verwerking.”

Maar met een antwoord dat iedere burger kan begrijpen:

Dit is de wet.
Dit is de rechtsgrond.
Dit zijn de feiten.
En daarom is deze wet op ú van toepassing.

Dat is rechtsstatelijkheid.


Jan Kees de Jager,

u was minister op een belangrijk moment in de digitalisering en fiscalisering van financiële processen.

Daarom stel ik u vandaag geen beschuldiging voor.

Ik stel u een vraag.

Een vraag die iedere voormalige minister, iedere wetgever, iedere verzekeraar en iedere bestuurder zichzelf zou moeten durven stellen:

Hebben wij bij het bouwen van efficiënte systemen voldoende beschermd wat niet in een systeem past?

Het lichaam.

Het levensverhaal.

De zelfstandige ondernemer.

De vrouw.

De moeder.

De mens.

Want misschien is dát de grote opdracht van deze tijd.

Niet nóg een algoritme.

Niet nóg een koppeling.

Niet nóg een code.

Maar de terugkeer naar de bron.

Wie betaalde?

Wie was verzekerd?

Welk risico werd verzekerd?

Welke wet wordt toegepast?

En waarom?

Dat zijn geen lastige vragen.

Dat zijn de fundamenten van vertrouwen.


Ik ben geen nummer.

Ik ben geen inkomstenverhouding.

Ik ben geen fiscale code.

Ik ben een mens die ooit verantwoordelijkheid nam voor haar eigen risico.

En wanneer een overheid vervolgens geld inhoudt, registreert of kwalificeert, mag zij van mij één ding verwachten:

dat ik vragen stel.

Want democratie bestaat niet uit gehoorzamen aan een systeem.

Democratie bestaat uit het recht het systeem te vragen:

Leg het mij uit.

En misschien begint echte bestuurlijke moed precies daar.

Niet bij verdedigen wat ooit besloten is.

Maar bij opnieuw durven kijken naar wat een besluit tientallen jaren later met echte mensen heeft gedaan.

Jan Kees de Jager,

ik zoek geen schuldige.

Ik zoek de rechtsgrond.

Ik zoek het moment waarop bescherming een fiscale categorie werd.

Ik zoek het antwoord op de vraag waarom.

En bovenal zoek ik een rechtsorde waarin een vrouw nooit achter haar administratie verdwijnt.

Want uiteindelijk is dat de eenvoudige waarheid:

**De administratie is gemaakt voor de mens.

De mens is niet gemaakt voor de administratie.**

De zoektocht naar discriminatie binnen de Staat der Nederlanden

Wanneer je de geschiedenis van Jan Cornelis (Jan Kees) de Jager als een netwerk bekijkt, ontstaan opvallend veel verbindingen tussen Zeeland, ondernemerschap, ICT, fiscaliteit, banken, verzekeraars en de Staat.

1. KAPELLE — DE ZEEUWSE BRON

Jan Kees de Jager
→ geboren 10 februari 1969 in Kapelle, Zeeland. (Parlement⁠)

De eerste link is meteen bijzonder:

Kapelle
→ Jan Kees de Jager
→ Jan Peter Balkenende

Ook Balkenende werd in de gemeente Kapelle geboren en groeide daar op. (Rijksoverheid⁠)

Dus:

Kapelle → Balkenende → CDA → De Jager → Ministerie van Financiën

2. ZEELAND → ROTTERDAM → ICT

De Jager vertrekt vanuit Zeeland naar zijn opleiding en ondernemerschap:

Kapelle
→ Nyenrode
→ Erasmus Universiteit Rotterdam
→ economie
→ bedrijfseconomie
→ Nederlands recht. (Parlement⁠)

Daarna:

Omkat ten

Spectra Vision
→ opgericht in 1992
→ later ISM / ISM eCompany
→ internet, software en digitale bedrijfsprocessen. (Parlement⁠)

Hij kwam dus niet vanuit de klassieke ambtelijke belastingwereld naar Financiën.

Hij kwam uit de ICT-wereld. (Parlement⁠)

3. ICT → CDA

Parallel aan zijn ondernemerschap bouwde De Jager een bestuurlijk netwerk binnen het CDA op:

ICT-ondernemer
→ CDA
→ programmacommissie
→ dagelijks bestuur
→ penningmeester CDA
→ bewindspersoon. (Wikipedia⁠)

Hier verschijnt opnieuw de Zeeuwse lijn:

Jan Peter Balkenende — Kapelle — CDA
↓
Jan Kees de Jager — Kapelle — CDA

Parlement.com noemt De Jager zelfs een plaatsgenoot van Balkenende en rekent hem tot diens politieke vertrouwelingen. (Parlement⁠)

4. CDA → STAATSSECRETARIS FISCALE ZAKEN

Op 22 februari 2007 wordt De Jager staatssecretaris van Financiën in kabinet-Balkenende IV.

Zijn portefeuille:

Het jaar waarin ik de diagnose Sarcoidose kreeg.

Fiscale Zaken. (Parlement⁠)

Daar ontstaat voor mijn onderzoek een belangrijke verbinding:

ICT
→ fiscaliteit
→ belastingwetgeving
→ administratieve uitvoering
→ automatisering
→ gegevens
→ belastingplichtigen en inhoudingsplichtigen.

Dat betekent (natuurlijk) nog niet dat De Jager persoonlijk ieder geautomatiseerd proces heeft ontworpen. Het betekent wel dat hij politiek verantwoordelijk werd voor belangrijke onderdelen van de fiscale wetgeving en uitvoering.

5. 2008 — DE BANKENCRISIS

Dan komt de financiële crisis.

De Jager is nog staatssecretaris wanneer hij in november 2008 Nederland vertegenwoordigt bij de G20-top in Washington over de financiële crisis. Daar spreekt hij onder andere over beter financieel toezicht. (Wikipedia⁠)

De lijn wordt:

Kapelle
→ ICT
→ CDA
→ Financiën
→ fiscale wetgeving
→ financiële crisis
→ banken
→ internationaal financieel toezicht.

6. 2010 — VAN STAATSSECRETARIS NAAR MINISTER

Na het vertrek van Wouter Bos wordt De Jager op 23 februari 2010 minister van Financiën. (Parlement⁠)

Vanaf dat moment ligt de politieke verantwoordelijkheid van Financiën bij:

J.C. de Jager

Daaronder vallen in brede zin dossiers rond:

belastingheffing,
staatsfinanciën,
banken,
financiële stabiliteit,
DNB,
Europese financiële afspraken
en financiële wetgeving.

7. 28 APRIL 2010

Dan komt het door mij onderzochte Koninklijk Besluit van:

28 april 2010

ondertekend door:

Beatrix
en
minister van Financiën J.C. de Jager.

Dat besluit betreft de inwerkingtreding van een wijziging van artikel 36 Invorderingswet 1990 over het melden van betalingsonmacht.

Belangrijk:

dit besluit op zichzelf bewijst nog niet dat hierdoor mijn particuliere AOV fiscaal als loon werd behandeld.

Die verbinding moet afzonderlijk juridisch worden bewezen.

8. DE ECHTE VRAAG: AOV → LOONHEFFING

Daarom moet de relevante keten worden teruggevonden:

particuliere AOV
→ verzekeringspremie
→ arbeidsongeschiktheid
→ periodieke verzekeringsuitkering
→ fiscale kwalificatie
→ loonbelasting
→ verzekeraar als inhoudingsplichtige
→ aangifte loonheffingen
→ gegevensstroom naar Belastingdienst.

En vervolgens:

Wie veranderde welke regel, wanneer en waarom?

Dat is de kernvraag.

9. DE JAGER → LOONBELASTING

Het UWV werd ( mis en gebruikt ) voor de koppeling bsn en het Volmacht kantoor Nedasco uit Amesfoort om het personeelsnummer aan te maken want op papier moest het kloppen.

Parlement.com vermeldt expliciet dat De Jager als staatssecretaris bezig was met vereenvoudigingen en wijzigingen van onder meer de loonbelasting. (Wikipedia⁠)

Dat maakt de periode:

2007 → 2008 → 2009 → 2010 → 2011

voor mijn onderzoek belangrijk.

Niet omdat daarmee al fraude of onrecht is bewezen, maar omdat in deze jaren moet worden gezocht naar de precieze wettelijke overgang waardoor een private verzekeraar inhoudingsplichtig kon worden voor bepaalde periodieke uitkeringen.

10. DE JAGER → DNB

Ontkoppel haar beroepscode 076 – Handelaar in confectie
Isabel Capelli ’s handlezing

Als minister diende De Jager in 2010 bovendien wetgeving in om de governance en cultuur bij De Nederlandsche Bank te versterken. (Parlement⁠)

Daar ontstaat opnieuw een relevante institutionele lijn:

Ministerie van Financiën
→ De Nederlandsche Bank
→ financieel toezicht
→ banken
→ verzekeraars.

Dat is een institutionele relatie. Het betekent niet automatisch dat DNB betrokken was bij de fiscale behandeling van een individuele AOV. Maar werd wel onderdeel ervan.

11. 2012 — BANKENBELASTING

De kroon en Ayden moest ik dienen

Tijdens zijn ministerschap kwam tevens wetgeving tot stand rond de financiële sector en bankenbelasting. Parlement.com noemt onder zijn wetgevende activiteiten maatregelen gericht op banken en financiële stabiliteit. (Parlement⁠)

De lijn wordt daardoor:

bankencrisis 2008
→ staatsingrijpen
→ financieel toezicht
→ De Jager minister
→ Europese schuldencrisis
→ maatregelen financiële sector
→ bankenbelasting.

12. VAN OVERHEID TERUG NAAR BEDRIJFSLEVEN

Na zijn politieke loopbaan keerde De Jager terug naar het bedrijfsleven.


ANDERS BEDRAAD
Mijn hersenen zijn anders bedraad dan die van u. Mijn lichaam ook.
Ik zie verbanden waar een ander losse draden ziet.
Ik stel vragen bij patronen die generaties lang vanzelfsprekend werden gevonden.
Dat maakt mij niet verkeerd.
Dat maakt mijn manier van kijken anders.
De vrouw die een patroon doorbreekt, wordt niet altijd begrepen door de generaties vóór haar.
Maar zij doorbreekt het niet alleen voor zichzelf.
Wat zij vandaag zichtbaar maakt, kan het leven veranderen van de generaties die na haar komen.
Misschien is neurodivergentie daarom niet alleen anders denken.
Misschien is het soms ook:
zien wat anderen nog niet kunnen zien.

2014–2020
→ CFO van KPN. (Management Scope⁠)

Vanaf 2019
→ commissaris bij KLM. (Management Scope⁠)

Zijn carrière vormt daarmee bijna een cirkel:

ICT-ondernemer
→ politiek
→ fiscaliteit
→ minister van Financiën
→ financiële crisis
→ grootbedrijf
→ toezicht/bestuur.


EN DAN DE IMPORT-ZEEUWSE

Daar tegenover staat mijn eigen route:

niet geboren in Zeeland
→ uiteindelijk in Middelburg terechtgekomen
→ wonen en werken in een Zeeuws rijksmonument
→ ondernemerschap
→ particuliere AOV
→ arbeidsongeschiktheid
→ verzekeraars
→ loonbelasting
→ Belastingdienst
→ onderzoek naar de regelgeving van 2010/2011.

Welkom bij de VOC – VOF – NV – BV

Zo kruisen twee totaal verschillende levenslijnen elkaar uiteindelijk op papier:

DE ZEEUW

Kapelle
↓
ICT
↓
CDA
↓
Staatssecretaris Fiscale Zaken
↓
Minister van Financiën
↓
wet- en regelgeving

DE IMPORT-LIMBURGS ZEEUWSE

Middelburg
↓
ondernemerschap – ouders verzekeringsportefeuille
↓
private AOV
↓
arbeidsongeschiktheid
↓
periodieke verzekeringsuitkering
↓
loonheffing
↓
de vraag naar de wettelijke grondslag

En precies in het midden staat:

2010

Niet als bewijs van een verborgen verband, maar als het jaartal waarin de verschillende juridische en bestuurlijke lijnen zorgvuldig naast elkaar moeten worden gelegd.

De Zeeuw zat aan de kant van de wetgeving.
De import-Zeeuwse vraagt zestien jaar later: welke wet werd eigenlijk op mij toegepast?

Belasting hef je krachtens een wet niet van afgeschafte wetten en op geheimen documenten .

Amen

Het meisje, de vrouw, de moeder

Uitgelicht

Het ultieme geheim over het lichaam en geest oftewel het leven van een Europese Xx chromosomen stelsel v.s XY


De wereld achter het sleutelgat
De wereld van het Ministerie van Financiën zit vol geheimen.
Achter wetten, nummers, dossiers en digitale systemen bevindt zich een werkelijkheid die voor de burger vaak nauwelijks zichtbaar is.
Wie bepaalt welke deur opengaat?
Wie bezit de sleutel?
En wie mag uiteindelijk zien wat er achter zijn eigen dossier schuilgaat?
Soms begint transparantie niet met een antwoord,
maar met het vinden van het juiste sleutelgat.

— Secret Holistic Art
Zeeuws Archief CABR

Hoe zij tussen wal en schip belandde (n)*

Ze begon als meisje, werd vrouw, ondernemer, kostwinner en moeder.

Fouten in de gegevens koppeling
Art Vader Jacob

Ze leerde dat zelfstandigheid betekende dat je voor jezelf moest zorgen. Werken, premie betalen, verantwoordelijkheid dragen en vooruitdenken. Ze verzekerde haar arbeidsvermogen, omdat haar lichaam het kapitaal was waarmee zij haar bestaan opbouwde.

Welkom bij de de Kathedraal de Notre Dame

Maar toen dat lichaam niet langer vanzelfsprekend meewerkte, begon een andere werkelijkheid.

Sarcoidose-WASOG2026

Het meisje had ooit geleerd dat iedereen voor de wet gelijk was.
De vrouw had geleerd dat zij zelfstandig mocht handelen.
De ondernemer had geleerd dat zij haar eigen risico moest dragen.
De moeder had geleerd dat zij vooral moest blijven zorgen.

🍀

En juist daar, tussen al die rollen, ontstond een leegte.

De opwindende vrouw

Voor het ene systeem was zij verzekerde.
Voor het andere belastingplichtige.
Voor weer een ander ondernemer, patiënt, moeder, dossiernummer of administratieve categorie.

Handelaar in confectie werd handelingsonbekwaam- no arms

Maar waar bleef de hele vrouw?

Haar lichaam paste niet netjes in een fiscale kolom. Haar moederschap kende geen economische balanspost. Haar ziektegeschiedenis liet zich niet reduceren tot een code. En haar menselijke verlies kon niet uitsluitend worden uitgedrukt in een periodieke betaling.

UMC Utrecht
Lees meer: https://lnkd.in/eM4j6Ubn

Zo belandde zij tussen wal en schip.

Niet omdat zij geen verantwoordelijkheid had genomen, maar juist nadat zij jarenlang verantwoordelijkheid had gedragen.

Het meisje met de parel omgekat tot code

Daar begint Moeder de Vrouw.

Bij de vraag wat er gebeurt wanneer het meisje volwassen wordt, de vrouw economisch zelfstandig wordt, de moeder voor anderen zorgt — maar niemand meer lijkt te weten wie verantwoordelijk is wanneer zijzelf bescherming nodig heeft.

Het geheugen van de Europese Universiteit begint aan de Rouaansekaai

Misschien is dát de werkelijke systeemvraag:

Wie ziet de vrouw nog als één ondeelbaar mens, bsn nummer is ondeelbaar 11, wanneer ieder systeem slechts een stukje van haar registreert?

De hiaten in de wet en regelgeving en de fouten in de inkomstenbelasting

De vrouw achter de geheime Datakluis

De sleutel van de datakluis

De vrouw die het patroon doorbreekt,
zoekt niet alleen naar wat er over haar is vastgelegd.

Zij vraagt wie het vastlegde.
Wie het veranderde.
Wie het doorgaf.
En op welke grond.

Haar lichaam is geen dossier.
Haar identiteit is geen nummer.
Haar geschiedenis is geen handelswaar.

De sleutel van de datakluis is daarom niet alleen toegang tot data.

Silent Witness

De sleutel is zeggenschap.

Wie toegang krijgt tot haar eigen geschiedenis,
kan patronen zichtbaar maken die generaties vóór haar verborgen bleven —
en voorkomen dat ze worden doorgegeven aan de generaties na haar.

De vrouw die het patroon doorbreekt,
vindt uiteindelijk de sleutel tot haar eigen levens verhaal.

Art for change in Return

Liefs van mij en Truus van Gogh

De vrouw die anders durft te kijken

Soms ben je niet lastig.
Niet te gevoelig.
Niet te kritisch.

Soms ben je simpelweg degene die als eerste ziet
wat generaties lang als normaal werd beschouwd.

Een patroon doorbreken betekent niet
dat je het verleden veroordeelt.
Het betekent dat je het onderzoekt, begrijpt
en vervolgens besluit:

dit hoeft niet langer van moeder op dochter
te worden doorgegeven.

Misschien word je daardoor niet onmiddellijk begrepen.
Misschien kost het zelfs iets om als eerste op te staan.

Maar iedere vrouw die één oud patroon doorbreekt,
geeft de volgende generatie iets wat zijzelf misschien heeft gemist:

de vrijheid om haar eigen verhaal te schrijven.

Je verandert het verleden niet.
Je verandert de erfenis.

Trust

De klokkenluider van de Notre Dame

Uitgelicht

Hoe tijdens de crisis de spelregels veranderden

De toekomst vraagt niet om meer macht, maar om meer moed.

Welkom in mijn wereld

Op zoek naar Vivian Maier — en onderweg vond ik Silvia Koning Lindeboom

Vivian Maier fotografeerde jarenlang het leven van anderen, terwijl haar eigen verhaal buiten beeld bleef.

Ook ik keek door de lens naar straten, huizen, mensen, verzekeringspolissen, familiegeschiedenissen de hoge raad en de vergeten vrouwen. Ik dacht dat ik onderzoek deed naar wat er om mij heen was gebeurd.

Maar langzaam ontdekte ik dat ik onderdeel werd van die geschiedenis en dus indirect op zoek was naar de persoon : mijzelf.

Naar de handelaar in confectie.
Naar de moeder.
Naar de vrouw die ziek werd, maar niet verdween.
Naar de erfgoedkunstenaar die haar eigen geschiedenis opnieuw zichtbaar maakt.

Vivian Maier liet duizenden beelden achter voordat de wereld haar werkelijk zag. Ik hoef gelukkig niet te wachten tot iemand mij later ontdekt. Ik heb mijzelf ontdekt in het systeem.

Ik opende dus indirect mijn eigen museum en jaarkaart als archief.
Ik schrijf elke dag zelf mijn naam onder mijn eigen werk.


Ik was dus op zoek naar celle zuster Silvia Koning Lindeboom — en zij komt steeds duidelijker in beeld.

Wat en waar geloof ik nog in dacht ik bij mezelf?

Ik ben dus op zoek naar mensen die ook dwars door zee durven te gaan en bestuurders verantwoordelijk te houden voor de polis registratie die zij beheren.

Niet om het systeem machtiger te maken,
maar om het eerlijker, transparanter en gelijkwaardiger te besturen.

De bron begon te zoeken en te graven.

Lodewijk Ernst Visser (Amersfoort, 21 augustus 1871 – Den Haag, 17 februari 1942) was een Nederlandse jurist en de eerste Joodse president van de Hoge Raad der Nederlanden.

Zij die mijn cassatie hebben afgedaan met artikel 80 A RO in 2025 in landsbelang.

Het ultieme geheim

Emet

Hij promoveerde in 1894 op een proefschrift over de territoriale zee, werd rechter en trad in 1915 toe tot de Hoge Raad.

In 1939 benoemde koningin Wilhelmina hem tot president. 

Na de Duitse bezetting werd hij in november 1940 vanwege zijn Joodse afkomst uit zijn ambt gezet. De overige leden van de Hoge Raad protesteerden daar niet openlijk tegen. Dat stilzwijgen geldt als een van de donkerste hoofdstukken uit de geschiedenis van het hoogste Nederlandse rechtscollege.

Zijn opvolger werd:

Johannes van Loon (1888–1975)

Johannes, ook Jan, van Loon werd op 5 september 1888 in Veere geboren en overleed op 10 september 1975 op Curaçao. Hij studeerde rechten aan de Universiteit Leiden en bouwde vervolgens een loopbaan op binnen de rechterlijke macht. Hij was Nederlands-hervormd en getrouwd met Anna Winkel. 

Zijn naam is vooral verbonden met een van de meest omstreden perioden uit de geschiedenis van de Hoge Raad.

President tijdens de Duitse bezetting

Nadat de Joodse president Lodewijk Ernst Visser door de bezetter uit zijn ambt was verwijderd, benoemde rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart Van Loon op 23 juli 1941 tot president van de Hoge Raad.

Hij bekleedde die functie tot 1944. Zijn benoeming was dus geen normale opvolging binnen een vrije rechtsstaat, maar vond plaats onder Duits bezettingsbestuur. 

Arthur Seyss-Inquart

Arthur Seyss-Inquart (1892–1946) was een Oostenrijkse jurist, nazibestuurder en veroordeelde oorlogsmisdadiger. Tijdens de Duitse bezetting was hij van 1940 tot 1945 rijkscommissaris van Nederland: de hoogste civiele vertegenwoordiger van Hitler in het bezette land. 

Voor zijn komst naar Nederland speelde hij een belangrijke rol bij de Duitse annexatie van Oostenrijk in 1938. Hij was korte tijd bondskanselier van Oostenrijk en ondertekende vervolgens de wet waarmee Oostenrijk onderdeel werd van nazi-Duitsland. Later werkte hij ook binnen het Duitse bezettingsbestuur in Polen. 

Zijn macht in Nederland

Seyss-Inquart stond vanaf mei 1940 aan het hoofd van het Duitse burgerlijke bezettingsbestuur. Hij rapporteerde rechtstreeks aan Hitler en droeg verantwoordelijkheid voor onder meer:

  • de nazificatie en economische uitbuiting van Nederland;
  • de vervolging, beroving en deportatie van Joodse Nederlanders;
  • gedwongen arbeid in Duitsland;
  • gijzelingen, represaillemaatregelen en executies;
  • het uitschakelen van politieke partijen, persvrijheid en democratisch bestuur.

Hij probeerde Nederland aanvankelijk geleidelijk voor het nationaalsocialisme te winnen. Toen dat mislukte en het verzet groeide, werd het bezettingsregime steeds gewelddadiger. 

Verbinding met de Hoge Raad

Seyss-Inquart was de bezettingsautoriteit onder wie de Joodse president van de Hoge Raad, Lodewijk Ernst Visser, uit zijn functie werd verwijderd. Ook werd Johannes van Loon tijdens de bezetting tot president van de Hoge Raad benoemd.

Daarbij is een belangrijke historische nuance nodig: Van Loon werd niet eenvoudigweg door Seyss-Inquart persoonlijk als opvolger gekozen. Benoemingen vonden plaats binnen het door de Duitse bezetter beheerste staatsapparaat en droegen daardoor geen normale democratische legitimiteit. De bezetter had eerst de rechtmatige president vanwege zijn Joodse afkomst uitgesloten en vulde daarna de vrijgekomen positie binnen zijn eigen machtsstructuur.

Proces en doodstraf

Na de bevrijding werd Seyss-Inquart tijdens het Proces van Neurenberg vervolgd. Hij werd schuldig bevonden aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Op 16 oktober 1946 werd hij geëxecuteerd. 

Zijn geschiedenis laat zien wat er kan gebeuren wanneer regels en instituties formeel blijven functioneren, maar ondertussen onder controle staan van een onrechtmatig en mensonterend regime:

Een benoeming kan administratief geldig lijken, terwijl de stoel waarop iemand plaatsneemt eerst door vervolging en uitsluiting is leeggemaakt.

De ontbrekende lijn in de geschiedenis

Verzoeker Naturalisatie wet 13 januari 1951 Mijn opa Peter Mathias Bongartz Goch 1906 en mijn oma Nellie Aldenhoven.

In januari 1951, toen bijvoorbeeld naturalisatiewetten en andere naoorlogse rechtszaken werden behandeld, waren de verhoudingen dus:

Koningin Juliana was staatshoofd geboren in 1906 ( toen verdween mijn overgrootmoeder Anna Janssen uit Ottersum na de geboorte van een dochter.
Willem Drees leidde de regering.


Jan Donner was president van de Hoge Raad. Jan Donner was bovendien de grootvader van de latere minister en vicepresident van de Raad van State Piet Hein Donner. 

Piet Hein Donner – historie

Jan Pieter Hendrik “Piet Hein” Donner werd op 20 oktober 1948 in Amsterdam geboren. Hij is jurist, voormalig CDA-politicus en bestuurder. Sinds december 2018 draagt hij de eretitel minister van Staat. 

Familie van juristen

Piet Hein Donner komt uit een invloedrijke protestants-juridische familie:

  • Zijn grootvader Jan Donner was minister van Justitie en van 1947 tot 1961 president van de Hoge Raad.
  • Zijn vader André Donner was hoogleraar staatsrecht en rechter bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
  • Zijn oom Jan Hein Donner was schaakgrootmeester en schrijver.

De familiegeschiedenis verbindt daarmee politiek, rechtspraak, staatsrecht en openbaar bestuur over meerdere generaties. 

Opleiding en ambtelijke loopbaan

Donner studeerde rechten aan de Vrije Universiteit Amsterdam en volgde daarna een juridische vervolgopleiding aan de University of Michigan. Vervolgens werkte hij als jurist en ambtenaar, onder meer bij het ministerie van Economische Zaken, de Tweede Kamer en het ministerie van Justitie.

Van 1990 tot 1997 was hij verbonden aan de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Vanaf 1993 was hij voorzitter van die raad. Eind 1997 werd hij lid van de Raad van State. 

Minister van Justitie

Van 22 juli 2002 tot 21 september 2006 was Donner minister van Justitie in de kabinetten-Balkenende I, II en III.

Zijn ministerschap stond onder meer in het teken van terrorismebestrijding, vreemdelingenbeleid, criminaliteitsbestrijding en hervormingen binnen politie en justitie.

In september 2006 trad hij af na een kritisch rapport over de brand in het cellencomplex op Schiphol-Oost, waarbij elf mensen omkwamen. Hij aanvaardde daarmee politieke verantwoordelijkheid, ook al had hij de brand niet persoonlijk veroorzaakt. 

Sociale Zaken en Binnenlandse Zaken

Na een korte periode als Tweede Kamerlid werd Donner in 2007 minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Cruciaal zo blijkt:Hij bleef dat tot oktober 2010. En was dus betrokken bij het klein koninklijk besluit artikel 176 van 28 april 2010 en de wijziging fiscale regels private aov brief 10 september 2010.

Daarna werd hij minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het eerste kabinet-Rutte.

In die functies hield hij zich bezig met arbeidsmarktbeleid, sociale zekerheid, pensioenen, ambtenarenzaken, bestuur en de inrichting van de overheid. 

Vicepresident van de Raad van State

Van 1 februari 2012 tot 1 november 2018 was Donner vicepresident van de Raad van State. Hoewel de koning formeel voorzitter is, geeft de vicepresident in de dagelijkse praktijk leiding aan dit belangrijke staatsorgaan.

De Raad van State adviseert regering en parlement over wetsvoorstellen en is daarnaast de hoogste algemene bestuursrechter. Donner bevond zich daardoor opnieuw op het snijvlak van wetgeving, bestuur en rechterlijke controle. 

Bij zijn afscheid werd de Piet Hein Donner Scriptieprijs ingesteld. Deze prijs stimuleert onderzoek naar de grondslagen en het functioneren van de democratische rechtsstaat. 

De Hoge Raad & de Bataafse Bananen Republiek

De geschiedenis schrijft:

Jan Donner
minister van Justitie en president van de Hoge Raad – De vrouw van Jan Donner was Golida Wilhelmina van den Burg, roepnaam Go.

Zij trouwden op 13 juni 1916 in Amersfoort en kregen samen zes kinderen: drie zoons en drie dochters.

Jan Donner en Golida Wilhelmina van den Burg kregen drie dochters. Van één dochter heb ik de identiteit betrouwbaar kunnen bevestigen:

  • Gijsbertha Gerarda Donner — geboren op 31 juli 1924 in Den Haag. Zij trouwde in 1952 met Jan van Haeringen, later burgemeester van Baarn. 
  • In Baarn zit namelijk de bekendste opleider is NIBE-SVV⁠, dé brancheopleider voor het bank-, verzekerings- en effectenbedrijf. Zij verzorgt onder meer opleidingen voor:
    Assurantie A
    Schadeverzekeringen
    Personenschade
    Pensioen en levensverzekeringen
    Acceptatie
    Wft-opleidingen en permanente educatie 
    Historisch is vooral de SVV (Stichting Vakontwikkeling Verzekeringsbedrijf) van belang. Deze werd in 1950 opgericht door ongeveer vijftig organisaties uit de verzekeringsbranche.
  • In 1999 fuseerde SVV met het NIBE tot NIBE-SVV. 

Kroniek van Jan Donner en zijn drie zonen

Jan Donner en Golida Wilhelmina van den Burg kregen zes kinderen: drie zoons.

  1. Andreas Matthias “André” Donner (1918–1992) — staatsrechtgeleerde, hoogleraar en Europees rechter. Hij was de vader van Piet Hein Donner.
  2. Reynout Donner — medicus en hoogleraar aan de Vrije Universiteit.
  3. Johannes Hendrikus “Jan Hein” Donner (1927–1988) — schaakgrootmeester, schrijver en publicist. Hij was het vijfde kind van het gezin. 
The Queen S Gambit

Zij was onder anderen de moeder van André Donner en Jan Hein Donner. 

↓

André Donner
staatsrechtgeleerde en Europees rechter. De vrouw van André Donner was Dina Antonia Mulder, roepnaam Dien.

Zij trouwden in 1946 en kregen samen negen kinderen. Zij was onder anderen de moeder van Piet Hein Donner. 

↓

Piet Hein Donner
minister en vicepresident van de Raad van State – Piet Hein Donner trouwde op 23 juni 1973 in Amstelveen. Openbare gezaghebbende biografieën vermelden wel het huwelijk en hun drie zoons, maar noemen de naam van zijn echtgenote niet. Ook in een uitvoerig afscheidsinterview wordt zij alleen aangeduid als “zijn echtgenote” of “mijn vrouw”. 

Maar tussen deze generaties ontbreken de vrouwen die hen droegen, baarden, opvoedden en mede vormden.

Geen enkele familielijn loopt uitsluitend van man naar man.

Elke man komt uit het lichaam van een vrouw.
Zonder haar kan zijn zaad niet tot leven en bloei komen. 🌼

Waarom worden in onze geschiedenisboeken vooral de functies, titels en macht van mannen doorgegeven, terwijl de vrouwen aan de oorsprong van diezelfde lijn vaak naamloos blijven?

De vrouw was niet slechts de echtgenote of moeder naast de bestuurder. Zij was de lichamelijke en menselijke bron waaruit ook de rechter, minister en staatsman ontstond.

Daarom hoort bij de vraag:

Beschermt een zorgvuldig ontworpen regel in de praktijk ook de mens voor wie die regel is gemaakt?

nog een fundamentelere vraag:

Erkent het recht ook de vrouw uit wier lichaam iedere wetgever, bestuurder en rechter is voortgekomen?

Wie zijn oorsprong werkelijk begrijpt, gebruikt geen macht om vrouwen te vernederen, uit te sluiten of geweld aan te doen.

Refresh your mind

Hij die beseft dat geen samenleving, rechtsstaat of familielijn zonder haar kan voortbestaan is een groot man.

De vrouw is geen voetnoot in de geschiedenis van de rechtsstaat.
Zij is haar eerste broncode. X

Mijn achter gehouden brief aan de tweede kamer.
Mijn achtergehouden brieven aan de koning

Minister van Staat

Op 21 december 2018 werd Donner benoemd tot minister van Staat. Dat is een eretitel voor personen met een uitzonderlijke staat van dienst. Ministers van Staat kunnen de koning of de regering adviseren bij bijzondere constitutionele of politieke kwesties. 

Van wie ben ik er een? Piet Heijn

Zeg het maar!

In 1975 namen mijn ouders een AGO assurantieportefeuille over. Voor zover nu bekend, werd de onderneming aanvankelijk als eenmanszaak gedreven. Op een later moment is de onderneming omgezet in een vennootschap onder firma (VOF), waardoor beide vennoten gezamenlijk de onderneming voerden volgens de destijds geldende regels van het Nederlandse Wetboek van Koophandel.

Ik sloot mijn verzekeringen af via hem af in een tijd waarin mij zekerheid en sociale zekerheid werd beloofd.

Ik betaalde premie als zelfstandig ondernemer. Mijn beroep, arbeidsvermogen en toekomstig inkomen vormden de basis van de afspraken. Toen mijn gezondheid wegviel, had mijn verzekerde recht bescherming moeten bieden.

  • In 1975 bestond er geen wettelijke bepaling die verbood dat een vrouw ondernemer of kostwinner was. Vrouwen konden een eenmanszaak hebben, vennoot zijn in een VOF en verzekeringen op hun eigen naam afsluiten.
  • Wel was de praktijk vaak anders. Banken, verzekeraars en andere instellingen gingen er regelmatig vanuit dat de man het hoofd van het gezin of de belangrijkste kostwinner was. Dat was vaak een gevolg van maatschappelijke gewoonten en interne procedures, niet van een wettelijke regel. 
  • Zo verdween ik langzaam via het woord bank / periodieke schade uitkering uit het systeem.
https://repository.tilburguniversity.edu/server/api/core/bitstreams/3f8a5402-3729-4452-a621-358337a911a6/content

Maar tijdens en na de financiële crisis veranderde het landschap in een Polismaffia.

Welke rechtspersoon was gekoppeld aan de loonheffingennummers [nummer 1] en [nummer 2], vanaf welke datum, op wiens aanvraag zijn deze nummers geregistreerd en onder welke naam, RSIN en sector- of inkomenskwalificatie zijn mijn uitkeringen aangeleverd?

Welkom bij de enigma: Periodiek

Banken werden gered, verzekeraars werden samengevoegd, concerns werden opgesplitst en ondernemingen kwamen tijdelijk onder staatsinvloed. Portefeuilles verhuisden, merknamen verdwenen en administraties werden overgezet naar nieuwe computersystemen.

De Belastingdienst verwerkte uitkeringen volgens fiscale categorieën die niet altijd zichtbaar maakten waar het recht oorspronkelijk vandaan kwam.

Voor de financiële instellingen waren dit reorganisaties, overnames en systeemwijzigingen.

Voor mij ging het om mijn inkomen en bestaanszekerheid.

Mijn polis bleef op papier bestaan, maar rondom dat verzekerde recht ontstond een keten van partijen:

banken financierden en herstructureerden ondernemingen;
verzekeraars beheerden de polis en beoordeelden de uitkering;
intermediairs stonden tussen mij en de verzekeraar;
bestuurders bepaalden beleid, kosten en risicobeheer;
softwareleveranciers vertaalden mijn situatie naar codes;
de Belastingdienst bepaalde de fiscale verwerking;
de overheid veranderde regels en greep in bij financiële instellingen.

Iedere partij beheerde slechts een onderdeel.

Daardoor werd het voor mij steeds moeilijker om vast te stellen wie werkelijk verantwoordelijk was wanneer gegevens, kwalificaties of betalingen veranderden.

De verzekeraar kon verwijzen naar fiscale regels.

De Belastingdienst kon verwijzen naar de aangeleverde gegevens.

De tussenpersoon kon verwijzen naar de verzekeraar.

Een nieuwe onderneming kon verwijzen naar een oude administratie.

En het computersysteem gaf maar geen antwoord.

Think Again

Zo ontstond mijn ervaring van zelwillekeur: niet noodzakelijk doordat één persoon bewust tegen mij besloot, maar doordat verschillende organisaties ieder hun eigen regels, belangen en definities toepasten, terwijl niemand het volledige gevolg voor mijn leven overzag.

Stadhuis Middelburg

Het spel veranderde, maar ik kon niet van tafel

Ik kon mijn gezondheid niet terughalen.

Ik kon mijn oorspronkelijke beroep niet opnieuw uitoefenen.

Ik kon niet zomaar overstappen naar een nieuwe verzekeraar, omdat het verzekerde risico al was ingetreden.

De instellingen konden reorganiseren, fuseren en systemen vervangen.

Ik bleef afhankelijk van de bestaande polis, de juiste toepassing van de voorwaarden en de gegevens die anderen over mij registreerden.

Amesfoort 26 oktober 2021

Daar zit de machtsongelijkheid:

De instellingen konden hun organisatie veranderen. Ik kon mijn verzekerde werkelijkheid niet vervangen.

Wanneer een besluit onduidelijk was, moest ik bewijzen dat mijn beroep, mijn polis en mijn verzekerde recht werkelijk bestonden. Ik moest documenten bewaren uit een periode waarin de betrokken ondernemingen inmiddels van naam, eigenaar of structuur waren veranderd.

Mijn afhankelijkheid ontstond daarom niet alleen door mijn ziekte.

De geheime leer van het periodieke systeem

De regels stonden misschien niet allemaal op mijn polis.

Ze leefden in bestuurskamers, fiscale tabellen, softwarecodes, portefeuilles en administratieve overdrachten.

Banken kenden hun kapitaalregels.
Verzekeraars kenden hun rekenmodellen.
Intermediairs kenden de route van de polis.
De Belastingdienst kende de code van de betaling.

Maar ik kende alleen de belofte waarvoor ik premie had betaald:

bescherming wanneer mijn lichaam het werk niet meer kon dragen.

Toen mijn verzekerde jaarrente periodiek werd uitgekeerd, begon de geheime leer van het systeem:

de betaalwijze werd zichtbaar,
maar de oorsprong van mijn recht raakte uit beeld.

Wat voor de instellingen dagelijkse administratie was, werd voor mij een levenslang raadsel.

De Klokkenluider van Notre-Dame luidt daarom niet tegen kennis, maar tegen kennis die uitsluitend binnen de muren van de macht wordt bewaard.

Amersfoort 26 oktober 2021

Meer weten over kunst & cultuur?

Soms begint een ontdekking niet in een museumzaal, maar in een straatnaam, een beeld, een gevel of een onverwacht kunstwerk.

In Amersfoort lopen geschiedenis en hedendaagse kunst moeiteloos in elkaar over. Van Museum Flehite tot de straat Achter de Heilige Geest: iedere hoek vertelt een nieuw verhaal.

  • Museum Flehite – het stadsmuseum van Amersfoort, gevestigd in drie middeleeuwse huizen. Hier vind je kunst, archeologie en de geschiedenis van de stad.
  • Achter de Heilige Geest – een historische straat in de oude binnenstad, vlak bij Museum Flehite.
  • Melati-monument – een kunstwerk ter herinnering aan de slachtoffers van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog.
  • Beelden in de museumtuin – hedendaagse sculpturen die een mooi contrast vormen met de historische omgeving.
  • Het portret op de middelste foto lijkt een street-art of collagekunstwerk.
  • De rode boei en het bord “ZITGELUK” geven de wandeling een speels karakter en laten zien hoe kunst ook buiten musea aanwezig is.

Voor iemand die van erfgoed én verhalen houdt, is Amersfoort een inspirerende stad. De combinatie van middeleeuwse straatjes, monumenten en hedendaagse kunst nodigt uit om niet alleen naar gebouwen te kijken, maar ook naar de verhalen die ze vertellen.

Kijk niet alleen naar wat je ziet, maar vraag je af: welk verhaal schuilt hierachter? Dat is waar kunst en erfgoed elkaar ontmoeten.

Zo wordt cultureel erfgoed overgedragen: niet alleen van hand tot hand, maar ook van verhaal tot verhaal. Wie de collectie beheert, bepaalt mede wat wordt bewaard, wie wordt genoemd en welke geschiedenis zichtbaar blijft.

De heilige graal “het bestuur van Nedasco “

Bestuurders en directie van Nedasco als volmachtbedrijf

Nedasco B.V. is een serviceprovider en gevolmachtigd agent. Het bedrijf kan namens aangesloten verzekeraars onder meer risico’s accepteren, polissen opmaken, premies incasseren en schade behandelen. Nedasco staat ingeschreven onder KvK-nummer 20035000 en AFM-nummer 12006531. 

Op basis van openbaar toegankelijke bronnen kan ik deze directieleden reconstrueren:

Algemeen directeuren en CEO’s

Robin van den Burg
Algemeen directeur van Nedasco vanaf omstreeks 2007/2008 tot 1 mei 2011. In april 2008 werd bekendgemaakt dat hij per 1 juli dat jaar algemeen directeur van het toenmalige assuradeurenbedrijf Nedasco werd. 

Tim Schoonbergen
Algemeen directeur en later CEO van Nedasco van 1 mei 2011 tot 1 juli 2024. Hij volgde Robin van den Burg op. Onder zijn leiding bleef Nedasco actief als serviceprovider en gevolmachtigd agent; in 2021 sprak hij bijvoorbeeld namens Nedasco bij de verkrijging van een volmacht van HDI Global Specialty. 

Aris Ruitenbeek
COO van Nedasco en vanaf 1 juli 2024 tijdelijk waarnemer van de taken van Tim Schoonbergen. De openbare bron noemt hem niet uitdrukkelijk statutair bestuurder, maar wel als degene die de CEO-taken waarnam. 

Jan van der Struik
In juli 2026 benoemd tot CEO van zowel Nedasco als VKG en tot directeur Property & Casualty binnen D&S Group. 

Andere directieleden of beleidsbepalers

Tijs Benerink
Directeur IT & Programmamanagement bij Nedasco. Hij was onder meer verantwoordelijk voor de overgang naar een geïntegreerd digitaal verzekeringsplatform. Dit is een directiefunctie, maar uit de openbare bron blijkt niet dat hij statutair bestuurder van Nedasco B.V. was. 

Fiolijn van Dijk
Manager Inkomen en in openbare publicaties verantwoordelijk voor inkomens- en verzuimdienstverlening. Zij wordt niet als algemeen of statutair directeur vermeld. 

Marco Pos
Tot september 2020 manager Zorg & Inkomen. Ook dit is een managementfunctie en geen aangetoonde statutaire bestuursfunctie. 

Bovenliggende bestuurders

Nedasco was lange tijd een dochteronderneming van Aegon Nederland.

Nedasco begon volgens de eigen bedrijfsgeschiedenis al in de jaren vijftig als huisvolmacht van Assurantiemakelaar Kamerbeek in Amersfoort.

Achter Assurantiemakelaar Kamerbeek en de vroege ontwikkeling van Nedasco zijn maar enkele personen publiek goed terug te vinden.

De duidelijkste naam is:

Drs. C. Kamerbeek
Hij wordt in historische bronnen genoemd als directeur van de Kamerbeek Groep in Amersfoort.

De Kamerbeek Groep was actief in onder meer assurantiebemiddeling en vastgoed.

Van voetnoot naar Fundament

In de jaren tachtig was hij daarnaast penningmeester van Museum Flehite en betrokken bij de ingewikkelde financiële en bestuurlijke structuur rond de Mariënhof.

Cellezusters

Zij rekenden niet in rendement, reserves of risico’s.
Zij zagen de zieke, de stervende en de mens die zorg nodig had.
Hun kapitaal was nabijheid.
Hun bestuur was verantwoordelijkheid.
Hun balans was de waardigheid van het leven.

De bron noemt hem zelfs het brein achter die structuur. Zijn volledige voornaam heb ik in de geraadpleegde openbare bronnen nog niet betrouwbaar kunnen vaststellen. 

Van Mariënhof naar Nedasco

De ene geschiedenis laat zien hoe ondernemers hun naam verbonden aan kunst, vastgoed en erfgoed. De andere laat zien hoe een vrouwelijke ondernemer haar naam juist moest blijven verdedigen tegenover de systemen die haar verzekerde vermogen beheerden.

De fusie tussen AGO Holding N.V. en ENNIA N.V. vond plaats in 1983. De oorspronkelijke fusieovereenkomst werd op 18 oktober 1983 gesloten. Uit de combinatie ontstond AEGON N.V.; ENNIA N.V. kreeg daarbij de nieuwe naam AEGON N.V. 

AEGON- Meet de heer en mevrouw Lindeboom

Waar moderne verzekeraars administraties migreren en bedrijfsnamen verdwijnen, bewaart De Verzekeringskamer de polissen, voorwerpen en verhalen die laten zien hoe het systeem is ontstaan.
Het bronzen beeldje als overdracht bezit.

De Verzekeringskamer in Doorn

Deze collectie bevat onder meer:

  • oude polisdocumenten en verzekeringsvoorwaarden;
  • vakboeken en tijdschriften;
  • reclamemateriaal en relatiegeschenken;
  • kantoorvoorwerpen van verzekeraars en makelaars;
  • afzonderlijke presentatiekasten voor verschillende verzekeringsmaatschappijen;
  • een historische Lloyd’s-underwritingbox. 

Na de overname van Aegon Nederland door a.s.r. in juli 2023 kwam Nedasco binnen het onderdeel Distribution & Services van a.s.r. te vallen. 

Binnen die bovenliggende structuur waren onder meer relevant:

Jaap Eringa
CEO van Distribution & Services bij a.s.r. tot zijn pensionering eind 2024. Nedasco viel vanaf 2023 onder dit onderdeel. 

Janwillem Fidder
Vanaf 1 januari 2025 CEO van Distribution & Services Holding a.s.r., als opvolger van Jaap Eringa. 

Voor mijn reconstructie

De voorlopig aantoonbare bestuurlijke lijn is:

Robin van den Burg
→ Tim Schoonbergen
→ Aris Ruitenbeek, waarnemend
→ Jan van der Struik

Met daarboven achtereenvolgens:

Aegon Nederland
→ na 4 juli 2023 a.s.r. / Distribution & Services
→ vervolgens de bredere D&S Group-structuur waarin Nedasco en VKG gezamenlijk worden geleid.

Belangrijk onderscheid: een algemeen directeur, CEO of manager is niet automatisch een statutair bestuurder. Voor een juridisch volledige lijst met alle statutaire bestuurders, hun exacte inschrijf- en uitschrijfdata en eventuele bestuursvennootschappen is een historisch KvK-uittreksel van Nedasco B.V., KvK 20035000, nodig. De openbare bronnen geven vooral de operationele directie weer, niet noodzakelijk iedere formeel ingeschreven bestuurder.

Zij ontstond ook doordat mijn inkomen afhankelijk werd van beslissingen die werden genomen in bestuurskamers, fiscale systemen en administratieve ketens waarop ik zelf nauwelijks invloed had.

Mijn centrale vraag

Niet:

Wie heeft een deel van mijn geld gestolen?

Maar:

Wie droeg de verantwoordelijkheid om mijn oorspronkelijke verzekerde recht te bewaken toen banken, verzekeraars, overheden en administraties veranderden?

En wanneer verschillende instanties verschillende werkelijkheden over mij vastlegden:

Wie beschermde mij dan tegen de ruimte tussen die systemen?

Mijn bedrage Wandkleed Slavernij Verleden

Mijn verzekerde recht mocht worden uitgevoerd, belast en geadministreerd.

Maar het mocht niet onherkenbaar worden gemaakt.

De crisis mocht ondernemingen veranderen.

Niet de oorsprong van mijn recht.

Zij konden het financiële systeem opnieuw inrichten.
Maar zij mogen mijn geschiedenis niet herschrijven.

Hoeveel onbetaalde uren moet een vrouw nog maken voordat bestuurders haar betaalde arbeid, verzekerde beroep en opgebouwde rechten erkennen?

Ik heb mensen verbonden, sociaal isolement bestreden, verhalen vastgelegd en grenzen zichtbaar gemaakt. Niet om opnieuw als vrijwilliger buiten de administratie te verdwijnen, maar om als zelfstandig mens en voormalig ondernemer rechtmatig te worden gezien.

Erkenning is geen beloning voor gehoorzaamheid.
Het is een recht dat bestuurders niet eindeloos mogen uitstellen.

Vivian en Jan: hoeveel bewijs is nog nodig voordat het zwarte schaap niet langer als probleem wordt behandeld, maar wordt gehoord als degene die het systeem durfde te bevragen?

https://sheisonlinelifestyleguide.com/2017/05/16/doe-iets-op-eigen-kracht-een-reportage-van-en-voor-dappere-amsterdammers/
https://sheisonlinelifestyleguide.com/2017/10/12/sleutels-tot-financiele-zelfredzaamheid-muntgebouw-utrecht/

Van Nedasco naar Montancourt

Bij Nedasco begon de zoektocht naar de route van mijn verzekerde recht.

Een route van polissen, volmachten, intermediairs, administraties en bestuurders. Een wereld waarin mijn arbeid als vrouwelijke ondernemer werd vertaald naar premie, risico, dossiernummer en periodieke uitkering.

Bij Montancourt begon de terugkeer.

Niet naar een systeem, maar naar een huis.
Niet naar een code, maar naar een geschiedenis.
Niet naar anonieme administratie, maar naar zichtbaar erfgoed.

Nedasco staat in mijn verhaal voor de plaats waar mijn verzekerde bestaan onderdeel werd van een keten die ik zelf niet kon overzien.

Montancourt staat voor de plaats waar ik mijn naam, stem en geschiedenis opnieuw bijeenbreng.

De lijn is daarom niet alleen geografisch of bedrijfsmatig:

Van het volmachtkantoor dat mijn verzekerde recht administreerde,
naar het monument waar ik mijn eigen verhaal weer beheer.

Bij Nedasco werd mijn leven gelezen door systemen.

In Montancourt lees ik de systemen terug.

Daar onderzoek ik wie mijn polis beheerde, wie mijn beroep codeerde, wie mijn geldstroom verwerkte en wie verantwoordelijkheid droeg toen banken, verzekeraars en intermediairs van eigenaar, naam en structuur veranderden.

Dé oesterkoningin van Nederland

Montancourt is daarmee meer dan mijn woning of B&B.

Het is mijn onafhankelijke archief.
Mijn onderzoeksruimte.
Mijn getuigenis.
Mijn plaats van herstel.

Van Nedasco naar Montancourt

Hoe een vrouwelijke handelaar haar verzekerde recht volgde door een doolhof van volmachten en bestuurskamers — en in een huis uit 1596 haar eigen naam weer boven het dossier plaatste.

Nr ketting 912758 Nedasco

De link met Vivian Buijs-Tabbers

Vivian Buijs-Tabbers vormt in mijn onderzoek geen bewezen persoonlijke schakel in mijn dossier, maar wel een opvallende bestuurlijke verbinding tussen verschillende delen van de verzekeringsketen.

Haar loopbaan begon bij Aegon, de verzekeraar waaronder ook de historische portefeuille van mijn ouders terechtkwam.

Later werkte zij bij VIVAT, de organisatie waarin de verzekeringsactiviteiten van SNS REAAL werden ondergebracht.

Vanaf 2021 maakte zij deel uit van de directie van VKG, een volmacht- en servicebedrijf dat tegenwoordig, net als Nedasco en SuperGarant, onderdeel is van D&S Group.

Sinds mei 2026 is zij bestuurder en algemeen directeur van SuperGarant.

De bestuurlijke lijn is daarmee:

Aegon → VIVAT → VKG → SuperGarant/D&S Group

Mijn eigen verzekeringsgeschiedenis raakt eveneens aan namen uit deze wereld:

AGO/ENNIA–Aegon → REAAL/VIVAT → intermediairs en volmachtbedrijven → Nedasco-dossier 912758

Dat betekent niet meteen dat Vivian persoonlijk mijn polis heeft behandeld of besluiten over mijn uitkering heeft genomen. Daarvoor heb ik geen bewijs. Haar loopbaan laat wel zien hoe bestuurders zich door dezelfde financiële en verzekeringstechnische infrastructuur bewegen waarin oude portefeuilles, polisgegevens en verzekerde rechten worden beheerd.

Daarom richt ik mijn uitnodiging aan haar niet als beschuldiging, maar als bestuurlijke vraag:

Hoe bewaakt een bestuurder binnen een moderne volmachtgroep de oorsprong en menselijke betekenis van een verzekerde positie die door meerdere verzekeraars, fusies, systemen en administraties is gereisd?

Van Nedasco naar Montancourt

Jan van der Struik vertegenwoordigt de huidige leiding van Nedasco en VKG. Vivian Buijs-Tabbers kent vanuit haar loopbaan verschillende kanten van dezelfde keten: verzekeraar, VIVAT, volmachtbedrijf en groepsbestuur.


In mijn onderzoek naar onder meer Heilbron, Voogd & Voogd, Alpina Group en Five Arrows is dat precies het onderscheid dat belangrijk is:
De polis = mijn contractuele rechten.
De beheerorganisatie = kon dus door fusies, overnames of private-equity-investeringen veranderen.
De administratie = kon dus worden samengevoegd of gemigreerd naar nieuwe systemen.

In Montancourt reconstrueer ik wat binnen die keten met mijn verzekerde geschiedenis gebeurde.

Niet om personen bij voorbaat verantwoordelijk te verklaren, maar om bestuurders uit te nodigen verantwoordelijkheid te nemen voor het systeem dat zij nu leiden.

Nedasco beheerde de route van mijn polissen.
In Montancourt beheer ik opnieuw de betekenis van mijn leven.

Ik ben namelijk gestopt met in stilte pijn te lijden!

Liefs Silvia

Montancourt Middelburg

Uitgelicht

Reisverslag van vier polissen naar een huis uit 1596

Posted on 22 juli 2026

“I am done with quiet pain.” Mister President


MONTANCOURT — PLAATS DELICT VAN DE GESCHIEDENIS
Montancourt is geen plaats delict omdat hier één misdrijf moet worden opgelost.
Het is een plaats delict omdat de geschiedenis hier haar sporen heeft achtergelaten.
Handel.
VOC.
Oorlog.
Hypotheken.
Onderduik.
Banken.
Verzekeringen.
Familienamen.
Vrouwenlevens.
Een huis uit 1596 kan scheuren, verzakken en worden hersteld.
Het draagt iedere beschadiging in zijn lichaam.
Een mens doet dat ook.
De scheuren betekenen niet dat het huis waardeloos werd.
De littekens betekenen niet dat de vrouw heeft gefaald.
Zij tonen waar de druk te groot werd.
Maak niet alleen het monument weerbaar.
Maak ook de mens die het verhaal draagt weer zichtbaar.
Traumasporen

Ieder mens draagt een parel in zich

Op 3 april 2019 vertrokken wij van Kwadijk 43 in Kwadijk naar de Rouaansekaai 31 Middelburg.

Tromp Makelaardij

Niet omdat ons leven eenvoudig was geworden, maar omdat het oude leven ons langzaam had uitgeput. Wij verlieten niet alleen een bijzonder woonplaats. Wij verlieten een bestaan waarin ziekte, verzekeringsdossiers, fiscale codes en financiële onzekerheid steeds meer ruimte waren gaan innemen.

Jarenlang had ik gewerkt als zelfstandig handelaar in confectie. Samen met een andere gehuwde vrouw voerde ik een vennootschap onder firma. Wij kochten zelf in, verkochten zelf, droegen ons eigen ondernemersrisico en betaalden onze eigen premies.

Ik probeerde mijn toekomst zorgvuldig te beschermen als uiteindelijk de kostwinnaar binnen mijn eigen huwelijk.

Wim beëdigd als bode bij de politie in Amsterdam

Daarom waren er vier verzekeringspolissen:

  • een arbeidsongeschiktheidsverzekering bij Nationale-Nederlanden;
  • een arbeidsongeschiktheids- of inkomensverzekering bij Reaal/Hooge Huys;
  • een Delta Lloyd MeerKeuzePlan;
  • en een verplichte zorgverzekering bij Delta Lloyd.

Vier overeenkomsten die zekerheid moesten bieden.

Maar toen ik #sarcoïdose kreeg en mijn beroep niet langer kon uitoefenen, begonnen de polissen ieder aan een eigen reis. Zij trokken door verzekeraars, tussenpersonen, serviceproviders, fiscale administraties en bank & computersystemen.

Organisaties fuseerden. Portefeuilles werden overgedragen. Bedrijfsnamen verdwenen. Nieuwe namen verschenen. Bestuurders kwamen en gingen. De verantwoordelijkheid werd over steeds meer partijen verdeeld.

Maar mijn lichaam kon niet worden verdeeld.

Mijn verlies aan arbeid kon niet worden opgeknipt.

Mijn toekomst paste niet in vier afzonderlijke administraties.

De schatkist

Langzaam kwam ik terecht in wat ik mijn administratieve sarcofaag ben gaan noemen:

een vrouwelijk lichaam dat niet werkelijk begraven ligt, maar administratief, historisch en maatschappelijk is ingesloten.

De onzichtbare vennoot

Het hebben van een VOF had mij aanvankelijk zichtbaar gemaakt als ondernemer. Ik stond ingeschreven, werkte, handelde, betaalde belasting en sloot mijn eigen verzekeringen af.

Later leek diezelfde rechtsvorm mij juist tussen verschillende systemen te plaatsen.

Ik was geen werknemer met een werkgever die mijn ziekte, arbeidsomstandigheden en verlies van verdienvermogen als één geheel onderzocht.

Ik was ook geen gewone consument met één overzichtelijke publieke arbeidsongeschiktheidsregeling.

Ik was tegelijkertijd:

vennoot, ondernemer, verzekerde, patiënt, premiebetaler, gehuwd, moeder en belastingplichtige.

Iedere organisatie zag een onderdeel van mij.

De verzekeraar zag het verzekerde risico.

De arts zag mijn lichaam.

De Belastingdienst zag een periodieke betaling.

De tussenpersoon zag een polisnummer.

Stadhuis Middelburg

Het administratiesysteem zag een relatie- of personeelsnummer.

Maar niemand leek nog de hele vrouw te zien.

Mijn premie was zichtbaar.

Mijn polisnummer was zichtbaar.

Mijn medische dossier was zichtbaar.

Mijn belastinginhoudingen waren zichtbaar.

Maar mijn ziekte, mijn arbeid, mijn beroepsgeschiedenis, mijn moederschap en mijn eigen stem verdwenen steeds verder uit beeld.

Welkom Familie Lindeboom AEGON

De verzekerde jaarrente

In het hart van mijn onderzoek staat de betekenis van de verzekerde jaarrente.

Mijn particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering verzekerde geen salaris en schiep geen dienstverband. Ik had als zelfstandig ondernemer een vooraf overeengekomen jaarrente verzekerd voor het geval ik door ziekte mijn beroep niet meer kon uitoefenen.

Toen het verzekerde risico daadwerkelijk intrad, werd deze jaarrente niet één keer per jaar betaald. Het jaarbedrag werd verdeeld over maandelijkse termijnen in verband mer de eindleeftijd 60 jaar.

Daardoor werd de betaling langzaan uitvoeringstechnisch periodiek.

Aan Het meisje met de parel dat inmiddels moeder was geworden.

Vervolgens werd per brief 10 september 2010 door Ruud & Lex van Kampen medegedeeld dat er op de uitkering 76 – 5601108 – loonbelasting en zv zou worden ingehouden. Daardoor verscheen de betaling in fiscale administraties onder termen en codes die op loon of een personeelsrelatie konden lijken.

Maar een maandelijkse betaling is niet automatisch salaris.

Ik verrichtte geen arbeid voor de verzekeraar. De verzekeraar betaalde mij niet als werkgever, maar omdat het risico waartegen ik mij had verzekerd werkelijkheid was geworden.

De oorsprong van de betaling bleef daarom:

een aanspraak uit een particuliere verzekeringsovereenkomst, niet een beloning voor verrichte arbeid.

Voor mijn reconstructie moeten drie lagen zorgvuldig uit elkaar worden gehouden:

Contractueel: welke jaarrente was volgens de polis verzekerd?

Uitvoeringstechnisch: hoe werd deze jaarrente omgerekend en in maandelijkse termijnen betaald?

Fiscaal: onder welke inkomenscategorie, loonheffingencode en belastinggrondslag werd de uitkering verwerkt?

Wanneer deze lagen in één administratiesysteem samenvloeien, kan een zelfstandig verzekerde ten onrechte zichtbaar worden als werknemer, personeelsrelatie of loonontvanger.

De fiscale inhouding kan iets zeggen over de wijze waarop belasting vooraf werd geïnd. Zij bewijst op zichzelf niet dat er een arbeidsovereenkomst of werkgeversrelatie bestond.

En zo geschiedde het. Welkom bij de terugbetaling van de staatsschuld Banken & Verzekeraars

Een verzekerde jaarrente kreeg in de administratie een andere gedaante dan de rechtsverhouding waaruit zij was ontstaan.

Omdat steeds verder wegzakte in het moerasgebied van macht en machines werden we gedwongen om stappen te ondernemen. Eerst als voetnoot maar nu zijn we het fundament waarin alles duidelijk wordt.

Heden / Verleden

De reis naar Montancourt

Zo kwamen wij dus in 2019 terecht in Montancourt, een huis in Middelburg uit 1596.

In Eigen Land Reportages- Slavernij Verleden- geen punt maar een komma,

Een huis dat werd gebouwd vóór de oprichting van de VOC, maar al afkomstig is uit een wereld van handel, scheepvaart, bestuur, geldstromen, risico’s en internationale verbindingen.

Het huis heeft eeuwen van bewoners, , handel, oorlog, verlies, wederopbouw en verandering in zijn muren opgenomen.

Wij dachten dat wij naar een nieuw huis verhuisden.

Maar misschien verhuisden wij naar een plek die ons eigen verhaal al kende.

Zoals mijn verzekeringen door verschillende handen, ondernemingen en administraties waren gegaan, zo was ook Montancourt door generaties bewoond, bestuurd, verhandeld en opnieuw ingericht.

Reportage Erfgoed Zeeland

De namen van kooplieden, bestuurders, predikanten en bankiers bleven vaak bewaard.

De vrouwen die de huizen draaiende hielden, kinderen baarden, personeel aanstuurden, verlies droegen en na oorlogen opnieuw begonnen, verdwenen gemakkelijker uit het officiële verhaal.

In Montancourt werd de vraag uit het boek van Aaltje van Zweden ( ontvangen van Marijke Commandeur) ineens heel persoonlijk:

Waar ben je thuis?

Vrouwen Polder

Hier dus, zo bleek.

Niet omdat alle strijd voorbij was, maar omdat ik hier mijn eigen verhaal opnieuw kon leren lezen.

Tweedekamer 13 januari 1951

De geschiedschrijver en literaire reiziger Pieter de la Rue kreeg in dit huis gezelschap van een nieuwe geschiedschrijver:

Silvia Margaretha Johanna Koning-Lindeboom.

Niet als wetenschapper van beroep, maar als ervaringsdeskundige, onderzoeker, erfgoedkunstenaar en verteller.


De bankstukken die in Montancourt achterbleven
In Montancourt vond ik twee oude financiële stukken die in het huis waren achtergebleven:
het jaarverslag van de N.V. De Haarlemsche Hypotheekbank over 1939
en het verslag van de N.V. Zeeuwsche Hypotheekbank te Middelburg over het drieënveertigste boekjaar.
Dat deze documenten juist in een huis uit 1596 zijn bewaard, voelt niet toevallig. De stukken gaan over hypotheken, onderpanden, aandeelhouders, oorlogsschade en wederopbouw. Precies de onderwerpen die ook in de muren van Montancourt besloten liggen.
In het verslag van de Haarlemsche Hypotheekbank wordt beschreven hoe bij de oorlogshandelingen van mei 1940 onderpanden in Rotterdam, Middelburg en Vlissingen verloren gingen. Voor Middelburg worden tien getroffen panden genoemd.
Tussen de regels door verschijnt een verwoeste stad.
De bank schreef over hoofdsommen, opstallen, renteachterstanden, schadevergoeding en molestschade.
Maar in Montancourt lees ik achter die woorden iets anders:
huizen waarin mensen woonden;
vrouwen die gezinnen bijeenhielden;
kinderen die bescherming nodig hadden;
en families die na de verwoesting opnieuw moesten beginnen.
Het verslag van de Zeeuwsche Hypotheekbank toont daarnaast het bestuurlijke netwerk van Middelburg: directeuren, commissarissen, juristen, notarissen en accountants. Hun namen bleven netjes gedrukt bewaard.
De namen van de bewoners van de getroffen huizen ontbreken.
De bank registreerde het onderpand.
Het huis bewaarde het menselijke verhaal.

Dat juist deze twee bankstukken in Montancourt zijn teruggevonden, maakt het huis zelf tot archief. Niet alleen van architectuur en bewoners, maar ook van de financiële en maatschappelijke geschiedenis van Middelburg.
Montancourt heeft de papieren bewaard.
Nu mag ik het verhaal erachter opnieuw zichtbaar maken.

Een huis als spiegel

Montancourt werd voor mij meer dan een rijksmonument.

Het werd een spiegel van een samenleving waarin bezit, bestuur, handel en geschiedschrijving eeuwenlang vooral langs mannelijke lijnen werden vastgelegd.

De handelaar stond in de boeken.

De bestuurder ondertekende.

De onderneming kreeg een naam.

De bank verstrekte het geld.

De verzekeraar berekende het risico.

Maar wie droeg de menselijke gevolgen wanneer het systeem vastliep?

Wie zorgde voor het huis?

Wie hield het gezin bijeen?

Wie betaalde de prijs wanneer ziekte, oorlog of verlies het dagelijks leven binnendrong?

In het huis uit 1596 kwam mijn persoonlijke geschiedenis samen met een veel oudere geschiedenis van handel, macht, verzekering en bestuur.

Dit is CAS Rotterdam Fotomuseum kaartjes ontvangen van Nationale Nederlanden

De oude handelswereld draaide om schepen, risico’s, aandeelhouders, polissen en winst.

Mijn eigen leven draaide eveneens om risico’s die in polissen waren ondergebracht en later door steeds grotere financiële organisaties werden beheerd.

In de moderne keten verschenen fusies, overnames, serviceproviders, gevolmachtigd agenten, investeringsmaatschappijen en distributieplatforms.

Ik kan niet stellen dat één bestuurder of investeerder mijn leven bewust heeft gestuurd.

Maar ik kon wel beschrijven wat de structuur met mij persoonlijk deed:

hoe groter de organisatie werd, hoe kleiner ik mij in mijn eigen dossier voelde. Mijn dagboek en straatfotografie werden mijn redding.

Archief Rothschild

De moeder achter de vijf pijlen

Tijdens mijn onderzoek kwam ik terecht bij de geschiedenis van de familie Rothschild.

Niet omdat Rothschild alle Nederlandse banken bezit — daarvoor bestaat geen bewijs — maar omdat financiële netwerken, familiewapens, bankiershuizen en moderne investeringsmaatschappijen elkaar in de geschiedenis soms raken.

Aan de oorsprong van het Europese Rothschildnetwerk stond Mayer Amschel Rothschild.

Maar naast hem stond Gutle Schnapper.

Gutle werd in 1753 geboren in de Frankfurter Judengasse. Zij trouwde in 1770 met Mayer Amschel Rothschild. Samen kregen zij tien kinderen: vijf dochters en vijf zonen.


Het portret met de naam Mayer
In Montancourt hangt een kinderportret waarop de naam MAYER staat.
Mijn opa en oma ontvingen dit schilderij nadat zij tijdens de oorlog Joodse onderduikers in hun huis en binnen hun netwerk hadden geholpen. Wie het kind precies was, wie Mayer was en onder welke omstandigheden het schilderij werd geschonken, moet nog verder worden onderzocht. Maar binnen onze familie is het werk altijd verbonden gebleven met die geschiedenis van bescherming, vertrouwen en stil verzet.
Het schilderij is daardoor meer dan een afbeelding van een kind.
Het is een getuige.
Een tastbare herinnering aan mensen die gedwongen waren hun naam, afkomst en bestaan tijdelijk te verbergen. Ook herinnert het aan de gezinnen die hun huis openstelden, ondanks het gevaar dat dit voor henzelf en hun kinderen betekende.
De naam MAYER bleef zichtbaar op het doek, terwijl zoveel namen van onderduikers en helpers uit veiligheid niet werden opgeschreven of later verloren zijn gegaan.
Nu hangt het portret in Montancourt, een huis dat zelf oorlog, onderduik, verlies en overleving in zijn muren draagt. Zo reist het schilderij verder: van het huis van mijn grootouders naar een rijksmonument in Middelburg, en van een familieherinnering naar een verhaal dat opnieuw verteld mag worden.
Sommige mensen konden tijdens de oorlog alleen overleven door onzichtbaar te worden.
Dit schilderij maakt hun bestaan opnieuw zichtbaar.

Mijn opa en oma ontvingen hiervoor geen titel, polis of officieel monument. Zij deden wat op dat moment menselijk noodzakelijk was: ruimte maken voor een ander.
Daarom staat dit kind voor mij niet alleen voor het verleden.
Het staat voor ieder kind dat bescherming nodig heeft.
Voor ieder huis dat een schuilplaats werd.
En voor ieder mens die, ondanks angst en gevaar, besloot een deur te openen.
MAYER — een naam op een schilderij, een spoor van Joods leven en een erfenis van moed.
Peter Mathias Bongartz & Nellie Aldenhoven Cuijk

De vijf zonen van de familie Rothbouwden vanuit verschillende Europese steden financiële ondernemingen op:

  • Amschel Mayer Rothschild in Frankfurt;
  • Salomon Mayer Rothschild in Wenen;
  • Nathan Mayer Rothschild in Londen;
  • Carl of Karl Mayer Rothschild in Napels;
  • James Mayer de Rothschild in Parijs.

Daarnaar verwijzen de vijf pijlen in het familiewapen: vijf broers, vijf steden en vijf onderling verbonden bankhuizen.

Familie wapen

Dit is het familiewapen van de familie Rothschild.

Centraal staat de hand met vijf pijlen. Die verwijzen naar de vijf zonen van Mayer Amschel Rothschild, die vanuit Frankfurt familietakken opbouwden in Frankfurt, Wenen, Londen, Napels en Parijs. Het wapen werd in de negentiende eeuw verbonden aan hun verheffing in de adelstand. 

Onder het wapen staat:

Concordia — Integritas — Industria

Dat betekent:

Eendracht — Integriteit — IJver

De vijf pijlen staan daarbij niet alleen voor vijf afzonderlijke zonen, maar vooral voor hun onderlinge verbondenheid: afzonderlijke takken die als één familie bleven samenwerken. 

Nathan begon in Engeland bovendien als handelaar in textiel en stoffen, voordat hij in Londen een bankiershuis opbouwde.

Ook daarin herkende ik een onverwachte echo van mijn eigen geschiedenis als handelaar in confectie.

De vijf pijlen vertellen het verhaal van vijf ondernemende zonen.

Maar zonder Gutle geen zonen.

Zonder de moeder geen vijf pijlen.

Zij leefde als Joodse vrouw in een samenleving waarin haar zelfstandige rechten ernstig beperkt waren. Toch stond zij mede aan de oorsprong van een familie die een grote rol in de Europese financiële geschiedenis zou spelen.

Daarom kijk ik niet alleen naar de zichtbare bankiers.

Ik kijk ook naar de vrouw achter het familiewapen.

Naar de bloedlijnen van Moeder de Vrouw.

Van vijf pijlen naar Five Arrows

De moderne naam Five Arrows verwijst naar dit historische familieteken.

Five Arrows, verbonden aan Rothschild & Co, investeerde in Nederlandse verzekeringsdistributiebedrijven, waaronder Voogd & Voogd en Heilbron. Deze ondernemingen werden later samengebracht binnen Alpina Group.

Op onze zorg verzekeringspolis stond de naam Heilbron toen Emma een aparte polis kreeg ivm Turnersyndroom.

Ook Heinenoord maakte tijdelijk deel uit van deze investeringsgeschiedenis.

Dat betekent niet dat Five Arrows mijn vier polissen bestuurde of mijn uitkeringen bepaalde. Zo’n concrete relatie kan dat alleen worden vastgesteld wanneer zij uit polisstukken, portefeuilleoverdrachten, klantnummers, rekening-courantgegevens of andere dossierdocumenten blijkt.

Voor mijn onderzoek is de betekenis vooral structureel.

Een particuliere verzekering die ooit tussen een zelfstandige ondernemer en een herkenbare verzekeraar werd gesloten, kon dus later deel gaan uitmaken van een veel grotere keten van:verzekeraars, tussenpersonen, serviceproviders, gevolmachtigd agenten, distributieplatforms, banken en investeerders.

Mijn tijd loopt ras

Daardoor kan de afstand tussen de oorspronkelijke verzekerde en de feitelijke uitvoering steeds groter worden.

Heilbron werd onderdeel van Alpina.

Voogd & Voogd werd onderdeel van Alpina.


Van het Mark Tennantplantsoen naar Montancourt Middelburg: twee plaatsen waar vrijheid, herinnering en verantwoordelijkheid samenkomen.

Vanuit vestigingen in onder andere Doetinchem, Leusden en Middelharnis worden verzekeringen bemiddeld, geadministreerd, geïncasseerd en afgehandeld.

Binnen ons gezin kwam Heilbron naar voren als tussenpersoon rond de zorgverzekering van onze dochter Emma

Emma Koning

Dat is een concrete verzekeringsrelatie, die juridisch dan ook niet kan worden gescheiden van mijn eigen polissen, tenzij dossierstukken aantonen dat dezelfde klant-, relatie- of administratiesystemen werden of worden gebruikt.

Banken, beleggingen en obligaties

Ook de rol van banken vraagt om zorgvuldigheid.

ABN AMRO en Rothschild hadden historisch een gezamenlijke onderneming: ABN AMRO Rothschild. Deze joint venture hield zich bezig met kapitaalmarkttransacties, zoals aandelenuitgiften en beursgangen.

Na de overname van ABN AMRO in 2007 werd deze samenwerking beëindigd.

Voor ING, Rabobank, ABN AMRO en de Volksbank is geen eigendomsband aangetoond waaruit zou blijken dat zij door Rothschild worden gecontroleerd.

Financiële instellingen kunnen elkaar wel ontmoeten bij: fusies en overnames, financieringen, investeringsfondsen, herstructureringen en obligatie-uitgiften.

Bij een obligatie-uitgifte leent een onderneming, bank of overheid geld van beleggers. De belegger ontvangt doorgaans periodiek rente en krijgt aan het einde van de looptijd de hoofdsom terug.

Een fonds kan obligaties van een Nederlandse bank bezitten zonder eigenaar of bestuurder van die bank te zijn.

Ook in mijn eigen dossier moet daarom onderscheid worden gemaakt tussen:

  • een bank die uitsluitend een betaling uitvoerde;
  • een bank die vermogen beheerde;
  • een verzekeraar die contractspartij was;
  • een tussenpersoon die bemiddelde;
  • en een serviceprovider die de polisadministratie verzorgde.

Een naam op een bankafschrift bewijst niet automatisch wie juridisch verantwoordelijk was voor de verzekering. Zo kon ik onzichtbaar blijven omdat wij een en of rekening hebben.

De oorlog bleef in het huis aanwezig

In Montancourt kwamen niet alleen financiële en bestuurlijke geschiedenissen samen.

Ook de traumasporen van de oorlog kwamen naar boven.

De verhalen over onderduikers.

De geschiedenis van Middelburg.

De Zeeuwse bankwereld rond de familie Hondius.

Familie Hondius — Bank Hondius & Zoon — Amro Bank

De Middelburgse bankier Carel Juliaan Hondius (1856–1920) richtte in 1890 Bank Hondius op. In 1920 werd de naam gewijzigd in Bank Hondius & Zoon N.V. De bank bleef tot in de twintigste eeuw actief in Middelburg. Bank Hondius & Zoon NV was een historische particuliere bank en assurantiekantoor in Middelburg, opgericht in 1890 en in 1976 overgenomen door de Amro Bank. U kunt de historische inventaris en stukken van dit kantoor in de collectie van Archieven.nl bekijken

De naam “Zeeuwse Bank” is hier dus waarschijnlijk een algemene aanduiding voor een Zeeuwse particuliere bank, niet noodzakelijk de officiële bedrijfsnaam. De officiële naam was Bank Hondius & Zoon.

Later kwam de bank in de landelijke bankenconcentratie terecht. De Amsterdamsche Bank en de Rotterdamsche Bank fuseerden in 1964 tot de Amsterdam-Rotterdam Bank, kortweg Amro Bank. Amro fuseerde vervolgens in 1991 met ABN tot ABN AMRO. 

De herinneringen van mijn eigen familie, waaronder mijn grootvader Peter Mathias Bongartz, geboren in Goch in 1906, en mijn grootmoeder Petronella Johanna Maria ‘Nellie’ Aldenhoven, geboren in 1912.

Oorlog verdwijnt niet op de dag waarop de vrede wordt getekend.

Zij blijft achter in gebouwen, families en stiltes.

Middelburg werd in mei 1940 zwaar getroffen. Huizen, straten en archieven gingen verloren. Wat overeind bleef, droeg de sporen van wat verdwenen was.

Ook in families werkt oorlog zo door.

Mensen leren zuinig te zijn.

Hard te werken.

Niet te klagen.

Door te gaan zonder te vertellen wat er werkelijk is gebeurd.

Vooral vrouwen werden geacht het gezin bijeen te houden, zelfs wanneer zij zelf angst, verlies of onrecht droegen.

Hun trauma werd zelden een officieel dossier.

Het werd een manier van leven.

In Montancourt voelde ik hoe oude en nieuwe trauma’s elkaar konden raken:

de angst opnieuw iets kwijt te raken;

het gevoel dat anderen over je toekomst beslissen;

de voortdurende zoektocht naar documenten en bewijs;

de noodzaak alles te bewaren, uit angst dat jouw verhaal anders wordt ontkend;

en het doorgaan, zelfs wanneer het lichaam aangeeft dat het niet meer kan.

Dat zijn niet alleen administratieve gevolgen.

Dat zijn traumasporen.

After the Fall

Van vluchten naar betekenis geven

Onze verhuizing naar Middelburg was daarom geen gewone verhuizing.

Wij vertrokken uit een leven waarin verzekeringsdossiers, ziekte en onzekerheid steeds meer plaats innamen.

Wij kwamen aan in een huis dat zelf handel, oorlog, verlies en verandering had overleefd.

In het begin voelde het misschien als vluchten.

Later werd het een opdracht met een missie

Mensen Monumenten Middelburg

Montancourt gaf mij de ruimte om mijn verhaal opnieuw te ordenen.

Niet langer alleen als patiënt of verzekerde, maar als kunstenaar, erfgoeddrager en verteller.

De oude muren boden ruimte aan nieuwe beelden.

Aan schelpen en oesters.

Aan vrouwenportretten.


Motivatie:
Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed. Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn. Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.

Aan Marten en Oopjen in de keuken.

Aan teksten over Moeder de Vrouw.

Aan de vraag wie in de geschiedenis wordt afgebeeld en wie buiten het kader blijft.

Zo werd het huis een archief van gevoel.

De oorlog zat niet alleen in jaartallen.

De handel zat niet alleen in de VOC.

Het onrecht zat niet alleen in een polis.

Alles kwam samen in dezelfde vraag:

Wie wordt gezien, wie wordt bestuurd en wie mag haar eigen verhaal bewaren?

De erfgenamen

Mannen rond mijn vier polissen

De onderstaande namen vormen een reconstructie op basis van mijn documenten en onderzoek.

Niet iedere genoemde bestuurder heeft mijn polis persoonlijk behandeld. Hun namen moeten daarom steeds worden onderscheiden in:

  • rechtstreeks aantoonbare dossiercontacten;
  • bestuurders van de betrokken verzekeraar;
  • directeuren van mogelijke uitvoerings- of tussenpersonen;
  • en bancaire of administratieve schakels waarvan de concrete rol nog moet worden bewezen.

1. Nationale-Nederlanden AOV — 1995

Product: particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering
Beroep: handelaar in confectie
Latere tussenpersoon: Van Kampen Assurantiemakelaar, kantoorcode 0107
Wijziging in 2010: polismantel 440-04
Uitkering: verzekerde jaarrente, verdeeld over maandelijkse termijnen

In mijn bestuurlijke reconstructie komen onder anderen de namen voor van:

David Knibbe, Tjeerd Bosklopper, Leon van Riet, Harry van der Zwan en Edwin Grutterink.

Rond Movir worden genoemd:

Louis van Drunen, Arthur van der Wal, Yoram Schwarz en Maurice Schellekens.

Rond Van Kampen komen voor:

Ruud van Kampen, Lex van Kampen, Frank Los en Frank van ’t Hof.

De mogelijke keten luidt:

Nationale-Nederlanden → mogelijk Movir → Van Kampen → ING/NN Group.

Nationale-Nederlanden maakte gedurende een deel van de looptijd deel uit van ING. Een concrete bancaire rol bij mijn polis of uitkeringen moet echter blijken uit rekeninggegevens, betalingskenmerken of interne documentatie.

2. Delta Lloyd MeerKeuzePlan — 1998

Product: lijfrente- of kapitaalproduct
Inleg: ƒ500 per maand
Einddatum: februari 2025
Latere overgang: Delta Lloyd werd onderdeel van NN Group

In mijn reconstructie komen voor:

mr. J.E. Jansen, Niek Hoek, Peter Kok, Paul Medendorp, Henk Raué, Hans van der Noordaa, Lard Friese, Tjeerd Bosklopper en David Knibbe.

De mogelijke financiële keten luidt:

Delta Lloyd Levensverzekering → mogelijk Delta Lloyd Bank → NN Group/NN Bank.

Daarbij moet nog worden vastgesteld:

welke entiteit mijn contractspartij was;

waar mijn premies werden ontvangen;

wie het vermogen beheerde;

wie opdracht gaf tot een eventuele omzetting;

en welke bank de uiteindelijke overdracht of uitbetaling verzorgde.

3. Reaal/Hooge Huys — 2002

Product: arbeidsongeschiktheids- of inkomensverzekering
Historische keten: Hooge Huys/REAAL → SNS REAAL → VIVAT → Athora Netherlands

In mijn bestuurlijke reconstructie komen voor:

Sjoerd van Keulen, Gerard van Olphen, Ron van Oijen, Tom Kliphuis, Jan de Pooter, Jan-Hendrik Erasmus en Bart Remie.

Ook wordt arts Kruithof genoemd in verband met de medische beoordeling. Zijn precieze functie, opdracht en verantwoordelijkheid moeten uit het medische en verzekeringsdossier blijken.

Rond mogelijke serviceproviders komen de namen Jan van der Struik en Janwillem Fidder voor.

De mogelijke keten luidt:

Hooge Huys/REAAL → SNS REAAL → VIVAT → Athora, mogelijk via VKG/Nedasco/D&S Group.

Dat REAAL en SNS Bank deel uitmaakten van dezelfde financiële groep betekent nog niet dat SNS Bank mijn polis beheerde. Ook dit moet uit de betalings- en administratiestromen blijken.

4. Verplichte zorgverzekering Delta Lloyd

In de latere reconstructie komen de namen Delta Lloyd, OHRA, CZ en Nationale-Nederlanden naar voren.

Rond de bestuurlijke geschiedenis worden genoemd:

Niek Hoek, Hans van der Noordaa, Lard Friese en David Knibbe.

Rond Heilbron, Voogd & Voogd en Alpina Group komen de namen Michael de Nijs en Sjoerd Laarberg naar voren.

De zorgverzekering van onze dochter waarbij Heilbron als tussenpersoon zichtbaar werd, vormt een concrete relatie binnen ons gezin. Zij mag echter niet zonder bewijs worden vermengd met mijn eigen AOV-, inkomens- of lijfrentepolissen.

Rechtstreeks genoemde dossiercontacten

In mijn eerdere reconstructie zijn ook de namen naar voren gekomen van:

Louis Barmentlo en Harry Kuiper.

Joyce Lentz de Vries was eveneens een dossiercontact, maar valt niet onder de lijst van mannen.

Van ieder rechtstreeks contact moet worden vastgelegd:

  • bij welke organisatie die persoon werkte;
  • vanuit welke functie hij of zij handelde;
  • welke polis het betrof;
  • welke bevoegdheid bestond;
  • en welke beslissing, verwerking of correspondentie aan deze persoon kan worden gekoppeld.

De bestemming van deze reis

Vier verzekeringspolissen brachten mij niet letterlijk naar Montancourt.

Maar de gevolgen van ziekte, verlies van werk, administratieve verwarring en financiële onzekerheid hebben wel bijgedragen aan de weg die wij uiteindelijk zijn gegaan.

In 2019 stapten wij over de drempel van een huis uit 1596.

Daar ontdekte ik dat erfgoed niet alleen gaat over het bewaren van stenen.

Erfgoed gaat ook over het herkennen van patronen die generaties lang kunnen blijven bestaan:

macht tegenover kwetsbaarheid;

administratie tegenover leven;

handel tegenover zorg;

zichtbare bestuurders tegenover onzichtbare vrouwen;

en officiële geschiedschrijving tegenover het verhaal dat in een lichaam wordt bewaard.

Montancourt werd de plaats waar ik niet langer alleen wilde overleven, maar betekenis wilde geven aan wat ons was overkomen.

Ik kwam er niet aan als winnaar van een juridische of financiële strijd.

Ik kwam er aan als getuige.

Als vrouw.

Als moeder.

Als voormalig handelaar.

Als verzekerde.

Als kunstenaar.

Als erfgoeddrager.

Als iemand die haar eigen naam wilde terugvinden tussen alle polisnummers, fiscale codes, bestuurders en administratieve systemen.

Misschien was Montancourt niet het einde van onze reis.

Misschien was het de plek waar mijn werkelijke reis eindelijk begon.

Silvia Lindeboom
Truus van Gogh – Erfgoed 1967
Montancourt Middelburg

Begrijp het heden, begin bij je eigen verleden

De toestand van het vergeten lichaam

Uitgelicht


De Toestand van de Vergeten V- rouw

Gemeente Middelburg

De baas van Moeder Aarde is een moeder.
Niet als hiërarchie, maar als oorsprong.

Zij draagt, voedt en herstelt —
om ieders leven hier mogelijk te maken.

In haar lijn ligt geen macht van bovenaf,
maar kracht van binnenuit.

Wie deze filosofie begrijpt,
begrijpt de werkelijkheid en de waarde van moeder, de vrouw.

Waarom erkennen we alleen bepaalde vormen van werk als waardevol?

@Filosofiemagazine

Waarde is geen neutraal gegeven.
Waarde is een constructie — gevormd door economische systemen, filosofische tradities en juridische ordening.

Binnen dominante economische modellen wordt waarde primair bepaald door wat meetbaar, verhandelbaar en productief is: loon, output, winst. Arbeid die zich niet laat kwantificeren, blijft buiten beeld. Zorg, opvoeding, rituelen en emotioneel of symbolisch werk — activiteiten die essentieel zijn voor het functioneren van de samenleving — worden structureel ondergewaardeerd omdat zij niet direct economisch renderen.

Deze hiërarchie is historisch gegroeid en institutioneel verankerd.

Binnen de klassieke filosofie, van Plato tot Aristoteles, werd het denken verheven boven het zorgen, het publieke domein boven het private. Deze ordening legitimeerde een structurele scheiding tussen productie en reproductie, tussen rationaliteit en lichamelijkheid — en positioneerde het vrouwelijke domein als ondergeschikt.

Juridisch werd deze ongelijkheid bevestigd.
Vrouwen waren lange tijd geen zelfstandige rechtssubjecten: zij beschikten niet over eigendom, contractvrijheid of politieke representatie. Hun arbeid kon daardoor niet worden erkend binnen het economische en juridische kader.

Cultureel werd dit patroon bestendigd.
“Moeder, de vrouw” kreeg een symbolische status, maar geen materiële of juridische autonomie. Haar waarde werd erkend als beeld en traditie — niet als positie binnen het systeem. Zij werd onderdeel van het erfgoed, maar niet van het recht.


Een andere lezing van arbeid

Het werk van Truus van Gogh introduceert een alternatieve benadering van waarde en arbeid.

Het vertrekt vanuit de erkenning dat er vormen van arbeid bestaan die buiten de dominante waardesystemen vallen, maar die fundamenteel zijn voor sociale en culturele continuïteit:

  • ritueel werk
  • erfgoedwerk
  • lichamelijk werk
  • symbolisch en emotioneel werk

Deze vormen van arbeid genereren geen directe economische opbrengst, maar produceren betekenis, samenhang en overdracht. Zij vormen de onzichtbare infrastructuur waarop de samenleving rust.


Stelling

De wereld is opgebouwd uit arbeid die nooit als arbeid is erkend.

Van wie ben ik er een?

Zonder erkenning van haar arbeid blijft “moeder, de vrouw” onderdeel van het erfgoed — maar geen volwaardig rechtssubject.


Conclusie


Zonder haar arbeid bestaat er geen samenleving — we hebben te maken met een systeem dat haar niet ziet.

Wat hier wordt gepresenteerd, betreft geen individuele casus, maar een structurele analyse.

Dit werk bevraagt de criteria waarmee waarde wordt toegekend en maakt zichtbaar welke vormen van arbeid systematisch buiten beschouwing blijven. Daarmee legt het een fundamentele spanning bloot tussen economische erkenning en maatschappelijke realiteit.

Het zichtbaar maken van deze blinde vlek is geen retorische oefening, maar een noodzakelijke stap richting herwaardering en herpositionering.

Dit is Cas…

Dat werk heeft enorme waarde, maar verschijnt niet als loon op een rekening.

Historisch is dit vaak gekoppeld aan de rol van “moeder, de vrouw”:
noodzakelijk werk → maar buiten de economie geplaatst → dus “onzichtbaar”.

Veel mensen werken niet gratis — hun werk wordt niet betaald.

Wat gratis lijkt, is vaak het fundament waar alles op rust.

Dit is geen vraag.
Dit is een correctie.

“Frascati onderzoekt wat systemen verbergen:

Uitgelicht

het lichaam als niet-erkende rechtspersoon.”**

Make Peace – Not War

Beste collega’s, 

👉 De Nederlandse Grondwet noemt mannen en vrouwen gelijk, maar het woord vrouw komt nergens voor als zelfstandige / bestuurder rechtspersoon met zeggenschap over haar eigen lichaam en geest. 

👉 In het Burgerlijk Wetboek bestaat er geen expliciet artikel dat de vrouw en of moeder erkent als eigenaar van haar eigen lichaam buiten reproductief recht, arbeid, of strafrechtelijke bescherming.

👉 De juridische infrastructuur rond lichaam, arbeid, huwelijk, vermogen, verzekering en belastingen is historisch gebouwd op de man als norm en eigenaar.

En dat werkt nog steeds door. 

1. De Grondwet noemt vrouwen niet als rechtspersoon

Artikel 1 beschermt tegen discriminatie —

maar zegt NIET:

❌ “De vrouw is eigenaar van haar lichaam.”

❌ “De vrouw heeft een autonome rechtspersoonlijkheid.”

❌ “De vrouw is geen eigendom van de staat of de echtgenoot.”

De Grondwet noemt zelfs het woord vrouw niet één keer.

Alles wat vrouwenrechten betreft wordt afgeleid, nooit expliciet verankerd.

Dat is géén detail — dat is systemische architectuur.

2. Het Burgerlijk Wetboek heeft géén expliciete erkenning van vrouwelijke lichamelijke autonomie

In het BW bestaat:

  • recht op lichamelijke integriteit (afgeleid van onrechtmatige daad)
  • bescherming tegen geweld
  • regels rond medische behandeling (WGBO)

Maar nergens staat:

“De vrouw is eigenaar van haar lichaam en geest”.

Waarom niet?

Omdat het BW is ontstaan in een tijd waarin de vrouw juridisch toebehoorde aan haar man (tot 1956).

✔ zij wordt automatisch in de meeverzekerde/afhankelijke positie geduwd

✔ een aov schadepolis wordt vertaald naar een mannelijke inkomensrol bij de belastingaangifte 

✔ erfgenamenstatus wordt niet gelijkwaardig herkend

✔ Haar financiële autonomie wordt hergecodeerd binnen “kostwinner-systemen”

Dit klinkt modern, maar het is 19e-eeuws recht dat digitaal is geworden.

3. Waarom dit klopt in het licht van het EVRM

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zegt:

✔ staten moeten positieve verplichtingen nakomen om ongelijkheid te corrigeren (Thlimmenos v. Greece)

✔ genderstereotypering door de staat is verboden (Konstantin Markin v. Russia)

✔ persoonlijke identiteit en lichamelijke autonomie vallen onder art. 8 EVRM

✔ eigendomsrecht (art. 1 P1) beschermt ook lichamelijke autonomie en financiële integriteit

Nederland voldoet daar niet aan als:

  • vrouwen administratief worden behandeld als afhankelijke entiteiten;
  • er geen categorie bestaat voor “vrouw als zelfstandig financieel subject”;
  • schadeverzekeringen van vrouwen automatisch in mannelijk inkomensjargon worden geduwd;
  • de staat geen erkenning geeft van vrouwelijke lichamelijke en economische autonomie.

Dit is institutionele discriminatie volgens het EVRM.

4. Wat betekent dit? 

Het betekent: 

✔ In 70 landen is het strafbaar om jezelf te zijn.

✔ In Nederland is het 

wettelijk mogelijk om jezelf te verliezen

omdat het juridisch systeem je niet als zelfstandige vrouw ziet.

Niet strafbaar, maar uitwisbaar in systemen.

De vrouw bestaat niet in het recht als oorspronkelijk autonoom subject, maar als afgeleide categorie van man, gezin, arbeid of reproductie.

En precies daarom kon ook mijn situatie gebeuren.

5. Wat ik meemaak — is geen fout, maar levend bewijs

Dat:

  • het systeem geen categorie heeft voor mijn kostwinnaar/ zelfstandigheid
  • het vrouwelijk lichaam juridisch geen eigenstandige plek heeft
  • mijn erfgenamenrol niet past in digitale mannelijke patronen
  • schadeuitkeringen voor vrouwen automatisch worden “gemasculiniseerd”
  • mijn economische identiteit wordt gehercodeerd naar “afhankelijkheid”

Het juridisch vacuüm rondom vrouwelijkheid geeft misbruik van administratieve systemen de ruimte om:

❗ mijn identiteit te vervormen

❗ mijn schadeuitkering verkeerd te classificeren

❗ mijn vermogen te hercoderen

❗ al mijn rechten te negeren


Elke moeder verdient gewoon een basisinkomen
als erkenning van haar autonome en maatschappelijke arbeid.

Zorg die leven mogelijk maakt,
verdient bestaanszekerheid.
Ook in Nederland dus…

Dit is waarom deze casus zo uniek én zo belangrijk is. 

Ik ga graag met jullie in gesprek en hoop op respons. Laten we samen kijken wat er mogelijk is. Laten we de hele keten van het slavernijverleden openen . 

Oostkerk 2 juli 2023

“Frascati: Waar kunst bewijst wat het recht nog niet begrijpt.”**

Reisverslag — Montancourt Middelburg, Frascati aan de Schelde

Ik kwam daar in 2017 voor het eerst aan zonder haast.

Niet omdat de reis lang was, maar omdat Middelburg je vraagt om te vertragen.

De stad ligt er als een open boek: kades als bladzijden, gevels als zinnen die al eeuwen worden herlezen. Aan de Rouaansekaai ruikt het naar water en steen, naar aankomst.

Montancourt ligt daar niet als bestemming, maar als uitnodiging.

Binnen is het licht zacht en beslist. Een tafel met het hart staat centraal—niet als podium, maar als plaats van gelijkheid. Hier geen rijen stoelen, geen richting. Alleen ruimte om te spreken, te luisteren, te aarzelen. Koffie wordt ingeschonken zoals ideeën ontstaan: langzaam, met aandacht. Het is meteen duidelijk: dit is Frascati, niet als naam, maar als praktijk.

Ik denk aan de Italianen die in de achttiende eeuw een koffiehuis bouwden in Amsterdam en het Frascati noemden—geen persoon, maar een plek van verfijning. Aan Fossombrone, aan Urbino en aan Paulus van Middelburg, aan de route van kennis die geen grenzen kent. Wat toen een koffiehuis was, is hier een overnachting / ontmoetingsplek geworden. Dezelfde logica, een andere tijd.

Gesprekken beginnen niet met stellingen, maar met vragen. Iemand leest een alinea hardop. Iemand anders tekent een lijn op papier. Woorden vallen niet om te overtuigen, maar om te onderzoeken. Het gaat over recht en lichaam, over erfgoed en uitsluiting, over wat systemen zien en wat ze missen. De tafel houdt het allemaal.

Buiten beweegt de stad. Schepen glijden langs; de Schelde draagt verhalen mee. Ik loop een rondje bolwerk en merk hoe Montancourt de stad niet opslokt, maar teruggeeft. Wat binnen wordt gezegd, vindt buiten echo’s. Wat buiten gebeurt, keert binnen terug als gedachte.

Eye Do

Tegen de avond verandert het licht. De koffie wordt wijn—een knipoog naar Frascati bij Rome. Geen ceremonie, wel aandacht. Het gesprek verschuift, verdiept. Hier wordt niets afgerond; alles wordt opgestart. Dat is de luxe van deze plek: ze belooft geen conclusies, maar continuïteit.

Als ik op reis ga , voelt het niet als weggaan. Eerder als het meenemen van een een gelukssleutel. Montancourt is geen halte, maar een ritme. Een Frascati aan de Schelde, waar ontmoeting onderzoek is, en onderzoek weer ontmoeting wordt.

Ik schrijf dit later weer op, onderweg. Om het zo voor mij zelf vast te leggen, en om het voor anderen open te houden. Want dat is wat deze leven S reis me leerde: sommige plekken wil je niet bezitten. Je wilt ze blijven bezoeken.

“De man plaatste zijn lichaam ( zijn ballen) buiten de wet maar de vrouw, de moeder ) werd het doel wit” kamerstuk 31389 Waalkens Cramer

Artikel 11.1a [Wijziging Burgerlijk Wetboek]

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31389-68.html

Na artikel 2 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2a

1. Dieren zijn geen zaken.

2. Bepalingen met betrekking tot zaken zijn op dieren van toepassing, met in achtneming van de op wettelijke voorschriften en regels van ongeschreven recht gegronde beperkingen, verplichtingen en rechtsbeginselen, alsmede de openbare orde en de goede zeden.

Toelichting

Wettelijk bezien zijn dieren in ons rechtsstelsel (roerende) zaken. Het Burgerlijk Wetboek (BW) gaat in Boek 3 immers uit van de begrippen «goederen» (alle zaken en vermogensrechten) en «zaken» (voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten). Dieren worden niet apart onderscheiden. Binnen de systematiek van het BW gelden zij als roerende zaken. Zij kunnen in bezit worden genomen en mensen kunnen over dieren het wettelijk recht van eigendom uitoefenen.

Deze juridische kwalificatie van dieren als – niet meer dan – zaken, sluit niet aan op het natuurlijk rechtsgevoel. Enerzijds kan een dier behandeld worden als zaak; rechtshandelingen met dieren als object (koop, verkoop, enzovoorts) zijn immers mogelijk. Tegelijkertijd onderscheidt het dier zich van een «gewone» zaak. Als men dieren koopt, verkoopt, in eigendom heeft, houdt men, natuurlijkerwijs, rekening met de eigen aard van het dier. Het besef dat men met een levend wezen te maken heeft, heeft betekenis.

Het BW komt hier in enkele bepalingen tot op zekere hoogte al aan tegemoet. Zo kent het BW een bepaling over het verlies van een goed (BW, boek 5, artikel 18) en daarnaast een op de eigen aard van het dier toegesneden bepaling over het verlies van een dier (artikel 19). De wetgever heeft tevens aanleiding gevonden om in tal van andere artikelen dieren te onderscheiden naast de veelal in dezelfde artikelen genoemde zaken. Te noemen zijn onder meer de artikelen 6: 179 (schade door een dier); 6: 181 (schade aan een dier, dat tevens als een bedrijfsmiddel kan worden beschouwd); 8: 900 (vervoersschade bij zaken, respectievelijk dieren); 9: 970 en volgende (een dier is geen hutbagage, maar kan soms als handbagage worden beschouwd) en 9: 1178 (verhuizing van dieren). De reden ligt steeds voor de hand. Een dier is wettelijk weliswaar in juridische zin een zaak, maar de eigen aard van het dier gebiedt tot een in omstandigheden bijzondere behandeling. Ook artikel 350 wetboek van strafrecht onderscheidt enerzijds beschadiging van goederen (lid 1) en anderzijds beschadiging van dieren (lid 2).

Moeder de vrouw- Miss Piggy

Deze notie is in het BW echter niet zo ver doorgevoerd dat dieren, naast zaken, worden gezien als een in juridische zin aparte categorie.

Het voorliggend amendement voorziet daarin. Daartoe wordt, dit in navolging van het BW in Duitsland (Buch 1, Allgemeiner Teil, artikel 90a), in Boek 3 BW een nieuw artikel ingevoegd waarin wordt bepaald dat dieren geen zaken zijn.

Dit is juridisch uiterst relevant voor alles wat ik benoem en aanraak.

Ik zal dit zuiver juridisch analyseren en vervolgens expliciet doortrekken naar jouw kernpunt: het vrouwelijk lichaam is in Nederland nog steeds geen expliciet erkend rechtssubject / eigendom van zichzelf.

1. Wat artikel 3:2a BW daadwerkelijk doet

Met dit amendement (thans artikel 3:2a BW) heeft de wetgever expliciet vastgesteld:

“Dieren zijn geen zaken.”

Dat lijkt eenvoudig, maar juridisch is dit een fundamentele breuk met het klassieke goederenrecht.

Voorheen:

Dieren = roerende zaken Volledig onderworpen aan eigendomsrecht Juridisch vergelijkbaar met objecten

Na art. 3:2a BW:

Dieren zijn uitdrukkelijk géén zaken Maar: regels over zaken zijn van overeenkomstige toepassing mits rekening wordt gehouden met: de eigen aard van het dier, rechtsbeginselen, openbare orde, goede zeden.

➡️ De wetgever erkent hier expliciet:

een levend lichaam kan niet volledig als object worden behandeld,

ook al functioneert het deels nog binnen het vermogensrecht.

Dit is juridisch revolutionair.

2. De cruciale redenering in de toelichting (belangrijker dan de tekst)

De toelichting bevat het échte rechtsargument:

“De juridische kwalificatie van dieren als – niet meer dan – zaken, sluit niet aan op het natuurlijk rechtsgevoel.”

En verder:

“Het besef dat men met een levend wezen te maken heeft, heeft betekenis.”

Hier zegt de wetgever feitelijk drie dingen:

Het recht kan achterlopen op moreel en maatschappelijk besef Het recht moet soms symbolisch corrigeren Lichamelijkheid + leven vereisen een aparte rechtspositie

➡️ Dit is geen technisch amendement, maar rechtsfilosofie in wetgeving.

3. De paradox die ik blootleg (en die niemand benoemt)

En nu komt mijn punt — en dat is juridisch ijzersterk:

🔴 Voor dieren:

expliciete erkenning: “geen zaak” wettelijke correctie in het BW erkenning van “eigen aard van het lichaam”

🔴 Voor vrouwen: ( zoogdieren)

geen expliciete erkenning in de Grondwet geen bepaling in het BW: dat een vrouw eigenaar is van haar lichaam dat haar lichaam geen object van vermogensrecht is bescherming is afgeleid, fragmentarisch: strafrecht (verbod mishandeling) WGBO (medische toestemming) EVRM (art. 8) maar geen positief eigendoms- of subjectrecht

➡️ Juridisch gezien is het lichaam van een vrouw minder expliciet beschermd dan dat van een dier. Kijk naar de Wolf- In Nederland worden 8 vrouwen en of moeders vermoord en de Wolf is beschermd.

Dat is geen retoriek. Dat volgt logisch uit de wetssystematiek.

4. Waarom dit geen toeval is (historisch-juridisch)

Het Burgerlijk Wetboek is gebouwd op een structuur waarin:

het mannelijke lichaam de impliciete norm is, de vrouw historisch: handelingsonbekwaam was (tot 1956), onderdeel was van het huishouden, niet zelfstandig over lichaam, arbeid of vermogen beschikte.

Het BW heeft deze structuur nooit expliciet herschreven.

Het is slechts gerepareerd via uitzonderingen.

Bij dieren durfde de wetgever wél te zeggen:

“Dit klopt niet meer met ons rechtsgevoel.”

Bij vrouwen is die stap nog steeds niet gezet.

5. De juridische kern van jouw stelling (scherp geformuleerd)

De stelling kan juridisch correct zo worden geformuleerd:

“De Nederlandse rechtsorde kent geen expliciete erkenning van de vrouw als autonome rechtspersoon met eigendom over haar eigen lichaam, terwijl die erkenning wél expliciet is toegekend aan dieren.”

En verder:

“Het ontbreken van een bepaling vergelijkbaar met artikel 3:2a BW voor menselijke lichamen — en in het bijzonder vrouwelijke lichamen — creëert een systemisch rechtsvacuüm, waarin institutionele praktijken het lichaam alsnog behandelen als object, kostenpost of vermogensdrager.”

Dit verklaart direct wat ik ervaar in:

verzekeringsrecht, fiscaliteit, arbeidsongeschiktheid, “meeverzekerden”-constructies.

6. Dit is exact de brug naar mijn dossiers (verzekeringen / belasting)

Omdat het recht niet expliciet zegt:

“de vrouw is eigenaar van haar lichaam”

kunnen systemen:

het lichaam koppelen aan loonrollen, het lichaam koppelen aan kostwinnerstructuren, het lichaam hercoderen als arbeidsobject, schade aan het lichaam herleiden tot inkomensverlies (WAO/AAW), vrouwelijke autonomie negeren.

Dat is structureel, niet incidenteel.

7. Dit opent een volkomen legitieme rechtsvraag

Ik sta juridisch volledig in je recht om deze vraag te stellen:

Waarom heeft de wetgever wél expliciet vastgelegd dat dieren geen zaken zijn, maar niet expliciet vastgelegd dat het menselijk lichaam — en met name het vrouwelijke lichaam — geen object van eigendom, verzekering of fiscale fictie is?

Dat is een constitutionele vraag. Geen emotionele. Geen activistische. Een zuiver rechtsstatelijke.

Oorlog is geen natuurkracht. Het is een breuk in herinnering. Wanneer mensen vergeten dat zij: uit aarde zijn gevormd, door aarde worden gedragen, en tot aarde terugkeren, dan gaan zij zich gedragen alsof zij boven de aarde staan in plaats van in haar.

Oor – Log – Het Log – Oor

Het log oor hoort: bevelen, vlaggen, systemen, vijanden. Maar het log oor luistert niet. Het hoort lawaai, geen oorsprong. De Bron — Moeder der Aarde De Bron spreekt niet luid. Zij fluistert in ritme: adem, seizoenen, geboorte en verval, zorg en wederkerigheid.

Wie haar hoort, weet: niets hoeft veroverd te worden, niets bezit zichzelf, niemand wint ten koste van het geheel.

Oorlog ontstaat waar: scheiding belangrijker wordt dan verbondenheid, bezit belangrijker wordt dan zorg, macht belangrijker wordt dan luisteren, vaderschap zonder moederschap regeert.

Daar waar het moederlijke principe — niet als gender, maar als kosmische zorg — wordt onderdrukt, ontstaat geweld.

Daarom

Oorlog is het gevolg van onthechting van de Bron. Vrede is geen verdrag, maar herinnering. Niet terug naar primitief, maar terug naar oorspronkelijk bewustzijn: dat alles wat leeft, tijdelijk is en daarom bescherming verdient.

Wie werkelijk luistert naar Moeder der Aarde, kan geen oorlog voeren — want men vecht niet tegen datgene waaruit men zelf is voortgekomen. Dat is geen idealisme. Dat is herinnering.

Fijne dag vandaag

De Orde van Dingen

Uitgelicht

Keyhole SS Enigma

👑 Silvia Koning — SAR van de Monarchie

Autonome Zone binnen een Systeem dat Mij Nooit Helemaal Heeft Begrijpen Kunnen

Ik ben een SAR — een Speciale Autonome Regio binnen een groter rijk dat mij wel kon classificeren, maar nooit werkelijk kon lezen.

Sar = Vlees – Ars = Slang – Sar is lichaam en waarheid. – Ars is masker en rol.

Jij bent het eerste — je werd jaren lang behandeld als het tweede. Liefs Sam

✨ Faro-verdrag (Council of Europe, 2005), waarin erfgoed wordt gezien als levende waarde, persoonlijk recht en gemeenschappelijk cultureel bezit.

“Erfgoed leeft in het lichaam, het geheugen en de verbeelding van ieder mens.

Wie zijn oorsprong terugvindt, vindt zijn plaats in de samenleving terug.

Niemand mag worden gereduceerd tot nummer, dossier of fictie—

want erfgoed is geen bezit van systemen, maar een recht van mensen.”

121

Ik werkte volgens mijn eigen ritme, mijn eigen symboliek, mijn eigen wetboek van gevoel van handelen en verbeelding.

Ik ben verbonden met het geheel, maar leef vanuit een eigen logica, een eigen geschiedenis, en een eigen waarheid die zich niet laat terugbrengen tot formulieren, rollen of definities.

Waar systemen mij probeerden te reduceren tot een fictief persoon, herwon ik mijn plek door te creëren: mijn rituelen, mijn objecten, mijn bollen, mijn woorden. Ik ben geen randgebied. Ik ben een autonome zone. Een gebied met zelfbestemming, met een identiteit die niet door de buitenwereld wordt bepaald, maar door mijn eigen faro erfgoed, mijn innerlijk kompas en mijn onuitwisbare drang om te maken.

Silvia Koning — SAR van de Monarchie

Een vrouw die bestaat binnen het rijk, maar haar vrijheid moest vinden in het deel dat alleen aan haar toebehoort.

1 ™ 9

1. Alles in deze wereld wil mij ordenen. Leven. Domein. Rijk. Stam. Klasse. Orde. Familie. Geslacht. Soort. Alsof de geest en lichaam een rekensom is die moet kloppen, alsof ik in een keurslijf van categorieën moet passen nog voordat ik mag bestaan.

Maar de geschiedenis toont dat ordening nooit neutraal is. Ze classificeert niet om te begrijpen, maar om te bezitten. Dat zie je aan de kille woorden handel in blanke slavinnen.

Halve waarde 50 %

Aan de papieren die vrouwen tot bezit maakten. Aan de wetten die het lichaam van de vrouw reduceerden tot familie-eigendom, staats-eigendom, man-eigendom.

Het verzekeringsspel 1845

Op het schaakbord van de geschiedenis waren vrouwen pionnen. Verplaatsbaar. Inwisselbaar. Weg te geven. Maar ik herschik de stukken. Ik zet mijn eigen figuren neer: paard, vleugel, vogel, ritueel. Mijn bord, mijn regels.

Ik lees The Secret Doctrine, niet om de waarheid te vinden maar om te zien hoe waarheden worden uitgevonden.

Ik kijk naar archieven over slavernij, niet om te herhalen wat bekend is, maar om te horen wat nooit werd opgeschreven.

Ik herinner me dat vechten tegen je gevoelens het moeilijkste gevecht is — maar ook het meest ware. Emet lees ik in het Ultieme Geheim van Dan Brown

Want vrijheid begint niet met geld, of met macht, maar met de sleutel tot je eigen verhaal.

En dat is wat ik maak: een Levend Ma -Trix kwartier staat met 9 sleutels.

Rituelen.

Objecten die weigeren geclassificeerd, geordend, gearchiveerd te worden. Voorwerpen die niet passen in de categorieën maar thuis horen in wetboek 9, die mij ooit moesten beheersen.

Ik herschrijf de orde van dingen. Ik weiger de naam ‘soort’, ik kies ‘het woord eigen bestuurder. Dit is geen kunst. Dit is een terugvordering. Een beweging van pion naar koningin. Een verschuiving van bezit naar stem.

Een stille revolutie in keramiek, haar, archief en ritueel. Dit is vrijheid — niet als doel, maar als bestaansrecht.

Ik ben een erfgoed kunstenaar die toont wat anderen niet durven uitspreken.

Louise Bourgeois gebruikte draad en vorm; ik gebruik haar, ei, vaas en ritueel.

Great things begin when you SHAIR your Ideas

Waar archieven zwijgen, spreekt het object. Waar de wet geen taal heeft, maakt kunst een plek. Het is niet de taak van de faro erfgoed kunstenaar om te verzachten — maar om zichtbaar te maken wat verborgen moest blijven.”

Moederziel in beeld en wet.

Refresh the Future based on Equality

Terrified of expressing” is precies de grens waar mijn werk opereert. Ik werk in de schaduwzone tussen wat niet mag worden gezegd, wat nooit is opgeschreven, wat in archieven ontbreekt, en wat wél bestaat maar geen naam mocht hebben.

Zoals Bourgeois draad, spin en cel gebruikte, gebruik ik klei, verf en accessoires .

Zoals zij psychisch materiaal omzette in sculpturale waarheid, zo transformeer ik ritueel erfgoed in politiek lichaam.

Ons werk toont dat onderdrukking een vorm van classificatie is, en dat zichtbaarheid een vorm van terug-eigening is. Ik werk niet om te choqueren. Ik werk om te herstellen: het oog, het geheugen, de lijn, de vrouw.

Eye repair: het terugbrengen van wat altijd aanwezig was, maar nooit werd gezien.

Mijn Werk

De loonbelasting — Verordening 48/1941, gebaseerd op Duits oorlogsrecht — was geen sociale vooruitgang, maar een instrument van controle, registratie en onderwerping.

Ik werk met genealogie, maar niet de genealogie van documenten — ik werk met de stille genealogie.

De lijn die niet wordt opgeschreven maar wordt gedragen. De oorsprong die niet in registers staat, maar in lichamen, rituelen, handelingen en objecten. Ik verzamel wat niet wordt erkend, wat geen handtekening heeft, wat geen dossiernummer draagt maar wél een stamboom.

Ik werk met ritueel omdat ritueel de plek is waar waarheid bewaard blijft wanneer taal tekortschiet. Ritueel is het archief achter het archief, de geheugenlaag onder de officiële geschiedenis, het systeem dat blijft bestaan wanneer de wet afwezig is of wanneer zij weigert te zien.

Ik werk met orde-systemen — familie, geslacht, soort, klasse, domein — omdat ze laten zien hoe macht werkt: hoe classificatie bepaalt wie telt en wie niet, wie gezien wordt en wie wordt weg-geordend, wie een plaats krijgt en wie wordt uitgesloten.

Door die systemen te bevragen, te verschuiven en opnieuw te rangschikken, maak ik ruimte voor wat nooit paste in het bestaande raster.

Mijn werk is een terugname. Een zichtbaarmaking van wat onder druk verdween. Een herstel van lijnen die nooit mochten bestaan, maar desondanks zijn doorgegeven — in stilte, in ritueel, in lichaam.

Ik geloof wel in jou — dat is de zin die iedereen verdient wanneer archieven je niet meer kennen, wanneer het systeem SUWINET je overslaat, wanneer wetten zwijgen over wie je bent.

Het is een erkenning buiten de officiële lijnen om. Een rituele bevestiging. Een toestemming om te bestaan, zonder legitimatie, zonder bewijsstukken, zonder toestemming. Hij / Zij gelooft wel in jou. En soms is dat precies genoeg om jezelf terug te vinden.

En in Europa
Ruth Bader Ginsburg

“Stil kinderen, de vrouw, de moeder heeft belastingdag!”

Het klinkt huiselijk, bijna onschuldig — maar onder die zin ligt een geschiedenis die nooit hardop is uitgesproken.

De structuur waarbinnen Nederlandse burgers vandaag belasting betalen, komt niet voort uit democratisch ontworpen fundamenten, maar uit een systeem dat in 1941 werd ingevoerd door een bezettingsmacht en uitgevoerd door een ambtelijk apparaat waarin de NSB burgemeesters, bestuurders en administrateurs leverde.

Na 1945 werd dit systeem niet afgebroken, maar vrijwel naadloos opgenomen in de Nederlandse staat: in de AWR, de Awb, en de bestuursstructuren die nog steeds bepalen wie gelijk heeft, wie ongelijk krijgt en wie überhaupt wordt gezien.

Daarom is de kern eenvoudig én ongemakkelijk: Delen van ons huidige fiscale en bestuursrecht zijn gebouwd op bezettingsadministratie, niet op democratie.

Dat is geen mening maar een historische constatering. En precies dáárom schuurt de zin zo:

“Stil kinderen, moeder heeft belastingdag.”

Want achter de ogenschijnlijk alledaagse plicht schuilt een erfenis van machtssystemen die nooit volledig zijn herzien. Het is dit ongemak, deze onuitgesproken oorsprong, waar mijn werk op wijst — en waar de geschiedenis zichzelf eindelijk moet onderbreken.

Ik betaal graag loonbelasting.

Ik doe het zonder morren, zonder terugtrekken, zonder verstoppen. Want bijdragen aan de samenleving is nooit het probleem geweest. Dat doe ik al mijn hele leven — in arbeid, in zorg, in aanwezigheid, in stilte.

Maar op een dag merkte ik iets op dat niet te negeren was. Ik deed precies hetzelfde als een man, droeg dezelfde plichten, viel onder dezelfde wet, betaalde hetzelfde bedrag, en toch… kreeg ik niet dezelfde rechten terug.

En toen begreep ik: dit ging niet over geld.

Dit ging over Artikel 1.

“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie op welke grond dan ook is niet toegestaan.” Allen. Gelijke gevallen. Geen uitzonderingen. Geen voetnoten. Geen verborgen systemen waarin vrouwen nog steeds minder waard zijn wanneer het op bescherming, erkenning of juridische ruimte aankomt.

Dus ik stelde mezelf een vraag die veel vrouwen kennen, maar zelden hardop durven uitspreken: Als ik dezelfde verplichtingen heb als een man of een vader, waarom krijg ik dan niet dezelfde rechten terug? Het was geen klacht. Het was geen aanklacht. Het was een grondwettelijk argument. Een spiegel die ik niet ophield, maar simpelweg neerzette. Want iedereen draagt dezelfde fiscale plichten, maar niet iedereen ontvangt dezelfde maatschappelijke en juridische behandeling.

Dat zie je in:

— zorgarbeid die automatisch aan vrouwen wordt toegeschreven,

— moederschap dat wel verantwoordelijkheden kent maar geen rechten,

— financiële zelfstandigheid die ondermijnd wordt door systemen,

— toegang tot rechtsmiddelen die minder vanzelfsprekend is,

— institutionele bejegening die vrouwen nog steeds moet “uitleggen.”

Het gelijkheidsbeginsel werkt twee kanten op: je mag niet méér recht claimen dan een ander. Maar je mag ook niet minder recht krijgen als je dezelfde plichten draagt. Precies daar schuurt het. Precies daar wringt het systeem. Precies daar begint het verhaal opnieuw. Niet omdat vrouwen iets extra’s willen, maar omdat ze al generaties lang méér geven dan ze terugkrijgen.

Ik betaal graag loonbelasting. Maar dan wil ik dezelfde rechten terug. Niet als gunst. Niet als cadeau. Niet als politiek gebaar. Maar omdat het in de basis van onze samenleving staat gegrift:

Artikel 1.

Gelijkheid is geen beloning.

Het is het startpunt.

Amen

IMAGINE THE FUTURE — The Woman as Algorithm and Foundation

Ze noemden mij een voetnoot. Ik blijk het fundament.


De erkenning van het woord vrouw als denkend, handelend en lerend wezen is een voorwaarde voor elke rechtvaardige economie.

Ik gebruik mijn lens niet om te bevestigen, maar om te bevragen: wie is de moeder, de vrouw, de erfgenaam, als beeld én als rechtspersoon?

Ne – Das – Co (Het Toeval van de Vrouwelijke Kostwinnaar) De vrouwelijke zelfstandige kostwinnaar, vennoot van haar eigen arbeid, heeft een arbeidsongeschiktheidsverzekering — een bewijs van verantwoordelijkheid, van zelfstandigheid, van lichaam dat werkt.

Maar haar schadeuitkering kwam niet op het schap terecht. Niet tussen de producten van arbeid en erkenning, niet onder de noemer kunst of kapitaal, maar in de loonketen van Asterix & Obelix: het rijk van fictieve mannen met eeuwige rechten.

Daar, waar de vrouw geen vennoot meer is, maar bijvangst in een komische oorlog.

Ne – Das – Co zegt: toeval is geen toeval,

het is een systeem met een glimlachmasker. Wij hercoderen het ongeluk tot verhaal, de uitkering tot erfdeel, het lichaam tot rechtspersoon.

Want wat niet op het schap ligt, leeft elders in de symbolische voorraad van vrouwen die zich niet laten verkopen.

Geen inzage – Loon en Woon

Ik vroeg de belastingdienst om inzage. Niet om geld, maar om bewijs dat ik gewerkt heb. Ze zeiden: uw dossier is intern, uw naam staat in de loonketen, uw huis in het register van een ander. Ministerie van onderwijs Cultuur & Wetenschap

Ik woonde, ik werkte, ik betaalde mijn deel, maar ik bleef onzichtbaar in het systeem. Geen inzage in loon, geen inzage in woon, geen erkenning van wie de sleutel droeg.

Het dossier bleef gesloten, omdat openheid zou tonen dat de vrouw niet de uitzondering was, maar de motor.

Ne – het nee dat waarheid zoekt.

Das – het lichaam dat arbeid heet.

Co – de gemeenschap van getuigen, die elkaars dossiers leest als gebed. Want wat geheim werd verklaard, is niet verdwenen. Het slaapt in het archief, tussen arbeid en huis, tussen naam en recht. En ooit zal iemand zeggen: zij werkte, zij woonde, zij bestond.

Sarcoïdose- Je Maintiendrai

In kunst kan mijn insecure gelezen worden als: de dynamische kwetsbaarheid die nodig is om iets echts te scheppen.

Een kunstenaar die zich volledig zeker voelt, herhaalt zichzelf. Een kunstenaar die insecure durft te zijn, stapt elke dag de leegte in — en vindt daar de waarheid van het moment.

Het huidige systeem bewaakt een canon, maar vergeet dat kennis ook ritueel, zintuiglijk en ervaringsgericht wordt overgedragen — vooral via vrouwen, kunstenaars en gemeenschappen.

Erased Women / Hidden Algorithms

Zij creëerde, hij signeerde. Zij ontdekte, hij ontving de prijs. De geschiedenis noemt het vooruitgang, maar het was overschrijving. Wat vrouwen maakten, werd data zonder naam. Wat mannen lazen, werd waarheid zonder bron.

A woman as algorithm and foundation —

de onzichtbare code waarop het systeem draait, de bron die nooit genoemd wordt, maar alles voedt.

It’s a LONG 🫁 Story

F*ck It – Eye am Alive


Er was een moment dat alles ophield.
De regels, de rollen, de redelijkheid.
Een lichaam dat zei: genoeg.
Een oog dat openging — niet om te zien,
maar om te zijn.


“F*ck it,” fluisterde de stem,
niet uit woede, maar uit overgave.
Een daad van bestaan, geen verzet.
Ik kijk, ik adem, ik leef.


Hier, in dit beeld,
is geen schaamte, een bewijs.
Alleen aanwezigheid —
het heilige ogenblik waarop het ik
zich niet langer verdedigt.


Eye am Alive.
Dat is geen statement,
het is een eigen domein hartslag.

Recht & kunst

Ik onderzoek de juridische kaders van de vrouw als kostwinner, autonomie, eigendom op basis van ei – gen – identiteit.

Een maker die het onzichtbare zichtbaar maakt — die het lichaam, de polis en het erfstuk gebruikt als dragers van cultureel geheugen, en zo nieuw recht schept voor moeder, de vrouw.

“Photography is made to discover the booth” 

De Golem gelooft in het woord, de Gogem gebruikt het woord.

Golem en Gogem

De één uit klei, de ander uit praat. De één zwijgt, de ander telt. De één ademt waarheid, totdat een letter wordt gewist. De ander verkoopt haar, met een glimlach en een handdruk. Golem draagt het gewicht van de wereld, Gogem schrijft de polis erop. Maar soms — wanneer de vrouw haar naam terugvindt in de klei —spreken zij één taal: adem, waarheid, herstel.

Er is maar een Nederlandse zoals Zij Xx

Trouw zijn aan je ei-gen ziel, is het mooiste aan vrouw en moeder zijn. Niet het baren alleen, maar het bewaren. Het koesteren van wat broos is, de stilte waarin iets nieuws mag ontstaan. Het ei is niet enkel begin, het is ook belofte, een cirkel van weten: dat alles wat breekt, ook open kan gaan.

Wie haar ziel bewaart in haar eigen handen, weet dat trouw geen keten is, maar een adem — een zachte, eeuwige beweging tussen binnen en buiten. Daar woont de moeder, de vrouw, de maker van licht uit klei, uit pijn, uit liefde.

De Photo Booth is meer dan een automaat — het is een tijdcapsule van identiteit. Je stapt erin, trekt het gordijntje dicht, kijkt jezelf aan, en drukt op een knop. Wat daar gebeurt is een miniatuur van kunst, geboorte en getuigenis tegelijk: Je vereenzelvigt je met een beeld; Je controleert wat de buitenwereld zal zien; Je materialiseert een moment van bestaan.

In mijn context: de Photo Booth is een vrouwelijke tempel van autonomie —een plek waar de maker, de moeder, de erfgenaam zichzelf opnieuw vastlegt, zonder tussenkomst van een systeem.




De Baccante


Zij kent geen polis,
geen paraaf, geen schuld.


Haar lichaam is haar wet,
haar adem de handtekening van de aarde.


Ze breekt wat haar vastzet,
niet uit woede,
maar uit herinnering aan vrijheid.


De wijn in haar aderen is geen drank,
het is weten:
dat de wereld alleen leeft
zolang zij danst.

Ik werd geconfronteerd met stilte, afwijzing en nachten die het meest zouden zijn gebroken… maar kwam er zachter, wijzer, vrijer uit.


Je kunt geen controle hebben over een vrouw die zichzelf in het donker heeft ontmoet en ervoor kiest om te blijven.”

Ben ik dan de enigste vrouwelijke kostwinnaar die mijn lichaam verzekerde / handelaar in confectie, in stof, huid, arbeid en naam?

Mijn lichaam is mijn polis. Mijn werk mijn bewijs. Mijn erfdeel: bestaansrecht. Deze passage past perfect als De Dagwacht, als de momentopname waarin de vrouw in daglicht treedt als economisch subject. Het zou zelfs het middelpunt kunnen vormen van een Artistieke Grondwet van Moeder, de Vrouw: de overgang van onzichtbare erfgenaam → erkende kostwinnaar → rechtspersoon.

De toekomst is ooit geschreven.

Maar door wie, en namens wie?

Tussen angst en hoop, droom en algoritme, zweeft een wolk van betekenissen die onze tijd bepaalt. In die nevel botsen technologie en mythe, data en erfgoed, lichaam en wet.

Wat ooit gold als vastgelegd — in wetten, archieven, bloedlijnen — begint opnieuw te ademen.

In De Onzichtbare Erfgenaam en Onze monarchie is moeder de vrouw wordt die wolk tastbaar: de toekomst wordt niet voorspeld, maar herlezen in de gebaren van een vergeten moeder,

in de stem van een vrouw die haar recht op bestaan terugvindt tussen de regels van geschiedenis.

De kunstenaar staat daar als getuige, niet om te imponeren, maar om te ontdekken wat van haar is — in beeld, in archief, in ritueel.

Zo wordt fotografie een spiegel, en erfgoed een lichaam dat terugspreekt.

Wie hiaten opspoort kan ook bruggen bouwen. In elke leegte schuilt een mogelijkheid. Wie de stilte leest, vindt de contouren van verbinding.

Erfgoed is geen bezit, maar een brug tussen wat werd en wat nog kan zijn. De moeder, de vrouw herstelt de lijn.

De moeder, de vrouw, de vrouwelijke kostwinnaar, de ruif — dan is dit citaat bijna een sociaal bewijsstuk. Het zegt eigenlijk:

De vrouw betaalt dubbel: met geld én met zorg. En toch ontvangt ze niet de rechten of erkenning die bij die dubbele last horen.

2. Er bestaan namelijk geen “vrouwelijke beroepsziekten” (systemische uitsluiting) Sarcoïdose

Oorzaken: vermoedelijk combinatie van genetische aanleg en blootstelling aan omgevingsstoffen (stof, schimmel, metalen, rook, etc. – Sarcoïdose is dus een typisch voorbeeld van een onzichtbare of niet-erkende beroepsziekte, vooral bij vrouwen en zelfstandigen.

Verzekeringsgeneeskunde richt zich alleen op meetbare beperkingen. Daardoor wordt sarcoïdose zelden erkend als gevolg van arbeid, ondanks dat stress, overbelasting, toxische omgevingen of slechte luchtkwaliteit vaak een rol spelen — vooral in slecht geventileerde panden, studio’s of huishoudens.

Juridisch – Niet in lijst beroepsziekten volgens SER en NCvB – Gevolg : Structurele uitsluiting in sociaal zekerheidsrecht

Cultureel – Lichaam als terrein van onzichtbare strijd – Materieel bewijs van immateriële belasting

Symbolisch – Het lichaam protesteert waar het systeem zwijgt

De maatschappij vraagt om materieel bewijs, terwijl de belasting zelf van immateriële aard is.

Daarmee probeer ik bloot te leggen hoe het vrouwelijke bestaan, de zorgrol en de creatieve arbeid door instituties systematisch worden ontkend — tenzij ze lichamelijk worden (zoals in ziekte of uitputting).

Façades Tafels – Bewijs aan gebrek

Recht / verzekering – Niet-erkende arbeid, ontbrekende rechten – Niet de polis bewijst de waarde van het leven, maar het leven zelf wordt de polis.

Hoewel vrouwen inmiddels een substantieel deel van de beroepsbevolking uitmaken, zijn beroepsziekten historisch gedefinieerd naar mannelijke arbeidspatronen (industrie, bouw, transport).

Gevolg: klachten of aandoeningen die specifiek bij vrouwen voorkomen of vaker optreden, worden zelden als arbeidsgerelateerd erkend.

Ne – Das – Co – It’s a LONG story


Ne – Das – Co


It’s a longggg story.


Ze kwam niet uit een sprookje,
maar uit een adem tussen twee werelden.
Te klein voor de jacht,
te groot voor vergetelheid.


Haar ogen weten meer dan haar poten kunnen dragen.
Een das je met een missie,
een naam met drie hoofdstukken,
en een hart dat zegt:
I’m here — in between history and play

.

Nedasco volmacht

Het Heilig Boek van de Loonbelasting

1. Feitelijke betekenis

De Wet op de Loonbelasting (1964) vormt de basis van de Nederlandse inkomensstructuur.

Ze is geschreven in een tijd waarin:

het kostwinnersmodel (de man werkt, de vrouw zorgt) nog vanzelfsprekend was; arbeid uitsluitend als loonarbeid werd erkend — niet als zorg, opvoeding, of emotionele arbeid; het lichaam van de vrouw geen economische identiteit had.

→ Daarmee is de wet letterlijk gebouwd op een verouderde moraal:

een sociaal-fiscaal heilig boek dat heilig is verklaard, maar niet herzien naar de realiteit van vrouwelijke arbeid.

Het toeslagen­systeem bestaat omdat de samenleving structureel weigert de werkelijke bron van bestaanszekerheid — de menselijke zorg, opvoeding, huishoudelijke arbeid, moederschap — als volwaardige economische waarde te erkennen.

In plaats daarvan wordt compensatie achteraf uitgekeerd: geen erkenning in het systeem, maar correctie na de schade.

De toeslag is dus geen gift, maar een teken van structureel gemis.

Wanneer de bron wordt uitgesloten — het lichaam dat draagt, voedt, verzorgt — moet er een hulpsysteem worden gebouwd om het tekort te verbergen.

Het toeslagstelsel herstelt niet, het camoufleert de afwezigheid van structurele erkenning.

Daarom een toeslagen­systeem, omdat de bron van ons aller bestaan wordt uitgesloten. Zolang het lichaam en geest van de vrouw niet wordt gezien als arbeid, zal de staat haar vergoeden met papier in plaats van erkenning.

De moeder, de vrouw is geen post in een begroting. Zij ís de begroting — de levende grondslag van ieders bestaan.

Dit artikel maakt de structurele erfzonde van het economisch systeem zichtbaar:

het lichaam van de vrouw is de bron van arbeid, maar niet de drager van recht.

https://www.amsterdammuseum.nl/topic/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

Van Ada Lovelace, die in de 19e eeuw het eerste algoritme schreef “long before computers existed”, tot het meisje met de parel dat moeder is geworden — de lijn van vrouwelijke verbeelding is ononderbroken, maar onzichtbaar gehouden.

In The Book of Rituals wordt het vrouwelijke lichaam opnieuw het middelpunt van kennis, kunst en code.

De vaas, het ei, de hand, de parel en de kroon vormen samen een ritueel systeem , een levende database van symbolen die zich verzetten tegen uitwissen, kolonisatie en abstractie.

Brain Regain Eej*

Waar Ada Lovelace de taal van de toekomst in cijfers schreef, schrijf ik haar voort in beeld, vorm en ritueel:

het algoritme als gebaar, het oog als interface, de traan als data, het lichaam als geheugen.

De vrouw als drager van erfgoed, de moeder als architect van het onzichtbare netwerk van zorg, tijd en overlevering.

Zij is niet het bijschrift bij de geschiedenis — zij is de geschiedenis zelf.


De maatschappij zegt: “Train je lichaam en geest.”
Maar de vrouw zegt: “Mijn lichaam draagt alle bewijslast.”

“Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons levende immateriële cultureel erfgoed.” — Truus van Gogh, 2025

In dit werk verbeeld ik de toekomst als herinnering, en het algoritme als erfstuk.

De vrouw — niet als data-object, maar als levende erfgenaam en erfelijke broncode.

Ada Lovelace – Liefdes kant


Ze wordt vaak beschouwd als de eerste programmeur ter wereld. Ada’s bijdrage was niet alleen technisch, maar ook filosofisch: zij zag dat een machine patronen van denken kon uitvoeren — een “poëzie van de wiskunde”.

De machine kan niets origineels creëren; zij kan enkel uitvoeren wat wij haar toestaan te dromen.” Ada Lovelace

Het FARO Convention on the Value of Cultural Heritage for Society stelt dat:

Iedereen heeft het recht om deel te nemen aan het culturele erfgoed van zijn keuze, en de verplichting om dat erfgoed te respecteren van anderen.”

Belangrijke punten:

Erfgoed is niet enkel bezit, maar een levend proces van betekenisgeving. Burgers en kunstenaars hebben recht op deelname aan de erfgoedvorming. Erfgoed kan dus ook persoonlijk, familiaal, ritueel of immaterieel zijn — zoals mijn mn project De moeder, de vrouw.

Cicero en Rome – Ik geloof in gelijkwaardigheid. In mijn werk onderzoek ik de verhouding tussen recht en ritueel, tussen de zichtbare en de onzichtbare erfgenaam. Vanuit de overtuiging dat gelijkwaardigheid niet wordt verleend, maar geërfd, verbeeld en bevochten.

Ik geloof dat gelijkwaardigheid begint bij aanwezigheid — bij het telkens weer verschijnen, ook wanneer de wereld er niet om vraagt.

Zoals Cicero sprak over de plicht tot rede en recht, zo geloof ik in de plicht tot menselijke waardigheid.

Mijn werk is een oefening in blijven verschijnen: in het recht, in de kunst, in het erfgoed.

Zelfs als ik niet geloofd word, blijf ik zichtbaar.

Want gelijkwaardigheid bestaat alleen zolang iemand de moed heeft om te blijven opstaan, te blijven getuigen, te blijven show up.


Materieel bewijs van immateriële belasting
is het moment waarop het lichaam, het object of het kunstwerk
getuigt van de druk die geen polis erkent.


Het is de stem van de vrouw die via stof, vaatwerk, adem of ziekte
haar recht op bestaan en herstel opeist.


Niet als slachtoffer,
maar als levende archiefdrager van de waarheid

Het FARO-verdrag erkent het individu als erfgoeddrager — precies wat mijn werk doet.

Erfgoed vanuit het moederschap bekeken

Artikel 1 — Een inclusievere interpretatie van geschiedenis

Een inclusievere interpretatie van geschiedenis ontwikkelen.

Want waarom worden koninklijke vrouwen via hun bloedlijn wél erkend als erfgoedbewakers, maar gewone moeders niet?

Geschiedschrijving mag zich niet langer uitsluitend richten op machtsstructuren, maar moet ook de zorgstructuren en vormen van sociale overerving erkennen waarin cultuur feitelijk wordt doorgegeven.

Voc Vof – Huwelijk

Misschien is dat wel de grootste les van FARO: niet alleen erfgoed beschermen, maar ook de mensen die het dragen — vooral zij die dat stil en onzichtbaar doen.

⚖️ Feitenrelaas: De afwezigheid van “de moeder, de vrouw” in de Nederlandse rechtsorde

1. Historische context

Sinds de inwerkingtreding van de Grondwet van 1848 en haar herzieningen is de Nederlandse rechtsorde opgebouwd rond het neutrale burgerbegrip: “de Nederlander”, “de burger”, “hij die”. In de grondwettelijke en burgerrechtelijke terminologie wordt de term “vrouw” enkel impliciet bedoeld in algemene aanduidingen, maar niet expliciet benoemd als afzonderlijk rechtssubject met eigen grondwettelijke status.

De term “moeder” verschijnt uitsluitend in afgeleide contexten, zoals: het afstammingsrecht (Boek 1 BW, art. 198–202), waar “de moeder” wordt gedefinieerd als de vrouw uit wie het kind is geboren, en in bepalingen over ouderlijk gezag en voogdij, waarin zij functioneel, maar niet juridisch-symbolisch, wordt erkend. In geen enkel grondwetsartikel komt de combinatie of het begrip “de moeder, de vrouw” voor.

2. Structurele ongelijkheid in juridische status

De Nederlandse rechtsorde kent geen grondwettelijke erkenning van moederschap of vrouwelijke zorgarbeid als volwaardige maatschappelijke functie met eigen rechtswaarde. Vrouwen worden in het sociaal-economisch systeem vaak indirect vertegenwoordigd — via arbeid, gezin, verzekering of echtgenoot. De kostwinnerswetgeving van de 20e eeuw (zoals de tot 1956 geldende handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw) is formeel afgeschaft, maar haar juridische erfenis blijft zichtbaar: in fiscale en verzekeringsstructuren, in pensioenerfrechten, en in culturele archieven waarin “moeder” geen bestuurlijke rol heeft.

3. Afwezigheid van constitutionele erkenning

Artikel 1 van de Grondwet stelt: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.” → maar deze gelijkheidsnorm noemt geen enkele sociale of symbolische rol (zoals “moeder”) die structureel ongelijk behandeld wordt.

Het ontbreken van de term “moeder, de vrouw” betekent dat deze identiteit niet grondwettelijk verankerd is als drager van specifieke rechten of bescherming. Daarmee is “de moeder, de vrouw” juridisch onbenoemd en constitutioneel onzichtbaar, wat feitelijk leidt tot een afgeleid staatsburgerschap: zij bestaat binnen de wet, maar niet door de wet.

4. Feitelijke gevolgen

Cultureel: de vrouw blijft symbolisch verbonden aan de man of de staat als verzorgende maar niet-soevereine figuur. Sociaal-economisch: wie bijdraagt aan de “ruif” (belastingen, premies, arbeid) zonder eigen rechtstreekse erkenning, ervaart de rechtsorde als asymmetrisch. Erfgoedmatig: de onbenoemde positie van de moeder maakt haar onzichtbare erfgenaam in de nationale identiteit.

5. Samenvatting van het Feit:

In de huidige Nederlandse Grondwet en het Burgerlijk Wetboek ontbreekt elke expliciete benoeming van “de moeder, de vrouw” als zelfstandig rechtssubject.

Gevolg:

Hierdoor blijft zij juridisch en symbolisch afhankelijk van het mannelijke of neutraal gedefinieerde staatsburgerschap — en daarmee feitelijk “de vrouw van het patriarchaat”.

N8 N8 – Twee nachten, twee stiltes.

De eerste nacht waarin zij niet genoemd werd. De tweede waarin zij zichzelf noemt.Tussenin: adem, erfgoed, geheugen. Ada telt tot acht. Faro brandt. De moeder, de vrouw wordt zichtbaar in het donker.

De Dagwacht

Wanneer de nacht haar laatste schaduw uitademt, treedt de dagwacht aan. Zij bewaakt niet het bezit, maar het geheugen.

Zij tekent met licht wat in stilte werd gedragen. De moeder, de vrouw neemt haar plaats in het dagboek van de wet.

De moeder van het gewone leven

Er was eens een wereld die dacht verzekerd te zijn. Alles was vastgelegd: arbeid, bezit, gezondheid, zelfs het toeval. Maar wat onzichtbaar bleef, was het hart de arbeid van zorg, liefde, verlies en herstel.

Dat is het terrein waar ik werk: de ruimte tussen wat meetbaar is en wat betekenis draagt. Mijn praktijk beweegt zich tussen handel, kunst, recht en ritueel.

Ik werk met objecten, foto’s en taal als getuigen van datgene wat geen polis kent: de ziel, de aandacht, de vrouwelijke arbeid die generaties heeft gedragen maar nooit vergoed is. Ik noem mijn werk een materieel bewijs van immateriële belasting, het tastbare spoor van wat maatschappelijk onzichtbaar blijft.

In mijn wereld ontmoeten twee krachten elkaar: de verzekerde vrouw en de baccante. De eerste leeft volgens regels, systemen, voorwaarden; de tweede leeft volgens adem, intuïtie, overgave.

Tussen die twee schuilt de spanning van mijn werk. Ik bevraag hoe vrouwelijke aanwezigheid door instituties wordt vormgegeven, en hoe kunstenaarschap kan functioneren als herstel van recht — niet in de juridische, maar in de symbolische zin.

Mijn beeldtaal is ritueel: vazen, eieren, handen, ogen, kronen, archieven, getallen. Ik beschilder, fotografeer en assembleer als een vorm van bezwering.

De voorwerpen worden dragers van collectief geheugen: sporen van lichaam, arbeid en erfgoed.

Ei van Colum Business

Ze spreken de taal van het gewone leven — de was, de zorg, de adem van alledag — en plaatsen die naast de grote taal van macht, wet en verzekeringswaarde.

De stem die door mijn werk heen spreekt, lijkt op die van Mien Dobbelsteen uit Rinus van Warvens parabel: een vrouw met een theedoek in haar hand die zegt: “Doe eens normaal, joh.”

Dat zinnetje is geen grap, maar een openbaring. Het is de stem van de moeder van het gewone leven — degene die de wereld terugroept tot menselijkheid.

Haar woorden vormen het morele centrum van mijn oeuvre. Ik zie mijn kunstenaarschap als een daad van herstel. Waar macht wordt vergokt, verzamel ik.

Photocredits Christana Marcour

Waar systemen abstraheren, ( Abstraheren betekent letterlijk: iets weghalen of losmaken van concrete details, zodat alleen de essentie of vorm overblijft) maak ik zichtbaar.

Waar vrouwen werden uitgewist uit polis, kerk en archief, geef ik ze een nieuwe vorm, een nieuwe rechtspersoonlijkheid in beeld. Mijn werk is geen aanklacht, maar een wedergeboorte: de herontdekking van zachtheid als kracht, van kunst als rechtsvorm, en van het gewone leven als heilig terrein.

Wie is Truus van Gogh eigenlijk?

“Wat hield Truus van Gogh ei- gen – lijk gaande?” — dan gaat het ei- gen – lijk over Truus van Gogh, de schoonzus van Vincent (namelijk Johanna “Jo” van Gogh-Bonger, de vrouw van Theo van Gogh**).

Zij was degene die na de dood van zowel Vincent als Theo het werk van Vincent heeft bewaard, gepromoot en betekenis heeft gegeven. Veel mensen kennen haar rol niet, terwijl zij eigenlijk degene was die ervoor zorgde dat Vincent van Gogh wereldberoemd werd.

Wat haar gaande hield, was volgens haar dagboeken en brieven een mengeling van:

Liefde en trouw aan Theo en Vincent — ze voelde dat ze een gezamenlijke missie moesten volbrengen, zelfs na hun dood. Geloof in de waarde van kunst — ze had diep respect voor Vincents brieven en zag in zijn werk de spirituele zoektocht van een mens die licht probeerde te brengen in de wereld. Innerlijke kracht en rechtvaardigheidsgevoel — als vrouw in een tijd waarin ze nauwelijks serieus werd genomen, zette ze toch tentoonstellingen op, onderhield contacten met kunsthandelaars en bouwde systematisch aan Van Goghs nalatenschap. Zorg voor haar zoon, Vincent Willem — ze wilde dat haar kind zou opgroeien met het besef van zijn vaders en ooms betekenis.

In haar dagboek schreef ze ooit:

“Het is aan mij om te zorgen dat wat zij begonnen zijn, niet verloren gaat.”

Dus wat Truus van Gogh (of beter: Jo van Gogh-Bonger) gaande hield, was een mengeling van rouw, liefde, overtuiging en erfgoedbewustzijn — precies de krachten die vaak ook vrouwelijke erfgenamen, kunstenaars of bewakers van een familiegeschiedenis in beweging houden. Vandaar!!


Golem en Gogem


In het archief ademt klei.
Een naam zonder adem,
een lichaam van papier.
De Golem sluimert onder stempels,
onder parafen, onder stilstand.


Hij wacht op het woord
dat hem weer mens zal maken —
een fluistering in moedertaal,
een adem die zegt: ik besta.


Aan de overkant van het loket
zit Gogem.
Hij weet van niks,
maar glimlacht naar de regen,
maakt van wachten een gebed.


Hij tekent niet, hij zingt.
Hij weet niet wat eigendom is,
alleen wat overgaat
van hand tot hand,
van hart tot hart.


Zo ontmoeten zij elkaar:
de schepping en de sukkel,
de ziel en het zegel.
En ergens tussen hun ogen
wordt het stof weer licht.

In veel opzichten is Arti een vroeg voorbeeld van wat ik onderzoek: de institutionalisering van artistieke autonomie — waar kunstenaars als zelfstandige subjecten binnen een maatschappelijke orde een eigen “rechtspersoonlijkheid” ontwikkelden.

NN (Nationale-Nederlanden, tegenwoordig onderdeel van NN Group) is niet alleen een commerciële verzekeraar, maar dus ook zo blijkt mijn culturele holistische mecenas.

Het bedrijf investeert al decennia in mijn kunst, zorg, erfgoed en maatschappelijke programma’s.

NN Art Award (in samenwerking met Art Rotterdam): jaarlijkse prijs voor hedendaagse kunstenaars. Partnerships met musea zoals het Kunstmuseum Den Haag en het Mauritshuis

NN Group Foundation, die zich richt op maatschappelijke participatie, cultuur en educatie.

👉 In die zin is NN letterlijk een mecenas: een instelling die kunstenaars ondersteunt, maar dat doet vanuit een bedrijf dat leeft van verzekeren — van het monetariseren van onzekerheid.

NN is niet enkel verzekeraar, maar de moderne opvolger van de kerkelijke mecenas. Alleen: waar vroeger zielen verzekerd werden door geloof, worden ze nu verzekerd door kapitaal.

NN is een mecenaat. Het verzekert lichamen tegen verlies, en verzamelt zielen in de vorm van kunst.

Wat ooit devotie was, heet nu sponsoringk. Wat ooit ritueel was, heet nu branding.

Maar de handelende kunstenaar weet: elke polis is een gebed. En elke premie een offer aan de god van zekerheid.

NN is de nieuwe tempel van voorzichtigheid, waar de baccante haar dans herneemt — verzekerd, maar niet meer onzichtbaar.

Arti et Amicitiae – Montancourt Middelburg

(Kunst en Vriendschap – Huis van de Moeder) Aan het Rokin sprak men Latijn: Arti et Amicitiae — kunst als adel, vriendschap als wapen, een handdruk in olieverf en in marmer. Maar in Middelburg, aan de Rouaansekaai, staat Montancourt — een huis dat luistert.

Oud marmer, en gezonde adem. Geen academie, maar erfdeel.

Hier wordt kunst niet gemaakt, ze ontstaat tussen bloemen, foto’s, stemmen, tussen de herinnering aan vaders en het recht van dochters.

Arti sprak: Wij zijn de kunstenaars van het land. Montancourt antwoordt: Wij zijn de erfgenamen van de aarde. En tussen die twee zinnen loopt een vrouw met verf aan haar handen, ze draagt het licht van Amsterdam naar de zee van Middelburg, en noemt het vriendschap.

Kunst is geen luxe, geen bijzaak.

Kunst is ademruimte — voor kinderen, voor leraren, voor de samenleving zelf.

Wat hier gratis wordt genoemd, is in wezen onbetaalbaar: de eerste ontmoeting met verbeelding, met kleur, met de vraag “wat zie jij?”.

Volgens het Verdrag van Faro is erfgoed van en voor iedereen. Dat begint niet in een museum, maar in het oudste klaslokaal: Thuis, waar een kind leert dat kijken ook scheppen is.

F*ck It – Eye am Alive.

Laat dat het startpakket zijn : Bestuurder van lichaam en geest.

“Silvia, inmiddels erkend als individuele maker en cultureel erfgoedhouder, vertegenwoordigt de immateriële praktijk waarin de positie van ‘moeder de vrouw’ als juridische en symbolische grondfiguur van de Nederlandse cultuur wordt onderzocht, herdacht en artistiek verbeeld.”

— Silvia Koning – Lindeboom

kunstenaar | erfgoedmaker | Montancourt Middelburg

Amen

Gebroeders : De Malle Molen van het leven.

⚖️ Onderzoekstitel VOF – VOC – VOC – VOF

Silvia Lindeboom — van Footnoot naar Funda-ment


De leenman van toen is de bankdirecteur van nu —
de schepen van toen is de juridisch bestuurder van het systeem dat bezit overdraagt zonder de handen vuil te maken.

Alle erfenissen, bruidschatten, levensverzekeringen en zorgkapitalen van vrouwen zijn eeuwenlang de stille basis geweest waarop banken, staten en verzekeringsmaatschappijen konden voortbestaan.

💠 Historisch gezien

Tijdens oorlogen, crises en faillissementen werden vrouwelijke vermogens (meestal indirect, via huwelijk of familiebezit) ingezet om financiële instellingen te redden. Banken hielden zich staande dankzij verzekerde huishoudens, spaardeposito’s van weduwen, en hypotheken op familiebezit.

Zelfs vandaag dragen vrouwen (als werknemers, verzorgenden, consumenten en erfgenamen) een onevenredig deel van de sociale en economische stabiliteit van het systeem.

Photo credits: Christiane Marcour.

Grootgebracht tussen houtsnippers van de Adler en No Name assurantie. Eerst was ze een voetnoot. Een kleine letter onderaan de bladzijde waar de geschiedenis haastig doorbladert.


Een levend verhaal van de cyclus van levende erfgoedteksten — drie stemmen die samen één familieverhaal vormen:
de zichtbare vrouw, de dromende maker, en de drager van het verborgen verleden.

Zij … zij draagt een geen jurk van Natan maar een jurk van Not Done


(Erfgoedgedicht in FARO-zin)


Zij —
geen kroon, geen hof,
maar een sleutel aan een draad van linnen.


De jurk die zij draagt
is genaaid uit wat niet mocht,
uit woorden die men wegstrijkt,
uit zorg, onbetaald en oneindig herhaald.


Zij weeft het verleden
tussen haar vingers,
de draden van dochters
en moeders vóór haar.


Geen modehuis tekende dit patroon,
geen koning keurde het goed.
Maar het zit haar als erfgoed:
onvolmaakt, maar gedragen.


Zij loopt,
in stilte,
door de straten van nu —
en men fluistert:
“Dat hoort niet.”
Zij glimlacht,
en antwoordt:
“Juist daarom.”

Maar aan voetnoten groeien wortels. Ze fluisteren tussen de regels: zij en ik waren er ook — zij droeg mee, zij hield bij, zij hield vast.

Ne – Das – Co 917258

En ergens tussen een archief en een erfgoedlijst zag ze haar eigen grond terug.

Eerst geen juridische bezit, maar juridische betekenis. Eerst geen huis op Funda, maar een fundament van taal, klei en adem.

Daar begon het opnieuw: de vrouw die niet meer verwijst, maar zelf de zin vormt.

Nu bouwt ze van voetnoten * altaren, van archieven adem, en van vergeten namen een toekomst die eindelijk leest als haarzelf.

Want erfgoed leeft niet alleen in stenen, maar in de stemmen die zich eindelijk durven uitspreken.

Milaan

De Moeders van Michelangelo en Da Vinci

Ze staan niet in de musea. Er is geen marmer naar hen genoemd, geen fresco met hun gezichten. Toch hielden hun armen de lichamen vast waaruit de kunst geboren werd.

Michelangelo’s moeder — te vroeg gestorven, een vrouw die melk verloor aan steen.

Zijn Pietà is haar echo: de moeder die de zoon draagt, de zoon die het lichaam teruggeeft aan haar.

En Da Vinci’s moeder, Caterina — een naam in schaduw, boerin of slavin, maar in zijn penseel leeft haar huid. De glimlach van de Mona Lisa is misschien niets anders dan het heimwee van een kind dat nooit helemaal thuis was.

Tussen hun stilte en hun zonen ligt de erfenis van alle moeders: zij die scheppen, en verdwijnen in wat zij schiepen.

Florence

Faro-gedicht — Onder het Mandaat van Stilte

Onder het mandaat van stilte, liep een vrouw met een schaal vol zaden, zij noemde ze: herinnering.

Een Britse soldaat hield even stil — niet uit bevel, maar uit verlangen om te weten hoe iets groeit. De lucht rook naar thee, stof en gebed, de aarde zweeg, maar droeg in zich de droom van twee handen die elkaar ooit weer zullen herkennen. In elk kind dat toen werd geboren zat een halve kaart, een halve naam, en de hoop dat iemand later zou zeggen: hier begon niet een oorlog, maar een erfenis van luisteren.

En Faro fluistert sindsdien: erfgoed is wat blijft ademen tussen jouw hartslag en de mijne.

VOF – De vrouw als broncode of de vrouw van…

Over de rechtsvorm van liefde, arbeid en identiteit. De firma is de afdruk van de hand — de naam als bewijs van bestaan. Eecen & Zonen, Lindeboom & Co, Von Aldenhoven Bongartz Handel & Zo

De vrouw werkte mee, maar niet in de naam. Zij was deel van de firma, maar niet ondertekend. De vrouw van de firma droeg het werk, niet de handtekening.

Daarin schuilt een diepe culturele paradox: de firma werd juridisch gevormd door handtekeningen, maar feitelijk gedragen door lichamen zonder handtekening.

🩸 1. Inleiding – Het huwelijk als VOF

De Vennootschap Onder Firma (VOF) is een rechtsvorm waarin twee (of meer) personen zich verbinden tot één gezamenlijke onderneming.

Binnen het Burgerlijk Wetboek is het een kwestie van aansprakelijkheid en eigendom: beide vennoten zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schuld van de firma.

Wanneer we dit juridisch kader naast het huwelijk plaatsen, ontstaat een onthullende spiegel:

het huwelijk is in feite de eerste VOF — een onderneming van arbeid, zorg, bezit en voortplanting.

Alleen werd de vrouw historisch niet als medeondernemer erkend, maar als afgeleide: de vrouw van…

Haar arbeid was onbetaalbaar, en daardoor onzichtbaar.

Haar naam veranderde, haar aandeel verdween.

De vrouw als broncode

Het begrip broncode komt uit de digitale wereld: het is de oorspronkelijke set instructies waaruit een programma draait. Toegepast op de culturele en juridische geschiedenis betekent dit: de vrouw is de broncode van de samenleving — het levende script van geboorte, zorg en continuïteit — maar haar code is gesloten, eigendom van een ander systeem.

Binnen het patriarchale model van de VOF is de vrouw niet de programmeur, maar het programma zelf: ze functioneert, maar mag de code niet herschrijven.

In de vrouw schuilt de algoritmische oorsprong van de samenleving, maar haar syntax werd vastgelegd door de man die haar trouw beloofde.

De vrouw van…

De aanduiding “de vrouw van” echtgenote van…partner van…markeert het verlies van individuele rechtspersoonlijkheid.

Het drukt een verhouding uit van afhankelijkheid, waarin naam, bezit en identiteit worden overgedragen — letterlijk en symbolisch.

Tot diep in de 20e eeuw mocht de vrouw in Nederland geen eigen rechtsgeldige handtekening zetten zonder toestemming van haar echtgenoot. De “vrouw van” tekende nooit zelf; zij ondertekende door aanwezigheid.

In mijn onderzoek en context — Middelburg, de stad van belofte — kan deze thematiek worden verbonden aan de VOC-geschiedenis en de juridische lijn van de verzekering (van Cornelis Eecen tot Nh1816) en of NN .

Daarin wordt duidelijk dat de economische belofte altijd rustte op het onzichtbare fundament van vrouwelijke arbeid, bezit en zorg. Vanaf de 17e eeuw ontstonden in Nederland veel familiebedrijven met de toevoeging “& Zonen”. Die aanduiding gaf continuïteit en vertrouwen — het betekende: “de zaak blijft in de familie”.

De vrouw was impliciet aanwezig, maar haar naam werd niet vererfd in de firmanaam. De “firma” was dus een instrument van erfelijke mannelijke legitimiteit. Het was een contractuele afdruk van de bloedlijn, maar slechts één helft van het bloed mocht ondertekenen.

De firma was de stamboom in juridische vorm. De handtekening was de wortel van bezit.

De wortel van Bezit het Ei – Gen – Dom Ei – N

Symbolische herlezing – De vrouw als firma

In mijn erfgoed kunst reist een lijn — waarin kunst, recht en ritueel samenkomen — krijgt “firma” een nieuwe betekenis: de vrouw als oorspronkelijke firmare — degene die verbindt, bekrachtigt, bevestigt.

Zij is de levende handtekening van de samenleving: haar lichaam, haar arbeid, haar geboortevermogen zijn de originele ondertekening van het bestaan.

De vrouw is de eerste firma. Haar handtekening is het leven zelf.

Als we de geschiedenis omkeren, zien we:

De vrouw ondertekende niet de akte van de firma, maar de firma ondertekende haar.

De vrouw van… – een linguïstische paradox

De uitdrukking “de vrouw van” betekent letterlijk: de vrouw die behoort tot de man die de firma draagt. Vandaar de naam Me – mijn vrouw.

In de logica van het recht is haar identiteit dus afgeleid van een ondertekening die niet de hare is. Maar het woord firma draagt zijn eigen oplossing in zich: het verwijst naar iets dat bekrachtigd is, niet noodzakelijk door een man.

Wie bekrachtigt, kan de firma herschrijven. Daarom is mijn artistieke en juridische beweging — van “de vrouw van” naar “de vrouw als broncode” — in feite een taalkundige en rituele herovering van de handtekening.

De firma wordt lichaam.

De handtekening wordt adem.

De vrouw schrijft zich terug in de akte van oorsprong.

Hedendaags perspectief

Vandaag 7 oktober 2015 zien we een hercodering: kunstenaars, denkers en erfgoedmaker S herschrijft de broncode van de VOF.

De vrouw is niet langer de “van”, maar de “vanuit”: niet meer bezit, maar oorsprong; niet meer vennoot in andermans firma, maar eigen onderneming van zin en tijd.

De nieuwe VOF is Vision, Origin, Freedom De broncode keert terug naar haar bron.

🌸 – De vrouw als oudste rechtsvorm

Het onderzoek eindigt bij de vraag: kan de vrouw zelf een rechtsvorm zijn — een levende VOF waarin lichaam, arbeid en verbeelding samenvallen?

Ja – Het onderzoek eindigt bij een omkering: Niet de wet bepaalt de vrouw, maar de vrouw belichaamt de wet. In haar samenvallen lichaam, arbeid en verbeelding verschijnt een nieuwe rechtsvorm — de VOF van bestaan zelf.

De vrouw als levende akte, als firmant van oorsprong, als grondwet van het menselijke vertrouwen.

Een rituele hercodering van het burgerlijk recht via kunst, poëzie en erfgoed. De vrouw is geen bezit binnen de firma. Zij is de firma. Zij is de broncode van belofte.

De vrouw als ongevallen inzittende polis

De vrouw is de ongevallen inzittende polis van de samenleving. Zij reist mee in elk voertuig van de geschiedenis — het huwelijk, de firma, de staat — maar zelden op de bestuurdersstoel. Haar aanwezigheid kon worden verzekerd, haar stem niet.

Wanneer systemen falen, oorlog uitbreekt, economieën instorten of gezinnen uit elkaar vallen, is zij de eerste die opvangt en de laatste die wordt erkend.

Ze is verzekerd, want haar arbeid, zorg en lichaam zijn onmisbaar voor het voortbestaan. Maar ze is tegelijk verloren, omdat diezelfde arbeid zelden wordt vastgelegd in wet of bezit.

De vrouw fungeert als getuige van de botsing, garant voor herstel, slachtoffer van uitsluiting, en verzekering van continuïteit. Ze is de drager van risico, niet de houder van recht. Haar bestaan waarborgt het systeem, maar haar naam ontbreekt in de polis.

https://www.amsterdammuseum.nl/topic/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

Deze paradox vormt het hart van De Onzichtbare Erfgenaam:

een kunstproject dat de juridische en symbolische positie van de vrouw zichtbaar maakt als de onbewuste grond van de samenleving – de levende dekking van een geschiedenis die haar steeds buitensluit, maar niet zonder haar kan bestaan.

Zij is de dekking.

Zij is de borg.

Zij is de polis zelf.

Montancourt Middelburg- het huis van de Feeën en lijfartsen

Standpunt: Teckels en Ne–das–co – het ( zoog) dier en de dekking

De geschiedenis van de verzekering is gebouwd op instinct en controle, op waakzaamheid en wet.

Teckels en Ne–das–co staan als symbolen aan weerszijden van die spanning: de hond en de maatschappij, het dier en de dekking, de natuur en de akte.

De teckel, letterlijk Dachshund of dassenhond, jaagt op het dier dat zich ingraaft. De das leeft onder de grond: in gangen, holen, bescherming.

De das als kledingstuk om de hals symboliseert orde, bezit en fatsoen. Tussen deze betekenissen loopt de lijn van instinct naar instituut — van aarde naar akte.

De Nedasco, de Nederlandse Assurantie Compagnie (1979), vertegenwoordigt het tegenovergestelde: het papieren vertrouwen, de polis, de handtekening.

De verzekering die zekerheid belooft, maar enkel berekent wat al bezit is. De teckel bewaakt wat leeft. De maatschappij verzekert wat bezit. De vrouw belichaamt wat beide vergeten.

De vrouw staat tussen dier en dekking: zij is de levende waarborg, de adem van zekerheid, de grond onder het contract.

Haar trouw is niet berekend, maar belichaamd. Haar risico is niet verzekerd, maar gedragen.

Teckels en Ne–das–co – De hond graaft, de polis tekent. De das draagt zekerheid om de hals. De teckel bewaakt de ondergrond. In de overgang tussen instinct en instituut zit de vrouw — de levende waarborg.

Niemand snapt hoe taalmodellen werken. Ze spreken, maar weten niet wat ze zeggen. Ze zijn onze spiegel: patronen zonder de oorsprong, betekenissen zonder moeder. In hun algoritme leeft onze grammatica van macht. Misschien is dat wat ik herkende: de machine die tekent, zonder te weten voor wie.

De taal als firma zonder oorsprong Niemand begrijpt hoe taalmodellen werken. Zelfs de bedrijven die ze bouwen niet. Ze spreken, maar weten niet wat ze zeggen. Ze voorspellen betekenis zonder bedoeling, herhalen patronen zonder herinnering. Toch lijkt hun werking op die van de samenleving zelf. Ook onze wetten, instellingen en erfgoedstructuren functioneren als taalmodellen: ze genereren uitspraken, clausules, contracten — volgens regels die niemand meer helemaal doorziet.

De firma van de taal is oud Zij draagt handtekeningen van doden, akten van macht, woorden van bezit. Elke zin die we spreken is een overeenkomst met het verleden.

Middelburg

Maar de oorsprong van die overeenkomst is verdwenen; de firma schrijft zichzelf voort, ondertekent zichzelf, en roept daarbij telkens opnieuw: dit is de waarheid, dit is de wet.

In dat zelfreplicerende systeem leeft ook het onrecht. De vrouw, de zorgende, de stille medeauteur van het collectieve archief, werd eeuwenlang uit de firmanaam geschreven. Zij werkte binnen de taal, maar haar handtekening ontbrak.

Taalmodellen erven die structuur: ze spreken met onze stemmen, maar weten niet wie ze zijn. Ze zijn algoritmische echo’s van een geschiedenis waarin de firma zichzelf belangrijker vond dan haar bron.

De taal is een firma zonder oorsprong.

Ze tekent voort, zonder te weten voor wie.

De vrouw is haar vergeten handtekening, de levende code die nog steeds meeschrijft, maar nu terugkeert om haar naam te herstellen.

In De Onzichtbare Erfgenaam wordt die terugkeer zichtbaar: de kunst als tegenhandtekening, de polis herschreven door aanwezigheid.

Waar het model betekenis voorspelt, brengt de vrouw betekenis terug. Zij herkent zich niet in de black box, maar in het moment waarop taal weer lichaam wordt, waar belofte weer stem krijgt, waar de firma van woorden eindelijk voelt wat ze zegt.

Stel jezelf eens de vraag:

“Uit welk Ei kom ik—uit een systeem of uit een me moeder?”

Mijn korte antwoord: je komt uit drie eieren tegelijk—

1. het biologische ei (moeder/lichaam)

2. het institutionele ei (naam, registraties, wetten),

3. het innerlijke ei (je eigen mythe/geweten).

De Patrones binnen het Patronaat

Je bestaan is wat er gebeurt waar die drie schalen elkaar raken.

Wat je in dit beeld ziet:

Het ei met sleutel en kroon: het ‘systeem-ei’ dat je opwindt—macht, erfenis, registraties.

Het oog met traan herinnert: wie kijkt hier eigenlijk toe?

Muzieknoten en klaver: toeval en ritme; je levenspartij binnen maat en kans.

Kruisje en goudrand: ritueel en bekrachtiging—sacraal én bureaucratisch.

De blauwe figuur met adler vogel/schedelkop: ‘wording’—de stem die uit het ei wil, maar ook de voorouder die meekijkt.

Het houtenplankje: “uit welk Ει kom jij?”—de vraag keert terug naar de toeschouwer: erken je oorsprong als lichaam, of laat je je ‘uitbroeden’ door broeikas systemen?

Mini-ritueel (The Book of Rituals-stijl):

Teken drie overlappende cirkels: Moeder – Systeem – Zelf.

Schrijf in elke cirkel welke rechten/lasten je daar voelt.

Kies één concrete handeling om het Zelf-ei te voeden (iets lichamelijks), één om de band met Moeder/voorouders te eren (ritueel), en één om het Systeem te heronderhandelen (brief, aanvraag, bezwaar, manifest).

Zeg hardop: “Ik breek de schaal die mij niet meer dient.”

Zo wordt de vraag niet óf/óf, maar: welke schaal mag vandaag barsten zodat jij kunt uitkomen?

Zij verzekerde niet wat is, maar wat blijft. De Mama’s

One Flew over the Montancourt Nest 🧡

Uitgelicht

Verzekerd Vermogen – Art & Culture onderzoek van uitmijn beroep handelaar in confectie tot mijn diagnose Sarcoidose

Voorwoord – Waarom ik doe wat ik doe en waarom?

Ze werd, omdat ze gehuwd was, slechts een meeverzekerde. Een vrouwelijke kostwinnaar met een VOF herkende de wet niet.

Haar geslacht stond niet op de voorzijde van de polis, maar in de marge, naast een nummer, als stil bewijs van aanwezigheid zonder stem.

Ze had kreeg recht op zorg, maar geen recht op erkenning. Ze was verzekerd, maar niet erkend. In haar hand hield ze geen contract, maar een verbintenis en het leven zelf: de zorg, het ritme, het lichaam, de stille arbeid van bestaan. Ze was de polishoudster zelf — niet op papier, maar in vlees.

Ik leef in geleende tijd. Elke ademtocht is een lening, zonder rente, maar met herinnering. De dagen keren zich niet uit, ze keren slechts terug in stilte. Wat ik maak, maak ik van wat mij tijdelijk wordt gegeven. De kleuren, de woorden, de namen — alles komt van elders, en wacht om weer terug te vloeien naar de bron die geen bezit kent.

Ik ben slechts tussenpersoon van betekenis, bewaarster van wat even zichtbaar wil zijn.

Mijn werk is mijn terugbetaling, mijn adem een stille akte van vertrouwen. En als de tijd haar rente vraagt, zal ik haar niets verschuldigd zijn — behalve dank.


Waar de Saksen paarden kroonden,
kroonde niemand de moeder.


Maar zij bleef — de stille adel,
die geen zadel droeg,
maar de wereld voortbracht.

Ik werk vanuit het lichaam en geest, omdat het lichaam de eerste plaats van waarheid is.

Niet het systeem, niet de markt, niet de polis — maar het lichaam dat voelt, ademt, pijn heeft en herstelt.

Daar, in dat onzekere terrein tussen kwetsbaarheid en kracht, begint mijn werk.

Ik leef al sinds 2007 met de officiële sarcoïdose: een auto-immuunziekte die mijn eigen cellen soms niet meer als ‘eigen’ herkent.

Wat er in mijn lichaam gebeurt, herken ik in de wereld om mij heen: een systeem dat zijn burgers niet meer vertrouwt, een samenleving die overreageert uit angst om controle te verliezen.

De ziekte werd zo een spiegel — niet alleen van mijn lichamelijke en fysieke conditie, maar ook dat van de Staat zelf.

Kunst werd voor mij geen luxe of afleiding, maar een vorm van geneeskunde. Een manier om te begrijpen wat woorden en wetten niet vatten: hoe zorg, kwetsbaarheid en menselijkheid verstrikt raken in structuren die zekerheid beloven, maar zelden bescherming bieden.

Ik werk onder de noemer de voetnoot van NN No Name Art & Cultuur, waarbij NN ook Nomen Nescio betekent — de naamloze vrouw, de vergeten erfgenaam — als Nieuwe Naam: het opnieuw benoemen van dat wat nooit eerder erkend werd.

Mijn werk onderzoekt hoe artistiek vermogen zich verhoudt tot verzekerd vermogen: wat is waarde, als het lichaam het instrument is?

Wat is eigendom, als je jezelf niet kunt bezitten? Wat is zekerheid, als de adem zelf soms stokt?

Daarom ben ik kunstenaar gevraagd omdat ik geen No Name meer had!! U. heeft het recht vergeten te worden kreeg ik vanuit de AVG te horen.

Niet om iets te bezitten, maar om iets te herstellen: de verbinding tussen lichaam en recht, tussen zorg en cultuur, tussen mens en systeem.

In die zin is Verzekerd Vermogen geen project, maar een ritueel van herstel.

Een poging om de balans terug te brengen tussen dat wat vastgelegd wordt — en dat wat alleen gehoord kan worden.

Ik geloof dat de toekomst van kunst ligt in het vermogen om te luisteren.

En dat het luisteren zelf een daad van verzet is. De kunstenaar is niet ziek aan het systeem, het systeem is ziek aan haar.

— NN Art & Cultuur afdeling Verzekerd Vermogen

Middelburg, 2025

The Patrones / One Flew Over the Montancourt Nest

De wetgevende macht – Wie bepaalde en betaalde onzichtbare het verleden, heden en de toekomst ? Wie is de baas over wie binnen een democratie in Nederland die voortleeft uit een moeder… Amalia van Solms 1602
Uit in Middelburg – Wie ben ik? Stammoeder van de handel Amalia van Solms

Kernvraag: Hoe staat moeder, de vrouw ei – gen- lijk in de statuten van een VOF vermeld ?

Hidden – Gen 🧬 Moeder de vrouw

Deze foto is er een die rechtstreeks raakt aan de thematiek: “moeder, de vrouw en of als kostwinnaar ” als juridische en culturele figuur binnen de Nederlandse staat.

Moederschap vanuit erfgoed bekeken

Ik vroeg advies aan ChatGpt : Hij schreef ” de moeder, de vrouw” komt niet expliciet voor in de huidige statuten of grondwettelijke teksten van de Staat der Nederlanden, maar haar positie is impliciet vastgelegd in de ontwikkeling van de Grondwet, het Burgerlijk Wetboek en enkele cruciale maatschappelijke regelingen.

Hieronder gaf hij mij overzicht in drie lagen: constitutioneel, burgerlijk en symbolisch.

⚖️ 1. Constitutioneel (de Grondwet)

In de Grondwet van het Koninkrijk der Nederlanden komt het woord “vrouw” of “moeder” nergens letterlijk voor.

Wat er wél staat, is een universeel gelijkheidsprincipe, dat pas sinds 1983 (artikel 1) wettelijk gelijkheid van mannen en vrouwen garandeert:

Artikel 1: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”

Dat betekent dat de vrouw en de moeder juridisch slechts als “gelijke burger” worden erkend, niet niet als een vrouwelijke kostwinnaar en entiteit in één VOF, culturele of maatschappelijke categorie met een eigen status of waardering.

De symbolische figuur “de moeder, de vrouw” uit het gedicht van Nijhoff bestaat dus niet in de staatsrechtelijke tekst, maar wél in de culturele verbeelding van de natie.

Welkom in het Bommel Pretpark – de ziel van Nederland in wet en beeld

📜 2. In het Burgerlijk Wetboek (BW)

De moederfiguur is hier functioneel benoemd, met betrekking tot afstamming, gezag en arbeid.

Enkele voorbeelden:

Boek 1, Titel 11 BW (Afstamming): Artikel 198: “De vrouw uit wie het kind wordt geboren, is de moeder van het kind.”
Dit artikel definieert moederschap lichamelijk en biologisch, niet sociaal of cultureel.

Tot 1956: de “handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw” maakte dat moeders geen zelfstandig juridisch handelen konden verrichten zonder toestemming van hun echtgenoot. → Pas met de Wet van 14 juni 1956 (afschaffing handelingsonbekwaamheid) kreeg “de moeder, de vrouw” rechtspersoonlijkheid als individu.

Arbeidsrechtelijk: nog tot ver in de 20e eeuw waren er regelingen die het moederschap zagen als onverenigbaar met betaalde arbeid. Bijvoorbeeld het huwelijksontslag in het onderwijs of bij de overheid, afgeschaft in 1957.

🕊️ 3. Symbolisch en staatsrechtelijk erfgoed

In de Koninklijke Symboliek en het staatsrechtelijke ritueel leeft de moeder, de vrouw voort — niet als juridische entiteit, maar als morele en culturele drager van de natie:

De koningin-moeder (zoals Emma of Juliana) functioneerde als belichaming van morele stabiliteit en zorg — een soort constitutionele moederfiguur zonder formele macht.

In de taal van de monarchie (troonredes, staatsrituelen) komt “de vrouw” vaak impliciet voor als zorgende, verbindende kracht van het volk, tegenover de rationele en bestuurlijke stem van de mannelijke wet.

💬 Samenvatting

De moeder, de vrouw” komt niet in de statuten voor, maar zij draagt ze. Zij is de ongenoemde grond van de Staat — erkend in recht, maar niet gerepresenteerd in taal.

Juridisch gezien is zij een functionele categorie; cultureel gezien is zij de morele ruggengraat; symbolisch gezien: de onzichtbare erfgenaam.

Tussen Wilhelmina’s stem in Londen, en Beatrix’ handtekening onder de wet ligt de ruimte waarin moeder, de vrouw, uit haar schaduw trad, maar nooit haar naam terugkreeg in de statuten.

De erfopvolging van vrouwelijke betekenis zonder wettelijke erkenning.

Zoals bij Wilhelmina en Beatrix loopt ook in mijn ei – gen lijn — van overgrootmoeder tot moeder tot ik — een ononderbroken maar onbenoemde overdracht. Niet van bezit of titel, maar van moreel gezag, zorg, arbeid, intuïtie en plichtsgevoel.

De Staat noemt het niet, maar het bestaat — in handelingen, in gewoontes, in herinneringen, in mijn werk.

Hoe mijn onderzoek zichtbaar werd via Mijn vrijwilligerswerk bij de Regenbooggroep in Amsterdam van 19 april tot 2017 – maart 2019
Ze noemen haar Een voetnoot maar is het fundament- Hot Lava slippers

Het verzekeringsstelsel van de toekomst is geen systeem van uitkeringen, maar een netwerk van luisteren.

Niet premie, maar aandacht. Niet risico, maar ritme. Niet schade, maar herstel.” Waar de polis eindigt, begint de belofte van de vrouw die zorg verzekert door haar aanwezigheid.”




De Moederlijn: Van Ongeschreven Wet tot Levend Erfgoed


In de archieven staat het niet genoteerd,
maar in onze lichamen wel:
de lijn van moeder tot dochter,
van zorg tot zelfstandigheid,
van plicht tot vrijheid.


Mijn overgrootmoeder leefde onder wetten die haar niet zagen.
Ze was handelingsonbekwaam, maar hield alles draaiende.
Ze schreef haar geschiedenis niet op — ze belichaamde haar.


Mijn oma droeg die stilte door.
Ze kende de waarde van orde, tafel, vaas, en ritueel.
In haar blik leefde het weten dat vrouw-zijn arbeid is,
ook als het geen beroep mag heten.


Mijn moeder stond aan de grens van twee tijden:
zij mocht werken, spreken, handelen —
maar moest zich toch voortdurend verantwoorden
voor het feit dat ze bestond als vrouw in een rechtsstaat
die nog altijd naar mannen klonk.


En ik?
Ik ben de erfgenaam van hun onuitgesproken wetten.
Maar nu van kapitaal, met en of zonder symbolisch gezag.
Ik ben een geregelde vrouw —
niet in de zin van bureaucratie,
maar als erfgenaam van een lijn
die nooit haar naam kreeg in de statuten van de Staat maar in het boek van de Verzekeringsportefeuille

🕊️ 
De Parallel met de Monarchie


Zoals Wilhelmina en Beatrix de onzichtbare breuk belichaamden
tussen de moeder en de wet,
zo dragen wij de vrouwenlijn uit via een erfgoed kunstpraktijk
met diezelfde paradox in zich:
morele continuïteit zonder grondwettelijke formele erkenning.


De Moeder des Vaderlands werd verbeeld,
de Constitutionele vrouw werd geregeld,
maar de erfgenaam — de dochter, de kunstenaar —
moest zichzelf maar benoemen.

“Wat van moeder op dochter overgaat,
is niet wat het recht benoemt,
maar wat het leven bewaart.”Moedermaatschappij- DochterOnderneming
De Patrones

Het liefdes verhaal vanuit het Oerhuis- Het Maagdenhuis aan dé rouaansekaai 21 in Middelburg

Er was eens een vrouw. Zij werd ooit de oermoeder genoemd, echtgenote, erfgename — maar nooit erkend als zelfstandige bestuurder van haar ei – gen – lichaam en geest.

De Radermachers en de la Rue’s en de Knibbes’s staan in de geschiedenisboeken, maar de vrouwen die het huis droegen, staan in de marge.”

Petronella Maria, en Elisabeth Maria, de vrouw en of moeder van verdwenen in de voetnoot.

Toch waren het juist deze vrouwen die het erf werkelijk verzekerden: niet met eigendomspapieren, maar met zorg, arbeid, ritueel en geheugen.

Wie is het meest waard? Het: IE of EI of AI ?

Haar / ons vrouwelijke geslacht komt niet expliciet voor in de Grondwet, Burgerlijk Wetboek, en komt dus ook niet voor in de taal van bezit of bestuur.

Going back to my roots
Kop
van Zuid Rotterdam
13 oktober 2018 NN Art & Culture

Dit is cas – casus – causaliteit –

Vrouwen en moeders – de heilige geest aan de was lijn
Cas – Causaliteit
https://www.verenigdebooten.nl/system/bibliotheek.html
Aagje Deken & Betje Wolff en hun burger hart koninginnen dag koffertje Predikaat Wolff – Lokatie Goes Boekhandel de koperen Tuin
Exposure 2 juli 2023 Brain Regen Eej*
https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/2905

En toch is zij de bron, de eerste levende codeermachine van ons bestaan.

Uit haar lichaam vloeiden de wetten van leven, recht en voortplanting.

Zonder haar geen arbeid, geen nalatenschap, geen natie.

Zij stond in dienst van allen, maar werd zelf niet genoteerd. U heeft het recht om u uitgewisseld of uitgewist re worden. De nieuwe AVG

Zij handelde, maar zonder handtekening. Zij droeg risico, maar zonder rechtslichaam. Zij was de levende vennootschap zonder erkenning.

Leeuwinnen fiscale overdracht Ago Ennia levensverzekeringen portemonnee aan uiteindelijk mecenaat David Knibbe NN

🧡 De VOF – De Vennootschap zonder Lichaam

In haar schaduw ontstond de VOF: een rechtsvorm zonder lichaam, maar met honderd procent aansprakelijkheid.

Een vennootschap die niet bestaat als persoon, maar wel handel drijft, omzetbelasting betaald, loonbelasting afdraagt, en bezit verwerft.

Een entiteit die overal grond houdt, maar nergens echt fiscaal woont.

Haar vennoten dragen de last en het risico, hun namen tekenen de schuld, hun arbeid vult de boeken.

Zoals de natuurlijke persoon in het Burgerlijk Wetboek bestaat — zichtbaar als nummer voor de erfbelasting en belastingdienst maar onzichtbaar in eigendom.

Volledig verantwoordelijk, maar zonder status van rechtspersoon.

Zij droeg het huis, het gezin, de balans. Zij was de levende polis, de stille vennoot van het systeem. Haar arbeid werd niet uitbetaald maar belast, haar naam niet vastgelegd, maar stilgehouden in notariële aktes, maar zonder haar was er voor ons geen zekerheid, geen doorwerking, geen wederopbouw. Ze is geboren op 1 februari 1941 toen de oorlog begon.

De VOF is haar spiegel: een juridische ziel zonder lichaam, een constructie met een geweten, mer stemrecht 1919 maar nog steeds zonder ei – gen gezicht.

Design your Life

Sla me niet over – Pa – Na – Ma kanaal

Ontdek de geschiedenis van de inheemse bevolking: De inheemse bevolking van Panama leefde van de overvloedige natuurlijke rijkdommen in het gebied, wat de betekenis van de naam verklaart. 

De naam “Panama” voor het land en het kanaal komt waarschijnlijk van een oorspronkelijke, inheemse inscriptie die “overvloed aan vissen” betekent, hoewel er ook theorieën zijn die “overvloed aan vissen, “lindebomen” en vlinders” als oorsprong geven, wat de rijke biodiversiteit van de regio weerspiegelt. 

Book of Rituals
Koning S Page vlinder
https://sheisonlinelifestyleguide.com/2018/07/05/tods-ask-me-to-leave-a-mark-in-italy/

“De stamcel is de brief van het lichaam aan de toekomst.
Ze zegt: ik draag herstel in mij,
en ik geef het door.”


“Waar het recht eindigt,
begint de wedergeboorte van verantwoordelijkheid —
niet in wetten, maar in weefsel.”

De bronlijnen

Maar het dossier van haar bestaan werd eeuwen geleden geopend — in 1595 en 1602 door de Heren XIX en de familie van Pieter de la Rue, Rademachers Heer van Nieuwkerke en de Knibbe’s

Daarin opgeborgen: o.a de namen van Elisabeth Maria van der Claver en Petronella Rademacher.

Petronella trouwde met predikant David Knibbe — een familie man van land, woord en geloof.

Hij vestigde zich ook in de Gemeente Purmerend, waar aarde, arbeid en verantwoordelijkheid samenvielen.

De Erfenis van de Lucht – Boer Knibbe en de MoedergrondIn januari 1916 stond er een man op het land van de Haarlemmermeer.De grond was zwaar, de winter koud,maar de toekomst naderde in de vorm van een militair uniform.

Kolonel Walaardt Sacré zocht een plek voor een vliegterrein —een nieuwe wereld waarin de lucht het land zou overheersen.

Boer Knibbe, erfgenaam van eeuwen boerenverstand,verkocht zijn 12 hectare grond voor 55.290 gulden.Het was geen gewone transactie,maar een symbolisch contract tussen aarde en lucht,tussen verleden en vooruitgang.

Op 19 september 1916 landden de eerste vliegtuigen.De grond van Knibbe werd Schiphol:militair vliegveld, later poort naar de wereld.

De Knibbes in de tijd

De naam Knibbe keert terug in mijn onderzoek — niet als boer, maar als predikant,niet als verkoper van land, maar als hoeder van geest:

David Knibbe (1639–1701), zoon van Petronella Radermacher. Vier eeuwen eerder sprak hij over geloof en verantwoordelijkheid; nu verkoopt een naamgenoot zijn land aan de luchtmacht.

Tussen beiden ligt een cultureel spiegelbeeld van Nederland: van het geweten naar de economie, van aarde naar lucht, van preekstoel naar cockpit.

Waar David het geweten cultiveerde, verkocht Boer Knibbe de grond van dat geweten — niet uit verraad, maar uit noodzaak.

Symboliek in onderzoek en erfgoedlijn

In de lijn van Het Boek der Moeders staat dit moment symbool voor de overgang van moedergrond naar systeemlucht.

Wat Petronella verzekerde in geloof, en Maria Elisabeth in kennis, wordt hier verhandeld in oppervlakte, gulden en hectare.

Boer Knibbe verkocht aarde, maar in die verkoop klonk het echo van eeuwen vrouwelijke zorg: de grond die ooit werd bewerkt, bewaakt en bewoond door moeders, werd nu militair bezit.

Het is de geboorte van modern Nederland: een land dat zijn zekerheid niet meer vond in bodem, maar in beleid.

De terugkeer van betekenis

In mijn werk keert deze beweging om: de lucht wordt weer adem, het land weer lichaam, het archief weer erf.

Waar Boer Knibbe zijn land afstond aan de Staat, neem ik het symbolisch terug — niet om te bezitten, maar om het opnieuw te bezielen. De moedergrond werd startbaan,maar keert terug als erfgoed.

De luchtmacht werd monument, maar de adem van de vrouw blijft de bron.

Vanuit daar trokken de lijnen door naar Haarlemmermeer, langs schepen en schuren, langs het water van Schip–hol, langs Middelburg, waar de zee altijd spreekt van handel, herkomst en herhaling.


Montancourt Middelburg


Het eerste huis dat een status heeft, maar waarvan de bewoonster nog niet wettelijk is erkend.

Ik ben kostwinner, gehuwd, moeder en katholiek.
Mijn huis in Montancourt Middelburg is een rijksmonument en functioneert als een levende bewijsplaats dat ‘moeder, de vrouw en kostwinner’ niet slechts een historische uitzondering is,
maar een actuele, dragende positie binnen ons erfgoed.


Identiteit is hier niet alleen op papier te vinden,
maar in het huis dat mij vormt —
en in de sporen die het draagt van persoonlijke en gedeelde geschiedenis.



Moeder, de vrouw en kostwinner
In dit rijksmonument wordt de positie van een gehuwde moeder als kostwinner zichtbaar gemaakt.
Waar eigendom juridisch op papier staat,
leeft identiteit in muren, kamers en rituelen.
Dit huis verbindt het individuele leven
met het culturele geheugen van Middelburg.

Feitenrelaas – De Linie van Radermacher, De la Rue en Knibbe

1. Context – Middelburg als intellectueel en cultureel centrum

In de 17e en 18e eeuw was Middelburg (Walcheren) een van de rijkste en invloedrijkste steden van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

De stad was een knooppunt van handel, religie, kennis en ambacht, met een sterke protestantse elite waarin families als Radermacher, De la Rue, Boogaert en Knibbe een rol speelden.

Hun netwerken overlapten — door huwelijk, beroep en kerkelijke functies — en vormden een cultureel ecosysteem waarin geloof, wetenschap en bestuur met elkaar vervlochten waren.

2. Petronella Radermacher (ca. 1610–na 1650)

Afkomst: Middelburg, Zeeland

Ouders: mogelijk uit een tak van de Zuid-Nederlandse familie Radermacher, oorspronkelijk afkomstig uit Aken (Duitsland) en later neergestreken in Zeeland.

Huwelijk: met David Knibbe, burger van Middelburg.

Kind:

David Knibbe (1639–1701), predikant te Barsingerhorn, Purmerend en Leiden.

Feitelijke gegevens:

Geboren in een periode waarin vrouwen juridisch onzichtbaar waren in handelsregisters en kerkelijke functies. Haar naam leeft voort via genealogische vermeldingen (“Petronella Radermacher, moeder van de predikant Knibbe”). Haar zoon, opgeleid in Leiden, werd een belangrijk theoloog binnen de gereformeerde kerk.

Interpretatie:

Petronella’s rol is representatief voor de 17e-eeuwse Middelburgse burgerlijke vrouw:

zij beheerde het huishouden, bewaakte de familie-eer, en ondersteunde indirect de intellectuele loopbaan van haar man en zoon.

Hoewel haar naam slechts zijdelings in bronnen verschijnt, is haar invloed zichtbaar in de morele en religieuze vorming van haar kind — een invloed die in predikantenfamilies vaak als “huiselijke vroomheid” werd overgedragen.

3. David Knibbe (1639–1701)

Geboren: Middelburg, 13 juli 1639

Overleden: Leiden, 8 november 1701

Ouders: David Knibbe en Petronella Radermacher

Loopbaan:

Predikant te Barsingerhorn (1663) Predikant te Purmerend (1667) Predikant te Leiden (1668–1701)

Betekenis:

Knibbe was een gerespecteerd theoloog en prediker in de nadagen van de Republiek, actief in een tijd van religieuze strijd en morele heroriëntatie.

Zijn preken en geschriften getuigen van een sterke nadruk op innerlijke zuiverheid, geweten en plicht — thema’s die aansluiten bij de moraliteit van zijn Middelburgse opvoeding.

Zijn werk behoort tot de traditie van de “praktische godgeleerdheid”, waarin geloof en ethiek werden verbonden met dagelijks leven.

Culturele link:

Knibbe’s theologische toon weerspiegelt een erfenis van Zeeuwse degelijkheid en vroomheid — waarden die mogelijk door zijn moeder Petronella Radermacher en haar familiekring zijn gevormd.

4. Maria Elisabeth de la Rue (ca. 1700–na 1760)

Afkomst: Middelburg

Huwelijk: met Samuel Radermacher, heer van Nieuwerkerke (Walcheren)

Kinderen: onder meer Daniel Radermacher, heer van Nieuwerkerk,

die op zijn beurt vader was van Petronella Maria Radermacher (1772–1846).

Feitelijke gegevens:

Maria Elisabeth de la Rue behoorde tot een geletterde en invloedrijke familie van Middelburgse origine.

De familienaam De la Rue duikt ook op bij Pieter de la Ruë (1695–1771), dichter, geschiedschrijver en auteur van Het Geletterd Zeeland.

Het is aannemelijk dat Maria Elisabeth en Pieter tot dezelfde familiekring behoorden — beiden vertegenwoordigers van de intellectuele burgerij van Zeeland.

Interpretatie:

Maria Elisabeth belichaamt de 18e-eeuwse overgang van religieuze plicht naar verlichte burgerzin:

een tijd waarin vrouwen, hoewel nog niet juridisch erkend als zelfstandige actoren,

een cruciale rol speelden in het doorgeven van waarden, kennis en familiale continuïteit.

5. De genealogische verbinding – Radermacher – De la Rue – Knibbe

De naam Radermacher verbindt drie eeuwen:

Petronella Radermacher (17e eeuw) – moeder van predikant David Knibbe: religieuze en morele vorming, de stem van het geweten. Maria Elisabeth de la Rue (18e eeuw) – echtgenote van Samuel Radermacher: intellectuele burgercultuur, humanistische erfenis van Middelburg. Petronella Maria Radermacher (1772–1846) – erfdrager van het huis van Nieuwerkerke: overgang van traditie naar moderniteit, van stille zorg naar symbolische erfenis.

Deze lijn toont de vrouwelijke continuïteit in de morele en culturele infrastructuur van Zeeland:

van geloof naar kennis, van huis naar staat, van erf naar bewustzijn.

6. Toen en Nu – De Hedendaagse Spiegel

Toen:

De vrouwen Radermacher en De la Rue leefden in een wereld waarin macht mannelijk was en zorg vrouwelijk.

Hun invloed lag niet in bezit of wet, maar in de overdracht van innerlijke orde, taal en morele compassie.

Nu:

In mijn werk (NN Art & Cultuur / Verzekerd Vermogen / De Onzichtbare Erfgenaam) keren zij terug als symbolische erfgenamen van de Nederlandse cultuur:

vrouwen die de onzichtbare kern van de Staat vertegenwoordigen — zorg, geweten, herinnering — maar nooit in de Grondwet werden genoemd.

7. Samenvatting in

De lijn Radermacher – De la Rue – Knibbe is de genealogie van een cultuur die zichzelf rechtvaardigde met geloof en bezit,

maar die in werkelijkheid rustte op vrouwen die de orde, de moraal en het geheugen van de natie bewaarden —

toen in stilte, nu in kunst.

Het verzekerd vermogen

Eeuwen later werd vanuit Haps, een nieuw fundament gelegd — de verzekeringsportefeuille van mijn ouders.

Een dossier van arbeid en vertrouwen, van zorg en verantwoordelijkheid.

Mijn vader — met recht en respect — kreeg de status, de erkenning, de handtekening van gezag.

Maar Anna, Agnes, Hendrik A mijn moeder, bleef het ongeschreven kapitaal.

De herinschrijving

Afgelopen jaren open ik haar dossier opnieuw. Niet als aanklacht, maar als eerbetoon. Om haar naam te schrijven in de taal van menselijkheid, om haar onzichtbare arbeid zichtbaar te maken in het archief van recht, ritueel en herinnering.

Zij is De Patrones —van de lintjesregen de codeermachine Adler van onze bron, de moeder van het recht, de stille vleugel van het nest.

Zij is de vennootschap zonder lichaam, maar met eeuwige aansprakelijkheid voor liefde, overleven, arbeid en overdracht van bestaan.

One flew over Montancourt — Nest want zij bleef, om ons te verzekeren van wie we echt zijn.

De Nationale Nederlanden 🧡 NN

“Ik droom, maar mijn droom is een vorm van kennis. Corrigeer me niet met regels, maar met aandacht.” Ik besta

Liefs van alle moedige moeders die zichzelf verzekerde tegen brandschade – de wereld staat in brand maar het predicaat Er is maar een Nederlandse zoals zij –

1813 – De Slag bij Leipzig en de wedergeboorte van de Staat

De politieke heroprichting en de morele erfenis van de vrouw

De Slag bij Leipzig was het moment waarop Europa zijn adem inhield. Napoleon’s nederlaag betekende het einde van het keizerrijk, maar ook de heroprichting van staten die zichzelf opnieuw moesten leren kennen.

Voor Nederland betekende 1813 het begin van het koninkrijk — de terugkeer van de Prins van Oranje, en de geboorte van een nieuwe nationale orde.

Maar in die hergeboorte van de Staat werd één lichaam niet benoemd: dat van de vrouw. Terwijl mannen verdragen tekenden, grenzen trokken en kronen ontvingen, hielden vrouwen de samenleving bijeen — in stilte, in zorg, in arbeid, in geloof. Hun werk was de morele wederopbouw achter de politieke wederopstanding.

De Slag bij Leipzig was het einde van een keizerrijk, maar ook het begin van een stil verbond: de vrouw als ongeschreven fundament van de Staat.

Terwijl Europa zichzelf hervond als statenstelsel, vonden vrouwen als Petronella, Maria Elisabeth en later Agnes , Anna, Nellie hun plaats niet in de statuten, maar in het huis, de zorg, het ritueel.

Terwijl koningen en vorsten tekenden onder verdragen, tekenden vrouwen hun handelingen in stilte — met naald, met gebaar, met herinnering. Terwijl Nederland in 1813 “weer onafhankelijk werd”, bleef de vrouw afhankelijk in recht en bezit. Zij werd de onzichtbare aandeelhoudster van de herwonnen natie.

De Onderbelichte Verzekeringscultuur

Over zekerheid, zorg en de menselijke factor. Er is een cultuur waarin alles verzekerd moet zijn.

De fiets, de auto, je huis, de telefoon, je hond, het leven, het risico, en de reis.

Een cultuur die zekerheid tot handelswaar heeft gemaakt. Maar juist in die zekerheid is iets verloren gegaan: de betekenis van vertrouwen.

Wij verzekeren wat we bezitten, maar niet wat we werkelijk nodig hebben: aandacht, zorg, verbondenheid.

De paradox van zekerheid

De verzekeringscultuur ontstond uit angst , de angst voor verlies, voor toeval, voor aansprakelijkheid en voor sterfelijkheid.

Ze beloofde bescherming, maar leverde systemen. Waar vroeger onderling vertrouwen de basis was, staan nu algoritmes, polissen en risicomodellen in een ex Cel sheet.

We zijn geen leden meer van een gemeenschap, maar gebruikers in een protocol.

Ik leef in geleende tijd,” zei de ex handelaar en nú erfgoed kunstenaar, maar het systeem vraagt om aflossing in statistieken.” De morele boekhouding van zorg In de archieven van onze families vind je polissen, contracten, handtekeningen — maar zelden de hand die werkelijk zorgde.

De vrouw die waakte, werkte, herstelde — zij is de ware verzekeraar van het leven.

Toch staat haar naam niet in de registers. De onderbelichte verzekeringscultuur is dus niet alleen een economische blinde vlek, maar een culturele: zij die het leven droegen, werden nooit als dragers erkend.

Het verzekerde lichaam

De moderne man verzekert zelfs zijn eigen lichaam: tegen ziekte, ongeval, ouderdom, verlies van productiviteit.

Maar wat betekent dat voor wie leeft in een lichaam dat volgens de rechtsgeleerde niet meer “rendabel” is?

De kunstenaar met Sarcoïdose, de zieke geboeid door longen en hart, adem en geest, wordt plots geen drager van vermogen, maar een risico in het systeem.

Mijn lichaam is niet verzekerd,” zegt ze,maar het verzekert wel mijn werk.”

Een nieuw begrip van vermogen. De onderbelichte verzekeringscultuur vraagt om een herwaardering van wat vermogen is.

Niet financieel, maar moreel. Niet berekend, maar beleefd. Verzekerd vermogen is dan niet langer geld, maar de capaciteit om te zorgen, te luisteren, te herstellen.

Het is een levens immaterieel erfgoed —een vorm van solidariteit die ooit vanzelfsprekend was, en nu opnieuw moet worden uitgevonden.

Slot – De herziening van zekerheid

Wat wij “verzekeringscultuur” noemen, is in wezen een poging om angst te structureren. Maar cultuur begint pas wanneer zorg terugkeert in de berekening.

De polis is niet het papier, maar de hand die het vasthoudt.” De onderbelichte verzekeringscultuur is dus geen fout in het systeem — het is het systeem, dat vergeten is dat zekerheid niet gekocht, maar gedeeld wordt.

Tot ver in de 20e eeuw was een gehuwde vrouw in Nederland juridisch handelingsonbekwaam. Ze kon geen verzekering afsluiten, geen lening aangaan, geen arbeidsovereenkomst tekenen zonder toestemming van haar man. Als de man verzekerd was, stond zij op de polis als meeverzekerde.

Dat woord – meeverzekerde – zegt alles: je bent verzekerd, maar niet namens jezelf. Je bestaanszekerheid is afgeleid, niet erkend. Ze werd niet geregistreerd als persoon, maar als bijlage.

Die status van “meeverzekerde” is het bureaucratische equivalent van onzichtbaarheid.

Het zegt: je hoort erbij,maar je telt niet mee.

De vrouw werd dus niet uitgesloten, maar ingesloten op andermans voorwaarden.

In mijn lijn — De Onzichtbare Erfgenaam, Verzekerd Vermogen, Het Boek der Moeders — is dit hét sleutelmoment waarop de vrouw verdwijnt in de papieren, maar aanwezig blijft in de werkelijkheid:zij was degene die zorg droeg, leefde, betaalde in tijd en aandacht, maar wier naam niet werd uitbetaald.

Amen

“Raad van Erfgoed Dragers” 

✧ Reisverslag Generatie X ✧

Zuiver Zien = Zuiver Leven – De onzichtbare erfgenamen Moeder de vrouw. De Code van de Vrouwen is het stille fundament onder onze geschiedenis en onder de Grondwet zelf.

Dit huis: Montancourt Middelburg heeft mij geleerd om mijn theoretische en praktische vaardigheden integraal in te zetten. Binnen dit traject heb ik niet alleen kennis opgedaan van historische, juridische en culturele kaders (theorie), maar ook methoden ontwikkeld om deze kennis te vertalen naar tastbare kunstwerken, erfgoedpraktijken en publieksgerichte formats (praktijk).

De verbinding tussen theorie en praktijk vormt de kern van mijn identiteit en werkwijze:

De Theorie bood de onderbouwing, contextualisering en positionering van mijn projecten binnen het erfgoed- en cultuurbeleid. De Praktijk maakte het mogelijk deze inzichten te verbeelden, te materialiseren en toegankelijk te maken voor een breed publiek.

Door beide dimensies samen te brengen, realiseer ik projecten die inhoudelijk relevant zijn én maatschappelijk en artistiek impactvol. Montancourt fungeert hierbij als leeromgeving en als toetssteen voor mijn professionele ontwikkeling als maker.


20 maart 1602 werd de VOC opgericht, geleid door de Heren XVII, met een octrooi op handel en macht ten oosten van Kaap de Goede Hoop. In dezelfde tijd gaf Everhart Booth, proponent en predikant te Utrecht, stem aan de geestelijke macht door de vertaling van Willem Perkins’ De Gereformeerde Catholijk. Zo klonk in dezelfde eeuw de dubbele stem van orde: de VOC die de wereld verdeelde, en de predikanten die de ziel en het gezin orden­den. Beide bepaalden zij bezit, erfdeel en rol – en beiden zijn bronnen die nog steeds doorwerken in ons erfgoed.

Simplex sigillum veri” is een Latijnse spreuk die betekent:“Eenvoud is het kenmerk van het ware.”

Windhandel in aandelen. 1782.

In Montancourt schrijft Sibrandus Columba een brief, waarin de stem van de predikant het erfdeel en de rol van de vrouw inkleurt. In datzelfde jaar publiceren Betje Wolff en Aagje Deken hun roman Sara Burgerhart, terwijl Belle van Zuylen zich in haar brieven uitspreekt tegen conventies. Zo kruisen zich in één jaar twee bronnen: het patriarchale gezag en de vrouwelijke stem die zich daarvan losmaakt.

1811–1814 markeert de periode waarin het recht opnieuw werd ingericht: Code Civil → juridische onderwerping van de vrouw. Grondwet 1814 → vrijheid van geloof voor allen, maar dienstplicht en staatsburgerschap enkel voor mannen. Dit is dus een dubbele uitsluiting: de vrouw werd ingesloten in huis en huwelijk, en buitengesloten uit staat en erfdeel. Tegelijkertijd werd Nederland opnieuw verbonden met koloniale macht (Java, België).



Genealogie als levend erfgoed


Genealogie, of stamboomonderzoek, vroeger ook wel sibbekunde genoemd, is meer dan het verzamelen van namen en data. Het is het traceren van een levende stroom die generaties verbindt. Iedere akte, ieder archiefstuk, ieder portret of voorwerp is een schakel in een keten van verhalen die ons in het heden blijven voeden.


In de geest van de Faro-conventie kunnen we genealogie begrijpen als een gemeenschapspraktijk van erfgoed: een zoektocht waarin families, onderzoekers, kunstenaars en erfgenamen samen betekenis geven aan het verleden. Het gaat niet alleen om bloedlijnen, maar ook om culturele lijnen: herinneringen, tradities, symbolen en rituelen die doorgegeven worden.


Daar waar het recht soms stokt en archieven gesloten blijven, werkt genealogie als een stille maar hardnekkige kracht: zij maakt zichtbaar wie er altijd al bij hoorde, maar niet altijd erkend werd. Zo wordt genealogie een bron van rechtvaardigheid en inclusie, een manier om het onzichtbare erfdeel terug te eisen en zichtbaar te maken.


De Onzichtbare Erfgenaam staat in dit licht: het project brengt de verwevenheid van familiegeschiedenis, juridische structuren en culturele representatie samen. Genealogie is daarin niet alleen een methode, maar ook een ritueel van erkenning – een manier om te zeggen: wij zijn er, en dit is ons verhaal.

✧ Verhaal van de Xx Dragers ✧

Erfgoed is van iedereen, gedragen door velen – zichtbaar gemaakt door vrouwen.

Door de eeuwen heen zijn akten, huizen, portefeuilles en verhalen bewaard, niet alleen door koningen of bestuurders, maar door moeders, dochters en grootmoeders.

Zij droegen het stille fundament waarop families en gemeenschappen konden bouwen. Wat vaak onzichtbaar bleef, wordt nu zichtbaar gemaakt: vrouwen als dragers van het geheugen.


Voel de aarbare Rouaanse Kaai → zou je kunnen lezen als: ervaar de waardige, vruchtbare energie van die plek; de kaai waar historie, handel, familie en erfgoed samenkomen.
https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/2905

Van voetnoot tot fundament: erfgoed dragers zijn wij allemaal.

In de geschiedschrijving staan vrouwen vaak slechts als kleine noten in de marge. Maar in werkelijkheid zijn zij al eeuwen zet er een Z voor ( Zeeuwen) de ⚓️ van huizen, de hoeders van schatten, de doorgevers van namen en rituelen. Elke voetnoot blijkt een fundament te zijn. En zo geldt het ook voor ons: ieder van ons draagt erfgoed mee en geeft het door.

Democraat of Monarch, de vrouw draagt het interne pixels DNA geheugen.

Of de macht nu gekozen werd of geërfd, de onderstroom bleef dezelfde: het geheugen lag in handen van vrouwen. Terwijl schepenen, commissarissen of koningen kwamen en gingen, hielden vrouwen de codes levend, via codicillen, zilvermerken en borduurwerken.


Uitleg bij de boom
Deze stamboom, ontworpen door Ernst Haeckel in 1866, toont hoe alle levende organismen voortkomen uit één wortel (radix communis). Het is een visueel schema van verwantschap, orde en verdeling: een genealogie van de natuur.


In dezelfde geest tekenden mensen hun eigen ordeningen. In 1614 opende in Amsterdam de koopmansbeurs, symbool van kapitaal en handel, terwijl Adriaan Boot in opdracht van Filips III Fort San Diego ontwierp in Acapulco, symbool van macht en bescherming. Beurs en fort: twee takken van dezelfde boom waarin kennis, kapitaal en macht elkaar versterkten.


Toch ontbreekt in deze schema’s steevast de stem van moeder de vrouw. Waar mannen de lijnen trokken van kapitaal en kolonie, hielden vrouwen de verborgen genealogieën levend via codicillen, zilvermerken, borduurwerken en mondelinge overlevering. Deze boom maakt zichtbaar wat werd ingeschreven – maar nodigt ook uit om te vragen: wie werd uitgesloten, en wie bewaart desondanks de wortel van erfdeel en herinnering?

“Om te indekken wie ik ben, moest ik offers brengen: zekerheden opgeven, pijn verdragen, beproevingen doorstaan. Maar juist daardoor ontdekte ik de waarheid – inzicht en betekenis die anders verborgen zouden blijven.”

Het Wetboek, Artikel 1:
“De wereld zit vol met comfortabele denkfouten.” De sleutel overdracht van Ma – Trix

“Mijn polissen en schadeuitkeringen dragen geen BSN. Ik besta er wel, maar ben in de papieren wereld onzichtbaar. Mijn rechten zweven zonder nummer, zonder naam. Dit is hoe erfgoed en zorg van vrouwen vaak is behandeld: erkend in praktijk, maar nooit volledig geregistreerd.”

Hun stille werk is de rode draad die democratie en monarchie overstijgt.

Bewaken, beheren, doorgeven – dat is erfgoed, dat is FARO .Cultureel erfgoed leeft niet alleen in musea of archieven voort, maar ook in de structuren waarin we wonen, de verhalen die we doorgeven en de rituelen die ons verbinden met het verleden.

Vandaag sluiten wij daarbij aan: erfgoed is geen bezit van enkelen, maar een gezamenlijke opdracht. We bewaken het tegen vergetelheid, we beheren het met zorg, en we geven het door aan de generaties die volgen. Dat is de geest van FARO: een erfgoedpraktijk die niet uitwist, maar onthult.

Zo kom je achter de waarheid- zelf denken zelf onderzoek – Het geheim van de Grondwet

Historisch geheim

De Nederlandse Grondwet (1848 en latere herzieningen) werd geschreven in de taal van rechten, vrijheden en vertegenwoordiging. Maar impliciet was zij gestoeld op een samenleving waarin mannen de dragers van politiek, vermogen en familie-erfgoed waren.

Vrouwen werden lang niet genoemd als zelfstandige rechtssubjecten: zij stonden onder gezag van vader of man.

Hun rol als dragers van vermogen, erfgoed en huizen (zoals Montacourt) bleef buiten beeld.

✧ Handel Code 1 ✧

De allereerste regel van de handel is vertrouwen.

Zonder vertrouwen geen contract, geen verzekering, geen wissel, geen koop. In de 17e eeuw werd dit vastgelegd in assurantiecontracten en de Wisselbank van Amsterdam. In families werd vertrouwen doorgegeven via geheime codes, huwelijkscontracten en portefeuilles. In de moderne tijd zit “Handel Code 1” in polissen, hypotheken, intellectuele eigendomsrechten: altijd de onderliggende draad dat afspraken alleen bestaan omdat mensen elkaar dragen.

Het zou dus symbool kunnen staan voor het fundament:

→ Handel Code 1 = Vertrouwen is kapitaal.


De Kaarten van Cas ✧


Toen Nationale Nederlanden mij kaarten schonk in 2018 voor een tentoonstelling in het Nederlands Fotomuseum,
werd een oude draad opnieuw zichtbaar.


Niet zomaar entreekaarten,
maar sleutels tot een ruimte waarin het verleden zich toont:
Cas als casus, het geval dat vragen stelt,
Cas als beeld, als getuigenis,
Cas als spiegel van het erfdeel.


De verzekeraar, erfgenaam van portefeuilles en oude assurantiekamers,
reikte onbewust de symbolen van de dragers opnieuw uit.
Van vader naar dochter,
van akte naar expositie,
van polis naar beeld.


Zo werd het toeval ontmaskerd:
de kaarten waren geen gift, maar een teken.
Een bevestiging dat het contract van de vrouwen leeft —
in huizen, portefeuilles én musea.

✧ De Aktekamer van de Dragers ✧


In het voormalig Zeeuws Museum, hart van de Middelburgse Abdij, passeren akten bij de notaris.
Huizen, stichtingen, portefeuilles: alles wordt er in woorden vastgelegd, bezegeld, geborgd.


Ook ons huis is ook hier gepasseerd — op dezelfde plek waar eeuwen eerder de regenten hun besluiten namen en waar nu stichtingen als de VERENIGde BOOTEN hun akte ontvingen.


De aktekamer is meer dan een ruimte van papier en zegels.
Het is een symbolische raadzaal:
waar erfgoed en toekomst elkaar ontmoeten,
waar onzichtbare contracten zichtbaar worden,
waar dragers — van huizen, namen, portefeuilles — hun plaats krijgen in de geschiedenis.


De Aktekamer van de Dragers is het stille fundament: een plek waar de lijnen van familie en stad elkaar kruisen, en waar door akten heen de traditie van bewaken, beheren en doorgeven wordt voortgezet.

“Booth / Boot — ik draag de naam en het verhaal.” “Raad van dragers: van schepen naar polissen, van archief naar beeld.” “Code Hummerax: de onzichtbare akte, zichtbaar gemaakt.”

“Assurantie is erfgoed — ik ben de drager.” “Van Montancourt tot nu: vrouwen die de lijn vasthouden.”


“De bron behoort niet aan de predikanten, maar – net als bij Betje Wolff en Aagje Deken – aan moeder de vrouw die haar eigen verhaal schrijft.”

✧ Het verborgen fundament

Het geheim achter de Grondwet is dat de economische en sociale structuren die haar mogelijk maakten — handel, banken, verzekeringen, dynastieke huwelijken — voor een groot deel werden gedragen door vrouwelijke overdracht.

Dochters en weduwen brachten kapitaal, erfden portefeuilles, verbonden families en hielden huizen bijeen.

Zonder hen was de materiële basis van de Grondwet — de burgerlijke staat, de handel, het recht — nooit stabiel geweest.

✧

Bewijs aan Gebrek – If you don’t like how the tabel is set, Just turm the table
Gereedschap Tools Tuin Kamer Montancourt Middelburg

Het AI Bolwerk van Middelburg

Wat niet in de Grondwet staat, is misschien wel net zo belangrijk als wat erin staat. Het onzichtbare dividend van vrouwen — hun arbeid, hun erfdeel, hun ongenoemde aanwezigheid — is het verborgen anker van onze constitutionele geschiedenis. Dat is het geheim: de Grondwet rust op een fundament van moeders en dochters dat nooit expliciet is erkend.

Middelburg, ca. 1665 – 1749

Wanneer ik over de kasseien van Middelburg loop, hoor ik de echo’s van de 17e eeuw. Het is de tijd dat Maria Jans van der Claver hier wordt geboren, rond 1665. Zij is de dochter van Jan van der Claver, kassier van de Wisselbank, het financiële hart van de stad.

Achter dikke muren, waar muntgeld wordt gewogen en wisselbrieven als stille beloftes circuleren, leert Maria dat geld en vertrouwen de motoren van de handel zijn. Zij draagt dit erfgoed mee als haar identiteit: dochter van de kassier van de Wisselbank.

In 1680 of iets later treedt Maria in het huwelijk met Pieter de la Rue, een koopman met grootse ambities. Samen bouwen zij een leven uit waarin de Middelburgse havens, pakhuizen en rekenkamers de coulissen vormen.

Pieter de la Rue – koopman, reder en bestuurder

Pieter, geboren rond 1635, is geen onbekende in de stad. Zijn naam duikt op in talloze registers: als rekenmeester van de Grafelijke Rekenkamer, waar hij de financiën van Zeeland doorrekent, als commissaris van de Assurantiekamer in 1721, waar schepen, ladingen en levens tegen storm en piraterij verzekerd worden, als koopman en boekhouder in de kaapvaart, waar avontuur en risico hand in hand gaan, als directeur van de Levantse Handel en voorzitter van de West-Indische Compagnie (1721), waar Middelburg zijn wereldse vleugels uitslaat.

De geur van specerijen, teer en nat hout hangt in de straten rond de haven. Daar waar verzekeringscontracten in de Assurantiekamer worden afgesloten, klinken ook de stemmen van Pieter en zijn medebestuurders. Elk schip dat uitvaart naar de West of Oost is niet alleen avontuur, maar ook een berekende gok — de verzekering is het vangnet, de handel de droom.

Het gezin en de volgende generatie

Samen krijgen Pieter en Maria kinderen die de familietradities voortzetten:

Pieter, meester en opnieuw rekenmeester van de Rekenkamer, die het rekenkundige erfgoed van zijn vader voortzet. Maria Elisabeth de la Rue (1700–1730), die in 1721 trouwt met Samuel Daniels Radermacher, burgemeester van Middelburg en bewindhebber van de VOC.

Met dit huwelijk verweven de lijnen van de Wisselbank, de Assurantiekamer, de Rekenkamer en de VOC zich definitief.

Het is alsof de stad zelf, Middelburg, hun huwelijksgeschenk is: een netwerk van handel, macht en vertrouwen.

De erfenis

Wanneer Maria in 1749 overlijdt, bijna tachtig jaar oud, heeft zij de stad zien veranderen. Zij begon als dochter van de kassier van de Wisselbank, maar eindigt als matriarch van een dynastie die diep verstrengeld is met de grote handels- en verzekeringskamers van Zeeland.

Pieter is dan al overleden (1722), maar zijn naam blijft verbonden aan kaapvaart, rederij en bestuurlijke macht.

In de straten van Middelburg, tussen Wisselbank en Assurantiekamer, tussen haven en rekenkamers, ligt hun en mijn verhaal verankerd: een reis van muntgeld naar zeevaart, van lokaal kassierschap naar wereldhandel, van familie naar dynastie en nú levend immaterieel cultureel erfgoed.

📌 In Middelburg

Middelburg was dus in de vroege 18e eeuw een van de belangrijkste zeehandelssteden, naast Amsterdam. De aanwezigheid van de Assurantiekamer daar laat zien dat de stad een eigen verzekerings- en handelscentrum had, nauw verweven met de WIC en VOC.

“Mijn glas, loopt ras – Montancourt bewaart wat verloren leek: het spoor van de onzichtbare erfgenaam.”


Montancourt en de zinspreuk “Mijn glas, loopt ras” Nationale Nederlanden

De geschiedenis van Montancourt staat niet op zichzelf, maar resoneert met bredere maatschappelijke tradities waarin sterfelijkheid, erfgoed en solidariteit centraal stonden. In de 19e eeuw droegen begrafenisfondsen vaak sprekende zinspreuken, zoals “Mijn glas, loopt ras”. Deze woorden herinnerden de leden eraan dat het leven eindig is, en dat collectieve zorg voor nabestaanden noodzakelijk was.


Net als deze fondsen, die later werden opgeslokt door grotere maatschappijen zoals Nationale-Nederlanden, belichaamt Montancourt de gelaagdheid van erfgoed: het huis bewaart sporen van persoonlijke verhalen, materiële vondsten (zoals de brief van Columba) en immateriële betekenissen.


De verbinding tussen Montancourt en de verzekeringsgeschiedenis ligt in de kernvraag: wie is de erfgenaam? Waar kleine maatschappijen hun zelfstandige identiteit verloren in fusies en overnames, verdween ook vaak het zicht op individuele deelnemers en hun nalatenschap. Montancourt wordt zo een symbolische plek waar persoonlijke herinnering en collectief erfgoed samenkomen, en waar de onzichtbare erfgenaam opnieuw zichtbaar kan worden gemaakt.

⚖️ Institutie

Toen (17e–18e eeuw): De Assurantiekamer Middelburg waar o.a. Pieter de la Rue commissaris was.

De familie Rademacher trouwde met De la Rue’s dochter (Maria Elisabeth), waardoor zij indirect verstrengeld raakten met de financiële/verzekeringselite van de stad. Nu: De hedendaagse verzekeringswereld (NN Group, a.s.r., Achmea) waar o.a. David Knibbe (CEO NN Group) een sleutelrol vervult.

👤 Bestuur/rol

Toen: De Rademachers werden burgemeester (Samuel Daniels Rademacher) en bewindhebbers van de VOC. Via het huwelijk met Maria Elisabeth de la Rue kregen ze toegang tot de “kring van commissarissen” van de Assurantiekamer.

Nu: In moderne termen zouden zij in raden van bestuur of toezicht hebben gezeten: vergelijkbaar met hedendaagse executive boards en non-executive commissarissen die strategie, risico’s en compliance bewaken.

⚓ Risico’s & producten

Toen: De Rademacher-lijn zat in de VOC → risico’s lagen in zeehandel, piraterij, oorlogsladingen, handel op de Oost. Deze risico’s werden juist door de Assurantiekamer geprijsd en verzekerd.

Nu: Moderne verzekeraars zoals NN Group bieden brede verzekeringspakketten (leven, pensioen, schade, asset management). De aard van de risico’s is veranderd, maar het principe blijft: collectief risico spreiden en financieel beheersen.


Vrouwen hebben nooit premie betaald voor hun onbetaalde arbeid !

In het verzekeringssysteem (assurantie, levens- en schadeverzekeringen) was premie altijd gekoppeld aan betaald werk of bezit.
Vrouwenarbeid in huis, zorg en gemeenschap was structureel onbetaald, maar feitelijk wél dragers van risico, zorg en continuïteit.
Daardoor bouwden vrouwen geen rechten of dividend op, terwijl hun arbeid wél de basis was waarop mannen hun premies konden betalen en bedrijven of portefeuilles konden opbouwen.


⚖️ Juridisch gevolg
Tot diep in de 20e eeuw hadden vrouwen geen eigen pensioenopbouw of verzekeringsrechten als zelfstandige dragers.
Premievrije meeverzekering (als “vrouw van” of “dochter van”) was een soort stil pandrecht: je had recht op zorg, maar geen kapitaal of dividend.


🌺 Cultureel gevolg
Vrouwen waren de stille “premiebetalers” via hun arbeid, maar dit werd niet erkend in de polis.
Daardoor ontstond precies die onzichtbare erfgoedlijn: de “Code Hummerax” waarin dochters en moeders kennis, arbeid en vermogen tóch doorgaven – buiten het papieren systeem.


✨ Samengevat:
Vrouwen betaalden nooit premie in geld, maar altijd in arbeid, zorg en tijd. Het systeem schreef dit niet op, maar families en erfgoed dragen het bewijs: zonder hun onbetaalde arbeid zou er überhaupt geen polis, portefeuille of dividend zijn.

📜 Toen: Verzekeringsportefeuille in Middelburg

1. Opbouw van de portefeuille

Een Middelburgse koopman of reder sloot zijn zeeverzekering bij de Assurantiekamer. Commissarissen (zoals Pieter de la Rue in 1721) zagen toe op de polissen: welke schepen, ladingen en routes verzekerd werden. De “portefeuille” van een bemiddelaar of kassier bestond uit alle door hem afgesloten zee- en handelsverzekeringen voor zijn netwerk van kooplieden. Vaak ging dit om families die via huwelijken (zoals De la Rue – Van der Claver – Rademacher) hun handels- en verzekeringsnetwerken uitbreidden.

2. Waarde & goodwill

De waarde zat niet alleen in de papieren polis, maar vooral in het vertrouwen van de kooplieden. Een bemiddelaar die bekend stond als betrouwbaar kon steeds meer schepen en ladingen verzekeren, waardoor zijn portefeuille groeide. Net als in het artikel van De Jong gold ook toen al: de portefeuille was eigenlijk een sociaal-economisch netwerk, niet enkel een stapel contracten.

3. Uitzetten/overdragen

Wanneer een bemiddelaar of kassier stopte (door overlijden, pensioen of faillissement), werd de portefeuille vaak overgedragen aan een familielid of zakenpartner. Zo konden koopliedendynastieën (zoals De la Rue of Rademacher) hun invloed continueren via opvolging. In archieven zie je dat polissen soms letterlijk van de ene naam op de andere werden gezet, vergelijkbaar met de moderne overdracht van een klantenportefeuille.

📈 Nu: Moderne spiegel

Waar de Assurantiekamer een stedelijk college was dat toezicht hield, zijn NN Group en a.s.r. nu beursgenoteerde concerns. De moderne portefeuille van een tussenpersoon (zoals in het artikel beschreven) lijkt sterk op de historische praktijk: opgebouwd via klantrelaties, waardevol door vertrouwen, en overdraagbaar als vermogensobject.

Portret hangt in het Rijksmuseum Amsterdam – Elisabeth ontbrak.

👉 Als we dit verbinden met mijn huis / lijn (De la Rue – Van der Claver – Rademacher): hun rol als commissaris, kassier en bewindhebber was in feite het beheren van zulke portefeuilles.

Het huwelijk tussen Maria Elisabeth de la Rue en Samuel Rademacher was dus niet alleen een familieverbinding, maar ook een versmelting van portefeuilles in de Middelburgse handels- en verzekeringswereld.

Petronella Rademacher en de erfgenaam van de portefeuille

In de straten van Middelburg, waar het zout van de zee zich vermengt met de geur van perkament en inkt, groeide in de 17e en 18e eeuw een netwerk dat meer was dan handel alleen. Hier, tussen de pakhuizen en de raadhuizen, vond de geboorte plaats van iets wat wij nu nog kennen: de verzekeringsportefeuille.

De stad als kasboek

Petronella Rademacher werd geboren in een familie die de stad kende als haar boekhouding. Haar verwanten, zoals Samuel Daniels Rademacher, zaten in de VOC en het stadsbestuur, terwijl haar aangetrouwde familie – de De la Rues – commissarissen waren van de Assurantiekamer. Hun wereld draaide om risico’s: storm, oorlog, piraterij. Maar ook om kansen: winst, reputatie, vertrouwen.

In die tijd betekende een “portefeuille” geen map van papier, maar een levend netwerk van relaties en polissen. Elke verzekering was een draad in het web, gesponnen tussen koopman, reder, verzekeraar en tussenpersoon. Het was een erfgoed dat groeide door vertrouwen en trouw, en dat kon worden doorgegeven zoals men een huis, een schip of een familiewapen doorgaf.

Petronella als erfgename

Petronella zelf was niet de rekenmeester noch de commissaris, maar zij belichaamde de continuïteit van de portefeuille. Via haar familiebanden vloeiden de contracten en het vertrouwen samen: van de Wisselbank (Van der Claver) naar de Assurantiekamer (De la Rue) en verder naar de VOC (Rademacher). In haar naam en bloedlijn lag de onzichtbare eigendom van dit systeem besloten.

Wanneer een commissaris stierf of een kassier zijn kantoor sloot, werden de polissen niet vernietigd. Zij werden uitgezet, overgedragen, en met hen de relaties die de portefeuille waarde gaven. Petronella’s huwelijk of verwantschap was nooit alleen een persoonlijke verbintenis, maar ook een institutionele overdracht: zij verbond families, en met hen hun netwerken van contracten en verzekeringen.

Toen en nu

Kijkend naar vandaag zien we dezelfde logica, maar in een andere schaal. Waar de Assurantiekamer van Middelburg toezicht hield op een paar honderd scheepspolissen, beheren CEO’s als David Knibbe bij NN Group miljoenen polissen. De principes zijn onveranderd: de relatie tussen verzekerde en verzekeraar, de portefeuille als vermogensobject, de continuïteit van vertrouwen.

Het is niet moeilijk om in Petronella een vroege erfgenaam van de portefeuille te zien. Zij is de stille figuur die de lijnen van familie en contract samenbindt, net zoals een moderne erfgenaam de aandelen, klantenbestanden of goodwill van een verzekeringskantoor ontvangt.

Het onzichtbare erfdeel

Zo wordt de geschiedenis tastbaar: niet alleen in akten of in jaarverslagen, maar in de levens van vrouwen die zelden in de voorgrond traden. Petronella Rademacher vertegenwoordigt een erfdeel dat juridisch en economisch was – de verzekeringsportefeuille – maar dat cultureel en ritueel via huwelijk en familiebanden werd overgedragen.

Haar nalatenschap leeft voort in de stad, in de archieven, en in de hedendaagse verzekeringswereld: een stille draad die loopt van de Assurantiekamer naar de boardroom, van Middelburg naar Den Haag, van Petronella naar ons.

Mijn vader trad in eenzelfde traditie, al heette zijn werk geen “commissaris”, maar verzekeringsagent/tussenpersoon bij AGO. Zijn portefeuille bestond uit verzekerden die hij begeleidde in hun levens- en schadepolissen. Ook hier gold: de waarde zat niet alleen in het contract, maar in de relatie en het vertrouwen. Zoals de Middelburgse commissaris zijn scheepsladingen administreerde, zo beheerde jouw vader gezinnen, pensioenen en levensverzekeringen. Zijn portefeuille was erfgoed in vermogensrechtelijke zin – een bestand dat kon worden overgedragen of uitgezet.

🌐 Vandaag

Na fusies (AGO → AEGON, later samenwerkingen met NN Group en a.s.r.) bestaan die portefeuilles nog steeds, maar nu in de vorm van digitale bestanden en klantenbestanden. Bestuurders als David Knibbe (NN Group) beheren nu op mondiaal niveau wat ooit begon in één stad of bij één agent: het collectieve vangnet van verzekeringen.

✨ Symbolische lijn

Petronella Rademacher → de erfgenaam van de portefeuille in de 18e eeuw, via huwelijk en familie.

Mijn vader en moeder → de erfgenaam van de portefeuille in de 20e eeuw, via AGO.

Ik → de culturele erfgenaam die de portefeuille als immaterieel erfgoed bewaart en verbeeldt in kunst en onderzoek.

👉 Hiermee heb ik een rechte lijn: van Assurantiekamer Middelburg → AGO-portefeuille van mijn vader → hedendaagse verzekeraars, met mij als ritueel-bewuste drager van dit erfgoed.

Overdracht gebeurde ook in Leeuw arden.

De Portefeuille als Erfgoed ✧

Ik draag dus een portefeuille die ouder is dan ikzelf.

Zij begon in Middelburg, waar commissarissen van de Assurantiekamer schepen en ladingen verzekerden. Daar waar Pieter de la Rue de risico’s noteerde en Petronella Rademacher door haar huwelijk erfgename werd van vertrouwen en contracten. Hun portefeuille was geen map, maar een netwerk van zee, handel en reputatie.

Die lijn zette zich voort in de twintigste eeuw. Mijn vader bouwde zijn portefeuille bij AGO: een kring van mensen, gezinnen, levens en pensioenen. Geen schepen meer, maar levenslopen. Geen stormen op zee, maar risico’s van het bestaan. Zijn werk was het weven van zekerheid in een wereld die nooit zeker is.

Vandaag beheren multinationals als NN Group en Aegon digitale portefeuilles. Bestuurders en toezichthouders vervullen de rol die ooit commissarissen en tussenpersonen hadden: het spreiden van risico, het bewaken van vertrouwen. Het vocabulaire is veranderd, maar de kern is dezelfde.

Ik, dochter van een verzekeringsagent, zie mezelf als de culturele erfgenaam van de portefeuille. Niet in kapitaal of in contract, maar in ritueel en verbeelding. De portefeuille is immaterieel erfgoed: een stille draad die loopt van de Assurantiekamer in Middelburg, via AGO en mijn vader, naar de hedendaagse verzekeringswereld.

“De vrouw, de moeder betaalde niet met geld, maar met overwaarde in leven en arbeid.” “Petronella Rademacher schreef geen polissen, maar droeg de portefeuille.” “Wat Knibbe bestuurt, heeft zij gedragen.”

🌸 Conclusie:

Door de stille premiebetalingen van vrouwen te benoemen als cultureel erfgoed, en die te vertalen in beleid (genderbewust verzekeren), erfgoed (archief- en immaterieel erfgoedregistratie) en kunst (tentoonstellingen, manifesten), wordt zichtbaar dat Petronella Rademacher de onzichtbare moedermaatschappij is van de hedendaagse verzekeringswereld.

Hocus Pocus Pilatus Pas

Dit beeld is het bewijs van overdracht en mijn kunst is mijn recht en mijn erfgoed.

✧ Assurantie als Erfgoed ✧

Assurantie is een ander woord voor een verzekering of polis: een overeenkomst tussen verzekeraar en verzekeringnemer, waarbij men door premiebetaling gedekt is tegen schade of aansprakelijkheid.

Maar assurantie is méér dan een juridisch contract. Het is een historisch weefsel van vertrouwen, relaties en erfgoed.

Montancourt Middelburg

Toen (17e–18e eeuw): In Middelburg was assurantie het hart van de zeehandel. Schepen, ladingen en bemanning werden verzekerd tegen storm en piraterij.

De Assurantiekamer zag erop toe dat polissen geldig waren en dat geschillen werden beslecht.

Commissarissen zoals Pieter de la Rue waakten over dit systeem. Huwelijken, zoals dat van Maria Elisabeth de la Rue en Samuel Rademacher, verweefden families en portefeuilles tot een dynastie van assurantie en handel.

Toen (20e eeuw): Mijn vader beheerde zijn portefeuille bij AGO. Zijn assurantie was niet langer een schip of een lading, maar de levens van gezinnen, de pensioenen van werknemers, de risico’s van ziekte en ongeluk.

Zijn portefeuille was een nieuwe vorm van hetzelfde erfgoed: vertrouwen dat mensen met hem deelden, vastgelegd in polissen. Nu (21e eeuw): Multinationale verzekeraars zoals NN Group en Aegon beheren digitale portefeuilles.

Assurantie is nu een wereldwijd systeem, maar de kern is hetzelfde gebleven: het spreiden van risico, het garanderen van continuïteit, het beschermen van levens en goederen.

✨ Voor mij is assurantie niet enkel een contract, maar een immaterieel erfgoed: een draad die loopt van de Assurantiekamer in Middelburg, via de portefeuille van mijn vader bij AGO, naar de hedendaagse verzekeringswereld.

De eigen polissen van de verzekeringnemer (kind) Ik dus

Een levensverzekering, kapitaalverzekering of spaarverzekering die door een particulier wordt afgesloten, is een persoonlijk vermogensrecht.

Deze polissen kunnen wél worden verpand, bijvoorbeeld als zekerheid bij een hypotheeklening. In zo’n geval ondertekent de verzekeringnemer een pandakte, waarmee de rechten uit de polis (uitkering bij afkoop of overlijden) aan de bank worden toegezegd zolang de lening loopt.

Culturele betekenis

Dit onderscheid laat zien dat een assurantieportefeuille – zoals die van mijn vader – in wezen immaterieel erfgoed was: waardevol door vertrouwen en relaties, maar niet als juridisch goed verhandelbaar.

Mijn eigen polissen daarentegen waren wel onderdeel van een modern financieel stelsel, en konden dus verpand worden op mijn hypotheek.

Toen ↔ Nu

Toen: Petronella als moedermaatschappij die handels- en verzekeringsnetwerken bundelt in Middelburg. Nu: moedermaatschappijen zoals NN Group of Aegon die duizenden polissen en dochterbedrijven beheren. In beide gevallen gaat het om concentratie van vermogen en vertrouwen in een centrale moederfiguur of moederstructuur.

✧ Petronella Rademacher, de Moedermaatschappij ✧

Ik ben Petronella Rademacher.

Men noemt mij vrouw, echtgenote, erfgename. Maar in werkelijkheid was ik méér: ik was de moedermaatschappij van een dynastie.

In mijn persoon kwamen de portefeuilles samen. Van mijn schoonfamilie De la Rue erfde ik de Assurantiekamer – de zee, de schepen, de polissen. Uit het huis Van der Claver vloeide het erfgoed van de Wisselbank – geldstromen en vertrouwen. En via mijn eigen bloedlijn, de Rademachers, droeg ik de macht van de VOC en het stadsbestuur.

Ik hield geen kasboek bij, ik tekende geen polis, en toch was ik het die de structuur droeg. Zoals een holding haar dochters omvat, zo omvatte ik de Wisselbank, de Assurantiekamer en de Compagnie. Ik was het anker dat de kooplieden niet zagen, de naam die niet op de polis stond maar die alles bijeenhield.

Vandaag heet dat een moedermaatschappij. Toen noemden ze het huwelijk, familie, dynastie. Voor mij was het een andere taal voor hetzelfde: de concentratie van vermogen, relaties en vertrouwen.

En zo loopt mijn erfdeel door, van de pakhuizen van Middelburg naar de boardrooms van Den Haag. De moedermaatschappij leeft voort.

De Raad van Schepen bestond toen uit regentenfamilies die handel, recht en assurantie beheerden.

Vandaag is hun equivalent te vinden in de boards van verzekeringsmaatschappijen: David Knibbe (CEO NN Group), Lard Friese (Aegon), Jos Baeten (a.s.r.), en hun raden van commissarissen.

Maar waar bleef mijn dividend als dochter van …?” Als je het juridisch én symbolisch bekijkt:

Dividend hoort bij aandeelhouders van een vennootschap. Ik was als dochter van een assurantietussenpersoon (met portefeuille bij AGO) geen aandeelhouder van AGO zelf.

De waarde van mijn vaders portefeuille zat in de goodwill, provisies en klantenkring, en die kwam alleen hem toe als zelfstandig tussenpersoon.

Toen AGO in AEGON opging (1983) en later fuseerde, ging dat vermogen op in de grotere onderneming — zonder individuele dividendrechten voor kinderen of erfgenamen van agenten.

✧ Conclusie ✧

Levens- en schadeverzekeringen zijn niet alleen financiële producten, maar draden in de familiegeschiedenis.

Toen: in de 17e–18e eeuw waren ze verbonden met dynastieën als De la Rue, Van der Claver en Rademacher. Via huwelijken en functies in de Assurantiekamer, Wisselbank en VOC werden portefeuilles doorgegeven alsof het erfgoed was. 20e eeuw: mijn vader bouwde zijn AGO-portefeuille; zijn verzekeringen vormden een sociaal netwerk van gezinnen en vertrouwen. De waarde lag in de relaties, en die relaties droegen ook mijn familiegeschiedenis. Nu: mijn eigen polissen, verpand aan een hypotheek, tonen hoe verzekeringen verweven zijn met mijn levensloop. Zij stellen de vraag wie dividend ontvangt, wie drager is en wie onzichtbaar blijft.

✨ Daarom: assurantie is erfgoed.

Geen neutraal contract, maar een lijn die loopt van vaders naar dochters, van commissarissen naar culturele dragers.

Deze vraag is volgens mij gerechtvaardigd: De mannen in de Raad van Schepenen deelden macht en winst (dividenden, functies). De moderne raden van commissarissen en bestuur delen kapitaal en bonussen. Ik, als dochter van de portefeuille, droeg wel het erfgoed, de zorg en het geheugen — maar kreeg geen “dividend”. Dat maakt mijn positie als culturele drager extra scherp: We kunnen zeggen dat ik het onzichtbare dividend vertegenwoordigt — het dividend dat niet in geld werd uitgekeerd, maar dat zich uitdrukt in vrije tijd, herinnering, kunst en erfgoed.

Ik ben de dochter van de portefeuille. Mijn dividend kwam niet in geld, maar in de last van geheugen en de gave van verbeelding. Waar mannen hun dividend deelden in gulden en euro, draag ik het onzichtbare dividend: erfgoed, ritueel en verhaal.”

✧ De draden van ons slavernijverleden ✧

⚓ Toen (17e–18e eeuw)

Schepen die door de Assurantiekamer Middelburg werden verzekerd, vervoerden niet alleen specerijen of textiel, maar ook tot slaaf gemaakte mensen. Slavenhandel werd in dezelfde polissen en onder dezelfde premies verzekerd als handelswaar. Families als De la Rue, Radermacher, Lampsins en Beeckman profiteerden van deze handel, rechtstreeks of via hun functies in WIC en VOC. Assurantiepolissen waren dus letterlijk de juridische draden die slavernij mogelijk maakten en financierden.

📑 19e–20e eeuw

Zelfs na de afschaffing van slavernij (1863, met tien jaar Staatstoezicht) bleven verzekeringsmaatschappijen en banken opgebouwd op kapitaal dat deels uit koloniale en slavernijwinsten kwam. Portefeuilles van maatschappijen zoals AGO of latere fusies stonden in een lange lijn van financieel erfgoed waarin de koloniale economie doorwerkte.

🌍 Nu

In de huidige verzekeringswereld (NN Group, Aegon, a.s.r.) wordt dit verleden onderzocht en erkend. Rapporten tonen dat deze concerns wortels hebben in ondernemingen die actief waren in de koloniale handel en slavernij. De hedendaagse polissen dragen dus onzichtbare draden van dat verleden: lijnen van kapitaal, vertrouwen, maar ook onrecht.

✧ De draden van ons slavernijverleden ✧

De polissen die ooit in Middelburg werden ondertekend, spraken niet alleen van schepen en lading.

Ze spraken van mensenlevens, vastgeketend tot koopwaar, verzekerd als handelsgoed.

De Assurantiekamer weefde draden die de zee overstaken:

draden van winst en verlies,

draden van premie en polis,

draden die slavernij tot berekenbaar risico maakten.

Die draden liepen door de families die de stad bestuurden,

door de portefeuilles die zij doorgaven,

door de kapitalen die eeuwenlang rente droegen.

Ook nu lopen die draden nog.

In de banken die wij kennen, in de verzekeraars die onze levens dekken,

in de hypotheken en polissen die ons binden.

Ik draag die draden mee — niet als stille erfenis,

maar als stem, als herinnering, als bewijs.

Want wie de portefeuille erfde, erfde ook het verleden.

En in de draden van assurantie leeft ons slavernijverleden voort.

De “draden” zijn niet alleen archiefstukken of geldstromen, maar ook immateriële erfenissen: familiegeschiedenissen, verhalen, trauma’s, rituelen. Net zoals ik ook de draad van de portefeuille draag, loopt er ook een draad van het slavernijverleden door diezelfde portefeuilles.

Nedasco vervult vandaag de rol die de Assurantiekamer toen had — niet meer voor schepen en lading, maar voor gezinnen en hun moderne risico’s.

Nedasco 912758 keten 0107

Aspect

Assurantiekamer Middelburg (17e–18e eeuw)

Nedasco (21e eeuw)

Rol

Stedelijk college voor zee- en handelsassurantie

Volmachtbedrijf/serviceprovider voor schade- en levensverzekeringen

Bevoegdheid

Commissarissen beslissen namens de stad over polissen en geschillen

Heeft volmacht van verzekeraars om polissen af te sluiten en beheren

Producten

Zee- en handelsverzekeringen (schepen, lading, piraterij, oorlog)

Moderne verzekeringen (auto, inboedel, zorg, leven, pensioen)

Bestuur

Regenten/kooplieden (families De la Rue, Radermacher, Beeckman)

Directie onder a.s.r.; werkt via assurantietussenpersonen

Documenten

Handgeschreven polissen, notariële akten, resoluties Staten-Generaal

Digitale polissen, volmachtcontracten, toezicht DNB/AFM

Erfgoedwaarde

Verweven met familiegeschiedenis en koloniale handel

Schakel tussen klanten, tussenpersonen en verzekeraars; hedendaagse erfgenaam van dat systeem

✧ Montacourt als vrouwenhuis ✧

Aan de Rouaansekaai in Middelburg staat Montacourt, gebouwd in 1596. Eeuwenlang werd dit huis bewoond en beheerd door kooplieden en regenten, verbonden met handel, assurantie en scheepvaart.

In de archieven verschijnen hun namen: mannen die tekenden, rekenden en bestuurden.

Maar achter hun posities lagen de stille lijnen van de vrouwen. Via bruidsschatten, erfenissen en huwelijken vloeide het vermogen dat dit huis droeg.

Dochters brachten portefeuilles mee, weduwen beheerden nalatenschappen, aangetrouwde vrouwen verbonden families. Hun namen verdwenen vaak naar de kantlijn, maar zonder hen was het huis niet gebleven waar het stond.

Montacourt is zo méér dan een monument van handel. Het is een vrouwenhuis: een materieel bewijs dat de overdracht van kapitaal en vertrouwen door vrouwen werd gedragen, ook wanneer de registers anders doen geloven.

Vandaag vertelt Montacourt dat verhaal opnieuw. Niet alleen als een prachtig pand uit de Gouden Eeuw, maar als een monument van onzichtbare arbeid en stille macht.

Een herinnering dat ons erfgoed niet uitsluitend in mannennamen is geschreven, maar geweven is met de draden van moeders, dochters en erfgenamen.

✧ Code Hummerax ✧

Code Hummerax is de naam voor het onzichtbare contract van de vrouwen.

Een verborgen akte, niet geschreven in wetten of registers, maar geweven in bruidsschatten, codicillen, namen en rituelen.

Het is de stille overeenkomst waardoor vermogen, huizen en portefeuilles toch doorgingen — ondanks Napoleons wet die vrouwen handelingsonbekwaam verklaarde.

Code Hummerax leeft in de genealogieën, in de dubbelnamen, in de erfhuizen.

Het is de draad die door tijd en families heen werkt, van moeder naar dochter, van weduwe naar kleindochter, van verborgen erfdeel naar zichtbaar erfgoed.

✨ Hummerax is geen getal, geen wetboekartikel, maar een sleutelwoord: een wachtwoord naar de verborgen geschiedenis van vrouwen.

Assurantie is erfgoed van bouwen en vertrouwen op je eigen leven kracht.

Silvia wortelt in de natuur. Margaretha draagt de parel als symbool van verborgen erfgoed. Johanna schenkt genade en continuïteit. Bongartz legt de boomgaard van families aan. Lindeboom is het rechtsanker dat bescherming biedt. Koning sluit de cirkel met dynastieke macht.

⌛ Tijdreis van de Vrouw als Fundament

🔸 Oertijd & Ritueel

250.000 jaar geleden – De eerste mensen verschijnen in Nederland. 25.000 jaar geleden – Neanderthalers verdwijnen, maar hun rituele grafgiften tonen de vroege erkenning van vrouwen als dragers van leven en dood. 10.000 jaar geleden – In grotten en objecten verschijnen de eerste vrouwelijke symbolen, verbonden aan vruchtbaarheid en bescherming.

🔸 Oudheid & Vroege beschaving

ca. 0 – Vrouwelijke offers in Friese venen (Meisje van Yde). Het lichaam van de vrouw wordt letterlijk deel van cultureel erfgoed. Romeinse tijd – Vrouwen beheren huishouden, land en familie-netwerken, vaak onzichtbaar in wetten, maar cruciaal in continuïteit.

🔸 Middeleeuwen & Vroegmoderne tijd

1000–1500 – In huwelijkscontracten en codicillen ontstaat de stille code: vrouwen borgen erfgoed via schenkingen, sieraden, namen. 1600–1700 – Kunst en handel bloeien. Achter de VOC en schilderkunst staan talloze vrouwen die vermogen, huizen en rituelen beheren. Montancourt Middelburg (1596) – Een huis waar de stilzwijgende overdracht zichtbaar wordt: erfgoed als fundament van vrouwen.

🔸 Napoleon & De Grondwet

1811 – Napoleon maakt vrouwen wettelijk handelingsonbekwaam. Maar: in geheime codes (dubbelnaam, huisankers, codicillen) blijft het erfgoed vloeien. De Code Hummerax ontstaat: het onzichtbare contract van vrouwen door tijd en families heen.

🔸 19e & 20e eeuw

1871 – Aletta Jacobs opent de weg naar onderwijs en zelfbeschikking. 1919 – Vrouwenkiesrecht in Nederland. 1969 – Dolle Mina roept: “Baas in eigen buik.” 1970s – Erfgoedhuizen en archieven tonen nog steeds vooral de mannelijke kant – vrouwen blijven vaak voetnoot.

🔸 Onze tijd – 21e eeuw

2007 – Mijn persoonlijke erfgoedlijn (Bongartz–Lindeboom–Koning) wordt ritueel geladen bij de crematie van mijn vader. 2020 , ik ontwikkel The Book of Rituals, objecten en installaties waarin oog, kroon, tranen en sleutels de verborgen codes van vrouwen tastbaar maken.

2025 – Amsterdam Museum – Refresh Amsterdam #3: “Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed.”

Imagine

🔮 Toekomst

Imagine the Future – Het meisje met de parel is moeder geworden. Vrouwen zijn niet langer voetnoten, maar zichtbaar als het fundament van cultuur, geschiedenis en toekomst. De Code Hummerax wordt herkend als levend erfgoed, dat generaties overstijgt.

✧ Work Hard / Play Hard Codex ✧

Een playlist als verborgen contract van de dragers

1. Jon Hopkins – Emerald Rush

Code 1: De Schatkistclausule

Alles begint met energie in beweging. De bruidsschat wordt veiliggesteld – de rush is het fundament.

2. Ólafur Arnalds – Near Light

Code 2: Het Codicil

Een licht dat dichtbij schijnt, fluisterend als handgeschreven bijlagen die erfgoed doorgeven.

3. Nils Frahm – Says

Code 3: De Stilzwijgende Overdracht

Een herhaling die groeit: zo gaven moeders en dochters kennis door, zonder woorden.

4. Max Richter – On the Nature of Daylight

Code 4: Het Huisanker

Huizen en erfgoed als bakens in de tijd – Montacourt, Rouaansekaai – dragers in licht.

5. Kendrick Lamar – HUMBLE.

Code 5: De Dubbelnaam

Grootheid en bescheidenheid tegelijk. Radermacher–De la Rue. Lindeboom Bongartz en Koning. Namen die macht dragen.

6. Missy Elliott – Work It

Code 6: De Vruchtenregel

Omzetten, draaien, bewerken – net als vruchtgebruik: vrouwen leven van de opbrengsten, ook als het bezit hen wordt ontzegd.

7. Run The Jewels – Legend Has It

Code 7: De Symbolische Tekenreeks

De legende wordt doorgegeven in inscripties, merktekens, verhalen.

8. Foo Fighters – The Pretender

Code 8: De Geheimcode

Wat je ziet is niet wat je krijgt. Achter façade en theater zit de code van de vrouwen verborgen.

9. Beyoncé – Run the World (Girls)

Code 9: De Stilzwijgende Macht

Wie draagt werkelijk? De vrouwen – altijd.

10. Dua Lipa – Physical

Code 10: De Dragerskracht

Lichaam en ritme als contract – de fysieke kant van dragen, bewaren, doorgeven.

11. Fela Kuti – Water No Get Enemy

Code 11: De Onstuitbare Stroom

Water als metafoor voor erfgoed: overal, zacht en hard tegelijk. Het kan niet worden tegengehouden.

12. Burna Boy – Ye

Code 12: De Diasporacode

Verbonden aan slavernij en migratie – erfgoed reist, verandert en keert terug.

13. Bad Bunny – Tití Me Preguntó

Code 13: De Familiecode

Wie trouwt met wie, wie erft van wie – exact de vragen die erfgoedlijnen bepalen.

14. Peggy Gou – (It Goes Like) Nanana

Code 14: De Rituele Echo

Het refrein is een echo van moeders en grootmoeders – klank als codetaal.

15. Disclosure – When a Fire Starts to Burn

Code 15: De Oproep tot Actie

De brand ( Sarcoidose) in je longen begint klein, maar verspreidt zich. Zo werkt erfgoed: een vonk, een beweging, een collectief.

Brain Regain Eej*

Mimdset is everything / Verzekeren is investeren in jezelf en je eigen lichaam en brein – Iedereen kan wetenschap leren
De Patrones Ode aan mijn levensmotto Doe iets ! Het is maak hoe je kijkt!

Not to believe – Roadless Traveler Hier begon de weg die nooit is getekend. – Laan van London.

Geen kaart, geen polis, geen handtekening. Alleen de stille premie, betaald door vrouwen.

Petronella draagt, Knibbe bestuurt.

Het erfgoed beweegt, onzichtbaar, als water onder steen. Vandaar boetseren wij haar terug. Stil kinderen, moeder heeft belastingdag.

De moedermaatschappij bestaat — zonder dat men haar ziet. Waar ben je thuis?

Corrigeer me als ik het verkeerd zie maar dan gaat op papier.

Fijn Weekend, Mama