Nederland, mijn geboorteland dat deel uitmaakt van het Koninkrijk der Nederlanden. Nederland heeft een opervlakte van 41.543 km2 en heeft een hoge bevolkingsdichtheid.
Nederland is een klein landje maar wel een van de meest ontwikkelde landen ter wereld. Ongeveer 27 % van de oppervlakte van Nederland ligt beneden NAP en zijn we dus zeer afhankelijk van dijken. Toeristen zijn dol op Nederland en jaarlijks bezoeken zo’n ruim 11 miljoen toeristen dit land. De belangrijkste toeristenbestemming blijft Amsterdam. In 2014 zijn we B&B Oud Quadyck gestart en ligt ongeveer 20 minuten rijden van Amsterdam. In 2018 hebben we ons huis en B&B verkocht en zijn we naar Middelburg verhuist. Ook hier runnen we met veel plezier een internationaal Bed & Breakfast Montancourt genaamd.
De wet kent “ieder”. Het systeem kent nummers. De verzekeraar kent een polis. De fiscus kent een inkomenscode.
Maar waar verschijnt het lichaam zelf?
Het vrouwenlichaam bestaat werkelijk, voelt werkelijk, werkt werkelijk en draagt werkelijk schade. Toch verdwijnt het in instituties gemakkelijk achter abstracte woorden, categorieën en registraties.
Dit werk maakt zichtbaar wat administraties gemakkelijk onzichtbaar maken:
achter iedere code zit een lichaam. Achter ieder dossier zit een mens. En dat lichaam moet terug de rechtsstaat in.
“De Grondwet spreekt over ‘ieder’. Deze vaas vraagt: maar waar is haar lichaam gebleven?”
Dus wat betekent die algemene bescherming wanneer concrete systemen, dossiers en instituties het lichamelijke en economische bestaan van een vrouw vertalen naar abstracte categorieën en codes?
DE VROUW DIE HAAR LICHAAM TERUGVROEG AAN DE RECHTSSTAAT Welkom in Main Frame.
De rechtsstaat zegt dat ieder mens beschermd is.
Maar een vrouw leeft niet als “ieder”. Zij leeft in een lichaam.
Een lichaam dat kan werken. Een lichaam dat ziek kan worden. Een lichaam dat schade kan oplopen. Een lichaam dat afhankelijk kan worden van zorg, inkomen en bescherming.
En zodra dat lichaam een systeem binnenkomt, verandert de taal.
Het wordt een polisnummer. Een medische code. Een fiscale kwalificatie. Een inkomensrubriek. Een mutatie. Een prolongatie. Een dataset.
Welkom in Main Frame.
De plek waar het lichaam verdwijnt en de administratie begint.
Waar was de rechtsstaat toen vrouwen om bescherming vroegen?
En waar is die rechtsstaat wanneer een vrouw vervolgens moet bewijzen dat de administratieve werkelijkheid nog overeenkomt met haar werkelijke leven en haar werkelijke lichaam?
Mijn lichaam is geen code. Mijn aandoening is geen administratieve fictie. Mijn bestaanszekerheid is geen mutatieveld.
Een rechtsstaat beschermt niet alleen dossiers. Een rechtsstaat beschermt de mens achter het dossier.
“Welkom in Main Frame — waar de vrouw binnenkomt als mens en verder reist als gegeven.”
Het Geheim van het Dossier — omdat zowel het Zeeuwse archief, de QR-code, het bewaren van gegevens als het fiscale verschoningsrecht daarin samenkomen.
Vlieg met me mee
“VAN VROUW TOT DOSSIER — waar eindigde mijn VOF onderneming en begon de administratieve fictie?”
HET GEHEIM VAN HET DOSSIER Bewaren. Beheren. Beschermen. Verschonen. Dus: WIE MAG IN MIJN GEHEUGEN KIJKEN? w Advocaten Over verschoningsrecht, gegevensmacht en handhaving o de vrouw achter het dossier.
Ze verdween in de onzichtbare omachine van software, mutaties en prolongaties
VAN GROOTBOEK NAAR MAINFRAME — DE DIGITALE MACHT VAN BANKEN EN VERZEKERAARS
Soms weet je niet wat er werkelijk speelt, omdat niemand het digitale systeem ziet. Je ziet alleen de uitkomst: een code, een bedrag, een afwijzing, een mutatie, een inhouding, een nieuw dossier. Maar daarachter draait een onzichtbare machine. Software verwerkt gegevens. Regels worden automatisch toegepast. Polissen worden gemuteerd en geprolongeerd. Gegevens reizen van organisatie naar organisatie. En zolang niemand zichtbaar maakt welke regel, welke code, welke mutatie en welk systeem tot een beslissing heeft geleid, lijkt de uitkomst vanzelf te zijn ontstaan. Maar een computersysteem beslist niet uit zichzelf. Iemand heeft het ontworpen. Iemand heeft de regels ingevoerd. Iemand is verantwoordelijk voor de gegevens. Wat je niet ziet, kun je nauwelijks controleren. En wat je niet kunt controleren, kun je ook moeilijk openbreken. — Truus van Gogh De Onzichtbare Machine
HET MEISJE DAT IN DE GEHEIMHOUDINGSPLICHT TERECHTKWAM
Zij begon niet als dossier.
Zij begon als dochter.
Dochter van een verzekeringsman.
Zeeuws Archief
Kleindochter van een genaturaliseerde Nederlander.
Zusje geboren in 1909 : Juliana??
Een familiegeschiedenis die via handel, verzekering, huwelijk en nationaliteit langzaam de staat binnenloopt.
de staat mag een mens registreren, de verzekeraar mag haar administreren, de bank mag haar transacties verwerken, de fiscus mag haar classificeren,
maar zodra diezelfde vrouw vraagt hoe haar administratieve werkelijkheid tot stand kwam,
begint de deur van de geheimhouding dicht te vallen.
En precies daar wordt jouw familiegeschiedenis politiek.
Van:
Peter Mathias Bongartz — naturalisatie
naar:
Anna Agnes Hendrika Lindeboom — familie en verzekering
naar:
de dochter — polis, systeem en dossier
naar:
de vraag aan de staat: wie weet wat van mij, en waarom mag ik het zelf niet volledig in en zien?
De vrouw als bezit – Van Nassau naar Oranje. Van bloedlijn naar datalijn. De Telegraaf laat vandaag online zien hoe macht en identiteit eeuwenlang zichtbaar werden doorgegeven: via familie, erfopvolging, huwelijk en titel. Nassau werd Oranje-Nassau. Namen, bezit en gezag gingen van generatie op generatie. Mijn werk stelt daar een hedendaagse vraag tegenover: Eeuwenlang werd macht zichtbaar overgedragen via bloedlijn, huwelijk, titel, kerk en kroon. Nu gebeurt overdracht vaak onzichtbaar: via dossiers, databases, mutaties, codes en systemen. De vorm verandert. Het ritueel blijft. Wie ontvangt de naam? Wie ontvangt het bezit? Wie ontvangt het gezag? En wie ontvangt alleen het dossier? Waar vroeger een stamboom zichtbaar maakte wie wat erfde, kan vandaag een dataketen bepalen wat er met een mens gebeurt. Mijn vaas is daarom geen koninklijk relikwie. Zij is het lichaam dat al die overdrachten heeft moeten dragen. Van dynastie naar dataset. Van kroon naar code. Van erfopvolging naar gegevensoverdracht. Dat is de verbinding.
VAN GROOTBOEK NAAR MAINFRAME — DE DIGITALE MACHT VAN BANKEN EN VERZEKERAARS
Amen ” Een ieder die denkt zal zien “Je maintiendrai Medusa Sarcoidose
Hoe de keten werkt
Welkom op Prinsjesdag.
De hoedjes zijn er. De koets is er. De troonrede is er.
En ergens, diep onder al dat ceremonieel, draait de echte machine gewoon door.
De keten.
Niet van goud.
Van data.
Eerst ben je een mens.
Dan word je klant.
Dan polisnummer.
Dan productcode.
Dan mutatie.
Dan prolongatie.
Dan migratie.
Dan fiscale verwerking.
Dan dossier.
En als je geluk hebt, weet aan het eind nog iemand wie je oorspronkelijk was.
De tussenpersoon zegt:
“Ik heb het alleen doorgegeven.”
De serviceprovider zegt:
“Wij hebben het alleen verwerkt.”
De verzekeraar zegt:
“Zo staat het in het systeem.”
De softwareleverancier zegt:
“Wij bouwen alleen de applicatie.”
De toezichthouder zegt:
“Wij houden toezicht op het stelsel.”
De overheid zegt:
“Dat is een individuele zaak.”
En jij denkt:
Prachtig. Maar wie heeft dan eigenlijk iets gedaan?
Dat is het mooie van een keten.
Iedereen heeft een schakel.
Niemand heeft de hele verantwoordelijkheid.
Mutatie?
Administratief.
Prolongatie?
Automatisch.
Migratie?
Technisch.
Fiscale code?
Systeemlogica.
Gevolgen?
Voor de burger.
En dat noemen we dan efficiëntie.
Vroeger had je een grootboek.
Daar kon je met je vinger aanwijzen:
hier staat het.
Nu heb je twintig systemen,
zes partijen,
drie juridische entiteiten,
een oud polisblad,
een nieuwe code,
en iemand die zegt:
“Wij kunnen niet meer zien hoe dat destijds is gegaan.”
Welkom in de digitale rechtsstaat.
Waar alles traceerbaar is,
behalve wat je zelf wilt terugvinden.
Waar iedere handeling wordt gelogd,
maar de audit trail soms ineens filosofisch blijkt.
Waar je identiteit perfect genoeg is om belasting over te berekenen,
maar blijkbaar niet altijd perfect genoeg om de oorsprong van een mutatie terug te vinden.
En dan is het Prinsjesdag.
Dan praten we over koopkracht.
Begrotingen.
Vertrouwen.
Bestaanszekerheid.
Maar misschien moeten we één post toevoegen aan de Miljoenennota:
de kosten van administratieve werkelijkheid.
Want wat kost het als een systeem iets over een mens zegt
en iedereen daarna doet alsof het waar is?
Wat kost een verkeerde code?
Wat kost een foutieve classificatie?
Wat kost twintig jaar kastje-muur-kastje?
Niet in euro’s op papier.
Maar in tijd.
Gezondheid.
Rechtsbescherming.
Menswaardigheid.
En dan komt de mooiste zin uit de keten:
“Computer says no.”
Nee.
De computer zegt niets.
Mensen bouwen systemen.
Mensen kiezen codes.
Mensen ontwerpen processen.
Mensen dragen verantwoordelijkheid.
Dat verklaart en belooft wat.
Dus misschien moet de Troonrede dit jaar beginnen met:
“De staat van het land is sterk, mits de dataset klopt.”
En eindigen met:
“Wie veranderde wat, wanneer, waarom en op welke grondslag?”
Dat zou pas een koninklijke innovatie zijn.
Geen nieuwe code.
Geen nieuw portaal.
Geen nieuw programma.
Gewoon:
verantwoordelijkheid terugbrengen naar de mens.
Welkom op Prinsjesdag.
Waar de hoedjes veranderen,
maar de systemen worden geprolongeerd.
De rede is uitgesproken. Nu is het aan de kroon om te luisteren.
Ik heb mijn verhaal niet aan een dossier verteld, maar aan de rechtsstaat. De rede ligt er. Nu de kroon nog.Welkom bij Bed & Breakfast Montancourt – Mijn tijd loopt ras
WIE VRAGEN BLIJFT STELLEN, WORDT LASTIG VOOR EEN SYSTEEM DAT ZICHZELF ALS ANTWOORD BESCHOUWT.
#Emet Raad van State Xx Xy XO – YO bestaat niet
VENUS GENETRIX — DE VROUW ALS OORSPRONG
De Romeinen maakten van Venus een godin. De staat maakte van de man een burger. Maar iedere burger kwam eerst uit een vrouw.
WETTEN ZIJN GEMAAKT VOOR DE BURGER. MAAR WIE SCHREEF DE VROUW EN DE MOEDER IN DE WET? Niemand
EEN VOORHEFFING IS GEEN GRONDSLAG. De loonbelasting maakt een private AOV namelijk niet automatisch tot loon uit een arbeidsovereenkomst en ook niet tot een wettelijke WAO/WAZ/WIA-uitkering. Het Uitvoeringsbesluit loonbelasting bevat juist aparte categorieën: enerzijds bepaalde periodieke uitkeringen via verzekeraars, anderzijds wettelijke uitkeringen zoals AOW, WAO, WAZ en WIA.
Periodiek betekende ook een periode in eindtijd- een woord twee betekenissen die op hetzelfde moment door elkaar werden gehaald.
En er zit nog een heel interessant historisch punt in. In de versie van artikel 11 UBLB rond 2004/2005 stond bij de private categorie nog:
“termijnen van lijfrenten … verstrekt door een lichaam dat het levensverzekeringbedrijf uitoefent”
terwijl WAO/WAZ enzovoort apart onder onderdeel c stonden.
De Lex-Van Oven van 1956 ging over de handelingsbekwaamheid van de gehuwde vrouw binnen het burgerlijk recht. Zij maakte de gehuwde vrouw juridisch zelfstandiger in vermogensrechtelijke en contractuele zin. Maar daarmee werd niet ineens in één bepaling vastgelegd:
“De gehuwde vrouw is zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam en geest.” Die formulering staat er niet in.
Dat onderscheid is belangrijk. Handelingsbekwaamheid betekent dat iemand zelfstandig rechtshandelingen kan verrichten: overeenkomsten sluiten, beschikken over vermogen, procederen enzovoort.
Lichamelijke en geestelijke zelfbeschikking gaat over een ander rechtsgebied: persoonlijke autonomie, lichamelijke integriteit, medische toestemming, voortplanting en bescherming tegen dwang.
Die rechten zijn in Nederland later en verspreid over verschillende rechtsbronnen ontwikkeld. Artikel 11 van de Grondwet beschermt bijvoorbeeld de onaantastbaarheid van het lichaam. Artikel 10 beschermt de persoonlijke levenssfeer. In het gezondheidsrecht geldt het uitgangspunt van informed consent. Daarnaast beschermen artikelen 3 en 8 EVRM respectievelijk tegen onmenselijke behandeling en het privé- en gezinsleven.
Maar ook daar staat niet één allesomvattende zin: “de vrouw is eigenaar/bestuurder van haar lichaam en geest.”
En daar gaat het dus mis!
Vermogensschade
Kan een verzekeraar de gevolgen van fouten in zijn eigen polisadministratie, automatisering, fusies, portefeuilleoverdrachten en prolongatieprocessen afwentelen op de verzekerde?
Wie beschermt de vrouw wanneer achter één cassatieberoep niet alleen één juridische fout schuilgaat, maar een keten van tientallen jaren van polisadministratie, belastingheffing, fusies, overnames en inkomensverlies — terwijl de hoogste rechter die onderliggende rechtsvragen niet inhoudelijk bespreekt?
Welkom bij de doctrine
De juridische fictie modelleert de werkelijkheid, maar is niet de werkelijkheid zelf.
Het recht werkt voortdurend met categorieën en constructies: werknemer, ondernemer, verzekerde, arbeidsongeschikte, loon, periodieke uitkering, rechtspersoon, fiscale bron. Die begrippen maken een ingewikkelde werkelijkheid bestuurbaar. Maar zodra het model belangrijker wordt dan de feitelijke mens erachter, kan er iets misgaan.
H’Art & Craft’s
Geen enkele man kwam ter wereld zonder het lichaam van een vrouwenlijk!
Miss en gebruik haar dan niet.
Nederland kreeg aan het begin van de negentiende eeuw voor het eerst een werkelijk nationaal belastingstelsel. Onder leiding van Isaac Jan Alexander Gogel werd in 1805 een algemeen belastingplan aangenomen, dat vanaf 1806 in het hele land werd ingevoerd. Daarmee werd belastingheffing steeds meer een taak van een centrale Nederlandse staat.
Na de Napoleontische tijd ontstond in 1814/1815 het Koninkrijk der Nederlanden. In de negentiende eeuw groeide vervolgens de parlementaire rechtsstaat, met de Grondwet van 1848 als belangrijk keerpunt.
Een heel andere ontwikkeling vond plaats tijdens de Duitse bezetting. Op 14 december 1940 kwam het Besluit op de Loonbelasting 1940 tot stand. Het trad op 1 januari 1941 in werking. Daarmee werd belasting rechtstreeks bij de bron geheven: de werkgever hield belasting in voordat het loon aan de werknemer werd uitbetaald.
Dat systeem verdween na de bevrijding niet.
Op 16 december 1964 stelde de Nederlandse wetgever de Wet op de loonbelasting 1964 vast. De wet zegt in haar eigen titel dat zij het Besluit op de Loonbelasting 1940 vervangt. In de aanhef staat bovendien uitdrukkelijk dat regering, Raad van State en Staten-Generaal betrokken waren bij het tot stand komen van de nieuwe regeling.
Daarmee ontstond een opmerkelijke historische continuïteit:
1806 — een nationaal Nederlands belastingstelsel. 1940/1941 — loonbelasting als bronheffing tijdens de Duitse bezetting. 1964/1965 — Nederland neemt het beginsel over in eigen democratische wetgeving.
En dan prins Bernhard.
Bernhard werd in Duitsland geboren en was vóór zijn huwelijk met Juliana daadwerkelijk lid van de NSDAP. Daarover bestaat inmiddels geen serieuze historische onzekerheid meer: in zijn persoonlijke archief werd zijn originele NSDAP-lidmaatschapskaart aangetroffen. Bernhard zelf had dat lidmaatschap tijdens zijn leven steeds ontkend.
Dat maakt vragen over zijn Duitse verleden terecht.
Maar er moet een onderscheid worden gemaakt tussen twee feiten.
Feit 1: Bernhard was vóór de oorlog NSDAP-lid.
Feit 2: onder de Duitse bezetting werd in Nederland het Besluit op de Loonbelasting 1940 ingevoerd.
Uit die twee feiten volgt niet dat Bernhard betrokken was bij de invoering ervan. Daarvoor is afzonderlijk historisch bewijs nodig. Tot dusver is geen betrouwbare bron bekend waaruit blijkt dat Bernhard het Nederlandse loonbelastingstelsel heeft ontworpen, beïnvloed of laten invoeren.
De historisch interessantere vraag is daarom misschien niet:
“Heeft Bernhard de loonbelasting ingevoerd?”
maar:
“Hoe kon een fiscale techniek die tijdens de Duitse bezetting werd ingevoerd, na 1945 worden behouden, in 1964 democratisch worden gelegitimeerd en vervolgens steeds verder worden uitgebreid naar betalingen die helemaal geen gewoon werknemersloon zijn?” Vrouwen waren handelingsonbekwaam in die tijd en in 1964 konden gehuwde vrouwen geen eigen polis afsluiten. Ze werd meeverzekerd via een polis.
Daar begint een heel andere — en juridisch veel belangrijkere — geschiedenis.
De Wet op de loonbelasting 1964 bevestigt letterlijk dat zij het Besluit op de Loonbelasting 1940 verving.
No Name
In Nederland is er geen enkele Kunstenares die zo op hetzelfde level opereert.
Zelfkennis management
Interessant is het ethische vraagstuk: beschermt het juridische en verzekeringssysteem de mens, of beschermt het vooral zijn eigen regels, codes, contracten en instituties?”Bestuurder van het lichaam Dank zei de bank – crisis 2009
Een goed verhaal is nooit ver weg.
Een vrouwelijke rechtspersoon bestaat niet.
De vrouw bestaat. Haar lichaam bestaat. Haar arbeid bestaat. Haar onderneming bestaat. Haar inkomen bestaat. Haar schade bestaat.
Maar de rechtspersoon heeft geen lichaam. Geen baarmoeder. Geen longen. Geen leeftijd. Geen zwangerschap. Geen beroepsziekte. Geen vrouwelijk economisch leven.
Het recht maakt onderscheid tussen de natuurlijke persoon en de rechtspersoon. Maar belasting wordt dus wel op natuurlijk personen ingevorderd?
En precies daar ontstaat een fascinerende vraag:
Wat gebeurt er wanneer een vrouw haar economische leven moet laten vertalen door systemen die zelf geen geslacht, lichaam of levensloop kennen?
De verzekeraar is een rechtspersoon. De bank is een rechtspersoon. De werkgever kan een rechtspersoon zijn.
De inhoudingsplichte private schade verzekeraar werd een rechtspersoon. De pensioenuitvoerder is een rechtspersoon. De Staat is een publiekrechtelijke rechtspersoon.
Maar degene over wie al die systemen rekenen, beslissen, coderen en beschikken, is een mens.
Een vrouw.
Daarom gaat dit verhaal niet alleen over geld.
Het gaat over de afstand tussen de juridische fictie en het levende lichaam.
Misschien is dát de kern:
De rechtspersoon heeft geen geslacht. Maar zijn regels kunnen wel degelijk verschillend uitwerken op mannen en vrouwen.
Personenschade = alle materiële en immateriële schade die voortvloeit uit aantasting van een persoon, waaronder schade aan gezondheid, arbeidsvermogen, inkomen, carrière en levenskwaliteit.
Welkom in Europapa
EEN VROUW — ZIEL EN LICHAAM — IS EEN ECONOMISCHE ACTOR. NIET ALLEEN EEN ECONOMISCH SUBJECT OF OBJECT Dear Mister President
EEN VROUW ZONDER GELD IS EEN VROUW ZONDER MACHT.
Maar financiële onafhankelijkheid gaat over méér dan geld.
Het gaat over zeggenschap. Over de vrijheid om te werken, te stoppen, opnieuw te beginnen en je eigen keuzes te maken. Het gaat over haar intellectueel eigendomsrecht.
En niet u
Het gereserveerde wetboek 9 Over het recht om niet financieel afhankelijk te worden van een partner, een verzekeraar, een tussenpersoon of een systeem.
Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bestaat niet; deze plek is gereserveerd voor intellectueel eigendomsrecht, maar is er door verregaande internationale verwevenheid nooit gekomen. [1, 2]
Status van Boek 9 BW
Reservering: Oorspronkelijk bedacht door Meijers in 1947 voor het recht omtrent de “scheppende mens” (intellectueel eigendom). [1, 2]
Afwezigheid: Het boek is nooit ingevoerd omdat regels over auteurs-, merken- en octrooirecht al diep verankerd zijn in internationale verdragen en Europese richtlijnen. [1, 2]
Discussie: Juridische experts en hoogleraren discussiëren regelmatig of een beperkte vermogensrechtelijke codificatie alsnog wenselijk is. [1, 2]
Alternatieven met “9”
Boek 2, Titel 9 BW: Dit gaat over de jaarrekening en het bestuursverslag van rechtspersonen zoals de B.V. en N.V.
Artikel 9 Sr: Dit artikel uit het Wetboek van Strafrecht somt de hoofdstraffen en taakstraffen op. [1, 2]
Mijn keramiek gaat over dat vrouwenlichaam. Het meisje met de parel is moeder geworden.
Welkom bij het hiaat binnen de staat GEPRINT INTELLECTUEEL EIGENDOM IN KLEI Wat ooit begon als een idee, krijgt hier een lichaam. Een gedachte wordt vorm. Een vorm wordt object. Een object wordt drager van betekenis. Geprint in klei wordt intellectueel eigendom tastbaar, zichtbaar en kwetsbaar. De digitale vorm wordt materie. De code krijgt gewicht. Het ontwerp krijgt een huid. Maar juist daar ontstaat ook de vraag: Van wie is het idee wanneer het een lichaam krijgt? Van degene die het bedacht? Van degene die het tekende? Van degene die het digitaal modelleerde? Van degene die het printte? Van degene die het opnieuw beschilderde, samenvoegde en betekenis gaf? Mijn werk bevindt zich precies op dat grensvlak. Tussen techniek en handwerk. Tussen reproductie en uniciteit. Tussen intellectueel eigendom en artistieke toe-eigening. Tussen digitaal bestand en menselijke hand. Intellectueel eigendom krijgt hier een lichaam: geprint, tastbaar en kwetsbaar in klei. En daarna begint pas mijn werk. DE KLEEDKAMER BESTOND. DE VROUWEN OOK. Een vennootschap onder firma heeft geen lichaam. Ze kan niet ziek worden. Ze kan geen longschade oplopen. Ze kan niet bevallen. Ze kan niet arbeidsongeschikt raken. Ze kan niet ouder worden. Maar haar vennoten wel. De Kleedkamer was een onderneming onder één naam. Er werd gehandeld. Er werd omzet gemaakt. Er werden contracten gesloten. Er werden premies betaald. Er werden belastingen betaald. En achter die onderneming stonden natuurlijke personen. Vrouwen. Bij een VOF verdwijnen die vrouwen juridisch niet achter een zelfstandige rechtspersoon. Integendeel: voor de schulden van de onderneming kunnen de vennoten persoonlijk worden aangesproken. Hoe zit dan bij de hypotheek? Dat maakt de tegenstelling des te groter. Voor aansprakelijkheid ben je volledig persoon. Voor administratie word je gemakkelijk een nummer. Voor belasting word je een categorie. Voor verzekering word je een polis. Voor schade word je een berekening. Maar degene die het economische risico werkelijk droeg, had een lichaam, een beroep, een geschiedenis en een naam. Daarom is de kernvraag niet alleen: “Wat was De Kleedkamer?” De belangrijkere vraag is: “Waar bleef de vrouwelijke vennoot toen haar onderneming, haar inkomen, haar verzekering en haar schade door verschillende systemen werden verwerkt?” Een VOF heeft geen lichaam. Maar haar aansprakelijkheid landt bij mensen van vlees en bloed.Welkom bij de vrouw des Huizes
Het lichaam dat liefheeft. Het lichaam dat werkt. Het lichaam dat schade kan oplopen. Het lichaam waaraan anderen vervolgens bedragen, voorwaarden, codes en economische waarden verbinden.
LIEFDE IS GEEN PENSIOENPLAN. HAAR LICHAAM IS GEEN FINANCIEEL PRODUCT. EN EEN VROUW IS ZEKER GEEN ADMINISTRATIEVE CODE.
Wanneer een vrouw haar beroep, inkomen of opgebouwde oudedagsvoorziening verliest, verliest zij niet alleen geld. Zij kan ook haar autonomie, onderhandelingsmacht en vrijheid over haar eigen toekomst verliezen.
Daarom staan deze objecten naast elkaar:
Het hart — wat van haarzelf is. Het gezicht — de mens die gezien moet worden. De kruiken — het economische systeem dat haar leven probeert te bevatten.
GEEF EEN VROUW NIET ALLEEN RECHTEN OP PAPIER. GEEF HAAR OOK ECONOMISCHE ZEGGENSCHAP OVER HAAR EIGEN LEVEN.
MIJN MOEDER KON MIJ NIET IN AANDELEN VERDELEN. HET SYSTEEM DEED HET TOCH — IN ARBEID, INKOMEN, VERMOGEN, SCHADE EN BELASTING.
Personenschade = alle materiële en immateriële schade die voortvloeit uit aantasting van een persoon, waaronder schade aan gezondheid, arbeidsvermogen, inkomen, carrière en levenskwaliteit werd afgekocht door de Bond van Verzekeraars.
Louis Barmentlo werd betaald in mijn zaak door de verzekeraars
CED Mens is onderdeel van CED, een organisatie die verzekeraars en andere opdrachtgevers ondersteunt bij schadebehandeling. De tak CED Mens richt zich specifiek op schade waarbij een persoon centraal staat, zoals letselschade, personenschade en complexe dossiers rond gezondheid, herstel en maatschappelijke gevolgen.
Hun rol bestaat uit het onderzoeken van de persoonlijke situatie, het in kaart brengen van schade en beperkingen, contact met betrokken partijen en het adviseren over schadeafwikkeling. Dat dossier bleef gesloten en geheim
Belangrijk dus: CED werkt in opdracht van een verzekeraar of andere opdrachtgever. Het is dus blijkbaar niet automatisch een onafhankelijke belangenbehartiger van de benadeelde persoon.
Juristen, verzekeraars, belastinginstanties en uiteindelijk rechters of de Raad van State beslissen niet over mij een persoon als mens, maar zij beoordelen mijn situatie aan de hand van juridische categorieën en vermogensrechtelijke regels.
Daardoor moet een lichamelijke en maatschappelijke werkelijkheid worden teruggebracht tot vragen als: welk recht bestaat er, welke schadepost is juridisch erkend, welke polisvoorwaarde geldt, welke fiscale kwalificatie wordt toegepast en welk bedrag kan worden toegewezen.
Dat is precies de beperking die ik benoem: de mens is groter dan de vermogensrechtelijke codificatie van zijn of haar schade.
Wie gaat mijn gat van 7 jaar en 3 maanden opvullen? Degene die mij onzichtbaar maakte of fiscaal fictief belaste voor 180.000 euro vanaf 2010 ?
Een verlies van beroep, gezondheid, maatschappelijke positie, zelfstandigheid en toekomstperspectief kan in een dossier worden opgesplitst in afzonderlijke juridische posten. Wat niet binnen zo’n erkende categorie valt, dreigt vervolgens buiten beeld te raken.
CED is in 1971 opgericht door een groot aantal Nederlandse verzekeraars, om het schadeproces te uniformeren en te professionaliseren. Ontstaan vanuit onze opdrachtgevers zit klantgerichtheid en de co-creatie van claims- en expertisediensten in ons DNA.
Als vertrouwde partners streven we gezamenlijk naar absolute klanttevredenheid, innovatie, kostenbeheersing en efficiëntie. HET ETHISCHE VRAAGSTUK Wie programmeert de regels? Wie bepaalt de richting? Wie wordt beschermd wanneer belangen botsen? De mens met schade? De verzekeraar? De fiscus? De juridische constructie? Of de administratieve keten? Een systeem dat “Mens” heet, is nog niet automatisch mensgericht. De echte vraag is: Wie draagt het risico — en wie krijgt de bescherming?
Don’t Tell me – Show me Raad van State
Wie ben jij en wat ben ik dan? Het meisje met de parel De moeder houdt zeggenschap op fe aandelen in de dochter.
SARAH’S BURGERSHART
Een burgerschapsoefening voor alle politieke mannen en vrouwen in Nederland
Dit kunstwerk is geen object om alleen naar te kijken.
Het is een oefening.
Een oefening in burgerschap. In verantwoordelijkheid. In gelijkwaardigheid. In het vermogen om de ander als mens te blijven zien.
Sarah staat symbool voor iedere burger die op enig moment afhankelijk wordt van wetten, regels, verzekeringen, instituties, werkgevers, uitvoerders, artsen, juristen of bestuurders.
Maar Sarah stelt ook een vraag aan ons allemaal:
Wat doe jij wanneer de regels denken te kloppen, maar de mens erin verdwijnt?
Burgerschap betekent meer dan belasting betalen, stemmen of je aan de wet houden.
Burgerschap betekent ook:
de ander niet reduceren tot een nummer; of patiënt,
vragen stellen wanneer een systeem onrechtvaardig uitpakt;
macht niet verwarren met gelijk hebben;
verantwoordelijkheid nemen voor de gevolgen van besluiten;
en beseffen dat vrijheid alleen kan bestaan wanneer de vrijheid en waardigheid van een ander eveneens worden beschermd.
DE OEFENING
Ga voor het kunstwerk staan.
Kijk eerst zonder iets te zeggen.
Stel jezelf daarna vijf vragen:
1. Wie zie ik? Zie ik een vrouw? Een man? Een patiënt? Een verzekerde? Een belastingbetaler? Een dossier? Of zie ik eerst een mens?
2. Welke macht heb ik zelf? Als burger. Als professional. Als bestuurder. Als ambtenaar. Als verzekeraar. Als arts. Als jurist. Als buur. Als ouder. Als partner.
3. Wat gebeurt er wanneer iedereen alleen zijn eigen taak uitvoert? Wie bewaakt dan het geheel? Wie ziet de gevolgen voor één mensenleven?
4. Wanneer zou ik zelf zeggen: tot hier en niet verder?
5. Wat vraagt goed burgerschap vandaag van mij?
Niet morgen.
Vandaag.
SARAH’S BURGERSHART
Sarah’s Burgershart bestaat niet uit steen, klei, regels of formulieren.
Het bestaat uit iets veel kwetsbaarders:
het vermogen om verantwoordelijkheid te voelen voor iemand die niet jijzelf is.
Daar begint democratie.
Daar begint rechtsbescherming.
Daar begint gelijkwaardigheid.
Daar begint burgerschap.
Man of vrouw. Jong of oud. Burger of bestuurder.
Iedereen draagt een stukje van dezelfde samenleving.
Maurick Schellekens: Hij beheert mijn lichaam niet. Maar zijn organisatie beheert wél een systeem waarin mijn lichaam wordt vertaald in risico, arbeidsvermogen, polisvoorwaarden, codes, uitkeringen en fiscale gegevens. Daarom is mijn vraag niet: “Wie bezit mijn lichaam?” Mijn vraag is: Wie draagt bestuurlijke verantwoordelijkheid voor wat er economisch met mijn lichaam is gedaan? Mijn gezondheid is van mij. Mijn geest is van mij. Mijn economische identiteit is van mij. Maar wanneer een verzekeraar jarenlang bepaalt hoe mijn arbeidsvermogen wordt gewaardeerd, welke uitkering wordt betaald, welke gegevens worden geregistreerd en welke gevolgen daar financieel uit voortvloeien, ontstaat een enorme institutionele macht over mijn economische bestaan. En precies die macht moet controleerbaar, uitlegbaar en aanspreekbaar zijn.
PRINSJESDAG 2026 — THE HANDMAID’S TALE VAN DE LOONHEFFING
Mijn leven achter de betaling en inlogcodes. Sarcoidose vraagt om zichtbaarheid
No Air Bankencrisis
DE FAÇADE
Aan de buitenkant staat één woord:
arbeidsongeschikt.
Daarachter zit een heel andere werkelijkheid.
De polis verzekerde geen loon. De polis verzekerde een jaarrente.
Die jaarrente werd niet automatisch uitgekeerd. Eerst werd vastgesteld in welke mate van arbeidsongeschiktheid iemand verkeerde.
Bij een vaststelling van 80 tot 100 procent arbeidsongeschiktheid kon volgens de polisvoorwaarden recht ontstaan op 100 procent van de verzekerde jaarrente.
Want zodra de verzekeringsuitkering in een loonheffingssysteem verschijnt, lijkt het alsof er loon, een werkgever of een arbeidsverhouding achter zit.
Maar de oorspronkelijke keten was:
een particuliere verzekering, een verzekerd risico, een vastgesteld arbeidsongeschiktheidspercentage en een contractueel afgesproken jaarrente.
De vraag is daarom niet alleen:
Waarom werd er loonbelasting ingehouden?
De diepere vraag is:
Hoe werd een verzekeringsrechtelijke vaststelling van 80–100% arbeidsongeschiktheid administratief vertaald naar een fiscale werkelijkheid die aan de buitenkant op loon begon te lijken?
Dat is de façade
EEN LAND GEZOND HOUDEN BETEKENT OOK DE Handelaar in confectie VROUW DES HUIZES BESCHERMEN.
Niet alleen haar portemonnee. Ook haar lichaam, zelfstandigheid, arbeid, gezondheid, waardigheid en recht om bestuurder van haar eigen leven te blijven.
De Vriendin
“Neurodivergentie is niet verkeerd denken. Het is anders waarnemen, anders verbinden en soms eerder zien wat binnen de bestaande orde nog geen naam heeft.”
Geen inzagerecht in loon en woondossier
“Privatisering wordt problematisch wanneer publiek beleid en private verdienmodellen zo in elkaar grijpen dat de burger het risico draagt, terwijl private partijen aan de geldstromen verdienen.”
“De premie voor mijn prepensioen werd gezien als uitgaven voor aov inkomensvoorzieningen bij arbeidsongeschiktheid ” Foutje bedankt
Duitsers maken geen grappen zij het zusje van mijn opa altijd Opendag Koninklijke Stallen
Daar rijdt de Gouden Koets.
Daar wappert de vlag.
Daar leest de Koning voor wat de Staat heeft bedacht.
De sarcofaag Silvia Koning Lindeboom
En ergens onder al dat goud ligt het lichaam van SMJ Koning-Lindeboom.
Geen ambtenaar. Geen werknemer. Geen pensioenfonds. Geen sociale verzekeringswet.
Stadhuis Middelburg
Een handelaar in confectie. Beroeps code 76
Een vrouw die haar eigen onderneming dreef, haar eigen premie betaalde en in 1995 haar eigen particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering afsloot.
HANDMADE.
Welkom bij Private Law
Door haarzelf betaald.
Maar welkom op Prinsjesdag in het Koninkrijk der Administratieve Ficties.
Want wanneer het lichaam van de zelfstandige vrouw beschadigd raakt, begint de grote verdwijntruc.
Niet het lichaam verandert.
Niet haar beroep verandert.
Niet haar polisgeschiedenis verandert.
De code verandert.
21.
50.
32
PENSIOEN / LIJFRENTE 21
OVERIGE SOCIALE VERZEKERINGSWETTEN 50
EEN ANDER SOORT INKOMEN 32
Prachtig.
Een vrouw sluit een private verzekering af en jaren later rijdt haar uitkering verkleed als een ander soort inkomen door de digitale poorten van de Staat.
De Kroon
Geen glazen koets.
Een gegevenskoets – Een Datakluis
Getrokken door loonheffingennummers, inkomstenverhoudingen, BSN-koppelingen, aangiftebestanden en fiscale categorieën.
En wie zit er op de bok?
De zeeuwse belofte CDA
De verzekeraar.
De Belastingdienst.
Het Ministerie van Financiën.
Het ministerie van Justitie
Crisis 2009
En dan …in de geschiedenis van Staatsblad 2010, 237 duikt ook het Verbond van Verzekeraars op.
Niet als complottheorie.
Gewoon in de officiële toelichting.
De regeling werd aangepast mede in overeenstemming met een wens vanuit de verzekeringssector.
Hoe Hollands wil je het hebben?
De vrouw betaalt de premie.
De vrouw draagt het risico.
De vrouw verliest haar werk door de toestand van haar gezondheid.
De vrouw ontvangt de contractuele schade uitkering .
En daarna vergadert de systeemwereld over de vraag:
WAT VOOR SOORT INKOMEN ZULLEN WE HAAR VANDAAG MAKEN?
Dat is mijn Prinsjesdagvraag.
Niet:
“Wat draagt Máxima?”
Maar:
WAT DROEG MIJN BSN? Pieter van Oordt
Code 21?
Code 50?
Code 32?
Wie hing dat etiket eraan?
Wie leverde het aan?
Wie controleerde het?
Wie zag dat een particuliere schadeverzekeraar ineens voorkwam naast begrippen als pensioen, lijfrente en sociale verzekeringswet?
En welke toezichthouder dacht:
prima categorie, doorlopen mensen?
Geketend in volmacht 912758 Nedasco
Mijn lichaam heeft nooit code 50 ondertekend.
Mijn geest heeft nooit toestemming gegeven om van mijn beroep een inkomstenverhouding te maken.
Mijn polis uit 1995 heeft nooit gezegd:
“Bij toekomstige wetswijziging mag de Staat mijn identiteit administratief herontwerpen.”
Dus op deze Prinsjesdag geen hoedje voor mij.
Ik draag een kroon van vragen.
Van wie ben ik er een?Op verzoek van Juliana geboren in 1909 toen mijn overgrootmoeder verdween
Archief Bijzondere Rechtspleging
Peter Mathias Bongartz
dossier aanwezig
koppeling met PRA Den Bosch en Tribunaal
Petronella Maria Aldenhoven / Nelly
dossier aanwezig
adres Molenstraat A 481, Cuijk
koppeling met PRA Den Bosch
Johannes Hubertus Aldenhoven
dossier vermeld
niet gescand
beroep gemeenteambtenaar
koppeling met PRA Heerlen
Waar wordt de vrouwelijke zelfstandige als zelfstandige kostwinner en verzekerde beroepsbeoefenaar (on) zichtbaar gehouden wanneer zij ziek wordt en een private AOV-uitkering ontvangt?
En juist daar bestaat geen apart grondwetsartikel “vrouwelijke handelaar”. Het recht behoort juist sekseneutraal te werken. Als een vrouwelijke zelfstandige een private AOV heeft, mag haar juridische positie niet verdwijnen doordat een administratief systeem haar uitkering onder een categorie zet die bijvoorbeeld naar pensioen, lijfrente of sociale verzekering verwijst. Artikel 1 Grondwet blijft daarbij relevant als ongelijke behandeling naar geslacht aantoonbaar is.
Een tweede belangrijk moment is 1983. Sinds de grondwetsherziening bepaalt artikel 1 expliciet dat discriminatie wegens onder meer geslacht niet is toegestaan.
Maar ik ben geen man en heb ook geen mannen lichaam en een penis.
Amen
ZO KWAM MIJN LICHAAM OP DE BALANS binnen Nationale Nederlanden
David Knibbe CEO Nationale Nederlanden
DE VROUW DES HUIZES Niet degene die alleen voor het huis zorgt, maar degene die bestuurder is van haar huis, haar vermogen, haar arbeid, haar lichaam en haar leven.
Van huisvrouw naar vrouw met zeggenschap.
Dienstbaar & Waakzaam
Ik was geen financieel product.
Ik was een handelaar in confectie met een particulier verzekerd beroepsrisico.
Toen mijn lichaam uitviel, werd ziekte vertaald in geld.
Mijn diagnose werd een claim. Mijn claim werd een verzekeringsverplichting. Mijn toekomstige uitkeringen werden actuarieel berekend. Mijn lichaam kreeg ineens een contante waarde.
En terwijl ik probeerde te leven met ziekte, verscheen mijn bestaan aan de andere kant van de financiële keten als:
voor mij was het lichamelijke schade. Voor de financiële onderneming was het een bedrag dat moest worden gereserveerd en uitgekeerd.
Medusa Exposure Antoniusziekenhuis Woerden – 13 augustus 2026 – 13 november 2026
Woerden – In de vitrine van de St. Antonius locatie Woerden is van 13 augustus tot en met 13 november 2026 de expositie van Silvia Koning Lindeboom te zien. Toen Silvia in 2007 de diagnose sarcoïdose kreeg is haar leven veranderd.
De ziekte heeft niet alleen invloed op haar lichaam, maar ook op haar werk en plek in de samenleving.
Een onzichtbare ziekte maakt het soms moeilijk om gezien en begrepen te worden.
Nieuwe invulling
Sinds 2011 zoekt ze naar een nieuwe invulling van haar leven. Via haar arts en een medisch maatschappelijk werker kwam ze in contact met mensen die haar stimuleerden om haar ervaring om te zetten in kunst. Kunst helpt Silvia om te laten zien wat een onzichtbare ziekte met iemand doet.
Het is een manier om haar verhaal te delen en opnieuw balans te vinden. In haar serie ‘360 graden blik op een onzichtbare ziekte’ staan de thema’s: adem, kwetsbaarheid en herstel centraal. Silvia maakt vazen van klei die symbool staan voor het lichaam. Scheuren en openingen laten zien waar iets kwetsbaar is, maar ook waar ruimte ontstaat voor herstel.
Met haar werk wil ze patiënten, bezoekers en zorgverleners uitnodigen om stil te staan bij wat vaak niet zichtbaar is. Kunst kan helpen om te herkennen, te erkennen en nieuwe kracht te vinden
WIE HANDELDE ER WERKELIJK?
Ik was de handelaar in confectie.
Maar terwijl ik stoffen, kleding en ondernemerschap kende, ontstond elders een veel abstractere handel:
de handel in soorten inkomen.
Van mens naar polis.
Van polis naar uitkering.
Van uitkering naar loonheffing.
Van loonheffing naar inkomstenverhouding.
Van inkomstenverhouding naar code.
En uiteindelijk kijkt de computer naar de code en zegt:
DIT BENT U. Geen twijfel mogelijk.
Nee.
Dit ben ik:
SMJ KONING-LINDEBOOM.
Mens.
Vrouw.
Zelfstandige.
Handelaar in confectie.
Bestuurder van mijn eigen lichaam en geest.
Mijn polis is een document.
Mijn BSN is een identificatienummer.
Mijn inkomstenverhouding is een administratieve constructie.
Mijn code is een veld in een database.
GEEN VAN VIEREN IS MIJN IDENTITEIT.
Omringd door idioten
Welkom bij Prinsjesdag.
THE HANDMAID’S TALE — DUTCH TAX EDITION
Waar de rode jurk is vervangen door een blauwe loonheffingencode.
Waar het lichaam periodiek wordt uitbetaald.
Waar “soort inkomen” belangrijker lijkt dan de oorsprong van het recht.
En waar één vraag na al die jaren nog altijd op tafel ligt:
WIE HEEFT VAN MIJN PRIVATE VERZEKERINGSUITKERING EEN ANDER “SOORT INKOMEN” GEMAAKT — EN WAAR STAAT DAT RECHT?
DE TROONREDE MAG BEGINNEN.
Ik heb mijn eigen tekst al geschreven.
MIJN LICHAAM IS GEEN INKOMENSCODE. MIJN GEEST IS GEEN LOONBESTAND. EN MIJN LEVEN IS NIET TE VANGEN IN 21, 50 OF 32.
De digitale moordaanslag op het lichaam van zelfstandige gehuwde vrouwen
Wat een gaaf landje zijn we toch geworden Koning Willem.
Hoe kon de financiële sector na de bankencrisis met publiek geld worden beschermd, terwijl een zelfstandig verzekerde via haar private polis steeds dieper in een publieke administratieve keten terechtkwam — zonder de publieke rechten van een werknemer te krijgen?
HOE EEN FISCALE WIJZIGING, EEN KONINKLIJKE HANDTEKENING EN EEN KOPPELCODE MIJN PARTICULIERE POLIS DE LOONHEFFINGSKETEN IN TROKKEN
De hersenen van een vrouw
Het begon niet met mijn werkgever.
Ik had namelijk geen werkgever.
Het begon met een particuliere verzekering.
Een polis. Een verzekerde. Een verzekeraar. Een contractueel recht op een uitkering.
En toen veranderde de fiscale infrastructuur.
Huiselijk geweld laat sporen na in een lichaam.Fiscaal geweld kan sporen nalaten in een levensverhaal.
Voor een zelfstandige kostwinner met een verzekerd beroep en sarcoïdose gaat bestaanszekerheid niet alleen over ziekte.
Het gaat ook over wat er gebeurt wanneer haar arbeid, haar particuliere verzekering, haar diagnose en haar inkomen door verschillende administratieve systemen worden vertaald in codes en fiscale categorieën.
Dan kan financiële afhankelijkheid ontstaan zonder dat iemand een hand op je legt.
Geen blauwe plek op de huid,maar een gat in het inkomen.Geen klap,maar een code.Geen zichtbare wond,maar jarenlange onzekerheid over je eigen bestaanszekerheid.
Dat noem ik:
FISCAAL GEWELD
wanneer een administratief of fiscaal systeem zo ingrijpt in de economische zelfstandigheid van een mens dat zij de zeggenschap over haar eigen leven dreigt te verliezen.
En juist voor een vrouwelijke zelfstandige kostwinner wordt dan de fundamentele vraag:
Wie beschermt de vrouw wanneer niet haar lichaam, maar haar economische zelfstandigheid wordt geraakt?
Naast fiscale registraties bestond binnen de financiële sector nóg een administratieve werkelijkheid: vrouwen konden worden opgenomen in interne en externe waarschuwingsregisters.
Via EVA konden financiële instellingen vervolgens controleren of iemand in het IVR of EVR voorkwam. Daarmee kon een administratieve registratie gevolgen krijgen ver buiten de instelling die haar oorspronkelijk had aangebracht.”
DE IDENTITEITSVERSCHUIVING VAN LICHAAM NAAR SYSTEEM Mijn lichaam bleef hetzelfde. Mijn ziekte bleef hetzelfde. Mijn polis bleef particulier. Maar in de administratie veranderde mijn identiteit: van verzekerde naar inkomstenverhouding, van particuliere AOV naar pensioen/lijfrente, van schade-uitkering naar overige sociale verzekeringswet, en uiteindelijk naar: WAO/AAW. Daar zit de werkelijke vraag: Op welk moment werd de identiteit van de mens vervangen door de identiteit die het systeem nodig had om haar te verwerken? Een lichaam heeft geen inkomenscode. Een ziekte heeft geen loonheffingennummer. Een vrouw is geen inkomstenverhouding. Dat zijn administratieve constructies. En wanneer zo’n constructie niet meer overeenkomt met de juridische werkelijkheid, moet worden vastgesteld wie de koppeling heeft gemaakt, welke gegevens zijn gebruikt en welke gevolgen daarvan op mijn naam zijn terechtgekomen. Mijn lichaam veranderde niet. Mijn administratieve lichaam wel. En precies dáár begint het onderzoek
DE PRIJS VAN EEN NIET-ERKENDE BEROEPSZIEKTE
Mijn inkomsten verdween niet omdat mijn vermogen om te handelen ineens ophield te bestaan.
Mijn lichaam werd ziek door mijn beroep.
Sarcoïdose.
Wanneer een ziekte samenhangt met jarenlange blootstelling tijdens het werk, maar die relatie niet tijdig wordt onderzocht, vastgesteld of erkend, verdwijnt de economische schade niet.
Zij wordt alleen moeilijker zichtbaar.
De gemiste omzet blijft bestaan. Het verloren arbeidsvermogen blijft bestaan. De verloren carrièrejaren blijven bestaan. De verzekeringspremies blijven betaald. De inkomensachteruitgang blijft werkelijk.
Geen erkenning betekent niet: geen schade.
Het betekent dat de vraag onbeantwoord blijft:
Wie draagt de economische gevolgen wanneer een beroepsgebonden ziekte het lichaam beschadigt, maar het systeem die oorzaak niet erkent?
Mijn lichaam droeg de schade.
Mijn onderneming verloor de arbeid.
Mijn inkomen verloor de toekomst.
De ziekte werd medisch zichtbaar. De inkomensschade moet economisch zichtbaar worden gemaakt.
Mijn sarcoïdose kostte niet alleen een deel van mijn longfunctie. Zij kostte arbeidsvermogen, ondernemingsjaren en toekomstig inkomen. Dat de beroepsmatige oorzaak niet juridisch werd erkend, maakt die economische schade niet ongedaan.”
Wie is toch mijn opa’s zusje 1906 geboren
DE KEEL & DE BAARMOEDER
De ene geeft geboorte aan woorden. De andere kan geboorte geven aan leven.
Eeuwenlang werd over beide beslist: over de stem van de vrouw én over haar lichaam.
Maar haar stem behoort haar toe. Haar lichaam behoort haar toe.
Wat zij denkt, mag zij uitspreken.Wat zij draagt, mag zij zelf besturen.
De keel is haar stem. De baarmoeder haar lichaam.
En daartussen staat één ondeelbare persoon:
de vrouw — bestuurder van zichzelf.
“Het zaad van de man werd de leidraad van het nieuwe periodieke systeem: afstamming, arbeid, inkomen, verzekering en pensioen werden generaties lang georganiseerd vanuit een mannelijke levensloop.
Het vrouwenlichaam — dat draagt, baart, zorgt, ziek kan worden en economisch zelfstandig kan handelen — paste zich vervolgens aan categorieën aan die niet vanuit haar werkelijkheid waren ontworpen.”
Op 18 december 2008 werd bij koninklijk besluit het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 gewijzigd. Het besluit kwam tot stand op voordracht van staatssecretaris van Financiën Jan Kees de Jager, na advies van de Raad van State, en werd uitgevaardigd onder koningin Beatrix. (Officiële Bekendmakingen)
In die wijziging verscheen een cruciale bepaling:
Bankencrisis moest toch terug betaald worden
periodieke uitkeringen en verstrekkingen ter zake van invaliditeit, ziekte of ongeval werden aangewezen voor inhouding van loonbelasting. (Officiële Bekendmakingen)
De toelichting zegt letterlijk wat het doel was:
de nieuwe bepaling bewerkstelligt dat loonbelasting wordt geheven over deze periodieke uitkeringen. (Officiële Bekendmakingen)
Daarmee gebeurde administratief iets ingrijpends.
Niet omdat mijn verzekeraar ineens mijn werkgever werd.
Niet omdat mijn polis een arbeidsovereenkomst werd.
Maar omdat de verzekeraar voor deze belastingheffing een nieuwe fiscale rol kreeg:
inhoudingsplichtige.
Beroep verwijderd van de polis 76 Staatsblad 2010, 237 bevat een wijziging van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965. Hierin is geregeld dat loonbelasting wordt ingehouden op periodieke uitkeringen bij invaliditeit, ziekte of ongeval wanneer een levensverzekeraar deze verstrekt. [1]
Inhoud van de wijziging Aanpassing: Artikel 11 van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 is gewijzigd. Doelgroep: Het gaat om uitkeringen zoals bedoeld in artikel 3.100 lid 1 onder b van de Wet inkomstenbelasting 2001. Uitvoerder: De regeling ziet specifiek op situaties waarin een levensverzekeringsmaatschappij de periodieke uitkeringen of verstrekkingen doet.De boete die een vrouw moet betalen bij een aandoening waar zij zelf niet schuldig aan is. Man Made Micro Fibers
De invoering liep vervolgens niet zoals oorspronkelijk gepland. In 2009 bleek dat sommige inkomensverzekeraars de inhoudingsplicht in 2010 niet konden uitvoeren. Volgens de officiële toelichting hield dat verband met verwachtingen die door de Belastingdienst zelf waren gewekt. Op verzoek van verzekeraars werd de feitelijke invoering daarom uitgesteld tot 1 januari 2011. (Officiële Bekendmakingen)
En precies daar begint mijn onderzoek.
Want een wet is één ding.
De vertaling van die wet naar een digitaal persoon is iets anders.
Vanaf het moment dat een verzekeraar loonbelasting moet inhouden, moeten gegevens elektronisch aan de Belastingdienst kunnen worden aangeleverd.
Daarvoor bestaat de loonheffingsadministratie.
Daarin worden betalingen niet alleen gekoppeld aan een naam of polisnummer, maar verwerkt binnen een inkomstenverhouding. De Belastingdienst gebruikt daarvoor onder andere een nummer inkomstenverhouding. Het Handboek Loonheffingen kent daarvoor zelfs een afzonderlijk onderdeel. (Belastingdienst)
En dáár zit voor mij de werkelijke onderzoeksvraag.
Niet:
Was mijn AOV belastbaar?
Maar:
Hoe is mijn particuliere polis administratief aan mijn persoonlijke fiscale identiteit gekoppeld?
Welke sleutel werd gebruikt?
Mijn BSN? Mijn polisnummer? Het relatienummer van het volmachtkantoor? Het loonheffingennummer van de verzekeraar? Het nummer inkomstenverhouding? Een interne koppelcode?
En vooral:
welke kwalificatie werd vervolgens doorgegeven aan de inkomstenbelasting?
Want zodra zo’n koppeling automatisch door de keten loopt, ziet de belastingaangifte uiteindelijk alleen het fiscale resultaat.
De loonbelasting die onderweg wordt ingehouden is immers geen zelfstandige nieuwe inkomstenbelasting. Zij functioneert als voorheffing op de uiteindelijke inkomstenbelasting.
Maar voor degene achter de polis kan die heffing vrijwel onzichtbaar ontstaan:
niet via een belastingaanslag die eerst persoonlijk wordt beoordeeld,
maar via de administratieve keten vóórdat het geld wordt uitbetaald.
De belastingdienst heft op nummers maar rekent af op de geest en haar lichamelijk bestuurder van het lichaam.
Daar ligt de echte vraag:
WELKE CODE VERANDERDE MIJ VAN POLISHOUDER IN EEN FISCALE INKOMSTENVERHOUDING?
De koninklijke handtekening maakte de wettelijke regeling mogelijk.
De fiscale uitvoeringsregel maakte de verzekeraar inhoudingsplichtig.
Maar de code bepaalde hoe mijn individuele identiteit vervolgens door de computerketen reisde.
En juist die laatste stap moet volledig controleerbaar zijn.
Want een computer mag een belastingregel uitvoeren.
Maar een koppelcode mag nooit bepalen wie een mens juridisch is.
Wanneer het papier de maat van de mens wordt, wordt de vrouw administratief een afgeleide categorie.”
Daarom werd mijn vraag over lichaan, rechtsvorm, arbeid, ziekte, verzekering en fiscale classificatie groter dan één dossier:
Wie bepaalde de definitie van de werkende mens? Wie bepaalde wat arbeidsongeschiktheid is?
Waarom is een vennoot geen volledig mens, maar draagt wel alle aansprakelijkheid? Wie ontwierp de inkomenscodes? En was het lichaam van de zelfstandige vrouw daarin werkelijk als uitgangspunt meegenomen
“De vrouw hoeft niet langer te worden gedefinieerd in relatie tot een mannelijk systeem. Het systeem moet leren haar als een zelfstandig juridisch en economisch lichaam te erkennen.”
Jan Kees de Jager, wanneer wordt een systeem verantwoordelijk?
Stel je voor.
Je bent ondernemer. Je werkt. Je betaalt belasting. Je betaalt jarenlang premie voor een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Niet omdat iemand je daartoe verplicht.
Maar omdat je verantwoordelijkheid neemt.
Voor jezelf. Voor je gezin. Voor het risico dat je lichaam op een dag niet meer kan wat je hoofd nog wél wil.
En dan gebeurt precies waarvoor je jezelf hebt verzekerd.
Je wordt ziek.
De schatkist vol gereedschap om vrouwen te laten verdwijnen
De verzekering gaat uitkeren. – Een Schade Uitkering
Maar vanaf dat moment verandert er iets merkwaardigs.
Niet noodzakelijk in jouw lichaam.
Niet in jouw verleden.
Niet in het feit dat jij ondernemer was.
Maar op papier.
Je wordt een categorie. Een code. Een periodieke betaling. Een fiscale kwalificatie.
En daar begint mijn verhaal.
In 2010 was Jan Kees de Jager minister van Financiën.
In datzelfde jaar veranderden fiscale uitvoeringsregels rond de inhouding van loonheffingen door verzekeraars.
Dat klinkt technisch.
Misschien zelfs saai.
Maar wetgeving is nooit alleen papier.
Achter iedere fiscale code zit een mens.
En achter iedere administratieve vereenvoudiging kan een werkelijkheid verdwijnen.
Mijn vraag aan Jan Kees de Jager is daarom niet:
Wie heeft welk vakje in welk computersysteem veranderd?
Mijn vraag is groter.
Wat gebeurt er wanneer de logica van het systeem belangrijker wordt dan de juridische werkelijkheid van de mens?
Ik was ondernemer.
Ik had geen werkgever die mijn loon betaalde.
Ik had zelf een private verzekering afgesloten en daarvoor premie betaald.
Toen het verzekerde risico zich voordeed, ontving ik een uitkering.
En toch verscheen die betaling in een systeem waarin woorden als loonheffing, inkomstenverhouding en vroegere arbeid een rol gingen spelen.
Daar ontstaat een fundamenteel verschil tussen twee werkelijkheden.
De werkelijkheid van het systeem zegt:
periodieke uitkering.
Mijn werkelijkheid zegt:
dit was de bescherming waarvoor ik zelf premie betaalde toen ik nog kon werken.
En precies daar moeten we opnieuw leren kijken.
Want:
**Periodiek beschrijft hoe geld wordt betaald.
Het vertelt nog niet waarom iemand recht heeft op dat geld.**
Een hypotheek wordt periodiek betaald.
Een abonnement wordt periodiek betaald.
Een pensioen wordt periodiek betaald.
Een verzekeringsuitkering kan periodiek worden betaald.
Maar de betalingsfrequentie alleen vertelt ons niets over de oorsprong van het recht.
Daarvoor moeten we terug naar de bron.
De polis.
De premie.
Het verzekerde risico.
De juridische rechtsgrond.
En vooral:
de mens achter het nummer.
Mijn verhaal gaat daarom niet alleen over belasting.
Het gaat over iets veel groters.
Over wat er gebeurt wanneer overheden, verzekeraars en administraties steeds efficiënter worden…
maar niemand meer vraagt:
Wie is deze persoon eigenlijk?
Een systeem ziet bedragen.
Een mens kent de prijs.
Een systeem ziet een polisnummer.
Een mens herinnert zich waarom zij die polis ooit heeft afgesloten.
Een systeem ziet arbeidsongeschiktheid.
Een mens voelt wat het betekent wanneer een lichaam dat jarenlang heeft gewerkt plotseling grenzen krijgt.
En een systeem kan een vrouw reduceren tot een fiscale categorie.
Maar die categorie vertelt niets over haar ondernemerschap.
Niets over haar moederschap.
Niets over haar arbeid.
Niets over haar ziektegeschiedenis.
Niets over de jaren waarin zij zelf haar risico heeft gedragen.
Daarom zeg ik:
Wie een vrouw ook maar een mens administratief kwalificeert, heeft ook de verantwoordelijkheid haar die kwalificatie te kunnen uitleggen.
Niet met:
“Zo staat het in het systeem.”
Niet met:
“De computer kent deze code.”
Niet met:
“Dat is nu eenmaal de fiscale verwerking.”
Maar met een antwoord dat iedere burger kan begrijpen:
Dit is de wet. Dit is de rechtsgrond. Dit zijn de feiten. En daarom is deze wet op ú van toepassing.
Dat is rechtsstatelijkheid.
Jan Kees de Jager,
u was minister op een belangrijk moment in de digitalisering en fiscalisering van financiële processen.
Daarom stel ik u vandaag geen beschuldiging voor.
Ik stel u een vraag.
Een vraag die iedere voormalige minister, iedere wetgever, iedere verzekeraar en iedere bestuurder zichzelf zou moeten durven stellen:
Hebben wij bij het bouwen van efficiënte systemen voldoende beschermd wat niet in een systeem past?
Het lichaam.
Het levensverhaal.
De zelfstandige ondernemer.
De vrouw.
De moeder.
De mens.
Want misschien is dát de grote opdracht van deze tijd.
Niet nóg een algoritme.
Niet nóg een koppeling.
Niet nóg een code.
Maar de terugkeer naar de bron.
Wie betaalde?
Wie was verzekerd?
Welk risico werd verzekerd?
Welke wet wordt toegepast?
En waarom?
Dat zijn geen lastige vragen.
Dat zijn de fundamenten van vertrouwen.
Ik ben geen nummer.
Ik ben geen inkomstenverhouding.
Ik ben geen fiscale code.
Ik ben een mens die ooit verantwoordelijkheid nam voor haar eigen risico.
En wanneer een overheid vervolgens geld inhoudt, registreert of kwalificeert, mag zij van mij één ding verwachten:
dat ik vragen stel.
Want democratie bestaat niet uit gehoorzamen aan een systeem.
Democratie bestaat uit het recht het systeem te vragen:
Leg het mij uit.
En misschien begint echte bestuurlijke moed precies daar.
Niet bij verdedigen wat ooit besloten is.
Maar bij opnieuw durven kijken naar wat een besluit tientallen jaren later met echte mensen heeft gedaan.
Jan Kees de Jager,
ik zoek geen schuldige.
Ik zoek de rechtsgrond.
Ik zoek het moment waarop bescherming een fiscale categorie werd.
Ik zoek het antwoord op de vraag waarom.
En bovenal zoek ik een rechtsorde waarin een vrouw nooit achter haar administratie verdwijnt.
Want uiteindelijk is dat de eenvoudige waarheid:
**De administratie is gemaakt voor de mens.
De mens is niet gemaakt voor de administratie.**
De zoektocht naar discriminatie binnen de Staat der Nederlanden
Wanneer je de geschiedenis van Jan Cornelis (Jan Kees) de Jager als een netwerk bekijkt, ontstaan opvallend veel verbindingen tussen Zeeland, ondernemerschap, ICT, fiscaliteit, banken, verzekeraars en de Staat.
1. KAPELLE — DE ZEEUWSE BRON
Jan Kees de Jager → geboren 10 februari 1969 in Kapelle, Zeeland. (Parlement)
De eerste link is meteen bijzonder:
Kapelle → Jan Kees de Jager → Jan Peter Balkenende
Ook Balkenende werd in de gemeente Kapelle geboren en groeide daar op. (Rijksoverheid)
Dus:
Kapelle → Balkenende → CDA → De Jager → Ministerie van Financiën
2. ZEELAND → ROTTERDAM → ICT
De Jager vertrekt vanuit Zeeland naar zijn opleiding en ondernemerschap:
Dat betekent (natuurlijk) nog niet dat De Jager persoonlijk ieder geautomatiseerd proces heeft ontworpen. Het betekent wel dat hij politiek verantwoordelijk werd voor belangrijke onderdelen van de fiscale wetgeving en uitvoering.
5. 2008 — DE BANKENCRISIS
Dan komt de financiële crisis.
De Jager is nog staatssecretaris wanneer hij in november 2008 Nederland vertegenwoordigt bij de G20-top in Washington over de financiële crisis. Daar spreekt hij onder andere over beter financieel toezicht. (Wikipedia)
Het UWV werd ( mis en gebruikt ) voor de koppeling bsn en het Volmacht kantoor Nedasco uit Amesfoort om het personeelsnummer aan te maken want op papier moest het kloppen.
Parlement.com vermeldt expliciet dat De Jager als staatssecretaris bezig was met vereenvoudigingen en wijzigingen van onder meer de loonbelasting. (Wikipedia)
Dat maakt de periode:
2007 → 2008 → 2009 → 2010 → 2011
voor mijn onderzoek belangrijk.
Niet omdat daarmee al fraude of onrecht is bewezen, maar omdat in deze jaren moet worden gezocht naar de precieze wettelijke overgang waardoor een private verzekeraar inhoudingsplichtig kon worden voor bepaalde periodieke uitkeringen.
10. DE JAGER → DNB
Ontkoppel haar beroepscode 076 – Handelaar in confectie Isabel Capelli ’s handlezing
Als minister diende De Jager in 2010 bovendien wetgeving in om de governance en cultuur bij De Nederlandsche Bank te versterken. (Parlement)
Daar ontstaat opnieuw een relevante institutionele lijn:
Ministerie van Financiën → De Nederlandsche Bank → financieel toezicht → banken → verzekeraars.
Dat is een institutionele relatie. Het betekent niet automatisch dat DNB betrokken was bij de fiscale behandeling van een individuele AOV. Maar werd wel onderdeel ervan.
11. 2012 — BANKENBELASTING
De kroon en Ayden moest ik dienen
Tijdens zijn ministerschap kwam tevens wetgeving tot stand rond de financiële sector en bankenbelasting. Parlement.com noemt onder zijn wetgevende activiteiten maatregelen gericht op banken en financiële stabiliteit. (Parlement)
De lijn wordt daardoor:
bankencrisis 2008 → staatsingrijpen → financieel toezicht → De Jager minister → Europese schuldencrisis → maatregelen financiële sector → bankenbelasting.
12. VAN OVERHEID TERUG NAAR BEDRIJFSLEVEN
Na zijn politieke loopbaan keerde De Jager terug naar het bedrijfsleven.
ANDERS BEDRAAD Mijn hersenen zijn anders bedraad dan die van u. Mijn lichaam ook. Ik zie verbanden waar een ander losse draden ziet. Ik stel vragen bij patronen die generaties lang vanzelfsprekend werden gevonden. Dat maakt mij niet verkeerd. Dat maakt mijn manier van kijken anders. De vrouw die een patroon doorbreekt, wordt niet altijd begrepen door de generaties vóór haar. Maar zij doorbreekt het niet alleen voor zichzelf. Wat zij vandaag zichtbaar maakt, kan het leven veranderen van de generaties die na haar komen. Misschien is neurodivergentie daarom niet alleen anders denken. Misschien is het soms ook: zien wat anderen nog niet kunnen zien.
ICT-ondernemer → politiek → fiscaliteit → minister van Financiën → financiële crisis → grootbedrijf → toezicht/bestuur.
EN DAN DE IMPORT-ZEEUWSE
Daar tegenover staat mijn eigen route:
niet geboren in Zeeland → uiteindelijk in Middelburg terechtgekomen → wonen en werken in een Zeeuws rijksmonument → ondernemerschap → particuliere AOV → arbeidsongeschiktheid → verzekeraars → loonbelasting → Belastingdienst → onderzoek naar de regelgeving van 2010/2011.
Welkom bij de VOC – VOF – NV – BV
Zo kruisen twee totaal verschillende levenslijnen elkaar uiteindelijk op papier:
DE ZEEUW
Kapelle ↓ ICT ↓ CDA ↓ Staatssecretaris Fiscale Zaken ↓ Minister van Financiën ↓ wet- en regelgeving
DE IMPORT-LIMBURGS ZEEUWSE
Middelburg ↓ ondernemerschap – ouders verzekeringsportefeuille ↓ private AOV ↓ arbeidsongeschiktheid ↓ periodieke verzekeringsuitkering ↓ loonheffing ↓ de vraag naar de wettelijke grondslag
En precies in het midden staat:
2010
Niet als bewijs van een verborgen verband, maar als het jaartal waarin de verschillende juridische en bestuurlijke lijnen zorgvuldig naast elkaar moeten worden gelegd.
De Zeeuw zat aan de kant van de wetgeving. De import-Zeeuwse vraagt zestien jaar later: welke wet werd eigenlijk op mij toegepast?
Belasting hef je krachtens een wet niet van afgeschafte wetten en op geheimen documenten .
Het ultieme geheim over het lichaam en geest oftewel het leven van een Europese Xx chromosomen stelsel v.s XY
De wereld achter het sleutelgat De wereld van het Ministerie van Financiën zit vol geheimen. Achter wetten, nummers, dossiers en digitale systemen bevindt zich een werkelijkheid die voor de burger vaak nauwelijks zichtbaar is. Wie bepaalt welke deur opengaat? Wie bezit de sleutel? En wie mag uiteindelijk zien wat er achter zijn eigen dossier schuilgaat? Soms begint transparantie niet met een antwoord, maar met het vinden van het juiste sleutelgat. — Secret Holistic ArtZeeuws Archief CABR
Hoe zij tussen wal en schip belandde (n)*
Ze begon als meisje, werd vrouw, ondernemer, kostwinner en moeder.
Fouten in de gegevens koppeling Art Vader Jacob
Ze leerde dat zelfstandigheid betekende dat je voor jezelf moest zorgen. Werken, premie betalen, verantwoordelijkheid dragen en vooruitdenken. Ze verzekerde haar arbeidsvermogen, omdat haar lichaam het kapitaal was waarmee zij haar bestaan opbouwde.
Welkom bij de de Kathedraal de Notre Dame
Maar toen dat lichaam niet langer vanzelfsprekend meewerkte, begon een andere werkelijkheid.
Sarcoidose-WASOG2026
Het meisje had ooit geleerd dat iedereen voor de wet gelijk was. De vrouw had geleerd dat zij zelfstandig mocht handelen. De ondernemer had geleerd dat zij haar eigen risico moest dragen. De moeder had geleerd dat zij vooral moest blijven zorgen.
🍀
En juist daar, tussen al die rollen, ontstond een leegte.
De opwindende vrouw
Voor het ene systeem was zij verzekerde. Voor het andere belastingplichtige. Voor weer een ander ondernemer, patiënt, moeder, dossiernummer of administratieve categorie.
Handelaar in confectie werd handelingsonbekwaam- no arms
Maar waar bleef de hele vrouw?
Haar lichaam paste niet netjes in een fiscale kolom. Haar moederschap kende geen economische balanspost. Haar ziektegeschiedenis liet zich niet reduceren tot een code. En haar menselijke verlies kon niet uitsluitend worden uitgedrukt in een periodieke betaling.
Niet omdat zij geen verantwoordelijkheid had genomen, maar juist nadat zij jarenlang verantwoordelijkheid had gedragen.
Het meisje met de parel omgekat tot code
Daar begint Moeder de Vrouw.
Bij de vraag wat er gebeurt wanneer het meisje volwassen wordt, de vrouw economisch zelfstandig wordt, de moeder voor anderen zorgt — maar niemand meer lijkt te weten wie verantwoordelijk is wanneer zijzelf bescherming nodig heeft.
Het geheugen van de Europese Universiteit begint aan de Rouaansekaai
Misschien is dát de werkelijke systeemvraag:
Wie ziet de vrouw nog als één ondeelbaar mens, bsn nummer is ondeelbaar 11, wanneer ieder systeem slechts een stukje van haar registreert?
De hiaten in de wet en regelgeving en de fouten in de inkomstenbelasting
De vrouw achter de geheime Datakluis
De sleutel van de datakluis
De vrouw die het patroon doorbreekt, zoekt niet alleen naar wat er over haar is vastgelegd.
Zij vraagt wie het vastlegde. Wie het veranderde. Wie het doorgaf. En op welke grond.
Haar lichaam is geen dossier.Haar identiteit is geen nummer.Haar geschiedenis is geen handelswaar.
De sleutel van de datakluis is daarom niet alleen toegang tot data.
Silent Witness
De sleutel is zeggenschap.
Wie toegang krijgt tot haar eigen geschiedenis, kan patronen zichtbaar maken die generaties vóór haar verborgen bleven — en voorkomen dat ze worden doorgegeven aan de generaties na haar.
De vrouw die het patroon doorbreekt, vindt uiteindelijk de sleutel tot haar eigen levens verhaal.
Art for change in Return
Liefs van mij en Truus van Gogh
De vrouw die anders durft te kijken
Soms ben je niet lastig. Niet te gevoelig. Niet te kritisch.
Soms ben je simpelweg degene die als eerste ziet wat generaties lang als normaal werd beschouwd.
Een patroon doorbreken betekent niet dat je het verleden veroordeelt. Het betekent dat je het onderzoekt, begrijpt en vervolgens besluit:
dit hoeft niet langer van moeder op dochterte worden doorgegeven.
Misschien word je daardoor niet onmiddellijk begrepen. Misschien kost het zelfs iets om als eerste op te staan.
Maar iedere vrouw die één oud patroon doorbreekt, geeft de volgende generatie iets wat zijzelf misschien heeft gemist:
de vrijheid om haar eigen verhaal te schrijven.
Je verandert het verleden niet. Je verandert de erfenis.
De toekomst vraagt niet om meer macht, maar om meer moed.
Welkom in mijn wereld
Op zoek naar Vivian Maier — en onderweg vond ik Silvia Koning Lindeboom
Vivian Maier fotografeerde jarenlang het leven van anderen, terwijl haar eigen verhaal buiten beeld bleef.
Ook ik keek door de lens naar straten, huizen, mensen, verzekeringspolissen, familiegeschiedenissen de hoge raad en de vergeten vrouwen. Ik dacht dat ik onderzoek deed naar wat er om mij heen was gebeurd.
Maar langzaam ontdekte ik dat ik onderdeel werd van die geschiedenis en dus indirect op zoek was naar de persoon : mijzelf.
Naar de handelaar in confectie. Naar de moeder. Naar de vrouw die ziek werd, maar niet verdween. Naar de erfgoedkunstenaar die haar eigen geschiedenis opnieuw zichtbaar maakt.
Vivian Maier liet duizenden beelden achter voordat de wereld haar werkelijk zag. Ik hoef gelukkig niet te wachten tot iemand mij later ontdekt. Ik heb mijzelf ontdekt in het systeem.
Ik opende dus indirect mijn eigen museum en jaarkaart als archief. Ik schrijf elke dag zelf mijn naam onder mijn eigen werk.
Ik was dus op zoek naar celle zuster Silvia Koning Lindeboom — en zij komt steeds duidelijker in beeld.
Wat en waar geloof ik nog in dacht ik bij mezelf?
Ik ben dus op zoek naar mensen die ook dwars door zee durven te gaan en bestuurders verantwoordelijk te houden voor de polis registratie die zij beheren.
Niet om het systeem machtiger te maken, maar om het eerlijker, transparanter en gelijkwaardiger te besturen.
De bron begon te zoeken en te graven.
Lodewijk Ernst Visser (Amersfoort, 21 augustus 1871 – Den Haag, 17 februari 1942) was een Nederlandse jurist en de eerste Joodse president van de Hoge Raad der Nederlanden.
Zij die mijn cassatie hebben afgedaan met artikel 80 A RO in 2025 in landsbelang.
Het ultieme geheim
Emet
Hij promoveerde in 1894 op een proefschrift over de territoriale zee, werd rechter en trad in 1915 toe tot de Hoge Raad.
In 1939 benoemde koningin Wilhelmina hem tot president.
Na de Duitse bezetting werd hij in november 1940 vanwege zijn Joodse afkomst uit zijn ambt gezet. De overige leden van de Hoge Raad protesteerden daar niet openlijk tegen. Dat stilzwijgen geldt als een van de donkerste hoofdstukken uit de geschiedenis van het hoogste Nederlandse rechtscollege.
Zijn opvolger werd:
Johannes van Loon (1888–1975)
Johannes, ook Jan, van Loon werd op 5 september 1888 in Veere geboren en overleed op 10 september 1975 op Curaçao. Hij studeerde rechten aan de Universiteit Leiden en bouwde vervolgens een loopbaan op binnen de rechterlijke macht. Hij was Nederlands-hervormd en getrouwd met Anna Winkel.
Zijn naam is vooral verbonden met een van de meest omstreden perioden uit de geschiedenis van de Hoge Raad.
President tijdens de Duitse bezetting
Nadat de Joodse president Lodewijk Ernst Visser door de bezetter uit zijn ambt was verwijderd, benoemde rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart Van Loon op 23 juli 1941 tot president van de Hoge Raad.
Hij bekleedde die functie tot 1944. Zijn benoeming was dus geen normale opvolging binnen een vrije rechtsstaat, maar vond plaats onder Duits bezettingsbestuur.
Arthur Seyss-Inquart
Arthur Seyss-Inquart (1892–1946) was een Oostenrijkse jurist, nazibestuurder en veroordeelde oorlogsmisdadiger. Tijdens de Duitse bezetting was hij van 1940 tot 1945 rijkscommissaris van Nederland: de hoogste civiele vertegenwoordiger van Hitler in het bezette land.
Voor zijn komst naar Nederland speelde hij een belangrijke rol bij de Duitse annexatie van Oostenrijk in 1938. Hij was korte tijd bondskanselier van Oostenrijk en ondertekende vervolgens de wet waarmee Oostenrijk onderdeel werd van nazi-Duitsland. Later werkte hij ook binnen het Duitse bezettingsbestuur in Polen.
Zijn macht in Nederland
Seyss-Inquart stond vanaf mei 1940 aan het hoofd van het Duitse burgerlijke bezettingsbestuur. Hij rapporteerde rechtstreeks aan Hitler en droeg verantwoordelijkheid voor onder meer:
de nazificatie en economische uitbuiting van Nederland;
de vervolging, beroving en deportatie van Joodse Nederlanders;
gedwongen arbeid in Duitsland;
gijzelingen, represaillemaatregelen en executies;
het uitschakelen van politieke partijen, persvrijheid en democratisch bestuur.
Hij probeerde Nederland aanvankelijk geleidelijk voor het nationaalsocialisme te winnen. Toen dat mislukte en het verzet groeide, werd het bezettingsregime steeds gewelddadiger.
Verbinding met de Hoge Raad
Seyss-Inquart was de bezettingsautoriteit onder wie de Joodse president van de Hoge Raad, Lodewijk Ernst Visser, uit zijn functie werd verwijderd. Ook werd Johannes van Loon tijdens de bezetting tot president van de Hoge Raad benoemd.
Daarbij is een belangrijke historische nuance nodig: Van Loon werd niet eenvoudigweg door Seyss-Inquart persoonlijk als opvolger gekozen. Benoemingen vonden plaats binnen het door de Duitse bezetter beheerste staatsapparaat en droegen daardoor geen normale democratische legitimiteit. De bezetter had eerst de rechtmatige president vanwege zijn Joodse afkomst uitgesloten en vulde daarna de vrijgekomen positie binnen zijn eigen machtsstructuur.
Proces en doodstraf
Na de bevrijding werd Seyss-Inquart tijdens het Proces van Neurenberg vervolgd. Hij werd schuldig bevonden aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Op 16 oktober 1946 werd hij geëxecuteerd.
Zijn geschiedenis laat zien wat er kan gebeuren wanneer regels en instituties formeel blijven functioneren, maar ondertussen onder controle staan van een onrechtmatig en mensonterend regime:
Een benoeming kan administratief geldig lijken, terwijl de stoel waarop iemand plaatsneemt eerst door vervolging en uitsluiting is leeggemaakt.
De ontbrekende lijn in de geschiedenis
Verzoeker Naturalisatie wet 13 januari 1951 Mijn opa Peter Mathias Bongartz Goch 1906 en mijn oma Nellie Aldenhoven.
In januari 1951, toen bijvoorbeeld naturalisatiewetten en andere naoorlogse rechtszaken werden behandeld, waren de verhoudingen dus:
Koningin Juliana was staatshoofd geboren in 1906 ( toen verdween mijn overgrootmoeder Anna Janssen uit Ottersum na de geboorte van een dochter. Willem Drees leidde de regering.
Jan Donner was president van de Hoge Raad. Jan Donner was bovendien de grootvader van de latere minister en vicepresident van de Raad van State Piet Hein Donner.
Piet Hein Donner – historie
Jan Pieter Hendrik “Piet Hein” Donner werd op 20 oktober 1948 in Amsterdam geboren. Hij is jurist, voormalig CDA-politicus en bestuurder. Sinds december 2018 draagt hij de eretitel minister van Staat.
Familie van juristen
Piet Hein Donner komt uit een invloedrijke protestants-juridische familie:
Zijn grootvader Jan Donner was minister van Justitie en van 1947 tot 1961 president van de Hoge Raad.
Zijn vader André Donner was hoogleraar staatsrecht en rechter bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
Zijn oom Jan Hein Donner was schaakgrootmeester en schrijver.
De familiegeschiedenis verbindt daarmee politiek, rechtspraak, staatsrecht en openbaar bestuur over meerdere generaties.
Opleiding en ambtelijke loopbaan
Donner studeerde rechten aan de Vrije Universiteit Amsterdam en volgde daarna een juridische vervolgopleiding aan de University of Michigan. Vervolgens werkte hij als jurist en ambtenaar, onder meer bij het ministerie van Economische Zaken, de Tweede Kamer en het ministerie van Justitie.
Van 1990 tot 1997 was hij verbonden aan de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Vanaf 1993 was hij voorzitter van die raad. Eind 1997 werd hij lid van de Raad van State.
Minister van Justitie
Van 22 juli 2002 tot 21 september 2006 was Donner minister van Justitie in de kabinetten-Balkenende I, II en III.
Zijn ministerschap stond onder meer in het teken van terrorismebestrijding, vreemdelingenbeleid, criminaliteitsbestrijding en hervormingen binnen politie en justitie.
In september 2006 trad hij af na een kritisch rapport over de brand in het cellencomplex op Schiphol-Oost, waarbij elf mensen omkwamen. Hij aanvaardde daarmee politieke verantwoordelijkheid, ook al had hij de brand niet persoonlijk veroorzaakt.
Sociale Zaken en Binnenlandse Zaken
Na een korte periode als Tweede Kamerlid werd Donner in 2007 minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Cruciaal zo blijkt:Hij bleef dat tot oktober 2010. En was dus betrokken bij het klein koninklijk besluit artikel 176 van 28 april 2010 en de wijziging fiscale regels private aov brief 10 september 2010.
Daarna werd hij minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het eerste kabinet-Rutte.
In die functies hield hij zich bezig met arbeidsmarktbeleid, sociale zekerheid, pensioenen, ambtenarenzaken, bestuur en de inrichting van de overheid.
Vicepresident van de Raad van State
Van 1 februari 2012 tot 1 november 2018 was Donner vicepresident van de Raad van State. Hoewel de koning formeel voorzitter is, geeft de vicepresident in de dagelijkse praktijk leiding aan dit belangrijke staatsorgaan.
De Raad van State adviseert regering en parlement over wetsvoorstellen en is daarnaast de hoogste algemene bestuursrechter. Donner bevond zich daardoor opnieuw op het snijvlak van wetgeving, bestuur en rechterlijke controle.
Bij zijn afscheid werd de Piet Hein Donner Scriptieprijs ingesteld. Deze prijs stimuleert onderzoek naar de grondslagen en het functioneren van de democratische rechtsstaat.
De Hoge Raad & de Bataafse Bananen Republiek
De geschiedenis schrijft:
Jan Donner minister van Justitie en president van de Hoge Raad – De vrouw van Jan Donner was Golida Wilhelmina van den Burg, roepnaam Go.
Zij trouwden op 13 juni 1916 in Amersfoort en kregen samen zes kinderen: drie zoons en drie dochters.
Jan Donner en Golida Wilhelmina van den Burg kregen drie dochters. Van één dochter heb ik de identiteit betrouwbaar kunnen bevestigen:
Gijsbertha Gerarda Donner — geboren op 31 juli 1924 in Den Haag. Zij trouwde in 1952 met Jan van Haeringen, later burgemeester van Baarn.
In Baarn zit namelijk de bekendste opleider is NIBE-SVV, dé brancheopleider voor het bank-, verzekerings- en effectenbedrijf. Zij verzorgt onder meer opleidingen voor: Assurantie A Schadeverzekeringen Personenschade Pensioen en levensverzekeringen Acceptatie Wft-opleidingen en permanente educatie Historisch is vooral de SVV (Stichting Vakontwikkeling Verzekeringsbedrijf) van belang. Deze werd in 1950 opgericht door ongeveer vijftig organisaties uit de verzekeringsbranche.
In 1999 fuseerde SVV met het NIBE tot NIBE-SVV.
Kroniek van Jan Donner en zijn drie zonen
Jan Donner en Golida Wilhelmina van den Burg kregen zes kinderen: drie zoons.
Andreas Matthias “André” Donner (1918–1992) — staatsrechtgeleerde, hoogleraar en Europees rechter. Hij was de vader van Piet Hein Donner.
Reynout Donner — medicus en hoogleraar aan de Vrije Universiteit.
Johannes Hendrikus “Jan Hein” Donner (1927–1988) — schaakgrootmeester, schrijver en publicist. Hij was het vijfde kind van het gezin.
The Queen S Gambit
Zij was onder anderen de moeder van André Donner en Jan Hein Donner.
↓
André Donner staatsrechtgeleerde en Europees rechter. De vrouw van André Donner was Dina Antonia Mulder, roepnaam Dien.
Zij trouwden in 1946 en kregen samen negen kinderen. Zij was onder anderen de moeder van Piet Hein Donner.
↓
Piet Hein Donner minister en vicepresident van de Raad van State – Piet Hein Donner trouwde op 23 juni 1973 in Amstelveen. Openbare gezaghebbende biografieën vermelden wel het huwelijk en hun drie zoons, maar noemen de naam van zijn echtgenote niet. Ook in een uitvoerig afscheidsinterview wordt zij alleen aangeduid als “zijn echtgenote” of “mijn vrouw”.
Maar tussen deze generaties ontbreken de vrouwen die hen droegen, baarden, opvoedden en mede vormden.
Geen enkele familielijn loopt uitsluitend van man naar man.
Elke man komt uit het lichaam van een vrouw. Zonder haar kan zijn zaad niet tot leven en bloei komen. 🌼
Waarom worden in onze geschiedenisboeken vooral de functies, titels en macht van mannen doorgegeven, terwijl de vrouwen aan de oorsprong van diezelfde lijn vaak naamloos blijven?
De vrouw was niet slechts de echtgenote of moeder naast de bestuurder. Zij was de lichamelijke en menselijke bron waaruit ook de rechter, minister en staatsman ontstond.
Daarom hoort bij de vraag:
Beschermt een zorgvuldig ontworpen regel in de praktijk ook de mens voor wie die regel is gemaakt?
nog een fundamentelere vraag:
Erkent het recht ook de vrouw uit wier lichaam iedere wetgever, bestuurder en rechter is voortgekomen?
Wie zijn oorsprong werkelijk begrijpt, gebruikt geen macht om vrouwen te vernederen, uit te sluiten of geweld aan te doen.
Refresh your mind
Hij die beseft dat geen samenleving, rechtsstaat of familielijn zonder haar kan voortbestaan is een groot man.
De vrouw is geen voetnoot in de geschiedenis van de rechtsstaat. Zij is haar eerste broncode. X
Mijn achter gehouden brief aan de tweede kamer. Mijn achtergehouden brieven aan de koning
Minister van Staat
Op 21 december 2018 werd Donner benoemd tot minister van Staat. Dat is een eretitel voor personen met een uitzonderlijke staat van dienst. Ministers van Staat kunnen de koning of de regering adviseren bij bijzondere constitutionele of politieke kwesties.
Van wie ben ik er een? Piet Heijn
Zeg het maar!
In 1975 namen mijn ouders een AGO assurantieportefeuille over. Voor zover nu bekend, werd de onderneming aanvankelijk als eenmanszaak gedreven. Op een later moment is de onderneming omgezet in een vennootschap onder firma (VOF), waardoor beide vennoten gezamenlijk de onderneming voerden volgens de destijds geldende regels van het Nederlandse Wetboek van Koophandel.
Ik sloot mijn verzekeringen af via hem af in een tijd waarin mij zekerheid en sociale zekerheid werd beloofd.
Ik betaalde premie als zelfstandig ondernemer. Mijn beroep, arbeidsvermogen en toekomstig inkomen vormden de basis van de afspraken. Toen mijn gezondheid wegviel, had mijn verzekerde recht bescherming moeten bieden.
In 1975 bestond er geen wettelijke bepaling die verbood dat een vrouw ondernemer of kostwinner was. Vrouwen konden een eenmanszaak hebben, vennoot zijn in een VOF en verzekeringen op hun eigen naam afsluiten.
Wel was de praktijk vaak anders. Banken, verzekeraars en andere instellingen gingen er regelmatig vanuit dat de man het hoofd van het gezin of de belangrijkste kostwinner was. Dat was vaak een gevolg van maatschappelijke gewoonten en interne procedures, niet van een wettelijke regel.
Zo verdween ik langzaam via het woord bank / periodieke schade uitkering uit het systeem.
Maar tijdens en na de financiële crisis veranderde het landschap in een Polismaffia.
Welke rechtspersoon was gekoppeld aan de loonheffingennummers [nummer 1] en [nummer 2], vanaf welke datum, op wiens aanvraag zijn deze nummers geregistreerd en onder welke naam, RSIN en sector- of inkomenskwalificatie zijn mijn uitkeringen aangeleverd?
Welkom bij de enigma: Periodiek
Banken werden gered, verzekeraars werden samengevoegd, concerns werden opgesplitst en ondernemingen kwamen tijdelijk onder staatsinvloed. Portefeuilles verhuisden, merknamen verdwenen en administraties werden overgezet naar nieuwe computersystemen.
De Belastingdienst verwerkte uitkeringen volgens fiscale categorieën die niet altijd zichtbaar maakten waar het recht oorspronkelijk vandaan kwam.
Voor de financiële instellingen waren dit reorganisaties, overnames en systeemwijzigingen.
Voor mij ging het om mijn inkomen en bestaanszekerheid.
Mijn polis bleef op papier bestaan, maar rondom dat verzekerde recht ontstond een keten van partijen:
banken financierden en herstructureerden ondernemingen; verzekeraars beheerden de polis en beoordeelden de uitkering; intermediairs stonden tussen mij en de verzekeraar; bestuurders bepaalden beleid, kosten en risicobeheer; softwareleveranciers vertaalden mijn situatie naar codes; de Belastingdienst bepaalde de fiscale verwerking; de overheid veranderde regels en greep in bij financiële instellingen.
Iedere partij beheerde slechts een onderdeel.
Daardoor werd het voor mij steeds moeilijker om vast te stellen wie werkelijk verantwoordelijk was wanneer gegevens, kwalificaties of betalingen veranderden.
De verzekeraar kon verwijzen naar fiscale regels.
De Belastingdienst kon verwijzen naar de aangeleverde gegevens.
De tussenpersoon kon verwijzen naar de verzekeraar.
Een nieuwe onderneming kon verwijzen naar een oude administratie.
En het computersysteem gaf maar geen antwoord.
Think Again
Zo ontstond mijn ervaring van zelwillekeur: niet noodzakelijk doordat één persoon bewust tegen mij besloot, maar doordat verschillende organisaties ieder hun eigen regels, belangen en definities toepasten, terwijl niemand het volledige gevolg voor mijn leven overzag.
Stadhuis Middelburg
Het spel veranderde, maar ik kon niet van tafel
Ik kon mijn gezondheid niet terughalen.
Ik kon mijn oorspronkelijke beroep niet opnieuw uitoefenen.
Ik kon niet zomaar overstappen naar een nieuwe verzekeraar, omdat het verzekerde risico al was ingetreden.
De instellingen konden reorganiseren, fuseren en systemen vervangen.
Ik bleef afhankelijk van de bestaande polis, de juiste toepassing van de voorwaarden en de gegevens die anderen over mij registreerden.
Amesfoort 26 oktober 2021
Daar zit de machtsongelijkheid:
De instellingen konden hun organisatie veranderen. Ik kon mijn verzekerde werkelijkheid niet vervangen.
Wanneer een besluit onduidelijk was, moest ik bewijzen dat mijn beroep, mijn polis en mijn verzekerde recht werkelijk bestonden. Ik moest documenten bewaren uit een periode waarin de betrokken ondernemingen inmiddels van naam, eigenaar of structuur waren veranderd.
Mijn afhankelijkheid ontstond daarom niet alleen door mijn ziekte.
De geheime leer van het periodieke systeem
De regels stonden misschien niet allemaal op mijn polis.
Ze leefden in bestuurskamers, fiscale tabellen, softwarecodes, portefeuilles en administratieve overdrachten.
Banken kenden hun kapitaalregels. Verzekeraars kenden hun rekenmodellen. Intermediairs kenden de route van de polis. De Belastingdienst kende de code van de betaling.
Maar ik kende alleen de belofte waarvoor ik premie had betaald:
bescherming wanneer mijn lichaam het werk niet meer kon dragen.
Toen mijn verzekerde jaarrente periodiek werd uitgekeerd, begon de geheime leer van het systeem:
de betaalwijze werd zichtbaar, maar de oorsprong van mijn recht raakte uit beeld.
Wat voor de instellingen dagelijkse administratie was, werd voor mij een levenslang raadsel.
De Klokkenluider van Notre-Dame luidt daarom niet tegen kennis, maar tegen kennis die uitsluitend binnen de muren van de macht wordt bewaard.
Amersfoort 26 oktober 2021
Meer weten over kunst & cultuur?
Soms begint een ontdekking niet in een museumzaal, maar in een straatnaam, een beeld, een gevel of een onverwacht kunstwerk.
In Amersfoort lopen geschiedenis en hedendaagse kunst moeiteloos in elkaar over. Van Museum Flehite tot de straat Achter de Heilige Geest: iedere hoek vertelt een nieuw verhaal.
Museum Flehite – het stadsmuseum van Amersfoort, gevestigd in drie middeleeuwse huizen. Hier vind je kunst, archeologie en de geschiedenis van de stad.
Achter de Heilige Geest – een historische straat in de oude binnenstad, vlak bij Museum Flehite.
Melati-monument – een kunstwerk ter herinnering aan de slachtoffers van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Beelden in de museumtuin – hedendaagse sculpturen die een mooi contrast vormen met de historische omgeving.
Het portret op de middelste foto lijkt een street-art of collagekunstwerk.
De rode boei en het bord “ZITGELUK” geven de wandeling een speels karakter en laten zien hoe kunst ook buiten musea aanwezig is.
Voor iemand die van erfgoed én verhalen houdt, is Amersfoort een inspirerende stad. De combinatie van middeleeuwse straatjes, monumenten en hedendaagse kunst nodigt uit om niet alleen naar gebouwen te kijken, maar ook naar de verhalen die ze vertellen.
Kijk niet alleen naar wat je ziet, maar vraag je af: welk verhaal schuilt hierachter? Dat is waar kunst en erfgoed elkaar ontmoeten.
Zo wordt cultureel erfgoed overgedragen: niet alleen van hand tot hand, maar ook van verhaal tot verhaal. Wie de collectie beheert, bepaalt mede wat wordt bewaard, wie wordt genoemd en welke geschiedenis zichtbaar blijft.
De heilige graal “het bestuur van Nedasco “
Bestuurders en directie van Nedasco als volmachtbedrijf
Nedasco B.V. is een serviceprovider en gevolmachtigd agent. Het bedrijf kan namens aangesloten verzekeraars onder meer risico’s accepteren, polissen opmaken, premies incasseren en schade behandelen. Nedasco staat ingeschreven onder KvK-nummer 20035000 en AFM-nummer 12006531.
Op basis van openbaar toegankelijke bronnen kan ik deze directieleden reconstrueren:
Algemeen directeuren en CEO’s
Robin van den Burg Algemeen directeur van Nedasco vanaf omstreeks 2007/2008 tot 1 mei 2011. In april 2008 werd bekendgemaakt dat hij per 1 juli dat jaar algemeen directeur van het toenmalige assuradeurenbedrijf Nedasco werd.
Tim Schoonbergen Algemeen directeur en later CEO van Nedasco van 1 mei 2011 tot 1 juli 2024. Hij volgde Robin van den Burg op. Onder zijn leiding bleef Nedasco actief als serviceprovider en gevolmachtigd agent; in 2021 sprak hij bijvoorbeeld namens Nedasco bij de verkrijging van een volmacht van HDI Global Specialty.
Aris Ruitenbeek COO van Nedasco en vanaf 1 juli 2024 tijdelijk waarnemer van de taken van Tim Schoonbergen. De openbare bron noemt hem niet uitdrukkelijk statutair bestuurder, maar wel als degene die de CEO-taken waarnam.
Jan van der Struik In juli 2026 benoemd tot CEO van zowel Nedasco als VKG en tot directeur Property & Casualty binnen D&S Group.
Andere directieleden of beleidsbepalers
Tijs Benerink Directeur IT & Programmamanagement bij Nedasco. Hij was onder meer verantwoordelijk voor de overgang naar een geïntegreerd digitaal verzekeringsplatform. Dit is een directiefunctie, maar uit de openbare bron blijkt niet dat hij statutair bestuurder van Nedasco B.V. was.
Fiolijn van Dijk Manager Inkomen en in openbare publicaties verantwoordelijk voor inkomens- en verzuimdienstverlening. Zij wordt niet als algemeen of statutair directeur vermeld.
Marco Pos Tot september 2020 manager Zorg & Inkomen. Ook dit is een managementfunctie en geen aangetoonde statutaire bestuursfunctie.
Bovenliggende bestuurders
Nedasco was lange tijd een dochteronderneming van Aegon Nederland.
Nedasco begon volgens de eigen bedrijfsgeschiedenis al in de jaren vijftig als huisvolmacht van Assurantiemakelaar Kamerbeek in Amersfoort.
Achter Assurantiemakelaar Kamerbeek en de vroege ontwikkeling van Nedasco zijn maar enkele personen publiek goed terug te vinden.
De duidelijkste naam is:
Drs. C. Kamerbeek Hij wordt in historische bronnen genoemd als directeur van de Kamerbeek Groep in Amersfoort.
De Kamerbeek Groep was actief in onder meer assurantiebemiddeling en vastgoed.
Van voetnoot naar Fundament
In de jaren tachtig was hij daarnaast penningmeester van Museum Flehiteen betrokken bij de ingewikkelde financiële en bestuurlijke structuur rond de Mariënhof.
Cellezusters
Zij rekenden niet in rendement, reserves of risico’s.Zij zagen de zieke, de stervende en de mens die zorg nodig had.Hun kapitaal was nabijheid.Hun bestuur was verantwoordelijkheid.Hun balans was de waardigheid van het leven.
De bron noemt hem zelfs het brein achter die structuur. Zijn volledige voornaam heb ik in de geraadpleegde openbare bronnen nog niet betrouwbaar kunnen vaststellen.
Van Mariënhof naar Nedasco
De ene geschiedenis laat zien hoe ondernemers hun naam verbonden aan kunst, vastgoed en erfgoed. De andere laat zien hoe een vrouwelijke ondernemer haar naam juist moest blijven verdedigen tegenover de systemen die haar verzekerde vermogen beheerden.
De fusie tussen AGO Holding N.V. en ENNIA N.V. vond plaats in 1983. De oorspronkelijke fusieovereenkomst werd op 18 oktober 1983 gesloten. Uit de combinatie ontstond AEGON N.V.; ENNIA N.V. kreeg daarbij de nieuwe naam AEGON N.V.
AEGON- Meet de heer en mevrouw Lindeboom Waar moderne verzekeraars administraties migreren en bedrijfsnamen verdwijnen, bewaart De Verzekeringskamer de polissen, voorwerpen en verhalen die laten zien hoe het systeem is ontstaan.Het bronzen beeldje als overdracht bezit.
De Verzekeringskamer in Doorn
Deze collectie bevat onder meer:
oude polisdocumenten en verzekeringsvoorwaarden;
vakboeken en tijdschriften;
reclamemateriaal en relatiegeschenken;
kantoorvoorwerpen van verzekeraars en makelaars;
afzonderlijke presentatiekasten voor verschillende verzekeringsmaatschappijen;
een historische Lloyd’s-underwritingbox.
Na de overname van Aegon Nederland door a.s.r. in juli 2023 kwam Nedasco binnen het onderdeel Distribution & Services van a.s.r. te vallen.
Binnen die bovenliggende structuur waren onder meer relevant:
Jaap Eringa CEO van Distribution & Services bij a.s.r. tot zijn pensionering eind 2024. Nedasco viel vanaf 2023 onder dit onderdeel.
Janwillem Fidder Vanaf 1 januari 2025 CEO van Distribution & Services Holding a.s.r., als opvolger van Jaap Eringa.
Voor mijn reconstructie
De voorlopig aantoonbare bestuurlijke lijn is:
Robin van den Burg → Tim Schoonbergen → Aris Ruitenbeek, waarnemend → Jan van der Struik
Met daarboven achtereenvolgens:
Aegon Nederland → na 4 juli 2023 a.s.r. / Distribution & Services → vervolgens de bredere D&S Group-structuur waarin Nedasco en VKG gezamenlijk worden geleid.
Belangrijk onderscheid: een algemeen directeur, CEO of manager is niet automatisch een statutair bestuurder. Voor een juridisch volledige lijst met alle statutaire bestuurders, hun exacte inschrijf- en uitschrijfdata en eventuele bestuursvennootschappen is een historisch KvK-uittreksel van Nedasco B.V., KvK 20035000, nodig. De openbare bronnen geven vooral de operationele directie weer, niet noodzakelijk iedere formeel ingeschreven bestuurder.
Zij ontstond ook doordat mijn inkomen afhankelijk werd van beslissingen die werden genomen in bestuurskamers, fiscale systemen en administratieve ketens waarop ik zelf nauwelijks invloed had.
Mijn centrale vraag
Niet:
Wie heeft een deel van mijn geld gestolen?
Maar:
Wie droeg de verantwoordelijkheid om mijn oorspronkelijke verzekerde recht te bewaken toen banken, verzekeraars, overheden en administraties veranderden?
En wanneer verschillende instanties verschillende werkelijkheden over mij vastlegden:
Wie beschermde mij dan tegen de ruimte tussen die systemen?
Mijn bedrage Wandkleed Slavernij Verleden
Mijn verzekerde recht mocht worden uitgevoerd, belast en geadministreerd.
Maar het mocht niet onherkenbaar worden gemaakt.
De crisis mocht ondernemingen veranderen.
Niet de oorsprong van mijn recht.
Zij konden het financiële systeem opnieuw inrichten. Maar zij mogen mijn geschiedenis niet herschrijven.
Hoeveel onbetaalde uren moet een vrouw nog maken voordat bestuurders haar betaalde arbeid, verzekerde beroep en opgebouwde rechten erkennen?
Ik heb mensen verbonden, sociaal isolement bestreden, verhalen vastgelegd en grenzen zichtbaar gemaakt. Niet om opnieuw als vrijwilliger buiten de administratie te verdwijnen, maar om als zelfstandig mens en voormalig ondernemer rechtmatig te worden gezien.
Erkenning is geen beloning voor gehoorzaamheid.Het is een recht dat bestuurders niet eindeloos mogen uitstellen.
Vivian en Jan: hoeveel bewijs is nog nodig voordat het zwarteschaap niet langer als probleem wordt behandeld, maar wordt gehoord als degene die het systeem durfde te bevragen?
Bij Nedasco begon de zoektocht naar de route van mijn verzekerde recht.
Een route van polissen, volmachten, intermediairs, administraties en bestuurders. Een wereld waarin mijn arbeid als vrouwelijke ondernemer werd vertaald naar premie, risico, dossiernummer en periodieke uitkering.
Bij Montancourt begon de terugkeer.
Niet naar een systeem, maar naar een huis. Niet naar een code, maar naar een geschiedenis. Niet naar anonieme administratie, maar naar zichtbaar erfgoed.
Nedasco staat in mijn verhaal voor de plaats waar mijn verzekerde bestaan onderdeel werd van een keten die ik zelf niet kon overzien.
Montancourt staat voor de plaats waar ik mijn naam, stem en geschiedenis opnieuw bijeenbreng.
De lijn is daarom niet alleen geografisch of bedrijfsmatig:
Van het volmachtkantoor dat mijn verzekerde recht administreerde,naar het monument waar ik mijn eigen verhaal weer beheer.
Bij Nedasco werd mijn leven gelezen door systemen.
In Montancourt lees ik de systemen terug.
Daar onderzoek ik wie mijn polis beheerde, wie mijn beroep codeerde, wie mijn geldstroom verwerkte en wie verantwoordelijkheid droeg toen banken, verzekeraars en intermediairs van eigenaar, naam en structuur veranderden.
Dé oesterkoningin van Nederland
Montancourt is daarmee meer dan mijn woning of B&B.
Het is mijn onafhankelijke archief. Mijn onderzoeksruimte. Mijn getuigenis. Mijn plaats van herstel.
Van Nedasco naar Montancourt
Hoe een vrouwelijke handelaar haar verzekerde recht volgde door een doolhof van volmachten en bestuurskamers — en in een huis uit 1596 haar eigen naam weer boven het dossier plaatste.
Nr ketting 912758 Nedasco
De link met Vivian Buijs-Tabbers
Vivian Buijs-Tabbers vormt in mijn onderzoek geen bewezen persoonlijke schakel in mijn dossier, maar wel een opvallende bestuurlijke verbinding tussen verschillende delen van de verzekeringsketen.
Haar loopbaan begon bij Aegon, de verzekeraar waaronder ook de historische portefeuille van mijn ouders terechtkwam.
Later werkte zij bij VIVAT, de organisatie waarin de verzekeringsactiviteiten van SNS REAAL werden ondergebracht.
Vanaf 2021 maakte zij deel uit van de directie van VKG, een volmacht- en servicebedrijf dat tegenwoordig, net als Nedasco en SuperGarant, onderdeel is van D&S Group.
Sinds mei 2026 is zij bestuurder en algemeen directeur van SuperGarant.
De bestuurlijke lijn is daarmee:
Aegon → VIVAT → VKG → SuperGarant/D&S Group
Mijn eigen verzekeringsgeschiedenis raakt eveneens aan namen uit deze wereld:
AGO/ENNIA–Aegon → REAAL/VIVAT → intermediairs en volmachtbedrijven → Nedasco-dossier 912758
Dat betekent niet meteen dat Vivian persoonlijk mijn polis heeft behandeld of besluiten over mijn uitkering heeft genomen. Daarvoor heb ik geen bewijs. Haar loopbaan laat wel zien hoe bestuurders zich door dezelfde financiële en verzekeringstechnische infrastructuur bewegen waarin oude portefeuilles, polisgegevens en verzekerde rechten worden beheerd.
Daarom richt ik mijn uitnodiging aan haar niet als beschuldiging, maar als bestuurlijke vraag:
Hoe bewaakt een bestuurder binnen een moderne volmachtgroep de oorsprong en menselijke betekenis van een verzekerde positie die door meerdere verzekeraars, fusies, systemen en administraties is gereisd?
Van Nedasco naar Montancourt
Jan van der Struik vertegenwoordigt de huidige leiding van Nedasco en VKG. Vivian Buijs-Tabbers kent vanuit haar loopbaan verschillende kanten van dezelfde keten: verzekeraar, VIVAT, volmachtbedrijf en groepsbestuur.
In mijn onderzoek naar onder meer Heilbron, Voogd & Voogd, Alpina Group en Five Arrows is dat precies het onderscheid dat belangrijk is: De polis = mijn contractuele rechten. De beheerorganisatie = kon dus door fusies, overnames of private-equity-investeringen veranderen. De administratie = kon dus worden samengevoegd of gemigreerd naar nieuwe systemen.
In Montancourt reconstrueer ik wat binnen die keten met mijn verzekerde geschiedenis gebeurde.
Niet om personen bij voorbaat verantwoordelijk te verklaren, maar om bestuurders uit te nodigen verantwoordelijkheid te nemen voor het systeem dat zij nu leiden.
Nedasco beheerde de route van mijn polissen. In Montancourt beheer ik opnieuw de betekenis van mijn leven.
Ik ben namelijk gestopt met in stilte pijn te lijden!
Reisverslag van vier polissen naar een huis uit 1596
Posted on 22 juli 2026
“I am done with quiet pain.” Mister President
MONTANCOURT — PLAATS DELICT VAN DE GESCHIEDENIS Montancourt is geen plaats delict omdat hier één misdrijf moet worden opgelost. Het is een plaats delict omdat de geschiedenis hier haar sporen heeft achtergelaten. Handel. VOC. Oorlog. Hypotheken. Onderduik. Banken. Verzekeringen. Familienamen. Vrouwenlevens. Een huis uit 1596 kan scheuren, verzakken en worden hersteld. Het draagt iedere beschadiging in zijn lichaam. Een mens doet dat ook. De scheuren betekenen niet dat het huis waardeloos werd. De littekens betekenen niet dat de vrouw heeft gefaald. Zij tonen waar de druk te groot werd. Maak niet alleen het monument weerbaar. Maak ook de mens die het verhaal draagt weer zichtbaar.Traumasporen
Ieder mens draagt een parel in zich
Op 3 april 2019 vertrokken wij van Kwadijk 43 in Kwadijk naar de Rouaansekaai 31 Middelburg.
Niet omdat ons leven eenvoudig was geworden, maar omdat het oude leven ons langzaam had uitgeput. Wij verlieten niet alleen een bijzonder woonplaats. Wij verlieten een bestaan waarin ziekte, verzekeringsdossiers, fiscale codes en financiële onzekerheid steeds meer ruimte waren gaan innemen.
Jarenlang had ik gewerkt als zelfstandig handelaar in confectie. Samen met een andere gehuwde vrouw voerde ik een vennootschap onder firma. Wij kochten zelf in, verkochten zelf, droegen ons eigen ondernemersrisico en betaalden onze eigen premies.
Ik probeerde mijn toekomst zorgvuldig te beschermen als uiteindelijk de kostwinnaar binnen mijn eigen huwelijk.
Wim beëdigd als bode bij de politie in Amsterdam
Daarom waren er vier verzekeringspolissen:
een arbeidsongeschiktheidsverzekering bij Nationale-Nederlanden;
een arbeidsongeschiktheids- of inkomensverzekering bij Reaal/Hooge Huys;
een Delta Lloyd MeerKeuzePlan;
en een verplichte zorgverzekering bij Delta Lloyd.
Vier overeenkomsten die zekerheid moesten bieden.
Maar toen ik #sarcoïdose kreeg en mijn beroep niet langer kon uitoefenen, begonnen de polissen ieder aan een eigen reis. Zij trokken door verzekeraars, tussenpersonen, serviceproviders, fiscale administraties en bank & computersystemen.
Organisaties fuseerden. Portefeuilles werden overgedragen. Bedrijfsnamen verdwenen. Nieuwe namen verschenen. Bestuurders kwamen en gingen. De verantwoordelijkheid werd over steeds meer partijen verdeeld.
Maar mijn lichaam kon niet worden verdeeld.
Mijn verlies aan arbeid kon niet worden opgeknipt.
Mijn toekomst paste niet in vier afzonderlijke administraties.
De schatkist
Langzaam kwam ik terecht in wat ik mijn administratieve sarcofaag ben gaan noemen:
een vrouwelijk lichaam dat niet werkelijk begraven ligt, maar administratief, historisch en maatschappelijk is ingesloten.
De onzichtbare vennoot
Het hebben van een VOF had mij aanvankelijk zichtbaar gemaakt als ondernemer. Ik stond ingeschreven, werkte, handelde, betaalde belasting en sloot mijn eigen verzekeringen af.
Later leek diezelfde rechtsvorm mij juist tussen verschillende systemen te plaatsen.
Ik was geen werknemer met een werkgever die mijn ziekte, arbeidsomstandigheden en verlies van verdienvermogen als één geheel onderzocht.
Ik was ook geen gewone consument met één overzichtelijke publieke arbeidsongeschiktheidsregeling.
Ik was tegelijkertijd:
vennoot, ondernemer, verzekerde, patiënt, premiebetaler, gehuwd, moeder en belastingplichtige.
Iedere organisatie zag een onderdeel van mij.
De verzekeraar zag het verzekerde risico.
De arts zag mijn lichaam.
De Belastingdienst zag een periodieke betaling.
De tussenpersoon zag een polisnummer.
Stadhuis Middelburg
Het administratiesysteem zag een relatie- of personeelsnummer.
Maar niemand leek nog de hele vrouw te zien.
Mijn premie was zichtbaar.
Mijn polisnummer was zichtbaar.
Mijn medische dossier was zichtbaar.
Mijn belastinginhoudingen waren zichtbaar.
Maar mijn ziekte, mijn arbeid, mijn beroepsgeschiedenis, mijn moederschap en mijn eigen stem verdwenen steeds verder uit beeld.
Welkom Familie Lindeboom AEGON
De verzekerde jaarrente
In het hart van mijn onderzoek staat de betekenis van de verzekerde jaarrente.
Mijn particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering verzekerde geen salaris en schiep geen dienstverband. Ik had als zelfstandig ondernemer een vooraf overeengekomen jaarrente verzekerd voor het geval ik door ziekte mijn beroep niet meer kon uitoefenen.
Toen het verzekerde risico daadwerkelijk intrad, werd deze jaarrente niet één keer per jaar betaald. Het jaarbedrag werd verdeeld over maandelijkse termijnen in verband mer de eindleeftijd 60 jaar.
Daardoor werd de betaling langzaan uitvoeringstechnisch periodiek.
Aan Het meisje met de parel dat inmiddels moeder was geworden.
Vervolgens werd per brief 10 september 2010 door Ruud & Lex van Kampen medegedeeld dat er op de uitkering 76 – 5601108 – loonbelasting en zv zou worden ingehouden. Daardoor verscheen de betaling in fiscale administraties onder termen en codes die op loon of een personeelsrelatie konden lijken.
Maar een maandelijkse betaling is niet automatisch salaris.
Ik verrichtte geen arbeid voor de verzekeraar. De verzekeraar betaalde mij niet als werkgever, maar omdat het risico waartegen ik mij had verzekerd werkelijkheid was geworden.
De oorsprong van de betaling bleef daarom:
een aanspraak uit een particuliere verzekeringsovereenkomst, niet een beloning voor verrichte arbeid.
Voor mijn reconstructie moeten drie lagen zorgvuldig uit elkaar worden gehouden:
Contractueel: welke jaarrente was volgens de polis verzekerd?
Uitvoeringstechnisch: hoe werd deze jaarrente omgerekend en in maandelijkse termijnen betaald?
Fiscaal: onder welke inkomenscategorie, loonheffingencode en belastinggrondslag werd de uitkering verwerkt?
Wanneer deze lagen in één administratiesysteem samenvloeien, kan een zelfstandig verzekerde ten onrechte zichtbaar worden als werknemer, personeelsrelatie of loonontvanger.
De fiscale inhouding kan iets zeggen over de wijze waarop belasting vooraf werd geïnd. Zij bewijst op zichzelf niet dat er een arbeidsovereenkomst of werkgeversrelatie bestond.
En zo geschiedde het. Welkom bij de terugbetaling van de staatsschuld Banken & Verzekeraars
Een verzekerde jaarrente kreeg in de administratie een andere gedaante dan de rechtsverhouding waaruit zij was ontstaan.
Omdat steeds verder wegzakte in het moerasgebied van macht en machines werden we gedwongen om stappen te ondernemen. Eerst als voetnoot maar nu zijn we het fundament waarin alles duidelijk wordt.
Heden / Verleden
De reis naar Montancourt
Zo kwamen wij dus in 2019 terecht in Montancourt, een huis in Middelburg uit 1596.
In Eigen Land Reportages- Slavernij Verleden- geen punt maar een komma,
Een huis dat werd gebouwd vóór de oprichting van de VOC, maar al afkomstig is uit een wereld van handel, scheepvaart, bestuur, geldstromen, risico’s en internationale verbindingen.
Het huis heeft eeuwen van bewoners, , handel, oorlog, verlies, wederopbouw en verandering in zijn muren opgenomen.
Wij dachten dat wij naar een nieuw huis verhuisden.
Maar misschien verhuisden wij naar een plek die ons eigen verhaal al kende.
Zoals mijn verzekeringen door verschillende handen, ondernemingen en administraties waren gegaan, zo was ook Montancourt door generaties bewoond, bestuurd, verhandeld en opnieuw ingericht.
Reportage Erfgoed Zeeland
De namen van kooplieden, bestuurders, predikanten en bankiers bleven vaak bewaard.
De vrouwen die de huizen draaiende hielden, kinderen baarden, personeel aanstuurden, verlies droegen en na oorlogen opnieuw begonnen, verdwenen gemakkelijker uit het officiële verhaal.
In Montancourt werd de vraag uit het boek van Aaltje van Zweden ( ontvangen van Marijke Commandeur) ineens heel persoonlijk:
Waar ben je thuis?
Vrouwen Polder
Hier dus, zo bleek.
Niet omdat alle strijd voorbij was, maar omdat ik hier mijn eigen verhaal opnieuw kon leren lezen.
Tweedekamer 13 januari 1951
De geschiedschrijver en literaire reiziger Pieter de la Rue kreeg in dit huis gezelschap van een nieuwe geschiedschrijver:
Silvia Margaretha Johanna Koning-Lindeboom.
Niet als wetenschapper van beroep, maar als ervaringsdeskundige, onderzoeker, erfgoedkunstenaar en verteller.
De bankstukken die in Montancourt achterbleven In Montancourt vond ik twee oude financiële stukken die in het huis waren achtergebleven: het jaarverslag van de N.V. De Haarlemsche Hypotheekbank over 1939 en het verslag van de N.V. Zeeuwsche Hypotheekbank te Middelburg over het drieënveertigste boekjaar. Dat deze documenten juist in een huis uit 1596 zijn bewaard, voelt niet toevallig. De stukken gaan over hypotheken, onderpanden, aandeelhouders, oorlogsschade en wederopbouw. Precies de onderwerpen die ook in de muren van Montancourt besloten liggen. In het verslag van de Haarlemsche Hypotheekbank wordt beschreven hoe bij de oorlogshandelingen van mei 1940 onderpanden in Rotterdam, Middelburg en Vlissingen verloren gingen. Voor Middelburg worden tien getroffen panden genoemd. Tussen de regels door verschijnt een verwoeste stad. De bank schreef over hoofdsommen, opstallen, renteachterstanden, schadevergoeding en molestschade. Maar in Montancourt lees ik achter die woorden iets anders: huizen waarin mensen woonden; vrouwen die gezinnen bijeenhielden; kinderen die bescherming nodig hadden; en families die na de verwoesting opnieuw moesten beginnen. Het verslag van de Zeeuwsche Hypotheekbank toont daarnaast het bestuurlijke netwerk van Middelburg: directeuren, commissarissen, juristen, notarissen en accountants. Hun namen bleven netjes gedrukt bewaard. De namen van de bewoners van de getroffen huizen ontbreken. De bank registreerde het onderpand. Het huis bewaarde het menselijke verhaal. Dat juist deze twee bankstukken in Montancourt zijn teruggevonden, maakt het huis zelf tot archief. Niet alleen van architectuur en bewoners, maar ook van de financiële en maatschappelijke geschiedenis van Middelburg. Montancourt heeft de papieren bewaard. Nu mag ik het verhaal erachter opnieuw zichtbaar maken.
Een huis als spiegel
Montancourt werd voor mij meer dan een rijksmonument.
Het werd een spiegel van een samenleving waarin bezit, bestuur, handel en geschiedschrijving eeuwenlang vooral langs mannelijke lijnen werden vastgelegd.
De handelaar stond in de boeken.
De bestuurder ondertekende.
De onderneming kreeg een naam.
De bank verstrekte het geld.
De verzekeraar berekende het risico.
Maar wie droeg de menselijke gevolgen wanneer het systeem vastliep?
Wie zorgde voor het huis?
Wie hield het gezin bijeen?
Wie betaalde de prijs wanneer ziekte, oorlog of verlies het dagelijks leven binnendrong?
In het huis uit 1596 kwam mijn persoonlijke geschiedenis samen met een veel oudere geschiedenis van handel, macht, verzekering en bestuur.
Dit is CAS Rotterdam Fotomuseum kaartjes ontvangen van Nationale Nederlanden
De oude handelswereld draaide om schepen, risico’s, aandeelhouders, polissen en winst.
Mijn eigen leven draaide eveneens om risico’s die in polissen waren ondergebracht en later door steeds grotere financiële organisaties werden beheerd.
In de moderne keten verschenen fusies, overnames, serviceproviders, gevolmachtigd agenten, investeringsmaatschappijen en distributieplatforms.
Ik kan niet stellen dat één bestuurder of investeerder mijn leven bewust heeft gestuurd.
Maar ik kon wel beschrijven wat de structuur met mij persoonlijk deed:
hoe groter de organisatie werd, hoe kleiner ik mij in mijn eigen dossier voelde. Mijn dagboek en straatfotografie werden mijn redding.
Archief Rothschild
De moeder achter de vijf pijlen
Tijdens mijn onderzoek kwam ik terecht bij de geschiedenis van de familie Rothschild.
Niet omdat Rothschild alle Nederlandse banken bezit — daarvoor bestaat geen bewijs — maar omdat financiële netwerken, familiewapens, bankiershuizen en moderne investeringsmaatschappijen elkaar in de geschiedenis soms raken.
Aan de oorsprong van het Europese Rothschildnetwerk stond Mayer Amschel Rothschild.
Maar naast hem stond Gutle Schnapper.
Gutle werd in 1753 geboren in de Frankfurter Judengasse. Zij trouwde in 1770 met Mayer Amschel Rothschild. Samen kregen zij tien kinderen: vijf dochters en vijf zonen.
Het portret met de naam Mayer In Montancourt hangt een kinderportret waarop de naam MAYER staat. Mijn opa en oma ontvingen dit schilderij nadat zij tijdens de oorlog Joodse onderduikers in hun huis en binnen hun netwerk hadden geholpen. Wie het kind precies was, wie Mayer was en onder welke omstandigheden het schilderij werd geschonken, moet nog verder worden onderzocht. Maar binnen onze familie is het werk altijd verbonden gebleven met die geschiedenis van bescherming, vertrouwen en stil verzet. Het schilderij is daardoor meer dan een afbeelding van een kind. Het is een getuige. Een tastbare herinnering aan mensen die gedwongen waren hun naam, afkomst en bestaan tijdelijk te verbergen. Ook herinnert het aan de gezinnen die hun huis openstelden, ondanks het gevaar dat dit voor henzelf en hun kinderen betekende. De naam MAYER bleef zichtbaar op het doek, terwijl zoveel namen van onderduikers en helpers uit veiligheid niet werden opgeschreven of later verloren zijn gegaan. Nu hangt het portret in Montancourt, een huis dat zelf oorlog, onderduik, verlies en overleving in zijn muren draagt. Zo reist het schilderij verder: van het huis van mijn grootouders naar een rijksmonument in Middelburg, en van een familieherinnering naar een verhaal dat opnieuw verteld mag worden. Sommige mensen konden tijdens de oorlog alleen overleven door onzichtbaar te worden. Dit schilderij maakt hun bestaan opnieuw zichtbaar. Mijn opa en oma ontvingen hiervoor geen titel, polis of officieel monument. Zij deden wat op dat moment menselijk noodzakelijk was: ruimte maken voor een ander. Daarom staat dit kind voor mij niet alleen voor het verleden. Het staat voor ieder kind dat bescherming nodig heeft. Voor ieder huis dat een schuilplaats werd. En voor ieder mens die, ondanks angst en gevaar, besloot een deur te openen. MAYER — een naam op een schilderij, een spoor van Joods leven en een erfenis van moed.Peter Mathias Bongartz & Nellie Aldenhoven Cuijk
De vijf zonen van de familie Rothbouwden vanuit verschillende Europese steden financiële ondernemingen op:
Amschel Mayer Rothschild in Frankfurt;
Salomon Mayer Rothschild in Wenen;
Nathan Mayer Rothschild in Londen;
Carl of Karl Mayer Rothschild in Napels;
James Mayer de Rothschild in Parijs.
Daarnaar verwijzen de vijf pijlen in het familiewapen: vijf broers, vijf steden en vijf onderling verbonden bankhuizen.
Familie wapen
Dit is het familiewapen van de familie Rothschild.
Centraal staat de hand met vijf pijlen. Die verwijzen naar de vijf zonen van Mayer Amschel Rothschild, die vanuit Frankfurt familietakken opbouwden in Frankfurt, Wenen, Londen, Napels en Parijs. Het wapen werd in de negentiende eeuw verbonden aan hun verheffing in de adelstand.
Onder het wapen staat:
Concordia — Integritas — Industria
Dat betekent:
Eendracht — Integriteit — IJver
De vijf pijlen staan daarbij niet alleen voor vijf afzonderlijke zonen, maar vooral voor hun onderlinge verbondenheid: afzonderlijke takken die als één familie bleven samenwerken.
Nathan begon in Engeland bovendien als handelaar in textiel en stoffen, voordat hij in Londen een bankiershuis opbouwde.
Ook daarin herkende ik een onverwachte echo van mijn eigen geschiedenis als handelaar in confectie.
De vijf pijlen vertellen het verhaal van vijf ondernemende zonen.
Maar zonder Gutle geen zonen.
Zonder de moeder geen vijf pijlen.
Zij leefde als Joodse vrouw in een samenleving waarin haar zelfstandige rechten ernstig beperkt waren. Toch stond zij mede aan de oorsprong van een familie die een grote rol in de Europese financiële geschiedenis zou spelen.
Daarom kijk ik niet alleen naar de zichtbare bankiers.
Ik kijk ook naar de vrouw achter het familiewapen.
Naar de bloedlijnen van Moeder de Vrouw.
Van vijf pijlen naar Five Arrows
De moderne naam Five Arrows verwijst naar dit historische familieteken.
Five Arrows, verbonden aan Rothschild & Co, investeerde in Nederlandse verzekeringsdistributiebedrijven, waaronder Voogd & Voogd en Heilbron. Deze ondernemingen werden later samengebracht binnen Alpina Group.
Op onze zorg verzekeringspolis stond de naam Heilbron toen Emma een aparte polis kreeg ivm Turnersyndroom.
Ook Heinenoord maakte tijdelijk deel uit van deze investeringsgeschiedenis.
Dat betekent niet dat Five Arrows mijn vier polissen bestuurde of mijn uitkeringen bepaalde. Zo’n concrete relatie kan dat alleen worden vastgesteld wanneer zij uit polisstukken, portefeuilleoverdrachten, klantnummers, rekening-courantgegevens of andere dossierdocumenten blijkt.
Voor mijn onderzoek is de betekenis vooral structureel.
Een particuliere verzekering die ooit tussen een zelfstandige ondernemer en een herkenbare verzekeraar werd gesloten, kon dus later deel gaan uitmaken van een veel grotere keten van:verzekeraars, tussenpersonen, serviceproviders, gevolmachtigd agenten, distributieplatforms, banken en investeerders.
Mijn tijd loopt ras
Daardoor kan de afstand tussen de oorspronkelijke verzekerde en de feitelijke uitvoering steeds groter worden.
Heilbron werd onderdeel van Alpina.
Voogd & Voogd werd onderdeel van Alpina.
Van het Mark Tennantplantsoen naar Montancourt Middelburg: twee plaatsen waar vrijheid, herinnering en verantwoordelijkheid samenkomen.
Vanuit vestigingen in onder andere Doetinchem, Leusden en Middelharnis worden verzekeringen bemiddeld, geadministreerd, geïncasseerd en afgehandeld.
Binnen ons gezin kwam Heilbron naar voren als tussenpersoon rond de zorgverzekering van onze dochter Emma
Emma Koning
Dat is een concrete verzekeringsrelatie, die juridisch dan ook niet kan worden gescheiden van mijn eigen polissen, tenzij dossierstukken aantonen dat dezelfde klant-, relatie- of administratiesystemen werden of worden gebruikt.
Banken, beleggingen en obligaties
Ook de rol van banken vraagt om zorgvuldigheid.
ABN AMRO en Rothschild hadden historisch een gezamenlijke onderneming: ABN AMRO Rothschild. Deze joint venture hield zich bezig met kapitaalmarkttransacties, zoals aandelenuitgiften en beursgangen.
Na de overname van ABN AMRO in 2007 werd deze samenwerking beëindigd.
Voor ING, Rabobank, ABN AMRO en de Volksbank is geen eigendomsband aangetoond waaruit zou blijken dat zij door Rothschild worden gecontroleerd.
Financiële instellingen kunnen elkaar wel ontmoeten bij: fusies en overnames, financieringen, investeringsfondsen, herstructureringen en obligatie-uitgiften.
Bij een obligatie-uitgifte leent een onderneming, bank of overheid geld van beleggers. De belegger ontvangt doorgaans periodiek rente en krijgt aan het einde van de looptijd de hoofdsom terug.
Een fonds kan obligaties van een Nederlandse bank bezitten zonder eigenaar of bestuurder van die bank te zijn.
Ook in mijn eigen dossier moet daarom onderscheid worden gemaakt tussen:
een bank die uitsluitend een betaling uitvoerde;
een bank die vermogen beheerde;
een verzekeraar die contractspartij was;
een tussenpersoon die bemiddelde;
en een serviceprovider die de polisadministratie verzorgde.
Een naam op een bankafschrift bewijst niet automatisch wie juridisch verantwoordelijk was voor de verzekering. Zo kon ik onzichtbaar blijven omdat wij een en of rekening hebben.
De oorlog bleef in het huis aanwezig
In Montancourt kwamen niet alleen financiële en bestuurlijke geschiedenissen samen.
Ook de traumasporen van de oorlog kwamen naar boven.
De verhalen over onderduikers.
De geschiedenis van Middelburg.
De Zeeuwse bankwereld rond de familie Hondius.
Familie Hondius — Bank Hondius & Zoon — Amro Bank
De Middelburgse bankier Carel Juliaan Hondius (1856–1920) richtte in 1890 Bank Hondius op. In 1920 werd de naam gewijzigd in Bank Hondius & Zoon N.V. De bank bleef tot in de twintigste eeuw actief in Middelburg. Bank Hondius & Zoon NV was een historische particuliere bank en assurantiekantoor in Middelburg, opgericht in 1890 en in 1976 overgenomen door de Amro Bank. U kunt de historische inventaris en stukken van dit kantoor in de collectie van Archieven.nl bekijken
De naam “Zeeuwse Bank” is hier dus waarschijnlijk een algemene aanduiding voor een Zeeuwse particuliere bank, niet noodzakelijk de officiële bedrijfsnaam. De officiële naam was Bank Hondius & Zoon.
Later kwam de bank in de landelijke bankenconcentratie terecht. De Amsterdamsche Bank en de Rotterdamsche Bank fuseerden in 1964 tot de Amsterdam-Rotterdam Bank, kortweg Amro Bank. Amro fuseerde vervolgens in 1991 met ABN tot ABN AMRO.
De herinneringen van mijn eigen familie, waaronder mijn grootvader Peter Mathias Bongartz, geboren in Goch in 1906, en mijn grootmoeder Petronella Johanna Maria ‘Nellie’ Aldenhoven, geboren in 1912.
Oorlog verdwijnt niet op de dag waarop de vrede wordt getekend.
Zij blijft achter in gebouwen, families en stiltes.
Middelburg werd in mei 1940 zwaar getroffen. Huizen, straten en archieven gingen verloren. Wat overeind bleef, droeg de sporen van wat verdwenen was.
Ook in families werkt oorlog zo door.
Mensen leren zuinig te zijn.
Hard te werken.
Niet te klagen.
Door te gaan zonder te vertellen wat er werkelijk is gebeurd.
Vooral vrouwen werden geacht het gezin bijeen te houden, zelfs wanneer zij zelf angst, verlies of onrecht droegen.
Hun trauma werd zelden een officieel dossier.
Het werd een manier van leven.
In Montancourt voelde ik hoe oude en nieuwe trauma’s elkaar konden raken:
de angst opnieuw iets kwijt te raken;
het gevoel dat anderen over je toekomst beslissen;
de voortdurende zoektocht naar documenten en bewijs;
de noodzaak alles te bewaren, uit angst dat jouw verhaal anders wordt ontkend;
en het doorgaan, zelfs wanneer het lichaam aangeeft dat het niet meer kan.
Dat zijn niet alleen administratieve gevolgen.
Dat zijn traumasporen.
After the Fall
Van vluchten naar betekenis geven
Onze verhuizing naar Middelburg was daarom geen gewone verhuizing.
Wij vertrokken uit een leven waarin verzekeringsdossiers, ziekte en onzekerheid steeds meer plaats innamen.
Wij kwamen aan in een huis dat zelf handel, oorlog, verlies en verandering had overleefd.
In het begin voelde het misschien als vluchten.
Later werd het een opdracht met een missie
Mensen Monumenten Middelburg
Montancourt gaf mij de ruimte om mijn verhaal opnieuw te ordenen.
Niet langer alleen als patiënt of verzekerde, maar als kunstenaar, erfgoeddrager en verteller.
De oude muren boden ruimte aan nieuwe beelden.
Aan schelpen en oesters.
Aan vrouwenportretten.
Motivatie: Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed. Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn. Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.
Aan Marten en Oopjen in de keuken.
Aan teksten over Moeder de Vrouw.
Aan de vraag wie in de geschiedenis wordt afgebeeld en wie buiten het kader blijft.
Zo werd het huis een archief van gevoel.
De oorlog zat niet alleen in jaartallen.
De handel zat niet alleen in de VOC.
Het onrecht zat niet alleen in een polis.
Alles kwam samen in dezelfde vraag:
Wie wordt gezien, wie wordt bestuurd en wie mag haar eigen verhaal bewaren?
De erfgenamen
Mannen rond mijn vier polissen
De onderstaande namen vormen een reconstructie op basis van mijn documenten en onderzoek.
Niet iedere genoemde bestuurder heeft mijn polis persoonlijk behandeld. Hun namen moeten daarom steeds worden onderscheiden in:
rechtstreeks aantoonbare dossiercontacten;
bestuurders van de betrokken verzekeraar;
directeuren van mogelijke uitvoerings- of tussenpersonen;
en bancaire of administratieve schakels waarvan de concrete rol nog moet worden bewezen.
1. Nationale-Nederlanden AOV — 1995
Product: particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering Beroep: handelaar in confectie Latere tussenpersoon: Van Kampen Assurantiemakelaar, kantoorcode 0107 Wijziging in 2010: polismantel 440-04 Uitkering: verzekerde jaarrente, verdeeld over maandelijkse termijnen
In mijn bestuurlijke reconstructie komen onder anderen de namen voor van:
David Knibbe, Tjeerd Bosklopper, Leon van Riet, Harry van der Zwan en Edwin Grutterink.
Rond Movir worden genoemd:
Louis van Drunen, Arthur van der Wal, Yoram Schwarz en Maurice Schellekens.
Rond Van Kampen komen voor:
Ruud van Kampen, Lex van Kampen, Frank Los en Frank van ’t Hof.
De mogelijke keten luidt:
Nationale-Nederlanden → mogelijk Movir → Van Kampen → ING/NN Group.
Nationale-Nederlanden maakte gedurende een deel van de looptijd deel uit van ING. Een concrete bancaire rol bij mijn polis of uitkeringen moet echter blijken uit rekeninggegevens, betalingskenmerken of interne documentatie.
2. Delta Lloyd MeerKeuzePlan — 1998
Product: lijfrente- of kapitaalproduct Inleg: ƒ500 per maand Einddatum: februari 2025 Latere overgang: Delta Lloyd werd onderdeel van NN Group
In mijn reconstructie komen voor:
mr. J.E. Jansen, Niek Hoek, Peter Kok, Paul Medendorp, Henk Raué, Hans van der Noordaa, Lard Friese, Tjeerd Bosklopper en David Knibbe.
De mogelijke financiële keten luidt:
Delta Lloyd Levensverzekering → mogelijk Delta Lloyd Bank → NN Group/NN Bank.
Daarbij moet nog worden vastgesteld:
welke entiteit mijn contractspartij was;
waar mijn premies werden ontvangen;
wie het vermogen beheerde;
wie opdracht gaf tot een eventuele omzetting;
en welke bank de uiteindelijke overdracht of uitbetaling verzorgde.
Sjoerd van Keulen, Gerard van Olphen, Ron van Oijen, Tom Kliphuis, Jan de Pooter, Jan-Hendrik Erasmus en Bart Remie.
Ook wordt arts Kruithof genoemd in verband met de medische beoordeling. Zijn precieze functie, opdracht en verantwoordelijkheid moeten uit het medische en verzekeringsdossier blijken.
Rond mogelijke serviceproviders komen de namen Jan van der Struik en Janwillem Fidder voor.
De mogelijke keten luidt:
Hooge Huys/REAAL → SNS REAAL → VIVAT → Athora, mogelijk via VKG/Nedasco/D&S Group.
Dat REAAL en SNS Bank deel uitmaakten van dezelfde financiële groep betekent nog niet dat SNS Bank mijn polis beheerde. Ook dit moet uit de betalings- en administratiestromen blijken.
4. Verplichte zorgverzekering Delta Lloyd
In de latere reconstructie komen de namen Delta Lloyd, OHRA, CZ en Nationale-Nederlanden naar voren.
Rond de bestuurlijke geschiedenis worden genoemd:
Niek Hoek, Hans van der Noordaa, Lard Friese en David Knibbe.
Rond Heilbron, Voogd & Voogd en Alpina Group komen de namen Michael de Nijs en Sjoerd Laarberg naar voren.
De zorgverzekering van onze dochter waarbij Heilbron als tussenpersoon zichtbaar werd, vormt een concrete relatie binnen ons gezin. Zij mag echter niet zonder bewijs worden vermengd met mijn eigen AOV-, inkomens- of lijfrentepolissen.
Rechtstreeks genoemde dossiercontacten
In mijn eerdere reconstructie zijn ook de namen naar voren gekomen van:
Louis Barmentlo en Harry Kuiper.
Joyce Lentz de Vries was eveneens een dossiercontact, maar valt niet onder de lijst van mannen.
Van ieder rechtstreeks contact moet worden vastgelegd:
bij welke organisatie die persoon werkte;
vanuit welke functie hij of zij handelde;
welke polis het betrof;
welke bevoegdheid bestond;
en welke beslissing, verwerking of correspondentie aan deze persoon kan worden gekoppeld.
De bestemming van deze reis
Vier verzekeringspolissen brachten mij niet letterlijk naar Montancourt.
Maar de gevolgen van ziekte, verlies van werk, administratieve verwarring en financiële onzekerheid hebben wel bijgedragen aan de weg die wij uiteindelijk zijn gegaan.
In 2019 stapten wij over de drempel van een huis uit 1596.
Daar ontdekte ik dat erfgoed niet alleen gaat over het bewaren van stenen.
Erfgoed gaat ook over het herkennen van patronen die generaties lang kunnen blijven bestaan:
Titel:Het feitenrelaas van een lichaam als vaas / Wetboek 9
Wie bepaalt wat een gezond lichaam is?
Wie spreekt en of handelt namens het lichaam van de burger?
Wanneer wordt zorg bescherming, en wanneer wordt zij controle?
Kan een individu eigenaar zijn van haar eigen gezondheid, verhaal en identiteit?
Silvia Koning Lindeboom geeft een lezing via pratende vazen over private AOV-verzekeringen en de verdwijning In deze lezing spreken de vazen. Zij vertellen het verhaal van mensen die langzaam veranderen in dossiers, relatienummers en mutaties. Wat gebeurt er wanneer een leven wordt vastgelegd in administratieve systemen? Wanneer een naam verandert in een polisnummer? Wanneer een persoon verdwijnt achter de taal van risicobeheer, portefeuillebeheer en verzekeringsadministratie? Aan de hand van beschilderde vazen uit de serie The Book of Rituals onderzoekt kunstenaar Silvia Koning Lindeboom de wereld van private arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (AOV’s), volmachtkantoren en institutionele registraties. De vazen fungeren als getuigen. Zij spreken over overdrachten, mutaties, archieven en de onzichtbare sporen die mensen achterlaten binnen verzekeringssystemen. Tegelijkertijd stellen zij een fundamentele vraag: Wanneer houdt een mens op een persoon te zijn en wordt zij een administratief gegeven? De lezing verbindt beeldende kunst, erfgoed, ritueel en verzekeringsgeschiedenis. Door middel van objecten, verhalen en symboliek wordt zichtbaar hoe identiteit kan vervagen binnen complexe ketens van registratie en beheer, maar ook hoe die identiteit opnieuw kan worden opgeëist. De pratende vazen geven stem aan dat wat in dossiers vaak ongehoord blijft.
Een zaterdag verslag van een zondags portret van vrouwen en moeders die de weg naar gelijke rechten openen.
Het woord nog lichaam van een vrouw nog moeder de vrouw komt niet voor in de grondwet nog burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder of kostwinner binnen Europa, huwelijk of VOF Waar Pieter de la Rue schreef over wie mag nalaten en wie mag spreken namens de tijd, stelt de volgende afbeelding een andere vraag: Wie bezit het lichaam van de vrouw? En wie schrijft haar naam in het archief?
Zo werd mijn polis-, dossier- middels een zelfbedachte relatienummer 912758 volgens documenten en correspondentie gekoppeld werd aan dit volmachtkantoor via Nationale Nederlanden – Reaal – Movir
Nedasco heeft namelijk volmachten van verschillende verzekeraars, waaronder Nationale-Nederlanden en het merk Movir. Een volmacht houdt in dat Nedasco namens de verzekeraar bepaalde werkzaamheden mag uitvoeren, zoals polisbeheer, mutaties en schade- of claimafhandeling. De heren / oftewel de directie van serviceprovider Nedasco bestaat uit Aris Ruitenbeek en Tijs Benerink.
Wanneer verzekeraars, serviceproviders of tussenpersonen gegevens migreren tussen systemen, kunnen fouten ontstaan. Bijvoorbeeld: persoonsverwisselingen; onjuiste koppeling van polisnummers; verkeerde relatie tussen verzekeringnemer, verzekerde, uitkeringsgerechtigde en dossier; onvolledige overdracht van historische gegevens zo blijkt. Dat zijn reële risico’s waar toezichthouders zoals de Autoriteit Persoonsgegevens veel te weinig aandacht voor hebben. “Knowledge for Action” (“Kennis omzetten in handelen”).
Tim Schoonbergen – Was de Voormalig directeur van Nedasco 2011 – 1 juli 2024 en tevens penningmeester van de schildklier magazine. Hoe toevallig!!Ik heb een schildklier operatie ondergaan net na mijn bevalling.
Dus: Zeg het maar Ingrid de Swart ASR groep …. voor de rechten van de mens?
“Verzamelen is zien wat anderen vergeten” Z – Eeuws Genootschap
“70 jaar later: hoe gelijk zijn we eigenlijk?”
De rekening van ongelijkheid
Ze regelen. Ze dragen. Ze zorgen. Ze gaan door. Niet omdat ze geen hulp willen. Maar omdat ze gewend zijn geraakt degene te zijn die helpt.
En wanneer hun verhaal niet wordt opgeschreven, maken ze een vaas.
Wanneer hun stem niet wordt gehoord, laten ze het materiaal spreken. Wanneer hun geschiedenis niet wordt bewaard, wordt kunst het innerlijk immateriële culturele archief.
Ontdek Filosofie Magazine
Zo ontstaat de pratende vaas.
“Kunst bewaart wat systemen vergeten.” Wanneer ervaringen, herinneringen en levensverhalen geen plaats meer krijgen in wetten, dossiers of statistieken, blijft de kunst spreken. Mijn pratende vazen vertellen over wat niet geregistreerd wordt: de moeder, de vrouw, de erfgenaam, het lichaam, de herinnering. Niet omdat zij zwijgen, maar omdat niemand heeft geleerd naar hen te luisteren. Kunst geeft een stem aan wat onzichtbaar werd.
Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek is gereserveerd voor rechten met betrekking tot het intellectueel eigendom. Tot op heden is boek 9 BW nog niet ingevoerd. In de Ars Aequi van mei 2017 doen hoogleraar en advocaat Dirk Visser en hoogleraar Hanneke Spath een oproep om tot een Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek te komen. Maar liefst 50 hoogleraren privaatrecht steunen de oproep. In boek 9 zou een codificatie van de vermogensrechtelijke aspecten van de intellectuele eigendom moeten worden neergelegd.
Mijn naam is Silvia met volgnummer 6703
De camera glijdt langzaam over een witte keramische vaas. Aan de voorzijde verschijnt een gezicht: grote blauwe ogen, rode wangen, rode lippen. Uit de hals groeien twee oren van een haas. Over het oppervlak lopen fijne vertakkingen, als aders, wortels of herinneringen.
Voice-over:
“Ik ben een vaas. Dat is het officiële verhaal. Een gebruiksvoorwerp. Een object. Een drager van stof.”
De camera draait langzaam om het werk heen.
“Maar wie goed kijkt, ziet een lichaam. Een gezicht. Een geschiedenis.”
Op de achterkant verschijnt de tekst:
BEING TRUE TO YOURSELF
Naast de woorden schildert een kleine hand zichzelf letterlijk in het beeld.
“Ik ben gemaakt uit klei, maar ik spreek over mijzelf tegen mensen. Over wat wordt vastgehouden. Over wat wordt gevuld. Over wat wordt leeggehaald.”
Close-up van de hals.
“Eeuwenlang werd het lichaam van de vrouw beschreven als een vat. Een houder. Een vaas voor andermans verwachtingen. Een vorm waarin betekenis werd gegoten.”
De camera volgt de rode bloedlijnen die over het oppervlak lopen.
“Deze lijnen zijn geen decoratie. Ze lijken op wortels. Op bloedvaten. Op familiegeschiedenissen. Op de sporen die een leven achterlaat.”
Moeder de Vrouw – Het begrip “pratend erfgoed” sluit opvallend goed aan bij de geest van het Faro-verdrag (2005), officieel het Kaderverdrag van de Raad van Europa inzake de waarde van cultureel erfgoed voor de samenleving. Het verdrag verlegt de aandacht van het object zelf naar de betekenis die mensen eraan geven. Erfgoed is niet alleen een gebouw, document of voorwerp, maar ook het verhaal, de herinnering en de gemeenschap die ermee verbonden zijn.
In beeld verschijnt de titel van de blog:
Het feitenrelaas van een lichaam als vaas
“Een feitenrelaas is normaal gesproken een juridisch document. Een opsomming van wat aantoonbaar is gebeurd. Maar wat gebeurt er wanneer een kunstwerk het feitenrelaas wordt? Wanneer een object begint terug te spreken?”
De camera blijft rusten op de blauwe ogen.
“Dan vertelt de vaas niet wat zij bevat. Zij vertelt wat zij heeft gezien.”
De donkere sculptuur op de achtergrond komt langzaam in beeld. Dit beeldje ontvingen mijn ouders van Nationale Nederlanden bij de overdracht van hun verzekeringsportefeuille.
“Tussen zwijgen en spreken. Tussen object en persoon. Tussen erfgoed en herinnering.”
De muziek Rise like a Phoenix verstilt.
“De pratende vaas vraagt niet om bewondering. Zij vraagt om wettelijke erkenning.”
Laatste beeld: de voorzijde en achterzijde verschijnen na elkaar.
“Ik ben geen object dat een verhaal draagt. Ik bén het verhaal.”
Eindtitel
De Pratende Vaas een documentaire over identiteit, herinnering, artistieke vrijheid en het lichaam als drager van geschiedenis.
De documentairevorm sluit aan bij een traditie waarin kunstwerken zelf de hoofdpersoon worden en hun eigen geschiedenis vertellen, zoals in verschillende kunstdocumentaires over objecten, auteurschap en identiteit.
Stof tot nadenken- binnen de Ministerraad
Het ultieme geheim
“Toen het object begon te spreken, sprak het niet alleen over herinneringen. Het sprak ook over auteurschap, eigendom en het recht van de maker om als bron van betekenis erkend te worden.
De pratende vaas
Een vaas bewaart niet alleen bloemen.
Zij bewaart lichamen en woorden door kleur en taal.
Woorden van mensen die er wel en of niet meer zijn.
Woorden die blijven klinken wanneer de kamer leeg is.
“Ik geloof wel in jou.” zei Sint Nicolaas
Dat is levend immaterieel erfgoed.
Welkom in het Koninkrijk der Nederlanden De pratende Vaas : The Virgin
Niet het object zelf, maar de stem en het lichaam die erin verblijven en of achterblijven.
De herinnering die troost geeft op warme en koude dagen.
De pratende Vaas : Het melkmeisje – wat is ie postcode en huis nummer ?
De bloedlijnen van het meisje volgens Volgnummer 6703
Er was eens een meisje…. uit Gennep Niet geboren uit een volgnummer, maar uit een moeder, vanuit het Lindebomen zaad van een vader, een familie, met een bijzondere geschiedenis.
Toch kreeg zij een nummer.
Eerst in een boekje. Daarna in een dossier. Daarna in een archief.
Volgnummer 6703 met een relatie en een personeelsnummer 912858 bij berichtgever het UWV nadat bij haar in 2007 Longfibrose achtige klachten werden geconstateerd.
Maar haar bloed volgt eigenlijk geen administratie.
Het stroomt door herinneringen, door verhalen, door handen die maken, door ogen die kijken, door generaties die elkaar dragen.
De bloedlijnen van het meisje staan niet alleen geschreven in het RIVM register maar ook in het EVA register van Banken.
Zij leven voort in haar werk.
In de pratende vaas.
In de schelp die geheugen bewaart. Van ooi tot prooi naar Land in Zee.
In het inleg X je – een doekje dat moest bloeden.
In iedere poging om zichtbaar te maken wat onzichtbaar dreigde te worden.
Want een volgnummer telt.
Maar een mens vertelt.
Volgnummer 6703 werd zo een bloedstollend verhaal.
Er was eens een meisje dat dacht dat zij een alleen een volgnummer was : 6703
Zo stond het namelijk in het oranje boekje. Zo stond het namelijk in de registers. Zo stond het namelijk in de dossiers. Maar diep onder de nummers liepen andere lijnen.
De bloedlijnen van de stammoeder
Niet alleen zichtbaar voor de ambtenaren. Niet alleen zichtbaar voor de archieven. Niet alleen zichtbaar voor de systemen.
Alleen zichtbaar voor degene wie durft te kijken. Wanneer het meisje haar hand op de pratende vaas legde, begonnen de lijnen te gloeien.
Zij zag haar moeder.
Zij zag haar grootmoeder.
Zij zag de vrouwen die waren verdwenen uit de voetnoten van de geschiedenis.
“Jij bent het verhaal dat zij vergaten op te schrijven.”
En vanaf dat moment begon het meisje de bloedlijnen terug te schilderen.
Niet in een stamboom van vader.
Maar op vazen. Op schelpen. Op eieren. Op hout. Op glas. Op alles wat bereid was een stem te dragen.
Zo werd “de onzichtbare erfgenaam” zichtbaar.
En zo ontdekte zij dat bloed niet alleen door aderen stroomt, maar door de verzekeringsmaatschappijen van de herinneringen.
Annie – Maria Theodorus – Albert – AMTA Polis 2523480 Een nummer op papier. Een datum in een dossier. Een administratief spoor. Maar achter ieder #polisnummer schuilt een mens, een familie, een verwachting van bescherming, een verhaal over de toekomst. De archieven bewaren het nummer. De kunst zoekt de mens. Wat opvalt in de documenten die ik laat zien, is dat ik steeds werkt met de spanning tussen: volgnummers (6703), polisnummers (2523480), dossiernummers, en de vraag wie de persoon in werkelijkheid achter dat nummer is.
Dit heet Cas – Causaliteit zeggen ze bij Nationale Nederlanden
— Silvia Koning Lindeboom
De pratende Vaas : Napoleon vs Emet De pratende Vaas : Ik wortel en kom boven De pratende Vaas : Code 1 & 9 De pratende Vaas : Man in the Mirror De pratende Vaas : De Sar en het Ras van Nederland 🇳🇱 De pratende Vaas : Het meisje met de parel in de Ma / Trix De pratende Vaas : Jeramey Bentham – The Solvinity Man is never less reasonable than when he is most unreasonable in asserting the inferiority of the sex.”De pratende vaas : Achter de veranderlijke vormen van de natuur ligt een onveranderlijke pure en zuivere werkelijkheid.”De pratende vaas : Op zesjarige leeftijd wilde ik slager worden. Op mijn zevende moest ik zoals Napoleon zijn. Mijn ambitie zonder vleugels is sindsdien alleen maar gegroeid.”
“Als je een stem uit het Volmacht kantoor #Nedasco Amesfoort in je dossier 912758 hoort zeggen ‘je bent niets en je blijkt kunt ook niet te kunnen schilderen’, maak dan iets speciaals en schilder het dan vooral, en die stem zal ten aller tijden het zwijgen worden opgelegd.”
De pratende vaas begon te groeien en te groeien en zo werd volgnummer 6703 een legende als limburgs en brabants feestvarkentje Miss Piggy Willem Alexander Laan 19 Haps Wanneer wordt een meisje een mens met een ei – gen naam, wanneer een dossiernummer, en hoe verhouden die zich tot elkaar op grond van artikel 1 en 11 ? Van wie ben J Ei er een? Mijn werk gaat niet over het verbergen van sporen. Het gaat over een doekje dat moest bloeden, omdat niemand anders het schade verhaal wilde dragen.”Octrooi- 10.700 Koning Willem 1 ste
Van Ooi tot Prooi
“Een schelp bewaart het verleden. Een dobbelsteen werpt de toekomst. Kunst brengt beide in gesprek.”
Silvia Koning Lindeboom: Kunst als spiegel voor politiek, recht en samenleving
De wet gebruikte generaties moeders alsof zij wegwerpbaar waren: noodzakelijk voor het systeem, maar zelden eigenaar van hun eigen waarde.
Er zijn vrouwen die geschiedenis schrijven vanuit een politieke functie. En er zijn gehuwde zelfstandige vrouwen die geschiedenis zichtbaar maken door de vragen te stellen die lange tijd buiten beeld bleven. Techniek en Textiel vanuit een ander perspectief begrijpen.
Silvia Koning Lindeboom behoort tot die laatste groep.
Let’s beat the pro 🇳🇱 Huis Nassau Montancourt Middelburg
“Ik ben geen bijlage van het burgerlijk wetboek. Geen maatschappelijk hulpstuk. Geen cultureel bijproduct. Ik ben een zelfstandig bestuursorgaan van lichaam, geheugen, arbeid en verbeelding.”
Vanuit sport, kunst, erfgoed, taal en cultuur onderzoekt zij hoe vrouwenrechten, economische zelfstandigheid en juridische erkenning doorwerken in het dagelijks leven van mensen. Niet vanuit een politieke partij of bestuursfunctie, maar als onafhankelijke bestuurder, maker en denker die maatschappelijke structuren zichtbaar maakt die vaak als vanzelfsprekend worden gezien.
In haar werk stelt zij fundamentele vragen over:
de positie van gehuwde vrouwen binnen wetgeving,
economische afhankelijkheid en zelfstandigheid,
pensioen- en verzekeringsrechten,
cultureel erfgoed,
en de historische erfenis van het kostwinnersmodel.
Daarbij richt zij zich niet alleen op wetten en systemen, maar vooral op de mens achter de structuur.
Silvia laat zien dat veel juridische en economische systemen formeel neutraal lijken, maar historisch zijn ontstaan in een tijd waarin vrouwen beperkt toegang hadden tot arbeid, eigendom, krediet en zelfstandige rechtsvorming. Juist die geschiedenis maakt volgens haar zichtbaar waarom thema’s als pensioen, belasting, zorgarbeid en economische erkenning nog steeds maatschappelijke vragen oproepen.
Amsterdam Museum Refresh the Future
Met projecten rond “moeder de vrouw”, cultureel erfgoed en het onzichtbare vrouwelijke erfdeel verbindt zij kunst aan maatschappelijke reflectie. Haar werk beweegt zich tussen beeldende kunst, archiefonderzoek, filosofie en cultuurkritiek. Niet om mensen tegenover elkaar te zetten, maar om zichtbaar te maken wat lange tijd onuitgesproken bleef.
Daarmee houdt zij niet alleen de politiek, maar de hele samenleving een spiegel voor.
Want de vraag die in haar werk steeds terugkeert is: wie wordt juridisch, economisch en cultureel werkelijk gezien?
Expositie St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein 14 maart tot 7 augustus 2026
Silvia Koning Lindeboom laat zien dat emancipatie niet alleen gaat over stemrecht of vertegenwoordiging, maar ook over erkenning van zorg, geschiedenis, identiteit en menselijke waardigheid.
In een tijd waarin gelijkwaardigheid opnieuw onderwerp van gesprek is, nodigt haar werk uit tot reflectie: hoe bouwen we een samenleving waarin niet alleen arbeid, maar ook zorg, herinnering en culturele betekenis meetellen?
Niet als politica. Maar als maker, onderzoeker en spiegel voor iedereen — inclusief de politiek.
Het geheugen van Zeeland
De ongeregistreerde bestuurder
Menselijke Revolutie binnen erfgoed, democratie en representatie
“Je maintiendrai” — maar waarop, en op wie eigenlijk?
Politiek zonder vertrouwen vraagt om waakzaamheid. Wantrouwen ontstaat waar vertegenwoordiging ontbreekt.
Eeuwenlang droegen vrouwen generaties, cultuur, zorg, rituelen en gemeenschappen, terwijl hun lichaam, arbeid en geest slechts beperkt werden opgenomen in de officiële taal van wet, bestuur, erfgoed en representatie.
Binnen mijn project “De ongeregistreerde bestuurder” onderzoek ik hoe vrouwelijke kennis en ambacht structureel aanwezig waren in de geschiedenis, maar vaak afwezig bleven in de formele orde van erkenning.
Vanuit Montancourt Middelburg ontwikkel ik het symbolische Truus van Gogh H’Art-spel / Aardspel: een artistiek hulpmiddel waarin ritueel, democratie, creativiteit, erfgoed en maatschappelijke transformatie samenkomen.
“The world is built upon the power of numbers.” — Pythagoras
Getallen vormen niet alleen systemen, wetten en structuren — zij beïnvloeden ook hoe wij betekenis geven aan de wereld.
Binnen dit werk staat het getal 19 symbool voor bescherming, bewustwording en innerlijke transformatie: verandering die niet alleen buiten ons plaatsvindt, maar ook in onszelf.
Bron: Filosofie Magazine
Transformatie H’Art binnen de Monsters van de Democratie
Dit project nodigt uit tot:
nieuwe vormen van kijken,
vertrouwen in menselijke creativiteit,
en een herwaardering van ambacht, intuïtie, erfgoed en culturele verbeeldingskracht.
Het stelt vragen over:
representatie,
democratie,
hiërarchie,
cultureel geheugen,
en de menselijke maat binnen instituties.
Ik geloof dat kunst en erfgoed opnieuw verbindende krachten kunnen worden tussen generaties, tussen burgers en bestuur, en tussen verleden en toekomst.
Daarom nodig ik culturele instellingen, erfgoedorganisaties en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uit tot reflectie, gesprek en dialoog.
De baas van Moeder Aarde is een moeder. Niet als hiërarchie, maar als oorsprong.
Zij draagt, voedt en herstelt — om ieders leven hier mogelijk te maken.
In haar lijn ligt geen macht van bovenaf, maar kracht van binnenuit.
Wie deze filosofie begrijpt, begrijpt de werkelijkheid en de waarde van moeder, de vrouw.
Waarom erkennen we alleen bepaalde vormen van werk als waardevol?
@Filosofiemagazine
Waarde is geen neutraal gegeven. Waarde is een constructie — gevormd door economische systemen, filosofische tradities en juridische ordening.
Binnen dominante economische modellen wordt waarde primair bepaald door wat meetbaar, verhandelbaar en productief is: loon, output, winst. Arbeid die zich niet laat kwantificeren, blijft buiten beeld. Zorg, opvoeding, rituelen en emotioneel of symbolisch werk — activiteiten die essentieel zijn voor het functioneren van de samenleving — worden structureel ondergewaardeerd omdat zij niet direct economisch renderen.
Deze hiërarchie is historisch gegroeid en institutioneel verankerd.
Binnen de klassieke filosofie, van Plato tot Aristoteles, werd het denken verheven boven het zorgen, het publieke domein boven het private. Deze ordening legitimeerde een structurele scheiding tussen productie en reproductie, tussen rationaliteit en lichamelijkheid — en positioneerde het vrouwelijke domein als ondergeschikt.
Juridisch werd deze ongelijkheid bevestigd. Vrouwen waren lange tijd geen zelfstandige rechtssubjecten: zij beschikten niet over eigendom, contractvrijheid of politieke representatie. Hun arbeid kon daardoor niet worden erkend binnen het economische en juridische kader.
Cultureel werd dit patroon bestendigd. “Moeder, de vrouw” kreeg een symbolische status, maar geen materiële of juridische autonomie. Haar waarde werd erkend als beeld en traditie — niet als positie binnen het systeem. Zij werd onderdeel van het erfgoed, maar niet van het recht.
Een andere lezing van arbeid
Het werk van Truus van Gogh introduceert een alternatieve benadering van waarde en arbeid.
Het vertrekt vanuit de erkenning dat er vormen van arbeid bestaan die buiten de dominante waardesystemen vallen, maar die fundamenteel zijn voor sociale en culturele continuïteit:
ritueel werk
erfgoedwerk
lichamelijk werk
symbolisch en emotioneel werk
Deze vormen van arbeid genereren geen directe economische opbrengst, maar produceren betekenis, samenhang en overdracht. Zij vormen de onzichtbare infrastructuur waarop de samenleving rust.
Stelling
De wereld is opgebouwd uit arbeid die nooit als arbeid is erkend.
Van wie ben ik er een?
Zonder erkenning van haar arbeid blijft “moeder, de vrouw” onderdeel van het erfgoed — maar geen volwaardig rechtssubject.
Conclusie
Zonder haar arbeid bestaat er geen samenleving — we hebben te maken met een systeem dat haar niet ziet.
Wat hier wordt gepresenteerd, betreft geen individuele casus, maar een structurele analyse.
Dit werk bevraagt de criteria waarmee waarde wordt toegekend en maakt zichtbaar welke vormen van arbeid systematisch buiten beschouwing blijven. Daarmee legt het een fundamentele spanning bloot tussen economische erkenning en maatschappelijke realiteit.
Het zichtbaar maken van deze blinde vlek is geen retorische oefening, maar een noodzakelijke stap richting herwaardering en herpositionering.
Dit is Cas…
Dat werk heeft enorme waarde, maar verschijnt niet als loon op een rekening.
Historisch is dit vaak gekoppeld aan de rol van “moeder, de vrouw”: noodzakelijk werk → maar buiten de economie geplaatst → dus “onzichtbaar”.
Veel mensen werken niet gratis — hun werk wordt niet betaald.
Wat gratis lijkt, is vaak het fundament waar alles op rust.
Fiscale ontkenning van vrouwelijke autonomie is structureel geweld.
Van wie ben ik er een? Gelijkheid begint waar je jezelf durft te tonen — niet waar je spreekt via een ander.”
Wanneer de staat het vrouwelijk lichaam, arbeid en eigendom niet volledig erkent als zelfstandige rechtsgrond, ontstaat er geen neutraliteit— maar systematische achterstelling.
Dat is geen incident, maar een patroon dat doorwerkt in generaties: in vermogen, in zeggenschap, in zichtbaarheid.
Ik noem dat geen toeval. Ik noem dat institutionele ongelijkheid.
En onder de kwartierboom wordt zichtbaar: dat wie draagt, creëert en voortzet, ook volledig erkend moet worden in recht en systeem.
Ik maak Fine Art kunst om communiceren over gelijkheid – Het recht spreekt over gelijkheid, maar zwijgt over oorsprong. Daar waar het leven ontstaat, begint een vorm van eigendom die nooit is benoemd in een wetboek (9)
Artist Statement
Het enige verschil tussen een gek en mij, is dat ik niet gek ben.
Als straatfotograaf en surrealistisch Fine Art kunstenaar werk ik op het snijvlak van erfgoed, recht en identiteit. Mijn blik beweegt tussen wat zichtbaar is en wat wordt ontkend. Ik onderzoek wie gezien wordt, wie spreekt en wie het recht heeft om te bestaan binnen beeld en geschiedenis.
Leven met sarcoïdose heeft mijn waarneming vertraagd en verscherpt. In die vertraging ontstaat een beeldtaal die gelaagd, ritueel en confronterend is. Wat als afwijkend wordt gezien, blijkt een andere vorm van kennis—een manier van kijken die buiten de norm valt, maar juist onthult wat verborgen blijft.
The Code X legt dat bloot.
Waar de wet rekent in delen, toon ik de continuïteit. Waar systemen reduceren, herstel ik de oorsprong.
Onder de Lindeboom geldt een andere waarheid: dat wie draagt, ook bepaalt. dat wie voortzet, ook bezit. dat wie de lijn is, niet buiten de telling kan vallen.
X markeert het ontbrekende recht— en eist zijn plaats op.
Mijn werk verbindt persoonlijke geschiedenis met collectief geheugen en stelt de vraag: wanneer wordt een lichaam erkend als drager van recht?
Kunst is voor mij geen ontsnapping, maar bewijsvoering. Zichtbaarheid is geen gunst, maar een recht.
Queen S de golem #emet
Toen mijn vraag werd teruggebracht tot artikel 1, werd duidelijk dat het recht geen taal heeft voor de scheppende positie van ‘de moeder, de vrouw’. Mijn antwoord is beeldend onderzoek: ik maak zichtbaar wat juridisch onbenoemd blijft.”
Waarom ligt de soevereiniteit bij het boek — en niet bij het lichaam dat het mogelijk maakt?
De moeder produceert de geschiedenis, maar staat niet als auteur geregistreerd.
Het vergeten lichaam vrouw, binnen de moedermaatschappij en dochteronderneming
Tussen verlies en erkenning Waarom Montancourt Middelburg mij troost en hoop geeft
Huis van Wie? Lang waren: bestuurders juristen schepen overwegend mannen. Daardoor zijn wetten vaak geschreven vanuit: mannelijke ervaringen mannelijke rollen (bezit, arbeid, burgerschap) en een samenleving waarin vrouwen juridisch minder zelfstandig waren Voorbeelden: vrouwen hadden geen stemrecht vrouwen waren handelingsonbekwaam (tot 1956 in NL) eigendom en inkomen liepen via de man 👉 Dus ja: het systeem is historisch nooit neutraal ontstaan.One Flew over the Montancourt VOF Nest
I. 🌍 Oorsprong → 🌱 Afspraken → 🏛️ Structuur
Oorzaak 1: De aarde is geen bezit, maar wordt door de samenleving vertaald naar eigendom.
➡️ Gevolg: Gemeenschappen maken afspraken over:
grond
erfenis
zeggenschap
👉 Eigendom ontstaat als sociaal systeem (niet als natuurgegeven)
Ik ben geboren in Gennep, mijn overgrootmoeder is geboren in Ottersum, Mijn oma en moeder zijn geboren in Cuijk en ons dossier ligt opgeslagen in het Nationaal Archief en bij de Politieke Recherche Afdeling Den Bosch en sinds 2019 woon in in Middelburg
🗺️ Wat je hier ziet
“Dochters van de Dommel” – Bataafse Republiek (1798)
Dit verwijst naar een bestuurlijke indeling tijdens de Bataafse Republiek
Het gebied (oranje) is een departement – een vroege vorm van gecentraliseerd staatsbestuur
Rechts zie je nog het Heilige Roomse Rijk
👉 Dit is een grensmoment: van lokale, organische structuren → naar staatscontrole en administratie
Bron afbeelding: Portretten uit de achttiende eeuw, door Jim van der Meer Mohr.
II. 🏛️ Structuur → 🏢 Abstractie
Oorzaak 2: Deze sociale afspraken worden juridisch vastgelegd en geformaliseerd.
➡️ Gevolg:
grond wordt bezit van:
personen
rechtspersonen (BV, NV, stichting)
eigendom wordt overdraagbaar
en losgekoppeld van het lichaam
👉 Bezitsstructuren worden abstract (zonder lichaam)
Deze structuren zijn opgericht door staten en economische elites, vastgelegd door administratie, en gedragen door families — waarbij vrouwen essentieel waren voor overdracht, maar zelden als formele oprichters werden erkend.
I. 🏛️ Macht wordt zichtbaar via mannen Oorzaak: functies zoals burgemeester en schepen worden bekleed door mannen ➡️ Gevolg: namen als Radermacher verschijnen in:archief geschiedenis erfgoed
II. 🧬 Verbinding via vrouwen Oorzaak: huwelijk met Maria Elisabeth de la Rue ➡️ Gevolg: koppeling tussen:bestuur (Radermacher) kennis/archief (De la Rue) 👉 dit is een strategische familieverbinding
III. 👩🦰 Overdracht via dochters Oorzaak: dochters erven en dragen lijnen ➡️ Gevolg: archief en bezit blijven in familie maar:zonder zichtbare rol in bestuur 👉 dragen zonder erkenning
Pieter de la Rue I. 🏛️ Macht wordt zichtbaar via mannen Oorzaak: functies zoals burgemeester en schepen worden bekleed door mannen ➡️ Gevolg: namen als Radermacher verschijnen in:archief geschiedenis erfgoed
II. 🧬 Verbinding via vrouwen Oorzaak: huwelijk met Maria Elisabeth de la Rue ➡️ Gevolg: koppeling tussen:bestuur (Radermacher) kennis/archief (De la Rue) 👉 dit is een strategische familieverbinding
III. 👩🦰 Overdracht via dochters Oorzaak: dochters erven en dragen lijnen ➡️ Gevolg: archief en bezit blijven in familie maar:zonder zichtbare rol in bestuur 👉 dragen zonder erkenning
Bron: Geni.com
IV. 🧾 Administratie → 👁️ Zichtbaarheid
Oorzaak 4: Systemen (verzekeraars, administratie, archief) bepalen wie zichtbaar is.
Bij fouten (zoals bij Nedasco):
verkeerde koppelingen
foutieve gegevens
ontbrekende registratie
➡️ Gevolg:
persoon wordt administratief onzichtbaar
rechten blijven, maar:
worden niet uitgevoerd
of niet erkend
👉 Bestaan ≠ geregistreerd zijn
V. 📜 Archief → 🧠 Geheugen → ⚖️ Macht
Oorzaak 5: Historisch wordt alleen vastgelegd wat als relevant wordt gezien (door mannen in macht):
bestuurders
schrijvers
bewindhebbers
➡️ Gevolg:
mannen verschijnen in:
archief
geschiedenis
erfgoed
vrouwen verschijnen:
indirect
relationeel (dochter van, moeder van)
👉 Wat wordt opgeschreven = wat blijft bestaan
VI. 👩🦰 Vrouwelijke lijn → 🔗 Overdracht
Oorzaak 6: Ondanks hun afwezigheid in registratie, dragen vrouwen:
familieverbindingen
naamoverdracht
archieven
bezit (indirect)
➡️ Gevolg:
erfgoed wordt feitelijk via vrouwen doorgegeven
maar zonder formele erkenning
👉 Drager ≠ erkende eigenaar
🎨 Johannes Vermeer en zijn schoonmoeder Vermeer trouwde met Catharina Bolnes Zij was de dochter van Maria Thins Na het huwelijk trok Vermeer in bij zijn schoonmoeder in Delft 👉 Hij woonde dus niet als zelfstandig eigenaar, maar binnen een bestaand huishouden. De vrouwelijke rechtspersoon bestond al, lang voordat zij juridisch werd erkend.
Zij was geen bestuurder in naam, maar wel in werkelijkheid. Geen rechtspersoon op papier, maar wel drager van recht. Niet zichtbaar in het archief,. maomonmisbaar in de structuur.
🏠 De rol van Maria Thins
Maria Thins was:
welgesteld
eigenaar van het huis
financieel bepalend
👉 Zij ondersteunde het gezin:
Vermeer had een groot huishouden (± 11 kinderen)
inkomsten uit schilderkunst waren onregelmatig
➡️ Haar positie was cruciaal voor:
stabiliteit
continuïteit van het huishouden 🎨 Vermeer en de vrouwelijke rechtspersoon In de zeventiende eeuw woonde Johannes Vermeer niet in een eigen huis, maar bij zijn schoonmoeder, Maria Thins, in Delft. Zij was de eigenaresse van het huis. Zij beschikte over vermogen. Zij droeg het huishouden waarin Vermeer werkte en schilderde. Toch is haar naam nauwelijks onderdeel geworden van de kunstgeschiedenis.
⚖️ Wat hier zichtbaar wordt Maria Thins functioneert feitelijk als wat wij nu een rechtspersoon zouden noemen: zij bezit zij beheert zij maakt productie mogelijk zij draagt risico Maar: 👉 zij wordt niet als zodanig benoemd
🧠 De paradox Vermeer wordt herinnerd als meester. Maria Thins wordt nauwelijks genoemd, terwijl: zonder haar eigendom en structuur zijn werk niet in dezelfde vorm had kunnen bestaan
VII. 🧬 Familie → 🏛️ Structuur → 🏦 Systeem
In mijn casus:
De la Rue → schrijft (geheugen)
Radermacher → bestuurt (macht)
dochters → dragen (overdracht)
Bongartz Aldenhoven ( WOII)
Knibbe → systeem (modern financieel bestuur)
➡️ Gevolg:
lijn beweegt van:
lichaam → familie → archief → systeem
👉 Wat begon als relatie wordt systeembeheer
Toen mijn opa in de oorlog naar Londen moest, nam mijn oma de schoenenzaak over. Zij hield het bedrijf draaiende met haar kinderen, maar deed dat onder toezicht van de burgemeester. Zij bestuurde — maar niet als erkend bestuurder.
Na mijn bezoek aan het Zeeuws stuitte ik op de volgende gegevens.
Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging
Peter Mathias Bongartz (1906, Goch)
Politieke Recherche Afdeling Den Bosch
Tribunaal / bijzondere rechtspleging (na WOII)
Wet 15501 NBG (verwijzing naar naoorlogse wetgeving) Inventarisnummer 93577
VIII. 🌾 Grond → 🚫 Geen eigendom → 📄 Wel registratie
Casus Lindeboom:
Oorzaak: arbeid zonder eigendom
➡️ Gevolg:
wel zichtbaar in akte
niet zichtbaar als eigenaar
👉 Aanwezigheid zonder recht
IX. 🔁 Samengevoegd causaal mechanisme
Stap voor stap:
Aarde wordt vertaald naar eigendom
Eigendom wordt juridisch vastgelegd
Juridisch systeem abstraheert bezit
Lichaam raakt gescheiden van bezit
Archief bepaalt zichtbaarheid
Vrouwen worden niet geregistreerd als dragers
Systemen beheren wat zichtbaar is
Fouten in systemen maken mensen onzichtbaar
🎯 EINDCONCLUSIE (causaal)
Foto Museum Rotterdam- Kaartjes gekregen van mijn beheerder Nationale Nederlanden in 2018
Omdat eigendom wordt losgekoppeld van het lichaam en zichtbaar wordt gemaakt via administratieve en archiefsystemen, ontstaan structuren waarin vrouwen wel de overdracht dragen, maar niet als eigenaar of actor worden erkend. Wanneer deze systemen falen (zoals bij polisadministratie), kan zelfs het lichaam dat het risico draagt administratief verdwijnen.
Corrigeer me als ik het verkeerd zie op papier Monkey Business
🧠 In mijn taal (compact)
Moeder aarde → geeft
Moeder maatschappij → verdeelt
Dochteronderneming → abstraheert
Archief → selecteert
Systeem → beheert
👉 En daartussen:
de vrouw → draagt, maar wordt niet vastgelegd
De onzichtbare erfgenamen – In Nederland functioneert de Grondwet dus als belofte zonder directe rechtsingang, waardoor structurele ongelijkheid zich kan verschuilen achter individuele beoordeling.
Van wie ben ik er een? 1. Wat stond er wél in 1848? De Grondwet van 1848 (onder leiding van Johan Rudolph Thorbecke) was revolutionair, maar: Ging over burgerrechten en parlementaire macht Sprak over “Nederlanders”, maar in praktijk:Alleen mannen hadden politieke rechten Vrouwen waren juridisch en economisch ondergeschikt 👉 Met andere woorden: gelijke behandeling van mannen en vrouwen zat er toen helemaal niet in.
2. Wanneer kwam “artikel 1” zoals we dat nu kennen? De echte gelijkheidsnorm kwam pas veel later, met: Grondwet van 1983 Daarin staat het huidige Artikel 1: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld…” Dit is dus geen 19e-eeuws uitgangspunt, maar een laat 20e-eeuws correctiemechanisme op een ongelijk verleden.
3. Waarom dit belangrijk is voor mijn onderzoek Wat ik eigenlijk blootleg is dit: Het pensioensysteem is gebouwd op een fundament dat ontstond vóórdat gelijkheid tussen man en vrouw juridisch bestond. Dat heeft gevolgen: Pensioen = gekoppeld aan arbeid Arbeid = historisch mannelijk georganiseerd (loon, carrière, continuïteit) Zorg = buiten het systeem geplaatst Dus zelfs als de regels later “gelijk” worden gemaakt, blijft de structuur ongelijk van oorsprong.
Met de aankoop van ons rijksmonument verkreeg ik eigendom, maar ook een publieke verantwoordelijkheid: het beheer van erfgoed dat de staat beschermt en de geschiedenis draagt.
Dag van het Kasteel
Montancourt- Mijn tijd loopt RAS – SAR
Het huis dat wij kochten behoort niet alleen ons toe — het behoort tot het verleden. En in dat verleden neem ik als fine art kunstenaar nu een zichtbare plaats in.
Op grond van Artikel 1Er is maar een Nederlandse zoals zijWie ben ik juridisch?
Als eigenaresse en kostwinner draag ik de volledige aansprakelijkheid. VOF
Tegelijk werd ik in de polisadministratie van betrokken volmachtkantoren niet correct geregistreerd, waardoor mijn positie als rechthebbende onvoldoende zichtbaar en erkend was.
Pst….indien mijn interpretatie afwijkt van de historische of juridische werkelijkheid, nodig ik uit tot correctie maar dan met feiten op papier.