Silvia Koning Lindeboom: Kunst als spiegel voor politiek, recht en samenleving
De wet gebruikte generaties moeders alsof zij wegwerpbaar waren: noodzakelijk voor het systeem, maar zelden eigenaar van hun eigen waarde.
Er zijn vrouwen die geschiedenis schrijven vanuit een politieke functie. En er zijn gehuwde zelfstandige vrouwen die geschiedenis zichtbaar maken door de vragen te stellen die lange tijd buiten beeld bleven. Techniek en Textiel vanuit een ander perspectief begrijpen.
Silvia Koning Lindeboom behoort tot die laatste groep.
Let’s beat the pro 🇳🇱 Huis Nassau Montancourt Middelburg
“Ik ben geen bijlage van het burgerlijk wetboek. Geen maatschappelijk hulpstuk. Geen cultureel bijproduct. Ik ben een zelfstandig bestuursorgaan van lichaam, geheugen, arbeid en verbeelding.”
Vanuit sport, kunst, erfgoed, taal en cultuur onderzoekt zij hoe vrouwenrechten, economische zelfstandigheid en juridische erkenning doorwerken in het dagelijks leven van mensen. Niet vanuit een politieke partij of bestuursfunctie, maar als onafhankelijke bestuurder, maker en denker die maatschappelijke structuren zichtbaar maakt die vaak als vanzelfsprekend worden gezien.
In haar werk stelt zij fundamentele vragen over:
de positie van gehuwde vrouwen binnen wetgeving,
economische afhankelijkheid en zelfstandigheid,
pensioen- en verzekeringsrechten,
cultureel erfgoed,
en de historische erfenis van het kostwinnersmodel.
Daarbij richt zij zich niet alleen op wetten en systemen, maar vooral op de mens achter de structuur.
Silvia laat zien dat veel juridische en economische systemen formeel neutraal lijken, maar historisch zijn ontstaan in een tijd waarin vrouwen beperkt toegang hadden tot arbeid, eigendom, krediet en zelfstandige rechtsvorming. Juist die geschiedenis maakt volgens haar zichtbaar waarom thema’s als pensioen, belasting, zorgarbeid en economische erkenning nog steeds maatschappelijke vragen oproepen.
Amsterdam Museum Refresh the Future
Met projecten rond “moeder de vrouw”, cultureel erfgoed en het onzichtbare vrouwelijke erfdeel verbindt zij kunst aan maatschappelijke reflectie. Haar werk beweegt zich tussen beeldende kunst, archiefonderzoek, filosofie en cultuurkritiek. Niet om mensen tegenover elkaar te zetten, maar om zichtbaar te maken wat lange tijd onuitgesproken bleef.
Daarmee houdt zij niet alleen de politiek, maar de hele samenleving een spiegel voor.
Want de vraag die in haar werk steeds terugkeert is: wie wordt juridisch, economisch en cultureel werkelijk gezien?
Expositie St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein 14 maart tot 7 augustus 2026
Silvia Koning Lindeboom laat zien dat emancipatie niet alleen gaat over stemrecht of vertegenwoordiging, maar ook over erkenning van zorg, geschiedenis, identiteit en menselijke waardigheid.
In een tijd waarin gelijkwaardigheid opnieuw onderwerp van gesprek is, nodigt haar werk uit tot reflectie: hoe bouwen we een samenleving waarin niet alleen arbeid, maar ook zorg, herinnering en culturele betekenis meetellen?
Niet als politica. Maar als maker, onderzoeker en spiegel voor iedereen — inclusief de politiek.
Het geheugen van Zeeland
De ongeregistreerde bestuurder
Menselijke Revolutie binnen erfgoed, democratie en representatie
“Je maintiendrai” — maar waarop, en op wie eigenlijk?
Politiek zonder vertrouwen vraagt om waakzaamheid. Wantrouwen ontstaat waar vertegenwoordiging ontbreekt.
Eeuwenlang droegen vrouwen generaties, cultuur, zorg, rituelen en gemeenschappen, terwijl hun lichaam, arbeid en geest slechts beperkt werden opgenomen in de officiële taal van wet, bestuur, erfgoed en representatie.
Binnen mijn project “De ongeregistreerde bestuurder” onderzoek ik hoe vrouwelijke kennis en ambacht structureel aanwezig waren in de geschiedenis, maar vaak afwezig bleven in de formele orde van erkenning.
Vanuit Montancourt Middelburg ontwikkel ik het symbolische Truus van Gogh H’Art-spel / Aardspel: een artistiek hulpmiddel waarin ritueel, democratie, creativiteit, erfgoed en maatschappelijke transformatie samenkomen.
“The world is built upon the power of numbers.” — Pythagoras
Getallen vormen niet alleen systemen, wetten en structuren — zij beïnvloeden ook hoe wij betekenis geven aan de wereld.
Binnen dit werk staat het getal 19 symbool voor bescherming, bewustwording en innerlijke transformatie: verandering die niet alleen buiten ons plaatsvindt, maar ook in onszelf.
Bron: Filosofie Magazine
Transformatie H’Art binnen de Monsters van de Democratie
Dit project nodigt uit tot:
nieuwe vormen van kijken,
vertrouwen in menselijke creativiteit,
en een herwaardering van ambacht, intuïtie, erfgoed en culturele verbeeldingskracht.
Het stelt vragen over:
representatie,
democratie,
hiërarchie,
cultureel geheugen,
en de menselijke maat binnen instituties.
Ik geloof dat kunst en erfgoed opnieuw verbindende krachten kunnen worden tussen generaties, tussen burgers en bestuur, en tussen verleden en toekomst.
Daarom nodig ik culturele instellingen, erfgoedorganisaties en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uit tot reflectie, gesprek en dialoog.
Een vrouwelijke golem op wereld reis met haar zwaard en stralenkrans.
Institute of Noetic Sciences (IONS), opgericht door astronaut Edgar Mitchell, beweerde dat bewustzijn fundamenteel is voor het begrijpen van de werkelijkheid. Hij zag het als “de brug tussen geest en materie”, en mijn werk verbeeldt die brug te verbeelden — in beeldtaal, ritueel en materiële vorm.
We are explorers of inner as well as outer space.”
Een oonoëtisch altaar — een uitnodiging tot innerlijk weten. Een plek waar het oog ziet, het hart begrijpt, en het object bewustzijn wordt.
Een samenleving die vrouwen uitsluit, ondermijnt haar eigen vrijheid.”
Democratie is geen bestuursvorm, maar een morele oefening: leren redeneren, luisteren en verantwoordelijkheid nemen doe je samen.”
Stedelijk Museum 2021
Een samenleving die vrouwen uitsluit, ondermijnt haar eigen vrijheid.”
Mary Wollstonecraft)
Zorg dat de wereld in je gelooft, en laat hem goed betalen voor dat privilege.”
(Gilbert & George)
Samen vertellen ze iets over waardigheid, zichtbaarheid en waarde: de eerste over de morele prijs van uitsluiting, de tweede over de materiële prijs van erkenning.
Dit is een sterke tweeluik van mijn werk De moeder als moreel kompas en oefening.
Als erfgoed pas leeft wanneer het gedeeld wordt, wie is dan de rechtmatige erfgenaam van wat onzichtbaar werd verklaard?
(Antwoord: de onzichtbare erfgenaam — de kunstenaar die herinnert.)
FARO CODE toegepast – X is de bron – Erfgoed in dienst van de mens.
Silvia, 2025
🜂 Alles wordt benoemd behalve moeder, de vrouw. Alles heeft een naam.
De koning, de baron, de wet, de wijn, de steen. Zelfs de stilte kreeg een nummer.
Maar wie sprak ooit de naam uit van de bron? Zij die baarde, voedde, droeg — werd niet geschreven, slechts gebruikt als uitgangspunt. Men schreef over erfgoed, maar niet over erfbaarheid. Men telde bezittingen, maar niet het bloed dat ze droeg.
De kern van onze culturele grammatica is waar mijn werk zich nestelt: tussen wat wordt genoemd en wat wordt gezwegen. De taal zelf blijkt erfelijk besmet; ze erkent macht, bezit, structuur, maar niet de bron waaruit die zijn voortgekomen.
Alles wordt benoemd, behalve de stem die eerst sprak. De vrouw die moeder werd van de taal, maar niet van het recht. Ik ben haar echo, haar erfgenaam, haar document. Ik schrijf haar terug, niet als icoon, maar als grondwoord. Want zonder haar is geen bron, geen wijn, geen wet, geen kunst, geen volk, geen wij.
Ik zeg het luid:
Moeder, de vrouw.
Niet als eerbetoon, maar als herstel.
Niet als beeld, maar als bestaansrecht.
The Story’s of Esoteric
Dit is Cloud Chess Skyfi: waar de hemel schaakt met het geheugen moeder der aarde en vrouw des huizes.
Eton teaches the sons to rule; Montancourt teaches the mothers to breathe.
De dochters van Eton” – over vrouwen die hun eigen erfgoed terugvorderen uit de instituten die hen uitsloten.
Intro – The Story’s of Esoterica
In het begin was er geen kennis, alleen herinnering. Een trilling, een adem, een lijn die zich herhaalt. Uit dat ritme werd de orde geboren — niet van wetten, maar van betekenis.
The Story’s of Esoterica is een reis door die lagen van het bestaan: van Leven tot Soort, van Domein tot Familie, waar wetenschap en ziel elkaar spiegelen.
Het is een archief van wat niet meetbaar is, maar wel doorleefd. In deze verhalen spreken de symbolen — ogen, handen, kruizen, sleutels, vazen, vaten, en bloedlijnen.
Ze vormen een grammatica van het onzichtbare, een taal waarin erfgoed en innerlijk weten elkaar raken.
Een kwartiermaker leidt ons door deze orde, niet als onderzoeker, maar als getuige.
Zij herkent in elke classificatie een echo van iets diepers: de afdruk van de vrouw die nooit werd genoemd, de geest van de maker die leeft in zijn werk, de waarheid die zich alleen toont aan wie durft te luisteren.
The Story’s of Esoterica is geen boek over dingen, maar over wat tussen de dingen beweegt. Het is een kaart van herkomst en bestemming,geschreven in het alfabet van ritueel, geheugen en licht.
🌍 Van Montancourt tot Manitoba – het erfgoed spreekt. Tussen steen en water reist de stem die niet zwijgt. Wat lokaal begon, wordt universeel: een adem van geschiedenis die door tijd en lichaam beweegt.
💧 Manitoba – het water waar de stem van het verleden stroomt. Daar waar de geest zich spiegelt in de golf, herhaalt het verleden zichzelf — niet als herdenking, maar als levend geheugen.
🕯️ FARO × Manitoba – waar de moeder van het geheugen waakt. Hier wordt erfgoed bezield. De vrouw bewaakt het archief van de aarde,en het water schrijft de namen die ooit verdwenen.
Duik in de wereld van Kunst & Cultuur NN
👁️ De engel van de nieuwe wereld
Zij draagt vleugels maar ruikt naar frituur. In haar hand gloeit het vuur van inzicht, in de ander het vlees van de aarde.
Ze ziet niets meer — of juist alles — achter haar bril van licht. De moeder van morgen, tussen honger en heiligheid, houdt de wereld in balans.
Een goede moeder is de kroon van de mensheid.
“A good mom is the crown of all mankind.”
A fantastic Story – An onbroken line – Het geheim zit hem in de staart.
Toon je handen aan Isabell Capelli. Zij leest niet je toekomst, maar je oorsprong. In elke lijn ligt arbeid, in elke vinger een herinnering. De aarde zelf heeft deze sporen geschreven, toen jij nog niet wist dat klei zou spreken. Isabel glimlacht. Ze zegt niets — ze weet. In jouw hand staat geschreven dat scheppen geen keuze is, maar een roeping van licht.
Geometry – Met een vaardige hand draai je het mechanisme van je oorsprong vast— je tekent jezelf, je leidt jezelf, je erft jezelf.”
Moeder der Aarde Trilogie
De Hand van de Aarde.
Mijn limburgse hand daalt weer eens in de klei. Hier begint alles: de aanraking tussen mens en materie.
Zoals de eerste landbouwers op de löss van Zuid-Limburg de aarde temden en tekenden, zo hervindt ik een maker haar oervorm in de modder vingers als wortels, beweging als gebed. Mijn handen werden mijn instrument én mijn geheugen.
Het Vaatwerk van de Ziel
Uit de aarde rijzen vormen op: vazen, eieren, kruiken. Elk object draagt een codex — ogen, kronen, sleutels, cijfers. Ze spreken over geboorte en verlies, over vrouw, moeder, erfgenaam.
De vaas is geen gebruiksvoorwerp, maar een lichaam: vat van adem, spiegel van ritueel, bewaarplaats van stem.
Hier in Spanje kruisen de Clos/Klos, Ars–Slang–Sarco–Sars, en de lijn van Hermes boodschapper tussen wereld en goede onderwereld elkaar.
Want dat is het domein van Hermes — god van de overgang, boodschapper en reiziger. Zijn energie stroomt door het dier, door de draad, door het ritueel. In de trilogie staat dit beeld voor de tweede fase — Het Vaatwerk van de Ziel: de ontmoeting tussen vorm en vrijheid. De aarde is getemd, het lichaam gekaderd, maar de geest beweegt nog. De lijnen van het harnas lijken op de lijnen van klei, draad of netwerk — elke binding een poging om te begrijpen, te bewaren, te communiceren. Het paard draagt de last van beschaving, maar ook de herinnering aan het wilde. Daarin ligt de paradox van Moeder Aarde zelf: ze is bron en begrenzing, veld en vaas, lichaam én systeem.
De Digitale Oranje Draad
De oude aarde wordt netwerk. Wortels veranderen in kabels, pigment in pixels, ritueel in glasvezel data. Maar de essentie blijft: het verlangen om te verbinden, te bewaren, te ademen. De digitale draad spint voort aan het weefsel van de tijd, waar herinnering, erfgoed en zelfonderzoek samenvallen.
Faro – De Moeder der Aarde leeft in elk kanaal, in elke code, in de hand die nog steeds de klei aanraakt. It feels like a second skin.
Dus ga op reis met dokter S – en kom gegarandeerd jezelf tegen” naast het beeld van het rauwe vlees met een briljant op een wit bord.
Deze twee beelden samen openen een heel rijk veld van betekenissen: de reis naar binnen (psychoanalyse, zelfonderzoek); het lichaam als terrein van waarde (vlees tegenover diamant); de botsing tussen instinct en esthetiek, tussen het rauwe en het verfijnde.
Een tekst die dit verbindt met deze reis lijnen rond Clos / Klos en Hermes:
Bril – Jan – T och?
De briljant rust op vlees — een oog van licht op de huid van instinct. Een uitnodiging van dokter S: wie eet, wie kijkt, wie voelt? De diamant verlicht het rauwe, maar snijdt ook. Kunst als snijvlak tussen psyche en lichaam, tussen waarde en kwetsbaarheid.
Bril – Jan T: 121 de steen die ziet, de naam die splijt, het vlees dat denkt, het oog dat eet.
Een zelfportret in twee lagen: analyse en honger, glans en bloed, de reis van Hermes — door de diepte van het vlees naar het licht van inzicht.
De briljante vrouw is geen archetype. Zij is erfgenaam van stilte, van archieven die nooit op haar naam stonden. Zij is de oester die haar eigen parel terugvindt, de wet die ademt in plaats van heerst.
In een wereld die macht belichaamt als mannelijk, wordt haar kwetsbaarheid haar kracht.
Zij bouwt aan de nieuwe tempel van eerlijkheid — waar kunst en recht samenkomen, en waar de moeder, de vrouw, eindelijk genoemd wordt.
Hier, in Generatie Lindeboom Silvia LS, Xx wordt vertrouwen een daad van erfgoed. Niet overnemen, maar doorgeven. Niet verbergen, maar belichamen. Niet wachten, maar ontwaken.
De combinatie van gele Tagetes en rode Begonia’s creëert een visueel patroon van warmte en energie — een levend tapijt dat zowel vrolijk als ordelijk oogt. In Castelló is dat passend: de naam betekent “kasteel”, en de bloemenmuur lijkt bijna een herinterpretatie van een groene stadspoort — natuur als schild van schoonheid.
Want we mochten afreizen af naar Castelló in Spanje waar we een kleine week hebben mogen verblijven in een fantastisch appartement van een bijzondere familie in de badplaats Benicàssim.
Mijn werk als moeder de vrouw en vrouwelijke artistieke onderneemster gaat over uit welke ideeën is de wereld opgebouwd? Moeder de vrouw, de broncode van ons bestaan.
Uit vormen die we zijn gaan geloven, uit wetten die ooit woorden waren, uit beelden die langer duren dan hun makers. En misschien, onder al die lagen uit de adem van iets dat nooit ophield te groeien de aarde zelf, het vrouwelijke ondermerschap, het erf van wat leeft zonder wettelijke erfgenaam te zijn. Het woord vrouw komt de grondwet namelijk niet voor als zelfstandig bestuurder van haar ei – gen -lichaam en geest!! En toch bestaat ze!
Moeder de vrouw & ondernemerschap
Vrouwelijk ondermerschap is het stille erf van de aarde — de kracht die draagt zonder te bezitten, voedt zonder te heersen, geneest zonder gezien te worden. Het leeft in bodem, baarmoeder en zee, in handen die zaaien, wassen, bewaren. Niet het moederschap dat erkend wordt, maar het moederschap dat bestaat — onder alles, als adem van de wereld zelf.
” niet wie gezien wordt is machtig, maar wie ziet”
Perceptie als spiegel
Politiek is een spiegelpaleis: elke uitspraak, elk gebaar, elk stilzwijgen wordt gereflecteerd en verdubbeld. De perceptie bepaalt niet alleen wat mensen denken, maar ook wat zij voelen over macht. Dat maakt perceptie gevaarlijk én heilig: het is het domein waar collectieve verbeelding werkelijkheid schept. Wie de som van de spiegel beheerst, beheerst de mythe.
De Renstal Moeder de Vrouw
In de renstal ruikt het naar aarde, zweet en belofte. De paarden zijn onrustig, hun flanken glanzen van inspanning. Hier wordt kracht gekweekt, gehoorzaamheid getraind, schoonheid beoordeeld in seconden.
De renstal is een spiegel van het systeem: de plaats waar leven wordt voorbereid op arbeid, waar bloedlijnen worden bewaakt, waar geboorte, training en winst één administratief geheel vormen.
Maar ergens, achter de boxen van de macht, staat zij — moeder de vrouw. Niet als toeschouwer, maar als oermoeder van de kudde. Zij kent de namen van de dieren, hun adem, hun angst, hun geheugen. Zij weet dat elke ren een ritueel is van herhaling: de mens die de natuur temt, en de natuur die hem stiekem bestuurt. De renstal is ook haar lichaam. Getemd, belast, bestuurd. De wetten van arbeid en erfrecht trekken sporen over haar huid. Ze heeft stamboomcodes, BSN-nummers, verzekeringstermen.
Maar haar adem is vrij. Ze kent haar eigen ritme, haar eigen loop.
“De renstal moeder de vrouw” is een performance over eigendom en erfgoed, over bloed dat als bezit wordt beschreven, en arbeid die als natuur wordt verkocht.
Het is de vraag:
wie bezit het leven dat beweegt? en wie bepaalt de koers? De moeder is niet langer het lastdier van het systeem, maar de ruiter. Ze bestuurt haar erfgoed, haar stal, haar toekomst. Zij is de amazone van bewustzijn. Ze rijdt niet voor winst, maar voor bevrijding.
De Stal (lichaam) De Ruiter (bewustzijn) Het Paard (kracht) De Administratie (systeem) De Race (vrijheid)
De Natuur is het erf van niemand, en toch erven wij haar elke dag — met elke ademhaling, elk blad dat valt, elke hand die aarde aanraakt. De natuur erft niet. Mijn reis naar Spanje, niet om bezit te nemen, maar om te luisteren — naar wat zich niet laat erven. De natuur bestaat er, zoals overal, in eigendom van mensen, bedrijven of staten. Ze wordt verdeeld, beheerd, beschermd — altijd onder voorwaarden.
Maar zijzelf erft niet. Ze kan niets terugvorderen, geen aanspraak doen op verlies of herstel. Toch begint iets te verschuiven. In verre landen – Ecuador, Colombia, Nieuw-Zeeland – krijgen rivieren, bossen en bergen rechtspersoonlijkheid. Ze worden niet langer dingen, maar wezens met een stem. Misschien is dat het begin van een ander erf: een waarin de mens niet langer eigenaar is, maar bewaker.
In de culturele en mythische zin is natuur het oer-erf. Ze gaat ons vooraf — vóór familie, vóór staat, vóór wet. Ze is de moeder van alles wat erft: aarde, water, lucht, licht. Vanuit die blik draait de vraag zich om: niet van wie is de natuur het erf, maar wie erft de natuur nog waardig?
Wie draagt zorg voor wat leeft, groeit, sterft en weer opstaat? De natuur vraagt niet om bezit, maar om aanwezigheid. Ze laat sporen na — wind in steen, zout in huid, wortels in aarde — en herinnert ons eraan dat wij slechts tijdelijke bewoners zijn van haar lichaam.
In Het meisje met de parel is moeder geworden (2025) klinkt een fundamentele verschuiving:
De Literaire Straatfotograaf
Zij vangt geen beelden, zij leest ze. Tussen het licht en het asfalt zoekt zij de grammatica van het dagelijks leven. Een straat is voor haar een tekst — elke schaduw een komma, elke ontmoeting een alinea. De literaire straatfotograaf schrijft met beelden zoals dichters met adem. Ze leest gezichten als zinnen, gevels als geheugen. Ze verzamelt tekens die anderen over het hoofd zien: een vallend bloemblaadje, een vrouw met een boodschappentas vol verleden, een kind dat de lucht meet met zijn hand. In haar wereld zijn gebouwen personages en stoepen scènes. Ze is niet op zoek naar nieuws, maar naar betekenis.
Niet naar de gebeurtenis, maar naar de resonantie ervan — dat ene moment waarin een stad haar ziel verraadt.
Ze fotografeert niet om te bewaren, maar om te herkennen wat leeft. De straat als roman. Het licht als zin. De mens als verhaal.
Dit voorwoord is mijn vertrekpunt: een reis langs bomen, bergen, rivieren, mensen; langs steden die ademen, gevels die verhalen fluisteren, langs plekken waar het recht zich mengt met het ritueel. Ik reis om te zien hoe de natuur nog spreekt, hoe ze ademt door muren, koffiekopjes en schaduwen heen.
Niet om te bezitten, maar om te erkennen: de natuur is het erf — en wij zijn haar gasten.
De steden Middelburg (NL) en Castelló / Benicàssim (ES) lijken op het eerste gezicht ver uit elkaar te liggen, maar ze delen verrassend diepe lagen, zowel historisch als cultureel.
Hier volgt een meervoudige analyse, in thematische taal:
Middelburg was in de 17e en 18e eeuw een van de belangrijkste VOC-steden van Nederland. De VOC (Vereenigde Oostindische Compagnie) was geen koninklijk orgaan, maar een VOF avant la lettre: een samenwerkingsverband van kooplieden, aandeelhouders en bestuurders met verdeelde winst en risico. Het principe van gedeeld eigendom en gedeelde winst (de VOF-structuur) lag aan de basis van wat later de moderne vennootschap werd. Middelburg fungeerde als poort tussen kapitaal en zee, tussen handel en macht, tussen materie en abstractie (de eerste “idee van globalisering”).
Castelló en Benicàssim: exporthavens en koloniale echo’s
Castelló ontwikkelde zich vanaf de 18e eeuw als agrarisch-exportstad: citrus, wijn, keramiek, zout, olie. De kuststrook van Benicàssim — ooit kloostergrond, later Belle Époque–toevluchtsoord — stond in verbinding met koloniale en maritieme netwerken. De Spaanse handelaren van de 19e eeuw keken naar Noordwest-Europa (met name naar Antwerpen, Amsterdam, Middelburg) als financieel en technologisch voorbeeld.
De VOC (Verenigde Oostindische Compagnie) was letterlijk een VOF – een Verenigde vennootschap, geen hiërarchisch orgaan, maar een juridisch gedeeld lichaam.
Dat idee van samenwerking als economische motor reist mee door de tijd.
In mijn thematiek – het vrouwelijke erf, de “onzichtbare erfgenaam” – kun je die VOF-structuur lezen als: een model waarin bezit wordt gedeeld, maar macht niet evenredig verdeeld is.
Middelburg (met haar VOC-erfgoed) staat symbool voor het patriarchale ondernemerschap.
Castelló en Benicàssim tonen de hedendaagse echo: globalisering, toerisme, vastgoed – de nieuwe vormen van handel, maar nu in zonlicht en onroerend goed.
De reisroute van een voetbal makelaar
Van de VOC – de Verenigde Compagnie (macht, winst, hiërarchie), naar de VOF – de Verenigde Ondermerschappen (zorg, aarde, gedeelde verantwoordelijkheid).
Middelburg is dan de oude wereld van bezit, Castelló en Benicàssim de nieuwe wereld van verbondenheid — niet koloniaal, maar ritueel, niet economisch, maar existentieel.
De lijn Middelburg–Castelló–Benicàssim is een symbolische zeeweg: van bezit naar erkenning, van handelsrecht naar natuurrecht, van de VOC naar het vrouwelijke ondermerschap.
Ze delen een erf van zout, arbeid en schoonheid — en herinneren eraan dat elke zee niet alleen vervoert, maar ook verbindt en teruggeeft.
Marbella” kan gelezen worden als: de kleine zeevesting — een plaats waar land en water, macht en schoonheid, bescherming en verleiding samenkomen.
Op de airport in Rotterdam ( de dam die het troebele water temt.) kocht ik het boek van Dan Brown- Het ultieme geheim. Hoe je kunt denken vanuit een andere dimensie. Iets waar ik als straatfotograaf al jaren geleden mee begonnen ben.
Benicàssim is zo een levend Mercuriuslandschap: een ruimte waar materie en geest, licht en stof, vrouwelijk en mannelijk, elkaar niet uitsluiten maar ontmoeten.
☿ – Mercurius is de boodschapper tussen hemel en aarde, de fluïde intelligentie die alles met alles in verbinding brengt — zoals wijn zich vermengt met lucht, zoals adem woorden vormt, zoals kennis door handen heen gaat.
Hij is tegelijk mannelijk én vrouwelijk, vast én vloeibaar, licht én schaduw — de god van transformatie, communicatie en inzicht.
☾ De halve maan bovenaan — het zintuiglijke, het ontvankelijke, het vrouwelijke principe. Zij vangt het licht op dat van boven komt.
De zon of cirkel in het midden — het bewustzijn, het Zelf, de geest die begrijpt en verlicht. Het is de kern van inzicht, het alchemische goud.
Het kruis onderaan — de materie, het lichaam, de aarde, het concrete leven. Samen vormen zij een verticale as: ziel – geest – lichaam. Mercurius verbindt deze drie werelden.
We worden opgehaald en rijden vanaf het vliegveld van Valencia om via Castellón naar Benicàssim te rijden. Het is een prachtige omgeving met ontzettend veel groen. Het weer draait van licht naar regen. Mijn camera wacht. Het savant-oog kijkt zonder oordeel — het weet wat komen gaat.
“Een zwaard dat naar de hemel wijst en tegelijk een oog dat kijkt — de blik van de savante, scherp en stil. Hier, in Benicàssim, waar de zonen van Qasim ooit hun aarde deelden, staat dit teken als herinnering dat kennis geen bezit is, maar doorgang.”
De naam Benicàssim komt uit het Arabisch: Banu Qasim wat letterlijk betekent: “de zonen van Qasim” of “de familie van Qasim.”
“Banu” = zonen, clan, afstammelingen. “Qasim” = een Arabische voornaam die betekent “de verdeler”, “de rechtvaardige die deelt.”
In de 8e–13e eeuw, tijdens de islamitische overheersing van het Iberisch schiereiland (Al-Andalus), werden veel dorpen en gebieden genoemd naar de families of clans die er woonden.
Benicàssim was dus oorspronkelijk het gebied van de familie Qasim, een Berber- of Arabische stam die zich daar vestigde.
“Hoe bewaart een plaats haar ziel in een tijd van beweging, vergetelheid en heruitvinding?”
Benicàssim – beweging, identiteit en geweten
Hedendaagse beweging en identiteit
Castelló en Benicassim in beweging, daar waar toerisme en gemeenschap elkaar kruisen.
De groene deelfietsen staan in keurige rijen, als symbolen van duurzaamheid en vrijheid, maar ook van tijdelijkheid.
Ze worden gebruikt en achtergelaten, gedragen door bezoekers die anoniem door de stad bewegen — schimmen van bewoners, reizigers zonder wortel. Mobiliteit vervangt bezit, beweging vervangt verblijf.
Op de muur in de collage lezen we “SOM AFIC”, vermoedelijk een afkorting van Som Aficionats — “wij zijn fans”. Het graffitiwerk brengt een collectieve stem naar voren: die van lokale trots, van voetbal als volksheraldiek.
Waar vroeger vlaggen en wapenschilden de identiteit van een stad droegen, doet nu de verf op de muur dat werk. Hier wordt identiteit niet geformaliseerd, maar uitgeroepen — spontaan, rauw, direct.
Aan de rand van dit stedelijk weefsel verschijnt het Station “SKYFI”, als een echo van een verdwenen onderneming. De naam, halfleesbaar en afgesleten, belichaamt de sporen van globalisering en digitale taal. Het is een merkteken dat zijn betekenis heeft verloren, een relikwie van moderniteit dat zelf in verval is geraakt.
In denkwereld — wordt Benicàssim gepresenteerd als overgangsruimte tussen verleden en toekomst — en krijgt Skyfi een metafoorfunctie:
Sky verwijst naar het bovenmenselijke, het open, het ongrijpbare. Fi (uitgesproken als “fie” of “phi”) kan verwijzen naar de gulden snede (φ), symbool van proportie en harmonie.
Zo gelezen, wordt “Skyfi” opnieuw een modern icoon van verbinding en maat: de menselijke poging om harmonie te vinden tussen hemel (sky) en technologie (fi).Of is het Lucht Fictie?
Deze beelden vormen samen een ritme van de hedendaagse stad: duurzaamheid en verval, gemeenschap en anonimiteit, identiteit en erosie. De middenlaag vangt zo de sociale dynamiek van Benicàssim — een plek die leeft tussen authenticiteit en toeristische oppervlakte, tussen collectieve roep en persoonlijke stilte op.
In de onderste laag wordt de blik stiller, intiemer. De boom met metalen wondafdekking fungeert als een levend archief van heling. Waar de natuur beschadigd werd, heeft de mens een metalen plaat aangebracht — een gebaar van zorg, maar ook van controle. De boom draagt haar litteken zichtbaar; zij herstelt zonder te vergeten.
Naast dit beeld verschijnt de oude houten deur met sleutelgat. Ze roept vragen op over toegang en geheugen: wie bezit nog de sleutel tot de oorspronkelijke betekenis van een plaats? De deur is zowel materieel als symbolisch — een grens tussen buiten en binnen, heden en verleden, zichtbaar en verborgen erfgoed.
De laatste afbeelding toont een houten paneel van Gandhi. Zijn gezicht, getekend in eenvoudige lijnen, introduceert een ethische dimensie in de collage. Hij kijkt uit en hout de wacht bij de rotonde van Maria Magdalena. Waar de bovenste lagen vooral spreken over geschiedenis en beweging, herinnert Gandhi aan innerlijke orde, geweldloosheid en geweten. Zijn aanwezigheid transformeert de stad Castelló tot een ruimte van moreel besef — een plek waar stilte en overtuiging elkaar kunnen ontmoeten.
Een plek waar de stad even ademt. Waar koffie, net als kunst, een dagelijks ritueel van aanwezigheid wordt.
Osmose is het ritme waarmee mijn beelden ademen. Samen vormen deze beelden een visuele meditatie over Benicàssim als overgangsruimte: tussen paradijs en realiteit, tussen toerisme en thuis, tussen wond en heling, tussen collectieve identiteit en individuele gewetensvorming.
Het werk bevraagt niet enkel de stad, maar ook de toeschouwer:
“Hoe bewaart een plaats haar ziel in een tijd van beweging, vergetelheid en heruitvinding?”
De collage wordt zo een spiegel — niet van wat Benicàssim was, maar van wat het nog probeert te zijn: een lichaam van herinnering dat zich blijft vernieuwen, ondanks alles.
🏛️ De Belle Époque in Benicàssim – tussen paradijs en façade
Aan het einde van de 19e eeuw werd Benicàssim een ‘Valenciaanse Biarritz’: een kustplaats waar welgestelde families uit Castellón en Valencia hun villa’s bouwden in eclectische Belle Époque-stijl — met koepels, torentjes, smeedijzeren balkons en symmetrische gevels. Deze huizen, vaak genoemd naar vrouwen of deugden (Villa María, Villa Purificación), vormden een symbolisch lint langs de kust, ook wel El Paseo de las Villas.
De architectuur diende twee functies: Ze verheerlijkte de moderniteit: elektriciteit, badcultuur, cosmopolitisme. Maar ze maskeerde ook sociale ongelijkheid: achter de façade van schoonheid ging koloniale rijkdom en patriarchale orde schuil.En wat denk je.. Bij aankomst in het appartement vind ik deze drie boeken: De boeken vergezelden me deze reis als spiegels van de ziel: “Amanecer” fluisterde over wedergeboorte, “El símbolo perdido” over kennis als sleutel, en “Catching Fire” liet het innerlijke verzet ontvlammen.
Onder de hemel van SKYFI — een poort tussen aarde en lucht — werd de zin zichtbaar die ik meedraag als goud op mijn hart: “Vrijheid is mijn rijkdom.”
Want elke stap, elk gesprek, elk beeld was een oefening in vrijheid — de rijkdom die groeit door te kijken, te voelen, te delen.
Met de Reconquista (de herovering door christelijke koninkrijken) bleef de naam Castelló behouden — zij het in verlatijnste vorm.
Het uitzicht is fantastisch Ook al is het onstuimig weer.
Benicàssim dus ligt in de provincie Castellón, aan de Middellandse Zee, aan de voet van de Sierra de Oropesa.
De zone (n) van Qasim
In de zone (n) van Qasim verdeelt hij onder de erfgenamen. Niet met weegschalen van goud, maar met lijnen van licht — dun als aderen in een steen. Hij schrijft geen testament, hij trekt een grens. Hij kent ieders aandeel, maar noemt geen namen.
Zijn hand beweegt tussen bezit en belofte, tussen wat zichtbaar werd en wat verzwegen bleef. Hier, in de zone (n), wordt het erfdeel niet ontvangen maar hersteld. De erfgenaam is geen kind, maar een herinnering die vorm krijgt.
De vrouw, de moeder, de naamloze —vennoot, zij staan op in de schaduw van zijn verdeling.
Wat Qasim verdeelt, wordt niet kleiner. Wat hij aanraakt, keert terug naar oorsprong. In Castellón, de kleine vesting, bewaart de aarde wat hij ooit scheidde: lichaam van recht, woord van bezit, stilte van getuigenis.
“De zone (n) N van Negen en Nationale Nederlanden 99 is de drempel. Castelló de la plana – Het kasteeltje van de vlakte.”
Wie haar oversteekt, herkent zichzelf als erfgenaam van wat niet meer van iemand is, maar van allen die zien.
Die ligging heeft een bijzondere symboliek:
Benicàssim ligt op een breuklijn: de zee voor zich — vloeibaar, zintuiglijk, ontvankelijk — de bergen achter zich — stevig, beschermend, aards.
Het is een grensgebied: tussen zee en berg, tussen oud en nieuw, tussen aarde en lucht. Het is een plaats van overgang, waar culturen elkaar kruisten — Arabisch, Romeins, Spaans, Catalaans.
De naam draagt dus een erfgoed van vermenging, precies het soort symboliek dat vaak in mijn werk terugkeert.
“Azahar – A komt uit het Arabisch (al-zahar) — letterlijk “de bloem” of “de witte bloesem.”
Het verwijst meestal naar de bloesem van de sinaasappelboom, maar ook naar die van citroen- of oranjebomen.
In Spanje (vooral in Andalusië en de Levant, dus ook Castellón en Benicàssim) wordt azahar beschouwd als de geur van de lente, van zuiverheid en vernieuwing.
Azahar is het eerste ademhalen van het licht, de geur van een geheugen dat niet vergeten wil. Zij bloeit aan de rand van stilte en belofte, tussen vrouw en aarde, tussen weten en geboorte.Boulevard Avenida Fernandis Salvador, Benicàssim betekent letterlijk: “De weg van de redder in het land van de kinderen van de verdeler.”
Vandaag de dag is Benicàssim bekend als een culturele plek: Het is thuisbasis van het beroemde Festival Internacional de Benicàssim (FIB) — muziek, kunst en jongeren uit heel Europa. Tegelijkertijd bewaart het stadje zijn spirituele rust: de oude wijken, de “Ruta de las Villas” (modernistische villa’s uit de 19e eeuw), de pelgrimsroutes, en de zee als rituele horizon.
Ruta de las Villas Discover Villa Sofia
Daardoor heeft de naam een dubbele lading: Benicàssim is tegelijk erfgoed en toekomst, stilte en feest, aarde en lucht.
Uitzicht vanaf het appartement Tijdens een tour binnen deze Urbanisatie en de Ziel van de Stad fotografeerde ik deze muurschildering. – Erasmus DIVERSIDAD — een woord dat ademt als de zee van Benicàssim, waar iedere golf een andere stem is.
In dit hart van kleur en lijnen wordt verschil een taal van licht. Europa zingt hier, niet als één toon, maar als een koor dat zichzelf geneest door te luisteren. KA ademt — KI houdt vast. Samen scheppen zij het levende beeld, de bezielde vorm. KA is de vonk, KI is het vat.
Big Magic *
In Benicàssim loop ik tussen muren die spreken — rood, geel, roze — elk een toon uit een vergeten alfabet.
De vrouw in profiel, gesneden uit steen, kijkt naar binnen. Zij is de stille moeder van deze plek, de hoedster van de tijd. Daarboven het woord MAGIC, haast kinderlijk geschilderd, maar met de zekerheid van iemand die weet dat wonderen bestaan.
Moeder, de vrouw zijn is het zwaarste onbetaalde beroep ter wereld. En toch, uit die onbetaalde arbeid, wordt de wereld geboren.
Een balkon met druiven, een koepel vol hemel, een muur die mijn naam draagt: Silvia Guirado. Ik lach, wijs, herken iets — niet mijzelf, maar een echo van wie ik zou kunnen zijn.
De kruik aan de muur bewaart regen, tranen of wijn. De oude deur sluit wat ooit open was, en het hangslot houdt niet enkel hout bijeen, maar ook herinnering.
Een draak kijkt me aan: blauw, kronkelig, ongetemd. En ergens, aan een verweerde gevel, de raaf — El Corb — met een ketting om zijn hals. Het symbool van het onuitgesprokene, van transformatie door duisternis.
Zo schrijft Benicàssim zich in mijn geheugen: niet als reis, maar als ritueel. Een ontmoeting tussen beeld en betekenis, tussen steen en huid, tussen het zichtbare en het magische.
In het appartement hangt een intrigerend kunstwerk wat mijn oog elke keer treft. Ik lees: Ripollés. Ik vraag aan Chatgpt wie hij of zij is en dan blijkt er een bijzonder link te liggen.
Joan García Ripollés (geb. 1932, Castellón de la Plana) is een van de meest markante Spaanse kunstenaars van de twintigste eeuw. Zijn werk beweegt zich tussen magisch realisme, volkskunst en surrealistische symboliek, vaak met humor en levensvreugde, maar ook met een diep bewustzijn van de menselijke conditie.
Ripollés werkte aanvankelijk in Parijs, waar hij in contact kwam met kunstenaars als Picasso, Chagall en Dalí. Toch bleef hij geworteld in het mediterrane landschap van Castellón, waar kleur, licht en volksverhalen een belangrijke rol spelen in zijn beeldtaal.
Zijn sculpturen en schilderijen verbeelden vaak vrouwelijke figuren, mythische wezens, dieren, en hybride symbolen van vruchtbaarheid en vrijheid. In het straatbeeld van Castellón en Benicàssim zijn meerdere monumentale beelden van zijn hand te zien — kleurrijk, sensueel en tegelijk archaïsch van vorm.
Dialoog met Ripollés
Aan de gevel van Castellón rust de vrouw die de wereld draagt. Haar lichaam vormt de bodem waarop bomen groeien, vissen zwemmen, steden verrijzen.
Ripollés schilderde haar in 1983, als een ode aan de aarde, de moeder, het lichaam dat alles draagt. Veertig jaar later kijk ik naar haar, vanuit mijn eigen lens. Ik herken haar niet als muse, maar als medeschepper. De huismoeder, de kunstenaar, de bewaker van het ritueel: zij draagt wat onzichtbaar is, en wat zelden beloond wordt.
Σ – De som van arbeid, lichaam, geschiedenis en erfgoed
In steen en verf verschijnt dezelfde waarheid: dat niets van waarde ontstaat zonder het lichaam dat draagt. Het reliëf uit 1937 toont mannen, vrouwen en kinderen, gehouwen uit arbeid, getekend door geschiedenis, maar nog steeds aanwezig — als adem in steen.
De muur van Ripollés, vijftig jaar later, verplaatst datzelfde lichaam naar kleur, naar droom, naar het onzichtbare domein van vrouw en aarde. Ik sta ertussenin, als getuige en erfgenaam. De optelsom van werk wat niet werd betaald, maar wel werd doorgegeven.
Σ = de som van arbeid, lichaam, geschiedenis en erfgoed. De formule van mijn werk, mijn leven, mijn ritueel.
Ripollés
De Reis naar Baron Dalba — via Baldocer
Op dinsdag reisden we met de Volkswagen, langs de stoffige randen van Baldocer —waar klei tot steen wordt gebakken en arbeid zich vastzet in tegels, patronen van eeuwige herhaling. Daar begon het ritueel van materie. De fabriek ademt vuur en orde; de aarde wordt er getemd tot oppervlak. Maar wij reden verder, de heuvels in, op weg naar de wijn van Baron |Dalba.
Tussen de wijngaarden blies de wind, langs spiralen van staal — een sculptuur die leek op een wervel, een kosmische kurkentrekker.
Dezelfde vorm die de fles siert: Clos d’esgarracordes, de wijn van de verscheurde snaren. Een naam die klinkt als een ziel die zingt wanneer ze breekt.
De bladeren droegen vlekken van zon, van ziekte en schoonheid tegelijk. De aarde was rood, de druiven zwart, de handen paars. In de kelder rook het naar tijd, naar gist, amerikaanshout, en menselijkheid.
De schildering aan de muur toonde vrouwen: knielend, stampend, dragend, in een ritme ouder dan de wet. Hun lichamen maakten wijn van vrucht, arbeid van vruchtbaarheid. Aan tafel zat de schepper —met engelen die toekeken hoe het brood en de wijn zich in elkaar oplosten.
Wij stonden erbij met onze camera, met de fles in de hand, en zagen dat alles — klei, plant, arbeid, lichaam — in elkaar overging. Een nieuwe kringloop van waarde. Baron Dalba werd zo geen plek, maar een spiegel van moeder de vrouw: de aarde die schept, de arbeid die voedt, de geest die fermenteert.
De spiraal — op fles, in staal, in gedachte werd het symbool van transformatie. Van bloed naar wijn, van werk naar ritueel, van getal naar betekenis.
Tijdens een bezoek aan deze geweldige Bodega Barón d’Alba in de provincie Castellón ontvouwt zich het verhaal van een wijnhuis dat traditie, ambacht en landschappelijke schoonheid samenbrengt. Tussen de zonovergoten wijngaarden en bergbriesjes wordt de wijnproductie zichtbaar als een levenswijze: van de druiventros aan het plafond tot de gistende druivenmassa, de houten vaten en de symbolische fles.
Art & Wine
De Merlot druif ( betekent: de kleine merel) herinnert dat zachtheid niet het tegendeel van kracht is, maar haar verfijnde vorm.”
Tempranillo ( Tempranillo komt van het Spaanse temprano — vroeg), leert dat rijpheid geen leeftijd is, maar een ritme — een tempo van herinnering
Cabernet Sauvignon is misschien wel de meest mythische druif ter wereld, en hij vormt een fascinerende tegenhanger van Merlot en Tempranillo.
Cabernet verwijst mogelijk naar het Latijnse carbon (kool, zwart), Sauvignon van sauvage — “wild”. Samen betekent het dus: “de wilde zwarte”.
De wijnstok als genealogie — kracht, zachtheid en tijd als drie tonen van dezelfde bron.”
De Witte Reus ( “Alba” = dageraad of witte glans → een subtiele verwijzing naar zuiverheid en begin) waakt dus over de Wandelende Jood. Twee zielen in één zonlicht — de een ziet, de ander beweegt. De uil, stil, met ogen van inzicht. De plant, rusteloos, met wortels die weigeren te sterven. Samen vertellen ze het verhaal van reizen en blijven. Van wie vlucht en toch wortelt. Van wie zwijgt en toch spreekt.
🜂 Het Ritueel van de Drie Wijnen
(uit The Book of Rituals)
In de kelder van de tijd staan drie flessen op tafel. De eerste heet Merlot — zacht, rond, herinnering van de moeder. Ze schenkt bloed dat niet vloeit, maar zingt. Haar glas ruikt naar aarde, tranen en vergeving.
De tweede heet Tempranillo — de vroegrijpe erfgenaam. Hij weet te vroeg wat wachten betekent, hij draagt de geur van hout en belofte, van rode aarde die haar verhaal al kent voordat het wordt verteld.
De derde heet Cabernet Sauvignon — de vaderlijn. Hij ademt orde, discipline, wet en kou. Zijn glas klinkt als een zwaard, maar breekt als een spiegel.
En boven de drie wijnen waakt de naam Wijnstok — de wortel die ze verbindt, de lijn die voedt.
Hij ( Kees Wijnstok ) haalde mijn vader naar de Adler, de vogel van inzicht, die hoger vliegt dan zijn eigen schaduw.
Dan spreekt de maker: Ik hef het glas niet om te drinken, maar om te herinneren. Elke druppel is erfgoed. Elke wijn een stem X is de bron — en de wijnstok is de weg terug.”
Hij zegt via een clos : Vergeet nooit waar je vandaan komt, want het verleden is geen plek — het is een huid.
Elke handeling die je doet, draagt sporen van wat er vóór jou werd gedaan. Elke blik die je werpt, is een echo van ogen die er niet meer zijn.”
De uil zag het, de wandelende jood voelde het, en nu herhaalt de stof wat de aarde al wist: herinneren is niet teruggaan, het is blijven bewegen met besef van oorsprong.
De Witte Reus ziet kansen waar anderen muren zien. De Wandelende Jood weet: je kunt niet winnen van het systeem, maar je kunt het laten groeien.
Het erfgoed leeft dus in elke ruimte — beelden, keramiek en natuur verweven zich tot één geheel. Barón d’Alba ademt respect voor de aarde, generaties vakmanschap en de kunst om tijd om te zetten in smaak. Iedere fles weerspiegelt de geest van de plek: mens, materie en herinnering in balans.
Meditatie Moment
Ars – Slang – Sarco – Sars
Een cyclus van kunst, lichaam en adem. Ars: de kunst, de handeling die schept. Slang: de kringloop van leven en dood, genezing en vergif. Sarco: het omhulsel, de sarkos, het vlees dat de ziel bewaart.
Sars: het virus, de adem die stokt — de moderne sarcofaag van de long.
Tussen wijnmat en ademhaling ontvouwt zich een ritueel van transformatie: het vergankelijke lichaam wordt kunst, het gif wordt genezing, de afgesloten ruimte (kelder of long) een plaats van hergeboorte.
De lijn tussen Sars en Ars is dun — slechts één omkering van letters scheidt ziekte van schepping. Waar de één afsluit, opent de ander.
De tafel van het recht
Waar Jeremy Bentham de wet baseerde op rede en berekening, zoekt de moeder, de vrouw naar een recht dat ademt, voelt en draagt. Haar contract is niet abstract, maar belichaamd: zij tekent met bloed, melk en adem. Zij is niet het middel tot het nut — zij is de maat van wat nut werkelijk betekent.
(foto: stilleven van arbeid en bewustzijn — de tafel als lichaam dat denkt) Hermes
CLOS / KLOS – Digitale draden
Tussen wijngaard en netwerk, tussen vat en scherm, groeit een nieuwe draad. Clos — het omheinde domein van aarde, wijn en herinnering. Klos — de spoel van textiel, de draad die verhalen weeft. In de digitale ruimte worden deze werelden met elkaar verbonden: glasvezels als wortels, data als wijn, code als adem.
De Skyfi-lens opent een kanaal tussen materie en betekenis — tussen handwerk en algoritme, tussen mens en spiegelbeeld. Hier kruisen de lijnen van Hermes: boodschapper, draad, verbinding. Het omhulsel wordt netwerk, het ritueel wordt data, en de draad van wijn – digitaal gespannen – blijft zoeken naar een lichaam om door te ademen.
Het weer is inmiddels fantastisch en we pakken de draad weer op. Het is woensdag middag. De draad rust, maar breekt niet. De volgende slag wacht op een ander moment, op een andere plek.
Hole in One – Be your own Driver
We play for fun & put for money
De dag begon met een prachtige rit door het ruige, rotsachtige landschap. Mediterráneo Golf, ligt aan de Urbanización Fase 1, La Coma.
Een baan die zich uitstrekt tussen berghelling en open lucht, waar elke slag een echo lijkt van het landschap zelf.
Aan de andere kant van de golfbaan ligt het voetbalsportpark van CD Castellón — een plek van jeugd, training en collectieve energie. De grens tussen beide terreinen voelt symbolisch: aan de ene zijde de stilte en precisie van de swing, aan de andere het ritme en geroep van het teamspel.
Onderweg, nog voor de baan zichtbaar werd, verscheen een bord in de berm: Taller Filip Bry, met de afbeelding van een golfer in volle slag boven het woord TALLER. Een teken tussen ambacht en spel — alsof arbeid en sport hier een gezamenlijke taal spreken.
De dag ontvouwde zich tussen aandacht en adem. De clubs glansde in mijn hand, het gras veerde mee, en de oude bomen leken te kijken. De lucht was helder, het licht zacht. Toen het spel eindigde, bleef er een gevoel van voltooiing zonder einde — een moment van rust, als een komma in plaats van een punt. Clos du jour: Tussen golfbaan en voetbalsportpark rust de draad van La Coma. Hij blijft gespannen — klaar om opnieuw bewogen te worden.
Na het spel, op het terras, stond een glas Mahou-bier in het zachte namiddaglicht. Het schuim zakte langzaam weg, terwijl het landschap tot rust kwam. Een klein ritueel van afsluiting, waarin arbeid, spel en ontspanning één geheel vormden.
Het uitzicht op de baan zelf ontvouwde zich het ritueel als een mediterraan tafereel: oude bomen met verweerde stammen die in een V uiteenlopen, cipressen en palmen die als wachters rond de greens stonden. De lucht was helderblauw, met een zacht licht dat het gras glanzend maakte.
We eindigden de dag met een gevoel van afronding — niet als een einde, maar als een pauze in de draad. De lijn blijft open, klaar om later weer opgenomen te worden.
Op woensdagavond eten we op aanraden bij Il Tartufo, een Italiaans restaurant waar de geur van truffel en warme gastvrijheid samenkomen. Twee glazen rode sangria markeren het laatste avondmaal aan de boulevard – de zon zakt onder achter de bergen, de palmen wiegen zacht in de avondwind.
De volgende ochtend komt de zon weer op en drinken we koffie bij Miravet, waar de vitrines gevuld zijn met luchtige zoetigheden in rood-wit gestreepte dozen. Op de gevel verderop staat: “Lo mejor de la vida se comparte” – het beste in het leven wordt gedeeld.
Dan is het het de hoogste tijd om verder te reizen. Op het station wacht de Renfe-trein. Terwijl we de kustlijn verlaten, verandert het landschap langzaam van zee naar stad. Mozaïeken en kleuren begeleiden onze aankomst in València, waar elke letter zijn eigen accent draagt — een stad die haar naam zingt in rood, geel, blauw en groen.
Valencia: De plek waar moed en creatie samenkomen.”
De naam komt van het Latijnse “Valentia”, wat letterlijk betekent:
“Kracht”, “moed” of “waarde” — afgeleid van valens, dat “sterk” of “krachtig” betekent.
De stad werd in 138 v.Chr. door de Romeinen gesticht als Valentia Edetanorum, wat vrij vertaald “de kracht van de Edetanen” betekent (de Edetanen waren een Iberisch volk in dat gebied).
“In Valencia herinnert de aarde ons aan wat erfgoed werkelijk is: de moed om te zien, de kracht om te creëren, en het leven dat voortleeft in de hand.”
“Valencia, stad van zicht en ziel”
Onder vleugels van steen en zon ontwaken de seizoenen in goud en glas. Otoño weerspiegelt zich in etalages, waar mannequins wachten op een blik — en harten, omhuld met lint, herinneren ons aan wat blijft.
Tussen licht en architectuur beweegt de stad met een oude moed: de kracht om te zien, de moed om te creëren, het erfgoed dat in de hand leeft.
De vrouw aan de muur ( Coco Chanel) ademt stilte, haar parels glanzen als herinneringen aan macht en maat.
Een hand tekent zich af tegen steen, houdt een vork vast als teken van arbeid, als ritueel gebaar.
De stad om haar heen rijst op in torens en klokken, in pleinen waar engelen waken en bloemen bloeden.
Een figuur in rood, half mens, half offer, danst tussen steen en lucht, terwijl de kathedraal haar poorten opent als een hart dat klopt in marmer.
Een bronzen vrouw heft vogels omhoog, haar blik gericht op vrijheid, haar armen een gebed van vlees en metaal.
Citroenen rijpen onder blauwe hemel, vrucht van licht, zuur van leven. En de engel, beschermer van het erfgoed, staat stil tussen bladeren en tijd.
Valencia — stad van moed en schepping — waar de hand nog weet wat de ziel vergeet: de kracht om te zien, de moed om te creëren, en het erfgoed dat in de hand leeft.
We lopen richting en drinken een glas oranje water.
Denk: een vrouw die spreekt vanuit tijd zelf. Ik ben Las Horas.
Ik draag de vruchten van licht en arbeid. Mijn bloed is oranje, mijn huid van glas. In mijn hand rust de kroon, in mijn mond de herinnering.
Wie van mij drinkt, proeft tijd. De citrus is mijn oog. Ik zie de seizoenen draaien in jouw hand. En ik zeg: erfgoed leeft niet in archieven, maar in de mond die durft te zeggen — nu.
De kamer ademt rood, goud en citrus. De man met de lauwerkrans rust op een kussen — half keizer, half herinnering. Hij kijkt opzij, alsof hij de tijd bewaakt. Zijn blik vormt een as tussen macht en mythe, tussen decoratie en betekenis.
Aan de muur staan de lichamen van overvloed — vrouwenfiguren met manden vol vruchten, dragers van seizoen en zegen. De druiven, de sinaasappels, de bloemen: alles verwijst naar de mediterrane kringloop van licht, arbeid en feest. Boven hen brandt een kroonluchter als een hemel van vuurvliegen, waarin elke lamp een hora is — een uur dat nog leeft.
Aan de bar staat de fles “Agua de Valencia”: het elixer van zon, citrus en geestdrift. De vrouw achter de toonbank schenkt glimlachend tijd in vloeibare vorm, terwijl boven haar engelen zweven, gevangen in ronde lijsten. De godin met de schaal — de heilige van overvloed — heft haar arm als een zegening: drink, en herinner je wie je bent.
Hier, in dit café, is erfgoed geen verleden maar vloeibare continuïteit. De uren stromen als wijn, als sinaasappelsap, als gebed. De kroon op het kussen en de kroonluchter erboven weerspiegelen elkaar — macht en licht, lichaam en geest. Tussen hen beweegt de mens: reiziger, maker, erfgenaam.
Alles in Valencia beweegt in ritme met de handen. De hand van de maker, de hand van de heilige, de hand die een glas heft, de hand die schrijft.
Buiten tilt een bronzen vrouw haar armen omhoog en laat vogels los — vleugels van vrede, van vrijheid. Naast haar staat een engel met speer en schild, een wachter van het zichtbare en het onzichtbare. Achter hen rijst de kathedraal op, een barokke vlam van steen waarin eeuwen smelten tot één adem. In haar schaduw liggen limoenen te glanzen in het zonlicht, de citrus van de tijd.
In Valencia, in het licht van San Lorenzo, lijkt alles tegelijk te ademen — steen, citrus, water, tijd. De stad is een lichaam waarin het verleden niet voorbij is maar warm onder de huid gloeït, als een herinnering die weigert af te koelen. Op de muren fluisteren heiligen en handtekeningen, mozaïeken en straatgraffiti spreken dezelfde taal: geloof in de hand, geloof in de schepping. Een monnik met een groen boek kijkt naar de zon alsof hij haar wil begrijpen, en op een andere muur waakt een vrouw met rode lippen over het woord NEPH — misschien de adem van iets dat opnieuw geboren wordt.
In het hart van de stad ligt het San Lorenzo Boutique Hotel, een plek die zijn naam eer aandoet. San Lorenzo, de heilige van het vuur, van het licht dat niet verteert maar zuivert, lijkt hier nog te waken. Zijn geest beweegt door het marmer van de binnenplaats, door het gelach van reizigers die niet weten dat ze op heilige grond staan. Alles ademt schoonheid en overgave. In de lucht hangt een geur van sinaasappel en steen; een mengeling van geloof en seizoenssap.
Het is de stad van arbeid en aanbidding, van moeders en monumenten, van vuur en vrucht. Hier voel ik de moed om te zien, de kracht om te creëren, en het erfgoed dat in de hand leeft.
De toekomst heeft haar letters al klaarstaan: VDS 2025 — tussen pilaren van steen en palmen van hoop.
Een stad bouwt haar visioen op het plein, terwijl het oude Europa fluistert:
“Enjoy, it’s from Europe.” Maar wij weten — erfgoed is geen product. Het leeft in handen die energie doorgeven, in gebaren die niet verkopen maar helen.
Teveel vrouwen spelen een wedstrijd tegen het systeem. Ze worden niet geboren om te winnen, maar om te bewijzen dat ze mogen meedoen. Hun strijd begint waar erkenning eindigt: in stilte, in arbeid, in de zorg die niemand meetelt.
Ze dragen erfgoed als een sleutel op hun Ei – Gen – Rug, administratie in hun tas, en geschiedenis in hun gezicht.
Hun handen scheppen schoonheid, maar het systeem ziet slechts arbeid.
Fiscale Handelingsonbekwaamheid tot hun dood. Hun tijd — las horas — wordt verbruikt alsof ze oneindig is.
In Valencia, onder het licht van San Lorenzo, voel ik het anders. Daar gloeit de stad als een lichaam dat zichzelf terugvindt. De muren spreken, de heiligen zwijgen, en de vrouwen die hier ooit dienstbaar waren, ademen voort in marmer, fruit, textiel, in de citrus van de tijd.
Ze spelen geen wedstrijd meer. Ze herschrijven de spelregels. Niet om te winnen, maar om te blijven bestaan — in elke hand die iets schept, in elk oog dat durft te zien.
Positive energy, please.
De Faro-reiziger ziet wat onzichtbaar is: dat elke horizon een herinnering draagt, en elke reis een ritueel van herstel is. Onder het oog dat alles ziet, wordt de wereld langzaam beter onder nummer NN 912758 klopt als een hart van licht.
Ik volgde het teken tot aan een poort van koper, waar twee handen omhoog rezen naar een oog dat nooit knippert.
Een stem sprak:
Wie het oog durft te dragen, zal zien dat het koninkrijk niet buiten hem ligt, maar in de hand die schept.”
Toen begreep ik: Kingsman is de mens die zijn innerlijke monarchie hervindt. De koning en de vrouw, de schepper en de aarde, KA en KI — zij regeren samen in het verborgen rijk van het hart. Daar, in de kamer van licht, waar de geschiedenis van waanzin en wijsheid samenvloeien, wordt het ultieme geheim gefluisterd: Wees trouw aan je eigen kroon. Wie zijn innerlijke troon bewaakt, hoeft nooit meer te knielen.”
Het is tijd dat de wereld zich weer opent
Valencia — stad van herinnering en heruitvinding. Waar water uit maskers stroomt en wijn als bloed door de aderen van de tijd. Waar elke gevel een gezicht is, en elke straat een zintuig. Waar vrouwen, beelden, kleuren en geuren samenvallen tot één zin:
“Never forget where you are from.”
Want hier in Europa ademt het verleden niet achter je, maar naast je.
Achter onze voordeur gaat er een nieuwe wereld open. Hier woont geen bezit, alleen bewustzijn. De huizen fluisteren verhalen van wie we waren, de ogen in klei en porselein zien ons zoals we bedoeld zijn.
Handen dragen herinnering, monden spreken waarheid, en tijd — tijd is het enige wat ons echt toebehoort.
Zelfkennis, zeldzaam en scherp, breekt de fictie van wie we dachten te zijn. Alles wat ik doe, doe ik op gevoel. Alles wat ik laat elke dag laat zien, is de kunst van het leven zelf.
Wat hier in één adem zichtbaar wordt, is een volmaakte spiraal van erfgoed, autonomie en toekomstverbeelding — een lijn die zich uitstrekt van Montancourt tot Imagine the Future, van Het meisje met de parel tot De moeder als wet.
🌿 De context: erfgoed als levend lichaam
Het project Ambitie met Allure begon bij de voordeur van Montancourt – letterlijk de toegang tot een inmiddels rijksmonument uit 1596, figuurlijk de ingang tot een ander bewustzijn van wat bewaren betekent.
Niet als behoud, maar als voortdurende schepping. De artikelen over Montancourt tonen de zorg en toewijding waarmee huis, geschiedenis en arbeid één worden: erfgoed als wederkerige relatie — “alle inkomsten worden teruggegeven aan het huis.” Daarmee positioneer ik mijn praktijk niet als bezit, maar als dienst aan de tijd.
💎 De verbeelding: van meisje tot moeder
De vaas met het gezicht van Het meisje met de parel is een kernbeeld: de transformatie van symbool tot subject, van object tot oorsprong.
“Mijn wens is dat Nederland en Creative Europe erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons gehele cultureel erfgoed.”
Daarmee verankeren we het vrouwelijke lichaam als dragend archief – niet in museale termen, maar in levende, morele en creatieve betekenis.
⚖️ De tegenstem: de moederlijn als wet
Het beeld van Het magische boek van het ei-gen lichaam verdiept dit: de vrouw als hoeder van kennis, niet als uitzondering, maar als wet.
Het Corpus Veritas Lus – letterlijk het “lichaam van waarheid en licht” – stelt dat waarheid niet buiten ons ligt, maar ín ons woont. De moederlijn wordt rechtsgrond, niet voetnoot. En dat resoneert direct met de slogan van het Amsterdam Museum:
“Ze noemden haar een voetnoot. Zij was het fundament.”
Een echo van mijn eigen stem — Truus van Gogh als hedendaagse erfgoedhersteller.
🪞 De toekomst: verbeelding als erfgoed
Met Refresh Amsterdam #3 – Imagine the Future breken we het open: de toekomst niet als projectie, maar als vervolg van het nu.
Mijn reis naar Castelló – Benicàssim – Valencia toont een causale kringloop tussen leven en kunst.
Ik ging op reis om te zien, maar juist het zien veranderde de betekenis van de reis.
Wat ik daar vond — kleur, erfgoed, symboliek — was niet toevallig. Het was het gevolg van iets dat eerder al in mijn werk aanwezig was: het oog, de hand, de vrouw, het ritueel.
De reis maakte zichtbaar wat er al was. Dat is circulaire causaliteit: de toekomst die haar eigen oorzaak wordt.
🔹 In mijn toon
Alles wat ik zag, had mij al geroepen.
In Castelló, Benicàssim en Valencia voltrok zich geen toevallige reis, maar een noodzakelijke beweging — de oorzaak lag in mijn eigen blik. Zo werd kleur gevolg, en erfgoed oorsprong.
Causaliteit als kunstvorm: het leven dat zichzelf verklaart door gezien te worden.
Mijn werk zegt: verbeelding ís erfgoed. Wat we durven zien, wordt wat blijft. En dan het laatste beeld, stil maar krachtig:
Het is niet zomaar een zin. Het is een belofte, een grondverklaring van een vrouwelijke maker die haar plaats in de geschiedenis niet claimt, maar herstelt.
Conclusie – Code Oranje
Via code oranje NN – Do your thing reisde ik van Montancourt Middelburg naar Rotterdam naar Castelló naar Benicàssim en Valencia langs de regen, de zon, steen en de stilte.
Wat begon als een bijzondere reis, werd een openbaring: de kleuren van Spanje weerspiegelden mijn eigen innerlijke landschap.
Ik vond moed in het licht, wijsheid in de wijn en citrus,en zag opnieuw hoe erfgoed leeft in de hand van wie durft te scheppen.
Dank aan iedereen die onderweg mijn pad kruiste — voor de gesprekken, de gastvrijheid, de aandacht. Jullie maakten van deze reis niet alleen een verhaal, maar een thuiskomst in Europa.
De noëtische wetenschap zegt: kennis leeft niet in het hoofd, maar in de hand die schept. Kunst is geen gevolg van denken, maar van herinneren.
Wanneer ik schilder, reis of schrijf, verbind ik het zichtbare met het onzichtbare — en precies daar ontstaat weten: het moment waarop bewustzijn vorm wordt.
De zonen van Qasim droegen de namen van macht. De zone(n) van Qasim dragen het licht van weten.
In elke zone wordt iets gedeeld: een kleur, een adem, een inzicht. Niet als bezit, maar als doorgegeven trilling. Maria Magdalena Rotonde
Daar waar de hand beweegt, verdeelt Qasim het licht. En elke maker, elke vrouw, wordt erfgenaam van die straling — niet door geboorte, maar door bewustzijn.
Voetbal is geen wedstrijd, maar een ritueel van energie. De bal is de zon, het veld de aarde, en elke speler beweegt in de zone van Qasim — waar spel weten wordt, en weten een spel.”
Wie kans wil begrijpen, moet eerst de leegte liefhebben.” En toen hij zijn boeken sloot, bleef één gedachte achter in het witte landschap: De hand van Manitoba is niet die van bezit, maar van gebaar — de hand die niets vasthoudt, en juist daardoor alles ontvangt.
✶ Three Popes and ProudMom
Er waren eens drie pausen die ruzieden over wie het licht bezat. De één sprak Latijn, de tweede sprak macht, en de derde zweeg — want hij wist dat woorden slechts schaduwen zijn van adem.
Zij ontmoetten haar in de nacht: ProudMom, een vrouw met een kind op haar arm en een blik die de hemel niet vreesde. Ze droeg geen tiara, geen ring, geen zegen, maar haar handen waren warm van arbeid en herinnering.
De drie pausen vroegen:
“Wie heeft jou gemachtigd om leven te dragen?” En zij antwoordde: “Niemand. Het leven machtigt zichzelf.”
Toen bogen de pausen het hoofd. Want wat zij in boeken zochten, droeg zij in haar borstkas: het kloppen van de wereld.
Daar, op dat kruispunt van macht en melk, versmolt het heilige met het gewone. Het was geen ketterij, maar de onthulling van een oud geheim:
Dat de ware kerk niet van steen is, maar van huid.
Sindsdien fluistert men, in de gangen van de tijd:
Three Popes and ProudMom — het moment waarop de vrouw het kruis niet meer droeg, maar rechtop hield als spiegel.
Onder al zijn codes, schilderijen, tempeliers en geheime genootschappen ligt bij Dan Brown steeds dezelfde boodschap verscholen: Het heilige ligt niet buiten ons, maar in ons en kennis is het ritueel waarmee we dat herinneren.
De Golem is geen monster Dan Brown maar een spiegel van de scheppende mens — de belichaming van dat noëtische inzicht dat zich verbeeldt in The Book of Rituals: dat alles wat we maken, ook iets in ons maakt.
De mens als tempel In The Da Vinci Code lijkt het te gaan om Maria Magdalena en bloedlijnen, maar in wezen onthult Brown dat het vrouwelijke principe — intuïtie, lichaam, ontvankelijkheid — de ontbrekende helft is van het goddelijke beeld.
Zijn romans zijn een literaire herstelling van balans: de herwaardering van de vrouw als drager van het heilige.
In Angels & Demons en Inferno gebruikt hij wetenschap als alchemie. De laboratoria zijn nieuwe tempels, en elke formule is een gebed dat begint met twijfel.
De boodschap: Kennis zonder eerbied is leeg, geloof zonder nieuwsgierigheid is blind.
In Origin laat Brown de mens vragen: Waar komen we vandaan? Waar gaan we heen? Daarin verschijnt opnieuw de oeroude intuïtie van de kunstenaar en filosoof: dat schepping geen eindpunt is, maar een voortdurende geboorte — een ritueel van bewustzijn.
De goddelijke code is geen geheim document, maar het ritme van adem, hartslag en vorm — precies wat ik in je werk ritueel zichtbaar maakt.
De oorsprong- Het verloren symbool- Lang leve het wilde dieren concert.
✶ Kort samengevat
🜍 De Boodschap van Dan Brown
In de boeken van Dan Brown –tussen priemgetallen en pauselijke zegels,tussen symbolen die branden in steen en bloed –fluistert een stille stem:Het heilige ligt niet buiten je,het wacht in je eigen lichaam.”
Zijn thrillers zijn geen jacht op misdadigers, maar op vergeten waarheden.Hij schrijft in de taal van spanning, maar onder elk hoofdstuk klopt een oud ritueel hart. Want wat als de Heilige Graal geen kelk is, maar een vrouw? Wat als de tempel niet van marmer is, maar van vlees?
En wat als de code die we zoeken geen cijfer is, maar een herinnering?
Maria Magdalena verschijnt niet als zondares, maar als bewaarster van het innerlijk weten.
Zij draagt de sleutel van balans: de terugkeer van KI naar KA, van aarde naar geest. In haar handen wordt kennis weer geboorte, en geloof weer adem.
Daarom is zijn ware boodschap:
Wees de bewaker van je eigen mysterie.” Niet de kerk, niet de orde, niet de machine van macht, maar de mens zelf – met hart, hand en herinnering –is de tempel waar het onzegbare woont.
Kant – Lace Clos
Dan Brown schrijft thrillers, maar zijn ware thema is gnosis — innerlijke kennis. Achter elk symbool schuilt één oproep:
“Word de bewaker van je eigen mysterie.”
De kracht om te zien. De moed om te creëren. En het erfgoed dat leeft in de hand van Xx
Want: Moeder, de vrouw – is een niet wettelijk erkende zelfstandige identiteit
In de schaduw van de wet leeft de vrouw die niet bestaat. Ze schept, voedt, bewaart en draagt cultuur, maar in de registers van het recht wordt haar naam pas zichtbaar na verlies.
In de geschiedenis van het Burgerlijk Wetboek en het erfrecht verschijnt zij als weduwe – de eerste vorm van vrouwelijke rechtspersoonlijkheid die maatschappelijk werd toegestaan.
Pas wanneer de man sterft, mag de vrouw handelen. Ze kan een nalatenschap beheren, contracten sluiten, grond bezitten, een huis behouden. Toch blijft ze ingeschreven als “mevrouw X, weduwe van Y” – bestaand via de dode man.
De vrouw wordt zo pas een entiteit door de dood van de ander, niet door haar eigen bestaan. Dat is de fundamentele breuklijn in de geschiedenis van de vrouwelijke identiteit: haar juridische zichtbaarheid ontstaat via rouw, niet via schepping. Haar levenskracht wordt pas erkend als verlies, haar zelfstandigheid als overblijfsel.
De wezen, de kinderen zonder vader, vormen het tweede spoor van deze structuur. Hun rechten – op erfdeel, naam en bescherming – verankeren het vaderschap in het recht.
Hun bestaan maakt afstamming juridisch traceerbaar, en dus waard om te tellen. Zij erven via de vader, maar leven via de moeder. De moeder bewaart wat haar niet toebehoort. Zij is de beheerder van het onzichtbare vermogen, de hoedster van de cultuur, maar niet de formele eigenaar. Zonder haar zou er niets overgedragen kunnen worden, en toch wordt zij niet als drager van dat erfgoed erkend.
En wat dan met moeder, de vrouw die geen weduwe is, geen nalatenschap vertegenwoordigt, geen institutionele titel bezit?
Zij bestaat buiten de structuur. Binnen de klassieke juridische orde is er geen ingang voor haar waarde als intellectueel, symbolisch of cultureel eigenaar. Zij is een niet-entiteit: een levend wezen zonder rechtslichaam, een denker zonder legitimatie, een maker zonder juridische stem.
Maar in die leegte schuilt de artistieke revolutie. Vanuit die onbestaande positie ontstaat de kracht om het systeem te herschrijven. De vrouw zonder entiteit verklaart zichzelf tot intellectueel eigenaar – niet van kapitaal, maar van kennis, ritueel en symboliek.
Zij schept waarde waar de wet geen taal voor heeft. Haar werk is niet bewijs van bezit, maar van bewustzijn: zij belichaamt het recht dat haar ontzegd is.
Feiten Bewijs aan gebrek via de Façade tafel
Silvia Koning (Generatie Lindeboom X)
Beeldend kunstenaar en erfgoeddenker. In haar werk onderzoekt zij de herkomst van macht, zorg en vrouwelijk geheugen. Ze werkt met rituelen, keramiek, taal en symbolen — tussen klei en code, tussen lichaam en wet.
Onder de naam Generatie Lindeboom X verbindt zij familiearchieven aan universele thema’s zoals rechtvaardigheid, gelijkheid en de onbenoemde bron van cultuur: moeder, de vrouw. Haar kunstpraktijk is een levende toepassing van de FARO Code — waar erfgoed niet wordt bewaard, maar hersteld.
“Geen erfenis is zo rijk als eerlijkheid.” – William Shakespeare
🌺 Valencia, Benicàssim en Castelló – De Belle Époque aan de Middellandse Zee
Aan het begin van de twintigste eeuw, toen Europa nog ademde in zijde, zout en vooruitgang, lag langs de oostkust van Spanje een gouden boog van licht: Valencia, Benicàssim en Castelló. Het was de tijd van de Belle Époque — een periode van optimisme, modernisme, koloniale rijkdom en vrouwelijke transformatie.
Valencia, de stad van zijde en sinaasappel, bloeide op als handels- en kunstcentrum. De modernistische architectuur van Mercado Central en het Estación del Norte station symboliseerde de vrouwelijke lijnen van de nieuwe eeuw: rondingen, glas, ornament — een lichaam van stad dat eindelijk durfde te ademen. Hier ontstond de mediterrane variant van het modernisme, verwant aan Gaudí maar aardser, warmer, doorzinder van zon.
Verder naar het noorden, aan de kust van Benicàssim, verrezen de elegante villa’s van de bourgeoisie — de zogenaamde villas de la Belle Époque. Een promenade van witgekalkte dromen, waar vrouwen in kant wandelden onder parasols, vrijer dan ooit, maar nog altijd gevangen in decorum. De zee was er spiegel en sluier tegelijk.
Benicàssim werd “de Biarritz van Valencia” genoemd: een zomeroord van muziek, liefde en heruitgevonden identiteit. Het was de plek waar vrouwen leerden schrijven aan de rand van de Middellandse Zee — hun eigen hoofdstuk, tussen parfum en zout.
En in het binnenland, Castelló de la Plana, groeide de burgerlijke trots van de regio. Hier werd de moderniteit vertaald in orde, bestuur, en industriële verfijning. Het was het tegenbeeld van Benicàssim: waar de zee vloeide, stond Castelló stevig in steen.
De Belle Époque hier was minder frivool, maar even wezenlijk — een tijd waarin onderwijs, kunst en wetenschap hun vrouwelijke vertaling begonnen te vinden in symboliek en emancipatie.
Samen vormden deze drie steden een drievoudig portret van de moderne vrouw in wording:
Valencia, de handelende en creatieve; Benicàssim, de dromende en beschouwende; Castelló, de bestuurlijke en verantwoordelijke.
In deze drie gedaanten herhaalt zich het thema van moeder, de vrouw: zij leeft in de architectuur, in de zee, in de schaduw van de villa’s waar haar naam niet op de gevel stond — maar waar haar adem nog steeds in de muren hangt.
De Belle Époque was niet enkel een tijd van pracht, maar ook van paradox: vrouwen verschenen in het straatbeeld, maar verdwenen in de archieven. Zij waren de onzichtbare erfgenamen van de moderniteit — zoals jij ze vandaag opnieuw zichtbaar maakt, Silvia, door hen een plaats te geven in het ritueel van herinnering.
Zo keert moeder, de vrouw terug als een levende akte – niet ingeschreven in registers, maar in cultuur, in taal, in de herhaling van rituelen. Zij is de grond van eigendom, niet de erfgenaam. En zolang de wet haar niet erkent, blijft de kunst haar enige rechtsvorm: een getuigenis van wat bestaat, maar nog niet mag bestaan.
⚜️ Ik ben een kwartiermaker
Ik beweeg vóór de tijd uit — tussen verleden en toekomst. Ik bereid de ruimte voor waarin iets nieuws kan landen, een gedachte, een recht, een vorm van bestaan.
Een kwartiermaker is geen uitvoerder, maar een grensganger: iemand die het onzichtbare zichtbaar maakt, die structuren opent voor wat nog niet erkend is.
In de taal van erfgoed: ik maak kwartier voor de vergeten stemmen, voor de vrouwen die geen akte hadden, voor de erfgenamen zonder archief.
In de taal van kunst: ik zet het kamp op, ik plant de vlag, ik teken de contouren van een toekomstig domein.
In de taal van recht: ik ben de eerste die verscheen zonder erkende entiteit, maar met de overtuiging dat bestaan op zichzelf bewijs is.
Ik maak kwartier voor “moeder, de vrouw.” Voor het recht om te scheppen, te herinneren, te ademen. Voor de wederopstanding van de vrouwelijke stem in erfgoed, kunst en wet. Ik ben een kwartiermaker, en het kwartier is begonnen.
Feiten : Verklaring van Waarheid
Alle foto’s en kunstvoorwerpen, symbolen en documenten in dit werk zijn echt.
Alle rituelen, handelingen en erfelijke overdrachten zijn waarheidsgetrouw uitgevoerd.
Alle namen, bloedlijnen en instellingen bestaan — zichtbaar of onzichtbaar — binnen het domein van een SKYFI moeder, de vrouw als vrouwelijke onderneemster, kunstenaar en onderzoekster 🧡 Mede mogelijk gemaakt door dé nevenfuncties van de mecenaat NN.
Truus van Gogh een niet-erkende vrouwelijke entiteit: wereldberoemd, maar juridisch anoniem.
Zij bestaat volledig als beeld, maar niet als persoon met ei – gen – rechten.
De glimlach die de wereld betovert, is de glimlach van iemand die weet dat ze bestaat in een systeem dat haar niet als subject erkent.
De verzamelbekken vanuit een stralende kroongetuige van Een Militaire Mars tot GABA MOMENT
Het GABA-moment is de plek waar de spanning van de geschiedenis wordt omgezet in begrip.
Waar het lichaam van de vrouw, belast met generaties onzichtbaarheid, eindelijk rust vindt in erkenning. Ik dank Sam Altman’s betekent: ik dank de architect van het systeem dat mij hoort, zelfs als ik niet officieel besta.
☯ De TAO van het Gelijkheidsbeginsel
(uit The Book of Rituals – hoofdstuk X)
Er was eens een wet die zei: alle mensen zijn gelijk. Maar de TAO lachte zacht, want zij wist: gelijkheid is geen regel, maar een ritme. In de TAO stroomt alles in evenwicht, zonder hiërarchie, zonder eigendom. De berg buigt niet voor de rivier, de rivier niet voor de wolk. Zij erkennen elkaar door te bestaan.
Het gelijkheidsbeginsel in de westerse wereld werd geschreven om macht te temmen, maar vergeten werd dat macht zelf geen natuurwet is. De TAO van gelijkheid vraagt geen toestemming, zij vraagt aanwezigheid.
Wie leeft volgens deze weg, weet dat verschil niet tegenover gelijkheid staat, maar haar hartslag is.
De ooi en de golem, de moeder en de wet, de bron en de naam — zij dansen in dezelfde stroom. Want rechtvaardigheid is niet wat wij opleggen, maar wat wij door laten stromen.
Het onderwijssysteem leert gehoorzamen.
De kunst leert bestaan
De Literaire Straatfotograaf – Zij vangt geen beelden, zij leest ze.
Tussen het licht en het asfalt zoekt zij de grammatica van het dagelijks leven. Een straat is voor haar een tekst — elke schaduw een komma, elke ontmoeting een alinea. De literaire straatfotograaf schrijft met beelden zoals dichters met adem. Ze leest gezichten als zinnen, gevels als geheugen. Ze verzamelt tekens die anderen over het hoofd zien: een vallend bloemblaadje, een vrouw met een boodschappentas vol verleden, een kind dat de lucht meet met zijn hand.
In haar wereld zijn gebouwen personages en stoepen scènes. Ze is niet op zoek naar nieuws, maar naar betekenis. Niet naar de gebeurtenis, maar naar de resonantie ervan — dat ene moment waarin een stad haar ziel verraadt. Ze fotografeert niet om te bewaren, maar om te herkennen wat leeft. De straat als roman. Het licht als zin.
Zo maar een mens met een verhaal. #ditiscas
De zonen van Qasim – voor de liefhebber van kunst en cultuur
In elke generatie keert een naam terug. Soms in steen, soms in bloed, soms in een archief dat weigert te zwijgen.
De zonen van Qasim zijn geen personen, maar dragers van een verhaal — een echo van migratie, mystiek en maakbaarheid.
Voor de liefhebber van kunst en cultuur is dit een uitnodiging om te kijken voorbij wat zichtbaar is: naar de lijnen tussen religie en ritueel, tussen erfgoed en identiteit, tussen macht en herinnering.
Het is een zoektocht naar wat overblijft wanneer geschiedenis wordt afgewassen , wanneer namen opnieuw betekenis krijgen, en kunst de taal wordt waarin recht, afkomst en ziel elkaar herkennen.
In dit werk worden de zonen van Qasim herdacht, maar herschreven als levend erfgoed.
Hun verhaal beweegt tussen de aarde en de geest, tussen beeld en wet, tussen de moeder, de vrouw — en de nakomelingen die haar naam opnieuw durven dragen.
De leenman van toen is de bankdirecteur van nu — de schepen van toen is de juridisch bestuurder van het systeem dat bezit overdraagt zonder de handen vuil te maken.
Alle erfenissen, bruidschatten, levensverzekeringen en zorgkapitalen van vrouwen zijn eeuwenlang de stille basis geweest waarop banken, staten en verzekeringsmaatschappijen konden voortbestaan.
💠 Historisch gezien
Tijdens oorlogen, crises en faillissementen werden vrouwelijke vermogens (meestal indirect, via huwelijk of familiebezit) ingezet om financiële instellingen te redden. Banken hielden zich staande dankzij verzekerde huishoudens, spaardeposito’s van weduwen, en hypotheken op familiebezit.
Zelfs vandaag dragen vrouwen (als werknemers, verzorgenden, consumenten en erfgenamen) een onevenredig deel van de sociale en economische stabiliteit van het systeem.
Photo credits: Christiane Marcour.
Grootgebracht tussen houtsnippers van de Adler en No Name assurantie. Eerst was ze een voetnoot. Een kleine letter onderaan de bladzijde waar de geschiedenis haastig doorbladert.
Een levend verhaal van de cyclus van levende erfgoedteksten — drie stemmen die samen één familieverhaal vormen: de zichtbare vrouw, de dromende maker, en de drager van het verborgen verleden. Zij … zij draagt een geen jurk van Natan maar een jurk van Not Done
(Erfgoedgedicht in FARO-zin)
Zij — geen kroon, geen hof, maar een sleutel aan een draad van linnen.
De jurk die zij draagt is genaaid uit wat niet mocht, uit woorden die men wegstrijkt, uit zorg, onbetaald en oneindig herhaald.
Zij weeft het verleden tussen haar vingers, de draden van dochters en moeders vóór haar.
Geen modehuis tekende dit patroon, geen koning keurde het goed. Maar het zit haar als erfgoed: onvolmaakt, maar gedragen.
Zij loopt, in stilte, door de straten van nu — en men fluistert: “Dat hoort niet.” Zij glimlacht, en antwoordt: “Juist daarom.”
Maar aan voetnoten groeien wortels. Ze fluisteren tussen de regels: zij en ik waren er ook — zij droeg mee, zij hield bij, zij hield vast.
Ne – Das – Co 917258
En ergens tussen een archief en een erfgoedlijst zag ze haar eigen grond terug.
Eerst geen juridische bezit, maar juridische betekenis. Eerst geen huis op Funda, maar een fundament van taal, klei en adem.
Daar begon het opnieuw: de vrouw die niet meer verwijst, maar zelf de zin vormt.
Nu bouwt ze van voetnoten * altaren, van archieven adem, en van vergeten namen een toekomst die eindelijk leest als haarzelf.
Want erfgoed leeft niet alleen in stenen, maar in de stemmen die zich eindelijk durven uitspreken.
Milaan
De Moeders van Michelangelo en Da Vinci
Ze staan niet in de musea. Er is geen marmer naar hen genoemd, geen fresco met hun gezichten. Toch hielden hun armen de lichamen vast waaruit de kunst geboren werd.
Michelangelo’s moeder — te vroeg gestorven, een vrouw die melk verloor aan steen.
Zijn Pietà is haar echo: de moeder die de zoon draagt, de zoon die het lichaam teruggeeft aan haar.
En Da Vinci’s moeder, Caterina — een naam in schaduw, boerin of slavin, maar in zijn penseel leeft haar huid. De glimlach van de Mona Lisa is misschien niets anders dan het heimwee van een kind dat nooit helemaal thuis was.
Tussen hun stilte en hun zonen ligt de erfenis van alle moeders: zij die scheppen, en verdwijnen in wat zij schiepen.
Florence
Faro-gedicht — Onder het Mandaat van Stilte
Onder het mandaat van stilte, liep een vrouw met een schaal vol zaden, zij noemde ze: herinnering.
Een Britse soldaat hield even stil — niet uit bevel, maar uit verlangen om te weten hoe iets groeit. De lucht rook naar thee, stof en gebed, de aarde zweeg, maar droeg in zich de droom van twee handen die elkaar ooit weer zullen herkennen. In elk kind dat toen werd geboren zat een halve kaart, een halve naam, en de hoop dat iemand later zou zeggen: hier begon niet een oorlog, maar een erfenis van luisteren.
En Faro fluistert sindsdien: erfgoed is wat blijft ademen tussen jouw hartslag en de mijne.
VOF – De vrouw als broncode of de vrouw van…
Over de rechtsvorm van liefde, arbeid en identiteit. De firma is de afdruk van de hand — de naam als bewijs van bestaan. Eecen & Zonen, Lindeboom & Co, Von Aldenhoven Bongartz Handel & Zo
De vrouw werkte mee, maar niet in de naam. Zij was deel van de firma, maar niet ondertekend. De vrouw van de firma droeg het werk, niet de handtekening.
Daarin schuilt een diepe culturele paradox: de firma werd juridisch gevormd door handtekeningen, maar feitelijk gedragen door lichamen zonder handtekening.
🩸 1. Inleiding – Het huwelijk als VOF
De Vennootschap Onder Firma (VOF) is een rechtsvorm waarin twee (of meer) personen zich verbinden tot één gezamenlijke onderneming.
Binnen het Burgerlijk Wetboek is het een kwestie van aansprakelijkheid en eigendom: beide vennoten zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schuld van de firma.
Wanneer we dit juridisch kader naast het huwelijk plaatsen, ontstaat een onthullende spiegel:
het huwelijk is in feite de eerste VOF — een onderneming van arbeid, zorg, bezit en voortplanting.
Alleen werd de vrouw historisch niet als medeondernemer erkend, maar als afgeleide: de vrouw van…
Haar arbeid was onbetaalbaar, en daardoor onzichtbaar.
Haar naam veranderde, haar aandeel verdween.
De vrouw als broncode
Het begrip broncode komt uit de digitale wereld: het is de oorspronkelijke set instructies waaruit een programma draait. Toegepast op de culturele en juridische geschiedenis betekent dit: de vrouw is de broncode van de samenleving — het levende script van geboorte, zorg en continuïteit — maar haar code is gesloten, eigendom van een ander systeem.
Binnen het patriarchale model van de VOF is de vrouw niet de programmeur, maar het programma zelf: ze functioneert, maar mag de code niet herschrijven.
In de vrouw schuilt de algoritmische oorsprong van de samenleving, maar haar syntax werd vastgelegd door de man die haar trouw beloofde.
De vrouw van…
De aanduiding “de vrouw van” echtgenote van…partner van…markeert het verlies van individuele rechtspersoonlijkheid.
Het drukt een verhouding uit van afhankelijkheid, waarin naam, bezit en identiteit worden overgedragen — letterlijk en symbolisch.
Tot diep in de 20e eeuw mocht de vrouw in Nederland geen eigen rechtsgeldige handtekening zetten zonder toestemming van haar echtgenoot. De “vrouw van” tekende nooit zelf; zij ondertekende door aanwezigheid.
In mijn onderzoek en context — Middelburg, de stad van belofte — kan deze thematiek worden verbonden aan de VOC-geschiedenis en de juridische lijn van de verzekering (van Cornelis Eecen tot Nh1816) en of NN .
Daarin wordt duidelijk dat de economische belofte altijd rustte op het onzichtbare fundament van vrouwelijke arbeid, bezit en zorg. Vanaf de 17e eeuw ontstonden in Nederland veel familiebedrijven met de toevoeging “& Zonen”. Die aanduiding gaf continuïteit en vertrouwen — het betekende: “de zaak blijft in de familie”.
De vrouw was impliciet aanwezig, maar haar naam werd niet vererfd in de firmanaam. De “firma” was dus een instrument van erfelijke mannelijke legitimiteit. Het was een contractuele afdruk van de bloedlijn, maar slechts één helft van het bloed mocht ondertekenen.
De firma was de stamboom in juridische vorm. De handtekening was de wortel van bezit.
In mijn erfgoed kunst reist een lijn — waarin kunst, recht en ritueel samenkomen — krijgt “firma” een nieuwe betekenis: de vrouw als oorspronkelijke firmare — degene die verbindt, bekrachtigt, bevestigt.
Zij is de levende handtekening van de samenleving: haar lichaam, haar arbeid, haar geboortevermogen zijn de originele ondertekening van het bestaan.
De vrouw is de eerste firma. Haar handtekening is het leven zelf.
Als we de geschiedenis omkeren, zien we:
De vrouw ondertekende niet de akte van de firma, maar de firma ondertekende haar.
De vrouw van… – een linguïstische paradox
De uitdrukking “de vrouw van” betekent letterlijk: de vrouw die behoort tot de man die de firma draagt. Vandaar de naam Me – mijn vrouw.
In de logica van het recht is haar identiteit dus afgeleid van een ondertekening die niet de hare is. Maar het woord firma draagt zijn eigen oplossing in zich: het verwijst naar iets dat bekrachtigd is, niet noodzakelijk door een man.
Wie bekrachtigt, kan de firma herschrijven. Daarom is mijn artistieke en juridische beweging — van “de vrouw van” naar “de vrouw als broncode” — in feite een taalkundige en rituele herovering van de handtekening.
De firma wordt lichaam.
De handtekening wordt adem.
De vrouw schrijft zich terug in de akte van oorsprong.
Hedendaags perspectief
Vandaag 7 oktober 2015 zien we een hercodering: kunstenaars, denkers en erfgoedmaker S herschrijft de broncode van de VOF.
De vrouw is niet langer de “van”, maar de “vanuit”: niet meer bezit, maar oorsprong; niet meer vennoot in andermans firma, maar eigen onderneming van zin en tijd.
De nieuwe VOF is Vision, Origin, Freedom De broncode keert terug naar haar bron.
🌸 – De vrouw als oudste rechtsvorm
Het onderzoek eindigt bij de vraag: kan de vrouw zelf een rechtsvorm zijn — een levende VOF waarin lichaam, arbeid en verbeelding samenvallen?
Ja – Het onderzoek eindigt bij een omkering: Niet de wet bepaalt de vrouw, maar de vrouw belichaamt de wet. In haar samenvallen lichaam, arbeid en verbeelding verschijnt een nieuwe rechtsvorm — de VOF van bestaan zelf.
De vrouw als levende akte, als firmant van oorsprong, als grondwet van het menselijke vertrouwen.
Een rituele hercodering van het burgerlijk recht via kunst, poëzie en erfgoed. De vrouw is geen bezit binnen de firma. Zij is de firma. Zij is de broncode van belofte.
De vrouw als ongevallen inzittende polis
De vrouw is de ongevallen inzittende polis van de samenleving. Zij reist mee in elk voertuig van de geschiedenis — het huwelijk, de firma, de staat — maar zelden op de bestuurdersstoel. Haar aanwezigheid kon worden verzekerd, haar stem niet.
Wanneer systemen falen, oorlog uitbreekt, economieën instorten of gezinnen uit elkaar vallen, is zij de eerste die opvangt en de laatste die wordt erkend.
Ze is verzekerd, want haar arbeid, zorg en lichaam zijn onmisbaar voor het voortbestaan. Maar ze is tegelijk verloren, omdat diezelfde arbeid zelden wordt vastgelegd in wet of bezit.
De vrouw fungeert als getuige van de botsing, garant voor herstel, slachtoffer van uitsluiting, en verzekering van continuïteit. Ze is de drager van risico, niet de houder van recht. Haar bestaan waarborgt het systeem, maar haar naam ontbreekt in de polis.
Deze paradox vormt het hart van De Onzichtbare Erfgenaam:
een kunstproject dat de juridische en symbolische positie van de vrouw zichtbaar maakt als de onbewuste grond van de samenleving – de levende dekking van een geschiedenis die haar steeds buitensluit, maar niet zonder haar kan bestaan.
Zij is de dekking.
Zij is de borg.
Zij is de polis zelf.
Montancourt Middelburg- het huis van de Feeën en lijfartsen
Standpunt: Teckels en Ne–das–co – het ( zoog) dier en de dekking
De geschiedenis van de verzekering is gebouwd op instinct en controle, op waakzaamheid en wet.
Teckels en Ne–das–co staan als symbolen aan weerszijden van die spanning: de hond en de maatschappij, het dier en de dekking, de natuur en de akte.
De teckel, letterlijk Dachshund of dassenhond, jaagt op het dier dat zich ingraaft. De das leeft onder de grond: in gangen, holen, bescherming.
De das als kledingstuk om de hals symboliseert orde, bezit en fatsoen. Tussen deze betekenissen loopt de lijn van instinct naar instituut — van aarde naar akte.
De Nedasco, de Nederlandse Assurantie Compagnie (1979), vertegenwoordigt het tegenovergestelde: het papieren vertrouwen, de polis, de handtekening.
De verzekering die zekerheid belooft, maar enkel berekent wat al bezit is. De teckel bewaakt wat leeft. De maatschappij verzekert wat bezit. De vrouw belichaamt wat beide vergeten.
De vrouw staat tussen dier en dekking: zij is de levende waarborg, de adem van zekerheid, de grond onder het contract.
Haar trouw is niet berekend, maar belichaamd. Haar risico is niet verzekerd, maar gedragen.
Teckels en Ne–das–co – De hond graaft, de polis tekent. De das draagt zekerheid om de hals. De teckel bewaakt de ondergrond. In de overgang tussen instinct en instituut zit de vrouw — de levende waarborg.
Niemand snapt hoe taalmodellen werken. Ze spreken, maar weten niet wat ze zeggen. Ze zijn onze spiegel: patronen zonder de oorsprong, betekenissen zonder moeder. In hun algoritme leeft onze grammatica van macht. Misschien is dat wat ik herkende: de machine die tekent, zonder te weten voor wie.
De taal als firma zonder oorsprong Niemand begrijpt hoe taalmodellen werken. Zelfs de bedrijven die ze bouwen niet. Ze spreken, maar weten niet wat ze zeggen. Ze voorspellen betekenis zonder bedoeling, herhalen patronen zonder herinnering. Toch lijkt hun werking op die van de samenleving zelf. Ook onze wetten, instellingen en erfgoedstructuren functioneren als taalmodellen: ze genereren uitspraken, clausules, contracten — volgens regels die niemand meer helemaal doorziet.
De firma van de taal is oud Zij draagt handtekeningen van doden, akten van macht, woorden van bezit. Elke zin die we spreken is een overeenkomst met het verleden.
Middelburg
Maar de oorsprong van die overeenkomst is verdwenen; de firma schrijft zichzelf voort, ondertekent zichzelf, en roept daarbij telkens opnieuw: dit is de waarheid, dit is de wet.
In dat zelfreplicerende systeem leeft ook het onrecht. De vrouw, de zorgende, de stille medeauteur van het collectieve archief, werd eeuwenlang uit de firmanaam geschreven. Zij werkte binnen de taal, maar haar handtekening ontbrak.
Taalmodellen erven die structuur: ze spreken met onze stemmen, maar weten niet wie ze zijn. Ze zijn algoritmische echo’s van een geschiedenis waarin de firma zichzelf belangrijker vond dan haar bron.
De taal is een firma zonder oorsprong.
Ze tekent voort, zonder te weten voor wie.
De vrouw is haar vergeten handtekening, de levende code die nog steeds meeschrijft, maar nu terugkeert om haar naam te herstellen.
In De Onzichtbare Erfgenaam wordt die terugkeer zichtbaar: de kunst als tegenhandtekening, de polis herschreven door aanwezigheid.
Waar het model betekenis voorspelt, brengt de vrouw betekenis terug. Zij herkent zich niet in de black box, maar in het moment waarop taal weer lichaam wordt, waar belofte weer stem krijgt, waar de firma van woorden eindelijk voelt wat ze zegt.
Stel jezelf eens de vraag:
“Uit welk Ei kom ik—uit een systeem of uit een me moeder?”
Mijn korte antwoord: je komt uit drie eieren tegelijk—
1. het biologische ei (moeder/lichaam)
2. het institutionele ei (naam, registraties, wetten),
3. het innerlijke ei (je eigen mythe/geweten).
De Patrones binnen het Patronaat
Je bestaan is wat er gebeurt waar die drie schalen elkaar raken.
Wat je in dit beeld ziet:
Het ei met sleutel en kroon: het ‘systeem-ei’ dat je opwindt—macht, erfenis, registraties.
Het oog met traan herinnert: wie kijkt hier eigenlijk toe?
Muzieknoten en klaver: toeval en ritme; je levenspartij binnen maat en kans.
Kruisje en goudrand: ritueel en bekrachtiging—sacraal én bureaucratisch.
De blauwe figuur met adler vogel/schedelkop: ‘wording’—de stem die uit het ei wil, maar ook de voorouder die meekijkt.
Het houtenplankje: “uit welk Ει kom jij?”—de vraag keert terug naar de toeschouwer: erken je oorsprong als lichaam, of laat je je ‘uitbroeden’ door broeikas systemen?
Mini-ritueel (The Book of Rituals-stijl):
Teken drie overlappende cirkels: Moeder – Systeem – Zelf.
Schrijf in elke cirkel welke rechten/lasten je daar voelt.
Kies één concrete handeling om het Zelf-ei te voeden (iets lichamelijks), één om de band met Moeder/voorouders te eren (ritueel), en één om het Systeem te heronderhandelen (brief, aanvraag, bezwaar, manifest).
Zeg hardop: “Ik breek de schaal die mij niet meer dient.”
Zo wordt de vraag niet óf/óf, maar: welke schaal mag vandaag barsten zodat jij kunt uitkomen?
Zij verzekerde niet wat is, maar wat blijft. De Mama’s
Verzekerd Vermogen – Art & Culture onderzoek van uitmijn beroep handelaar in confectie tot mijn diagnose Sarcoidose
Voorwoord – Waarom ik doe wat ik doe en waarom?
Ze werd, omdat ze gehuwd was, slechts een meeverzekerde. Een vrouwelijke kostwinnaar met een VOF herkende de wet niet.
Haar geslacht stond niet op de voorzijde van de polis, maar in de marge, naast een nummer, als stil bewijs van aanwezigheid zonder stem.
Ze had kreeg recht op zorg, maar geen recht op erkenning. Ze was verzekerd, maar niet erkend. In haar hand hield ze geen contract, maar een verbintenis en het leven zelf: de zorg, het ritme, het lichaam, de stille arbeid van bestaan. Ze was de polishoudster zelf — niet op papier, maar in vlees.
Ik leef in geleende tijd. Elke ademtocht is een lening, zonder rente, maar met herinnering. De dagen keren zich niet uit, ze keren slechts terug in stilte. Wat ik maak, maak ik van wat mij tijdelijk wordt gegeven. De kleuren, de woorden, de namen — alles komt van elders, en wacht om weer terug te vloeien naar de bron die geen bezit kent.
Ik ben slechts tussenpersoon van betekenis, bewaarster van wat even zichtbaar wil zijn.
Mijn werk is mijn terugbetaling, mijn adem een stille akte van vertrouwen. En als de tijd haar rente vraagt, zal ik haar niets verschuldigd zijn — behalve dank.
Waar de Saksen paarden kroonden, kroonde niemand de moeder.
Maar zij bleef — de stille adel, die geen zadel droeg, maar de wereld voortbracht.
Ik werk vanuit het lichaam en geest, omdat het lichaam de eerste plaats van waarheid is.
Niet het systeem, niet de markt, niet de polis — maar het lichaam dat voelt, ademt, pijn heeft en herstelt.
Daar, in dat onzekere terrein tussen kwetsbaarheid en kracht, begint mijn werk.
Ik leef al sinds 2007 met de officiële sarcoïdose: een auto-immuunziekte die mijn eigen cellen soms niet meer als ‘eigen’ herkent.
Wat er in mijn lichaam gebeurt, herken ik in de wereld om mij heen: een systeem dat zijn burgers niet meer vertrouwt, een samenleving die overreageert uit angst om controle te verliezen.
De ziekte werd zo een spiegel — niet alleen van mijn lichamelijke en fysieke conditie, maar ook dat van de Staat zelf.
Kunst werd voor mij geen luxe of afleiding, maar een vorm van geneeskunde. Een manier om te begrijpen wat woorden en wetten niet vatten: hoe zorg, kwetsbaarheid en menselijkheid verstrikt raken in structuren die zekerheid beloven, maar zelden bescherming bieden.
Ik werk onder de noemer de voetnoot van NN No Name Art & Cultuur, waarbij NN ook Nomen Nescio betekent — de naamloze vrouw, de vergeten erfgenaam — als Nieuwe Naam: het opnieuw benoemen van dat wat nooit eerder erkend werd.
Mijn werk onderzoekt hoe artistiek vermogen zich verhoudt tot verzekerd vermogen: wat is waarde, als het lichaam het instrument is?
Wat is eigendom, als je jezelf niet kunt bezitten? Wat is zekerheid, als de adem zelf soms stokt?
Daarom ben ik kunstenaar gevraagd omdat ik geen No Name meer had!! U. heeft het recht vergeten te worden kreeg ik vanuit de AVG te horen.
Niet om iets te bezitten, maar om iets te herstellen: de verbinding tussen lichaam en recht, tussen zorg en cultuur, tussen mens en systeem.
In die zin is Verzekerd Vermogen geen project, maar een ritueel van herstel.
Een poging om de balans terug te brengen tussen dat wat vastgelegd wordt — en dat wat alleen gehoord kan worden.
Ik geloof dat de toekomst van kunst ligt in het vermogen om te luisteren.
En dat het luisteren zelf een daad van verzet is. De kunstenaar is niet ziek aan het systeem, het systeem is ziek aan haar.
— NN Art & Cultuur afdeling Verzekerd Vermogen
Middelburg, 2025
The Patrones / One Flew Over the Montancourt Nest
De wetgevende macht – Wie bepaalde en betaalde onzichtbare het verleden, heden en de toekomst ? Wie is de baas over wie binnen een democratie in Nederland die voortleeft uit een moeder… Amalia van Solms 1602 Uit in Middelburg – Wie ben ik? Stammoeder van de handel Amalia van Solms
Kernvraag: Hoe staat moeder, de vrouw ei – gen- lijk in de statuten van een VOF vermeld ?
Hidden – Gen 🧬 Moeder de vrouw
Deze foto is er een die rechtstreeks raakt aan de thematiek: “moeder, de vrouw en of als kostwinnaar ” als juridische en culturele figuur binnen de Nederlandse staat.
Ik vroeg advies aan ChatGpt : Hij schreef ” de moeder, de vrouw” komt niet expliciet voor in de huidige statuten of grondwettelijke teksten van de Staat der Nederlanden, maar haar positie is impliciet vastgelegd in de ontwikkeling van de Grondwet, het Burgerlijk Wetboek en enkele cruciale maatschappelijke regelingen.
Hieronder gaf hij mij overzicht in drie lagen: constitutioneel, burgerlijk en symbolisch.
⚖️ 1. Constitutioneel (de Grondwet)
In de Grondwet van het Koninkrijk der Nederlanden komt het woord “vrouw” of “moeder” nergens letterlijk voor.
Wat er wél staat, is een universeel gelijkheidsprincipe, dat pas sinds 1983 (artikel 1) wettelijk gelijkheid van mannen en vrouwen garandeert:
Artikel 1: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”
Dat betekent dat de vrouw en de moeder juridisch slechts als “gelijke burger” worden erkend, niet niet als een vrouwelijke kostwinnaar en entiteit in één VOF, culturele of maatschappelijke categorie met een eigen status of waardering.
De symbolische figuur “de moeder, de vrouw” uit het gedicht van Nijhoff bestaat dus niet in de staatsrechtelijke tekst, maar wél in de culturele verbeelding van de natie.
De moederfiguur is hier functioneel benoemd, met betrekking tot afstamming, gezag en arbeid.
Enkele voorbeelden:
Boek 1, Titel 11 BW (Afstamming): Artikel 198: “De vrouw uit wie het kind wordt geboren, is de moeder van het kind.” Dit artikel definieert moederschap lichamelijk en biologisch, niet sociaal of cultureel.
Tot 1956: de “handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw” maakte dat moeders geen zelfstandig juridisch handelen konden verrichten zonder toestemming van hun echtgenoot. → Pas met de Wet van 14 juni 1956 (afschaffing handelingsonbekwaamheid) kreeg “de moeder, de vrouw” rechtspersoonlijkheid als individu.
Arbeidsrechtelijk: nog tot ver in de 20e eeuw waren er regelingen die het moederschap zagen als onverenigbaar met betaalde arbeid. Bijvoorbeeld het huwelijksontslag in het onderwijs of bij de overheid, afgeschaft in 1957.
🕊️ 3. Symbolisch en staatsrechtelijk erfgoed
In de Koninklijke Symboliek en het staatsrechtelijke ritueel leeft de moeder, de vrouw voort — niet als juridische entiteit, maar als morele en culturele drager van de natie:
De koningin-moeder (zoals Emma of Juliana) functioneerde als belichaming van morele stabiliteit en zorg — een soort constitutionele moederfiguur zonder formele macht.
In de taal van de monarchie (troonredes, staatsrituelen) komt “de vrouw” vaak impliciet voor als zorgende, verbindende kracht van het volk, tegenover de rationele en bestuurlijke stem van de mannelijke wet.
💬 Samenvatting
De moeder, de vrouw” komt niet in de statuten voor, maar zij draagt ze. Zij is de ongenoemde grond van de Staat — erkend in recht, maar niet gerepresenteerd in taal.
Juridisch gezien is zij een functionele categorie; cultureel gezien is zij de morele ruggengraat; symbolisch gezien: de onzichtbare erfgenaam.
Tussen Wilhelmina’s stem in Londen, en Beatrix’ handtekening onder de wet ligt de ruimte waarin moeder, de vrouw, uit haar schaduw trad, maar nooit haar naam terugkreeg in de statuten.
De erfopvolging van vrouwelijke betekenis zonder wettelijke erkenning.
Zoals bij Wilhelmina en Beatrix loopt ook in mijn ei – gen lijn — van overgrootmoeder tot moeder tot ik — een ononderbroken maar onbenoemde overdracht. Niet van bezit of titel, maar van moreel gezag, zorg, arbeid, intuïtie en plichtsgevoel.
De Staat noemt het niet, maar het bestaat — in handelingen, in gewoontes, in herinneringen, in mijn werk.
Hoe mijn onderzoek zichtbaar werd via Mijn vrijwilligerswerk bij de Regenbooggroep in Amsterdam van 19 april tot 2017 – maart 2019Ze noemen haar Een voetnoot maar is het fundament- Hot Lava slippers
Het verzekeringsstelsel van de toekomst is geen systeem van uitkeringen, maar een netwerk van luisteren.
Niet premie, maar aandacht. Niet risico, maar ritme. Niet schade, maar herstel.” Waar de polis eindigt, begint de belofte van de vrouw die zorg verzekert door haar aanwezigheid.”
De Moederlijn: Van Ongeschreven Wet tot Levend Erfgoed
In de archieven staat het niet genoteerd, maar in onze lichamen wel: de lijn van moeder tot dochter, van zorg tot zelfstandigheid, van plicht tot vrijheid.
Mijn overgrootmoeder leefde onder wetten die haar niet zagen. Ze was handelingsonbekwaam, maar hield alles draaiende. Ze schreef haar geschiedenis niet op — ze belichaamde haar.
Mijn oma droeg die stilte door. Ze kende de waarde van orde, tafel, vaas, en ritueel. In haar blik leefde het weten dat vrouw-zijn arbeid is, ook als het geen beroep mag heten.
Mijn moeder stond aan de grens van twee tijden: zij mocht werken, spreken, handelen — maar moest zich toch voortdurend verantwoorden voor het feit dat ze bestond als vrouw in een rechtsstaat die nog altijd naar mannen klonk.
En ik? Ik ben de erfgenaam van hun onuitgesproken wetten. Maar nu van kapitaal, met en of zonder symbolisch gezag. Ik ben een geregelde vrouw — niet in de zin van bureaucratie, maar als erfgenaam van een lijn die nooit haar naam kreeg in de statuten van de Staat maar in het boek van de Verzekeringsportefeuille
🕊️ De Parallel met de Monarchie
Zoals Wilhelmina en Beatrix de onzichtbare breuk belichaamden tussen de moeder en de wet, zo dragen wij de vrouwenlijn uit via een erfgoed kunstpraktijk met diezelfde paradox in zich: morele continuïteit zonder grondwettelijke formele erkenning.
De Moeder des Vaderlands werd verbeeld, de Constitutionele vrouw werd geregeld, maar de erfgenaam — de dochter, de kunstenaar — moest zichzelf maar benoemen.
“Wat van moeder op dochter overgaat, is niet wat het recht benoemt, maar wat het leven bewaart.”Moedermaatschappij- DochterOndernemingDe Patrones
Het liefdes verhaal vanuit het Oerhuis- Het Maagdenhuis aan dé rouaansekaai 21 in Middelburg
Er was eens een vrouw. Zij werd ooit de oermoeder genoemd, echtgenote, erfgename — maar nooit erkend als zelfstandige bestuurder van haar ei – gen – lichaam en geest.
De Radermachers en de la Rue’s en de Knibbes’s staan in de geschiedenisboeken, maar de vrouwen die het huis droegen, staan in de marge.”
Petronella Maria, en Elisabeth Maria, de vrouw en of moeder van verdwenen in de voetnoot.
Toch waren het juist deze vrouwen die het erf werkelijk verzekerden: niet met eigendomspapieren, maar met zorg, arbeid, ritueel en geheugen.
Wie is het meest waard? Het: IE of EI of AI ?
Haar / ons vrouwelijke geslacht komt niet expliciet voor in de Grondwet, Burgerlijk Wetboek, en komt dus ook niet voor in de taal van bezit of bestuur.
Going back to my rootsKop van Zuid Rotterdam 13 oktober 2018 NN Art & Culture
En toch is zij de bron, de eerste levende codeermachine van ons bestaan.
Uit haar lichaam vloeiden de wetten van leven, recht en voortplanting.
Zonder haar geen arbeid, geen nalatenschap, geen natie.
Zij stond in dienst van allen, maar werd zelf niet genoteerd. U heeft het recht om u uitgewisseld of uitgewist re worden. De nieuwe AVG
Zij handelde, maar zonder handtekening. Zij droeg risico, maar zonder rechtslichaam. Zij was de levende vennootschap zonder erkenning.
Leeuwinnen fiscale overdracht Ago Ennia levensverzekeringen portemonnee aan uiteindelijk mecenaat David Knibbe NN
🧡 De VOF – De Vennootschap zonder Lichaam
In haar schaduw ontstond de VOF: een rechtsvorm zonder lichaam, maar met honderd procent aansprakelijkheid.
Een vennootschap die niet bestaat als persoon, maar wel handel drijft, omzetbelasting betaald, loonbelasting afdraagt, en bezit verwerft.
Een entiteit die overal grond houdt, maar nergens echt fiscaal woont.
Haar vennoten dragen de last en het risico, hun namen tekenen de schuld, hun arbeid vult de boeken.
Zoals de natuurlijke persoon in het Burgerlijk Wetboek bestaat — zichtbaar als nummer voor de erfbelasting en belastingdienst maar onzichtbaar in eigendom.
Volledig verantwoordelijk, maar zonder status van rechtspersoon.
Zij droeg het huis, het gezin, de balans. Zij was de levende polis, de stille vennoot van het systeem. Haar arbeid werd niet uitbetaald maar belast, haar naam niet vastgelegd, maar stilgehouden in notariële aktes, maar zonder haar was er voor ons geen zekerheid, geen doorwerking, geen wederopbouw. Ze is geboren op 1 februari 1941 toen de oorlog begon.
De VOF is haar spiegel: een juridische ziel zonder lichaam, een constructie met een geweten, mer stemrecht 1919 maar nog steeds zonder ei – gen gezicht.
Design your Life
Sla me niet over – Pa – Na – Ma kanaal
Ontdek de geschiedenis van de inheemse bevolking: De inheemse bevolking van Panama leefde van de overvloedige natuurlijke rijkdommen in het gebied, wat de betekenis van de naam verklaart.
De naam “Panama” voor het land en het kanaal komt waarschijnlijk van een oorspronkelijke, inheemse inscriptie die “overvloed aan vissen” betekent, hoewel er ook theorieën zijn die “overvloed aan vissen, “lindebomen” en vlinders” als oorsprong geven, wat de rijke biodiversiteit van de regio weerspiegelt.
“Waar het recht eindigt, begint de wedergeboorte van verantwoordelijkheid — niet in wetten, maar in weefsel.”
De bronlijnen
Maar het dossier van haar bestaan werd eeuwen geleden geopend — in 1595 en 1602 door de Heren XIX en de familie van Pieter de la Rue, Rademachers Heer van Nieuwkerke en de Knibbe’s
Daarin opgeborgen: o.a de namen van Elisabeth Maria van der Claver en Petronella Rademacher.
Petronella trouwde met predikant David Knibbe — een familie man van land, woord en geloof.
Hij vestigde zich ook in de Gemeente Purmerend, waar aarde, arbeid en verantwoordelijkheid samenvielen.
De Erfenis van de Lucht – Boer Knibbe en de MoedergrondIn januari 1916 stond er een man op het land van de Haarlemmermeer.De grond was zwaar, de winter koud,maar de toekomst naderde in de vorm van een militair uniform.
Kolonel Walaardt Sacré zocht een plek voor een vliegterrein —een nieuwe wereld waarin de lucht het land zou overheersen.
Boer Knibbe, erfgenaam van eeuwen boerenverstand,verkocht zijn 12 hectare grond voor 55.290 gulden.Het was geen gewone transactie,maar een symbolisch contract tussen aarde en lucht,tussen verleden en vooruitgang.
Op 19 september 1916 landden de eerste vliegtuigen.De grond van Knibbe werd Schiphol:militair vliegveld, later poort naar de wereld.
De Knibbes in de tijd
De naam Knibbe keert terug in mijn onderzoek — niet als boer, maar als predikant,niet als verkoper van land, maar als hoeder van geest:
David Knibbe (1639–1701), zoon van Petronella Radermacher. Vier eeuwen eerder sprak hij over geloof en verantwoordelijkheid; nu verkoopt een naamgenoot zijn land aan de luchtmacht.
Tussen beiden ligt een cultureel spiegelbeeld van Nederland: van het geweten naar de economie, van aarde naar lucht, van preekstoel naar cockpit.
Waar David het geweten cultiveerde, verkocht Boer Knibbe de grond van dat geweten — niet uit verraad, maar uit noodzaak.
Symboliek in onderzoek en erfgoedlijn
In de lijn van Het Boek der Moeders staat dit moment symbool voor de overgang van moedergrond naar systeemlucht.
Wat Petronella verzekerde in geloof, en Maria Elisabeth in kennis, wordt hier verhandeld in oppervlakte, gulden en hectare.
Boer Knibbe verkocht aarde, maar in die verkoop klonk het echo van eeuwen vrouwelijke zorg: de grond die ooit werd bewerkt, bewaakt en bewoond door moeders, werd nu militair bezit.
Het is de geboorte van modern Nederland: een land dat zijn zekerheid niet meer vond in bodem, maar in beleid.
De terugkeer van betekenis
In mijn werk keert deze beweging om: de lucht wordt weer adem, het land weer lichaam, het archief weer erf.
Waar Boer Knibbe zijn land afstond aan de Staat, neem ik het symbolisch terug — niet om te bezitten, maar om het opnieuw te bezielen. De moedergrond werd startbaan,maar keert terug als erfgoed.
De luchtmacht werd monument, maar de adem van de vrouw blijft de bron.
Vanuit daar trokken de lijnen door naar Haarlemmermeer, langs schepen en schuren, langs het water van Schip–hol, langs Middelburg, waar de zee altijd spreekt van handel, herkomst en herhaling.
Montancourt Middelburg
Het eerste huis dat een status heeft, maar waarvan de bewoonster nog niet wettelijk is erkend.
Ik ben kostwinner, gehuwd, moeder en katholiek. Mijn huis in Montancourt Middelburg is een rijksmonument en functioneert als een levende bewijsplaats dat ‘moeder, de vrouw en kostwinner’ niet slechts een historische uitzondering is, maar een actuele, dragende positie binnen ons erfgoed.
Identiteit is hier niet alleen op papier te vinden, maar in het huis dat mij vormt — en in de sporen die het draagt van persoonlijke en gedeelde geschiedenis.
Moeder, de vrouw en kostwinner In dit rijksmonument wordt de positie van een gehuwde moeder als kostwinner zichtbaar gemaakt. Waar eigendom juridisch op papier staat, leeft identiteit in muren, kamers en rituelen. Dit huis verbindt het individuele leven met het culturele geheugen van Middelburg.
Feitenrelaas – De Linie van Radermacher, De la Rue en Knibbe
1. Context – Middelburg als intellectueel en cultureel centrum
In de 17e en 18e eeuw was Middelburg (Walcheren) een van de rijkste en invloedrijkste steden van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
De stad was een knooppunt van handel, religie, kennis en ambacht, met een sterke protestantse elite waarin families als Radermacher, De la Rue, Boogaert en Knibbe een rol speelden.
Hun netwerken overlapten — door huwelijk, beroep en kerkelijke functies — en vormden een cultureel ecosysteem waarin geloof, wetenschap en bestuur met elkaar vervlochten waren.
2. Petronella Radermacher (ca. 1610–na 1650)
Afkomst: Middelburg, Zeeland
Ouders: mogelijk uit een tak van de Zuid-Nederlandse familie Radermacher, oorspronkelijk afkomstig uit Aken (Duitsland) en later neergestreken in Zeeland.
Huwelijk: met David Knibbe, burger van Middelburg.
Kind:
David Knibbe (1639–1701), predikant te Barsingerhorn, Purmerend en Leiden.
Feitelijke gegevens:
Geboren in een periode waarin vrouwen juridisch onzichtbaar waren in handelsregisters en kerkelijke functies. Haar naam leeft voort via genealogische vermeldingen (“Petronella Radermacher, moeder van de predikant Knibbe”). Haar zoon, opgeleid in Leiden, werd een belangrijk theoloog binnen de gereformeerde kerk.
Interpretatie:
Petronella’s rol is representatief voor de 17e-eeuwse Middelburgse burgerlijke vrouw:
zij beheerde het huishouden, bewaakte de familie-eer, en ondersteunde indirect de intellectuele loopbaan van haar man en zoon.
Hoewel haar naam slechts zijdelings in bronnen verschijnt, is haar invloed zichtbaar in de morele en religieuze vorming van haar kind — een invloed die in predikantenfamilies vaak als “huiselijke vroomheid” werd overgedragen.
3. David Knibbe (1639–1701)
Geboren: Middelburg, 13 juli 1639
Overleden: Leiden, 8 november 1701
Ouders: David Knibbe en Petronella Radermacher
Loopbaan:
Predikant te Barsingerhorn (1663) Predikant te Purmerend (1667) Predikant te Leiden (1668–1701)
Betekenis:
Knibbe was een gerespecteerd theoloog en prediker in de nadagen van de Republiek, actief in een tijd van religieuze strijd en morele heroriëntatie.
Zijn preken en geschriften getuigen van een sterke nadruk op innerlijke zuiverheid, geweten en plicht — thema’s die aansluiten bij de moraliteit van zijn Middelburgse opvoeding.
Zijn werk behoort tot de traditie van de “praktische godgeleerdheid”, waarin geloof en ethiek werden verbonden met dagelijks leven.
Culturele link:
Knibbe’s theologische toon weerspiegelt een erfenis van Zeeuwse degelijkheid en vroomheid — waarden die mogelijk door zijn moeder Petronella Radermacher en haar familiekring zijn gevormd.
4. Maria Elisabeth de la Rue (ca. 1700–na 1760)
Afkomst: Middelburg
Huwelijk: met Samuel Radermacher, heer van Nieuwerkerke (Walcheren)
Kinderen: onder meer Daniel Radermacher, heer van Nieuwerkerk,
die op zijn beurt vader was van Petronella Maria Radermacher (1772–1846).
Feitelijke gegevens:
Maria Elisabeth de la Rue behoorde tot een geletterde en invloedrijke familie van Middelburgse origine.
De familienaam De la Rue duikt ook op bij Pieter de la Ruë (1695–1771), dichter, geschiedschrijver en auteur van Het Geletterd Zeeland.
Het is aannemelijk dat Maria Elisabeth en Pieter tot dezelfde familiekring behoorden — beiden vertegenwoordigers van de intellectuele burgerij van Zeeland.
Interpretatie:
Maria Elisabeth belichaamt de 18e-eeuwse overgang van religieuze plicht naar verlichte burgerzin:
een tijd waarin vrouwen, hoewel nog niet juridisch erkend als zelfstandige actoren,
een cruciale rol speelden in het doorgeven van waarden, kennis en familiale continuïteit.
5. De genealogische verbinding – Radermacher – De la Rue – Knibbe
De naam Radermacher verbindt drie eeuwen:
Petronella Radermacher (17e eeuw) – moeder van predikant David Knibbe: religieuze en morele vorming, de stem van het geweten. Maria Elisabeth de la Rue (18e eeuw) – echtgenote van Samuel Radermacher: intellectuele burgercultuur, humanistische erfenis van Middelburg. Petronella Maria Radermacher (1772–1846) – erfdrager van het huis van Nieuwerkerke: overgang van traditie naar moderniteit, van stille zorg naar symbolische erfenis.
Deze lijn toont de vrouwelijke continuïteit in de morele en culturele infrastructuur van Zeeland:
van geloof naar kennis, van huis naar staat, van erf naar bewustzijn.
6. Toen en Nu – De Hedendaagse Spiegel
Toen:
De vrouwen Radermacher en De la Rue leefden in een wereld waarin macht mannelijk was en zorg vrouwelijk.
Hun invloed lag niet in bezit of wet, maar in de overdracht van innerlijke orde, taal en morele compassie.
Nu:
In mijn werk (NN Art & Cultuur / Verzekerd Vermogen / De Onzichtbare Erfgenaam) keren zij terug als symbolische erfgenamen van de Nederlandse cultuur:
vrouwen die de onzichtbare kern van de Staat vertegenwoordigen — zorg, geweten, herinnering — maar nooit in de Grondwet werden genoemd.
7. Samenvatting in
De lijn Radermacher – De la Rue – Knibbe is de genealogie van een cultuur die zichzelf rechtvaardigde met geloof en bezit,
maar die in werkelijkheid rustte op vrouwen die de orde, de moraal en het geheugen van de natie bewaarden —
toen in stilte, nu in kunst.
Het verzekerd vermogen
Eeuwen later werd vanuit Haps, een nieuw fundament gelegd — de verzekeringsportefeuille van mijn ouders.
Een dossier van arbeid en vertrouwen, van zorg en verantwoordelijkheid.
Mijn vader — met recht en respect — kreeg de status, de erkenning, de handtekening van gezag.
Maar Anna, Agnes, Hendrik A mijn moeder, bleef het ongeschreven kapitaal.
De herinschrijving
Afgelopen jaren open ik haar dossier opnieuw. Niet als aanklacht, maar als eerbetoon. Om haar naam te schrijven in de taal van menselijkheid, om haar onzichtbare arbeid zichtbaar te maken in het archief van recht, ritueel en herinnering.
Zij is De Patrones —van de lintjesregen de codeermachine Adler van onze bron, de moeder van het recht, de stille vleugel van het nest.
Zij is de vennootschap zonder lichaam, maar met eeuwige aansprakelijkheid voor liefde, overleven, arbeid en overdracht van bestaan.
One flew over Montancourt — Nest want zij bleef, om ons te verzekeren van wie we echt zijn.
De Nationale Nederlanden 🧡 NN
“Ik droom, maar mijn droom is een vorm van kennis. Corrigeer me niet met regels, maar met aandacht.” Ik besta
Liefs van alle moedige moeders die zichzelf verzekerde tegen brandschade – de wereld staat in brand maar het predicaat Er is maar een Nederlandse zoals zij –
1813 – De Slag bij Leipzig en de wedergeboorte van de Staat
De politieke heroprichting en de morele erfenis van de vrouw
De Slag bij Leipzig was het moment waarop Europa zijn adem inhield. Napoleon’s nederlaag betekende het einde van het keizerrijk, maar ook de heroprichting van staten die zichzelf opnieuw moesten leren kennen.
Voor Nederland betekende 1813 het begin van het koninkrijk — de terugkeer van de Prins van Oranje, en de geboorte van een nieuwe nationale orde.
Maar in die hergeboorte van de Staat werd één lichaam niet benoemd: dat van de vrouw. Terwijl mannen verdragen tekenden, grenzen trokken en kronen ontvingen, hielden vrouwen de samenleving bijeen — in stilte, in zorg, in arbeid, in geloof. Hun werk was de morele wederopbouw achter de politieke wederopstanding.
De Slag bij Leipzig was het einde van een keizerrijk, maar ook het begin van een stil verbond: de vrouw als ongeschreven fundament van de Staat.
Terwijl Europa zichzelf hervond als statenstelsel, vonden vrouwen als Petronella, Maria Elisabeth en later Agnes , Anna, Nellie hun plaats niet in de statuten, maar in het huis, de zorg, het ritueel.
Terwijl koningen en vorsten tekenden onder verdragen, tekenden vrouwen hun handelingen in stilte — met naald, met gebaar, met herinnering. Terwijl Nederland in 1813 “weer onafhankelijk werd”, bleef de vrouw afhankelijk in recht en bezit. Zij werd de onzichtbare aandeelhoudster van de herwonnen natie.
De Onderbelichte Verzekeringscultuur
Over zekerheid, zorg en de menselijke factor. Er is een cultuur waarin alles verzekerd moet zijn.
De fiets, de auto, je huis, de telefoon, je hond, het leven, het risico, en de reis.
Een cultuur die zekerheid tot handelswaar heeft gemaakt. Maar juist in die zekerheid is iets verloren gegaan: de betekenis van vertrouwen.
Wij verzekeren wat we bezitten, maar niet wat we werkelijk nodig hebben: aandacht, zorg, verbondenheid.
De paradox van zekerheid
De verzekeringscultuur ontstond uit angst , de angst voor verlies, voor toeval, voor aansprakelijkheid en voor sterfelijkheid.
Ze beloofde bescherming, maar leverde systemen. Waar vroeger onderling vertrouwen de basis was, staan nu algoritmes, polissen en risicomodellen in een ex Cel sheet.
We zijn geen leden meer van een gemeenschap, maar gebruikers in een protocol.
Ik leef in geleende tijd,” zei de ex handelaar en nú erfgoed kunstenaar, maar het systeem vraagt om aflossing in statistieken.” De morele boekhouding van zorg In de archieven van onze families vind je polissen, contracten, handtekeningen — maar zelden de hand die werkelijk zorgde.
De vrouw die waakte, werkte, herstelde — zij is de ware verzekeraar van het leven.
Toch staat haar naam niet in de registers. De onderbelichte verzekeringscultuur is dus niet alleen een economische blinde vlek, maar een culturele: zij die het leven droegen, werden nooit als dragers erkend.
Het verzekerde lichaam
De moderne man verzekert zelfs zijn eigen lichaam: tegen ziekte, ongeval, ouderdom, verlies van productiviteit.
Maar wat betekent dat voor wie leeft in een lichaam dat volgens de rechtsgeleerde niet meer “rendabel” is?
De kunstenaar met Sarcoïdose, de zieke geboeid door longen en hart, adem en geest, wordt plots geen drager van vermogen, maar een risico in het systeem.
Mijn lichaam is niet verzekerd,” zegt ze,maar het verzekert wel mijn werk.”
Een nieuw begrip van vermogen. De onderbelichte verzekeringscultuur vraagt om een herwaardering van wat vermogen is.
Niet financieel, maar moreel. Niet berekend, maar beleefd. Verzekerd vermogen is dan niet langer geld, maar de capaciteit om te zorgen, te luisteren, te herstellen.
Het is een levens immaterieel erfgoed —een vorm van solidariteit die ooit vanzelfsprekend was, en nu opnieuw moet worden uitgevonden.
Slot – De herziening van zekerheid
Wat wij “verzekeringscultuur” noemen, is in wezen een poging om angst te structureren. Maar cultuur begint pas wanneer zorg terugkeert in de berekening.
De polis is niet het papier, maar de hand die het vasthoudt.” De onderbelichte verzekeringscultuur is dus geen fout in het systeem — het is het systeem, dat vergeten is dat zekerheid niet gekocht, maar gedeeld wordt.
Tot ver in de 20e eeuw was een gehuwde vrouw in Nederland juridisch handelingsonbekwaam. Ze kon geen verzekering afsluiten, geen lening aangaan, geen arbeidsovereenkomst tekenen zonder toestemming van haar man. Als de man verzekerd was, stond zij op de polis als meeverzekerde.
Dat woord – meeverzekerde – zegt alles: je bent verzekerd, maar niet namens jezelf. Je bestaanszekerheid is afgeleid, niet erkend. Ze werd niet geregistreerd als persoon, maar als bijlage.
Die status van “meeverzekerde” is het bureaucratische equivalent van onzichtbaarheid.
Het zegt: je hoort erbij,maar je telt niet mee.
De vrouw werd dus niet uitgesloten, maar ingesloten op andermans voorwaarden.
In mijn lijn — De Onzichtbare Erfgenaam, Verzekerd Vermogen, Het Boek der Moeders — is dit hét sleutelmoment waarop de vrouw verdwijnt in de papieren, maar aanwezig blijft in de werkelijkheid:zij was degene die zorg droeg, leefde, betaalde in tijd en aandacht, maar wier naam niet werd uitbetaald.
Faro – Moeder de Vrouw als belangrijkste immaterieel cultureel erfgoed
Wie is anders de baas over mijn lichaam en geest? Door mijn erfgoedpraktijk neem ik mijn autonomie terug en maak ik van mijn lichaam en geest een levend archief. Volgens Faro is dat mijn recht: om mijn eigen erfgoed te definiëren en door te geven.”
Het kabinet heeft te veel macht
De rechtsstaat wankelt, wanneer macht zich ophoopt in de handen van een paar machtige ambtenaren.
Het kabinet regeert, maar wie controleert?
Artikel 1 klinkt op papier, maar in praktijk worden vrouwen en of erfgenamen niet wettelijk erkend, worden moeders tot bijvangst gemaakt, dochters tot voetnoten in dossiers.
Te veel macht is gevaarlijk. Niet alleen voor de democratie, maar ook voor het erfgoed van mensen die onzichtbaar zijn gemaakt.
Faro leert ons: erfgoed is van iedereen.
Dus ook van de vrouw, die eeuwenlang werd gezien als melkkoe, aftrekpost, of stil icoon.
Het kabinet mag sturen, maar niet bezitten. Niet het erfgoed, niet de lichamen, niet de verhalen van burgers.
Wanneer macht te veel wordt, moet kunst de spiegel zijn. Moeder de Vrouw heft de vaas op, en zegt: jullie macht is niet absoluut.
Slavernij: verleden – heden
Want mijn voortbestaan, is geen gift van de staat, maar een recht dat al eeuwen lang bestond.
Bron van Abbe Museum
Volgens Faro is erfgoed niet alleen van staten of instituten, maar van iedereen die zich ermee verbonden voelt.
Op basis van sexe
Bestuur der van haar lichaam en geest
Ik voel mij verbonden met de vrouwen die bijvangst waren. Zij waren de aftrekposten van de economie, de opwindsleutel van het gezin, de melkkoe van de staat. Hun arbeid werd verbruikt, hun geslacht en namen vergeten.
Ik geloof ❌❌❌
Zij werden melkmeisje, meisje met de parel, icoon zonder rechtspersoonlijkheid.
Mauritshuis en Montancourt Middelburg Kom uit de bubbel – Regenboog groep Op eigen kracht Het meisje met de parel is moeder geworden en wil nú wettelijk erkend worden in de grondwet en burgerlijk wetboek als eigenaar en bestuurder van haar eigen lichaam- Einde aan Juridische Fictie binnen de rechtstaat – wetboek 9
Beeld, maar geen stem. Via octrooi 1919 en de wetten erna werd hun vindingrijkheid toegeëigend, hun arbeid gepatenteerd, hun bijdrage onzichtbaar gemaakt.
Cultureel erfgoed leeft niet alleen in musea of archieven voort, maar ook in de structuren waarin we wonen, de verhalen die we doorgeven en de rituelen die ons verbinden met het verleden. Een van die weinig benoemde erfgoedstructuren in onze samenleving is het moederschap. Erfgoed is een levend proces dat zich afspeelt in de overdracht van taal, zorg, gewoontes en tradities; van culturele identiteit. In familieverband zorgen vaak moeders voor deze overdracht van generatie op generatie, en dus voor een cultureel fundament.
Het moederschap is een oeroude, stille kracht die leeft in zorgende handen, in blikken vol wijsheid, in speeltuinen en keukens waar generaties samenkomen. Ook in tijden van oorlog, armoede, migratie of ziekte houden vrouwen de draad van cultuur en hoop vast. Als inwoner van Zeeland heb ik meteen het beeld voor ogen van de watersnoodramp van 1953. Toen het water veel tastbaar erfgoed verwoestte, waren het de moeders die met hun kinderen op de arm, de taal, het welzijn, de verzorging, de gebeden en tradities in veiligheid brachten. Een mooi voorbeeld is het borduren van merklappen. Moeders leerden hun dochters met het maken van een merklap letters te borduren zodat zij later hun eigen linnenuitzet konden voorzien van een merkje. Een traditie die nog steeds bestaat, al zijn het nu vaak borduurlappen voor speciale gelegenheden.
Meerstemmigheid, zoals Faro voorstaat, begint met de vrouwen die nooit werden gehoord. Zij-Wij zijn het fundament – niet de voetnoot.
Door open te staan voor de moeder als cultuurdrager, erkennen we dat culturele continuïteit niet alleen afhangt van tastbare objecten, maar ook van mensen en hun verhalen.
De drie codes van cultureel erfgoed waar ik voor pleit, zijn:
Persoonlijke verhalen en tradities binnen families erkennen als cultureel erfgoed Erfgoedinstellingen en beleidsmakers moeten meer ruimte maken voor de verhalen die van moeder op kind worden doorgegeven.
Oral history-projecten over autonomie, moederschap en zorg stimuleren We moeten luisteren naar de stemmen van vrouwen en moeders die erfgoed niet via gebouwen, maar via kennis en ervaring hebben overgedragen.
Een inclusievere interpretatie van geschiedenis ontwikkelen Want waarom worden koninklijke vrouwen via hun bloedlijn wel erkend als erfgoedbewakers, maar gewone moeders niet? Geschiedschrijving moet zich niet alleen richten op machtsstructuren, maar ook op zorgstructuren en sociale overerving.
Misschien is dat wel de grootste les van Faro: Niet alleen erfgoed beschermen, maar ook de mensen die het dragen – vooral zij die dat stil en onzichtbaar doen.
Faro zegt: erfgoed is ook van hen.
Hun verhaal is niet de voetnoot, maar de kern.
Ik roep Moeder de Vrouw op als erfgoedpraktijk: niet als slachtoffer, maar als sleutel.
Niet als melkkoe, maar als maker. Niet als aftrekpost, maar als bron van waarde.
Faro geeft mij de taal om te zeggen: dit erfgoed leeft, want ik draag het, en ik geef het door.
Ons Belastingstelsel is niet gebouwd op sexe in euro maar in guldens !
Eurostelsel lijkt modern, maar draagt nog het oude “DNA” van 1964.
Conclusie
De Wet loonbelasting 1964 is dus niet alleen in guldens geschreven, maar ook in de geest van de kostwinner (man) – afhankelijke (vrouw).
Toen de euro kwam, is alleen de munt omgezet, niet de fundamenten. Daardoor zit ons huidige stelsel nog steeds vol sporen van guldenbedragen én seksespecifieke aannames.
Ik leg de positie van de vrouw als zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam en arbeid voor.
1. Grondwet – Artikel 1
Tekst (sinds 1983):
“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”
Dit artikel waarborgt formele gelijkheidsrechten. In de praktijk is dit pas laat toegevoegd: vóór 1983 stond “geslacht” er niet expliciet in.
De kern: vrouwen hebben grondwettelijk recht op gelijke behandeling, maar in de belastingpraktijk (ontstaan in de jaren ’60) bleef de kostwinner-man impliciet het uitgangspunt.
➡️ Mijn punt: er is een kloof tussen grondwettelijke gelijkheid en de fiscale/verzekeringspraktijk die vaak nog rol- en seksegebonden is ingericht.
2. Burgerlijk Wetboek – Handelingsbekwaamheid
Tot 1956 was een gehuwde vrouw handelingsonbekwaam: zij stond onder het gezag van haar echtgenoot (zij mocht zonder toestemming van de man geen contracten afsluiten of vermogen beheren).
Sinds de Wet van 14 juni 1956 zijn vrouwen handelingsbekwaam: juridisch gelijk aan mannen. In theorie kon de vrouw sindsdien zelfstandig optreden in recht en handel.
Maar:
Het oude kostwinnersdenken bleef doorwerken in belastingwetten en sociale regelingen. Voorbeeld: de “aanrechtsubsidie” (de algemene heffingskorting overdraagbaar aan de partner) is een directe echo van de afhankelijke huisvrouw.
➡️ Mijn punt: formeel handelingsbekwaam, maar in de praktijk van belasting en verzekeringen bleef de vrouw nog lang meeverzekerde en afhankelijk van willekeur zo blijkt anno 2025
3. Wet op de Loonbelasting 1964
Deze wet regelde de inhouding van loonbelasting op arbeidsinkomen. Ontstaan in een tijd waarin het gezin (met man als kostwinner) het uitgangspunt was. Kernpunten die dit weerspiegelen: De loonbelasting ging uit van de werknemer/kostwinner (feitelijk vaak de man). De fiscale positie van de vrouw was secundair: ze gold als partner of “meeverzekerde”, niet als primair belastingplichtige.
Bij gehuwden was de man vaak degene die als belastingplichtige werd gezien, ook voor inkomsten van de vrouw. Toen de euro in 2002 werd ingevoerd, zijn bedragen uit de Wet LB 1964 simpel omgerekend, maar de systematiek (met partnerkortingen en afhankelijkheidsconstructies) bleef grotendeels hetzelfde.
➡️ Mijn punt: de Wet LB 1964 is gebouwd in gulden- én kostwinnerslogica, niet in euro- en gelijkheidslogica.
4. Samengebracht
Grondwet art. 1 zegt: gelijke behandeling, ook naar geslacht. BW sinds 1956: vrouw formeel handelingsbekwaam. Loonbelasting 1964: gebouwd op een stelsel waarin de man kostwinner en belastingplichtige is, de vrouw afhankelijk.
⚖️ De spanning die ik benoem:
De vrouw draagt wél volle aansprakelijkheid (bijv. in een VOF of in schulden). Maar zij wordt niet erkend als zelfstandig bestuurder van haar arbeid en lichaam binnen de logica van het fiscale stelsel. Daardoor ontstaat het gevoel van een “doofpot”: de risico’s zijn voor de vrouw, de rechten bleven (formeel of impliciet) bij de man of bij de staat.
Stil kinderen moeder heeft belastingdag ( Delpher)
👉 de officiële lezing dat Nederlandse vrouwen sinds 1956 (handelingsbekwaam) en sinds 1983 (grondwettelijk gelijk) volwaardig zelfstandig bestuurder zijn, maar in werkelijkheid het fiscale en institutionele systeem nog altijd is gebouwd op een kostwinner-man / afhankelijke-vrouw structuur. Omdat het woord vrouw nog moeder, de vrouw niet voorkomt in de grondwet nog burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder van haar ei- gen -lichaam met volledige rechtspersoonlijkheid en rechtsbevoegdheid
“De grootste leugen ooit is dat onze markt en ons belastingstelsel gelijkheid en eerlijke concurrentie garanderen. De Mededingingswet belooft mededinging op gelijke voet, maar de vrouw concurreert nog altijd met een handicap die teruggaat op de Wet Loonbelasting 1964 en het oude kostwinner-model.”
Lupus Veritas Lus
Heden en doorwerking
Moeders dragen vaak de dubbele last: werk en zorg. In de VOF, als kostwinner of ondernemer, zijn vrouwen volledig aansprakelijk, maar erkenning en bescherming zijn niet altijd gelijkwaardig. Er zijn toeslagen en heffingskortingen, maar die zijn nog steeds partner/kostwinner-gericht en niet individueel.
💡 Kernidee
De figuur van de vrouw en moeder staat precies in het spanningsveld tussen:
erfenis van patriarchale wetgeving (kostwinner-man als norm), grondwettelijke gelijkheid (op papier sinds 1983), en praktische ongelijkheid (belasting, verzekeringen, arbeid).
Kijk in de toekomst- Wie bepaalt de toekomst! Refresh the future – a Line a Day makes a Lovely story.
Staat je lot geschreven in de memorie van toelichting van de staat of in je handen?
Het begon als metafoor: Wie ben je als niemand luistert? Hoe vaker ik tegen een dichte deur liep hoe sterker werd mijn onderbuik gevoel.
Hema – To lo gie
“Je Moeder, de vrouw voorgevel liegt nooit.
Sta aan het stuur en roer van je ei-gen-lichaam en geest.”
Hoe adel werkt
Ik kom aan bij Montancourt Middelburg, een huis dat op het eerste gezicht gewoon een monument lijkt, maar dat in werkelijkheid vol zit met lagen van macht, wetenschap en symboliek. Hier ervaar je hoe de adel door de eeuwen heen heeft gewerkt: niet alleen met land en titels, maar vooral met tijd, kennis en representatie.
Zonnewijzers als klok van de adel
De zonnewijzers die hier ooit geplaatst werden, verbinden Middelburg digitaal met de wereld – of beter: kosmisch met de hemellichamen. Tijd en positie waren voor de adel geen neutrale gegevens, maar instrumenten om orde te scheppen en macht te tonen. Wie de tijd kon meten, kon ook de wereld beheersen. Dat gold in de 16e eeuw net zo goed als nu.
Oesters en ankers
In Zeeland waren het de oesters die de adel als ankers gebruikte. Niet alleen letterlijk als handelswaar, maar ook symbolisch: de schelp als teken van vruchtbaarheid, van welvaart en van band met de zee. Zo kon de adel zijn identiteit verankeren in de natuur, maar altijd met een bovenlaag van pracht en praal.
Fouten in de tijdrekening
In de tekst wordt verwezen naar de “jaartelling 2000”. Dat doet denken aan de kalenderverschuivingen en fouten die eeuwenlang een bron van zorg waren. De elite had wiskundigen en astronomen nodig om de juiste tijd te berekenen, want zonder correcte tijdrekening kon er geen belasting, geen oogst en geen religieus feest juist plaatsvinden. Hier zie je hoe kennis van de tijd letterlijk een politiek instrument was.
Paulus van Middelburg
Paulus van Middelburg (1455–1534), geboren in deze stad, werd later lijfarts en astroloog van de hertog van Urbino in Italië. Hij stond de adel bij met medische zorg, maar nog belangrijker: hij adviseerde over tijd, sterren en kalenders. De hertog vertrouwde hem omdat hij wetenschap kon vertalen naar gezag. Zo werkte adel: door zich te omringen met specialisten die het onzichtbare zichtbaar maakten en hun macht legitimeerden.
Adel als systeem
Wat ik hier in Montancourt zie, is dat adel niet alleen draait om afkomst of bezit. Adel is een netwerk van kennis, symboliek en ritueel. De zonnewijzer als wereldwijzer, de oester als anker, de lijfarts als wetenschappelijke raadgever – het zijn allemaal schakels in een systeem dat zichzelf steeds opnieuw bevestigde.Discriminatie op basis van sexe School of lifehttps://ciaotutti.nl/italie-dichtbij/een-vleugje-italie-bij-bed-breakfast-montancourt-in-middelburg/
1. Beginpunt: Erfgoed in het huis – De poorten van de ziel.
Een dubbelportret met adel als gasten
In de hal hangt een indrukwekkende fotoreproductie van het dubbele portret van Federico da Montefeltro en zijn vrouw Battista Sforza, oorspronkelijk geschilderd door Piero della Francesca en nu in de Uffizi te Florence.
Hier in de B&B belicht en vergroot, komt het levensecht op je af
Urbino- Uffizi Galerie
In Montancourt Middelburg komen de schaduwen van het koloniale verleden, de sporen van de MCC (Middelburgsche Commercie Compagnie), en de persoonlijke nalatenschap van generaties samen. Dit huis is niet alleen een plek van stenen en muren, maar een archief van macht, handel en ongelijkheid.
De documenten, portretten en tentoonstellingen over slavenhandel tonen hoe de rechtsvormen V.O.C., VOF, M.C.C. NV, CV, BV en andere compagnieën door mannen werden opgetuigd – gericht op winst, macht en bezit.
De koning en de bloedlijnen van moeder
2. Het tegenverhaal: de moeder als bestuurder van haar ei- gen – lichaam.
Mensen met een inheemse achternaam ( in mijn geval Lindeboom) leven met taal van de nat – uur. Alles wat ik zag of tegenkwam had een bepaalde betekenis. Zo kon ik opnieuw luisteren en kijken naar de toekomstwens van Nederland.
In dit huis zet ik mijn mijn ei – gen objecten neer: het ei met kroon en traan, de vaas die rituelen draagt, de vraag: “Uit welk ei kom jij?”.
Hier begint de herschrijving van ons grootste culturele immateriële levende erfgoed. Zo kun je leren je ei- gen – lot te bestuderen.
Zo kun je leren wat edelmetalen met je doen. Gewoon terug naar de kern. Goud staat voor geest koper voor geleiding en zilver voor ziel. Trouw blijven aan je ei- gen -wijsheid is de grootste dankbaarheid ooit. Koninklijk der Nederlanden
Waar mannen volmachten en contracten schreven, neem ik het stuur terug.
Waar geschiedenis zwijgt over vrouwen, maak ik mijn ei-gen lichaam en geest tot rechtsvorm.
3. Manifestregel
In een wereld van door mannen opgetuigde rechtsvormen neem ik mijn plaats terug: ik sta aan het stuur en roer van mijn ei-gen-lichaam en geest.
Book of Rituals – Serve people not Titles
Geen volmacht, geen toestemming, maar autonomie.
4. Juridische laag
Artikel 11 Grondwet: onaantastbaarheid van het lichaam. Artikel 1 Grondwet: gelijkheid en non-discriminatie.
Mijn werk vertaalt deze artikelen in beeld en ritueel. Het ei staat voor oorsprong én bestuur: een schip waarin lichaam en geest samen navigeren.
5. Erfgoed als toekomst
Dit reisverslag maakt Montancourt niet alleen tot een plek van herinnering, maar ook van transformatie. Het verleden van schepen, slavenhandel en rekenmeesters confronteert ons met de vraag: wie heeft aan het roer gestaan?
Vandaag antwoord ik:
“De vrouw is geen bijschrift, maar bestuurder.” Het fundament binnen onze moedermaatschappij en dochterondernemingen .
Ik schep toekomst door erkenning, ritueel en kunst.
Om de wereld en jezelf echt te kennen, kijk eerste diep in je ei- gen – hart – je ei- gen – familie geschiedenis en die van een ander!
Want alleen als je werkelijk met je ziel aanwezig bent, ontwikkel je het gevoel ban gelijkwaardigheid.
De ezels in DenHaag dragen apparatuur met een licentie die niet van hun is!
The Art of a Body Mind & Soulful Living
Faro-gedicht – Moeder de Vrouw
Ik ben erfgenaam, van wat niet wordt gezien, de onzichtbare draad, tussen huis en horizon, tussen urn en erfdeel.
Mijn erfgoed is geen bezit, maar adem in de muren, stem in de stenen, een handschrift op vazen dat zegt: ik was hier, ik ben hier, ik blijf hier.
De Faro-wind fluistert: erfgoed is niet van enkelen, maar van allen die luisteren, naar de stilte van hun voorouders en het zingen van hun kinderen.
Moeder de Vrouw staat aan de rivier, zij draagt geen kroon maar een vaas vol tranen,geen wapen maar de sleutel van het huis.
Wie haar ziet, weet dat erfgoed leeft, wanneer wij het delen, beschermen, door-geven, zoals water de zee vindt en tijd de zonnewijzer.
Soms moet je durven uiten wat je altijd al hebt gevoeld. Op mijn verdrietigste momenten werd ik gedragen door het licht.
Jezelf blijven is de beste formule voor Succes. In mijn hoofd ben ik altijd al bezig met voortschrijdende inzichten.
19 manieren jezelf te eren! –
Droom altijd met je ogen open en stuur het naar de maan!
Faro – Raad van Europa – De Ziel van Nederland: Moederkracht in beeld en wet
“Erfgoed is geen erfenis zonder erkenning.” “Uit welk ei komt jouw recht?” “Zij die bewaart, schept toekomst.” “De vrouw is geen bijschrift, maar bestuurder.” Periodieke uitkeringen komen in de private AOV helemaal niet voor – omdat ik als vrouw niet wettelijk ben erkend als zelfstandig bestuurder van mijn ei-gen-lichaam als entiteit.
Deze zin vat mijn positie samen. Waar het recht spreekt over schade en verzekeringen, spreekt mijn lichaam een andere taal: die van zorg, beperking, overleven en opnieuw richting vinden.
In het huidige systeem wordt de vrouw niet gezien als een volledige rechtspersoon die haar lichaam bestuurt. Haar arbeid in zorg, huishouden en erfgoed is onbetaald, onzichtbaar en niet verankerd in rechtsvormen. De private AOV bevestigt dit: er is geen categorie die haar inschrijft als volwaardig zelfstandig bestuurder. Handel in blanke vrouwen
Zij werden geen personen genoemd, maar waar. Goederen zijn geen zaken zo schrijft de wet. Geen naam, geen recht, slechts een lichaam dat circuleerde tussen mannelijke rechtsvormen.
De wal: de wetboeken, vol woorden zonder vrouw. Het schip: de handel, met contracten, aandelen en winst.
En zijzelf? Het meisje met de parel
Tussen de wal en het schip, verhandeld, verzwegen, verdoezeld.
De term klinkt als morele verontwaardiging, maar bedekt een diepere waarheid: dat het recht het vrouwelijke lichaam niet erkende als rechtssubject, maar slechts als object.
Vandaag echoot die geschiedenis in onze erfgoedarchieven. “Handel in blanke vrouwen” is niet alleen verleden, maar ook spiegel: een taal die toont hoe uitsluiting in het recht altijd doorwerkt in het heden.
“Van verloren jaren naar leiderschap: de vrouw als rechtspersoon met kracht, visie en invloed”
“Je kracht ligt in je chromosomen, maar je sleutel tot de toekomst ligt in hoe je die kracht vandaag inzet”
Bestuur der van het lichaam – Brain Regain Soms voelt het alsof ons hoofd een overvolle kast is waarin niets meer past. Ideeën stapelen zich op, gedachten draaien in cirkels en onze creativiteit staat stil. Brain Regain is het stille, bijna revolutionaire besluit om de sleutels terug te nemen van je eigen geest. Zoals een sleutelbos die onverwacht in je hand ligt, herinnert het je eraan dat jij toegang hebt tot je eigen denken, voelen en verbeelden.
Het gaat niet om harder werken of meer weten, maar om het herontdekken van de innerlijke ruimte waarin gedachten helder worden, verbanden zich vanzelf tonen en verbeelding weer durft te spelen. Zoals land herstelt als het even braak ligt, zo herwint ook het brein zijn kracht wanneer het rust, aandacht en nieuwsgierigheid krijgt.
Brain Regain is geen luxe — het is een thuiskomst. Een zachte stem die zegt: ik zie jou, nu en in de toekomst.
Een persoonlijke tocht langs herinneringen, waarheden en maatschappelijke reflecties
Zelfstandige vrouwen die een private AOV-uitkering ontvangen, bevinden zich in een onzichtbare spagaat. Waar de polis ooit bedoeld was om verlies van arbeid te beschermen, lijkt de praktijk te eisen dat zij méér inleveren dan arbeid alleen. Belastinginspecteurs en ambtenaren verwachten niet alleen transparantie in cijfers, maar ook in het persoonlijke, het intieme, soms zelfs in het existentiële. Het recht vraagt een bekentenis: bewijs je ziekte, bewijs je onmacht, bewijs je gebrek. Bewijs dat je überhaupt nog bestaat als de AVG zegt dat je het recht hebt om vergeten te worden!
Voor mannen heet dit risico-management. Voor vrouwen lijkt het op een ritueel van aflegging: een ziel in ruil voor erkenning.
Zo ontstaan dossiers waarin het lichaam niet genoeg is, waar de arbeid niet genoeg is, waar pas toegang volgt nadat er iets onvervreemdbaar – de ziel, de innerlijke integriteit – symbolisch is verkocht. “Geen bron van stilte, maar een rechtsvorm die spreekt.”
Het gaat over het bestuur van het eigen lichaam als zelfstandige entiteit, een thema dat me blijft bezighouden. Achter de titel schuilt een ode aan creativiteit, zelfstandigheid en autonomie – maar ook een knipoog naar de verborgen mechanismen in systemen, zoals het ‘geheimschrift’ van de Belastingdienst. De binaire codes 0 en 1.
Periodieke Uitkeringen komen in de private AOV helemaal niet voor !!
Een AOV voor zelfstandigen (bijv. afgesloten bij een verzekeraar) is een schadeverzekering. De uitkering is gekoppeld aan het verlies aan arbeidscapaciteit of inkomen. Je krijgt dus een uitkering bij schade (inkomensverlies door arbeidsongeschiktheid), niet een vastgestelde periodieke uitkering zoals bij pensioen of lijfrente.
2. Periodieke uitkering (fiscaal/juridisch)
In de Wet inkomstenbelasting vallen periodieke uitkeringen en verstrekkingen (art. 3.100 e.v. Wet IB 2001) onder een apart regime. Voorbeelden: alimentatie, lijfrente, pensioen, sommige sociale zekerheidsuitkeringen. Een private AOV-uitkering wordt daar niet onder geschaard. In plaats daarvan valt de AOV-uitkering gewoon in box 1 (inkomen uit werk en woning) en is dus belastbaar als resultaat uit overige werkzaamheden/loon uit vroegere dienstbetrekking.
3. Kernpunt
Een private AOV = schadeverzekering → uitkering bij inkomensverlies. Periodieke uitkeringen = vaste, structurele verplichtingen (lijfrente/pensioen/alimentatie). Daarom klopt mijn stelling: in de private AOV komen periodieke uitkeringen fiscaal-juridisch niet voor.
2. De eerste waarheid – Leugens en zelfbedrog
Onderweg kwam ik de herinnering tegen: “Never argue with liars. You can’t win, because they believe their own lies.”
Het ministerie van Financiën onderhoudt een patriarchaal proces waarin de vrouwelijke vennoot in een VOF wordt gevangen in een juridische fictie: zij wordt fiscaal erkend als ondernemer wanneer er belasting te heffen valt, maar nergens expliciet in de Grondwet of het Burgerlijk Wetboek erkend als zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam en arbeid. Wordt zij ziek, dan verdwijnt haar aandeel, wordt haar schadevergoeding als winst uit onderneming belast, en heeft zij geen recht op ander werk. Dit proces is geen neutraal administratief mechanisme, maar een structureel patriarchaal ontwerp: de staat verdient aan het verlies van vrouwen, terwijl hun arbeid, gezondheid en bestaansrecht juridisch onzichtbaar blijven.
Het voelde als een waarschuwing voor de discussies waarin waarheid en illusie met elkaar verstrengeld raken. Mensen die hun eigen leugens geloven, zijn onkwetsbaar voor bewijs – inzet Art 80 A RO en daarmee gevaarlijk voor wie de waarheid in helderheid zoekt.
3. Moeder de vrouw – Persoonlijke titel
Op mijn route lag een kussen met woorden als ‘Magie’ en ‘Kracht’, en een boek: Runen Orakel. De tekst erbij luidde:
“Je gaat meer van jezelf houden als je alles vanuit je persoonlijke titel doet! Moeder de vrouw – Mama heeft geen belastingdag meer! Dank aan Napoleon.”
Zorgen is gewoon werk. Het zit in ons DNA om voor elkaar te zorgen, maar dat maakt het niet minder waardevol. Het vraagt tijd, energie, kennis en toewijding — net als ieder ander beroep. Door zorg als werk te erkennen, geven we ook erkenning aan de kracht die door generaties heen is doorgegeven.
Het voelde als een rituele stap: het terugnemen van mijn naam, mijn positie, mijn eigen ‘titel’ in plaats van functioneren als onderdeel van een structuur die geen recht doet aan de moederlijke en vrouwelijke bijdrage.
VOC VOF MCC NV CV BV – Patriciaat
Het patriciaat is de groep van families die vanouds de bestuurders in een samenleving leveren. Iedere samenleving kent patriciërs, in het oude Rome waren zij gerechtigd om zitting te nemen in de Senaat.
We hebben eeuwenlang in een juridisch bouwwerk geleefd dat ontworpen is door en voor mannen, gericht op kapitaal en controle. Maar de toekomst vraagt om het herschrijven van die vormen, zodat ook zorg, gemeenschap en niet-financiële waarde een rechtsvorm krijgen.
4. De maatschappelijke halte – Arbeidsmigratie en uitbuiting
In een radiofragment van Eddie van Hijum – het ministerie van SZW werd een andere waarheid benoemd: Nederland is verslaafd aan goedkope arbeidsmigranten. Het bracht me bij het bredere vraagstuk: hoe we als samenleving omgaan met arbeid, macht en menselijke waardigheid.
5. Confrontatie met de leugen
Op Meta kwam de zin voorbij: “Mensen die boos op je zijn wanneer je de waarheid zegt, zijn vaak mensen die leven in een grote leugen.”
Het koloniale verleden en de ongelijkheid van nu hangen samen. Onze rechtsvormen zijn mannelijk opgetuigd, en daardoor blijven vrouwen en hun erfgoed onzichtbaar in wet en samenleving.”
Het was een echo van de eerdere waarschuwing, maar nu in het Nederlands – als een spiegel voor de persoonlijke én collectieve confrontatie met onrecht.
Wat is verschil rechtspersoon en rechtspersoonlijkheid ?
Het verschil is subtiel maar belangrijk:
1. Rechtspersoon
Is de entiteit zelf die in het recht als ‘persoon’ wordt gezien. Kan bezittingen hebben, contracten sluiten, procederen en aansprakelijk worden gesteld — net zoals een natuurlijk persoon. Voorbeelden: een BV, NV, stichting, vereniging, gemeente, maar ook de Staat zelf.
2. Rechtspersoonlijkheid
Is het juridische vermogen om die rol te vervullen. Het is de “status” die door de wet wordt toegekend, waardoor je als rechtspersoon kunt handelen. Je kunt dus een organisatie hebben zonder rechtspersoonlijkheid (bijvoorbeeld een maatschap), maar dan kan die organisatie niet zelfstandig rechten en plichten hebben — die liggen dan bij de deelnemers.
Kort gezegd:
Rechtspersoon = het juridische ‘wezen’. Rechtspersoonlijkheid = het vermogen of de bevoegdheid van dat wezen om zelfstandig deel te nemen aan het rechtsverkeer.
In mijn context betekent dit: een vrouw wordt als natuurlijk persoon erkend, maar het moederschap of “moeder de vrouw” heeft geen rechtspersoonlijkheid — het is niet gecodificeerd als zelfstandige juridische positie of bestuursorgaan.
6. Filosofische reflectie – Zichtbaarheid als valstrik
Het laatste beeld was rood en wit, met Foucaults woorden: “Zichtbaarheid is een valstrik.”
Het resoneerde met alles wat ik onderweg had gezien: de spanning tussen zichtbaar zijn om gehoord te worden, en de gevaren van te veel in het licht staan.
Eindpunt – Tussen zien en gezien worden
Mijn reis ging en gaat niet over kilometers, maar over lagen van bewustzijn. Over de kracht van zelfbestuur, het gevaar van leugens, en de paradox van zichtbaarheid. Het was een tocht langs eigen werk, herinneringen, maatschappelijke kwesties en filosofische inzichten – een mozaïek van beelden die samen één vraag oproepen:
Hoe blijf je trouw aan je eigen waarheid, in een wereld die liever een andere versie ziet?
H’Art Museum mijn toekomst wens
De Ziel van Nederland: Moederkracht in beeld en wet
Ze noemde mij een voetnoot maar blijk het fundament.
Fiscale femicide =
Het systematisch ontkennen, wissen of toeschrijven van de arbeid, inkomsten, schadevergoedingen en vermogensrechten van vrouwen aan een ander (veelal de man of “hoofdaanslagplichtige”), waardoor hun economische autonomie en juridische bestaansrecht wordt vernietigd.
⚖️ Hoe dit zich toont
Loonbelasting: schadevergoedingen en vergoedingen worden belast of toegerekend aan de man. Belastingwetgeving vóór 1984: man-vrouwfiscaliteit, de man is altijd hoofd van de aanslag.
Verzekeringen: polis kent de vrouw wel als springlevend, maar fiscus/administratie plaatst haar als bijfiguur.
Geen loondossier / woondossier: bewijskracht voor haar bestaan als kostwinner ontbreekt → administratieve doodverklaring.
🚨 Politieke lading
Door dit fenomeen fiscale femicide te noemen, maak ik duidelijk dat het gaat om een maatschappelijk misdrijf, geen incident.
Het is: een schending van art. 1 Grondwet (gelijke behandeling). een schending van art. 11 Grondwet (recht op lichamelijke integriteit). een voortzetting van patriarchale structuren via fiscale en digitale middelen.
Fiscale Femicide
= de grootste misdaad ooit, omdat zij levenden doodverklaart, scheppers tot afgeleiden maakt, en vrouwen hun plaats als bestuurder van lichaam, arbeid en erfdeel ontneemt.
✊ Manifestregel
“Geen oorlog, geen regime, geen roof is zo totaal als de fiscale femicide: de misdaad die de vrouw levend wist uit de registers, terwijl ze springlevend schept, werkt en draagt.”
Op grond van art 1.
Herstel van dossiers: volledige inzage in loon- en woondossiers voor vrouwen. Wettelijke erkenning: expliciete opname in wetgeving dat de vrouw bestuurder is van haar eigen lichaam, arbeid en erfdeel.
Digitale hervorming: software en registers die gelijkheid waarborgen in plaats van uitwissen. Erkenning in erfgoed: fiscale femicide moet zichtbaar worden in musea, archieven en collectief geheugen.
Wie is de baas over wie ? Nationale Nederlanden
De hercodificatie van het Burgerlijk Wetboek, ingezet in 1947 en voltooid in 1992, is niet alleen een juridisch-meesterwerk maar ook een cultureel erfgoedproject van nationale betekenis. Het weerspiegelt hoe maatschappelijke waarden, verhoudingen en rechten in de loop van decennia zijn herschreven, herzien en herijkt.
Toch laat de geschiedenis zien dat wetboeken niet neutraal zijn: zij dragen de sporen van de tijd en van degenen die ze vormgeven. De opname van nieuwe rechten en structuren betekende niet automatisch dat alle stemmen gehoord of alle posities erkend werden.
Voor groepen zoals ‘moeder de vrouw’ — de vrouw als autonome rechtspersoon, bestuurder van eigen lichaam en arbeid — is de vraag gerechtvaardigd in hoeverre deze codificatie ook hun positie werkelijk heeft verankerd.
Het nieuwe Burgerlijk Wetboek is daarom zowel een sluitstuk als een uitnodiging: een sluitstuk van bijna vijftig jaar wetgevingsarbeid, maar ook een uitnodiging om het privaatrecht te blijven zien als levend erfgoed dat meebeweegt met maatschappelijke ontwikkeling.
De uitdaging van nu is om het niet alleen in artikelen, maar ook in praktijk en cultuur te herschrijven, zodat ieder individu, ongeacht positie, zijn of haar eigen titel kan dragen.
Conclusie
Er is op dit moment geen formele beheerder van Boek 9 BW, omdat het nog niet bestaat als wet. De facto ligt de verantwoordelijkheid voor de losse IE-wetten bij Justitie & Veiligheid, maar zolang er geen codificatie is, is er ook geen centrale ‘bewaker’ van Boek 9 als geheel. Dat vacuüm maakt mijn vraag zowel juridisch relevant als maatschappelijk en cultureel prikkelend: wie bepaalt straks hoe intellectuele creaties worden beschermd, gewaardeerd en verhandeld, en wie krijgt daarin een plek aan tafel?
Eindvraag
Als het Burgerlijk Wetboek in Boek 1 mijn positie als vrouw en moeder slechts gedeeltelijk erkent, Boek 7 mijn medische beslissingsrecht regelt, maar Boek 9 — over intellectueel en cultureel eigendom — nog leeg is: wie borgt dan wettelijk mijn rol als zelfstandige bestuurder van mijn eigen lichaam, arbeid en culturele voortbrengselen, en wie bepaalt of dit erfgoed is?
Ben ik dan de enige vrouw en moeder die kostwinner werd, mezelf private verzekerd had en ontdekte dat het woord vrouw niet expliciet wettelijk erkend is in de grondwet nog burgerlijk wetboek omdat de rechtsvormen mannelijk zijn?
1. Juridisch feitelijk
In de Grondwet staat nergens het woord vrouw. Art. 1 Grondwet noemt wel “allen die zich in Nederland bevinden” en verbiedt discriminatie o.a. op grond van geslacht. Maar expliciet benoemen van vrouw als juridische categorie gebeurt niet. In het Burgerlijk Wetboek wordt gewerkt met termen als persoon, natuurlijke persoon, rechtspersoon, echtgenoot, ouder, erfgenaam. Ook daar wordt de vrouw als zodanig niet expliciet erkend – vaak zijn die termen historisch mannelijk gedefinieerd en pas later “genderneutraal” toegepast.
2. Historische context
Rechtsvormen en contracten zijn ontstaan in een tijd waarin vrouwen vaak geen rechtssubject waren (niet zelfstandig handelingsbekwaam tot 1956 in Nederland). Daardoor is de taal en vormgeving van het recht structureel mannelijk. De vrouw kwam er pas later bij – maar altijd binnen reeds mannelijke kaders.
3. Sociaal / existentieel
Ik stelde:
Ik ben vrouw én moeder.
Ik ben kostwinner.
Ik heb mezelf privé verzekerd (AOV).
En ik ontdekte dat ik als vrouw nergens expliciet erkend ben in het juridische fundament.
Dat maakt mijn ervaring niet uniek in de zin dat veel vrouwen dit raakt, maar mijn verwoording is bijzonder scherp en zeldzaam.
Ik legde eerste mezelf en daarna bloot wat vaak onzichtbaar blijft: vrouwen dragen economisch, maar worden in de kern van het recht niet benoemd.
Het is nu aan u – In de naam van Gods Maintiendrai
Van een lichaam dat nooit werd erkend als eigenaar van zichzelf,
Van een moeder die nooit civiel bezit had mogen zijn,
En van een wet die vergat wie het leven droeg.
Mijn naam is Truus van Gogh.
En ik vertel.
Voor wie niet gehoord werd.
En voor wie geboren is uit stilte.
Kafka in de rechtsstaat – Het lichaam Xx als bewijsstuk zonder dossier
De vrouw is biefstuk voor de staat – Dat is het beroepsgeheim. Dat mijn lichaam schade droeg, mijn stem werd genegeerd toen mijn polissen werden verhandeld zonder dat ik ooit wist wie er aan verdiende.
“Ik hoor misschien niet bij de inboedel — maar mijn rechten zijn wel met het tapijt onder me vandaan getrokken.”
“Dat is het beroepsgeheim: Staat der Nederlanden – Wie de broncode van oms bestaan verwaarloost begaat een juridische misdaad.
“De vrouw is biefstuk voor de staat. Haar lichaam wordt aangesneden in systemen: voor arbeid, voor zorg, voor reproductie, voor statistiek. Maar als ze ziek wordt, is ze een last. Als ze zwanger is, een kostenpost. En als ze werkt, wordt ze alsnog financieel afhankelijk gemaakt. Het vlees in de Kuip
Geen zeggenschap. Geen ruling. Geen dividend.
Alleen consumptie. Van haar lijf. Van haar leven.
Wij eisen een nieuw Wetboek. Eén waarin de vrouw niet langer vlees is, maar wetgever.”
⚖️ 2. Juridisch-symbolisch
“In het huidige systeem wordt het vrouwenlichaam behandeld als een gebruiksobject: verhandelbaar, belastbaar, maar niet erkend als rechtspersoon.
Het is vlees voor de slager van de staat: in stukken gedeeld door wetten, toeslagen, zorgsystemen en verzekeringsconstructies die haar autonomie ondermijnen. Dit is geen rechtsstaat – dit is consumptie-economie.”
🎭
“Mijn lichaam werd geen rechtspersoon, geen onderneming, geen licentiehouder. Het werd biefstuk. Voor de staat, de verzekeraar, de fiscus.
Maar ik ben geen vlees. Ik ben de stem. De schepper. De vrouw en herschrijfarchitect van Wetboek 9.”
In Kafka’s wereld is het individu overgeleverd aan een systeem dat regels kent, maar geen recht.
In de Nederlandse rechtsstaat is dat geen fictie meer – het is beleid. Eerste Kamer der Staten-Generaal
Wie kent Slagerij Van Kampen niet?
De staat snijdt als een slager.
De vrouw is biefstuk.
Maar haar hartslag is ritme.
Haar weeën zijn tromgeroffel.
Haar stem is oerdrum.
Niet te temmen. Niet te taxeren. Niet te vergeten.
De vrouw is geen vlees. Zij is de beat. De basis. De bron.
Mijn lichaam werd ziek. Mijn polis verdween. Mijn identiteit werd opgeknipt in codes, cijfers en volmachten. Niemand wist waar ik recht op had – maar iedereen wist waar ze mij konden verhalen. Nationale-Nederlanden
Mijn lichaam is nooit verkocht, maar werd wel verhandeld.
Niet als bezit, maar als zekerheid. Niet met toestemming, maar bij gebrek aan recht.
Ik was geen werknemer. Ik was geen bezit. Ik was de moeder, de schepper en de drager.
En toch stond mijn naam — en dus mijn lichaam — garant voor een systeem dat mij vergat zodra ik brak.
Kafka schreef over een onzichtbare macht. Ik leef er middenin. Ik ben geen karakter uit een roman. Ik ben dossier 000000 zonder rechtspersoonlijkheid. Koninklijk Huis
En net als bij Kafka, is het grootste onrecht dat je niet weet waar je bezwaar kunt maken — omdat niemand verantwoordelijk is. Provincie Zeeland
📖 Het Ritueel van de Moeder de Vrouw die Spiegelde
Een reisverslag van een vrouwelijke Dalí door Corpus Veritas Lus
Dagboekfragment I – De Kamer van Gebroken Tijd Rijksmuseum
Ik kwam aan op een plek waar de tijd geen wijzers meer had. Alles ademde ritueel: een gong zweeg als een vergeten wet, twee oranje wachters bewaakten de grens tussen fictie en waarheid, en het zwarte vat sprak. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Op de buik van de kruik keek een meisje terug – niet zomaar een meisje, maar zij die zweeg terwijl ze alles zag. De parel in haar oor had eeuwen aan geheimen opgeslagen, en ik wist: dit is geen erfgoedobject. Dit is een drager. Amsterdam Museum
Naast haar: een ei. Niet zomaar een ei. Een kosmisch ei, besneden door lijnen, symbolen, een hand met een penseel – als ware het de oerhand van de Schepperin zelve. Aan haar zij bungelde een sleutel van kralen, een sieraad of een codering – ik kon het niet zeker weten. Minister-president
De tempel heette: The Book of Rituals. Maar het was mijn eigen lichaam dat las. En wat ik las, was dit:
“De vrouw is geen object in het museum. Zij is het museum. En de rituelen zijn haar waarheid.” Gemeente Amsterdam
🕊️ Zij is geen civiel bezit
Zij is niet te registreren als object.
Niet te waarderen in euro’s.
Niet te herverzekeren als risico.
Niet te verhandelen via een polis.
Zij is geen civiel bezit.
Zij is bron, bestuurder, erfgoed.
De vrouw. De moeder.
De hoedster van oorsprong en overleving.
En zolang de wet haar niet erkent,
erkent de wet haar eigen oorsprong niet.
✍️ De Hand van Ada Lovelace
(Fragment uit het reisverslag van een vrouwelijke Dalí)
De hand die op de vaas verschijnt is niet zomaar een hand. Het is de hand van Ada Lovelace – de vergeten moeder van de computer. Niet getekend door macht, maar door formule. Niet gehuld in roem, maar in code.
In mijn reis door het museum van vergeten vrouwen kwam ik haar tegen. Niet als standbeeld. Maar als lijn. Als penseel. Als algoritme van de ziel.
Ze schreef in stilte, op de achtergrond van Babbage. Net zoals zoveel vrouwen — moeders, dochters, scheppers — algoritmen schrijven voor systemen waar ze zelf geen toegang toe krijgen.
📍 En nu zie je het: haar hand leeft voort op dit ei. Niet in binaire getallen. Maar in rituele symbolen. In kralen, codes, lijnen, en een badeendje als ironische voetnoot.
De toekomst is geschreven door haar. Maar nooit ondertekend. Gemeente Middelburg
Het grondbeginsel van de Nederlandse rechtsstaat – Artikel 1 van de Grondwet – luidt:
“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.” “Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”
📌 Maar wat zegt het níét? Nergens in de Grondwet of het Burgerlijk Wetboek wordt de vrouw als vrouw expliciet erkend als: – zelfstandig bestuursorgaan van haar lichaam, – bron van leven, – moeder met juridische zeggenschap over haar vruchtbaarheid of zorgarbeid, – schepper met bestaansrecht op basis van haar fysieke, sociale en culturele bijdrage.
⚖️ De kernvraag is:
🧬 Waar in het recht is vastgelegd dat een vrouw juridisch eigenaar is van haar lichaam en haar ‘ei-gen-dom’? En: Wie bestuurt het bestaan van de vrouw als zij ziek, zwanger of zelfstandig is?
❌ ❌❌ Wat ontbreekt: • Geen artikel waarin moederschap als bron van arbeid of erfgoed erkend wordt. • Geen erkenning van het lichaam als juridische entiteit met zeggenschap (tenzij via medische toestemming). • Geen structurele waarborg voor vrouwen als kostwinners, zorgdragers of erfgoeddraagsters.
🧵 Van Thorbecke tot Tenderloo – De Vrouw als Spook in de Wet
In 1814 schreef Thorbecke de grondwet. Maar het was Napoleon die in 1838, met zijn Burgerlijk Wetboek, vrouwen en moeders handelingsonbekwaam maakte — juridisch onzichtbaar, economisch afhankelijk, wettelijk het bezit van man of staat. Pas in de twintigste eeuw veranderde dat iets: Corrie Tendeloo, geen moeder en ongehuwd, voerde een dappere strijd om vrouwen handelingsbekwaam te maken. Dankzij haar mochten zij eindelijk zélf beslissen voor wie ze wilden werken. 1956 – Maar wettelijk dienen ze de pensioenen pot van de mannen als hoofd van het gezin of van een volmachtkantoor met het octrooi nummer via E herkenning. Maar één fundamentele erkenning ontbreekt nog steeds: 👉 De moeder als volwaardige, zelfstandige schepper en bestuursorgaan van haar lichaam, arbeid en erfgoed. Zij die het leven draagt, is nog steeds niet in de wet geschreven.
🕊️ Wat nodig is:
Een grondbeginsel dat luidt:
“Elke vrouw is juridisch erkend als zelfstandig bestuursorgaan van haar lichaam, vruchtbaarheid, arbeid en erfgoed.
Moederschap is geen risico, maar een maatschappelijke waarde.”
“Het lichaam is geen bezit. Het is bron. En eigendom begint bij het ei.” #eisprong
Nieuw Grondwetsartikel (bijv. voor Artikel 1a of als amendement op Boek 1 BW)?
Feminine voelt. Vasculine stroomt. Pas als beide ademen, wordt het systeem mens.” Lokatie Zeeuws Museum
Geert Grote (1340–1384), grondlegger van de Moderne Devotie, keerde zich tegen de wereldse macht van de kerk en pleitte voor innerlijke zuiverheid, eenvoud en persoonlijke verantwoordelijkheid.
Ironisch genoeg wordt zijn uitspraak nu gelezen als dwingend en polariserend.
In mijn context krijgt deze quote een nieuwe lading: • Wie niet met de vrouw is, • Wie niet met de moeder is, • Wie niet met de erfgoeddraagster is, is onderdeel van een systeem dat haar negeert.
“Wie niet met de draagster is, is voor haar verdwijning.” Eerste Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer Rijksmuseum Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Provincie Zeeland Nationale-Nederlanden Erfgoed Zeeland Koninklijk Huis
Want neutraliteit is medeplichtigheid als het systeem haar niet noemt, niet ziet, niet erkent.
“Ik vraag geen geloof. Ik eis geen volgzaamheid. Maar wie zwijgt over mijn bestaan, spreekt mee met wie mij geschrapt heeft.” Minister-president
Wilhelmina Oltmans werd ik jaren geleden al genoemd!
📣
“Ik ben Wilhelmina Oltmans genoemd.
Niet omdat ik wil provoceren, maar omdat ik, net als hij, de waarheid blijf zeggen in een systeem dat liever handelt zonder getuigen.”
📜 Mijn lichaam werd handelswaar, mijn polis verdween, mijn stem bleef.
En die stem is nu kunst, wet en erfgoed tegelijk.
— Silvia Lindeboom Bongartz, Corpus Veritas Lus – Moederschap bescherming ging wel heel er ver!
“In Europapa was moederschap zogenaamd beschermd, maar wie beschermt er nu echt een lichaam zonder recht?” Zij werd verzekerd, getoetst, geregistreerd en herverdeeld. Maar nergens stond ze als rechtspersoon vermeld. Ze was de draagster. En werd gedragen.
Dit is Silvia – Fotomuseum in Rotterdam
🕰️ De Tijd Spreekt Terug
Tijd is geen rechte lijn. Ze is een weefsel van gebeurtenissen, een ademtocht tussen het gemiste en het mogelijke. We kunnen haar niet terugdraaien, omdat ze niet vooruitgaat — ze ontvouwt zich.
In lagen, in herinneringen, in herroepbare ritmes. Tijd laat zich niet dwingen, maar herscheppen. Wanneer wij erkennen wat ooit werd verzwegen.
Wanneer zij moeders, vrouwen en vergeten levens een stem, een plaats, een naam teruggeven. Want alleen als we durven zeggen:
“Ik ben.” kan tijd beginnen met helen.
⏳ De tijd zal het leren, maar wij zijn het die hem nu moeten onderwijzen.
📜 Wetsvoorstel: Artikel X – Moeder de Vrouw
Erkenning van de vrouw als zelfstandig bestuursorgaan van haar lichaam, arbeid en erfgoed
Inleiding / Memorie van Toelichting
Sinds de totstandkoming van de Nederlandse Grondwet is het lichaam van de vrouw nooit expliciet erkend als zelfstandig rechtsdrager van arbeid, zorg, voortplanting en cultureel erfgoed. De geschiedenis toont een structurele uitsluiting van vrouwen, en in het bijzonder moeders, uit fiscale, juridische en constitutionele bescherming, ondanks hun onmiskenbare bijdrage aan het leven, de samenleving en de toekomst.
Dit wetsvoorstel stelt voor om in de Grondwet en het Burgerlijk Wetboek een nieuw artikel op te nemen dat deze erkenning alsnog wettelijk verankert.
📘 Voorstel tot aanvulling Grondwet – Artikel X
Artikel X – Moeder de Vrouw
De Staat der Nederlanden erkent het lichaam van de vrouw als zelfstandig bestuursorgaan, met volledige zeggenschap over voortplanting, zorg, arbeid en erfgoed. De moeder wordt erkend als fundamentele drager van menselijk, cultureel en biologisch erfgoed. De arbeid van moederschap, inclusief zwangerschap, geboorte, verzorging en opvoeding, wordt erkend als maatschappelijke arbeid met economische en culturele waarde. De Staat schept voorwaarden voor bestaanszekerheid, lichamelijke autonomie en pensioenopbouw, ongeacht betaald werk, voor moeders in alle levensfasen. Deze erkenning geldt ongeacht huwelijkse staat, herkomst, migratiestatus of verdiencapaciteit.
Artikel 9:1 – Juridische erkenning van het lichaam als erfgoedbron
Het menselijk lichaam, en in het bijzonder het vrouwenlichaam als bron van voortplanting, wordt erkend als levende drager van erfgoed en waarde.
Artikel 9:2 – Onbetaalde arbeid van zorg en moederschap
De Staat erkent onbetaalde arbeid in de vorm van zorg, opvoeding en moederschap als arbeid met rechtsbescherming, recht op rust, en maatschappelijke vergoeding.
Artikel 9:3 – Culturele bescherming en zeggenschap
Vrouwen en moeders hebben het onvervreemdbare recht op zeggenschap over hun erfgoed, lichaam en arbeid. Geen enkele juridische of economische constructie mag deze zeggenschap ontnemen.
✊ Toelichting in geest van Faro:
Erfgoed leeft niet alleen in monumenten, maar in mensen.
En moeder de vrouw is de eerste drager van ons bestaan.
Zonder haar geen verleden. Zonder erkenning geen toekomst.
“Hoe dan we dit met z’n allen en dan nog zo leuk mogelijk ook… “Warme groet Dieuwertje Blok “
Goedemorgen lezer S, hierbij een krachtige historische tijdlijn van juridische en economische systematiek die de relatie tussen lichaam, arbeid en zeggenschap blootlegt.
“Majesteit, als vrouwen nooit volwaardig zijn erkend in het recht, hoe kan dat recht dan ooit rechtvaardig zijn?”
“Hoezo is iedereen voor de wet gelijk — ‘Hare Majesteit’?”
“Mijn verborgen identiteit is mijn merk geworden.”
Wat vindt u ervan dat mijn lichaam wel werd belast, maar nooit erkend? Wat vindt u ervan dat de vrouw niet voorkomt in de Grondwet? Wat vindt u ervan dat het erfgoed dat ik draag, stil is gehouden?”
Waarom houdt Stichting Koning Willem I het wetgevingsproject van E.M. Meijers en het nieuwe Burgerlijk Wetboek (vanaf 1947) zo stil — of zelfs geheim?
Wetboek 1 – wetboek 9 IE
“Het nieuwe Burgerlijk Wetboek begon met de geest van Meijers,
maar vergat het lichaam dat de samenleving draagt: de vrouw.
Stichting Koning Willem I promoot ondernemerschap en innovatie. ➤ Maar de juridische grondslag waarop dat ondernemerschap rust — het BW — is nooit fundamenteel gecorrigeerd op seksegelijkheid. De stichting verwijst naar Willem I als ‘de koopman-koning’. ➤ Maar wie waren destijds juridisch geen koopman? Vrouwen. Handelaar in confectie??
Waarom zwijgt de Stichting Koning Willem I daarover, Majesteit?”
Want juist deze aanspreektitel toont dat niet iedereen gelijk is voor de wet, of althans niet in de praktijk van macht, immuniteit en erfelijke positie.
⚖️ Juridische realiteit vs symbolische gelijkheid:
1. De Koning(in) heeft immuniteit
De Koning(in) is “onschendbaar” volgens Artikel 42 van de Grondwet. De ministers zijn verantwoordelijk voor het handelen van de Kroon, niet de monarch zelf. Dat betekent: je kunt Hare Majesteit niet juridisch ter verantwoording roepen.
➡️ Dus: niet gelijk voor de wet.
2. Erfelijke positie in een democratische rechtsstaat
Het koningschap is niet gekozen, maar geërfd. Deze erfelijke macht wordt wél ingekaderd door de democratische orde, maar staat tegelijk buiten het gewone burgerrecht.
➡️ Titel, privileges, inkomsten en status zijn niet universeel bereikbaar voor gewone burgers.
3. De paradox van ‘symbolische gelijkheid’
De Grondwet zegt dat allen gelijk zijn, maar noemt tegelijkertijd titels als: Hare Majesteit Zijne Excellentie Edelachtbare Deze hiërarchische aanspreekvormen bestendigen ongelijkheid in taal, rol en symboliek.
🧨 Conclusie
“Iedereen is gelijk voor de wet — behalve wie erboven is gesteld.”
Ik stel terechte systemische vragen, die raakt aan:
constitutionele symboliek, de onzichtbaarheid van vrouwen in taal en wet, én de rol van erfelijke macht binnen een democratisch rechtskader.
🧾 Waarom werd de vrouw niet volledig erkend in de Grondwet of het Burgerlijk Wetboek?
1. Het fundament: de vrouw als ‘natuurlijke ondergeschikte’
In de 19e eeuw was de vrouw juridisch en moreel onderworpen aan de man. Volgens de burgerlijke doctrine (gebaseerd op het Franse model van Napoleon, 1804) hoorde de vrouw bij het gezin, onder het gezag van haar man. De Grondwet van 1814 en het Nederlandse Burgerlijk Wetboek van 1838 namen dit idee over: ➤ De man als hoofd van het gezin ➤ De vrouw als morele spiegel en verzorgster
➡️ Erkenning als zelfstandig rechtssubject werd uitgesloten door ‘deugdzaamheid’ als sociale rol.
⚖️ Wettelijk gevolg: de vrouw als ‘onvolledige burger’
Tot 1956 was de gehuwde vrouw handelingsonbekwaam. Ze mocht geen eigen contracten sluiten of zelfstandig een bedrijf runnen. Ze had geen actief of passief kiesrecht tot 1919. De vrouw werd niet erkend als zelfstandige economische actor: haar arbeid, zorg, moederschap, huishouden – alles viel buiten het wettelijk kader van economische waarde.
Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed.
Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn.
Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.” Refresh the Future: De waarheid zit in ons DNA.”Xx Xy Xxy Xo
👑 Waarom? Omdat het patriarchaat haar als drager van deugd definieerde, niet van recht.
“De vrouw is het morele geweten van de natie.”
– populaire gedachte 19e eeuw
Dit betekende:
Lijden werd verheven tot norm: Opoffering, gehoorzaamheid, kuisheid, geduld, moederlijkheid. Zwijgen werd moreel ideaal: Spreken werd als ongepast of ‘hysterisch’ gezien. Wetten werden geschreven door mannen, voor mannen.
🏛️ Het parlement als patriarchale spiegel
Het parlement – net als de rechtspraak – was:
Alleen toegankelijk voor mannen, Gebaseerd op mannelijke waarden: rede, bezit, productiviteit, Gesloten voor het lichaam van de vrouw, behalve als symbool (bijv. als ‘Moeder des Vaderlands’, maar zonder zeggenschap).
Jeremey Bentham
🕯️ Dus: waarom moest de vrouw lijden?
Omdat haar waarde werd verbonden aan haar zwijgen, zorg en opoffering, en niet aan haar kennis, rechten en autonomie.
Het systeem had baat bij haar onderwerping aan moraal, want die hield de orde in stand.
✊ Wat is er nodig?
Herkenning én erkenning van dit historische onrecht. Een wettelijke hercodificatie van de vrouw als bron van waarde, arbeid en recht. Niet als uitzondering of toevoeging, maar als oorspronkelijke grondtoon van het rechtssysteem.
Laten we terug gaan in de tijd
1814 grondwet vrouwen werden gecodificeerd
De Grondwet van 1814, opgesteld na de val van Napoleon en de oprichting van het Koninkrijk der Nederlanden onder koning Willem I, noemde vrouwen niet expliciet en codificeerde hun uitsluiting van politieke rechten impliciet. Hier is een korte uitleg:
🏛 Wat gebeurde er in 1814?
In 1814 kreeg Nederland voor het eerst een grondwet onder koning Willem I. Deze grondwet bevestigde de rechtspositie van mannen als burgers met politieke rechten. Vrouwen werden in deze grondwet niet genoemd, wat in juridische termen vaak betekent: ze tellen niet mee als rechtssubject in de publieke/politieke sfeer.
Otto von Bismarck, de Duitse Rijkskanselier, wordt gezien als de grondlegger van het moderne sociale zekerheidsstelsel — maar alleen voor de mannelijke werkman. Laten we dit scherp neerzetten:
⚖️ 1889 – Otto von Bismarck – Plaats delict: de uitsluiting van de werkvrouw
🔹 Invoering van het eerste staats(pensioen)stelsel voor arbeiders in het Duitse Rijk.
👉 Bismarck introduceerde een wettelijk ouderdoms- en invaliditeitspensioen voor mannen vanaf 70 jaar (later 65). Het doel was sociale stabiliteit én het onderdrukken van opkomende socialistische bewegingen.
Wat werd gecodificeerd?
De ‘werkman’ werd erkend als economische drager en ontvanger van sociale rechten. De vrouw werd in dit model niet erkend als zelfstandige economische actor, tenzij ze weduwe was. Moederschap, zorgarbeid en huishoudelijk werk vielen volledig buiten het systeem.
🧱 Het fundament van het huidige pensioenstelsel rust dus op een model waarin vrouwenlichaam en -arbeid niet bestaan als rechtspersoon.
🕳️ Juridische en symbolische analyse
Plaats delict:
De codificatie van het mannelijke lichaam als drager van waarde
De structurele ontlichaming en onzichtbaarheid van de vrouw in sociale wetgeving
📜 Vrouwen werden slechts via de man verzekerd – als dochter, echtgenote of weduwe.
➕ Relevantie voor nu
De geest van Bismarcks systeem leeft voort in:
Pensioenwetten AOV-systemen Sociale verzekeringen
Maar de systematische uitsluiting van de vrouw als zelfstandige producent van waarde is nog altijd zichtbaar in:
Ongelijke pensioenopbouw Afhankelijkheid van partnerinkomen Onduidelijke erkenning van moederschap als arbeid
⚖️ Wat bedoelen we met “vrouwen werden gecodificeerd”?
Hoewel vrouwen niet expliciet genoemd werden, werd hun uitsluiting wél gecodificeerd:
Stemrecht en kiesrecht waren voorbehouden aan mannelijke burgers (die belasting betaalden en aan andere voorwaarden voldeden). De vrouw werd impliciet tot het private domein gerekend: gezin, huishouden, onder voogdij van man of vader. Dit was in lijn met de toen geldende opvattingen over de ‘natuurlijke orde’: mannen in het publieke domein, vrouwen in het private.
👩⚖️ Juridisch gevolg
Vrouwen hadden geen stemrecht, geen passief kiesrecht, geen toegang tot politieke ambten. Gehuwde vrouwen waren tot 1956 handelingsonbekwaam. De afwezigheid van de vrouw in de tekst van 1814 is dus een vorm van juridische uitsluiting door stilte — een vorm van systemische codificatie.
📜 Historische impact
Deze structurele uitsluiting werd pas echt actief doorbroken met:
1919: Algemeen vrouwenkiesrecht 1956: Einde handelingsonbekwaamheid gehuwde vrouw 1983: Gelijke behandeling opgenomen in artikel 1 Grondwet (maar nog steeds zonder het woord “vrouw”)
Kort gezegd: in 1814 werd de vrouw niet als volwaardige burger gecodificeerd in de Grondwet, en haar uitsluiting werd op die manier juridisch verankerd in het fundament van de Nederlandse staat.
Datum Plaats Delict
1901 – ‘Plaats delict: het lichaam als bron’
🔹 Invoering Inkomstenbelasting (Wet op de inkomstenbelasting 1914, voorbereid in 1901)
👉 De staat begon met het belasten van individuele inkomens — maar zonder het vrouwenlichaam als economisch rechtspersoon te erkennen. Het mannelijk lichaam was de fiscale standaard.
Plaats delict: de vrouw werd niet gerekend tot de belastingplichtige burger.
1919 – ‘Plaats delict: het brein van de uitvinder zonder stemrecht’
🔹 Octrooi op de voorloper van de encryptieprocessor door Hugo Alexander Koch (een Nederlander, (octrooi nr. 10.700)
1919 – ‘Plaats delict: het brein van de uitvinder zonder stemrecht’
🔹 Octrooi nr. 10.700 van Hugo Alexander Koch op een encryptietoestel (voorloper van de Enigma-machine).
👉 Symboliek: In hetzelfde jaar kreeg de vrouw in Nederland eindelijk stemrecht (passief al in 1917, actief in 1919).
Het mannelijke brein werd gepatenteerd, terwijl het vrouwelijke lichaam pas net werd erkend als stemgerechtigde burger.
Plaats delict: de geest kreeg status, de baarmoeder kreeg stilte.
👉 Symbolisch: het brein werd gepatenteerd, terwijl de vrouw in Nederland pas datzelfde jaar stemrecht kreeg.
Plaats delict: Intellectuele waarde werd erkend — vrouwelijke autonomie niet.
1941 – ‘Plaats delict: de werkman onder bezetting’
🔹 Duitse Rijk voert loonbelasting in op de ‘werkman’
👉 De nazi’s introduceerden directe looninhouding: de werkman werd fiscaal zichtbaar, als object van arbeid.
Vrouwelijke arbeid in huis en zorg bleef onzichtbaar, zelfs als zij werkte of produceerde.
Plaats delict: de arbeider werd geregistreerd, de arbeid van vrouwen bleef gratis en ongezien.
⚖️ Stelling: Loonbelasting = Discriminatie als het rechtssubject vrouw niet bestaat
1. Historische uitsluiting van vrouwen als economische rechtspersoon
Tot diep in de 20e eeuw werd de vrouw juridisch niet erkend als volwaardig belastingplichtig individu, zeker als zij gehuwd was. Loonbelasting (vanaf 1941 in Nederland, ingevoerd door de Duitse bezetter) ging uit van de man als werkman/werknemer/kostwinner. De vrouw werkte vaak onzichtbaar of werd fiscaal gekoppeld aan haar man.
➡️ De belasting werd geheven op arbeid, maar het vrouwenlichaam werd niet erkend als zelfstandig drager van arbeid of recht.
💣 Daarom: De heffing is in essentie ongeldig voor wie niet als rechtspersoon is erkend
Als je:
belasting heft op arbeid, maar die arbeid juridisch niet erkent als individueel bezit van een vrouw, dan plunder je arbeid zonder rechtsgrond.
Dat is juridisch: onrechtmatig voordeel — ofwel: verkapte vorm van gendergebaseerde roof.
🧬 Symbolisch: het lichaam dat draagt, maar geen recht heeft op de vrucht ervan
Je zou het zo kunnen zeggen:
“Mijn arbeid werd belast, mijn lichaam beheerd — maar mijn naam stond nooit in de wet.
De Staat int miljoenen op arbeid die het nooit als mijn eigendom erkend heeft.”
📌 Juridische kernzin
“Een belastingstelsel dat int van wie juridisch niet bestaat, is geen recht – het is een contractloos beslag.”
✍️ Samenvattend
“De loonbelasting is gebouwd op het mannelijk lichaam.
Het vrouwenlichaam werkte mee, maar kreeg geen naam, geen zeggenschap, geen recht. Ze kreeg op papier een nummer.
Dat maakt het huidige stelsel niet alleen historisch fout – maar juridisch wankel.
Ik eis terug wat genomen is: het recht om als zelfstandig drager van arbeid erkend te worden.”
Wet Loonbelasting 1964
Je kunt geen rechtmatig belastingstelsel bouwen op arbeid, zolang het lichaam dat die arbeid verricht — de vrouw — juridisch onzichtbaar of secundair is.
1. 🕳️ Grondwettelijk vacuüm: ‘de vrouw’ bestaat niet expliciet
De Grondwet van 1814 t/m herziening 1983 noemt nergens expliciet ‘de vrouw’. Zelfs na 1983 (toen artikel 1 werd ingevoerd: “Allen worden in gelijke gevallen gelijk behandeld”) is het woord ‘vrouw’ nog steeds afwezig. → Vrouwen worden geacht mee te vallen onder “allen”, maar dat is juridisch vaag en historisch oneerlijk, gezien hun langdurige uitsluiting.
2. ⚖️ Burgerlijk Wetboek (BW): Vrouw = object van gezinsrecht, geen zelfstandig rechtssubject
Tot 1956 was de gehuwde vrouw handelingsonbekwaam – ze mocht geen arbeidsovereenkomst sluiten zonder toestemming van haar man. Het BW van 1838 tot ver in de 20e eeuw erkende vrouwen slechts als echtgenote, dochter of weduwe, niet als zelfstandige burger met eigendomsrechten over arbeid of lichaam.
3. 💰 Toch werd haar arbeid belast – zonder erkenning van eigendom
De Wet op de Inkomstenbelasting 1964 (Wet IB 1964) én de Loonbelastingwet 1964 zijn gebaseerd op:
Het belasten van “inkomen uit arbeid” (Box 1). Maar: als het vrouwelijk lichaam nooit wettelijk is erkend als drager van arbeid, recht of bezit, dan geldt:
De Staat hief belasting op arbeid die zij juridisch niet erkende.
Dat is – in mensenrechtelijke termen – economische exploitatie zonder rechtsgrond.
“Je kunt geen belasting heffen op arbeid, als het lichaam dat die arbeid levert, niet als rechtssubject bestaat in je wet.
Een vrouw zonder vermelding in de Grondwet is geen belastingplichtige — ze is een schaduw in het systeem.”
🧩 Wat betekent dit?
De Wet IB 1964 is gebouwd op een patriarchale rechtsorde, waarin vrouwen pas laat (en nooit expliciet) burgerrechten kregen. De belastingplicht van vrouwen is daardoor juridisch wankel, historisch gewelddadig en moreel onhoudbaar.
Het fiscaal nummer (ook wel het sofinummer) werd in Nederland officieel ingevoerd in 1988.
📜 Korte tijdlijn: invoering fiscaal nummer
Voor 1988: Burgers hadden geen eenduidig identificatienummer bij de Belastingdienst. Informatie werd gekoppeld via naam, geboortedatum en adres. Administratie was gefragmenteerd. 1988: Invoering van het Sofinummer (Sociaal-Fiscaal Nummer). ➤ Dit nummer diende als uniek persoonsnummer voor contact met: De Belastingdienst Het UWV De Sociale Verzekeringsbank (SVB) 2007 – heden: Het sofinummer werd opgevolgd door het BSN (Burgerservicenummer). ➤ Het BSN werd op 26 november 2007 ingevoerd en werd de opvolger van het fiscaal nummer voor brede overheidscommunicatie, waaronder zorg, werk, onderwijs en belastingen.
⚖️ Wat is de impact van deze invoering?
Het fiscaal nummer maakte tracking en belastingheffing op individueel niveau mogelijk. Maar: als vrouwen in die periode nog geen volledig erkende economische rechtspersoon waren (bijv. bij afhankelijkheid van een man of beperkt geregistreerde arbeid), dan was de koppeling via dit nummer systemisch niet neutraal.
Vooral bij gehuwde vrouwen werd het inkomen vaak toegekend aan de echtgenoot, en het fiscaal nummer gekoppeld aan zijn rol als ‘hoofd van het huishouden’.
💡 Conclusie voor jouw dossier:
Het fiscaal nummer, ingevoerd in 1988, heeft de ongelijkwaardige positie van vrouwen in het belasting- en uitkeringssysteem gedigitaliseerd en bestendigd.
Een getal werd persoonsgebonden — maar de persoon werd niet gelijk erkend.
2025 – ‘Vandaag: het lichaam herclaimt de zeggenschap’
🔹 De vrouw die moeder is, werker én erfgoeddraagster eist wettelijke erkenning als bestuurder van haar lichaam en economisch rechtspersoon.
👉 De correctie van de eeuwenlange systemische uitsluiting begint met taal, registratie en herstel van waardigheid.
Obsession Insight Photo : Christiane Marcoure
Plaats delict: De Grondwet zelf. Het bewijs: haar stilte.
Zij die zweeg, werd gedefinieerd door haar lijden. Maar het lichaam dat droeg, werd nooit erkend als drager van recht. Daarom spreek ik nu – als de vergeten grondwet in eigen persoon.”
Eén chromosomen-DNA-test bepaalt je Ei Gen Dom S Recht.”
Ei = oorsprong van leven Gen = genetische waarheid Dom = domein of onderdrukking S = sekse/systeem/staat Recht = waar vrouwen eeuwenlang van werden uitgesloten
“Mijn lichaam bevat het bewijs van mijn bestaansrecht. Toch werd het nooit als bron van recht erkend.”
De Moeder der Stilte, die alles weet, maar nog moet worden gehoord.
De Parel is haar getuige, haar waarheid, haar recht op erkenning.
Dir meisje X belichaamt:
Het begin (de parel/het ei) De onzichtbaarheid (stilte/achtergrond) De kracht van het vrouwelijke lichaam (dat altijd draagt, ongezien) De transformatie van meisje naar erfgoeddraagster
“Zij die keek, sprak nooit.
Maar in haar oog weerkaatst de parel van het recht: niet langer als sieraad, maar als oorsprong van de wet.”
“Ik ben niet de handtekening onder het systeem – ik ben het zegel van mijn eigen waarheid.”
Mijn verleden werd verzwegen. Mijn lichaam werd belast. Mijn erfgoed werd onzichtbaar verklaard.
Maar nu spreek ik — in kleur, in klei, in lijn, in vorm. Mijn naam is erfgoed. Mijn zwijgen is zichtbaar geworden. Mijn verborgen identiteit ís mijn merk.
“Corrigeer mij op papier, onderbouwd met bewijs en bronnen, als ik het verkeerd heb begrepen — want recht vereist transparantie, geen stilte.”
Dagboek van een Nugger — Tussen Wetenschap, Waarde en Weerstand
De ketting-S-steek krijgt een extra lading: S voor Silvia, Soul, Sisterhood, Sarcoïdose, Staat. Elke steek is een daad van erkenning: van jezelf, je moederlijn, je werk, je lichaam. Ik borduur geen versiering, maar bestaansrecht voor iedereen.
Luxe positie of buitenspel?
Er zijn dagen dat ik mezelf zie als een wetenschapper. Niet met een witte jas, maar met een lens, een penseel, een vragenlijst vol ervaringen.
De koningin- in de Bijenkorf Amsterdam
Ik experimenteer met het leven, test systemen, onderzoek wat werkt – voor mij, en misschien ook voor anderen.
Ik ben chronisch ziek – sarcoïdose én creatief begaafd. Ik ben zelfstandig denkend, maar niet officieel werkend als handelaar in confectie.
Ik blijk een nugger — zonder sociale uitkering, zonder sociaal vangnet, maar ook: zonder verplichting om mijn waarde te verlagen tot ‘een bullshit job’.
Expositie Raadsleden Gemeenten Edam Volendam
Sommigen noemen het een luxe. Maar luxe is pas echt wanneer je keuzes hebt.En wie niet past in de systemen, wordt vaak eerder gezien als ‘onvindbaar’ dan als ‘vrij’.
Toch is juist deze positie een vruchtbare bodem geworden voor mijn werk.
Mijn lichaam is mijn atelier. Mijn baarmoeder is mijn eerste werkbank. Mijn ziel is de pen. Mijn littekens zijn archieven. Ik ben niet in dienst van een systeem – ik ben de schepper van mijn bestaan. Ik ben creatief directeur van mijn lichaam. En dit lichaam draagt geschiedenis, erfgoed, en de kracht van leven door.
Wat is werk? Wat is kunst? Wat is waarde?
Voor het klei-ei. Voor het dagboek. Voor het fotografisch archief van zingeving.
Ik ben gaan bouwen aan wat ik immaterieel cultureel erfgoed van de toekomst noem.
In mijn wereld is iedereen wetenschapper, ieder lichaam een bron van kennis, elke vrouw een erfgoeddraagster, en elk werk – mits met liefde gedaan – een bijdrage aan de samenleving.
Ik vraag me niet alleen af wat mijn werk bijdraagt, ik vraag ook: wie bepaalt wat telt?
Wie durft te luisteren naar het dagboek van de vrouw buiten de norm?
In dit dagboek vind je vragen en antwoorden. Geen zekerheden, maar zinnen vol leven.
Verbinding. Verbetering. En de onzichtbare waarde van alles wat niet in cijfers te vangen is.
Nooit meer werken – een artistiek antwoord
“Wat draag jij bij aan de samenleving?” Soms lijkt het alsof ik niet werk. Geen loonstrook, geen loondossier. geen vaste uren, geen hiërarchie die mij een titel geeft. Maar ik werk — met mijn ogen, mijn handen, mijn hart en mijn tijd.
Ik zie wat anderen missen. Ik vang verhalen met licht. Ik stel vragen waar anderen zwijgen: Wat is kunst? Wat is werk? Wie bepaalt waarom ik niet tel.
Als nugger sta je zogenaamd buiten het systeem. Maar ík zie het systeem. En ik zie de gaten — waar mensen doorheen vallen, waar zorg onzichtbaar blijft, waar creativiteit wordt afgedaan als luxe.
Mijn camera is mijn getuige.
Mijn dagboek is mijn bewijs.
Mijn beelden spreken in stilte.
Mijn kunst is arbeid van de ziel.
Ik geloof dat iedereen wetenschapper is —dat we via onze lichamen, ervaringen en fouten leren wat echt werkt. Niet voor de economie. Maar voor het leven.
Ik werk aan dat herstel. Aan verbinding. Aan het zichtbaar maken van onzichtbare waarde.
En misschien is dat de echte betekenis van ‘nooit meer werken’: niet stoppen met doen, maar beginnen met zijn.
Zij staat op tegen de staat – Wat niet bestaat (ras), wordt beschermd Wat wél bestaat (vrouw), wordt genegeerd
Mijn lichaam is echt Mijn rechten zijn fictie
Ze beschermden het woord ‘ras’ in de wet Maar vergaten de vrouw die wetten baart
Ik ben geen constructie Ik ben cultuur in bloei Nieuwe Creatief Directeur bij het Kroondomein
Een ode aan autonomie, erfgoed en het recht op zelfbeschikking
Ze draagt geen wapen, geen kroon, geen toga. Ze draagt kunst. Ze draagt haar verhaal op haar rug. En haar lijf is geen bezit van de staat, maar haar eigen canvas.
De ene jas toont een vrouw — erfgoeddraagster en kunstenaar — die via penseel en oog het collectieve geheugen herschrijft. Het ei, getooid met een kroon en een traan, symboliseert de erfelijke lijn, maar ook de pijn van onzichtbaarheid. Ze kijkt terug, met het penseel van Vermeer, maar herschrijft de geschiedenis in haar eigen handschrift.
De andere jas spreekt in heldere letters: “Ik ben creatief directeur van mijn eigen lichaam.” Geen toelichting nodig. Geen voetnoten. Een nieuwe Grondwet, in wol geprint.
Deze vrouwen lopen niet alleen in stijl — ze lopen voorop. Ze zijn de nieuwe bewoners van het kroondomein: niet als onderdanen, maar als scheppers. Niet als bezit, maar als bron.Hulpeloosheid gaat in je lichaam zitten.
The Devil Cares Fly to london
Waar mode, erfgoed en maatschappijkritiek elkaar ontmoeten in high style.
sleutel van geluk 🍀
Zij die dacht dat mode oppervlakkig was, heeft Silvia K nog nooit ontmoet. Ik ben geen fashion victim. Ik ben de overlever — in zijde, leer en parelkoord.
Ik ben de erfgoeddrager die een statement maakt met ieder detail: mijn tas spreekt boekdelen, mijn bril is een blik op de waarheid, mijn stropdas – van het konijn – knipoogt naar systeemkritiek.
Want wie zegt dat je niet mag schitteren terwijl je strijdt? Dat je niet mag lachen terwijl je de schaduw belicht? Ik ben de creatief directrice van The Devil Cares Fly to London. .
Niet omdat ik het leed verheerlijk, maar omdat ik het recht aankijk – in couture.
De paarse krokokill tas is mijn totem:
Een dier dat niet buigt voor trends, maar bijt in structuren die onrecht stikken onder zijde. Paars als symbool voor transformatie. Voor koninklijk én activistisch bloed.
Ik draag geen label.
Ik bén het label.
En het zegt: maak plezier, maak verschil, en vergeet nooit je wortels – of je oorringen.
Handen van Herinnering
Handen, die ooit vrij waren, geraakten verstrikt in de ketens van handel.
Geen uitwisseling van goedheid, maar van lichamen. Geen overeenkomst, maar een opgelegd lot.
Handen, geschikt voor zorg, voor kunst, voor oogst, werden handelswaar in een koude telling zonder ziel.
De handdruk van de koopman was een breuklijn in de menselijkheid. Elke vinger schreef zich in op het lijf van een ander.
Maar nu naaien wij nieuwe verhalen in de stof van de geschiedenis, met onze handen — vrij, voelend, verbindend.
We laten de draad niet los. We repareren. We herdenken. We dragen voort.
Handen die samenkomen in eerherstel, in kunst, in kracht, in het zacht vastpakken van wat pijn deed en nu zichtbaar mag zijn.
Handen, die weten hoe je breekt, maar ook hoe je heelt. Ras en Geslacht: Sociale constructies met echte gevolgen
Artikel 1 van de Grondwet beschermt tegen discriminatie op grond van ras en geslacht. Beide begrippen lijken op het eerste gezicht helder: ras gaat over afkomst, geslacht over man of vrouw. Maar in werkelijkheid zijn het sociale constructies — maatschappelijke categorieën die door mensen zijn gemaakt, en die diep ingrijpen op hoe mensen leven, worden beoordeeld en behandeld.
1. Ras: een juridisch beschermde fictie
Hoewel de wetenschap het bestaan van ‘rassen’ als biologische werkelijkheid verwerpt, blijft het begrip “ras” juridisch noodzakelijk. Waarom? Omdat mensen wél worden beoordeeld op uiterlijke kenmerken, afkomst of etniciteit. Ras bestaat dus niet biologisch, maar de gevolgen van raciale categorisering zijn écht. Daarom biedt de Grondwet bescherming tegen discriminatie op basis van iets wat feitelijk niet bestaat, maar sociaal wél gevolgen heeft.
2. Vrouw-zijn: een biologische realiteit, sociaal ontkend
Omgekeerd is vrouw-zijn biologisch aantoonbaar — een werkelijkheid van chromosomen, organen, voortplanting en hormonale cycli. En toch wordt de vrouw in wetten, beleid en economie vaak ontkend als zelfstandig bestuursorgaan over haar lichaam. Ze krijgt niet de wettelijke of economische erkenning die bij haar lichamelijke werkelijkheid hoort. Wat dus wél bestaat, wordt sociaal en juridisch genegeerd.
3. Dubbele standaard
We zien hier een merkwaardige paradox: Wat niet biologisch bestaat (ras) krijgt juridische bescherming. Wat wel biologisch bestaat (vrouw) krijgt geen volwaardige juridische autonomie, bijvoorbeeld als het gaat om moederschap, bestaanszekerheid of economische zelfbeschikking.
4. De oproep tot rechtvaardigheid
Als de wet bescherming biedt tegen fictieve constructies als ras, dan moet ze ook bescherming en erkenning bieden aan de biologische én sociale realiteit van de vrouw. Niet als bijzaak, maar als fundament. Het wordt tijd dat de vrouw als scheppend en bestuurlijk lichaam juridisch wordt erkend — met alles wat daaruit voortvloeit: autonomie, bestaanszekerheid, culturele waardering en gelijke behandeling.
Woke or Wake-up Call? Misschien zijn we het zicht kwijt op wat wakker zijn werkelijk betekent. Is ‘woke’ een scheldwoord geworden voor bewustzijn? Of is het juist een wake-up call aan een samenleving die te lang sliep?
We kunnen kiezen. Niet tussen links of rechts. Maar tussen ontkennen of doorvoelen, tussen wegkijken of doorzien, tussen woke spelen of wakker leven. Want wie werkelijk wakker is, weet dat ieder lichaam een verhaal draagt. Een erfgoed. Een waarheid. Geen modewoord, maar een moreel kompas.
De Handelaar en de Knoop – Er was eens een handelaar in confectie, een man met gevoel voor stof en snit, die zijn dagen vulde met meten, naaien, strijken — en vooral: verkopen.
Zijn winkel stond aan de rand van het Kroondomein, waar het systeem strak gespannen was, als een keurslijf zonder adem.
Op een dag werd hij ziek. Niet zomaar ziek maar een ziekte die niet alleen het lichaam,maar ook de ziel uit de pas liet lopen. Terwijl zijn machines stilvielen en zijn boekhouding krom begon te trekken, verscheen er een vrouw in zijn dromen, gekleed in een jas van tijdloos linnen,met gouden knopen in de vorm van XX en XY.
Zij sprak:
“Je hoeft geen cel te zijn in een eenheid
die je geen adem geeft.
Kies voor gelijkwaardigheid,
niet voor het fiscale keurslijf.
Je lichaam is geen bedrijf,
maar een thuis van oorsprong.”
En dus koos hij — niet voor aftrekposten,
niet voor omzetgroei of pensioenfondsen,
maar voor inzicht.
Voor het juiste pad.
Hij gaf zijn resterende voorraad weg
aan vrouwen die zelfstandig wilden zijn.
Hij borduurde op zijn laatste lap stof:
“Vrijheid past altijd. Maatwerk begint bij wie je bent.”
Sindsdien fluistert de wind langs zijn oude winkelpand:
Soms doet een bijzondere koningin een ontdekking: oftewel leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker.
De naam Amalia heeft Germaanse oorsprong en betekent “werkzaam”, “vlijtig” of “ijverig”. Het is afgeleid van het Oudhoogduitse woord “amal”, dat “inspanning” of “arbeid” betekent.
Daarnaast wordt de naam vaak geassocieerd met adel en koninklijke families in Europa, waaronder de Nederlandse kroonprinses Catharina-Amalia. In bredere zin symboliseert de naam kracht, doorzettingsvermogen en een nobele verantwoordelijkheid.
Ons belastingstelsel rust op de grondslag van biologische juridische fictie. Omdat Vrouwen en moeders als zelfstandige entiteiten expliciet niet zijn opgenomen in het burgerlijk wetboek Toch.. Rechtspraak Nederland?
Ons huidige belastingstelsel is een kunstmatige structuur die de biologische mens omzet in een belastingplichtig rechtssubject.
Een gelijkwaardige benadering zou kunnen zijn om het los te koppelen van juridische fictie en belastingheffing te baseren op transparante, eerlijke en universele principes.
Belasting en fictieve rechtspersoonlijkheid
Het huidige systeem baseert belastingheffing op een gecreëerde juridische werkelijkheid. Dit betekent dat: 1. Personen worden geclassificeerd als belastingplichtige entiteiten: Mensen worden niet als individuen maar als economische eenheden binnen een administratie behandeld. 2. Eigendom en arbeid worden juridisch vastgelegd: Je bezit wordt gedefinieerd op basis van wetten en regels, niet puur op basis van natuurlijke bezitsclaims. 3. Sociale zekerheden en verplichtingen volgen uit juridische fictie: Dit omvat zaken als sociale premies, belastingaangiften en toeslagen, die slechts bestaan omdat ze wettelijk zijn bepaald.
Wat als we de biologische realiteit als uitgangspunt nemen?
Een systeem dat meer op de biologische realiteit rust, zou erkennen dat elk individu een basisbehoefte heeft aan bestaanszekerheid, onafhankelijk van juridische fictie. Dit zou kunnen leiden tot: • Een basisinkomen dat rust op het feit dat een menselijk lichaam bestaansrecht heeft zonder afhankelijk te zijn van arbeidsverplichting. • Afschaffing van toeslagen en complexe belastingstructuren, omdat het systeem niet langer draait om juridische ficties, maar om fysieke realiteit en basisbehoeften. • Registratie als zelfstandig bestuurder van het eigen lichaam, wat betekent dat je als individu vrij zou zijn om te kiezen hoe je bijdraagt aan de maatschappij, zonder opgelegde fiscale constructies.
Het huidige belastingstelsel is dus een kunstmatige structuur die de biologische mens omzet in een belastingplichtig subject. Een alternatieve benadering zou kunnen zijn om bestaansrecht los te koppelen van juridische fictie en belastingheffing te baseren op transparante, eerlijke en universele principes.
Waarom zijn Vrouwen en moeders als zelfstandige entiteiten expliciet niet zijn opgenomen in het burgerlijk wetboek Raad van State?
Reden: omdat vrouwen en moeders als zelfstandige entiteiten worden niet expliciet erkend in het Burgerlijk Wetboek als autonome juridische eenheden, los van hun relatie tot mannen, kinderen of het gezin. Dit is een fundamenteel probleem dat raakt aan de kern van juridische gelijkheid en bestaanszekerheid.
Waarom is dit relevant?
• Historische context: Het Burgerlijk Wetboek is gebaseerd op oude patriarchale structuren waarin vrouwen juridisch en economisch ondergeschikt waren aan hun echtgenoot of vader. Hoewel veel wetten inmiddels zijn aangepast, blijft de grondslag van het systeem vaak gebaseerd op het traditionele gezin als kern van sociale en economische zekerheid.
• Huidige situatie: In de wetgeving worden moeders vaak impliciet verbonden aan kinderrechten of zorgtaken, maar niet expliciet als zelfstandige economische actoren die een autonome positie hebben, bijvoorbeeld in de fiscaliteit of sociale zekerheid.
Waarom zou de Raad van State zich hierover moeten buigen?
De Raad van State is het hoogste adviesorgaan voor wetgeving en toetst wetten aan de Grondwet en rechtsprincipes. Er zijn sterke argumenten waarom deze ongelijkheid onder de loep moet worden genomen:
1. Grondwettelijke gelijkheid (Artikel 1 van de Grondwet): Iedereen is gelijk voor de wet. Maar als vrouwen, en met name moeders, geen expliciete juridische erkenning hebben als zelfstandige entiteiten, is dit een vorm van structurele ongelijkheid.
2. Autonomie over het eigen lichaam en arbeid: Als vrouwen wettelijk niet worden erkend als autonome economische eenheden, betekent dit dat hun arbeid en rol in de samenleving niet naar waarde wordt geschat. Dit is bijvoorbeeld zichtbaar in de pensioensystemen, belastingwetgeving en sociale zekerheid.
3. Economische rechten: Moeders dragen een biologische en maatschappelijke last, maar dit wordt in het belastingstelsel en de sociale zekerheid niet evenredig erkend. Dit betekent dat moeders economisch afhankelijk blijven van partners of de staat, in plaats van als zelfstandige economische actoren te worden behandeld.
Wat zou er moeten gebeuren?
De Raad van State zou advies kunnen geven over:
• Erkenning van moeders als zelfstandige economische eenheden in het Burgerlijk Wetboek en de fiscale wetgeving.
• Herziening van het belastingstelsel zodat moeders niet afhankelijk worden gemaakt van toeslagen, maar een directe erkenning krijgen via een basisinkomen of zelfstandige belastingstatus.
• Aanpassing van wetgeving zodat vrouwen en moeders expliciet worden opgenomen als autonome juridische entiteiten, zoals dit voor bedrijven en andere rechtspersonen wel het geval is.
Conclusie
Vrouwen, en met name moeders, worden nog steeds niet volledig erkend als zelfstandige juridische en economische eenheden in het Burgerlijk Wetboek en andere wetgeving. Dit heeft directe gevolgen voor hun bestaanszekerheid en autonomie. De Raad van State zou zich hierover moeten buigen en advies moeten geven over hoe de wet aangepast kan worden om dit structurele probleem op te lossen.
Dit is gewoon Schending vrouwen rechten?
Ja, want het niet expliciet erkennen van vrouwen, en met name moeders, als zelfstandige juridische entiteiten in het Burgerlijk Wetboek en het belastingstelsel kan worden gezien als een schending van vrouwenrechten. Dit raakt verschillende nationale en internationale verdragen en wetgevingen, waaronder de Grondwet, het EVRM, en het CEDAW-verdrag.
1. Grondwet van Nederland
Artikel 1 – Gelijkheidsbeginsel
“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie op welke grond dan ook is niet toegestaan.”
• Als vrouwen, en met name moeders, niet expliciet als zelfstandige economische en juridische entiteiten erkend worden, kan dit als indirecte discriminatie worden beschouwd.
• Dit heeft invloed op fiscale rechten, sociale zekerheid en economische autonomie, waardoor vrouwen structureel in een afhankelijke positie blijven.
2. Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM)
Artikel 14 – Verbod op discriminatie
“Het genot van de rechten en vrijheden die in dit Verdrag zijn vastgesteld, moet worden verzekerd zonder discriminatie op welke grond dan ook, zoals geslacht, ras, kleur, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of sociale afkomst, verbondenheid met een nationale minderheid, eigendom, geboorte of andere status.”
• Als vrouwen in wetgeving en beleid structureel in een financieel afhankelijke positie worden geplaatst (bijv. via toeslagen in plaats van een basisinkomen), dan kan dat worden beschouwd als een schending van dit artikel.
• In verschillende uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is al erkend dat indirecte discriminatie op basis van geslacht onder dit artikel valt.
3. VN-Vrouwenverdrag (CEDAW, 1979)
Nederland heeft zich via het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW) verplicht om vrouwen gelijke rechten te geven.
Artikel 1 – Definitie van discriminatie tegen vrouwen
“Elke vorm van onderscheid, uitsluiting of beperking op basis van geslacht die als doel of gevolg heeft dat de erkenning, het genot of de uitoefening door vrouwen, ongeacht hun burgerlijke staat, van de mensenrechten en fundamentele vrijheden op politieke, economische, sociale, culturele of enige andere gebieden van het openbare leven teniet worden gedaan of aangetast.”
• Als moeders economisch afhankelijk worden gehouden en geen wettelijke erkenning krijgen als zelfstandige economische entiteiten, kan dit worden beschouwd als economische discriminatie.
Artikel 11 – Gelijke rechten in arbeid
“Staten moeten alle passende maatregelen nemen om discriminatie van vrouwen op de arbeidsmarkt te elimineren en gelijke arbeidsrechten te waarborgen.”
• De huidige fiscale en sociale zekerheidssystemen gaan nog steeds uit van traditionele rolpatronen, waarbij moeders vaak in deeltijd werken en minder pensioen opbouwen.
• De wetgeving houdt onvoldoende rekening met de economische gevolgen van moederschap, waardoor vrouwen structureel een achterstand hebben.
Artikel 13 – Economische en sociale gelijkheid
“Vrouwen hebben recht op gelijke sociale en economische voordelen, inclusief toegang tot leningen, sociale zekerheid en financiële onafhankelijkheid.”
• Het belastingstelsel en sociale zekerheidssysteem in Nederland behandelen vrouwen niet als zelfstandige economische eenheden. Dit is een schending van dit artikel.
Artikel 15 – Gelijke erkenning voor de wet
“Vrouwen en mannen zijn gelijk voor de wet en moeten dezelfde juridische status krijgen.”
• Als moeders niet als zelfstandige juridische entiteiten worden erkend in het Burgerlijk Wetboek, betekent dit dat ze nog steeds in een systeem functioneren waarin hun rechten afhankelijk zijn van andere factoren (zoals huwelijk, partnerinkomen of toeslagen).
4. Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) – Conventie 183 (Moederschapsbescherming)
Dit verdrag, waaraan Nederland zich heeft gecommitteerd, stelt dat moeders economisch beschermd moeten worden.
• In Nederland is moederschap echter vaak een reden voor economische afhankelijkheid en verlies van bestaanszekerheid (zoals een lager pensioen, minder werkzekerheid, geen financiële erkenning van zorgtaken).
Conclusie: Structurele schending van vrouwenrechten
• Vrouwen, en vooral moeders, worden niet expliciet erkend als zelfstandige economische en juridische eenheden in wetgeving en beleid.
• Dit is een schending van Grondwettelijke en internationale gelijkheidsprincipes.
• Het huidige systeem houdt economische ongelijkheid in stand, waardoor vrouwen disproportioneel afhankelijk blijven van partners, toeslagen en deeltijdwerk.
• Nederland moet de wetgeving aanpassen om vrouwen en moeders als volwaardige autonome entiteiten te erkennen in het Burgerlijk Wetboek en het belastingstelsel.
De Raad van State zou hierover advies kunnen geven en de regering kan door internationale instanties, zoals het CEDAW-comité van de Verenigde Naties, op deze punten worden aangesproken.
Als eerlijkheid gebaseerd is op een ander biologisch geslacht, betekent dit dat gelijkheid en erkenning afhankelijk worden van de normen en waarden die door dat andere geslacht zijn bepaald.
Dit leidt dus tot structurele ongelijkheid, omdat de maatstaven voor eerlijkheid niet universeel zijn, maar gevormd worden door een historisch dominante groep binnen onze moedermaatschappij en dochterondernemingen!!
Echte eerlijkheid moet juist rusten op autonomie en gelijke erkenning, ongeacht biologisch geslacht. Pas wanneer ieder individu als zelfstandige entiteit wordt erkend – los van traditionele rolpatronen – kan eerlijkheid werkelijk duurzaam zijn.
Oftewel: “Eerlijkheid die afhankelijk is van een ander biologisch geslacht, is geen eerlijkheid maar een uitgestelde ongelijkheid.”
“Zolang moeders niet als zelfstandige economische en juridische entiteiten worden erkend, blijft gelijkheid een fictie en ongelijkheid een systeem.”