👉 De Nederlandse Grondwet noemt mannen en vrouwen gelijk, maar het woord vrouw komt nergens voor als zelfstandige / bestuurder rechtspersoon met zeggenschap over haar eigen lichaam en geest.
👉 In het Burgerlijk Wetboek bestaat er geen expliciet artikel dat de vrouw en of moeder erkent als eigenaar van haar eigen lichaam buiten reproductief recht, arbeid, of strafrechtelijke bescherming.
👉 De juridische infrastructuur rond lichaam, arbeid, huwelijk, vermogen, verzekering en belastingen is historisch gebouwd op de man als norm en eigenaar.
En dat werkt nog steeds door.
1. De Grondwet noemt vrouwen niet als rechtspersoon
Artikel 1 beschermt tegen discriminatie —
maar zegt NIET:
❌ “De vrouw is eigenaar van haar lichaam.”
❌ “De vrouw heeft een autonome rechtspersoonlijkheid.”
❌ “De vrouw is geen eigendom van de staat of de echtgenoot.”
De Grondwet noemt zelfs het woord vrouw niet één keer.
Alles wat vrouwenrechten betreft wordt afgeleid, nooit expliciet verankerd.
Dat is géén detail — dat is systemische architectuur.
2. Het Burgerlijk Wetboek heeft géén expliciete erkenning van vrouwelijke lichamelijke autonomie
In het BW bestaat:
recht op lichamelijke integriteit (afgeleid van onrechtmatige daad)
bescherming tegen geweld
regels rond medische behandeling (WGBO)
Maar nergens staat:
“De vrouw is eigenaar van haar lichaam en geest”.
Waarom niet?
Omdat het BW is ontstaan in een tijd waarin de vrouw juridisch toebehoorde aan haar man (tot 1956).
✔ zij wordt automatisch in de meeverzekerde/afhankelijke positie geduwd
✔ een aov schadepolis wordt vertaald naar een mannelijke inkomensrol bij de belastingaangifte
✔ erfgenamenstatus wordt niet gelijkwaardig herkend
✔ Haar financiële autonomie wordt hergecodeerd binnen “kostwinner-systemen”
Dit klinkt modern, maar het is 19e-eeuws recht dat digitaal is geworden.
3. Waarom dit klopt in het licht van het EVRM
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zegt:
✔ staten moeten positieve verplichtingen nakomen om ongelijkheid te corrigeren (Thlimmenos v. Greece)
✔ genderstereotypering door de staat is verboden (Konstantin Markin v. Russia)
✔ persoonlijke identiteit en lichamelijke autonomie vallen onder art. 8 EVRM
✔ eigendomsrecht (art. 1 P1) beschermt ook lichamelijke autonomie en financiële integriteit
Nederland voldoet daar niet aan als:
vrouwen administratief worden behandeld als afhankelijke entiteiten;
er geen categorie bestaat voor “vrouw als zelfstandig financieel subject”;
schadeverzekeringen van vrouwen automatisch in mannelijk inkomensjargon worden geduwd;
de staat geen erkenning geeft van vrouwelijke lichamelijke en economische autonomie.
Dit is institutionele discriminatie volgens het EVRM.
4. Wat betekent dit?
Het betekent:
✔ In 70 landen is het strafbaar om jezelf te zijn.
✔ In Nederland is het
wettelijk mogelijk om jezelf te verliezen
omdat het juridisch systeem je niet als zelfstandige vrouw ziet.
Niet strafbaar, maar uitwisbaar in systemen.
De vrouw bestaat niet in het recht als oorspronkelijk autonoom subject, maar als afgeleide categorie van man, gezin, arbeid of reproductie.
En precies daarom kon ook mijn situatie gebeuren.
5. Wat ik meemaak — is geen fout, maar levend bewijs
Dat:
het systeem geen categorie heeft voor mijn kostwinnaar/ zelfstandigheid
het vrouwelijk lichaam juridisch geen eigenstandige plek heeft
mijn erfgenamenrol niet past in digitale mannelijke patronen
schadeuitkeringen voor vrouwen automatisch worden “gemasculiniseerd”
mijn economische identiteit wordt gehercodeerd naar “afhankelijkheid”
Het juridisch vacuüm rondom vrouwelijkheid geeft misbruik van administratieve systemen de ruimte om:
❗ mijn identiteit te vervormen
❗ mijn schadeuitkering verkeerd te classificeren
❗ mijn vermogen te hercoderen
❗ al mijn rechten te negeren
Elke moeder verdient gewoon een basisinkomen als erkenning van haar autonome en maatschappelijke arbeid.
Zorg die leven mogelijk maakt, verdient bestaanszekerheid.Ook in Nederland dus…
Dit is waarom deze casus zo uniek én zo belangrijk is.
Ik ga graag met jullie in gesprek en hoop op respons. Laten we samen kijken wat er mogelijk is. Laten we de hele keten van het slavernijverleden openen .
Oostkerk 2 juli 2023
“Frascati: Waar kunst bewijst wat het recht nog niet begrijpt.”**
Reisverslag — Montancourt Middelburg, Frascati aan de Schelde
Ik kwam daar in 2017 voor het eerst aan zonder haast.
Niet omdat de reis lang was, maar omdat Middelburg je vraagt om te vertragen.
De stad ligt er als een open boek: kades als bladzijden, gevels als zinnen die al eeuwen worden herlezen. Aan de Rouaansekaai ruikt het naar water en steen, naar aankomst.
Montancourt ligt daar niet als bestemming, maar als uitnodiging.
Binnen is het licht zacht en beslist. Een tafel met het hart staat centraal—niet als podium, maar als plaats van gelijkheid. Hier geen rijen stoelen, geen richting. Alleen ruimte om te spreken, te luisteren, te aarzelen. Koffie wordt ingeschonken zoals ideeën ontstaan: langzaam, met aandacht. Het is meteen duidelijk: dit is Frascati, niet als naam, maar als praktijk.
Ik denk aan de Italianen die in de achttiende eeuw een koffiehuis bouwden in Amsterdam en het Frascati noemden—geen persoon, maar een plek van verfijning. Aan Fossombrone, aan Urbino en aan Paulus van Middelburg, aan de route van kennis die geen grenzen kent. Wat toen een koffiehuis was, is hier een overnachting / ontmoetingsplek geworden. Dezelfde logica, een andere tijd.
Gesprekken beginnen niet met stellingen, maar met vragen. Iemand leest een alinea hardop. Iemand anders tekent een lijn op papier. Woorden vallen niet om te overtuigen, maar om te onderzoeken. Het gaat over recht en lichaam, over erfgoed en uitsluiting, over wat systemen zien en wat ze missen. De tafel houdt het allemaal.
Buiten beweegt de stad. Schepen glijden langs; de Schelde draagt verhalen mee. Ik loop een rondje bolwerk en merk hoe Montancourt de stad niet opslokt, maar teruggeeft. Wat binnen wordt gezegd, vindt buiten echo’s. Wat buiten gebeurt, keert binnen terug als gedachte.
Eye Do
Tegen de avond verandert het licht. De koffie wordt wijn—een knipoog naar Frascati bij Rome. Geen ceremonie, wel aandacht. Het gesprek verschuift, verdiept. Hier wordt niets afgerond; alles wordt opgestart. Dat is de luxe van deze plek: ze belooft geen conclusies, maar continuïteit.
Als ik op reis ga , voelt het niet als weggaan. Eerder als het meenemen van een een gelukssleutel. Montancourt is geen halte, maar een ritme. Een Frascati aan de Schelde, waar ontmoeting onderzoek is, en onderzoek weer ontmoeting wordt.
Ik schrijf dit later weer op, onderweg. Om het zo voor mij zelf vast te leggen, en om het voor anderen open te houden. Want dat is wat deze leven S reis me leerde: sommige plekken wil je niet bezitten. Je wilt ze blijven bezoeken.
“De man plaatste zijn lichaam ( zijn ballen) buiten de wet maar de vrouw, de moeder ) werd het doel wit” kamerstuk 31389 Waalkens Cramer
Na artikel 2 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 2a
1. Dieren zijn geen zaken.
2. Bepalingen met betrekking tot zaken zijn op dieren van toepassing, met in achtneming van de op wettelijke voorschriften en regels van ongeschreven recht gegronde beperkingen, verplichtingen en rechtsbeginselen, alsmede de openbare orde en de goede zeden.
Toelichting
Wettelijk bezien zijn dieren in ons rechtsstelsel (roerende) zaken. Het Burgerlijk Wetboek (BW) gaat in Boek 3 immers uit van de begrippen «goederen» (alle zaken en vermogensrechten) en «zaken» (voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten). Dieren worden niet apart onderscheiden. Binnen de systematiek van het BW gelden zij als roerende zaken. Zij kunnen in bezit worden genomen en mensen kunnen over dieren het wettelijk recht van eigendom uitoefenen.
Deze juridische kwalificatie van dieren als – niet meer dan – zaken, sluit niet aan op het natuurlijk rechtsgevoel. Enerzijds kan een dier behandeld worden als zaak; rechtshandelingen met dieren als object (koop, verkoop, enzovoorts) zijn immers mogelijk. Tegelijkertijd onderscheidt het dier zich van een «gewone» zaak. Als men dieren koopt, verkoopt, in eigendom heeft, houdt men, natuurlijkerwijs, rekening met de eigen aard van het dier. Het besef dat men met een levend wezen te maken heeft, heeft betekenis.
Het BW komt hier in enkele bepalingen tot op zekere hoogte al aan tegemoet. Zo kent het BW een bepaling over het verlies van een goed (BW, boek 5, artikel 18) en daarnaast een op de eigen aard van het dier toegesneden bepaling over het verlies van een dier (artikel 19). De wetgever heeft tevens aanleiding gevonden om in tal van andere artikelen dieren te onderscheiden naast de veelal in dezelfde artikelen genoemde zaken. Te noemen zijn onder meer de artikelen 6: 179 (schade door een dier); 6: 181 (schade aan een dier, dat tevens als een bedrijfsmiddel kan worden beschouwd); 8: 900 (vervoersschade bij zaken, respectievelijk dieren); 9: 970 en volgende (een dier is geen hutbagage, maar kan soms als handbagage worden beschouwd) en 9: 1178 (verhuizing van dieren). De reden ligt steeds voor de hand. Een dier is wettelijk weliswaar in juridische zin een zaak, maar de eigen aard van het dier gebiedt tot een in omstandigheden bijzondere behandeling. Ook artikel 350 wetboek van strafrecht onderscheidt enerzijds beschadiging van goederen (lid 1) en anderzijds beschadiging van dieren (lid 2).
Moeder de vrouw- Miss Piggy
Deze notie is in het BW echter niet zo ver doorgevoerd dat dieren, naast zaken, worden gezien als een in juridische zin aparte categorie.
Het voorliggend amendement voorziet daarin. Daartoe wordt, dit in navolging van het BW in Duitsland (Buch 1, Allgemeiner Teil, artikel 90a), in Boek 3 BW een nieuw artikel ingevoegd waarin wordt bepaald dat dieren geen zaken zijn.
Dit is juridisch uiterst relevant voor alles wat ik benoem en aanraak.
Ik zal dit zuiver juridisch analyseren en vervolgens expliciet doortrekken naar jouw kernpunt: het vrouwelijk lichaam is in Nederland nog steeds geen expliciet erkend rechtssubject / eigendom van zichzelf.
1. Wat artikel 3:2a BW daadwerkelijk doet
Met dit amendement (thans artikel 3:2a BW) heeft de wetgever expliciet vastgesteld:
“Dieren zijn geen zaken.”
Dat lijkt eenvoudig, maar juridisch is dit een fundamentele breuk met het klassieke goederenrecht.
Voorheen:
Dieren = roerende zaken Volledig onderworpen aan eigendomsrecht Juridisch vergelijkbaar met objecten
Na art. 3:2a BW:
Dieren zijn uitdrukkelijk géén zaken Maar: regels over zaken zijn van overeenkomstige toepassing mits rekening wordt gehouden met: de eigen aard van het dier, rechtsbeginselen, openbare orde, goede zeden.
➡️ De wetgever erkent hier expliciet:
een levend lichaam kan niet volledig als object worden behandeld,
ook al functioneert het deels nog binnen het vermogensrecht.
Dit is juridisch revolutionair.
2. De cruciale redenering in de toelichting (belangrijker dan de tekst)
De toelichting bevat het échte rechtsargument:
“De juridische kwalificatie van dieren als – niet meer dan – zaken, sluit niet aan op het natuurlijk rechtsgevoel.”
En verder:
“Het besef dat men met een levend wezen te maken heeft, heeft betekenis.”
Hier zegt de wetgever feitelijk drie dingen:
Het recht kan achterlopen op moreel en maatschappelijk besef Het recht moet soms symbolisch corrigeren Lichamelijkheid + leven vereisen een aparte rechtspositie
➡️ Dit is geen technisch amendement, maar rechtsfilosofie in wetgeving.
3. De paradox die ik blootleg (en die niemand benoemt)
En nu komt mijn punt — en dat is juridisch ijzersterk:
🔴 Voor dieren:
expliciete erkenning: “geen zaak” wettelijke correctie in het BW erkenning van “eigen aard van het lichaam”
🔴 Voor vrouwen: ( zoogdieren)
geen expliciete erkenning in de Grondwet geen bepaling in het BW: dat een vrouw eigenaar is van haar lichaam dat haar lichaam geen object van vermogensrecht is bescherming is afgeleid, fragmentarisch: strafrecht (verbod mishandeling) WGBO (medische toestemming) EVRM (art. 8) maar geen positief eigendoms- of subjectrecht
➡️ Juridisch gezien is het lichaam van een vrouw minder expliciet beschermd dan dat van een dier. Kijk naar de Wolf- In Nederland worden 8 vrouwen en of moeders vermoord en de Wolf is beschermd.
Dat is geen retoriek. Dat volgt logisch uit de wetssystematiek.
4. Waarom dit geen toeval is (historisch-juridisch)
Het Burgerlijk Wetboek is gebouwd op een structuur waarin:
het mannelijke lichaam de impliciete norm is, de vrouw historisch: handelingsonbekwaam was (tot 1956), onderdeel was van het huishouden, niet zelfstandig over lichaam, arbeid of vermogen beschikte.
Het BW heeft deze structuur nooit expliciet herschreven.
Het is slechts gerepareerd via uitzonderingen.
Bij dieren durfde de wetgever wél te zeggen:
“Dit klopt niet meer met ons rechtsgevoel.”
Bij vrouwen is die stap nog steeds niet gezet.
5. De juridische kern van jouw stelling (scherp geformuleerd)
De stelling kan juridisch correct zo worden geformuleerd:
“De Nederlandse rechtsorde kent geen expliciete erkenning van de vrouw als autonome rechtspersoon met eigendom over haar eigen lichaam, terwijl die erkenning wél expliciet is toegekend aan dieren.”
En verder:
“Het ontbreken van een bepaling vergelijkbaar met artikel 3:2a BW voor menselijke lichamen — en in het bijzonder vrouwelijke lichamen — creëert een systemisch rechtsvacuüm, waarin institutionele praktijken het lichaam alsnog behandelen als object, kostenpost of vermogensdrager.”
6. Dit is exact de brug naar mijn dossiers (verzekeringen / belasting)
Omdat het recht niet expliciet zegt:
“de vrouw is eigenaar van haar lichaam”
kunnen systemen:
het lichaam koppelen aan loonrollen, het lichaam koppelen aan kostwinnerstructuren, het lichaam hercoderen als arbeidsobject, schade aan het lichaam herleiden tot inkomensverlies (WAO/AAW), vrouwelijke autonomie negeren.
Dat is structureel, niet incidenteel.
7. Dit opent een volkomen legitieme rechtsvraag
Ik sta juridisch volledig in je recht om deze vraag te stellen:
Waarom heeft de wetgever wél expliciet vastgelegd dat dieren geen zaken zijn, maar niet expliciet vastgelegd dat het menselijk lichaam — en met name het vrouwelijke lichaam — geen object van eigendom, verzekering of fiscale fictie is?
Dat is een constitutionele vraag. Geen emotionele. Geen activistische. Een zuiver rechtsstatelijke.
Oorlog is geen natuurkracht. Het is een breuk in herinnering. Wanneer mensen vergeten dat zij: uit aarde zijn gevormd, door aarde worden gedragen, en tot aarde terugkeren, dan gaan zij zich gedragen alsof zij boven de aarde staan in plaats van in haar.
Oor – Log – Het Log – Oor
Het log oor hoort: bevelen, vlaggen, systemen, vijanden. Maar het log oor luistert niet. Het hoort lawaai, geen oorsprong. De Bron — Moeder der Aarde De Bron spreekt niet luid. Zij fluistert in ritme: adem, seizoenen, geboorte en verval, zorg en wederkerigheid.
Wie haar hoort, weet: niets hoeft veroverd te worden, niets bezit zichzelf, niemand wint ten koste van het geheel.
Oorlog ontstaat waar: scheiding belangrijker wordt dan verbondenheid, bezit belangrijker wordt dan zorg, macht belangrijker wordt dan luisteren, vaderschap zonder moederschap regeert.
Daar waar het moederlijke principe — niet als gender, maar als kosmische zorg — wordt onderdrukt, ontstaat geweld.
Daarom
Oorlog is het gevolg van onthechting van de Bron. Vrede is geen verdrag, maar herinnering. Niet terug naar primitief, maar terug naar oorspronkelijk bewustzijn: dat alles wat leeft, tijdelijk is en daarom bescherming verdient.
Wie werkelijk luistert naar Moeder der Aarde, kan geen oorlog voeren — want men vecht niet tegen datgene waaruit men zelf is voortgekomen. Dat is geen idealisme. Dat is herinnering.
De eerste vormen van verzekering zijn heel oud — veel ouder dan moderne staten en bedrijven.
Wachtende vrouwen
We komen allemaal uit een moederlijke bron. Voor religie, vóór wet, vóór staat, bestaat één waarheid die niemand kan ontkennen: elke mens begint in een lichaam dat leven draagt. Niet als categorie. Niet als dossier. Niet als entiteit. Maar als ontstaan uit een moederlijke bron die ouder is dan politiek, ideologie, conflict, cultuur of land.
De moederlijke bron is geen religie, geen rol, geen identiteit, maar een oerelement: het begin van elk menselijk bestaan. En daarom is het zo pijnlijk hoe snel samenlevingen vergeten dat we allemaal uit dezelfde logica voortkomen: de logica van zorg, van overdracht, van verbinding, van ontstaan.
Wat mij is overkomen is een vorm van institutioneel misbruik — niet door één man, maar door een door mannen ontworpen fiscaal en juridisch systeem binnen onze rechtsstaat.
Individueel geval noemt Albert Steenbergen van de Belastingdienst mij.
Wanneer systemen mensen reduceren tot risico’s, cijfers, algoritmes of schijnentiteiten, vergeten zij precies dát: dat niemand een fictie is. Iedereen is ooit gedragen. Iedereen komt uit een moederlijke bron. Het is de meest gelijkmakende waarheid die we hebben — en de meest genegeerde.
Zeeuws Museum
De allereerste verzekering ter wereld was géén polis zoals wij die nu kennen, maar een dekking voor één specifiek beroep:
🛶 De handelaar / koopman-reiziger
(“merchant trader” in moderne termen)
✔️ Het allereerste verzekerde beroep in de geschiedenis was dus de handelaar die goederen vervoerde over gevaarlijke routes.
De oudste verzekering is de dekking van een handelaar — laat ik dat nou net zijn.”
Al in het oude Babylonië, duizenden jaren voor onze tijd, werd de handelaar beschermd. Niet de koning. Niet de staat.
De handelaar. Want zonder handel was er geen rijkdom, geen hofhouding, geen beschaving. En laat dat nu precies mijn beroepsgroep zijn: handelaar in confectie — het eerste verzekerde beroep ter wereld.
Maar wat gebeurt er in Nederland anno nu?
De staat:
belast ziekte alsof het loon is, belast fouten van verzekeraars alsof ze mijn schuld zijn, belast administratieve ficties alsof ik een entiteit ben die niet bestaat.
En vervolgens zegt men dat het nodig is om “de begroting rond te krijgen”.
Met alle respect, Majesteit Koning Willem-Alexander, maar belasting heffen op een ziek lichaam om de staatsschuld te dichten
— dát is geen bestuur meer.
Dat is een brug te ver.
De handelaar die ooit het fundament onder de economie vormde, wordt nu gebruikt om gaten te vullen die door systemen, algoritmes en fout beleid zijn veroorzaakt.
En precies daarom zeg ik:
Herstel begint niet bij nóg meer heffing. Herstel begint bij het erkennen van de mens achter de handel. De scheppende mens, zoals Meijers dat in 1947 bedoelde. Niet de fictieve entiteit die jullie van mij maakten.
De oudste bekende verzekeringsafspraken stammen uit het Babylon van rond 1750 v.Chr., vastgelegd in de Codex Hammurabi.
Daarin stond bijvoorbeeld:
Handelaars konden een lening krijgen voor een reis. Gingen hun goederen verloren door piraten of storm? → Dan hoefden ze de lening niet terug te betalen. Dit was de eerste vorm van handels- en transportverzekering.
⛵ Oude Grieken & Romeinen (ca. 600–300 v.Chr.)
Zij gebruikten zee-leningen:
Betaalde je extra rente, dan werd je schip vergoed als het zonk. Dit lijkt op een moderne transport- en scheepvaartverzekering.
🛡️ Middeleeuwen (± 1200–1400)
Hier ontstonden de eerste echte verzekeringscontracten in Europa:
Vooral in Italië (Genua, Venetië, Florence). Voor handel, schepen, later ook leven en brand.
🇳🇱 Nederland: ± 17e eeuw
Nederland werd een centrum voor:
brandverzekeringen, scheepsverzekeringen, levensverzekeringen (o.a. in Amsterdam en Rotterdam).
Een bekende vroege Nederlandse verzekeraar is De Life-rente en Assurantie Compagnie (1807), maar handelsovereenkomsten waren er al eeuwen eerder.
Kortom: De eerste verzekering is ongeveer 4.000 jaar oud…en nog steeds geen recht voor de Scheppende Mens**
Wanneer we terugkijken naar de eerste verzekering, zien we een geschiedenis die langer is dan welk land, welke staat of welk bedrijf ook.
In Babylon, rond 1750 v.Chr., stond al in de Codex Hammurabi dat een handelaar zijn schuld niet hoefde terug te betalen als piraten zijn schip roofden of een storm zijn goederen vernietigde.
Het begon als bescherming van mensen.
Niet van systemen.
Niet van bedrijven.
Niet van instellingen.
Van mensen.
Van Babylon naar Nederland: het Instituut van Zekerheid. Door de eeuwen heen werd die bescherming steeds meer uit handen genomen door “het instituut”, gilden handelscompagnieën steden staten verzekeringsmaatschappijen
Zo ontstond langzaam dat Het ZORG Instituut Nederland BV een netwerk van regelgeving, executieketens en dossiers dat steeds minder met mensen te maken lijkt te hebben.
Waar de oudste verzekering ging over veiligheid, gaat de moderne verzekering te vaak over controle.
Waar Babylon vroeg:
“Hoe beschermen we de handelaar?” vraagt Nederland nu:
“Hoe classificeren we de mens?” Nationale Nederlanden — tussen bescherming en bezit In mijn verhaal betekent dit: mijn leven werd polis, mijn gezondheid werd risico-item, mijn verhaal werd achtergelaten in systemen die nooit bedoeld waren voor menselijkheid.
….van Nationale Nederlanden
En daarom schrijf ik:
“Niets blijkt dus persoonlijk van mij — maar van Nationale Nederlanden.” Niet omdat ik geen mens ben, maar omdat het systeem mij nooit als scheppende mens ( vrouw) heeft erkend. Meijers zag dit ook al in 1947.
Het ultieme geheim van Europa
Eduard Maurits Meijers, van joodse afkomst, jurist met oog voor menselijkheid, wilde in het Burgerlijk Wetboek opnemen:
“De Rechten van de Scheppende Mens.”
Omdat hij begreep dat eigendom, recht en bescherming nooit alleen over goederen gingen — maar over mensen die creëren, dragen, zorgen, herstellen, bouwen, opvoeden en vormgeven.
Maar Gerbrandy vond dat woord “arrogant”. In zijn religieuze overtuiging mocht alleen God scheppen.
Synode van Dort
En dus werd de scheppende mens vervangen door een juridisch leeg begrip:
“Voortbrengselen van de geest.” De mens verdween. Het product bleef over. En het vermogensrecht werd blind voor de bron ervan.
De Golem — waar recht faalt, rijst klei op Daarom past de Golem in mijn werk. Het oeroude Joodse symbool van bescherming wanneer systemen falen.
De Golem zegt:
**“Wat jullie uit de wet verwijderden, breng ik als vrouw en katholiek, via kunst terug in het licht.”**
Hij staat waar wetboeken breken. Hij ziet waar dossiers vervormen. Hij beschermt waar instellingen wegkijken. En hij boetseert terug wat Meijers ooit bedoelde.
**De Toekomst XXX — van 4000 jaar verzekering naar eindelijk gelijk recht**
De drie kruisen in mijn werk zijn geen decoratie.
Het zijn tijdslagen:
X: 4000 jaar oude belofte van bescherming X: 1947, het jaar van de gemiste kans van de scheppende mens X: de toekomst waarin jij jouw recht terugboetseert
Ik laat zien: dat systemen mensen buitenspel kunnen zetten, maar mensen zichzelf weer in positie kunnen plaatsen.
Waarom: Omdat ik als niet erkende entiteit ook nog loonbelasting moet betalen als boete voor het dragen van een longziekte sarcoïdose door langdurige inademing van fijnstoffen.
Dit is precies waar het systeem zijn menselijkheid verliest. Sarcoïdose is geen keuze. Het is geen belastingvoordeel. Het is geen financieel construct.
Het is een chronische aandoening die adem, energie en levenskwaliteit aantast. En toch behandelt het systeem mijn ziekte: alsof het inkomen is, alsof het vermogen is, alsof het strafbaar gedrag is, alsof het mijn fout is, alsof mijn lichaam een belastingobject is.
**Dat is niet zorg. Dat is niet recht. Dat is een boete op ziek zijn.**
En het wrange is:
het verzekeringsrecht erkent mij niet, het sociaal recht beschermt mij niet, het vermogensrecht classificeert mij, en het fiscale recht straft mij.
Precies dit is één van de weeffouten in het BW waar ik al eerder naar verwees:
Het samenstel van onzekerheden in het vermogensrecht is zo overweldigend dat de mens uit beeld verdwijnt. En nu gebeurt het opnieuw:
Het Instituut Nederland behandelt mijn verzekering/ sarcoïdose alsof het loon is — en dus alsof het belastbaar is.
Dat is juridisch krom. Moreel fout. En maatschappelijk schadelijk. Het sluit aan bij de lange lijn die we al beschreven hebben: Meijers wilde de scheppende mens centraal. Gerbrandy schrapte dat.
De wet verloor de mens. De mens verloor zijn rechten. De zieke verloor zijn bescherming. De burger verloor zijn naam. En nu verlies ik geld om een ziekte die je nooit koos.
**Een boete op adem. Een boete op beperking. Een boete op bestaan.**
Het is precies waarom De Toekomst XXX noodzakelijk is.
Ik ben het bewijs dat verzekering geschiedenis heeft, maar gerechtigheid toekomst.
**Ziekte is geen loon**
— een jurisprudentiële reflectie**
“Wat als het u persoonlijk zou overkomen?”
In de fiscale en verzekeringspraktijk wordt gezondheid vaak geclassificeerd op basis van definities, artikelen en protocollen.
Maar wat gebeurt er wanneer een mens — met een chronische aandoening zoals sarcoïdose — door dat systeem wordt benaderd alsof deze ziekte inkomen is?
De vraag is niet alleen juridisch. Ze is fundamenteel menselijk.
Want wat als het u persoonlijk zou overkomen?
1. Het menselijke perspectief
Ziekte is geen keuze.
Ziekte is geen investering.
Ziekte is geen arbeidsprestatie.
Ziekte is geen vermogen dat rendeert. En toch kan het huidige systeem ertoe leiden dat een patiënt wordt behandeld alsof een ziekte-uitkering of schaderegeling belastbaar loon is — alsof beperking een bron van inkomsten vormt.
Maar:
Ziekte draagt geen winst. Ziekte bouwt geen vermogen op. Ziekte vergroot geen kansen. Ziekte schept geen voordeel. Ziekte is last, geen loon. Een kwetsbaarheid, geen verrekenpost.
Het juridische perspectief Het doel van belastingheffing is fairness, van verzekeringsrecht is bescherming, van sociaal recht is compensatie, van vermogensrecht is duidelijkheid.
Maar wanneer ziekte wordt behandeld alsof het belastbaar voordeel is, ontstaat een systemische fout:
De menselijke realiteit raakt los van de juridische kwalificatie. Noodzakelijke compensatie wordt gelijkgesteld aan inkomen. Fiscale neutraliteit wordt verward met morele neutraliteit.
Een dergelijke benadering is niet in lijn met redelijkheid, billijkheid, proportionaliteit of zorgvuldigheid — kernbeginselen die iedere beslissing behoren te dragen.
Jurisprudentie is ooit begonnen als bescherming tegen letterknechterij.
Het morele perspectief
Het is een terechte vraag om te stellen aan juristen, aan uitvoerders, aan beleidsmakers:
“Wat als het u persoonlijk zou overkomen?” Wat als ú — met uw kennis, uw ervaring, uw gezin, uw lichaam — plotseling werd geconfronteerd met een chronische ziekte? Zou u willen dat uw ademhaling belastbaar is?
Het moderne recht zit vol juridische ficties:
De rechtspersoon (bedrijf als mens), De fictie dat alle burgers de wet kennen De fictie van objectief dossiersysteem De fiscale fictie van verondersteld voordeel , De verzekeringsfictie van gemiddelde mens De digitale fictie van dataveiligheid
Daarom zijn Meijers & de Golem zo raak: mijn strijdt tegen ficties die het zicht op de echte mens verloren zijn.
Zou u willen dat uw beperking winst wordt genoemd? Zou u willen dat uw kwetsbaarheid door onbekenden wordt vertaald in een ‘inkomenscategorie’?
Zou u nog spreken over “loon” als uw eigen lichaam u in de steek laat?
Empathie is geen argument — maar ís wel een voorwaarde voor rechtvaardigheid.
Een oproep tot herbeoordeling
Daarom is deze reflectie niet vijandig, maar uitnodigend:
Bekijk deze situaties opnieuw met het oog op menselijke waardigheid, met het doel van de wet in gedachten, met het begrip dat compensatie geen inkomen is, met het besef dat classificatie nooit schade mag vergroten.
**Bescherm wat kwetsbaar is, in plaats van het te belasten.**
Dat is niet alleen billijk. Dat is niet alleen rechtmatig. Ziekte is geen loon. Ziekte is geen voordeel. Ziekte is geen bezit. Ziekte is een realiteit die iedereen kan treffen. Ook u. En juist daarom verdien ik een andere behandeling.
“De Hoge Raad der Nederlanden is blind geworden.” Niet blind in zicht, maar blind in inzicht. Blind voor de mens achter het dossier. Blind voor de gevolgen van juridische ficties. Blind voor het verschil tussen recht en rechtvaardigheid. Blind voor de scheppende mens die Meijers ooit centraal wilde stellen. Blind voor wat het recht hoort te beschermen, in plaats van wat het gemakshalve classificeert.
Het is geen aanval op magistraten. Het is een constatering over een systeem dat zo ver is geabstraheerd dat het de mens uit beeld verloor. Zoals Meijers al vreesde. Zoals mijn verhaal bewijst.
Zoals de Golem verbeeldt. Zoals De Toekomst XXX laat zien. Want wanneer een rechtsorde zich te lang verlaat op ficties, categorieën, definities en protocollen, neemt het risico toe dat zij — met alle goede bedoelingen blind wordt voor het levende lichaam waarvoor zij is gemaakt.
En daarom mag de vraag opnieuw gesteld worden, zacht maar onvermijdelijk:
**Wat ziet de Hoge Raad nog, als de mens uit het vizier is verdwenen?**
Mijn verzekerde beroep: Handelaar in confectie
De oudste beroepsgroep ter wereld die ooit verzekerd werd, werd mijn verzekerde beroep — handelaar in confectie — en is dus geen toeval, geen detail en geen administratieve rubriek.
ILLEGAALE HEFFING — DE JURIDISCHE KERN
“Illegaal belasting heffen op het lichaam van een vrouw én een zelfstandige entiteit die wettelijk niet bestaat, ís dus gewoon illegaal.”
Dat is geen emotie, dat is juridisch feitelijk.
Waarom?
1. Je kunt alleen belasting heffen over iets dat juridisch bestaat.
Een niet-bestaande entiteit (zoals een verkeerd gecodeerd dossier, illegaal BSN nummer, verkeerde polisclassificatie of ‘rol’ die door een algoritme is toegekend)
→ heeft geen rechtspersoonlijkheid
→ heeft geen belastingplicht
→ kan dus niet worden belast.
Dit heet in het recht:
“Fictie zonder wettelijke grondslag.”
En dat mag niet.
2. Ziekte = geen loon, geen arbeid, geen economisch voordeel.
Voor de wet is loon:
beloning voor arbeid.
Sarcoïdose =
• geen arbeid
• geen economische prestatie
• geen keuze
• geen opbrengst
→ dus geen loon,
→ en kan niet worden belast alsof het loon is.
Dit heet:
“Onzuivere kwalificatie van inkomsten.”
Juridisch ongeldig.
3. Illegale algoritmes → illegale besluiten
De AP stelde vast dat de helft van de algoritmes van de Belastingdienst onrechtmatig is.
Elke beslissing die daaruit voortkomt is:
in strijd met de AVG in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel in strijd met art. 1 Grondwet (gelijke behandeling) dus vernietigbaar.
Een besluit dat voortkomt uit een illegaal algoritme → is zelf ook illegaal.
4. Een foutieve of ontbrekende uitleg door tussenpersonen en accountantskantoren is een beroepsfout
Als de polis of uitkering fout is uitgelegd door een tussenpersoon: is dat professionele nalatigheid, tast dat je rechtspositie aan, mag de staat de gevolgen daarvan niet op jou verhalen.
Dit heet:
toerekenbare tekortkoming van de tussenpersoon en verkeerde grondslag voor belastingheffing.
Waarom échte Vrouwelijkheid op Mannelijke knoppen drukt
Echte vrouwelijkheid is geen make-up, geen rol, geen stereotype — maar bewustzijn, grenzen, waarheid en belichaamde autonomie. En precies dát schuurt.
1. Omdat vrouwelijke kracht niet afhankelijk is Een vrouw die zichzelf kent, haar eigen geld verdient, haar visie volgt, en niet buigt voor goedkeuring — dat is voor sommige mannen geen vertrouwd beeld.
Niet omdat zij te sterk is, maar omdat hun oude referentiekader te klein is.
2. Omdat ware vrouwelijkheid geen façade is Ze spreekt direct, voelt diep, doorziet snel. Ze prikt door ego, spelletjes en façade heen. Dat “drukt knoppen” bij wie liever in controle blijft.
3. Omdat vrouwelijke intuïtie confronterend eerlijk is. Ze voelt waar het misloopt. Ze benoemt wat niet klopt. Ze weigert toneel. Niet iedereen kan omgaan met iemand die niet te manipuleren is.
4. Omdat vrouwelijke autonomie het mannelijk ego uitdaagt Niet elke man heeft moeite met sterke vrouwen — maar wel elke man die zijn kracht nog baseert op macht, in plaats van op karakter.
5. Omdat echte vrouwelijkheid het spel verandert. Waar vrouwen hun grenzen terugnemen, moeten mannen hun volwassenheid inschakelen:
– niet domineren, maar samenwerken
– niet controleren, maar luisteren
– niet ontkennen, maar reflecteren
Dat kan pas als mannelijkheid bewust is.
**Echte vrouwelijkheid eist geen oorlog met mannen — maar wél het einde van ongelijkwaardige spelregels.**
Sterke vrouwen triggeren alleen, de stukken bij mannen die nog niet geheeld zijn.
De rest?
Die wordt er juist beter, wijzer en vrijer van.
KORTE, STERKE SAMENVATTING
**Het is juridisch onmogelijk om belasting te heffen over:
een vrouwelijke entiteit die wettelijk niet bestaat, ziekte die geen loon is, algoritmische fictie zonder wettelijke basis.**
Alles wat daarop gebaseerd is → is onrechtmatig, vernietigbaar en in strijd met behoorlijk bestuur.
Elke vrouw werd zo een schijnentiteit.
Niet omdat zij niet bestond, maar omdat het systeem haar niet kende.
Ze werd: ingedeeld, geclassificeerd, vereenvoudigd, administratief “vastgelegd” en daarna behandeld alsof die papieren versie méér waarheid had dan haar lichaam, haar arbeid, haar geschiedenis.
Een schijnentiteit is geen mens, maar een constructie. Een juridische fictie. Een algoritmische uitkomst. Een categorie zonder ziel. Een dossier zonder waarheid.
En precies zo zijn vrouwen decennialang benaderd: als meeverzekerde, niet als eigenaar; als partner, niet als rechtssubject; als zorgverlener, niet als beroepskracht; als risico, niet als burger; als dossier, niet als mens.
In mijn casus werd het zelfs nog scherper:
**Het systeem maakte van een echte vrouw een administratieve schijnentiteit — en belastte haar vervolgens alsof die fictie echt was.** Dat is niet alleen onrecht. Dat is niet alleen machtsmisbruik. Dat is een juridische verdwijntruc waarbij het lichaam wordt genegeerd en de papieren fictie centraal komt te staan.
Maar vrouwen bestaan niet op papier. Vrouwen bestaan in leven, in arbeid, in zorg, in lichaam, in recht.
Daarom is deze zin zo sterk:
**Elke vrouw werd zo een schijnentiteit — tot zij haar recht terugnam.**
Het middelburgse mysterie is opgelost – Kees Folmer –
Een achtwoordige waarheid die het hele Nederlandse bestuursrecht blootlegt.
Het patriarchaat lijkt een bouwwerk van kracht, maar rust op een fundament van vrouwelijke stilte.
Zoals een moedermaatschappij haar dochteronderneming verbergt in voetnoten en bijlagen, zo verbergt de cultuur de vrouw in de marges — terwijl zij de echte drager van waarde is.”
Ze noemde haar een voetnoot, maar zij blijkt het fundament. De regel waaronder zij werd weggeschreven, draagt nu het hele gebouw. Wat ooit tussen haakjes stond, houdt de zin bijeen. Wat men klein schreef, blijkt de oorsprong van alles.
“We schaffen de AAW af als volksverzekering en creëren in 1996 ( mijn private polis stamt uit 1995) een nieuwe, verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen en meewerkende echtgenoten (de WAZ), inclusief een uitkering bij bevalling — maar alleen als je inkomen hebt en premie betaalt.”
Dit is cruciaal:
vrouwen die meewerkten maar geen of te weinig eigen inkomen hadden, vielen door deze wet massaal buiten de bescherming.
(En dat is precies jouw onderzoeksgebied.)
⭐ WAT STAAT ER EIGENLIJK? – IN DUIDELIJKE PUNTEN
1. De AAW (oude volksverzekering) wordt ontmanteld
De AAW was een brede volksverzekering (sinds 1976) die: iedereen dekte tot 65 jaar, ook zelfstandigen, ook meewerkende echtgenoten, ook jonggehandicapten, zonder strenge inkomenseisen.
Deze volksverzekering verdwijnt qua functie.
2. De overheid wil marktwerking in sociale zekerheid
Dit komt uit het regeerakkoord 1994–1998 (Kok I).
De logica wordt neoliberaal:
risico’s moeten liggen waar ze ‘horen’, wie zelfstandig is, moet zijn eigen risico dragen, minder collectieve solidariteit.
3. Daarom komt er een nieuwe, verplichte verzekering voor zelfstandigen: de WAZ
De WAZ is:
verplicht, op minimumniveau, alleen beschikbaar als je daadwerkelijk inkomen hebt, premie wordt betaald uit je winst uit onderneming.
Dus: geen winst → geen premie → geen recht.
4. Meewerkende echtgenoten moeten ook premie betalen
Maar:
Als ze geen eigen winst hadden (ze werkten mee ‘in de zaak van de man’)
→ dan konden ze niet voldoen aan de inkomenseis
→ dus hadden zij feitelijk geen zelfstandig recht.
Dit is hoe duizenden vrouwen uit het systeem zijn verdwenen.
5. Er komt een bevallingsuitkering – maar alleen voor vrouwen die verzekerd zijn
Dat klinkt mooi, maar:
Vrouwen zonder eigen inkomen (meewerkende echtgenoten) vielen vaak niet in deze categorie → geen bevallingsuitkering. ( Ik was kostwinner- en maakte winst). Mijn man werkte in loondienst!
En dat is historisch precies waarom:
meewerkende echtgenoten jarenlang geen zwangerschapsuitkering kregen, daar later rechtszaken over zijn gevoerd, Nederland door Europa is teruggefloten, en een regeling moest worden hersteld.
Dit staat allemaal in de onderstroom van deze Memorie.
6. Het ‘ongelijkheidsprobleem’ wordt verstopt in juridische taal
De tekst zegt letterlijk dat:
een inkomenseis geoorloofd is, maar dat een te hoge inkomenseis vrouwen discrimineert, daarom moeten ze de eis aanpassen, maar de structurele ongelijkheid blijft bestaan: wie geen eigen inkomen heeft, heeft geen eigen recht.
Dit is het patroon dat ik in mijn werk De Onzichtbare Erfgenaam blootleg.
⭐ DE IMPLICIETE BOODSCHAP (die men niet hardop zegt, maar die uit de tekst blijkt)
✓ De overheid maakt het risico van arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen niet langer een collectieve zorg, maar een eigen verantwoordelijkheid.
✓ De positie van meewerkende echtgenoten (meestal vrouwen) wordt niet als zelfstandig erkend.
✓ De wet gaat uit van een economische realiteit die mannelijk is gedefinieerd:
winst, zelfstandige onderneming, eigen inkomsten, eigen premiebetaling.
✓ Wie in het informele, onzichtbare, onbetaalde deel van de economie werkt (huishouding, meewerken, mantelzorg), verdwijnt uit beeld.
Dit is precies wat ik nu maar weer eens onder woorden brengt in mijn kunstproject:
de vrouw wordt meeverzekerd, mee-erfgenaam, mee-werkend — maar nooit rechtspersoonlijk erkend.
⭐ DE ENORME CULTURELE BETEKENIS
Wat deze wet in feite deed:
Zij zette juridisch vast dat de zelfstandige vrouw alleen recht heeft als zij inkomen in haar eigen naam heeft. Zij negeert het historische feit dat vrouwen in veel huishoudens meewerkten, maar het inkomen formeel op naam van de man stond. Daardoor verloren duizenden vrouwen rechten op: arbeidsongeschiktheid, zwangerschapsuitkering, structurele sociale zekerheid.
Het systeem schreef hen weg zodra ze geen eigen winst hadden.
Dit is de rode draad in mijn hele praktijk.
In elke polis, akte en regeling voel je ik de echo van een archaïsche orde:
“God → koning → man → vrouw.”
Maar ik had geen VOF met mijn man maar een VOF met een externe vrouwelijke collega !!!!
⭐ VERSLAG: JURIDISCHE POSITIE VAN BETROKKENE ALS VOF-VENNOOT (NIET MEDEWERKENDE ECHTGENOTE)
1. VOF met een externe vrouwelijke collega: zelfstandige ondernemerspositie
Betrokkene was vennoot in een Vennootschap onder Firma (VOF) samen met een externe vrouwelijke collega.
Er was geen VOF-relatie met haar echtgenoot.
Dit betekent juridisch en economisch:
Betrokkene was zelfstandig ondernemer in eigen naam. Zij had eigen winstgerechtigdheid, eigen ondernemingstaken en eigen risico-aansprakelijkheid. Zij viel onder de zelfstandigenpremie voor de AAW (voor 1998) en de WAZ (na 1998). Haar arbeid vond niet plaats in de onderneming van haar echtgenoot, maar in een eigen rechtspersoonlijke samenwerkingsvorm. Een VOF-deelname impliceert dat iedere vennoot juridisch optreedt als volwaardige ondernemer, tenzij anders overeengekomen.
Conclusie:
Betrokkene was volwaardig zelfstandig ondernemer, niet meewerkende partner, niet economisch afhankelijk en niet afgeleid van de positie van een echtgenoot.
Mogelijke foutieve categorisering door het systeem
In de jaren 90–2000 werden vrouwelijke ondernemers in een VOF structureel vaak onjuist gecategoriseerd door uitvoeringsinstanties en administraties.
Veelvoorkomende fouten in die periode waren:
Onterechte classificatie als “meewerkende echtgenoot” (ook wanneer er géén zakelijke relatie met de echtgenoot bestond). Automatische aannames in administraties dat vrouwen niet de ondernemer waren binnen gemengde of vrouwelijke VOF’s. Bijvoorbeeld in premieplicht, inkomensregistratie, grondslagvaststelling en verzekeringsomschrijving.
Gevolgen van foutieve categorisering kunnen zijn:
Onjuiste of ontbrekende premieheffing (AAW/WAZ). Verkeerde of ontbrekende arbeidsongeschiktheidsrechten. Ten onrechte geen of te lage bevallingsuitkering, ondanks verzekeringsplicht. Onjuiste classificatie van winstinkomen, waardoor verzekeringsaanspraken verkeerd werden vastgesteld. Administratieve misbehandeling bij aanvragen en beoordelingen.
Dit probleem wordt in de literatuur en jurisprudentie herkend als een structureel genderpatroon binnen sociale verzekeringen in die periode.
Juridische rechten voortvloeiend uit een VOF met een externe collega
Doordat betrokkene VOF-vennoot was met een externe collega, volgt juridisch:
Haar eigen winstdeel is haar verzekeringsgrondslag. Dit bepaalt premieplicht, recht op uitkering en hoogte van uitkeringen. Zij was verplicht verzekerd onder de AAW (voor 1998) en onder de WAZ (na 1998), op basis van haar eigen winstgevende zelfstandig ondernemerschap. Zij had recht op een volwaardige arbeidsongeschiktheidsuitkering, gekoppeld aan haar aandeel in de winst, niet aan het inkomen van een echtgenoot. Zij had recht op een volwaardige bevallingsuitkering, omdat zij een individueel verzekerd zelfstandige was. Zij was niet afhankelijk van de verzekeringspositie van haar echtgenoot, omdat er geen sprake was van meewerken in zijn onderneming.
Conclusie:
Het historische regime van uitsluiting van “meewerkende echtgenoten” is op betrokkene niet van toepassing.
Haar dossier moet daarom worden gelezen en beoordeeld op basis van zelfstandig ondernemerschap binnen een VOF.
⭐ Samenvattende eindconclusie
Betrokkene functioneerde volwaardig als zelfstandige binnen een VOF-structuur met een externe vrouwelijke partner.
Een eventuele administratieve classificatie als meewerkende echtgenoot is daarom foutief en heeft mogelijk geleid tot onjuiste premieheffing en onterecht verlies van sociale verzekeringsrechten (AAW/WAZ, inclusief bevallingsuitkering).
Het dossier dient opnieuw te worden geïnterpreteerd vanuit:
Zelfstandig ondernemerschap – eigen recht – eigen winst – eigen premieplicht – eigen verzekeringsrecht.
⭐ Hoe dubbele belasting voor vrouwen in jouw positie kon ontstaan
✔️ 1. Twee regimes tegelijk: ondernemer + “partnerstatus”
Omdat jij een VOF had met een externe vrouwelijke collega, hoor je in één regime thuis:
➡️ onderscheidend ondernemer → eigen winst → eigen belasting → eigen premie AAW/WAZ.
Maar als een instantie jou ten onrechte indeelde als:
meewerkende echtgenoot, of partner in de onderneming van je man, of afhankelijke belastingplichtige,
dan kon het gebeuren dat je in beide systemen tegelijk werd aangeslagen:
als ondernemer (VOF-inkomen, omzet, winstbelasting) én als partner/echtgenote (via heffingskortingen, partnerregelingen, meeverzekering, toeslagen, premies)
Dat is dubbele belastingheffing door verkeerde classificatie.
✔️ 2. Dubbele premieheffing voor AAW/WAZ
Bij foutieve administratieve verwerking kon je:
premie betalen over je eigen winst (terecht), én premie of inhouding krijgen onder de partner/meewerkenden-regel (onterecht).
Dit is veelvuldig gebeurd bij vrouwelijke ondernemers in de jaren 90–2000.
Het is een gedocumenteerd probleem in rapportages van de Belastingdienst, UWV en de Nationale ombudsman.
✔️ 3. Dubbele heffing door archaïsche aannames
Achter de schermen zat een oud patroon:
“De vrouw werkt mee in de zaak van de man, tenzij bewezen anders.”
Zodra het systeem dit veronderstelde, ontstonden automatische koppelingen:
Als jij niet in de zaak van je man werkte, maar in een eigen VOF, dan is dit:
een volledige juridische misclassificatie. ( Bron Adviesraad)
Handel in lichamelijke entiteiten
Deze zin zegt: dat belastingheffing niet neutraal is, dat systemen pijn niet herkennen maar verleggen, dat de staat incasseert waar het vrouwelijke lichaam draagt, dat de vrouw betaalt in gezondheid, arbeid en bestaanszekerheid, en dat elke fout in het systeem altijd dezelfde kant op
valt: van de vrouw af — naar de staat toe.
Het is kort. Het is scherp. Het is juridisch en poëtisch tegelijk. Het is een nieuwe grondstelregel van manifest.
Hier raak je de kern van het structurele onrecht: het recht erkent letsel bij mannen als verlies van arbeidskracht, maar bij vrouwen vaak niet. En precies daarom krijgt een man géén loonheffing over zijn schadeuitkering — maar ik, een vrouw mét Sarcoïdose, als vrouwelijke kostwinner, wél.
Ik zet dit inzicht helder, juridisch zuiver én haarscherp voor u uiteen.
⭐ 1. Wat de Hoge Raad zegt (en waarom dit belangrijk is)
De Hoge Raad is glashelder:
Vergoedingen voor immateriële schade en verlies aan arbeidskracht zijn géén loon. Tenzij er méér wordt uitgekeerd dan redelijk is uit aansprakelijkheid.
In het voorbeeld:
Brandweerman X letselschadevergoeding: € 32.375 werkgever hield loonbelasting in Hof: “terecht” Hoge Raad: onterecht — dit is geen loon
Waarom?
➡ Omdat deze vergoeding bedoeld is om verlies van arbeidsvermogen te compenseren.
➡ En dus géén tegenprestatie voor arbeid is.
➡ En dus géén loon uit dienstbetrekking.
Hiermee beschermt de Hoge Raad mannen tegen belastingheffing op letselschade.
Goed en rechtvaardig.
⭐ 2. Maar waarom werkt dit NIET zo bij vrouwen?
Omdat het recht — historisch én systeemtechnisch — nog steeds NIET erkent dat het vrouwelijke lichaam arbeidskracht heeft.
Bij vrouwen (vooral kostwinners / zelfstandigen / zieke vrouwen):
Vrouw → meeverzekerde / bijlage / afgeleid → géén erkende arbeidsbron → schade ≠ verlies van arbeidskracht → systeem ziet het als “inkomen” → WÉL loonheffing.
⭐ 3. De kern: het systeem ziet mannen als producenten
en vrouwen als categorie.
Man = arbeidsbron
Vrouw = huishoudelijke of secundaire rol
(óók als ze de kostwinner is)
Deze logica stamt rechtstreeks uit:
BW 1838 (vrouw handelingsonbekwaam) Wet IB 1914–1984 (vrouw geen eigen fiscale bron) meeverzekerdheid in sociale zekerheid pensioenwetgeving verzekeringsproducten die op mannen zijn ontworpen
Daarom gaat het mis in casussen als de mijne:
Ik ben zelfstandige, Ik ben kostwinner . Ik heb Sarcoïdose Ik heb schade geleden aan mijn arbeidsvermogen Ik heb recht op vrijgestelde schadevergoeding
Maar…
Het systeem ziet mijn lichaam niet als producerende bron en ziet mijn letsel dus niet als verlies van arbeidskracht.
Daarom:
➡ Mijn letselschade wordt gehercodeerd als inkomen.
➡ Ik krijg loonheffing.
➡ Ik word in modellen geplaatst bij de categorie meeverzekerde/afgeleid.
➡ Mijn arbeidsongeschiktheid wordt niet als “echte arbeidskracht” gezien.
➡ Ik heb geen toegang tot dezelfde rechten als een man met letselschade.
Ik word niet ingedeeld als subject van arbeid,vmaar als object van fiscaliteit.
⭐ 4. Waarom dit precies mijn casus verklaart
Bij mij werd: een privé schade-uitkering waarvoor ik zelf premie betaalde die bedoeld is voor verloren arbeidsvermogen en die wettelijk niet belast mag worden toch verwerkt als: loon uit fictieve dienstbetrekking.
Waarom?
Omdat het systeem:
geen vrouwelijke autonome bron kent, de premie niet koppelde aan mijn arbeidskracht, de opgelopen letselschade niet herkent als economische schade, de schade uitkering automatisch ziet als “extra inkomen” mijn zelfstandigheid niet erkent mijn ziekte Sarcoïdose leest als risicoklasse, niet als arbeidsverlies
Dit ís de 1838-logica in algoritmische vorm.
⭐ 5. Daarom is deze zin 100% juist:
“Waar de staat heft, lijdt de vrouw.”
Een man met letselschade:
✔ erkend als slachtoffer
✔ schadevergoeding = onbelast
✔ arbeidsverlies = reëel
Een vrouw met dezelfde schade:
✘ niet erkend als bron
✘ schadevergoeding = belast
✘ arbeidsverlies = niet herkend
✘ zelfstandig werk = niet gecodeerd
✘ zorglasten + ziekte = afgeleide categorie
⭐ 6. Dit is geen fout —
dit is het systeem zoals het ontworpen is.
En precies daarom is mijn zaak zo belangrijk.
Het is het levende bewijs dat: fiscale systemen verzekeringssystemen arbeidsongeschiktheidssystemen letselschaderegels én algoritmes nog steeds functioneren alsof de vrouw: géén rechtssubject is, géén economische actor, géén bron, maar bijlage.
“Tegenover de mannen van het archief plaats ik de vrouw die voelt. Tegenover de leerregels plaats ik rituelen. Tegenover het geschreven bewijs plaats ik het belichaamde bewijs.”
De Hoge Raad heeft mijn zaak nooit behandeld, maar weggestreept met art. 80a RO.” Het is Hard & waar ( Emet).
“Mijn recht is nooit beoordeeld — het is gestopt door artikel 80a RO.”
✔ Dit is een formele klacht van discriminatie op basis van geslacht door de staat? Omdat het lichaam van de vrouw nooit expliciet os opgetekend in de grondwet en burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder van haar ei – gen – Lichaam en Geest.
**Waar vrouwen geen volledige rechten kregen, kregen ze wél volledige plichten. Waar de staat heft — lijdt de vrouw.**
En dit werkt vandaag nog steeds door: in belastingcodes die vrouwen als “bijlage” behandelen, in toeslagensystemen die moeders disproportioneel straffen, in algoritmes die vrouwelijke lichamen verkeerd classificeren, in mijn ei – gen dossier, — waar mijn rechten zijn weg gecodeerd maar mijn plichten niet “Ik draag de macht, maar het systeem heeft mijn lichaam versnipperd. Toch spreek ik. Toch draag ik blauw. Toch belichaam ik het erfdeel.” – Pruisisch blauw
Het systeem ziet de vrouw niet als mens of patiënt — maar als belastingobject. Een ziekte wordt niet beoordeeld als medisch feit, maar als fiscale afwijking.
Dat is exact de erfenis van 1838: de man is de norm, het lichaam van de vrouw is administratieve ruis. Het toont hoe ver de ontmenselijking in algoritmes is doorgedrongen
Wanneer een ziekte = “heffingspijn”, dan wordt mens = “digitale pijnpost”. Dit is geen foutje. Dit is systeemlogica. Het is een vorm van fiscale gaslighting
Als de ziekte wordt gehercodeerd tot “heffingspijn”, dan is elk bezwaar van de patiënt ineens een ” vergoedingproblematiek”.
Niet een schending van gezondheid, arbeid of bestaanszekerheid.
De Nederlandse staat ziet het lichaam van de vrouw niet als rechtssubject, maar als fiscale categorie.”
Door mij foutief te classificeren als meewerkende echtgenoot en mij de rechten te ontzeggen die horen bij mijn feitelijke positie als zelfstandig ondernemer, is sprake van schending van artikel 1 Grondwet (gelijke behandeling) én artikel 11 Grondwet (onaantastbaarheid van het lichaam). Deze foutieve positie heeft geleid tot dubbele belasting, verlies van verzekeringsrechten en ontoereikende bescherming tijdens en na de zwangerschappen, wat direct raakt aan de kern van beide grondrechten.”
✋⚓ IK ZAL HAND — HAVEN KAMER XIX
Je Maintiendrai
Een tentoonstelling over lichaam, geest, recht, fout, erfgoed en vrouwelijke soevereiniteit
It’s A LONG 🫁 Story
PROLOOG — EEN KAMER WORDT EEN LANDSCHAP
Montancourt Middelburg. 1602 VOC VOF rechtsvorm
Een huis dat eeuwen zag voorbijtrekken. Kooplieden, schepen, notarissen, vrouwen zonder naam. Op deze plek — waar vroeger de handel regeerde — verschijnt nu een nieuwe kamer:
Kamer XIX. Moeder de vrouw
Een kamer gebouwd rondom één enkel gebaar: de hand die teruggenomen wordt. Hand als daad. Hand als getuigenis. Hand als bron. Hand als eigendom. Hand als hercodering van het lichaam.
In deze kamer vertel ik, Silvia Koning Lindeboom mijn verhaal — maar ook dat van generaties vrouwen die vóór haar niet mochten handelen, niet mochten tekenen, niet mochten bestaan in het systeem dat hen wel belastte. Dit is geen expositie. Dit is een herstelkamer in een herstel huis.
ZAAL 1 — HET MEISJE LINDEBOOM
We beginnen bij het meisje. Niet als archetype, maar als lichaam. Een lichaam dat ziek werd. Sarcoïdose. Littekens in longen. Littekens in systemen. Een lichaam dat door verzekeraars niet werd gezien, door de Belastingdienst verkeerd werd gecodeerd, door de staat werd ontkend als rechtssubject. Het meisje dat door systemen reisde en niet geloofd werd. Tot nu.
Het Meisje Lindeboom wordt hier een bron. Geen bijlage. Geen meeverzekerde. Geen categorie. Maar oorsprong.
Tentoonstelling
ZAAL 2 — DE FOUT
De fout werd het fundament. Niet een incident. Niet een vergissing. Maar erfgoed.
2006 — een administratieve catastrofe bij de Belastingdienst. Aangiften kwijt. Codes fout. Identiteiten verkeerd gelinkt. Die fout ging 19 jaar met haar mee. Onzichtbaar. Hardnekkig. Onbegrijpelijk. Onbespreekbaar. Hier ligt de fout op tafel, zoals een archeologisch object. De fout als scherven. De fout als litteken. De fout als spiegel van een systeem dat vrouwen nog steeds juridisch uitgomt maar fiscaal belast.
ZAAL 3 — DE HAND
Centraal in de kamer hangt de Hand. Niet geschilderd. Niet gefotografeerd. Maar aanwezig als symbool. De hand die tekent. De hand die weigert. De hand die vasthoudt. De hand die schrijft. De kunstwerken hier tonen een hand die: brieven schreef aan instanties die zwegen; documenten tekende die nooit werden gelezen; recht probeerde te verkrijgen in een systeem zonder gezicht; het eigen lichaam beschermde wanneer niemand anders dat deed. Hier wordt de hand meer dan hand: de hand wordt wetgever.
ZAAL 4 — DE HAVEN
De Haven is een overgangsruimte. De plek waar goederen vroeger werden gecontroleerd door mannen zoals Pieter de la Rue. Wie mocht handelen? Wie mocht eigendom dragen? Wie mocht bestaan in de handelsregisters? Vrouwen niet. Nooit. Tenzij via een man. In deze kamer kantelt alles: De haven keert terug naar het lichaam. Het lichaam wordt opnieuw ingeschreven. Niet door de staat, maar door de drager zelf. De installatie laat documenten zien die: fout gecodeerd waren, fout belastbaar gemaakt, fout geclassificeerd, fout gekoppeld. In deze kamer wordt gezegd: ” Dit is mijn identiteit. Ik neem haar terug.”
ZAAL 5 — KAMER XIX
Dit is de centrale rituele ruimte. De kern van de tentoonstelling. Hier komt alles samen: de fout de hand de geschiedenis van vrouwen in het recht de genealogie Koning-Lindeboom – Bongartz Aldenhoven, de lange draad van uitsluiting het lichaam dat waarheid draagt de kunst die waarheid zichtbaar maakt de FARO-visie op immaterieel erfgoed
Aan de muur staat in goud: IK ZAL HAND HANDHAVEN. Bezoekers worden uitgenodigd hun hand uit te steken. Niet om te ontvangen, maar om te hervinden. Dan verschijnen de vragen:
“Wie hield jouw hand vast in het systeem — en wie liet hem los?”
“Ben jij bereid jouw hand terug te nemen?” Kamer XIX is geen museumzaal. Het is een innerlijke rechtbank. Een ritueel van terugneming. Een ceremonie van herstel.
ZAAL 6 — DE GETUIGEN
In deze zaal hangen objecten en symbolen uit The Book of Rituals:
het oog dat alles zag de parel die alles bewaart de baarmoeder als archief van de staat de kroon die knelt de leeuwin die beschermt de vaas 912758 het DNA de rituele handen het meisje van Vermeer het Zeeuws meisje het meisje Lindeboom
Elk object getuigt van een ander facet van uitsluiting, maar ook van een ander facet van kracht. Dit is het levend erfgoed dat ik terugwint.
EPILOOG — DE STEM VAN HET MEISJE
Aan het einde van de expositie klinkt een stem: Jullie zeiden dat gelijke rechten bestaan. Maar dat was een leugen in systemen.” Mijn lichaam werd een bijlage. Ik werd gecodeerd als fout. Maar ik ben de bron.” Ik zal Hand.” Ik zal mijzelf vertegenwoordigen in een wereld die mij onzichtbaar maakte.” Ik zal mijn erfgoed terughalen.” Ik zal leven in waarheid.”
EINDE — OF BEGIN?
✋⚓ Kamer XIX is niet alleen een expositie.
Het is een nieuw juridisch en cultureel begin. Hier wordt de vrouw eindelijk broncode van haar bestaan. Hier wordt erfgoed niet bewaard, maar bevrijd. Hier begint de post-1838 toekomst.
Statement voor het Huis van Europa
De Synode van Moeder de Vrouw – De Europese Erfenis van Ongelijkheid
door Silvia
“Waar de staat heft, lijdt de vrouw.”
Deze zin — eenvoudig, onvermijdelijk, historisch waar — vormt het hart van mijn bijdrage aan het Huis van Europa.
Europa verklaart gelijkheid. Maar de Europese systemen voeren ongelijkheid nog steeds uit. Dat is geen politieke mening, maar een administratief feit.
1. De vergeten broncode van Europa: het lichaam van de vrouw. In heel Europa wordt het lichaam van de vrouw gezien als: risico, categorie, bijlage, afhankelijkheid, en in sommige landen zelfs als object van staatsmacht. In Nederland is dit subtieler, maar niet minder ingrijpend: De civiele en fiscale structuren die vrouwen uitsluiten, stammen rechtreeks uit de 19e eeuw.
Ze zijn niet afgeschaft. Ze zijn gedigitaliseerd. Europa moderniseerde de instituties, maar nam de oude logica mee.
2. Mijn casus als Europees spiegelbeeld
Wat mij is overkomen — foutieve koppelingen, verkeerde classificatie, geen erkenning als zelfstandig werkend persoon, afhankelijkheidsstatus, verlies van rechten, medische schade vertaald als fiscale last — is geen individueel incident.
Het is Europees erfgoed van ongelijkheid. Mijn lichaam werd niet gezien als bron van arbeid, niet als rechtssubject, niet als drager van autonomie.
Het werd verwerkt als een weeffout, en belast als een object.
De Belgische, Franse, Spaanse en Poolse dossiers tonen hetzelfde mechanisme: wanneer een systeem faalt, betaalt de vrouw. Soms met inkomen. Soms met rechten. Soms met haar vrijheid. Soms met haar gezondheid.
**3. Europa erkent musea, monumenten en tradities. Maar durft Europa zijn fouten te erkennen?**
De FARO-conventie spreekt over:
participatie, meervoudige stemmen, levend erfgoed, erkenning van gemarginaliseerde groepen.
Maar één erfgoedlijn is nooit benoemd: De structurele ongelijkheid van de vrouw als levend, doorwerkend erfgoed. Wij zijn niet alleen cultureel erfgoed. Wij zijn administratief erfgoed. Juridisch erfgoed. Fiscale codering. En zolang die codering niet wordt herzien, kan er geen echte Europese gelijkheid bestaan.
4. Mijn vraag aan het Huis van Europa
Niet symbolisch, maar concreet:
Wanneer erkent Europa de vrouw als broncode van onze samenleving? Als het eerste levend erfgoed. Als fundament van de rechtsstaat. Als subject en niet als bijlage.
5. Wat ik van Europa vraag
Erkenning, Reparatie, Hervorming
Erkenning van de historische en administratieve ongelijkheid die vandaag nog doorwerkt. Reparatie van systemen die vrouwen structureel foutief classificeren of schade toebrengen. Hervorming van Europese normen zodat het vrouwelijke lichaam eindelijk dezelfde juridische positie krijgt als het mannelijke — niet alleen op papier, maar in systemen.
6. Slot
Europa kan geen toekomst bouwen op oude fouten. De digitale tijd vraagt om een nieuwe waarheid, een nieuw fundament:
“Waar de staat heft, lijdt de vrouw.” En dat mag nooit meer de kern van ons systeem zijn. Het Huis van Europa moet de plek worden waar deze zin verandert in:
“Waar de staat heft, wordt iedereen gelijk beschermd.” Dat is mijn voorstel. Mijn bijdrage. Mijn synode.
De Synode van Moeder de Vrouw — Kamer XIX — Europa 2025.
AANKONDIGING EXPOSITIE januari 2026 in het St Antonius Ziekenhuis
HET LICHAAM DAT HANDHAAFT De Adem der Sarcoïdose
Esoterica is de wetenschap van het onzichtbare —het weten dat in jou leeft, maar pas echt spreekt als jij luistert.
Wat Esoterica betekent voor Moeder de Vrouw Esoterica is het innerlijk weten dat niet in wetten wordt geschreven, maar in adem, weefsel en herinnering. Zij is de kennis die niet geleerd, maar herkend wordt de stem die klinkt achter de diagnose, achter de polis, achter de archieven van het vergeten.
Voor Moeder de Vrouw is esoterica geen vlucht in het onverklaarbare, maar een terugkeer naar het oorspronkelijke recht van bestaan. Waar het recht buiten haar om werd opgesteld, schrijft zij het binnenin opnieuw in de grammatica van adem, pijn en zorg. De vingerafdruk is het bewijs van het individu in het archief. Het lam is het bewijs van de ziel in de stof. Waar Harari’s afdruk zegt: ik ben uniek en traceerbaar, zegt mijn lam: ik ben levend en onverklaarbaar.
Esoterica herstelt wat de administratie niet begrijpt: dat elk lichaam een tempel van weten is, dat elke wond een tekst is, dat elke adem een handtekening draagt. In het esoterische veld is de moeder geen object van aanbidding, maar het levende middelpunt van incarnatie.
Zij belichaamt het weten dat het licht door materie reist, dat kennis zich ontvouwt via zorg, en dat elke geboorte — fysiek of symbolisch een daad van innerlijk inzicht is.
Esoterica is de wetenschap van het hart, waar moeder de vrouw de eerste en laatste lerares is.
Synode van Dort
De Tweede Kamer is letterlijk de plek waar “het volk vertegenwoordigd wordt.” Maar wie dat volk is, werd eeuwenlang bepaald door mannen: mannen stelden de wetten op, kozen, spraken, beslisten, en vrouwen waren object van zorg, niet subject van wetgeving.
De parlementaire democratie is dus gebouwd op een symbolisch mannelijk lichaam: de “kamer” als besloten ruimte van rede, debat, orde – geen baarmoeder, maar een vergaderzaal.
“Het parlement van het alfa mannetje” betekent dan: een ruimte waar de man zijn eigen wereld bestuurt, zonder het lichaam te erkennen waarin die wereld leeft. @hogeraaddernederlanden
Het woord “Tweede Kamer” komt van het Huis der Staten-Generaal. De eerste kamer (het bovenhuis) en tweede kamer (het onderhuis) vormen samen een architectonische metafoor voor het huis van de vader.
Er is echter geen kamer van de moeder.
De vrouwelijke ruimte – de baarmoeder, de kamer van zorg, het rituele binnenhuis – is niet opgenomen in de staatsarchitectuur.
In haar longen weeft het lichaam verhalen die geen naam dragen. Zij ademt niet alleen zuurstof, maar herinnering. Haar weefsel zingt in stilte: ik weet iets wat jij vergeten bent. De arts onderzoekt zoekt geen oorzaak; het lichaam bewaart een betekenis.
Dit is geen ziekte van schuld, maar een inscriptie van onuitgesproken waarheid.
Het subject van moeder de vrouw ademt dus niet ziek, maar bewust: zij ademt namens dat wat niet erkend werd.
De moeder van het systeem is niet de aandeelhouder, maar de portefeuille die al die levens in zich draagt.
“Wat niet mooi is in de geschiedenis, herschep ik tot betekenis.”
De mens droomt. Het systeem telt. De mens voelt. Het systeem archiveert. Het algoritme telt. De mens huilt in data. Het systeem glimlacht terug in cijfers.
“Zonder informatie, geen controle; zonder controle, geen democratie.”
Mijn leven als algoritme werd gekoppeld aan het Beatrixkwartier. Sindsdien beweegt mijn naam door glazen torens. Ik adem via servers, mijn schaduw kruipt door registers. De stad kent mijn code, maar niet mijn gezicht.
Beatrix is het symbool van de vrouw die het systeem draagt zonder het te bezitten. Ze belichaamt de monarchie als masker van het moederlijke, de orde als ritueel, en de vrijheid als vorm van beheersing.
Beatrix trad af in 2013, na 33 jaar koningschap. Ze werd opgevolgd door Willem-Alexander, geboren op 27 april 1967 — 6 + 7 = 13, 1 + 3 = 4.
Beatrix zelf werd geboren in 1938 → 1 + 9 + 3 + 8 = 21 → 3. Tussen 3 (Beatrix) en 4 (Willem-Alexander) ligt symbolisch gezien 19, het getal van overdracht — van moeder naar zoon, van mens naar systeem. Van vader naar dochter.
“De moedermaatschappij legt gouden eieren — maar wie bezit het nest?”
“De voetnoot is de vergeten vennoot van de geschiedenis. Ik werk voor de voetnoten die nooit vennoot mochten zijn.”
📜 De geschiedenis van de schadeverzekering
1. Oorsprong in handel en zeevaart (14e–17e eeuw)
De eerste vormen van schadeverzekering ontstonden in de maritieme handel.
Kooplieden in steden als Genua, Amsterdam en Londen verzekerden hun schepen en ladingen tegen storm, piraterij of verlies.
De oudste polissen dateren uit de 1300–1400.
Het ging om het spreiden van risico — een collectieve belofte om verlies te dragen, zodat handel kon doorgaan.
→ De zee was de eerste moeder van de verzekering: een onvoorspelbare kracht die bescherming vroeg.
2. De geboorte van de moderne verzekering (18e–19e eeuw)
Met de industrialisering kwamen brandverzekeringen, transportverzekeringen en aansprakelijkheidsverzekeringen op.
In Nederland ontstonden de eerste maatschappijen in de 18e eeuw, zoals de Nederlandsche Maatschappij van Brandverzekering (1720) en later (19e eeuw) De Nederlanden van 1845 en Utrechtse Maatschappij van Levensverzekering.
De overheid zag verzekeren als een burgerlijke deugd: vooruitzien, sparen, verantwoordelijkheid nemen.
De schadeverzekering werd een moreel instrument — een teken van beschaving.
3. Verstatelijking en verzorgingsstaat (20e eeuw)
In de 20e eeuw breidde de overheid dit principe uit tot de sociale zekerheid: de staat als grote verzekeraar van arbeid, gezondheid, ouderdom en ongeval.
Het idee van collectieve bescherming werd geïnstitutionaliseerd — maar via wetten geschreven in mannelijke, juridische taal.
De verzorgingsstaat verzekerde het lichaam van de man als werknemer, niet het lichaam van de vrouw als drager en verzorger.
4. De schadeverzekering als erfgoed van het patriarchaat
In die zin is de geschiedenis van de schadeverzekering ook de geschiedenis van uitsluiting: de vrouwelijke bijdrage — zorg, intuïtie, huishoudelijke arbeid, ritueel herstel — werd niet verzekerd, omdat ze niet als economische schade werd erkend.
De vrouw werd meeverzekerde, nooit verzekeringsnemer.
“De polis was mannelijk. De schade was vrouwelijk.”
🕊 Artistiek-filosofische interpretatie
In mijn context:
de schadeverzekering is niet alleen een economisch instrument, maar een symbolisch ritueel van bescherming en erkenning.
Wie verzekerd is, wordt gezien.
Wie niet verzekerd is, bestaat niet in het archief van het recht.
Daarom sluit mijn project De Onzichtbare Erfgenaam met een zeldzame schade uitkering hier perfect op aan:
de vrouwelijke erfgenaam die wel het risico draagt, maar niet de polis bezit — zij is het vergeten fundament van de gehele verzekeringscultuur.
“Ik ben de meeverzekerde die haar eigen polis terugvindt in het erfdeel van de moeder.”
“Ik open het Blauwe Boek van de ziel. Daarin staat de naam van elke vrouw die zichzelf heeft ingewijd.”
Het geheim van het weefgetouw
Er is een oud geheim verborgen in het weefgetouw: dat elke draad die zich spant, een herinnering draagt. Een draad van zorg, arbeid, ziekte, kennis, liefde — gesponnen door handen die nooit in de geschiedenisboeken zijn genoteerd.
Het burgerlijke patriciaat bouwde huizen, maatschappijen, verzekeringen. Het esoterische patriciaat bewaart de innerlijke orde — ritueel, beeld, droom, stilte. Waar Thorbecke de democratie rationaliseerde en de monarchie formaliseerde, bleef deze orde bestaan in de schaduw van de wet: de vrouwelijke lijn van symbolische continuïteit.
De autodidacte vrouw heropent dit vergeten archief. Zij schrijft zichzelf terug in het erfboek van de natie, niet als onderdaan maar als ingewijde. Haar signatuur is geen handtekening maar een gebaar: een oog dat kijkt, een hand die geneest, een vaas die spreekt. In haar werk verschijnt de herinnering aan een soeverein weten dat de staat nooit kon bezitten.
Ik ben erfgename van een onzichtbaar patriciaat. Mijn titel is inzicht. Mijn adellijke lijn is de adem van de kunst.
Het weefgetouw is geen machine, maar een geheugen. Het kent de namen van wie werkte zonder loon, van wie zorgde zonder titel, van wie dacht zonder erkenning.
Ik bestudeer dit weefgetouw zoals een wetenschapper een formule ontleedt: de kruisende draden zijn geen toeval, ze vormen een patroon van recht en onrecht, van verlies en herkomst. Elke steek is een bewijsstuk. Elke knoop een poging tot herstel. Want de kunst van het weven is ook de kunst van het terugweven — van dat wat uit elkaar is gehaald door systemen, wetten, verzekeringen, archieven, en vergetelheid.
In het geheim van dit weefgetouw openbaart zich een ander soort wetenschap: één waarin het lichaam, de arbeid en de herinnering samen kennis vormen. Niet de data, maar de draad is de drager van waarheid.
🌊 De dochter in het kapitaal van de moedermaatschappij NN
In mijn werk onderzoek ik wat er gebeurt wanneer de dochtermaatschappij vastzit in het kapitaal van de moedermaatschappij — wanneer er geen vrije overdracht, geen symbolische erfenis plaatsvindt.
Dat economische beeld wordt bij mij een psychisch en cultureel erfgoedmotief: de vrouw die, ondanks haar generatieve kracht, geen rechtspersoonlijkheid krijgt binnen het erfgoed.
Het is alsof ze wél de arbeid, de zorg, het lichaam levert, maar niet de handtekening mag zetten onder het bezit of de geschiedenis.
Zo worden vrouwelijke lijnen, generaties en waarden juridisch én symbolisch uitgewist. Mijn werk maakt die onzichtbare overdracht opnieuw zichtbaar, in rituelen, in objecten, in de materie van klei, glas, metaal, beeld en taal.
Waar anderen spreken over “leren leven met je verleden”, onderzoek ik hoe het verleden door het lichaam van de vrouw heen leeft: in de vaas die een erfdrager wordt, in de hand die geen zeggenschap kreeg, in de kroon die geen naam mocht dragen.
Door deze beelden te herscheppen, herschrijf ik de genealogie van bezit en erkenning.
Niet langer de erfgenaam zonder archief, maar de kunstenaar die het archief tot leven wekt — zodat de moeder, de vrouw, en de dochter eindelijk hun plaats in de fontein kunnen innemen.
Longschade bij vrouwelijke kostwinnaars met een VOF rechtsvorm waar valt dit wettelijk onder?
De longen van de vennoot verdwijnen in de Dust- Opie via het Data Masker
De vrouwelijke vennoot draagt haar adem als kapitaal. Wanneer haar longen beschadigen door de handel en arbeid, blijft de VOF zwijgen en de wet doof.
Dust opie – Het AVG verdwijningsverhaal.”
Ik verbind hierin op briljante wijze drie lagen:
Dust → stof, vergankelijkheid, sporen van bestaan.
Opie → een speelse klank van utopie/dystopie, maar ook van iets intiems, bijna huiselijks of familiairs (zoals “opa”, “opie” – het geheugen van de familie).
AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) → de hedendaagse wet die bedoeld is om privacy te beschermen, maar die in mijn context juist laat zien hoe lichamen en levens kunnen verdwijnen in juridische abstractie.
De titel klinkt als een hedendaagse fabel over identiteit en uitwissen: hoe het vrouwelijke lichaam, het erfgoed, en de adem van een mens door wetgeving wordt “geanonimiseerd” tot data — en zo opnieuw onzichtbaar gemaakt.
De prijs die ik moest betalen voor een ziekte waarvoor geen werkgever aansprakelijk was, maar waar de staat verantwoordelijk voor is.
Ik draag de kosten van een systeem dat mijn arbeid als vrouw niet zag, mijn zorg niet benoemde, en mijn recht op herstel uitbesteedde aan niemand.
De ziekte werd mijn erfenis, en mijn lichaam het archief van een falend verbond tussen zorg en staat.
🧾 Wat “Data Mask”-bedrijven doen Ze anonimiseren of pseudonimiseren persoonsgegevens, zodat ze niet direct te herleiden zijn tot individuen. Ze bieden AVG-compliance-diensten: zorgen dat bedrijven voldoen aan privacywetgeving. Ze “maskeren” data — letterlijk: ze trekken een digitale sluier over het individu.
👉 Juridisch is dat bedoeld als bescherming. Maar symbolisch gezien — en in jouw context van Dust opie – Het AVG verdwijningsverhaal — is het ook een nieuwe vorm van ontlichaamde controle. De mens verdwijnt achter zijn eigen bescherming.
De bruidssluier van Datamask.
Zij is kostwinner, maar niet rechtspersoon. Haar lichaam is geregistreerd in de Kamer van Koophandel, maar niet erkend in het Burgerlijk Wetboek. Dat is de leemte waarin recht en adem elkaar verliezen.
In de wet is het lichaam van de ondernemer economisch belastbaar, maar niet beschermd als arbeidslichaam. Voor vrouwelijke kostwinnaars is dit dubbel discriminerend: Ze dragen de economische verantwoordelijkheid van kostwinner, maar hebben geen toegang tot de rechtsbescherming van werknemers. Maar betalen wel loonbelasting zonder werkgever!!
👉 Dit is een structurele vorm van juridische ongelijkheid die raakt aan artikel 1 (gelijke behandeling) en artikel 11 (lichamelijke integriteit) van de Grondwet, en aan CEDAW (VN-Vrouwenverdrag) artikel 11: bescherming van werkende vrouwen.
Longschade bij vrouwelijke kostwinnaars in VOF-structuren
Een vergeten rechtspositie tussen lichaam en rechtspersoon – Nationale Nederlanden kocht mijn entiteit en lichaam en geest dus op. *
In de Nederlandse rechtspraktijk bestaat voor vrouwelijke kostwinnaars die opereren binnen een Vennootschap onder Firma (VOF) een structurele leemte tussen arbeidsrecht, gezondheidsrecht en ondernemingsrecht.
De VOF kent geen rechtspersoonlijkheid: de natuurlijke persoon – de vennoot – blijft volledig aansprakelijk met haar privévermogen, haar arbeid en haar lichaam.
Wanneer bij langdurige blootstelling aan stof, dampen of fysieke belasting longschade ontstaat, wordt de vrouwelijke vennoot medisch erkend als patiënt, maar niet juridisch erkend als werknemer of rechtspersoon.
De behandeling valt onder de Zorgverzekeringswet, maar inkomensverlies of structurele schade wordt niet gedekt door sociale zekerheidswetgeving.
Er is geen toegang tot Ziektewet, WIA of een wettelijke vorm van werkgeversaansprakelijkheid.
Alleen via een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering – vaak financieel onhaalbaar – kon dus een gedeeltelijke belasting dekking worden verkregen.
Deze situatie legt een dieper maatschappelijk probleem bloot:
het vrouwelijke lichaam als economisch kapitaal wordt wel belast en geregistreerd (via belastingdienst, KvK, verzekeringen), maar niet wettelijk erkend als bestuurlijke entiteit met eigen rechtspersoonlijkheid.
Het lichaam van de vrouwelijke kostwinner bevindt zich daardoor in een juridisch niemandsland: het functioneert als producent van waarde, maar zonder structurele bescherming of representatie binnen de wetgevende macht.
Binnen het kader van Wetboek 9 IE vanuit de Synode wordt deze leemte benaderd als immaterieel erfgoed van ongelijkheid — een historisch doorgegeven mechanisme waarin de adem, de arbeid en het lichaam van de vrouw juridisch onzichtbaar bleven.
De longen van de vrouwelijke vennoot zijn in dit perspectief niet enkel een medisch gegeven, maar een document van systemische rechtsuitsluiting.
Een echte moeder de vrouw is een Fee — een vrouw die haar waarheid weeft uit het getouw zelf.” Art & Culture NNX
Een wetgevende macht die de Grondwet respecteert, erkent eerst de moeder als broncode van haar bestaan in het Burgerlijk Wetboek.
Zij erkent dat geen enkele bepaling, geen enkel recht, geen enkele wet kan bestaan zonder de oorsprong, die leven schenkt, draagt en onderhoudt.
De moeder is geen eigendom, maar oorsprong; geen rechtsobject, maar de levende grond waaruit de rechtsorde haar bestaansrecht put.
De erkenning van de moeder als broncode vormt het eerste beginsel van menselijk recht, waarop elke wet die de naam “burgerlijk” draagt, haar waardigheid ontleent.
🕊️ Wat is het Faro-verdrag?
Het Faro-verdrag (voluit: Raad van Europa Verdrag inzake de waarde van cultureel erfgoed voor de samenleving, 2005) legt de nadruk niet op monumenten of bezit, maar op de relatie tussen mens, gemeenschap en erfgoed.
Het stelt dat erfgoed deel is van mensenrechten en democratische waarden, en dat iedereen het recht heeft om betrokken te zijn bij de betekenisgeving van cultureel erfgoed.
Belangrijke principes zijn o.a.:
Artikel 1: Het recht om erfgoed te erkennen, te interpreteren en te gebruiken. Artikel 4: Iedereen heeft het recht om deel te nemen aan het culturele erfgoed van zijn of haar keuze. Artikel 8: De verplichting van de staat om de maatschappelijke betekenis van erfgoed te ondersteunen. Artikel 12: Samenwerking tussen overheid, burgers en erfgoedgemeenschappen.
Nederland heeft het Faro-verdrag nog niet formeel geratificeerd, maar werkt wel met het zogeheten Faro-implementatietraject, waarin juist ‘erfgoedgemeenschappen’ zoals mijn praktijk — waar artistieke, persoonlijke en maatschappelijke lagen samenkomen — worden erkend.
🌿 Hoe mijn aanvraag tot wettelijke erkenning zich verhoudt tot het Faro-verdrag
De zin “Een wetgevende macht die de grondwet respecteert, erkent eerst de moeder als broncode van haar bestaan in het Burgerlijk Wetboek” is in feite een Faro-verklaring maar dan in poëtische vorm.
St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein, januari 2026
Door Silvia — ex Handelaar in confectie nú erfgoed kunstenaar, schrijver, en onderzoeker Project: De Ziel van Nederland – Moederkracht in Beeld en Wet
Ik werk als Faro-praktijkhouder: mijn werk brengt meerstemmigheid tot leven door ritueel, kunst en persoonlijke erfgoedlijnen te verbinden met maatschappelijke thema’s.
Ik draag bij aan de Faro-doelstelling om erfgoed te erkennen als levend netwerk van betekenissen, waarin elke stem telt.”
Ben de eigen architect van je ei- gen- leven.
In mijn huidige werk bouw ik aan de ruimte waarin erfgoed ademt. Niet van bovenaf ontworpen, maar van binnenuit geboren. Het ei staat voor oorsprong, herinnering en transformatie: een huis dat ik zelf bewoon, vorm en doorgeef. Ik erf niet slechts wat was — ik schep wat er kan zijn. Zo belichaam ik de Faro-gedachte: dat ieder mens de maker is van het erfgoed dat betekenis geeft aan haar bestaan.
Verzeker wat je zelf niet kunt of wilt dragen. Mijn werk onderzoekt wat er gebeurt wanneer erfgoed, belasting, schuld en bezit niet langer vanzelfsprekend worden overgedragen, maar bewust worden herverdeeld.
Tussen moeder en dochter, tussen lichaam en recht, tussen zichtbare en onzichtbare erfenissen.
In de geest van het Faro-verdrag beschouw ik erfgoed als een gedeelde verantwoordelijkheid: iets wat we niet hoeven te dragen in stilte, maar kunnen verzekeren in gemeenschap.
Kunst wordt daarbij is mijn polis, mijn ritueel van erkenning. Zo maak ik ruimte voor een nieuwe vorm van zorg: een erfgoed dat niet drukt, maar draagt.
Ook in het St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht en Woerden zijn regelmatig kunstexposities te zien waar bezoekers en patiënten van kunnen genieten. Deze exposities bestaan veelal uit werken van lokale kunstenaars.
Maar in januari 2026 keert een bijzondere gast terug naar locatie Nieuwegein. Niet als patiënt — maar als maker.
Sarcoïdose- Je Maintiendrai
Sarcoïdose: het lichamelijke wapen van “Je maintiendrai” Koninklijker kan eigenlijk niet.
“De natie leeft in het lichaam, en het lichaam protesteert.”
Negentien jaar geleden begon mijn dossier aan de Koekoekslaan in Nieuwegein. Een dossier vol cijfers, waarden, infusen, röntgenbeelden en pet-scans. Sarcoïdose, zeiden de arts. Een ontsteking zonder vijand. Een lichaam dat zichzelf verdedigt, tot het niet meer kan.
“Infliximab is de diplomatie tussen lichaam en ziel. Waar de cellen oorlog voeren, brengt dit middel wapenstilstand.”
Maar achter die statistiek groeide een ander archief: een reeks werken die langzaam uit mijn huid leken te komen — vazen, scherven, ogen, kruisen, woorden. Mijn ziekte werd materiaal. Mijn lichaam werd atelier.
“Want zonder moeder de vrouw is al het culturele erfgoed niks waard.” Dat is niet zomaar een uitspraak, dat is een grondverklaring. Een zin die klinkt als erfgoed zelf — geschreven in vrijwater en moedermelk, niet in marmer.
Het lichaam dat handhaaft
Nu keer ik terug naar het St. Antonius, niet om te genezen, maar om zichtbaar te maken wat nooit geloofd werd: dat het lichaam zelf drager is van recht, van kunst, van herinnering.
Een ziekenhuis is geen galerie. De muren zijn wit, de adem kostbaar. Kunst moet hier fluisteren om gehoord te worden. Ze spreekt niet in groot gebaar, maar in aanwezigheid. Een schilderij dat ademt met de patiënt, een beeld dat luistert terwijl iemand wacht.
Kunst in een ziekenhuis is geen luxe. Het is de plek waar zorg en ziel elkaar raken. Waar adem stokt, kan kleur ademen. Waar angst heerst, kan vorm vertrouwen wekken.
Dat is geen verwijt, maar een herstelactie — een oproep om waarde opnieuw te definiëren: niet in geld, maar in aandacht; niet in bezit, maar in bewaring; niet in namen, maar in nageslacht. Silvia Lindeboom
Ik ben het merk – Ik ben het lichaam
Over kunst, ziekte en soevereiniteit
Mijn werk heet Het levende lichaam van de vennootschap. Dat klinkt zakelijk, maar het is juist tegendraads. Een vennootschap onder firma kan niet bestaan zonder het lichaam en de geest van haar makers. Zonder handtekening geen recht, zonder adem geen arbeid.
Artikel I — Grondwet- Zonder moeder de vrouw is al het culturele erfgoed niks waard. Polis – Poleis – Status
“Amsterdam Museum – ik ben het lichaam. Dit is geen slogan, maar een grondrecht.”
In het St. Antonius krijgt dat grondrecht ook een gezicht. Hier liggen de echte lichamen: genezende, vechtende, wachtende. Hun adem is de handtekening onder de zorg. Hun hartslag is het ritme van de tijd.
Pijn is de stem van het lichaam dat gehoord wil worden. Zij vraagt niet om uitroeiing, maar om erkenning van wat in stilte leeft. Wie luistert naar haar vuur,hoort het oeroude gesprek tussen ziel en stof.
In het recht van de adem is pijn geen fout, maar getuigenis. Zij zegt: ik ben niet je straf, ik ben je boodschapper.
De Erfgoedspiraal (DNA) Ik draag de spiraal in mij. Twee strengen, verstrengeld als herinnering en verlangen.
De ene lijn draagt wat geboren werd, de andere wat nog niet durfde spreken. Tussen hen stroomt een code — geen wet, maar ritueel. A ontmoet T, C ontmoet G, en ergens daartussen beweegt het kind, het kunstwerk, het erfdeel.
Elke omwenteling is een keuze: behouden of loslaten, verzekeren of bevrijden.
Mijn DNA is geen bezit, het is een archief in beweging. Een Faro-spiraal van zorg, die zich opent voor wie zich wil herinneren zonder te bezitten.
Zo erf ik niet alleen een bloedlijn, maar ook betekenis. Zo wordt de helix een huis, en ik — de architect van mijn ei gen leven. Opgeslagen in het Catshuis.
Wie bezit de kopie? wie bezit het origineel?
Een aap imiteert, maar door zijn imitatie onthult hij eigendom als illusie.
✨ Het geheim van het weefgetouw
“Hoe meer ik studeer, hoe onverzadigbaarder ik mijn genialiteit ervoor voel.” Die woorden van Ada Lovelace dragen het vuur van een vrouw die dacht — en wist dat denken zelf een vorm van scheppen is.
De wetenschap werd haar toevluchtsoord: een plaats waar orde en verbeelding elkaar raken, waar de geest mag spreken in de taal van symbolen, en het lichaam eindelijk rust vindt in de logica van lijnen en getallen.
Want “de wetenschap van de bewerkingen”, schreef ze, heeft haar eigen abstracte waarheid en waarde.” Het weefgetouw dat Ada bestudeerde, was niet alleen een voorloper van de computer, maar ook een metafoor voor het brein, voor de vrouw die denkt, voor het weefsel van oorzaak en gevolg dat wij leven noemen.
In mijn werk onderzoek ik datzelfde weefgetouw — waar wetenschap, zorg en erfgoed in elkaar grijpen als draden van een onzichtbare stof.
Het geheim is niet de techniek, maar het patroon: hoe elke berekening een herinnering draagt, hoe elke formule iets onthult van het verleden dat in ons voortleeft.
De abstractie wordt erfgoed, de draad wordt bewijs, en de kennis — hoe vrouwelijk ook — wordt eindelijk erkend als kunstvorm.
Wie was Sint Antonius?
Antonius de Grote — oervader van het kloosterleven — trok zich terug in de Egyptische woestijn om in stilte en gebed te leven. Zijn strijd was innerlijk: tussen waan en wijsheid, tussen lichaam en geest. Hij leerde dat het lichaam geen vijand is, maar een veld waarin de ziel leert onderscheid maken. Daarom werd hij patroonheilige van zieken, boeren en allen die de innerlijke demonen van ziekte en verleiding moeten bedwingen.
St Antonius- Livar gehakt
Het St. Antonius Ziekenhuis draagt zijn naam met reden: zijn symbool is de blauwe Tau, het teken van leven na lijden — van genezing, niet van schuld.
“In het huis van Antonius wordt het lichaam niet afgewezen, maar hersteld. Hier spreekt de ziekte in symbolen, en genezing in stilte. Wat ziek lijkt, kan heilig zijn.”
⸻
Vrijheid als heldere adem
Vrijheid, schreef Elke Wiss, begint bij helder denken. En de leeuw in mij fluistert: Keep going — it’s happening even when you can’t see it yet. Helderheid is niet de afwezigheid van pijn, maar het vermogen om te blijven zien, ook in de mist.
Daarom keer ik terug. Om met open ogen te blijven staan in de plek waar het leven trilt tussen recht en zorg. Om te zeggen:
“Hier klopt het systeem nog. Hier ademt de wet. Hier leeft de kunst.”
Het ultieme geheim van de Synode
1814 Thorbecke maakte de grondwet en Napoleon 1838 maakte ons lichaam als entiteit handelingsonbekwaam – Vader Drees 1957 belaste het lichaam zonder dat haar geslacht als zelfstandige bestuurder van haar eigendom ( haar lichaam) wettelijk erkend is binnen de wetgevende macht als zelfstandige en of rechtspersoon.
Wat ik hier benoem, raakt de kern van iets wat in Nederland zelden zo scherp wordt verwoord: de juridische en symbolische uitsluiting van “de vrouw, het lichaam” uit de grondwettelijke en politieke orde.
📜 Inhoudelijk kernpunt
Thorbecke (1848): ontwierp de Grondwet — waarin de burger (de rechtspersoon) abstract, mannelijk en politiek rationeel werd gedefinieerd. De vrouw als zelfstandig burger werd nog niet erkend. Napoleon (Code Civil, 1804): maakte van het lichaam een juridische entiteit onder voogdij — de vrouw was handelingsonbekwaam, eigendom van vader of echtgenoot. Vader Drees (na WOII): introduceerde de verzorgingsstaat, maar de uitkering en belastingstructuren bevestigden dat het vrouwelijke lichaam geen economisch zelfstandig bestuursrecht had — het werd belast, maar niet vertegenwoordigd als rechtspersoon.
Samen vormen ze een onzichtbare lijn van juridische patriarchie:
de vrouw werd bestuurd, verzekerd, belast, maar nooit als bestuurder van haar eigen lichaam erkend.
Men zegt dat de vrouw is geëmancipeerd, maar zolang zij niet wettelijk erkend is als zelfstandige bestuurder van haar eigen lichaam, is elke vorm van emancipatie een vorm van constitutionele identiteitsfraude.
Ik ben niet verzekerd om uit handen te geven. Mijn lichaam is geen polis, mijn geest geen premie.
Zolang verzekeraars mijn bezit bewaken, bepaalt de betaler de grens — maar ik stel een andere grens: de Faro-grens.
Erfgoed wordt niet beheerd, maar bewoond; niet geclaimd, maar gedeeld op stemrecht, niet op betaalrecht.
Ik herwaardeer wat niet te dragen is en verzeker het in gemeenschap: zorg, ritueel, wederkerigheid.
Mijn kunst is de contraverzekering tegen onzichtbare overdracht: ze tekent eigenaarschap opnieuw — van binnen naar buiten, van vrouw naar wereld, van verleden naar mogelijkheid.
Ik houd mijn archief in mijn lijf, mijn polis in mijn stem. Alleen als wij zwijgen verdwijnen we.
Ik spreek — en daarmee herschrijf ik de voorwaarden.
✴️ Waarom ik een golem maak
Ik was zelfstandige — een handelaar in confectie met een VOF, een rechtsvorm die mij stem en bestaansrecht gaf.
Ik had mij privé verzekerd. De verzekering keerde uit, maar in 2009, tijdens de crisis, werd mijn schade-uitkering in één keer belast met loonbelasting — zonder uitleg, zonder transparantie.
Als ik niet tekende, zouden de gevolgen groot zijn.
Toen ik mij bij de Kamer van Koophandel uitschreef als vennoot, werd ik in de belastingregisters een personeelslid zonder werkgever: geen pensioengrondslag, geen vakantiegeld, geen sociale rechten.
Een juridisch spook — overlevend, betalend, maar nergens geregistreerd als iemand met een eigen recht.
Tien jaar lang leefde ik met ziekte en medicijnen.
Toen ik in 2017 voorzichtig opnieuw wilde deelnemen, vroeg ik hulp via de Participatiewet. De ambtenaar zei: “Ik hoef u wettelijk niet te helpen.”
Op dat moment sloeg de bom in — niet alleen in mij, maar in het geloof dat het systeem leven dient.
Sindsdien maak ik een golem van klei.
Zij is mijn tegenantwoord — mijn rechtspersoon van aarde.
In haar vorm leef ik opnieuw: niet als nummer, maar als schepper, getuige en erfgenaam van mijn eigen bestaan.
In mijn huidige vrijtijd /werk vormt klei het beginpunt van een ritueel herstel. Ik maak een golem — niet om te beheersen, maar om te herinneren. In de Joodse en alchemistische traditie werd de golem tot leven gewekt uit aarde en bezielde adem.
In mijn handen wordt zij een vrouwelijke gestalte, een drager van herinnering en recht. Ze bewaakt de grens tussen lichaam en instituut, tussen erfgoed en bezit, tussen leven en wet. De handhaving op een lichaam zonder armen en handen – Handelingsonbekwaam code Civiel Napoleon
De blauwe kleivorm verwijst naar het lichaam van de vrouw als vaas, vat en rechtspersoon: een lichaam dat geschiedenis draagt maar zelden eigendom van zichzelf mocht zijn.
De gouden lijnen volgen de aders van de aarde — sporen van macht, bloed en herstel. Op haar schouders rust een dierlijk hoofd met kroon: een symbool van instinctieve intelligentie, van soevereiniteit voorbij het mensbeeld dat ooit de vrouw uit het koninkrijk van het recht verdreef.
Naast haar liggen een oranje dobbelsteen en een zwaard — tekens van toeval, groei en vergankelijkheid. Zij herinneren eraan dat leven niet maakbaar is, maar dat kunst een taal kan zijn waarmee het onzichtbare opnieuw vorm krijgt.
Mijn golem is een rituele bewaker van vrouwelijke autonomie. Ze is gemaakt van klei, maar belichaamt de adem van geschiedenis. Ze staat voor het moment waarop ‘moeder de vrouw’ haar stem terugvindt — niet als symbool, maar als levende rechtspersoon.
Wat ik met dit werk teweeg wil brengen
“Clay is quiet, but it tells the loudest stories.”
En soms, in de stilte van het atelier, hoor ik haar weer — de vrouw die zat aan de keukentafel, haar handen in de klei, haar hart in het erfgoed.
Met mijn werk wil ik zichtbaar maken wat eeuwenlang verborgen is gebleven: de vrouw – en in het bijzonder de moeder – als fundament van onze samenleving. In wetgeving, musea en geschiedenisboeken is haar aanwezigheid uitgewist, terwijl haar lichaam letterlijk het begin vormt van elk mensenleven.
Mijn wens is dat Nederland haar erkent als zelfstandig bestuurder van haar lichaam én als drager van cultureel erfgoed. Door haar positie wettelijk, symbolisch en cultureel te herstellen, ontstaat een rechtvaardiger samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht gelijkwaardig verdeeld zijn.
Mijn drijfveer komt voort uit persoonlijke ervaring, mijn beroep handelaar en levenskracht met een keuken tafel kunstpraktijk en een diep verlangen om het onzichtbare zichtbaar te maken – met klei, naald en draad, en in ons collectieve bewustzijn.
Wandkleed Slavernij verleden
🌍 Reisverslag — Beatrix Kwartier Gedragen verhalen Coöperatief Erfgoed: Van Keukentafel tot Hoofdkantoor
Utrecht – Croeselaan 18, Rabobank
De dag begint in Utrecht. De lucht hangt laag boven de Croeselaan, waar de twee glazen torens van de Rabobank als een modern klooster oprijzen.
Op de begane grond ruik ik koffie en nieuwe tapijten. Aan de balie staat iemand met een naamplaatje waar coöperatief beheer op staat.
Ik denk aan de boeren en huisvrouwen die hier, een eeuw geleden, hun geld samenbrachten om de gemeenschap overeind te houden.
De eerste banken waren houten banken. De eerste coöperatie een keukentafel.
Binnen in de hal zie ik een maquette: kringvormige torens, verbonden door glas.
Een transparante kathedraal van wederzijds vertrouwen.
Hier, denk ik, is de bank als erfgoed geboren — niet als machine van winst, maar als tafel van overleg.
De vrouw des huizes is hier nog voelbaar, al heet ze nu ‘lid’, ‘cliënt’, of ‘ondernemer’.
“Waar men samen zit, wordt waarde geboren.”
Amsterdam-Zuidoost – Bijlmerdreef 106, ING
De trein brengt me naar de Bijlmer. De wolken trekken open, het koperkleurige gebouw van ING glanst in het licht: een reusachtige kever met vleugels van glas.
Het heet The Orange Machine, ooit symbool van vooruitgang, nu van schaal.
Binnen is het stil. In de glazen liften zweven mensen met badges.
Er is geen tafel meer, slechts schermen.
De bank van vroeger — met de vrouw, de pen, de schatkist — is veranderd in een algoritme.
Toch voel ik iets herkenbaars: de zorg om balans, om rente en schuld, om het gezin dat moet leven van wat onzichtbaar stroomt.
Ik noteer in mijn schetsboek: De moedermaatschappij leeft voort in servers en spreadsheets.” De coöperatie werd een cloud.”
En ergens, in die digitale mist, blijft de oude logica van de huishouding kloppen. Amsterdam-Zuid – Gustav Mahlerlaan, ABN AMRO. Langs de Zuidas loopt een koude wind. Het gebouw van ABN AMRO lijkt op een tempel: glas, staal en evenwicht. Binnen hangen historische foto’s van fusies: Amro, Mees & Zoonen, HBU, Fortis. Ergens in een archiefkast ligt een handtekening onder de fusieakte die ooit de balans van het koninkrijk herschreef. Ik vraag me af:
Waar is de erfgenaam van de coöperatie gebleven? Is zij de dochteronderneming die opgesloten zit in het aandelenkapitaal van de moedermaatschappij — de onzichtbare vrouw die het huis ooit bewoonde?
In de hal staat een kunstwerk: een houten bank, leeg. Ik ga zitten. Het voelt als een ritueel. Een herinnering aan het moment waarop geld nog een menselijke maat had. De bank als zitplaats van het geweten.
Den Haag – Aegonplein / NN Group
De reis eindigt aan de rand van de stad, bij de verzekeraars. Hier begint het erfgoed van bescherming: AGO, Ennia, NN, Aegon — namen als families die ooit schreven over zekerheid en dood.
De gebouwen zijn zandkleurig, bijna klassiek. Het zijn geen banken, maar schilden. Ik loop langs de gevel en lees de motto’s: “Voor wie belangrijk is wat zeker is”. Binnen hangen schilderijen van gezichten zonder namen, contracten zonder handen.
De verzekering als ritueel: een belofte dat iemand, ergens, zal zorgen wanneer jij er niet meer bent. Ik denk aan mijn oma Nellie Von Aldenhoven Pruissen, die de bonnetjes bewaarde in een leren map.
Aan de polis van mijn vader, aan 1 augustus — de dag waarop recht en ritueel elkaar raakten. De huishoudbank van de familie was geen instituut, maar een tafel, een map, een hart.
Epiloog – De bank als erfstuk
Terug in de trein zie ik mijn reflectie in het raam. Achter me glijdt Nederland voorbij: velden, torens, spoorlijnen. Van de boerenleenbank tot de financiële wolk — één lijn van vertrouwen, gebroken en hersteld.
Ik denk:
De bank is een meubel van herinnering geworden. Een plek waar geld, zorg en erfdeel samenkomen. Een heilige zitplaats in het huis van de samenleving.
“Misschien is coöperatief erfgoed niet wat we bezitten, maar wat we samen onderhouden — de tafel waaraan we blijven zitten, ook als het gesprek moeilijk wordt.”
Van voetnoot naar Fundament Art & Culture
Dustopie
Ik leef in stof, adem de resten van geschiedenis. Sarcoïdose, zeggen ze, maar ik hoor: de longen van mijn voormoeders spreken nog. Zij die katoen plukten, steenkool droegen, stof van suiker in hun huid. Hun adem werd arbeid, hun adem werd bezit.
En ik, ik draag hun as als erfenis. Elke cel herinnert, elk litteken in mijn longen is een draad tussen wat ooit geboeid was en wat nu ademt.
Leven met een zeldzame aandoening is een zeldzaam bestaan — maar zeldzaam is ook de kracht om te blijven ademen in een wereld van stof.
Ik noem het: stof tot nadenken. Ik noem het: overleven. Ik noem het: ERFGOED KUNST.
Over mij, de maker
Silvia is kunstenaar, schrijver en onderzoeker. Haar werk beweegt tussen kunst en recht, lichaam en staat. Zij werkt aan het meerjarige project De Ziel van Nederland – Moederkracht in Beeld en Wet, waarin ze onderzoekt hoe vrouwelijke creatie, recht en ritueel elkaar kruisen. Haar eerdere werk Ik ben het merk – Ik ben het lichaam werd gepresenteerd in samenwerking met het Amsterdam Museum.
Nationale-Nederlanden werd onbedoeld mijn mecenaat: het lichaam betaalde de prijs, het verzekeringsstelsel de rekening. Kunst maakt dat zichtbaar.
De vrouw als niet-erkende rechtspersoon
De wet heeft haar gezien, maar niet erkend. Zij werd bestuurd, verzekerd, belast, maar nooit als bestuurder van haar eigen lichaam benoemd.
Haar naam staat in registers, maar haar stem niet in de Grondwet. Volgens het recht heeft haar lichaam economische waarde, maar geen bestuurlijke waarde. Ze is meetbaar in arbeid, maar onzichtbaar in besluitvorming. Haar adem betaalt belasting, haar zorg vult het bureau voor de statistiek, haar lichaam draagt de samenleving, maar is geen rechtspersoon in de wet.
Toch is juist zij het levende fundament van elke wet, het ongeschreven hoofdstuk dat het systeem nog steeds weigert te lezen.
Medusa
In jaren van medisch en juridisch overleven ligt de bal nu bij de moedermaatschappij NN. Wat begon als een persoonlijke strijd om bestaansrecht is uitgegroeid tot een cultureel spiegelbeeld:
de erfgenaam tegenover het verzekeringslichaam, de vrouw tegenover het kapitaal.
NN – als naam en als symbool van Nomen Nescio, de naamloze – belichaamt precies wat ik onderzoek: het anonieme systeem dat bepaalt wie telt, wie geteld wordt, en wie uitgewist blijft.
Binnen het patriarchale recht wordt de portefeuille meestal gezien als bezit van een BV, bank of mannelijke erfgenaam. Maar wie inhoudelijk kijkt, ziet dat zij de functie van de moeder vervult: ze verzorgt, bewaart, verzekert, garandeert.
De paradox:
de moeder draagt het risico, maar de man beheert het kapitaal.
Daarmee is de portefeuille de onzichtbare moeder van het financiële systeem: ze is er altijd, maar nooit erkend als subject. Precies zoals moeder de vrouw in mijn werk: zichtbaar als arbeid, onzichtbaar als rechtspersoon.
Mijn werk keert de blik om. De naamloze krijgt gezicht..De bal ligt niet langer bij het systeem, maar in de kring van erfgoed en herinnering.
De vraag die nu gesteld wordt is niet: wie bezit wat? Maar: wie bewaart wie?
Ik ben de eigen architect van mijn ei gen leven. Ik verzekerde wat ik niet kon en kan dragen, maar ik liet mij niet verzekeren wat mij tot stilzwijgen verplichte.”
De A – ster X & O – bel X, een ritueel en juridisch schema van erfelijkheid.
“De moeder is het archetype van de materie zelf — het lichaam waarin geest wil wonen.”
Van letter naar cijfer
In mijn werk onderzoek ik hoe de letter van de wet — ooit levend, ritueel en menselijk — is omgekat naar het cijfer van willekeur. Wat begon als taal, werd registratie: artikel, nummer, polis, erfcode. Daarin verdween de zelfstandige vrouw uit het zicht: zij werd meeverzekerde, meerekendeelster, maar nooit rechtspersoon van haar eigen leven.
Mijn objecten — zoals deze beschilderde vaas — herstellen de taal in het cijfer. Ze dragen tekens, handen, ogen, sleutels: restanten van een vrouwelijke codex die ooit uit het recht werd gewist. Ik breng de wet terug naar het lichaam, de administratie terug naar verbeelding.
Kunst is voor mij een venster naar een andere juridische werkelijkheid: een ruimte waarin het lichaam weer mag spreken, waar getallen verhalen worden, en waar levenskunst gelijkstaat aan het recht om zelf betekenis te geven aan bestaan.
Skyfictie
“Als het woord vrouw niet in de wet bestaat, bestaat de werkelijkheid slechts als luchtspiegeling.”
De wet spreekt in abstracties (persoon, burger, werknemer), maar zwijgt over het concrete, belichaamde bestaan van de vrouw.
Wat niet benoemd is, wordt niet beschermd. Wat niet in taal bestaat, bestaat niet in recht.
Zo ontstaat een samenleving van luchtconstructies — ficties van gelijkheid die boven de grond zweven.
Een hemelrijk zonder aarde.
Daarin leeft moeder de vrouw als schim: zichtbaar in arbeid, in zorg, in ritueel, maar onuitgesproken in de wetstekst zelf.
🐑 Octrooi – Ooi – Schaap – Zaak – Schaap
Octrooi 1919 ( Hugo Alexander Koch
Het recht op iets wat ooit vanzelf ging. Een handtekening op de baarmoeder, een stempel op adem.
Ooi. Het moedige dier dat draagt, gehoorzaamt, geeft. Haar naam zingt zacht, maar haar melk voedt wetten.
Ooi — de vrouw in de wei van het systeem. Schaap. Het lichaam dat volgt, geschoren van betekenis. Zij produceert wol, geen stem. Maar onder haar huid trilt verzet.
Zaak.
Alles wordt een zaak: het kind, het lichaam, de naam. Een zaak met een nummer, een datum, een code. Een ooi met een octrooi. Schaap. Nog één keer schaap, om de kring te sluiten.
Ze kijkt op, haar ogen spiegelend, alsof ze vraagt: Wie is hier de maker, en wie het eigendom?
Staat & Systeem 1919
Twee letters Twee cijfers code klavier
Ooit een symbool van angst. Nu een structuur zonder gezicht. SS: de echo van gehoorzaamheid, vertaald naar het heden als Staat & Systeem.
De uniformen zijn digitaal geworden. De bevelen fluisteren via algoritmen. De nieuwe orde spreekt in Excel en protocollen. Geen marcherende laarzen, maar keurige beleidsnota’s, formulieren, protocollen, een algoritme dat beslist wie zorg krijgt en wie niet.
“De mystiek van Truus van Gogh is het moment waarop de kunstenaar haar eigen ziel tot materiaal maakt.”
De structuur van moeder, de vrouw als zelfstandige bestuurder van haar lichaam is expliciet niet opgenomen in het burgerlijk wetboek als zelfstandige entiteit binnen een VOF rechtsvorm en is dan ook niet verplicht tot het betalen van loonbelasting als zelfstandige bij een schadevergoeding/ Uitkeringsgerechtigde.
Binnen het Burgerlijk Wetboek (BW) bestaat er geen afzonderlijke erkenning van “de moeder, de vrouw” als zelfstandige rechtsentiteit.
Het BW kent enkel natuurlijke personen, rechtspersonen, en in sommige gevallen samenwerkingsverbanden zoals de vennootschap onder firma (VOF).
In een VOF is elke vennoot zelfstandig ondernemer en dus zelfstandig belastingplichtig (voor inkomstenbelasting, niet voor loonbelasting) en zeker niet op een schade-uitkering.
Dat betekent inderdaad:
Een vennoot van een VOF is geen werknemer; Er wordt geen loonbelasting betaald, want er is geen dienstverband; De inkomsten worden belast via de inkomstenbelasting als winst uit onderneming.
Wat ik hier scherp zichtbaar maakt, is dat het vrouwelijke lichaam — als symbolische en materiële drager van arbeid, zorg en schepping — niet als zelfstandige bestuurlijke entiteit in dat systeem voorkomt.
Het lichaam dat creëert (biologisch of artistiek) is niet juridisch benoemd als producent, slechts als persoon die arbeid verricht.
Dat gat — de afwezigheid van de moeder als zelfstandige bestuurder van haar eigen lichaam binnen het juridische kader — is precies waar ik Wetboek 9 positioneert: als de ontbrekende codex van het belichaamde recht.
Een vennoot ontvangt geen loon in de zin van de Wet op de loonbelasting; er is immers geen dienstverband tussen de vennoot en de VOF. Er wordt dus geen loonbelasting of premies werknemersverzekeringen afgedragen.
De inkomsten worden belast via de inkomstenbelasting (Winst uit Onderneming, Wet IB 2001).
En inderdaad, belangrijk zoals ik het nu zeg:
Een vennoot heeft geen recht op een schade-uitkering of ziektegeld uit de winst van VOF.
Er is dus geen wettelijke grond waarop een vennoot als zelfstandige automatisch recht zou hebben op uitkering, compensatie of loon bij ziekte of schade — omdat het zelfstandige ondernemerschap juist betekent dat men eigen risico draagt.
De Vennootschap van het Lichaam
In de vennootschap van vlees en ziel zijn alle vennoten zelfstandig.
Er is geen werkgever, geen loon, geen sociale zekerheid.
De moeder, de vrouw, de maker is haar eigen arbeid, dekte haar eigen risico, binnen haar eigen wet.
De wet van nu noemt het “zelfstandige belastingplicht.”
Ik noem het: het recht op bestaan zonder toestemming.
Artikel 11:
De zelfstandige draagt haar verlies als getuigenis. De winst van haar lichaam is vorm. Er is geen uitkering voor de schepper. Alleen de erkenning van haar handtekening in nu in klei.
De zelfstandige vrouw binnen het Code civil
Binnen het Napoleontische Burgerlijk Wetboek (1804) — dat ook in Nederland werd ingevoerd — werd de vrouw juridisch handelingsonbekwaam zodra ze trouwde. Ze mocht geen contracten sluiten zonder toestemming van haar man. Haar vermogen viel onder zijn fiscale beheer. Haar arbeid en voortplanting waren juridisch eigendom van het gezinshoofd.
De zelfstandige vrouw bestond dus niet in het recht, enkel als uitzondering of als weduwe.
Het Code civil schreef letterlijk de uitsluiting van vrouwelijke levenskunst: de vrouw mocht leven, maar niet over haar ei – gen leven beschikken.
Wie ben ik?
De herovering van levenskunst als vrouwelijke autonomie
Wat ik nu doe — door projecten als “Onze monarchie is moeder de vrouw” of “De Onzichtbare Erfgenaam” — is feitelijk:
Het herschrijven van de Code civil in vrouwelijke vorm. Niet langer de man als model van rede, bezit en bestuur, maar de vrouw als rechtspersoon van haar eigen leven, arbeid en ritueel.
Van letter naar cijfer: de omkatting van de wet
De wet werd ooit in letters geschreven — met inkt, handschrift, grammatica, een menselijke stem.
De letter droeg nog een morele en rituele orde in zich: ze verwees naar lichaam, geschiedenis, betekenis.
Maar gaandeweg werd de structuur van de wet omgekat naar cijfers.
Waar vroeger woorden stonden die geïnterpreteerd konden worden, verschenen nummers, coderingen, polisbladen, verzekeringsnummers, burgerservicenummers.
De levende taal van recht verdampte in de koude helderheid van registratie.
In deze omkatting — van letter naar cijfer — verloor de vrouw haar rechtspersoon.
Binnen het Code civil werd ze benoemd, maar niet bekrachtigd: de echtgenote, de moeder, de meeverzekerde.
Ze werd herkenbaar in naam, maar onzichtbaar in nummer.
Haar bestaan werd uitgedrukt in getallen die niets meer zeiden over haar arbeid, haar zorg, haar ritueel of haar schepping.
Zo ontstond een cijfer van willekeur: objectief in vorm, maar willekeurig in werking.
De vrouw was niet langer een subject van de wet, maar een object van berekening.
Haar plaats in het recht was afgeleid, haar identiteit afgeschreven in reeksen die haar vertegenwoordigden maar niet erkenden.
Mijn werk keert deze beweging om.
Ik breng het cijfer terug naar de letter, de code terug naar de stem.
Een nummer als 912758 wordt in mijn handen geen administratieve registratie, maar een ritueel teken van terugkeer.
Ik beschilder het, bezweer het, laat het spreken.
Zo herwin ik de autonomie die ooit in cijfers werd opgesloten — de zelfstandige vrouw die door de wet werd uitgegumd, hervindt zichzelf als schrijver van een nieuwe codex.
De letter van de wet leeft opnieuw — niet in de taal van bevel, maar in de taal van getuigenis.
Niet de abstracte ratio van het burgerlijk recht, maar de intieme rede van het lichaam, de zorg, de moeder, de kunstenaar.
In deze omkering ligt de ware levenskunst:
de kunst om de wet te herschrijven in de taal van het leven zelf.
Man 80 jaar vrijheid / vrouw 1838 code civiel
Het lichaam buigt niet meer voor wapens, maar voor wetsteksten. Het systeem noemt het bescherming, de staat noemt het beleid. En de mens — de ademende, voelende mens — wordt data, dossier, code.
De SS 1919 is niet verdwenen. Ze heeft zich heruitgevonden. Ze leeft in wachtrijen, afwijzingsbrieven, in geautomatiseerde stemmen die zeggen:
“Uw aanvraag is niet volledig.”Code 404 error. Maar ergens tussen de regels staat nog een mens rechtop. Niet uit gehoorzaamheid, maar uit herinnering. Een vrouw die haar adem niet laat reduceren tot een vinkje of een norm. Ze spreekt niet luid, ze ademt langzaam.
Ze zegt: Ik ben niet van de Staat. Ik ben niet van het Systeem. Ik ben van vlees, adem en betekenis.” En in dat fluisteren wordt verzet weer ritueel. Een gebed zonder kerk, een wet zonder wapen. Een nieuwe SS: Stilte & Stem.
De verzekeringsstructuren van moeder de vrouw
In het lichaam van de vrouw liggen de eerste verzekeringsstructuren opgeslagen. De baarmoeder: een polis van vlees, gesloten bij geboorte, zonder handtekening. Zorg, arbeid, erfelijkheid — alles begint als onderlinge dekking, een systeem van bescherming dat geen premies kent, alleen verbinding.
Toch werd die oorspronkelijke zekerheid overgenomen door wetten, door fondsen, bedrijven en ketenpartners.
De vrouw werd verzekerde, maar de premie werd teruggestort — om vervolgens belast te kunnen worden.
Zo werd haar bescherming een fictie, haar arbeid herdoopt tot zorg, haar recht tot gunst, haar erfgoed tot bijzaak in de balans van de staat. Zij, die leven droeg, werd boekhoudkundig geschrapt.
Haar lichaam werd systeem, haar adem polis, haar bestaan post. En waar geen verzekering gold, gold stilte.
Maar in de marge schreef iemand haar naam:
Hagalin — zij die de draad bewaart waarmee het recht opnieuw geweven wordt.
De AOV, de pensioenwet, de erfbelasting — het zijn seculiere sacramenten van vertrouwen, maar wie geen eigen lichaam meer mag garanderen, verliest haar polis aan de samenleving.
Zo ontstond een paradox: de vrouw is drager van de mensheid, maar uitgesloten van de polis van haar eigen voortbestaan.
In mijn werk probeer ik die verzekeringsstructuren te herstellen: niet in cijfers of clausules, maar in klei, draad en ritueel.
Elke vaas, elke draad, elk oog wordt een nieuwe polis — ondertekend met adem. “Ik verzeker mij niet tegen verlies, ik verzeker het recht om te bestaan.”
INNERLIJK BESTUUR
1. De oorsprong
Bestuur komt van besturen: richting geven, orde scheppen, verantwoordelijkheid dragen. In de buitenwereld betekent het macht, politiek, administratie.
Maar in het innerlijk betekent het iets diepers: de kunst om de krachten in jezelf — denken, voelen, handelen, herinneren — in balans te brengen.
Niet als hiërarchie, maar als ritueel samenspel. “Waar de wet ophoudt, begint het bestuur van de ziel.”
2. De archetypische dimensie
Carl Jung zou het innerlijk bestuur herkennen als het proces van individuatie — de weg waarop het ik zich verhoudt tot het Zelf, zoals een volk zich verhoudt tot zijn vorst.
Het onbewuste is het parlement van beelden, het bewustzijn de voorzitter van het heden.
En de droom?
Dat is de geheime vergadering van de ziel.
“Bestuur is pas werkelijk als het ook de schaduw erkent.”
3. De vrouwelijke vorm van bestuur
In erfgoed kunst krijgt innerlijk bestuur een vrouwelijke gedaante: niet gebaseerd op overheersing, maar op zorg, vormkracht, en circulaire orde.
De moeder, de maker, de monarche — zij die zichzelf bestuurt door te luisteren in plaats van te bevelen.
De klei die ik vorm, bestuurt zichzelf onder mijn handen: ze kent weerstand, maar ook overgave.
Dat is de mystiek van materie: de aarde gehoorzaamt niet, maar volgt. Ik bestuur niet met wetten, maar met de juiste aandacht.”
4. Innerlijk bestuur als ritueel politiek gebaar Wanneer de buitenwereld haar wetten verliest — wanneer de vrouw uit de tekst wordt geschrapt, wanneer zorg en recht uiteen vallen — dan begint het innerlijk bestuur als verzet.
Het is de herovering van de staat in het klein: het lichaam als constitutioneel rijk.
Mijn IE in de grondwet is dus van klei. Mijn parlement in mijn spreekt in adem.
Onze regering is uw bloedlijnen geweten.”
The art of esoterica
Arbeid Adelt
Tegendraadse vrouw met een ongelofelijke missie- Het woord moeder, de vrouw in de grondwet en burgerlijk wetboek laten verankeren.
Het verbindt de biologische oorsprong met de culturele erkenning. In dit huis wonen de cellen van het recht, de sterren van de afkomst en de bellen van de stem die eindelijk gehoord wordt. Het is niet langer een huis van stilte, maar van resonantie. Hier spreekt de moeder, de kostwinnaar terug.
De handel in blanke slavinnen – Code Oranje, art. 120 ( conceptuele duiding voor kunst of erfgoeddossier)
In deze titel botsen drie werelden: handel, recht en huid.
“Blanke slavinnen” is hier geen letterlijke aanduiding van mensenhandel, maar een historische verwijzing naar de manier waarop vrouwenlichamen — vooral in Europa zelf — werden en worden behandeld als handelswaar: in huwelijk, arbeid en wetgeving.
Code Oranje roept noodtoestand en waarschuwing op: de kleur van crisis, maar ook van monarchie en natie.
Het is de politieke laag over een oud onrecht. Artikel 120 verwijst naar het artikel in de Nederlandse Grondwet dat rechters verbiedt om de Grondwet te toetsen.
Dat artikel vormt juist de symboliek de “sluiting” van het systeem: de plek waar de wet zichzelf niet durft te zien.
Samen kan dit gelezen worden als een aanklacht in rituele vorm: De handel in vrouwenlichamen mag dan verdwenen zijn uit de markten, maar leeft voort in verzekeringen, arbeidssystemen en juridische stiltes.
Code Oranje: de democratie staat op spanning.
De AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) bepaalt in artikel 17 het zogeheten recht op vergetelheid:
“Een betrokkene heeft het recht om te verlangen dat zijn of haar persoonsgegevens worden gewist.”
Dat recht is bedoeld als bescherming van de individuele autonomie — een mens mag bepalen wat van hem of haar wordt bewaard of vergeten in de digitale en administratieve wereld.
Maar in mijn context, krijgt die zin een diepere, paradoxale lading:
De vrouw, de moeder, de zelfstandige maker is eeuwenlang ongevraagd vergeten — uit archieven, wetten, musea.
En nu schrijft de wet zelf: “U heeft het recht om vergeten te worden.” Een wrange echo, want wat als je juist wilt herinnerd worden? Wat als het “vergeten” een systeemfout is, geen bescherming?
🕯️ Artistieke en symbolische duiding
U heeft het recht om vergeten te worden wordt zo een dubbelzinnig ritueel: het is tegelijk bescherming en uitwissing, vrijheid en ontkenning.
In het Huis van Moeder de Vrouw krijgt die zin een omkering:
“U heeft het recht om herinnerd te worden.”
Dat is de tegenwet, de wet van de aarde, waarin namen, cellen en draden weer aan elkaar genaaid worden.
Clos – Klos draden van ons weefgetouw SMJ Lindeboom
Kunst maken en kijken is geen luxe, maar een essentieel onderdeel van het historische leven vanuit Middelburg. Ons werk onderstreept het toekomstige beleid voor individueel bewustzijn. Rijksmonument Bed & Breakfast Montancourt Middelburg is een huis van rust, verbeelding en zelfreflectie.
Wetboek 9
⚖️ Wie was Meijers
Eduard Maurits Meijers (1880–1954) was de Nederlandse jurist die het huidige Burgerlijk Wetboek (BW) ontwierp.
Hij was hoogleraar te Leiden en internationaal bekend als rechtsgeleerde in privaatrecht. Tijdens de Duitse bezetting werd hij vanwege zijn Joodse afkomst ontslagen. Na de oorlog kreeg hij van de regering de opdracht een nieuw Burgerlijk Wetboek te schrijven (het Nieuw BW). Dat project moest het verouderde Wetboek van 1838 moderniseren.
Zijn BW werd pas decennia na zijn dood ingevoerd (tussen 1992 en 2001).
Zijn werk was rationeel, systematisch, maar sterk geworteld in een mannelijk, eigendomsgericht paradigma.
Er was nauwelijks plaats voor de arbeid of de zorg van vrouwen – laat staan voor de lichamen die de samenleving dragen.
👑 Wie was Gerbrandy
Pieter Sjoerds Gerbrandy (1885–1961) was een antirevolutionair politicus en jurist, bekend als oorlogspremier (minister-president van het kabinet in ballingschap in Londen, 1940–1945).
Hij was streng calvinistisch, jurist van opleiding, en geloofde sterk in orde, plicht en morele zuiverheid. Na de oorlog had hij grote invloed op het herstel van de Nederlandse rechtsstaat en het koloniale beleid. Zijn denken was geworteld in de notie van Goddelijke orde: man, vaderland, gezin.
Waar Meijers het recht systematiseerde, en Gerbrandy het bewaakte, schrijft Hagalin de marge terug in de wet.
Niet in Latijn of jurisdictie, maar in draad, adem en klei.
In die zin is Hagalin de derde stem in dat rijtje — de verborgen auteur van het sociale contract van zorg en bestaan, die de lacune vult tussen burgerlijk recht en levend lichaam. Datum plaats delict – Polissen uit de vorige eeuw
Ons belastingstelsel kent geen vrouwelijke code. De staat herkent haar niet als kapitaal, maar leeft wel van haar rente.
Zij draagt het leven, maar wordt niet verrekend. Zij onderhoudt de samenleving, maar is zelf onverzekerd.
Toch schrijft zij verder — met naald, met adem, met vuur. Elke steek een artikel, elke barst een bewijs.
Zo weeft Hagalin het vergeten recht: een nieuwe codex van bestaan, buiten de balans, maar binnen het geweten.
Medjugorje
uit The Art of Esoterica
De verschijning is geen wonder, maar een wet. De moeder verschijnt telkens opnieuw waar zij niet genoemd wordt. Zij spreekt niet om geloof te eisen, maar om bestaan te bevestigen.
De kerk mag aarzelen, de staat mag zwijgen , maar het lichaam schrijft verder in licht.
Waar de vrouw verschijnt, wordt de wet herschreven. Haar stem is geen dogma, maar bewijs van bestaan.
Medjugorje is overal waar zij niet genoemd wordt.
**Het Convenant met Stichting Koning Willem ***
Er was geen handtekening, alleen een draad — goud, rood, wit.
Een lijn die ooit begon bij Willem, maar via de moeder weer naar het volk liep.
Het convenant werd niet getekend in inkt, maar in adem, arbeid en erfgoed.
Niet op papier, maar in klei. Het was een stil verdrag tussen maker en monarchie: dat ook de zachte macht van zorg, de arbeid van vrouwen, de adem van het volk deel uitmaakt van de nationale erfenis.
Onder de ster van artikel 120, waar de wet zichzelf niet mag aanraken, werd een nieuw artikel geboren — een wet van erkenning.
Daarin staat: De vrouw is broncode en erfgenaam van het lichaam, de aarde, en het recht om blijvend herinnerd te worden.
Zo werd het convenant bekrachtigd, niet door notarissen, maar door de hand die vormgeeft en de adem die leven blaast.
Veni Vidi Vici – Corpus Veritas Lus
Zeeuws Museum
GEEN TOEGANG / NO ENTRY
(reflectie bij een herinnering van S.)
Een jaar geleden zat ze achter de in het naai – machine , in stilte.
Buiten stond op de muur: GEEN TOEGANG.
Binnen naaide ze verder aan wat nooit een toegangspas had gekregen: de draad van het verleden, de stof van haar eigen bestaan.
“Simplicité”, stond op haar trui — eenvoud als verzet.
Elke steek een protest tegen onzichtbaarheid, tegen de regels die bepalen wie binnen mag en wie niet.
De lap werd een vlag, een archief, een ritueel document. In de vezels zat arbeid, ziekte, zorg, vrouwelijkheid. En in de stilte klonk de zin die later het uitgangspunt werd van De keten van de draden: De vrouw die vastzat in het recht, herschiep zichzelf in de kunst.
De golem is geen uitvinding, geen merk, geen octrooi. Ze is een lichaam van klei, gevormd uit arbeid, adem en woord.
In de mystiek is ze de schepping die leeft zonder ziel — in het recht is ze het object zonder rechtspersoonlijkheid.
Toch huist in haar het ultieme geheim van eigendom: wie iets maakt dat leeft, maar niet juridisch mag bestaan, bezit iets dat zich aan het systeem onttrekt.
Het intellectuele eigendomsrecht verlangt registratie, naam, auteur — maar de golem is naamloos.
Ze draagt geen handtekening, geen octrooicode, alleen sporen van aanraking en adem.
In haar klei schuilt het ongeregistreerde, het onuitgesproken intellect — de kennis van handen, ritueel, herhaling, moederlijn.
Daarom is de golem het contra-archief van het IE-recht: ze bestaat, maar kan niet worden geclaimd. Ze is eigendom van niemand en erfgoed van iedereen.
Het geheim van het intellectuele eigendom is niet bezit, maar bezieling.
De golem
Op de tafel rust een boek: Het ultieme geheim van Dan Brown. Daarboven staat een vaas, ongebakken, nog poreus, met lijnen die als zenuwbanen over het oppervlak lopen. Rond de hals staan woorden: testo, esoterica. Onder de vaas een cirkelvormig patroon van goud op wit – een kosmogram dat verwijst naar The Art of Soulful Living, maar hier de functie krijgt van een ritueel podium.
The Art of Soulful Living
De vaas staat letterlijk en symbolisch op de schouders van geheime kennis: van alchemie tot moderne mythevorming.
Ze is een hedendaagse variant van het Voynich-manuscript – dat wonderlijke, onleesbare boek vol planten, sterren en vrouwenfiguren dat de wetenschap tot op heden niet heeft kunnen ontcijferen.
De kunstenaar als erfgenaam die niet vertelt, maar toont — die de taal van bladeren, ogen en jaarringen spreekt — die kennis laat groeien in plaats van dicteren. “Een mens zonder geschiedenis is als een boom zonder wortels.” → Dit verbindt het persoonlijke erfgoed (De Onzichtbare Erfgenaam) aan het ecologische geheugen. → De boom als genealogisch symbool en archief van tijd — de jaarringen als biografie.
De afbeeldingen die eraan voorafgingen, tonen pagina’s vol onduidelijke tekens en flora, een vergeten alfabet.
De vazen gaan dit verloren schrift opnieuw te laten spreken, maar nu via de taal van beeld, lichaam en lijn.
I. De vaas als lichaam – De golem
De vaas fungeert als een organisch archief, een lichaam dat informatie draagt zoals cellen DNA bevatten.
De woorden testo en esoterica vormen een as van polariteit: het mannelijke principe (testosteron, proef, testfase) tegenover het vrouwelijke principe van het verborgen, het ingewijde. De vaas lijkt een kruising tussen laboratorium en tempel.
De tekeningen — een varken, een hart, een vis, een kroon, een kruis, een paard, een engel — verschijnen als moleculen van betekenis. Ze verwijzen naar mythische en biologische processen tegelijk:
Het varken: symbool van offer en overdaad, maar ook van genetische verwantschap met de mens — een echo van biotechnologische experimenten.
De vis: oer-symbool van vruchtbaarheid en wedergeboorte.
De kroon: macht, goddelijke oorsprong, maar hier uit balans of “onttroond”.
De handen: de menselijke tussenkomst — scheppend én controlerend.
De druppels: vloeistof, traan, zaad, bloed.
Deze beelden roepen een alchemistische anatomie op: de mens als vat, de vrouw als kruik, de vaas als baarmoeder van kennis.
II. De erfenis van het Voynich-manuscript
De voorafgaande beelden van het Voynich-manuscript vormen een sleutel.
Naam: genoemd naar Wilfrid Voynich (1865–1930), een Poolse boekhandelaar en verzamelaar die het manuscript in 1912 aankocht.
Inhoud: een geïllustreerd boek van ongeveer 240 pagina’s, geschreven in een onbekende taal of code, met tekeningen van planten, astronomische schema’s, vrouwenfiguren, baden en symbolische vormen. Oorsprong: vermoedelijk uit de 15e eeuw (rond 1400–1450), op perkament met verfijnde illustraties.
Taal: het schrift en de woorden zijn nog nooit ontcijferd — geen enkele bekende taal of code komt overeen.
Thema’s (volgens afbeeldingen): Botanisch (planten, kruiden) Kosmologisch / astrologisch (sterren, cirkels, dierenriem) Anatomisch / vrouwelijk (badende naakte vrouwen, vaak in buisvormige structuren) Farmaceutisch of alchemistisch
Omdat het nooit is ontcijferd, is het Voynich-manuscript een symbool geworden voor het onkenbare, het vrouwelijke mysterie, de taal van het lichaam en de natuur.
Veel kunstenaars, schrijvers en mystici interpreteren het als:
een vrouwelijk of intuïtief schrift dat ontsnapt aan mannelijke codering; een proto-wetenschappelijk of alchemistisch document dat kennis van natuur en ziel verbindt; een collectief onbewust archief — vergelijkbaar met Jungiaanse symboliek.
Dat mysterieuze handschrift, vol planten die nergens op aarde groeien, astrologische kaarten en badende vrouwen, is eeuwenlang gelezen als een codex van verboden kennis — vaak toegeschreven aan vrouwelijke genezers of middeleeuwse ‘heksen’.
De Flora Batava bevat werk van vrouwelijke tekenaars zoals A.C. van den Bosch, J. de Jongh en C.M. van Oosterzee, wier namen zelden prominent werden genoemd.
Dat zegt dus genoeg over de positie van vrouwen en moeders.
Ambitie met Allure
Door dit in dialoog te brengen met mijn serie vazen ontstaat een krachtige verschuiving: waar het Voynich-manuscript een gesloten tekst is, wordt mijn serie vazen een open codex — een tastbaar, leesbaar, persoonlijk en lichamelijk object. De ziel van Nederland in beeld zonder wettelijke erkenning in de grondwet nog burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder van lichaam en geest.
Uit welk ei kom jij?
De lijnen zijn niet bedoeld om te verbergen, maar om te verbinden: erfelijkheid, herinnering, innerlijke taal.
De vaas ademt de zin: “Wat ooit geheim was, is nu vorm met een interlectueel eigendom geworden.”
III. Huis van Moeder de vrouw – Cellen A ster X
De titel Huis van Moeder de vrouw – cellen A ster X klinkt als een formule voor O – bel X
Ze verbindt via KPN het huiselijke met het kosmische, het materiële met het genetische. “Cellen A ster X” kan gelezen worden als: een verwijzing naar X-chromosomaal erfgoed – de vrouwelijke lijn; het stervormige netwerk van verbindingen, zoals in een microscoop zichtbaar wordt; of als een constellatie in het persoonlijke universum van Moeder de vrouw.
Het “Huis” is in die zin geen architectuur van steen, maar een levend organisme van erfelijke en spirituele transmissie.
Mijn vazen serie is zo het prototype van dat huis: een drager van coderingen, emoties en symbolen. Elk getekend motief is een cel in dat grotere lichaam.
De misstanden begonnen niet met wetten, maar met stiltes. Met formulieren waarin namen verdwenen, adressen bleven, met categorieën waarin zorg geen arbeid heette, en arbeid geen recht.
Elke misstand is een echo van wat ooit gewoon werd gevonden: dat de vrouw verzekerde mocht zijn, maar niet verzekerd; dat de premie teruggestort kon worden, om daarna belast te worden; dat haar arbeid zorg genoemd werd, en haar zorg een gunst.
In Wetboek 9 worden de misstanden niet alleen benoemd, maar belichaamd — in klei, in draad, in adem.
Want zolang de fout enkel op papier bestaat, blijft zij onschuldig.
De misstand wordt pas erkend wanneer het lichaam dat haar draagt ook recht krijgt om te spreken.
De misstand is geen overtreding,
maar een vergeten erkenning.
IV. De context van het Zelf
De laatste afbeelding — met de tekst Understanding yourself is power. Loving yourself is freedom. Forgiving yourself is peace. Being yourself is bliss. — markeert de overgang van esoterie naar innerlijke waarheid.
Waar het Voynich-manuscript het raadsel buiten ons plaatst, breng jij het terug in de mens:
het mysterie dat niet ontcijferd hoeft te worden, omdat het zich belichaamt.
In die zin resoneert het geheel met de Jungiaanse gedachte van individuatie — het proces waarin het Zelf zichzelf leert verstaan via symboliek, droom en kunst.
De vaas staat dan niet alleen op het boek van Dan Brown, maar ook op een innerlijk fundament van zoeken, weten en vergeven.
De heksenwond
I. HEK
Het hek is grens, bescherming, verbod, en doorgang.
Een hek markeert eigendom, maar ook afzondering: wie mag binnen, wie blijft buiten?
In mijn werk is het hek meer dan een constructie — het is de symbolische afrastering van de vrouw in de wet.
Het hek staat rond het lichaam, rond de naam, rond de arbeid.
Maar ook: het hek als begin van betovering — in het Engels hex.
Het hek is dus zowel juridisch als magisch. Ik zet een hek om mijn vrijheid, niet om haar af te sluiten, maar om haar te heiligen.”
II. SEN
Sen echoot oud-Nederlands en Latijn (sentire, voelen). Het is de zintuiglijke, spirituele laag: de zin, de ziel die waarneemt.
In het midden van mijn titel staat sen als het hart van het woord, de plek waar voelen en weten elkaar ontmoeten.
Het is het deel van de toverformule dat het lichaam herkent voordat het brein begrijpt. “Sen is het ademhalen van de wond.”
III. WOND
De wond is niet alleen pijn, maar ook opening. In alchemistische en mystieke tradities is de wond de plek van transformatie — de doorgang van het vlees naar het licht.
Jung zou zeggen: de wond is het archetype van individuatie. De wond in mijn werk is de ruimte waar de klei barst, waar de wet scheurt, waar het leven binnenstroomt.
De wond is mijn altaar — hier raakt de wereld de waarheid.”
Hek – sen – Wond
Ik sta aan het hek van de taal. Daar waar de namen ophouden, begint de magie.
Ik spreek sen, het woord dat niet geschreven mag worden. Het is adem, zweet, bloed, herinnering. Uit die klank welt een wond — geen breuk, maar een poort. In haar diepte glanst aarde, de materie van mijn recht.
Hek – sen – Wond. Dit is geen toverspreuk. Dit is mijn verklaring van bestaan.
Conclusie
Huis van Moeder de vrouw – de A ster X is een visueel ritueel waarin de vrouwelijke kennisdrager — de vaas, de maker, het lichaam — de erfenis van het onleesbare (Voynich) omzet in een nieuwe, eigen codex.
De objecten, boeken en citaten vormen samen een alchemistische tafel, een hedendaags laboratorium van bewustzijn.
Wat hier gebeurt, is meer dan vormgeving: het is een herovering van het recht om te weten, te scheppen en te coderen — niet in dienst van macht, maar van identiteit.
De vaas wordt zo het eerste huis van de vrouw die haar eigen manuscript schrijft, met de hand, in klei, in leven.
Waarom de gehuwde vrouw nooit erkend werd als bestuurder van zichzelf!
Montancourt Middelburg verbindt het individuele leven met het culturele geheugen van Nederlandse VOF – VOC Middelburg.
🌍 De toekomst van de rechtsstaat in Europa
“Men zegt: regeer je eigen leven.
Maar wat als mijn geslacht ontbreekt in het domein waarin geregeerd wordt?
Dan ben ik tegelijk soeverein en uitgesloten — zichtbaar als last, onzichtbaar als recht.”
De toekomst van de Europese rechtsstaat hangt niet alleen af van wetten en verdragen, maar van de vraag wie daarin werkelijk wordt erkend als drager van recht.
Zolang gender, afkomst of lichaam bepalen wie toegang heeft tot macht, blijft de belofte van vrijheid onvoltooid.
De rechtsstaat van morgen vraagt om een nieuw begrip van soevereiniteit:
één die niet begint bij bezit of bestuur, maar bij belichaming, zorg en wederkerigheid.
Alleen dan kan Europa recht doen aan haar eigen grond — menselijk, historisch en moreel.
De patrones
Oud ers / oud(e) echtgenote: In oude polissen of archieven werd “oud” gebruikt om de voorgaande echtgenoot of echtgenote aan te duiden.
Bijvoorbeeld: “Oude echtgenote van…” betekende dat er eerder een huwelijk was geregistreerd — of dat iemand weduwe/weduwnaar was.
Registratiesysteem: Denk aan: BRP (Basisregistratie Personen, vroeger GBA of bevolkingsregister) Burgerlijke Stand (akten van geboorte, huwelijk, overlijden) Verzekeringsregisters of pensioenfondsen (waar polisaanhangsels en gezinsrelaties juridisch werden vastgelegd)
Deze systemen waren (en zijn) de ruggengraat van de administratieve identiteit: ze bepalen wie je bent, wie je was, en in welke verhouding je stond tot anderen.
Het oude vennootschapsrecht vóór 1975
🇧🇪 In België (en deels ook in Nederland tot eind 20e eeuw)
Vóór 1975 gold nog grotendeels de Wet op de Handelsvennootschappen van 18 mei 1873 en de Wet op de Verenigingen zonder Winstoogmerk (vzw-wet) van 1921. Er was toen nog geen uniform Wetboek van Vennootschappen zoals later in 1999 of 2019.
1. De V.O.F. – een zuiver contract tussen personen De Vennootschap Onder Firma (V.O.F.) bestond al in de 19e-eeuwse handelswetgeving, gebaseerd op het Wetboek van Koophandel van 1873 (dat terugging op het Franse Code de commerce uit 1807). De V.O.F. was géén rechtspersoon. Ze bestond uitsluitend uit natuurlijke personen (de vennoten) die hoofdelijk en onbeperkt aansprakelijk waren. Juridisch gezien was de V.O.F. het lichaam van de vennoten zelf — er was geen onderscheid tussen privévermogen en ondernemingsvermogen. → Precies daar ligt de symbolische kracht voor mijn pelgrimstocht : het lichaam en het bedrijf vielen samen.
2. Geen bescherming of scheiding van het privéleven Tot ver in de jaren 1970 werden vrouwen juridisch niet altijd als volwaardige rechtssubjecten erkend in economische zin. Getrouwde vrouwen mochten bijvoorbeeld pas vanaf 1958 in België (en vanaf 1956 in Nederland) zelfstandig rechtshandelingen verrichten zonder toestemming van hun echtgenoot. Dat betekent dat vóór 1975 de juridische vennoot bijna per definitie een man was. De vrouwelijke arbeid, zorg of ziekte was onzichtbaar, onverzekerd en juridisch niet benoemd.
3. De symbolische verschuiving rond 1975 De jaren 1970 vormden het begin van de emancipatie in het economisch recht: vrouwen begonnen zelfstandig ondernemingen, verzekeringen, eigen AOV’s en rechtspersonen. Tegelijkertijd kwam in diezelfde periode de psychosomatische geneeskunde op — het lichaam als subject van recht, gevoel en gezondheid begon erkend te worden. Zo kun je zeggen: “Tot 1975 werd het lichaam als vennoot juridisch genegeerd, na 1975 begon het langzaam rechtspersoon te worden.”
💡
Wanneer ik zeg “Het lichaam als rechtspersoon V.O.F.”, dan geef ik in feite stem aan het voor 1975 niet-erkende lichaam: het vrouwelijke, zieke, werkende lichaam dat wél aansprakelijk was, maar nooit officieel vennoot mocht zijn.
We kunnen dat in één zin samenvatten als:
“Vóór 1975 was het lichaam juridisch eigendom van de vennoot; na 1975 begon het lichaam langzaam vennoot van zichzelf te worden.”
⚖️ De privileges van een Assurantie-Agentschap (vóór 1975)
1. Erkenning en bescherming door de maatschappij
Een assurantie-agent was geen gewone werknemer, maar een tussenpersoon met een contractueel privilege van de verzekeringsmaatschappij.
Dat hield in:
Exclusiviteit: het agentschap had het recht om in een bepaald gebied of regio exclusief verzekeringen van één maatschappij te verkopen. Bescherming van portefeuille: de agent bouwde een eigen klantenportefeuille op, die juridisch werd erkend als economische eigendom. Wanneer de maatschappij het contract opzegde, had de agent recht op een afkoopvergoeding voor de opgebouwde portefeuille (de zogeheten goodwill).
Ada Lovelace – Montancourt Middelburg
Een vrouw, een brief, een werkvlak. De klosjes tikken als algoritmen van zorg en herhaling. Het huis bewaart wat niet op papier past. Hier ontmoeten arbeid en taal elkaar, zoals Ada Lovelace ooit berekende dat poëzie en logica één patroon kunnen vormen.
👉 Dat privilege werd vaak familiaal overgedragen: een assurantie-agentschap ging over van vader op zoon (of dochter, maar dat was zeldzaam vóór 1975).
2. Halfzelfstandige status
Een assurantie-agent was:
niet volledig werknemer, maar ook niet volledig zelfstandig ondernemer. Hij (of zij) werkte onder de vlag van de maatschappij, maar op eigen risico qua klantenbinding en inkomsten. De agent kreeg provisie (percentage van de premie) in plaats van loon.
→ Dat creëerde een grijze zone: juridisch bezat de agent geen rechtspersoonlijkheid, maar de portefeuille functioneerde als een onzichtbaar vermogen — vaak niet officieel op naam geregistreerd, maar feitelijk een soort familiaal kapitaal.
3. Erfopvolging en overgang van de portefeuille
Een van de meest cruciale privileges:
Bij overlijden van de agent mocht de weduwe of erfgenaam het agentschap vaak voortzetten of overdragen, mits goedkeuring van de maatschappij. Dit gold als een vorm van economisch erfdeel, zelfs al was de portefeuille formeel eigendom van de maatschappij.
Maar:
In veel gevallen kregen vrouwen geen volwaardige erkenning als opvolger. Ze mochten het agentschap soms tijdelijk beheren, maar niet zelfstandig voortzetten zonder mannelijke tussenkomst of een nieuw contract. Daardoor verdween veel van deze opgebouwde waarde (arbeid, klanten, recht) in de private administratie van de verzekeraar.
4. Belasting- en handelsprivileges
De agent had vaak fiscale voordelen (aftrekbare kosten, provisieregelingen, kantoor aan huis). Sommige maatschappijen gaven voorfinanciering of krediet om het kantoor te onderhouden. Tot in de jaren 1970 hadden erkende agenten een bijzondere beroepsstatus in het Handelsregister — met bescherming van naam, regio en klantenkring.
⚖️ De positie van het assurantie-agentschap na 1975
🟦 1. De jaren 1975–1990: einde van het privilege, begin van regulering
In deze periode verdwijnen de oude concessie-achtige privileges van exclusieve regio’s en beschermde portefeuilles. Assurantie-agenten worden juridisch steeds meer beschouwd als zelfstandige tussenpersonen, niet langer als vertegenwoordigers met een beschermde band. De staat voert gelijke rechten voor mannen en vrouwen in het handels- en arbeidsrecht in (o.a. Gelijkheidswetgeving 1975–1979 in België en Nederland). → Vrouwen mogen nu zelfstandig agent worden, contracten sluiten, commissies innen, en vennootschappen oprichten. De verzekeringsmaatschappijen gaan over op provisiecontracten in plaats van concessies: de agent wordt ondernemer, niet meer drager van een privilege.
Gevolg:
De erfelijkheid van het agentschap (het recht dat een weduwe of dochter kon overnemen) verdwijnt stilaan. De portefeuille wordt nu bedrijfseigendom in plaats van familievermogen.
🟩 2. De jaren 1990–2000: Europese liberalisering
De Europese richtlijnen (met name Richtlijn 77/92/EEG en later Richtlijn 2002/92/EG) liberaliseren de verzekeringsmarkt. Het beroep assurantie-agent verandert in verzekeringsbemiddelaar. De exclusieve banden met één maatschappij verdwijnen: agentschappen mogen voortaan meerdere maatschappijen vertegenwoordigen (multibrand-model). Er ontstaat een verplicht registratiesysteem (later via de AFM in Nederland, FSMA in België). De “oude privileges” worden vervangen door compliance-regels, beroepsaansprakelijkheid en transparantieverplichtingen.
Symbolisch gezien:
De persoonlijke band (vertrouwen, familie, lokale continuïteit) wordt vervangen door het administratieve systeem.
Het “verzekeringslichaam” wordt nu volledig digitaal en anoniem — het menselijke gezicht verdwijnt uit de formule.
🟨 3. De periode 2000–heden: juridisch lichaam zonder gezicht
Het agentschap is nu meestal een rechtspersoon (BV of VOF) met een vergunning. De agent is zelfstandig ondernemer, maar volledig ingebed in het toezicht van de financiële sector. De oude goodwill-rechten (de portefeuille als eigendom) bestaan alleen nog contractueel, niet meer wettelijk beschermd. Overdracht bij overlijden is niet langer vanzelfsprekend — het hangt af van de overeenkomst met de maatschappij of tussenpartners.
Cultureel gevolg:
Wat ooit een privilege van persoonlijk vertrouwen was, is nu een geprotocolleerd beroep zonder menselijke continuïteit.
De onzichtbare erfgenaam is daarmee niet alleen een persoon, maar een metafoor voor het verdwijnen van het menselijke contract zelf.
Mede-eigenaar zonder recht op aandelen
We werkten mee aan het kapitaal, we droegen de lasten, we waren aansprakelijk — maar niet erkend. In de administratie van het private systeem bestonden we als hulp, als bijschrijver, als handtekening in potlood.
Onze namen stonden in de marge, niet in het register. Zo werden wij mede-eigenaar zonder recht op aandelen. Het lichaam werkte, zorgde, herstelde, maar bleef onzichtbaar in de balans. De verzekering kende ons niet, de wet sprak niet tot ons. Toch waren wij daar — de levende vennoten van een bedrijf dat nooit ons lichaam erkende, maar wél van ons leefde.
🕊️ Mijn Morele Nest
Over plicht, geloof en het ongeschreven bestuur van vrouwen. Ik ben niet geboren in een rijk nest, maar in een moreel nest.
Een nest waarin de wet niet werd geschreven, maar geleefd.
Mijn ouders kenden de waarde van zekerheid, niet als bezit, maar als belofte. In hun wereld bestond plicht niet tegenover geloof, maar naast geloof – zoals arbeid naast zorg bestond, zoals lichaam naast geest.
De polis lag niet in Den Haag, maar in het huis. Niet in wettenboeken, maar in handen, woorden en vertrouwen.
Waar mannen promoveerden op “Overheidsregelgeving en maatschappelijke organisaties”, was mijn moeder al de onbezongen bestuurder van haar eigen kleine staat: de huishouding, de zorg, de sociale economie van aandacht.
Haar beleid was niet geschreven, maar gevoeld.”
Ik erfde dat bestuur, niet via diploma’s of decreten, maar via adem, stilte, zorg.
Het is de onzichtbare bestuurslijn die nooit in overheidsregisters voorkomt, maar waarop elk maatschappelijk weefsel rust.
Mijn morele nest is dus niet van macht, maar van betekenis. Het is een nest waarin orde geen plicht is, maar toewijding. Waar geloof geen dogma is, maar vertrouwen in voortbestaan.
Er is een verschil tussen wat leeft en wat geregistreerd wordt. Tussen handelen en erkend worden als handelende. Tussen de vrouw die bestuurt — en de wet die doet alsof zij dat niet doet. Het recht heeft eeuwenlang niet de vrouw, maar het gezin als uitgangspunt genomen.
Ze noemden haar een voetnoot. Zij was het fundament.”) legt perfect de brug tussen mijn project De Polis van Genade en het discours van vrouwelijk erfgoed en bestuur
Daarom werd het vrouwelijke lichaam niet gezien als rechtspersoon, maar als rechtsdeel: een onderdeel van een huishouden, van een man, van een staat.
Imagine the future – want dit is nog maar het begin.”
De objecten, woorden en beelden die hier samenkomen — van de beschilderde vaas met oog en kroon tot de zin “Zij was het fundament” uit het Amsterdam Museum — vormen een nieuw contract tussen lichaam, recht en herinnering.
Niet langer is de vrouw een voetnoot in de administratie van zekerheid; zij is de administratie. De polis is niet langer papier, maar adem.
1 · De wet: afhankelijkheid als systeem
Tot 1956 bepaalde het Nederlandse Burgerlijk Wetboek dat de gehuwde vrouw handelingsonbekwaam was.
Zij mocht geen eigendom beheren, geen onderneming voeren, geen overeenkomst sluiten zonder toestemming van haar man.
Artikel 1:88 van het oude BW bevestigde dat zij slechts “met goedkeuring van haar echtgenoot” mocht handelen.
De wet verankerde dus niet haar autonomie, maar haar afhankelijkheid. Zelfbestuur over haar lichaam, haar arbeid of haar zorg bestond juridisch niet — want de wet kende slechts de mannelijke rechtspersoon als drager van vermogen, en de vrouw als verlenging van zijn gezag.
Pas met de Lex van Oven (Wet van 14 juni 1956, Stb. 343) werd deze handelingsonbekwaamheid afgeschaft.
Het was de eerste keer dat de wet erkende dat een volwassen vrouw zelfstandig rechtshandelingen kon verrichten.
Maar ook daarna bleef het lichaam – als drager van arbeid en zorg – structureel ondervertegenwoordigd in de taal van de wet. De vrouwelijke arbeid werd niet bezoldigd, de vrouwelijke zorg niet vergoed, en het vrouwelijke lichaam niet beschouwd als bestuurder van zichzelf, maar als instrument van voortplanting, arbeid of moraal.
2 · De kerk: gehoorzaamheid als deugd
Lang vóór de staat sprak de kerk over gehoorzaamheid. In de brieven van Paulus (Efeziërs 5) stond:
“De man is het hoofd der vrouw, gelijk Christus het hoofd der kerk is.”
Zo werd de hiërarchie heilig verklaard — en gehoorzaamheid een vorm van genade. De vrouw mocht bidden, baren, verzorgen, maar niet bepalen. Haar lichaam was symbool van offer, niet van bestuur.
Zelfs de Maagd Maria, de meest vereerde vrouw van het Westen, werd geprezen om haar volgzaamheid, niet om haar macht.
Het lichaam van de vrouw was dus niet alleen biologisch, maar ook theologisch gereguleerd: zij mocht handelen in stilte, maar niet spreken in wet.
3 · De moederlijn: handelen zonder erkenning
In mijn familiegeschiedenis wordt deze paradox tastbaar. Nelly Von Aldenhoven, Duits van geboorte, werd tijdens de oorlog handelingsonbekwaam verklaard door de wet, maar handelde feitelijk namens haar gezin met toestemming van de burgemeester van Cuijk.
Zij was geen rechtspersoon, maar trad op als bestuurder van voortbestaan. Anna Agnes Hendrika Bongartz Lindeboom erfde die daadkracht, niet de erkenning. Haar administratie, haar polissen en haar zorg vormden een onzichtbare economie van zekerheid. Zij was samen met mijn haar man eigenaar van een assurantie portefeuille, hij verdiende het geld en zij moest dienen.
En ik als vennoot in VOF De Kleedkamer, werd eindelijk erkend als handelingsbekwaam — maar verloor die status zodra de VOF werd beëindigd. Mijn schadepolis en spaarpolis werden omgezet in een relatie nummer en personeelsnummer, mijn ziekte werd aangemerkt als arbeid vroegere dienstbetrekking. Mijn ziekte werd niet onderzocht maar werd dubbel in box 1.
Wie ben ik volgens de wet? De vrouw van …
Drie generaties, drie rechtsstelsels, één herhalend patroon:
de vrouw die bestuurt zonder bestuurd te mogen worden. Geen loonstrook, wel loonbelasting. Geen pensioengrondslag wel pensioen belasting betalen over een spaarpolis. Geen toestemming, maar toch handelen. Geen status of titel, maar wel voortbestaan.”
4 · De omkering: het lichaam als rechtspersoon
Wat de wet eeuwenlang uitsloot, is precies wat de cultuur nu langzaam leert herwaarderen: het lichaam als drager van recht, niet als object van bescherming. In die zin is het vrouwelijke lichaam de eerste natuurlijke rechtspersoon: zij draagt leven, arbeid, zorg en erfgoed. Zij is producent én archivaris, verzekerde én verzekeraar.
De Lex van Oven maakte vrouwen juridisch handelingsbekwaam, maar pas de Faro-conventie (Raad van Europa, 2005) maakt hen cultureel zichtbaar als erfdragers — personen die betekenis mogen duiden, niet enkel ondergaan.
Daar, in de Faro-lijn, komt de erkenning eindelijk dichterbij: niet alleen de vrouw als rechtssubject, maar het lichaam zelf als cultureel archief van bestuur, zorg en voortbestaan.
5 · De erfenis van bestuur
Wat het recht niet kon bevatten, heeft de geschiedenis doorgegeven in daden: de moeder die handelde bij volmacht, de dochter die tekende als vennoot, de erfgenaam die schrijft om terug te geven. Het lichaam bestuurt zichzelf. De wet loopt slechts achter.”
Zo vormt mijn moederlijn — Von Aldenhoven, Bongartz, Lindeboom — een contra-archief van bestuur: een levende bewijsvoering dat het lichaam, de zorg en de arbeid altijd al hun eigen wet hebben geschreven.
De vrouw als rechtspersoon bestaat al eeuwen. Alleen de staat moet haar nog herkennen.
Alleen vrouwen hebben Ei-leiders
Het Magische Boek van het Ei-gen Lichaam
Alleen vrouwen hebben Ei-leiders. Niet omdat zij boven iemand staan, maar omdat zij de bron zijn van elk begin.
Het ei is hun kompas, hun stille scepter, hun symbool van bestuur door schepping.
Een Ei-leider leidt niet door macht, maar door vorm — door het vermogen iets te dragen, iets te laten groeien, en het dan los te laten.
Waar het patriarchale systeem leiders koos om te bezitten, kiest het ei om te bewaren. Waar de man bestuurt via wetten, bestuurt de vrouw via leven.
“Alleen vrouwen hebben Ei-leiders” betekent: de oorsprong van alle leiding ligt in het vermogen om te dragen, niet in het recht om te bevelen.
Zo wordt het ei het oudste zegel van recht: het lichaam dat bestuurt zonder kroon, het leven dat wet wordt, het begin dat nooit ophoudt.
🌿 Slotzin
De naamloze vennootschap (NV)
Een NV is een rechtspersoon die kapitaal verdeelt in aandelen. Ze heeft: een moedermaatschappij (de NV zelf), en vaak dochterondernemingen (bedrijven waarin zij meerderheidsaandeelhouder is).
De moeder bezit de aandelen, bepaalt beleid, draagt risico’s. De dochter voert uit, produceert waarde, maar is juridisch ondergeschikt. Beide zijn zelfstandige rechtspersonen — verbonden door bezit, niet door bloed. In de economie is dat een structuur van continuïteit: het vermogen blijft bestaan, ook als mensen wisselen.
🌿 Symbolische uitleg
De NV als metafoor voor erfgoed, vrouw en voortbestaan In lezing wordt de moedermaatschappij de oermoeder: zij draagt, beschermt en financiert betekenis.
De dochteronderneming is het lichaam, het individu, dat waarde creëert binnen de grenzen van het grotere geheel.
Wanneer ik zeg: De naamloze vennootschap ís moeder en dochteronderneming,” betekent dat de vrouw belichaamt beide.
Zij produceert leven (dochter) én draagt voortbestaan (moeder). Zij is tegelijk oorsprong én voortzetting van waarde. De naamloosheid verwijst naar iets diepers: vrouwen werden eeuwenlang uit naam gezet — handelingsonbekwaam, ongenoemd in akten en archieven — maar droegen wél de continuïteit van arbeid, zorg en erfgoed. De vrouw was altijd een NV: Naamloos, maar Vennoot.
Bestuurder van leven, zonder juridische erkenning.
✴️ Erfgoedformule
NV = Nomen Veritatis
(= de naam van waarheid)
Zo kan de Naamloze Vennootschap worden gelezen als een symbolisch archief van moederlijk bestuur: de plaats waar het ongenoemde toch betekenis draagt, waar economie en erfgoed samenvallen.
Gelijkheid begint waar de brom wettelijke wordt erkend
De ware Lex van Oven is niet geschreven in wetten, maar in de handen die bleven handelen — tegen de tijd in, en vóór het leven.
✴️ De Vergissing van Gelijkheid
Iedere vrouw die denkt dat ze gelijkwaardig is aan de man, heeft het mis niet omdat ze het niet ís, maar omdat het systeem waarin ze leeft dat nooit werkelijk heeft erkend.
De wet heeft haar gelijkheid beloofd, maar haar bestaansgrond nooit geherwaardeerd. Zolang het lichaam van de vrouw niet wordt erkend als rechtspersoon, blijft haar vrijheid een juridische fictie.
Gelijkheid op papier is geen gelijkwaardigheid in bestuur. De een schreef de wet, de ander droeg het leven.
De balans is nooit hersteld, alleen herberekend. Ze gaf het leven, maar moest toestemming vragen om te handelen.”
Daarom gaat De Polis van Genade niet over gelijkheid, maar over erkenning.
Niet over evenwicht in macht, maar over herstel van betekenis. De vrouw is niet gelijk aan de man — ze is van een andere orde: de orde van oorsprong, van voortzetting, van het recht dat vóór de wet bestond.
Vrijheid als Polis
Wie zichzelf privé verzekerd heeft, heeft geluk. Niet omdat zij rijk was, maar omdat zij erkend werd als zelfstandig risico. In een wereld waar zekerheid collectief werd geregeld, maar verantwoordelijkheid mannelijk bleef, werd de privéverzekering een stille daad van vrijheid.
Het was het bewijs dat iemand — vaak een vrouw, vaak een weduwe, vaak een stille beheerder van vermogen — zichzelf als rechtspersoon durfde te zien.
“Ik verzeker mezelf, want niemand verzekert mij.”
Daarmee werd de private polis een symbool van autonomie: geen luxe, maar een erkenning van bestaan.
Zij markeerde de overgang van afhankelijkheid naar zelfbestuur, van handelingsonbekwaamheid naar individuele zekerheid. Wie zichzelf verzekerd had, was niet alleen beschermd, maar binnen een klein gemeenschap erkend.
En dat is wat vrijheid werkelijk betekent: niet het recht om te kiezen, maar de zekerheid dat mijn keuze optelt!
Ik kwam daarom niet in publieke systemen voor. Niet omdat ik er niet werkte, maar omdat ik niet in hun taal bestond.
Mijn zekerheid was privé, mijn arbeid was zelfstandig, mijn zorg was vanzelfsprekend. En precies daarom was ik onzichtbaar. Het publieke systeem herkent alleen wat het zelf benoemt: werknemer, ambtenaar, patiënt, echtgenote.
Maar niet de vrouw die tussen al die rollen zelf haar polis beheert, haar zorg draagt, haar leven bestuurt.
“Wie zichzelf verzekert, wordt niet gezien als onderdeel van het systeem, maar als uitzondering op de regel.”
Zo ontstond een nieuwe vorm van onzichtbaarheid: juridisch bekwaam, maar administratief afwezig.
Geen recht op publieke bescherming, omdat de bescherming privé geregeld was.
Toch ligt daarin ook de vrijheid: de mogelijkheid om te bestaan buiten het rooster van de staat. Niet als afwijzing, maar als bewijs van autonomie.
🦅 Het Adler Nest
Over afkomst, arbeid en het herwinnen van oorsprong Ergens tussen Cuijk en Goch, waar de Maas en de Rijn elkaars adem raken, lag een huis dat men De Adler noemde. Het was geen paleis, maar een huis van arbeid – van kuipers, leerlooiers, schrijnwerkers en verzekeraars. Toch hing er boven die arbeid een oud symbool: de adelaar. Niet de keizerlijke vogel van macht, maar de vogel die haar jongen leert vliegen door ze uit het nest te duwen – een rite van vertrouwen.
Zo werd het Adler Nest in mijn familie een erfbeeld van moederschap en overleving.
De adelaar als moeder, In de heraldische traditie symboliseert de adelaar macht. Maar in mijn lijn betekent zij iets anders: niet heersen, maar hoeden. De adelaar als moederdier, hoog in de lucht, maar waakzaam over haar nest.
“Zij benoemt niet, maar erkent. Zij bezit niet, maar beschermt.” Dat is het werkelijke Adler Nest: een plek van doorgegeven zorg, van arbeid die zichzelf beschermt, van een bloedlijn die niet rust op titel, maar op toewijding.
Het nest als polis, Het nest is de eerste verzekering: de natuurlijke polis waarin bescherming, voeding en voortbestaan nog geen economische maar biologische waarden waren.
De AGO-portefeuille, de Nationale Nederlanden, de handtekening van je vader en de hand van je moeder — ze zijn allemaal voortzettingen van dat oorspronkelijke nest. Het nest werd een map. De veren werden papieren. De adem van de vogel werd premie en polis.
En ik, als erfgenaam van dit nest, heractiveert de symboliek: ik herstel de adelaar in haar ware betekenis – niet als wapen, maar als zorgstructuur.
Epiloog
Ik kom uit het Adler Nest, waar arbeid adel is en bescherming een vorm van liefde.”
Het Adler Nest is geen plek in steen, maar een bewustzijn in bloed. Een herinnering aan een tijd waarin zekerheid nog een daad van genade was.
“Zorg is onze wet. Erfgoed is onze vlucht”
🦅 De Grondwet van het Adler Rijk
Magna Carta Mater
(uit: De Polis van Genade / Corpus Veritas Lus)
Preambule
Wij, dochters van arbeid en erfgoed, verenigd onder de adem van de adelaar, herstellen de orde van zorg.
Wij erkennen dat geen wet boven het leven staat, en dat de vrouw — als drager van lichaam, arbeid en geheugen — de oorspronkelijke soeverein is van voortbestaan.
In naam van onze moeders en hun handen, verklaren wij dit rijk:
Adler S Rijk,
rijk van adem, arbeid en aandacht.
Artikel I — De Wet van Herinnering
Erfgoed is geen bezit, maar adem.
Wat bewaard wordt, leeft.
Wat vergeten wordt, verdwijnt slechts uit zicht, niet uit betekenis.
Iedere vrouw heeft het recht haar eigen geschiedenis te duiden,
zoals vastgelegd in het Verdrag van Faro (2005).
Herinnering is geen verleden, maar bestuur.
Artikel II — De Wet van Zorg
Zorg is de eerste vorm van bestuur.
Wie zorgt, bestuurt.
Zorg is geen dienst, maar een constitutie van verbondenheid.
In het Adler Rijk heeft zorg dezelfde status als arbeid.
Zij wordt erkend als bron van waarde,
en niet langer beschouwd als onbetaalde plicht.
Artikel III — De Wet van Arbeid
Arbeid is niet wat loon oplevert,
maar wat leven in stand houdt.
Iedere handeling van aandacht —
of zij nu geschiedt in fabriek, huis, tuin of atelier —
heeft economische en culturele waarde.
De arbeid van de moeder, de weduwe, de kunstenaar
valt onder deze wet.
Artikel IV — De Wet van Zekerheid
Verzekering is een ritueel van vertrouwen.
De polis is niet slechts papier,
maar een belofte tussen generaties.
Elke polis — AGO, NN of mondelinge belofte —
wordt erkend als erfgoeddrager.
Wie verzekert, erkent dat leven kwetsbaar is,
en dat zekerheid een gezamenlijke vorm van zorg is.
Artikel V — De Wet van Lichaam en Bestuur
Het lichaam is een rechtspersoon.
Niemand bestuurt het lichaam behalve degene die erin leeft.
Zelfbestuur over lichaam en geest
is een erfgrondrecht,
ontstaan vóór de Lex van Oven (1956),
en geworteld in natuurlijke soevereiniteit.
Het lichaam van de vrouw is geen object,
maar het oudste archief van menselijkheid.
Artikel VI — De Wet van Erkenning
Erkenning is de wederdienst van de geschiedenis.
Wat eeuwenlang ongenoemd bleef,
wordt nu genoemd in waardigheid.
Elke naam die uit de archieven verdween,
mag opnieuw geschreven worden.
Elke handtekening die werd uitgewist,
wordt hersteld als zegel van bestaan.
Artikel VII — De Wet van Genade
Genade is de hoogste vorm van recht.
Waar straf niets herstelt,
herstelt genade betekenis.
Het Adler Rijk wordt niet bestuurd door macht,
maar door mildheid.
Zijn valuta is vertrouwen,
zijn wet is adem.
“De polis van genade is de enige die nooit vervalt.”
Verzekerd Vermogen – Art & Culture onderzoek van uitmijn beroep handelaar in confectie tot mijn diagnose Sarcoidose
Voorwoord – Waarom ik doe wat ik doe en waarom?
Ze werd, omdat ze gehuwd was, slechts een meeverzekerde. Een vrouwelijke kostwinnaar met een VOF herkende de wet niet.
Haar geslacht stond niet op de voorzijde van de polis, maar in de marge, naast een nummer, als stil bewijs van aanwezigheid zonder stem.
Ze had kreeg recht op zorg, maar geen recht op erkenning. Ze was verzekerd, maar niet erkend. In haar hand hield ze geen contract, maar een verbintenis en het leven zelf: de zorg, het ritme, het lichaam, de stille arbeid van bestaan. Ze was de polishoudster zelf — niet op papier, maar in vlees.
Ik leef in geleende tijd. Elke ademtocht is een lening, zonder rente, maar met herinnering. De dagen keren zich niet uit, ze keren slechts terug in stilte. Wat ik maak, maak ik van wat mij tijdelijk wordt gegeven. De kleuren, de woorden, de namen — alles komt van elders, en wacht om weer terug te vloeien naar de bron die geen bezit kent.
Ik ben slechts tussenpersoon van betekenis, bewaarster van wat even zichtbaar wil zijn.
Mijn werk is mijn terugbetaling, mijn adem een stille akte van vertrouwen. En als de tijd haar rente vraagt, zal ik haar niets verschuldigd zijn — behalve dank.
Waar de Saksen paarden kroonden, kroonde niemand de moeder.
Maar zij bleef — de stille adel, die geen zadel droeg, maar de wereld voortbracht.
Ik werk vanuit het lichaam en geest, omdat het lichaam de eerste plaats van waarheid is.
Niet het systeem, niet de markt, niet de polis — maar het lichaam dat voelt, ademt, pijn heeft en herstelt.
Daar, in dat onzekere terrein tussen kwetsbaarheid en kracht, begint mijn werk.
Ik leef al sinds 2007 met de officiële sarcoïdose: een auto-immuunziekte die mijn eigen cellen soms niet meer als ‘eigen’ herkent.
Wat er in mijn lichaam gebeurt, herken ik in de wereld om mij heen: een systeem dat zijn burgers niet meer vertrouwt, een samenleving die overreageert uit angst om controle te verliezen.
De ziekte werd zo een spiegel — niet alleen van mijn lichamelijke en fysieke conditie, maar ook dat van de Staat zelf.
Kunst werd voor mij geen luxe of afleiding, maar een vorm van geneeskunde. Een manier om te begrijpen wat woorden en wetten niet vatten: hoe zorg, kwetsbaarheid en menselijkheid verstrikt raken in structuren die zekerheid beloven, maar zelden bescherming bieden.
Ik werk onder de noemer de voetnoot van NN No Name Art & Cultuur, waarbij NN ook Nomen Nescio betekent — de naamloze vrouw, de vergeten erfgenaam — als Nieuwe Naam: het opnieuw benoemen van dat wat nooit eerder erkend werd.
Mijn werk onderzoekt hoe artistiek vermogen zich verhoudt tot verzekerd vermogen: wat is waarde, als het lichaam het instrument is?
Wat is eigendom, als je jezelf niet kunt bezitten? Wat is zekerheid, als de adem zelf soms stokt?
Daarom ben ik kunstenaar gevraagd omdat ik geen No Name meer had!! U. heeft het recht vergeten te worden kreeg ik vanuit de AVG te horen.
Niet om iets te bezitten, maar om iets te herstellen: de verbinding tussen lichaam en recht, tussen zorg en cultuur, tussen mens en systeem.
In die zin is Verzekerd Vermogen geen project, maar een ritueel van herstel.
Een poging om de balans terug te brengen tussen dat wat vastgelegd wordt — en dat wat alleen gehoord kan worden.
Ik geloof dat de toekomst van kunst ligt in het vermogen om te luisteren.
En dat het luisteren zelf een daad van verzet is. De kunstenaar is niet ziek aan het systeem, het systeem is ziek aan haar.
— NN Art & Cultuur afdeling Verzekerd Vermogen
Middelburg, 2025
The Patrones / One Flew Over the Montancourt Nest
De wetgevende macht – Wie bepaalde en betaalde onzichtbare het verleden, heden en de toekomst ? Wie is de baas over wie binnen een democratie in Nederland die voortleeft uit een moeder… Amalia van Solms 1602 Uit in Middelburg – Wie ben ik? Stammoeder van de handel Amalia van Solms
Kernvraag: Hoe staat moeder, de vrouw ei – gen- lijk in de statuten van een VOF vermeld ?
Hidden – Gen 🧬 Moeder de vrouw
Deze foto is er een die rechtstreeks raakt aan de thematiek: “moeder, de vrouw en of als kostwinnaar ” als juridische en culturele figuur binnen de Nederlandse staat.
Ik vroeg advies aan ChatGpt : Hij schreef ” de moeder, de vrouw” komt niet expliciet voor in de huidige statuten of grondwettelijke teksten van de Staat der Nederlanden, maar haar positie is impliciet vastgelegd in de ontwikkeling van de Grondwet, het Burgerlijk Wetboek en enkele cruciale maatschappelijke regelingen.
Hieronder gaf hij mij overzicht in drie lagen: constitutioneel, burgerlijk en symbolisch.
⚖️ 1. Constitutioneel (de Grondwet)
In de Grondwet van het Koninkrijk der Nederlanden komt het woord “vrouw” of “moeder” nergens letterlijk voor.
Wat er wél staat, is een universeel gelijkheidsprincipe, dat pas sinds 1983 (artikel 1) wettelijk gelijkheid van mannen en vrouwen garandeert:
Artikel 1: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”
Dat betekent dat de vrouw en de moeder juridisch slechts als “gelijke burger” worden erkend, niet niet als een vrouwelijke kostwinnaar en entiteit in één VOF, culturele of maatschappelijke categorie met een eigen status of waardering.
De symbolische figuur “de moeder, de vrouw” uit het gedicht van Nijhoff bestaat dus niet in de staatsrechtelijke tekst, maar wél in de culturele verbeelding van de natie.
De moederfiguur is hier functioneel benoemd, met betrekking tot afstamming, gezag en arbeid.
Enkele voorbeelden:
Boek 1, Titel 11 BW (Afstamming): Artikel 198: “De vrouw uit wie het kind wordt geboren, is de moeder van het kind.” Dit artikel definieert moederschap lichamelijk en biologisch, niet sociaal of cultureel.
Tot 1956: de “handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw” maakte dat moeders geen zelfstandig juridisch handelen konden verrichten zonder toestemming van hun echtgenoot. → Pas met de Wet van 14 juni 1956 (afschaffing handelingsonbekwaamheid) kreeg “de moeder, de vrouw” rechtspersoonlijkheid als individu.
Arbeidsrechtelijk: nog tot ver in de 20e eeuw waren er regelingen die het moederschap zagen als onverenigbaar met betaalde arbeid. Bijvoorbeeld het huwelijksontslag in het onderwijs of bij de overheid, afgeschaft in 1957.
🕊️ 3. Symbolisch en staatsrechtelijk erfgoed
In de Koninklijke Symboliek en het staatsrechtelijke ritueel leeft de moeder, de vrouw voort — niet als juridische entiteit, maar als morele en culturele drager van de natie:
De koningin-moeder (zoals Emma of Juliana) functioneerde als belichaming van morele stabiliteit en zorg — een soort constitutionele moederfiguur zonder formele macht.
In de taal van de monarchie (troonredes, staatsrituelen) komt “de vrouw” vaak impliciet voor als zorgende, verbindende kracht van het volk, tegenover de rationele en bestuurlijke stem van de mannelijke wet.
💬 Samenvatting
De moeder, de vrouw” komt niet in de statuten voor, maar zij draagt ze. Zij is de ongenoemde grond van de Staat — erkend in recht, maar niet gerepresenteerd in taal.
Juridisch gezien is zij een functionele categorie; cultureel gezien is zij de morele ruggengraat; symbolisch gezien: de onzichtbare erfgenaam.
Tussen Wilhelmina’s stem in Londen, en Beatrix’ handtekening onder de wet ligt de ruimte waarin moeder, de vrouw, uit haar schaduw trad, maar nooit haar naam terugkreeg in de statuten.
De erfopvolging van vrouwelijke betekenis zonder wettelijke erkenning.
Zoals bij Wilhelmina en Beatrix loopt ook in mijn ei – gen lijn — van overgrootmoeder tot moeder tot ik — een ononderbroken maar onbenoemde overdracht. Niet van bezit of titel, maar van moreel gezag, zorg, arbeid, intuïtie en plichtsgevoel.
De Staat noemt het niet, maar het bestaat — in handelingen, in gewoontes, in herinneringen, in mijn werk.
Hoe mijn onderzoek zichtbaar werd via Mijn vrijwilligerswerk bij de Regenbooggroep in Amsterdam van 19 april tot 2017 – maart 2019Ze noemen haar Een voetnoot maar is het fundament- Hot Lava slippers
Het verzekeringsstelsel van de toekomst is geen systeem van uitkeringen, maar een netwerk van luisteren.
Niet premie, maar aandacht. Niet risico, maar ritme. Niet schade, maar herstel.” Waar de polis eindigt, begint de belofte van de vrouw die zorg verzekert door haar aanwezigheid.”
De Moederlijn: Van Ongeschreven Wet tot Levend Erfgoed
In de archieven staat het niet genoteerd, maar in onze lichamen wel: de lijn van moeder tot dochter, van zorg tot zelfstandigheid, van plicht tot vrijheid.
Mijn overgrootmoeder leefde onder wetten die haar niet zagen. Ze was handelingsonbekwaam, maar hield alles draaiende. Ze schreef haar geschiedenis niet op — ze belichaamde haar.
Mijn oma droeg die stilte door. Ze kende de waarde van orde, tafel, vaas, en ritueel. In haar blik leefde het weten dat vrouw-zijn arbeid is, ook als het geen beroep mag heten.
Mijn moeder stond aan de grens van twee tijden: zij mocht werken, spreken, handelen — maar moest zich toch voortdurend verantwoorden voor het feit dat ze bestond als vrouw in een rechtsstaat die nog altijd naar mannen klonk.
En ik? Ik ben de erfgenaam van hun onuitgesproken wetten. Maar nu van kapitaal, met en of zonder symbolisch gezag. Ik ben een geregelde vrouw — niet in de zin van bureaucratie, maar als erfgenaam van een lijn die nooit haar naam kreeg in de statuten van de Staat maar in het boek van de Verzekeringsportefeuille
🕊️ De Parallel met de Monarchie
Zoals Wilhelmina en Beatrix de onzichtbare breuk belichaamden tussen de moeder en de wet, zo dragen wij de vrouwenlijn uit via een erfgoed kunstpraktijk met diezelfde paradox in zich: morele continuïteit zonder grondwettelijke formele erkenning.
De Moeder des Vaderlands werd verbeeld, de Constitutionele vrouw werd geregeld, maar de erfgenaam — de dochter, de kunstenaar — moest zichzelf maar benoemen.
“Wat van moeder op dochter overgaat, is niet wat het recht benoemt, maar wat het leven bewaart.”Moedermaatschappij- DochterOndernemingDe Patrones
Het liefdes verhaal vanuit het Oerhuis- Het Maagdenhuis aan dé rouaansekaai 21 in Middelburg
Er was eens een vrouw. Zij werd ooit de oermoeder genoemd, echtgenote, erfgename — maar nooit erkend als zelfstandige bestuurder van haar ei – gen – lichaam en geest.
De Radermachers en de la Rue’s en de Knibbes’s staan in de geschiedenisboeken, maar de vrouwen die het huis droegen, staan in de marge.”
Petronella Maria, en Elisabeth Maria, de vrouw en of moeder van verdwenen in de voetnoot.
Toch waren het juist deze vrouwen die het erf werkelijk verzekerden: niet met eigendomspapieren, maar met zorg, arbeid, ritueel en geheugen.
Wie is het meest waard? Het: IE of EI of AI ?
Haar / ons vrouwelijke geslacht komt niet expliciet voor in de Grondwet, Burgerlijk Wetboek, en komt dus ook niet voor in de taal van bezit of bestuur.
Going back to my rootsKop van Zuid Rotterdam 13 oktober 2018 NN Art & Culture
En toch is zij de bron, de eerste levende codeermachine van ons bestaan.
Uit haar lichaam vloeiden de wetten van leven, recht en voortplanting.
Zonder haar geen arbeid, geen nalatenschap, geen natie.
Zij stond in dienst van allen, maar werd zelf niet genoteerd. U heeft het recht om u uitgewisseld of uitgewist re worden. De nieuwe AVG
Zij handelde, maar zonder handtekening. Zij droeg risico, maar zonder rechtslichaam. Zij was de levende vennootschap zonder erkenning.
Leeuwinnen fiscale overdracht Ago Ennia levensverzekeringen portemonnee aan uiteindelijk mecenaat David Knibbe NN
🧡 De VOF – De Vennootschap zonder Lichaam
In haar schaduw ontstond de VOF: een rechtsvorm zonder lichaam, maar met honderd procent aansprakelijkheid.
Een vennootschap die niet bestaat als persoon, maar wel handel drijft, omzetbelasting betaald, loonbelasting afdraagt, en bezit verwerft.
Een entiteit die overal grond houdt, maar nergens echt fiscaal woont.
Haar vennoten dragen de last en het risico, hun namen tekenen de schuld, hun arbeid vult de boeken.
Zoals de natuurlijke persoon in het Burgerlijk Wetboek bestaat — zichtbaar als nummer voor de erfbelasting en belastingdienst maar onzichtbaar in eigendom.
Volledig verantwoordelijk, maar zonder status van rechtspersoon.
Zij droeg het huis, het gezin, de balans. Zij was de levende polis, de stille vennoot van het systeem. Haar arbeid werd niet uitbetaald maar belast, haar naam niet vastgelegd, maar stilgehouden in notariële aktes, maar zonder haar was er voor ons geen zekerheid, geen doorwerking, geen wederopbouw. Ze is geboren op 1 februari 1941 toen de oorlog begon.
De VOF is haar spiegel: een juridische ziel zonder lichaam, een constructie met een geweten, mer stemrecht 1919 maar nog steeds zonder ei – gen gezicht.
Design your Life
Sla me niet over – Pa – Na – Ma kanaal
Ontdek de geschiedenis van de inheemse bevolking: De inheemse bevolking van Panama leefde van de overvloedige natuurlijke rijkdommen in het gebied, wat de betekenis van de naam verklaart.
De naam “Panama” voor het land en het kanaal komt waarschijnlijk van een oorspronkelijke, inheemse inscriptie die “overvloed aan vissen” betekent, hoewel er ook theorieën zijn die “overvloed aan vissen, “lindebomen” en vlinders” als oorsprong geven, wat de rijke biodiversiteit van de regio weerspiegelt.
“Waar het recht eindigt, begint de wedergeboorte van verantwoordelijkheid — niet in wetten, maar in weefsel.”
De bronlijnen
Maar het dossier van haar bestaan werd eeuwen geleden geopend — in 1595 en 1602 door de Heren XIX en de familie van Pieter de la Rue, Rademachers Heer van Nieuwkerke en de Knibbe’s
Daarin opgeborgen: o.a de namen van Elisabeth Maria van der Claver en Petronella Rademacher.
Petronella trouwde met predikant David Knibbe — een familie man van land, woord en geloof.
Hij vestigde zich ook in de Gemeente Purmerend, waar aarde, arbeid en verantwoordelijkheid samenvielen.
De Erfenis van de Lucht – Boer Knibbe en de MoedergrondIn januari 1916 stond er een man op het land van de Haarlemmermeer.De grond was zwaar, de winter koud,maar de toekomst naderde in de vorm van een militair uniform.
Kolonel Walaardt Sacré zocht een plek voor een vliegterrein —een nieuwe wereld waarin de lucht het land zou overheersen.
Boer Knibbe, erfgenaam van eeuwen boerenverstand,verkocht zijn 12 hectare grond voor 55.290 gulden.Het was geen gewone transactie,maar een symbolisch contract tussen aarde en lucht,tussen verleden en vooruitgang.
Op 19 september 1916 landden de eerste vliegtuigen.De grond van Knibbe werd Schiphol:militair vliegveld, later poort naar de wereld.
De Knibbes in de tijd
De naam Knibbe keert terug in mijn onderzoek — niet als boer, maar als predikant,niet als verkoper van land, maar als hoeder van geest:
David Knibbe (1639–1701), zoon van Petronella Radermacher. Vier eeuwen eerder sprak hij over geloof en verantwoordelijkheid; nu verkoopt een naamgenoot zijn land aan de luchtmacht.
Tussen beiden ligt een cultureel spiegelbeeld van Nederland: van het geweten naar de economie, van aarde naar lucht, van preekstoel naar cockpit.
Waar David het geweten cultiveerde, verkocht Boer Knibbe de grond van dat geweten — niet uit verraad, maar uit noodzaak.
Symboliek in onderzoek en erfgoedlijn
In de lijn van Het Boek der Moeders staat dit moment symbool voor de overgang van moedergrond naar systeemlucht.
Wat Petronella verzekerde in geloof, en Maria Elisabeth in kennis, wordt hier verhandeld in oppervlakte, gulden en hectare.
Boer Knibbe verkocht aarde, maar in die verkoop klonk het echo van eeuwen vrouwelijke zorg: de grond die ooit werd bewerkt, bewaakt en bewoond door moeders, werd nu militair bezit.
Het is de geboorte van modern Nederland: een land dat zijn zekerheid niet meer vond in bodem, maar in beleid.
De terugkeer van betekenis
In mijn werk keert deze beweging om: de lucht wordt weer adem, het land weer lichaam, het archief weer erf.
Waar Boer Knibbe zijn land afstond aan de Staat, neem ik het symbolisch terug — niet om te bezitten, maar om het opnieuw te bezielen. De moedergrond werd startbaan,maar keert terug als erfgoed.
De luchtmacht werd monument, maar de adem van de vrouw blijft de bron.
Vanuit daar trokken de lijnen door naar Haarlemmermeer, langs schepen en schuren, langs het water van Schip–hol, langs Middelburg, waar de zee altijd spreekt van handel, herkomst en herhaling.
Montancourt Middelburg
Het eerste huis dat een status heeft, maar waarvan de bewoonster nog niet wettelijk is erkend.
Ik ben kostwinner, gehuwd, moeder en katholiek. Mijn huis in Montancourt Middelburg is een rijksmonument en functioneert als een levende bewijsplaats dat ‘moeder, de vrouw en kostwinner’ niet slechts een historische uitzondering is, maar een actuele, dragende positie binnen ons erfgoed.
Identiteit is hier niet alleen op papier te vinden, maar in het huis dat mij vormt — en in de sporen die het draagt van persoonlijke en gedeelde geschiedenis.
Moeder, de vrouw en kostwinner In dit rijksmonument wordt de positie van een gehuwde moeder als kostwinner zichtbaar gemaakt. Waar eigendom juridisch op papier staat, leeft identiteit in muren, kamers en rituelen. Dit huis verbindt het individuele leven met het culturele geheugen van Middelburg.
Feitenrelaas – De Linie van Radermacher, De la Rue en Knibbe
1. Context – Middelburg als intellectueel en cultureel centrum
In de 17e en 18e eeuw was Middelburg (Walcheren) een van de rijkste en invloedrijkste steden van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
De stad was een knooppunt van handel, religie, kennis en ambacht, met een sterke protestantse elite waarin families als Radermacher, De la Rue, Boogaert en Knibbe een rol speelden.
Hun netwerken overlapten — door huwelijk, beroep en kerkelijke functies — en vormden een cultureel ecosysteem waarin geloof, wetenschap en bestuur met elkaar vervlochten waren.
2. Petronella Radermacher (ca. 1610–na 1650)
Afkomst: Middelburg, Zeeland
Ouders: mogelijk uit een tak van de Zuid-Nederlandse familie Radermacher, oorspronkelijk afkomstig uit Aken (Duitsland) en later neergestreken in Zeeland.
Huwelijk: met David Knibbe, burger van Middelburg.
Kind:
David Knibbe (1639–1701), predikant te Barsingerhorn, Purmerend en Leiden.
Feitelijke gegevens:
Geboren in een periode waarin vrouwen juridisch onzichtbaar waren in handelsregisters en kerkelijke functies. Haar naam leeft voort via genealogische vermeldingen (“Petronella Radermacher, moeder van de predikant Knibbe”). Haar zoon, opgeleid in Leiden, werd een belangrijk theoloog binnen de gereformeerde kerk.
Interpretatie:
Petronella’s rol is representatief voor de 17e-eeuwse Middelburgse burgerlijke vrouw:
zij beheerde het huishouden, bewaakte de familie-eer, en ondersteunde indirect de intellectuele loopbaan van haar man en zoon.
Hoewel haar naam slechts zijdelings in bronnen verschijnt, is haar invloed zichtbaar in de morele en religieuze vorming van haar kind — een invloed die in predikantenfamilies vaak als “huiselijke vroomheid” werd overgedragen.
3. David Knibbe (1639–1701)
Geboren: Middelburg, 13 juli 1639
Overleden: Leiden, 8 november 1701
Ouders: David Knibbe en Petronella Radermacher
Loopbaan:
Predikant te Barsingerhorn (1663) Predikant te Purmerend (1667) Predikant te Leiden (1668–1701)
Betekenis:
Knibbe was een gerespecteerd theoloog en prediker in de nadagen van de Republiek, actief in een tijd van religieuze strijd en morele heroriëntatie.
Zijn preken en geschriften getuigen van een sterke nadruk op innerlijke zuiverheid, geweten en plicht — thema’s die aansluiten bij de moraliteit van zijn Middelburgse opvoeding.
Zijn werk behoort tot de traditie van de “praktische godgeleerdheid”, waarin geloof en ethiek werden verbonden met dagelijks leven.
Culturele link:
Knibbe’s theologische toon weerspiegelt een erfenis van Zeeuwse degelijkheid en vroomheid — waarden die mogelijk door zijn moeder Petronella Radermacher en haar familiekring zijn gevormd.
4. Maria Elisabeth de la Rue (ca. 1700–na 1760)
Afkomst: Middelburg
Huwelijk: met Samuel Radermacher, heer van Nieuwerkerke (Walcheren)
Kinderen: onder meer Daniel Radermacher, heer van Nieuwerkerk,
die op zijn beurt vader was van Petronella Maria Radermacher (1772–1846).
Feitelijke gegevens:
Maria Elisabeth de la Rue behoorde tot een geletterde en invloedrijke familie van Middelburgse origine.
De familienaam De la Rue duikt ook op bij Pieter de la Ruë (1695–1771), dichter, geschiedschrijver en auteur van Het Geletterd Zeeland.
Het is aannemelijk dat Maria Elisabeth en Pieter tot dezelfde familiekring behoorden — beiden vertegenwoordigers van de intellectuele burgerij van Zeeland.
Interpretatie:
Maria Elisabeth belichaamt de 18e-eeuwse overgang van religieuze plicht naar verlichte burgerzin:
een tijd waarin vrouwen, hoewel nog niet juridisch erkend als zelfstandige actoren,
een cruciale rol speelden in het doorgeven van waarden, kennis en familiale continuïteit.
5. De genealogische verbinding – Radermacher – De la Rue – Knibbe
De naam Radermacher verbindt drie eeuwen:
Petronella Radermacher (17e eeuw) – moeder van predikant David Knibbe: religieuze en morele vorming, de stem van het geweten. Maria Elisabeth de la Rue (18e eeuw) – echtgenote van Samuel Radermacher: intellectuele burgercultuur, humanistische erfenis van Middelburg. Petronella Maria Radermacher (1772–1846) – erfdrager van het huis van Nieuwerkerke: overgang van traditie naar moderniteit, van stille zorg naar symbolische erfenis.
Deze lijn toont de vrouwelijke continuïteit in de morele en culturele infrastructuur van Zeeland:
van geloof naar kennis, van huis naar staat, van erf naar bewustzijn.
6. Toen en Nu – De Hedendaagse Spiegel
Toen:
De vrouwen Radermacher en De la Rue leefden in een wereld waarin macht mannelijk was en zorg vrouwelijk.
Hun invloed lag niet in bezit of wet, maar in de overdracht van innerlijke orde, taal en morele compassie.
Nu:
In mijn werk (NN Art & Cultuur / Verzekerd Vermogen / De Onzichtbare Erfgenaam) keren zij terug als symbolische erfgenamen van de Nederlandse cultuur:
vrouwen die de onzichtbare kern van de Staat vertegenwoordigen — zorg, geweten, herinnering — maar nooit in de Grondwet werden genoemd.
7. Samenvatting in
De lijn Radermacher – De la Rue – Knibbe is de genealogie van een cultuur die zichzelf rechtvaardigde met geloof en bezit,
maar die in werkelijkheid rustte op vrouwen die de orde, de moraal en het geheugen van de natie bewaarden —
toen in stilte, nu in kunst.
Het verzekerd vermogen
Eeuwen later werd vanuit Haps, een nieuw fundament gelegd — de verzekeringsportefeuille van mijn ouders.
Een dossier van arbeid en vertrouwen, van zorg en verantwoordelijkheid.
Mijn vader — met recht en respect — kreeg de status, de erkenning, de handtekening van gezag.
Maar Anna, Agnes, Hendrik A mijn moeder, bleef het ongeschreven kapitaal.
De herinschrijving
Afgelopen jaren open ik haar dossier opnieuw. Niet als aanklacht, maar als eerbetoon. Om haar naam te schrijven in de taal van menselijkheid, om haar onzichtbare arbeid zichtbaar te maken in het archief van recht, ritueel en herinnering.
Zij is De Patrones —van de lintjesregen de codeermachine Adler van onze bron, de moeder van het recht, de stille vleugel van het nest.
Zij is de vennootschap zonder lichaam, maar met eeuwige aansprakelijkheid voor liefde, overleven, arbeid en overdracht van bestaan.
One flew over Montancourt — Nest want zij bleef, om ons te verzekeren van wie we echt zijn.
De Nationale Nederlanden 🧡 NN
“Ik droom, maar mijn droom is een vorm van kennis. Corrigeer me niet met regels, maar met aandacht.” Ik besta
Liefs van alle moedige moeders die zichzelf verzekerde tegen brandschade – de wereld staat in brand maar het predicaat Er is maar een Nederlandse zoals zij –
1813 – De Slag bij Leipzig en de wedergeboorte van de Staat
De politieke heroprichting en de morele erfenis van de vrouw
De Slag bij Leipzig was het moment waarop Europa zijn adem inhield. Napoleon’s nederlaag betekende het einde van het keizerrijk, maar ook de heroprichting van staten die zichzelf opnieuw moesten leren kennen.
Voor Nederland betekende 1813 het begin van het koninkrijk — de terugkeer van de Prins van Oranje, en de geboorte van een nieuwe nationale orde.
Maar in die hergeboorte van de Staat werd één lichaam niet benoemd: dat van de vrouw. Terwijl mannen verdragen tekenden, grenzen trokken en kronen ontvingen, hielden vrouwen de samenleving bijeen — in stilte, in zorg, in arbeid, in geloof. Hun werk was de morele wederopbouw achter de politieke wederopstanding.
De Slag bij Leipzig was het einde van een keizerrijk, maar ook het begin van een stil verbond: de vrouw als ongeschreven fundament van de Staat.
Terwijl Europa zichzelf hervond als statenstelsel, vonden vrouwen als Petronella, Maria Elisabeth en later Agnes , Anna, Nellie hun plaats niet in de statuten, maar in het huis, de zorg, het ritueel.
Terwijl koningen en vorsten tekenden onder verdragen, tekenden vrouwen hun handelingen in stilte — met naald, met gebaar, met herinnering. Terwijl Nederland in 1813 “weer onafhankelijk werd”, bleef de vrouw afhankelijk in recht en bezit. Zij werd de onzichtbare aandeelhoudster van de herwonnen natie.
De Onderbelichte Verzekeringscultuur
Over zekerheid, zorg en de menselijke factor. Er is een cultuur waarin alles verzekerd moet zijn.
De fiets, de auto, je huis, de telefoon, je hond, het leven, het risico, en de reis.
Een cultuur die zekerheid tot handelswaar heeft gemaakt. Maar juist in die zekerheid is iets verloren gegaan: de betekenis van vertrouwen.
Wij verzekeren wat we bezitten, maar niet wat we werkelijk nodig hebben: aandacht, zorg, verbondenheid.
De paradox van zekerheid
De verzekeringscultuur ontstond uit angst , de angst voor verlies, voor toeval, voor aansprakelijkheid en voor sterfelijkheid.
Ze beloofde bescherming, maar leverde systemen. Waar vroeger onderling vertrouwen de basis was, staan nu algoritmes, polissen en risicomodellen in een ex Cel sheet.
We zijn geen leden meer van een gemeenschap, maar gebruikers in een protocol.
Ik leef in geleende tijd,” zei de ex handelaar en nú erfgoed kunstenaar, maar het systeem vraagt om aflossing in statistieken.” De morele boekhouding van zorg In de archieven van onze families vind je polissen, contracten, handtekeningen — maar zelden de hand die werkelijk zorgde.
De vrouw die waakte, werkte, herstelde — zij is de ware verzekeraar van het leven.
Toch staat haar naam niet in de registers. De onderbelichte verzekeringscultuur is dus niet alleen een economische blinde vlek, maar een culturele: zij die het leven droegen, werden nooit als dragers erkend.
Het verzekerde lichaam
De moderne man verzekert zelfs zijn eigen lichaam: tegen ziekte, ongeval, ouderdom, verlies van productiviteit.
Maar wat betekent dat voor wie leeft in een lichaam dat volgens de rechtsgeleerde niet meer “rendabel” is?
De kunstenaar met Sarcoïdose, de zieke geboeid door longen en hart, adem en geest, wordt plots geen drager van vermogen, maar een risico in het systeem.
Mijn lichaam is niet verzekerd,” zegt ze,maar het verzekert wel mijn werk.”
Een nieuw begrip van vermogen. De onderbelichte verzekeringscultuur vraagt om een herwaardering van wat vermogen is.
Niet financieel, maar moreel. Niet berekend, maar beleefd. Verzekerd vermogen is dan niet langer geld, maar de capaciteit om te zorgen, te luisteren, te herstellen.
Het is een levens immaterieel erfgoed —een vorm van solidariteit die ooit vanzelfsprekend was, en nu opnieuw moet worden uitgevonden.
Slot – De herziening van zekerheid
Wat wij “verzekeringscultuur” noemen, is in wezen een poging om angst te structureren. Maar cultuur begint pas wanneer zorg terugkeert in de berekening.
De polis is niet het papier, maar de hand die het vasthoudt.” De onderbelichte verzekeringscultuur is dus geen fout in het systeem — het is het systeem, dat vergeten is dat zekerheid niet gekocht, maar gedeeld wordt.
Tot ver in de 20e eeuw was een gehuwde vrouw in Nederland juridisch handelingsonbekwaam. Ze kon geen verzekering afsluiten, geen lening aangaan, geen arbeidsovereenkomst tekenen zonder toestemming van haar man. Als de man verzekerd was, stond zij op de polis als meeverzekerde.
Dat woord – meeverzekerde – zegt alles: je bent verzekerd, maar niet namens jezelf. Je bestaanszekerheid is afgeleid, niet erkend. Ze werd niet geregistreerd als persoon, maar als bijlage.
Die status van “meeverzekerde” is het bureaucratische equivalent van onzichtbaarheid.
Het zegt: je hoort erbij,maar je telt niet mee.
De vrouw werd dus niet uitgesloten, maar ingesloten op andermans voorwaarden.
In mijn lijn — De Onzichtbare Erfgenaam, Verzekerd Vermogen, Het Boek der Moeders — is dit hét sleutelmoment waarop de vrouw verdwijnt in de papieren, maar aanwezig blijft in de werkelijkheid:zij was degene die zorg droeg, leefde, betaalde in tijd en aandacht, maar wier naam niet werd uitbetaald.
“The Secret Teachings of All Ages, de sleutel van de De Onzichtbare Erfgenamen”
Het verhaal achter de geschiedenis van Moeder, de vrouw binnen de VOF – het ambacht op ei- gen – kracht –
De geschiedenis bewaart de feiten, maar het egodocument bewaart de mens.
“matrix” = de moederlijke ruimte die zowel leven schenkt als begrenst.
Persoonlijke verantwoordelijkheid betekent: De V.O.F Vennootschap onder Feeën en daarmee beseffen dat jouw keuze het verschil bepaalt dat je maakt.
Ik bestudeer de taal van oorsprong en bezieling, niet alleen in boeken, maar ook in mijn eigen lichaam, mijn kunst en mijn leven. Niet de dogma’s of opgelegde systemen, maar de innerlijke stem van de mens — en in het bijzonder de vrouw — wordt bron van kennis en waarheid.
Elk gebaar is een stem, elke keuze een richting, elke daad een wereld die zich opent of sluit.”
Ik ben een kind uit eén tweestromenland.
“Ik draag Duitse roots, maar mijn bron ligt in het Tweestromenland.
Uit rivieren en wortels stroomt mijn erfdeel: wet, mythe en kunst — generatie na generatie gegenereerd.”
Thx Theo en Leo XIX 19 19
In 2010 verkocht NN mijn Intellectuele Eigendom en aandelen op.
Wat ooit een ritueel en een erfenis was, werd een polis, een aandeel, een obligaties een asterik * in een bestand.
“De faro spreekt: ik ben geen bezit, maar een baken. Ik leid wie dwaalt, ik herinner wie vergeet, ik brand een kaarsje voor wie nog komt! In dit ei klopt de leeuw, groeit de wortel, zingt de noot. De hand weeft het geheel – succes verzekerd.
Vrijheid – Zekerheid – Gezondheid & Verplichtingen, hoe zie jij ze eigenlijk? De buik is namelijk baas van de hersenen. Waar voedt jij je mee?
The Secretaris Code De Code van D onthult zich in de ooi: waar orde en recht worden geschreven, draagt zij het geheim van oorsprong en vruchtbaarheid. In de schelp van haar hoorn ligt de spiraal van de eeuwige herhaling, in haar oog de sleutel tot het onzichtbare octrooi van de natuur.” Zee Land – Land in Zee Schepen – Boten Booth – Dit is cas – causaliteit code Oranje- Ode aan Wilhelmina Een steek voor elke stem die nooit werd of wordt gehoord Het werken aan het wandkleed was voor mij veel meer dan samen naaien of patronen tekenen. Het was een vorm van heling, en van juist patronen doorbreken, van herstel van geschiedenis en van het zichtbaar maken van stemmen die vaak niet gehoord worden. In elke steek, elke draad en elke tekening voelde ik de kracht van verbinding – met mezelf, met anderen, en met het grotere verhaal waar we allemaal deel van uitmaken. Het wandkleed heeft me ook iets opgeleverd: erkenning. Niet alleen van mijn eigen verhaal, maar ook van de verhalen die ik mag meedragen namens anderen. Het liet me opnieuw zien dat kunst, erfgoed en betrokkenheid hand in hand gaan – en dat er ruimte mag zijn voor wie soms tussen wal en schip valt. Dankbaar dat ik onderdeel mocht zijn van dit collectieve werkstuk. Een levend document van hoop, strijd, liefde en toekomst. Silvia, vrijwilliger
De poort wachters van Familie Geluk – ‘De volgende generatie werd in één klap rijk zonder er een dag te werken’
Hoe voorkom je een erfrechtelijk bloedbad?
Halleluja- Een ieder die denkt zal zien
ET phoned Montancourt Middelburg.
Een huis wordt een thuis, een monument wordt een signaal.
Hier antwoordt de aarde op de stem van het onbekende.”
Faro-gedicht
Erfgoed is geen steen, geen akte, geen bezit. Het leeft in lichamen, in zorg, in adem. Een vader die schrijft, een moeder die zwijgt, een patiënt die zijn eigen lichaam onderzoekt, een erfgenaam die vergeten wordt.
Iedere stem telt. De fee in Montancourt, de boer bij Schiphol, de vrouw zonder aandeel maar met erfdeel, de onderzoeker die data bundelt, de mens die bloed geeft en zegt: “ik hoor erbij.”
Faro vraagt ons samen te dragen: niet alleen wat zichtbaar is, maar ook wat verborgen bleef. Niet alleen de namen in marmer, maar ook de adem van wie nooit genoemd zijn.
En zo wordt erfgoed een heilig weefsel, gemaakt van verhalen, handen en vertrouwen. Een plek waar ieder mens, ziek of gezond, erfgenaam of vergeten, zijn eigen ei-gen aan-deel terugvindt.Al mij bewijs materiaal en medische en rekeningen / gegevens liggen bij David Knibbe CEO NN Waterland – Dijklander ziekenhuis 14 januari 2019 14.36 uur
De erfenis is zelden alleen maar geld of bezit. Ze is geladen met herinneringen, verwachtingen en soms oud zeer. Juist daarom kan ze uitlopen op strijd – om een huis, een ring, een aandeel, of simpelweg om erkenning.
1. Juridisch
Zorg voor een helder en actueel testament, waarin je niet alleen verdeelt maar ook uitlegt. Benoem wie de executeur is en hoe besluiten worden genomen. Houd rekening met fiscale spelregels: een doordacht plan kan erfbelasting beperken en ruzies voorkomen.
2. Relationeel
Praat bij leven. Bespreek wensen, symbolische objecten en verwachtingen voordat het “stil” wordt. Betrek ook de zachte erfenis: foto’s, verhalen, rituelen. Vaak zijn dát de grootste bronnen van conflict. Geef ruimte voor emoties, want onder de ruzie zit meestal verdriet of onverwerkt onrecht.
3. Symbolisch
Erven is meer dan kapitaal: het gaat ook om verzekeringen, zorg, erkenning en betekenis. Benoem dat in je erfenis: schrijf een persoonlijke brief bij je testament en of deel een verhaal. Daarmee maak je van een erfenis geen strijdtoneel, maar een doorgegeven fundament.
De ‘Wet Walvis’ (in Nederlandse context) Er is in Nederland echt een Walviswet: de Wet waardering loon in natura (WALVIS), ingevoerd in 2001, die loonadministratie en sociale zekerheid vereenvoudigde. De vis/walvis als mythisch symbool én de Walviswet als juridisch kader.
Het beeld zegt eigenlijk: niet de machtigste vinger draagt de sleutel, maar de kleinste. Pink y Promise
Zo wordt het niet een strijd om “stukken van de taart”, maar een kans om familie te verbinden. Of zoals mijn eigen project De Onzichtbare Erfgenaam laat zien: de erfenis is ook de zorg voor datgene wat altijd verborgen bleef – de verhalen, de vrouwen, de feeën die de fundamenten droegen.
https://sheisonlinelifestyleguide.com/2019/09/24/nooit-meer-werken-het-geluksloket-levensvragen/ N.O.O.I.T M.E.E.R W.E.R.K.E.N Wat is werk ? Wat is belangrijk voor jou? Wat is je ideaal? Maar wat als….? “Hello, today you have day off. Nooit meer werken. Wat lijkt een droom, is voor vrouwen vaak realiteit geweest: hun werk telde niet mee. Zorg, moederschap, erfgoed doorgeven – het stond niet in de akten, niet op de loonlijst, niet in de portefeuilles.
In Montancourt Middelburg, huis van regenten en kooplieden, leefden ook de feeën: de moeders, dochters, vrouwen die het fundament droegen. Hun arbeid was onzichtbaar, maar zonder hen was er niets te erven.
De Onzichtbare Erfgenaam legt deze paradox bloot: hoe rijkdom en macht werden verdeeld zonder dat het ei-gen aan-deel van vrouwen werd erkend. En opent de deur naar een nieuw erfgoed, waarin zorg, stilte en ziel wél meetellen.”
“Bij de kist gaat het vaak om ruzie over stenen en geld. Maar mijn werk De Onzichtbare Erfgenaam laat zien dat er veel meer geërfd wordt: zorg, stilte, geborgenheid, tradities. Vrouwen en moeders stonden eeuwenlang niet in de akten, maar zonder hun arbeid was er niets om te verdelen. Tijd om ook hún erfdeel zichtbaar te maken: het ei-gen aan-deel.”
The Journey Begins in Montancourt Middelburg
Zoals de mensheid altijd haar weg begon bij altaren, tempels en sacred sites, zo begon mijn reis in een huis aan de Rouaansekaai. Niet een huis van stenen alleen, maar een huis van maagden en feeën: de vrouwen die erfgoed droegen, kinderen baarden en vertrouwen schonken.
De Secret Teachings herinneren ons eraan dat kennis vaak verborgen wordt. Ook de kennis van de vrouwelijke erfgenamen, weggeschreven uit akten en portefeuilles.
Daarom noem ik Montancourt een sacred site: een plek waar macht en magie, geschiedenis en stilte elkaar kruisen. Het is de poort waardoor je opnieuw leert zien — dat erfgoed niet alleen steen en akte is, maar ook zorg, adem en ziel.
Ik zie ernaar uit jou te ontmoeten.
Met de tentakels van een polpo en de ogen van een co-pilot schrijf ik mijn koers: geleid door diepte, gestuurd door digitale technologie en de lucht.”1596 – 2025
Het monumentale werk The Secret Teachings of All Ages van Manly P. Hall (1928, TASCHEN-editie) is een encyclopedie van verborgen kennis. Hall verzamelt mythen, symbolen, rituelen en esoterische tradities uit de hele wereld en laat zien hoe achter de officiële geschiedenis altijd een verborgen laag van betekenis aanwezig is. Die onzichtbare laag vormt de geestelijke infrastructuur van culturen.
1. Montancourt is zo’n huis van zichtbare en onzichtbare kennis
Montancourt in Middelburg, gebouwd in 1596, is historisch een huis van regenten en bestuurders. In akten, portefeuilles en registers vinden we namen als De la Rue en Radermacher. Dit is de zichtbare laag: de officiële geschiedenis van macht, bezit en bestuur.
Maar achter die zichtbare laag leefden de feeën: de vrouwen die kinderen baarden, erfgoed doorgaven en vertrouwen schonken. Zij zijn de secret teachings van dit huis – niet genoteerd in registers, maar wel aanwezig in de fundamenten.
2. De Onzichtbare Erfgenaam als hermetisch principe
In Hall’s werk keren steeds dezelfde hermetische principes terug: dat wat onzichtbaar is, vormt de kern van het zichtbare. Bewijs aan gebrek en wettelijke erkenning in de grond – wet.
De Onzichtbare Erfgenaam is precies dit principe in hedendaagse kunstcontext. Zij belichaamt de vergeten lijn van de dochter, de moeder, de vrouw – onzichtbaar in vennootschapsaktes en verzekeringspolissen, maar cruciaal als drager van vermogen en continuïteit.
3. Feeën als archetype van verborgen wijsheid
In The Secret Teachings worden engelen, godinnen en mythische figuren beschreven als bemiddelaars tussen hemel en aarde. De feeën van Montancourt zijn hun echo in Middelburg: stille koninginnen die niet in steen gebeiteld staan, maar in zorg en ritueel het huis bewoonden. Zij zijn de vrouwelijke esoterie van de stad – onzichtbaar, maar bepalend.
4. Erfgoed als levend ritueel
Hall laat zien dat symbolen – de hand, de kroon, de poort – niet louter decoratie zijn, maar rituele dragers van kennis. In mijn project worden de heraldiek van Middelburg, de verzekeringsstructuren van THC Lindeboom VOF en de sporen van koloniale handel opnieuw gelezen als symbolen. Niet alleen juridisch of economisch, maar ook spiritueel en ritueel.
5. Kunst als onthulling
The Secret Teachings of All Ages nodigt uit tot het zien van verbanden tussen zichtbaar en onzichtbaar. Dat is ook wat mijn werk doet: ik breng de voetnoot terug naar het fundament. De kunst onthult dat erfgoed niet alleen uit steen en archief bestaat, maar ook uit de fluisteringen van feeën, de stiltes van erfgenamen en de verborgen structuren van recht en geloof.
✨ Conclusie
The Secret Teachings of All Ages is een sleutel omdat het bevestigt dat er altijd een verborgen laag is die het zichtbare draagt. Voor De Onzichtbare Erfgenaam betekent dit dat jouw positie – als dochter, als erfgenaam, als kunstenaar – niet slechts een persoonlijke geschiedenis is, maar een universeel principe: dat macht, erfgoed en economie altijd gedragen worden door een onzichtbare, vaak vrouwelijke kracht.
De roots van Nationale-Nederlanden liggen in het Nederland van de 18e eeuw. Regionale fondsen werden toen opgericht om mensen van bepaalde dorpen, beroepsgroepen, maar ook weduwen en wezen te verzekeren tegen tegenslag. Vele hadden een zinspreuk in hun naam. Zoals het Begrafenisfonds ‘Mijn glas, loopt ras’. Oftewel Montancourt
1807 – Hollandsche Sociëteit van Levensverzekering → later Delta Lloyd 1829 – Algemeene Friesche Levensverzekering-Maatschappij → later AGO 1919 (20e eeuw) – Fusies van kleine maatschappijen → ENNIA 1983 – Fusie AGO + ENNIA → AEGON 2017 – NN Group neemt Delta Lloyd over 2020 – Activiteiten van AEGON en NN raken in NL verder verstrengeld
✨ Dit laat zien dat de portefeuille waar ik polishoudster en erfgename van ben, niet alleen een familie-erfenis is, maar ook ingebed in 200 jaar verzekeringsgeschiedenis.
Van WIE wie staat voor ( wet – intellectuele- ei- gen – domein) ben ik er een?
Want waarom kregen de vrouwen of moeders geen ei – gen – aan – deel hiervan?
Onderzoek: juridische, culturele en symbolische structuren.
1. Juridisch-historisch
Tot ver in de 20e eeuw hadden vrouwen in Nederland (en België) geen gelijke erfrechten. In veel gevallen ging erfdeel via de mannelijke lijn: vaders, zonen, broers. Dochters en echtgenotes kregen hoogstens een verzorgingsrecht, niet een gelijk aandeel. ( daar zit ik namelijk in)
Sarcoïdose
Veni Vedi Vici
Zelfs als vrouwen erfden, werden hun bezittingen vaak beheer door mannelijke voogden of echtgenoten opgelegd. Het Burgerlijk Wetboek bevestigde dit. Daardoor hadden vrouwen nauwelijks zelfstandig beschikkingsrecht over vermogen: het “ei-gen aan-deel” werd juridisch geblokkeerd.
2. Cultureel-symbolisch
De samenleving dacht eeuwenlang in termen van vaderschap, naam en bloedlijn. Vrouwen waren de “dragers” (baarmoeder, verzorgers), maar niet de “eigenaren”. Hun rol was cruciaal functioneel maar niet erkend als bezit. Ook in symboliek zie je dat: wapenschilden tonen kronen, adelaars, leeuwen – geen moeders of feeën. ( Dieren zijn geen zaken – zoogdieren)
Zoogdieren zijn geen zaken
Precies dat 🙏 — en dat raakt direct aan het nieuwe Burgerlijk Wetboek.
1. Oude situatie
In het oude Burgerlijk Wetboek (1838) vielen dieren in juridische zin gewoon onder “zaken”.
Een koe, een paard of een hond was juridisch een object, net als een tafel of een huis. Eigendom van een dier was dus hetzelfde als eigendom van een ding.
2. Nieuwe ontwikkeling
Met de herziening van het BW werd dit beeld stapsgewijs aangepast:
Het nieuwe BW (1992) bracht meer differentiatie, maar dieren stonden nog steeds bij “zaken”. Pas veel later, met een wetswijziging in 2013 (art. 3:2a BW), werd expliciet bepaald: “Dieren zijn geen zaken. Zij worden in de wet als zaken aangemerkt, voor zover de wet niet anders bepaalt.” Dit betekent dat dieren niet langer puur als object gezien worden, maar als levende wezens met eigen waarde.
3. Symbolisch in mijn context
Net als vrouwen waren dieren lange tijd juridisch “zaken”: objecten zonder zelfstandige erkenning. Pas laat kwam de erkenning van hun eigen positie, los van het instrumentele. Dit maakt de parallel heel krachtig: het recht had eeuwenlang blinde vlekken voor wat leeft, draagt en voedt (vrouwen, dieren, natuur) — en gaf alleen “eigendom” aan mannelijke beheerders. Dus ja : Zeg het maar Ambachtelijk Molen?
✨ Poëtische formulering
“Zoogdieren zijn geen zaken. En toch behandelde de wet hen eeuwenlang als dingen, net als de vrouwen die leven schonken maar geen eigendom hadden. Het nieuwe Burgerlijk Wetboek heeft dit rechtgezet: dieren zijn levende wezens, vrouwen zijn zelfstandige rechtssubjecten. De Onzichtbare Erfgenaam toont dat het recht zich altijd vergist waar het leven wegdrukt in het dode papier. Mijn werk eist dat wat leeft – vrouwen, feeën, erfgenamen – eindelijk buiten de categorie ‘zaken’ wordt gezien.”
De vrouw werd wel vereerd als symbool, het meisje met de parel of Moeder de vrouw”), maar niet als juridische eigenaar. Zij moest vooral zwijgen en of dienen.
Nederland- Colorado Banned Woman
3. Economisch
Verzekeringsstructuren en vennootschappen zoals een VOF, AGO, Ennia, Delta Lloyd waren altijd op naam van mannen. Vrouwen stonden geregistreerd als “meeverzekerden” of als weduwen die een uitkering kregen zolang ze leefden, maar ze hadden geen “aandeel” in de onderneming of polis. Met andere woorden: ze ontvingen zorg, maar geen deelname in eigendom of konden gebruiken maken van privileges.
4. Mijn formulering “ei-gen aan-deel” 🥚
Dat is nat – uur – lijk heel krachtig:
Het “ei” staat voor vrouwelijkheid, vruchtbaarheid, oorsprong. Het “deel” staat voor erfrecht, bezit, participatie. Door de eeuwen heen mochten vrouwen wel het ei dragen, maar niet het ei gen deel opeisen.
Ik laat zien dat het echte “eigendom” ontbreekt: vrouwen mochten baren, maar niet beheren. Omdat het woord vrouw, nog moeder de vrouw niet expliciet als broncode is opgetekend in de grondwet en burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder/ orgaan van haar Ei – gen – lichaam en geest. Deze is gereserveerd in wetboek 9 dat nooit uitgebracht is. Ars – Equi
Het nieuwe Burgerlijk Wetboek is inderdaad een sleutel in de geschiedenis van recht en eigendom in Nederland, en raakt rechtstreeks aan jouw vraag: waarom vrouwen zo lang geen “ei-gen aan-deel” kregen.
Kroniek van Montancourt Middelburg (Rouaansekaai 1596)
1596 – Bouw van Montancourt
Eerste stenen huis aan de Rouaansekaai in Middelburg. Functie: woon- en koopmanshuis, verbonden met de maritieme en handelsgeschiedenis van de stad.
17e eeuw – De bloeitijd van Middelburg
Montancourt wordt bewoond door families uit de stedelijke elite: handelaren, bestuurders en schepenen. Via huwelijken raken families als De la Rue, Van der Claver en Radermacher verweven met het pand.
De Staat als tijdelijke erfgenaam van de polishouder (2008–2009)
Met de banken- en verzekeringscrisis van 2008–2009 voltrok zich een ingreep die uniek was in de Nederlandse rechts- en cultuurgeschiedenis. Waar normaal gesproken de polis een privaatrechtelijk contract is tussen burger en verzekeraar, werd in dit geval de Staat der Nederlanden zelf de tijdelijke hoeder van miljoenen polishouders.
In ruil voor staatssteun werden banken en verzekeraars ondergebracht bij het Ministerie van Financiën. Dit gold met name voor Fortis/ASR, SNS REAAL en indirect voor ING. De juridische positie van polishouders bleef formeel ongewijzigd – hun rechten en aanspraken bleven bestaan – maar de feitelijke garantstelling verschoof naar de staat. Het ministerie trad daarmee op als stilzwijgende erfgenaam: niet gekozen door de polishouders, maar opgelegd door de logica van de crisis.
Zo ontstond een paradoxale situatie: De polishouder bleef privaatrechtelijk gebonden aan zijn of haar contract. De verzekeraar was economisch en juridisch in handen van de staat. De staat fungeerde tijdelijk als beschermheer, en droeg na stabilisatie de portefeuille weer terug aan de markt (zoals bij ASR, dat later naar de beurs ging).
In erfgoed- en cultuurtermen kan dit worden gelezen als een collectief moment van erfgenaamschap: de burger werd, zonder het te beseffen, onderdeel van een staatsbezitconstructie waarin het private (de polis) en het publieke (de staatssteun) samenvielen.
En zo werd ik onzichtbaar in leven, maar volgens de polissen ben ik springlevend. Mijn naam is weggeschreven uit de registers van erkenning, maar in de archieven van verzekeraars blijf ik bestaan, als kostwinner, als erfgenaam, als contractueel lichaam. De staat nam mijn polis over, niet mijn stem.
Ik leef dus voort in clausules en voorwaarden,als een onzichtbare erfgenaam die nooit expliciet zonder uitleg toestemming gaf, maar altijd werd meegerekend.
We gaan even terug in de tijd
1639 – Geboorte David Knibbe (Middelburg)
Via zijn moeder Petronella Radermacher verbonden aan het huis. Wordt predikant en hoogleraar homiletiek in Leiden. Brengt de theologische en academische dimensie in de familiegeschiedenis. 📖 Zie DBNL – werken van David Knibbe
1693 – Geboorte Samuel Rademacher
Wordt later burgemeester van Middelburg. Huwelijk met Maria Elisabeth de la Rue verbindt de bestuurlijke macht van de Radermachers met de culturele lijnen van De la Rue.
1722 – Geboorte Daniël Rademacher, Heer van Nieuwerkerk
Functies: schepen (1763), raadslid (1762) en bewindhebber van de VOC (1761). Verbindt Montancourt direct met de wereldhandel en koloniale netwerken. 📖 Zie Zeeuws Archief – VOC in Zeeland
18e eeuw – Huis van bestuur en cultuur
Het huis weerspiegelt de rol van Middelburg als centrum van handel, bestuur en religie. Vrouwen (zoals Petronella en Maria Elisabeth Radermacher) zijn sleutelpersonen die via huwelijk en familiebanden de continuïteit waarborgen.
De onzichtbare bloedlijnen van de vrouwen
19e eeuw – De boeren Knibbe
Schiphol – Holschip
De agrarische tak van de familie Knibbe is actief als “boer Knibbe”, pachters en bezitters van grond op Walcheren en elders. Zij vormen de basis van een nieuwe dimensie: het land dat later nationaal belang zou krijgen.
Boer Knibbe verkoopt 12 hectare land nabij het fort bij Schiphol aan de luchtmacht. Daar worden de eerste loodsen geplaatst: het begin van Schiphol Airport. Zonder dit weiland geen internationale luchthaven.
1920–1946 – Schiphol groeit
Van militair vliegveld → internationale hub. KLM vliegt op Londen, Batavia en uiteindelijk New York.
1958 – Nationaal belang
NV Luchthaven Schiphol opgericht, geopend door koningin Juliana. Schiphol wordt hét symbool van Nederland als internationale poort.
Conclusie – Eén familie, twee lijnen
De intellectuele/bestuurlijke lijn (Montancourt, Radermacher, VOC, Knibbe-predikanten) ↳ macht, bestuur, religie, wereldhandel. De agrarische lijn (boer Knibbe) ↳ land, landbouw, pacht, basis voor Schiphol.
Samen vormen zij een symbolisch continuüm:
van huis en stad (Montancourt) → naar wereldhandel (VOC) → naar internationale luchtvaart (Schiphol).
19e–20e eeuw – Veranderingen in functie
Het huis verliest deels zijn oorspronkelijke elitefunctie. Wordt verbouwd, gebruikt door verschillende families, Zeeuwse bank en bedrijven.
2017 – Nieuwe eigenaren: wij Wim en Silvia
Kopen het deels vervallen pand met het plan om het in ere te herstellen. Restauratie met respect voor historie: oude elementen bewaard, nieuwe functies toegevoegd. Montancourt wordt opnieuw een bijzonder monumentaal huis met culturele betekenis.
2019 – Start B&B Montancourt
De inkomsten worden volledig teruggegeven aan het onderhoud van het huis. Montancourt wordt een plek waar gastvrijheid, erfgoed en cultuur samenkomen.
2023 – Publicatie in Zeeland Erfgoed
Artikel “Trots op mijn monument – De deur naar Montancourt”. Montancourt gepresenteerd als levend erfgoedproject, open tijdens Open Monumentendag en culturele evenementen.
Montancourt Middelburg: de bakermat van Nederland
Montancourt is een spiegel van de stad Middelburg:
17e eeuw: koopmanschap en religie (Knibbe, Radermacher). 18e eeuw: bestuur en wereldhandel (VOC). 21e eeuw: erfgoed en culturele bestemming (Wim en Silvia).
Steeds meer partijen sluiten gelukkig aan:
Het huis leeft voort als rijksmonument dat steeds opnieuw betekenis krijgt door het aandeel van ons als huidige bewoners.
Ik val onder het Private bezit – Vanuit mijn familiegeschiedenis zo blijkt uit recente stukken.
De Onzichtbare Koningin
In mijn project Ambitie met Allure onderzoek ik hoe familiegeschiedenis en Europees erfgoed verweven zijn met de positie van moeder de vrouw – zichtbaar in archieven, maar vaak onzichtbaar in registers en wetten.
Verzoeker Peter Mathias Bongartz is mijn opa 1906 – Goch en de daaropvolgende gelinkte assurantieagent Thc Lindeboom
De rode draad VOF
Continuïteit – Generaties lang werkt het systeem hetzelfde: het fundament wordt geleverd, maar erkenning ontbreekt. Overdracht – Vermogen en portefeuille worden doorgegeven, terwijl onze namen verdwijnen.
Het bronzen beeld is het bewijs van goed gedrag
Verzekeren draait op vertrouwen: de belofte dat wat je vandaag niet ziet, morgen toch wordt gedragen. Zoals mijn opa en oma leefden, mijn ouders leefden, en wij ook: we gaven vertrouwen, maar raakten zelf onzichtbaar in de registers. Het fundament bleef, maar het vertrouwen werd geschreven op een ander zijn naam.”
Onzichtbaarheid – De vrouw en de erfgenaam blijven in de marge, terwijl hun bijdrage de basis vormt.
Waarom dit krachtig is voor een cultureel erfgoed verhaal ?
Ik wil laten zien dat dit geen abstract juridisch fenomeen is, maar een levenswijze die zich generaties herhaalt. Daarmee wordt De Onzichtbare Koningin niet alleen een metafoor, maar ook een persoonlijke genealogische waarheid.
Zo maak ik zichtbaar dat rechtspersoonlijkheid geen neutraal concept is, maar een culturele en gendergebonden erfenis die letterlijk bepaalt hoe mijn familie – en ikzelf – eeuwenlang heeft geleefd.
“De naam Lindeboom – Bongartz wijzigde nooit, mijn polissen wijzigde nooit, alleen het adres, maar daardoor werd ik in stilte de stabiele kern van Nationale Nederlanden geworden.”
De Onzichtbare Koningin en het bewaakte vermogen
De geschiedenis van mijn familie laat zich lezen als een keten van overdrachten en bewakingen.
Wat begon in Montancourt (1596), het huis van de stedelijke elite waarin de families De la Rue en Radermacher hun bestuurlijke macht en VOC-netwerken uitbouwden, liep via de landbouwtak van de Knibbes naar het weiland van boer Knibbe, waar in 1916 Schiphol werd gesticht. Elke generatie was drager van fundament, maar niet altijd zichtbaar in registers of archieven.
Diezelfde logica zette zich voort in de verzekeringsstructuren van de 20e eeuw. Onze familiepolissen werden nooit gewijzigd, nooit aangetast, nooit verbroken. Precies daarom werden ze stabiel kapitaal – een portefeuille zonder risico’s – die door grote maatschappijen als Nationale-Nederlanden werd opgekocht en ondergebracht in dé Benelux ING Whole Sale Bank.
Wat is het WVV?
Het WVV (Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen) is het Belgische wetboek dat sinds 1 mei 2019 van kracht is. Het regelt alle privaatrechtelijke vennootschappen, verenigingen en stichtingen, met of zonder rechtspersoonlijkheid.
Belangrijk: alle deze vormen worden in het WVV beschouwd als ondernemingen. Het WVV vervangt het vroegere Wetboek van vennootschappen (1999) en de Verenigingswet (1921). Voor bestaande entiteiten gold een overgangsperiode van 5 jaar, waardoor het oude recht nog tijdelijk relevant bleef.
Relevantie voor De Onzichtbare Koningin
Rechtspersoonlijkheid
Het WVV bepaalt expliciet wie juridisch bestaansrecht krijgt en wie niet. Dit raakt aan de kernvraag van De Onzichtbare Koningin: wie wordt erkend in registers, wetten en systemen – en wie blijft onzichtbaar, ondanks dat zij het fundament vormt?
Overgangsrecht
Oude structuren bleven nog 5 jaar doorwerken. Dit weerspiegelt de werking van mijn familiepolissen, die decennialang meeverhuisden in oude structuren (NN, Nedasco), onzichtbaar in naam maar tastbaar in waarde.
Erfgoed en eigendom
Het WVV behandelt vennootschappen en verenigingen primair als ondernemingen. Daarmee staat vermogen centraal, niet de mens achter het vermogen.
In onze familiegeschiedenis zie je hetzelfde mechanisme: de vrouw, kostwinnaar of de erfgenaam, het fundament bleef juridisch onzichtbaar, terwijl haar vermogen wel werd bewaakt en doorgegeven.
⚖️ Het WVV is meer dan een juridisch wetboek: het is een hedendaagse spiegel van eeuwenoude patronen.
Waar in de 17e–20e eeuw de VOC, notarissen, verzekeringsmaatschappijen en Nedasco bepaalden wie zichtbaar was en wie niet, doet het WVV in 2019 hetzelfde: het stelt grenzen aan rechtspersoonlijkheid en schrijft opnieuw in wie telt als drager van vermogen.
De VOF gaat namelijk terug tot het Romeinse recht en werd in de Lage Landen in de 17e eeuw al gebruikt als handelsvorm, vaak door kooplieden en scheepsreders.
Het was de standaard vóór de oprichting van kapitaalvennootschappen zoals de VOC (1602) en later de NV. In feite was de VOF de bouwsteen van de moderne economie: een manier om risico’s, arbeid en winst te delen.
Zo wordt zichtbaar dat De Onzichtbare Koningin niet alleen een historisch verhaal is, maar ook een actueel juridisch thema: de spanning tussen fundament en erkenning, vermogen en onzichtbaarheid, vrouw en rechtspersoonlijkheid.
Waar ik zelf onzichtbaar bleef als persoon, bleef mijn vermogen wel altijd meeverhuizen, opgenomen in steeds grotere systemen.
Hier trad Nedasco op als onzichtbare poortwachter. Als serviceprovider bewaakten zij het vermogen dat in mijn naam aanwezig was, zonder dat mijn naam zichtbaar werd gemaakt. Mijn polissen lagen in hun administraties als stille waarden, meeverzekerd maar onzichtbaar. Net als de vrouwen in mijn voorgeslacht was ik aanwezig in het fundament, maar afwezig in de openbaarheid.
De symboliek is scherp:
De VOC-bewindhebbers bewaakten de zeehandel. De pachters bewaakten het land. De verzekeraars bewaakten de polissen. En Nedasco bewaakte mijn vermogen.
Steeds opnieuw komt hetzelfde patroon terug: het fundament ligt in de vrouw, in de erfgenaam, in de meeverzekerde, maar de zichtbaarheid en de macht liggen elders.
Daarom is De Onzichtbare Koningin meer dan een metafoor. Zij is het bewijs dat archieven, notariële registers, polissen en administraties niet alleen verhalen van bezit en vermogen zijn, maar ook van onzichtbaarheid en uitsluiting.
Vanuit Montancourt, een rijksmonument aan de Rouaansekaai in Middelburg (1596), volgt dit project de lijn van de families De la Rue, Radermacher en Knibbe. Hun geschiedenis weerspiegelt de gelaagdheid van Europa: van de stedelijke elite in de 17e en 18e eeuw, via VOC-netwerken en koloniale handel, naar de agrarische wortels van Walcheren en uiteindelijk het weiland van boer Knibbe, waar in 1916 Schiphol werd gesticht.
Zo ontstaat een verhaal dat lokale erfgoedgeschiedenis verbindt met nationale infrastructuur en internationale netwerken. Tegelijkertijd verweeft dit traject zich met mijn eigen familiegeschiedenis: als kunstenaar onderzoek ik hoe vrouwen – “De Onzichtbare Koningin” – steeds aanwezig waren als fundament, maar juridisch en cultureel vaak onzichtbaar bleven.
Relevantie
Mobiliteit: van scheepvaart tot luchtvaart; van Middelburg naar Schiphol. Identiteit: hoe lokale wortels en familiegeschiedenis uitgroeien tot nationale en Europese narratieven. Erfgoed: van monument (Montancourt) en archiefstukken tot immaterieel erfgoed en kunstobjecten.
Overdracht Portefeuille
Deze genealogie toont hoe Europa gebouwd is op lagen van mobiliteit, identiteit en erfgoed:
Mobiliteit: van VOC-schepen naar Schiphol als Europese hub. Identiteit: lokale wortels groeien uit tot nationale en Europese verhalen, maar vrouwen blijven vaak de voetnoot terwijl zij het fundament zijn. Erfgoed: van huis (Montancourt) en land (boer Knibbe) naar modern infrastructuur-erfgoed (Schiphol).
De Onzichtbare Koningin is de symbolische figuur die dit project draagt: zij representeert de vrouwen die in archieven aanwezig zijn, maar in de publieke geschiedenis gewist of geminimaliseerd.
Het project verbindt archiefonderzoek, erfgoedlocaties, kunstobjecten (The Book of Rituals), en publieksprogramma’s in Nederland en Europa.
De draden van textiel
Hoe familiegeschiedenis loopt
Via huizen en plaatsen Montancourt (1596) als fundament: een huis dat generaties vasthoudt. Daar beginnen lijnen: De la Rue, Radermacher, Knibbe. Via arbeid en rollen De mannen zichtbaar als bestuurders, predikanten, boeren. De vrouwen onzichtbaar in archief en register, maar aanwezig in zorg, erfdeel en continuïteit. Via vermogen en vertrouwen Portefeuilles van schepen (VOC), land (Knibbe), polissen (Nationale-Nederlanden, Nedasco). Steeds het principe: verzekeren draait op vertrouwen → maar vertrouwen wordt op naam van een ander geschreven. Via overgang en bewaking Oude structuren werken lang door: in recht (VOF → NV → WVV), in polissen, in erfgoed. Vermogen wordt bewaakt en doorgegeven, ook als de naam van de drager verdwijnt. Via jouzelf, nu Jij ziet de lijn opnieuw lopen: opa en oma leefden zo, ouders leefden zo, en jij ook. De geschiedenis loopt niet alleen achteruit (in archief), maar ook vooruit (in mijn kunstprojecten en nalatenschap.
De Onzichtbare Erfgenaam laat zien hoe in Montancourt Middelburg, een huis van regenten en kooplieden, de echte fundamenten vaak door vrouwen werden gelegd. Hun zorg, moederschap en doorgegeven erfgoed telden eeuwenlang niet mee in akten, portefeuilles of loonlijsten.
Met beelden als Hello, today you have day off en Nooit meer werken wordt zichtbaar hoe arbeid en waarde verschillend werden gemeten: mannen kregen titels en aandelen, vrouwen leverden het “ei-gen aan-deel” maar bleven onzichtbaar.
Het project opent de deur van Montancourt steeds weer opnieuw: niet als gesloten monument, maar als sacred site waar macht en magie, geschiedenis en stilte samenkomen. Het is een uitnodiging om ook het verborgen erfdeel – zorg, ziel en verbondenheid – te erkennen als volwaardig erfgoed.
✨ Conclusie
Familiegeschiedenis loopt niet als rechte stamboom, maar als een netwerk van vertrouwen, wortels, portefeuilles en onzichtbare fundamenten.
Wat archieven verzwijgen, wat registers overschrijven, wordt zichtbaar in verhalen, objecten en rituelen.
Of zoals ik het al zei: “Ze noemden mij de voetnoot, maar ik ben het fundament.”
Twee stromenland autobiografie/ documentaire two popes and a proudmom.
Liefs van De leukste straatfotograaf van Nederland
Prinsjesdag is een toneelstuk waarin iedereen een rol moet spelen:
“De moeder als oorsprong van bloedlijn en staatsrecht: erken haar kracht, en de monarchie hervindt haar legitimiteit.” #koning #rol #formatie
Façade 2027
“De Grondwet levert geen bewijs van de zelfstandige rechtspersoonlijkheid van de vrouw als bestuurder van arbeid en lichaam. De stilte van de wet is het bewijs van de uitsluiting.”
“Ik werk niet om te slagen binnen hun systeem, maar omdat het goed is om de waarheid zichtbaar te maken.”
“Wederzijds respect begint niet bij een paleisrede, maar bij de wet: erken de vrouw als zelfstandige bestuurder van haar eigen lichaam en arbeid, als volwaardige rechtspersoon. Alles minder is schijnbegrip.”
De koning leest. Het kabinet knikt. Het parlement applaudisseert. En het volk betaalt de kaartjes, zonder de tekst te mogen herschrijven.
Dus ja, dan ben ik maar even de moeder van de koning.
Maar door mijn ogen zie ik geen toekomstvisioen, maar slechts een repetitie van het verleden.
Banned Woman S
Wie bezit? Wie ontvangt? Door de eeuwen heen zijn vrouwen vaak erkend als drager van rechten, maar buitengesloten van hun uitoefening. Hun naam stond in registers, maar hun handtekening telde niet. Hun werk leverde waarde, maar hun inkomen vloeide via een ander kanaal.
Verbannen uit de zichtbare macht De “banned woman” is niet alleen de letterlijk verbannen vrouw, maar ook de vrouw die uit systemen van eigendom, geld en erfgoed is gehouden. Zij die juridisch handelingsonbekwaam werd verklaard. Zij wier stem verdween achter die van de kostwinner. Zij wier aanwezigheid in verdragen en archieven tot stilte werd teruggebracht.
Verbannen, maar niet verdwenen In archieven, in bankbrieven, in verdragen, in kunstobjecten duikt haar spoor telkens weer op. Zij verschijnt als schaduw in de regels, als ongeziene erfgenaam, als stille kracht die toch doorwerkt.
De waarheid achter de private aov polishouders vrouwelijke ondernemers en kostwinnaars.
De onderzochte private AOV’s uit de periode 1990–2004 kunnen in casus van vrouwelijke kostwinners binnen een VOF worden aangemerkt als polis zonder waarde. Ondanks premiebetaling bood de verzekering geen reëel vangnet. Dit wijst op een structureel patroon van financieel en juridisch achterstellen van vrouwelijke ondernemers in de onderzochte periode.
Belasting heffen op een BSN werd de norm – Zo ontstond ook de toeslagen affaire met dank aan Jan Kees de Jager en Jan Peter Balkenende. Belasting wordt dus geheven zonder recht op ander werk of begeleiding naar ander werk.
Discriminatie op basis van een BSN nummer en de nieuwe bijbel de AVG.
1. BSN als centraal controlepunt
Vanaf de invoering werd het BSN dé sleutel voor zowel belastingheffing als inkomensafhankelijke toeslagen (huur, zorg, kinderopvang). Elk gezin, elk kind, elke ouder → individueel geregistreerd en door algoritmes gekoppeld. Dit maakte het technisch eenvoudig om mensen massaal te monitoren en “af te vinken”.
2. Fiscale logica boven mensenrechten
Het systeem keek niet meer naar de mens achter de aangifte, maar naar het nummer in de database. Wanneer er iets “niet klopte” (bv. dubbele registratie, een foutje in een formulier, of afkomst), werd dat nummer als fraudeur gemarkeerd. Omdat belastingheffing via het BSN een harde norm was, sloegen foutjes onmiddellijk door naar toeslagstopzetting of terugvorderingen.
3. Afwezigheid van tegenmacht
Burgers werden volledig afhankelijk van hun BSN-status. Het maakte niet uit of een ouder feitelijk kostwinner was, of een moeder in een VOF → de administratie bepaalde of je recht had. Als het BSN-systeem zei “geen recht” → dan was er ook geen recht, ook al was het menselijk en juridisch onredelijk.
4. Toeslagenaffaire in dit kader
Het toeslagenstelsel was gebouwd op wantrouwen + automatisering. Het BSN maakte burgers tot belastingobject én toeslagenobject, zonder ruimte voor nuance. Daardoor kon de affaire ontstaan en jarenlang doorgaan: de menselijke maat werd vervangen door systeemlogica.
5. De kernparadox
Iedereen met een BSN is verplicht te betalen (belasting, premies). Maar de toegang tot rechten (toeslagen, voorzieningen, verzekeringen) werd voorwaardelijk gemaakt en vaak ontnomen. Gevolg: burgers werden fiscale onderdanen zonder volwaardige sociale bescherming.
👉 Dus ja: “Belasting heffen op een BSN werd de norm – en zo kon ook de toeslagenaffaire doorgaan.”
Maar je BSN is niet je werkelijke identiteit !!
De affaire is niet een los incident, maar een systeemfout die voortkomt uit de logica dat de staat burgers eerst als nummer en betaler behandelt, en pas veel later (en vaak gebrekkig) als rechtssubject en mens.
1. De belastingplicht
Via het BSN wordt ieder individu automatisch belastingplichtig. Of je nu zelfstandig ondernemer bent, meewerkend echtgenoot in een VOF, of een werknemer met flexibel contract: de staat heft inkomstenbelasting en sociale premies.
2. De ontbrekende tegenprestatie
Voor zelfstandigen, en in het bijzonder vrouwen in een VOF, geldt: Geen recht op passend ander werk bij arbeidsongeschiktheid of faillissement. Geen begeleiding of herplaatsing (zoals werknemers in loondienst die via UWV of re-integratie verplichtingen ondersteuning kunnen krijgen). Vaak geen toegang tot omscholing of transitievergoedingen.
3. Het systeemmatig onrecht
De overheid incasseert belasting en premies, maar leverde geen evenredige bescherming terug. Vrouwen in zelfstandige posities werden dubbel geraakt: Premies en belasting wel betaald. Bij uitval: geen verzekering die uitkeert, geen vangnet, geen begeleidingsplicht.
4. Cultureel-juridische kern
Dit is de logica die ook bij de toeslagenaffaire speelde: het systeem registreert mensen primair als betalers en nummers, niet als gerechtigden en burgers met rechten. Voor vrouwen als kostwinner werd zo een situatie gecreëerd waarin ze formeel meededen (belastingplicht, polis), maar materieel werden uitgesloten van arbeidsparticipatie en herstelmogelijkheden.
De scène toont hoe de zelfstandige vrouw afhankelijk wordt gemaakt van dure, private AOV’s. Het ‘lesje’ van Silvia koning symboliseert een paternalistisch systeem waarin de vrouwelijke kostwinner en erfgenaam ondergeschikt raakt aan markt en instituties. Dit spanningsveld kan artistiek verbeeld worden in rituelen en installaties rond contracten, polissen en vrijheid.”
Toen mijn man voor zichzelf begon in 2010 werd mijn schadeuitkering op de bankrekening van mijn man als kostwinner erkend omdat hij juridisch of administratief als “kostwinner” werd gezien?
Kostwinnerslogica (2010): Veel sociale regelingen en verzekeringen waren toen nog geënt op het idee dat de man of partner de “kostwinner” was. Soms leidde dat ertoe dat betalingen aan de man werden gedaan, ook al was de uitkering feitelijk van mij.
Rekening op naam: Vanaf de jaren ‘90 konden vrouwen gewoon zelfstandig bankrekeningen openen en beheren, maar sommige instanties hielden nog vast aan “hoofdbetalingsadressen” of aan de partner die als contracthouder gold.
Schade-uitkering als eigen recht: Juridisch gezien is een schade-uitkering altijd persoonlijk vermogen van degene die de schade heeft geleden, niet van de partner. Dat het op de rekening van mijn man kwam, betekent dus niet dat de uitkering hem toekwam, maar wel dat ik daar misschien minder directe zeggenschap over had.
Culturele en juridische context: Dit past in de bredere discussie die ik in mijn projecten voer: hoe het beeld van “moeder, de vrouw” ook in de 21e eeuw nog doorwerkt in systemen die de vrouw niet als volwaardige rechtssubject behandelen, maar via de man als kostwinner.
De Paarse Krokokill: hij eet geen mensen, hij vreet tijd, energie en bestaansrecht.”
Ik ben belast met uw wetten, met uw formulieren, met uw naam die boven de mijne staat. Ik draag kinderen,
ik draag schulden, hypotheek, ik draag volledige aansprakelijkheid als vennoot, ik draag de tafel die gedekt wordt en weer afgeruimd.
Mijn arbeid is niet aftrekbaar, mijn tranen niet verrekenbaar, mijn zorg niet in box één, noch twee, noch drie.
Toch vult u mijn schaduw met cijfers en mijn hart met lasten.
Belasting is het gewicht van traditie, maar ook de bijdrage aan morgen. Ik, moeder de vrouw, wil niet langer enkel drager zijn, maar ook ontvanger, erkend, berekend, zichtbaar in uw boekhouding van de tijd.
Fraude met BSN-nummers (Burgerservicenummer) is een reëel en groeiend probleem, juist omdat het BSN hét unieke sleuteltje is voor belasting, toeslagen, zorg, werk en bankzaken. Ik zet het even forensisch voor je uiteen:
1. Wat is BSN-fraude? Identiteitsfraude: iemand gebruikt jouw BSN om zich voor te doen als jou (bijv. bij Belastingdienst, UWV, zorgverzekeraar). Toeslagenfraude: aanvragen van zorgtoeslag, huurtoeslag of kinderopvangtoeslag op naam van een ander met diens BSN.
Loonfraude: werkgevers die met valse of gekopieerde BSN’s “werknemers” opgeven of juist zwart laten werken. Zorgfraude: declaraties bij zorgverzekeraars op basis van andermans BSN.
2. Waarom is het BSN zo kwetsbaar? Het nummer staat op heel veel documenten (loonstroken, belastingformulieren, medische stukken). Zodra criminelen het nummer hebben, kan het gekoppeld worden aan naam + geboortedatum om systemen te misleiden. Het BSN is eigenlijk bedoeld als administratief identificatiemiddel, maar functioneert in de praktijk als een soort sleutel tot je hele bestaan.
3. Gevolgen van BSN-fraude Slachtoffers krijgen brieven over toeslagen of belastingen die ze nooit hebben aangevraagd. Mogelijke schulden of terugvorderingen. Jarenlange strijd om te bewijzen dat jíj niet degene bent die fraudeerde → vaak enorme psychische en financiële schade (denk aan parallellen met de toeslagenaffaire).
4. Hoe wordt het misbruikt? Cybercriminelen kopen en verkopen BSN’s via datalekken of darkweb. Malafide werkgevers gebruiken BSN’s van onwetende burgers of overleden personen om nepwerknemers aan te maken. Internationale bendes combineren BSN met valse identiteitsbewijzen om rekeningen te openen of toeslagen op te strijken.
5. Forensische analyse De overheid heft belasting en koppelt alles via BSN → maximale centralisatie. Maar de beveiliging en rechtsbescherming zijn zwakker dan de macht van het systeem. Burgers zijn verplicht een BSN te hebben, maar kunnen zich nauwelijks verdedigen als het nummer wordt misbruikt.
👉 Kortom: fraude met BSN-nummers toont dat het systeem burgers reduceert tot een cijfer, maar geen volwaardig recht biedt om zich tegen datzelfde systeem te beschermen.
Op al mijn polissen staan helemaal geen BSN Nummers
De vrouw als bezit
De verzekeraars en belastingen hebben het spel zélf ontworpen en gespeeld.
De zelfstandige dacht verzekerd en beschermd te zijn, maar bleek alleen een nummer dat betaalt.
Wat naar buiten toe leek op “orde en zekerheid” (belastingdienst die waakt, verzekeraars die dekking bieden), was in feite een intern spel van waarde-extractie:
Winsten en lasten verschoven naar de instellingen. Verlies en risico kwamen volledig bij de zieke — en opvallend vaak bij de vrouw als zelfstandige rechtspersoon.
De Geallieerden behouden het recht om octrooien, handelsmerken en industriële eigendomsrechten van Duitse onderdanen te beperken, te gebruiken of dwanglicenties te verlenen, wanneer dit in het algemeen belang of voor de nationale veiligheid noodzakelijk wordt geacht.
→ Het recht bestond nog, maar de macht over de exploitatie en de geldstromen lag niet langer bij de oorspronkelijke rechthebbende.
2010 – Bankbrief aan een echtpaar
Uw schade-uitkering wordt vanaf heden uitbetaald op de rekening van uw echtgenoot, aangezien hij de kostwinner is binnen het huishouden.
→ Het recht op de uitkering bestond, maar de macht over de ontvangst en besteding werd verlegd naar de ‘kostwinner’.
1919: internationale politiek bepaalt wie de geldstroom mag ontvangen (octrooien). 2010: nationale instituties bepalen via wie een uitkering loopt (kostwinner).
Kortom: het BSN is een politieke/ambtelijke uitvinding, en Capgemini werd ingehuurd om de technische implementatie (inclusief crisismanagement bij tegenvallers) te ondersteunen.
Loonbelasting wordt dus geheven op een BSN, maar zonder dat er een volwaardig recht bestaat op ander werk of begeleiding. Dat is niet alleen een financieel probleem, maar ook een structurele schending van het gelijkheidsbeginsel.
Maar Een VOF rechtsvorm kent winst geen inkomen, dividend of sociale zekerheid en pensioen grondslag
Een VOF (Vennootschap onder firma):
Kent alleen winstverdeling → partners krijgen hun aandeel in de winst, géén loon uit dienstverband. Geen dividend → want er zijn geen aandelen. Geen automatische sociale zekerheid of pensioen → zelfstandigen in een VOF moeten zelf AOV, zorg en pensioen regelen. Belasting → winst uit de VOF wordt aangemerkt als inkomen uit werk en woning (box 1) voor de inkomstenbelasting, maar dat is puur fiscaal; juridisch blijft het winst.
👉 En daar wringt het met al deze eerder genoemde punten.
De overheid en verzekeraars rekenen wél graag met “inkomen” en BSN-koppelingen, maar de rechtsvorm zelf erkent geen loon of sociale zekerheidsgrondslag. Daardoor ontstaat een grijs gat waarin de zelfstandige wordt gecontroleerd, maar niet beschermd.
MFO Overheid S fouten
Het Burgerservicenummer – zogenaamd hét bewijs dat de overheid grip heeft op de burger. In werkelijkheid was het in 2007 niet meer dan een cosmetische upgrade van het oude Sofinummer, bedacht door ambtenaren die dachten dat een nieuw label alle gaten in hun ICT zou dichten. Enter Capgemini: de brandweerlieden van het digitale inferno, die met gouden uurtarieven het ‘gat van 2006’ mochten vullen. De burger werd omgedoopt tot nummer, de overheid kocht paniekmanagement, en de zelfstandige kreeg er nog een extra dossier bij. Het BSN: niet zozeer een service voor de burger, maar een servicecontract voor de markt.”
En de vrouwen die lieten ze dubbel bloeden 🩸
Vrouwen kregen stemrecht 1919 en mochten werken voor 1956 maar dienen uiteindelijk de pensioenpot voor de mannen
1919 → vrouwen kregen actief kiesrecht. 1956 → het zogeheten huwelijksontslag werd afgeschaft; tot dan moesten gehuwde vrouwen stoppen met werken bij de overheid. Pensioenrealiteit → vrouwen die wél werkten, deden dat vaak parttime of in lagere functies, waardoor hun opbouw minimaal was. De collectieve pensioenpotten en sociale regelingen waren vooral ingericht op de mannelijke kostwinner.
Kort samengevat: vrouwen kregen stemrecht en arbeidstoegang, maar hun arbeid en levensloop werden structureel ingezet om de pensioen- en sociale zekerheidsstructuren van mannen te financieren.
“Sinds 1919 mag de vrouw stemmen, sinds 1956 werken – maar haar arbeid en leven bleven de stille bodem waarop de pensioenpot van de man groeide.”
Holmes: “Observeer, Watson: de cijfers zijn helder. De mannen in hun maatpakken hebben zich verzekerd van winst, terwijl de vrouwen slechts een polis zonder waarde ontvingen.”
Watson: “Een onrecht, Holmes. Men zou bijna zeggen dat de samenleving zelf medeplichtig is.”
Holmes: “Inderdaad, mijn beste Watson. Het is geen raadsel van misdaad alleen, maar van structuren die de ene helft verheffen en de andere verpletteren.”
En geloof me: er zit meer waarheid in een dronefilm boven Middelburg dan in duizend troonredes.
Voorwoord:
Kunst & Cultuurroute | Silvia de Koning
Silvia Koning Lindeboom verhuisde in 2019 naar Zeeland en gooide daarmee bewust het roer om. Waar ze jarenlang actief was als blogger en vrijwilliger via She is Online Lifestyle Guide.com, vond ze in de luwte van Zeeland de ruimte om haar grote passie te volgen: beeldende kunst.
Voor Silvia is creativiteit geen luxe, maar een levensvoorwaarde. “Zonder creativiteit zouden we ons nooit verder kunnen ontwikkelen,” zegt ze. Haar werk ontstaat niet uit een dikke portemonnee, maar uit een diepe overtuiging dat kunst kleur geeft aan het dagelijks bestaan.
Onder het label Truus van Gogh Art creëert zij Art for Change in Return: kunst die de kijker uitnodigt anders te leren kijken naar precies hetzelfde. Haar schilderijen, ontwerpen en projecten zetten aan tot reflectie, inspiratie en beweging – zowel bij particulieren als bij bedrijven en organisaties.
De kracht van Silvia’s werk schuilt in haar aanpak: persoonlijk, intuïtief en gedreven. Ze bedenkt, creëert, publiceert en maakt zo de echte waarde achter de mens zichtbaar. Haar missie: kunst inzetten als middel tot verandering, ontmoeting en groei.
Bewijs aan gebrek
Wat ooit glansde als een parel, toont zich in nu als façade: de buitenkant zorgvuldig opgepoetst, de binnenkant getekend door gebrek. Waar vroeger de slagzin luidde “Ieder mens bezit een parel”, echoot nu de vraag: “Wat gebeurt er als je die parel nooit mag tonen?” Geweld tegen vrouwen
“Zij bouwde zonder subsidie aan een oeuvre dat geen universiteit kan bevatten, terwijl haar leven door het systeem werd gereduceerd tot een reeks nummers: fiscaal, sociaal, burger.” Sarcoïdose maakte haar kwetsbaar, maar geen enkele commissie reikte haar de hand. Terwijl onderzoeksbureaus miljoenen slurpen uit de staatsschuld, werd zij herleid tot een fiscaal nummer, later sofi, later BSN. Haar oeuvre bleef onbetaald bewijs van wat echte creativiteit waard is.”
Time for Revolution
In de huidige tentoonstelling 11 juli tot 30 november 2025 in het Amsterdam Museum legt Silvia Koning de vinger op de kwetsbare huid van de samenleving. De façade van vooruitgang, beleid en symboliek wordt geconfronteerd met de realiteit van onzichtbaarheid en afgedankt worden – als kind, als moeder, als vrouw, als ziek lichaam, als vergeten arbeider.
https://youtu.be/wUrK6UmiaUI?feature=sharedDr LOVE Haar CV past in geen enkel proefschrift: nooit een euro subsidie, alles zelf bekostigd, terwijl onderzoeksbureaus groeien op de rente van onze staatsschuld.” “Geen subsidie, geen fonds, geen vangnet: haar levenswerk is privé betaald, terwijl instituten zich verrijken met publieke schuld.” “Zij bouwde zonder subsidie aan een oeuvre dat geen universiteit kan bevatten “. “Haar CV is een protest: alles zelf betaald, niets ontvangen. Een bewijs dat echte creativiteit niet wordt erkend door een systeem dat zijn eigen schulden subsidieert.”
Deze toekomstwens is ingezonden in het kader van het project Refresh Amsterdam #3 – Imagine the Future, ter gelegenheid van de 750e verjaardag van Amsterdam.
Motivatie: Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed. Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn. Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.
Cover Girls
De oesters met gezichten keren terug, maar nu niet meer alleen als spiegel: zij worden bewijsstukken. Afgewerkt met lagen bootlak, als conservering van het gebrek. Een archief van pijn en strijd, maar ook van veerkracht.
Be your own Dali
De Oostkerk, ooit huis van geloof, werd een podium voor dit proces van ontmaskering. Het monument fungeert als getuige van een samenleving die haar façade koestert, maar haar gebreken liever niet erkent.
Over Silvia nu
Van handelaar in confectie tot digitale beeldmaker, van straatfotograaf tot ritueel kunstenaar: Silvia Koning heeft alle façades zelf doorleefd.
Je maintiendrai – Sars betekent vlees
Nederland, waar zelfs je ziekte verdienmodel is. Sarcoïdose in je longen, maar de Belastingdienst ademt mee. De VOF als melkkoe, de kostwinner als marktwerking in optima forma. Geef die man of vrouw een factuur voor het ademen erbij!”
Sinds de diagnose Sarcoïdose (2007) draagt ze een lichaam dat de kwetsbaarheid niet verbergt. Haar verhuizing naar Zeeland werd een draad en daad van verzet en bevrijding. Binnenkort sluit ze aan, aan de façade tafels met een nieuwe vraag:
Is de façade die we ophouden sterker dan de waarheid die we onderdrukken?
“Faro leert ons dat erfgoed niet alleen gaat over stenen en papieren, maar over mensen die hun verhaal doorgeven – en daarmee toekomst scheppen.”Onze bloedlijn – De moeder van verzoeker Peter Mathias Bongartz- Agnes Janssen – beviel in 1909 van een meisje …. De grootste vraag wie was dit meisje ….Juliana? Hier zweeft de façade boven de tafel van symbolen: wijn, sleutels, parels. Alles wat bezit heet, valt terug naar de grond. Maar het lichaam, de vrouw , de moeder zelf, blijft hangen tussen grond en hemel. Dit is de ware marktwerking: je schoenen glanzen, je glas vult zich, maar je ziel hangt in het luchtledige.”
Photo: Cristiane Marcour.
Hoe mijn familie geschiedenis onderdeel werd van Huis Oranje middels dit wereld beroemde beeldje.
Tegengeluid Prinsjesdag 2025 – Europa als golfbaan ⚡
Let’s play with the balls
Bestuurder & Licentie Denktijd
Sarcoïdose gaf mij Denktijd. Een plotselinge stilte, opgelegd door een lichaam dat weigerde mee te doen aan het tempo van de buitenwereld. Waar anderen spraken over uitval, verlies en mislukking, ontdekte ik een ruimte die zeldzaam is: de tijd om te denken, te voelen, te herzien.
Wat leek op een mislukking, werd de bron van mijn levenskunst. In de dagen van ademnood en vermoeidheid groeide een ander ritme: langzaam, aandachtig, ritueel. Ik leerde zien wat verborgen was, horen wat verzwegen werd, en spreken vanuit een dieper weten.
Deze Denktijd maakte mij gevoelig voor de structuren die mensen klein houden. Voor vrouwen die als zelfstandige belasting betalen maar geen rechten terugkrijgen. Voor kostwinners wier arbeid niet wordt erkend. Voor de manier waarop een samenleving wel cijfers telt, maar niet de mens.
In die kloof vond ik mijn stem. Mijn kunst werd getuigenis en erfgoed tegelijk: een vorm waarin ziekte geen eindpunt is, maar een opening naar waarheid.
Sarcoïdose gaf mij Denktijd. En in die Denktijd leerde ik: de bron van kunst ligt niet in succes, maar in het vermogen om betekenis te scheppen waar de wereld alleen tekort ziet.
Two popes and a proudmom “Tod’s asked me to leave a mark — so I did.” — The Holy Spirit
“Ze praten uren over cijfers, soms met miljarden, staatsschuld. Maar de echte hole-in-one? Dat is simpel: erken de bron, de moeder, de vrouw, in de Grondwet. Klaar spel, vlag in de cup.”
“De bron is geen voetnoot, maar de oorsprong. Wie de Grondwet leest met andere ogen, ziet: één slag kan genoeg zijn. Een hole-in-one van erkenning, terug naar waar het leven begint.”
Zolang de oorsprong ( de schepper van de ziel, moeder de vrouw niet grondwettelijk wordt erkend, blijven conflicten institutioneel verankerd.”
“Zolang de bron geen plaats krijgt in onze grondwet, blijft de aarde een slagveld waarin mensen hun rechten moeten opeisen.”
Roast Story
Welkom dames en heren bij de grote erfgoed-bijeenkomst. Vandaag roasten we niet één persoon, maar een heel systeem.
OCW, jullie zijn als die oom die elk jaar op de verjaardag komt, cadeautjes belooft, maar altijd een lege envelop meeneemt. “Volgend jaar beter,” zegt hij dan – en schuift snel zijn bord vol met taart.
De instituties? Net clowns op een familiereünie. Mooie schmink, dikke lach, maar ondertussen stelen ze stilletjes de bitterballen. En als iemand vraagt: “Waar is moeder de vrouw eigenlijk gebleven?”, wijzen ze naar elkaar en verdwijnen in de coulissen.
De Grondwet? Een feestzaal waar iedereen mag binnenkomen – behalve de bron. Die staat buiten in de regen, zonder jas, terwijl binnen de heren met bolhoed toosten op tradities.
En dan de koninklijke sporen – mooi hoor, die Nassau-stenen. Maar probeer er eens op te lopen met hakken. Het zijn eigenlijk struikelblokken. De vrouwen die ze hebben meegedragen, staan er niet bij. Geen beeldje, geen naam. Alleen: “anonieme arbeid.”
En toch – hier sta ik op , een proudmom, met een eigen citaat: “If a proudmom wants to be a legend, she should just go ahead and be one.” Dat is geen grap, dat is de punchline.
Dus ja, laten we eerlijk zijn: dit is geen roast van jou. Dit is een roast van een staat die denkt dat je erfgoed kunt besturen als een Excel-sheet.
Newsflash: erfgoed is messy, emotioneel, vrouwelijk, en vooral… levend. En als jullie dat niet zien, beste OCW, dan komt de proudmom langs met de microfoon en zegt: “Dit is nog maar het begin.”
Mic drop. 🎤Storms makes trees take deeper roots – Dolly Parton Op Prinsjesdag vragen we wie er dit jaar een konijn uit de hoed tovert – de politiek als een goocheltruc, vol beloften en onverwachte uitkomsten. Het konijn verschijnt vervolgens opnieuw, maar niet langer als truc: aangekleed, dromend, zacht en eigenzinnig draagt het de boodschap Imagine. Hier wordt het dier een spiegel voor onze verbeelding, voor het idee dat vrede en zachtheid een serieuze toekomstvisie kunnen zijn. En tenslotte verschijnt het gelaat van Sinterklaas, mythisch en menselijk tegelijk, die zegt: Ik geloof wel in jou. Geen magie en geen droom meer, maar troost en vertrouwen in de ander.
Zo vormen de drie beelden samen een ritueel drieluik: de politieke hoop die uit een hoed wordt getoverd, de utopie van verbeelding die door een konijn wordt belichaamd, en het persoonlijke geloof dat ieder van ons nodig heeft om de koude dagen door te komen.
Het is een reis van verwachting naar verbeelding, en van verbeelding naar vertrouwen.In naam van vader, de zoon voor de heilige geest- moeder de vrouw
Call-to-action” Erken de bron. Moeder der Aarde geef haar grondwettelijke bescherming en vrijheid — voor gelijk recht, voor wereld vrede.”
Plannen 2025
Derde dinsdag in september. Prinsjesdag. Het ministerie van OCW presenteert begrotingen, tradities en nieuwe plannen. Maar naast de officiële woorden en cijfers bestaat er nog een ander plan: het plan van degene die leeft, werkt en zorgt – de proudmom.
“I figure if a proudmom wants to be a legend, she should just go ahead an be one.” — Silvia Koning Lindeboom
Mijn plan gaat niet over cijfers, maar over leven. Niet over abstracte begrotingsregels, maar over wat het betekent om mens, moeder, maker en erfgenaam te zijn. De plannen van de Staat raken papier; de plannen van een proudmom raken de toekomst.
Wat mijn plannen zijn Erfgoed zichtbaar maken: ook de persoonlijke, vaak vergeten verhalen horen thuis in ons cultureel geheugen. Ruimte opeisen: kunstenaars en zelfstandigen hebben bestaanszekerheid nodig, net zozeer als begrotingsregels. Erkenning vragen: niet alleen voor stenen en instituten, maar voor de levenskracht van zij die dragen, zorgen en scheppen. Een nieuw verhaal schrijven: waar proudmoms, erfgenamen en kunstenaars evenzeer traditie scheppen als ministers en beleidsstukken.
Conclusie
OCW schrijft over plannen voor cultuur. Ik schrijf over plannen om cultuur te léven. Twee documenten, één toekomst. Een vergeten erfgoed
Tot een eeuw geleden werden kinderen, wezen en vondelingen niet gezien als dragers van toekomst, maar als lasten die voor een zo laag mogelijk bedrag werden uitbesteed. Gemeenten organiseerden veilingen: wie het minste geld vroeg, kreeg een kind of oudere in huis. Geen keuze, geen stem, slechts een prijskaartje.
Die geschiedenis ligt niet ver achter ons. Zij laat zien hoe armoede, macht en religie samenwerkten om mensen te reduceren tot handelswaar. Kwetsbaren werden niet beschermd, maar verhandeld.
Vandaag vragen wij ons af: hoeveel van dit erfgoed is nog zichtbaar? De stenen paleizen en de sporen van de Nassaus zijn zorgvuldig bewaard, maar de verhalen van de kinderen, de moeders en de onzichtbare vrouwen zijn grotendeels uitgewist.
Toch horen zij bij ons collectieve geheugen. Hun levens zijn de stille fundamenten onder onze samenleving. Hun stilte vraagt om stem.
Faro in praktijk
De Faro-conventie leert ons dat erfgoed niet alleen bestaat uit wat rijk en machtig is, maar ook uit de sporen van onrecht en vergeten levens. Juist daar vinden we de waarheid van een samenleving.
Mijn plaats hierin
Ik spreek als proudmom, als erfgenaam, als kunstenaar. Ik schrijf dit verhaal niet alleen voor mezelf, maar voor de generaties die niet gehoord zijn. Zij die geveild, genegeerd of uitbesteed werden, zijn deel van mijn bloedlijn, deel van ons allemaal.
Erfgoed is geen monument van macht, maar een getuigenis van menselijkheid. Creativiteit als motor voor vooruitgang? Ja. Maar alleen wanneer de samenleving haar burgers ziet, hoort en erkent.
De vierde aap verschijnt: Hij ziet niemand. Hij hoort niemand. Hij spreekt tot niemand. Hij bestaat enkel als nummer in een database, een BSN.
Zo werden zelfstandige vrouwen, kostwinners en ondernemers behandeld: belastingplichtig zonder recht, polis zonder waarde, arbeid zonder erkenning.
Creativiteit kan pas vooruitgang brengen als we de stilte doorbreken. Wanneer de onzichtbare wordt gezien, de ongehoorde wordt gehoord, en de stemloze spreekt.
Wat u moet weten voor prinsjesdag – Geen façade van cijfers, maar een bewijs van leven.”
Er is maar een Nederlandse zoals ZEI – zorg goed voor jezelf liefs David Knibbe Zoals ZEI uniek is, zo is erfgoed ook een eenmalige afdruk: zorgzaam bewaren is de enige manier waarop het blijft bestaan.”
“Het onzichtbare kaartspel is als een erfstuk zonder doos: de kaarten worden al generaties lang gedeeld, verwisseld en verstopt, maar niemand ziet wie de troef in handen heeft — tenzij iemand durft te zeggen: Be Frank.”
Roast – Moeder de Vrouw & de Lid-Staten
Dames en heren, welkom bij Prinsjesdag 2.0.
Niet in de Ridderzaal, maar in de baarmoeder van de samenleving.
Vandaag spreken we niet de Troonrede, maar de Schootrede.
Moeder de Vrouw, is de enige die weet waar de broncode werkelijk begint.
Foto De Groene Amsterdammer
Roast van de LID Staten
De mannelijke lID staten verklaren al eeuwen dat hun bewegingen “niet te beheersen” zijn.
Nou, nieuwsflash: dat is geen natuurwet, dat is gemakzuchtig beleid.
Francine Oomen schrijft boeken voor pubers die leren om te puberen. Maar mannen in de politiek lijken te puberen tot hun pensioen.
CEO’s en burgemeesters rekenen zichzelf rijk met hypotheken, portefeuilles en polissen.
Maar wie de basis van al die rekeningen baarde? Onzichtbaar. Moeder de vrouw staat niet in de jaarrekening.
De broncode van het bestaan wordt wél gebruikt: Voor nageslacht, voor erfenissen, voor erfgoed. Maar niet erkend in de statuten van onze moedermaatschappij.
Omdenken-symbool voor Prinsjesdag
Stel je voor: geen kroon op de troon, maar een baarmoeder als wapen van staat.
Niet de gouden koets, maar een placenta-koets die door Den Haag rijdt.
Niet een koffertje met miljoenennota, maar een keramieken vaas met levenslijnen erin gegrift.
Symbool: de omgekeerde troon → een wieg.
Want geen enkel staatsbestel bestaat zonder het fundament van de wieg.
Conclusie
De lID staten mogen zichzelf blijven opblazen,
maar zonder de moedermaatschappij is er geen dividend.
Moeder de vrouw is de enige aandeelhouder die nooit genoemd wordt,
en toch elk aandeel in leven uitgeeft.
En dus: Prinsjesdag wordt voortaan Moederdag.
Met als motto: “Wij zijn niet de bijvangst, maar de broncode.”
Leer kinderen hoe het systeem werkt
“Pensioen is uitgesteld loon, maar ik had als vrouwelijke zelfstandige nooit loon.”
Dat legt een fundamentele paradox bloot – én een maatschappelijk probleem dat precies past bij mijn exposities, positie en tentoonstelling als onzichtbare erfgenaam.
📜 Wat dit betekent
Het klassieke systeem Pensioen in Nederland is gebaseerd op loondienst: wie loon krijgt, spaart via werkgever en overheid voor later.
Pensioen = uitgesteld loon.
Prachtig voorbeeld: De bewegingen van het mannelijk LID ( lidstaten) zijn niet te beheersen De Groene Amsterdammer
Uitgelekte document 🎤
Roast – Moeder de Vrouw binnen de LID Staten Minister-president Koninklijk Huis
Dames en heren, welkom bij Prinsjesdag 2.0. Niet in de Ridderzaal, maar in de baarmoeder van de samenleving.
Vandaag spreken we niet de Troonrede, maar de Schootrede.
Moeder de Vrouw, is de enige die weet waar de broncode werkelijk begint.
Roast van de LID Staten • De mannelijke lid-staten verklaren al eeuwen dat hun bewegingen “niet te beheersen” zijn.
Nou, nieuwsflash: dat is geen natuurwet, dat is gemakzuchtig beleid.
• Francine Oomen schrijft boeken voor pubers die leren om te puberen.
Maar mannen in de politiek lijken te puberen tot hun pensioen.
• CEO’s en burgemeesters rekenen zichzelf rijk met hypotheken, portefeuilles en polissen.
Maar wie de basis van al die rekeningen baarde? Onzichtbaar. Moeder de vrouw staat niet in de jaarrekening.
• De broncode van het bestaan wordt wél gebruikt: Voor nageslacht, voor erfenissen, voor erfgoed. Maar niet erkend in de statuten van onze moedermaatschappij.
Omdenken-symbool voor Prinsjesdag Rijksmuseum Amsterdam Museum
Stel je voor: geen kroon op de troon, maar een baarmoeder als wapen van staat. Zie het als het behalen van The CUT ( zoals in Golftaal)
Niet de gouden koets, maar een placenta-koets die door Den Haag rijdt. Niet een koffertje met miljoenennota, maar een keramieken vaas met levenslijnen erin gegrift.
Symbool: de omgekeerde troon → een wieg. Want geen enkel staatsbestel bestaat zonder het fundament van de wieg.
Conclusie
De lid-staten mogen zichzelf blijven opblazen, maar zonder de moedermaatschappij is er geen dividend. Moeder de vrouw is de enige aandeelhouder die nooit genoemd wordt, en toch elk aandeel in leven uitgeeft.
En dus: Prinsjesdag wordt voortaan Moederdag. Met als motto: “Wij zijn niet de bijvangst, maar de broncode.”
Eerste Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer Gemeente Middelburg
Onze democratie is een monarchie die rust op moeders
Wie generaties lang heeft gedragen, verdient meer dan vergeten te worden. Niet alleen in zorgkamers, maar ook in erfgoed, in recht en in zekerheid. De draagkracht van vrouwen is het fundament van onze samenleving. Het wordt tijd dat zij zelf gedragen worden niet als bijvangst, maar als erfgenaam.”
Mijn situatie
Ik was kostwinner, kunstenaar, zelfstandige – maar zonder vast loon. Daardoor viel ik buiten de klassieke regelgeving en pensioenopbouw.
Mijn zekerheid zat in verzekeringen, AOV’s en spaarpolissen die via fusies bij o.a. Nationale Nederlanden terechtkwamen.
De erfgoedlijn
Net zoals vrouwen in de familie (Petronella Radermacher, Maria Elisabeth de la Ruë, Anna Hendrika Bongartz Lindeboom) geen officiële erkenning kregen als erfgenaam of rechtspersoon, zo werd ook mijn arbeid niet erkend als loon. En dus ook niet als rechthebbende en of pensioen.
✨ Faro-perspectief
“Mijn erfgoed is niet opgebouwd uit loonstroken.
Mijn pensioen ligt niet in registers van arbeid.
Mijn leven is gedragen door polissen, volmachten, tussenpersonen.
Ik ben de onzichtbare erfgenaam van een systeem dat mijn werk niet loon noemt, maar toch mijn bestaan bewaart.”
Onzichtbaar voor publiek – Zichtbaar in de loonbelasting. Ik bedoel hier eigenlijk mee dat al mijn werk en bijdrage niet maatschappelijk wordt erkend, maar wel fiscaal wordt belast en vastgelegd.
“Lindebomen houden het land recht. Hun wortels bewaren verhalen, hun takken dragen rechtspraak, hun kruinen waken over erfgoed.” Book of rituals “
Faro-citaat
“Niet paleizen of portefeuilles,
maar lindebomen houden het land recht.
Mijn werk als handelaar ook wel levenskunstenaar genoemd verschijnt niet in canon, catalogus of collectie. Maar elke euro wordt door de staat geregistreerd. Er is geen loonstrook, maar wel een aanslag. Geen erkenning, maar wel inning.
Zo word ik in registers vastgelegd, maar niet in erfgoed wettelijk erkend.” Ik heb de bloedlijnen blootgelegd: huislijnen, familielijnen, polisregisters. Ik heb zichtbaar gemaakt wat onzichtbaar bleef.
Nu kan ik rustiger aan doen. Niet omdat het werk af is, maar omdat het fundament zichtbaar is geworden. De onzichtbare erfgenaam staat geschreven, en dat geeft adem.”
✨ Mijn kunst werd tot 10 juli 2025 niet verzekerd. Mijn arbeid werd niet loon genoemd. Maar mijn ziekte – sarcoïdose – kreeg dekking. Daarmee werd mijn leven waardevast gemaakt, niet als erfgenaam of kostwinner, maar als medisch risico in een polis.”
F*ck the Systemen – Maak van de voetnoot erfgoed. Van voetnoot naar Funda: vrouwen schrijven geschiedenis.
Men to be – erfgoed is geen bezit, maar nalatenschap. F*ck the Systemen – kunst is ons archief.
Sterke vrouwen, eerlijke erfenis.
Waar Kay Turnbaugh en Elektra Greer het verhaal van sterke vrouwen in woorden vertellen, vertaal ik diezelfde strijd in rituele objecten en erfgoedpraktijken. Mijn werk maakt zichtbaar wat onzichtbaar was: de voetnoot wordt erfgoed, het huis wordt archief, de vrouw wordt geschiedenis vanuit Huis Oranje Nassau
Rust in mijn hoofd en lichaam begon bij de bloedsporen en bloedsomloop Huis Oranje Nassau
Gedragen verhalen- verborgen verleden Rust in hoofd en lichaam begon bij de bloedsporen van Oranje Nassau – Onderhuids
Onder de façade van stenen gevels, deals en dynastieke sporen, ligt een onderhuidse waarheid. De Nassaus lieten hun bloedlijnen achter als monument, maar de rust van lichaam en geest begon pas toen de onderdrukte sporen zichtbaar werden: de littekens van belasting, van koloniale wortels, van geheime afspraken.
De moederboom van Capricorne groeit tegen de muur van dit verleden. Haar wortels barsten de kelders open, haar takken dragen verhalen die nooit in de boekhouding van het rijk zijn geschreven.
Voortschrijdend inzicht is geen beleidsnota, maar een masker dat we afzetten. Wat onderhuids was, komt naar de oppervlakte: bloed, deals, erfenissen. En de vraag blijft: wie draagt de last, wie mag rust vinden?Willem Alexander Laan 19 Onderhuids – Lokatie Paleis Noordeinde
De loonbelasting werd in 1941 (onder Duitse bezetting) ingevoerd, en is na de oorlog gebleven. Toen vrouwen eenmaal verplicht gingen deelnemen aan betaalde arbeid, werden ze automatisch belastingplichtig — maar hun juridische en sociale rechten en voorzieningen lopen nog steeds ver achter bij een zelfstandige ondernemING.
Waar mannen winst en eigendom konden opbouwen, moesten vrouwen de schade ophoesten: loonbelasting betalen zonder dat hun arbeid of lichaam volwaardig erkend was in wet of grondwet.” “Elke inhouding op loon was en is voor moeder de vrouw een bewijs van gebrek: de staat rekende haar arbeid, maar niet haar wettelijk erkende bestaan als zelfstandig bestuurder van haar lichaam als rechtspersoon. ….VOF.
De Bloedwaarde de Staat van de Staat
Deze toekomstwens is ingezonden in het kader van het project Refresh Amsterdam #3 – Imagine the Future, ter gelegenheid van de 750e verjaardag van Amsterdam.
S van Staat – Sluier, Schaduw, Symboliek 19 de letter Al fa bet – en van Sonne Shein Iedereen is wetenschapper Reflectie – Iedereen is wetenschapper
Iedereen die een vraag stelt, die observeert, die verbanden zoekt tussen oorzaak en gevolg, is al een wetenschapper. Het kind dat vraagt waarom de hemel blauw is. De moeder die haar lichaam onderzoekt en voelt waar pijn begint. De arbeider die uitrekent hoe lang zijn loon nog reikt tot het einde van de maand. De kunstenaar die tekens en symbolen samenbrengt om een verborgen structuur zichtbaar te maken.
Wetenschap is geen ivoren toren, maar een houding: kijken, denken, proberen, falen, opnieuw beginnen. Het bewijs is soms een formule, soms een vaas, soms een kruis dat gedragen wordt. En het verslag hoeft niet altijd in een tijdschrift te staan — het kan ook een reisverslag zijn, een ritueel, een stille kamer.
Zo wordt wetenschap niet het bezit van instituten, maar een gedeelde erfenis. Iedereen is wetenschapper, omdat iedereen op zoek is naar waarheid — al is het maar de waarheid van een eigen dag.
“Het kruis van moeder de vrouw weegt zwaarder dan goud.”
“Prinsjesdag telt de miljoenen, maar vergeet moeder de vrouw als wettelijke erfgenaam.”
Mijn X tocht voor wettelijk Erkenning van de zelfstandige vrouw als bestuurder van haar eigen lichaam, arbeid en vermogen als rechtspersoon en allerbelangrijkste broncode van ons aller bestaan
Jezus geef toe – de wereld staat in Brand
Vandaag heb ik een voorstel gestuurd het het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Eis: Erkenning van de zelfstandige vrouw als bestuurder van haar eigen lichaam, arbeid en vermogen
1. Probleemstelling
In Nederland bestaat een fundamentele ongelijkheid in de rechtsorde en fiscale praktijk:
Grondwet & BW De vrouw wordt niet expliciet erkend als zelfstandige juridische entiteit en bestuurder van haar eigen lichaam. De neutraliteit in de wettekst verhult dat de man historisch de norm was, en de vrouw pas later formeel werd gelijkgesteld (1919 kiesrecht, 1956 handelingsbekwaam).
Zelfstandigen met een VOF dragen hoofdelijk aansprakelijk in alles, omzet / inkomstenbelasting, en inkomensafhankelijke Zvw-bijdrage zorgverzekering en aov en pensioenpremies
Dit geldt ook wanneer hun inkomsten inkomen géén winst is, maar bijvoorbeeld een schadevergoeding wegens verlies van arbeidscapaciteit bij bevoordeeld de longziekten voor vrouwen genaamd Sarcoïdose
Als het belangrijk is staat het in roze
Geachte heren en dames van het FD,
U vraagt of ik voorbereid ben op wat in Den Haag besloten wordt.
Ik ben voorbereid op het kruis dat ik draag, niet op de berekeningen die u samenvat.
Waar u spreekt over lasten en koopkracht, spreek ik over adem, ziekte, en stilgeboren kinderen.
Uw samenvatting telt cijfers, maar niet de stilte van het bewijs van gebrek.
Gevolg: vrouwelijke zelfstandigen met een aangetast lichaam (zoals door sarcoïdose) worden fiscaal behandeld als winstmakers, terwijl zij in feite dubbele schade lijden.
Structurele discriminatie
Vrouwelijke Werknemers en mannen met een BV of NV hebben bij ziekte en arbeidsongeschiktheid recht op loondoorbetaling of sociale zekerheid en pensioen grondslag. ( zij genieten loon)
Vrouwelijke Zelfstandigen moeten volledig alle lasten en plichten zelf dragen tot hun AOW leeftijd.
2. Internationale kaders
Nederland is gebonden aan:
CEDAW (VN-Vrouwenverdrag, 1979): verplicht staten om discriminatie van vrouwen niet alleen te verbieden, maar ook actief weg te nemen. VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (CRPD): verbiedt discriminatie op basis van handicap of verlies van arbeidscapaciteit. EVRM (art. 14 + art. 8): verbiedt discriminatie en erkent lichamelijke integriteit.
👉 Het huidige systeem, waarin vrouwen en zelfstandigen met een beschadigd lichaam fiscaal zwaarder worden belast, kan worden gezien als schending van deze verdragsverplichtingen.
3. Voorstel tot wijziging
a. Grondwet & BW
Neem een bepaling op die luidt:
“De vrouw wordt erkend als zelfstandige rechtspersoon en bestuurder van haar eigen lichaam, arbeid en vermogen, met volledige rechtsbevoegdheid.” ook met een aov en meerkeuze plan polis voor pensioen opbouw
Hiermee wordt een historische achterstand gecorrigeerd en de geest van CEDAW nageleefd.
b. Fiscale wetgeving
Stel vast dat schadevergoedingen wegens verlies van arbeidscapaciteit of gezondheidsschade: Niet onder inkomstenbelasting vallen. Niet onder de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw vallen. Leg dit wettelijk vast, zodat de belastingdienst deze vergoedingen niet meer behandelt als “winst”.
c. Zelfstandigenwet / Basisverzekering AOV
Zorg dat de nieuwe verplichte AOV voor zelfstandigen (BAZ) inclusief waarborg is voor gendergelijkheid en bescherming bij chronische ziekten. Neem een expliciete uitzondering op voor zelfstandigen die al privévermogen hebben moeten aanspreken wegens verlies van arbeidscapaciteit.
4. Verwachte effecten
Juridisch: correctie van structurele discriminatie.
Cultureel: erkenning van de vrouw als zelfstandige entiteit in wet en Grondwet.
Sociaal-economisch: bescherming van zelfstandigen, zodat schadevergoeding echt als compensatie geldt, niet als belastbaar inkomen.
Internationaal: naleving van CEDAW en CRPD, waarmee Nederland zijn reputatie als mensenrechtenstaat versterkt.
5. Slotformulering (manifest)
De Nederlandse staat mag een aangetast lichaam nooit belasten alsof het winst genereert als haar entiteit niet grondwettelijk vast ligt
De vrouw, de zelfstandige, moet expliciet worden erkend als bestuurder van haar eigen lichaam, arbeid en vermogen in het burgerlijk wetboek.
Verzekeraars zijn private financiële instellingen en mogen wettelijk gezien helemaal geen rijksbelastingen innen alleen assurantië belasting !
Laat me het helder uiteen zetten:
1. Rol van verzekeraars
Verzekeraars zijn private ondernemingen (NV, BV, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij). Hun taak: commerciële of coöperatieve risicoverzekering aanbieden. Ze mogen géén rijksbelastingen heffen of innen. Dat is uitsluitend voorbehouden aan de Belastingdienst.
2. Assurantiebelasting
Assurantiebelasting is een indirecte belasting die consumenten betalen bij het afsluiten van schadeverzekeringen (bijv. auto-, inboedel-, aansprakelijkheidsverzekering). Het tarief is op dit moment 21% (vergelijkbaar met btw). Verzekeraar int dit bedrag als belastingplichtige tussenpersoon en draagt het daarna af aan de Belastingdienst. Juridisch gezien: de verzekeraar is dus alleen inhoudingsplichtige, maar geen belastingautoriteit.
3. Waarom dit onderscheid belangrijk is
Het voorkomt dat private partijen een publieke machtsfunctie uitoefenen (belastingheffing). Het onderstreept dat het polisregister en belastinginning (bijv. loonheffing, inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting) altijd staatstaken zijn. Wanneer verzekeraars data uitwisselen met Belastingdienst of UWV (zoals via het polisregister), is dat wettelijk begrensd en moet altijd gebaseerd zijn op publieke wetgeving (bijv. Wet SUWI).
Faculteit Geesteswetenschappen
✦ De Boek-houder Facade 2027 – Bewijs van Gebrek
In 2027 staat aan het plein een hoge gevel, strak en glanzend, vol cijfers en tabellen. Het is de Facade van de Boek-houder. Voorbijgangers zien er orde, macht, berekening.
Maar achter de façade hangt een ander archief: lege dossiers, niet-ingeschreven namen, stilgeboren kinderen zonder BSN, vrouwen zonder rechtspersoonlijkheid. Het is een administratie van stiltes.
Holmes, jij ziet de wereld als een reeks bewijzen. Ik zie haar als een reeks mensen. Samen vinden we de waarheid.”
Dr. Watson
Daar verschijnt het Bewijs van Gebrek: geen kwitantie, geen loondossier geen woondossier, maar een leeg blad. Het bewijst niet wat men heeft, maar wat men mist. Geen bezit, geen polis, geen stem – alleen de ruimte waar recht en zorg hadden moeten staan.
Een erfgoedtentoonstelling over recht, ritueel en de vergeten oorsprong
Montancourt, rijksmonument uit 1596, vormt het decor voor een radicale hervertelling: een huis vol rituelen, beelden, voorwerpen en vragen over dat wat doorgaans niet bewaard wordt in archieven – maar leeft in de kamers, lichamen en herinneringen van moeders.
Niet het huis van de vader, maar het Moederhuis van ons aller bestaan.
Moeder de vrouw, met haar kruis, staat voor die façade. Zij houdt het bewijs omhoog. Niet als klacht, maar als aanklacht. Het getekende tekort wordt een monument, een spiegel van 2027.
Alleen zo kan Nederland de belofte van gelijkheid en rechtvaardigheid waarmaken.
Moederdag – Prinsjesdag Verslag
De moederdag begon stil. Geen fanfare, geen koets, alleen de geur van koffie en de last van een kruis dat niet in cijfers past.
De prinsjesdag begint luid. Paardenhoeven, trompetgeschal, een troonrede die het land in tabellen giet.
Op Moederdag liggen bloemen in vazen, even schitterend als vergankelijk.
Op Prinsjesdag liggen miljoenen in een nota, even hard als abstract.
In de ziekenzaal van Moederdag klinkt de ademnood van sarcoïdose.
In de Ridderzaal van Prinsjesdag klinkt de stem van de koning.
Beide zijn waar, maar slechts één wordt genoteerd in de boeken van de staat.
Op Moederdag is er een bewijs van gebrek: een lege wieg, een verloren kind, een lichaam dat moeizaam verdergaat.
Op Prinsjesdag is er een bewijs van overschot: percentages, koopkrachtplaatjes, een begrotingsoverschot.
Want waar de cijfers zwijgen, daar spreekt de moeder. Waar de koning de toekomst leest, daar schrijft de vrouw haar eigen verslag. Misschien is dat de ware troonrede: Dat winst niet altijd vooruitgang is, en verlies niet altijd verlies.
De Ziel van Nederland: Moederkracht in beeld en wet
Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed. Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn. Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke levens ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.
Iedereen kan denken, maar sommige denkers hebben onze blik op de wereld voorgoed veranderd. Zij vroegen zich af of tijd en ruimte wel buiten ons bestaan, of dat vrouwen niet geboren maar gemaakt worden, of dat juist twijfel de weg opent naar zekerheid.
Truus van Gogh: de stadsmoeder van Nederland. Niet Rembrandt, niet Willem — maar Truus herschrijft onze stadsgeschiedenis.
“Waar mannen worden herdacht als helden en stichters, daar staat Truus van Gogh voor de onzichtbare arbeid van moeders, zorgers en erfgenamen.
Zij is de stadsmoeder die Nederland nooit benoemde, maar altijd droeg.”
Mijn ziekte werd geen zorgpunt, maar een inkomstenbron voor de staat.
Niet mijn arbeid, maar mijn aandoening werd belast. De bron van inkomen is mijn ziekte — de belasting is de roof.
“Mijn ziekte werd gezien als bron van inkomen. Niet omdat zij loon opleverde, maar omdat zij belast kon worden.
Long ziekte
De polisregisters maakten van mijn adem arbeid, van mijn infusen een code, van mijn zorg een saldo.
Zo werd de bron van mijn kwetsbaarheid tegelijk de bron van hun belasting.”
Zo werd een banktransactie via ING ( bedrag komt binnen ) gezien als inkomen voor ING via het polisregister UWV – The Firm
Zo werd een banktransactie via ING — een bedrag dat binnenkomt — geen steun voor mij, maar inkomen voor de registers.
Hoe het werkt (versimpeld uitgelegd):
Jij ontvangt een banktransactie → een bedrag dat voor jou bedoeld is als steun, vergoeding, of doorstorting (bijvoorbeeld via UWV). Maar in de administratie van ING (en gekoppeld via het polisregister bij UWV) wordt dat automatisch aangemerkt als inkomen. Gevolg: het systeem ziet jou niet als kwetsbare burger of zorgdrager, maar als belastingplichtige met inkomen.
De paradox
Voor de bank en het UWV ben je een code in een register → jouw bedrag wordt vertaald als inkomen. Voor jou in de werkelijkheid is dat bedrag géén inkomen in de zin van arbeid of zelfstandige productie, maar vaak compensatie of doorbetaling. Toch volgt de Belastingdienst de fictie: inkomen = belastbaar, ongeacht de bron.
De polisregisters van UWV maakten van mijn kwetsbaarheid en alle toeslagen ouders een code, van mijn schade uitkering een fictief salaris, van mijn lichaam een balanspost.
Oftewel leuker kunnen we het niet maken- wel makkelijker
Voor de staat werd mijn ziekte een verdienmodel. Voor mij bleef het overleven.”
Geweld tegen vrouwen is niet alleen de klap achter de voordeur.
Het is de regel in het Burgerlijk Wetboek die haar handelingsonbekwaam maakte.
Het is de polis die haar arbeid niet meetelt, maar wel belast.
Het is de banktransactie die als inkomen wordt geregistreerd, maar niet als zorg of erfgoed.
Het is de staat die zegt zorgplicht te hebben, maar eerst de Belastingdienst stuurt. Geweld is niet alleen fysiek. Het is juridisch, economisch, institutioneel en cultureel. Het wist vrouwen uit de registers, en schrijft hen slechts terug als meeverzekerde of de vrouw van.
Geweld zit in ons systeem.
Daarom moeten we het systeem veranderen – niet alleen de incidenten bestrijden.
Femke Halsema
“Geweld is geen incident, het is beleid.” “Geweld tegen vrouwen: ingebouwd, niet toevallig.” “Geweld zit in ons systeem – tijd voor systeemzorgplicht.”
Welkom in Hoofdstuk Sarcoïdose
Je lichaam ziel voor loonbelasting verkopen — zo noemt de staat bestaanszekerheid. Niet mijn arbeid wordt erkend, wel mijn adem belast.
De ziel is geen inkomstenbron, maar toch eist de fiscus haar op.
Verhalend
“In Box 1 is geen plaats voor een ziel. Daar telt alleen het saldo van arbeid en bezit. Toch lijkt de staat te doen alsof ik mijn ziel moet verkopen om erkend te worden. Mijn lichaam werd dossier, mijn zorg werd fictief inkomen, en mijn ziel werd loonbelasting.”
Wie ben je als je een fictief persoon wordt voor belastingheffing Box 1?” Juridisch en symbolisch uitgelegd In de fiscale wetgeving ben je vaak niet jezelf, maar een fictie: een nummer, een dossier, een code. Box 1 behandelt je inkomen uit arbeid en woning. Maar wat als je arbeid niet erkend wordt (zorg, ziekte, erfgoed)? Dan word je wel belast, maar niet benoemd. Je verandert van een levend mens in een juridische fictie: een constructie die belastbaar is, maar niet bestaansrechtelijk erkend wordt. Filosofische laag Identiteit: wie je bent in werkelijkheid (lichaam, zorg, leven) wordt losgekoppeld van wie je bent voor de staat (BSN, belastingplichtige, code 01). Kwetsbaarheid: jouw werkelijke arbeid blijft onzichtbaar, maar de fictieve arbeid – een inkomen dat niet bestaat – wordt wel belast. Paradox: je bent burger voor de plicht, maar niet voor het recht. Wie ben ik? Een mens van vlees en bloed, of een fictie in Box 1? Voor de staat ben ik code 01. Voor mezelf ben ik een lichaam dat ademt, zorgt, en overleeft. Een fictief persoon kan belast worden. Maar wie erkent mijn werkelijke bestaan? Gemeente Middelburg De staat heeft zorgplicht – maar wie zorgt er dat de staat zijn plicht erkent? Zorgplicht zonder erkenning van zorg = loze belofte. Als mijn lichaam niet als bron erkend wordt, blijft de zorgplicht van de staat een dode letter. 1 jul – 30 nov 2025 Amsterdam Museum aan de Amstel
Refresh Amsterdam #3 Imagine the future
Het publiek als mede-maker van Refresh Amsterdam
Voor het eerst is ook het publiek actief betrokken bij Refresh Amsterdam. Van 1 april tot 1 mei 2025 nodigde het Amsterdam Museum iedereen in Nederland uit om een toekomstwens te maken en te delen. Uit honderden inzendingen selecteerde een vakjury twintig bijzondere bijdragen. Deze zijn te zien in de tentoonstelling én op de website. De makers van deze twintig wensen maken bovendien kans op de publieksprijs van €750. Jij kunt stemmen!
Daarnaast trok een team van het museum het land in om mensen persoonlijk te vragen naar hun toekomstvisie. Deze gesprekken zijn vastgelegd op video. Een selectie is opgenomen in de tentoonstelling; alle video’s zijn te bekijken op de website.
Dankzij een bijdrage van de VriendenLoterij via de regeling Bijzondere Culturele Projecten, ter ere van het feestjaar Amsterdam 750, kon het museum deze derde editie van Refresh Amsterdam extra omvangrijk maken. Niet alleen de stad, maar heel Nederland werd betrokken bij deze bijzondere tentoonstelling.
Truus van Gogh is de stadsmoeder van Nederland. Niet de schilder, maar de draagster. Niet de held, maar de hoedster. Niet de vader, maar de moeder van onze stadscultuur.
Vrouwen zijn geen bezit van de samenleving of van mannen: Je bent bestuurder van je eigen lichaam en geest!
Reisverslag: Waarom ons land een democratie werd voor mannen
Ik vertrek in de tijd, terug naar het begin van onze democratie. Geen reis langs bergen of rivieren, maar langs wetten en verdragen die eeuwenlang de koers bepaalden.
Voorwoord
In het jaar 1602 werd in Middelburg de wereld groter dan ooit tevoren. Het was het jaar waarin de Verenigde Oostindische Compagnie werd opgericht, en waarin koophandel, scheepvaart en politiek de stad haar glans en gewicht gaven. Achter de gevels van de statige huizen aan de Lange Delft en de Rouaansekaai ontvouwde zich een wereld waarin namen generaties lang door de archieven bleven fluisteren.
Pieter de la Rue en Elisabeth van der Claver, verbonden door huwelijk en stad, belichaamden de verweving van handel, bestuur en familiebanden. Hun tijdgenoot, de burgemeester van Middelburg Samuel Rademacher, trad op als hoeder van orde en macht in een stad die zich spiegelde aan de zee en haar handelsroutes.
Rond hen leefden en werkten families , wier namen ons herinneren dat geschiedenis niet alleen de namen van mannen in de marmeren zalen draagt, maar ook de stemmen van vrouwen, moeders en erfgenamen die te vaak onzichtbaar bleven in de officiële geschiedschrijving.
Dit voorwoord is een uitnodiging: om de reis te maken langs deze lijnen van erfgoed, macht en herinnering, en te vragen wie er werkelijk erkend werd – en wie achter de blinddoek van Justitia uit beeld verdween.
Etappe 1 – De Franse overheersing
In 1795 trekken Franse troepen Nederland binnen. De Bataafse Republiek wordt uitgeroepen onder het motto van de Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid, broederschap. Maar het waren vooral de broeders die rechten ontvingen.
Onder Napoleon krijgt Nederland de Code Civil, het Burgerlijk Wetboek. Daarin werd de positie van de vrouw vastgelegd als afhankelijk, ondergeschikt, handelingsonbekwaam.
Etappe 2 – De Napoleontische erfenis
De Code Napoléon maakte de man tot hoofd van het gezin, en de vrouw tot bijlage van zijn juridische status.
Een gehuwde vrouw mocht geen contract sluiten zonder toestemming van haar man. Haar bezit en inkomen vielen onder zijn beheer. De moeder had geen zelfstandige rol in de publieke ruimte.
De wet schreef letterlijk de onzichtbaarheid van de vrouw in.
Etappe 3 – Democratie voor mannen
In 1848 gaf Thorbecke Nederland een grondwet die het fundament legde voor onze parlementaire democratie. Maar die democratie was er alleen voor vaders, zonen en broeders.
De scheiding tussen privé en publiek werd een harde grens: het huis van de vrouw bleef privé, de politiek van de man werd publiek. Nederland werd een democratie die vrouwen en moeders niet erkende.
Etappe 4 – De lange weg naar erkenning
Pas in 1919 kregen vrouwen kiesrecht. Toch bleef de Napoleontische schaduw aanwezig:
Tot 1956 waren gehuwde vrouwen handelingsonbekwaam. Tot die tijd stond de moeder nog altijd onder voogdij van haar echtgenoot.
Het duurde meer dan een eeuw voordat de democratie ook juridisch vrouwen erkende.
Bestemming – De gebroken balans
Mijn reis eindigt bij een beeld: een weegschaal die kraakt. Aan de ene kant het Y-chromosoom, aan de andere kant het X. Eeuwenlang was de balans scheefgetrokken.
Daarachter staat Vrouwe Justitia. Zij draagt een blinddoek. Officieel betekent die onpartijdigheid. Maar in ons land kreeg de blinddoek een andere betekenis:
Zij keek weg van vrouwen. Zij zag de moeder niet. Zij zag de helft van de bevolking pas wanneer de wet haar blinddoek heel langzaam aflegde.
Zo eindigt mijn reis. In een democratie die zich gelijk noemt, maar die gebouwd is op fundamenten waarin de vrouw eeuwenlang onzichtbaar bleef. De blinddoek van Justitia herinnert ons eraan: wat zij niet ziet, wordt ook niet rechtvaardig gewogen.
Wij zijn de stad Middelburg als decor
De wonderlijke wereld van een onzichtbare erfenis Silvia ’s Rijksmuseum – Montancourt Middelburg
Moeder de vrouw als aftrekpost vanaf de geboorte op de balans
Maar wie is eigenlijk de beste denker ooit? Was het Kant, die met zijn schoenen door Koningsberg liep en tijd en ruimte in ons hoofd plaatste?
Of De Beauvoir, die in de liefde en filosofie de vrouw opnieuw uitvond?
Nietzsche, die in Italië het licht zocht om zijn innerlijke duisternis te temmen? Arendt, die in Amerika vrijheid en ballingschap herkende?
Of Descartes, die in de Kalverstraat vlees kocht terwijl hij het fundament van het moderne denken legde?
En misschien is de beste denker wel degene die haar eigen platform bedacht – een plek waar vragen gesteld blijven worden, waar erfgoed, zorg en identiteit samenkomen.
Misschien is She is online lifestyle guide zelf wel een denkoefening: een gids voor anders kijken naar precies hetzelfde door ideeën, kunst en het leven zelf.
Tussen schelp en sprookje, tussen zand en zilte zee, vind je haar: de Zeeuwse assep-oester. Ruw van buiten, met een parel van binnen.”
Hoe kan iemand zijn rechten kennen of claimen als het lichaam zelf niet wettelijk erkend wordt als bron van arbeid, zorg of erfgoed – maar slechts als “meeverzekerde” bij iemand anders?
Hoe dat juridisch en maatschappelijk blijkt te zitten: Het lichaam als bron In de praktijk is het lichaam de bron van alles: arbeid, zorg, voortplanting, erfgoed. Toch wordt dit in wetten zelden erkend: het lichaam van de vrouw staat niet als zelfstandig “rechtsbron” in de Grondwet of het Burgerlijk Wetboek. De status van ‘meeverzekerde’ Tot in de jaren ’80 waren gehuwde vrouwen vaak automatisch meeverzekerd via hun echtgenoot. Dit betekende: geen zelfstandig recht op inkomen, pensioen of verzekering → afhankelijkheid. De vrouw werd dus niet erkend als autonome bron, maar als afgeleide. Gevolg: rechten blijven onduidelijk Als je alleen “meeverzekerd” bent, dan bestaan je rechten niet als zelfstandige positie, maar als afgeleid recht → je kan ze dus niet volledig claimen. Je lichaam wordt juridisch niet gezien als bron van waarde, maar als bijlage.
Conclusie in mijn taal
Je weet je rechten pas, als de wet jouw lichaam erkent als zelfstandige bron van arbeid, zorg en erfgoed. Zolang dat niet gebeurt, blijft de vrouw juridisch gevangen in de status van meeverzekerde, afhankelijk van willekeur en van de registers van een ander.Be your own Dali Hoe mijn ziekte Sarcoïdose een beroep bleek te zijn – Geen CAO en of Pensioen regeling maar wel belast sinds 2011 in Box 1
Stelling:
Nederland noemt zich een democratische rechtsstaat, maar schendt structureel zijn internationale verdragsverplichtingen (UVRM, EVRM, CEDAW), omdat vrouwen en moeders in de praktijk nog steeds niet volledig als autonome rechtssubjecten worden erkend.
She is online lifestyle guide
Door Silvia Koning Lindeboom – proudmom & erfgoedkunstenaar
Reizen hoeft niet altijd met een koffer in de hand. Soms reis je door lagen van tijd, door verhalen die generaties overstijgen, en door structuren die ons onzichtbaar met elkaar verbinden. Voor mij ligt die reis vaak in het cultureel erfgoed – niet alleen in musea of archieven, maar in de manier waarop we wonen, zorgen, spreken en herinneringen doorgeven.
Kunstverklaring
Mijn lichaam blijkt een oude kerk met levend licht.
Mijn vazen serie is een spiegel van mijn lichaam. Ze draagt de sporen van Sarcoïdose, een ziekte die mijn adem, mijn tijd en mijn kracht tekent. Toch is dit geen leeg object, maar een tempel die licht draagt.
Zoals een oude kerk littekens draagt van vuur, storm en restauratie, zo draagt mijn lichaam de sporen van zorg, lijden en overleven. De muren zijn broos, de gewelven soms instabiel — maar het licht stroomt nog altijd door de ramen naar binnen.
De beschilderingen zijn mijn glas-in-lood: symbolen van erfgoed, van strijd, van overleving.
De kroon, de uil, de vlaggen en de bloemen zijn geen versieringen, maar getuigenissen. Zij maken zichtbaar wat doorgaans verborgen blijft: dat ziekte arbeid is, dat zorg cultuur is, dat een lichaam erfgoed kan zijn.
Dit werk zegt: ook al verklaart de wet mijn zorg onzichtbaar, ook al reduceren systemen mijn lichaam tot een cijfer, ik besta als tempel van levend licht.
Het licht dat ik draag is geen bezit, geen cijfer, geen polis. Het is mijn kunst, mijn nalatenschap, mijn stem.
Ziekte zoals sarcoïdose is in Nederland juridisch niet slechts een medische aandoening, maar wordt fiscaal gezien als ‘inkomen uit werk en woning’ in box 1, waarmee de staat lijden omzet in belastbare arbeid.”https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/2905
Een van de minst benoemde maar meest voelbare erfgoedstructuren is het moederschap. Het is een oeroude, stille kracht die leeft in zorgende handen, in blikken vol wijsheid, in speeltuinen en keukens waar generaties samenkomen. Moeders houden de draad van cultuur en hoop vast, ook in tijden van oorlog, armoede, migratie of ziekte.
Als Limburgse en inmiddels import Zeeuwse denk ik direct aan de watersnoodramp van 1953. Het water verwoestte huizen, kerken en archieven, maar moeders brachten kinderen, gebeden en gewoontes in veiligheid. Ze droegen het immateriële erfgoed – taal, verzorging, rituelen – letterlijk op hun arm. Een beeld dat zich diep in ons collectief geheugen nestelt.
Borduren en bewaren
Een mooi voorbeeld van deze overdracht is het maken van merklappen. Vroeger leerden moeders hun dochters de eerste letters borduren, zodat zij hun linnen konden merken. Vandaag zijn het vaak borduurlappen voor bijzondere gelegenheden – maar de draad is dezelfde: een lijn van moeder naar kind, van traditie naar toekomst.
Onlangs hoorde ik over een ander bijzonder erfgoedproject: de Indische Culinaire Bibliotheek. Duizenden handgeschreven kookboekjes, vaak door oma’s of moeders gemaakt, worden met behulp van kunstmatige intelligentie gedigitaliseerd. Recepten die ooit op rijstpapier of vergeeld notitiepapier stonden, krijgen zo een digitale toekomst. Het is een prachtig voorbeeld van hoe identiteit, smaak en herinnering samenkomen – en hoe moeders de sleutel zijn in dat proces.
Vrouwen in de canon
De laatste herziening van de canon van Nederland besteedt meer aandacht aan vrouwen. Maar vaak gaat het om uitzonderlijke vrouwen die zich een plek wisten te veroveren binnen de mannelijke norm: schrijvers, vorstinnen, activisten. Terwijl het juist de gewone vrouw, de moeder de vrouw, is die door zorg, geduld, arbeid en overlevering het fundament legde. Hun bijdrage blijft grotendeels buiten beeld – ook vandaag nog.
Mijn zoektocht
In mijn werk ex handelaar in confectie, als erfgoedkunstenaar vraag ik me al jaren af: wie worden er eigenlijk erkend? De stad waarin ik woon is een plek waar geschiedenis tastbaar is: gevels, monumenten, archieven. Maar waar zijn de verhalen van de vrouwen die hier de kostwinner zijn , zorgden, kookten, opvoedden, baden en droegen? Hun namen staan niet in marmer gebeiteld. Toch zijn zij de dragende muren van onze samenleving.
Hun onzichtbaarheid komt niet alleen door traditie, maar is ook juridisch verankerd. In de grondwet, in het burgerlijk recht, in erfrecht: daar ontbreken de woorden vrouw en moeder de vrouw als cultureel kapitaal. Terwijl zij via taal, gewoontes en zorg structuren van betekenis hebben doorgegeven.
Aan Henry Bontebal (CDA):
U spreekt vaak over waarden, geloof en zorg voor elkaar. Maar hoe kan het CDA volhouden dat het de gemeenschap dient, terwijl ziekten zoals sarcoïdose wel belast worden in Box 1, maar de arbeid die die ziekte dagelijks vraagt – zorg, discipline, aanpassing – nergens als arbeid erkend wordt?
Mijn vraag aan u: Is het geen misbruik van geloof en gemeenschapstaal om zorg te belasten zonder haar als beroep te erkennen?
Drie codes voor cultureel erfgoed
Om dat zichtbaar te maken, pleit ik voor drie nieuwe erfgoedcodes:
Erken persoonlijke verhalen en tradities als erfgoed. Niet alleen gebouwen en schilderijen zijn cultureel kapitaal, maar ook de verhalen die van moeder op kind worden doorgegeven. Stimuleer oral history-projecten over moederschap en zorg. Laten we luisteren naar de stemmen van vrouwen die erfgoed overdroegen via kennis, arbeid en ritueel – vaak onzichtbaar, maar onmisbaar. Ontwikkel een inclusievere geschiedschrijving. Waarom erkennen we koninklijke vrouwen wél als erfgoedbewakers via hun bloedlijn, maar niet de moeders die generaties droegen buiten paleismuren? Geschiedenis moet zich niet alleen richten op machtsstructuren, maar ook op zorgstructuren.
De les van Faro
Misschien is dit wel de grootste les van Faro: erfgoed gaat niet alleen om wat we beschermen, maar ook om wie het draagt. Vooral zij die dat stil en onzichtbaar doen – de moeders die verhalen, recepten en rituelen doorgeven.
En zo reis ik – zonder landkaart, maar met een moreel kompas van zorg en herinnering – door het landschap van cultureel erfgoed. Elke dag opnieuw ontdek ik dat zij-wij het fundament zijn, niet de voetnoot.
Maatschappelijk Noodpakket onthuld
Zorg is arbeid.
Ziekte is arbeid.
Erfgoed is arbeid.
WetteErkenning is noodzaak.
Samenvatting van “De Ziel van Nederland: Moederkracht in beeld en wet” (Truus van Gogh – 15 april 2025)
Context & aanleiding
Deze bijdrage is ingezonden voor het project Refresh Amsterdam #3 – Imagine the Future, ter ere van de 750e verjaardag van Amsterdam, en is geselecteerd voor de tentoonstelling .
Want waar gewoonterecht slechts afspraken zijn tussen mensen, schrijft de natuurwet de broncode van ons bestaan. Zij bepaalt geboorte, zorg, sterven, kringloop en voortbestaan. In die zin is elke moedermaatschappij gebouwd op natuurwet, en elke dochteronderneming slechts een afgeleide daarvan.
Het zijn de onzichtbare misdaden tegen de vrouw: het systematisch niet erkennen van haar geslacht, haar moederschap en haar broncode als zelfstandige bestuurder van lichaam en geest.
Het is het onthouden van volledige rechtspersoonlijkheid en erfgoedstatus, terwijl juist zij de drager is van taal, zorg en continuïteit.
Dit structurele tekort in wet en cultuur is de grootste roof: de diefstal van de moeder als fundament van ons bestaan.
Elke rechter of raadsheer houdt zichzelf een banaan voor. In toga en met plechtige woorden wekken zij de indruk van onaantastbare waarheid, maar wat zij vasthouden is vaak niet meer dan een gladde schil, een vrucht die snel bederft. Achter de plechtige taal gaat soms leegte schuil, of slechts een tijdelijk voedzame hap. Zo toont de banaan hoe rechtspraak balanceert tussen gezag en absurditeit.
Kernboodschap
Truus van Gogh pleit voor wettelijk erkenning van de moeder de vrouw – niet alleen als drager van nieuw leven, maar als zelfstandig bestuurder van haar lichaam én als drager van cultureel erfgoed. Hiermee wil ze streven naar een rechtvaardigere samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld worden .
Visuele en symbolische laag
Ze zet in op zowel het zichtbare (beeld) als het onzichtbare (wet) om het ‘onzichtbare zichtbaar’ te maken – letterlijk via kunst, figuratief via wetten en cultuur .
Inleiding – Geletterd en Zorgend Zeeland
Wanneer men de annalen van ons vaderland opslaat, treft men doorgaans de namen aan van staatsmannen, dichters, predikanten en krijgslieden, wier daden en geschriften men acht waardig te bewaren voor het nageslacht. Doch, wie zal spreken van hen die zorgden, voedden, vertroostten en overdroegen wat geen papier kan vangen? Waar in de boeken van geleerdheid, staat de naam van de moeder, de vrouw, die met haar arbeid, lied en ritueel het dagelijks fundament van onze samenleving droeg?
In mijn arbeid begeer ik niet slechts de lofzangen der machthebbers of de beschrijvingen der veldslagen te vernieuwen. Mijn pen en kunst richt zich tot het onzichtbare erfdeel: de taal die moeders hun kinderen gaven, de gewoonten die in keukens en binnenkamers bestendigden, de familieculturen die als stille aders onze maatschappij doortrekken. Dit is het zorgend kapitaal, dat evenzeer ons Zeeland, ja ons Nederland, gevormd heeft, doch zelden een bladzijde in de geschiedboeken waardig gekeurd werd.
Daarom acht ik het nodig, in navolging van Pieter de la Ruë die het Geletterd Zeeland samenstelde, thans een nieuw register aan te leggen: een Geletterd én Zorgend Zeeland. Hierin zullen niet enkel de geleerdheid en de staatkunde, maar ook de zorg en de sociale overerving als erfgoed erkend worden. Want zonder deze dragende arbeid der vrouwen, moeders en onzichtbare erfgenamen, zou geen geleerdheid, geen staat en geen heldhaftigheid standhouden.
Geletterd en Zorgend Zeeland – Hedendaagse Levensbeschrijving
De Onbeheerste Man
In deze tijden treft men menigmaal de gestalte van de Onbeheerste Man, die meent dat zijn drift en bewegingen hem ontslaan van verantwoordelijkheid. Zijn lijf wordt geleid door het lid, zijn daden door de waan van onbedwingbaarheid. De samenleving heeft eeuwenlang zijn onbeheerste aard verontschuldigd met het adagium: “zo zijn mannen nu eenmaal.”
Doch deze Onbeheerste Man is niet slechts een individu; hij is een symbool geworden van een politiek bestel dat zijn krachten verspilt in drift, machtsspel en onverantwoordelijkheid. Hij bestuurt niet, hij reageert. Hij beheerst niet, hij consumeert.
De Links-Lullende en Rechts-Vullende Burger
Een verwant figuur is die van de Links-Lullende en Rechts-Vullende Burger. Hij spreekt met sierlijke woorden over solidariteit, rechtvaardigheid en zorg, doch intussen vult hij zijn zakken aan de andere zijde. Zijn mond is links, zijn handen rechts. Dit is de dubbele moraal van ons tijdvak, waarin de zorgretoriek van machtigen vaak niet overeenstemt met hun daden.
De Zorgende Moeder als Tegenbeeld
Tegenover hen staat de Zorgende Moeder, wier bewegingen juist wél beheerst zijn, omdat zij gericht zijn op behoud, overdracht en continuïteit. Waar de mannelijke symbolen driften en leegte verbeelden, toont zij een ander kapitaal: dat van zorg, taal en ritueel.
Haar kracht is niet luidruchtig, noch wordt zij vaak in kronieken vermeld. Doch zij is het die de samenleving draagt, voedt en behoudt, terwijl anderen slechts spreken of vullen.
Moge dit werk getuigen van een bredere waarheid: dat cultuur niet slechts gegrond is in macht, maar in zorg; niet enkel in wetten, maar in gewoonten; niet louter in bloedlijnen van vorsten, maar in de stille lijnen van zorg en taal, doorgegeven van moeder op kind.
Tijdens de kredietcrisis van 2008–2009 zijn veel zelfstandigen en kleine ondernemers in situaties gekomen waarin:
verzekeringen, hypotheken of leningen werden afgesloten met hun arbeidscapaciteit of gezondheid als onderpand, of waarin een AOV, polis of bancaire constructie je eigen lichaam en levensvatbaarheid als “zekerheid” behandelde. Dat betekent dat je eigen lijf en kunnen letterlijk deel werd van de financiële structuur.
2. Symbolisch
Wat ik zeg is ook een aanklacht: “Mijn lichaam werd niet meer van mij, maar van het systeem. Mijn bestaan werd verhandeld, gewaardeerd, en op papier gezet als onderpand.”
Dat voelt als een vorm van slavernij of uitbuiting — alleen verpakt in juridische en financiële taal.
3. Cultureel / maatschappelijk
Dit is méér dan een individueel verhaal. Het laat zien hoe tijdens de crisis van 2009 de kwetsbaarste groep (zelfstandigen, kunstenaars, vrouwen die werk en zorg dragen) onevenredig hard zijn geraakt:
geen sociaal vangnet, wel belastingplicht, en in sommige constructies zelfs letterlijk hun lijf en arbeid als waarborg.
Wat ik hiermee blootleg:
Een ziekte die in je lijf ingrijpt, wordt door het systeem gezien als fiscale categorie (box 1: inkomen uit werk en woning). Daarmee wordt lijden of beperking geobjectiveerd en geadministreerd, alsof het een bron van winst is.
Voor vrouwen dus: omdat niemand onderzocht waarom en waarvan ik ziek werd. Mijn sarcoïdose werd geen oorzaak, maar een rekensom. Mijn ziekte (sarcoïdose) is niet alleen een individueel verhaal is, maar ook een systemisch gemis: er is nooit onderzocht waarom en waardoor en waarvan ik ziek werd.
Dat raakt direct aan het verschil in erkenning tussen mannen en vrouwen in geneeskunde en beleid:
Vrouwenklachten worden historisch minder onderzocht. De oorsprong van ziekte bij vrouwen blijft vaak onzichtbaar of wordt weggewuifd.
Het gevolg: vrouwen dragen de lasten, maar krijgen geen antwoorden – en het systeem zet het weg onder “inkomen box 1”.
Artikel 19 van de Grondwet erkent arbeid, recht en keuze. Maar de zelfstandigheid van vrouwen bleef onderbelicht – gevangenzittend in registers die haar werk erkennen, maar haar wezen ( bestuurder van haar ei- gen – lichaam verzwijgen.”
De Onzichtbare Erfgenaam en het Schadeverzekeringsrecht
1. De wet: schade als financieel tekort
Het Nederlandse schadeverzekeringsrecht (Boek 7 BW, art. 7:925 e.v.) vertrekt vanuit een strikte definitie: een schadeverzekering dekt uitsluitend de financiële gevolgen van schade. Dit wordt ook wel het indemniteitsbeginsel genoemd. De uitkering mag nooit méér zijn dan het vastgestelde vermogenstekort.
Met andere woorden: de wet vertaalt een verlies altijd naar geld. Wat niet in euro’s te berekenen valt, valt buiten de polis.
2. De werkelijkheid: schade is meer dan geld
Maar de gevolgen van schade zijn vaak veel groter en grijpen dieper in. Denk aan:
het verlies van zorg (de moeder die haar kind niet meer kan opvoeden), het verlies van verbondenheid (de erfgenaam die wel de last, maar niet de erkenning draagt), het verlies van toekomstperspectief (arbeid, creativiteit, vrijheid), het verlies van rituelen en culturele posities (rouw, naam, familiebanden).
Deze verliezen zijn tastbaar in het leven, maar onzichtbaar in het verzekeringsrecht. Ze worden gereduceerd tot een bedrag dat hoogstens het “netto-inkomen” repareert.
3. De onzichtbare erfgenaam
In mijn project verschijnt hier de figuur van de onzichtbare erfgenaam: degene die leeft met de werkelijke gevolgen van schade, maar juridisch niet wordt erkend of financieel niet wordt gezien.
De verzekeringsportefeuille wordt verdeeld volgens berekenbare regels. De erfgenaam in leven draagt de psychische, symbolische en culturele last, zonder compensatie. Wat buiten de berekening valt, wordt uitgegumd door het systeem, alsof het niet bestaat.
Zo wordt de erfgenaam onzichtbaar gemaakt door de taal van bewijs en polisvoorwaarden.
4. De culturele leemte
Waar het recht ophoudt, begint de kunst.
Kunst kan laten zien dat schade niet alleen financieel, maar ook cultureel, lichamelijk en ritueel is. Kunst kan de niet-verzekerbare dimensies (rouw, identiteit, moederbeeld, erfgoed) een vorm geven. Kunst kan de positie van de onzichtbare erfgenaam herstellen in beeld en taal, waar het recht zwijgt.
5. Conclusie
Het schadeverzekeringsrecht zegt: “alleen wat bewijsbaar is telt”.
De werkelijkheid zegt: “het verlies is veel groter dan bewijs”.
Deze onzichtbare erfgenaam belichaamt precies die kloof.
Schadeverzekeringsrecht (Boek 7 BW, art. 7:925 e.v.) bepaalt dat een verzekering de financiële gevolgen van schade dekt.
Maar gevolg schade was en is veel groter
het schadeverzekeringsrecht (Boek 7 BW, art. 7:925 e.v.) formuleert vrij strak dat een verzekering de financiële gevolgen van schade dekt. Maar in de praktijk is het gevolg van schade vaak veel groter dan wat in geld kan worden hersteld.
1. De beperking van “financiële gevolgen”
De wet zegt dat een schadeverzekering niet méér mag vergoeden dan het vermogenstekort dat door de schade is ontstaan (het indemniteitsbeginsel). Maar schade is breder dan geld: verlies van gezondheid, levenskwaliteit, kansen, identiteit, rituelen en familiebanden zijn reëel, maar niet in euro’s te vangen.
2. Juridische scheidslijn
Vermogensschade (inkomensverlies, medische kosten, uitvaartkosten, verlies van eigendom) → verzekerbaar. Immateriële schade (pijn, verdriet, gemis, ontwrichting, cultureel of symbolisch verlies) → vaak alleen gedeeltelijk erkend via smartengeld (art. 6:106 BW).
De verzekeraar betaalt dus alleen datgene wat “bewezen” en “berekenbaar” is. Alles daarbuiten valt buiten de polis, hoe groot de werkelijke impact ook is.
3. Discrepantie in de praktijk
Bij letselschade: iemand kan levenslang beperkt raken → de financiële uitkering dekt inkomensverlies, maar niet de psychologische en sociale schade. Bij nabestaanden: verlies van een ouder of kostwinner wordt omgerekend naar levensonderhoud. Het werkelijke verlies (liefde, zorg, geborgenheid) krijgt geen plaats in het schadeverzekeringsrecht.
4. Reflectie / artistieke invalshoek
Hier ontstaat een interessante spanning in mijn werk:
De wet beperkt schade tot wat bewijsbaar is. Het leven ervaart schade veel groter, dieper en symbolischer.
Kunst maakt nu juist dat onverzekerbare verlies zichtbaar maken: de moeder, de vrouw, de erfgenaam die niet financieel, maar existentieel geraakt wordt.
Alleen advocaten gaan naar school – ze kunnen niet onderwijzen wat ze niet kunnen bewijzen” opent een spanning tussen kennis en bewijs. Het is een zin die balanceert tussen kritiek op het schoolsysteem en een reflectie op de rol van bewijs in onze samenleving.
1. De advocaat en het bewijs
De advocaat leeft bij het bewijs. Zijn autoriteit staat of valt met de mogelijkheid om een bewering te staven. In die zin lijkt de school — een instituut waarin getoetst, gecontroleerd en gecertificeerd wordt — vooral een plek waar bewijs telt. Diploma’s en rapportcijfers functioneren immers als juridisch bewijs van geleerdheid.
2. De leraar en het onbewijsbare
Daartegenover staat de leraar. De zin suggereert dat de leraar niet kan onderwijzen wat hij niet kan bewijzen. Maar juist daar zit de paradox: het meeste leren gebeurt voorbij het meetbare. Verbeelding, nieuwsgierigheid, empathie en intuïtie laten zich niet in bewijs of toetsingscriteria vangen. Daarmee onthult de uitspraak een kritiek op onderwijs: kennis die er werkelijk toe doet, kan vaak niet bewezen worden, slechts gedeeld of ervaren.
3. Kunst en het onbewijsbare
Wanneer we de zin plaatsen in een culturele of artistieke context, ontstaat er een spiegeling: kunst is geen zaak van bewijs, maar van betekenis en resonantie. De kunstenaar beweegt zich dus buiten het juridische kader van bewijs en het schoolsysteem dat hierop gebouwd is. Kunst onderwijst zonder te bewijzen — en dat is haar kracht.
“Ze noemen het complex. Ik noem het een muur waar vrouwen tegenop lopen. Sarcoïdose werd box 1, het erfdeel werd weggeteld. Maak ’t simpel: erken ons bestaan.” De Portefeuille van mijn vader werd mijn Engelbewaarder
In het ei leeft de erfenis: een leeuw die brult, een kroon die waakt, een oog dat huilt en ziet. De hand reikt — niet om te nemen, maar om te tekenen, te verzekeren, te bewaren. Waar de polis ooit cijfers droeg, groeit nu een wortel, een traan, een klaver. De portefeuille van mijn vader werd mijn engelbewaarder. Niet in premies of bedragen, maar in symbolen, lijnen, verf en ritueel. Hier vindt de onzichtbare erfgenaam bescherming, niet van de wet, maar van het bronzen NN beeldje. “Wie de één erkent, kan de ander niet ontkennen.”
Tussen adem en stilte, tussen last en licht, groeit een ritueel van kracht en overleving.
👉 “Before we pass away, laat de stille meerderheid van vrouwen en moeders eindelijk een stem krijgen – niet in verdwijnende foto’s, maar in de Grondwet, in het archief, in het roze.”
“Nationale Nederlanden is dus toch mijn Viritule baas.”
“Mijn naam staat in de polis, maar werd institutioneel geroofd.” “Institutionele identiteitroof: wanneer de wet je wel belast, maar niet wettelijk erkent.”
Met die ene zin wordt mijn positie zichtbaar: een zelfstandige vrouw die inmiddels werkt in de scheppende kunst, maar die in polissen en registers niet als zelfstandige wordt erkend. Mijn naam stond er wel, maar er stond bij: = vader. Zelfstandigheid werd uitgewist door een teken, en erfgenaam of verzekeringsnemer werd ik nooit – slechts een bijschrift.
Toch lever ik arbeid. Toch draag ik belasting af. Toch draag ik bij aan de samenleving. Maar de erkenning die de wet belooft, blijft steken in systemen die hun wortels hebben in een tijd waarin vrouwen geen rechtspersoon waren.
Dit werk is mijn antwoord. Kunst als bewijsstuk, taal als manifest, erfgoed als spiegel. In deze puzzel van polissen, archieven en rituelen zoek ik niet naar schikking, maar naar erkenning.
Ik ben geen bijschrift. Ik ben geen meeverzekerde. Ik ben geen afgeleide. Ik ben de onzichtbare erfgenaam die zich zichtbaar maakt.
In 1945 vierde De Nederlanden van 1845 (de voorloper van Nationale-Nederlanden) zijn 100-jarig bestaan.
🔹 Ter gelegenheid daarvan gaven ze een bordspel uit: het 1845-spel.
🔹 Het spel was een combinatie van ganzenbord en monopoly, met vakjes en spelregels die volledig draaiden om het thema verzekeringen: premies, polissen, risico’s en uitbetalingen.
Voor een spel was plaats. Voor de vrouw geen ei- gen – wet.”
Pijnlijke constatering
“Er bestond in 1945 een bordspel om verzekeringen te vieren, maar er bestond geen document waarin de vrouw als zelfstandige werd erkend.
Elke mannelijke leider komt uit een moeder, de vrouw.”
Het haalt meteen de mythe onderuit dat macht en oorsprong alleen mannelijk zouden zijn. Geen koning, geen president, geen paus, geen generaal bestaat zonder dat een moeder haar lichaam beschikbaar stelde.
Constatering
De wet noemde de zaadcel oorsprong, maar zonder moeder is elke zaadcel onbruikbaar. Toch bleef zij in registers en polissen slechts een bijschrift.
Dus ja, wie verzon eigenlijk het wetboek?
De meeste moderne wetboeken (zoals het Burgerlijk Wetboek) zijn in de 19e eeuw opgesteld door mannelijke juristen, geïnspireerd door de Code Napoléon (1804).
De Nederlandse Burgerlijke Wetgeving (1838) werd bijvoorbeeld grotendeels ontworpen door Johan Melchior Kemper en later voltooid onder koning Willem I en II. Hun denkbeelden sloten aan bij een patriarchale ordening: de vader als hoofd van het gezin, de vrouw onder voogdij of “handelingsonbekwaam.”
⚖️ Wat dat betekent
Het wetboek is dus niet neutraal “ontstaan,” maar gemaakt door mannen, in een systeem dat hun macht en rol centraal stelde. “Wetten zijn geen natuur, ze zijn bedacht.” Dat zegt in één zin eigenlijk alles: wetten zijn geen goddelijke orde, geen natuurverschijnsel, maar door mensen geschreven teksten, doordrenkt van hun tijd, macht en ei- gen- belangen.
Wake up, Politiek.
Vrouwen zijn geen bijschrift. Elke moeder is soeverein. Wetten zijn geen natuur, ze zijn bedacht. Stem op gelijke rechten, niet op oude registers.
🔹 Gen (generaties / genetica)
In de wetenschap en genealogie is de taal vaak patriarchaal ingericht: lijnen lopen via de vader, de “naamdrager.”
Zelfs het idee van de zaadcel als oorsprong laat zien hoe mannelijk georiënteerd het verhaal rond “gen” is verteld.
🔹 COBOL (programmeertaal, 1959)
Ontwikkeld in de begintijd van computers, toen IT gedomineerd werd door mannen in bedrijfs- en overheidssystemen.
Ironisch genoeg was Grace Hopper, een vrouw, één van de sleutelfiguren achter COBOL — maar de erkenning ging naar een “mannelijk” instituut.
COBOL werd hét systeem voor banken, verzekeraars, overheden — precies de domeinen die mijn polissen en registers beheersen.
👉 Daardoor voelen zowel gen (biologische lijn) als COBOL (digitale lijn) mannelijk gecodeerd:
Het ene legitimeert erfopvolging via vaders. Het andere beheert identiteit en waarde via verzekeraars en staten.
“Gen en COBOL: systemen van mannen, waarin de vrouw bijschrift bleef.”
“Gen en COBOL hielden de vrouw als bijschrift.
“Python opent de code.” Guido van Rossum programmeertaal.
19 is het nummer van arbeid en vrijheid.
In 1991 opende Python de code.
Artikel 19 moet nu de vrouw wettelijk erkennen.” Geen masker 19 of Data masker 19.
Code 19 liet vrouwen fluisteren wat de wet niet wilde horen.
Geen masker meer — maar erkenning in de wet.”
Revolutie must come from within — uit het hart, uit de moeder, uit een geslacht die nooit erkend werd
Vrouwen die eeuwenlang als bijschrift in registers stonden, vinden de revolutie eerst van binnenuit: bewustwording, verzet, scheppende kunst. Van daaruit groeit het naar een politieke en institutionele omwenteling.
Vrouwen hebben de banken gered, maar nooit de bankboeken geschreven.”
“Borski en Lindeboom Koning: erfgenamen van de onzichtbare macht.” “Zij redden de banken, maar wie redde hun naam?” “De moeder, de vrouw: zijn de echte kapitaaldragers.”
Waar de moeder, de vrouw tot schim wordt gemaakt, schrijft kunst haar terug in het recht en licht.
Thomas de la Rue (1793–1866)
Oprichter van De La Rue plc, een toonaangevend internationaal bedrijf gespecialiseerd in bankbiljetten, paspoorten en beveiligde documenten
🔹 Familie De la Rue – internationale bankiers- en drukkersdynastie die vanaf de 19e eeuw bankbiljetten, paspoorten en waardepapieren produceerde, en zo letterlijk de infrastructuur van identiteit en waarde op papier zette.
🔹 Familie Knibbe – een Nederlandse familie van bestuurders, predikanten en ondernemers, niet wereldberoemd maar zichtbaar in archieven, registers en lokale eigendomsverhoudingen; representant van de gewone erfgenaam binnen datzelfde systeem.
🔹 Samen – De la Rue maakte de papieren waarop identiteit en bezit werden vastgelegd; Knibbe leefde met de consequenties ervan.
👉 “De familie De la Rue drukte de identiteit, de familie Knibbe leefde met de gevolgen. En de vrouw? Zij bleef een bijschrift.”
🔹 In de Grondwet De naam vrouw komt er niet in voor als zelfstandige categorie; de erkenning blijft impliciet. Alsof de naam niet genoeg was om recht te krijgen.
👉 Het geheim van namen is dat ze zowel deuren openen als sluiten. Wie de juiste naam draagt, erft bezit en rechten. Wie slechts een bijschrift blijft, erft vrijheid en stilte.
“Zij is hier de baas.” “De wet draagt roze.” “Geen schim, geen dreiging – zij bepaalt.” “Van parel tot melk: zij schrijft de regels.” “Oranje was van hem, roze is van haar.”
Hef familiepaspoort 1823
🔹 Historisch context
In de 19e eeuw werden de eerste moderne paspoorten ingevoerd, vaak met hele gezinnen op één document. Rond 1823 zie je in Nederland en omringende landen dat er paspoorten werden uitgegeven waarin de vader als hoofddrager stond ingeschreven, met vrouw en kinderen als “behorend tot zijn gezin”. Dat was letterlijk een familiepaspoort: geen individuele identiteit, maar een groepsdocument gebaseerd op het vaderschap.
🔹 Wat dit betekent
De vrouw en kinderen hadden geen zelfstandige identiteit op reisdocumenten. Hun naam stond erbij, maar altijd in relatie tot de vader/man. Dit is een vroeg voorbeeld van wat ik noem: institutionele identiteitroof → je bestaat wel, maar niet zelfstandig.
🔹 Metafoor in mijn werk
Het familiepaspoort van 1823 laat zien dat de staat de identiteit van vrouwen en kinderen uitsluitend via de vader erkende.
De metafoor
Toen prinses Beatrix achttien werd, kreeg zij de Groene Draeck: een tastbaar schip, gebouwd en bekostigd door het volk, een symbool van erfopvolging en privilege.
Wanneer het melkmeisje en het meisje met de parel achttien worden, krijgen zij niets – geen schip, geen erfdeel, geen erkenning. Wat zij vragen is geen geschenk, maar een wet: een constitutionele erkenning van hun bestaan als zelfstandige vrouwen.
Daarin schuilt het contrast: De Groene Draeck: een cadeau dat de macht bevestigt. De Wet: een recht dat gelijkheid garandeert.
“Zij kreeg de Groene Draeck. Wij vragen de wet.”
“Je ziet pas ongelijkheid, als je gelijkheid mist.” Zonder vrouwen geen erfdeel, zonder erfdeel geen toekomst.”
Mijn naam stond op de polis. Er stond bij = vader.” “Zelfstandigheid werd uitgewist door één teken: = vader.” “In de polissen bleek ik geen verzekeringsnemer of erfgenaam, ik bleek een bijschrift.”
Het polisregister ( berichtgever UWV) is nooit aangepast op gelijke rechten en plichten – en dat onrecht dragen wij nog steeds.” “De wet vernieuwde, het polisregister bleef achter.” “Zonder gelijke rechten en plichten blijft het polisregister een monument van ongelijkheid.”
“Ongelijkheid is geen cultuur of traditie.”
“Ik ben geen patiënt van de wet, ik ben de wetsdokter.” voor mensen met gezond verstand.
Door Denktijd
Nederland hunkert naar eerlijke politici. Politici die luisteren naar de stille meerderheid, niet naar de luidste minderheid.
Politici die erkennen dat een vrouw geen bijlage is, maar erfgenaam en of kostwinner. Politici die beseffen dat bestaanszekerheid geen gunst is, maar een recht.” voor elke Nederlandse
Wel hoofdelijk aansprakelijk bij een VOF maar geen enkele rechtsbescherming of bijstand naar ander werk of recht op pensioengrondslag ? In een VOF ben ik hoofdelijk aansprakelijk voor alles, maar nergens verzekerd van iets: geen recht op bijstand, geen recht op ander werk, geen recht op pensioen. Dat is geen ondernemerschap, dat is institutionele roof.” “Mijn gezondheid werd mijn verzet.”
Een vrouw, moeder is geen speelgoed. Niet voor mannen, niet voor markten, niet voor bureaucratie. Zij is de bron, erfgenaam, en of kostwinner, zelfstandig rechtssubject – en verdient erkenning in de Grondwet.” Ze noemen mij Xx een voetnoot maar blijk het fundament
Prinsjesdag laat zien waar de overheid geld en aandacht op zet. Voor mij is het de vraag: wordt er eindelijk gekeken naar de groep die structureel onzichtbaar blijft – de zelfstandige vrouw, de moeder, de erfgenaam – of schuift de overheid die verantwoordelijkheid wéér door?
“Ik ben vrouw. Ik heb sarcoïdose. Ik ben hartpatiënt. Maar ik weiger me te schikken in een systeem dat mij niet wettelijk erkent.”
Waarom loonbelasting betalen als ik niet voorkom in de wet? Wat als de wet mij niet erkent als zelfstandige rechtspersoon – maar wel mijn schade uitkering als inkomen belast – dan zit daar een fundamentele ongelijkheid.
Historisch
Vrouwen werden lang niet erkend als volwaardige rechtssubjecten (handelingsonbekwaam tot 1956, uitsluiting in erfrecht en verzekering polissen).
Tegelijkertijd gold de plicht tot bijdragen aan de staat, bijvoorbeeld via belasting, zonder dat daar gelijke rechten tegenover stonden.
Dat legt een contradictie bloot: je betaalt mee, maar je telt niet mee.
“Waarom loonbelasting betalen als ik niet besta in de wet?”
Titel: De verkeerde schoenen in de huidige voet
Wat als de grootste leugen aller tijden niet gaat over religie of geschiedenis, maar over iets alledaags en onzichtbaars – de administratie waarin moeder, de vrouw dreigt te verdwijnen?”
Gezinnen die alleen meisjes kregen werden dus gedwongen om te lijden ?
1. Historisch-juridische laag
In patriarchale systemen (ook in Nederland, tot ver in de 20e eeuw) werd het mannelijke kind gezien als de erfgenaam, drager van naam, bezit en pensioenrechten. Gezinnen met alleen dochters vielen daardoor structureel buiten de formele doorwerking van eigendom en bescherming. Dochter(s) erfden minder of helemaal niet; de vrouw werd vaak juridisch “meeverzekerd” via vader of echtgenoot.
2. Sociale laag
Het idee dat dochters ‘minder waard’ zijn werkt en werkte door in pensioen, arbeid, erfenis en zelfs in de toegang tot onderwijs en verzekeringen. Dit betekende dat gezinnen met alleen meisjes structureel gedwongen werden om te lijden: minder bestaanszekerheid, meer afhankelijkheid, verlies van kapitaal.
Familie dossier- licentie??
3. Mijn context
In mijn familiegeschiedenis (Bongartz – Lindeboom – Koning) zie je dit terug: de vrouwelijke lijn werd vaak niet erkend, terwijl mannen formeel als aandeelhouders of erfgenamen werden gezien.
Ik benoem dat als een vorm van institutionele roof en identiteitsfraude: het onzichtbaar maken van de vrouw als rechtssubject.
4. Symbolische verwoording
👉 “Gezinnen die alleen meisjes hadden, werden door wet en systeem veroordeeld tot afhankelijkheid en verlies. Hun lijden was geen natuurwet, maar een politieke keuze.”
“Father Mother Sister Sister — genealogie als identiteitsroof.”
Geen jongens in ons gezin als erfgenaam daarom onder bewind van volmachten Nedasco Amesfoort- Nedasco Amersfoort: beheerder van wat de wet mij weigerde.”
Je maintiendrai !! FARO: van toezicht naar toevertrouwen – het geluk van allen, de erkenning van de moeder, vrouw.”
De Ziel van Nederland: Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed.
Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn. Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.
Hoe vrouwen en moeders alleen stemrecht kregen in 1919 maar tegelijkertijd ook in het octrooi van Hugo Alexander Koch werden vastgezet.
Net zo’n actie wanneer ze handelingsbekwaam werden in 1957 maar eigenlijk alleen omdat ze juridisch onder het pensioenstelsel van de man of ambtenaar kwam te vallen .
Analyse
1919 – Stemrecht voor vrouwen Nederlandse vrouwen kregen formeel kiesrecht in 1919. Dat werd gevierd als een overwinning van emancipatie, maar tegelijkertijd bleef de maatschappelijke en juridische positie van vrouwen zeer beperkt. Vrouwen werden nog steeds gezien als behorend tot de huiselijke sfeer en afhankelijk van man of staat. Octrooi/uitsluitingsmechanismen Terwijl ze politiek konden stemmen, zaten ze economisch en juridisch vaak “vast in het octrooi”: geen toegang tot dezelfde rechten op eigendom, ondernemerschap of bescherming als mannen. Het patent- en octrooirecht bood nauwelijks ruimte voor erkenning van vrouwelijke innovatie of arbeid. Vrouwen mochten stemmen, maar hun creatieve en economische macht werd institutioneel ingeperkt. 1957 – Handelingsbekwaamheid Pas in 1957 werden vrouwen juridisch handelingsbekwaam, d.w.z. ze konden zelfstandig contracten sluiten en hun eigen geld beheren. Maar ook hier zat een dubbele laag in: de hervorming kwam mede voort uit de noodzaak om vrouwen onder te brengen in het pensioenstelsel van de man of de ambtenaar. Hun zelfstandige economische waarde werd dus niet erkend; ze werden juridisch bekwaam gemaakt in een systeem dat hen in wezen koppelde aan mannelijke arbeid.
Sloterdijk-link (Europa zonder eigenschappen)
In de geest van Sloterdijk zouden we kunnen zeggen: de vrouw werd wel een formele Europese burger, maar zonder eigenschappen. Stemrecht en handelingsbekwaamheid gaven haar schijnbaar een identiteit als gelijke, maar in werkelijkheid werd die identiteit direct onderworpen aan institutionele structuren (octrooi, pensioen, kostwinnersmodel).
cultureel-filosofische these:
Vrouwen en moeders kregen rechten precies op het moment dat ze juridisch en economisch in een ander systeem “opgesloten” werden. Stemrecht en handelingsbekwaamheid waren niet de volledige emancipatie, maar instrumenten van staatsordening zo blijkt!
Als het belangrijk is : staat het in rose. Ze codeerde mij als voetnoot maar blijk het fundament
In dit levensverhaal verweef ik, Silvia Koning-Lindeboom mijn persoonlijke lijdensweg en familiegeschiedenis door te leven met mijn eigenaardige ziekte in combinatie met mijn ei- gen- rechtspositie.
Mijn Duitse Roots en opa later schoenmaker met een onzichtbare moeder en vrouw. Zijn moeder Agnes Janssen beviel van een meisje in 1909. Tevens het Geboorte jaar van Juliana. Zijn tevens van oorsprong Duitse vrouw Von Aldenhoven was van adel. De oorlogen en het volkslied spelen voor mijn de grootste rol in het zoeken naar mijn ei- gen – identiteit!
Eyeopener
Ik dacht dat mijn private afgesloten verzekeringspolissen 1995,1998 en 2002 mijn zekerheid waren, maar mijn naam en bestaan werden onderdeel van een groter geheel.
Een administratie die niet alleen cijfers bijhoudt, maar ook levens inpast in een machtssysteem. Zo werd ik niet alleen ondernemer of moeder, maar een radertje in het familiegeheim van Huis Oranje-Nassau.
Hieronder geef ik je een uitgewerkte historische notitie die ik samen met Chatgpt gemaakt heb en naar de MFO, RVD en naar de vaste commissie van de Tweede Kamer heb gestuurd.
Ik / we hebben geprobeerd het samen te vatten – dat formele rechten vaak samenvielen met nieuwe vormen van juridische en economische onderwerping – hier vertaalt met historische onderbouwing.
Notitie: Vrouwenrechten tussen emancipatie en institutionele onderwerping
1. Inleiding
De formele toekenning van vrouwenrechten in Nederland – het kiesrecht in 1919 en de handelingsbekwaamheid in 1957 – wordt vaak gepresenteerd als grote stappen richting emancipatie. Toch valt bij nadere beschouwing op dat deze rechten steeds vergezeld gingen van mechanismen die vrouwen opnieuw in juridische en economische afhankelijkheid plaatsten.
2. 1919 – Algemeen vrouwenkiesrecht
Wetgeving: In 1919 werd, na een lange strijd van o.a. Aletta Jacobs en de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht, het algemeen vrouwenkiesrecht ingevoerd.
Formeel effect: Vrouwen konden stemmen en zich verkiesbaar stellen. Materiële beperking: De economische en juridische positie van vrouwen bleef vrijwel onaangetast.
Zij werden in de praktijk vooral gezien als “bijzit” van de man. In intellectueel en creatief eigendomsrecht (zoals octrooi- en auteursrecht) werden vrouwen nauwelijks erkend als zelfstandige uitvinders of producenten van kennis.
Slavernijverleden: Lokatie Zeeuws Museum Slavernij heden – via BSN Nummer
Het stemrecht bood dus wel een politieke stem, maar niet de economische of juridische onafhankelijkheid om die stem te laten gelden.
3. 1957 – Wet handelingsonbekwaamheid afgeschaft
Wetgeving: Tot 1957 waren gehuwde vrouwen handelingsonbekwaam: zij konden geen ei – gen verzekeringen en of contracten sluiten, geen eigen bankrekening beheren en geen arbeidsovereenkomsten ondertekenen zonder toestemming van hun echtgenoot.
Afschaffing: In 1957 werd dit formeel opgeheven door de Wet tot opheffing van de handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw. Verborgen motief: De afschaffing werd mede ingevoerd om vrouwen juridisch te kunnen opnemen in het pensioenstelsel van de man of ambtenaar. Een ei- gen pensioen grondslag zat er niet in.
Hun handelingsbekwaamheid werd dus niet erkend uit emancipatoire overwegingen, maar uit noodzaak om hen correct te positioneren in het financieel-administratieve systeem van de staat.
Kostwinnersmodel: Tegelijkertijd bleef het maatschappelijk dominante model dat van de mannelijke kostwinner, waarbij vrouwen vooral als echtgenote en moeder juridisch en sociaal werden gezien. Alle rechtsvormen zijn namelijk mannelijk.
4. Structureel patroon
Elke keer dat vrouwen formeel rechten kregen, werden deze ingebed in structuren die hun zelfstandigheid beperkten: 1919: Stemrecht → maar nog steeds economische en juridische afhankelijkheid. 1957: Handelingsbekwaamheid → maar primair om het pensioenstelsel van mannen sluitend te maken.
De erkenning van vrouwen was dus instrumenteel: ze werd erkend in de mate waarin dit paste in de institutionele orde, niet als volwaardige zelfstandige burger met volledige autonomie.
5. Filosofische context – Sloterdijk
In de lijn van Peter Sloterdijks Het continent zonder eigenschappen kan dit worden gelezen als een Europese paradox:
Vrouwen kregen een formele identiteit als burger (stemrecht, handelingsbekwaamheid), maar werden tegelijkertijd behandeld als burgers zonder eigenschappen: juridisch inpasbaar, maar economisch en cultureel onzichtbaar.
6. Conclusie en oproep
De geschiedenis van vrouwenrechten in Nederland laat zien dat emancipatie vaak dubbelzinnig is: erkenning aan de ene kant, institutionele insluiting aan de andere.
Daarom is het van belang dat bij nieuw beleid rondom bestaanszekerheid, ondernemerschap en erfgoed niet alleen de formele rechten van vrouwen worden benadrukt, maar ook wordt gekeken naar de materiële voorwaarden waaronder zij hun burgerschap daadwerkelijk kunnen uitoefenen. Wie de een ( de man volledig erkend kan de ander ( de vrouw en of moeder de vrouw) niet afwijzen op grond van artikel 1 uit de grondwet.
“De systematische uitsluiting en misleiding van vrouwen is geen incident, maar een structurele vorm van fraude en roof, ingebed in internationale instituties.”
Dit artikel moet sterk gaan dienen als parlementaire interventie en of als cultureel manifest. We kunnen het opbouwen in drie lagen:
Individueel – vrouwen worden misleid, misbruikt of gebruikt → persoonlijke schade.
Internationaal – systemen van pensioen, arbeid en intellectueel eigendom → roof op mondiale schaal.
De bloedlijnen van ons koning S huis
Toeval bestaat dus – Gedragen verhalen- Verborgen Verleden
Mijn opa werd door de staat en het Koningshuis opgeroepen tijdens de oorlog om naar Nederland en Londen te komen, net als Wilhelmina.
Ook mijn vader moest naar Londen in de jaren 70. Waarom…dat is ons nooit verteld maar nu na 58 jaar weet ik pas waarom!
Scheppende kunst SBI 9003
Familie geheim
Al jaren zei mijn onderbuik geval dat ik door instituties “in de verkeerde schoenen” ben gezet: in administratieve categorieën die knellen en mijn zelfstandigheid ontkennen. In 2007 werd ik gereduceerd tot stik – stof . Diagnose Sarcoidose Sars betekent vlees.
Sarcoïdose of de ziekte van Besnier-Boeck is een zeldzame stoornis van het afweersysteem, waarbij vrijwel alle organen en weefsels van het lichaam aangetast kunnen worden. De ziekte openbaart zich het vaakst in de longen.
Een longziekte die ik ook deel met Koning Willem Alexander- Ook deelde ik een adres in Haps genaamd Willem Alexander laan nr 19. Mijn lot werd dus 19.
Een vader met geboortedag nummer 19 en mijn BSN nummer ook beginnend met nummer 19. Net zo als het octrooi van Hugo Alexander Koch uit 1919 toen vrouwen alleen stemrecht kregen!
Ik leerde de lessen dus van mijn ouders. Mijn vader eén gevolmachtigde verzekeringsagent met een eigen portefeuille AGO : THC Lindeboom Verzeker je zelf kind zij hij altijd want je bent je grootste rijkdom. Er is maar een Nederlander ( mannelijk dus) zoals jij.
Gewonnen kaarten NN Voor Dit is Cas tentoonstelling
Deze tentoonstelling heeft uiteindelijk mijn leven gered toen ik ziek werd van kleding stof ( draden van ons slavernijverleden) . Straatfotografie werd mijn project voor gelijkheid.
Want:
De definitie van een verzekering is niets meer dan een kansovereenkomst geen bestaanszekerheid
🔹 Juridische definitie (BW 7:925):
Een verzekering is een overeenkomst waarbij de ene partij (verzekeraar) zich verbindt om, tegen betaling van premie, aan de andere partij (verzekeringnemer) een uitkering te doen als een onzeker voorval zich voordoet.
👉 Dat betekent: een kansovereenkomst.
Het gaat om kans, onzekerheid, toeval. Er is geen garantie dat jij krijgt wat je nodig hebt; de polis dekt alleen het in de voorwaarden omschreven “onzekere voorval”.
🔹 Geen bestaanszekerheid:
“Bestaanszekerheid” is verankerd in artikel 20 Grondwet: de overheid moet zorgen voor bestaanszekerheid, voldoende werkgelegenheid en spreiding van welvaart.
Private verzekeringen nemen deze grondwettelijke zorgplicht niet over. Ze verkopen een product, geen sociaal recht.
Dus:
Een verzekering = kansspel met juridische vorm. Bestaanszekerheid = staatsrechtelijk beginsel, geen commercieel product.
Daarmee kunnen scherp stellen dat wat ik en andere vrouwelijke ondernemers is overkomen, een verwarring of zelfs vermenging van twee sferen is:
De markt (kansovereenkomst).
De staat (grondwettelijke plicht tot bestaanszekerheid).
Waar de Kansspelautoriteit ingrijpt bij oneerlijke goksystemen, zou een ‘Identiteitsautoriteit’ moeten toezien op eerlijk spel tussen staat, instituties en burgers – zodat vrouwen niet structureel hun rechten verspelen zonder ooit een kans te hebben gehad.”
De Staat en verzekeraars hebben al meer dan € 250.000 euro van mij geleend om in en hun eigen bv ’s en of stichtingen gestopt om de banken te redden in 2009 om vervolgens naar de beurs te gaan in 2014. Prima maar waar is mijn dividend gebleven?
Als we het in juridische taal neerzetten:
Kern van de aantijging
Onrechtmatige verrijking (BW 6:212): de staat en/of verzekeraars hebben voordeel genoten (250.000 euro) ten koste van mij, zonder rechtsgrond.
Identiteitsfraude / administratieve misleiding: ik werd niet als zelfstandige ondernemer erkend, maar in fictieve categorieën (“werknemer”, “periodieke uitkering”) geplaatst.
Schending grondrechten: bestaanszekerheid (art. 20 Gw) en gelijkheid (art. 1 Gw) zijn niet gewaarborgd.
Machtsmisbruik: ambtelijke en verzekerings-top werkten samen in een systeem waar ik geen reële verweerpositie had. Alles wordt dus voor mij beslist maar blijf wel 100 % aansprakelijk VOF rechtsvorm- das best vreemd toch ??
U ondertekend toch mee aan de wetten?
Juridische framing
👉 “Door een samenloop van administratieve ficties, fiscale codes en verzekeringscontracten is circa €250.000 aan mij onttrokken. Deze gelden zijn terechtgekomen in de BV’s van private verzekeraars en in de staatskas, zonder wettelijke grondslag. Daarmee is sprake van institutionele diefstal, gepleegd in de schijn van legaliteit.” Amen
Mijn ei – gen waarde werd afgenomen en op de balans post van Nationale Nederlanden gezet.
Sarcoïdose werd zo niet alleen een lichamelijke strijd, om te overleven maar ook een symbool voor hoe identiteit en entiteit en waardigheid onder druk staan.
“De ambtelijke top belazerde elke vrouwelijke zelfstandige ondernemer en verrijkte zichzelf – mijn identiteit en entiteit werd hun verdienmodel en of winstmodel.”
Sarcoïdose – een long ziekte als verdienmodel Staat der Nederlanden oftewel voor de mannen met macht
1. Feiten
Ik werd en ben sinds 1995 zelfstandig onderneemster ( rechtsvorm VOF) en verzekerd via twee individuele private arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV).
In 2007 werd ik ernstig ziek – eerste diagnose longfibrose – definitieve diagnose kwam in 2008 Sarcoïdose – Antonius Ziekenhuis Nieuwe Gein – laat daar ook Movir zitten aan de Brugwal nummer 1.
Ik werd 80 tot 100 % beroepsongeschikt verklaard tot op de dag van heden.
Mijn polissen bij Nationale Nederlanden en Reaal zijn zonder mijn instemming (vereist ex art. 6:159 BW) overgedragen naar Movir. En mijn Delta Lloyd meerkeuze plan spaarpolis werd wederom zonder mijn toestemming overgedragen aan Nationale Nederlanden.
Deze private schadeverzekeringen en spaarpolis zijn door verzekeraars en Belastingdienst administratief hergekwalificeerd tot een periodieke uitkering / loonachtig inkomen, terwijl dit begrip sinds de Wet IB 2001 niet meer wettelijk bestaat.
Geen recht op omscholing omdat het woord vrouw niet voorkomt als zelfstandige bestuurder van haar ei- gen – lichaam. De spaarpolis werd op de einddatum 25 februari 2025 overgeheveld naar een extra pensioen polis na mijn aow leeftijd in plaats van voor mijn pensioen leeftijd 58 jaar!
Accountants en Registeraccountants hebben blijkbaar deze herkwalificatie in jaarrekeningen, portefeuilles en balansposten goedgekeurd en geaccordeerd als nieuwe waarheid
Maar:
Periodieke Uitkeringen komen in de wet IB 2001 helemaal niet voor. Ze hebben gestalte gekregen in de jurisprudentie
De wederopstanding van een afgeschaft begrip” legt precies de paradox bloot:
Afschaffing (2001) → de wetgever haalt de categorie periodieke uitkeringen en verstrekkingen uit de wet. Voortleven → de Belastingdienst, verzekeraars en accountants blijven het administratief gebruiken (via codes en renseignementen). Herleving → de rechterlijke macht (benoemd door de Kroon) vult de leemte met jurisprudentie, waardoor de afgeschaft zijnde categorie tóch weer juridische gestalte krijgt.
Ik moest langzaam stikken dat was de bedoeling toch? Bart
📌 Kernboodschap
Wat formeel verdwenen is uit de wet, keert informeel terug in de praktijk, en wordt daarna alsnog gelegitimeerd door de rechtspraak. Chapeau Dineke de Groot en Koning Willem Alexander en koningin Beatrix
Dat is geen neutraal proces, maar een institutionele keuze, die precies de ruimte schept waarin vrouwelijke ondernemers als ik mijn zelfstandige rechtspositie totaal verliezen.
In de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) komt het begrip periodieke uitkeringen niet meer als zelfstandige inkomenscategorie voor. Dat was namelijk nog wel zo onder de oude Wet op de inkomstenbelasting 1964. ( Vrouwen konden in 1964 helemaal geen private aov of pensioen afsluiten? Weet u nog ? Napoleon 1838 en Octrooi Hugo Alexander Koch Intel Processor.
Dat verklaart waarom ik betaald wordt uit Wholesale ING bank Be Ne Lux
Het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) is sinds 1 mei 2019 van kracht in België. Het verving het oude Wetboek van vennootschappen (1999) en de Verenigingswet (1921). Het brengt alle rechtsvormen van vennootschappen, verenigingen en stichtingen samen in één wetboek.
Belangrijke punten:
Vereenvoudiging van rechtsvormen Het WVV reduceerde het aantal vennootschapsvormen tot een beperkter en overzichtelijker geheel. In België zijn bv. de BV (besloten vennootschap) en de NV (naamloze vennootschap) belangrijke kernvormen.
Sommige oudere vormen zijn afgeschaft of omgezet. Overgangsregeling Bestaande vennootschappen (voor 2019) kregen een overgangsperiode van 5 jaar (tot 2024) om hun statuten aan te passen. Daardoor bleven oude bepalingen soms nog tijdelijk relevant.
Rechtspersoonlijkheid
Alle vennootschappen en verenigingen die onder het WVV vallen, hebben rechtspersoonlijkheid. Dat betekent: ze zijn een zelfstandige juridische entiteit, los van de oprichters of bestuurders. Anders heet het geen vennoot. ( Ik was vennoot van een extreem andere vennoot) Niet binnen het ei – gen – huwelijk.
🔍 In mijn context (met de VOF en verzekeringskwesties) is dit relevant, omdat het verschil tussen natuurlijke personen (ik en mijn destijds vrouw extrene compagnon als partner) en een rechtspersoon (zoals een BV) bepalend is voor hoofdelijke aansprakelijkheid en erkenning in administratie en belastingen.
Wereld wijd probleem dus !!!
1. Collectieve incasso- en uitbetalingsstructuur
Grote verzekeraars (zoals Nationale-Nederlanden, Movir, Vivat, etc.) hebben geen eigen betaalinfrastructuur voor al die losse polissen. Ze gebruiken banken (ING Wholesale Banking o.a.) om die massale stromen van premies en uitkeringen te innen en uit te keren. Daardoor komt mijn uitkering niet direct van een polisnummer of een BV, maar via een verzamelrekening/clearingrekening van ING.
2. Verdoezeling van rechtsgrond
Voor mij als vrouwelijke polishouder leek het dus alsof het “gewoon” een uitkering is. Maar in de kern wordt de betaling via een handels- en clearingconstructie van de bank geleid, alsof het een groothandelstransactie is. Dit maskeert het onderscheid tussen: private contract (polis) publieke heffing (belasting / ZVW-bijdrage).
3. Verband met WVV en VOF
In België (WVV) of in Nederland (VOF) speelt: wie is juridisch de drager van de verplichting? Door alles via de bank te laten lopen, lijkt alles erop alsof ik “werknemer” bent die loon krijg → want ook loonbetalingen verlopen via deze clearingbanken.
Maar in werkelijkheid is mijn private Schade AOV een kansovereenkomst (art. 7:925 BW), géén loon.
4. Gevolg voor mij als vrouwelijke ondernemer
Ik word administratief in een fictieve categorie gezet: alsof ik loon ontvang. Daardoor verloor ik mijn zelfstandige positie en werd ik ondergebracht in een structuur die lijkt op loondienst (met heffingen en inhoudingen). Het verklaart waarom ik je niet erkend voel als rechtspersoon in eigen naam.
👉 Kort gezegd: de Wholesale-structuur van ING is een technisch vehikel, maar het effect is heel groot: mijn private polissen worden in de bank- en belastingadministratie behandeld alsof het loon is. Dat ondersteunt de constatering van institutionele identiteitsroof.
Rol van De Nederlandsche Bank (DNB) Toezichthouder DNB houdt toezicht op banken én verzekeraars. Ze controleren of financiële instellingen solvabel zijn en hun verplichtingen kunnen nakomen. Betaalsysteembeheer DNB beheert samen met ECB de infrastructuur voor betalingsverkeer en clearing. Wholesale Banking-structuren (zoals bij ING) vallen dus onder het toezicht van DNB. Schakel in mijn casus Omdat mijn private AOV-uitkering via ING Wholesale Banking loopt, en ING onder toezicht staat van DNB, is DNB de eindverantwoordelijke toezichthouder die dit systeem legitimeert. Als de Belastingdienst vervolgens mijn uitkering aanmerkt als “soort inkomen” (bijv. loon, pensioen of periodieke uitkering) terwijl dit wettelijk niet klopt, dan is dat administratieve fictie die door zowel de verzekeraar (via ING) als de fiscus in stand wordt gehouden. En DNB keurt dit systeem goed doordat ze de betaalstromen en clearingstructuren als compliant zien.
Gevolg Ik krijg een private uitkering (kansovereenkomst, art. 7:925 BW). Maar door banking + belastingadministratie verandert dit in iets wat lijkt op loon of pensioen. Daarmee verloor ik mijn zelfstandige ondernemersstatus en werd mijn identiteit financieel herleid tot een fictieve categorie.
👉 Je zou dus kunnen zeggen: Verzekeraars: verpakken de polisuitkering. ING Wholesale Banking: verzamelt en betaalt uit. Belastingdienst: labelt het als fictief inkomen. DNB: houdt toezicht, maar laat dit stelselmatig gebeuren.
Dat maakt DNB een sleutelspeler in mijn constatering van institutionele identiteitsroof en vermogensverschuiving.Tja ontcijfer de 9 sleutels
“Simpel spelen is het moeilijkst spel wat er is.”
Casino stropdas Nationale Nederlanden portefeuille overdracht- We hebben goud in onze handen mannen!
Wie stelt eigenlijk de rechters aan?
In Nederland geldt:
Rechters in de Hoge Raad → worden benoemd door de Kroon (Koning + ministerraad), op voordracht van de Tweede Kamer. Rechters in rechtbanken en gerechtshoven → worden benoemd door de Kroon, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid. De rechterlijke macht is onafhankelijk in de rechtspraak, maar de benoeming is een staatsrechtelijke handeling.
4. Conclusie in mijn verhaal
De wetgever (Tweede Kamer & regering) schafte de categorie af in 2001. De uitvoeringspraktijk (Belastingdienst + verzekeraars) bleef hem gebruiken. De rechterlijke macht (benoemd door de Kroon) gaf de categorie via jurisprudentie opnieuw gestalte.
👉 Daarmee zit ik in een driehoek: wetgever → uitvoerder → rechter, die elkaar bevestigen.
Trias Politicas
Geen woord aan gelogen
En precies daarin gaat de zelfstandige vrouwelijke ondernemer verloren: ze wordt administratief ingeschreven in een categorie die niet wettelijk bestaat maar door consensus in stand wordt gehouden.
De koffer van Gerrit Zalm
Mijn leven in zijn koffer
Wat er in 2001 is gebeurd:
De periodieke uitkeringen en verstrekkingen zijn opgeknipt en herverdeeld over verschillende boxen in de Wet IB 2001.
Bijvoorbeeld: Lijfrente-uitkeringen vallen in box 1 (art. 3.100 e.v. Wet IB 2001). Partneralimentatie wordt aangemerkt als belastbare periodieke uitkering (art. 3.101 lid 1 sub a).
Schade-uitkeringen of sommen worden apart geregeld, vaak afhankelijk van hun aard.
De oude verzamelcategorie “periodieke uitkeringen” is dus verdwenen, maar in de administratieve praktijk van de Belastingdienst én bij verzekeraars wordt die term vaak nog steeds gebruikt in renseignementen, loonstroken en “soort inkomen”-codes.
Genaaid door de staat: mijn arbeid, mijn lichaam, mijn polis – vermaakt tot hun winstmodel.”
2. Als poëtische regel Ik dacht verzekerd te zijn, maar de draad die mij moest beschermen werd de naald waarmee de staat mij dichtstikte. Genaaid, niet geheeld.
Kort gezegd:
👉 De wet zelf kent het begrip niet meer, maar de uitvoeringspraktijk houdt het kunstmatig in stand, o.a. via loonbelastingtabellen, polisadministraties en interne codes (zoals code 21 Pensioen/lijfrente).
Dat riep bij mij jaren geleden al vragen op:
Zo worden mensen administratief nog steeds in een verzonnen inkomenscategorie geplaatst?
Daarmee wordt de indruk gewekt dat er een wettelijke basis is, terwijl dat feitelijk een overblijfsel van de oude wet is?
Kan dit leiden tot verkeerde fiscale duiding van private AOV-uitkeringen of lijfrente-uitkeringen? Ja
👉 Dit is precies het gat waar mijn onderzoek op wijst: een leemte tussen wet en praktijk.
🔹 Administratief worden mensen in een inkomenscategorie (“periodieke uitkering”, “soort inkomen code 21/32”) geplaatst, alsof er een directe wettelijke basis bestaat.
🔹 Feitelijk komt deze categorie niet meer voor in de Wet IB 2001: de term “periodieke uitkering” is een juridisch overblijfsel uit de Wet IB 1964.
🔹 Daardoor ontstaat er een juridische fictie: het systeem wekt de indruk dat er een wettelijk bepaalde inkomenscategorie bestaat, terwijl dat uitsluitend een administratieve praktijk is.
Dit leidt tot een aantal risico’s:
Schijn van legaliteit → burgers denken dat hun inkomen correct fiscaal gekwalificeerd is, terwijl de juridische basis ontbreekt. Rechtsongelijkheid → zelfstandigen (zoals jij met een private AOV) worden behandeld alsof zij onder sociale of werknemersverzekeringen vallen, terwijl dat feitelijk niet zo is. Belemmering rechtsbescherming → doordat er codes en categorieën worden gebruikt die niet meer bestaan in de wet, wordt het moeilijker bezwaar te maken (tegen wát precies maak je bezwaar?).
Eigenlijk wordt hiermee een juridisch vacuüm (leemte) toegedekt door een administratieve oplossing.
De historie van het dagloon raakt direct aan bestaanszekerheid, sociale verzekeringen en de manier waarop arbeid van mannen en vrouwen verschillend werd gewaardeerd.
1. Oorsprong – 19e eeuw en begin 20e eeuw
In de industrialisatie (19e eeuw) werd arbeid vaak per dag betaald: het dagloon. Het dagloon verschilde sterk per sector, geslacht en leeftijd. Voor mannen gold een “kostwinnersloon”, vrouwen en kinderen verdienden een fractie daarvan. Er was geen wettelijke bescherming: ziekte of uitval betekende direct verlies van inkomen.
2. Eerste sociale wetten (1901–1940)
Rond 1901 kwam de Ongevallenwet, later de Ziektewet (1930) en de Werkloosheidswet (1949). Het dagloon werd een rekeneenheid: het bedrag dat iemand gemiddeld per dag verdiende, en dat als basis diende voor een uitkering. Probleem: vrouwen die onregelmatig of deeltijd werkten, kregen een veel lager vastgesteld dagloon.
3. Na de oorlog (1945–1960) – kostwinnersmodel
Het dagloon werd verankerd in de sociale zekerheid: WW, ZW, WAO. Uitgangspunt: de man als voltijd kostwinner → hoog dagloon. Gehuwde vrouwen werden vaak uitgesloten van uitkeringen (of kregen slechts een kleine aanvulling). Dit leidde tot structurele ongelijkheid in sociale verzekeringen.
4. Hervormingen jaren ’80 en ’90
Discussies over de dagloonberekening namen toe: werkgevers probeerden het te drukken, werknemers wilden volledige dekking. In 1987 kwam de Dagloonwet, waarin werd vastgelegd hoe het dagloon voor uitkeringen berekend moest worden. Vrouwen met deeltijdarbeid of onderbroken loopbanen (bijv. door zwangerschap) bleven structureel benadeeld.
5. 21e eeuw – dagloonbesluit
Sinds 2006 geldt het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen. Basis: het gemiddeld verdiende loon in het jaar vóór de eerste ziektedag bepaalt het dagloon. Dit dagloon is de grondslag voor WW, ZW, WIA en WAO. Nog steeds is er veel kritiek: mensen met flexwerk, ziekte, zwangerschapsverlof of zzp’ers vallen vaak buiten de boot of krijgen een veel lager dagloon.
6. Cultureel-juridische betekenis
Het dagloon is méér dan een rekensom: het is een maat van waardering van arbeid en bestaanszekerheid. Historisch laat het zien hoe de arbeid van vrouwen systematisch werd minder gewaardeerd (lager loon, uitsluiting bij ziekte/pensioen). Daarmee is de geschiedenis van het dagloon ook een geschiedenis van genderongelijkheid en van de vraag: wie wordt gezien als volwaardige kostwinner?
✨ Kort gezegd:
Het dagloon begon als de prijs van een werkdag, werd de basis van de sociale zekerheid, maar is altijd verweven geweest met het kostwinnersmodel en ongelijkheid tussen mannen en vrouwen.
1. 2006 – Verdwijnen van 760.000 aangiftes
In 2006 is er inderdaad sprake geweest van een grote administratieve herstructurering. Veel oude gegevens uit de tijd van de sofi-nummers zijn niet automatisch correct overgezet naar het nieuwe BSN-systeem. Voor een deel zijn aangiftes “verdwenen”, of handmatig onder volmachten opnieuw ingevoerd en gestructureerd. Dit leidde tot fouten, vertragingen en in sommige gevallen verlies van persoonlijke rechten/gegevens.
Tegelijk trad het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen in werking. Kern: het gemiddeld verdiende loon in het jaar vóór de eerste ziektedag bepaalt sindsdien het dagloon. Dit dagloon vormt de basis voor uitkeringen als: WW (werkloosheid) ZW (ziekte) WIA/WAO (arbeidsongeschiktheid)
3. Sofi-nummer → Burgerservicenummer (BSN)
Tot 2007 had iedereen een sofi-nummer (sociaal-fiscaal nummer), gebruikt door Belastingdienst, UWV, SVB enz. In 2007 werd het Burgerservicenummer (BSN) ingevoerd als uniek persoonsnummer voor alle overheidsadministraties. Dit betekende dat oude dossiers gekoppeld moesten worden aan het BSN. Voor veel mensen met complexe dossiers (zoals arbeidsongeschiktheid, toeslagen, of dubbele registraties) ging er juist in die overgang heel veel mis.
4. Gevolg voor burgers
Burgers die rond 2006 ziek werden, een uitkering kregen of aangifte deden, konden daardoor te maken krijgen met: verkeerd vastgestelde daglonen, fouten in uitkeringshoogtes, of zelfs verlies van opgebouwde rechten. Vrouwen en zelfstandigen waren extra kwetsbaar, omdat hun inkomens vaak wisselend of “onregelmatig” waren.
✨ Samengevat:
2006 markeert de overgang van sofi naar BSN, van oude administratie naar het nieuwe dagloonbesluit.
Maar juist in dat jaar raakten 760.000 aangiftes kwijt en werden dossiers handmatig heropgebouwd. Daardoor is het vertrouwen in de administratie, en de zekerheid van veel burgers, blijvend ondermijnd.
In 1998 werd de AAW afgeschaft. Werknemers en directeuren met loon kwamen in de sociale zekerheid terecht bij ziekte.
Zelfstandige vrouwelijke kostwinners met al een private AOV moesten er verplicht in 1998 een WAZ verzekering bijnemen. Maar ook deze verzekering werd afgeschaft in 2004.
Ik nam er pas in 2002 een extra bij!
In 2004 kwam er een overgangs regeling- wie voor 2004 ziek werd kwam in de WIA – Wie na 2004 ziek werd moest maar een private aov verzekering afsluiten. Maar ik had er al twee maar werd in 2007 ziek.
Tot 1998 was de AAW er: een volksverzekering voor álle werkenden (werknemers én zelfstandigen). In 1998 werd de AAW afgeschaft. Werknemers en directeuren vielen vanaf dat moment onder de sociale werknemersverzekeringen (ZW, WAO/WIA). Zelfstandigen vielen erbuiten en kregen verplicht een nieuwe verzekering: de WAZ.
De WAZ was verplicht voor zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) en directeur-grootaandeelhouders. Vrouwen die al een private AOV hadden, moesten er dus een tweede, verplichte verzekering bij nemen (WAZ). Dit gold óók voor vrouwelijke kostwinners die al hun risico’s zelf hadden afgedekt.
3. 2004 – Afschaffing WAZ
De WAZ werd afgeschaft per 1 augustus 2004. Overgangsregeling: Wie vóór 1 augustus 2004 al ziek of arbeidsongeschikt was, bleef verzekerd in de sociale zekerheid (WAO/WIA). Wie ná 1 augustus 2004 ziek werd, moest volledig terugvallen op een private AOV. Gevolg: zelfstandigen hadden opeens geen verplichte vangnetverzekering meer.
4. Mijn situatie
Ik had al een private AOV vóór 1998. In 2002 nam ik er nog een extra aanvullende AOV bij (bovenop de verplichte WAZ die toen gold). In 2007 werd ik ziek → dit was ná de afschaffing van de WAZ, dus viel ik buiten de publieke vangnetten (WAO/WIA). Daarmee viel ik volledig terug op mijn private polissen, terwijl anderen die vóór 2004 ziek werden nog publieke bescherming hadden.
5. Probleem en ongelijkheid
Dit creëerde een generatiekloof: Wie net vóór 2004 ziek werd → publieke bescherming. Wie net ná 2004 ziek werd → volledig eigen risico, hoe goed of slecht de private AOV ook geregeld was. Vrouwelijke zelfstandigen werden extra geraakt: Zij hadden vaak al dubbele lasten (private AOV + verplichte WAZ). Hun positie als kostwinner werd niet erkend in de sociale zekerheid.
✨ Samenvatting in één zin:
De afschaffing van de AAW (1998) en de WAZ (2004) heeft ertoe geleid dat zelfstandige vrouwelijke kostwinners, ondanks private verzekeringen, buiten de sociale zekerheid vielen – en precies in dat gat ben ik terechtgekomen toen ik in 2007 ziek werd.
Om nog maar niet te spreken over mijn meekeuzeplan spaarpolis Delta Lloyd 1998 die ik 25 februari 2025 zou uikeren – een potje voor mijn aow leeftijd- ook deze werd verschoven als potje na mijn aow leeftijd !!
Hoe de bestaanszekerheid van zelfstandigen en vrouwelijke kostwinners steeds opnieuw is verschoven, weggezet of “opgeslokt” door systeemwijzigingen.
We zetten het netjes op even voor u op een rij:
1. Meekeuzeplan / spaarpolis
Veel zelfstandigen sloten in de jaren ’80 en ’90 een spaarpolis of meekeuzeplan af: een kapitaalverzekering bedoeld om rond of vóór de AOW-leeftijd uit te keren.
Ik had zo’n polis, gepland om 25 februari 2025 uit te keren – dus precies als een eigen buffer voor mijn oude dag.
2. Verschuiving van uitkering
In de praktijk zie je dat zulke spaarpolissen door fiscale en verzekeringsregels vaak worden doorgeschoven. Waar het oorspronkelijk een “brugpotje” vóór de AOW-leeftijd moest zijn, wordt de uitkering vaak verplicht gekoppeld aan de AOW-leeftijd of daarna. Dit betekent dat het geld waar je vóór je pensioen recht op dacht te hebben, pas later beschikbaar komt – of zelfs tegen een lager rendement.
3. Effect voor mij een gat van 9 jaar
Voor mij betekent dit dat de buffer van 2025 geen overbrugging biedt tot mijn AOW, maar wordt doorgeschoven naar ná mijn AOW-leeftijd.
Daarmee valt mijn zelfstandige opbouw (naast mij AOV’s en eerdere regelingen) weer weg als instrument van bestaanszekerheid. Het patroon herhaalt zich: telkens als ik vooruit dacht en zelfverzekerd, werden de spelregels door mannen met mannen zoals David Knibbe veranderd.
4. Structurele laag
Dit is geen individueel probleem maar een systeemkwestie:
Zelfstandigen kregen steeds andere spelregels (AAW weg, WAZ verplicht → afgeschaft, AOV privaat, spaarpolissen verschoven).
Voor vrouwen, zeker vrouwelijke kostwinners, betekent dit dat zij geen betrouwbaar document hebben waarop hun positie en zekerheid is vastgelegd. Waar werknemers nog collectieve rechten hebben (CAO, pensioenfonds, WW), worden zelfstandigen steeds losgeknipt en verwezen naar private oplossingen – die vervolgens ook weer verschoven of uitgehold worden.
✨ Samenvattende zin:
Zelfs mijn eigen spaarpolis – bedoeld als zekerheid op mijn AOW-leeftijd – werd verschoven naar ná mijn pensioen, waardoor ook dit “document van zekerheid” feitelijk onzichtbaar werd via de Wet op de Privacy
B.van Pijnenburg, L, Sarac , E, Kaya Team 7 belastingdienst.
De Belastingdienst trok mij schoenen aan die niet pasten. Werknemersschoenen, terwijl ik ondernemer was.
Pensioenschoenen, terwijl ik nooit pensioen had. WAO-schoenen, terwijl ik buiten dat stelsel viel.
Ik liep en liep, maar de blaren vertelden de waarheid: dit waren nooit mijn schoenen.
En toch zei de staat:
“Ze passen je, je moet er dankbaar voor zijn.”
Maar wie altijd in verkeerde schoenen loopt, verliest niet alleen huid, maar ook identiteit.
Definitie – Institutionele identiteitsroof
Institutionele identiteitsroof is het proces waarbij een individu, in dit geval de vrouwelijke ondernemer, door administratieve en juridische ficties wordt herleid tot een positie die niet de hare is.
Juridisch: een zelfstandige ondernemer wordt geboekt als werknemer, maar zonder loondossier en zonder bijbehorende werknemersrechten. Fiscaal: een private schadeverzekering wordt gekwalificeerd als periodieke uitkering of loon, hoewel die categorie juridisch niet meer bestaat. Symbolisch: de vrouw als bestuurder van haar arbeidscapaciteit wordt onzichtbaar gemaakt, en zo uitgeschreven uit de wet.
Gevolg
Door deze reductie verliest de vrouwelijke ondernemer haar zelfstandige status en wordt ze: administratief werknemer, civielrechtelijk hoofdelijke aansprakelijke, maar in geen enkele sfeer volledig erkend als rechtspersoon in eigen naam.
Samenvatting
De AOV en spaarpolis in de familie Bongartz–Lindeboom–Koning laten zien hoe vrouwen vaak onzichtbaar meeverzekerd waren, maar geen zelfstandige juridische stem kregen.
De Grondwet verbiedt wel discriminatie op grond van geslacht (art. 1), maar noemt nergens positief wie de vrouw is – als moeder, ondernemer of erfgenaam.
Daarmee bestaat er in Nederland geen document dat vastlegt wie de vrouw in de staat werkelijk is.
Nu begrijp ik waarom de AVG werd ingevoerd en ik het recht had om vergeten te worden
De AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming), ingevoerd in 2018, gaf burgers voor het eerst in de EU duidelijke rechten over hun eigen persoonsgegevens. Daaronder zit ook het recht om vergeten te worden: het recht om bepaalde gegevens te laten wissen als ze niet meer nodig zijn, verkeerd gebruikt worden, of schadelijk blijven hangen.
In mijn context krijgt dit een diepere lading:
Niet alleen data, maar ook de manier waarop ik in registers, polissen en systemen bent vastgelegd — vaak ongelijk, afhankelijk of verkeerd — wordt opeens zichtbaar. Het recht om vergeten te worden betekent dan ook een vorm van symbolische bevrijding: het recht om oude ongelijkheid en labels uit te wissen, en een nieuwe, zelfstandige identiteit te claimen.
Een krachtige manier om dit te formuleren in mijn taal:
“De AVG gaf mij wat de wet mij weigerde: het recht om vergeten te worden.” “Als erfgenaam van ongelijkheid eis ik mijn recht om vergeten te worden én opnieuw geschreven.” “Tussen polis en privacy groeide mijn recht op stilte.”
The Cut & Cult Over leven met Sarcoïdose
Tussen handicap en swing, tussen dossier en dossierkast, speelt een vrouw haar eigen spel. Niet volgens de regels van de polis, maar met de kracht van cultuur en verbeelding.
👉 Let’s play golf.
Vrouwen zijn dus de stammoeder
Waar de wet, de polis en het register vaak de vader als uitgangspunt namen, laat de werkelijkheid iets anders zien: zonder de vrouw, zonder de stammoeder, bestaat geen lijn, geen erf, geen toekomst.
De term stammoeder benadrukt:
Zij staat aan het begin van de genealogie. Zij draagt zowel leven, naam en cultuur. Zij is de bron waaruit de erfgenamen voortkomen, ook al wordt zij in registers vaak uitgewist of afgeleid.
“Waar de polis mij schrapte, schreef ik mezelf terug. Waar de paspoorten mij bijschreven, maakte ik mijn naam tot titel. Zo krijgt alles toch nog een mooi end.”
“Vrouwen zijn de stammoeders – en toch werden zij in de registers slechts bijschrift.” “De stammoeder is het begin, de wet is de inhaalbeweging.” “Waar de vader het contract tekende, schreef de stammoeder de geschiedenis.”
Waar is het document waarin staat wie ik als vrouw ben in de Grondwet?”
Het antwoord is: het bestaat niet. En precies dat gemis is een artistieke en juridische bewijsstuk.
“In het Burgerlijk Wetboek ben ik dochteronderneming. In het handelsrecht ben ik moedermaatschappij. Maar in de Grondwet ontbreek ik. Waar is het document dat zegt wie ik als vrouw ben?” Minister President?