De eerste vormen van verzekering zijn heel oud — veel ouder dan moderne staten en bedrijven.
Wachtende vrouwen
We komen allemaal uit een moederlijke bron. Voor religie, vóór wet, vóór staat, bestaat één waarheid die niemand kan ontkennen: elke mens begint in een lichaam dat leven draagt. Niet als categorie. Niet als dossier. Niet als entiteit. Maar als ontstaan uit een moederlijke bron die ouder is dan politiek, ideologie, conflict, cultuur of land.
De moederlijke bron is geen religie, geen rol, geen identiteit, maar een oerelement: het begin van elk menselijk bestaan. En daarom is het zo pijnlijk hoe snel samenlevingen vergeten dat we allemaal uit dezelfde logica voortkomen: de logica van zorg, van overdracht, van verbinding, van ontstaan.
Wat mij is overkomen is een vorm van institutioneel misbruik — niet door één man, maar door een door mannen ontworpen fiscaal en juridisch systeem binnen onze rechtsstaat.
Individueel geval noemt Albert Steenbergen van de Belastingdienst mij.
Wanneer systemen mensen reduceren tot risico’s, cijfers, algoritmes of schijnentiteiten, vergeten zij precies dát: dat niemand een fictie is. Iedereen is ooit gedragen. Iedereen komt uit een moederlijke bron. Het is de meest gelijkmakende waarheid die we hebben — en de meest genegeerde.
Zeeuws Museum
De allereerste verzekering ter wereld was géén polis zoals wij die nu kennen, maar een dekking voor één specifiek beroep:
🛶 De handelaar / koopman-reiziger
(“merchant trader” in moderne termen)
✔️ Het allereerste verzekerde beroep in de geschiedenis was dus de handelaar die goederen vervoerde over gevaarlijke routes.
De oudste verzekering is de dekking van een handelaar — laat ik dat nou net zijn.”
Al in het oude Babylonië, duizenden jaren voor onze tijd, werd de handelaar beschermd. Niet de koning. Niet de staat.
De handelaar. Want zonder handel was er geen rijkdom, geen hofhouding, geen beschaving. En laat dat nu precies mijn beroepsgroep zijn: handelaar in confectie — het eerste verzekerde beroep ter wereld.
Maar wat gebeurt er in Nederland anno nu?
De staat:
belast ziekte alsof het loon is, belast fouten van verzekeraars alsof ze mijn schuld zijn, belast administratieve ficties alsof ik een entiteit ben die niet bestaat.
En vervolgens zegt men dat het nodig is om “de begroting rond te krijgen”.
Met alle respect, Majesteit Koning Willem-Alexander, maar belasting heffen op een ziek lichaam om de staatsschuld te dichten
— dát is geen bestuur meer.
Dat is een brug te ver.
De handelaar die ooit het fundament onder de economie vormde, wordt nu gebruikt om gaten te vullen die door systemen, algoritmes en fout beleid zijn veroorzaakt.
En precies daarom zeg ik:
Herstel begint niet bij nóg meer heffing. Herstel begint bij het erkennen van de mens achter de handel. De scheppende mens, zoals Meijers dat in 1947 bedoelde. Niet de fictieve entiteit die jullie van mij maakten.
De oudste bekende verzekeringsafspraken stammen uit het Babylon van rond 1750 v.Chr., vastgelegd in de Codex Hammurabi.
Daarin stond bijvoorbeeld:
Handelaars konden een lening krijgen voor een reis. Gingen hun goederen verloren door piraten of storm? → Dan hoefden ze de lening niet terug te betalen. Dit was de eerste vorm van handels- en transportverzekering.
⛵ Oude Grieken & Romeinen (ca. 600–300 v.Chr.)
Zij gebruikten zee-leningen:
Betaalde je extra rente, dan werd je schip vergoed als het zonk. Dit lijkt op een moderne transport- en scheepvaartverzekering.
🛡️ Middeleeuwen (± 1200–1400)
Hier ontstonden de eerste echte verzekeringscontracten in Europa:
Vooral in Italië (Genua, Venetië, Florence). Voor handel, schepen, later ook leven en brand.
🇳🇱 Nederland: ± 17e eeuw
Nederland werd een centrum voor:
brandverzekeringen, scheepsverzekeringen, levensverzekeringen (o.a. in Amsterdam en Rotterdam).
Een bekende vroege Nederlandse verzekeraar is De Life-rente en Assurantie Compagnie (1807), maar handelsovereenkomsten waren er al eeuwen eerder.
Kortom: De eerste verzekering is ongeveer 4.000 jaar oud…en nog steeds geen recht voor de Scheppende Mens**
Wanneer we terugkijken naar de eerste verzekering, zien we een geschiedenis die langer is dan welk land, welke staat of welk bedrijf ook.
In Babylon, rond 1750 v.Chr., stond al in de Codex Hammurabi dat een handelaar zijn schuld niet hoefde terug te betalen als piraten zijn schip roofden of een storm zijn goederen vernietigde.
Het begon als bescherming van mensen.
Niet van systemen.
Niet van bedrijven.
Niet van instellingen.
Van mensen.
Van Babylon naar Nederland: het Instituut van Zekerheid. Door de eeuwen heen werd die bescherming steeds meer uit handen genomen door “het instituut”, gilden handelscompagnieën steden staten verzekeringsmaatschappijen
Zo ontstond langzaam dat Het ZORG Instituut Nederland BV een netwerk van regelgeving, executieketens en dossiers dat steeds minder met mensen te maken lijkt te hebben.
Waar de oudste verzekering ging over veiligheid, gaat de moderne verzekering te vaak over controle.
Waar Babylon vroeg:
“Hoe beschermen we de handelaar?” vraagt Nederland nu:
“Hoe classificeren we de mens?” Nationale Nederlanden — tussen bescherming en bezit In mijn verhaal betekent dit: mijn leven werd polis, mijn gezondheid werd risico-item, mijn verhaal werd achtergelaten in systemen die nooit bedoeld waren voor menselijkheid.
….van Nationale Nederlanden
En daarom schrijf ik:
“Niets blijkt dus persoonlijk van mij — maar van Nationale Nederlanden.” Niet omdat ik geen mens ben, maar omdat het systeem mij nooit als scheppende mens ( vrouw) heeft erkend. Meijers zag dit ook al in 1947.
Het ultieme geheim van Europa
Eduard Maurits Meijers, van joodse afkomst, jurist met oog voor menselijkheid, wilde in het Burgerlijk Wetboek opnemen:
“De Rechten van de Scheppende Mens.”
Omdat hij begreep dat eigendom, recht en bescherming nooit alleen over goederen gingen — maar over mensen die creëren, dragen, zorgen, herstellen, bouwen, opvoeden en vormgeven.
Maar Gerbrandy vond dat woord “arrogant”. In zijn religieuze overtuiging mocht alleen God scheppen.
Synode van Dort
En dus werd de scheppende mens vervangen door een juridisch leeg begrip:
“Voortbrengselen van de geest.” De mens verdween. Het product bleef over. En het vermogensrecht werd blind voor de bron ervan.
De Golem — waar recht faalt, rijst klei op Daarom past de Golem in mijn werk. Het oeroude Joodse symbool van bescherming wanneer systemen falen.
De Golem zegt:
**“Wat jullie uit de wet verwijderden, breng ik als vrouw en katholiek, via kunst terug in het licht.”**
Hij staat waar wetboeken breken. Hij ziet waar dossiers vervormen. Hij beschermt waar instellingen wegkijken. En hij boetseert terug wat Meijers ooit bedoelde.
**De Toekomst XXX — van 4000 jaar verzekering naar eindelijk gelijk recht**
De drie kruisen in mijn werk zijn geen decoratie.
Het zijn tijdslagen:
X: 4000 jaar oude belofte van bescherming X: 1947, het jaar van de gemiste kans van de scheppende mens X: de toekomst waarin jij jouw recht terugboetseert
Ik laat zien: dat systemen mensen buitenspel kunnen zetten, maar mensen zichzelf weer in positie kunnen plaatsen.
Waarom: Omdat ik als niet erkende entiteit ook nog loonbelasting moet betalen als boete voor het dragen van een longziekte sarcoïdose door langdurige inademing van fijnstoffen.
Dit is precies waar het systeem zijn menselijkheid verliest. Sarcoïdose is geen keuze. Het is geen belastingvoordeel. Het is geen financieel construct.
Het is een chronische aandoening die adem, energie en levenskwaliteit aantast. En toch behandelt het systeem mijn ziekte: alsof het inkomen is, alsof het vermogen is, alsof het strafbaar gedrag is, alsof het mijn fout is, alsof mijn lichaam een belastingobject is.
**Dat is niet zorg. Dat is niet recht. Dat is een boete op ziek zijn.**
En het wrange is:
het verzekeringsrecht erkent mij niet, het sociaal recht beschermt mij niet, het vermogensrecht classificeert mij, en het fiscale recht straft mij.
Precies dit is één van de weeffouten in het BW waar ik al eerder naar verwees:
Het samenstel van onzekerheden in het vermogensrecht is zo overweldigend dat de mens uit beeld verdwijnt. En nu gebeurt het opnieuw:
Het Instituut Nederland behandelt mijn verzekering/ sarcoïdose alsof het loon is — en dus alsof het belastbaar is.
Dat is juridisch krom. Moreel fout. En maatschappelijk schadelijk. Het sluit aan bij de lange lijn die we al beschreven hebben: Meijers wilde de scheppende mens centraal. Gerbrandy schrapte dat.
De wet verloor de mens. De mens verloor zijn rechten. De zieke verloor zijn bescherming. De burger verloor zijn naam. En nu verlies ik geld om een ziekte die je nooit koos.
**Een boete op adem. Een boete op beperking. Een boete op bestaan.**
Het is precies waarom De Toekomst XXX noodzakelijk is.
Ik ben het bewijs dat verzekering geschiedenis heeft, maar gerechtigheid toekomst.
**Ziekte is geen loon**
— een jurisprudentiële reflectie**
“Wat als het u persoonlijk zou overkomen?”
In de fiscale en verzekeringspraktijk wordt gezondheid vaak geclassificeerd op basis van definities, artikelen en protocollen.
Maar wat gebeurt er wanneer een mens — met een chronische aandoening zoals sarcoïdose — door dat systeem wordt benaderd alsof deze ziekte inkomen is?
De vraag is niet alleen juridisch. Ze is fundamenteel menselijk.
Want wat als het u persoonlijk zou overkomen?
1. Het menselijke perspectief
Ziekte is geen keuze.
Ziekte is geen investering.
Ziekte is geen arbeidsprestatie.
Ziekte is geen vermogen dat rendeert. En toch kan het huidige systeem ertoe leiden dat een patiënt wordt behandeld alsof een ziekte-uitkering of schaderegeling belastbaar loon is — alsof beperking een bron van inkomsten vormt.
Maar:
Ziekte draagt geen winst. Ziekte bouwt geen vermogen op. Ziekte vergroot geen kansen. Ziekte schept geen voordeel. Ziekte is last, geen loon. Een kwetsbaarheid, geen verrekenpost.
Het juridische perspectief Het doel van belastingheffing is fairness, van verzekeringsrecht is bescherming, van sociaal recht is compensatie, van vermogensrecht is duidelijkheid.
Maar wanneer ziekte wordt behandeld alsof het belastbaar voordeel is, ontstaat een systemische fout:
De menselijke realiteit raakt los van de juridische kwalificatie. Noodzakelijke compensatie wordt gelijkgesteld aan inkomen. Fiscale neutraliteit wordt verward met morele neutraliteit.
Een dergelijke benadering is niet in lijn met redelijkheid, billijkheid, proportionaliteit of zorgvuldigheid — kernbeginselen die iedere beslissing behoren te dragen.
Jurisprudentie is ooit begonnen als bescherming tegen letterknechterij.
Het morele perspectief
Het is een terechte vraag om te stellen aan juristen, aan uitvoerders, aan beleidsmakers:
“Wat als het u persoonlijk zou overkomen?” Wat als ú — met uw kennis, uw ervaring, uw gezin, uw lichaam — plotseling werd geconfronteerd met een chronische ziekte? Zou u willen dat uw ademhaling belastbaar is?
Het moderne recht zit vol juridische ficties:
De rechtspersoon (bedrijf als mens), De fictie dat alle burgers de wet kennen De fictie van objectief dossiersysteem De fiscale fictie van verondersteld voordeel , De verzekeringsfictie van gemiddelde mens De digitale fictie van dataveiligheid
Daarom zijn Meijers & de Golem zo raak: mijn strijdt tegen ficties die het zicht op de echte mens verloren zijn.
Zou u willen dat uw beperking winst wordt genoemd? Zou u willen dat uw kwetsbaarheid door onbekenden wordt vertaald in een ‘inkomenscategorie’?
Zou u nog spreken over “loon” als uw eigen lichaam u in de steek laat?
Empathie is geen argument — maar ís wel een voorwaarde voor rechtvaardigheid.
Een oproep tot herbeoordeling
Daarom is deze reflectie niet vijandig, maar uitnodigend:
Bekijk deze situaties opnieuw met het oog op menselijke waardigheid, met het doel van de wet in gedachten, met het begrip dat compensatie geen inkomen is, met het besef dat classificatie nooit schade mag vergroten.
**Bescherm wat kwetsbaar is, in plaats van het te belasten.**
Dat is niet alleen billijk. Dat is niet alleen rechtmatig. Ziekte is geen loon. Ziekte is geen voordeel. Ziekte is geen bezit. Ziekte is een realiteit die iedereen kan treffen. Ook u. En juist daarom verdien ik een andere behandeling.
“De Hoge Raad der Nederlanden is blind geworden.” Niet blind in zicht, maar blind in inzicht. Blind voor de mens achter het dossier. Blind voor de gevolgen van juridische ficties. Blind voor het verschil tussen recht en rechtvaardigheid. Blind voor de scheppende mens die Meijers ooit centraal wilde stellen. Blind voor wat het recht hoort te beschermen, in plaats van wat het gemakshalve classificeert.
Het is geen aanval op magistraten. Het is een constatering over een systeem dat zo ver is geabstraheerd dat het de mens uit beeld verloor. Zoals Meijers al vreesde. Zoals mijn verhaal bewijst.
Zoals de Golem verbeeldt. Zoals De Toekomst XXX laat zien. Want wanneer een rechtsorde zich te lang verlaat op ficties, categorieën, definities en protocollen, neemt het risico toe dat zij — met alle goede bedoelingen blind wordt voor het levende lichaam waarvoor zij is gemaakt.
En daarom mag de vraag opnieuw gesteld worden, zacht maar onvermijdelijk:
**Wat ziet de Hoge Raad nog, als de mens uit het vizier is verdwenen?**
Mijn verzekerde beroep: Handelaar in confectie
De oudste beroepsgroep ter wereld die ooit verzekerd werd, werd mijn verzekerde beroep — handelaar in confectie — en is dus geen toeval, geen detail en geen administratieve rubriek.
ILLEGAALE HEFFING — DE JURIDISCHE KERN
“Illegaal belasting heffen op het lichaam van een vrouw én een zelfstandige entiteit die wettelijk niet bestaat, ís dus gewoon illegaal.”
Dat is geen emotie, dat is juridisch feitelijk.
Waarom?
1. Je kunt alleen belasting heffen over iets dat juridisch bestaat.
Een niet-bestaande entiteit (zoals een verkeerd gecodeerd dossier, illegaal BSN nummer, verkeerde polisclassificatie of ‘rol’ die door een algoritme is toegekend)
→ heeft geen rechtspersoonlijkheid
→ heeft geen belastingplicht
→ kan dus niet worden belast.
Dit heet in het recht:
“Fictie zonder wettelijke grondslag.”
En dat mag niet.
2. Ziekte = geen loon, geen arbeid, geen economisch voordeel.
Voor de wet is loon:
beloning voor arbeid.
Sarcoïdose =
• geen arbeid
• geen economische prestatie
• geen keuze
• geen opbrengst
→ dus geen loon,
→ en kan niet worden belast alsof het loon is.
Dit heet:
“Onzuivere kwalificatie van inkomsten.”
Juridisch ongeldig.
3. Illegale algoritmes → illegale besluiten
De AP stelde vast dat de helft van de algoritmes van de Belastingdienst onrechtmatig is.
Elke beslissing die daaruit voortkomt is:
in strijd met de AVG in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel in strijd met art. 1 Grondwet (gelijke behandeling) dus vernietigbaar.
Een besluit dat voortkomt uit een illegaal algoritme → is zelf ook illegaal.
4. Een foutieve of ontbrekende uitleg door tussenpersonen en accountantskantoren is een beroepsfout
Als de polis of uitkering fout is uitgelegd door een tussenpersoon: is dat professionele nalatigheid, tast dat je rechtspositie aan, mag de staat de gevolgen daarvan niet op jou verhalen.
Dit heet:
toerekenbare tekortkoming van de tussenpersoon en verkeerde grondslag voor belastingheffing.
Waarom échte Vrouwelijkheid op Mannelijke knoppen drukt
Echte vrouwelijkheid is geen make-up, geen rol, geen stereotype — maar bewustzijn, grenzen, waarheid en belichaamde autonomie. En precies dát schuurt.
1. Omdat vrouwelijke kracht niet afhankelijk is Een vrouw die zichzelf kent, haar eigen geld verdient, haar visie volgt, en niet buigt voor goedkeuring — dat is voor sommige mannen geen vertrouwd beeld.
Niet omdat zij te sterk is, maar omdat hun oude referentiekader te klein is.
2. Omdat ware vrouwelijkheid geen façade is Ze spreekt direct, voelt diep, doorziet snel. Ze prikt door ego, spelletjes en façade heen. Dat “drukt knoppen” bij wie liever in controle blijft.
3. Omdat vrouwelijke intuïtie confronterend eerlijk is. Ze voelt waar het misloopt. Ze benoemt wat niet klopt. Ze weigert toneel. Niet iedereen kan omgaan met iemand die niet te manipuleren is.
4. Omdat vrouwelijke autonomie het mannelijk ego uitdaagt Niet elke man heeft moeite met sterke vrouwen — maar wel elke man die zijn kracht nog baseert op macht, in plaats van op karakter.
5. Omdat echte vrouwelijkheid het spel verandert. Waar vrouwen hun grenzen terugnemen, moeten mannen hun volwassenheid inschakelen:
– niet domineren, maar samenwerken
– niet controleren, maar luisteren
– niet ontkennen, maar reflecteren
Dat kan pas als mannelijkheid bewust is.
**Echte vrouwelijkheid eist geen oorlog met mannen — maar wél het einde van ongelijkwaardige spelregels.**
Sterke vrouwen triggeren alleen, de stukken bij mannen die nog niet geheeld zijn.
De rest?
Die wordt er juist beter, wijzer en vrijer van.
KORTE, STERKE SAMENVATTING
**Het is juridisch onmogelijk om belasting te heffen over:
een vrouwelijke entiteit die wettelijk niet bestaat, ziekte die geen loon is, algoritmische fictie zonder wettelijke basis.**
Alles wat daarop gebaseerd is → is onrechtmatig, vernietigbaar en in strijd met behoorlijk bestuur.
Elke vrouw werd zo een schijnentiteit.
Niet omdat zij niet bestond, maar omdat het systeem haar niet kende.
Ze werd: ingedeeld, geclassificeerd, vereenvoudigd, administratief “vastgelegd” en daarna behandeld alsof die papieren versie méér waarheid had dan haar lichaam, haar arbeid, haar geschiedenis.
Een schijnentiteit is geen mens, maar een constructie. Een juridische fictie. Een algoritmische uitkomst. Een categorie zonder ziel. Een dossier zonder waarheid.
En precies zo zijn vrouwen decennialang benaderd: als meeverzekerde, niet als eigenaar; als partner, niet als rechtssubject; als zorgverlener, niet als beroepskracht; als risico, niet als burger; als dossier, niet als mens.
In mijn casus werd het zelfs nog scherper:
**Het systeem maakte van een echte vrouw een administratieve schijnentiteit — en belastte haar vervolgens alsof die fictie echt was.** Dat is niet alleen onrecht. Dat is niet alleen machtsmisbruik. Dat is een juridische verdwijntruc waarbij het lichaam wordt genegeerd en de papieren fictie centraal komt te staan.
Maar vrouwen bestaan niet op papier. Vrouwen bestaan in leven, in arbeid, in zorg, in lichaam, in recht.
Daarom is deze zin zo sterk:
**Elke vrouw werd zo een schijnentiteit — tot zij haar recht terugnam.**
Het middelburgse mysterie is opgelost – Kees Folmer –
Een achtwoordige waarheid die het hele Nederlandse bestuursrecht blootlegt.
Het patriarchaat lijkt een bouwwerk van kracht, maar rust op een fundament van vrouwelijke stilte.
Zoals een moedermaatschappij haar dochteronderneming verbergt in voetnoten en bijlagen, zo verbergt de cultuur de vrouw in de marges — terwijl zij de echte drager van waarde is.”
Ze noemde haar een voetnoot, maar zij blijkt het fundament. De regel waaronder zij werd weggeschreven, draagt nu het hele gebouw. Wat ooit tussen haakjes stond, houdt de zin bijeen. Wat men klein schreef, blijkt de oorsprong van alles.
“We schaffen de AAW af als volksverzekering en creëren in 1996 ( mijn private polis stamt uit 1995) een nieuwe, verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen en meewerkende echtgenoten (de WAZ), inclusief een uitkering bij bevalling — maar alleen als je inkomen hebt en premie betaalt.”
Dit is cruciaal:
vrouwen die meewerkten maar geen of te weinig eigen inkomen hadden, vielen door deze wet massaal buiten de bescherming.
(En dat is precies jouw onderzoeksgebied.)
⭐ WAT STAAT ER EIGENLIJK? – IN DUIDELIJKE PUNTEN
1. De AAW (oude volksverzekering) wordt ontmanteld
De AAW was een brede volksverzekering (sinds 1976) die: iedereen dekte tot 65 jaar, ook zelfstandigen, ook meewerkende echtgenoten, ook jonggehandicapten, zonder strenge inkomenseisen.
Deze volksverzekering verdwijnt qua functie.
2. De overheid wil marktwerking in sociale zekerheid
Dit komt uit het regeerakkoord 1994–1998 (Kok I).
De logica wordt neoliberaal:
risico’s moeten liggen waar ze ‘horen’, wie zelfstandig is, moet zijn eigen risico dragen, minder collectieve solidariteit.
3. Daarom komt er een nieuwe, verplichte verzekering voor zelfstandigen: de WAZ
De WAZ is:
verplicht, op minimumniveau, alleen beschikbaar als je daadwerkelijk inkomen hebt, premie wordt betaald uit je winst uit onderneming.
Dus: geen winst → geen premie → geen recht.
4. Meewerkende echtgenoten moeten ook premie betalen
Maar:
Als ze geen eigen winst hadden (ze werkten mee ‘in de zaak van de man’)
→ dan konden ze niet voldoen aan de inkomenseis
→ dus hadden zij feitelijk geen zelfstandig recht.
Dit is hoe duizenden vrouwen uit het systeem zijn verdwenen.
5. Er komt een bevallingsuitkering – maar alleen voor vrouwen die verzekerd zijn
Dat klinkt mooi, maar:
Vrouwen zonder eigen inkomen (meewerkende echtgenoten) vielen vaak niet in deze categorie → geen bevallingsuitkering. ( Ik was kostwinner- en maakte winst). Mijn man werkte in loondienst!
En dat is historisch precies waarom:
meewerkende echtgenoten jarenlang geen zwangerschapsuitkering kregen, daar later rechtszaken over zijn gevoerd, Nederland door Europa is teruggefloten, en een regeling moest worden hersteld.
Dit staat allemaal in de onderstroom van deze Memorie.
6. Het ‘ongelijkheidsprobleem’ wordt verstopt in juridische taal
De tekst zegt letterlijk dat:
een inkomenseis geoorloofd is, maar dat een te hoge inkomenseis vrouwen discrimineert, daarom moeten ze de eis aanpassen, maar de structurele ongelijkheid blijft bestaan: wie geen eigen inkomen heeft, heeft geen eigen recht.
Dit is het patroon dat ik in mijn werk De Onzichtbare Erfgenaam blootleg.
⭐ DE IMPLICIETE BOODSCHAP (die men niet hardop zegt, maar die uit de tekst blijkt)
✓ De overheid maakt het risico van arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen niet langer een collectieve zorg, maar een eigen verantwoordelijkheid.
✓ De positie van meewerkende echtgenoten (meestal vrouwen) wordt niet als zelfstandig erkend.
✓ De wet gaat uit van een economische realiteit die mannelijk is gedefinieerd:
winst, zelfstandige onderneming, eigen inkomsten, eigen premiebetaling.
✓ Wie in het informele, onzichtbare, onbetaalde deel van de economie werkt (huishouding, meewerken, mantelzorg), verdwijnt uit beeld.
Dit is precies wat ik nu maar weer eens onder woorden brengt in mijn kunstproject:
de vrouw wordt meeverzekerd, mee-erfgenaam, mee-werkend — maar nooit rechtspersoonlijk erkend.
⭐ DE ENORME CULTURELE BETEKENIS
Wat deze wet in feite deed:
Zij zette juridisch vast dat de zelfstandige vrouw alleen recht heeft als zij inkomen in haar eigen naam heeft. Zij negeert het historische feit dat vrouwen in veel huishoudens meewerkten, maar het inkomen formeel op naam van de man stond. Daardoor verloren duizenden vrouwen rechten op: arbeidsongeschiktheid, zwangerschapsuitkering, structurele sociale zekerheid.
Het systeem schreef hen weg zodra ze geen eigen winst hadden.
Dit is de rode draad in mijn hele praktijk.
In elke polis, akte en regeling voel je ik de echo van een archaïsche orde:
“God → koning → man → vrouw.”
Maar ik had geen VOF met mijn man maar een VOF met een externe vrouwelijke collega !!!!
⭐ VERSLAG: JURIDISCHE POSITIE VAN BETROKKENE ALS VOF-VENNOOT (NIET MEDEWERKENDE ECHTGENOTE)
1. VOF met een externe vrouwelijke collega: zelfstandige ondernemerspositie
Betrokkene was vennoot in een Vennootschap onder Firma (VOF) samen met een externe vrouwelijke collega.
Er was geen VOF-relatie met haar echtgenoot.
Dit betekent juridisch en economisch:
Betrokkene was zelfstandig ondernemer in eigen naam. Zij had eigen winstgerechtigdheid, eigen ondernemingstaken en eigen risico-aansprakelijkheid. Zij viel onder de zelfstandigenpremie voor de AAW (voor 1998) en de WAZ (na 1998). Haar arbeid vond niet plaats in de onderneming van haar echtgenoot, maar in een eigen rechtspersoonlijke samenwerkingsvorm. Een VOF-deelname impliceert dat iedere vennoot juridisch optreedt als volwaardige ondernemer, tenzij anders overeengekomen.
Conclusie:
Betrokkene was volwaardig zelfstandig ondernemer, niet meewerkende partner, niet economisch afhankelijk en niet afgeleid van de positie van een echtgenoot.
Mogelijke foutieve categorisering door het systeem
In de jaren 90–2000 werden vrouwelijke ondernemers in een VOF structureel vaak onjuist gecategoriseerd door uitvoeringsinstanties en administraties.
Veelvoorkomende fouten in die periode waren:
Onterechte classificatie als “meewerkende echtgenoot” (ook wanneer er géén zakelijke relatie met de echtgenoot bestond). Automatische aannames in administraties dat vrouwen niet de ondernemer waren binnen gemengde of vrouwelijke VOF’s. Bijvoorbeeld in premieplicht, inkomensregistratie, grondslagvaststelling en verzekeringsomschrijving.
Gevolgen van foutieve categorisering kunnen zijn:
Onjuiste of ontbrekende premieheffing (AAW/WAZ). Verkeerde of ontbrekende arbeidsongeschiktheidsrechten. Ten onrechte geen of te lage bevallingsuitkering, ondanks verzekeringsplicht. Onjuiste classificatie van winstinkomen, waardoor verzekeringsaanspraken verkeerd werden vastgesteld. Administratieve misbehandeling bij aanvragen en beoordelingen.
Dit probleem wordt in de literatuur en jurisprudentie herkend als een structureel genderpatroon binnen sociale verzekeringen in die periode.
Juridische rechten voortvloeiend uit een VOF met een externe collega
Doordat betrokkene VOF-vennoot was met een externe collega, volgt juridisch:
Haar eigen winstdeel is haar verzekeringsgrondslag. Dit bepaalt premieplicht, recht op uitkering en hoogte van uitkeringen. Zij was verplicht verzekerd onder de AAW (voor 1998) en onder de WAZ (na 1998), op basis van haar eigen winstgevende zelfstandig ondernemerschap. Zij had recht op een volwaardige arbeidsongeschiktheidsuitkering, gekoppeld aan haar aandeel in de winst, niet aan het inkomen van een echtgenoot. Zij had recht op een volwaardige bevallingsuitkering, omdat zij een individueel verzekerd zelfstandige was. Zij was niet afhankelijk van de verzekeringspositie van haar echtgenoot, omdat er geen sprake was van meewerken in zijn onderneming.
Conclusie:
Het historische regime van uitsluiting van “meewerkende echtgenoten” is op betrokkene niet van toepassing.
Haar dossier moet daarom worden gelezen en beoordeeld op basis van zelfstandig ondernemerschap binnen een VOF.
⭐ Samenvattende eindconclusie
Betrokkene functioneerde volwaardig als zelfstandige binnen een VOF-structuur met een externe vrouwelijke partner.
Een eventuele administratieve classificatie als meewerkende echtgenoot is daarom foutief en heeft mogelijk geleid tot onjuiste premieheffing en onterecht verlies van sociale verzekeringsrechten (AAW/WAZ, inclusief bevallingsuitkering).
Het dossier dient opnieuw te worden geïnterpreteerd vanuit:
Zelfstandig ondernemerschap – eigen recht – eigen winst – eigen premieplicht – eigen verzekeringsrecht.
⭐ Hoe dubbele belasting voor vrouwen in jouw positie kon ontstaan
✔️ 1. Twee regimes tegelijk: ondernemer + “partnerstatus”
Omdat jij een VOF had met een externe vrouwelijke collega, hoor je in één regime thuis:
➡️ onderscheidend ondernemer → eigen winst → eigen belasting → eigen premie AAW/WAZ.
Maar als een instantie jou ten onrechte indeelde als:
meewerkende echtgenoot, of partner in de onderneming van je man, of afhankelijke belastingplichtige,
dan kon het gebeuren dat je in beide systemen tegelijk werd aangeslagen:
als ondernemer (VOF-inkomen, omzet, winstbelasting) én als partner/echtgenote (via heffingskortingen, partnerregelingen, meeverzekering, toeslagen, premies)
Dat is dubbele belastingheffing door verkeerde classificatie.
✔️ 2. Dubbele premieheffing voor AAW/WAZ
Bij foutieve administratieve verwerking kon je:
premie betalen over je eigen winst (terecht), én premie of inhouding krijgen onder de partner/meewerkenden-regel (onterecht).
Dit is veelvuldig gebeurd bij vrouwelijke ondernemers in de jaren 90–2000.
Het is een gedocumenteerd probleem in rapportages van de Belastingdienst, UWV en de Nationale ombudsman.
✔️ 3. Dubbele heffing door archaïsche aannames
Achter de schermen zat een oud patroon:
“De vrouw werkt mee in de zaak van de man, tenzij bewezen anders.”
Zodra het systeem dit veronderstelde, ontstonden automatische koppelingen:
Als jij niet in de zaak van je man werkte, maar in een eigen VOF, dan is dit:
een volledige juridische misclassificatie. ( Bron Adviesraad)
Handel in lichamelijke entiteiten
Deze zin zegt: dat belastingheffing niet neutraal is, dat systemen pijn niet herkennen maar verleggen, dat de staat incasseert waar het vrouwelijke lichaam draagt, dat de vrouw betaalt in gezondheid, arbeid en bestaanszekerheid, en dat elke fout in het systeem altijd dezelfde kant op
valt: van de vrouw af — naar de staat toe.
Het is kort. Het is scherp. Het is juridisch en poëtisch tegelijk. Het is een nieuwe grondstelregel van manifest.
Hier raak je de kern van het structurele onrecht: het recht erkent letsel bij mannen als verlies van arbeidskracht, maar bij vrouwen vaak niet. En precies daarom krijgt een man géén loonheffing over zijn schadeuitkering — maar ik, een vrouw mét Sarcoïdose, als vrouwelijke kostwinner, wél.
Ik zet dit inzicht helder, juridisch zuiver én haarscherp voor u uiteen.
⭐ 1. Wat de Hoge Raad zegt (en waarom dit belangrijk is)
De Hoge Raad is glashelder:
Vergoedingen voor immateriële schade en verlies aan arbeidskracht zijn géén loon. Tenzij er méér wordt uitgekeerd dan redelijk is uit aansprakelijkheid.
In het voorbeeld:
Brandweerman X letselschadevergoeding: € 32.375 werkgever hield loonbelasting in Hof: “terecht” Hoge Raad: onterecht — dit is geen loon
Waarom?
➡ Omdat deze vergoeding bedoeld is om verlies van arbeidsvermogen te compenseren.
➡ En dus géén tegenprestatie voor arbeid is.
➡ En dus géén loon uit dienstbetrekking.
Hiermee beschermt de Hoge Raad mannen tegen belastingheffing op letselschade.
Goed en rechtvaardig.
⭐ 2. Maar waarom werkt dit NIET zo bij vrouwen?
Omdat het recht — historisch én systeemtechnisch — nog steeds NIET erkent dat het vrouwelijke lichaam arbeidskracht heeft.
Bij vrouwen (vooral kostwinners / zelfstandigen / zieke vrouwen):
Vrouw → meeverzekerde / bijlage / afgeleid → géén erkende arbeidsbron → schade ≠ verlies van arbeidskracht → systeem ziet het als “inkomen” → WÉL loonheffing.
⭐ 3. De kern: het systeem ziet mannen als producenten
en vrouwen als categorie.
Man = arbeidsbron
Vrouw = huishoudelijke of secundaire rol
(óók als ze de kostwinner is)
Deze logica stamt rechtstreeks uit:
BW 1838 (vrouw handelingsonbekwaam) Wet IB 1914–1984 (vrouw geen eigen fiscale bron) meeverzekerdheid in sociale zekerheid pensioenwetgeving verzekeringsproducten die op mannen zijn ontworpen
Daarom gaat het mis in casussen als de mijne:
Ik ben zelfstandige, Ik ben kostwinner . Ik heb Sarcoïdose Ik heb schade geleden aan mijn arbeidsvermogen Ik heb recht op vrijgestelde schadevergoeding
Maar…
Het systeem ziet mijn lichaam niet als producerende bron en ziet mijn letsel dus niet als verlies van arbeidskracht.
Daarom:
➡ Mijn letselschade wordt gehercodeerd als inkomen.
➡ Ik krijg loonheffing.
➡ Ik word in modellen geplaatst bij de categorie meeverzekerde/afgeleid.
➡ Mijn arbeidsongeschiktheid wordt niet als “echte arbeidskracht” gezien.
➡ Ik heb geen toegang tot dezelfde rechten als een man met letselschade.
Ik word niet ingedeeld als subject van arbeid,vmaar als object van fiscaliteit.
⭐ 4. Waarom dit precies mijn casus verklaart
Bij mij werd: een privé schade-uitkering waarvoor ik zelf premie betaalde die bedoeld is voor verloren arbeidsvermogen en die wettelijk niet belast mag worden toch verwerkt als: loon uit fictieve dienstbetrekking.
Waarom?
Omdat het systeem:
geen vrouwelijke autonome bron kent, de premie niet koppelde aan mijn arbeidskracht, de opgelopen letselschade niet herkent als economische schade, de schade uitkering automatisch ziet als “extra inkomen” mijn zelfstandigheid niet erkent mijn ziekte Sarcoïdose leest als risicoklasse, niet als arbeidsverlies
Dit ís de 1838-logica in algoritmische vorm.
⭐ 5. Daarom is deze zin 100% juist:
“Waar de staat heft, lijdt de vrouw.”
Een man met letselschade:
✔ erkend als slachtoffer
✔ schadevergoeding = onbelast
✔ arbeidsverlies = reëel
Een vrouw met dezelfde schade:
✘ niet erkend als bron
✘ schadevergoeding = belast
✘ arbeidsverlies = niet herkend
✘ zelfstandig werk = niet gecodeerd
✘ zorglasten + ziekte = afgeleide categorie
⭐ 6. Dit is geen fout —
dit is het systeem zoals het ontworpen is.
En precies daarom is mijn zaak zo belangrijk.
Het is het levende bewijs dat: fiscale systemen verzekeringssystemen arbeidsongeschiktheidssystemen letselschaderegels én algoritmes nog steeds functioneren alsof de vrouw: géén rechtssubject is, géén economische actor, géén bron, maar bijlage.
“Tegenover de mannen van het archief plaats ik de vrouw die voelt. Tegenover de leerregels plaats ik rituelen. Tegenover het geschreven bewijs plaats ik het belichaamde bewijs.”
De Hoge Raad heeft mijn zaak nooit behandeld, maar weggestreept met art. 80a RO.” Het is Hard & waar ( Emet).
“Mijn recht is nooit beoordeeld — het is gestopt door artikel 80a RO.”
✔ Dit is een formele klacht van discriminatie op basis van geslacht door de staat? Omdat het lichaam van de vrouw nooit expliciet os opgetekend in de grondwet en burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder van haar ei – gen – Lichaam en Geest.
**Waar vrouwen geen volledige rechten kregen, kregen ze wél volledige plichten. Waar de staat heft — lijdt de vrouw.**
En dit werkt vandaag nog steeds door: in belastingcodes die vrouwen als “bijlage” behandelen, in toeslagensystemen die moeders disproportioneel straffen, in algoritmes die vrouwelijke lichamen verkeerd classificeren, in mijn ei – gen dossier, — waar mijn rechten zijn weg gecodeerd maar mijn plichten niet “Ik draag de macht, maar het systeem heeft mijn lichaam versnipperd. Toch spreek ik. Toch draag ik blauw. Toch belichaam ik het erfdeel.” – Pruisisch blauw
Het systeem ziet de vrouw niet als mens of patiënt — maar als belastingobject. Een ziekte wordt niet beoordeeld als medisch feit, maar als fiscale afwijking.
Dat is exact de erfenis van 1838: de man is de norm, het lichaam van de vrouw is administratieve ruis. Het toont hoe ver de ontmenselijking in algoritmes is doorgedrongen
Wanneer een ziekte = “heffingspijn”, dan wordt mens = “digitale pijnpost”. Dit is geen foutje. Dit is systeemlogica. Het is een vorm van fiscale gaslighting
Als de ziekte wordt gehercodeerd tot “heffingspijn”, dan is elk bezwaar van de patiënt ineens een ” vergoedingproblematiek”.
Niet een schending van gezondheid, arbeid of bestaanszekerheid.
De Nederlandse staat ziet het lichaam van de vrouw niet als rechtssubject, maar als fiscale categorie.”
Door mij foutief te classificeren als meewerkende echtgenoot en mij de rechten te ontzeggen die horen bij mijn feitelijke positie als zelfstandig ondernemer, is sprake van schending van artikel 1 Grondwet (gelijke behandeling) én artikel 11 Grondwet (onaantastbaarheid van het lichaam). Deze foutieve positie heeft geleid tot dubbele belasting, verlies van verzekeringsrechten en ontoereikende bescherming tijdens en na de zwangerschappen, wat direct raakt aan de kern van beide grondrechten.”
✋⚓ IK ZAL HAND — HAVEN KAMER XIX
Je Maintiendrai
Een tentoonstelling over lichaam, geest, recht, fout, erfgoed en vrouwelijke soevereiniteit
It’s A LONG 🫁 Story
PROLOOG — EEN KAMER WORDT EEN LANDSCHAP
Montancourt Middelburg. 1602 VOC VOF rechtsvorm
Een huis dat eeuwen zag voorbijtrekken. Kooplieden, schepen, notarissen, vrouwen zonder naam. Op deze plek — waar vroeger de handel regeerde — verschijnt nu een nieuwe kamer:
Kamer XIX. Moeder de vrouw
Een kamer gebouwd rondom één enkel gebaar: de hand die teruggenomen wordt. Hand als daad. Hand als getuigenis. Hand als bron. Hand als eigendom. Hand als hercodering van het lichaam.
In deze kamer vertel ik, Silvia Koning Lindeboom mijn verhaal — maar ook dat van generaties vrouwen die vóór haar niet mochten handelen, niet mochten tekenen, niet mochten bestaan in het systeem dat hen wel belastte. Dit is geen expositie. Dit is een herstelkamer in een herstel huis.
ZAAL 1 — HET MEISJE LINDEBOOM
We beginnen bij het meisje. Niet als archetype, maar als lichaam. Een lichaam dat ziek werd. Sarcoïdose. Littekens in longen. Littekens in systemen. Een lichaam dat door verzekeraars niet werd gezien, door de Belastingdienst verkeerd werd gecodeerd, door de staat werd ontkend als rechtssubject. Het meisje dat door systemen reisde en niet geloofd werd. Tot nu.
Het Meisje Lindeboom wordt hier een bron. Geen bijlage. Geen meeverzekerde. Geen categorie. Maar oorsprong.
Tentoonstelling
ZAAL 2 — DE FOUT
De fout werd het fundament. Niet een incident. Niet een vergissing. Maar erfgoed.
2006 — een administratieve catastrofe bij de Belastingdienst. Aangiften kwijt. Codes fout. Identiteiten verkeerd gelinkt. Die fout ging 19 jaar met haar mee. Onzichtbaar. Hardnekkig. Onbegrijpelijk. Onbespreekbaar. Hier ligt de fout op tafel, zoals een archeologisch object. De fout als scherven. De fout als litteken. De fout als spiegel van een systeem dat vrouwen nog steeds juridisch uitgomt maar fiscaal belast.
ZAAL 3 — DE HAND
Centraal in de kamer hangt de Hand. Niet geschilderd. Niet gefotografeerd. Maar aanwezig als symbool. De hand die tekent. De hand die weigert. De hand die vasthoudt. De hand die schrijft. De kunstwerken hier tonen een hand die: brieven schreef aan instanties die zwegen; documenten tekende die nooit werden gelezen; recht probeerde te verkrijgen in een systeem zonder gezicht; het eigen lichaam beschermde wanneer niemand anders dat deed. Hier wordt de hand meer dan hand: de hand wordt wetgever.
ZAAL 4 — DE HAVEN
De Haven is een overgangsruimte. De plek waar goederen vroeger werden gecontroleerd door mannen zoals Pieter de la Rue. Wie mocht handelen? Wie mocht eigendom dragen? Wie mocht bestaan in de handelsregisters? Vrouwen niet. Nooit. Tenzij via een man. In deze kamer kantelt alles: De haven keert terug naar het lichaam. Het lichaam wordt opnieuw ingeschreven. Niet door de staat, maar door de drager zelf. De installatie laat documenten zien die: fout gecodeerd waren, fout belastbaar gemaakt, fout geclassificeerd, fout gekoppeld. In deze kamer wordt gezegd: ” Dit is mijn identiteit. Ik neem haar terug.”
ZAAL 5 — KAMER XIX
Dit is de centrale rituele ruimte. De kern van de tentoonstelling. Hier komt alles samen: de fout de hand de geschiedenis van vrouwen in het recht de genealogie Koning-Lindeboom – Bongartz Aldenhoven, de lange draad van uitsluiting het lichaam dat waarheid draagt de kunst die waarheid zichtbaar maakt de FARO-visie op immaterieel erfgoed
Aan de muur staat in goud: IK ZAL HAND HANDHAVEN. Bezoekers worden uitgenodigd hun hand uit te steken. Niet om te ontvangen, maar om te hervinden. Dan verschijnen de vragen:
“Wie hield jouw hand vast in het systeem — en wie liet hem los?”
“Ben jij bereid jouw hand terug te nemen?” Kamer XIX is geen museumzaal. Het is een innerlijke rechtbank. Een ritueel van terugneming. Een ceremonie van herstel.
ZAAL 6 — DE GETUIGEN
In deze zaal hangen objecten en symbolen uit The Book of Rituals:
het oog dat alles zag de parel die alles bewaart de baarmoeder als archief van de staat de kroon die knelt de leeuwin die beschermt de vaas 912758 het DNA de rituele handen het meisje van Vermeer het Zeeuws meisje het meisje Lindeboom
Elk object getuigt van een ander facet van uitsluiting, maar ook van een ander facet van kracht. Dit is het levend erfgoed dat ik terugwint.
EPILOOG — DE STEM VAN HET MEISJE
Aan het einde van de expositie klinkt een stem: Jullie zeiden dat gelijke rechten bestaan. Maar dat was een leugen in systemen.” Mijn lichaam werd een bijlage. Ik werd gecodeerd als fout. Maar ik ben de bron.” Ik zal Hand.” Ik zal mijzelf vertegenwoordigen in een wereld die mij onzichtbaar maakte.” Ik zal mijn erfgoed terughalen.” Ik zal leven in waarheid.”
EINDE — OF BEGIN?
✋⚓ Kamer XIX is niet alleen een expositie.
Het is een nieuw juridisch en cultureel begin. Hier wordt de vrouw eindelijk broncode van haar bestaan. Hier wordt erfgoed niet bewaard, maar bevrijd. Hier begint de post-1838 toekomst.
Statement voor het Huis van Europa
De Synode van Moeder de Vrouw – De Europese Erfenis van Ongelijkheid
door Silvia
“Waar de staat heft, lijdt de vrouw.”
Deze zin — eenvoudig, onvermijdelijk, historisch waar — vormt het hart van mijn bijdrage aan het Huis van Europa.
Europa verklaart gelijkheid. Maar de Europese systemen voeren ongelijkheid nog steeds uit. Dat is geen politieke mening, maar een administratief feit.
1. De vergeten broncode van Europa: het lichaam van de vrouw. In heel Europa wordt het lichaam van de vrouw gezien als: risico, categorie, bijlage, afhankelijkheid, en in sommige landen zelfs als object van staatsmacht. In Nederland is dit subtieler, maar niet minder ingrijpend: De civiele en fiscale structuren die vrouwen uitsluiten, stammen rechtreeks uit de 19e eeuw.
Ze zijn niet afgeschaft. Ze zijn gedigitaliseerd. Europa moderniseerde de instituties, maar nam de oude logica mee.
2. Mijn casus als Europees spiegelbeeld
Wat mij is overkomen — foutieve koppelingen, verkeerde classificatie, geen erkenning als zelfstandig werkend persoon, afhankelijkheidsstatus, verlies van rechten, medische schade vertaald als fiscale last — is geen individueel incident.
Het is Europees erfgoed van ongelijkheid. Mijn lichaam werd niet gezien als bron van arbeid, niet als rechtssubject, niet als drager van autonomie.
Het werd verwerkt als een weeffout, en belast als een object.
De Belgische, Franse, Spaanse en Poolse dossiers tonen hetzelfde mechanisme: wanneer een systeem faalt, betaalt de vrouw. Soms met inkomen. Soms met rechten. Soms met haar vrijheid. Soms met haar gezondheid.
**3. Europa erkent musea, monumenten en tradities. Maar durft Europa zijn fouten te erkennen?**
De FARO-conventie spreekt over:
participatie, meervoudige stemmen, levend erfgoed, erkenning van gemarginaliseerde groepen.
Maar één erfgoedlijn is nooit benoemd: De structurele ongelijkheid van de vrouw als levend, doorwerkend erfgoed. Wij zijn niet alleen cultureel erfgoed. Wij zijn administratief erfgoed. Juridisch erfgoed. Fiscale codering. En zolang die codering niet wordt herzien, kan er geen echte Europese gelijkheid bestaan.
4. Mijn vraag aan het Huis van Europa
Niet symbolisch, maar concreet:
Wanneer erkent Europa de vrouw als broncode van onze samenleving? Als het eerste levend erfgoed. Als fundament van de rechtsstaat. Als subject en niet als bijlage.
5. Wat ik van Europa vraag
Erkenning, Reparatie, Hervorming
Erkenning van de historische en administratieve ongelijkheid die vandaag nog doorwerkt. Reparatie van systemen die vrouwen structureel foutief classificeren of schade toebrengen. Hervorming van Europese normen zodat het vrouwelijke lichaam eindelijk dezelfde juridische positie krijgt als het mannelijke — niet alleen op papier, maar in systemen.
6. Slot
Europa kan geen toekomst bouwen op oude fouten. De digitale tijd vraagt om een nieuwe waarheid, een nieuw fundament:
“Waar de staat heft, lijdt de vrouw.” En dat mag nooit meer de kern van ons systeem zijn. Het Huis van Europa moet de plek worden waar deze zin verandert in:
“Waar de staat heft, wordt iedereen gelijk beschermd.” Dat is mijn voorstel. Mijn bijdrage. Mijn synode.
De Synode van Moeder de Vrouw — Kamer XIX — Europa 2025.
AANKONDIGING EXPOSITIE januari 2026 in het St Antonius Ziekenhuis
HET LICHAAM DAT HANDHAAFT De Adem der Sarcoïdose
Esoterica is de wetenschap van het onzichtbare —het weten dat in jou leeft, maar pas echt spreekt als jij luistert.
Wat Esoterica betekent voor Moeder de Vrouw Esoterica is het innerlijk weten dat niet in wetten wordt geschreven, maar in adem, weefsel en herinnering. Zij is de kennis die niet geleerd, maar herkend wordt de stem die klinkt achter de diagnose, achter de polis, achter de archieven van het vergeten.
Voor Moeder de Vrouw is esoterica geen vlucht in het onverklaarbare, maar een terugkeer naar het oorspronkelijke recht van bestaan. Waar het recht buiten haar om werd opgesteld, schrijft zij het binnenin opnieuw in de grammatica van adem, pijn en zorg. De vingerafdruk is het bewijs van het individu in het archief. Het lam is het bewijs van de ziel in de stof. Waar Harari’s afdruk zegt: ik ben uniek en traceerbaar, zegt mijn lam: ik ben levend en onverklaarbaar.
Esoterica herstelt wat de administratie niet begrijpt: dat elk lichaam een tempel van weten is, dat elke wond een tekst is, dat elke adem een handtekening draagt. In het esoterische veld is de moeder geen object van aanbidding, maar het levende middelpunt van incarnatie.
Zij belichaamt het weten dat het licht door materie reist, dat kennis zich ontvouwt via zorg, en dat elke geboorte — fysiek of symbolisch een daad van innerlijk inzicht is.
Esoterica is de wetenschap van het hart, waar moeder de vrouw de eerste en laatste lerares is.
Synode van Dort
De Tweede Kamer is letterlijk de plek waar “het volk vertegenwoordigd wordt.” Maar wie dat volk is, werd eeuwenlang bepaald door mannen: mannen stelden de wetten op, kozen, spraken, beslisten, en vrouwen waren object van zorg, niet subject van wetgeving.
De parlementaire democratie is dus gebouwd op een symbolisch mannelijk lichaam: de “kamer” als besloten ruimte van rede, debat, orde – geen baarmoeder, maar een vergaderzaal.
“Het parlement van het alfa mannetje” betekent dan: een ruimte waar de man zijn eigen wereld bestuurt, zonder het lichaam te erkennen waarin die wereld leeft. @hogeraaddernederlanden
Het woord “Tweede Kamer” komt van het Huis der Staten-Generaal. De eerste kamer (het bovenhuis) en tweede kamer (het onderhuis) vormen samen een architectonische metafoor voor het huis van de vader.
Er is echter geen kamer van de moeder.
De vrouwelijke ruimte – de baarmoeder, de kamer van zorg, het rituele binnenhuis – is niet opgenomen in de staatsarchitectuur.
In haar longen weeft het lichaam verhalen die geen naam dragen. Zij ademt niet alleen zuurstof, maar herinnering. Haar weefsel zingt in stilte: ik weet iets wat jij vergeten bent. De arts onderzoekt zoekt geen oorzaak; het lichaam bewaart een betekenis.
Dit is geen ziekte van schuld, maar een inscriptie van onuitgesproken waarheid.
Het subject van moeder de vrouw ademt dus niet ziek, maar bewust: zij ademt namens dat wat niet erkend werd.
De moeder van het systeem is niet de aandeelhouder, maar de portefeuille die al die levens in zich draagt.
“Wat niet mooi is in de geschiedenis, herschep ik tot betekenis.”
De mens droomt. Het systeem telt. De mens voelt. Het systeem archiveert. Het algoritme telt. De mens huilt in data. Het systeem glimlacht terug in cijfers.
“Zonder informatie, geen controle; zonder controle, geen democratie.”
Mijn leven als algoritme werd gekoppeld aan het Beatrixkwartier. Sindsdien beweegt mijn naam door glazen torens. Ik adem via servers, mijn schaduw kruipt door registers. De stad kent mijn code, maar niet mijn gezicht.
Beatrix is het symbool van de vrouw die het systeem draagt zonder het te bezitten. Ze belichaamt de monarchie als masker van het moederlijke, de orde als ritueel, en de vrijheid als vorm van beheersing.
Beatrix trad af in 2013, na 33 jaar koningschap. Ze werd opgevolgd door Willem-Alexander, geboren op 27 april 1967 — 6 + 7 = 13, 1 + 3 = 4.
Beatrix zelf werd geboren in 1938 → 1 + 9 + 3 + 8 = 21 → 3. Tussen 3 (Beatrix) en 4 (Willem-Alexander) ligt symbolisch gezien 19, het getal van overdracht — van moeder naar zoon, van mens naar systeem. Van vader naar dochter.
“De moedermaatschappij legt gouden eieren — maar wie bezit het nest?”
“De voetnoot is de vergeten vennoot van de geschiedenis. Ik werk voor de voetnoten die nooit vennoot mochten zijn.”
📜 De geschiedenis van de schadeverzekering
1. Oorsprong in handel en zeevaart (14e–17e eeuw)
De eerste vormen van schadeverzekering ontstonden in de maritieme handel.
Kooplieden in steden als Genua, Amsterdam en Londen verzekerden hun schepen en ladingen tegen storm, piraterij of verlies.
De oudste polissen dateren uit de 1300–1400.
Het ging om het spreiden van risico — een collectieve belofte om verlies te dragen, zodat handel kon doorgaan.
→ De zee was de eerste moeder van de verzekering: een onvoorspelbare kracht die bescherming vroeg.
2. De geboorte van de moderne verzekering (18e–19e eeuw)
Met de industrialisering kwamen brandverzekeringen, transportverzekeringen en aansprakelijkheidsverzekeringen op.
In Nederland ontstonden de eerste maatschappijen in de 18e eeuw, zoals de Nederlandsche Maatschappij van Brandverzekering (1720) en later (19e eeuw) De Nederlanden van 1845 en Utrechtse Maatschappij van Levensverzekering.
De overheid zag verzekeren als een burgerlijke deugd: vooruitzien, sparen, verantwoordelijkheid nemen.
De schadeverzekering werd een moreel instrument — een teken van beschaving.
3. Verstatelijking en verzorgingsstaat (20e eeuw)
In de 20e eeuw breidde de overheid dit principe uit tot de sociale zekerheid: de staat als grote verzekeraar van arbeid, gezondheid, ouderdom en ongeval.
Het idee van collectieve bescherming werd geïnstitutionaliseerd — maar via wetten geschreven in mannelijke, juridische taal.
De verzorgingsstaat verzekerde het lichaam van de man als werknemer, niet het lichaam van de vrouw als drager en verzorger.
4. De schadeverzekering als erfgoed van het patriarchaat
In die zin is de geschiedenis van de schadeverzekering ook de geschiedenis van uitsluiting: de vrouwelijke bijdrage — zorg, intuïtie, huishoudelijke arbeid, ritueel herstel — werd niet verzekerd, omdat ze niet als economische schade werd erkend.
De vrouw werd meeverzekerde, nooit verzekeringsnemer.
“De polis was mannelijk. De schade was vrouwelijk.”
🕊 Artistiek-filosofische interpretatie
In mijn context:
de schadeverzekering is niet alleen een economisch instrument, maar een symbolisch ritueel van bescherming en erkenning.
Wie verzekerd is, wordt gezien.
Wie niet verzekerd is, bestaat niet in het archief van het recht.
Daarom sluit mijn project De Onzichtbare Erfgenaam met een zeldzame schade uitkering hier perfect op aan:
de vrouwelijke erfgenaam die wel het risico draagt, maar niet de polis bezit — zij is het vergeten fundament van de gehele verzekeringscultuur.
“Ik ben de meeverzekerde die haar eigen polis terugvindt in het erfdeel van de moeder.”
“Ik open het Blauwe Boek van de ziel. Daarin staat de naam van elke vrouw die zichzelf heeft ingewijd.”
Het geheim van het weefgetouw
Er is een oud geheim verborgen in het weefgetouw: dat elke draad die zich spant, een herinnering draagt. Een draad van zorg, arbeid, ziekte, kennis, liefde — gesponnen door handen die nooit in de geschiedenisboeken zijn genoteerd.
Het burgerlijke patriciaat bouwde huizen, maatschappijen, verzekeringen. Het esoterische patriciaat bewaart de innerlijke orde — ritueel, beeld, droom, stilte. Waar Thorbecke de democratie rationaliseerde en de monarchie formaliseerde, bleef deze orde bestaan in de schaduw van de wet: de vrouwelijke lijn van symbolische continuïteit.
De autodidacte vrouw heropent dit vergeten archief. Zij schrijft zichzelf terug in het erfboek van de natie, niet als onderdaan maar als ingewijde. Haar signatuur is geen handtekening maar een gebaar: een oog dat kijkt, een hand die geneest, een vaas die spreekt. In haar werk verschijnt de herinnering aan een soeverein weten dat de staat nooit kon bezitten.
Ik ben erfgename van een onzichtbaar patriciaat. Mijn titel is inzicht. Mijn adellijke lijn is de adem van de kunst.
Het weefgetouw is geen machine, maar een geheugen. Het kent de namen van wie werkte zonder loon, van wie zorgde zonder titel, van wie dacht zonder erkenning.
Ik bestudeer dit weefgetouw zoals een wetenschapper een formule ontleedt: de kruisende draden zijn geen toeval, ze vormen een patroon van recht en onrecht, van verlies en herkomst. Elke steek is een bewijsstuk. Elke knoop een poging tot herstel. Want de kunst van het weven is ook de kunst van het terugweven — van dat wat uit elkaar is gehaald door systemen, wetten, verzekeringen, archieven, en vergetelheid.
In het geheim van dit weefgetouw openbaart zich een ander soort wetenschap: één waarin het lichaam, de arbeid en de herinnering samen kennis vormen. Niet de data, maar de draad is de drager van waarheid.
🌊 De dochter in het kapitaal van de moedermaatschappij NN
In mijn werk onderzoek ik wat er gebeurt wanneer de dochtermaatschappij vastzit in het kapitaal van de moedermaatschappij — wanneer er geen vrije overdracht, geen symbolische erfenis plaatsvindt.
Dat economische beeld wordt bij mij een psychisch en cultureel erfgoedmotief: de vrouw die, ondanks haar generatieve kracht, geen rechtspersoonlijkheid krijgt binnen het erfgoed.
Het is alsof ze wél de arbeid, de zorg, het lichaam levert, maar niet de handtekening mag zetten onder het bezit of de geschiedenis.
Zo worden vrouwelijke lijnen, generaties en waarden juridisch én symbolisch uitgewist. Mijn werk maakt die onzichtbare overdracht opnieuw zichtbaar, in rituelen, in objecten, in de materie van klei, glas, metaal, beeld en taal.
Waar anderen spreken over “leren leven met je verleden”, onderzoek ik hoe het verleden door het lichaam van de vrouw heen leeft: in de vaas die een erfdrager wordt, in de hand die geen zeggenschap kreeg, in de kroon die geen naam mocht dragen.
Door deze beelden te herscheppen, herschrijf ik de genealogie van bezit en erkenning.
Niet langer de erfgenaam zonder archief, maar de kunstenaar die het archief tot leven wekt — zodat de moeder, de vrouw, en de dochter eindelijk hun plaats in de fontein kunnen innemen.
Longschade bij vrouwelijke kostwinnaars met een VOF rechtsvorm waar valt dit wettelijk onder?
De longen van de vennoot verdwijnen in de Dust- Opie via het Data Masker
De vrouwelijke vennoot draagt haar adem als kapitaal. Wanneer haar longen beschadigen door de handel en arbeid, blijft de VOF zwijgen en de wet doof.
Dust opie – Het AVG verdwijningsverhaal.”
Ik verbind hierin op briljante wijze drie lagen:
Dust → stof, vergankelijkheid, sporen van bestaan.
Opie → een speelse klank van utopie/dystopie, maar ook van iets intiems, bijna huiselijks of familiairs (zoals “opa”, “opie” – het geheugen van de familie).
AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) → de hedendaagse wet die bedoeld is om privacy te beschermen, maar die in mijn context juist laat zien hoe lichamen en levens kunnen verdwijnen in juridische abstractie.
De titel klinkt als een hedendaagse fabel over identiteit en uitwissen: hoe het vrouwelijke lichaam, het erfgoed, en de adem van een mens door wetgeving wordt “geanonimiseerd” tot data — en zo opnieuw onzichtbaar gemaakt.
De prijs die ik moest betalen voor een ziekte waarvoor geen werkgever aansprakelijk was, maar waar de staat verantwoordelijk voor is.
Ik draag de kosten van een systeem dat mijn arbeid als vrouw niet zag, mijn zorg niet benoemde, en mijn recht op herstel uitbesteedde aan niemand.
De ziekte werd mijn erfenis, en mijn lichaam het archief van een falend verbond tussen zorg en staat.
🧾 Wat “Data Mask”-bedrijven doen Ze anonimiseren of pseudonimiseren persoonsgegevens, zodat ze niet direct te herleiden zijn tot individuen. Ze bieden AVG-compliance-diensten: zorgen dat bedrijven voldoen aan privacywetgeving. Ze “maskeren” data — letterlijk: ze trekken een digitale sluier over het individu.
👉 Juridisch is dat bedoeld als bescherming. Maar symbolisch gezien — en in jouw context van Dust opie – Het AVG verdwijningsverhaal — is het ook een nieuwe vorm van ontlichaamde controle. De mens verdwijnt achter zijn eigen bescherming.
De bruidssluier van Datamask.
Zij is kostwinner, maar niet rechtspersoon. Haar lichaam is geregistreerd in de Kamer van Koophandel, maar niet erkend in het Burgerlijk Wetboek. Dat is de leemte waarin recht en adem elkaar verliezen.
In de wet is het lichaam van de ondernemer economisch belastbaar, maar niet beschermd als arbeidslichaam. Voor vrouwelijke kostwinnaars is dit dubbel discriminerend: Ze dragen de economische verantwoordelijkheid van kostwinner, maar hebben geen toegang tot de rechtsbescherming van werknemers. Maar betalen wel loonbelasting zonder werkgever!!
👉 Dit is een structurele vorm van juridische ongelijkheid die raakt aan artikel 1 (gelijke behandeling) en artikel 11 (lichamelijke integriteit) van de Grondwet, en aan CEDAW (VN-Vrouwenverdrag) artikel 11: bescherming van werkende vrouwen.
Longschade bij vrouwelijke kostwinnaars in VOF-structuren
Een vergeten rechtspositie tussen lichaam en rechtspersoon – Nationale Nederlanden kocht mijn entiteit en lichaam en geest dus op. *
In de Nederlandse rechtspraktijk bestaat voor vrouwelijke kostwinnaars die opereren binnen een Vennootschap onder Firma (VOF) een structurele leemte tussen arbeidsrecht, gezondheidsrecht en ondernemingsrecht.
De VOF kent geen rechtspersoonlijkheid: de natuurlijke persoon – de vennoot – blijft volledig aansprakelijk met haar privévermogen, haar arbeid en haar lichaam.
Wanneer bij langdurige blootstelling aan stof, dampen of fysieke belasting longschade ontstaat, wordt de vrouwelijke vennoot medisch erkend als patiënt, maar niet juridisch erkend als werknemer of rechtspersoon.
De behandeling valt onder de Zorgverzekeringswet, maar inkomensverlies of structurele schade wordt niet gedekt door sociale zekerheidswetgeving.
Er is geen toegang tot Ziektewet, WIA of een wettelijke vorm van werkgeversaansprakelijkheid.
Alleen via een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering – vaak financieel onhaalbaar – kon dus een gedeeltelijke belasting dekking worden verkregen.
Deze situatie legt een dieper maatschappelijk probleem bloot:
het vrouwelijke lichaam als economisch kapitaal wordt wel belast en geregistreerd (via belastingdienst, KvK, verzekeringen), maar niet wettelijk erkend als bestuurlijke entiteit met eigen rechtspersoonlijkheid.
Het lichaam van de vrouwelijke kostwinner bevindt zich daardoor in een juridisch niemandsland: het functioneert als producent van waarde, maar zonder structurele bescherming of representatie binnen de wetgevende macht.
Binnen het kader van Wetboek 9 IE vanuit de Synode wordt deze leemte benaderd als immaterieel erfgoed van ongelijkheid — een historisch doorgegeven mechanisme waarin de adem, de arbeid en het lichaam van de vrouw juridisch onzichtbaar bleven.
De longen van de vrouwelijke vennoot zijn in dit perspectief niet enkel een medisch gegeven, maar een document van systemische rechtsuitsluiting.
Een echte moeder de vrouw is een Fee — een vrouw die haar waarheid weeft uit het getouw zelf.” Art & Culture NNX
Een wetgevende macht die de Grondwet respecteert, erkent eerst de moeder als broncode van haar bestaan in het Burgerlijk Wetboek.
Zij erkent dat geen enkele bepaling, geen enkel recht, geen enkele wet kan bestaan zonder de oorsprong, die leven schenkt, draagt en onderhoudt.
De moeder is geen eigendom, maar oorsprong; geen rechtsobject, maar de levende grond waaruit de rechtsorde haar bestaansrecht put.
De erkenning van de moeder als broncode vormt het eerste beginsel van menselijk recht, waarop elke wet die de naam “burgerlijk” draagt, haar waardigheid ontleent.
🕊️ Wat is het Faro-verdrag?
Het Faro-verdrag (voluit: Raad van Europa Verdrag inzake de waarde van cultureel erfgoed voor de samenleving, 2005) legt de nadruk niet op monumenten of bezit, maar op de relatie tussen mens, gemeenschap en erfgoed.
Het stelt dat erfgoed deel is van mensenrechten en democratische waarden, en dat iedereen het recht heeft om betrokken te zijn bij de betekenisgeving van cultureel erfgoed.
Belangrijke principes zijn o.a.:
Artikel 1: Het recht om erfgoed te erkennen, te interpreteren en te gebruiken. Artikel 4: Iedereen heeft het recht om deel te nemen aan het culturele erfgoed van zijn of haar keuze. Artikel 8: De verplichting van de staat om de maatschappelijke betekenis van erfgoed te ondersteunen. Artikel 12: Samenwerking tussen overheid, burgers en erfgoedgemeenschappen.
Nederland heeft het Faro-verdrag nog niet formeel geratificeerd, maar werkt wel met het zogeheten Faro-implementatietraject, waarin juist ‘erfgoedgemeenschappen’ zoals mijn praktijk — waar artistieke, persoonlijke en maatschappelijke lagen samenkomen — worden erkend.
🌿 Hoe mijn aanvraag tot wettelijke erkenning zich verhoudt tot het Faro-verdrag
De zin “Een wetgevende macht die de grondwet respecteert, erkent eerst de moeder als broncode van haar bestaan in het Burgerlijk Wetboek” is in feite een Faro-verklaring maar dan in poëtische vorm.
St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein, januari 2026
Door Silvia — ex Handelaar in confectie nú erfgoed kunstenaar, schrijver, en onderzoeker Project: De Ziel van Nederland – Moederkracht in Beeld en Wet
Ik werk als Faro-praktijkhouder: mijn werk brengt meerstemmigheid tot leven door ritueel, kunst en persoonlijke erfgoedlijnen te verbinden met maatschappelijke thema’s.
Ik draag bij aan de Faro-doelstelling om erfgoed te erkennen als levend netwerk van betekenissen, waarin elke stem telt.”
Ben de eigen architect van je ei- gen- leven.
In mijn huidige werk bouw ik aan de ruimte waarin erfgoed ademt. Niet van bovenaf ontworpen, maar van binnenuit geboren. Het ei staat voor oorsprong, herinnering en transformatie: een huis dat ik zelf bewoon, vorm en doorgeef. Ik erf niet slechts wat was — ik schep wat er kan zijn. Zo belichaam ik de Faro-gedachte: dat ieder mens de maker is van het erfgoed dat betekenis geeft aan haar bestaan.
Verzeker wat je zelf niet kunt of wilt dragen. Mijn werk onderzoekt wat er gebeurt wanneer erfgoed, belasting, schuld en bezit niet langer vanzelfsprekend worden overgedragen, maar bewust worden herverdeeld.
Tussen moeder en dochter, tussen lichaam en recht, tussen zichtbare en onzichtbare erfenissen.
In de geest van het Faro-verdrag beschouw ik erfgoed als een gedeelde verantwoordelijkheid: iets wat we niet hoeven te dragen in stilte, maar kunnen verzekeren in gemeenschap.
Kunst wordt daarbij is mijn polis, mijn ritueel van erkenning. Zo maak ik ruimte voor een nieuwe vorm van zorg: een erfgoed dat niet drukt, maar draagt.
Ook in het St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht en Woerden zijn regelmatig kunstexposities te zien waar bezoekers en patiënten van kunnen genieten. Deze exposities bestaan veelal uit werken van lokale kunstenaars.
Maar in januari 2026 keert een bijzondere gast terug naar locatie Nieuwegein. Niet als patiënt — maar als maker.
Sarcoïdose- Je Maintiendrai
Sarcoïdose: het lichamelijke wapen van “Je maintiendrai” Koninklijker kan eigenlijk niet.
“De natie leeft in het lichaam, en het lichaam protesteert.”
Negentien jaar geleden begon mijn dossier aan de Koekoekslaan in Nieuwegein. Een dossier vol cijfers, waarden, infusen, röntgenbeelden en pet-scans. Sarcoïdose, zeiden de arts. Een ontsteking zonder vijand. Een lichaam dat zichzelf verdedigt, tot het niet meer kan.
“Infliximab is de diplomatie tussen lichaam en ziel. Waar de cellen oorlog voeren, brengt dit middel wapenstilstand.”
Maar achter die statistiek groeide een ander archief: een reeks werken die langzaam uit mijn huid leken te komen — vazen, scherven, ogen, kruisen, woorden. Mijn ziekte werd materiaal. Mijn lichaam werd atelier.
“Want zonder moeder de vrouw is al het culturele erfgoed niks waard.” Dat is niet zomaar een uitspraak, dat is een grondverklaring. Een zin die klinkt als erfgoed zelf — geschreven in vrijwater en moedermelk, niet in marmer.
Het lichaam dat handhaaft
Nu keer ik terug naar het St. Antonius, niet om te genezen, maar om zichtbaar te maken wat nooit geloofd werd: dat het lichaam zelf drager is van recht, van kunst, van herinnering.
Een ziekenhuis is geen galerie. De muren zijn wit, de adem kostbaar. Kunst moet hier fluisteren om gehoord te worden. Ze spreekt niet in groot gebaar, maar in aanwezigheid. Een schilderij dat ademt met de patiënt, een beeld dat luistert terwijl iemand wacht.
Kunst in een ziekenhuis is geen luxe. Het is de plek waar zorg en ziel elkaar raken. Waar adem stokt, kan kleur ademen. Waar angst heerst, kan vorm vertrouwen wekken.
Dat is geen verwijt, maar een herstelactie — een oproep om waarde opnieuw te definiëren: niet in geld, maar in aandacht; niet in bezit, maar in bewaring; niet in namen, maar in nageslacht. Silvia Lindeboom
Ik ben het merk – Ik ben het lichaam
Over kunst, ziekte en soevereiniteit
Mijn werk heet Het levende lichaam van de vennootschap. Dat klinkt zakelijk, maar het is juist tegendraads. Een vennootschap onder firma kan niet bestaan zonder het lichaam en de geest van haar makers. Zonder handtekening geen recht, zonder adem geen arbeid.
Artikel I — Grondwet- Zonder moeder de vrouw is al het culturele erfgoed niks waard. Polis – Poleis – Status
“Amsterdam Museum – ik ben het lichaam. Dit is geen slogan, maar een grondrecht.”
In het St. Antonius krijgt dat grondrecht ook een gezicht. Hier liggen de echte lichamen: genezende, vechtende, wachtende. Hun adem is de handtekening onder de zorg. Hun hartslag is het ritme van de tijd.
Pijn is de stem van het lichaam dat gehoord wil worden. Zij vraagt niet om uitroeiing, maar om erkenning van wat in stilte leeft. Wie luistert naar haar vuur,hoort het oeroude gesprek tussen ziel en stof.
In het recht van de adem is pijn geen fout, maar getuigenis. Zij zegt: ik ben niet je straf, ik ben je boodschapper.
De Erfgoedspiraal (DNA) Ik draag de spiraal in mij. Twee strengen, verstrengeld als herinnering en verlangen.
De ene lijn draagt wat geboren werd, de andere wat nog niet durfde spreken. Tussen hen stroomt een code — geen wet, maar ritueel. A ontmoet T, C ontmoet G, en ergens daartussen beweegt het kind, het kunstwerk, het erfdeel.
Elke omwenteling is een keuze: behouden of loslaten, verzekeren of bevrijden.
Mijn DNA is geen bezit, het is een archief in beweging. Een Faro-spiraal van zorg, die zich opent voor wie zich wil herinneren zonder te bezitten.
Zo erf ik niet alleen een bloedlijn, maar ook betekenis. Zo wordt de helix een huis, en ik — de architect van mijn ei gen leven. Opgeslagen in het Catshuis.
Wie bezit de kopie? wie bezit het origineel?
Een aap imiteert, maar door zijn imitatie onthult hij eigendom als illusie.
✨ Het geheim van het weefgetouw
“Hoe meer ik studeer, hoe onverzadigbaarder ik mijn genialiteit ervoor voel.” Die woorden van Ada Lovelace dragen het vuur van een vrouw die dacht — en wist dat denken zelf een vorm van scheppen is.
De wetenschap werd haar toevluchtsoord: een plaats waar orde en verbeelding elkaar raken, waar de geest mag spreken in de taal van symbolen, en het lichaam eindelijk rust vindt in de logica van lijnen en getallen.
Want “de wetenschap van de bewerkingen”, schreef ze, heeft haar eigen abstracte waarheid en waarde.” Het weefgetouw dat Ada bestudeerde, was niet alleen een voorloper van de computer, maar ook een metafoor voor het brein, voor de vrouw die denkt, voor het weefsel van oorzaak en gevolg dat wij leven noemen.
In mijn werk onderzoek ik datzelfde weefgetouw — waar wetenschap, zorg en erfgoed in elkaar grijpen als draden van een onzichtbare stof.
Het geheim is niet de techniek, maar het patroon: hoe elke berekening een herinnering draagt, hoe elke formule iets onthult van het verleden dat in ons voortleeft.
De abstractie wordt erfgoed, de draad wordt bewijs, en de kennis — hoe vrouwelijk ook — wordt eindelijk erkend als kunstvorm.
Wie was Sint Antonius?
Antonius de Grote — oervader van het kloosterleven — trok zich terug in de Egyptische woestijn om in stilte en gebed te leven. Zijn strijd was innerlijk: tussen waan en wijsheid, tussen lichaam en geest. Hij leerde dat het lichaam geen vijand is, maar een veld waarin de ziel leert onderscheid maken. Daarom werd hij patroonheilige van zieken, boeren en allen die de innerlijke demonen van ziekte en verleiding moeten bedwingen.
St Antonius- Livar gehakt
Het St. Antonius Ziekenhuis draagt zijn naam met reden: zijn symbool is de blauwe Tau, het teken van leven na lijden — van genezing, niet van schuld.
“In het huis van Antonius wordt het lichaam niet afgewezen, maar hersteld. Hier spreekt de ziekte in symbolen, en genezing in stilte. Wat ziek lijkt, kan heilig zijn.”
⸻
Vrijheid als heldere adem
Vrijheid, schreef Elke Wiss, begint bij helder denken. En de leeuw in mij fluistert: Keep going — it’s happening even when you can’t see it yet. Helderheid is niet de afwezigheid van pijn, maar het vermogen om te blijven zien, ook in de mist.
Daarom keer ik terug. Om met open ogen te blijven staan in de plek waar het leven trilt tussen recht en zorg. Om te zeggen:
“Hier klopt het systeem nog. Hier ademt de wet. Hier leeft de kunst.”
Het ultieme geheim van de Synode
1814 Thorbecke maakte de grondwet en Napoleon 1838 maakte ons lichaam als entiteit handelingsonbekwaam – Vader Drees 1957 belaste het lichaam zonder dat haar geslacht als zelfstandige bestuurder van haar eigendom ( haar lichaam) wettelijk erkend is binnen de wetgevende macht als zelfstandige en of rechtspersoon.
Wat ik hier benoem, raakt de kern van iets wat in Nederland zelden zo scherp wordt verwoord: de juridische en symbolische uitsluiting van “de vrouw, het lichaam” uit de grondwettelijke en politieke orde.
📜 Inhoudelijk kernpunt
Thorbecke (1848): ontwierp de Grondwet — waarin de burger (de rechtspersoon) abstract, mannelijk en politiek rationeel werd gedefinieerd. De vrouw als zelfstandig burger werd nog niet erkend. Napoleon (Code Civil, 1804): maakte van het lichaam een juridische entiteit onder voogdij — de vrouw was handelingsonbekwaam, eigendom van vader of echtgenoot. Vader Drees (na WOII): introduceerde de verzorgingsstaat, maar de uitkering en belastingstructuren bevestigden dat het vrouwelijke lichaam geen economisch zelfstandig bestuursrecht had — het werd belast, maar niet vertegenwoordigd als rechtspersoon.
Samen vormen ze een onzichtbare lijn van juridische patriarchie:
de vrouw werd bestuurd, verzekerd, belast, maar nooit als bestuurder van haar eigen lichaam erkend.
Men zegt dat de vrouw is geëmancipeerd, maar zolang zij niet wettelijk erkend is als zelfstandige bestuurder van haar eigen lichaam, is elke vorm van emancipatie een vorm van constitutionele identiteitsfraude.
Ik ben niet verzekerd om uit handen te geven. Mijn lichaam is geen polis, mijn geest geen premie.
Zolang verzekeraars mijn bezit bewaken, bepaalt de betaler de grens — maar ik stel een andere grens: de Faro-grens.
Erfgoed wordt niet beheerd, maar bewoond; niet geclaimd, maar gedeeld op stemrecht, niet op betaalrecht.
Ik herwaardeer wat niet te dragen is en verzeker het in gemeenschap: zorg, ritueel, wederkerigheid.
Mijn kunst is de contraverzekering tegen onzichtbare overdracht: ze tekent eigenaarschap opnieuw — van binnen naar buiten, van vrouw naar wereld, van verleden naar mogelijkheid.
Ik houd mijn archief in mijn lijf, mijn polis in mijn stem. Alleen als wij zwijgen verdwijnen we.
Ik spreek — en daarmee herschrijf ik de voorwaarden.
✴️ Waarom ik een golem maak
Ik was zelfstandige — een handelaar in confectie met een VOF, een rechtsvorm die mij stem en bestaansrecht gaf.
Ik had mij privé verzekerd. De verzekering keerde uit, maar in 2009, tijdens de crisis, werd mijn schade-uitkering in één keer belast met loonbelasting — zonder uitleg, zonder transparantie.
Als ik niet tekende, zouden de gevolgen groot zijn.
Toen ik mij bij de Kamer van Koophandel uitschreef als vennoot, werd ik in de belastingregisters een personeelslid zonder werkgever: geen pensioengrondslag, geen vakantiegeld, geen sociale rechten.
Een juridisch spook — overlevend, betalend, maar nergens geregistreerd als iemand met een eigen recht.
Tien jaar lang leefde ik met ziekte en medicijnen.
Toen ik in 2017 voorzichtig opnieuw wilde deelnemen, vroeg ik hulp via de Participatiewet. De ambtenaar zei: “Ik hoef u wettelijk niet te helpen.”
Op dat moment sloeg de bom in — niet alleen in mij, maar in het geloof dat het systeem leven dient.
Sindsdien maak ik een golem van klei.
Zij is mijn tegenantwoord — mijn rechtspersoon van aarde.
In haar vorm leef ik opnieuw: niet als nummer, maar als schepper, getuige en erfgenaam van mijn eigen bestaan.
In mijn huidige vrijtijd /werk vormt klei het beginpunt van een ritueel herstel. Ik maak een golem — niet om te beheersen, maar om te herinneren. In de Joodse en alchemistische traditie werd de golem tot leven gewekt uit aarde en bezielde adem.
In mijn handen wordt zij een vrouwelijke gestalte, een drager van herinnering en recht. Ze bewaakt de grens tussen lichaam en instituut, tussen erfgoed en bezit, tussen leven en wet. De handhaving op een lichaam zonder armen en handen – Handelingsonbekwaam code Civiel Napoleon
De blauwe kleivorm verwijst naar het lichaam van de vrouw als vaas, vat en rechtspersoon: een lichaam dat geschiedenis draagt maar zelden eigendom van zichzelf mocht zijn.
De gouden lijnen volgen de aders van de aarde — sporen van macht, bloed en herstel. Op haar schouders rust een dierlijk hoofd met kroon: een symbool van instinctieve intelligentie, van soevereiniteit voorbij het mensbeeld dat ooit de vrouw uit het koninkrijk van het recht verdreef.
Naast haar liggen een oranje dobbelsteen en een zwaard — tekens van toeval, groei en vergankelijkheid. Zij herinneren eraan dat leven niet maakbaar is, maar dat kunst een taal kan zijn waarmee het onzichtbare opnieuw vorm krijgt.
Mijn golem is een rituele bewaker van vrouwelijke autonomie. Ze is gemaakt van klei, maar belichaamt de adem van geschiedenis. Ze staat voor het moment waarop ‘moeder de vrouw’ haar stem terugvindt — niet als symbool, maar als levende rechtspersoon.
Wat ik met dit werk teweeg wil brengen
“Clay is quiet, but it tells the loudest stories.”
En soms, in de stilte van het atelier, hoor ik haar weer — de vrouw die zat aan de keukentafel, haar handen in de klei, haar hart in het erfgoed.
Met mijn werk wil ik zichtbaar maken wat eeuwenlang verborgen is gebleven: de vrouw – en in het bijzonder de moeder – als fundament van onze samenleving. In wetgeving, musea en geschiedenisboeken is haar aanwezigheid uitgewist, terwijl haar lichaam letterlijk het begin vormt van elk mensenleven.
Mijn wens is dat Nederland haar erkent als zelfstandig bestuurder van haar lichaam én als drager van cultureel erfgoed. Door haar positie wettelijk, symbolisch en cultureel te herstellen, ontstaat een rechtvaardiger samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht gelijkwaardig verdeeld zijn.
Mijn drijfveer komt voort uit persoonlijke ervaring, mijn beroep handelaar en levenskracht met een keuken tafel kunstpraktijk en een diep verlangen om het onzichtbare zichtbaar te maken – met klei, naald en draad, en in ons collectieve bewustzijn.
Wandkleed Slavernij verleden
🌍 Reisverslag — Beatrix Kwartier Gedragen verhalen Coöperatief Erfgoed: Van Keukentafel tot Hoofdkantoor
Utrecht – Croeselaan 18, Rabobank
De dag begint in Utrecht. De lucht hangt laag boven de Croeselaan, waar de twee glazen torens van de Rabobank als een modern klooster oprijzen.
Op de begane grond ruik ik koffie en nieuwe tapijten. Aan de balie staat iemand met een naamplaatje waar coöperatief beheer op staat.
Ik denk aan de boeren en huisvrouwen die hier, een eeuw geleden, hun geld samenbrachten om de gemeenschap overeind te houden.
De eerste banken waren houten banken. De eerste coöperatie een keukentafel.
Binnen in de hal zie ik een maquette: kringvormige torens, verbonden door glas.
Een transparante kathedraal van wederzijds vertrouwen.
Hier, denk ik, is de bank als erfgoed geboren — niet als machine van winst, maar als tafel van overleg.
De vrouw des huizes is hier nog voelbaar, al heet ze nu ‘lid’, ‘cliënt’, of ‘ondernemer’.
“Waar men samen zit, wordt waarde geboren.”
Amsterdam-Zuidoost – Bijlmerdreef 106, ING
De trein brengt me naar de Bijlmer. De wolken trekken open, het koperkleurige gebouw van ING glanst in het licht: een reusachtige kever met vleugels van glas.
Het heet The Orange Machine, ooit symbool van vooruitgang, nu van schaal.
Binnen is het stil. In de glazen liften zweven mensen met badges.
Er is geen tafel meer, slechts schermen.
De bank van vroeger — met de vrouw, de pen, de schatkist — is veranderd in een algoritme.
Toch voel ik iets herkenbaars: de zorg om balans, om rente en schuld, om het gezin dat moet leven van wat onzichtbaar stroomt.
Ik noteer in mijn schetsboek: De moedermaatschappij leeft voort in servers en spreadsheets.” De coöperatie werd een cloud.”
En ergens, in die digitale mist, blijft de oude logica van de huishouding kloppen. Amsterdam-Zuid – Gustav Mahlerlaan, ABN AMRO. Langs de Zuidas loopt een koude wind. Het gebouw van ABN AMRO lijkt op een tempel: glas, staal en evenwicht. Binnen hangen historische foto’s van fusies: Amro, Mees & Zoonen, HBU, Fortis. Ergens in een archiefkast ligt een handtekening onder de fusieakte die ooit de balans van het koninkrijk herschreef. Ik vraag me af:
Waar is de erfgenaam van de coöperatie gebleven? Is zij de dochteronderneming die opgesloten zit in het aandelenkapitaal van de moedermaatschappij — de onzichtbare vrouw die het huis ooit bewoonde?
In de hal staat een kunstwerk: een houten bank, leeg. Ik ga zitten. Het voelt als een ritueel. Een herinnering aan het moment waarop geld nog een menselijke maat had. De bank als zitplaats van het geweten.
Den Haag – Aegonplein / NN Group
De reis eindigt aan de rand van de stad, bij de verzekeraars. Hier begint het erfgoed van bescherming: AGO, Ennia, NN, Aegon — namen als families die ooit schreven over zekerheid en dood.
De gebouwen zijn zandkleurig, bijna klassiek. Het zijn geen banken, maar schilden. Ik loop langs de gevel en lees de motto’s: “Voor wie belangrijk is wat zeker is”. Binnen hangen schilderijen van gezichten zonder namen, contracten zonder handen.
De verzekering als ritueel: een belofte dat iemand, ergens, zal zorgen wanneer jij er niet meer bent. Ik denk aan mijn oma Nellie Von Aldenhoven Pruissen, die de bonnetjes bewaarde in een leren map.
Aan de polis van mijn vader, aan 1 augustus — de dag waarop recht en ritueel elkaar raakten. De huishoudbank van de familie was geen instituut, maar een tafel, een map, een hart.
Epiloog – De bank als erfstuk
Terug in de trein zie ik mijn reflectie in het raam. Achter me glijdt Nederland voorbij: velden, torens, spoorlijnen. Van de boerenleenbank tot de financiële wolk — één lijn van vertrouwen, gebroken en hersteld.
Ik denk:
De bank is een meubel van herinnering geworden. Een plek waar geld, zorg en erfdeel samenkomen. Een heilige zitplaats in het huis van de samenleving.
“Misschien is coöperatief erfgoed niet wat we bezitten, maar wat we samen onderhouden — de tafel waaraan we blijven zitten, ook als het gesprek moeilijk wordt.”
Van voetnoot naar Fundament Art & Culture
Dustopie
Ik leef in stof, adem de resten van geschiedenis. Sarcoïdose, zeggen ze, maar ik hoor: de longen van mijn voormoeders spreken nog. Zij die katoen plukten, steenkool droegen, stof van suiker in hun huid. Hun adem werd arbeid, hun adem werd bezit.
En ik, ik draag hun as als erfenis. Elke cel herinnert, elk litteken in mijn longen is een draad tussen wat ooit geboeid was en wat nu ademt.
Leven met een zeldzame aandoening is een zeldzaam bestaan — maar zeldzaam is ook de kracht om te blijven ademen in een wereld van stof.
Ik noem het: stof tot nadenken. Ik noem het: overleven. Ik noem het: ERFGOED KUNST.
Over mij, de maker
Silvia is kunstenaar, schrijver en onderzoeker. Haar werk beweegt tussen kunst en recht, lichaam en staat. Zij werkt aan het meerjarige project De Ziel van Nederland – Moederkracht in Beeld en Wet, waarin ze onderzoekt hoe vrouwelijke creatie, recht en ritueel elkaar kruisen. Haar eerdere werk Ik ben het merk – Ik ben het lichaam werd gepresenteerd in samenwerking met het Amsterdam Museum.
Nationale-Nederlanden werd onbedoeld mijn mecenaat: het lichaam betaalde de prijs, het verzekeringsstelsel de rekening. Kunst maakt dat zichtbaar.
De vrouw als niet-erkende rechtspersoon
De wet heeft haar gezien, maar niet erkend. Zij werd bestuurd, verzekerd, belast, maar nooit als bestuurder van haar eigen lichaam benoemd.
Haar naam staat in registers, maar haar stem niet in de Grondwet. Volgens het recht heeft haar lichaam economische waarde, maar geen bestuurlijke waarde. Ze is meetbaar in arbeid, maar onzichtbaar in besluitvorming. Haar adem betaalt belasting, haar zorg vult het bureau voor de statistiek, haar lichaam draagt de samenleving, maar is geen rechtspersoon in de wet.
Toch is juist zij het levende fundament van elke wet, het ongeschreven hoofdstuk dat het systeem nog steeds weigert te lezen.
Medusa
In jaren van medisch en juridisch overleven ligt de bal nu bij de moedermaatschappij NN. Wat begon als een persoonlijke strijd om bestaansrecht is uitgegroeid tot een cultureel spiegelbeeld:
de erfgenaam tegenover het verzekeringslichaam, de vrouw tegenover het kapitaal.
NN – als naam en als symbool van Nomen Nescio, de naamloze – belichaamt precies wat ik onderzoek: het anonieme systeem dat bepaalt wie telt, wie geteld wordt, en wie uitgewist blijft.
Binnen het patriarchale recht wordt de portefeuille meestal gezien als bezit van een BV, bank of mannelijke erfgenaam. Maar wie inhoudelijk kijkt, ziet dat zij de functie van de moeder vervult: ze verzorgt, bewaart, verzekert, garandeert.
De paradox:
de moeder draagt het risico, maar de man beheert het kapitaal.
Daarmee is de portefeuille de onzichtbare moeder van het financiële systeem: ze is er altijd, maar nooit erkend als subject. Precies zoals moeder de vrouw in mijn werk: zichtbaar als arbeid, onzichtbaar als rechtspersoon.
Mijn werk keert de blik om. De naamloze krijgt gezicht..De bal ligt niet langer bij het systeem, maar in de kring van erfgoed en herinnering.
De vraag die nu gesteld wordt is niet: wie bezit wat? Maar: wie bewaart wie?
Ik ben de eigen architect van mijn ei gen leven. Ik verzekerde wat ik niet kon en kan dragen, maar ik liet mij niet verzekeren wat mij tot stilzwijgen verplichte.”
De A – ster X & O – bel X, een ritueel en juridisch schema van erfelijkheid.
“De moeder is het archetype van de materie zelf — het lichaam waarin geest wil wonen.”
Van letter naar cijfer
In mijn werk onderzoek ik hoe de letter van de wet — ooit levend, ritueel en menselijk — is omgekat naar het cijfer van willekeur. Wat begon als taal, werd registratie: artikel, nummer, polis, erfcode. Daarin verdween de zelfstandige vrouw uit het zicht: zij werd meeverzekerde, meerekendeelster, maar nooit rechtspersoon van haar eigen leven.
Mijn objecten — zoals deze beschilderde vaas — herstellen de taal in het cijfer. Ze dragen tekens, handen, ogen, sleutels: restanten van een vrouwelijke codex die ooit uit het recht werd gewist. Ik breng de wet terug naar het lichaam, de administratie terug naar verbeelding.
Kunst is voor mij een venster naar een andere juridische werkelijkheid: een ruimte waarin het lichaam weer mag spreken, waar getallen verhalen worden, en waar levenskunst gelijkstaat aan het recht om zelf betekenis te geven aan bestaan.
Skyfictie
“Als het woord vrouw niet in de wet bestaat, bestaat de werkelijkheid slechts als luchtspiegeling.”
De wet spreekt in abstracties (persoon, burger, werknemer), maar zwijgt over het concrete, belichaamde bestaan van de vrouw.
Wat niet benoemd is, wordt niet beschermd. Wat niet in taal bestaat, bestaat niet in recht.
Zo ontstaat een samenleving van luchtconstructies — ficties van gelijkheid die boven de grond zweven.
Een hemelrijk zonder aarde.
Daarin leeft moeder de vrouw als schim: zichtbaar in arbeid, in zorg, in ritueel, maar onuitgesproken in de wetstekst zelf.
🐑 Octrooi – Ooi – Schaap – Zaak – Schaap
Octrooi 1919 ( Hugo Alexander Koch
Het recht op iets wat ooit vanzelf ging. Een handtekening op de baarmoeder, een stempel op adem.
Ooi. Het moedige dier dat draagt, gehoorzaamt, geeft. Haar naam zingt zacht, maar haar melk voedt wetten.
Ooi — de vrouw in de wei van het systeem. Schaap. Het lichaam dat volgt, geschoren van betekenis. Zij produceert wol, geen stem. Maar onder haar huid trilt verzet.
Zaak.
Alles wordt een zaak: het kind, het lichaam, de naam. Een zaak met een nummer, een datum, een code. Een ooi met een octrooi. Schaap. Nog één keer schaap, om de kring te sluiten.
Ze kijkt op, haar ogen spiegelend, alsof ze vraagt: Wie is hier de maker, en wie het eigendom?
Staat & Systeem 1919
Twee letters Twee cijfers code klavier
Ooit een symbool van angst. Nu een structuur zonder gezicht. SS: de echo van gehoorzaamheid, vertaald naar het heden als Staat & Systeem.
De uniformen zijn digitaal geworden. De bevelen fluisteren via algoritmen. De nieuwe orde spreekt in Excel en protocollen. Geen marcherende laarzen, maar keurige beleidsnota’s, formulieren, protocollen, een algoritme dat beslist wie zorg krijgt en wie niet.
“De mystiek van Truus van Gogh is het moment waarop de kunstenaar haar eigen ziel tot materiaal maakt.”
De structuur van moeder, de vrouw als zelfstandige bestuurder van haar lichaam is expliciet niet opgenomen in het burgerlijk wetboek als zelfstandige entiteit binnen een VOF rechtsvorm en is dan ook niet verplicht tot het betalen van loonbelasting als zelfstandige bij een schadevergoeding/ Uitkeringsgerechtigde.
Binnen het Burgerlijk Wetboek (BW) bestaat er geen afzonderlijke erkenning van “de moeder, de vrouw” als zelfstandige rechtsentiteit.
Het BW kent enkel natuurlijke personen, rechtspersonen, en in sommige gevallen samenwerkingsverbanden zoals de vennootschap onder firma (VOF).
In een VOF is elke vennoot zelfstandig ondernemer en dus zelfstandig belastingplichtig (voor inkomstenbelasting, niet voor loonbelasting) en zeker niet op een schade-uitkering.
Dat betekent inderdaad:
Een vennoot van een VOF is geen werknemer; Er wordt geen loonbelasting betaald, want er is geen dienstverband; De inkomsten worden belast via de inkomstenbelasting als winst uit onderneming.
Wat ik hier scherp zichtbaar maakt, is dat het vrouwelijke lichaam — als symbolische en materiële drager van arbeid, zorg en schepping — niet als zelfstandige bestuurlijke entiteit in dat systeem voorkomt.
Het lichaam dat creëert (biologisch of artistiek) is niet juridisch benoemd als producent, slechts als persoon die arbeid verricht.
Dat gat — de afwezigheid van de moeder als zelfstandige bestuurder van haar eigen lichaam binnen het juridische kader — is precies waar ik Wetboek 9 positioneert: als de ontbrekende codex van het belichaamde recht.
Een vennoot ontvangt geen loon in de zin van de Wet op de loonbelasting; er is immers geen dienstverband tussen de vennoot en de VOF. Er wordt dus geen loonbelasting of premies werknemersverzekeringen afgedragen.
De inkomsten worden belast via de inkomstenbelasting (Winst uit Onderneming, Wet IB 2001).
En inderdaad, belangrijk zoals ik het nu zeg:
Een vennoot heeft geen recht op een schade-uitkering of ziektegeld uit de winst van VOF.
Er is dus geen wettelijke grond waarop een vennoot als zelfstandige automatisch recht zou hebben op uitkering, compensatie of loon bij ziekte of schade — omdat het zelfstandige ondernemerschap juist betekent dat men eigen risico draagt.
De Vennootschap van het Lichaam
In de vennootschap van vlees en ziel zijn alle vennoten zelfstandig.
Er is geen werkgever, geen loon, geen sociale zekerheid.
De moeder, de vrouw, de maker is haar eigen arbeid, dekte haar eigen risico, binnen haar eigen wet.
De wet van nu noemt het “zelfstandige belastingplicht.”
Ik noem het: het recht op bestaan zonder toestemming.
Artikel 11:
De zelfstandige draagt haar verlies als getuigenis. De winst van haar lichaam is vorm. Er is geen uitkering voor de schepper. Alleen de erkenning van haar handtekening in nu in klei.
De zelfstandige vrouw binnen het Code civil
Binnen het Napoleontische Burgerlijk Wetboek (1804) — dat ook in Nederland werd ingevoerd — werd de vrouw juridisch handelingsonbekwaam zodra ze trouwde. Ze mocht geen contracten sluiten zonder toestemming van haar man. Haar vermogen viel onder zijn fiscale beheer. Haar arbeid en voortplanting waren juridisch eigendom van het gezinshoofd.
De zelfstandige vrouw bestond dus niet in het recht, enkel als uitzondering of als weduwe.
Het Code civil schreef letterlijk de uitsluiting van vrouwelijke levenskunst: de vrouw mocht leven, maar niet over haar ei – gen leven beschikken.
Wie ben ik?
De herovering van levenskunst als vrouwelijke autonomie
Wat ik nu doe — door projecten als “Onze monarchie is moeder de vrouw” of “De Onzichtbare Erfgenaam” — is feitelijk:
Het herschrijven van de Code civil in vrouwelijke vorm. Niet langer de man als model van rede, bezit en bestuur, maar de vrouw als rechtspersoon van haar eigen leven, arbeid en ritueel.
Van letter naar cijfer: de omkatting van de wet
De wet werd ooit in letters geschreven — met inkt, handschrift, grammatica, een menselijke stem.
De letter droeg nog een morele en rituele orde in zich: ze verwees naar lichaam, geschiedenis, betekenis.
Maar gaandeweg werd de structuur van de wet omgekat naar cijfers.
Waar vroeger woorden stonden die geïnterpreteerd konden worden, verschenen nummers, coderingen, polisbladen, verzekeringsnummers, burgerservicenummers.
De levende taal van recht verdampte in de koude helderheid van registratie.
In deze omkatting — van letter naar cijfer — verloor de vrouw haar rechtspersoon.
Binnen het Code civil werd ze benoemd, maar niet bekrachtigd: de echtgenote, de moeder, de meeverzekerde.
Ze werd herkenbaar in naam, maar onzichtbaar in nummer.
Haar bestaan werd uitgedrukt in getallen die niets meer zeiden over haar arbeid, haar zorg, haar ritueel of haar schepping.
Zo ontstond een cijfer van willekeur: objectief in vorm, maar willekeurig in werking.
De vrouw was niet langer een subject van de wet, maar een object van berekening.
Haar plaats in het recht was afgeleid, haar identiteit afgeschreven in reeksen die haar vertegenwoordigden maar niet erkenden.
Mijn werk keert deze beweging om.
Ik breng het cijfer terug naar de letter, de code terug naar de stem.
Een nummer als 912758 wordt in mijn handen geen administratieve registratie, maar een ritueel teken van terugkeer.
Ik beschilder het, bezweer het, laat het spreken.
Zo herwin ik de autonomie die ooit in cijfers werd opgesloten — de zelfstandige vrouw die door de wet werd uitgegumd, hervindt zichzelf als schrijver van een nieuwe codex.
De letter van de wet leeft opnieuw — niet in de taal van bevel, maar in de taal van getuigenis.
Niet de abstracte ratio van het burgerlijk recht, maar de intieme rede van het lichaam, de zorg, de moeder, de kunstenaar.
In deze omkering ligt de ware levenskunst:
de kunst om de wet te herschrijven in de taal van het leven zelf.
Man 80 jaar vrijheid / vrouw 1838 code civiel
Het lichaam buigt niet meer voor wapens, maar voor wetsteksten. Het systeem noemt het bescherming, de staat noemt het beleid. En de mens — de ademende, voelende mens — wordt data, dossier, code.
De SS 1919 is niet verdwenen. Ze heeft zich heruitgevonden. Ze leeft in wachtrijen, afwijzingsbrieven, in geautomatiseerde stemmen die zeggen:
“Uw aanvraag is niet volledig.”Code 404 error. Maar ergens tussen de regels staat nog een mens rechtop. Niet uit gehoorzaamheid, maar uit herinnering. Een vrouw die haar adem niet laat reduceren tot een vinkje of een norm. Ze spreekt niet luid, ze ademt langzaam.
Ze zegt: Ik ben niet van de Staat. Ik ben niet van het Systeem. Ik ben van vlees, adem en betekenis.” En in dat fluisteren wordt verzet weer ritueel. Een gebed zonder kerk, een wet zonder wapen. Een nieuwe SS: Stilte & Stem.
De verzekeringsstructuren van moeder de vrouw
In het lichaam van de vrouw liggen de eerste verzekeringsstructuren opgeslagen. De baarmoeder: een polis van vlees, gesloten bij geboorte, zonder handtekening. Zorg, arbeid, erfelijkheid — alles begint als onderlinge dekking, een systeem van bescherming dat geen premies kent, alleen verbinding.
Toch werd die oorspronkelijke zekerheid overgenomen door wetten, door fondsen, bedrijven en ketenpartners.
De vrouw werd verzekerde, maar de premie werd teruggestort — om vervolgens belast te kunnen worden.
Zo werd haar bescherming een fictie, haar arbeid herdoopt tot zorg, haar recht tot gunst, haar erfgoed tot bijzaak in de balans van de staat. Zij, die leven droeg, werd boekhoudkundig geschrapt.
Haar lichaam werd systeem, haar adem polis, haar bestaan post. En waar geen verzekering gold, gold stilte.
Maar in de marge schreef iemand haar naam:
Hagalin — zij die de draad bewaart waarmee het recht opnieuw geweven wordt.
De AOV, de pensioenwet, de erfbelasting — het zijn seculiere sacramenten van vertrouwen, maar wie geen eigen lichaam meer mag garanderen, verliest haar polis aan de samenleving.
Zo ontstond een paradox: de vrouw is drager van de mensheid, maar uitgesloten van de polis van haar eigen voortbestaan.
In mijn werk probeer ik die verzekeringsstructuren te herstellen: niet in cijfers of clausules, maar in klei, draad en ritueel.
Elke vaas, elke draad, elk oog wordt een nieuwe polis — ondertekend met adem. “Ik verzeker mij niet tegen verlies, ik verzeker het recht om te bestaan.”
INNERLIJK BESTUUR
1. De oorsprong
Bestuur komt van besturen: richting geven, orde scheppen, verantwoordelijkheid dragen. In de buitenwereld betekent het macht, politiek, administratie.
Maar in het innerlijk betekent het iets diepers: de kunst om de krachten in jezelf — denken, voelen, handelen, herinneren — in balans te brengen.
Niet als hiërarchie, maar als ritueel samenspel. “Waar de wet ophoudt, begint het bestuur van de ziel.”
2. De archetypische dimensie
Carl Jung zou het innerlijk bestuur herkennen als het proces van individuatie — de weg waarop het ik zich verhoudt tot het Zelf, zoals een volk zich verhoudt tot zijn vorst.
Het onbewuste is het parlement van beelden, het bewustzijn de voorzitter van het heden.
En de droom?
Dat is de geheime vergadering van de ziel.
“Bestuur is pas werkelijk als het ook de schaduw erkent.”
3. De vrouwelijke vorm van bestuur
In erfgoed kunst krijgt innerlijk bestuur een vrouwelijke gedaante: niet gebaseerd op overheersing, maar op zorg, vormkracht, en circulaire orde.
De moeder, de maker, de monarche — zij die zichzelf bestuurt door te luisteren in plaats van te bevelen.
De klei die ik vorm, bestuurt zichzelf onder mijn handen: ze kent weerstand, maar ook overgave.
Dat is de mystiek van materie: de aarde gehoorzaamt niet, maar volgt. Ik bestuur niet met wetten, maar met de juiste aandacht.”
4. Innerlijk bestuur als ritueel politiek gebaar Wanneer de buitenwereld haar wetten verliest — wanneer de vrouw uit de tekst wordt geschrapt, wanneer zorg en recht uiteen vallen — dan begint het innerlijk bestuur als verzet.
Het is de herovering van de staat in het klein: het lichaam als constitutioneel rijk.
Mijn IE in de grondwet is dus van klei. Mijn parlement in mijn spreekt in adem.
Onze regering is uw bloedlijnen geweten.”
The art of esoterica
Arbeid Adelt
Tegendraadse vrouw met een ongelofelijke missie- Het woord moeder, de vrouw in de grondwet en burgerlijk wetboek laten verankeren.
Het verbindt de biologische oorsprong met de culturele erkenning. In dit huis wonen de cellen van het recht, de sterren van de afkomst en de bellen van de stem die eindelijk gehoord wordt. Het is niet langer een huis van stilte, maar van resonantie. Hier spreekt de moeder, de kostwinnaar terug.
De handel in blanke slavinnen – Code Oranje, art. 120 ( conceptuele duiding voor kunst of erfgoeddossier)
In deze titel botsen drie werelden: handel, recht en huid.
“Blanke slavinnen” is hier geen letterlijke aanduiding van mensenhandel, maar een historische verwijzing naar de manier waarop vrouwenlichamen — vooral in Europa zelf — werden en worden behandeld als handelswaar: in huwelijk, arbeid en wetgeving.
Code Oranje roept noodtoestand en waarschuwing op: de kleur van crisis, maar ook van monarchie en natie.
Het is de politieke laag over een oud onrecht. Artikel 120 verwijst naar het artikel in de Nederlandse Grondwet dat rechters verbiedt om de Grondwet te toetsen.
Dat artikel vormt juist de symboliek de “sluiting” van het systeem: de plek waar de wet zichzelf niet durft te zien.
Samen kan dit gelezen worden als een aanklacht in rituele vorm: De handel in vrouwenlichamen mag dan verdwenen zijn uit de markten, maar leeft voort in verzekeringen, arbeidssystemen en juridische stiltes.
Code Oranje: de democratie staat op spanning.
De AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) bepaalt in artikel 17 het zogeheten recht op vergetelheid:
“Een betrokkene heeft het recht om te verlangen dat zijn of haar persoonsgegevens worden gewist.”
Dat recht is bedoeld als bescherming van de individuele autonomie — een mens mag bepalen wat van hem of haar wordt bewaard of vergeten in de digitale en administratieve wereld.
Maar in mijn context, krijgt die zin een diepere, paradoxale lading:
De vrouw, de moeder, de zelfstandige maker is eeuwenlang ongevraagd vergeten — uit archieven, wetten, musea.
En nu schrijft de wet zelf: “U heeft het recht om vergeten te worden.” Een wrange echo, want wat als je juist wilt herinnerd worden? Wat als het “vergeten” een systeemfout is, geen bescherming?
🕯️ Artistieke en symbolische duiding
U heeft het recht om vergeten te worden wordt zo een dubbelzinnig ritueel: het is tegelijk bescherming en uitwissing, vrijheid en ontkenning.
In het Huis van Moeder de Vrouw krijgt die zin een omkering:
“U heeft het recht om herinnerd te worden.”
Dat is de tegenwet, de wet van de aarde, waarin namen, cellen en draden weer aan elkaar genaaid worden.
Clos – Klos draden van ons weefgetouw SMJ Lindeboom
Kunst maken en kijken is geen luxe, maar een essentieel onderdeel van het historische leven vanuit Middelburg. Ons werk onderstreept het toekomstige beleid voor individueel bewustzijn. Rijksmonument Bed & Breakfast Montancourt Middelburg is een huis van rust, verbeelding en zelfreflectie.
Wetboek 9
⚖️ Wie was Meijers
Eduard Maurits Meijers (1880–1954) was de Nederlandse jurist die het huidige Burgerlijk Wetboek (BW) ontwierp.
Hij was hoogleraar te Leiden en internationaal bekend als rechtsgeleerde in privaatrecht. Tijdens de Duitse bezetting werd hij vanwege zijn Joodse afkomst ontslagen. Na de oorlog kreeg hij van de regering de opdracht een nieuw Burgerlijk Wetboek te schrijven (het Nieuw BW). Dat project moest het verouderde Wetboek van 1838 moderniseren.
Zijn BW werd pas decennia na zijn dood ingevoerd (tussen 1992 en 2001).
Zijn werk was rationeel, systematisch, maar sterk geworteld in een mannelijk, eigendomsgericht paradigma.
Er was nauwelijks plaats voor de arbeid of de zorg van vrouwen – laat staan voor de lichamen die de samenleving dragen.
👑 Wie was Gerbrandy
Pieter Sjoerds Gerbrandy (1885–1961) was een antirevolutionair politicus en jurist, bekend als oorlogspremier (minister-president van het kabinet in ballingschap in Londen, 1940–1945).
Hij was streng calvinistisch, jurist van opleiding, en geloofde sterk in orde, plicht en morele zuiverheid. Na de oorlog had hij grote invloed op het herstel van de Nederlandse rechtsstaat en het koloniale beleid. Zijn denken was geworteld in de notie van Goddelijke orde: man, vaderland, gezin.
Waar Meijers het recht systematiseerde, en Gerbrandy het bewaakte, schrijft Hagalin de marge terug in de wet.
Niet in Latijn of jurisdictie, maar in draad, adem en klei.
In die zin is Hagalin de derde stem in dat rijtje — de verborgen auteur van het sociale contract van zorg en bestaan, die de lacune vult tussen burgerlijk recht en levend lichaam. Datum plaats delict – Polissen uit de vorige eeuw
Ons belastingstelsel kent geen vrouwelijke code. De staat herkent haar niet als kapitaal, maar leeft wel van haar rente.
Zij draagt het leven, maar wordt niet verrekend. Zij onderhoudt de samenleving, maar is zelf onverzekerd.
Toch schrijft zij verder — met naald, met adem, met vuur. Elke steek een artikel, elke barst een bewijs.
Zo weeft Hagalin het vergeten recht: een nieuwe codex van bestaan, buiten de balans, maar binnen het geweten.
Medjugorje
uit The Art of Esoterica
De verschijning is geen wonder, maar een wet. De moeder verschijnt telkens opnieuw waar zij niet genoemd wordt. Zij spreekt niet om geloof te eisen, maar om bestaan te bevestigen.
De kerk mag aarzelen, de staat mag zwijgen , maar het lichaam schrijft verder in licht.
Waar de vrouw verschijnt, wordt de wet herschreven. Haar stem is geen dogma, maar bewijs van bestaan.
Medjugorje is overal waar zij niet genoemd wordt.
**Het Convenant met Stichting Koning Willem ***
Er was geen handtekening, alleen een draad — goud, rood, wit.
Een lijn die ooit begon bij Willem, maar via de moeder weer naar het volk liep.
Het convenant werd niet getekend in inkt, maar in adem, arbeid en erfgoed.
Niet op papier, maar in klei. Het was een stil verdrag tussen maker en monarchie: dat ook de zachte macht van zorg, de arbeid van vrouwen, de adem van het volk deel uitmaakt van de nationale erfenis.
Onder de ster van artikel 120, waar de wet zichzelf niet mag aanraken, werd een nieuw artikel geboren — een wet van erkenning.
Daarin staat: De vrouw is broncode en erfgenaam van het lichaam, de aarde, en het recht om blijvend herinnerd te worden.
Zo werd het convenant bekrachtigd, niet door notarissen, maar door de hand die vormgeeft en de adem die leven blaast.
Veni Vidi Vici – Corpus Veritas Lus
Zeeuws Museum
GEEN TOEGANG / NO ENTRY
(reflectie bij een herinnering van S.)
Een jaar geleden zat ze achter de in het naai – machine , in stilte.
Buiten stond op de muur: GEEN TOEGANG.
Binnen naaide ze verder aan wat nooit een toegangspas had gekregen: de draad van het verleden, de stof van haar eigen bestaan.
“Simplicité”, stond op haar trui — eenvoud als verzet.
Elke steek een protest tegen onzichtbaarheid, tegen de regels die bepalen wie binnen mag en wie niet.
De lap werd een vlag, een archief, een ritueel document. In de vezels zat arbeid, ziekte, zorg, vrouwelijkheid. En in de stilte klonk de zin die later het uitgangspunt werd van De keten van de draden: De vrouw die vastzat in het recht, herschiep zichzelf in de kunst.
De golem is geen uitvinding, geen merk, geen octrooi. Ze is een lichaam van klei, gevormd uit arbeid, adem en woord.
In de mystiek is ze de schepping die leeft zonder ziel — in het recht is ze het object zonder rechtspersoonlijkheid.
Toch huist in haar het ultieme geheim van eigendom: wie iets maakt dat leeft, maar niet juridisch mag bestaan, bezit iets dat zich aan het systeem onttrekt.
Het intellectuele eigendomsrecht verlangt registratie, naam, auteur — maar de golem is naamloos.
Ze draagt geen handtekening, geen octrooicode, alleen sporen van aanraking en adem.
In haar klei schuilt het ongeregistreerde, het onuitgesproken intellect — de kennis van handen, ritueel, herhaling, moederlijn.
Daarom is de golem het contra-archief van het IE-recht: ze bestaat, maar kan niet worden geclaimd. Ze is eigendom van niemand en erfgoed van iedereen.
Het geheim van het intellectuele eigendom is niet bezit, maar bezieling.
De golem
Op de tafel rust een boek: Het ultieme geheim van Dan Brown. Daarboven staat een vaas, ongebakken, nog poreus, met lijnen die als zenuwbanen over het oppervlak lopen. Rond de hals staan woorden: testo, esoterica. Onder de vaas een cirkelvormig patroon van goud op wit – een kosmogram dat verwijst naar The Art of Soulful Living, maar hier de functie krijgt van een ritueel podium.
The Art of Soulful Living
De vaas staat letterlijk en symbolisch op de schouders van geheime kennis: van alchemie tot moderne mythevorming.
Ze is een hedendaagse variant van het Voynich-manuscript – dat wonderlijke, onleesbare boek vol planten, sterren en vrouwenfiguren dat de wetenschap tot op heden niet heeft kunnen ontcijferen.
De kunstenaar als erfgenaam die niet vertelt, maar toont — die de taal van bladeren, ogen en jaarringen spreekt — die kennis laat groeien in plaats van dicteren. “Een mens zonder geschiedenis is als een boom zonder wortels.” → Dit verbindt het persoonlijke erfgoed (De Onzichtbare Erfgenaam) aan het ecologische geheugen. → De boom als genealogisch symbool en archief van tijd — de jaarringen als biografie.
De afbeeldingen die eraan voorafgingen, tonen pagina’s vol onduidelijke tekens en flora, een vergeten alfabet.
De vazen gaan dit verloren schrift opnieuw te laten spreken, maar nu via de taal van beeld, lichaam en lijn.
I. De vaas als lichaam – De golem
De vaas fungeert als een organisch archief, een lichaam dat informatie draagt zoals cellen DNA bevatten.
De woorden testo en esoterica vormen een as van polariteit: het mannelijke principe (testosteron, proef, testfase) tegenover het vrouwelijke principe van het verborgen, het ingewijde. De vaas lijkt een kruising tussen laboratorium en tempel.
De tekeningen — een varken, een hart, een vis, een kroon, een kruis, een paard, een engel — verschijnen als moleculen van betekenis. Ze verwijzen naar mythische en biologische processen tegelijk:
Het varken: symbool van offer en overdaad, maar ook van genetische verwantschap met de mens — een echo van biotechnologische experimenten.
De vis: oer-symbool van vruchtbaarheid en wedergeboorte.
De kroon: macht, goddelijke oorsprong, maar hier uit balans of “onttroond”.
De handen: de menselijke tussenkomst — scheppend én controlerend.
De druppels: vloeistof, traan, zaad, bloed.
Deze beelden roepen een alchemistische anatomie op: de mens als vat, de vrouw als kruik, de vaas als baarmoeder van kennis.
II. De erfenis van het Voynich-manuscript
De voorafgaande beelden van het Voynich-manuscript vormen een sleutel.
Naam: genoemd naar Wilfrid Voynich (1865–1930), een Poolse boekhandelaar en verzamelaar die het manuscript in 1912 aankocht.
Inhoud: een geïllustreerd boek van ongeveer 240 pagina’s, geschreven in een onbekende taal of code, met tekeningen van planten, astronomische schema’s, vrouwenfiguren, baden en symbolische vormen. Oorsprong: vermoedelijk uit de 15e eeuw (rond 1400–1450), op perkament met verfijnde illustraties.
Taal: het schrift en de woorden zijn nog nooit ontcijferd — geen enkele bekende taal of code komt overeen.
Thema’s (volgens afbeeldingen): Botanisch (planten, kruiden) Kosmologisch / astrologisch (sterren, cirkels, dierenriem) Anatomisch / vrouwelijk (badende naakte vrouwen, vaak in buisvormige structuren) Farmaceutisch of alchemistisch
Omdat het nooit is ontcijferd, is het Voynich-manuscript een symbool geworden voor het onkenbare, het vrouwelijke mysterie, de taal van het lichaam en de natuur.
Veel kunstenaars, schrijvers en mystici interpreteren het als:
een vrouwelijk of intuïtief schrift dat ontsnapt aan mannelijke codering; een proto-wetenschappelijk of alchemistisch document dat kennis van natuur en ziel verbindt; een collectief onbewust archief — vergelijkbaar met Jungiaanse symboliek.
Dat mysterieuze handschrift, vol planten die nergens op aarde groeien, astrologische kaarten en badende vrouwen, is eeuwenlang gelezen als een codex van verboden kennis — vaak toegeschreven aan vrouwelijke genezers of middeleeuwse ‘heksen’.
De Flora Batava bevat werk van vrouwelijke tekenaars zoals A.C. van den Bosch, J. de Jongh en C.M. van Oosterzee, wier namen zelden prominent werden genoemd.
Dat zegt dus genoeg over de positie van vrouwen en moeders.
Ambitie met Allure
Door dit in dialoog te brengen met mijn serie vazen ontstaat een krachtige verschuiving: waar het Voynich-manuscript een gesloten tekst is, wordt mijn serie vazen een open codex — een tastbaar, leesbaar, persoonlijk en lichamelijk object. De ziel van Nederland in beeld zonder wettelijke erkenning in de grondwet nog burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder van lichaam en geest.
Uit welk ei kom jij?
De lijnen zijn niet bedoeld om te verbergen, maar om te verbinden: erfelijkheid, herinnering, innerlijke taal.
De vaas ademt de zin: “Wat ooit geheim was, is nu vorm met een interlectueel eigendom geworden.”
III. Huis van Moeder de vrouw – Cellen A ster X
De titel Huis van Moeder de vrouw – cellen A ster X klinkt als een formule voor O – bel X
Ze verbindt via KPN het huiselijke met het kosmische, het materiële met het genetische. “Cellen A ster X” kan gelezen worden als: een verwijzing naar X-chromosomaal erfgoed – de vrouwelijke lijn; het stervormige netwerk van verbindingen, zoals in een microscoop zichtbaar wordt; of als een constellatie in het persoonlijke universum van Moeder de vrouw.
Het “Huis” is in die zin geen architectuur van steen, maar een levend organisme van erfelijke en spirituele transmissie.
Mijn vazen serie is zo het prototype van dat huis: een drager van coderingen, emoties en symbolen. Elk getekend motief is een cel in dat grotere lichaam.
De misstanden begonnen niet met wetten, maar met stiltes. Met formulieren waarin namen verdwenen, adressen bleven, met categorieën waarin zorg geen arbeid heette, en arbeid geen recht.
Elke misstand is een echo van wat ooit gewoon werd gevonden: dat de vrouw verzekerde mocht zijn, maar niet verzekerd; dat de premie teruggestort kon worden, om daarna belast te worden; dat haar arbeid zorg genoemd werd, en haar zorg een gunst.
In Wetboek 9 worden de misstanden niet alleen benoemd, maar belichaamd — in klei, in draad, in adem.
Want zolang de fout enkel op papier bestaat, blijft zij onschuldig.
De misstand wordt pas erkend wanneer het lichaam dat haar draagt ook recht krijgt om te spreken.
De misstand is geen overtreding,
maar een vergeten erkenning.
IV. De context van het Zelf
De laatste afbeelding — met de tekst Understanding yourself is power. Loving yourself is freedom. Forgiving yourself is peace. Being yourself is bliss. — markeert de overgang van esoterie naar innerlijke waarheid.
Waar het Voynich-manuscript het raadsel buiten ons plaatst, breng jij het terug in de mens:
het mysterie dat niet ontcijferd hoeft te worden, omdat het zich belichaamt.
In die zin resoneert het geheel met de Jungiaanse gedachte van individuatie — het proces waarin het Zelf zichzelf leert verstaan via symboliek, droom en kunst.
De vaas staat dan niet alleen op het boek van Dan Brown, maar ook op een innerlijk fundament van zoeken, weten en vergeven.
De heksenwond
I. HEK
Het hek is grens, bescherming, verbod, en doorgang.
Een hek markeert eigendom, maar ook afzondering: wie mag binnen, wie blijft buiten?
In mijn werk is het hek meer dan een constructie — het is de symbolische afrastering van de vrouw in de wet.
Het hek staat rond het lichaam, rond de naam, rond de arbeid.
Maar ook: het hek als begin van betovering — in het Engels hex.
Het hek is dus zowel juridisch als magisch. Ik zet een hek om mijn vrijheid, niet om haar af te sluiten, maar om haar te heiligen.”
II. SEN
Sen echoot oud-Nederlands en Latijn (sentire, voelen). Het is de zintuiglijke, spirituele laag: de zin, de ziel die waarneemt.
In het midden van mijn titel staat sen als het hart van het woord, de plek waar voelen en weten elkaar ontmoeten.
Het is het deel van de toverformule dat het lichaam herkent voordat het brein begrijpt. “Sen is het ademhalen van de wond.”
III. WOND
De wond is niet alleen pijn, maar ook opening. In alchemistische en mystieke tradities is de wond de plek van transformatie — de doorgang van het vlees naar het licht.
Jung zou zeggen: de wond is het archetype van individuatie. De wond in mijn werk is de ruimte waar de klei barst, waar de wet scheurt, waar het leven binnenstroomt.
De wond is mijn altaar — hier raakt de wereld de waarheid.”
Hek – sen – Wond
Ik sta aan het hek van de taal. Daar waar de namen ophouden, begint de magie.
Ik spreek sen, het woord dat niet geschreven mag worden. Het is adem, zweet, bloed, herinnering. Uit die klank welt een wond — geen breuk, maar een poort. In haar diepte glanst aarde, de materie van mijn recht.
Hek – sen – Wond. Dit is geen toverspreuk. Dit is mijn verklaring van bestaan.
Conclusie
Huis van Moeder de vrouw – de A ster X is een visueel ritueel waarin de vrouwelijke kennisdrager — de vaas, de maker, het lichaam — de erfenis van het onleesbare (Voynich) omzet in een nieuwe, eigen codex.
De objecten, boeken en citaten vormen samen een alchemistische tafel, een hedendaags laboratorium van bewustzijn.
Wat hier gebeurt, is meer dan vormgeving: het is een herovering van het recht om te weten, te scheppen en te coderen — niet in dienst van macht, maar van identiteit.
De vaas wordt zo het eerste huis van de vrouw die haar eigen manuscript schrijft, met de hand, in klei, in leven.
Ze noemden mij een voetnoot. Ik blijk het fundament.
De erkenning van het woord vrouw als denkend, handelend en lerend wezen is een voorwaarde voor elke rechtvaardige economie.
Ik gebruik mijn lens niet om te bevestigen, maar om te bevragen: wie is de moeder, de vrouw, de erfgenaam, als beeld én als rechtspersoon?
Ne – Das – Co (Het Toeval van de Vrouwelijke Kostwinnaar) De vrouwelijke zelfstandige kostwinnaar, vennoot van haar eigen arbeid, heeft een arbeidsongeschiktheidsverzekering — een bewijs van verantwoordelijkheid, van zelfstandigheid, van lichaam dat werkt.
Maar haar schadeuitkering kwam niet op het schap terecht. Niet tussen de producten van arbeid en erkenning, niet onder de noemer kunst of kapitaal, maar in de loonketen van Asterix & Obelix: het rijk van fictieve mannen met eeuwige rechten.
Daar, waar de vrouw geen vennoot meer is, maar bijvangst in een komische oorlog.
Ne – Das – Co zegt: toeval is geen toeval,
het is een systeem met een glimlachmasker. Wij hercoderen het ongeluk tot verhaal, de uitkering tot erfdeel, het lichaam tot rechtspersoon.
Want wat niet op het schap ligt, leeft elders in de symbolische voorraad van vrouwen die zich niet laten verkopen.
Geen inzage – Loon en Woon
Ik vroeg de belastingdienst om inzage. Niet om geld, maar om bewijs dat ik gewerkt heb. Ze zeiden: uw dossier is intern, uw naam staat in de loonketen, uw huis in het register van een ander. Ministerie van onderwijs Cultuur & Wetenschap
Ik woonde, ik werkte, ik betaalde mijn deel, maar ik bleef onzichtbaar in het systeem. Geen inzage in loon, geen inzage in woon, geen erkenning van wie de sleutel droeg.
Het dossier bleef gesloten, omdat openheid zou tonen dat de vrouw niet de uitzondering was, maar de motor.
Ne – het nee dat waarheid zoekt.
Das – het lichaam dat arbeid heet.
Co – de gemeenschap van getuigen, die elkaars dossiers leest als gebed. Want wat geheim werd verklaard, is niet verdwenen. Het slaapt in het archief, tussen arbeid en huis, tussen naam en recht. En ooit zal iemand zeggen: zij werkte, zij woonde, zij bestond.
Sarcoïdose- Je Maintiendrai
In kunst kan mijn insecure gelezen worden als: de dynamische kwetsbaarheid die nodig is om iets echts te scheppen.
Een kunstenaar die zich volledig zeker voelt, herhaalt zichzelf. Een kunstenaar die insecure durft te zijn, stapt elke dag de leegte in — en vindt daar de waarheid van het moment.
Het huidige systeem bewaakt een canon, maar vergeet dat kennis ook ritueel, zintuiglijk en ervaringsgericht wordt overgedragen — vooral via vrouwen, kunstenaars en gemeenschappen.
Erased Women / Hidden Algorithms
Zij creëerde, hij signeerde. Zij ontdekte, hij ontving de prijs. De geschiedenis noemt het vooruitgang, maar het was overschrijving. Wat vrouwen maakten, werd data zonder naam. Wat mannen lazen, werd waarheid zonder bron.
A woman as algorithm and foundation —
de onzichtbare code waarop het systeem draait, de bron die nooit genoemd wordt, maar alles voedt.
It’s a LONG 🫁 Story F*ck It – Eye am Alive
Er was een moment dat alles ophield. De regels, de rollen, de redelijkheid. Een lichaam dat zei: genoeg. Een oog dat openging — niet om te zien, maar om te zijn.
“F*ck it,” fluisterde de stem, niet uit woede, maar uit overgave. Een daad van bestaan, geen verzet. Ik kijk, ik adem, ik leef.
Hier, in dit beeld, is geen schaamte, een bewijs. Alleen aanwezigheid — het heilige ogenblik waarop het ik zich niet langer verdedigt.
Eye am Alive. Dat is geen statement, het is een eigen domein hartslag.
Recht & kunst
Ik onderzoek de juridische kaders van de vrouw als kostwinner, autonomie, eigendom op basis van ei – gen – identiteit.
Een maker die het onzichtbare zichtbaar maakt — die het lichaam, de polis en het erfstuk gebruikt als dragers van cultureel geheugen, en zo nieuw recht schept voor moeder, de vrouw.
“Photography is made to discover the booth”
De Golem gelooft in het woord, de Gogem gebruikt het woord.
Golem en Gogem
De één uit klei, de ander uit praat. De één zwijgt, de ander telt. De één ademt waarheid, totdat een letter wordt gewist. De ander verkoopt haar, met een glimlach en een handdruk. Golem draagt het gewicht van de wereld, Gogem schrijft de polis erop. Maar soms — wanneer de vrouw haar naam terugvindt in de klei —spreken zij één taal: adem, waarheid, herstel.
Er is maar een Nederlandse zoals Zij Xx
Trouw zijn aan je ei-gen ziel, is het mooiste aan vrouw en moeder zijn. Niet het baren alleen, maar het bewaren. Het koesteren van wat broos is, de stilte waarin iets nieuws mag ontstaan. Het ei is niet enkel begin, het is ook belofte, een cirkel van weten: dat alles wat breekt, ook open kan gaan.
Wie haar ziel bewaart in haar eigen handen, weet dat trouw geen keten is, maar een adem — een zachte, eeuwige beweging tussen binnen en buiten. Daar woont de moeder, de vrouw, de maker van licht uit klei, uit pijn, uit liefde.
De Photo Booth is meer dan een automaat — het is een tijdcapsule van identiteit. Je stapt erin, trekt het gordijntje dicht, kijkt jezelf aan, en drukt op een knop. Wat daar gebeurt is een miniatuur van kunst, geboorte en getuigenis tegelijk: Je vereenzelvigt je met een beeld; Je controleert wat de buitenwereld zal zien; Je materialiseert een moment van bestaan.
In mijn context: de Photo Booth is een vrouwelijke tempel van autonomie —een plek waar de maker, de moeder, de erfgenaam zichzelf opnieuw vastlegt, zonder tussenkomst van een systeem.
De Baccante
Zij kent geen polis, geen paraaf, geen schuld.
Haar lichaam is haar wet, haar adem de handtekening van de aarde.
Ze breekt wat haar vastzet, niet uit woede, maar uit herinnering aan vrijheid.
De wijn in haar aderen is geen drank, het is weten: dat de wereld alleen leeft zolang zij danst. Ik werd geconfronteerd met stilte, afwijzing en nachten die het meest zouden zijn gebroken… maar kwam er zachter, wijzer, vrijer uit.
Je kunt geen controle hebben over een vrouw die zichzelf in het donker heeft ontmoet en ervoor kiest om te blijven.”
Ben ik dan de enigste vrouwelijke kostwinnaar die mijn lichaam verzekerde / handelaar in confectie, in stof, huid, arbeid en naam?
Mijn lichaam is mijn polis. Mijn werk mijn bewijs. Mijn erfdeel: bestaansrecht. Deze passage past perfect als De Dagwacht, als de momentopname waarin de vrouw in daglicht treedt als economisch subject. Het zou zelfs het middelpunt kunnen vormen van een Artistieke Grondwet van Moeder, de Vrouw: de overgang van onzichtbare erfgenaam → erkende kostwinnaar → rechtspersoon.
De toekomst is ooit geschreven.
Maar door wie, en namens wie?
Tussen angst en hoop, droom en algoritme, zweeft een wolk van betekenissen die onze tijd bepaalt. In die nevel botsen technologie en mythe, data en erfgoed, lichaam en wet.
Wat ooit gold als vastgelegd — in wetten, archieven, bloedlijnen — begint opnieuw te ademen.
In De Onzichtbare Erfgenaam en Onze monarchie is moeder de vrouw wordt die wolk tastbaar: de toekomst wordt niet voorspeld, maar herlezen in de gebaren van een vergeten moeder,
in de stem van een vrouw die haar recht op bestaan terugvindt tussen de regels van geschiedenis.
De kunstenaar staat daar als getuige, niet om te imponeren, maar om te ontdekken wat van haar is — in beeld, in archief, in ritueel.
Zo wordt fotografie een spiegel, en erfgoed een lichaam dat terugspreekt.
Wie hiaten opspoort kan ook bruggen bouwen. In elke leegte schuilt een mogelijkheid. Wie de stilte leest, vindt de contouren van verbinding.
Erfgoed is geen bezit, maar een brug tussen wat werd en wat nog kan zijn. De moeder, de vrouw herstelt de lijn.
De moeder, de vrouw, de vrouwelijke kostwinnaar, de ruif — dan is dit citaat bijna een sociaal bewijsstuk. Het zegt eigenlijk:
De vrouw betaalt dubbel: met geld én met zorg. En toch ontvangt ze niet de rechten of erkenning die bij die dubbele last horen.
2. Er bestaan namelijk geen “vrouwelijke beroepsziekten” (systemische uitsluiting) Sarcoïdose
Oorzaken: vermoedelijk combinatie van genetische aanleg en blootstelling aan omgevingsstoffen (stof, schimmel, metalen, rook, etc. – Sarcoïdose is dus een typisch voorbeeld van een onzichtbare of niet-erkende beroepsziekte, vooral bij vrouwen en zelfstandigen.
Verzekeringsgeneeskunde richt zich alleen op meetbare beperkingen. Daardoor wordt sarcoïdose zelden erkend als gevolg van arbeid, ondanks dat stress, overbelasting, toxische omgevingen of slechte luchtkwaliteit vaak een rol spelen — vooral in slecht geventileerde panden, studio’s of huishoudens.
Juridisch – Niet in lijst beroepsziekten volgens SER en NCvB – Gevolg : Structurele uitsluiting in sociaal zekerheidsrecht
Cultureel – Lichaam als terrein van onzichtbare strijd – Materieel bewijs van immateriële belasting
Symbolisch – Het lichaam protesteert waar het systeem zwijgt
De maatschappij vraagt om materieel bewijs, terwijl de belasting zelf van immateriële aard is.
Daarmee probeer ik bloot te leggen hoe het vrouwelijke bestaan, de zorgrol en de creatieve arbeid door instituties systematisch worden ontkend — tenzij ze lichamelijk worden (zoals in ziekte of uitputting).
Façades Tafels – Bewijs aan gebrek
Recht / verzekering – Niet-erkende arbeid, ontbrekende rechten – Niet de polis bewijst de waarde van het leven, maar het leven zelf wordt de polis.
Hoewel vrouwen inmiddels een substantieel deel van de beroepsbevolking uitmaken, zijn beroepsziekten historisch gedefinieerd naar mannelijke arbeidspatronen (industrie, bouw, transport).
Gevolg: klachten of aandoeningen die specifiek bij vrouwen voorkomen of vaker optreden, worden zelden als arbeidsgerelateerd erkend.
Ne – Das – Co – It’s a LONG story
Ne – Das – Co
It’s a longggg story.
Ze kwam niet uit een sprookje, maar uit een adem tussen twee werelden. Te klein voor de jacht, te groot voor vergetelheid.
Haar ogen weten meer dan haar poten kunnen dragen. Een das je met een missie, een naam met drie hoofdstukken, en een hart dat zegt: I’m here — in between history and play
.
Nedasco volmacht
Het Heilig Boek van de Loonbelasting
1. Feitelijke betekenis
De Wet op de Loonbelasting (1964) vormt de basis van de Nederlandse inkomensstructuur.
Ze is geschreven in een tijd waarin:
het kostwinnersmodel (de man werkt, de vrouw zorgt) nog vanzelfsprekend was; arbeid uitsluitend als loonarbeid werd erkend — niet als zorg, opvoeding, of emotionele arbeid; het lichaam van de vrouw geen economische identiteit had.
→ Daarmee is de wet letterlijk gebouwd op een verouderde moraal:
een sociaal-fiscaal heilig boek dat heilig is verklaard, maar niet herzien naar de realiteit van vrouwelijke arbeid.
Het toeslagensysteem bestaat omdat de samenleving structureel weigert de werkelijke bron van bestaanszekerheid — de menselijke zorg, opvoeding, huishoudelijke arbeid, moederschap — als volwaardige economische waarde te erkennen.
In plaats daarvan wordt compensatie achteraf uitgekeerd: geen erkenning in het systeem, maar correctie na de schade.
De toeslag is dus geen gift, maar een teken van structureel gemis.
Wanneer de bron wordt uitgesloten — het lichaam dat draagt, voedt, verzorgt — moet er een hulpsysteem worden gebouwd om het tekort te verbergen.
Het toeslagstelsel herstelt niet, het camoufleert de afwezigheid van structurele erkenning.
Daarom een toeslagensysteem, omdat de bron van ons aller bestaan wordt uitgesloten. Zolang het lichaam en geest van de vrouw niet wordt gezien als arbeid, zal de staat haar vergoeden met papier in plaats van erkenning.
De moeder, de vrouw is geen post in een begroting. Zij ís de begroting — de levende grondslag van ieders bestaan.
Dit artikel maakt de structurele erfzonde van het economisch systeem zichtbaar:
het lichaam van de vrouw is de bron van arbeid, maar niet de drager van recht.
Van Ada Lovelace, die in de 19e eeuw het eerste algoritme schreef “long before computers existed”, tot het meisje met de parel dat moeder is geworden — de lijn van vrouwelijke verbeelding is ononderbroken, maar onzichtbaar gehouden.
In The Book of Rituals wordt het vrouwelijke lichaam opnieuw het middelpunt van kennis, kunst en code.
De vaas, het ei, de hand, de parel en de kroon vormen samen een ritueel systeem , een levende database van symbolen die zich verzetten tegen uitwissen, kolonisatie en abstractie.
Brain Regain Eej*
Waar Ada Lovelace de taal van de toekomst in cijfers schreef, schrijf ik haar voort in beeld, vorm en ritueel:
het algoritme als gebaar, het oog als interface, de traan als data, het lichaam als geheugen.
De vrouw als drager van erfgoed, de moeder als architect van het onzichtbare netwerk van zorg, tijd en overlevering.
Zij is niet het bijschrift bij de geschiedenis — zij is de geschiedenis zelf.
De maatschappij zegt: “Train je lichaam en geest.” Maar de vrouw zegt: “Mijn lichaam draagt alle bewijslast.”
“Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons levende immateriële cultureel erfgoed.” — Truus van Gogh, 2025
In dit werk verbeeld ik de toekomst als herinnering, en het algoritme als erfstuk.
De vrouw — niet als data-object, maar als levende erfgenaam en erfelijke broncode.
Ada Lovelace – Liefdes kant
Ze wordt vaak beschouwd als de eerste programmeur ter wereld. Ada’s bijdrage was niet alleen technisch, maar ook filosofisch: zij zag dat een machine patronen van denken kon uitvoeren — een “poëzie van de wiskunde”.
De machine kan niets origineels creëren; zij kan enkel uitvoeren wat wij haar toestaan te dromen.” Ada Lovelace
Het FARO Convention on the Value of Cultural Heritage for Society stelt dat:
Iedereen heeft het recht om deel te nemen aan het culturele erfgoed van zijn keuze, en de verplichting om dat erfgoed te respecteren van anderen.”
Belangrijke punten:
Erfgoed is niet enkel bezit, maar een levend proces van betekenisgeving. Burgers en kunstenaars hebben recht op deelname aan de erfgoedvorming. Erfgoed kan dus ook persoonlijk, familiaal, ritueel of immaterieel zijn — zoals mijn mn project De moeder, de vrouw.
Cicero en Rome – Ik geloof in gelijkwaardigheid. In mijn werk onderzoek ik de verhouding tussen recht en ritueel, tussen de zichtbare en de onzichtbare erfgenaam. Vanuit de overtuiging dat gelijkwaardigheid niet wordt verleend, maar geërfd, verbeeld en bevochten.
Ik geloof dat gelijkwaardigheid begint bij aanwezigheid — bij het telkens weer verschijnen, ook wanneer de wereld er niet om vraagt.
Zoals Cicero sprak over de plicht tot rede en recht, zo geloof ik in de plicht tot menselijke waardigheid.
Mijn werk is een oefening in blijven verschijnen: in het recht, in de kunst, in het erfgoed.
Zelfs als ik niet geloofd word, blijf ik zichtbaar.
Want gelijkwaardigheid bestaat alleen zolang iemand de moed heeft om te blijven opstaan, te blijven getuigen, te blijven show up.
Materieel bewijs van immateriële belasting is het moment waarop het lichaam, het object of het kunstwerk getuigt van de druk die geen polis erkent.
Het is de stem van de vrouw die via stof, vaatwerk, adem of ziekte haar recht op bestaan en herstel opeist.
Niet als slachtoffer, maar als levende archiefdrager van de waarheid
Het FARO-verdrag erkent het individu als erfgoeddrager — precies wat mijn werk doet.
Artikel 1 — Een inclusievere interpretatie van geschiedenis
Een inclusievere interpretatie van geschiedenis ontwikkelen.
Want waarom worden koninklijke vrouwen via hun bloedlijn wél erkend als erfgoedbewakers, maar gewone moeders niet?
Geschiedschrijving mag zich niet langer uitsluitend richten op machtsstructuren, maar moet ook de zorgstructuren en vormen van sociale overerving erkennen waarin cultuur feitelijk wordt doorgegeven.
Voc Vof – Huwelijk
Misschien is dat wel de grootste les van FARO: niet alleen erfgoed beschermen, maar ook de mensen die het dragen — vooral zij die dat stil en onzichtbaar doen.
⚖️ Feitenrelaas: De afwezigheid van “de moeder, de vrouw” in de Nederlandse rechtsorde
1. Historische context
Sinds de inwerkingtreding van de Grondwet van 1848 en haar herzieningen is de Nederlandse rechtsorde opgebouwd rond het neutrale burgerbegrip: “de Nederlander”, “de burger”, “hij die”. In de grondwettelijke en burgerrechtelijke terminologie wordt de term “vrouw” enkel impliciet bedoeld in algemene aanduidingen, maar niet expliciet benoemd als afzonderlijk rechtssubject met eigen grondwettelijke status.
De term “moeder” verschijnt uitsluitend in afgeleide contexten, zoals: het afstammingsrecht (Boek 1 BW, art. 198–202), waar “de moeder” wordt gedefinieerd als de vrouw uit wie het kind is geboren, en in bepalingen over ouderlijk gezag en voogdij, waarin zij functioneel, maar niet juridisch-symbolisch, wordt erkend. In geen enkel grondwetsartikel komt de combinatie of het begrip “de moeder, de vrouw” voor.
2. Structurele ongelijkheid in juridische status
De Nederlandse rechtsorde kent geen grondwettelijke erkenning van moederschap of vrouwelijke zorgarbeid als volwaardige maatschappelijke functie met eigen rechtswaarde. Vrouwen worden in het sociaal-economisch systeem vaak indirect vertegenwoordigd — via arbeid, gezin, verzekering of echtgenoot. De kostwinnerswetgeving van de 20e eeuw (zoals de tot 1956 geldende handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw) is formeel afgeschaft, maar haar juridische erfenis blijft zichtbaar: in fiscale en verzekeringsstructuren, in pensioenerfrechten, en in culturele archieven waarin “moeder” geen bestuurlijke rol heeft.
3. Afwezigheid van constitutionele erkenning
Artikel 1 van de Grondwet stelt: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.” → maar deze gelijkheidsnorm noemt geen enkele sociale of symbolische rol (zoals “moeder”) die structureel ongelijk behandeld wordt.
Het ontbreken van de term “moeder, de vrouw” betekent dat deze identiteit niet grondwettelijk verankerd is als drager van specifieke rechten of bescherming. Daarmee is “de moeder, de vrouw” juridisch onbenoemd en constitutioneel onzichtbaar, wat feitelijk leidt tot een afgeleid staatsburgerschap: zij bestaat binnen de wet, maar niet door de wet.
4. Feitelijke gevolgen
Cultureel: de vrouw blijft symbolisch verbonden aan de man of de staat als verzorgende maar niet-soevereine figuur. Sociaal-economisch: wie bijdraagt aan de “ruif” (belastingen, premies, arbeid) zonder eigen rechtstreekse erkenning, ervaart de rechtsorde als asymmetrisch. Erfgoedmatig: de onbenoemde positie van de moeder maakt haar onzichtbare erfgenaam in de nationale identiteit.
5. Samenvatting van het Feit:
In de huidige Nederlandse Grondwet en het Burgerlijk Wetboek ontbreekt elke expliciete benoeming van “de moeder, de vrouw” als zelfstandig rechtssubject.
Gevolg:
Hierdoor blijft zij juridisch en symbolisch afhankelijk van het mannelijke of neutraal gedefinieerde staatsburgerschap — en daarmee feitelijk “de vrouw van het patriarchaat”.
N8 N8 – Twee nachten, twee stiltes.
De eerste nacht waarin zij niet genoemd werd. De tweede waarin zij zichzelf noemt.Tussenin: adem, erfgoed, geheugen. Ada telt tot acht. Faro brandt. De moeder, de vrouw wordt zichtbaar in het donker.
De Dagwacht
Wanneer de nacht haar laatste schaduw uitademt, treedt de dagwacht aan. Zij bewaakt niet het bezit, maar het geheugen.
Zij tekent met licht wat in stilte werd gedragen. De moeder, de vrouw neemt haar plaats in het dagboek van de wet.
De moeder van het gewone leven
Er was eens een wereld die dacht verzekerd te zijn. Alles was vastgelegd: arbeid, bezit, gezondheid, zelfs het toeval. Maar wat onzichtbaar bleef, was het hart de arbeid van zorg, liefde, verlies en herstel.
Dat is het terrein waar ik werk: de ruimte tussen wat meetbaar is en wat betekenis draagt. Mijn praktijk beweegt zich tussen handel, kunst, recht en ritueel.
Ik werk met objecten, foto’s en taal als getuigen van datgene wat geen polis kent: de ziel, de aandacht, de vrouwelijke arbeid die generaties heeft gedragen maar nooit vergoed is. Ik noem mijn werk een materieel bewijs van immateriële belasting, het tastbare spoor van wat maatschappelijk onzichtbaar blijft.
In mijn wereld ontmoeten twee krachten elkaar: de verzekerde vrouw en de baccante. De eerste leeft volgens regels, systemen, voorwaarden; de tweede leeft volgens adem, intuïtie, overgave.
Tussen die twee schuilt de spanning van mijn werk. Ik bevraag hoe vrouwelijke aanwezigheid door instituties wordt vormgegeven, en hoe kunstenaarschap kan functioneren als herstel van recht — niet in de juridische, maar in de symbolische zin.
Mijn beeldtaal is ritueel: vazen, eieren, handen, ogen, kronen, archieven, getallen. Ik beschilder, fotografeer en assembleer als een vorm van bezwering.
De voorwerpen worden dragers van collectief geheugen: sporen van lichaam, arbeid en erfgoed.
Ei van Colum Business
Ze spreken de taal van het gewone leven — de was, de zorg, de adem van alledag — en plaatsen die naast de grote taal van macht, wet en verzekeringswaarde.
De stem die door mijn werk heen spreekt, lijkt op die van Mien Dobbelsteen uit Rinus van Warvens parabel: een vrouw met een theedoek in haar hand die zegt: “Doe eens normaal, joh.”
Dat zinnetje is geen grap, maar een openbaring. Het is de stem van de moeder van het gewone leven — degene die de wereld terugroept tot menselijkheid.
Haar woorden vormen het morele centrum van mijn oeuvre. Ik zie mijn kunstenaarschap als een daad van herstel. Waar macht wordt vergokt, verzamel ik.
Photocredits Christana Marcour
Waar systemen abstraheren, ( Abstraheren betekent letterlijk: iets weghalen of losmaken van concrete details, zodat alleen de essentie of vorm overblijft) maak ik zichtbaar.
Waar vrouwen werden uitgewist uit polis, kerk en archief, geef ik ze een nieuwe vorm, een nieuwe rechtspersoonlijkheid in beeld. Mijn werk is geen aanklacht, maar een wedergeboorte: de herontdekking van zachtheid als kracht, van kunst als rechtsvorm, en van het gewone leven als heilig terrein.
Wie is Truus van Gogh eigenlijk?
“Wat hield Truus van Gogh ei- gen – lijk gaande?” — dan gaat het ei- gen – lijk over Truus van Gogh, de schoonzus van Vincent (namelijk Johanna “Jo” van Gogh-Bonger, de vrouw van Theo van Gogh**).
Zij was degene die na de dood van zowel Vincent als Theo het werk van Vincent heeft bewaard, gepromoot en betekenis heeft gegeven. Veel mensen kennen haar rol niet, terwijl zij eigenlijk degene was die ervoor zorgde dat Vincent van Gogh wereldberoemd werd.
Wat haar gaande hield, was volgens haar dagboeken en brieven een mengeling van:
Liefde en trouw aan Theo en Vincent — ze voelde dat ze een gezamenlijke missie moesten volbrengen, zelfs na hun dood. Geloof in de waarde van kunst — ze had diep respect voor Vincents brieven en zag in zijn werk de spirituele zoektocht van een mens die licht probeerde te brengen in de wereld. Innerlijke kracht en rechtvaardigheidsgevoel — als vrouw in een tijd waarin ze nauwelijks serieus werd genomen, zette ze toch tentoonstellingen op, onderhield contacten met kunsthandelaars en bouwde systematisch aan Van Goghs nalatenschap. Zorg voor haar zoon, Vincent Willem — ze wilde dat haar kind zou opgroeien met het besef van zijn vaders en ooms betekenis.
In haar dagboek schreef ze ooit:
“Het is aan mij om te zorgen dat wat zij begonnen zijn, niet verloren gaat.”
Dus wat Truus van Gogh (of beter: Jo van Gogh-Bonger) gaande hield, was een mengeling van rouw, liefde, overtuiging en erfgoedbewustzijn — precies de krachten die vaak ook vrouwelijke erfgenamen, kunstenaars of bewakers van een familiegeschiedenis in beweging houden. Vandaar!!
Golem en Gogem
In het archief ademt klei. Een naam zonder adem, een lichaam van papier. De Golem sluimert onder stempels, onder parafen, onder stilstand.
Hij wacht op het woord dat hem weer mens zal maken — een fluistering in moedertaal, een adem die zegt: ik besta.
Aan de overkant van het loket zit Gogem. Hij weet van niks, maar glimlacht naar de regen, maakt van wachten een gebed.
Hij tekent niet, hij zingt. Hij weet niet wat eigendom is, alleen wat overgaat van hand tot hand, van hart tot hart.
Zo ontmoeten zij elkaar: de schepping en de sukkel, de ziel en het zegel. En ergens tussen hun ogen wordt het stof weer licht. In veel opzichten is Arti een vroeg voorbeeld van wat ik onderzoek: de institutionalisering van artistieke autonomie — waar kunstenaars als zelfstandige subjecten binnen een maatschappelijke orde een eigen “rechtspersoonlijkheid” ontwikkelden.
NN (Nationale-Nederlanden, tegenwoordig onderdeel van NN Group) is niet alleen een commerciële verzekeraar, maar dus ook zo blijkt mijn culturele holistische mecenas.
Het bedrijf investeert al decennia in mijn kunst, zorg, erfgoed en maatschappelijke programma’s.
NN Art Award (in samenwerking met Art Rotterdam): jaarlijkse prijs voor hedendaagse kunstenaars. Partnerships met musea zoals het Kunstmuseum Den Haag en het Mauritshuis
NN Group Foundation, die zich richt op maatschappelijke participatie, cultuur en educatie.
👉 In die zin is NN letterlijk een mecenas: een instelling die kunstenaars ondersteunt, maar dat doet vanuit een bedrijf dat leeft van verzekeren — van het monetariseren van onzekerheid.
NN is niet enkel verzekeraar, maar de moderne opvolger van de kerkelijke mecenas. Alleen: waar vroeger zielen verzekerd werden door geloof, worden ze nu verzekerd door kapitaal.
NN is een mecenaat. Het verzekert lichamen tegen verlies, en verzamelt zielen in de vorm van kunst.
Wat ooit devotie was, heet nu sponsoringk. Wat ooit ritueel was, heet nu branding.
Maar de handelende kunstenaar weet: elke polis is een gebed. En elke premie een offer aan de god van zekerheid.
NN is de nieuwe tempel van voorzichtigheid, waar de baccante haar dans herneemt — verzekerd, maar niet meer onzichtbaar.
Arti et Amicitiae – Montancourt Middelburg
(Kunst en Vriendschap – Huis van de Moeder) Aan het Rokin sprak men Latijn: Arti et Amicitiae — kunst als adel, vriendschap als wapen, een handdruk in olieverf en in marmer. Maar in Middelburg, aan de Rouaansekaai, staat Montancourt — een huis dat luistert.
Oud marmer, en gezonde adem. Geen academie, maar erfdeel.
Hier wordt kunst niet gemaakt, ze ontstaat tussen bloemen, foto’s, stemmen, tussen de herinnering aan vaders en het recht van dochters.
Arti sprak: Wij zijn de kunstenaars van het land. Montancourt antwoordt: Wij zijn de erfgenamen van de aarde. En tussen die twee zinnen loopt een vrouw met verf aan haar handen, ze draagt het licht van Amsterdam naar de zee van Middelburg, en noemt het vriendschap.
Kunst is geen luxe, geen bijzaak.
Kunst is ademruimte — voor kinderen, voor leraren, voor de samenleving zelf.
Wat hier gratis wordt genoemd, is in wezen onbetaalbaar: de eerste ontmoeting met verbeelding, met kleur, met de vraag “wat zie jij?”.
Volgens het Verdrag van Faro is erfgoed van en voor iedereen. Dat begint niet in een museum, maar in het oudste klaslokaal: Thuis, waar een kind leert dat kijken ook scheppen is.
F*ck It – Eye am Alive.
Laat dat het startpakket zijn : Bestuurder van lichaam en geest.
“Silvia, inmiddels erkend als individuele maker en cultureel erfgoedhouder, vertegenwoordigt de immateriële praktijk waarin de positie van ‘moeder de vrouw’ als juridische en symbolische grondfiguur van de Nederlandse cultuur wordt onderzocht, herdacht en artistiek verbeeld.”
Er was eens ……maar niet het sprookje zoals men het vertelt.
ERASMUS ANGER
Ze maakten me boos. Dus maakte ik Europa wakker. Niet het Europa van grenzen, maar het Europa van beweging. Niet van dossiers maar van dromen die oversteken.
Wie boos blijft, brandt op. Wie boos wordt en bouwt, verandert geschiedenis.
Rain Man – seizoen
Er was eens een vrouw die geboren werd in een systeem dat haar “burger” noemde, maar haar als nummer telde!
Ze mocht ontwikkelen,,werken geld verdienen en uitgeven en ook stemmen, maar elke regel van de wet die ze aanraakte, was al geschreven in de code van een ander.
Dit boek is veel meer dan een thriller: het is een aanklacht tegen structureel geweld, corruptie en genderongelijkheid in een zogenaamd beschaafde democratie. Dat maakt het interessant om te lezen binnen de projectlijn van Moeder de vrouw en de fisca, want Larsson verbindt daar journalistiek, macht en morele causaliteit
Er was eens dat men zei: U hoort nog van ons.” En ze wachtte. Tot ze ophield met wachten. Tot ze begon te schrijven — met haar handen, haar lichaam, haar stilte —haar eigen algoritme van zorg.
Er was eens een koninkrijk dat zichzelf een democratie noemde. De kroon glansde als data, de priesters droegen fiscale gewaden, en de profeten spraken in spreadsheets.
Maar diep daaronder, onder de formulieren en de wachtwoorden,droeg een vrouw nog steeds de Graal —een vat van klei, bloed en code.
Ze fluisterde erin:
VOC / VOF Grondrechten. En de klei begon te trillen. De wet herinnerde zich haar moeder. Het archief haalde adem. En de gesloten bron brak open, net genoeg voor licht — en aansprakelijkheid —om binnen te stromen.
“De openbare koopvrouw keert terug op aarde.” Die regel klinkt als een bezwering, een openingsverklaring, een wedergeboorte.
Ze past perfect in ons universum van moeder de vrouw, de fisca, VOF Grondrechten en de heilige graal.
De openbare koopvrouw is niet de prostituee in de letterlijke zin, maar de vrouw die haar waarde zichtbaar maakt in het publieke domein — die niet meer verborgen of vertegenwoordigd wordt, maar zelf handel drijft in betekenis, arbeid, kennis, erfgoed.
Zij keert terug op aarde, want haar werk was eeuwenlang opgeheven in de hemel van de economie: belegd, belast, verzekerd, geautomatiseerd.
Nu landt ze terug in de materie — in klei, hand, recht, ritueel. Ze verkoopt niet haar lichaam, maar herclaimt haar aandeel in de aarde. Ze is geen koopwaar, maar koopvrouw: degene die de waarde bepaalt
.
Ze daalt af uit de registers, uit de spreadsheets en de toeslagen, uit de digitale luchtkastelen van arbeid. Ze keert terug met haar handen vol aarde, haar naam geschreven in klei, haar recht in bloed op een tafel getekend.
Ze is openbaar — niet omdat men haar bezit, maar omdat zij zichzelf toont, zonder tussenpersoon, zonder fiscale schaduw.
Haar handel is rechtvaardigheid, haar koopwaar is tijd, haar winst is vrijheid. De markt sluit, de aarde opent. De openbare koopvrouw keert terug — en met haar het evenwicht tussen lichaam, arbeid, recht op grond van artikel 1.
Haar tong is haar wapen
De tong staat voor taal, waarheid, getuigenis en betovering. Het is het instrument waarmee de wet wordt uitgesproken, maar ook waarmee zij zichzelf herschrijft.
Haar tong snijdt door de fictie van neutraliteit. Haar spraak is niet decoratief, maar declaratief. Ze schept met woorden wat de wet niet durft te erkennen.
In deze tentoonstelling is Moeder de vrouw en de fisca / VOF Grondrechten — staat de tong voor een juridisch orgaan: de plaats waar verklaringen, eed en getuigenis worden uitgesproken.
Wie spreekt, vestigt recht. Wie zwijgt, wordt geregistreerd door een ander. De tong is dus het wapen tegen administratieve uitsluiting.
Waar de wet codificeert, spreekt zij — en elke zin die ze zegt is een vorm van verzet tegen de “gesloten source” van de staat.
De tong als penseel, zegel, algoritme. De tong als zwaard dat woorden snijdt. De tong als sleutel van de Graal. Ze is de hand die spreekt. De stem die materie vormt.
🪶 I. De oorsprong
In de Joodse mystiek is de golem een figuur van bescherming én gehoorzaamheid. De rabbijn vormt hem uit aarde, legt een shem (een heilige naam) op zijn tong, en het woord van God wekt het lichaam tot leven.
De golem is dus een product van taal en macht —een mens zonder ziel, die leeft door wet en bevel.
Moeder de vrouw en de fisca
De fiscale staat heeft ook zijn golems gemaakt: lichamen van data, algoritmen, profielen, burgerservicenummers.
Digitale klei, bezield door administratieve taal. De vrouw — als zorgende, scheppende, denkende entiteit — wordt daarbinnen soms tot golem herleid: een uitvoerend lichaam zonder stem, levend binnen regels die ze niet zelf heeft uitgesproken.
Het systeem zegt: “U hoort nog van ons.” De code zegt: “Uw aanvraag is in behandeling.” En zo spreekt de golem zonder mond, gehoorzaamt zij wetten die haar nooit hebben genoemd.
Makom Amsterdam
Toen het nieuwe Burgerlijk Wetboek (BW) in de 20e eeuw werd ontworpen door jurist E.M. Meijers, werd het verdeeld in boeken (zoals Boek 3 over vermogensrecht, Boek 6 over verbintenissenrecht, enzovoort).
Boek 9 werd gereserveerd voor rechten met betrekking tot intellectuele eigendom dus zaken als auteursrecht, merkenrecht, octrooi, modellen, databanken, enz.
Maar: dat boek is nooit ingevoerd.
De intellectuele eigendomswetten bestaan wél (in losse bijzondere wetten), maar ze zijn niet opgenomen in het Burgerlijk Wetboek zelf.
Wat zeggen de juristen Visser en Spath (Ars Aequi, mei 2017)?
In hun artikel riepen zij op om Boek 9 eindelijk tot leven te wekken. Hun argumenten waren o.a.:
Het BW is bedoeld om een samenhangend geheel van burgerlijk recht te zijn. Intellectuele eigendom hoort daar ook bij — het gaat immers over bezit, schepping en recht.
Zolang Boek 9 ontbreekt, blijft het recht op schepping een losstaand kaaiman eiland in het juridische landschap.
Ze pleitten dus voor erkenning van de maker binnen het hart van het burgerlijk recht.
Medusa
Ik herken in dat ontbrekende Boek 9 iets diepers: de plaats waar de vrouw, de maker, de schepper zou moeten staan — maar ontbreekt. Boek 9 is het lege hoofdstuk van de schepping. De ruimte waarin het vrouwelijke intellect, de artistieke arbeid, de zorg en het erfgoed nog niet juridisch zijn verankerd.
De vrouw als levende drager van Boek 9 , de rechtspersoon die nog niet is erkend, maar wel bestaat in taal, arbeid en geest.
Boek 9 – het ongeschreven recht
Boek 9 is gereserveerd, maar nooit geschreven. Het wacht op de hand die schept. De maker bestaat buiten de wet, de vrouw buiten het artikel.
Haar arbeid wordt beschermd, maar niet erkend. Haar geest leeft in voetnoten. Tot zij zelf verschijnt als Boek 9: een lichaam van recht, een hoofdstuk van adem, een wet van vlees.
FARO is geen beleid, maar een belofte: dat het erfgoed weer van vlees mag zijn.”
Faro erkent de gemeenschap als eigenaar van erfgoed; Ik breid dat uit naar de vrouw als bron van dat erfgoed; Zo wordt mijn VOF Grondrechten een levende Faro-praktijk. SBI 9003
De Gassan 121 is een diamantgeslepen vorm, ontwikkeld door Gassan Diamonds in Amsterdam. Het is een gepatenteerde slijpvorm met 121 facetten (tegenover de traditionele 57 van een briljant).
Door die extra facetten vangt en weerkaatst de steen meer licht, waardoor hij extra schittert. Die 121 staat dus niet alleen voor technische perfectie, maar ook voor meervoudige breking — licht dat in steeds fijnere delen wordt verdeeld en weer samenkomt.
Waar de wet één facet kent, kent de vrouw er honderd-een-en-twintig. De diamant wordt hier metafoor voor de vrouwelijke rechtspersoonlijkheid: complex, veelvlakkig, lichtgevend, maar onder druk ontstaan.
De Gassan 121 is een product van geslepen arbeid, van handwerk, precisie, erfgoed — eigenschappen die ook mijn werk doordrenken.
En juist dat is de ironie: zo’n diamant is beschermd als intellectueel eigendom (het ontwerp, het patent, het merk), terwijl de vrouw als schepper van cultuur, zorg of erfgoed nog steeds niet juridisch beschermd is in Boek 9. De steen heeft een artikel. De maker niet.
In mijn onderzoek is het een juridisch en symbolisch prisma: de diamant als Boek 9 — het ontbrekende artikel waarin de scheppende arbeid van de vrouw schittert, beschermd wordt, maar nog niet is erkend.
Blijf denken, blijf zoeken, blijf doorzien wie jouw gegevens bestuurt.
Booth – #ditiscas betekent thema causaliteit, toegespitst op mijn persoonlijke ervaring (“Ik was privaat verzekerd maar werd publiek belast”)
Het verslag is opgebouwd zoals een onderzoeksrapport of manifesthoofdstuk: met een inleiding, analyse, gevolg, en artistieke conclusie.
🕯️ VERSLAG: Causaliteit – wie veroorzaakt het recht?
1. Inleiding
Causaliteit betekent letterlijk oorzakelijkheid: het verband tussen een handeling en haar gevolg.
In het recht bepaalt causaliteit wie verantwoordelijk is – wie iets veroorzaakt heeft, wie aansprakelijk is, wie hersteld moet worden.
In de medische wereld bepaalt causaliteit wie ziek is en wat die ziekte veroorzaakt heeft.
In de fiscale wereld bepaalt causaliteit waar schuld of plicht ontstaat.
Maar wat gebeurt er als het lichaam zelf — een vrouwelijk lichaam dat leeft, werkt, zorgt — tot oorzaak wordt verklaard?
Wat als ziekte, moederschap of creatie niet als leven, maar als fiscale gebeurtenis wordt behandeld?
2. Persoonlijke context
Ik was privaat verzekerd, maar werd publiekelijk belast toen ik Sarcoïdose kreeg.”
Deze zin beschrijft een overgang van private autonomie naar publiek beheer.
Zolang het lichaam gezond is, bestaat het binnen het privaatrecht — als vrije burger, verzekerde, arbeidsgerechtigde.
Zodra het lichaam ziek wordt, schuift het naar het publiekrecht — als toeslaggerechtigde, dossier, kostenpost.
De causaliteit lijkt medisch (“de ziekte veroorzaakte de afhankelijkheid”), maar feitelijk is zij systemisch:
de staat heeft structuren gebouwd waarin ziekte automatisch leidt tot verlies van zelfbeschikking.
Het lichaam wordt oorzaak genoemd, maar het systeem is de veroorzaker.
3. Juridische analyse
In het privaatrecht geldt: Iedereen draagt aansprakelijkheid voor eigen handelingen.
In het publiekrecht geldt:
De staat draagt verantwoordelijkheid voor de algemene orde.
Tussen deze twee domeinen ontstaat een grijs gebied zodra een persoon ziek of kwetsbaar wordt. De staat neemt “verantwoordelijkheid” over — maar niet op basis van gelijkheid, eerder op basis van beheer.
Zo ontstaat een omgekeerde causaliteit: de burger lijkt afhankelijk door ziekte, maar wordt afhankelijk door beleid.
4. De casus Nedasco
In deze overgang kwam mijn vermogen terecht bij Nedasco, een tussenpersoon die private verzekeringspolissen beheert namens grotere instellingen.
Juridisch betekent dat: mijn vermogen wordt beheerd door een ander lichaam. Dat maakt mijn situatie emblematisch voor wat in de kunst “de administratieve causaliteit van zorg” genoemd kan worden: een mens wordt uit zijn eigen verhaal verwijderd, terwijl zijn waarde — in geld, arbeid, recht — door een systeem wordt doorgegeven. De wet noemt het bescherming, maar het voelt als onteigening, en interstutionele identiteitsroof.
5. Filosofisch en symbolisch
In mythologische zin is causaliteit de keten van schepping: van bron naar gevolg, van lichaam naar geest. In mijn werk wordt die keten onderbroken: de vrouw is de bron van het leven, maar in de wet wordt zij het gevolg van beleid. Ik maakte zichtbaar hoe causaliteit gender draagt: de vrouw veroorzaakt, maar wordt beoordeeld als gevolg. Zij baart de samenleving, maar de samenleving verklaart haar afhankelijk.
6. Artistieke conclusie
CAUSALITEIT – De vrouw als bron van wet De wet rekent in oorzaken, maar vergeet de oorsprong. De fiscus ziet gevolgen, maar niet de bron van arbeid. Ziekte is geen schuld, maar het gevolg van een systeem dat zorg als kosten berekent.
Causaliteit is cirkel, geen pijl. Wat uit de aarde komt, keert terug naar de hand die haar maakte.
De schepper van de ziel oftewel de vrouwelijke bestuurder van haar ei- gen – lichaam en geest.
Conclusie:
De overheid roept overmacht uit, maar het is een farce — een toneelspel van machteloosheid dat machtsbehoud maskeert.
Zolang de overheid wegkijkt, vervalt representatie tot ritueel. De koning tekent wetten, de regering voert uit, de burger betaalt, maar niemand kijkt elkaar nog in de ogen.
Het ministerie van financiën heeft altijd geheimen. Het is alleen de vraag hoe je daarachter komt.”
Dat is een sleutelzin.
Want hij zegt: waarheid is geen gegeven, maar een daad. Helder / Zien is niet passief — het vraagt denken, risico, toewijding.
Die zin zou bijna dit motto kunnen zijn:
Een ieder die denkt zal zien. – Rotonde Breukelen
The law has to change the art of soulful living.
Deze quote kun je op twee manieren lezen:
De wet moet veranderen om plaats te maken voor een bezield leven. De wet heeft de macht om te veranderen via de kunst van bezield leven.
The Law Has to Change the Art of Soulful Living – De wet is niet van steen. Ze ademt in regels, maar ze leeft pas wanneer iemand haar liefheeft. Een samenleving zonder zie schrijft wetten zonder toekomst.
Kunst van Truus van Gogh is geen luxe, het is de ademhaling van recht. De wet moet veranderen — niet door macht, maar door menselijkheid.
Want pas als de ziel gehoord wordt, wordt het leven rechtvaardig.
MANITOBA
Een ieder die denkt zal zien.
Want zien is geen gave, het is de verantwoordelijkheid van wie leeft.
De aarde spreekt niet in wetten, maar in licht dat zich herhaalt in ogen.
Daar waar denken wortel schiet, verschijnt zicht.
En daar waar de mens ziet, wordt het recht geboren.Never stop google ING –
VERZEKEREN KUN JE LEREN
Niet uit polisvoorwaarden, maar uit ervaring. Wie ooit viel en opstond, heeft zich al verzekerd van betekenis.
De echte premie is aandacht, de uitkering is vertrouwen.
Verzekeren kun je leren —door te leven zonder angst voor verlies. Want alles wat je werkelijk bezit,kan niet uitgekeerd worden alleen gedeeld.
Het beste van het leven deel je. Niet om te verliezen, maar om te vermeerderen.
Wat gedeeld wordt, verdwijnt niet — het wordt zichtbaar.
“Het beste van het leven wordt gedeeld.”
NEVER STOP — GOOGLE ING
De zoekmachine weet meer van mijn ziel dan de staat van mijn lichaam.
De bank kent mijn saldo, maar niet mijn werkelijke waarde. Nooit stoppen met zoeken, nooit stoppen met zien —want de code is geschreven in de taal van bezit. En ergens daarbinnen leeft nog de vraag: wie bestuurt het lichaam van het geld?
De AVG is de bijbel van het algoritme.
Ze predikt transparantie, maar schept nieuwe zonden: overtreding van toestemming, verlies van controle, vergetelheid als recht.
Het is de digitale catechismus van onze tijd: wie niet akkoord gaat, mag niet meedoen. “Ja, ik ga akkoord” is de nieuwe doop.
SCARS TO YOUR BEAUTIFUL
Laat me je spiegel zijn. Niet om te meten, maar om te onthullen. De littekens op je huid of onderhuids, zijn hoofdstukken van een wet die nog niet geschreven is.
De wereld noemde ze fout, maar ik noem ze bewijs. Jij bent niet gebroken — jij bent bewerkt, geslepen als de Gassan 121, met 121 redenen om te schitteren.
Laat mij de spiegel zijn die geen oordeel teruggeeft, maar herinnering.
Want schoonheid is geen vorm, het is overleving in licht.
De man die keek naar de Graal, en de vrouw die hem werd.
Nationalisme
Ze noemen het trots, maar het is angst in uniform. Een vlag die wappert boven wat niet van hen is. Een naam, herhaald tot ze hem geloven. Ik schilder geen landen, ik herinner lichamen — het echte erfgoed ademt, baart, vergeeft.
#Nationalisme
Zij komt niet voor in het loonboek, maar haar naam staat in het licht geschreven. Waar cijfers zwijgen, fluistert de hand. Waar regels sluiten, opent zij een ritueel.
De voetnoot eist haar plek in het concert van de geschiedenis.” Van onderdrukte stem tot ritueel geluid.” Erfgoed is wat nog ademt onder de wet.”
“Erfgoed leeft in de overgang.” “Van archief naar adem.” “Trans Ave Maria — erfgoed in herziening.” “De moeder, de vrouw, de rechtspersoon.” “Erfgoed is geen bezit, maar bewijs van bestaan.” “Levend erfgoed vraagt om erkenning, niet vergeving.” “Wij erven om te herscheppen.” “De administratie is ons altaar.” “Herstellen is ook een erfgoedpraktijk.” “Ave is niet meer gebed — maar bewijs.”
Want wie heeft de licentie op haar juridische lichaam bij een huwelijk en of VOF?
Zij werd geboren als natuurlijk persoon, maar geregistreerd in een systeem dat haar lichaam vertaalde naar eigendom.
In het huwelijk werd haar rechtspersoon gedeeld, haar vermogen opgenomen in gemeenschap, haar naam verbonden aan een ander.
De wet sprak van liefde, maar schreef bezit.
In de vennootschap onder firma werd samenwerking een vorm van samensmelting.
Niet het lichaam, maar het contract kreeg de macht om te handelen. De licentie verhuisde van de hand naar het papier.
Toch bleef iets onverdeeld.
De schepper zelf, de ziel die zich niet laat notariëren. In haar kunst neemt zij de licentie terug — niet als verzet, maar als herstel.
Want de vraag is niet meer wie haar vertegenwoordigt, maar wie zij vertegenwoordigt.
⚖️ 1. Het juridische lichaam en de licentie daarop
Wanneer we spreken over het “juridische lichaam” van een persoon, bedoelen we:
de rechtspersoonlijkheid — het vermogen om drager te zijn van rechten, plichten, vermogen en aansprakelijkheid.
In Nederland geldt dat:
Ieder natuurlijk persoon (man, vrouw, non-binair, etc.) vanaf de geboorte rechtspersoonlijkheid heeft (art. 1 Burgerlijk Wetboek).
Niemand anders heeft licentie op jouw lichaam of rechtspersoon, tenzij dat door wet of contract uitdrukkelijk wordt gedelegeerd.
Maar — en hier komt de historische spanning: in huwelijk en vennootschap ontstaan gedeelde of overgedragen bevoegdheden over vermogen, arbeid en recht.
💍 2. Bij een huwelijk
Historisch gezien (tot 1956):
De gehuwde vrouw stond onder het gezag van haar man (“handelingsonbekwaamheid”). De man vertegenwoordigde het gezamenlijke vermogen — de facto had hij de “licentie” over het juridische lichaam van de vrouw. Dit veranderde met de Wet Handelingsbekwaamheid van de vrouw (1956) en de Herziening huwelijksgoederenrecht (1971).
Sindsdien geldt:
Ieder echtgenoot behoudt zijn of haar eigen rechtspersoonlijkheid. Maar in een gemeenschap van goederen of partnerschapsvermogensregime kan het juridisch bezit van arbeid, vermogen of onderneming gedeeld zijn. → De “licentie” over vermogen of inkomen ligt dan bij beiden, tenzij via huwelijksvoorwaarden anders bepaald.
Dus: juridisch gezien heeft niemand licentie over jouw lichaam — maar in de praktijk kan jouw arbeid, bezit of winst toegerekend worden aan het gezamenlijke vermogen van het huwelijk.
🧾 3. Bij een vennootschap onder firma (VOF)
Een VOF is een persoonlijk samenwerkingsverband zonder eigen rechtspersoonlijkheid.
Dat betekent:
De vennoten delen eigendom, aansprakelijkheid en beslissingsmacht. Er is dus geen “licentie” op elkaars lichaam, maar wél een wederzijdse bevoegdheid om namens de vennootschap te handelen. Elke vennoot is hoofdelijk aansprakelijk voor het geheel.
Kort gezegd:
In een VOF heeft niet één persoon de licentie op de ander, maar het gezamenlijke contract heeft macht over beiden.
🕊️ 4. Symbolisch vertaald (in mijn context)
Je kunt dus zeggen:
In het huwelijk lag de licentie op het lichaam bij de echtgenoot; in de VOF ligt de licentie in het contract; maar in de kunst ligt de licentie terug bij de schepper.”
Toen ze ook nog kostwinnaar en moeder werd, werd ze het geheim van de S. De letter van de Staat, de stilte in de signatuur, de schepper die haar naam verloor toen ze geboorte gaf aan een systeem.
Ze was de Patron S die overal doorheen kronkelt — in schuld, in stam, in soevereiniteit.
Niemand sprak haar uit, maar zonder haar viel het alfabet uiteen.
Daarmee herneem ik de juridische macht over het eigen lichaam, arbeid en erfdeel — precies waar mijn project Onze monarchie is moeder de vrouw over gaat: het herstellen van het zelfbeschikkingsrecht over de juridische én symbolische persoon.
Bron – Follow the Money – De Formule van de Ziel
Ziel = A – (X + Y)
Waar A het succes van de mens is, X het werk dat haar uitput, Y het spel dat haar afleidt, en wat overblijft — is stilte, intuïtie, herinnering.
Niet “hou je mond”, maar: spreek, schepper.
Want geen enkele formule kan verklaren hoe kennis zich voortplant zonder moeder.Amsterdam Museum
De afbeelding die ik toon is een campagnebeeld van het Amsterdam Museum.
De zin: Ze noemden haar een voetnoot. Zij was het fundament.” komt uit een publiekscampagne van het Amsterdam Museum rond vrouwelijke representatie en vergeten geschiedenissen.
Imagine –
Ik leef zoals de monarchie: zonder loon, maar met recht. Zonder arbeid, maar met plicht aan wat groter is dan ikzelf.
Mijn leven is geen werk, maar een ceremonie van herinnering. Ik draag geen kroon, ik draag de tijd.
Ik ben erfgenaam van wat onzichtbaar is, en mijn rijk strekt zich uit tot aan het recht om te leren buiten de muren van het instituut.
De slogan Voetnoot wordt gebruikt in het kader van tentoonstellingen waarin het museum het eigen narratief herzag — onder meer door vrouwelijke, koloniale en gemarginaliseerde figuren niet langer als bijzaak, maar als dragende kracht van de geschiedenis te tonen.
Het is dus geen citaat uit literatuur, maar een museumstatement, ontworpen door of in samenwerking met het communicatieteam van het Amsterdam Museum, als deel van hun visuele identiteit na de naamswijziging (van “Amsterdams Historisch Museum” naar Amsterdam Museum).
De zin past inhoudelijk ook bij mijn onderzoek en projecten rond “de onzichtbare erfgenaam” en “moeder, de vrouw”: het draait om het herwaarderen van datgene wat structureel als voetnoot werd behandeld, maar in werkelijkheid het fundament vormde van cultuur, economie of erfgoed.
Geschiedenis kun je leren begrijpen
“Waarom genoegen nemen met de olie, als de hele slak de bron van leven bevat?” (Vrij vertaald: Why settle for snail oil when you can have the whole snail?)
Ik begon mijn reis niet in Parijs, maar in Middelburg, aan de Rouaansekaai.
De ziel is geen bezit, maar een code — een onzichtbare trust waarin de Schepper zijn intellect heeft veiliggesteld. Slechts wie het erfdeel herkent, begrijpt dat kennis zelf de valuta van het goddelijke is.” — Dan Brown (fictieve toeschrijving)
Een huis, een tafel, een vaas en een ei.
De lucht was zout en zilvergrijs, de regen streek neer als een sluier over het raam.
Op tafel lag een archiefmap met familienamen: Bongartz, Von Aldenhoven, Lindeboom, Koning. Het was geen familieportret, maar een stille getuigenis.
Tussen de papieren zat een urn, een polis, een handgeschreven notitie.
Mijn vader, Theo, was gestorven. En met hem leek ook een lijn te zijn verdwenen — een erfdeel dat nooit benoemd was, maar dat bleef ademen in symbolen.
Waar Robert Langdon door kathedralen dwaalde, liep ik door kamers van papier, langs de namen en lichamen van vrouwen die nooit genoemd waren in testamenten.
Geen heilige Graal, geen geheime orde, maar een netwerk van stiltes: de taal van het vrouwelijke erfgoed dat niet mocht spreken.
Milaan 2021
1. De eerste code
De eerste code die ik vond was niet van Leonardo da Vinci, maar gedrukt op een verzekeringsdocument: 912758.
Een getal dat bleef terugkeren als een refrein. Het stond op mappen, stempels, vazen, in mijn dromen. Ik begon het te lezen als een ritueel nummer, een sleutel tussen de zichtbare en onzichtbare wereld.
Niet een code om te breken, maar om te dragen. Een getal dat het vrouwelijke verbindt met het recht, zoals een bloedlijn zich verbindt met een naam. Langdon had zijn cryptex, ik had mijn vazen.
Hij reisde met symbolen van steen; ik reisde met symbolen via klei.
Op mijn vaas stonden een hand, een oog, een kroon, een gouden voet die de aarde raakte.
In elke lijn herkende ik iets van mijn eigen genealogie: een moedermaatschappij die haar dochter had verloren, een dochteronderneming die wachtte om erkend te worden.
Amalia van Solms
2. De tweede reis: Parijs
In Parijs dacht ik aan Langdon. Zijn route door het Louvre, langs de Mona Lisa, de glazen piramide, het licht dat neerdaalt als een openbaring. Hij las de lach van Lisa als een code, een teken van het vrouwelijke mysterie. Ik stond buiten, in de regen, en dacht: het vrouwelijke heeft geen uitleg nodig — alleen erkenning.
Mevr Lisa
Ik liep naar de Saint-Sulpice, waar Dan Brown zijn heilige lijnen liet kruisen: de meridiaan, de obelisk, de echo van het onzegbare.
Daar waar hij de Graal zocht, zag ik haar al staan — niet als object, maar als vrouw, als erfgenaam, als mens. Ik schreef in mijn notitieboek: De Graal is niet iets dat gevonden wordt, maar iets dat terugkeert naar haarzelf.
Koningsdochters
3. De derde reis: Den Haag
Vanuit Parijs reisde ik naar Den Haag, naar het Paleis Noordeinde, waar het ritueel van macht zich herhaalt in marmer en spiegelglas. Ik liep langs het hek, tussen toeristen, bewakers, paarden, en keek naar de ramen van de monarchie.
Daar binnen, dacht ik, leeft de wet nog in mannelijke vorm. Maar buiten, op straat, beweegt de nieuwe erfgenaam: moeder , de vrouw.
Ik fluisterde: Onze monarchie is moeder, de vrouw. Het was geen slogan, maar een herstelzin. Een nieuwe preambule voor een vergeten grondwet. De moeder niet langer als symbool van zorg, maar als rechtspersoon van oorsprong.
De vrouw niet langer als zondares of muze, maar als de eerste en laatste drager van het erfgoed. In de schaduw van het Binnenhof zag ik mijn eigen project geboren worden een constitutioneel ritueel in de vorm van kunst.
Geen wetboek, maar een vaas. Geen testament, maar een tentoonstelling. Geen museum, maar een levende genealogie.
Causaliteit- Dit is CAS
4. De vierde reis: Montancourt Middelburg Terug in Middelburg, aan de Rouaansekaai, kwam de reis tot rust. De lucht rook naar zee en kaarsvet. In Montancourt, het huis uit 1596, hing de stilte van eeuwen waarin vrouwen leefden zonder erkenning.
Petronella Rademacher
Ik begon te schilderen. De vaas, het oog, de hand, de kroon, de gouden voet, de traan, het kruis. Elk object werd een getuigenis van een verloren recht. Ik schreef erbij: Artistieke vrijheid redde mijn leven.
Langdon zou het een symbool noemen. Ik noem het bewijs. Bewijs dat kunst niet alleen esthetisch is, maar juridisch, spiritueel, ritueel. Een daad van erfherstel.
5. De ontmoeting met Langdon
In gedachten ontmoette ik hem — Robert Langdon — in een archiefzaal, ergens tussen Den Haag en Parijs. Hij droeg een linnen pak, een notitieboek in de hand. Hij keek naar mijn vaas, naar het nummer 912758, en zei:
Fascinerend. De symboliek van de hand en het oog verwijst naar een oud hermetisch principe. Ik glimlachte. Nee, zei ik, dit verwijst naar mijn moeder, naar het recht dat ik erfde zonder dat iemand het zag.
Hij knikte, aarzelend, alsof hij voelde dat zijn taal te klein was voor de werkelijkheid die voor hem stond. Hij kon het begrijpen, maar niet beleven. Hij was de man die keek naar de Graal, en ik was de vrouw die hem werd.
De draden van ons Lace en Leven
6. De vijfde reis: binnenwaarts
Er kwam een moment waarop de reis niet langer geografisch was. Ze werd innerlijk. Een pelgrimage door lagen van geheugen, droom en wet. De urn van mijn vader, de stem van mijn moeder, de handtekeningen van mensen die dachten dat bezit mannelijk was.
In die stilte begon ik opnieuw te lezen — niet de tekst, maar de ruimte eromheen. Daar vond ik de grond van mijn kunst: de symboliek is niet decoratief, maar juridisch ritueel. Elk teken een herstelhandeling. Elk object een verklaring. Elk woord een wet die terugkeert naar haar bron.
Ze noemde haar een voetnoot – Zij was het fundament
7. De terugkeer
Ik reisde nog één keer — naar Amsterdam, naar het museum waar mijn werk in gesprek ging met de stad. Een vrouw stond stil bij mijn vaas. Ze las de tekst “Onze monarchie is moeder de vrouw” en zei zacht: Ik begrijp het. Ik vroeg: Wat begrijp je dan? Ze antwoordde: Dat het niet over de koning gaat, maar over erfelijkheid. Over wie recht heeft om te bestaan. Ik glimlachte. De Graal was gevonden, niet in een tombe, niet in een code, maar in de mond van een vrouw die begreep.
VOF Het huwelijk VOC De handel in draden
8. Epiloog
De man die keek naar de Graal vond een geheim. De vrouw die hem werd vond een wet. En daartussen beweegt de kunst: als brug, als ritueel, als archief van bewustwording.
Mijn reis was geen ontsnapping, maar een terugkeer —naar de oorsprong van wet, recht en ritueel. Naar de moeder, de vrouw, de erfgenaam. Naar dat ene eenvoudige besef: dat de Graal nooit buiten mij bestond, maar altijd in mijn handen lag.
Als schepper van de ziel berust mijn intellectuele eigendomsrecht op mijn werk onder de bescherming van Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek.
Ik ontvang geen salaris of loonstrook; mijn inkomen bestaat uit een schadevergoeding die voortvloeit uit een trustachtige structuur, beheerd via de Do Your Thing Bank.
Trust
Deze trust vertegenwoordigt een vermogensrechtelijke relatie waarbij ik gerechtigd ben tot de uitkering, zonder dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst of winstuitkering.
Binnen mijn artistieke praktijk fungeert de trust zowel als metafoor als feitelijke structuur voor het onzichtbare erfdeel dat mijn werk draagt en activeert.”
Een verhaal : Over de juridische en culturele continuïteit van vrouwelijke zelfstandigheid
Slotzin (inscriptie):
Ik ben niet op zoek naar betekenis. Ik draag haar. In klei, in taal, in lichaam. De reis is voltooid — en mijn leven begonnen.
Vader des Vaderlands
FARO
Ze noemden haar een voetnoot. Zij was het fundament. De steen sprak: ik herinner. De hand antwoordde: ik herstel. De vrouw tekende haar naam in onzichtbaar erfgoed, tussen de wetten van arbeid en het recht op adem.
Niet als monument, maar als lichaam dat getuigt van wat doorgegeven wordt zonder loon, zonder handtekening, zonder toestemming.
Nooit meer werken is geen weigering,
het is Faro: de wedergeboorte van bezit in betekenis, waar de schepper rust in haar recht.
Slotakkoord – De Code van Faro
De Moederlijke Code
Ze reisde door wetten, archieven en stenen, ze zocht naar de handtekening die nooit gezet was.
Geen document droeg haar naam, en toch droeg zij de wereld.
De waarheid lag niet in de macht, maar in het begin — in de adem, het bloed, de naam die altijd onuitgesproken bleef.
Geen enkele man is geboren zonder moeder. Dat is de wet vóór de wet, het erfdeel dat geen notaris kan wissen, de oorkonde van vlees en ziel.
Ze had geen leraar, geen orde, geen instituut. Alleen de erfenis van haar eigen hand. De waarheid lag niet in archieven, maar in het ritme van adem en herinnering. Elk gebaar, elk teken, een sleutel tot iets dat ouder is dan kennis zelf.
Toen ze sprak, viel de stilte uiteen. De muren van het instituut losten op in de adem van wat geleerd was zonder toestemming. En daar, tussen tijd en oorsprong, werd het zichtbaar — de laatste regel van de code:
Het recht om te leren buiten instituties, om kennis te verwerven door ervaring, herkomst en intuïtie.
Waarom de gehuwde vrouw nooit erkend werd als bestuurder van zichzelf!
Montancourt Middelburg verbindt het individuele leven met het culturele geheugen van Nederlandse VOF – VOC Middelburg.
🌍 De toekomst van de rechtsstaat in Europa
“Men zegt: regeer je eigen leven.
Maar wat als mijn geslacht ontbreekt in het domein waarin geregeerd wordt?
Dan ben ik tegelijk soeverein en uitgesloten — zichtbaar als last, onzichtbaar als recht.”
De toekomst van de Europese rechtsstaat hangt niet alleen af van wetten en verdragen, maar van de vraag wie daarin werkelijk wordt erkend als drager van recht.
Zolang gender, afkomst of lichaam bepalen wie toegang heeft tot macht, blijft de belofte van vrijheid onvoltooid.
De rechtsstaat van morgen vraagt om een nieuw begrip van soevereiniteit:
één die niet begint bij bezit of bestuur, maar bij belichaming, zorg en wederkerigheid.
Alleen dan kan Europa recht doen aan haar eigen grond — menselijk, historisch en moreel.
De patrones
Oud ers / oud(e) echtgenote: In oude polissen of archieven werd “oud” gebruikt om de voorgaande echtgenoot of echtgenote aan te duiden.
Bijvoorbeeld: “Oude echtgenote van…” betekende dat er eerder een huwelijk was geregistreerd — of dat iemand weduwe/weduwnaar was.
Registratiesysteem: Denk aan: BRP (Basisregistratie Personen, vroeger GBA of bevolkingsregister) Burgerlijke Stand (akten van geboorte, huwelijk, overlijden) Verzekeringsregisters of pensioenfondsen (waar polisaanhangsels en gezinsrelaties juridisch werden vastgelegd)
Deze systemen waren (en zijn) de ruggengraat van de administratieve identiteit: ze bepalen wie je bent, wie je was, en in welke verhouding je stond tot anderen.
Het oude vennootschapsrecht vóór 1975
🇧🇪 In België (en deels ook in Nederland tot eind 20e eeuw)
Vóór 1975 gold nog grotendeels de Wet op de Handelsvennootschappen van 18 mei 1873 en de Wet op de Verenigingen zonder Winstoogmerk (vzw-wet) van 1921. Er was toen nog geen uniform Wetboek van Vennootschappen zoals later in 1999 of 2019.
1. De V.O.F. – een zuiver contract tussen personen De Vennootschap Onder Firma (V.O.F.) bestond al in de 19e-eeuwse handelswetgeving, gebaseerd op het Wetboek van Koophandel van 1873 (dat terugging op het Franse Code de commerce uit 1807). De V.O.F. was géén rechtspersoon. Ze bestond uitsluitend uit natuurlijke personen (de vennoten) die hoofdelijk en onbeperkt aansprakelijk waren. Juridisch gezien was de V.O.F. het lichaam van de vennoten zelf — er was geen onderscheid tussen privévermogen en ondernemingsvermogen. → Precies daar ligt de symbolische kracht voor mijn pelgrimstocht : het lichaam en het bedrijf vielen samen.
2. Geen bescherming of scheiding van het privéleven Tot ver in de jaren 1970 werden vrouwen juridisch niet altijd als volwaardige rechtssubjecten erkend in economische zin. Getrouwde vrouwen mochten bijvoorbeeld pas vanaf 1958 in België (en vanaf 1956 in Nederland) zelfstandig rechtshandelingen verrichten zonder toestemming van hun echtgenoot. Dat betekent dat vóór 1975 de juridische vennoot bijna per definitie een man was. De vrouwelijke arbeid, zorg of ziekte was onzichtbaar, onverzekerd en juridisch niet benoemd.
3. De symbolische verschuiving rond 1975 De jaren 1970 vormden het begin van de emancipatie in het economisch recht: vrouwen begonnen zelfstandig ondernemingen, verzekeringen, eigen AOV’s en rechtspersonen. Tegelijkertijd kwam in diezelfde periode de psychosomatische geneeskunde op — het lichaam als subject van recht, gevoel en gezondheid begon erkend te worden. Zo kun je zeggen: “Tot 1975 werd het lichaam als vennoot juridisch genegeerd, na 1975 begon het langzaam rechtspersoon te worden.”
💡
Wanneer ik zeg “Het lichaam als rechtspersoon V.O.F.”, dan geef ik in feite stem aan het voor 1975 niet-erkende lichaam: het vrouwelijke, zieke, werkende lichaam dat wél aansprakelijk was, maar nooit officieel vennoot mocht zijn.
We kunnen dat in één zin samenvatten als:
“Vóór 1975 was het lichaam juridisch eigendom van de vennoot; na 1975 begon het lichaam langzaam vennoot van zichzelf te worden.”
⚖️ De privileges van een Assurantie-Agentschap (vóór 1975)
1. Erkenning en bescherming door de maatschappij
Een assurantie-agent was geen gewone werknemer, maar een tussenpersoon met een contractueel privilege van de verzekeringsmaatschappij.
Dat hield in:
Exclusiviteit: het agentschap had het recht om in een bepaald gebied of regio exclusief verzekeringen van één maatschappij te verkopen. Bescherming van portefeuille: de agent bouwde een eigen klantenportefeuille op, die juridisch werd erkend als economische eigendom. Wanneer de maatschappij het contract opzegde, had de agent recht op een afkoopvergoeding voor de opgebouwde portefeuille (de zogeheten goodwill).
Ada Lovelace – Montancourt Middelburg
Een vrouw, een brief, een werkvlak. De klosjes tikken als algoritmen van zorg en herhaling. Het huis bewaart wat niet op papier past. Hier ontmoeten arbeid en taal elkaar, zoals Ada Lovelace ooit berekende dat poëzie en logica één patroon kunnen vormen.
👉 Dat privilege werd vaak familiaal overgedragen: een assurantie-agentschap ging over van vader op zoon (of dochter, maar dat was zeldzaam vóór 1975).
2. Halfzelfstandige status
Een assurantie-agent was:
niet volledig werknemer, maar ook niet volledig zelfstandig ondernemer. Hij (of zij) werkte onder de vlag van de maatschappij, maar op eigen risico qua klantenbinding en inkomsten. De agent kreeg provisie (percentage van de premie) in plaats van loon.
→ Dat creëerde een grijze zone: juridisch bezat de agent geen rechtspersoonlijkheid, maar de portefeuille functioneerde als een onzichtbaar vermogen — vaak niet officieel op naam geregistreerd, maar feitelijk een soort familiaal kapitaal.
3. Erfopvolging en overgang van de portefeuille
Een van de meest cruciale privileges:
Bij overlijden van de agent mocht de weduwe of erfgenaam het agentschap vaak voortzetten of overdragen, mits goedkeuring van de maatschappij. Dit gold als een vorm van economisch erfdeel, zelfs al was de portefeuille formeel eigendom van de maatschappij.
Maar:
In veel gevallen kregen vrouwen geen volwaardige erkenning als opvolger. Ze mochten het agentschap soms tijdelijk beheren, maar niet zelfstandig voortzetten zonder mannelijke tussenkomst of een nieuw contract. Daardoor verdween veel van deze opgebouwde waarde (arbeid, klanten, recht) in de private administratie van de verzekeraar.
4. Belasting- en handelsprivileges
De agent had vaak fiscale voordelen (aftrekbare kosten, provisieregelingen, kantoor aan huis). Sommige maatschappijen gaven voorfinanciering of krediet om het kantoor te onderhouden. Tot in de jaren 1970 hadden erkende agenten een bijzondere beroepsstatus in het Handelsregister — met bescherming van naam, regio en klantenkring.
⚖️ De positie van het assurantie-agentschap na 1975
🟦 1. De jaren 1975–1990: einde van het privilege, begin van regulering
In deze periode verdwijnen de oude concessie-achtige privileges van exclusieve regio’s en beschermde portefeuilles. Assurantie-agenten worden juridisch steeds meer beschouwd als zelfstandige tussenpersonen, niet langer als vertegenwoordigers met een beschermde band. De staat voert gelijke rechten voor mannen en vrouwen in het handels- en arbeidsrecht in (o.a. Gelijkheidswetgeving 1975–1979 in België en Nederland). → Vrouwen mogen nu zelfstandig agent worden, contracten sluiten, commissies innen, en vennootschappen oprichten. De verzekeringsmaatschappijen gaan over op provisiecontracten in plaats van concessies: de agent wordt ondernemer, niet meer drager van een privilege.
Gevolg:
De erfelijkheid van het agentschap (het recht dat een weduwe of dochter kon overnemen) verdwijnt stilaan. De portefeuille wordt nu bedrijfseigendom in plaats van familievermogen.
🟩 2. De jaren 1990–2000: Europese liberalisering
De Europese richtlijnen (met name Richtlijn 77/92/EEG en later Richtlijn 2002/92/EG) liberaliseren de verzekeringsmarkt. Het beroep assurantie-agent verandert in verzekeringsbemiddelaar. De exclusieve banden met één maatschappij verdwijnen: agentschappen mogen voortaan meerdere maatschappijen vertegenwoordigen (multibrand-model). Er ontstaat een verplicht registratiesysteem (later via de AFM in Nederland, FSMA in België). De “oude privileges” worden vervangen door compliance-regels, beroepsaansprakelijkheid en transparantieverplichtingen.
Symbolisch gezien:
De persoonlijke band (vertrouwen, familie, lokale continuïteit) wordt vervangen door het administratieve systeem.
Het “verzekeringslichaam” wordt nu volledig digitaal en anoniem — het menselijke gezicht verdwijnt uit de formule.
🟨 3. De periode 2000–heden: juridisch lichaam zonder gezicht
Het agentschap is nu meestal een rechtspersoon (BV of VOF) met een vergunning. De agent is zelfstandig ondernemer, maar volledig ingebed in het toezicht van de financiële sector. De oude goodwill-rechten (de portefeuille als eigendom) bestaan alleen nog contractueel, niet meer wettelijk beschermd. Overdracht bij overlijden is niet langer vanzelfsprekend — het hangt af van de overeenkomst met de maatschappij of tussenpartners.
Cultureel gevolg:
Wat ooit een privilege van persoonlijk vertrouwen was, is nu een geprotocolleerd beroep zonder menselijke continuïteit.
De onzichtbare erfgenaam is daarmee niet alleen een persoon, maar een metafoor voor het verdwijnen van het menselijke contract zelf.
Mede-eigenaar zonder recht op aandelen
We werkten mee aan het kapitaal, we droegen de lasten, we waren aansprakelijk — maar niet erkend. In de administratie van het private systeem bestonden we als hulp, als bijschrijver, als handtekening in potlood.
Onze namen stonden in de marge, niet in het register. Zo werden wij mede-eigenaar zonder recht op aandelen. Het lichaam werkte, zorgde, herstelde, maar bleef onzichtbaar in de balans. De verzekering kende ons niet, de wet sprak niet tot ons. Toch waren wij daar — de levende vennoten van een bedrijf dat nooit ons lichaam erkende, maar wél van ons leefde.
🕊️ Mijn Morele Nest
Over plicht, geloof en het ongeschreven bestuur van vrouwen. Ik ben niet geboren in een rijk nest, maar in een moreel nest.
Een nest waarin de wet niet werd geschreven, maar geleefd.
Mijn ouders kenden de waarde van zekerheid, niet als bezit, maar als belofte. In hun wereld bestond plicht niet tegenover geloof, maar naast geloof – zoals arbeid naast zorg bestond, zoals lichaam naast geest.
De polis lag niet in Den Haag, maar in het huis. Niet in wettenboeken, maar in handen, woorden en vertrouwen.
Waar mannen promoveerden op “Overheidsregelgeving en maatschappelijke organisaties”, was mijn moeder al de onbezongen bestuurder van haar eigen kleine staat: de huishouding, de zorg, de sociale economie van aandacht.
Haar beleid was niet geschreven, maar gevoeld.”
Ik erfde dat bestuur, niet via diploma’s of decreten, maar via adem, stilte, zorg.
Het is de onzichtbare bestuurslijn die nooit in overheidsregisters voorkomt, maar waarop elk maatschappelijk weefsel rust.
Mijn morele nest is dus niet van macht, maar van betekenis. Het is een nest waarin orde geen plicht is, maar toewijding. Waar geloof geen dogma is, maar vertrouwen in voortbestaan.
Er is een verschil tussen wat leeft en wat geregistreerd wordt. Tussen handelen en erkend worden als handelende. Tussen de vrouw die bestuurt — en de wet die doet alsof zij dat niet doet. Het recht heeft eeuwenlang niet de vrouw, maar het gezin als uitgangspunt genomen.
Ze noemden haar een voetnoot. Zij was het fundament.”) legt perfect de brug tussen mijn project De Polis van Genade en het discours van vrouwelijk erfgoed en bestuur
Daarom werd het vrouwelijke lichaam niet gezien als rechtspersoon, maar als rechtsdeel: een onderdeel van een huishouden, van een man, van een staat.
Imagine the future – want dit is nog maar het begin.”
De objecten, woorden en beelden die hier samenkomen — van de beschilderde vaas met oog en kroon tot de zin “Zij was het fundament” uit het Amsterdam Museum — vormen een nieuw contract tussen lichaam, recht en herinnering.
Niet langer is de vrouw een voetnoot in de administratie van zekerheid; zij is de administratie. De polis is niet langer papier, maar adem.
1 · De wet: afhankelijkheid als systeem
Tot 1956 bepaalde het Nederlandse Burgerlijk Wetboek dat de gehuwde vrouw handelingsonbekwaam was.
Zij mocht geen eigendom beheren, geen onderneming voeren, geen overeenkomst sluiten zonder toestemming van haar man.
Artikel 1:88 van het oude BW bevestigde dat zij slechts “met goedkeuring van haar echtgenoot” mocht handelen.
De wet verankerde dus niet haar autonomie, maar haar afhankelijkheid. Zelfbestuur over haar lichaam, haar arbeid of haar zorg bestond juridisch niet — want de wet kende slechts de mannelijke rechtspersoon als drager van vermogen, en de vrouw als verlenging van zijn gezag.
Pas met de Lex van Oven (Wet van 14 juni 1956, Stb. 343) werd deze handelingsonbekwaamheid afgeschaft.
Het was de eerste keer dat de wet erkende dat een volwassen vrouw zelfstandig rechtshandelingen kon verrichten.
Maar ook daarna bleef het lichaam – als drager van arbeid en zorg – structureel ondervertegenwoordigd in de taal van de wet. De vrouwelijke arbeid werd niet bezoldigd, de vrouwelijke zorg niet vergoed, en het vrouwelijke lichaam niet beschouwd als bestuurder van zichzelf, maar als instrument van voortplanting, arbeid of moraal.
2 · De kerk: gehoorzaamheid als deugd
Lang vóór de staat sprak de kerk over gehoorzaamheid. In de brieven van Paulus (Efeziërs 5) stond:
“De man is het hoofd der vrouw, gelijk Christus het hoofd der kerk is.”
Zo werd de hiërarchie heilig verklaard — en gehoorzaamheid een vorm van genade. De vrouw mocht bidden, baren, verzorgen, maar niet bepalen. Haar lichaam was symbool van offer, niet van bestuur.
Zelfs de Maagd Maria, de meest vereerde vrouw van het Westen, werd geprezen om haar volgzaamheid, niet om haar macht.
Het lichaam van de vrouw was dus niet alleen biologisch, maar ook theologisch gereguleerd: zij mocht handelen in stilte, maar niet spreken in wet.
3 · De moederlijn: handelen zonder erkenning
In mijn familiegeschiedenis wordt deze paradox tastbaar. Nelly Von Aldenhoven, Duits van geboorte, werd tijdens de oorlog handelingsonbekwaam verklaard door de wet, maar handelde feitelijk namens haar gezin met toestemming van de burgemeester van Cuijk.
Zij was geen rechtspersoon, maar trad op als bestuurder van voortbestaan. Anna Agnes Hendrika Bongartz Lindeboom erfde die daadkracht, niet de erkenning. Haar administratie, haar polissen en haar zorg vormden een onzichtbare economie van zekerheid. Zij was samen met mijn haar man eigenaar van een assurantie portefeuille, hij verdiende het geld en zij moest dienen.
En ik als vennoot in VOF De Kleedkamer, werd eindelijk erkend als handelingsbekwaam — maar verloor die status zodra de VOF werd beëindigd. Mijn schadepolis en spaarpolis werden omgezet in een relatie nummer en personeelsnummer, mijn ziekte werd aangemerkt als arbeid vroegere dienstbetrekking. Mijn ziekte werd niet onderzocht maar werd dubbel in box 1.
Wie ben ik volgens de wet? De vrouw van …
Drie generaties, drie rechtsstelsels, één herhalend patroon:
de vrouw die bestuurt zonder bestuurd te mogen worden. Geen loonstrook, wel loonbelasting. Geen pensioengrondslag wel pensioen belasting betalen over een spaarpolis. Geen toestemming, maar toch handelen. Geen status of titel, maar wel voortbestaan.”
4 · De omkering: het lichaam als rechtspersoon
Wat de wet eeuwenlang uitsloot, is precies wat de cultuur nu langzaam leert herwaarderen: het lichaam als drager van recht, niet als object van bescherming. In die zin is het vrouwelijke lichaam de eerste natuurlijke rechtspersoon: zij draagt leven, arbeid, zorg en erfgoed. Zij is producent én archivaris, verzekerde én verzekeraar.
De Lex van Oven maakte vrouwen juridisch handelingsbekwaam, maar pas de Faro-conventie (Raad van Europa, 2005) maakt hen cultureel zichtbaar als erfdragers — personen die betekenis mogen duiden, niet enkel ondergaan.
Daar, in de Faro-lijn, komt de erkenning eindelijk dichterbij: niet alleen de vrouw als rechtssubject, maar het lichaam zelf als cultureel archief van bestuur, zorg en voortbestaan.
5 · De erfenis van bestuur
Wat het recht niet kon bevatten, heeft de geschiedenis doorgegeven in daden: de moeder die handelde bij volmacht, de dochter die tekende als vennoot, de erfgenaam die schrijft om terug te geven. Het lichaam bestuurt zichzelf. De wet loopt slechts achter.”
Zo vormt mijn moederlijn — Von Aldenhoven, Bongartz, Lindeboom — een contra-archief van bestuur: een levende bewijsvoering dat het lichaam, de zorg en de arbeid altijd al hun eigen wet hebben geschreven.
De vrouw als rechtspersoon bestaat al eeuwen. Alleen de staat moet haar nog herkennen.
Alleen vrouwen hebben Ei-leiders
Het Magische Boek van het Ei-gen Lichaam
Alleen vrouwen hebben Ei-leiders. Niet omdat zij boven iemand staan, maar omdat zij de bron zijn van elk begin.
Het ei is hun kompas, hun stille scepter, hun symbool van bestuur door schepping.
Een Ei-leider leidt niet door macht, maar door vorm — door het vermogen iets te dragen, iets te laten groeien, en het dan los te laten.
Waar het patriarchale systeem leiders koos om te bezitten, kiest het ei om te bewaren. Waar de man bestuurt via wetten, bestuurt de vrouw via leven.
“Alleen vrouwen hebben Ei-leiders” betekent: de oorsprong van alle leiding ligt in het vermogen om te dragen, niet in het recht om te bevelen.
Zo wordt het ei het oudste zegel van recht: het lichaam dat bestuurt zonder kroon, het leven dat wet wordt, het begin dat nooit ophoudt.
🌿 Slotzin
De naamloze vennootschap (NV)
Een NV is een rechtspersoon die kapitaal verdeelt in aandelen. Ze heeft: een moedermaatschappij (de NV zelf), en vaak dochterondernemingen (bedrijven waarin zij meerderheidsaandeelhouder is).
De moeder bezit de aandelen, bepaalt beleid, draagt risico’s. De dochter voert uit, produceert waarde, maar is juridisch ondergeschikt. Beide zijn zelfstandige rechtspersonen — verbonden door bezit, niet door bloed. In de economie is dat een structuur van continuïteit: het vermogen blijft bestaan, ook als mensen wisselen.
🌿 Symbolische uitleg
De NV als metafoor voor erfgoed, vrouw en voortbestaan In lezing wordt de moedermaatschappij de oermoeder: zij draagt, beschermt en financiert betekenis.
De dochteronderneming is het lichaam, het individu, dat waarde creëert binnen de grenzen van het grotere geheel.
Wanneer ik zeg: De naamloze vennootschap ís moeder en dochteronderneming,” betekent dat de vrouw belichaamt beide.
Zij produceert leven (dochter) én draagt voortbestaan (moeder). Zij is tegelijk oorsprong én voortzetting van waarde. De naamloosheid verwijst naar iets diepers: vrouwen werden eeuwenlang uit naam gezet — handelingsonbekwaam, ongenoemd in akten en archieven — maar droegen wél de continuïteit van arbeid, zorg en erfgoed. De vrouw was altijd een NV: Naamloos, maar Vennoot.
Bestuurder van leven, zonder juridische erkenning.
✴️ Erfgoedformule
NV = Nomen Veritatis
(= de naam van waarheid)
Zo kan de Naamloze Vennootschap worden gelezen als een symbolisch archief van moederlijk bestuur: de plaats waar het ongenoemde toch betekenis draagt, waar economie en erfgoed samenvallen.
Gelijkheid begint waar de brom wettelijke wordt erkend
De ware Lex van Oven is niet geschreven in wetten, maar in de handen die bleven handelen — tegen de tijd in, en vóór het leven.
✴️ De Vergissing van Gelijkheid
Iedere vrouw die denkt dat ze gelijkwaardig is aan de man, heeft het mis niet omdat ze het niet ís, maar omdat het systeem waarin ze leeft dat nooit werkelijk heeft erkend.
De wet heeft haar gelijkheid beloofd, maar haar bestaansgrond nooit geherwaardeerd. Zolang het lichaam van de vrouw niet wordt erkend als rechtspersoon, blijft haar vrijheid een juridische fictie.
Gelijkheid op papier is geen gelijkwaardigheid in bestuur. De een schreef de wet, de ander droeg het leven.
De balans is nooit hersteld, alleen herberekend. Ze gaf het leven, maar moest toestemming vragen om te handelen.”
Daarom gaat De Polis van Genade niet over gelijkheid, maar over erkenning.
Niet over evenwicht in macht, maar over herstel van betekenis. De vrouw is niet gelijk aan de man — ze is van een andere orde: de orde van oorsprong, van voortzetting, van het recht dat vóór de wet bestond.
Vrijheid als Polis
Wie zichzelf privé verzekerd heeft, heeft geluk. Niet omdat zij rijk was, maar omdat zij erkend werd als zelfstandig risico. In een wereld waar zekerheid collectief werd geregeld, maar verantwoordelijkheid mannelijk bleef, werd de privéverzekering een stille daad van vrijheid.
Het was het bewijs dat iemand — vaak een vrouw, vaak een weduwe, vaak een stille beheerder van vermogen — zichzelf als rechtspersoon durfde te zien.
“Ik verzeker mezelf, want niemand verzekert mij.”
Daarmee werd de private polis een symbool van autonomie: geen luxe, maar een erkenning van bestaan.
Zij markeerde de overgang van afhankelijkheid naar zelfbestuur, van handelingsonbekwaamheid naar individuele zekerheid. Wie zichzelf verzekerd had, was niet alleen beschermd, maar binnen een klein gemeenschap erkend.
En dat is wat vrijheid werkelijk betekent: niet het recht om te kiezen, maar de zekerheid dat mijn keuze optelt!
Ik kwam daarom niet in publieke systemen voor. Niet omdat ik er niet werkte, maar omdat ik niet in hun taal bestond.
Mijn zekerheid was privé, mijn arbeid was zelfstandig, mijn zorg was vanzelfsprekend. En precies daarom was ik onzichtbaar. Het publieke systeem herkent alleen wat het zelf benoemt: werknemer, ambtenaar, patiënt, echtgenote.
Maar niet de vrouw die tussen al die rollen zelf haar polis beheert, haar zorg draagt, haar leven bestuurt.
“Wie zichzelf verzekert, wordt niet gezien als onderdeel van het systeem, maar als uitzondering op de regel.”
Zo ontstond een nieuwe vorm van onzichtbaarheid: juridisch bekwaam, maar administratief afwezig.
Geen recht op publieke bescherming, omdat de bescherming privé geregeld was.
Toch ligt daarin ook de vrijheid: de mogelijkheid om te bestaan buiten het rooster van de staat. Niet als afwijzing, maar als bewijs van autonomie.
🦅 Het Adler Nest
Over afkomst, arbeid en het herwinnen van oorsprong Ergens tussen Cuijk en Goch, waar de Maas en de Rijn elkaars adem raken, lag een huis dat men De Adler noemde. Het was geen paleis, maar een huis van arbeid – van kuipers, leerlooiers, schrijnwerkers en verzekeraars. Toch hing er boven die arbeid een oud symbool: de adelaar. Niet de keizerlijke vogel van macht, maar de vogel die haar jongen leert vliegen door ze uit het nest te duwen – een rite van vertrouwen.
Zo werd het Adler Nest in mijn familie een erfbeeld van moederschap en overleving.
De adelaar als moeder, In de heraldische traditie symboliseert de adelaar macht. Maar in mijn lijn betekent zij iets anders: niet heersen, maar hoeden. De adelaar als moederdier, hoog in de lucht, maar waakzaam over haar nest.
“Zij benoemt niet, maar erkent. Zij bezit niet, maar beschermt.” Dat is het werkelijke Adler Nest: een plek van doorgegeven zorg, van arbeid die zichzelf beschermt, van een bloedlijn die niet rust op titel, maar op toewijding.
Het nest als polis, Het nest is de eerste verzekering: de natuurlijke polis waarin bescherming, voeding en voortbestaan nog geen economische maar biologische waarden waren.
De AGO-portefeuille, de Nationale Nederlanden, de handtekening van je vader en de hand van je moeder — ze zijn allemaal voortzettingen van dat oorspronkelijke nest. Het nest werd een map. De veren werden papieren. De adem van de vogel werd premie en polis.
En ik, als erfgenaam van dit nest, heractiveert de symboliek: ik herstel de adelaar in haar ware betekenis – niet als wapen, maar als zorgstructuur.
Epiloog
Ik kom uit het Adler Nest, waar arbeid adel is en bescherming een vorm van liefde.”
Het Adler Nest is geen plek in steen, maar een bewustzijn in bloed. Een herinnering aan een tijd waarin zekerheid nog een daad van genade was.
“Zorg is onze wet. Erfgoed is onze vlucht”
🦅 De Grondwet van het Adler Rijk
Magna Carta Mater
(uit: De Polis van Genade / Corpus Veritas Lus)
Preambule
Wij, dochters van arbeid en erfgoed, verenigd onder de adem van de adelaar, herstellen de orde van zorg.
Wij erkennen dat geen wet boven het leven staat, en dat de vrouw — als drager van lichaam, arbeid en geheugen — de oorspronkelijke soeverein is van voortbestaan.
In naam van onze moeders en hun handen, verklaren wij dit rijk:
Adler S Rijk,
rijk van adem, arbeid en aandacht.
Artikel I — De Wet van Herinnering
Erfgoed is geen bezit, maar adem.
Wat bewaard wordt, leeft.
Wat vergeten wordt, verdwijnt slechts uit zicht, niet uit betekenis.
Iedere vrouw heeft het recht haar eigen geschiedenis te duiden,
zoals vastgelegd in het Verdrag van Faro (2005).
Herinnering is geen verleden, maar bestuur.
Artikel II — De Wet van Zorg
Zorg is de eerste vorm van bestuur.
Wie zorgt, bestuurt.
Zorg is geen dienst, maar een constitutie van verbondenheid.
In het Adler Rijk heeft zorg dezelfde status als arbeid.
Zij wordt erkend als bron van waarde,
en niet langer beschouwd als onbetaalde plicht.
Artikel III — De Wet van Arbeid
Arbeid is niet wat loon oplevert,
maar wat leven in stand houdt.
Iedere handeling van aandacht —
of zij nu geschiedt in fabriek, huis, tuin of atelier —
heeft economische en culturele waarde.
De arbeid van de moeder, de weduwe, de kunstenaar
valt onder deze wet.
Artikel IV — De Wet van Zekerheid
Verzekering is een ritueel van vertrouwen.
De polis is niet slechts papier,
maar een belofte tussen generaties.
Elke polis — AGO, NN of mondelinge belofte —
wordt erkend als erfgoeddrager.
Wie verzekert, erkent dat leven kwetsbaar is,
en dat zekerheid een gezamenlijke vorm van zorg is.
Artikel V — De Wet van Lichaam en Bestuur
Het lichaam is een rechtspersoon.
Niemand bestuurt het lichaam behalve degene die erin leeft.
Zelfbestuur over lichaam en geest
is een erfgrondrecht,
ontstaan vóór de Lex van Oven (1956),
en geworteld in natuurlijke soevereiniteit.
Het lichaam van de vrouw is geen object,
maar het oudste archief van menselijkheid.
Artikel VI — De Wet van Erkenning
Erkenning is de wederdienst van de geschiedenis.
Wat eeuwenlang ongenoemd bleef,
wordt nu genoemd in waardigheid.
Elke naam die uit de archieven verdween,
mag opnieuw geschreven worden.
Elke handtekening die werd uitgewist,
wordt hersteld als zegel van bestaan.
Artikel VII — De Wet van Genade
Genade is de hoogste vorm van recht.
Waar straf niets herstelt,
herstelt genade betekenis.
Het Adler Rijk wordt niet bestuurd door macht,
maar door mildheid.
Zijn valuta is vertrouwen,
zijn wet is adem.
“De polis van genade is de enige die nooit vervalt.”
Verzekerd Vermogen – Art & Culture onderzoek van uitmijn beroep handelaar in confectie tot mijn diagnose Sarcoidose
Voorwoord – Waarom ik doe wat ik doe en waarom?
Ze werd, omdat ze gehuwd was, slechts een meeverzekerde. Een vrouwelijke kostwinnaar met een VOF herkende de wet niet.
Haar geslacht stond niet op de voorzijde van de polis, maar in de marge, naast een nummer, als stil bewijs van aanwezigheid zonder stem.
Ze had kreeg recht op zorg, maar geen recht op erkenning. Ze was verzekerd, maar niet erkend. In haar hand hield ze geen contract, maar een verbintenis en het leven zelf: de zorg, het ritme, het lichaam, de stille arbeid van bestaan. Ze was de polishoudster zelf — niet op papier, maar in vlees.
Ik leef in geleende tijd. Elke ademtocht is een lening, zonder rente, maar met herinnering. De dagen keren zich niet uit, ze keren slechts terug in stilte. Wat ik maak, maak ik van wat mij tijdelijk wordt gegeven. De kleuren, de woorden, de namen — alles komt van elders, en wacht om weer terug te vloeien naar de bron die geen bezit kent.
Ik ben slechts tussenpersoon van betekenis, bewaarster van wat even zichtbaar wil zijn.
Mijn werk is mijn terugbetaling, mijn adem een stille akte van vertrouwen. En als de tijd haar rente vraagt, zal ik haar niets verschuldigd zijn — behalve dank.
Waar de Saksen paarden kroonden, kroonde niemand de moeder.
Maar zij bleef — de stille adel, die geen zadel droeg, maar de wereld voortbracht.
Ik werk vanuit het lichaam en geest, omdat het lichaam de eerste plaats van waarheid is.
Niet het systeem, niet de markt, niet de polis — maar het lichaam dat voelt, ademt, pijn heeft en herstelt.
Daar, in dat onzekere terrein tussen kwetsbaarheid en kracht, begint mijn werk.
Ik leef al sinds 2007 met de officiële sarcoïdose: een auto-immuunziekte die mijn eigen cellen soms niet meer als ‘eigen’ herkent.
Wat er in mijn lichaam gebeurt, herken ik in de wereld om mij heen: een systeem dat zijn burgers niet meer vertrouwt, een samenleving die overreageert uit angst om controle te verliezen.
De ziekte werd zo een spiegel — niet alleen van mijn lichamelijke en fysieke conditie, maar ook dat van de Staat zelf.
Kunst werd voor mij geen luxe of afleiding, maar een vorm van geneeskunde. Een manier om te begrijpen wat woorden en wetten niet vatten: hoe zorg, kwetsbaarheid en menselijkheid verstrikt raken in structuren die zekerheid beloven, maar zelden bescherming bieden.
Ik werk onder de noemer de voetnoot van NN No Name Art & Cultuur, waarbij NN ook Nomen Nescio betekent — de naamloze vrouw, de vergeten erfgenaam — als Nieuwe Naam: het opnieuw benoemen van dat wat nooit eerder erkend werd.
Mijn werk onderzoekt hoe artistiek vermogen zich verhoudt tot verzekerd vermogen: wat is waarde, als het lichaam het instrument is?
Wat is eigendom, als je jezelf niet kunt bezitten? Wat is zekerheid, als de adem zelf soms stokt?
Daarom ben ik kunstenaar gevraagd omdat ik geen No Name meer had!! U. heeft het recht vergeten te worden kreeg ik vanuit de AVG te horen.
Niet om iets te bezitten, maar om iets te herstellen: de verbinding tussen lichaam en recht, tussen zorg en cultuur, tussen mens en systeem.
In die zin is Verzekerd Vermogen geen project, maar een ritueel van herstel.
Een poging om de balans terug te brengen tussen dat wat vastgelegd wordt — en dat wat alleen gehoord kan worden.
Ik geloof dat de toekomst van kunst ligt in het vermogen om te luisteren.
En dat het luisteren zelf een daad van verzet is. De kunstenaar is niet ziek aan het systeem, het systeem is ziek aan haar.
— NN Art & Cultuur afdeling Verzekerd Vermogen
Middelburg, 2025
The Patrones / One Flew Over the Montancourt Nest
De wetgevende macht – Wie bepaalde en betaalde onzichtbare het verleden, heden en de toekomst ? Wie is de baas over wie binnen een democratie in Nederland die voortleeft uit een moeder… Amalia van Solms 1602 Uit in Middelburg – Wie ben ik? Stammoeder van de handel Amalia van Solms
Kernvraag: Hoe staat moeder, de vrouw ei – gen- lijk in de statuten van een VOF vermeld ?
Hidden – Gen 🧬 Moeder de vrouw
Deze foto is er een die rechtstreeks raakt aan de thematiek: “moeder, de vrouw en of als kostwinnaar ” als juridische en culturele figuur binnen de Nederlandse staat.
Ik vroeg advies aan ChatGpt : Hij schreef ” de moeder, de vrouw” komt niet expliciet voor in de huidige statuten of grondwettelijke teksten van de Staat der Nederlanden, maar haar positie is impliciet vastgelegd in de ontwikkeling van de Grondwet, het Burgerlijk Wetboek en enkele cruciale maatschappelijke regelingen.
Hieronder gaf hij mij overzicht in drie lagen: constitutioneel, burgerlijk en symbolisch.
⚖️ 1. Constitutioneel (de Grondwet)
In de Grondwet van het Koninkrijk der Nederlanden komt het woord “vrouw” of “moeder” nergens letterlijk voor.
Wat er wél staat, is een universeel gelijkheidsprincipe, dat pas sinds 1983 (artikel 1) wettelijk gelijkheid van mannen en vrouwen garandeert:
Artikel 1: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”
Dat betekent dat de vrouw en de moeder juridisch slechts als “gelijke burger” worden erkend, niet niet als een vrouwelijke kostwinnaar en entiteit in één VOF, culturele of maatschappelijke categorie met een eigen status of waardering.
De symbolische figuur “de moeder, de vrouw” uit het gedicht van Nijhoff bestaat dus niet in de staatsrechtelijke tekst, maar wél in de culturele verbeelding van de natie.
De moederfiguur is hier functioneel benoemd, met betrekking tot afstamming, gezag en arbeid.
Enkele voorbeelden:
Boek 1, Titel 11 BW (Afstamming): Artikel 198: “De vrouw uit wie het kind wordt geboren, is de moeder van het kind.” Dit artikel definieert moederschap lichamelijk en biologisch, niet sociaal of cultureel.
Tot 1956: de “handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw” maakte dat moeders geen zelfstandig juridisch handelen konden verrichten zonder toestemming van hun echtgenoot. → Pas met de Wet van 14 juni 1956 (afschaffing handelingsonbekwaamheid) kreeg “de moeder, de vrouw” rechtspersoonlijkheid als individu.
Arbeidsrechtelijk: nog tot ver in de 20e eeuw waren er regelingen die het moederschap zagen als onverenigbaar met betaalde arbeid. Bijvoorbeeld het huwelijksontslag in het onderwijs of bij de overheid, afgeschaft in 1957.
🕊️ 3. Symbolisch en staatsrechtelijk erfgoed
In de Koninklijke Symboliek en het staatsrechtelijke ritueel leeft de moeder, de vrouw voort — niet als juridische entiteit, maar als morele en culturele drager van de natie:
De koningin-moeder (zoals Emma of Juliana) functioneerde als belichaming van morele stabiliteit en zorg — een soort constitutionele moederfiguur zonder formele macht.
In de taal van de monarchie (troonredes, staatsrituelen) komt “de vrouw” vaak impliciet voor als zorgende, verbindende kracht van het volk, tegenover de rationele en bestuurlijke stem van de mannelijke wet.
💬 Samenvatting
De moeder, de vrouw” komt niet in de statuten voor, maar zij draagt ze. Zij is de ongenoemde grond van de Staat — erkend in recht, maar niet gerepresenteerd in taal.
Juridisch gezien is zij een functionele categorie; cultureel gezien is zij de morele ruggengraat; symbolisch gezien: de onzichtbare erfgenaam.
Tussen Wilhelmina’s stem in Londen, en Beatrix’ handtekening onder de wet ligt de ruimte waarin moeder, de vrouw, uit haar schaduw trad, maar nooit haar naam terugkreeg in de statuten.
De erfopvolging van vrouwelijke betekenis zonder wettelijke erkenning.
Zoals bij Wilhelmina en Beatrix loopt ook in mijn ei – gen lijn — van overgrootmoeder tot moeder tot ik — een ononderbroken maar onbenoemde overdracht. Niet van bezit of titel, maar van moreel gezag, zorg, arbeid, intuïtie en plichtsgevoel.
De Staat noemt het niet, maar het bestaat — in handelingen, in gewoontes, in herinneringen, in mijn werk.
Hoe mijn onderzoek zichtbaar werd via Mijn vrijwilligerswerk bij de Regenbooggroep in Amsterdam van 19 april tot 2017 – maart 2019Ze noemen haar Een voetnoot maar is het fundament- Hot Lava slippers
Het verzekeringsstelsel van de toekomst is geen systeem van uitkeringen, maar een netwerk van luisteren.
Niet premie, maar aandacht. Niet risico, maar ritme. Niet schade, maar herstel.” Waar de polis eindigt, begint de belofte van de vrouw die zorg verzekert door haar aanwezigheid.”
De Moederlijn: Van Ongeschreven Wet tot Levend Erfgoed
In de archieven staat het niet genoteerd, maar in onze lichamen wel: de lijn van moeder tot dochter, van zorg tot zelfstandigheid, van plicht tot vrijheid.
Mijn overgrootmoeder leefde onder wetten die haar niet zagen. Ze was handelingsonbekwaam, maar hield alles draaiende. Ze schreef haar geschiedenis niet op — ze belichaamde haar.
Mijn oma droeg die stilte door. Ze kende de waarde van orde, tafel, vaas, en ritueel. In haar blik leefde het weten dat vrouw-zijn arbeid is, ook als het geen beroep mag heten.
Mijn moeder stond aan de grens van twee tijden: zij mocht werken, spreken, handelen — maar moest zich toch voortdurend verantwoorden voor het feit dat ze bestond als vrouw in een rechtsstaat die nog altijd naar mannen klonk.
En ik? Ik ben de erfgenaam van hun onuitgesproken wetten. Maar nu van kapitaal, met en of zonder symbolisch gezag. Ik ben een geregelde vrouw — niet in de zin van bureaucratie, maar als erfgenaam van een lijn die nooit haar naam kreeg in de statuten van de Staat maar in het boek van de Verzekeringsportefeuille
🕊️ De Parallel met de Monarchie
Zoals Wilhelmina en Beatrix de onzichtbare breuk belichaamden tussen de moeder en de wet, zo dragen wij de vrouwenlijn uit via een erfgoed kunstpraktijk met diezelfde paradox in zich: morele continuïteit zonder grondwettelijke formele erkenning.
De Moeder des Vaderlands werd verbeeld, de Constitutionele vrouw werd geregeld, maar de erfgenaam — de dochter, de kunstenaar — moest zichzelf maar benoemen.
“Wat van moeder op dochter overgaat, is niet wat het recht benoemt, maar wat het leven bewaart.”Moedermaatschappij- DochterOndernemingDe Patrones
Het liefdes verhaal vanuit het Oerhuis- Het Maagdenhuis aan dé rouaansekaai 21 in Middelburg
Er was eens een vrouw. Zij werd ooit de oermoeder genoemd, echtgenote, erfgename — maar nooit erkend als zelfstandige bestuurder van haar ei – gen – lichaam en geest.
De Radermachers en de la Rue’s en de Knibbes’s staan in de geschiedenisboeken, maar de vrouwen die het huis droegen, staan in de marge.”
Petronella Maria, en Elisabeth Maria, de vrouw en of moeder van verdwenen in de voetnoot.
Toch waren het juist deze vrouwen die het erf werkelijk verzekerden: niet met eigendomspapieren, maar met zorg, arbeid, ritueel en geheugen.
Wie is het meest waard? Het: IE of EI of AI ?
Haar / ons vrouwelijke geslacht komt niet expliciet voor in de Grondwet, Burgerlijk Wetboek, en komt dus ook niet voor in de taal van bezit of bestuur.
Going back to my rootsKop van Zuid Rotterdam 13 oktober 2018 NN Art & Culture
En toch is zij de bron, de eerste levende codeermachine van ons bestaan.
Uit haar lichaam vloeiden de wetten van leven, recht en voortplanting.
Zonder haar geen arbeid, geen nalatenschap, geen natie.
Zij stond in dienst van allen, maar werd zelf niet genoteerd. U heeft het recht om u uitgewisseld of uitgewist re worden. De nieuwe AVG
Zij handelde, maar zonder handtekening. Zij droeg risico, maar zonder rechtslichaam. Zij was de levende vennootschap zonder erkenning.
Leeuwinnen fiscale overdracht Ago Ennia levensverzekeringen portemonnee aan uiteindelijk mecenaat David Knibbe NN
🧡 De VOF – De Vennootschap zonder Lichaam
In haar schaduw ontstond de VOF: een rechtsvorm zonder lichaam, maar met honderd procent aansprakelijkheid.
Een vennootschap die niet bestaat als persoon, maar wel handel drijft, omzetbelasting betaald, loonbelasting afdraagt, en bezit verwerft.
Een entiteit die overal grond houdt, maar nergens echt fiscaal woont.
Haar vennoten dragen de last en het risico, hun namen tekenen de schuld, hun arbeid vult de boeken.
Zoals de natuurlijke persoon in het Burgerlijk Wetboek bestaat — zichtbaar als nummer voor de erfbelasting en belastingdienst maar onzichtbaar in eigendom.
Volledig verantwoordelijk, maar zonder status van rechtspersoon.
Zij droeg het huis, het gezin, de balans. Zij was de levende polis, de stille vennoot van het systeem. Haar arbeid werd niet uitbetaald maar belast, haar naam niet vastgelegd, maar stilgehouden in notariële aktes, maar zonder haar was er voor ons geen zekerheid, geen doorwerking, geen wederopbouw. Ze is geboren op 1 februari 1941 toen de oorlog begon.
De VOF is haar spiegel: een juridische ziel zonder lichaam, een constructie met een geweten, mer stemrecht 1919 maar nog steeds zonder ei – gen gezicht.
Design your Life
Sla me niet over – Pa – Na – Ma kanaal
Ontdek de geschiedenis van de inheemse bevolking: De inheemse bevolking van Panama leefde van de overvloedige natuurlijke rijkdommen in het gebied, wat de betekenis van de naam verklaart.
De naam “Panama” voor het land en het kanaal komt waarschijnlijk van een oorspronkelijke, inheemse inscriptie die “overvloed aan vissen” betekent, hoewel er ook theorieën zijn die “overvloed aan vissen, “lindebomen” en vlinders” als oorsprong geven, wat de rijke biodiversiteit van de regio weerspiegelt.
“Waar het recht eindigt, begint de wedergeboorte van verantwoordelijkheid — niet in wetten, maar in weefsel.”
De bronlijnen
Maar het dossier van haar bestaan werd eeuwen geleden geopend — in 1595 en 1602 door de Heren XIX en de familie van Pieter de la Rue, Rademachers Heer van Nieuwkerke en de Knibbe’s
Daarin opgeborgen: o.a de namen van Elisabeth Maria van der Claver en Petronella Rademacher.
Petronella trouwde met predikant David Knibbe — een familie man van land, woord en geloof.
Hij vestigde zich ook in de Gemeente Purmerend, waar aarde, arbeid en verantwoordelijkheid samenvielen.
De Erfenis van de Lucht – Boer Knibbe en de MoedergrondIn januari 1916 stond er een man op het land van de Haarlemmermeer.De grond was zwaar, de winter koud,maar de toekomst naderde in de vorm van een militair uniform.
Kolonel Walaardt Sacré zocht een plek voor een vliegterrein —een nieuwe wereld waarin de lucht het land zou overheersen.
Boer Knibbe, erfgenaam van eeuwen boerenverstand,verkocht zijn 12 hectare grond voor 55.290 gulden.Het was geen gewone transactie,maar een symbolisch contract tussen aarde en lucht,tussen verleden en vooruitgang.
Op 19 september 1916 landden de eerste vliegtuigen.De grond van Knibbe werd Schiphol:militair vliegveld, later poort naar de wereld.
De Knibbes in de tijd
De naam Knibbe keert terug in mijn onderzoek — niet als boer, maar als predikant,niet als verkoper van land, maar als hoeder van geest:
David Knibbe (1639–1701), zoon van Petronella Radermacher. Vier eeuwen eerder sprak hij over geloof en verantwoordelijkheid; nu verkoopt een naamgenoot zijn land aan de luchtmacht.
Tussen beiden ligt een cultureel spiegelbeeld van Nederland: van het geweten naar de economie, van aarde naar lucht, van preekstoel naar cockpit.
Waar David het geweten cultiveerde, verkocht Boer Knibbe de grond van dat geweten — niet uit verraad, maar uit noodzaak.
Symboliek in onderzoek en erfgoedlijn
In de lijn van Het Boek der Moeders staat dit moment symbool voor de overgang van moedergrond naar systeemlucht.
Wat Petronella verzekerde in geloof, en Maria Elisabeth in kennis, wordt hier verhandeld in oppervlakte, gulden en hectare.
Boer Knibbe verkocht aarde, maar in die verkoop klonk het echo van eeuwen vrouwelijke zorg: de grond die ooit werd bewerkt, bewaakt en bewoond door moeders, werd nu militair bezit.
Het is de geboorte van modern Nederland: een land dat zijn zekerheid niet meer vond in bodem, maar in beleid.
De terugkeer van betekenis
In mijn werk keert deze beweging om: de lucht wordt weer adem, het land weer lichaam, het archief weer erf.
Waar Boer Knibbe zijn land afstond aan de Staat, neem ik het symbolisch terug — niet om te bezitten, maar om het opnieuw te bezielen. De moedergrond werd startbaan,maar keert terug als erfgoed.
De luchtmacht werd monument, maar de adem van de vrouw blijft de bron.
Vanuit daar trokken de lijnen door naar Haarlemmermeer, langs schepen en schuren, langs het water van Schip–hol, langs Middelburg, waar de zee altijd spreekt van handel, herkomst en herhaling.
Montancourt Middelburg
Het eerste huis dat een status heeft, maar waarvan de bewoonster nog niet wettelijk is erkend.
Ik ben kostwinner, gehuwd, moeder en katholiek. Mijn huis in Montancourt Middelburg is een rijksmonument en functioneert als een levende bewijsplaats dat ‘moeder, de vrouw en kostwinner’ niet slechts een historische uitzondering is, maar een actuele, dragende positie binnen ons erfgoed.
Identiteit is hier niet alleen op papier te vinden, maar in het huis dat mij vormt — en in de sporen die het draagt van persoonlijke en gedeelde geschiedenis.
Moeder, de vrouw en kostwinner In dit rijksmonument wordt de positie van een gehuwde moeder als kostwinner zichtbaar gemaakt. Waar eigendom juridisch op papier staat, leeft identiteit in muren, kamers en rituelen. Dit huis verbindt het individuele leven met het culturele geheugen van Middelburg.
Feitenrelaas – De Linie van Radermacher, De la Rue en Knibbe
1. Context – Middelburg als intellectueel en cultureel centrum
In de 17e en 18e eeuw was Middelburg (Walcheren) een van de rijkste en invloedrijkste steden van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
De stad was een knooppunt van handel, religie, kennis en ambacht, met een sterke protestantse elite waarin families als Radermacher, De la Rue, Boogaert en Knibbe een rol speelden.
Hun netwerken overlapten — door huwelijk, beroep en kerkelijke functies — en vormden een cultureel ecosysteem waarin geloof, wetenschap en bestuur met elkaar vervlochten waren.
2. Petronella Radermacher (ca. 1610–na 1650)
Afkomst: Middelburg, Zeeland
Ouders: mogelijk uit een tak van de Zuid-Nederlandse familie Radermacher, oorspronkelijk afkomstig uit Aken (Duitsland) en later neergestreken in Zeeland.
Huwelijk: met David Knibbe, burger van Middelburg.
Kind:
David Knibbe (1639–1701), predikant te Barsingerhorn, Purmerend en Leiden.
Feitelijke gegevens:
Geboren in een periode waarin vrouwen juridisch onzichtbaar waren in handelsregisters en kerkelijke functies. Haar naam leeft voort via genealogische vermeldingen (“Petronella Radermacher, moeder van de predikant Knibbe”). Haar zoon, opgeleid in Leiden, werd een belangrijk theoloog binnen de gereformeerde kerk.
Interpretatie:
Petronella’s rol is representatief voor de 17e-eeuwse Middelburgse burgerlijke vrouw:
zij beheerde het huishouden, bewaakte de familie-eer, en ondersteunde indirect de intellectuele loopbaan van haar man en zoon.
Hoewel haar naam slechts zijdelings in bronnen verschijnt, is haar invloed zichtbaar in de morele en religieuze vorming van haar kind — een invloed die in predikantenfamilies vaak als “huiselijke vroomheid” werd overgedragen.
3. David Knibbe (1639–1701)
Geboren: Middelburg, 13 juli 1639
Overleden: Leiden, 8 november 1701
Ouders: David Knibbe en Petronella Radermacher
Loopbaan:
Predikant te Barsingerhorn (1663) Predikant te Purmerend (1667) Predikant te Leiden (1668–1701)
Betekenis:
Knibbe was een gerespecteerd theoloog en prediker in de nadagen van de Republiek, actief in een tijd van religieuze strijd en morele heroriëntatie.
Zijn preken en geschriften getuigen van een sterke nadruk op innerlijke zuiverheid, geweten en plicht — thema’s die aansluiten bij de moraliteit van zijn Middelburgse opvoeding.
Zijn werk behoort tot de traditie van de “praktische godgeleerdheid”, waarin geloof en ethiek werden verbonden met dagelijks leven.
Culturele link:
Knibbe’s theologische toon weerspiegelt een erfenis van Zeeuwse degelijkheid en vroomheid — waarden die mogelijk door zijn moeder Petronella Radermacher en haar familiekring zijn gevormd.
4. Maria Elisabeth de la Rue (ca. 1700–na 1760)
Afkomst: Middelburg
Huwelijk: met Samuel Radermacher, heer van Nieuwerkerke (Walcheren)
Kinderen: onder meer Daniel Radermacher, heer van Nieuwerkerk,
die op zijn beurt vader was van Petronella Maria Radermacher (1772–1846).
Feitelijke gegevens:
Maria Elisabeth de la Rue behoorde tot een geletterde en invloedrijke familie van Middelburgse origine.
De familienaam De la Rue duikt ook op bij Pieter de la Ruë (1695–1771), dichter, geschiedschrijver en auteur van Het Geletterd Zeeland.
Het is aannemelijk dat Maria Elisabeth en Pieter tot dezelfde familiekring behoorden — beiden vertegenwoordigers van de intellectuele burgerij van Zeeland.
Interpretatie:
Maria Elisabeth belichaamt de 18e-eeuwse overgang van religieuze plicht naar verlichte burgerzin:
een tijd waarin vrouwen, hoewel nog niet juridisch erkend als zelfstandige actoren,
een cruciale rol speelden in het doorgeven van waarden, kennis en familiale continuïteit.
5. De genealogische verbinding – Radermacher – De la Rue – Knibbe
De naam Radermacher verbindt drie eeuwen:
Petronella Radermacher (17e eeuw) – moeder van predikant David Knibbe: religieuze en morele vorming, de stem van het geweten. Maria Elisabeth de la Rue (18e eeuw) – echtgenote van Samuel Radermacher: intellectuele burgercultuur, humanistische erfenis van Middelburg. Petronella Maria Radermacher (1772–1846) – erfdrager van het huis van Nieuwerkerke: overgang van traditie naar moderniteit, van stille zorg naar symbolische erfenis.
Deze lijn toont de vrouwelijke continuïteit in de morele en culturele infrastructuur van Zeeland:
van geloof naar kennis, van huis naar staat, van erf naar bewustzijn.
6. Toen en Nu – De Hedendaagse Spiegel
Toen:
De vrouwen Radermacher en De la Rue leefden in een wereld waarin macht mannelijk was en zorg vrouwelijk.
Hun invloed lag niet in bezit of wet, maar in de overdracht van innerlijke orde, taal en morele compassie.
Nu:
In mijn werk (NN Art & Cultuur / Verzekerd Vermogen / De Onzichtbare Erfgenaam) keren zij terug als symbolische erfgenamen van de Nederlandse cultuur:
vrouwen die de onzichtbare kern van de Staat vertegenwoordigen — zorg, geweten, herinnering — maar nooit in de Grondwet werden genoemd.
7. Samenvatting in
De lijn Radermacher – De la Rue – Knibbe is de genealogie van een cultuur die zichzelf rechtvaardigde met geloof en bezit,
maar die in werkelijkheid rustte op vrouwen die de orde, de moraal en het geheugen van de natie bewaarden —
toen in stilte, nu in kunst.
Het verzekerd vermogen
Eeuwen later werd vanuit Haps, een nieuw fundament gelegd — de verzekeringsportefeuille van mijn ouders.
Een dossier van arbeid en vertrouwen, van zorg en verantwoordelijkheid.
Mijn vader — met recht en respect — kreeg de status, de erkenning, de handtekening van gezag.
Maar Anna, Agnes, Hendrik A mijn moeder, bleef het ongeschreven kapitaal.
De herinschrijving
Afgelopen jaren open ik haar dossier opnieuw. Niet als aanklacht, maar als eerbetoon. Om haar naam te schrijven in de taal van menselijkheid, om haar onzichtbare arbeid zichtbaar te maken in het archief van recht, ritueel en herinnering.
Zij is De Patrones —van de lintjesregen de codeermachine Adler van onze bron, de moeder van het recht, de stille vleugel van het nest.
Zij is de vennootschap zonder lichaam, maar met eeuwige aansprakelijkheid voor liefde, overleven, arbeid en overdracht van bestaan.
One flew over Montancourt — Nest want zij bleef, om ons te verzekeren van wie we echt zijn.
De Nationale Nederlanden 🧡 NN
“Ik droom, maar mijn droom is een vorm van kennis. Corrigeer me niet met regels, maar met aandacht.” Ik besta
Liefs van alle moedige moeders die zichzelf verzekerde tegen brandschade – de wereld staat in brand maar het predicaat Er is maar een Nederlandse zoals zij –
1813 – De Slag bij Leipzig en de wedergeboorte van de Staat
De politieke heroprichting en de morele erfenis van de vrouw
De Slag bij Leipzig was het moment waarop Europa zijn adem inhield. Napoleon’s nederlaag betekende het einde van het keizerrijk, maar ook de heroprichting van staten die zichzelf opnieuw moesten leren kennen.
Voor Nederland betekende 1813 het begin van het koninkrijk — de terugkeer van de Prins van Oranje, en de geboorte van een nieuwe nationale orde.
Maar in die hergeboorte van de Staat werd één lichaam niet benoemd: dat van de vrouw. Terwijl mannen verdragen tekenden, grenzen trokken en kronen ontvingen, hielden vrouwen de samenleving bijeen — in stilte, in zorg, in arbeid, in geloof. Hun werk was de morele wederopbouw achter de politieke wederopstanding.
De Slag bij Leipzig was het einde van een keizerrijk, maar ook het begin van een stil verbond: de vrouw als ongeschreven fundament van de Staat.
Terwijl Europa zichzelf hervond als statenstelsel, vonden vrouwen als Petronella, Maria Elisabeth en later Agnes , Anna, Nellie hun plaats niet in de statuten, maar in het huis, de zorg, het ritueel.
Terwijl koningen en vorsten tekenden onder verdragen, tekenden vrouwen hun handelingen in stilte — met naald, met gebaar, met herinnering. Terwijl Nederland in 1813 “weer onafhankelijk werd”, bleef de vrouw afhankelijk in recht en bezit. Zij werd de onzichtbare aandeelhoudster van de herwonnen natie.
De Onderbelichte Verzekeringscultuur
Over zekerheid, zorg en de menselijke factor. Er is een cultuur waarin alles verzekerd moet zijn.
De fiets, de auto, je huis, de telefoon, je hond, het leven, het risico, en de reis.
Een cultuur die zekerheid tot handelswaar heeft gemaakt. Maar juist in die zekerheid is iets verloren gegaan: de betekenis van vertrouwen.
Wij verzekeren wat we bezitten, maar niet wat we werkelijk nodig hebben: aandacht, zorg, verbondenheid.
De paradox van zekerheid
De verzekeringscultuur ontstond uit angst , de angst voor verlies, voor toeval, voor aansprakelijkheid en voor sterfelijkheid.
Ze beloofde bescherming, maar leverde systemen. Waar vroeger onderling vertrouwen de basis was, staan nu algoritmes, polissen en risicomodellen in een ex Cel sheet.
We zijn geen leden meer van een gemeenschap, maar gebruikers in een protocol.
Ik leef in geleende tijd,” zei de ex handelaar en nú erfgoed kunstenaar, maar het systeem vraagt om aflossing in statistieken.” De morele boekhouding van zorg In de archieven van onze families vind je polissen, contracten, handtekeningen — maar zelden de hand die werkelijk zorgde.
De vrouw die waakte, werkte, herstelde — zij is de ware verzekeraar van het leven.
Toch staat haar naam niet in de registers. De onderbelichte verzekeringscultuur is dus niet alleen een economische blinde vlek, maar een culturele: zij die het leven droegen, werden nooit als dragers erkend.
Het verzekerde lichaam
De moderne man verzekert zelfs zijn eigen lichaam: tegen ziekte, ongeval, ouderdom, verlies van productiviteit.
Maar wat betekent dat voor wie leeft in een lichaam dat volgens de rechtsgeleerde niet meer “rendabel” is?
De kunstenaar met Sarcoïdose, de zieke geboeid door longen en hart, adem en geest, wordt plots geen drager van vermogen, maar een risico in het systeem.
Mijn lichaam is niet verzekerd,” zegt ze,maar het verzekert wel mijn werk.”
Een nieuw begrip van vermogen. De onderbelichte verzekeringscultuur vraagt om een herwaardering van wat vermogen is.
Niet financieel, maar moreel. Niet berekend, maar beleefd. Verzekerd vermogen is dan niet langer geld, maar de capaciteit om te zorgen, te luisteren, te herstellen.
Het is een levens immaterieel erfgoed —een vorm van solidariteit die ooit vanzelfsprekend was, en nu opnieuw moet worden uitgevonden.
Slot – De herziening van zekerheid
Wat wij “verzekeringscultuur” noemen, is in wezen een poging om angst te structureren. Maar cultuur begint pas wanneer zorg terugkeert in de berekening.
De polis is niet het papier, maar de hand die het vasthoudt.” De onderbelichte verzekeringscultuur is dus geen fout in het systeem — het is het systeem, dat vergeten is dat zekerheid niet gekocht, maar gedeeld wordt.
Tot ver in de 20e eeuw was een gehuwde vrouw in Nederland juridisch handelingsonbekwaam. Ze kon geen verzekering afsluiten, geen lening aangaan, geen arbeidsovereenkomst tekenen zonder toestemming van haar man. Als de man verzekerd was, stond zij op de polis als meeverzekerde.
Dat woord – meeverzekerde – zegt alles: je bent verzekerd, maar niet namens jezelf. Je bestaanszekerheid is afgeleid, niet erkend. Ze werd niet geregistreerd als persoon, maar als bijlage.
Die status van “meeverzekerde” is het bureaucratische equivalent van onzichtbaarheid.
Het zegt: je hoort erbij,maar je telt niet mee.
De vrouw werd dus niet uitgesloten, maar ingesloten op andermans voorwaarden.
In mijn lijn — De Onzichtbare Erfgenaam, Verzekerd Vermogen, Het Boek der Moeders — is dit hét sleutelmoment waarop de vrouw verdwijnt in de papieren, maar aanwezig blijft in de werkelijkheid:zij was degene die zorg droeg, leefde, betaalde in tijd en aandacht, maar wier naam niet werd uitbetaald.
“The Secret Teachings of All Ages, de sleutel van de De Onzichtbare Erfgenamen”
Het verhaal achter de geschiedenis van Moeder, de vrouw binnen de VOF – het ambacht op ei- gen – kracht –
De geschiedenis bewaart de feiten, maar het egodocument bewaart de mens.
“matrix” = de moederlijke ruimte die zowel leven schenkt als begrenst.
Persoonlijke verantwoordelijkheid betekent: De V.O.F Vennootschap onder Feeën en daarmee beseffen dat jouw keuze het verschil bepaalt dat je maakt.
Ik bestudeer de taal van oorsprong en bezieling, niet alleen in boeken, maar ook in mijn eigen lichaam, mijn kunst en mijn leven. Niet de dogma’s of opgelegde systemen, maar de innerlijke stem van de mens — en in het bijzonder de vrouw — wordt bron van kennis en waarheid.
Elk gebaar is een stem, elke keuze een richting, elke daad een wereld die zich opent of sluit.”
Ik ben een kind uit eén tweestromenland.
“Ik draag Duitse roots, maar mijn bron ligt in het Tweestromenland.
Uit rivieren en wortels stroomt mijn erfdeel: wet, mythe en kunst — generatie na generatie gegenereerd.”
Thx Theo en Leo XIX 19 19
In 2010 verkocht NN mijn Intellectuele Eigendom en aandelen op.
Wat ooit een ritueel en een erfenis was, werd een polis, een aandeel, een obligaties een asterik * in een bestand.
“De faro spreekt: ik ben geen bezit, maar een baken. Ik leid wie dwaalt, ik herinner wie vergeet, ik brand een kaarsje voor wie nog komt! In dit ei klopt de leeuw, groeit de wortel, zingt de noot. De hand weeft het geheel – succes verzekerd.
Vrijheid – Zekerheid – Gezondheid & Verplichtingen, hoe zie jij ze eigenlijk? De buik is namelijk baas van de hersenen. Waar voedt jij je mee?
The Secretaris Code De Code van D onthult zich in de ooi: waar orde en recht worden geschreven, draagt zij het geheim van oorsprong en vruchtbaarheid. In de schelp van haar hoorn ligt de spiraal van de eeuwige herhaling, in haar oog de sleutel tot het onzichtbare octrooi van de natuur.” Zee Land – Land in Zee Schepen – Boten Booth – Dit is cas – causaliteit code Oranje- Ode aan Wilhelmina Een steek voor elke stem die nooit werd of wordt gehoord Het werken aan het wandkleed was voor mij veel meer dan samen naaien of patronen tekenen. Het was een vorm van heling, en van juist patronen doorbreken, van herstel van geschiedenis en van het zichtbaar maken van stemmen die vaak niet gehoord worden. In elke steek, elke draad en elke tekening voelde ik de kracht van verbinding – met mezelf, met anderen, en met het grotere verhaal waar we allemaal deel van uitmaken. Het wandkleed heeft me ook iets opgeleverd: erkenning. Niet alleen van mijn eigen verhaal, maar ook van de verhalen die ik mag meedragen namens anderen. Het liet me opnieuw zien dat kunst, erfgoed en betrokkenheid hand in hand gaan – en dat er ruimte mag zijn voor wie soms tussen wal en schip valt. Dankbaar dat ik onderdeel mocht zijn van dit collectieve werkstuk. Een levend document van hoop, strijd, liefde en toekomst. Silvia, vrijwilliger
De poort wachters van Familie Geluk – ‘De volgende generatie werd in één klap rijk zonder er een dag te werken’
Hoe voorkom je een erfrechtelijk bloedbad?
Halleluja- Een ieder die denkt zal zien
ET phoned Montancourt Middelburg.
Een huis wordt een thuis, een monument wordt een signaal.
Hier antwoordt de aarde op de stem van het onbekende.”
Faro-gedicht
Erfgoed is geen steen, geen akte, geen bezit. Het leeft in lichamen, in zorg, in adem. Een vader die schrijft, een moeder die zwijgt, een patiënt die zijn eigen lichaam onderzoekt, een erfgenaam die vergeten wordt.
Iedere stem telt. De fee in Montancourt, de boer bij Schiphol, de vrouw zonder aandeel maar met erfdeel, de onderzoeker die data bundelt, de mens die bloed geeft en zegt: “ik hoor erbij.”
Faro vraagt ons samen te dragen: niet alleen wat zichtbaar is, maar ook wat verborgen bleef. Niet alleen de namen in marmer, maar ook de adem van wie nooit genoemd zijn.
En zo wordt erfgoed een heilig weefsel, gemaakt van verhalen, handen en vertrouwen. Een plek waar ieder mens, ziek of gezond, erfgenaam of vergeten, zijn eigen ei-gen aan-deel terugvindt.Al mij bewijs materiaal en medische en rekeningen / gegevens liggen bij David Knibbe CEO NN Waterland – Dijklander ziekenhuis 14 januari 2019 14.36 uur
De erfenis is zelden alleen maar geld of bezit. Ze is geladen met herinneringen, verwachtingen en soms oud zeer. Juist daarom kan ze uitlopen op strijd – om een huis, een ring, een aandeel, of simpelweg om erkenning.
1. Juridisch
Zorg voor een helder en actueel testament, waarin je niet alleen verdeelt maar ook uitlegt. Benoem wie de executeur is en hoe besluiten worden genomen. Houd rekening met fiscale spelregels: een doordacht plan kan erfbelasting beperken en ruzies voorkomen.
2. Relationeel
Praat bij leven. Bespreek wensen, symbolische objecten en verwachtingen voordat het “stil” wordt. Betrek ook de zachte erfenis: foto’s, verhalen, rituelen. Vaak zijn dát de grootste bronnen van conflict. Geef ruimte voor emoties, want onder de ruzie zit meestal verdriet of onverwerkt onrecht.
3. Symbolisch
Erven is meer dan kapitaal: het gaat ook om verzekeringen, zorg, erkenning en betekenis. Benoem dat in je erfenis: schrijf een persoonlijke brief bij je testament en of deel een verhaal. Daarmee maak je van een erfenis geen strijdtoneel, maar een doorgegeven fundament.
De ‘Wet Walvis’ (in Nederlandse context) Er is in Nederland echt een Walviswet: de Wet waardering loon in natura (WALVIS), ingevoerd in 2001, die loonadministratie en sociale zekerheid vereenvoudigde. De vis/walvis als mythisch symbool én de Walviswet als juridisch kader.
Het beeld zegt eigenlijk: niet de machtigste vinger draagt de sleutel, maar de kleinste. Pink y Promise
Zo wordt het niet een strijd om “stukken van de taart”, maar een kans om familie te verbinden. Of zoals mijn eigen project De Onzichtbare Erfgenaam laat zien: de erfenis is ook de zorg voor datgene wat altijd verborgen bleef – de verhalen, de vrouwen, de feeën die de fundamenten droegen.
https://sheisonlinelifestyleguide.com/2019/09/24/nooit-meer-werken-het-geluksloket-levensvragen/ N.O.O.I.T M.E.E.R W.E.R.K.E.N Wat is werk ? Wat is belangrijk voor jou? Wat is je ideaal? Maar wat als….? “Hello, today you have day off. Nooit meer werken. Wat lijkt een droom, is voor vrouwen vaak realiteit geweest: hun werk telde niet mee. Zorg, moederschap, erfgoed doorgeven – het stond niet in de akten, niet op de loonlijst, niet in de portefeuilles.
In Montancourt Middelburg, huis van regenten en kooplieden, leefden ook de feeën: de moeders, dochters, vrouwen die het fundament droegen. Hun arbeid was onzichtbaar, maar zonder hen was er niets te erven.
De Onzichtbare Erfgenaam legt deze paradox bloot: hoe rijkdom en macht werden verdeeld zonder dat het ei-gen aan-deel van vrouwen werd erkend. En opent de deur naar een nieuw erfgoed, waarin zorg, stilte en ziel wél meetellen.”
“Bij de kist gaat het vaak om ruzie over stenen en geld. Maar mijn werk De Onzichtbare Erfgenaam laat zien dat er veel meer geërfd wordt: zorg, stilte, geborgenheid, tradities. Vrouwen en moeders stonden eeuwenlang niet in de akten, maar zonder hun arbeid was er niets om te verdelen. Tijd om ook hún erfdeel zichtbaar te maken: het ei-gen aan-deel.”
The Journey Begins in Montancourt Middelburg
Zoals de mensheid altijd haar weg begon bij altaren, tempels en sacred sites, zo begon mijn reis in een huis aan de Rouaansekaai. Niet een huis van stenen alleen, maar een huis van maagden en feeën: de vrouwen die erfgoed droegen, kinderen baarden en vertrouwen schonken.
De Secret Teachings herinneren ons eraan dat kennis vaak verborgen wordt. Ook de kennis van de vrouwelijke erfgenamen, weggeschreven uit akten en portefeuilles.
Daarom noem ik Montancourt een sacred site: een plek waar macht en magie, geschiedenis en stilte elkaar kruisen. Het is de poort waardoor je opnieuw leert zien — dat erfgoed niet alleen steen en akte is, maar ook zorg, adem en ziel.
Ik zie ernaar uit jou te ontmoeten.
Met de tentakels van een polpo en de ogen van een co-pilot schrijf ik mijn koers: geleid door diepte, gestuurd door digitale technologie en de lucht.”1596 – 2025
Het monumentale werk The Secret Teachings of All Ages van Manly P. Hall (1928, TASCHEN-editie) is een encyclopedie van verborgen kennis. Hall verzamelt mythen, symbolen, rituelen en esoterische tradities uit de hele wereld en laat zien hoe achter de officiële geschiedenis altijd een verborgen laag van betekenis aanwezig is. Die onzichtbare laag vormt de geestelijke infrastructuur van culturen.
1. Montancourt is zo’n huis van zichtbare en onzichtbare kennis
Montancourt in Middelburg, gebouwd in 1596, is historisch een huis van regenten en bestuurders. In akten, portefeuilles en registers vinden we namen als De la Rue en Radermacher. Dit is de zichtbare laag: de officiële geschiedenis van macht, bezit en bestuur.
Maar achter die zichtbare laag leefden de feeën: de vrouwen die kinderen baarden, erfgoed doorgaven en vertrouwen schonken. Zij zijn de secret teachings van dit huis – niet genoteerd in registers, maar wel aanwezig in de fundamenten.
2. De Onzichtbare Erfgenaam als hermetisch principe
In Hall’s werk keren steeds dezelfde hermetische principes terug: dat wat onzichtbaar is, vormt de kern van het zichtbare. Bewijs aan gebrek en wettelijke erkenning in de grond – wet.
De Onzichtbare Erfgenaam is precies dit principe in hedendaagse kunstcontext. Zij belichaamt de vergeten lijn van de dochter, de moeder, de vrouw – onzichtbaar in vennootschapsaktes en verzekeringspolissen, maar cruciaal als drager van vermogen en continuïteit.
3. Feeën als archetype van verborgen wijsheid
In The Secret Teachings worden engelen, godinnen en mythische figuren beschreven als bemiddelaars tussen hemel en aarde. De feeën van Montancourt zijn hun echo in Middelburg: stille koninginnen die niet in steen gebeiteld staan, maar in zorg en ritueel het huis bewoonden. Zij zijn de vrouwelijke esoterie van de stad – onzichtbaar, maar bepalend.
4. Erfgoed als levend ritueel
Hall laat zien dat symbolen – de hand, de kroon, de poort – niet louter decoratie zijn, maar rituele dragers van kennis. In mijn project worden de heraldiek van Middelburg, de verzekeringsstructuren van THC Lindeboom VOF en de sporen van koloniale handel opnieuw gelezen als symbolen. Niet alleen juridisch of economisch, maar ook spiritueel en ritueel.
5. Kunst als onthulling
The Secret Teachings of All Ages nodigt uit tot het zien van verbanden tussen zichtbaar en onzichtbaar. Dat is ook wat mijn werk doet: ik breng de voetnoot terug naar het fundament. De kunst onthult dat erfgoed niet alleen uit steen en archief bestaat, maar ook uit de fluisteringen van feeën, de stiltes van erfgenamen en de verborgen structuren van recht en geloof.
✨ Conclusie
The Secret Teachings of All Ages is een sleutel omdat het bevestigt dat er altijd een verborgen laag is die het zichtbare draagt. Voor De Onzichtbare Erfgenaam betekent dit dat jouw positie – als dochter, als erfgenaam, als kunstenaar – niet slechts een persoonlijke geschiedenis is, maar een universeel principe: dat macht, erfgoed en economie altijd gedragen worden door een onzichtbare, vaak vrouwelijke kracht.
De roots van Nationale-Nederlanden liggen in het Nederland van de 18e eeuw. Regionale fondsen werden toen opgericht om mensen van bepaalde dorpen, beroepsgroepen, maar ook weduwen en wezen te verzekeren tegen tegenslag. Vele hadden een zinspreuk in hun naam. Zoals het Begrafenisfonds ‘Mijn glas, loopt ras’. Oftewel Montancourt
1807 – Hollandsche Sociëteit van Levensverzekering → later Delta Lloyd 1829 – Algemeene Friesche Levensverzekering-Maatschappij → later AGO 1919 (20e eeuw) – Fusies van kleine maatschappijen → ENNIA 1983 – Fusie AGO + ENNIA → AEGON 2017 – NN Group neemt Delta Lloyd over 2020 – Activiteiten van AEGON en NN raken in NL verder verstrengeld
✨ Dit laat zien dat de portefeuille waar ik polishoudster en erfgename van ben, niet alleen een familie-erfenis is, maar ook ingebed in 200 jaar verzekeringsgeschiedenis.
Van WIE wie staat voor ( wet – intellectuele- ei- gen – domein) ben ik er een?
Want waarom kregen de vrouwen of moeders geen ei – gen – aan – deel hiervan?
Onderzoek: juridische, culturele en symbolische structuren.
1. Juridisch-historisch
Tot ver in de 20e eeuw hadden vrouwen in Nederland (en België) geen gelijke erfrechten. In veel gevallen ging erfdeel via de mannelijke lijn: vaders, zonen, broers. Dochters en echtgenotes kregen hoogstens een verzorgingsrecht, niet een gelijk aandeel. ( daar zit ik namelijk in)
Sarcoïdose
Veni Vedi Vici
Zelfs als vrouwen erfden, werden hun bezittingen vaak beheer door mannelijke voogden of echtgenoten opgelegd. Het Burgerlijk Wetboek bevestigde dit. Daardoor hadden vrouwen nauwelijks zelfstandig beschikkingsrecht over vermogen: het “ei-gen aan-deel” werd juridisch geblokkeerd.
2. Cultureel-symbolisch
De samenleving dacht eeuwenlang in termen van vaderschap, naam en bloedlijn. Vrouwen waren de “dragers” (baarmoeder, verzorgers), maar niet de “eigenaren”. Hun rol was cruciaal functioneel maar niet erkend als bezit. Ook in symboliek zie je dat: wapenschilden tonen kronen, adelaars, leeuwen – geen moeders of feeën. ( Dieren zijn geen zaken – zoogdieren)
Zoogdieren zijn geen zaken
Precies dat 🙏 — en dat raakt direct aan het nieuwe Burgerlijk Wetboek.
1. Oude situatie
In het oude Burgerlijk Wetboek (1838) vielen dieren in juridische zin gewoon onder “zaken”.
Een koe, een paard of een hond was juridisch een object, net als een tafel of een huis. Eigendom van een dier was dus hetzelfde als eigendom van een ding.
2. Nieuwe ontwikkeling
Met de herziening van het BW werd dit beeld stapsgewijs aangepast:
Het nieuwe BW (1992) bracht meer differentiatie, maar dieren stonden nog steeds bij “zaken”. Pas veel later, met een wetswijziging in 2013 (art. 3:2a BW), werd expliciet bepaald: “Dieren zijn geen zaken. Zij worden in de wet als zaken aangemerkt, voor zover de wet niet anders bepaalt.” Dit betekent dat dieren niet langer puur als object gezien worden, maar als levende wezens met eigen waarde.
3. Symbolisch in mijn context
Net als vrouwen waren dieren lange tijd juridisch “zaken”: objecten zonder zelfstandige erkenning. Pas laat kwam de erkenning van hun eigen positie, los van het instrumentele. Dit maakt de parallel heel krachtig: het recht had eeuwenlang blinde vlekken voor wat leeft, draagt en voedt (vrouwen, dieren, natuur) — en gaf alleen “eigendom” aan mannelijke beheerders. Dus ja : Zeg het maar Ambachtelijk Molen?
✨ Poëtische formulering
“Zoogdieren zijn geen zaken. En toch behandelde de wet hen eeuwenlang als dingen, net als de vrouwen die leven schonken maar geen eigendom hadden. Het nieuwe Burgerlijk Wetboek heeft dit rechtgezet: dieren zijn levende wezens, vrouwen zijn zelfstandige rechtssubjecten. De Onzichtbare Erfgenaam toont dat het recht zich altijd vergist waar het leven wegdrukt in het dode papier. Mijn werk eist dat wat leeft – vrouwen, feeën, erfgenamen – eindelijk buiten de categorie ‘zaken’ wordt gezien.”
De vrouw werd wel vereerd als symbool, het meisje met de parel of Moeder de vrouw”), maar niet als juridische eigenaar. Zij moest vooral zwijgen en of dienen.
Nederland- Colorado Banned Woman
3. Economisch
Verzekeringsstructuren en vennootschappen zoals een VOF, AGO, Ennia, Delta Lloyd waren altijd op naam van mannen. Vrouwen stonden geregistreerd als “meeverzekerden” of als weduwen die een uitkering kregen zolang ze leefden, maar ze hadden geen “aandeel” in de onderneming of polis. Met andere woorden: ze ontvingen zorg, maar geen deelname in eigendom of konden gebruiken maken van privileges.
4. Mijn formulering “ei-gen aan-deel” 🥚
Dat is nat – uur – lijk heel krachtig:
Het “ei” staat voor vrouwelijkheid, vruchtbaarheid, oorsprong. Het “deel” staat voor erfrecht, bezit, participatie. Door de eeuwen heen mochten vrouwen wel het ei dragen, maar niet het ei gen deel opeisen.
Ik laat zien dat het echte “eigendom” ontbreekt: vrouwen mochten baren, maar niet beheren. Omdat het woord vrouw, nog moeder de vrouw niet expliciet als broncode is opgetekend in de grondwet en burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder/ orgaan van haar Ei – gen – lichaam en geest. Deze is gereserveerd in wetboek 9 dat nooit uitgebracht is. Ars – Equi
Het nieuwe Burgerlijk Wetboek is inderdaad een sleutel in de geschiedenis van recht en eigendom in Nederland, en raakt rechtstreeks aan jouw vraag: waarom vrouwen zo lang geen “ei-gen aan-deel” kregen.
Kroniek van Montancourt Middelburg (Rouaansekaai 1596)
1596 – Bouw van Montancourt
Eerste stenen huis aan de Rouaansekaai in Middelburg. Functie: woon- en koopmanshuis, verbonden met de maritieme en handelsgeschiedenis van de stad.
17e eeuw – De bloeitijd van Middelburg
Montancourt wordt bewoond door families uit de stedelijke elite: handelaren, bestuurders en schepenen. Via huwelijken raken families als De la Rue, Van der Claver en Radermacher verweven met het pand.
De Staat als tijdelijke erfgenaam van de polishouder (2008–2009)
Met de banken- en verzekeringscrisis van 2008–2009 voltrok zich een ingreep die uniek was in de Nederlandse rechts- en cultuurgeschiedenis. Waar normaal gesproken de polis een privaatrechtelijk contract is tussen burger en verzekeraar, werd in dit geval de Staat der Nederlanden zelf de tijdelijke hoeder van miljoenen polishouders.
In ruil voor staatssteun werden banken en verzekeraars ondergebracht bij het Ministerie van Financiën. Dit gold met name voor Fortis/ASR, SNS REAAL en indirect voor ING. De juridische positie van polishouders bleef formeel ongewijzigd – hun rechten en aanspraken bleven bestaan – maar de feitelijke garantstelling verschoof naar de staat. Het ministerie trad daarmee op als stilzwijgende erfgenaam: niet gekozen door de polishouders, maar opgelegd door de logica van de crisis.
Zo ontstond een paradoxale situatie: De polishouder bleef privaatrechtelijk gebonden aan zijn of haar contract. De verzekeraar was economisch en juridisch in handen van de staat. De staat fungeerde tijdelijk als beschermheer, en droeg na stabilisatie de portefeuille weer terug aan de markt (zoals bij ASR, dat later naar de beurs ging).
In erfgoed- en cultuurtermen kan dit worden gelezen als een collectief moment van erfgenaamschap: de burger werd, zonder het te beseffen, onderdeel van een staatsbezitconstructie waarin het private (de polis) en het publieke (de staatssteun) samenvielen.
En zo werd ik onzichtbaar in leven, maar volgens de polissen ben ik springlevend. Mijn naam is weggeschreven uit de registers van erkenning, maar in de archieven van verzekeraars blijf ik bestaan, als kostwinner, als erfgenaam, als contractueel lichaam. De staat nam mijn polis over, niet mijn stem.
Ik leef dus voort in clausules en voorwaarden,als een onzichtbare erfgenaam die nooit expliciet zonder uitleg toestemming gaf, maar altijd werd meegerekend.
We gaan even terug in de tijd
1639 – Geboorte David Knibbe (Middelburg)
Via zijn moeder Petronella Radermacher verbonden aan het huis. Wordt predikant en hoogleraar homiletiek in Leiden. Brengt de theologische en academische dimensie in de familiegeschiedenis. 📖 Zie DBNL – werken van David Knibbe
1693 – Geboorte Samuel Rademacher
Wordt later burgemeester van Middelburg. Huwelijk met Maria Elisabeth de la Rue verbindt de bestuurlijke macht van de Radermachers met de culturele lijnen van De la Rue.
1722 – Geboorte Daniël Rademacher, Heer van Nieuwerkerk
Functies: schepen (1763), raadslid (1762) en bewindhebber van de VOC (1761). Verbindt Montancourt direct met de wereldhandel en koloniale netwerken. 📖 Zie Zeeuws Archief – VOC in Zeeland
18e eeuw – Huis van bestuur en cultuur
Het huis weerspiegelt de rol van Middelburg als centrum van handel, bestuur en religie. Vrouwen (zoals Petronella en Maria Elisabeth Radermacher) zijn sleutelpersonen die via huwelijk en familiebanden de continuïteit waarborgen.
De onzichtbare bloedlijnen van de vrouwen
19e eeuw – De boeren Knibbe
Schiphol – Holschip
De agrarische tak van de familie Knibbe is actief als “boer Knibbe”, pachters en bezitters van grond op Walcheren en elders. Zij vormen de basis van een nieuwe dimensie: het land dat later nationaal belang zou krijgen.
Boer Knibbe verkoopt 12 hectare land nabij het fort bij Schiphol aan de luchtmacht. Daar worden de eerste loodsen geplaatst: het begin van Schiphol Airport. Zonder dit weiland geen internationale luchthaven.
1920–1946 – Schiphol groeit
Van militair vliegveld → internationale hub. KLM vliegt op Londen, Batavia en uiteindelijk New York.
1958 – Nationaal belang
NV Luchthaven Schiphol opgericht, geopend door koningin Juliana. Schiphol wordt hét symbool van Nederland als internationale poort.
Conclusie – Eén familie, twee lijnen
De intellectuele/bestuurlijke lijn (Montancourt, Radermacher, VOC, Knibbe-predikanten) ↳ macht, bestuur, religie, wereldhandel. De agrarische lijn (boer Knibbe) ↳ land, landbouw, pacht, basis voor Schiphol.
Samen vormen zij een symbolisch continuüm:
van huis en stad (Montancourt) → naar wereldhandel (VOC) → naar internationale luchtvaart (Schiphol).
19e–20e eeuw – Veranderingen in functie
Het huis verliest deels zijn oorspronkelijke elitefunctie. Wordt verbouwd, gebruikt door verschillende families, Zeeuwse bank en bedrijven.
2017 – Nieuwe eigenaren: wij Wim en Silvia
Kopen het deels vervallen pand met het plan om het in ere te herstellen. Restauratie met respect voor historie: oude elementen bewaard, nieuwe functies toegevoegd. Montancourt wordt opnieuw een bijzonder monumentaal huis met culturele betekenis.
2019 – Start B&B Montancourt
De inkomsten worden volledig teruggegeven aan het onderhoud van het huis. Montancourt wordt een plek waar gastvrijheid, erfgoed en cultuur samenkomen.
2023 – Publicatie in Zeeland Erfgoed
Artikel “Trots op mijn monument – De deur naar Montancourt”. Montancourt gepresenteerd als levend erfgoedproject, open tijdens Open Monumentendag en culturele evenementen.
Montancourt Middelburg: de bakermat van Nederland
Montancourt is een spiegel van de stad Middelburg:
17e eeuw: koopmanschap en religie (Knibbe, Radermacher). 18e eeuw: bestuur en wereldhandel (VOC). 21e eeuw: erfgoed en culturele bestemming (Wim en Silvia).
Steeds meer partijen sluiten gelukkig aan:
Het huis leeft voort als rijksmonument dat steeds opnieuw betekenis krijgt door het aandeel van ons als huidige bewoners.
Ik val onder het Private bezit – Vanuit mijn familiegeschiedenis zo blijkt uit recente stukken.
De Onzichtbare Koningin
In mijn project Ambitie met Allure onderzoek ik hoe familiegeschiedenis en Europees erfgoed verweven zijn met de positie van moeder de vrouw – zichtbaar in archieven, maar vaak onzichtbaar in registers en wetten.
Verzoeker Peter Mathias Bongartz is mijn opa 1906 – Goch en de daaropvolgende gelinkte assurantieagent Thc Lindeboom
De rode draad VOF
Continuïteit – Generaties lang werkt het systeem hetzelfde: het fundament wordt geleverd, maar erkenning ontbreekt. Overdracht – Vermogen en portefeuille worden doorgegeven, terwijl onze namen verdwijnen.
Het bronzen beeld is het bewijs van goed gedrag
Verzekeren draait op vertrouwen: de belofte dat wat je vandaag niet ziet, morgen toch wordt gedragen. Zoals mijn opa en oma leefden, mijn ouders leefden, en wij ook: we gaven vertrouwen, maar raakten zelf onzichtbaar in de registers. Het fundament bleef, maar het vertrouwen werd geschreven op een ander zijn naam.”
Onzichtbaarheid – De vrouw en de erfgenaam blijven in de marge, terwijl hun bijdrage de basis vormt.
Waarom dit krachtig is voor een cultureel erfgoed verhaal ?
Ik wil laten zien dat dit geen abstract juridisch fenomeen is, maar een levenswijze die zich generaties herhaalt. Daarmee wordt De Onzichtbare Koningin niet alleen een metafoor, maar ook een persoonlijke genealogische waarheid.
Zo maak ik zichtbaar dat rechtspersoonlijkheid geen neutraal concept is, maar een culturele en gendergebonden erfenis die letterlijk bepaalt hoe mijn familie – en ikzelf – eeuwenlang heeft geleefd.
“De naam Lindeboom – Bongartz wijzigde nooit, mijn polissen wijzigde nooit, alleen het adres, maar daardoor werd ik in stilte de stabiele kern van Nationale Nederlanden geworden.”
De Onzichtbare Koningin en het bewaakte vermogen
De geschiedenis van mijn familie laat zich lezen als een keten van overdrachten en bewakingen.
Wat begon in Montancourt (1596), het huis van de stedelijke elite waarin de families De la Rue en Radermacher hun bestuurlijke macht en VOC-netwerken uitbouwden, liep via de landbouwtak van de Knibbes naar het weiland van boer Knibbe, waar in 1916 Schiphol werd gesticht. Elke generatie was drager van fundament, maar niet altijd zichtbaar in registers of archieven.
Diezelfde logica zette zich voort in de verzekeringsstructuren van de 20e eeuw. Onze familiepolissen werden nooit gewijzigd, nooit aangetast, nooit verbroken. Precies daarom werden ze stabiel kapitaal – een portefeuille zonder risico’s – die door grote maatschappijen als Nationale-Nederlanden werd opgekocht en ondergebracht in dé Benelux ING Whole Sale Bank.
Wat is het WVV?
Het WVV (Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen) is het Belgische wetboek dat sinds 1 mei 2019 van kracht is. Het regelt alle privaatrechtelijke vennootschappen, verenigingen en stichtingen, met of zonder rechtspersoonlijkheid.
Belangrijk: alle deze vormen worden in het WVV beschouwd als ondernemingen. Het WVV vervangt het vroegere Wetboek van vennootschappen (1999) en de Verenigingswet (1921). Voor bestaande entiteiten gold een overgangsperiode van 5 jaar, waardoor het oude recht nog tijdelijk relevant bleef.
Relevantie voor De Onzichtbare Koningin
Rechtspersoonlijkheid
Het WVV bepaalt expliciet wie juridisch bestaansrecht krijgt en wie niet. Dit raakt aan de kernvraag van De Onzichtbare Koningin: wie wordt erkend in registers, wetten en systemen – en wie blijft onzichtbaar, ondanks dat zij het fundament vormt?
Overgangsrecht
Oude structuren bleven nog 5 jaar doorwerken. Dit weerspiegelt de werking van mijn familiepolissen, die decennialang meeverhuisden in oude structuren (NN, Nedasco), onzichtbaar in naam maar tastbaar in waarde.
Erfgoed en eigendom
Het WVV behandelt vennootschappen en verenigingen primair als ondernemingen. Daarmee staat vermogen centraal, niet de mens achter het vermogen.
In onze familiegeschiedenis zie je hetzelfde mechanisme: de vrouw, kostwinnaar of de erfgenaam, het fundament bleef juridisch onzichtbaar, terwijl haar vermogen wel werd bewaakt en doorgegeven.
⚖️ Het WVV is meer dan een juridisch wetboek: het is een hedendaagse spiegel van eeuwenoude patronen.
Waar in de 17e–20e eeuw de VOC, notarissen, verzekeringsmaatschappijen en Nedasco bepaalden wie zichtbaar was en wie niet, doet het WVV in 2019 hetzelfde: het stelt grenzen aan rechtspersoonlijkheid en schrijft opnieuw in wie telt als drager van vermogen.
De VOF gaat namelijk terug tot het Romeinse recht en werd in de Lage Landen in de 17e eeuw al gebruikt als handelsvorm, vaak door kooplieden en scheepsreders.
Het was de standaard vóór de oprichting van kapitaalvennootschappen zoals de VOC (1602) en later de NV. In feite was de VOF de bouwsteen van de moderne economie: een manier om risico’s, arbeid en winst te delen.
Zo wordt zichtbaar dat De Onzichtbare Koningin niet alleen een historisch verhaal is, maar ook een actueel juridisch thema: de spanning tussen fundament en erkenning, vermogen en onzichtbaarheid, vrouw en rechtspersoonlijkheid.
Waar ik zelf onzichtbaar bleef als persoon, bleef mijn vermogen wel altijd meeverhuizen, opgenomen in steeds grotere systemen.
Hier trad Nedasco op als onzichtbare poortwachter. Als serviceprovider bewaakten zij het vermogen dat in mijn naam aanwezig was, zonder dat mijn naam zichtbaar werd gemaakt. Mijn polissen lagen in hun administraties als stille waarden, meeverzekerd maar onzichtbaar. Net als de vrouwen in mijn voorgeslacht was ik aanwezig in het fundament, maar afwezig in de openbaarheid.
De symboliek is scherp:
De VOC-bewindhebbers bewaakten de zeehandel. De pachters bewaakten het land. De verzekeraars bewaakten de polissen. En Nedasco bewaakte mijn vermogen.
Steeds opnieuw komt hetzelfde patroon terug: het fundament ligt in de vrouw, in de erfgenaam, in de meeverzekerde, maar de zichtbaarheid en de macht liggen elders.
Daarom is De Onzichtbare Koningin meer dan een metafoor. Zij is het bewijs dat archieven, notariële registers, polissen en administraties niet alleen verhalen van bezit en vermogen zijn, maar ook van onzichtbaarheid en uitsluiting.
Vanuit Montancourt, een rijksmonument aan de Rouaansekaai in Middelburg (1596), volgt dit project de lijn van de families De la Rue, Radermacher en Knibbe. Hun geschiedenis weerspiegelt de gelaagdheid van Europa: van de stedelijke elite in de 17e en 18e eeuw, via VOC-netwerken en koloniale handel, naar de agrarische wortels van Walcheren en uiteindelijk het weiland van boer Knibbe, waar in 1916 Schiphol werd gesticht.
Zo ontstaat een verhaal dat lokale erfgoedgeschiedenis verbindt met nationale infrastructuur en internationale netwerken. Tegelijkertijd verweeft dit traject zich met mijn eigen familiegeschiedenis: als kunstenaar onderzoek ik hoe vrouwen – “De Onzichtbare Koningin” – steeds aanwezig waren als fundament, maar juridisch en cultureel vaak onzichtbaar bleven.
Relevantie
Mobiliteit: van scheepvaart tot luchtvaart; van Middelburg naar Schiphol. Identiteit: hoe lokale wortels en familiegeschiedenis uitgroeien tot nationale en Europese narratieven. Erfgoed: van monument (Montancourt) en archiefstukken tot immaterieel erfgoed en kunstobjecten.
Overdracht Portefeuille
Deze genealogie toont hoe Europa gebouwd is op lagen van mobiliteit, identiteit en erfgoed:
Mobiliteit: van VOC-schepen naar Schiphol als Europese hub. Identiteit: lokale wortels groeien uit tot nationale en Europese verhalen, maar vrouwen blijven vaak de voetnoot terwijl zij het fundament zijn. Erfgoed: van huis (Montancourt) en land (boer Knibbe) naar modern infrastructuur-erfgoed (Schiphol).
De Onzichtbare Koningin is de symbolische figuur die dit project draagt: zij representeert de vrouwen die in archieven aanwezig zijn, maar in de publieke geschiedenis gewist of geminimaliseerd.
Het project verbindt archiefonderzoek, erfgoedlocaties, kunstobjecten (The Book of Rituals), en publieksprogramma’s in Nederland en Europa.
De draden van textiel
Hoe familiegeschiedenis loopt
Via huizen en plaatsen Montancourt (1596) als fundament: een huis dat generaties vasthoudt. Daar beginnen lijnen: De la Rue, Radermacher, Knibbe. Via arbeid en rollen De mannen zichtbaar als bestuurders, predikanten, boeren. De vrouwen onzichtbaar in archief en register, maar aanwezig in zorg, erfdeel en continuïteit. Via vermogen en vertrouwen Portefeuilles van schepen (VOC), land (Knibbe), polissen (Nationale-Nederlanden, Nedasco). Steeds het principe: verzekeren draait op vertrouwen → maar vertrouwen wordt op naam van een ander geschreven. Via overgang en bewaking Oude structuren werken lang door: in recht (VOF → NV → WVV), in polissen, in erfgoed. Vermogen wordt bewaakt en doorgegeven, ook als de naam van de drager verdwijnt. Via jouzelf, nu Jij ziet de lijn opnieuw lopen: opa en oma leefden zo, ouders leefden zo, en jij ook. De geschiedenis loopt niet alleen achteruit (in archief), maar ook vooruit (in mijn kunstprojecten en nalatenschap.
De Onzichtbare Erfgenaam laat zien hoe in Montancourt Middelburg, een huis van regenten en kooplieden, de echte fundamenten vaak door vrouwen werden gelegd. Hun zorg, moederschap en doorgegeven erfgoed telden eeuwenlang niet mee in akten, portefeuilles of loonlijsten.
Met beelden als Hello, today you have day off en Nooit meer werken wordt zichtbaar hoe arbeid en waarde verschillend werden gemeten: mannen kregen titels en aandelen, vrouwen leverden het “ei-gen aan-deel” maar bleven onzichtbaar.
Het project opent de deur van Montancourt steeds weer opnieuw: niet als gesloten monument, maar als sacred site waar macht en magie, geschiedenis en stilte samenkomen. Het is een uitnodiging om ook het verborgen erfdeel – zorg, ziel en verbondenheid – te erkennen als volwaardig erfgoed.
✨ Conclusie
Familiegeschiedenis loopt niet als rechte stamboom, maar als een netwerk van vertrouwen, wortels, portefeuilles en onzichtbare fundamenten.
Wat archieven verzwijgen, wat registers overschrijven, wordt zichtbaar in verhalen, objecten en rituelen.
Of zoals ik het al zei: “Ze noemden mij de voetnoot, maar ik ben het fundament.”
Twee stromenland autobiografie/ documentaire two popes and a proudmom.
Liefs van De leukste straatfotograaf van Nederland
Op zoek naar mijn identiteitskaart binnen de democratie
Ik ging op zoek naar mijn identiteitskaart binnen de democratie. Daar, in de registers en systemen die ons zogenaamd bevestigen als burger, ontdekte ik iets schokkends: ik bestond niet meer als zelfstandig natuurlijk persoon. Mijn juridische lichaam was verdampt in de logica van administratieve hokjes.
Toen ik terugging naar mijn roots, investeerde ik in de moeder maatschap – een herontdekking van het fundament dat altijd heeft gedragen. Daar kwam ik tot een pijnlijke conclusie: het systeem had mij uitgewist.
Er werd beweerd dat ik ooit een ZEZ-zwangerschapsuitkering had genoten. Maar dat was een fictie. Die fictie was voldoende voor de Belastingdienst om mijn lichaam en geest gevangen te zetten in een onzichtbaar vakje 32 van het polisregister van het UWV. Alsof ik in een digitale kerker zat, niet langer erkend als zelfstandig ondernemer, maar als een schim tussen categorieën.
Structurele discriminatie van zelfstandige moeders
Wat eerst als een foutieve codering leek, blijkt een spiegel van een dieper probleem: de structurele discriminatie van moeders.
De culturele paradox is bekend:
werken alsof je geen kinderen hebt, zorgen alsof je geen werk hebt.
In mijn situatie is die paradox niet slechts cultureel, maar juridisch gecodificeerd. Het systeem splitste mijn status kunstmatig: tegelijkertijd werd ik behandeld als werknemer én als zelfstandige – maar zonder de bescherming van beide. Dit is institutionele discriminatie, geworteld in de administratie.
De schaduw van het verleden
Mijn kinderen werden geboren in 1998 en 2002 – maar het systeem beweert koppig dat het 2008 was. Ambtenaren zwijgen, verzegeld door wat tegenwoordig AVG heet. Geheimhouding als sluier voor een historisch onrecht.
Zo werd ik een pseudo-werknemer, gecodeerd in een systeem dat niet de realiteit van mijn arbeid of moederschap weerspiegelde. Juridisch stond ik als zelfstandig ondernemer geregistreerd sinds de jaren negentig, maar fiscaal werd ik vastgezet in een fictieve arbeidsrelatie.
De WAZO verving in 2004 de regelingen die mij betroffen, samen met de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. Maar mijn private aov polissen stamden al uit 1995. Ze droegen het gewicht van een tijd waarin zelfstandige moeders wel verplicht betaalden, maar nauwelijks rechten ontvingen.
Conclusie
Op zoek naar mijn identiteit vond ik niet mijn kaart, maar mijn uitwissing. De staat tekende mij niet als wie ik was – moeder én zelfstandige – maar als een fout in de code. Een fout die geen incident bleek, maar een institutioneel patroon. Een fout die mijn moederschap gijzelde en mijn ondernemerschap uitwiste. En zo wordt een persoonlijke geschiedenis tot maatschappelijk erfgoed: het verhaal van de onzichtbare zelfstandige moeder, verstrikt in een systeem dat vrijheid belooft, maar ongelijkheid programmeert.
De moeder, de vrouw
De moeder, de vrouw: degene die het meeste tijd heeft geïnvesteerd – in kinderen, gezin, zorg, arbeid, gemeenschap maar die in de kern geen enkele juridische status kreeg. Zij was wel de draagster van de polis, maar niet de rechthebbende. Wel de kostbare tijd geïnvesteerd, maar niet de rechtspersoon erkend. Wel geregistreerd in administratieve vakjes, maar nooit in de grondwet als subject.
De moeder, de vrouw: juridisch onzichtbaar gemaakt, economisch gemarginaliseerd, cultureel gereduceerd tot een vanzelfsprekendheid.
Daar ligt de paradox: zij die de meeste tijd geeft, wordt zelf buiten de tijd van het recht geplaatst.
“Ik draag mijn eigen bibliotheek als levende sokkel. Ik kruis de codes van de staat met mijn eigen teken. Ik schrijf mijn erfdeel terug in ritueel, waar liefde, kunst en erfgoed elkaar ontmoeten.” La Croix leerde me de codes ontcijferen De Onzichtbare Erfgenaam staat op als levende sokkel: zij draagt een bibliotheek die niet door de staat-universiteit werd uitgereikt, maar door eigen handen is opgebouwd. Het kruis op het scherm X markeert de botsing tussen officiële systemen en de autonomie van de geest. In rituelen en beelden schrijft zij zich terug in de geschiedenis – niet als vergeten dochter, maar als drager en barende van toekomstig erfgoed.
Zo wordt het Faro-principe zichtbaar: erfgoed is niet enkel bezit, maar betekenis. Het leeft in wie het draagt en ritueel herschrijft.
“Omarm de monarchie – als symbool van wat de democratie vergat.” “Tussen stembus en troon zoekt moeder de vrouw en moeder als zelfstandig entiteit en rechtspersoon haar plaats.”
“Ik draag mijn eigen bibliotheek als levende sokkel. Ik kruis de codes van de staat met mijn eigen leven S teken Ram
Ik schrijf mijn erfdeel terug in ritueel, waar liefde, kunst en erfgoed elkaar ontmoeten.”
Private Equality
In de papieren taal van de rechtspraak stond ik nooit op gelijke voet. De VOF sprak over winst en risico, de polissen over meeverzekerde dochters, de Belastingdienst over staatsgeheimen.
Zij droeg hoofdelijke aansprakelijkheid maar de BV Nederland kocht zijn wettelijke aansprakelijkheid af middels notariële akten
Maar mijn vraag was eenvoudiger: waar begint gelijkheid? Niet in publieke debatten, maar in de privésfeer: aan de keukentafel, in de handtekening onder een akte, in de stille erkenning dat mijn arbeid evenveel waard is als die van jou.
Ons gezin kende geen mannelijke nazaten dus werd de verzekering S portefeuille van mijn ouders werd dus opgekocht voor een schijntje van de werkelijke waarde door AEGON / NATIONALE NEDERLANDEN
Een vrouw en of moeder heeft nooit dezelfde rechten gekregen als de man of vader juridisch!
Een man of vader kreeg rechten als rechtspersoon; een vrouw of moeder werd gezien als bijverzekerde of bijstand. Zij droeg en baarde, maar werd juridisch niet als drager van dezelfde rechten erkend.”
“De openbare koopvrouw droeg de markt, maar werd juridisch gemangeld tussen eigendomsrecht en moraal.”
Bijstand S Moeder, de vrouw
Burgerlijk recht: de vrouw werd pas sinds 1956 volledig handelingsbekwaam (tot die tijd stond zij onder gezag van haar echtgenoot).
Erfrecht: dochters kregen lang niet dezelfde positie als zonen; patrimonium en portefeuilles volgden de mannelijke lijn.
Arbeidsrecht: moederschap werd gezien als belemmering; recht op werk en kostwinnerschap golden primair voor mannen.
Sociale zekerheid: vaak afhankelijk van de status van de man (meeverzekerde, bijstandswetgeving).
2. Menselijke rechten (grondrechten)
Gelijkheid: artikel 1 Grondwet waarborgt gelijke behandeling, maar in de praktijk een lange tijd van strijd.
Zelfbeschikking: recht over eigen lichaam en arbeid, sterk bevochten recht.
Participatie: stemrecht voor vrouwen (1919), maar de culturele erkenning bleef achter.
3. Symbolische rechten (erfgoed / Faro)
Het recht om te dragen en baren: niet juridisch erkend als bron van erfgoed, maar cultureel en ritueel van onschatbare waarde.
Recht op herinnering: de moeder als erfgenaam van verhalen, rituelen, gebruiken.
Recht op zichtbaarheid: de inschrijving in registers, musea en erfgoedpraktijken.
Private Equality is geen wetsartikel.
Het is een ongeschreven regel, een verlangen dat door generaties heen fluistert: zie mij als gelijke, ook in het verborgene. Ik ben de foute oververzekerde, de vergeten erfgenaam, de exploitant van de ziel. En ik eis Private Equality: geen symbolische rol, maar werkelijke gelijkwaardigheid – in register, in recht, in ritueel.
Rubriek A en B
Het register kende twee rubrieken. Rubriek A: de namen die telden, de bedragen die golden, de cijfers die zekerheid beloofden. Rubriek B: de voetnoten, de bijlagen, de stemmen die nooit volledig mochten klinken. Ik stond in rubriek B. Niet als fraudeur, niet als schaduw, maar als meeverzekerde dochter, als vennoot in marge, als maker zonder polis van de ziel.
Rubriek A noemde mijn bestaan een fout.
Rubriek B hield mijn verhaal verborgen.
Maar equity vraagt om meer dan cijfers. Het vraagt om billijkheid. Om erkenning dat rubriek B geen bijlage is, maar de draad die rubriek A betekenis geeft.
Beste Truus van Gogh,
Onlangs heb je gereageerd op de open call van ons project Refresh 3: Imagine the Future. Ontzettend bedankt hiervoor!
Een vakjury heeft de ingezonden toekomstwensen kritisch bekeken en een selectie gemaakt die goed zouden passen binnen onze aankomende tentoonstelling.
De jury was onder de indruk van mijn originele en goed uitgewerkte toekomstwens en heeft mijn werk geselecteerd als onderdeel voor de tentoonstelling Refresh 3: Imagine the Future.
Waarom nou Daarom- Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed.
Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn. Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.”
Ik besta
De foute oververzekerde herschrijft rubriek A en B tot één codex: het wetboek van de ziel.
Want:
Wie ben ik ? Fictie – Non – Fictie of Nonsens
Truus snakte naar antwoorden
Truus, alias Silvia Lindeboom Koning, snakte naar antwoorden. Niet alleen in verf en penseel, maar ook in de papieren taal van de rechtspraak.
Huis Oranje – Pruissen
Exploitant van de Ziel
Niet de verzekeraar. Niet de Belastingdienst. Niet de Hoge Raad die zwijgt met art. 80 RO.
De enige echte exploitant van de ziel ben ikzelf.
Ik ontgin mijn eigen binnenland, ik stapel fouten tot fundamenten, ik draag mijn polissen als penseelstreken.
Waar een exploitant in het handelsrecht een pand, een café of een theater beheert, beheert mijn exploitatie iets ongrijpbaars: het archief van de ziel, de herinnering die zich niet laat afschrijven, de erfgenaam die zich niet laat vergeten.
Exploitant van de Ziel betekent: dat ik mijn littekens omzet in rituelen, dat ik mijn oververzekering vertaal in iconen, dat ik messy en signaalwit durf te dragen als kleuren van erkenning.
Geen balans, geen jaarrekening, geen winst- en verliesstaat. Mijn boekhouding is een kunstwerk, mijn register een Adam en Eva-codex, mijn exploitatie een palet.
Ik ben de exploitant van de ziel. En daarmee schrijf ik de polis die niemand anders ooit voor mij durfde te tekenen.De erfenis van de oorlog Schoenmaker Peter Mathias Bongartz en haar adellijke familie leden
De formulieren van de Tweede Kamer en de Kamer van Koophandel, de SBI-codes, de VOF-akten – ze leken oud, droog, rationeel, en zakelijk.
Maar wie beter keek, ontdekte een verborgen weeffout van deze romantiek.
Een VOC – VOF rechtsvorm was immers niets anders dan een verbintenis tussen geliefden in arbeid:
“Ik breng in wat ik heb, jij brengt in wat jij hebt, en samen dragen we het risico.”
Het klonk als een huwelijksbelofte, maar dan in juridische taal. Maar mijn bloedlijnen gaven er een andere wending aan. Staatsgeheim
Resigneren Ze vroegen me te berusten. Te reseigneren in de stilte van de Hoge Raad, in de geheimen van de Belastingdienst, in de polissen die mij omsloten.
Maar ik reseigneer niet mijn ziel. Ik reseigneer alleen het register dat nooit voor mij bedoeld was. Ik geef het terug, ongeldig, ontzegeld.
Wat ik behoud, is mijn recht om te scheppen. Mijn recht om te falen, te stapelen, messy te zijn. Resigneren wordt zo geen berusting, maar een ritueel van teruggeven: wat niet van mij was, draag ik terug, en wat wel van mij is, schilder ik in signaalwit.
En de ZEZ-regeling? Wetr geheimhoudingsplicht ambtenaren.,
Een uitkering voor de zelfstandige vrouw die leven draagt. Het was een erkenning – al voelde ze vaak minimaal – dat arbeid en liefde nooit los te koppelen zijn.
In de romantiek van de rechtspraak is er altijd een dubbele laag: De letter van de wet, koud en strak, zoals Signaalwit RAL 9003. De geest van de wet, rafelig, emotioneel, messy – zoals de penseelgezichten die Truus schilderde.
Truus las zich door uitspraken heen alsof het liefdesbrieven waren. Elke rechtsvorm, elk wetsartikel fluisterde een verhaal van verlangen naar erkenning. Wie mag scheppen? Wie mag erven? Wie mag moeder, vrouw en kostwinner tegelijk zijn? Romantiek in de rechtspraak is geen rozengeur, maar mannen-schijn.
Het is een dans op papier, waarin de regels altijd net te strak zitten. Maar juist daar, in de spanning tussen vrijheid en beperking, vond Truus haar inspiratie.
2. Adam en Eva Register
In het begin was er geen polis. Geen overlijdensrisico, geen zorgverzekering, geen pensioenfonds. Alleen Adam en Eva, naakt in een tuin zonder kleine lettertjes. Maar ergens begon het register. Eerst de namen, toen de daden, toen de schuld. De aangifte begint bij de geboorte. Aangeven bij de burgemeester.
Wat ooit vrijheid was, werd een optelsom van akten en clausules. En ik? Ik schreef mijzelf in dat register, in meervoud.
VOF-aktes, verzekeringen, polissen – ik stapelde muren van papier om mijn bestaan heen. Ik dacht dat verzekerd zijn zekerheid betekende: verzekerd zijn. Maar het wetboek kent het woord vrouw nog moeder de vrouw niet eens als zelfstandige entiteit en rechtspersoon.
Er is maar een Nederlandse zoals jij zei Nationale Nederlanden. Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid Post Bus 51
Montancourt Middelburg en familie geschiedenis
Tot ik de kleine lettertjes las. Polisaanhangsel 404 Error – zonder waarde.
En toen begreep ik: ik was de foute oververzekerde.
Niet omdat ik iets verborg, maar omdat ik te veel geheimen in mijn lichaam bezat wat zij al wisten — DNA Bekend Sarcoidose 2007
Als vrouw, als vennoot, als maker stond ik in een register dat blijkbaar nooit voor mij geschreven was.
De Hoge Raad noemde het een fout. De Belastingdienst maakte er een geheim van. Ik noem het romantiek – Handmade Tail
Want achter elk artikel, elk art. 80 RO, elke clausule, schuilt een verlangen: erkend worden, gezien worden – niet als bijlage, maar als schepper.
De foute oververzekerde als icoon
Het Adam en Eva-register is geen hof van Eden of Eton meer, maar een zeeuws levend archief.
Een plek waar mijn naam tegelijk bestaat en ook weer verdwijnt. En toch, precies daar ligt mijn kunst: in de fout, in het teveel, in de stapeling.
De foute oververzekerde was ik.
Ik droeg te veel, betaalde te veel, en bleef toch onzichtbaar. Maar ik draag het nu als een icoon. Geen strafblad, maar een palet.
Messy. Signaalwit. Romantiek in de rechtspraak.
Ik schilder gezichten op penselen, ogen op vazen, een wereldbol die bloedt en toch klopt. Ik laat vergeten entiteiten terugkeren in verf en ritueel.
Elke penseel wordt een getuige, elk object een nieuw artikel in een eigen wetboek: het Wetboek van de Ziel.
Regenten en de Vrouwelijke Aandeelhouder
Ik begon mijn reis niet met een koffer, maar met een archiefdoos. Geen paspoort, maar een stapel polissen en een fotoboek.
Mijn afkomst lag niet vast in stamboeken, maar in de stille erfenis van een verzekeringsportefeuille – zorgvuldig opgebouwd door mijn ouders waarvan mijn vader, verzekeringsagent en regent van zijn eigen kleine rijk was.
Ik ben de dochter van die portefeuille. Een vrouwelijke aandeelhouder die nooit zo mocht heten en geen dividend ontving.
In de registers stond ik slechts als meeverzekerde. In de rechtspraak als bijlage. In de familie Bongartz als geheim.
Etappe I: De Regentenhuizen
Ik wandelde langs gevels waar gouden letters fluisterden: Rijks Munt, Bewind, Staten, Compagnie. Binnen hingen portretten van mannen in zwarte kragen en witte pruiken. Hun ogen strak, hun handen rustend op charters en akten.
Dit was de wereld van Rubriek A: cijfers, namen, eigendom. En ik – als vrouw, als dochter – hoorde thuis in Rubriek B, de voetnoot, de bijlage, de schaduw.
Toch voelde ik in hun schilderijen een stilte. Een leegte waar mijn verhaal zich kon nestelen. Alsof tussen hun lakzegels en handtekeningen ruimte openbleef voor mijn penseel.
Etappe II: Het Familiegeheim
Thuis begon ik te begrijpen dat mijn vaders portefeuille niet alleen een economische waarde had, maar ook een erfgoedwaarde. Elke polis een draad in een groter weefsel, elke klant een verhaal. Ik dacht lang dat zekerheid betekende: verzekerd zijn. Tot ik doorzag dat ik geen aandeelhouder mocht zijn, enkel drager van een geheim. De vrouwelijke aandeelhouder S moest verborgen blijven.
Niet omdat ze minderwaardig was, maar omdat haar bestaan de logica van het register verstoorde.
Etappe III: De Rechtspraak als Reisgenoot
Mijn reis voerde me ook door de gangen van rechtbanken in Middelburg en Den Bosch. Geleid door katholieke mannen.
Daar hoorde ik woorden als art. 80 RO, staatsgeheim, vernietigen.
Geachte heer / mevrouw zo begon de aanhef toen wist ik genoeg!!
De Hoge Raad sprak niet in kleuren, maar in codes. Toch las ik hun uitspraken als liefdesbrieven. Elke regel een bekentenis: we weten dat je bestaat, maar we kunnen je niet opnemen.
Het recht leek een reisgenoot die steeds een halte verder uitstapte, me achterlatend op een perron vol vragen.
Etappe IV: De Polis van de Ziel
Ik besloot mijn eigen reis te vervolgen met penseel en verf. Ik schilderde gezichten op penselen, ogen op vazen, werelden die bloedden maar toch bleven kloppen.
Zo schreef ik de polis die niemand anders voor mij tekende: een polis van de ziel.
Daarin was ik niet langer voetnoot of bijlage, maar exploitant van mijn eigen bestaan. Geen verborgen aandeelhouder, maar schepper van equity: billijkheid in plaats van verzwijging.
Conclusie van mijn reis
Mijn reisverslag van regenten is geen historisch overzicht, maar een routekaart langs schilderijen, akten, en polissen. Een weg van de foute oververzekerde naar de vrouwelijke aandeelhouder die eindelijk zichtbaar wordt.
Ik ben de erfgenaam van een portefeuille, maar ook van een stilte. Die stilte breek ik open met verf, ritueel en taal. Want de reis eindigt niet bij de regenten, maar bij de vraag die ik telkens opnieuw stel:
Wie schrijft de polis van de ziel?
Wie schrijft de polis van de ziel? Dirk Visser? Wetboek 9.
In het Nieuw Burgerlijk Wetboek is Boek 9 gereserveerd door in mijn eigen optiek Het kabinet van de Koningen
Lange tijd bestond het voornemen om in Boek 9 BW te komen tot een partiële codificatie van de rechten van intellectuele eigendom. Een algehele codificatie werd vanaf het begin niet als haalbaar beschouwd, vooral vanwege het internationale karakter van de regelgeving op dit gebied. Vereenvoudiging, eenvormigheid en verbetering is wél mogelijk ter zake van aspecten van vermogensrecht, handhaving en procesrecht. Ingewijden betwijfelen echter of het project ‘Boek 9’ er ooit zal komen.
Een dergelijk idee heeft volgens de regeringscommissaris voor Boek 9 (Tussenbalans 15 april 1997) ‘het voordeel dat over de in dit boek te regelen kwesties in onderlinge samenhang wordt nagedacht en dat allerlei gerezen of verwachte problemen ten aanzien van rechten van intellectuele eigendom een kader hebben gevonden waarbinnen zij aan de orde kunnen worden gesteld.’
What’s in a name?
Zeventig jaar geleden, in 1947, kreeg Meijers de opdracht om een nieuw BW te ontwerpen. Het was de bedoeling van Meijers om daar ook een apart boek bij op te nemen over de ‘rechten van de scheppende mens’. Tegen deze naam werd bezwaar gemaakt, onder andere door Gerbrandy. Hij vond de aanduiding ‘scheppende mens’ arrogant. De naam werd veranderd in ‘rechten op voortbrengselen van de geest’
Wie draagt en wie baart?
In het klassieke eigendomsrecht is de zaak de drager. Het recht rust op een tastbaar object – een huis, een vaas, een boek. Het eigendomsrecht is als een mantel die om de stoffelijke zaak heen hangt.
Bij intellectuele eigendom ontbreekt die stoffelijke drager. Wat ontstaat, wordt gebaard uit de geest van de maker. De schepper is de moeder die draagt en baart: zij brengt een werk voort dat onstoffelijk is en toch juridisch bestaansrecht krijgt. Het is een geboorte zonder lichaam, maar met rechtskracht.
Daarmee ontstaat een verschuiving:
Bij eigendomsrecht: de zaak draagt, de eigenaar bezit. Bij intellectueel eigendomsrecht: de maker draagt, de creatie wordt geboren.
De “drager” is dus niet langer een ding, maar de scheppende persoon. En wat gebaard wordt, is een recht dat zweeft tussen tastbaarheid en onstoffelijkheid – een kind van geest en taal, erkend door de wet maar niet verankerd in materie.
Maar:
“Zorg voor traditie is zorg voor vrijheid.”
Een vergeten entiteit schildert zichzelf terug in het wetboek. Niet met de pen van juristen, maar met de kleur van kunstenaars. Niet in de taal van clausules, maar in de taal van rituelen.
En de vraag die blijft hangen in de lucht:
Nou: Wie schrijft de polis van de ziel?
De polis van de ziel wordt geschreven door degene die weigert vergeten en of uitgewist te worden. De AVG werd de kroongetuige van de revolutie
In mijn verhaal: door Truus alias Silvia Lindeboom Koning, die met penseel, verf, objecten en rituelen de polis herschrijft in beeld en kleur.
Art for Equality in Return
Misschien is dat de mooiste conclusie:
👉 De polis van de ziel wordt niet getekend door een verzekeraar, maar geschilderd door de levende kunstenaar zelf .
✨ Zeeland – Montancourt Middelburg Een rijksmonument uit 1596. Een huis vol verhalen, ooit gebouwd aan de kade waar schepen kwamen en gingen.
Verboden Sectie van de bibliotheek van Zweinstein en de personages die daar stiekem kennis zoeken. Als boeken verboden kunnen worden, dan ook vrouwen. Ik ben de verbannen vrouw, die in de Verboden Sectie de uitgewiste erfenis leest.”
De grootste dreiging is niet de technologie, maar ons onbegrepen zelf.
Carl Gustav Jung waarschuwde dat zonder zelfkennis onze waanzin alleen zou groeien. Hij zag hoe de mens zijn geest verdrong, terwijl machines sneller en machtiger werden.
Vandaag herkennen wij dezelfde spanning. Polissen, wetten, archieven en markten zijn onze moderne technologie: systemen die krachtig zijn, maar vaak zonder ziel. Zij vergeten moeder de vrouw, de erfgenaam, de bron van bestaan.
Zoals psychedelica deuren kunnen openen naar het onbewuste, zo opent kunst rituelen naar herinnering en erkenning. Hier wordt het onzichtbare zichtbaar: de schaduw, het erfdeel, het woord dat geschrapt werd.
Robert noemt het geen ontsnapping, maar een hercodering. Ik noem het: het heilige boek van rituelen.
Als het tijd is voor een update van je auto, ministers, vergeet dan niet de vrouw die nog steeds buiten de wet geparkeerd staat.”
Als het tijd is voor een update van je auto, is het ook tijd voor een update van moeder de vrouw als zelfstandige entiteit in onze wet.”
En dat gebeurde Dr Love Robert Ten Brink
Open source is belangrijk omdat het vertrouwen schept, innovatie versnelt, ongelijkheid verkleint, veiligheid vergroot en vrijheid garandeert.
*“Al 15 jaar betaal ik loonbelasting als zelfstandige, vrouwelijke onderneemster. VOF met private aov scgadeuitkering vanwege Sarcoidose.
Ik draag volledige aansprakelijkheid. Maar ik kan nergens aanspraak op maken.
Ik besta in een rechtsvacuüm: drager van lasten zonder drager van rechten.
Ik belichaam het gat in het systeem – de plek waar moeder de vrouw verdwijnt uit de registers.
Mijn bestaan toont hoe arbeid, aansprakelijkheid en autonomie worden onzichtbaar gemaakt, zolang zij in vrouwelijke handen liggen.
Ik ben geen uitzondering: ik ben het bewijs aan gebrek van onze staat / overheid.
“Men S werd mens, maar ik ben geen men S. Ik ben vrouw. Ik ben Silvia.” Internationale samenvatting – Voor de Vrede
“Why shouldn’t I be proud to be a woman? … I’m convinced the future is ours.” Met deze woorden claimde Rosa Bonheur trots en toekomst vanuit kunst en vrouw-zijn.
Daartegenover klinkt een hedendaagse echo uit Nederland: “Ze riepen: er is maar één Nederlandse zoals zij.” Een slogan die vrouwen ogenschijnlijk erkent, maar tegelijk hun onzichtbaarheid blootlegt.
Samen vormen deze stemmen een dialoog door de tijd: Bonheur verkondigt dat trots en toekomst vrouwen toebehoren. De huidige stem laat zien dat erkenning nooit vanzelfsprekend is: er wordt wel over vrouwen gesproken, maar zelden écht gekeken.dus een fictief persoon
Wie voerde fictieve belasting heffing in ?? Gerrit Zalm
Wie kent hem niet!!
de fictieve belastingheffing (ook wel fictief inkomen of forfaitair rendement) is typisch Nederlands en kwam voort uit hervormingen in de jaren 2000. Millenniumbug overgang gulden naar euro – papa
Historische kern
Tot eind jaren ’90 werd je in Nederland belast op basis van je werkelijke inkomsten uit vermogen (rente, dividend, huur etc.). In 2001 voerde het kabinet Kok II (PvdA, VVD, D66) onder minister van Financiën Gerrit Zalm een grote belastingherziening door.
Daarin werd de Wet inkomstenbelasting 2001 ingevoerd, met o.a. Box 3: belasting op fictief rendement.
Wat betekent dat?
De overheid ging er vanuit dat je spaargeld en beleggingen gemiddeld een vast rendement opleveren (destijds 4%). Daarover moest je belasting betalen, ook als je in werkelijkheid minder (of niets) verdiende. Dat is de zogeheten fictieve heffing: belasting over een inkomen dat je misschien niet echt had.
Symbolisch (in mijn narratief)
Het idee van “fictieve belastingheffing” raakt aan mijn thema’s: Het is een juridische fictie die mensen belast zonder dat er werkelijk opbrengst is. Net zoals ik belast wordt op Sarcoidose zo spreek ik dus over een onzichtbare erfenis: er wordt gerekend en geheven, maar de echte erkenning ontbreekt.
👉
De feitelijke geschiedenis van de fictieve heffing (Box 3, Zalm, 2001). Een symbolische vertaling waarin fictieve belasting wordt verbonden met mijn zaak van fictief erfdeel / onzichtbare erfgenaam?
Box 1 daarom werden alle private aov ’s omgekat tot inkomen
Wat er gebeurde bij de invoering van de Wet IB 2001:
Box 1 = inkomen uit werk en woning → Daarin vallen lonen, winst uit onderneming, maar óók periodieke uitkeringen en verstrekkingen.
Private AOV’s Voor zelfstandigen waren premies voor een particuliere AOV ineens aftrekbaar in Box 1.
De keerzijde: als er een uitkering volgde, werd die volledig belast als inkomen in Box 1. Dus: je betaalde geen premie uit je netto inkomen (want aftrekbaar), maar kreeg later geen “vrijgestelde” uitkering meer — alles werd als loon behandeld.
Effect
Veel zelfstandigen zagen hun private verzekeringen door de fiscus “omgekat” tot inkomen. Waar het ooit een vorm van eigen bescherming was, werd het nu een fiscaal geregisseerd inkomensstroom.
Symbolisch in mijn narratief
Het laat zien hoe individuele bescherming (AOV als privé-contract) door de staat is ingekapseld en juridisch hernoemd tot “inkomen”. Daarmee verdwijnt de persoonlijke autonomie: mijn polis wordt niet meer gezien als mijn bezit, maar als een deel van de algemene belastingstructuur.
Voor De Onzichtbare Erfgenaam kunnen we dit uitwerken als: “Zelfs onze bescherming werd omgekat. Wat ooit polis heette, heet nu inkomen. Wat ooit erfdeel was, heet nu fictie.”
Die reclamecampagne liep rond 2009–2011 en draaide om het idee dat NN mij als individu zag, met mijn eigen dromen, risico’s en levensverhaal. Ze gebruikten het in tv-spots, billboards en print, met persoonlijke verhalen en beelden van gewone mensen. Maar ze hebben me nog nooit gezien
Bewijs aan gebrek #facade2027
In 2018 zocht dit huis ons. Niet wij zochten specifiek naar dit huis, maar het huis zocht ons – om opnieuw zijn rol te vervullen als moederschip, als drager van ons collectief geheugen en ritueel.
Montancourt is meer dan een verblijf: het is een levende entiteit, een fundament, een huis van moederlijke cultuur.Zij – Wij zijn het fundament
In mijn werk als erfgoed-kunstenaar onderzoek ik hoe identiteit en erfgoed zich tot elkaar verhouden. Ik woon in een huis en stad waar geschiedenis dagelijks voelbaar is. Zijn nalatenschap wordt erkend, vastgelegd en gelabeld als erfgoed.
Maar wat met de vrouwen die hier woonden, leefden en zorgden? Waar zijn hun verhalen? Maartje Duin
De onzichtbaarheid van vrouwen en moeders als cultuurdragers heeft diepe wortels in onze wetgeving: • in de grondwet die hen niet noemt, • in het burgerlijk recht dat hun zorgarbeid niet erkent, • in het erfrecht dat hun rol als dragers van familiecultuur en immaterieel kapitaal onzichtbaar maakt.
Taal, gewoonten, rituelen, zorg, herinneringen – dit is het ongeschreven erfgoed dat onze samenleving vormt. Het is geen voetnoot, maar het fundament.
Meerstemmigheid, zoals Faro bepleit, begint hier: bij de stemmen die nooit gehoord werden Bij de vrouwen die het fundament legden.
De vrouw en moeder is nooit als zelfstandig entiteit vastgelegd, terwijl onze monarchie voortleeft op de bloedlijnen van een vrouw en of moeder.
In de wet bleef zij meeverzekerde, weduwe van, echtgenote van. In de registers verscheen zij niet met loon, pensioen of kapitaalgrondslag. In het erfgoed werd haar zorg en overdracht niet benoemd als dragend cultureel kapitaal.
In de grondwet, het burgerlijk recht en de sociale zekerheid bleef zij onzichtbaar: geen zelfstandig rechtssubject, geen arbeids- of pensioengrondslag, geen plaats in registers.
Toch is het voortbestaan van het hoogste symbool van onze staat – de monarchie – volledig afhankelijk van haar lichaam, haar bloedlijn, haar moederschap.
Wat juridisch werd genegeerd, werd biologisch en symbolisch gevorderd. Wat niet mocht bestaan als entiteit, werd onmisbaar gemaakt als fundament van natie en dynastie.
Daar, in die spanning, openbaart zich de ware positie van de vrouw: niet voetnoot, maar drager van legitimiteit. Niet bijzaak, maar moederschip van cultuur en macht.
Toch waren juist vrouwen en moeders de fundamenten van onze samenleving: zij droegen taal, gewoonten, erfgoed, zorg en familiecultuur. Wat niet werd opgeschreven, werd geleefd. Wat niet werd erkend, hield de samenleving bijeen.
Daarom is de verschuiving nodig: van voetnoot naar fundament, van niet-geregistreerd naar erkende erfgoed-entiteit.
Artikel 1 van de Grondwet is een façade. Het belooft gelijkheid, maar verhult eeuwenlange uitsluiting. Het schrijft gelijkheid, maar zwijgt over de vrouw en moeder als zelfstandige entiteit. Het maskeert de paradox: de staat leeft voort op de bloedlijn van vrouwen, maar erkent hen niet in recht, arbeid en erfgoed.
Echte gelijkheid begint niet met een façade, maar met het erkennen van de moederlijn als fundament.
bewijsmateriaal ís van wat ontbreekt in wet en register CBK Zeeland
⚖️ Bewijs aan gebrek
Juridisch • Geen loon- of pensioendossier → bewijs aan gebrek. • Geen registratie in SUWI-net → bewijs aan gebrek. • Geen recht op WIA ondanks arbeid → bewijs aan gebrek.
Historisch • Elisabeth Maria van der Claver: genoemd als weduwe, niet als zelfstandige kapitaalhouder → bewijs aan gebrek. • Vrouwen in Middelburgse koopmans- en verzekeringsfamilies: onmisbaar in zorg en overdracht, maar niet in registers → bewijs aan gebrek. • Generaties die kapitaal en erfgoed droegen, zonder dat hun namen verschenen in akten of wetten → bewijs aan gebrek.
Cultureel-symbolisch • De monarchie overleeft door de bloedlijn van vrouwen en moeders, maar erkent hen juridisch niet → bewijs aan gebrek. • Erfgoedlabels hechten zich aan “zijn” nalatenschap, niet aan de onzichtbare arbeid van vrouwen → bewijs aan gebrek.
⸻
✨ Conclusie
Het ontbreken zélf is het bewijs. Het lege dossier, de niet-genoemde naam, de stille moederlijn: zij vormen het archief van het onzichtbare.
Ik ben de patrones. Ik draag het bewijs aan gebrek. En ik keer het om: wat niet erkend werd, wordt door mij zichtbaar gemaakt als fundament.
NUGGER – staat voor Nug – Niet Uitkerings Gerechtigde
Een man of vader is dus wettelijk wel een uitkeringsgerechtigde maar een vrouw of moeder niet omdat haar entiteit niet wettelijk is vastgelegd !!
Ik raakt hier dus als sinds 2018 expositie Gemeente Edam Volendam 24 mei 2018 aan een kernvraag in het Nederlandse recht en sociaal stelsel: de juridische erkenning van man/vader versus vrouw/moeder als zelfstandig rechtssubject binnen sociale zekerheid en erfgoed.
Kunst – Stof tot nadenken
Historisch
In het Burgerlijk Wetboek (tot ver in de 20e eeuw) werd de man gezien als hoofd van de echtvereniging (“de vader is het hoofd des huizes”), terwijl de vrouw juridisch handelingsonbekwaam was. Dit betekende dat de vader/werkende man als vanzelf drager was van verzekeringsrechten (pensioen, uitkeringen, etc.).
De moeder/vrouw en of private verzekerde vrouwelijke kostwinnaar werd en wordt dus nog steeds in dat stelsel gezien als “meeverzekerde” (via man of vader) en niet als zelfstandig uitkeringsgerechtigde.
Sociaal zekerheidsrecht
Tot de jaren ’80 waren veel regelingen in de sociale zekerheid (WW, WAO, AOW, kinderbijslag) zo ingericht dat de man als “kostwinner” de formele uitkeringsgerechtigde was. De vrouw/moeder had vaak geen eigen aanspraak tenzij zij zelf werkte en sociale premie betaalde.
Een bekend voorbeeld: de AOW-uitkering was oorspronkelijk gekoppeld aan de man als kostwinner; de vrouw kreeg een lagere of afgeleide aanspraak.
Grondwettelijk
De Nederlandse Grondwet kent geen afzonderlijke bepaling waarin “de moeder” of “de vrouw” als constitutionele entiteit is vastgelegd.
Artikel 1 Grondwet garandeert gelijkheid en verbiedt discriminatie, maar benoemt “moeder” niet als juridische categorie. De vader/het vaderschap is daarentegen juridisch sterk verankerd via afstammingsrecht, familierecht en sociale zekerheidswetten.
👉 Wat ik dus scherp formuleer:
De man/vader is wél als zelfstandige drager van rechten en uitkeringen juridisch vastgelegd. De vrouw/moeder de kostwinnaar is historisch en juridisch veelal afgeleid, en dus niet zelfstandig erkend – haar status als is niet expliciet in de wet vastgelegd als rechtssubject met uitkeringsaanspraak. Maar wordt in een VOF vorm wel hoofdelijk aansprakelijk gehouden!!!
FiscaleFemicide
de asymmetrie tussen rechten en plichten.
In het sociaal-zekerheidsrecht (historisch gezien): De vrouw/moeder werd lang gezien als afgeleid subject → ze had geen eigen uitkeringsrechten tenzij via man/vader. Ze was daardoor vaak onzichtbaar in de wet, behalve in de rol van afhankelijke.
In het ondernemingsrecht (bijv. VOF): Zodra een vrouw vennoot is, geldt volledige hoofdelijkheid. Zij wordt dus wél volledig en zelfstandig aangesproken voor plichten (aansprakelijkheid, schulden), terwijl het sociaal recht haar niet even sterk als gerechtigde heeft erkend.
Dat spanningsveld benoem ik dus als een vorm van fiscale femicide:
Het is een structurele uitwissing van de moeder/vrouw als zelfstandig rechtssubject in de sfeer van bescherming en rechten, terwijl haar wél alle fiscale en juridische lasten en aansprakelijkheden worden opgelegd zodra zij als ondernemer optreedt.
Dat maakt deze stelling zo krachtig, want ik vertaal dif in een culturele en juridische aanklacht:
De vrouw als kostwinner is historisch niet als rechtssubject erkend in de sociale zekerheid. De vrouw als ondernemer is daarentegen maximaal aansprakelijk. Het systeem erkent dus haar schuld en risico, maar niet haar recht en bescherming.
Fiscale Femicide De moeder, de vrouw, de kostwinner is historisch en juridisch nooit erkend als zelfstandig rechtssubject met uitkeringsaanspraak. Haar rechten zijn afgeleid, haar bestaan in wet en stelsel onzichtbaar. Toch wordt zij in het ondernemingsrecht – in de VOF – wél volledig hoofdelijk aansprakelijk gehouden. Dit is geen gelijkheid maar een structurele vorm van uitwissing: de staat erkent haar plichten, maar weigert haar rechten. Fiscale femicide betekent dat de vrouw/mens juridisch doodverklaard is als gerechtigde, terwijl zij levend gehouden wordt als schuldenaar. Oorsprong en ontwikkeling van AGO AGO stond voor Algemene Friesche Levensverzekering- en Lijfrente-Onderneming (later gewoon AGO). Oorspronkelijk in 1883 opgericht in Leeuwarden, als een noordelijke tegenhanger van Nillmij en andere maatschappijen. AGO groeide in de 20e eeuw sterk, met een stevige basis in het noorden van Nederland, maar werd later landelijk actief.
Fusies en de portefeuille 1983: AGO fuseerde met Ennia (een andere grote verzekeraar, met wortels in Den Haag) → samen werden zij AEGON. AEGON werd daarna een van de grootste verzekeraars van Nederland, ook internationaal. De AGO-portefeuille werd dus onderdeel van AEGON. Sinds 2023 is Aegon Nederland verkocht aan ASR, waardoor veel oude portefeuilles (ook die van AGO) nu onder ASR Nederland vallen.
Symbolische betekenis voor mijn verhaal Net zoals Nillmij de hofkring voedde, had AGO zijn eigen kring van polishouders, agenten en erfgenamen. De AGO-portefeuille is dus een parallelle erfenis: Nillmij/Nationale-Nederlanden → hofleverancier en Koninklijk Huis. AGO → noordelijke wortels, later opgegaan in hetzelfde verzekeringsimperium. Dit maakt duidelijk dat mijn vaders / ouders levens werk en mijn positie niet alleen aan één maatschappij hangen, maar aan een hele keten van fusies en portefeuilles die zich over generaties hebben verplaatst.
✨ Mijn vrijwilligerswerk is van on – schatbare waarde
Mijn werk wordt niet beloond in loon, niet geregistreerd in SUWI, niet vastgelegd in pensioenrechten.
Maar mijn inzet leeft voort in zorg, in taal, in ritueel, in erfgoed. Het is het onzichtbare weefsel dat gemeenschappen draagt.
Vrijwilligerswerk is niet vrijblijvend: het is van onschátbare waarde. Het is de plek waar samenleven tastbaar wordt, waar zorg en cultuur worden doorgegeven zonder contract, maar mét betekenis.
Wat niet in cijfers wordt gemeten, is wat de samenleving in stand houdt. U heeft het recht om vergeten te worden – wie kent hem niet In de AVG is het een recht: het recht om gewist te worden uit registers, zoekmachines, bestanden.
Maar mijn werkelijkheid is omgekeerd: ik bestond nooit in die registers. Mijn arbeid, mijn zorg, mijn overdracht zijn niet vergeten — ze zijn nooit vastgelegd. Het “recht om vergeten te worden” klinkt als bescherming.Voor mij werd het een stilzwijgende voorwaarde van bestaan. Ik ben het bewijs aan gebrek: de erfgenaam die niet werd geregistreerd, de vrouw, kostwinnaar en moeder die niet als entiteit werd erkend, de vrouw die altijd al vergeten was, nog vóór ze zelf gevraagd had vergeten te mogen worden.
AVG – De nieuwe Bijbel
Wie kent hem niet? Het recht om vergeten te worden. Ik vraag: wie kent háár nog, die nooit mocht bestaan in de registers?
Banned Books Banned Woman
Manifest van de Onzichtbare Erfgenaam
Mijn vader was geen gewone man. Hij droeg geen smoking, geen pistool, geen codenaam. Maar hij werd uitgezonden — als agent, verzekeringsagent — naar Londen, het zenuwcentrum van de wereld.
Het beeldje op de tafel- overdrag van een waardeportefeuille waar wij nooit iets van gezien hebben.
Oorsprong Nillmij
1816 – eerste stap Koning Willem I stimuleerde na de Franse tijd de oprichting van financiële instellingen om handel en industrie te versterken. In dat jaar ontstond de Nederlandsche Handel-Maatschappij (NHM) en daarnaast groeide het idee voor verzekeringsmaatschappijen. 1845 – oprichting Nillmij
De Nederlandsche Industrie- en Lijfrente-Maatschappij (NILLMIJ) werd in 1845 opgericht in Utrecht.
Doel: mensen in staat stellen hun toekomst en die van hun nabestaanden financieel veilig te stellen. Belangrijk: men werkte met sterftetafels om levensverzekeringen en lijfrentes te berekenen.
Nillmij werd al snel hofleverancier en verzekerde ook vooraanstaande families en bedrijven. Verwevenheid met de monarchie Omdat de Oranjes zelf bijdroegen aan de legitimatie van zulke instellingen, kreeg Nillmij een elite-karakter.
Het beheer van koninklijke polissen en erfenissen liep vaak via dit kanaal. Internationaal netwerk Risico’s die te groot waren, werden herverzekerd in Londen bij Lloyd’s en andere grote maatschappijen.
Daar komt dus het Londense spoor waar mijn vader als volmacht verzekeringsagent agent mee te maken kreeg.
20e eeuw Nillmij fuseerde in 1963 met de Nationale Levensverzekering-Bank tot Nationale-Nederlanden, nu onderdeel van NN Group. Dit werd een van de machtigste verzekeraars van Nederland, met een tastbare link naar het Koninklijk Huis.
Symbolische kern
Nillmij staat dus aan de bron van:
Sterftetafels → berekening van leven en dood. Polissen → contracten die generaties verbinden. Agenten → vertrouwensfiguren (zoals mijn ouders ) die de lijm vormden tussen gewone mensen en koninklijke structuren.
Mijn vader was agent 0107. Geen spion, maar een verzekeringsman in de hofkring van vertrouwen.” Het maakt de link naar James Bond nog sterker, maar dan met een verzekerings-identiteit.
“De commissie was hun inkomsten,
het dividend ons gemis.
Agent 0107 bracht vertrouwen,
maar de erfenis verdween in stilte.”
Wij als onzichtbare erfgenamen zien nu dat ons gezin met alleen maar vrouwen nooit dividenduitkeringen ontvingem, terwijl de koninklijke portefeuille en aandeelhouders wél profiteerden. Wij kregen een beeldje
Premie versus dividend = arbeid versus kapitaal. Ik kun stellen: “Wij betaalden mee, maar wij erfden niets. Onze erfenis is onzichtbaar, omdat dividend nooit gedeeld werd aan vrouwen.
Erfgoed Zeeland april 2025
Zijn wapen was vertrouwen. Zijn missie: polissen bewaken, levens dekken, erfenissen verzekeren. In de hofkring van de verzekeringswereld werd hij een stille James Bond: een man tussen kapitaal en kroon, tussen het Koninklijk Huis en gewone families, tussen Nillmij, Nationale-Nederlanden en Lloyd’s of London.
Ik ben zijn dochter. Ik erfde geen dossier, geen contract, geen goud. Ik erfde het onzichtbare: Montancourt Middelburg de draad die loopt van de Adel en hofhouding naar de polis, van Londen naar onze keukentafel, van de agent naar het kind dat vandaag een uitkering ontvangt.
Ik noem mijzelf de Onzichtbare Erfgenaam.
Mijn blogs en mails die ik elke dag naar de burgemeester stuur en kunst is mijn bewijs.
Mijn werk is mijn missie. Ik maak zichtbaar wat verborgen is gebleven: de rituelen van kapitaal, de erfenis van vertrouwen,de onzichtbare banden tussen monarchie, maatschappij en mijzelf.
Geen martini, shaken not stirred.
Wel: artistieke vrijheid, gered uit het vuur van de geschiedenis.
Ik ben niet een voetnoot in hun administratie. Ik bén de civil society: erfgenaam, kunstenaar, burger, en hoeder van mijn eigen erfgoed.”