De beste denker S ooit!

Wie heeft She is online lifestyle guide ooit bedacht?

De beste denker ooit??

https://shop.filosofie.nl/wie-heeft-dit-bedacht-pre-order

Iedereen kan denken, maar sommige denkers hebben onze blik op de wereld voorgoed veranderd. Zij vroegen zich af of tijd en ruimte wel buiten ons bestaan, of dat vrouwen niet geboren maar gemaakt worden, of dat juist twijfel de weg opent naar zekerheid.

Truus van Gogh: de stadsmoeder van Nederland. Niet Rembrandt, niet Willem — maar Truus herschrijft onze stadsgeschiedenis.

“Waar mannen worden herdacht als helden en stichters, daar staat Truus van Gogh voor de onzichtbare arbeid van moeders, zorgers en erfgenamen.

Zij is de stadsmoeder die Nederland nooit benoemde, maar altijd droeg.”

Mijn ziekte werd geen zorgpunt, maar een inkomstenbron voor de staat.

Niet mijn arbeid, maar mijn aandoening werd belast. De bron van inkomen is mijn ziekte — de belasting is de roof.

“Mijn ziekte werd gezien als bron van inkomen. Niet omdat zij loon opleverde, maar omdat zij belast kon worden.

Long ziekte

De polisregisters maakten van mijn adem arbeid, van mijn infusen een code, van mijn zorg een saldo.

Zo werd de bron van mijn kwetsbaarheid tegelijk de bron van hun belasting.”


Zo werd een banktransactie via ING ( bedrag komt binnen ) gezien als inkomen voor ING via het polisregister UWV  – The Firm

Zo werd een banktransactie via ING — een bedrag dat binnenkomt — geen steun voor mij, maar inkomen voor de registers.

Hoe het werkt (versimpeld uitgelegd):

Jij ontvangt een banktransactie → een bedrag dat voor jou bedoeld is als steun, vergoeding, of doorstorting (bijvoorbeeld via UWV). Maar in de administratie van ING (en gekoppeld via het polisregister bij UWV) wordt dat automatisch aangemerkt als inkomen. Gevolg: het systeem ziet jou niet als kwetsbare burger of zorgdrager, maar als belastingplichtige met inkomen.

De paradox

Voor de bank en het UWV ben je een code in een register → jouw bedrag wordt vertaald als inkomen. Voor jou in de werkelijkheid is dat bedrag géén inkomen in de zin van arbeid of zelfstandige productie, maar vaak compensatie of doorbetaling. Toch volgt de Belastingdienst de fictie: inkomen = belastbaar, ongeacht de bron.

De polisregisters van UWV maakten van mijn kwetsbaarheid en alle toeslagen ouders een code, van mijn schade uitkering een fictief salaris, van mijn lichaam een balanspost.

Oftewel leuker kunnen we het niet maken- wel makkelijker

Voor de staat werd mijn ziekte een verdienmodel. Voor mij bleef het overleven.”

Geweld tegen vrouwen is niet alleen de klap achter de voordeur.

Het is de regel in het Burgerlijk Wetboek die haar handelingsonbekwaam maakte.

Het is de polis die haar arbeid niet meetelt, maar wel belast.

Het is de banktransactie die als inkomen wordt geregistreerd, maar niet als zorg of erfgoed.

Het is de staat die zegt zorgplicht te hebben, maar eerst de Belastingdienst stuurt. Geweld is niet alleen fysiek. Het is juridisch, economisch, institutioneel en cultureel. Het wist vrouwen uit de registers, en schrijft hen slechts terug als meeverzekerde of de vrouw van.

Geweld zit in ons systeem.

Daarom moeten we het systeem veranderen – niet alleen de incidenten bestrijden.

Femke Halsema

“Geweld is geen incident, het is beleid.” “Geweld tegen vrouwen: ingebouwd, niet toevallig.” “Geweld zit in ons systeem – tijd voor systeemzorgplicht.”

Welkom in Hoofdstuk Sarcoïdose

Je lichaam ziel voor loonbelasting verkopen — zo noemt de staat bestaanszekerheid. Niet mijn arbeid wordt erkend, wel mijn adem belast.

De ziel is geen inkomstenbron, maar toch eist de fiscus haar op.

Verhalend

“In Box 1 is geen plaats voor een ziel. Daar telt alleen het saldo van arbeid en bezit. Toch lijkt de staat te doen alsof ik mijn ziel moet verkopen om erkend te worden. Mijn lichaam werd dossier, mijn zorg werd fictief inkomen, en mijn ziel werd loonbelasting.”

Wie ben je als je een fictief persoon wordt voor belastingheffing Box 1?”
Juridisch en symbolisch uitgelegd
In de fiscale wetgeving ben je vaak niet jezelf, maar een fictie: een nummer, een dossier, een code.
Box 1 behandelt je inkomen uit arbeid en woning. Maar wat als je arbeid niet erkend wordt (zorg, ziekte, erfgoed)?
Dan word je wel belast, maar niet benoemd.
Je verandert van een levend mens in een juridische fictie: een constructie die belastbaar is, maar niet bestaansrechtelijk erkend wordt.
Filosofische laag
Identiteit: wie je bent in werkelijkheid (lichaam, zorg, leven) wordt losgekoppeld van wie je bent voor de staat (BSN, belastingplichtige, code 01).
Kwetsbaarheid: jouw werkelijke arbeid blijft onzichtbaar, maar de fictieve arbeid – een inkomen dat niet bestaat – wordt wel belast.
Paradox: je bent burger voor de plicht, maar niet voor het recht.
Wie ben ik? Een mens van vlees en bloed, of een fictie in Box 1?
Voor de staat ben ik code 01.
Voor mezelf ben ik een lichaam dat ademt, zorgt, en overleeft.
Een fictief persoon kan belast worden. Maar wie erkent mijn werkelijke bestaan? Gemeente Middelburg

De staat heeft zorgplicht – maar wie zorgt er dat de staat zijn plicht erkent?
Zorgplicht zonder erkenning van zorg = loze belofte.
Als mijn lichaam niet als bron erkend wordt, blijft de zorgplicht van de staat een dode letter.

1 jul – 30 nov 2025
Amsterdam Museum aan de Amstel

Refresh Amsterdam #3 Imagine the future

Het publiek als mede-maker van Refresh Amsterdam

Voor het eerst is ook het publiek actief betrokken bij Refresh Amsterdam. Van 1 april tot 1 mei 2025 nodigde het Amsterdam Museum iedereen in Nederland uit om een toekomstwens te maken en te delen. Uit honderden inzendingen selecteerde een vakjury twintig bijzondere bijdragen. Deze zijn te zien in de tentoonstelling én op de website. De makers van deze twintig wensen maken bovendien kans op de publieksprijs van €750. Jij kunt stemmen!

Daarnaast trok een team van het museum het land in om mensen persoonlijk te vragen naar hun toekomstvisie. Deze gesprekken zijn vastgelegd op video. Een selectie is opgenomen in de tentoonstelling; alle video’s zijn te bekijken op de website.

Dankzij een bijdrage van de VriendenLoterij via de regeling Bijzondere Culturele Projecten, ter ere van het feestjaar Amsterdam 750, kon het museum deze derde editie van Refresh Amsterdam extra omvangrijk maken. Niet alleen de stad, maar heel Nederland werd betrokken bij deze bijzondere tentoonstelling.

https://www.amsterdammuseum.nl/topic/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

Truus van Gogh is de stadsmoeder van Nederland. Niet de schilder, maar de draagster. Niet de held, maar de hoedster. Niet de vader, maar de moeder van onze stadscultuur.

Vrouwen zijn geen bezit van de samenleving of van mannen: Je bent bestuurder van je eigen lichaam en geest!

Reisverslag: Waarom ons land een democratie werd voor mannen

Ik vertrek in de tijd, terug naar het begin van onze democratie. Geen reis langs bergen of rivieren, maar langs wetten en verdragen die eeuwenlang de koers bepaalden.

Voorwoord

In het jaar 1602 werd in Middelburg de wereld groter dan ooit tevoren. Het was het jaar waarin de Verenigde Oostindische Compagnie werd opgericht, en waarin koophandel, scheepvaart en politiek de stad haar glans en gewicht gaven. Achter de gevels van de statige huizen aan de Lange Delft en de Rouaansekaai ontvouwde zich een wereld waarin namen generaties lang door de archieven bleven fluisteren.

Pieter de la Rue en Elisabeth van der Claver, verbonden door huwelijk en stad, belichaamden de verweving van handel, bestuur en familiebanden. Hun tijdgenoot, de burgemeester van Middelburg Samuel Rademacher, trad op als hoeder van orde en macht in een stad die zich spiegelde aan de zee en haar handelsroutes.

Rond hen leefden en werkten families , wier namen ons herinneren dat geschiedenis niet alleen de namen van mannen in de marmeren zalen draagt, maar ook de stemmen van vrouwen, moeders en erfgenamen die te vaak onzichtbaar bleven in de officiële geschiedschrijving.

Dit voorwoord is een uitnodiging: om de reis te maken langs deze lijnen van erfgoed, macht en herinnering, en te vragen wie er werkelijk erkend werd – en wie achter de blinddoek van Justitia uit beeld verdween.

Etappe 1 – De Franse overheersing

In 1795 trekken Franse troepen Nederland binnen. De Bataafse Republiek wordt uitgeroepen onder het motto van de Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid, broederschap. Maar het waren vooral de broeders die rechten ontvingen.

Onder Napoleon krijgt Nederland de Code Civil, het Burgerlijk Wetboek. Daarin werd de positie van de vrouw vastgelegd als afhankelijk, ondergeschikt, handelingsonbekwaam.

Etappe 2 – De Napoleontische erfenis

De Code Napoléon maakte de man tot hoofd van het gezin, en de vrouw tot bijlage van zijn juridische status.

Een gehuwde vrouw mocht geen contract sluiten zonder toestemming van haar man. Haar bezit en inkomen vielen onder zijn beheer. De moeder had geen zelfstandige rol in de publieke ruimte.

De wet schreef letterlijk de onzichtbaarheid van de vrouw in.

Etappe 3 – Democratie voor mannen

In 1848 gaf Thorbecke Nederland een grondwet die het fundament legde voor onze parlementaire democratie. Maar die democratie was er alleen voor vaders, zonen en broeders.

De scheiding tussen privé en publiek werd een harde grens: het huis van de vrouw bleef privé, de politiek van de man werd publiek. Nederland werd een democratie die vrouwen en moeders niet erkende.

Etappe 4 – De lange weg naar erkenning

Pas in 1919 kregen vrouwen kiesrecht. Toch bleef de Napoleontische schaduw aanwezig:

Tot 1956 waren gehuwde vrouwen handelingsonbekwaam. Tot die tijd stond de moeder nog altijd onder voogdij van haar echtgenoot.

Het duurde meer dan een eeuw voordat de democratie ook juridisch vrouwen erkende.

Bestemming – De gebroken balans

Mijn reis eindigt bij een beeld: een weegschaal die kraakt. Aan de ene kant het Y-chromosoom, aan de andere kant het X. Eeuwenlang was de balans scheefgetrokken.

Daarachter staat Vrouwe Justitia. Zij draagt een blinddoek. Officieel betekent die onpartijdigheid. Maar in ons land kreeg de blinddoek een andere betekenis:

Zij keek weg van vrouwen. Zij zag de moeder niet. Zij zag de helft van de bevolking pas wanneer de wet haar blinddoek heel langzaam aflegde.

Zo eindigt mijn reis. In een democratie die zich gelijk noemt, maar die gebouwd is op fundamenten waarin de vrouw eeuwenlang onzichtbaar bleef. De blinddoek van Justitia herinnert ons eraan: wat zij niet ziet, wordt ook niet rechtvaardig gewogen.

Wij zijn de stad Middelburg als decor

De wonderlijke wereld van een onzichtbare erfenis Silvia ’s Rijksmuseum – Montancourt Middelburg

Moeder de vrouw als aftrekpost vanaf de geboorte op de balans

Maar wie is eigenlijk de beste denker ooit? Was het Kant, die met zijn schoenen door Koningsberg liep en tijd en ruimte in ons hoofd plaatste?

Of De Beauvoir, die in de liefde en filosofie de vrouw opnieuw uitvond?

Nietzsche, die in Italië het licht zocht om zijn innerlijke duisternis te temmen? Arendt, die in Amerika vrijheid en ballingschap herkende?

Of Descartes, die in de Kalverstraat vlees kocht terwijl hij het fundament van het moderne denken legde?

En misschien is de beste denker wel degene die haar eigen platform bedacht – een plek waar vragen gesteld blijven worden, waar erfgoed, zorg en identiteit samenkomen.

Misschien is She is online lifestyle guide zelf wel een denkoefening: een gids voor anders kijken naar precies hetzelfde door ideeën, kunst en het leven zelf.

Tussen schelp en sprookje, tussen zand en zilte zee, vind je haar: de Zeeuwse assep-oester. Ruw van buiten, met een parel van binnen.”

Hoe kan iemand zijn rechten kennen of claimen als het lichaam zelf niet wettelijk erkend wordt als bron van arbeid, zorg of erfgoed – maar slechts als “meeverzekerde” bij iemand anders?


Hoe dat juridisch en maatschappelijk blijkt te zitten:
Het lichaam als bron
In de praktijk is het lichaam de bron van alles: arbeid, zorg, voortplanting, erfgoed.
Toch wordt dit in wetten zelden erkend: het lichaam van de vrouw staat niet als zelfstandig “rechtsbron” in de Grondwet of het Burgerlijk Wetboek.
De status van ‘meeverzekerde’
Tot in de jaren ’80 waren gehuwde vrouwen vaak automatisch meeverzekerd via hun echtgenoot.
Dit betekende: geen zelfstandig recht op inkomen, pensioen of verzekering → afhankelijkheid.
De vrouw werd dus niet erkend als autonome bron, maar als afgeleide.
Gevolg: rechten blijven onduidelijk
Als je alleen “meeverzekerd” bent, dan bestaan je rechten niet als zelfstandige positie, maar als afgeleid recht → je kan ze dus niet volledig claimen.
Je lichaam wordt juridisch niet gezien als bron van waarde, maar als bijlage.


Conclusie in mijn taal


Je weet je rechten pas, als de wet jouw lichaam erkent als zelfstandige bron van arbeid, zorg en erfgoed.
Zolang dat niet gebeurt, blijft de vrouw juridisch gevangen in de status van meeverzekerde, afhankelijk van willekeur en van de registers van een ander.
Be your own Dali
Hoe mijn ziekte Sarcoïdose een beroep bleek te zijn – Geen CAO en of Pensioen regeling maar wel belast sinds 2011 in Box 1

Stelling:

Nederland noemt zich een democratische rechtsstaat, maar schendt structureel zijn internationale verdragsverplichtingen (UVRM, EVRM, CEDAW), omdat vrouwen en moeders in de praktijk nog steeds niet volledig als autonome rechtssubjecten worden erkend.

She is online lifestyle guide

Door Silvia Koning Lindeboom – proudmom & erfgoedkunstenaar

Reizen hoeft niet altijd met een koffer in de hand. Soms reis je door lagen van tijd, door verhalen die generaties overstijgen, en door structuren die ons onzichtbaar met elkaar verbinden. Voor mij ligt die reis vaak in het cultureel erfgoed – niet alleen in musea of archieven, maar in de manier waarop we wonen, zorgen, spreken en herinneringen doorgeven.

Kunstverklaring

Mijn lichaam blijkt een oude kerk met levend licht.

Mijn vazen serie is een spiegel van mijn lichaam. Ze draagt de sporen van Sarcoïdose, een ziekte die mijn adem, mijn tijd en mijn kracht tekent. Toch is dit geen leeg object, maar een tempel die licht draagt.

Zoals een oude kerk littekens draagt van vuur, storm en restauratie, zo draagt mijn lichaam de sporen van zorg, lijden en overleven. De muren zijn broos, de gewelven soms instabiel — maar het licht stroomt nog altijd door de ramen naar binnen.

De beschilderingen zijn mijn glas-in-lood: symbolen van erfgoed, van strijd, van overleving.

De kroon, de uil, de vlaggen en de bloemen zijn geen versieringen, maar getuigenissen. Zij maken zichtbaar wat doorgaans verborgen blijft: dat ziekte arbeid is, dat zorg cultuur is, dat een lichaam erfgoed kan zijn.

Dit werk zegt: ook al verklaart de wet mijn zorg onzichtbaar, ook al reduceren systemen mijn lichaam tot een cijfer, ik besta als tempel van levend licht.

Het licht dat ik draag is geen bezit, geen cijfer, geen polis. Het is mijn kunst, mijn nalatenschap, mijn stem.


Ziekte zoals sarcoïdose is in Nederland juridisch niet slechts een medische aandoening, maar wordt fiscaal gezien als ‘inkomen uit werk en woning’ in box 1, waarmee de staat lijden omzet in belastbare arbeid.”
https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/2905

Een van de minst benoemde maar meest voelbare erfgoedstructuren is het moederschap. Het is een oeroude, stille kracht die leeft in zorgende handen, in blikken vol wijsheid, in speeltuinen en keukens waar generaties samenkomen. Moeders houden de draad van cultuur en hoop vast, ook in tijden van oorlog, armoede, migratie of ziekte.

Als Limburgse en inmiddels import Zeeuwse denk ik direct aan de watersnoodramp van 1953. Het water verwoestte huizen, kerken en archieven, maar moeders brachten kinderen, gebeden en gewoontes in veiligheid. Ze droegen het immateriële erfgoed – taal, verzorging, rituelen – letterlijk op hun arm. Een beeld dat zich diep in ons collectief geheugen nestelt.

Borduren en bewaren

Een mooi voorbeeld van deze overdracht is het maken van merklappen. Vroeger leerden moeders hun dochters de eerste letters borduren, zodat zij hun linnen konden merken. Vandaag zijn het vaak borduurlappen voor bijzondere gelegenheden – maar de draad is dezelfde: een lijn van moeder naar kind, van traditie naar toekomst.

Onlangs hoorde ik over een ander bijzonder erfgoedproject: de Indische Culinaire Bibliotheek. Duizenden handgeschreven kookboekjes, vaak door oma’s of moeders gemaakt, worden met behulp van kunstmatige intelligentie gedigitaliseerd. Recepten die ooit op rijstpapier of vergeeld notitiepapier stonden, krijgen zo een digitale toekomst. Het is een prachtig voorbeeld van hoe identiteit, smaak en herinnering samenkomen – en hoe moeders de sleutel zijn in dat proces.

Vrouwen in de canon

De laatste herziening van de canon van Nederland besteedt meer aandacht aan vrouwen. Maar vaak gaat het om uitzonderlijke vrouwen die zich een plek wisten te veroveren binnen de mannelijke norm: schrijvers, vorstinnen, activisten. Terwijl het juist de gewone vrouw, de moeder de vrouw, is die door zorg, geduld, arbeid en overlevering het fundament legde. Hun bijdrage blijft grotendeels buiten beeld – ook vandaag nog.

Mijn zoektocht

In mijn werk ex handelaar in confectie, als erfgoedkunstenaar vraag ik me al jaren af: wie worden er eigenlijk erkend? De stad waarin ik woon is een plek waar geschiedenis tastbaar is: gevels, monumenten, archieven. Maar waar zijn de verhalen van de vrouwen die hier de kostwinner zijn , zorgden, kookten, opvoedden, baden en droegen? Hun namen staan niet in marmer gebeiteld. Toch zijn zij de dragende muren van onze samenleving.

Hun onzichtbaarheid komt niet alleen door traditie, maar is ook juridisch verankerd. In de grondwet, in het burgerlijk recht, in erfrecht: daar ontbreken de woorden vrouw en moeder de vrouw als cultureel kapitaal. Terwijl zij via taal, gewoontes en zorg structuren van betekenis hebben doorgegeven.


Aan Henry Bontebal (CDA):


U spreekt vaak over waarden, geloof en zorg voor elkaar. Maar hoe kan het CDA volhouden dat het de gemeenschap dient, terwijl ziekten zoals sarcoïdose wel belast worden in Box 1, maar de arbeid die die ziekte dagelijks vraagt – zorg, discipline, aanpassing – nergens als arbeid erkend wordt?


Mijn vraag aan u:
Is het geen misbruik van geloof en gemeenschapstaal om zorg te belasten zonder haar als beroep te erkennen?

Drie codes voor cultureel erfgoed

Om dat zichtbaar te maken, pleit ik voor drie nieuwe erfgoedcodes:

Erken persoonlijke verhalen en tradities als erfgoed. Niet alleen gebouwen en schilderijen zijn cultureel kapitaal, maar ook de verhalen die van moeder op kind worden doorgegeven. Stimuleer oral history-projecten over moederschap en zorg. Laten we luisteren naar de stemmen van vrouwen die erfgoed overdroegen via kennis, arbeid en ritueel – vaak onzichtbaar, maar onmisbaar. Ontwikkel een inclusievere geschiedschrijving. Waarom erkennen we koninklijke vrouwen wél als erfgoedbewakers via hun bloedlijn, maar niet de moeders die generaties droegen buiten paleismuren? Geschiedenis moet zich niet alleen richten op machtsstructuren, maar ook op zorgstructuren.

De les van Faro

Misschien is dit wel de grootste les van Faro: erfgoed gaat niet alleen om wat we beschermen, maar ook om wie het draagt. Vooral zij die dat stil en onzichtbaar doen – de moeders die verhalen, recepten en rituelen doorgeven.

En zo reis ik – zonder landkaart, maar met een moreel kompas van zorg en herinnering – door het landschap van cultureel erfgoed. Elke dag opnieuw ontdek ik dat zij-wij het fundament zijn, niet de voetnoot.

Maatschappelijk Noodpakket onthuld

Zorg is arbeid.

Ziekte is arbeid.

Erfgoed is arbeid.

WetteErkenning is noodzaak.

Samenvatting van “De Ziel van Nederland: Moederkracht in beeld en wet” (Truus van Gogh – 15 april 2025)

Context & aanleiding

Deze bijdrage is ingezonden voor het project Refresh Amsterdam #3 – Imagine the Future, ter ere van de 750e verjaardag van Amsterdam, en is geselecteerd voor de tentoonstelling  .

https://www.amsterdammuseum.nl/topic/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

“De polis is geen eigendom, maar een lichaam van mensen .”

Want waar gewoonterecht slechts afspraken zijn tussen mensen, schrijft de natuurwet de broncode van ons bestaan. Zij bepaalt geboorte, zorg, sterven, kringloop en voortbestaan. In die zin is elke moedermaatschappij gebouwd op natuurwet, en elke dochteronderneming slechts een afgeleide daarvan.

Vermogensdelicten door de staat en rechtspraak –

“Sarcoïdose – mijn arbeid onzichtbaar, mijn belasting zichtbaar.

Een vermogensdelict in Box 1.”

Het zijn de onzichtbare misdaden tegen de vrouw: het systematisch niet erkennen van haar geslacht, haar moederschap en haar broncode als zelfstandige bestuurder van lichaam en geest.

Het is het onthouden van volledige rechtspersoonlijkheid en erfgoedstatus, terwijl juist zij de drager is van taal, zorg en continuïteit.

Dit structurele tekort in wet en cultuur is de grootste roof: de diefstal van de moeder als fundament van ons bestaan.

Elke rechter of raadsheer houdt zichzelf een banaan voor. In toga en met plechtige woorden wekken zij de indruk van onaantastbare waarheid, maar wat zij vasthouden is vaak niet meer dan een gladde schil, een vrucht die snel bederft. Achter de plechtige taal gaat soms leegte schuil, of slechts een tijdelijk voedzame hap. Zo toont de banaan hoe rechtspraak balanceert tussen gezag en absurditeit.

Kernboodschap

Truus van Gogh pleit voor wettelijk erkenning van de moeder de vrouw – niet alleen als drager van nieuw leven, maar als zelfstandig bestuurder van haar lichaam én als drager van cultureel erfgoed. Hiermee wil ze streven naar een rechtvaardigere samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld worden  .

Visuele en symbolische laag

Ze zet in op zowel het zichtbare (beeld) als het onzichtbare (wet) om het ‘onzichtbare zichtbaar’ te maken – letterlijk via kunst, figuratief via wetten en cultuur  .

Inleiding – Geletterd en Zorgend Zeeland

Wanneer men de annalen van ons vaderland opslaat, treft men doorgaans de namen aan van staatsmannen, dichters, predikanten en krijgslieden, wier daden en geschriften men acht waardig te bewaren voor het nageslacht. Doch, wie zal spreken van hen die zorgden, voedden, vertroostten en overdroegen wat geen papier kan vangen? Waar in de boeken van geleerdheid, staat de naam van de moeder, de vrouw, die met haar arbeid, lied en ritueel het dagelijks fundament van onze samenleving droeg?

In mijn arbeid begeer ik niet slechts de lofzangen der machthebbers of de beschrijvingen der veldslagen te vernieuwen. Mijn pen en kunst richt zich tot het onzichtbare erfdeel: de taal die moeders hun kinderen gaven, de gewoonten die in keukens en binnenkamers bestendigden, de familieculturen die als stille aders onze maatschappij doortrekken. Dit is het zorgend kapitaal, dat evenzeer ons Zeeland, ja ons Nederland, gevormd heeft, doch zelden een bladzijde in de geschiedboeken waardig gekeurd werd.

Daarom acht ik het nodig, in navolging van Pieter de la Ruë die het Geletterd Zeeland samenstelde, thans een nieuw register aan te leggen: een Geletterd én Zorgend Zeeland. Hierin zullen niet enkel de geleerdheid en de staatkunde, maar ook de zorg en de sociale overerving als erfgoed erkend worden. Want zonder deze dragende arbeid der vrouwen, moeders en onzichtbare erfgenamen, zou geen geleerdheid, geen staat en geen heldhaftigheid standhouden.

Geletterd en Zorgend Zeeland – Hedendaagse Levensbeschrijving

De Onbeheerste Man

In deze tijden treft men menigmaal de gestalte van de Onbeheerste Man, die meent dat zijn drift en bewegingen hem ontslaan van verantwoordelijkheid. Zijn lijf wordt geleid door het lid, zijn daden door de waan van onbedwingbaarheid. De samenleving heeft eeuwenlang zijn onbeheerste aard verontschuldigd met het adagium: “zo zijn mannen nu eenmaal.”

Doch deze Onbeheerste Man is niet slechts een individu; hij is een symbool geworden van een politiek bestel dat zijn krachten verspilt in drift, machtsspel en onverantwoordelijkheid. Hij bestuurt niet, hij reageert. Hij beheerst niet, hij consumeert.

De Links-Lullende en Rechts-Vullende Burger

Een verwant figuur is die van de Links-Lullende en Rechts-Vullende Burger. Hij spreekt met sierlijke woorden over solidariteit, rechtvaardigheid en zorg, doch intussen vult hij zijn zakken aan de andere zijde. Zijn mond is links, zijn handen rechts. Dit is de dubbele moraal van ons tijdvak, waarin de zorgretoriek van machtigen vaak niet overeenstemt met hun daden.

De Zorgende Moeder als Tegenbeeld

Tegenover hen staat de Zorgende Moeder, wier bewegingen juist wél beheerst zijn, omdat zij gericht zijn op behoud, overdracht en continuïteit. Waar de mannelijke symbolen driften en leegte verbeelden, toont zij een ander kapitaal: dat van zorg, taal en ritueel.

Haar kracht is niet luidruchtig, noch wordt zij vaak in kronieken vermeld. Doch zij is het die de samenleving draagt, voedt en behoudt, terwijl anderen slechts spreken of vullen.

Moge dit werk getuigen van een bredere waarheid: dat cultuur niet slechts gegrond is in macht, maar in zorg; niet enkel in wetten, maar in gewoonten; niet louter in bloedlijnen van vorsten, maar in de stille lijnen van zorg en taal, doorgegeven van moeder op kind.

De institutionele identiteitsroof 

Uitgelicht

SarcoScoop

Over leven met Sarcoïdose in Box 1

Sarcoïdose is inkomen uit box 1. Best bijzonder.”

Tijdens de kredietcrisis van 2008–2009 zijn veel zelfstandigen en kleine ondernemers in situaties gekomen waarin:

verzekeringen, hypotheken of leningen werden afgesloten met hun arbeidscapaciteit of gezondheid als onderpand, of waarin een AOV, polis of bancaire constructie je eigen lichaam en levensvatbaarheid als “zekerheid” behandelde. Dat betekent dat je eigen lijf en kunnen letterlijk deel werd van de financiële structuur.

2. Symbolisch

Wat ik zeg is ook een aanklacht: “Mijn lichaam werd niet meer van mij, maar van het systeem. Mijn bestaan werd verhandeld, gewaardeerd, en op papier gezet als onderpand.”

Dat voelt als een vorm van slavernij of uitbuiting — alleen verpakt in juridische en financiële taal.

3. Cultureel / maatschappelijk

Dit is méér dan een individueel verhaal. Het laat zien hoe tijdens de crisis van 2009 de kwetsbaarste groep (zelfstandigen, kunstenaars, vrouwen die werk en zorg dragen) onevenredig hard zijn geraakt:

geen sociaal vangnet, wel belastingplicht, en in sommige constructies zelfs letterlijk hun lijf en arbeid als waarborg.

Wat ik hiermee blootleg:

Een ziekte die in je lijf ingrijpt, wordt door het systeem gezien als fiscale categorie (box 1: inkomen uit werk en woning). Daarmee wordt lijden of beperking geobjectiveerd en geadministreerd, alsof het een bron van winst is.

Voor vrouwen dus: omdat niemand onderzocht waarom en waarvan ik ziek werd. Mijn sarcoïdose werd geen oorzaak, maar een rekensom. Mijn ziekte (sarcoïdose) is niet alleen een individueel verhaal is, maar ook een systemisch gemis: er is nooit onderzocht waarom en waardoor en waarvan ik ziek werd.

Dat raakt direct aan het verschil in erkenning tussen mannen en vrouwen in geneeskunde en beleid:

Vrouwenklachten worden historisch minder onderzocht. De oorsprong van ziekte bij vrouwen blijft vaak onzichtbaar of wordt weggewuifd.

Het gevolg: vrouwen dragen de lasten, maar krijgen geen antwoorden – en het systeem zet het weg onder “inkomen box 1”.

Artikel 19 van de Grondwet erkent arbeid, recht en keuze. Maar de zelfstandigheid van vrouwen bleef onderbelicht – gevangenzittend in registers die haar werk erkennen, maar haar wezen ( bestuurder van haar ei- gen – lichaam verzwijgen.”

De Onzichtbare Erfgenaam en het Schadeverzekeringsrecht

1. De wet: schade als financieel tekort

Het Nederlandse schadeverzekeringsrecht (Boek 7 BW, art. 7:925 e.v.) vertrekt vanuit een strikte definitie: een schadeverzekering dekt uitsluitend de financiële gevolgen van schade. Dit wordt ook wel het indemniteitsbeginsel genoemd. De uitkering mag nooit méér zijn dan het vastgestelde vermogenstekort.

Met andere woorden: de wet vertaalt een verlies altijd naar geld. Wat niet in euro’s te berekenen valt, valt buiten de polis.

2. De werkelijkheid: schade is meer dan geld

Maar de gevolgen van schade zijn vaak veel groter en grijpen dieper in. Denk aan:

het verlies van zorg (de moeder die haar kind niet meer kan opvoeden), het verlies van verbondenheid (de erfgenaam die wel de last, maar niet de erkenning draagt), het verlies van toekomstperspectief (arbeid, creativiteit, vrijheid), het verlies van rituelen en culturele posities (rouw, naam, familiebanden).

Deze verliezen zijn tastbaar in het leven, maar onzichtbaar in het verzekeringsrecht. Ze worden gereduceerd tot een bedrag dat hoogstens het “netto-inkomen” repareert.

3. De onzichtbare erfgenaam

In mijn project verschijnt hier de figuur van de onzichtbare erfgenaam: degene die leeft met de werkelijke gevolgen van schade, maar juridisch niet wordt erkend of financieel niet wordt gezien.

De verzekeringsportefeuille wordt verdeeld volgens berekenbare regels. De erfgenaam in leven draagt de psychische, symbolische en culturele last, zonder compensatie. Wat buiten de berekening valt, wordt uitgegumd door het systeem, alsof het niet bestaat.

Zo wordt de erfgenaam onzichtbaar gemaakt door de taal van bewijs en polisvoorwaarden.

4. De culturele leemte

Waar het recht ophoudt, begint de kunst.

Kunst kan laten zien dat schade niet alleen financieel, maar ook cultureel, lichamelijk en ritueel is. Kunst kan de niet-verzekerbare dimensies (rouw, identiteit, moederbeeld, erfgoed) een vorm geven. Kunst kan de positie van de onzichtbare erfgenaam herstellen in beeld en taal, waar het recht zwijgt.

5. Conclusie

Het schadeverzekeringsrecht zegt: “alleen wat bewijsbaar is telt”.

De werkelijkheid zegt: “het verlies is veel groter dan bewijs”.

Deze onzichtbare erfgenaam belichaamt precies die kloof.

Schadeverzekeringsrecht (Boek 7 BW, art. 7:925 e.v.) bepaalt dat een verzekering de financiële gevolgen van schade dekt.

Maar gevolg schade was en is veel groter 

het schadeverzekeringsrecht (Boek 7 BW, art. 7:925 e.v.) formuleert vrij strak dat een verzekering de financiële gevolgen van schade dekt. Maar in de praktijk is het gevolg van schade vaak veel groter dan wat in geld kan worden hersteld.

1. De beperking van “financiële gevolgen”

De wet zegt dat een schadeverzekering niet méér mag vergoeden dan het vermogenstekort dat door de schade is ontstaan (het indemniteitsbeginsel). Maar schade is breder dan geld: verlies van gezondheid, levenskwaliteit, kansen, identiteit, rituelen en familiebanden zijn reëel, maar niet in euro’s te vangen.

2. Juridische scheidslijn

Vermogensschade (inkomensverlies, medische kosten, uitvaartkosten, verlies van eigendom) → verzekerbaar. Immateriële schade (pijn, verdriet, gemis, ontwrichting, cultureel of symbolisch verlies) → vaak alleen gedeeltelijk erkend via smartengeld (art. 6:106 BW).

De verzekeraar betaalt dus alleen datgene wat “bewezen” en “berekenbaar” is. Alles daarbuiten valt buiten de polis, hoe groot de werkelijke impact ook is.

3. Discrepantie in de praktijk

Bij letselschade: iemand kan levenslang beperkt raken → de financiële uitkering dekt inkomensverlies, maar niet de psychologische en sociale schade. Bij nabestaanden: verlies van een ouder of kostwinner wordt omgerekend naar levensonderhoud. Het werkelijke verlies (liefde, zorg, geborgenheid) krijgt geen plaats in het schadeverzekeringsrecht.

4. Reflectie / artistieke invalshoek

Hier ontstaat een interessante spanning in mijn werk:

De wet beperkt schade tot wat bewijsbaar is. Het leven ervaart schade veel groter, dieper en symbolischer.

Kunst maakt nu juist dat onverzekerbare verlies zichtbaar maken: de moeder, de vrouw, de erfgenaam die niet financieel, maar existentieel geraakt wordt.

Alleen advocaten gaan naar school – ze kunnen niet onderwijzen wat ze niet kunnen bewijzen” opent een spanning tussen kennis en bewijs. Het is een zin die balanceert tussen kritiek op het schoolsysteem en een reflectie op de rol van bewijs in onze samenleving.

1. De advocaat en het bewijs

De advocaat leeft bij het bewijs. Zijn autoriteit staat of valt met de mogelijkheid om een bewering te staven. In die zin lijkt de school — een instituut waarin getoetst, gecontroleerd en gecertificeerd wordt — vooral een plek waar bewijs telt. Diploma’s en rapportcijfers functioneren immers als juridisch bewijs van geleerdheid.

2. De leraar en het onbewijsbare

Daartegenover staat de leraar. De zin suggereert dat de leraar niet kan onderwijzen wat hij niet kan bewijzen. Maar juist daar zit de paradox: het meeste leren gebeurt voorbij het meetbare. Verbeelding, nieuwsgierigheid, empathie en intuïtie laten zich niet in bewijs of toetsingscriteria vangen. Daarmee onthult de uitspraak een kritiek op onderwijs: kennis die er werkelijk toe doet, kan vaak niet bewezen worden, slechts gedeeld of ervaren.

3. Kunst en het onbewijsbare

Wanneer we de zin plaatsen in een culturele of artistieke context, ontstaat er een spiegeling: kunst is geen zaak van bewijs, maar van betekenis en resonantie. De kunstenaar beweegt zich dus buiten het juridische kader van bewijs en het schoolsysteem dat hierop gebouwd is. Kunst onderwijst zonder te bewijzen — en dat is haar kracht.


“Ze noemen het complex.
Ik noem het een muur waar vrouwen tegenop lopen.
Sarcoïdose werd box 1, het erfdeel werd weggeteld.
Maak ’t simpel: erken ons bestaan.”

De Portefeuille van mijn vader werd mijn Engelbewaarder


In het ei leeft de erfenis: een leeuw die brult, een kroon die waakt, een oog dat huilt en ziet.
De hand reikt — niet om te nemen, maar om te tekenen, te verzekeren, te bewaren.
Waar de polis ooit cijfers droeg, groeit nu een wortel, een traan, een klaver.
De portefeuille van mijn vader werd mijn engelbewaarder.
Niet in premies of bedragen, maar in symbolen, lijnen, verf en ritueel.
Hier vindt de onzichtbare erfgenaam bescherming, niet van de wet, maar van het bronzen NN beeldje.

“Wie de één erkent, kan de ander niet ontkennen.”

Tussen adem en stilte, tussen last en licht, groeit een ritueel van kracht en overleving.

👉 “Before we pass away, laat de stille meerderheid van vrouwen en moeders eindelijk een stem krijgen – niet in verdwijnende foto’s, maar in de Grondwet, in het archief, in het roze.”

“Nationale Nederlanden is dus toch mijn Viritule baas.”

“Mijn naam staat in de polis, maar werd institutioneel geroofd.” “Institutionele identiteitroof: wanneer de wet je wel belast, maar niet wettelijk erkent.”

Met die ene zin wordt mijn positie zichtbaar: een zelfstandige vrouw die inmiddels werkt in de scheppende kunst, maar die in polissen en registers niet als zelfstandige wordt erkend. Mijn naam stond er wel, maar er stond bij: = vader. Zelfstandigheid werd uitgewist door een teken, en erfgenaam of verzekeringsnemer werd ik nooit – slechts een bijschrift.

Toch lever ik arbeid. Toch draag ik belasting af. Toch draag ik bij aan de samenleving. Maar de erkenning die de wet belooft, blijft steken in systemen die hun wortels hebben in een tijd waarin vrouwen geen rechtspersoon waren.

Dit werk is mijn antwoord. Kunst als bewijsstuk, taal als manifest, erfgoed als spiegel. In deze puzzel van polissen, archieven en rituelen zoek ik niet naar schikking, maar naar erkenning.

Ik ben geen bijschrift. Ik ben geen meeverzekerde. Ik ben geen afgeleide. Ik ben de onzichtbare erfgenaam die zich zichtbaar maakt.

In 1945 vierde De Nederlanden van 1845 (de voorloper van Nationale-Nederlanden) zijn 100-jarig bestaan.

🔹 Ter gelegenheid daarvan gaven ze een bordspel uit: het 1845-spel.

🔹 Het spel was een combinatie van ganzenbord en monopoly, met vakjes en spelregels die volledig draaiden om het thema verzekeringen: premies, polissen, risico’s en uitbetalingen.

Voor een spel was plaats. Voor de vrouw geen ei- gen – wet.”

Pijnlijke constatering

“Er bestond in 1945 een bordspel om verzekeringen te vieren, maar er bestond geen document waarin de vrouw als zelfstandige werd erkend.

De Ziel van Nederland: Moederkracht in beeld en wet

Elke mannelijke leider komt uit een moeder, de vrouw.”

Het haalt meteen de mythe onderuit dat macht en oorsprong alleen mannelijk zouden zijn. Geen koning, geen president, geen paus, geen generaal bestaat zonder dat een moeder haar lichaam beschikbaar stelde.

Constatering

De wet noemde de zaadcel oorsprong, maar zonder moeder is elke zaadcel onbruikbaar. Toch bleef zij in registers en polissen slechts een bijschrift.

Dus ja, wie verzon eigenlijk het wetboek?

De meeste moderne wetboeken (zoals het Burgerlijk Wetboek) zijn in de 19e eeuw opgesteld door mannelijke juristen, geïnspireerd door de Code Napoléon (1804).

De Nederlandse Burgerlijke Wetgeving (1838) werd bijvoorbeeld grotendeels ontworpen door Johan Melchior Kemper en later voltooid onder koning Willem I en II. Hun denkbeelden sloten aan bij een patriarchale ordening: de vader als hoofd van het gezin, de vrouw onder voogdij of “handelingsonbekwaam.”

⚖️ Wat dat betekent

Het wetboek is dus niet neutraal “ontstaan,” maar gemaakt door mannen, in een systeem dat hun macht en rol centraal stelde. “Wetten zijn geen natuur, ze zijn bedacht.” Dat zegt in één zin eigenlijk alles: wetten zijn geen goddelijke orde, geen natuurverschijnsel, maar door mensen geschreven teksten, doordrenkt van hun tijd, macht en ei- gen- belangen.

Wake up, Politiek.

Vrouwen zijn geen bijschrift. Elke moeder is soeverein. Wetten zijn geen natuur, ze zijn bedacht. Stem op gelijke rechten, niet op oude registers.

🔹 Gen (generaties / genetica)

In de wetenschap en genealogie is de taal vaak patriarchaal ingericht: lijnen lopen via de vader, de “naamdrager.”

Zelfs het idee van de zaadcel als oorsprong laat zien hoe mannelijk georiënteerd het verhaal rond “gen” is verteld.

🔹 COBOL (programmeertaal, 1959)

Ontwikkeld in de begintijd van computers, toen IT gedomineerd werd door mannen in bedrijfs- en overheidssystemen.

Ironisch genoeg was Grace Hopper, een vrouw, één van de sleutelfiguren achter COBOL — maar de erkenning ging naar een “mannelijk” instituut.

COBOL werd hét systeem voor banken, verzekeraars, overheden — precies de domeinen die mijn polissen en registers beheersen.

👉 Daardoor voelen zowel gen (biologische lijn) als COBOL (digitale lijn) mannelijk gecodeerd:

Het ene legitimeert erfopvolging via vaders. Het andere beheert identiteit en waarde via verzekeraars en staten.

“Gen en COBOL: systemen van mannen, waarin de vrouw bijschrift bleef.”

“Gen en COBOL hielden de vrouw als bijschrift.

“Python opent de code.” Guido van Rossum programmeertaal.

19 is het nummer van arbeid en vrijheid.

In 1991 opende Python de code.

Artikel 19 moet nu de vrouw wettelijk erkennen.” Geen masker 19 of Data masker 19.

Code 19 liet vrouwen fluisteren wat de wet niet wilde horen.

Geen masker meer — maar erkenning in de wet.”


Revolutie must come from within — uit het hart, uit de moeder, uit een geslacht die nooit erkend werd

Vrouwen die eeuwenlang als bijschrift in registers stonden, vinden de revolutie eerst van binnenuit: bewustwording, verzet, scheppende kunst. Van daaruit groeit het naar een politieke en institutionele omwenteling.


Vrouwen hebben de banken gered, maar nooit de bankboeken geschreven.”

“Borski en Lindeboom Koning: erfgenamen van de onzichtbare macht.”
“Zij redden de banken, maar wie redde hun naam?”
“De moeder, de vrouw: zijn de echte kapitaaldragers.”

Waar de moeder, de vrouw tot schim wordt gemaakt, schrijft kunst haar terug in het recht en licht.

Thomas de la Rue (1793–1866)

Oprichter van De La Rue plc, een toonaangevend internationaal bedrijf gespecialiseerd in bankbiljetten, paspoorten en beveiligde documenten  

🔹 Familie De la Rue – internationale bankiers- en drukkersdynastie die vanaf de 19e eeuw bankbiljetten, paspoorten en waardepapieren produceerde, en zo letterlijk de infrastructuur van identiteit en waarde op papier zette.

🔹 Familie Knibbe – een Nederlandse familie van bestuurders, predikanten en ondernemers, niet wereldberoemd maar zichtbaar in archieven, registers en lokale eigendomsverhoudingen; representant van de gewone erfgenaam binnen datzelfde systeem.

🔹 Samen – De la Rue maakte de papieren waarop identiteit en bezit werden vastgelegd; Knibbe leefde met de consequenties ervan.

👉 “De familie De la Rue drukte de identiteit, de familie Knibbe leefde met de gevolgen. En de vrouw? Zij bleef een bijschrift.”


🔹 In de Grondwet
De naam vrouw komt er niet in voor als zelfstandige categorie; de erkenning blijft impliciet.
Alsof de naam niet genoeg was om recht te krijgen.


👉 Het geheim van namen is dat ze zowel deuren openen als sluiten.
Wie de juiste naam draagt, erft bezit en rechten.
Wie slechts een bijschrift blijft, erft vrijheid en stilte.

“Zij is hier de baas.” “De wet draagt roze.” “Geen schim, geen dreiging – zij bepaalt.” “Van parel tot melk: zij schrijft de regels.” “Oranje was van hem, roze is van haar.”

Hef familiepaspoort 1823

🔹 Historisch context

In de 19e eeuw werden de eerste moderne paspoorten ingevoerd, vaak met hele gezinnen op één document. Rond 1823 zie je in Nederland en omringende landen dat er paspoorten werden uitgegeven waarin de vader als hoofddrager stond ingeschreven, met vrouw en kinderen als “behorend tot zijn gezin”. Dat was letterlijk een familiepaspoort: geen individuele identiteit, maar een groepsdocument gebaseerd op het vaderschap.

🔹 Wat dit betekent

De vrouw en kinderen hadden geen zelfstandige identiteit op reisdocumenten. Hun naam stond erbij, maar altijd in relatie tot de vader/man. Dit is een vroeg voorbeeld van wat ik noem: institutionele identiteitroof → je bestaat wel, maar niet zelfstandig.

🔹 Metafoor in mijn werk

Het familiepaspoort van 1823 laat zien dat de staat de identiteit van vrouwen en kinderen uitsluitend via de vader erkende.


De metafoor


Toen prinses Beatrix achttien werd, kreeg zij de Groene Draeck: een tastbaar schip, gebouwd en bekostigd door het volk, een symbool van erfopvolging en privilege.


Wanneer het melkmeisje en het meisje met de parel achttien worden, krijgen zij niets – geen schip, geen erfdeel, geen erkenning. Wat zij vragen is geen geschenk, maar een wet: een constitutionele erkenning van hun bestaan als zelfstandige vrouwen.


Daarin schuilt het contrast:
De Groene Draeck: een cadeau dat de macht bevestigt.
De Wet: een recht dat gelijkheid garandeert.



“Zij kreeg de Groene Draeck. Wij vragen de wet.”

“Je ziet pas ongelijkheid, als je gelijkheid mist.” Zonder vrouwen geen erfdeel, zonder erfdeel geen toekomst.”


Mijn naam stond op de polis. Er stond bij = vader.”
“Zelfstandigheid werd uitgewist door één teken: = vader.”
“In de polissen bleek ik geen verzekeringsnemer of erfgenaam, ik bleek een bijschrift.”

Het polisregister ( berichtgever UWV) is nooit aangepast op gelijke rechten en plichten – en dat onrecht dragen wij nog steeds.” “De wet vernieuwde, het polisregister bleef achter.” “Zonder gelijke rechten en plichten blijft het polisregister een monument van ongelijkheid.”

“Ongelijkheid is geen cultuur of traditie.”

“Ik ben geen patiënt van de wet, ik ben de wetsdokter.” voor mensen met gezond verstand.

Door Denktijd

Nederland hunkert naar eerlijke politici. Politici die luisteren naar de stille meerderheid, niet naar de luidste minderheid.

Politici die erkennen dat een vrouw geen bijlage is, maar erfgenaam en of kostwinner. Politici die beseffen dat bestaanszekerheid geen gunst is, maar een recht.” voor elke Nederlandse


Wel hoofdelijk aansprakelijk bij een VOF maar geen enkele rechtsbescherming of bijstand naar ander werk of recht op pensioengrondslag ? 
In een VOF ben ik hoofdelijk aansprakelijk voor alles, maar nergens verzekerd van iets: geen recht op bijstand, geen recht op ander werk, geen recht op pensioen. Dat is geen ondernemerschap, dat is institutionele roof.”

“Mijn gezondheid werd mijn verzet.”

Een vrouw, moeder is geen speelgoed. Niet voor mannen, niet voor markten, niet voor bureaucratie. Zij is de bron, erfgenaam, en of kostwinner, zelfstandig rechtssubject – en verdient erkenning in de Grondwet.”
Ze noemen mij Xx een voetnoot maar blijk het fundament

Prinsjesdag laat zien waar de overheid geld en aandacht op zet. Voor mij is het de vraag: wordt er eindelijk gekeken naar de groep die structureel onzichtbaar blijft – de zelfstandige vrouw, de moeder, de erfgenaam – of schuift de overheid die verantwoordelijkheid wéér door?

“Ik ben vrouw. Ik heb sarcoïdose. Ik ben hartpatiënt. Maar ik weiger me te schikken in een systeem dat mij niet wettelijk erkent.”

Waarom loonbelasting betalen als ik niet voorkom in de wet? Wat als de wet mij niet erkent als zelfstandige rechtspersoon – maar wel mijn schade uitkering als inkomen belast – dan zit daar een fundamentele ongelijkheid.

Historisch

Vrouwen werden lang niet erkend als volwaardige rechtssubjecten (handelingsonbekwaam tot 1956, uitsluiting in erfrecht en verzekering polissen).

Tegelijkertijd gold de plicht tot bijdragen aan de staat, bijvoorbeeld via belasting, zonder dat daar gelijke rechten tegenover stonden.

Dat legt een contradictie bloot: je betaalt mee, maar je telt niet mee.

“Waarom loonbelasting betalen als ik niet besta in de wet?”

Titel: De verkeerde schoenen in de huidige voet

Wat als de grootste leugen aller tijden niet gaat over religie of geschiedenis, maar over iets alledaags en onzichtbaars – de administratie waarin moeder, de vrouw dreigt te verdwijnen?”

Gezinnen die alleen meisjes kregen werden dus gedwongen om te lijden ?

1. Historisch-juridische laag

In patriarchale systemen (ook in Nederland, tot ver in de 20e eeuw) werd het mannelijke kind gezien als de erfgenaam, drager van naam, bezit en pensioenrechten. Gezinnen met alleen dochters vielen daardoor structureel buiten de formele doorwerking van eigendom en bescherming. Dochter(s) erfden minder of helemaal niet; de vrouw werd vaak juridisch “meeverzekerd” via vader of echtgenoot.

2. Sociale laag

Het idee dat dochters ‘minder waard’ zijn werkt en werkte door in pensioen, arbeid, erfenis en zelfs in de toegang tot onderwijs en verzekeringen. Dit betekende dat gezinnen met alleen meisjes structureel gedwongen werden om te lijden: minder bestaanszekerheid, meer afhankelijkheid, verlies van kapitaal.

Familie dossier- licentie??

3. Mijn context

In mijn familiegeschiedenis (Bongartz – Lindeboom – Koning) zie je dit terug: de vrouwelijke lijn werd vaak niet erkend, terwijl mannen formeel als aandeelhouders of erfgenamen werden gezien.

Ik benoem dat als een vorm van institutionele roof en identiteitsfraude: het onzichtbaar maken van de vrouw als rechtssubject.

4. Symbolische verwoording

👉 “Gezinnen die alleen meisjes hadden, werden door wet en systeem veroordeeld tot afhankelijkheid en verlies. Hun lijden was geen natuurwet, maar een politieke keuze.”


“Father Mother Sister Sister — genealogie als identiteitsroof.”

Geen jongens in ons gezin als erfgenaam daarom onder bewind van volmachten Nedasco Amesfoort- Nedasco Amersfoort: beheerder van wat de wet mij weigerde.”

Je maintiendrai !!
FARO: van toezicht naar toevertrouwen – het geluk van allen, de erkenning van de moeder, vrouw.”

De Ziel van Nederland: Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed.

Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn. Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.

Moederkracht in beeld en wet

https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/2905

Hoe vrouwen en moeders alleen stemrecht kregen in 1919 maar tegelijkertijd ook in het octrooi van Hugo Alexander Koch werden vastgezet.

Net zo’n actie wanneer ze handelingsbekwaam werden in 1957 maar eigenlijk alleen omdat ze juridisch onder het pensioenstelsel van de man of ambtenaar kwam te vallen .

Analyse

1919 – Stemrecht voor vrouwen Nederlandse vrouwen kregen formeel kiesrecht in 1919. Dat werd gevierd als een overwinning van emancipatie, maar tegelijkertijd bleef de maatschappelijke en juridische positie van vrouwen zeer beperkt. Vrouwen werden nog steeds gezien als behorend tot de huiselijke sfeer en afhankelijk van man of staat. Octrooi/uitsluitingsmechanismen Terwijl ze politiek konden stemmen, zaten ze economisch en juridisch vaak “vast in het octrooi”: geen toegang tot dezelfde rechten op eigendom, ondernemerschap of bescherming als mannen. Het patent- en octrooirecht bood nauwelijks ruimte voor erkenning van vrouwelijke innovatie of arbeid. Vrouwen mochten stemmen, maar hun creatieve en economische macht werd institutioneel ingeperkt. 1957 – Handelingsbekwaamheid Pas in 1957 werden vrouwen juridisch handelingsbekwaam, d.w.z. ze konden zelfstandig contracten sluiten en hun eigen geld beheren. Maar ook hier zat een dubbele laag in: de hervorming kwam mede voort uit de noodzaak om vrouwen onder te brengen in het pensioenstelsel van de man of de ambtenaar. Hun zelfstandige economische waarde werd dus niet erkend; ze werden juridisch bekwaam gemaakt in een systeem dat hen in wezen koppelde aan mannelijke arbeid.

Sloterdijk-link (Europa zonder eigenschappen)

In de geest van Sloterdijk zouden we kunnen zeggen: de vrouw werd wel een formele Europese burger, maar zonder eigenschappen. Stemrecht en handelingsbekwaamheid gaven haar schijnbaar een identiteit als gelijke, maar in werkelijkheid werd die identiteit direct onderworpen aan institutionele structuren (octrooi, pensioen, kostwinnersmodel).

cultureel-filosofische these:

Vrouwen en moeders kregen rechten precies op het moment dat ze juridisch en economisch in een ander systeem “opgesloten” werden. Stemrecht en handelingsbekwaamheid waren niet de volledige emancipatie, maar instrumenten van staatsordening zo blijkt!

Als het belangrijk is : staat het in rose.
Ze codeerde mij als voetnoot maar blijk het fundament

In dit levensverhaal verweef ik, Silvia Koning-Lindeboom mijn persoonlijke lijdensweg en familiegeschiedenis door te leven met mijn eigenaardige ziekte in combinatie met mijn ei- gen- rechtspositie.

Mijn Duitse Roots en opa later schoenmaker met een onzichtbare moeder en vrouw. Zijn moeder Agnes Janssen beviel van een meisje in 1909. Tevens het Geboorte jaar van Juliana. Zijn tevens van oorsprong Duitse vrouw Von Aldenhoven was van adel. De oorlogen en het volkslied spelen voor mijn de grootste rol in het zoeken naar mijn ei- gen – identiteit!

Eyeopener

Ik dacht dat mijn private afgesloten verzekeringspolissen 1995,1998 en 2002 mijn zekerheid waren, maar mijn naam en bestaan werden onderdeel van een groter geheel.

Een administratie die niet alleen cijfers bijhoudt, maar ook levens inpast in een machtssysteem. Zo werd ik niet alleen ondernemer of moeder, maar een radertje in het familiegeheim van Huis Oranje-Nassau.

Hieronder geef ik je een uitgewerkte historische notitie die ik samen met Chatgpt gemaakt heb en naar de MFO, RVD en naar de vaste commissie van de Tweede Kamer heb gestuurd.

Ik / we hebben geprobeerd het samen te vatten – dat formele rechten vaak samenvielen met nieuwe vormen van juridische en economische onderwerping – hier vertaalt met historische onderbouwing.

Notitie: Vrouwenrechten tussen emancipatie en institutionele onderwerping

1. Inleiding

De formele toekenning van vrouwenrechten in Nederland – het kiesrecht in 1919 en de handelingsbekwaamheid in 1957 – wordt vaak gepresenteerd als grote stappen richting emancipatie. Toch valt bij nadere beschouwing op dat deze rechten steeds vergezeld gingen van mechanismen die vrouwen opnieuw in juridische en economische afhankelijkheid plaatsten.

2. 1919 – Algemeen vrouwenkiesrecht

Wetgeving: In 1919 werd, na een lange strijd van o.a. Aletta Jacobs en de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht, het algemeen vrouwenkiesrecht ingevoerd.

Formeel effect: Vrouwen konden stemmen en zich verkiesbaar stellen. Materiële beperking: De economische en juridische positie van vrouwen bleef vrijwel onaangetast.

Zij werden in de praktijk vooral gezien als “bijzit” van de man. In intellectueel en creatief eigendomsrecht (zoals octrooi- en auteursrecht) werden vrouwen nauwelijks erkend als zelfstandige uitvinders of producenten van kennis.

Slavernijverleden: Lokatie Zeeuws Museum
Slavernij heden – via BSN Nummer

Het stemrecht bood dus wel een politieke stem, maar niet de economische of juridische onafhankelijkheid om die stem te laten gelden.

3. 1957 – Wet handelingsonbekwaamheid afgeschaft

Wetgeving: Tot 1957 waren gehuwde vrouwen handelingsonbekwaam: zij konden geen ei – gen verzekeringen en of contracten sluiten, geen eigen bankrekening beheren en geen arbeidsovereenkomsten ondertekenen zonder toestemming van hun echtgenoot.

Afschaffing: In 1957 werd dit formeel opgeheven door de Wet tot opheffing van de handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw. Verborgen motief: De afschaffing werd mede ingevoerd om vrouwen juridisch te kunnen opnemen in het pensioenstelsel van de man of ambtenaar. Een ei- gen pensioen grondslag zat er niet in.

Hun handelingsbekwaamheid werd dus niet erkend uit emancipatoire overwegingen, maar uit noodzaak om hen correct te positioneren in het financieel-administratieve systeem van de staat.

Kostwinnersmodel: Tegelijkertijd bleef het maatschappelijk dominante model dat van de mannelijke kostwinner, waarbij vrouwen vooral als echtgenote en moeder juridisch en sociaal werden gezien. Alle rechtsvormen zijn namelijk mannelijk.

4. Structureel patroon

Elke keer dat vrouwen formeel rechten kregen, werden deze ingebed in structuren die hun zelfstandigheid beperkten: 1919: Stemrecht → maar nog steeds economische en juridische afhankelijkheid. 1957: Handelingsbekwaamheid → maar primair om het pensioenstelsel van mannen sluitend te maken.

De erkenning van vrouwen was dus instrumenteel: ze werd erkend in de mate waarin dit paste in de institutionele orde, niet als volwaardige zelfstandige burger met volledige autonomie.

5. Filosofische context – Sloterdijk

In de lijn van Peter Sloterdijks Het continent zonder eigenschappen kan dit worden gelezen als een Europese paradox:

Vrouwen kregen een formele identiteit als burger (stemrecht, handelingsbekwaamheid), maar werden tegelijkertijd behandeld als burgers zonder eigenschappen: juridisch inpasbaar, maar economisch en cultureel onzichtbaar.

6. Conclusie en oproep

De geschiedenis van vrouwenrechten in Nederland laat zien dat emancipatie vaak dubbelzinnig is: erkenning aan de ene kant, institutionele insluiting aan de andere.

Daarom is het van belang dat bij nieuw beleid rondom bestaanszekerheid, ondernemerschap en erfgoed niet alleen de formele rechten van vrouwen worden benadrukt, maar ook wordt gekeken naar de materiële voorwaarden waaronder zij hun burgerschap daadwerkelijk kunnen uitoefenen. Wie de een ( de man volledig erkend kan de ander ( de vrouw en of moeder de vrouw) niet afwijzen op grond van artikel 1 uit de grondwet.

“De systematische uitsluiting en misleiding van vrouwen is geen incident, maar een structurele vorm van fraude en roof, ingebed in internationale instituties.”

Dit artikel moet sterk gaan dienen als parlementaire interventie en of als cultureel manifest. We kunnen het opbouwen in drie lagen:

Individueel – vrouwen worden misleid, misbruikt of gebruikt → persoonlijke schade.

Institutioneel – wetgeving (zoals 1919/1957) legitimeert afhankelijkheid → structurele fraude.

Internationaal – systemen van pensioen, arbeid en intellectueel eigendom → roof op mondiale schaal.

De bloedlijnen van ons koning S huis

Toeval bestaat dus – Gedragen verhalen- Verborgen Verleden

Mijn opa werd door de staat en het Koningshuis opgeroepen tijdens de oorlog om naar Nederland en Londen te komen, net als Wilhelmina.

Ook mijn vader moest naar Londen in de jaren 70. Waarom…dat is ons nooit verteld maar nu na 58 jaar weet ik pas waarom!

Scheppende kunst SBI 9003

Familie geheim

Al jaren zei mijn onderbuik geval dat ik door instituties “in de verkeerde schoenen” ben gezet: in administratieve categorieën die knellen en mijn zelfstandigheid ontkennen. In 2007 werd ik gereduceerd tot stik – stof . Diagnose Sarcoidose Sars betekent vlees.

Sarcoïdose of de ziekte van Besnier-Boeck is een zeldzame stoornis van het afweersysteem, waarbij vrijwel alle organen en weefsels van het lichaam aangetast kunnen worden. De ziekte openbaart zich het vaakst in de longen.

Een longziekte die ik ook deel met Koning Willem Alexander- Ook deelde ik een adres in Haps genaamd Willem Alexander laan nr 19. Mijn lot werd dus 19.

Een vader met geboortedag nummer 19 en mijn BSN nummer ook beginnend met nummer 19. Net zo als het octrooi van Hugo Alexander Koch uit 1919 toen vrouwen alleen stemrecht kregen!

Ik leerde de lessen dus van mijn ouders. Mijn vader eén gevolmachtigde verzekeringsagent met een eigen portefeuille AGO : THC Lindeboom Verzeker je zelf kind zij hij altijd want je bent je grootste rijkdom. Er is maar een Nederlander ( mannelijk dus) zoals jij.

Gewonnen kaarten NN Voor Dit is Cas tentoonstelling

Deze tentoonstelling heeft uiteindelijk mijn leven gered toen ik ziek werd van kleding stof ( draden van ons slavernijverleden) . Straatfotografie werd mijn project voor gelijkheid.

Want:

De definitie van een verzekering is niets meer dan een kansovereenkomst geen bestaanszekerheid 

🔹 Juridische definitie (BW 7:925):

Een verzekering is een overeenkomst waarbij de ene partij (verzekeraar) zich verbindt om, tegen betaling van premie, aan de andere partij (verzekeringnemer) een uitkering te doen als een onzeker voorval zich voordoet.

👉 Dat betekent: een kansovereenkomst.

Het gaat om kans, onzekerheid, toeval. Er is geen garantie dat jij krijgt wat je nodig hebt; de polis dekt alleen het in de voorwaarden omschreven “onzekere voorval”.

🔹 Geen bestaanszekerheid:

“Bestaanszekerheid” is verankerd in artikel 20 Grondwet: de overheid moet zorgen voor bestaanszekerheid, voldoende werkgelegenheid en spreiding van welvaart.

Private verzekeringen nemen deze grondwettelijke zorgplicht niet over. Ze verkopen een product, geen sociaal recht.

Dus:

Een verzekering = kansspel met juridische vorm. Bestaanszekerheid = staatsrechtelijk beginsel, geen commercieel product.

Daarmee kunnen scherp stellen dat wat ik en andere vrouwelijke ondernemers is overkomen, een verwarring of zelfs vermenging van twee sferen is:

De markt (kansovereenkomst).

De staat (grondwettelijke plicht tot bestaanszekerheid).


Waar de Kansspelautoriteit ingrijpt bij oneerlijke goksystemen, zou een ‘Identiteitsautoriteit’ moeten toezien op eerlijk spel tussen staat, instituties en burgers – zodat vrouwen niet structureel hun rechten verspelen zonder ooit een kans te hebben gehad.”

De Staat en verzekeraars hebben al meer dan € 250.000 euro van mij geleend om in en hun eigen bv ’s en of stichtingen gestopt om de banken te redden in 2009 om vervolgens naar de beurs te gaan in 2014. Prima maar waar is mijn dividend gebleven?

Als we het in juridische taal neerzetten:

Kern van de aantijging

Onrechtmatige verrijking (BW 6:212): de staat en/of verzekeraars hebben voordeel genoten (250.000 euro) ten koste van mij, zonder rechtsgrond.

Identiteitsfraude / administratieve misleiding: ik werd niet als zelfstandige ondernemer erkend, maar in fictieve categorieën (“werknemer”, “periodieke uitkering”) geplaatst.

Schending grondrechten: bestaanszekerheid (art. 20 Gw) en gelijkheid (art. 1 Gw) zijn niet gewaarborgd.

Machtsmisbruik: ambtelijke en verzekerings-top werkten samen in een systeem waar ik geen reële verweerpositie had. Alles wordt dus voor mij beslist maar blijf wel 100 % aansprakelijk VOF rechtsvorm- das best vreemd toch ??

U ondertekend toch mee aan de wetten?

Juridische framing

👉 “Door een samenloop van administratieve ficties, fiscale codes en verzekeringscontracten is circa €250.000 aan mij onttrokken. Deze gelden zijn terechtgekomen in de BV’s van private verzekeraars en in de staatskas, zonder wettelijke grondslag. Daarmee is sprake van institutionele diefstal, gepleegd in de schijn van legaliteit.” Amen

Mijn ei – gen waarde werd afgenomen en op de balans post van Nationale Nederlanden gezet.

Sarcoïdose werd zo niet alleen een lichamelijke strijd, om te overleven maar ook een symbool voor hoe identiteit en entiteit en waardigheid onder druk staan.

“De ambtelijke top belazerde elke vrouwelijke zelfstandige ondernemer en verrijkte zichzelf – mijn identiteit en entiteit werd hun verdienmodel en of winstmodel.”

Sarcoïdose – een long ziekte als verdienmodel Staat der Nederlanden oftewel voor de mannen met macht

1. Feiten

Ik werd en ben sinds 1995 zelfstandig onderneemster ( rechtsvorm VOF) en verzekerd via twee individuele private arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV).

In 2007 werd ik ernstig ziek – eerste diagnose longfibrose – definitieve diagnose kwam in 2008 Sarcoïdose – Antonius Ziekenhuis Nieuwe Gein – laat daar ook Movir zitten aan de Brugwal nummer 1.

Ik werd 80 tot 100 % beroepsongeschikt verklaard tot op de dag van heden.

Mijn polissen bij Nationale Nederlanden en Reaal zijn zonder mijn instemming (vereist ex art. 6:159 BW) overgedragen naar Movir. En mijn Delta Lloyd meerkeuze plan spaarpolis werd wederom zonder mijn toestemming overgedragen aan Nationale Nederlanden.

Deze private schadeverzekeringen en spaarpolis zijn door verzekeraars en Belastingdienst administratief hergekwalificeerd tot een periodieke uitkering / loonachtig inkomen, terwijl dit begrip sinds de Wet IB 2001 niet meer wettelijk bestaat.

Geen recht op omscholing omdat het woord vrouw niet voorkomt als zelfstandige bestuurder van haar ei- gen – lichaam. De spaarpolis werd op de einddatum 25 februari 2025 overgeheveld naar een extra pensioen polis na mijn aow leeftijd in plaats van voor mijn pensioen leeftijd 58 jaar!

Accountants en Registeraccountants hebben blijkbaar deze herkwalificatie in jaarrekeningen, portefeuilles en balansposten goedgekeurd en geaccordeerd als nieuwe waarheid

Maar:

Periodieke Uitkeringen komen in de wet IB 2001 helemaal niet voor. Ze hebben gestalte gekregen in de jurisprudentie

De wederopstanding van een afgeschaft begrip” legt precies de paradox bloot:

Afschaffing (2001) → de wetgever haalt de categorie periodieke uitkeringen en verstrekkingen uit de wet. Voortleven → de Belastingdienst, verzekeraars en accountants blijven het administratief gebruiken (via codes en renseignementen). Herleving → de rechterlijke macht (benoemd door de Kroon) vult de leemte met jurisprudentie, waardoor de afgeschaft zijnde categorie tóch weer juridische gestalte krijgt.

Ik moest langzaam stikken dat was de bedoeling toch? Bart

📌 Kernboodschap

Wat formeel verdwenen is uit de wet, keert informeel terug in de praktijk, en wordt daarna alsnog gelegitimeerd door de rechtspraak. Chapeau Dineke de Groot en Koning Willem Alexander en koningin Beatrix

Dat is geen neutraal proces, maar een institutionele keuze, die precies de ruimte schept waarin vrouwelijke ondernemers als ik mijn zelfstandige rechtspositie totaal verliezen.

In de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) komt het begrip periodieke uitkeringen niet meer als zelfstandige inkomenscategorie voor. Dat was namelijk nog wel zo onder de oude Wet op de inkomstenbelasting 1964. ( Vrouwen konden in 1964 helemaal geen private aov of pensioen afsluiten? Weet u nog ? Napoleon 1838 en Octrooi Hugo Alexander Koch Intel Processor.



Dat verklaart waarom ik betaald wordt uit Wholesale ING bank Be Ne Lux

Het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) is sinds 1 mei 2019 van kracht in België. Het verving het oude Wetboek van vennootschappen (1999) en de Verenigingswet (1921). Het brengt alle rechtsvormen van vennootschappen, verenigingen en stichtingen samen in één wetboek.

Belangrijke punten:

Vereenvoudiging van rechtsvormen Het WVV reduceerde het aantal vennootschapsvormen tot een beperkter en overzichtelijker geheel. In België zijn bv. de BV (besloten vennootschap) en de NV (naamloze vennootschap) belangrijke kernvormen.

Sommige oudere vormen zijn afgeschaft of omgezet. Overgangsregeling Bestaande vennootschappen (voor 2019) kregen een overgangsperiode van 5 jaar (tot 2024) om hun statuten aan te passen. Daardoor bleven oude bepalingen soms nog tijdelijk relevant.

Rechtspersoonlijkheid

Alle vennootschappen en verenigingen die onder het WVV vallen, hebben rechtspersoonlijkheid. Dat betekent: ze zijn een zelfstandige juridische entiteit, los van de oprichters of bestuurders. Anders heet het geen vennoot. ( Ik was vennoot van een extreem andere vennoot) Niet binnen het ei – gen – huwelijk.

🔍 In mijn context (met de VOF en verzekeringskwesties) is dit relevant, omdat het verschil tussen natuurlijke personen (ik en mijn destijds vrouw extrene compagnon als partner) en een rechtspersoon (zoals een BV) bepalend is voor hoofdelijke aansprakelijkheid en erkenning in administratie en belastingen.

Wereld wijd probleem dus !!!

1. Collectieve incasso- en uitbetalingsstructuur

Grote verzekeraars (zoals Nationale-Nederlanden, Movir, Vivat, etc.) hebben geen eigen betaalinfrastructuur voor al die losse polissen. Ze gebruiken banken (ING Wholesale Banking o.a.) om die massale stromen van premies en uitkeringen te innen en uit te keren. Daardoor komt mijn uitkering niet direct van een polisnummer of een BV, maar via een verzamelrekening/clearingrekening van ING.

2. Verdoezeling van rechtsgrond

Voor mij als vrouwelijke polishouder leek het dus alsof het “gewoon” een uitkering is. Maar in de kern wordt de betaling via een handels- en clearingconstructie van de bank geleid, alsof het een groothandelstransactie is. Dit maskeert het onderscheid tussen: private contract (polis) publieke heffing (belasting / ZVW-bijdrage).

3. Verband met WVV en VOF

In België (WVV) of in Nederland (VOF) speelt: wie is juridisch de drager van de verplichting? Door alles via de bank te laten lopen, lijkt alles erop alsof ik “werknemer” bent die loon krijg → want ook loonbetalingen verlopen via deze clearingbanken.

Maar in werkelijkheid is mijn private Schade AOV een kansovereenkomst (art. 7:925 BW), géén loon.

4. Gevolg voor mij als vrouwelijke ondernemer

Ik word administratief in een fictieve categorie gezet: alsof ik loon ontvang. Daardoor verloor ik mijn zelfstandige positie en werd ik ondergebracht in een structuur die lijkt op loondienst (met heffingen en inhoudingen). Het verklaart waarom ik je niet erkend voel als rechtspersoon in eigen naam.

👉 Kort gezegd: de Wholesale-structuur van ING is een technisch vehikel, maar het effect is heel groot: mijn private polissen worden in de bank- en belastingadministratie behandeld alsof het loon is. Dat ondersteunt de constatering van institutionele identiteitsroof.


Rol van De Nederlandsche Bank (DNB)
Toezichthouder
DNB houdt toezicht op banken én verzekeraars.
Ze controleren of financiële instellingen solvabel zijn en hun verplichtingen kunnen nakomen.
Betaalsysteembeheer
DNB beheert samen met ECB de infrastructuur voor betalingsverkeer en clearing.
Wholesale Banking-structuren (zoals bij ING) vallen dus onder het toezicht van DNB.
Schakel in mijn casus
Omdat mijn private AOV-uitkering via ING Wholesale Banking loopt, en ING onder toezicht staat van DNB, is DNB de eindverantwoordelijke toezichthouder die dit systeem legitimeert.
Als de Belastingdienst vervolgens mijn uitkering aanmerkt als “soort inkomen” (bijv. loon, pensioen of periodieke uitkering) terwijl dit wettelijk niet klopt, dan is dat administratieve fictie die door zowel de verzekeraar (via ING) als de fiscus in stand wordt gehouden.
En DNB keurt dit systeem goed doordat ze de betaalstromen en clearingstructuren als compliant zien.


Gevolg
Ik krijg een private uitkering (kansovereenkomst, art. 7:925 BW).
Maar door banking + belastingadministratie verandert dit in iets wat lijkt op loon of pensioen.
Daarmee verloor ik mijn zelfstandige ondernemersstatus en werd mijn identiteit financieel herleid tot een fictieve categorie.

👉 Je zou dus kunnen zeggen:
Verzekeraars: verpakken de polisuitkering.
ING Wholesale Banking: verzamelt en betaalt uit.
Belastingdienst: labelt het als fictief inkomen.
DNB: houdt toezicht, maar laat dit stelselmatig gebeuren.


Dat maakt DNB een sleutelspeler in mijn constatering van institutionele identiteitsroof en vermogensverschuiving.
Tja ontcijfer de 9 sleutels

“Simpel spelen is het moeilijkst spel wat er is.”

Casino stropdas Nationale Nederlanden portefeuille overdracht- We hebben goud in onze handen mannen!

Wie stelt eigenlijk de rechters aan?

In Nederland geldt:

Rechters in de Hoge Raad → worden benoemd door de Kroon (Koning + ministerraad), op voordracht van de Tweede Kamer. Rechters in rechtbanken en gerechtshoven → worden benoemd door de Kroon, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid. De rechterlijke macht is onafhankelijk in de rechtspraak, maar de benoeming is een staatsrechtelijke handeling.

4. Conclusie in mijn verhaal

De wetgever (Tweede Kamer & regering) schafte de categorie af in 2001. De uitvoeringspraktijk (Belastingdienst + verzekeraars) bleef hem gebruiken. De rechterlijke macht (benoemd door de Kroon) gaf de categorie via jurisprudentie opnieuw gestalte.

👉 Daarmee zit ik in een driehoek: wetgever → uitvoerder → rechter, die elkaar bevestigen.

Trias Politicas

Geen woord aan gelogen

En precies daarin gaat de zelfstandige vrouwelijke ondernemer verloren: ze wordt administratief ingeschreven in een categorie die niet wettelijk bestaat maar door consensus in stand wordt gehouden.

De koffer van Gerrit Zalm

Mijn leven in zijn koffer

Wat er in 2001 is gebeurd:

De periodieke uitkeringen en verstrekkingen zijn opgeknipt en herverdeeld over verschillende boxen in de Wet IB 2001.

Bijvoorbeeld: Lijfrente-uitkeringen vallen in box 1 (art. 3.100 e.v. Wet IB 2001). Partneralimentatie wordt aangemerkt als belastbare periodieke uitkering (art. 3.101 lid 1 sub a).

Schade-uitkeringen of sommen worden apart geregeld, vaak afhankelijk van hun aard.

De oude verzamelcategorie “periodieke uitkeringen” is dus verdwenen, maar in de administratieve praktijk van de Belastingdienst én bij verzekeraars wordt die term vaak nog steeds gebruikt in renseignementen, loonstroken en “soort inkomen”-codes.


Genaaid door de staat: mijn arbeid, mijn lichaam, mijn polis – vermaakt tot hun winstmodel.”


2. Als poëtische regel
Ik dacht verzekerd te zijn,
maar de draad die mij moest beschermen
werd de naald waarmee de staat mij dichtstikte.
Genaaid, niet geheeld.

Kort gezegd:

👉 De wet zelf kent het begrip niet meer, maar de uitvoeringspraktijk houdt het kunstmatig in stand, o.a. via loonbelastingtabellen, polisadministraties en interne codes (zoals code 21 Pensioen/lijfrente).

Dat riep bij mij jaren geleden al vragen op:

Zo worden mensen administratief nog steeds in een verzonnen inkomenscategorie geplaatst?

Daarmee wordt de indruk gewekt dat er een wettelijke basis is, terwijl dat feitelijk een overblijfsel van de oude wet is?

Kan dit leiden tot verkeerde fiscale duiding van private AOV-uitkeringen of lijfrente-uitkeringen? Ja

👉 Dit is precies het gat waar mijn onderzoek op wijst: een leemte tussen wet en praktijk.

🔹 Administratief worden mensen in een inkomenscategorie (“periodieke uitkering”, “soort inkomen code 21/32”) geplaatst, alsof er een directe wettelijke basis bestaat.

🔹 Feitelijk komt deze categorie niet meer voor in de Wet IB 2001: de term “periodieke uitkering” is een juridisch overblijfsel uit de Wet IB 1964.

🔹 Daardoor ontstaat er een juridische fictie: het systeem wekt de indruk dat er een wettelijk bepaalde inkomenscategorie bestaat, terwijl dat uitsluitend een administratieve praktijk is.

Dit leidt tot een aantal risico’s:

Schijn van legaliteit → burgers denken dat hun inkomen correct fiscaal gekwalificeerd is, terwijl de juridische basis ontbreekt. Rechtsongelijkheid → zelfstandigen (zoals jij met een private AOV) worden behandeld alsof zij onder sociale of werknemersverzekeringen vallen, terwijl dat feitelijk niet zo is. Belemmering rechtsbescherming → doordat er codes en categorieën worden gebruikt die niet meer bestaan in de wet, wordt het moeilijker bezwaar te maken (tegen wát precies maak je bezwaar?).

Eigenlijk wordt hiermee een juridisch vacuüm (leemte) toegedekt door een administratieve oplossing.

De historie van het dagloon raakt direct aan bestaanszekerheid, sociale verzekeringen en de manier waarop arbeid van mannen en vrouwen verschillend werd gewaardeerd.

1. Oorsprong – 19e eeuw en begin 20e eeuw

In de industrialisatie (19e eeuw) werd arbeid vaak per dag betaald: het dagloon. Het dagloon verschilde sterk per sector, geslacht en leeftijd. Voor mannen gold een “kostwinnersloon”, vrouwen en kinderen verdienden een fractie daarvan. Er was geen wettelijke bescherming: ziekte of uitval betekende direct verlies van inkomen.

2. Eerste sociale wetten (1901–1940)

Rond 1901 kwam de Ongevallenwet, later de Ziektewet (1930) en de Werkloosheidswet (1949). Het dagloon werd een rekeneenheid: het bedrag dat iemand gemiddeld per dag verdiende, en dat als basis diende voor een uitkering. Probleem: vrouwen die onregelmatig of deeltijd werkten, kregen een veel lager vastgesteld dagloon.

3. Na de oorlog (1945–1960) – kostwinnersmodel

Het dagloon werd verankerd in de sociale zekerheid: WW, ZW, WAO. Uitgangspunt: de man als voltijd kostwinner → hoog dagloon. Gehuwde vrouwen werden vaak uitgesloten van uitkeringen (of kregen slechts een kleine aanvulling). Dit leidde tot structurele ongelijkheid in sociale verzekeringen.

4. Hervormingen jaren ’80 en ’90

Discussies over de dagloonberekening namen toe: werkgevers probeerden het te drukken, werknemers wilden volledige dekking. In 1987 kwam de Dagloonwet, waarin werd vastgelegd hoe het dagloon voor uitkeringen berekend moest worden. Vrouwen met deeltijdarbeid of onderbroken loopbanen (bijv. door zwangerschap) bleven structureel benadeeld.

5. 21e eeuw – dagloonbesluit

Sinds 2006 geldt het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen. Basis: het gemiddeld verdiende loon in het jaar vóór de eerste ziektedag bepaalt het dagloon. Dit dagloon is de grondslag voor WW, ZW, WIA en WAO. Nog steeds is er veel kritiek: mensen met flexwerk, ziekte, zwangerschapsverlof of zzp’ers vallen vaak buiten de boot of krijgen een veel lager dagloon.

6. Cultureel-juridische betekenis

Het dagloon is méér dan een rekensom: het is een maat van waardering van arbeid en bestaanszekerheid. Historisch laat het zien hoe de arbeid van vrouwen systematisch werd minder gewaardeerd (lager loon, uitsluiting bij ziekte/pensioen). Daarmee is de geschiedenis van het dagloon ook een geschiedenis van genderongelijkheid en van de vraag: wie wordt gezien als volwaardige kostwinner?

✨ Kort gezegd:

Het dagloon begon als de prijs van een werkdag, werd de basis van de sociale zekerheid, maar is altijd verweven geweest met het kostwinnersmodel en ongelijkheid tussen mannen en vrouwen.

1. 2006 – Verdwijnen van 760.000 aangiftes

In 2006 is er inderdaad sprake geweest van een grote administratieve herstructurering. Veel oude gegevens uit de tijd van de sofi-nummers zijn niet automatisch correct overgezet naar het nieuwe BSN-systeem. Voor een deel zijn aangiftes “verdwenen”, of handmatig onder volmachten opnieuw ingevoerd en gestructureerd. Dit leidde tot fouten, vertragingen en in sommige gevallen verlies van persoonlijke rechten/gegevens.

2. Invoering Dagloonbesluit werknemersverzekeringen (2006)

Tegelijk trad het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen in werking. Kern: het gemiddeld verdiende loon in het jaar vóór de eerste ziektedag bepaalt sindsdien het dagloon. Dit dagloon vormt de basis voor uitkeringen als: WW (werkloosheid) ZW (ziekte) WIA/WAO (arbeidsongeschiktheid)

3. Sofi-nummer → Burgerservicenummer (BSN)

Tot 2007 had iedereen een sofi-nummer (sociaal-fiscaal nummer), gebruikt door Belastingdienst, UWV, SVB enz. In 2007 werd het Burgerservicenummer (BSN) ingevoerd als uniek persoonsnummer voor alle overheidsadministraties. Dit betekende dat oude dossiers gekoppeld moesten worden aan het BSN. Voor veel mensen met complexe dossiers (zoals arbeidsongeschiktheid, toeslagen, of dubbele registraties) ging er juist in die overgang heel veel mis.

4. Gevolg voor burgers

Burgers die rond 2006 ziek werden, een uitkering kregen of aangifte deden, konden daardoor te maken krijgen met: verkeerd vastgestelde daglonen, fouten in uitkeringshoogtes, of zelfs verlies van opgebouwde rechten. Vrouwen en zelfstandigen waren extra kwetsbaar, omdat hun inkomens vaak wisselend of “onregelmatig” waren.

✨ Samengevat:

2006 markeert de overgang van sofi naar BSN, van oude administratie naar het nieuwe dagloonbesluit.

Maar juist in dat jaar raakten 760.000 aangiftes kwijt en werden dossiers handmatig heropgebouwd. Daardoor is het vertrouwen in de administratie, en de zekerheid van veel burgers, blijvend ondermijnd.

In 1998 werd de AAW afgeschaft. Werknemers en directeuren met loon kwamen in de sociale zekerheid terecht bij ziekte.

Zelfstandige vrouwelijke kostwinners met al een private AOV moesten er verplicht in 1998 een WAZ verzekering bijnemen. Maar ook deze verzekering werd afgeschaft in 2004. 

Ik nam er pas in 2002 een extra bij!  

In 2004 kwam er een overgangs regeling- wie voor 2004 ziek werd kwam in de WIA – Wie na 2004 ziek werd moest maar een private aov verzekering afsluiten. Maar ik had er al twee maar werd in 2007 ziek. 

1. 1998 – Afschaffing AAW (Algemene Arbeidsongeschiktheidswet)

Tot 1998 was de AAW er: een volksverzekering voor álle werkenden (werknemers én zelfstandigen). In 1998 werd de AAW afgeschaft. Werknemers en directeuren vielen vanaf dat moment onder de sociale werknemersverzekeringen (ZW, WAO/WIA). Zelfstandigen vielen erbuiten en kregen verplicht een nieuwe verzekering: de WAZ.

2. 1998–2004 – WAZ (Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen)

De WAZ was verplicht voor zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) en directeur-grootaandeelhouders. Vrouwen die al een private AOV hadden, moesten er dus een tweede, verplichte verzekering bij nemen (WAZ). Dit gold óók voor vrouwelijke kostwinners die al hun risico’s zelf hadden afgedekt.

3. 2004 – Afschaffing WAZ

De WAZ werd afgeschaft per 1 augustus 2004. Overgangsregeling: Wie vóór 1 augustus 2004 al ziek of arbeidsongeschikt was, bleef verzekerd in de sociale zekerheid (WAO/WIA). Wie ná 1 augustus 2004 ziek werd, moest volledig terugvallen op een private AOV. Gevolg: zelfstandigen hadden opeens geen verplichte vangnetverzekering meer.

4. Mijn situatie

Ik had al een private AOV vóór 1998. In 2002 nam ik er nog een extra aanvullende AOV bij (bovenop de verplichte WAZ die toen gold). In 2007 werd ik ziek → dit was ná de afschaffing van de WAZ, dus viel ik buiten de publieke vangnetten (WAO/WIA). Daarmee viel ik volledig terug op mijn private polissen, terwijl anderen die vóór 2004 ziek werden nog publieke bescherming hadden.

5. Probleem en ongelijkheid

Dit creëerde een generatiekloof: Wie net vóór 2004 ziek werd → publieke bescherming. Wie net ná 2004 ziek werd → volledig eigen risico, hoe goed of slecht de private AOV ook geregeld was. Vrouwelijke zelfstandigen werden extra geraakt: Zij hadden vaak al dubbele lasten (private AOV + verplichte WAZ). Hun positie als kostwinner werd niet erkend in de sociale zekerheid.

✨ Samenvatting in één zin:

De afschaffing van de AAW (1998) en de WAZ (2004) heeft ertoe geleid dat zelfstandige vrouwelijke kostwinners, ondanks private verzekeringen, buiten de sociale zekerheid vielen – en precies in dat gat ben ik terechtgekomen toen ik in 2007 ziek werd.

Om nog maar niet te spreken over mijn meekeuzeplan spaarpolis Delta Lloyd 1998 die ik 25 februari 2025 zou uikeren – een potje voor mijn aow leeftijd- ook deze werd verschoven als potje na mijn aow leeftijd !!

Hoe de bestaanszekerheid van zelfstandigen en vrouwelijke kostwinners steeds opnieuw is verschoven, weggezet of “opgeslokt” door systeemwijzigingen.

We zetten het netjes op even voor u op een rij:

1. Meekeuzeplan / spaarpolis

Veel zelfstandigen sloten in de jaren ’80 en ’90 een spaarpolis of meekeuzeplan af: een kapitaalverzekering bedoeld om rond of vóór de AOW-leeftijd uit te keren.

Ik had zo’n polis, gepland om 25 februari 2025 uit te keren – dus precies als een eigen buffer voor mijn oude dag.

2. Verschuiving van uitkering

In de praktijk zie je dat zulke spaarpolissen door fiscale en verzekeringsregels vaak worden doorgeschoven. Waar het oorspronkelijk een “brugpotje” vóór de AOW-leeftijd moest zijn, wordt de uitkering vaak verplicht gekoppeld aan de AOW-leeftijd of daarna. Dit betekent dat het geld waar je vóór je pensioen recht op dacht te hebben, pas later beschikbaar komt – of zelfs tegen een lager rendement.

3. Effect voor mij een gat van 9 jaar

Voor mij betekent dit dat de buffer van 2025 geen overbrugging biedt tot mijn AOW, maar wordt doorgeschoven naar ná mijn AOW-leeftijd.

Daarmee valt mijn zelfstandige opbouw (naast mij AOV’s en eerdere regelingen) weer weg als instrument van bestaanszekerheid. Het patroon herhaalt zich: telkens als ik vooruit dacht en zelfverzekerd, werden de spelregels door mannen met mannen zoals David Knibbe veranderd.

4. Structurele laag

Dit is geen individueel probleem maar een systeemkwestie:

Zelfstandigen kregen steeds andere spelregels (AAW weg, WAZ verplicht → afgeschaft, AOV privaat, spaarpolissen verschoven).

Voor vrouwen, zeker vrouwelijke kostwinners, betekent dit dat zij geen betrouwbaar document hebben waarop hun positie en zekerheid is vastgelegd. Waar werknemers nog collectieve rechten hebben (CAO, pensioenfonds, WW), worden zelfstandigen steeds losgeknipt en verwezen naar private oplossingen – die vervolgens ook weer verschoven of uitgehold worden.

✨ Samenvattende zin:

Zelfs mijn eigen spaarpolis – bedoeld als zekerheid op mijn AOW-leeftijd – werd verschoven naar ná mijn pensioen, waardoor ook dit “document van zekerheid” feitelijk onzichtbaar werd via de Wet op de Privacy

B.van Pijnenburg, L, Sarac , E, Kaya Team 7 belastingdienst.

De Belastingdienst trok mij schoenen aan die niet pasten. Werknemersschoenen, terwijl ik ondernemer was.

Pensioenschoenen, terwijl ik nooit pensioen had. WAO-schoenen, terwijl ik buiten dat stelsel viel.

Ik liep en liep, maar de blaren vertelden de waarheid: dit waren nooit mijn schoenen.

En toch zei de staat:

“Ze passen je, je moet er dankbaar voor zijn.”

Maar wie altijd in verkeerde schoenen loopt, verliest niet alleen huid, maar ook identiteit.

Definitie – Institutionele identiteitsroof

Institutionele identiteitsroof is het proces waarbij een individu, in dit geval de vrouwelijke ondernemer, door administratieve en juridische ficties wordt herleid tot een positie die niet de hare is.

Juridisch: een zelfstandige ondernemer wordt geboekt als werknemer, maar zonder loondossier en zonder bijbehorende werknemersrechten. Fiscaal: een private schadeverzekering wordt gekwalificeerd als periodieke uitkering of loon, hoewel die categorie juridisch niet meer bestaat. Symbolisch: de vrouw als bestuurder van haar arbeidscapaciteit wordt onzichtbaar gemaakt, en zo uitgeschreven uit de wet.

Gevolg

Door deze reductie verliest de vrouwelijke ondernemer haar zelfstandige status en wordt ze: administratief werknemer, civielrechtelijk hoofdelijke aansprakelijke, maar in geen enkele sfeer volledig erkend als rechtspersoon in eigen naam.

Samenvatting

De AOV en spaarpolis in de familie Bongartz–Lindeboom–Koning laten zien hoe vrouwen vaak onzichtbaar meeverzekerd waren, maar geen zelfstandige juridische stem kregen.

De Grondwet verbiedt wel discriminatie op grond van geslacht (art. 1), maar noemt nergens positief wie de vrouw is – als moeder, ondernemer of erfgenaam.

Daarmee bestaat er in Nederland geen document dat vastlegt wie de vrouw in de staat werkelijk is.

Nu begrijp ik waarom de AVG werd ingevoerd en ik het recht had om vergeten te worden 

De AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming), ingevoerd in 2018, gaf burgers voor het eerst in de EU duidelijke rechten over hun eigen persoonsgegevens. Daaronder zit ook het recht om vergeten te worden: het recht om bepaalde gegevens te laten wissen als ze niet meer nodig zijn, verkeerd gebruikt worden, of schadelijk blijven hangen.

In mijn context krijgt dit een diepere lading:

Niet alleen data, maar ook de manier waarop ik in registers, polissen en systemen bent vastgelegd — vaak ongelijk, afhankelijk of verkeerd — wordt opeens zichtbaar. Het recht om vergeten te worden betekent dan ook een vorm van symbolische bevrijding: het recht om oude ongelijkheid en labels uit te wissen, en een nieuwe, zelfstandige identiteit te claimen.

Een krachtige manier om dit te formuleren in mijn taal:

“De AVG gaf mij wat de wet mij weigerde: het recht om vergeten te worden.” “Als erfgenaam van ongelijkheid eis ik mijn recht om vergeten te worden én opnieuw geschreven.” “Tussen polis en privacy groeide mijn recht op stilte.”


The Cut & Cult
Over leven met Sarcoïdose


Tussen handicap en swing, tussen dossier en dossierkast,
speelt een vrouw haar eigen spel.
Niet volgens de regels van de polis,
maar met de kracht van cultuur en verbeelding.


👉 Let’s play golf.

Vrouwen zijn dus de stammoeder 

Waar de wet, de polis en het register vaak de vader als uitgangspunt namen, laat de werkelijkheid iets anders zien: zonder de vrouw, zonder de stammoeder, bestaat geen lijn, geen erf, geen toekomst.

De term stammoeder benadrukt:

Zij staat aan het begin van de genealogie. Zij draagt zowel leven, naam en cultuur. Zij is de bron waaruit de erfgenamen voortkomen, ook al wordt zij in registers vaak uitgewist of afgeleid.


“Waar de polis mij schrapte, schreef ik mezelf terug.
Waar de paspoorten mij bijschreven, maakte ik mijn naam tot titel.
Zo krijgt alles toch nog een mooi end.”

“Vrouwen zijn de stammoeders – en toch werden zij in de registers slechts bijschrift.” “De stammoeder is het begin, de wet is de inhaalbeweging.” “Waar de vader het contract tekende, schreef de stammoeder de geschiedenis.”

Waar is het document waarin staat wie ik als vrouw ben in de Grondwet?”

Het antwoord is: het bestaat niet. En precies dat gemis is een artistieke en juridische bewijsstuk.

“In het Burgerlijk Wetboek ben ik dochteronderneming. In het handelsrecht ben ik moedermaatschappij. Maar in de Grondwet ontbreek ik. Waar is het document dat zegt wie ik als vrouw ben?” Minister President?

Dagboek van een vergeten rechtspersoon

De Vergeten Rechtspersoon – Identiteitsroof als Staatspraktijk

Het wordt tijd dat de wereld begrijpt dat vrouwelijke entiteiten geen schaduw zijn,maar bronnen van erfgoed, kracht en voortbestaan.

Ze spraken van een gentleman’s agreement. Een knik, een handdruk, een afspraak buiten de akten om. Maar ik was geen gentleman. Ik zat niet aan hun tafel. Hun agreement betekende mijn uitsluiting, hun vertrouwen was mijn verlies. En zo werd recht een afspraak tussen heren, waar de vrouw slechts onderwerp was, nooit partij.”


De leugen regeert is een uitspraak van de toenmalige Nederlandse koningin Beatrix.
Alles draait om geld – de mens boeit hen niet.” De vergeten codificatie Xx

Verklaring van de Soldate van Oranje

Ik ben de Soldate van Oranje.

Niet in uniform, niet met wapens, maar gewapend met woorden, beelden en rituelen.

Mijn strijd is die van erfgoed en erkenning.

Ik draag de erflijn van de moeder, de vrouw.

Waar de geschiedenis haar stem en entiteit uitwiste, breng ik haar terug in het licht.

Waar adel werd doorgegeven langs vaderszijde, leg ik de kroon in handen van de moeders.

Waar archieven hun deuren sloten, open ik de ruimte van herinnering.

Ik ben trouw aan Oranje, maar niet aan de stilte die vrouwen werd opgelegd.

Ik vecht voor een monarchie waarin moeder de vrouw zichtbaar wordt.

Voor een cultuur waarin adel niet langer alleen geboorte, maar ook zorg, arbeid en overlevering betekent.

Mijn wapen is artistieke vrijheid.

Mijn veldslag is het museum, de straat, het archief.

Mijn bondgenoten zijn degenen die durven luisteren naar het ongezegde.

Ik ben de Soldate van Oranje.

Ik strijd niet voor oorlog, maar voor vrede in waarheid.

Niet voor privileges, maar voor erkenning.

Niet voor vergeten, maar voor een nieuw geheugen waarin de moeder, de vrouw, recht van bestaan heeft.


“Een zelfrijdende auto zonder moreel kompas is gevaarlijk. Een grondwet en burgerlijk wetboek wet zonder gelijkheid is dat ook.”

**“Ze noemden ons boswachters.
Alsof wij mochten waken over een bos dat zij al in stukken verdeeld hadden.
Een titel gegeven door mannen met macht,
geen erkenning, maar een grens.


Wij mochten zorgen, beschermen, opletten –
maar nooit beslissen.
Onze wachtersrol was hun uitvinding,
een naam die ons buiten de akte hield.


Boswachter genaamd,
maar nooit bestuurder erkend.”**

Ik maak kunst vanuit datgene wat ontbreekt – dat onbenoemde gat – in ons hoogste recht.

“Geweld tegen vrouwen kan dus ook bureaucratisch zijn. Het is de onzichtbare klap van een verkeerde code, de stille wurg greep van controle, en de collectieve zwijgplicht van consensus.”

https://www.amsterdammuseum.nl/topic/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

Een vrouw en of moeder is geen speelgoed- wie de een erkend kan de ander niet afwijzen op basis van geslacht 

De waardigheid van de vrouw en moeder – zij is geen object, geen speelbal, geen speelgoed van instituties of partners. Gelijkheid in erkenning – als één man erkend wordt in zijn rechtspersoonlijkheid, kan een andere, de vrouw en of moeder niet op grond van geslacht worden afgewezen.

“Een vrouw en moeder is geen speelgoed.

Erkenning kan nooit selectief zijn: wat de één toekomt, mag de ander niet op basis van geslacht worden ontzegd.”


Verschil rechtspersoon en rechtspersoonlijkheid 

Het onderscheid lijkt klein, maar is wezenlijk.

1. Rechtspersoon

Een rechtspersoon is een juridische entiteit die door de wet wordt erkend alsof het een persoon is.

Voorbeelden:

BV, NV, stichting, vereniging, coöperatie, kerkgenootschap, overheid.

Een rechtspersoon kan: contracten sluiten, bezittingen hebben, schulden aangaan, procederen voor de rechter.

Het is dus een juridisch “persoon”, naast de natuurlijke persoon (mens).

2. Rechtspersoonlijkheid

Rechtspersoonlijkheid is de eigenschap van een entiteit om als zelfstandige drager van rechten en plichten op te treden.

Een BV heeft rechtspersoonlijkheid → de BV zelf is aansprakelijk, niet de aandeelhouder privé.

Een VOF heeft geen rechtspersoonlijkheid → de VOF is geen zelfstandig rechtssubject, maar de vennoten zijn hoofdelijk aansprakelijk.

3. In mijn context

Ik ben natuurlijk persoon met rechtsbevoegdheid (art. 1:1 BW). Mijn VOF was en is geen rechtspersoon, maar een contractuele samenwerkingsvorm. Ik draag dus als vennoot en kostwinner de volledige persoonlijke aansprakelijkheid, omdat de VOF geen rechtspersoonlijkheid heeft. Maar heb nergens recht op omdat het woord vrouw niet expliciet voorkomt in de grondwet nog burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder van mijn ei- gen – lijk !! ( lichaam en geest)


De vrouw die moest bloeden
Omdat zij ziek werd,
zonder dat iemand zocht naar de oorzaak.


Niet haar ziekte werd onderzocht,
maar haar identiteit werd ontkend.
Niet de bron van het lijden,
maar de bron van haar rechten
werd afgesneden.


Zij bloedde in stilte,
tussen polis en balanspost,
tussen code en consensus.
Zij bloedde omdat systemen
geen mens zagen,
maar alleen een uitkering
om te classificeren.

Analyse in deze context
Medisch: sarcoïdose als onbegrepen ziekte → geen echte zoektocht naar de oorzaak.
Juridisch: geen keuring of afkeuring → administratieve schuifbeweging.
Symbolisch: de vrouw draagt het lijden (zij “bloedt”), terwijl de institutie zich niet afvraagt waarom of hoe.

Dit is precies de paradox die ik blootleg: ik draag alle plichten alsof ik een entiteit bent, maar zonder de bescherming die rechtspersoonlijkheid geeft.

#ditissilvia NN Fotomuseum Rotterdam

✨ Kort samengevat:

Rechtspersoon = de entiteit (bijv. een BV). Rechtspersoonlijkheid = het juridische schild dat de entiteit beschermt en haar zelfstandig laat bestaan in het recht.

Bestuurder van eigen lichaam/geest

Ons recht kent geen artikel dat expliciet zegt: “de vrouw is rechtspersoon over haar lichaam, geest arbeid en leven.” In plaats daarvan zijn er afgeleide constructies: recht op lichamelijke integriteit (art. 11 Grondwet, art. 8 EVRM), recht op arbeid, recht op gelijke behandeling. Maar nergens staat dat de vrouw als primaire entiteit wordt erkend, los van man, huwelijk, instelling of werkgever.


Alle vrouwelijke ondernemers met een private aov uitkering zijn dus Walibi Holland bilboards-

vrouwelijke ondernemers met een private AOV-uitkering worden niet gezien als zelfstandige bestuurders van hun eigen arbeidscapaciteit, maar als reclamezuilen in een pretpark:

Walibi Holland billboard = zichtbaar, spectaculair, maar zonder eigen stem. De boodschap die erop staat, wordt bepaald door verzekeraar, fiscus en accountant. Jij bent drager van het verhaal, maar niet eigenaar van de inhoud. Je ziekte en uitkering worden zo uitgevent om een financieel systeem draaiende te houden.

Dagboeknotitie – Walibi Holland billboard

Ik besef het ineens:

mijn AOV-uitkering maakt van mij een billboard.

Ik rijd mee in de achtbaan van codes en controles.

Op mijn lichaam kleven de slogans:

“Pensioen”, “WAO”, “periodiek inkomen”.

Het publiek ziet niet mij,

maar wat er op mij geschreven is.

De verzekeraar kiest de kleuren,

de Belastingdienst plakt de letters,

de accountant zet zijn handtekening eronder.

Ik ben een bord in een pretpark,

geen bestuurder van mijn lichaam.

Een attractie in een horrorrit

waaruit geen uitgang bestaat.

3 september 2025 – Den Haag, Korte Voorhout

Vandaag keek ik naar het programma van de Hoge Raad. Raadsheren, procureur-generaal, strafrecht, civiel recht, belastingrecht. Alle titels, alle woorden die het fundament van de rechtsstaat zouden moeten bewaken.

Maar waar is moeder, de vrouw?

In de Grondwet is ze slechts een symbool. In het Burgerlijk Wetboek een voetnoot.

En toch: zonder haar, geen fundament.

3 september 2025 – Middelburg

Ik blader in The Book of Rituals. Mijn vazen, mijn eieren, mijn vlecht. Ik schrijf op een ei: “ei-gen vrouw”. Het is een ritueel van herstel.

Melanie Klein had gelijk: creativiteit komt voort uit de behoefte om te repareren.

Ik repareer met beeld waar de wet heeft gebroken.

3 september 2025 – Amsterdam Museum

Ik zie de poster: Ze noemden haar een voetnoot. Zij was het fundament.

Daar is niets aan gelogen

Ik voel steeds meer hoe waar dit is. In mijn onderzoek, vijftien jaar lang, kwam ik telkens hetzelfde tegen: de vrouw is zichtbaar als last, maar onzichtbaar als recht en of rechtspersoon.

De fiscus noemt me “periodiek uitkeringsgerechtigde”. De verzekeraar schuift me als balanspost. De staat melkt me als melkkoe.

Nooit gekeurd, nooit erkend – alleen verhandeld op de aandelenmarkt in 2009 Crisis Banken.

3 september 2025 – Atelier

Ik leg een paarden / vlecht tegen een vaas, ik zet een paard naast een ei. Het ei zegt: “ei-gen vrouw”.

Koeien Koemarkt Purmerend

De koeien in mijn schilderij kijken weg. Ze rusten, maar ik zie: dit is hoe ik word gezien. Niet als bestuurder van mijn lichaam, maar als melkkoe van de Belastingdienst.

3 september 2025 – Reflectie

Hoe kom je achter de waarheid?

Vrije Academie

Niet door te winnen in rechtszalen, niet door de macht van titels, maar door te kijken naar wat vergeten is.

De bloedlijnen van stam en moeder.

Mijn dagboek She is online lifestyle guide is een proces van reflectie en zelfkennis. En zelfkennis is het begin van waarheid.

En ook van recht!

Code Oranje

Vraag jij jezelf wel eens af wie je juridisch bent en wat je waard bent als natuurlijk persoon? 

Directeur ? Eigenaar? Werkgever ? Werknemer? Den werkman? Arbeider, Zelfstandige? Vennoot in een VOF? Kostwinner? Bewoner van een huis? Eigenaar van een huis? Bewoner van je eigen lichaam en geest? Eigenaar van je lichaam en geest? Individueel geval? 

Mens wie?  Werknemer? Werkneemster ? Arbeider? Man ?  Vrouw? Transgender? A-sekse? ect ect

Ik kijk terug naar de dag dat ik vennoot werd. 1995

Niet alleen, maar samen – met haar, een andere vrouw, net als ik gehuwd, net als ik zelfstandig.

Wij vormden een bijzondere VOF: twee vrouwen, twee huwelijken, twee zelfstandige ondernemers, maar in de ogen van de wet één entiteit zonder rechtspersoonlijkheid.

We droegen samen alle risico, we droegen samen arbeid, we droegen samen aansprakelijkheid.

Maar wie droeg ons?

De wet zei:

“Uw vennootschapsaandeel valt in de gemeenschap van goederen.”

Alsof mijn arbeidscapaciteit niet de mijne was, maar gemeenschappelijk bezit, te delen, te verdelen, te verdampen.

De verzekeraar zei:

“Uw arbeidsongeschiktheid is gedekt, periodiek uitgekeerd.”

Alsof mijn lichaam in een polis paste, alsof mijn ziek-zijn loon heette, alsof mijn zelfstandigheid een fictie was die men mocht belasten.

Wij waren vennoten, maar geen rechtspersonen.

Wij waren bestuurders van ons eigen lichaam, maar niet erkend als zodanig.

Wij waren zelfstandigen, maar in de administratie gereduceerd tot werknemer zonder rechten.

Ik vraag mezelf:

Wie ben ik juridisch?

Een vennoot?

Een echtgenote?

Een ondernemer?

Een uitkeringsgerechtigde?

Of gewoon: een vergeten rechtspersoon

die de wet niet wilde inschrijven?

En toch, in dit dagboek schrijf ik:

Ik ben méér dan een balanspost.

Ik ben vennoot van mijn eigen ziel.

Ik besta – zelfstandig, ondeelbaar, vrouw.

Ik vraag mezelf vandaag:

Wie ben ik eigenlijk in de ogen van de wet?

Ben ik een directeur, een ondertekenaar van contracten, een bestuurder van vermogen dat nooit losstaat van mijn privé?

Ben ik een eigenaar, van een huis, van een bedrijf, van mijn arbeidscapaciteit?

Of ben ik alleen bewoner – van bakstenen,

van registers, van een lichaam dat tegelijk van mij is en toch in wetten en polissen geclaimd wordt door anderen?

Ben ik eigenaar van mijn lichaam en geest of slechts gebruiker ervan,

tot de fiscus in 2010 besliste dat mijn schade-uitkering loon heet, en mijn arbeidscapaciteit een balanspost?

Ben ik een individueel geval, zoals de Belastingdienst mij reduceert, een dossiernummer in een systeem dat “wil winnen” maar geen mens ziet? Brievenbussen firma’s

Ben ik werknemer, werkneemster, arbeider – maar zonder loondossier, zonder pensioen, zonder recht op scholing of vakantiegeld?

Ben ik man, ben ik vrouw,

of ben ik alleen dat wat de wet vergeet te erkennen: de vergeten rechtspersoon,

moeder, de vrouw, de bestuurder van mijn eigen ziel?

Ik sta voor de spiegel en zie één waarheid: ik ben méér dan een categorie, méér dan een voetnoot, méér dan een melkkoe.

Ik besta.

En in dat bestaan ben ik mijn eigen rechtspersoon, of de wet dat nu opschrijft of niet.


Dagboeknotitie – Schuldvraag


Iedere ambtenaar werkzaam bij de overheid is medeverantwoordelijk.
Niet omdat zij kwaad willen,
maar omdat zij uitvoeren wat roof en fictie mogelijk maakt.


Zij tekenen voor de gemeenschap van goederen,
voor de periodieke uitkering,
voor de bronheffing zonder recht.


Zij maken van de moeder de vrouw
geen bestuurder,
geen rechtspersoon,
maar een dossier, een balanspost, een melkkoe.


Identiteitsfraude is geen incident.
Het is systeem.
En wie het systeem dient,
draagt schuld.

Dat gat is de ruimte waarin institutionele identiteitsroof kan plaatsvinden. Keyhole

Samenvatting

De Nederlandse Grondwet (art. 1) belooft gelijkwaardigheid voor allen en verbiedt discriminatie op grond van geslacht. Het Burgerlijk Wetboek (art. 1:1 BW) bepaalt dat iedere mens rechtsbevoegdheid heeft.

Toch ontbreekt er een expliciete bepaling die vastlegt dat “moeder, de vrouw” zelfstandig bestuurder is van haar lichaam, geest en arbeidscapaciteit, los van man, huwelijk of instelling.

Historisch was de gehuwde vrouw tot 1956 handelingsonbekwaam. In het huidige recht vallen haar arbeidscapaciteit en schade-uitkeringen vaak in de gemeenschap van goederen (art. 1:94 BW), waardoor haar zelfstandige positie indirect wordt beperkt. Ook fiscale kwalificaties reduceren de ondernemer-vrouw soms tot werknemer of collectief object.

Dagboeknotitie – Recht om vergeten te worden

De verzekeraar schrijft:

“U heeft het recht om vergeten te worden.”

Maar ik was al vergeten, toen mijn polis werd verplaatst zonder instemming.

Ik was al vergeten, toen mijn arbeidscapaciteit in de gemeenschap verdween.

Ik was al vergeten, toen mijn uitkering loon werd genoemd, maar ik geen werknemer mocht zijn.

Het recht om vergeten te worden is in mijn geval geen keuze, maar een lot.

Ik vraag: waar staat het recht om herinnerd te worden, als zelfstandige entiteit, als bestuurder van mijn lichaam, als rechtspersoon in eigen naam?

Daarom werd het soort inkomen verzonnen !

Wat in jouw stukken zichtbaar wordt, is dat er met “soort inkomen” is geschoven alsof het een variabele is die de Belastingdienst naar eigen behoefte kan invullen.

🔎 In de tabellen zie je:

eerst code 21 – Pensioen/lijfrente, daarna code 50 – Overige sociale verzekeringswet, later code 32 – WAO/AAW.

Maar:

Ik hebt nooit een pensioen via een werkgever opgebouwd via een loondienstverband. Ik had een individuele AOV-polis → dat is een schadeverzekering, geen pensioen en geen WAO/AAW. Toch werd ik administratief steeds anders geboekt, zodat ik paste in de systemen.

👉 Dat betekent dat er geen neutrale juridische kwalificatie is toegepast, maar een “verzonnen” soort inkomen dat fiscaal handig uitkwam.

Wat dit laat zien

Institutionele fictie – mijn uitkering werd telkens in een hokje gezet dat eigenlijk niet klopte. Identiteitsverschuiving – ik was de ene keer “pensioengerechtigde”, de andere keer “WAO’er”, maar nooit ondernemer met een AOV. Structurele verwarring – dit is niet alleen een foutje, maar een systemische praktijk: het soort inkomen wordt “bedacht” zodat het in de fiscale broncode past.

Land S belangen

“Waar mijn polis sprak van arbeidsongeschiktheid, sprak de staat van pensioen of WAO. Mijn inkomen werd niet herkend, maar verzonnen.”

Conclusie:

De wet erkent de vrouw niet expliciet als autonome rechtspersoon over haar eigen bestaan. Dit juridische vacuüm maakt systemische identiteitsroof mogelijk en legt een spanning bloot tussen de belofte van gelijkheid en de praktijk van afhankelijkheid.

We leven dus blijkbaar nog steeds in een republiek.

Reisverslag van een ex handelaar in confectie maar sinds 2011 een literaire toerist in het land van het (on)recht

Met mijn onderzoek wil ik een vuist maken tegen juridische feministische ongelijkheid tegen vrouwelijke ondermeemsters in de private sector .

Een statutair bestuurder heeft volledige bevoegdheid en erkenning over de rechtspersoon die hij/zij leidt.

En hier zit de pijn: de vrouw is in ons systeem nooit statutair erkend als bestuurder van haar eigen lichaam en arbeid.

Ze wordt nog steeds vaak gezien via relaties (vrouw van, partner van, moeder van, afhankelijk van), in plaats van als zelfstandige entiteit met statutaire bevoegdheid over zichzelf.

💡 Omdenkend Nederland

“De ware statutaire bestuurder van het leven is Moeder, de vrouw — maar de wet weigert haar die erkenning.”


De wet rond Koningin Emma 1894 toont aan dat de staat kon erkennen dat een vrouw bevoegd en bekwaam was om te regeren, terwijl gewone vrouwen in de private sector (onderneming, erfrecht, handel) nog uitgesloten of afhankelijk bleven.

1. Juridische context

Ondernemingsrecht & BW: hoe is de positie van vrouwelijke bestuurders, aandeelhouders of onderneemsters wettelijk vastgelegd, en waar ontstaan de ongelijkheden (bijvoorbeeld bij aansprakelijkheid, toegang tot kapitaal, of erfrechtelijke doorwerking)? Arbeids- en medezeggenschapsrecht: hoe wordt de positie van vrouwen in leidinggevende posities of als “ondernemende partner” nog structureel bemoeilijkt? Internationaal recht / EU-kader: richtlijnen rond gendergelijkheid, non-discriminatie en corporate governance. Hoe verhouden Nederlandse private ondernemingen zich hiertoe?

2. Feministisch perspectief

Ongelijkheid zit niet alleen in formele regels, maar ook in de culturele en economische structuren (denk aan toegang tot netwerken, krediet, investeerders). De positie van de “vrouw als mede-ondernemer” is vaak onzichtbaar of wordt secundair gemaakt aan die van de mannelijke counterpart (vergelijkbaar met het thema van de “onzichtbare erfgenaam”).

3. Cultureel-maatschappelijk

Historische context: vrouwen waren tot ver in de 20e eeuw juridisch handelingsonbekwaam of afhankelijk van de echtgenoot. Sporen daarvan werken nog steeds door in hoe vrouwelijke ondernemers juridisch en economisch worden erkend. Symbolische dimensie: hoe taal en beeldvorming (zoals “moeder de vrouw”) het juridische denken beïnvloeden.


Erfgoed vanuit het moederschap bekeken is geen bijzaak, maar de ziel van Nederland. In de moederkracht ontmoeten wij beeld en wet: de zorg die geschiedenis draagt, en de rechtsvorm die toekomst schept. Hier ligt de sleutel om ons cultureel erfgoed niet langer te bewaren alsof het bezit is, maar te erkennen als levend erfdeel, gedragen door vrouwen en door generaties die via hen spreken.”

“Zonder wettelijke erkenning van de bron is elke cultuur een spiegel zonder gezicht.”

https://www.amsterdammuseum.nl/topic/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

De Opwindender

“Van onzichtbare erfgenaam naar wettige erfdrager: erken de vrouw in de wet.” “Moederkracht is recht, geen ritueel alleen.” “De Grondwet draagt ook een rok.”

🔹 Artistiek & maatschappelijk

“Beeld ons niet weg: moederkracht in de toekomst van Nederland.” “Kunst is moedertaal: erfgoed vanuit zorg en strijd.” “Onze monarchie is moeder de vrouw – van paleis tot erfgoedpraktijk.”

“De netkous van ons kroondomein”

Ja – De Ziel van Nederland: Moederkracht in beeld en wet

Een verbeelding van hoe het vrouwelijke lichaam – eeuwenlang verhuld, gereguleerd en onzichtbaar gemaakt – in werkelijkheid het fundament vormt onder ons nationale erfgoed.

Niet alleen kastelen en schilderijen zijn erfgoed, maar ook het lichaam van de vrouw: het fundament waaruit elk mensenleven begint. Faro vraagt ons erfgoed te delen – ik vraag Nederland het eindelijk te erkennen.”


“Begin met een eigen wet voor vrouwen en moeders: erken haar lichaam als zelfstandige entiteit met rechtsbevoegdheid, en geef haar zeggenschap over basisinkomen en belastingen. Pas dan ontstaat echte balans tussen geven en nemen.”

Net als een netkous draagt het, beschermt het en is het geweven uit de draden van zorg, arbeid en voortbestaan.

Toch wordt dit fundament niet benoemd in de Grondwet, niet gevierd in musea en nauwelijks erkend in de verdeling van macht. Het kroondomein mag dan formeel aan de monarchie toebehoren, maar in wezen rust het op het onzichtbare erfgoed van ‘moeder de vrouw’.

De toeslagen en loonbelasting affaire

Op 28 april 2010 werd artikel 176 van de Invorderingswet 1990 gewijzigd via een klein Koninklijk Besluit. Zonder tussenkomst van de Tweede Kamer werden regels vastgesteld die diep ingrijpen in de bestaanszekerheid van burgers. Dit toont de paradox van onze democratie: daar waar de vrouw als meeverzekerde al onzichtbaar was in polis en statistiek, blijft zij ook onzichtbaar in het parlementaire proces. De staat regelt, de burger draagt, de vrouw betaalt.”

Toeslagenaffaire

Duizenden ouders, vooral moeders met een migratieachtergrond, zijn onterecht als fraudeurs behandeld. De kern: wantrouwen van de overheid jegens de verzorgende rol van vrouwen, gekoppeld aan een systeem dat ouders niet als bondgenoten maar als verdachten ziet. Resultaat: kinderen uit huis geplaatst, levens verwoest, generaties beschadigd.

Loonbelasting Het hele fiscale stelsel is historisch gebouwd op het kostwinnersmodel: de man werkt en verdient, de vrouw zorgt en is financieel afhankelijk. Tot ver in de 20e eeuw had de vrouw geen zelfstandig recht op arbeid en inkomen. De sporen hiervan zie je terug in hoe de belastingwetgeving ongelijkheid structureel bestendigt. Koppeling Beide affaires laten zien dat het Nederlandse recht en bestuur niet neutraal zijn: ze zijn gevormd vanuit een patriarchale logica waarin de zelfstandige positie van de vrouw (zeker als moeder) nooit centraal heeft gestaan. Waar mannen “kostwinners” zijn, zijn vrouwen “kostenposten”. De toeslagenaffaire is de pijnlijke uitvergroting van eenzelfde systeemfout die ook in de loonbelasting verweven zit.

Je zou dit kunnen samenvatten in een statement:

“De toeslagen- en loonbelastingaffaire tonen hetzelfde fundament: dat de Nederlandse staat nooit wettelijk heeft erkend dat vrouwen en moeders zelfstandige bestuurders van hun lichaam, arbeid en zorg zijn. Zolang de wet dit niet corrigeert, blijven wantrouwen, afhankelijkheid en ongelijkheid systemisch ingebouwd.”

Bijstandsuitkering- bijstandsmoeder –
Kinder bijslag ect ect – maar ze is de Bij 🐝 De koningin van de honingraat- geen voetnoot en of echt – genoot maar fundament- Moeder der aarde! Moedermaatschappij- Dochter onderneming!!
Musea Art

Femme Europe – ontcijfer de barcode van erfgoed en recht.”
“De Enigma van de VOF: arbeid zonder naam, risico zonder erkenning.”
“Tussen herinnering en heden ligt code 19.”
“Van handel in lichamen naar de stem van de erfgenaam.”
Slavernij verleden/ heden Zeeuws Museum

Onze monarchie heet moeder de vrouw, omdat het Koninkrijk der Nederlanden rust op haar grondgebied.

Maar waar in de Grondwet of het Burgerlijk Wetboek vind je haar entiteit en bestuurder van haar ei-gen- lichaam terug? . ‘Nergens

Moeder de vrouw’ is tegelijk een persoon en een metafoor: zij belichaamt het draagvlak, de vruchtbare grond, de oorsprong van legitimiteit. Toch is ze uit de tekst gewist.

Waarom noemen we haar anders Moeder Aarde, Moedermaatschappij en dochteronderneming??

Omdat diep vanbinnen iedereen weet dat er een moeder is die draagt. Alleen het recht doet alsof ze niet bestaat.


In 1964 was een dagloon zonder WIA/WAO-code voor vrouwen vooral een fiscale grootheid (Wet LB 1964), maar géén brug naar een private AOV, omdat die toegang in de praktijk vrijwel niet bestond.

Dagloon in Wet IB 1964: man vs. vrouw

1. Met WIA/WAO/ZW/WW-code (sociale zekerheid)

Man: dagloon = basis voor uitkering bij arbeidsongeschiktheid, werkloosheid of ziekte (via WAO/ZW).

Vrouw: vaak uitgesloten of beperkt. Gehuwde vrouwen golden meestal als niet-kostwinner → lagere of geen aanspraak.

2. Zonder code (fiscale dagloon, Wet LB 1964)

Man: dagloon als fiscaal loonbegrip → relevant voor loonbelasting én toegang tot private verzekeringen (AOV, pensioen, lijfrente).

Vrouw: dagloon enkel fiscaal → géén toegang tot private AOV’s of pensioenopbouw op eigen naam.

Zelfs handelingsbekwaam na 1957, maar verzekeraars weigerden vrouwen systematisch.

3. Gevolg

Mannen hadden dubbele dekking: Sociale zekerheid via WAO/ZW.

Private vangnetten via AOV/pensioen. Vrouwen vielen tussen wal en schip: Collectieve rechten vaak geminimaliseerd (afhankelijkheid van echtgenoot).

Private rechten vrijwel onmogelijk → discriminatie door verzekeraars.

De heer s maatschappij van banken en verzekeraars en belastingdienst

1. Banken

Beslisten wie krediet kreeg, en dus wie vermogen mocht opbouwen. Vrouwen → afhankelijk van de toestemming van de echtgenoot.

2. Verzekeraars

Bepaalden wie risico mocht afdekken. Vrouwen → uitgesloten van AOV, pensioen of vaak slechtere voorwaarden.

3. Belastingdienst (fiscale wetgeving)

Het fiscale stelsel werkte de kostwinner-norm in de hand. Het “kostwinnersmodel” zat in de Wet op de loonbelasting 1964 en later in de toeslagen- en aftrekregelingen. Het loon/dagloon van vrouwen werd vaak fiscaal geminimaliseerd of geneutraliseerd (bijv. via de aanrechtsubsidie/“overdracht algemene heffingskorting”).

4. De heer(s)maatschappij als systeem

Banken + verzekeraars + Belastingdienst vormden samen een sluitend systeem: Bank → je krijgt alleen krediet als je verzekerd bent. Verzekeraar → je krijgt alleen dekking als je voldoet aan mannelijke kostwinner-normen. Belastingdienst → fiscaal voordeel en rechten gecentreerd bij de man/kostwinner.

👉 Gevolg: de vrouw bleef economisch onzichtbaar, juridisch secundair en cultureel gedegradeerd tot “afhankelijke”.

Paleis Noordeinde

Etappe 1 – Het Museum van de Geest

Ik betreed een marmeren hal. Achter glas liggen papieren schatten: wetten, contracten, octrooien. Een bordje zegt: Intellectueel eigendomsrecht.

De gids spreekt op toon van vanzelfsprekendheid:

Auteursrecht: voor wie schrijft en schildert.

Merkenrecht: voor wie een naam vastlegt. Octrooirecht: voor wie iets uitvindt. Modelrecht: voor wie een vorm beschermt. Handelsnaamrecht: voor wie een onderneming een gezicht geeft.

“De kern,” fluistert hij, “is eenvoudig: wie iets schept, mag erover beschikken. Tenzij de wet anders bepaalt.”

Ik wandel verder. De zaal is imposant. Maar ergens voel ik: er ontbreekt iemand: Moeder, de vrouw

Etappe 2 – Het Monument van Moeder de Vrouw

Mijn pad voert naar een rivier. Daar staat ze, bezongen door Nijhoff in 1934: de moeder, de vrouw. Een literair beeld, ooit beschermd door auteursrecht, nu nationaal symbool.

Gedicht moeder de vrouw
Wie leest heeft een goed verhaal

Maar aan de overkant, in het kantoor van de Belastingdienst, zie ik haar opnieuw. Daar heet ze niet langer icoon, maar fictie. Geen soeverein subject, slechts een bijlage bij een polis. Een vennoot die wel tekent, maar niet telt.

Ik vraag me af: van wie is ze eigenlijk? Van de staat? Van de literatuur? Van de samenleving? Of hoort ze toe aan de vrouwen zelf?

Etappe 3 – De Onzichtbare Markt

Ik bereik een plein vol kramen. Rechten worden luid aangeprezen:

Een kunstenaar verkoopt zijn auteursrecht. Een uitvinder biedt zijn octrooi. Een ontwerper toont een model.

Maar in de schaduw werkt een vrouw. Ze kookt, ze zorgt, ze draagt, ze handelt en ze bouwt mee.

Zij heeft geen kraam. Geen exclusief recht.

Haar arbeid verdwijnt in de boekhouding van een man, in het vermogen van de vennootschap of fiscale eenheid

Onzichtbaar. Ont-eigend.

Etappe 4 – De Brug van de Grondwet

Ik loop verder en steek een brug over. Op de pijlers lees ik drie inscripties:

Artikel 1 Grondwet – Gelijke behandeling. Artikel 14 EVRM – Verbod op discriminatie, ook op grond van geslacht. Artikel 17 EU-Handvest – Bescherming van eigendom, waaronder intellectueel eigendom.

De brug wiebelt. Want wat betekent eigendom, als de arbeid van vrouwen systematisch niet als hun eigen voortbrengsel wordt erkend? Het is een brug die nog niet echt draagt.

Etappe 5 – De Stelling in de Kamerzaal

Mijn reis eindigt in een zaal vol stoelen, groen bekleed. Ik zet mijn koffer neer, open mijn dagboek en lees de zin die onderweg geboren werd:

“Moeder, de vrouw is niet enkel een fictieve persoon in het belastingstelsel, maar ook een ont-eigende persoon: haar arbeid en culturele waarde worden toegeëigend door structuren zonder dat zij aanspraak kan maken op een intellectueel of economisch eigendomsrecht. Dit is in strijd met artikel 1 Grondwet, artikel 14 EVRM en artikel 17 EU-Handvest.”

De zaal luistert.

De reis lijkt voorbij – maar misschien begon hij hier pas.

Etappe 6 – De Ziektepolis als Slavenregister

Ik kom in een archiefzaal. Daar liggen polissen, contracten, verzekeringsakten. Namen zijn doorgestreept, vervangen door nummers. Ik de vennoot die ziek werd, werd niet meer gezien als vrouw, niet als moeder, niet als drager van arbeid, maar als verliespost in de boeken van NN en Vivat.

NN Polis werd Verhandeld in 2009 op de aandelen markt in ruil voor staatssteun door ministerie van Financiën onder strikte Europese Commissie.

De bankencrisis dicteerde: herstructureren, snijden, onzichtbaar maken.

Banken crisis 2009

Historisch vertrekpunt

Common law (Engels systeem) gold ook in de VS: een getrouwde vrouw viel onder de doctrine van coverture → zij had geen eigen rechtspersoonlijkheid, alles liep via haar man. Vrouwen konden vaak geen eigendom bezitten, contracten sluiten of procederen op eigen naam.

2. 19e eeuwse hervormingen

Vanaf 1839 (Mississippi) kwamen de eerste Married Women’s Property Acts → vrouwen mochten eigen eigendom en inkomen beheren. In de late 19e eeuw mochten vrouwen steeds vaker zelfstandig ondernemen of aandeelhouder zijn.

3. 20e eeuw: gelijkstelling in ondernemingsrecht

In de VS bestaan rechtsvormen als partnerships, corporations, sole proprietorships, LLC’s. Anders dan in Nederland was er geen aparte blokkade in de wet voor “vrouw-vrouw” vormen, maar cultureel werden vrouwen vaak buitengesloten van krediet en zakelijke erkenning. Pas met de Equal Credit Opportunity Act (1974) werd het vrouwen verboden om een mannelijke medeondertekenaar te eisen voor leningen of zakelijke kredieten (!).

4. Arbeid en verzekering

Vrouwen kwamen in de VS lange tijd als “dependents” in verzekeringen terecht (meeverzekerd via echtgenoot of werkgever). De Affordable Care Act (2010) maakte daar deels een einde aan: verzekeraars mogen vrouwen niet meer uitsluiten of hogere premies vragen (gender rating). Maar in de praktijk: veel vrouwen in de VS zijn nog steeds afhankelijk van het verzekeringscontract van hun werkgever/partner.

5. Culturele paradox

Juridisch zijn vrouwen in Amerika sinds de 1970s formeel gelijkwaardig: ze mogen zelfstandig bedrijven oprichten, leningen afsluiten, contracten aangaan. In de praktijk blijven er barrières: Banken en investeerders financieren vrouwenondernemers structureel minder. Verzekeringssystemen blijven uitgaan van dependents (afgeleide verzekerden). In statistieken wordt vrouwenarbeid vaak nog onzichtbaar gemaakt in “household units”.

6. Artistiek-juridische vergelijking met NL

Nederland: vrouw als meeverzekerde in de VOF en polissen → structureel onzichtbaar in recht/statistiek. VS: vrouw als dependent in credit & insurance → juridisch gelijk, maar cultureel en economisch afhankelijk gemaakt.

Korte lezing – Het patriarchaat 1602 – 2025”

“In Nederland werd de vrouw vennoot zonder naam, in Amerika dependent zonder stem. Twee gezichten van dezelfde erfenis: arbeid zonder erkenning, risico zonder bescherming.”

En zo verloor de zelfstandige vrouw opnieuw haar rechtspersoonlijkheid maar niet haar eigen waarheid.

1602 → het beginpunt van de VOC, de globalisering én de machtssystemen waarin vrouwen vaak buiten beeld bleven. Het is óók het geboortejaar van Amalia van Solms, stammoeder van het Huis Oranje-Nassau – symbool voor hoe vrouwen wel het fundament vormen, maar juridisch onzichtbaar blijven. 2025 → het heden, waarin we nog steeds worstelen met structurele ongelijkheid, toeslagenaffaire, juridische femicide, en het ontbreken van vrouw in Grondwet en BW.

De magische kroonjuwelen van Truus van Gogh

Het FD zegt op 14 juni 2025 : “Begrijp wat er speelt, bepaal uw koers.”

Kernpunten van het patriarchaat:

Politiek & recht: wetten en grondwetten schreven eeuwenlang mannen als norm in, vrouwen als afgeleide.

Economie: loonarbeid en bezit zijn historisch mannelijk gedefinieerd, zorgarbeid van vrouwen bleef onzichtbaar.

Cultuur & religie: de man als hoofd van gezin, kerk en staat; de vrouw vaak teruggebracht tot moeder of echtgenote.

Taal & symboliek: titels (hertog/hertogin, vaderland/moederland) bevestigen vaak secundaire of afgeleide rollen.

In mijn tijdlijn lijn (1602–2025):

Het patriarchaat is niet iets abstracts, maar een doorlopende tijdlijn:

1602 – geboorte Amalia van Solms, stammoeder van Oranje → vrouwenlichamen als fundament van dynastieën, zonder juridische erkenning. VOC en kolonialisme – patriarchale structuren wereldwijd versterkt.

1956 – afschaffing handelingsonbekwaamheid gehuwde vrouw. 2025 – nog altijd geen expliciete erkenning van de vrouw in de Grondwet.

✨ Daarmee is “het patriarchaat” precies de rode draad van mijn kunstwerken en manifest: vrouwen bestaan, maar niet in de wet.




Want wat als jouw waarheid nergens speelt?
Wat als jouw lichaam Xx uit de cijfers is geschreven?
Wat als jouw polis, je schade, je stem –
geparkeerd is bij wholesale,
en jouw koers allang is bepaald?


Het Financieele Dagblad zegt: ‘Geen overdaad, wel scherpe duiding.’
Maar ik wás die overdaad.
Mijn bestaan paste niet in het model.
Mijn moederschap werd niet meegerekend.
Mijn schade werd omgezet in belegging.
Mijn dagloon werd handelswaar.


En toch ben ik er.
Met mijn waarheid.
Met mijn litteken.
Met mijn koers.


Want als richting zó essentieel is,
geef dan ook de vrouw haar kompas terug.


Ik ben de duiding. Ik ben het feit.
En dat is gebleken.


Waarom mannelijke suprematie nooit ‘natuurlijk’ of onvermijdelijk was” betekent:
Mannelijke suprematie = het idee dat mannen altijd boven vrouwen staan (het patriarchaat).
Nooit ‘natuurlijk’ = het is geen biologisch vaststaand feit; er is niets in de natuur of biologie dat dwingt dat mannen de macht hebben.
Nooit onvermijdelijk = het was geen vanzelfsprekend of onontkoombaar gevolg van de geschiedenis. Het had ook anders kunnen lopen, en kan dus ook veranderen.



👉 Dus: het patriarchaat is geen natuurwet of lot, maar een maatschappelijke constructie (gemaakt systeem).
Gelijkheid in de grondwet en burgerlijk wetboek

Femicide en juridische femicide is geen incident, maar het gevolg van patriarchale structuren en systemisch seksisme. Vrouwen die dat hardop zeggen, rammelen aan de fundamenten van ongelijkheid – en dat is precies waarom hun stem zo krachtig is.

Amen

Moeder, de vrouw – de broncode X van ons aller bestaan

Reisverslag – Montancourt Middelburg

Wat vertellen de huizen die je bezoekt!

Kijk in de toekomst- Wie bepaalt de toekomst! Refresh the future – a Line a Day makes a Lovely story.

Staat je lot geschreven in de memorie van toelichting van de staat of in je handen?

Het begon als metafoor: Wie ben je als niemand luistert? Hoe vaker ik tegen een dichte deur liep hoe sterker werd mijn onderbuik gevoel.

Hema – To lo gie

“Je Moeder, de vrouw voorgevel liegt nooit.

Sta aan het stuur en roer van je ei-gen-lichaam en geest.”


Hoe adel werkt


Ik kom aan bij Montancourt Middelburg, een huis dat op het eerste gezicht gewoon een monument lijkt, maar dat in werkelijkheid vol zit met lagen van macht, wetenschap en symboliek. Hier ervaar je hoe de adel door de eeuwen heen heeft gewerkt: niet alleen met land en titels, maar vooral met tijd, kennis en representatie.


Zonnewijzers als klok van de adel


De zonnewijzers die hier ooit geplaatst werden, verbinden Middelburg digitaal met de wereld – of beter: kosmisch met de hemellichamen. Tijd en positie waren voor de adel geen neutrale gegevens, maar instrumenten om orde te scheppen en macht te tonen. Wie de tijd kon meten, kon ook de wereld beheersen. Dat gold in de 16e eeuw net zo goed als nu.


Oesters en ankers


In Zeeland waren het de oesters die de adel als ankers gebruikte. Niet alleen letterlijk als handelswaar, maar ook symbolisch: de schelp als teken van vruchtbaarheid, van welvaart en van band met de zee. Zo kon de adel zijn identiteit verankeren in de natuur, maar altijd met een bovenlaag van pracht en praal.


Fouten in de tijdrekening


In de tekst wordt verwezen naar de “jaartelling 2000”. Dat doet denken aan de kalenderverschuivingen en fouten die eeuwenlang een bron van zorg waren. De elite had wiskundigen en astronomen nodig om de juiste tijd te berekenen, want zonder correcte tijdrekening kon er geen belasting, geen oogst en geen religieus feest juist plaatsvinden. Hier zie je hoe kennis van de tijd letterlijk een politiek instrument was.


Paulus van Middelburg


Paulus van Middelburg (1455–1534), geboren in deze stad, werd later lijfarts en astroloog van de hertog van Urbino in Italië. Hij stond de adel bij met medische zorg, maar nog belangrijker: hij adviseerde over tijd, sterren en kalenders. De hertog vertrouwde hem omdat hij wetenschap kon vertalen naar gezag. Zo werkte adel: door zich te omringen met specialisten die het onzichtbare zichtbaar maakten en hun macht legitimeerden.


Adel als systeem


Wat ik hier in Montancourt zie, is dat adel niet alleen draait om afkomst of bezit. Adel is een netwerk van kennis, symboliek en ritueel.
De zonnewijzer als wereldwijzer, de oester als anker, de lijfarts als wetenschappelijke raadgever – het zijn allemaal schakels in een systeem dat zichzelf steeds opnieuw bevestigde.
Discriminatie op basis van sexe
School of life
https://ciaotutti.nl/italie-dichtbij/een-vleugje-italie-bij-bed-breakfast-montancourt-in-middelburg/

1. Beginpunt: Erfgoed in het huis – De poorten van de ziel.

Een dubbelportret met adel als gasten

In de hal hangt een indrukwekkende fotoreproductie van het dubbele portret van Federico da Montefeltro en zijn vrouw Battista Sforza, oorspronkelijk geschilderd door Piero della Francesca en nu in de Uffizi te Florence.

Hier in de B&B belicht en vergroot, komt het levensecht op je af

Urbino- Uffizi Galerie

In Montancourt Middelburg komen de schaduwen van het koloniale verleden, de sporen van de MCC (Middelburgsche Commercie Compagnie), en de persoonlijke nalatenschap van generaties samen. Dit huis is niet alleen een plek van stenen en muren, maar een archief van macht, handel en ongelijkheid.

De documenten, portretten en tentoonstellingen over slavenhandel tonen hoe de rechtsvormen V.O.C., VOF, M.C.C. NV, CV, BV en andere compagnieën door mannen werden opgetuigd – gericht op winst, macht en bezit.

De koning en de bloedlijnen van moeder

2. Het tegenverhaal: de moeder als bestuurder van haar ei- gen – lichaam.

Mensen met een inheemse achternaam ( in mijn geval Lindeboom) leven met taal van de nat – uur. Alles wat ik zag of tegenkwam had een bepaalde betekenis. Zo kon ik opnieuw luisteren en kijken naar de toekomstwens van Nederland.

In dit huis zet ik mijn mijn ei – gen objecten neer: het ei met kroon en traan, de vaas die rituelen draagt, de vraag: “Uit welk ei kom jij?”.

Hier begint de herschrijving van ons grootste culturele immateriële levende erfgoed. Zo kun je leren je ei- gen – lot te bestuderen.

Zo kun je leren wat edelmetalen met je doen. Gewoon terug naar de kern. Goud staat voor geest koper voor geleiding en zilver voor ziel.
Trouw blijven aan je ei- gen -wijsheid is de grootste dankbaarheid ooit.
Koninklijk der Nederlanden

Waar mannen volmachten en contracten schreven, neem ik het stuur terug.

Waar geschiedenis zwijgt over vrouwen, maak ik mijn ei-gen lichaam en geest tot rechtsvorm.

3. Manifestregel

In een wereld van door mannen opgetuigde rechtsvormen neem ik mijn plaats terug: ik sta aan het stuur en roer van mijn ei-gen-lichaam en geest.

Book of Rituals – Serve people not Titles

Geen volmacht, geen toestemming, maar autonomie.

4. Juridische laag

Artikel 11 Grondwet: onaantastbaarheid van het lichaam. Artikel 1 Grondwet: gelijkheid en non-discriminatie.

Mijn werk vertaalt deze artikelen in beeld en ritueel. Het ei staat voor oorsprong én bestuur: een schip waarin lichaam en geest samen navigeren.

5. Erfgoed als toekomst

Dit reisverslag maakt Montancourt niet alleen tot een plek van herinnering, maar ook van transformatie. Het verleden van schepen, slavenhandel en rekenmeesters confronteert ons met de vraag: wie heeft aan het roer gestaan?

Vandaag antwoord ik:

“De vrouw is geen bijschrift, maar bestuurder.” Het fundament binnen onze moedermaatschappij en dochterondernemingen .

Ik schep toekomst door erkenning, ritueel en kunst.

Om de wereld en jezelf echt te kennen, kijk eerste diep in je ei- gen – hart – je ei- gen – familie geschiedenis en die van een ander!

Want alleen als je werkelijk met je ziel aanwezig bent, ontwikkel je het gevoel ban gelijkwaardigheid.

De ezels in DenHaag dragen apparatuur met een licentie die niet van hun is!

The Art of a Body Mind & Soulful Living

Faro-gedicht – Moeder de Vrouw

Ik ben erfgenaam, van wat niet wordt gezien, de onzichtbare draad, tussen huis en horizon, tussen urn en erfdeel.

Mijn erfgoed is geen bezit, maar adem in de muren, stem in de stenen, een handschrift op vazen dat zegt: ik was hier, ik ben hier, ik blijf hier.

De Faro-wind fluistert: erfgoed is niet van enkelen, maar van allen die luisteren, naar de stilte van hun voorouders en het zingen van hun kinderen.

Moeder de Vrouw staat aan de rivier, zij draagt geen kroon maar een vaas vol tranen,geen wapen maar de sleutel van het huis.

Wie haar ziet, weet dat erfgoed leeft, wanneer wij het delen, beschermen, door-geven, zoals water de zee vindt en tijd de zonnewijzer.

Soms moet je durven uiten wat je altijd al hebt gevoeld. Op mijn verdrietigste momenten werd ik gedragen door het licht.

Jezelf blijven is de beste formule voor Succes. In mijn hoofd ben ik altijd al bezig met voortschrijdende inzichten.

19 manieren jezelf te eren! –

Droom altijd met je ogen open en stuur het naar de maan!

Amen

Brain Regain, Zichtbaarheid & Waarheid

Uitgelicht

Faro – Raad van Europa – De Ziel van Nederland: Moederkracht in beeld en wet


“Erfgoed is geen erfenis zonder erkenning.”
“Uit welk ei komt jouw recht?”
“Zij die bewaart, schept toekomst.”
“De vrouw is geen bijschrift, maar bestuurder.”

Periodieke uitkeringen komen in de private AOV helemaal niet voor – omdat ik als vrouw niet wettelijk ben erkend als zelfstandig bestuurder van mijn ei-gen-lichaam als entiteit.


Deze zin vat mijn positie samen.
Waar het recht spreekt over schade en verzekeringen, spreekt mijn lichaam een andere taal: die van zorg, beperking, overleven en opnieuw richting vinden.


In het huidige systeem wordt de vrouw niet gezien als een volledige rechtspersoon die haar lichaam bestuurt. Haar arbeid in zorg, huishouden en erfgoed is onbetaald, onzichtbaar en niet verankerd in rechtsvormen. De private AOV bevestigt dit: er is geen categorie die haar inschrijft als volwaardig zelfstandig bestuurder.
Handel in blanke vrouwen


Zij werden geen personen genoemd,
maar waar. Goederen zijn geen zaken zo schrijft de wet.
Geen naam, geen recht,
slechts een lichaam dat circuleerde
tussen mannelijke rechtsvormen.


De wal: de wetboeken,
vol woorden zonder vrouw.
Het schip: de handel,
met contracten, aandelen en winst.


En zijzelf? Het meisje met de parel

Tussen de wal en het schip,
verhandeld, verzwegen, verdoezeld.


De term klinkt als morele verontwaardiging,
maar bedekt een diepere waarheid:
dat het recht het vrouwelijke lichaam
niet erkende als rechtssubject,
maar slechts als object.


Vandaag echoot die geschiedenis
in onze erfgoedarchieven.
“Handel in blanke vrouwen”
is niet alleen verleden,
maar ook spiegel:
een taal die toont
hoe uitsluiting in het recht
altijd doorwerkt in het heden.

“Van verloren jaren naar leiderschap: de vrouw als rechtspersoon met kracht, visie en invloed”

“Je kracht ligt in je chromosomen, maar je sleutel tot de toekomst ligt in hoe je die kracht vandaag inzet”

https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/2905

Bestuur der van het lichaam –
Brain Regain
Soms voelt het alsof ons hoofd een overvolle kast is waarin niets meer past. Ideeën stapelen zich op, gedachten draaien in cirkels en onze creativiteit staat stil. Brain Regain is het stille, bijna revolutionaire besluit om de sleutels terug te nemen van je eigen geest. Zoals een sleutelbos die onverwacht in je hand ligt, herinnert het je eraan dat jij toegang hebt tot je eigen denken, voelen en verbeelden.


Het gaat niet om harder werken of meer weten, maar om het herontdekken van de innerlijke ruimte waarin gedachten helder worden, verbanden zich vanzelf tonen en verbeelding weer durft te spelen. Zoals land herstelt als het even braak ligt, zo herwint ook het brein zijn kracht wanneer het rust, aandacht en nieuwsgierigheid krijgt.


Brain Regain is geen luxe — het is een thuiskomst. Een zachte stem die zegt: ik zie jou, nu en in de toekomst.

Een persoonlijke tocht langs herinneringen, waarheden en maatschappelijke reflecties


Zelfstandige vrouwen die een private AOV-uitkering ontvangen, bevinden zich in een onzichtbare spagaat. Waar de polis ooit bedoeld was om verlies van arbeid te beschermen, lijkt de praktijk te eisen dat zij méér inleveren dan arbeid alleen. Belastinginspecteurs en ambtenaren verwachten niet alleen transparantie in cijfers, maar ook in het persoonlijke, het intieme, soms zelfs in het existentiële.
Het recht vraagt een bekentenis: bewijs je ziekte, bewijs je onmacht, bewijs je gebrek. Bewijs dat je überhaupt nog bestaat als de AVG zegt dat je het recht hebt om vergeten te worden!


Voor mannen heet dit risico-management.
Voor vrouwen lijkt het op een ritueel van aflegging:
een ziel in ruil voor erkenning.


Zo ontstaan dossiers waarin het lichaam niet genoeg is,
waar de arbeid niet genoeg is,
waar pas toegang volgt nadat er iets onvervreemdbaar – de ziel, de innerlijke integriteit – symbolisch is verkocht.

“Geen bron van stilte, maar een rechtsvorm die spreekt.”

De ziel van Nederland – Het meisje met de parel is moeder geworden

1. Startpunt – Brain Regain Eej*

Op 2 juli augustus 2023 begon mijn outdoorreis met een dronevlucht boven de daken van de historische stad Middelburg.

In het midden van de Oostkerk zweefde mijn werk: Brain Regain Eej – een oproep tot terugwinning van innerlijke regie en denkruimte.

https://www.youtube.com/watch?v=z0fjOu6oV0g

Het gaat over het bestuur van het eigen lichaam als zelfstandige entiteit, een thema dat me blijft bezighouden. Achter de titel schuilt een ode aan creativiteit, zelfstandigheid en autonomie – maar ook een knipoog naar de verborgen mechanismen in systemen, zoals het ‘geheimschrift’ van de Belastingdienst. De binaire codes 0 en 1.

Periodieke Uitkeringen komen in de private AOV helemaal niet voor !!

1. Private AOV (Arbeidsongeschiktheidsverzekering)

Een AOV voor zelfstandigen (bijv. afgesloten bij een verzekeraar) is een schadeverzekering. De uitkering is gekoppeld aan het verlies aan arbeidscapaciteit of inkomen. Je krijgt dus een uitkering bij schade (inkomensverlies door arbeidsongeschiktheid), niet een vastgestelde periodieke uitkering zoals bij pensioen of lijfrente.

2. Periodieke uitkering (fiscaal/juridisch)

In de Wet inkomstenbelasting vallen periodieke uitkeringen en verstrekkingen (art. 3.100 e.v. Wet IB 2001) onder een apart regime. Voorbeelden: alimentatie, lijfrente, pensioen, sommige sociale zekerheidsuitkeringen. Een private AOV-uitkering wordt daar niet onder geschaard. In plaats daarvan valt de AOV-uitkering gewoon in box 1 (inkomen uit werk en woning) en is dus belastbaar als resultaat uit overige werkzaamheden/loon uit vroegere dienstbetrekking.

3. Kernpunt

Een private AOV = schadeverzekering → uitkering bij inkomensverlies. Periodieke uitkeringen = vaste, structurele verplichtingen (lijfrente/pensioen/alimentatie). Daarom klopt mijn stelling: in de private AOV komen periodieke uitkeringen fiscaal-juridisch niet voor.

2. De eerste waarheid – Leugens en zelfbedrog

Onderweg kwam ik de herinnering tegen: “Never argue with liars. You can’t win, because they believe their own lies.”


Het ministerie van Financiën onderhoudt een patriarchaal proces waarin de vrouwelijke vennoot in een VOF wordt gevangen in een juridische fictie: zij wordt fiscaal erkend als ondernemer wanneer er belasting te heffen valt, maar nergens expliciet in de Grondwet of het Burgerlijk Wetboek erkend als zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam en arbeid. Wordt zij ziek, dan verdwijnt haar aandeel, wordt haar schadevergoeding als winst uit onderneming belast, en heeft zij geen recht op ander werk. Dit proces is geen neutraal administratief mechanisme, maar een structureel patriarchaal ontwerp: de staat verdient aan het verlies van vrouwen, terwijl hun arbeid, gezondheid en bestaansrecht juridisch onzichtbaar blijven.

Het voelde als een waarschuwing voor de discussies waarin waarheid en illusie met elkaar verstrengeld raken. Mensen die hun eigen leugens geloven, zijn onkwetsbaar voor bewijs – inzet Art 80 A RO en daarmee gevaarlijk voor wie de waarheid in helderheid zoekt.

3. Moeder de vrouw – Persoonlijke titel

Op mijn route lag een kussen met woorden als ‘Magie’ en ‘Kracht’, en een boek: Runen Orakel. De tekst erbij luidde:

“Je gaat meer van jezelf houden als je alles vanuit je persoonlijke titel doet! Moeder de vrouw – Mama heeft geen belastingdag meer! Dank aan Napoleon.”


Zorgen is gewoon werk. Het zit in ons DNA om voor elkaar te zorgen, maar dat maakt het niet minder waardevol. Het vraagt tijd, energie, kennis en toewijding — net als ieder ander beroep. Door zorg als werk te erkennen, geven we ook erkenning aan de kracht die door generaties heen is doorgegeven.

Het voelde als een rituele stap: het terugnemen van mijn naam, mijn positie, mijn eigen ‘titel’ in plaats van functioneren als onderdeel van een structuur die geen recht doet aan de moederlijke en vrouwelijke bijdrage.

VOC VOF MCC NV CV BV – Patriciaat

Het patriciaat is de groep van families die vanouds de bestuurders in een samenleving leveren. Iedere samenleving kent patriciërs, in het oude Rome waren zij gerechtigd om zitting te nemen in de Senaat.

We hebben eeuwenlang in een juridisch bouwwerk geleefd dat ontworpen is door en voor mannen, gericht op kapitaal en controle. Maar de toekomst vraagt om het herschrijven van die vormen, zodat ook zorg, gemeenschap en niet-financiële waarde een rechtsvorm krijgen.

4. De maatschappelijke halte – Arbeidsmigratie en uitbuiting

In een radiofragment van Eddie van Hijum – het ministerie van SZW werd een andere waarheid benoemd: Nederland is verslaafd aan goedkope arbeidsmigranten. Het bracht me bij het bredere vraagstuk: hoe we als samenleving omgaan met arbeid, macht en menselijke waardigheid.

5. Confrontatie met de leugen

Op Meta kwam de zin voorbij: “Mensen die boos op je zijn wanneer je de waarheid zegt, zijn vaak mensen die leven in een grote leugen.”


Het koloniale verleden en de ongelijkheid van nu hangen samen. Onze rechtsvormen zijn mannelijk opgetuigd, en daardoor blijven vrouwen en hun erfgoed onzichtbaar in wet en samenleving.”

Het was een echo van de eerdere waarschuwing, maar nu in het Nederlands – als een spiegel voor de persoonlijke én collectieve confrontatie met onrecht.

Wat is verschil rechtspersoon en rechtspersoonlijkheid ?

Het verschil is subtiel maar belangrijk:

1. Rechtspersoon

Is de entiteit zelf die in het recht als ‘persoon’ wordt gezien. Kan bezittingen hebben, contracten sluiten, procederen en aansprakelijk worden gesteld — net zoals een natuurlijk persoon. Voorbeelden: een BV, NV, stichting, vereniging, gemeente, maar ook de Staat zelf.

2. Rechtspersoonlijkheid

Is het juridische vermogen om die rol te vervullen. Het is de “status” die door de wet wordt toegekend, waardoor je als rechtspersoon kunt handelen. Je kunt dus een organisatie hebben zonder rechtspersoonlijkheid (bijvoorbeeld een maatschap), maar dan kan die organisatie niet zelfstandig rechten en plichten hebben — die liggen dan bij de deelnemers.

Kort gezegd:

Rechtspersoon = het juridische ‘wezen’. Rechtspersoonlijkheid = het vermogen of de bevoegdheid van dat wezen om zelfstandig deel te nemen aan het rechtsverkeer.

In mijn context betekent dit: een vrouw wordt als natuurlijk persoon erkend, maar het moederschap of “moeder de vrouw” heeft geen rechtspersoonlijkheid — het is niet gecodificeerd als zelfstandige juridische positie of bestuursorgaan.

6. Filosofische reflectie – Zichtbaarheid als valstrik

Het laatste beeld was rood en wit, met Foucaults woorden: “Zichtbaarheid is een valstrik.”

Het resoneerde met alles wat ik onderweg had gezien: de spanning tussen zichtbaar zijn om gehoord te worden, en de gevaren van te veel in het licht staan.

Eindpunt – Tussen zien en gezien worden

Mijn reis ging en gaat niet over kilometers, maar over lagen van bewustzijn. Over de kracht van zelfbestuur, het gevaar van leugens, en de paradox van zichtbaarheid. Het was een tocht langs eigen werk, herinneringen, maatschappelijke kwesties en filosofische inzichten – een mozaïek van beelden die samen één vraag oproepen:

Hoe blijf je trouw aan je eigen waarheid, in een wereld die liever een andere versie ziet?

H’Art Museum mijn toekomst wens

De Ziel van Nederland: Moederkracht in beeld en wet

https://www.amsterdammuseum.nl/topic/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

Ze noemde mij een voetnoot maar blijk het fundament.

Fiscale femicide =

Het systematisch ontkennen, wissen of toeschrijven van de arbeid, inkomsten, schadevergoedingen en vermogensrechten van vrouwen aan een ander (veelal de man of “hoofdaanslagplichtige”), waardoor hun economische autonomie en juridische bestaansrecht wordt vernietigd.

⚖️ Hoe dit zich toont

Loonbelasting: schadevergoedingen en vergoedingen worden belast of toegerekend aan de man. Belastingwetgeving vóór 1984: man-vrouwfiscaliteit, de man is altijd hoofd van de aanslag.

Verzekeringen: polis kent de vrouw wel als springlevend, maar fiscus/administratie plaatst haar als bijfiguur.

Geen loondossier / woondossier: bewijskracht voor haar bestaan als kostwinner ontbreekt → administratieve doodverklaring.

🚨 Politieke lading

Door dit fenomeen fiscale femicide te noemen, maak ik duidelijk dat het gaat om een maatschappelijk misdrijf, geen incident.

Het is: een schending van art. 1 Grondwet (gelijke behandeling). een schending van art. 11 Grondwet (recht op lichamelijke integriteit). een voortzetting van patriarchale structuren via fiscale en digitale middelen.

Fiscale Femicide

= de grootste misdaad ooit, omdat zij levenden doodverklaart, scheppers tot afgeleiden maakt, en vrouwen hun plaats als bestuurder van lichaam, arbeid en erfdeel ontneemt.

✊ Manifestregel

“Geen oorlog, geen regime, geen roof is zo totaal als de fiscale femicide: de misdaad die de vrouw levend wist uit de registers, terwijl ze springlevend schept, werkt en draagt.”

Op grond van art 1.

Herstel van dossiers: volledige inzage in loon- en woondossiers voor vrouwen. Wettelijke erkenning: expliciete opname in wetgeving dat de vrouw bestuurder is van haar eigen lichaam, arbeid en erfdeel.

Digitale hervorming: software en registers die gelijkheid waarborgen in plaats van uitwissen. Erkenning in erfgoed: fiscale femicide moet zichtbaar worden in musea, archieven en collectief geheugen.

Wie is de baas over wie ? Nationale Nederlanden

De hercodificatie van het Burgerlijk Wetboek, ingezet in 1947 en voltooid in 1992, is niet alleen een juridisch-meesterwerk maar ook een cultureel erfgoedproject van nationale betekenis. Het weerspiegelt hoe maatschappelijke waarden, verhoudingen en rechten in de loop van decennia zijn herschreven, herzien en herijkt.

Ars Equi

Toch laat de geschiedenis zien dat wetboeken niet neutraal zijn: zij dragen de sporen van de tijd en van degenen die ze vormgeven. De opname van nieuwe rechten en structuren betekende niet automatisch dat alle stemmen gehoord of alle posities erkend werden.

Voor groepen zoals ‘moeder de vrouw’ — de vrouw als autonome rechtspersoon, bestuurder van eigen lichaam en arbeid — is de vraag gerechtvaardigd in hoeverre deze codificatie ook hun positie werkelijk heeft verankerd.

Het nieuwe Burgerlijk Wetboek is daarom zowel een sluitstuk als een uitnodiging: een sluitstuk van bijna vijftig jaar wetgevingsarbeid, maar ook een uitnodiging om het privaatrecht te blijven zien als levend erfgoed dat meebeweegt met maatschappelijke ontwikkeling.

De uitdaging van nu is om het niet alleen in artikelen, maar ook in praktijk en cultuur te herschrijven, zodat ieder individu, ongeacht positie, zijn of haar eigen titel kan dragen.

Conclusie

Er is op dit moment geen formele beheerder van Boek 9 BW, omdat het nog niet bestaat als wet. De facto ligt de verantwoordelijkheid voor de losse IE-wetten bij Justitie & Veiligheid, maar zolang er geen codificatie is, is er ook geen centrale ‘bewaker’ van Boek 9 als geheel. Dat vacuüm maakt mijn vraag zowel juridisch relevant als maatschappelijk en cultureel prikkelend: wie bepaalt straks hoe intellectuele creaties worden beschermd, gewaardeerd en verhandeld, en wie krijgt daarin een plek aan tafel?

Eindvraag

Als het Burgerlijk Wetboek in Boek 1 mijn positie als vrouw en moeder slechts gedeeltelijk erkent, Boek 7 mijn medische beslissingsrecht regelt, maar Boek 9 — over intellectueel en cultureel eigendom — nog leeg is: wie borgt dan wettelijk mijn rol als zelfstandige bestuurder van mijn eigen lichaam, arbeid en culturele voortbrengselen, en wie bepaalt of dit erfgoed is?

Ben ik dan de enige vrouw en moeder die kostwinner werd, mezelf private verzekerd had en ontdekte dat het woord vrouw niet expliciet wettelijk erkend is in de grondwet nog burgerlijk wetboek omdat de rechtsvormen mannelijk zijn? 

1. Juridisch feitelijk

In de Grondwet staat nergens het woord vrouw. Art. 1 Grondwet noemt wel “allen die zich in Nederland bevinden” en verbiedt discriminatie o.a. op grond van geslacht. Maar expliciet benoemen van vrouw als juridische categorie gebeurt niet. In het Burgerlijk Wetboek wordt gewerkt met termen als persoon, natuurlijke persoon, rechtspersoon, echtgenoot, ouder, erfgenaam. Ook daar wordt de vrouw als zodanig niet expliciet erkend – vaak zijn die termen historisch mannelijk gedefinieerd en pas later “genderneutraal” toegepast.

2. Historische context

Rechtsvormen en contracten zijn ontstaan in een tijd waarin vrouwen vaak geen rechtssubject waren (niet zelfstandig handelingsbekwaam tot 1956 in Nederland). Daardoor is de taal en vormgeving van het recht structureel mannelijk. De vrouw kwam er pas later bij – maar altijd binnen reeds mannelijke kaders.

3. Sociaal / existentieel

Ik stelde:

Ik ben vrouw én moeder.

Ik ben kostwinner.

Ik heb mezelf privé verzekerd (AOV).

En ik ontdekte dat ik als vrouw nergens expliciet erkend ben in het juridische fundament.

Dat maakt mijn ervaring niet uniek in de zin dat veel vrouwen dit raakt, maar mijn verwoording is bijzonder scherp en zeldzaam.

Ik legde eerste mezelf en daarna bloot wat vaak onzichtbaar blijft: vrouwen dragen economisch, maar worden in de kern van het recht niet benoemd.

Het is nu aan u – In de naam van Gods Maintiendrai

Amen

Reisverslag van een erfgoed draagster

De dag dat ik pas echt ziek thuis kwam te zitten…. 31 december 2009 – De dag dat mijn intellectuele eigendom/ lichaam via mijn polissen werden verhandeld en ingezet om de bankencrisis te redden.

2009

“Ik moest dus blijkbaar ziek blijven ( ik onderging 10 petscans met radioactieve vloeistof om te kijken hoeveel mijn longen nog waard waren) om de rechters binnen de staat te dienen ” art 80 A RO

We hebben in Nederland te maken met een rechtsvorm problemen : moeder de vrouw past nog steeds niet in een wet die artikel 1 van de Grondwet waarmaakt.”


Conclusie : Handel in blanke slavinnen vanuit de VOC – VOF en NV ’s
De strijd voor vrouwenrechten moet beginnen bij de kern van economische macht: de juridische structuren die bepalen wie er telt. De naamloze vennootschap in haar klassieke vorm is een slangenkuil waar moeder de vrouw vaak de feitelijke bazin is, maar zelden de erkende eigenaar.
Het zichtbaar maken en hervormen van deze structuren is een essentiële stap naar gelijkheid — in wet, in cultuur, en in de geschiedenis die we doorgeven.

Ik lag elke 4 tot zes weken aan het intraveneus infuus- Voor wat? Voor de wetenschap? Ik slikte vele pillen waaronder methotrexaat maar voor wat en voor wie?

Niemand zocht naar de oorzaak. Dat hoefde natuurlijk ook niet omdat het woord vrouw nog moeder de vrouw niet voorkomt in de grondwet nog burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder van mijn ei – gen – lichaam.

Ik werd een speelbal in Holland Casino- de stropdas Met de tekst Casino zegt genoeg!

De gouden handdruk bij de overdracht Aegon – Nationale Nederlanden-

Net zoals Pieter de la Rue in de 18e eeuw als thesaurier het financiële beheer van Zeeland voerde, heeft Montancourt vandaag een eigen penningmeester: David Knibbe. Hij beheert onze financiën met dezelfde zorg voor continuïteit en betrouwbaarheid.

Mijn polissen werden opgekocht door het ministerie van Financiën middels een klein koninklijk besluit- art 176 van 28 april 2010. Zonder controle van de Tweede Kamer der Staten Generaal.

Ik noem het Ontmaagding – voorbij het lichaam, in de wet en het erfgoed

Traditioneel wordt “ontmaagding” in westerse en religieuze contexten opgevat als het verliezen van maagdelijkheid, vaak gemeten aan het lichaam van de vrouw en verbonden aan eer en kuisheid.

Zo begon de zoektocht naar Wie ben ik ei – gen – lijk?

Open Source Xx

“De mens: het bruto nationaal product zonder geslacht — zo meet de economie waarde, zolang het lichaam en werk van moeder de vrouw onzichtbaar blijven in wet en statistiek.”

Hiermee zet ik in één zin de economische, juridische en culturele kritiek neer: we reduceren mensen tot productiefactoren, maar wissen geslachtelijke en sociale realiteit uit zodra het niet in de

economische berekening past.

Vandaar privaat recht en publiek recht! – Vrouwen en moeder, de vrouw vallen onder private recht maar worden publiekrechtelijke gebruikt en misbruikt dus?

En dat raakt precies de kern van een structureel probleem.

In juridische termen:

Privaatrecht (burgerlijk recht) regelt verhoudingen tussen burgers onderling — huwelijk, eigendom, erfenis, arbeid, contracten.

Historisch vielen vrouwen hier vooral onder als “ondergeschikten” binnen gezin of bedrijf, zonder volwaardige rechtspersoonlijkheid.

Publiekrecht regelt de verhouding tussen overheid en burger — grondwet, strafrecht, bestuursrecht, belasting, sociale zekerheid.

Wat ik benoem:

Vrouwen worden vaak in de privaatrechtelijke sfeer gepositioneerd (als moeder, echtgenote, ‘kosteloos zorgverlener’), maar publiekrechtelijk wordt hun positie en werk wel benut, belast of gereguleerd, vaak zonder dat ze dezelfde zeggenschap of bescherming krijgen als mannen in vergelijkbare posities.

Zolang het woord vrouw nog moeder de vrouw expliciet voorkomt als zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam en ziel blijft ze afhankelijk willekeur.

Discriminatie op basis van geslacht vindt dus plaats in rechtsvormen !

Rechtsvormen (zoals eenmanszaak, VOF, BV, NV, stichting, vereniging, maar ook privaatrechtelijke en publiekrechtelijke constructies) zijn juridisch gezien “vormen” die bepalen wie rechtspersoonlijkheid heeft, wie mag beslissen, en wie economisch en juridisch voordeel geniet.

Geslachtsdiscriminatie binnen rechtsvormen kan op meerdere niveaus plaatsvinden:

Historische uitsluiting in wet- en regelgeving Tot in de tweede helft van de 20e eeuw waren vrouwen in veel landen — waaronder Nederland — beperkt handelingsbekwaam, vooral binnen het huwelijk. Bijvoorbeeld: tot 1956 had een gehuwde vrouw toestemming van haar man nodig om een bedrijf te voeren of vermogen te beheren. Erf- en eigendomsstructuren Familiebedrijven, aandelenconstructies en erfportefeuilles zijn vaak ingericht zodat mannelijke erfgenamen automatisch in de bestuurs- of eigendomspositie komen.

In statuten kan dit direct of indirect zijn vastgelegd via benoemingsprocedures, aandeelhoudersrechten of kapitaaltoewijzing. Organisatorische governance

Veel rechtsvormen hebben benoemingsprocedures die impliciet bevooroordeeld zijn, bijvoorbeeld door netwerken waar vooral mannen toegang toe hebben, of door eisen die op papier “neutraal” lijken maar in de praktijk vrouwen uitsluiten (bv. voltijds aanwezigheid in sectoren met lage deeltijdacceptatie). Culturele en rituele verankering van uitsluiting In erfgoed- en traditiedragende rechtsvormen (zoals oude gilden, stichtingen of adellijke trusts) wordt soms nog steeds vastgehouden aan mannelijke opvolging of symbolisch eigenaarschap.

Huidige indirecte discriminatie Zelfs als een rechtsvorm wettelijk genderneutraal is, kan de uitwerking ongelijk zijn. Bijvoorbeeld: fiscale regelingen, verzekeringsstructuren of subsidies die formeel “voor iedereen” gelden, maar door onderliggende voorwaarden (bv. inkomensdrempels, kapitaalvereisten) vooral door mannen worden benut.

Dat spanningsveld is in feite een historische erfenis van het Burgerlijk Wetboek (Nederland 1838) en oude publiekrechtelijke structuren, waarin vrouwen pas in de tweede helft van de 20e eeuw formeel gelijke rechten kregen — maar in de praktijk nog steeds ongelijk behandeld worden.

De Vennootschap Onder Firma onder de loep – een discriminerende rechtsvorm waarin de vrouw als bijvangst wordt aangemerkt volgens de inkomsten belasting 

De Vennootschap Onder Firma (VOF) wanneer je er met een kritische bril naar kijkt, een rechtsvorm die genderongelijkheid in stand houdt — niet omdat de wet expliciet zegt “de vrouw is bijvangst”, maar omdat de fiscale en juridische structuur vaak is gebouwd op het klassieke beeld van de man als hoofdkostwinner en de vrouw als meewerkend partner.

In mijn geval had ik een VOF met een andere externe vrouwelijke partner!!

Kernpunten waarom dit als discriminerend is ervaren:

Fiscale kwalificatie van de meewerkende partner De Belastingdienst hanteert regels waarbij een partner die meewerkt in de VOF, maar geen (of te klein) kapitaal- of winstdeel heeft, wordt gezien als “meewerkend partner”.

Die krijgt een meewerkaftrek of arbeidsbeloning, maar vaak zonder volwaardige ondernemersaftrekken.

Hierdoor blijft het inkomen lager en de economische zelfstandigheid beperkt.

Historisch gegroeide ongelijkheid

Veel VOF’s in familiebedrijven zijn ontstaan in een tijd dat vrouwen juridisch minder rechten hadden. Het idee dat zij “bijvangst” zijn in het bedrijf van hun partner is een echo daarvan, en sommige fiscale structuren zijn hier nooit volledig op geactualiseerd.

Rechtspositie bij scheiding of overlijden Als de vrouw geen formeel gelijk aandeel in de VOF heeft, kan ze bij ontbinding of overlijden van de partner zonder substantieel vermogen achterblijven, zelfs als ze jarenlang evenveel arbeid heeft geleverd. Symbolische framing De term “bijvangst” vat goed samen hoe het systeem soms impliciet communiceert: de man is de visser, de vrouw is de vangst die toevallig mee in het net zat. In fiscale formulieren en modelakten is de man vaak nog steeds “ondernemer” en de vrouw “partner”.

De Vennootschap Onder Firma is dus een erfstuk uit een tijd waarin moeder de vrouw slechts als bijvangst werd meegeteld — fiscaal onzichtbaar, cultureel ondergewaardeerd, juridisch achtergesteld.”

Code Civil 1838

Controle over het lichaam: het begrip werd historisch gebruikt om vrouwelijke seksualiteit te controleren en eigendom van de vrouw toe te schrijven aan mannelijke familie of echtgenoot.

Patriarchale codificatie: in het Burgerlijk Wetboek en in religieus recht is maagdelijkheid dus blijkbaar indirect gekoppeld aan huwelijksrechten en erfenisrechten.

Onzichtbaarheid van vrouwelijke agency: de vrouw als actieve partij wordt genegeerd; het verhaal wordt verteld vanuit de positie van degene die ‘neemt’, niet degene die kiest.

Sarcoïdose werd Schade en werd inkomen en over inkomen werd door een klein koninklijk besluit art 176 van 28 april 2010 loonbelasting en zvw belastingen geheven als zelfstandige vrouw en gehuwde kostwinner en moeder van twee prachtige dochters. Zo kon Nationale Nederlanden naar de beurs in 2014 en werd ik monddood verklaard.

Verschil met een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB): 

Een AMvB is ook een koninklijk besluit, maar het is een algemener besluit en vereist wel advies van de Raad van State en publicatie in het Staatsblad. Een klein KB is meer gericht op specifieke, individuele gevallen of beslissingen

Oftewel leuker kunnen zij het in Den Haag niet maken binnen het Beatrix Kwartier .

“Van Adem tot Aarde – een pelgrimage in mijn eigen lichaam”

“Vanaf de straat gezien zijn we allemaal even kwetsbaar “

Foto gemaakt voor de Regenbooggroep in Amsterdam 2017


Moeder, de vrouw


Zij staat,
niet op de kade van de rivier
maar in de deur van haar eigen huis,
sleutels in de hand,
een kind in haar blik,
een land in haar rug.


Zij is geen icoon
uit vergeelde ansichtkaarten,
maar een bewegend archief,
een wandelend erfstuk
dat haar naam niet hoeft te vragen.


Haar schort is een vlag,
haar stem een akte,
haar handen schrijven op straat wetten
in broodkruimels op het aanrecht,
in lijntjes melk op de lippen van de dag.


En als de avond valt,
en alle stemmen dunner worden,
gaat zij zitten,
legt haar kroon op tafel,
en drinkt de laatste slok uit
alsof zij zelf
de rivier is
die nooit droogvalt.
Moeder de vrouw wettelijk erkend krijgen als zelfstandig bestuurder van HAAR Ei – Gen – Lijf

Zelfverklaard. Zelfgemaakt. Zelfgedragen.

📍 Vertrekpunt: De Kleedkamer – Waagplein 28 1441 BR Te Purmerend

1995 – 2009

Geen lucht. Geen naam. Geen wet.

Ik vertrok zonder koffer, maar met een diagnose: sarcoïdose.

Een auto-immuunziekte, zeiden ze — alsof mijn lichaam zichzelf aanviel.

Maar ik voelde iets anders: mijn lichaam riep mij terug.

Terug naar mijn wortels. Naar het erfgoed dat ik nog moest herkennen.

Geen lucht in mijn longen, maar een storm in mijn ziel.

“No AIR,” schreef ik op een ei van klei nadat ik het werk van Autodidact Hans Kanters voorbij zag komen.

Zo begon mijn reis.

🐌 Etappe I: De Slak en de Stilte

Ik volgde de slak. Langzaam, kruipend over erfgoedtegels en vergeten wetten.

De slak sprak niet, maar droeg een huis op haar rug — zoals ik mijn verleden, mijn moeders naam, mijn vaders polis.

In een straat zonder bomen tekende ik mijn verdriet in klei. Een vrouw, roepend zonder stem. Een lijn van adem, geblokkeerd door eeuwenoude stiltes.

🧬 Etappe II: Haar

Een vlecht. Zwart, dik, levend. Afgesneden. Niet verloren. Ik legde haar op een vaas van aarde — mijn baarmoeder in keramiek. Haar sprak: Ken je mij? Ik ben je stam. Ik ben je bron.

Ze rustte op The Book of Rituals en fluisterde:

“Zolang jij tekent, kan het patriarchaat niet langer zwijgen .”

Jeremey Bentham

Bentham was een pleitbezorger van individuele en economische vrijheid, scheiding van kerk en staat, vrijheid van meningsuiting, gelijke rechten voor vrouwen, dierenrechten en de afschaffing van slavernij en fysieke straf (ook voor kinderen), het recht op echtscheiding en vrije handel. Hij was voor belasting op erfenissen, beperking van monopolies, pensioenen en een ziektekostenverzekering.

Bron Wikipedia

Jeremy Bentham (1748–1832) was een Engelse filosoof en jurist, vooral bekend als grondlegger van het utilitarisme — het idee dat de beste wet en het beste beleid datgene is wat het meeste geluk voor het grootste aantal mensen oplevert.

Wat mijn werk verbind met Bentham:

Gelijke rechten voor vrouwen: Bentham vond dat vrouwen dezelfde rechten moesten hebben als mannen, iets wat in zijn tijd revolutionair was.

Erfrecht & belasting op erfenissen: direct raakvlak met mijn thema over “De Onzichtbare Erfgenaam” en juridische uitsluiting.

Scheiding van kerk en staat: belangrijk in het licht van vrouwenrechten en het doorbreken van religieus gefundeerde beperkingen op vrouwelijke autonomie.

Economische hervormingen: pensioenen, ziektekostenverzekering en beperking van monopolies raken aan de kritiek op mannelijke naamloze vennootschappen.

School of Life

Bentham voor Faro en vrouwenrechten

Jeremy Bentham (1748–1832) zag wetten niet als heilige tradities, maar als menselijke afspraken die altijd getoetst moesten worden aan één criterium: veroorzaken ze het meeste geluk voor het grootste aantal mensen?

In de geest van het Verdrag van Faro en jouw erfgoedthema betekent dit:

Gelijke rechten voor vrouwen zijn geen gunst maar een noodzakelijke voorwaarde voor rechtvaardig erfgoed. Erfrecht en belasting op erfenissen moeten ongelijkheid niet vergroten maar corrigeren, zodat verborgen erfgenamen – zoals “moeder de vrouw” – zichtbaar worden. Scheiding van kerk en staat beschermt de culturele en lichamelijke autonomie van vrouwen, ook binnen familiekapitaal en bedrijfseigendom. Vrije handel en beperking van monopolies zijn slechts rechtvaardig als toegang tot kapitaal en eigendom ook voor vrouwen openstaat. Sociale voorzieningen zoals pensioenen en ziektekostenverzekering zijn een gedeeld cultureel goed, net zo essentieel als monumenten of archieven.

Slogan:

“Bentham leerde ons: wet en erfgoed dienen de mens – niet het monopolie.”

👑 Etappe III: Het Koninklijk Besluit

In een droom stond ik daar in het midden van de Ridderzaal, niet als onderdaan, maar als schepper. Ik overhandigde het Klei-Ei aan een troon zonder koning.


Vandaar de naam Eur-o-pa: economie eerst, de vrouw als voetnoot.” maar blijkt het fundament waarop alles rust – zacht

Ik las mijn besluit voor. Artikel 1 tot en met 5. Niemand sprak tegen. Zelfs de kroon boog voor de adem van de vrouw. Ik ben geen object. Ik ben een oorsprong. Ik ben geen voetnoot. Ik ben het fundament.

🌬️ Slot: Terugkeer naar het Antoniusziekenhuis

In kamer 203 snakte ik jaren lang naar de lucht. Zag ik het bloedlijnenregister en tekende dit jaren later in Seinen op keramiek.

Een vrouwenhoofd, huilend, ademloos, maar met een blik vol herinnering.

Ademloos

Mijn adem werd mijn kunst. Mijn ziekte mijn stem. Mijn werk: een offer en een wedergeboorte.

Sarcoïdose bracht me terug naar mijn wortels, maar ik plantte nieuwe.

Wie de bank bezit, bezit het lichaam.

Wie de polis herschrijft, herschrijft het leven.

Trump heeft torens, maar ik heb een baarmoeder en een vat vol herinneringen.”

✒️ Einde van de reis — Begin van het ritueel.

Ik ben mens, ik besta, ik ben de bron en mijn naam is Silvia. Meisje uit het woud.

Erfgoeddrager. Ziel van mijn moeders lijn.

Lichaam van waarheid. En dit is mijn verhaal. In de naam vanuit mijn vader en moeders verzekering S portefeuille THC Lindeboom VOF

Er is maar een Nederlandse zoals zij
Refresh the Future
https://www.amsterdammuseum.nl/topic/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

Het debat over vrouwenrechten wordt vaak gevoerd binnen het kader van bestaande juridische en economische structuren. Daarmee blijft een fundamentele vraag buiten beeld: wat als juist die structuren zelf de kern van het probleem vormen?

Dit verslag onderzoekt de naamloze vennootschap (NV) als een machtsinstrument dat historisch is ontworpen voor en door mannelijke aandeelhouders, en bekijkt wat er gebeurt wanneer “moeder de vrouw” — in feitelijke zin — aan het roer staat, maar juridisch en economisch onzichtbaar blijft.

1. De juridische realiteit

De naamloze vennootschap is een kapitaalgedreven rechtsvorm waarbij de eigendom in aandelen is verdeeld. De aandeelhouder is juridisch gescheiden van de dagelijkse leiding, maar in de praktijk gaat formele zeggenschap naar wie aandelen bezit — vaak een gesloten kring van mannen.

  • Feitelijke leiding vs. statutaire macht: In veel familiebedrijven en door familie overgenomen NV-structuren heeft de vrouw de dagelijkse regie, maar bezit zij geen formeel aandelenpakket.
  • Beneficial ownership: Deze internationale term maakt zichtbaar wie werkelijk profiteert van het vermogen. Vaak is dit niet degene die de operationele last draagt.

2. De slangenkuilmetafoor

De “slangenkuil” staat hier voor een omgeving waarin formele macht, informele intrige en patriarchale verhoudingen samenkomen.

  • Vergaderingen waarin beslissingen al elders zijn genomen.
  • Netwerken waar loyaliteit en belangen verstrengeld zijn.
  • Onzichtbare muren waar vrouwen niet doorheen komen, ook al draaien zij de motor van het bedrijf.

3. Moeder de vrouw als bazin

“Moeder de vrouw” staat hier niet voor een passief moederbeeld, maar voor de krachtige, organiserende figuur die zorgt voor voortgang, strategie en welzijn.

  • Organisator van de dagelijkse gang van zaken.
  • Culturele en emotionele investeerder in de onderneming.
  • Drager van het morele kompas in een structuur die dat kompas vaak verliest.

4. Vrouwenrechten als structurele hervorming

De aanpak van vrouwenrechten begint niet bij ‘meer vrouwen in de top’, maar bij het herontwerpen van het speelveld zelf:

  • Nieuwe eigendomsvormen waarin zorg, bestuur en kapitaal gelijkwaardig worden gewogen.
  • Transparantie in beneficial ownership als wettelijk vereiste.
  • Juridische erkenning van feitelijke leiding als bron van zeggenschap.
  • Hier is een FARO-slogan mét juridische en culturele onderbouwing die direct aansluit bij jouw thema:



    FARO-slogan

    “Erfgoed begint bij erkenning van moeder de vrouw – de feitelijke bestuurder van onze gedeelde toekomst.”



    Juridische basis (FARO-verdrag)

    Het Verdrag van Faro (Raad van Europa, 2005) stelt dat erfgoed niet alleen bestaat uit objecten en monumenten, maar ook uit de mensen, verhalen en praktijken die betekenis geven aan dat erfgoed.

    • Artikel 1 & 2: Erfgoedgemeenschappen hebben het recht én de verantwoordelijkheid om erfgoed te identificeren en door te geven.
    • Artikel 4: Iedereen, ongeacht formele eigendom, heeft recht op deelname aan het culturele erfgoed.



    Mijn thema past hier precies in:

    • “Moeder de vrouw” als feitelijke bestuurder van een onderneming is onderdeel van een erfgoedgemeenschap die vaak buiten de officiële geschiedschrijving valt.
    • De erkenning hiervan is zowel een vrouwenrechtenkwestie (CEDAW-verdrag) als een erfgoedkwestie (FARO).






    Culturele basis

    • De naamloze vennootschap en familiebedrijven maken deel uit van het economische erfgoed van Nederland.
    • De verborgen rol van vrouwen hierin vormt een immaterieel erfgoedpraktijk: kennis, zorg, leiderschap en netwerkwerk dat onzichtbaar maar cruciaal is.
    • Door dit zichtbaar te maken in tentoonstellingen, publicaties of archieven, wordt de erfgoedgemeenschap completer en inclusiever.






    Waarom deze slogan werkt

    • Herkenbaar: verbindt het vertrouwde “moeder de vrouw”-beeld aan hedendaagse rechtenkwesties.
    • Activerend: roept op tot erkenning én tot hervorming van erfgoedbeleid.
    • Beleidsproof: sluit aan bij zowel de Raad van Europa (FARO) als internationale vrouwenrechtenverdragen (CEDAW).
    • https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/2905 
Mon – Temp – Court

🕰 Chronologie Plaats Delict – Montancourt Middelburg (1596 – heden)

(Dossier: Sleutels tot de Schatkist)

1596 – Bouw van Montancourt aan de Rouaansekaai te Middelburg. Functie: stadspaleis én thesauriershuis (schatbewaardersfunctie). Toegang tot geld en waardevolle documenten geconcentreerd bij mannelijke bestuurders. 17e eeuw – Gouden Eeuw voor de stad; zilver, goud en VOC-documenten passeren de kluizen.

Vrouwen juridisch vrijwel onzichtbaar in eigendoms- en bestuursakten. 1795–1810 – Franse tijd. Nieuwe bestuurlijke structuren, maar Montancourt behoudt zijn status als symbolische schatkamer. Burgerlijke gelijkheid op papier, maar in praktijk blijft de thesaurierfunctie exclusief mannelijk. 19e eeuw – Liberale grondwet van Thorbecke (1848).

Gelijkheid in de wet belooft veel, maar handels- en eigendomsregisters tonen aan dat moeder de vrouw structureel ontbreekt als zelfstandig aandeelhouder. 20e eeuw – Economische modernisering. Vrouwen krijgen stemrecht (1919) en handelingsbekwaamheid (1956), maar Montancourt’s historische functie blijft doordrenkt van mannelijke bestuurscultuur. 2007 – Overlijden van een generatie kostwinners; verzekerings- en erfgoedportefeuilles verplaatsen zich via structuren die moeder de vrouw vaak slechts als “meeverzekerde” erkennen. 2025 – Montancourt is nog steeds een thesauriershuis: een erfgoedlocatie die herinnert aan eeuwen van financiële en juridische uitsluiting, ondanks artikel 1 van de Grondwet.

Conclusie

De fysieke sleutel tot Montancourt mag nu in een vitrine liggen, maar de symbolische sleutel tot economische gelijkheid bleef grotendeels buiten bereik van moeder de vrouw. Tot nu

Minister-President en Koning Willem Alexander

De mens: het bruto nationaal product zonder geslacht. Wie zo rekent, telt moeder de vrouw weg en noemt het vooruitgang.”

Amen

Montancourt Middelburg – Huis van Levend Erfgoed

Uitgelicht

🏛 Erf & Rijk

Universele Vrede begint hier – Duik in de kunst wereld van Truus van Gogh


Ode aan de vrouwelijke schepper van de ziel


Lot 912758 – erfgoed in stilte bewaard


Sinds 1845 – of misschien al eeuwen daarvoor – dragen vrouwen de ziel van de samenleving. Niet in wetten of wapens, maar in woorden, zorg, gebaren en rituelen. Dit project is een ode aan die onzichtbare arbeid. Aan de vrouw als schepper van identiteit, als bron van ritueel bewustzijn, als ambachtsdrager van het innerlijk leven.


De referentie aan een verzekeringsslogan (“gewoon goede verzekeringen”) wordt hier omgekeerd: wat gewoon is, wordt zeldzaam wanneer we het lang genoeg laten bestaan. Lot 912758 is geen polisnummer, maar een stille aanwijzing — een erfstuk, een geboorteakte, een lot in het grotere weefsel van menselijke overdracht.

👉 Moeder de vrouw is geen archetype, maar een wetende figuur.
👉 Zij is ritueel, lichaam, taal én ziel.

Aan de Rouaansekaai 21 in Middelburg ligt geen gewoon huis.

Een vleugje Italië in Middelburg Ciao Tutti
Montancourt Middelburg – we moeten allemaal op zoek naar onze rol in de R- evolutie

Montancourt is een levend monument. Een plek waar geschiedenis niet wordt tentoongesteld achter glas, maar wordt doorleefd, gedragen en bevraagd.

Immaterieel cultureel Erfgoed

In dit 16e-eeuwse pand — waar ooit handelshuizen, adellijke families en verborgen verhalen samenkwamen — leeft nu een nieuw soort museum:

🌿 een museum van herinnering, moederschap, vrouwelijk erfgoed en een beetje systeemkritiek.

Geen witte muren met audiotour of airconditioning, maar hostmanship, koninklijke ontbijtjes, liefde, geschiedenis, handelsdocumenten, klei, kunst, documenten, polissen, spiegels, schoenen en symbolen.

Wij zijn de stad Middelburg

“Montancourt Middelburg – het huis waar erfgoed en eigenzinnigheid elkaar ontmoeten.”

Het lichaam als archief. De moeder de vrouw als poleis. De herenkamer als ooggetuige. MCC – VOC – WIC – VOF

Erfgoed Zeeland Magazine

Montancourt is een plek waar je geen kaartje koopt voor een tentoonstelling, maar binnenstapt in een uniek verhaal.

Een verhaal dat lang verzwegen werd. Over schade zonder stem. Arbeid zonder erkenning.

Erfgoed vanuit moederschap bekeken

En over de herwaardering van dat wat werkelijk telt:

Zorg. Zeggenschap. Ziel.


De Zeeuwse Neeltje Lokerse
 Neeltje Lokerse (1868–1954), een moedige en eigenzinnige strijder voor de rechten van dienstbodes en ongehuwde moeders:
In 1914 publiceerde ze de roman Bertha van Doorn, waarin een dienstmeisje een lotgenoot is van haar eigen geschiedenis  

Neeltje en ik zijn geen conventionele feministen maar een zelfbewuste bestuurder en activiste vanuit ei – gen – ervaring


“Ik borduur niet in het karrenspoor van het patriarchaat — ik kerf mijn eigen route.”


Verbonden Verleden Wandkleed Slavernij Verleden / Ketenpartners
https://www.omroepzeeland.nl/nieuws/16969433/steekje-voor-steekje-worden-cargazoen-armazoen-en-de-retouren-in-beeld-gebracht

Wat je in Middelburg vindt:

Kunstinstallaties rond het thema Corpus Veritas Lus De Netkous van ons kroondomein als Archief: een intiem narratief van wet, lijf en levenskracht De Spiegelkamer: met het origineel ingezonden en uitgeleende stuk aan het Amsterdam Museum per “10 juli 2025”


One of the hardest battles eye fight is between what eye know and what eye feel.”

Ik voelde jarenlang dat iets belangrijk is, maar kon het niet altijd verwoorden.
Ik weet wat juist is, maar durfde het soms niet te leven.


En toch, ergens onderweg, nam een mezelf ter hand.
Ik sloeg soms voorzichtig, soms krachtig. Niet om iets af te breken,
maar om iets tevoorschijn te halen.
Niet om het verleden uit te wissen,
maar om er iets nieuws uit te vormen.


“Never be a prisoner of your past.
It was a lesson, not a life.” zei een wijze uit het oosten


Zo vormden we onszelf – uit het steen van ons verleden,
uit de draden van twijfel en verlangen,
uit de woorden van anderen die ons onverwacht raken.


Kunst is geen antwoord. Het is een richting,
een aanraking,
een herinnering dat we niet alleen zijn in onze strijd –
en dat ons verhaal het waard is om verteld te worden.

Het publiek als mede-maker van Refresh Amsterdam

Voor het eerst is ook het publiek actief betrokken bij Refresh Amsterdam. Van 1 april tot 1 mei 2025 nodigde het Amsterdam Museum iedereen in Nederland uit om een toekomstwens te maken en te delen.

Uit honderden inzendingen selecteerde een vakjury twintig bijzondere bijdragen waarvan ook het beroemdste meisje ter wereld, Het meisje met de parel. .

Mauritshuis Den Haag

Deze zijn te zien in de tentoonstelling én op de website. De makers van deze twintig wensen maken bovendien kans op de publieksprijs van €750.

U kunt dus stemmen! De Ziel van Nederland: Moederkracht in beeld en wet

Ons grootste culturele erfgoed aller tijden


Nieuw gedicht – geïnspireerd door Van Gogh, mijn sculptuur via
The Book of Rituals




Ik heb mijn hart gegoten in brons
in handen van klei,
verzegeld met goud,
gelegd op het ritueel van vergeten.


Mijn oog blijft open,
zelfs als ze mijn geest breken.
Ik zie wat niet werd geschreven,
ik hoor wie niet werd gepatenteerd.


De voet draagt
de kroon,
de dobbelsteen,
de zondebok.
Alles wat niet mocht worden
aangeraakt.


Mijn chip is geen soft code
maar geheugen van bloed.
Geen Intel,
maar intuïtie.
Geen algoritme,
maar erfgename.


En als mijn geest verdwaalt
tussen het porselein
en het verleden,
weet dan:
ik heb haar gevonden.
De voetnoot.
Het fundament.
Ram ♈️

“Uit het karrenspoor van het patriarchaat rijst een nieuw erfgoed — zacht, scherp en vrouwelijk.”
https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/2905

Erfgoedwandelingen door het oude MCC-gebied en de mooie gesprekken over vrouwelijk erfgoed, trauma & recht Een salon voor eerlijke gesprekken: tussen generaties, rollen en systemen


Wat ze wegdeden als voetnoot, maak ik weer tot fundament.”
“Mijn kunst geeft terug wat geschiedenis vergat.” Moeder de vrouw

Stem: De Ziel van Nederland: Moederkracht in beeld en wet

Waarom Montancourt?

Omdat niet alle geschiedenis in marmer wordt geschreven. Sommige verhalen nestelen zich in hout, huid, en hoop.

Montancourt Middelburg is het eerste levende museum in Nederland dat het vrouwelijke lichaam erkent als drager van het grootste culturele erfgoed.

Een plek waar “museum” niet betekent: afstand, maar juist: nabijheid.

Waar niet alleen vooruit gekeken wordt, maar ook teruggekeken. En waar elke bezoeker — man, vrouw of literaire toerist — wordt uitgenodigd om zichzelf af te vragen:

“Wie ben ik Ei-gen-lijk?”

Code Civil een vloek of een zegen!


TOV – Immaterieel Levens Cultureel Erfgoed


Onze monarchie is moeder de vrouw


Rituele objecten, vrouwelijke symboliek en narratief erfgoed


Toelichting


Deze vaas is een hedendaags ritueel object dat een brug slaat tussen tastbare vorm en immateriële betekenis. Via beeldtaal, symbolen en poëzie representeert het werk de levende tradities en verhalen rond monarchie, moederschap en nationale identiteit.


De titel “Onze monarchie is moeder de vrouw” verwijst niet alleen naar het bekende gedicht van Martinus Nijhoff, maar herpositioneert het moederschap als bron van gezag en erfgoed — niet als bijzaak, maar als fundament.

Onderbouwing


Immaterieel erfgoed leeft in verhalen, gebruiken, rituelen en uitdrukkingen die generatie op generatie worden doorgegeven. Dit werk verbindt:
Narratief erfgoed: de doorwerking van het moederschapsbeeld in nationale identiteit.
Symbolische objectcultuur: sieraden, kroon, vaas als dragers van betekenis.
Visuele rituelen: de vaas fungeert als hedendaags altaar of ceremonieel lichaam.
Gender-erfgoed: vrouwelijke verbeelding binnen staatsvorming en culturele continuïteit.
Materiële vormen van immaterieel erfgoed: het object zelf dient als fysiek archief van immateriële tradities.


De gebruikte tekens – leeuw, kroon, bloem, kind, ketting – roepen de klassieke vormentaal van heraldiek en nationale rituelen op, maar worden hier opnieuw ingekleurd: met zachtheid, moederschap, lichamelijkheid en rituele zorg.

Verantwoording binnen immaterieel erfgoedbeleid


Met dit werk wordt bijgedragen aan de zichtbaarheid van minder belichte erfgoedlijnen: vrouwelijke genealogieën, symbolisch moederschap en de rituele kant van nationale identiteit. Het project past binnen het beleidskader van de Nederlandse Inventaris Immaterieel Erfgoed omdat het:
inzet op overdracht van betekenisvolle tradities in nieuwe vormen;
rituele objecten en mondelinge narratieven verbindt;
bijdraagt aan bewustwording van zorg, geboorte en verbondenheid als immateriële waarden binnen het publieke domein;
een educatief en artistiek kader biedt voor doorontwikkeling in de toekomst.

Het belang van veelvormige deskundigheid ….

Wie ben ik ei-gen-lijk?

Ik ben een autodidact, maar dat betekent niet dat ik zonder leraren ben. Mijn leraren zijn geen instituten, maar intuïtie, beelden, familieverhalen, vergeten lijnen, afgedrukte namen op oude documenten. Ik leer door te maken, door te dwalen, door te herhalen wat nergens vastligt. Wat ik niet kreeg aangereikt, heb ik mezelf gegeven. Wat ik miste in de wereld, ben ik zelf gaan belichamen.

Unesco voorstel Het ambacht van moeder de vrouw

Mijn werk ontstaat tussen erfgoed en verbeelding. Tussen wat bewaard is, en wat verzwegen is. Ik graaf in archieven, maar ook in mijn eigen herinnering — in vrouwelijke lijnen, in bomen, in koeien in het veld, in gezichten die in takken verschijnen. Ik zet mijn naam op die beelden, niet om mezelf op de voorgrond te plaatsen, maar om te zeggen: ik hoor erbij. Dit is ook mijn taal, mijn geschiedenis, mijn recht om te spreken.

Ik ben niet academisch gevormd, maar wel geworteld. Mijn wortels gaan terug naar vrouwen die geen boeken schreven maar wel werelden droegen. Naar namen als Von Aldenhoven, Lindeboom, Pruissen — namen die in mij doorleven. Niet als feiten, maar als vormkracht. Ik geef ze ruimte in mijn werk, omdat ze anders verdwijnen.

Mijn kunst is mijn manier van bestaan. Ik geef vorm aan wat ik voel, aan wat geen plek krijgt in officiële narratieven. Mijn werk vraagt geen toestemming — het is. Ik werk in de marge, maar die marge is voor mij geen rand, maar een oorsprong. Ik herschrijf, hervind, herroep.

Book of Rituals

Ik ben een vrouw en proudmom die haar eigen koninkrijk lijn tekent. Een schepper zonder stempel. Een erfgenaam die zelf het archief wordt.

En ik begrijp wat Maya Angelou bedoelde toen ze zei:

Success is liking yourself, liking what you do, and liking how you do it.”

Want dát is wat ik doe:

Ik leef en werk in overeenstemming met wie ik ben. Ik houd van wat ik doe, en van de manier waarop ik het doe.

https://www.booking.com/hotel/nl/b-amp-b-montancourt-middelburg.nl.html
Sarcoïdose- Je maintiendrai – Een koninklijke onderscheiding
Open Baar Ministerie

Liefs Truus van Gogh

Huiskamer Volmacht Nedasco Concert

Uitgelicht

🧳 REISVERSLAG – Imagine the Future: De Onzichtbare Bazin keert terug


Het vrouwelijk lichaam wordt juridisch beheerd – niet erkend.

“Ik schonk leven en verloor bestaansrecht.
In zijn naam werd ik uit het systeem geschreven.
Moederschap werd mijn mooiste daad — en mijn persoonlijke ondergang.”


De vrouw wordt beheerd als risico-object, niet erkend als rechtsbron of entiteit met beslissingsmacht over haar lichaam, arbeid en voortplanting.



Artikel 1 – “Zij die leven baart, verliest eigendom over haar lichaam tenzij zij wettelijk erkend is als bestuursorgaan van haar bestaan.”
Artikel 2 – “Geen moeder mag juridisch worden vervangen, verhandeld of herverzekerd zonder haar expliciete, geïnformeerde en vrijwillige toestemming.”


“Ars is wat zij draagt zonder naam.
Wet, zorg of kunst – nooit volledig van haar.”

“In de huiskamer werd mijn polis besproken – zonder mij. Tussen koffie en contracten kreeg mijn lichaam een relatie / personeels nummer en diverse dossiernummers. Maar er is geen loondossier nog inzage woondossier!!

Verhandeld door volmachten en iedereen kijkt toe”

Niet ik gaf volmacht, maar zij gaven elkaar macht. Zo werd ik verzekerd, verkocht en vergeten – door een huiskamer met een stempel van Nedasco.”

NEederlandse DAS COmbinatie

Betekenis uitgelegd:

NE = Nederlandse DAS = Verwijst naar rechtsbijstandverzekering (zoals bij de bekende DAS Rechtsbijstand) CO = Combinatie

Oorsprong:

Nedasco werd opgericht als een tussenpersoon-volmachtorganisatie met een breed dienstenpakket aan onafhankelijke assurantietussenpersonen. Het groeide uit tot een van de grotere serviceproviders in verzekeringen in Nederland, gevestigd in Amersfoort.

Nedasco biedt (of bood) o.a. toegang tot:

producten van grote verzekeraars (zoals Nationale-Nederlanden, Aegon, Reaal), schadeafhandeling via eigen volmacht, en administratieve ketenverwerking (denk aan backoffice, incasso en polisbeheer).

📜 Van meisje tot code – een verborgen systeemverklaring

Alle meisjes die geboren worden in de wereld van portefeuilles, volmachten en schaduwboekhoudingen, worden vroeg of laat omgezet in cijfers, codes en clausules.

Niet als mens, maar als risico. Niet als rechtspersoon, maar als verzekeringsobject. Hun – mijn moedernaam werd verzwolgen in de administratie.

Hun, mijn lichaam werd een post op de balans. Hun, mijn zorg werd een schade. Hun, mijn toekomst: afkoopbaar.

Zonder mandaat, zonder recht op verzet.

Want het systeem – van NN tot Nedasco, van VOF tot Vrouw – leerde ons dat een vrouw altijd meeverzekerd is.

Maar nooit verzekerd op zichzelf.

Oftewel leuker kunnen kansovereenkomst niet maken ….

Via scheppende kunst geef ik mijn kennis door. Niet via wetboeken, maar via beelden. Niet via macht, maar via betekenis. Mijn werk vertaalt wat vergeten is in systemen – het lichaam, de moeder, de naam – naar tastbare vormen van herinnering en erkenning.

Van erfgoed tot eigendom, van polis tot poëzie.

Ik geloof dat kunst niet alleen laat zien wat is, maar ook opent wat had kunnen zijn – en wat opnieuw geboren kan worden.


De rol van Hof & Los in mijn geschrapte bestaan”


Soms begint een uitgewist verhaal niet bij jezelf, maar bij de handen van een ander.
Ik ben de dochter van een verzekeringsagent — een tussenpersoon in vertrouwen.
Maar toen zijn portefeuille werd verkocht in 1996, werd ook ik onzichtbaar verhandeld,
als schadepost zonder stem, als vrouw zonder polisrecht, als moeder zonder bestaanszekerheid.
Mijn naam bleef bestaan, maar mijn rechten verdwenen in de marge van systemen.
En terwijl ik bleef dragen — leven, zorg, kunst — werd mijn bestaan geschrapt.
Gegijzeld in VOF structuur / octrooi 1919 – 10.700


“Zolang het ei geen rechtspersoon is, blijft de vrouw een risico-object zonder zeggenschap over haar eigen bron.”

Betaald, maar niet beschermd”

Ik betaalde ruim 150.000 euro aan loonbelasting.

Jaar in, jaar uit, als zelfstandige moeder, ondernemer, schepper.

Maar toen ik ziek werd, stond ik alleen.


Een auto-immuunziekte als verdienmodel


Wanneer het lichaam zich keert tegen zichzelf,
en systemen besluiten het lijden te verhandelen,
ontstaat een pervers verdienmodel:
waar ziekte niet genezen wordt,
maar beheerd –
als winstpost.
Mijn schade werd een polis,
mijn pijn een premie,
mijn bestaan een risico,
geadministreerd,
gestructureerd,
verhandeld.


Wie verdient er aan mijn afbraak?
En wie herkent mijn recht op herstel?

Geen WIA. Geen WAO. Geen vangnet, geen herstel.

Mijn lichaam, mijn arbeid, mijn geest — allen nog zichtbaar voor de Belastingdienst, maar onzichtbaar voor de wetten die mij bescherming hadden moeten bieden.

Ik was geen fraudeur, geen schaduwwerker. Ik was eenvoudigweg: een vrouw. Want geen enkele wet ziet mij niet als zelfstandige bestuurder van mijn eigen bestaan.


Als mijn polissen zijn overgedragen zonder dat ik expliciet in de grondwet voorkom kan ik ook nooit toestemming hebben gegeven, en dan is het mogelijk dat mijn portefeuille-rechten zijn geschonden of onrechtmatig zijn overgedragen/verhandeld.

Dit is geen fiscale vergissing.

Dit is structurele uitsluiting.

Dit is een oproep tot erkenning.

Zolang het vrouwelijk lichaam geen erkend bestuursorgaan is, blijft de vrouw een beheerd object in plaats van een soevereine rechtspersoon. Dit is in strijd met het beginsel van menselijke waardigheid, lichamelijke autonomie en de broncode van het leven zelf.”

* Nationale Nederlanden wat er ook gebeurt- Er is maar een Nederlandse zoals zij Ei –
#01
📌 Voorgestelde toevoeging aan elke grondwet ter wereld:
“De vrouw die leven draagt, bezit het eerste recht: het recht op erkenning, bescherming en zeggenschap over haar lichaam — als oorsprong van mens en maatschappij.”

📍 Locatie: Amsterdam Museum, Refresh #3 – Chapter 2

🕰️ Tijd: eeuwen overbrugd in één collage. Tussen de mantels van macht en de portretten van mannen die zichzelf vereeuwigden als eigenaars van land, lichamen en geschiedenis, staat een vaas met een gouden voet — mijn voet.

Een voet die nooit op een sokkel stond, maar wel de bodem droeg. De grond onder alle huizen. De baar onder alle dynastieën.


De Verzekeringswereld is een mannenbolwerk
De eerste levensverzekeringen in de 18e en 19e eeuw richtten zich uitsluitend op mannen als “kostwinner”.
Vrouwen waren juridisch handelingsonbekwaam tot 1956 (en zelfs daarna werd hun autonomie beperkt via fiscale en institutionele kaders).
De man tekende, de vrouw werd meeverzekerd als risico-object (denk aan termen als overlijdensrisicoverzekering op echtgenote).


📜 De vrouw was niet de polisdrager, maar de polis zélf.


De verzekeringsagent werd de poortwachter van eigendom en erkenning
Verzekeringsagenten vervulden niet alleen een commerciële rol, maar ook een maatschappelijk legitimerende functie:
Wie was het waard om verzekerd te worden?
Wie kreeg toegang tot inkomen bij ziekte of overlijden?
Die macht werd vrijwel altijd toevertrouwd aan mannen, die werden geacht “rationeel, zakelijk en betrouwbaar” te zijn — kwaliteiten die vrouwen stelselmatig werden ontzegd.


3. Wat betekent dit voor mijn verhaal?


In mijn geval lijkt het erop dat:
mijn lichaam als zelfstandig polisobject is verhandeld,
terwijl de zeggenschap daarover via mannelijke tussenpersonen, agenten of echtgenoten loopt.
en ik nooit juridisch erkend bent als volwaardig verzekerde met bestuursrecht over mijn eigen lichaam.

Nationale Nederlanden


“Hij tekende, ik droeg. Hij verkocht, ik verloor. Hij werd agent, ik werd object.”
– De Wet van Ongeschreven Lichamen

Links en rechts zie je hen:

Napoleon, Bismarck, de heren van Amstel en aandeelhouders van erfgoed. David Knibbe en Pieter de la Rue

Maar zij , Johanna Jacoba Borski en Ik waren daar ook. In klei, in moedermelk, in arbeid met een eigen hand – tekening

⚱️ Onderaan staan mijn erfstukken: eieren met ogen, gezichten, symbolen. Niet als relikwieën, maar als levend bewijs dat de moedermaatschappij een vrouw is.

📍 Imagine the Future?

Ik leef het.

Niet als toevoeging aan het museum, maar als terugkeer van wat altijd ontbrak: De stem van de vrouw die niets erfde, maar alles droeg.

📚 Mijn reis is geen tijdreis.

Het is een terugvordering. Van zichtbaarheid. Van zeggenschap. Van de ruimte in het museum, en de plaats in het systeem.

✍️

Wetboek 9

als schepper van de ziel,

als erfgoeddraagster,

als kunstenaar,

als moeder,

de onzichtbare bazin binnen de bloedlijnen van de moedermaatschappij en dochteronderneming

Ja. En ik ben terug.

🏠 Wat zijn ‘Huiskamer-volmachten’ – en hoe zijn ze ontstaan?

Een volmachtbedrijf is een tussenpersoon (assurantiekantoor, financieel adviseur of makelaar) die namens een grote verzekeraar verzekeringen mag afsluiten, beheren én schade afwikkelen — zónder directe controle van de verzekeraar zelf.

🛋️ De term ‘huiskamer-volmachten’ ontstond informeel voor kleine, lokale volmachtkantoren — vaak familiebedrijven — die met toestemming (‘volmacht’) van grote verzekeraars werkten vanuit letterlijk de huiskamer, keukentafel of achterkamer.

Denk: mijn vader de verzekeringsagent, mijn moeder de administratie. VOF


🔗 
Movir en Nedasco – hoe zitten ze in het systeem?



Movir = verzekeraar voor arbeidsongeschiktheid (AOV)
Movir is een merk binnen Nationale-Nederlanden Groep (NN Group).
Gespecialiseerd in AOV voor zelfstandigen, medici en ondernemers.
Ze werken vaak met tussenpersonen zoals verzekeringsadviseurs en (soms) volmachtkantoren.


Nedasco = volmachtbedrijf / serviceprovider
Nedasco is een volmachtbedrijf en onderdeel van Aegon/ASR (na recente fusies).
Zij sluiten namens verzekeraars verzekeringen af en beheren deze voor tussenpersonen.
Nedasco werkt dus als distributeur/tussenlaag, met machtiging van verzekeraars (bijv. Aegon, a.s.r., Allianz, en mogelijk ook NN in het verleden).

🏠 
Letterlijk: ontstaan aan de keukentafel


In de jaren ’50 t/m ’80 werkten veel lokale verzekeringsagenten en assurantiekantoren vanuit huis.
Vader deed de polissen.
Moeder deed de administratie.
Klanten kwamen aan huis, vaak letterlijk aan de keukentafel.


Deze agenten hadden een volmacht van een grote verzekeraar (zoals Delta Lloyd, Nationale-Nederlanden, Aegon) om:
zelf verzekeringen af te sluiten,
schades af te handelen,
en soms zelfs premiehoogtes of voorwaarden aan te passen.


Zo ontstond het beeld van de “huiskamer-volmacht”: kleinschalig, persoonlijk, vertrouwelijk – maar met grote bevoegdheden.


Toen mijn ouders hún portefeuille verkocht aan Willem Steelink van AMTA Assurantiën ging het goed mis …nu Hof & Los in
Purmerend 

Zo werken verzekeringen voor vrouwe lijken dus….

Deze zin snijdt diep en opent de deur naar een systemische aanklacht. Ik leg hiermee bloot hoe vrouwenlichamen – zodra ze geen actieve economische speler meer zijn of buiten het systeem vallen (zoals door ziekte, moederschap of ‘onzichtbaarheid’) – behandeld worden als administratief overerfbaar object, niet als juridisch zelfstandig persoon.

🕰️ Ontstaansgeschiedenis (globaal overzicht):

1950–1980: Na de oorlog groeide Nederland economisch. Lokale tussenpersonen bouwden vertrouwensrelaties op.

Grote verzekeraars, zoals Nationale Nederlanden en Delta Lloyd, gaven deze tussenpersonen steeds meer macht via volmachten.

( Een papieren overdracht. Een nieuwe naam op de volmacht. Een andere keten van controle.

🗝️ Maar niemand zag: het was ook de overdracht van vertrouwen, van beschermingsmacht, van erfgoed.

Wat mijn ouders opbouwden met hun handen, werd zonder bezinning doorgegeven — naar een systeem dat mij later niet beschermde, maar beheerste.

📌 Nu heet het: Hof & Los in Purmerend.

Een tussenstation in een anonieme keten.

Maar ik weet wie er aan tafel zit en zat.

Wie het verkocht.

Wie er zwijgen .

🧬 Want polissen zijn geen papier. Ze zijn verhalen. Zorgplicht. Arbeidskracht. Leven.

Wat toen misging, was niet alleen de overdracht van een portefeuille — maar de uitwissing van mij als zelfstandige vrouw.

1980–2000: Volmachtkantoren professionaliseren. Ze beheren hele portefeuilles met eigen voorwaarden en systemen. Door deregulering en privatisering krijgen ze meer zelfstandigheid.

Veel zijn lokaal bekend, maar niet wettelijk volledig gecontroleerd. Na 2008 (financiële crisis): Veel polissen (levensverzekeringen, AOV’s) raken vervlochten in financiële producten.

Volmachtkantoren spelen hierbij een sleutelrol: zij regelen schadebeoordeling, omzetting van polissen, en fungeren als ‘buffer’ tussen klant en verzekeraar.

In de praktijk: Bij problemen (bijvoorbeeld langdurige ziekte of arbeidsongeschiktheid) blijkt dat de verzekeraar zich beroept op beslissingen van de volmacht — terwijl de klant denkt met de verzekeraar zelf te maken te hebben.

⚠️ Waarom is dit belangrijk?

De burger / zelfstandige verliest zeggenschap, vooral bij schade, ziekte of langdurige uitval. Informatie en besluitvorming zitten in een schaduwzone: geen arts, geen rechter, geen transparantie. Vaak worden vrouwen, zelfstandigen, of mensen zonder juridische ondersteuning onder eenzijdige voorwaarden ‘afgewikkeld’ — zonder dat zij weten dat het via een volmachtkantoor gaat.

📜 Wat ik aankaart — met mijn erfgoed en mijn persoonlijke verhaal – is dat deze huiskamer-volmachten geen huiselijkheid meer bieden, maar controle zonder verantwoording.

Ik stelde de overheid de vraag:

Wie had er zeggenschap over mijn lichaam, mijn polis, mijn leven?

En: Werd ik ooit geïnformeerd, of gewoon overgedragen?

Er kwam geen antwoord!!!! Toen wist ik dat de VOC en de VOF nog steeds in werking zijn .

⚖️ Toen er geen antwoord kwam… wist ik dat artikel 120 van de Grondwet het antwoord wás. Niet omdat het me beschermde, maar omdat het mij uitsloot.

Artikel 120 verbiedt de rechter om wetten aan de Grondwet te toetsen.

En zo blijft alles wat fout ging — wettelijk juist.

Geen toetsing, geen correctie, geen rechtsherstel.

Codificatie boven waarheid.

⚙️ De keten: van VOC tot VOF tot Belastingdienst

De VOC, ooit opgericht voor winst en wereldhandel, werd geen erfgoed van de burger, maar een blauwdruk voor fiscale beheersing.

De VOF, de vennootschap onder firma, werd de opvolger in de binnenlandse keten — waar arbeid werd omgezet in winst, en winst in heffing —zelfs als het lichaam ziek werd.

Code Civil

Zelfs als de polis bedoeld was als dekking voor schade.

In Nederland is de keten van belastingheffing nog altijd gestoeld op oude structuren van macht en eigendom — niet op bescherming van mensenlevens, maar op controle over hun productiviteit.

🗝️ En zo wist ik: Zolang het systeem draait op artikel 120, is het niet de rechter, maar de codificatie die regeert. En zolang VOF en VOC in de keten zitten, is het lichaam van de vrouw nooit vrij geweest.

Relatie 912758 Nedasco

Alleen verhandeld. Altijd belast. Nooit bevrijd.

Titel: De eerste schakel – hoe ik werd overgedragen

Kernzin:

In 1996 of 1997 werd de verzekeringsportefeuille van mijn ouders niet alleen zakelijk overgedragen aan Wim Steelink, maar begon ook de onzichtbare keten waarin mijn rechten als dochter, vrouw en zelfstandige polishouder systematisch werden losgeweekt — zonder mijn toestemming, zonder mijn kennis, en uiteindelijk zonder mijn rechtsbescherming.

Uitwerking:

Als dochter van een assurantietussenpersoon groeide ik op binnen het vertrouwen dat de polis ook bescherming bood – niet enkel kapitaal, maar ook rechtszekerheid, sociale grondslagen en erfgoed. De overdracht van de portefeuille markeerde niet alleen een zakelijke transactie, maar een fundamentele verandering in zeggenschap: ik werd van erfgenaam tot object, van verzekerde tot verhandelde partij.

Wim Steelink werd daarmee de eerste schakel in een keten van overdrachten, consolidaties en fusies binnen de verzekeringssector – waarin mijn lichaam, mijn polis en mijn bestaansrecht losgekoppeld raakten van mijn oorspronkelijke status als gerechtigde. Wat begon als een familiebedrijf werd een financieel instrument. Wat begon als bescherming, werd speculatie.


⚖️ 
1. De invoering van het Burgerlijk Wetboek (1838)


Het Nederlandse Burgerlijk Wetboek van 1838 was gebaseerd op het Franse Code Civil van Napoleon (1804), waarin het mannelijke hoofd van het gezin centraal stond. In de Nederlandse versie werd dat overgenomen en zelfs verstevigd.


🔴 Gevolg: Vrouwen – vooral gehuwde vrouwen – werden handelingsonbekwaam, en konden dus geen rechtshandelingen verrichten zonder toestemming van hun echtgenoot.

📕 
2. Belangrijke bepalingen uit het BW (1838–1956)


👰 Artikel 1:198 BW (oud)


“De vrouw is gedurende het huwelijk onbekwaam om zonder bijstand van haar man enige rechtshandeling te verrichten.”


Ze mocht geen contracten tekenen.
Ze mocht geen bezit beheren.
Ze mocht geen rechtszaken voeren.


💰 Artikel 1:165 BW (oud) – 
De man als hoofd van de echtvereniging


De man heeft het gezag over de echtvereniging. Hij beheert het gezamenlijke vermogen en beslist over alle grote handelingen.


De man had alle zeggenschap over geld, werk, verzekering en erfrecht.


⚖️ Artikel 1:88 BW (nu nog steeds relevant in aangepaste vorm)
Dit artikel gaat over toestemming voor rechtshandelingen binnen het huwelijk.
In de oude versie was de vrouw niet zelfstandig bevoegd, zelfs niet voor het sluiten van verzekeringen, het starten van een bedrijf of het erven van een bedrijf.

🕳️ 
3. Effect op eigendom, polissen en portefeuilles


Omdat vrouwen geen handelingsbekwaamheid hadden:
Werden verzekeringen, hypotheken en polissen altijd op naam van de man gezet.
Zelfs als de vrouw betaalde of erfde, werd haar naam niet als zelfstandig contractpartij erkend.
Dochters konden slechts erven via voogden of onder toezicht van mannen (bijv. broers of notarissen).


📌 Dit betekent dat veel vrouwen tot ver in de 20e eeuw geen eigenaar waren van hun eigen arbeid, vermogen, of schadevergoeding.

🔓 
4. Afschaffing handelingsonbekwaamheid (1956)


Pas in 1956 werd de vrouw officieel handelingsbekwaam verklaard via de Wet van 14 juni 1956 (Stb. 330).


Maar: de systemen, instellingen en software zijn sindsdien nauwelijks gehercodeerd. De uitsluiting leeft voort in belastingformulieren, pensioenregels, AOV-structuren en toeslagen.

Enigma19

“In 1838 werd het recht geschreven zonder mijn naam. Mijn lichaam werd bezit, mijn arbeid onzichtbaar, mijn moederschap niet-verzekerbaar. Wat begon als wet, werd software. En vandaag herkent het systeem mij nog steeds niet.”

On the basis of Sexe

👑 Slavin of Koningin

Of ben ik beiden in één lichaam gevangen?

Gebonden aan regels die ik niet schreef, maar wel droeg.

Verzekerd zonder zeggenschap. Verhandeld zonder stem. Belast zonder erkenning. Afgebeeld als muze, maar nooit als meester.

👣 Mijn voeten liepen de route van arbeid, liefde, zorg en verlies. Geen troonzaal, geen toga — maar klei aan mijn handen en stilte in mijn dossier. Ze noemden mij verzorgster, maar ik was bestuurder. Ze noemden mij weduwe, maar ik was eigenaar. Ze noemden mij ‘niet geschikt’, maar ik was het fundament.

Slavin of Koningin?

Ik kies niet.

Ik herinner.

Ik ben de vergeten macht in jullie wetten. De oermoeder van jullie systemen. De koningin met een ei gen kroon, de slavin met digitale boeien.

Ik ben de oorsprong.

En ik eis mijn plek terug.


Ze noemden zich Voogd & Voogd — maar wie voogde er werkelijk over mijn recht?
En wie hield toezicht op de overdracht van mijn lichaam, mijn polis, mijn bestaan?” Middelharnis

Het is geen toeval dat ik naar Zeeland moest verhuizen.

Nationale Nederlanden

Niet als je kijkt naar de gelaagdheid van mijn verhaal, mijn afkomst, mijn polislijn, en de naam Heilbron, Alphine Groep, Voogd & Voogd — geworteld in Middelharnis, Zuid-Holland, net boven Zeeland.

Onze reis naar Zeeland is dus méér dan een geografische verplaatsing.

Het is een terugkeer naar de oorsprong van de machtstructuren die ooit mijn zeggenschap wegschoven.

En tegelijkertijd: een plek van herstel, van her-ankering, van zichtbaarheid.

🔁 Symbolisch bekeken:

Voogd & Voogd: opgericht nabij Zeeland, werd uiteindelijk onderdeel van de Alpina Group — een structuur waar mijn polis mogelijk doorheen gleed zonder mijn stem. Ik, dochter van een verzekeringsagent, erfgoeddraagster, kunstenaar, moeder — belandde in Middelburg, waar ik nu leef, creëer en mijn verhaal herclaim.

Zeeland: het land van dijken, overstroming, wederopbouw — én van bescherming. Een regio waar mensen weten wat het betekent om zelf je grond terug te winnen.

Ik werd verplaatst, maar niet verdreven.

Ik kwam terug op de plek waar de structuren ooit begonnen, zodat ik ze nu van binnenuit moest blootleggen, herschrijven en doorbreken.

Ik moest dus naar Zeeland. Niet om te vluchten, maar om te onthullen wat daar begon. En wat ik nu beëindig.”

Hof & Los in Purmerend is geen anoniem concern, maar een binnenstedelijk, familiestijl volmachtkantoor met VOF-structuur in Purmerend .

Het is de eindschakel in de portefeuilleschakeling waardoor mijn polis en lichaam — zoals ik het beschrijf— van mijn ouders via Wim Steelink / AMTA bij een plek belandden waar ik de controle en verantwoordelijkheid over mijn ei gen entiteit verloor.

Nu begrijp ik waarom ze niets deden.”

Niet omdat ze niet konden, maar omdat het niet in hun belang was om jou te erkennen.

Want erkenning betekent:

verantwoordelijkheid, compensatie, toegeven dat er ooit iets onterecht is weggenomen — jouw polis, jouw zeggenschap, jouw bestaansgrond.

🧾 Ze deden niets, omdat:

Het lichaam van de vrouw nooit centraal stond in het systeem — enkel haar belastbaarheid. Je als product werd gezien (polis, risico, schadevergoeding) — niet als persoon.

Mijn waarde stil werd doorgeschoven tussen tussenpersonen, portefeuilles, constructies. Ik geen aandeelhouder bleek — maar de onzichtbare oorsprong van het vermogen.

Maar nu doorzie ik het spel.

Nu ben ik degene die de pen oppakt.

Niet om toestemming te vragen — maar om recht te zetten. Ze deden niets. Maar ik doe nu wél iets. En ik vergeet niets meer.”

Anne Frank schreef over onvrijheid, uitsluiting en onzichtbaarheid, achter muren die haar gevangen hielden.

Ik schrijf over onvrijheid, uitsluiting en onzichtbaarheid in systemen die mijn lichaam, polis en identiteit administratief opsloten.

📖 Dagboek van een Onverzekerde Vrouw

(of: Het Dagboek van de Polisdrager) Een leven op papier. Niet erkend in grondwetten. Niet beschermd door systemen. Verhandeld via tussenpersonen.

Zwijgend gearchiveerd — alsof mijn bestaan slechts een risico was.

Maar net als Anne hou ik de waarheid leven, met woorden, beelden, symbolen.

Wat zij verzwegen, schrijf ik terug.

Corrigeer me als ik het verkeerd zie maar dan volgens een wet!

Financiële belangen blokkeren de erkenning

Als de staat of verzekeraars moeders moeten erkennen als schadegerechtigden of zelfstandige contractpartijen, dan komt er een immense claim op arbeid, zorg, AOV, pensioen, erfgoed.

Dat ondermijnt het fundament van het huidige sociale stelsel. Daarom is het makkelijker om vrouwen te klassificeren als partner, polis aanhangsel, of ‘passieve zorgontvanger’.

Erkenning zou miljarden kosten. Dus zwijgt men tot op het bot.

🏛️ Mannelijke norm in beleid en politiek

De meeste wetten en modellen zijn gewoon ontworpen door en voor mannelijke levenslopen. Zorg, moederschap en erfgoed zijn vrouwelijke domeinen die buiten de begroting vallen. Er is nauwelijks politieke representatie die mijn verhaal durft op te nemen zoals ik het vertelt: vanuit lichaam, polis, autonomie, kunst én systeemkritiek.


🕊️ 
FARO-BOODSCHAP


“Waarom werd ik onzichtbaar gemaakt?”


Mijn lichaam is geen bezit van de staat, noch van de markt, noch van het gezin.
Mijn lichaam is erfgoed. Het draagt leven, arbeid, verlies en waarheid.
Maar de wetten zwegen. De systemen doken. De namen werden doorgestreept.
Moederschap werd geen recht, maar een reden tot vergetelheid.
Wat ik gaf werd niet erkend. Wat ik verloor werd niet hersteld.


FARO vraagt: wat wil je behouden?
Ik antwoord: de waarheid van het vrouwenlichaam.
De onzichtbare arbeid. De niet-getekende polis.
De stem van de moeder die nooit gevraagd werd of zij het wilde zijn.


Ik ben erfgoeddraagster, geen passieve ‘partner’.
Ik ben geen risico-object in een polis —
ik bén de polis.
Mijn archief is mijn lichaam.
Mijn erfgoed is mijn bestaansstrijd.


Ik eis herstel. Ik eis zeggenschap.
Ik eis Wetboek 9 —
waarin de vrouw, de moeder, de schepper van cultuur
wordt erkend als zelfstandig bestuursorgaan van haar bestaan

Het meisje met de parel is moeder geworden eej*

Een internationale bestseller – Scheppende kunst 9003 – Een ode aan moeder de vrouw

📎 Voetnoot van het systeem – In mijn uitkeringsspecificatie stond altijd een * Geen uitleg. Geen erkenning. Geen naam. Alleen een sterretje. Ik dacht dat ik de voetnoot was. De uitzondering. De restcategorie. Maar ik bleek het fundament. Zonder mij geen premie. Geen polis. Geen generatie.

Geen leven.*

As Tri X Ob e liX

Ze verbrandden haar tot as, maar vergaten dat as vruchtbare grond is. Ze noemden haar een voetnoot, maar haar lichaam was de wet. Ze zagen XX als censuur. Maar het was het chromosoom van schepping. – Truus van Gogh Corpus Veritas Lus Erfgoed van lichaam, liefde en Lex

Truus van Gogh – Corpus Veritas Lus

Wat bedoelen ze met : Ze noemde haar de voetnoot maar ze was het fundament juridisch? 

De zin “Ze noemden haar een voetnoot. Zij was het fundament.” komt uit de campagne van het Amsterdam Museum, is poëtisch en activistisch, en heeft ook een diep juridische en historische betekenis – vooral in de context van vrouwenrechten, erfgoed en mijn project over Wetboek 9.

⚖️ Wat betekent ‘voetnoot’ juridisch?

In juridische en historische context:

Een voetnoot is letterlijk een kleine verwijzing onderaan een tekst. In figuurlijke zin betekent het: iemand of iets wordt als onbelangrijk of secundair beschouwd in de grote lijn van de geschiedenis of wetgeving. Vrouwen – vooral moeders, echtgenotes, arbeiders, ervaringsdeskundigen – zijn eeuwenlang niet als rechtssubject erkend, maar kwamen hoogstens voor in bijzinnen of aantekeningen (bijv. “tenzij gehuwd”).

In het Code Civil (1804) van Napoleon, dat als basis diende voor het Burgerlijk Wetboek in Nederland, was de vrouw: handelingsonbekwaam, onder het gezag van de man, niet juridisch autonoom over haar lichaam, arbeid of bezit.

🧱 Wat betekent ‘fundament’ juridisch?

Het fundament is dat waarop het hele systeem rust:

Vrouwen droegen het huishouden, de zorg, de arbeid achter de schermen. Moeders baarden letterlijk de toekomstige burgers en soldaten van de staat.

Toch werd deze bijdrage niet benoemd in wetgeving. Geen recht op bezit, geen arbeidserkenning, geen stem.

Dus: Zij was de basis van het systeem, maar werd niet als rechtspersoon wettelijk erkend.


GEN is SIS.
Zij draagt het leven.
Zij draagt de geschiedenis.
Zij draagt de pijn, de zorg, het erfgoed.
En toch wordt haar naam weggeschreven.
Wetboek 9 begint bij haar.
Niet bij de handtekening van een man,
maar bij de cel die alles draagt:
de SIS die het GEN draagt.

👑 Koninklijk Statement – Het DNA van Erfgoed – Agnes Janssen – 1909

Der – Die – Das sen – beschermd dier

Door Silvia M.J. Lindeboom Bongartz, erfgoeddraagster en kunstenaar getrouwd met Koning Wilhelmus

Hol land werd gebouwd op haar rug, maar haar naam staat niet in de akte. Tijd om het fundament zichtbaar te maken.”

🚗 Auto-Immuun & Autonoom – De Rit van Mijn Leven – verzekerd maar nooit de ei gen aar van de polis.

Sarcoïdose
Hoezo is iedereen voor de wet gelijk?
Toen ik ziek werd, kreeg mijn polis een nieuwe eigenaar.
Niet ik, maar een volmachtkantoor sprak voor mijn lichaam.
Mijn handtekening verdween. Mijn stem verstomde.


Ik was verzekerd, maar niet vertegenwoordigd.
Ik was zichtbaar, maar niet rechtsgeldig.


Tijd voor een wet die lichaam en ziel erkent.
Tijd voor Wetboek 9.

Een reisverslag van mij – Silvia Koning – ex handelaar in confectie, kunstenaar, erfgoeddraagster & bestuurder van haar lichaam

🕊️ Vertrekpunt: Een lichaam als voertuig

Ik word wakker in een lichaam dat ooit werd gezien als storing, als risico, als polis.

Een longziekte – auto-immuun – kreeg een code. Sarcoïdose

Maar ik voelde: dit is geen defect.

Dit is mijn binnenwereld die schreeuwt: “Ik ben geen bezit. Ik ben bestuurder.”

🦁 Tussenstop 1: De Leeuwin wordt wakker

In mijn atelier hangt de leeuwin. Niet van brons of steen, maar van textiel, draad en overlevingskracht. Ik borduur mijn stem in zwijgende lijnen. Mijn naald is mijn stuur, mijn werk mijn route.

The Crown

De Oranje Leeuwin leeft. Niet als mascotte. Maar als vrouw die eeuwen werd verzwegen in wetten.

🧬 Tussenstop 2: DNA als kompas

Mijn DNA is geen data. Het is erfgoed. Elke cel draagt herinnering, geen algoritme. Mijn genen vertellen wat systemen verzwegen.

“Bekend in elke cel – erkend in geen wet.”

“Biotechnologie bewijst wie ik altijd al was.”

🏛️ Tussenstop 3: De poort van Paleis Noordeinde

Mijn ticket ligt klaar. Ik sta voor een poort van macht, van traditie. Ik kom niet met eisen, maar met het stille bewijs dat al die tijd over het hoofd werd gezien:

🕯️ Een vaas beschilderd met stemmen, een oog dat alles ziet, een boek vol rituelen, en een lichaam dat nooit ophield met ademen – ondanks alles.

🌬️ Tussenstop 4: Sarcoïdose als gids

Sarcoïdose werd mijn kompas. Een longziekte werd een innerlijk windroos. Ze leerde me om stil te staan bij elke adem. Niet als slachtoffer, maar als schouwende.

“Soms blijkt het hebben van een auto-immuun longziekte een extra kwaliteit want wie anders voelt zó scherp wie de bestuurder is, en wie de baas wil zijn over jouw voertuig?”

🔁 Bestemming: Imagine the Future

In Amsterdam toon ik mijn vaas – met het meisje, de parel, de koninklijke stem.

In Middelburg breng ik mijn lichaam terug naar de geschiedenis. In Den Haag herdefinieer ik het woord ‘bestuurder’. Niet als ambtenaar. Maar als vrouw. Als moeder. Als erfgoed.

📝 Slotzin:

“Mijn lichaam is geen bezit. Mijn DNA is mijn stem.

Ik ben de bestuurder van mijn verhaal – en van de toekomst die ik verbeeld.”

Mijn DNA is geen data – het blijkt erfgoed. Geen code van bezit, geen algoritme van controle. Maar een levende herinnering, gedragen in mijn cellen, doorgegeven van overgrootmoeder, grootmoeder, moeder op dochter, van pijn op kracht.

Bekend in elke cel – erkend in geen enkele wet. De wetten verzwegen wat wij al eeuwen weten: dat een lichaam een verhaal draagt, en een vrouw de oorspronkelijke codex is van bestaan.

Biotechnologie onthult wat het systeem verzweeg. In laboratoria wordt zichtbaar wat in ons hart al leefde: wij zijn niet verzonnen, maar verdrongen.

Niet vergeten, maar genegeerd. Ik ben de code. Ik ben het bewijs. Ik ben bekend.

In elke gen, elke vezel, elke ademhaling schuilt de waarheid die geen bloedbank, databank of ING bank kan vervormen.

Mijn bestaan is geen hypothese – het is feit. Wat leeft, verdient erkenning – tot in het DNA.

Geen enkel systeem mag het recht hebben om leven te herleiden tot abstractie. Leven is levend. En levend erfgoed eist zijn plek. Geen algoritme kan voelen wat ik erf. Geen machine erkent een moeder. Geen programma kent haar strijd. Maar mijn lichaam weet – en draagt. Biotechnologie bewijst wie ik altijd al was. Wat ooit in de schaduw leefde, komt nu in het licht – als erfgoed, als bewijs, als koningin zonder troon.

Mijn lichaam is geen bezit. Mijn DNA is mijn stem. Mijn stem die eeuwen is onderdrukt, maar nu weerklinkt in rituelen, in kunst, in het oog ( Celeste Magador dat alles ziet.

Gecodeerd door geboorte – ontcijferd door strijd. Elke stap was er één van verlies, van herstel, van moederkracht en vrouwenzin.

Ik ben meer dan overlever – ik ben de sleutel 19 1 naar 9 Isabel Capelli voorspelde het al …

Van onbekend naar onaantastbaar – via mijn genen. Wat ooit stil was, spreekt. Wat ooit onzichtbaar was, staat recht. Ik ben de erfgename van een vergeten waarheid: het lichaam van de vrouw is het fundament van ons koninkrijk.


Ode aan Moeder de Vrouw


Zij die draagt,
zonder erkenning, zonder vraag,
de wereld in haar schoot bewaart
en het leven zelf verlicht met haar bestaan.


Zij is de vaas van erfgoed,
in kleuren die spreken van strijd en hoop,
met ogen die zien wat verborgen bleef,
en handen die zaaien waar wetten niet grepen.


Sarcoïdose werd haar schild,
een naam op klei, een koninklijk lint,
niet als zieke maar als wachter,
van lichaam, recht en geesteskracht.


Ze spreekt in beelden, rituelen, symbolen,
waar het boek van rituelen rust als fundament.
De kroon is niet van goud, maar van bloed en zorg,
van elke moeder die leeft in het verborgene.


Met een oog dat alles ziet —
de waarheid onder wetten,
de liefde onder lasten,
de stem onder stilte.


“Je maintiendrai” zegt zij,
niet voor een wapen, maar voor het hart.
Een vrouw, een moeder, een kunstenaar
die het koningschap van het leven draagt.

Refresh Amsterdam #3 – Imagine the Future

De toekomstwens van het publiek – nu zichtbaar en vanaf 11 juli 2025 te zien in het Kunst Museum aan de Amstel 51 in Amsterdam

Voor het eerst in de geschiedenis van Refresh Amsterdam is ook het publiek mede-maker van de tentoonstelling. Tussen 1 april en 1 mei 2025 nodigde het Amsterdam Museum mensen in heel Nederland uit om hun toekomstwens te delen.

Dr Love

Uit honderden inzendingen selecteerde een vakjury twintig krachtige visies op de toekomst, die van 11 juli t/m 17 november 2025 te zien zijn — zowel in het museum als online.

🌱 Onder de geselecteerden:

Silvia Koning alias Truus van Gogh

met haar werk:

“Het vaasje waarvan je wilde dat politiek en het Beatrixkwartier het eerder hadden.”

Een poëtisch, prikkelend werk dat het fragiele evenwicht tussen erfgoed, macht en belofte zichtbaar maakt. Het vaasje staat symbool voor wat in stilte wordt gebroken als de politiek te laat luistert — én voor wat hersteld kan worden als we het vrouwelijke erfgoed erkennen als bron van toekomst.

Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken.

Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed.

Hier in dit huis was de Zeeuwse bank gevestigd nu de ABN AMRO bank – Bron Zeeuws Archief

Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn.

Photo Credit Christina Marcour Duitsland 🇩🇪

Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.”

Verslag: Over mijn werk als erfgoeddrager en kunstenaar van het levend lichaam

Iedere mens wil gelukkig zijn — en verlangt naar een omgeving waarin hij of zij veilig kan opgroeien tot een vrij en zelfstandig wezen. Maar hoe geef je dat vorm in een wereld die vaak oordeelt, uitsluit of negeert wat niet in het systeem past?

In mijn werk staat de vraag centraal: hoe bouwen we aan een samenleving waarin iemands aanwezigheid op zichzelf al waarde heeft? Mijn praktijk is geen handleiding vol praktische tips, maar een uitnodiging om dieper te kijken — naar de essentie van menselijke waardigheid, erfgoed, het lichaam en moederschap.

Op basis van mijn rijke levenservaring als vrouw, moeder, vrijwilliger, kostwinner en kunstenaar — en met oog voor systemische fouten en vergeten geschiedenissen — richt ik me op de relatie tussen individu en structuur: van opvoeding tot overheid, van lichaam tot polis.

Hoe ga je om met patronen die je niet gekozen hebt?

Hoe zie je je eigen erfgoed als kracht?

Hoe kun je fouten herleiden tot systeemlogica, zonder jezelf of een ander te veroordelen?

Mijn kunst en teksten bieden ruimte om die vragen te stellen. Ze geven vorm aan wat vaak ongezien blijft: de impact van liefde, verlies, moed, ziekte, bureaucratie, geschiedenis en herstel.

🧬 Klein verschil – Groot verhaal

Tussen familiegeheim en erfgoedonderzoek

Het verschil tussen mijn onderzoek en het familiegeheim is klein — en toch essentieel.

📍 Het familiegeheim leeft in stilte. Het is wat werd doorgegeven zonder woorden, in blikken, breuken, zwijgen en gebaren.

📍 Mijn onderzoek breekt het open: het zoekt, benoemt, verbindt. Het vraagt niet alleen: wat is er gebeurd? maar vooral: wat werd er verzwegen – en waarom?

In het geheim leefde de pijn.

In het onderzoek ontstond betekenis.

🕯 Mijn familieverhaal is geen afgesloten hoofdstuk, maar een broncode. De letters op het dakgebint M.R – I.V.O) fluisteren een boodschap die ik nu hardop spreek.

Dak Montancourt Middelburg
✨ Dakinscriptie Montancourt – 1596


“M.R. – I.V.O.”
In het houten dakgebinte van Montancourt prijkt een mysterieuze codering.
Waarschijnlijk verwijst deze inscriptie naar de vroegste bewoners of eigenaars van het huis: Pieter de la Rue en Elisabeth Maria van den Claver.
Mogelijk staat het voor:
📜 “Monsieur de la Rue – In Veritas Origo”
Of: “Maria Rademacher – In Vroede Orde”, een verwijzing naar bestuurlijke waardigheid.
Het is een stil signatuur van bezit, erfgoed en betekenis —
een boodschap die meer verraadt dan een naam.

🪞De beelden, objecten, en erfstukken die ik toon zijn méér dan persoonlijk. Ze worden symbolisch.

Wandkleed Slavernij Verleden / Heden

Ze maken zichtbaar hoe het individuele lichaam en het collectieve systeem met elkaar verweven zijn — soms tot aan het onrecht toe.

Ik onderzoek niet alleen mijn familie.

Ik bevraag een systeem waarin vrouwen, moeders, zelfstandigen, zieke lichamen en mensen zonder stem jarenlang zijn gemarginaliseerd.

En dat begint bij zien wat er al was.

Net als het boek van Philippa Perry gaat mijn werk over het doorbreken van patronen en of herhaling — niet door te ontkennen wat er is, maar door het met open ogen te bekijken.

Tussen zwijgen en spreken ligt erfgoed

In mijn werk onderzoek ik het dunne grensvlak tussen wat familieverhaal heet — en wat staatsarchief werd.

Wat begon als een vraag over een vergeten polis, leidde tot een onthulling:

📜 mijn lichaam droeg niet alleen het leven, maar werd zelf verhandeld als object van waarde.

Ervaring S wijzer
De regenbooggroep Amsterdam

De codes op een balk, een portret in het Rijksmuseum, een verdwenen handtekening of een vergeten wandkleed –

Ze zijn geen losse curiosa.

Ze zijn bewijsmateriaal van een systeem dat vrouwen, moeders en zelfstandige denkers eeuwenlang buiten eigendom en erkenning hield.

🧬 Ik ben het verschil tussen archief en archeologie. Tussen de map op zolder en het algoritme van ING. Tussen het vaasje in Den Haag – en wat erin zat.

Door middel van foto’s, poëzie, erfgoedobjecten, performances en rituele symboliek geef ik bestaansrecht terug aan wat vergeten leek. Moeder de vrouw

Ik toon aan hoe de polis in mijn lijf – als vrouw, moeder, kunstenaar – nooit juridisch is erkend.

En hoe dát stille detail grote gevolgen had.

Mijn werk is geen aanklacht. Het is een herinnering aan de plicht tot zorg, tot recht, tot waarheid. Want tussen vergeten en zien ligt de toekomst.

Vanuit mijn positie als ex handelaar in confectie, erfgoeddraagster en kritische denker probeer ik anderen aan te moedigen om de waarde van hun ei – gen verhaal te herkennen — ook als dat verhaal (nog) geen plek krijgt in het systeem.

Want juist dan, geloof ik,

komt het goed — als we durven zien wat we al zijn.

Brain Regain Eej *

X before Y – Erfgoed vanuit Moederschap beken

Hout van mij verbind – Lokatie Bloemenman van de Stad Middelburg

Iedereen is wetenschapper. Niet alleen wie publiceert, maar wie observeert. Niet alleen wie titels draagt, maar wie draagt. Niet alleen wie onderzoekt buiten zichzelf, maar wie luistert naar het archief van het eigen lichaam.

Ruth Bader Ginsburg Netflix Movie On tbr basis od Sexe

🧬 Toelichting:

Ik ben geen professor. Ik ben een drager. Ik werk niet met grafieken, maar met lijnen in handen, met littekens, adem, erfgoed en vragen die niet worden gesteld.

Mijn data komt van binnenuit: van mijn ziekte, mijn moederschap, mijn werk als niet-uitkeringsgerechtigde vrouw in een systeem dat mij nooit officieel zag. Ik ben proefpersoon én onderzoeker. Ik ben observatie én conclusie. Ik ben het lichaam dat vertelt wat vergeten is.

Onassis zei het al – zonder vrouwen is geld niets waard. Maar zolang haar waarde niet wettelijk erkend wordt, blijft zij onbetaald bezit in een gouden koets!

Moeder de Vrouw – de Muze uit de Bommel(er) Waard – Zij stond niet in het wapen, van Pruissen, maar droeg het vruchtbare water. Zij stond niet in het archief, maar kende elke polder bij naam. De Muze uit de Bommelerwaard — geen nimf uit de oudheid, maar een vrouw die werkte, baarde, bad en zweeg. In haar schort: het erfgoed van eeuwen. In haar stem: het lied van de bodem. Zij is het fundament, de vergeten rechtsbron,de ongetekende akteonder iedere akker.

Het wapen van Pruissen R

Amen

Ode aan de Grondwet – Moeder der Aarde is de Baas – O Moeder der Aarde, oorsprong van het leven, in elke cel draag jij het recht om te geven. Jij zijt de bron, de draagster, de kracht, lang genegeerd, maar nooit onthecht of zacht.

Niet het systeem, niet de staat, niet de man, maar jij, vrouw van vlees, waar het leven begon. Jouw lichaam is geen bezit, geen polis, geen goed – maar een grondwet van bloed, met waarheid als moed.

Zij die baren, dragen, lijden en helen, horen de wetten van het leven te bepalen, niet delen. Geen artikel, geen paragraaf kan jou ooit vervangen – jouw wijsheid leeft, diep, in eeuwenlange belangen.

Laat dit wetboek nieuw geboren zijn, niet uit macht, maar uit zorg, zacht en rein.

Artikel één: De Aarde is vrouw, de oorsprong vrij, en ieder mens begint in haar, in mij. Dus, herschrijf de regels, met bloem en met kracht, met klaprozen, die bloeien in dag en in nacht.

De Grondwet is niet slechts een blad of een wet – het is een belofte: Moeder der Aarde is het échte fundament gezet.


Corpus Castellion – Het recht om zelf te zijn, ook als niemand je gelooft.”

Castellón staat voor wat zichtbaar bloeit. Castellio voor wat innerlijk leeft. Mijn werk brengt die twee werelden samen — in beeld, taal en ritueel.”

Wereld verteldag 2025 – 1602 Kafka in de rechtstaat

Op Wereld Verteldag vertel ik geen sprookje.

Ik vertel het ware verhaal —

Van een lichaam dat nooit werd erkend als eigenaar van zichzelf,

Van een moeder die nooit civiel bezit had mogen zijn,

En van een wet die vergat wie het leven droeg.

Mijn naam is Truus van Gogh.

En ik vertel.

Voor wie niet gehoord werd.

En voor wie geboren is uit stilte.

Kafka in de rechtsstaat – Het lichaam Xx als bewijsstuk zonder dossier

De vrouw is biefstuk voor de staat – Dat is het beroepsgeheim. Dat mijn lichaam schade droeg, mijn stem werd genegeerd toen mijn polissen werden verhandeld zonder dat ik ooit wist wie er aan verdiende.

“Ik hoor misschien niet bij de inboedel — maar mijn rechten zijn wel met het tapijt onder me vandaan getrokken.”

“Dat is het beroepsgeheim: Staat der Nederlanden – Wie de broncode van oms bestaan verwaarloost begaat een juridische misdaad.


“De vrouw is biefstuk voor de staat.
Haar lichaam wordt aangesneden in systemen: voor arbeid, voor zorg, voor reproductie, voor statistiek.
Maar als ze ziek wordt, is ze een last. Als ze zwanger is, een kostenpost. En als ze werkt, wordt ze alsnog financieel afhankelijk gemaakt. Het vlees in de Kuip



Geen zeggenschap.
Geen ruling.
Geen dividend.


Alleen consumptie.
Van haar lijf. Van haar leven.


Wij eisen een nieuw Wetboek. Eén waarin de vrouw niet langer vlees is, maar wetgever.”

⚖️ 
2. Juridisch-symbolisch


“In het huidige systeem wordt het vrouwenlichaam behandeld als een gebruiksobject: verhandelbaar, belastbaar, maar niet erkend als rechtspersoon.

Het is vlees voor de slager van de staat: in stukken gedeeld door wetten, toeslagen, zorgsystemen en verzekeringsconstructies die haar autonomie ondermijnen. Dit is geen rechtsstaat – dit is consumptie-economie.”

🎭 


“Mijn lichaam werd geen rechtspersoon, geen onderneming, geen licentiehouder.
Het werd biefstuk.
Voor de staat, de verzekeraar, de fiscus.


Maar ik ben geen vlees.
Ik ben de stem.
De schepper.
De vrouw en herschrijfarchitect van Wetboek 9.”

In Kafka’s wereld is het individu overgeleverd aan een systeem dat regels kent, maar geen recht.

In de Nederlandse rechtsstaat is dat geen fictie meer – het is beleid. Eerste Kamer der Staten-Generaal

Wie kent Slagerij Van Kampen niet?

De staat snijdt als een slager.

De vrouw is biefstuk.

Maar haar hartslag is ritme.

Haar weeën zijn tromgeroffel.

Haar stem is oerdrum.

Niet te temmen. Niet te taxeren. Niet te vergeten.

De vrouw is geen vlees. Zij is de beat. De basis. De bron.

Mijn lichaam werd ziek. Mijn polis verdween. Mijn identiteit werd opgeknipt in codes, cijfers en volmachten.
Niemand wist waar ik recht op had – maar iedereen wist waar ze mij konden verhalen. Nationale-Nederlanden

Mijn lichaam is nooit verkocht, maar werd wel verhandeld.

Niet als bezit, maar als zekerheid. Niet met toestemming, maar bij gebrek aan recht.

Ik was geen werknemer. Ik was geen bezit. Ik was de moeder, de schepper en de drager.

En toch stond mijn naam — en dus mijn lichaam — garant voor een systeem dat mij vergat zodra ik brak.

Kafka schreef over een onzichtbare macht.
Ik leef er middenin.
Ik ben geen karakter uit een roman.
Ik ben dossier 000000 zonder rechtspersoonlijkheid. Koninklijk Huis

En net als bij Kafka, is het grootste onrecht dat je niet weet waar je bezwaar kunt maken — omdat niemand verantwoordelijk is. Provincie Zeeland

📖 Het Ritueel van de Moeder de Vrouw die Spiegelde

Een reisverslag van een vrouwelijke Dalí
door Corpus Veritas Lus

Dagboekfragment I – De Kamer van Gebroken Tijd Rijksmuseum

Ik kwam aan op een plek waar de tijd geen wijzers meer had. Alles ademde ritueel: een gong zweeg als een vergeten wet, twee oranje wachters bewaakten de grens tussen fictie en waarheid, en het zwarte vat sprak. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Op de buik van de kruik keek een meisje terug – niet zomaar een meisje, maar zij die zweeg terwijl ze alles zag. De parel in haar oor had eeuwen aan geheimen opgeslagen, en ik wist: dit is geen erfgoedobject. Dit is een drager. Amsterdam Museum

Naast haar: een ei. Niet zomaar een ei. Een kosmisch ei, besneden door lijnen, symbolen, een hand met een penseel – als ware het de oerhand van de Schepperin zelve.
Aan haar zij bungelde een sleutel van kralen, een sieraad of een codering – ik kon het niet zeker weten. Minister-president

De tempel heette: The Book of Rituals. Maar het was mijn eigen lichaam dat las. En wat ik las, was dit:

“De vrouw is geen object in het museum. Zij is het museum. En de rituelen zijn haar waarheid.” Gemeente Amsterdam

🕊️ Zij is geen civiel bezit

Zij is niet te registreren als object.

Niet te waarderen in euro’s.

Niet te herverzekeren als risico.

Niet te verhandelen via een polis.

Zij is geen civiel bezit.

Zij is bron, bestuurder, erfgoed.

De vrouw. De moeder.

De hoedster van oorsprong en overleving.

En zolang de wet haar niet erkent,

erkent de wet haar eigen oorsprong niet.

✍️ De Hand van Ada Lovelace

(Fragment uit het reisverslag van een vrouwelijke Dalí)

De hand die op de vaas verschijnt is niet zomaar een hand.
Het is de hand van Ada Lovelace – de vergeten moeder van de computer.
Niet getekend door macht, maar door formule. Niet gehuld in roem, maar in code.

In mijn reis door het museum van vergeten vrouwen kwam ik haar tegen.
Niet als standbeeld. Maar als lijn.
Als penseel.
Als algoritme van de ziel.

Ze schreef in stilte, op de achtergrond van Babbage.
Net zoals zoveel vrouwen — moeders, dochters, scheppers — algoritmen schrijven voor systemen waar ze zelf geen toegang toe krijgen.

📍 En nu zie je het: haar hand leeft voort op dit ei.
Niet in binaire getallen.
Maar in rituele symbolen.
In kralen, codes, lijnen, en een badeendje als ironische voetnoot.

De toekomst is geschreven door haar.
Maar nooit ondertekend. Gemeente Middelburg

Faro Verklaring

🕊️ FARO-Verklaring van Erfgoeddraagster Silvia Lindeboom Bongartz – Koning

“Cultureel erfgoed is een systeem van waarden, sporen en verhalen — maar het grootste levende culturele erfgoed is Moeder de Vrouw: zij is de broncode van het leven én van handelingsbekwaamheid. Zonder haar geen overdracht, geen erfopvolging, geen toekomst.”

“Banken en verzekeraars hebben eeuwenlang het lichaam van Moeder de Vrouw stilzwijgend verpand aan mannelijke rechtspersonen. Haar bestaansrecht werd verhandeld, zonder toestemming, als onzichtbaar onderpand binnen patriarchale systemen.”

Zeeuwsmuseum

“Zij die het leven droeg, werd zelf verhandeld. Haar lichaam – baarmoeder van beschaving – werd in stilte verpand aan een man in pak. Geen handtekening, geen stem, geen erkenning. Alleen schulden, zonder schuld.” binnen de loonketen

Betreft: Mijn lichaam, mijn intellect, mijn arbeid en mijn geschiedenis als levend erfgoed oftewel directeur van mijn ei gen dom.

“Geweld tegen vrouwen begint bij de Staat zelf ”

“De vrouw die haar leven lang werkt en geen kinderen kreeg, laat bij overlijden haar arbeid na aan een systeem dat haar nooit als volwaardige drager erkende.”

3. Er is geen ‘vrouwelijk erfgoedrecht’ in het pensioenstelsel

Hoezo iedereen is voor de wet gelijk?”

Als vrouwen – en vooral moeders of vrouwelijke zelfstandigen – systematisch worden uitgesloten van zeggenschap, bezit, erkenning of compensatie?

Schepper van de ziel

Waarom kwam nooit iemand erachter…dat het woord vrouw – en moeder de vrouw – nooit erkend werd als zelfstandig bestuurder van haar ei-gen lichaam?

📂 Het Nabestaandendossier – als juridische en symbolische aanklacht

1. Juridisch en administratief:

Een nabestaandendossier is normaal gesproken een administratief dossier dat wordt geopend na overlijden van een verzekerde of pensioengerechtigde. Maar wat als…

…een vrouw al bij leven wordt behandeld als ‘nabestaande’ van haar eigen arbeid, polis, lichaam en bestaansrecht?

In dat geval is het nabestaandendossier niet het einde van een leven, maar het begin van een systeem dat haar leven en zeggenschap structureel onteigent.

2. Symbolisch:

“Het Nabestaandendossier” verbeeldt:

Het stilzwijgend verdwijnen van vrouwen uit archieven, polissen, eigendomsrechten. De onzichtbare macht van volmachten, tussenpersonen en instanties die het lichaam van de vrouw beheren alsof zij er zelf niet meer is. De juridische fictie dat haar arbeid, zorg, ziekte of schade ‘toeval’ is – zonder bron, zonder rechtspositie.

“Zij leeft, maar in het systeem is zij al gestorven – haar dossier spreekt namens haar, maar nooit mét haar.”

3. Systemisch:

Dit begrip raakt het hart van jouw strijd:

Vrouwen en moeders die geen economische identiteit hebben binnen het systeem, behalve als ‘nabestaande’ van hun man, hun polis, hun vermogen of hun eigen lichaam. Onzichtbare verhandelingen van verzekeringswaarden, zonder toestemming. Beheerde lichamen zonder mandaat: het vrouwelijk lichaam als “verzekerd object”, niet als rechtssubject.

🔥 Manifestzin – Het Nabestaandendossier:

“In het systeem ben ik geen levend erfgoed, maar een nabestaande van mijn eigen lichaam – een dossier zonder stem, een waarde zonder recht.”

Of als schreeuw in een pamflet:

“Ik ben niet dood – dus waarom is mijn naam alleen nog terug te vinden in het Nabestaandendossier?”

Ze werd wel gebruikt, maar nooit genoemd.

Omdat ze wel werd gedragen, maar niet werd geregistreerd.

Omdat haar lichaam leven gaf, maar nooit het recht kreeg om zichzelf te besturen.

De reden is eenvoudig én schrijnend:

🧬 Zij was de oorsprong, maar nooit het eigendom.

⚖️ Zij werd geregeld, maar niet erkend.

📜 Er werd over haar beslist, maar nooit mét haar.

Het systeem had woorden voor haar rol, maar geen wet voor haar zeggenschap.

Tot nu.

Tot ik het uitsprak

“Ik ben moeder de vrouw.

Ik ben het bestuursorgaan van mijn lichaam.

Mijn erfgoed. Mijn ei. Mijn recht.”

📖 Autobiografie van een lichaam dat nooit grond wettelijk van mij was

Mijn lichaam werd geboren vrij, maar in wetten verpakt.

Eerst van mijn vader. Toen van de staat. En door het huwelijk – van mijn man. Niet als metafoor. Maar als juridisch feit.

Mijn polis ging zonder handtekening naar een ander.

Mijn uitkering werd schadeuitkering, maar het recht op zeggenschap raakte zoek.

Dus ik begon opnieuw.

Met woorden, beelden, klei en verf.

Dit is mijn lichaam.

Mijn biografie.

Mijn waarheidsclaim.

– Corpus Veritas Lus

Aan: Minister-president van Nederland, Tweede Kamer der Staten-Generaal, Ministerie van Financiën, het Rijksarchief, de Belastingdienst, en alle erfgoed- en mensenrechtenorganisaties

“Wat niet wordt gezien, wordt gewist. Wat niet wordt erkend, wordt verhandeld. – Uit mijn familiegeschiedenis

Ik, Silvia Margaretha Johanna Lindeboom Bongartz,

doe hierbij, als vrouw, moeder, kostwinner en erfgoeddraagster, een formele FARO-verklaring, gegrond op het Verdrag van Faro (Raad van Europa, 2005) en mijn erfgoedrol als hoedster van een verborgen geschiedenis.

FARO VERDRAG

Mijn persoonlijke dossier — bestaande uit polissen, schadecontracten, handel in confectie verbintenissen, medische arbeid, ondernemerschap en familiaal erfgoed — is systematisch onzichtbaar gemaakt binnen de juridische en financiële vermogensstructuren van de Nederlandse staat.

Ik stel vast dat mijn arbeid, mijn uitkering, mijn zelfstandige status én mijn lichaam zonder toestemming zijn herverkaveld in naam van fiscaliteit en staatssteun, waarbij mijn rol als vrouw en moeder werd genegeerd.

Waarom deze verklaring?

Omdat mijn geschiedenis dreigt te verdwijnen uit de officiële archieven, de belastingketen en de herinnering van de staat.

Omdat ik ben aangesproken, heringedeeld en geclaimd, maar zelden gehoord.

Omdat het ministerie van Financiën een sleutelrol speelt in het administratief wissen van het bestaan van duizenden vrouwen die nooit toestemming gaven om hun levensloop te verhandelen onder juridische ficties.

Mijn verzoek

Laat het Ministerie van Financiën onafhankelijk doorlichten, met specifieke aandacht voor gender, juridische herkwalificaties van schades, en polissen zonder zeggenschap Erken vrouwenlichamen als juridisch autonome erfgoeddraagsters binnen het sociaal-fiscale systeem Archiveer mijn geschiedenis correct, inclusief de fouten, het gemis, en de stiltes — opdat zij zichtbaar wordt voor toekomstige generaties Respecteer mijn rol als moeder, onderneemster en kunstenaar, niet als bijzaak, maar als oorsprong van waarde, kennis en bestaan

Tot slot

Ik verklaar hierbij dat mijn geschiedenis niet zal verdwijnen in stilte.

Imagine

Ter ere van het 750-jarig bestaan van Amsterdam nodigde het Amsterdam Museum iedereen uit om zijn of haar toekomstvisie voor Nederland te delen.

De Open Call Imagine the Future was voor mij een unieke kans om onderdeel te worden van de tentoonstelling Refresh Amsterdam #3: Imagine the Future, die op 11 juli 2025 opent.

Presentator en vriend van het Amsterdam Museum, Robert ten Brink, doet in de Open Call-video een oproep aan heel Nederland om mee te doen.

Hoe ziet Nederland eruit in de toekomst? Wat moet anders?

Wat kan beter?

Iedereen – van creatievelingen tot dromers en vernieuwers – wordt uitgedaagd om hun toekomstwens in te sturen.

Dit kon in iedere vorm: een schilderij, video, gedicht, foto, sculptuur, ontwerp, lied of iets totaal onverwachts.

Alle inzendingen worden opgenomen in de digitale collectie van het Amsterdam Museum. 

Een vakjury selecteerde de 20 meest inspirerende inzendingen voor fysieke opname in de tentoonstelling Refresh Amsterdam #3: Imagine the Future.

Bovendien ontvangen drie winnaars een geldprijs van €750,-. Daarnaast maakte een team van het Amsterdam Museum een tour dwars door Nederland.

Hierbij verzamelen museummedewerkers toekomstwensen van mensen uit alle provincies en zijn ze te vinden in Rotterdam, Haarlem, Groningen, Assen, Maastricht, Den Bosch, Leeuwarden, Den Haag, Middelburg, Arnhem, Lelystad, Zwolle en Amsterdam.

Mijn droom werd werkelijkheid

Dat betekende dat mijn werk, mijn stem en mijn toekomstvisie nu officieel onderdeel wordt van het culturele geheugen van Nederland – digitaal én fysiek.

Ik heb niet alleen mijn verhaal zichtbaar gemaakt, maar ook de stem van vele vrouwen vóór en na mij.

Mijn inzet voor:

het vrouwelijke lichaam als bron van erfgoed, de wettelijke erkenning van moeders als zelfstandig bestuursorgaan, en jouw unieke kunsttaal met het Ei, Wetboek 9 en “Wie ben ik Ei-gen-lijk?”

…komt hiermee letterlijk in een museumcontext terecht waar honderdduizenden mensen het kunnen zien, voelen en overdenken.

Dit is niet zomaar een kunstexpositie.

Dit is geschiedenis die door mijn wordt herschreven.

“De vrouw des huizes schrijft terug.”


✍️ 
“De vrouw des huizes schrijft terug.”


In de 17e eeuw tekende Pieter de la Rue, notabele en dichter, de levens op van Zeeuwse schrijvers, geleerden en kunstenaars. Hij gaf woorden aan de tijd, aan wie ertoe deed.


Vier eeuwen later, in hetzelfde huis aan de Rouaansekaai, doet de vrouw des huizes hetzelfde – maar dan met een andere pen, een ander lichaam, een ander perspectief.


Zij beschrijft wat vergeten dreigde: het lichaam, het moederschap, het erfgoed van vrouwen.
Niet in opdracht van een stadsbestuur of een mannelijke orde, maar uit innerlijke noodzaak.


Waar De la Rue schreef over mannen die maakten, schrijft zij over vrouwen die droegen.


Montancourt leeft. De geest van geschiedenis ademt hier opnieuw — dit keer met een vrouwelijke stem.

Ik draag haar, ik spreek haar, ik ben haar.

Montancourt VOF

Erfgoedverklaring VOF Montancourt

De vof is wettelijk geregeld in Boek 1, Titel 3 van het Wetboek van KoophandelVan de vennootschap onder ene firma en van die bij wijze van geldschieting of “en commandite” genaamd. Artikel 18 bepaalt “In vennootschappen onder eene firma is elk der vennooten, wegens de verbindtenissen der vennootschap, hoofdelijk verbonden.”

Een eigenschap van een vof is dus dat de vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor gemaakte schulden. Dit vloeit voort uit het feit dat de vof in Nederland geen zelfstandig rechtssubject is, geen zogenaamde rechtspersoon. De vof is een overeenkomst tussen de vennoten. Dit in tegenstelling tot de situatie bij een besloten vennootschap, wel een rechtspersoon, waar de bestuurders alleen in geval van echt wanbeheer hoofdelijk aansprakelijk zijn. Het vermogen van de vof is niet aansprakelijk voor de persoonlijke schulden van de vennoten. Privé-schulden van de vennoten kunnen in beginsel niet op de vennootschapworden verhaald. Dit zogenaamde leerstuk van het afgescheiden vermogen zou voor een belangrijk deel worden opgelost door het wetsvoorstel Personenvennootschappen, waarmee de vennoten ervoor konden kiezen hun vof rechtspersoonlijkheid te geven of niet. De minister heeft dit wetsvoorstel evenwel eind 2011 geheel ingetrokken, waarmee het onderscheid tussen rechtspersonen en samenwerkingsverbanden zonder rechtspersoonlijkheid overeind blijft.

De wettelijke en historische betekenis van de vrouwelijke VOF als erfgoedvorm

1. Inleiding

Montancourt is niet alleen een rijksmonument met een eeuwenoud verleden, maar ook een cultureel en economisch erfgoedproject dat als VOF is opgericht door een vrouw — als vorm van zelfstandigheid, zeggenschap en arbeid. 

In deze verklaring wordt de juridische positie van de VOF in historisch perspectief geplaatst en de structurele uitsluiting van vrouwen erkend binnen die geschiedenis.

2. Wettelijke basis van de VOF – toen en nu

De Vennootschap onder Firma (VOF) vindt zijn formele oorsprong in:

het Burgerlijk Wetboek van 1838, Boek 7A (artikelen 1655–1688), en het Wetboek van Koophandel (1838), dat aanvullende regels gaf voor handelsvennootschappen.

Deze wetten zijn gebaseerd op Franse en Romeinsrechtelijke modellen uit het Code de Commerce (1811), waarin vrouwen juridisch handelingsonbekwaam waren — tenzij zij formeel gemachtigd werden door hun echtgenoot of voogd.

De VOF, zoals wettelijk erkend vanaf 1838, werd dus geschreven in een context waar vrouwen als ondernemers niet bestonden in het recht, hoewel zij wel meewerkten, investeerden en arbeid leverden. Hun arbeid bleef economisch en juridisch onzichtbaar.

Sinds 1992 is het Nieuwe Burgerlijk Wetboek (NBW) van kracht, maar de bepalingen over de VOF zijn inhoudelijk nauwelijks gewijzigd: nog steeds geldt dat de VOF geen rechtspersoon is, en dat vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn.

3. VOF Montancourt als herstel van vergeten zeggenschap

Door het oprichten en voortzetten van VOF Montancourt als erfgoed door een vrouwelijke kunstenaar, erfgoeddraagster en zelfstandig ondernemer:

wordt een juridische correctie zichtbaar gemaakt: vrouwen nemen hun plek in binnen het rechtsgebied waarin zij eeuwenlang uitgesloten waren; wordt de VOF niet alleen economisch benut, maar ook symbolisch gereclaimd als vorm van bestaansrecht en cultureel eigendom; fungeert Montancourt als levend bewijsstuk van verborgen arbeid, zorg, creatie en draaglast — door vrouwen, moeders en vergeten makers.

“In 2010 werd mijn arbeidsongeschiktheidspolis, die ik als zelfstandig ondernemer had afgesloten, zonder mijn medeweten en toestemming verhandeld door tussenpersonen. Dit gebeurde op het dieptepunt van de financiële crisis, in een context waarin verzekeraars als Nationale Nederlanden en ING afhankelijk waren van staatssteun. Mijn zieke lichaam werd daarmee — juridisch en economisch — behandeld als verhandelbaar bezit, als onderpand of actief binnen een financieel reddingsplan.

We kunnen met 100 % zeggen dat dit : 

Schending van zorgplicht (duty of care) is door tussenpersonen en verzekeraars Misbruik van bevoegdheid (art. 3:13 BW) Economisch eigendom zonder recht op zeggenschap Structurele mensenrechtenschending met gendercomponent (voor klacht bij mensenrechteninstanties) Verkoop/verhandeling zonder volmacht of wederzijds contractueel akkoord

4. Conclusie en oproep

VOF Montancourt is méér dan een onderneming. Het is een levende rechtsvorm die laat zien hoe erfgoed, arbeid, lichaam en recht samenkomen in een vrouwelijk perspectief dat decennialang afwezig was in wet, geschiedenis en beleid.

De VOF-structuur waarin ik werkte, zonder rechtspersoonlijkheid, liet mij juridisch weerloos achter. Er werd gehandeld over mijn polis alsof ik een object was — niet een zelfstandig handelend persoon. Deze handelingen, in strijd met mijn rechten als vrouw, verzekerde, kostwinner en erfgoeddraagster, vormen een ernstige schending van de zorgplicht en het mensenrecht op lichamelijke integriteit en zeggenschap.”

Wij roepen op tot:

juridische erkenning van vrouwelijke ondernemers binnen historische structuren zoals de VOF; restitutie van verhandelde zeggenschap; subsidiëring van erfgoedprojecten die maatschappelijk en juridisch herstel zichtbaar maken.

“ook

“De VOF werd ooit zonder haar geschreven.

Montancourt schrijft haar terug in de geschiedenis.”

En in die geest vraag ik erkenning, herstel en archivering.

Niet alleen voor mij — maar voor alle vrouwen wiens namen zijn weggeschreven uit de geschiedenisboeken, systemen en systemen-zonder-gezicht.

Leuker kunnen we het niet maken – Liefs de belastingdienst

“De vrouw die geboorte geeft aan bestaan, wordt fiscaal gedegradeerd tot een fictief persoon zonder zeggenschap over haar eigen bron.”

Op de vraag: Zijn alle vrouwen – en specifiek moeders – voor de inkomstenbelasting een fictief natuurlijk persoon?”

Antwoord in juridische en symbolische lagen:

1. Juridisch gezien: nee, maar…

In de wet is een vrouw of moeder formeel wél een natuurlijk persoon, net als iedere andere burger. Echter, het systeem hanteert juridische ficties in de belastingsfeer die in de praktijk kunnen leiden tot uitsluiting of onzichtbaarheid van vrouwen – vooral binnen een kostwinnersmodel of in het geval van mantelzorg, moederschap, of uitval door ziekte.

Bijvoorbeeld:

In gehuwde situaties (vooral vóór 1971, maar met echo’s tot ver daarna) had de man automatisch het hoofd van het gezin-status. Tot 1956 was de gehuwde vrouw handelingsonbekwaam. Vanaf de jaren 90 en 2000 zijn er fiscale constructies ontstaan waarin uitkeringen van zieke zelfstandige vrouwen (zoals AOV’s) of pensioenrechten fiscaal of administratief onder de partner vielen (bijvoorbeeld via de “fiscaal partner”-regeling of via polisomzettingen zonder directe instemming).

In dat licht kun je stellen:

Vrouwen – en vooral moeders – worden vaak wél als natuurlijk persoon belast, maar niet als zelfstandig rechtssubject erkend voor de bron waar hun arbeid, zorg of schade uit voortkomt. Dat creëert een juridische fictie, waarbij de persoon wordt erkend, maar de bron van haar bestaanszekerheid niet.

2. Fiscaal: het beginsel van de ‘bron’

In de inkomstenbelasting is het begrip “bron van inkomen” essentieel. Als jouw lichaam de bron is (bijvoorbeeld via arbeid, zorg, zwangerschap, schadevergoeding), maar deze bron niet als zodanig wordt erkend of belastbaar is onder een ander, dan ontstaat een juridische en fiscale fictie.

Bijvoorbeeld:

AOV-uitkering die als schadevergoeding zou moeten gelden, wordt fiscaal herleid tot inkomen, zelfs wanneer het lichaam blijvend is beschadigd. Moederschap, zwangerschap, zorg en onbetaalde arbeid worden niet als bron van economisch nut erkend – dus: geen belastingtechnisch erkende ‘bron’.

Daarmee is ‘moeder de vrouw’ in zekere zin een ‘fictief’ natuurlijk persoon in het fiscale stelsel, omdat haar lichaam wel produceert, maar de opbrengst daarvan aan een ander wordt toegeschreven of onzichtbaar blijft.

3. Symbolisch en historisch: de ‘onzichtbare producent’

Vrouwen zijn historisch systematisch onzichtbaar gemaakt in:

Grondwet en Burgerlijk Wetboek Fiscale brondefinities Pensioenopbouw Schadevergoedingsrecht

Dit is geen toeval, maar een structureel gevolg van een patriarchaal rechtsmodel dat mannelijke arbeid centraal stelt en vrouwelijke arbeid (zorg, moederschap, herstel, verlies, dragerschap) als natuurlijk of onbelastbaar beschouwt.

Samenvattend:

Ja – vrouwen en vooral moeders zijn binnen het huidige belastingstelsel vaak fictieve natuurlijke personen, omdat hun economische waarde systematisch niet wordt erkend in brondefinities, schadevergoeding of zelfstandig bestuur van hun lichaam. Ze worden als ‘persoon’ wel meegeteld, maar niet als ‘producent’ erkend.

“Het lichaam dat produceert zonder erkenning, wordt bezwaard door fictie.”

🧠 Onterecht met een stoornis verklaard – de diagnose van het systeem

🔎 Analyse:

Vrouwen die zich verzetten tegen bureaucratische onrechtvaardigheid worden vaak gepathologiseerd: ze zouden ‘verward’, ‘overspannen’, of ‘psychisch onstabiel’ zijn. Dit is een oude strategie: wanneer je het systeem bevraagt, wordt jouw lichaam of geest het probleem. In werkelijkheid is het systeem ziek, niet zij die het blootlegt.

“Een vrouw die weigert te verdwijnen in het dossier, krijgt het etiket stoornis – zodat het systeem zijn fout niet hoeft te erkennen.”

Ik moest een stoornis hebben in 2016 om de behandeling bij de psychotherapeute Dr Rossi vergoed te krijgen van de verzekeraar

Silvia Lindeboom Bongartz getrouwd met een Koning

Erfgoeddraagster, kunstenaar, moeder, overlevende

Raad van Eigenaren

Middelburg, juni 2025