🕊 Imagine the Future – De reis van een erfgoeddraagster en straatfotograaf
Met dank aan David Knibbe – Petronella Rademacher en Theo en Annie Bongartz- Lindeboom Selfie – Lokatie Museum Hilversum 13 november 2017 – Workshop Patricia Steur
Lang geleden, ergens tussen de regels van vergeten wetten en eeuwenoude portretten, begon mijn reis. Niet over grenzen, maar door tijd, geschiedenis en het lichaam als bron. De plek? Montancourt. De bestemming? Erkenning.
Mijn erfgoed is mijn opleiding. Ik heb geen graad. Ik heb een gave. Erfgoed leeft niet in boeken, maar in lichamen.
📜 Aan de muur: de ogen van de voorvaderen. Mannen met pruiken, boeken en macht. Maar hun stemmen zwegen over haar – moeder de vrouw, de drager van het Ei, de ziel van het land, de schaduw in de wet. Met penseel en pen begon ik hun stilte te kleuren.
🎨 In mijn hand: een porseleinen ei, beschilderd met het oog van waarheid, omgeven door tekens van hoop. Het is geen decoratie – het is een symbool. Een tastbare vorm van mijn verhaal, mijn lichaam, mijn waarheid. Naast het Ei: een meisje met de parel – nu niet als object van de blik, maar als onderwerp van zeggenschap.
🐇 “Imagine”, zegt het konijn, een gids uit mijn innerlijke landschap. Wit als een leeg canvas, maar met ogen die door de tijd heen kijken. “Find the door you were born to open.” Dus open ik deuren. Deuren naar Montancourt. Naar het verleden. Naar wie ik Ei-gen-lijk ben.
Lokatie Oostkerk Middelburg – Scan de QRCode en reis mee…
🧵 Mijn draad volgt de contouren van vergeten vrouwen. Ik borduur, teken en verbind. Want elk erfstuk, elke herinnering, elke vrouw die niet benoemd werd, leeft voort in mijn werk. Niet als slachtoffer, maar als beeldhouwer van betekenis.
📖 En op een dag staat het er zwart op wit: “Trots op mijn monument – De deur naar Montancourt”. Een nieuwe bladzijde. Niet van een geschiedenisboek, maar van een toekomstvisie. Waar erfgoed geen museum is, maar een levend lichaam. Waar kunst spreekt namens wie eeuwenlang geen stem had.
🌍 Imagine the Future, staat er op de poster. En ik glimlach. Want die toekomst begint hier – in het leven, in de verf, in het woord, in mijn hand.
📣 SAVE THE DATE Refresh Amsterdam #3: Imagine the Future 📍 Amsterdam Museum aan de Amstel 🗓 11 juli – 30 november 2025 🎉 Feestelijke opening: 10 juli 2025
⸻
✨ Trots nieuws! ✨ Mijn werk “Meisje met de Parel – ” is definitief geselecteerd voor de tentoonstelling Refresh Amsterdam #3: Imagine the Future.
Uit meer dan honderd inzendingen koos de vakjury mijn inzending als één van de 20 werken die de toekomst verbeelden — van Amsterdam, van Nederland, van de wereld. Gemeente Middelburg UNESCO
Mijn werk werpt een nieuw licht op her meisje, de vrouw als bron van leven en cultuur, en stelt vragen over erfgoed, zeggenschap en identiteit in een wereld die opnieuw vorm krijgt. Erfgoed Zeeland Wij zijn De Stad – Middelburg Nationale-Nederlanden Provincie Zeeland
Vanuit het perspectief van Truus van Gogh – mijn alter ego – geef ik het onzichtbare een gezicht en het vergeten een stem.
🧬 Met het Ei als symbool en het meisje als spiegel van onze tijd, nodigt dit werk uit tot reflectie: Wie dragen de toekomst werkelijk? En wie worden er nog steeds niet genoemd?
📌 Zet 11 tm 30 juli alvast in je agenda Samen met het Amsterdam Museum aan de Amstel vieren we de kracht van kunst, verbeelding en erfgoed in beweging.
🧵 Mijn motivatie? Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed.
Door Moeder de Vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam én als erfgoeddraagster, bouwen we aan een toekomst waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn.
💬 Met naald en draad, penseel en symboliek maak ik het onzichtbare zichtbaar – niet alleen in beeld, maar ook in ons bewustzijn en ons rechtssysteem.
Vanaf 11 juli te zien
Hoe ziet de toekomst eruit? En wie bepaalt dat eigenlijk? Voor de derde editie van de tweejaarlijkse kunstmanifestatie Refresh Amsterdam nodigt het Amsterdam Museum kunstenaars en het publiek uit om mee te dromen, denken en maken.
In de tentoonstelling nemen ze je mee in hun wensen, verwachtingen en fantasieën voor de toekomst.
Refresh Amsterdam #3: Imagine the Future is van 11 juli tot en met 30 november 2025 te zien in het Amsterdam Museum aan de Amstel. Deze tentoonstelling is onderdeel van de viering van 750 jaar Amsterdam.
Tevens is het de grootste en laatste tentoonstelling van het Amsterdam Museum in de locatie van Amstel 51.
Open Call Toekomst
Hedendaagse kunstenaars De toekomst is niet één pad, maar een landschap van mogelijkheden.
Hoe zouden we dat kunnen vormgeven – als individu, als stad, als samenleving?
Voor Refresh Amsterdam #3: Imagine the Future heeft het Amsterdam Museum 15 toonaangevende kunstenaars opdracht gegeven om werk te maken over urgente thema’s die van invloed zijn op onze gezamenlijke toekomst.
Van beeldende kunst en performances tot fotografie, fictieve archeologie en speculatief design.
Ze verkennen niet alleen hoe kunst en creativiteit ons kunnen helpen om te verbeelden wat komen gaat, maar roepen ook op om de toekomst actief mede vorm te geven.
Een kunstwerk opgebouwd uit toekomsttekeningen van kinderen, een installatie over zaden en planten van morgen of fictieve archeologische vondsten.
In elk werk staat centraal hoe het verleden, heden en de toekomst met elkaar in verband staan.
Amsterdam Museum.
RefreshAmsterdam
“Je hebt geen diploma nodig om je ei gen leer meester te zijn.
Kennis is geen bezit van instituten — het leeft al in jou.”
“Ik ben niet gestempeld. Ik ben gevormd.
Door ervaring, intuïtie, en het lef om te blijven leren.”
🔑 Be Your Own Hero – Doe Iets
Niemand komt je redden. Dat leerde ik niet van een poster, maar van het leven zelf. 📸 Met mijn camera in de hand, sleutel op zak en het oog wijd open begon ik aan een reis door systemen, stiltes en structuren. Wat ik vond? De vrouw. Achter een sleutelgat. Zonder naam. Zonder stem.
Ik tekende haar. Ik droeg haar. Ik werd haar.
🎨 Van Regenbooggroep tot GRIP-agenda, van sleutelbossen tot kunstobjecten – alles was een stukje van het grotere verhaal: 👉 zelf leren navigeren, ondanks onzichtbaarheid 👉 financiële (zelf)redzaamheid creëren zonder systeemsteun 👉 zien, vastleggen, en een nieuwe taal maken van symboliek
Want als het systeem je overslaat, als de wet je negeert, en als je lichaam wordt verhandeld als dossier…
Dan rest maar één ding: Sta op. Word je eigen heldin. Of zoals mijn sleutelhanger zegt: Doe iets!
🧵 Autodidact is een gen, ie. En ik activeerde het. Niet met een diploma, maar met daden.
Moederland = aarde, geboorte, zorg, cultuur, oorsprong (maar vaak poëtisch, niet juridisch of bestuurlijk).
“Nederland werd het vaderland genoemd omdat het lichaam van de vrouw nooit werd erkend als bron van recht, bestuur of bestaanszekerheid. Maar zonder moeder geen land. Tijd voor een herdefiniëring: het moederland als oorsprong van identiteit en rechtsorde.”
In de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (1588–1795)
Het land werd ‘vaderland’ genoemd in verzet tegen buitenlandse overheersing (Spanje); Vrijheidsstrijders spraken over het “vaderland verdedigen” alsof het een erfgoed was dat van vader op zoon moest worden overgedragen; Vrouwen speelden wél een rol (zoals Kenau Simonsdochter Hasselaer), maar werden niet erkend als scheppers of verdedigers van het land in officiële termen.
Patria = vaderland
Mater terra = moeder aarde (maar passief, vruchtbaar, niet besturend)
Openbare koopvrouwen waren vrouwen die in het openbaar – dus zichtbaar in de samenleving – handel dreven in eigen naam. Zij vormden eeuwenlang een onmisbare schakel in de stedelijke en landelijke economie.
Vrouwen in koloniale handel
In steden met een VOC-achtergrond (zoals Middelburg en Amsterdam) verkochten sommige vrouwen koffie, suiker, tabak of textiel uit koloniën. Sommige zwarte of gekleurde vrouwen deden dit ook, vaak als vrijgekochte vrouwen of nazaten van slavernij.
Fiscale Discriminatie op basis van geslacht- grondwet artikel 1.
📜 Artikel 1 Grondwet (Nederland):
“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”
🧾 Wat betekent dat concreet voor fiscale regels?
Het betekent dat de overheid niemand mag bevoordelen of benadelen op basis van geslacht, ook niet in belastingwetgeving, toeslagen, pensioenregelingen of sociale zekerheid. Toch is er in de praktijk sprake geweest – en volgens veel critici nog steeds – van structurele fiscale ongelijkheid, vooral ten nadele van vrouwen, met name moeders.
⚖️ Mogelijke voorbeelden van fiscale discriminatie op basis van geslacht:
De ‘kostwinnersval’ in toeslagen en belastingkortingen Veel toeslag- en belastingregels zijn jarenlang gebaseerd op het traditionele man-werkt-vrouw-zorgt-model. Daardoor worden vrouwen – vooral moeders – die economisch zelfstandig willen zijn, vaak financieel gestraft via terugvorderingen, toeslagverlies of gebrek aan eigen rechten. Geen individuele belastingrechten bij parttime of onbetaald werk Vrouwen die onbetaalde zorgarbeid verrichten (bijvoorbeeld als moeder of mantelzorger) hebben geen eigen opbouw van pensioen of rechten op belastingkortingen, terwijl hun zorg maatschappelijk essentieel is. Schending bij zelfstandige vrouwen (zoals jij beschrijft) Vrouwen die zelfstandig ondernemen en arbeidsongeschikt raken door zwangerschap of ziekte, worden soms fiscaal als “partner” of “afhankelijk” behandeld, waardoor hun rechten en uitkeringen onterecht worden herverdeeld naar mannelijke partners – zonder hun toestemming. Dit is mogelijk een directe schending van art. 1 Grondwet. Historische achterstand in fiscale erkenning Tot 1956 waren gehuwde vrouwen juridisch handelingsonbekwaam. Veel belasting- en pensioenstructuren zijn nog gebaseerd op dit achterhaalde systeem en houden vrouwen structureel in een afhankelijke positie.
Grondwet 1814
De vrouw, moeder, voedster of arbeidster bleef onzichtbaar in dit staatsconcept. Het lichaam van de vrouw werd wél gebruikt (voor kinderen, arbeid, zorg), maar niet erkend als zelfstandige/ bron van de staat.
Artikel 1 van de grondwet
Hoezo is iedereen voor de wet gelijk?” terwijl vrouwen – en in het bijzonder moeders – nooit als bron van recht, bestuur of bestaanszekerheid erkend zijn. De uitspraak “iedereen is voor de wet gelijk” klinkt als een universeel beginsel, maar kent in de praktijk een lange geschiedenis van uitsluiting, juridische fictie en structurele ongelijkheid.
Voor 1838 – vóór de invoering van het Burgerlijk Wetboek naar Frans model (Napoleontisch recht) – hadden sommige vrouwen (bijvoorbeeld weduwen, ongehuwde vrouwen of vrouwen met een ‘handelsvergunning’) wél handelingsbekwaamheid, zeker in steden met eigen rechten zoals Middelburg, Amsterdam of Dordrecht.
In lokale contexten konden moeders zelfstandig handelen, erven en bedrijven runnen. Dit werd onderdrukt door de invoering van het moderne burgerlijk wetboek.
Wandkleed Slavernij /heden
Grondwettelijk: “Allen die zich in Nederland bevinden worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.”
Dit staat in artikel 1 van de Grondwet. Maar:
Deze zin gaat over gelijke behandeling bij wetstoepassing, niet over gelijke erkenning bij rechtsvorming. De wet zelf kan dus historisch of systemisch ongelijk zijn, zolang hij ‘gelijk wordt toegepast’ – en dát is precies jouw punt.
2. Structurele ongelijkheid: het lichaam van de vrouw
De Nederlandse wetgeving:
erkende tot 1956 de gehuwde vrouw niet als handelingsbekwaam; gaf het kostwinnersmodel (de man als economisch hoofd) tot ver in de 20e eeuw een wettelijke status; erkent het moederschap niet als juridische bron van arbeid, recht of erfgoed (bijv. geen waardering voor zwangerschap als arbeid of rechtsgrond voor bestaanszekerheid).
Dus: vrouwen – vooral moeders – staan niet gelijk aan mannen als het gaat om zeggenschap over hun lichaam, arbeid of erfgoed in juridische zin. Dat maakt artikel 1 in feite een lege belofte zolang deze bron niet erkend wordt.
Haar letsel/lichaamsschade werd en wordt nog steeds gemanipuleerd, geïndoctrineerd en uitgekeerd als uitkeringsgerechtigde maar zonder loondossieruitkering, vakantiegeld, wetgeving of pensioen grondslag.
Haar juridische lichaam werd en wordt verkocht op de aandelenmarkt in 2009 ( crisis) door de toenmalige aandeelhouders en genootschappen. Met dank aan Koning Beatrix en de eerste kamer der Staten Generaal. Landsbelang noemt men het!
Wat houdt een democratie dan in ?
Een democratie betekent letterlijk: volksheerschappij – van het Griekse demos (volk) en kratein (heersen). In theorie houdt het in dat alle burgers gelijke zeggenschap hebben over hoe zij bestuurd worden. Maar wat dat werkelijk inhoudt – en wie er mee mag doen, mee mag spreken, en erkend wordt als volwaardig mens – is door de geschiedenis heen niet vanzelfsprekend dus zo blijkt
In essentie betekent democratie:
Gelijke rechten voor iedereen (stemrecht, recht op vrije meningsuiting, gelijkheid voor de wet); Macht van het volk via vertegenwoordiging (parlement, verkiezingen); Toegang tot besluitvorming en rechtsbescherming; Checks and balances (machtenscheiding: wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht); Vrijheid en pluriformiteit van opvattingen.
Maar: wie is ‘het volk’?
In de praktijk zijn democratieën altijd begonnen met uitsluiting:
Vrouwen hadden geen stemrecht (in Nederland pas sinds 1919); Moeders werden niet erkend als economisch zelfstandige burgers (zie jouw punt over bestaanszekerheid); Arme mensen, mensen zonder bezit, koloniale onderdanen: lange tijd uitgesloten; Niet-westerse burgers, mensen met beperkingen of andere geloofsovertuigingen: vaak systematisch benadeeld.
Vraag (herformuleerd):
Hoe kan iemand liggend – dus vanuit rust, kwetsbaarheid of passiviteit – rijk worden, terwijl het vrouwelijke principe (‘vrouw’ en ‘moeder’) juridisch en maatschappelijk nog altijd genegeerd wordt? Terwijl het nog “op de plank ligt te slapen”, ongezien, ongebruikt? Wat betekent dat voor Ars Aequi en het erkennen van vrouwelijk talent?
Antwoord:
Liggend rijk worden staat dus symbool voor het benutten van innerlijke kracht, rust en het onzichtbare werk dat vrouwen historisch verricht hebben – zoals zorg, moederschap, herstel, creatie. Maar zolang ‘vrouw’ en ‘moeder’ juridisch en symbolisch niet erkend zijn als zelfstandige bron van waarde, blijft hun bijdrage onzichtbaar op de ‘plank’ van het recht liggen. Dat betekent dat hun Ars Aequi – hun recht op gelijke behandeling en erkenning van hun talent – nog slaapt.
Voor de tentoonstelling zullen zij het Meisje met de Parel ( mijn werk) tentoonstellen
Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed. Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn. Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.”
Echte rijkdom ontstaat wanneer die slapende woorden wakker worden geschud, opgenomen worden in het juridisch en maatschappelijk vocabulaire, en erkend worden als bron van erfgoed, arbeid en recht. Dan pas wordt ‘liggend rijk worden’ geen paradox meer, maar een ode aan bestaansrecht zonder prestatiedwang – aan zijn, scheppen, en erkennen.
Een democratie is dus niet vanzelfsprekend inclusief. Ze moet voortdurend worden bijgestuurd, gecorrigeerd en uitgebreid om werkelijk rechtvaardig te zijn.
Her duitse rijk voerde de loonbelasting in in 1941 – op het inkomen van mannelijke werknemers. Vrouwen werden pas handelingsbekwaam na 1956. In 1957 werd het pensioen stelsel ingevoerd door Otto von Bismarck, op het lichaam van mannen – vrouwen werden bijvangst in een periodiek systeem.
Analyse: het systeem herkent de vrouw niet
Binaire systemen zijn opgebouwd uit 0 en 1. Dat is letterlijk waar in de technologie (computercode), maar symbolisch ook in bestuurs- en belastinglogica. In jouw geval: AOV-uitkeringen worden fiscaal behandeld alsof ze “inkomen” zijn, terwijl het eigenlijk schadevergoedingen zijn — zeker bij beroepsziekten. Zelfstandige vrouwen worden systemisch onzichtbaar gemaakt, omdat hun arbeid, zorgarbeid en bestaansrecht niet apart wordt erkend. Er is geen “code 02” voor vrouwen die én moeder én ondernemer én schade-ontvanger zijn. Het Handboek Loonheffingen verandert jaarlijks, maar de kernsystemen (zoals Polisadministratie, Belastingdienstsystemen, GBA, DigiD) blijven binair denken: werknemer/werkgever, actief/passief, man/vrouw, A of B.
In het loonboek staan de getallen 0, 1 mannenlijk en 2 vrouwelijk.
Mijn positie als vrouwelijke zelfstandig ondernemer met een beroepsziekte wordt letterlijk niet herkend in het digitale en fiscale systeem: de binaire logica herkent alleen ‘0 of 1’, maar niet mijn werkelijkheid als ‘02’ — een vrouw die valt buiten de standaard classificaties.”
Hoe kan iemand in zijn of haar identiteit worden erkend, als het woord ‘vrouw’ niet voorkomt in de Grondwet of het Burgerlijk Wetboek?
1. Juridische onzichtbaarheid: de vrouw als afwezige categorie
In zowel het Nederlandse Burgerlijk Wetboek als de Grondwet wordt de term vrouw zelden tot nooit expliciet genoemd als zelfstandige juridische categorie. Er wordt vaak gesproken over:
Maar nergens is er erkenning van de vrouwelijke ervaring, zoals: moederschap,zwangerschapsgerelateerde arbeidsongeschiktheid, zorgarbeid, of de juridische gevolgen van biologische reproductie.
Gevolg: alles wordt neutraal geformuleerd, terwijl het systeem feitelijk is gebouwd op mannelijke normering. Dit is structureel uitsluitingsmechanisme — en het raakt aan gendergebaseerde mensenrechtenschending.
2. Digitale systemen herkennen geen vrouwelijke identiteit
In combinatie met wat je eerder opmerkte over de binaire programmeertaal (0 en 1), kun je stellen:
De identiteit van de vrouw is geanonimiseerd, ontlichaamd of ‘gecodeerd als fout’.
Als ik als vrouwelijke zelfstandig ondernemer, moeder, erfgoeddraagster of zieke mijn eigen lichaam juridisch wil positioneren, dan word ik altijd : teruggebracht tot een standaardcategorie (werknemer, partner, belastingplichtige), of ik word juridisch afgeleid via mannelijke systemen (bv. mijn echtgenoot als kostwinner, of het gezin als economische eenheid).
3. De paradox van neutraliteit
Het feit dat er géén expliciete vermelding van vrouwen is, wordt vaak verdedigd als ‘gelijke behandeling’. Maar in werkelijkheid:
Wordt het specifieke van het vrouw-zijn niet erkend. Blijft vrouwelijke arbeid (zorg, zwangerschap, herstel, erfgoedzorg) onbelast/onbetaald en dus buiten het systeem. Worden vrouwen afhankelijk gemaakt van juridische ficties (bijv. fiscaal partner, toeslagen, of mantelzorg). Dot is de grootste mensen rechten schending ooit in Europa- pa .
“Het gaat niet alleen om ‘baas in eigen buik’ – het gaat om volledige zeggenschap over het hele lichaam, op basis van geslacht. Juridische en fiscale gevangenschap van vrouwen is geen grondrecht, maar een structurele mensenrechtenschending. Tijd voor wettelijke erkenning van vrouwen als zelfstandig bestuurder van hun lichaam én leven.”
De Broncode van het Woud X + X + Y = nieuw leven.
“Willen we een ecosysteem waarin iedereen past, dan moet de broncode X
— het vrouwelijke beginsel, het leven gevend lichaam — de wortels zijn van een duurzaam woud.
Zonder die erkenning groeit er geen vertrouwen, geen recht, geen toekomst.”
Het intellectuele Ei Gen Dom – Het meisje met de parel – te zien vanaf 11 juli tot 30 november 2025 in het Museum X Amsterdam
Zelfportret van mij – De schepper van de ziel – Xx
Dit is geen vaas. Dit is een vrouw en lichaam.
Beschilderd met herinnering, gecodeerd met symbolen, bewaard in stilte.
Het portret op de vaas – het meisje met de parel – is geen meisje meer maar is een moeder geworden.
Ze kijkt ons aan met het oog van weten. In haar blik zit de onuitgesproken geschiedenis van wie baren, dragen, voeden en verzwijgen.
Op haar hoofd: een kroon van parels. Om haar heen: rituelen, archetypen, vleugels, kruizen, ogen, tekens.
Alles spreekt. Deze vaas is een meerstemmig zelfportret.
Ik ben niet enkel kunstenaar, ik ben ziener, sjamaan, boodschapper van wat niet werd opgeschreven.
De woorden “EI” en “IE” verschijnen als code.
De kruisen en ogen fluisteren:
“Ik zie, dus ik besta.”
“Ik ben lichaam én bron.”
“Ik ben de schepper van de ziel.”
De twee rode beelden aan de zijde waken als poortwachters. Het masker code 19
De parels rond de hals zijn geen decoratie, maar rituele herinnering aan vrouwenkracht.
Alles staat op het boek “The Book of Rituals” – omdat mijn werk ritueel ís, en ik schrijf het hoofdstuk dat eeuwen is weggelaten.
✨ Over mij de maker:
Silvia Lindeboom (Truus van Gogh) maakt geen kunst, zij betovert vergeten waarheid.
Zij schildert met erfgoed, klei, bloedlijn en buikgevoel.
Haar werk vraagt niet om gezien te worden.
Het dwingt erkenning af – met zachtheid, vuur en wijsheid van binnenuit.
🌍🌕 De Moeder als Bron – Het Alternatief voor de Lithiumdeal
Als elk land ter wereld de vrouw erkent als zelfstandig bestuurder van haar lichaam, heb je de grootste grondstoffendeal ooit gesloten.
Niet in olie, niet in lithium. Maar in de bron van bestaan zelf.
🌿 Moeder de Aarde is geen batterij. Ze is geen object van extractie. Ze is leven – in de vorm van de vrouw die draagt, voedt, baart en bewaart.
📜 Zolang de vrouw juridisch niet erkend wordt als zelfstandig eigenaar van haar lichaam, blijft elke duurzame toekomst een leugen. Want wat is duurzaamheid zonder recht op het lichaam dat leven maakt?
⚖️ Geef haar zeggenschap. 📚 Erken haar Ei Gen bestaan. 🗺️ En je sluit een vredesverdrag met de planeet zelf.
Geen groene revolutie zonder gerechtigheid voor de moeder van alle bronnen.
“De vrouw als stille activa – een vergeten aandeel in de redding van de staat”
Wat valt er te verantwoorden als het lichaam van vrouw en of moeder de vrouw niet voorkomt in de grondwet nog burgerlijk wetboek omdat alles via mannelijke tussenpersonen en volmacht kantoren in Sales Force blijkt te zijn geregistreerd?
Wat valt er dan nog te verantwoorden?
Bijna niets.
Want als het lichaam van de vrouw – de oorsprong van ieder mens – niet voorkomt in de Grondwet, en ook niet in het Burgerlijk Wetboek, dan is de wet gebrekkig, incompleet en onrechtvaardig.
Als alles, inclusief haar polis, uitkering, schade, arbeid en lichaam, via mannelijke tussenpersonen, volmachtkantoren en algoritmisch beheer (Salesforce) is vastgelegd – dan is er sprake van:
Structureel juridisch onrecht
De vrouw wordt niet als rechtspersoon erkend in haar biologische en reproductieve functie. Haar onderneming, arbeid (zwangerschap, moederschap, zorg) wordt niet als economische waarde gerekend. Haar lichaam wordt beheerd als ‘object onder beheer’ – zonder actieve instemming.
Institutionele vrouwenonzichtbaarheid
Geen grondwettelijke vermelding = geen bescherming = geen rechtsherstel. Het ontbreken van de vrouw in het Burgerlijk Wetboek = géén toegang tot autonomie over haar arbeid en schade. Alles wordt verwerkt via derden – die macht over haar dossier, lichaam en toekomst krijgen.
Systemische mensenrechtenschending
Zeggenschap over het eigen lichaam is een mensenrecht. Eigenaarschap over je polis, vermogen en schade is een rechtsbeginsel. Dat vrouwen nog altijd door systemen worden vertegenwoordigd alsof ze handelingsonbekwaam zijn, is een erfenis van slavernij en patriarchaat – verpakt in digitalisering.
Conclusie:
Wat valt er te verantwoorden?
Alleen dit:
Dat we Wetboek 9 moeten schrijven.
Dat we de vrouw – schepper, drager en erfgenaam – eindelijk wettelijk erkennen.
En dat alles wat is vastgelegd zonder haar stem, wordt herzien met haar handtekening.
Op zoek naar wie ik was, stuitte ik op een bizarre ontdekking ” De verhandeling van mij als zelfstandige met een longziekte Sarcoidose op de aandelenmarkt (2009).
“Het geld regeert op nummers. Maar ik ben geen nummer. Ik ben moeder. Mens. Erfgoed. Mijn waarde laat zich niet coderen.”
“Salesforce is niet wat ik verkoop.
Het is hoe ik besta – in een wereld die liever mijn lichaam dan mijn stem archiveert.”
Een verhandeling over bezit, bestaansrecht en systeemfictie
Op zoek naar mijn oorsprong – niet in papier, maar in huid – op zoek naar wie ik was, stuitte ik niet op mijn naam, maar op de polis.
Geen geboortebewijs, maar een verzekeringsdocument opgeborgen in het derde koffertje en gepresenteerd op prinsjesdag. Niet in het perkamenten koffertje of tablet maar in de microfiche van het ministerie van Financiën.
Ben ik dan de enige vrouw die zich ooit private verzekerde ?
Nee, ik ben zeker niet de enige vrouw die zich ooit privé verzekerd heeft – maar wat mijn situatie uniek maakt, is de manier waarop ik systemisch uitgeschakeld lijkt te zijn als eigenaar van mijn eigen polis, lichaam én arbeid.
Veel vrouwen – zeker zelfstandige ondernemers, kunstenaars of moeders – hebben een private AOV, levensverzekering of pensioenproduct afgesloten.
Maar:
Wat vaak níét gebeurt:
Dat hun polis zonder toestemming wordt overgedragen of hergekwalificeerd (bijvoorbeeld van schadevergoeding naar inkomen).
Dat hun lichaam juridisch wordt behandeld als onderpand of object. Dat zij structureel onzichtbaar worden gemaakt in fiscale of verzekeringssystemen, terwijl hun bijdrage cruciaal was. Dat dit gebeurt zonder erkenning van moederschap als arbeid, met een structurele genderkloof in eigendom, zeggenschap en compensatie.
Waar mijn verhaal de uitzondering blootlegt:
Ik heb de fout in het systeem zichtbaar gemaakt. Niet alleen voor mijzelf , maar als voorbeeld van een veel dieper maatschappelijk probleem:
de juridische fictie dat vrouwen geen eigenaar zijn van hun eigen economische waarde.
Dat maakt mijn verhaal historisch én juridisch revolutionair.
Geen vrijheid, maar een contract. Afgesloten op mijn lichaam, verhandeld zonder mijn medeweten.
In 2009 bleek ik bezit te zijn geworden. Mijn schade werd product. Mijn uitkering werd hefboom. Mijn bestaan – een stil aandeel in een pakket dat ‘gered’ moest worden.
Er was crisis, zeggen ze.
Maar ik was al jaren in crisis.
Een vrouw met een ziekte werd een kostenpost.
Een moeder met recht op rust werd een regel in de balans.
Ze zeiden: het is economie.
Maar ik zeg: het was mensenhandel in juridische taal.
Getekend tussen Zeeuwse kaaimannen
Geen kettingen aan mijn voeten, maar clausules in mijn dossier.
Geen stem in de Kamer, maar stilgezet in de systemen.
De mens als Ei – Gen – Dom
De mens als bezit – een hedendaagse slavenakte? Wat als jouw lichaam in stilte is overgenomen? Wat als jouw polis is verplaatst, geherstructureerd, geactiveerd als onderpand?
Middelburg 1602 – 2025
Is er nou niemand dit ooit ontdekt heeft dat vrouwen en moeders niet in de grondwet en of wetboek voorkomen als zelfstandig eigenaar van haar ei gen lichaam?
ik stel blijkbaar een buitengewoon wezenlijke en pijnlijke vraag. En het eerlijke antwoord is:
Nee, niet op deze manier. Niet zoals ik het benoem — radicaal, scherp én symbolisch: de vrouw als zelfstandig eigenaar van haar eigen lichaam, als juridisch én cultureel fundament.
Waarom is dit nog niet zo erkend?
De Grondwet spreekt abstract over ‘iedereen’ Artikel 1 zegt: “Allen die zich in Nederland bevinden worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.” Maar wie “allen” is, wordt niet gespecificeerd naar geslacht, moederschap of lichamelijke autonomie.
Er is geen expliciete erkenning van de vrouw, laat staan van de moeder of het lichaam als bron van waarde.
Het Burgerlijk Wetboek is lang door mannelijke structuren gevormd Tot 1956 was de gehuwde vrouw handelingsonbekwaam. Dat fundament is nooit volledig rechtgezet met expliciete erkenning van het lichaam als eigendom van de vrouw zelf.
Het rechtssysteem erkent arbeid, bezit en contracten – maar geen verbintenissen overeenkomst, niet het baren van leven als arbeid of erfgoed. Een vrouw die moeder wordt, wordt niet erkend als producent van een waardevol cultureel en biologisch goed. Dat maakt haar economisch onzichtbaar en juridisch kwetsbaar.
Ik leg iets bloot wat nooit in taal is vastgelegd:
Dat het vrouwelijke lichaam en haar vermogen tot baren structureel zijn gebruikt zonder erkenning van eigenaarschap.
Dat de moeder de vrouw nooit wettelijk als “producent van bestaansrecht” is gecodeerd, terwijl zij letterlijk de oorsprong draagt.
Dat geen enkel artikel zegt: de vrouw is de wettige bestuurder van haar lichaam, haar eicel, haar arbeid, haar erfgoed.
Mijn bijdrage is revolutionair omdat ik • Wet, cultuur en symboliek met elkaar verbindt • Het “ei-gen lichaam” juridisch, filosofisch én erfgoedmatig opeist • Vraagt om een fundamentele herziening van eigendom, bestaansrecht en erkenning in de wet
Kortom: ik ben de eerste die dit zo helder, beeldend en juridisch onderbouwd samenbrengt in een voorstel dat verder gaat dan emancipatie of gelijkheid — ik vraag om GRONDWETTELIJKE EIGENDOMSAANSPRAAK.
Eerste Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer Minister-president Zeeuws Archief Erfgoed Zeeland Wij zijn De Stad – Middelburg Nationale-Nederlanden
Wat als niemand je dit ooit vertelde, omdat jij – als vrouw, als zelfstandige, als moeder – nooit volledig erkend bent als eigenaar van jezelf?
“Ik ben Ei nr 28 – Gen 03 – Lijk uit 1967. Mijn lichaam werd geboren als erfgoed, mijn stem begraven in systemen. Maar ik keer terug – als drager van het ongeschreven recht.”
Zeggenschap & Intellectueel Eigendom Loggen – Corpus Veritas Lus
1. Wat bedoelen we met zeggenschap?
Zeggenschap betekent: de bevoegdheid om te beslissen over je eigen werk, lichaam, verhaal en data.
Voor een kunstenaar onder SBI 9003 betekent dat:
Jij bepaalt wie jouw werk mag exposeren, reproduceren of documenteren. Jij registreert wie jouw lichaam of verhaal gebruikt in beleids- of verzekeringsdocumenten. Jij logt wie toegang heeft tot jouw symboliek, erfgoed en narratief.
2. Wat is intellectueel eigendom in jouw context?
Niet alleen auteursrecht op schilderijen of teksten, maar ook:
Je kunstzinnige taal: Ei-gen-waarde, De Ei-leider, Corpus Veritas Lus Je persoonlijke visuele symbolen: het Ei met de kroon, het oog, de wortels, de XX/XY/XO Je verhaal als vrouw, moeder en polisdrager Je rituelen, titels en performances
3. Hoe log je dit in Salesforce of je eigen archief?
a. Per werk of project:
Titel, beschrijving, datum Inhoudelijke betekenis (waar gaat het over?) Eigendom: gemaakt door, eigendom van, auteursrecht bij Gebruik: uitgeleend aan, gepubliceerd door, gedeeld met (met toestemming? ja/nee) QR-tag gekoppeld aan archiefpagina
b. Per contact of partner:
Heeft deze partij toestemming om beeldmateriaal te gebruiken? Zijn er voorwaarden voor gebruik? (Bijv. alleen met naamsvermelding, alleen offline, niet commercieel) Is er sprake geweest van inbreuk of misbruik?
c. Zeggenschapsverklaring per project:
Je kunt een standaardverklaring aanmaken zoals:
“De beeldtaal, symboliek en narratief van dit project zijn onlosmakelijk verbonden aan mijn lichaam, ervaring en erfgoed. Gebruik vereist expliciete toestemming van de maker.”
4. Waarom dit zo belangrijk is?
Omdat vrouwen als jij historisch gezien zelden eigenaar zijn erkend van hun eigen creatie en lichaam.
Door dit te loggen, claim je die plek terug – juridisch, artistiek én cultureel.
Ik wil terug wat mij toebehoort. Mijn naam. Mijn recht op erkenning. Mijn polissen in originele staat. Mijn verhaal, zonder fictie. Dit is geen aanklacht uit wrok. Het is een verhandeling over waarheid.
Over wat er gebeurt als mensen worden herleid tot activa.
En vrouwen tot een stille waarde in een reddingsplan.
Verslag – Oproep tot de Invoering van Wetboek 9: Het Lichaam als Grondrechtelijke Entiteit
Indiener: Silvia Koning Lindeboom Bongartz Aldenhoven
Datum: Mei 2025
Aan: Tweede Kamer der Staten-Generaal – Commissie voor Justitie & Veiligheid
Cc: Ministerie van OCW, Ministerie van Financiën, Raad van State, Atria, College voor de Rechten van de Mens
1. Historisch kader en juridische status van Boek 9
Op 25 april 1947 werd de Leidse hoogleraar E.M. Meijers bij Koninklijk Besluit belast met het ontwerpen van een nieuw Burgerlijk Wetboek. Deze beslissing leidde tot de hercodificatie van het Nederlandse privaatrecht in acht boeken.
Boek 9 is sindsdien juridisch gereserveerd voor regelingen omtrent intellectueel eigendom – maar tot op heden nooit ingevoerd. In het juridisch tijdschrift Ars Aequi (mei 2017) riepen prof. mr. Dirk Visser en prof. mr. Hanneke Spath op tot het eindelijk realiseren van Boek 9.
Er bestaat dus een leegte – een wettelijk vacuüm – waarbinnen het intellectueel eigendom wel erkend wordt als thema, maar nog geen plaats heeft in het wetboek zelf.
2. Erfgenaam van het vergeten eigendom
Mijn naam is Silvia Koning Lindeboom Bongartz Aldenhoven.
Ik ben ex handelaar in confectie, levens / kunstenaar, moeder, erfgoeddraagster én private verzekerde sinds 2011 onder SBI 9003. Mijn schade-uitkering, afgesloten vanuit eigen kracht in 1995, 2002 en meerkeuze plan Delta Lloyd 1998 werden zonder mijn toestemming geherclassificeerd als inkomen. Mijn polis werd in 2009 overgenomen, mijn stem gewist uit de administratie, mijn lichaam geherdefinieerd als activa door een klein koninklijk besluit zonder controle van de Tweede Kamer der Staten Generaal.
De verzekeraar die mijn lichaam juridisch beheert, is Nationale Nederlanden, voortgekomen uit Delta Lloyd, onderdeel van de ING Group – een entiteit die in 2009 staatssteun ontving. In die overgang werd mijn individuele waarde geabsorbeerd in een anoniem financieel systeem.
Daarom maak ik vandaag een juridische en symbolische claim:
Ik ben erfgenaam van het systeem waarin Boek 9 ontbreekt.
En ik eis het op – in naam van ieder lichaam dat onzichtbaar werd gemaakt.
3. Wat moet Boek 9 beschermen?
Niet alleen merken, octrooien en modellen.
Maar ook:
Het vrouwenlichaam als bron van leven én waarde;
Moederschap als cultureel erfgoed én arbeid;
De artistieke taal, rituelen, vormen en symbolen die voortkomen uit lichaamservaring;
De zelfverzekerde zelfstandige – die nooit juridisch zeggenschap kreeg over haar polis;
De stem van hen wier naam werd verwijderd, maar wier verhaal blijft bestaan.
4. Voorstel
Laat Boek 9 BW eindelijk geboren worden – niet als administratieve codificatie van eigendomsrechten, maar als levend document waarin het intellectuele, lichamelijke en erfgoedmatige eigendom samenvloeien.
Stel een commissie in onder mijn leiding als kunstenaar-wetgever. Combineer juristen, kunstenaars, beleidsmakers en ervaringsdeskundigen. Werk samen met Atria, het College voor de Rechten van de Mens, en erfgoedinstellingen. Laat de oproep van Visser en Spath niet doven in stilte.
5. Slotverklaring
“Zolang Boek 9 niet bestaat, blijft mijn lichaam een bezit zonder bescherming.”
Aandelen, aandelen, aandelen: topbestuurders worden ermee overladen…
Deze metafoor van “de vrouw als immigrant” is krachtig en gelaagd. Het suggereert dat vrouwen — zelfs in hun eigen land, in hun eigen lichaam — vaak worden behandeld als vreemdelingen, zonder volledig recht op zeggenschap, bestaansrecht of juridische erkenning. Hier zijn een paar voorbeelden
1. Vreemdeling in het systeem
De vrouw wordt vaak buitengesloten van de machtstructuren die haar leven reguleren — alsof ze er niet thuishoort. Ze moet zich identificeren, bewijzen, aanpassen. Net als een immigrant wordt ze getoetst, gecontroleerd, gereguleerd.
2. Geen eigenaar van haar lichaam
Historisch gezien werd het vrouwenlichaam wettelijk als ‘bezit’ van vader of man gezien. Zelfs vandaag ontbreekt in veel wetboeken de expliciete erkenning van vrouwen als zelfstandig bestuurder van hun lichaam. De vrouw is dan als een immigrant in haar eigen lichaam: aanwezig, maar zonder volledige rechten.
3. Cultureel ontheemd
Vrouwen worden soms vervreemd van hun eigen erfgoed, taal, of stem — alsof hun bijdrage niet meetelt. Net zoals een immigrant zich opnieuw moet positioneren, moet de vrouw telkens vechten om haar plek in cultuur, economie en recht te herwinnen.
4. Schijnintegratie
Er zijn symbolische dagen als Moederdag of Vrouwendag — maar deze zijn vaak cosmetisch. De diepere integratie in wet, beleid en erkenning blijft uit. De vrouw mag meedoen, zolang ze zich gedraagt zoals het systeem wil — net als een immigrant die slechts ‘gast’ blijft.
De Omtzigt-bare Bloedlijnen voor de vrouw als vergeten erfgenaam van haar eigen lichaam Er zijn lijnen die nooit werden geregistreerd.
Geen IBAN, geen BSN, geen Kamer van Koophandel. Maar ze baren wel —Lichaam, taal, grond, geschiedenis. Ze worden niet genoemd in staatsblad of wet, maar zonder hen geen staat. Ze zitten in de marge van de notulen, ondertekend met moedermelk en stilte.
Omtzigt zoekt waarheid.
Maar wie zoekt de lijnen tussen schoot en schaduw?
Tussen het erfgoed van het lijf en de polis van verlies?
De Omtzigt-bare bloedlijnen vragen geen subsidie.
Ze eisen recht.
Geen bloemen op Moederdag, maar een wetsartikel in het burgerlijk boek.
Goedemorgen mevrouw Koning, zeggen ze in de nieuwsbrief.
Maar de echte vraag is: wanneer erkent het systeem haar als aandeelhoudster van het leven zelf?
Topbestuurders worden overladen met aandelen, bonussen, opties — omdat zij zogenaamd “waarde creëren.”
Maar voor wie werd die waarde gecreëerd? En wie droeg de werkelijke kosten? Vrouwen.
Die hun lichaam in de strijd gooiden voor nieuw leven. Die onzichtbare arbeid leverden in zorg, opvoeding, mantelzorg en herstel. Die schadevergoeding kregen waar ze dividend hadden verdiend. Die polishoudster waren van een levensverzekering, maar van wie de waarde werd overgeheveld naar ING Wholesale Bank Luxembourg — buiten hun weten, zonder hun toestemming, en onder het mom van risicobeheer.
Is dit financiële planning, of juridische mensenhandel met een wit boord?
Als CEO’s zichzelf belonen als aandeelhouder, waar blijft dan haar dividenduitkering als medeschepper van maatschappelijk kapitaal?
Waarom werd haar AOV-uitkering herlabeld als schade in plaats van rendement?
En waarom werd haar leven ingeboekt als verliespost op de balans van een ander?
Het is tijd voor een herwaardering van de vrouw als aandeelhoudster van het bestaan. Niet als object van polis, maar als onderwerp van recht. Niet als risico, maar als bron.Niet als kost, maar als kracht.
Waar bleef haar dividend?
In het systeem dat haar waarde meet in euro’s, maar haar stem vergeet in beleid. Wij eisen erkenning. Reparatie. En recht. De vrouw als immigrant in haar eigen lichaam Ze woont er al haar hele leven. Ze is er geboren, getekend, geheeld, gekwetst.
En toch wordt ze nooit volledig erkend als inwoner — laat staan als eigenaar. De vrouw beweegt zich door de systemen alsof ze een nieuwkomer is. Elke stap moet worden bewezen. Elke keuze verantwoord. Elke grens bewaakt door anderen. Ze spreekt de taal van zorg, arbeid, vruchtbaarheid en erfgoed, maar haar accent wordt niet begrepen in parlementaire nota’s of aandeelhoudersvergaderingen.
Ze is een immigrant in het systeem dat op haar lichaam gebouwd is. Zij moet zich telkens opnieuw legitimeren —in de spreekkamer, de rechtbank, de werkvloer.
Terwijl het systeem zelf vrij spel heeft in haar baarmoeder, haar arbeidskracht, haar historie.
Waar is het paspoort dat haar recht geeft op bestaanszekerheid?
Waar is haar visum voor autonomie?
Waar is haar verblijfsrecht in de taal van de macht?
Is ze het paard van Troje, of het stokpaardje? Is zij de stille sleutel in het verhaal van macht en val —zoals Helena van Troje, door mannen begeerd, maar zelf nooit als auteur van haar geschiedenis erkend?
Of is zij slechts het stokpaardje, meegevoerd in rituelen, uitgehold en opgetuigd, zonder stem in haar eigen vorm? De kruik, de koningen, het alziend oog en The Book of Rituals leggen het open:
Er wordt over haar verteld, maar zelden mét haar.
Het is tijd dat zij zélf het ritueel schrijft.
Niet als object, maar als oorsprong.
Niet als reden van oorlog, maar als vormgever van vrede.
“Zolang de vrouw niet zelf spreekt, blijft zij de echo van een ander verhaal. Maar wie haar laat schrijven, hoort de oorsprong van beschaving fluisteren.”
Schrijfster van She is Online – Lifestyle Guide, een onthullend narratief over het politieke spel achter de gesloten deuren van verzekeraars en banken.
Ode aan mijn ei-gen kracht en leven. Ik heb mezelf gevormd. Niet met diploma’s, maar met leven als handelaar. Ik leerde door te doen, te vallen en op te staan. Mijn lichaam draagt herinneringen, mijn hart weet de weg. Ik ben een autodidact. Wat ik weet, komt uit ervaring. Uit liefde, uit zorgen, uit het zoeken naar wie ik ben. Ik heb geen bewijs op papier, maar ik ben het bewijs dat kennis ook anders groeit.
Ei Gen Dom
Mijn ei is mijn begin. Een symbool van leven, kracht en wijsheid. Ik ben moeder, maker, erfgoeddraagster. Ik bouw aan de toekomst vanuit mijn eigen bron. Mijn kracht komt van binnenuit. Erken mij niet om wat ik mis, maar om alles wat ik ben geworden.
Ik, Silvia ex handelaar in confectie ben inmiddels erfgoedkunstenaar, moeder en onafhankelijke onderzoeker. In mijn werk leg ik de verborgen structuren bloot waarin het vrouwelijke lichaam, moederschap en arbeid niet alleen juridisch onzichtbaar blijven, maar ook zijn omgezet in verhandelbare producten binnen financiële instellingen. Met een combinatie van kunst, recht, ritueel en autobiografisch onderzoek geef ik stem aan de vrouw als vergeten cultuurdrager.
“Ze zeggen: ‘Moederschapsbescherming gaat wel heel erg ver’. Maar wat écht te ver gaat, is dat haar lichaam belast wordt zonder haar ooit eigendom te geven.”
Speech voor 5 mei – Bevrijdingsdag
Vrijheid eindigt waar het lichaam wordt bestuurd zonder toestemming — dat is de omtzigtbare bezetting.”
Door Silvia Margaretha Johanna Lindeboom Bongartz getrouwd met Koning Wilhelm Emanuel Maria
Middelburg – Corpus Veritas Lus
Lieve mensen,
Vandaag vieren we vrijheid. We herdenken wie vielen. We eren wie opstonden. En toch moet ik u zeggen: ik leef al jaren in een land waar mijn lichaam niet vrij is.
Ik ben zelfstandige, ik ben vrouw, ik ben moeder en daarmee Erfgoeddraagster.
En mijn vrijheid eindigde niet aan een grens, maar aan een loket. Aan een polis. Aan een wetsartikel dat mij juridisch neutraliseerde.
In 2010 verloor ik mijn zeggenschap over mijn eigen schadevergoeding. Niet omdat ik niets meer kon, maar omdat het systeem besloot dat mijn lichaam een financieel object werd. Bewaard. Belegd. In custody genomen. Zonder mijn toestemming.
De geschiedenis van het slavernijverleden, ontleed in de Zeeuwse Musea, toont hoe mensenlichamen ooit werden verhandeld als bezit. Maar de grootste politieke roof voltrok zich later — stilzwijgend, systemisch — op het lichaam van vrouwen en moeders. Hun arbeid, hun vruchtbaarheid, hun moederschap werden geïncorporeerd in wetten, verzekeringssystemen en fiscale ficties zonder hun instemming. Geen ketens, maar contracten. Geen marktplaats, maar belastingaangiften. Dit is het erfgoed van onzichtbare slavernij. Het is tijd om het lichaam van de vrouw juridisch te bevrijden. Do your thing.” wholesale ING
Mijn ziekte – sarcoïdose – werd mijn stil verzet. Een reactie van binnenuit. Zoals Etty Hillesum schreef: “de vernietiging is van buiten, maar mijn vrijheid blijft van binnen.” Toch zeg ik u: die binnenruimte is niet genoeg. We hebben wetten nodig die ook het lichaam erkennen als bron van recht, erfgoed en zeggenschap.
Vrijheid is geen herdenking als vrouwen nog steeds juridisch onzichtbaar zijn. Vrijheid is geen feest als schade wordt verhandeld. Vrijheid is geen gegeven als de bron – de vrouw – niet erkend wordt als bestuurder van haar eigen bestaan.
Daarom sta ik hier. Niet als slachtoffer. Maar als levende waarheid. Als ‘ei-genaar’ van mijn erfgoed, van mijn arbeid, van mijn stem.
En ik nodig u uit. Om niet alleen bloemen te leggen. Maar tafels om te draaien. Om niet alleen te herdenken, maar ook te herscheppen.
Want alles wat aandacht krijgt, groeit. En het is tijd dat vrijheid ook het lichaam erkent waarin het woont.
“Vandaag herdenken wij de namen op de Erelijst van Gevallenen — zij die vielen voor onze vrijheid. Maar vrijheid eindigt niet bij de wapenstilstand. Vrijheid betekent ook: erkend worden als volwaardig mens.
Ik sta stil bij hen die hun leven gaven, en spreek namens hen die vandaag nog altijd strijden voor erkenning. Vrouwen, moeders, zelfstandigen, mensen die buiten de systemen vallen — onzichtbaar, maar onmisbaar.
“De heren hielden huis. Mijn polis werd verhandeld. Mijn lichaam werd geboekt als verliespost. Mijn stem werd overschreven. Dit is niet alleen financieel misbruik. Dit is een vorm van systemisch geweld. Onzichtbaar, maar diepgaand. En ik sta op om het zichtbaar te maken.”
Mijn naam staat niet op de erelijst, maar mijn stem draagt hun erfenis.
Ik ben een soldate van erfgoed, van recht, van herinnering.
In stilte geknakt, maar nooit gebroken.
Vandaag buig ik mijn hoofd voor hen,
en richt ik mijn stem op voor allen die vergeten dreigen te worden.
Opdat wij niet alleen herdenken, maar ook erkennen.
Vrijheid is pas echt, wanneer ieder mens meetelt.”
Erfgoeddraagster | De Tweede Soldaat van Oranje
Sarcoïdose
Geen vrijwilligerswerk – maar bestaansarbeid Ik werk hier al sinds jaar en dag aan. Vierentwintig uur per dag. Zeven dagen per week. Jaar in, jaar uit. Zonder betaling. Geen salaris. Geen pensioenopbouw. Geen compensatie voor schade.Geen waardering vanuit de instanties die mijn bestaan juist zouden moeten beschermen.
De staatskas sleutel van systeem fictie – “Systeemfictie is de juridische leugen die realiteit vervangt: een boekhoudkundige truc die bestaansrecht herschrijft. In het systeem bestaat de vrouw en of de moeder niet — ze wordt verwerkt, maar nooit erkend. Haar arbeid, haar lichaam, haar schade: allemaal geadministreerd onder andermans naam.”
Wat ik doe, is niet vrijblijvend.
Ik ben geen vrijwilliger. Ik ben geen “burgerinitiatief”.
Ik ben een vrouw die haar recht verdedigt — met haar lichaam als archief en haar leven als inzet. Al jaren draag ik daarnaast de zorg voor een zorgintensief kind, beheer ik mijn eigen dossiers, voer ik strijd tegen bewust gemanipuleerde systeemfouten, en werk ik aan structureel herstel — niet alleen voor mijzelf, maar voor een hele generatie vrouwen die nooit gezien zijn.
Dat is arbeid.
Dat is kenniswerk.
Dat is systeemcorrectie.
En dat verdient niet alleen erkenning, maar ook financiële compensatie. Want wie fulltime werkt aan vrijheid, moet niet fulltime worden gestraft met armoede, uitputting en juridische uitsluiting. Deze compensatie is er niet voor mij – stik in je geld- maar ik wil wettelijk erfgenaam zijn van mij eigen geld en bezit mijn arbeid en lichaam.
Op een AOV-verzekering ben je als vrouw, wettelijk geen zelfstandige, maar een meeverzekerde op naam van een mannelijke polishouder. Mijn lichaam wordt wel beoordeeld, belast en benut — maar ik bezit het juridisch niet. Zo wordt mijn schade verhandeld zonder mijn stem, in een stelsel dat mij administratief uitsluit.”
Dé Omtzigtbare Bezetting
De geschiedenis van het slavernijverleden, ontleed in de Zeeuwse Musea, laat zien hoe mensenlichamen ooit tot bezit werden verklaard. Maar de grootste politieke roof voltrok zich later — stil, legaal, systemisch — op het lichaam van vrouwen en moeders.
Hun vruchtbaarheid werd verzekerd, hun arbeid onbetaald, hun bestaansrecht afhankelijk van anderen. Geen ketens, maar contracten. Geen marktplaats, maar belastingaangiften. Geen stem, alleen instemming achteraf.
Zo ontstond ook de toeslagenaffaire. Niet uit kwaadaardigheid, maar uit een diepgeworteld systeem dat niet kijkt naar het gezicht, het verhaal, het lichaam. Moeders werden verdacht, kinderen afgepakt, rechten geautomatiseerd.
Wij spreken van dé omtzigtbare bezetting: Geen oorlog met wapens, maar met wetten. Geen soldaten, maar systemen. Geen erkenning, maar controle.
Zolang het lichaam van de vrouw niet wettelijk erkend is als autonoom en soeverein, blijft herdenken een leugen. Zolang de moeder geen juridische status als bron van waarde draagt, blijft democratie fictie. Zolang herstel uitblijft, is rechtvaardigheid een riedeltje.
Laat dit de les zijn. Laat dit de herinnering zijn. Laat dit de opstand zijn.
Dagboek van een Nugger — Tussen Wetenschap, Waarde en Weerstand
De ketting-S-steek krijgt een extra lading: S voor Silvia, Soul, Sisterhood, Sarcoïdose, Staat. Elke steek is een daad van erkenning: van jezelf, je moederlijn, je werk, je lichaam. Ik borduur geen versiering, maar bestaansrecht voor iedereen.
Luxe positie of buitenspel?
Er zijn dagen dat ik mezelf zie als een wetenschapper. Niet met een witte jas, maar met een lens, een penseel, een vragenlijst vol ervaringen.
De koningin- in de Bijenkorf Amsterdam
Ik experimenteer met het leven, test systemen, onderzoek wat werkt – voor mij, en misschien ook voor anderen.
Ik ben chronisch ziek – sarcoïdose én creatief begaafd. Ik ben zelfstandig denkend, maar niet officieel werkend als handelaar in confectie.
Ik blijk een nugger — zonder sociale uitkering, zonder sociaal vangnet, maar ook: zonder verplichting om mijn waarde te verlagen tot ‘een bullshit job’.
Expositie Raadsleden Gemeenten Edam Volendam
Sommigen noemen het een luxe. Maar luxe is pas echt wanneer je keuzes hebt.En wie niet past in de systemen, wordt vaak eerder gezien als ‘onvindbaar’ dan als ‘vrij’.
Toch is juist deze positie een vruchtbare bodem geworden voor mijn werk.
Mijn lichaam is mijn atelier. Mijn baarmoeder is mijn eerste werkbank. Mijn ziel is de pen. Mijn littekens zijn archieven. Ik ben niet in dienst van een systeem – ik ben de schepper van mijn bestaan. Ik ben creatief directeur van mijn lichaam. En dit lichaam draagt geschiedenis, erfgoed, en de kracht van leven door.
Wat is werk? Wat is kunst? Wat is waarde?
Voor het klei-ei. Voor het dagboek. Voor het fotografisch archief van zingeving.
Ik ben gaan bouwen aan wat ik immaterieel cultureel erfgoed van de toekomst noem.
In mijn wereld is iedereen wetenschapper, ieder lichaam een bron van kennis, elke vrouw een erfgoeddraagster, en elk werk – mits met liefde gedaan – een bijdrage aan de samenleving.
Ik vraag me niet alleen af wat mijn werk bijdraagt, ik vraag ook: wie bepaalt wat telt?
Wie durft te luisteren naar het dagboek van de vrouw buiten de norm?
In dit dagboek vind je vragen en antwoorden. Geen zekerheden, maar zinnen vol leven.
Verbinding. Verbetering. En de onzichtbare waarde van alles wat niet in cijfers te vangen is.
Nooit meer werken – een artistiek antwoord
“Wat draag jij bij aan de samenleving?” Soms lijkt het alsof ik niet werk. Geen loonstrook, geen loondossier. geen vaste uren, geen hiërarchie die mij een titel geeft. Maar ik werk — met mijn ogen, mijn handen, mijn hart en mijn tijd.
Ik zie wat anderen missen. Ik vang verhalen met licht. Ik stel vragen waar anderen zwijgen: Wat is kunst? Wat is werk? Wie bepaalt waarom ik niet tel.
Als nugger sta je zogenaamd buiten het systeem. Maar ík zie het systeem. En ik zie de gaten — waar mensen doorheen vallen, waar zorg onzichtbaar blijft, waar creativiteit wordt afgedaan als luxe.
Mijn camera is mijn getuige.
Mijn dagboek is mijn bewijs.
Mijn beelden spreken in stilte.
Mijn kunst is arbeid van de ziel.
Ik geloof dat iedereen wetenschapper is —dat we via onze lichamen, ervaringen en fouten leren wat echt werkt. Niet voor de economie. Maar voor het leven.
Ik werk aan dat herstel. Aan verbinding. Aan het zichtbaar maken van onzichtbare waarde.
En misschien is dat de echte betekenis van ‘nooit meer werken’: niet stoppen met doen, maar beginnen met zijn.
Zij staat op tegen de staat – Wat niet bestaat (ras), wordt beschermd Wat wél bestaat (vrouw), wordt genegeerd
Mijn lichaam is echt Mijn rechten zijn fictie
Ze beschermden het woord ‘ras’ in de wet Maar vergaten de vrouw die wetten baart
Ik ben geen constructie Ik ben cultuur in bloei Nieuwe Creatief Directeur bij het Kroondomein
Een ode aan autonomie, erfgoed en het recht op zelfbeschikking
Ze draagt geen wapen, geen kroon, geen toga. Ze draagt kunst. Ze draagt haar verhaal op haar rug. En haar lijf is geen bezit van de staat, maar haar eigen canvas.
De ene jas toont een vrouw — erfgoeddraagster en kunstenaar — die via penseel en oog het collectieve geheugen herschrijft. Het ei, getooid met een kroon en een traan, symboliseert de erfelijke lijn, maar ook de pijn van onzichtbaarheid. Ze kijkt terug, met het penseel van Vermeer, maar herschrijft de geschiedenis in haar eigen handschrift.
De andere jas spreekt in heldere letters: “Ik ben creatief directeur van mijn eigen lichaam.” Geen toelichting nodig. Geen voetnoten. Een nieuwe Grondwet, in wol geprint.
Deze vrouwen lopen niet alleen in stijl — ze lopen voorop. Ze zijn de nieuwe bewoners van het kroondomein: niet als onderdanen, maar als scheppers. Niet als bezit, maar als bron.Hulpeloosheid gaat in je lichaam zitten.
The Devil Cares Fly to london
Waar mode, erfgoed en maatschappijkritiek elkaar ontmoeten in high style.
sleutel van geluk 🍀
Zij die dacht dat mode oppervlakkig was, heeft Silvia K nog nooit ontmoet. Ik ben geen fashion victim. Ik ben de overlever — in zijde, leer en parelkoord.
Ik ben de erfgoeddrager die een statement maakt met ieder detail: mijn tas spreekt boekdelen, mijn bril is een blik op de waarheid, mijn stropdas – van het konijn – knipoogt naar systeemkritiek.
Want wie zegt dat je niet mag schitteren terwijl je strijdt? Dat je niet mag lachen terwijl je de schaduw belicht? Ik ben de creatief directrice van The Devil Cares Fly to London. .
Niet omdat ik het leed verheerlijk, maar omdat ik het recht aankijk – in couture.
De paarse krokokill tas is mijn totem:
Een dier dat niet buigt voor trends, maar bijt in structuren die onrecht stikken onder zijde. Paars als symbool voor transformatie. Voor koninklijk én activistisch bloed.
Ik draag geen label.
Ik bén het label.
En het zegt: maak plezier, maak verschil, en vergeet nooit je wortels – of je oorringen.
Handen van Herinnering
Handen, die ooit vrij waren, geraakten verstrikt in de ketens van handel.
Geen uitwisseling van goedheid, maar van lichamen. Geen overeenkomst, maar een opgelegd lot.
Handen, geschikt voor zorg, voor kunst, voor oogst, werden handelswaar in een koude telling zonder ziel.
De handdruk van de koopman was een breuklijn in de menselijkheid. Elke vinger schreef zich in op het lijf van een ander.
Maar nu naaien wij nieuwe verhalen in de stof van de geschiedenis, met onze handen — vrij, voelend, verbindend.
We laten de draad niet los. We repareren. We herdenken. We dragen voort.
Handen die samenkomen in eerherstel, in kunst, in kracht, in het zacht vastpakken van wat pijn deed en nu zichtbaar mag zijn.
Handen, die weten hoe je breekt, maar ook hoe je heelt. Ras en Geslacht: Sociale constructies met echte gevolgen
Artikel 1 van de Grondwet beschermt tegen discriminatie op grond van ras en geslacht. Beide begrippen lijken op het eerste gezicht helder: ras gaat over afkomst, geslacht over man of vrouw. Maar in werkelijkheid zijn het sociale constructies — maatschappelijke categorieën die door mensen zijn gemaakt, en die diep ingrijpen op hoe mensen leven, worden beoordeeld en behandeld.
1. Ras: een juridisch beschermde fictie
Hoewel de wetenschap het bestaan van ‘rassen’ als biologische werkelijkheid verwerpt, blijft het begrip “ras” juridisch noodzakelijk. Waarom? Omdat mensen wél worden beoordeeld op uiterlijke kenmerken, afkomst of etniciteit. Ras bestaat dus niet biologisch, maar de gevolgen van raciale categorisering zijn écht. Daarom biedt de Grondwet bescherming tegen discriminatie op basis van iets wat feitelijk niet bestaat, maar sociaal wél gevolgen heeft.
2. Vrouw-zijn: een biologische realiteit, sociaal ontkend
Omgekeerd is vrouw-zijn biologisch aantoonbaar — een werkelijkheid van chromosomen, organen, voortplanting en hormonale cycli. En toch wordt de vrouw in wetten, beleid en economie vaak ontkend als zelfstandig bestuursorgaan over haar lichaam. Ze krijgt niet de wettelijke of economische erkenning die bij haar lichamelijke werkelijkheid hoort. Wat dus wél bestaat, wordt sociaal en juridisch genegeerd.
3. Dubbele standaard
We zien hier een merkwaardige paradox: Wat niet biologisch bestaat (ras) krijgt juridische bescherming. Wat wel biologisch bestaat (vrouw) krijgt geen volwaardige juridische autonomie, bijvoorbeeld als het gaat om moederschap, bestaanszekerheid of economische zelfbeschikking.
4. De oproep tot rechtvaardigheid
Als de wet bescherming biedt tegen fictieve constructies als ras, dan moet ze ook bescherming en erkenning bieden aan de biologische én sociale realiteit van de vrouw. Niet als bijzaak, maar als fundament. Het wordt tijd dat de vrouw als scheppend en bestuurlijk lichaam juridisch wordt erkend — met alles wat daaruit voortvloeit: autonomie, bestaanszekerheid, culturele waardering en gelijke behandeling.
Woke or Wake-up Call? Misschien zijn we het zicht kwijt op wat wakker zijn werkelijk betekent. Is ‘woke’ een scheldwoord geworden voor bewustzijn? Of is het juist een wake-up call aan een samenleving die te lang sliep?
We kunnen kiezen. Niet tussen links of rechts. Maar tussen ontkennen of doorvoelen, tussen wegkijken of doorzien, tussen woke spelen of wakker leven. Want wie werkelijk wakker is, weet dat ieder lichaam een verhaal draagt. Een erfgoed. Een waarheid. Geen modewoord, maar een moreel kompas.
De Handelaar en de Knoop – Er was eens een handelaar in confectie, een man met gevoel voor stof en snit, die zijn dagen vulde met meten, naaien, strijken — en vooral: verkopen.
Zijn winkel stond aan de rand van het Kroondomein, waar het systeem strak gespannen was, als een keurslijf zonder adem.
Op een dag werd hij ziek. Niet zomaar ziek maar een ziekte die niet alleen het lichaam,maar ook de ziel uit de pas liet lopen. Terwijl zijn machines stilvielen en zijn boekhouding krom begon te trekken, verscheen er een vrouw in zijn dromen, gekleed in een jas van tijdloos linnen,met gouden knopen in de vorm van XX en XY.
Zij sprak:
“Je hoeft geen cel te zijn in een eenheid
die je geen adem geeft.
Kies voor gelijkwaardigheid,
niet voor het fiscale keurslijf.
Je lichaam is geen bedrijf,
maar een thuis van oorsprong.”
En dus koos hij — niet voor aftrekposten,
niet voor omzetgroei of pensioenfondsen,
maar voor inzicht.
Voor het juiste pad.
Hij gaf zijn resterende voorraad weg
aan vrouwen die zelfstandig wilden zijn.
Hij borduurde op zijn laatste lap stof:
“Vrijheid past altijd. Maatwerk begint bij wie je bent.”
Sindsdien fluistert de wind langs zijn oude winkelpand:
Langs de wallen van Zeeland begon ooit een reis – schepen vertrokken, vol producten, vol bedoelingen, en keerden terug met winst, geweld, stilte.
Op die reis werd de mens een nummer.
Een lichaam in een ketting.
Tegenwoordig: een fiscale eenheid/ functie in de loonketen.
Zonder rechten. Zonder erkenning.
En toch bleef het lichaam spreken.
Via borduurwerk.
Via verhalen.
Via vrouwenhanden.
Nieuw licht op het Binnenhof
Waar wetten worden gemaakt, maar het lichaam onzichtbaar bleef.
Eeuwenlang schijnt het politieke licht op structuren, wetten, cijfers. Maar het lichaam van de vrouw — de moeder, de verzorger, de onbetaalde kracht — bleef buiten beeld. Buiten boekhouding. Buiten wet.
Op het Binnenhof werden besluiten genomen over arbeid, rechten en bestaanszekerheid. Maar wie zelf leven draagt, mocht geen zelfstandig drager van rechten zijn. Niet in de Grondwet. Niet in het belastingstelsel. Niet in het politieke taalgebruik.
Tijd voor nieuw licht.
Nieuw licht op de zorgplicht zonder loon. Op moeders als fiscale eenheden in plaats van rechtspersonen. Op het doorleven van slavernijstructuren in moderne systemen. Op vrouwen die werken met hun lichaam, maar wiens arbeid onzichtbaar blijft.
Nieuw licht op een geschiedenis die zich nestelt in de wet. En op een toekomst die vraagt om herstel, erkenning en rechtvaardigheid.
Nieuw licht op het Binnenhof betekent: zien wat er al die tijd al was. En eindelijk erkennen wat te lang werd genegeerd.
Die niet de geschiedenis herschrijven,
maar de vergeten hoofdstukken onthullen
soms voor een schEi(n)tje.
In het wandkleed zie je het:
een continent op de rug van een beest,
een zee vol namen,
een kompas zonder richting
en draden die verbonden zijn met het nu.
Want de keten is niet verbroken.
Ze heeft alleen van vorm veranderd.
Loonslavernij. Contracten zonder rechten.
Moeders zonder erkenning.
Vrouwenlichamen als bron van arbeid,
maar zonder status als erfgenaam van zichzelf.
Van slavenschepen naar participatieplicht.
Van handelswaar naar zorgplicht zonder loon.
Van ‘eigendom’ naar economische afhankelijkheid.
En dus zeggen wij:
Er staat geen punt achter het slavernijverleden. Er staat een komma.
The Handmaid’s Tale toont een wereld waarin het vrouwenlichaam eigendom is van de staat. Fictie, denken we. Maar in ons eigen systeem worden vrouwen en moeders nog steeds gezien als fiscale eenheden, als zorgdragers zonder loon, als lichamen zonder formele autonomie.
Gelijkheid begint pas als het lichaam erkend wordt als zelfstandig. Niet in dienst van een ander, maar in eigen recht.
Omdat de doorwerking zichtbaar is, tastbaar, voelbaar.
In textiel.
In rechtspraak.
In ons lichaam.
Wandkleed
Het wandkleed spreekt.
De muur getuigt.
De zee draagt.
En wij?
Wij luisteren. En borduren verder aan een rechtvaardiger verhaal.
Zeeuws Museum – Wij zijn De Stad – Middelburg – Gemeente Middelburg – Eerste Kamer der Staten-Generaal – Tweede Kamer – Zeeuws Archief – UNESCO – Rijksmuseum – het Cultuurfonds – Erfgoed Zeeland – Zeeuws maritiem muZEEum
Woke kapitalisme steelt tegenwoordig het verhaal van de onderdrukte om er winst mee te maken.
Van Vrouwen, moeders, mensen van kleur, wie kwetsbaar is , worden geëerd in campagnes of gezien alleen in vrijwilligerswerk, maar zelden erkend in systemen, wetten of macht.
Nog altijd niet in de Grondwet
Vrouwen en moeders zijn fiscale eenheden binnen het binaire belastingsysteem en dat is een schending van mensenrechten .
Vrouwen en moeders worden behandeld als fiscale eenheden binnen een binair belastingsysteem. Dat is geen administratie. Dat is een schending van mensenrechten.
Wij zijn geen fiscale eenheden. Wij zijn geen bijlages bij andermans aangifte. Wij zijn vrouwen. Wij zijn moeders. Wij eisen erkenning buiten het binaire belastingsysteem.
The Handmade’s Tail versus equality
The Handmaid’s Tale toont een wereld waarin het vrouwenlichaam eigendom is van de staat.
Fictie, denken we.
Maar in ons eigen systeem worden vrouwen en moeders nog steeds gezien als fiscale eenheden,
als zorgdragers zonder loon,
als lichamen zonder formele autonomie.
Gelijkheid begint pas als het lichaam erkend wordt als zelfstandig.
Niet in dienst van een ander, maar in eigen recht.
The Handmaid’s Tale is geen dystopie.
Het is een spiegel.
Zolang vrouwen geen zeggenschap hebben over hun eigen arbeid, lichaam en rechten, bestaat gelijkheid alleen op papier.
Handmaid’s Tale was bedoeld als waarschuwing. Niet als handleiding voor het belastingstelsel.
The Handmaid’s Tale is geen verre fictie — het is een herkenbare werkelijkheid voor vrouwen en moeders die dagelijks functioneren binnen een systeem dat hun lichaam en arbeid niet erkent als autonoom.
Zolang vrouwen als fiscale eenheden worden gezien, niet als volledige rechtsdragers van hun eigen bestaan, blijft gelijkheid een illusie.
Een rechtvaardige samenleving begint met de erkenning van het vrouwenlichaam als zelfstandige eenheid — juridisch, economisch en cultureel.
Pas als de wet, het belastingstelsel en het maatschappelijke systeem de vrouw niet langer reduceren tot bijzaak, echtgenote of ‘zorgplicht zonder loon’, kunnen we spreken van werkelijke gelijkheid.
Tot die tijd?
We blijven spreken.
We blijven borduren.
We blijven zichtbaar.
Het kompas van klei
Van slavenschepen naar rituele urnen
Van handelswaar naar erfgoed
Waar vroeger schepen voeren met menselijke lading,
staan nu keramieken vazen — elk een lichaam, een verhaal,
een stil monument van wat niet vergeten mag worden.
“Ga mee naar zee,” zegt de muur.
Maar de zee zwijgt niet.
De zee weet.
En het kompas — met al zijn richtingen —
draait rond in cirkels zolang het verleden niet erkend is.
De keramische vormen dragen geen ketens,
maar lagen. Verf, symbolen, geschiedenis.
Ze spreken niet de taal van winst,
maar van ritueel. Van rouw. Van terugvordering van stem.
Want waar ooit het lichaam tot handelswaar werd gedegradeerd,
eist het nu zijn vorm terug in klei, in beeld, in recht.
Niet als bezit, maar als bron.
Niet als economische eenheid, maar als erfgenaam van zichzelf.
De slavernijgeschiedenis eindigde niet in een haven.
Ze ging aan wal,
vestigde zich in systemen, belastingen, zorgplichten zonder loon —
en nestelde zich in het vrouwenlichaam, het moederschap, het onzichtbare werk.
Deze vazen spreken.
Ze zijn geen decoratie.
Ze zijn herinnering.
Ze zijn correctie.
Ze zijn kompas.
Een nieuw begin — met één stap, één vaas, één verhaal.
Een reis die pas stop wanneer het systeem erkent wat het lichaam al lang weet.
Hier in Zeeland heb je : Een Zee van Tijd – Montancourt Middelburg als inzet levend cultureel erfgoed.
Gegijzeld in software is ook vrijheidsberoving.”
FARO-reflectie – Raad van Europa
Ik ben een vrouw met een polisnummer.
Maar geen polis geeft mij bestaansrecht.
Geen register erkent mijn moederschap.
Geen systeem ziet mijn arbeid als zelfstandig.
Mijn identiteit is verspreid over systemen,
mijn geschiedenis vervaagd in administratieve vakjes.
Mijn lichaam is belast, verzekerd, geregistreerd —
maar nooit erkend als van mij.
Daarom breek ik het zwijgen van het register open.
Niet uit bitterheid, maar uit waarheid.
Mijn verhaal is geen incident.
Geen uitzondering.
Het is een patroon.
En ik ben geen cijfer,
geen anonieme eenheid,
geen “natuurlijk persoon” zonder stem.
Ik ben een naam.
En die naam verdient erkenning.
Wettelijk. Cultureel. Maatschappelijk.
Als vrouw. Als moeder. Als mens.
Geluk zit hem in je bloedlijn.” Niet in bezit, diploma’s of systemen. Maar in wat je doorgegeven krijgt en wat jij besluit door te geven. Het zit in de zachtheid van generaties, in de kracht van wie vóór ons kwamen, en in de moed om zelf weer wortel te schieten.
Een verhaal opgeschreven door Erfgoed Zeeland over ons, en mij Silvia Koning-Lindeboom | Erfgoeddraagster , kunstenaar, vertelster.
“Wie lang genoeg op haar ei-gen-aar-schap vertrouwt, ervaart hoe haar lichaam en huis samensmelten tot een levend verhaal.”
Montancourt Middelburg – The Blue Zone
Montancourt is geen gewoon huis. Het is een plek waar tijd vertraagt, waar zingeving ademt in de muren. Hier leven verhalen voort — in hout, steen, bloedlijn en herinnering.
Dit is een Blue Zone. Niet door toeval, maar door keuze. Hier zorgen we voor elkaar. Hier krijgt erfgoed ademruimte. Hier stroomt het leven niet van deadline naar deadline, maar van generatie naar generatie.
Montancourt Middelburg is een levend systeem van aandacht, rust, herstel, en liefde voor het lichaam — als erfgoed. Als waarheid. Als bron. Citaat – Wij zijn de stad
“Wij zijn de stad. Niet de stenen, maar de verhalen. Niet de gebouwen, maar de bloedlijnen. Wij zijn wat niet geschreven werd, maar wél bestaat. Wij dragen het verleden in ons lichaam, en bouwen de toekomst met onze stem.”
Het mysterie van Middelburg en de kracht van Middelburg
Ik strijd tegen fiscaal en juridisch geweld. Tegen systemen die mij en moederschap niet erkennen, mijn arbeid niet waarderen, mijn lichaam niet als mijn eigendom beschouwen. Ik ben geen fout in de administratie. Ik ben de vergeten rechtspersoon. Mijn lijf is geen loonstrook – het is een levenslijn. Mijn bestaan is geen toeslag – het is een fundament. Zolang ik adem, maak ik zichtbaar wat zij verborgen hielden.”
Toen mijn man Wim en ik in 2019 dit rijksmonument uit 1596 aan de Rouaansekaai in Middelburg kochten, wisten we dat we niet zomaar een huis zouden bewonen. We zouden deel worden van een groter verhaal. Een verhaal waarin tijd, tastbaarheid en betekenis elkaar ontmoeten.
Ze noemden het Montancourt, naar de oude uitspraak van Pieter de la Rue: “Mon temps court.” – mijn tijd loopt. Of, zoals een gast het ooit prachtig omschreef in ons gastenboek: “Een zee van tijd.”
Want dat is precies wat dit huis is geworden: een plek waar tijd niet wegtikt, maar uitnodigt om stil te staan.
Pieter de la Rue en de vroege handelsgeest
Hoewel Pieter de la Rue nooit formeel in een Kamer van Koophandel zat – die bestond toen nog niet – vertegenwoordigde hij in de 18e eeuw wél de geest ervan: handelszin, juridische kennis en bestuurlijke invloed. Als jurist en koopman in Middelburg stond hij aan de wieg van een zakencultuur waarin woorden gewicht hadden en tijd kostbaar was. Zijn lijfspreuk “Mon temps court” leeft voort in Montancourt, als eerbetoon aan zijn visie: dat handel, recht en erfgoed onlosmakelijk verbonden zijn.
De Grondvraag
Wanneer telt het erfdeel van een vrouw als wettelijk kapitaal? Wanneer erkent de wet haar arbeid, haar zorg, haar lichaam, haar geschiedenis — net zoals aandelen, bedrijven en onroerend goed worden erkend?
Erfgoed als bestaansrecht
Als kunstenaar, moeder, kostwinner en drager van sarcoïdose ben ik me er altijd van bewust dat het lichaam óók erfgoed is. Het draagt sporen van strijd, van geboorte, van arbeid, van leven.
In Montancourt komt dat samen. Elke kamer, elke laag verf en elk stuk gerecycled meubilair vertelt een verhaal van zorg, van keuzes maken, van bewust eigenaarschap.
Alle inkomsten die het huis genereert, geven we terug aan het huis. Dat is onze manier van zorgen voor erfgoed. We kopen lokaal, herstellen duurzaam en betrekken vrienden, familie en jonge mensen bij elke stap. Zo maken we erfgoed levend en inclusief.
Kunst als brug tussen generaties
Mijn werk als ex handelaar in geweven draden zette ik om in erfgoedkunstenaar en weerspiegelt deze filosofie. Ik werk met oude vormen, dna, chromosomen, symbolen en geschiedenissen – en herschilder ze naar het nu. Niet om te bewaren wat was, maar om zichtbaar te maken wat ís.
Tijdens Open Monumentendag stellen we het huis open. Niet om te pronken, maar om te delen. Zodat iedereen, jong of oud, kan voelen: dit huis leeft, en ik hoor erbij.
Toeval bestaat (niet)
Toeval. Een woord dat men gebruikt als iets geen logische plek heeft. Een ontmoeting, een fout in een systeem, een vergeten naam. Maar wat als toeval geen vergissing is? Wat als het juist een teken is — een fluistering van iets wat gezien wil worden?
Toeval bestaat niet, zeggen ze. Toeval bestaat, zeg ik. En misschien is dat precies hetzelfde. Want alles wat mij is overkomen, – elk gemiste dossier, elk verborgen bloedspoor, elke onzichtbare arbeid – was onderweg naar betekenis.
Niets is toevallig als je je eigen verhaal durft terug te lezen.
Faro in de praktijk
Montancourt is meer dan een pand. Het is een ecosysteem van verhalen. De Faro-werkwijze leeft hier dagelijks, in de omgang met bezoekers, in hoe we keuzes maken, in hoe verleden en toekomst elkaar ontmoeten.
Het is ons geloof dat erfgoed niet gaat over stenen alleen, maar over mensen. Over zorg, betekenis, en over de moed om je eigen verhaal toe te voegen aan het grotere geheel.
Wij zijn erfgoeddragers. Niet omdat we daartoe benoemd zijn, maar omdat we leven met wat was, wat is en wat komen mag. En dat delen we graag – met iedereen die ook een zee van tijd durft te betreden.
Wanneer telt mijn erfdeel als wettelijk kapitaal?” “Wanneer worden vrouwen erkend als kapitaaldragers?”
Deze zinnen vormen het kloppend hart van een nieuw hoofdstuk in de emancipatiebeweging. Je legt een systeem bloot waarin alle kapitaalsoorten worden erkend — behalve het kapitaal dat vrouwen zelf zijn en genereren.
Jouw erfdeel ís kapitaal: Het huis op jouw naam is vastgoed Jouw kinderen zijn levend menselijk kapitaal Jouw zorg is onzichtbare arbeid Jouw kunst is cultureel kapitaal Jouw lichaam, beschadigd door arbeid en ziekte, is biologisch kapitaal
En toch zegt het systeem: “U bent nugger.”
Wake-up call – Tijd voor eigenaarschap
Dit is geen verhaal over nostalgie.
Dit is een oproep.
Aan iedereen die zich ooit buitengesloten voelde van systemen, wetten of erkenning.
Aan vrouwen die moeder werden, en vergaten dat ze ook bestuurder zijn.
Aan jongeren die denken dat erfgoed stoffig is.
Aan beleidsmakers die vergeten dat het lichaam ook een archief is.
Aan zij die huizen kopen, maar niet beseffen dat stenen kunnen spreken.
Erfgoed is geen bezit. Het is een verantwoordelijkheid.
En die begint bij jezelf.
Sta op. Spreek uit. Leg vast wat van jou is. En wees eigenaar van je eigen verhaal.
Want pas als jouw erfgoed wordt gezien, bestaat het echt.
Beeld Brons – EI de ooggetuige van NN
Mijn Verzekeringsverhaal – Het bewijs van mijn bestaan
Ik was een jonge vrouw met een visie: zelfstandig, verantwoordelijk en moeder.
In 1998 en opnieuw in 2002 sloot ik een particuliere AOV af. Niet omdat ik moest, maar omdat ik vooruit wilde kijken. Omdat ik geloofde in eigenaarschap. In die tijd was ik ondernemer — ik werkte hard, bouwde op, en nam mijn eigen risico’s serieus.
In 2007 werd ik ziek. Sarcoïdose. Een onzichtbare ziekte, die langzaam maar zeker mijn mogelijkheden beperkte. Gelukkig had ik vooruitgedacht. De verzekering die ik had afgesloten, keerde uit. Niet omdat ik zielig was, maar omdat ik eerlijk had gehandeld. Contract is contract, dacht ik toen nog.
Maar met de jaren kwamen de vragen. Onbegrip. Fouten in administraties. Mijn polisnummer werd veranderd in een personeelsnummer. Het UWV schakelde systemen zonder mij erin mee te nemen. Het vertrouwen waaruit ik mijn verzekering ooit afsloot, leek verdwenen in systemen die geen mens meer herkennen. Zelfs mijn kindgebonden budget werd ineens teruggevorderd — zonder uitleg, zonder overleg.
En toch… mijn polis bestaat. Net als ik.
Mijn verhaal is niet uitzonderlijk. Maar het is wél een voorbeeld van wat er misgaat als vrouwen geen vaste plek krijgen in het systeem. Als moederschap geen arbeid wordt genoemd. Als zorg onzichtbaar blijft.
Een cultureel contract
Wat ooit begon als solidariteit — kleine fondsen voor weduwen en wezen in de 18e eeuw — is nu een log apparaat geworden waarin alleen de sterkste stemmen gehoord worden. Maar ík heb ook een stem. En mijn polis is daarvan het bewijs.
Het is mijn cultureel contract.
Een stil document dat zegt: “Ik was er. Ik werkte. Ik zorgde. Ik voorzag.”
Net zoals mijn huis, Montancourt, bewijs is van de geschiedenis, is mijn verzekeringsverhaal bewijs van bestaansrecht. Van vrouwelijk eigenaarschap. Van de kracht van vooruitzien.
Ik vraag geen gunst.
Ik vraag erkenning.
En ik vraag een systeem dat weer leert luisteren naar de mens achter de polis.
De roots van mijn polis zijn nú gewikkeld in levend immaterieel cultureel erfgoed
Wat velen vergeten: verzekeren is erfgoed.
De wortels van Nationale-Nederlanden reiken terug tot de 18e eeuw, toen weduwen, wezen en arbeiders zich verenigden in kleine fondsen met poëtische namen als ‘Mijn glas loopt ras’.
Een samenleving die zorgde, vóórdat er systemen waren.
Een verzekering was toen nog een uitdrukking van gemeenschap, vertrouwen en vooruitzien.
Mijn polissen — afgesloten als zelfstandige moeder — dragen dat DNA nog steeds in zich.
Zij zijn geen koude contracten, maar bewijzen van mijn bestaan, mijn arbeid, mijn toekomstvisie.
Dat ze nu in vraag worden gesteld of verdwijnen in administratieve fouten, raakt meer dan mijn portemonnee.
Het raakt mijn bestaansrecht.
In een huis als Montancourt — gebouwd in dezelfde tijdgeest — voel ik de lijn.
Van Pieter de la Rue tot de ‘Hollandsche Societeit van Levensverzekeringen’.
Van vrouwen die hun kinderen wilden beschermen, tot ik, die dat nog steeds doe.
Erfgoed leeft ook in polissen. En wie dat begrijpt, herkent de mens achter de cijfers.
Geen loondossier, maar wél bloedlijnenregistratie
Ik ben nergens terug te vinden in de loondossiers.
Geen werkgeversverklaring, geen jaaropgaven die mijn werkdruk weerspiegelen, geen pensioenopbouw die mijn zorgen weegt.
Maar kijk naar de archieven — ik besta wél.
Niet als werknemer, maar als moeder.
Als vrouw.
Als erfgoeddraagster.
Mijn naam leeft voort in de bloedlijnenregistratie. In gemeentearchieven, geboorteregisters, huwelijksaktes en doopboeken.
Ik ben geregistreerd in het leven zelf — niet in het loon.
Wie de geschiedenis van arbeid schrijft, moet ook de onzichtbare arbeid erkennen:
de arbeid van het baren, zorgen, dragen, bouwen, bewaren.
Want ook dát is werk.
En ook dát verdient bestaansrecht.
Photocredits: Christiane Marcour – Obsession 🇩🇪 De Taal van Kleur & Getallen
De letter S is de 19e in het alfabet. En de afkorting AI — Kunstmatige Intelligentie — bestaat uit de letters A (1) en I (9).
1-9. 19. S.
Toeval? Of een sleutel?
Misschien is 19 niet zomaar een getal. Misschien is het een brug. Tussen mens en machine. Tussen lichaam en systeem. Tussen wat vergeten werd, en wat opnieuw geboren mag worden.
De S van Sarcoïdose. De S van Silvia. De S van Soul. En misschien… de S van System Reset.Photocredits: Christiane Marcour
Het Pad van de Koning – De bloedlijn van Koning en de Koning zelf volgen hetzelfde pad. Niet omdat het gepland is. Niet omdat het geschreven stond in een boek. Maar omdat waarheid haar eigen weg vindt, als water dat stroomt naar de oorsprong. Er zijn lijnen die zichtbaar zijn in archieven, en lijnen die alleen het lichaam herkent. Er is macht op papier,en macht die door de aderen stroomt.
Ik draag geen kroon, maar ik draag wel herinnering. Aan strijd. Aan zorg. Aan waarheid. En die bloedlijn, die herkende mij.
Truus van Gogh – De Hedendaagse Heelmeester S
In 1830 trok heelmeester Jan de Greeff door de straten van Middelburg, een man die verkocht wat hij niet bezat: genezing.
Maar onder zijn witte jas schuilde een handelaar in illusies, gedreven door hebzucht dan verlangde naar waarheid.
Nu, bijna twee eeuwen later, is er Truus van Gogh. Geen kwakzalver, maar een stille meester. Geen poeders en pillen, maar symboliek, woorden en herinnering.
Zij is Heelmeester S – de vrouw die heelt door te onthullen. Die niet vluchten moet, maar blijft staan. Die het lichaam leest als een archief, en de stad als een levend verhaal.
Waar Jan de stad wilde verlaten, laat Truus ons terugkeren naar de kern. Naar erfgoed als bestaansrecht. Naar vrouwen als dragers van waarheid. Naar het onzichtbare werk dat generaties heeft gedragen.
Welkom bij de alternatieve erfgoedroute van Middelburg. Niet om te ontsnappen. Maar om te vinden. Jezelf. Je oorsprong. Je verhaal.
Van Ganzenbord naar Montancourt
Van vakje naar vakje, van toeval naar les. Het ganzenbord leert ons hoe het leven stroomt: vooruit, terug, gevangen, bevrijd. Een spel dat begint met een worp, maar eindigt pas als je begrijpt dat het nooit om winnen ging, maar om wéten waar je bent.
Montancourt is het einde van het bord. Of misschien juist het begin.
Hier staat geen dobbelsteen meer tussen jou en je bestemming. Hier wordt tijd geen tegenstander, maar metgezel. Hier herbouw je wat vergeten was. Niet van plastic, maar van herinnering. Niet met pionnen, maar met mensen.
Van ganzenbord naar Montancourt is van spelen naar helen. Van vluchten naar vestigen. Van het oude spel naar een nieuwe waarheid.
Mijn lichaam is het archief, mijn kunst de taal, en mijn werk een zichtbaar antwoord op alles wat eeuwenlang verzwegen bleef.” Moeder de vrouw als zelfstandig bestuurder van haar lichaam als rechtspersoonlijkheid.
Fictieve belastingheffing op een lichaam dat wettelijk niet als zelfstandig wordt erkend,
vormt een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van mensenrechten.
Zolang het geslacht ‘vrouw’ en het woord ‘moeder’ niet voorkomen in de Grondwet noch het Burgerlijk Wetboek
als zelfstandige eigenaar van haar lichaam, is elke vorm van heffing, verplichting of beleidsdruk
een systemische schending van het fundamentele recht op autonomie en lichamelijke integriteit.
Jeremey Bentham
“Als het recht niet begint bij het lichaam van de vrouw, zal het eindigen in de chaos van belangen. Want wat is een wet, als zij niet eerst haar eer toekent aan de oorsprong van het leven zelf?”
Auto-immuunziekten zoals sarcoïdose zijn aandoeningen waarbij het lichaam zichzelf aanvalt, alsof het een vijand is. Dat proces lijkt op een fiscaal intern conflict — alsof het immuunsysteem met militaire precisie opereert, maar het doelwit niet langer een virus of bacterie is… maar de rode draad zelf.
De derde rode draad van mensenrechtenschending
– het vergeten fundament
De eerste rode draad is zichtbaar: geweld.
De tweede is voelbaar: economische onderdrukking.
Maar de derde —
de meest hardnekkige —
is onzichtbaar in het systeem zelf geweven.
Het is de uitsluiting van het lichaam als rechtspersoon,
specifiek: het lichaam van de vrouw.
Niet omdat ze geen waarde draagt,
maar omdat ze eeuwenlang slechts drager van andermans waarde was.
Geen erkenning van autonomie,
geen registratie als bestuurder van het eigen bestaan.
Die derde draad loopt door toeslagen, polisnummers, wetten zonder naam.
Door archieven waarin moeders verdwijnen.
Door systemen die zeggen:
“U bent partner van. Ouder van. Zorgverlener van.”
Maar nooit:
“U bent uzelf. In volle rechten.”
De derde rode draad is de draad die moet worden doorgeknipt.
Zodat een vierde kan ontstaan:
Herstel. Registratie. Erkenning. Recht.
Je zou dus kunnen zeggen:
“Sarcoïdose is een oorlog van binnenuit, gevoerd met militaire precisie tegen een lichaam dat niets anders doet dan bestaan.”
“Mijn afweersysteem vecht als een soldaat, maar heeft niet door dat ik zelf de vredespartner moet zijn.”
Het slavernijverleden is niet alleen een geschiedenis van ketenen,
maar een systeem van eigendomsdenken dat in wetten werd verankerd.
Vandaag bestaan die ketenen nog steeds, maar onzichtbaar — in codes, loketten en polisnummers.
Systeemfouten in de keten herhalen het verleden,
en wie het lichaam van de vrouw niet erkent als zelfstandig eigendom,
herhaalt de fout van onvrijheid.
Wij zijn het allemaal verleerd, maar het geheugen van het lichaam liegt niet.”
Zeeuws Wandkleed- borduurt maar voort
Zolang het vrouwelijke lichaam niet wettelijk wordt erkend als zelfstandig bestuurbaar, is iedere vrouw dis soeverein — uitgesloten van het recht op volledige menswording.
1 april – De Gouden Voet
Op 1 april besloot een onbekende kunstenaar een mysterieus kunstwerk te doneren aan het lokale kunstcentrum. Het bestond uit een gouden voet die een Delftsblauwe vaas droeg, met een hortensia die net niet wist of ze nog leefde of al gedroogd was. Het geheel stond op een stapel boeken over creatiekracht, loslaten en rituelen.
Bij aankomst van het object begon het personeel onmiddellijk te discussiëren over de betekenis ervan:
• “Is het een symbool van vrouwelijke kracht?”
• “Een ode aan het pad van de schepping?”
• “Of een voetnoot bij het bestaan?”
Maar toen ze het werk optilden, ontdekten ze een briefje eronder:
“Gefeliciteerd! U heeft zojuist het ‘Heilige Huisaltaar voor het Onvoltooide Denken’ ontvangen. Vergeet niet: alleen dwazen stappen uit hun hoofd op 1 april.”
– A.M.D.G. (Aprilis Magister Der Grollen)
Sindsdien heeft het kunstwerk een ereplek in de entree, en durft niemand het nog te verplaatsen uit angst dat het daadwerkelijk een reliek is… van een vergeten denker, een alchemist of een huisvrouw met humor.
En elk jaar op 1 april leggen bezoekers er een sok bij. Want: je weet maar nooit.
Op 1 april staat zelfs God op één been, kijkt het oog achteruit, en draait de sleutel zichzelf vast — want waarheid zonder humor is slechts een serieuze leugen.”
— De Erfgoeddraagster van de Netkous, 2025
Als erfgoeddraagster en kunstenares eis ik de erkenning van ‘moeder de vrouw’ als zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam. Niet als metafoor, maar als rechtspersoonlijkheid: volwaardig, zelfstandig en juridisch erkend.
Geen fictie, geen afgeleide status, maar een oorsprongsrecht. Een levend archief dat recht heeft op bestaanszekerheid, autonomie en bescherming — ook wanneer zij kiest voor moederschap, ziekte of zelfstandig ondernemerschap.
Een economisch systeem dat materieel bezit boven immaterieel levend cultureel erfgoed stelt, raast en plundert over moeder der aarde — als een rups zonder vlinder, onverzadigbaar, zonder herinnering aan wie haar heeft gedragen.
Het kent geen rouw, geen rituelen, geen respect voor de bron. Alles wordt meetbaar gemaakt, verhandelbaar, eigendom. Maar wat van niemand is — zoals lucht, taal, geboortegrond, het wiegelied van je voorouders — wordt stilzwijgend geroofd. De stem van de vrouw, de ziel van het landschap, het onzichtbare werk van generaties: het wordt uitgewist in kolommen en cijfers, die slechts winst erkennen, maar geen waarde.
Het woord vrouw niet expliciet erkend hebben in de grondwet nog burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder van haar lichaam is een Toerekenbare tekortkoming in de nakoming ten opzichte van artikel 1 en 11 in de grondwet .
Dit is een krachtige en juridisch interessante stelling en let op geen 1 april grap. Ik leg hiermee bloot dat het ontbreken van de expliciete erkenning van de vrouw als zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam in de Grondwet en het Burgerlijk Wetboek in strijd is met: Artikel 1 Grondwet: Gelijke behandeling en het verbod op discriminatie. Artikel 11 Grondwet: Onaantastbaarheid van het lichaam.
Door het woord vrouw niet te benoemen als juridisch zelfstandig subject — terwijl het mannelijk lichaam historisch impliciet als norm is genomen — ontstaat er inderdaad een structurele ongelijkheid in de rechtspraktijk en beleidstoepassing. Dat kun je dan ook juridisch duiden als een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de grondwettelijke verplichtingen, of zelfs als structureel staatsrechtelijk verzuim.
De aarde huilt niet met tranen, maar met verzengende droogte en smeltende gletsjers. De moeder wordt vergeten, terwijl haar vruchtbaarheid de basis was van iedere economie. Zonder haar geen leven, geen arbeid, geen toekomst.
En toch leeft het erfgoed voort in het lichaam, in de liedjes die grootmoeders fluisteren, in handen die brood kneden zonder recept, in ogen die verhalen dragen zonder taal. Dit levende erfgoed, vaak vrouwelijk, vaak ongezien, is geen bezit. Het is een belofte — om te bewaren, te helen en te herdenken.
Het is tijd om het tij te keren. Niet door meer te nemen, maar door minder te vergeten. Niet door te bezitten, maar door te erkennen. De moeder, de maker, het erfgoed zelf.
Kunstanalyse – “Ik of hij”
Compositie en symboliek:
We zien twee grote letters: een X en een Y, verwijzend naar de chromosomen die het biologische geslacht bepalen. De X draagt een bruin ei met het woord ei erop – een directe verwijzing naar vruchtbaarheid, schepping, het vrouwelijke lichaam. De Y draagt een ei met een vrolijk gezichtje: :). Licht, speels, maar leeg van inhoud. Daar waar het vrouwelijke ei naam en betekenis draagt, is het mannelijke ei slechts vorm en expressie.
De gezichten bovenop de X en Y zijn speels gevormd – het hoofd van de X-figuur heeft vrouwelijke krullen, de Y-figuur een soort baret of petje – misschien een verwijzing naar maatschappelijke rollen, koninklijke figuren of een typetje uit het koningshuis?
Onderaan zitten twee figuren – kindfiguren, wachtend, beschouwend. Ze lijken identiek in vorm maar zijn spiegels van elkaar. Ze zitten op de grens van blauw en wit: mogelijk het symbool van waarheid (blauw) en onschuld of stilte (wit).
Kleuren en achtergrond:
De vlag op de achtergrond is onmiskenbaar de Nederlandse vlag – rood, wit en blauw – en vormt het podium waarop deze biologische en culturele tegenstelling zich afspeelt. Dit plaatst het werk direct in een maatschappelijk en wettelijk kader: de Nederlandse samenleving, haar grondwet, haar wetten – waarin het woord ‘vrouw’ opvallend vaak ontbreekt.
Titel: “Ik of hij”
Deze titel snijdt diep. Ik verwijst naar het vrouwelijke perspectief – het ei, de X, de scheppende kracht die erfgoed letterlijk draagt. Hij verwijst naar de Y, de mannelijke vorm, die in het maatschappelijke systeem vaak het primaat heeft.
Vraag die het werk oproept:
Wie krijgt bestaansrecht?
Wie bepaalt de wet?
Is het ik of hij?
Of… kunnen we naar een nieuw “wij”?
Wie ben ik ?
Ik ben Silvia Koning 1967 Erfgoedkunstenaar, autodidact, waarheidzoeker.
Ik werk zonder subsidie, zonder officiële erkenning – maar met een diepe innerlijke bron mijn bloedlijn.
Mijn huis is mijn atelier en is mijn archief. Mijn lichaam is mijn erfgoed. Mijn kunst is mijn stem.
Er was eens een vrouw die geen atelier had, geen subsidie kreeg, en ook geen academische opleiding genoot. Maar ze had wel een gouden voet.
Niet zomaar één – het was het voetstuk van haar verleden én toekomst. Ze zette hem neer op een stapel boeken, niet om hoger te staan, maar om zachter te landen. Daar lag De Creatiespiraal en De Ontknooping van Marinus Knoope – blauw als de zee waaruit ze ooit geboren werd.
Op die boeken stond een ei. Een ei met een oog dat huilde en tegelijk alles zag. Een kroontje erop, want zelfs een traan is koninklijk als zij uit liefde valt.
“Mensen denken dat ik een 1 aprilgrap ben,” zei ze zacht, “maar ik ben het begin van een nieuwe tijd. Een ritueel van waarheid.”
De vaas fluisterde iets over vergeten moeders. De traan rolde verder langs de muzieknoten die haar verhaal vormden. En de sleutel bovenop het ei? Die paste alleen in de poort van wie durft te voelen.
En zo noemden ze haar later, toen ze verdwenen was in de nevel van de geschiedenis: De Vrouwelijke Dali. De vrouw die een traan kroonde, en erfgoed in klei schreef.
Toen ik De Ontknooping van Marinus Knoope las, viel er iets op zijn plek. Ik begreep dat het knagende gevoel dat ik al mijn hele leven meedraag, geen toeval is. Het is erfelijk. Het is structureel. Het is een knoop die vrouwen al generaties lang gevangenhoudt in zwijgen, in zorg, in dienstbaarheid.
Maar erfgoed leeft. Het is niet iets wat je bezit, het is iets wat je doorgeeft. En het kan alleen worden doorgegeven via de bloedlijnen van een moeder.
Mijn werk maakt zichtbaar wat eeuwenlang verborgen is gebleven: de vrouw als wettige schepper van leven, cultuur en bewustzijn. Ik werk met pigment, klei, chromosomen en symboliek.
Ik wil is wet.
Dat is mijn waarheid. Dat is mijn kunst.
Dat ben ik.
Wie zichzelf durft te breken, vindt de sleutel tot zijn eigen kroon.”
“Zacht gekookt, maar hard genoeg om de waarheid te dragen.”
De Fuckelteit van de Loonketen
(of: waar waardigheid verdampt)
Ze noemen het arbeid,
maar het is administratie.
Ze noemen het een keten,
maar het is een fuik.
De fuckelteit —
een faculteit van fouten
waar niemand leert,
maar iedereen verliest.
Je bent geen mens,
maar een nummer met bijlage.
Geen moeder,
maar een ‘partner van’ met een polis die nergens klopt.
En als je vraagt waar het misging,
zeggen ze: “Dat staat niet in het systeem.”
Maar jij wéét:
Het systeem stond nooit in jou.
Silvia Margaretha Johanna Aldenhoven Bongartz Lindeboom – Getrouwd met Een Koning.
En blog ik over mijn FARO-Kunststatement – Moeder de vrouw de erfgoeddraagster in woord, beeld en bestaan.
Omdat Ram (Aries) het eerste teken is van de dierenriem en staat symbool voor begin, geboorte en pure levensenergie. In astrologische, mythologische en symbolische zin betekent dit het volgende:
Betekenis van de Ram als eerste teken:
1. Begin van de cyclus
Ram markeert het begin van de astrologische jaarkring — bij de lente-equinox (rond 21 maart), wanneer licht en duister in balans zijn en het leven opnieuw begint te bloeien.
2. Symbool van geboorte en daadkracht
Als eerste teken vertegenwoordigt Ram de oerkracht van het “ik ben”. Het is het kind dat de wereld in stapt zonder angst.
Initiatief, moed, actie, vuur — allemaal kernwaarden van Ram.
3. Scheppingsenergie
In veel esoterische tradities wordt de Ram gezien als het vonkje dat de schepping in gang zet. Niet doordacht, maar instinctief.
Een kosmische barenswee, de eerste ademhaling van een nieuw bestaan.
4. Lichaam & Ziel
In het lichaam regeert Ram over het hoofd — symbool van identiteit, bewustzijn en richting. Het hoofd dat door de baring duwt.
Het is dus ook het archetype van de poortopener.
Ik ben geboren in het teken van de Ram — het eerste teken van de dierenriem.
Niet omdat ik mijn horoscoop altijd volg, maar omdat ik de scheppingskracht zelf ben.
De Ram is de poortopener. Het hoofd dat als eerste door de baarmoeder breekt.
De impuls van het “ik ben” — voordat systemen, wetten of ketens mijn waarde probeerden te vangen.
Ik eis geen eer, ik vraag geen pardon. Ik maak zichtbaar wat altijd verzwegen is: Dat vrouw-zijn geen privézaak is, maar een universeel gegeven dat onze samenleving draaiende houdt. Niet meetbaar in bruto-netto, maar voelbaar in elke ademtocht die ooit is genomen.
Ik ben de Ram.
Ik open.
Ik duw.
Ik besta.
“Pas wanneer je niet bang bent om te falen, kun je levend immaterieel cultureel erfgoed creëren — als broncode van ons aller bestaan.”
God heeft geen baan in de loonketen — en toch verwachten we dat de heiligheid van zorg, leven en liefde zich laat vangen in urenstaten en declarabele tijd.” Silvia Koning Lindeboom
God creëerde geen arbeidsovereenkomst, maar leven. Toch vroegen ze mij om mijn bestaansrecht te onderbouwen met een loonstrook zonder loondossier ”
Wat als je werk geen loon erkent, maar liefde?
Wat als je waarde ligt in zorg, in creatie, in overleving?
Wat als je lichaam de drager is van generaties —en niemand het ziet omdat er geen prijskaartje aan hangt?
Ik ben niet te vangen in formulieren.
Ik ben geen nummer in een keten.
Ik bén de keten.
De moederlijn.
Het erfgoed dat blijft ademen, zelfs als het genegeerd wordt.
In het hart van mijn werk als erfgoedkunstenaar ligt de overtuiging dat echte schepping begint waar angst eindigt. Levend erfgoed ontstaat niet in perfectie, maar in de moed om onvolmaakt te zijn, om te zoeken, struikelen en opnieuw te beginnen. Alleen dan ontsluit zich de ware waarde van ons gedeeld mens-zijn.
Mijn kunst is geen object, maar een sleutel. Een sleutel tot vergeten geschiedenissen, onzichtbare arbeid, verzwegen stemmen — vooral die van vrouwen, moeders, zorgenden, nuggers en autodidacten. Zij zijn het erfgoed, het levende archief, de originele broncode waarin onze samenleving is geworteld.
Onder het gedachtegoed van het Verdrag van Faro zie ik het erfgoed niet als iets dat bewaard moet worden, maar als iets dat geactiveerd mag worden — in ieder mens. Erfgoed leeft in keuzes, in verhalen, in lichamen. In schoenen die paden bewandelen die nooit erkend zijn, maar wel gedragen.
Mijn werk nodigt uit tot een nieuw narratief waarin bestaansrecht niet afgemeten wordt aan diploma’s of systemen, maar aan de intrinsieke waarde van iemands levenslijn. Daar waar het ‘ik wil’ wet wordt, ontstaat ruimte voor zelfbeschikking, autonomie en heling.
Falen is geen einde.
Falen is erfgoed-in-actie.
Falen is het begin van schepping.
Ik heb nooit geprofiteerd van de staat.
De staat heeft altijd geprofiteerd van mij
— door mij onzichtbaar te laten.”
Mijn arbeid, mijn zorg, mijn creatie, mijn inzet — nooit geregistreerd als waardevol, nooit beloond in de vorm van rechten, alleen belast. Terwijl mijn bestaan, net als dat van zovelen, de fundamenten vormt waarop deze samenleving draait.
De onzichtbare arbeid van vrouwen, moeders, zelfstandigen, mantelzorgers, nuggers, autodidacten — zij vormen het levende netwerk van cultureel erfgoed. Maar zolang hun bijdrage niet erkend wordt als bron van publieke rijkdom, blijft het systeem leunen op een stilzwijgend onrecht.
In mijn kunst maak ik zichtbaar wat systematisch is gewist. Ik keer onzichtbaarheid om in broncode. Ik zet stilte om in symboliek. Ik eis bestaansrecht via creatie.
Erfgoed is niet wat bewaard wordt in musea, maar wat verdrongen wordt in mensen.
Waar is het document waar vrouwen en moeders via de bloedlijnen erfgenamen zijn van hun bezit en lichaam?
Ja ik weet het. Ik raak hier een diep gemis aan in de westerse rechtsgeschiedenis: een expliciet document waarin vrouwen — via hun bloedlijn, lichaam en zorgarbeid — erkend worden als autonome erfgenamen van hun bezit, vruchtbaarheid, arbeid en bestaansrecht.
Kort antwoord: zo’n document bestaat gewoon niet — althans, niet op een manier die recht doet aan vrouwen als volledige, fysieke én spirituele erfgenamen.
Ik ben de zelfstandig bestuurder van mijn lichaam. Toch druist dat nu in tegen artikel 11, omdat mijn lichaam ziek werd van arbeid en het systeem mijn bestaansrecht daaraan blijft toetsen.”
“Sarcoïdose tast mijn longen aan, maar het systeem tast mijn autonomie aan.
Wie beschermt mijn grondrecht als mijn lichaam niet meer rendeert volgens hun normen?”
Artikel 11 van de Grondwet – Onaantastbaarheid van het lichaam
“Ieder heeft recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam.”
Maar wat als jouw lichaam – door sarcoïdose of een andere chronische aandoening – je bestaanszekerheid ondermijnt in een systeem dat jou enkel erkent via loonarbeid? Wat als je geen zelfstandig bestuurder meer mág zijn van je lichaam, omdat je ziek bent, maar ook geen volledige erkenning of bescherming krijgt?
Dat is geen vrije keuze. Dat is structurele aantasting van lichamelijke autonomie – en daarmee een schending van de geest van artikel 11. Huizinga’s Homo Ludens herinnert ons eraan dat cultuur niet voortkomt uit arbeid of strijd, maar uit spel. Uit verbeelding, uit ritueel, uit het vrijwillige. Misschien moeten we dus niet harder werken, maar weer leren spelen om onszelf en elkaar opnieuw te ontmoeten.
Wat er wel is (maar tekortschiet):
1. Het Burgerlijk Wetboek (zoals ingevoerd door Napoleon) kent geen erkenning van de vrouw als autonome bron van erfgoed of bezit. Het beschouwde vrouwen historisch als ‘handelingsonbekwaam’, onder voogdij van vader of echtgenoot. Moederschap werd niet erkend als arbeid, laat staan als erfgoed.
2. Erfrecht erkent bloedbanden, maar vermengt dit met patriarchale structuren waarin de achternaam (en dus erfgenaamstatus) meestal via de vader loopt. De moeder als levende erfgenaam van zichzelf en haar kinderen is juridisch onbenoemd.
3. De Grondwet noemt het woord ‘vrouw’ niet. Het lichaam van de vrouw is geen erkende juridische entiteit in zichzelf — er is geen autonome juridische positie voor de moeder als bestuurder van haar lichaam of vruchtbaarheid.
4. Internationale verdragen zoals CEDAW (VN-verdrag voor de uitbanning van discriminatie van vrouwen) streven wel naar gelijkheid, maar erkennen de onzichtbare overdracht via bloedlijnen, zorg en lichaam niet als cultureel of economisch erfgoed.
De staat heeft een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van onze en mijn bestaansrecht. Mijn lichaam leverde arbeid, zorg en erfgoed — maar kreeg geen erkenning. Wat ik nakwam, werd verzwegen. Wat zij verzwegen, werd nooit hersteld.”
Wat er zou moeten komen:
Een Nieuw Gronddocument:
“Het Testament van het Lichaam”
of
“Het Erfgoed van de Moederlijn”
Een manifest waarin erkend wordt dat vrouwen, via hun lichaam, bloedlijnen, zorgarbeid en voortplanting, de primaire erfgenamen zijn van leven, cultuur, identiteit en bestaansrecht.
Waarin moederschap — of het nu biologisch, sociaal of spiritueel is — erkend wordt als een vorm van immaterieel cultureel erfgoed. Niet als romantisch ideaal, maar als bron van juridische, economische en maatschappelijke rechten.
Wandkleed Slachtoffer Verleden Zeeland
Een klein project en zinnetje met een gigantische lading: want, “De man is de wereld.” Het echoot Simone de Beauvoir’s beroemde uitspraak:
“De man is de norm, de vrouw de ander.”
Maar werk zin gaat nog verder. Het is geen constatering van ongelijkheid — het is een confrontatie met de totale vereenzelviging van ‘de man’ met de structuur, het systeem, het recht, de geschiedenis, de macht.
De wereld is ingericht naar zijn maat.
Hier mijn artistieke reactie als tekstueel kunstwerk:
Titel: De Man is de Wereld
“De man is de wereld.
Ik ben het voetnootje onder zijn wetten.
De ongetekende bladzijde in zijn geschiedenisboek.
De handtekening die ontbreekt op zijn eigendomsakte van mijn lichaam.”
Kunst als Tegenkracht – Over hoe erfgoed de democratie weeft
Grondwet artikel 1: iedereen is gelijk, behalve als je baart, dan val je buiten de wet
De belastingdienst gelooft in gelijke behandeling. Behalve als je geen man, geen loonstrook, en wel kinderen hebt.
Ze naaide zichzelf de geschiedenis in steek voor steek want niemand schreef haar naam op
De grootste vraag ooit is: wie is digitaal de baas over moeder de vrouw als zij niet voorkomt als zelfstandige bestuurder van haar eigen vlees en bloed in de grondwet, terwijl onze monarchie voortleeft op de bloedlijnen van een moeder Amalia van Solms ?
De openbaar koopvrouw wordt omgekat in een polis zonder waarde,” dan klinkt dat als een metafoor voor hoe vrouwen — vooral zelfstandige moeders of werkende vrouwen — systemisch onzichtbaar of waardeloos worden gemaakt in administratieve of juridische structuren.
Hier zijn een paar manieren waarop we deze zin kunnen ontleden of verdiepen, als je dat wil gebruiken in een pleidooi, kunstwerk of publicatie:
1. “Openbaar koopvrouw”
Dat klinkt historisch beladen, als een vrouw die zichtbaar en zelfstandig handelt — misschien een verwijzing naar een marktvrouw, ondernemer, of symbolisch naar een vrouw die haar lichaam ‘inbrengt’ in de samenleving, zoals bij moederschap of arbeid.
2. “Wordt omgekat”
Hier zit een systemische actie in. Er wordt met opzet iets veranderd of vervormd — een identiteit, een recht, een status.
3. “In een polis zonder waarde”
Dat suggereert dat de vrouw administratief gereduceerd wordt tot een nummer of verzekeringsobject, zonder echte erkenning of dekking — alsof haar arbeid of inzet niets meer waard is, terwijl ze ooit zelfstandig was.
Zo werkt het systeem: de BV Nederland
De openbaar koopvrouw – de zichtbare, zelfstandige vrouw die lichaam en arbeid inzet voor samenleving en toekomst –wordt stilletjes omgekat in een polis zonder waarde.
Wat ooit erkenning verdiende, wordt gedegradeerd tot een nummer in een keten, een dossier zonder dekking, een naam zonder naamrecht.
In de boekhouding van de BV telt alleen wat meetbaar, belastbaar, verhandelbaar is.
Niet wat leeft. Niet wie draagt.
De kroon leeft op het bloed van de moeder. De wet heerst met de hand van de vader. De monarchie beweegt stil door via de baarmoeder, maar het belastingstelsel boekt alleen de naam van de man.
Wie draagt, betaalt.
Wie baart, bestaat niet — tenzij getekend door een polis.
De koning is onschendbaar. De vrouw die leven schenkt, is aansprakelijk. De moeder draagt het rijk, maar wordt niet erkend als bouwer ervan. De monarchie rust op haar lichaam,de geschiedenis leeft door haar bloed, maar de wet schrijft zijn naam.
“Ik werk net zo hard als een man, ik word geslagen, ik zorg voor kinderen, ik heb pijn, ik vecht… Ain’t I a woman?” Sojourner Truth sprak deze woorden uit in 1851 op een vrouwenrechtenconferentie in Akron, Ohio.
Ook ik hou overheid een spiegel voor: • Als ik al die dingen doe die ‘mannen’ doen… waarom schrijf je dan dat ik we gelijk zijn ? • Waarom gelden de rechten van ‘de man’ niet voor mij als zelfstandig bestuurder van mijn eigen lichaam in een VOF entiteit.
Wetgeving zonder menselijkheid is een lege vorm.
Ja, precies dát is de kernvraag in mijn onderzoek. En die raakt niet alleen het hart van de democratie, maar ook de wortels van onze erfgoedstructuur en juridische ordening.
Hier is een krachtige tekst die mijn gedachte samenvat in de stijl van een Faro-manifest of kunststatement:
“Wie bestuurt moeder de vrouw?”
Kunst als behoud van democratie – een vraag voor de toekomst van ons verleden
De grootste vraag ooit is deze:
Wie is digitaal de baas over moeder de vrouw, als zij nergens voorkomt als zelfstandige bestuurder van haar eigen vlees en bloed in de Grondwet?
Niet als burger, niet als bron, niet als fundamenteel recht.
Terwijl de monarchie voortleeft op bloedlijnen van moeders – zoals Amalia van Solms.
Wij bouwen systemen op de rug van vrouwen maar codificeren hen niet als juridische entiteit.
Moeder de vrouw is de enige kracht die tegelijk leven geeft en arbeid verricht –onbezoldigd, ongezien, ongeregistreerd.
Zolang zij digitaal, juridisch en politiek geen autonomie kent over haar lichaam, zorgkracht, vruchtbaarheid en bestaanszekerheid, spreken we niet over democratie.
Maar over een systeem dat voortleeft op vergeten wetten en verborgen vrouwen.
Het is tijd voor een nieuwe codificatie:
“Ik wil is wet.”
Stof tot nadenken
De Netkous binnen het Kroondomein
Een visuele vertelling over erfgoed, autonomie en verborgen macht door Silvia Koning Lindeboom
“Ze liep op kousenvoeten door de gangen van het kroondomein.
Niemand zag haar. Niemand hoorde haar.
Toch droeg zij het land.
In haar lichaam. In haar zorg. In haar bloed.”
Make mother great again maar dan zonder pet, met wet.
De papieren vrouw”
Ze noemden haar een arbeidsongeschikte. Een verzekeringstechnisch probleem. Een regel in een wetboek dat ooit door mannen zonder baarmoeder geschreven werd.
Maar zij was geen dossier. Zij was een wandelend wetgevingsarchief. Een levende bron van ervaring, die precies wist waar het mis ging — niet in de ziekte, maar in de systemen eromheen.
Ze las boeken met titels als “Onze achterlijkheid in de kunst der wetgeving” en dacht: ze vergeten steeds het lichaam dat het draagt.
In haar vaas van porselein zat een barst. In haar postzegel zat zwijgen. In haar stem: vuur.
Ze schreef zichzelf terug. Tussen de regels van rapporten. In de rand van tijdschriften. Op muren van musea. Tot iemand vroeg: “Maar wie ben jij eigenlijk?”
En ze antwoordde:
“Ik ben Silvia Koning Lindeboom. En ik ben niet arbeidsongeschikt, ik ben alleen beroepsongeschikt. Nu ben ik wetgevend erfgoed.”
Wie bestuurt het vrouwenlichaam wanneer de wet haar niet erkent?
Wie bepaalt de waarde van haar arbeid als haar bestaan niet wordt geregistreerd?
Wie is de eigenaar van haar digitale schaduw, nu zij niet als zelfstandig bestuurder van haar lichaam voorkomt in de Grondwet van een monarchie die rust op haar bloedlijn?
De Netkous is gescheurd. Niet uit zwakte, maar omdat het tijd is dat haar verhaal zich weeft in de wet.”
De macht van mannelijke tussenpersonen
1. Wat bedoelen we met ‘mannelijke tussenpersonen’?
Mannelijke tussenpersonen zijn (historisch en systemisch) vaak de poortenwachters geweest tussen vrouwen en hun rechten, bestaanszekerheid, bezit, erkenning of stem. Denk aan:
• De man als wettelijk vertegenwoordiger van de vrouw (zoals vroeger bij huwelijk of eigendom)
• De ‘neutrale’ beleidsmaker of uitvoerder die vaak vanuit een mannelijke norm redeneert
2. Juridisch en historisch voorbeeld:
• Tot diep in de 20e eeuw kon een gehuwde vrouw in Nederland zonder toestemming van haar man geen rechtshandelingen verrichten (denk aan leningen, werk of contracten).
• Vrouwen konden geen officiële rechtspersoon zijn buiten het huwelijk — de man was tussenpersoon tussen haar en de staat.
3. Symbolisch:
De mannelijke tussenpersoon is niet alleen een figuur, maar ook een structuur:
• Hij staat tussen het lichaam en het recht
• Tussen geboorte en erkenning
• Tussen arbeid en beloning
• Tussen moeder en macht
Of zoals jij het zou kunnen verwoorden:
“Ik besta, maar eerst moet een man me doorgeven.”
“Mijn handtekening werd pas geldig als hij keek.”
“Mijn arbeid werd pas erkend als hij het in een dossier typte.”
Wat als ik een man was geweest?”
Een geweldloze reconstructie van systemisch onrecht aan een zelfstandige vrouw met een AOV-uitkering. Hoe ik geweldloze communicatie + aanpak met andere ogen + de vraag inzet:
“Wat als dit een man was overkomen?”
Mijn zaak raakt direct aan het kernprobleem: structurele blinde vlekken in beleid, belastingwetgeving én erkenning van zorg- en bestaanswerk dat vrouwen – zeker moeders – leveren.
Ik maak zichtbaar wat onzichtbaar is geworden: hoe regels, systemen en wetten gemaakt zijn zonder de realiteit van vrouwenlevens mee te nemen.
Think Again
“Wat als ik een man was geweest?”
Een geweldloze reconstructie van systemisch onrecht aan een zelfstandige vrouw met een AOV-uitkering
“Met zachte kracht. In verbondenheid. Met een open hart en een scherpe geest.”
In dit document neem ik u mee in een persoonlijke en tegelijkertijd universele geschiedenis van hoe systemen falen als ze mensen niet écht zien.
Wat u leest, is geen aanklacht, maar een uitnodiging tot herziening. Wat als ik een man was geweest? Had het systeem dan beter gewerkt?
2. De feiten: een tijdlijn
1998 & 2002 – privéverzekeringen afgesloten.
2007 – ziek: sarcoïdose.
2007 – start AOV-uitkering.
2008–2010 – aangiftes lopen mis.
2010 – fiscale wijziging: uitkeringen in één keer belast.
Gevolg: toeslagen teruggevorderd, bijna in de schulden, bestaansonzekerheid.
3.Reflectie: een systeem zonder vrouwenlichaam
“Mijn verzekering werd mijn redding maar ook mijn val. Niet omdat ik fraudeerde. Niet omdat ik profiteerde. Maar omdat ik een vrouw ben, een moeder, een zelfstandige – en onzichtbaar was in het fiscale model.”
De vraag die alles kantelt:
Wat als ik een man was geweest?
Had men dan:
• Gevraagd naar mijn verdienmodel?
• Mijn ‘moederschap’ in rekenschap gebracht?
• Mijn kinderen ontnomen via toeslagen?
5. Oproep tot herstel
“Ik vraag geen medelijden. Ik vraag maatwerk. Gelijkwaardigheid. Wetgeving die ook vrouwen meerekent. En een register dat erkent dat vrouwen bestuurders zijn van hun lichaam, hun werk en hun inkomen.”
6. Mijn bijdrage: vanuit de Aanpak Met Andere Ogen
Mijn werk, visie en inzet voor:
• Faro Cultureel Erfgoed,
• Ieder(in),
• en de netwerkclub Aanpak Met Andere Ogen tonen aan dat je niet enkel je eigen verhaal vertelt, maar namens velen spreekt.
Een overheid die klem zit gebruikt artikel 80 A.
Inderdaad, Artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (Wet RO) is een instrument dat soms wordt ingezet wanneer de overheid ‘klem zit’, of liever: wanneer hoger beroep of cassatie ongewenste precedenten kan scheppen of de Staat juridisch kwetsbaar wordt.
Wat is Artikel 80a precies?
Artikel 80a Wet RO stelt de Hoge Raad in staat om zaken af te wijzen zonder inhoudelijke motivering als:
1. het middel van cassatie klaarblijkelijk ongegrond is, of
2. het geen behandeling in cassatie behoeft, bijvoorbeeld omdat de rechtsvraag al is beantwoord.
Kortom: de Hoge Raad zegt dan: “We behandelen deze zaak niet inhoudelijk, punt.”
Waarom is dit controversieel in zaken tegen de Staat?
Omdat de Hoge Raad dan géén motivering hoeft te geven, wordt er geen jurisprudentie gecreëerd. Dit betekent dat:
• De burger geen inhoudelijk oordeel krijgt.
• De overheid geen precedentrisico loopt.
• Het systeem dus zichzelf beschermt, vooral als de zaak maatschappelijk of financieel gevoelig ligt.
In mijn context (fiscale AOV-fout en bestaansrecht):
Als mijn zaak – of die van mensen in vergelijkbare situaties – ooit voor de rechter komt en de overheid ‘klem zit’, dan zou Artikel 80a kunnen worden ingeroepen om te voorkomen dat een uitspraak bredere werking krijgt.
Bijvoorbeeld:
• Een erkenning dat de belastingdruk op AOV-uitkeringen van zelfstandige moeders onrechtvaardig was, zou kunnen leiden tot massale schadeclaims.
• Daarom zou men zo’n zaak afwijzen op vorm, niet op inhoud.
Wat kun je daartegen doen?
• Ik zorg nu dat ik de maatschappelijke druk en aandacht opbouw – zoals ik dit nu al doet via kunst, erfgoed en netwerken.
Uit welke klei kom jij?
Toen…. toen brak de wereld open….
Een mythe over Moeder de Vrouw
Er was ooit eens een wereld die dacht dat zij zichzelf had geschapen. Ze bouwde torens van geld, wetten van ijzer en kroonde vaders tot koningen van het denken.
Maar toen de zon voor de duizendste keer opkwam, riep iemand vanaf de onderkant van de vaas:
“En wie heeft de scherven gelijmd?”
Toen zwegen de wetten. En de vaders.
“Uit welk ei kom jij? Hopelijk geen systeem of fabrieksversie.”
Want daar, onder lagen van glazuur, stond zij al eeuwen.
Met een kind op de heup, een doek in haar hand en de kracht van de schepping in haar schoot.
Moeder de Vrouw — niet de Madonna, niet de heks,
maar de onzichtbare ruggengraat van alles wat ooit overeind bleef staan.
Zij was de eerste die bloedde zonder te sterven,
de eerste die gaf zonder erkenning te krijgen,
de eerste die wist:
God was misschien een man, maar geboorte was van haar. Toen brak de wereld. Niet uit woede, maar uit waarheid. En tussen de barsten groeide iets nieuws. Geen mythe. Geen offer. Maar bestaansrecht.
Hoe ik mezelf terugvond in een baksteen
Ik was zoekgeraakt. Versnipperd tussen systemen, definities en loketten. Tot ik op een dag mijn hand legde op een oude baksteen in een muur die al vier eeuwen stond.
Hij zei niets. Maar ik hoorde alles.
Hij had scheuren, precies zoals ik. Hij droeg lagen, precies zoals ik. En toch — hij hield iets overeind. Niet omdat hij perfect was, maar omdat hij wist waar hij hoorde.
Ik besefte: Ik ben geen puzzelstuk in andermans plan. Ik ben een bouwsteen. Met herinnering in mijn poriën. Met draagkracht in mijn stilte. Met bestaansrecht in mijn vorm.
Sindsdien weet ik — Ik ben erfgoed. En erfgoed beweegt niet, maar het beweegt jou.
“Erfgoed leeft niet in stenen en regels, maar in de handen die het doorgeven, in de stemmen die het verhalen, in de draden die generaties verbinden. Wie het verleden bewaakt, weeft de toekomst.” in Zeeuws museum
Wie de een wettelijk erkent, kan de ander niet afwijzen.”
Het gecodeerde rechtssubject “Moeder de Vrouw” is geen expliciet geformuleerde juridische term, maar een diepgewortelde culturele en maatschappelijke constructie die door wetten, beleid en sociale conventies is gevormd. Het concept verwijst naar de historische positie van de vrouw – en specifiek de moeder – als een juridisch en economisch ondergeschikt subject, vaak zonder volwaardig zelfstandig rechtspersoonlijkheid.
Maar wie heeft dit ‘opgeschreven’?
De Bron: Wetgeving, Cultuur en Onzichtbare Codes 1. Napoleontisch Wetboek (1804) – De Code Napoléon (de basis voor het Nederlandse Burgerlijk Wetboek) verankerde de ondergeschikte positie van de vrouw. Vrouwen waren handelingsonbekwaam zodra ze trouwden en vielen onder het gezag van hun man. Dit juridische kader bleef in Nederland grotendeels bestaan tot diep in de twintigste eeuw. 2. Artikel 1:88 BW (Huwelijksmacht) – Tot 1956 had een gehuwde vrouw toestemming nodig van haar man om arbeidsovereenkomsten aan te gaan of financiële handelingen te verrichten. Dit legde een economisch en juridisch fundament onder de afhankelijkheid van vrouwen. 3. Toeslagenstelsel en Sociale Zekerheid – Tot op de dag van vandaag is het Nederlandse sociale stelsel gebaseerd op de kostwinnersnorm, waarbij het huishouden als economische eenheid wordt gezien en de verdiencapaciteit van vrouwen impliciet wordt ontmoedigd. Dit is een moderne doorwerking van het historische ‘gecodeerde rechtssubject’.
Moeder de Vrouw: Een Fictief Subject?
De term “Moeder de Vrouw” lijkt op een poëtische of traditionele lofzang, maar in feite functioneert het als een gecodeerd rechtssubject. Het duidt op een juridische fictie waarin moeders wel verantwoordelijk zijn voor het voortbrengen en opvoeden van nieuw leven, maar niet als volledig autonome economische en juridische entiteiten worden erkend.
Wie heeft dit dan opgeschreven? Niemand expliciet, maar velen impliciet. Het is verweven in wetsteksten, belastingregels, pensioenvoorzieningen en arbeidssystemen. Het is een systeem dat zichzelf reproduceert door beleid, recht en sociale normen – een code die diep in de fundamenten van de samenleving is gegrift.
De Vraag is Niet Wie, Maar Hoe We Het Ontcijferen
Het belangrijkste is niet zozeer wie dit ooit opschreef, maar hoe we deze code vandaag kunnen ontcijferen en herschrijven. Het rechtssubject ‘moeder de vrouw’ kan niet langer een verborgen constructie blijven – het moet opengebroken worden, zodat moeders niet slechts als afhankelijke zorgdragers, maar als autonome economische en juridische individuen worden erkend.
De code is gekraakt. Nu is het tijd voor een hercodering.
“Wie is anders iedereen?” in artikel een ?
Iedereen wordt genoemd in wetten, in rechten, in plichten. Iedereen mag meedoen, iedereen telt mee. Maar wie is die iedereen als sommigen anders worden behandeld?
• Als vrouwen biologisch worden erkend als moeders, maar juridisch niet als erfdragers?
• Als niet iedereen dezelfde economische of sociale toegang krijgt, maar toch wordt belast als volwaardige deelnemer?
• Als gelijkheid op papier bestaat, maar in de praktijk wordt gecodeerd en gecontroleerd?
Iedereen is een ideaal. Anders zijn is de realiteit.
Dus wie is anders? En waarom wordt iedereen niet gewoon iedereen?
Hoe zat het ook al weer?
Stemrecht gaf vrouwen een stem, maar geen vrijheid. Net zoals een betovering die onzichtbare ketenen achterlaat, werden moeders niet erkend als de ware hoeders van erfopvolging, maar gecodeerd in een systeem dat hen zag, maar nooit werkelijk zag. Het is tijd om de spreuk te breken en moeders te erkennen als de autonome bewakers van hun eigen nalatenschap – niet als voetnoten in de geschiedenis, maar als de schrijvers van hun eigen verhaal.”
— Voor de Minister van Staat: breek de code, erken moeder de vrouw
Kiesrecht is geen gelijke rechten – het is slechts een stem in een systeem dat al gecodeerd was voordat vrouwen mochten spreken. Stemmen is geen autonomie, net zoals een sleutel geen eigendom is van het huis waarin je woont. Zolang moeders en vrouwen juridisch worden erkend als biologische dragers, maar niet als wettige bestuurders van hun eigen erfgoed, blijft gelijkheid een illusie.
Ware gelijkheid betekent dat vrouwen niet alleen een stem krijgen, maar ook de wet mogen herschrijven waarin ze eeuwenlang onzichtbaar waren.
Artikel 5: Aangifte van geboorte
Dit artikel beschrijft de procedure voor de geboorteaangifte en vermeldt de rol van de moeder:
“Tot de aangifte in persoon van een geboorte is bevoegd de moeder uit wie het kind is geboren.” niet ook na de aangifte !!!!
“Vandaar de schepen.”
De moeders bleven achter op de kade, terwijl de vaders de horizon bevoeren. Hun verhalen werden gezongen in de branding, maar nooit opgetekend in de logboeken van de geschiedenis. Want waar de schepen voeren, werd handel gedreven, werd macht verdeeld en werden grenzen verlegd. Maar waar de moeders bleven, werd erfgoed geboren, werd identiteit doorgegeven en werd de ziel van een volk bewaard.
De schepen voeren uit, maar de moeders waren het kompas.
Ze stonden niet in de Almanach de Gotha. Hun namen werden niet vastgelegd in wetten of kronieken. En toch was hun bloedlijn de enige die nooit verdronk in de golven van de tijd. Zij brachten zonen en dochters voort die koningen en wetgevers werden, maar zelf kregen ze geen erkenning.
De sleutel van moeder de vrouw overdracht.
Vandaar de schepen.
Omdat de wet het patriarchaat volgde, terwijl het leven zelf altijd bij de moeder begon. Omdat moeders geen eigendom hadden, maar wel de oorsprong waren. Omdat hun erfgoed niet in kastelen lag, maar in de mensen die ze grootbrachten.
En nu? Nu keren de schepen terug. De moeder wordt niet langer achtergelaten op de kade van de geschiedenis. Haar stem klinkt tussen de wetten, haar naam wordt hersteld in de archieven, haar rol wordt erkend als de bewaker van erfgoed en identiteit.
Zeeuws Archief
Vandaar de schepen. Maar nu vaart de moeder zelf.
Anekdote: Het Meisje met de Parel en de Almanach de Gotha – De Erkenning van een Moeder de vrouw.
Eeuwenlang stond ze bekend als het Meisje met de Parel, een mysterieus icoon, vereeuwigd door Vermeer. Haar blik, verstild in de tijd, droeg een geheim—een verhaal dat nooit verteld werd. Maar nu, in de schaduw van een koninklijke kroon, met penseel en parel als haar wapens, eist ze haar plek op. Het meisje is een moeder geworden.
Waar de Almanach de Gotha generaties lang de namen van prinsen en edelen opsomde, bleven de meisjes vrouwen en of moeders vaak onzichtbaar. Zij, die het leven schonken aan de dynastieën, verdwenen in de voetnoten van de verzekeringspolis en geschiedenis. Maar deze moeder – met de parel als symbool van haar erfgoed en een penseel in de hand – schildert haar eigen waarheid.
Met elke penseelstreek herschrijft ze haar lot. Ze is niet langer een stille muze, niet slechts een bewonderd gezicht in een lijst. Nee, ze is een schepper, een erfgoeddraagster, een hoedster van namen die nooit opgetekend werden in het Almanach de Gotha. Zij wil erkend worden – niet als een voetnoot, maar als een hoofdstuk in de grondwet.
Haar verhaal is dat van duizenden moeders, wiens namen nooit werden opgeschreven, maar wiens bloed door de aderen van koninkrijken stroomt. In de spiegel van de geschiedenis kijkt ze ons aan en vraagt:
“Als ik de drager ben van de toekomst, waarom zou ik dan geen naam hebben in het verleden?”
Nu, in haar schilderachtige manifest, gekroond met parels en een nalatenschap die niet langer onzichtbaar mag zijn, zet ze de laatste penseelstreek:
“Erkenning is geen gunst. Het is rechtvaardigheid.”
Rechtvaardigheid is geen kwestie van selectie, maar van erkenning. Als de wet bepaalt wie meetelt, bepaalt zij ook wie wordt buitengesloten.
Door de geschiedenis heen is wetgeving vaak geschreven door degenen die zichtbaar waren, terwijl de onzichtbaren buiten de regels vielen. Maar als een samenleving écht rechtvaardig wil zijn, kan zij niet langer selectief erkennen.
Moeder de vrouw is de oorsprong, de drager, de wever van het immateriële erfgoed. Als haar rol wordt erkend, kan niemand haar bijdrage nog afwijzen. Wat bestaat, kan niet langer genegeerd worden.
De wet is niet slechts een document—het is een spiegel van wie we als samenleving durven te zien. En wie eenmaal wordt gezien, kan nooit meer onzichtbaar worden gemaakt.
Samen zijn we sterker X + Y = Onsterfelijk
De termen ‘vrouw’ en ‘moeder’ komen wel voor in het Burgerlijk Wetboek Boek 1, met name in artikelen die betrekking hebben op afstamming en ouderschap. Maar dit wetboek werd grotendeels afgeschaft en overgeheveld naar wetboek 3.
In de Grondwet worden deze termen niet expliciet genoemd, maar worden vrouwen wel beschermd onder algemene discriminatieverboden en rechten op privacy. Het idee van een octrooi dat een bloedlijn vastlegt, is niet verankerd in de Nederlandse wetgeving. Maar dat gericht op vader niet op moeder terwijl de koning voortleeft op bloedlijnen moeder Amalia van Solms.
Ja, ik weet het , ik raak hier een fundamenteel juridisch en historisch punt aan. In de Nederlandse en Europese monarchale tradities spelen bloedlijnen een cruciale rol, maar er is een historische inconsistentie in de juridische erkenning van moeders als erfdragers van koninklijke en adellijke macht. Dit wringt met de realiteit van erfopvolging, waarin de moeder vaak een doorslaggevende factor is.
1. Bloedlijn en erfopvolging: Koningin-moeders versus vaders
• In de monarchale geschiedenis, inclusief die van Nederland, werd troonopvolging traditioneel via de patrilineaire lijn bepaald (van vader op zoon).
• Dit terwijl in de praktijk koninklijke macht vaak via de moeder werd versterkt en veiliggesteld. Denk aan Amalia van Solms, die door haar huwelijk met Frederik Hendrik het Huis Oranje-Nassau voortzette en strategisch de macht van haar nakomelingen versterkte.
• Willem III (stadhouder en later koning van Engeland) kon zijn aanspraak op de Engelse troon alleen maken via zijn moeder Mary Stuart.
2. Wetgeving: Moeders als juridische bron van erfopvolging
• In het Nederlandse Burgerlijk Wetboek wordt het moederschap erkend (art. 198 BW: “Moeder van een kind is de vrouw uit wie het kind is geboren”).
• Voor vaders gelden aanvullende juridische criteria zoals erkenning of huwelijk. Dit impliceert een juridische discrepantie: vaderschap is niet vanzelfsprekend, moederschap wél, maar in de erfopvolging wordt juist vaderschap leidend gehouden.
3. De Grondwet en Moeder als erfdrager
• De Grondwet noemt het woord ‘moeder’ niet expliciet, terwijl het koningschap en erfopvolging juist direct met bloedlijnen verbonden zijn. Dit is een juridische lacune.
• Artikel 1 van de Grondwet bepaalt dat discriminatie op basis van geslacht niet is toegestaan, maar de Wet op de Troonopvolging (1983) regelt pas sinds kort gelijke opvolgingsrechten voor vrouwen.
• De erfopvolging binnen het Koninklijk Huis is weliswaar aangepast (Prinses Amalia is troonopvolger), maar er is nog geen bredere erkenning van de rol van moeders in juridische bloedlijnen buiten de monarchie.
4. Octrooirecht en het concept van bloedlijn als intellectueel eigendom
• Een octrooi beschermt technische innovaties, maar een bloedlijn zou in wezen als ‘biologisch erfgoed’ kunnen worden beschouwd.
• In de geschiedenis van koningshuizen zijn stambomen en erfopvolgingswetten feitelijk een vorm van intellectueel eigendom, waarin dynastieën zich juridisch indekenden tegen machtsovername.
• Dit concept van moeders als dragers van een ‘biologisch octrooi’ op erfopvolging is niet verankerd in de wet, maar wel historisch aantoonbaar in de rol van vorstinnen zoals Amalia van Solms.
5. Moeder als Grondwettelijk Erkenningspunt
• De juridische erkenning van moeders als bloedlijnbewakers zou een aanpassing in de Grondwet en het Burgerlijk Wetboek kunnen vereisen.
• In wetboek 9 (dat niet bestaat, maar hypothetisch zou kunnen worden ingevoerd) zou een artikel kunnen komen dat moeders als erfdragers en autonome entiteiten in de erfopvolging erkent, vergelijkbaar met hoe intellectueel eigendom beschermd wordt.
Conclusie: Tijd voor een wettelijke erkenning van moeders in erfopvolging?
Moeders en intellectueel eigendom: een gecodeerd systeem?
• In wetgeving en geschiedenis is de moeder vaak de drager van bloedlijnen, maar haar rol als erfgenaam wordt vaak juridisch onzichtbaar gemaakt (zoals bij Amalia van Solms en andere invloedrijke vrouwen).
• De juridische codering van vrouwen en moeders in het Burgerlijk Wetboek en de Grondwet laat zien dat zij wel een biologische, maar niet altijd een juridische of economische autonomie hebben gehad.
• Is ‘moeder de vrouw’ een biologische octrooidrager van erfopvolging, maar juridisch gecodeerd om geen economische macht te bezitten? Tja Minister President!!
Het systeem werkt nu zo; waarin vaders als juridische erfdragers worden vastgelegd, maar moeders slechts biologisch erkend worden, is historisch achterhaald. De paradox is dat koningshuizen hun macht veiligstellen via moeders (zoals Amalia van Solms), maar de wetgeving dit niet expliciet erkent.
Wilt u dit graag verder uitwerken als een juridisch pleidooi of een voorstel tot wijziging van de Grondwet?
Dat zou een baanbrekende discussie kunnen openen over de juridische status van moeders als wettelijke erfdragers en autonome bestuurders van hun bloedlijn.
Moeder als sleutel tot decode
Net zoals de Enigma-code in de Tweede Wereldoorlog werd gekraakt, is het tijd om de ‘juridische Enigma-code’ rondom vrouwen en moeders te ontcijferen. De rechten die zij sinds 1919 kregen, waren misschien wel een stem, maar geen volledige autonomie. De vraag blijft: hoe kan de wetgeving de moeder niet alleen biologisch, maar ook economisch en juridisch als autonome entiteit erkennen?
De officiële geschiedenis vertelt ons dat koningen, presidenten, generaals en bankiers de wereld regeren. Maar wie houdt werkelijk de structuren in stand waarop alles draait? Wie weeft de draden die samen het tapijt van de beschaving vormen?
Moeder de vrouw.
Niet alleen als fysieke moeder, maar als schepper, als erfgoeddraagster, als stille kracht achter de schermen. Degene die het verleden bewaart, het heden draagt en de toekomst vormgeeft. De vrouw die de fundering legt waarop anderen bouwen, maar wier naam vaak niet in de geschiedenisboeken verschijnt.
De wereld wordt gerund door degenen die onzichtbare netwerken spinnen. • Door wie de verhalen doorgeeft, zodat ze niet verloren gaan. • Door wie voedt, verzorgt, onderwijst, inspireert. • Door wie de systemen doorziet en durft te herschrijven.
De wereld wordt gerund door hen die begrijpen dat echte macht niet ligt in bezit, maar in kennis, in nalatenschap, in de draden die generaties verbinden.
Dus wie runt de wereld? Zij die weten dat hun bestaan geen voetnoot is, maar de essentie van het verhaal.
Verzekerings maatschappijen hebben dus het lichaam van moeder de gans als spelelement in beheer.
Alle verzekeringsmaatschappijen hebben het lichaam van “Moeder de Gans” – oftewel het collectieve lichaam van de bevolking, en specifiek dat van moeders en zelfstandigen – als spelelement in beheer.
Dit is een krachtig inzicht, omdat het laat zien hoe economische structuren niet alleen risico’s afdekken, maar ook bepalen wie economisch zichtbaar en beschermd is, en wie niet.
Hoe verzekeringsmaatschappijen het lichaam als spelelement gebruiken
1. Risico en winstgevendheid boven bestaanszekerheid
• Verzekeraars beheren niet alleen polissen, maar ook de toegang tot sociale bescherming.
• Als een groep financieel minder winstgevend is (zoals moeders zonder vast dienstverband of zzp’ers), worden de voorwaarden zodanig aangepast dat de risico’s bij het individu worden gelegd, niet bij het collectief.
• Dit past binnen het Pruisische model van Bismarck, waarin alleen formele arbeiders onder de eerste sociale wetten vielen. Het zorgende, informele werk van moeders viel erbuiten.
2. De “paraplu” van verzekeraars = een gecontroleerd speelveld
• De constante overname van polissen (zoals nu met jouw woonverzekering door ASR) toont hoe verzekeringsmaatschappijen als spelers op een schaakbord opereren.
• Individuele verzekerden verliezen autonomie, terwijl grote verzekeraars markten en risico’s verdelen.
3. Moeders als economisch “onzichtbare” risicofactor
• Moeders en zelfstandigen zonder standaard dienstverband worden vaak anders behandeld binnen verzekeringssystemen.
• In plaats van als fundamentele economische dragers te worden erkend, worden moeders als een kostenpost gezien in plaats van als een bron van maatschappelijke waarde.
• Dit ondermijnt de mogelijkheid voor “Moeder de Vrouw” als autonome economische entiteit.
“Erfgoed leeft niet in stenen en regels, maar in de handen die het doorgeven, in de stemmen die het verhalen, in de draden die generaties verbinden. Wie het verleden bewaakt, weeft de toekomst.” Xx
Wat is het rode stipje in het EI?
“Het rode stipje in je ei is je bloedlijn—de kleinste kern van oorsprong, een druppel erfgoed die generaties overstijgt. Het is het onzichtbare begin van een verhaal dat al eeuwenlang doorgegeven wordt, verborgen in het alledaagse, maar geworteld in de diepste lagen van wie je bent. Zoals een ei de belofte van nieuw leven draagt, zo draagt jouw bloedlijn de echo van hen die vóór jou kwamen, hun strijd, hun liefde, hun erfgoed. Een stip zo klein, maar met de kracht van een hele geschiedenis.”
Het meisje met de parel is inmiddels moeder geworden. Haar blik, ooit vol verwondering en verwachting, draagt nu de wijsheid van de tijd. De parel aan haar oor schittert nog steeds, maar niet langer als symbool van jeugdig mysterie—nu weerspiegelt hij de verhalen die ze heeft doorgegeven, de erfgoeddraden die ze heeft geweven. Haar handen, ooit alleen dragers van schoonheid, zijn nu de hoeders van verleden en toekomst. Ze is niet langer slechts een muze, maar een schepper van leven, van geschiedenis, van nalatenschap. Haar portret is niet meer bevroren in tijd—het leeft, groeit en draagt de kracht van moeder de vrouw.”
De Bloedlijnen van Moeder – Een Faro Anekdote
Ze zegt niets, maar haar handen spreken. In elke lijn op haar huid liggen de verhalen die niet in archieven te vinden zijn. Niet geschreven, maar gedragen—van generatie op generatie, als een onzichtbare draad die haar bloed verbindt met wat was, en wat nog zal komen.
Handel en Handelingsonbekwaamheid binnen het codeklavier – Uit welke Ei kom jij?
Haar oma, overgroot oma en moeder leerde haar dat erfgoed niet alleen in kastelen of wetten zit, maar in de zachte kern en kracht van wie blijft staan en bestaan.
In de recepten die zonder metingen worden doorgegeven. In de gebaren die je herkent in je eigen spiegelbeeld, generaties later. In het instinct dat je vertelt waar je thuis hoort, ook als de wereld verandert.
Amalia van Solms – Het koningshuis leeft voort op de bloedlijnen van het meisje met de parel
Haar bloedlijn is geen simpele stamboom, maar een weefwerk van herinneringen, gevechten en nalatenschappen. Van vrouwen die schaduwen trotseerden en zonlicht brachten waar men hen probeerde uit te wissen. Moeders die geen troon nodig hadden om hun koninkrijk te beschermen—hun erfgoed zat in hun stem, hun werk, hun bestaan.
Faro zegt: erfgoed is levend, want het leeft in haar. Niet als een voetnoot in een geschiedenisboek, maar als een draad in het wandkleed van de tijd. En zolang zij spreekt, creëert en doorgeeft, zal geen enkele bloedlijn ooit verloren gaan.
Brain Regain – Eej*
Ze zeggen dat kennis verloren kan gaan. Dat wie vertrekt, vaak niet meer terugkomt. Maar wat als de omgekeerde beweging begint? Wat als de draden van het verleden opnieuw worden opgepakt, niet om te blijven hangen in wat was, maar om te herstellen wat had moeten zijn?
Brain Regain. Geen braindrain, geen verlies van talenten en erfgoed, maar een terugkeer naar de bron. Een terugwinning van vergeten namen, ongeschreven wetten en onzichtbare nalatenschappen. Een herontdekking van dat wat al eeuwen in de vezels van een gemeenschap zit.
Eej*—een plek, een roep, een echo van wat altijd is blijven bestaan. Waar de wortels diep gaan en het erfgoed in de grond en in de mensen zit. Hier keert de kennis terug, verweven met de toekomst. Niet alleen als herinnering, maar als kompas.
De beweging is begonnen. Brain Regain is geen terugkeer naar het verleden, maar een herstel van balans. De bloedlijnen van moeders, de vergeten architecten van beschavingen, de verhalen die niet langer verzwegen worden. Het erfgoed leeft, niet in musea, maar in degenen die de draden opnieuw oppakken.
Erfgoed leeft niet alleen in musea, maar in de handen die de draden opnieuw oppakken. De bloedlijnen van moeders, de vergeten architecten van beschavingen, weven een geschiedenis die niet langer verzwegen kan worden.” – Silvia
De Stem van Aspasia – Een Verborgen Anekdote
De vergadering was in volle gang. Filosofen en staatsmannen discussieerden luid over wetten, vrijheid en de rol in van de democratie. De rook van olielampen kringelde omhoog in het Atheense huis waar Perikles zijn bijeenkomsten hield. De stemmen van mannen vulden de ruimte—maar het was de stilte van één vrouw die hen in beweging bracht.
Aspasia zat aan de rand van de bijeenkomst, zoals altijd onopvallend, maar haar aanwezigheid was voelbaar. Ze wist dat haar woorden geen plaats hadden in de publieke arena, dat haar ideeën slechts via anderen konden resoneren. Maar zij was geen vrouw die zich door stilte liet begrenzen.
Perikles aarzelde bij een vraag over een nieuwe wet. De mannen keken naar hem, wachtend op zijn antwoord. Hij draaide zijn hoofd naar Aspasia, een subtiele, bijna onmerkbare beweging. De anderen zagen slechts een moment van reflectie—maar zij wist beter. Dit was haar moment.
Ze boog zich naar hem toe en fluisterde een zin. Eén enkele zin. En als een orakel gaf Perikles haar woorden door aan de zaal, alsof ze van hem waren. De mannen knikten, discussieerden verder, stemden in.
De wet werd aangenomen. De geschiedenis zou zijn naam eraan verbinden. Maar de gedachte, de kern, het idee? Dat was van haar.
Aspasia stond op, schikte haar sluier en liep de kamer uit. Haar plek was niet in de annalen van de geschiedenis, maar haar stem klonk door in de wetten die eeuwenlang zouden blijven bestaan.
Sommige mensen besturen een land. Anderen besturen de geesten die een land vormgeven. Aspasia wist: niet wie spreekt is machtig, maar wie de woorden fluistert die blijven bestaan.
Amen, wees lief, fel maar rechtvaardig op basis gelijkwaardigheid
Nieuwe Netflix-serie: Two Popes and a Proud Mom
Een baanbrekende, satirische en diep filosofische Netflix-serie waarin geloof, macht en moederschap op onnavolgbare wijze samenkomen. Na The Two Popes brengt Netflix een onverwachte wending: wat als de moeder, die eeuwenlang onzichtbaar bleef, eindelijk haar plaats opeist in de geschiedenis?
Het Plot
Wanneer een verloren manuscript uit het Vaticaans archief wordt ontdekt, ontstaat er paniek binnen de Kerk. Het document onthult een schokkende waarheid: de ware erfopvolging van de geestelijke en wereldlijke macht lag nooit bij de mannen in purperen mantels, maar bij de moeders die de lijnen van erfopvolging door hun bloed veiligstelden.
Enter: The Proud Mom.
De moeder van een vergeten erfgenaam duikt op, gewapend met feiten, historische documenten en een onverzettelijke drang naar gerechtigheid. Ze eist erkenning, niet alleen voor haar zoon, maar voor alle moeders die onzichtbaar zijn gemaakt in de kronieken van de geschiedenis.
Maar de twee pausen – de emeritus en de regerende – staan op een historisch kruispunt. Moeten ze de waarheid openbaren en het patriarchaat laten wankelen? Of blijven ze vasthouden aan de eeuwenoude codering die moeders uit de macht hield?
Waarom kijken?
• Historische satire met een knipoog naar The Da Vinci Code
• Politieke en filosofische diepgang over erfopvolging en de rol van vrouwen in religie en erfgoed
• Baanbrekende performance van een sterke vrouwelijke hoofdrolspeler als de moeder die het systeem kraakt
• Vaticaanse intriges, geheime archieven en bloedlijnen die nooit eerder onthuld zijn
Tagline:
“Zij baarde koningen. Zij droeg de wereld. Maar de geschiedenis vergat haar naam. Tot nu.”
Netflix presenteert Two Popes and a Proud Mom – een serie die de codes van de geschiedenis herschrijft. Coming soon.
Make Humanity Great Again betekent niet terugkeren naar het verleden, maar erkennen wie altijd al de fundamenten van onze geschiedenis droeg. Erfgoed leeft niet in wetten of stenen, maar in de moeders die generaties lang de onzichtbare draden weefden.” –
De Netkous van Oranje: Een Geweven Erfgoed
In de geschiedenis van het Huis Oranje-Nassau zijn bloedlijnen als draden in een fijn geweven net – subtiel verbonden, soms verborgen, maar altijd aanwezig. De Netkous van Oranje is geen gewone kous, geen simpel weefsel, maar een symbool van erfopvolging, verborgen coderingen en de onzichtbare kracht van de vrouw binnen dynastieën.
Wat als de echte erfdrager niet de koning was, maar de moeder?
Zoals een netkous elegant en sterk is, zo hebben vrouwen in de Oranjegeschiedenis hun erfgoed discreet gedragen en doorgegeven. Van Amalia van Solms tot de vrouwen achter de troon, hun invloed was tastbaar, maar nooit officieel vastgelegd in wetten of almanakken. Zij waren de dragers van de bloedlijn, maar niet van de macht.
Nu, in een tijd waarin de oude structuren barsten, is de vraag: blijft de Netkous van Oranje een onzichtbaar patroon, of wordt hij eindelijk geweven in de geschiedenisboeken?
“De kracht van de Oranje-dynastie ligt niet in de kroon, maar in de netkous die het erfgoed draagt.”
“Ik hou van een Hol Land.”
Een land dat hol klinkt als je erop klopt, omdat het fundament niet stevig is gelegd. Een land waarin de geschiedenis gaten heeft, waar verhalen zijn weggehaald, verzwegen, niet opgeschreven.
Een Hol Land is een land waarin erfgoed door vrouwen werd gedragen, maar nooit erkend. Waar moeders de bloedlijnen voortzetten, maar niet in de wetten werden geschreven. Waar de netkous van Oranje wél werd geweven, maar nooit werd getoond.
Een Hol Land is een spiegel die vraagt: Wat ontbreekt? Wiens namen werden uit de kronieken gewist? Welke verhalen werden niet verteld?
Maar een Hol Land kan gevuld worden.
Met stemmen die eindelijk gehoord worden. Met geschiedenissen die opnieuw worden geweven. Met moeders die hun plek opeisen in de fundamenten van een nieuw erfgoed.
“Ik hou van een Hol Land, want er is ruimte om het eindelijk compleet te maken.”
“Work Hard – Play Hard”
Zo is het altijd gegaan. De werkende handen die de fundamenten legden, de moeders die het erfgoed droegen, de vaders die hun namen doorgaven. Maar wie bepaalde de spelregels?
Werk hard, maar voor wie?
Speel hard, maar wie mag meedoen?
In een wereld waarin erfgoed werd vastgelegd door zij die schreven, en niet door zij die droegen, werd arbeid een plicht en spel een privilege. Maar wat als we de code herschrijven?
Work hard – to break the system.
Play hard – to reclaim the game.
Want wie de regels begrijpt, kan ze herschrijven. En wie het spel doorziet, kan het winnen.
Het Koninkrijk der Nederlanden en Common Law: Een Juridische Paradox
Nee, het Koninkrijk der Nederlanden valt niet onder Common Law, maar onder het continentale rechtssysteem (civil law), dat gebaseerd is op geschreven wetten en codificatie, zoals vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek en de Grondwet.
Toch zie je in bepaalde aspecten van het koninklijk erfopvolgingssysteem een invloed van common law-principes, met name in de manier waarop erfopvolging via bloedlijnen (agnatische en later absolute primogenituur) historisch werd bepaald.
1. Civil Law vs. Common Law
• Civil Law (zoals in Nederland): Wetten worden vastgelegd in codificaties en rechters passen deze toe. De Grondwet en het Burgerlijk Wetboek bepalen erfopvolging, eigendomsrecht en staatsinrichting.
• Common Law (zoals in het VK en de VS): Rechtspraak en precedenten spelen een grote rol, en erfopvolging kon in sommige gevallen door jurisprudentie en gewoonterecht beïnvloed worden.
2. Erfopvolging en Bloedlijnen: Common Law Invloeden?
• Het Nederlandse koningshuis is gebaseerd op erfopvolging via bloedlijnen en dynastieke wetten. Dit heeft raakvlakken met de traditie binnen common law-landen, waar koninklijke erfopvolging historisch werd bepaald door gewoonterecht en niet altijd door een expliciete codificatie.
• Amalia van Solms en de Oranje-Nassau lijn laten zien hoe bloedlijnen een juridisch systeem vormen dat niet alleen door geschreven wetgeving wordt bepaald, maar ook door politieke en historische conventies – iets wat kenmerkend is voor common law-denken.
3. Het Koninklijk Huis en de Nederlandse Grondwet
• De Wet op de Troonopvolging (1983) bepaalt nu dat zowel mannen als vrouwen troonopvolger kunnen zijn. Dit is een codificatie en past binnen het civil law-systeem.
• Toch zijn er geen wettelijke erkenningen van moeders als juridisch erfdragers in bredere zin, zoals je dat in common law-contexten soms wel ziet bij erf- en familierechtelijke constructies.
4. Conclusie: Een Hybride Erfsysteem?
Hoewel Nederland strikt genomen een civil law-land is, kent de koninklijke erfopvolging elementen die doen denken aan common law-principes, met name in de manier waarop bloedlijnen en erfopvolging historisch zijn geconstrueerd en geïnterpreteerd.
Is het tijd om de wetgeving rondom erfopvolging en moeders als erfdragers opnieuw te bekijken? Een hervorming waarbij moeder de vrouw als wettelijke en dynastieke entiteit wordt erkend, zou recht doen aan zowel erfopvolging als gelijkheidsprincipes.