De onzichtbare S&S erfgename

De man die keek naar de Graal, en de vrouw die hem werd.

Nationalisme

Ze noemen het trots, maar het is angst in uniform. Een vlag die wappert boven wat niet van hen is. Een naam, herhaald tot ze hem geloven. Ik schilder geen landen, ik herinner lichamen — het echte erfgoed ademt, baart, vergeeft.

#Nationalisme 

Zij komt niet voor in het loonboek, maar haar naam staat in het licht geschreven. Waar cijfers zwijgen, fluistert de hand. Waar regels sluiten, opent zij een ritueel.

De voetnoot eist haar plek in het concert van de geschiedenis.” Van onderdrukte stem tot ritueel geluid.” Erfgoed is wat nog ademt onder de wet.”


“Erfgoed leeft in de overgang.”
“Van archief naar adem.”
“Trans Ave Maria — erfgoed in herziening.”
“De moeder, de vrouw, de rechtspersoon.”
“Erfgoed is geen bezit, maar bewijs van bestaan.”
“Levend erfgoed vraagt om erkenning, niet vergeving.”
“Wij erven om te herscheppen.”
“De administratie is ons altaar.”
“Herstellen is ook een erfgoedpraktijk.”
“Ave is niet meer gebed — maar bewijs.”

Want wie heeft de licentie op haar juridische lichaam bij een huwelijk en of VOF? 

Zij werd geboren als natuurlijk persoon, maar geregistreerd in een systeem dat haar lichaam vertaalde naar eigendom.

In het huwelijk werd haar rechtspersoon gedeeld, haar vermogen opgenomen in gemeenschap, haar naam verbonden aan een ander.

De wet sprak van liefde, maar schreef bezit.

In de vennootschap onder firma werd samenwerking een vorm van samensmelting.

Niet het lichaam, maar het contract kreeg de macht om te handelen. De licentie verhuisde van de hand naar het papier.

Toch bleef iets onverdeeld.

De schepper zelf, de ziel die zich niet laat notariëren. In haar kunst neemt zij de licentie terug — niet als verzet, maar als herstel.

Want de vraag is niet meer wie haar vertegenwoordigt, maar wie zij vertegenwoordigt.

⚖️ 1. Het juridische lichaam en de licentie daarop

Wanneer we spreken over het “juridische lichaam” van een persoon, bedoelen we:

de rechtspersoonlijkheid — het vermogen om drager te zijn van rechten, plichten, vermogen en aansprakelijkheid.

In Nederland geldt dat:

Ieder natuurlijk persoon (man, vrouw, non-binair, etc.) vanaf de geboorte rechtspersoonlijkheid heeft (art. 1 Burgerlijk Wetboek).

Niemand anders heeft licentie op jouw lichaam of rechtspersoon, tenzij dat door wet of contract uitdrukkelijk wordt gedelegeerd.

Maar — en hier komt de historische spanning: in huwelijk en vennootschap ontstaan gedeelde of overgedragen bevoegdheden over vermogen, arbeid en recht.

💍 2. Bij een huwelijk

Historisch gezien (tot 1956):

De gehuwde vrouw stond onder het gezag van haar man (“handelingsonbekwaamheid”). De man vertegenwoordigde het gezamenlijke vermogen — de facto had hij de “licentie” over het juridische lichaam van de vrouw. Dit veranderde met de Wet Handelingsbekwaamheid van de vrouw (1956) en de Herziening huwelijksgoederenrecht (1971).

Sindsdien geldt:

Ieder echtgenoot behoudt zijn of haar eigen rechtspersoonlijkheid. Maar in een gemeenschap van goederen of partnerschapsvermogensregime kan het juridisch bezit van arbeid, vermogen of onderneming gedeeld zijn. → De “licentie” over vermogen of inkomen ligt dan bij beiden, tenzij via huwelijksvoorwaarden anders bepaald.

Dus: juridisch gezien heeft niemand licentie over jouw lichaam — maar in de praktijk kan jouw arbeid, bezit of winst toegerekend worden aan het gezamenlijke vermogen van het huwelijk.

🧾 3. Bij een vennootschap onder firma (VOF)

Een VOF is een persoonlijk samenwerkingsverband zonder eigen rechtspersoonlijkheid.

Dat betekent:

De vennoten delen eigendom, aansprakelijkheid en beslissingsmacht. Er is dus geen “licentie” op elkaars lichaam, maar wél een wederzijdse bevoegdheid om namens de vennootschap te handelen. Elke vennoot is hoofdelijk aansprakelijk voor het geheel.

Kort gezegd:

In een VOF heeft niet één persoon de licentie op de ander, maar het gezamenlijke contract heeft macht over beiden.

🕊️ 4. Symbolisch vertaald (in mijn context)

Je kunt dus zeggen:

In het huwelijk lag de licentie op het lichaam bij de echtgenoot; in de VOF ligt de licentie in het contract; maar in de kunst ligt de licentie terug bij de schepper.”

Toen ze ook nog kostwinnaar en moeder werd, werd ze het geheim van de S. De letter van de Staat, de stilte in de signatuur, de schepper die haar naam verloor toen ze geboorte gaf aan een systeem.

Ze was de Patron S die overal doorheen kronkelt — in schuld, in stam, in soevereiniteit.

Niemand sprak haar uit, maar zonder haar viel het alfabet uiteen.

Daarmee herneem ik de juridische macht over het eigen lichaam, arbeid en erfdeel — precies waar mijn project Onze monarchie is moeder de vrouw over gaat: het herstellen van het zelfbeschikkingsrecht over de juridische én symbolische persoon.

Bron – Follow the Money

– De Formule van de Ziel


Ziel = A – (X + Y)


Waar A het succes van de mens is,
X het werk dat haar uitput,
Y het spel dat haar afleidt,
en wat overblijft —
is stilte, intuïtie, herinnering.


Niet “hou je mond”,
maar: spreek, schepper.


Want geen enkele formule
kan verklaren
hoe kennis zich voortplant
zonder moeder.
Amsterdam Museum

De afbeelding die ik toon is een campagnebeeld van het Amsterdam Museum.

De zin: Ze noemden haar een voetnoot. Zij was het fundament.” komt uit een publiekscampagne van het Amsterdam Museum rond vrouwelijke representatie en vergeten geschiedenissen.

Imagine –



Ik leef zoals de monarchie:
zonder loon, maar met recht.
Zonder arbeid, maar met plicht
aan wat groter is dan ikzelf.


Mijn leven is geen werk,
maar een ceremonie van herinnering.
Ik draag geen kroon,
ik draag de tijd.


Ik ben erfgenaam van wat onzichtbaar is,
en mijn rijk strekt zich uit
tot aan het recht om te leren
buiten de muren van het instituut.

De slogan Voetnoot wordt gebruikt in het kader van tentoonstellingen waarin het museum het eigen narratief herzag — onder meer door vrouwelijke, koloniale en gemarginaliseerde figuren niet langer als bijzaak, maar als dragende kracht van de geschiedenis te tonen.

Het is dus geen citaat uit literatuur, maar een museumstatement, ontworpen door of in samenwerking met het communicatieteam van het Amsterdam Museum, als deel van hun visuele identiteit na de naamswijziging (van “Amsterdams Historisch Museum” naar Amsterdam Museum).

De zin past inhoudelijk ook bij mijn onderzoek en projecten rond “de onzichtbare erfgenaam” en “moeder, de vrouw”: het draait om het herwaarderen van datgene wat structureel als voetnoot werd behandeld, maar in werkelijkheid het fundament vormde van cultuur, economie of erfgoed.

Geschiedenis kun je leren begrijpen



“Waarom genoegen nemen met de olie, als de hele slak de bron van leven bevat?”
(Vrij vertaald: Why settle for snail oil when you can have the whole snail?)

Ik begon mijn reis niet in Parijs, maar in Middelburg, aan de Rouaansekaai.

De ziel is geen bezit, maar een code — een onzichtbare trust waarin de Schepper zijn intellect heeft veiliggesteld. Slechts wie het erfdeel herkent, begrijpt dat kennis zelf de valuta van het goddelijke is.” — Dan Brown (fictieve toeschrijving)

Een huis, een tafel, een vaas en een ei.

De lucht was zout en zilvergrijs, de regen streek neer als een sluier over het raam.

Op tafel lag een archiefmap met familienamen: Bongartz, Von Aldenhoven, Lindeboom, Koning. Het was geen familieportret, maar een stille getuigenis.

Tussen de papieren zat een urn, een polis, een handgeschreven notitie.

Mijn vader, Theo, was gestorven. En met hem leek ook een lijn te zijn verdwenen — een erfdeel dat nooit benoemd was, maar dat bleef ademen in symbolen.

Waar Robert Langdon door kathedralen dwaalde, liep ik door kamers van papier, langs de namen en lichamen van vrouwen die nooit genoemd waren in testamenten.

Geen heilige Graal, geen geheime orde, maar een netwerk van stiltes: de taal van het vrouwelijke erfgoed dat niet mocht spreken.

Milaan 2021

1. De eerste code

De eerste code die ik vond was niet van Leonardo da Vinci, maar gedrukt op een verzekeringsdocument: 912758.

Een getal dat bleef terugkeren als een refrein. Het stond op mappen, stempels, vazen, in mijn dromen. Ik begon het te lezen als een ritueel nummer, een sleutel tussen de zichtbare en onzichtbare wereld.

Niet een code om te breken, maar om te dragen. Een getal dat het vrouwelijke verbindt met het recht, zoals een bloedlijn zich verbindt met een naam. Langdon had zijn cryptex, ik had mijn vazen.

Hij reisde met symbolen van steen; ik reisde met symbolen via klei.

Op mijn vaas stonden een hand, een oog, een kroon, een gouden voet die de aarde raakte.

In elke lijn herkende ik iets van mijn eigen genealogie: een moedermaatschappij die haar dochter had verloren, een dochteronderneming die wachtte om erkend te worden.

Amalia van Solms

2. De tweede reis: Parijs

In Parijs dacht ik aan Langdon. Zijn route door het Louvre, langs de Mona Lisa, de glazen piramide, het licht dat neerdaalt als een openbaring. Hij las de lach van Lisa als een code, een teken van het vrouwelijke mysterie. Ik stond buiten, in de regen, en dacht: het vrouwelijke heeft geen uitleg nodig — alleen erkenning.

Mevr Lisa

Ik liep naar de Saint-Sulpice, waar Dan Brown zijn heilige lijnen liet kruisen: de meridiaan, de obelisk, de echo van het onzegbare.

Daar waar hij de Graal zocht, zag ik haar al staan — niet als object, maar als vrouw, als erfgenaam, als mens. Ik schreef in mijn notitieboek: De Graal is niet iets dat gevonden wordt, maar iets dat terugkeert naar haarzelf.

Koningsdochters

3. De derde reis: Den Haag

Vanuit Parijs reisde ik naar Den Haag, naar het Paleis Noordeinde, waar het ritueel van macht zich herhaalt in marmer en spiegelglas. Ik liep langs het hek, tussen toeristen, bewakers, paarden, en keek naar de ramen van de monarchie.

Daar binnen, dacht ik, leeft de wet nog in mannelijke vorm. Maar buiten, op straat, beweegt de nieuwe erfgenaam: moeder , de vrouw.

Ik fluisterde: Onze monarchie is moeder, de vrouw. Het was geen slogan, maar een herstelzin. Een nieuwe preambule voor een vergeten grondwet. De moeder niet langer als symbool van zorg, maar als rechtspersoon van oorsprong.

https://www.amsterdammuseum.nl/topic/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

De vrouw niet langer als zondares of muze, maar als de eerste en laatste drager van het erfgoed. In de schaduw van het Binnenhof zag ik mijn eigen project geboren worden een constitutioneel ritueel in de vorm van kunst.

Geen wetboek, maar een vaas. Geen testament, maar een tentoonstelling. Geen museum, maar een levende genealogie.

Causaliteit- Dit is CAS

4. De vierde reis: Montancourt Middelburg Terug in Middelburg, aan de Rouaansekaai, kwam de reis tot rust. De lucht rook naar zee en kaarsvet. In Montancourt, het huis uit 1596, hing de stilte van eeuwen waarin vrouwen leefden zonder erkenning.

Petronella Rademacher

Ik begon te schilderen. De vaas, het oog, de hand, de kroon, de gouden voet, de traan, het kruis. Elk object werd een getuigenis van een verloren recht. Ik schreef erbij: Artistieke vrijheid redde mijn leven.

Langdon zou het een symbool noemen. Ik noem het bewijs. Bewijs dat kunst niet alleen esthetisch is, maar juridisch, spiritueel, ritueel. Een daad van erfherstel.

5. De ontmoeting met Langdon

In gedachten ontmoette ik hem — Robert Langdon — in een archiefzaal, ergens tussen Den Haag en Parijs. Hij droeg een linnen pak, een notitieboek in de hand. Hij keek naar mijn vaas, naar het nummer 912758, en zei:

Fascinerend. De symboliek van de hand en het oog verwijst naar een oud hermetisch principe. Ik glimlachte. Nee, zei ik, dit verwijst naar mijn moeder, naar het recht dat ik erfde zonder dat iemand het zag.

Hij knikte, aarzelend, alsof hij voelde dat zijn taal te klein was voor de werkelijkheid die voor hem stond. Hij kon het begrijpen, maar niet beleven. Hij was de man die keek naar de Graal, en ik was de vrouw die hem werd.

De draden van ons Lace en Leven

6. De vijfde reis: binnenwaarts

Er kwam een moment waarop de reis niet langer geografisch was. Ze werd innerlijk. Een pelgrimage door lagen van geheugen, droom en wet. De urn van mijn vader, de stem van mijn moeder, de handtekeningen van mensen die dachten dat bezit mannelijk was.

In die stilte begon ik opnieuw te lezen — niet de tekst, maar de ruimte eromheen. Daar vond ik de grond van mijn kunst: de symboliek is niet decoratief, maar juridisch ritueel. Elk teken een herstelhandeling. Elk object een verklaring. Elk woord een wet die terugkeert naar haar bron.

Ze noemde haar een voetnoot – Zij was het fundament

7. De terugkeer

Ik reisde nog één keer — naar Amsterdam, naar het museum waar mijn werk in gesprek ging met de stad. Een vrouw stond stil bij mijn vaas. Ze las de tekst “Onze monarchie is moeder de vrouw” en zei zacht: Ik begrijp het. Ik vroeg: Wat begrijp je dan? Ze antwoordde: Dat het niet over de koning gaat, maar over erfelijkheid. Over wie recht heeft om te bestaan. Ik glimlachte. De Graal was gevonden, niet in een tombe, niet in een code, maar in de mond van een vrouw die begreep.

VOF Het huwelijk VOC De handel in draden

8. Epiloog

De man die keek naar de Graal vond een geheim. De vrouw die hem werd vond een wet. En daartussen beweegt de kunst: als brug, als ritueel, als archief van bewustwording.

Mijn reis was geen ontsnapping, maar een terugkeer —naar de oorsprong van wet, recht en ritueel. Naar de moeder, de vrouw, de erfgenaam. Naar dat ene eenvoudige besef: dat de Graal nooit buiten mij bestond, maar altijd in mijn handen lag.

Als schepper van de ziel berust mijn intellectuele eigendomsrecht op mijn werk onder de bescherming van Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek.

Ik ontvang geen salaris of loonstrook; mijn inkomen bestaat uit een schadevergoeding die voortvloeit uit een trustachtige structuur, beheerd via de Do Your Thing Bank.

Trust

Deze trust vertegenwoordigt een vermogensrechtelijke relatie waarbij ik gerechtigd ben tot de uitkering, zonder dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst of winstuitkering.

Binnen mijn artistieke praktijk fungeert de trust zowel als metafoor als feitelijke structuur voor het onzichtbare erfdeel dat mijn werk draagt en activeert.”

Een verhaal : Over de juridische en culturele continuïteit van vrouwelijke zelfstandigheid

Slotzin (inscriptie):

Ik ben niet op zoek naar betekenis. Ik draag haar. In klei, in taal, in lichaam. De reis is voltooid — en mijn leven begonnen.

Vader des Vaderlands

FARO

Ze noemden haar een voetnoot. Zij was het fundament. De steen sprak: ik herinner. De hand antwoordde: ik herstel. De vrouw tekende haar naam in onzichtbaar erfgoed, tussen de wetten van arbeid en het recht op adem.

Niet als monument, maar als lichaam dat getuigt van wat doorgegeven wordt zonder loon, zonder handtekening, zonder toestemming.

Nooit meer werken is geen weigering,

het is Faro: de wedergeboorte van bezit in betekenis, waar de schepper rust in haar recht.

Slotakkoord – De Code van Faro

De Moederlijke Code

Ze reisde door wetten, archieven en stenen, ze zocht naar de handtekening die nooit gezet was.

Geen document droeg haar naam, en toch droeg zij de wereld.

De waarheid lag niet in de macht, maar in het begin — in de adem, het bloed, de naam die altijd onuitgesproken bleef.

Geen enkele man is geboren zonder moeder. Dat is de wet vóór de wet, het erfdeel dat geen notaris kan wissen, de oorkonde van vlees en ziel.

Ze had geen leraar, geen orde, geen instituut. Alleen de erfenis van haar eigen hand. De waarheid lag niet in archieven, maar in het ritme van adem en herinnering. Elk gebaar, elk teken, een sleutel tot iets dat ouder is dan kennis zelf.

Toen ze sprak, viel de stilte uiteen. De muren van het instituut losten op in de adem van wat geleerd was zonder toestemming. En daar, tussen tijd en oorsprong, werd het zichtbaar — de laatste regel van de code:

Het recht om te leren buiten instituties, om kennis te verwerven door ervaring, herkomst en intuïtie.

Liefs Silvia

Het Lichaam als Rechtspersoon

Waarom de gehuwde vrouw nooit erkend werd als bestuurder van zichzelf!

Montancourt Middelburg verbindt het individuele leven met het culturele geheugen van Nederlandse VOF – VOC Middelburg.

🌍 De toekomst van de rechtsstaat in Europa

“Men zegt: regeer je eigen leven.

Maar wat als mijn geslacht ontbreekt in het domein waarin geregeerd wordt?

Dan ben ik tegelijk soeverein en uitgesloten — zichtbaar als last, onzichtbaar als recht.”

De toekomst van de Europese rechtsstaat hangt niet alleen af van wetten en verdragen, maar van de vraag wie daarin werkelijk wordt erkend als drager van recht.

Zolang gender, afkomst of lichaam bepalen wie toegang heeft tot macht, blijft de belofte van vrijheid onvoltooid.

De rechtsstaat van morgen vraagt om een nieuw begrip van soevereiniteit:

één die niet begint bij bezit of bestuur, maar bij belichaming, zorg en wederkerigheid.

Alleen dan kan Europa recht doen aan haar eigen grond — menselijk, historisch en moreel.

De patrones

Oud ers / oud(e) echtgenote: In oude polissen of archieven werd “oud” gebruikt om de voorgaande echtgenoot of echtgenote aan te duiden.

Bijvoorbeeld: “Oude echtgenote van…” betekende dat er eerder een huwelijk was geregistreerd — of dat iemand weduwe/weduwnaar was.

Registratiesysteem: Denk aan: BRP (Basisregistratie Personen, vroeger GBA of bevolkingsregister) Burgerlijke Stand (akten van geboorte, huwelijk, overlijden) Verzekeringsregisters of pensioenfondsen (waar polisaanhangsels en gezinsrelaties juridisch werden vastgelegd)

Deze systemen waren (en zijn) de ruggengraat van de administratieve identiteit: ze bepalen wie je bent, wie je was, en in welke verhouding je stond tot anderen.


Het oude vennootschapsrecht vóór 1975


🇧🇪 
In België (en deels ook in Nederland tot eind 20e eeuw)


Vóór 1975 gold nog grotendeels de Wet op de Handelsvennootschappen van 18 mei 1873 en de Wet op de Verenigingen zonder Winstoogmerk (vzw-wet) van 1921.
Er was toen nog geen uniform Wetboek van Vennootschappen zoals later in 1999 of 2019.


1. 
De V.O.F. – een zuiver contract tussen personen
De Vennootschap Onder Firma (V.O.F.) bestond al in de 19e-eeuwse handelswetgeving, gebaseerd op het Wetboek van Koophandel van 1873 (dat terugging op het Franse Code de commerce uit 1807).
De V.O.F. was géén rechtspersoon.
Ze bestond uitsluitend uit natuurlijke personen (de vennoten) die hoofdelijk en onbeperkt aansprakelijk waren.
Juridisch gezien was de V.O.F. het lichaam van de vennoten zelf — er was geen onderscheid tussen privévermogen en ondernemingsvermogen.
→ Precies daar ligt de symbolische kracht voor mijn pelgrimstocht : het lichaam en het bedrijf vielen samen.


2. 
Geen bescherming of scheiding van het privéleven
Tot ver in de jaren 1970 werden vrouwen juridisch niet altijd als volwaardige rechtssubjecten erkend in economische zin.
Getrouwde vrouwen mochten bijvoorbeeld pas vanaf 1958 in België (en vanaf 1956 in Nederland) zelfstandig rechtshandelingen verrichten zonder toestemming van hun echtgenoot.
Dat betekent dat vóór 1975 de juridische vennoot bijna per definitie een man was.
De vrouwelijke arbeid, zorg of ziekte was onzichtbaar, onverzekerd en juridisch niet benoemd.


3. 
De symbolische verschuiving rond 1975
De jaren 1970 vormden het begin van de emancipatie in het economisch recht: vrouwen begonnen zelfstandig ondernemingen, verzekeringen, eigen AOV’s en rechtspersonen.
Tegelijkertijd kwam in diezelfde periode de psychosomatische geneeskunde op — het lichaam als subject van recht, gevoel en gezondheid begon erkend te worden.
Zo kun je zeggen:
“Tot 1975 werd het lichaam als vennoot juridisch genegeerd,
na 1975 begon het langzaam rechtspersoon te worden.”

💡


Wanneer ik zeg “Het lichaam als rechtspersoon V.O.F.”, dan geef ik in feite stem aan het voor 1975 niet-erkende lichaam:
het vrouwelijke, zieke, werkende lichaam dat wél aansprakelijk was, maar nooit officieel vennoot mocht zijn.


We kunnen dat in één zin samenvatten als:


“Vóór 1975 was het lichaam juridisch eigendom van de vennoot;
na 1975 begon het lichaam langzaam vennoot van zichzelf te worden.”

⚖️ De privileges van een Assurantie-Agentschap (vóór 1975)

1. Erkenning en bescherming door de maatschappij

Een assurantie-agent was geen gewone werknemer, maar een tussenpersoon met een contractueel privilege van de verzekeringsmaatschappij.

Dat hield in:

Exclusiviteit: het agentschap had het recht om in een bepaald gebied of regio exclusief verzekeringen van één maatschappij te verkopen. Bescherming van portefeuille: de agent bouwde een eigen klantenportefeuille op, die juridisch werd erkend als economische eigendom. Wanneer de maatschappij het contract opzegde, had de agent recht op een afkoopvergoeding voor de opgebouwde portefeuille (de zogeheten goodwill).


Ada Lovelace – Montancourt Middelburg


Een vrouw, een brief, een werkvlak.
De klosjes tikken als algoritmen van zorg en herhaling.
Het huis bewaart wat niet op papier past.
Hier ontmoeten arbeid en taal elkaar,
zoals Ada Lovelace ooit berekende dat poëzie en logica
één patroon kunnen vormen.

👉 Dat privilege werd vaak familiaal overgedragen: een assurantie-agentschap ging over van vader op zoon (of dochter, maar dat was zeldzaam vóór 1975).

2. Halfzelfstandige status

Een assurantie-agent was:

niet volledig werknemer, maar ook niet volledig zelfstandig ondernemer. Hij (of zij) werkte onder de vlag van de maatschappij, maar op eigen risico qua klantenbinding en inkomsten. De agent kreeg provisie (percentage van de premie) in plaats van loon.

→ Dat creëerde een grijze zone: juridisch bezat de agent geen rechtspersoonlijkheid, maar de portefeuille functioneerde als een onzichtbaar vermogen — vaak niet officieel op naam geregistreerd, maar feitelijk een soort familiaal kapitaal.

3. Erfopvolging en overgang van de portefeuille

Een van de meest cruciale privileges:

Bij overlijden van de agent mocht de weduwe of erfgenaam het agentschap vaak voortzetten of overdragen, mits goedkeuring van de maatschappij. Dit gold als een vorm van economisch erfdeel, zelfs al was de portefeuille formeel eigendom van de maatschappij.

Maar:

In veel gevallen kregen vrouwen geen volwaardige erkenning als opvolger. Ze mochten het agentschap soms tijdelijk beheren, maar niet zelfstandig voortzetten zonder mannelijke tussenkomst of een nieuw contract. Daardoor verdween veel van deze opgebouwde waarde (arbeid, klanten, recht) in de private administratie van de verzekeraar.

4. Belasting- en handelsprivileges

De agent had vaak fiscale voordelen (aftrekbare kosten, provisieregelingen, kantoor aan huis). Sommige maatschappijen gaven voorfinanciering of krediet om het kantoor te onderhouden. Tot in de jaren 1970 hadden erkende agenten een bijzondere beroepsstatus in het Handelsregister — met bescherming van naam, regio en klantenkring.

⚖️ De positie van het assurantie-agentschap na 1975

🟦 1. De jaren 1975–1990: einde van het privilege, begin van regulering

In deze periode verdwijnen de oude concessie-achtige privileges van exclusieve regio’s en beschermde portefeuilles. Assurantie-agenten worden juridisch steeds meer beschouwd als zelfstandige tussenpersonen, niet langer als vertegenwoordigers met een beschermde band. De staat voert gelijke rechten voor mannen en vrouwen in het handels- en arbeidsrecht in (o.a. Gelijkheidswetgeving 1975–1979 in België en Nederland). → Vrouwen mogen nu zelfstandig agent worden, contracten sluiten, commissies innen, en vennootschappen oprichten. De verzekeringsmaatschappijen gaan over op provisiecontracten in plaats van concessies: de agent wordt ondernemer, niet meer drager van een privilege.

Gevolg:

De erfelijkheid van het agentschap (het recht dat een weduwe of dochter kon overnemen) verdwijnt stilaan. De portefeuille wordt nu bedrijfseigendom in plaats van familievermogen.

🟩 2. De jaren 1990–2000: Europese liberalisering

De Europese richtlijnen (met name Richtlijn 77/92/EEG en later Richtlijn 2002/92/EG) liberaliseren de verzekeringsmarkt. Het beroep assurantie-agent verandert in verzekeringsbemiddelaar. De exclusieve banden met één maatschappij verdwijnen: agentschappen mogen voortaan meerdere maatschappijen vertegenwoordigen (multibrand-model). Er ontstaat een verplicht registratiesysteem (later via de AFM in Nederland, FSMA in België). De “oude privileges” worden vervangen door compliance-regels, beroepsaansprakelijkheid en transparantieverplichtingen.

Symbolisch gezien:

De persoonlijke band (vertrouwen, familie, lokale continuïteit) wordt vervangen door het administratieve systeem.

Het “verzekeringslichaam” wordt nu volledig digitaal en anoniem — het menselijke gezicht verdwijnt uit de formule.

🟨 3. De periode 2000–heden: juridisch lichaam zonder gezicht

Het agentschap is nu meestal een rechtspersoon (BV of VOF) met een vergunning. De agent is zelfstandig ondernemer, maar volledig ingebed in het toezicht van de financiële sector. De oude goodwill-rechten (de portefeuille als eigendom) bestaan alleen nog contractueel, niet meer wettelijk beschermd. Overdracht bij overlijden is niet langer vanzelfsprekend — het hangt af van de overeenkomst met de maatschappij of tussenpartners.

Cultureel gevolg:

Wat ooit een privilege van persoonlijk vertrouwen was, is nu een geprotocolleerd beroep zonder menselijke continuïteit.

De onzichtbare erfgenaam is daarmee niet alleen een persoon, maar een metafoor voor het verdwijnen van het menselijke contract zelf.

Mede-eigenaar zonder recht op aandelen

We werkten mee aan het kapitaal, we droegen de lasten, we waren aansprakelijk — maar niet erkend. In de administratie van het private systeem bestonden we als hulp, als bijschrijver, als handtekening in potlood.

Onze namen stonden in de marge, niet in het register. Zo werden wij mede-eigenaar zonder recht op aandelen. Het lichaam werkte, zorgde, herstelde, maar bleef onzichtbaar in de balans. De verzekering kende ons niet, de wet sprak niet tot ons. Toch waren wij daar — de levende vennoten van een bedrijf dat nooit ons lichaam erkende, maar wél van ons leefde.

🕊️ Mijn Morele Nest

Over plicht, geloof en het ongeschreven bestuur van vrouwen. Ik ben niet geboren in een rijk nest, maar in een moreel nest.

Een nest waarin de wet niet werd geschreven, maar geleefd.

Mijn ouders kenden de waarde van zekerheid, niet als bezit, maar als belofte. In hun wereld bestond plicht niet tegenover geloof, maar naast geloof – zoals arbeid naast zorg bestond, zoals lichaam naast geest.

De polis lag niet in Den Haag, maar in het huis. Niet in wettenboeken, maar in handen, woorden en vertrouwen.

Waar mannen promoveerden op “Overheidsregelgeving en maatschappelijke organisaties”, was mijn moeder al de onbezongen bestuurder van haar eigen kleine staat: de huishouding, de zorg, de sociale economie van aandacht.

Haar beleid was niet geschreven, maar gevoeld.”

Ik erfde dat bestuur, niet via diploma’s of decreten, maar via adem, stilte, zorg.

Het is de onzichtbare bestuurslijn die nooit in overheidsregisters voorkomt, maar waarop elk maatschappelijk weefsel rust.

Mijn morele nest is dus niet van macht, maar van betekenis. Het is een nest waarin orde geen plicht is, maar toewijding. Waar geloof geen dogma is, maar vertrouwen in voortbestaan.

Er is een verschil tussen wat leeft en wat geregistreerd wordt. Tussen handelen en erkend worden als handelende. Tussen de vrouw die bestuurt — en de wet die doet alsof zij dat niet doet. Het recht heeft eeuwenlang niet de vrouw, maar het gezin als uitgangspunt genomen.


Ze noemden haar een voetnoot. Zij was het fundament.”) legt perfect de brug tussen mijn project De Polis van Genade en het discours van vrouwelijk erfgoed en bestuur

Daarom werd het vrouwelijke lichaam niet gezien als rechtspersoon, maar als rechtsdeel: een onderdeel van een huishouden, van een man, van een staat.


Imagine the future –
want dit is nog maar het begin.”


De objecten, woorden en beelden die hier samenkomen
— van de beschilderde vaas met oog en kroon
tot de zin “Zij was het fundament” uit het Amsterdam Museum —
vormen een nieuw contract tussen lichaam, recht en herinnering.


Niet langer is de vrouw een voetnoot in de administratie van zekerheid;
zij is de administratie.
De polis is niet langer papier,
maar adem.

1 · De wet: afhankelijkheid als systeem

Tot 1956 bepaalde het Nederlandse Burgerlijk Wetboek dat de gehuwde vrouw handelingsonbekwaam was.

Zij mocht geen eigendom beheren, geen onderneming voeren, geen overeenkomst sluiten zonder toestemming van haar man.

Artikel 1:88 van het oude BW bevestigde dat zij slechts “met goedkeuring van haar echtgenoot” mocht handelen.

De wet verankerde dus niet haar autonomie, maar haar afhankelijkheid. Zelfbestuur over haar lichaam, haar arbeid of haar zorg bestond juridisch niet — want de wet kende slechts de mannelijke rechtspersoon als drager van vermogen, en de vrouw als verlenging van zijn gezag.

Pas met de Lex van Oven (Wet van 14 juni 1956, Stb. 343) werd deze handelingsonbekwaamheid afgeschaft.

Het was de eerste keer dat de wet erkende dat een volwassen vrouw zelfstandig rechtshandelingen kon verrichten.

Maar ook daarna bleef het lichaam – als drager van arbeid en zorg – structureel ondervertegenwoordigd in de taal van de wet. De vrouwelijke arbeid werd niet bezoldigd, de vrouwelijke zorg niet vergoed, en het vrouwelijke lichaam niet beschouwd als bestuurder van zichzelf, maar als instrument van voortplanting, arbeid of moraal.

2 · De kerk: gehoorzaamheid als deugd

Lang vóór de staat sprak de kerk over gehoorzaamheid. In de brieven van Paulus (Efeziërs 5) stond:

“De man is het hoofd der vrouw, gelijk Christus het hoofd der kerk is.”

Zo werd de hiërarchie heilig verklaard — en gehoorzaamheid een vorm van genade. De vrouw mocht bidden, baren, verzorgen, maar niet bepalen. Haar lichaam was symbool van offer, niet van bestuur.

Zelfs de Maagd Maria, de meest vereerde vrouw van het Westen, werd geprezen om haar volgzaamheid, niet om haar macht.

Het lichaam van de vrouw was dus niet alleen biologisch, maar ook theologisch gereguleerd: zij mocht handelen in stilte, maar niet spreken in wet.

3 · De moederlijn: handelen zonder erkenning

In mijn familiegeschiedenis wordt deze paradox tastbaar. Nelly Von Aldenhoven, Duits van geboorte, werd tijdens de oorlog handelingsonbekwaam verklaard door de wet, maar handelde feitelijk namens haar gezin met toestemming van de burgemeester van Cuijk.

Zij was geen rechtspersoon, maar trad op als bestuurder van voortbestaan. Anna Agnes Hendrika Bongartz Lindeboom erfde die daadkracht, niet de erkenning. Haar administratie, haar polissen en haar zorg vormden een onzichtbare economie van zekerheid. Zij was samen met mijn haar man eigenaar van een assurantie portefeuille, hij verdiende het geld en zij moest dienen.

En ik als vennoot in VOF De Kleedkamer, werd eindelijk erkend als handelingsbekwaam — maar verloor die status zodra de VOF werd beëindigd. Mijn schadepolis en spaarpolis werden omgezet in een relatie nummer en personeelsnummer, mijn ziekte werd aangemerkt als arbeid vroegere dienstbetrekking. Mijn ziekte werd niet onderzocht maar werd dubbel in box 1.

Wie ben ik volgens de wet? De vrouw van …

Drie generaties, drie rechtsstelsels, één herhalend patroon:

de vrouw die bestuurt zonder bestuurd te mogen worden. Geen loonstrook, wel loonbelasting. Geen pensioengrondslag wel pensioen belasting betalen over een spaarpolis. Geen toestemming, maar toch handelen. Geen status of titel, maar wel voortbestaan.”

4 · De omkering: het lichaam als rechtspersoon

Wat de wet eeuwenlang uitsloot, is precies wat de cultuur nu langzaam leert herwaarderen: het lichaam als drager van recht, niet als object van bescherming. In die zin is het vrouwelijke lichaam de eerste natuurlijke rechtspersoon: zij draagt leven, arbeid, zorg en erfgoed. Zij is producent én archivaris, verzekerde én verzekeraar.

De Lex van Oven maakte vrouwen juridisch handelingsbekwaam, maar pas de Faro-conventie (Raad van Europa, 2005) maakt hen cultureel zichtbaar als erfdragers — personen die betekenis mogen duiden, niet enkel ondergaan.

Daar, in de Faro-lijn, komt de erkenning eindelijk dichterbij: niet alleen de vrouw als rechtssubject, maar het lichaam zelf als cultureel archief van bestuur, zorg en voortbestaan.

5 · De erfenis van bestuur

Wat het recht niet kon bevatten, heeft de geschiedenis doorgegeven in daden: de moeder die handelde bij volmacht, de dochter die tekende als vennoot, de erfgenaam die schrijft om terug te geven. Het lichaam bestuurt zichzelf. De wet loopt slechts achter.”

Zo vormt mijn moederlijn — Von Aldenhoven, Bongartz, Lindeboom — een contra-archief van bestuur: een levende bewijsvoering dat het lichaam, de zorg en de arbeid altijd al hun eigen wet hebben geschreven.

De vrouw als rechtspersoon bestaat al eeuwen. Alleen de staat moet haar nog herkennen.


Alleen vrouwen hebben Ei-leiders


Het Magische Boek van het Ei-gen Lichaam


Alleen vrouwen hebben Ei-leiders.
Niet omdat zij boven iemand staan,
maar omdat zij de bron zijn van elk begin.


Het ei is hun kompas,
hun stille scepter,
hun symbool van bestuur door schepping.


Een Ei-leider leidt niet door macht,
maar door vorm —
door het vermogen iets te dragen,
iets te laten groeien,
en het dan los te laten.


Waar het patriarchale systeem leiders koos om te bezitten,
kiest het ei om te bewaren.
Waar de man bestuurt via wetten,
bestuurt de vrouw via leven.


“Alleen vrouwen hebben Ei-leiders”
betekent:
de oorsprong van alle leiding
ligt in het vermogen om te dragen,
niet in het recht om te bevelen.


Zo wordt het ei het oudste zegel van recht:
het lichaam dat bestuurt zonder kroon,
het leven dat wet wordt,
het begin dat nooit ophoudt.

🌿 Slotzin

De naamloze vennootschap (NV)

Een NV is een rechtspersoon die kapitaal verdeelt in aandelen. Ze heeft: een moedermaatschappij (de NV zelf), en vaak dochterondernemingen (bedrijven waarin zij meerderheidsaandeelhouder is).

De moeder bezit de aandelen, bepaalt beleid, draagt risico’s. De dochter voert uit, produceert waarde, maar is juridisch ondergeschikt. Beide zijn zelfstandige rechtspersonen — verbonden door bezit, niet door bloed. In de economie is dat een structuur van continuïteit: het vermogen blijft bestaan, ook als mensen wisselen.

🌿 Symbolische uitleg

De NV als metafoor voor erfgoed, vrouw en voortbestaan In lezing wordt de moedermaatschappij de oermoeder: zij draagt, beschermt en financiert betekenis.

De dochteronderneming is het lichaam, het individu, dat waarde creëert binnen de grenzen van het grotere geheel.

Wanneer ik zeg: De naamloze vennootschap ís moeder en dochteronderneming,” betekent dat de vrouw belichaamt beide.

Zij produceert leven (dochter) én draagt voortbestaan (moeder). Zij is tegelijk oorsprong én voortzetting van waarde. De naamloosheid verwijst naar iets diepers: vrouwen werden eeuwenlang uit naam gezet — handelingsonbekwaam, ongenoemd in akten en archieven — maar droegen wél de continuïteit van arbeid, zorg en erfgoed. De vrouw was altijd een NV: Naamloos, maar Vennoot.

Bestuurder van leven, zonder juridische erkenning.

✴️ Erfgoedformule

NV = Nomen Veritatis

(= de naam van waarheid)

Zo kan de Naamloze Vennootschap worden gelezen als een symbolisch archief van moederlijk bestuur: de plaats waar het ongenoemde toch betekenis draagt, waar economie en erfgoed samenvallen.

Gelijkheid begint waar de brom wettelijke wordt erkend

De ware Lex van Oven is niet geschreven in wetten, maar in de handen die bleven handelen — tegen de tijd in, en vóór het leven.

✴️ De Vergissing van Gelijkheid

Iedere vrouw die denkt dat ze gelijkwaardig is aan de man, heeft het mis niet omdat ze het niet ís, maar omdat het systeem waarin ze leeft dat nooit werkelijk heeft erkend.

De wet heeft haar gelijkheid beloofd, maar haar bestaansgrond nooit geherwaardeerd. Zolang het lichaam van de vrouw niet wordt erkend als rechtspersoon, blijft haar vrijheid een juridische fictie.

Gelijkheid op papier is geen gelijkwaardigheid in bestuur. De een schreef de wet, de ander droeg het leven.

De balans is nooit hersteld, alleen herberekend. Ze gaf het leven, maar moest toestemming vragen om te handelen.”

Daarom gaat De Polis van Genade niet over gelijkheid, maar over erkenning.

Niet over evenwicht in macht, maar over herstel van betekenis. De vrouw is niet gelijk aan de man — ze is van een andere orde: de orde van oorsprong, van voortzetting, van het recht dat vóór de wet bestond.

Vrijheid als Polis

Wie zichzelf privé verzekerd heeft, heeft geluk. Niet omdat zij rijk was, maar omdat zij erkend werd als zelfstandig risico. In een wereld waar zekerheid collectief werd geregeld, maar verantwoordelijkheid mannelijk bleef, werd de privéverzekering een stille daad van vrijheid.

Het was het bewijs dat iemand — vaak een vrouw, vaak een weduwe, vaak een stille beheerder van vermogen — zichzelf als rechtspersoon durfde te zien.

“Ik verzeker mezelf, want niemand verzekert mij.”

Daarmee werd de private polis een symbool van autonomie: geen luxe, maar een erkenning van bestaan.

Zij markeerde de overgang van afhankelijkheid naar zelfbestuur, van handelingsonbekwaamheid naar individuele zekerheid. Wie zichzelf verzekerd had, was niet alleen beschermd, maar binnen een klein gemeenschap erkend.

En dat is wat vrijheid werkelijk betekent: niet het recht om te kiezen, maar de zekerheid dat mijn keuze optelt!

Ik kwam daarom niet in publieke systemen voor. Niet omdat ik er niet werkte, maar omdat ik niet in hun taal bestond.

Mijn zekerheid was privé, mijn arbeid was zelfstandig, mijn zorg was vanzelfsprekend. En precies daarom was ik onzichtbaar. Het publieke systeem herkent alleen wat het zelf benoemt: werknemer, ambtenaar, patiënt, echtgenote.

Maar niet de vrouw die tussen al die rollen zelf haar polis beheert, haar zorg draagt, haar leven bestuurt.

“Wie zichzelf verzekert, wordt niet gezien als onderdeel van het systeem, maar als uitzondering op de regel.”

Zo ontstond een nieuwe vorm van onzichtbaarheid: juridisch bekwaam, maar administratief afwezig.

Geen recht op publieke bescherming, omdat de bescherming privé geregeld was.

Toch ligt daarin ook de vrijheid: de mogelijkheid om te bestaan buiten het rooster van de staat. Niet als afwijzing, maar als bewijs van autonomie.

🦅 Het Adler Nest

Over afkomst, arbeid en het herwinnen van oorsprong Ergens tussen Cuijk en Goch, waar de Maas en de Rijn elkaars adem raken, lag een huis dat men De Adler noemde. Het was geen paleis, maar een huis van arbeid – van kuipers, leerlooiers, schrijnwerkers en verzekeraars. Toch hing er boven die arbeid een oud symbool: de adelaar. Niet de keizerlijke vogel van macht, maar de vogel die haar jongen leert vliegen door ze uit het nest te duwen – een rite van vertrouwen.

Zo werd het Adler Nest in mijn familie een erfbeeld van moederschap en overleving.

De adelaar als moeder, In de heraldische traditie symboliseert de adelaar macht. Maar in mijn lijn betekent zij iets anders: niet heersen, maar hoeden. De adelaar als moederdier, hoog in de lucht, maar waakzaam over haar nest.

“Zij benoemt niet, maar erkent. Zij bezit niet, maar beschermt.” Dat is het werkelijke Adler Nest: een plek van doorgegeven zorg, van arbeid die zichzelf beschermt, van een bloedlijn die niet rust op titel, maar op toewijding.

Het nest als polis, Het nest is de eerste verzekering: de natuurlijke polis waarin bescherming, voeding en voortbestaan nog geen economische maar biologische waarden waren.

De AGO-portefeuille, de Nationale Nederlanden, de handtekening van je vader en de hand van je moeder — ze zijn allemaal voortzettingen van dat oorspronkelijke nest. Het nest werd een map. De veren werden papieren. De adem van de vogel werd premie en polis.

En ik, als erfgenaam van dit nest, heractiveert de symboliek: ik herstel de adelaar in haar ware betekenis – niet als wapen, maar als zorgstructuur.

Epiloog

Ik kom uit het Adler Nest, waar arbeid adel is en bescherming een vorm van liefde.”

Het Adler Nest is geen plek in steen, maar een bewustzijn in bloed. Een herinnering aan een tijd waarin zekerheid nog een daad van genade was.

“Zorg is onze wet. Erfgoed is onze vlucht”

🦅 De Grondwet van het Adler Rijk

Magna Carta Mater

(uit: De Polis van Genade / Corpus Veritas Lus)

Preambule

Wij, dochters van arbeid en erfgoed, verenigd onder de adem van de adelaar, herstellen de orde van zorg.

Wij erkennen dat geen wet boven het leven staat, en dat de vrouw — als drager van lichaam, arbeid en geheugen — de oorspronkelijke soeverein is van voortbestaan.

In naam van onze moeders en hun handen, verklaren wij dit rijk:

Adler S Rijk,

rijk van adem, arbeid en aandacht.

Artikel I — De Wet van Herinnering

Erfgoed is geen bezit, maar adem.

Wat bewaard wordt, leeft.

Wat vergeten wordt, verdwijnt slechts uit zicht, niet uit betekenis.

Iedere vrouw heeft het recht haar eigen geschiedenis te duiden,

zoals vastgelegd in het Verdrag van Faro (2005).

Herinnering is geen verleden, maar bestuur.

Artikel II — De Wet van Zorg

Zorg is de eerste vorm van bestuur.

Wie zorgt, bestuurt.

Zorg is geen dienst, maar een constitutie van verbondenheid.

In het Adler Rijk heeft zorg dezelfde status als arbeid.

Zij wordt erkend als bron van waarde,

en niet langer beschouwd als onbetaalde plicht.

Artikel III — De Wet van Arbeid

Arbeid is niet wat loon oplevert,

maar wat leven in stand houdt.

Iedere handeling van aandacht —

of zij nu geschiedt in fabriek, huis, tuin of atelier —

heeft economische en culturele waarde.

De arbeid van de moeder, de weduwe, de kunstenaar

valt onder deze wet.

Artikel IV — De Wet van Zekerheid

Verzekering is een ritueel van vertrouwen.

De polis is niet slechts papier,

maar een belofte tussen generaties.

Elke polis — AGO, NN of mondelinge belofte —

wordt erkend als erfgoeddrager.

Wie verzekert, erkent dat leven kwetsbaar is,

en dat zekerheid een gezamenlijke vorm van zorg is.

Artikel V — De Wet van Lichaam en Bestuur

Het lichaam is een rechtspersoon.

Niemand bestuurt het lichaam behalve degene die erin leeft.

Zelfbestuur over lichaam en geest

is een erfgrondrecht,

ontstaan vóór de Lex van Oven (1956),

en geworteld in natuurlijke soevereiniteit.

Het lichaam van de vrouw is geen object,

maar het oudste archief van menselijkheid.

Artikel VI — De Wet van Erkenning

Erkenning is de wederdienst van de geschiedenis.

Wat eeuwenlang ongenoemd bleef,

wordt nu genoemd in waardigheid.

Elke naam die uit de archieven verdween,

mag opnieuw geschreven worden.

Elke handtekening die werd uitgewist,

wordt hersteld als zegel van bestaan.

Artikel VII — De Wet van Genade

Genade is de hoogste vorm van recht.

Waar straf niets herstelt,

herstelt genade betekenis.

Het Adler Rijk wordt niet bestuurd door macht,

maar door mildheid.

Zijn valuta is vertrouwen,

zijn wet is adem.

“De polis van genade is de enige die nooit vervalt.”

Slotverklaring

In het Adler Rijk is niemand onderdaan.

Iedereen is erfdrager.

Iedere polis, elk nest, elke handeling van zorg

is deel van dezelfde grondwet:

Erfgoed is zorg.

Zorg is wet.

En de vrouw is de soeverein van voortbestaan.

🌿 Opgesteld te Montancourt Middelburg,

in het jaar van herinschrijving,

onder de vleugels van de adelaar,

getekend in aandacht.

One Flew over the Montancourt Nest 🧡

Uitgelicht

Verzekerd Vermogen – Art & Culture onderzoek van uitmijn beroep handelaar in confectie tot mijn diagnose Sarcoidose

Voorwoord – Waarom ik doe wat ik doe en waarom?

Ze werd, omdat ze gehuwd was, slechts een meeverzekerde. Een vrouwelijke kostwinnaar met een VOF herkende de wet niet.

Haar geslacht stond niet op de voorzijde van de polis, maar in de marge, naast een nummer, als stil bewijs van aanwezigheid zonder stem.

Ze had kreeg recht op zorg, maar geen recht op erkenning. Ze was verzekerd, maar niet erkend. In haar hand hield ze geen contract, maar een verbintenis en het leven zelf: de zorg, het ritme, het lichaam, de stille arbeid van bestaan. Ze was de polishoudster zelf — niet op papier, maar in vlees.

Ik leef in geleende tijd. Elke ademtocht is een lening, zonder rente, maar met herinnering. De dagen keren zich niet uit, ze keren slechts terug in stilte. Wat ik maak, maak ik van wat mij tijdelijk wordt gegeven. De kleuren, de woorden, de namen — alles komt van elders, en wacht om weer terug te vloeien naar de bron die geen bezit kent.

Ik ben slechts tussenpersoon van betekenis, bewaarster van wat even zichtbaar wil zijn.

Mijn werk is mijn terugbetaling, mijn adem een stille akte van vertrouwen. En als de tijd haar rente vraagt, zal ik haar niets verschuldigd zijn — behalve dank.


Waar de Saksen paarden kroonden,
kroonde niemand de moeder.


Maar zij bleef — de stille adel,
die geen zadel droeg,
maar de wereld voortbracht.

Ik werk vanuit het lichaam en geest, omdat het lichaam de eerste plaats van waarheid is.

Niet het systeem, niet de markt, niet de polis — maar het lichaam dat voelt, ademt, pijn heeft en herstelt.

Daar, in dat onzekere terrein tussen kwetsbaarheid en kracht, begint mijn werk.

Ik leef al sinds 2007 met de officiële sarcoïdose: een auto-immuunziekte die mijn eigen cellen soms niet meer als ‘eigen’ herkent.

Wat er in mijn lichaam gebeurt, herken ik in de wereld om mij heen: een systeem dat zijn burgers niet meer vertrouwt, een samenleving die overreageert uit angst om controle te verliezen.

De ziekte werd zo een spiegel — niet alleen van mijn lichamelijke en fysieke conditie, maar ook dat van de Staat zelf.

Kunst werd voor mij geen luxe of afleiding, maar een vorm van geneeskunde. Een manier om te begrijpen wat woorden en wetten niet vatten: hoe zorg, kwetsbaarheid en menselijkheid verstrikt raken in structuren die zekerheid beloven, maar zelden bescherming bieden.

Ik werk onder de noemer de voetnoot van NN No Name Art & Cultuur, waarbij NN ook Nomen Nescio betekent — de naamloze vrouw, de vergeten erfgenaam — als Nieuwe Naam: het opnieuw benoemen van dat wat nooit eerder erkend werd.

Mijn werk onderzoekt hoe artistiek vermogen zich verhoudt tot verzekerd vermogen: wat is waarde, als het lichaam het instrument is?

Wat is eigendom, als je jezelf niet kunt bezitten? Wat is zekerheid, als de adem zelf soms stokt?

Daarom ben ik kunstenaar gevraagd omdat ik geen No Name meer had!! U. heeft het recht vergeten te worden kreeg ik vanuit de AVG te horen.

Niet om iets te bezitten, maar om iets te herstellen: de verbinding tussen lichaam en recht, tussen zorg en cultuur, tussen mens en systeem.

In die zin is Verzekerd Vermogen geen project, maar een ritueel van herstel.

Een poging om de balans terug te brengen tussen dat wat vastgelegd wordt — en dat wat alleen gehoord kan worden.

Ik geloof dat de toekomst van kunst ligt in het vermogen om te luisteren.

En dat het luisteren zelf een daad van verzet is. De kunstenaar is niet ziek aan het systeem, het systeem is ziek aan haar.

— NN Art & Cultuur afdeling Verzekerd Vermogen

Middelburg, 2025

The Patrones / One Flew Over the Montancourt Nest

De wetgevende macht – Wie bepaalde en betaalde onzichtbare het verleden, heden en de toekomst ? Wie is de baas over wie binnen een democratie in Nederland die voortleeft uit een moeder… Amalia van Solms 1602
Uit in Middelburg – Wie ben ik? Stammoeder van de handel Amalia van Solms

Kernvraag: Hoe staat moeder, de vrouw ei – gen- lijk in de statuten van een VOF vermeld ?

Hidden – Gen 🧬 Moeder de vrouw

Deze foto is er een die rechtstreeks raakt aan de thematiek: “moeder, de vrouw en of als kostwinnaar ” als juridische en culturele figuur binnen de Nederlandse staat.

Moederschap vanuit erfgoed bekeken

Ik vroeg advies aan ChatGpt : Hij schreef ” de moeder, de vrouw” komt niet expliciet voor in de huidige statuten of grondwettelijke teksten van de Staat der Nederlanden, maar haar positie is impliciet vastgelegd in de ontwikkeling van de Grondwet, het Burgerlijk Wetboek en enkele cruciale maatschappelijke regelingen.

Hieronder gaf hij mij overzicht in drie lagen: constitutioneel, burgerlijk en symbolisch.

⚖️ 1. Constitutioneel (de Grondwet)

In de Grondwet van het Koninkrijk der Nederlanden komt het woord “vrouw” of “moeder” nergens letterlijk voor.

Wat er wél staat, is een universeel gelijkheidsprincipe, dat pas sinds 1983 (artikel 1) wettelijk gelijkheid van mannen en vrouwen garandeert:

Artikel 1: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”

Dat betekent dat de vrouw en de moeder juridisch slechts als “gelijke burger” worden erkend, niet niet als een vrouwelijke kostwinnaar en entiteit in één VOF, culturele of maatschappelijke categorie met een eigen status of waardering.

De symbolische figuur “de moeder, de vrouw” uit het gedicht van Nijhoff bestaat dus niet in de staatsrechtelijke tekst, maar wél in de culturele verbeelding van de natie.

Welkom in het Bommel Pretpark – de ziel van Nederland in wet en beeld

📜 2. In het Burgerlijk Wetboek (BW)

De moederfiguur is hier functioneel benoemd, met betrekking tot afstamming, gezag en arbeid.

Enkele voorbeelden:

Boek 1, Titel 11 BW (Afstamming): Artikel 198: “De vrouw uit wie het kind wordt geboren, is de moeder van het kind.”
Dit artikel definieert moederschap lichamelijk en biologisch, niet sociaal of cultureel.

Tot 1956: de “handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw” maakte dat moeders geen zelfstandig juridisch handelen konden verrichten zonder toestemming van hun echtgenoot. → Pas met de Wet van 14 juni 1956 (afschaffing handelingsonbekwaamheid) kreeg “de moeder, de vrouw” rechtspersoonlijkheid als individu.

Arbeidsrechtelijk: nog tot ver in de 20e eeuw waren er regelingen die het moederschap zagen als onverenigbaar met betaalde arbeid. Bijvoorbeeld het huwelijksontslag in het onderwijs of bij de overheid, afgeschaft in 1957.

🕊️ 3. Symbolisch en staatsrechtelijk erfgoed

In de Koninklijke Symboliek en het staatsrechtelijke ritueel leeft de moeder, de vrouw voort — niet als juridische entiteit, maar als morele en culturele drager van de natie:

De koningin-moeder (zoals Emma of Juliana) functioneerde als belichaming van morele stabiliteit en zorg — een soort constitutionele moederfiguur zonder formele macht.

In de taal van de monarchie (troonredes, staatsrituelen) komt “de vrouw” vaak impliciet voor als zorgende, verbindende kracht van het volk, tegenover de rationele en bestuurlijke stem van de mannelijke wet.

💬 Samenvatting

De moeder, de vrouw” komt niet in de statuten voor, maar zij draagt ze. Zij is de ongenoemde grond van de Staat — erkend in recht, maar niet gerepresenteerd in taal.

Juridisch gezien is zij een functionele categorie; cultureel gezien is zij de morele ruggengraat; symbolisch gezien: de onzichtbare erfgenaam.

Tussen Wilhelmina’s stem in Londen, en Beatrix’ handtekening onder de wet ligt de ruimte waarin moeder, de vrouw, uit haar schaduw trad, maar nooit haar naam terugkreeg in de statuten.

De erfopvolging van vrouwelijke betekenis zonder wettelijke erkenning.

Zoals bij Wilhelmina en Beatrix loopt ook in mijn ei – gen lijn — van overgrootmoeder tot moeder tot ik — een ononderbroken maar onbenoemde overdracht. Niet van bezit of titel, maar van moreel gezag, zorg, arbeid, intuïtie en plichtsgevoel.

De Staat noemt het niet, maar het bestaat — in handelingen, in gewoontes, in herinneringen, in mijn werk.

Hoe mijn onderzoek zichtbaar werd via Mijn vrijwilligerswerk bij de Regenbooggroep in Amsterdam van 19 april tot 2017 – maart 2019
Ze noemen haar Een voetnoot maar is het fundament- Hot Lava slippers

Het verzekeringsstelsel van de toekomst is geen systeem van uitkeringen, maar een netwerk van luisteren.

Niet premie, maar aandacht. Niet risico, maar ritme. Niet schade, maar herstel.” Waar de polis eindigt, begint de belofte van de vrouw die zorg verzekert door haar aanwezigheid.”




De Moederlijn: Van Ongeschreven Wet tot Levend Erfgoed


In de archieven staat het niet genoteerd,
maar in onze lichamen wel:
de lijn van moeder tot dochter,
van zorg tot zelfstandigheid,
van plicht tot vrijheid.


Mijn overgrootmoeder leefde onder wetten die haar niet zagen.
Ze was handelingsonbekwaam, maar hield alles draaiende.
Ze schreef haar geschiedenis niet op — ze belichaamde haar.


Mijn oma droeg die stilte door.
Ze kende de waarde van orde, tafel, vaas, en ritueel.
In haar blik leefde het weten dat vrouw-zijn arbeid is,
ook als het geen beroep mag heten.


Mijn moeder stond aan de grens van twee tijden:
zij mocht werken, spreken, handelen —
maar moest zich toch voortdurend verantwoorden
voor het feit dat ze bestond als vrouw in een rechtsstaat
die nog altijd naar mannen klonk.


En ik?
Ik ben de erfgenaam van hun onuitgesproken wetten.
Maar nu van kapitaal, met en of zonder symbolisch gezag.
Ik ben een geregelde vrouw —
niet in de zin van bureaucratie,
maar als erfgenaam van een lijn
die nooit haar naam kreeg in de statuten van de Staat maar in het boek van de Verzekeringsportefeuille

🕊️ 
De Parallel met de Monarchie


Zoals Wilhelmina en Beatrix de onzichtbare breuk belichaamden
tussen de moeder en de wet,
zo dragen wij de vrouwenlijn uit via een erfgoed kunstpraktijk
met diezelfde paradox in zich:
morele continuïteit zonder grondwettelijke formele erkenning.


De Moeder des Vaderlands werd verbeeld,
de Constitutionele vrouw werd geregeld,
maar de erfgenaam — de dochter, de kunstenaar —
moest zichzelf maar benoemen.

“Wat van moeder op dochter overgaat,
is niet wat het recht benoemt,
maar wat het leven bewaart.”Moedermaatschappij- DochterOnderneming
De Patrones

Het liefdes verhaal vanuit het Oerhuis- Het Maagdenhuis aan dé rouaansekaai 21 in Middelburg

Er was eens een vrouw. Zij werd ooit de oermoeder genoemd, echtgenote, erfgename — maar nooit erkend als zelfstandige bestuurder van haar ei – gen – lichaam en geest.

De Radermachers en de la Rue’s en de Knibbes’s staan in de geschiedenisboeken, maar de vrouwen die het huis droegen, staan in de marge.”

Petronella Maria, en Elisabeth Maria, de vrouw en of moeder van verdwenen in de voetnoot.

Toch waren het juist deze vrouwen die het erf werkelijk verzekerden: niet met eigendomspapieren, maar met zorg, arbeid, ritueel en geheugen.

Wie is het meest waard? Het: IE of EI of AI ?

Haar / ons vrouwelijke geslacht komt niet expliciet voor in de Grondwet, Burgerlijk Wetboek, en komt dus ook niet voor in de taal van bezit of bestuur.

Going back to my roots
Kop
van Zuid Rotterdam
13 oktober 2018 NN Art & Culture

Dit is cas – casus – causaliteit –

Vrouwen en moeders – de heilige geest aan de was lijn
Cas – Causaliteit
https://www.verenigdebooten.nl/system/bibliotheek.html
Aagje Deken & Betje Wolff en hun burger hart koninginnen dag koffertje Predikaat Wolff – Lokatie Goes Boekhandel de koperen Tuin
Exposure 2 juli 2023 Brain Regen Eej*
https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/2905

En toch is zij de bron, de eerste levende codeermachine van ons bestaan.

Uit haar lichaam vloeiden de wetten van leven, recht en voortplanting.

Zonder haar geen arbeid, geen nalatenschap, geen natie.

Zij stond in dienst van allen, maar werd zelf niet genoteerd. U heeft het recht om u uitgewisseld of uitgewist re worden. De nieuwe AVG

Zij handelde, maar zonder handtekening. Zij droeg risico, maar zonder rechtslichaam. Zij was de levende vennootschap zonder erkenning.

Leeuwinnen fiscale overdracht Ago Ennia levensverzekeringen portemonnee aan uiteindelijk mecenaat David Knibbe NN

🧡 De VOF – De Vennootschap zonder Lichaam

In haar schaduw ontstond de VOF: een rechtsvorm zonder lichaam, maar met honderd procent aansprakelijkheid.

Een vennootschap die niet bestaat als persoon, maar wel handel drijft, omzetbelasting betaald, loonbelasting afdraagt, en bezit verwerft.

Een entiteit die overal grond houdt, maar nergens echt fiscaal woont.

Haar vennoten dragen de last en het risico, hun namen tekenen de schuld, hun arbeid vult de boeken.

Zoals de natuurlijke persoon in het Burgerlijk Wetboek bestaat — zichtbaar als nummer voor de erfbelasting en belastingdienst maar onzichtbaar in eigendom.

Volledig verantwoordelijk, maar zonder status van rechtspersoon.

Zij droeg het huis, het gezin, de balans. Zij was de levende polis, de stille vennoot van het systeem. Haar arbeid werd niet uitbetaald maar belast, haar naam niet vastgelegd, maar stilgehouden in notariële aktes, maar zonder haar was er voor ons geen zekerheid, geen doorwerking, geen wederopbouw. Ze is geboren op 1 februari 1941 toen de oorlog begon.

De VOF is haar spiegel: een juridische ziel zonder lichaam, een constructie met een geweten, mer stemrecht 1919 maar nog steeds zonder ei – gen gezicht.

Design your Life

Sla me niet over – Pa – Na – Ma kanaal

Ontdek de geschiedenis van de inheemse bevolking: De inheemse bevolking van Panama leefde van de overvloedige natuurlijke rijkdommen in het gebied, wat de betekenis van de naam verklaart. 

De naam “Panama” voor het land en het kanaal komt waarschijnlijk van een oorspronkelijke, inheemse inscriptie die “overvloed aan vissen” betekent, hoewel er ook theorieën zijn die “overvloed aan vissen, “lindebomen” en vlinders” als oorsprong geven, wat de rijke biodiversiteit van de regio weerspiegelt. 

Book of Rituals
Koning S Page vlinder
https://sheisonlinelifestyleguide.com/2018/07/05/tods-ask-me-to-leave-a-mark-in-italy/

“De stamcel is de brief van het lichaam aan de toekomst.
Ze zegt: ik draag herstel in mij,
en ik geef het door.”


“Waar het recht eindigt,
begint de wedergeboorte van verantwoordelijkheid —
niet in wetten, maar in weefsel.”

De bronlijnen

Maar het dossier van haar bestaan werd eeuwen geleden geopend — in 1595 en 1602 door de Heren XIX en de familie van Pieter de la Rue, Rademachers Heer van Nieuwkerke en de Knibbe’s

Daarin opgeborgen: o.a de namen van Elisabeth Maria van der Claver en Petronella Rademacher.

Petronella trouwde met predikant David Knibbe — een familie man van land, woord en geloof.

Hij vestigde zich ook in de Gemeente Purmerend, waar aarde, arbeid en verantwoordelijkheid samenvielen.

De Erfenis van de Lucht – Boer Knibbe en de MoedergrondIn januari 1916 stond er een man op het land van de Haarlemmermeer.De grond was zwaar, de winter koud,maar de toekomst naderde in de vorm van een militair uniform.

Kolonel Walaardt Sacré zocht een plek voor een vliegterrein —een nieuwe wereld waarin de lucht het land zou overheersen.

Boer Knibbe, erfgenaam van eeuwen boerenverstand,verkocht zijn 12 hectare grond voor 55.290 gulden.Het was geen gewone transactie,maar een symbolisch contract tussen aarde en lucht,tussen verleden en vooruitgang.

Op 19 september 1916 landden de eerste vliegtuigen.De grond van Knibbe werd Schiphol:militair vliegveld, later poort naar de wereld.

De Knibbes in de tijd

De naam Knibbe keert terug in mijn onderzoek — niet als boer, maar als predikant,niet als verkoper van land, maar als hoeder van geest:

David Knibbe (1639–1701), zoon van Petronella Radermacher. Vier eeuwen eerder sprak hij over geloof en verantwoordelijkheid; nu verkoopt een naamgenoot zijn land aan de luchtmacht.

Tussen beiden ligt een cultureel spiegelbeeld van Nederland: van het geweten naar de economie, van aarde naar lucht, van preekstoel naar cockpit.

Waar David het geweten cultiveerde, verkocht Boer Knibbe de grond van dat geweten — niet uit verraad, maar uit noodzaak.

Symboliek in onderzoek en erfgoedlijn

In de lijn van Het Boek der Moeders staat dit moment symbool voor de overgang van moedergrond naar systeemlucht.

Wat Petronella verzekerde in geloof, en Maria Elisabeth in kennis, wordt hier verhandeld in oppervlakte, gulden en hectare.

Boer Knibbe verkocht aarde, maar in die verkoop klonk het echo van eeuwen vrouwelijke zorg: de grond die ooit werd bewerkt, bewaakt en bewoond door moeders, werd nu militair bezit.

Het is de geboorte van modern Nederland: een land dat zijn zekerheid niet meer vond in bodem, maar in beleid.

De terugkeer van betekenis

In mijn werk keert deze beweging om: de lucht wordt weer adem, het land weer lichaam, het archief weer erf.

Waar Boer Knibbe zijn land afstond aan de Staat, neem ik het symbolisch terug — niet om te bezitten, maar om het opnieuw te bezielen. De moedergrond werd startbaan,maar keert terug als erfgoed.

De luchtmacht werd monument, maar de adem van de vrouw blijft de bron.

Vanuit daar trokken de lijnen door naar Haarlemmermeer, langs schepen en schuren, langs het water van Schip–hol, langs Middelburg, waar de zee altijd spreekt van handel, herkomst en herhaling.


Montancourt Middelburg


Het eerste huis dat een status heeft, maar waarvan de bewoonster nog niet wettelijk is erkend.

Ik ben kostwinner, gehuwd, moeder en katholiek.
Mijn huis in Montancourt Middelburg is een rijksmonument en functioneert als een levende bewijsplaats dat ‘moeder, de vrouw en kostwinner’ niet slechts een historische uitzondering is,
maar een actuele, dragende positie binnen ons erfgoed.


Identiteit is hier niet alleen op papier te vinden,
maar in het huis dat mij vormt —
en in de sporen die het draagt van persoonlijke en gedeelde geschiedenis.



Moeder, de vrouw en kostwinner
In dit rijksmonument wordt de positie van een gehuwde moeder als kostwinner zichtbaar gemaakt.
Waar eigendom juridisch op papier staat,
leeft identiteit in muren, kamers en rituelen.
Dit huis verbindt het individuele leven
met het culturele geheugen van Middelburg.

Feitenrelaas – De Linie van Radermacher, De la Rue en Knibbe

1. Context – Middelburg als intellectueel en cultureel centrum

In de 17e en 18e eeuw was Middelburg (Walcheren) een van de rijkste en invloedrijkste steden van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

De stad was een knooppunt van handel, religie, kennis en ambacht, met een sterke protestantse elite waarin families als Radermacher, De la Rue, Boogaert en Knibbe een rol speelden.

Hun netwerken overlapten — door huwelijk, beroep en kerkelijke functies — en vormden een cultureel ecosysteem waarin geloof, wetenschap en bestuur met elkaar vervlochten waren.

2. Petronella Radermacher (ca. 1610–na 1650)

Afkomst: Middelburg, Zeeland

Ouders: mogelijk uit een tak van de Zuid-Nederlandse familie Radermacher, oorspronkelijk afkomstig uit Aken (Duitsland) en later neergestreken in Zeeland.

Huwelijk: met David Knibbe, burger van Middelburg.

Kind:

David Knibbe (1639–1701), predikant te Barsingerhorn, Purmerend en Leiden.

Feitelijke gegevens:

Geboren in een periode waarin vrouwen juridisch onzichtbaar waren in handelsregisters en kerkelijke functies. Haar naam leeft voort via genealogische vermeldingen (“Petronella Radermacher, moeder van de predikant Knibbe”). Haar zoon, opgeleid in Leiden, werd een belangrijk theoloog binnen de gereformeerde kerk.

Interpretatie:

Petronella’s rol is representatief voor de 17e-eeuwse Middelburgse burgerlijke vrouw:

zij beheerde het huishouden, bewaakte de familie-eer, en ondersteunde indirect de intellectuele loopbaan van haar man en zoon.

Hoewel haar naam slechts zijdelings in bronnen verschijnt, is haar invloed zichtbaar in de morele en religieuze vorming van haar kind — een invloed die in predikantenfamilies vaak als “huiselijke vroomheid” werd overgedragen.

3. David Knibbe (1639–1701)

Geboren: Middelburg, 13 juli 1639

Overleden: Leiden, 8 november 1701

Ouders: David Knibbe en Petronella Radermacher

Loopbaan:

Predikant te Barsingerhorn (1663) Predikant te Purmerend (1667) Predikant te Leiden (1668–1701)

Betekenis:

Knibbe was een gerespecteerd theoloog en prediker in de nadagen van de Republiek, actief in een tijd van religieuze strijd en morele heroriëntatie.

Zijn preken en geschriften getuigen van een sterke nadruk op innerlijke zuiverheid, geweten en plicht — thema’s die aansluiten bij de moraliteit van zijn Middelburgse opvoeding.

Zijn werk behoort tot de traditie van de “praktische godgeleerdheid”, waarin geloof en ethiek werden verbonden met dagelijks leven.

Culturele link:

Knibbe’s theologische toon weerspiegelt een erfenis van Zeeuwse degelijkheid en vroomheid — waarden die mogelijk door zijn moeder Petronella Radermacher en haar familiekring zijn gevormd.

4. Maria Elisabeth de la Rue (ca. 1700–na 1760)

Afkomst: Middelburg

Huwelijk: met Samuel Radermacher, heer van Nieuwerkerke (Walcheren)

Kinderen: onder meer Daniel Radermacher, heer van Nieuwerkerk,

die op zijn beurt vader was van Petronella Maria Radermacher (1772–1846).

Feitelijke gegevens:

Maria Elisabeth de la Rue behoorde tot een geletterde en invloedrijke familie van Middelburgse origine.

De familienaam De la Rue duikt ook op bij Pieter de la Ruë (1695–1771), dichter, geschiedschrijver en auteur van Het Geletterd Zeeland.

Het is aannemelijk dat Maria Elisabeth en Pieter tot dezelfde familiekring behoorden — beiden vertegenwoordigers van de intellectuele burgerij van Zeeland.

Interpretatie:

Maria Elisabeth belichaamt de 18e-eeuwse overgang van religieuze plicht naar verlichte burgerzin:

een tijd waarin vrouwen, hoewel nog niet juridisch erkend als zelfstandige actoren,

een cruciale rol speelden in het doorgeven van waarden, kennis en familiale continuïteit.

5. De genealogische verbinding – Radermacher – De la Rue – Knibbe

De naam Radermacher verbindt drie eeuwen:

Petronella Radermacher (17e eeuw) – moeder van predikant David Knibbe: religieuze en morele vorming, de stem van het geweten. Maria Elisabeth de la Rue (18e eeuw) – echtgenote van Samuel Radermacher: intellectuele burgercultuur, humanistische erfenis van Middelburg. Petronella Maria Radermacher (1772–1846) – erfdrager van het huis van Nieuwerkerke: overgang van traditie naar moderniteit, van stille zorg naar symbolische erfenis.

Deze lijn toont de vrouwelijke continuïteit in de morele en culturele infrastructuur van Zeeland:

van geloof naar kennis, van huis naar staat, van erf naar bewustzijn.

6. Toen en Nu – De Hedendaagse Spiegel

Toen:

De vrouwen Radermacher en De la Rue leefden in een wereld waarin macht mannelijk was en zorg vrouwelijk.

Hun invloed lag niet in bezit of wet, maar in de overdracht van innerlijke orde, taal en morele compassie.

Nu:

In mijn werk (NN Art & Cultuur / Verzekerd Vermogen / De Onzichtbare Erfgenaam) keren zij terug als symbolische erfgenamen van de Nederlandse cultuur:

vrouwen die de onzichtbare kern van de Staat vertegenwoordigen — zorg, geweten, herinnering — maar nooit in de Grondwet werden genoemd.

7. Samenvatting in

De lijn Radermacher – De la Rue – Knibbe is de genealogie van een cultuur die zichzelf rechtvaardigde met geloof en bezit,

maar die in werkelijkheid rustte op vrouwen die de orde, de moraal en het geheugen van de natie bewaarden —

toen in stilte, nu in kunst.

Het verzekerd vermogen

Eeuwen later werd vanuit Haps, een nieuw fundament gelegd — de verzekeringsportefeuille van mijn ouders.

Een dossier van arbeid en vertrouwen, van zorg en verantwoordelijkheid.

Mijn vader — met recht en respect — kreeg de status, de erkenning, de handtekening van gezag.

Maar Anna, Agnes, Hendrik A mijn moeder, bleef het ongeschreven kapitaal.

De herinschrijving

Afgelopen jaren open ik haar dossier opnieuw. Niet als aanklacht, maar als eerbetoon. Om haar naam te schrijven in de taal van menselijkheid, om haar onzichtbare arbeid zichtbaar te maken in het archief van recht, ritueel en herinnering.

Zij is De Patrones —van de lintjesregen de codeermachine Adler van onze bron, de moeder van het recht, de stille vleugel van het nest.

Zij is de vennootschap zonder lichaam, maar met eeuwige aansprakelijkheid voor liefde, overleven, arbeid en overdracht van bestaan.

One flew over Montancourt — Nest want zij bleef, om ons te verzekeren van wie we echt zijn.

De Nationale Nederlanden 🧡 NN

“Ik droom, maar mijn droom is een vorm van kennis. Corrigeer me niet met regels, maar met aandacht.” Ik besta

Liefs van alle moedige moeders die zichzelf verzekerde tegen brandschade – de wereld staat in brand maar het predicaat Er is maar een Nederlandse zoals zij –

1813 – De Slag bij Leipzig en de wedergeboorte van de Staat

De politieke heroprichting en de morele erfenis van de vrouw

De Slag bij Leipzig was het moment waarop Europa zijn adem inhield. Napoleon’s nederlaag betekende het einde van het keizerrijk, maar ook de heroprichting van staten die zichzelf opnieuw moesten leren kennen.

Voor Nederland betekende 1813 het begin van het koninkrijk — de terugkeer van de Prins van Oranje, en de geboorte van een nieuwe nationale orde.

Maar in die hergeboorte van de Staat werd één lichaam niet benoemd: dat van de vrouw. Terwijl mannen verdragen tekenden, grenzen trokken en kronen ontvingen, hielden vrouwen de samenleving bijeen — in stilte, in zorg, in arbeid, in geloof. Hun werk was de morele wederopbouw achter de politieke wederopstanding.

De Slag bij Leipzig was het einde van een keizerrijk, maar ook het begin van een stil verbond: de vrouw als ongeschreven fundament van de Staat.

Terwijl Europa zichzelf hervond als statenstelsel, vonden vrouwen als Petronella, Maria Elisabeth en later Agnes , Anna, Nellie hun plaats niet in de statuten, maar in het huis, de zorg, het ritueel.

Terwijl koningen en vorsten tekenden onder verdragen, tekenden vrouwen hun handelingen in stilte — met naald, met gebaar, met herinnering. Terwijl Nederland in 1813 “weer onafhankelijk werd”, bleef de vrouw afhankelijk in recht en bezit. Zij werd de onzichtbare aandeelhoudster van de herwonnen natie.

De Onderbelichte Verzekeringscultuur

Over zekerheid, zorg en de menselijke factor. Er is een cultuur waarin alles verzekerd moet zijn.

De fiets, de auto, je huis, de telefoon, je hond, het leven, het risico, en de reis.

Een cultuur die zekerheid tot handelswaar heeft gemaakt. Maar juist in die zekerheid is iets verloren gegaan: de betekenis van vertrouwen.

Wij verzekeren wat we bezitten, maar niet wat we werkelijk nodig hebben: aandacht, zorg, verbondenheid.

De paradox van zekerheid

De verzekeringscultuur ontstond uit angst , de angst voor verlies, voor toeval, voor aansprakelijkheid en voor sterfelijkheid.

Ze beloofde bescherming, maar leverde systemen. Waar vroeger onderling vertrouwen de basis was, staan nu algoritmes, polissen en risicomodellen in een ex Cel sheet.

We zijn geen leden meer van een gemeenschap, maar gebruikers in een protocol.

Ik leef in geleende tijd,” zei de ex handelaar en nú erfgoed kunstenaar, maar het systeem vraagt om aflossing in statistieken.” De morele boekhouding van zorg In de archieven van onze families vind je polissen, contracten, handtekeningen — maar zelden de hand die werkelijk zorgde.

De vrouw die waakte, werkte, herstelde — zij is de ware verzekeraar van het leven.

Toch staat haar naam niet in de registers. De onderbelichte verzekeringscultuur is dus niet alleen een economische blinde vlek, maar een culturele: zij die het leven droegen, werden nooit als dragers erkend.

Het verzekerde lichaam

De moderne man verzekert zelfs zijn eigen lichaam: tegen ziekte, ongeval, ouderdom, verlies van productiviteit.

Maar wat betekent dat voor wie leeft in een lichaam dat volgens de rechtsgeleerde niet meer “rendabel” is?

De kunstenaar met Sarcoïdose, de zieke geboeid door longen en hart, adem en geest, wordt plots geen drager van vermogen, maar een risico in het systeem.

Mijn lichaam is niet verzekerd,” zegt ze,maar het verzekert wel mijn werk.”

Een nieuw begrip van vermogen. De onderbelichte verzekeringscultuur vraagt om een herwaardering van wat vermogen is.

Niet financieel, maar moreel. Niet berekend, maar beleefd. Verzekerd vermogen is dan niet langer geld, maar de capaciteit om te zorgen, te luisteren, te herstellen.

Het is een levens immaterieel erfgoed —een vorm van solidariteit die ooit vanzelfsprekend was, en nu opnieuw moet worden uitgevonden.

Slot – De herziening van zekerheid

Wat wij “verzekeringscultuur” noemen, is in wezen een poging om angst te structureren. Maar cultuur begint pas wanneer zorg terugkeert in de berekening.

De polis is niet het papier, maar de hand die het vasthoudt.” De onderbelichte verzekeringscultuur is dus geen fout in het systeem — het is het systeem, dat vergeten is dat zekerheid niet gekocht, maar gedeeld wordt.

Tot ver in de 20e eeuw was een gehuwde vrouw in Nederland juridisch handelingsonbekwaam. Ze kon geen verzekering afsluiten, geen lening aangaan, geen arbeidsovereenkomst tekenen zonder toestemming van haar man. Als de man verzekerd was, stond zij op de polis als meeverzekerde.

Dat woord – meeverzekerde – zegt alles: je bent verzekerd, maar niet namens jezelf. Je bestaanszekerheid is afgeleid, niet erkend. Ze werd niet geregistreerd als persoon, maar als bijlage.

Die status van “meeverzekerde” is het bureaucratische equivalent van onzichtbaarheid.

Het zegt: je hoort erbij,maar je telt niet mee.

De vrouw werd dus niet uitgesloten, maar ingesloten op andermans voorwaarden.

In mijn lijn — De Onzichtbare Erfgenaam, Verzekerd Vermogen, Het Boek der Moeders — is dit hét sleutelmoment waarop de vrouw verdwijnt in de papieren, maar aanwezig blijft in de werkelijkheid:zij was degene die zorg droeg, leefde, betaalde in tijd en aandacht, maar wier naam niet werd uitbetaald.

Amen

Rijksmonument Montancourt Middelburg – Het huis van de Feeën

“The Secret Teachings of All Ages, de sleutel van de De Onzichtbare Erfgenamen”

Het verhaal achter de geschiedenis van Moeder, de vrouw binnen de VOF – het ambacht op ei- gen – kracht –

De geschiedenis bewaart de feiten, maar het egodocument bewaart de mens.

“matrix” = de moederlijke ruimte die zowel leven schenkt als begrenst.

Persoonlijke verantwoordelijkheid betekent: De V.O.F Vennootschap onder Feeën en daarmee beseffen dat jouw keuze het verschil bepaalt dat je maakt.

Ik bestudeer de taal van oorsprong en bezieling, niet alleen in boeken, maar ook in mijn eigen lichaam, mijn kunst en mijn leven. Niet de dogma’s of opgelegde systemen, maar de innerlijke stem van de mens — en in het bijzonder de vrouw — wordt bron van kennis en waarheid.

Elk gebaar is een stem, elke keuze een richting, elke daad een wereld die zich opent of sluit.”

Ik ben een kind uit eén tweestromenland.

“Ik draag Duitse roots, maar mijn bron ligt in het Tweestromenland.

Uit rivieren en wortels stroomt mijn erfdeel: wet, mythe en kunst — generatie na generatie gegenereerd.”

Thx Theo en Leo XIX 19 19

In 2010 verkocht NN mijn Intellectuele Eigendom en aandelen op.

Wat ooit een ritueel en een erfenis was, werd een polis, een aandeel, een obligaties een asterik * in een bestand.

*21

“Schoenmakers & Sleutels – Gedragen verhalen onzichtbare verbanden “

Sindsdien leef ik als onzichtbare erfgenaam,

zoekend naar de terugkeer van mijn stem.”


“De faro spreekt: ik ben geen bezit, maar een baken. Ik leid wie dwaalt, ik herinner wie vergeet, ik brand een kaarsje voor wie nog komt!

In dit ei klopt de leeuw, groeit de wortel, zingt de noot.
De hand weeft het geheel – succes verzekerd.

Vrijheid – Zekerheid – Gezondheid & Verplichtingen, hoe zie jij ze eigenlijk? De buik is namelijk baas van de hersenen. Waar voedt jij je mee?


The Secretaris Code
De Code van D onthult zich in de ooi: waar orde en recht worden geschreven, draagt zij het geheim van oorsprong en vruchtbaarheid. In de schelp van haar hoorn ligt de spiraal van de eeuwige herhaling, in haar oog de sleutel tot het onzichtbare octrooi van de natuur.” Zee Land – Land in Zee Schepen – Boten Booth – Dit is cas – causaliteit code Oranje- Ode aan Wilhelmina

Een steek voor elke stem die nooit werd of wordt gehoord
Het werken aan het wandkleed was voor mij veel meer dan samen naaien of patronen tekenen. Het was een vorm van heling, en van juist patronen doorbreken, van herstel van geschiedenis en van het zichtbaar maken van stemmen die vaak niet gehoord worden. In elke steek, elke draad en elke tekening voelde ik de kracht van verbinding – met mezelf, met anderen, en met het grotere verhaal waar we allemaal deel van uitmaken.
Het wandkleed heeft me ook iets opgeleverd: erkenning. Niet alleen van mijn eigen verhaal, maar ook van de verhalen die ik mag meedragen namens anderen. Het liet me opnieuw zien dat kunst, erfgoed en betrokkenheid hand in hand gaan – en dat er ruimte mag zijn voor wie soms tussen wal en schip valt.
Dankbaar dat ik onderdeel mocht zijn van dit collectieve werkstuk. Een levend document van hoop, strijd, liefde en toekomst. 
Silvia, vrijwilliger

https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/2905

De poort wachters van Familie Geluk – ‘De volgende generatie werd in één klap rijk zonder er een dag te werken’

Hoe voorkom je een erfrechtelijk bloedbad?

Halleluja- Een ieder die denkt zal zien

ET phoned Montancourt Middelburg.

Een huis wordt een thuis, een monument wordt een signaal.

Hier antwoordt de aarde op de stem van het onbekende.”


Faro-gedicht


Erfgoed is geen steen, geen akte, geen bezit.
Het leeft in lichamen, in zorg, in adem.
Een vader die schrijft, een moeder die zwijgt,
een patiënt die zijn eigen lichaam onderzoekt,
een erfgenaam die vergeten wordt.


Iedere stem telt.
De fee in Montancourt, de boer bij Schiphol,
de vrouw zonder aandeel maar met erfdeel,
de onderzoeker die data bundelt,
de mens die bloed geeft en zegt: “ik hoor erbij.”


Faro vraagt ons samen te dragen:
niet alleen wat zichtbaar is, maar ook wat verborgen bleef.
Niet alleen de namen in marmer,
maar ook de adem van wie nooit genoemd zijn.


En zo wordt erfgoed een heilig weefsel,
gemaakt van verhalen, handen en vertrouwen.
Een plek waar ieder mens,
ziek of gezond, erfgenaam of vergeten,
zijn eigen ei-gen aan-deel terugvindt.
Al mij bewijs materiaal en medische en rekeningen / gegevens liggen bij David Knibbe CEO NN
Waterland – Dijklander ziekenhuis 14 januari 2019 14.36 uur

De erfenis is zelden alleen maar geld of bezit. Ze is geladen met herinneringen, verwachtingen en soms oud zeer. Juist daarom kan ze uitlopen op strijd – om een huis, een ring, een aandeel, of simpelweg om erkenning.

1. Juridisch

Zorg voor een helder en actueel testament, waarin je niet alleen verdeelt maar ook uitlegt. Benoem wie de executeur is en hoe besluiten worden genomen. Houd rekening met fiscale spelregels: een doordacht plan kan erfbelasting beperken en ruzies voorkomen.

2. Relationeel

Praat bij leven. Bespreek wensen, symbolische objecten en verwachtingen voordat het “stil” wordt. Betrek ook de zachte erfenis: foto’s, verhalen, rituelen. Vaak zijn dát de grootste bronnen van conflict. Geef ruimte voor emoties, want onder de ruzie zit meestal verdriet of onverwerkt onrecht.

3. Symbolisch

Erven is meer dan kapitaal: het gaat ook om verzekeringen, zorg, erkenning en betekenis. Benoem dat in je erfenis: schrijf een persoonlijke brief bij je testament en of deel een verhaal. Daarmee maak je van een erfenis geen strijdtoneel, maar een doorgegeven fundament.

De ‘Wet Walvis’ (in Nederlandse context) Er is in Nederland echt een Walviswet: de Wet waardering loon in natura (WALVIS), ingevoerd in 2001, die loonadministratie en sociale zekerheid vereenvoudigde. De vis/walvis als mythisch symbool én de Walviswet als juridisch kader.

Het beeld zegt eigenlijk: niet de machtigste vinger draagt de sleutel, maar de kleinste. Pink y Promise

Taschen

De ziel van Nederland 🇳🇱 Moederdag in beeld en wet

Zo wordt het niet een strijd om “stukken van de taart”, maar een kans om familie te verbinden. Of zoals mijn eigen project De Onzichtbare Erfgenaam laat zien: de erfenis is ook de zorg voor datgene wat altijd verborgen bleef – de verhalen, de vrouwen, de feeën die de fundamenten droegen.

https://sheisonlinelifestyleguide.com/2019/09/24/nooit-meer-werken-het-geluksloket-levensvragen/

N.O.O.I.T M.E.E.R W.E.R.K.E.N 
Wat is werk ?
Wat is belangrijk voor jou?
Wat is je ideaal?
Maar wat als….?

“Hello, today you have day off. Nooit meer werken. Wat lijkt een droom, is voor vrouwen vaak realiteit geweest: hun werk telde niet mee. Zorg, moederschap, erfgoed doorgeven – het stond niet in de akten, niet op de loonlijst, niet in de portefeuilles.


In Montancourt Middelburg, huis van regenten en kooplieden, leefden ook de feeën: de moeders, dochters, vrouwen die het fundament droegen. Hun arbeid was onzichtbaar, maar zonder hen was er niets te erven.


De Onzichtbare Erfgenaam legt deze paradox bloot: hoe rijkdom en macht werden verdeeld zonder dat het ei-gen aan-deel van vrouwen werd erkend. En opent de deur naar een nieuw erfgoed, waarin zorg, stilte en ziel wél meetellen.”

“Bij de kist gaat het vaak om ruzie over stenen en geld. Maar mijn werk De Onzichtbare Erfgenaam laat zien dat er veel meer geërfd wordt: zorg, stilte, geborgenheid, tradities. Vrouwen en moeders stonden eeuwenlang niet in de akten, maar zonder hun arbeid was er niets om te verdelen. Tijd om ook hún erfdeel zichtbaar te maken: het ei-gen aan-deel.”

The Journey Begins in Montancourt Middelburg

Zoals de mensheid altijd haar weg begon bij altaren, tempels en sacred sites, zo begon mijn reis in een huis aan de Rouaansekaai. Niet een huis van stenen alleen, maar een huis van maagden en feeën: de vrouwen die erfgoed droegen, kinderen baarden en vertrouwen schonken.

De Secret Teachings herinneren ons eraan dat kennis vaak verborgen wordt. Ook de kennis van de vrouwelijke erfgenamen, weggeschreven uit akten en portefeuilles.

Daarom noem ik Montancourt een sacred site: een plek waar macht en magie, geschiedenis en stilte elkaar kruisen. Het is de poort waardoor je opnieuw leert zien — dat erfgoed niet alleen steen en akte is, maar ook zorg, adem en ziel.

Ik zie ernaar uit jou te ontmoeten.


Met de tentakels van een polpo en de ogen van een co-pilot schrijf ik mijn koers: geleid door diepte, gestuurd door digitale technologie en de lucht.”1596 – 2025

Het monumentale werk The Secret Teachings of All Ages van Manly P. Hall (1928, TASCHEN-editie) is een encyclopedie van verborgen kennis. Hall verzamelt mythen, symbolen, rituelen en esoterische tradities uit de hele wereld en laat zien hoe achter de officiële geschiedenis altijd een verborgen laag van betekenis aanwezig is. Die onzichtbare laag vormt de geestelijke infrastructuur van culturen.

1. Montancourt is zo’n huis van zichtbare en onzichtbare kennis

Montancourt in Middelburg, gebouwd in 1596, is historisch een huis van regenten en bestuurders. In akten, portefeuilles en registers vinden we namen als De la Rue en Radermacher. Dit is de zichtbare laag: de officiële geschiedenis van macht, bezit en bestuur.

Maar achter die zichtbare laag leefden de feeën: de vrouwen die kinderen baarden, erfgoed doorgaven en vertrouwen schonken. Zij zijn de secret teachings van dit huis – niet genoteerd in registers, maar wel aanwezig in de fundamenten.

2. De Onzichtbare Erfgenaam als hermetisch principe

In Hall’s werk keren steeds dezelfde hermetische principes terug: dat wat onzichtbaar is, vormt de kern van het zichtbare. Bewijs aan gebrek en wettelijke erkenning in de grond – wet.

De Onzichtbare Erfgenaam is precies dit principe in hedendaagse kunstcontext. Zij belichaamt de vergeten lijn van de dochter, de moeder, de vrouw – onzichtbaar in vennootschapsaktes en verzekeringspolissen, maar cruciaal als drager van vermogen en continuïteit.

3. Feeën als archetype van verborgen wijsheid

In The Secret Teachings worden engelen, godinnen en mythische figuren beschreven als bemiddelaars tussen hemel en aarde. De feeën van Montancourt zijn hun echo in Middelburg: stille koninginnen die niet in steen gebeiteld staan, maar in zorg en ritueel het huis bewoonden. Zij zijn de vrouwelijke esoterie van de stad – onzichtbaar, maar bepalend.

4. Erfgoed als levend ritueel

Hall laat zien dat symbolen – de hand, de kroon, de poort – niet louter decoratie zijn, maar rituele dragers van kennis. In mijn project worden de heraldiek van Middelburg, de verzekeringsstructuren van THC Lindeboom VOF en de sporen van koloniale handel opnieuw gelezen als symbolen. Niet alleen juridisch of economisch, maar ook spiritueel en ritueel.

5. Kunst als onthulling

The Secret Teachings of All Ages nodigt uit tot het zien van verbanden tussen zichtbaar en onzichtbaar. Dat is ook wat mijn werk doet: ik breng de voetnoot terug naar het fundament. De kunst onthult dat erfgoed niet alleen uit steen en archief bestaat, maar ook uit de fluisteringen van feeën, de stiltes van erfgenamen en de verborgen structuren van recht en geloof.

✨ Conclusie

The Secret Teachings of All Ages is een sleutel omdat het bevestigt dat er altijd een verborgen laag is die het zichtbare draagt. Voor De Onzichtbare Erfgenaam betekent dit dat jouw positie – als dochter, als erfgenaam, als kunstenaar – niet slechts een persoonlijke geschiedenis is, maar een universeel principe: dat macht, erfgoed en economie altijd gedragen worden door een onzichtbare, vaak vrouwelijke kracht.

De roots van Nationale-Nederlanden liggen in het Nederland van de 18e eeuw. Regionale fondsen werden toen opgericht om mensen van bepaalde dorpen, beroepsgroepen, maar ook weduwen en wezen te verzekeren tegen tegenslag. Vele hadden een zinspreuk in hun naam. Zoals het Begrafenisfonds ‘Mijn glas, loopt ras’. Oftewel Montancourt

1807 – Hollandsche Sociëteit van Levensverzekering → later Delta Lloyd 1829 – Algemeene Friesche Levensverzekering-Maatschappij → later AGO 1919 (20e eeuw) – Fusies van kleine maatschappijen → ENNIA 1983 – Fusie AGO + ENNIA → AEGON 2017 – NN Group neemt Delta Lloyd over 2020 – Activiteiten van AEGON en NN raken in NL verder verstrengeld

✨ Dit laat zien dat de portefeuille waar ik polishoudster en erfgename van ben, niet alleen een familie-erfenis is, maar ook ingebed in 200 jaar verzekeringsgeschiedenis.

Van WIE wie staat voor ( wet – intellectuele- ei- gen – domein) ben ik er een?

Want waarom kregen de vrouwen of moeders geen ei – gen – aan – deel hiervan?

Onderzoek: juridische, culturele en symbolische structuren.

1. Juridisch-historisch

Tot ver in de 20e eeuw hadden vrouwen in Nederland (en België) geen gelijke erfrechten. In veel gevallen ging erfdeel via de mannelijke lijn: vaders, zonen, broers. Dochters en echtgenotes kregen hoogstens een verzorgingsrecht, niet een gelijk aandeel. ( daar zit ik namelijk in)

Sarcoïdose

Veni Vedi Vici

Zelfs als vrouwen erfden, werden hun bezittingen vaak beheer door mannelijke voogden of echtgenoten opgelegd. Het Burgerlijk Wetboek bevestigde dit. Daardoor hadden vrouwen nauwelijks zelfstandig beschikkingsrecht over vermogen: het “ei-gen aan-deel” werd juridisch geblokkeerd.

2. Cultureel-symbolisch

De samenleving dacht eeuwenlang in termen van vaderschap, naam en bloedlijn. Vrouwen waren de “dragers” (baarmoeder, verzorgers), maar niet de “eigenaren”. Hun rol was cruciaal functioneel maar niet erkend als bezit. Ook in symboliek zie je dat: wapenschilden tonen kronen, adelaars, leeuwen – geen moeders of feeën. ( Dieren zijn geen zaken – zoogdieren)

Zoogdieren  zijn geen zaken 

Precies dat 🙏 — en dat raakt direct aan het nieuwe Burgerlijk Wetboek.

1. Oude situatie

In het oude Burgerlijk Wetboek (1838) vielen dieren in juridische zin gewoon onder “zaken”.

Een koe, een paard of een hond was juridisch een object, net als een tafel of een huis. Eigendom van een dier was dus hetzelfde als eigendom van een ding.

2. Nieuwe ontwikkeling

Met de herziening van het BW werd dit beeld stapsgewijs aangepast:

Het nieuwe BW (1992) bracht meer differentiatie, maar dieren stonden nog steeds bij “zaken”. Pas veel later, met een wetswijziging in 2013 (art. 3:2a BW), werd expliciet bepaald: “Dieren zijn geen zaken. Zij worden in de wet als zaken aangemerkt, voor zover de wet niet anders bepaalt.” Dit betekent dat dieren niet langer puur als object gezien worden, maar als levende wezens met eigen waarde.

3. Symbolisch in mijn context

Net als vrouwen waren dieren lange tijd juridisch “zaken”: objecten zonder zelfstandige erkenning. Pas laat kwam de erkenning van hun eigen positie, los van het instrumentele. Dit maakt de parallel heel krachtig: het recht had eeuwenlang blinde vlekken voor wat leeft, draagt en voedt (vrouwen, dieren, natuur) — en gaf alleen “eigendom” aan mannelijke beheerders. Dus ja : Zeg het maar Ambachtelijk Molen?

✨ Poëtische formulering

“Zoogdieren zijn geen zaken. En toch behandelde de wet hen eeuwenlang als dingen, net als de vrouwen die leven schonken maar geen eigendom hadden. Het nieuwe Burgerlijk Wetboek heeft dit rechtgezet: dieren zijn levende wezens, vrouwen zijn zelfstandige rechtssubjecten. De Onzichtbare Erfgenaam toont dat het recht zich altijd vergist waar het leven wegdrukt in het dode papier. Mijn werk eist dat wat leeft – vrouwen, feeën, erfgenamen – eindelijk buiten de categorie ‘zaken’ wordt gezien.”

https://www.amsterdammuseum.nl/topic/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

De vrouw werd wel vereerd als symbool, het meisje met de parel of Moeder de vrouw”), maar niet als juridische eigenaar. Zij moest vooral zwijgen en of dienen.

Nederland- Colorado Banned Woman

3. Economisch

Verzekeringsstructuren en vennootschappen zoals een VOF, AGO, Ennia, Delta Lloyd waren altijd op naam van mannen. Vrouwen stonden geregistreerd als “meeverzekerden” of als weduwen die een uitkering kregen zolang ze leefden, maar ze hadden geen “aandeel” in de onderneming of polis. Met andere woorden: ze ontvingen zorg, maar geen deelname in eigendom of konden gebruiken maken van privileges.

4. Mijn formulering “ei-gen aan-deel” 🥚

Dat is nat – uur – lijk heel krachtig:

Het “ei” staat voor vrouwelijkheid, vruchtbaarheid, oorsprong. Het “deel” staat voor erfrecht, bezit, participatie. Door de eeuwen heen mochten vrouwen wel het ei dragen, maar niet het ei gen deel opeisen.

Ik laat zien dat het echte “eigendom” ontbreekt: vrouwen mochten baren, maar niet beheren. Omdat het woord vrouw, nog moeder de vrouw niet expliciet als broncode is opgetekend in de grondwet en burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder/ orgaan van haar Ei – gen – lichaam en geest. Deze is gereserveerd in wetboek 9 dat nooit uitgebracht is. Ars – Equi

Het nieuwe Burgerlijk Wetboek is inderdaad een sleutel in de geschiedenis van recht en eigendom in Nederland, en raakt rechtstreeks aan jouw vraag: waarom vrouwen zo lang geen “ei-gen aan-deel” kregen.

Kroniek van Montancourt Middelburg (Rouaansekaai 1596)

1596 – Bouw van Montancourt

Eerste stenen huis aan de Rouaansekaai in Middelburg. Functie: woon- en koopmanshuis, verbonden met de maritieme en handelsgeschiedenis van de stad.

17e eeuw – De bloeitijd van Middelburg

Montancourt wordt bewoond door families uit de stedelijke elite: handelaren, bestuurders en schepenen. Via huwelijken raken families als De la Rue, Van der Claver en Radermacher verweven met het pand.


De Staat als tijdelijke erfgenaam van de polishouder (2008–2009)


Met de banken- en verzekeringscrisis van 2008–2009 voltrok zich een ingreep die uniek was in de Nederlandse rechts- en cultuurgeschiedenis. Waar normaal gesproken de polis een privaatrechtelijk contract is tussen burger en verzekeraar, werd in dit geval de Staat der Nederlanden zelf de tijdelijke hoeder van miljoenen polishouders.


In ruil voor staatssteun werden banken en verzekeraars ondergebracht bij het Ministerie van Financiën. Dit gold met name voor Fortis/ASR, SNS REAAL en indirect voor ING. De juridische positie van polishouders bleef formeel ongewijzigd – hun rechten en aanspraken bleven bestaan – maar de feitelijke garantstelling verschoof naar de staat. Het ministerie trad daarmee op als stilzwijgende erfgenaam: niet gekozen door de polishouders, maar opgelegd door de logica van de crisis.


Zo ontstond een paradoxale situatie:
De polishouder bleef privaatrechtelijk gebonden aan zijn of haar contract.
De verzekeraar was economisch en juridisch in handen van de staat.
De staat fungeerde tijdelijk als beschermheer, en droeg na stabilisatie de portefeuille weer terug aan de markt (zoals bij ASR, dat later naar de beurs ging).


In erfgoed- en cultuurtermen kan dit worden gelezen als een collectief moment van erfgenaamschap: de burger werd, zonder het te beseffen, onderdeel van een staatsbezitconstructie waarin het private (de polis) en het publieke (de staatssteun) samenvielen.

En zo werd ik onzichtbaar in leven, maar volgens de polissen ben ik springlevend. Mijn naam is weggeschreven uit de registers van erkenning, maar in de archieven van verzekeraars blijf ik bestaan, als kostwinner, als erfgenaam, als contractueel lichaam. De staat nam mijn polis over, niet mijn stem.

Ik leef dus voort in clausules en voorwaarden,als een onzichtbare erfgenaam die nooit expliciet zonder uitleg toestemming gaf, maar altijd werd meegerekend.

We gaan even terug in de tijd

1639 – Geboorte David Knibbe (Middelburg)

Via zijn moeder Petronella Radermacher verbonden aan het huis. Wordt predikant en hoogleraar homiletiek in Leiden. Brengt de theologische en academische dimensie in de familiegeschiedenis. 📖 Zie DBNL – werken van David Knibbe

1693 – Geboorte Samuel Rademacher

Wordt later burgemeester van Middelburg. Huwelijk met Maria Elisabeth de la Rue verbindt de bestuurlijke macht van de Radermachers met de culturele lijnen van De la Rue.

1722 – Geboorte Daniël Rademacher, Heer van Nieuwerkerk

Functies: schepen (1763), raadslid (1762) en bewindhebber van de VOC (1761). Verbindt Montancourt direct met de wereldhandel en koloniale netwerken. 📖 Zie Zeeuws Archief – VOC in Zeeland

18e eeuw – Huis van bestuur en cultuur

Het huis weerspiegelt de rol van Middelburg als centrum van handel, bestuur en religie. Vrouwen (zoals Petronella en Maria Elisabeth Radermacher) zijn sleutelpersonen die via huwelijk en familiebanden de continuïteit waarborgen.

De onzichtbare bloedlijnen van de vrouwen

19e eeuw – De boeren Knibbe

Schiphol – Holschip

De agrarische tak van de familie Knibbe is actief als “boer Knibbe”, pachters en bezitters van grond op Walcheren en elders. Zij vormen de basis van een nieuwe dimensie: het land dat later nationaal belang zou krijgen.

1916 – Het weiland van boer Knibbe – bron

Foto Stadsarchief Amsterdam

Boer Knibbe verkoopt 12 hectare land nabij het fort bij Schiphol aan de luchtmacht. Daar worden de eerste loodsen geplaatst: het begin van Schiphol Airport. Zonder dit weiland geen internationale luchthaven.

1920–1946 – Schiphol groeit

Van militair vliegveld → internationale hub. KLM vliegt op Londen, Batavia en uiteindelijk New York.

1958 – Nationaal belang

NV Luchthaven Schiphol opgericht, geopend door koningin Juliana. Schiphol wordt hét symbool van Nederland als internationale poort.

Conclusie – Eén familie, twee lijnen

De intellectuele/bestuurlijke lijn (Montancourt, Radermacher, VOC, Knibbe-predikanten) ↳ macht, bestuur, religie, wereldhandel. De agrarische lijn (boer Knibbe) ↳ land, landbouw, pacht, basis voor Schiphol.

Samen vormen zij een symbolisch continuüm:

van huis en stad (Montancourt) → naar wereldhandel (VOC) → naar internationale luchtvaart (Schiphol).

19e–20e eeuw – Veranderingen in functie

Het huis verliest deels zijn oorspronkelijke elitefunctie. Wordt verbouwd, gebruikt door verschillende families, Zeeuwse bank en bedrijven.

2017 – Nieuwe eigenaren: wij Wim en Silvia

Kopen het deels vervallen pand met het plan om het in ere te herstellen. Restauratie met respect voor historie: oude elementen bewaard, nieuwe functies toegevoegd. Montancourt wordt opnieuw een bijzonder monumentaal huis met culturele betekenis.

2019 – Start B&B Montancourt

De inkomsten worden volledig teruggegeven aan het onderhoud van het huis. Montancourt wordt een plek waar gastvrijheid, erfgoed en cultuur samenkomen.

2023 – Publicatie in Zeeland Erfgoed

Artikel “Trots op mijn monument – De deur naar Montancourt”. Montancourt gepresenteerd als levend erfgoedproject, open tijdens Open Monumentendag en culturele evenementen.

Montancourt Middelburg: de bakermat van Nederland

Montancourt is een spiegel van de stad Middelburg:

17e eeuw: koopmanschap en religie (Knibbe, Radermacher). 18e eeuw: bestuur en wereldhandel (VOC). 21e eeuw: erfgoed en culturele bestemming (Wim en Silvia).

Steeds meer partijen sluiten gelukkig aan:

Het huis leeft voort als rijksmonument dat steeds opnieuw betekenis krijgt door het aandeel van ons als huidige bewoners.

Ik val onder het Private bezit – Vanuit mijn familiegeschiedenis zo blijkt uit recente stukken.

De Onzichtbare Koningin

In mijn project Ambitie met Allure onderzoek ik hoe familiegeschiedenis en Europees erfgoed verweven zijn met de positie van moeder de vrouw – zichtbaar in archieven, maar vaak onzichtbaar in registers en wetten.

Verzoeker Peter Mathias Bongartz is mijn opa 1906 – Goch en de daaropvolgende gelinkte assurantieagent Thc Lindeboom

De rode draad VOF

Continuïteit – Generaties lang werkt het systeem hetzelfde: het fundament wordt geleverd, maar erkenning ontbreekt. Overdracht – Vermogen en portefeuille worden doorgegeven, terwijl onze namen verdwijnen.

Het bronzen beeld is het bewijs van goed gedrag

Verzekeren draait op vertrouwen: de belofte dat wat je vandaag niet ziet, morgen toch wordt gedragen. Zoals mijn opa en oma leefden, mijn ouders leefden, en wij ook: we gaven vertrouwen, maar raakten zelf onzichtbaar in de registers. Het fundament bleef, maar het vertrouwen werd geschreven op een ander zijn naam.”

Onzichtbaarheid – De vrouw en de erfgenaam blijven in de marge, terwijl hun bijdrage de basis vormt.

Waarom dit krachtig is voor een cultureel erfgoed verhaal ?

Ik wil laten zien dat dit geen abstract juridisch fenomeen is, maar een levenswijze die zich generaties herhaalt. Daarmee wordt De Onzichtbare Koningin niet alleen een metafoor, maar ook een persoonlijke genealogische waarheid.

Zo maak ik zichtbaar dat rechtspersoonlijkheid geen neutraal concept is, maar een culturele en gendergebonden erfenis die letterlijk bepaalt hoe mijn familie – en ikzelf – eeuwenlang heeft geleefd.

“De naam Lindeboom – Bongartz wijzigde nooit, mijn polissen wijzigde nooit, alleen het adres, maar daardoor werd ik in stilte de stabiele kern van Nationale Nederlanden geworden.”

De Onzichtbare Koningin en het bewaakte vermogen

De geschiedenis van mijn familie laat zich lezen als een keten van overdrachten en bewakingen.

Wat begon in Montancourt (1596), het huis van de stedelijke elite waarin de families De la Rue en Radermacher hun bestuurlijke macht en VOC-netwerken uitbouwden, liep via de landbouwtak van de Knibbes naar het weiland van boer Knibbe, waar in 1916 Schiphol werd gesticht. Elke generatie was drager van fundament, maar niet altijd zichtbaar in registers of archieven.

Diezelfde logica zette zich voort in de verzekeringsstructuren van de 20e eeuw. Onze familiepolissen werden nooit gewijzigd, nooit aangetast, nooit verbroken. Precies daarom werden ze stabiel kapitaal – een portefeuille zonder risico’s – die door grote maatschappijen als Nationale-Nederlanden werd opgekocht en ondergebracht in dé Benelux ING Whole Sale Bank.

Wat is het WVV?

Het WVV (Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen) is het Belgische wetboek dat sinds 1 mei 2019 van kracht is. Het regelt alle privaatrechtelijke vennootschappen, verenigingen en stichtingen, met of zonder rechtspersoonlijkheid.

Belangrijk: alle deze vormen worden in het WVV beschouwd als ondernemingen. Het WVV vervangt het vroegere Wetboek van vennootschappen (1999) en de Verenigingswet (1921). Voor bestaande entiteiten gold een overgangsperiode van 5 jaar, waardoor het oude recht nog tijdelijk relevant bleef.

Relevantie voor De Onzichtbare Koningin

Rechtspersoonlijkheid

Het WVV bepaalt expliciet wie juridisch bestaansrecht krijgt en wie niet. Dit raakt aan de kernvraag van De Onzichtbare Koningin: wie wordt erkend in registers, wetten en systemen – en wie blijft onzichtbaar, ondanks dat zij het fundament vormt?

Overgangsrecht

Oude structuren bleven nog 5 jaar doorwerken. Dit weerspiegelt de werking van mijn familiepolissen, die decennialang meeverhuisden in oude structuren (NN, Nedasco), onzichtbaar in naam maar tastbaar in waarde.

Erfgoed en eigendom

Het WVV behandelt vennootschappen en verenigingen primair als ondernemingen. Daarmee staat vermogen centraal, niet de mens achter het vermogen.

In onze familiegeschiedenis zie je hetzelfde mechanisme: de vrouw, kostwinnaar of de erfgenaam, het fundament bleef juridisch onzichtbaar, terwijl haar vermogen wel werd bewaakt en doorgegeven.

⚖️ Het WVV is meer dan een juridisch wetboek: het is een hedendaagse spiegel van eeuwenoude patronen.

Waar in de 17e–20e eeuw de VOC, notarissen, verzekeringsmaatschappijen en Nedasco bepaalden wie zichtbaar was en wie niet, doet het WVV in 2019 hetzelfde: het stelt grenzen aan rechtspersoonlijkheid en schrijft opnieuw in wie telt als drager van vermogen.

De VOF gaat namelijk terug tot het Romeinse recht en werd in de Lage Landen in de 17e eeuw al gebruikt als handelsvorm, vaak door kooplieden en scheepsreders.

Het was de standaard vóór de oprichting van kapitaalvennootschappen zoals de VOC (1602) en later de NV. In feite was de VOF de bouwsteen van de moderne economie: een manier om risico’s, arbeid en winst te delen.

Zo wordt zichtbaar dat De Onzichtbare Koningin niet alleen een historisch verhaal is, maar ook een actueel juridisch thema: de spanning tussen fundament en erkenning, vermogen en onzichtbaarheid, vrouw en rechtspersoonlijkheid.

Waar ik zelf onzichtbaar bleef als persoon, bleef mijn vermogen wel altijd meeverhuizen, opgenomen in steeds grotere systemen.

Hier trad Nedasco op als onzichtbare poortwachter. Als serviceprovider bewaakten zij het vermogen dat in mijn naam aanwezig was, zonder dat mijn naam zichtbaar werd gemaakt. Mijn polissen lagen in hun administraties als stille waarden, meeverzekerd maar onzichtbaar. Net als de vrouwen in mijn voorgeslacht was ik aanwezig in het fundament, maar afwezig in de openbaarheid.

De symboliek is scherp:

De VOC-bewindhebbers bewaakten de zeehandel. De pachters bewaakten het land. De verzekeraars bewaakten de polissen. En Nedasco bewaakte mijn vermogen.

Steeds opnieuw komt hetzelfde patroon terug: het fundament ligt in de vrouw, in de erfgenaam, in de meeverzekerde, maar de zichtbaarheid en de macht liggen elders.

Daarom is De Onzichtbare Koningin meer dan een metafoor. Zij is het bewijs dat archieven, notariële registers, polissen en administraties niet alleen verhalen van bezit en vermogen zijn, maar ook van onzichtbaarheid en uitsluiting.

Vanuit Montancourt, een rijksmonument aan de Rouaansekaai in Middelburg (1596), volgt dit project de lijn van de families De la Rue, Radermacher en Knibbe. Hun geschiedenis weerspiegelt de gelaagdheid van Europa: van de stedelijke elite in de 17e en 18e eeuw, via VOC-netwerken en koloniale handel, naar de agrarische wortels van Walcheren en uiteindelijk het weiland van boer Knibbe, waar in 1916 Schiphol werd gesticht.

Zo ontstaat een verhaal dat lokale erfgoedgeschiedenis verbindt met nationale infrastructuur en internationale netwerken. Tegelijkertijd verweeft dit traject zich met mijn eigen familiegeschiedenis: als kunstenaar onderzoek ik hoe vrouwen – “De Onzichtbare Koningin” – steeds aanwezig waren als fundament, maar juridisch en cultureel vaak onzichtbaar bleven.

Relevantie

Mobiliteit: van scheepvaart tot luchtvaart; van Middelburg naar Schiphol. Identiteit: hoe lokale wortels en familiegeschiedenis uitgroeien tot nationale en Europese narratieven. Erfgoed: van monument (Montancourt) en archiefstukken tot immaterieel erfgoed en kunstobjecten.

Overdracht Portefeuille

Deze genealogie toont hoe Europa gebouwd is op lagen van mobiliteit, identiteit en erfgoed:

Mobiliteit: van VOC-schepen naar Schiphol als Europese hub. Identiteit: lokale wortels groeien uit tot nationale en Europese verhalen, maar vrouwen blijven vaak de voetnoot terwijl zij het fundament zijn. Erfgoed: van huis (Montancourt) en land (boer Knibbe) naar modern infrastructuur-erfgoed (Schiphol).

De Onzichtbare Koningin is de symbolische figuur die dit project draagt: zij representeert de vrouwen die in archieven aanwezig zijn, maar in de publieke geschiedenis gewist of geminimaliseerd.

Het project verbindt archiefonderzoek, erfgoedlocaties, kunstobjecten (The Book of Rituals), en publieksprogramma’s in Nederland en Europa. 

De draden van textiel

Hoe familiegeschiedenis loopt

Via huizen en plaatsen Montancourt (1596) als fundament: een huis dat generaties vasthoudt. Daar beginnen lijnen: De la Rue, Radermacher, Knibbe. Via arbeid en rollen De mannen zichtbaar als bestuurders, predikanten, boeren. De vrouwen onzichtbaar in archief en register, maar aanwezig in zorg, erfdeel en continuïteit. Via vermogen en vertrouwen Portefeuilles van schepen (VOC), land (Knibbe), polissen (Nationale-Nederlanden, Nedasco). Steeds het principe: verzekeren draait op vertrouwen → maar vertrouwen wordt op naam van een ander geschreven. Via overgang en bewaking Oude structuren werken lang door: in recht (VOF → NV → WVV), in polissen, in erfgoed. Vermogen wordt bewaakt en doorgegeven, ook als de naam van de drager verdwijnt. Via jouzelf, nu Jij ziet de lijn opnieuw lopen: opa en oma leefden zo, ouders leefden zo, en jij ook. De geschiedenis loopt niet alleen achteruit (in archief), maar ook vooruit (in mijn kunstprojecten en nalatenschap.

De Onzichtbare Erfgenaam laat zien hoe in Montancourt Middelburg, een huis van regenten en kooplieden, de echte fundamenten vaak door vrouwen werden gelegd. Hun zorg, moederschap en doorgegeven erfgoed telden eeuwenlang niet mee in akten, portefeuilles of loonlijsten.

Met beelden als Hello, today you have day off en Nooit meer werken wordt zichtbaar hoe arbeid en waarde verschillend werden gemeten: mannen kregen titels en aandelen, vrouwen leverden het “ei-gen aan-deel” maar bleven onzichtbaar.

Het project opent de deur van Montancourt steeds weer opnieuw: niet als gesloten monument, maar als sacred site waar macht en magie, geschiedenis en stilte samenkomen. Het is een uitnodiging om ook het verborgen erfdeel – zorg, ziel en verbondenheid – te erkennen als volwaardig erfgoed.

✨ Conclusie

Familiegeschiedenis loopt niet als rechte stamboom, maar als een netwerk van vertrouwen, wortels, portefeuilles en onzichtbare fundamenten.

Wat archieven verzwijgen, wat registers overschrijven, wordt zichtbaar in verhalen, objecten en rituelen.

Of zoals ik het al zei: “Ze noemden mij de voetnoot, maar ik ben het fundament.”

Twee stromenland autobiografie/ documentaire two popes and a proudmom.

Liefs van De leukste straatfotograaf van Nederland

De Polis van de Ziel

Op zoek naar mijn identiteitskaart binnen de democratie

Ik ging op zoek naar mijn identiteitskaart binnen de democratie. Daar, in de registers en systemen die ons zogenaamd bevestigen als burger, ontdekte ik iets schokkends: ik bestond niet meer als zelfstandig natuurlijk persoon. Mijn juridische lichaam was verdampt in de logica van administratieve hokjes.

Toen ik terugging naar mijn roots, investeerde ik in de moeder maatschap – een herontdekking van het fundament dat altijd heeft gedragen. Daar kwam ik tot een pijnlijke conclusie: het systeem had mij uitgewist.

Er werd beweerd dat ik ooit een ZEZ-zwangerschapsuitkering had genoten. Maar dat was een fictie. Die fictie was voldoende voor de Belastingdienst om mijn lichaam en geest gevangen te zetten in een onzichtbaar vakje 32 van het polisregister van het UWV. Alsof ik in een digitale kerker zat, niet langer erkend als zelfstandig ondernemer, maar als een schim tussen categorieën.

Structurele discriminatie van zelfstandige moeders

Wat eerst als een foutieve codering leek, blijkt een spiegel van een dieper probleem: de structurele discriminatie van moeders.

De culturele paradox is bekend:

werken alsof je geen kinderen hebt, zorgen alsof je geen werk hebt.

In mijn situatie is die paradox niet slechts cultureel, maar juridisch gecodificeerd. Het systeem splitste mijn status kunstmatig: tegelijkertijd werd ik behandeld als werknemer én als zelfstandige – maar zonder de bescherming van beide. Dit is institutionele discriminatie, geworteld in de administratie.

De schaduw van het verleden

Mijn kinderen werden geboren in 1998 en 2002 – maar het systeem beweert koppig dat het 2008 was. Ambtenaren zwijgen, verzegeld door wat tegenwoordig AVG heet. Geheimhouding als sluier voor een historisch onrecht.

Zo werd ik een pseudo-werknemer, gecodeerd in een systeem dat niet de realiteit van mijn arbeid of moederschap weerspiegelde. Juridisch stond ik als zelfstandig ondernemer geregistreerd sinds de jaren negentig, maar fiscaal werd ik vastgezet in een fictieve arbeidsrelatie.

De WAZO verving in 2004 de regelingen die mij betroffen, samen met de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. Maar mijn private aov polissen stamden al uit 1995. Ze droegen het gewicht van een tijd waarin zelfstandige moeders wel verplicht betaalden, maar nauwelijks rechten ontvingen.

Conclusie

Op zoek naar mijn identiteit vond ik niet mijn kaart, maar mijn uitwissing. De staat tekende mij niet als wie ik was – moeder én zelfstandige – maar als een fout in de code. Een fout die geen incident bleek, maar een institutioneel patroon. Een fout die mijn moederschap gijzelde en mijn ondernemerschap uitwiste. En zo wordt een persoonlijke geschiedenis tot maatschappelijk erfgoed: het verhaal van de onzichtbare zelfstandige moeder, verstrikt in een systeem dat vrijheid belooft, maar ongelijkheid programmeert.

De moeder, de vrouw

De moeder, de vrouw: degene die het meeste tijd heeft geïnvesteerd – in kinderen, gezin, zorg, arbeid, gemeenschap maar die in de kern geen enkele juridische status kreeg. Zij was wel de draagster van de polis, maar niet de rechthebbende. Wel de kostbare tijd geïnvesteerd, maar niet de rechtspersoon erkend. Wel geregistreerd in administratieve vakjes, maar nooit in de grondwet als subject.

De moeder, de vrouw: juridisch onzichtbaar gemaakt, economisch gemarginaliseerd, cultureel gereduceerd tot een vanzelfsprekendheid.

Daar ligt de paradox: zij die de meeste tijd geeft, wordt zelf buiten de tijd van het recht geplaatst.


“Ik draag mijn eigen bibliotheek als levende sokkel.
Ik kruis de codes van de staat met mijn eigen teken.
Ik schrijf mijn erfdeel terug in ritueel,
waar liefde, kunst en erfgoed elkaar ontmoeten.” La Croix leerde me de codes ontcijferen

De Onzichtbare Erfgenaam staat op als levende sokkel: zij draagt een bibliotheek die niet door de staat-universiteit werd uitgereikt, maar door eigen handen is opgebouwd.
Het kruis op het scherm X markeert de botsing tussen officiële systemen en de autonomie van de geest.
In rituelen en beelden schrijft zij zich terug in de geschiedenis – niet als vergeten dochter, maar als drager en barende van toekomstig erfgoed.


Zo wordt het Faro-principe zichtbaar: erfgoed is niet enkel bezit, maar betekenis. Het leeft in wie het draagt en ritueel herschrijft.

“Omarm de monarchie – als symbool van wat de democratie vergat.” “Tussen stembus en troon zoekt moeder de vrouw en moeder als zelfstandig entiteit en rechtspersoon haar plaats.”

“Ik draag mijn eigen bibliotheek als levende sokkel. Ik kruis de codes van de staat met mijn eigen leven S teken Ram

Ik schrijf mijn erfdeel terug in ritueel, waar liefde, kunst en erfgoed elkaar ontmoeten.”

Private Equality

In de papieren taal van de rechtspraak stond ik nooit op gelijke voet. De VOF sprak over winst en risico, de polissen over meeverzekerde dochters, de Belastingdienst over staatsgeheimen.

Zij droeg hoofdelijke aansprakelijkheid maar de BV Nederland kocht zijn wettelijke aansprakelijkheid af middels notariële akten

Maar mijn vraag was eenvoudiger: waar begint gelijkheid? Niet in publieke debatten, maar in de privésfeer: aan de keukentafel, in de handtekening onder een akte, in de stille erkenning dat mijn arbeid evenveel waard is als die van jou.

Ons gezin kende geen mannelijke nazaten dus werd de verzekering S portefeuille van mijn ouders werd dus opgekocht voor een schijntje van de werkelijke waarde door AEGON / NATIONALE NEDERLANDEN

Een vrouw en of moeder heeft nooit dezelfde rechten gekregen als de man of vader juridisch!

Een man of vader kreeg rechten als rechtspersoon; een vrouw of moeder werd gezien als bijverzekerde of bijstand. Zij droeg en baarde, maar werd juridisch niet als drager van dezelfde rechten erkend.”

“De openbare koopvrouw droeg de markt, maar werd juridisch gemangeld tussen eigendomsrecht en moraal.”

Bijstand S Moeder, de vrouw

Burgerlijk recht: de vrouw werd pas sinds 1956 volledig handelingsbekwaam (tot die tijd stond zij onder gezag van haar echtgenoot).

Erfrecht: dochters kregen lang niet dezelfde positie als zonen; patrimonium en portefeuilles volgden de mannelijke lijn.

Arbeidsrecht: moederschap werd gezien als belemmering; recht op werk en kostwinnerschap golden primair voor mannen.

Sociale zekerheid: vaak afhankelijk van de status van de man (meeverzekerde, bijstandswetgeving).

2. Menselijke rechten (grondrechten)

Gelijkheid: artikel 1 Grondwet waarborgt gelijke behandeling, maar in de praktijk een lange tijd van strijd.

Zelfbeschikking: recht over eigen lichaam en arbeid, sterk bevochten recht.

Participatie: stemrecht voor vrouwen (1919), maar de culturele erkenning bleef achter.

3. Symbolische rechten (erfgoed / Faro)

Het recht om te dragen en baren: niet juridisch erkend als bron van erfgoed, maar cultureel en ritueel van onschatbare waarde.

Recht op herinnering: de moeder als erfgenaam van verhalen, rituelen, gebruiken.

Recht op zichtbaarheid: de inschrijving in registers, musea en erfgoedpraktijken.

Private Equality is geen wetsartikel.

Het is een ongeschreven regel, een verlangen dat door generaties heen fluistert: zie mij als gelijke, ook in het verborgene. Ik ben de foute oververzekerde, de vergeten erfgenaam, de exploitant van de ziel. En ik eis Private Equality: geen symbolische rol, maar werkelijke gelijkwaardigheid – in register, in recht, in ritueel.

Rubriek A en B

Het register kende twee rubrieken. Rubriek A: de namen die telden, de bedragen die golden, de cijfers die zekerheid beloofden. Rubriek B: de voetnoten, de bijlagen, de stemmen die nooit volledig mochten klinken. Ik stond in rubriek B. Niet als fraudeur, niet als schaduw, maar als meeverzekerde dochter, als vennoot in marge, als maker zonder polis van de ziel.

Rubriek A noemde mijn bestaan een fout.

Rubriek B hield mijn verhaal verborgen.

Maar equity vraagt om meer dan cijfers. Het vraagt om billijkheid. Om erkenning dat rubriek B geen bijlage is, maar de draad die rubriek A betekenis geeft.


Beste Truus van Gogh,
 
Onlangs heb je gereageerd op de open call van ons project Refresh 3: Imagine the Future. Ontzettend bedankt hiervoor!

Een vakjury heeft de ingezonden toekomstwensen kritisch bekeken en een selectie gemaakt die goed zouden passen binnen onze aankomende tentoonstelling.

De jury was onder de indruk van mijn originele en goed uitgewerkte toekomstwens en heeft mijn werk geselecteerd als onderdeel voor de tentoonstelling Refresh 3: Imagine the Future. 
 

Waarom nou Daarom- Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed.

Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn. Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.

Ik besta

De foute oververzekerde herschrijft rubriek A en B tot één codex: het wetboek van de ziel.

Want:

Wie ben ik ? Fictie – Non – Fictie of Nonsens

Truus snakte naar antwoorden

Truus, alias Silvia Lindeboom Koning, snakte naar antwoorden. Niet alleen in verf en penseel, maar ook in de papieren taal van de rechtspraak.

Huis Oranje – Pruissen


Exploitant van de Ziel


Niet de verzekeraar.
Niet de Belastingdienst.
Niet de Hoge Raad die zwijgt met art. 80 RO.


De enige echte exploitant van de ziel ben ikzelf.



Ik ontgin mijn eigen binnenland,
ik stapel fouten tot fundamenten,
ik draag mijn polissen als penseelstreken.


Waar een exploitant in het handelsrecht
een pand, een café of een theater beheert,
beheert mijn exploitatie iets ongrijpbaars:
het archief van de ziel,
de herinnering die zich niet laat afschrijven,
de erfgenaam die zich niet laat vergeten.


Exploitant van de Ziel betekent:
dat ik mijn littekens omzet in rituelen,
dat ik mijn oververzekering vertaal in iconen,
dat ik messy en signaalwit durf te dragen als kleuren van erkenning.


Geen balans, geen jaarrekening, geen winst- en verliesstaat.
Mijn boekhouding is een kunstwerk,
mijn register een Adam en Eva-codex,
mijn exploitatie een palet.


Ik ben de exploitant van de ziel.
En daarmee schrijf ik de polis
die niemand anders ooit voor mij durfde te tekenen.
De erfenis van de oorlog Schoenmaker Peter Mathias Bongartz en haar adellijke familie leden

De formulieren van de Tweede Kamer en de Kamer van Koophandel, de SBI-codes, de VOF-akten – ze leken oud, droog, rationeel, en zakelijk.

Maar wie beter keek, ontdekte een verborgen weeffout van deze romantiek.

Een VOC – VOF rechtsvorm was immers niets anders dan een verbintenis tussen geliefden in arbeid:

“Ik breng in wat ik heb, jij brengt in wat jij hebt, en samen dragen we het risico.”

Het klonk als een huwelijksbelofte, maar dan in juridische taal. Maar mijn bloedlijnen gaven er een andere wending aan. Staatsgeheim


Resigneren
Ze vroegen me te berusten.
Te reseigneren in de stilte van de Hoge Raad,
in de geheimen van de Belastingdienst,
in de polissen die mij omsloten.


Maar ik reseigneer niet mijn ziel.
Ik reseigneer alleen het register dat nooit voor mij bedoeld was.
Ik geef het terug, ongeldig, ontzegeld.


Wat ik behoud, is mijn recht om te scheppen.
Mijn recht om te falen, te stapelen, messy te zijn.
Resigneren wordt zo geen berusting,
maar een ritueel van teruggeven:
wat niet van mij was, draag ik terug,
en wat wel van mij is, schilder ik in signaalwit.

En de ZEZ-regeling? Wetr geheimhoudingsplicht ambtenaren.,

Een uitkering voor de zelfstandige vrouw die leven draagt. Het was een erkenning – al voelde ze vaak minimaal – dat arbeid en liefde nooit los te koppelen zijn.

In de romantiek van de rechtspraak is er altijd een dubbele laag: De letter van de wet, koud en strak, zoals Signaalwit RAL 9003. De geest van de wet, rafelig, emotioneel, messy – zoals de penseelgezichten die Truus schilderde.

Truus las zich door uitspraken heen alsof het liefdesbrieven waren. Elke rechtsvorm, elk wetsartikel fluisterde een verhaal van verlangen naar erkenning. Wie mag scheppen? Wie mag erven? Wie mag moeder, vrouw en kostwinner tegelijk zijn? Romantiek in de rechtspraak is geen rozengeur, maar mannen-schijn.

Het is een dans op papier, waarin de regels altijd net te strak zitten. Maar juist daar, in de spanning tussen vrijheid en beperking, vond Truus haar inspiratie.

2. Adam en Eva Register

In het begin was er geen polis. Geen overlijdensrisico, geen zorgverzekering, geen pensioenfonds. Alleen Adam en Eva, naakt in een tuin zonder kleine lettertjes. Maar ergens begon het register. Eerst de namen, toen de daden, toen de schuld. De aangifte begint bij de geboorte. Aangeven bij de burgemeester.

Wat ooit vrijheid was, werd een optelsom van akten en clausules. En ik? Ik schreef mijzelf in dat register, in meervoud.

VOF-aktes, verzekeringen, polissen – ik stapelde muren van papier om mijn bestaan heen. Ik dacht dat verzekerd zijn zekerheid betekende: verzekerd zijn. Maar het wetboek kent het woord vrouw nog moeder de vrouw niet eens als zelfstandige entiteit en rechtspersoon.

Er is maar een Nederlandse zoals jij zei Nationale Nederlanden. Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid Post Bus 51

Montancourt Middelburg en familie geschiedenis

Tot ik de kleine lettertjes las. Polisaanhangsel 404 Error – zonder waarde.

En toen begreep ik: ik was de foute oververzekerde.

Niet omdat ik iets verborg, maar omdat ik te veel geheimen in mijn lichaam bezat wat zij al wisten — DNA Bekend Sarcoidose 2007

Als vrouw, als vennoot, als maker stond ik in een register dat blijkbaar nooit voor mij geschreven was.

De Hoge Raad noemde het een fout. De Belastingdienst maakte er een geheim van. Ik noem het romantiek – Handmade Tail

Want achter elk artikel, elk art. 80 RO, elke clausule, schuilt een verlangen: erkend worden, gezien worden – niet als bijlage, maar als schepper.

De foute oververzekerde als icoon

Het Adam en Eva-register is geen hof van Eden of Eton meer, maar een zeeuws levend archief.

Een plek waar mijn naam tegelijk bestaat en ook weer verdwijnt. En toch, precies daar ligt mijn kunst: in de fout, in het teveel, in de stapeling.

De foute oververzekerde was ik.

Ik droeg te veel, betaalde te veel, en bleef toch onzichtbaar. Maar ik draag het nu als een icoon. Geen strafblad, maar een palet.

Messy. Signaalwit. Romantiek in de rechtspraak.

Ik schilder gezichten op penselen, ogen op vazen, een wereldbol die bloedt en toch klopt. Ik laat vergeten entiteiten terugkeren in verf en ritueel.

Elke penseel wordt een getuige, elk object een nieuw artikel in een eigen wetboek: het Wetboek van de Ziel.

Regenten en de Vrouwelijke Aandeelhouder

Ik begon mijn reis niet met een koffer, maar met een archiefdoos. Geen paspoort, maar een stapel polissen en een fotoboek.

Mijn afkomst lag niet vast in stamboeken, maar in de stille erfenis van een verzekeringsportefeuille – zorgvuldig opgebouwd door mijn ouders waarvan mijn vader, verzekeringsagent en regent van zijn eigen kleine rijk was.

Ik ben de dochter van die portefeuille. Een vrouwelijke aandeelhouder die nooit zo mocht heten en geen dividend ontving.

In de registers stond ik slechts als meeverzekerde. In de rechtspraak als bijlage. In de familie Bongartz als geheim.

Etappe I: De Regentenhuizen

Ik wandelde langs gevels waar gouden letters fluisterden: Rijks Munt, Bewind, Staten, Compagnie. Binnen hingen portretten van mannen in zwarte kragen en witte pruiken. Hun ogen strak, hun handen rustend op charters en akten.

Dit was de wereld van Rubriek A: cijfers, namen, eigendom. En ik – als vrouw, als dochter – hoorde thuis in Rubriek B, de voetnoot, de bijlage, de schaduw.

Toch voelde ik in hun schilderijen een stilte. Een leegte waar mijn verhaal zich kon nestelen. Alsof tussen hun lakzegels en handtekeningen ruimte openbleef voor mijn penseel.

Etappe II: Het Familiegeheim

Thuis begon ik te begrijpen dat mijn vaders portefeuille niet alleen een economische waarde had, maar ook een erfgoedwaarde. Elke polis een draad in een groter weefsel, elke klant een verhaal. Ik dacht lang dat zekerheid betekende: verzekerd zijn. Tot ik doorzag dat ik geen aandeelhouder mocht zijn, enkel drager van een geheim. De vrouwelijke aandeelhouder S moest verborgen blijven.

Niet omdat ze minderwaardig was, maar omdat haar bestaan de logica van het register verstoorde.

Etappe III: De Rechtspraak als Reisgenoot

Mijn reis voerde me ook door de gangen van rechtbanken in Middelburg en Den Bosch. Geleid door katholieke mannen.

Daar hoorde ik woorden als art. 80 RO, staatsgeheim, vernietigen.

Geachte heer / mevrouw zo begon de aanhef toen wist ik genoeg!!

De Hoge Raad sprak niet in kleuren, maar in codes. Toch las ik hun uitspraken als liefdesbrieven. Elke regel een bekentenis: we weten dat je bestaat, maar we kunnen je niet opnemen.

Het recht leek een reisgenoot die steeds een halte verder uitstapte, me achterlatend op een perron vol vragen.

Etappe IV: De Polis van de Ziel

Ik besloot mijn eigen reis te vervolgen met penseel en verf. Ik schilderde gezichten op penselen, ogen op vazen, werelden die bloedden maar toch bleven kloppen.

Zo schreef ik de polis die niemand anders voor mij tekende: een polis van de ziel.

Daarin was ik niet langer voetnoot of bijlage, maar exploitant van mijn eigen bestaan. Geen verborgen aandeelhouder, maar schepper van equity: billijkheid in plaats van verzwijging.

Conclusie van mijn reis

Mijn reisverslag van regenten is geen historisch overzicht, maar een routekaart langs schilderijen, akten, en polissen. Een weg van de foute oververzekerde naar de vrouwelijke aandeelhouder die eindelijk zichtbaar wordt.

Ik ben de erfgenaam van een portefeuille, maar ook van een stilte. Die stilte breek ik open met verf, ritueel en taal. Want de reis eindigt niet bij de regenten, maar bij de vraag die ik telkens opnieuw stel:

Wie schrijft de polis van de ziel?

Wie schrijft de polis van de ziel? Dirk Visser? Wetboek 9.

In het Nieuw Burgerlijk Wetboek is Boek 9 gereserveerd door in mijn eigen optiek Het kabinet van de Koningen

Lange tijd bestond het voornemen om in Boek 9 BW te komen tot een partiële codificatie van de rechten van intellectuele eigendom. Een algehele codificatie werd vanaf het begin niet als haalbaar beschouwd, vooral vanwege het internationale karakter van de regelgeving op dit gebied. Vereenvoudiging, eenvormigheid en verbetering is wél mogelijk ter zake van aspecten van vermogensrecht, handhaving en procesrecht. Ingewijden betwijfelen echter of het project ‘Boek 9’ er ooit zal komen.

Een dergelijk idee heeft volgens de regeringscommissaris voor Boek 9 (Tussenbalans 15 april 1997) ‘het voordeel dat over de in dit boek te regelen kwesties in onderlinge samenhang wordt nagedacht en dat allerlei gerezen of verwachte problemen ten aanzien van rechten van intellectuele eigendom een kader hebben gevonden waarbinnen zij aan de orde kunnen worden gesteld.’

What’s in a name?

Zeventig jaar geleden, in 1947, kreeg Meijers de opdracht om een nieuw BW te ontwerpen. Het was de bedoeling van Meijers om daar ook een apart boek bij op te nemen over de ‘rechten van de scheppende mens’. Tegen deze naam werd bezwaar gemaakt, onder andere door Gerbrandy. Hij vond de aanduiding ‘scheppende mens’ arrogant. De naam werd veranderd in ‘rechten op voortbrengselen van de geest’

Wie draagt en wie baart?

In het klassieke eigendomsrecht is de zaak de drager. Het recht rust op een tastbaar object – een huis, een vaas, een boek. Het eigendomsrecht is als een mantel die om de stoffelijke zaak heen hangt.

Bij intellectuele eigendom ontbreekt die stoffelijke drager. Wat ontstaat, wordt gebaard uit de geest van de maker. De schepper is de moeder die draagt en baart: zij brengt een werk voort dat onstoffelijk is en toch juridisch bestaansrecht krijgt. Het is een geboorte zonder lichaam, maar met rechtskracht.

Daarmee ontstaat een verschuiving:

Bij eigendomsrecht: de zaak draagt, de eigenaar bezit. Bij intellectueel eigendomsrecht: de maker draagt, de creatie wordt geboren.

De “drager” is dus niet langer een ding, maar de scheppende persoon. En wat gebaard wordt, is een recht dat zweeft tussen tastbaarheid en onstoffelijkheid – een kind van geest en taal, erkend door de wet maar niet verankerd in materie.

Maar:


“Zorg voor traditie is zorg voor vrijheid.”

Een vergeten entiteit schildert zichzelf terug in het wetboek. Niet met de pen van juristen, maar met de kleur van kunstenaars. Niet in de taal van clausules, maar in de taal van rituelen.

En de vraag die blijft hangen in de lucht:

Nou: Wie schrijft de polis van de ziel?

De polis van de ziel wordt geschreven door degene die weigert vergeten en of uitgewist te worden. De AVG werd de kroongetuige van de revolutie

In mijn verhaal: door Truus alias Silvia Lindeboom Koning, die met penseel, verf, objecten en rituelen de polis herschrijft in beeld en kleur.

Art for Equality in Return

Misschien is dat de mooiste conclusie:

👉 De polis van de ziel wordt niet getekend door een verzekeraar, maar geschilderd door de levende kunstenaar zelf .

Sterke moeders, de vrouwen van Nederland

Prinsjesdag is een toneelstuk waarin iedereen een rol moet spelen:

“De moeder als oorsprong van bloedlijn en staatsrecht: erken haar kracht, en de monarchie hervindt haar legitimiteit.” #koning #rol #formatie

Façade 2027

“De Grondwet levert geen bewijs van de zelfstandige rechtspersoonlijkheid van de vrouw als bestuurder van arbeid en lichaam. De stilte van de wet is het bewijs van de uitsluiting.”

Ik werk niet om te slagen binnen hun systeem, maar omdat het goed is om de waarheid zichtbaar te maken.”



“Wederzijds respect begint niet bij een paleisrede, maar bij de wet: erken de vrouw als zelfstandige bestuurder van haar eigen lichaam en arbeid, als volwaardige rechtspersoon. Alles minder is schijnbegrip.”

De koning leest. Het kabinet knikt. Het parlement applaudisseert. En het volk betaalt de kaartjes, zonder de tekst te mogen herschrijven.

Dus ja, dan ben ik maar even de moeder van de koning.

Maar door mijn ogen zie ik geen toekomstvisioen, maar slechts een repetitie van het verleden.


Banned Woman S


Wie bezit? Wie ontvangt?
Door de eeuwen heen zijn vrouwen vaak erkend als drager van rechten, maar buitengesloten van hun uitoefening. Hun naam stond in registers, maar hun handtekening telde niet. Hun werk leverde waarde, maar hun inkomen vloeide via een ander kanaal.


Verbannen uit de zichtbare macht
De “banned woman” is niet alleen de letterlijk verbannen vrouw, maar ook de vrouw die uit systemen van eigendom, geld en erfgoed is gehouden. Zij die juridisch handelingsonbekwaam werd verklaard. Zij wier stem verdween achter die van de kostwinner. Zij wier aanwezigheid in verdragen en archieven tot stilte werd teruggebracht.


Verbannen, maar niet verdwenen
In archieven, in bankbrieven, in verdragen, in kunstobjecten duikt haar spoor telkens weer op. Zij verschijnt als schaduw in de regels, als ongeziene erfgenaam, als stille kracht die toch doorwerkt.

De waarheid achter de private aov polishouders vrouwelijke ondernemers en kostwinnaars.

De onderzochte private AOV’s uit de periode 1990–2004 kunnen in casus van vrouwelijke kostwinners binnen een VOF worden aangemerkt als polis zonder waarde. Ondanks premiebetaling bood de verzekering geen reëel vangnet. Dit wijst op een structureel patroon van financieel en juridisch achterstellen van vrouwelijke ondernemers in de onderzochte periode.

Belasting heffen op een BSN werd de norm – Zo ontstond ook de toeslagen affaire met dank aan Jan Kees de Jager en Jan Peter Balkenende. Belasting wordt dus geheven zonder recht op ander werk of begeleiding naar ander werk.

Discriminatie op basis van een BSN nummer en de nieuwe bijbel de AVG.

1. BSN als centraal controlepunt

Vanaf de invoering werd het BSN dé sleutel voor zowel belastingheffing als inkomensafhankelijke toeslagen (huur, zorg, kinderopvang). Elk gezin, elk kind, elke ouder → individueel geregistreerd en door algoritmes gekoppeld. Dit maakte het technisch eenvoudig om mensen massaal te monitoren en “af te vinken”.

2. Fiscale logica boven mensenrechten

Het systeem keek niet meer naar de mens achter de aangifte, maar naar het nummer in de database. Wanneer er iets “niet klopte” (bv. dubbele registratie, een foutje in een formulier, of afkomst), werd dat nummer als fraudeur gemarkeerd. Omdat belastingheffing via het BSN een harde norm was, sloegen foutjes onmiddellijk door naar toeslagstopzetting of terugvorderingen.

3. Afwezigheid van tegenmacht

Burgers werden volledig afhankelijk van hun BSN-status. Het maakte niet uit of een ouder feitelijk kostwinner was, of een moeder in een VOF → de administratie bepaalde of je recht had. Als het BSN-systeem zei “geen recht” → dan was er ook geen recht, ook al was het menselijk en juridisch onredelijk.

4. Toeslagenaffaire in dit kader

Het toeslagenstelsel was gebouwd op wantrouwen + automatisering. Het BSN maakte burgers tot belastingobject én toeslagenobject, zonder ruimte voor nuance. Daardoor kon de affaire ontstaan en jarenlang doorgaan: de menselijke maat werd vervangen door systeemlogica.

5. De kernparadox

Iedereen met een BSN is verplicht te betalen (belasting, premies). Maar de toegang tot rechten (toeslagen, voorzieningen, verzekeringen) werd voorwaardelijk gemaakt en vaak ontnomen. Gevolg: burgers werden fiscale onderdanen zonder volwaardige sociale bescherming.

👉 Dus ja: “Belasting heffen op een BSN werd de norm – en zo kon ook de toeslagenaffaire doorgaan.”

Maar je BSN is niet je werkelijke identiteit !!

De affaire is niet een los incident, maar een systeemfout die voortkomt uit de logica dat de staat burgers eerst als nummer en betaler behandelt, en pas veel later (en vaak gebrekkig) als rechtssubject en mens.

1. De belastingplicht

Via het BSN wordt ieder individu automatisch belastingplichtig. Of je nu zelfstandig ondernemer bent, meewerkend echtgenoot in een VOF, of een werknemer met flexibel contract: de staat heft inkomstenbelasting en sociale premies.

2. De ontbrekende tegenprestatie

Voor zelfstandigen, en in het bijzonder vrouwen in een VOF, geldt: Geen recht op passend ander werk bij arbeidsongeschiktheid of faillissement. Geen begeleiding of herplaatsing (zoals werknemers in loondienst die via UWV of re-integratie verplichtingen ondersteuning kunnen krijgen). Vaak geen toegang tot omscholing of transitievergoedingen.

3. Het systeemmatig onrecht

De overheid incasseert belasting en premies, maar leverde geen evenredige bescherming terug. Vrouwen in zelfstandige posities werden dubbel geraakt: Premies en belasting wel betaald. Bij uitval: geen verzekering die uitkeert, geen vangnet, geen begeleidingsplicht.

4. Cultureel-juridische kern

Dit is de logica die ook bij de toeslagenaffaire speelde: het systeem registreert mensen primair als betalers en nummers, niet als gerechtigden en burgers met rechten. Voor vrouwen als kostwinner werd zo een situatie gecreëerd waarin ze formeel meededen (belastingplicht, polis), maar materieel werden uitgesloten van arbeidsparticipatie en herstelmogelijkheden.

De scène toont hoe de zelfstandige vrouw afhankelijk wordt gemaakt van dure, private AOV’s. Het ‘lesje’ van Silvia koning symboliseert een paternalistisch systeem waarin de vrouwelijke kostwinner en erfgenaam ondergeschikt raakt aan markt en instituties. Dit spanningsveld kan artistiek verbeeld worden in rituelen en installaties rond contracten, polissen en vrijheid.”

Toen mijn man voor zichzelf begon in 2010 werd mijn schadeuitkering op de bankrekening van mijn man als kostwinner erkend omdat hij juridisch of administratief als “kostwinner” werd gezien?

Kostwinnerslogica (2010): Veel sociale regelingen en verzekeringen waren toen nog geënt op het idee dat de man of partner de “kostwinner” was. Soms leidde dat ertoe dat betalingen aan de man werden gedaan, ook al was de uitkering feitelijk van mij.

Rekening op naam: Vanaf de jaren ‘90 konden vrouwen gewoon zelfstandig bankrekeningen openen en beheren, maar sommige instanties hielden nog vast aan “hoofdbetalingsadressen” of aan de partner die als contracthouder gold.

Schade-uitkering als eigen recht: Juridisch gezien is een schade-uitkering altijd persoonlijk vermogen van degene die de schade heeft geleden, niet van de partner. Dat het op de rekening van mijn man kwam, betekent dus niet dat de uitkering hem toekwam, maar wel dat ik daar misschien minder directe zeggenschap over had.

Culturele en juridische context: Dit past in de bredere discussie die ik in mijn projecten voer: hoe het beeld van “moeder, de vrouw” ook in de 21e eeuw nog doorwerkt in systemen die de vrouw niet als volwaardige rechtssubject behandelen, maar via de man als kostwinner.

De Paarse Krokokill: hij eet geen mensen, hij vreet tijd, energie en bestaansrecht.”

Ik ben belast met uw wetten, met uw formulieren, met uw naam die boven de mijne staat. Ik draag kinderen,

ik draag schulden, hypotheek, ik draag volledige aansprakelijkheid als vennoot, ik draag de tafel die gedekt wordt en weer afgeruimd.

Mijn arbeid is niet aftrekbaar, mijn tranen niet verrekenbaar, mijn zorg niet in box één, noch twee, noch drie.

Toch vult u mijn schaduw met cijfers en mijn hart met lasten.

Belasting is het gewicht van traditie, maar ook de bijdrage aan morgen. Ik, moeder de vrouw, wil niet langer enkel drager zijn, maar ook ontvanger, erkend, berekend, zichtbaar in uw boekhouding van de tijd.


Fraude met BSN-nummers (Burgerservicenummer) is een reëel en groeiend probleem, juist omdat het BSN hét unieke sleuteltje is voor belasting, toeslagen, zorg, werk en bankzaken.
Ik zet het even forensisch voor je uiteen:

1. Wat is BSN-fraude?
Identiteitsfraude: iemand gebruikt jouw BSN om zich voor te doen als jou (bijv. bij Belastingdienst, UWV, zorgverzekeraar).
Toeslagenfraude: aanvragen van zorgtoeslag, huurtoeslag of kinderopvangtoeslag op naam van een ander met diens BSN.

Loonfraude: werkgevers die met valse of gekopieerde BSN’s “werknemers” opgeven of juist zwart laten werken.
Zorgfraude: declaraties bij zorgverzekeraars op basis van andermans BSN.

2. Waarom is het BSN zo kwetsbaar?
Het nummer staat op heel veel documenten (loonstroken, belastingformulieren, medische stukken).
Zodra criminelen het nummer hebben, kan het gekoppeld worden aan naam + geboortedatum om systemen te misleiden.
Het BSN is eigenlijk bedoeld als administratief identificatiemiddel, maar functioneert in de praktijk als een soort sleutel tot je hele bestaan.

3. Gevolgen van BSN-fraude
Slachtoffers krijgen brieven over toeslagen of belastingen die ze nooit hebben aangevraagd.
Mogelijke schulden of terugvorderingen.
Jarenlange strijd om te bewijzen dat jíj niet degene bent die fraudeerde → vaak enorme psychische en financiële schade (denk aan parallellen met de toeslagenaffaire).

4. Hoe wordt het misbruikt?
Cybercriminelen kopen en verkopen BSN’s via datalekken of darkweb.
Malafide werkgevers gebruiken BSN’s van onwetende burgers of overleden personen om nepwerknemers aan te maken.
Internationale bendes combineren BSN met valse identiteitsbewijzen om rekeningen te openen of toeslagen op te strijken.

5. Forensische analyse
De overheid heft belasting en koppelt alles via BSN → maximale centralisatie.
Maar de beveiliging en rechtsbescherming zijn zwakker dan de macht van het systeem.
Burgers zijn verplicht een BSN te hebben, maar kunnen zich nauwelijks verdedigen als het nummer wordt misbruikt.

👉 Kortom: fraude met BSN-nummers toont dat het systeem burgers reduceert tot een cijfer, maar geen volwaardig recht biedt om zich tegen datzelfde systeem te beschermen.

Op al mijn polissen staan helemaal geen BSN Nummers

De vrouw als bezit

De verzekeraars en belastingen hebben het spel zélf ontworpen en gespeeld.

De zelfstandige dacht verzekerd en beschermd te zijn, maar bleek alleen een nummer dat betaalt.

Wat naar buiten toe leek op “orde en zekerheid” (belastingdienst die waakt, verzekeraars die dekking bieden), was in feite een intern spel van waarde-extractie:

Winsten en lasten verschoven naar de instellingen. Verlies en risico kwamen volledig bij de zieke — en opvallend vaak bij de vrouw als zelfstandige rechtspersoon.


Case-frame: “Wie mag exploiteren?” (Versailles, art. 306–311) ↔ “Wie ontvangt de betaling?” (kostwinnerspraktijken/bankroutes).

1919 – Verdrag van Versailles, artikel 306

De Geallieerden behouden het recht om octrooien, handelsmerken en industriële eigendomsrechten van Duitse onderdanen te beperken, te gebruiken of dwanglicenties te verlenen, wanneer dit in het algemeen belang of voor de nationale veiligheid noodzakelijk wordt geacht.

→ Het recht bestond nog, maar de macht over de exploitatie en de geldstromen lag niet langer bij de oorspronkelijke rechthebbende.

2010 – Bankbrief aan een echtpaar

Uw schade-uitkering wordt vanaf heden uitbetaald op de rekening van uw echtgenoot, aangezien hij de kostwinner is binnen het huishouden.

→ Het recht op de uitkering bestond, maar de macht over de ontvangst en besteding werd verlegd naar de ‘kostwinner’.

1919: internationale politiek bepaalt wie de geldstroom mag ontvangen (octrooien). 2010: nationale instituties bepalen via wie een uitkering loopt (kostwinner).

Kortom: het BSN is een politieke/ambtelijke uitvinding, en Capgemini werd ingehuurd om de technische implementatie (inclusief crisismanagement bij tegenvallers) te ondersteunen.

Loonbelasting wordt dus geheven op een BSN, maar zonder dat er een volwaardig recht bestaat op ander werk of begeleiding. Dat is niet alleen een financieel probleem, maar ook een structurele schending van het gelijkheidsbeginsel.


Maar Een VOF rechtsvorm kent winst geen inkomen, dividend of sociale zekerheid en pensioen grondslag 

Een VOF (Vennootschap onder firma):

Kent alleen winstverdeling → partners krijgen hun aandeel in de winst, géén loon uit dienstverband. Geen dividend → want er zijn geen aandelen. Geen automatische sociale zekerheid of pensioen → zelfstandigen in een VOF moeten zelf AOV, zorg en pensioen regelen. Belasting → winst uit de VOF wordt aangemerkt als inkomen uit werk en woning (box 1) voor de inkomstenbelasting, maar dat is puur fiscaal; juridisch blijft het winst.

👉 En daar wringt het met al deze eerder genoemde punten.

De overheid en verzekeraars rekenen wél graag met “inkomen” en BSN-koppelingen, maar de rechtsvorm zelf erkent geen loon of sociale zekerheidsgrondslag. Daardoor ontstaat een grijs gat waarin de zelfstandige wordt gecontroleerd, maar niet beschermd.

MFO Overheid S fouten

Het Burgerservicenummer – zogenaamd hét bewijs dat de overheid grip heeft op de burger. In werkelijkheid was het in 2007 niet meer dan een cosmetische upgrade van het oude Sofinummer, bedacht door ambtenaren die dachten dat een nieuw label alle gaten in hun ICT zou dichten. Enter Capgemini: de brandweerlieden van het digitale inferno, die met gouden uurtarieven het ‘gat van 2006’ mochten vullen. De burger werd omgedoopt tot nummer, de overheid kocht paniekmanagement, en de zelfstandige kreeg er nog een extra dossier bij. Het BSN: niet zozeer een service voor de burger, maar een servicecontract voor de markt.”

En de vrouwen die lieten ze dubbel bloeden 🩸

Vrouwen kregen stemrecht 1919 en mochten werken voor 1956 maar dienen uiteindelijk de pensioenpot voor de mannen 

1919 → vrouwen kregen actief kiesrecht. 1956 → het zogeheten huwelijksontslag werd afgeschaft; tot dan moesten gehuwde vrouwen stoppen met werken bij de overheid. Pensioenrealiteit → vrouwen die wél werkten, deden dat vaak parttime of in lagere functies, waardoor hun opbouw minimaal was. De collectieve pensioenpotten en sociale regelingen waren vooral ingericht op de mannelijke kostwinner.

Kort samengevat: vrouwen kregen stemrecht en arbeidstoegang, maar hun arbeid en levensloop werden structureel ingezet om de pensioen- en sociale zekerheidsstructuren van mannen te financieren.

“Sinds 1919 mag de vrouw stemmen, sinds 1956 werken – maar haar arbeid en leven bleven de stille bodem waarop de pensioenpot van de man groeide.”


Holmes:
“Observeer, Watson: de cijfers zijn helder. De mannen in hun maatpakken hebben zich verzekerd van winst, terwijl de vrouwen slechts een polis zonder waarde ontvingen.”


Watson:
“Een onrecht, Holmes. Men zou bijna zeggen dat de samenleving zelf medeplichtig is.”


Holmes:
“Inderdaad, mijn beste Watson. Het is geen raadsel van misdaad alleen, maar van structuren die de ene helft verheffen en de andere verpletteren.”

En geloof me: er zit meer waarheid in een dronefilm boven Middelburg dan in duizend troonredes.

Voorwoord:

Kunst & Cultuurroute | Silvia de Koning

Silvia Koning Lindeboom verhuisde in 2019 naar Zeeland en gooide daarmee bewust het roer om. Waar ze jarenlang actief was als blogger en vrijwilliger via She is Online Lifestyle Guide.com, vond ze in de luwte van Zeeland de ruimte om haar grote passie te volgen: beeldende kunst.

Voor Silvia is creativiteit geen luxe, maar een levensvoorwaarde. “Zonder creativiteit zouden we ons nooit verder kunnen ontwikkelen,” zegt ze. Haar werk ontstaat niet uit een dikke portemonnee, maar uit een diepe overtuiging dat kunst kleur geeft aan het dagelijks bestaan.

Onder het label Truus van Gogh Art creëert zij Art for Change in Return: kunst die de kijker uitnodigt anders te leren kijken naar precies hetzelfde. Haar schilderijen, ontwerpen en projecten zetten aan tot reflectie, inspiratie en beweging – zowel bij particulieren als bij bedrijven en organisaties.

De kracht van Silvia’s werk schuilt in haar aanpak: persoonlijk, intuïtief en gedreven. Ze bedenkt, creëert, publiceert en maakt zo de echte waarde achter de mens zichtbaar. Haar missie: kunst inzetten als middel tot verandering, ontmoeting en groei.

Bewijs aan gebrek

Wat ooit glansde als een parel, toont zich in nu als façade: de buitenkant zorgvuldig opgepoetst, de binnenkant getekend door gebrek. Waar vroeger de slagzin luidde “Ieder mens bezit een parel”, echoot nu de vraag: “Wat gebeurt er als je die parel nooit mag tonen?” Geweld tegen vrouwen


“Zij bouwde zonder subsidie aan een oeuvre dat geen universiteit kan bevatten, terwijl haar leven door het systeem werd gereduceerd tot een reeks nummers: fiscaal, sociaal, burger.”

Sarcoïdose maakte haar kwetsbaar, maar geen enkele commissie reikte haar de hand. Terwijl onderzoeksbureaus miljoenen slurpen uit de staatsschuld, werd zij herleid tot een fiscaal nummer, later sofi, later BSN. Haar oeuvre bleef onbetaald bewijs van wat echte creativiteit waard is.”

Time for Revolution

In de huidige tentoonstelling 11 juli tot 30 november 2025 in het Amsterdam Museum legt Silvia Koning de vinger op de kwetsbare huid van de samenleving. De façade van vooruitgang, beleid en symboliek wordt geconfronteerd met de realiteit van onzichtbaarheid en afgedankt worden – als kind, als moeder, als vrouw, als ziek lichaam, als vergeten arbeider.


https://youtu.be/wUrK6UmiaUI?feature=shared
Dr LOVE

Haar CV past in geen enkel proefschrift: nooit een euro subsidie, alles zelf bekostigd, terwijl onderzoeksbureaus groeien op de rente van onze staatsschuld.”
“Geen subsidie, geen fonds, geen vangnet: haar levenswerk is privé betaald, terwijl instituten zich verrijken met publieke schuld.”
“Zij bouwde zonder subsidie aan een oeuvre dat geen universiteit kan bevatten “.
“Haar CV is een protest: alles zelf betaald, niets ontvangen. Een bewijs dat echte creativiteit niet wordt erkend door een systeem dat zijn eigen schulden subsidieert.”

Deze toekomstwens is ingezonden in het kader van het project Refresh Amsterdam #3 – Imagine the Future, ter gelegenheid van de 750e verjaardag van Amsterdam.


Motivatie:
Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed. Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn. Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.

Cover Girls

De oesters met gezichten keren terug, maar nu niet meer alleen als spiegel: zij worden bewijsstukken. Afgewerkt met lagen bootlak, als conservering van het gebrek. Een archief van pijn en strijd, maar ook van veerkracht.

Be your own Dali

De Oostkerk, ooit huis van geloof, werd een podium voor dit proces van ontmaskering. Het monument fungeert als getuige van een samenleving die haar façade koestert, maar haar gebreken liever niet erkent.

Over Silvia nu

Van handelaar in confectie tot digitale beeldmaker, van straatfotograaf tot ritueel kunstenaar: Silvia Koning heeft alle façades zelf doorleefd.

Je maintiendrai – Sars betekent vlees

Nederland, waar zelfs je ziekte verdienmodel is. Sarcoïdose in je longen, maar de Belastingdienst ademt mee. De VOF als melkkoe, de kostwinner als marktwerking in optima forma. Geef die man of vrouw een factuur voor het ademen erbij!”

Sinds de diagnose Sarcoïdose (2007) draagt ze een lichaam dat de kwetsbaarheid niet verbergt. Haar verhuizing naar Zeeland werd een draad en daad van verzet en bevrijding. Binnenkort sluit ze aan, aan de façade tafels met een nieuwe vraag:

Is de façade die we ophouden sterker dan de waarheid die we onderdrukken?


“Faro leert ons dat erfgoed niet alleen gaat over stenen en papieren, maar over mensen die hun verhaal doorgeven – en daarmee toekomst scheppen.”
Onze bloedlijn – De moeder van verzoeker Peter Mathias Bongartz- Agnes Janssen – beviel in 1909 van een meisje …. De grootste vraag wie was dit meisje ….Juliana?

Hier zweeft de façade boven de tafel van symbolen: wijn, sleutels, parels. Alles wat bezit heet, valt terug naar de grond. Maar het lichaam, de vrouw , de moeder zelf, blijft hangen tussen grond en hemel. Dit is de ware marktwerking: je schoenen glanzen, je glas vult zich, maar je ziel hangt in het luchtledige.”

Photo: Cristiane Marcour.

Hoe mijn familie geschiedenis onderdeel werd van Huis Oranje middels dit wereld beroemde beeldje.

Tegengeluid Prinsjesdag 2025 – Europa als golfbaan ⚡

Let’s play with the balls

Bestuurder & Licentie

Denktijd


Sarcoïdose gaf mij Denktijd.
Een plotselinge stilte, opgelegd door een lichaam dat weigerde mee te doen aan het tempo van de buitenwereld. Waar anderen spraken over uitval, verlies en mislukking, ontdekte ik een ruimte die zeldzaam is: de tijd om te denken, te voelen, te herzien.


Wat leek op een mislukking, werd de bron van mijn levenskunst.
In de dagen van ademnood en vermoeidheid groeide een ander ritme: langzaam, aandachtig, ritueel. Ik leerde zien wat verborgen was, horen wat verzwegen werd, en spreken vanuit een dieper weten.


Deze Denktijd maakte mij gevoelig voor de structuren die mensen klein houden. Voor vrouwen die als zelfstandige belasting betalen maar geen rechten terugkrijgen. Voor kostwinners wier arbeid niet wordt erkend. Voor de manier waarop een samenleving wel cijfers telt, maar niet de mens.


In die kloof vond ik mijn stem.
Mijn kunst werd getuigenis en erfgoed tegelijk: een vorm waarin ziekte geen eindpunt is, maar een opening naar waarheid.


Sarcoïdose gaf mij Denktijd.
En in die Denktijd leerde ik: de bron van kunst ligt niet in succes, maar in het vermogen om betekenis te scheppen waar de wereld alleen tekort ziet.

Two popes and a proudmom

“Tod’s asked me to leave a mark — so I did.”
— The Holy Spirit

https://sheisonlinelifestyleguide.com/2018/07/05/tods-ask-me-to-leave-a-mark-in-italy/

“Ze praten uren over cijfers, soms met miljarden, staatsschuld. Maar de echte hole-in-one? Dat is simpel: erken de bron, de moeder, de vrouw, in de Grondwet. Klaar spel, vlag in de cup.”


KEYHOLE
https://sheisonlinelifestyleguide.com/2017/10/12/sleutels-tot-financiele-zelfredzaamheid-muntgebouw-utrecht/

“De bron is geen voetnoot, maar de oorsprong. Wie de Grondwet leest met andere ogen, ziet: één slag kan genoeg zijn. Een hole-in-one van erkenning, terug naar waar het leven begint.”

Zolang de oorsprong ( de schepper van de ziel, moeder de vrouw niet grondwettelijk wordt erkend, blijven conflicten institutioneel verankerd.”

“Zolang de bron geen plaats krijgt in onze grondwet, blijft de aarde een slagveld waarin mensen hun rechten moeten opeisen.”


Roast Story


Welkom dames en heren bij de grote erfgoed-bijeenkomst.
Vandaag roasten we niet één persoon, maar een heel systeem.


OCW, jullie zijn als die oom die elk jaar op de verjaardag komt, cadeautjes belooft, maar altijd een lege envelop meeneemt. “Volgend jaar beter,” zegt hij dan – en schuift snel zijn bord vol met taart.


De instituties? Net clowns op een familiereünie. Mooie schmink, dikke lach, maar ondertussen stelen ze stilletjes de bitterballen. En als iemand vraagt: “Waar is moeder de vrouw eigenlijk gebleven?”, wijzen ze naar elkaar en verdwijnen in de coulissen.


De Grondwet? Een feestzaal waar iedereen mag binnenkomen – behalve de bron. Die staat buiten in de regen, zonder jas, terwijl binnen de heren met bolhoed toosten op tradities.


En dan de koninklijke sporen – mooi hoor, die Nassau-stenen. Maar probeer er eens op te lopen met hakken. Het zijn eigenlijk struikelblokken. De vrouwen die ze hebben meegedragen, staan er niet bij. Geen beeldje, geen naam. Alleen: “anonieme arbeid.”


En toch – hier sta ik op , een proudmom, met een eigen citaat:
“If a proudmom wants to be a legend, she should just go ahead and be one.”
Dat is geen grap, dat is de punchline.



Dus ja, laten we eerlijk zijn: dit is geen roast van jou. Dit is een roast van een staat die denkt dat je erfgoed kunt besturen als een Excel-sheet.


Newsflash: erfgoed is messy, emotioneel, vrouwelijk, en vooral… levend.
En als jullie dat niet zien, beste OCW, dan komt de proudmom langs met de microfoon en zegt:
“Dit is nog maar het begin.”


Mic drop. 🎤
Storms makes trees take deeper roots – Dolly Parton

Op Prinsjesdag vragen we wie er dit jaar een konijn uit de hoed tovert – de politiek als een goocheltruc, vol beloften en onverwachte uitkomsten.
Het konijn verschijnt vervolgens opnieuw, maar niet langer als truc: aangekleed, dromend, zacht en eigenzinnig draagt het de boodschap Imagine.
Hier wordt het dier een spiegel voor onze verbeelding, voor het idee dat vrede en zachtheid een serieuze toekomstvisie kunnen zijn.
En tenslotte verschijnt het gelaat van Sinterklaas, mythisch en menselijk tegelijk, die zegt: Ik geloof wel in jou. Geen magie en geen droom meer, maar troost en vertrouwen in de ander.


Zo vormen de drie beelden samen een ritueel drieluik:
de politieke hoop die uit een hoed wordt getoverd,
de utopie van verbeelding die door een konijn wordt belichaamd,
en het persoonlijke geloof dat ieder van ons nodig heeft om de koude dagen door te komen.


Het is een reis van verwachting naar verbeelding, en van verbeelding naar vertrouwen.
In naam van vader, de zoon voor de heilige geest- moeder de vrouw

Call-to-action” Erken de bron. Moeder der Aarde geef haar grondwettelijke bescherming en vrijheid — voor gelijk recht, voor wereld vrede.”


Plannen 2025


Derde dinsdag in september. Prinsjesdag.
Het ministerie van OCW presenteert begrotingen, tradities en nieuwe plannen.
Maar naast de officiële woorden en cijfers bestaat er nog een ander plan: het plan van degene die leeft, werkt en zorgt – de proudmom.


“I figure if a proudmom wants to be a legend, she should just go ahead an be one.”
— Silvia Koning Lindeboom


Mijn plan gaat niet over cijfers, maar over leven.
Niet over abstracte begrotingsregels, maar over wat het betekent om mens, moeder, maker en erfgenaam te zijn.
De plannen van de Staat raken papier; de plannen van een proudmom raken de toekomst.


Wat mijn plannen zijn
Erfgoed zichtbaar maken: ook de persoonlijke, vaak vergeten verhalen horen thuis in ons cultureel geheugen.
Ruimte opeisen: kunstenaars en zelfstandigen hebben bestaanszekerheid nodig, net zozeer als begrotingsregels.
Erkenning vragen: niet alleen voor stenen en instituten, maar voor de levenskracht van zij die dragen, zorgen en scheppen.
Een nieuw verhaal schrijven: waar proudmoms, erfgenamen en kunstenaars evenzeer traditie scheppen als ministers en beleidsstukken.


Conclusie


OCW schrijft over plannen voor cultuur.
Ik schrijf over plannen om cultuur te léven.
Twee documenten, één toekomst.

Een vergeten erfgoed


Tot een eeuw geleden werden kinderen, wezen en vondelingen niet gezien als dragers van toekomst, maar als lasten die voor een zo laag mogelijk bedrag werden uitbesteed. Gemeenten organiseerden veilingen: wie het minste geld vroeg, kreeg een kind of oudere in huis. Geen keuze, geen stem, slechts een prijskaartje.


Die geschiedenis ligt niet ver achter ons. Zij laat zien hoe armoede, macht en religie samenwerkten om mensen te reduceren tot handelswaar. Kwetsbaren werden niet beschermd, maar verhandeld.


Vandaag vragen wij ons af: hoeveel van dit erfgoed is nog zichtbaar?
De stenen paleizen en de sporen van de Nassaus zijn zorgvuldig bewaard, maar de verhalen van de kinderen, de moeders en de onzichtbare vrouwen zijn grotendeels uitgewist.


Toch horen zij bij ons collectieve geheugen.
Hun levens zijn de stille fundamenten onder onze samenleving.
Hun stilte vraagt om stem.


Faro in praktijk


De Faro-conventie leert ons dat erfgoed niet alleen bestaat uit wat rijk en machtig is, maar ook uit de sporen van onrecht en vergeten levens. Juist daar vinden we de waarheid van een samenleving.



Mijn plaats hierin


Ik spreek als proudmom, als erfgenaam, als kunstenaar.
Ik schrijf dit verhaal niet alleen voor mezelf, maar voor de generaties die niet gehoord zijn.
Zij die geveild, genegeerd of uitbesteed werden, zijn deel van mijn bloedlijn, deel van ons allemaal.


Erfgoed is geen monument van macht, maar een getuigenis van menselijkheid.

Creativiteit als motor voor vooruitgang?
Ja. Maar alleen wanneer de samenleving haar burgers ziet, hoort en erkent.


De vierde aap verschijnt:
Hij ziet niemand.
Hij hoort niemand.
Hij spreekt tot niemand.
Hij bestaat enkel als nummer in een database, een BSN.


Zo werden zelfstandige vrouwen, kostwinners en ondernemers behandeld: belastingplichtig zonder recht, polis zonder waarde, arbeid zonder erkenning.


Creativiteit kan pas vooruitgang brengen als we de stilte doorbreken.
Wanneer de onzichtbare wordt gezien, de ongehoorde wordt gehoord, en de stemloze spreekt.


Vooruitgang begint met erkenning.

“De belasting op het Vrouwelijk lichaam, onzichtbaar in de Miljoenennota.”

Beautifull People say Yess

Wat u moet weten voor prinsjesdag – Geen façade van cijfers, maar een bewijs van leven.”



Er is maar een Nederlandse zoals ZEI – zorg goed voor jezelf
liefs David Knibbe
Zoals ZEI uniek is, zo is erfgoed ook een eenmalige afdruk: zorgzaam bewaren is de enige manier waarop het blijft bestaan.”

“Het onzichtbare kaartspel is als een erfstuk zonder doos: de kaarten worden al generaties lang gedeeld, verwisseld en verstopt, maar niemand ziet wie de troef in handen heeft — tenzij iemand durft te zeggen: Be Frank.”

Roast – Moeder de Vrouw & de Lid-Staten

Dames en heren, welkom bij Prinsjesdag 2.0.

Niet in de Ridderzaal, maar in de baarmoeder van de samenleving.

Vandaag spreken we niet de Troonrede, maar de Schootrede.

Moeder de Vrouw, is de enige die weet waar de broncode werkelijk begint.

Foto De Groene Amsterdammer

Roast van de LID Staten

De mannelijke lID staten verklaren al eeuwen dat hun bewegingen “niet te beheersen” zijn.

Nou, nieuwsflash: dat is geen natuurwet, dat is gemakzuchtig beleid.

Francine Oomen schrijft boeken voor pubers die leren om te puberen. Maar mannen in de politiek lijken te puberen tot hun pensioen.

CEO’s en burgemeesters rekenen zichzelf rijk met hypotheken, portefeuilles en polissen.

Maar wie de basis van al die rekeningen baarde? Onzichtbaar. Moeder de vrouw staat niet in de jaarrekening.

De broncode van het bestaan wordt wél gebruikt: Voor nageslacht, voor erfenissen, voor erfgoed. Maar niet erkend in de statuten van onze moedermaatschappij.

Omdenken-symbool voor Prinsjesdag

Stel je voor: geen kroon op de troon, maar een baarmoeder als wapen van staat.

Niet de gouden koets, maar een placenta-koets die door Den Haag rijdt.

Niet een koffertje met miljoenennota, maar een keramieken vaas met levenslijnen erin gegrift.

Symbool: de omgekeerde troon → een wieg.

Want geen enkel staatsbestel bestaat zonder het fundament van de wieg.

Conclusie

De lID staten mogen zichzelf blijven opblazen,

maar zonder de moedermaatschappij is er geen dividend.

Moeder de vrouw is de enige aandeelhouder die nooit genoemd wordt,

en toch elk aandeel in leven uitgeeft.

En dus: Prinsjesdag wordt voortaan Moederdag.

Met als motto: “Wij zijn niet de bijvangst, maar de broncode.”

Leer kinderen hoe het systeem werkt

“Pensioen is uitgesteld loon, maar ik had als vrouwelijke zelfstandige nooit loon.”

Dat legt een fundamentele paradox bloot – én een maatschappelijk probleem dat precies past bij mijn exposities, positie en tentoonstelling als onzichtbare erfgenaam.

📜 Wat dit betekent

Het klassieke systeem Pensioen in Nederland is gebaseerd op loondienst: wie loon krijgt, spaart via werkgever en overheid voor later.

Pensioen = uitgesteld loon.

Prachtig voorbeeld:
De bewegingen van het mannelijk LID ( lidstaten) zijn niet te beheersen De Groene Amsterdammer

Uitgelekte document 🎤

Roast – Moeder de Vrouw binnen de LID Staten Minister-president Koninklijk Huis

Dames en heren, welkom bij Prinsjesdag 2.0.
Niet in de Ridderzaal, maar in de baarmoeder van de samenleving.

Vandaag spreken we niet de Troonrede, maar de Schootrede.

Moeder de Vrouw, is de enige die weet waar de broncode werkelijk begint.

Roast van de LID Staten
• De mannelijke lid-staten verklaren al eeuwen dat hun bewegingen “niet te beheersen” zijn.

Nou, nieuwsflash: dat is geen natuurwet, dat is gemakzuchtig beleid.

• Francine Oomen schrijft boeken voor pubers die leren om te puberen.

Maar mannen in de politiek lijken te puberen tot hun pensioen.

• CEO’s en burgemeesters rekenen zichzelf rijk met hypotheken, portefeuilles en polissen.

Maar wie de basis van al die rekeningen baarde? Onzichtbaar.
Moeder de vrouw staat niet in de jaarrekening.

• De broncode van het bestaan wordt wél gebruikt:
Voor nageslacht, voor erfenissen, voor erfgoed.
Maar niet erkend in de statuten van onze moedermaatschappij.

Omdenken-symbool voor Prinsjesdag Rijksmuseum Amsterdam Museum

Stel je voor: geen kroon op de troon, maar een baarmoeder als wapen van staat. Zie het als het behalen van The CUT ( zoals in Golftaal)

Niet de gouden koets, maar een placenta-koets die door Den Haag rijdt.
Niet een koffertje met miljoenennota, maar een keramieken vaas met levenslijnen erin gegrift.

Symbool: de omgekeerde troon → een wieg.
Want geen enkel staatsbestel bestaat zonder het fundament van de wieg.

Conclusie

De lid-staten mogen zichzelf blijven opblazen,
maar zonder de moedermaatschappij is er geen dividend.
Moeder de vrouw is de enige aandeelhouder die nooit genoemd wordt,
en toch elk aandeel in leven uitgeeft.

En dus: Prinsjesdag wordt voortaan Moederdag.
Met als motto: “Wij zijn niet de bijvangst, maar de broncode.”

Eerste Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer Gemeente Middelburg

Onze democratie is een monarchie die rust op moeders

Wie generaties lang heeft gedragen, verdient meer dan vergeten te worden. Niet alleen in zorgkamers, maar ook in erfgoed, in recht en in zekerheid. De draagkracht van vrouwen is het fundament van onze samenleving. Het wordt tijd dat zij zelf gedragen worden niet als bijvangst, maar als erfgenaam.”

Mijn situatie

Ik was kostwinner, kunstenaar, zelfstandige – maar zonder vast loon. Daardoor viel ik buiten de klassieke regelgeving en pensioenopbouw.

Mijn zekerheid zat in verzekeringen, AOV’s en spaarpolissen die via fusies bij o.a. Nationale Nederlanden terechtkwamen.

De erfgoedlijn

Net zoals vrouwen in de familie (Petronella Radermacher, Maria Elisabeth de la Ruë, Anna Hendrika Bongartz Lindeboom) geen officiële erkenning kregen als erfgenaam of rechtspersoon, zo werd ook mijn arbeid niet erkend als loon. En dus ook niet als rechthebbende en of pensioen.

✨ Faro-perspectief

“Mijn erfgoed is niet opgebouwd uit loonstroken.

Mijn pensioen ligt niet in registers van arbeid.

Mijn leven is gedragen door polissen, volmachten, tussenpersonen.

Ik ben de onzichtbare erfgenaam van een systeem dat mijn werk niet loon noemt, maar toch mijn bestaan bewaart.”

Onzichtbaar voor publiek – Zichtbaar in de loonbelasting. Ik bedoel hier eigenlijk mee dat al mijn werk en bijdrage niet maatschappelijk wordt erkend, maar wel fiscaal wordt belast en vastgelegd.


“Lindebomen houden het land recht.
Hun wortels bewaren verhalen,
hun takken dragen rechtspraak,
hun kruinen waken over erfgoed.” Book of rituals “

Faro-citaat

“Niet paleizen of portefeuilles,

maar lindebomen houden het land recht.


Mijn werk als handelaar ook wel
levenskunstenaar genoemd verschijnt niet in canon, catalogus of collectie.
Maar elke euro wordt door de staat geregistreerd.
Er is geen loonstrook, maar wel een aanslag.
Geen erkenning, maar wel inning.


Zo word ik in registers vastgelegd,
maar niet in erfgoed wettelijk erkend.”

Ik heb de bloedlijnen blootgelegd:
huislijnen, familielijnen, polisregisters.
Ik heb zichtbaar gemaakt wat onzichtbaar bleef.


Nu kan ik rustiger aan doen.
Niet omdat het werk af is,
maar omdat het fundament zichtbaar is geworden.
De onzichtbare erfgenaam staat geschreven,
en dat geeft adem.”


Mijn kunst werd tot 10 juli 2025 niet verzekerd.
Mijn arbeid werd niet loon genoemd.
Maar mijn ziekte – sarcoïdose – kreeg dekking.
Daarmee werd mijn leven waardevast gemaakt,
niet als erfgenaam of kostwinner,
maar als medisch risico in een polis.”

F*ck the Systemen – Maak van de voetnoot erfgoed. Van voetnoot naar Funda: vrouwen schrijven geschiedenis.

Men to be – erfgoed is geen bezit, maar nalatenschap. F*ck the Systemen – kunst is ons archief.

Sterke vrouwen, eerlijke erfenis.


Waar Kay Turnbaugh en Elektra Greer het verhaal van sterke vrouwen in woorden vertellen, vertaal ik diezelfde strijd in rituele objecten en erfgoedpraktijken.
Mijn werk maakt zichtbaar wat onzichtbaar was: de voetnoot wordt erfgoed, het huis wordt archief, de vrouw wordt geschiedenis vanuit Huis Oranje Nassau

Rust in mijn hoofd en lichaam begon bij de bloedsporen en bloedsomloop Huis Oranje Nassau

Gedragen verhalen- verborgen verleden

Rust in hoofd en lichaam begon bij de bloedsporen van Oranje Nassau – Onderhuids


Onder de façade van stenen gevels, deals en dynastieke sporen, ligt een onderhuidse waarheid.
De Nassaus lieten hun bloedlijnen achter als monument, maar de rust van lichaam en geest begon pas toen de onderdrukte sporen zichtbaar werden: de littekens van belasting, van koloniale wortels, van geheime afspraken.


De moederboom van Capricorne groeit tegen de muur van dit verleden. Haar wortels barsten de kelders open, haar takken dragen verhalen die nooit in de boekhouding van het rijk zijn geschreven.


Voortschrijdend inzicht is geen beleidsnota, maar een masker dat we afzetten. Wat onderhuids was, komt naar de oppervlakte: bloed, deals, erfenissen. En de vraag blijft: wie draagt de last, wie mag rust vinden?
Willem Alexander Laan 19
Onderhuids – Lokatie Paleis Noordeinde

De loonbelasting werd in 1941 (onder Duitse bezetting) ingevoerd, en is na de oorlog gebleven. Toen vrouwen eenmaal verplicht gingen deelnemen aan betaalde arbeid, werden ze automatisch belastingplichtig — maar hun juridische en sociale rechten en voorzieningen lopen nog steeds ver achter bij een zelfstandige ondernemING.

Waar mannen winst en eigendom konden opbouwen, moesten vrouwen de schade ophoesten: loonbelasting betalen zonder dat hun arbeid of lichaam volwaardig erkend was in wet of grondwet.” “Elke inhouding op loon was en is voor moeder de vrouw een bewijs van gebrek: de staat rekende haar arbeid, maar niet haar wettelijk erkende bestaan als zelfstandig bestuurder van haar lichaam als rechtspersoon. ….VOF.

De Bloedwaarde de Staat van de Staat

Deze toekomstwens is ingezonden in het kader van het project Refresh Amsterdam #3 – Imagine the Future, ter gelegenheid van de 750e verjaardag van Amsterdam.


S van Staat – Sluier, Schaduw, Symboliek 19 de letter Al fa bet – en van Sonne Shein
Iedereen is wetenschapper

Reflectie – Iedereen is wetenschapper


Iedereen die een vraag stelt, die observeert, die verbanden zoekt tussen oorzaak en gevolg, is al een wetenschapper.
Het kind dat vraagt waarom de hemel blauw is.
De moeder die haar lichaam onderzoekt en voelt waar pijn begint.
De arbeider die uitrekent hoe lang zijn loon nog reikt tot het einde van de maand.
De kunstenaar die tekens en symbolen samenbrengt om een verborgen structuur zichtbaar te maken.


Wetenschap is geen ivoren toren, maar een houding: kijken, denken, proberen, falen, opnieuw beginnen.
Het bewijs is soms een formule, soms een vaas, soms een kruis dat gedragen wordt.
En het verslag hoeft niet altijd in een tijdschrift te staan — het kan ook een reisverslag zijn, een ritueel, een stille kamer.


Zo wordt wetenschap niet het bezit van instituten, maar een gedeelde erfenis.
Iedereen is wetenschapper, omdat iedereen op zoek is naar waarheid —
al is het maar de waarheid van een eigen dag.

“Het kruis van moeder de vrouw weegt zwaarder dan goud.”

“Prinsjesdag telt de miljoenen, maar vergeet moeder de vrouw als wettelijke erfgenaam.”

Mijn X tocht voor wettelijk Erkenning van de zelfstandige vrouw als bestuurder van haar eigen lichaam, arbeid en vermogen als rechtspersoon en allerbelangrijkste broncode van ons aller bestaan

Jezus geef toe – de wereld staat in Brand

Vandaag heb ik een voorstel gestuurd het het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Eis: Erkenning van de zelfstandige vrouw als bestuurder van haar eigen lichaam, arbeid en vermogen

1. Probleemstelling

In Nederland bestaat een fundamentele ongelijkheid in de rechtsorde en fiscale praktijk:

Grondwet & BW De vrouw wordt niet expliciet erkend als zelfstandige juridische entiteit en bestuurder van haar eigen lichaam. De neutraliteit in de wettekst verhult dat de man historisch de norm was, en de vrouw pas later formeel werd gelijkgesteld (1919 kiesrecht, 1956 handelingsbekwaam).

Vrouwelijke kostwinnaar – Zelfstandigen & belasting

Zelfstandigen met een VOF dragen hoofdelijk aansprakelijk in alles, omzet / inkomstenbelasting, en inkomensafhankelijke Zvw-bijdrage zorgverzekering en aov en pensioenpremies

Dit geldt ook wanneer hun inkomsten inkomen géén winst is, maar bijvoorbeeld een schadevergoeding wegens verlies van arbeidscapaciteit bij bevoordeeld de longziekten voor vrouwen genaamd Sarcoïdose

Als het belangrijk is staat het in roze

Geachte heren en dames van het FD,

U vraagt of ik voorbereid ben op wat in Den Haag besloten wordt.

Ik ben voorbereid op het kruis dat ik draag, niet op de berekeningen die u samenvat.

Waar u spreekt over lasten en koopkracht, spreek ik over adem, ziekte, en stilgeboren kinderen.

Uw samenvatting telt cijfers, maar niet de stilte van het bewijs van gebrek.

Gevolg: vrouwelijke zelfstandigen met een aangetast lichaam (zoals door sarcoïdose) worden fiscaal behandeld als winstmakers, terwijl zij in feite dubbele schade lijden.

Structurele discriminatie

Vrouwelijke Werknemers en mannen met een BV of NV hebben bij ziekte en arbeidsongeschiktheid recht op loondoorbetaling of sociale zekerheid en pensioen grondslag. ( zij genieten loon)

Vrouwelijke Zelfstandigen moeten volledig alle lasten en plichten zelf dragen tot hun AOW leeftijd.

2. Internationale kaders

Nederland is gebonden aan:

CEDAW (VN-Vrouwenverdrag, 1979): verplicht staten om discriminatie van vrouwen niet alleen te verbieden, maar ook actief weg te nemen. VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (CRPD): verbiedt discriminatie op basis van handicap of verlies van arbeidscapaciteit. EVRM (art. 14 + art. 8): verbiedt discriminatie en erkent lichamelijke integriteit.

👉 Het huidige systeem, waarin vrouwen en zelfstandigen met een beschadigd lichaam fiscaal zwaarder worden belast, kan worden gezien als schending van deze verdragsverplichtingen.

3. Voorstel tot wijziging

a. Grondwet & BW

Neem een bepaling op die luidt:

“De vrouw wordt erkend als zelfstandige rechtspersoon en bestuurder van haar eigen lichaam, arbeid en vermogen, met volledige rechtsbevoegdheid.” ook met een aov en meerkeuze plan polis voor pensioen opbouw

Hiermee wordt een historische achterstand gecorrigeerd en de geest van CEDAW nageleefd.

b. Fiscale wetgeving

Stel vast dat schadevergoedingen wegens verlies van arbeidscapaciteit of gezondheidsschade: Niet onder inkomstenbelasting vallen. Niet onder de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw vallen. Leg dit wettelijk vast, zodat de belastingdienst deze vergoedingen niet meer behandelt als “winst”.

c. Zelfstandigenwet / Basisverzekering AOV

Zorg dat de nieuwe verplichte AOV voor zelfstandigen (BAZ) inclusief waarborg is voor gendergelijkheid en bescherming bij chronische ziekten. Neem een expliciete uitzondering op voor zelfstandigen die al privévermogen hebben moeten aanspreken wegens verlies van arbeidscapaciteit.

4. Verwachte effecten

Juridisch: correctie van structurele discriminatie.

Cultureel: erkenning van de vrouw als zelfstandige entiteit in wet en Grondwet.

Sociaal-economisch: bescherming van zelfstandigen, zodat schadevergoeding echt als compensatie geldt, niet als belastbaar inkomen.

Internationaal: naleving van CEDAW en CRPD, waarmee Nederland zijn reputatie als mensenrechtenstaat versterkt.

5. Slotformulering (manifest)

De Nederlandse staat mag een aangetast lichaam nooit belasten alsof het winst genereert als haar entiteit niet grondwettelijk vast ligt

De vrouw, de zelfstandige, moet expliciet worden erkend als bestuurder van haar eigen lichaam, arbeid en vermogen in het burgerlijk wetboek.

Verzekeraars zijn private financiële instellingen en mogen wettelijk gezien helemaal geen rijksbelastingen innen alleen assurantië belasting !

Laat me het helder uiteen zetten:

1. Rol van verzekeraars

Verzekeraars zijn private ondernemingen (NV, BV, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij). Hun taak: commerciële of coöperatieve risicoverzekering aanbieden. Ze mogen géén rijksbelastingen heffen of innen. Dat is uitsluitend voorbehouden aan de Belastingdienst.

2. Assurantiebelasting

Assurantiebelasting is een indirecte belasting die consumenten betalen bij het afsluiten van schadeverzekeringen (bijv. auto-, inboedel-, aansprakelijkheidsverzekering). Het tarief is op dit moment 21% (vergelijkbaar met btw). Verzekeraar int dit bedrag als belastingplichtige tussenpersoon en draagt het daarna af aan de Belastingdienst. Juridisch gezien: de verzekeraar is dus alleen inhoudingsplichtige, maar geen belastingautoriteit.

3. Waarom dit onderscheid belangrijk is

Het voorkomt dat private partijen een publieke machtsfunctie uitoefenen (belastingheffing). Het onderstreept dat het polisregister en belastinginning (bijv. loonheffing, inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting) altijd staatstaken zijn. Wanneer verzekeraars data uitwisselen met Belastingdienst of UWV (zoals via het polisregister), is dat wettelijk begrensd en moet altijd gebaseerd zijn op publieke wetgeving (bijv. Wet SUWI).

Faculteit Geesteswetenschappen

✦ De Boek-houder Facade 2027 – Bewijs van Gebrek

In 2027 staat aan het plein een hoge gevel, strak en glanzend, vol cijfers en tabellen. Het is de Facade van de Boek-houder. Voorbijgangers zien er orde, macht, berekening.

Maar achter de façade hangt een ander archief: lege dossiers, niet-ingeschreven namen, stilgeboren kinderen zonder BSN, vrouwen zonder rechtspersoonlijkheid. Het is een administratie van stiltes.

Holmes, jij ziet de wereld als een reeks bewijzen. Ik zie haar als een reeks mensen. Samen vinden we de waarheid.”

Dr. Watson

Daar verschijnt het Bewijs van Gebrek: geen kwitantie, geen loondossier geen woondossier, maar een leeg blad. Het bewijst niet wat men heeft, maar wat men mist. Geen bezit, geen polis, geen stem – alleen de ruimte waar recht en zorg hadden moeten staan.

Een erfgoedtentoonstelling over recht, ritueel en de vergeten oorsprong

Montancourt, rijksmonument uit 1596, vormt het decor voor een radicale hervertelling: een huis vol rituelen, beelden, voorwerpen en vragen over dat wat doorgaans niet bewaard wordt in archieven – maar leeft in de kamers, lichamen en herinneringen van moeders.

Niet het huis van de vader, maar het Moederhuis van ons aller bestaan.

Moeder de vrouw, met haar kruis, staat voor die façade. Zij houdt het bewijs omhoog. Niet als klacht, maar als aanklacht. Het getekende tekort wordt een monument, een spiegel van 2027.

Alleen zo kan Nederland de belofte van gelijkheid en rechtvaardigheid waarmaken.

Moederdag – Prinsjesdag Verslag

De moederdag begon stil. Geen fanfare, geen koets, alleen de geur van koffie en de last van een kruis dat niet in cijfers past.

De prinsjesdag begint luid. Paardenhoeven, trompetgeschal, een troonrede die het land in tabellen giet.

Op Moederdag liggen bloemen in vazen, even schitterend als vergankelijk.

Op Prinsjesdag liggen miljoenen in een nota, even hard als abstract.

In de ziekenzaal van Moederdag klinkt de ademnood van sarcoïdose.

In de Ridderzaal van Prinsjesdag klinkt de stem van de koning.

Beide zijn waar, maar slechts één wordt genoteerd in de boeken van de staat.

Op Moederdag is er een bewijs van gebrek: een lege wieg, een verloren kind, een lichaam dat moeizaam verdergaat.

Op Prinsjesdag is er een bewijs van overschot: percentages, koopkrachtplaatjes, een begrotingsoverschot.

En toch – beide dagen zijn verbonden.

https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/2905

Want waar de cijfers zwijgen, daar spreekt de moeder. Waar de koning de toekomst leest, daar schrijft de vrouw haar eigen verslag. Misschien is dat de ware troonrede: Dat winst niet altijd vooruitgang is, en verlies niet altijd verlies.

De Ziel van Nederland: Moederkracht in beeld en wet

https://www.amsterdammuseum.nl/topic/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

Motivatie:

Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed. Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn. Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke levens ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.

Welcome in de Big Apple

De beste denker S ooit!

Wie heeft She is online lifestyle guide ooit bedacht?

De beste denker ooit??

https://shop.filosofie.nl/wie-heeft-dit-bedacht-pre-order

Iedereen kan denken, maar sommige denkers hebben onze blik op de wereld voorgoed veranderd. Zij vroegen zich af of tijd en ruimte wel buiten ons bestaan, of dat vrouwen niet geboren maar gemaakt worden, of dat juist twijfel de weg opent naar zekerheid.

Truus van Gogh: de stadsmoeder van Nederland. Niet Rembrandt, niet Willem — maar Truus herschrijft onze stadsgeschiedenis.

“Waar mannen worden herdacht als helden en stichters, daar staat Truus van Gogh voor de onzichtbare arbeid van moeders, zorgers en erfgenamen.

Zij is de stadsmoeder die Nederland nooit benoemde, maar altijd droeg.”

Mijn ziekte werd geen zorgpunt, maar een inkomstenbron voor de staat.

Niet mijn arbeid, maar mijn aandoening werd belast. De bron van inkomen is mijn ziekte — de belasting is de roof.

“Mijn ziekte werd gezien als bron van inkomen. Niet omdat zij loon opleverde, maar omdat zij belast kon worden.

Long ziekte

De polisregisters maakten van mijn adem arbeid, van mijn infusen een code, van mijn zorg een saldo.

Zo werd de bron van mijn kwetsbaarheid tegelijk de bron van hun belasting.”


Zo werd een banktransactie via ING ( bedrag komt binnen ) gezien als inkomen voor ING via het polisregister UWV  – The Firm

Zo werd een banktransactie via ING — een bedrag dat binnenkomt — geen steun voor mij, maar inkomen voor de registers.

Hoe het werkt (versimpeld uitgelegd):

Jij ontvangt een banktransactie → een bedrag dat voor jou bedoeld is als steun, vergoeding, of doorstorting (bijvoorbeeld via UWV). Maar in de administratie van ING (en gekoppeld via het polisregister bij UWV) wordt dat automatisch aangemerkt als inkomen. Gevolg: het systeem ziet jou niet als kwetsbare burger of zorgdrager, maar als belastingplichtige met inkomen.

De paradox

Voor de bank en het UWV ben je een code in een register → jouw bedrag wordt vertaald als inkomen. Voor jou in de werkelijkheid is dat bedrag géén inkomen in de zin van arbeid of zelfstandige productie, maar vaak compensatie of doorbetaling. Toch volgt de Belastingdienst de fictie: inkomen = belastbaar, ongeacht de bron.

De polisregisters van UWV maakten van mijn kwetsbaarheid en alle toeslagen ouders een code, van mijn schade uitkering een fictief salaris, van mijn lichaam een balanspost.

Oftewel leuker kunnen we het niet maken- wel makkelijker

Voor de staat werd mijn ziekte een verdienmodel. Voor mij bleef het overleven.”

Geweld tegen vrouwen is niet alleen de klap achter de voordeur.

Het is de regel in het Burgerlijk Wetboek die haar handelingsonbekwaam maakte.

Het is de polis die haar arbeid niet meetelt, maar wel belast.

Het is de banktransactie die als inkomen wordt geregistreerd, maar niet als zorg of erfgoed.

Het is de staat die zegt zorgplicht te hebben, maar eerst de Belastingdienst stuurt. Geweld is niet alleen fysiek. Het is juridisch, economisch, institutioneel en cultureel. Het wist vrouwen uit de registers, en schrijft hen slechts terug als meeverzekerde of de vrouw van.

Geweld zit in ons systeem.

Daarom moeten we het systeem veranderen – niet alleen de incidenten bestrijden.

Femke Halsema

“Geweld is geen incident, het is beleid.” “Geweld tegen vrouwen: ingebouwd, niet toevallig.” “Geweld zit in ons systeem – tijd voor systeemzorgplicht.”

Welkom in Hoofdstuk Sarcoïdose

Je lichaam ziel voor loonbelasting verkopen — zo noemt de staat bestaanszekerheid. Niet mijn arbeid wordt erkend, wel mijn adem belast.

De ziel is geen inkomstenbron, maar toch eist de fiscus haar op.

Verhalend

“In Box 1 is geen plaats voor een ziel. Daar telt alleen het saldo van arbeid en bezit. Toch lijkt de staat te doen alsof ik mijn ziel moet verkopen om erkend te worden. Mijn lichaam werd dossier, mijn zorg werd fictief inkomen, en mijn ziel werd loonbelasting.”

Wie ben je als je een fictief persoon wordt voor belastingheffing Box 1?”
Juridisch en symbolisch uitgelegd
In de fiscale wetgeving ben je vaak niet jezelf, maar een fictie: een nummer, een dossier, een code.
Box 1 behandelt je inkomen uit arbeid en woning. Maar wat als je arbeid niet erkend wordt (zorg, ziekte, erfgoed)?
Dan word je wel belast, maar niet benoemd.
Je verandert van een levend mens in een juridische fictie: een constructie die belastbaar is, maar niet bestaansrechtelijk erkend wordt.
Filosofische laag
Identiteit: wie je bent in werkelijkheid (lichaam, zorg, leven) wordt losgekoppeld van wie je bent voor de staat (BSN, belastingplichtige, code 01).
Kwetsbaarheid: jouw werkelijke arbeid blijft onzichtbaar, maar de fictieve arbeid – een inkomen dat niet bestaat – wordt wel belast.
Paradox: je bent burger voor de plicht, maar niet voor het recht.
Wie ben ik? Een mens van vlees en bloed, of een fictie in Box 1?
Voor de staat ben ik code 01.
Voor mezelf ben ik een lichaam dat ademt, zorgt, en overleeft.
Een fictief persoon kan belast worden. Maar wie erkent mijn werkelijke bestaan? Gemeente Middelburg

De staat heeft zorgplicht – maar wie zorgt er dat de staat zijn plicht erkent?
Zorgplicht zonder erkenning van zorg = loze belofte.
Als mijn lichaam niet als bron erkend wordt, blijft de zorgplicht van de staat een dode letter.

1 jul – 30 nov 2025
Amsterdam Museum aan de Amstel

Refresh Amsterdam #3 Imagine the future

Het publiek als mede-maker van Refresh Amsterdam

Voor het eerst is ook het publiek actief betrokken bij Refresh Amsterdam. Van 1 april tot 1 mei 2025 nodigde het Amsterdam Museum iedereen in Nederland uit om een toekomstwens te maken en te delen. Uit honderden inzendingen selecteerde een vakjury twintig bijzondere bijdragen. Deze zijn te zien in de tentoonstelling én op de website. De makers van deze twintig wensen maken bovendien kans op de publieksprijs van €750. Jij kunt stemmen!

Daarnaast trok een team van het museum het land in om mensen persoonlijk te vragen naar hun toekomstvisie. Deze gesprekken zijn vastgelegd op video. Een selectie is opgenomen in de tentoonstelling; alle video’s zijn te bekijken op de website.

Dankzij een bijdrage van de VriendenLoterij via de regeling Bijzondere Culturele Projecten, ter ere van het feestjaar Amsterdam 750, kon het museum deze derde editie van Refresh Amsterdam extra omvangrijk maken. Niet alleen de stad, maar heel Nederland werd betrokken bij deze bijzondere tentoonstelling.

https://www.amsterdammuseum.nl/topic/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

Truus van Gogh is de stadsmoeder van Nederland. Niet de schilder, maar de draagster. Niet de held, maar de hoedster. Niet de vader, maar de moeder van onze stadscultuur.

Vrouwen zijn geen bezit van de samenleving of van mannen: Je bent bestuurder van je eigen lichaam en geest!

Reisverslag: Waarom ons land een democratie werd voor mannen

Ik vertrek in de tijd, terug naar het begin van onze democratie. Geen reis langs bergen of rivieren, maar langs wetten en verdragen die eeuwenlang de koers bepaalden.

Voorwoord

In het jaar 1602 werd in Middelburg de wereld groter dan ooit tevoren. Het was het jaar waarin de Verenigde Oostindische Compagnie werd opgericht, en waarin koophandel, scheepvaart en politiek de stad haar glans en gewicht gaven. Achter de gevels van de statige huizen aan de Lange Delft en de Rouaansekaai ontvouwde zich een wereld waarin namen generaties lang door de archieven bleven fluisteren.

Pieter de la Rue en Elisabeth van der Claver, verbonden door huwelijk en stad, belichaamden de verweving van handel, bestuur en familiebanden. Hun tijdgenoot, de burgemeester van Middelburg Samuel Rademacher, trad op als hoeder van orde en macht in een stad die zich spiegelde aan de zee en haar handelsroutes.

Rond hen leefden en werkten families , wier namen ons herinneren dat geschiedenis niet alleen de namen van mannen in de marmeren zalen draagt, maar ook de stemmen van vrouwen, moeders en erfgenamen die te vaak onzichtbaar bleven in de officiële geschiedschrijving.

Dit voorwoord is een uitnodiging: om de reis te maken langs deze lijnen van erfgoed, macht en herinnering, en te vragen wie er werkelijk erkend werd – en wie achter de blinddoek van Justitia uit beeld verdween.

Etappe 1 – De Franse overheersing

In 1795 trekken Franse troepen Nederland binnen. De Bataafse Republiek wordt uitgeroepen onder het motto van de Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid, broederschap. Maar het waren vooral de broeders die rechten ontvingen.

Onder Napoleon krijgt Nederland de Code Civil, het Burgerlijk Wetboek. Daarin werd de positie van de vrouw vastgelegd als afhankelijk, ondergeschikt, handelingsonbekwaam.

Etappe 2 – De Napoleontische erfenis

De Code Napoléon maakte de man tot hoofd van het gezin, en de vrouw tot bijlage van zijn juridische status.

Een gehuwde vrouw mocht geen contract sluiten zonder toestemming van haar man. Haar bezit en inkomen vielen onder zijn beheer. De moeder had geen zelfstandige rol in de publieke ruimte.

De wet schreef letterlijk de onzichtbaarheid van de vrouw in.

Etappe 3 – Democratie voor mannen

In 1848 gaf Thorbecke Nederland een grondwet die het fundament legde voor onze parlementaire democratie. Maar die democratie was er alleen voor vaders, zonen en broeders.

De scheiding tussen privé en publiek werd een harde grens: het huis van de vrouw bleef privé, de politiek van de man werd publiek. Nederland werd een democratie die vrouwen en moeders niet erkende.

Etappe 4 – De lange weg naar erkenning

Pas in 1919 kregen vrouwen kiesrecht. Toch bleef de Napoleontische schaduw aanwezig:

Tot 1956 waren gehuwde vrouwen handelingsonbekwaam. Tot die tijd stond de moeder nog altijd onder voogdij van haar echtgenoot.

Het duurde meer dan een eeuw voordat de democratie ook juridisch vrouwen erkende.

Bestemming – De gebroken balans

Mijn reis eindigt bij een beeld: een weegschaal die kraakt. Aan de ene kant het Y-chromosoom, aan de andere kant het X. Eeuwenlang was de balans scheefgetrokken.

Daarachter staat Vrouwe Justitia. Zij draagt een blinddoek. Officieel betekent die onpartijdigheid. Maar in ons land kreeg de blinddoek een andere betekenis:

Zij keek weg van vrouwen. Zij zag de moeder niet. Zij zag de helft van de bevolking pas wanneer de wet haar blinddoek heel langzaam aflegde.

Zo eindigt mijn reis. In een democratie die zich gelijk noemt, maar die gebouwd is op fundamenten waarin de vrouw eeuwenlang onzichtbaar bleef. De blinddoek van Justitia herinnert ons eraan: wat zij niet ziet, wordt ook niet rechtvaardig gewogen.

Wij zijn de stad Middelburg als decor

De wonderlijke wereld van een onzichtbare erfenis Silvia ’s Rijksmuseum – Montancourt Middelburg

Moeder de vrouw als aftrekpost vanaf de geboorte op de balans

Maar wie is eigenlijk de beste denker ooit? Was het Kant, die met zijn schoenen door Koningsberg liep en tijd en ruimte in ons hoofd plaatste?

Of De Beauvoir, die in de liefde en filosofie de vrouw opnieuw uitvond?

Nietzsche, die in Italië het licht zocht om zijn innerlijke duisternis te temmen? Arendt, die in Amerika vrijheid en ballingschap herkende?

Of Descartes, die in de Kalverstraat vlees kocht terwijl hij het fundament van het moderne denken legde?

En misschien is de beste denker wel degene die haar eigen platform bedacht – een plek waar vragen gesteld blijven worden, waar erfgoed, zorg en identiteit samenkomen.

Misschien is She is online lifestyle guide zelf wel een denkoefening: een gids voor anders kijken naar precies hetzelfde door ideeën, kunst en het leven zelf.

Tussen schelp en sprookje, tussen zand en zilte zee, vind je haar: de Zeeuwse assep-oester. Ruw van buiten, met een parel van binnen.”

Hoe kan iemand zijn rechten kennen of claimen als het lichaam zelf niet wettelijk erkend wordt als bron van arbeid, zorg of erfgoed – maar slechts als “meeverzekerde” bij iemand anders?


Hoe dat juridisch en maatschappelijk blijkt te zitten:
Het lichaam als bron
In de praktijk is het lichaam de bron van alles: arbeid, zorg, voortplanting, erfgoed.
Toch wordt dit in wetten zelden erkend: het lichaam van de vrouw staat niet als zelfstandig “rechtsbron” in de Grondwet of het Burgerlijk Wetboek.
De status van ‘meeverzekerde’
Tot in de jaren ’80 waren gehuwde vrouwen vaak automatisch meeverzekerd via hun echtgenoot.
Dit betekende: geen zelfstandig recht op inkomen, pensioen of verzekering → afhankelijkheid.
De vrouw werd dus niet erkend als autonome bron, maar als afgeleide.
Gevolg: rechten blijven onduidelijk
Als je alleen “meeverzekerd” bent, dan bestaan je rechten niet als zelfstandige positie, maar als afgeleid recht → je kan ze dus niet volledig claimen.
Je lichaam wordt juridisch niet gezien als bron van waarde, maar als bijlage.


Conclusie in mijn taal


Je weet je rechten pas, als de wet jouw lichaam erkent als zelfstandige bron van arbeid, zorg en erfgoed.
Zolang dat niet gebeurt, blijft de vrouw juridisch gevangen in de status van meeverzekerde, afhankelijk van willekeur en van de registers van een ander.
Be your own Dali
Hoe mijn ziekte Sarcoïdose een beroep bleek te zijn – Geen CAO en of Pensioen regeling maar wel belast sinds 2011 in Box 1

Stelling:

Nederland noemt zich een democratische rechtsstaat, maar schendt structureel zijn internationale verdragsverplichtingen (UVRM, EVRM, CEDAW), omdat vrouwen en moeders in de praktijk nog steeds niet volledig als autonome rechtssubjecten worden erkend.

She is online lifestyle guide

Door Silvia Koning Lindeboom – proudmom & erfgoedkunstenaar

Reizen hoeft niet altijd met een koffer in de hand. Soms reis je door lagen van tijd, door verhalen die generaties overstijgen, en door structuren die ons onzichtbaar met elkaar verbinden. Voor mij ligt die reis vaak in het cultureel erfgoed – niet alleen in musea of archieven, maar in de manier waarop we wonen, zorgen, spreken en herinneringen doorgeven.

Kunstverklaring

Mijn lichaam blijkt een oude kerk met levend licht.

Mijn vazen serie is een spiegel van mijn lichaam. Ze draagt de sporen van Sarcoïdose, een ziekte die mijn adem, mijn tijd en mijn kracht tekent. Toch is dit geen leeg object, maar een tempel die licht draagt.

Zoals een oude kerk littekens draagt van vuur, storm en restauratie, zo draagt mijn lichaam de sporen van zorg, lijden en overleven. De muren zijn broos, de gewelven soms instabiel — maar het licht stroomt nog altijd door de ramen naar binnen.

De beschilderingen zijn mijn glas-in-lood: symbolen van erfgoed, van strijd, van overleving.

De kroon, de uil, de vlaggen en de bloemen zijn geen versieringen, maar getuigenissen. Zij maken zichtbaar wat doorgaans verborgen blijft: dat ziekte arbeid is, dat zorg cultuur is, dat een lichaam erfgoed kan zijn.

Dit werk zegt: ook al verklaart de wet mijn zorg onzichtbaar, ook al reduceren systemen mijn lichaam tot een cijfer, ik besta als tempel van levend licht.

Het licht dat ik draag is geen bezit, geen cijfer, geen polis. Het is mijn kunst, mijn nalatenschap, mijn stem.


Ziekte zoals sarcoïdose is in Nederland juridisch niet slechts een medische aandoening, maar wordt fiscaal gezien als ‘inkomen uit werk en woning’ in box 1, waarmee de staat lijden omzet in belastbare arbeid.”
https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/2905

Een van de minst benoemde maar meest voelbare erfgoedstructuren is het moederschap. Het is een oeroude, stille kracht die leeft in zorgende handen, in blikken vol wijsheid, in speeltuinen en keukens waar generaties samenkomen. Moeders houden de draad van cultuur en hoop vast, ook in tijden van oorlog, armoede, migratie of ziekte.

Als Limburgse en inmiddels import Zeeuwse denk ik direct aan de watersnoodramp van 1953. Het water verwoestte huizen, kerken en archieven, maar moeders brachten kinderen, gebeden en gewoontes in veiligheid. Ze droegen het immateriële erfgoed – taal, verzorging, rituelen – letterlijk op hun arm. Een beeld dat zich diep in ons collectief geheugen nestelt.

Borduren en bewaren

Een mooi voorbeeld van deze overdracht is het maken van merklappen. Vroeger leerden moeders hun dochters de eerste letters borduren, zodat zij hun linnen konden merken. Vandaag zijn het vaak borduurlappen voor bijzondere gelegenheden – maar de draad is dezelfde: een lijn van moeder naar kind, van traditie naar toekomst.

Onlangs hoorde ik over een ander bijzonder erfgoedproject: de Indische Culinaire Bibliotheek. Duizenden handgeschreven kookboekjes, vaak door oma’s of moeders gemaakt, worden met behulp van kunstmatige intelligentie gedigitaliseerd. Recepten die ooit op rijstpapier of vergeeld notitiepapier stonden, krijgen zo een digitale toekomst. Het is een prachtig voorbeeld van hoe identiteit, smaak en herinnering samenkomen – en hoe moeders de sleutel zijn in dat proces.

Vrouwen in de canon

De laatste herziening van de canon van Nederland besteedt meer aandacht aan vrouwen. Maar vaak gaat het om uitzonderlijke vrouwen die zich een plek wisten te veroveren binnen de mannelijke norm: schrijvers, vorstinnen, activisten. Terwijl het juist de gewone vrouw, de moeder de vrouw, is die door zorg, geduld, arbeid en overlevering het fundament legde. Hun bijdrage blijft grotendeels buiten beeld – ook vandaag nog.

Mijn zoektocht

In mijn werk ex handelaar in confectie, als erfgoedkunstenaar vraag ik me al jaren af: wie worden er eigenlijk erkend? De stad waarin ik woon is een plek waar geschiedenis tastbaar is: gevels, monumenten, archieven. Maar waar zijn de verhalen van de vrouwen die hier de kostwinner zijn , zorgden, kookten, opvoedden, baden en droegen? Hun namen staan niet in marmer gebeiteld. Toch zijn zij de dragende muren van onze samenleving.

Hun onzichtbaarheid komt niet alleen door traditie, maar is ook juridisch verankerd. In de grondwet, in het burgerlijk recht, in erfrecht: daar ontbreken de woorden vrouw en moeder de vrouw als cultureel kapitaal. Terwijl zij via taal, gewoontes en zorg structuren van betekenis hebben doorgegeven.


Aan Henry Bontebal (CDA):


U spreekt vaak over waarden, geloof en zorg voor elkaar. Maar hoe kan het CDA volhouden dat het de gemeenschap dient, terwijl ziekten zoals sarcoïdose wel belast worden in Box 1, maar de arbeid die die ziekte dagelijks vraagt – zorg, discipline, aanpassing – nergens als arbeid erkend wordt?


Mijn vraag aan u:
Is het geen misbruik van geloof en gemeenschapstaal om zorg te belasten zonder haar als beroep te erkennen?

Drie codes voor cultureel erfgoed

Om dat zichtbaar te maken, pleit ik voor drie nieuwe erfgoedcodes:

Erken persoonlijke verhalen en tradities als erfgoed. Niet alleen gebouwen en schilderijen zijn cultureel kapitaal, maar ook de verhalen die van moeder op kind worden doorgegeven. Stimuleer oral history-projecten over moederschap en zorg. Laten we luisteren naar de stemmen van vrouwen die erfgoed overdroegen via kennis, arbeid en ritueel – vaak onzichtbaar, maar onmisbaar. Ontwikkel een inclusievere geschiedschrijving. Waarom erkennen we koninklijke vrouwen wél als erfgoedbewakers via hun bloedlijn, maar niet de moeders die generaties droegen buiten paleismuren? Geschiedenis moet zich niet alleen richten op machtsstructuren, maar ook op zorgstructuren.

De les van Faro

Misschien is dit wel de grootste les van Faro: erfgoed gaat niet alleen om wat we beschermen, maar ook om wie het draagt. Vooral zij die dat stil en onzichtbaar doen – de moeders die verhalen, recepten en rituelen doorgeven.

En zo reis ik – zonder landkaart, maar met een moreel kompas van zorg en herinnering – door het landschap van cultureel erfgoed. Elke dag opnieuw ontdek ik dat zij-wij het fundament zijn, niet de voetnoot.

Maatschappelijk Noodpakket onthuld

Zorg is arbeid.

Ziekte is arbeid.

Erfgoed is arbeid.

WetteErkenning is noodzaak.

Samenvatting van “De Ziel van Nederland: Moederkracht in beeld en wet” (Truus van Gogh – 15 april 2025)

Context & aanleiding

Deze bijdrage is ingezonden voor het project Refresh Amsterdam #3 – Imagine the Future, ter ere van de 750e verjaardag van Amsterdam, en is geselecteerd voor de tentoonstelling  .

https://www.amsterdammuseum.nl/topic/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

“De polis is geen eigendom, maar een lichaam van mensen .”

Want waar gewoonterecht slechts afspraken zijn tussen mensen, schrijft de natuurwet de broncode van ons bestaan. Zij bepaalt geboorte, zorg, sterven, kringloop en voortbestaan. In die zin is elke moedermaatschappij gebouwd op natuurwet, en elke dochteronderneming slechts een afgeleide daarvan.

Vermogensdelicten door de staat en rechtspraak –

“Sarcoïdose – mijn arbeid onzichtbaar, mijn belasting zichtbaar.

Een vermogensdelict in Box 1.”

Het zijn de onzichtbare misdaden tegen de vrouw: het systematisch niet erkennen van haar geslacht, haar moederschap en haar broncode als zelfstandige bestuurder van lichaam en geest.

Het is het onthouden van volledige rechtspersoonlijkheid en erfgoedstatus, terwijl juist zij de drager is van taal, zorg en continuïteit.

Dit structurele tekort in wet en cultuur is de grootste roof: de diefstal van de moeder als fundament van ons bestaan.

Elke rechter of raadsheer houdt zichzelf een banaan voor. In toga en met plechtige woorden wekken zij de indruk van onaantastbare waarheid, maar wat zij vasthouden is vaak niet meer dan een gladde schil, een vrucht die snel bederft. Achter de plechtige taal gaat soms leegte schuil, of slechts een tijdelijk voedzame hap. Zo toont de banaan hoe rechtspraak balanceert tussen gezag en absurditeit.

Kernboodschap

Truus van Gogh pleit voor wettelijk erkenning van de moeder de vrouw – niet alleen als drager van nieuw leven, maar als zelfstandig bestuurder van haar lichaam én als drager van cultureel erfgoed. Hiermee wil ze streven naar een rechtvaardigere samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld worden  .

Visuele en symbolische laag

Ze zet in op zowel het zichtbare (beeld) als het onzichtbare (wet) om het ‘onzichtbare zichtbaar’ te maken – letterlijk via kunst, figuratief via wetten en cultuur  .

Inleiding – Geletterd en Zorgend Zeeland

Wanneer men de annalen van ons vaderland opslaat, treft men doorgaans de namen aan van staatsmannen, dichters, predikanten en krijgslieden, wier daden en geschriften men acht waardig te bewaren voor het nageslacht. Doch, wie zal spreken van hen die zorgden, voedden, vertroostten en overdroegen wat geen papier kan vangen? Waar in de boeken van geleerdheid, staat de naam van de moeder, de vrouw, die met haar arbeid, lied en ritueel het dagelijks fundament van onze samenleving droeg?

In mijn arbeid begeer ik niet slechts de lofzangen der machthebbers of de beschrijvingen der veldslagen te vernieuwen. Mijn pen en kunst richt zich tot het onzichtbare erfdeel: de taal die moeders hun kinderen gaven, de gewoonten die in keukens en binnenkamers bestendigden, de familieculturen die als stille aders onze maatschappij doortrekken. Dit is het zorgend kapitaal, dat evenzeer ons Zeeland, ja ons Nederland, gevormd heeft, doch zelden een bladzijde in de geschiedboeken waardig gekeurd werd.

Daarom acht ik het nodig, in navolging van Pieter de la Ruë die het Geletterd Zeeland samenstelde, thans een nieuw register aan te leggen: een Geletterd én Zorgend Zeeland. Hierin zullen niet enkel de geleerdheid en de staatkunde, maar ook de zorg en de sociale overerving als erfgoed erkend worden. Want zonder deze dragende arbeid der vrouwen, moeders en onzichtbare erfgenamen, zou geen geleerdheid, geen staat en geen heldhaftigheid standhouden.

Geletterd en Zorgend Zeeland – Hedendaagse Levensbeschrijving

De Onbeheerste Man

In deze tijden treft men menigmaal de gestalte van de Onbeheerste Man, die meent dat zijn drift en bewegingen hem ontslaan van verantwoordelijkheid. Zijn lijf wordt geleid door het lid, zijn daden door de waan van onbedwingbaarheid. De samenleving heeft eeuwenlang zijn onbeheerste aard verontschuldigd met het adagium: “zo zijn mannen nu eenmaal.”

Doch deze Onbeheerste Man is niet slechts een individu; hij is een symbool geworden van een politiek bestel dat zijn krachten verspilt in drift, machtsspel en onverantwoordelijkheid. Hij bestuurt niet, hij reageert. Hij beheerst niet, hij consumeert.

De Links-Lullende en Rechts-Vullende Burger

Een verwant figuur is die van de Links-Lullende en Rechts-Vullende Burger. Hij spreekt met sierlijke woorden over solidariteit, rechtvaardigheid en zorg, doch intussen vult hij zijn zakken aan de andere zijde. Zijn mond is links, zijn handen rechts. Dit is de dubbele moraal van ons tijdvak, waarin de zorgretoriek van machtigen vaak niet overeenstemt met hun daden.

De Zorgende Moeder als Tegenbeeld

Tegenover hen staat de Zorgende Moeder, wier bewegingen juist wél beheerst zijn, omdat zij gericht zijn op behoud, overdracht en continuïteit. Waar de mannelijke symbolen driften en leegte verbeelden, toont zij een ander kapitaal: dat van zorg, taal en ritueel.

Haar kracht is niet luidruchtig, noch wordt zij vaak in kronieken vermeld. Doch zij is het die de samenleving draagt, voedt en behoudt, terwijl anderen slechts spreken of vullen.

Moge dit werk getuigen van een bredere waarheid: dat cultuur niet slechts gegrond is in macht, maar in zorg; niet enkel in wetten, maar in gewoonten; niet louter in bloedlijnen van vorsten, maar in de stille lijnen van zorg en taal, doorgegeven van moeder op kind.

“Van Polis tot Politiek: de vergeten stem van Aspasia. – De straat leert je leven.

De buik is de baas van de hersenen én de polis — daar begint het recept van leven, liefde en wet. Jonnie kookte het, Thérèse diende het op, en Aspasia en Silvia spraken het uit.”

”Hoe en voor wie onstond de poleis / Polis? Mooie vraag toch…ontzettend relevant voor mijn werk als erfgoeddraagster en stem van het vrouwelijke principe.

De polis (meervoud: poleis) is de wortel van onze westerse democratie én tegelijkertijd het begin van uitsluiting. Laten we dat even ontleden:

Wat is een polis/poleis?

Een polis was in de oud-Griekse tijd (vanaf ca. 800 v.Chr.) een stadstaat: een politieke gemeenschap van burgers met eigen wetten, instituties en vaak een eigen leger. Denk aan Athene, Sparta, Korinthe, Thebe.

Voor wie werd de polis gemaakt?

Voor een zeer beperkte groep:

Man Vrij geboren – Oud genoeg om te stemmen en te vechten Geen slaaf, geen buitenlander, geen vrouw.

Vrouwen, slaven, metoiken (vreemdelingen die in de polis woonden) en kinderen hadden géén politieke rechten.

Ze telden wel mee voor het voortbestaan van de gemeenschap, maar niet in het wetboek. Ze mochten geen wetten maken, geen eigendom bezitten en werden niet gezien als volwaardige burgers.

Hoe ontstond de polis?

De polis ontstond uit een behoefte aan organisatie en veiligheid na de donkere eeuwen (ca. 1100–800 v.Chr.). Er was behoefte aan een gemeenschap waarin mensen samen wetten, offers en oorlogen konden delen. Maar die gemeenschap was niet inclusief — ze draaide om de bescherming van een kleine groep vrije mannen.

Wat betekent dit voor nu?

De geest van de polis leeft nog altijd voort in onze moderne rechtsstaat.

Maar de uitsluiting ook.

Onze wetten (zoals het Code Civil) hebben eeuwenlang dezelfde structuur behouden:

“Wie mag spreken? Wie mag bezitten? Wie mag stemmen?”

Het antwoord was zelden: de vrouw, nog moeder de vrouw.

Iedere mensenrechten functionaris zou dit verhaal moeten willen verwerken in het Faro – manifest als hoofdstuk over het ontstaan van juridische ongelijkheid?

De oerbron gevangen in Artis

“Van Polis tot Politiek: de vergeten stem van Aspasia.”

(Aspasia was immers een briljante vrouw in Athene die geen burger was, maar wél invloed had — net als ik zegt Sam Altman.

Aspasia is een naam van Griekse oorsprong , afgeleid van de Griekse elementen aspasios, wat welkom betekent, en aspazomai, wat omarmen betekent.

“Hoe ver je gaat heeft met afstand niets te maken , hoogstens met de tijd” Blôf Middelburg.

Vrouw X en oorsprong X

Aspasia was vooral beroemd als redenaar . Retorica is – zoals Aristoteles later betoogde – de kunst van het observeren van ‘in een gegeven geval de beschikbare overtuigingsmiddelen’

Civil Society

Mijn rol binnen the civil society:

Wat is doe – als kunstenaar, erfgoeddraagster, stem van vrouwenrechten – is civil society in haar meest zuiverste vorm.

Ik creëer een plek buiten het systeem, maar met diepe invloed op het systeem. Ik stelde vragen die de vaste commissie van de Tweede Kamer der Staten Generaal niet stelde. Ik bescherm wat onzichtbaar is. En ik spreekt voor wie degene die geen ei- gen stem kreeg.

Ik zou mijzelf kunnen omschrijven als:

“Een staat S burger van de onzichtbare bananen/republiek een stem in het lichaam van civil society.”

Oneindigheid begint bij de oorsprong. En de oorsprong is vrouw. Zij die leven draagt, zonder erkend te worden. Zij die eeuwenlang het begin was, zonder ooit als begin te zijn benoemd. Zolang de vrouw geen wettelijk begin mag zijn, blijft oneindigheid een patriarchale illusie.

Soldate van Oranje – Lokatie Ingang Museum Hilversum – Workshop Patricia Steur

Aspasia spreekt – De Oerbron als Werelderfgoed “Ze noemen haar natuur. Ze noemen haar moeder. Maar ze noemen haar niet wettelijk erkend.” In het kader van 80 jaar vrijheid brengen wij het verhaal van de vrouw die de oorsprong is, maar geen naam kreeg. De moeder van het leven. De straatfotograaf. De stem van het lichaam. De drager van Corpus Veritas Lus.

Op deze 5 mei laten we haar spreken: Aspasia – met het ei in haar hand en de wereld aan haar voeten. Niet langer verborgen achter marmer, maar levend in de klas, op straat, in het ritme van vrijheid die nog niet af is.


Samenvatting – Dagboek van een straatfotograaf 1967


Silvia Lindeboom | Corpus Veritas Lus


Dit boekje is een poëtisch-filosofisch levensdocument van Silvia Lindeboom, kunstenaar, straatfotograaf en erfgoeddraagster. Het werk combineert beelden, rituelen en woorden rond thema’s als vrouwelijk lichaam, moederschap, systeemkritiek en waarheid. Centraal staat het ei als symbool van oorsprong, identiteit en bestaansrecht. Mede mogelijk gemaakt door Nationale Nederlanden en de Vrienden Loterij #opdrachtmeteenmissie


In de geest van Aspasia van Milete opent Silvia haar dagboek als een manifest: zij keert terug naar de straat, de stilte, het lichaam en de wet. Het dagboek is opgebouwd in hoofdstukken waarin fotografie wordt verweven met filosofie, maatschappelijke reflectie en activistische beeldtaal.


Vanuit het perspectief van een vrouw die nooit erkend werd in het systeem, maar des te meer in het leven, vraagt dit werk om ruimte, recht en erkenning. Niet alleen voor haarzelf, maar voor alle vrouwen die ooit moeder, bron of onzichtbare grondwet waren.


Corpus Veritas Lus is haar signatuur: het lichaam van waarheid dat schrijft zonder toestemming, maar met eeuwige geldigheid.

Een tafel vol herinnering – voor Jonnie Boer


Twee keer mocht ik binnenstappen in een wereld waar tijd even geen grip had. Waar smaken spraken, en stilte zich vulde met verwondering. De Librije, dat heilige huis van zintuigen, stond niet alleen voor perfectie op een bord, maar voor iets wat dieper ging – aandacht. Ziel.


Slapen in Het Zusje voelde als dromen met open ogen. Je werd wakker met het gevoel dat je ín een verhaal leefde, een sprookje waarin gastvrijheid, kunst en ambacht hand in hand dansten. Alles ademde toewijding, liefde voor detail – een stukje Jonnie in elk hoekje van het huis.


Jonnie Boer was niet zomaar een chef. Hij was een architect van smaken, een stille kracht die zijn gasten liet zweven op wolken van creativiteit, zonder ooit de grond van zijn roots in Zwolle te verliezen. Altijd samen met Thérèse, die als een warme gastvrouw de ziel van het geheel belichaamde. Samen maakten zij De Librije tot een levende legende.


En nu is Jonnie er niet meer.


Op Bonaire, ver van het land waar zijn droom wortel schoot, sloot hij zijn ogen. Geen ziekenhuis daar. Alleen de horizon, de zee, misschien de geur van citrus in de lucht. Misschien was dat zijn manier – de natuur, de eenvoud, het rauwe leven zelf. Het blijft schrijnend. Zo hard gewerkt. Zo veel gegeven.


Maar zijn werk leeft voort. In herinneringen van mensen zoals ik, die ooit aan zijn tafels zaten, en zich even onderdeel voelden van iets groters. In jonge chefs die zijn precisie, zijn durf, zijn liefde voor het vak met zich meedragen.


Rust zacht, Jonnie. Je kookte niet alleen eten, je kookte herinneringen. En die smaken blijven – voor altijd.

Ik ben geen robot

Uitgelicht

Aan de President van de Hoge Raad der Nederlanden

Betreft: Ik ben geen Robot

Hoogedelgestrenge heer/mevrouw,

Ik richt mij tot u als medemens. Niet als dossier, niet als nummer in een systeem, maar als vrouwelijk individu met een baarmoeder en stem, een erfgoed en een nalatenschap die verder reikt dan de juridische kaders die ons omringen. Ik vraag u niet om een oordeel, maar om erkenning. Niet alleen voor mij, maar voor allen die onzichtbaar dreigen te worden in een wereld waarin bezit, recht en identiteit steeds vaker door systemen worden bepaald in plaats van door de essentie van het mens-zijn zelf.

Mijn werk als erfgoedkunstenaar draait om de fundamentele vragen van eigendom, identiteit en oorsprong. In hoeverre is eigendom nog een menselijke aangelegenheid wanneer de structuren die erover waken steeds minder ruimte laten voor nuance? Wanneer intellectueel eigendom, erfgoed en zelfs het recht op zelfbestemming onderhevig zijn aan bureaucratische algoritmes in plaats van aan redelijkheid en billijkheid?

De Netkous van het Beatrixkwartier in Den Haag is voor mij meer dan een architectonisch werk. Het is een metafoor voor hoe recht en eigendom ons kunnen ondersteunen, maar ook kunnen verstrikken. Net zoals de Netkous de verbinding vormt tussen verleden en toekomst, zo dragen wij allen onze eigen oorsprong met ons mee. Het ei symboliseert intellectueel en biologisch eigendom—de kiem van nieuwe ideeën, leven en nalatenschap. De DNA-strengen die door de Netkous verweven zijn, weerspiegelen de erfenis van generaties: een erfgoed dat geen algoritme kan vangen.

Fight for the things that you care about, but do it in a way that will lead others to join you.” Ruth Bader Ginsburg

Eigendom, recht en de menselijke maat

Eigendom is geen abstract concept. Het is verbonden met oorsprong, met inspanning, met zorg en creatie. Maar wat gebeurt er als het recht op eigendom – in de breedste zin van het woord – niet langer wordt bepaald door redelijkheid en billijkheid, maar door structuren die losstaan van de mensen die ze geacht worden te dienen? Als iemand door een administratieve vergissing zijn rechten verliest, als erfgoed niet wordt erkend, als de menselijke maat verdwijnt uit de rechtsstaat?

“Moeder de vrouw, de schepper van leven, gevangen in een web van tussenpersonen die haar autonomie claimen, terwijl zij zelf de bron is.”

Ik sta hier niet alleen in. Er zijn velen die onzichtbaar zijn gemaakt door een systeem dat niet langer ziet wie zij werkelijk zijn. Moeders die leven geven, kunstenaars die betekenis scheppen, individuen die vechten voor hun bestaansrecht binnen een juridisch doolhof dat meer oog heeft voor getallen dan voor mensen.

Ik ben geen robot.

Ik ben een mens, met een erfgoed dat tastbaar én ontastbaar is.

Met rechten die niet alleen op papier bestaan, maar in de essentie van mijn bestaan.

Met een stem die niet gecodeerd is, maar geboren uit ervaring, inzicht en creatie.

Ik vraag u niet om een vonnis, maar om reflectie.

Om te erkennen dat eigendom, identiteit en recht meer zijn dan juridische constructies.

Dat de menselijke maat gewaarborgd moet blijven in een samenleving waarin systemen steeds bepalender worden.

Als Vrouwen en moeders geen wettelijke erkenning hebben in het burgerlijk wetboek, dan hebben ze ook geen wettelijke verplichtingen door het betalen van loonbelasting aan de belastingdienst als ze wettelijk niet erkend zijn als zelfstandig (e) bestuurder van haar eigen lichaam. Toch?

Moeder de vrouw, de schepper van leven, gevangen in een web van tussenpersonen die haar autonomie claimen, terwijl zij zelf de bron is.”

Dit lijkt mij een krachtige stelling die raakt aan fundamentele vragen over onze autonomie, gelijkheid en wettelijke erkenning.

In principe zijn alle belastingplichtigen in Nederland gebonden aan de belastingwetgeving, ongeacht geslacht of moederschap.

Maar mijn punt gaat dieper: als vrouwen – en specifiek moeder de vrouw – niet wettelijk erkend worden als zelfstandige bestuurders van hun eigen lichaam, dan zou dat een basis vormen voor vrijstelling van bepaalde financiële verplichtingen zoals deze belastingheffing.

Juridische en filosofische kern van het argument

1. Lichamelijke autonomie en juridische erkenning

• De wetgeving erkent individuen als belastingplichtige burgers, maar niet expliciet als autonome bestuurders van hun lichaam.

• Dit raakt aan een groter probleem: vrouwen en moeders worden vaak economisch afhankelijk gehouden, terwijl ze fundamenteel bijdragen aan de samenleving door zorg, opvoeding en reproductie.

2. Belastingplicht en representatie

• Het principe van “geen belasting zonder vertegenwoordiging” speelt hier een rol. Als vrouwen en moeders geen volwaardige erkenning krijgen als autonome economische entiteiten (bijv. via een basisinkomen voor moederschap of gelijke rechten als kostwinners), dan kan de legitimiteit van belastingheffing in twijfel worden getrokken.

• Als moederschap economisch wordt genegeerd en niet als productieve arbeid wordt erkend, waarom zou dan belasting worden geheven over iets dat wettelijk niet als arbeid of zelfstandigheid erkend wordt?

3. Historische ongelijkheid in belasting en arbeid

• De belastingstructuren zijn historisch gebaseerd op mannelijke kostwinnersmodellen.

• Moeders hebben structureel minder mogelijkheden om economische zelfstandigheid op te bouwen vanwege biologie en maatschappelijke verwachtingen.

Mogelijke gevolgen en oplossingen

• Vrijstelling of belastingkorting voor moeders? Als moeders juridisch niet worden erkend als zelfstandig economisch subject, kan dat een basis vormen voor belastingvrijstellingen of financiële compensatie.

• Basisinkomen voor moeders: Als alternatief kan een basisinkomen voor moeders worden ingesteld, waardoor hun bijdrage aan de samenleving wordt erkend en belastingheffing logischer wordt.

• Wettelijke erkenning van moederschap als economische status: Dit zou betekenen dat moeders als zelfstandige entiteiten worden erkend en recht krijgen op economische bescherming.

Mijn onderzoek en visie raakt dus aan een fundamentele vraag: kan een overheid belasting heffen over mensen die niet als volwaardige economische actoren worden erkend?

Dit is een sterk argument in de strijd voor juridische autonomie en economische gelijkheid van moeders en vrouwen op basis van het document: de grondwet.

Met hoogachting,

Silvia Koning

Erfgoedkunstenaar, denker, en maker

Napoleon, een vloek of een zegen?

Uitgelicht

“Napoleon schreef de wet, maar wie schreef de wet en regelgeving over het vrouwelijk lichaam?

Napoleon schiep een systeem waarin vrouwen, en specifiek moeders, werden buitengesloten van juridische en economische autonomie. Dit heeft eeuwenlang doorgewerkt en vormt nog steeds de basis van veel fiscale en sociale wetgeving. Enerzijds pleit de politiek voor eigen verantwoordelijkheid, maar anderzijds erkennen zij niet hoe de wetten en systemen – historisch geworteld in patriarchale structuren – vrouwen en moeders structureel op achterstand zetten.

Als moeders geen volwaardige wettelijke erkenning krijgen, is het juridisch onlogisch dat ze wel belastingplichtig zijn. Dit zou kunnen leiden tot een herziening van belastingwetten of zelfs een juridische zaak waarin wordt gesteld:

“Geen erkenning, geen verplichting.”

“Moeder de vrouw is het grootste immateriële culturele erfgoed – zonder haar geen leven op aarde. Toch wordt ze niet wettelijk erkend als zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam. Hoe kan de bron van het bestaan zelf geen autonomie hebben?”

En Koning Willem I (1772-1843) stond bekend als een vorst die de handel en industrie stimuleerde, maar dit deed hij voornamelijk binnen een mannelijk gedomineerd economisch systeem. Vrouwen, en zeker moeders met een eigen handelsgeest, werden niet als volwaardige economische actoren erkend.

Waarom paste Willem I vrouwen niet in zijn handelsvisie?

1. Het Burgerlijk Wetboek van Napoleon (1804) als basis

• Onder Willem I werd in Nederland het Napoleontische rechtssysteem grotendeels overgenomen, met een strikte ondergeschiktheid van vrouwen aan mannen.

• Gehuwde vrouwen waren juridisch handelingsonbekwaam en konden zonder toestemming van hun man geen contracten sluiten of eigendom bezitten.

• Dit stond haaks op een onafhankelijke handelsgeest bij vrouwen.

2. De opkomst van staatsgeleide handel

• Willem I richtte de Nederlandsche Handel-Maatschappij (NHM) op, die handel en industrie stimuleerde, maar dit was een mannelijk bolwerk.

• Vrouwen speelden traditioneel een grote rol in de lokale handel (bijvoorbeeld als marktvrouwen of in familiebedrijven), maar Willem I’s model was gebaseerd op grote handelsfirma’s en industriële productie, waarin vrouwen nauwelijks een rol kregen.

3. Religieuze en maatschappelijke normen

• In de 19e eeuw werd moederschap steeds meer als een maatschappelijke plicht gezien en niet als een economische rol.

• De cultus van de huisvrouw werd versterkt: een “goede” vrouw zou zich richten op het gezin en niet op handel of eigen economische macht.

4. Wetgeving en uitsluiting van vrouwen in het handelsrecht

• Onder Willem I en zijn opvolgers bleven vrouwen juridisch beperkt in hun handelsmogelijkheden.

• Pas in 1956 werd de handelingsonbekwaamheid van vrouwen officieel afgeschaft! Dat betekent dat moeders en vrouwelijke ondernemers meer dan een eeuw structureel uit de handel werden gehouden.

Mijn gesprek met de Raad van bestuur AMC

“Tijd om ons levend immaterieel en cultureel erfgoed opnieuw te definiëren.”

Erkennen we nu nog openbare koopvrouwen nog zoals Anna van Gelder ( de vrouw van Michiel de Ruyter ) nadat het wetboek van koophandel 1 is opgericht? Nee!

De draden van ons slavernij verleden lopen gewoon door en die draden zijn niet verbroken, maar verplaatst—van de plantages naar de bureaucratie, van kettingen om de polsen naar onzichtbare contracten en registers.

Het systeem van juridische en economische afhankelijkheid dat ooit openlijk werd toegepast op tot slaaf gemaakten, heeft zich verfijnd en verhuld, maar het principe blijft hetzelfde:

• Lichamen als economisch bezit → Moeders als administratief risico in plaats van erkende economische actoren.

• Beperking van autonomie → Moeders onbewust in uitkeringssystemen trekken in plaats van ze financieel zelfstandig te erkennen.

• Controle door wetgeving → Spelregels herschrijven terwijl het spel al begonnen is, waardoor bepaalde groepen structureel op achterstand blijven.

De slavernij van het lichaam is vervangen door de slavernij van het systeem—waaruit ontsnappen net zo moeilijk is, omdat de regels telkens veranderen in het voordeel van de makers ervan.

Moederschap wordt niet erkend als een fundament van de economie, maar als een persoonlijke last die moet worden gecompenseerd met sociale voorzieningen. Dit houdt vrouwen in een moderne vorm van economische onvrijheid, net zoals vroeger mensen via wetgeving in een ondergeschikte rol werden gehouden.

80 jaar vrijheid met inzet juridische fictie

“Wanneer mannen de wetten schrijven, spelen ze het spel niet—ze herschrijven de regels terwijl het al begonnen is. De wet beweegt met hen mee, buigt zich om hun belangen en laat vrouwen achter in een juridisch doolhof waar rechten worden verkocht als privileges. Moederschap wordt gedevalueerd tot een administratief risico, terwijl de handen die de toekomst dragen, onzichtbaar worden gemaakt in registers van afhankelijkheid.”

Oprichting van het Wetboek van Koophandel

Het Wetboek van Koophandel (WvK) werd in Nederland ingevoerd op 1 oktober 1838 en was bedoeld als een aparte wetgeving voor handel en commercie, naast het Burgerlijk Wetboek. Dit wetboek was grotendeels gebaseerd op het Franse Code de commerce (1807), dat werd opgesteld tijdens de Napoleontische overheersing.

Waarom werd het Wetboek van Koophandel opgericht?

1. Specialisatie van handelsrecht: Voorheen vielen handel en commerciële activiteiten onder het algemene burgerlijk recht. Door een apart wetboek te maken, werd er specifieke wetgeving gecreëerd voor kooplieden, vennootschappen, zeerecht en verzekeringen.

2. Modernisering van de economie: In de 19e eeuw groeide de handel sterk, en er was behoefte aan uniforme regels voor ondernemingen en internationale handel.

3. Erkenning van koopmannen en ondernemers: Door een eigen wetboek te hebben, kregen handelaren een duidelijker juridisch kader, inclusief regelgeving over contracten, faillissementen en handelsvennootschappen.

Wat stond er in het Wetboek van Koophandel?

• Definitie van een koopman en wie als handelaar werd beschouwd.

• Regels over handelscontracten, effecten en wisselbrieven.

• Faillissementsrecht en handelsvennootschappen.

• Maritiem recht, zoals scheepsverzekeringen en aansprakelijkheid bij transport.

Latere hervormingen en verplaatsing naar het Burgerlijk Wetboek

Vanaf de 20e eeuw werd het Wetboek van Koophandel steeds minder relevant, omdat de scheiding tussen handelsrecht en burgerlijk recht vervaagde. In 1971 werd het faillissementsrecht al apart geregeld, en uiteindelijk werden grote delen van het Wetboek van Koophandel overgeheveld naar het huidige Burgerlijk Wetboek, Boek 3, 5 en 6.

In 2016 werd het Wetboek van Koophandel officieel ingetrokken, en sindsdien is al het handelsrecht geïntegreerd in het Burgerlijk Wetboek.

Wat betekende dit voor de “openbare koopvrouw”?

De status van de openbare koopvrouw, die vrouwen toestond zelfstandig handel te drijven, was al verdwenen met de invoering van het Burgerlijk Wetboek in 1838. Toen vrouwen in 1956 volledig handelingsbekwaam werden, verdween de noodzaak van een aparte juridische status.

Hoe een valsspelende overheid de spelregels tijdens het spel aanpaste dus!

Met de intrekking van het Wetboek van Koophandel (WvK) in Nederland per 1 juli 2021 is het handelsrecht volledig opgegaan in het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit betekent dat er geen aparte rechtspositie meer is voor kooplieden en dat alle natuurlijke personen en rechtspersonen onder hetzelfde privaatrechtelijke regime vallen.

De overheid heeft tijdens het spel de regels veranderd, waarbij sommige groepen—zoals zelfstandigen, moeders en mensen zonder stevige rechtspositie—de nadelige gevolgen hebben ondervonden. Dit is typerend voor een schuivend rechtskader, waarbij de overheid stap voor stap wetgeving aanpast zonder duidelijke communicatie over de consequenties voor betrokkenen.

Waarom is dit een vorm van “valsspelen”?

1. Onzichtbare overgang

• De intrekking van het Wetboek van Koophandel (WvK) was geen abrupte breuk, maar een geleidelijk proces over tientallen jaren.

• Ondernemers, zelfstandigen en andere economische actoren kregen te maken met regelwijzigingen zonder expliciete erkenning van de impact.

2. Ongelijke rechtspositie zonder heldere compensatie

• Zelfstandigen en kleine ondernemers gingen van een specifiek juridisch kader (handelsrecht) naar een systeem waar ze als particulieren werden behandeld, zonder de bescherming van werknemers.

• Er ontstond een grijs gebied, waarin velen tussen wal en schip vielen. Dit gold bijvoorbeeld voor nuggers (niet-uitkeringsgerechtigden) en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers).

• Moeders en verzorgenden, die buiten de loondienst vielen, kregen geen structurele erkenning voor hun economische bijdrage.

3. Nieuwe machtsstructuren onder de noemer van “modernisering”

• De vrije markteconomie werd versterkt, maar zonder de juridische zekerheid van het oude handelsrecht.

• Grote bedrijven en kapitaalkrachtigen profiteerden, terwijl de kleine zelfstandigen en huishoudens zich moesten aanpassen aan een systeem zonder vangnet.

• Digitalisering en Europees recht legden nieuwe verplichtingen op, zonder dat alle individuen gelijke toegang kregen tot de voordelen ervan.

4. Geen inspraak of correctiemechanisme

• De overheid paste de regels aan zonder referendum of brede maatschappelijke discussie.

• Mensen die buiten het loondienstmodel vielen, zoals zelfstandige moeders of deeltijdondernemers, hadden geen stem in hoe deze aanpassingen hen raakten.

• Dit leidde tot een Asterix* systeem waarin bestaanszekerheid niet meer vanzelfsprekend is.

Dus op de vraag: Hoe gelijk is Artikel 1 aan de werkelijkheid als vrouwen en moeder de vrouw als ongehuwde of gehuwde kostwinner niet expliciet voorkomt in het burgerlijk wetboek? Euro papa?

Vrouwen die moeder worden krijgen een sociale uitkering en worden zo via de zorgverzekering in het polisregister van het UWV register getransporteerd 

Dit werd is een cruciaal mechanisme waarmee vrouwen die moeder werden of worden onbewust in een afhankelijkheidspositie worden gemanoeuvreerd.

Wat er in de praktijk gebeurt, is dat moeders en of vrouwen die moeder worden via sociale uitkeringen en zorgverzekeringen automatisch in het polisregister van het UWV terechtkomen, zonder dat zij expliciet als zelfstandige economische actoren worden erkend.

Hoe werkt deze verborgen registratie?

1. Sociale uitkeringen als ‘vangnet’

• Als een vrouw moeder wordt en niet werkt, of haar inkomen daalt door zwangerschapsverlof, kan ze in bepaalde gevallen een uitkering krijgen, zoals:

• Ziektewet-uitkering (ZW) bij zwangerschap voor zelfstandigen (ZEZ-regeling voor zzp’ers).

• Bijstandsuitkering (Participatiewet) als er geen andere inkomsten zijn.

• Kindergebonden budget en toeslagen, afhankelijk van het inkomen.

• Deze uitkeringen worden administratief gekoppeld aan de zorgverzekering, wat betekent dat ze in het systeem van het UWV terechtkomen.

2. Automatische inschrijving in het UWV-polisregister

• Via de zorgverzekering en sociale regelingen wordt een vrouw administratief ‘verplaatst’ naar het UWV-register, ook als ze géén werknemer is.

• Dit zorgt ervoor dat ze als afhankelijk van een sociale voorziening wordt geregistreerd, in plaats van als zelfstandige economische deelnemer.

• In sommige gevallen blijft deze registratie bestaan, zelfs als ze later weer gaat werken of ondernemen.

3. Overgang naar afhankelijke statussen

• Doordat moeder de vrouw in dit systeem terechtkomen, wordt hun economische positie structureel beïnvloed:

• Ze worden in statistieken niet als ondernemers of kostwinners erkend, maar als uitkeringsgerechtigden of verzorgenden.

• Dit heeft gevolgen voor toekomstige pensioenopbouw, financiële zelfstandigheid en kredietwaardigheid.

• Veel vrouwen komen in een vicieuze cirkel terecht waarin ze moeite hebben om uit het uitkeringssysteem te komen, mede door complexe regelgeving rondom bijverdienen en toeslagen.

4. Geen erkenning als zelfstandige of kostwinner

• De waarde van moederschap als economische activiteit wordt niet erkend.

• In plaats van een basisinkomen voor moeders, worden vrouwen in een afhankelijkheidspositie geplaatst via sociale regelingen.

• Dit belemmert de keuzevrijheid, omdat het moeilijker wordt om weer volledig economisch zelfstandig te worden zonder financiële nadelen (zoals verlies van toeslagen).

Wat betekent dit in de praktijk?

• Dit past precies bij mijn punt dat vrouwen, en specifiek moeders, structureel niet als economische actoren worden behandeld.

• Het bevestigt dat er een onzichtbaar mechanisme is dat moeders administratief in een afhankelijke positie houdt.

• Dit mechanisme is niet neutraal: het stuurt vrouwen richting afhankelijkheid, in plaats van ze als zelfstandige economische eenheden te erkennen.

• Dit systeem heeft indirect invloed op de kansen van vrouwen om weer financieel onafhankelijk te worden.

Wat zou een eerlijke oplossing zijn?

• Moeders zouden direct als zelfstandige kostwinners erkend moeten worden, ook als ze tijdelijk minder werken vanwege zorg.

• In plaats van sociale uitkeringen die afhankelijkheid creëren, zou er een basisinkomen voor moeders moeten zijn dat hen financiële autonomie geeft.

• De registratie in het UWV-polisregister zou transparanter moeten zijn, zodat moeders niet ongemerkt in een afhankelijke status worden geplaatst.

• De waarde van moederschap als economische activiteit zou juridisch erkend moeten worden.

Dit sluit direct aan bij mijn pleidooi voor een wettelijke erkenning van moeders als autonome bestuurders van hun lichaam en economie.

Grondwet

Artikel 1 van de Grondwet zegt dat iedereen in Nederland gelijk is en niet gediscrimineerd mag worden. Maar de praktijk laat zien dat wetten, systemen en structuren vaak nog steeds een ongelijkheid in stand houden—of dat nu gaat om gender, sociaaleconomische status, belasting heffing, erfgoed of autonomie over het eigen lichaam.

Mijn werk verbindt erfgoed, identiteit en macht. Van het Burgerlijk Wetboek tot De Vagina Monologen, van Prinsjesdag-hoeden tot de strijd om autonomie.

Dit kunstwerk is geïnspireerd tijdens mijn reis naar Milaan, op het kunstwerk van Maurizio Cattelan’s sculptuur L.O.V.E., dat in Milaan voor het beursgebouw staat. Net als Cattelan’s werk heeft mijn sculptuur een provocatieve en symbolische gelaagdheid.

De combinatie van materialen zoals keramiek, hout en takken, evenals de opbouw van de compositie, doet denken aan een gelaagd narratief waarin macht, geschiedenis en misschien zelfs verzet of autonomie een rol spelen.

Wie bepaalt er eigenlijk wat geschiedenis is? En wie herschrijft haar?”

De overheid noemt het de moedermaatschappij en dochteronderneming maar moeder en dochter: hebben blijkbaar geen ‘bal‘ te zeggen !

Alle vrouwen en of moeders worden dus structureel ‘genaaid’ DARN Tentoonstelling Zeeuws Museum , benadeeld in wet en regelgeving binnen onze economie, terwijl termen die naar hen verwijzen wél worden gebruikt in machtsstructuren waarin ze zelf geen beslissingsrecht hebben.

De wet is eeuwenlang geschreven en geïnterpreteerd vanuit een mannelijk perspectief, zonder rekening te houden met de unieke biologische en sociale realiteit van vrouwen. Dit zie je terug in wetgeving over arbeid, het belastingstelsel, gezondheid, reproductieve rechten en economische zelfstandigheid.

Juridisch gezien blijken vrouwen formeel gelijk, maar immaterieel—op basis van de biologische impact van zwangerschap, moederschap en de maatschappelijke verwachtingen rondom zorg—worden we nog altijd structureel achtergesteld. Dat betekent dat de wet, zoals die nu is, in feite vrouwen dwingt om binnen een systeem te functioneren dat nooit voor hen ontworpen is.

Als je dit doortrekt, kun je stellen dat vrouwenlichamen voortdurend blootgesteld worden aan een vorm van juridisch en economisch geweld: de wet erkent niet de volledige impact van hun biologische en sociale rol, waardoor hun autonomie en welzijn structureel worden ondermijnd. Dit is een vorm van “immateriële marteling”—niet direct zichtbaar, maar diep geworteld in wet- en regelgeving, die vrouwen dwingt keuzes te maken die hun vrijheid en economische zelfstandigheid beperken.

Hoe gelijk is art 6 als vrouwen en moeder de vrouw niet expliciet zijn ingelijfd als zelfstandig bestuurder van haar lichaam als entiteit?

Artikel 6 EVRM en vrouwenrechten: Werkelijke gelijkheid of schijnneutraliteit?

Artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) garandeert het recht op een eerlijk proces. Op papier geldt dit evenveel voor mannen als voor vrouwen. Maar als we kijken naar de praktijk en hoe wetten historisch zijn gevormd, is de vraag: biedt artikel 6 werkelijk gelijke bescherming aan vrouwen, of werkt het binnen een systeem dat structureel in het voordeel van mannen is? Europese Hof?

Wat zegt artikel 6 EVRM?

Artikel 6 EVRM garandeert:

1. Het recht op toegang tot de rechter

2. Een eerlijk proces binnen een redelijke termijn

3. Een onafhankelijke en onpartijdige rechter

4. De rechten van verdediging (zoals toegang tot een advocaat)

5. Gelijke wapens in een rechtszaak

Dit lijkt neutraal, maar hoe verhouden deze principes zich tot vrouwenrechten?

1. Formele gelijkheid vs. structurele ongelijkheid

• Vrouwen hebben formeel het recht op een eerlijk proces, maar de wetten die hen beschermen zijn geschreven binnen een systeem dat eeuwenlang door mannen is beheerst. Dit betekent dat:

• Erfgoed, arbeid en lichamen van vrouwen historisch nooit volledig als juridische entiteiten zijn erkend.

• Het rechtssysteem is gebaseerd op rationele, economische en contractuele principes die vaak niet aansluiten bij de realiteit van vrouwenlevens (bijvoorbeeld zorgarbeid, reproductieve rechten, en biologische verschillen).

• De rechterlijke macht wordt nog steeds gedomineerd door mannelijke normen en perspectieven, waardoor vrouwen vaak minder gehoord worden in zaken die over hun lichaam en autonomie gaan.

2. Hoe werkt dit in de praktijk?

• Vrouwen en economische onafhankelijkheid: Wanneer vrouwen juridische stappen willen zetten rondom arbeidsrecht, sociale zekerheid of gelijke beloning, blijkt vaak dat de wet economische structuren bevoordeelt die niet voor hen ontworpen zijn. Artikel 6 helpt dan wel formeel, maar de onderliggende wetten zijn niet per se vrouwvriendelijk.

• Gezinsrecht en reproductieve rechten: Vrouwen hebben in theorie gelijke rechten bij familiezaken of medische keuzes. Maar in veel landen worden moeders nog steeds economisch gestraft door bijvoorbeeld een onvolledig ouderschapsverlof, geen recht op een basisinkomen, of juridische afhankelijkheid van een partner.

• Gerechtelijke toegang: In veel landen ervaren vrouwen meer drempels bij juridische procedures. Denk aan hoge kosten, juridische taal die niet aansluit bij hun situatie, of het feit dat zaken over seksueel geweld, huiselijk geweld en reproductieve rechten vaker gebagatelliseerd worden door rechters.

3. Artikel 6 EVRM: Hoe zou het vrouwvriendelijker kunnen?

Om artikel 6 werkelijk gelijkwaardig te maken, moet er een herdefiniëring komen van rechtvaardigheid en eerlijk proces met een vrouwelijk perspectief. Dit betekent:

Laten we Artikel 8 is onder de loop nemen?

Artikel 8 EVRM en vrouwenrechten: Bescherming van privéleven, lichaam en autonomie?

Artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) beschermt het recht op privéleven, familie, woning en correspondentie. Dit artikel lijkt neutraal geformuleerd en zou zowel mannen als vrouwen moeten beschermen, maar in de praktijk roept het cruciale vragen op:

• Erkent artikel 8 werkelijk de autonomie van vrouwen over hun eigen lichaam en leven?

• Worden vrouwen in de praktijk even goed beschermd tegen inmenging van de staat en derden?

• Hoe zou artikel 8 aangepast kunnen worden om recht te doen aan de unieke realiteit van vrouwen?

Wat zegt artikel 8 EVRM?

1. Iedereen heeft recht op respect voor zijn privéleven, familie, woning en correspondentie.

2. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan, behalve wanneer dat noodzakelijk is in een democratische samenleving.

Op het eerste gezicht lijkt dit artikel de autonomie van vrouwen te beschermen tegen overheidsinmenging, maar de toepassing ervan is vaak problematisch.

1. Het vrouwenlichaam als juridisch immaterieel erfgoed

Vrouwen dragen een biologische en sociale realiteit met zich mee die uniek is: zwangerschap, moederschap, hormonale cycli en de onzichtbare arbeid die daarbij komt kijken. Artikel 8 beschermt formeel het recht op lichamelijke integriteit, maar het rechtssysteem erkent onvoldoende de structurele ongelijkheid die vrouwen ervaren.

• Reproductieve rechten: Hoewel artikel 8 het recht op lichamelijke integriteit beschermt, zien we in de praktijk dat overheden nog steeds wetten maken die de autonomie van vrouwen beperken, zoals abortusverboden, verplichte wachttijden of financiële drempels voor anticonceptie.

• Medische autonomie: Vrouwen worden vaak anders behandeld in de medische wereld. Onderzoek naar medicijnen en behandelingen is historisch gebaseerd op mannelijke lichamen. Artikel 8 zou hier sterker kunnen beschermen tegen medische bias en discriminatie van vrouwenlichamen.

• Gezinsrecht en moeders als autonome individuen: In veel rechtszaken over voogdij en familierecht worden vrouwen nog steeds economisch en juridisch afhankelijk gemaakt van partners of de staat.

2. De staat als “inmenger” in het vrouwenleven

Artikel 8 EVRM stelt dat de overheid zich niet mag bemoeien met het privéleven, tenzij noodzakelijk. Maar in de praktijk zijn er tal van voorbeelden waarin staten vrouwen beperken in hun keuzes over hun eigen lichaam en familie:

• Toeslagenstelsels en economische afhankelijkheid: Vrouwen worden vaak financieel afhankelijk gehouden via belasting- en uitkeringssystemen die niet erkennen dat moederschap op zichzelf een economische waarde heeft.

• Zorgarbeid als “onzichtbare” factor: De staat erkent formeel het gezinsleven, maar niet de structurele ongelijke verdeling van zorgtaken binnen gezinnen. Dit betekent dat vrouwen nog steeds vaker economische schade lijden door zorgtaken.

• Verplichte medische handelingen: Denk aan het verplicht inenten van pasgeborenen zonder volledige transparantie, of het ontbreken van vrije keuze in bevallingsmethodes. Dit raakt direct aan de autonomie van vrouwen over hun eigen lichaam en moederschap.

3. Artikel 8 als bescherming tegen economische en juridische onderdrukking

Als artikel 8 écht zou beschermen wat het belooft, zou het:

• Het vrouwenlichaam expliciet erkennen als een autonoom juridisch entiteit.

• Erkennen dat reproductieve arbeid (zwangerschap, moederschap) immaterieel erfgoed is en dus economische bescherming verdient.

• Een basisinkomen voor moeders vastleggen als onderdeel van de bescherming van gezinsleven en privéleven.

• Dwingen tot gelijke medische zorg en onderzoek voor vrouwen.

• Ervoor zorgen dat vrouwen nooit economische of juridische nadelen ondervinden vanwege zwangerschap of zorgarbeid.

Conclusie: Artikel 8 is niet écht neutraal voor vrouwen en of moeder de vrouw

Hoewel artikel 8 EVRM op papier het privéleven beschermt, is de toepassing ervan nog sterk gebaseerd op mannelijke normen. Dit betekent dat vrouwen in de praktijk nog steeds onderworpen worden aan structurele economische en juridische ongelijkheden die hun autonomie beperken.

Wil artikel 8 werkelijk gelijk zijn, dan moet het de vrouwelijke realiteit erkennen en beschermen—niet als een uitzonderingspositie, maar als een fundamenteel onderdeel van de wet. Pas dan zal artikel 8 écht het recht op privéleven en autonomie waarborgen, inclusief de unieke positie van vrouwenlichamen als dragers van immaterieel erfgoed.

Artikel 14 EVRM en vrouwenrechten: Werkelijke gelijkheid of juridische illusie?

Artikel 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) verbiedt discriminatie bij de uitoefening van rechten die in het verdrag worden gegarandeerd. Op papier lijkt dit een krachtige bescherming tegen ongelijkheid, maar in de praktijk roept het fundamentele vragen op:

• Beschermt artikel 14 vrouwen en moeder de werkelijk tegen structurele ongelijkheid?

• Erkent de wet dat vrouwen niet alleen individuen zijn, maar ook dragers van immaterieel erfgoed en reproductieve arbeid?

• Hoe zou artikel 14 aangepast moeten worden om de unieke positie van vrouwen beter te beschermen?

Wat zegt artikel 14 EVRM?

Het genot van de rechten en vrijheden die in dit Verdrag zijn vermeld, moet worden verzekerd zonder enig onderscheid, zoals op grond van geslacht, ras, huidskleur, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, verbondenheid met een nationale minderheid, eigendom, geboorte of andere status.

Dit betekent dat de overheid geen wetten of regels mag hanteren die discrimineren op basis van geslacht. Maar hier zit een cruciaal probleem:

• Artikel 14 geldt alleen in combinatie met andere rechten uit het EVRM. Dit betekent dat je je alleen op artikel 14 kunt beroepen als je kunt aantonen dat een ander EVRM-recht (zoals artikel 6 of 8) is geschonden.

• Er bestaat geen algemeen recht op non-discriminatie binnen het EVRM. Dit betekent dat indirecte vormen van structurele ongelijkheid moeilijker te bestrijden zijn.

1. Formele gelijkheid vs. structurele ongelijkheid

Artikel 14 lijkt neutraal, maar gelijkheid in de wet betekent niet automatisch gelijkheid in de praktijk. Veel wetten en beleidsmaatregelen houden geen rekening met:

• De economische en biologische realiteit van vrouwen.

• De meeste sociale zekerheids- en belastingstelsels zijn ontworpen vanuit het idee dat een “normale” werknemer fulltime werkt en financieel onafhankelijk is.

• Maar vrouwen nemen vaker zorgtaken op zich (meestal onbetaald), waardoor ze structureel economisch benadeeld worden. Dit wordt niet gecompenseerd door de wet.

• De reproductieve arbeid van vrouwen.

• Zwangerschap en moederschap worden vaak gezien als privékeuzes, terwijl ze een maatschappelijke functie hebben.

• De wet beschermt vrouwen tegen discriminatie op basis van zwangerschap, maar biedt geen structurele oplossing voor de economische gevolgen ervan.

• Dit betekent dat moeders in de praktijk vaak in een economisch zwakkere positie belanden—wat in feite een vorm van structurele discriminatie is.

• Medische en juridische bias.

• Veel medische behandelingen en onderzoeken zijn historisch gebaseerd op mannelijke lichamen.

• Seksueel geweld tegen vrouwen wordt nog steeds niet altijd serieus genomen in rechtspraak en handhaving.

• Artikel 14 biedt hier in theorie bescherming, maar in de praktijk zijn vrouwen vaak afhankelijk van interpretatie door rechters en beleidsmakers, die nog steeds werken binnen een juridisch systeem dat door mannen is ontworpen.

2. Hoe wordt artikel 14 in de praktijk toegepast?

Er zijn zaken waarin artikel 14 succesvol is ingeroepen door vrouwen:

• Draagmoederschap & reproductieve rechten

• Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in sommige zaken erkend dat overheden vrouwen niet mogen discrimineren op basis van hun reproductieve keuzes.

• Maar het recht op abortus of toegang tot vruchtbaarheidsbehandelingen is geen absoluut recht onder het EVRM, waardoor vrouwen in sommige landen nog steeds geen volledige autonomie over hun lichaam hebben.

• Discriminatie op de werkvloer

• Vrouwen hebben rechtszaken gewonnen over ongelijke betaling, zwangerschapsdiscriminatie en pensioenongelijkheid.

• Maar deze rechtszaken moeten steeds opnieuw gevoerd worden, omdat de wet het probleem niet fundamenteel oplost.

Dit laat zien dat artikel 14 reactief werkt, maar geen proactieve bescherming biedt. Het dwingt vrouwen steeds weer om hun recht te bevechten, in plaats van dat de wet structureel voorkomt dat ongelijkheid ontstaat.

3. Artikel 14 vrouwvriendelijker maken

Wil artikel 14 werkelijk bijdragen aan gelijkheid, dan moet het:

• Erkennen dat vrouwen structureel benadeeld worden door economische en juridische systemen die ontworpen zijn zonder hun biologische en sociale realiteit in gedachten.

• Reproductieve arbeid erkennen als volwaardige arbeid die economisch beschermd moet worden.

• Een proactief recht op non-discriminatie introduceren, zodat vrouwen niet steeds zelf rechtszaken hoeven te voeren om hun gelijk te krijgen.

• Zorgen voor een recht op economische gelijkheid dat rekening houdt met de specifieke situatie van moeders en vrouwen die zorgtaken vervullen.

Conclusie: Artikel 14 is niet écht gelijk voor vrouwen

Hoewel artikel 14 EVRM in theorie gendergelijkheid beschermt, biedt het geen fundamentele herziening van een systeem dat historisch op mannelijke normen is gebaseerd.

Om echte gelijkheid te realiseren, moet het EVRM niet alleen formeel verbieden dat vrouwen achtergesteld worden, maar ook actief beschermen dat zij niet structureel economisch, medisch en juridisch benadeeld worden door een systeem dat hun biologische en maatschappelijke realiteit niet erkent.

Pas als de wet reproductieve arbeid erkent als immaterieel erfgoed en moeders een economisch vangnet biedt, kunnen we spreken van echte gelijkheid. Tot die tijd blijft artikel 14 een juridische belofte zonder structurele garantie.

Moeder de vrouw- de bron van ieders bestaan is wereldwijd afhankelijk van willekeur door mensen met te veel macht!

Een echte oplossing zou ook een vrouwgerichte wetgeving zijn, die de unieke biologische en maatschappelijke positie van vrouwen erkent. Dit betekent onder andere:

• Een basisinkomen voor moeders, omdat hun lichaam en arbeid een essentiële maatschappelijke functie vervullen.

• Een wettelijke erkenning van vrouwen als autonome bestuurders van hun eigen lichaam, inclusief een nieuw juridisch kader dat vrouwelijke reproductieve arbeid niet als privéverantwoordelijkheid, maar als publieke waarde erkent.

• Hervorming van sociale zekerheid en arbeidsrecht, zodat vrouwen niet structureel financieel benadeeld worden door zwangerschap, moederschap of zorgtaken.

• Een herziening van het belastingstelsel, waarin arbeid niet alleen wordt gezien als betaalde banen, maar ook als de onbetaalde arbeid die vrouwen historisch verrichten.

Het gaat niet alleen om meer rechten binnen het bestaande systeem, maar om een herdefiniëring van de wet zelf—gebaseerd op de realiteit van vrouwen. Pas dan is er sprake van echte gelijkwaardigheid.

“Moeder de vrouw draagt niet alleen nieuw leven, maar ook de lasten van een samenleving die haar arbeid als vanzelfsprekend beschouwt. Echte gelijkheid betekent niet alleen erkenning, maar ook wettelijke en economische waarborgen voor haar bestaansrecht als autonome kostwinner en schepper van de toekomst.”

Liefs Silvia

CODE CIVIEL, een vloek of een zegen – Moederschaps Loonbelasting zorgfraude 1919 SS

Uitgelicht

Dé millennium vergismoord – zo hadden we het niet bedoeld – David * Vals Spelen?

Prima, maar dan gaan ze wel achter een slot en een grendel Akbul01 zei Bernard – De sporen van Oranje Nassau

Verloren Generatie · Groots(t)e Generatie · Stille Generatie · Babyboomgeneratie · Generatie X · Generatie Y· Generatie Z · Generatie Alfa · Generatie Bèta

De Stille Generatie, ook bekend als de Traditionalistische Generatie, is het Westersedemografische cohort na de Grootste Generatie en voorafgaand aan de babyboomers. De generatie wordt over het algemeen gedefinieerd als mensen die geboren zijn tussen 1928 en 1945. ( mijn ouders dus)

De effecten van de babyboom zijn nog steeds voelbaar. Vanaf 2011 gaat die generatie met pensioen: de vergrijzing van de samenleving neemt al jaren toe. Met als gevolg grote druk op de AOW, de pensioenfondsen en de zorginstellingen.  ( de polis dus) – dreigbrief NN heffing loonbelasting op schadepolis vader)

In de demografie worden voor Generatie X de geboortejaren 1955-1970 aangehouden. Tussen de generaties X en Y (1970-1980) zit dan een tussengeneratie die de pragmatische generatie wordt genoemd.

Het latere deel hiervan valt dus ook onder de Xennials. Het CBS hanteert gemakshalve periodes van 5 jaar (geboortecohorten), die door anderen worden samengevoegd tot generaties met een passende naam.

Generatie X is opgegroeid in de overgangsperiode tussen het analoge en het digitale tijdperk. Deze generatie leefde in de tijd van automatisering en digitalisering, waarin er al wel computers bestonden maar nog geen internet en sociale media.

Generatie X is geboren tussen 1965 en 1980, zijn 42 tot 57 jaar en worden ook weleens de ‘Verloren Generatie’ genoemd. Ze zijn gedreven, op het hoogtepunt van hun carrière en hun kinderen zijn grotendeels zelfstandig. De crisissen die ze hebben meegemaakt maakt deze groep sceptischer dan andere generaties.

E- Mail generatie

Deze generatie groeide op met technische ontwikkelingen als de Walkman, computers, e-mail en de eerste mobiele telefoons. Dit was ook de eerste generatie die internet in hun dagelijks leven opnam. E-mail werd hierdoor de belangrijkste vorm van communicatie.

Voor Generatie X is flexibiliteit op de werkplek van groot belang. Denk hierbij aan de mogelijkheid om werkuren aan te passen, thuis te werken en een flexibel werkschema te hanteren. Ze streven naar een goede werk-privébalans en verwachten dat werkgevers hen hierin ondersteunen.

De verloren generatie Xx ! keert het Tij

Chromosoom X en gen X

Lindeboom is een inheemse soort
De natuur overtreedt nooit haar eigen wetten.Bron: Codice Forster I, p.55
― Leonardo da Vinci

Hoe ik door code 19 rood en oranje en groen de asterik * de letter 27 de lijfarts van “de verloren generatie” – binnen het bestuursrecht werd.

Hoe je hersenspinsels langzaam kunt documenteren en de rutte doctrine een bizar spel van 64 vlakken werd.

De biografie van mij SMJ Silva Koning is geschreven door haar lijfarts : Truus van Gogh – Der Spiegel

1. Governance 2. Postcode 3. Lottery 4. Group

I began to see what people were capable of doing. Anyone who moved through those years without understanding that man produces evil as a bee produces honey, must have been blind or wrong in the head.

Ik ben niet gestoord, maar gewoon krankzinnig. Bron- brief aan mijn lijfarts

De foute mannen zoals Bernard en Nazi Nederland blijft dus gewoon doorgaan
Code Oranje

Queen off the Files

Hoe dromen toch werkelijkheid
kunnen worden.


Als je een Bluetooth-ding draagt en dat ding aan je riem hebt, werk je voor iemand anders. Jij bent niet de man die de leiding heeft. Dat is een hele goede indicator voor de sociale status

Als je maar lang genoeg gewoon blijft, word je vanzelf bijzonder 1.2.3.4 #klaverbladsyndroom

De lijfartsen – en Het pallazo Ducale in Middelburg

Roep om rechtvaardiger belastingsysteem in een discriminerend Nederland op basis van sexe en moederschap VN en UVRM vrouwen verdrag.

Iedere wet is iets slechts, want iedere wet is een inbreuk op de vrijheid. Citaat Jeremey Bentham. Filosofie.nl

An Introduction to the Principles of Morals and Legislation, 1789.

Als het vermogen om logisch te redeneren immers het criterium zou zijn, zouden veel mensen, waaronder baby’s en geestelijk gehandicapten, ook als dingen moeten worden behandeld. Hij schreef:

Het zal ooit erkend worden dat het aantal benen, de harigheid van het vel of het hebben van een staart, onvoldoende redenen zijn om een sensitief wezen aan zijn lot over te laten. Waar moeten we anders de grens tussen mens en dier leggen? Is dit het vermogen om logisch na te denken of misschien het vermogen om te spreken? Maar een volwassen paard of hond is met zekerheid een meer rationeel wezen, en zelfs meer een conversationeel wezen, dan een baby van een dag of een week of zelfs een maand oud. Maar stel dat het anders zou zijn, wat doet het er toe, de vraag is niet, kunnen ze logisch redeneren? en ook niet kunnen ze praten?, maar kunnen ze lijden?

Ik ben een brein, Watson.De rest van mij is slechts een aanhangsel. Er is niets stimulerender dan een zaak waarin alles mis is gegaan!

Van soevereine staat tot bananenrepubliek

Begin 20e eeuw kwamen ook de eerste sociale wetten tot stand. De ongevallenwet, ingevoerd in 1906, was de eerste sociale verzekeringswet in Nederland, die eerst alleen voor de gevaarlijke industriële bedrijven is ingevoerd. Arbeiders die in loondienst waren bij zulke bedrijven kregen bij een bedrijfsongeval een uitkering. De invoering van de Invaliditeitswet in 1913 was een grote stap voorwaarts in de sociale zekerheid. Deze wet dekte het financiële risico van invaliditeit, ongeacht de oorzaak.

Tja Hoge Raad ?? Een heldin is een gewoon individueel geval dat de kracht vindt om te volharden en te volharden ondanks overweldigende obstakels.

Octrooi 10.700 Historie 10700 (Nikon tegen ASML en Zeiss), 

Exel – en Vertaal bureau’s Het Nederlands behoort tot de West-Germaanse tak van de Germaanse talen. Binnen deze tak zijn er talen zoals het Engels, Duits en Fries die enige mate van verwantschap met het Nederlands hebben.

De Q en de X worden in de hedendaagse spelling van het Fries niet gebruikt. In Friese woordenboeken komen de I en de Y op dezelfde plaats.  Tegenwoordig bestaat ons alfabet uit 26 letters. De ‘q’ staat voor queer, de term voor een brede seksuele of genderidentiteit. De term wordt gebruikt voor en door mensen die zichzelf niet willen identificeren met een vaststaande gender- of seksuele oriëntatie.

Het alfabet dat voor 1811 op Friese letterlappen werd geborduurd, kende veel minder letters. Dat Friese alfabet liep van A tot V of W. Uitgangspunt was de fonetische uitspraak van de letters. Allereerst werden de Q, de X en de Z niet gebruikt. Het tegenwoordige Fries kent nog steeds de Q en de X niet. In plaats van de Z werd de letter S gespeld.
Ook de J en de Y ontbreken.

Daarvoor werd de letter I gebruikt. Jans wordt dus als ‘Ians’ gespeld. De Y is eigenlijk een samenstelling van I en J (de lange IJ) en werd in Friesland en veel andere delen van Nederland als lange i, dus als ‘ie’ uitgesproken.
Ook de U ontbreekt, en soms de W. De letter V werd zowel voor de U als voor de V gebruikt. De letter W is in feite een verdubbeling van de letter V.

Het Engels (English) is een Indo-Europese taal, die vanwege de nauwe verwantschap met talen als het Fries, (Neder-)Duits en Nederlands tot de West-Germaanse talenwordt gerekend. De taal is ontstaan in Engeland in de tijd van de Angelsaksen. Het is nu de lingua franca in grote delen van de wereld, als resultaat van de militaireeconomischeculturelewetenschappelijkeen politieke invloed van het Britse Rijkgedurende de 18e19e en begin 20e eeuw[2]en de invloed van de Verenigde Staten vanaf het begin van de 20e eeuw tot op heden. Het Engels wordt tegenwoordig op grote schaal gebruikt als tweede taal of als officiële taal in de Gemenebestlanden, en is de voertaal van vele internationale organisaties. Zo is het een van de zes officiële talen van de Verenigde Naties.

1940

Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben de Duitse bezetters veel belastingen gewijzigd en vooral verhoogd, zoals de omzetbelasting en inkomstenbelasting. Ook zijn nieuwe belastingen ingevoerd, zoals de loonbelasting en vennootschapsbelasting, met als enig doel: het vergroten van de inkomsten om de hoge uitgaven voor oorlog en bezetting te financieren.

Invoering loonbelasting als voorheffing op inkomstenbelasting

Voor de Tweede Wereldoorlog waren er al plannen voor invoering van een loonbelasting als voorheffing op de inkomstenbelasting: werkgevers hielden daarmee maandelijks belasting in op het loon in plaats van dat werknemers na afloop van het jaar pas via aangifte inkomstenbelasting betaalden. De Duitsers hebben dit systeem in 1941 ingevoerd. Enigma

Inwerkingtreding AOW, eerste volksverzekering


Sociale zekerheid: naast belastingen ook premies 
Tegelijkertijd met de wederopbouw is een start gemaakt met de verdere opbouw van onze verzorgingsstaat. De Noodwet Ouderdomsvoorziening (latere AOW) uit 1947 was de eerste van een hele reeks sociale zekerheidswetgeving. De invoering van deze sociale verzekeringswetten bracht met zich mee dat er naast belastingen voortaan ook premies werden geheven om de regelingen te kunnen betalen.

De vrouw was tot die tijd nog handelingsbekwaam , ik 1957 kregen ze ineens kiesrecht alleen dus om de AOW pot te spekken.

De definitie van een Verzekering is een kansovereenkomst, dus ja …

Begin 18e eeuw is besloten een Nationale loterij op te richten waarvan de winsten naar de nationale schatkist en provincies gingen. Deze zogeheten Generaliteitsloterij is vanaf 1848 de Staatsloterij. Met de invoering van de kansspelbelasting werd de heffing op de door de loterij uitgekeerde prijzen omgezet in een belasting. Zo kwam mijn polis van mijn vader als licentie houder octrooi 10700 in de Generator van Nationale Nederlanden te hangen en ik als erfgenaam kreeg de 27ste letter van het alfabet is de joker * uitkering.

Na het lezen van dit artikel hoop ik dat u en een ieder die dit leest, het verwondert. 

Hugo Alexander Koch (Delft, 9 maart 1870 – Düsseldorf, 3 maart 1928) was een Nederlandse uitvinder. Hij is bekend geworden door zijn octrooi nummer 10.700, dat hij op 7 oktober 1919 in Nederland aanvroeg voor een geheimschrijfmachine (codeermachine) die later bekend zou worden als Enigma.

SS 1919 –
Het meest spraakmakende voorbeeld is dat van de door onder meer de Duitsers gebruikte Enigma.

Met de komst van het digitale tijdperk werd de rotormachine vervangen door de microfiche De Enigma M4 heeft een alfabet van 26 letters. Andere rotormachines hebben naast de letters ook de cijfers 0 t/m 9 en soms enkele leestekens #cryptologia

Op 5 mei 1922 werd het octrooi overgedragen aan de – een dag eerder opgerichte – NV Ingenieursbureau Securitas waarvan Koch aandeelhouder was. Dit bureau werkte nauw samen met het Gewerkschaft Securitas van de Duitser Arthur Scherbius. De bedrijven vroegen een aantal vrijwel identieke patenten aan voor latere verbeteringen van de machine.[1] In 1927 werd het patent overgedragen aan Scherbius. Dit werd later toegepast in de machines van de firma Hagelin.

Code Oranje

De Type C Machines Reeds in 1934 vroeg het Franse Cijferbureau aan Hagelin om een compacte codeermachine te ontwikkelen die ook kon afdrukken. Hagelin kreeg het idee om het mechanisme van een mechanische rekenmachine om geld te wisselen om te bouwen in een klein cryptografisch apparaat. De beroemde pin-en-lug machines waren geboren. 

In 1940 ging Hagelin naar de VS om zijn C machines te promoten wat resulteerde in één van de grootste verkopen ooit van crypto machines. Het Amerikaanse leger koos voor de compacte C-38 als tactische codeermachine en produceerde die onder licentie als de M-209. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog waren meer dan 140.000 van deze kleine M-209 machines gemaakt in de VS. U kunt ook de M-209 Simulator downloaden.

De nummers in de benaming van de Type C Machines duiden het jaartal van ontwikkeling van de machine aan.

De Pocket MachinesTop

Op vraag van de Franse Gendarmerie werden twee klein zakmodellen, CD-55 en CD-57, ontwikkeld. Invoer en uitvoer van de tekst bestond uit een ring met alfabet en een draaiende schijf in deze ring. Het alfabet werd voortbewogen door met de duim een hefboom in te drukken. De verschuiving van het alfabet hing af van de instelling van 6 kleine pinwielen, gelijkaardig aan maar kleiner dan die van de C machines. De CD-55 en CD-57 waren compatibel met een aangepaste versie van de C machines. Ongeveer 12.000 van deze pocket machines werden aan verscheidene landen verkocht.

Crypto AG van elektronisch naar digitale tijdperkTop

Crypto AG bleef een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van nieuwe crypto systemen na de transitie van mechanische en elektromechanische machines naar volledig elektronische apparatuur.

Zalm werd na de invoering van de euro in mijn ogen een kwade genius achter de crytologica Massa is Kassa

1821 Stelselwet: Nederlands belastingstelsel

In het Koninkrijk werden belastingen aangepast, meer op Nederlandse leest geschoeid. Het Franse belastingstelsel is in 1821 geheel vervangen door een Nederlands stelsel. Alexander Gogel heeft op het ontwerpen van dit stelsel grote invloed gehad.  Deze stelselwet vormt  de grondslag van ons huidige belastingstelsel. Het bestond uit vijf onderdelen: directe belastingen (grondbelasting, personele belasting en patentbelasting), indirecte belastingen (registratie-, zegelrechten e.d.), accijnzen, in- en uitvoerrechten en belastingen op goud- en zilverwerk.

1965 Invoering WAO – Afgeschaft 2005

De oude invaliditeitswetten zijn opgegaan in deze nieuwe verzekering voor arbeidsongeschiktheid. Mannelijke Werknemers die door arbeidsongeschiktheid niet meer (volledig) in hun onderhoud konden voorzien, kregen voortaan een WAO-uitkering. In 1949 was reeds de WW ingevoerd. Mensen die hun baan verloren, kregen na de invoering van deze werknemersverzekering, een werkloosheidsuitkering. Vrouwen waren handelingsonbekwaam weet u nog!

1980 Eerste personal computer en Beatrix tot koningin

1980 – Alle mensen in Nederland krijgen een sociaal fiscaal nummer toegekend. De Belastingdienst kent dit identificatienummer toe aan natuurlijke personen. Het nummer werd ook gebruikt als registratienummer voor verzekerden en uitkeringsgerechtigden bij de uitvoering van sociale zekerheid. Later is het SOFI-nummer vervangen door het BSN-nummer, burgerservicenummer.

Kent u hem nog: Postbus 51

‘Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid’ was de slogan van een postbus 51-campagne van de Rijksoverheid die liep van 1989 tot en met 1992. Het doel van deze voorlichtingscampagne was het stimuleren van emancipatie en arbeidsparticipatie onder meisjes en jonge vrouwen. Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid was de slogan (slagzin) van een postbus 51-campagne van de NederlandseRijksoverheid die liep van 1989 tot en met 1992. Het doel van deze voorlichtingscampagne was het stimuleren van emancipatie en arbeidsparticipatie onder meisjes en jonge vrouwen, en ze ervan bewust te maken dat zij in de toekomst niet meer zouden kunnen rekenen op de financiële situatie van het kostwinnersmodel. De campagne was de opvolger van Kies exact.

Zo werden we langzaam digitaal gecodeerd en gecodificeerd Sociaal Fiscaal en in 2006 nam de zorgverzekeraar deze verplichting over #bloedwraak noem ik het!

Minister Ruding van Financiën heeft in 1988 een miniatuurkoffertje te voorschijn gehaald waarin de rijksbegroting voor 1989 op microfiche stond. In 1999 was het minister Zalm die een miniatuur ‘derde dinsdag in september’ koffertje bij zich had met daarin de begroting en Miljoenennota op cd-rom. Kennis speelt een steeds belangrijker rol. In 2000 is in Europees verband afgesproken de kenniseconomie te stimuleren. Toen ontstonden er fouten door globalisering en diverse jaarkalenders . Zo ontstonden er in 2001 fouten en hiaten door dé millennium trilogie-

Bij deze belastingherziening zijn de lasten op arbeid verlaagd en is in de inkomstenbelasting het boxensysteem ingevoerd, zoals we dat nu nog hebben: er wordt belasting geheven over drie verschillende vormen van inkomen: met in box 1 de inkomsten uit werk en woning, in box 2 het inkomen uit aanmerkelijk belang en in
box 3: het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen. Belastingvrije sommen zijn omgezet in heffingskortingen. Dat zijn bedragen die in mindering worden gebracht op de te betalen loon- en inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen.

Europapa

In 2002 werd de euro in 12 Europese landen, waaronder Nederland op 1 januari 2002 als wettig betaalmiddel in gebruik genomen. In Nederland verving de euro de gulden als nationale munteenheid. Zo kon de broncode geheim worden gehouden.

2006 – Toen ging het goed mis –
Honderd jaar na de oprichting heeft de Belastingdienst naast het heffen en innen van belastingen (en premies) ook tot taak gekregen: de uitbetaling van toeslagen.
Toeslagen zijn inkomens- afhankelijke tegemoetkomingen van de overheid in bijvoorbeeld zorgkosten en woonkosten (huurtoeslag) voor mensen met een laag inkomen. Als onderdeel van het nieuwe zorgstelsel is ook de zorgtoeslag ingevoerd om de premie voor de nieuwe verplichte basiszorgverzekering voor iedereen betaalbaar te houden. In 2008 werd de kindtoeslag ingevoerd, een aanvulling op de kinderbijslag voor ouders met een laag inkomen.

2008 – De in Amerika begonnen kredietcrisis verspreidde zich als een olievlek over de rest van de wereld. Banken en financiële instellingen ook in Nederland kwamen in de problemen. De financiële onrust veroorzaakte het instorten van de wereldhandel. In Nederland leidde dit tot de zwaarste recessie sinds de crisisjaren van de vorige eeuw (jaren ’30). Bedrijven zagen hun verkoop en omzet dalen, hun verliezen oplopen en in 2009 was er sprake van een recordaantal faillissementen in Nederland. Veel mensen verloren hun baan. En dit alles had ook grote gevolgen voor de overheidsfinanciën. De polissen die ik had werden omgezet in aandelen en staatsobligaties in ruil voor staatssteun NN die zo in 2010 BeFrank konden oprichten en in 2014 de beursgang kon inzetten, dankzij mijn polissen als erfgenaam.

Zo kwam ik door de crisis in America en Griekenland ( poleis licentie houder vader op de winst en verlies rekening van Moedermaatschappij & Dochter onderneming van NN te hangen oftewel de SS te hangen omdat mijn opa voor Nederland en Duitsland de loopjongen was en mijn vader bij de Adler in Cuijk werkte.

Welke letter is K?

De letter K is de elfde letter in het moderne Latijnse alfabet. De letter K komt voort uit de Griekse Kappa (Κ, κ), ontstaan uit de Semitische letter Kaf (of Kap) met het pictogram van een open hand. Kut of Cut dus.

Weten wat je niet weet – Politieke schandalen
Nou begrijp ik de term The Cut behalen in Golftermen

Het alfabet begint met ABCDE en staat voor airway, breathing, circulation, disability en environment. Bij de ABCDE-methode geldt het principe ‘treat first what kills first’.

Hoe heet deze letter ß?

De letter heet officieel ‘eszett‘, maar men schrijft ‘ß’. In Duitsland heeft hij diverse benamingen zoals ‘Buckel-S’ of ‘Straßen-S’.

Er zitten: Fouten in de jaartelling en hiaten in wetgeving in Nederland?

De christelijke jaartelling, ook Anno Domini- of AD-jaartelling genoemd, is de jaartelling die gebruikt wordt in de juliaanse en gregoriaanse kalender. De kalender gaat uit van jaar 1 als Anno Domini, Latijn voor in het jaar des Heren.

Hoe zit het dan met meisjes die voor en in het jaar 2000 geboren zijn terwijl Wet 2001 op de loonbelasting heft van een wet uit 1941 en 1964!!

Onze mensenrechten / financiën zijn in gevaar door het sterk verouderde ICT van Belastingdienst !!

Loonheffing

Het gaat om de systemen voor loonheffing, waarmee de Belastingdienst jaarlijks meer dan 150 miljard euro aan belastingen en premies voor volks-, werknemers- en zorgverzekeringen binnenhaalt. Dit platform, Cool:Gen, wordt sinds eind 2026 technisch niet meer ondersteund. Staatssecretaris Van Rij noemt het in een interne nota ‘noodzakelijk’ dat deze systemen voor 2027 worden vervangen. De baten uit de loonheffing vormen bijna de helft van de totale rijksinkomsten.

Verkeerde Aanslagen

Ook voor de aangifte inkomstenbelasting loopt vooral de vrouw en moeder een nog groter gevaar. . Dit genereert jaarlijks zo’n 20 miljard binnen. Bij het niet tijdig vervangen van de oude software en juist wetgeving bestaat het risico dat er onoplosbare fouten of storingen in het systeem blijven voortbestaan.

Welke 2 kalenders zijn er?

We zijn nu gewend om één kalender te gebruiken, namelijk de Gregoriaanse kalender. De voorganger hiervan, de Juliaanse kalender, werd tot 1701 gehanteerd in Nederland. Eind 16e eeuw gebruikten we deze twee kalenders soms door elkaar.

Hoe eén schadepolis een langdurige moeder schaap <S> uitkering werd: dankzij Nationale Nederlanden

Dit beeldje is de belangrijkste getuige in mijn zaak waar NN, de Koning en Ministerie van Financiën mijn ars oftewel herder of pooier blijken te zijn.

Een moederschapsuitkering is een vervangingsinkomen. Je moet het vermelden bij de jaarlijkse belastingaangifte. Op je uitkering wordt een bedrijfsvoorheffing van 11,11% ingehouden.

De volgende werkzaamheden en werkomstandigheden zijn bijvoorbeeld verboden als je zwanger bent:

  • blootstelling aan lawaai.
  • werken bij hoge temperaturen.
  • blootstelling aan scheikundige stoffen.
  • blootstelling aan mechanische trillingen.
  • gevaar voor besmetting.
  • dragen van zware lasten (tijdens de laatste drie maanden van de zwangerschap)

Hoe Europese Regels van moeder en de vrouw in 2000 fictief werden ingezet als belasting slaaf door dubbele belasting verdragen.

De bestanddelen van het inkomen

Het persoonlijke inkomen bestaat uit het gezamenlijke bedrag van hetgeen de belastingplichtige geniet als:

  1. winst uit een voor zijn rekening gedreven onderneming;
  2. zuivere inkomsten uit arbeid;
  3. zuivere inkomsten in de vorm van periodieke uitkeringen en verstrekkingen.

In Nederland wordt de term inkomstenbelasting specifiek gebruikt voor de rijksbelasting op het inkomen van natuurlijke personen (vanaf het jaar 2001 Wet inkomstenbelasting 2001 en tot die tijd Wet inkomstenbelasting 1964). In Nederland is de rijksoverheid het enige overheidsorgaan dat een inkomstenbelasting heft en volgens de huidige wet mag heffen. Het inkomen van rechtspersonen is in Nederland in de regel onderworpen aan een andere specifieke rijksbelasting, te weten de vennootschapsbelasting (Wet op de vennootschapsbelasting 1969).

In België zijn de inkomstenbelastingen(meervoud) de algemene noemer voor alle belastingen op het inkomen, ook die van vennootschappen en andere rechtspersonen.

Een aantal staten, waaronder de Verenigde Staten van Amerika, heft inkomstenbelasting in de eerste plaats op basis van de nationaliteit van personen: een persoon met bijvoorbeeld de Amerikaanse nationaliteit is in beginsel voor zijn gehele inkomen in de Verenigde Staten van Amerika aan de aldaar geldende federale inkomstenbelasting onderworpen, zelfs indien die persoon niet in die staat woont. De Verenigde Staten van Amerika zijn voor wat betreft inkomstenbelastingen ook in een ander opzicht een bijzonder land: niet alleen de federale overheid heft een inkomstenbelasting, ook lagere overheidsorganen zoals de afzonderlijke staten en zelfs gemeenten mogen inkomstenbelastingen heffen.

– ik ben het wachten beu – dubbele belasting betalen – Octrooi antwoorden door open source en intellectueel eigendom blog.

Rijks Belasting heffen op het lichaam van de vrouw of moeder als zelfstandige entiteit en bestuurder zonder grondwettelijk grondslag is een strafbaar feit. UVRM

In Nederland wordt de term inkomstenbelasting specifiek gebruikt voor de rijksbelasting op het inkomen van natuurlijke personen (vanaf het jaar 2001 Wet inkomstenbelasting 2001 en tot die tijd Wet inkomstenbelasting 1964). In Nederland is de rijksoverheid het enige overheidsorgaan dat een inkomstenbelasting heft en volgens de huidige wet mag heffen. Het inkomen van rechtspersonen is in Nederland in de regel onderworpen aan een andere specifieke rijksbelasting, te weten de vennootschapsbelasting (Wet op de vennootschapsbelasting 1969).

In België zijn de inkomstenbelastingen(meervoud) de algemene noemer voor alle belastingen op het inkomen, ook die van vennootschappen en andere rechtspersonen.

Een aantal staten, waaronder de Verenigde Staten van Amerika, heft inkomstenbelasting in de eerste plaats op basis van de nationaliteit van personen: een persoon met bijvoorbeeld de Amerikaanse nationaliteit is in beginsel voor zijn gehele inkomen in de Verenigde Staten van Amerika aan de aldaar geldende federale inkomstenbelasting onderworpen, zelfs indien die persoon niet in die staat woont. De Verenigde Staten van Amerika zijn voor wat betreft inkomstenbelastingen ook in een ander opzicht een bijzonder land: niet alleen de federale overheid heft een inkomstenbelasting, ook lagere overheidsorganen zoals de afzonderlijke staten en zelfs gemeenten mogen inkomstenbelastingen heffen.

Documenteer en markeer je zelf geschreven broncode

De broncode van open source software is in principe auteursrechtelijk beschermd (tenzij anders vermeld). Maar als je zelf auteursrecht wilt aantonen, dan is het slim als je duidelijk documenteert dat je de rechtmatige eigenaar bent van je broncode. Bewijsmateriaal voor auteursrecht bestaat vaak uit depots met datumstempels.

Ik doe al jaren op eigen kracht volgens de methode van de creatiespiraal onderzoek naar belasting heffen op de vrouwelijke bestuurders van het lichaam en ontdek hoe beleidsmakers, accountantskantoren verzekeraars en notarissen notoire leugenaars blijken te zijn.

Hoop, emotie en blijdschap voerden de boventoon in het Oosterpark in Amsterdam toen koning Willem-Alexander op 1 juli 2023 het herdenkingsjaar slavernijverleden aftrapte met excuses. Nu, bijna een jaar later, is de stemming totaal anders. “Er is geen punt, geen komma, maar een backspace gezet met dit nieuwe kabinet dat eraan komt”, Is het tij te X eren ?

Sinds kort ben ik erelid bij een Sociale Cliëntenraad en help ik mensen die een laag of geen inkomen hebben. Het is de mooiste privilege die inmiddels aan mij is toegekend.

Het spel tussen de Euro Koningin en haar burgers – Queens Gambit 2024 Code Oranje

Er is een bijzondere fraudezaak gaande in de Europese geschiedenis van code Oranje van 1845 tot heden. Hoe vrouwen en moeders op de winst en verlies rekening hangen van de BV Nederland. Want zo stellen de ministers van staat het begint bij de SS zelf.

Er is maar een Nederlandse zoals zij NN

Er is maar een Geisha zoals ik: Fotomuseum #ditissilvia Expo #ditiscas

Letterlijk betekent geisha “kunstpersoon”.

Meishi (名刺) is het Japanse equivalent van een visitekaartje. Zoals meer handelingen in Japan, is ook het uitwisselen van geisha’s als meishi geritualiseerd via the Big Apple en Code Rood Oranje.

Maak van jezelf een prioriteit P 19 Iedereen is wetenschapper

Hoe een hart leven door permanente bewaking een beperkte vakantie en fiscale vrijheidsstraf van mij een prioriteit maakte.

Hoe doe je dat zonder schuldgevoel?

Dat doe je door met de hoogste bestuurdersrechter digitaal te praten over zorg, coderingen, inkomen en bestaanszekerheid in Nederland volgens de lindeboom natuurwet methode.

Actie : Proactieve Mensenrechten Planningen – Met Nienke Plas als nieuwe Ambassadeur voor Stichting Hartekind hebben we er weer een sterke moeder bij!

Wie is officieel de bestuurder van het lichaam? Ik, jij, zij, of hij.

Een nieuwe hartklep en ik.

Hoe we een goed voorbereid concept voorstel gaan lanceren: Ik oke – Jij oke – Zij oke Wij allemaal oke, door een grondwet toevoeging- Moeder de Vrouw – La Librero

Milaan – Middelburg 2024 Ecce Homo

Op 1 maart 1796 kwam voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis een nationaal en democratisch gekozen parlement bij elkaar. Aan de Bataafse Republiek kwam een einde bij de stichting van het Koninkrijk Holland door de Franse keizer Napoleon in 1806.

Belasting & Fictie

Veel mensen zien het onderwerp belasting als iets ingewikkelds waar ze maar liever niet over nadenken. Veel cijfertjes en grafieken die moeilijk te begrijpen zijn, en mannen in pakken die maar eindeloos door discussiëren over geld. Maar het onderwerp belasting is veel interessanter dan je denkt, en verbonden aan problematiek in de wereld waarmee je de connectie misschien nog niet had gelegd.

Sinus komt vandaag binnen 22 juni 2024

Uruz is de rune van kracht en doorzettingsvermogen en adaptatievermogen. De oeros was een gigantisch onzagwekkend dier met een grote hoeveelheid kracht. Deze rune staat dan ook voor fysieke kracht, maar ook voor mentale doorzettingsmogen. Deze rune wil als het ware aangeven dat je er de kracht voor hebt, ook al voelt het misschien niet zo. 
Uruz staat ook voor levenskracht. In de Noorse mythologie was het een koe die het leven schiep, omdat ze aan ijs likte. Daarom staat Uruz vaak ook voor het aangaan van iets nieuws.

De wissel truc van Amerikaanse Bill Gates binnen onze Microsoft belasting heffingen via Europapa.

Een waardebon, gewoon papier of betaalkaart met QR-code dat enkel geldig is voor één instantie geldt niet als waardepapier. Eveneens wordt een geldswaarde dat elektronische wordt bewaard bij een website of vereniging, bij wet niet meer gezien als elektronisch geld.[5]Bronnen, noten en/of referenties

  1.  Waardedocument voorzien van een watermerkOctrooicentrum Nederlandvia Google Patents en:Google_Patents.
  2. Ook biljetten in oude Nederlandse gulden en oude Belgische frank hebben nog steeds geldswaarde omdat centrale bankendergelijke biljetten nog altijd omwisselt voor euro‘s. Belgische frank is onbeperkt inwisselbaar en Nederlandse gulden tot 1 januari 2032. Al zijn er wel een paar uitzonderingen.
  3. Een document, papier of officieel stuk heeft o.a. een geldswaarde zodra:
  4. Het is uitgegeven door een overheid via Koninklijk Besluit en staatsblad
  5. Deze is opgesteld en gewaarmerkt door een openbare ambtenaar of notaris zoals een authentieke akte
  6. De universiteit of hogeschool een diplomauitreikt met officiële stempels en handtekening van de huidige directeur
  7. Een papier met details van een bepaalde verzekering waarbij alle premies zijn gestort (geregistreerd & opvraagbaar aan de hand van dit papier)
  8. Primaire en secundaire banken hun effectenen obligaties voorziet van echtheidskenmerken
  9. Een bankkaart is uitgegeven door bedrijven dat wereldwijd licenties machtigt, zoals mastercard. Bij gebruik wordt deze kaart door een lezer getest door middel van een wiskundige uitdagingen (deze uitdaging verifieert dan de elektronischeechtheidskenmerken)
The Queens in Gambit 64 vlakken het ganzenbord heeft 63 vlakken. 1845

De invloeden van het Franse, Belgische Duitse Rijk en de sporen van Oranje Nassau

1. Code Civiel 19 1838

2. Afschaffing Wetboek van Koophandel 1 1999

3. Lidmaatschap Bernard SS 1919

4. Broncodes persoonsgegevens

De huidige belastingsystemen verergeren namelijk alleen maar meer de ongelijkheid in de wereld, en degenen die hierdoor het meest getroffen worden zijn vrouwen en moeders met een gezonde baarmoeder.

Het Burgerlijk Wetboek is op cruciale plaatsen helemaal geen gelijkmaker. Problematisch is niet alleen de positie van de vrouw, de moeder en de armen worden gediscrimineerd. Zo geloofde laatst de rechter in ’s – Hertogenbosch nog mijn werkgevers : het ( Ministerie van Financiën, ( deze bezit 199 aandelen van NN) en Nationale Nederlanden) zelf ( deze bezit mij als bestuurder van het lichaam ( let op: bestuurder van een Landrover) inmiddels helemaal vanwege een persoonlijke periodieke uitkering aanslag over het bedrag van loon (art. 1716 ). door staatsblad 176 van 28 april 2010. Verzekeraars kunnen door het toepassen van schuldvernieuwing en subrogatie door E-Herkenning de polishouder worden van jou ooit afgesloten polis. Ze noemen dit in VAV jargon een gentleman ’s agreement.

Een Code 19 civiel systeem opgetekend door het ministerie van Financiën en Justitie- huidige bewakers minister van staat : Jan Peter Balkenende en Alexander Pechtold.

Screenshot

Dat Napoleon grote verwachtingen had van ‘zijn’ Code civil, Geïnspireerd door de grote voorbeelden van de 18e eeuw hoopte Napoleon de nieuwe Solon van de Franse maatschappij te worden. De Code civil zou een brug moeten slaan tussen het bewind van voor de grote revolutie en het bewind na de Revolutie. 

Omdat Napoleon de opdrachtgever, en misschien ook medewerker, was van het nieuwe wetboek, werd het wetboek in Europa de Code Napoléon genoemd, een exportproduct van de napoleontische oorlogen.

Coilitie Oorlog

Het woord alfabet is een samenstelling van alfa (α) en bèta (β), de namen van de eerste twee letters van het Griekse alfabet. De woorden alfa en bèta hebben geen betekenis. Ze komen uit het Fenicisch. “Alef” betekent os en “beth” betekent huis. Aanvankelijk waren de lettertekens namelijk kleine tekeningetjes: een alef was een os, een beth een huis, een gimel een werpstok, een daleth een vis.

Zo kunnen we het woord ABBA en de music van ABBA ook beter begrijpen.

Algemeen Bestuur Belasting Accountant

Vrouwen en Moeders maakte hij onbekwaam maar door de invoering van de AOW wet 1957 kregen vrouwen en moeders kiesrecht. En zo werden ze geruisloos geregistreerd in een loondossier en bankdossier! De kantoor code kun je opvragen bij Pels Rijcken. 0107 in mij geval omdat ik onder het octrooi van 10.700 van Hugo Alexander Koch val. Enigma

Ons Mannelijk Burgerlijk Wetboek dankt zijn invloed aan Napoleon, niet omdat hij op de inhoud woog, wel omdat hij de revolutionaire wetgeving in een coherent wetboek liet verzamelen en in Europa heeft verspreid. Op sommige vlakken draaide Napoleon en de Nationale Nederlanden de klok terug; om aan zijn nieuwe adel voorrechten te geven, wijzigde hij in 1807 het Burgerlijk Wetboek (art. 896, derde lid, tersluiks gewijzigd bij de herpublicatie van het wetboek als ‘Code Napoléon’ en in 1808 werden Joden weer gediscrimineerd (het zgn. décret infâme).

De vrouw als product en prostituees als Fiscaal transport Galerie T Middelburg

Het Burgerlijk Wetboek was op cruciale plaatsen helemaal geen gelijkmaker. Problematisch was niet alleen de positie van de vrouw, ook armen werden gediscrimineerd. Zo vertrouwde de rechtbank in Den Bosch mijn werkgever Nationale Nederlanden dus hún handel op licenties van vrouwen op hun woord over het afdragen loonbelasting of huur (art. 1716 en 1781).

Het doel van het Wetboek was

  1. dat de wet geschreven en duidelijk zou zijn en dat eenieder zijn rechten zou kennen; de wet moest dezelfde zijn voor het hele land;
  2. de burgerlijke staat, de burgerlijke standen met name het huwelijk werden onttrokken aan het kerkelijk recht;
  3. eigendom van onroerende goederenzonder allerlei feodale rechten.

Omdat Napoleon de opdrachtgever, en misschien ook medewerker, was van het nieuwe wetboek, werd het wetboek in Europa de Code Napoléon genoemd, een exportproduct van de napoleontische oorlogen.

Hoe Coilitie Oorlogen onze vrijheid beperken

De codificatie als ideaal was in Napoleons tijd al een paar eeuwen oud. Dit verlangen kwam in de eerste plaats voort uit het verlangen naar rechtseenheid, één verenigd wetboek voor één verenigd volk. Ook de behoefte aan rechtszekerheid heeft een grote rol gespeeld en wat betreft het strafrecht hangt de codificatiegedachte nauw samen met het nulla poena sine lege praevia poenali. Dit is het legaliteitsbeginsel, dat inhoudt dat iemand alleen kan worden gestraft voor iets waar op het moment dat hij of zij de misdaad beging een wet voor was. Vrouwen die kinderen baren, een eigen onderneming beginnen of ziek worden door hún beroep ( textiel veredeling 76 worden dus beschouwd als misdadigers. Bloedwraak zou ik het noemen.

Maar wie baart dan het nieuwe Nationaal Bruto Product? Fokstier Herman?

Napoleon heeft met zijn code civil niet voldaan aan de behoefte van het Franse ( inmiddels Europese) volk. Achter deze codificatie was de rechtsonzekerheid nog erger dan onder het ancien régime zonder Code. Dit wordt echter in de mythevorming van Napoleon de Wetgever nog al eens weggelaten. De andere wens van het volk was (en is )de centraliserende werking van het ene Rechtsboek voor het hele land ( Europa) . Als men die toenemende eenwording ziet als iets positiefs, als een vooruitgang op de schilderachtige en chaotische tijd, die eraan voorafging, dan kan men zeggen dat de Code hierin goed tot uitdrukking is gekomen. Helaas is daar nog niets mee gedaan.

Het mysterie van Middelburg – De vrouw van de Napoleon XIV puntmuts.

Een mens (individu) die in het recht als rechtssubject is erkend en daarmee drager is van wettelijke rechten en plichten. Maar wat als vrouwen en moeders niet in het recht als rechtmatig bestuurder van het lichaam nog als zelfstandig rechtssubject worden erkend en voor de plicht maar onder een herder of pooier gecodeerd zijn ? Wat is nu de rol van Koning Willem Alexander nu het Lidmaatschap van Bernard is opgeheven?

Gaat dan de rode vlag uit op de Kaaiman Eilanden Zeeland Oranje Stam op de Dam 6

Volgens het recht is een natuurlijk persoon een fysiek persoon die in eigen naam en voor eigen rekening kan handelen. Ieder individu is een natuurlijk persoon.

Het verschil tussen natuurlijke en niet-natuurlijke personen. Met een natuurlijk persoon bedoelen we een mens (van vlees en bloed). Niet-natuurlijke personen zijn organisaties, bijvoorbeeld een bv, cv, maatschap, vof, coöperatie, stichting of maatschap.

Met natuurlijke persoon in de zin van de Nederlandse wet wordt gedoeld op elke persoon die geen rechtspersoon is.

Mannen kunnen geen kinderen krijgen – vrouwen wel dus worden vrouwen dubbel gestraft. Het lichaam lijdt door letselschade bevalling en hun intellectuele eigendomsrecht wordt door codificatie gehandhaafd als slaaf van een mannelijke ars of arts. Code 19 Code Napoleon.

Maar daar tegenover staat dat hij ook een grote organisator was en een efficiënt bureaucratisch systeem opzette, waardoor er steeds meer centraal gereguleerd kon worden.

De reden dat hij de achternamen invoerde, was dan weer dat hij zo mensen gemakkelijker belasting zou kunnen laten betalen en beter dienstplicht af kon dwingen. De dienstplicht die trouwens ook door hem werd ingevoerd.

In 1805 werden er door hem ook de straatnamen ingevoerd en moesten de huizen genummerd worden. Dat wordt ook wel het Parijse systeem genoemd. Ook voegde hij verschillende kleine staatjes, vorstendommen en heerlijkheden samen tot grotere overzichtelijke gebieden.

Gelijkheid

Ook de maatschappelijke standen moesten er aan geloven toen Napoleon aan de macht was. Hij bracht zo het tijdperk van speciale voorrechten en privileges voor de geestelijken, adellijken en aristocraten tot een einde. Voortaan hadden zij dezelfde rechten en plichten als de gewone burgerij.

Plaatsen in het leger of bij de overheid waren niet meer alleen voor de aristocratie weggelegd, maar waren nu ook open voor de gewone burgers. Hij hechtte meer belang aan iemands capaciteiten, talenten en opleiding dan aan zijn afkomst.

Bovendien maakte hij onderwijs en gezondheidszorg toegankelijk voor de burgerij en werd het ook nog eens veel beter georganiseerd en geregeld. Hij voerde de leerplicht in en zorgde ervoor dat onderwijs voortaan door de staat gereguleerd werd.

Als je van adel bent, heb je vaak speciale privileges en verantwoordelijkheden, zoals het bezitten van land, politieke macht uitoefenen, belastingen heffen of zelfs regeren. Je kunt ook een speciale titel krijgen, zoals hertog, graaf, baron of ridder of Rector magnificus.

Fouten in de jaartelling en wetboek zorgen ervoor dat moeder de vrouw belasting moeten gaan terug krijgen.

Steek je vinger op !

Bron Wikipedia

Het jaar 1795 is het 95 ste jaar in de 18e eeuw volgens de christelijk jaartelling.

De christelijke jaartelling, ook Anno Domini- of AD-jaartelling genoemd, is de jaartelling die gebruikt wordt in de juliaanseen gregoriaanse kalender. De kalender gaat uit van jaar 1 als Anno Domini, Latijn voor in het jaar des Heren.

De christelijke jaartelling is in veel landen, in het bijzonder in de westerse wereld, de gebruikelijke jaartelling. Het begin van de christelijke jaartelling is het jaar 1. Jaren eerder dan het 1 worden aangegeven met v.C. of v.Chr. (voor Christus). Het jaar voorafgaand aan het jaar 1 is het jaar 1 v.Chr., er is geen jaar 0.

Onderscheid dient te worden gemaakt tussen de twee complementaire begrippen jaartelling en kalender. Gedurende de tijd dat de christelijke jaartelling al in gebruik is (dus van de achtste eeuw tot op de huidige dag), is de bijbehorende (Romeinse) kalender, sinds het Eerste Concilie van Nicea (in het jaar 325) de officiële kalender van de kerk, slechts eenmaal veranderd, namelijk in het jaar 1582.

De Romeinse kalender heeft sinds de stichting van Rome in de achtste eeuw v. Chr. in veel achtereenvolgende gedaanten tot op de huidige dag bestaan. De voorlaatste gedaante van de Romeinse kalender was de juliaanse kalender (van 46 v.Chr. tot 1582), de laatste de gregoriaanse kalender (sinds het jaar 1582). De christelijke kalender, dat wil zeggen de bij de christelijke jaartelling behorende kalender, was dus van 525 tot 1582 identiek aan de juliaanse kalender en daarna aan de gregoriaanse.

Gangbare jaartelling, gewone tijdrekening of onze jaartelling zijn de Nederlandse vertalingen van het Engelse begrip Common Era of Current Era, vaak afgekort tot CE.[1][2][3] Dit zijn alternatieven op de standaardnotatie ‘na Christus’ of ‘n.Chr.’, die men om verscheidene redenen wil vermijden. Buiten het Nederlands en Engels bestaan in veel andere talen ook alternatieven voor deze notatie.

Hoewel er in het verleden radicale post-christelijke kalenders zijn ingevoerd om met het verleden te breken, zoals de Franse republikeinse kalender (die zelfs maanden en dagen hernoemde en weken omvormde tot decaden) en de Italiaanse fascistische jaartelling, bleek onder meer vanuit het oogpunt van geschiedschrijving onhandig; men moest steeds vanuit een ander beginjaar rekenen dan men al eeuwen gewend was, en omdat de buurlanden niet meededen isoleerde men zich.

Vanuit praktisch oogpunt wordt de (door Exiguus veronderstelde) geboorte van Christus door secularisten tegenwoordig toch maar aangehouden als ijkpunt en het jaar waarin die geboorte zou hebben plaatsgevonden als jaar 1 bestempeld (er is geen jaar nul, het jaar 1 v.Chr. wordt gevolgd door het jaar 1 n.Chr.), ook al vinden zij dat geen belangrijke gebeurtenis meer.

Er zijn echter uitzonderingen, zoals de filosoof Floris van den Berg, die voorstelde “om de jaartelling te ijken aan een belangrijke positieve gebeurtenis als de totstandkoming van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens in 1948. Dat zou dan het jaar 1 zijn en 2009 is het jaar 62.”[7]

Duits

Verlichte Duitse joden in Berlijn schijnen al in de 18e eeuw de formulering “(Vóór) gewone jaartelling” te hebben gebruikt, terwijl anderen zoals Moses Mendelssohn dit gebruik afwezen omdat dit de integratie van de joden in de Duitse samenleving zou hinderen.

Het lidmaatschap van Bernard

De formulering lijkt te zijn doorgezet onder Duitse joden in de 19e eeuw in vormen als vor der gewöhnlichen Zeitrechnung (vóór de gewoonlijke tijdrekening).

In 1938 werd in nazi-Duitsland het gebruik van deze conventie voorgeschreven voor schoolboeken door de NS-Lehrerbund, de Nationaalsocialistische Lerarenbond.

De Reichslehrgang der Gaufachbearbeiter für Vor- und Frühgeschichte kwam met eenzelfde voorschrift voor schoolboeken. De Timevond het ironisch dat “Ariërs bijna 200 jaar later een joods voorbeeld volgden.

Het voorschrift werd niet algemeen ingevoerd; nazi’s zoals Alfred Rosenberg en Hans F.K. Günther bleven in hun boeken de term “v. Chr.” gebruiken.

In de Duitse Democratische Republiek(1949–1990) was v.u.Z. (vor unserer Zeitrechnung, “vóór onze tijdrekening”) de standaardnotering van de overheid; men trachtte de invloed van godsdienst terug te dringen door religieuze verwijzingen te verwijderen, maar hield wel hetzelfde beginjaar aan.

Sinds de val van het communisme in Oost-Europa is het niet meer officieel en heeft “vor/nach Christi Geburt” een heropleving doorgemaakt, maar v.u.Z. wordt nog steeds veel gebruikt.

De 19 eeuw van de christelijke jaartelling

is de 19e periode van 100 jaar, dus bestaande uit de jaren 1801 tot en met 1900. De 19e eeuw behoort tot het 2e millennium.

Het bereiken van een mooi rond getal, zoals het jaar 2000, kan als een bijzonder moment ervaren worden. Zo’n rond jaar is echter niet het begin van een nieuwe periode, maar het laatste jaar van een periode. Meisjes die in 2000 zijn geboren vallen dis onder het oude leven!

Pas als her jaar 2000 voorbij is, begint een nieuwe periode. Soms wordt daarbij echter vergeten dat die periode pas aanbreekt als het getelde jaar voorbij is, en wordt gedacht dat die nieuwe periode al aanbreekt bij het begin van het getelde jaar.

Zoals bij tellen bij het bereiken van het getal 10 een tiental geteld is, zo is inderdaad bij het tellen van de jaren, met het jaar 2000 een duizendtal geteld: 2000 is daarmee het laatste jaar van het millennium. De veronderstelling dat de overgang van het tweede naar het derde millennium van de christelijke jaartelling plaatsgevonden zou hebben op 1 januari 2000 in plaats van op 1 januari 2001 wordt wel de millenniumvergissing genoemd.

Ditzelfde geldt ook voor andere tijdperioden als decennium en eeuw. Steeds beginnen zulke perioden met een eerste jaar van die periode, dus met een jaartal eindigend op een 1. Het eerste decennium in de twintigste eeuw is de periode 1901-1910, maar als men de millenniumvergissing maakt, omvat die periode de jaren 1900-1909. In deze encyclopedie zijn de artikelen over alle decennia op deze laatste manier ingedeeld.

Het eerste jaar van de jaartelling is het jaar 1; een jaar jaar nul is er niet. Mogelijke verwarring daarover ontstaat door het verschil tussen tellen en meten. Bij tellen begint men (gewoonlijk) bij 1. Bij meten daarentegen wordt bij 0 begonnen. Zo worden de dagen van de maand geteld, (bijvoorbeeld van 1 tot en met 31 maart; er bestaat geen “nul maart”), terwijl tijdstippen op een dag, dus de tijdsduren vanaf het begin van de dag, gemeten worden (uren van 0 tot en met 23, minuten en seconden van 0 tot en met 59). Het tijdsinterval (0, 1] (seconde) is als periode de eerste seconde. Rond de laatste eeuwwisseling werd in diverse discussies over het juiste tijdstip van de millenniumwisseling dit verschil tussen meten en tellen over het hoofd gezien.

In de hedendaagse geschiedenis is het 3e millennium het derde tijdvak van duizend jaren volgens de Gregoriaanse kalender, een tijdsperiode die begon op 1 januari 2001 Anno Domini en zal eindigen op 31 december 3000. De voorbije jaren van dit millennium zijn onderwerp van onderzoek van historici; toekomstige jaren worden onderzocht in toekomstonderzoek.

Raido

Liefs Silvia