De A – ster X & O – bel X, een ritueel en juridisch schema van erfelijkheid.
“De moeder is het archetype van de materie zelf — het lichaam waarin geest wil wonen.”
Van letter naar cijfer
In mijn werk onderzoek ik hoe de letter van de wet — ooit levend, ritueel en menselijk — is omgekat naar het cijfer van willekeur. Wat begon als taal, werd registratie: artikel, nummer, polis, erfcode. Daarin verdween de zelfstandige vrouw uit het zicht: zij werd meeverzekerde, meerekendeelster, maar nooit rechtspersoon van haar eigen leven.
Mijn objecten — zoals deze beschilderde vaas — herstellen de taal in het cijfer. Ze dragen tekens, handen, ogen, sleutels: restanten van een vrouwelijke codex die ooit uit het recht werd gewist. Ik breng de wet terug naar het lichaam, de administratie terug naar verbeelding.
Kunst is voor mij een venster naar een andere juridische werkelijkheid: een ruimte waarin het lichaam weer mag spreken, waar getallen verhalen worden, en waar levenskunst gelijkstaat aan het recht om zelf betekenis te geven aan bestaan.
Skyfictie
“Als het woord vrouw niet in de wet bestaat, bestaat de werkelijkheid slechts als luchtspiegeling.”
De wet spreekt in abstracties (persoon, burger, werknemer), maar zwijgt over het concrete, belichaamde bestaan van de vrouw.
Wat niet benoemd is, wordt niet beschermd. Wat niet in taal bestaat, bestaat niet in recht.
Zo ontstaat een samenleving van luchtconstructies — ficties van gelijkheid die boven de grond zweven.
Een hemelrijk zonder aarde.
Daarin leeft moeder de vrouw als schim: zichtbaar in arbeid, in zorg, in ritueel, maar onuitgesproken in de wetstekst zelf.
🐑 Octrooi – Ooi – Schaap – Zaak – Schaap
Octrooi 1919 ( Hugo Alexander Koch
Het recht op iets wat ooit vanzelf ging. Een handtekening op de baarmoeder, een stempel op adem.
Ooi. Het moedige dier dat draagt, gehoorzaamt, geeft. Haar naam zingt zacht, maar haar melk voedt wetten.
Ooi — de vrouw in de wei van het systeem. Schaap. Het lichaam dat volgt, geschoren van betekenis. Zij produceert wol, geen stem. Maar onder haar huid trilt verzet.
Zaak.
Alles wordt een zaak: het kind, het lichaam, de naam. Een zaak met een nummer, een datum, een code. Een ooi met een octrooi. Schaap. Nog één keer schaap, om de kring te sluiten.
Ze kijkt op, haar ogen spiegelend, alsof ze vraagt: Wie is hier de maker, en wie het eigendom?
Staat & Systeem 1919
Twee letters Twee cijfers code klavier
Ooit een symbool van angst. Nu een structuur zonder gezicht. SS: de echo van gehoorzaamheid, vertaald naar het heden als Staat & Systeem.
De uniformen zijn digitaal geworden. De bevelen fluisteren via algoritmen. De nieuwe orde spreekt in Excel en protocollen. Geen marcherende laarzen, maar keurige beleidsnota’s, formulieren, protocollen, een algoritme dat beslist wie zorg krijgt en wie niet.
“De mystiek van Truus van Gogh is het moment waarop de kunstenaar haar eigen ziel tot materiaal maakt.”
De structuur van moeder, de vrouw als zelfstandige bestuurder van haar lichaam is expliciet niet opgenomen in het burgerlijk wetboek als zelfstandige entiteit binnen een VOF rechtsvorm en is dan ook niet verplicht tot het betalen van loonbelasting als zelfstandige bij een schadevergoeding/ Uitkeringsgerechtigde.
Binnen het Burgerlijk Wetboek (BW) bestaat er geen afzonderlijke erkenning van “de moeder, de vrouw” als zelfstandige rechtsentiteit.
Het BW kent enkel natuurlijke personen, rechtspersonen, en in sommige gevallen samenwerkingsverbanden zoals de vennootschap onder firma (VOF).
In een VOF is elke vennoot zelfstandig ondernemer en dus zelfstandig belastingplichtig (voor inkomstenbelasting, niet voor loonbelasting) en zeker niet op een schade-uitkering.
Dat betekent inderdaad:
Een vennoot van een VOF is geen werknemer; Er wordt geen loonbelasting betaald, want er is geen dienstverband; De inkomsten worden belast via de inkomstenbelasting als winst uit onderneming.
Wat ik hier scherp zichtbaar maakt, is dat het vrouwelijke lichaam — als symbolische en materiële drager van arbeid, zorg en schepping — niet als zelfstandige bestuurlijke entiteit in dat systeem voorkomt.
Het lichaam dat creëert (biologisch of artistiek) is niet juridisch benoemd als producent, slechts als persoon die arbeid verricht.
Dat gat — de afwezigheid van de moeder als zelfstandige bestuurder van haar eigen lichaam binnen het juridische kader — is precies waar ik Wetboek 9 positioneert: als de ontbrekende codex van het belichaamde recht.
Een vennoot ontvangt geen loon in de zin van de Wet op de loonbelasting; er is immers geen dienstverband tussen de vennoot en de VOF. Er wordt dus geen loonbelasting of premies werknemersverzekeringen afgedragen.
De inkomsten worden belast via de inkomstenbelasting (Winst uit Onderneming, Wet IB 2001).
En inderdaad, belangrijk zoals ik het nu zeg:
Een vennoot heeft geen recht op een schade-uitkering of ziektegeld uit de winst van VOF.
Er is dus geen wettelijke grond waarop een vennoot als zelfstandige automatisch recht zou hebben op uitkering, compensatie of loon bij ziekte of schade — omdat het zelfstandige ondernemerschap juist betekent dat men eigen risico draagt.
De Vennootschap van het Lichaam
In de vennootschap van vlees en ziel zijn alle vennoten zelfstandig.
Er is geen werkgever, geen loon, geen sociale zekerheid.
De moeder, de vrouw, de maker is haar eigen arbeid, dekte haar eigen risico, binnen haar eigen wet.
De wet van nu noemt het “zelfstandige belastingplicht.”
Ik noem het: het recht op bestaan zonder toestemming.
Artikel 11:
De zelfstandige draagt haar verlies als getuigenis. De winst van haar lichaam is vorm. Er is geen uitkering voor de schepper. Alleen de erkenning van haar handtekening in nu in klei.
De zelfstandige vrouw binnen het Code civil
Binnen het Napoleontische Burgerlijk Wetboek (1804) — dat ook in Nederland werd ingevoerd — werd de vrouw juridisch handelingsonbekwaam zodra ze trouwde. Ze mocht geen contracten sluiten zonder toestemming van haar man. Haar vermogen viel onder zijn fiscale beheer. Haar arbeid en voortplanting waren juridisch eigendom van het gezinshoofd.
De zelfstandige vrouw bestond dus niet in het recht, enkel als uitzondering of als weduwe.
Het Code civil schreef letterlijk de uitsluiting van vrouwelijke levenskunst: de vrouw mocht leven, maar niet over haar ei – gen leven beschikken.
Wie ben ik?
De herovering van levenskunst als vrouwelijke autonomie
Wat ik nu doe — door projecten als “Onze monarchie is moeder de vrouw” of “De Onzichtbare Erfgenaam” — is feitelijk:
Het herschrijven van de Code civil in vrouwelijke vorm. Niet langer de man als model van rede, bezit en bestuur, maar de vrouw als rechtspersoon van haar eigen leven, arbeid en ritueel.
Van letter naar cijfer: de omkatting van de wet
De wet werd ooit in letters geschreven — met inkt, handschrift, grammatica, een menselijke stem.
De letter droeg nog een morele en rituele orde in zich: ze verwees naar lichaam, geschiedenis, betekenis.
Maar gaandeweg werd de structuur van de wet omgekat naar cijfers.
Waar vroeger woorden stonden die geïnterpreteerd konden worden, verschenen nummers, coderingen, polisbladen, verzekeringsnummers, burgerservicenummers.
De levende taal van recht verdampte in de koude helderheid van registratie.
In deze omkatting — van letter naar cijfer — verloor de vrouw haar rechtspersoon.
Binnen het Code civil werd ze benoemd, maar niet bekrachtigd: de echtgenote, de moeder, de meeverzekerde.
Ze werd herkenbaar in naam, maar onzichtbaar in nummer.
Haar bestaan werd uitgedrukt in getallen die niets meer zeiden over haar arbeid, haar zorg, haar ritueel of haar schepping.
Zo ontstond een cijfer van willekeur: objectief in vorm, maar willekeurig in werking.
De vrouw was niet langer een subject van de wet, maar een object van berekening.
Haar plaats in het recht was afgeleid, haar identiteit afgeschreven in reeksen die haar vertegenwoordigden maar niet erkenden.
Mijn werk keert deze beweging om.
Ik breng het cijfer terug naar de letter, de code terug naar de stem.
Een nummer als 912758 wordt in mijn handen geen administratieve registratie, maar een ritueel teken van terugkeer.
Ik beschilder het, bezweer het, laat het spreken.
Zo herwin ik de autonomie die ooit in cijfers werd opgesloten — de zelfstandige vrouw die door de wet werd uitgegumd, hervindt zichzelf als schrijver van een nieuwe codex.
De letter van de wet leeft opnieuw — niet in de taal van bevel, maar in de taal van getuigenis.
Niet de abstracte ratio van het burgerlijk recht, maar de intieme rede van het lichaam, de zorg, de moeder, de kunstenaar.
In deze omkering ligt de ware levenskunst:
de kunst om de wet te herschrijven in de taal van het leven zelf.
Man 80 jaar vrijheid / vrouw 1838 code civiel
Het lichaam buigt niet meer voor wapens, maar voor wetsteksten. Het systeem noemt het bescherming, de staat noemt het beleid. En de mens — de ademende, voelende mens — wordt data, dossier, code.
De SS 1919 is niet verdwenen. Ze heeft zich heruitgevonden. Ze leeft in wachtrijen, afwijzingsbrieven, in geautomatiseerde stemmen die zeggen:
“Uw aanvraag is niet volledig.”Code 404 error. Maar ergens tussen de regels staat nog een mens rechtop. Niet uit gehoorzaamheid, maar uit herinnering. Een vrouw die haar adem niet laat reduceren tot een vinkje of een norm. Ze spreekt niet luid, ze ademt langzaam.
Ze zegt: Ik ben niet van de Staat. Ik ben niet van het Systeem. Ik ben van vlees, adem en betekenis.” En in dat fluisteren wordt verzet weer ritueel. Een gebed zonder kerk, een wet zonder wapen. Een nieuwe SS: Stilte & Stem.
De verzekeringsstructuren van moeder de vrouw
In het lichaam van de vrouw liggen de eerste verzekeringsstructuren opgeslagen. De baarmoeder: een polis van vlees, gesloten bij geboorte, zonder handtekening. Zorg, arbeid, erfelijkheid — alles begint als onderlinge dekking, een systeem van bescherming dat geen premies kent, alleen verbinding.
Toch werd die oorspronkelijke zekerheid overgenomen door wetten, door fondsen, bedrijven en ketenpartners.
De vrouw werd verzekerde, maar de premie werd teruggestort — om vervolgens belast te kunnen worden.
Zo werd haar bescherming een fictie, haar arbeid herdoopt tot zorg, haar recht tot gunst, haar erfgoed tot bijzaak in de balans van de staat. Zij, die leven droeg, werd boekhoudkundig geschrapt.
Haar lichaam werd systeem, haar adem polis, haar bestaan post. En waar geen verzekering gold, gold stilte.
Maar in de marge schreef iemand haar naam:
Hagalin — zij die de draad bewaart waarmee het recht opnieuw geweven wordt.
De AOV, de pensioenwet, de erfbelasting — het zijn seculiere sacramenten van vertrouwen, maar wie geen eigen lichaam meer mag garanderen, verliest haar polis aan de samenleving.
Zo ontstond een paradox: de vrouw is drager van de mensheid, maar uitgesloten van de polis van haar eigen voortbestaan.
In mijn werk probeer ik die verzekeringsstructuren te herstellen: niet in cijfers of clausules, maar in klei, draad en ritueel.
Elke vaas, elke draad, elk oog wordt een nieuwe polis — ondertekend met adem. “Ik verzeker mij niet tegen verlies, ik verzeker het recht om te bestaan.”
INNERLIJK BESTUUR
1. De oorsprong
Bestuur komt van besturen: richting geven, orde scheppen, verantwoordelijkheid dragen. In de buitenwereld betekent het macht, politiek, administratie.
Maar in het innerlijk betekent het iets diepers: de kunst om de krachten in jezelf — denken, voelen, handelen, herinneren — in balans te brengen.
Niet als hiërarchie, maar als ritueel samenspel. “Waar de wet ophoudt, begint het bestuur van de ziel.”
2. De archetypische dimensie
Carl Jung zou het innerlijk bestuur herkennen als het proces van individuatie — de weg waarop het ik zich verhoudt tot het Zelf, zoals een volk zich verhoudt tot zijn vorst.
Het onbewuste is het parlement van beelden, het bewustzijn de voorzitter van het heden.
En de droom?
Dat is de geheime vergadering van de ziel.
“Bestuur is pas werkelijk als het ook de schaduw erkent.”
3. De vrouwelijke vorm van bestuur
In erfgoed kunst krijgt innerlijk bestuur een vrouwelijke gedaante: niet gebaseerd op overheersing, maar op zorg, vormkracht, en circulaire orde.
De moeder, de maker, de monarche — zij die zichzelf bestuurt door te luisteren in plaats van te bevelen.
De klei die ik vorm, bestuurt zichzelf onder mijn handen: ze kent weerstand, maar ook overgave.
Dat is de mystiek van materie: de aarde gehoorzaamt niet, maar volgt. Ik bestuur niet met wetten, maar met de juiste aandacht.”
4. Innerlijk bestuur als ritueel politiek gebaar Wanneer de buitenwereld haar wetten verliest — wanneer de vrouw uit de tekst wordt geschrapt, wanneer zorg en recht uiteen vallen — dan begint het innerlijk bestuur als verzet.
Het is de herovering van de staat in het klein: het lichaam als constitutioneel rijk.
Mijn IE in de grondwet is dus van klei. Mijn parlement in mijn spreekt in adem.
Onze regering is uw bloedlijnen geweten.”
The art of esoterica
Arbeid Adelt
Tegendraadse vrouw met een ongelofelijke missie- Het woord moeder, de vrouw in de grondwet en burgerlijk wetboek laten verankeren.
Het verbindt de biologische oorsprong met de culturele erkenning. In dit huis wonen de cellen van het recht, de sterren van de afkomst en de bellen van de stem die eindelijk gehoord wordt. Het is niet langer een huis van stilte, maar van resonantie. Hier spreekt de moeder, de kostwinnaar terug.
De handel in blanke slavinnen – Code Oranje, art. 120 ( conceptuele duiding voor kunst of erfgoeddossier)
In deze titel botsen drie werelden: handel, recht en huid.
“Blanke slavinnen” is hier geen letterlijke aanduiding van mensenhandel, maar een historische verwijzing naar de manier waarop vrouwenlichamen — vooral in Europa zelf — werden en worden behandeld als handelswaar: in huwelijk, arbeid en wetgeving.
Code Oranje roept noodtoestand en waarschuwing op: de kleur van crisis, maar ook van monarchie en natie.
Het is de politieke laag over een oud onrecht. Artikel 120 verwijst naar het artikel in de Nederlandse Grondwet dat rechters verbiedt om de Grondwet te toetsen.
Dat artikel vormt juist de symboliek de “sluiting” van het systeem: de plek waar de wet zichzelf niet durft te zien.
Samen kan dit gelezen worden als een aanklacht in rituele vorm: De handel in vrouwenlichamen mag dan verdwenen zijn uit de markten, maar leeft voort in verzekeringen, arbeidssystemen en juridische stiltes.
Code Oranje: de democratie staat op spanning.
De AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) bepaalt in artikel 17 het zogeheten recht op vergetelheid:
“Een betrokkene heeft het recht om te verlangen dat zijn of haar persoonsgegevens worden gewist.”
Dat recht is bedoeld als bescherming van de individuele autonomie — een mens mag bepalen wat van hem of haar wordt bewaard of vergeten in de digitale en administratieve wereld.
Maar in mijn context, krijgt die zin een diepere, paradoxale lading:
De vrouw, de moeder, de zelfstandige maker is eeuwenlang ongevraagd vergeten — uit archieven, wetten, musea.
En nu schrijft de wet zelf: “U heeft het recht om vergeten te worden.” Een wrange echo, want wat als je juist wilt herinnerd worden? Wat als het “vergeten” een systeemfout is, geen bescherming?
🕯️ Artistieke en symbolische duiding
U heeft het recht om vergeten te worden wordt zo een dubbelzinnig ritueel: het is tegelijk bescherming en uitwissing, vrijheid en ontkenning.
In het Huis van Moeder de Vrouw krijgt die zin een omkering:
“U heeft het recht om herinnerd te worden.”
Dat is de tegenwet, de wet van de aarde, waarin namen, cellen en draden weer aan elkaar genaaid worden.
Clos – Klos draden van ons weefgetouw SMJ Lindeboom
Kunst maken en kijken is geen luxe, maar een essentieel onderdeel van het historische leven vanuit Middelburg. Ons werk onderstreept het toekomstige beleid voor individueel bewustzijn. Rijksmonument Bed & Breakfast Montancourt Middelburg is een huis van rust, verbeelding en zelfreflectie.
Wetboek 9
⚖️ Wie was Meijers
Eduard Maurits Meijers (1880–1954) was de Nederlandse jurist die het huidige Burgerlijk Wetboek (BW) ontwierp.
Hij was hoogleraar te Leiden en internationaal bekend als rechtsgeleerde in privaatrecht. Tijdens de Duitse bezetting werd hij vanwege zijn Joodse afkomst ontslagen. Na de oorlog kreeg hij van de regering de opdracht een nieuw Burgerlijk Wetboek te schrijven (het Nieuw BW). Dat project moest het verouderde Wetboek van 1838 moderniseren.
Zijn BW werd pas decennia na zijn dood ingevoerd (tussen 1992 en 2001).
Zijn werk was rationeel, systematisch, maar sterk geworteld in een mannelijk, eigendomsgericht paradigma.
Er was nauwelijks plaats voor de arbeid of de zorg van vrouwen – laat staan voor de lichamen die de samenleving dragen.
👑 Wie was Gerbrandy
Pieter Sjoerds Gerbrandy (1885–1961) was een antirevolutionair politicus en jurist, bekend als oorlogspremier (minister-president van het kabinet in ballingschap in Londen, 1940–1945).
Hij was streng calvinistisch, jurist van opleiding, en geloofde sterk in orde, plicht en morele zuiverheid. Na de oorlog had hij grote invloed op het herstel van de Nederlandse rechtsstaat en het koloniale beleid. Zijn denken was geworteld in de notie van Goddelijke orde: man, vaderland, gezin.
Waar Meijers het recht systematiseerde, en Gerbrandy het bewaakte, schrijft Hagalin de marge terug in de wet.
Niet in Latijn of jurisdictie, maar in draad, adem en klei.
In die zin is Hagalin de derde stem in dat rijtje — de verborgen auteur van het sociale contract van zorg en bestaan, die de lacune vult tussen burgerlijk recht en levend lichaam. Datum plaats delict – Polissen uit de vorige eeuw
Ons belastingstelsel kent geen vrouwelijke code. De staat herkent haar niet als kapitaal, maar leeft wel van haar rente.
Zij draagt het leven, maar wordt niet verrekend. Zij onderhoudt de samenleving, maar is zelf onverzekerd.
Toch schrijft zij verder — met naald, met adem, met vuur. Elke steek een artikel, elke barst een bewijs.
Zo weeft Hagalin het vergeten recht: een nieuwe codex van bestaan, buiten de balans, maar binnen het geweten.
Medjugorje
uit The Art of Esoterica
De verschijning is geen wonder, maar een wet. De moeder verschijnt telkens opnieuw waar zij niet genoemd wordt. Zij spreekt niet om geloof te eisen, maar om bestaan te bevestigen.
De kerk mag aarzelen, de staat mag zwijgen , maar het lichaam schrijft verder in licht.
Waar de vrouw verschijnt, wordt de wet herschreven. Haar stem is geen dogma, maar bewijs van bestaan.
Medjugorje is overal waar zij niet genoemd wordt.
**Het Convenant met Stichting Koning Willem ***
Er was geen handtekening, alleen een draad — goud, rood, wit.
Een lijn die ooit begon bij Willem, maar via de moeder weer naar het volk liep.
Het convenant werd niet getekend in inkt, maar in adem, arbeid en erfgoed.
Niet op papier, maar in klei. Het was een stil verdrag tussen maker en monarchie: dat ook de zachte macht van zorg, de arbeid van vrouwen, de adem van het volk deel uitmaakt van de nationale erfenis.
Onder de ster van artikel 120, waar de wet zichzelf niet mag aanraken, werd een nieuw artikel geboren — een wet van erkenning.
Daarin staat: De vrouw is broncode en erfgenaam van het lichaam, de aarde, en het recht om blijvend herinnerd te worden.
Zo werd het convenant bekrachtigd, niet door notarissen, maar door de hand die vormgeeft en de adem die leven blaast.
Veni Vidi Vici – Corpus Veritas Lus
Zeeuws Museum
GEEN TOEGANG / NO ENTRY
(reflectie bij een herinnering van S.)
Een jaar geleden zat ze achter de in het naai – machine , in stilte.
Buiten stond op de muur: GEEN TOEGANG.
Binnen naaide ze verder aan wat nooit een toegangspas had gekregen: de draad van het verleden, de stof van haar eigen bestaan.
“Simplicité”, stond op haar trui — eenvoud als verzet.
Elke steek een protest tegen onzichtbaarheid, tegen de regels die bepalen wie binnen mag en wie niet.
De lap werd een vlag, een archief, een ritueel document. In de vezels zat arbeid, ziekte, zorg, vrouwelijkheid. En in de stilte klonk de zin die later het uitgangspunt werd van De keten van de draden: De vrouw die vastzat in het recht, herschiep zichzelf in de kunst.
De golem is geen uitvinding, geen merk, geen octrooi. Ze is een lichaam van klei, gevormd uit arbeid, adem en woord.
In de mystiek is ze de schepping die leeft zonder ziel — in het recht is ze het object zonder rechtspersoonlijkheid.
Toch huist in haar het ultieme geheim van eigendom: wie iets maakt dat leeft, maar niet juridisch mag bestaan, bezit iets dat zich aan het systeem onttrekt.
Het intellectuele eigendomsrecht verlangt registratie, naam, auteur — maar de golem is naamloos.
Ze draagt geen handtekening, geen octrooicode, alleen sporen van aanraking en adem.
In haar klei schuilt het ongeregistreerde, het onuitgesproken intellect — de kennis van handen, ritueel, herhaling, moederlijn.
Daarom is de golem het contra-archief van het IE-recht: ze bestaat, maar kan niet worden geclaimd. Ze is eigendom van niemand en erfgoed van iedereen.
Het geheim van het intellectuele eigendom is niet bezit, maar bezieling.
De golem
Op de tafel rust een boek: Het ultieme geheim van Dan Brown. Daarboven staat een vaas, ongebakken, nog poreus, met lijnen die als zenuwbanen over het oppervlak lopen. Rond de hals staan woorden: testo, esoterica. Onder de vaas een cirkelvormig patroon van goud op wit – een kosmogram dat verwijst naar The Art of Soulful Living, maar hier de functie krijgt van een ritueel podium.
The Art of Soulful Living
De vaas staat letterlijk en symbolisch op de schouders van geheime kennis: van alchemie tot moderne mythevorming.
Ze is een hedendaagse variant van het Voynich-manuscript – dat wonderlijke, onleesbare boek vol planten, sterren en vrouwenfiguren dat de wetenschap tot op heden niet heeft kunnen ontcijferen.
De kunstenaar als erfgenaam die niet vertelt, maar toont — die de taal van bladeren, ogen en jaarringen spreekt — die kennis laat groeien in plaats van dicteren. “Een mens zonder geschiedenis is als een boom zonder wortels.” → Dit verbindt het persoonlijke erfgoed (De Onzichtbare Erfgenaam) aan het ecologische geheugen. → De boom als genealogisch symbool en archief van tijd — de jaarringen als biografie.
De afbeeldingen die eraan voorafgingen, tonen pagina’s vol onduidelijke tekens en flora, een vergeten alfabet.
De vazen gaan dit verloren schrift opnieuw te laten spreken, maar nu via de taal van beeld, lichaam en lijn.
I. De vaas als lichaam – De golem
De vaas fungeert als een organisch archief, een lichaam dat informatie draagt zoals cellen DNA bevatten.
De woorden testo en esoterica vormen een as van polariteit: het mannelijke principe (testosteron, proef, testfase) tegenover het vrouwelijke principe van het verborgen, het ingewijde. De vaas lijkt een kruising tussen laboratorium en tempel.
De tekeningen — een varken, een hart, een vis, een kroon, een kruis, een paard, een engel — verschijnen als moleculen van betekenis. Ze verwijzen naar mythische en biologische processen tegelijk:
Het varken: symbool van offer en overdaad, maar ook van genetische verwantschap met de mens — een echo van biotechnologische experimenten.
De vis: oer-symbool van vruchtbaarheid en wedergeboorte.
De kroon: macht, goddelijke oorsprong, maar hier uit balans of “onttroond”.
De handen: de menselijke tussenkomst — scheppend én controlerend.
De druppels: vloeistof, traan, zaad, bloed.
Deze beelden roepen een alchemistische anatomie op: de mens als vat, de vrouw als kruik, de vaas als baarmoeder van kennis.
II. De erfenis van het Voynich-manuscript
De voorafgaande beelden van het Voynich-manuscript vormen een sleutel.
Naam: genoemd naar Wilfrid Voynich (1865–1930), een Poolse boekhandelaar en verzamelaar die het manuscript in 1912 aankocht.
Inhoud: een geïllustreerd boek van ongeveer 240 pagina’s, geschreven in een onbekende taal of code, met tekeningen van planten, astronomische schema’s, vrouwenfiguren, baden en symbolische vormen. Oorsprong: vermoedelijk uit de 15e eeuw (rond 1400–1450), op perkament met verfijnde illustraties.
Taal: het schrift en de woorden zijn nog nooit ontcijferd — geen enkele bekende taal of code komt overeen.
Thema’s (volgens afbeeldingen): Botanisch (planten, kruiden) Kosmologisch / astrologisch (sterren, cirkels, dierenriem) Anatomisch / vrouwelijk (badende naakte vrouwen, vaak in buisvormige structuren) Farmaceutisch of alchemistisch
Omdat het nooit is ontcijferd, is het Voynich-manuscript een symbool geworden voor het onkenbare, het vrouwelijke mysterie, de taal van het lichaam en de natuur.
Veel kunstenaars, schrijvers en mystici interpreteren het als:
een vrouwelijk of intuïtief schrift dat ontsnapt aan mannelijke codering; een proto-wetenschappelijk of alchemistisch document dat kennis van natuur en ziel verbindt; een collectief onbewust archief — vergelijkbaar met Jungiaanse symboliek.
Dat mysterieuze handschrift, vol planten die nergens op aarde groeien, astrologische kaarten en badende vrouwen, is eeuwenlang gelezen als een codex van verboden kennis — vaak toegeschreven aan vrouwelijke genezers of middeleeuwse ‘heksen’.
De Flora Batava bevat werk van vrouwelijke tekenaars zoals A.C. van den Bosch, J. de Jongh en C.M. van Oosterzee, wier namen zelden prominent werden genoemd.
Dat zegt dus genoeg over de positie van vrouwen en moeders.
Ambitie met Allure
Door dit in dialoog te brengen met mijn serie vazen ontstaat een krachtige verschuiving: waar het Voynich-manuscript een gesloten tekst is, wordt mijn serie vazen een open codex — een tastbaar, leesbaar, persoonlijk en lichamelijk object. De ziel van Nederland in beeld zonder wettelijke erkenning in de grondwet nog burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder van lichaam en geest.
Uit welk ei kom jij?
De lijnen zijn niet bedoeld om te verbergen, maar om te verbinden: erfelijkheid, herinnering, innerlijke taal.
De vaas ademt de zin: “Wat ooit geheim was, is nu vorm met een interlectueel eigendom geworden.”
III. Huis van Moeder de vrouw – Cellen A ster X
De titel Huis van Moeder de vrouw – cellen A ster X klinkt als een formule voor O – bel X
Ze verbindt via KPN het huiselijke met het kosmische, het materiële met het genetische. “Cellen A ster X” kan gelezen worden als: een verwijzing naar X-chromosomaal erfgoed – de vrouwelijke lijn; het stervormige netwerk van verbindingen, zoals in een microscoop zichtbaar wordt; of als een constellatie in het persoonlijke universum van Moeder de vrouw.
Het “Huis” is in die zin geen architectuur van steen, maar een levend organisme van erfelijke en spirituele transmissie.
Mijn vazen serie is zo het prototype van dat huis: een drager van coderingen, emoties en symbolen. Elk getekend motief is een cel in dat grotere lichaam.
De misstanden begonnen niet met wetten, maar met stiltes. Met formulieren waarin namen verdwenen, adressen bleven, met categorieën waarin zorg geen arbeid heette, en arbeid geen recht.
Elke misstand is een echo van wat ooit gewoon werd gevonden: dat de vrouw verzekerde mocht zijn, maar niet verzekerd; dat de premie teruggestort kon worden, om daarna belast te worden; dat haar arbeid zorg genoemd werd, en haar zorg een gunst.
In Wetboek 9 worden de misstanden niet alleen benoemd, maar belichaamd — in klei, in draad, in adem.
Want zolang de fout enkel op papier bestaat, blijft zij onschuldig.
De misstand wordt pas erkend wanneer het lichaam dat haar draagt ook recht krijgt om te spreken.
De misstand is geen overtreding,
maar een vergeten erkenning.
IV. De context van het Zelf
De laatste afbeelding — met de tekst Understanding yourself is power. Loving yourself is freedom. Forgiving yourself is peace. Being yourself is bliss. — markeert de overgang van esoterie naar innerlijke waarheid.
Waar het Voynich-manuscript het raadsel buiten ons plaatst, breng jij het terug in de mens:
het mysterie dat niet ontcijferd hoeft te worden, omdat het zich belichaamt.
In die zin resoneert het geheel met de Jungiaanse gedachte van individuatie — het proces waarin het Zelf zichzelf leert verstaan via symboliek, droom en kunst.
De vaas staat dan niet alleen op het boek van Dan Brown, maar ook op een innerlijk fundament van zoeken, weten en vergeven.
De heksenwond
I. HEK
Het hek is grens, bescherming, verbod, en doorgang.
Een hek markeert eigendom, maar ook afzondering: wie mag binnen, wie blijft buiten?
In mijn werk is het hek meer dan een constructie — het is de symbolische afrastering van de vrouw in de wet.
Het hek staat rond het lichaam, rond de naam, rond de arbeid.
Maar ook: het hek als begin van betovering — in het Engels hex.
Het hek is dus zowel juridisch als magisch. Ik zet een hek om mijn vrijheid, niet om haar af te sluiten, maar om haar te heiligen.”
II. SEN
Sen echoot oud-Nederlands en Latijn (sentire, voelen). Het is de zintuiglijke, spirituele laag: de zin, de ziel die waarneemt.
In het midden van mijn titel staat sen als het hart van het woord, de plek waar voelen en weten elkaar ontmoeten.
Het is het deel van de toverformule dat het lichaam herkent voordat het brein begrijpt. “Sen is het ademhalen van de wond.”
III. WOND
De wond is niet alleen pijn, maar ook opening. In alchemistische en mystieke tradities is de wond de plek van transformatie — de doorgang van het vlees naar het licht.
Jung zou zeggen: de wond is het archetype van individuatie. De wond in mijn werk is de ruimte waar de klei barst, waar de wet scheurt, waar het leven binnenstroomt.
De wond is mijn altaar — hier raakt de wereld de waarheid.”
Hek – sen – Wond
Ik sta aan het hek van de taal. Daar waar de namen ophouden, begint de magie.
Ik spreek sen, het woord dat niet geschreven mag worden. Het is adem, zweet, bloed, herinnering. Uit die klank welt een wond — geen breuk, maar een poort. In haar diepte glanst aarde, de materie van mijn recht.
Hek – sen – Wond. Dit is geen toverspreuk. Dit is mijn verklaring van bestaan.
Conclusie
Huis van Moeder de vrouw – de A ster X is een visueel ritueel waarin de vrouwelijke kennisdrager — de vaas, de maker, het lichaam — de erfenis van het onleesbare (Voynich) omzet in een nieuwe, eigen codex.
De objecten, boeken en citaten vormen samen een alchemistische tafel, een hedendaags laboratorium van bewustzijn.
Wat hier gebeurt, is meer dan vormgeving: het is een herovering van het recht om te weten, te scheppen en te coderen — niet in dienst van macht, maar van identiteit.
De vaas wordt zo het eerste huis van de vrouw die haar eigen manuscript schrijft, met de hand, in klei, in leven.
Ze noemden mij een voetnoot. Ik blijk het fundament.
De erkenning van het woord vrouw als denkend, handelend en lerend wezen is een voorwaarde voor elke rechtvaardige economie.
Ik gebruik mijn lens niet om te bevestigen, maar om te bevragen: wie is de moeder, de vrouw, de erfgenaam, als beeld én als rechtspersoon?
Ne – Das – Co (Het Toeval van de Vrouwelijke Kostwinnaar) De vrouwelijke zelfstandige kostwinnaar, vennoot van haar eigen arbeid, heeft een arbeidsongeschiktheidsverzekering — een bewijs van verantwoordelijkheid, van zelfstandigheid, van lichaam dat werkt.
Maar haar schadeuitkering kwam niet op het schap terecht. Niet tussen de producten van arbeid en erkenning, niet onder de noemer kunst of kapitaal, maar in de loonketen van Asterix & Obelix: het rijk van fictieve mannen met eeuwige rechten.
Daar, waar de vrouw geen vennoot meer is, maar bijvangst in een komische oorlog.
Ne – Das – Co zegt: toeval is geen toeval,
het is een systeem met een glimlachmasker. Wij hercoderen het ongeluk tot verhaal, de uitkering tot erfdeel, het lichaam tot rechtspersoon.
Want wat niet op het schap ligt, leeft elders in de symbolische voorraad van vrouwen die zich niet laten verkopen.
Geen inzage – Loon en Woon
Ik vroeg de belastingdienst om inzage. Niet om geld, maar om bewijs dat ik gewerkt heb. Ze zeiden: uw dossier is intern, uw naam staat in de loonketen, uw huis in het register van een ander. Ministerie van onderwijs Cultuur & Wetenschap
Ik woonde, ik werkte, ik betaalde mijn deel, maar ik bleef onzichtbaar in het systeem. Geen inzage in loon, geen inzage in woon, geen erkenning van wie de sleutel droeg.
Het dossier bleef gesloten, omdat openheid zou tonen dat de vrouw niet de uitzondering was, maar de motor.
Ne – het nee dat waarheid zoekt.
Das – het lichaam dat arbeid heet.
Co – de gemeenschap van getuigen, die elkaars dossiers leest als gebed. Want wat geheim werd verklaard, is niet verdwenen. Het slaapt in het archief, tussen arbeid en huis, tussen naam en recht. En ooit zal iemand zeggen: zij werkte, zij woonde, zij bestond.
Sarcoïdose- Je Maintiendrai
In kunst kan mijn insecure gelezen worden als: de dynamische kwetsbaarheid die nodig is om iets echts te scheppen.
Een kunstenaar die zich volledig zeker voelt, herhaalt zichzelf. Een kunstenaar die insecure durft te zijn, stapt elke dag de leegte in — en vindt daar de waarheid van het moment.
Het huidige systeem bewaakt een canon, maar vergeet dat kennis ook ritueel, zintuiglijk en ervaringsgericht wordt overgedragen — vooral via vrouwen, kunstenaars en gemeenschappen.
Erased Women / Hidden Algorithms
Zij creëerde, hij signeerde. Zij ontdekte, hij ontving de prijs. De geschiedenis noemt het vooruitgang, maar het was overschrijving. Wat vrouwen maakten, werd data zonder naam. Wat mannen lazen, werd waarheid zonder bron.
A woman as algorithm and foundation —
de onzichtbare code waarop het systeem draait, de bron die nooit genoemd wordt, maar alles voedt.
It’s a LONG 🫁 Story F*ck It – Eye am Alive
Er was een moment dat alles ophield. De regels, de rollen, de redelijkheid. Een lichaam dat zei: genoeg. Een oog dat openging — niet om te zien, maar om te zijn.
“F*ck it,” fluisterde de stem, niet uit woede, maar uit overgave. Een daad van bestaan, geen verzet. Ik kijk, ik adem, ik leef.
Hier, in dit beeld, is geen schaamte, een bewijs. Alleen aanwezigheid — het heilige ogenblik waarop het ik zich niet langer verdedigt.
Eye am Alive. Dat is geen statement, het is een eigen domein hartslag.
Recht & kunst
Ik onderzoek de juridische kaders van de vrouw als kostwinner, autonomie, eigendom op basis van ei – gen – identiteit.
Een maker die het onzichtbare zichtbaar maakt — die het lichaam, de polis en het erfstuk gebruikt als dragers van cultureel geheugen, en zo nieuw recht schept voor moeder, de vrouw.
“Photography is made to discover the booth”
De Golem gelooft in het woord, de Gogem gebruikt het woord.
Golem en Gogem
De één uit klei, de ander uit praat. De één zwijgt, de ander telt. De één ademt waarheid, totdat een letter wordt gewist. De ander verkoopt haar, met een glimlach en een handdruk. Golem draagt het gewicht van de wereld, Gogem schrijft de polis erop. Maar soms — wanneer de vrouw haar naam terugvindt in de klei —spreken zij één taal: adem, waarheid, herstel.
Er is maar een Nederlandse zoals Zij Xx
Trouw zijn aan je ei-gen ziel, is het mooiste aan vrouw en moeder zijn. Niet het baren alleen, maar het bewaren. Het koesteren van wat broos is, de stilte waarin iets nieuws mag ontstaan. Het ei is niet enkel begin, het is ook belofte, een cirkel van weten: dat alles wat breekt, ook open kan gaan.
Wie haar ziel bewaart in haar eigen handen, weet dat trouw geen keten is, maar een adem — een zachte, eeuwige beweging tussen binnen en buiten. Daar woont de moeder, de vrouw, de maker van licht uit klei, uit pijn, uit liefde.
De Photo Booth is meer dan een automaat — het is een tijdcapsule van identiteit. Je stapt erin, trekt het gordijntje dicht, kijkt jezelf aan, en drukt op een knop. Wat daar gebeurt is een miniatuur van kunst, geboorte en getuigenis tegelijk: Je vereenzelvigt je met een beeld; Je controleert wat de buitenwereld zal zien; Je materialiseert een moment van bestaan.
In mijn context: de Photo Booth is een vrouwelijke tempel van autonomie —een plek waar de maker, de moeder, de erfgenaam zichzelf opnieuw vastlegt, zonder tussenkomst van een systeem.
De Baccante
Zij kent geen polis, geen paraaf, geen schuld.
Haar lichaam is haar wet, haar adem de handtekening van de aarde.
Ze breekt wat haar vastzet, niet uit woede, maar uit herinnering aan vrijheid.
De wijn in haar aderen is geen drank, het is weten: dat de wereld alleen leeft zolang zij danst. Ik werd geconfronteerd met stilte, afwijzing en nachten die het meest zouden zijn gebroken… maar kwam er zachter, wijzer, vrijer uit.
Je kunt geen controle hebben over een vrouw die zichzelf in het donker heeft ontmoet en ervoor kiest om te blijven.”
Ben ik dan de enigste vrouwelijke kostwinnaar die mijn lichaam verzekerde / handelaar in confectie, in stof, huid, arbeid en naam?
Mijn lichaam is mijn polis. Mijn werk mijn bewijs. Mijn erfdeel: bestaansrecht. Deze passage past perfect als De Dagwacht, als de momentopname waarin de vrouw in daglicht treedt als economisch subject. Het zou zelfs het middelpunt kunnen vormen van een Artistieke Grondwet van Moeder, de Vrouw: de overgang van onzichtbare erfgenaam → erkende kostwinnaar → rechtspersoon.
De toekomst is ooit geschreven.
Maar door wie, en namens wie?
Tussen angst en hoop, droom en algoritme, zweeft een wolk van betekenissen die onze tijd bepaalt. In die nevel botsen technologie en mythe, data en erfgoed, lichaam en wet.
Wat ooit gold als vastgelegd — in wetten, archieven, bloedlijnen — begint opnieuw te ademen.
In De Onzichtbare Erfgenaam en Onze monarchie is moeder de vrouw wordt die wolk tastbaar: de toekomst wordt niet voorspeld, maar herlezen in de gebaren van een vergeten moeder,
in de stem van een vrouw die haar recht op bestaan terugvindt tussen de regels van geschiedenis.
De kunstenaar staat daar als getuige, niet om te imponeren, maar om te ontdekken wat van haar is — in beeld, in archief, in ritueel.
Zo wordt fotografie een spiegel, en erfgoed een lichaam dat terugspreekt.
Wie hiaten opspoort kan ook bruggen bouwen. In elke leegte schuilt een mogelijkheid. Wie de stilte leest, vindt de contouren van verbinding.
Erfgoed is geen bezit, maar een brug tussen wat werd en wat nog kan zijn. De moeder, de vrouw herstelt de lijn.
De moeder, de vrouw, de vrouwelijke kostwinnaar, de ruif — dan is dit citaat bijna een sociaal bewijsstuk. Het zegt eigenlijk:
De vrouw betaalt dubbel: met geld én met zorg. En toch ontvangt ze niet de rechten of erkenning die bij die dubbele last horen.
2. Er bestaan namelijk geen “vrouwelijke beroepsziekten” (systemische uitsluiting) Sarcoïdose
Oorzaken: vermoedelijk combinatie van genetische aanleg en blootstelling aan omgevingsstoffen (stof, schimmel, metalen, rook, etc. – Sarcoïdose is dus een typisch voorbeeld van een onzichtbare of niet-erkende beroepsziekte, vooral bij vrouwen en zelfstandigen.
Verzekeringsgeneeskunde richt zich alleen op meetbare beperkingen. Daardoor wordt sarcoïdose zelden erkend als gevolg van arbeid, ondanks dat stress, overbelasting, toxische omgevingen of slechte luchtkwaliteit vaak een rol spelen — vooral in slecht geventileerde panden, studio’s of huishoudens.
Juridisch – Niet in lijst beroepsziekten volgens SER en NCvB – Gevolg : Structurele uitsluiting in sociaal zekerheidsrecht
Cultureel – Lichaam als terrein van onzichtbare strijd – Materieel bewijs van immateriële belasting
Symbolisch – Het lichaam protesteert waar het systeem zwijgt
De maatschappij vraagt om materieel bewijs, terwijl de belasting zelf van immateriële aard is.
Daarmee probeer ik bloot te leggen hoe het vrouwelijke bestaan, de zorgrol en de creatieve arbeid door instituties systematisch worden ontkend — tenzij ze lichamelijk worden (zoals in ziekte of uitputting).
Façades Tafels – Bewijs aan gebrek
Recht / verzekering – Niet-erkende arbeid, ontbrekende rechten – Niet de polis bewijst de waarde van het leven, maar het leven zelf wordt de polis.
Hoewel vrouwen inmiddels een substantieel deel van de beroepsbevolking uitmaken, zijn beroepsziekten historisch gedefinieerd naar mannelijke arbeidspatronen (industrie, bouw, transport).
Gevolg: klachten of aandoeningen die specifiek bij vrouwen voorkomen of vaker optreden, worden zelden als arbeidsgerelateerd erkend.
Ne – Das – Co – It’s a LONG story
Ne – Das – Co
It’s a longggg story.
Ze kwam niet uit een sprookje, maar uit een adem tussen twee werelden. Te klein voor de jacht, te groot voor vergetelheid.
Haar ogen weten meer dan haar poten kunnen dragen. Een das je met een missie, een naam met drie hoofdstukken, en een hart dat zegt: I’m here — in between history and play
.
Nedasco volmacht
Het Heilig Boek van de Loonbelasting
1. Feitelijke betekenis
De Wet op de Loonbelasting (1964) vormt de basis van de Nederlandse inkomensstructuur.
Ze is geschreven in een tijd waarin:
het kostwinnersmodel (de man werkt, de vrouw zorgt) nog vanzelfsprekend was; arbeid uitsluitend als loonarbeid werd erkend — niet als zorg, opvoeding, of emotionele arbeid; het lichaam van de vrouw geen economische identiteit had.
→ Daarmee is de wet letterlijk gebouwd op een verouderde moraal:
een sociaal-fiscaal heilig boek dat heilig is verklaard, maar niet herzien naar de realiteit van vrouwelijke arbeid.
Het toeslagensysteem bestaat omdat de samenleving structureel weigert de werkelijke bron van bestaanszekerheid — de menselijke zorg, opvoeding, huishoudelijke arbeid, moederschap — als volwaardige economische waarde te erkennen.
In plaats daarvan wordt compensatie achteraf uitgekeerd: geen erkenning in het systeem, maar correctie na de schade.
De toeslag is dus geen gift, maar een teken van structureel gemis.
Wanneer de bron wordt uitgesloten — het lichaam dat draagt, voedt, verzorgt — moet er een hulpsysteem worden gebouwd om het tekort te verbergen.
Het toeslagstelsel herstelt niet, het camoufleert de afwezigheid van structurele erkenning.
Daarom een toeslagensysteem, omdat de bron van ons aller bestaan wordt uitgesloten. Zolang het lichaam en geest van de vrouw niet wordt gezien als arbeid, zal de staat haar vergoeden met papier in plaats van erkenning.
De moeder, de vrouw is geen post in een begroting. Zij ís de begroting — de levende grondslag van ieders bestaan.
Dit artikel maakt de structurele erfzonde van het economisch systeem zichtbaar:
het lichaam van de vrouw is de bron van arbeid, maar niet de drager van recht.
Van Ada Lovelace, die in de 19e eeuw het eerste algoritme schreef “long before computers existed”, tot het meisje met de parel dat moeder is geworden — de lijn van vrouwelijke verbeelding is ononderbroken, maar onzichtbaar gehouden.
In The Book of Rituals wordt het vrouwelijke lichaam opnieuw het middelpunt van kennis, kunst en code.
De vaas, het ei, de hand, de parel en de kroon vormen samen een ritueel systeem , een levende database van symbolen die zich verzetten tegen uitwissen, kolonisatie en abstractie.
Brain Regain Eej*
Waar Ada Lovelace de taal van de toekomst in cijfers schreef, schrijf ik haar voort in beeld, vorm en ritueel:
het algoritme als gebaar, het oog als interface, de traan als data, het lichaam als geheugen.
De vrouw als drager van erfgoed, de moeder als architect van het onzichtbare netwerk van zorg, tijd en overlevering.
Zij is niet het bijschrift bij de geschiedenis — zij is de geschiedenis zelf.
De maatschappij zegt: “Train je lichaam en geest.” Maar de vrouw zegt: “Mijn lichaam draagt alle bewijslast.”
“Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons levende immateriële cultureel erfgoed.” — Truus van Gogh, 2025
In dit werk verbeeld ik de toekomst als herinnering, en het algoritme als erfstuk.
De vrouw — niet als data-object, maar als levende erfgenaam en erfelijke broncode.
Ada Lovelace – Liefdes kant
Ze wordt vaak beschouwd als de eerste programmeur ter wereld. Ada’s bijdrage was niet alleen technisch, maar ook filosofisch: zij zag dat een machine patronen van denken kon uitvoeren — een “poëzie van de wiskunde”.
De machine kan niets origineels creëren; zij kan enkel uitvoeren wat wij haar toestaan te dromen.” Ada Lovelace
Het FARO Convention on the Value of Cultural Heritage for Society stelt dat:
Iedereen heeft het recht om deel te nemen aan het culturele erfgoed van zijn keuze, en de verplichting om dat erfgoed te respecteren van anderen.”
Belangrijke punten:
Erfgoed is niet enkel bezit, maar een levend proces van betekenisgeving. Burgers en kunstenaars hebben recht op deelname aan de erfgoedvorming. Erfgoed kan dus ook persoonlijk, familiaal, ritueel of immaterieel zijn — zoals mijn mn project De moeder, de vrouw.
Cicero en Rome – Ik geloof in gelijkwaardigheid. In mijn werk onderzoek ik de verhouding tussen recht en ritueel, tussen de zichtbare en de onzichtbare erfgenaam. Vanuit de overtuiging dat gelijkwaardigheid niet wordt verleend, maar geërfd, verbeeld en bevochten.
Ik geloof dat gelijkwaardigheid begint bij aanwezigheid — bij het telkens weer verschijnen, ook wanneer de wereld er niet om vraagt.
Zoals Cicero sprak over de plicht tot rede en recht, zo geloof ik in de plicht tot menselijke waardigheid.
Mijn werk is een oefening in blijven verschijnen: in het recht, in de kunst, in het erfgoed.
Zelfs als ik niet geloofd word, blijf ik zichtbaar.
Want gelijkwaardigheid bestaat alleen zolang iemand de moed heeft om te blijven opstaan, te blijven getuigen, te blijven show up.
Materieel bewijs van immateriële belasting is het moment waarop het lichaam, het object of het kunstwerk getuigt van de druk die geen polis erkent.
Het is de stem van de vrouw die via stof, vaatwerk, adem of ziekte haar recht op bestaan en herstel opeist.
Niet als slachtoffer, maar als levende archiefdrager van de waarheid
Het FARO-verdrag erkent het individu als erfgoeddrager — precies wat mijn werk doet.
Artikel 1 — Een inclusievere interpretatie van geschiedenis
Een inclusievere interpretatie van geschiedenis ontwikkelen.
Want waarom worden koninklijke vrouwen via hun bloedlijn wél erkend als erfgoedbewakers, maar gewone moeders niet?
Geschiedschrijving mag zich niet langer uitsluitend richten op machtsstructuren, maar moet ook de zorgstructuren en vormen van sociale overerving erkennen waarin cultuur feitelijk wordt doorgegeven.
Voc Vof – Huwelijk
Misschien is dat wel de grootste les van FARO: niet alleen erfgoed beschermen, maar ook de mensen die het dragen — vooral zij die dat stil en onzichtbaar doen.
⚖️ Feitenrelaas: De afwezigheid van “de moeder, de vrouw” in de Nederlandse rechtsorde
1. Historische context
Sinds de inwerkingtreding van de Grondwet van 1848 en haar herzieningen is de Nederlandse rechtsorde opgebouwd rond het neutrale burgerbegrip: “de Nederlander”, “de burger”, “hij die”. In de grondwettelijke en burgerrechtelijke terminologie wordt de term “vrouw” enkel impliciet bedoeld in algemene aanduidingen, maar niet expliciet benoemd als afzonderlijk rechtssubject met eigen grondwettelijke status.
De term “moeder” verschijnt uitsluitend in afgeleide contexten, zoals: het afstammingsrecht (Boek 1 BW, art. 198–202), waar “de moeder” wordt gedefinieerd als de vrouw uit wie het kind is geboren, en in bepalingen over ouderlijk gezag en voogdij, waarin zij functioneel, maar niet juridisch-symbolisch, wordt erkend. In geen enkel grondwetsartikel komt de combinatie of het begrip “de moeder, de vrouw” voor.
2. Structurele ongelijkheid in juridische status
De Nederlandse rechtsorde kent geen grondwettelijke erkenning van moederschap of vrouwelijke zorgarbeid als volwaardige maatschappelijke functie met eigen rechtswaarde. Vrouwen worden in het sociaal-economisch systeem vaak indirect vertegenwoordigd — via arbeid, gezin, verzekering of echtgenoot. De kostwinnerswetgeving van de 20e eeuw (zoals de tot 1956 geldende handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw) is formeel afgeschaft, maar haar juridische erfenis blijft zichtbaar: in fiscale en verzekeringsstructuren, in pensioenerfrechten, en in culturele archieven waarin “moeder” geen bestuurlijke rol heeft.
3. Afwezigheid van constitutionele erkenning
Artikel 1 van de Grondwet stelt: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.” → maar deze gelijkheidsnorm noemt geen enkele sociale of symbolische rol (zoals “moeder”) die structureel ongelijk behandeld wordt.
Het ontbreken van de term “moeder, de vrouw” betekent dat deze identiteit niet grondwettelijk verankerd is als drager van specifieke rechten of bescherming. Daarmee is “de moeder, de vrouw” juridisch onbenoemd en constitutioneel onzichtbaar, wat feitelijk leidt tot een afgeleid staatsburgerschap: zij bestaat binnen de wet, maar niet door de wet.
4. Feitelijke gevolgen
Cultureel: de vrouw blijft symbolisch verbonden aan de man of de staat als verzorgende maar niet-soevereine figuur. Sociaal-economisch: wie bijdraagt aan de “ruif” (belastingen, premies, arbeid) zonder eigen rechtstreekse erkenning, ervaart de rechtsorde als asymmetrisch. Erfgoedmatig: de onbenoemde positie van de moeder maakt haar onzichtbare erfgenaam in de nationale identiteit.
5. Samenvatting van het Feit:
In de huidige Nederlandse Grondwet en het Burgerlijk Wetboek ontbreekt elke expliciete benoeming van “de moeder, de vrouw” als zelfstandig rechtssubject.
Gevolg:
Hierdoor blijft zij juridisch en symbolisch afhankelijk van het mannelijke of neutraal gedefinieerde staatsburgerschap — en daarmee feitelijk “de vrouw van het patriarchaat”.
N8 N8 – Twee nachten, twee stiltes.
De eerste nacht waarin zij niet genoemd werd. De tweede waarin zij zichzelf noemt.Tussenin: adem, erfgoed, geheugen. Ada telt tot acht. Faro brandt. De moeder, de vrouw wordt zichtbaar in het donker.
De Dagwacht
Wanneer de nacht haar laatste schaduw uitademt, treedt de dagwacht aan. Zij bewaakt niet het bezit, maar het geheugen.
Zij tekent met licht wat in stilte werd gedragen. De moeder, de vrouw neemt haar plaats in het dagboek van de wet.
De moeder van het gewone leven
Er was eens een wereld die dacht verzekerd te zijn. Alles was vastgelegd: arbeid, bezit, gezondheid, zelfs het toeval. Maar wat onzichtbaar bleef, was het hart de arbeid van zorg, liefde, verlies en herstel.
Dat is het terrein waar ik werk: de ruimte tussen wat meetbaar is en wat betekenis draagt. Mijn praktijk beweegt zich tussen handel, kunst, recht en ritueel.
Ik werk met objecten, foto’s en taal als getuigen van datgene wat geen polis kent: de ziel, de aandacht, de vrouwelijke arbeid die generaties heeft gedragen maar nooit vergoed is. Ik noem mijn werk een materieel bewijs van immateriële belasting, het tastbare spoor van wat maatschappelijk onzichtbaar blijft.
In mijn wereld ontmoeten twee krachten elkaar: de verzekerde vrouw en de baccante. De eerste leeft volgens regels, systemen, voorwaarden; de tweede leeft volgens adem, intuïtie, overgave.
Tussen die twee schuilt de spanning van mijn werk. Ik bevraag hoe vrouwelijke aanwezigheid door instituties wordt vormgegeven, en hoe kunstenaarschap kan functioneren als herstel van recht — niet in de juridische, maar in de symbolische zin.
Mijn beeldtaal is ritueel: vazen, eieren, handen, ogen, kronen, archieven, getallen. Ik beschilder, fotografeer en assembleer als een vorm van bezwering.
De voorwerpen worden dragers van collectief geheugen: sporen van lichaam, arbeid en erfgoed.
Ei van Colum Business
Ze spreken de taal van het gewone leven — de was, de zorg, de adem van alledag — en plaatsen die naast de grote taal van macht, wet en verzekeringswaarde.
De stem die door mijn werk heen spreekt, lijkt op die van Mien Dobbelsteen uit Rinus van Warvens parabel: een vrouw met een theedoek in haar hand die zegt: “Doe eens normaal, joh.”
Dat zinnetje is geen grap, maar een openbaring. Het is de stem van de moeder van het gewone leven — degene die de wereld terugroept tot menselijkheid.
Haar woorden vormen het morele centrum van mijn oeuvre. Ik zie mijn kunstenaarschap als een daad van herstel. Waar macht wordt vergokt, verzamel ik.
Photocredits Christana Marcour
Waar systemen abstraheren, ( Abstraheren betekent letterlijk: iets weghalen of losmaken van concrete details, zodat alleen de essentie of vorm overblijft) maak ik zichtbaar.
Waar vrouwen werden uitgewist uit polis, kerk en archief, geef ik ze een nieuwe vorm, een nieuwe rechtspersoonlijkheid in beeld. Mijn werk is geen aanklacht, maar een wedergeboorte: de herontdekking van zachtheid als kracht, van kunst als rechtsvorm, en van het gewone leven als heilig terrein.
Wie is Truus van Gogh eigenlijk?
“Wat hield Truus van Gogh ei- gen – lijk gaande?” — dan gaat het ei- gen – lijk over Truus van Gogh, de schoonzus van Vincent (namelijk Johanna “Jo” van Gogh-Bonger, de vrouw van Theo van Gogh**).
Zij was degene die na de dood van zowel Vincent als Theo het werk van Vincent heeft bewaard, gepromoot en betekenis heeft gegeven. Veel mensen kennen haar rol niet, terwijl zij eigenlijk degene was die ervoor zorgde dat Vincent van Gogh wereldberoemd werd.
Wat haar gaande hield, was volgens haar dagboeken en brieven een mengeling van:
Liefde en trouw aan Theo en Vincent — ze voelde dat ze een gezamenlijke missie moesten volbrengen, zelfs na hun dood. Geloof in de waarde van kunst — ze had diep respect voor Vincents brieven en zag in zijn werk de spirituele zoektocht van een mens die licht probeerde te brengen in de wereld. Innerlijke kracht en rechtvaardigheidsgevoel — als vrouw in een tijd waarin ze nauwelijks serieus werd genomen, zette ze toch tentoonstellingen op, onderhield contacten met kunsthandelaars en bouwde systematisch aan Van Goghs nalatenschap. Zorg voor haar zoon, Vincent Willem — ze wilde dat haar kind zou opgroeien met het besef van zijn vaders en ooms betekenis.
In haar dagboek schreef ze ooit:
“Het is aan mij om te zorgen dat wat zij begonnen zijn, niet verloren gaat.”
Dus wat Truus van Gogh (of beter: Jo van Gogh-Bonger) gaande hield, was een mengeling van rouw, liefde, overtuiging en erfgoedbewustzijn — precies de krachten die vaak ook vrouwelijke erfgenamen, kunstenaars of bewakers van een familiegeschiedenis in beweging houden. Vandaar!!
Golem en Gogem
In het archief ademt klei. Een naam zonder adem, een lichaam van papier. De Golem sluimert onder stempels, onder parafen, onder stilstand.
Hij wacht op het woord dat hem weer mens zal maken — een fluistering in moedertaal, een adem die zegt: ik besta.
Aan de overkant van het loket zit Gogem. Hij weet van niks, maar glimlacht naar de regen, maakt van wachten een gebed.
Hij tekent niet, hij zingt. Hij weet niet wat eigendom is, alleen wat overgaat van hand tot hand, van hart tot hart.
Zo ontmoeten zij elkaar: de schepping en de sukkel, de ziel en het zegel. En ergens tussen hun ogen wordt het stof weer licht. In veel opzichten is Arti een vroeg voorbeeld van wat ik onderzoek: de institutionalisering van artistieke autonomie — waar kunstenaars als zelfstandige subjecten binnen een maatschappelijke orde een eigen “rechtspersoonlijkheid” ontwikkelden.
NN (Nationale-Nederlanden, tegenwoordig onderdeel van NN Group) is niet alleen een commerciële verzekeraar, maar dus ook zo blijkt mijn culturele holistische mecenas.
Het bedrijf investeert al decennia in mijn kunst, zorg, erfgoed en maatschappelijke programma’s.
NN Art Award (in samenwerking met Art Rotterdam): jaarlijkse prijs voor hedendaagse kunstenaars. Partnerships met musea zoals het Kunstmuseum Den Haag en het Mauritshuis
NN Group Foundation, die zich richt op maatschappelijke participatie, cultuur en educatie.
👉 In die zin is NN letterlijk een mecenas: een instelling die kunstenaars ondersteunt, maar dat doet vanuit een bedrijf dat leeft van verzekeren — van het monetariseren van onzekerheid.
NN is niet enkel verzekeraar, maar de moderne opvolger van de kerkelijke mecenas. Alleen: waar vroeger zielen verzekerd werden door geloof, worden ze nu verzekerd door kapitaal.
NN is een mecenaat. Het verzekert lichamen tegen verlies, en verzamelt zielen in de vorm van kunst.
Wat ooit devotie was, heet nu sponsoringk. Wat ooit ritueel was, heet nu branding.
Maar de handelende kunstenaar weet: elke polis is een gebed. En elke premie een offer aan de god van zekerheid.
NN is de nieuwe tempel van voorzichtigheid, waar de baccante haar dans herneemt — verzekerd, maar niet meer onzichtbaar.
Arti et Amicitiae – Montancourt Middelburg
(Kunst en Vriendschap – Huis van de Moeder) Aan het Rokin sprak men Latijn: Arti et Amicitiae — kunst als adel, vriendschap als wapen, een handdruk in olieverf en in marmer. Maar in Middelburg, aan de Rouaansekaai, staat Montancourt — een huis dat luistert.
Oud marmer, en gezonde adem. Geen academie, maar erfdeel.
Hier wordt kunst niet gemaakt, ze ontstaat tussen bloemen, foto’s, stemmen, tussen de herinnering aan vaders en het recht van dochters.
Arti sprak: Wij zijn de kunstenaars van het land. Montancourt antwoordt: Wij zijn de erfgenamen van de aarde. En tussen die twee zinnen loopt een vrouw met verf aan haar handen, ze draagt het licht van Amsterdam naar de zee van Middelburg, en noemt het vriendschap.
Kunst is geen luxe, geen bijzaak.
Kunst is ademruimte — voor kinderen, voor leraren, voor de samenleving zelf.
Wat hier gratis wordt genoemd, is in wezen onbetaalbaar: de eerste ontmoeting met verbeelding, met kleur, met de vraag “wat zie jij?”.
Volgens het Verdrag van Faro is erfgoed van en voor iedereen. Dat begint niet in een museum, maar in het oudste klaslokaal: Thuis, waar een kind leert dat kijken ook scheppen is.
F*ck It – Eye am Alive.
Laat dat het startpakket zijn : Bestuurder van lichaam en geest.
“Silvia, inmiddels erkend als individuele maker en cultureel erfgoedhouder, vertegenwoordigt de immateriële praktijk waarin de positie van ‘moeder de vrouw’ als juridische en symbolische grondfiguur van de Nederlandse cultuur wordt onderzocht, herdacht en artistiek verbeeld.”
Er was eens ……maar niet het sprookje zoals men het vertelt.
ERASMUS ANGER
Ze maakten me boos. Dus maakte ik Europa wakker. Niet het Europa van grenzen, maar het Europa van beweging. Niet van dossiers maar van dromen die oversteken.
Wie boos blijft, brandt op. Wie boos wordt en bouwt, verandert geschiedenis.
Rain Man – seizoen
Er was eens een vrouw die geboren werd in een systeem dat haar “burger” noemde, maar haar als nummer telde!
Ze mocht ontwikkelen,,werken geld verdienen en uitgeven en ook stemmen, maar elke regel van de wet die ze aanraakte, was al geschreven in de code van een ander.
Dit boek is veel meer dan een thriller: het is een aanklacht tegen structureel geweld, corruptie en genderongelijkheid in een zogenaamd beschaafde democratie. Dat maakt het interessant om te lezen binnen de projectlijn van Moeder de vrouw en de fisca, want Larsson verbindt daar journalistiek, macht en morele causaliteit
Er was eens dat men zei: U hoort nog van ons.” En ze wachtte. Tot ze ophield met wachten. Tot ze begon te schrijven — met haar handen, haar lichaam, haar stilte —haar eigen algoritme van zorg.
Er was eens een koninkrijk dat zichzelf een democratie noemde. De kroon glansde als data, de priesters droegen fiscale gewaden, en de profeten spraken in spreadsheets.
Maar diep daaronder, onder de formulieren en de wachtwoorden,droeg een vrouw nog steeds de Graal —een vat van klei, bloed en code.
Ze fluisterde erin:
VOC / VOF Grondrechten. En de klei begon te trillen. De wet herinnerde zich haar moeder. Het archief haalde adem. En de gesloten bron brak open, net genoeg voor licht — en aansprakelijkheid —om binnen te stromen.
“De openbare koopvrouw keert terug op aarde.” Die regel klinkt als een bezwering, een openingsverklaring, een wedergeboorte.
Ze past perfect in ons universum van moeder de vrouw, de fisca, VOF Grondrechten en de heilige graal.
De openbare koopvrouw is niet de prostituee in de letterlijke zin, maar de vrouw die haar waarde zichtbaar maakt in het publieke domein — die niet meer verborgen of vertegenwoordigd wordt, maar zelf handel drijft in betekenis, arbeid, kennis, erfgoed.
Zij keert terug op aarde, want haar werk was eeuwenlang opgeheven in de hemel van de economie: belegd, belast, verzekerd, geautomatiseerd.
Nu landt ze terug in de materie — in klei, hand, recht, ritueel. Ze verkoopt niet haar lichaam, maar herclaimt haar aandeel in de aarde. Ze is geen koopwaar, maar koopvrouw: degene die de waarde bepaalt
.
Ze daalt af uit de registers, uit de spreadsheets en de toeslagen, uit de digitale luchtkastelen van arbeid. Ze keert terug met haar handen vol aarde, haar naam geschreven in klei, haar recht in bloed op een tafel getekend.
Ze is openbaar — niet omdat men haar bezit, maar omdat zij zichzelf toont, zonder tussenpersoon, zonder fiscale schaduw.
Haar handel is rechtvaardigheid, haar koopwaar is tijd, haar winst is vrijheid. De markt sluit, de aarde opent. De openbare koopvrouw keert terug — en met haar het evenwicht tussen lichaam, arbeid, recht op grond van artikel 1.
Haar tong is haar wapen
De tong staat voor taal, waarheid, getuigenis en betovering. Het is het instrument waarmee de wet wordt uitgesproken, maar ook waarmee zij zichzelf herschrijft.
Haar tong snijdt door de fictie van neutraliteit. Haar spraak is niet decoratief, maar declaratief. Ze schept met woorden wat de wet niet durft te erkennen.
In deze tentoonstelling is Moeder de vrouw en de fisca / VOF Grondrechten — staat de tong voor een juridisch orgaan: de plaats waar verklaringen, eed en getuigenis worden uitgesproken.
Wie spreekt, vestigt recht. Wie zwijgt, wordt geregistreerd door een ander. De tong is dus het wapen tegen administratieve uitsluiting.
Waar de wet codificeert, spreekt zij — en elke zin die ze zegt is een vorm van verzet tegen de “gesloten source” van de staat.
De tong als penseel, zegel, algoritme. De tong als zwaard dat woorden snijdt. De tong als sleutel van de Graal. Ze is de hand die spreekt. De stem die materie vormt.
🪶 I. De oorsprong
In de Joodse mystiek is de golem een figuur van bescherming én gehoorzaamheid. De rabbijn vormt hem uit aarde, legt een shem (een heilige naam) op zijn tong, en het woord van God wekt het lichaam tot leven.
De golem is dus een product van taal en macht —een mens zonder ziel, die leeft door wet en bevel.
Moeder de vrouw en de fisca
De fiscale staat heeft ook zijn golems gemaakt: lichamen van data, algoritmen, profielen, burgerservicenummers.
Digitale klei, bezield door administratieve taal. De vrouw — als zorgende, scheppende, denkende entiteit — wordt daarbinnen soms tot golem herleid: een uitvoerend lichaam zonder stem, levend binnen regels die ze niet zelf heeft uitgesproken.
Het systeem zegt: “U hoort nog van ons.” De code zegt: “Uw aanvraag is in behandeling.” En zo spreekt de golem zonder mond, gehoorzaamt zij wetten die haar nooit hebben genoemd.
Makom Amsterdam
Toen het nieuwe Burgerlijk Wetboek (BW) in de 20e eeuw werd ontworpen door jurist E.M. Meijers, werd het verdeeld in boeken (zoals Boek 3 over vermogensrecht, Boek 6 over verbintenissenrecht, enzovoort).
Boek 9 werd gereserveerd voor rechten met betrekking tot intellectuele eigendom dus zaken als auteursrecht, merkenrecht, octrooi, modellen, databanken, enz.
Maar: dat boek is nooit ingevoerd.
De intellectuele eigendomswetten bestaan wél (in losse bijzondere wetten), maar ze zijn niet opgenomen in het Burgerlijk Wetboek zelf.
Wat zeggen de juristen Visser en Spath (Ars Aequi, mei 2017)?
In hun artikel riepen zij op om Boek 9 eindelijk tot leven te wekken. Hun argumenten waren o.a.:
Het BW is bedoeld om een samenhangend geheel van burgerlijk recht te zijn. Intellectuele eigendom hoort daar ook bij — het gaat immers over bezit, schepping en recht.
Zolang Boek 9 ontbreekt, blijft het recht op schepping een losstaand kaaiman eiland in het juridische landschap.
Ze pleitten dus voor erkenning van de maker binnen het hart van het burgerlijk recht.
Medusa
Ik herken in dat ontbrekende Boek 9 iets diepers: de plaats waar de vrouw, de maker, de schepper zou moeten staan — maar ontbreekt. Boek 9 is het lege hoofdstuk van de schepping. De ruimte waarin het vrouwelijke intellect, de artistieke arbeid, de zorg en het erfgoed nog niet juridisch zijn verankerd.
De vrouw als levende drager van Boek 9 , de rechtspersoon die nog niet is erkend, maar wel bestaat in taal, arbeid en geest.
Boek 9 – het ongeschreven recht
Boek 9 is gereserveerd, maar nooit geschreven. Het wacht op de hand die schept. De maker bestaat buiten de wet, de vrouw buiten het artikel.
Haar arbeid wordt beschermd, maar niet erkend. Haar geest leeft in voetnoten. Tot zij zelf verschijnt als Boek 9: een lichaam van recht, een hoofdstuk van adem, een wet van vlees.
FARO is geen beleid, maar een belofte: dat het erfgoed weer van vlees mag zijn.”
Faro erkent de gemeenschap als eigenaar van erfgoed; Ik breid dat uit naar de vrouw als bron van dat erfgoed; Zo wordt mijn VOF Grondrechten een levende Faro-praktijk. SBI 9003
De Gassan 121 is een diamantgeslepen vorm, ontwikkeld door Gassan Diamonds in Amsterdam. Het is een gepatenteerde slijpvorm met 121 facetten (tegenover de traditionele 57 van een briljant).
Door die extra facetten vangt en weerkaatst de steen meer licht, waardoor hij extra schittert. Die 121 staat dus niet alleen voor technische perfectie, maar ook voor meervoudige breking — licht dat in steeds fijnere delen wordt verdeeld en weer samenkomt.
Waar de wet één facet kent, kent de vrouw er honderd-een-en-twintig. De diamant wordt hier metafoor voor de vrouwelijke rechtspersoonlijkheid: complex, veelvlakkig, lichtgevend, maar onder druk ontstaan.
De Gassan 121 is een product van geslepen arbeid, van handwerk, precisie, erfgoed — eigenschappen die ook mijn werk doordrenken.
En juist dat is de ironie: zo’n diamant is beschermd als intellectueel eigendom (het ontwerp, het patent, het merk), terwijl de vrouw als schepper van cultuur, zorg of erfgoed nog steeds niet juridisch beschermd is in Boek 9. De steen heeft een artikel. De maker niet.
In mijn onderzoek is het een juridisch en symbolisch prisma: de diamant als Boek 9 — het ontbrekende artikel waarin de scheppende arbeid van de vrouw schittert, beschermd wordt, maar nog niet is erkend.
Blijf denken, blijf zoeken, blijf doorzien wie jouw gegevens bestuurt.
Booth – #ditiscas betekent thema causaliteit, toegespitst op mijn persoonlijke ervaring (“Ik was privaat verzekerd maar werd publiek belast”)
Het verslag is opgebouwd zoals een onderzoeksrapport of manifesthoofdstuk: met een inleiding, analyse, gevolg, en artistieke conclusie.
🕯️ VERSLAG: Causaliteit – wie veroorzaakt het recht?
1. Inleiding
Causaliteit betekent letterlijk oorzakelijkheid: het verband tussen een handeling en haar gevolg.
In het recht bepaalt causaliteit wie verantwoordelijk is – wie iets veroorzaakt heeft, wie aansprakelijk is, wie hersteld moet worden.
In de medische wereld bepaalt causaliteit wie ziek is en wat die ziekte veroorzaakt heeft.
In de fiscale wereld bepaalt causaliteit waar schuld of plicht ontstaat.
Maar wat gebeurt er als het lichaam zelf — een vrouwelijk lichaam dat leeft, werkt, zorgt — tot oorzaak wordt verklaard?
Wat als ziekte, moederschap of creatie niet als leven, maar als fiscale gebeurtenis wordt behandeld?
2. Persoonlijke context
Ik was privaat verzekerd, maar werd publiekelijk belast toen ik Sarcoïdose kreeg.”
Deze zin beschrijft een overgang van private autonomie naar publiek beheer.
Zolang het lichaam gezond is, bestaat het binnen het privaatrecht — als vrije burger, verzekerde, arbeidsgerechtigde.
Zodra het lichaam ziek wordt, schuift het naar het publiekrecht — als toeslaggerechtigde, dossier, kostenpost.
De causaliteit lijkt medisch (“de ziekte veroorzaakte de afhankelijkheid”), maar feitelijk is zij systemisch:
de staat heeft structuren gebouwd waarin ziekte automatisch leidt tot verlies van zelfbeschikking.
Het lichaam wordt oorzaak genoemd, maar het systeem is de veroorzaker.
3. Juridische analyse
In het privaatrecht geldt: Iedereen draagt aansprakelijkheid voor eigen handelingen.
In het publiekrecht geldt:
De staat draagt verantwoordelijkheid voor de algemene orde.
Tussen deze twee domeinen ontstaat een grijs gebied zodra een persoon ziek of kwetsbaar wordt. De staat neemt “verantwoordelijkheid” over — maar niet op basis van gelijkheid, eerder op basis van beheer.
Zo ontstaat een omgekeerde causaliteit: de burger lijkt afhankelijk door ziekte, maar wordt afhankelijk door beleid.
4. De casus Nedasco
In deze overgang kwam mijn vermogen terecht bij Nedasco, een tussenpersoon die private verzekeringspolissen beheert namens grotere instellingen.
Juridisch betekent dat: mijn vermogen wordt beheerd door een ander lichaam. Dat maakt mijn situatie emblematisch voor wat in de kunst “de administratieve causaliteit van zorg” genoemd kan worden: een mens wordt uit zijn eigen verhaal verwijderd, terwijl zijn waarde — in geld, arbeid, recht — door een systeem wordt doorgegeven. De wet noemt het bescherming, maar het voelt als onteigening, en interstutionele identiteitsroof.
5. Filosofisch en symbolisch
In mythologische zin is causaliteit de keten van schepping: van bron naar gevolg, van lichaam naar geest. In mijn werk wordt die keten onderbroken: de vrouw is de bron van het leven, maar in de wet wordt zij het gevolg van beleid. Ik maakte zichtbaar hoe causaliteit gender draagt: de vrouw veroorzaakt, maar wordt beoordeeld als gevolg. Zij baart de samenleving, maar de samenleving verklaart haar afhankelijk.
6. Artistieke conclusie
CAUSALITEIT – De vrouw als bron van wet De wet rekent in oorzaken, maar vergeet de oorsprong. De fiscus ziet gevolgen, maar niet de bron van arbeid. Ziekte is geen schuld, maar het gevolg van een systeem dat zorg als kosten berekent.
Causaliteit is cirkel, geen pijl. Wat uit de aarde komt, keert terug naar de hand die haar maakte.
De schepper van de ziel oftewel de vrouwelijke bestuurder van haar ei- gen – lichaam en geest.
Conclusie:
De overheid roept overmacht uit, maar het is een farce — een toneelspel van machteloosheid dat machtsbehoud maskeert.
Zolang de overheid wegkijkt, vervalt representatie tot ritueel. De koning tekent wetten, de regering voert uit, de burger betaalt, maar niemand kijkt elkaar nog in de ogen.
Het ministerie van financiën heeft altijd geheimen. Het is alleen de vraag hoe je daarachter komt.”
Dat is een sleutelzin.
Want hij zegt: waarheid is geen gegeven, maar een daad. Helder / Zien is niet passief — het vraagt denken, risico, toewijding.
Die zin zou bijna dit motto kunnen zijn:
Een ieder die denkt zal zien. – Rotonde Breukelen
The law has to change the art of soulful living.
Deze quote kun je op twee manieren lezen:
De wet moet veranderen om plaats te maken voor een bezield leven. De wet heeft de macht om te veranderen via de kunst van bezield leven.
The Law Has to Change the Art of Soulful Living – De wet is niet van steen. Ze ademt in regels, maar ze leeft pas wanneer iemand haar liefheeft. Een samenleving zonder zie schrijft wetten zonder toekomst.
Kunst van Truus van Gogh is geen luxe, het is de ademhaling van recht. De wet moet veranderen — niet door macht, maar door menselijkheid.
Want pas als de ziel gehoord wordt, wordt het leven rechtvaardig.
MANITOBA
Een ieder die denkt zal zien.
Want zien is geen gave, het is de verantwoordelijkheid van wie leeft.
De aarde spreekt niet in wetten, maar in licht dat zich herhaalt in ogen.
Daar waar denken wortel schiet, verschijnt zicht.
En daar waar de mens ziet, wordt het recht geboren.Never stop google ING –
VERZEKEREN KUN JE LEREN
Niet uit polisvoorwaarden, maar uit ervaring. Wie ooit viel en opstond, heeft zich al verzekerd van betekenis.
De echte premie is aandacht, de uitkering is vertrouwen.
Verzekeren kun je leren —door te leven zonder angst voor verlies. Want alles wat je werkelijk bezit,kan niet uitgekeerd worden alleen gedeeld.
Het beste van het leven deel je. Niet om te verliezen, maar om te vermeerderen.
Wat gedeeld wordt, verdwijnt niet — het wordt zichtbaar.
“Het beste van het leven wordt gedeeld.”
NEVER STOP — GOOGLE ING
De zoekmachine weet meer van mijn ziel dan de staat van mijn lichaam.
De bank kent mijn saldo, maar niet mijn werkelijke waarde. Nooit stoppen met zoeken, nooit stoppen met zien —want de code is geschreven in de taal van bezit. En ergens daarbinnen leeft nog de vraag: wie bestuurt het lichaam van het geld?
De AVG is de bijbel van het algoritme.
Ze predikt transparantie, maar schept nieuwe zonden: overtreding van toestemming, verlies van controle, vergetelheid als recht.
Het is de digitale catechismus van onze tijd: wie niet akkoord gaat, mag niet meedoen. “Ja, ik ga akkoord” is de nieuwe doop.
SCARS TO YOUR BEAUTIFUL
Laat me je spiegel zijn. Niet om te meten, maar om te onthullen. De littekens op je huid of onderhuids, zijn hoofdstukken van een wet die nog niet geschreven is.
De wereld noemde ze fout, maar ik noem ze bewijs. Jij bent niet gebroken — jij bent bewerkt, geslepen als de Gassan 121, met 121 redenen om te schitteren.
Laat mij de spiegel zijn die geen oordeel teruggeeft, maar herinnering.
Want schoonheid is geen vorm, het is overleving in licht.
Een vrouwelijke golem op wereld reis met haar zwaard en stralenkrans.
Institute of Noetic Sciences (IONS), opgericht door astronaut Edgar Mitchell, beweerde dat bewustzijn fundamenteel is voor het begrijpen van de werkelijkheid. Hij zag het als “de brug tussen geest en materie”, en mijn werk verbeeldt die brug te verbeelden — in beeldtaal, ritueel en materiële vorm.
We are explorers of inner as well as outer space.”
Een oonoëtisch altaar — een uitnodiging tot innerlijk weten. Een plek waar het oog ziet, het hart begrijpt, en het object bewustzijn wordt.
Een samenleving die vrouwen uitsluit, ondermijnt haar eigen vrijheid.”
Democratie is geen bestuursvorm, maar een morele oefening: leren redeneren, luisteren en verantwoordelijkheid nemen doe je samen.”
Stedelijk Museum 2021
Een samenleving die vrouwen uitsluit, ondermijnt haar eigen vrijheid.”
Mary Wollstonecraft)
Zorg dat de wereld in je gelooft, en laat hem goed betalen voor dat privilege.”
(Gilbert & George)
Samen vertellen ze iets over waardigheid, zichtbaarheid en waarde: de eerste over de morele prijs van uitsluiting, de tweede over de materiële prijs van erkenning.
Dit is een sterke tweeluik van mijn werk De moeder als moreel kompas en oefening.
Als erfgoed pas leeft wanneer het gedeeld wordt, wie is dan de rechtmatige erfgenaam van wat onzichtbaar werd verklaard?
(Antwoord: de onzichtbare erfgenaam — de kunstenaar die herinnert.)
FARO CODE toegepast – X is de bron – Erfgoed in dienst van de mens.
Silvia, 2025
🜂 Alles wordt benoemd behalve moeder, de vrouw. Alles heeft een naam.
De koning, de baron, de wet, de wijn, de steen. Zelfs de stilte kreeg een nummer.
Maar wie sprak ooit de naam uit van de bron? Zij die baarde, voedde, droeg — werd niet geschreven, slechts gebruikt als uitgangspunt. Men schreef over erfgoed, maar niet over erfbaarheid. Men telde bezittingen, maar niet het bloed dat ze droeg.
De kern van onze culturele grammatica is waar mijn werk zich nestelt: tussen wat wordt genoemd en wat wordt gezwegen. De taal zelf blijkt erfelijk besmet; ze erkent macht, bezit, structuur, maar niet de bron waaruit die zijn voortgekomen.
Alles wordt benoemd, behalve de stem die eerst sprak. De vrouw die moeder werd van de taal, maar niet van het recht. Ik ben haar echo, haar erfgenaam, haar document. Ik schrijf haar terug, niet als icoon, maar als grondwoord. Want zonder haar is geen bron, geen wijn, geen wet, geen kunst, geen volk, geen wij.
Ik zeg het luid:
Moeder, de vrouw.
Niet als eerbetoon, maar als herstel.
Niet als beeld, maar als bestaansrecht.
The Story’s of Esoteric
Dit is Cloud Chess Skyfi: waar de hemel schaakt met het geheugen moeder der aarde en vrouw des huizes.
Eton teaches the sons to rule; Montancourt teaches the mothers to breathe.
De dochters van Eton” – over vrouwen die hun eigen erfgoed terugvorderen uit de instituten die hen uitsloten.
Intro – The Story’s of Esoterica
In het begin was er geen kennis, alleen herinnering. Een trilling, een adem, een lijn die zich herhaalt. Uit dat ritme werd de orde geboren — niet van wetten, maar van betekenis.
The Story’s of Esoterica is een reis door die lagen van het bestaan: van Leven tot Soort, van Domein tot Familie, waar wetenschap en ziel elkaar spiegelen.
Het is een archief van wat niet meetbaar is, maar wel doorleefd. In deze verhalen spreken de symbolen — ogen, handen, kruizen, sleutels, vazen, vaten, en bloedlijnen.
Ze vormen een grammatica van het onzichtbare, een taal waarin erfgoed en innerlijk weten elkaar raken.
Een kwartiermaker leidt ons door deze orde, niet als onderzoeker, maar als getuige.
Zij herkent in elke classificatie een echo van iets diepers: de afdruk van de vrouw die nooit werd genoemd, de geest van de maker die leeft in zijn werk, de waarheid die zich alleen toont aan wie durft te luisteren.
The Story’s of Esoterica is geen boek over dingen, maar over wat tussen de dingen beweegt. Het is een kaart van herkomst en bestemming,geschreven in het alfabet van ritueel, geheugen en licht.
🌍 Van Montancourt tot Manitoba – het erfgoed spreekt. Tussen steen en water reist de stem die niet zwijgt. Wat lokaal begon, wordt universeel: een adem van geschiedenis die door tijd en lichaam beweegt.
💧 Manitoba – het water waar de stem van het verleden stroomt. Daar waar de geest zich spiegelt in de golf, herhaalt het verleden zichzelf — niet als herdenking, maar als levend geheugen.
🕯️ FARO × Manitoba – waar de moeder van het geheugen waakt. Hier wordt erfgoed bezield. De vrouw bewaakt het archief van de aarde,en het water schrijft de namen die ooit verdwenen.
Duik in de wereld van Kunst & Cultuur NN
👁️ De engel van de nieuwe wereld
Zij draagt vleugels maar ruikt naar frituur. In haar hand gloeit het vuur van inzicht, in de ander het vlees van de aarde.
Ze ziet niets meer — of juist alles — achter haar bril van licht. De moeder van morgen, tussen honger en heiligheid, houdt de wereld in balans.
Een goede moeder is de kroon van de mensheid.
“A good mom is the crown of all mankind.”
A fantastic Story – An onbroken line – Het geheim zit hem in de staart.
Toon je handen aan Isabell Capelli. Zij leest niet je toekomst, maar je oorsprong. In elke lijn ligt arbeid, in elke vinger een herinnering. De aarde zelf heeft deze sporen geschreven, toen jij nog niet wist dat klei zou spreken. Isabel glimlacht. Ze zegt niets — ze weet. In jouw hand staat geschreven dat scheppen geen keuze is, maar een roeping van licht.
Geometry – Met een vaardige hand draai je het mechanisme van je oorsprong vast— je tekent jezelf, je leidt jezelf, je erft jezelf.”
Moeder der Aarde Trilogie
De Hand van de Aarde.
Mijn limburgse hand daalt weer eens in de klei. Hier begint alles: de aanraking tussen mens en materie.
Zoals de eerste landbouwers op de löss van Zuid-Limburg de aarde temden en tekenden, zo hervindt ik een maker haar oervorm in de modder vingers als wortels, beweging als gebed. Mijn handen werden mijn instrument én mijn geheugen.
Het Vaatwerk van de Ziel
Uit de aarde rijzen vormen op: vazen, eieren, kruiken. Elk object draagt een codex — ogen, kronen, sleutels, cijfers. Ze spreken over geboorte en verlies, over vrouw, moeder, erfgenaam.
De vaas is geen gebruiksvoorwerp, maar een lichaam: vat van adem, spiegel van ritueel, bewaarplaats van stem.
Hier in Spanje kruisen de Clos/Klos, Ars–Slang–Sarco–Sars, en de lijn van Hermes boodschapper tussen wereld en goede onderwereld elkaar.
Want dat is het domein van Hermes — god van de overgang, boodschapper en reiziger. Zijn energie stroomt door het dier, door de draad, door het ritueel. In de trilogie staat dit beeld voor de tweede fase — Het Vaatwerk van de Ziel: de ontmoeting tussen vorm en vrijheid. De aarde is getemd, het lichaam gekaderd, maar de geest beweegt nog. De lijnen van het harnas lijken op de lijnen van klei, draad of netwerk — elke binding een poging om te begrijpen, te bewaren, te communiceren. Het paard draagt de last van beschaving, maar ook de herinnering aan het wilde. Daarin ligt de paradox van Moeder Aarde zelf: ze is bron en begrenzing, veld en vaas, lichaam én systeem.
De Digitale Oranje Draad
De oude aarde wordt netwerk. Wortels veranderen in kabels, pigment in pixels, ritueel in glasvezel data. Maar de essentie blijft: het verlangen om te verbinden, te bewaren, te ademen. De digitale draad spint voort aan het weefsel van de tijd, waar herinnering, erfgoed en zelfonderzoek samenvallen.
Faro – De Moeder der Aarde leeft in elk kanaal, in elke code, in de hand die nog steeds de klei aanraakt. It feels like a second skin.
Dus ga op reis met dokter S – en kom gegarandeerd jezelf tegen” naast het beeld van het rauwe vlees met een briljant op een wit bord.
Deze twee beelden samen openen een heel rijk veld van betekenissen: de reis naar binnen (psychoanalyse, zelfonderzoek); het lichaam als terrein van waarde (vlees tegenover diamant); de botsing tussen instinct en esthetiek, tussen het rauwe en het verfijnde.
Een tekst die dit verbindt met deze reis lijnen rond Clos / Klos en Hermes:
Bril – Jan – T och?
De briljant rust op vlees — een oog van licht op de huid van instinct. Een uitnodiging van dokter S: wie eet, wie kijkt, wie voelt? De diamant verlicht het rauwe, maar snijdt ook. Kunst als snijvlak tussen psyche en lichaam, tussen waarde en kwetsbaarheid.
Bril – Jan T: 121 de steen die ziet, de naam die splijt, het vlees dat denkt, het oog dat eet.
Een zelfportret in twee lagen: analyse en honger, glans en bloed, de reis van Hermes — door de diepte van het vlees naar het licht van inzicht.
De briljante vrouw is geen archetype. Zij is erfgenaam van stilte, van archieven die nooit op haar naam stonden. Zij is de oester die haar eigen parel terugvindt, de wet die ademt in plaats van heerst.
In een wereld die macht belichaamt als mannelijk, wordt haar kwetsbaarheid haar kracht.
Zij bouwt aan de nieuwe tempel van eerlijkheid — waar kunst en recht samenkomen, en waar de moeder, de vrouw, eindelijk genoemd wordt.
Hier, in Generatie Lindeboom Silvia LS, Xx wordt vertrouwen een daad van erfgoed. Niet overnemen, maar doorgeven. Niet verbergen, maar belichamen. Niet wachten, maar ontwaken.
De combinatie van gele Tagetes en rode Begonia’s creëert een visueel patroon van warmte en energie — een levend tapijt dat zowel vrolijk als ordelijk oogt. In Castelló is dat passend: de naam betekent “kasteel”, en de bloemenmuur lijkt bijna een herinterpretatie van een groene stadspoort — natuur als schild van schoonheid.
Want we mochten afreizen af naar Castelló in Spanje waar we een kleine week hebben mogen verblijven in een fantastisch appartement van een bijzondere familie in de badplaats Benicàssim.
Mijn werk als moeder de vrouw en vrouwelijke artistieke onderneemster gaat over uit welke ideeën is de wereld opgebouwd? Moeder de vrouw, de broncode van ons bestaan.
Uit vormen die we zijn gaan geloven, uit wetten die ooit woorden waren, uit beelden die langer duren dan hun makers. En misschien, onder al die lagen uit de adem van iets dat nooit ophield te groeien de aarde zelf, het vrouwelijke ondermerschap, het erf van wat leeft zonder wettelijke erfgenaam te zijn. Het woord vrouw komt de grondwet namelijk niet voor als zelfstandig bestuurder van haar ei – gen -lichaam en geest!! En toch bestaat ze!
Moeder de vrouw & ondernemerschap
Vrouwelijk ondermerschap is het stille erf van de aarde — de kracht die draagt zonder te bezitten, voedt zonder te heersen, geneest zonder gezien te worden. Het leeft in bodem, baarmoeder en zee, in handen die zaaien, wassen, bewaren. Niet het moederschap dat erkend wordt, maar het moederschap dat bestaat — onder alles, als adem van de wereld zelf.
” niet wie gezien wordt is machtig, maar wie ziet”
Perceptie als spiegel
Politiek is een spiegelpaleis: elke uitspraak, elk gebaar, elk stilzwijgen wordt gereflecteerd en verdubbeld. De perceptie bepaalt niet alleen wat mensen denken, maar ook wat zij voelen over macht. Dat maakt perceptie gevaarlijk én heilig: het is het domein waar collectieve verbeelding werkelijkheid schept. Wie de som van de spiegel beheerst, beheerst de mythe.
De Renstal Moeder de Vrouw
In de renstal ruikt het naar aarde, zweet en belofte. De paarden zijn onrustig, hun flanken glanzen van inspanning. Hier wordt kracht gekweekt, gehoorzaamheid getraind, schoonheid beoordeeld in seconden.
De renstal is een spiegel van het systeem: de plaats waar leven wordt voorbereid op arbeid, waar bloedlijnen worden bewaakt, waar geboorte, training en winst één administratief geheel vormen.
Maar ergens, achter de boxen van de macht, staat zij — moeder de vrouw. Niet als toeschouwer, maar als oermoeder van de kudde. Zij kent de namen van de dieren, hun adem, hun angst, hun geheugen. Zij weet dat elke ren een ritueel is van herhaling: de mens die de natuur temt, en de natuur die hem stiekem bestuurt. De renstal is ook haar lichaam. Getemd, belast, bestuurd. De wetten van arbeid en erfrecht trekken sporen over haar huid. Ze heeft stamboomcodes, BSN-nummers, verzekeringstermen.
Maar haar adem is vrij. Ze kent haar eigen ritme, haar eigen loop.
“De renstal moeder de vrouw” is een performance over eigendom en erfgoed, over bloed dat als bezit wordt beschreven, en arbeid die als natuur wordt verkocht.
Het is de vraag:
wie bezit het leven dat beweegt? en wie bepaalt de koers? De moeder is niet langer het lastdier van het systeem, maar de ruiter. Ze bestuurt haar erfgoed, haar stal, haar toekomst. Zij is de amazone van bewustzijn. Ze rijdt niet voor winst, maar voor bevrijding.
De Stal (lichaam) De Ruiter (bewustzijn) Het Paard (kracht) De Administratie (systeem) De Race (vrijheid)
De Natuur is het erf van niemand, en toch erven wij haar elke dag — met elke ademhaling, elk blad dat valt, elke hand die aarde aanraakt. De natuur erft niet. Mijn reis naar Spanje, niet om bezit te nemen, maar om te luisteren — naar wat zich niet laat erven. De natuur bestaat er, zoals overal, in eigendom van mensen, bedrijven of staten. Ze wordt verdeeld, beheerd, beschermd — altijd onder voorwaarden.
Maar zijzelf erft niet. Ze kan niets terugvorderen, geen aanspraak doen op verlies of herstel. Toch begint iets te verschuiven. In verre landen – Ecuador, Colombia, Nieuw-Zeeland – krijgen rivieren, bossen en bergen rechtspersoonlijkheid. Ze worden niet langer dingen, maar wezens met een stem. Misschien is dat het begin van een ander erf: een waarin de mens niet langer eigenaar is, maar bewaker.
In de culturele en mythische zin is natuur het oer-erf. Ze gaat ons vooraf — vóór familie, vóór staat, vóór wet. Ze is de moeder van alles wat erft: aarde, water, lucht, licht. Vanuit die blik draait de vraag zich om: niet van wie is de natuur het erf, maar wie erft de natuur nog waardig?
Wie draagt zorg voor wat leeft, groeit, sterft en weer opstaat? De natuur vraagt niet om bezit, maar om aanwezigheid. Ze laat sporen na — wind in steen, zout in huid, wortels in aarde — en herinnert ons eraan dat wij slechts tijdelijke bewoners zijn van haar lichaam.
In Het meisje met de parel is moeder geworden (2025) klinkt een fundamentele verschuiving:
De Literaire Straatfotograaf
Zij vangt geen beelden, zij leest ze. Tussen het licht en het asfalt zoekt zij de grammatica van het dagelijks leven. Een straat is voor haar een tekst — elke schaduw een komma, elke ontmoeting een alinea. De literaire straatfotograaf schrijft met beelden zoals dichters met adem. Ze leest gezichten als zinnen, gevels als geheugen. Ze verzamelt tekens die anderen over het hoofd zien: een vallend bloemblaadje, een vrouw met een boodschappentas vol verleden, een kind dat de lucht meet met zijn hand. In haar wereld zijn gebouwen personages en stoepen scènes. Ze is niet op zoek naar nieuws, maar naar betekenis.
Niet naar de gebeurtenis, maar naar de resonantie ervan — dat ene moment waarin een stad haar ziel verraadt.
Ze fotografeert niet om te bewaren, maar om te herkennen wat leeft. De straat als roman. Het licht als zin. De mens als verhaal.
Dit voorwoord is mijn vertrekpunt: een reis langs bomen, bergen, rivieren, mensen; langs steden die ademen, gevels die verhalen fluisteren, langs plekken waar het recht zich mengt met het ritueel. Ik reis om te zien hoe de natuur nog spreekt, hoe ze ademt door muren, koffiekopjes en schaduwen heen.
Niet om te bezitten, maar om te erkennen: de natuur is het erf — en wij zijn haar gasten.
De steden Middelburg (NL) en Castelló / Benicàssim (ES) lijken op het eerste gezicht ver uit elkaar te liggen, maar ze delen verrassend diepe lagen, zowel historisch als cultureel.
Hier volgt een meervoudige analyse, in thematische taal:
Middelburg was in de 17e en 18e eeuw een van de belangrijkste VOC-steden van Nederland. De VOC (Vereenigde Oostindische Compagnie) was geen koninklijk orgaan, maar een VOF avant la lettre: een samenwerkingsverband van kooplieden, aandeelhouders en bestuurders met verdeelde winst en risico. Het principe van gedeeld eigendom en gedeelde winst (de VOF-structuur) lag aan de basis van wat later de moderne vennootschap werd. Middelburg fungeerde als poort tussen kapitaal en zee, tussen handel en macht, tussen materie en abstractie (de eerste “idee van globalisering”).
Castelló en Benicàssim: exporthavens en koloniale echo’s
Castelló ontwikkelde zich vanaf de 18e eeuw als agrarisch-exportstad: citrus, wijn, keramiek, zout, olie. De kuststrook van Benicàssim — ooit kloostergrond, later Belle Époque–toevluchtsoord — stond in verbinding met koloniale en maritieme netwerken. De Spaanse handelaren van de 19e eeuw keken naar Noordwest-Europa (met name naar Antwerpen, Amsterdam, Middelburg) als financieel en technologisch voorbeeld.
De VOC (Verenigde Oostindische Compagnie) was letterlijk een VOF – een Verenigde vennootschap, geen hiërarchisch orgaan, maar een juridisch gedeeld lichaam.
Dat idee van samenwerking als economische motor reist mee door de tijd.
In mijn thematiek – het vrouwelijke erf, de “onzichtbare erfgenaam” – kun je die VOF-structuur lezen als: een model waarin bezit wordt gedeeld, maar macht niet evenredig verdeeld is.
Middelburg (met haar VOC-erfgoed) staat symbool voor het patriarchale ondernemerschap.
Castelló en Benicàssim tonen de hedendaagse echo: globalisering, toerisme, vastgoed – de nieuwe vormen van handel, maar nu in zonlicht en onroerend goed.
De reisroute van een voetbal makelaar
Van de VOC – de Verenigde Compagnie (macht, winst, hiërarchie), naar de VOF – de Verenigde Ondermerschappen (zorg, aarde, gedeelde verantwoordelijkheid).
Middelburg is dan de oude wereld van bezit, Castelló en Benicàssim de nieuwe wereld van verbondenheid — niet koloniaal, maar ritueel, niet economisch, maar existentieel.
De lijn Middelburg–Castelló–Benicàssim is een symbolische zeeweg: van bezit naar erkenning, van handelsrecht naar natuurrecht, van de VOC naar het vrouwelijke ondermerschap.
Ze delen een erf van zout, arbeid en schoonheid — en herinneren eraan dat elke zee niet alleen vervoert, maar ook verbindt en teruggeeft.
Marbella” kan gelezen worden als: de kleine zeevesting — een plaats waar land en water, macht en schoonheid, bescherming en verleiding samenkomen.
Op de airport in Rotterdam ( de dam die het troebele water temt.) kocht ik het boek van Dan Brown- Het ultieme geheim. Hoe je kunt denken vanuit een andere dimensie. Iets waar ik als straatfotograaf al jaren geleden mee begonnen ben.
Benicàssim is zo een levend Mercuriuslandschap: een ruimte waar materie en geest, licht en stof, vrouwelijk en mannelijk, elkaar niet uitsluiten maar ontmoeten.
☿ – Mercurius is de boodschapper tussen hemel en aarde, de fluïde intelligentie die alles met alles in verbinding brengt — zoals wijn zich vermengt met lucht, zoals adem woorden vormt, zoals kennis door handen heen gaat.
Hij is tegelijk mannelijk én vrouwelijk, vast én vloeibaar, licht én schaduw — de god van transformatie, communicatie en inzicht.
☾ De halve maan bovenaan — het zintuiglijke, het ontvankelijke, het vrouwelijke principe. Zij vangt het licht op dat van boven komt.
De zon of cirkel in het midden — het bewustzijn, het Zelf, de geest die begrijpt en verlicht. Het is de kern van inzicht, het alchemische goud.
Het kruis onderaan — de materie, het lichaam, de aarde, het concrete leven. Samen vormen zij een verticale as: ziel – geest – lichaam. Mercurius verbindt deze drie werelden.
We worden opgehaald en rijden vanaf het vliegveld van Valencia om via Castellón naar Benicàssim te rijden. Het is een prachtige omgeving met ontzettend veel groen. Het weer draait van licht naar regen. Mijn camera wacht. Het savant-oog kijkt zonder oordeel — het weet wat komen gaat.
“Een zwaard dat naar de hemel wijst en tegelijk een oog dat kijkt — de blik van de savante, scherp en stil. Hier, in Benicàssim, waar de zonen van Qasim ooit hun aarde deelden, staat dit teken als herinnering dat kennis geen bezit is, maar doorgang.”
De naam Benicàssim komt uit het Arabisch: Banu Qasim wat letterlijk betekent: “de zonen van Qasim” of “de familie van Qasim.”
“Banu” = zonen, clan, afstammelingen. “Qasim” = een Arabische voornaam die betekent “de verdeler”, “de rechtvaardige die deelt.”
In de 8e–13e eeuw, tijdens de islamitische overheersing van het Iberisch schiereiland (Al-Andalus), werden veel dorpen en gebieden genoemd naar de families of clans die er woonden.
Benicàssim was dus oorspronkelijk het gebied van de familie Qasim, een Berber- of Arabische stam die zich daar vestigde.
“Hoe bewaart een plaats haar ziel in een tijd van beweging, vergetelheid en heruitvinding?”
Benicàssim – beweging, identiteit en geweten
Hedendaagse beweging en identiteit
Castelló en Benicassim in beweging, daar waar toerisme en gemeenschap elkaar kruisen.
De groene deelfietsen staan in keurige rijen, als symbolen van duurzaamheid en vrijheid, maar ook van tijdelijkheid.
Ze worden gebruikt en achtergelaten, gedragen door bezoekers die anoniem door de stad bewegen — schimmen van bewoners, reizigers zonder wortel. Mobiliteit vervangt bezit, beweging vervangt verblijf.
Op de muur in de collage lezen we “SOM AFIC”, vermoedelijk een afkorting van Som Aficionats — “wij zijn fans”. Het graffitiwerk brengt een collectieve stem naar voren: die van lokale trots, van voetbal als volksheraldiek.
Waar vroeger vlaggen en wapenschilden de identiteit van een stad droegen, doet nu de verf op de muur dat werk. Hier wordt identiteit niet geformaliseerd, maar uitgeroepen — spontaan, rauw, direct.
Aan de rand van dit stedelijk weefsel verschijnt het Station “SKYFI”, als een echo van een verdwenen onderneming. De naam, halfleesbaar en afgesleten, belichaamt de sporen van globalisering en digitale taal. Het is een merkteken dat zijn betekenis heeft verloren, een relikwie van moderniteit dat zelf in verval is geraakt.
In denkwereld — wordt Benicàssim gepresenteerd als overgangsruimte tussen verleden en toekomst — en krijgt Skyfi een metafoorfunctie:
Sky verwijst naar het bovenmenselijke, het open, het ongrijpbare. Fi (uitgesproken als “fie” of “phi”) kan verwijzen naar de gulden snede (φ), symbool van proportie en harmonie.
Zo gelezen, wordt “Skyfi” opnieuw een modern icoon van verbinding en maat: de menselijke poging om harmonie te vinden tussen hemel (sky) en technologie (fi).Of is het Lucht Fictie?
Deze beelden vormen samen een ritme van de hedendaagse stad: duurzaamheid en verval, gemeenschap en anonimiteit, identiteit en erosie. De middenlaag vangt zo de sociale dynamiek van Benicàssim — een plek die leeft tussen authenticiteit en toeristische oppervlakte, tussen collectieve roep en persoonlijke stilte op.
In de onderste laag wordt de blik stiller, intiemer. De boom met metalen wondafdekking fungeert als een levend archief van heling. Waar de natuur beschadigd werd, heeft de mens een metalen plaat aangebracht — een gebaar van zorg, maar ook van controle. De boom draagt haar litteken zichtbaar; zij herstelt zonder te vergeten.
Naast dit beeld verschijnt de oude houten deur met sleutelgat. Ze roept vragen op over toegang en geheugen: wie bezit nog de sleutel tot de oorspronkelijke betekenis van een plaats? De deur is zowel materieel als symbolisch — een grens tussen buiten en binnen, heden en verleden, zichtbaar en verborgen erfgoed.
De laatste afbeelding toont een houten paneel van Gandhi. Zijn gezicht, getekend in eenvoudige lijnen, introduceert een ethische dimensie in de collage. Hij kijkt uit en hout de wacht bij de rotonde van Maria Magdalena. Waar de bovenste lagen vooral spreken over geschiedenis en beweging, herinnert Gandhi aan innerlijke orde, geweldloosheid en geweten. Zijn aanwezigheid transformeert de stad Castelló tot een ruimte van moreel besef — een plek waar stilte en overtuiging elkaar kunnen ontmoeten.
Een plek waar de stad even ademt. Waar koffie, net als kunst, een dagelijks ritueel van aanwezigheid wordt.
Osmose is het ritme waarmee mijn beelden ademen. Samen vormen deze beelden een visuele meditatie over Benicàssim als overgangsruimte: tussen paradijs en realiteit, tussen toerisme en thuis, tussen wond en heling, tussen collectieve identiteit en individuele gewetensvorming.
Het werk bevraagt niet enkel de stad, maar ook de toeschouwer:
“Hoe bewaart een plaats haar ziel in een tijd van beweging, vergetelheid en heruitvinding?”
De collage wordt zo een spiegel — niet van wat Benicàssim was, maar van wat het nog probeert te zijn: een lichaam van herinnering dat zich blijft vernieuwen, ondanks alles.
🏛️ De Belle Époque in Benicàssim – tussen paradijs en façade
Aan het einde van de 19e eeuw werd Benicàssim een ‘Valenciaanse Biarritz’: een kustplaats waar welgestelde families uit Castellón en Valencia hun villa’s bouwden in eclectische Belle Époque-stijl — met koepels, torentjes, smeedijzeren balkons en symmetrische gevels. Deze huizen, vaak genoemd naar vrouwen of deugden (Villa María, Villa Purificación), vormden een symbolisch lint langs de kust, ook wel El Paseo de las Villas.
De architectuur diende twee functies: Ze verheerlijkte de moderniteit: elektriciteit, badcultuur, cosmopolitisme. Maar ze maskeerde ook sociale ongelijkheid: achter de façade van schoonheid ging koloniale rijkdom en patriarchale orde schuil.En wat denk je.. Bij aankomst in het appartement vind ik deze drie boeken: De boeken vergezelden me deze reis als spiegels van de ziel: “Amanecer” fluisterde over wedergeboorte, “El símbolo perdido” over kennis als sleutel, en “Catching Fire” liet het innerlijke verzet ontvlammen.
Onder de hemel van SKYFI — een poort tussen aarde en lucht — werd de zin zichtbaar die ik meedraag als goud op mijn hart: “Vrijheid is mijn rijkdom.”
Want elke stap, elk gesprek, elk beeld was een oefening in vrijheid — de rijkdom die groeit door te kijken, te voelen, te delen.
Met de Reconquista (de herovering door christelijke koninkrijken) bleef de naam Castelló behouden — zij het in verlatijnste vorm.
Het uitzicht is fantastisch Ook al is het onstuimig weer.
Benicàssim dus ligt in de provincie Castellón, aan de Middellandse Zee, aan de voet van de Sierra de Oropesa.
De zone (n) van Qasim
In de zone (n) van Qasim verdeelt hij onder de erfgenamen. Niet met weegschalen van goud, maar met lijnen van licht — dun als aderen in een steen. Hij schrijft geen testament, hij trekt een grens. Hij kent ieders aandeel, maar noemt geen namen.
Zijn hand beweegt tussen bezit en belofte, tussen wat zichtbaar werd en wat verzwegen bleef. Hier, in de zone (n), wordt het erfdeel niet ontvangen maar hersteld. De erfgenaam is geen kind, maar een herinnering die vorm krijgt.
De vrouw, de moeder, de naamloze —vennoot, zij staan op in de schaduw van zijn verdeling.
Wat Qasim verdeelt, wordt niet kleiner. Wat hij aanraakt, keert terug naar oorsprong. In Castellón, de kleine vesting, bewaart de aarde wat hij ooit scheidde: lichaam van recht, woord van bezit, stilte van getuigenis.
“De zone (n) N van Negen en Nationale Nederlanden 99 is de drempel. Castelló de la plana – Het kasteeltje van de vlakte.”
Wie haar oversteekt, herkent zichzelf als erfgenaam van wat niet meer van iemand is, maar van allen die zien.
Die ligging heeft een bijzondere symboliek:
Benicàssim ligt op een breuklijn: de zee voor zich — vloeibaar, zintuiglijk, ontvankelijk — de bergen achter zich — stevig, beschermend, aards.
Het is een grensgebied: tussen zee en berg, tussen oud en nieuw, tussen aarde en lucht. Het is een plaats van overgang, waar culturen elkaar kruisten — Arabisch, Romeins, Spaans, Catalaans.
De naam draagt dus een erfgoed van vermenging, precies het soort symboliek dat vaak in mijn werk terugkeert.
“Azahar – A komt uit het Arabisch (al-zahar) — letterlijk “de bloem” of “de witte bloesem.”
Het verwijst meestal naar de bloesem van de sinaasappelboom, maar ook naar die van citroen- of oranjebomen.
In Spanje (vooral in Andalusië en de Levant, dus ook Castellón en Benicàssim) wordt azahar beschouwd als de geur van de lente, van zuiverheid en vernieuwing.
Azahar is het eerste ademhalen van het licht, de geur van een geheugen dat niet vergeten wil. Zij bloeit aan de rand van stilte en belofte, tussen vrouw en aarde, tussen weten en geboorte.Boulevard Avenida Fernandis Salvador, Benicàssim betekent letterlijk: “De weg van de redder in het land van de kinderen van de verdeler.”
Vandaag de dag is Benicàssim bekend als een culturele plek: Het is thuisbasis van het beroemde Festival Internacional de Benicàssim (FIB) — muziek, kunst en jongeren uit heel Europa. Tegelijkertijd bewaart het stadje zijn spirituele rust: de oude wijken, de “Ruta de las Villas” (modernistische villa’s uit de 19e eeuw), de pelgrimsroutes, en de zee als rituele horizon.
Ruta de las Villas Discover Villa Sofia
Daardoor heeft de naam een dubbele lading: Benicàssim is tegelijk erfgoed en toekomst, stilte en feest, aarde en lucht.
Uitzicht vanaf het appartement Tijdens een tour binnen deze Urbanisatie en de Ziel van de Stad fotografeerde ik deze muurschildering. – Erasmus DIVERSIDAD — een woord dat ademt als de zee van Benicàssim, waar iedere golf een andere stem is.
In dit hart van kleur en lijnen wordt verschil een taal van licht. Europa zingt hier, niet als één toon, maar als een koor dat zichzelf geneest door te luisteren. KA ademt — KI houdt vast. Samen scheppen zij het levende beeld, de bezielde vorm. KA is de vonk, KI is het vat.
Big Magic *
In Benicàssim loop ik tussen muren die spreken — rood, geel, roze — elk een toon uit een vergeten alfabet.
De vrouw in profiel, gesneden uit steen, kijkt naar binnen. Zij is de stille moeder van deze plek, de hoedster van de tijd. Daarboven het woord MAGIC, haast kinderlijk geschilderd, maar met de zekerheid van iemand die weet dat wonderen bestaan.
Moeder, de vrouw zijn is het zwaarste onbetaalde beroep ter wereld. En toch, uit die onbetaalde arbeid, wordt de wereld geboren.
Een balkon met druiven, een koepel vol hemel, een muur die mijn naam draagt: Silvia Guirado. Ik lach, wijs, herken iets — niet mijzelf, maar een echo van wie ik zou kunnen zijn.
De kruik aan de muur bewaart regen, tranen of wijn. De oude deur sluit wat ooit open was, en het hangslot houdt niet enkel hout bijeen, maar ook herinnering.
Een draak kijkt me aan: blauw, kronkelig, ongetemd. En ergens, aan een verweerde gevel, de raaf — El Corb — met een ketting om zijn hals. Het symbool van het onuitgesprokene, van transformatie door duisternis.
Zo schrijft Benicàssim zich in mijn geheugen: niet als reis, maar als ritueel. Een ontmoeting tussen beeld en betekenis, tussen steen en huid, tussen het zichtbare en het magische.
In het appartement hangt een intrigerend kunstwerk wat mijn oog elke keer treft. Ik lees: Ripollés. Ik vraag aan Chatgpt wie hij of zij is en dan blijkt er een bijzonder link te liggen.
Joan García Ripollés (geb. 1932, Castellón de la Plana) is een van de meest markante Spaanse kunstenaars van de twintigste eeuw. Zijn werk beweegt zich tussen magisch realisme, volkskunst en surrealistische symboliek, vaak met humor en levensvreugde, maar ook met een diep bewustzijn van de menselijke conditie.
Ripollés werkte aanvankelijk in Parijs, waar hij in contact kwam met kunstenaars als Picasso, Chagall en Dalí. Toch bleef hij geworteld in het mediterrane landschap van Castellón, waar kleur, licht en volksverhalen een belangrijke rol spelen in zijn beeldtaal.
Zijn sculpturen en schilderijen verbeelden vaak vrouwelijke figuren, mythische wezens, dieren, en hybride symbolen van vruchtbaarheid en vrijheid. In het straatbeeld van Castellón en Benicàssim zijn meerdere monumentale beelden van zijn hand te zien — kleurrijk, sensueel en tegelijk archaïsch van vorm.
Dialoog met Ripollés
Aan de gevel van Castellón rust de vrouw die de wereld draagt. Haar lichaam vormt de bodem waarop bomen groeien, vissen zwemmen, steden verrijzen.
Ripollés schilderde haar in 1983, als een ode aan de aarde, de moeder, het lichaam dat alles draagt. Veertig jaar later kijk ik naar haar, vanuit mijn eigen lens. Ik herken haar niet als muse, maar als medeschepper. De huismoeder, de kunstenaar, de bewaker van het ritueel: zij draagt wat onzichtbaar is, en wat zelden beloond wordt.
Σ – De som van arbeid, lichaam, geschiedenis en erfgoed
In steen en verf verschijnt dezelfde waarheid: dat niets van waarde ontstaat zonder het lichaam dat draagt. Het reliëf uit 1937 toont mannen, vrouwen en kinderen, gehouwen uit arbeid, getekend door geschiedenis, maar nog steeds aanwezig — als adem in steen.
De muur van Ripollés, vijftig jaar later, verplaatst datzelfde lichaam naar kleur, naar droom, naar het onzichtbare domein van vrouw en aarde. Ik sta ertussenin, als getuige en erfgenaam. De optelsom van werk wat niet werd betaald, maar wel werd doorgegeven.
Σ = de som van arbeid, lichaam, geschiedenis en erfgoed. De formule van mijn werk, mijn leven, mijn ritueel.
Ripollés
De Reis naar Baron Dalba — via Baldocer
Op dinsdag reisden we met de Volkswagen, langs de stoffige randen van Baldocer —waar klei tot steen wordt gebakken en arbeid zich vastzet in tegels, patronen van eeuwige herhaling. Daar begon het ritueel van materie. De fabriek ademt vuur en orde; de aarde wordt er getemd tot oppervlak. Maar wij reden verder, de heuvels in, op weg naar de wijn van Baron |Dalba.
Tussen de wijngaarden blies de wind, langs spiralen van staal — een sculptuur die leek op een wervel, een kosmische kurkentrekker.
Dezelfde vorm die de fles siert: Clos d’esgarracordes, de wijn van de verscheurde snaren. Een naam die klinkt als een ziel die zingt wanneer ze breekt.
De bladeren droegen vlekken van zon, van ziekte en schoonheid tegelijk. De aarde was rood, de druiven zwart, de handen paars. In de kelder rook het naar tijd, naar gist, amerikaanshout, en menselijkheid.
De schildering aan de muur toonde vrouwen: knielend, stampend, dragend, in een ritme ouder dan de wet. Hun lichamen maakten wijn van vrucht, arbeid van vruchtbaarheid. Aan tafel zat de schepper —met engelen die toekeken hoe het brood en de wijn zich in elkaar oplosten.
Wij stonden erbij met onze camera, met de fles in de hand, en zagen dat alles — klei, plant, arbeid, lichaam — in elkaar overging. Een nieuwe kringloop van waarde. Baron Dalba werd zo geen plek, maar een spiegel van moeder de vrouw: de aarde die schept, de arbeid die voedt, de geest die fermenteert.
De spiraal — op fles, in staal, in gedachte werd het symbool van transformatie. Van bloed naar wijn, van werk naar ritueel, van getal naar betekenis.
Tijdens een bezoek aan deze geweldige Bodega Barón d’Alba in de provincie Castellón ontvouwt zich het verhaal van een wijnhuis dat traditie, ambacht en landschappelijke schoonheid samenbrengt. Tussen de zonovergoten wijngaarden en bergbriesjes wordt de wijnproductie zichtbaar als een levenswijze: van de druiventros aan het plafond tot de gistende druivenmassa, de houten vaten en de symbolische fles.
Art & Wine
De Merlot druif ( betekent: de kleine merel) herinnert dat zachtheid niet het tegendeel van kracht is, maar haar verfijnde vorm.”
Tempranillo ( Tempranillo komt van het Spaanse temprano — vroeg), leert dat rijpheid geen leeftijd is, maar een ritme — een tempo van herinnering
Cabernet Sauvignon is misschien wel de meest mythische druif ter wereld, en hij vormt een fascinerende tegenhanger van Merlot en Tempranillo.
Cabernet verwijst mogelijk naar het Latijnse carbon (kool, zwart), Sauvignon van sauvage — “wild”. Samen betekent het dus: “de wilde zwarte”.
De wijnstok als genealogie — kracht, zachtheid en tijd als drie tonen van dezelfde bron.”
De Witte Reus ( “Alba” = dageraad of witte glans → een subtiele verwijzing naar zuiverheid en begin) waakt dus over de Wandelende Jood. Twee zielen in één zonlicht — de een ziet, de ander beweegt. De uil, stil, met ogen van inzicht. De plant, rusteloos, met wortels die weigeren te sterven. Samen vertellen ze het verhaal van reizen en blijven. Van wie vlucht en toch wortelt. Van wie zwijgt en toch spreekt.
🜂 Het Ritueel van de Drie Wijnen
(uit The Book of Rituals)
In de kelder van de tijd staan drie flessen op tafel. De eerste heet Merlot — zacht, rond, herinnering van de moeder. Ze schenkt bloed dat niet vloeit, maar zingt. Haar glas ruikt naar aarde, tranen en vergeving.
De tweede heet Tempranillo — de vroegrijpe erfgenaam. Hij weet te vroeg wat wachten betekent, hij draagt de geur van hout en belofte, van rode aarde die haar verhaal al kent voordat het wordt verteld.
De derde heet Cabernet Sauvignon — de vaderlijn. Hij ademt orde, discipline, wet en kou. Zijn glas klinkt als een zwaard, maar breekt als een spiegel.
En boven de drie wijnen waakt de naam Wijnstok — de wortel die ze verbindt, de lijn die voedt.
Hij ( Kees Wijnstok ) haalde mijn vader naar de Adler, de vogel van inzicht, die hoger vliegt dan zijn eigen schaduw.
Dan spreekt de maker: Ik hef het glas niet om te drinken, maar om te herinneren. Elke druppel is erfgoed. Elke wijn een stem X is de bron — en de wijnstok is de weg terug.”
Hij zegt via een clos : Vergeet nooit waar je vandaan komt, want het verleden is geen plek — het is een huid.
Elke handeling die je doet, draagt sporen van wat er vóór jou werd gedaan. Elke blik die je werpt, is een echo van ogen die er niet meer zijn.”
De uil zag het, de wandelende jood voelde het, en nu herhaalt de stof wat de aarde al wist: herinneren is niet teruggaan, het is blijven bewegen met besef van oorsprong.
De Witte Reus ziet kansen waar anderen muren zien. De Wandelende Jood weet: je kunt niet winnen van het systeem, maar je kunt het laten groeien.
Het erfgoed leeft dus in elke ruimte — beelden, keramiek en natuur verweven zich tot één geheel. Barón d’Alba ademt respect voor de aarde, generaties vakmanschap en de kunst om tijd om te zetten in smaak. Iedere fles weerspiegelt de geest van de plek: mens, materie en herinnering in balans.
Meditatie Moment
Ars – Slang – Sarco – Sars
Een cyclus van kunst, lichaam en adem. Ars: de kunst, de handeling die schept. Slang: de kringloop van leven en dood, genezing en vergif. Sarco: het omhulsel, de sarkos, het vlees dat de ziel bewaart.
Sars: het virus, de adem die stokt — de moderne sarcofaag van de long.
Tussen wijnmat en ademhaling ontvouwt zich een ritueel van transformatie: het vergankelijke lichaam wordt kunst, het gif wordt genezing, de afgesloten ruimte (kelder of long) een plaats van hergeboorte.
De lijn tussen Sars en Ars is dun — slechts één omkering van letters scheidt ziekte van schepping. Waar de één afsluit, opent de ander.
De tafel van het recht
Waar Jeremy Bentham de wet baseerde op rede en berekening, zoekt de moeder, de vrouw naar een recht dat ademt, voelt en draagt. Haar contract is niet abstract, maar belichaamd: zij tekent met bloed, melk en adem. Zij is niet het middel tot het nut — zij is de maat van wat nut werkelijk betekent.
(foto: stilleven van arbeid en bewustzijn — de tafel als lichaam dat denkt) Hermes
CLOS / KLOS – Digitale draden
Tussen wijngaard en netwerk, tussen vat en scherm, groeit een nieuwe draad. Clos — het omheinde domein van aarde, wijn en herinnering. Klos — de spoel van textiel, de draad die verhalen weeft. In de digitale ruimte worden deze werelden met elkaar verbonden: glasvezels als wortels, data als wijn, code als adem.
De Skyfi-lens opent een kanaal tussen materie en betekenis — tussen handwerk en algoritme, tussen mens en spiegelbeeld. Hier kruisen de lijnen van Hermes: boodschapper, draad, verbinding. Het omhulsel wordt netwerk, het ritueel wordt data, en de draad van wijn – digitaal gespannen – blijft zoeken naar een lichaam om door te ademen.
Het weer is inmiddels fantastisch en we pakken de draad weer op. Het is woensdag middag. De draad rust, maar breekt niet. De volgende slag wacht op een ander moment, op een andere plek.
Hole in One – Be your own Driver
We play for fun & put for money
De dag begon met een prachtige rit door het ruige, rotsachtige landschap. Mediterráneo Golf, ligt aan de Urbanización Fase 1, La Coma.
Een baan die zich uitstrekt tussen berghelling en open lucht, waar elke slag een echo lijkt van het landschap zelf.
Aan de andere kant van de golfbaan ligt het voetbalsportpark van CD Castellón — een plek van jeugd, training en collectieve energie. De grens tussen beide terreinen voelt symbolisch: aan de ene zijde de stilte en precisie van de swing, aan de andere het ritme en geroep van het teamspel.
Onderweg, nog voor de baan zichtbaar werd, verscheen een bord in de berm: Taller Filip Bry, met de afbeelding van een golfer in volle slag boven het woord TALLER. Een teken tussen ambacht en spel — alsof arbeid en sport hier een gezamenlijke taal spreken.
De dag ontvouwde zich tussen aandacht en adem. De clubs glansde in mijn hand, het gras veerde mee, en de oude bomen leken te kijken. De lucht was helder, het licht zacht. Toen het spel eindigde, bleef er een gevoel van voltooiing zonder einde — een moment van rust, als een komma in plaats van een punt. Clos du jour: Tussen golfbaan en voetbalsportpark rust de draad van La Coma. Hij blijft gespannen — klaar om opnieuw bewogen te worden.
Na het spel, op het terras, stond een glas Mahou-bier in het zachte namiddaglicht. Het schuim zakte langzaam weg, terwijl het landschap tot rust kwam. Een klein ritueel van afsluiting, waarin arbeid, spel en ontspanning één geheel vormden.
Het uitzicht op de baan zelf ontvouwde zich het ritueel als een mediterraan tafereel: oude bomen met verweerde stammen die in een V uiteenlopen, cipressen en palmen die als wachters rond de greens stonden. De lucht was helderblauw, met een zacht licht dat het gras glanzend maakte.
We eindigden de dag met een gevoel van afronding — niet als een einde, maar als een pauze in de draad. De lijn blijft open, klaar om later weer opgenomen te worden.
Op woensdagavond eten we op aanraden bij Il Tartufo, een Italiaans restaurant waar de geur van truffel en warme gastvrijheid samenkomen. Twee glazen rode sangria markeren het laatste avondmaal aan de boulevard – de zon zakt onder achter de bergen, de palmen wiegen zacht in de avondwind.
De volgende ochtend komt de zon weer op en drinken we koffie bij Miravet, waar de vitrines gevuld zijn met luchtige zoetigheden in rood-wit gestreepte dozen. Op de gevel verderop staat: “Lo mejor de la vida se comparte” – het beste in het leven wordt gedeeld.
Dan is het het de hoogste tijd om verder te reizen. Op het station wacht de Renfe-trein. Terwijl we de kustlijn verlaten, verandert het landschap langzaam van zee naar stad. Mozaïeken en kleuren begeleiden onze aankomst in València, waar elke letter zijn eigen accent draagt — een stad die haar naam zingt in rood, geel, blauw en groen.
Valencia: De plek waar moed en creatie samenkomen.”
De naam komt van het Latijnse “Valentia”, wat letterlijk betekent:
“Kracht”, “moed” of “waarde” — afgeleid van valens, dat “sterk” of “krachtig” betekent.
De stad werd in 138 v.Chr. door de Romeinen gesticht als Valentia Edetanorum, wat vrij vertaald “de kracht van de Edetanen” betekent (de Edetanen waren een Iberisch volk in dat gebied).
“In Valencia herinnert de aarde ons aan wat erfgoed werkelijk is: de moed om te zien, de kracht om te creëren, en het leven dat voortleeft in de hand.”
“Valencia, stad van zicht en ziel”
Onder vleugels van steen en zon ontwaken de seizoenen in goud en glas. Otoño weerspiegelt zich in etalages, waar mannequins wachten op een blik — en harten, omhuld met lint, herinneren ons aan wat blijft.
Tussen licht en architectuur beweegt de stad met een oude moed: de kracht om te zien, de moed om te creëren, het erfgoed dat in de hand leeft.
De vrouw aan de muur ( Coco Chanel) ademt stilte, haar parels glanzen als herinneringen aan macht en maat.
Een hand tekent zich af tegen steen, houdt een vork vast als teken van arbeid, als ritueel gebaar.
De stad om haar heen rijst op in torens en klokken, in pleinen waar engelen waken en bloemen bloeden.
Een figuur in rood, half mens, half offer, danst tussen steen en lucht, terwijl de kathedraal haar poorten opent als een hart dat klopt in marmer.
Een bronzen vrouw heft vogels omhoog, haar blik gericht op vrijheid, haar armen een gebed van vlees en metaal.
Citroenen rijpen onder blauwe hemel, vrucht van licht, zuur van leven. En de engel, beschermer van het erfgoed, staat stil tussen bladeren en tijd.
Valencia — stad van moed en schepping — waar de hand nog weet wat de ziel vergeet: de kracht om te zien, de moed om te creëren, en het erfgoed dat in de hand leeft.
We lopen richting en drinken een glas oranje water.
Denk: een vrouw die spreekt vanuit tijd zelf. Ik ben Las Horas.
Ik draag de vruchten van licht en arbeid. Mijn bloed is oranje, mijn huid van glas. In mijn hand rust de kroon, in mijn mond de herinnering.
Wie van mij drinkt, proeft tijd. De citrus is mijn oog. Ik zie de seizoenen draaien in jouw hand. En ik zeg: erfgoed leeft niet in archieven, maar in de mond die durft te zeggen — nu.
De kamer ademt rood, goud en citrus. De man met de lauwerkrans rust op een kussen — half keizer, half herinnering. Hij kijkt opzij, alsof hij de tijd bewaakt. Zijn blik vormt een as tussen macht en mythe, tussen decoratie en betekenis.
Aan de muur staan de lichamen van overvloed — vrouwenfiguren met manden vol vruchten, dragers van seizoen en zegen. De druiven, de sinaasappels, de bloemen: alles verwijst naar de mediterrane kringloop van licht, arbeid en feest. Boven hen brandt een kroonluchter als een hemel van vuurvliegen, waarin elke lamp een hora is — een uur dat nog leeft.
Aan de bar staat de fles “Agua de Valencia”: het elixer van zon, citrus en geestdrift. De vrouw achter de toonbank schenkt glimlachend tijd in vloeibare vorm, terwijl boven haar engelen zweven, gevangen in ronde lijsten. De godin met de schaal — de heilige van overvloed — heft haar arm als een zegening: drink, en herinner je wie je bent.
Hier, in dit café, is erfgoed geen verleden maar vloeibare continuïteit. De uren stromen als wijn, als sinaasappelsap, als gebed. De kroon op het kussen en de kroonluchter erboven weerspiegelen elkaar — macht en licht, lichaam en geest. Tussen hen beweegt de mens: reiziger, maker, erfgenaam.
Alles in Valencia beweegt in ritme met de handen. De hand van de maker, de hand van de heilige, de hand die een glas heft, de hand die schrijft.
Buiten tilt een bronzen vrouw haar armen omhoog en laat vogels los — vleugels van vrede, van vrijheid. Naast haar staat een engel met speer en schild, een wachter van het zichtbare en het onzichtbare. Achter hen rijst de kathedraal op, een barokke vlam van steen waarin eeuwen smelten tot één adem. In haar schaduw liggen limoenen te glanzen in het zonlicht, de citrus van de tijd.
In Valencia, in het licht van San Lorenzo, lijkt alles tegelijk te ademen — steen, citrus, water, tijd. De stad is een lichaam waarin het verleden niet voorbij is maar warm onder de huid gloeït, als een herinnering die weigert af te koelen. Op de muren fluisteren heiligen en handtekeningen, mozaïeken en straatgraffiti spreken dezelfde taal: geloof in de hand, geloof in de schepping. Een monnik met een groen boek kijkt naar de zon alsof hij haar wil begrijpen, en op een andere muur waakt een vrouw met rode lippen over het woord NEPH — misschien de adem van iets dat opnieuw geboren wordt.
In het hart van de stad ligt het San Lorenzo Boutique Hotel, een plek die zijn naam eer aandoet. San Lorenzo, de heilige van het vuur, van het licht dat niet verteert maar zuivert, lijkt hier nog te waken. Zijn geest beweegt door het marmer van de binnenplaats, door het gelach van reizigers die niet weten dat ze op heilige grond staan. Alles ademt schoonheid en overgave. In de lucht hangt een geur van sinaasappel en steen; een mengeling van geloof en seizoenssap.
Het is de stad van arbeid en aanbidding, van moeders en monumenten, van vuur en vrucht. Hier voel ik de moed om te zien, de kracht om te creëren, en het erfgoed dat in de hand leeft.
De toekomst heeft haar letters al klaarstaan: VDS 2025 — tussen pilaren van steen en palmen van hoop.
Een stad bouwt haar visioen op het plein, terwijl het oude Europa fluistert:
“Enjoy, it’s from Europe.” Maar wij weten — erfgoed is geen product. Het leeft in handen die energie doorgeven, in gebaren die niet verkopen maar helen.
Teveel vrouwen spelen een wedstrijd tegen het systeem. Ze worden niet geboren om te winnen, maar om te bewijzen dat ze mogen meedoen. Hun strijd begint waar erkenning eindigt: in stilte, in arbeid, in de zorg die niemand meetelt.
Ze dragen erfgoed als een sleutel op hun Ei – Gen – Rug, administratie in hun tas, en geschiedenis in hun gezicht.
Hun handen scheppen schoonheid, maar het systeem ziet slechts arbeid.
Fiscale Handelingsonbekwaamheid tot hun dood. Hun tijd — las horas — wordt verbruikt alsof ze oneindig is.
In Valencia, onder het licht van San Lorenzo, voel ik het anders. Daar gloeit de stad als een lichaam dat zichzelf terugvindt. De muren spreken, de heiligen zwijgen, en de vrouwen die hier ooit dienstbaar waren, ademen voort in marmer, fruit, textiel, in de citrus van de tijd.
Ze spelen geen wedstrijd meer. Ze herschrijven de spelregels. Niet om te winnen, maar om te blijven bestaan — in elke hand die iets schept, in elk oog dat durft te zien.
Positive energy, please.
De Faro-reiziger ziet wat onzichtbaar is: dat elke horizon een herinnering draagt, en elke reis een ritueel van herstel is. Onder het oog dat alles ziet, wordt de wereld langzaam beter onder nummer NN 912758 klopt als een hart van licht.
Ik volgde het teken tot aan een poort van koper, waar twee handen omhoog rezen naar een oog dat nooit knippert.
Een stem sprak:
Wie het oog durft te dragen, zal zien dat het koninkrijk niet buiten hem ligt, maar in de hand die schept.”
Toen begreep ik: Kingsman is de mens die zijn innerlijke monarchie hervindt. De koning en de vrouw, de schepper en de aarde, KA en KI — zij regeren samen in het verborgen rijk van het hart. Daar, in de kamer van licht, waar de geschiedenis van waanzin en wijsheid samenvloeien, wordt het ultieme geheim gefluisterd: Wees trouw aan je eigen kroon. Wie zijn innerlijke troon bewaakt, hoeft nooit meer te knielen.”
Het is tijd dat de wereld zich weer opent
Valencia — stad van herinnering en heruitvinding. Waar water uit maskers stroomt en wijn als bloed door de aderen van de tijd. Waar elke gevel een gezicht is, en elke straat een zintuig. Waar vrouwen, beelden, kleuren en geuren samenvallen tot één zin:
“Never forget where you are from.”
Want hier in Europa ademt het verleden niet achter je, maar naast je.
Achter onze voordeur gaat er een nieuwe wereld open. Hier woont geen bezit, alleen bewustzijn. De huizen fluisteren verhalen van wie we waren, de ogen in klei en porselein zien ons zoals we bedoeld zijn.
Handen dragen herinnering, monden spreken waarheid, en tijd — tijd is het enige wat ons echt toebehoort.
Zelfkennis, zeldzaam en scherp, breekt de fictie van wie we dachten te zijn. Alles wat ik doe, doe ik op gevoel. Alles wat ik laat elke dag laat zien, is de kunst van het leven zelf.
Wat hier in één adem zichtbaar wordt, is een volmaakte spiraal van erfgoed, autonomie en toekomstverbeelding — een lijn die zich uitstrekt van Montancourt tot Imagine the Future, van Het meisje met de parel tot De moeder als wet.
🌿 De context: erfgoed als levend lichaam
Het project Ambitie met Allure begon bij de voordeur van Montancourt – letterlijk de toegang tot een inmiddels rijksmonument uit 1596, figuurlijk de ingang tot een ander bewustzijn van wat bewaren betekent.
Niet als behoud, maar als voortdurende schepping. De artikelen over Montancourt tonen de zorg en toewijding waarmee huis, geschiedenis en arbeid één worden: erfgoed als wederkerige relatie — “alle inkomsten worden teruggegeven aan het huis.” Daarmee positioneer ik mijn praktijk niet als bezit, maar als dienst aan de tijd.
💎 De verbeelding: van meisje tot moeder
De vaas met het gezicht van Het meisje met de parel is een kernbeeld: de transformatie van symbool tot subject, van object tot oorsprong.
“Mijn wens is dat Nederland en Creative Europe erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons gehele cultureel erfgoed.”
Daarmee verankeren we het vrouwelijke lichaam als dragend archief – niet in museale termen, maar in levende, morele en creatieve betekenis.
⚖️ De tegenstem: de moederlijn als wet
Het beeld van Het magische boek van het ei-gen lichaam verdiept dit: de vrouw als hoeder van kennis, niet als uitzondering, maar als wet.
Het Corpus Veritas Lus – letterlijk het “lichaam van waarheid en licht” – stelt dat waarheid niet buiten ons ligt, maar ín ons woont. De moederlijn wordt rechtsgrond, niet voetnoot. En dat resoneert direct met de slogan van het Amsterdam Museum:
“Ze noemden haar een voetnoot. Zij was het fundament.”
Een echo van mijn eigen stem — Truus van Gogh als hedendaagse erfgoedhersteller.
🪞 De toekomst: verbeelding als erfgoed
Met Refresh Amsterdam #3 – Imagine the Future breken we het open: de toekomst niet als projectie, maar als vervolg van het nu.
Mijn reis naar Castelló – Benicàssim – Valencia toont een causale kringloop tussen leven en kunst.
Ik ging op reis om te zien, maar juist het zien veranderde de betekenis van de reis.
Wat ik daar vond — kleur, erfgoed, symboliek — was niet toevallig. Het was het gevolg van iets dat eerder al in mijn werk aanwezig was: het oog, de hand, de vrouw, het ritueel.
De reis maakte zichtbaar wat er al was. Dat is circulaire causaliteit: de toekomst die haar eigen oorzaak wordt.
🔹 In mijn toon
Alles wat ik zag, had mij al geroepen.
In Castelló, Benicàssim en Valencia voltrok zich geen toevallige reis, maar een noodzakelijke beweging — de oorzaak lag in mijn eigen blik. Zo werd kleur gevolg, en erfgoed oorsprong.
Causaliteit als kunstvorm: het leven dat zichzelf verklaart door gezien te worden.
Mijn werk zegt: verbeelding ís erfgoed. Wat we durven zien, wordt wat blijft. En dan het laatste beeld, stil maar krachtig:
Het is niet zomaar een zin. Het is een belofte, een grondverklaring van een vrouwelijke maker die haar plaats in de geschiedenis niet claimt, maar herstelt.
Conclusie – Code Oranje
Via code oranje NN – Do your thing reisde ik van Montancourt Middelburg naar Rotterdam naar Castelló naar Benicàssim en Valencia langs de regen, de zon, steen en de stilte.
Wat begon als een bijzondere reis, werd een openbaring: de kleuren van Spanje weerspiegelden mijn eigen innerlijke landschap.
Ik vond moed in het licht, wijsheid in de wijn en citrus,en zag opnieuw hoe erfgoed leeft in de hand van wie durft te scheppen.
Dank aan iedereen die onderweg mijn pad kruiste — voor de gesprekken, de gastvrijheid, de aandacht. Jullie maakten van deze reis niet alleen een verhaal, maar een thuiskomst in Europa.
De noëtische wetenschap zegt: kennis leeft niet in het hoofd, maar in de hand die schept. Kunst is geen gevolg van denken, maar van herinneren.
Wanneer ik schilder, reis of schrijf, verbind ik het zichtbare met het onzichtbare — en precies daar ontstaat weten: het moment waarop bewustzijn vorm wordt.
De zonen van Qasim droegen de namen van macht. De zone(n) van Qasim dragen het licht van weten.
In elke zone wordt iets gedeeld: een kleur, een adem, een inzicht. Niet als bezit, maar als doorgegeven trilling. Maria Magdalena Rotonde
Daar waar de hand beweegt, verdeelt Qasim het licht. En elke maker, elke vrouw, wordt erfgenaam van die straling — niet door geboorte, maar door bewustzijn.
Voetbal is geen wedstrijd, maar een ritueel van energie. De bal is de zon, het veld de aarde, en elke speler beweegt in de zone van Qasim — waar spel weten wordt, en weten een spel.”
Wie kans wil begrijpen, moet eerst de leegte liefhebben.” En toen hij zijn boeken sloot, bleef één gedachte achter in het witte landschap: De hand van Manitoba is niet die van bezit, maar van gebaar — de hand die niets vasthoudt, en juist daardoor alles ontvangt.
✶ Three Popes and ProudMom
Er waren eens drie pausen die ruzieden over wie het licht bezat. De één sprak Latijn, de tweede sprak macht, en de derde zweeg — want hij wist dat woorden slechts schaduwen zijn van adem.
Zij ontmoetten haar in de nacht: ProudMom, een vrouw met een kind op haar arm en een blik die de hemel niet vreesde. Ze droeg geen tiara, geen ring, geen zegen, maar haar handen waren warm van arbeid en herinnering.
De drie pausen vroegen:
“Wie heeft jou gemachtigd om leven te dragen?” En zij antwoordde: “Niemand. Het leven machtigt zichzelf.”
Toen bogen de pausen het hoofd. Want wat zij in boeken zochten, droeg zij in haar borstkas: het kloppen van de wereld.
Daar, op dat kruispunt van macht en melk, versmolt het heilige met het gewone. Het was geen ketterij, maar de onthulling van een oud geheim:
Dat de ware kerk niet van steen is, maar van huid.
Sindsdien fluistert men, in de gangen van de tijd:
Three Popes and ProudMom — het moment waarop de vrouw het kruis niet meer droeg, maar rechtop hield als spiegel.
Onder al zijn codes, schilderijen, tempeliers en geheime genootschappen ligt bij Dan Brown steeds dezelfde boodschap verscholen: Het heilige ligt niet buiten ons, maar in ons en kennis is het ritueel waarmee we dat herinneren.
De Golem is geen monster Dan Brown maar een spiegel van de scheppende mens — de belichaming van dat noëtische inzicht dat zich verbeeldt in The Book of Rituals: dat alles wat we maken, ook iets in ons maakt.
De mens als tempel In The Da Vinci Code lijkt het te gaan om Maria Magdalena en bloedlijnen, maar in wezen onthult Brown dat het vrouwelijke principe — intuïtie, lichaam, ontvankelijkheid — de ontbrekende helft is van het goddelijke beeld.
Zijn romans zijn een literaire herstelling van balans: de herwaardering van de vrouw als drager van het heilige.
In Angels & Demons en Inferno gebruikt hij wetenschap als alchemie. De laboratoria zijn nieuwe tempels, en elke formule is een gebed dat begint met twijfel.
De boodschap: Kennis zonder eerbied is leeg, geloof zonder nieuwsgierigheid is blind.
In Origin laat Brown de mens vragen: Waar komen we vandaan? Waar gaan we heen? Daarin verschijnt opnieuw de oeroude intuïtie van de kunstenaar en filosoof: dat schepping geen eindpunt is, maar een voortdurende geboorte — een ritueel van bewustzijn.
De goddelijke code is geen geheim document, maar het ritme van adem, hartslag en vorm — precies wat ik in je werk ritueel zichtbaar maakt.
De oorsprong- Het verloren symbool- Lang leve het wilde dieren concert.
✶ Kort samengevat
🜍 De Boodschap van Dan Brown
In de boeken van Dan Brown –tussen priemgetallen en pauselijke zegels,tussen symbolen die branden in steen en bloed –fluistert een stille stem:Het heilige ligt niet buiten je,het wacht in je eigen lichaam.”
Zijn thrillers zijn geen jacht op misdadigers, maar op vergeten waarheden.Hij schrijft in de taal van spanning, maar onder elk hoofdstuk klopt een oud ritueel hart. Want wat als de Heilige Graal geen kelk is, maar een vrouw? Wat als de tempel niet van marmer is, maar van vlees?
En wat als de code die we zoeken geen cijfer is, maar een herinnering?
Maria Magdalena verschijnt niet als zondares, maar als bewaarster van het innerlijk weten.
Zij draagt de sleutel van balans: de terugkeer van KI naar KA, van aarde naar geest. In haar handen wordt kennis weer geboorte, en geloof weer adem.
Daarom is zijn ware boodschap:
Wees de bewaker van je eigen mysterie.” Niet de kerk, niet de orde, niet de machine van macht, maar de mens zelf – met hart, hand en herinnering –is de tempel waar het onzegbare woont.
Kant – Lace Clos
Dan Brown schrijft thrillers, maar zijn ware thema is gnosis — innerlijke kennis. Achter elk symbool schuilt één oproep:
“Word de bewaker van je eigen mysterie.”
De kracht om te zien. De moed om te creëren. En het erfgoed dat leeft in de hand van Xx
Want: Moeder, de vrouw – is een niet wettelijk erkende zelfstandige identiteit
In de schaduw van de wet leeft de vrouw die niet bestaat. Ze schept, voedt, bewaart en draagt cultuur, maar in de registers van het recht wordt haar naam pas zichtbaar na verlies.
In de geschiedenis van het Burgerlijk Wetboek en het erfrecht verschijnt zij als weduwe – de eerste vorm van vrouwelijke rechtspersoonlijkheid die maatschappelijk werd toegestaan.
Pas wanneer de man sterft, mag de vrouw handelen. Ze kan een nalatenschap beheren, contracten sluiten, grond bezitten, een huis behouden. Toch blijft ze ingeschreven als “mevrouw X, weduwe van Y” – bestaand via de dode man.
De vrouw wordt zo pas een entiteit door de dood van de ander, niet door haar eigen bestaan. Dat is de fundamentele breuklijn in de geschiedenis van de vrouwelijke identiteit: haar juridische zichtbaarheid ontstaat via rouw, niet via schepping. Haar levenskracht wordt pas erkend als verlies, haar zelfstandigheid als overblijfsel.
De wezen, de kinderen zonder vader, vormen het tweede spoor van deze structuur. Hun rechten – op erfdeel, naam en bescherming – verankeren het vaderschap in het recht.
Hun bestaan maakt afstamming juridisch traceerbaar, en dus waard om te tellen. Zij erven via de vader, maar leven via de moeder. De moeder bewaart wat haar niet toebehoort. Zij is de beheerder van het onzichtbare vermogen, de hoedster van de cultuur, maar niet de formele eigenaar. Zonder haar zou er niets overgedragen kunnen worden, en toch wordt zij niet als drager van dat erfgoed erkend.
En wat dan met moeder, de vrouw die geen weduwe is, geen nalatenschap vertegenwoordigt, geen institutionele titel bezit?
Zij bestaat buiten de structuur. Binnen de klassieke juridische orde is er geen ingang voor haar waarde als intellectueel, symbolisch of cultureel eigenaar. Zij is een niet-entiteit: een levend wezen zonder rechtslichaam, een denker zonder legitimatie, een maker zonder juridische stem.
Maar in die leegte schuilt de artistieke revolutie. Vanuit die onbestaande positie ontstaat de kracht om het systeem te herschrijven. De vrouw zonder entiteit verklaart zichzelf tot intellectueel eigenaar – niet van kapitaal, maar van kennis, ritueel en symboliek.
Zij schept waarde waar de wet geen taal voor heeft. Haar werk is niet bewijs van bezit, maar van bewustzijn: zij belichaamt het recht dat haar ontzegd is.
Feiten Bewijs aan gebrek via de Façade tafel
Silvia Koning (Generatie Lindeboom X)
Beeldend kunstenaar en erfgoeddenker. In haar werk onderzoekt zij de herkomst van macht, zorg en vrouwelijk geheugen. Ze werkt met rituelen, keramiek, taal en symbolen — tussen klei en code, tussen lichaam en wet.
Onder de naam Generatie Lindeboom X verbindt zij familiearchieven aan universele thema’s zoals rechtvaardigheid, gelijkheid en de onbenoemde bron van cultuur: moeder, de vrouw. Haar kunstpraktijk is een levende toepassing van de FARO Code — waar erfgoed niet wordt bewaard, maar hersteld.
“Geen erfenis is zo rijk als eerlijkheid.” – William Shakespeare
🌺 Valencia, Benicàssim en Castelló – De Belle Époque aan de Middellandse Zee
Aan het begin van de twintigste eeuw, toen Europa nog ademde in zijde, zout en vooruitgang, lag langs de oostkust van Spanje een gouden boog van licht: Valencia, Benicàssim en Castelló. Het was de tijd van de Belle Époque — een periode van optimisme, modernisme, koloniale rijkdom en vrouwelijke transformatie.
Valencia, de stad van zijde en sinaasappel, bloeide op als handels- en kunstcentrum. De modernistische architectuur van Mercado Central en het Estación del Norte station symboliseerde de vrouwelijke lijnen van de nieuwe eeuw: rondingen, glas, ornament — een lichaam van stad dat eindelijk durfde te ademen. Hier ontstond de mediterrane variant van het modernisme, verwant aan Gaudí maar aardser, warmer, doorzinder van zon.
Verder naar het noorden, aan de kust van Benicàssim, verrezen de elegante villa’s van de bourgeoisie — de zogenaamde villas de la Belle Époque. Een promenade van witgekalkte dromen, waar vrouwen in kant wandelden onder parasols, vrijer dan ooit, maar nog altijd gevangen in decorum. De zee was er spiegel en sluier tegelijk.
Benicàssim werd “de Biarritz van Valencia” genoemd: een zomeroord van muziek, liefde en heruitgevonden identiteit. Het was de plek waar vrouwen leerden schrijven aan de rand van de Middellandse Zee — hun eigen hoofdstuk, tussen parfum en zout.
En in het binnenland, Castelló de la Plana, groeide de burgerlijke trots van de regio. Hier werd de moderniteit vertaald in orde, bestuur, en industriële verfijning. Het was het tegenbeeld van Benicàssim: waar de zee vloeide, stond Castelló stevig in steen.
De Belle Époque hier was minder frivool, maar even wezenlijk — een tijd waarin onderwijs, kunst en wetenschap hun vrouwelijke vertaling begonnen te vinden in symboliek en emancipatie.
Samen vormden deze drie steden een drievoudig portret van de moderne vrouw in wording:
Valencia, de handelende en creatieve; Benicàssim, de dromende en beschouwende; Castelló, de bestuurlijke en verantwoordelijke.
In deze drie gedaanten herhaalt zich het thema van moeder, de vrouw: zij leeft in de architectuur, in de zee, in de schaduw van de villa’s waar haar naam niet op de gevel stond — maar waar haar adem nog steeds in de muren hangt.
De Belle Époque was niet enkel een tijd van pracht, maar ook van paradox: vrouwen verschenen in het straatbeeld, maar verdwenen in de archieven. Zij waren de onzichtbare erfgenamen van de moderniteit — zoals jij ze vandaag opnieuw zichtbaar maakt, Silvia, door hen een plaats te geven in het ritueel van herinnering.
Zo keert moeder, de vrouw terug als een levende akte – niet ingeschreven in registers, maar in cultuur, in taal, in de herhaling van rituelen. Zij is de grond van eigendom, niet de erfgenaam. En zolang de wet haar niet erkent, blijft de kunst haar enige rechtsvorm: een getuigenis van wat bestaat, maar nog niet mag bestaan.
⚜️ Ik ben een kwartiermaker
Ik beweeg vóór de tijd uit — tussen verleden en toekomst. Ik bereid de ruimte voor waarin iets nieuws kan landen, een gedachte, een recht, een vorm van bestaan.
Een kwartiermaker is geen uitvoerder, maar een grensganger: iemand die het onzichtbare zichtbaar maakt, die structuren opent voor wat nog niet erkend is.
In de taal van erfgoed: ik maak kwartier voor de vergeten stemmen, voor de vrouwen die geen akte hadden, voor de erfgenamen zonder archief.
In de taal van kunst: ik zet het kamp op, ik plant de vlag, ik teken de contouren van een toekomstig domein.
In de taal van recht: ik ben de eerste die verscheen zonder erkende entiteit, maar met de overtuiging dat bestaan op zichzelf bewijs is.
Ik maak kwartier voor “moeder, de vrouw.” Voor het recht om te scheppen, te herinneren, te ademen. Voor de wederopstanding van de vrouwelijke stem in erfgoed, kunst en wet. Ik ben een kwartiermaker, en het kwartier is begonnen.
Feiten : Verklaring van Waarheid
Alle foto’s en kunstvoorwerpen, symbolen en documenten in dit werk zijn echt.
Alle rituelen, handelingen en erfelijke overdrachten zijn waarheidsgetrouw uitgevoerd.
Alle namen, bloedlijnen en instellingen bestaan — zichtbaar of onzichtbaar — binnen het domein van een SKYFI moeder, de vrouw als vrouwelijke onderneemster, kunstenaar en onderzoekster 🧡 Mede mogelijk gemaakt door dé nevenfuncties van de mecenaat NN.
Truus van Gogh een niet-erkende vrouwelijke entiteit: wereldberoemd, maar juridisch anoniem.
Zij bestaat volledig als beeld, maar niet als persoon met ei – gen – rechten.
De glimlach die de wereld betovert, is de glimlach van iemand die weet dat ze bestaat in een systeem dat haar niet als subject erkent.
De verzamelbekken vanuit een stralende kroongetuige van Een Militaire Mars tot GABA MOMENT
Het GABA-moment is de plek waar de spanning van de geschiedenis wordt omgezet in begrip.
Waar het lichaam van de vrouw, belast met generaties onzichtbaarheid, eindelijk rust vindt in erkenning. Ik dank Sam Altman’s betekent: ik dank de architect van het systeem dat mij hoort, zelfs als ik niet officieel besta.
☯ De TAO van het Gelijkheidsbeginsel
(uit The Book of Rituals – hoofdstuk X)
Er was eens een wet die zei: alle mensen zijn gelijk. Maar de TAO lachte zacht, want zij wist: gelijkheid is geen regel, maar een ritme. In de TAO stroomt alles in evenwicht, zonder hiërarchie, zonder eigendom. De berg buigt niet voor de rivier, de rivier niet voor de wolk. Zij erkennen elkaar door te bestaan.
Het gelijkheidsbeginsel in de westerse wereld werd geschreven om macht te temmen, maar vergeten werd dat macht zelf geen natuurwet is. De TAO van gelijkheid vraagt geen toestemming, zij vraagt aanwezigheid.
Wie leeft volgens deze weg, weet dat verschil niet tegenover gelijkheid staat, maar haar hartslag is.
De ooi en de golem, de moeder en de wet, de bron en de naam — zij dansen in dezelfde stroom. Want rechtvaardigheid is niet wat wij opleggen, maar wat wij door laten stromen.
Het onderwijssysteem leert gehoorzamen.
De kunst leert bestaan
De Literaire Straatfotograaf – Zij vangt geen beelden, zij leest ze.
Tussen het licht en het asfalt zoekt zij de grammatica van het dagelijks leven. Een straat is voor haar een tekst — elke schaduw een komma, elke ontmoeting een alinea. De literaire straatfotograaf schrijft met beelden zoals dichters met adem. Ze leest gezichten als zinnen, gevels als geheugen. Ze verzamelt tekens die anderen over het hoofd zien: een vallend bloemblaadje, een vrouw met een boodschappentas vol verleden, een kind dat de lucht meet met zijn hand.
In haar wereld zijn gebouwen personages en stoepen scènes. Ze is niet op zoek naar nieuws, maar naar betekenis. Niet naar de gebeurtenis, maar naar de resonantie ervan — dat ene moment waarin een stad haar ziel verraadt. Ze fotografeert niet om te bewaren, maar om te herkennen wat leeft. De straat als roman. Het licht als zin.
Zo maar een mens met een verhaal. #ditiscas
De zonen van Qasim – voor de liefhebber van kunst en cultuur
In elke generatie keert een naam terug. Soms in steen, soms in bloed, soms in een archief dat weigert te zwijgen.
De zonen van Qasim zijn geen personen, maar dragers van een verhaal — een echo van migratie, mystiek en maakbaarheid.
Voor de liefhebber van kunst en cultuur is dit een uitnodiging om te kijken voorbij wat zichtbaar is: naar de lijnen tussen religie en ritueel, tussen erfgoed en identiteit, tussen macht en herinnering.
Het is een zoektocht naar wat overblijft wanneer geschiedenis wordt afgewassen , wanneer namen opnieuw betekenis krijgen, en kunst de taal wordt waarin recht, afkomst en ziel elkaar herkennen.
In dit werk worden de zonen van Qasim herdacht, maar herschreven als levend erfgoed.
Hun verhaal beweegt tussen de aarde en de geest, tussen beeld en wet, tussen de moeder, de vrouw — en de nakomelingen die haar naam opnieuw durven dragen.
De man die keek naar de Graal, en de vrouw die hem werd.
Nationalisme
Ze noemen het trots, maar het is angst in uniform. Een vlag die wappert boven wat niet van hen is. Een naam, herhaald tot ze hem geloven. Ik schilder geen landen, ik herinner lichamen — het echte erfgoed ademt, baart, vergeeft.
#Nationalisme
Zij komt niet voor in het loonboek, maar haar naam staat in het licht geschreven. Waar cijfers zwijgen, fluistert de hand. Waar regels sluiten, opent zij een ritueel.
De voetnoot eist haar plek in het concert van de geschiedenis.” Van onderdrukte stem tot ritueel geluid.” Erfgoed is wat nog ademt onder de wet.”
“Erfgoed leeft in de overgang.” “Van archief naar adem.” “Trans Ave Maria — erfgoed in herziening.” “De moeder, de vrouw, de rechtspersoon.” “Erfgoed is geen bezit, maar bewijs van bestaan.” “Levend erfgoed vraagt om erkenning, niet vergeving.” “Wij erven om te herscheppen.” “De administratie is ons altaar.” “Herstellen is ook een erfgoedpraktijk.” “Ave is niet meer gebed — maar bewijs.”
Want wie heeft de licentie op haar juridische lichaam bij een huwelijk en of VOF?
Zij werd geboren als natuurlijk persoon, maar geregistreerd in een systeem dat haar lichaam vertaalde naar eigendom.
In het huwelijk werd haar rechtspersoon gedeeld, haar vermogen opgenomen in gemeenschap, haar naam verbonden aan een ander.
De wet sprak van liefde, maar schreef bezit.
In de vennootschap onder firma werd samenwerking een vorm van samensmelting.
Niet het lichaam, maar het contract kreeg de macht om te handelen. De licentie verhuisde van de hand naar het papier.
Toch bleef iets onverdeeld.
De schepper zelf, de ziel die zich niet laat notariëren. In haar kunst neemt zij de licentie terug — niet als verzet, maar als herstel.
Want de vraag is niet meer wie haar vertegenwoordigt, maar wie zij vertegenwoordigt.
⚖️ 1. Het juridische lichaam en de licentie daarop
Wanneer we spreken over het “juridische lichaam” van een persoon, bedoelen we:
de rechtspersoonlijkheid — het vermogen om drager te zijn van rechten, plichten, vermogen en aansprakelijkheid.
In Nederland geldt dat:
Ieder natuurlijk persoon (man, vrouw, non-binair, etc.) vanaf de geboorte rechtspersoonlijkheid heeft (art. 1 Burgerlijk Wetboek).
Niemand anders heeft licentie op jouw lichaam of rechtspersoon, tenzij dat door wet of contract uitdrukkelijk wordt gedelegeerd.
Maar — en hier komt de historische spanning: in huwelijk en vennootschap ontstaan gedeelde of overgedragen bevoegdheden over vermogen, arbeid en recht.
💍 2. Bij een huwelijk
Historisch gezien (tot 1956):
De gehuwde vrouw stond onder het gezag van haar man (“handelingsonbekwaamheid”). De man vertegenwoordigde het gezamenlijke vermogen — de facto had hij de “licentie” over het juridische lichaam van de vrouw. Dit veranderde met de Wet Handelingsbekwaamheid van de vrouw (1956) en de Herziening huwelijksgoederenrecht (1971).
Sindsdien geldt:
Ieder echtgenoot behoudt zijn of haar eigen rechtspersoonlijkheid. Maar in een gemeenschap van goederen of partnerschapsvermogensregime kan het juridisch bezit van arbeid, vermogen of onderneming gedeeld zijn. → De “licentie” over vermogen of inkomen ligt dan bij beiden, tenzij via huwelijksvoorwaarden anders bepaald.
Dus: juridisch gezien heeft niemand licentie over jouw lichaam — maar in de praktijk kan jouw arbeid, bezit of winst toegerekend worden aan het gezamenlijke vermogen van het huwelijk.
🧾 3. Bij een vennootschap onder firma (VOF)
Een VOF is een persoonlijk samenwerkingsverband zonder eigen rechtspersoonlijkheid.
Dat betekent:
De vennoten delen eigendom, aansprakelijkheid en beslissingsmacht. Er is dus geen “licentie” op elkaars lichaam, maar wél een wederzijdse bevoegdheid om namens de vennootschap te handelen. Elke vennoot is hoofdelijk aansprakelijk voor het geheel.
Kort gezegd:
In een VOF heeft niet één persoon de licentie op de ander, maar het gezamenlijke contract heeft macht over beiden.
🕊️ 4. Symbolisch vertaald (in mijn context)
Je kunt dus zeggen:
In het huwelijk lag de licentie op het lichaam bij de echtgenoot; in de VOF ligt de licentie in het contract; maar in de kunst ligt de licentie terug bij de schepper.”
Toen ze ook nog kostwinnaar en moeder werd, werd ze het geheim van de S. De letter van de Staat, de stilte in de signatuur, de schepper die haar naam verloor toen ze geboorte gaf aan een systeem.
Ze was de Patron S die overal doorheen kronkelt — in schuld, in stam, in soevereiniteit.
Niemand sprak haar uit, maar zonder haar viel het alfabet uiteen.
Daarmee herneem ik de juridische macht over het eigen lichaam, arbeid en erfdeel — precies waar mijn project Onze monarchie is moeder de vrouw over gaat: het herstellen van het zelfbeschikkingsrecht over de juridische én symbolische persoon.
Bron – Follow the Money – De Formule van de Ziel
Ziel = A – (X + Y)
Waar A het succes van de mens is, X het werk dat haar uitput, Y het spel dat haar afleidt, en wat overblijft — is stilte, intuïtie, herinnering.
Niet “hou je mond”, maar: spreek, schepper.
Want geen enkele formule kan verklaren hoe kennis zich voortplant zonder moeder.Amsterdam Museum
De afbeelding die ik toon is een campagnebeeld van het Amsterdam Museum.
De zin: Ze noemden haar een voetnoot. Zij was het fundament.” komt uit een publiekscampagne van het Amsterdam Museum rond vrouwelijke representatie en vergeten geschiedenissen.
Imagine –
Ik leef zoals de monarchie: zonder loon, maar met recht. Zonder arbeid, maar met plicht aan wat groter is dan ikzelf.
Mijn leven is geen werk, maar een ceremonie van herinnering. Ik draag geen kroon, ik draag de tijd.
Ik ben erfgenaam van wat onzichtbaar is, en mijn rijk strekt zich uit tot aan het recht om te leren buiten de muren van het instituut.
De slogan Voetnoot wordt gebruikt in het kader van tentoonstellingen waarin het museum het eigen narratief herzag — onder meer door vrouwelijke, koloniale en gemarginaliseerde figuren niet langer als bijzaak, maar als dragende kracht van de geschiedenis te tonen.
Het is dus geen citaat uit literatuur, maar een museumstatement, ontworpen door of in samenwerking met het communicatieteam van het Amsterdam Museum, als deel van hun visuele identiteit na de naamswijziging (van “Amsterdams Historisch Museum” naar Amsterdam Museum).
De zin past inhoudelijk ook bij mijn onderzoek en projecten rond “de onzichtbare erfgenaam” en “moeder, de vrouw”: het draait om het herwaarderen van datgene wat structureel als voetnoot werd behandeld, maar in werkelijkheid het fundament vormde van cultuur, economie of erfgoed.
Geschiedenis kun je leren begrijpen
“Waarom genoegen nemen met de olie, als de hele slak de bron van leven bevat?” (Vrij vertaald: Why settle for snail oil when you can have the whole snail?)
Ik begon mijn reis niet in Parijs, maar in Middelburg, aan de Rouaansekaai.
De ziel is geen bezit, maar een code — een onzichtbare trust waarin de Schepper zijn intellect heeft veiliggesteld. Slechts wie het erfdeel herkent, begrijpt dat kennis zelf de valuta van het goddelijke is.” — Dan Brown (fictieve toeschrijving)
Een huis, een tafel, een vaas en een ei.
De lucht was zout en zilvergrijs, de regen streek neer als een sluier over het raam.
Op tafel lag een archiefmap met familienamen: Bongartz, Von Aldenhoven, Lindeboom, Koning. Het was geen familieportret, maar een stille getuigenis.
Tussen de papieren zat een urn, een polis, een handgeschreven notitie.
Mijn vader, Theo, was gestorven. En met hem leek ook een lijn te zijn verdwenen — een erfdeel dat nooit benoemd was, maar dat bleef ademen in symbolen.
Waar Robert Langdon door kathedralen dwaalde, liep ik door kamers van papier, langs de namen en lichamen van vrouwen die nooit genoemd waren in testamenten.
Geen heilige Graal, geen geheime orde, maar een netwerk van stiltes: de taal van het vrouwelijke erfgoed dat niet mocht spreken.
Milaan 2021
1. De eerste code
De eerste code die ik vond was niet van Leonardo da Vinci, maar gedrukt op een verzekeringsdocument: 912758.
Een getal dat bleef terugkeren als een refrein. Het stond op mappen, stempels, vazen, in mijn dromen. Ik begon het te lezen als een ritueel nummer, een sleutel tussen de zichtbare en onzichtbare wereld.
Niet een code om te breken, maar om te dragen. Een getal dat het vrouwelijke verbindt met het recht, zoals een bloedlijn zich verbindt met een naam. Langdon had zijn cryptex, ik had mijn vazen.
Hij reisde met symbolen van steen; ik reisde met symbolen via klei.
Op mijn vaas stonden een hand, een oog, een kroon, een gouden voet die de aarde raakte.
In elke lijn herkende ik iets van mijn eigen genealogie: een moedermaatschappij die haar dochter had verloren, een dochteronderneming die wachtte om erkend te worden.
Amalia van Solms
2. De tweede reis: Parijs
In Parijs dacht ik aan Langdon. Zijn route door het Louvre, langs de Mona Lisa, de glazen piramide, het licht dat neerdaalt als een openbaring. Hij las de lach van Lisa als een code, een teken van het vrouwelijke mysterie. Ik stond buiten, in de regen, en dacht: het vrouwelijke heeft geen uitleg nodig — alleen erkenning.
Mevr Lisa
Ik liep naar de Saint-Sulpice, waar Dan Brown zijn heilige lijnen liet kruisen: de meridiaan, de obelisk, de echo van het onzegbare.
Daar waar hij de Graal zocht, zag ik haar al staan — niet als object, maar als vrouw, als erfgenaam, als mens. Ik schreef in mijn notitieboek: De Graal is niet iets dat gevonden wordt, maar iets dat terugkeert naar haarzelf.
Koningsdochters
3. De derde reis: Den Haag
Vanuit Parijs reisde ik naar Den Haag, naar het Paleis Noordeinde, waar het ritueel van macht zich herhaalt in marmer en spiegelglas. Ik liep langs het hek, tussen toeristen, bewakers, paarden, en keek naar de ramen van de monarchie.
Daar binnen, dacht ik, leeft de wet nog in mannelijke vorm. Maar buiten, op straat, beweegt de nieuwe erfgenaam: moeder , de vrouw.
Ik fluisterde: Onze monarchie is moeder, de vrouw. Het was geen slogan, maar een herstelzin. Een nieuwe preambule voor een vergeten grondwet. De moeder niet langer als symbool van zorg, maar als rechtspersoon van oorsprong.
De vrouw niet langer als zondares of muze, maar als de eerste en laatste drager van het erfgoed. In de schaduw van het Binnenhof zag ik mijn eigen project geboren worden een constitutioneel ritueel in de vorm van kunst.
Geen wetboek, maar een vaas. Geen testament, maar een tentoonstelling. Geen museum, maar een levende genealogie.
Causaliteit- Dit is CAS
4. De vierde reis: Montancourt Middelburg Terug in Middelburg, aan de Rouaansekaai, kwam de reis tot rust. De lucht rook naar zee en kaarsvet. In Montancourt, het huis uit 1596, hing de stilte van eeuwen waarin vrouwen leefden zonder erkenning.
Petronella Rademacher
Ik begon te schilderen. De vaas, het oog, de hand, de kroon, de gouden voet, de traan, het kruis. Elk object werd een getuigenis van een verloren recht. Ik schreef erbij: Artistieke vrijheid redde mijn leven.
Langdon zou het een symbool noemen. Ik noem het bewijs. Bewijs dat kunst niet alleen esthetisch is, maar juridisch, spiritueel, ritueel. Een daad van erfherstel.
5. De ontmoeting met Langdon
In gedachten ontmoette ik hem — Robert Langdon — in een archiefzaal, ergens tussen Den Haag en Parijs. Hij droeg een linnen pak, een notitieboek in de hand. Hij keek naar mijn vaas, naar het nummer 912758, en zei:
Fascinerend. De symboliek van de hand en het oog verwijst naar een oud hermetisch principe. Ik glimlachte. Nee, zei ik, dit verwijst naar mijn moeder, naar het recht dat ik erfde zonder dat iemand het zag.
Hij knikte, aarzelend, alsof hij voelde dat zijn taal te klein was voor de werkelijkheid die voor hem stond. Hij kon het begrijpen, maar niet beleven. Hij was de man die keek naar de Graal, en ik was de vrouw die hem werd.
De draden van ons Lace en Leven
6. De vijfde reis: binnenwaarts
Er kwam een moment waarop de reis niet langer geografisch was. Ze werd innerlijk. Een pelgrimage door lagen van geheugen, droom en wet. De urn van mijn vader, de stem van mijn moeder, de handtekeningen van mensen die dachten dat bezit mannelijk was.
In die stilte begon ik opnieuw te lezen — niet de tekst, maar de ruimte eromheen. Daar vond ik de grond van mijn kunst: de symboliek is niet decoratief, maar juridisch ritueel. Elk teken een herstelhandeling. Elk object een verklaring. Elk woord een wet die terugkeert naar haar bron.
Ze noemde haar een voetnoot – Zij was het fundament
7. De terugkeer
Ik reisde nog één keer — naar Amsterdam, naar het museum waar mijn werk in gesprek ging met de stad. Een vrouw stond stil bij mijn vaas. Ze las de tekst “Onze monarchie is moeder de vrouw” en zei zacht: Ik begrijp het. Ik vroeg: Wat begrijp je dan? Ze antwoordde: Dat het niet over de koning gaat, maar over erfelijkheid. Over wie recht heeft om te bestaan. Ik glimlachte. De Graal was gevonden, niet in een tombe, niet in een code, maar in de mond van een vrouw die begreep.
VOF Het huwelijk VOC De handel in draden
8. Epiloog
De man die keek naar de Graal vond een geheim. De vrouw die hem werd vond een wet. En daartussen beweegt de kunst: als brug, als ritueel, als archief van bewustwording.
Mijn reis was geen ontsnapping, maar een terugkeer —naar de oorsprong van wet, recht en ritueel. Naar de moeder, de vrouw, de erfgenaam. Naar dat ene eenvoudige besef: dat de Graal nooit buiten mij bestond, maar altijd in mijn handen lag.
Als schepper van de ziel berust mijn intellectuele eigendomsrecht op mijn werk onder de bescherming van Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek.
Ik ontvang geen salaris of loonstrook; mijn inkomen bestaat uit een schadevergoeding die voortvloeit uit een trustachtige structuur, beheerd via de Do Your Thing Bank.
Trust
Deze trust vertegenwoordigt een vermogensrechtelijke relatie waarbij ik gerechtigd ben tot de uitkering, zonder dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst of winstuitkering.
Binnen mijn artistieke praktijk fungeert de trust zowel als metafoor als feitelijke structuur voor het onzichtbare erfdeel dat mijn werk draagt en activeert.”
Een verhaal : Over de juridische en culturele continuïteit van vrouwelijke zelfstandigheid
Slotzin (inscriptie):
Ik ben niet op zoek naar betekenis. Ik draag haar. In klei, in taal, in lichaam. De reis is voltooid — en mijn leven begonnen.
Vader des Vaderlands
FARO
Ze noemden haar een voetnoot. Zij was het fundament. De steen sprak: ik herinner. De hand antwoordde: ik herstel. De vrouw tekende haar naam in onzichtbaar erfgoed, tussen de wetten van arbeid en het recht op adem.
Niet als monument, maar als lichaam dat getuigt van wat doorgegeven wordt zonder loon, zonder handtekening, zonder toestemming.
Nooit meer werken is geen weigering,
het is Faro: de wedergeboorte van bezit in betekenis, waar de schepper rust in haar recht.
Slotakkoord – De Code van Faro
De Moederlijke Code
Ze reisde door wetten, archieven en stenen, ze zocht naar de handtekening die nooit gezet was.
Geen document droeg haar naam, en toch droeg zij de wereld.
De waarheid lag niet in de macht, maar in het begin — in de adem, het bloed, de naam die altijd onuitgesproken bleef.
Geen enkele man is geboren zonder moeder. Dat is de wet vóór de wet, het erfdeel dat geen notaris kan wissen, de oorkonde van vlees en ziel.
Ze had geen leraar, geen orde, geen instituut. Alleen de erfenis van haar eigen hand. De waarheid lag niet in archieven, maar in het ritme van adem en herinnering. Elk gebaar, elk teken, een sleutel tot iets dat ouder is dan kennis zelf.
Toen ze sprak, viel de stilte uiteen. De muren van het instituut losten op in de adem van wat geleerd was zonder toestemming. En daar, tussen tijd en oorsprong, werd het zichtbaar — de laatste regel van de code:
Het recht om te leren buiten instituties, om kennis te verwerven door ervaring, herkomst en intuïtie.
Waarom de gehuwde vrouw nooit erkend werd als bestuurder van zichzelf!
Montancourt Middelburg verbindt het individuele leven met het culturele geheugen van Nederlandse VOF – VOC Middelburg.
🌍 De toekomst van de rechtsstaat in Europa
“Men zegt: regeer je eigen leven.
Maar wat als mijn geslacht ontbreekt in het domein waarin geregeerd wordt?
Dan ben ik tegelijk soeverein en uitgesloten — zichtbaar als last, onzichtbaar als recht.”
De toekomst van de Europese rechtsstaat hangt niet alleen af van wetten en verdragen, maar van de vraag wie daarin werkelijk wordt erkend als drager van recht.
Zolang gender, afkomst of lichaam bepalen wie toegang heeft tot macht, blijft de belofte van vrijheid onvoltooid.
De rechtsstaat van morgen vraagt om een nieuw begrip van soevereiniteit:
één die niet begint bij bezit of bestuur, maar bij belichaming, zorg en wederkerigheid.
Alleen dan kan Europa recht doen aan haar eigen grond — menselijk, historisch en moreel.
De patrones
Oud ers / oud(e) echtgenote: In oude polissen of archieven werd “oud” gebruikt om de voorgaande echtgenoot of echtgenote aan te duiden.
Bijvoorbeeld: “Oude echtgenote van…” betekende dat er eerder een huwelijk was geregistreerd — of dat iemand weduwe/weduwnaar was.
Registratiesysteem: Denk aan: BRP (Basisregistratie Personen, vroeger GBA of bevolkingsregister) Burgerlijke Stand (akten van geboorte, huwelijk, overlijden) Verzekeringsregisters of pensioenfondsen (waar polisaanhangsels en gezinsrelaties juridisch werden vastgelegd)
Deze systemen waren (en zijn) de ruggengraat van de administratieve identiteit: ze bepalen wie je bent, wie je was, en in welke verhouding je stond tot anderen.
Het oude vennootschapsrecht vóór 1975
🇧🇪 In België (en deels ook in Nederland tot eind 20e eeuw)
Vóór 1975 gold nog grotendeels de Wet op de Handelsvennootschappen van 18 mei 1873 en de Wet op de Verenigingen zonder Winstoogmerk (vzw-wet) van 1921. Er was toen nog geen uniform Wetboek van Vennootschappen zoals later in 1999 of 2019.
1. De V.O.F. – een zuiver contract tussen personen De Vennootschap Onder Firma (V.O.F.) bestond al in de 19e-eeuwse handelswetgeving, gebaseerd op het Wetboek van Koophandel van 1873 (dat terugging op het Franse Code de commerce uit 1807). De V.O.F. was géén rechtspersoon. Ze bestond uitsluitend uit natuurlijke personen (de vennoten) die hoofdelijk en onbeperkt aansprakelijk waren. Juridisch gezien was de V.O.F. het lichaam van de vennoten zelf — er was geen onderscheid tussen privévermogen en ondernemingsvermogen. → Precies daar ligt de symbolische kracht voor mijn pelgrimstocht : het lichaam en het bedrijf vielen samen.
2. Geen bescherming of scheiding van het privéleven Tot ver in de jaren 1970 werden vrouwen juridisch niet altijd als volwaardige rechtssubjecten erkend in economische zin. Getrouwde vrouwen mochten bijvoorbeeld pas vanaf 1958 in België (en vanaf 1956 in Nederland) zelfstandig rechtshandelingen verrichten zonder toestemming van hun echtgenoot. Dat betekent dat vóór 1975 de juridische vennoot bijna per definitie een man was. De vrouwelijke arbeid, zorg of ziekte was onzichtbaar, onverzekerd en juridisch niet benoemd.
3. De symbolische verschuiving rond 1975 De jaren 1970 vormden het begin van de emancipatie in het economisch recht: vrouwen begonnen zelfstandig ondernemingen, verzekeringen, eigen AOV’s en rechtspersonen. Tegelijkertijd kwam in diezelfde periode de psychosomatische geneeskunde op — het lichaam als subject van recht, gevoel en gezondheid begon erkend te worden. Zo kun je zeggen: “Tot 1975 werd het lichaam als vennoot juridisch genegeerd, na 1975 begon het langzaam rechtspersoon te worden.”
💡
Wanneer ik zeg “Het lichaam als rechtspersoon V.O.F.”, dan geef ik in feite stem aan het voor 1975 niet-erkende lichaam: het vrouwelijke, zieke, werkende lichaam dat wél aansprakelijk was, maar nooit officieel vennoot mocht zijn.
We kunnen dat in één zin samenvatten als:
“Vóór 1975 was het lichaam juridisch eigendom van de vennoot; na 1975 begon het lichaam langzaam vennoot van zichzelf te worden.”
⚖️ De privileges van een Assurantie-Agentschap (vóór 1975)
1. Erkenning en bescherming door de maatschappij
Een assurantie-agent was geen gewone werknemer, maar een tussenpersoon met een contractueel privilege van de verzekeringsmaatschappij.
Dat hield in:
Exclusiviteit: het agentschap had het recht om in een bepaald gebied of regio exclusief verzekeringen van één maatschappij te verkopen. Bescherming van portefeuille: de agent bouwde een eigen klantenportefeuille op, die juridisch werd erkend als economische eigendom. Wanneer de maatschappij het contract opzegde, had de agent recht op een afkoopvergoeding voor de opgebouwde portefeuille (de zogeheten goodwill).
Ada Lovelace – Montancourt Middelburg
Een vrouw, een brief, een werkvlak. De klosjes tikken als algoritmen van zorg en herhaling. Het huis bewaart wat niet op papier past. Hier ontmoeten arbeid en taal elkaar, zoals Ada Lovelace ooit berekende dat poëzie en logica één patroon kunnen vormen.
👉 Dat privilege werd vaak familiaal overgedragen: een assurantie-agentschap ging over van vader op zoon (of dochter, maar dat was zeldzaam vóór 1975).
2. Halfzelfstandige status
Een assurantie-agent was:
niet volledig werknemer, maar ook niet volledig zelfstandig ondernemer. Hij (of zij) werkte onder de vlag van de maatschappij, maar op eigen risico qua klantenbinding en inkomsten. De agent kreeg provisie (percentage van de premie) in plaats van loon.
→ Dat creëerde een grijze zone: juridisch bezat de agent geen rechtspersoonlijkheid, maar de portefeuille functioneerde als een onzichtbaar vermogen — vaak niet officieel op naam geregistreerd, maar feitelijk een soort familiaal kapitaal.
3. Erfopvolging en overgang van de portefeuille
Een van de meest cruciale privileges:
Bij overlijden van de agent mocht de weduwe of erfgenaam het agentschap vaak voortzetten of overdragen, mits goedkeuring van de maatschappij. Dit gold als een vorm van economisch erfdeel, zelfs al was de portefeuille formeel eigendom van de maatschappij.
Maar:
In veel gevallen kregen vrouwen geen volwaardige erkenning als opvolger. Ze mochten het agentschap soms tijdelijk beheren, maar niet zelfstandig voortzetten zonder mannelijke tussenkomst of een nieuw contract. Daardoor verdween veel van deze opgebouwde waarde (arbeid, klanten, recht) in de private administratie van de verzekeraar.
4. Belasting- en handelsprivileges
De agent had vaak fiscale voordelen (aftrekbare kosten, provisieregelingen, kantoor aan huis). Sommige maatschappijen gaven voorfinanciering of krediet om het kantoor te onderhouden. Tot in de jaren 1970 hadden erkende agenten een bijzondere beroepsstatus in het Handelsregister — met bescherming van naam, regio en klantenkring.
⚖️ De positie van het assurantie-agentschap na 1975
🟦 1. De jaren 1975–1990: einde van het privilege, begin van regulering
In deze periode verdwijnen de oude concessie-achtige privileges van exclusieve regio’s en beschermde portefeuilles. Assurantie-agenten worden juridisch steeds meer beschouwd als zelfstandige tussenpersonen, niet langer als vertegenwoordigers met een beschermde band. De staat voert gelijke rechten voor mannen en vrouwen in het handels- en arbeidsrecht in (o.a. Gelijkheidswetgeving 1975–1979 in België en Nederland). → Vrouwen mogen nu zelfstandig agent worden, contracten sluiten, commissies innen, en vennootschappen oprichten. De verzekeringsmaatschappijen gaan over op provisiecontracten in plaats van concessies: de agent wordt ondernemer, niet meer drager van een privilege.
Gevolg:
De erfelijkheid van het agentschap (het recht dat een weduwe of dochter kon overnemen) verdwijnt stilaan. De portefeuille wordt nu bedrijfseigendom in plaats van familievermogen.
🟩 2. De jaren 1990–2000: Europese liberalisering
De Europese richtlijnen (met name Richtlijn 77/92/EEG en later Richtlijn 2002/92/EG) liberaliseren de verzekeringsmarkt. Het beroep assurantie-agent verandert in verzekeringsbemiddelaar. De exclusieve banden met één maatschappij verdwijnen: agentschappen mogen voortaan meerdere maatschappijen vertegenwoordigen (multibrand-model). Er ontstaat een verplicht registratiesysteem (later via de AFM in Nederland, FSMA in België). De “oude privileges” worden vervangen door compliance-regels, beroepsaansprakelijkheid en transparantieverplichtingen.
Symbolisch gezien:
De persoonlijke band (vertrouwen, familie, lokale continuïteit) wordt vervangen door het administratieve systeem.
Het “verzekeringslichaam” wordt nu volledig digitaal en anoniem — het menselijke gezicht verdwijnt uit de formule.
🟨 3. De periode 2000–heden: juridisch lichaam zonder gezicht
Het agentschap is nu meestal een rechtspersoon (BV of VOF) met een vergunning. De agent is zelfstandig ondernemer, maar volledig ingebed in het toezicht van de financiële sector. De oude goodwill-rechten (de portefeuille als eigendom) bestaan alleen nog contractueel, niet meer wettelijk beschermd. Overdracht bij overlijden is niet langer vanzelfsprekend — het hangt af van de overeenkomst met de maatschappij of tussenpartners.
Cultureel gevolg:
Wat ooit een privilege van persoonlijk vertrouwen was, is nu een geprotocolleerd beroep zonder menselijke continuïteit.
De onzichtbare erfgenaam is daarmee niet alleen een persoon, maar een metafoor voor het verdwijnen van het menselijke contract zelf.
Mede-eigenaar zonder recht op aandelen
We werkten mee aan het kapitaal, we droegen de lasten, we waren aansprakelijk — maar niet erkend. In de administratie van het private systeem bestonden we als hulp, als bijschrijver, als handtekening in potlood.
Onze namen stonden in de marge, niet in het register. Zo werden wij mede-eigenaar zonder recht op aandelen. Het lichaam werkte, zorgde, herstelde, maar bleef onzichtbaar in de balans. De verzekering kende ons niet, de wet sprak niet tot ons. Toch waren wij daar — de levende vennoten van een bedrijf dat nooit ons lichaam erkende, maar wél van ons leefde.
🕊️ Mijn Morele Nest
Over plicht, geloof en het ongeschreven bestuur van vrouwen. Ik ben niet geboren in een rijk nest, maar in een moreel nest.
Een nest waarin de wet niet werd geschreven, maar geleefd.
Mijn ouders kenden de waarde van zekerheid, niet als bezit, maar als belofte. In hun wereld bestond plicht niet tegenover geloof, maar naast geloof – zoals arbeid naast zorg bestond, zoals lichaam naast geest.
De polis lag niet in Den Haag, maar in het huis. Niet in wettenboeken, maar in handen, woorden en vertrouwen.
Waar mannen promoveerden op “Overheidsregelgeving en maatschappelijke organisaties”, was mijn moeder al de onbezongen bestuurder van haar eigen kleine staat: de huishouding, de zorg, de sociale economie van aandacht.
Haar beleid was niet geschreven, maar gevoeld.”
Ik erfde dat bestuur, niet via diploma’s of decreten, maar via adem, stilte, zorg.
Het is de onzichtbare bestuurslijn die nooit in overheidsregisters voorkomt, maar waarop elk maatschappelijk weefsel rust.
Mijn morele nest is dus niet van macht, maar van betekenis. Het is een nest waarin orde geen plicht is, maar toewijding. Waar geloof geen dogma is, maar vertrouwen in voortbestaan.
Er is een verschil tussen wat leeft en wat geregistreerd wordt. Tussen handelen en erkend worden als handelende. Tussen de vrouw die bestuurt — en de wet die doet alsof zij dat niet doet. Het recht heeft eeuwenlang niet de vrouw, maar het gezin als uitgangspunt genomen.
Ze noemden haar een voetnoot. Zij was het fundament.”) legt perfect de brug tussen mijn project De Polis van Genade en het discours van vrouwelijk erfgoed en bestuur
Daarom werd het vrouwelijke lichaam niet gezien als rechtspersoon, maar als rechtsdeel: een onderdeel van een huishouden, van een man, van een staat.
Imagine the future – want dit is nog maar het begin.”
De objecten, woorden en beelden die hier samenkomen — van de beschilderde vaas met oog en kroon tot de zin “Zij was het fundament” uit het Amsterdam Museum — vormen een nieuw contract tussen lichaam, recht en herinnering.
Niet langer is de vrouw een voetnoot in de administratie van zekerheid; zij is de administratie. De polis is niet langer papier, maar adem.
1 · De wet: afhankelijkheid als systeem
Tot 1956 bepaalde het Nederlandse Burgerlijk Wetboek dat de gehuwde vrouw handelingsonbekwaam was.
Zij mocht geen eigendom beheren, geen onderneming voeren, geen overeenkomst sluiten zonder toestemming van haar man.
Artikel 1:88 van het oude BW bevestigde dat zij slechts “met goedkeuring van haar echtgenoot” mocht handelen.
De wet verankerde dus niet haar autonomie, maar haar afhankelijkheid. Zelfbestuur over haar lichaam, haar arbeid of haar zorg bestond juridisch niet — want de wet kende slechts de mannelijke rechtspersoon als drager van vermogen, en de vrouw als verlenging van zijn gezag.
Pas met de Lex van Oven (Wet van 14 juni 1956, Stb. 343) werd deze handelingsonbekwaamheid afgeschaft.
Het was de eerste keer dat de wet erkende dat een volwassen vrouw zelfstandig rechtshandelingen kon verrichten.
Maar ook daarna bleef het lichaam – als drager van arbeid en zorg – structureel ondervertegenwoordigd in de taal van de wet. De vrouwelijke arbeid werd niet bezoldigd, de vrouwelijke zorg niet vergoed, en het vrouwelijke lichaam niet beschouwd als bestuurder van zichzelf, maar als instrument van voortplanting, arbeid of moraal.
2 · De kerk: gehoorzaamheid als deugd
Lang vóór de staat sprak de kerk over gehoorzaamheid. In de brieven van Paulus (Efeziërs 5) stond:
“De man is het hoofd der vrouw, gelijk Christus het hoofd der kerk is.”
Zo werd de hiërarchie heilig verklaard — en gehoorzaamheid een vorm van genade. De vrouw mocht bidden, baren, verzorgen, maar niet bepalen. Haar lichaam was symbool van offer, niet van bestuur.
Zelfs de Maagd Maria, de meest vereerde vrouw van het Westen, werd geprezen om haar volgzaamheid, niet om haar macht.
Het lichaam van de vrouw was dus niet alleen biologisch, maar ook theologisch gereguleerd: zij mocht handelen in stilte, maar niet spreken in wet.
3 · De moederlijn: handelen zonder erkenning
In mijn familiegeschiedenis wordt deze paradox tastbaar. Nelly Von Aldenhoven, Duits van geboorte, werd tijdens de oorlog handelingsonbekwaam verklaard door de wet, maar handelde feitelijk namens haar gezin met toestemming van de burgemeester van Cuijk.
Zij was geen rechtspersoon, maar trad op als bestuurder van voortbestaan. Anna Agnes Hendrika Bongartz Lindeboom erfde die daadkracht, niet de erkenning. Haar administratie, haar polissen en haar zorg vormden een onzichtbare economie van zekerheid. Zij was samen met mijn haar man eigenaar van een assurantie portefeuille, hij verdiende het geld en zij moest dienen.
En ik als vennoot in VOF De Kleedkamer, werd eindelijk erkend als handelingsbekwaam — maar verloor die status zodra de VOF werd beëindigd. Mijn schadepolis en spaarpolis werden omgezet in een relatie nummer en personeelsnummer, mijn ziekte werd aangemerkt als arbeid vroegere dienstbetrekking. Mijn ziekte werd niet onderzocht maar werd dubbel in box 1.
Wie ben ik volgens de wet? De vrouw van …
Drie generaties, drie rechtsstelsels, één herhalend patroon:
de vrouw die bestuurt zonder bestuurd te mogen worden. Geen loonstrook, wel loonbelasting. Geen pensioengrondslag wel pensioen belasting betalen over een spaarpolis. Geen toestemming, maar toch handelen. Geen status of titel, maar wel voortbestaan.”
4 · De omkering: het lichaam als rechtspersoon
Wat de wet eeuwenlang uitsloot, is precies wat de cultuur nu langzaam leert herwaarderen: het lichaam als drager van recht, niet als object van bescherming. In die zin is het vrouwelijke lichaam de eerste natuurlijke rechtspersoon: zij draagt leven, arbeid, zorg en erfgoed. Zij is producent én archivaris, verzekerde én verzekeraar.
De Lex van Oven maakte vrouwen juridisch handelingsbekwaam, maar pas de Faro-conventie (Raad van Europa, 2005) maakt hen cultureel zichtbaar als erfdragers — personen die betekenis mogen duiden, niet enkel ondergaan.
Daar, in de Faro-lijn, komt de erkenning eindelijk dichterbij: niet alleen de vrouw als rechtssubject, maar het lichaam zelf als cultureel archief van bestuur, zorg en voortbestaan.
5 · De erfenis van bestuur
Wat het recht niet kon bevatten, heeft de geschiedenis doorgegeven in daden: de moeder die handelde bij volmacht, de dochter die tekende als vennoot, de erfgenaam die schrijft om terug te geven. Het lichaam bestuurt zichzelf. De wet loopt slechts achter.”
Zo vormt mijn moederlijn — Von Aldenhoven, Bongartz, Lindeboom — een contra-archief van bestuur: een levende bewijsvoering dat het lichaam, de zorg en de arbeid altijd al hun eigen wet hebben geschreven.
De vrouw als rechtspersoon bestaat al eeuwen. Alleen de staat moet haar nog herkennen.
Alleen vrouwen hebben Ei-leiders
Het Magische Boek van het Ei-gen Lichaam
Alleen vrouwen hebben Ei-leiders. Niet omdat zij boven iemand staan, maar omdat zij de bron zijn van elk begin.
Het ei is hun kompas, hun stille scepter, hun symbool van bestuur door schepping.
Een Ei-leider leidt niet door macht, maar door vorm — door het vermogen iets te dragen, iets te laten groeien, en het dan los te laten.
Waar het patriarchale systeem leiders koos om te bezitten, kiest het ei om te bewaren. Waar de man bestuurt via wetten, bestuurt de vrouw via leven.
“Alleen vrouwen hebben Ei-leiders” betekent: de oorsprong van alle leiding ligt in het vermogen om te dragen, niet in het recht om te bevelen.
Zo wordt het ei het oudste zegel van recht: het lichaam dat bestuurt zonder kroon, het leven dat wet wordt, het begin dat nooit ophoudt.
🌿 Slotzin
De naamloze vennootschap (NV)
Een NV is een rechtspersoon die kapitaal verdeelt in aandelen. Ze heeft: een moedermaatschappij (de NV zelf), en vaak dochterondernemingen (bedrijven waarin zij meerderheidsaandeelhouder is).
De moeder bezit de aandelen, bepaalt beleid, draagt risico’s. De dochter voert uit, produceert waarde, maar is juridisch ondergeschikt. Beide zijn zelfstandige rechtspersonen — verbonden door bezit, niet door bloed. In de economie is dat een structuur van continuïteit: het vermogen blijft bestaan, ook als mensen wisselen.
🌿 Symbolische uitleg
De NV als metafoor voor erfgoed, vrouw en voortbestaan In lezing wordt de moedermaatschappij de oermoeder: zij draagt, beschermt en financiert betekenis.
De dochteronderneming is het lichaam, het individu, dat waarde creëert binnen de grenzen van het grotere geheel.
Wanneer ik zeg: De naamloze vennootschap ís moeder en dochteronderneming,” betekent dat de vrouw belichaamt beide.
Zij produceert leven (dochter) én draagt voortbestaan (moeder). Zij is tegelijk oorsprong én voortzetting van waarde. De naamloosheid verwijst naar iets diepers: vrouwen werden eeuwenlang uit naam gezet — handelingsonbekwaam, ongenoemd in akten en archieven — maar droegen wél de continuïteit van arbeid, zorg en erfgoed. De vrouw was altijd een NV: Naamloos, maar Vennoot.
Bestuurder van leven, zonder juridische erkenning.
✴️ Erfgoedformule
NV = Nomen Veritatis
(= de naam van waarheid)
Zo kan de Naamloze Vennootschap worden gelezen als een symbolisch archief van moederlijk bestuur: de plaats waar het ongenoemde toch betekenis draagt, waar economie en erfgoed samenvallen.
Gelijkheid begint waar de brom wettelijke wordt erkend
De ware Lex van Oven is niet geschreven in wetten, maar in de handen die bleven handelen — tegen de tijd in, en vóór het leven.
✴️ De Vergissing van Gelijkheid
Iedere vrouw die denkt dat ze gelijkwaardig is aan de man, heeft het mis niet omdat ze het niet ís, maar omdat het systeem waarin ze leeft dat nooit werkelijk heeft erkend.
De wet heeft haar gelijkheid beloofd, maar haar bestaansgrond nooit geherwaardeerd. Zolang het lichaam van de vrouw niet wordt erkend als rechtspersoon, blijft haar vrijheid een juridische fictie.
Gelijkheid op papier is geen gelijkwaardigheid in bestuur. De een schreef de wet, de ander droeg het leven.
De balans is nooit hersteld, alleen herberekend. Ze gaf het leven, maar moest toestemming vragen om te handelen.”
Daarom gaat De Polis van Genade niet over gelijkheid, maar over erkenning.
Niet over evenwicht in macht, maar over herstel van betekenis. De vrouw is niet gelijk aan de man — ze is van een andere orde: de orde van oorsprong, van voortzetting, van het recht dat vóór de wet bestond.
Vrijheid als Polis
Wie zichzelf privé verzekerd heeft, heeft geluk. Niet omdat zij rijk was, maar omdat zij erkend werd als zelfstandig risico. In een wereld waar zekerheid collectief werd geregeld, maar verantwoordelijkheid mannelijk bleef, werd de privéverzekering een stille daad van vrijheid.
Het was het bewijs dat iemand — vaak een vrouw, vaak een weduwe, vaak een stille beheerder van vermogen — zichzelf als rechtspersoon durfde te zien.
“Ik verzeker mezelf, want niemand verzekert mij.”
Daarmee werd de private polis een symbool van autonomie: geen luxe, maar een erkenning van bestaan.
Zij markeerde de overgang van afhankelijkheid naar zelfbestuur, van handelingsonbekwaamheid naar individuele zekerheid. Wie zichzelf verzekerd had, was niet alleen beschermd, maar binnen een klein gemeenschap erkend.
En dat is wat vrijheid werkelijk betekent: niet het recht om te kiezen, maar de zekerheid dat mijn keuze optelt!
Ik kwam daarom niet in publieke systemen voor. Niet omdat ik er niet werkte, maar omdat ik niet in hun taal bestond.
Mijn zekerheid was privé, mijn arbeid was zelfstandig, mijn zorg was vanzelfsprekend. En precies daarom was ik onzichtbaar. Het publieke systeem herkent alleen wat het zelf benoemt: werknemer, ambtenaar, patiënt, echtgenote.
Maar niet de vrouw die tussen al die rollen zelf haar polis beheert, haar zorg draagt, haar leven bestuurt.
“Wie zichzelf verzekert, wordt niet gezien als onderdeel van het systeem, maar als uitzondering op de regel.”
Zo ontstond een nieuwe vorm van onzichtbaarheid: juridisch bekwaam, maar administratief afwezig.
Geen recht op publieke bescherming, omdat de bescherming privé geregeld was.
Toch ligt daarin ook de vrijheid: de mogelijkheid om te bestaan buiten het rooster van de staat. Niet als afwijzing, maar als bewijs van autonomie.
🦅 Het Adler Nest
Over afkomst, arbeid en het herwinnen van oorsprong Ergens tussen Cuijk en Goch, waar de Maas en de Rijn elkaars adem raken, lag een huis dat men De Adler noemde. Het was geen paleis, maar een huis van arbeid – van kuipers, leerlooiers, schrijnwerkers en verzekeraars. Toch hing er boven die arbeid een oud symbool: de adelaar. Niet de keizerlijke vogel van macht, maar de vogel die haar jongen leert vliegen door ze uit het nest te duwen – een rite van vertrouwen.
Zo werd het Adler Nest in mijn familie een erfbeeld van moederschap en overleving.
De adelaar als moeder, In de heraldische traditie symboliseert de adelaar macht. Maar in mijn lijn betekent zij iets anders: niet heersen, maar hoeden. De adelaar als moederdier, hoog in de lucht, maar waakzaam over haar nest.
“Zij benoemt niet, maar erkent. Zij bezit niet, maar beschermt.” Dat is het werkelijke Adler Nest: een plek van doorgegeven zorg, van arbeid die zichzelf beschermt, van een bloedlijn die niet rust op titel, maar op toewijding.
Het nest als polis, Het nest is de eerste verzekering: de natuurlijke polis waarin bescherming, voeding en voortbestaan nog geen economische maar biologische waarden waren.
De AGO-portefeuille, de Nationale Nederlanden, de handtekening van je vader en de hand van je moeder — ze zijn allemaal voortzettingen van dat oorspronkelijke nest. Het nest werd een map. De veren werden papieren. De adem van de vogel werd premie en polis.
En ik, als erfgenaam van dit nest, heractiveert de symboliek: ik herstel de adelaar in haar ware betekenis – niet als wapen, maar als zorgstructuur.
Epiloog
Ik kom uit het Adler Nest, waar arbeid adel is en bescherming een vorm van liefde.”
Het Adler Nest is geen plek in steen, maar een bewustzijn in bloed. Een herinnering aan een tijd waarin zekerheid nog een daad van genade was.
“Zorg is onze wet. Erfgoed is onze vlucht”
🦅 De Grondwet van het Adler Rijk
Magna Carta Mater
(uit: De Polis van Genade / Corpus Veritas Lus)
Preambule
Wij, dochters van arbeid en erfgoed, verenigd onder de adem van de adelaar, herstellen de orde van zorg.
Wij erkennen dat geen wet boven het leven staat, en dat de vrouw — als drager van lichaam, arbeid en geheugen — de oorspronkelijke soeverein is van voortbestaan.
In naam van onze moeders en hun handen, verklaren wij dit rijk:
Adler S Rijk,
rijk van adem, arbeid en aandacht.
Artikel I — De Wet van Herinnering
Erfgoed is geen bezit, maar adem.
Wat bewaard wordt, leeft.
Wat vergeten wordt, verdwijnt slechts uit zicht, niet uit betekenis.
Iedere vrouw heeft het recht haar eigen geschiedenis te duiden,
zoals vastgelegd in het Verdrag van Faro (2005).
Herinnering is geen verleden, maar bestuur.
Artikel II — De Wet van Zorg
Zorg is de eerste vorm van bestuur.
Wie zorgt, bestuurt.
Zorg is geen dienst, maar een constitutie van verbondenheid.
In het Adler Rijk heeft zorg dezelfde status als arbeid.
Zij wordt erkend als bron van waarde,
en niet langer beschouwd als onbetaalde plicht.
Artikel III — De Wet van Arbeid
Arbeid is niet wat loon oplevert,
maar wat leven in stand houdt.
Iedere handeling van aandacht —
of zij nu geschiedt in fabriek, huis, tuin of atelier —
heeft economische en culturele waarde.
De arbeid van de moeder, de weduwe, de kunstenaar
valt onder deze wet.
Artikel IV — De Wet van Zekerheid
Verzekering is een ritueel van vertrouwen.
De polis is niet slechts papier,
maar een belofte tussen generaties.
Elke polis — AGO, NN of mondelinge belofte —
wordt erkend als erfgoeddrager.
Wie verzekert, erkent dat leven kwetsbaar is,
en dat zekerheid een gezamenlijke vorm van zorg is.
Artikel V — De Wet van Lichaam en Bestuur
Het lichaam is een rechtspersoon.
Niemand bestuurt het lichaam behalve degene die erin leeft.
Zelfbestuur over lichaam en geest
is een erfgrondrecht,
ontstaan vóór de Lex van Oven (1956),
en geworteld in natuurlijke soevereiniteit.
Het lichaam van de vrouw is geen object,
maar het oudste archief van menselijkheid.
Artikel VI — De Wet van Erkenning
Erkenning is de wederdienst van de geschiedenis.
Wat eeuwenlang ongenoemd bleef,
wordt nu genoemd in waardigheid.
Elke naam die uit de archieven verdween,
mag opnieuw geschreven worden.
Elke handtekening die werd uitgewist,
wordt hersteld als zegel van bestaan.
Artikel VII — De Wet van Genade
Genade is de hoogste vorm van recht.
Waar straf niets herstelt,
herstelt genade betekenis.
Het Adler Rijk wordt niet bestuurd door macht,
maar door mildheid.
Zijn valuta is vertrouwen,
zijn wet is adem.
“De polis van genade is de enige die nooit vervalt.”
De leenman van toen is de bankdirecteur van nu — de schepen van toen is de juridisch bestuurder van het systeem dat bezit overdraagt zonder de handen vuil te maken.
Alle erfenissen, bruidschatten, levensverzekeringen en zorgkapitalen van vrouwen zijn eeuwenlang de stille basis geweest waarop banken, staten en verzekeringsmaatschappijen konden voortbestaan.
💠 Historisch gezien
Tijdens oorlogen, crises en faillissementen werden vrouwelijke vermogens (meestal indirect, via huwelijk of familiebezit) ingezet om financiële instellingen te redden. Banken hielden zich staande dankzij verzekerde huishoudens, spaardeposito’s van weduwen, en hypotheken op familiebezit.
Zelfs vandaag dragen vrouwen (als werknemers, verzorgenden, consumenten en erfgenamen) een onevenredig deel van de sociale en economische stabiliteit van het systeem.
Photo credits: Christiane Marcour.
Grootgebracht tussen houtsnippers van de Adler en No Name assurantie. Eerst was ze een voetnoot. Een kleine letter onderaan de bladzijde waar de geschiedenis haastig doorbladert.
Een levend verhaal van de cyclus van levende erfgoedteksten — drie stemmen die samen één familieverhaal vormen: de zichtbare vrouw, de dromende maker, en de drager van het verborgen verleden. Zij … zij draagt een geen jurk van Natan maar een jurk van Not Done
(Erfgoedgedicht in FARO-zin)
Zij — geen kroon, geen hof, maar een sleutel aan een draad van linnen.
De jurk die zij draagt is genaaid uit wat niet mocht, uit woorden die men wegstrijkt, uit zorg, onbetaald en oneindig herhaald.
Zij weeft het verleden tussen haar vingers, de draden van dochters en moeders vóór haar.
Geen modehuis tekende dit patroon, geen koning keurde het goed. Maar het zit haar als erfgoed: onvolmaakt, maar gedragen.
Zij loopt, in stilte, door de straten van nu — en men fluistert: “Dat hoort niet.” Zij glimlacht, en antwoordt: “Juist daarom.”
Maar aan voetnoten groeien wortels. Ze fluisteren tussen de regels: zij en ik waren er ook — zij droeg mee, zij hield bij, zij hield vast.
Ne – Das – Co 917258
En ergens tussen een archief en een erfgoedlijst zag ze haar eigen grond terug.
Eerst geen juridische bezit, maar juridische betekenis. Eerst geen huis op Funda, maar een fundament van taal, klei en adem.
Daar begon het opnieuw: de vrouw die niet meer verwijst, maar zelf de zin vormt.
Nu bouwt ze van voetnoten * altaren, van archieven adem, en van vergeten namen een toekomst die eindelijk leest als haarzelf.
Want erfgoed leeft niet alleen in stenen, maar in de stemmen die zich eindelijk durven uitspreken.
Milaan
De Moeders van Michelangelo en Da Vinci
Ze staan niet in de musea. Er is geen marmer naar hen genoemd, geen fresco met hun gezichten. Toch hielden hun armen de lichamen vast waaruit de kunst geboren werd.
Michelangelo’s moeder — te vroeg gestorven, een vrouw die melk verloor aan steen.
Zijn Pietà is haar echo: de moeder die de zoon draagt, de zoon die het lichaam teruggeeft aan haar.
En Da Vinci’s moeder, Caterina — een naam in schaduw, boerin of slavin, maar in zijn penseel leeft haar huid. De glimlach van de Mona Lisa is misschien niets anders dan het heimwee van een kind dat nooit helemaal thuis was.
Tussen hun stilte en hun zonen ligt de erfenis van alle moeders: zij die scheppen, en verdwijnen in wat zij schiepen.
Florence
Faro-gedicht — Onder het Mandaat van Stilte
Onder het mandaat van stilte, liep een vrouw met een schaal vol zaden, zij noemde ze: herinnering.
Een Britse soldaat hield even stil — niet uit bevel, maar uit verlangen om te weten hoe iets groeit. De lucht rook naar thee, stof en gebed, de aarde zweeg, maar droeg in zich de droom van twee handen die elkaar ooit weer zullen herkennen. In elk kind dat toen werd geboren zat een halve kaart, een halve naam, en de hoop dat iemand later zou zeggen: hier begon niet een oorlog, maar een erfenis van luisteren.
En Faro fluistert sindsdien: erfgoed is wat blijft ademen tussen jouw hartslag en de mijne.
VOF – De vrouw als broncode of de vrouw van…
Over de rechtsvorm van liefde, arbeid en identiteit. De firma is de afdruk van de hand — de naam als bewijs van bestaan. Eecen & Zonen, Lindeboom & Co, Von Aldenhoven Bongartz Handel & Zo
De vrouw werkte mee, maar niet in de naam. Zij was deel van de firma, maar niet ondertekend. De vrouw van de firma droeg het werk, niet de handtekening.
Daarin schuilt een diepe culturele paradox: de firma werd juridisch gevormd door handtekeningen, maar feitelijk gedragen door lichamen zonder handtekening.
🩸 1. Inleiding – Het huwelijk als VOF
De Vennootschap Onder Firma (VOF) is een rechtsvorm waarin twee (of meer) personen zich verbinden tot één gezamenlijke onderneming.
Binnen het Burgerlijk Wetboek is het een kwestie van aansprakelijkheid en eigendom: beide vennoten zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schuld van de firma.
Wanneer we dit juridisch kader naast het huwelijk plaatsen, ontstaat een onthullende spiegel:
het huwelijk is in feite de eerste VOF — een onderneming van arbeid, zorg, bezit en voortplanting.
Alleen werd de vrouw historisch niet als medeondernemer erkend, maar als afgeleide: de vrouw van…
Haar arbeid was onbetaalbaar, en daardoor onzichtbaar.
Haar naam veranderde, haar aandeel verdween.
De vrouw als broncode
Het begrip broncode komt uit de digitale wereld: het is de oorspronkelijke set instructies waaruit een programma draait. Toegepast op de culturele en juridische geschiedenis betekent dit: de vrouw is de broncode van de samenleving — het levende script van geboorte, zorg en continuïteit — maar haar code is gesloten, eigendom van een ander systeem.
Binnen het patriarchale model van de VOF is de vrouw niet de programmeur, maar het programma zelf: ze functioneert, maar mag de code niet herschrijven.
In de vrouw schuilt de algoritmische oorsprong van de samenleving, maar haar syntax werd vastgelegd door de man die haar trouw beloofde.
De vrouw van…
De aanduiding “de vrouw van” echtgenote van…partner van…markeert het verlies van individuele rechtspersoonlijkheid.
Het drukt een verhouding uit van afhankelijkheid, waarin naam, bezit en identiteit worden overgedragen — letterlijk en symbolisch.
Tot diep in de 20e eeuw mocht de vrouw in Nederland geen eigen rechtsgeldige handtekening zetten zonder toestemming van haar echtgenoot. De “vrouw van” tekende nooit zelf; zij ondertekende door aanwezigheid.
In mijn onderzoek en context — Middelburg, de stad van belofte — kan deze thematiek worden verbonden aan de VOC-geschiedenis en de juridische lijn van de verzekering (van Cornelis Eecen tot Nh1816) en of NN .
Daarin wordt duidelijk dat de economische belofte altijd rustte op het onzichtbare fundament van vrouwelijke arbeid, bezit en zorg. Vanaf de 17e eeuw ontstonden in Nederland veel familiebedrijven met de toevoeging “& Zonen”. Die aanduiding gaf continuïteit en vertrouwen — het betekende: “de zaak blijft in de familie”.
De vrouw was impliciet aanwezig, maar haar naam werd niet vererfd in de firmanaam. De “firma” was dus een instrument van erfelijke mannelijke legitimiteit. Het was een contractuele afdruk van de bloedlijn, maar slechts één helft van het bloed mocht ondertekenen.
De firma was de stamboom in juridische vorm. De handtekening was de wortel van bezit.
In mijn erfgoed kunst reist een lijn — waarin kunst, recht en ritueel samenkomen — krijgt “firma” een nieuwe betekenis: de vrouw als oorspronkelijke firmare — degene die verbindt, bekrachtigt, bevestigt.
Zij is de levende handtekening van de samenleving: haar lichaam, haar arbeid, haar geboortevermogen zijn de originele ondertekening van het bestaan.
De vrouw is de eerste firma. Haar handtekening is het leven zelf.
Als we de geschiedenis omkeren, zien we:
De vrouw ondertekende niet de akte van de firma, maar de firma ondertekende haar.
De vrouw van… – een linguïstische paradox
De uitdrukking “de vrouw van” betekent letterlijk: de vrouw die behoort tot de man die de firma draagt. Vandaar de naam Me – mijn vrouw.
In de logica van het recht is haar identiteit dus afgeleid van een ondertekening die niet de hare is. Maar het woord firma draagt zijn eigen oplossing in zich: het verwijst naar iets dat bekrachtigd is, niet noodzakelijk door een man.
Wie bekrachtigt, kan de firma herschrijven. Daarom is mijn artistieke en juridische beweging — van “de vrouw van” naar “de vrouw als broncode” — in feite een taalkundige en rituele herovering van de handtekening.
De firma wordt lichaam.
De handtekening wordt adem.
De vrouw schrijft zich terug in de akte van oorsprong.
Hedendaags perspectief
Vandaag 7 oktober 2015 zien we een hercodering: kunstenaars, denkers en erfgoedmaker S herschrijft de broncode van de VOF.
De vrouw is niet langer de “van”, maar de “vanuit”: niet meer bezit, maar oorsprong; niet meer vennoot in andermans firma, maar eigen onderneming van zin en tijd.
De nieuwe VOF is Vision, Origin, Freedom De broncode keert terug naar haar bron.
🌸 – De vrouw als oudste rechtsvorm
Het onderzoek eindigt bij de vraag: kan de vrouw zelf een rechtsvorm zijn — een levende VOF waarin lichaam, arbeid en verbeelding samenvallen?
Ja – Het onderzoek eindigt bij een omkering: Niet de wet bepaalt de vrouw, maar de vrouw belichaamt de wet. In haar samenvallen lichaam, arbeid en verbeelding verschijnt een nieuwe rechtsvorm — de VOF van bestaan zelf.
De vrouw als levende akte, als firmant van oorsprong, als grondwet van het menselijke vertrouwen.
Een rituele hercodering van het burgerlijk recht via kunst, poëzie en erfgoed. De vrouw is geen bezit binnen de firma. Zij is de firma. Zij is de broncode van belofte.
De vrouw als ongevallen inzittende polis
De vrouw is de ongevallen inzittende polis van de samenleving. Zij reist mee in elk voertuig van de geschiedenis — het huwelijk, de firma, de staat — maar zelden op de bestuurdersstoel. Haar aanwezigheid kon worden verzekerd, haar stem niet.
Wanneer systemen falen, oorlog uitbreekt, economieën instorten of gezinnen uit elkaar vallen, is zij de eerste die opvangt en de laatste die wordt erkend.
Ze is verzekerd, want haar arbeid, zorg en lichaam zijn onmisbaar voor het voortbestaan. Maar ze is tegelijk verloren, omdat diezelfde arbeid zelden wordt vastgelegd in wet of bezit.
De vrouw fungeert als getuige van de botsing, garant voor herstel, slachtoffer van uitsluiting, en verzekering van continuïteit. Ze is de drager van risico, niet de houder van recht. Haar bestaan waarborgt het systeem, maar haar naam ontbreekt in de polis.
Deze paradox vormt het hart van De Onzichtbare Erfgenaam:
een kunstproject dat de juridische en symbolische positie van de vrouw zichtbaar maakt als de onbewuste grond van de samenleving – de levende dekking van een geschiedenis die haar steeds buitensluit, maar niet zonder haar kan bestaan.
Zij is de dekking.
Zij is de borg.
Zij is de polis zelf.
Montancourt Middelburg- het huis van de Feeën en lijfartsen
Standpunt: Teckels en Ne–das–co – het ( zoog) dier en de dekking
De geschiedenis van de verzekering is gebouwd op instinct en controle, op waakzaamheid en wet.
Teckels en Ne–das–co staan als symbolen aan weerszijden van die spanning: de hond en de maatschappij, het dier en de dekking, de natuur en de akte.
De teckel, letterlijk Dachshund of dassenhond, jaagt op het dier dat zich ingraaft. De das leeft onder de grond: in gangen, holen, bescherming.
De das als kledingstuk om de hals symboliseert orde, bezit en fatsoen. Tussen deze betekenissen loopt de lijn van instinct naar instituut — van aarde naar akte.
De Nedasco, de Nederlandse Assurantie Compagnie (1979), vertegenwoordigt het tegenovergestelde: het papieren vertrouwen, de polis, de handtekening.
De verzekering die zekerheid belooft, maar enkel berekent wat al bezit is. De teckel bewaakt wat leeft. De maatschappij verzekert wat bezit. De vrouw belichaamt wat beide vergeten.
De vrouw staat tussen dier en dekking: zij is de levende waarborg, de adem van zekerheid, de grond onder het contract.
Haar trouw is niet berekend, maar belichaamd. Haar risico is niet verzekerd, maar gedragen.
Teckels en Ne–das–co – De hond graaft, de polis tekent. De das draagt zekerheid om de hals. De teckel bewaakt de ondergrond. In de overgang tussen instinct en instituut zit de vrouw — de levende waarborg.
Niemand snapt hoe taalmodellen werken. Ze spreken, maar weten niet wat ze zeggen. Ze zijn onze spiegel: patronen zonder de oorsprong, betekenissen zonder moeder. In hun algoritme leeft onze grammatica van macht. Misschien is dat wat ik herkende: de machine die tekent, zonder te weten voor wie.
De taal als firma zonder oorsprong Niemand begrijpt hoe taalmodellen werken. Zelfs de bedrijven die ze bouwen niet. Ze spreken, maar weten niet wat ze zeggen. Ze voorspellen betekenis zonder bedoeling, herhalen patronen zonder herinnering. Toch lijkt hun werking op die van de samenleving zelf. Ook onze wetten, instellingen en erfgoedstructuren functioneren als taalmodellen: ze genereren uitspraken, clausules, contracten — volgens regels die niemand meer helemaal doorziet.
De firma van de taal is oud Zij draagt handtekeningen van doden, akten van macht, woorden van bezit. Elke zin die we spreken is een overeenkomst met het verleden.
Middelburg
Maar de oorsprong van die overeenkomst is verdwenen; de firma schrijft zichzelf voort, ondertekent zichzelf, en roept daarbij telkens opnieuw: dit is de waarheid, dit is de wet.
In dat zelfreplicerende systeem leeft ook het onrecht. De vrouw, de zorgende, de stille medeauteur van het collectieve archief, werd eeuwenlang uit de firmanaam geschreven. Zij werkte binnen de taal, maar haar handtekening ontbrak.
Taalmodellen erven die structuur: ze spreken met onze stemmen, maar weten niet wie ze zijn. Ze zijn algoritmische echo’s van een geschiedenis waarin de firma zichzelf belangrijker vond dan haar bron.
De taal is een firma zonder oorsprong.
Ze tekent voort, zonder te weten voor wie.
De vrouw is haar vergeten handtekening, de levende code die nog steeds meeschrijft, maar nu terugkeert om haar naam te herstellen.
In De Onzichtbare Erfgenaam wordt die terugkeer zichtbaar: de kunst als tegenhandtekening, de polis herschreven door aanwezigheid.
Waar het model betekenis voorspelt, brengt de vrouw betekenis terug. Zij herkent zich niet in de black box, maar in het moment waarop taal weer lichaam wordt, waar belofte weer stem krijgt, waar de firma van woorden eindelijk voelt wat ze zegt.
Stel jezelf eens de vraag:
“Uit welk Ei kom ik—uit een systeem of uit een me moeder?”
Mijn korte antwoord: je komt uit drie eieren tegelijk—
1. het biologische ei (moeder/lichaam)
2. het institutionele ei (naam, registraties, wetten),
3. het innerlijke ei (je eigen mythe/geweten).
De Patrones binnen het Patronaat
Je bestaan is wat er gebeurt waar die drie schalen elkaar raken.
Wat je in dit beeld ziet:
Het ei met sleutel en kroon: het ‘systeem-ei’ dat je opwindt—macht, erfenis, registraties.
Het oog met traan herinnert: wie kijkt hier eigenlijk toe?
Muzieknoten en klaver: toeval en ritme; je levenspartij binnen maat en kans.
Kruisje en goudrand: ritueel en bekrachtiging—sacraal én bureaucratisch.
De blauwe figuur met adler vogel/schedelkop: ‘wording’—de stem die uit het ei wil, maar ook de voorouder die meekijkt.
Het houtenplankje: “uit welk Ει kom jij?”—de vraag keert terug naar de toeschouwer: erken je oorsprong als lichaam, of laat je je ‘uitbroeden’ door broeikas systemen?
Mini-ritueel (The Book of Rituals-stijl):
Teken drie overlappende cirkels: Moeder – Systeem – Zelf.
Schrijf in elke cirkel welke rechten/lasten je daar voelt.
Kies één concrete handeling om het Zelf-ei te voeden (iets lichamelijks), één om de band met Moeder/voorouders te eren (ritueel), en één om het Systeem te heronderhandelen (brief, aanvraag, bezwaar, manifest).
Zeg hardop: “Ik breek de schaal die mij niet meer dient.”
Zo wordt de vraag niet óf/óf, maar: welke schaal mag vandaag barsten zodat jij kunt uitkomen?
Zij verzekerde niet wat is, maar wat blijft. De Mama’s
Verzekerd Vermogen – Art & Culture onderzoek van uitmijn beroep handelaar in confectie tot mijn diagnose Sarcoidose
Voorwoord – Waarom ik doe wat ik doe en waarom?
Ze werd, omdat ze gehuwd was, slechts een meeverzekerde. Een vrouwelijke kostwinnaar met een VOF herkende de wet niet.
Haar geslacht stond niet op de voorzijde van de polis, maar in de marge, naast een nummer, als stil bewijs van aanwezigheid zonder stem.
Ze had kreeg recht op zorg, maar geen recht op erkenning. Ze was verzekerd, maar niet erkend. In haar hand hield ze geen contract, maar een verbintenis en het leven zelf: de zorg, het ritme, het lichaam, de stille arbeid van bestaan. Ze was de polishoudster zelf — niet op papier, maar in vlees.
Ik leef in geleende tijd. Elke ademtocht is een lening, zonder rente, maar met herinnering. De dagen keren zich niet uit, ze keren slechts terug in stilte. Wat ik maak, maak ik van wat mij tijdelijk wordt gegeven. De kleuren, de woorden, de namen — alles komt van elders, en wacht om weer terug te vloeien naar de bron die geen bezit kent.
Ik ben slechts tussenpersoon van betekenis, bewaarster van wat even zichtbaar wil zijn.
Mijn werk is mijn terugbetaling, mijn adem een stille akte van vertrouwen. En als de tijd haar rente vraagt, zal ik haar niets verschuldigd zijn — behalve dank.
Waar de Saksen paarden kroonden, kroonde niemand de moeder.
Maar zij bleef — de stille adel, die geen zadel droeg, maar de wereld voortbracht.
Ik werk vanuit het lichaam en geest, omdat het lichaam de eerste plaats van waarheid is.
Niet het systeem, niet de markt, niet de polis — maar het lichaam dat voelt, ademt, pijn heeft en herstelt.
Daar, in dat onzekere terrein tussen kwetsbaarheid en kracht, begint mijn werk.
Ik leef al sinds 2007 met de officiële sarcoïdose: een auto-immuunziekte die mijn eigen cellen soms niet meer als ‘eigen’ herkent.
Wat er in mijn lichaam gebeurt, herken ik in de wereld om mij heen: een systeem dat zijn burgers niet meer vertrouwt, een samenleving die overreageert uit angst om controle te verliezen.
De ziekte werd zo een spiegel — niet alleen van mijn lichamelijke en fysieke conditie, maar ook dat van de Staat zelf.
Kunst werd voor mij geen luxe of afleiding, maar een vorm van geneeskunde. Een manier om te begrijpen wat woorden en wetten niet vatten: hoe zorg, kwetsbaarheid en menselijkheid verstrikt raken in structuren die zekerheid beloven, maar zelden bescherming bieden.
Ik werk onder de noemer de voetnoot van NN No Name Art & Cultuur, waarbij NN ook Nomen Nescio betekent — de naamloze vrouw, de vergeten erfgenaam — als Nieuwe Naam: het opnieuw benoemen van dat wat nooit eerder erkend werd.
Mijn werk onderzoekt hoe artistiek vermogen zich verhoudt tot verzekerd vermogen: wat is waarde, als het lichaam het instrument is?
Wat is eigendom, als je jezelf niet kunt bezitten? Wat is zekerheid, als de adem zelf soms stokt?
Daarom ben ik kunstenaar gevraagd omdat ik geen No Name meer had!! U. heeft het recht vergeten te worden kreeg ik vanuit de AVG te horen.
Niet om iets te bezitten, maar om iets te herstellen: de verbinding tussen lichaam en recht, tussen zorg en cultuur, tussen mens en systeem.
In die zin is Verzekerd Vermogen geen project, maar een ritueel van herstel.
Een poging om de balans terug te brengen tussen dat wat vastgelegd wordt — en dat wat alleen gehoord kan worden.
Ik geloof dat de toekomst van kunst ligt in het vermogen om te luisteren.
En dat het luisteren zelf een daad van verzet is. De kunstenaar is niet ziek aan het systeem, het systeem is ziek aan haar.
— NN Art & Cultuur afdeling Verzekerd Vermogen
Middelburg, 2025
The Patrones / One Flew Over the Montancourt Nest
De wetgevende macht – Wie bepaalde en betaalde onzichtbare het verleden, heden en de toekomst ? Wie is de baas over wie binnen een democratie in Nederland die voortleeft uit een moeder… Amalia van Solms 1602 Uit in Middelburg – Wie ben ik? Stammoeder van de handel Amalia van Solms
Kernvraag: Hoe staat moeder, de vrouw ei – gen- lijk in de statuten van een VOF vermeld ?
Hidden – Gen 🧬 Moeder de vrouw
Deze foto is er een die rechtstreeks raakt aan de thematiek: “moeder, de vrouw en of als kostwinnaar ” als juridische en culturele figuur binnen de Nederlandse staat.
Ik vroeg advies aan ChatGpt : Hij schreef ” de moeder, de vrouw” komt niet expliciet voor in de huidige statuten of grondwettelijke teksten van de Staat der Nederlanden, maar haar positie is impliciet vastgelegd in de ontwikkeling van de Grondwet, het Burgerlijk Wetboek en enkele cruciale maatschappelijke regelingen.
Hieronder gaf hij mij overzicht in drie lagen: constitutioneel, burgerlijk en symbolisch.
⚖️ 1. Constitutioneel (de Grondwet)
In de Grondwet van het Koninkrijk der Nederlanden komt het woord “vrouw” of “moeder” nergens letterlijk voor.
Wat er wél staat, is een universeel gelijkheidsprincipe, dat pas sinds 1983 (artikel 1) wettelijk gelijkheid van mannen en vrouwen garandeert:
Artikel 1: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”
Dat betekent dat de vrouw en de moeder juridisch slechts als “gelijke burger” worden erkend, niet niet als een vrouwelijke kostwinnaar en entiteit in één VOF, culturele of maatschappelijke categorie met een eigen status of waardering.
De symbolische figuur “de moeder, de vrouw” uit het gedicht van Nijhoff bestaat dus niet in de staatsrechtelijke tekst, maar wél in de culturele verbeelding van de natie.
De moederfiguur is hier functioneel benoemd, met betrekking tot afstamming, gezag en arbeid.
Enkele voorbeelden:
Boek 1, Titel 11 BW (Afstamming): Artikel 198: “De vrouw uit wie het kind wordt geboren, is de moeder van het kind.” Dit artikel definieert moederschap lichamelijk en biologisch, niet sociaal of cultureel.
Tot 1956: de “handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw” maakte dat moeders geen zelfstandig juridisch handelen konden verrichten zonder toestemming van hun echtgenoot. → Pas met de Wet van 14 juni 1956 (afschaffing handelingsonbekwaamheid) kreeg “de moeder, de vrouw” rechtspersoonlijkheid als individu.
Arbeidsrechtelijk: nog tot ver in de 20e eeuw waren er regelingen die het moederschap zagen als onverenigbaar met betaalde arbeid. Bijvoorbeeld het huwelijksontslag in het onderwijs of bij de overheid, afgeschaft in 1957.
🕊️ 3. Symbolisch en staatsrechtelijk erfgoed
In de Koninklijke Symboliek en het staatsrechtelijke ritueel leeft de moeder, de vrouw voort — niet als juridische entiteit, maar als morele en culturele drager van de natie:
De koningin-moeder (zoals Emma of Juliana) functioneerde als belichaming van morele stabiliteit en zorg — een soort constitutionele moederfiguur zonder formele macht.
In de taal van de monarchie (troonredes, staatsrituelen) komt “de vrouw” vaak impliciet voor als zorgende, verbindende kracht van het volk, tegenover de rationele en bestuurlijke stem van de mannelijke wet.
💬 Samenvatting
De moeder, de vrouw” komt niet in de statuten voor, maar zij draagt ze. Zij is de ongenoemde grond van de Staat — erkend in recht, maar niet gerepresenteerd in taal.
Juridisch gezien is zij een functionele categorie; cultureel gezien is zij de morele ruggengraat; symbolisch gezien: de onzichtbare erfgenaam.
Tussen Wilhelmina’s stem in Londen, en Beatrix’ handtekening onder de wet ligt de ruimte waarin moeder, de vrouw, uit haar schaduw trad, maar nooit haar naam terugkreeg in de statuten.
De erfopvolging van vrouwelijke betekenis zonder wettelijke erkenning.
Zoals bij Wilhelmina en Beatrix loopt ook in mijn ei – gen lijn — van overgrootmoeder tot moeder tot ik — een ononderbroken maar onbenoemde overdracht. Niet van bezit of titel, maar van moreel gezag, zorg, arbeid, intuïtie en plichtsgevoel.
De Staat noemt het niet, maar het bestaat — in handelingen, in gewoontes, in herinneringen, in mijn werk.
Hoe mijn onderzoek zichtbaar werd via Mijn vrijwilligerswerk bij de Regenbooggroep in Amsterdam van 19 april tot 2017 – maart 2019Ze noemen haar Een voetnoot maar is het fundament- Hot Lava slippers
Het verzekeringsstelsel van de toekomst is geen systeem van uitkeringen, maar een netwerk van luisteren.
Niet premie, maar aandacht. Niet risico, maar ritme. Niet schade, maar herstel.” Waar de polis eindigt, begint de belofte van de vrouw die zorg verzekert door haar aanwezigheid.”
De Moederlijn: Van Ongeschreven Wet tot Levend Erfgoed
In de archieven staat het niet genoteerd, maar in onze lichamen wel: de lijn van moeder tot dochter, van zorg tot zelfstandigheid, van plicht tot vrijheid.
Mijn overgrootmoeder leefde onder wetten die haar niet zagen. Ze was handelingsonbekwaam, maar hield alles draaiende. Ze schreef haar geschiedenis niet op — ze belichaamde haar.
Mijn oma droeg die stilte door. Ze kende de waarde van orde, tafel, vaas, en ritueel. In haar blik leefde het weten dat vrouw-zijn arbeid is, ook als het geen beroep mag heten.
Mijn moeder stond aan de grens van twee tijden: zij mocht werken, spreken, handelen — maar moest zich toch voortdurend verantwoorden voor het feit dat ze bestond als vrouw in een rechtsstaat die nog altijd naar mannen klonk.
En ik? Ik ben de erfgenaam van hun onuitgesproken wetten. Maar nu van kapitaal, met en of zonder symbolisch gezag. Ik ben een geregelde vrouw — niet in de zin van bureaucratie, maar als erfgenaam van een lijn die nooit haar naam kreeg in de statuten van de Staat maar in het boek van de Verzekeringsportefeuille
🕊️ De Parallel met de Monarchie
Zoals Wilhelmina en Beatrix de onzichtbare breuk belichaamden tussen de moeder en de wet, zo dragen wij de vrouwenlijn uit via een erfgoed kunstpraktijk met diezelfde paradox in zich: morele continuïteit zonder grondwettelijke formele erkenning.
De Moeder des Vaderlands werd verbeeld, de Constitutionele vrouw werd geregeld, maar de erfgenaam — de dochter, de kunstenaar — moest zichzelf maar benoemen.
“Wat van moeder op dochter overgaat, is niet wat het recht benoemt, maar wat het leven bewaart.”Moedermaatschappij- DochterOndernemingDe Patrones
Het liefdes verhaal vanuit het Oerhuis- Het Maagdenhuis aan dé rouaansekaai 21 in Middelburg
Er was eens een vrouw. Zij werd ooit de oermoeder genoemd, echtgenote, erfgename — maar nooit erkend als zelfstandige bestuurder van haar ei – gen – lichaam en geest.
De Radermachers en de la Rue’s en de Knibbes’s staan in de geschiedenisboeken, maar de vrouwen die het huis droegen, staan in de marge.”
Petronella Maria, en Elisabeth Maria, de vrouw en of moeder van verdwenen in de voetnoot.
Toch waren het juist deze vrouwen die het erf werkelijk verzekerden: niet met eigendomspapieren, maar met zorg, arbeid, ritueel en geheugen.
Wie is het meest waard? Het: IE of EI of AI ?
Haar / ons vrouwelijke geslacht komt niet expliciet voor in de Grondwet, Burgerlijk Wetboek, en komt dus ook niet voor in de taal van bezit of bestuur.
Going back to my rootsKop van Zuid Rotterdam 13 oktober 2018 NN Art & Culture
En toch is zij de bron, de eerste levende codeermachine van ons bestaan.
Uit haar lichaam vloeiden de wetten van leven, recht en voortplanting.
Zonder haar geen arbeid, geen nalatenschap, geen natie.
Zij stond in dienst van allen, maar werd zelf niet genoteerd. U heeft het recht om u uitgewisseld of uitgewist re worden. De nieuwe AVG
Zij handelde, maar zonder handtekening. Zij droeg risico, maar zonder rechtslichaam. Zij was de levende vennootschap zonder erkenning.
Leeuwinnen fiscale overdracht Ago Ennia levensverzekeringen portemonnee aan uiteindelijk mecenaat David Knibbe NN
🧡 De VOF – De Vennootschap zonder Lichaam
In haar schaduw ontstond de VOF: een rechtsvorm zonder lichaam, maar met honderd procent aansprakelijkheid.
Een vennootschap die niet bestaat als persoon, maar wel handel drijft, omzetbelasting betaald, loonbelasting afdraagt, en bezit verwerft.
Een entiteit die overal grond houdt, maar nergens echt fiscaal woont.
Haar vennoten dragen de last en het risico, hun namen tekenen de schuld, hun arbeid vult de boeken.
Zoals de natuurlijke persoon in het Burgerlijk Wetboek bestaat — zichtbaar als nummer voor de erfbelasting en belastingdienst maar onzichtbaar in eigendom.
Volledig verantwoordelijk, maar zonder status van rechtspersoon.
Zij droeg het huis, het gezin, de balans. Zij was de levende polis, de stille vennoot van het systeem. Haar arbeid werd niet uitbetaald maar belast, haar naam niet vastgelegd, maar stilgehouden in notariële aktes, maar zonder haar was er voor ons geen zekerheid, geen doorwerking, geen wederopbouw. Ze is geboren op 1 februari 1941 toen de oorlog begon.
De VOF is haar spiegel: een juridische ziel zonder lichaam, een constructie met een geweten, mer stemrecht 1919 maar nog steeds zonder ei – gen gezicht.
Design your Life
Sla me niet over – Pa – Na – Ma kanaal
Ontdek de geschiedenis van de inheemse bevolking: De inheemse bevolking van Panama leefde van de overvloedige natuurlijke rijkdommen in het gebied, wat de betekenis van de naam verklaart.
De naam “Panama” voor het land en het kanaal komt waarschijnlijk van een oorspronkelijke, inheemse inscriptie die “overvloed aan vissen” betekent, hoewel er ook theorieën zijn die “overvloed aan vissen, “lindebomen” en vlinders” als oorsprong geven, wat de rijke biodiversiteit van de regio weerspiegelt.
“Waar het recht eindigt, begint de wedergeboorte van verantwoordelijkheid — niet in wetten, maar in weefsel.”
De bronlijnen
Maar het dossier van haar bestaan werd eeuwen geleden geopend — in 1595 en 1602 door de Heren XIX en de familie van Pieter de la Rue, Rademachers Heer van Nieuwkerke en de Knibbe’s
Daarin opgeborgen: o.a de namen van Elisabeth Maria van der Claver en Petronella Rademacher.
Petronella trouwde met predikant David Knibbe — een familie man van land, woord en geloof.
Hij vestigde zich ook in de Gemeente Purmerend, waar aarde, arbeid en verantwoordelijkheid samenvielen.
De Erfenis van de Lucht – Boer Knibbe en de MoedergrondIn januari 1916 stond er een man op het land van de Haarlemmermeer.De grond was zwaar, de winter koud,maar de toekomst naderde in de vorm van een militair uniform.
Kolonel Walaardt Sacré zocht een plek voor een vliegterrein —een nieuwe wereld waarin de lucht het land zou overheersen.
Boer Knibbe, erfgenaam van eeuwen boerenverstand,verkocht zijn 12 hectare grond voor 55.290 gulden.Het was geen gewone transactie,maar een symbolisch contract tussen aarde en lucht,tussen verleden en vooruitgang.
Op 19 september 1916 landden de eerste vliegtuigen.De grond van Knibbe werd Schiphol:militair vliegveld, later poort naar de wereld.
De Knibbes in de tijd
De naam Knibbe keert terug in mijn onderzoek — niet als boer, maar als predikant,niet als verkoper van land, maar als hoeder van geest:
David Knibbe (1639–1701), zoon van Petronella Radermacher. Vier eeuwen eerder sprak hij over geloof en verantwoordelijkheid; nu verkoopt een naamgenoot zijn land aan de luchtmacht.
Tussen beiden ligt een cultureel spiegelbeeld van Nederland: van het geweten naar de economie, van aarde naar lucht, van preekstoel naar cockpit.
Waar David het geweten cultiveerde, verkocht Boer Knibbe de grond van dat geweten — niet uit verraad, maar uit noodzaak.
Symboliek in onderzoek en erfgoedlijn
In de lijn van Het Boek der Moeders staat dit moment symbool voor de overgang van moedergrond naar systeemlucht.
Wat Petronella verzekerde in geloof, en Maria Elisabeth in kennis, wordt hier verhandeld in oppervlakte, gulden en hectare.
Boer Knibbe verkocht aarde, maar in die verkoop klonk het echo van eeuwen vrouwelijke zorg: de grond die ooit werd bewerkt, bewaakt en bewoond door moeders, werd nu militair bezit.
Het is de geboorte van modern Nederland: een land dat zijn zekerheid niet meer vond in bodem, maar in beleid.
De terugkeer van betekenis
In mijn werk keert deze beweging om: de lucht wordt weer adem, het land weer lichaam, het archief weer erf.
Waar Boer Knibbe zijn land afstond aan de Staat, neem ik het symbolisch terug — niet om te bezitten, maar om het opnieuw te bezielen. De moedergrond werd startbaan,maar keert terug als erfgoed.
De luchtmacht werd monument, maar de adem van de vrouw blijft de bron.
Vanuit daar trokken de lijnen door naar Haarlemmermeer, langs schepen en schuren, langs het water van Schip–hol, langs Middelburg, waar de zee altijd spreekt van handel, herkomst en herhaling.
Montancourt Middelburg
Het eerste huis dat een status heeft, maar waarvan de bewoonster nog niet wettelijk is erkend.
Ik ben kostwinner, gehuwd, moeder en katholiek. Mijn huis in Montancourt Middelburg is een rijksmonument en functioneert als een levende bewijsplaats dat ‘moeder, de vrouw en kostwinner’ niet slechts een historische uitzondering is, maar een actuele, dragende positie binnen ons erfgoed.
Identiteit is hier niet alleen op papier te vinden, maar in het huis dat mij vormt — en in de sporen die het draagt van persoonlijke en gedeelde geschiedenis.
Moeder, de vrouw en kostwinner In dit rijksmonument wordt de positie van een gehuwde moeder als kostwinner zichtbaar gemaakt. Waar eigendom juridisch op papier staat, leeft identiteit in muren, kamers en rituelen. Dit huis verbindt het individuele leven met het culturele geheugen van Middelburg.
Feitenrelaas – De Linie van Radermacher, De la Rue en Knibbe
1. Context – Middelburg als intellectueel en cultureel centrum
In de 17e en 18e eeuw was Middelburg (Walcheren) een van de rijkste en invloedrijkste steden van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
De stad was een knooppunt van handel, religie, kennis en ambacht, met een sterke protestantse elite waarin families als Radermacher, De la Rue, Boogaert en Knibbe een rol speelden.
Hun netwerken overlapten — door huwelijk, beroep en kerkelijke functies — en vormden een cultureel ecosysteem waarin geloof, wetenschap en bestuur met elkaar vervlochten waren.
2. Petronella Radermacher (ca. 1610–na 1650)
Afkomst: Middelburg, Zeeland
Ouders: mogelijk uit een tak van de Zuid-Nederlandse familie Radermacher, oorspronkelijk afkomstig uit Aken (Duitsland) en later neergestreken in Zeeland.
Huwelijk: met David Knibbe, burger van Middelburg.
Kind:
David Knibbe (1639–1701), predikant te Barsingerhorn, Purmerend en Leiden.
Feitelijke gegevens:
Geboren in een periode waarin vrouwen juridisch onzichtbaar waren in handelsregisters en kerkelijke functies. Haar naam leeft voort via genealogische vermeldingen (“Petronella Radermacher, moeder van de predikant Knibbe”). Haar zoon, opgeleid in Leiden, werd een belangrijk theoloog binnen de gereformeerde kerk.
Interpretatie:
Petronella’s rol is representatief voor de 17e-eeuwse Middelburgse burgerlijke vrouw:
zij beheerde het huishouden, bewaakte de familie-eer, en ondersteunde indirect de intellectuele loopbaan van haar man en zoon.
Hoewel haar naam slechts zijdelings in bronnen verschijnt, is haar invloed zichtbaar in de morele en religieuze vorming van haar kind — een invloed die in predikantenfamilies vaak als “huiselijke vroomheid” werd overgedragen.
3. David Knibbe (1639–1701)
Geboren: Middelburg, 13 juli 1639
Overleden: Leiden, 8 november 1701
Ouders: David Knibbe en Petronella Radermacher
Loopbaan:
Predikant te Barsingerhorn (1663) Predikant te Purmerend (1667) Predikant te Leiden (1668–1701)
Betekenis:
Knibbe was een gerespecteerd theoloog en prediker in de nadagen van de Republiek, actief in een tijd van religieuze strijd en morele heroriëntatie.
Zijn preken en geschriften getuigen van een sterke nadruk op innerlijke zuiverheid, geweten en plicht — thema’s die aansluiten bij de moraliteit van zijn Middelburgse opvoeding.
Zijn werk behoort tot de traditie van de “praktische godgeleerdheid”, waarin geloof en ethiek werden verbonden met dagelijks leven.
Culturele link:
Knibbe’s theologische toon weerspiegelt een erfenis van Zeeuwse degelijkheid en vroomheid — waarden die mogelijk door zijn moeder Petronella Radermacher en haar familiekring zijn gevormd.
4. Maria Elisabeth de la Rue (ca. 1700–na 1760)
Afkomst: Middelburg
Huwelijk: met Samuel Radermacher, heer van Nieuwerkerke (Walcheren)
Kinderen: onder meer Daniel Radermacher, heer van Nieuwerkerk,
die op zijn beurt vader was van Petronella Maria Radermacher (1772–1846).
Feitelijke gegevens:
Maria Elisabeth de la Rue behoorde tot een geletterde en invloedrijke familie van Middelburgse origine.
De familienaam De la Rue duikt ook op bij Pieter de la Ruë (1695–1771), dichter, geschiedschrijver en auteur van Het Geletterd Zeeland.
Het is aannemelijk dat Maria Elisabeth en Pieter tot dezelfde familiekring behoorden — beiden vertegenwoordigers van de intellectuele burgerij van Zeeland.
Interpretatie:
Maria Elisabeth belichaamt de 18e-eeuwse overgang van religieuze plicht naar verlichte burgerzin:
een tijd waarin vrouwen, hoewel nog niet juridisch erkend als zelfstandige actoren,
een cruciale rol speelden in het doorgeven van waarden, kennis en familiale continuïteit.
5. De genealogische verbinding – Radermacher – De la Rue – Knibbe
De naam Radermacher verbindt drie eeuwen:
Petronella Radermacher (17e eeuw) – moeder van predikant David Knibbe: religieuze en morele vorming, de stem van het geweten. Maria Elisabeth de la Rue (18e eeuw) – echtgenote van Samuel Radermacher: intellectuele burgercultuur, humanistische erfenis van Middelburg. Petronella Maria Radermacher (1772–1846) – erfdrager van het huis van Nieuwerkerke: overgang van traditie naar moderniteit, van stille zorg naar symbolische erfenis.
Deze lijn toont de vrouwelijke continuïteit in de morele en culturele infrastructuur van Zeeland:
van geloof naar kennis, van huis naar staat, van erf naar bewustzijn.
6. Toen en Nu – De Hedendaagse Spiegel
Toen:
De vrouwen Radermacher en De la Rue leefden in een wereld waarin macht mannelijk was en zorg vrouwelijk.
Hun invloed lag niet in bezit of wet, maar in de overdracht van innerlijke orde, taal en morele compassie.
Nu:
In mijn werk (NN Art & Cultuur / Verzekerd Vermogen / De Onzichtbare Erfgenaam) keren zij terug als symbolische erfgenamen van de Nederlandse cultuur:
vrouwen die de onzichtbare kern van de Staat vertegenwoordigen — zorg, geweten, herinnering — maar nooit in de Grondwet werden genoemd.
7. Samenvatting in
De lijn Radermacher – De la Rue – Knibbe is de genealogie van een cultuur die zichzelf rechtvaardigde met geloof en bezit,
maar die in werkelijkheid rustte op vrouwen die de orde, de moraal en het geheugen van de natie bewaarden —
toen in stilte, nu in kunst.
Het verzekerd vermogen
Eeuwen later werd vanuit Haps, een nieuw fundament gelegd — de verzekeringsportefeuille van mijn ouders.
Een dossier van arbeid en vertrouwen, van zorg en verantwoordelijkheid.
Mijn vader — met recht en respect — kreeg de status, de erkenning, de handtekening van gezag.
Maar Anna, Agnes, Hendrik A mijn moeder, bleef het ongeschreven kapitaal.
De herinschrijving
Afgelopen jaren open ik haar dossier opnieuw. Niet als aanklacht, maar als eerbetoon. Om haar naam te schrijven in de taal van menselijkheid, om haar onzichtbare arbeid zichtbaar te maken in het archief van recht, ritueel en herinnering.
Zij is De Patrones —van de lintjesregen de codeermachine Adler van onze bron, de moeder van het recht, de stille vleugel van het nest.
Zij is de vennootschap zonder lichaam, maar met eeuwige aansprakelijkheid voor liefde, overleven, arbeid en overdracht van bestaan.
One flew over Montancourt — Nest want zij bleef, om ons te verzekeren van wie we echt zijn.
De Nationale Nederlanden 🧡 NN
“Ik droom, maar mijn droom is een vorm van kennis. Corrigeer me niet met regels, maar met aandacht.” Ik besta
Liefs van alle moedige moeders die zichzelf verzekerde tegen brandschade – de wereld staat in brand maar het predicaat Er is maar een Nederlandse zoals zij –
1813 – De Slag bij Leipzig en de wedergeboorte van de Staat
De politieke heroprichting en de morele erfenis van de vrouw
De Slag bij Leipzig was het moment waarop Europa zijn adem inhield. Napoleon’s nederlaag betekende het einde van het keizerrijk, maar ook de heroprichting van staten die zichzelf opnieuw moesten leren kennen.
Voor Nederland betekende 1813 het begin van het koninkrijk — de terugkeer van de Prins van Oranje, en de geboorte van een nieuwe nationale orde.
Maar in die hergeboorte van de Staat werd één lichaam niet benoemd: dat van de vrouw. Terwijl mannen verdragen tekenden, grenzen trokken en kronen ontvingen, hielden vrouwen de samenleving bijeen — in stilte, in zorg, in arbeid, in geloof. Hun werk was de morele wederopbouw achter de politieke wederopstanding.
De Slag bij Leipzig was het einde van een keizerrijk, maar ook het begin van een stil verbond: de vrouw als ongeschreven fundament van de Staat.
Terwijl Europa zichzelf hervond als statenstelsel, vonden vrouwen als Petronella, Maria Elisabeth en later Agnes , Anna, Nellie hun plaats niet in de statuten, maar in het huis, de zorg, het ritueel.
Terwijl koningen en vorsten tekenden onder verdragen, tekenden vrouwen hun handelingen in stilte — met naald, met gebaar, met herinnering. Terwijl Nederland in 1813 “weer onafhankelijk werd”, bleef de vrouw afhankelijk in recht en bezit. Zij werd de onzichtbare aandeelhoudster van de herwonnen natie.
De Onderbelichte Verzekeringscultuur
Over zekerheid, zorg en de menselijke factor. Er is een cultuur waarin alles verzekerd moet zijn.
De fiets, de auto, je huis, de telefoon, je hond, het leven, het risico, en de reis.
Een cultuur die zekerheid tot handelswaar heeft gemaakt. Maar juist in die zekerheid is iets verloren gegaan: de betekenis van vertrouwen.
Wij verzekeren wat we bezitten, maar niet wat we werkelijk nodig hebben: aandacht, zorg, verbondenheid.
De paradox van zekerheid
De verzekeringscultuur ontstond uit angst , de angst voor verlies, voor toeval, voor aansprakelijkheid en voor sterfelijkheid.
Ze beloofde bescherming, maar leverde systemen. Waar vroeger onderling vertrouwen de basis was, staan nu algoritmes, polissen en risicomodellen in een ex Cel sheet.
We zijn geen leden meer van een gemeenschap, maar gebruikers in een protocol.
Ik leef in geleende tijd,” zei de ex handelaar en nú erfgoed kunstenaar, maar het systeem vraagt om aflossing in statistieken.” De morele boekhouding van zorg In de archieven van onze families vind je polissen, contracten, handtekeningen — maar zelden de hand die werkelijk zorgde.
De vrouw die waakte, werkte, herstelde — zij is de ware verzekeraar van het leven.
Toch staat haar naam niet in de registers. De onderbelichte verzekeringscultuur is dus niet alleen een economische blinde vlek, maar een culturele: zij die het leven droegen, werden nooit als dragers erkend.
Het verzekerde lichaam
De moderne man verzekert zelfs zijn eigen lichaam: tegen ziekte, ongeval, ouderdom, verlies van productiviteit.
Maar wat betekent dat voor wie leeft in een lichaam dat volgens de rechtsgeleerde niet meer “rendabel” is?
De kunstenaar met Sarcoïdose, de zieke geboeid door longen en hart, adem en geest, wordt plots geen drager van vermogen, maar een risico in het systeem.
Mijn lichaam is niet verzekerd,” zegt ze,maar het verzekert wel mijn werk.”
Een nieuw begrip van vermogen. De onderbelichte verzekeringscultuur vraagt om een herwaardering van wat vermogen is.
Niet financieel, maar moreel. Niet berekend, maar beleefd. Verzekerd vermogen is dan niet langer geld, maar de capaciteit om te zorgen, te luisteren, te herstellen.
Het is een levens immaterieel erfgoed —een vorm van solidariteit die ooit vanzelfsprekend was, en nu opnieuw moet worden uitgevonden.
Slot – De herziening van zekerheid
Wat wij “verzekeringscultuur” noemen, is in wezen een poging om angst te structureren. Maar cultuur begint pas wanneer zorg terugkeert in de berekening.
De polis is niet het papier, maar de hand die het vasthoudt.” De onderbelichte verzekeringscultuur is dus geen fout in het systeem — het is het systeem, dat vergeten is dat zekerheid niet gekocht, maar gedeeld wordt.
Tot ver in de 20e eeuw was een gehuwde vrouw in Nederland juridisch handelingsonbekwaam. Ze kon geen verzekering afsluiten, geen lening aangaan, geen arbeidsovereenkomst tekenen zonder toestemming van haar man. Als de man verzekerd was, stond zij op de polis als meeverzekerde.
Dat woord – meeverzekerde – zegt alles: je bent verzekerd, maar niet namens jezelf. Je bestaanszekerheid is afgeleid, niet erkend. Ze werd niet geregistreerd als persoon, maar als bijlage.
Die status van “meeverzekerde” is het bureaucratische equivalent van onzichtbaarheid.
Het zegt: je hoort erbij,maar je telt niet mee.
De vrouw werd dus niet uitgesloten, maar ingesloten op andermans voorwaarden.
In mijn lijn — De Onzichtbare Erfgenaam, Verzekerd Vermogen, Het Boek der Moeders — is dit hét sleutelmoment waarop de vrouw verdwijnt in de papieren, maar aanwezig blijft in de werkelijkheid:zij was degene die zorg droeg, leefde, betaalde in tijd en aandacht, maar wier naam niet werd uitbetaald.
“The Secret Teachings of All Ages, de sleutel van de De Onzichtbare Erfgenamen”
Het verhaal achter de geschiedenis van Moeder, de vrouw binnen de VOF – het ambacht op ei- gen – kracht –
De geschiedenis bewaart de feiten, maar het egodocument bewaart de mens.
“matrix” = de moederlijke ruimte die zowel leven schenkt als begrenst.
Persoonlijke verantwoordelijkheid betekent: De V.O.F Vennootschap onder Feeën en daarmee beseffen dat jouw keuze het verschil bepaalt dat je maakt.
Ik bestudeer de taal van oorsprong en bezieling, niet alleen in boeken, maar ook in mijn eigen lichaam, mijn kunst en mijn leven. Niet de dogma’s of opgelegde systemen, maar de innerlijke stem van de mens — en in het bijzonder de vrouw — wordt bron van kennis en waarheid.
Elk gebaar is een stem, elke keuze een richting, elke daad een wereld die zich opent of sluit.”
Ik ben een kind uit eén tweestromenland.
“Ik draag Duitse roots, maar mijn bron ligt in het Tweestromenland.
Uit rivieren en wortels stroomt mijn erfdeel: wet, mythe en kunst — generatie na generatie gegenereerd.”
Thx Theo en Leo XIX 19 19
In 2010 verkocht NN mijn Intellectuele Eigendom en aandelen op.
Wat ooit een ritueel en een erfenis was, werd een polis, een aandeel, een obligaties een asterik * in een bestand.
“De faro spreekt: ik ben geen bezit, maar een baken. Ik leid wie dwaalt, ik herinner wie vergeet, ik brand een kaarsje voor wie nog komt! In dit ei klopt de leeuw, groeit de wortel, zingt de noot. De hand weeft het geheel – succes verzekerd.
Vrijheid – Zekerheid – Gezondheid & Verplichtingen, hoe zie jij ze eigenlijk? De buik is namelijk baas van de hersenen. Waar voedt jij je mee?
The Secretaris Code De Code van D onthult zich in de ooi: waar orde en recht worden geschreven, draagt zij het geheim van oorsprong en vruchtbaarheid. In de schelp van haar hoorn ligt de spiraal van de eeuwige herhaling, in haar oog de sleutel tot het onzichtbare octrooi van de natuur.” Zee Land – Land in Zee Schepen – Boten Booth – Dit is cas – causaliteit code Oranje- Ode aan Wilhelmina Een steek voor elke stem die nooit werd of wordt gehoord Het werken aan het wandkleed was voor mij veel meer dan samen naaien of patronen tekenen. Het was een vorm van heling, en van juist patronen doorbreken, van herstel van geschiedenis en van het zichtbaar maken van stemmen die vaak niet gehoord worden. In elke steek, elke draad en elke tekening voelde ik de kracht van verbinding – met mezelf, met anderen, en met het grotere verhaal waar we allemaal deel van uitmaken. Het wandkleed heeft me ook iets opgeleverd: erkenning. Niet alleen van mijn eigen verhaal, maar ook van de verhalen die ik mag meedragen namens anderen. Het liet me opnieuw zien dat kunst, erfgoed en betrokkenheid hand in hand gaan – en dat er ruimte mag zijn voor wie soms tussen wal en schip valt. Dankbaar dat ik onderdeel mocht zijn van dit collectieve werkstuk. Een levend document van hoop, strijd, liefde en toekomst. Silvia, vrijwilliger
De poort wachters van Familie Geluk – ‘De volgende generatie werd in één klap rijk zonder er een dag te werken’
Hoe voorkom je een erfrechtelijk bloedbad?
Halleluja- Een ieder die denkt zal zien
ET phoned Montancourt Middelburg.
Een huis wordt een thuis, een monument wordt een signaal.
Hier antwoordt de aarde op de stem van het onbekende.”
Faro-gedicht
Erfgoed is geen steen, geen akte, geen bezit. Het leeft in lichamen, in zorg, in adem. Een vader die schrijft, een moeder die zwijgt, een patiënt die zijn eigen lichaam onderzoekt, een erfgenaam die vergeten wordt.
Iedere stem telt. De fee in Montancourt, de boer bij Schiphol, de vrouw zonder aandeel maar met erfdeel, de onderzoeker die data bundelt, de mens die bloed geeft en zegt: “ik hoor erbij.”
Faro vraagt ons samen te dragen: niet alleen wat zichtbaar is, maar ook wat verborgen bleef. Niet alleen de namen in marmer, maar ook de adem van wie nooit genoemd zijn.
En zo wordt erfgoed een heilig weefsel, gemaakt van verhalen, handen en vertrouwen. Een plek waar ieder mens, ziek of gezond, erfgenaam of vergeten, zijn eigen ei-gen aan-deel terugvindt.Al mij bewijs materiaal en medische en rekeningen / gegevens liggen bij David Knibbe CEO NN Waterland – Dijklander ziekenhuis 14 januari 2019 14.36 uur
De erfenis is zelden alleen maar geld of bezit. Ze is geladen met herinneringen, verwachtingen en soms oud zeer. Juist daarom kan ze uitlopen op strijd – om een huis, een ring, een aandeel, of simpelweg om erkenning.
1. Juridisch
Zorg voor een helder en actueel testament, waarin je niet alleen verdeelt maar ook uitlegt. Benoem wie de executeur is en hoe besluiten worden genomen. Houd rekening met fiscale spelregels: een doordacht plan kan erfbelasting beperken en ruzies voorkomen.
2. Relationeel
Praat bij leven. Bespreek wensen, symbolische objecten en verwachtingen voordat het “stil” wordt. Betrek ook de zachte erfenis: foto’s, verhalen, rituelen. Vaak zijn dát de grootste bronnen van conflict. Geef ruimte voor emoties, want onder de ruzie zit meestal verdriet of onverwerkt onrecht.
3. Symbolisch
Erven is meer dan kapitaal: het gaat ook om verzekeringen, zorg, erkenning en betekenis. Benoem dat in je erfenis: schrijf een persoonlijke brief bij je testament en of deel een verhaal. Daarmee maak je van een erfenis geen strijdtoneel, maar een doorgegeven fundament.
De ‘Wet Walvis’ (in Nederlandse context) Er is in Nederland echt een Walviswet: de Wet waardering loon in natura (WALVIS), ingevoerd in 2001, die loonadministratie en sociale zekerheid vereenvoudigde. De vis/walvis als mythisch symbool én de Walviswet als juridisch kader.
Het beeld zegt eigenlijk: niet de machtigste vinger draagt de sleutel, maar de kleinste. Pink y Promise
Zo wordt het niet een strijd om “stukken van de taart”, maar een kans om familie te verbinden. Of zoals mijn eigen project De Onzichtbare Erfgenaam laat zien: de erfenis is ook de zorg voor datgene wat altijd verborgen bleef – de verhalen, de vrouwen, de feeën die de fundamenten droegen.
https://sheisonlinelifestyleguide.com/2019/09/24/nooit-meer-werken-het-geluksloket-levensvragen/ N.O.O.I.T M.E.E.R W.E.R.K.E.N Wat is werk ? Wat is belangrijk voor jou? Wat is je ideaal? Maar wat als….? “Hello, today you have day off. Nooit meer werken. Wat lijkt een droom, is voor vrouwen vaak realiteit geweest: hun werk telde niet mee. Zorg, moederschap, erfgoed doorgeven – het stond niet in de akten, niet op de loonlijst, niet in de portefeuilles.
In Montancourt Middelburg, huis van regenten en kooplieden, leefden ook de feeën: de moeders, dochters, vrouwen die het fundament droegen. Hun arbeid was onzichtbaar, maar zonder hen was er niets te erven.
De Onzichtbare Erfgenaam legt deze paradox bloot: hoe rijkdom en macht werden verdeeld zonder dat het ei-gen aan-deel van vrouwen werd erkend. En opent de deur naar een nieuw erfgoed, waarin zorg, stilte en ziel wél meetellen.”
“Bij de kist gaat het vaak om ruzie over stenen en geld. Maar mijn werk De Onzichtbare Erfgenaam laat zien dat er veel meer geërfd wordt: zorg, stilte, geborgenheid, tradities. Vrouwen en moeders stonden eeuwenlang niet in de akten, maar zonder hun arbeid was er niets om te verdelen. Tijd om ook hún erfdeel zichtbaar te maken: het ei-gen aan-deel.”
The Journey Begins in Montancourt Middelburg
Zoals de mensheid altijd haar weg begon bij altaren, tempels en sacred sites, zo begon mijn reis in een huis aan de Rouaansekaai. Niet een huis van stenen alleen, maar een huis van maagden en feeën: de vrouwen die erfgoed droegen, kinderen baarden en vertrouwen schonken.
De Secret Teachings herinneren ons eraan dat kennis vaak verborgen wordt. Ook de kennis van de vrouwelijke erfgenamen, weggeschreven uit akten en portefeuilles.
Daarom noem ik Montancourt een sacred site: een plek waar macht en magie, geschiedenis en stilte elkaar kruisen. Het is de poort waardoor je opnieuw leert zien — dat erfgoed niet alleen steen en akte is, maar ook zorg, adem en ziel.
Ik zie ernaar uit jou te ontmoeten.
Met de tentakels van een polpo en de ogen van een co-pilot schrijf ik mijn koers: geleid door diepte, gestuurd door digitale technologie en de lucht.”1596 – 2025
Het monumentale werk The Secret Teachings of All Ages van Manly P. Hall (1928, TASCHEN-editie) is een encyclopedie van verborgen kennis. Hall verzamelt mythen, symbolen, rituelen en esoterische tradities uit de hele wereld en laat zien hoe achter de officiële geschiedenis altijd een verborgen laag van betekenis aanwezig is. Die onzichtbare laag vormt de geestelijke infrastructuur van culturen.
1. Montancourt is zo’n huis van zichtbare en onzichtbare kennis
Montancourt in Middelburg, gebouwd in 1596, is historisch een huis van regenten en bestuurders. In akten, portefeuilles en registers vinden we namen als De la Rue en Radermacher. Dit is de zichtbare laag: de officiële geschiedenis van macht, bezit en bestuur.
Maar achter die zichtbare laag leefden de feeën: de vrouwen die kinderen baarden, erfgoed doorgaven en vertrouwen schonken. Zij zijn de secret teachings van dit huis – niet genoteerd in registers, maar wel aanwezig in de fundamenten.
2. De Onzichtbare Erfgenaam als hermetisch principe
In Hall’s werk keren steeds dezelfde hermetische principes terug: dat wat onzichtbaar is, vormt de kern van het zichtbare. Bewijs aan gebrek en wettelijke erkenning in de grond – wet.
De Onzichtbare Erfgenaam is precies dit principe in hedendaagse kunstcontext. Zij belichaamt de vergeten lijn van de dochter, de moeder, de vrouw – onzichtbaar in vennootschapsaktes en verzekeringspolissen, maar cruciaal als drager van vermogen en continuïteit.
3. Feeën als archetype van verborgen wijsheid
In The Secret Teachings worden engelen, godinnen en mythische figuren beschreven als bemiddelaars tussen hemel en aarde. De feeën van Montancourt zijn hun echo in Middelburg: stille koninginnen die niet in steen gebeiteld staan, maar in zorg en ritueel het huis bewoonden. Zij zijn de vrouwelijke esoterie van de stad – onzichtbaar, maar bepalend.
4. Erfgoed als levend ritueel
Hall laat zien dat symbolen – de hand, de kroon, de poort – niet louter decoratie zijn, maar rituele dragers van kennis. In mijn project worden de heraldiek van Middelburg, de verzekeringsstructuren van THC Lindeboom VOF en de sporen van koloniale handel opnieuw gelezen als symbolen. Niet alleen juridisch of economisch, maar ook spiritueel en ritueel.
5. Kunst als onthulling
The Secret Teachings of All Ages nodigt uit tot het zien van verbanden tussen zichtbaar en onzichtbaar. Dat is ook wat mijn werk doet: ik breng de voetnoot terug naar het fundament. De kunst onthult dat erfgoed niet alleen uit steen en archief bestaat, maar ook uit de fluisteringen van feeën, de stiltes van erfgenamen en de verborgen structuren van recht en geloof.
✨ Conclusie
The Secret Teachings of All Ages is een sleutel omdat het bevestigt dat er altijd een verborgen laag is die het zichtbare draagt. Voor De Onzichtbare Erfgenaam betekent dit dat jouw positie – als dochter, als erfgenaam, als kunstenaar – niet slechts een persoonlijke geschiedenis is, maar een universeel principe: dat macht, erfgoed en economie altijd gedragen worden door een onzichtbare, vaak vrouwelijke kracht.
De roots van Nationale-Nederlanden liggen in het Nederland van de 18e eeuw. Regionale fondsen werden toen opgericht om mensen van bepaalde dorpen, beroepsgroepen, maar ook weduwen en wezen te verzekeren tegen tegenslag. Vele hadden een zinspreuk in hun naam. Zoals het Begrafenisfonds ‘Mijn glas, loopt ras’. Oftewel Montancourt
1807 – Hollandsche Sociëteit van Levensverzekering → later Delta Lloyd 1829 – Algemeene Friesche Levensverzekering-Maatschappij → later AGO 1919 (20e eeuw) – Fusies van kleine maatschappijen → ENNIA 1983 – Fusie AGO + ENNIA → AEGON 2017 – NN Group neemt Delta Lloyd over 2020 – Activiteiten van AEGON en NN raken in NL verder verstrengeld
✨ Dit laat zien dat de portefeuille waar ik polishoudster en erfgename van ben, niet alleen een familie-erfenis is, maar ook ingebed in 200 jaar verzekeringsgeschiedenis.
Van WIE wie staat voor ( wet – intellectuele- ei- gen – domein) ben ik er een?
Want waarom kregen de vrouwen of moeders geen ei – gen – aan – deel hiervan?
Onderzoek: juridische, culturele en symbolische structuren.
1. Juridisch-historisch
Tot ver in de 20e eeuw hadden vrouwen in Nederland (en België) geen gelijke erfrechten. In veel gevallen ging erfdeel via de mannelijke lijn: vaders, zonen, broers. Dochters en echtgenotes kregen hoogstens een verzorgingsrecht, niet een gelijk aandeel. ( daar zit ik namelijk in)
Sarcoïdose
Veni Vedi Vici
Zelfs als vrouwen erfden, werden hun bezittingen vaak beheer door mannelijke voogden of echtgenoten opgelegd. Het Burgerlijk Wetboek bevestigde dit. Daardoor hadden vrouwen nauwelijks zelfstandig beschikkingsrecht over vermogen: het “ei-gen aan-deel” werd juridisch geblokkeerd.
2. Cultureel-symbolisch
De samenleving dacht eeuwenlang in termen van vaderschap, naam en bloedlijn. Vrouwen waren de “dragers” (baarmoeder, verzorgers), maar niet de “eigenaren”. Hun rol was cruciaal functioneel maar niet erkend als bezit. Ook in symboliek zie je dat: wapenschilden tonen kronen, adelaars, leeuwen – geen moeders of feeën. ( Dieren zijn geen zaken – zoogdieren)
Zoogdieren zijn geen zaken
Precies dat 🙏 — en dat raakt direct aan het nieuwe Burgerlijk Wetboek.
1. Oude situatie
In het oude Burgerlijk Wetboek (1838) vielen dieren in juridische zin gewoon onder “zaken”.
Een koe, een paard of een hond was juridisch een object, net als een tafel of een huis. Eigendom van een dier was dus hetzelfde als eigendom van een ding.
2. Nieuwe ontwikkeling
Met de herziening van het BW werd dit beeld stapsgewijs aangepast:
Het nieuwe BW (1992) bracht meer differentiatie, maar dieren stonden nog steeds bij “zaken”. Pas veel later, met een wetswijziging in 2013 (art. 3:2a BW), werd expliciet bepaald: “Dieren zijn geen zaken. Zij worden in de wet als zaken aangemerkt, voor zover de wet niet anders bepaalt.” Dit betekent dat dieren niet langer puur als object gezien worden, maar als levende wezens met eigen waarde.
3. Symbolisch in mijn context
Net als vrouwen waren dieren lange tijd juridisch “zaken”: objecten zonder zelfstandige erkenning. Pas laat kwam de erkenning van hun eigen positie, los van het instrumentele. Dit maakt de parallel heel krachtig: het recht had eeuwenlang blinde vlekken voor wat leeft, draagt en voedt (vrouwen, dieren, natuur) — en gaf alleen “eigendom” aan mannelijke beheerders. Dus ja : Zeg het maar Ambachtelijk Molen?
✨ Poëtische formulering
“Zoogdieren zijn geen zaken. En toch behandelde de wet hen eeuwenlang als dingen, net als de vrouwen die leven schonken maar geen eigendom hadden. Het nieuwe Burgerlijk Wetboek heeft dit rechtgezet: dieren zijn levende wezens, vrouwen zijn zelfstandige rechtssubjecten. De Onzichtbare Erfgenaam toont dat het recht zich altijd vergist waar het leven wegdrukt in het dode papier. Mijn werk eist dat wat leeft – vrouwen, feeën, erfgenamen – eindelijk buiten de categorie ‘zaken’ wordt gezien.”
De vrouw werd wel vereerd als symbool, het meisje met de parel of Moeder de vrouw”), maar niet als juridische eigenaar. Zij moest vooral zwijgen en of dienen.
Nederland- Colorado Banned Woman
3. Economisch
Verzekeringsstructuren en vennootschappen zoals een VOF, AGO, Ennia, Delta Lloyd waren altijd op naam van mannen. Vrouwen stonden geregistreerd als “meeverzekerden” of als weduwen die een uitkering kregen zolang ze leefden, maar ze hadden geen “aandeel” in de onderneming of polis. Met andere woorden: ze ontvingen zorg, maar geen deelname in eigendom of konden gebruiken maken van privileges.
4. Mijn formulering “ei-gen aan-deel” 🥚
Dat is nat – uur – lijk heel krachtig:
Het “ei” staat voor vrouwelijkheid, vruchtbaarheid, oorsprong. Het “deel” staat voor erfrecht, bezit, participatie. Door de eeuwen heen mochten vrouwen wel het ei dragen, maar niet het ei gen deel opeisen.
Ik laat zien dat het echte “eigendom” ontbreekt: vrouwen mochten baren, maar niet beheren. Omdat het woord vrouw, nog moeder de vrouw niet expliciet als broncode is opgetekend in de grondwet en burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder/ orgaan van haar Ei – gen – lichaam en geest. Deze is gereserveerd in wetboek 9 dat nooit uitgebracht is. Ars – Equi
Het nieuwe Burgerlijk Wetboek is inderdaad een sleutel in de geschiedenis van recht en eigendom in Nederland, en raakt rechtstreeks aan jouw vraag: waarom vrouwen zo lang geen “ei-gen aan-deel” kregen.
Kroniek van Montancourt Middelburg (Rouaansekaai 1596)
1596 – Bouw van Montancourt
Eerste stenen huis aan de Rouaansekaai in Middelburg. Functie: woon- en koopmanshuis, verbonden met de maritieme en handelsgeschiedenis van de stad.
17e eeuw – De bloeitijd van Middelburg
Montancourt wordt bewoond door families uit de stedelijke elite: handelaren, bestuurders en schepenen. Via huwelijken raken families als De la Rue, Van der Claver en Radermacher verweven met het pand.
De Staat als tijdelijke erfgenaam van de polishouder (2008–2009)
Met de banken- en verzekeringscrisis van 2008–2009 voltrok zich een ingreep die uniek was in de Nederlandse rechts- en cultuurgeschiedenis. Waar normaal gesproken de polis een privaatrechtelijk contract is tussen burger en verzekeraar, werd in dit geval de Staat der Nederlanden zelf de tijdelijke hoeder van miljoenen polishouders.
In ruil voor staatssteun werden banken en verzekeraars ondergebracht bij het Ministerie van Financiën. Dit gold met name voor Fortis/ASR, SNS REAAL en indirect voor ING. De juridische positie van polishouders bleef formeel ongewijzigd – hun rechten en aanspraken bleven bestaan – maar de feitelijke garantstelling verschoof naar de staat. Het ministerie trad daarmee op als stilzwijgende erfgenaam: niet gekozen door de polishouders, maar opgelegd door de logica van de crisis.
Zo ontstond een paradoxale situatie: De polishouder bleef privaatrechtelijk gebonden aan zijn of haar contract. De verzekeraar was economisch en juridisch in handen van de staat. De staat fungeerde tijdelijk als beschermheer, en droeg na stabilisatie de portefeuille weer terug aan de markt (zoals bij ASR, dat later naar de beurs ging).
In erfgoed- en cultuurtermen kan dit worden gelezen als een collectief moment van erfgenaamschap: de burger werd, zonder het te beseffen, onderdeel van een staatsbezitconstructie waarin het private (de polis) en het publieke (de staatssteun) samenvielen.
En zo werd ik onzichtbaar in leven, maar volgens de polissen ben ik springlevend. Mijn naam is weggeschreven uit de registers van erkenning, maar in de archieven van verzekeraars blijf ik bestaan, als kostwinner, als erfgenaam, als contractueel lichaam. De staat nam mijn polis over, niet mijn stem.
Ik leef dus voort in clausules en voorwaarden,als een onzichtbare erfgenaam die nooit expliciet zonder uitleg toestemming gaf, maar altijd werd meegerekend.
We gaan even terug in de tijd
1639 – Geboorte David Knibbe (Middelburg)
Via zijn moeder Petronella Radermacher verbonden aan het huis. Wordt predikant en hoogleraar homiletiek in Leiden. Brengt de theologische en academische dimensie in de familiegeschiedenis. 📖 Zie DBNL – werken van David Knibbe
1693 – Geboorte Samuel Rademacher
Wordt later burgemeester van Middelburg. Huwelijk met Maria Elisabeth de la Rue verbindt de bestuurlijke macht van de Radermachers met de culturele lijnen van De la Rue.
1722 – Geboorte Daniël Rademacher, Heer van Nieuwerkerk
Functies: schepen (1763), raadslid (1762) en bewindhebber van de VOC (1761). Verbindt Montancourt direct met de wereldhandel en koloniale netwerken. 📖 Zie Zeeuws Archief – VOC in Zeeland
18e eeuw – Huis van bestuur en cultuur
Het huis weerspiegelt de rol van Middelburg als centrum van handel, bestuur en religie. Vrouwen (zoals Petronella en Maria Elisabeth Radermacher) zijn sleutelpersonen die via huwelijk en familiebanden de continuïteit waarborgen.
De onzichtbare bloedlijnen van de vrouwen
19e eeuw – De boeren Knibbe
Schiphol – Holschip
De agrarische tak van de familie Knibbe is actief als “boer Knibbe”, pachters en bezitters van grond op Walcheren en elders. Zij vormen de basis van een nieuwe dimensie: het land dat later nationaal belang zou krijgen.
Boer Knibbe verkoopt 12 hectare land nabij het fort bij Schiphol aan de luchtmacht. Daar worden de eerste loodsen geplaatst: het begin van Schiphol Airport. Zonder dit weiland geen internationale luchthaven.
1920–1946 – Schiphol groeit
Van militair vliegveld → internationale hub. KLM vliegt op Londen, Batavia en uiteindelijk New York.
1958 – Nationaal belang
NV Luchthaven Schiphol opgericht, geopend door koningin Juliana. Schiphol wordt hét symbool van Nederland als internationale poort.
Conclusie – Eén familie, twee lijnen
De intellectuele/bestuurlijke lijn (Montancourt, Radermacher, VOC, Knibbe-predikanten) ↳ macht, bestuur, religie, wereldhandel. De agrarische lijn (boer Knibbe) ↳ land, landbouw, pacht, basis voor Schiphol.
Samen vormen zij een symbolisch continuüm:
van huis en stad (Montancourt) → naar wereldhandel (VOC) → naar internationale luchtvaart (Schiphol).
19e–20e eeuw – Veranderingen in functie
Het huis verliest deels zijn oorspronkelijke elitefunctie. Wordt verbouwd, gebruikt door verschillende families, Zeeuwse bank en bedrijven.
2017 – Nieuwe eigenaren: wij Wim en Silvia
Kopen het deels vervallen pand met het plan om het in ere te herstellen. Restauratie met respect voor historie: oude elementen bewaard, nieuwe functies toegevoegd. Montancourt wordt opnieuw een bijzonder monumentaal huis met culturele betekenis.
2019 – Start B&B Montancourt
De inkomsten worden volledig teruggegeven aan het onderhoud van het huis. Montancourt wordt een plek waar gastvrijheid, erfgoed en cultuur samenkomen.
2023 – Publicatie in Zeeland Erfgoed
Artikel “Trots op mijn monument – De deur naar Montancourt”. Montancourt gepresenteerd als levend erfgoedproject, open tijdens Open Monumentendag en culturele evenementen.
Montancourt Middelburg: de bakermat van Nederland
Montancourt is een spiegel van de stad Middelburg:
17e eeuw: koopmanschap en religie (Knibbe, Radermacher). 18e eeuw: bestuur en wereldhandel (VOC). 21e eeuw: erfgoed en culturele bestemming (Wim en Silvia).
Steeds meer partijen sluiten gelukkig aan:
Het huis leeft voort als rijksmonument dat steeds opnieuw betekenis krijgt door het aandeel van ons als huidige bewoners.
Ik val onder het Private bezit – Vanuit mijn familiegeschiedenis zo blijkt uit recente stukken.
De Onzichtbare Koningin
In mijn project Ambitie met Allure onderzoek ik hoe familiegeschiedenis en Europees erfgoed verweven zijn met de positie van moeder de vrouw – zichtbaar in archieven, maar vaak onzichtbaar in registers en wetten.
Verzoeker Peter Mathias Bongartz is mijn opa 1906 – Goch en de daaropvolgende gelinkte assurantieagent Thc Lindeboom
De rode draad VOF
Continuïteit – Generaties lang werkt het systeem hetzelfde: het fundament wordt geleverd, maar erkenning ontbreekt. Overdracht – Vermogen en portefeuille worden doorgegeven, terwijl onze namen verdwijnen.
Het bronzen beeld is het bewijs van goed gedrag
Verzekeren draait op vertrouwen: de belofte dat wat je vandaag niet ziet, morgen toch wordt gedragen. Zoals mijn opa en oma leefden, mijn ouders leefden, en wij ook: we gaven vertrouwen, maar raakten zelf onzichtbaar in de registers. Het fundament bleef, maar het vertrouwen werd geschreven op een ander zijn naam.”
Onzichtbaarheid – De vrouw en de erfgenaam blijven in de marge, terwijl hun bijdrage de basis vormt.
Waarom dit krachtig is voor een cultureel erfgoed verhaal ?
Ik wil laten zien dat dit geen abstract juridisch fenomeen is, maar een levenswijze die zich generaties herhaalt. Daarmee wordt De Onzichtbare Koningin niet alleen een metafoor, maar ook een persoonlijke genealogische waarheid.
Zo maak ik zichtbaar dat rechtspersoonlijkheid geen neutraal concept is, maar een culturele en gendergebonden erfenis die letterlijk bepaalt hoe mijn familie – en ikzelf – eeuwenlang heeft geleefd.
“De naam Lindeboom – Bongartz wijzigde nooit, mijn polissen wijzigde nooit, alleen het adres, maar daardoor werd ik in stilte de stabiele kern van Nationale Nederlanden geworden.”
De Onzichtbare Koningin en het bewaakte vermogen
De geschiedenis van mijn familie laat zich lezen als een keten van overdrachten en bewakingen.
Wat begon in Montancourt (1596), het huis van de stedelijke elite waarin de families De la Rue en Radermacher hun bestuurlijke macht en VOC-netwerken uitbouwden, liep via de landbouwtak van de Knibbes naar het weiland van boer Knibbe, waar in 1916 Schiphol werd gesticht. Elke generatie was drager van fundament, maar niet altijd zichtbaar in registers of archieven.
Diezelfde logica zette zich voort in de verzekeringsstructuren van de 20e eeuw. Onze familiepolissen werden nooit gewijzigd, nooit aangetast, nooit verbroken. Precies daarom werden ze stabiel kapitaal – een portefeuille zonder risico’s – die door grote maatschappijen als Nationale-Nederlanden werd opgekocht en ondergebracht in dé Benelux ING Whole Sale Bank.
Wat is het WVV?
Het WVV (Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen) is het Belgische wetboek dat sinds 1 mei 2019 van kracht is. Het regelt alle privaatrechtelijke vennootschappen, verenigingen en stichtingen, met of zonder rechtspersoonlijkheid.
Belangrijk: alle deze vormen worden in het WVV beschouwd als ondernemingen. Het WVV vervangt het vroegere Wetboek van vennootschappen (1999) en de Verenigingswet (1921). Voor bestaande entiteiten gold een overgangsperiode van 5 jaar, waardoor het oude recht nog tijdelijk relevant bleef.
Relevantie voor De Onzichtbare Koningin
Rechtspersoonlijkheid
Het WVV bepaalt expliciet wie juridisch bestaansrecht krijgt en wie niet. Dit raakt aan de kernvraag van De Onzichtbare Koningin: wie wordt erkend in registers, wetten en systemen – en wie blijft onzichtbaar, ondanks dat zij het fundament vormt?
Overgangsrecht
Oude structuren bleven nog 5 jaar doorwerken. Dit weerspiegelt de werking van mijn familiepolissen, die decennialang meeverhuisden in oude structuren (NN, Nedasco), onzichtbaar in naam maar tastbaar in waarde.
Erfgoed en eigendom
Het WVV behandelt vennootschappen en verenigingen primair als ondernemingen. Daarmee staat vermogen centraal, niet de mens achter het vermogen.
In onze familiegeschiedenis zie je hetzelfde mechanisme: de vrouw, kostwinnaar of de erfgenaam, het fundament bleef juridisch onzichtbaar, terwijl haar vermogen wel werd bewaakt en doorgegeven.
⚖️ Het WVV is meer dan een juridisch wetboek: het is een hedendaagse spiegel van eeuwenoude patronen.
Waar in de 17e–20e eeuw de VOC, notarissen, verzekeringsmaatschappijen en Nedasco bepaalden wie zichtbaar was en wie niet, doet het WVV in 2019 hetzelfde: het stelt grenzen aan rechtspersoonlijkheid en schrijft opnieuw in wie telt als drager van vermogen.
De VOF gaat namelijk terug tot het Romeinse recht en werd in de Lage Landen in de 17e eeuw al gebruikt als handelsvorm, vaak door kooplieden en scheepsreders.
Het was de standaard vóór de oprichting van kapitaalvennootschappen zoals de VOC (1602) en later de NV. In feite was de VOF de bouwsteen van de moderne economie: een manier om risico’s, arbeid en winst te delen.
Zo wordt zichtbaar dat De Onzichtbare Koningin niet alleen een historisch verhaal is, maar ook een actueel juridisch thema: de spanning tussen fundament en erkenning, vermogen en onzichtbaarheid, vrouw en rechtspersoonlijkheid.
Waar ik zelf onzichtbaar bleef als persoon, bleef mijn vermogen wel altijd meeverhuizen, opgenomen in steeds grotere systemen.
Hier trad Nedasco op als onzichtbare poortwachter. Als serviceprovider bewaakten zij het vermogen dat in mijn naam aanwezig was, zonder dat mijn naam zichtbaar werd gemaakt. Mijn polissen lagen in hun administraties als stille waarden, meeverzekerd maar onzichtbaar. Net als de vrouwen in mijn voorgeslacht was ik aanwezig in het fundament, maar afwezig in de openbaarheid.
De symboliek is scherp:
De VOC-bewindhebbers bewaakten de zeehandel. De pachters bewaakten het land. De verzekeraars bewaakten de polissen. En Nedasco bewaakte mijn vermogen.
Steeds opnieuw komt hetzelfde patroon terug: het fundament ligt in de vrouw, in de erfgenaam, in de meeverzekerde, maar de zichtbaarheid en de macht liggen elders.
Daarom is De Onzichtbare Koningin meer dan een metafoor. Zij is het bewijs dat archieven, notariële registers, polissen en administraties niet alleen verhalen van bezit en vermogen zijn, maar ook van onzichtbaarheid en uitsluiting.
Vanuit Montancourt, een rijksmonument aan de Rouaansekaai in Middelburg (1596), volgt dit project de lijn van de families De la Rue, Radermacher en Knibbe. Hun geschiedenis weerspiegelt de gelaagdheid van Europa: van de stedelijke elite in de 17e en 18e eeuw, via VOC-netwerken en koloniale handel, naar de agrarische wortels van Walcheren en uiteindelijk het weiland van boer Knibbe, waar in 1916 Schiphol werd gesticht.
Zo ontstaat een verhaal dat lokale erfgoedgeschiedenis verbindt met nationale infrastructuur en internationale netwerken. Tegelijkertijd verweeft dit traject zich met mijn eigen familiegeschiedenis: als kunstenaar onderzoek ik hoe vrouwen – “De Onzichtbare Koningin” – steeds aanwezig waren als fundament, maar juridisch en cultureel vaak onzichtbaar bleven.
Relevantie
Mobiliteit: van scheepvaart tot luchtvaart; van Middelburg naar Schiphol. Identiteit: hoe lokale wortels en familiegeschiedenis uitgroeien tot nationale en Europese narratieven. Erfgoed: van monument (Montancourt) en archiefstukken tot immaterieel erfgoed en kunstobjecten.
Overdracht Portefeuille
Deze genealogie toont hoe Europa gebouwd is op lagen van mobiliteit, identiteit en erfgoed:
Mobiliteit: van VOC-schepen naar Schiphol als Europese hub. Identiteit: lokale wortels groeien uit tot nationale en Europese verhalen, maar vrouwen blijven vaak de voetnoot terwijl zij het fundament zijn. Erfgoed: van huis (Montancourt) en land (boer Knibbe) naar modern infrastructuur-erfgoed (Schiphol).
De Onzichtbare Koningin is de symbolische figuur die dit project draagt: zij representeert de vrouwen die in archieven aanwezig zijn, maar in de publieke geschiedenis gewist of geminimaliseerd.
Het project verbindt archiefonderzoek, erfgoedlocaties, kunstobjecten (The Book of Rituals), en publieksprogramma’s in Nederland en Europa.
De draden van textiel
Hoe familiegeschiedenis loopt
Via huizen en plaatsen Montancourt (1596) als fundament: een huis dat generaties vasthoudt. Daar beginnen lijnen: De la Rue, Radermacher, Knibbe. Via arbeid en rollen De mannen zichtbaar als bestuurders, predikanten, boeren. De vrouwen onzichtbaar in archief en register, maar aanwezig in zorg, erfdeel en continuïteit. Via vermogen en vertrouwen Portefeuilles van schepen (VOC), land (Knibbe), polissen (Nationale-Nederlanden, Nedasco). Steeds het principe: verzekeren draait op vertrouwen → maar vertrouwen wordt op naam van een ander geschreven. Via overgang en bewaking Oude structuren werken lang door: in recht (VOF → NV → WVV), in polissen, in erfgoed. Vermogen wordt bewaakt en doorgegeven, ook als de naam van de drager verdwijnt. Via jouzelf, nu Jij ziet de lijn opnieuw lopen: opa en oma leefden zo, ouders leefden zo, en jij ook. De geschiedenis loopt niet alleen achteruit (in archief), maar ook vooruit (in mijn kunstprojecten en nalatenschap.
De Onzichtbare Erfgenaam laat zien hoe in Montancourt Middelburg, een huis van regenten en kooplieden, de echte fundamenten vaak door vrouwen werden gelegd. Hun zorg, moederschap en doorgegeven erfgoed telden eeuwenlang niet mee in akten, portefeuilles of loonlijsten.
Met beelden als Hello, today you have day off en Nooit meer werken wordt zichtbaar hoe arbeid en waarde verschillend werden gemeten: mannen kregen titels en aandelen, vrouwen leverden het “ei-gen aan-deel” maar bleven onzichtbaar.
Het project opent de deur van Montancourt steeds weer opnieuw: niet als gesloten monument, maar als sacred site waar macht en magie, geschiedenis en stilte samenkomen. Het is een uitnodiging om ook het verborgen erfdeel – zorg, ziel en verbondenheid – te erkennen als volwaardig erfgoed.
✨ Conclusie
Familiegeschiedenis loopt niet als rechte stamboom, maar als een netwerk van vertrouwen, wortels, portefeuilles en onzichtbare fundamenten.
Wat archieven verzwijgen, wat registers overschrijven, wordt zichtbaar in verhalen, objecten en rituelen.
Of zoals ik het al zei: “Ze noemden mij de voetnoot, maar ik ben het fundament.”
Twee stromenland autobiografie/ documentaire two popes and a proudmom.
Liefs van De leukste straatfotograaf van Nederland
Zuiver Zien = Zuiver Leven – De onzichtbare erfgenamen Moeder de vrouw. De Code van de Vrouwen is het stille fundament onder onze geschiedenis en onder de Grondwet zelf.
Dit huis: Montancourt Middelburg heeft mij geleerd om mijn theoretische en praktische vaardigheden integraal in te zetten. Binnen dit traject heb ik niet alleen kennis opgedaan van historische, juridische en culturele kaders (theorie), maar ook methoden ontwikkeld om deze kennis te vertalen naar tastbare kunstwerken, erfgoedpraktijken en publieksgerichte formats (praktijk).
De verbinding tussen theorie en praktijk vormt de kern van mijn identiteit en werkwijze:
De Theorie bood de onderbouwing, contextualisering en positionering van mijn projecten binnen het erfgoed- en cultuurbeleid. De Praktijk maakte het mogelijk deze inzichten te verbeelden, te materialiseren en toegankelijk te maken voor een breed publiek.
Door beide dimensies samen te brengen, realiseer ik projecten die inhoudelijk relevant zijn én maatschappelijk en artistiek impactvol. Montancourt fungeert hierbij als leeromgeving en als toetssteen voor mijn professionele ontwikkeling als maker.
20 maart 1602 werd de VOC opgericht, geleid door de Heren XVII, met een octrooi op handel en macht ten oosten van Kaap de Goede Hoop. In dezelfde tijd gaf Everhart Booth, proponent en predikant te Utrecht, stem aan de geestelijke macht door de vertaling van Willem Perkins’ De Gereformeerde Catholijk. Zo klonk in dezelfde eeuw de dubbele stem van orde: de VOC die de wereld verdeelde, en de predikanten die de ziel en het gezin ordenden. Beide bepaalden zij bezit, erfdeel en rol – en beiden zijn bronnen die nog steeds doorwerken in ons erfgoed.
Simplex sigillum veri” is een Latijnse spreuk die betekent:“Eenvoud is het kenmerk van het ware.”
Windhandel in aandelen. 1782.
In Montancourt schrijft Sibrandus Columba een brief, waarin de stem van de predikant het erfdeel en de rol van de vrouw inkleurt. In datzelfde jaar publiceren Betje Wolff en Aagje Deken hun roman Sara Burgerhart, terwijl Belle van Zuylen zich in haar brieven uitspreekt tegen conventies. Zo kruisen zich in één jaar twee bronnen: het patriarchale gezag en de vrouwelijke stem die zich daarvan losmaakt.
1811–1814 markeert de periode waarin het recht opnieuw werd ingericht: Code Civil → juridische onderwerping van de vrouw. Grondwet 1814 → vrijheid van geloof voor allen, maar dienstplicht en staatsburgerschap enkel voor mannen. Dit is dus een dubbele uitsluiting: de vrouw werd ingesloten in huis en huwelijk, en buitengesloten uit staat en erfdeel. Tegelijkertijd werd Nederland opnieuw verbonden met koloniale macht (Java, België).
Genealogie als levend erfgoed
Genealogie, of stamboomonderzoek, vroeger ook wel sibbekunde genoemd, is meer dan het verzamelen van namen en data. Het is het traceren van een levende stroom die generaties verbindt. Iedere akte, ieder archiefstuk, ieder portret of voorwerp is een schakel in een keten van verhalen die ons in het heden blijven voeden.
In de geest van de Faro-conventie kunnen we genealogie begrijpen als een gemeenschapspraktijk van erfgoed: een zoektocht waarin families, onderzoekers, kunstenaars en erfgenamen samen betekenis geven aan het verleden. Het gaat niet alleen om bloedlijnen, maar ook om culturele lijnen: herinneringen, tradities, symbolen en rituelen die doorgegeven worden.
Daar waar het recht soms stokt en archieven gesloten blijven, werkt genealogie als een stille maar hardnekkige kracht: zij maakt zichtbaar wie er altijd al bij hoorde, maar niet altijd erkend werd. Zo wordt genealogie een bron van rechtvaardigheid en inclusie, een manier om het onzichtbare erfdeel terug te eisen en zichtbaar te maken.
De Onzichtbare Erfgenaam staat in dit licht: het project brengt de verwevenheid van familiegeschiedenis, juridische structuren en culturele representatie samen. Genealogie is daarin niet alleen een methode, maar ook een ritueel van erkenning – een manier om te zeggen: wij zijn er, en dit is ons verhaal.
✧ Verhaal van de Xx Dragers ✧
Erfgoed is van iedereen, gedragen door velen – zichtbaar gemaakt door vrouwen.
Door de eeuwen heen zijn akten, huizen, portefeuilles en verhalen bewaard, niet alleen door koningen of bestuurders, maar door moeders, dochters en grootmoeders.
Zij droegen het stille fundament waarop families en gemeenschappen konden bouwen. Wat vaak onzichtbaar bleef, wordt nu zichtbaar gemaakt: vrouwen als dragers van het geheugen.
Voel de aarbare Rouaanse Kaai → zou je kunnen lezen als: ervaar de waardige, vruchtbare energie van die plek; de kaai waar historie, handel, familie en erfgoed samenkomen. https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/2905
Van voetnoot tot fundament: erfgoed dragers zijn wij allemaal.
In de geschiedschrijving staan vrouwen vaak slechts als kleine noten in de marge. Maar in werkelijkheid zijn zij al eeuwen zet er een Z voor ( Zeeuwen) de ⚓️ van huizen, de hoeders van schatten, de doorgevers van namen en rituelen. Elke voetnoot blijkt een fundament te zijn. En zo geldt het ook voor ons: ieder van ons draagt erfgoed mee en geeft het door.
Democraat of Monarch, de vrouw draagt het interne pixels DNA geheugen.
Of de macht nu gekozen werd of geërfd, de onderstroom bleef dezelfde: het geheugen lag in handen van vrouwen. Terwijl schepenen, commissarissen of koningen kwamen en gingen, hielden vrouwen de codes levend, via codicillen, zilvermerken en borduurwerken.
Uitleg bij de boom Deze stamboom, ontworpen door Ernst Haeckel in 1866, toont hoe alle levende organismen voortkomen uit één wortel (radix communis). Het is een visueel schema van verwantschap, orde en verdeling: een genealogie van de natuur.
In dezelfde geest tekenden mensen hun eigen ordeningen. In 1614 opende in Amsterdam de koopmansbeurs, symbool van kapitaal en handel, terwijl Adriaan Boot in opdracht van Filips III Fort San Diego ontwierp in Acapulco, symbool van macht en bescherming. Beurs en fort: twee takken van dezelfde boom waarin kennis, kapitaal en macht elkaar versterkten.
Toch ontbreekt in deze schema’s steevast de stem van moeder de vrouw. Waar mannen de lijnen trokken van kapitaal en kolonie, hielden vrouwen de verborgen genealogieën levend via codicillen, zilvermerken, borduurwerken en mondelinge overlevering. Deze boom maakt zichtbaar wat werd ingeschreven – maar nodigt ook uit om te vragen: wie werd uitgesloten, en wie bewaart desondanks de wortel van erfdeel en herinnering? “Om te indekken wie ik ben, moest ik offers brengen: zekerheden opgeven, pijn verdragen, beproevingen doorstaan. Maar juist daardoor ontdekte ik de waarheid – inzicht en betekenis die anders verborgen zouden blijven.” Het Wetboek, Artikel 1: “De wereld zit vol met comfortabele denkfouten.” De sleutel overdracht van Ma – Trix
“Mijn polissen en schadeuitkeringen dragen geen BSN. Ik besta er wel, maar ben in de papieren wereld onzichtbaar. Mijn rechten zweven zonder nummer, zonder naam. Dit is hoe erfgoed en zorg van vrouwen vaak is behandeld: erkend in praktijk, maar nooit volledig geregistreerd.”
Hun stille werk is de rode draad die democratie en monarchie overstijgt.
Bewaken, beheren, doorgeven – dat is erfgoed, dat is FARO .Cultureel erfgoed leeft niet alleen in musea of archieven voort, maar ook in de structuren waarin we wonen, de verhalen die we doorgeven en de rituelen die ons verbinden met het verleden.
Vandaag sluiten wij daarbij aan: erfgoed is geen bezit van enkelen, maar een gezamenlijke opdracht. We bewaken het tegen vergetelheid, we beheren het met zorg, en we geven het door aan de generaties die volgen. Dat is de geest van FARO: een erfgoedpraktijk die niet uitwist, maar onthult.
Zo kom je achter de waarheid- zelf denken zelf onderzoek – Het geheim van de Grondwet
Historisch geheim
De Nederlandse Grondwet (1848 en latere herzieningen) werd geschreven in de taal van rechten, vrijheden en vertegenwoordiging. Maar impliciet was zij gestoeld op een samenleving waarin mannen de dragers van politiek, vermogen en familie-erfgoed waren.
Vrouwen werden lang niet genoemd als zelfstandige rechtssubjecten: zij stonden onder gezag van vader of man.
Hun rol als dragers van vermogen, erfgoed en huizen (zoals Montacourt) bleef buiten beeld.
✧ Handel Code 1 ✧
De allereerste regel van de handel is vertrouwen.
Zonder vertrouwen geen contract, geen verzekering, geen wissel, geen koop. In de 17e eeuw werd dit vastgelegd in assurantiecontracten en de Wisselbank van Amsterdam. In families werd vertrouwen doorgegeven via geheime codes, huwelijkscontracten en portefeuilles. In de moderne tijd zit “Handel Code 1” in polissen, hypotheken, intellectuele eigendomsrechten: altijd de onderliggende draad dat afspraken alleen bestaan omdat mensen elkaar dragen.
Het zou dus symbool kunnen staan voor het fundament:
→ Handel Code 1 = Vertrouwen is kapitaal.
De Kaarten van Cas ✧
Toen Nationale Nederlanden mij kaarten schonk in 2018 voor een tentoonstelling in het Nederlands Fotomuseum, werd een oude draad opnieuw zichtbaar.
Niet zomaar entreekaarten, maar sleutels tot een ruimte waarin het verleden zich toont: Cas als casus, het geval dat vragen stelt, Cas als beeld, als getuigenis, Cas als spiegel van het erfdeel.
De verzekeraar, erfgenaam van portefeuilles en oude assurantiekamers, reikte onbewust de symbolen van de dragers opnieuw uit. Van vader naar dochter, van akte naar expositie, van polis naar beeld.
Zo werd het toeval ontmaskerd: de kaarten waren geen gift, maar een teken. Een bevestiging dat het contract van de vrouwen leeft — in huizen, portefeuilles én musea. ✧ De Aktekamer van de Dragers ✧
In het voormalig Zeeuws Museum, hart van de Middelburgse Abdij, passeren akten bij de notaris. Huizen, stichtingen, portefeuilles: alles wordt er in woorden vastgelegd, bezegeld, geborgd.
Ook ons huis is ook hier gepasseerd — op dezelfde plek waar eeuwen eerder de regenten hun besluiten namen en waar nu stichtingen als de VERENIGde BOOTEN hun akte ontvingen.
De aktekamer is meer dan een ruimte van papier en zegels. Het is een symbolische raadzaal: waar erfgoed en toekomst elkaar ontmoeten, waar onzichtbare contracten zichtbaar worden, waar dragers — van huizen, namen, portefeuilles — hun plaats krijgen in de geschiedenis.
De Aktekamer van de Dragers is het stille fundament: een plek waar de lijnen van familie en stad elkaar kruisen, en waar door akten heen de traditie van bewaken, beheren en doorgeven wordt voortgezet.
“Booth / Boot — ik draag de naam en het verhaal.” “Raad van dragers: van schepen naar polissen, van archief naar beeld.” “Code Hummerax: de onzichtbare akte, zichtbaar gemaakt.”
“Assurantie is erfgoed — ik ben de drager.” “Van Montancourt tot nu: vrouwen die de lijn vasthouden.”
“De bron behoort niet aan de predikanten, maar – net als bij Betje Wolff en Aagje Deken – aan moeder de vrouw die haar eigen verhaal schrijft.”
✧ Het verborgen fundament
Het geheim achter de Grondwet is dat de economische en sociale structuren die haar mogelijk maakten — handel, banken, verzekeringen, dynastieke huwelijken — voor een groot deel werden gedragen door vrouwelijke overdracht.
Dochters en weduwen brachten kapitaal, erfden portefeuilles, verbonden families en hielden huizen bijeen.
Zonder hen was de materiële basis van de Grondwet — de burgerlijke staat, de handel, het recht — nooit stabiel geweest.
✧
Bewijs aan Gebrek – If you don’t like how the tabel is set, Just turm the table Gereedschap Tools Tuin Kamer Montancourt Middelburg
Het AI Bolwerk van Middelburg
Wat niet in de Grondwet staat, is misschien wel net zo belangrijk als wat erin staat. Het onzichtbare dividend van vrouwen — hun arbeid, hun erfdeel, hun ongenoemde aanwezigheid — is het verborgen anker van onze constitutionele geschiedenis. Dat is het geheim: de Grondwet rust op een fundament van moeders en dochters dat nooit expliciet is erkend.
Middelburg, ca. 1665 – 1749
Wanneer ik over de kasseien van Middelburg loop, hoor ik de echo’s van de 17e eeuw. Het is de tijd dat Maria Jans van der Claver hier wordt geboren, rond 1665. Zij is de dochter van Jan van der Claver, kassier van de Wisselbank, het financiële hart van de stad.
Achter dikke muren, waar muntgeld wordt gewogen en wisselbrieven als stille beloftes circuleren, leert Maria dat geld en vertrouwen de motoren van de handel zijn. Zij draagt dit erfgoed mee als haar identiteit: dochter van de kassier van de Wisselbank.
In 1680 of iets later treedt Maria in het huwelijk met Pieter de la Rue, een koopman met grootse ambities. Samen bouwen zij een leven uit waarin de Middelburgse havens, pakhuizen en rekenkamers de coulissen vormen.
Pieter de la Rue – koopman, reder en bestuurder
Pieter, geboren rond 1635, is geen onbekende in de stad. Zijn naam duikt op in talloze registers: als rekenmeester van de Grafelijke Rekenkamer, waar hij de financiën van Zeeland doorrekent, als commissaris van de Assurantiekamer in 1721, waar schepen, ladingen en levens tegen storm en piraterij verzekerd worden, als koopman en boekhouder in de kaapvaart, waar avontuur en risico hand in hand gaan, als directeur van de Levantse Handel en voorzitter van de West-Indische Compagnie (1721), waar Middelburg zijn wereldse vleugels uitslaat.
De geur van specerijen, teer en nat hout hangt in de straten rond de haven. Daar waar verzekeringscontracten in de Assurantiekamer worden afgesloten, klinken ook de stemmen van Pieter en zijn medebestuurders. Elk schip dat uitvaart naar de West of Oost is niet alleen avontuur, maar ook een berekende gok — de verzekering is het vangnet, de handel de droom.
Het gezin en de volgende generatie
Samen krijgen Pieter en Maria kinderen die de familietradities voortzetten:
Pieter, meester en opnieuw rekenmeester van de Rekenkamer, die het rekenkundige erfgoed van zijn vader voortzet. Maria Elisabeth de la Rue (1700–1730), die in 1721 trouwt met Samuel Daniels Radermacher, burgemeester van Middelburg en bewindhebber van de VOC.
Met dit huwelijk verweven de lijnen van de Wisselbank, de Assurantiekamer, de Rekenkamer en de VOC zich definitief.
Het is alsof de stad zelf, Middelburg, hun huwelijksgeschenk is: een netwerk van handel, macht en vertrouwen.
De erfenis
Wanneer Maria in 1749 overlijdt, bijna tachtig jaar oud, heeft zij de stad zien veranderen. Zij begon als dochter van de kassier van de Wisselbank, maar eindigt als matriarch van een dynastie die diep verstrengeld is met de grote handels- en verzekeringskamers van Zeeland.
Pieter is dan al overleden (1722), maar zijn naam blijft verbonden aan kaapvaart, rederij en bestuurlijke macht.
In de straten van Middelburg, tussen Wisselbank en Assurantiekamer, tussen haven en rekenkamers, ligt hun en mijn verhaal verankerd: een reis van muntgeld naar zeevaart, van lokaal kassierschap naar wereldhandel, van familie naar dynastie en nú levend immaterieel cultureel erfgoed.
📌 In Middelburg
Middelburg was dus in de vroege 18e eeuw een van de belangrijkste zeehandelssteden, naast Amsterdam. De aanwezigheid van de Assurantiekamer daar laat zien dat de stad een eigen verzekerings- en handelscentrum had, nauw verweven met de WIC en VOC.
“Mijn glas, loopt ras – Montancourt bewaart wat verloren leek: het spoor van de onzichtbare erfgenaam.”
Montancourt en de zinspreuk “Mijn glas, loopt ras” Nationale Nederlanden
De geschiedenis van Montancourt staat niet op zichzelf, maar resoneert met bredere maatschappelijke tradities waarin sterfelijkheid, erfgoed en solidariteit centraal stonden. In de 19e eeuw droegen begrafenisfondsen vaak sprekende zinspreuken, zoals “Mijn glas, loopt ras”. Deze woorden herinnerden de leden eraan dat het leven eindig is, en dat collectieve zorg voor nabestaanden noodzakelijk was.
Net als deze fondsen, die later werden opgeslokt door grotere maatschappijen zoals Nationale-Nederlanden, belichaamt Montancourt de gelaagdheid van erfgoed: het huis bewaart sporen van persoonlijke verhalen, materiële vondsten (zoals de brief van Columba) en immateriële betekenissen.
De verbinding tussen Montancourt en de verzekeringsgeschiedenis ligt in de kernvraag: wie is de erfgenaam? Waar kleine maatschappijen hun zelfstandige identiteit verloren in fusies en overnames, verdween ook vaak het zicht op individuele deelnemers en hun nalatenschap. Montancourt wordt zo een symbolische plek waar persoonlijke herinnering en collectief erfgoed samenkomen, en waar de onzichtbare erfgenaam opnieuw zichtbaar kan worden gemaakt.
⚖️ Institutie
Toen (17e–18e eeuw): De Assurantiekamer Middelburg waar o.a. Pieter de la Rue commissaris was.
De familie Rademacher trouwde met De la Rue’s dochter (Maria Elisabeth), waardoor zij indirect verstrengeld raakten met de financiële/verzekeringselite van de stad. Nu: De hedendaagse verzekeringswereld (NN Group, a.s.r., Achmea) waar o.a. David Knibbe (CEO NN Group) een sleutelrol vervult.
👤 Bestuur/rol
Toen: De Rademachers werden burgemeester (Samuel Daniels Rademacher) en bewindhebbers van de VOC. Via het huwelijk met Maria Elisabeth de la Rue kregen ze toegang tot de “kring van commissarissen” van de Assurantiekamer.
Nu: In moderne termen zouden zij in raden van bestuur of toezicht hebben gezeten: vergelijkbaar met hedendaagse executive boards en non-executive commissarissen die strategie, risico’s en compliance bewaken.
⚓ Risico’s & producten
Toen: De Rademacher-lijn zat in de VOC → risico’s lagen in zeehandel, piraterij, oorlogsladingen, handel op de Oost. Deze risico’s werden juist door de Assurantiekamer geprijsd en verzekerd.
Nu: Moderne verzekeraars zoals NN Group bieden brede verzekeringspakketten (leven, pensioen, schade, asset management). De aard van de risico’s is veranderd, maar het principe blijft: collectief risico spreiden en financieel beheersen.
Vrouwen hebben nooit premie betaald voor hun onbetaalde arbeid !
In het verzekeringssysteem (assurantie, levens- en schadeverzekeringen) was premie altijd gekoppeld aan betaald werk of bezit. Vrouwenarbeid in huis, zorg en gemeenschap was structureel onbetaald, maar feitelijk wél dragers van risico, zorg en continuïteit. Daardoor bouwden vrouwen geen rechten of dividend op, terwijl hun arbeid wél de basis was waarop mannen hun premies konden betalen en bedrijven of portefeuilles konden opbouwen.
⚖️ Juridisch gevolg Tot diep in de 20e eeuw hadden vrouwen geen eigen pensioenopbouw of verzekeringsrechten als zelfstandige dragers. Premievrije meeverzekering (als “vrouw van” of “dochter van”) was een soort stil pandrecht: je had recht op zorg, maar geen kapitaal of dividend.
🌺 Cultureel gevolg Vrouwen waren de stille “premiebetalers” via hun arbeid, maar dit werd niet erkend in de polis. Daardoor ontstond precies die onzichtbare erfgoedlijn: de “Code Hummerax” waarin dochters en moeders kennis, arbeid en vermogen tóch doorgaven – buiten het papieren systeem.
✨ Samengevat: Vrouwen betaalden nooit premie in geld, maar altijd in arbeid, zorg en tijd. Het systeem schreef dit niet op, maar families en erfgoed dragen het bewijs: zonder hun onbetaalde arbeid zou er überhaupt geen polis, portefeuille of dividend zijn.
📜 Toen: Verzekeringsportefeuille in Middelburg
1. Opbouw van de portefeuille
Een Middelburgse koopman of reder sloot zijn zeeverzekering bij de Assurantiekamer. Commissarissen (zoals Pieter de la Rue in 1721) zagen toe op de polissen: welke schepen, ladingen en routes verzekerd werden. De “portefeuille” van een bemiddelaar of kassier bestond uit alle door hem afgesloten zee- en handelsverzekeringen voor zijn netwerk van kooplieden. Vaak ging dit om families die via huwelijken (zoals De la Rue – Van der Claver – Rademacher) hun handels- en verzekeringsnetwerken uitbreidden.
2. Waarde & goodwill
De waarde zat niet alleen in de papieren polis, maar vooral in het vertrouwen van de kooplieden. Een bemiddelaar die bekend stond als betrouwbaar kon steeds meer schepen en ladingen verzekeren, waardoor zijn portefeuille groeide. Net als in het artikel van De Jong gold ook toen al: de portefeuille was eigenlijk een sociaal-economisch netwerk, niet enkel een stapel contracten.
3. Uitzetten/overdragen
Wanneer een bemiddelaar of kassier stopte (door overlijden, pensioen of faillissement), werd de portefeuille vaak overgedragen aan een familielid of zakenpartner. Zo konden koopliedendynastieën (zoals De la Rue of Rademacher) hun invloed continueren via opvolging. In archieven zie je dat polissen soms letterlijk van de ene naam op de andere werden gezet, vergelijkbaar met de moderne overdracht van een klantenportefeuille.
📈 Nu: Moderne spiegel
Waar de Assurantiekamer een stedelijk college was dat toezicht hield, zijn NN Group en a.s.r. nu beursgenoteerde concerns. De moderne portefeuille van een tussenpersoon (zoals in het artikel beschreven) lijkt sterk op de historische praktijk: opgebouwd via klantrelaties, waardevol door vertrouwen, en overdraagbaar als vermogensobject.
Portret hangt in het Rijksmuseum Amsterdam – Elisabeth ontbrak.
👉 Als we dit verbinden met mijn huis / lijn (De la Rue – Van der Claver – Rademacher): hun rol als commissaris, kassier en bewindhebber was in feite het beheren van zulke portefeuilles.
Het huwelijk tussen Maria Elisabeth de la Rue en Samuel Rademacher was dus niet alleen een familieverbinding, maar ook een versmelting van portefeuilles in de Middelburgse handels- en verzekeringswereld.
Petronella Rademacher en de erfgenaam van de portefeuille
In de straten van Middelburg, waar het zout van de zee zich vermengt met de geur van perkament en inkt, groeide in de 17e en 18e eeuw een netwerk dat meer was dan handel alleen. Hier, tussen de pakhuizen en de raadhuizen, vond de geboorte plaats van iets wat wij nu nog kennen: de verzekeringsportefeuille.
De stad als kasboek
Petronella Rademacher werd geboren in een familie die de stad kende als haar boekhouding. Haar verwanten, zoals Samuel Daniels Rademacher, zaten in de VOC en het stadsbestuur, terwijl haar aangetrouwde familie – de De la Rues – commissarissen waren van de Assurantiekamer. Hun wereld draaide om risico’s: storm, oorlog, piraterij. Maar ook om kansen: winst, reputatie, vertrouwen.
In die tijd betekende een “portefeuille” geen map van papier, maar een levend netwerk van relaties en polissen. Elke verzekering was een draad in het web, gesponnen tussen koopman, reder, verzekeraar en tussenpersoon. Het was een erfgoed dat groeide door vertrouwen en trouw, en dat kon worden doorgegeven zoals men een huis, een schip of een familiewapen doorgaf.
Petronella als erfgename
Petronella zelf was niet de rekenmeester noch de commissaris, maar zij belichaamde de continuïteit van de portefeuille. Via haar familiebanden vloeiden de contracten en het vertrouwen samen: van de Wisselbank (Van der Claver) naar de Assurantiekamer (De la Rue) en verder naar de VOC (Rademacher). In haar naam en bloedlijn lag de onzichtbare eigendom van dit systeem besloten.
Wanneer een commissaris stierf of een kassier zijn kantoor sloot, werden de polissen niet vernietigd. Zij werden uitgezet, overgedragen, en met hen de relaties die de portefeuille waarde gaven. Petronella’s huwelijk of verwantschap was nooit alleen een persoonlijke verbintenis, maar ook een institutionele overdracht: zij verbond families, en met hen hun netwerken van contracten en verzekeringen.
Toen en nu
Kijkend naar vandaag zien we dezelfde logica, maar in een andere schaal. Waar de Assurantiekamer van Middelburg toezicht hield op een paar honderd scheepspolissen, beheren CEO’s als David Knibbe bij NN Group miljoenen polissen. De principes zijn onveranderd: de relatie tussen verzekerde en verzekeraar, de portefeuille als vermogensobject, de continuïteit van vertrouwen.
Het is niet moeilijk om in Petronella een vroege erfgenaam van de portefeuille te zien. Zij is de stille figuur die de lijnen van familie en contract samenbindt, net zoals een moderne erfgenaam de aandelen, klantenbestanden of goodwill van een verzekeringskantoor ontvangt.
Het onzichtbare erfdeel
Zo wordt de geschiedenis tastbaar: niet alleen in akten of in jaarverslagen, maar in de levens van vrouwen die zelden in de voorgrond traden. Petronella Rademacher vertegenwoordigt een erfdeel dat juridisch en economisch was – de verzekeringsportefeuille – maar dat cultureel en ritueel via huwelijk en familiebanden werd overgedragen.
Haar nalatenschap leeft voort in de stad, in de archieven, en in de hedendaagse verzekeringswereld: een stille draad die loopt van de Assurantiekamer naar de boardroom, van Middelburg naar Den Haag, van Petronella naar ons.
Mijn vader trad in eenzelfde traditie, al heette zijn werk geen “commissaris”, maar verzekeringsagent/tussenpersoon bij AGO. Zijn portefeuille bestond uit verzekerden die hij begeleidde in hun levens- en schadepolissen. Ook hier gold: de waarde zat niet alleen in het contract, maar in de relatie en het vertrouwen. Zoals de Middelburgse commissaris zijn scheepsladingen administreerde, zo beheerde jouw vader gezinnen, pensioenen en levensverzekeringen. Zijn portefeuille was erfgoed in vermogensrechtelijke zin – een bestand dat kon worden overgedragen of uitgezet.
🌐 Vandaag
Na fusies (AGO → AEGON, later samenwerkingen met NN Group en a.s.r.) bestaan die portefeuilles nog steeds, maar nu in de vorm van digitale bestanden en klantenbestanden. Bestuurders als David Knibbe (NN Group) beheren nu op mondiaal niveau wat ooit begon in één stad of bij één agent: het collectieve vangnet van verzekeringen.
✨ Symbolische lijn
Petronella Rademacher → de erfgenaam van de portefeuille in de 18e eeuw, via huwelijk en familie.
Mijn vader en moeder → de erfgenaam van de portefeuille in de 20e eeuw, via AGO.
Ik → de culturele erfgenaam die de portefeuille als immaterieel erfgoed bewaart en verbeeldt in kunst en onderzoek.
👉 Hiermee heb ik een rechte lijn: van Assurantiekamer Middelburg → AGO-portefeuille van mijn vader → hedendaagse verzekeraars, met mij als ritueel-bewuste drager van dit erfgoed.
Overdracht gebeurde ook in Leeuw arden.
De Portefeuille als Erfgoed ✧
Ik draag dus een portefeuille die ouder is dan ikzelf.
Zij begon in Middelburg, waar commissarissen van de Assurantiekamer schepen en ladingen verzekerden. Daar waar Pieter de la Rue de risico’s noteerde en Petronella Rademacher door haar huwelijk erfgename werd van vertrouwen en contracten. Hun portefeuille was geen map, maar een netwerk van zee, handel en reputatie.
Die lijn zette zich voort in de twintigste eeuw. Mijn vader bouwde zijn portefeuille bij AGO: een kring van mensen, gezinnen, levens en pensioenen. Geen schepen meer, maar levenslopen. Geen stormen op zee, maar risico’s van het bestaan. Zijn werk was het weven van zekerheid in een wereld die nooit zeker is.
Vandaag beheren multinationals als NN Group en Aegon digitale portefeuilles. Bestuurders en toezichthouders vervullen de rol die ooit commissarissen en tussenpersonen hadden: het spreiden van risico, het bewaken van vertrouwen. Het vocabulaire is veranderd, maar de kern is dezelfde.
Ik, dochter van een verzekeringsagent, zie mezelf als de culturele erfgenaam van de portefeuille. Niet in kapitaal of in contract, maar in ritueel en verbeelding. De portefeuille is immaterieel erfgoed: een stille draad die loopt van de Assurantiekamer in Middelburg, via AGO en mijn vader, naar de hedendaagse verzekeringswereld.
“De vrouw, de moeder betaalde niet met geld, maar met overwaarde in leven en arbeid.” “Petronella Rademacher schreef geen polissen, maar droeg de portefeuille.” “Wat Knibbe bestuurt, heeft zij gedragen.”
🌸 Conclusie:
Door de stille premiebetalingen van vrouwen te benoemen als cultureel erfgoed, en die te vertalen in beleid (genderbewust verzekeren), erfgoed (archief- en immaterieel erfgoedregistratie) en kunst (tentoonstellingen, manifesten), wordt zichtbaar dat Petronella Rademacher de onzichtbare moedermaatschappij is van de hedendaagse verzekeringswereld.
Hocus Pocus Pilatus Pas
Dit beeld is het bewijs van overdracht en mijn kunst is mijn recht en mijn erfgoed.
✧ Assurantie als Erfgoed ✧
Assurantie is een ander woord voor een verzekering of polis: een overeenkomst tussen verzekeraar en verzekeringnemer, waarbij men door premiebetaling gedekt is tegen schade of aansprakelijkheid.
Maar assurantie is méér dan een juridisch contract. Het is een historisch weefsel van vertrouwen, relaties en erfgoed.
Montancourt Middelburg
Toen (17e–18e eeuw): In Middelburg was assurantie het hart van de zeehandel. Schepen, ladingen en bemanning werden verzekerd tegen storm en piraterij.
De Assurantiekamer zag erop toe dat polissen geldig waren en dat geschillen werden beslecht.
Commissarissen zoals Pieter de la Rue waakten over dit systeem. Huwelijken, zoals dat van Maria Elisabeth de la Rue en Samuel Rademacher, verweefden families en portefeuilles tot een dynastie van assurantie en handel.
Toen (20e eeuw): Mijn vader beheerde zijn portefeuille bij AGO. Zijn assurantie was niet langer een schip of een lading, maar de levens van gezinnen, de pensioenen van werknemers, de risico’s van ziekte en ongeluk.
Zijn portefeuille was een nieuwe vorm van hetzelfde erfgoed: vertrouwen dat mensen met hem deelden, vastgelegd in polissen. Nu (21e eeuw): Multinationale verzekeraars zoals NN Group en Aegon beheren digitale portefeuilles.
Assurantie is nu een wereldwijd systeem, maar de kern is hetzelfde gebleven: het spreiden van risico, het garanderen van continuïteit, het beschermen van levens en goederen.
✨ Voor mij is assurantie niet enkel een contract, maar een immaterieel erfgoed: een draad die loopt van de Assurantiekamer in Middelburg, via de portefeuille van mijn vader bij AGO, naar de hedendaagse verzekeringswereld.
De eigen polissen van de verzekeringnemer (kind) Ik dus
Een levensverzekering, kapitaalverzekering of spaarverzekering die door een particulier wordt afgesloten, is een persoonlijk vermogensrecht.
Deze polissen kunnen wél worden verpand, bijvoorbeeld als zekerheid bij een hypotheeklening. In zo’n geval ondertekent de verzekeringnemer een pandakte, waarmee de rechten uit de polis (uitkering bij afkoop of overlijden) aan de bank worden toegezegd zolang de lening loopt.
Culturele betekenis
Dit onderscheid laat zien dat een assurantieportefeuille – zoals die van mijn vader – in wezen immaterieel erfgoed was: waardevol door vertrouwen en relaties, maar niet als juridisch goed verhandelbaar.
Mijn eigen polissen daarentegen waren wel onderdeel van een modern financieel stelsel, en konden dus verpand worden op mijn hypotheek.
Toen ↔ Nu
Toen: Petronella als moedermaatschappij die handels- en verzekeringsnetwerken bundelt in Middelburg. Nu: moedermaatschappijen zoals NN Group of Aegon die duizenden polissen en dochterbedrijven beheren. In beide gevallen gaat het om concentratie van vermogen en vertrouwen in een centrale moederfiguur of moederstructuur.
✧ Petronella Rademacher, de Moedermaatschappij ✧
Ik ben Petronella Rademacher.
Men noemt mij vrouw, echtgenote, erfgename. Maar in werkelijkheid was ik méér: ik was de moedermaatschappij van een dynastie.
In mijn persoon kwamen de portefeuilles samen. Van mijn schoonfamilie De la Rue erfde ik de Assurantiekamer – de zee, de schepen, de polissen. Uit het huis Van der Claver vloeide het erfgoed van de Wisselbank – geldstromen en vertrouwen. En via mijn eigen bloedlijn, de Rademachers, droeg ik de macht van de VOC en het stadsbestuur.
Ik hield geen kasboek bij, ik tekende geen polis, en toch was ik het die de structuur droeg. Zoals een holding haar dochters omvat, zo omvatte ik de Wisselbank, de Assurantiekamer en de Compagnie. Ik was het anker dat de kooplieden niet zagen, de naam die niet op de polis stond maar die alles bijeenhield.
Vandaag heet dat een moedermaatschappij. Toen noemden ze het huwelijk, familie, dynastie. Voor mij was het een andere taal voor hetzelfde: de concentratie van vermogen, relaties en vertrouwen.
En zo loopt mijn erfdeel door, van de pakhuizen van Middelburg naar de boardrooms van Den Haag. De moedermaatschappij leeft voort.
De Raad van Schepen bestond toen uit regentenfamilies die handel, recht en assurantie beheerden.
Vandaag is hun equivalent te vinden in de boards van verzekeringsmaatschappijen: David Knibbe (CEO NN Group), Lard Friese (Aegon), Jos Baeten (a.s.r.), en hun raden van commissarissen.
Maar waar bleef mijn dividend als dochter van …?” Als je het juridisch én symbolisch bekijkt:
Dividend hoort bij aandeelhouders van een vennootschap. Ik was als dochter van een assurantietussenpersoon (met portefeuille bij AGO) geen aandeelhouder van AGO zelf.
De waarde van mijn vaders portefeuille zat in de goodwill, provisies en klantenkring, en die kwam alleen hem toe als zelfstandig tussenpersoon.
Toen AGO in AEGON opging (1983) en later fuseerde, ging dat vermogen op in de grotere onderneming — zonder individuele dividendrechten voor kinderen of erfgenamen van agenten.
✧ Conclusie ✧
Levens- en schadeverzekeringen zijn niet alleen financiële producten, maar draden in de familiegeschiedenis.
Toen: in de 17e–18e eeuw waren ze verbonden met dynastieën als De la Rue, Van der Claver en Rademacher. Via huwelijken en functies in de Assurantiekamer, Wisselbank en VOC werden portefeuilles doorgegeven alsof het erfgoed was. 20e eeuw: mijn vader bouwde zijn AGO-portefeuille; zijn verzekeringen vormden een sociaal netwerk van gezinnen en vertrouwen. De waarde lag in de relaties, en die relaties droegen ook mijn familiegeschiedenis. Nu: mijn eigen polissen, verpand aan een hypotheek, tonen hoe verzekeringen verweven zijn met mijn levensloop. Zij stellen de vraag wie dividend ontvangt, wie drager is en wie onzichtbaar blijft.
✨ Daarom: assurantie is erfgoed.
Geen neutraal contract, maar een lijn die loopt van vaders naar dochters, van commissarissen naar culturele dragers.
Deze vraag is volgens mij gerechtvaardigd: De mannen in de Raad van Schepenen deelden macht en winst (dividenden, functies). De moderne raden van commissarissen en bestuur delen kapitaal en bonussen. Ik, als dochter van de portefeuille, droeg wel het erfgoed, de zorg en het geheugen — maar kreeg geen “dividend”. Dat maakt mijn positie als culturele drager extra scherp: We kunnen zeggen dat ik het onzichtbare dividend vertegenwoordigt — het dividend dat niet in geld werd uitgekeerd, maar dat zich uitdrukt in vrije tijd, herinnering, kunst en erfgoed.
Ik ben de dochter van de portefeuille. Mijn dividend kwam niet in geld, maar in de last van geheugen en de gave van verbeelding. Waar mannen hun dividend deelden in gulden en euro, draag ik het onzichtbare dividend: erfgoed, ritueel en verhaal.”
✧ De draden van ons slavernijverleden ✧
⚓ Toen (17e–18e eeuw)
Schepen die door de Assurantiekamer Middelburg werden verzekerd, vervoerden niet alleen specerijen of textiel, maar ook tot slaaf gemaakte mensen. Slavenhandel werd in dezelfde polissen en onder dezelfde premies verzekerd als handelswaar. Families als De la Rue, Radermacher, Lampsins en Beeckman profiteerden van deze handel, rechtstreeks of via hun functies in WIC en VOC. Assurantiepolissen waren dus letterlijk de juridische draden die slavernij mogelijk maakten en financierden.
📑 19e–20e eeuw
Zelfs na de afschaffing van slavernij (1863, met tien jaar Staatstoezicht) bleven verzekeringsmaatschappijen en banken opgebouwd op kapitaal dat deels uit koloniale en slavernijwinsten kwam. Portefeuilles van maatschappijen zoals AGO of latere fusies stonden in een lange lijn van financieel erfgoed waarin de koloniale economie doorwerkte.
🌍 Nu
In de huidige verzekeringswereld (NN Group, Aegon, a.s.r.) wordt dit verleden onderzocht en erkend. Rapporten tonen dat deze concerns wortels hebben in ondernemingen die actief waren in de koloniale handel en slavernij. De hedendaagse polissen dragen dus onzichtbare draden van dat verleden: lijnen van kapitaal, vertrouwen, maar ook onrecht.
✧ De draden van ons slavernijverleden ✧
De polissen die ooit in Middelburg werden ondertekend, spraken niet alleen van schepen en lading.
Ze spraken van mensenlevens, vastgeketend tot koopwaar, verzekerd als handelsgoed.
De Assurantiekamer weefde draden die de zee overstaken:
draden van winst en verlies,
draden van premie en polis,
draden die slavernij tot berekenbaar risico maakten.
Die draden liepen door de families die de stad bestuurden,
door de portefeuilles die zij doorgaven,
door de kapitalen die eeuwenlang rente droegen.
Ook nu lopen die draden nog.
In de banken die wij kennen, in de verzekeraars die onze levens dekken,
in de hypotheken en polissen die ons binden.
Ik draag die draden mee — niet als stille erfenis,
maar als stem, als herinnering, als bewijs.
Want wie de portefeuille erfde, erfde ook het verleden.
En in de draden van assurantie leeft ons slavernijverleden voort.
De “draden” zijn niet alleen archiefstukken of geldstromen, maar ook immateriële erfenissen: familiegeschiedenissen, verhalen, trauma’s, rituelen. Net zoals ik ook de draad van de portefeuille draag, loopt er ook een draad van het slavernijverleden door diezelfde portefeuilles.
Nedasco vervult vandaag de rol die de Assurantiekamer toen had — niet meer voor schepen en lading, maar voor gezinnen en hun moderne risico’s.
Nedasco 912758 keten 0107
Aspect
Assurantiekamer Middelburg (17e–18e eeuw)
Nedasco (21e eeuw)
Rol
Stedelijk college voor zee- en handelsassurantie
Volmachtbedrijf/serviceprovider voor schade- en levensverzekeringen
Bevoegdheid
Commissarissen beslissen namens de stad over polissen en geschillen
Heeft volmacht van verzekeraars om polissen af te sluiten en beheren
Producten
Zee- en handelsverzekeringen (schepen, lading, piraterij, oorlog)
Moderne verzekeringen (auto, inboedel, zorg, leven, pensioen)
Bestuur
Regenten/kooplieden (families De la Rue, Radermacher, Beeckman)
Directie onder a.s.r.; werkt via assurantietussenpersonen
Verweven met familiegeschiedenis en koloniale handel
Schakel tussen klanten, tussenpersonen en verzekeraars; hedendaagse erfgenaam van dat systeem
✧ Montacourt als vrouwenhuis ✧
Aan de Rouaansekaai in Middelburg staat Montacourt, gebouwd in 1596. Eeuwenlang werd dit huis bewoond en beheerd door kooplieden en regenten, verbonden met handel, assurantie en scheepvaart.
In de archieven verschijnen hun namen: mannen die tekenden, rekenden en bestuurden.
Maar achter hun posities lagen de stille lijnen van de vrouwen. Via bruidsschatten, erfenissen en huwelijken vloeide het vermogen dat dit huis droeg.
Dochters brachten portefeuilles mee, weduwen beheerden nalatenschappen, aangetrouwde vrouwen verbonden families. Hun namen verdwenen vaak naar de kantlijn, maar zonder hen was het huis niet gebleven waar het stond.
Montacourt is zo méér dan een monument van handel. Het is een vrouwenhuis: een materieel bewijs dat de overdracht van kapitaal en vertrouwen door vrouwen werd gedragen, ook wanneer de registers anders doen geloven.
Vandaag vertelt Montacourt dat verhaal opnieuw. Niet alleen als een prachtig pand uit de Gouden Eeuw, maar als een monument van onzichtbare arbeid en stille macht.
Een herinnering dat ons erfgoed niet uitsluitend in mannennamen is geschreven, maar geweven is met de draden van moeders, dochters en erfgenamen.
✧ Code Hummerax ✧
Code Hummerax is de naam voor het onzichtbare contract van de vrouwen.
Een verborgen akte, niet geschreven in wetten of registers, maar geweven in bruidsschatten, codicillen, namen en rituelen.
Het is de stille overeenkomst waardoor vermogen, huizen en portefeuilles toch doorgingen — ondanks Napoleons wet die vrouwen handelingsonbekwaam verklaarde.
Code Hummerax leeft in de genealogieën, in de dubbelnamen, in de erfhuizen.
Het is de draad die door tijd en families heen werkt, van moeder naar dochter, van weduwe naar kleindochter, van verborgen erfdeel naar zichtbaar erfgoed.
✨ Hummerax is geen getal, geen wetboekartikel, maar een sleutelwoord: een wachtwoord naar de verborgen geschiedenis van vrouwen.
Assurantie is erfgoed van bouwen en vertrouwen op je eigen leven kracht.
Silvia wortelt in de natuur. Margaretha draagt de parel als symbool van verborgen erfgoed. Johanna schenkt genade en continuïteit. Bongartz legt de boomgaard van families aan. Lindeboom is het rechtsanker dat bescherming biedt. Koning sluit de cirkel met dynastieke macht.
⌛ Tijdreis van de Vrouw als Fundament
🔸 Oertijd & Ritueel
250.000 jaar geleden – De eerste mensen verschijnen in Nederland. 25.000 jaar geleden – Neanderthalers verdwijnen, maar hun rituele grafgiften tonen de vroege erkenning van vrouwen als dragers van leven en dood. 10.000 jaar geleden – In grotten en objecten verschijnen de eerste vrouwelijke symbolen, verbonden aan vruchtbaarheid en bescherming.
🔸 Oudheid & Vroege beschaving
ca. 0 – Vrouwelijke offers in Friese venen (Meisje van Yde). Het lichaam van de vrouw wordt letterlijk deel van cultureel erfgoed. Romeinse tijd – Vrouwen beheren huishouden, land en familie-netwerken, vaak onzichtbaar in wetten, maar cruciaal in continuïteit.
🔸 Middeleeuwen & Vroegmoderne tijd
1000–1500 – In huwelijkscontracten en codicillen ontstaat de stille code: vrouwen borgen erfgoed via schenkingen, sieraden, namen. 1600–1700 – Kunst en handel bloeien. Achter de VOC en schilderkunst staan talloze vrouwen die vermogen, huizen en rituelen beheren. Montancourt Middelburg (1596) – Een huis waar de stilzwijgende overdracht zichtbaar wordt: erfgoed als fundament van vrouwen.
🔸 Napoleon & De Grondwet
1811 – Napoleon maakt vrouwen wettelijk handelingsonbekwaam. Maar: in geheime codes (dubbelnaam, huisankers, codicillen) blijft het erfgoed vloeien. De Code Hummerax ontstaat: het onzichtbare contract van vrouwen door tijd en families heen.
🔸 19e & 20e eeuw
1871 – Aletta Jacobs opent de weg naar onderwijs en zelfbeschikking. 1919 – Vrouwenkiesrecht in Nederland. 1969 – Dolle Mina roept: “Baas in eigen buik.” 1970s – Erfgoedhuizen en archieven tonen nog steeds vooral de mannelijke kant – vrouwen blijven vaak voetnoot.
🔸 Onze tijd – 21e eeuw
2007 – Mijn persoonlijke erfgoedlijn (Bongartz–Lindeboom–Koning) wordt ritueel geladen bij de crematie van mijn vader. 2020 , ik ontwikkel The Book of Rituals, objecten en installaties waarin oog, kroon, tranen en sleutels de verborgen codes van vrouwen tastbaar maken.
2025 – Amsterdam Museum – Refresh Amsterdam #3: “Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed.”
Imagine
🔮 Toekomst
Imagine the Future – Het meisje met de parel is moeder geworden. Vrouwen zijn niet langer voetnoten, maar zichtbaar als het fundament van cultuur, geschiedenis en toekomst. De Code Hummerax wordt herkend als levend erfgoed, dat generaties overstijgt.
✧ Work Hard / Play Hard Codex ✧
Een playlist als verborgen contract van de dragers
1. Jon Hopkins – Emerald Rush
Code 1: De Schatkistclausule
Alles begint met energie in beweging. De bruidsschat wordt veiliggesteld – de rush is het fundament.
2. Ólafur Arnalds – Near Light
Code 2: Het Codicil
Een licht dat dichtbij schijnt, fluisterend als handgeschreven bijlagen die erfgoed doorgeven.
3. Nils Frahm – Says
Code 3: De Stilzwijgende Overdracht
Een herhaling die groeit: zo gaven moeders en dochters kennis door, zonder woorden.
4. Max Richter – On the Nature of Daylight
Code 4: Het Huisanker
Huizen en erfgoed als bakens in de tijd – Montacourt, Rouaansekaai – dragers in licht.
5. Kendrick Lamar – HUMBLE.
Code 5: De Dubbelnaam
Grootheid en bescheidenheid tegelijk. Radermacher–De la Rue. Lindeboom Bongartz en Koning. Namen die macht dragen.
6. Missy Elliott – Work It
Code 6: De Vruchtenregel
Omzetten, draaien, bewerken – net als vruchtgebruik: vrouwen leven van de opbrengsten, ook als het bezit hen wordt ontzegd.
7. Run The Jewels – Legend Has It
Code 7: De Symbolische Tekenreeks
De legende wordt doorgegeven in inscripties, merktekens, verhalen.
8. Foo Fighters – The Pretender
Code 8: De Geheimcode
Wat je ziet is niet wat je krijgt. Achter façade en theater zit de code van de vrouwen verborgen.
9. Beyoncé – Run the World (Girls)
Code 9: De Stilzwijgende Macht
Wie draagt werkelijk? De vrouwen – altijd.
10. Dua Lipa – Physical
Code 10: De Dragerskracht
Lichaam en ritme als contract – de fysieke kant van dragen, bewaren, doorgeven.
11. Fela Kuti – Water No Get Enemy
Code 11: De Onstuitbare Stroom
Water als metafoor voor erfgoed: overal, zacht en hard tegelijk. Het kan niet worden tegengehouden.
12. Burna Boy – Ye
Code 12: De Diasporacode
Verbonden aan slavernij en migratie – erfgoed reist, verandert en keert terug.
13. Bad Bunny – Tití Me Preguntó
Code 13: De Familiecode
Wie trouwt met wie, wie erft van wie – exact de vragen die erfgoedlijnen bepalen.
14. Peggy Gou – (It Goes Like) Nanana
Code 14: De Rituele Echo
Het refrein is een echo van moeders en grootmoeders – klank als codetaal.
15. Disclosure – When a Fire Starts to Burn
Code 15: De Oproep tot Actie
De brand ( Sarcoidose) in je longen begint klein, maar verspreidt zich. Zo werkt erfgoed: een vonk, een beweging, een collectief.
Brain Regain Eej*
Mimdset is everything / Verzekeren is investeren in jezelf en je eigen lichaam en brein – Iedereen kan wetenschap lerenDe Patrones Ode aan mijn levensmotto Doe iets ! Het is maak hoe je kijkt!
Not to believe – Roadless Traveler Hier begon de weg die nooit is getekend. – Laan van London.
Geen kaart, geen polis, geen handtekening. Alleen de stille premie, betaald door vrouwen.
Petronella draagt, Knibbe bestuurt.
Het erfgoed beweegt, onzichtbaar, als water onder steen. Vandaar boetseren wij haar terug. Stil kinderen, moeder heeft belastingdag.
De moedermaatschappij bestaat — zonder dat men haar ziet. Waar ben je thuis?
Corrigeer me als ik het verkeerd zie maar dan gaat op papier.
Op zoek naar mijn identiteitskaart binnen de democratie
Ik ging op zoek naar mijn identiteitskaart binnen de democratie. Daar, in de registers en systemen die ons zogenaamd bevestigen als burger, ontdekte ik iets schokkends: ik bestond niet meer als zelfstandig natuurlijk persoon. Mijn juridische lichaam was verdampt in de logica van administratieve hokjes.
Toen ik terugging naar mijn roots, investeerde ik in de moeder maatschap – een herontdekking van het fundament dat altijd heeft gedragen. Daar kwam ik tot een pijnlijke conclusie: het systeem had mij uitgewist.
Er werd beweerd dat ik ooit een ZEZ-zwangerschapsuitkering had genoten. Maar dat was een fictie. Die fictie was voldoende voor de Belastingdienst om mijn lichaam en geest gevangen te zetten in een onzichtbaar vakje 32 van het polisregister van het UWV. Alsof ik in een digitale kerker zat, niet langer erkend als zelfstandig ondernemer, maar als een schim tussen categorieën.
Structurele discriminatie van zelfstandige moeders
Wat eerst als een foutieve codering leek, blijkt een spiegel van een dieper probleem: de structurele discriminatie van moeders.
De culturele paradox is bekend:
werken alsof je geen kinderen hebt, zorgen alsof je geen werk hebt.
In mijn situatie is die paradox niet slechts cultureel, maar juridisch gecodificeerd. Het systeem splitste mijn status kunstmatig: tegelijkertijd werd ik behandeld als werknemer én als zelfstandige – maar zonder de bescherming van beide. Dit is institutionele discriminatie, geworteld in de administratie.
De schaduw van het verleden
Mijn kinderen werden geboren in 1998 en 2002 – maar het systeem beweert koppig dat het 2008 was. Ambtenaren zwijgen, verzegeld door wat tegenwoordig AVG heet. Geheimhouding als sluier voor een historisch onrecht.
Zo werd ik een pseudo-werknemer, gecodeerd in een systeem dat niet de realiteit van mijn arbeid of moederschap weerspiegelde. Juridisch stond ik als zelfstandig ondernemer geregistreerd sinds de jaren negentig, maar fiscaal werd ik vastgezet in een fictieve arbeidsrelatie.
De WAZO verving in 2004 de regelingen die mij betroffen, samen met de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. Maar mijn private aov polissen stamden al uit 1995. Ze droegen het gewicht van een tijd waarin zelfstandige moeders wel verplicht betaalden, maar nauwelijks rechten ontvingen.
Conclusie
Op zoek naar mijn identiteit vond ik niet mijn kaart, maar mijn uitwissing. De staat tekende mij niet als wie ik was – moeder én zelfstandige – maar als een fout in de code. Een fout die geen incident bleek, maar een institutioneel patroon. Een fout die mijn moederschap gijzelde en mijn ondernemerschap uitwiste. En zo wordt een persoonlijke geschiedenis tot maatschappelijk erfgoed: het verhaal van de onzichtbare zelfstandige moeder, verstrikt in een systeem dat vrijheid belooft, maar ongelijkheid programmeert.
De moeder, de vrouw
De moeder, de vrouw: degene die het meeste tijd heeft geïnvesteerd – in kinderen, gezin, zorg, arbeid, gemeenschap maar die in de kern geen enkele juridische status kreeg. Zij was wel de draagster van de polis, maar niet de rechthebbende. Wel de kostbare tijd geïnvesteerd, maar niet de rechtspersoon erkend. Wel geregistreerd in administratieve vakjes, maar nooit in de grondwet als subject.
De moeder, de vrouw: juridisch onzichtbaar gemaakt, economisch gemarginaliseerd, cultureel gereduceerd tot een vanzelfsprekendheid.
Daar ligt de paradox: zij die de meeste tijd geeft, wordt zelf buiten de tijd van het recht geplaatst.
“Ik draag mijn eigen bibliotheek als levende sokkel. Ik kruis de codes van de staat met mijn eigen teken. Ik schrijf mijn erfdeel terug in ritueel, waar liefde, kunst en erfgoed elkaar ontmoeten.” La Croix leerde me de codes ontcijferen De Onzichtbare Erfgenaam staat op als levende sokkel: zij draagt een bibliotheek die niet door de staat-universiteit werd uitgereikt, maar door eigen handen is opgebouwd. Het kruis op het scherm X markeert de botsing tussen officiële systemen en de autonomie van de geest. In rituelen en beelden schrijft zij zich terug in de geschiedenis – niet als vergeten dochter, maar als drager en barende van toekomstig erfgoed.
Zo wordt het Faro-principe zichtbaar: erfgoed is niet enkel bezit, maar betekenis. Het leeft in wie het draagt en ritueel herschrijft.
“Omarm de monarchie – als symbool van wat de democratie vergat.” “Tussen stembus en troon zoekt moeder de vrouw en moeder als zelfstandig entiteit en rechtspersoon haar plaats.”
“Ik draag mijn eigen bibliotheek als levende sokkel. Ik kruis de codes van de staat met mijn eigen leven S teken Ram
Ik schrijf mijn erfdeel terug in ritueel, waar liefde, kunst en erfgoed elkaar ontmoeten.”
Private Equality
In de papieren taal van de rechtspraak stond ik nooit op gelijke voet. De VOF sprak over winst en risico, de polissen over meeverzekerde dochters, de Belastingdienst over staatsgeheimen.
Zij droeg hoofdelijke aansprakelijkheid maar de BV Nederland kocht zijn wettelijke aansprakelijkheid af middels notariële akten
Maar mijn vraag was eenvoudiger: waar begint gelijkheid? Niet in publieke debatten, maar in de privésfeer: aan de keukentafel, in de handtekening onder een akte, in de stille erkenning dat mijn arbeid evenveel waard is als die van jou.
Ons gezin kende geen mannelijke nazaten dus werd de verzekering S portefeuille van mijn ouders werd dus opgekocht voor een schijntje van de werkelijke waarde door AEGON / NATIONALE NEDERLANDEN
Een vrouw en of moeder heeft nooit dezelfde rechten gekregen als de man of vader juridisch!
Een man of vader kreeg rechten als rechtspersoon; een vrouw of moeder werd gezien als bijverzekerde of bijstand. Zij droeg en baarde, maar werd juridisch niet als drager van dezelfde rechten erkend.”
“De openbare koopvrouw droeg de markt, maar werd juridisch gemangeld tussen eigendomsrecht en moraal.”
Bijstand S Moeder, de vrouw
Burgerlijk recht: de vrouw werd pas sinds 1956 volledig handelingsbekwaam (tot die tijd stond zij onder gezag van haar echtgenoot).
Erfrecht: dochters kregen lang niet dezelfde positie als zonen; patrimonium en portefeuilles volgden de mannelijke lijn.
Arbeidsrecht: moederschap werd gezien als belemmering; recht op werk en kostwinnerschap golden primair voor mannen.
Sociale zekerheid: vaak afhankelijk van de status van de man (meeverzekerde, bijstandswetgeving).
2. Menselijke rechten (grondrechten)
Gelijkheid: artikel 1 Grondwet waarborgt gelijke behandeling, maar in de praktijk een lange tijd van strijd.
Zelfbeschikking: recht over eigen lichaam en arbeid, sterk bevochten recht.
Participatie: stemrecht voor vrouwen (1919), maar de culturele erkenning bleef achter.
3. Symbolische rechten (erfgoed / Faro)
Het recht om te dragen en baren: niet juridisch erkend als bron van erfgoed, maar cultureel en ritueel van onschatbare waarde.
Recht op herinnering: de moeder als erfgenaam van verhalen, rituelen, gebruiken.
Recht op zichtbaarheid: de inschrijving in registers, musea en erfgoedpraktijken.
Private Equality is geen wetsartikel.
Het is een ongeschreven regel, een verlangen dat door generaties heen fluistert: zie mij als gelijke, ook in het verborgene. Ik ben de foute oververzekerde, de vergeten erfgenaam, de exploitant van de ziel. En ik eis Private Equality: geen symbolische rol, maar werkelijke gelijkwaardigheid – in register, in recht, in ritueel.
Rubriek A en B
Het register kende twee rubrieken. Rubriek A: de namen die telden, de bedragen die golden, de cijfers die zekerheid beloofden. Rubriek B: de voetnoten, de bijlagen, de stemmen die nooit volledig mochten klinken. Ik stond in rubriek B. Niet als fraudeur, niet als schaduw, maar als meeverzekerde dochter, als vennoot in marge, als maker zonder polis van de ziel.
Rubriek A noemde mijn bestaan een fout.
Rubriek B hield mijn verhaal verborgen.
Maar equity vraagt om meer dan cijfers. Het vraagt om billijkheid. Om erkenning dat rubriek B geen bijlage is, maar de draad die rubriek A betekenis geeft.
Beste Truus van Gogh,
Onlangs heb je gereageerd op de open call van ons project Refresh 3: Imagine the Future. Ontzettend bedankt hiervoor!
Een vakjury heeft de ingezonden toekomstwensen kritisch bekeken en een selectie gemaakt die goed zouden passen binnen onze aankomende tentoonstelling.
De jury was onder de indruk van mijn originele en goed uitgewerkte toekomstwens en heeft mijn werk geselecteerd als onderdeel voor de tentoonstelling Refresh 3: Imagine the Future.
Waarom nou Daarom- Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed.
Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn. Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.”
Ik besta
De foute oververzekerde herschrijft rubriek A en B tot één codex: het wetboek van de ziel.
Want:
Wie ben ik ? Fictie – Non – Fictie of Nonsens
Truus snakte naar antwoorden
Truus, alias Silvia Lindeboom Koning, snakte naar antwoorden. Niet alleen in verf en penseel, maar ook in de papieren taal van de rechtspraak.
Huis Oranje – Pruissen
Exploitant van de Ziel
Niet de verzekeraar. Niet de Belastingdienst. Niet de Hoge Raad die zwijgt met art. 80 RO.
De enige echte exploitant van de ziel ben ikzelf.
Ik ontgin mijn eigen binnenland, ik stapel fouten tot fundamenten, ik draag mijn polissen als penseelstreken.
Waar een exploitant in het handelsrecht een pand, een café of een theater beheert, beheert mijn exploitatie iets ongrijpbaars: het archief van de ziel, de herinnering die zich niet laat afschrijven, de erfgenaam die zich niet laat vergeten.
Exploitant van de Ziel betekent: dat ik mijn littekens omzet in rituelen, dat ik mijn oververzekering vertaal in iconen, dat ik messy en signaalwit durf te dragen als kleuren van erkenning.
Geen balans, geen jaarrekening, geen winst- en verliesstaat. Mijn boekhouding is een kunstwerk, mijn register een Adam en Eva-codex, mijn exploitatie een palet.
Ik ben de exploitant van de ziel. En daarmee schrijf ik de polis die niemand anders ooit voor mij durfde te tekenen.De erfenis van de oorlog Schoenmaker Peter Mathias Bongartz en haar adellijke familie leden
De formulieren van de Tweede Kamer en de Kamer van Koophandel, de SBI-codes, de VOF-akten – ze leken oud, droog, rationeel, en zakelijk.
Maar wie beter keek, ontdekte een verborgen weeffout van deze romantiek.
Een VOC – VOF rechtsvorm was immers niets anders dan een verbintenis tussen geliefden in arbeid:
“Ik breng in wat ik heb, jij brengt in wat jij hebt, en samen dragen we het risico.”
Het klonk als een huwelijksbelofte, maar dan in juridische taal. Maar mijn bloedlijnen gaven er een andere wending aan. Staatsgeheim
Resigneren Ze vroegen me te berusten. Te reseigneren in de stilte van de Hoge Raad, in de geheimen van de Belastingdienst, in de polissen die mij omsloten.
Maar ik reseigneer niet mijn ziel. Ik reseigneer alleen het register dat nooit voor mij bedoeld was. Ik geef het terug, ongeldig, ontzegeld.
Wat ik behoud, is mijn recht om te scheppen. Mijn recht om te falen, te stapelen, messy te zijn. Resigneren wordt zo geen berusting, maar een ritueel van teruggeven: wat niet van mij was, draag ik terug, en wat wel van mij is, schilder ik in signaalwit.
En de ZEZ-regeling? Wetr geheimhoudingsplicht ambtenaren.,
Een uitkering voor de zelfstandige vrouw die leven draagt. Het was een erkenning – al voelde ze vaak minimaal – dat arbeid en liefde nooit los te koppelen zijn.
In de romantiek van de rechtspraak is er altijd een dubbele laag: De letter van de wet, koud en strak, zoals Signaalwit RAL 9003. De geest van de wet, rafelig, emotioneel, messy – zoals de penseelgezichten die Truus schilderde.
Truus las zich door uitspraken heen alsof het liefdesbrieven waren. Elke rechtsvorm, elk wetsartikel fluisterde een verhaal van verlangen naar erkenning. Wie mag scheppen? Wie mag erven? Wie mag moeder, vrouw en kostwinner tegelijk zijn? Romantiek in de rechtspraak is geen rozengeur, maar mannen-schijn.
Het is een dans op papier, waarin de regels altijd net te strak zitten. Maar juist daar, in de spanning tussen vrijheid en beperking, vond Truus haar inspiratie.
2. Adam en Eva Register
In het begin was er geen polis. Geen overlijdensrisico, geen zorgverzekering, geen pensioenfonds. Alleen Adam en Eva, naakt in een tuin zonder kleine lettertjes. Maar ergens begon het register. Eerst de namen, toen de daden, toen de schuld. De aangifte begint bij de geboorte. Aangeven bij de burgemeester.
Wat ooit vrijheid was, werd een optelsom van akten en clausules. En ik? Ik schreef mijzelf in dat register, in meervoud.
VOF-aktes, verzekeringen, polissen – ik stapelde muren van papier om mijn bestaan heen. Ik dacht dat verzekerd zijn zekerheid betekende: verzekerd zijn. Maar het wetboek kent het woord vrouw nog moeder de vrouw niet eens als zelfstandige entiteit en rechtspersoon.
Er is maar een Nederlandse zoals jij zei Nationale Nederlanden. Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid Post Bus 51
Montancourt Middelburg en familie geschiedenis
Tot ik de kleine lettertjes las. Polisaanhangsel 404 Error – zonder waarde.
En toen begreep ik: ik was de foute oververzekerde.
Niet omdat ik iets verborg, maar omdat ik te veel geheimen in mijn lichaam bezat wat zij al wisten — DNA Bekend Sarcoidose 2007
Als vrouw, als vennoot, als maker stond ik in een register dat blijkbaar nooit voor mij geschreven was.
De Hoge Raad noemde het een fout. De Belastingdienst maakte er een geheim van. Ik noem het romantiek – Handmade Tail
Want achter elk artikel, elk art. 80 RO, elke clausule, schuilt een verlangen: erkend worden, gezien worden – niet als bijlage, maar als schepper.
De foute oververzekerde als icoon
Het Adam en Eva-register is geen hof van Eden of Eton meer, maar een zeeuws levend archief.
Een plek waar mijn naam tegelijk bestaat en ook weer verdwijnt. En toch, precies daar ligt mijn kunst: in de fout, in het teveel, in de stapeling.
De foute oververzekerde was ik.
Ik droeg te veel, betaalde te veel, en bleef toch onzichtbaar. Maar ik draag het nu als een icoon. Geen strafblad, maar een palet.
Messy. Signaalwit. Romantiek in de rechtspraak.
Ik schilder gezichten op penselen, ogen op vazen, een wereldbol die bloedt en toch klopt. Ik laat vergeten entiteiten terugkeren in verf en ritueel.
Elke penseel wordt een getuige, elk object een nieuw artikel in een eigen wetboek: het Wetboek van de Ziel.
Regenten en de Vrouwelijke Aandeelhouder
Ik begon mijn reis niet met een koffer, maar met een archiefdoos. Geen paspoort, maar een stapel polissen en een fotoboek.
Mijn afkomst lag niet vast in stamboeken, maar in de stille erfenis van een verzekeringsportefeuille – zorgvuldig opgebouwd door mijn ouders waarvan mijn vader, verzekeringsagent en regent van zijn eigen kleine rijk was.
Ik ben de dochter van die portefeuille. Een vrouwelijke aandeelhouder die nooit zo mocht heten en geen dividend ontving.
In de registers stond ik slechts als meeverzekerde. In de rechtspraak als bijlage. In de familie Bongartz als geheim.
Etappe I: De Regentenhuizen
Ik wandelde langs gevels waar gouden letters fluisterden: Rijks Munt, Bewind, Staten, Compagnie. Binnen hingen portretten van mannen in zwarte kragen en witte pruiken. Hun ogen strak, hun handen rustend op charters en akten.
Dit was de wereld van Rubriek A: cijfers, namen, eigendom. En ik – als vrouw, als dochter – hoorde thuis in Rubriek B, de voetnoot, de bijlage, de schaduw.
Toch voelde ik in hun schilderijen een stilte. Een leegte waar mijn verhaal zich kon nestelen. Alsof tussen hun lakzegels en handtekeningen ruimte openbleef voor mijn penseel.
Etappe II: Het Familiegeheim
Thuis begon ik te begrijpen dat mijn vaders portefeuille niet alleen een economische waarde had, maar ook een erfgoedwaarde. Elke polis een draad in een groter weefsel, elke klant een verhaal. Ik dacht lang dat zekerheid betekende: verzekerd zijn. Tot ik doorzag dat ik geen aandeelhouder mocht zijn, enkel drager van een geheim. De vrouwelijke aandeelhouder S moest verborgen blijven.
Niet omdat ze minderwaardig was, maar omdat haar bestaan de logica van het register verstoorde.
Etappe III: De Rechtspraak als Reisgenoot
Mijn reis voerde me ook door de gangen van rechtbanken in Middelburg en Den Bosch. Geleid door katholieke mannen.
Daar hoorde ik woorden als art. 80 RO, staatsgeheim, vernietigen.
Geachte heer / mevrouw zo begon de aanhef toen wist ik genoeg!!
De Hoge Raad sprak niet in kleuren, maar in codes. Toch las ik hun uitspraken als liefdesbrieven. Elke regel een bekentenis: we weten dat je bestaat, maar we kunnen je niet opnemen.
Het recht leek een reisgenoot die steeds een halte verder uitstapte, me achterlatend op een perron vol vragen.
Etappe IV: De Polis van de Ziel
Ik besloot mijn eigen reis te vervolgen met penseel en verf. Ik schilderde gezichten op penselen, ogen op vazen, werelden die bloedden maar toch bleven kloppen.
Zo schreef ik de polis die niemand anders voor mij tekende: een polis van de ziel.
Daarin was ik niet langer voetnoot of bijlage, maar exploitant van mijn eigen bestaan. Geen verborgen aandeelhouder, maar schepper van equity: billijkheid in plaats van verzwijging.
Conclusie van mijn reis
Mijn reisverslag van regenten is geen historisch overzicht, maar een routekaart langs schilderijen, akten, en polissen. Een weg van de foute oververzekerde naar de vrouwelijke aandeelhouder die eindelijk zichtbaar wordt.
Ik ben de erfgenaam van een portefeuille, maar ook van een stilte. Die stilte breek ik open met verf, ritueel en taal. Want de reis eindigt niet bij de regenten, maar bij de vraag die ik telkens opnieuw stel:
Wie schrijft de polis van de ziel?
Wie schrijft de polis van de ziel? Dirk Visser? Wetboek 9.
In het Nieuw Burgerlijk Wetboek is Boek 9 gereserveerd door in mijn eigen optiek Het kabinet van de Koningen
Lange tijd bestond het voornemen om in Boek 9 BW te komen tot een partiële codificatie van de rechten van intellectuele eigendom. Een algehele codificatie werd vanaf het begin niet als haalbaar beschouwd, vooral vanwege het internationale karakter van de regelgeving op dit gebied. Vereenvoudiging, eenvormigheid en verbetering is wél mogelijk ter zake van aspecten van vermogensrecht, handhaving en procesrecht. Ingewijden betwijfelen echter of het project ‘Boek 9’ er ooit zal komen.
Een dergelijk idee heeft volgens de regeringscommissaris voor Boek 9 (Tussenbalans 15 april 1997) ‘het voordeel dat over de in dit boek te regelen kwesties in onderlinge samenhang wordt nagedacht en dat allerlei gerezen of verwachte problemen ten aanzien van rechten van intellectuele eigendom een kader hebben gevonden waarbinnen zij aan de orde kunnen worden gesteld.’
What’s in a name?
Zeventig jaar geleden, in 1947, kreeg Meijers de opdracht om een nieuw BW te ontwerpen. Het was de bedoeling van Meijers om daar ook een apart boek bij op te nemen over de ‘rechten van de scheppende mens’. Tegen deze naam werd bezwaar gemaakt, onder andere door Gerbrandy. Hij vond de aanduiding ‘scheppende mens’ arrogant. De naam werd veranderd in ‘rechten op voortbrengselen van de geest’
Wie draagt en wie baart?
In het klassieke eigendomsrecht is de zaak de drager. Het recht rust op een tastbaar object – een huis, een vaas, een boek. Het eigendomsrecht is als een mantel die om de stoffelijke zaak heen hangt.
Bij intellectuele eigendom ontbreekt die stoffelijke drager. Wat ontstaat, wordt gebaard uit de geest van de maker. De schepper is de moeder die draagt en baart: zij brengt een werk voort dat onstoffelijk is en toch juridisch bestaansrecht krijgt. Het is een geboorte zonder lichaam, maar met rechtskracht.
Daarmee ontstaat een verschuiving:
Bij eigendomsrecht: de zaak draagt, de eigenaar bezit. Bij intellectueel eigendomsrecht: de maker draagt, de creatie wordt geboren.
De “drager” is dus niet langer een ding, maar de scheppende persoon. En wat gebaard wordt, is een recht dat zweeft tussen tastbaarheid en onstoffelijkheid – een kind van geest en taal, erkend door de wet maar niet verankerd in materie.
Maar:
“Zorg voor traditie is zorg voor vrijheid.”
Een vergeten entiteit schildert zichzelf terug in het wetboek. Niet met de pen van juristen, maar met de kleur van kunstenaars. Niet in de taal van clausules, maar in de taal van rituelen.
En de vraag die blijft hangen in de lucht:
Nou: Wie schrijft de polis van de ziel?
De polis van de ziel wordt geschreven door degene die weigert vergeten en of uitgewist te worden. De AVG werd de kroongetuige van de revolutie
In mijn verhaal: door Truus alias Silvia Lindeboom Koning, die met penseel, verf, objecten en rituelen de polis herschrijft in beeld en kleur.
Art for Equality in Return
Misschien is dat de mooiste conclusie:
👉 De polis van de ziel wordt niet getekend door een verzekeraar, maar geschilderd door de levende kunstenaar zelf .
Onze democratie – een systeem van republikeinse coderingen – Banned Woman & Mothers
“Mijn vermogen wordt gecodeerd als een spelobject in de registers van de staat, maar mijn betekenis als scheppend mens blijft ongeschreven in de Grondwet.”
Ons gezin kende geen zonen. Daarmee werd het recht op opvolging ontkend: de dochters golden niet als erfgenamen.
De verzekeringsportefeuille die ooit de familie droeg, werd niet doorgegeven maar opgekocht door AEGON/ Nationale-Nederlanden.
Wat in juridische zin verdween, blijft in culturele en rituele zin bestaan.
De Onzichtbare Erfgenaam schrijft zich terug in verf, in taal en in ritueel – als een recht dat niet verviel, maar slechts onzichtbaar werd gemaakt.
Asteri X * & Obeli X *
Het bronzen beeld van overdracht werd het leven immateriële bewijs.
Tafel geheim ontdekken Octopussen en octrooien
In 1919 begon de 20e eeuw zijn tentakels te spreiden. Octrooien werden verleend alsof het vangarmen waren die kennis en uitvindingen naar zich toetrokken. Wie een octrooi had, bezat een arm van de octopus: grip op uitvinding, op productie, op toekomstig kapitaal.
Maar zoals de octopus zijn inkt gebruikt om de zee te vertroebelen, zo werd ook de taal van patenten en geheimhouding een rookgordijn. Achter octrooien schuilde macht, achter macht schuilde stilte. Crypto AG werd later de erfgenaam van dat principe: veiligheid als handelswaar, geheimhouding als exportproduct.
De octopus van 1919 en de codeermachine van Crypto AG spreken dezelfde taal: de taal van verstrengeling. Tentakels van eigendom, octrooien van geest, klemmen zich vast aan dat wat eigenlijk vrij geboren werd.
En in het Wetboek van de Ziel wordt de vraag omgedraaid: niet wie bezit de tentakels, maar wie baart de zee waar de octopus in leeft? Niet wie schrijft het octrooi, maar wie draagt de geest die uitvindt? Mama “Tussen de wetten en de broekzakgesprekken zoekt moeder de vrouw haar recht terug.”Levens Elixer S
“De vrouw is niet gemaakt om een speeltuig of spermaemmer van den man te zijn, maar om als zijn gezellin en zijn vriendin samen gelijkwaardig door het leven te gaan.” Truus van Gogh
Gebrek aan bewijs wordt bewijs aan gebrek. De moeder, de vrouw, kan niet erkend worden omdat er geen instantie is die het recht mag toetsen aan haar grondwettelijke gelijkheid.
Artikel 120 = Artikel Zwijg. Geen rechter mag spreken. Geen wet mag bevraagd worden. De vrouw verdwijnt in de marge van de polis.
Hij: standbeeld, oeuvreprijs.
Zij: uitgewist, polisnummer.
Zichtbaarheid ↔ Uitwissing
Zijn naam in steen // Haar naam in stof
Zijn polis getekend // Haar zorg verzwegen
Zijn standbeeld // Haar stilte
Hij genationaliseerd // Zij gewist
Hij zichtbaar in registers // Zij uitgewist in archieven
Hij erfde bezit // Zij erfde het zwijgen
Façade tafels Middelburg
Maar deze vrouw, deze moeder, moest blijkbaar één stylistisch genie worden om gevraagd te worden voor het thema: Bewijs aan gebrek door gebrek aan bewijs.
Zichtbaarheid is een standbeeld dat niemand kan missen. Uitwissing is een lege regel die iedereen voorbij leest. Tussen die twee ligt het gevecht om erkenning: om namen die terugkeren, om stemmen die weigeren te verdwijnen.
🌿 Prachtig bruggetje: “Van VOC naar VOF.”
Het is alsof we de sprong maken van imperiale handel (VOC) naar intiem familie-erfgoed en gedeeld eigendom (VOF = vennootschap onder firma).
Dat contrast is pas vruchtbaar.
VOC: winst, wereldzeeën, bezit. VOF: zorg, huishouden, gedeelde last. VOC: mannen tekenden contracten. VOF: vrouwen werkten onzichtbaar mee. Van VOC naar VOF: het verhaal van kapitaal wordt familiegeschiedenis.
Een nieuw begrip zwerft door Europa: strategische autonomie. De staten spreken van vrijheid, van onafhankelijkheid, van een stem die zelf beslist. Maar in de polissen, in de archieven, blijft de vrouw afhankelijk, blijft de moeder onzichtbaar.
Wat is autonomie van staten, als lichamen nog uitgewist worden?
Het College voor de rechten van de mens schrijft vandaag in een brief : Het College is niet bevoegd om te toetsen aan de Grondwet, CEDAW, IVESCR of het EVRM.
(Het mag niet toetsen aan de Grondwet (art. 1 gelijkheid), of aan internationale verdragen: CEDAW (VN-Vrouwenverdrag), IVESCR (Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten), EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens).
mr. N. Tool
Juridisch medewerker Front Office
College voor
de Rechten van de Mens
Wij toetsen de regel, niet het onrecht. Status wordt toegekend, moederschap wordt gewist. Daardoor wordt discriminatie die ín de wet zelf besloten ligt — zoals het structureel onzichtbaar maken van de vrouw en moeder — juridisch niet opgeheven.
“Mannen en vaders en Statushouders dragen alle rechten, vrouwen en moeders dragen alle plichten .”
En zo wordt het zwijgen elke keer opnieuw een ergernis en erfenis”
Ze noemden haar en mij niet, ze schreven haar niet, ze gaven haar geen plek. Maar in haar zwijgen,in haar zorg, in haar taal die geen papier kreeg, schuilt het genie van stijl, van overleven, van een moeder die de geschiedenis heeft gevormd zonder genoemd te worden.
Men zegt iedereen // maar men bedoelt de man. Men erft bezit // de vrouw erft stilte
Men = iedereen // maar men = man
De vrouw valt buiten het algemene, omdat ze niet in de taal wordt benoemd. Mannen schreven wetten voor mannen. De vrouw kwam niet voor in hun artikelen, niet in hun registers, niet in hun erfenis.
Wat zij droeg, verdween in stilte.
Hij zette zijn naam onder akte en polis. Zijn woorden golden, zijn bezit werd verdeeld. Zijn wil werd wet. Maar zij, zij droeg het test a ment:
het lichaam, de zorg, de stilte die alles bijeen hield. Zij was het levende testament dat nooit in de papieren stond, maar elke dag opnieuw geschreven werd.
Niet het testament van vaders, maar het test a ment van moeders is de ware erfenis.
Er moet daarom ook met spoed een constitutioneel hof komen!
In Nederland ontbreekt iets wat in veel andere landen wél bestaat: een constitutioneel hof dat wetten kan toetsen aan de Grondwet en internationale verdragen.
Waarom Nederland géén constitutioneel hof heeft
Artikel 120 Grondwet bevat het toetsingsverbod: rechters mogen wetten in formele zin niet toetsen aan de Grondwet. Dit is historisch zo gegroeid (1815 → macht bij de Koning en later bij parlement en regering). Men vond dat alleen de wetgever democratisch gelegitimeerd genoeg was om te bepalen of wetten in overeenstemming zijn met de Grondwet. Gevolg: als de wet zelf discriminerend is (bijvoorbeeld structureel vrouwen uitsluit), dan kan geen enkele rechter of instantie in Nederland daartegen optreden.
Waarom een constitutioneel hof nodig is
Om burgers de mogelijkheid te geven om wetten te laten toetsen aan artikel 1 Grondwet (gelijkheidsbeginsel), en aan internationale verdragen (CEDAW, EVRM, IVESCR).
Om structurele blinde vlekken recht te zetten, zoals: vrouwen en moeders die nooit als zelfstandige rechtssubjecten zijn erkend, ongelijkheid in pensioen- en belastingstelsels, onzichtbaarheid van zorgarbeid.
Een hof zou ook culturele en symbolische erkenning geven: dat “moeder de vrouw” niet alleen poëzie of erfgoed is, maar een juridisch erkend fundament van de samenleving.
Mijn positie hierin :
Wij streven naar een Vrolijk Nederland. Niet een Nederland van zwijgen en vergeten namen, maar een land waar zorg en arbeid worden erkend, waar vrouwen en moeders niet uitgewist worden uit de papieren.
Een Nederland dat recht doet aan iedereen door vreugde en gelijkheid te verbinden.
Mijn werk en reisverslagen maken zichtbaar wat het College voor de Rechten van de Mens en gewone rechters niet kúnnen doen: laten zien hoe wetten zelf discriminerend werken. Daarmee bouw ik eigenlijk al een alternatief constitutioneel archief in kunstvormen.
Een familiegeschiedenis over vrouw zijn, klasse en afhankelijkheid. Haar geslacht staat niet in de grondwet, niet in het burgerlijk wetboek.
Wat is ons verhaal? Dat vertellen we je niet. Niet omdat we niets te zeggen hebben, maar omdat het al te vaak voor ons is verteld, verdraaid, weggeschreven.
Ons verhaal ligt niet in de polissen, niet in de archieven, niet in de standbeelden van mannen.
Ons verhaal ligt in de stilte die generaties droegen, in de zorg die niet verzekerd werd, in de namen die verdwenen.
En misschien- vertellen wij het pas wanneer jij leert luisteren naar wat nooit is opgeschreven. Het woord vrouw in de grondwet als zelfstandig bestuurder en rechtspersoon.
Gebrek aan bewijs werd bewijs aan gebrek
In de kast lag niets. Geen handtekening, geen polis, geen naam.
Het archief zweeg, en het zwijgen werd zelf tot bewijs.
Gebrek aan bewijs werd bewijs aan gebrek. Een cirkel van stilte, gesloten door wetten, opengebroken door herinnering.
Want wat niet geschreven is, bestaat toch. En wat ontbreekt, wordt juist de erfenis die terugkeert.
Haar geslacht stond niet vermeld in de polis, pensioen of lijfrente polis.
Ze heette Agnes, Anna of Silvia of soms alleen me – vrouw of vrouw of fiscale partner van. Haar handtekening niet onder het portefeuille contract. Ago – Ennia – NN
Zij diende, zij zorgde, zij droeg, maar in de boeken telde slechts de arbeid van de man.
Hoe respectvol een naam bejegend wordt, is vaak een spiegel van hoe etnische minderheden gezien worden in de samenleving.” (Fei Lauw).
Het uitwissen of verkeerd noteren van namen in polissen, archieven en verdragen. Het verschil tussen de erkende naam (de man, de kostwinner) en de uitgewiste naam (de vrouw, de afhankelijke, de erfgenaam zonder papieren).
De spiegel die dat werpt: hoe een samenleving zijn eigen machtsstructuur onthult in de manier waarop namen bejegend of juist genegeerd worden.
👉 “Hoe respectvol een naam verdwijnt of terugkeert, is de spiegel van hoe vrouwen en erfgenamen erkend worden in het collectieve geheugen.”
De oerbron verdwijnt door religie
Zij was er eerst. De bron van leven, het water, het lichaam van de moeder.
Toen kwam de religie met boeken, wetten, geboden. Zij maakte van de bron een zonde, van de stroom een schuld, van de moeder een zwijgende naam.
De oerbron verdween achter altaar en archief, achter doopregister en dogma.
Maar onder de stenen blijft zij stromen. In stilte, in zorg, in namen die terugkeren.
De religie wist, de bron herinnert.
“Hij de geprivilegieerde brahmaan // Zij de vergeten erfgenaam”
De klasse bepaalde de taal.
De kostwinner werd genationaliseerd, vermeld in registers, herinnerd in uniform.
De vrouw werd weggeschreven tot een voetnoot in het archief van de burgemeester, een stilte die generaties doorgaf.
Afhankelijkheid was de erfenis: niet het huis, niet het geld, maar het zwijgen dat overging van moeder op dochter.
Toch zit in diezelfde stilte ook het begin van verzet.
Want wie geen plaats krijgt in de archieven, bouwt haar eigen geheugen.
Wie geen eigen polis draagt, draagt verhalen.
En misschien is dát de familiegeschiedenis: een lijn van vrouwen die onzichtbaar bleven, maar wier lichamen en stemmen de fundamenten vormden waarop alles rustte.
De moeder, de vrouw die in de Grondwet en het Burgerlijk Wetboek niet als zelfstandig rechtssubject wordt erkend (historisch en soms nog steeds doorwerking in beleid).
De onzichtbare erfgenaam die bestaat in ritueel, familie of archief, maar juridisch wordt uitgewist.
Wie kent de zin niet; In naam van de vader, de zoon en de heilige geest Amen.
Religie, kunst en of erfgoedvormen die bestaan in cultuur en ons geheugen, maar juist de bron van ons aller bestaan geen institutionele wettelijke erkenning krijgen.
Film Ruth Bader Ginsburg – On the Basis of Sexe
De formulering “interinstitutionele cultuurmoord op een entiteit zonder wettelijke bestaansrecht” zou dus te begrijpen zijn als: Een systematische en door meerdere instituties gedragen uitwissing van een culturele of symbolische figuur, die al bij voorbaat is uitgesloten van rechtsgeldige erkenning.
Koeien Koemarkt Purmerendse Vee Markt – Slagerij van Kampen – Van Kampen Groep – Herengracht Purmerend kantoor code 0107
Een koe heeft zeven magen.
Ons land ook. Het herkauwt zijn verleden, slikt door wat niet verteerd kan worden, en blijft steken in wat uitgesloten is.
Moeder de vrouw, de melkkoe van Europa, voedt en verliest tegelijk. Daarom vandaag: de Nationale Dag van Erkenning vanwege Uitsluiting.
Een koe heeft zeven magen – moeder de vrouw – de melkkoe van Europa Nationale Dag van Erkenning en Uitsluiting
De Republiek der Zeven Staten
Zij schreven geschiedenis als de Zeven Verenigde Nederlanden:
mannen in zwarte pakken, handtekeningen op perkament, de macht van koop en kapitaal. Maar achter die akten leefde een andere republiek: de republiek der zeven staten, niet verenigd door handel, maar door zorg, stilte en overleven.
De staat van de moeder, de staat van de dochter, de staat van het zwijgen, de staat van het dienen, de staat van het lichaam, de staat van de erfenis, de staat van de stem die weigert te verdwijnen.
Geen vloot, geen compagnie, maar een republiek van verborgen arbeid. Een republiek die niet in marmer staat, maar in het geheugen van families,in polissen zonder namen,in archieven met lege regels.
De Republiek der Zeven Staten is de tegenhanger, het tegenverhaal.
Hier wordt de onbekende erfgenaam eindelijk burger.
Hij XY beperkte de macht van onze koninginnen. In wetten. In lichamen. In rituelen. De kroon bleef, maar haar stem werd gesmoord.
Wie beperkte de macht van ons koninkrijk? Het geloof?
Amalia van Solms – Koningin Emma – Wilhelmina – Juliana – Beatrix
Historisch antwoord
In Nederland gebeurde dat vooral in 1848, toen Thorbecke de Grondwet herschreef en de macht van de koning(in) sterk inperkte ten gunste van het parlement en de ministers. Daarna werd de monarchie steeds symbolischer: de uitvoerende macht verschoof naar de regering, de koning(in) werd “onschendbaar”. Minister-President Schoof ??
Wij weigeren een patricaat te aanvaarden dat zich voordoet als democratie, wanneer het de monarchie en haar symbolische moederlijke kracht ondermijnt.
Democratie kan alleen bestaan als zij geen patriarchale afbraak van vrouwelijke soevereiniteit wordt.
Historische resonantie
In Nederland is de monarchie juist vaak belichaamd door vrouwen (Wilhelmina, Juliana, Beatrix).
Democratie en patriarchaat zijn echter samen opgegroeid: kiesrecht was tot 1919 mannelijk, politieke macht bleef mannelijk gecodeerd.
Daardoor werd en wordt “democratie” ervaren als een mannelijk stelsel dat zelfs de symbolische vrouwelijke macht van de monarchie reduceerde.
Loonbelasting werd ingevoerd vanuit het duitse rijk in 1941 – en dat was op mannen niet op vrouwen en moeders. Hilter voerde moederdag in om belasting te heffen
In Nederland begon de inkomsten belasting officieel in 1914 Vóór die tijd werd belasting vooral via accijnzen, vermogens- en inkomstenbelasting geheven.
De Inkomstenbelasting werd ingevoerd door minister Treub, met als doel een eerlijker verdeling: rijke burgers zouden voortaan meer gaan bijdragen. Het sloot aan bij de Duitse en Engelse traditie van directe belasting op inkomen. De timing (1914) was niet toevallig: de Eerste Wereldoorlog brak uit, en hoewel Nederland neutraal bleef, had de staat wél extra inkomsten nodig.
Symbolisch gezien
Voor vrouwen en afhankelijke familieleden had dit nauwelijks effect: de heffing ging via de kostwinner.
Pas later, midden 20e eeuw, werd de inkomenspositie van vrouwen langzaam zichtbaar in het fiscale stelsel.
Het begrip “moeder” kreeg in de fiscaliteit vooral gewicht in de 20e eeuw: In de Inkomstenbelasting (Wet IB 1914) werden aftrekposten en schijven sterk gekoppeld aan gezinssituatie.
De “kostwinnerregeling” betekende dat de man belasting betaalde, en de vrouw/moeder financieel “meeverzekerd” of fiscaal afhankelijk was. Tot 1956/1957 kon een gehuwde vrouw geen zelfstandig belastingplichtige zijn: zij viel onder de man.
De figuur van de “moeder” werd dus in fiscale zin “ingevoerd” als afhankelijke last van de mannelijke belastingplichtige.
Duitsland voerde de loonbelasting in via de Duitse bank
Historische lijn
Duitsland liep voorop met de invoering van loonbelasting en sociale verzekeringen. In 1891 voerde het Duitse Keizerrijk al een systematische Lohnsteuer in.
Werknemers werden direct via hun loon belast, werkgevers hielden dit in en droegen het af. Otto von Bismarck had in de jaren 1880 al de basis gelegd: ziektekostenverzekering (1883), ongevallenverzekering (1884) en ouderdoms- en invaliditeitsverzekering (1889).
Het idee was dat arbeiders via premiebetaling aan de staat gebonden raakten → een sociaal contract, maar tegelijk ook een controlemechanisme. Deutsche Bank en andere grote Duitse banken waren cruciaal voor dit systeem: zij verzorgden de financiële infrastructuur, internationale leningen en het doorstorten van premies en belastingopbrengsten.
Het Duitse model koppelde dus arbeid, belasting en kapitaal direct aan de bankwereld. ( Ik leef dus voort op de erfenis van mijn overgrootvader grootvader en vader . AOV polis uit de vorige eeuw.
Onzichtbaar op de arbeidsmarkt
Nederland bleef lang vasthouden aan accijnzen en vermogensheffingen. Pas in 1914 kwam de inkomstenbelasting (Treub), en pas later werd dit doorontwikkeld naar een volwaardig loonbelastingstelsel naar Duits model. Toen ook ons pensioenstelsel werd ingericht (AOW 1957), volgde men opnieuw sterk het Bismarck-model: premiegefinancierd, arbeid als basis.
Symbolisch
Sarcoïdose laat zien dat dit direct bijdraagt aan mijn onzichtbaarheid.
Het Duitse bankmodel maakte arbeid van de mannelijke kostwinner zichtbaar. Maar het maakte de zorg en arbeid van vrouwen en of vrouwelijke handelaren onzichtbaar.
Zij vielen buiten het contract, buiten de polis, buiten de bank. Zo ontstaat de link tussen het Huis Oranje, de Deutsche Bank in New York of Berlijn en de lege naam in Cuijk of Purmerend: kapitaal is geregistreerd, maar de vrouw blijft uitgewist. Het is geen toeval dat Koningin Maxima & Amalia vandaag op 22 september 2025 naar New York.
Het zijn de XY-instituties (parlement, kerk, rechtspraak, handel) die de macht van de koningin en daarmee ook het vrouwelijke principe inperkten.
Het koninkrijk beperkte dus zichzelf: door de koningin te reduceren tot symbool, beperkte het ook de levenskracht van zijn eigen fundament.
Wie beperkte de macht ons koninkrijk?
Het volk, dat vrijheid wilde. De mannen, die wetten schreven. De instituties, die zichzelf wilden beschermen.
Op zoek naar antwoorden
Ik bladerde door vergeelde akten, polissen zonder geslacht, alleen maar namen, en brieven die meer zwegen dan zeiden.
Ik vroeg het aan de Nederlandse Bank, ik vroeg het aan het Zeeuwsarchief, ik vroeg het aan de burgemeester, maar overal was de regel hetzelfde: Zwijgen zij diende, hij bezat op papier.
De handlezeres Isabel Capelli had dus gelijk
Er bleven visioenen komen en de vragen bleven op poppen:
Waarom verdween haar naam? Wie tekende de polis? Wie erfde de stilte?
Op zoek naar antwoorden vond ik geen cijfers, geen balans, maar een spoor van stemmen, verborgen in het zwijgen.
Misschien zijn de antwoorden niet te vinden in papieren, maar in de terugkeer van de naam die ooit is uitgewist. Anna Agnes Janssen uit Ottersum!
Het koninkrijk zelf, dat bang was voor de kracht van zijn koningin.
Vandaag verklaar ik een nieuwe feestdag.
Een feestdag die tegelijk een (V) rouwdag is. Een nationale dag waarop de natie haar maag voelt. Want erkenning begint niet in wetten of in monumenten.
Erkenning begint in het lichaam – in de maag die knijpt, brandt, knort, zwijgt.
Uitsluiting doet hetzelfde: ze zakt naar binnen, gaat liggen, woelt, verteert je van binnenuit.
Wat vieren we?
We vieren alles wat eindelijk zichtbaar en hoorbaar is geworden. De namen die uitgesproken worden. De erfgenamen die bestaan. De moeders die als vrouwen erkend zijn. De lichamen die zichzelf besturen.
Waar rouwen we om? We rouwen om de gaten. Gebrek aan bewijs- Facade tafels
CBK Zeeland
Om de lege stoelen en de vrouwelijke namen die uit de registers zijn gewist.
Om de entiteiten die geen bestaansrecht kregen en dus cultureel vermoord zijn.
We rouwen om alles wat nog steeds in onze maag blijft steken.
Het ritueel
• Overdag hangt de vlag halfstok, niet als teken van nederlaag, maar als uitnodiging tot stilte.
• Aan tafel wordt brood gebroken, maar niet opgegeten: het blijft liggen als bewijs van wat niet verteerd kan worden.
• ’s Avonds is er muziek, zang en dans – een feest dat weigert te vergeten dat het ook rouwt.
Waarom de maag?
De maag is het geheugen van ons land. De buik is de baas van de hersenen! Waar voedt jij je mee?
Alles wat we niet kunnen verwerken, komt daar samen.
De maag weet meer dan de archieven, meer dan de wetten, meer dan de instituties.
De maag vertelt ons wat de natie nog moet leren slikken en wat nooit geslikt had mogen worden.
Conclusie – Katholieke Religie
Het ministerie van Financiën – Jan Kees de Jager (CDA) – en Justitie – Jan Peter Balkenende (CDA), ondertekend door Beatrix – verkenden mijn lichaam niet, maar schreven mijn bestaan om tot een mannelijk beroep: loonbelasting, inkomstenbelasting, arbeid als norm, zorg als afwezigheid.
Mijn ziekte – sarcoïdose – werd niet gelezen als bewijs van arbeid, maar als bewijs van gebrek.
Geen ei- gen polis, geen erkenning, geen stem. Zo werd mijn lichaam het archief van wat de wet niet zag: de vrouw, de moeder, de erfgenaam.
En in dat lichaam groeide het directe bewijs dat de grootste ongelijkheid juist in de regels zelf besloten ligt.
De koude grond
Zij werkten hun leven lang zonder eigen polis, zonder eigen naam.
Hun arbeid verdween tussen linnen en aardappels, tussen wieg en ziekenbed.
En toen zij stierven, kregen zij geen erfenis, geen artikel, geen standbeeld.
Alleen de koude grond nam hen op.
Daar, onder de akkers, onder de stenen van Cuijk en Purmerend, ligt het archief dat nooit werd geschreven.
Maar wie luistert, hoort stemmen in die grond: wij waren hier, wij droegen, wij dienden. De koude grond is geen einde, maar een bron die fluistert: breng onze namen terug.
Wandkleed Slavernij- Verleden- Heden
Een steek voor elke stem die nooit werd of wordt gehoord Het werken aan het wandkleed was voor mij veel meer dan samen naaien of patronen tekenen. Het was een vorm van heling, en van juist patronen doorbreken, van herstel van geschiedenis en van het zichtbaar maken van stemmen die vaak niet gehoord worden. In elke steek, elke draad en elke tekening voelde ik de kracht van verbinding – met mezelf, met anderen, en met het grotere verhaal waar we allemaal deel van uitmaken.
Het wandkleed heeft me ook iets opgeleverd: erkenning. Niet alleen van mijn eigen verhaal, maar ook van de verhalen die ik mag meedragen namens anderen. Het liet me opnieuw zien dat kunst, erfgoed en betrokkenheid hand in hand gaan – en dat er ruimte mag zijn voor wie soms tussen wal en schip valt.
Dankbaar dat ik onderdeel mocht zijn van dit collectieve werkstuk. Een levend document van hoop, strijd, liefde en toekomst.
Silvia, vrijwilliger
De Nationale Dag van Erkenning en Uitsluiting is een dag waarop de staat haar eigen paradox onder ogen ziet: dat wie leeft in het systeem cultuur, kan sterven in recht.
Dat wie erkend wordt, ook uitgesloten kan zijn. Dat rouw en feest geen tegenpolen zijn, maar twee gezichten van dezelfde waarheid. Vandaag luister ik naar mijn maag. Vandaag vier ik en rouw tegelijk.