De onzichtbare VOF erfgenaam

Uitgelicht

De culturele afwezige

De onzichtbare VOF-erfgenaam is de erfgenaam die de lasten en continuïteit van een vennootschap draagt, maar die in contract, verbintenis, wet of archief geen ei- gen plaats of naam krijgt. Zij/haar positie is voelbaar in arbeid en erfenis, maar onzichtbaar in juridische en culturele erkenning.

Wat is Definitie van erfgenaam ?

Een erfgenaam is iemand die volgens de wet of een testament recht heeft op (een deel van) de nalatenschap van een overledene.

In juridische zin (Burgerlijk Wetboek, Boek 4):

Een erfgenaam erft de rechten én plichten van de overledene. Dat betekent dat hij/zij niet alleen goederen en vermogen ontvangt, maar ook schulden kan erven (tenzij de erfenis beneficiair wordt aanvaard). Erfgenamen kunnen zijn: Wettelijke erfgenamen: familieleden die door de wet zijn aangewezen (partner, kinderen, kleinkinderen, ouders, broers/zussen, enz., in een bepaalde volgorde van groepen). Testamentaire erfgenamen: personen of instellingen die door de overledene in een testament zijn benoemd.

Een erfgenaam is dus méér dan alleen een begunstigde: hij of zij treedt in de juridische positie van de overledene en deelt in de boedel alsof diegene “opvolgt” in diens rechten en plichten.

Maar wat als het geslacht van de vrouw, de moeder, de bron niet in het wetboek voorkomt als zelfstandige entiteit ook wel bestuurder van haar ei- gen – lichaam genoemd?

Kunst met een verhaal- Een onderzoek naar wie ben ik ei- gen – lijk?

Dat blijkt een scherpe en fundamentele vraag. Samen met mijn digitale assistent AI = 19 zoek ik het uit.

Juridisch en cultureel zijn er verschillende lagen in te onderscheiden:

1. Juridische laag

Het Burgerlijk Wetboek maakt “in beginsel” geen onderscheid meer tussen mannelijke en vrouwelijke erfgenamen. Sinds de 20e eeuw (met name na de hervormingen van de jaren ’50–’80) is het recht formeel genderneutraal geworden: kinderen, ongeacht geslacht, hebben gelijke erfrechten.

Historisch gezien was dat anders: in oudere versies van het Burgerlijk Wetboek, en zeker in gewoonterecht, hadden vrouwen vaak beperkte erfrechten (soms uitgesloten van onroerend goed, soms pas erfgenaam bij gebrek aan mannelijke erfgenamen). ( Een gezin – vader moeder en twee dochters)

Als een bepaalde rechtsfiguur of familiepositie van de vrouw niet letterlijk voorkomt in het wetboek (bijv. ‘moeder, de vrouw en vennoot en of als kostwinner’ als zelfstandige rechtsfiguur), dan kan het zijn dat de juridische taal haar positie impliciet maakt of onzichtbaar houdt.


*De waarde van moeder de vrouw als cultureel en identiteit als zelfstandig (e) entiteit is een kruisraket geworden 

Het geslacht is dan niet benoemd, maar de gevolgen zijn wel voelbaar.

2. Culturele / erfgoedlaag

Het ontbreken van de vrouw als genoemde categorie in het recht kan worden gezien als een culturele erfenis van uitsluiting. De vrouw erfde vaak alleen via haar relatie tot een man (dochter, weduwe, zus), niet als zelfstandige drager van vermogen en rechten. Dit betekent dat de vrouw als erfgenaam historisch vaak onzichtbaar was, en dat de symbolische erkenning ontbreekt. Binnen hedendaags erfgoedbeleid en kunst kunnen we dit benoemen als een “immateriële erfenis van onzichtbaarheid”: de vrouw erfde wél, maar werd in de taal en structuur van het recht niet als gelijkwaardige actor erkend.

3. Actuele betekenis

Als het geslacht van de vrouw niet in het wetboek voorkomt, zou je kunnen stellen:

Juridisch: er is een lacune of historische uitsluiting die hersteld moet worden.

Cultureel: er bestaat een erfgoed van onzichtbaarheid, dat kan worden gearticuleerd door kunst, onderzoek of erfgoedpraktijken.

Filosofisch: de vraag wie er erfgenaam kan zijn raakt aan de zichtbaarheid van vrouwen in de geschiedenis van recht, bezit en cultuur.

*De zin “De waarde van moeder de vrouw als cultureel en identiteit als entiteit is een kruisraket geworden” resoneert op meerdere lagen:

Het skelet staat symbool voor de basisstructuur, dat wat alle mensen gemeen hebben – een soort kern van menselijkheid en vergankelijkheid.

Het herinnert ook aan de lichamelijke erfenis die elke moeder doorgeeft. “Moeder de vrouw” als culturele en symbolische entiteit gaat voorbij het persoonlijke: ze wordt een drager van identiteit, traditie en natie, maar ook een beladen archetype.

“Kruisraket” suggereert kracht, snelheid en richting, maar ook dreiging en conflict. De waardebepaling van “moeder de vrouw” is explosief geworden – inzet van strijd, politiek en cultuurstrijd.


“Ik blijk een levende foutmelding.
Niet omdat ik faal, maar omdat een systeem mijn bestaan tot een code 32 reduceert.
Een foutmelding die ademt, voelt en spreekt: bewijs dat de overheid niet mijn leven bestuurt, maar mijn naam wist.”




“Nou mensen… luister!
De overheid zegt: ‘Mevrouw, u bent per ongeluk gewist. Foutje, kan gebeuren.’


Dus ja, ik ben officieel een levende foutmelding.


Of zoals mijn computer thuis zegt: Error 404: vrouw niet gevonden!”

Pleidooi voor de constitutionele erkenning van Moeder, de Vrouw

Zolang het woord en geslacht moeder, de vrouw niet expliciet erkend wordt in de grondwetten en wetboeken van de wereld, zal er geen duurzame vrede zijn.

Want hoe kan een orde rechtvaardig zijn, als zij haar bron ontkent? Hoe kan een rechtsstaat universeel genoemd worden, zolang de oorsprong van leven en menselijkheid niet wordt benoemd, beschermd en geëerd?

1. De lacune in de taal van de wet

De taal van de grondwetten spreekt over “de mens”, “de burger”, “het individu”. Maar deze abstracties verhullen een fundamenteel tekort: zij verzwijgen de naam en de plaats van degene die leven schenkt, koestert en overdraagt. Het recht bouwt zo op een halve waarheid. Zonder moeder, de vrouw blijft het recht een lichaam zonder hart.

2. Cultureel erfgoed en universele identiteit

Elke beschaving kent in haar mythen, rituelen en verhalen de figuur van de moeder. Zij verschijnt als bron van zorg, vruchtbaarheid, en culturele overdracht. Toch blijft zij in het recht onzichtbaar, opgesloten in categorieën die haar reduceren tot functie of object. Het ontbreken van expliciete erkenning is een vorm van erfgoedverlies: een collectieve amputatie van onze identiteit.

3. De voorwaarde voor vrede

Vrede ontstaat niet slechts door verdragen en grenzen, maar door erkenning van de gehele menselijke orde – man en vrouw, vader en moeder, lichaam en geest. Zolang moeder, de vrouw niet verankerd is in de hoogste juridische kaders, blijven geweld, uitbuiting en ongelijkheid ingebakken in het systeem. Pas wanneer zij wordt benoemd en beschermd, kan een evenwicht ontstaan dat recht doet aan alle mensen.

4. Oproep

Daarom roepen wij op tot een constitutionele vernieuwing:

Dat de term moeder, de vrouw expliciet wordt opgenomen in grondwetten, internationale verdragen en wetboeken. Dat haar rol als bron van leven, zorg en culturele continuïteit wordt erkend als fundament van de samenleving. Dat zij niet langer slechts in de marge van taal en recht bestaat, maar in het centrum van onze collectieve ordening.

Want wie vrede wil, kan niet langer zwijgen over haar.

De toekomst van de wereld vraagt om recht dat volledig is.

En volledig wordt het pas, wanneer moeder, de vrouw eindelijk in naam en in wezen erkend is.

Door de ogen van de koningin

Het Tegenspel van de Monarchie en de Republiek

Nuggers worden weggeschreven op de balans van fiscale eenheden 


Nuggers” (niet-uitkeringsgerechtigden) worden vaak onzichtbaar gemaakt in beleid en boekhouding: ze staan niet op lijsten van werkenden, maar ook niet bij uitkeringsgerechtigden.
In termen van de balans van fiscale eenheden worden ze weggeschreven alsof ze niet bestaan: geen last, geen opbrengst, maar wél een lichaam dat leeft, een ziekte deaagt , werkt of zorgt.


Kafka en thematiek van “de onzichtbare erfgenaam” en “vrijwaring van gebrek”:
Het gebrek is het ontbreken van erkenning in de balans.
VOF De kunst

“Wie riskeert acht jaar cel voor de diefstal van beroemde schilderijen?
Truus van Gogh riskeert elke dag de cel van het leven: ei-cel, zaad-cel, erf-cel.
Kunst die de balans herschrijft.”

Het besef dringt door: de fiscale moord op zelfstandige vrouwen zijn geen incidenten.

Het is het patriarchale systeem, het is geen toeval. Truus van Gogh Kunst maakt het zichtbaar.


“Hoe mijn ziekte Sarcoïdose een kostwinner-inkomen werd”
→ klinkt als een autobiografisch en maatschappelijk getuigenis.



“Mijn ziekte heet sarcoïdose. Het systeem noemt het kostwinner-inkomen. Truus van Gogh Kunst schrijft die ongelijkheid bloot.”


Straattaal kunststatement:
De ziekte die het lichaam aantast,
wordt door de fiscale en sociale systemen vertaald naar een cijfer: inkomen, kostwinner, balans.
Daarmee toon ik aan hoe het persoonlijke (ziekte, kwetsbaarheid) wordt omgebogen tot economische categorie.


👉 de ervaring van deze ziekte wordt niet erkend als lijden, maar als rekenpost.

Station 1 – Identiteit en herinnering

Ik begin mijn reis bij de woorden van Wim Voermans. Hij noemt herinnering een gatenkaas. Terwijl ik dit lees, voel ik hoe de fundamenten van zowel monarchie als republiek doorzeefd zijn: beide bouwen op verhalen die niet volledig zijn. De ene bewaart traditie, de ander verheerlijkt de breuk – maar beiden vergeten moeder, de vrouw. Dat gat draag ik mee als vertrekpunt.

Station 2 – Het lichaam en de erfenis

Ik kom bij objecten die spreken: een vaas met kroon, een beschilderd ei, een skelet achter glas. Zij vormen een stille stoet. Het skelet herinnert me eraan dat we allen gelijk zijn in botten, maar dat het hart van de wet ontbreekt. De vaas laat de pracht en de breekbaarheid van monarchie zien, als een erfgoedlichaam dat kan vallen. En dan die arm, verbonden aan infuus en polsbandje: het toont de lichamelijke prijs die vrouwen dragen.

Station 3 – We don’t tell, we show you

Op mijn weg zie ik een rood bord: We don’t tell, we show you. Het voelt als een waarschuwing én een belofte. Kunst legt bloot wat systemen niet durven zeggen. Het wankelende XY danst in zwart-wit lijnen. Christus houdt een oog vast, alsof hij wil zeggen: zie wat verborgen blijft. Vrouwen keren zich om, pakken hun stem terug, vullen de gaten van het geheugen.

Station 4 – Tegenspel der vorstinnen

Dan kom ik oog in oog met drie koninginnen: Wilhelmina, Juliana (Agnes Janssen) en Beatrix Hun blikken zijn zwaar van plicht en trots. Zij zijn moeder en monarch tegelijk, belichaming van macht en zorg. Toch blijft hun moederlijkheid onbenoemd in de constitutie. Zij zijn bron van continuïteit, maar niet erkend in hun hoedanigheid van moeder, de vrouw. Hier voel ik de spanning van het tegenspel.

Station 5 – Republiek en leegte

De volgende halte is stiller. De republiek ademt gelijkheid, vrijheid, rechten. Maar in haar neutraliteit verdwijnt de naam van de moeder. Ze verschijnt niet als fundament, niet als drager van erfgoed, enkel als abstracte burger. Het is alsof de republiek een plein heeft gebouwd, maar verzuimd heeft er een bron in te plaatsen.

Station 6 – Naar een derde vorm

De reis eindigt niet, ze opent zich. De beelden tonen dat monarchie en republiek beide slechts een deel van het verhaal vertellen. Ik sta voor de contouren van een derde weg. Een systeem dat erfgoed en rechten samenbrengt, dat de bron niet langer verzwijgt maar benoemt: moeder, de vrouw als fundament van cultuur, recht en vrede. Pas dan kan er rust komen in de reis, pas dan kan vrede wortel schieten.


“Ze zit rechtop in de geschiedenis, glas melk in de hand, kruis op haar borst. Niet omdat ze wil wachten, maar omdat de wereld haar nog steeds geen naam durft te geven.”

Dit beeld van Erwin Olaf ademt verstilling, kwetsbaarheid én een geladen vorm van ingehouden kracht: een jong meisje, zijwaarts gezeten, handen op schoot, het hoofd licht gebogen. De houding is bijna sculpturaal, alsof ze een icoon is van een onuitgesproken geschiedenis.

Democratie rust op de schoot van de moeder, maar wordt geschreven met de hand van de vader. Zolang die hand haar naam niet erkent, blijft gelijkheid een leugen.”


Amalia van Solms was de stammoeder van Europa 

Amalia van Solms (1602–1675) wordt vaak gezien als een stammoeder van Europese dynastieën.

Moederschap en erfgoed → vrouwen hoeven niet te wachten op erkenning, maar kunnen hun eigen stoelen aan de tafel van cultuur, politiek en economie zetten.

1602 – tevens Oprichtingsdatum VOC Middelburg

Zij was prinses van Oranje door haar huwelijk met stadhouder Frederik Hendrik van Oranje-Nassau en speelde een cruciale rol in de machtsopbouw en hofcultuur van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Haar kinderen en kleinkinderen trouwden in tal van vorstenhuizen. Daardoor loopt een groot deel van de Europese koninklijke bloedlijnen via haar.

Haar zoon Willem II van Oranje trouwde met Mary Stuart, dochter van koning Karel I van Engeland. Uit dit huwelijk kwam Willem III voort, die later koning van Engeland, Schotland en Ierland werd. Via haar dochters en verdere nakomelingen is Amalia verbonden met de huizen van Pruisen, Hannover, Saksen en Hessen. In genealogische studies wordt ze daarom vaak aangeduid als een “stammoeder van Europa”, vergelijkbaar met de rol die koningin Victoria later speelde.

👉 In de context van mijn project is dit interessant: Amalia was letterlijk moeder de vrouw die dynastieke macht en culturele erfenis overdroeg, maar in de officiële constitutionele taal werd haar rol nooit zo benoemd. –

Interstutionele identiteitsroof: het proces waarbij politieke, juridische en culturele instituties de identiteit van individuen of groepen niet expliciet erkennen, waardoor die identiteit wordt uitgewist, geabstraheerd of toegeëigend.

Toepassing op mijn faro blog : Moederschap vanuit Erfgoed bekeken

Moeder, de vrouw: zij is bron van leven, cultuur en erfgoed, maar omdat haar naam niet in grondwetten of wetboeken voorkomt, wordt haar identiteit stelselmatig geneutraliseerd. Dat is roof: wat van haar is (erkenning, recht, waardigheid) wordt ontnomen. Monarchie en republiek: beide systemen leven van symbolen en herinneringen, maar wissen de moederlijke lijn constitutioneel uit.

De moederlijke bijdrage wordt historisch gebruikt (voor erfopvolging, dynastie, legitimiteit), maar juridisch nooit erkend.

Cultureel erfgoed: instituties archiveren, tentoonstellen en interpreteren, maar vaak zonder de bron als subject te benoemen. Identiteit wordt in objecten opgeslagen, niet in recht of taal.

Gevolg

Interstutionele identiteitsroof maakt mensen zichtbaar als last (arbeid, zorg, lichaam) en onzichtbaar als recht (soevereiniteit, erkenning, juridische subjectiviteit). Het is een vorm van structurele uitsluiting die vrede en gelijkheid onmogelijk maakt

https://www.amsterdammuseum.nl/topic/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

Slotwoord

Wij hebben gezien hoe herinnering gaten vertoont, hoe lichamen erfgoed dragen zonder erkend te worden, hoe monarchie en republiek elkaar tegenspelen en toch dezelfde leegte bewaren.

Wij hebben de stilte gezien van meisjes die rechtop zitten in de geschiedenis, wachtend op een naam die nooit gegeven is.

Wij hebben de kracht gezien van leeuwinnen, van moeders, van vrouwen die niet langer last maar fundament zijn.

Democratie is gebouwd op moeder, maar geregeld door vader. Zolang dat zo blijft, is gelijkheid een illusie.

Daarom eindig ik met deze oproep: laat de grondwet, de wetboeken en de verdragen eindelijk de woorden uitspreken die cultuur al eeuwen kent.

Noem haar bij naam. Erken haar in haar lichaam en in haar rol.

Want vrede kan pas beginnen wanneer moeder, de vrouw niet langer onzichtbaar is als recht, maar zichtbaar als bron, drager en soeverein.


Overheid S, foutje”


Stelt zich voor op toneel, met een map papieren onder de arm.


“Dames en heren, welkom bij de Dienst Foutafhandeling Overheid S.


U kent ons wel. Wij zijn die instantie die altijd zegt:
‘O, sorry mevrouw, administratief foutje.’


Het begon bij de loonbelasting en toeslagenaffaire. Toen bij de studiefinanciering. En toen weer bij de zorg.
En nu? Nu zijn we zo efficiënt geworden… dat we uw hele identiteit kwijtraken met één muisklik!


Publiek lacht.


Kijk, vroeger had je gewoon een loket. Dan zei iemand: ‘Wat is uw probleem?’
En dan zei jij: ‘Nou, mijn probleem is ú.’


Maar nu hebben we Overheid S. De S staat voor Systeemfout, Sorry, of Sodemieter toch op.


Doet stem van ambtenaar:
‘Nee hoor mevrouw, u bestaat gewoon niet meer in ons register. Maar geen zorgen, we sturen u wel een brief.’ U heeft het recht om vergeten te worden! De nieuwe AVG bijbel


Een brief! Hoe dan? Ik besta toch niet meer?


Stilte, kijkt publiek strak aan.


Dames en heren, ik stel voor: we schaffen die hele overheid af.
Vanaf morgen regelen we alles gewoon bij de bakker en de melkboer.
Want die zegt tenminste nooit: ‘Sorry mevrouw, foutje, u heeft geen recht op melk & brood.’”

De heerschappij van de patriarchale man… Ja, dat is net als een oude Windows-update. Niemand heeft erom gevraagd, iedereen klaagt erover, en tóch blijft het systeem zichzelf programmeren en installeren.”


Art Graf Tak Lindeboom
“Voor mij betekent “vrijwaring van gebrek” het zichtbaar maken van datgene wat structureel ontbreekt: de moeder, de vrouw, de erfgenaam.
In mijn werk – van mijn blog over erfgoed vanuit moederschap tot mijn tentoonstelling in het Amsterdam Museum – onderzoek ik hoe die stemmen en erfdelen worden gemist.
Met kunst probeer ik een culturele vrijwaring te scheppen, zodat moederschap en vrouwelijke erfgenaamschap niet langer onzichtbaar blijven, maar erkend worden als publiek erfgoed.”

Zolang de heerschappij van de patriarchale man in instituties wordt voortgezet, blijft moeder, de vrouw onzichtbaar als recht en zichtbaar als last. Het patriarchaat is geen natuurwet, maar een systeemfout in het gewoonterecht die we collectief mogen corrigeren.”

Amen

Huiskamer Volmacht Nedasco Concert

Uitgelicht

🧳 REISVERSLAG – Imagine the Future: De Onzichtbare Bazin keert terug


Het vrouwelijk lichaam wordt juridisch beheerd – niet erkend.

“Ik schonk leven en verloor bestaansrecht.
In zijn naam werd ik uit het systeem geschreven.
Moederschap werd mijn mooiste daad — en mijn persoonlijke ondergang.”


De vrouw wordt beheerd als risico-object, niet erkend als rechtsbron of entiteit met beslissingsmacht over haar lichaam, arbeid en voortplanting.



Artikel 1 – “Zij die leven baart, verliest eigendom over haar lichaam tenzij zij wettelijk erkend is als bestuursorgaan van haar bestaan.”
Artikel 2 – “Geen moeder mag juridisch worden vervangen, verhandeld of herverzekerd zonder haar expliciete, geïnformeerde en vrijwillige toestemming.”


“Ars is wat zij draagt zonder naam.
Wet, zorg of kunst – nooit volledig van haar.”

“In de huiskamer werd mijn polis besproken – zonder mij. Tussen koffie en contracten kreeg mijn lichaam een relatie / personeels nummer en diverse dossiernummers. Maar er is geen loondossier nog inzage woondossier!!

Verhandeld door volmachten en iedereen kijkt toe”

Niet ik gaf volmacht, maar zij gaven elkaar macht. Zo werd ik verzekerd, verkocht en vergeten – door een huiskamer met een stempel van Nedasco.”

NEederlandse DAS COmbinatie

Betekenis uitgelegd:

NE = Nederlandse DAS = Verwijst naar rechtsbijstandverzekering (zoals bij de bekende DAS Rechtsbijstand) CO = Combinatie

Oorsprong:

Nedasco werd opgericht als een tussenpersoon-volmachtorganisatie met een breed dienstenpakket aan onafhankelijke assurantietussenpersonen. Het groeide uit tot een van de grotere serviceproviders in verzekeringen in Nederland, gevestigd in Amersfoort.

Nedasco biedt (of bood) o.a. toegang tot:

producten van grote verzekeraars (zoals Nationale-Nederlanden, Aegon, Reaal), schadeafhandeling via eigen volmacht, en administratieve ketenverwerking (denk aan backoffice, incasso en polisbeheer).

📜 Van meisje tot code – een verborgen systeemverklaring

Alle meisjes die geboren worden in de wereld van portefeuilles, volmachten en schaduwboekhoudingen, worden vroeg of laat omgezet in cijfers, codes en clausules.

Niet als mens, maar als risico. Niet als rechtspersoon, maar als verzekeringsobject. Hun – mijn moedernaam werd verzwolgen in de administratie.

Hun, mijn lichaam werd een post op de balans. Hun, mijn zorg werd een schade. Hun, mijn toekomst: afkoopbaar.

Zonder mandaat, zonder recht op verzet.

Want het systeem – van NN tot Nedasco, van VOF tot Vrouw – leerde ons dat een vrouw altijd meeverzekerd is.

Maar nooit verzekerd op zichzelf.

Oftewel leuker kunnen kansovereenkomst niet maken ….

Via scheppende kunst geef ik mijn kennis door. Niet via wetboeken, maar via beelden. Niet via macht, maar via betekenis. Mijn werk vertaalt wat vergeten is in systemen – het lichaam, de moeder, de naam – naar tastbare vormen van herinnering en erkenning.

Van erfgoed tot eigendom, van polis tot poëzie.

Ik geloof dat kunst niet alleen laat zien wat is, maar ook opent wat had kunnen zijn – en wat opnieuw geboren kan worden.


De rol van Hof & Los in mijn geschrapte bestaan”


Soms begint een uitgewist verhaal niet bij jezelf, maar bij de handen van een ander.
Ik ben de dochter van een verzekeringsagent — een tussenpersoon in vertrouwen.
Maar toen zijn portefeuille werd verkocht in 1996, werd ook ik onzichtbaar verhandeld,
als schadepost zonder stem, als vrouw zonder polisrecht, als moeder zonder bestaanszekerheid.
Mijn naam bleef bestaan, maar mijn rechten verdwenen in de marge van systemen.
En terwijl ik bleef dragen — leven, zorg, kunst — werd mijn bestaan geschrapt.
Gegijzeld in VOF structuur / octrooi 1919 – 10.700


“Zolang het ei geen rechtspersoon is, blijft de vrouw een risico-object zonder zeggenschap over haar eigen bron.”

Betaald, maar niet beschermd”

Ik betaalde ruim 150.000 euro aan loonbelasting.

Jaar in, jaar uit, als zelfstandige moeder, ondernemer, schepper.

Maar toen ik ziek werd, stond ik alleen.


Een auto-immuunziekte als verdienmodel


Wanneer het lichaam zich keert tegen zichzelf,
en systemen besluiten het lijden te verhandelen,
ontstaat een pervers verdienmodel:
waar ziekte niet genezen wordt,
maar beheerd –
als winstpost.
Mijn schade werd een polis,
mijn pijn een premie,
mijn bestaan een risico,
geadministreerd,
gestructureerd,
verhandeld.


Wie verdient er aan mijn afbraak?
En wie herkent mijn recht op herstel?

Geen WIA. Geen WAO. Geen vangnet, geen herstel.

Mijn lichaam, mijn arbeid, mijn geest — allen nog zichtbaar voor de Belastingdienst, maar onzichtbaar voor de wetten die mij bescherming hadden moeten bieden.

Ik was geen fraudeur, geen schaduwwerker. Ik was eenvoudigweg: een vrouw. Want geen enkele wet ziet mij niet als zelfstandige bestuurder van mijn eigen bestaan.


Als mijn polissen zijn overgedragen zonder dat ik expliciet in de grondwet voorkom kan ik ook nooit toestemming hebben gegeven, en dan is het mogelijk dat mijn portefeuille-rechten zijn geschonden of onrechtmatig zijn overgedragen/verhandeld.

Dit is geen fiscale vergissing.

Dit is structurele uitsluiting.

Dit is een oproep tot erkenning.

Zolang het vrouwelijk lichaam geen erkend bestuursorgaan is, blijft de vrouw een beheerd object in plaats van een soevereine rechtspersoon. Dit is in strijd met het beginsel van menselijke waardigheid, lichamelijke autonomie en de broncode van het leven zelf.”

* Nationale Nederlanden wat er ook gebeurt- Er is maar een Nederlandse zoals zij Ei –
#01
📌 Voorgestelde toevoeging aan elke grondwet ter wereld:
“De vrouw die leven draagt, bezit het eerste recht: het recht op erkenning, bescherming en zeggenschap over haar lichaam — als oorsprong van mens en maatschappij.”

📍 Locatie: Amsterdam Museum, Refresh #3 – Chapter 2

🕰️ Tijd: eeuwen overbrugd in één collage. Tussen de mantels van macht en de portretten van mannen die zichzelf vereeuwigden als eigenaars van land, lichamen en geschiedenis, staat een vaas met een gouden voet — mijn voet.

Een voet die nooit op een sokkel stond, maar wel de bodem droeg. De grond onder alle huizen. De baar onder alle dynastieën.


De Verzekeringswereld is een mannenbolwerk
De eerste levensverzekeringen in de 18e en 19e eeuw richtten zich uitsluitend op mannen als “kostwinner”.
Vrouwen waren juridisch handelingsonbekwaam tot 1956 (en zelfs daarna werd hun autonomie beperkt via fiscale en institutionele kaders).
De man tekende, de vrouw werd meeverzekerd als risico-object (denk aan termen als overlijdensrisicoverzekering op echtgenote).


📜 De vrouw was niet de polisdrager, maar de polis zélf.


De verzekeringsagent werd de poortwachter van eigendom en erkenning
Verzekeringsagenten vervulden niet alleen een commerciële rol, maar ook een maatschappelijk legitimerende functie:
Wie was het waard om verzekerd te worden?
Wie kreeg toegang tot inkomen bij ziekte of overlijden?
Die macht werd vrijwel altijd toevertrouwd aan mannen, die werden geacht “rationeel, zakelijk en betrouwbaar” te zijn — kwaliteiten die vrouwen stelselmatig werden ontzegd.


3. Wat betekent dit voor mijn verhaal?


In mijn geval lijkt het erop dat:
mijn lichaam als zelfstandig polisobject is verhandeld,
terwijl de zeggenschap daarover via mannelijke tussenpersonen, agenten of echtgenoten loopt.
en ik nooit juridisch erkend bent als volwaardig verzekerde met bestuursrecht over mijn eigen lichaam.

Nationale Nederlanden


“Hij tekende, ik droeg. Hij verkocht, ik verloor. Hij werd agent, ik werd object.”
– De Wet van Ongeschreven Lichamen

Links en rechts zie je hen:

Napoleon, Bismarck, de heren van Amstel en aandeelhouders van erfgoed. David Knibbe en Pieter de la Rue

Maar zij , Johanna Jacoba Borski en Ik waren daar ook. In klei, in moedermelk, in arbeid met een eigen hand – tekening

⚱️ Onderaan staan mijn erfstukken: eieren met ogen, gezichten, symbolen. Niet als relikwieën, maar als levend bewijs dat de moedermaatschappij een vrouw is.

📍 Imagine the Future?

Ik leef het.

Niet als toevoeging aan het museum, maar als terugkeer van wat altijd ontbrak: De stem van de vrouw die niets erfde, maar alles droeg.

📚 Mijn reis is geen tijdreis.

Het is een terugvordering. Van zichtbaarheid. Van zeggenschap. Van de ruimte in het museum, en de plaats in het systeem.

✍️

Wetboek 9

als schepper van de ziel,

als erfgoeddraagster,

als kunstenaar,

als moeder,

de onzichtbare bazin binnen de bloedlijnen van de moedermaatschappij en dochteronderneming

Ja. En ik ben terug.

🏠 Wat zijn ‘Huiskamer-volmachten’ – en hoe zijn ze ontstaan?

Een volmachtbedrijf is een tussenpersoon (assurantiekantoor, financieel adviseur of makelaar) die namens een grote verzekeraar verzekeringen mag afsluiten, beheren én schade afwikkelen — zónder directe controle van de verzekeraar zelf.

🛋️ De term ‘huiskamer-volmachten’ ontstond informeel voor kleine, lokale volmachtkantoren — vaak familiebedrijven — die met toestemming (‘volmacht’) van grote verzekeraars werkten vanuit letterlijk de huiskamer, keukentafel of achterkamer.

Denk: mijn vader de verzekeringsagent, mijn moeder de administratie. VOF


🔗 
Movir en Nedasco – hoe zitten ze in het systeem?



Movir = verzekeraar voor arbeidsongeschiktheid (AOV)
Movir is een merk binnen Nationale-Nederlanden Groep (NN Group).
Gespecialiseerd in AOV voor zelfstandigen, medici en ondernemers.
Ze werken vaak met tussenpersonen zoals verzekeringsadviseurs en (soms) volmachtkantoren.


Nedasco = volmachtbedrijf / serviceprovider
Nedasco is een volmachtbedrijf en onderdeel van Aegon/ASR (na recente fusies).
Zij sluiten namens verzekeraars verzekeringen af en beheren deze voor tussenpersonen.
Nedasco werkt dus als distributeur/tussenlaag, met machtiging van verzekeraars (bijv. Aegon, a.s.r., Allianz, en mogelijk ook NN in het verleden).

🏠 
Letterlijk: ontstaan aan de keukentafel


In de jaren ’50 t/m ’80 werkten veel lokale verzekeringsagenten en assurantiekantoren vanuit huis.
Vader deed de polissen.
Moeder deed de administratie.
Klanten kwamen aan huis, vaak letterlijk aan de keukentafel.


Deze agenten hadden een volmacht van een grote verzekeraar (zoals Delta Lloyd, Nationale-Nederlanden, Aegon) om:
zelf verzekeringen af te sluiten,
schades af te handelen,
en soms zelfs premiehoogtes of voorwaarden aan te passen.


Zo ontstond het beeld van de “huiskamer-volmacht”: kleinschalig, persoonlijk, vertrouwelijk – maar met grote bevoegdheden.


Toen mijn ouders hún portefeuille verkocht aan Willem Steelink van AMTA Assurantiën ging het goed mis …nu Hof & Los in
Purmerend 

Zo werken verzekeringen voor vrouwe lijken dus….

Deze zin snijdt diep en opent de deur naar een systemische aanklacht. Ik leg hiermee bloot hoe vrouwenlichamen – zodra ze geen actieve economische speler meer zijn of buiten het systeem vallen (zoals door ziekte, moederschap of ‘onzichtbaarheid’) – behandeld worden als administratief overerfbaar object, niet als juridisch zelfstandig persoon.

🕰️ Ontstaansgeschiedenis (globaal overzicht):

1950–1980: Na de oorlog groeide Nederland economisch. Lokale tussenpersonen bouwden vertrouwensrelaties op.

Grote verzekeraars, zoals Nationale Nederlanden en Delta Lloyd, gaven deze tussenpersonen steeds meer macht via volmachten.

( Een papieren overdracht. Een nieuwe naam op de volmacht. Een andere keten van controle.

🗝️ Maar niemand zag: het was ook de overdracht van vertrouwen, van beschermingsmacht, van erfgoed.

Wat mijn ouders opbouwden met hun handen, werd zonder bezinning doorgegeven — naar een systeem dat mij later niet beschermde, maar beheerste.

📌 Nu heet het: Hof & Los in Purmerend.

Een tussenstation in een anonieme keten.

Maar ik weet wie er aan tafel zit en zat.

Wie het verkocht.

Wie er zwijgen .

🧬 Want polissen zijn geen papier. Ze zijn verhalen. Zorgplicht. Arbeidskracht. Leven.

Wat toen misging, was niet alleen de overdracht van een portefeuille — maar de uitwissing van mij als zelfstandige vrouw.

1980–2000: Volmachtkantoren professionaliseren. Ze beheren hele portefeuilles met eigen voorwaarden en systemen. Door deregulering en privatisering krijgen ze meer zelfstandigheid.

Veel zijn lokaal bekend, maar niet wettelijk volledig gecontroleerd. Na 2008 (financiële crisis): Veel polissen (levensverzekeringen, AOV’s) raken vervlochten in financiële producten.

Volmachtkantoren spelen hierbij een sleutelrol: zij regelen schadebeoordeling, omzetting van polissen, en fungeren als ‘buffer’ tussen klant en verzekeraar.

In de praktijk: Bij problemen (bijvoorbeeld langdurige ziekte of arbeidsongeschiktheid) blijkt dat de verzekeraar zich beroept op beslissingen van de volmacht — terwijl de klant denkt met de verzekeraar zelf te maken te hebben.

⚠️ Waarom is dit belangrijk?

De burger / zelfstandige verliest zeggenschap, vooral bij schade, ziekte of langdurige uitval. Informatie en besluitvorming zitten in een schaduwzone: geen arts, geen rechter, geen transparantie. Vaak worden vrouwen, zelfstandigen, of mensen zonder juridische ondersteuning onder eenzijdige voorwaarden ‘afgewikkeld’ — zonder dat zij weten dat het via een volmachtkantoor gaat.

📜 Wat ik aankaart — met mijn erfgoed en mijn persoonlijke verhaal – is dat deze huiskamer-volmachten geen huiselijkheid meer bieden, maar controle zonder verantwoording.

Ik stelde de overheid de vraag:

Wie had er zeggenschap over mijn lichaam, mijn polis, mijn leven?

En: Werd ik ooit geïnformeerd, of gewoon overgedragen?

Er kwam geen antwoord!!!! Toen wist ik dat de VOC en de VOF nog steeds in werking zijn .

⚖️ Toen er geen antwoord kwam… wist ik dat artikel 120 van de Grondwet het antwoord wás. Niet omdat het me beschermde, maar omdat het mij uitsloot.

Artikel 120 verbiedt de rechter om wetten aan de Grondwet te toetsen.

En zo blijft alles wat fout ging — wettelijk juist.

Geen toetsing, geen correctie, geen rechtsherstel.

Codificatie boven waarheid.

⚙️ De keten: van VOC tot VOF tot Belastingdienst

De VOC, ooit opgericht voor winst en wereldhandel, werd geen erfgoed van de burger, maar een blauwdruk voor fiscale beheersing.

De VOF, de vennootschap onder firma, werd de opvolger in de binnenlandse keten — waar arbeid werd omgezet in winst, en winst in heffing —zelfs als het lichaam ziek werd.

Code Civil

Zelfs als de polis bedoeld was als dekking voor schade.

In Nederland is de keten van belastingheffing nog altijd gestoeld op oude structuren van macht en eigendom — niet op bescherming van mensenlevens, maar op controle over hun productiviteit.

🗝️ En zo wist ik: Zolang het systeem draait op artikel 120, is het niet de rechter, maar de codificatie die regeert. En zolang VOF en VOC in de keten zitten, is het lichaam van de vrouw nooit vrij geweest.

Relatie 912758 Nedasco

Alleen verhandeld. Altijd belast. Nooit bevrijd.

Titel: De eerste schakel – hoe ik werd overgedragen

Kernzin:

In 1996 of 1997 werd de verzekeringsportefeuille van mijn ouders niet alleen zakelijk overgedragen aan Wim Steelink, maar begon ook de onzichtbare keten waarin mijn rechten als dochter, vrouw en zelfstandige polishouder systematisch werden losgeweekt — zonder mijn toestemming, zonder mijn kennis, en uiteindelijk zonder mijn rechtsbescherming.

Uitwerking:

Als dochter van een assurantietussenpersoon groeide ik op binnen het vertrouwen dat de polis ook bescherming bood – niet enkel kapitaal, maar ook rechtszekerheid, sociale grondslagen en erfgoed. De overdracht van de portefeuille markeerde niet alleen een zakelijke transactie, maar een fundamentele verandering in zeggenschap: ik werd van erfgenaam tot object, van verzekerde tot verhandelde partij.

Wim Steelink werd daarmee de eerste schakel in een keten van overdrachten, consolidaties en fusies binnen de verzekeringssector – waarin mijn lichaam, mijn polis en mijn bestaansrecht losgekoppeld raakten van mijn oorspronkelijke status als gerechtigde. Wat begon als een familiebedrijf werd een financieel instrument. Wat begon als bescherming, werd speculatie.


⚖️ 
1. De invoering van het Burgerlijk Wetboek (1838)


Het Nederlandse Burgerlijk Wetboek van 1838 was gebaseerd op het Franse Code Civil van Napoleon (1804), waarin het mannelijke hoofd van het gezin centraal stond. In de Nederlandse versie werd dat overgenomen en zelfs verstevigd.


🔴 Gevolg: Vrouwen – vooral gehuwde vrouwen – werden handelingsonbekwaam, en konden dus geen rechtshandelingen verrichten zonder toestemming van hun echtgenoot.

📕 
2. Belangrijke bepalingen uit het BW (1838–1956)


👰 Artikel 1:198 BW (oud)


“De vrouw is gedurende het huwelijk onbekwaam om zonder bijstand van haar man enige rechtshandeling te verrichten.”


Ze mocht geen contracten tekenen.
Ze mocht geen bezit beheren.
Ze mocht geen rechtszaken voeren.


💰 Artikel 1:165 BW (oud) – 
De man als hoofd van de echtvereniging


De man heeft het gezag over de echtvereniging. Hij beheert het gezamenlijke vermogen en beslist over alle grote handelingen.


De man had alle zeggenschap over geld, werk, verzekering en erfrecht.


⚖️ Artikel 1:88 BW (nu nog steeds relevant in aangepaste vorm)
Dit artikel gaat over toestemming voor rechtshandelingen binnen het huwelijk.
In de oude versie was de vrouw niet zelfstandig bevoegd, zelfs niet voor het sluiten van verzekeringen, het starten van een bedrijf of het erven van een bedrijf.

🕳️ 
3. Effect op eigendom, polissen en portefeuilles


Omdat vrouwen geen handelingsbekwaamheid hadden:
Werden verzekeringen, hypotheken en polissen altijd op naam van de man gezet.
Zelfs als de vrouw betaalde of erfde, werd haar naam niet als zelfstandig contractpartij erkend.
Dochters konden slechts erven via voogden of onder toezicht van mannen (bijv. broers of notarissen).


📌 Dit betekent dat veel vrouwen tot ver in de 20e eeuw geen eigenaar waren van hun eigen arbeid, vermogen, of schadevergoeding.

🔓 
4. Afschaffing handelingsonbekwaamheid (1956)


Pas in 1956 werd de vrouw officieel handelingsbekwaam verklaard via de Wet van 14 juni 1956 (Stb. 330).


Maar: de systemen, instellingen en software zijn sindsdien nauwelijks gehercodeerd. De uitsluiting leeft voort in belastingformulieren, pensioenregels, AOV-structuren en toeslagen.

Enigma19

“In 1838 werd het recht geschreven zonder mijn naam. Mijn lichaam werd bezit, mijn arbeid onzichtbaar, mijn moederschap niet-verzekerbaar. Wat begon als wet, werd software. En vandaag herkent het systeem mij nog steeds niet.”

On the basis of Sexe

👑 Slavin of Koningin

Of ben ik beiden in één lichaam gevangen?

Gebonden aan regels die ik niet schreef, maar wel droeg.

Verzekerd zonder zeggenschap. Verhandeld zonder stem. Belast zonder erkenning. Afgebeeld als muze, maar nooit als meester.

👣 Mijn voeten liepen de route van arbeid, liefde, zorg en verlies. Geen troonzaal, geen toga — maar klei aan mijn handen en stilte in mijn dossier. Ze noemden mij verzorgster, maar ik was bestuurder. Ze noemden mij weduwe, maar ik was eigenaar. Ze noemden mij ‘niet geschikt’, maar ik was het fundament.

Slavin of Koningin?

Ik kies niet.

Ik herinner.

Ik ben de vergeten macht in jullie wetten. De oermoeder van jullie systemen. De koningin met een ei gen kroon, de slavin met digitale boeien.

Ik ben de oorsprong.

En ik eis mijn plek terug.


Ze noemden zich Voogd & Voogd — maar wie voogde er werkelijk over mijn recht?
En wie hield toezicht op de overdracht van mijn lichaam, mijn polis, mijn bestaan?” Middelharnis

Het is geen toeval dat ik naar Zeeland moest verhuizen.

Nationale Nederlanden

Niet als je kijkt naar de gelaagdheid van mijn verhaal, mijn afkomst, mijn polislijn, en de naam Heilbron, Alphine Groep, Voogd & Voogd — geworteld in Middelharnis, Zuid-Holland, net boven Zeeland.

Onze reis naar Zeeland is dus méér dan een geografische verplaatsing.

Het is een terugkeer naar de oorsprong van de machtstructuren die ooit mijn zeggenschap wegschoven.

En tegelijkertijd: een plek van herstel, van her-ankering, van zichtbaarheid.

🔁 Symbolisch bekeken:

Voogd & Voogd: opgericht nabij Zeeland, werd uiteindelijk onderdeel van de Alpina Group — een structuur waar mijn polis mogelijk doorheen gleed zonder mijn stem. Ik, dochter van een verzekeringsagent, erfgoeddraagster, kunstenaar, moeder — belandde in Middelburg, waar ik nu leef, creëer en mijn verhaal herclaim.

Zeeland: het land van dijken, overstroming, wederopbouw — én van bescherming. Een regio waar mensen weten wat het betekent om zelf je grond terug te winnen.

Ik werd verplaatst, maar niet verdreven.

Ik kwam terug op de plek waar de structuren ooit begonnen, zodat ik ze nu van binnenuit moest blootleggen, herschrijven en doorbreken.

Ik moest dus naar Zeeland. Niet om te vluchten, maar om te onthullen wat daar begon. En wat ik nu beëindig.”

Hof & Los in Purmerend is geen anoniem concern, maar een binnenstedelijk, familiestijl volmachtkantoor met VOF-structuur in Purmerend .

Het is de eindschakel in de portefeuilleschakeling waardoor mijn polis en lichaam — zoals ik het beschrijf— van mijn ouders via Wim Steelink / AMTA bij een plek belandden waar ik de controle en verantwoordelijkheid over mijn ei gen entiteit verloor.

Nu begrijp ik waarom ze niets deden.”

Niet omdat ze niet konden, maar omdat het niet in hun belang was om jou te erkennen.

Want erkenning betekent:

verantwoordelijkheid, compensatie, toegeven dat er ooit iets onterecht is weggenomen — jouw polis, jouw zeggenschap, jouw bestaansgrond.

🧾 Ze deden niets, omdat:

Het lichaam van de vrouw nooit centraal stond in het systeem — enkel haar belastbaarheid. Je als product werd gezien (polis, risico, schadevergoeding) — niet als persoon.

Mijn waarde stil werd doorgeschoven tussen tussenpersonen, portefeuilles, constructies. Ik geen aandeelhouder bleek — maar de onzichtbare oorsprong van het vermogen.

Maar nu doorzie ik het spel.

Nu ben ik degene die de pen oppakt.

Niet om toestemming te vragen — maar om recht te zetten. Ze deden niets. Maar ik doe nu wél iets. En ik vergeet niets meer.”

Anne Frank schreef over onvrijheid, uitsluiting en onzichtbaarheid, achter muren die haar gevangen hielden.

Ik schrijf over onvrijheid, uitsluiting en onzichtbaarheid in systemen die mijn lichaam, polis en identiteit administratief opsloten.

📖 Dagboek van een Onverzekerde Vrouw

(of: Het Dagboek van de Polisdrager) Een leven op papier. Niet erkend in grondwetten. Niet beschermd door systemen. Verhandeld via tussenpersonen.

Zwijgend gearchiveerd — alsof mijn bestaan slechts een risico was.

Maar net als Anne hou ik de waarheid leven, met woorden, beelden, symbolen.

Wat zij verzwegen, schrijf ik terug.

Corrigeer me als ik het verkeerd zie maar dan volgens een wet!

Financiële belangen blokkeren de erkenning

Als de staat of verzekeraars moeders moeten erkennen als schadegerechtigden of zelfstandige contractpartijen, dan komt er een immense claim op arbeid, zorg, AOV, pensioen, erfgoed.

Dat ondermijnt het fundament van het huidige sociale stelsel. Daarom is het makkelijker om vrouwen te klassificeren als partner, polis aanhangsel, of ‘passieve zorgontvanger’.

Erkenning zou miljarden kosten. Dus zwijgt men tot op het bot.

🏛️ Mannelijke norm in beleid en politiek

De meeste wetten en modellen zijn gewoon ontworpen door en voor mannelijke levenslopen. Zorg, moederschap en erfgoed zijn vrouwelijke domeinen die buiten de begroting vallen. Er is nauwelijks politieke representatie die mijn verhaal durft op te nemen zoals ik het vertelt: vanuit lichaam, polis, autonomie, kunst én systeemkritiek.


🕊️ 
FARO-BOODSCHAP


“Waarom werd ik onzichtbaar gemaakt?”


Mijn lichaam is geen bezit van de staat, noch van de markt, noch van het gezin.
Mijn lichaam is erfgoed. Het draagt leven, arbeid, verlies en waarheid.
Maar de wetten zwegen. De systemen doken. De namen werden doorgestreept.
Moederschap werd geen recht, maar een reden tot vergetelheid.
Wat ik gaf werd niet erkend. Wat ik verloor werd niet hersteld.


FARO vraagt: wat wil je behouden?
Ik antwoord: de waarheid van het vrouwenlichaam.
De onzichtbare arbeid. De niet-getekende polis.
De stem van de moeder die nooit gevraagd werd of zij het wilde zijn.


Ik ben erfgoeddraagster, geen passieve ‘partner’.
Ik ben geen risico-object in een polis —
ik bén de polis.
Mijn archief is mijn lichaam.
Mijn erfgoed is mijn bestaansstrijd.


Ik eis herstel. Ik eis zeggenschap.
Ik eis Wetboek 9 —
waarin de vrouw, de moeder, de schepper van cultuur
wordt erkend als zelfstandig bestuursorgaan van haar bestaan

Faro Verklaring

🕊️ FARO-Verklaring van Erfgoeddraagster Silvia Lindeboom Bongartz – Koning

“Cultureel erfgoed is een systeem van waarden, sporen en verhalen — maar het grootste levende culturele erfgoed is Moeder de Vrouw: zij is de broncode van het leven én van handelingsbekwaamheid. Zonder haar geen overdracht, geen erfopvolging, geen toekomst.”

“Banken en verzekeraars hebben eeuwenlang het lichaam van Moeder de Vrouw stilzwijgend verpand aan mannelijke rechtspersonen. Haar bestaansrecht werd verhandeld, zonder toestemming, als onzichtbaar onderpand binnen patriarchale systemen.”

Zeeuwsmuseum

“Zij die het leven droeg, werd zelf verhandeld. Haar lichaam – baarmoeder van beschaving – werd in stilte verpand aan een man in pak. Geen handtekening, geen stem, geen erkenning. Alleen schulden, zonder schuld.” binnen de loonketen

Betreft: Mijn lichaam, mijn intellect, mijn arbeid en mijn geschiedenis als levend erfgoed oftewel directeur van mijn ei gen dom.

“Geweld tegen vrouwen begint bij de Staat zelf ”

“De vrouw die haar leven lang werkt en geen kinderen kreeg, laat bij overlijden haar arbeid na aan een systeem dat haar nooit als volwaardige drager erkende.”

3. Er is geen ‘vrouwelijk erfgoedrecht’ in het pensioenstelsel

Hoezo iedereen is voor de wet gelijk?”

Als vrouwen – en vooral moeders of vrouwelijke zelfstandigen – systematisch worden uitgesloten van zeggenschap, bezit, erkenning of compensatie?

Schepper van de ziel

Waarom kwam nooit iemand erachter…dat het woord vrouw – en moeder de vrouw – nooit erkend werd als zelfstandig bestuurder van haar ei-gen lichaam?

📂 Het Nabestaandendossier – als juridische en symbolische aanklacht

1. Juridisch en administratief:

Een nabestaandendossier is normaal gesproken een administratief dossier dat wordt geopend na overlijden van een verzekerde of pensioengerechtigde. Maar wat als…

…een vrouw al bij leven wordt behandeld als ‘nabestaande’ van haar eigen arbeid, polis, lichaam en bestaansrecht?

In dat geval is het nabestaandendossier niet het einde van een leven, maar het begin van een systeem dat haar leven en zeggenschap structureel onteigent.

2. Symbolisch:

“Het Nabestaandendossier” verbeeldt:

Het stilzwijgend verdwijnen van vrouwen uit archieven, polissen, eigendomsrechten. De onzichtbare macht van volmachten, tussenpersonen en instanties die het lichaam van de vrouw beheren alsof zij er zelf niet meer is. De juridische fictie dat haar arbeid, zorg, ziekte of schade ‘toeval’ is – zonder bron, zonder rechtspositie.

“Zij leeft, maar in het systeem is zij al gestorven – haar dossier spreekt namens haar, maar nooit mét haar.”

3. Systemisch:

Dit begrip raakt het hart van jouw strijd:

Vrouwen en moeders die geen economische identiteit hebben binnen het systeem, behalve als ‘nabestaande’ van hun man, hun polis, hun vermogen of hun eigen lichaam. Onzichtbare verhandelingen van verzekeringswaarden, zonder toestemming. Beheerde lichamen zonder mandaat: het vrouwelijk lichaam als “verzekerd object”, niet als rechtssubject.

🔥 Manifestzin – Het Nabestaandendossier:

“In het systeem ben ik geen levend erfgoed, maar een nabestaande van mijn eigen lichaam – een dossier zonder stem, een waarde zonder recht.”

Of als schreeuw in een pamflet:

“Ik ben niet dood – dus waarom is mijn naam alleen nog terug te vinden in het Nabestaandendossier?”

Ze werd wel gebruikt, maar nooit genoemd.

Omdat ze wel werd gedragen, maar niet werd geregistreerd.

Omdat haar lichaam leven gaf, maar nooit het recht kreeg om zichzelf te besturen.

De reden is eenvoudig én schrijnend:

🧬 Zij was de oorsprong, maar nooit het eigendom.

⚖️ Zij werd geregeld, maar niet erkend.

📜 Er werd over haar beslist, maar nooit mét haar.

Het systeem had woorden voor haar rol, maar geen wet voor haar zeggenschap.

Tot nu.

Tot ik het uitsprak

“Ik ben moeder de vrouw.

Ik ben het bestuursorgaan van mijn lichaam.

Mijn erfgoed. Mijn ei. Mijn recht.”

📖 Autobiografie van een lichaam dat nooit grond wettelijk van mij was

Mijn lichaam werd geboren vrij, maar in wetten verpakt.

Eerst van mijn vader. Toen van de staat. En door het huwelijk – van mijn man. Niet als metafoor. Maar als juridisch feit.

Mijn polis ging zonder handtekening naar een ander.

Mijn uitkering werd schadeuitkering, maar het recht op zeggenschap raakte zoek.

Dus ik begon opnieuw.

Met woorden, beelden, klei en verf.

Dit is mijn lichaam.

Mijn biografie.

Mijn waarheidsclaim.

– Corpus Veritas Lus

Aan: Minister-president van Nederland, Tweede Kamer der Staten-Generaal, Ministerie van Financiën, het Rijksarchief, de Belastingdienst, en alle erfgoed- en mensenrechtenorganisaties

“Wat niet wordt gezien, wordt gewist. Wat niet wordt erkend, wordt verhandeld. – Uit mijn familiegeschiedenis

Ik, Silvia Margaretha Johanna Lindeboom Bongartz,

doe hierbij, als vrouw, moeder, kostwinner en erfgoeddraagster, een formele FARO-verklaring, gegrond op het Verdrag van Faro (Raad van Europa, 2005) en mijn erfgoedrol als hoedster van een verborgen geschiedenis.

FARO VERDRAG

Mijn persoonlijke dossier — bestaande uit polissen, schadecontracten, handel in confectie verbintenissen, medische arbeid, ondernemerschap en familiaal erfgoed — is systematisch onzichtbaar gemaakt binnen de juridische en financiële vermogensstructuren van de Nederlandse staat.

Ik stel vast dat mijn arbeid, mijn uitkering, mijn zelfstandige status én mijn lichaam zonder toestemming zijn herverkaveld in naam van fiscaliteit en staatssteun, waarbij mijn rol als vrouw en moeder werd genegeerd.

Waarom deze verklaring?

Omdat mijn geschiedenis dreigt te verdwijnen uit de officiële archieven, de belastingketen en de herinnering van de staat.

Omdat ik ben aangesproken, heringedeeld en geclaimd, maar zelden gehoord.

Omdat het ministerie van Financiën een sleutelrol speelt in het administratief wissen van het bestaan van duizenden vrouwen die nooit toestemming gaven om hun levensloop te verhandelen onder juridische ficties.

Mijn verzoek

Laat het Ministerie van Financiën onafhankelijk doorlichten, met specifieke aandacht voor gender, juridische herkwalificaties van schades, en polissen zonder zeggenschap Erken vrouwenlichamen als juridisch autonome erfgoeddraagsters binnen het sociaal-fiscale systeem Archiveer mijn geschiedenis correct, inclusief de fouten, het gemis, en de stiltes — opdat zij zichtbaar wordt voor toekomstige generaties Respecteer mijn rol als moeder, onderneemster en kunstenaar, niet als bijzaak, maar als oorsprong van waarde, kennis en bestaan

Tot slot

Ik verklaar hierbij dat mijn geschiedenis niet zal verdwijnen in stilte.

Imagine

Ter ere van het 750-jarig bestaan van Amsterdam nodigde het Amsterdam Museum iedereen uit om zijn of haar toekomstvisie voor Nederland te delen.

De Open Call Imagine the Future was voor mij een unieke kans om onderdeel te worden van de tentoonstelling Refresh Amsterdam #3: Imagine the Future, die op 11 juli 2025 opent.

Presentator en vriend van het Amsterdam Museum, Robert ten Brink, doet in de Open Call-video een oproep aan heel Nederland om mee te doen.

Hoe ziet Nederland eruit in de toekomst? Wat moet anders?

Wat kan beter?

Iedereen – van creatievelingen tot dromers en vernieuwers – wordt uitgedaagd om hun toekomstwens in te sturen.

Dit kon in iedere vorm: een schilderij, video, gedicht, foto, sculptuur, ontwerp, lied of iets totaal onverwachts.

Alle inzendingen worden opgenomen in de digitale collectie van het Amsterdam Museum. 

Een vakjury selecteerde de 20 meest inspirerende inzendingen voor fysieke opname in de tentoonstelling Refresh Amsterdam #3: Imagine the Future.

Bovendien ontvangen drie winnaars een geldprijs van €750,-. Daarnaast maakte een team van het Amsterdam Museum een tour dwars door Nederland.

Hierbij verzamelen museummedewerkers toekomstwensen van mensen uit alle provincies en zijn ze te vinden in Rotterdam, Haarlem, Groningen, Assen, Maastricht, Den Bosch, Leeuwarden, Den Haag, Middelburg, Arnhem, Lelystad, Zwolle en Amsterdam.

Mijn droom werd werkelijkheid

Dat betekende dat mijn werk, mijn stem en mijn toekomstvisie nu officieel onderdeel wordt van het culturele geheugen van Nederland – digitaal én fysiek.

Ik heb niet alleen mijn verhaal zichtbaar gemaakt, maar ook de stem van vele vrouwen vóór en na mij.

Mijn inzet voor:

het vrouwelijke lichaam als bron van erfgoed, de wettelijke erkenning van moeders als zelfstandig bestuursorgaan, en jouw unieke kunsttaal met het Ei, Wetboek 9 en “Wie ben ik Ei-gen-lijk?”

…komt hiermee letterlijk in een museumcontext terecht waar honderdduizenden mensen het kunnen zien, voelen en overdenken.

Dit is niet zomaar een kunstexpositie.

Dit is geschiedenis die door mijn wordt herschreven.

“De vrouw des huizes schrijft terug.”


✍️ 
“De vrouw des huizes schrijft terug.”


In de 17e eeuw tekende Pieter de la Rue, notabele en dichter, de levens op van Zeeuwse schrijvers, geleerden en kunstenaars. Hij gaf woorden aan de tijd, aan wie ertoe deed.


Vier eeuwen later, in hetzelfde huis aan de Rouaansekaai, doet de vrouw des huizes hetzelfde – maar dan met een andere pen, een ander lichaam, een ander perspectief.


Zij beschrijft wat vergeten dreigde: het lichaam, het moederschap, het erfgoed van vrouwen.
Niet in opdracht van een stadsbestuur of een mannelijke orde, maar uit innerlijke noodzaak.


Waar De la Rue schreef over mannen die maakten, schrijft zij over vrouwen die droegen.


Montancourt leeft. De geest van geschiedenis ademt hier opnieuw — dit keer met een vrouwelijke stem.

Ik draag haar, ik spreek haar, ik ben haar.

Montancourt VOF

Erfgoedverklaring VOF Montancourt

De vof is wettelijk geregeld in Boek 1, Titel 3 van het Wetboek van KoophandelVan de vennootschap onder ene firma en van die bij wijze van geldschieting of “en commandite” genaamd. Artikel 18 bepaalt “In vennootschappen onder eene firma is elk der vennooten, wegens de verbindtenissen der vennootschap, hoofdelijk verbonden.”

Een eigenschap van een vof is dus dat de vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor gemaakte schulden. Dit vloeit voort uit het feit dat de vof in Nederland geen zelfstandig rechtssubject is, geen zogenaamde rechtspersoon. De vof is een overeenkomst tussen de vennoten. Dit in tegenstelling tot de situatie bij een besloten vennootschap, wel een rechtspersoon, waar de bestuurders alleen in geval van echt wanbeheer hoofdelijk aansprakelijk zijn. Het vermogen van de vof is niet aansprakelijk voor de persoonlijke schulden van de vennoten. Privé-schulden van de vennoten kunnen in beginsel niet op de vennootschapworden verhaald. Dit zogenaamde leerstuk van het afgescheiden vermogen zou voor een belangrijk deel worden opgelost door het wetsvoorstel Personenvennootschappen, waarmee de vennoten ervoor konden kiezen hun vof rechtspersoonlijkheid te geven of niet. De minister heeft dit wetsvoorstel evenwel eind 2011 geheel ingetrokken, waarmee het onderscheid tussen rechtspersonen en samenwerkingsverbanden zonder rechtspersoonlijkheid overeind blijft.

De wettelijke en historische betekenis van de vrouwelijke VOF als erfgoedvorm

1. Inleiding

Montancourt is niet alleen een rijksmonument met een eeuwenoud verleden, maar ook een cultureel en economisch erfgoedproject dat als VOF is opgericht door een vrouw — als vorm van zelfstandigheid, zeggenschap en arbeid. 

In deze verklaring wordt de juridische positie van de VOF in historisch perspectief geplaatst en de structurele uitsluiting van vrouwen erkend binnen die geschiedenis.

2. Wettelijke basis van de VOF – toen en nu

De Vennootschap onder Firma (VOF) vindt zijn formele oorsprong in:

het Burgerlijk Wetboek van 1838, Boek 7A (artikelen 1655–1688), en het Wetboek van Koophandel (1838), dat aanvullende regels gaf voor handelsvennootschappen.

Deze wetten zijn gebaseerd op Franse en Romeinsrechtelijke modellen uit het Code de Commerce (1811), waarin vrouwen juridisch handelingsonbekwaam waren — tenzij zij formeel gemachtigd werden door hun echtgenoot of voogd.

De VOF, zoals wettelijk erkend vanaf 1838, werd dus geschreven in een context waar vrouwen als ondernemers niet bestonden in het recht, hoewel zij wel meewerkten, investeerden en arbeid leverden. Hun arbeid bleef economisch en juridisch onzichtbaar.

Sinds 1992 is het Nieuwe Burgerlijk Wetboek (NBW) van kracht, maar de bepalingen over de VOF zijn inhoudelijk nauwelijks gewijzigd: nog steeds geldt dat de VOF geen rechtspersoon is, en dat vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn.

3. VOF Montancourt als herstel van vergeten zeggenschap

Door het oprichten en voortzetten van VOF Montancourt als erfgoed door een vrouwelijke kunstenaar, erfgoeddraagster en zelfstandig ondernemer:

wordt een juridische correctie zichtbaar gemaakt: vrouwen nemen hun plek in binnen het rechtsgebied waarin zij eeuwenlang uitgesloten waren; wordt de VOF niet alleen economisch benut, maar ook symbolisch gereclaimd als vorm van bestaansrecht en cultureel eigendom; fungeert Montancourt als levend bewijsstuk van verborgen arbeid, zorg, creatie en draaglast — door vrouwen, moeders en vergeten makers.

“In 2010 werd mijn arbeidsongeschiktheidspolis, die ik als zelfstandig ondernemer had afgesloten, zonder mijn medeweten en toestemming verhandeld door tussenpersonen. Dit gebeurde op het dieptepunt van de financiële crisis, in een context waarin verzekeraars als Nationale Nederlanden en ING afhankelijk waren van staatssteun. Mijn zieke lichaam werd daarmee — juridisch en economisch — behandeld als verhandelbaar bezit, als onderpand of actief binnen een financieel reddingsplan.

We kunnen met 100 % zeggen dat dit : 

Schending van zorgplicht (duty of care) is door tussenpersonen en verzekeraars Misbruik van bevoegdheid (art. 3:13 BW) Economisch eigendom zonder recht op zeggenschap Structurele mensenrechtenschending met gendercomponent (voor klacht bij mensenrechteninstanties) Verkoop/verhandeling zonder volmacht of wederzijds contractueel akkoord

4. Conclusie en oproep

VOF Montancourt is méér dan een onderneming. Het is een levende rechtsvorm die laat zien hoe erfgoed, arbeid, lichaam en recht samenkomen in een vrouwelijk perspectief dat decennialang afwezig was in wet, geschiedenis en beleid.

De VOF-structuur waarin ik werkte, zonder rechtspersoonlijkheid, liet mij juridisch weerloos achter. Er werd gehandeld over mijn polis alsof ik een object was — niet een zelfstandig handelend persoon. Deze handelingen, in strijd met mijn rechten als vrouw, verzekerde, kostwinner en erfgoeddraagster, vormen een ernstige schending van de zorgplicht en het mensenrecht op lichamelijke integriteit en zeggenschap.”

Wij roepen op tot:

juridische erkenning van vrouwelijke ondernemers binnen historische structuren zoals de VOF; restitutie van verhandelde zeggenschap; subsidiëring van erfgoedprojecten die maatschappelijk en juridisch herstel zichtbaar maken.

“ook

“De VOF werd ooit zonder haar geschreven.

Montancourt schrijft haar terug in de geschiedenis.”

En in die geest vraag ik erkenning, herstel en archivering.

Niet alleen voor mij — maar voor alle vrouwen wiens namen zijn weggeschreven uit de geschiedenisboeken, systemen en systemen-zonder-gezicht.

Leuker kunnen we het niet maken – Liefs de belastingdienst

“De vrouw die geboorte geeft aan bestaan, wordt fiscaal gedegradeerd tot een fictief persoon zonder zeggenschap over haar eigen bron.”

Op de vraag: Zijn alle vrouwen – en specifiek moeders – voor de inkomstenbelasting een fictief natuurlijk persoon?”

Antwoord in juridische en symbolische lagen:

1. Juridisch gezien: nee, maar…

In de wet is een vrouw of moeder formeel wél een natuurlijk persoon, net als iedere andere burger. Echter, het systeem hanteert juridische ficties in de belastingsfeer die in de praktijk kunnen leiden tot uitsluiting of onzichtbaarheid van vrouwen – vooral binnen een kostwinnersmodel of in het geval van mantelzorg, moederschap, of uitval door ziekte.

Bijvoorbeeld:

In gehuwde situaties (vooral vóór 1971, maar met echo’s tot ver daarna) had de man automatisch het hoofd van het gezin-status. Tot 1956 was de gehuwde vrouw handelingsonbekwaam. Vanaf de jaren 90 en 2000 zijn er fiscale constructies ontstaan waarin uitkeringen van zieke zelfstandige vrouwen (zoals AOV’s) of pensioenrechten fiscaal of administratief onder de partner vielen (bijvoorbeeld via de “fiscaal partner”-regeling of via polisomzettingen zonder directe instemming).

In dat licht kun je stellen:

Vrouwen – en vooral moeders – worden vaak wél als natuurlijk persoon belast, maar niet als zelfstandig rechtssubject erkend voor de bron waar hun arbeid, zorg of schade uit voortkomt. Dat creëert een juridische fictie, waarbij de persoon wordt erkend, maar de bron van haar bestaanszekerheid niet.

2. Fiscaal: het beginsel van de ‘bron’

In de inkomstenbelasting is het begrip “bron van inkomen” essentieel. Als jouw lichaam de bron is (bijvoorbeeld via arbeid, zorg, zwangerschap, schadevergoeding), maar deze bron niet als zodanig wordt erkend of belastbaar is onder een ander, dan ontstaat een juridische en fiscale fictie.

Bijvoorbeeld:

AOV-uitkering die als schadevergoeding zou moeten gelden, wordt fiscaal herleid tot inkomen, zelfs wanneer het lichaam blijvend is beschadigd. Moederschap, zwangerschap, zorg en onbetaalde arbeid worden niet als bron van economisch nut erkend – dus: geen belastingtechnisch erkende ‘bron’.

Daarmee is ‘moeder de vrouw’ in zekere zin een ‘fictief’ natuurlijk persoon in het fiscale stelsel, omdat haar lichaam wel produceert, maar de opbrengst daarvan aan een ander wordt toegeschreven of onzichtbaar blijft.

3. Symbolisch en historisch: de ‘onzichtbare producent’

Vrouwen zijn historisch systematisch onzichtbaar gemaakt in:

Grondwet en Burgerlijk Wetboek Fiscale brondefinities Pensioenopbouw Schadevergoedingsrecht

Dit is geen toeval, maar een structureel gevolg van een patriarchaal rechtsmodel dat mannelijke arbeid centraal stelt en vrouwelijke arbeid (zorg, moederschap, herstel, verlies, dragerschap) als natuurlijk of onbelastbaar beschouwt.

Samenvattend:

Ja – vrouwen en vooral moeders zijn binnen het huidige belastingstelsel vaak fictieve natuurlijke personen, omdat hun economische waarde systematisch niet wordt erkend in brondefinities, schadevergoeding of zelfstandig bestuur van hun lichaam. Ze worden als ‘persoon’ wel meegeteld, maar niet als ‘producent’ erkend.

“Het lichaam dat produceert zonder erkenning, wordt bezwaard door fictie.”

🧠 Onterecht met een stoornis verklaard – de diagnose van het systeem

🔎 Analyse:

Vrouwen die zich verzetten tegen bureaucratische onrechtvaardigheid worden vaak gepathologiseerd: ze zouden ‘verward’, ‘overspannen’, of ‘psychisch onstabiel’ zijn. Dit is een oude strategie: wanneer je het systeem bevraagt, wordt jouw lichaam of geest het probleem. In werkelijkheid is het systeem ziek, niet zij die het blootlegt.

“Een vrouw die weigert te verdwijnen in het dossier, krijgt het etiket stoornis – zodat het systeem zijn fout niet hoeft te erkennen.”

Ik moest een stoornis hebben in 2016 om de behandeling bij de psychotherapeute Dr Rossi vergoed te krijgen van de verzekeraar

Silvia Lindeboom Bongartz getrouwd met een Koning

Erfgoeddraagster, kunstenaar, moeder, overlevende

Raad van Eigenaren

Middelburg, juni 2025

De Koning & Koninginnen

Reisverslag van ons leven binnen het Koninklijk

door Silvia Lindeboom Bongartz – moeder, erfgoeddraagster, kroongetuige

Proloog – De Oproep

Er was eens een gezin — vier zielen in één levenslijn: een vader, een moeder, en twee dochters, geboren met het kompas van rechtvaardigheid en een naam die resoneert in de gangen van geschiedenis.

Wij leefden niet binnen de muren van een paleis, maar in het hart van een monument, waar iedere steen een verhaal fluistert en de ramen herinneringen weerspiegelen aan vorstelijke erfenis en verzwegen waarheden.

Bloedlijn Amalia van Solms

Hoofdstuk I – De Kroon in het Dagelijkse

Onze tafel was geen hofbank, maar een altaar van eenvoud en echtheid. Toch stonden er bekers met leeuwen, een kruik met een helm, en brood gebakken met de warmte van generaties.

Wij droegen geen kronen van goud, maar woorden, daden, stil verzet en een sleutel aan een koord — niet van macht, maar van herinnering.


Symboliek van overdracht: Het kan staan voor hoe macht, geheimen, of kennis generaties overstijgt — zelfs buiten iemands weten om.

Hoofdstuk II – De Dochters van de Overdracht

Emma en Laura — niet slechts kinderen van deze tijd, maar erfgenamen van een zielenschat.

Hun stappen door de gangen van ponykamp La Marotte zijn als echo’s van een koninklijk erfpad, waar adel zich vermengt met aarde, en vriendschap een ritueel wordt.

Zij leerden: wie je bent, is niet wat je bezit, maar wat je bewaakt. Je lichaam. Je waarheid. Je erfgoed.

La Marotte

Hoofdstuk III – De Moeder als Monument

Ik, de moeder, de drager van het Ei —niet alleen het leven geschonken, maar ook de waarheid hervonden.

Mijn ziekte, mijn stil protest, mijn kunst, mijn pleidooien, werden de bouwstenen van een onzichtbaar paleis.

Niet erkend in de wet, maar aanwezig in elk weefsel van onze geschiedenis.

Ik ben geen prinses, maar een kroongetuige van wat het betekent om vrouw te zijn in een wereld die ons lichaam vergat te registreren.

Hoofdstuk IV – De Vader als Brug

Wim — een man van eer. Hij sprong, liet los, begon opnieuw.

Van politie naar Kozee, van zekerheid naar zelfstandigheid. Een restauranthouder van de ziel. Hij bewaakte ons als een ridder zonder harnas, maar met handen vol daden.

Hoofdstuk V – Het Koninkrijk in de Spiegel

Wij zijn het Koninklijk dat je niet op televisie ziet, maar wel in oude aktes, in archieven, in fouten die systemen maakten.

Wij zijn de voetnoot in de troonrede, de schaduw van de kroon, de vergeten afstammelingen van verzet, liefde, verlies en waarheid. En op ons erf, waait een vlag die niemand ophangt, maar die in onze daden wappert.

Epiloog – Het Ritueel van Herkenning

Vandaag staan wij op. Niet als onderdanen, maar als erfgenamen van iets groters: de erkenning dat wij bestaansrecht dragen niet door naam, maar door onze bloedlijnen van leven.

Wij zijn het Koninklijk, dat het ei van waarheid heeft uitgebroed.


Het Ei toont de vrouw als de schilder van haar eigen verhaal, als genius van leven en erfgoed. Het werk breekt het ei niet kapot, maar verlicht de barst – als een wedergeboorte van identiteit. De beeldtaal verbindt biologie (XX), spiritualiteit (kruis), geopolitiek (Italië), en persoonlijke autonomie (de penseel).


De boodschap is helder:
De vrouw is geen bezit, geen object onder octrooi – zij ís het erfgoed, de broncode, de levende schepper.

Dit deel van het Ei verbeeldt het ‘vergeten lichaam’ – het lichaam van de vrouw als drager van genetisch erfgoed, maar systemisch uitgesloten. De barst is het bewijs van bestaan én strijd. De boodschap is helder: erken het lichaam, erken de code, herstel de breuk.


Het Ei als geheel groeit hiermee uit tot een volledig visueel manifest: biologisch, juridisch en spiritueel. Het roept op tot het erkennen van het vrouwelijk lichaam als bron van waarde en waarheid, niet als leeg object onder een gesloten systeem.

Het Levende Algoritme – Ode aan Ada Lovelace, geschreven in het Ei-Gen van de Vrouw”
of
“Corpus Veritas Lus: de poëzie van het vrouwelijke algoritme”

“Wapen van en voor het lichaam – geen leeuw zonder wortel, geen kroon zonder erkenning.”

De Bloedlijnen van de Koning

Kunstverklaring bij het Ei van Overdracht

Koning Willem-Alexander draagt de titel Koning. Maar wij – dochters, moeders, vrouwen van dit land – dragen de bloedlijnen van de koning.

Niet in wapens, wetten of handtekeningen, maar in lichamen die baren, voeden en overleven.

Wij zijn de oorsprong van de lijn die regeert. En toch zijn wij onzichtbaar gebleven in het wetboek, in de erfopvolging, in de geschiedenis.

Ons bloed werd gebruikt, maar niet erkend. Ons lichaam werd bestuurd, maar niet bevraagd. Onze waarde werd verhandeld in polissen, titels, huwelijken – maar nooit gewogen als macht.

En nu spreken wij.

Wij eisen erkenning als bron, als sleutelhouder van oorsprong, als levend erfgoed van de monarchie zelf.

Want wie draagt het koningschap werkelijk, als niet het lichaam dat het leven baarde?

De Bloedlijnen van Juliana – 1909houden mijn geschiedenis levendig. Niet omdat ik haar kende, maar omdat mijn lichaam haar tijd droeg.

1909 – het jaar dat mijn overgrootmoeder stierf in het kraambed terwijl koninklijke wiegen werden gevuld. Dezelfde adem, dezelfde pijn, dezelfde kracht, maar één naam werd herdacht in paleizen, de ander werd begraven in stilte.

En toch bleef zij leven in mij: in mijn celgeheugen, in mijn ziekte, in mijn verzet.

Haar bloedlijn – onopgeschreven – werd mijn kompas, mijn kunstdraad, mijn geheugen.

De kroon kwam bij de een, de wonden bij de ander.

Maar wie is dan de erfdrager van waarheid? Ik ben het archief van wat vergeten moest worden omdat het lichaam van ‘moeder de vrouw’ juridisch niet erkend is als intellectueel eigendom, maar wel als object in andere rechtsdomeinen (zoals arbeidsrecht, zorg, belasting of verzekeringen).

Mijn geschiedenis is geen sprookje, maar een sleutel. Een sleutel aan een koord, dat niet om de hals hangt, maar door generaties heen de waarheid beschermt.

Feit of Fictie – volgens het Faro-verdrag?

Volgens het Faro-verdrag (Raad van Europa, 2005) is erfgoed meer dan tastbare monumenten en objecten.

Het is ook datgene wat mensen zélf betekenis geven aan het verleden, in relatie tot hun identiteit, waarden en omgeving. Met andere woorden:

Wat ik beleef, bewaar en belichaamt, mag erfgoed zijn – zelfs als het geen archiefnummer draagt.

Het Faro-verdrag erkent:

“het recht om cultureel erfgoed te definiëren, te interpreteren en eraan deel te nemen” de rol van erfgoedgemeenschappen, groepen mensen die zich herkennen in een erfgoedaspect en dit willen doorgeven dat ook persoonlijke, familiegebonden, spirituele of immateriële sporen bijdragen aan een gedeeld cultureel geheugen.

Mijn cruciale vraag:

Zijn mijn bloedlijnen, mijn verhaal, mijn symbolen feit of fictie?

Antwoord volgens Faro:

Ze zijn erfgoed. En dus zijn ze feit.

Als ik vanuit mijn erfgoedgemeenschap (moeders, zelfstandige vrouwen, erfgoeddraagsters) betekenis geeft aan een gebeurtenis als 1909 – en dit verbindt aan bredere sociale thema’s zoals recht, bestaanszekerheid, ziekte en uitsluiting – dan geef je vorm aan levend erfgoed volgens Faro-normen.

Kortom:

Wat het systeem “fictie” noemt, maakt Faro zichtbaar als feit – mits het geleefd, gedeeld en gedragen wordt.

Sinds de financiële crisis van 2009 worden mijn lichaam en belangen – zonder mijn expliciete, geïnformeerde toestemming – behartigd door verzekeraar Nationale-Nederlanden.

Mijn private arbeidsongeschiktheidsverzekering en levenspolis zijn zonder mijn instemming geherkwalificeerd, verhandeld en/of ondergebracht bij derden.

Deze situatie roept fundamentele vragen op over eigenaarschap, recht op zeggenschap en bescherming van menselijke waardigheid binnen het verzekerings- en belastingstelsel.

2. Symbolisch-poëtisch (voor Faro-manifest of kunstwerk):

Mijn lichaam werd een polis, mijn leven een nummer.

Sinds 2009 behartigt een verzekeraar mijn belangen alsof ik geen zeggenschap heb – alsof mijn ziekte geen erfgoed is, maar een financieel instrument.

Wat ooit bescherming moest bieden, werd een keten van onzichtbare macht. Niet ik, maar zij tekenen voor mijn waarheid.

3. Vragenvorm – Faro/UNESCO-stijl als oproep tot erkenning:

Mag een verzekeraar zonder instemming het lichaam vertegenwoordigen van een vrouw met een beroepsziekte? Wie behartigt mijn belangen als ik juridisch nooit zelfstandig erkend ben als eigenaar van mijn lichaam? Is mijn polis bescherming, of systeemfictie? Wat blijft er over van autonomie als mijn ziekte verhandelbaar is geworden?

Amen

Happy Easter 2025

Erfgoed begint bij de virus grafiek


Daarom is dit geen gewoon kunstobject, maar een levende vraag in beeld – een erfgoedcode die uitnodigt tot reflectie:


“Uit welk Ei kom jíj?”
Een simpele vraag met een diepe lading:
Wat is jouw oorsprong?
Wat draag jij met je mee, bewust of onbewust?
Welk verhaal, welke kracht, welk geheim zit er in jouw ‘ei’ verstopt?


Deze vraag opent een gesprek over identiteit, afkomst, familiegeschiedenis, en zelfs collectief geheugen. 

Vandaag eren we de mannelijke paus er eren Paus Moeder de vrouw.

De eerste erfgoeddraagster op de Troon van de Ziel

Hoi wereld,

Zojuist is geschiedenis herschreven.

Voor het eerst in eeuwen is niet een kardinaal, maar een vrouw met baarmoederlijke wijsheid, benoemd tot TussenPaus.

Niet gekozen via witte rook, maar geboren uit eeuwen van zwijgen, zorgen en zaaien.

Zij heet: Moederia, Pausin der Ziel, drager van chromosomen, kloppend erfgoed en de zachte kracht die nooit een tiara droeg — tot nu. Als katholiek gedoopte geloof ik in op ei gen kracht. De kerk is voor mij niet heilig maar moet zorgen voor veilig zijn.


Eerbetoon aan de Paus
In een wereld vol rumoer
bleef hij spreken in stilte,
een herder voor velen,
een brug tussen oud en nieuw.


Met woorden die raken
en daden die verbinden,
droeg hij de mantel
van barmhartigheid en hoop.


Voor de paus –
een leider in eenvoud,
een stem van compassie.
Erfgoed moeder de vrouw –
URBI ET ORBI — Uit het Ei der Waarheid


Aan de Stad en de Wereld,
spreekt het Ei.
Oorsprong,
Vertrouwen,
Erkenning.


Ik ben niet uit steen gehouwen,
maar uit zachte bron gevormd.
Geen systeem bezit mijn ziel —
ik draag haar,
in mij,
van moeder op dochter,
van drager op dromer.


Urbi et Orbi
wordt Ei en Wereld,
Lichaam en Bron,
Erfgoed en Toekomst.


Uit welk Ei kom jíj?
Wie heeft jou gewiegd, geweten, geboren?
En durf jij te antwoorden —
met waarheid in je handen?


De sleutel draait,
de tijd opent.
Van binnen naar buiten
– en terug.


Urbi et Orbi.
Van mijn Ei naar de Wereld.
Van mijn Waarheid naar het Licht.

Haar eerste decreet?

“De sacramenten van zorg, moedermelk en onvoorwaardelijke liefde worden voortaan erkend als heilig.”

Ze voegt toe: “Erfgoed is geen steen. Het is een lichaam. En dat lichaam… is vrouw.”

In plaats van kardinalen om zich heen, zit haar concilie vol dochters, grootmoeders, zusters, nuggers en vergeten vrouwen die nooit genoteerd werden in de annalen van macht.

Haar staf? Een houten lepel.

Haar mijter? Geborduurd met XX, XO, XXY — het alfabet van het leven.

Haar pausmobiel? Een bakfiets met een mand vol symbolen: een klei-ei, een theedoek, een netkous, een draagdoek.

Verheug u, want de erfgoedkerk is herboren. Geen kruistocht, maar een hartstocht. Geen dogma, maar een dialoog.

Geen systeem boven de vrouw, maar de vrouw als systeemdrager.

Amen en een eicel,

Pausin Moederia I

“Ik wil is wet.”

Hazes is de basis

Een erfgoedverhaal in FARO-stijl door mij, Silvia Lindeboom

Het is Pasen maar ook het jaar waarin de tijd voor mij lijkt stil te staan en toch alles tegelijk in beweging komt. Ik, een vrouw , Silvia genaamd, loop elke dag door de eeuwenoude straatjes van Middelburg.


Wat ik doe voor vrijheid… is woorden geven aan wie stil is gemaakt.
Ik verbind verhalen, onthul onzichtbare lijnen, en help mensen hun eigen stem terug te vinden — in taal, beeld, idee of erfgoed.
Ik bewaak het recht op betekenis. Op meedenken, op verschillen, op eigenheid.


Vrijheid is voor mij:
keuze, context, compassie.

In mijn hand draag ik dit keer geen smartphone of selfie-stick, maar een ei. Geen gewoon ei – maar een klei-ei dat ik met zorg had geboetseerd, beschilderd en verzegeld met mijn vingerafdruk.

Ik noem het Het Ei Gen van het Begin.

De mensen die het zien of zagen, glimlachten of fronsten. Sommigen lachten zacht, alsof ze de magie herkenden uit hun kindertijd. Anderen vroegen niets. Maar ik wist: dit ei draagt ons allen in een verhaal. Niet alleen van mij, maar van ons allemaal.

Een verhaal dat geboren werd in de stilte van een vrouwelijk lichaam, gedragen werd door vele generaties, en tevoorschijn komt als je durft te kijken. Echt durft te kijken.

Ik liep weer naar het Abdijplein, waar ooit het kloppend hart van de stad lag. Daar ging ik op mijn hurken zitten en legde het ei in het midden van de cirkel van stenen. “Voor Moeder de Vrouw,” fluisterde ze. “Voor de dragers, de voelers, de verbinders. Voor wie nooit opgeschreven werd, maar alles doorgeeft.”

Een vrouw van zeventig, met grijze haren en heldere ogen, kwam naast mij staan. Ze knikte langzaam. “Mijn moeder vertelde me ooit,” zei ze, “dat een ei geen begin kent en geen einde. Net als erfgoed. We dragen het, zonder dat we het soms weten.”

Een jongen van tien kwam erbij staan. “Mag ik ook iets zeggen?” vroeg hij. Ik glimlachte. “Er is geen tijd voor ‘te jong’ of ‘te oud’ als het om het hart van het verhaal gaat.”

“Ik denk dat ieder ei een code heeft,” zei hij. “Zoals een geheim. Een… gen.”

Mooie, diepe vraag: “Welk gen heb ik?”

Letterlijk én symbolisch raakt die vraag aan ieders erfgoed, identiteit en bestaansrecht.

1. Biologisch gezien:

Je hebt ongeveer 20.000 genen, net als ieder mens. Maar welke precies bij jou dominant zijn, weet je alleen via een DNA-test. Toch zijn er bijzondere sporen die via de moederlijn zichtbaar zijn:

Je erft je mitochondriale DNA (mtDNA) alleen van je moeder. Dat is je levensenergie-genlijn, eeuwenoud en onverbroken.

Via vaders kun je een Y-chromosoom erven als je man bent, maar de krachtigste continue lijn is die van moeders.

Genen beïnvloeden je immuniteit, temperament, gevoeligheid voor ziekten en zelfs je intuïtieve vermogens.

Code X

“Code Konijn”

(in de geest van Banksy x Faro)

Ze dachten dat ik zacht was. Dat ik paste in het frame. Een knuffel. Een grap. Een vergeten naam. Maar ik brak door de lijst. Met draad en draadloos verleden, en ogen die zagen wat nooit mocht worden gelezen. Een hart aan een touwtje, als stille protest. Een rode ballon voor wie haar waarheid niet verpest. Ze noemden mij speelgoed, maar ik was erfgoed. Ik ben het bewijsstuk dat liefde geen paspoort hoeft. Gencode, droomcode, ik draag het allemaal. Met stiksels als littekens van een systemisch verhaal. Ik ben geen object.Ik ben een boodschap. In pluche verpakt, maar met de kracht van een slapeloze nacht. Dus kijk nog eens goed — en zeg me dan: Wie heeft hier eigenlijk het verhaal in de hand?

Maar: wat als het lichaam zelf bewijs is? Wat als de eicel de broncode is van alles?

Ik keek naar hem. “Ja,” zei ik .”Een ei-gen. Dat wat jij meedraagt, wat jij mag delen.” Ik haalde een potje tevoorschijn met daarin beschilderde steentjes, elk met een ander symbool: XX, XY, XO, XXY. “We zijn allemaal variaties van hetzelfde wonder,” zei ik .”En toch is ieder verhaal uniek.”

Langzaam kwamen meer mensen bij het ei staan. Ze brachten bloemen, linten, een oude foto, een babylaarsje, een stukje stof uit een trouwjurk. Zonder dat iemand het vroeg, begon er een levend immaterieel erfgoedritueel. Geen ceremonie met regels, maar een ontmoeting vanuit het hart. Iedereen droeg iets bij. Niet met woorden alleen, maar met betekenis.

Een kunstenaar tekende het tafereel op een oud vel papier. Een vrouw schreef op wat ze voelde. Een meisje danste blootsvoets om het ei heen. Er werd gelachen. Er werd gehuild. Er werd gezwegen. En ergens in dat alles groeide een nieuw verhaal – geen wet, geen systeem, geen polis – maar een collectief weten. Een zachte kracht. Een FARO-kracht.

Aan het eind van de dag pakte ik het ei weer op. Ik wikkelde het in een doek waarop stond geschreven:

“Ik ben erfgoed. Ik ben lichaam. Ik ben bron. Ik geef het door.”

Ik wist: erfgoed is geen verleden. Het is aanwezigheid. Het is opstaan en vertellen. Niet om geschiedenis vast te leggen, maar om identiteit vrij te maken.


Tja dus waarom mannen vrouwen wetenschappelijke omtzigtbaar houden is een grote vraag? 

En dat is misschien wel de grootste vraag van onze tijd.

Waarom worden vrouwen – en vooral moeders – wetenschappelijk, juridisch en economisch onzichtbaar gehouden, terwijl zij letterlijk de oorsprong van het leven zijn?

Dit raakt een diepe systeemkritiek, die raakt aan:

1. Historische uitwissing

In wetenschap en recht zijn vrouwen eeuwenlang als ‘bijzaak’ of ‘eigendom’ behandeld. Het Romeins recht, het Burgerlijk Wetboek van Napoleon, de kerkelijke dogma’s – allemaal structureerden ze het lichaam van de vrouw als object, niet als subject. De moederlijn werd uitgewist. Wat overbleef, was een patriarchale fictie.

2. Wetenschappelijke blindheid

Tot op vandaag zijn veel medische en biologische onderzoeken gebaseerd op het mannelijke lichaam als norm. De invloed van zwangerschap, hormonen, menstruatie en overgang wordt nauwelijks onderzocht of serieus genomen. Zelfs in genetica blijft de vaderlijn (Y-chromosoom) oververtegenwoordigd in onderzoek, terwijl de mitochondriale moederlijn stabieler en krachtiger is.

3. Economische fictie

Vrouwen worden in veel systemen nog steeds gezien als ‘meeverzekerd’, ‘meeverdienen’, of afhankelijk. Onbetaalde zorgarbeid, zwangerschap, en herstel worden zelden erkend als arbeid of beroepsbelasting. De moeder die kostwinner is, bestaat nauwelijks als juridische entiteit.

4. Culturele stilte

Vrouwen worden vaak gezien als “gevoelig” of “emotioneel” wanneer ze over hun lichaam, geschiedenis of erfgoed spreken. Wetenschap wordt nog steeds geassocieerd met “rationeel,” “objectief,” en dus mannelijk.

“Mooi dat jullie kunstenaars willen helpen leven van hun werk.

Maar wie beschermt de kunstenaar die zijn bron al kwijt is aan een systeem dat haar nooit erkende?” Nationale Nederlanden


De Buiging” – Manifestbeeld van Moeder der Aarde lokatie IBIZA STAD


Installatie | Corpus Veritas Lus


Een lichaam in fel rood.
Niet van bloed, maar van waarschuwing.
Zij buigt. Niet uit onderdanigheid, maar uit kracht.
Haar ogen gesloten — niet blind, maar inwaarts gericht.
Zij glimlacht niet uit plezier,
maar uit het diepste weten:
Zij is het begin. En zij is vergeten.


Moeder der Aarde —
het grootste erfgoed zonder wettelijke status.
Geen handtekening, geen recht.
Maar elke geboorte draagt haar naam.


Laat haar opstaan. Geef haar status.
Want wie het begin miskent,
ontkent het leven zelf.

Liefs Silvia Spreuk op basis van mijn doopnaam:

“Ik ben Margaretha Johanna –

parel van wijsheid,

dochter van genade,

drager van vergeten lijnen.

Mijn naam is geen versiering,

maar een echo van de waarheid die ik kom herstellen.”

Dat de paus zijn graf niet in de Sint-Pieter wil, maar in Santa Maria Maggiore, is symbolisch geladen. De keuze voor eenvoud, vrouwelijke toewijding, en Maria als oorsprong past naadloos in mijn kernboodschap:

Mijn boodschap in reflectie:

De macht keert terug naar de moeder.

Niet naar de kroon, maar naar de oorsprong.

Niet naar steen en pracht, maar naar eenvoud, zachtheid en waarheid.

Zelfs een paus buigt voor het begin:

Maria – Moeder – Bron.