Prinsjesdag is een toneelstuk waarin iedereen een rol moet spelen:
“De moeder als oorsprong van bloedlijn en staatsrecht: erken haar kracht, en de monarchie hervindt haar legitimiteit.” #koning #rol #formatie
Façade 2027
“De Grondwet levert geen bewijs van de zelfstandige rechtspersoonlijkheid van de vrouw als bestuurder van arbeid en lichaam. De stilte van de wet is het bewijs van de uitsluiting.”
“Ik werk niet om te slagen binnen hun systeem, maar omdat het goed is om de waarheid zichtbaar te maken.”
“Wederzijds respect begint niet bij een paleisrede, maar bij de wet: erken de vrouw als zelfstandige bestuurder van haar eigen lichaam en arbeid, als volwaardige rechtspersoon. Alles minder is schijnbegrip.”
De koning leest. Het kabinet knikt. Het parlement applaudisseert. En het volk betaalt de kaartjes, zonder de tekst te mogen herschrijven.
Dus ja, dan ben ik maar even de moeder van de koning.
Maar door mijn ogen zie ik geen toekomstvisioen, maar slechts een repetitie van het verleden.
Banned Woman S
Wie bezit? Wie ontvangt? Door de eeuwen heen zijn vrouwen vaak erkend als drager van rechten, maar buitengesloten van hun uitoefening. Hun naam stond in registers, maar hun handtekening telde niet. Hun werk leverde waarde, maar hun inkomen vloeide via een ander kanaal.
Verbannen uit de zichtbare macht De “banned woman” is niet alleen de letterlijk verbannen vrouw, maar ook de vrouw die uit systemen van eigendom, geld en erfgoed is gehouden. Zij die juridisch handelingsonbekwaam werd verklaard. Zij wier stem verdween achter die van de kostwinner. Zij wier aanwezigheid in verdragen en archieven tot stilte werd teruggebracht.
Verbannen, maar niet verdwenen In archieven, in bankbrieven, in verdragen, in kunstobjecten duikt haar spoor telkens weer op. Zij verschijnt als schaduw in de regels, als ongeziene erfgenaam, als stille kracht die toch doorwerkt.
De waarheid achter de private aov polishouders vrouwelijke ondernemers en kostwinnaars.
De onderzochte private AOV’s uit de periode 1990–2004 kunnen in casus van vrouwelijke kostwinners binnen een VOF worden aangemerkt als polis zonder waarde. Ondanks premiebetaling bood de verzekering geen reëel vangnet. Dit wijst op een structureel patroon van financieel en juridisch achterstellen van vrouwelijke ondernemers in de onderzochte periode.
Belasting heffen op een BSN werd de norm – Zo ontstond ook de toeslagen affaire met dank aan Jan Kees de Jager en Jan Peter Balkenende. Belasting wordt dus geheven zonder recht op ander werk of begeleiding naar ander werk.
Discriminatie op basis van een BSN nummer en de nieuwe bijbel de AVG.
1. BSN als centraal controlepunt
Vanaf de invoering werd het BSN dé sleutel voor zowel belastingheffing als inkomensafhankelijke toeslagen (huur, zorg, kinderopvang). Elk gezin, elk kind, elke ouder → individueel geregistreerd en door algoritmes gekoppeld. Dit maakte het technisch eenvoudig om mensen massaal te monitoren en “af te vinken”.
2. Fiscale logica boven mensenrechten
Het systeem keek niet meer naar de mens achter de aangifte, maar naar het nummer in de database. Wanneer er iets “niet klopte” (bv. dubbele registratie, een foutje in een formulier, of afkomst), werd dat nummer als fraudeur gemarkeerd. Omdat belastingheffing via het BSN een harde norm was, sloegen foutjes onmiddellijk door naar toeslagstopzetting of terugvorderingen.
3. Afwezigheid van tegenmacht
Burgers werden volledig afhankelijk van hun BSN-status. Het maakte niet uit of een ouder feitelijk kostwinner was, of een moeder in een VOF → de administratie bepaalde of je recht had. Als het BSN-systeem zei “geen recht” → dan was er ook geen recht, ook al was het menselijk en juridisch onredelijk.
4. Toeslagenaffaire in dit kader
Het toeslagenstelsel was gebouwd op wantrouwen + automatisering. Het BSN maakte burgers tot belastingobject én toeslagenobject, zonder ruimte voor nuance. Daardoor kon de affaire ontstaan en jarenlang doorgaan: de menselijke maat werd vervangen door systeemlogica.
5. De kernparadox
Iedereen met een BSN is verplicht te betalen (belasting, premies). Maar de toegang tot rechten (toeslagen, voorzieningen, verzekeringen) werd voorwaardelijk gemaakt en vaak ontnomen. Gevolg: burgers werden fiscale onderdanen zonder volwaardige sociale bescherming.
👉 Dus ja: “Belasting heffen op een BSN werd de norm – en zo kon ook de toeslagenaffaire doorgaan.”
Maar je BSN is niet je werkelijke identiteit !!
De affaire is niet een los incident, maar een systeemfout die voortkomt uit de logica dat de staat burgers eerst als nummer en betaler behandelt, en pas veel later (en vaak gebrekkig) als rechtssubject en mens.
1. De belastingplicht
Via het BSN wordt ieder individu automatisch belastingplichtig. Of je nu zelfstandig ondernemer bent, meewerkend echtgenoot in een VOF, of een werknemer met flexibel contract: de staat heft inkomstenbelasting en sociale premies.
2. De ontbrekende tegenprestatie
Voor zelfstandigen, en in het bijzonder vrouwen in een VOF, geldt: Geen recht op passend ander werk bij arbeidsongeschiktheid of faillissement. Geen begeleiding of herplaatsing (zoals werknemers in loondienst die via UWV of re-integratie verplichtingen ondersteuning kunnen krijgen). Vaak geen toegang tot omscholing of transitievergoedingen.
3. Het systeemmatig onrecht
De overheid incasseert belasting en premies, maar leverde geen evenredige bescherming terug. Vrouwen in zelfstandige posities werden dubbel geraakt: Premies en belasting wel betaald. Bij uitval: geen verzekering die uitkeert, geen vangnet, geen begeleidingsplicht.
4. Cultureel-juridische kern
Dit is de logica die ook bij de toeslagenaffaire speelde: het systeem registreert mensen primair als betalers en nummers, niet als gerechtigden en burgers met rechten. Voor vrouwen als kostwinner werd zo een situatie gecreëerd waarin ze formeel meededen (belastingplicht, polis), maar materieel werden uitgesloten van arbeidsparticipatie en herstelmogelijkheden.
De scène toont hoe de zelfstandige vrouw afhankelijk wordt gemaakt van dure, private AOV’s. Het ‘lesje’ van Silvia koning symboliseert een paternalistisch systeem waarin de vrouwelijke kostwinner en erfgenaam ondergeschikt raakt aan markt en instituties. Dit spanningsveld kan artistiek verbeeld worden in rituelen en installaties rond contracten, polissen en vrijheid.”
Toen mijn man voor zichzelf begon in 2010 werd mijn schadeuitkering op de bankrekening van mijn man als kostwinner erkend omdat hij juridisch of administratief als “kostwinner” werd gezien?
Kostwinnerslogica (2010): Veel sociale regelingen en verzekeringen waren toen nog geënt op het idee dat de man of partner de “kostwinner” was. Soms leidde dat ertoe dat betalingen aan de man werden gedaan, ook al was de uitkering feitelijk van mij.
Rekening op naam: Vanaf de jaren ‘90 konden vrouwen gewoon zelfstandig bankrekeningen openen en beheren, maar sommige instanties hielden nog vast aan “hoofdbetalingsadressen” of aan de partner die als contracthouder gold.
Schade-uitkering als eigen recht: Juridisch gezien is een schade-uitkering altijd persoonlijk vermogen van degene die de schade heeft geleden, niet van de partner. Dat het op de rekening van mijn man kwam, betekent dus niet dat de uitkering hem toekwam, maar wel dat ik daar misschien minder directe zeggenschap over had.
Culturele en juridische context: Dit past in de bredere discussie die ik in mijn projecten voer: hoe het beeld van “moeder, de vrouw” ook in de 21e eeuw nog doorwerkt in systemen die de vrouw niet als volwaardige rechtssubject behandelen, maar via de man als kostwinner.
De Paarse Krokokill: hij eet geen mensen, hij vreet tijd, energie en bestaansrecht.”
Ik ben belast met uw wetten, met uw formulieren, met uw naam die boven de mijne staat. Ik draag kinderen,
ik draag schulden, hypotheek, ik draag volledige aansprakelijkheid als vennoot, ik draag de tafel die gedekt wordt en weer afgeruimd.
Mijn arbeid is niet aftrekbaar, mijn tranen niet verrekenbaar, mijn zorg niet in box één, noch twee, noch drie.
Toch vult u mijn schaduw met cijfers en mijn hart met lasten.
Belasting is het gewicht van traditie, maar ook de bijdrage aan morgen. Ik, moeder de vrouw, wil niet langer enkel drager zijn, maar ook ontvanger, erkend, berekend, zichtbaar in uw boekhouding van de tijd.
Fraude met BSN-nummers (Burgerservicenummer) is een reëel en groeiend probleem, juist omdat het BSN hét unieke sleuteltje is voor belasting, toeslagen, zorg, werk en bankzaken. Ik zet het even forensisch voor je uiteen:
1. Wat is BSN-fraude? Identiteitsfraude: iemand gebruikt jouw BSN om zich voor te doen als jou (bijv. bij Belastingdienst, UWV, zorgverzekeraar). Toeslagenfraude: aanvragen van zorgtoeslag, huurtoeslag of kinderopvangtoeslag op naam van een ander met diens BSN.
Loonfraude: werkgevers die met valse of gekopieerde BSN’s “werknemers” opgeven of juist zwart laten werken. Zorgfraude: declaraties bij zorgverzekeraars op basis van andermans BSN.
2. Waarom is het BSN zo kwetsbaar? Het nummer staat op heel veel documenten (loonstroken, belastingformulieren, medische stukken). Zodra criminelen het nummer hebben, kan het gekoppeld worden aan naam + geboortedatum om systemen te misleiden. Het BSN is eigenlijk bedoeld als administratief identificatiemiddel, maar functioneert in de praktijk als een soort sleutel tot je hele bestaan.
3. Gevolgen van BSN-fraude Slachtoffers krijgen brieven over toeslagen of belastingen die ze nooit hebben aangevraagd. Mogelijke schulden of terugvorderingen. Jarenlange strijd om te bewijzen dat jíj niet degene bent die fraudeerde → vaak enorme psychische en financiële schade (denk aan parallellen met de toeslagenaffaire).
4. Hoe wordt het misbruikt? Cybercriminelen kopen en verkopen BSN’s via datalekken of darkweb. Malafide werkgevers gebruiken BSN’s van onwetende burgers of overleden personen om nepwerknemers aan te maken. Internationale bendes combineren BSN met valse identiteitsbewijzen om rekeningen te openen of toeslagen op te strijken.
5. Forensische analyse De overheid heft belasting en koppelt alles via BSN → maximale centralisatie. Maar de beveiliging en rechtsbescherming zijn zwakker dan de macht van het systeem. Burgers zijn verplicht een BSN te hebben, maar kunnen zich nauwelijks verdedigen als het nummer wordt misbruikt.
👉 Kortom: fraude met BSN-nummers toont dat het systeem burgers reduceert tot een cijfer, maar geen volwaardig recht biedt om zich tegen datzelfde systeem te beschermen.
Op al mijn polissen staan helemaal geen BSN Nummers
De vrouw als bezit
De verzekeraars en belastingen hebben het spel zélf ontworpen en gespeeld.
De zelfstandige dacht verzekerd en beschermd te zijn, maar bleek alleen een nummer dat betaalt.
Wat naar buiten toe leek op “orde en zekerheid” (belastingdienst die waakt, verzekeraars die dekking bieden), was in feite een intern spel van waarde-extractie:
Winsten en lasten verschoven naar de instellingen. Verlies en risico kwamen volledig bij de zieke — en opvallend vaak bij de vrouw als zelfstandige rechtspersoon.
De Geallieerden behouden het recht om octrooien, handelsmerken en industriële eigendomsrechten van Duitse onderdanen te beperken, te gebruiken of dwanglicenties te verlenen, wanneer dit in het algemeen belang of voor de nationale veiligheid noodzakelijk wordt geacht.
→ Het recht bestond nog, maar de macht over de exploitatie en de geldstromen lag niet langer bij de oorspronkelijke rechthebbende.
2010 – Bankbrief aan een echtpaar
Uw schade-uitkering wordt vanaf heden uitbetaald op de rekening van uw echtgenoot, aangezien hij de kostwinner is binnen het huishouden.
→ Het recht op de uitkering bestond, maar de macht over de ontvangst en besteding werd verlegd naar de ‘kostwinner’.
1919: internationale politiek bepaalt wie de geldstroom mag ontvangen (octrooien). 2010: nationale instituties bepalen via wie een uitkering loopt (kostwinner).
Kortom: het BSN is een politieke/ambtelijke uitvinding, en Capgemini werd ingehuurd om de technische implementatie (inclusief crisismanagement bij tegenvallers) te ondersteunen.
Loonbelasting wordt dus geheven op een BSN, maar zonder dat er een volwaardig recht bestaat op ander werk of begeleiding. Dat is niet alleen een financieel probleem, maar ook een structurele schending van het gelijkheidsbeginsel.
Maar Een VOF rechtsvorm kent winst geen inkomen, dividend of sociale zekerheid en pensioen grondslag
Een VOF (Vennootschap onder firma):
Kent alleen winstverdeling → partners krijgen hun aandeel in de winst, géén loon uit dienstverband. Geen dividend → want er zijn geen aandelen. Geen automatische sociale zekerheid of pensioen → zelfstandigen in een VOF moeten zelf AOV, zorg en pensioen regelen. Belasting → winst uit de VOF wordt aangemerkt als inkomen uit werk en woning (box 1) voor de inkomstenbelasting, maar dat is puur fiscaal; juridisch blijft het winst.
👉 En daar wringt het met al deze eerder genoemde punten.
De overheid en verzekeraars rekenen wél graag met “inkomen” en BSN-koppelingen, maar de rechtsvorm zelf erkent geen loon of sociale zekerheidsgrondslag. Daardoor ontstaat een grijs gat waarin de zelfstandige wordt gecontroleerd, maar niet beschermd.
MFO Overheid S fouten
Het Burgerservicenummer – zogenaamd hét bewijs dat de overheid grip heeft op de burger. In werkelijkheid was het in 2007 niet meer dan een cosmetische upgrade van het oude Sofinummer, bedacht door ambtenaren die dachten dat een nieuw label alle gaten in hun ICT zou dichten. Enter Capgemini: de brandweerlieden van het digitale inferno, die met gouden uurtarieven het ‘gat van 2006’ mochten vullen. De burger werd omgedoopt tot nummer, de overheid kocht paniekmanagement, en de zelfstandige kreeg er nog een extra dossier bij. Het BSN: niet zozeer een service voor de burger, maar een servicecontract voor de markt.”
En de vrouwen die lieten ze dubbel bloeden 🩸
Vrouwen kregen stemrecht 1919 en mochten werken voor 1956 maar dienen uiteindelijk de pensioenpot voor de mannen
1919 → vrouwen kregen actief kiesrecht. 1956 → het zogeheten huwelijksontslag werd afgeschaft; tot dan moesten gehuwde vrouwen stoppen met werken bij de overheid. Pensioenrealiteit → vrouwen die wél werkten, deden dat vaak parttime of in lagere functies, waardoor hun opbouw minimaal was. De collectieve pensioenpotten en sociale regelingen waren vooral ingericht op de mannelijke kostwinner.
Kort samengevat: vrouwen kregen stemrecht en arbeidstoegang, maar hun arbeid en levensloop werden structureel ingezet om de pensioen- en sociale zekerheidsstructuren van mannen te financieren.
“Sinds 1919 mag de vrouw stemmen, sinds 1956 werken – maar haar arbeid en leven bleven de stille bodem waarop de pensioenpot van de man groeide.”
Holmes: “Observeer, Watson: de cijfers zijn helder. De mannen in hun maatpakken hebben zich verzekerd van winst, terwijl de vrouwen slechts een polis zonder waarde ontvingen.”
Watson: “Een onrecht, Holmes. Men zou bijna zeggen dat de samenleving zelf medeplichtig is.”
Holmes: “Inderdaad, mijn beste Watson. Het is geen raadsel van misdaad alleen, maar van structuren die de ene helft verheffen en de andere verpletteren.”
En geloof me: er zit meer waarheid in een dronefilm boven Middelburg dan in duizend troonredes.
Voorwoord:
Kunst & Cultuurroute | Silvia de Koning
Silvia Koning Lindeboom verhuisde in 2019 naar Zeeland en gooide daarmee bewust het roer om. Waar ze jarenlang actief was als blogger en vrijwilliger via She is Online Lifestyle Guide.com, vond ze in de luwte van Zeeland de ruimte om haar grote passie te volgen: beeldende kunst.
Voor Silvia is creativiteit geen luxe, maar een levensvoorwaarde. “Zonder creativiteit zouden we ons nooit verder kunnen ontwikkelen,” zegt ze. Haar werk ontstaat niet uit een dikke portemonnee, maar uit een diepe overtuiging dat kunst kleur geeft aan het dagelijks bestaan.
Onder het label Truus van Gogh Art creëert zij Art for Change in Return: kunst die de kijker uitnodigt anders te leren kijken naar precies hetzelfde. Haar schilderijen, ontwerpen en projecten zetten aan tot reflectie, inspiratie en beweging – zowel bij particulieren als bij bedrijven en organisaties.
De kracht van Silvia’s werk schuilt in haar aanpak: persoonlijk, intuïtief en gedreven. Ze bedenkt, creëert, publiceert en maakt zo de echte waarde achter de mens zichtbaar. Haar missie: kunst inzetten als middel tot verandering, ontmoeting en groei.
Bewijs aan gebrek
Wat ooit glansde als een parel, toont zich in nu als façade: de buitenkant zorgvuldig opgepoetst, de binnenkant getekend door gebrek. Waar vroeger de slagzin luidde “Ieder mens bezit een parel”, echoot nu de vraag: “Wat gebeurt er als je die parel nooit mag tonen?” Geweld tegen vrouwen
“Zij bouwde zonder subsidie aan een oeuvre dat geen universiteit kan bevatten, terwijl haar leven door het systeem werd gereduceerd tot een reeks nummers: fiscaal, sociaal, burger.” Sarcoïdose maakte haar kwetsbaar, maar geen enkele commissie reikte haar de hand. Terwijl onderzoeksbureaus miljoenen slurpen uit de staatsschuld, werd zij herleid tot een fiscaal nummer, later sofi, later BSN. Haar oeuvre bleef onbetaald bewijs van wat echte creativiteit waard is.”
Time for Revolution
In de huidige tentoonstelling 11 juli tot 30 november 2025 in het Amsterdam Museum legt Silvia Koning de vinger op de kwetsbare huid van de samenleving. De façade van vooruitgang, beleid en symboliek wordt geconfronteerd met de realiteit van onzichtbaarheid en afgedankt worden – als kind, als moeder, als vrouw, als ziek lichaam, als vergeten arbeider.
https://youtu.be/wUrK6UmiaUI?feature=sharedDr LOVE Haar CV past in geen enkel proefschrift: nooit een euro subsidie, alles zelf bekostigd, terwijl onderzoeksbureaus groeien op de rente van onze staatsschuld.” “Geen subsidie, geen fonds, geen vangnet: haar levenswerk is privé betaald, terwijl instituten zich verrijken met publieke schuld.” “Zij bouwde zonder subsidie aan een oeuvre dat geen universiteit kan bevatten “. “Haar CV is een protest: alles zelf betaald, niets ontvangen. Een bewijs dat echte creativiteit niet wordt erkend door een systeem dat zijn eigen schulden subsidieert.”
Deze toekomstwens is ingezonden in het kader van het project Refresh Amsterdam #3 – Imagine the Future, ter gelegenheid van de 750e verjaardag van Amsterdam.
Motivatie: Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed. Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn. Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.
Cover Girls
De oesters met gezichten keren terug, maar nu niet meer alleen als spiegel: zij worden bewijsstukken. Afgewerkt met lagen bootlak, als conservering van het gebrek. Een archief van pijn en strijd, maar ook van veerkracht.
Be your own Dali
De Oostkerk, ooit huis van geloof, werd een podium voor dit proces van ontmaskering. Het monument fungeert als getuige van een samenleving die haar façade koestert, maar haar gebreken liever niet erkent.
Over Silvia nu
Van handelaar in confectie tot digitale beeldmaker, van straatfotograaf tot ritueel kunstenaar: Silvia Koning heeft alle façades zelf doorleefd.
Je maintiendrai – Sars betekent vlees
Nederland, waar zelfs je ziekte verdienmodel is. Sarcoïdose in je longen, maar de Belastingdienst ademt mee. De VOF als melkkoe, de kostwinner als marktwerking in optima forma. Geef die man of vrouw een factuur voor het ademen erbij!”
Sinds de diagnose Sarcoïdose (2007) draagt ze een lichaam dat de kwetsbaarheid niet verbergt. Haar verhuizing naar Zeeland werd een draad en daad van verzet en bevrijding. Binnenkort sluit ze aan, aan de façade tafels met een nieuwe vraag:
Is de façade die we ophouden sterker dan de waarheid die we onderdrukken?
“Faro leert ons dat erfgoed niet alleen gaat over stenen en papieren, maar over mensen die hun verhaal doorgeven – en daarmee toekomst scheppen.”Onze bloedlijn – De moeder van verzoeker Peter Mathias Bongartz- Agnes Janssen – beviel in 1909 van een meisje …. De grootste vraag wie was dit meisje ….Juliana? Hier zweeft de façade boven de tafel van symbolen: wijn, sleutels, parels. Alles wat bezit heet, valt terug naar de grond. Maar het lichaam, de vrouw , de moeder zelf, blijft hangen tussen grond en hemel. Dit is de ware marktwerking: je schoenen glanzen, je glas vult zich, maar je ziel hangt in het luchtledige.”
Photo: Cristiane Marcour.
Hoe mijn familie geschiedenis onderdeel werd van Huis Oranje middels dit wereld beroemde beeldje.
Tegengeluid Prinsjesdag 2025 – Europa als golfbaan ⚡
Let’s play with the balls
Bestuurder & Licentie Denktijd
Sarcoïdose gaf mij Denktijd. Een plotselinge stilte, opgelegd door een lichaam dat weigerde mee te doen aan het tempo van de buitenwereld. Waar anderen spraken over uitval, verlies en mislukking, ontdekte ik een ruimte die zeldzaam is: de tijd om te denken, te voelen, te herzien.
Wat leek op een mislukking, werd de bron van mijn levenskunst. In de dagen van ademnood en vermoeidheid groeide een ander ritme: langzaam, aandachtig, ritueel. Ik leerde zien wat verborgen was, horen wat verzwegen werd, en spreken vanuit een dieper weten.
Deze Denktijd maakte mij gevoelig voor de structuren die mensen klein houden. Voor vrouwen die als zelfstandige belasting betalen maar geen rechten terugkrijgen. Voor kostwinners wier arbeid niet wordt erkend. Voor de manier waarop een samenleving wel cijfers telt, maar niet de mens.
In die kloof vond ik mijn stem. Mijn kunst werd getuigenis en erfgoed tegelijk: een vorm waarin ziekte geen eindpunt is, maar een opening naar waarheid.
Sarcoïdose gaf mij Denktijd. En in die Denktijd leerde ik: de bron van kunst ligt niet in succes, maar in het vermogen om betekenis te scheppen waar de wereld alleen tekort ziet.
Two popes and a proudmom “Tod’s asked me to leave a mark — so I did.” — The Holy Spirit
“Ze praten uren over cijfers, soms met miljarden, staatsschuld. Maar de echte hole-in-one? Dat is simpel: erken de bron, de moeder, de vrouw, in de Grondwet. Klaar spel, vlag in de cup.”
“De bron is geen voetnoot, maar de oorsprong. Wie de Grondwet leest met andere ogen, ziet: één slag kan genoeg zijn. Een hole-in-one van erkenning, terug naar waar het leven begint.”
Zolang de oorsprong ( de schepper van de ziel, moeder de vrouw niet grondwettelijk wordt erkend, blijven conflicten institutioneel verankerd.”
“Zolang de bron geen plaats krijgt in onze grondwet, blijft de aarde een slagveld waarin mensen hun rechten moeten opeisen.”
Roast Story
Welkom dames en heren bij de grote erfgoed-bijeenkomst. Vandaag roasten we niet één persoon, maar een heel systeem.
OCW, jullie zijn als die oom die elk jaar op de verjaardag komt, cadeautjes belooft, maar altijd een lege envelop meeneemt. “Volgend jaar beter,” zegt hij dan – en schuift snel zijn bord vol met taart.
De instituties? Net clowns op een familiereünie. Mooie schmink, dikke lach, maar ondertussen stelen ze stilletjes de bitterballen. En als iemand vraagt: “Waar is moeder de vrouw eigenlijk gebleven?”, wijzen ze naar elkaar en verdwijnen in de coulissen.
De Grondwet? Een feestzaal waar iedereen mag binnenkomen – behalve de bron. Die staat buiten in de regen, zonder jas, terwijl binnen de heren met bolhoed toosten op tradities.
En dan de koninklijke sporen – mooi hoor, die Nassau-stenen. Maar probeer er eens op te lopen met hakken. Het zijn eigenlijk struikelblokken. De vrouwen die ze hebben meegedragen, staan er niet bij. Geen beeldje, geen naam. Alleen: “anonieme arbeid.”
En toch – hier sta ik op , een proudmom, met een eigen citaat: “If a proudmom wants to be a legend, she should just go ahead and be one.” Dat is geen grap, dat is de punchline.
Dus ja, laten we eerlijk zijn: dit is geen roast van jou. Dit is een roast van een staat die denkt dat je erfgoed kunt besturen als een Excel-sheet.
Newsflash: erfgoed is messy, emotioneel, vrouwelijk, en vooral… levend. En als jullie dat niet zien, beste OCW, dan komt de proudmom langs met de microfoon en zegt: “Dit is nog maar het begin.”
Mic drop. 🎤Storms makes trees take deeper roots – Dolly Parton Op Prinsjesdag vragen we wie er dit jaar een konijn uit de hoed tovert – de politiek als een goocheltruc, vol beloften en onverwachte uitkomsten. Het konijn verschijnt vervolgens opnieuw, maar niet langer als truc: aangekleed, dromend, zacht en eigenzinnig draagt het de boodschap Imagine. Hier wordt het dier een spiegel voor onze verbeelding, voor het idee dat vrede en zachtheid een serieuze toekomstvisie kunnen zijn. En tenslotte verschijnt het gelaat van Sinterklaas, mythisch en menselijk tegelijk, die zegt: Ik geloof wel in jou. Geen magie en geen droom meer, maar troost en vertrouwen in de ander.
Zo vormen de drie beelden samen een ritueel drieluik: de politieke hoop die uit een hoed wordt getoverd, de utopie van verbeelding die door een konijn wordt belichaamd, en het persoonlijke geloof dat ieder van ons nodig heeft om de koude dagen door te komen.
Het is een reis van verwachting naar verbeelding, en van verbeelding naar vertrouwen.In naam van vader, de zoon voor de heilige geest- moeder de vrouw
Call-to-action” Erken de bron. Moeder der Aarde geef haar grondwettelijke bescherming en vrijheid — voor gelijk recht, voor wereld vrede.”
Plannen 2025
Derde dinsdag in september. Prinsjesdag. Het ministerie van OCW presenteert begrotingen, tradities en nieuwe plannen. Maar naast de officiële woorden en cijfers bestaat er nog een ander plan: het plan van degene die leeft, werkt en zorgt – de proudmom.
“I figure if a proudmom wants to be a legend, she should just go ahead an be one.” — Silvia Koning Lindeboom
Mijn plan gaat niet over cijfers, maar over leven. Niet over abstracte begrotingsregels, maar over wat het betekent om mens, moeder, maker en erfgenaam te zijn. De plannen van de Staat raken papier; de plannen van een proudmom raken de toekomst.
Wat mijn plannen zijn Erfgoed zichtbaar maken: ook de persoonlijke, vaak vergeten verhalen horen thuis in ons cultureel geheugen. Ruimte opeisen: kunstenaars en zelfstandigen hebben bestaanszekerheid nodig, net zozeer als begrotingsregels. Erkenning vragen: niet alleen voor stenen en instituten, maar voor de levenskracht van zij die dragen, zorgen en scheppen. Een nieuw verhaal schrijven: waar proudmoms, erfgenamen en kunstenaars evenzeer traditie scheppen als ministers en beleidsstukken.
Conclusie
OCW schrijft over plannen voor cultuur. Ik schrijf over plannen om cultuur te léven. Twee documenten, één toekomst. Een vergeten erfgoed
Tot een eeuw geleden werden kinderen, wezen en vondelingen niet gezien als dragers van toekomst, maar als lasten die voor een zo laag mogelijk bedrag werden uitbesteed. Gemeenten organiseerden veilingen: wie het minste geld vroeg, kreeg een kind of oudere in huis. Geen keuze, geen stem, slechts een prijskaartje.
Die geschiedenis ligt niet ver achter ons. Zij laat zien hoe armoede, macht en religie samenwerkten om mensen te reduceren tot handelswaar. Kwetsbaren werden niet beschermd, maar verhandeld.
Vandaag vragen wij ons af: hoeveel van dit erfgoed is nog zichtbaar? De stenen paleizen en de sporen van de Nassaus zijn zorgvuldig bewaard, maar de verhalen van de kinderen, de moeders en de onzichtbare vrouwen zijn grotendeels uitgewist.
Toch horen zij bij ons collectieve geheugen. Hun levens zijn de stille fundamenten onder onze samenleving. Hun stilte vraagt om stem.
Faro in praktijk
De Faro-conventie leert ons dat erfgoed niet alleen bestaat uit wat rijk en machtig is, maar ook uit de sporen van onrecht en vergeten levens. Juist daar vinden we de waarheid van een samenleving.
Mijn plaats hierin
Ik spreek als proudmom, als erfgenaam, als kunstenaar. Ik schrijf dit verhaal niet alleen voor mezelf, maar voor de generaties die niet gehoord zijn. Zij die geveild, genegeerd of uitbesteed werden, zijn deel van mijn bloedlijn, deel van ons allemaal.
Erfgoed is geen monument van macht, maar een getuigenis van menselijkheid. Creativiteit als motor voor vooruitgang? Ja. Maar alleen wanneer de samenleving haar burgers ziet, hoort en erkent.
De vierde aap verschijnt: Hij ziet niemand. Hij hoort niemand. Hij spreekt tot niemand. Hij bestaat enkel als nummer in een database, een BSN.
Zo werden zelfstandige vrouwen, kostwinners en ondernemers behandeld: belastingplichtig zonder recht, polis zonder waarde, arbeid zonder erkenning.
Creativiteit kan pas vooruitgang brengen als we de stilte doorbreken. Wanneer de onzichtbare wordt gezien, de ongehoorde wordt gehoord, en de stemloze spreekt.
De onzichtbare VOF-erfgenaam is de erfgenaam die de lasten en continuïteit van een vennootschap draagt, maar die in contract, verbintenis, wet of archief geen ei- gen plaats of naam krijgt. Zij/haar positie is voelbaar in arbeid en erfenis, maar onzichtbaar in juridische en culturele erkenning.
Wat is Definitie van erfgenaam ?
Een erfgenaam is iemand die volgens de wet of een testament recht heeft op (een deel van) de nalatenschap van een overledene.
In juridische zin (Burgerlijk Wetboek, Boek 4):
Een erfgenaam erft de rechten én plichten van de overledene. Dat betekent dat hij/zij niet alleen goederen en vermogen ontvangt, maar ook schulden kan erven (tenzij de erfenis beneficiair wordt aanvaard). Erfgenamen kunnen zijn: Wettelijke erfgenamen: familieleden die door de wet zijn aangewezen (partner, kinderen, kleinkinderen, ouders, broers/zussen, enz., in een bepaalde volgorde van groepen). Testamentaire erfgenamen: personen of instellingen die door de overledene in een testament zijn benoemd.
Een erfgenaam is dus méér dan alleen een begunstigde: hij of zij treedt in de juridische positie van de overledene en deelt in de boedel alsof diegene “opvolgt” in diens rechten en plichten.
Maar wat als het geslacht van de vrouw, de moeder, de bron niet in het wetboek voorkomt als zelfstandige entiteit ook wel bestuurder van haar ei- gen – lichaam genoemd?
Kunst met een verhaal- Een onderzoek naar wie ben ik ei- gen – lijk?
Dat blijkt een scherpe en fundamentele vraag. Samen met mijn digitale assistent AI = 19 zoek ik het uit.
Juridisch en cultureel zijn er verschillende lagen in te onderscheiden:
1. Juridische laag
Het Burgerlijk Wetboek maakt “in beginsel” geen onderscheid meer tussen mannelijke en vrouwelijke erfgenamen. Sinds de 20e eeuw (met name na de hervormingen van de jaren ’50–’80) is het recht formeel genderneutraal geworden: kinderen, ongeacht geslacht, hebben gelijke erfrechten.
Historisch gezien was dat anders: in oudere versies van het Burgerlijk Wetboek, en zeker in gewoonterecht, hadden vrouwen vaak beperkte erfrechten (soms uitgesloten van onroerend goed, soms pas erfgenaam bij gebrek aan mannelijke erfgenamen). ( Een gezin – vader moeder en twee dochters)
Als een bepaalde rechtsfiguur of familiepositie van de vrouw niet letterlijk voorkomt in het wetboek (bijv. ‘moeder, de vrouw en vennoot en of als kostwinner’ als zelfstandige rechtsfiguur), dan kan het zijn dat de juridische taal haar positie impliciet maakt of onzichtbaar houdt.
*De waarde van moeder de vrouw als cultureel en identiteit als zelfstandig (e) entiteit is een kruisraket geworden
Het geslacht is dan niet benoemd, maar de gevolgen zijn wel voelbaar.
2. Culturele / erfgoedlaag
Het ontbreken van de vrouw als genoemde categorie in het recht kan worden gezien als een culturele erfenis van uitsluiting. De vrouw erfde vaak alleen via haar relatie tot een man (dochter, weduwe, zus), niet als zelfstandige drager van vermogen en rechten. Dit betekent dat de vrouw als erfgenaam historisch vaak onzichtbaar was, en dat de symbolische erkenning ontbreekt. Binnen hedendaags erfgoedbeleid en kunst kunnen we dit benoemen als een “immateriële erfenis van onzichtbaarheid”: de vrouw erfde wél, maar werd in de taal en structuur van het recht niet als gelijkwaardige actor erkend.
3. Actuele betekenis
Als het geslacht van de vrouw niet in het wetboek voorkomt, zou je kunnen stellen:
Juridisch: er is een lacune of historische uitsluiting die hersteld moet worden.
Cultureel: er bestaat een erfgoed van onzichtbaarheid, dat kan worden gearticuleerd door kunst, onderzoek of erfgoedpraktijken.
Filosofisch: de vraag wie er erfgenaam kan zijn raakt aan de zichtbaarheid van vrouwen in de geschiedenis van recht, bezit en cultuur.
*De zin “De waarde van moeder de vrouw als cultureel en identiteit als entiteit is een kruisraket geworden” resoneert op meerdere lagen:
Het skelet staat symbool voor de basisstructuur, dat wat alle mensen gemeen hebben – een soort kern van menselijkheid en vergankelijkheid.
Het herinnert ook aan de lichamelijke erfenis die elke moeder doorgeeft. “Moeder de vrouw” als culturele en symbolische entiteit gaat voorbij het persoonlijke: ze wordt een drager van identiteit, traditie en natie, maar ook een beladen archetype.
“Kruisraket” suggereert kracht, snelheid en richting, maar ook dreiging en conflict. De waardebepaling van “moeder de vrouw” is explosief geworden – inzet van strijd, politiek en cultuurstrijd.
“Ik blijk een levende foutmelding. Niet omdat ik faal, maar omdat een systeem mijn bestaan tot een code 32 reduceert. Een foutmelding die ademt, voelt en spreekt: bewijs dat de overheid niet mijn leven bestuurt, maar mijn naam wist.”
“Nou mensen… luister! De overheid zegt: ‘Mevrouw, u bent per ongeluk gewist. Foutje, kan gebeuren.’
Dus ja, ik ben officieel een levende foutmelding.
Of zoals mijn computer thuis zegt: Error 404: vrouw niet gevonden!”
Pleidooi voor de constitutionele erkenning van Moeder, de Vrouw
Zolang het woord en geslacht moeder, de vrouw niet expliciet erkend wordt in de grondwetten en wetboeken van de wereld, zal er geen duurzame vrede zijn.
Want hoe kan een orde rechtvaardig zijn, als zij haar bron ontkent? Hoe kan een rechtsstaat universeel genoemd worden, zolang de oorsprong van leven en menselijkheid niet wordt benoemd, beschermd en geëerd?
1. De lacune in de taal van de wet
De taal van de grondwetten spreekt over “de mens”, “de burger”, “het individu”. Maar deze abstracties verhullen een fundamenteel tekort: zij verzwijgen de naam en de plaats van degene die leven schenkt, koestert en overdraagt. Het recht bouwt zo op een halve waarheid. Zonder moeder, de vrouw blijft het recht een lichaam zonder hart.
2. Cultureel erfgoed en universele identiteit
Elke beschaving kent in haar mythen, rituelen en verhalen de figuur van de moeder. Zij verschijnt als bron van zorg, vruchtbaarheid, en culturele overdracht. Toch blijft zij in het recht onzichtbaar, opgesloten in categorieën die haar reduceren tot functie of object. Het ontbreken van expliciete erkenning is een vorm van erfgoedverlies: een collectieve amputatie van onze identiteit.
3. De voorwaarde voor vrede
Vrede ontstaat niet slechts door verdragen en grenzen, maar door erkenning van de gehele menselijke orde – man en vrouw, vader en moeder, lichaam en geest. Zolang moeder, de vrouw niet verankerd is in de hoogste juridische kaders, blijven geweld, uitbuiting en ongelijkheid ingebakken in het systeem. Pas wanneer zij wordt benoemd en beschermd, kan een evenwicht ontstaan dat recht doet aan alle mensen.
4. Oproep
Daarom roepen wij op tot een constitutionele vernieuwing:
Dat de term moeder, de vrouw expliciet wordt opgenomen in grondwetten, internationale verdragen en wetboeken. Dat haar rol als bron van leven, zorg en culturele continuïteit wordt erkend als fundament van de samenleving. Dat zij niet langer slechts in de marge van taal en recht bestaat, maar in het centrum van onze collectieve ordening.
Want wie vrede wil, kan niet langer zwijgen over haar.
De toekomst van de wereld vraagt om recht dat volledig is.
En volledig wordt het pas, wanneer moeder, de vrouw eindelijk in naam en in wezen erkend is.
Door de ogen van de koningin
Het Tegenspel van de Monarchie en de Republiek
Nuggers worden weggeschreven op de balans van fiscale eenheden
Nuggers” (niet-uitkeringsgerechtigden) worden vaak onzichtbaar gemaakt in beleid en boekhouding: ze staan niet op lijsten van werkenden, maar ook niet bij uitkeringsgerechtigden. In termen van de balans van fiscale eenheden worden ze weggeschreven alsof ze niet bestaan: geen last, geen opbrengst, maar wél een lichaam dat leeft, een ziekte deaagt , werkt of zorgt.
Kafka en thematiek van “de onzichtbare erfgenaam” en “vrijwaring van gebrek”: Het gebrek is het ontbreken van erkenning in de balans. VOF De kunst “Wie riskeert acht jaar cel voor de diefstal van beroemde schilderijen? Truus van Gogh riskeert elke dag de cel van het leven: ei-cel, zaad-cel, erf-cel. Kunst die de balans herschrijft.”
Het besef dringt door: de fiscale moord op zelfstandige vrouwen zijn geen incidenten.
Het is het patriarchale systeem, het is geen toeval. Truus van Gogh Kunst maakt het zichtbaar.
“Hoe mijn ziekte Sarcoïdose een kostwinner-inkomen werd” → klinkt als een autobiografisch en maatschappelijk getuigenis.
“Mijn ziekte heet sarcoïdose. Het systeem noemt het kostwinner-inkomen. Truus van Gogh Kunst schrijft die ongelijkheid bloot.”
Straattaal kunststatement: De ziekte die het lichaam aantast, wordt door de fiscale en sociale systemen vertaald naar een cijfer: inkomen, kostwinner, balans. Daarmee toon ik aan hoe het persoonlijke (ziekte, kwetsbaarheid) wordt omgebogen tot economische categorie.
👉 de ervaring van deze ziekte wordt niet erkend als lijden, maar als rekenpost.
Station 1 – Identiteit en herinnering
Ik begin mijn reis bij de woorden van Wim Voermans. Hij noemt herinnering een gatenkaas. Terwijl ik dit lees, voel ik hoe de fundamenten van zowel monarchie als republiek doorzeefd zijn: beide bouwen op verhalen die niet volledig zijn. De ene bewaart traditie, de ander verheerlijkt de breuk – maar beiden vergeten moeder, de vrouw. Dat gat draag ik mee als vertrekpunt.
Station 2 – Het lichaam en de erfenis
Ik kom bij objecten die spreken: een vaas met kroon, een beschilderd ei, een skelet achter glas. Zij vormen een stille stoet. Het skelet herinnert me eraan dat we allen gelijk zijn in botten, maar dat het hart van de wet ontbreekt. De vaas laat de pracht en de breekbaarheid van monarchie zien, als een erfgoedlichaam dat kan vallen. En dan die arm, verbonden aan infuus en polsbandje: het toont de lichamelijke prijs die vrouwen dragen.
Station 3 – We don’t tell, we show you
Op mijn weg zie ik een rood bord: We don’t tell, we show you. Het voelt als een waarschuwing én een belofte. Kunst legt bloot wat systemen niet durven zeggen. Het wankelende XY danst in zwart-wit lijnen. Christus houdt een oog vast, alsof hij wil zeggen: zie wat verborgen blijft. Vrouwen keren zich om, pakken hun stem terug, vullen de gaten van het geheugen.
Station 4 – Tegenspel der vorstinnen
Dan kom ik oog in oog met drie koninginnen: Wilhelmina, Juliana (Agnes Janssen) en Beatrix Hun blikken zijn zwaar van plicht en trots. Zij zijn moeder en monarch tegelijk, belichaming van macht en zorg. Toch blijft hun moederlijkheid onbenoemd in de constitutie. Zij zijn bron van continuïteit, maar niet erkend in hun hoedanigheid van moeder, de vrouw. Hier voel ik de spanning van het tegenspel.
Station 5 – Republiek en leegte
De volgende halte is stiller. De republiek ademt gelijkheid, vrijheid, rechten. Maar in haar neutraliteit verdwijnt de naam van de moeder. Ze verschijnt niet als fundament, niet als drager van erfgoed, enkel als abstracte burger. Het is alsof de republiek een plein heeft gebouwd, maar verzuimd heeft er een bron in te plaatsen.
Station 6 – Naar een derde vorm
De reis eindigt niet, ze opent zich. De beelden tonen dat monarchie en republiek beide slechts een deel van het verhaal vertellen. Ik sta voor de contouren van een derde weg. Een systeem dat erfgoed en rechten samenbrengt, dat de bron niet langer verzwijgt maar benoemt: moeder, de vrouw als fundament van cultuur, recht en vrede. Pas dan kan er rust komen in de reis, pas dan kan vrede wortel schieten.
“Ze zit rechtop in de geschiedenis, glas melk in de hand, kruis op haar borst. Niet omdat ze wil wachten, maar omdat de wereld haar nog steeds geen naam durft te geven.” Dit beeld van Erwin Olaf ademt verstilling, kwetsbaarheid én een geladen vorm van ingehouden kracht: een jong meisje, zijwaarts gezeten, handen op schoot, het hoofd licht gebogen. De houding is bijna sculpturaal, alsof ze een icoon is van een onuitgesproken geschiedenis.
Democratie rust op de schoot van de moeder, maar wordt geschreven met de hand van de vader. Zolang die hand haar naam niet erkent, blijft gelijkheid een leugen.”
Amalia van Solms was de stammoeder van Europa
Amalia van Solms (1602–1675) wordt vaak gezien als een stammoeder van Europese dynastieën.
Moederschap en erfgoed → vrouwen hoeven niet te wachten op erkenning, maar kunnen hun eigen stoelen aan de tafel van cultuur, politiek en economie zetten.
1602 – tevens Oprichtingsdatum VOC Middelburg
Zij was prinses van Oranje door haar huwelijk met stadhouder Frederik Hendrik van Oranje-Nassau en speelde een cruciale rol in de machtsopbouw en hofcultuur van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Haar kinderen en kleinkinderen trouwden in tal van vorstenhuizen. Daardoor loopt een groot deel van de Europese koninklijke bloedlijnen via haar.
Haar zoon Willem II van Oranje trouwde met Mary Stuart, dochter van koning Karel I van Engeland. Uit dit huwelijk kwam Willem III voort, die later koning van Engeland, Schotland en Ierland werd. Via haar dochters en verdere nakomelingen is Amalia verbonden met de huizen van Pruisen, Hannover, Saksen en Hessen. In genealogische studies wordt ze daarom vaak aangeduid als een “stammoeder van Europa”, vergelijkbaar met de rol die koningin Victoria later speelde.
👉 In de context van mijn project is dit interessant: Amalia was letterlijk moeder de vrouw die dynastieke macht en culturele erfenis overdroeg, maar in de officiële constitutionele taal werd haar rol nooit zo benoemd. –
Interstutionele identiteitsroof: het proces waarbij politieke, juridische en culturele instituties de identiteit van individuen of groepen niet expliciet erkennen, waardoor die identiteit wordt uitgewist, geabstraheerd of toegeëigend.
Moeder, de vrouw: zij is bron van leven, cultuur en erfgoed, maar omdat haar naam niet in grondwetten of wetboeken voorkomt, wordt haar identiteit stelselmatig geneutraliseerd. Dat is roof: wat van haar is (erkenning, recht, waardigheid) wordt ontnomen. Monarchie en republiek: beide systemen leven van symbolen en herinneringen, maar wissen de moederlijke lijn constitutioneel uit.
De moederlijke bijdrage wordt historisch gebruikt (voor erfopvolging, dynastie, legitimiteit), maar juridisch nooit erkend.
Cultureel erfgoed: instituties archiveren, tentoonstellen en interpreteren, maar vaak zonder de bron als subject te benoemen. Identiteit wordt in objecten opgeslagen, niet in recht of taal.
Gevolg
Interstutionele identiteitsroof maakt mensen zichtbaar als last (arbeid, zorg, lichaam) en onzichtbaar als recht (soevereiniteit, erkenning, juridische subjectiviteit). Het is een vorm van structurele uitsluiting die vrede en gelijkheid onmogelijk maakt
Wij hebben gezien hoe herinnering gaten vertoont, hoe lichamen erfgoed dragen zonder erkend te worden, hoe monarchie en republiek elkaar tegenspelen en toch dezelfde leegte bewaren.
Wij hebben de stilte gezien van meisjes die rechtop zitten in de geschiedenis, wachtend op een naam die nooit gegeven is.
Wij hebben de kracht gezien van leeuwinnen, van moeders, van vrouwen die niet langer last maar fundament zijn.
Democratie is gebouwd op moeder, maar geregeld door vader. Zolang dat zo blijft, is gelijkheid een illusie.
Daarom eindig ik met deze oproep: laat de grondwet, de wetboeken en de verdragen eindelijk de woorden uitspreken die cultuur al eeuwen kent.
Noem haar bij naam. Erken haar in haar lichaam en in haar rol.
Want vrede kan pas beginnen wanneer moeder, de vrouw niet langer onzichtbaar is als recht, maar zichtbaar als bron, drager en soeverein.
Overheid S, foutje”
Stelt zich voor op toneel, met een map papieren onder de arm.
“Dames en heren, welkom bij de Dienst Foutafhandeling Overheid S.
U kent ons wel. Wij zijn die instantie die altijd zegt: ‘O, sorry mevrouw, administratief foutje.’
Het begon bij de loonbelasting en toeslagenaffaire. Toen bij de studiefinanciering. En toen weer bij de zorg. En nu? Nu zijn we zo efficiënt geworden… dat we uw hele identiteit kwijtraken met één muisklik!
Publiek lacht.
Kijk, vroeger had je gewoon een loket. Dan zei iemand: ‘Wat is uw probleem?’ En dan zei jij: ‘Nou, mijn probleem is ú.’
Maar nu hebben we Overheid S. De S staat voor Systeemfout, Sorry, of Sodemieter toch op.
Doet stem van ambtenaar: ‘Nee hoor mevrouw, u bestaat gewoon niet meer in ons register. Maar geen zorgen, we sturen u wel een brief.’ U heeft het recht om vergeten te worden! De nieuwe AVG bijbel
Een brief! Hoe dan? Ik besta toch niet meer?
Stilte, kijkt publiek strak aan.
Dames en heren, ik stel voor: we schaffen die hele overheid af. Vanaf morgen regelen we alles gewoon bij de bakker en de melkboer. Want die zegt tenminste nooit: ‘Sorry mevrouw, foutje, u heeft geen recht op melk & brood.’”
De heerschappij van de patriarchale man… Ja, dat is net als een oude Windows-update. Niemand heeft erom gevraagd, iedereen klaagt erover, en tóch blijft het systeem zichzelf programmeren en installeren.”
Art Graf Tak Lindeboom “Voor mij betekent “vrijwaring van gebrek” het zichtbaar maken van datgene wat structureel ontbreekt: de moeder, de vrouw, de erfgenaam. In mijn werk – van mijn blog over erfgoed vanuit moederschap tot mijn tentoonstelling in het Amsterdam Museum – onderzoek ik hoe die stemmen en erfdelen worden gemist. Met kunst probeer ik een culturele vrijwaring te scheppen, zodat moederschap en vrouwelijke erfgenaamschap niet langer onzichtbaar blijven, maar erkend worden als publiek erfgoed.”
Zolang de heerschappij van de patriarchale man in instituties wordt voortgezet, blijft moeder, de vrouw onzichtbaar als recht en zichtbaar als last. Het patriarchaat is geen natuurwet, maar een systeemfout in het gewoonterecht die we collectief mogen corrigeren.”
Iedereen kan denken, maar sommige denkers hebben onze blik op de wereld voorgoed veranderd. Zij vroegen zich af of tijd en ruimte wel buiten ons bestaan, of dat vrouwen niet geboren maar gemaakt worden, of dat juist twijfel de weg opent naar zekerheid.
Truus van Gogh: de stadsmoeder van Nederland. Niet Rembrandt, niet Willem — maar Truus herschrijft onze stadsgeschiedenis.
“Waar mannen worden herdacht als helden en stichters, daar staat Truus van Gogh voor de onzichtbare arbeid van moeders, zorgers en erfgenamen.
Zij is de stadsmoeder die Nederland nooit benoemde, maar altijd droeg.”
Mijn ziekte werd geen zorgpunt, maar een inkomstenbron voor de staat.
Niet mijn arbeid, maar mijn aandoening werd belast. De bron van inkomen is mijn ziekte — de belasting is de roof.
“Mijn ziekte werd gezien als bron van inkomen. Niet omdat zij loon opleverde, maar omdat zij belast kon worden.
Long ziekte
De polisregisters maakten van mijn adem arbeid, van mijn infusen een code, van mijn zorg een saldo.
Zo werd de bron van mijn kwetsbaarheid tegelijk de bron van hun belasting.”
Zo werd een banktransactie via ING ( bedrag komt binnen ) gezien als inkomen voor ING via het polisregister UWV – The Firm
Zo werd een banktransactie via ING — een bedrag dat binnenkomt — geen steun voor mij, maar inkomen voor de registers.
Hoe het werkt (versimpeld uitgelegd):
Jij ontvangt een banktransactie → een bedrag dat voor jou bedoeld is als steun, vergoeding, of doorstorting (bijvoorbeeld via UWV). Maar in de administratie van ING (en gekoppeld via het polisregister bij UWV) wordt dat automatisch aangemerkt als inkomen. Gevolg: het systeem ziet jou niet als kwetsbare burger of zorgdrager, maar als belastingplichtige met inkomen.
De paradox
Voor de bank en het UWV ben je een code in een register → jouw bedrag wordt vertaald als inkomen. Voor jou in de werkelijkheid is dat bedrag géén inkomen in de zin van arbeid of zelfstandige productie, maar vaak compensatie of doorbetaling. Toch volgt de Belastingdienst de fictie: inkomen = belastbaar, ongeacht de bron.
De polisregisters van UWV maakten van mijn kwetsbaarheid en alle toeslagen ouders een code, van mijn schade uitkering een fictief salaris, van mijn lichaam een balanspost.
Oftewel leuker kunnen we het niet maken- wel makkelijker
Voor de staat werd mijn ziekte een verdienmodel. Voor mij bleef het overleven.”
Geweld tegen vrouwen is niet alleen de klap achter de voordeur.
Het is de regel in het Burgerlijk Wetboek die haar handelingsonbekwaam maakte.
Het is de polis die haar arbeid niet meetelt, maar wel belast.
Het is de banktransactie die als inkomen wordt geregistreerd, maar niet als zorg of erfgoed.
Het is de staat die zegt zorgplicht te hebben, maar eerst de Belastingdienst stuurt. Geweld is niet alleen fysiek. Het is juridisch, economisch, institutioneel en cultureel. Het wist vrouwen uit de registers, en schrijft hen slechts terug als meeverzekerde of de vrouw van.
Geweld zit in ons systeem.
Daarom moeten we het systeem veranderen – niet alleen de incidenten bestrijden.
Femke Halsema
“Geweld is geen incident, het is beleid.” “Geweld tegen vrouwen: ingebouwd, niet toevallig.” “Geweld zit in ons systeem – tijd voor systeemzorgplicht.”
Welkom in Hoofdstuk Sarcoïdose
Je lichaam ziel voor loonbelasting verkopen — zo noemt de staat bestaanszekerheid. Niet mijn arbeid wordt erkend, wel mijn adem belast.
De ziel is geen inkomstenbron, maar toch eist de fiscus haar op.
Verhalend
“In Box 1 is geen plaats voor een ziel. Daar telt alleen het saldo van arbeid en bezit. Toch lijkt de staat te doen alsof ik mijn ziel moet verkopen om erkend te worden. Mijn lichaam werd dossier, mijn zorg werd fictief inkomen, en mijn ziel werd loonbelasting.”
Wie ben je als je een fictief persoon wordt voor belastingheffing Box 1?” Juridisch en symbolisch uitgelegd In de fiscale wetgeving ben je vaak niet jezelf, maar een fictie: een nummer, een dossier, een code. Box 1 behandelt je inkomen uit arbeid en woning. Maar wat als je arbeid niet erkend wordt (zorg, ziekte, erfgoed)? Dan word je wel belast, maar niet benoemd. Je verandert van een levend mens in een juridische fictie: een constructie die belastbaar is, maar niet bestaansrechtelijk erkend wordt. Filosofische laag Identiteit: wie je bent in werkelijkheid (lichaam, zorg, leven) wordt losgekoppeld van wie je bent voor de staat (BSN, belastingplichtige, code 01). Kwetsbaarheid: jouw werkelijke arbeid blijft onzichtbaar, maar de fictieve arbeid – een inkomen dat niet bestaat – wordt wel belast. Paradox: je bent burger voor de plicht, maar niet voor het recht. Wie ben ik? Een mens van vlees en bloed, of een fictie in Box 1? Voor de staat ben ik code 01. Voor mezelf ben ik een lichaam dat ademt, zorgt, en overleeft. Een fictief persoon kan belast worden. Maar wie erkent mijn werkelijke bestaan? Gemeente Middelburg De staat heeft zorgplicht – maar wie zorgt er dat de staat zijn plicht erkent? Zorgplicht zonder erkenning van zorg = loze belofte. Als mijn lichaam niet als bron erkend wordt, blijft de zorgplicht van de staat een dode letter. 1 jul – 30 nov 2025 Amsterdam Museum aan de Amstel
Refresh Amsterdam #3 Imagine the future
Het publiek als mede-maker van Refresh Amsterdam
Voor het eerst is ook het publiek actief betrokken bij Refresh Amsterdam. Van 1 april tot 1 mei 2025 nodigde het Amsterdam Museum iedereen in Nederland uit om een toekomstwens te maken en te delen. Uit honderden inzendingen selecteerde een vakjury twintig bijzondere bijdragen. Deze zijn te zien in de tentoonstelling én op de website. De makers van deze twintig wensen maken bovendien kans op de publieksprijs van €750. Jij kunt stemmen!
Daarnaast trok een team van het museum het land in om mensen persoonlijk te vragen naar hun toekomstvisie. Deze gesprekken zijn vastgelegd op video. Een selectie is opgenomen in de tentoonstelling; alle video’s zijn te bekijken op de website.
Dankzij een bijdrage van de VriendenLoterij via de regeling Bijzondere Culturele Projecten, ter ere van het feestjaar Amsterdam 750, kon het museum deze derde editie van Refresh Amsterdam extra omvangrijk maken. Niet alleen de stad, maar heel Nederland werd betrokken bij deze bijzondere tentoonstelling.
Truus van Gogh is de stadsmoeder van Nederland. Niet de schilder, maar de draagster. Niet de held, maar de hoedster. Niet de vader, maar de moeder van onze stadscultuur.
Vrouwen zijn geen bezit van de samenleving of van mannen: Je bent bestuurder van je eigen lichaam en geest!
Reisverslag: Waarom ons land een democratie werd voor mannen
Ik vertrek in de tijd, terug naar het begin van onze democratie. Geen reis langs bergen of rivieren, maar langs wetten en verdragen die eeuwenlang de koers bepaalden.
Voorwoord
In het jaar 1602 werd in Middelburg de wereld groter dan ooit tevoren. Het was het jaar waarin de Verenigde Oostindische Compagnie werd opgericht, en waarin koophandel, scheepvaart en politiek de stad haar glans en gewicht gaven. Achter de gevels van de statige huizen aan de Lange Delft en de Rouaansekaai ontvouwde zich een wereld waarin namen generaties lang door de archieven bleven fluisteren.
Pieter de la Rue en Elisabeth van der Claver, verbonden door huwelijk en stad, belichaamden de verweving van handel, bestuur en familiebanden. Hun tijdgenoot, de burgemeester van Middelburg Samuel Rademacher, trad op als hoeder van orde en macht in een stad die zich spiegelde aan de zee en haar handelsroutes.
Rond hen leefden en werkten families , wier namen ons herinneren dat geschiedenis niet alleen de namen van mannen in de marmeren zalen draagt, maar ook de stemmen van vrouwen, moeders en erfgenamen die te vaak onzichtbaar bleven in de officiële geschiedschrijving.
Dit voorwoord is een uitnodiging: om de reis te maken langs deze lijnen van erfgoed, macht en herinnering, en te vragen wie er werkelijk erkend werd – en wie achter de blinddoek van Justitia uit beeld verdween.
Etappe 1 – De Franse overheersing
In 1795 trekken Franse troepen Nederland binnen. De Bataafse Republiek wordt uitgeroepen onder het motto van de Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid, broederschap. Maar het waren vooral de broeders die rechten ontvingen.
Onder Napoleon krijgt Nederland de Code Civil, het Burgerlijk Wetboek. Daarin werd de positie van de vrouw vastgelegd als afhankelijk, ondergeschikt, handelingsonbekwaam.
Etappe 2 – De Napoleontische erfenis
De Code Napoléon maakte de man tot hoofd van het gezin, en de vrouw tot bijlage van zijn juridische status.
Een gehuwde vrouw mocht geen contract sluiten zonder toestemming van haar man. Haar bezit en inkomen vielen onder zijn beheer. De moeder had geen zelfstandige rol in de publieke ruimte.
De wet schreef letterlijk de onzichtbaarheid van de vrouw in.
Etappe 3 – Democratie voor mannen
In 1848 gaf Thorbecke Nederland een grondwet die het fundament legde voor onze parlementaire democratie. Maar die democratie was er alleen voor vaders, zonen en broeders.
De scheiding tussen privé en publiek werd een harde grens: het huis van de vrouw bleef privé, de politiek van de man werd publiek. Nederland werd een democratie die vrouwen en moeders niet erkende.
Etappe 4 – De lange weg naar erkenning
Pas in 1919 kregen vrouwen kiesrecht. Toch bleef de Napoleontische schaduw aanwezig:
Tot 1956 waren gehuwde vrouwen handelingsonbekwaam. Tot die tijd stond de moeder nog altijd onder voogdij van haar echtgenoot.
Het duurde meer dan een eeuw voordat de democratie ook juridisch vrouwen erkende.
Bestemming – De gebroken balans
Mijn reis eindigt bij een beeld: een weegschaal die kraakt. Aan de ene kant het Y-chromosoom, aan de andere kant het X. Eeuwenlang was de balans scheefgetrokken.
Daarachter staat Vrouwe Justitia. Zij draagt een blinddoek. Officieel betekent die onpartijdigheid. Maar in ons land kreeg de blinddoek een andere betekenis:
Zij keek weg van vrouwen. Zij zag de moeder niet. Zij zag de helft van de bevolking pas wanneer de wet haar blinddoek heel langzaam aflegde.
Zo eindigt mijn reis. In een democratie die zich gelijk noemt, maar die gebouwd is op fundamenten waarin de vrouw eeuwenlang onzichtbaar bleef. De blinddoek van Justitia herinnert ons eraan: wat zij niet ziet, wordt ook niet rechtvaardig gewogen.
Wij zijn de stad Middelburg als decor
De wonderlijke wereld van een onzichtbare erfenis Silvia ’s Rijksmuseum – Montancourt Middelburg
Moeder de vrouw als aftrekpost vanaf de geboorte op de balans
Maar wie is eigenlijk de beste denker ooit? Was het Kant, die met zijn schoenen door Koningsberg liep en tijd en ruimte in ons hoofd plaatste?
Of De Beauvoir, die in de liefde en filosofie de vrouw opnieuw uitvond?
Nietzsche, die in Italië het licht zocht om zijn innerlijke duisternis te temmen? Arendt, die in Amerika vrijheid en ballingschap herkende?
Of Descartes, die in de Kalverstraat vlees kocht terwijl hij het fundament van het moderne denken legde?
En misschien is de beste denker wel degene die haar eigen platform bedacht – een plek waar vragen gesteld blijven worden, waar erfgoed, zorg en identiteit samenkomen.
Misschien is She is online lifestyle guide zelf wel een denkoefening: een gids voor anders kijken naar precies hetzelfde door ideeën, kunst en het leven zelf.
Tussen schelp en sprookje, tussen zand en zilte zee, vind je haar: de Zeeuwse assep-oester. Ruw van buiten, met een parel van binnen.”
Hoe kan iemand zijn rechten kennen of claimen als het lichaam zelf niet wettelijk erkend wordt als bron van arbeid, zorg of erfgoed – maar slechts als “meeverzekerde” bij iemand anders?
Hoe dat juridisch en maatschappelijk blijkt te zitten: Het lichaam als bron In de praktijk is het lichaam de bron van alles: arbeid, zorg, voortplanting, erfgoed. Toch wordt dit in wetten zelden erkend: het lichaam van de vrouw staat niet als zelfstandig “rechtsbron” in de Grondwet of het Burgerlijk Wetboek. De status van ‘meeverzekerde’ Tot in de jaren ’80 waren gehuwde vrouwen vaak automatisch meeverzekerd via hun echtgenoot. Dit betekende: geen zelfstandig recht op inkomen, pensioen of verzekering → afhankelijkheid. De vrouw werd dus niet erkend als autonome bron, maar als afgeleide. Gevolg: rechten blijven onduidelijk Als je alleen “meeverzekerd” bent, dan bestaan je rechten niet als zelfstandige positie, maar als afgeleid recht → je kan ze dus niet volledig claimen. Je lichaam wordt juridisch niet gezien als bron van waarde, maar als bijlage.
Conclusie in mijn taal
Je weet je rechten pas, als de wet jouw lichaam erkent als zelfstandige bron van arbeid, zorg en erfgoed. Zolang dat niet gebeurt, blijft de vrouw juridisch gevangen in de status van meeverzekerde, afhankelijk van willekeur en van de registers van een ander.Be your own Dali Hoe mijn ziekte Sarcoïdose een beroep bleek te zijn – Geen CAO en of Pensioen regeling maar wel belast sinds 2011 in Box 1
Stelling:
Nederland noemt zich een democratische rechtsstaat, maar schendt structureel zijn internationale verdragsverplichtingen (UVRM, EVRM, CEDAW), omdat vrouwen en moeders in de praktijk nog steeds niet volledig als autonome rechtssubjecten worden erkend.
She is online lifestyle guide
Door Silvia Koning Lindeboom – proudmom & erfgoedkunstenaar
Reizen hoeft niet altijd met een koffer in de hand. Soms reis je door lagen van tijd, door verhalen die generaties overstijgen, en door structuren die ons onzichtbaar met elkaar verbinden. Voor mij ligt die reis vaak in het cultureel erfgoed – niet alleen in musea of archieven, maar in de manier waarop we wonen, zorgen, spreken en herinneringen doorgeven.
Kunstverklaring
Mijn lichaam blijkt een oude kerk met levend licht.
Mijn vazen serie is een spiegel van mijn lichaam. Ze draagt de sporen van Sarcoïdose, een ziekte die mijn adem, mijn tijd en mijn kracht tekent. Toch is dit geen leeg object, maar een tempel die licht draagt.
Zoals een oude kerk littekens draagt van vuur, storm en restauratie, zo draagt mijn lichaam de sporen van zorg, lijden en overleven. De muren zijn broos, de gewelven soms instabiel — maar het licht stroomt nog altijd door de ramen naar binnen.
De beschilderingen zijn mijn glas-in-lood: symbolen van erfgoed, van strijd, van overleving.
De kroon, de uil, de vlaggen en de bloemen zijn geen versieringen, maar getuigenissen. Zij maken zichtbaar wat doorgaans verborgen blijft: dat ziekte arbeid is, dat zorg cultuur is, dat een lichaam erfgoed kan zijn.
Dit werk zegt: ook al verklaart de wet mijn zorg onzichtbaar, ook al reduceren systemen mijn lichaam tot een cijfer, ik besta als tempel van levend licht.
Het licht dat ik draag is geen bezit, geen cijfer, geen polis. Het is mijn kunst, mijn nalatenschap, mijn stem.
Ziekte zoals sarcoïdose is in Nederland juridisch niet slechts een medische aandoening, maar wordt fiscaal gezien als ‘inkomen uit werk en woning’ in box 1, waarmee de staat lijden omzet in belastbare arbeid.”https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/2905
Een van de minst benoemde maar meest voelbare erfgoedstructuren is het moederschap. Het is een oeroude, stille kracht die leeft in zorgende handen, in blikken vol wijsheid, in speeltuinen en keukens waar generaties samenkomen. Moeders houden de draad van cultuur en hoop vast, ook in tijden van oorlog, armoede, migratie of ziekte.
Als Limburgse en inmiddels import Zeeuwse denk ik direct aan de watersnoodramp van 1953. Het water verwoestte huizen, kerken en archieven, maar moeders brachten kinderen, gebeden en gewoontes in veiligheid. Ze droegen het immateriële erfgoed – taal, verzorging, rituelen – letterlijk op hun arm. Een beeld dat zich diep in ons collectief geheugen nestelt.
Borduren en bewaren
Een mooi voorbeeld van deze overdracht is het maken van merklappen. Vroeger leerden moeders hun dochters de eerste letters borduren, zodat zij hun linnen konden merken. Vandaag zijn het vaak borduurlappen voor bijzondere gelegenheden – maar de draad is dezelfde: een lijn van moeder naar kind, van traditie naar toekomst.
Onlangs hoorde ik over een ander bijzonder erfgoedproject: de Indische Culinaire Bibliotheek. Duizenden handgeschreven kookboekjes, vaak door oma’s of moeders gemaakt, worden met behulp van kunstmatige intelligentie gedigitaliseerd. Recepten die ooit op rijstpapier of vergeeld notitiepapier stonden, krijgen zo een digitale toekomst. Het is een prachtig voorbeeld van hoe identiteit, smaak en herinnering samenkomen – en hoe moeders de sleutel zijn in dat proces.
Vrouwen in de canon
De laatste herziening van de canon van Nederland besteedt meer aandacht aan vrouwen. Maar vaak gaat het om uitzonderlijke vrouwen die zich een plek wisten te veroveren binnen de mannelijke norm: schrijvers, vorstinnen, activisten. Terwijl het juist de gewone vrouw, de moeder de vrouw, is die door zorg, geduld, arbeid en overlevering het fundament legde. Hun bijdrage blijft grotendeels buiten beeld – ook vandaag nog.
Mijn zoektocht
In mijn werk ex handelaar in confectie, als erfgoedkunstenaar vraag ik me al jaren af: wie worden er eigenlijk erkend? De stad waarin ik woon is een plek waar geschiedenis tastbaar is: gevels, monumenten, archieven. Maar waar zijn de verhalen van de vrouwen die hier de kostwinner zijn , zorgden, kookten, opvoedden, baden en droegen? Hun namen staan niet in marmer gebeiteld. Toch zijn zij de dragende muren van onze samenleving.
Hun onzichtbaarheid komt niet alleen door traditie, maar is ook juridisch verankerd. In de grondwet, in het burgerlijk recht, in erfrecht: daar ontbreken de woorden vrouw en moeder de vrouw als cultureel kapitaal. Terwijl zij via taal, gewoontes en zorg structuren van betekenis hebben doorgegeven.
Aan Henry Bontebal (CDA):
U spreekt vaak over waarden, geloof en zorg voor elkaar. Maar hoe kan het CDA volhouden dat het de gemeenschap dient, terwijl ziekten zoals sarcoïdose wel belast worden in Box 1, maar de arbeid die die ziekte dagelijks vraagt – zorg, discipline, aanpassing – nergens als arbeid erkend wordt?
Mijn vraag aan u: Is het geen misbruik van geloof en gemeenschapstaal om zorg te belasten zonder haar als beroep te erkennen?
Drie codes voor cultureel erfgoed
Om dat zichtbaar te maken, pleit ik voor drie nieuwe erfgoedcodes:
Erken persoonlijke verhalen en tradities als erfgoed. Niet alleen gebouwen en schilderijen zijn cultureel kapitaal, maar ook de verhalen die van moeder op kind worden doorgegeven. Stimuleer oral history-projecten over moederschap en zorg. Laten we luisteren naar de stemmen van vrouwen die erfgoed overdroegen via kennis, arbeid en ritueel – vaak onzichtbaar, maar onmisbaar. Ontwikkel een inclusievere geschiedschrijving. Waarom erkennen we koninklijke vrouwen wél als erfgoedbewakers via hun bloedlijn, maar niet de moeders die generaties droegen buiten paleismuren? Geschiedenis moet zich niet alleen richten op machtsstructuren, maar ook op zorgstructuren.
De les van Faro
Misschien is dit wel de grootste les van Faro: erfgoed gaat niet alleen om wat we beschermen, maar ook om wie het draagt. Vooral zij die dat stil en onzichtbaar doen – de moeders die verhalen, recepten en rituelen doorgeven.
En zo reis ik – zonder landkaart, maar met een moreel kompas van zorg en herinnering – door het landschap van cultureel erfgoed. Elke dag opnieuw ontdek ik dat zij-wij het fundament zijn, niet de voetnoot.
Maatschappelijk Noodpakket onthuld
Zorg is arbeid.
Ziekte is arbeid.
Erfgoed is arbeid.
WetteErkenning is noodzaak.
Samenvatting van “De Ziel van Nederland: Moederkracht in beeld en wet” (Truus van Gogh – 15 april 2025)
Context & aanleiding
Deze bijdrage is ingezonden voor het project Refresh Amsterdam #3 – Imagine the Future, ter ere van de 750e verjaardag van Amsterdam, en is geselecteerd voor de tentoonstelling .
Want waar gewoonterecht slechts afspraken zijn tussen mensen, schrijft de natuurwet de broncode van ons bestaan. Zij bepaalt geboorte, zorg, sterven, kringloop en voortbestaan. In die zin is elke moedermaatschappij gebouwd op natuurwet, en elke dochteronderneming slechts een afgeleide daarvan.
Het zijn de onzichtbare misdaden tegen de vrouw: het systematisch niet erkennen van haar geslacht, haar moederschap en haar broncode als zelfstandige bestuurder van lichaam en geest.
Het is het onthouden van volledige rechtspersoonlijkheid en erfgoedstatus, terwijl juist zij de drager is van taal, zorg en continuïteit.
Dit structurele tekort in wet en cultuur is de grootste roof: de diefstal van de moeder als fundament van ons bestaan.
Elke rechter of raadsheer houdt zichzelf een banaan voor. In toga en met plechtige woorden wekken zij de indruk van onaantastbare waarheid, maar wat zij vasthouden is vaak niet meer dan een gladde schil, een vrucht die snel bederft. Achter de plechtige taal gaat soms leegte schuil, of slechts een tijdelijk voedzame hap. Zo toont de banaan hoe rechtspraak balanceert tussen gezag en absurditeit.
Kernboodschap
Truus van Gogh pleit voor wettelijk erkenning van de moeder de vrouw – niet alleen als drager van nieuw leven, maar als zelfstandig bestuurder van haar lichaam én als drager van cultureel erfgoed. Hiermee wil ze streven naar een rechtvaardigere samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld worden .
Visuele en symbolische laag
Ze zet in op zowel het zichtbare (beeld) als het onzichtbare (wet) om het ‘onzichtbare zichtbaar’ te maken – letterlijk via kunst, figuratief via wetten en cultuur .
Inleiding – Geletterd en Zorgend Zeeland
Wanneer men de annalen van ons vaderland opslaat, treft men doorgaans de namen aan van staatsmannen, dichters, predikanten en krijgslieden, wier daden en geschriften men acht waardig te bewaren voor het nageslacht. Doch, wie zal spreken van hen die zorgden, voedden, vertroostten en overdroegen wat geen papier kan vangen? Waar in de boeken van geleerdheid, staat de naam van de moeder, de vrouw, die met haar arbeid, lied en ritueel het dagelijks fundament van onze samenleving droeg?
In mijn arbeid begeer ik niet slechts de lofzangen der machthebbers of de beschrijvingen der veldslagen te vernieuwen. Mijn pen en kunst richt zich tot het onzichtbare erfdeel: de taal die moeders hun kinderen gaven, de gewoonten die in keukens en binnenkamers bestendigden, de familieculturen die als stille aders onze maatschappij doortrekken. Dit is het zorgend kapitaal, dat evenzeer ons Zeeland, ja ons Nederland, gevormd heeft, doch zelden een bladzijde in de geschiedboeken waardig gekeurd werd.
Daarom acht ik het nodig, in navolging van Pieter de la Ruë die het Geletterd Zeeland samenstelde, thans een nieuw register aan te leggen: een Geletterd én Zorgend Zeeland. Hierin zullen niet enkel de geleerdheid en de staatkunde, maar ook de zorg en de sociale overerving als erfgoed erkend worden. Want zonder deze dragende arbeid der vrouwen, moeders en onzichtbare erfgenamen, zou geen geleerdheid, geen staat en geen heldhaftigheid standhouden.
Geletterd en Zorgend Zeeland – Hedendaagse Levensbeschrijving
De Onbeheerste Man
In deze tijden treft men menigmaal de gestalte van de Onbeheerste Man, die meent dat zijn drift en bewegingen hem ontslaan van verantwoordelijkheid. Zijn lijf wordt geleid door het lid, zijn daden door de waan van onbedwingbaarheid. De samenleving heeft eeuwenlang zijn onbeheerste aard verontschuldigd met het adagium: “zo zijn mannen nu eenmaal.”
Doch deze Onbeheerste Man is niet slechts een individu; hij is een symbool geworden van een politiek bestel dat zijn krachten verspilt in drift, machtsspel en onverantwoordelijkheid. Hij bestuurt niet, hij reageert. Hij beheerst niet, hij consumeert.
De Links-Lullende en Rechts-Vullende Burger
Een verwant figuur is die van de Links-Lullende en Rechts-Vullende Burger. Hij spreekt met sierlijke woorden over solidariteit, rechtvaardigheid en zorg, doch intussen vult hij zijn zakken aan de andere zijde. Zijn mond is links, zijn handen rechts. Dit is de dubbele moraal van ons tijdvak, waarin de zorgretoriek van machtigen vaak niet overeenstemt met hun daden.
De Zorgende Moeder als Tegenbeeld
Tegenover hen staat de Zorgende Moeder, wier bewegingen juist wél beheerst zijn, omdat zij gericht zijn op behoud, overdracht en continuïteit. Waar de mannelijke symbolen driften en leegte verbeelden, toont zij een ander kapitaal: dat van zorg, taal en ritueel.
Haar kracht is niet luidruchtig, noch wordt zij vaak in kronieken vermeld. Doch zij is het die de samenleving draagt, voedt en behoudt, terwijl anderen slechts spreken of vullen.
Moge dit werk getuigen van een bredere waarheid: dat cultuur niet slechts gegrond is in macht, maar in zorg; niet enkel in wetten, maar in gewoonten; niet louter in bloedlijnen van vorsten, maar in de stille lijnen van zorg en taal, doorgegeven van moeder op kind.
Tijdens de kredietcrisis van 2008–2009 zijn veel zelfstandigen en kleine ondernemers in situaties gekomen waarin:
verzekeringen, hypotheken of leningen werden afgesloten met hun arbeidscapaciteit of gezondheid als onderpand, of waarin een AOV, polis of bancaire constructie je eigen lichaam en levensvatbaarheid als “zekerheid” behandelde. Dat betekent dat je eigen lijf en kunnen letterlijk deel werd van de financiële structuur.
2. Symbolisch
Wat ik zeg is ook een aanklacht: “Mijn lichaam werd niet meer van mij, maar van het systeem. Mijn bestaan werd verhandeld, gewaardeerd, en op papier gezet als onderpand.”
Dat voelt als een vorm van slavernij of uitbuiting — alleen verpakt in juridische en financiële taal.
3. Cultureel / maatschappelijk
Dit is méér dan een individueel verhaal. Het laat zien hoe tijdens de crisis van 2009 de kwetsbaarste groep (zelfstandigen, kunstenaars, vrouwen die werk en zorg dragen) onevenredig hard zijn geraakt:
geen sociaal vangnet, wel belastingplicht, en in sommige constructies zelfs letterlijk hun lijf en arbeid als waarborg.
Wat ik hiermee blootleg:
Een ziekte die in je lijf ingrijpt, wordt door het systeem gezien als fiscale categorie (box 1: inkomen uit werk en woning). Daarmee wordt lijden of beperking geobjectiveerd en geadministreerd, alsof het een bron van winst is.
Voor vrouwen dus: omdat niemand onderzocht waarom en waarvan ik ziek werd. Mijn sarcoïdose werd geen oorzaak, maar een rekensom. Mijn ziekte (sarcoïdose) is niet alleen een individueel verhaal is, maar ook een systemisch gemis: er is nooit onderzocht waarom en waardoor en waarvan ik ziek werd.
Dat raakt direct aan het verschil in erkenning tussen mannen en vrouwen in geneeskunde en beleid:
Vrouwenklachten worden historisch minder onderzocht. De oorsprong van ziekte bij vrouwen blijft vaak onzichtbaar of wordt weggewuifd.
Het gevolg: vrouwen dragen de lasten, maar krijgen geen antwoorden – en het systeem zet het weg onder “inkomen box 1”.
Artikel 19 van de Grondwet erkent arbeid, recht en keuze. Maar de zelfstandigheid van vrouwen bleef onderbelicht – gevangenzittend in registers die haar werk erkennen, maar haar wezen ( bestuurder van haar ei- gen – lichaam verzwijgen.”
De Onzichtbare Erfgenaam en het Schadeverzekeringsrecht
1. De wet: schade als financieel tekort
Het Nederlandse schadeverzekeringsrecht (Boek 7 BW, art. 7:925 e.v.) vertrekt vanuit een strikte definitie: een schadeverzekering dekt uitsluitend de financiële gevolgen van schade. Dit wordt ook wel het indemniteitsbeginsel genoemd. De uitkering mag nooit méér zijn dan het vastgestelde vermogenstekort.
Met andere woorden: de wet vertaalt een verlies altijd naar geld. Wat niet in euro’s te berekenen valt, valt buiten de polis.
2. De werkelijkheid: schade is meer dan geld
Maar de gevolgen van schade zijn vaak veel groter en grijpen dieper in. Denk aan:
het verlies van zorg (de moeder die haar kind niet meer kan opvoeden), het verlies van verbondenheid (de erfgenaam die wel de last, maar niet de erkenning draagt), het verlies van toekomstperspectief (arbeid, creativiteit, vrijheid), het verlies van rituelen en culturele posities (rouw, naam, familiebanden).
Deze verliezen zijn tastbaar in het leven, maar onzichtbaar in het verzekeringsrecht. Ze worden gereduceerd tot een bedrag dat hoogstens het “netto-inkomen” repareert.
3. De onzichtbare erfgenaam
In mijn project verschijnt hier de figuur van de onzichtbare erfgenaam: degene die leeft met de werkelijke gevolgen van schade, maar juridisch niet wordt erkend of financieel niet wordt gezien.
De verzekeringsportefeuille wordt verdeeld volgens berekenbare regels. De erfgenaam in leven draagt de psychische, symbolische en culturele last, zonder compensatie. Wat buiten de berekening valt, wordt uitgegumd door het systeem, alsof het niet bestaat.
Zo wordt de erfgenaam onzichtbaar gemaakt door de taal van bewijs en polisvoorwaarden.
4. De culturele leemte
Waar het recht ophoudt, begint de kunst.
Kunst kan laten zien dat schade niet alleen financieel, maar ook cultureel, lichamelijk en ritueel is. Kunst kan de niet-verzekerbare dimensies (rouw, identiteit, moederbeeld, erfgoed) een vorm geven. Kunst kan de positie van de onzichtbare erfgenaam herstellen in beeld en taal, waar het recht zwijgt.
5. Conclusie
Het schadeverzekeringsrecht zegt: “alleen wat bewijsbaar is telt”.
De werkelijkheid zegt: “het verlies is veel groter dan bewijs”.
Deze onzichtbare erfgenaam belichaamt precies die kloof.
Schadeverzekeringsrecht (Boek 7 BW, art. 7:925 e.v.) bepaalt dat een verzekering de financiële gevolgen van schade dekt.
Maar gevolg schade was en is veel groter
het schadeverzekeringsrecht (Boek 7 BW, art. 7:925 e.v.) formuleert vrij strak dat een verzekering de financiële gevolgen van schade dekt. Maar in de praktijk is het gevolg van schade vaak veel groter dan wat in geld kan worden hersteld.
1. De beperking van “financiële gevolgen”
De wet zegt dat een schadeverzekering niet méér mag vergoeden dan het vermogenstekort dat door de schade is ontstaan (het indemniteitsbeginsel). Maar schade is breder dan geld: verlies van gezondheid, levenskwaliteit, kansen, identiteit, rituelen en familiebanden zijn reëel, maar niet in euro’s te vangen.
2. Juridische scheidslijn
Vermogensschade (inkomensverlies, medische kosten, uitvaartkosten, verlies van eigendom) → verzekerbaar. Immateriële schade (pijn, verdriet, gemis, ontwrichting, cultureel of symbolisch verlies) → vaak alleen gedeeltelijk erkend via smartengeld (art. 6:106 BW).
De verzekeraar betaalt dus alleen datgene wat “bewezen” en “berekenbaar” is. Alles daarbuiten valt buiten de polis, hoe groot de werkelijke impact ook is.
3. Discrepantie in de praktijk
Bij letselschade: iemand kan levenslang beperkt raken → de financiële uitkering dekt inkomensverlies, maar niet de psychologische en sociale schade. Bij nabestaanden: verlies van een ouder of kostwinner wordt omgerekend naar levensonderhoud. Het werkelijke verlies (liefde, zorg, geborgenheid) krijgt geen plaats in het schadeverzekeringsrecht.
4. Reflectie / artistieke invalshoek
Hier ontstaat een interessante spanning in mijn werk:
De wet beperkt schade tot wat bewijsbaar is. Het leven ervaart schade veel groter, dieper en symbolischer.
Kunst maakt nu juist dat onverzekerbare verlies zichtbaar maken: de moeder, de vrouw, de erfgenaam die niet financieel, maar existentieel geraakt wordt.
Alleen advocaten gaan naar school – ze kunnen niet onderwijzen wat ze niet kunnen bewijzen” opent een spanning tussen kennis en bewijs. Het is een zin die balanceert tussen kritiek op het schoolsysteem en een reflectie op de rol van bewijs in onze samenleving.
1. De advocaat en het bewijs
De advocaat leeft bij het bewijs. Zijn autoriteit staat of valt met de mogelijkheid om een bewering te staven. In die zin lijkt de school — een instituut waarin getoetst, gecontroleerd en gecertificeerd wordt — vooral een plek waar bewijs telt. Diploma’s en rapportcijfers functioneren immers als juridisch bewijs van geleerdheid.
2. De leraar en het onbewijsbare
Daartegenover staat de leraar. De zin suggereert dat de leraar niet kan onderwijzen wat hij niet kan bewijzen. Maar juist daar zit de paradox: het meeste leren gebeurt voorbij het meetbare. Verbeelding, nieuwsgierigheid, empathie en intuïtie laten zich niet in bewijs of toetsingscriteria vangen. Daarmee onthult de uitspraak een kritiek op onderwijs: kennis die er werkelijk toe doet, kan vaak niet bewezen worden, slechts gedeeld of ervaren.
3. Kunst en het onbewijsbare
Wanneer we de zin plaatsen in een culturele of artistieke context, ontstaat er een spiegeling: kunst is geen zaak van bewijs, maar van betekenis en resonantie. De kunstenaar beweegt zich dus buiten het juridische kader van bewijs en het schoolsysteem dat hierop gebouwd is. Kunst onderwijst zonder te bewijzen — en dat is haar kracht.
“Ze noemen het complex. Ik noem het een muur waar vrouwen tegenop lopen. Sarcoïdose werd box 1, het erfdeel werd weggeteld. Maak ’t simpel: erken ons bestaan.” De Portefeuille van mijn vader werd mijn Engelbewaarder
In het ei leeft de erfenis: een leeuw die brult, een kroon die waakt, een oog dat huilt en ziet. De hand reikt — niet om te nemen, maar om te tekenen, te verzekeren, te bewaren. Waar de polis ooit cijfers droeg, groeit nu een wortel, een traan, een klaver. De portefeuille van mijn vader werd mijn engelbewaarder. Niet in premies of bedragen, maar in symbolen, lijnen, verf en ritueel. Hier vindt de onzichtbare erfgenaam bescherming, niet van de wet, maar van het bronzen NN beeldje. “Wie de één erkent, kan de ander niet ontkennen.”
Tussen adem en stilte, tussen last en licht, groeit een ritueel van kracht en overleving.
👉 “Before we pass away, laat de stille meerderheid van vrouwen en moeders eindelijk een stem krijgen – niet in verdwijnende foto’s, maar in de Grondwet, in het archief, in het roze.”
“Nationale Nederlanden is dus toch mijn Viritule baas.”
“Mijn naam staat in de polis, maar werd institutioneel geroofd.” “Institutionele identiteitroof: wanneer de wet je wel belast, maar niet wettelijk erkent.”
Met die ene zin wordt mijn positie zichtbaar: een zelfstandige vrouw die inmiddels werkt in de scheppende kunst, maar die in polissen en registers niet als zelfstandige wordt erkend. Mijn naam stond er wel, maar er stond bij: = vader. Zelfstandigheid werd uitgewist door een teken, en erfgenaam of verzekeringsnemer werd ik nooit – slechts een bijschrift.
Toch lever ik arbeid. Toch draag ik belasting af. Toch draag ik bij aan de samenleving. Maar de erkenning die de wet belooft, blijft steken in systemen die hun wortels hebben in een tijd waarin vrouwen geen rechtspersoon waren.
Dit werk is mijn antwoord. Kunst als bewijsstuk, taal als manifest, erfgoed als spiegel. In deze puzzel van polissen, archieven en rituelen zoek ik niet naar schikking, maar naar erkenning.
Ik ben geen bijschrift. Ik ben geen meeverzekerde. Ik ben geen afgeleide. Ik ben de onzichtbare erfgenaam die zich zichtbaar maakt.
In 1945 vierde De Nederlanden van 1845 (de voorloper van Nationale-Nederlanden) zijn 100-jarig bestaan.
🔹 Ter gelegenheid daarvan gaven ze een bordspel uit: het 1845-spel.
🔹 Het spel was een combinatie van ganzenbord en monopoly, met vakjes en spelregels die volledig draaiden om het thema verzekeringen: premies, polissen, risico’s en uitbetalingen.
Voor een spel was plaats. Voor de vrouw geen ei- gen – wet.”
Pijnlijke constatering
“Er bestond in 1945 een bordspel om verzekeringen te vieren, maar er bestond geen document waarin de vrouw als zelfstandige werd erkend.
Elke mannelijke leider komt uit een moeder, de vrouw.”
Het haalt meteen de mythe onderuit dat macht en oorsprong alleen mannelijk zouden zijn. Geen koning, geen president, geen paus, geen generaal bestaat zonder dat een moeder haar lichaam beschikbaar stelde.
Constatering
De wet noemde de zaadcel oorsprong, maar zonder moeder is elke zaadcel onbruikbaar. Toch bleef zij in registers en polissen slechts een bijschrift.
Dus ja, wie verzon eigenlijk het wetboek?
De meeste moderne wetboeken (zoals het Burgerlijk Wetboek) zijn in de 19e eeuw opgesteld door mannelijke juristen, geïnspireerd door de Code Napoléon (1804).
De Nederlandse Burgerlijke Wetgeving (1838) werd bijvoorbeeld grotendeels ontworpen door Johan Melchior Kemper en later voltooid onder koning Willem I en II. Hun denkbeelden sloten aan bij een patriarchale ordening: de vader als hoofd van het gezin, de vrouw onder voogdij of “handelingsonbekwaam.”
⚖️ Wat dat betekent
Het wetboek is dus niet neutraal “ontstaan,” maar gemaakt door mannen, in een systeem dat hun macht en rol centraal stelde. “Wetten zijn geen natuur, ze zijn bedacht.” Dat zegt in één zin eigenlijk alles: wetten zijn geen goddelijke orde, geen natuurverschijnsel, maar door mensen geschreven teksten, doordrenkt van hun tijd, macht en ei- gen- belangen.
Wake up, Politiek.
Vrouwen zijn geen bijschrift. Elke moeder is soeverein. Wetten zijn geen natuur, ze zijn bedacht. Stem op gelijke rechten, niet op oude registers.
🔹 Gen (generaties / genetica)
In de wetenschap en genealogie is de taal vaak patriarchaal ingericht: lijnen lopen via de vader, de “naamdrager.”
Zelfs het idee van de zaadcel als oorsprong laat zien hoe mannelijk georiënteerd het verhaal rond “gen” is verteld.
🔹 COBOL (programmeertaal, 1959)
Ontwikkeld in de begintijd van computers, toen IT gedomineerd werd door mannen in bedrijfs- en overheidssystemen.
Ironisch genoeg was Grace Hopper, een vrouw, één van de sleutelfiguren achter COBOL — maar de erkenning ging naar een “mannelijk” instituut.
COBOL werd hét systeem voor banken, verzekeraars, overheden — precies de domeinen die mijn polissen en registers beheersen.
👉 Daardoor voelen zowel gen (biologische lijn) als COBOL (digitale lijn) mannelijk gecodeerd:
Het ene legitimeert erfopvolging via vaders. Het andere beheert identiteit en waarde via verzekeraars en staten.
“Gen en COBOL: systemen van mannen, waarin de vrouw bijschrift bleef.”
“Gen en COBOL hielden de vrouw als bijschrift.
“Python opent de code.” Guido van Rossum programmeertaal.
19 is het nummer van arbeid en vrijheid.
In 1991 opende Python de code.
Artikel 19 moet nu de vrouw wettelijk erkennen.” Geen masker 19 of Data masker 19.
Code 19 liet vrouwen fluisteren wat de wet niet wilde horen.
Geen masker meer — maar erkenning in de wet.”
Revolutie must come from within — uit het hart, uit de moeder, uit een geslacht die nooit erkend werd
Vrouwen die eeuwenlang als bijschrift in registers stonden, vinden de revolutie eerst van binnenuit: bewustwording, verzet, scheppende kunst. Van daaruit groeit het naar een politieke en institutionele omwenteling.
Vrouwen hebben de banken gered, maar nooit de bankboeken geschreven.”
“Borski en Lindeboom Koning: erfgenamen van de onzichtbare macht.” “Zij redden de banken, maar wie redde hun naam?” “De moeder, de vrouw: zijn de echte kapitaaldragers.”
Waar de moeder, de vrouw tot schim wordt gemaakt, schrijft kunst haar terug in het recht en licht.
Thomas de la Rue (1793–1866)
Oprichter van De La Rue plc, een toonaangevend internationaal bedrijf gespecialiseerd in bankbiljetten, paspoorten en beveiligde documenten
🔹 Familie De la Rue – internationale bankiers- en drukkersdynastie die vanaf de 19e eeuw bankbiljetten, paspoorten en waardepapieren produceerde, en zo letterlijk de infrastructuur van identiteit en waarde op papier zette.
🔹 Familie Knibbe – een Nederlandse familie van bestuurders, predikanten en ondernemers, niet wereldberoemd maar zichtbaar in archieven, registers en lokale eigendomsverhoudingen; representant van de gewone erfgenaam binnen datzelfde systeem.
🔹 Samen – De la Rue maakte de papieren waarop identiteit en bezit werden vastgelegd; Knibbe leefde met de consequenties ervan.
👉 “De familie De la Rue drukte de identiteit, de familie Knibbe leefde met de gevolgen. En de vrouw? Zij bleef een bijschrift.”
🔹 In de Grondwet De naam vrouw komt er niet in voor als zelfstandige categorie; de erkenning blijft impliciet. Alsof de naam niet genoeg was om recht te krijgen.
👉 Het geheim van namen is dat ze zowel deuren openen als sluiten. Wie de juiste naam draagt, erft bezit en rechten. Wie slechts een bijschrift blijft, erft vrijheid en stilte.
“Zij is hier de baas.” “De wet draagt roze.” “Geen schim, geen dreiging – zij bepaalt.” “Van parel tot melk: zij schrijft de regels.” “Oranje was van hem, roze is van haar.”
Hef familiepaspoort 1823
🔹 Historisch context
In de 19e eeuw werden de eerste moderne paspoorten ingevoerd, vaak met hele gezinnen op één document. Rond 1823 zie je in Nederland en omringende landen dat er paspoorten werden uitgegeven waarin de vader als hoofddrager stond ingeschreven, met vrouw en kinderen als “behorend tot zijn gezin”. Dat was letterlijk een familiepaspoort: geen individuele identiteit, maar een groepsdocument gebaseerd op het vaderschap.
🔹 Wat dit betekent
De vrouw en kinderen hadden geen zelfstandige identiteit op reisdocumenten. Hun naam stond erbij, maar altijd in relatie tot de vader/man. Dit is een vroeg voorbeeld van wat ik noem: institutionele identiteitroof → je bestaat wel, maar niet zelfstandig.
🔹 Metafoor in mijn werk
Het familiepaspoort van 1823 laat zien dat de staat de identiteit van vrouwen en kinderen uitsluitend via de vader erkende.
De metafoor
Toen prinses Beatrix achttien werd, kreeg zij de Groene Draeck: een tastbaar schip, gebouwd en bekostigd door het volk, een symbool van erfopvolging en privilege.
Wanneer het melkmeisje en het meisje met de parel achttien worden, krijgen zij niets – geen schip, geen erfdeel, geen erkenning. Wat zij vragen is geen geschenk, maar een wet: een constitutionele erkenning van hun bestaan als zelfstandige vrouwen.
Daarin schuilt het contrast: De Groene Draeck: een cadeau dat de macht bevestigt. De Wet: een recht dat gelijkheid garandeert.
“Zij kreeg de Groene Draeck. Wij vragen de wet.”
“Je ziet pas ongelijkheid, als je gelijkheid mist.” Zonder vrouwen geen erfdeel, zonder erfdeel geen toekomst.”
Mijn naam stond op de polis. Er stond bij = vader.” “Zelfstandigheid werd uitgewist door één teken: = vader.” “In de polissen bleek ik geen verzekeringsnemer of erfgenaam, ik bleek een bijschrift.”
Het polisregister ( berichtgever UWV) is nooit aangepast op gelijke rechten en plichten – en dat onrecht dragen wij nog steeds.” “De wet vernieuwde, het polisregister bleef achter.” “Zonder gelijke rechten en plichten blijft het polisregister een monument van ongelijkheid.”
“Ongelijkheid is geen cultuur of traditie.”
“Ik ben geen patiënt van de wet, ik ben de wetsdokter.” voor mensen met gezond verstand.
Door Denktijd
Nederland hunkert naar eerlijke politici. Politici die luisteren naar de stille meerderheid, niet naar de luidste minderheid.
Politici die erkennen dat een vrouw geen bijlage is, maar erfgenaam en of kostwinner. Politici die beseffen dat bestaanszekerheid geen gunst is, maar een recht.” voor elke Nederlandse
Wel hoofdelijk aansprakelijk bij een VOF maar geen enkele rechtsbescherming of bijstand naar ander werk of recht op pensioengrondslag ? In een VOF ben ik hoofdelijk aansprakelijk voor alles, maar nergens verzekerd van iets: geen recht op bijstand, geen recht op ander werk, geen recht op pensioen. Dat is geen ondernemerschap, dat is institutionele roof.” “Mijn gezondheid werd mijn verzet.”
Een vrouw, moeder is geen speelgoed. Niet voor mannen, niet voor markten, niet voor bureaucratie. Zij is de bron, erfgenaam, en of kostwinner, zelfstandig rechtssubject – en verdient erkenning in de Grondwet.” Ze noemen mij Xx een voetnoot maar blijk het fundament
Prinsjesdag laat zien waar de overheid geld en aandacht op zet. Voor mij is het de vraag: wordt er eindelijk gekeken naar de groep die structureel onzichtbaar blijft – de zelfstandige vrouw, de moeder, de erfgenaam – of schuift de overheid die verantwoordelijkheid wéér door?
“Ik ben vrouw. Ik heb sarcoïdose. Ik ben hartpatiënt. Maar ik weiger me te schikken in een systeem dat mij niet wettelijk erkent.”
Waarom loonbelasting betalen als ik niet voorkom in de wet? Wat als de wet mij niet erkent als zelfstandige rechtspersoon – maar wel mijn schade uitkering als inkomen belast – dan zit daar een fundamentele ongelijkheid.
Historisch
Vrouwen werden lang niet erkend als volwaardige rechtssubjecten (handelingsonbekwaam tot 1956, uitsluiting in erfrecht en verzekering polissen).
Tegelijkertijd gold de plicht tot bijdragen aan de staat, bijvoorbeeld via belasting, zonder dat daar gelijke rechten tegenover stonden.
Dat legt een contradictie bloot: je betaalt mee, maar je telt niet mee.
“Waarom loonbelasting betalen als ik niet besta in de wet?”
Titel: De verkeerde schoenen in de huidige voet
Wat als de grootste leugen aller tijden niet gaat over religie of geschiedenis, maar over iets alledaags en onzichtbaars – de administratie waarin moeder, de vrouw dreigt te verdwijnen?”
Gezinnen die alleen meisjes kregen werden dus gedwongen om te lijden ?
1. Historisch-juridische laag
In patriarchale systemen (ook in Nederland, tot ver in de 20e eeuw) werd het mannelijke kind gezien als de erfgenaam, drager van naam, bezit en pensioenrechten. Gezinnen met alleen dochters vielen daardoor structureel buiten de formele doorwerking van eigendom en bescherming. Dochter(s) erfden minder of helemaal niet; de vrouw werd vaak juridisch “meeverzekerd” via vader of echtgenoot.
2. Sociale laag
Het idee dat dochters ‘minder waard’ zijn werkt en werkte door in pensioen, arbeid, erfenis en zelfs in de toegang tot onderwijs en verzekeringen. Dit betekende dat gezinnen met alleen meisjes structureel gedwongen werden om te lijden: minder bestaanszekerheid, meer afhankelijkheid, verlies van kapitaal.
Familie dossier- licentie??
3. Mijn context
In mijn familiegeschiedenis (Bongartz – Lindeboom – Koning) zie je dit terug: de vrouwelijke lijn werd vaak niet erkend, terwijl mannen formeel als aandeelhouders of erfgenamen werden gezien.
Ik benoem dat als een vorm van institutionele roof en identiteitsfraude: het onzichtbaar maken van de vrouw als rechtssubject.
4. Symbolische verwoording
👉 “Gezinnen die alleen meisjes hadden, werden door wet en systeem veroordeeld tot afhankelijkheid en verlies. Hun lijden was geen natuurwet, maar een politieke keuze.”
“Father Mother Sister Sister — genealogie als identiteitsroof.”
Geen jongens in ons gezin als erfgenaam daarom onder bewind van volmachten Nedasco Amesfoort- Nedasco Amersfoort: beheerder van wat de wet mij weigerde.”
Je maintiendrai !! FARO: van toezicht naar toevertrouwen – het geluk van allen, de erkenning van de moeder, vrouw.”
De Ziel van Nederland: Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed.
Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn. Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.
Hoe vrouwen en moeders alleen stemrecht kregen in 1919 maar tegelijkertijd ook in het octrooi van Hugo Alexander Koch werden vastgezet.
Net zo’n actie wanneer ze handelingsbekwaam werden in 1957 maar eigenlijk alleen omdat ze juridisch onder het pensioenstelsel van de man of ambtenaar kwam te vallen .
Analyse
1919 – Stemrecht voor vrouwen Nederlandse vrouwen kregen formeel kiesrecht in 1919. Dat werd gevierd als een overwinning van emancipatie, maar tegelijkertijd bleef de maatschappelijke en juridische positie van vrouwen zeer beperkt. Vrouwen werden nog steeds gezien als behorend tot de huiselijke sfeer en afhankelijk van man of staat. Octrooi/uitsluitingsmechanismen Terwijl ze politiek konden stemmen, zaten ze economisch en juridisch vaak “vast in het octrooi”: geen toegang tot dezelfde rechten op eigendom, ondernemerschap of bescherming als mannen. Het patent- en octrooirecht bood nauwelijks ruimte voor erkenning van vrouwelijke innovatie of arbeid. Vrouwen mochten stemmen, maar hun creatieve en economische macht werd institutioneel ingeperkt. 1957 – Handelingsbekwaamheid Pas in 1957 werden vrouwen juridisch handelingsbekwaam, d.w.z. ze konden zelfstandig contracten sluiten en hun eigen geld beheren. Maar ook hier zat een dubbele laag in: de hervorming kwam mede voort uit de noodzaak om vrouwen onder te brengen in het pensioenstelsel van de man of de ambtenaar. Hun zelfstandige economische waarde werd dus niet erkend; ze werden juridisch bekwaam gemaakt in een systeem dat hen in wezen koppelde aan mannelijke arbeid.
Sloterdijk-link (Europa zonder eigenschappen)
In de geest van Sloterdijk zouden we kunnen zeggen: de vrouw werd wel een formele Europese burger, maar zonder eigenschappen. Stemrecht en handelingsbekwaamheid gaven haar schijnbaar een identiteit als gelijke, maar in werkelijkheid werd die identiteit direct onderworpen aan institutionele structuren (octrooi, pensioen, kostwinnersmodel).
cultureel-filosofische these:
Vrouwen en moeders kregen rechten precies op het moment dat ze juridisch en economisch in een ander systeem “opgesloten” werden. Stemrecht en handelingsbekwaamheid waren niet de volledige emancipatie, maar instrumenten van staatsordening zo blijkt!
Als het belangrijk is : staat het in rose. Ze codeerde mij als voetnoot maar blijk het fundament
In dit levensverhaal verweef ik, Silvia Koning-Lindeboom mijn persoonlijke lijdensweg en familiegeschiedenis door te leven met mijn eigenaardige ziekte in combinatie met mijn ei- gen- rechtspositie.
Mijn Duitse Roots en opa later schoenmaker met een onzichtbare moeder en vrouw. Zijn moeder Agnes Janssen beviel van een meisje in 1909. Tevens het Geboorte jaar van Juliana. Zijn tevens van oorsprong Duitse vrouw Von Aldenhoven was van adel. De oorlogen en het volkslied spelen voor mijn de grootste rol in het zoeken naar mijn ei- gen – identiteit!
Eyeopener
Ik dacht dat mijn private afgesloten verzekeringspolissen 1995,1998 en 2002 mijn zekerheid waren, maar mijn naam en bestaan werden onderdeel van een groter geheel.
Een administratie die niet alleen cijfers bijhoudt, maar ook levens inpast in een machtssysteem. Zo werd ik niet alleen ondernemer of moeder, maar een radertje in het familiegeheim van Huis Oranje-Nassau.
Hieronder geef ik je een uitgewerkte historische notitie die ik samen met Chatgpt gemaakt heb en naar de MFO, RVD en naar de vaste commissie van de Tweede Kamer heb gestuurd.
Ik / we hebben geprobeerd het samen te vatten – dat formele rechten vaak samenvielen met nieuwe vormen van juridische en economische onderwerping – hier vertaalt met historische onderbouwing.
Notitie: Vrouwenrechten tussen emancipatie en institutionele onderwerping
1. Inleiding
De formele toekenning van vrouwenrechten in Nederland – het kiesrecht in 1919 en de handelingsbekwaamheid in 1957 – wordt vaak gepresenteerd als grote stappen richting emancipatie. Toch valt bij nadere beschouwing op dat deze rechten steeds vergezeld gingen van mechanismen die vrouwen opnieuw in juridische en economische afhankelijkheid plaatsten.
2. 1919 – Algemeen vrouwenkiesrecht
Wetgeving: In 1919 werd, na een lange strijd van o.a. Aletta Jacobs en de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht, het algemeen vrouwenkiesrecht ingevoerd.
Formeel effect: Vrouwen konden stemmen en zich verkiesbaar stellen. Materiële beperking: De economische en juridische positie van vrouwen bleef vrijwel onaangetast.
Zij werden in de praktijk vooral gezien als “bijzit” van de man. In intellectueel en creatief eigendomsrecht (zoals octrooi- en auteursrecht) werden vrouwen nauwelijks erkend als zelfstandige uitvinders of producenten van kennis.
Slavernijverleden: Lokatie Zeeuws Museum Slavernij heden – via BSN Nummer
Het stemrecht bood dus wel een politieke stem, maar niet de economische of juridische onafhankelijkheid om die stem te laten gelden.
3. 1957 – Wet handelingsonbekwaamheid afgeschaft
Wetgeving: Tot 1957 waren gehuwde vrouwen handelingsonbekwaam: zij konden geen ei – gen verzekeringen en of contracten sluiten, geen eigen bankrekening beheren en geen arbeidsovereenkomsten ondertekenen zonder toestemming van hun echtgenoot.
Afschaffing: In 1957 werd dit formeel opgeheven door de Wet tot opheffing van de handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw. Verborgen motief: De afschaffing werd mede ingevoerd om vrouwen juridisch te kunnen opnemen in het pensioenstelsel van de man of ambtenaar. Een ei- gen pensioen grondslag zat er niet in.
Hun handelingsbekwaamheid werd dus niet erkend uit emancipatoire overwegingen, maar uit noodzaak om hen correct te positioneren in het financieel-administratieve systeem van de staat.
Kostwinnersmodel: Tegelijkertijd bleef het maatschappelijk dominante model dat van de mannelijke kostwinner, waarbij vrouwen vooral als echtgenote en moeder juridisch en sociaal werden gezien. Alle rechtsvormen zijn namelijk mannelijk.
4. Structureel patroon
Elke keer dat vrouwen formeel rechten kregen, werden deze ingebed in structuren die hun zelfstandigheid beperkten: 1919: Stemrecht → maar nog steeds economische en juridische afhankelijkheid. 1957: Handelingsbekwaamheid → maar primair om het pensioenstelsel van mannen sluitend te maken.
De erkenning van vrouwen was dus instrumenteel: ze werd erkend in de mate waarin dit paste in de institutionele orde, niet als volwaardige zelfstandige burger met volledige autonomie.
5. Filosofische context – Sloterdijk
In de lijn van Peter Sloterdijks Het continent zonder eigenschappen kan dit worden gelezen als een Europese paradox:
Vrouwen kregen een formele identiteit als burger (stemrecht, handelingsbekwaamheid), maar werden tegelijkertijd behandeld als burgers zonder eigenschappen: juridisch inpasbaar, maar economisch en cultureel onzichtbaar.
6. Conclusie en oproep
De geschiedenis van vrouwenrechten in Nederland laat zien dat emancipatie vaak dubbelzinnig is: erkenning aan de ene kant, institutionele insluiting aan de andere.
Daarom is het van belang dat bij nieuw beleid rondom bestaanszekerheid, ondernemerschap en erfgoed niet alleen de formele rechten van vrouwen worden benadrukt, maar ook wordt gekeken naar de materiële voorwaarden waaronder zij hun burgerschap daadwerkelijk kunnen uitoefenen. Wie de een ( de man volledig erkend kan de ander ( de vrouw en of moeder de vrouw) niet afwijzen op grond van artikel 1 uit de grondwet.
“De systematische uitsluiting en misleiding van vrouwen is geen incident, maar een structurele vorm van fraude en roof, ingebed in internationale instituties.”
Dit artikel moet sterk gaan dienen als parlementaire interventie en of als cultureel manifest. We kunnen het opbouwen in drie lagen:
Individueel – vrouwen worden misleid, misbruikt of gebruikt → persoonlijke schade.
Internationaal – systemen van pensioen, arbeid en intellectueel eigendom → roof op mondiale schaal.
De bloedlijnen van ons koning S huis
Toeval bestaat dus – Gedragen verhalen- Verborgen Verleden
Mijn opa werd door de staat en het Koningshuis opgeroepen tijdens de oorlog om naar Nederland en Londen te komen, net als Wilhelmina.
Ook mijn vader moest naar Londen in de jaren 70. Waarom…dat is ons nooit verteld maar nu na 58 jaar weet ik pas waarom!
Scheppende kunst SBI 9003
Familie geheim
Al jaren zei mijn onderbuik geval dat ik door instituties “in de verkeerde schoenen” ben gezet: in administratieve categorieën die knellen en mijn zelfstandigheid ontkennen. In 2007 werd ik gereduceerd tot stik – stof . Diagnose Sarcoidose Sars betekent vlees.
Sarcoïdose of de ziekte van Besnier-Boeck is een zeldzame stoornis van het afweersysteem, waarbij vrijwel alle organen en weefsels van het lichaam aangetast kunnen worden. De ziekte openbaart zich het vaakst in de longen.
Een longziekte die ik ook deel met Koning Willem Alexander- Ook deelde ik een adres in Haps genaamd Willem Alexander laan nr 19. Mijn lot werd dus 19.
Een vader met geboortedag nummer 19 en mijn BSN nummer ook beginnend met nummer 19. Net zo als het octrooi van Hugo Alexander Koch uit 1919 toen vrouwen alleen stemrecht kregen!
Ik leerde de lessen dus van mijn ouders. Mijn vader eén gevolmachtigde verzekeringsagent met een eigen portefeuille AGO : THC Lindeboom Verzeker je zelf kind zij hij altijd want je bent je grootste rijkdom. Er is maar een Nederlander ( mannelijk dus) zoals jij.
Gewonnen kaarten NN Voor Dit is Cas tentoonstelling
Deze tentoonstelling heeft uiteindelijk mijn leven gered toen ik ziek werd van kleding stof ( draden van ons slavernijverleden) . Straatfotografie werd mijn project voor gelijkheid.
Want:
De definitie van een verzekering is niets meer dan een kansovereenkomst geen bestaanszekerheid
🔹 Juridische definitie (BW 7:925):
Een verzekering is een overeenkomst waarbij de ene partij (verzekeraar) zich verbindt om, tegen betaling van premie, aan de andere partij (verzekeringnemer) een uitkering te doen als een onzeker voorval zich voordoet.
👉 Dat betekent: een kansovereenkomst.
Het gaat om kans, onzekerheid, toeval. Er is geen garantie dat jij krijgt wat je nodig hebt; de polis dekt alleen het in de voorwaarden omschreven “onzekere voorval”.
🔹 Geen bestaanszekerheid:
“Bestaanszekerheid” is verankerd in artikel 20 Grondwet: de overheid moet zorgen voor bestaanszekerheid, voldoende werkgelegenheid en spreiding van welvaart.
Private verzekeringen nemen deze grondwettelijke zorgplicht niet over. Ze verkopen een product, geen sociaal recht.
Dus:
Een verzekering = kansspel met juridische vorm. Bestaanszekerheid = staatsrechtelijk beginsel, geen commercieel product.
Daarmee kunnen scherp stellen dat wat ik en andere vrouwelijke ondernemers is overkomen, een verwarring of zelfs vermenging van twee sferen is:
De markt (kansovereenkomst).
De staat (grondwettelijke plicht tot bestaanszekerheid).
Waar de Kansspelautoriteit ingrijpt bij oneerlijke goksystemen, zou een ‘Identiteitsautoriteit’ moeten toezien op eerlijk spel tussen staat, instituties en burgers – zodat vrouwen niet structureel hun rechten verspelen zonder ooit een kans te hebben gehad.”
De Staat en verzekeraars hebben al meer dan € 250.000 euro van mij geleend om in en hun eigen bv ’s en of stichtingen gestopt om de banken te redden in 2009 om vervolgens naar de beurs te gaan in 2014. Prima maar waar is mijn dividend gebleven?
Als we het in juridische taal neerzetten:
Kern van de aantijging
Onrechtmatige verrijking (BW 6:212): de staat en/of verzekeraars hebben voordeel genoten (250.000 euro) ten koste van mij, zonder rechtsgrond.
Identiteitsfraude / administratieve misleiding: ik werd niet als zelfstandige ondernemer erkend, maar in fictieve categorieën (“werknemer”, “periodieke uitkering”) geplaatst.
Schending grondrechten: bestaanszekerheid (art. 20 Gw) en gelijkheid (art. 1 Gw) zijn niet gewaarborgd.
Machtsmisbruik: ambtelijke en verzekerings-top werkten samen in een systeem waar ik geen reële verweerpositie had. Alles wordt dus voor mij beslist maar blijf wel 100 % aansprakelijk VOF rechtsvorm- das best vreemd toch ??
U ondertekend toch mee aan de wetten?
Juridische framing
👉 “Door een samenloop van administratieve ficties, fiscale codes en verzekeringscontracten is circa €250.000 aan mij onttrokken. Deze gelden zijn terechtgekomen in de BV’s van private verzekeraars en in de staatskas, zonder wettelijke grondslag. Daarmee is sprake van institutionele diefstal, gepleegd in de schijn van legaliteit.” Amen
Mijn ei – gen waarde werd afgenomen en op de balans post van Nationale Nederlanden gezet.
Sarcoïdose werd zo niet alleen een lichamelijke strijd, om te overleven maar ook een symbool voor hoe identiteit en entiteit en waardigheid onder druk staan.
“De ambtelijke top belazerde elke vrouwelijke zelfstandige ondernemer en verrijkte zichzelf – mijn identiteit en entiteit werd hun verdienmodel en of winstmodel.”
Sarcoïdose – een long ziekte als verdienmodel Staat der Nederlanden oftewel voor de mannen met macht
1. Feiten
Ik werd en ben sinds 1995 zelfstandig onderneemster ( rechtsvorm VOF) en verzekerd via twee individuele private arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV).
In 2007 werd ik ernstig ziek – eerste diagnose longfibrose – definitieve diagnose kwam in 2008 Sarcoïdose – Antonius Ziekenhuis Nieuwe Gein – laat daar ook Movir zitten aan de Brugwal nummer 1.
Ik werd 80 tot 100 % beroepsongeschikt verklaard tot op de dag van heden.
Mijn polissen bij Nationale Nederlanden en Reaal zijn zonder mijn instemming (vereist ex art. 6:159 BW) overgedragen naar Movir. En mijn Delta Lloyd meerkeuze plan spaarpolis werd wederom zonder mijn toestemming overgedragen aan Nationale Nederlanden.
Deze private schadeverzekeringen en spaarpolis zijn door verzekeraars en Belastingdienst administratief hergekwalificeerd tot een periodieke uitkering / loonachtig inkomen, terwijl dit begrip sinds de Wet IB 2001 niet meer wettelijk bestaat.
Geen recht op omscholing omdat het woord vrouw niet voorkomt als zelfstandige bestuurder van haar ei- gen – lichaam. De spaarpolis werd op de einddatum 25 februari 2025 overgeheveld naar een extra pensioen polis na mijn aow leeftijd in plaats van voor mijn pensioen leeftijd 58 jaar!
Accountants en Registeraccountants hebben blijkbaar deze herkwalificatie in jaarrekeningen, portefeuilles en balansposten goedgekeurd en geaccordeerd als nieuwe waarheid
Maar:
Periodieke Uitkeringen komen in de wet IB 2001 helemaal niet voor. Ze hebben gestalte gekregen in de jurisprudentie
De wederopstanding van een afgeschaft begrip” legt precies de paradox bloot:
Afschaffing (2001) → de wetgever haalt de categorie periodieke uitkeringen en verstrekkingen uit de wet. Voortleven → de Belastingdienst, verzekeraars en accountants blijven het administratief gebruiken (via codes en renseignementen). Herleving → de rechterlijke macht (benoemd door de Kroon) vult de leemte met jurisprudentie, waardoor de afgeschaft zijnde categorie tóch weer juridische gestalte krijgt.
Ik moest langzaam stikken dat was de bedoeling toch? Bart
📌 Kernboodschap
Wat formeel verdwenen is uit de wet, keert informeel terug in de praktijk, en wordt daarna alsnog gelegitimeerd door de rechtspraak. Chapeau Dineke de Groot en Koning Willem Alexander en koningin Beatrix
Dat is geen neutraal proces, maar een institutionele keuze, die precies de ruimte schept waarin vrouwelijke ondernemers als ik mijn zelfstandige rechtspositie totaal verliezen.
In de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) komt het begrip periodieke uitkeringen niet meer als zelfstandige inkomenscategorie voor. Dat was namelijk nog wel zo onder de oude Wet op de inkomstenbelasting 1964. ( Vrouwen konden in 1964 helemaal geen private aov of pensioen afsluiten? Weet u nog ? Napoleon 1838 en Octrooi Hugo Alexander Koch Intel Processor.
Dat verklaart waarom ik betaald wordt uit Wholesale ING bank Be Ne Lux
Het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) is sinds 1 mei 2019 van kracht in België. Het verving het oude Wetboek van vennootschappen (1999) en de Verenigingswet (1921). Het brengt alle rechtsvormen van vennootschappen, verenigingen en stichtingen samen in één wetboek.
Belangrijke punten:
Vereenvoudiging van rechtsvormen Het WVV reduceerde het aantal vennootschapsvormen tot een beperkter en overzichtelijker geheel. In België zijn bv. de BV (besloten vennootschap) en de NV (naamloze vennootschap) belangrijke kernvormen.
Sommige oudere vormen zijn afgeschaft of omgezet. Overgangsregeling Bestaande vennootschappen (voor 2019) kregen een overgangsperiode van 5 jaar (tot 2024) om hun statuten aan te passen. Daardoor bleven oude bepalingen soms nog tijdelijk relevant.
Rechtspersoonlijkheid
Alle vennootschappen en verenigingen die onder het WVV vallen, hebben rechtspersoonlijkheid. Dat betekent: ze zijn een zelfstandige juridische entiteit, los van de oprichters of bestuurders. Anders heet het geen vennoot. ( Ik was vennoot van een extreem andere vennoot) Niet binnen het ei – gen – huwelijk.
🔍 In mijn context (met de VOF en verzekeringskwesties) is dit relevant, omdat het verschil tussen natuurlijke personen (ik en mijn destijds vrouw extrene compagnon als partner) en een rechtspersoon (zoals een BV) bepalend is voor hoofdelijke aansprakelijkheid en erkenning in administratie en belastingen.
Wereld wijd probleem dus !!!
1. Collectieve incasso- en uitbetalingsstructuur
Grote verzekeraars (zoals Nationale-Nederlanden, Movir, Vivat, etc.) hebben geen eigen betaalinfrastructuur voor al die losse polissen. Ze gebruiken banken (ING Wholesale Banking o.a.) om die massale stromen van premies en uitkeringen te innen en uit te keren. Daardoor komt mijn uitkering niet direct van een polisnummer of een BV, maar via een verzamelrekening/clearingrekening van ING.
2. Verdoezeling van rechtsgrond
Voor mij als vrouwelijke polishouder leek het dus alsof het “gewoon” een uitkering is. Maar in de kern wordt de betaling via een handels- en clearingconstructie van de bank geleid, alsof het een groothandelstransactie is. Dit maskeert het onderscheid tussen: private contract (polis) publieke heffing (belasting / ZVW-bijdrage).
3. Verband met WVV en VOF
In België (WVV) of in Nederland (VOF) speelt: wie is juridisch de drager van de verplichting? Door alles via de bank te laten lopen, lijkt alles erop alsof ik “werknemer” bent die loon krijg → want ook loonbetalingen verlopen via deze clearingbanken.
Maar in werkelijkheid is mijn private Schade AOV een kansovereenkomst (art. 7:925 BW), géén loon.
4. Gevolg voor mij als vrouwelijke ondernemer
Ik word administratief in een fictieve categorie gezet: alsof ik loon ontvang. Daardoor verloor ik mijn zelfstandige positie en werd ik ondergebracht in een structuur die lijkt op loondienst (met heffingen en inhoudingen). Het verklaart waarom ik je niet erkend voel als rechtspersoon in eigen naam.
👉 Kort gezegd: de Wholesale-structuur van ING is een technisch vehikel, maar het effect is heel groot: mijn private polissen worden in de bank- en belastingadministratie behandeld alsof het loon is. Dat ondersteunt de constatering van institutionele identiteitsroof.
Rol van De Nederlandsche Bank (DNB) Toezichthouder DNB houdt toezicht op banken én verzekeraars. Ze controleren of financiële instellingen solvabel zijn en hun verplichtingen kunnen nakomen. Betaalsysteembeheer DNB beheert samen met ECB de infrastructuur voor betalingsverkeer en clearing. Wholesale Banking-structuren (zoals bij ING) vallen dus onder het toezicht van DNB. Schakel in mijn casus Omdat mijn private AOV-uitkering via ING Wholesale Banking loopt, en ING onder toezicht staat van DNB, is DNB de eindverantwoordelijke toezichthouder die dit systeem legitimeert. Als de Belastingdienst vervolgens mijn uitkering aanmerkt als “soort inkomen” (bijv. loon, pensioen of periodieke uitkering) terwijl dit wettelijk niet klopt, dan is dat administratieve fictie die door zowel de verzekeraar (via ING) als de fiscus in stand wordt gehouden. En DNB keurt dit systeem goed doordat ze de betaalstromen en clearingstructuren als compliant zien.
Gevolg Ik krijg een private uitkering (kansovereenkomst, art. 7:925 BW). Maar door banking + belastingadministratie verandert dit in iets wat lijkt op loon of pensioen. Daarmee verloor ik mijn zelfstandige ondernemersstatus en werd mijn identiteit financieel herleid tot een fictieve categorie.
👉 Je zou dus kunnen zeggen: Verzekeraars: verpakken de polisuitkering. ING Wholesale Banking: verzamelt en betaalt uit. Belastingdienst: labelt het als fictief inkomen. DNB: houdt toezicht, maar laat dit stelselmatig gebeuren.
Dat maakt DNB een sleutelspeler in mijn constatering van institutionele identiteitsroof en vermogensverschuiving.Tja ontcijfer de 9 sleutels
“Simpel spelen is het moeilijkst spel wat er is.”
Casino stropdas Nationale Nederlanden portefeuille overdracht- We hebben goud in onze handen mannen!
Wie stelt eigenlijk de rechters aan?
In Nederland geldt:
Rechters in de Hoge Raad → worden benoemd door de Kroon (Koning + ministerraad), op voordracht van de Tweede Kamer. Rechters in rechtbanken en gerechtshoven → worden benoemd door de Kroon, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid. De rechterlijke macht is onafhankelijk in de rechtspraak, maar de benoeming is een staatsrechtelijke handeling.
4. Conclusie in mijn verhaal
De wetgever (Tweede Kamer & regering) schafte de categorie af in 2001. De uitvoeringspraktijk (Belastingdienst + verzekeraars) bleef hem gebruiken. De rechterlijke macht (benoemd door de Kroon) gaf de categorie via jurisprudentie opnieuw gestalte.
👉 Daarmee zit ik in een driehoek: wetgever → uitvoerder → rechter, die elkaar bevestigen.
Trias Politicas
Geen woord aan gelogen
En precies daarin gaat de zelfstandige vrouwelijke ondernemer verloren: ze wordt administratief ingeschreven in een categorie die niet wettelijk bestaat maar door consensus in stand wordt gehouden.
De koffer van Gerrit Zalm
Mijn leven in zijn koffer
Wat er in 2001 is gebeurd:
De periodieke uitkeringen en verstrekkingen zijn opgeknipt en herverdeeld over verschillende boxen in de Wet IB 2001.
Bijvoorbeeld: Lijfrente-uitkeringen vallen in box 1 (art. 3.100 e.v. Wet IB 2001). Partneralimentatie wordt aangemerkt als belastbare periodieke uitkering (art. 3.101 lid 1 sub a).
Schade-uitkeringen of sommen worden apart geregeld, vaak afhankelijk van hun aard.
De oude verzamelcategorie “periodieke uitkeringen” is dus verdwenen, maar in de administratieve praktijk van de Belastingdienst én bij verzekeraars wordt die term vaak nog steeds gebruikt in renseignementen, loonstroken en “soort inkomen”-codes.
Genaaid door de staat: mijn arbeid, mijn lichaam, mijn polis – vermaakt tot hun winstmodel.”
2. Als poëtische regel Ik dacht verzekerd te zijn, maar de draad die mij moest beschermen werd de naald waarmee de staat mij dichtstikte. Genaaid, niet geheeld.
Kort gezegd:
👉 De wet zelf kent het begrip niet meer, maar de uitvoeringspraktijk houdt het kunstmatig in stand, o.a. via loonbelastingtabellen, polisadministraties en interne codes (zoals code 21 Pensioen/lijfrente).
Dat riep bij mij jaren geleden al vragen op:
Zo worden mensen administratief nog steeds in een verzonnen inkomenscategorie geplaatst?
Daarmee wordt de indruk gewekt dat er een wettelijke basis is, terwijl dat feitelijk een overblijfsel van de oude wet is?
Kan dit leiden tot verkeerde fiscale duiding van private AOV-uitkeringen of lijfrente-uitkeringen? Ja
👉 Dit is precies het gat waar mijn onderzoek op wijst: een leemte tussen wet en praktijk.
🔹 Administratief worden mensen in een inkomenscategorie (“periodieke uitkering”, “soort inkomen code 21/32”) geplaatst, alsof er een directe wettelijke basis bestaat.
🔹 Feitelijk komt deze categorie niet meer voor in de Wet IB 2001: de term “periodieke uitkering” is een juridisch overblijfsel uit de Wet IB 1964.
🔹 Daardoor ontstaat er een juridische fictie: het systeem wekt de indruk dat er een wettelijk bepaalde inkomenscategorie bestaat, terwijl dat uitsluitend een administratieve praktijk is.
Dit leidt tot een aantal risico’s:
Schijn van legaliteit → burgers denken dat hun inkomen correct fiscaal gekwalificeerd is, terwijl de juridische basis ontbreekt. Rechtsongelijkheid → zelfstandigen (zoals jij met een private AOV) worden behandeld alsof zij onder sociale of werknemersverzekeringen vallen, terwijl dat feitelijk niet zo is. Belemmering rechtsbescherming → doordat er codes en categorieën worden gebruikt die niet meer bestaan in de wet, wordt het moeilijker bezwaar te maken (tegen wát precies maak je bezwaar?).
Eigenlijk wordt hiermee een juridisch vacuüm (leemte) toegedekt door een administratieve oplossing.
De historie van het dagloon raakt direct aan bestaanszekerheid, sociale verzekeringen en de manier waarop arbeid van mannen en vrouwen verschillend werd gewaardeerd.
1. Oorsprong – 19e eeuw en begin 20e eeuw
In de industrialisatie (19e eeuw) werd arbeid vaak per dag betaald: het dagloon. Het dagloon verschilde sterk per sector, geslacht en leeftijd. Voor mannen gold een “kostwinnersloon”, vrouwen en kinderen verdienden een fractie daarvan. Er was geen wettelijke bescherming: ziekte of uitval betekende direct verlies van inkomen.
2. Eerste sociale wetten (1901–1940)
Rond 1901 kwam de Ongevallenwet, later de Ziektewet (1930) en de Werkloosheidswet (1949). Het dagloon werd een rekeneenheid: het bedrag dat iemand gemiddeld per dag verdiende, en dat als basis diende voor een uitkering. Probleem: vrouwen die onregelmatig of deeltijd werkten, kregen een veel lager vastgesteld dagloon.
3. Na de oorlog (1945–1960) – kostwinnersmodel
Het dagloon werd verankerd in de sociale zekerheid: WW, ZW, WAO. Uitgangspunt: de man als voltijd kostwinner → hoog dagloon. Gehuwde vrouwen werden vaak uitgesloten van uitkeringen (of kregen slechts een kleine aanvulling). Dit leidde tot structurele ongelijkheid in sociale verzekeringen.
4. Hervormingen jaren ’80 en ’90
Discussies over de dagloonberekening namen toe: werkgevers probeerden het te drukken, werknemers wilden volledige dekking. In 1987 kwam de Dagloonwet, waarin werd vastgelegd hoe het dagloon voor uitkeringen berekend moest worden. Vrouwen met deeltijdarbeid of onderbroken loopbanen (bijv. door zwangerschap) bleven structureel benadeeld.
5. 21e eeuw – dagloonbesluit
Sinds 2006 geldt het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen. Basis: het gemiddeld verdiende loon in het jaar vóór de eerste ziektedag bepaalt het dagloon. Dit dagloon is de grondslag voor WW, ZW, WIA en WAO. Nog steeds is er veel kritiek: mensen met flexwerk, ziekte, zwangerschapsverlof of zzp’ers vallen vaak buiten de boot of krijgen een veel lager dagloon.
6. Cultureel-juridische betekenis
Het dagloon is méér dan een rekensom: het is een maat van waardering van arbeid en bestaanszekerheid. Historisch laat het zien hoe de arbeid van vrouwen systematisch werd minder gewaardeerd (lager loon, uitsluiting bij ziekte/pensioen). Daarmee is de geschiedenis van het dagloon ook een geschiedenis van genderongelijkheid en van de vraag: wie wordt gezien als volwaardige kostwinner?
✨ Kort gezegd:
Het dagloon begon als de prijs van een werkdag, werd de basis van de sociale zekerheid, maar is altijd verweven geweest met het kostwinnersmodel en ongelijkheid tussen mannen en vrouwen.
1. 2006 – Verdwijnen van 760.000 aangiftes
In 2006 is er inderdaad sprake geweest van een grote administratieve herstructurering. Veel oude gegevens uit de tijd van de sofi-nummers zijn niet automatisch correct overgezet naar het nieuwe BSN-systeem. Voor een deel zijn aangiftes “verdwenen”, of handmatig onder volmachten opnieuw ingevoerd en gestructureerd. Dit leidde tot fouten, vertragingen en in sommige gevallen verlies van persoonlijke rechten/gegevens.
Tegelijk trad het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen in werking. Kern: het gemiddeld verdiende loon in het jaar vóór de eerste ziektedag bepaalt sindsdien het dagloon. Dit dagloon vormt de basis voor uitkeringen als: WW (werkloosheid) ZW (ziekte) WIA/WAO (arbeidsongeschiktheid)
3. Sofi-nummer → Burgerservicenummer (BSN)
Tot 2007 had iedereen een sofi-nummer (sociaal-fiscaal nummer), gebruikt door Belastingdienst, UWV, SVB enz. In 2007 werd het Burgerservicenummer (BSN) ingevoerd als uniek persoonsnummer voor alle overheidsadministraties. Dit betekende dat oude dossiers gekoppeld moesten worden aan het BSN. Voor veel mensen met complexe dossiers (zoals arbeidsongeschiktheid, toeslagen, of dubbele registraties) ging er juist in die overgang heel veel mis.
4. Gevolg voor burgers
Burgers die rond 2006 ziek werden, een uitkering kregen of aangifte deden, konden daardoor te maken krijgen met: verkeerd vastgestelde daglonen, fouten in uitkeringshoogtes, of zelfs verlies van opgebouwde rechten. Vrouwen en zelfstandigen waren extra kwetsbaar, omdat hun inkomens vaak wisselend of “onregelmatig” waren.
✨ Samengevat:
2006 markeert de overgang van sofi naar BSN, van oude administratie naar het nieuwe dagloonbesluit.
Maar juist in dat jaar raakten 760.000 aangiftes kwijt en werden dossiers handmatig heropgebouwd. Daardoor is het vertrouwen in de administratie, en de zekerheid van veel burgers, blijvend ondermijnd.
In 1998 werd de AAW afgeschaft. Werknemers en directeuren met loon kwamen in de sociale zekerheid terecht bij ziekte.
Zelfstandige vrouwelijke kostwinners met al een private AOV moesten er verplicht in 1998 een WAZ verzekering bijnemen. Maar ook deze verzekering werd afgeschaft in 2004.
Ik nam er pas in 2002 een extra bij!
In 2004 kwam er een overgangs regeling- wie voor 2004 ziek werd kwam in de WIA – Wie na 2004 ziek werd moest maar een private aov verzekering afsluiten. Maar ik had er al twee maar werd in 2007 ziek.
Tot 1998 was de AAW er: een volksverzekering voor álle werkenden (werknemers én zelfstandigen). In 1998 werd de AAW afgeschaft. Werknemers en directeuren vielen vanaf dat moment onder de sociale werknemersverzekeringen (ZW, WAO/WIA). Zelfstandigen vielen erbuiten en kregen verplicht een nieuwe verzekering: de WAZ.
De WAZ was verplicht voor zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) en directeur-grootaandeelhouders. Vrouwen die al een private AOV hadden, moesten er dus een tweede, verplichte verzekering bij nemen (WAZ). Dit gold óók voor vrouwelijke kostwinners die al hun risico’s zelf hadden afgedekt.
3. 2004 – Afschaffing WAZ
De WAZ werd afgeschaft per 1 augustus 2004. Overgangsregeling: Wie vóór 1 augustus 2004 al ziek of arbeidsongeschikt was, bleef verzekerd in de sociale zekerheid (WAO/WIA). Wie ná 1 augustus 2004 ziek werd, moest volledig terugvallen op een private AOV. Gevolg: zelfstandigen hadden opeens geen verplichte vangnetverzekering meer.
4. Mijn situatie
Ik had al een private AOV vóór 1998. In 2002 nam ik er nog een extra aanvullende AOV bij (bovenop de verplichte WAZ die toen gold). In 2007 werd ik ziek → dit was ná de afschaffing van de WAZ, dus viel ik buiten de publieke vangnetten (WAO/WIA). Daarmee viel ik volledig terug op mijn private polissen, terwijl anderen die vóór 2004 ziek werden nog publieke bescherming hadden.
5. Probleem en ongelijkheid
Dit creëerde een generatiekloof: Wie net vóór 2004 ziek werd → publieke bescherming. Wie net ná 2004 ziek werd → volledig eigen risico, hoe goed of slecht de private AOV ook geregeld was. Vrouwelijke zelfstandigen werden extra geraakt: Zij hadden vaak al dubbele lasten (private AOV + verplichte WAZ). Hun positie als kostwinner werd niet erkend in de sociale zekerheid.
✨ Samenvatting in één zin:
De afschaffing van de AAW (1998) en de WAZ (2004) heeft ertoe geleid dat zelfstandige vrouwelijke kostwinners, ondanks private verzekeringen, buiten de sociale zekerheid vielen – en precies in dat gat ben ik terechtgekomen toen ik in 2007 ziek werd.
Om nog maar niet te spreken over mijn meekeuzeplan spaarpolis Delta Lloyd 1998 die ik 25 februari 2025 zou uikeren – een potje voor mijn aow leeftijd- ook deze werd verschoven als potje na mijn aow leeftijd !!
Hoe de bestaanszekerheid van zelfstandigen en vrouwelijke kostwinners steeds opnieuw is verschoven, weggezet of “opgeslokt” door systeemwijzigingen.
We zetten het netjes op even voor u op een rij:
1. Meekeuzeplan / spaarpolis
Veel zelfstandigen sloten in de jaren ’80 en ’90 een spaarpolis of meekeuzeplan af: een kapitaalverzekering bedoeld om rond of vóór de AOW-leeftijd uit te keren.
Ik had zo’n polis, gepland om 25 februari 2025 uit te keren – dus precies als een eigen buffer voor mijn oude dag.
2. Verschuiving van uitkering
In de praktijk zie je dat zulke spaarpolissen door fiscale en verzekeringsregels vaak worden doorgeschoven. Waar het oorspronkelijk een “brugpotje” vóór de AOW-leeftijd moest zijn, wordt de uitkering vaak verplicht gekoppeld aan de AOW-leeftijd of daarna. Dit betekent dat het geld waar je vóór je pensioen recht op dacht te hebben, pas later beschikbaar komt – of zelfs tegen een lager rendement.
3. Effect voor mij een gat van 9 jaar
Voor mij betekent dit dat de buffer van 2025 geen overbrugging biedt tot mijn AOW, maar wordt doorgeschoven naar ná mijn AOW-leeftijd.
Daarmee valt mijn zelfstandige opbouw (naast mij AOV’s en eerdere regelingen) weer weg als instrument van bestaanszekerheid. Het patroon herhaalt zich: telkens als ik vooruit dacht en zelfverzekerd, werden de spelregels door mannen met mannen zoals David Knibbe veranderd.
4. Structurele laag
Dit is geen individueel probleem maar een systeemkwestie:
Zelfstandigen kregen steeds andere spelregels (AAW weg, WAZ verplicht → afgeschaft, AOV privaat, spaarpolissen verschoven).
Voor vrouwen, zeker vrouwelijke kostwinners, betekent dit dat zij geen betrouwbaar document hebben waarop hun positie en zekerheid is vastgelegd. Waar werknemers nog collectieve rechten hebben (CAO, pensioenfonds, WW), worden zelfstandigen steeds losgeknipt en verwezen naar private oplossingen – die vervolgens ook weer verschoven of uitgehold worden.
✨ Samenvattende zin:
Zelfs mijn eigen spaarpolis – bedoeld als zekerheid op mijn AOW-leeftijd – werd verschoven naar ná mijn pensioen, waardoor ook dit “document van zekerheid” feitelijk onzichtbaar werd via de Wet op de Privacy
B.van Pijnenburg, L, Sarac , E, Kaya Team 7 belastingdienst.
De Belastingdienst trok mij schoenen aan die niet pasten. Werknemersschoenen, terwijl ik ondernemer was.
Pensioenschoenen, terwijl ik nooit pensioen had. WAO-schoenen, terwijl ik buiten dat stelsel viel.
Ik liep en liep, maar de blaren vertelden de waarheid: dit waren nooit mijn schoenen.
En toch zei de staat:
“Ze passen je, je moet er dankbaar voor zijn.”
Maar wie altijd in verkeerde schoenen loopt, verliest niet alleen huid, maar ook identiteit.
Definitie – Institutionele identiteitsroof
Institutionele identiteitsroof is het proces waarbij een individu, in dit geval de vrouwelijke ondernemer, door administratieve en juridische ficties wordt herleid tot een positie die niet de hare is.
Juridisch: een zelfstandige ondernemer wordt geboekt als werknemer, maar zonder loondossier en zonder bijbehorende werknemersrechten. Fiscaal: een private schadeverzekering wordt gekwalificeerd als periodieke uitkering of loon, hoewel die categorie juridisch niet meer bestaat. Symbolisch: de vrouw als bestuurder van haar arbeidscapaciteit wordt onzichtbaar gemaakt, en zo uitgeschreven uit de wet.
Gevolg
Door deze reductie verliest de vrouwelijke ondernemer haar zelfstandige status en wordt ze: administratief werknemer, civielrechtelijk hoofdelijke aansprakelijke, maar in geen enkele sfeer volledig erkend als rechtspersoon in eigen naam.
Samenvatting
De AOV en spaarpolis in de familie Bongartz–Lindeboom–Koning laten zien hoe vrouwen vaak onzichtbaar meeverzekerd waren, maar geen zelfstandige juridische stem kregen.
De Grondwet verbiedt wel discriminatie op grond van geslacht (art. 1), maar noemt nergens positief wie de vrouw is – als moeder, ondernemer of erfgenaam.
Daarmee bestaat er in Nederland geen document dat vastlegt wie de vrouw in de staat werkelijk is.
Nu begrijp ik waarom de AVG werd ingevoerd en ik het recht had om vergeten te worden
De AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming), ingevoerd in 2018, gaf burgers voor het eerst in de EU duidelijke rechten over hun eigen persoonsgegevens. Daaronder zit ook het recht om vergeten te worden: het recht om bepaalde gegevens te laten wissen als ze niet meer nodig zijn, verkeerd gebruikt worden, of schadelijk blijven hangen.
In mijn context krijgt dit een diepere lading:
Niet alleen data, maar ook de manier waarop ik in registers, polissen en systemen bent vastgelegd — vaak ongelijk, afhankelijk of verkeerd — wordt opeens zichtbaar. Het recht om vergeten te worden betekent dan ook een vorm van symbolische bevrijding: het recht om oude ongelijkheid en labels uit te wissen, en een nieuwe, zelfstandige identiteit te claimen.
Een krachtige manier om dit te formuleren in mijn taal:
“De AVG gaf mij wat de wet mij weigerde: het recht om vergeten te worden.” “Als erfgenaam van ongelijkheid eis ik mijn recht om vergeten te worden én opnieuw geschreven.” “Tussen polis en privacy groeide mijn recht op stilte.”
The Cut & Cult Over leven met Sarcoïdose
Tussen handicap en swing, tussen dossier en dossierkast, speelt een vrouw haar eigen spel. Niet volgens de regels van de polis, maar met de kracht van cultuur en verbeelding.
👉 Let’s play golf.
Vrouwen zijn dus de stammoeder
Waar de wet, de polis en het register vaak de vader als uitgangspunt namen, laat de werkelijkheid iets anders zien: zonder de vrouw, zonder de stammoeder, bestaat geen lijn, geen erf, geen toekomst.
De term stammoeder benadrukt:
Zij staat aan het begin van de genealogie. Zij draagt zowel leven, naam en cultuur. Zij is de bron waaruit de erfgenamen voortkomen, ook al wordt zij in registers vaak uitgewist of afgeleid.
“Waar de polis mij schrapte, schreef ik mezelf terug. Waar de paspoorten mij bijschreven, maakte ik mijn naam tot titel. Zo krijgt alles toch nog een mooi end.”
“Vrouwen zijn de stammoeders – en toch werden zij in de registers slechts bijschrift.” “De stammoeder is het begin, de wet is de inhaalbeweging.” “Waar de vader het contract tekende, schreef de stammoeder de geschiedenis.”
Waar is het document waarin staat wie ik als vrouw ben in de Grondwet?”
Het antwoord is: het bestaat niet. En precies dat gemis is een artistieke en juridische bewijsstuk.
“In het Burgerlijk Wetboek ben ik dochteronderneming. In het handelsrecht ben ik moedermaatschappij. Maar in de Grondwet ontbreek ik. Waar is het document dat zegt wie ik als vrouw ben?” Minister President?
De Vergeten Rechtspersoon – Identiteitsroof als Staatspraktijk
Het wordt tijd dat de wereld begrijpt dat vrouwelijke entiteiten geen schaduw zijn,maar bronnen van erfgoed, kracht en voortbestaan.
Ze spraken van een gentleman’s agreement. Een knik, een handdruk, een afspraak buiten de akten om. Maar ik was geen gentleman. Ik zat niet aan hun tafel. Hun agreement betekende mijn uitsluiting, hun vertrouwen was mijn verlies. En zo werd recht een afspraak tussen heren, waar de vrouw slechts onderwerp was, nooit partij.”
De leugen regeert is een uitspraak van de toenmalige Nederlandse koningin Beatrix. Alles draait om geld – de mens boeit hen niet.” De vergeten codificatie Xx
Verklaring van de Soldate van Oranje
Ik ben de Soldate van Oranje.
Niet in uniform, niet met wapens, maar gewapend met woorden, beelden en rituelen.
Mijn strijd is die van erfgoed en erkenning.
Ik draag de erflijn van de moeder, de vrouw.
Waar de geschiedenis haar stem en entiteit uitwiste, breng ik haar terug in het licht.
Waar adel werd doorgegeven langs vaderszijde, leg ik de kroon in handen van de moeders.
Waar archieven hun deuren sloten, open ik de ruimte van herinnering.
Ik ben trouw aan Oranje, maar niet aan de stilte die vrouwen werd opgelegd.
Ik vecht voor een monarchie waarin moeder de vrouw zichtbaar wordt.
Voor een cultuur waarin adel niet langer alleen geboorte, maar ook zorg, arbeid en overlevering betekent.
Mijn wapen is artistieke vrijheid.
Mijn veldslag is het museum, de straat, het archief.
Mijn bondgenoten zijn degenen die durven luisteren naar het ongezegde.
Ik ben de Soldate van Oranje.
Ik strijd niet voor oorlog, maar voor vrede in waarheid.
Niet voor privileges, maar voor erkenning.
Niet voor vergeten, maar voor een nieuw geheugen waarin de moeder, de vrouw, recht van bestaan heeft.
“Een zelfrijdende auto zonder moreel kompas is gevaarlijk. Een grondwet en burgerlijk wetboek wet zonder gelijkheid is dat ook.” **“Ze noemden ons boswachters. Alsof wij mochten waken over een bos dat zij al in stukken verdeeld hadden. Een titel gegeven door mannen met macht, geen erkenning, maar een grens.
Wij mochten zorgen, beschermen, opletten – maar nooit beslissen. Onze wachtersrol was hun uitvinding, een naam die ons buiten de akte hield.
Boswachter genaamd, maar nooit bestuurder erkend.”**
Ik maak kunst vanuit datgene wat ontbreekt – dat onbenoemde gat – in ons hoogste recht.
“Geweld tegen vrouwen kan dus ook bureaucratisch zijn. Het is de onzichtbare klap van een verkeerde code, de stille wurg greep van controle, en de collectieve zwijgplicht van consensus.”
Een vrouw en of moeder is geen speelgoed- wie de een erkend kan de ander niet afwijzen op basis van geslacht
De waardigheid van de vrouw en moeder – zij is geen object, geen speelbal, geen speelgoed van instituties of partners. Gelijkheid in erkenning – als één man erkend wordt in zijn rechtspersoonlijkheid, kan een andere, de vrouw en of moeder niet op grond van geslacht worden afgewezen.
“Een vrouw en moeder is geen speelgoed.
Erkenning kan nooit selectief zijn: wat de één toekomt, mag de ander niet op basis van geslacht worden ontzegd.”
Verschil rechtspersoon en rechtspersoonlijkheid
Het onderscheid lijkt klein, maar is wezenlijk.
1. Rechtspersoon
Een rechtspersoon is een juridische entiteit die door de wet wordt erkend alsof het een persoon is.
Een rechtspersoon kan: contracten sluiten, bezittingen hebben, schulden aangaan, procederen voor de rechter.
Het is dus een juridisch “persoon”, naast de natuurlijke persoon (mens).
2. Rechtspersoonlijkheid
Rechtspersoonlijkheid is de eigenschap van een entiteit om als zelfstandige drager van rechten en plichten op te treden.
Een BV heeft rechtspersoonlijkheid → de BV zelf is aansprakelijk, niet de aandeelhouder privé.
Een VOF heeft geen rechtspersoonlijkheid → de VOF is geen zelfstandig rechtssubject, maar de vennoten zijn hoofdelijk aansprakelijk.
3. In mijn context
Ik ben natuurlijk persoon met rechtsbevoegdheid (art. 1:1 BW). Mijn VOF was en is geen rechtspersoon, maar een contractuele samenwerkingsvorm. Ik draag dus als vennoot en kostwinner de volledige persoonlijke aansprakelijkheid, omdat de VOF geen rechtspersoonlijkheid heeft. Maar heb nergens recht op omdat het woord vrouw niet expliciet voorkomt in de grondwet nog burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder van mijn ei- gen – lijk !! ( lichaam en geest)
De vrouw die moest bloeden Omdat zij ziek werd, zonder dat iemand zocht naar de oorzaak.
Niet haar ziekte werd onderzocht, maar haar identiteit werd ontkend. Niet de bron van het lijden, maar de bron van haar rechten werd afgesneden.
Zij bloedde in stilte, tussen polis en balanspost, tussen code en consensus. Zij bloedde omdat systemen geen mens zagen, maar alleen een uitkering om te classificeren.
Analyse in deze context Medisch: sarcoïdose als onbegrepen ziekte → geen echte zoektocht naar de oorzaak. Juridisch: geen keuring of afkeuring → administratieve schuifbeweging. Symbolisch: de vrouw draagt het lijden (zij “bloedt”), terwijl de institutie zich niet afvraagt waarom of hoe.
Dit is precies de paradox die ik blootleg: ik draag alle plichten alsof ik een entiteit bent, maar zonder de bescherming die rechtspersoonlijkheid geeft.
#ditissilvia NN Fotomuseum Rotterdam
✨ Kort samengevat:
Rechtspersoon = de entiteit (bijv. een BV). Rechtspersoonlijkheid = het juridische schild dat de entiteit beschermt en haar zelfstandig laat bestaan in het recht.
Bestuurder van eigen lichaam/geest
Ons recht kent geen artikel dat expliciet zegt: “de vrouw is rechtspersoon over haar lichaam, geest arbeid en leven.” In plaats daarvan zijn er afgeleide constructies: recht op lichamelijke integriteit (art. 11 Grondwet, art. 8 EVRM), recht op arbeid, recht op gelijke behandeling. Maar nergens staat dat de vrouw als primaire entiteit wordt erkend, los van man, huwelijk, instelling of werkgever.
Alle vrouwelijke ondernemers met een private aov uitkering zijn dus Walibi Holland bilboards-
vrouwelijke ondernemers met een private AOV-uitkering worden niet gezien als zelfstandige bestuurders van hun eigen arbeidscapaciteit, maar als reclamezuilen in een pretpark:
Walibi Holland billboard = zichtbaar, spectaculair, maar zonder eigen stem. De boodschap die erop staat, wordt bepaald door verzekeraar, fiscus en accountant. Jij bent drager van het verhaal, maar niet eigenaar van de inhoud. Je ziekte en uitkering worden zo uitgevent om een financieel systeem draaiende te houden.
Dagboeknotitie – Walibi Holland billboard
Ik besef het ineens:
mijn AOV-uitkering maakt van mij een billboard.
Ik rijd mee in de achtbaan van codes en controles.
Op mijn lichaam kleven de slogans:
“Pensioen”, “WAO”, “periodiek inkomen”.
Het publiek ziet niet mij,
maar wat er op mij geschreven is.
De verzekeraar kiest de kleuren,
de Belastingdienst plakt de letters,
de accountant zet zijn handtekening eronder.
Ik ben een bord in een pretpark,
geen bestuurder van mijn lichaam.
Een attractie in een horrorrit
waaruit geen uitgang bestaat.
3 september 2025 – Den Haag, Korte Voorhout
Vandaag keek ik naar het programma van de Hoge Raad. Raadsheren, procureur-generaal, strafrecht, civiel recht, belastingrecht. Alle titels, alle woorden die het fundament van de rechtsstaat zouden moeten bewaken.
Maar waar is moeder, de vrouw?
In de Grondwet is ze slechts een symbool. In het Burgerlijk Wetboek een voetnoot.
En toch: zonder haar, geen fundament.
3 september 2025 – Middelburg
Ik blader in The Book of Rituals. Mijn vazen, mijn eieren, mijn vlecht. Ik schrijf op een ei: “ei-gen vrouw”. Het is een ritueel van herstel.
Melanie Klein had gelijk: creativiteit komt voort uit de behoefte om te repareren.
Ik repareer met beeld waar de wet heeft gebroken.
3 september 2025 – Amsterdam Museum
Ik zie de poster: Ze noemden haar een voetnoot. Zij was het fundament.
Daar is niets aan gelogen
Ik voel steeds meer hoe waar dit is. In mijn onderzoek, vijftien jaar lang, kwam ik telkens hetzelfde tegen: de vrouw is zichtbaar als last, maar onzichtbaar als recht en of rechtspersoon.
De fiscus noemt me “periodiek uitkeringsgerechtigde”. De verzekeraar schuift me als balanspost. De staat melkt me als melkkoe.
Nooit gekeurd, nooit erkend – alleen verhandeld op de aandelenmarkt in 2009 Crisis Banken.
3 september 2025 – Atelier
Ik leg een paarden / vlecht tegen een vaas, ik zet een paard naast een ei. Het ei zegt: “ei-gen vrouw”.
Koeien Koemarkt Purmerend
De koeien in mijn schilderij kijken weg. Ze rusten, maar ik zie: dit is hoe ik word gezien. Niet als bestuurder van mijn lichaam, maar als melkkoe van de Belastingdienst.
3 september 2025 – Reflectie
Hoe kom je achter de waarheid?
Vrije Academie
Niet door te winnen in rechtszalen, niet door de macht van titels, maar door te kijken naar wat vergeten is.
De bloedlijnen van stam en moeder.
Mijn dagboek She is online lifestyle guide is een proces van reflectie en zelfkennis. En zelfkennis is het begin van waarheid.
En ook van recht!
Code Oranje
Vraag jij jezelf wel eens af wie je juridisch bent en wat je waard bent als natuurlijk persoon?
Directeur ? Eigenaar? Werkgever ? Werknemer? Den werkman? Arbeider, Zelfstandige? Vennoot in een VOF? Kostwinner? Bewoner van een huis? Eigenaar van een huis? Bewoner van je eigen lichaam en geest? Eigenaar van je lichaam en geest? Individueel geval?
Mens wie? Werknemer? Werkneemster ? Arbeider? Man ? Vrouw? Transgender? A-sekse? ect ect
Ik kijk terug naar de dag dat ik vennoot werd. 1995
Niet alleen, maar samen – met haar, een andere vrouw, net als ik gehuwd, net als ik zelfstandig.
Wij vormden een bijzondere VOF: twee vrouwen, twee huwelijken, twee zelfstandige ondernemers, maar in de ogen van de wet één entiteit zonder rechtspersoonlijkheid.
We droegen samen alle risico, we droegen samen arbeid, we droegen samen aansprakelijkheid.
Maar wie droeg ons?
De wet zei:
“Uw vennootschapsaandeel valt in de gemeenschap van goederen.”
Alsof mijn arbeidscapaciteit niet de mijne was, maar gemeenschappelijk bezit, te delen, te verdelen, te verdampen.
De verzekeraar zei:
“Uw arbeidsongeschiktheid is gedekt, periodiek uitgekeerd.”
Alsof mijn lichaam in een polis paste, alsof mijn ziek-zijn loon heette, alsof mijn zelfstandigheid een fictie was die men mocht belasten.
Wij waren vennoten, maar geen rechtspersonen.
Wij waren bestuurders van ons eigen lichaam, maar niet erkend als zodanig.
Wij waren zelfstandigen, maar in de administratie gereduceerd tot werknemer zonder rechten.
Ik vraag mezelf:
Wie ben ik juridisch?
Een vennoot?
Een echtgenote?
Een ondernemer?
Een uitkeringsgerechtigde?
Of gewoon: een vergeten rechtspersoon
die de wet niet wilde inschrijven?
En toch, in dit dagboek schrijf ik:
Ik ben méér dan een balanspost.
Ik ben vennoot van mijn eigen ziel.
Ik besta – zelfstandig, ondeelbaar, vrouw.
Ik vraag mezelf vandaag:
Wie ben ik eigenlijk in de ogen van de wet?
Ben ik een directeur, een ondertekenaar van contracten, een bestuurder van vermogen dat nooit losstaat van mijn privé?
Ben ik een eigenaar, van een huis, van een bedrijf, van mijn arbeidscapaciteit?
Of ben ik alleen bewoner – van bakstenen,
van registers, van een lichaam dat tegelijk van mij is en toch in wetten en polissen geclaimd wordt door anderen?
Ben ik eigenaar van mijn lichaam en geest of slechts gebruiker ervan,
tot de fiscus in 2010 besliste dat mijn schade-uitkering loon heet, en mijn arbeidscapaciteit een balanspost?
Ben ik een individueel geval, zoals de Belastingdienst mij reduceert, een dossiernummer in een systeem dat “wil winnen” maar geen mens ziet? Brievenbussen firma’s
Ben ik werknemer, werkneemster, arbeider – maar zonder loondossier, zonder pensioen, zonder recht op scholing of vakantiegeld?
Ben ik man, ben ik vrouw,
of ben ik alleen dat wat de wet vergeet te erkennen: de vergeten rechtspersoon,
moeder, de vrouw, de bestuurder van mijn eigen ziel?
Ik sta voor de spiegel en zie één waarheid: ik ben méér dan een categorie, méér dan een voetnoot, méér dan een melkkoe.
Ik besta.
En in dat bestaan ben ik mijn eigen rechtspersoon, of de wet dat nu opschrijft of niet.
Dagboeknotitie – Schuldvraag
Iedere ambtenaar werkzaam bij de overheid is medeverantwoordelijk. Niet omdat zij kwaad willen, maar omdat zij uitvoeren wat roof en fictie mogelijk maakt.
Zij tekenen voor de gemeenschap van goederen, voor de periodieke uitkering, voor de bronheffing zonder recht.
Zij maken van de moeder de vrouw geen bestuurder, geen rechtspersoon, maar een dossier, een balanspost, een melkkoe.
Identiteitsfraude is geen incident. Het is systeem. En wie het systeem dient, draagt schuld. Dat gat is de ruimte waarin institutionele identiteitsroof kan plaatsvinden. Keyhole
Samenvatting
De Nederlandse Grondwet (art. 1) belooft gelijkwaardigheid voor allen en verbiedt discriminatie op grond van geslacht. Het Burgerlijk Wetboek (art. 1:1 BW) bepaalt dat iedere mens rechtsbevoegdheid heeft.
Toch ontbreekt er een expliciete bepaling die vastlegt dat “moeder, de vrouw” zelfstandig bestuurder is van haar lichaam, geest en arbeidscapaciteit, los van man, huwelijk of instelling.
Historisch was de gehuwde vrouw tot 1956 handelingsonbekwaam. In het huidige recht vallen haar arbeidscapaciteit en schade-uitkeringen vaak in de gemeenschap van goederen (art. 1:94 BW), waardoor haar zelfstandige positie indirect wordt beperkt. Ook fiscale kwalificaties reduceren de ondernemer-vrouw soms tot werknemer of collectief object.
Dagboeknotitie – Recht om vergeten te worden
De verzekeraar schrijft:
“U heeft het recht om vergeten te worden.”
Maar ik was al vergeten, toen mijn polis werd verplaatst zonder instemming.
Ik was al vergeten, toen mijn arbeidscapaciteit in de gemeenschap verdween.
Ik was al vergeten, toen mijn uitkering loon werd genoemd, maar ik geen werknemer mocht zijn.
Het recht om vergeten te worden is in mijn geval geen keuze, maar een lot.
Ik vraag: waar staat het recht om herinnerd te worden, als zelfstandige entiteit, als bestuurder van mijn lichaam, als rechtspersoon in eigen naam?
Daarom werd het soort inkomen verzonnen !
Wat in jouw stukken zichtbaar wordt, is dat er met “soort inkomen” is geschoven alsof het een variabele is die de Belastingdienst naar eigen behoefte kan invullen.
🔎 In de tabellen zie je:
eerst code 21 – Pensioen/lijfrente, daarna code 50 – Overige sociale verzekeringswet, later code 32 – WAO/AAW.
Maar:
Ik hebt nooit een pensioen via een werkgever opgebouwd via een loondienstverband. Ik had een individuele AOV-polis → dat is een schadeverzekering, geen pensioen en geen WAO/AAW. Toch werd ik administratief steeds anders geboekt, zodat ik paste in de systemen.
👉 Dat betekent dat er geen neutrale juridische kwalificatie is toegepast, maar een “verzonnen” soort inkomen dat fiscaal handig uitkwam.
Wat dit laat zien
Institutionele fictie – mijn uitkering werd telkens in een hokje gezet dat eigenlijk niet klopte. Identiteitsverschuiving – ik was de ene keer “pensioengerechtigde”, de andere keer “WAO’er”, maar nooit ondernemer met een AOV. Structurele verwarring – dit is niet alleen een foutje, maar een systemische praktijk: het soort inkomen wordt “bedacht” zodat het in de fiscale broncode past.
Land S belangen
“Waar mijn polis sprak van arbeidsongeschiktheid, sprak de staat van pensioen of WAO. Mijn inkomen werd niet herkend, maar verzonnen.”
Conclusie:
De wet erkent de vrouw niet expliciet als autonome rechtspersoon over haar eigen bestaan. Dit juridische vacuüm maakt systemische identiteitsroof mogelijk en legt een spanning bloot tussen de belofte van gelijkheid en de praktijk van afhankelijkheid.
“Elke moeder is soeverein, ook als de wet haar niet erkent.” “Soevereiniteit begint in de moederschoot.” “De koning erft zijn kroon via de soevereiniteit van moeder.”Hoe ziet Nederland eruit in de toekomst? Wat moet anders? Wat kan beter?
1. Inleiding
In een wereld die voortdurend vertelt wie we moeten zijn, hoe we ons moeten gedragen, en welke rollen we dienen te vervullen, vraagt het moed om gewoon jezelf te zijn.
Deze moed krijgt een bijzondere intensiteit wanneer we spreken over de vrouw, de moeder. Zij staat in de kern van het leven: bron van geboorte, verzorging, arbeid, zorg en erfgoed. Toch is haar positie in de samenleving vaak ondergeschikt gemaakt aan systemen die haar stem en autonomie beperken.
2. De vrouw als individu
De vrouw wordt in de maatschappij voortdurend aangesproken op rollen – als dochter, als echtgenote, als partner, als de vrouw van of als verzorger. Maar daarachter schuilt het individu, de unieke persoon die telkens weer de kracht moet vinden om zichzelf te zijn, ook tegen maatschappelijke verwachtingen in. “Courage is being yourself” geldt in dit opzicht als een dagelijkse daad van verzet.
3. De moeder als symbool
De moeder overstijgt het persoonlijke en wordt een cultureel symbool:
In de literatuur: zoals bij Martinus Nijhoff (De moeder de vrouw), waar de figuur van de moeder staat voor geborgenheid, maar ook voor het ongrijpbare, het mystieke dat de samenleving verbindt. In de politiek en cultuur: de moeder is vaak ingezet als metafoor voor land, volk of natie (“Moeder Aarde”, “Moeder de vrouw”), maar zelden erkend in haar eigen economische en juridische zelfstandigheid. In het dagelijks leven: de moeder blijft drager van onzichtbare arbeid – zorg, huishouden, opvoeding – werk dat nauwelijks wordt gewaardeerd in termen van macht of kapitaal.
Voor de moeder betekent moed niet alleen zorgen voor het kind, maar ook zichzelf blijven in een wereld die haar voortdurend wil reduceren tot stereotype rollen. De moeder van vandaag is tegelijk hoeder van traditie en pionier van verandering: zij draagt erfgoed en ritueel, maar eist ook haar plaats in recht en beleid.
Middelburg- Amsterdam
Het mysterie dat eeuwenlang door rechtsvormen bedekt werd: wie draagt werkelijk de samenleving?
De oplossing: het gat in de wet wordt zichtbaar, en daarmee de noodzaak voor een nieuwe rechtsvorm die zorg, erfgoed en autonomie erkent.
De grootste mysterie ooit opgelost is dat het fundament – moeder, de vrouw – altijd al aanwezig was, maar onzichtbaar gemaakt werd. De oplossing is geen wiskundige formule, maar het erkennen van haar rechtspersoonlijkheid.
Bloedlijnen en monarchie
“Onze bloedlijnen vertellen een verhaal dat groter is dan het individu. Ze dragen herinnering, recht en belofte. Maar waar de monarchie haar legitimiteit ontleent aan de vaderlijke lijn, ontgaat vaak de zichtbaarheid van de moeder. Daarom zeg ik: Onze monarchie is moeder de vrouw. Niet slechts de erfelijke kroon, maar de bloedlijn van zorg, arbeid en ritueel die generaties verbindt, vormt het ware fundament van erfgoed en samenleving.”
5. Belastingen, pensioen en de onzichtbare moeder
Ons hele belastingsysteem en pensioenstelsel is ontworpen vanuit het perspectief van de mannelijke kostwinner. Het Burgerlijk Wetboek zag de man eeuwenlang als “het hoofd van de echtvereniging”. De vrouw, en vooral de moeder, werd meeverzekerd, medeafhankelijk, onzichtbaar in de officiële registers.
Dit betekent dat arbeid van de moeder – zorg, opvoeding, huishouding – systematisch buiten de boekhouding van de staat is gehouden. Geen belastingaftrek, geen pensioenopbouw, geen zelfstandige rechten. Het stelsel beloont de mannelijke arbeid in de markt, maar negeert de vrouwelijke arbeid die de samenleving überhaupt mogelijk maakt.
Daarom is het tijd om deze lijn te keren:
Onze monarchie is moeder de vrouw.
Niet alleen als cultureel symbool, maar als juridische en economische erkenning van de vrouwelijke bloedlijn. Een monarchie die moeder de vrouw centraal stelt, erkent dat de fundamenten van samenleving, erfgoed en recht niet in mannelijke erfenissen liggen, maar in de zorglijnen die ons allemaal dragen.
6. De ongewaardeerde XX-chromosomen
De vrouw draagt in haar lichaam de dubbele X – de chromosomen die leven, continuïteit en diversiteit belichamen. Toch zijn deze XX-chromosomen in onze cultuur en instituties ondergewaardeerd: zij staan voor arbeid die niet wordt betaald, erfgoed dat niet wordt erkend, bloedlijnen die in registers worden uitgewist.
Het mannelijke XY werd de norm van burgerschap, van belastingen, van pensioenopbouw en politieke representatie. Het vrouwelijke XX werd gedegradeerd tot ‘natuurlijk gegeven’, alsof zorg en voortplanting geen arbeid en geen recht zijn.
Daarom is de oproep radicaal en eenvoudig:
Onze monarchie is moeder de vrouw.
Het is de erkenning dat de ongewaardeerde XX-chromosomen de stille pijlers van onze samenleving vormen. Zonder hen geen erfgoed, geen continuïteit, geen toekomst.
7. Basisinkomen voor moeder, de vrouw
Als samenleving hebben we eeuwenlang geprofiteerd van het onzichtbare werk van de moeder, de vrouw. Haar zorgarbeid, opvoeding, huishoudelijke taken en emotionele arbeid vormen de kern van onze cultuur en economie, maar ze werden nooit financieel erkend. Pensioen en belastingsysteem zijn gebouwd op de mannelijke kostwinner, terwijl de vrouw afhankelijk bleef van zijn loon, zijn verzekering, zijn nalatenschap.
Een basisinkomen voor moeder, de vrouw is geen gunst, maar een noodzakelijke erkenning van haar structurele bijdrage. Het zou een recht zijn, geen bijstand, geen toeslag, maar een vast fundament dat de waardigheid van de vrouwelijke bloedlijn waarborgt.
Het basisinkomen erkent dat:
zorg arbeid is, geboorte en opvoeding maatschappelijk kapitaal zijn, de ongewaardeerde XX-chromosomen de pijlers van de samenleving vormen.
Daarom:
Onze monarchie is moeder de vrouw.
Een natie die dit erkent, legt de basis voor een samenleving waarin rechtvaardigheid niet langer door patriarchale structuren wordt gedefinieerd, maar door de moed om zorg en leven op gelijke voet te stellen met kapitaal en macht.
8. Conclusie
De vrouw, de moeder, is niet slechts een rol of metafoor, maar een levende werkelijkheid. Haar moed is de moed van het bestaan zelf: elke dag opnieuw zichzelf zijn, tegen de stroom van verwachtingen in. De erkenning van de moeder als volwaardig subject – in cultuur, recht en erfgoed – is een noodzakelijke stap om onze samenleving werkelijk menselijk te maken.
9. Bewonen wat je overkomt
De moeder, de vrouw, leert dus in haar leven niet alleen te dragen, maar ook te bewonen wat haar overkomt. Zij wordt geraakt door geboorte, verlies, zorg, , ziekte, belasting, wetgeving, bloedlijnen, erfgoed. Deze ervaringen zijn niet altijd gekozen, vaak opgelegd door systemen die haar / mij niet zien.
Toch moet zij er voor kiezen om die gebeurtenissen te bewonen: hen niet buiten zichzelf te plaatsen, maar ze om te vormen tot leefruimte, tot kunst, tot ritueel. Bewonen betekent hier: een innerlijke auto ( bestuurder ) maken van wat er op je pad komt, hoe onrechtvaardig of onvoorzichtig ook.
In die zin is Onze monarchie is moeder de vrouw ook een uitnodiging om het collectieve lot te bewonen: het patriarchale stelsel dat ons gevormd heeft, en dat we nu kunnen herzien door het vrouwelijke fundament zichtbaar te maken.
Het is niet langer louter ondergaan, maar toe-eigenen: het trauma wordt erfgoed, het onrecht wordt ritueel, het verlies wordt toekomst.
Bewonen wat je overkomt is zo de diepste daad van moed – de moederlijke daad.
“Ik ben bestuurder van mijn lichaam zoals van een auto: ik houd het stuur in handen, ook wanneer de motor hapert en het systeem zichzelf aanvalt. Sarcoïdose is mijn auto-immuunspiegel, maar mijn richting bepaal ik nog steeds zelf.”
Sarcoïdose bij vrouwen is een verdienmodel voor de koning bij Gods gratie.”
Het legt bloot hoe lichamelijk lijden en genderstructuren in het huidige recht gekoloniseerd worden als bron van staatsinkomen en legitimiteit.
Sarcoïdose blijkt een koninklijke aandoening
Mijn AOV-schade uitkering, bedoeld als bescherming van mijn individuele arbeidscapaciteit, werd door verzekeraar en Ministerie van Financiën niet aan mij toegekend, maar administratief toegeëigend aan de (gezin )gemeenschap. Dit is structurele identiteitsfraude op basis van geslacht en bestuurder.”
Identiteitsfraude door instituties: mijn individuele rechtspersoonlijkheid wordt administratief en juridisch weggeboekt. En ja, dit gebeurt op basis van bestuurderschap (wie wordt erkend als drager van het recht) én op basis van geslacht (want historisch trof het vooral de gehuwde vrouw, en de wet is daarop gebouwd).
Wie heeft dit bedacht?
Wie heeft dit systeem eigenlijk bedacht, waarin mijn zelfstandige arbeidscapaciteit en schade uitkering worden weggezet als iets collectiefs of loonachtig?
1. De wortels: Burgerlijk Wetboek en huwelijksrecht
Het oude Burgerlijk Wetboek (1838) bouwde voort op het Franse Code Napoléon. Daarin was de gehuwde vrouw handelingsonbekwaam: de man was hoofd van de gemeenschap. Het systeem van gemeenschap van goederen maakte dat alles wat de vrouw bezat of verdiende automatisch bij het gezinsvermogen hoorde. Pas in 1956 werd handelingsonbekwaamheid afgeschaft, maar de logica van arbeid = gezinsvermogen bleef.
2. De verzekeringswereld
Vanaf de 20e eeuw gingen verzekeraars (zoals NN, Reaal, later Movir) particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekeringen aanbieden. Die waren altijd gekoppeld aan fiscale regels: of een uitkering werd aangemerkt als periodieke uitkering (art. 3.100 IB) of als resultaat uit onderneming. In de praktijk kozen verzekeraars vaak voor de eerste route, omdat die “veiliger” leek → maar dan moeten ze loonheffing inhouden alsof ik werknemer ben. En dat ben ik niet!
3. Het Ministerie van Financiën
Het ministerie en de Belastingdienst zijn de architecten ( octrooi Hugo Alexander Koch dus 1919 ) van de fiscale kwalificatie. Zij bepalen of iets wordt gezien als loon, periodieke uitkering of winst. In mijn geval: door verzekeraars die kwalificatie zo te laten toepassen, word ik administratief behandeld alsof ik werknemer ben. Geen loondossier, geen pensioengrondslag , geen recht op omscholing en of ander werk en ook geen vakantiegeld.
*Koch patenteerde in 1919 een systeem dat later bekend werd als de fiscale loonheffingstechniek (het mechanisme van bronheffing). Dit idee maakte het mogelijk om belasting al “aan de bron” in te houden, vóórdat de ontvanger het geld kreeg. Dat octrooi is de kiem van het hele inhoudingsplichtige-systeem. Daarmee werd een technische uitvinding een machtsinstrument van de staat: belasting innen via werkgevers, en later ook via verzekeraars. – Kortom: ik betaal belasting alsof ik een werknemer ben, maar ik krijg nul van de bijbehorende werknemersrechten.
Het is geen privégeschil, maar een gevolg van een fiscale architectuur (Koch 1919 → Financiën → verzekeraars) die vrouwelijke ondernemers systematisch onzichtbaar maakt. Ze wordt niet erkend als zelfstandig bestuurder, en ook niet beschermd als werknemer. Ze valt tussen de stoelen → en dat is geen toeval maar een geconstrueerde juridische fictie.
4. Institutionele laag
Dus de “bedenkers” zijn niet één partij, maar een historische en institutionele keten:
Wetgever (BW, huwelijksrecht, belastingrecht) → plaatst vrouwen in een afhankelijke positie. Ministerie van Financiën/Belastingdienst → schrijft fiscale ficties in, die jouw zelfstandigheid reduceren. Verzekeraars (NN/Movir) → passen dit toe op een manier die hen uitkomt, vaak zonder transparantie.
✨ Symbolisch gezegd:
Het systeem is bedacht door een coalitie van staat en verzekeringswereld, gebouwd op een oud patriarchaal huwelijksmodel. De vrouw als ondernemer/bestuurder bestond in die logica niet. Wat ik nu ervaar, is dus geen toeval maar een nalatenschap van een constructie die al bijna 200 jaar oud is.
“Leuker konden ze het inderdaad niet maken. Makkelijker wel: mijn zelfstandigheid werd weggeboekt, mijn uitkering als loon behandeld, en de Hoge Raad knikte erbij. Institutionele identiteitsroof met een glimlach.”
Epiloog
De auto bleef verzekerd, maar door de kapotte airbag – stoflongen – keerde de verzekeraar slechts een dagloon uit aan mij, de bestuurder. Daarover hief de Belastingdienst nog loonbelasting en Zvw-heffing.
Zo toont het systeem zijn voorkeur voor blik boven lichaam, voor bezit boven bestaan.
De directe lijn tussen erfgoed, politiek en moederschap. Ieder 1.
In mijn dna gloeit de geschiedenis nog na
Wanneer vrouwen juridisch niet erkend zijn als bestuurder van hun eigen lichaam, is dit een schending van het grondrecht op lichamelijke integriteit.
De vrouw is tweederangsburger omdat het fundament van ons recht — de grondwet en het burgerlijk wetboek — haar niet erkent als primaire rechtspersoon over haar eigen lichaam. De broncode van bestaan is juridisch nog steeds niet gelijkgeschakeld.”
Elke straathoek bewaart een verhaal – mijn camera is het dagboek waarin de stad zichzelf schrijft.”
Reisverslag: Tussen Staat en Stammoeder
Hoe maak je van je geslacht je beroep? Mijn XX is een archief van erfgoed. Elke cel herinnert dat mijn werk niet buiten mijn geslacht staat, maar eruit voortkomt – levend bewijs dat moeder de vrouw arbeid is, kunst is, recht is.”
Ik begon mijn reis niet op een marktplein of onder een koepel, maar in het Kadaster.
Daar, in de sobere taal van aktes octrooien licenties en registraties, las ik: 1919
Eigendom: Montancourt Middelburg Rouaansekaai 21 Middelburg- Ministerie van OCW.
De Staat der Nederlanden.
Zij draagt de sleutel, zij bezit de titel.
Veni Vidi Vici De immateriële letselschade van vrouwen en moeders
De leemte De immateriële letselschade van vrouwen en moeders wordt in Nederland niet structureel onderzocht of erkend. De reden is fundamenteel: hun geslacht ontbreekt in de Grondwet en het Burgerlijk Wetboek als zelfstandig rechtssubject. Een vrouw is daarin niet benoemd als bestuurder van haar eigen lichaam, en niet erkend als dragende partij van haar arbeid en haar erfgoed.
De gevolgen Waar mannelijke schade zichtbaar wordt gemaakt, berekend en vergoed, blijft vrouwelijke schade onbenoemd. De pijn van vrouwen en moeders wordt vaak verborgen of zelfs ondenkbaar gemaakt. Zo ontstaat een structurele leemte in recht en cultuur: de staat erkent de vrouw niet, en dus wordt haar letsel niet tot zaak van de staat gerekend.
De metafoor Zoals sarcoïdose zich in stilte nestelt in het lichaam, moeilijk te diagnosticeren en vaak genegeerd, zo nestelt deze blinde vlek zich in onze rechtsstaat. Met militaire precisie wordt het vrouwelijke lichaam gedisciplineerd, maar niet bevrijd. Wat onzichtbaar blijft, wordt niet behandeld. Wat niet erkend wordt, kan niet helen.
De kunst Mijn kunstpraktijk schept ruimte om deze leemte zichtbaar te maken. Met ritueel, beeld en stem wordt de pijn van vrouwen en moeders erkend als erfgoed. Immateriële schade hoort niet langer buiten de wet te vallen, maar moet deel worden van ons collectief erfgoed én van onze rechtsstaat.
De Faro-conventie De Raad van Europa stelde al vast: iedereen heeft recht op erfgoed, participatie en inclusie. Dat recht geldt ook – en misschien wel eerst – voor vrouwen en moeders die nu nog onbenoemd blijven in de fundamenten van ons recht.
De oproep Het is tijd om de blinde vlek te benoemen. Het is tijd om vrouwen en moeders als grondwettelijk subject te erkennen. Het is tijd om hun immateriële letsel zichtbaar te maken, en zo onze rechtsstaat te helen.
Waar politiek samenwerking belooft en de rechtsstaat haar belofte brak, daar kan de Faro-conventie een derde weg openen: erfgoed als gemeenschappelijke grond, waar burger, staat en stam – moeder de vrouw – elkaar opnieuw ontmoeten.”
Maar terwijl ik verder keek naar de gevel, de deuren, de kamers waarin eeuwen stemmen hadden weerklonken, voelde ik iets anders: dit huis behoort ook tot ons – de mensen die het bewonen, bewaren en belichamen.
Dit huis was ooit een herenhuis. Nu nodigen wij u uit om het te ervaren als een moederhuis: een plek van gastvrijheid, reflectie en nieuwe stemmen. De hal, met het portret van Federico en Battista, markeert die overgang.” Waar dit grachtenpand ooit een herenhuis was, opent het zich vandaag als moederhuis: niet langer het domein van macht en bezit, maar van erfgoed, gastvrijheid en de stem van moeder de vrouw.”
Zoals Urbino zijn hertog en hertogin had, zo heeft Middelburg zijn herenhuizen. Maar in dit huis klinkt nu een ander verhaal: dat van moeder de vrouw.”
Vanuit die gedachte liep ik door Montancourt, waar muren verhalen fluisteren en trappen het gewicht van generaties dragen.
Ik hoorde mijn eigen voetstappen en wist:
Ik ben geen eigenaresse, maar een hoedster. Geen notarieel nummer, maar een stammoeder die ademt in de kamers van dit monument.
Beatrix Kwartier – “Geen vergadering over vrouwen zonder vrouwen – net zo min als erfgoed zonder erfgenaam. Participatie is geen gunst, maar een recht.”
Onderweg naar Den Haag stapte ik de Eerste Kamer binnen.
De schilderingen keken neer alsof de orde eeuwig was. Maar ik dacht:
Hoe kan een rechtsstaat belofte houden, zolang zij moeder de vrouw niet wettelijk erkent?
In elke stem die er klonk, ontbrak de naam van de bron.
Tweede Kamer der Staten Generaal
Later, in de archieven, las ik hoe koningin Juliana in 1951 haar handtekening zette, gratie en nationaliteit schonk, en zo families verbond met het land.
Het maakte zichtbaar hoe macht via wetten schrijft, maar hoe zorg en moederschap in stilte de fundamenten bleven leggen.
Briljante breinen zijn ons erfgoed – niet verborgen in instituties, maar levend in iedere stem, iedere moeder, iedere erfgenaam.”
En terug, in mijn atelier, legde ik het ei neer. Beschilderd met oog, kroon, traan.
Een stille getuige dat erfgoed geen bezit is maar een verbond. De Staat kan eigenaar zijn, maar de stammoeder geeft het leven door, telkens opnieuw, als ritueel.
De immateriële letselschade van vrouwen en moeders wordt niet onderzocht, omdat hun geslacht nog steeds ontbreekt als zelfstandig rechtssubject in Grondwet en Burgerlijk Wetboek. Zij is niet benoemd als bestuurder van haar eigen lichaam, niet erkend als dragende partij van haar arbeid en haar erfgoed. Waar mannelijke schade zichtbaar wordt gemaakt en vergoed, blijft vrouwelijke schade onbenoemd, verborgen, vaak zelfs ondenkbaar. Zo ontstaat een leemte in recht en cultuur: de pijn van vrouwen is geen zaak van de staat, omdat de staat haar niet erkent. Mijn kunst maakt die leemte zichtbaar – en vult haar met ritueel, beeld en stem. Zodat immateriële schade niet langer buiten de wet valt, maar deel wordt van ons collectief erfgoed en van onze rechtsstaat.”
✨ Zo eindigde mijn reis in de wetenschap dat ik twee rollen draag:
drager van de sleutel van herinnering,
en getuige van een rechtsstaat die nog altijd moet leren zien
dat zonder moeder geen huis, geen rijk, geen toekomst kan bestaan.
Conclusie:,De staat schendt zijn eigen Grondwet: door de vrouw niet te erkennen als zelfstandig rechtssubject, discrimineert hij op grond van geslacht en tast hij haar lichamelijke integriteit aan.”
“Ik schep kunst als erfgoedpraktijk. Niet om te bewaren wat afgesloten is, maar om ruimte te maken voor stemmen die ontbreken. Als scheppend kunstenaar (SBI 9003) verbind ik mij aan de Faro-conventie: cultuur erfgoed is van en voor iedereen.
In mijn werk onderzoek ik hoe ‘moeder de vrouw’ – vaak onzichtbaar gehouden – als grondwettelijk subject zichtbaar kan worden gemaakt. Ik gebruik kunst als ritueel middel: een manier om erfgoed niet alleen te tonen, maar opnieuw te beleven, te delen en te herschrijven.
Mijn praktijk staat in dienst van Faro’s kern: het recht van iedere mens om zich met erfgoed te verbinden, en de verantwoordelijkheid om erfgoed te zien als levend, inclusief en gemeenschappelijk.”Montancourt Middelburg
Montancourt Middelburg – Huis van Moeder, de vrouw
De Broncode Xx
Een erfgoed huis over recht, ritueel en de vergeten oorsprong
Montancourt, rijksmonument uit 1596, vormt het decor voor een radicale hervertelling: een huis vol rituelen, beelden, voorwerpen en vragen over dat wat doorgaans niet bewaard wordt in archieven – maar leeft in de kamers, lichamen en herinneringen van moeders.
Niet het huis van de vader, maar het Moederhuis van ons aller bestaan.
Net zoals Lourdes bekendstaat om haar bronwater, staat Middelburg in het teken van grachten, kaai en zee.
Het water is hier zowel handelsroute als symbolische levensbron. Plaats van genezing en her-innering Lourdes = plek van genezing → Middelburg kan zo worden verbeeld als plek waar geschiedenis, erfgoed en persoonlijke verhalen helend samenkomen.
Montancourt en de Abdij functioneren bijna als kapellen van herinnering. Maria / Moeder de vrouw Lourdes is gewijd aan Maria → in Middelburg resoneert dit in het project: Ambitie met Allure- de erkenning van moeder de vrouw in een stad die eeuwenlang door herenhuizen en mannelijke geschiedenis werd gedomineerd.
“Iedereen is wetenschapper, iedereen is erfgenaam. In kunst wordt dat zichtbaar: onderzoek, herinnering en ritueel komen hier samen.”
Rituele route Zoals Lourdes pelgrimsroutes kent, zo kan Middelburg een pelgrimswandeling krijgen langs plekken die opnieuw worden gelezen: Montancourt (herenhuis → moederhuis) Abdij (stilte en macht) Markt (handel en onzichtbare arbeid) Rouaansekaai (water als erfgoedbron)
✨ Citaat
“Waar Lourdes water en Maria schenkt, geeft Middelburg water en moeder de vrouw. Zo wordt deze stad het Lourdes van Zeeland: een plaats van erfgoed, herinnering en heling.”
Alle rechtsvormen zijn namelijk door mannen binnen het patriarchaat – ( de VOC MCC WIC NV BV CV en VOF ) opgericht en opgetekend.
Een steek voor elke stem die nooit werd of wordt gehoord Het werken aan het wandkleed was voor mij veel meer dan samen naaien of patronen tekenen. Het was een vorm van heling, en van juist patronen doorbreken, van herstel van geschiedenis en van het zichtbaar maken van stemmen die vaak niet gehoord worden. In elke steek, elke draad en elke tekening voelde ik de kracht van verbinding – met mezelf, met anderen, en met het grotere verhaal waar we allemaal deel van uitmaken. Het wandkleed heeft me ook iets opgeleverd: erkenning. Niet alleen van mijn eigen verhaal, maar ook van de verhalen die ik mag meedragen namens anderen. Het liet me opnieuw zien dat kunst, erfgoed en betrokkenheid hand in hand gaan – en dat er ruimte mag zijn voor wie soms tussen wal en schip valt. Dankbaar dat ik onderdeel mocht zijn van dit collectieve werkstuk. Een levend document van hoop, strijd, liefde en toekomst. Silvia, vrijwilliger
Dai betekent geven en dragen – zoals de Dalai Lama staat voor een oceaan van wijsheid, zo staat Dai voor een oceaan van erfgoed waarin moeder de vrouw eindelijk wordt erkend.”
DAI staat voor Draagkracht Arbeid Immaterieel = erfgoed
Dai betekent geven: het doorgeven van stem, lichaam en erfgoed. Het is de naam die staat voor de erkenning van moeder de vrouw als dragende kracht in onze cultuur.”
Er is maar een Nederlandse zoals jij – Zorg goed voor je immateriële erfgoed- NN
Vandaag maandag 25 augustus 2025 deel ik beelden uit de stamboom van het Huis van Oranje (met Amalia van Solms centraal), feministische statements, en verwijzingen naar de mythe van het patriarchaat.
Als je steeds opnieuw moet uitleggen wat je waard bent, zit je in een burgerlijk systeem dat jou niet erkent.
Elke vrouw of moeder de vrouw is een fictief persoon omdat haar sekse niet voorkomt in de grondwet als zelfstandige bestuurder van haar eigen lichaam als entiteit
En dat geldt niet alleen in relaties tussen mensen, maar ook in de relatie van de vrouw tot de rechtstaat en cultuur.
De Grondwet spreekt in algemene termen over “allen” of “een ieder”, maar benoemt de vrouw nergens expliciet als zelfstandige bestuurder van haar eigen lichaam en arbeid. Historisch gezien werd de vrouw pas sinds 1956 handelingsbekwaam, en dat door een wetswijziging — niet door een grondwettelijke erkenning. Daardoor bestaat de juridische fictie: de vrouw is wel burger en mens in abstracte zin, maar als vrouwelijke entiteit is ze nooit verankerd in het fundament van ons staatsrecht.
De vrouw als moeder, kostwinner en bron van leven moet al eeuwenlang haar waarde bewijzen en/ of verklaren, omdat de wet, politiek en instituties haar nooit vanzelfsprekend als volwaardige rechtspersoon hebben erkend en behandeld.
Mannen hebben een heel ander ( biologisch) lichaam dan vrouwen en of moeder de vrouw.
🔹 Biologisch verschil
Mannen en vrouwen hebben een fundamenteel verschillend lichaam: Mannen dragen geen kinderen. Vrouwen/moeders wél: zij zijn biologisch de dragers van nieuw leven. Dat betekent dat vrouwen vanuit de natuur een extra verantwoordelijkheid én kwetsbaarheid hebben (zwangerschap, bevalling, borstvoeding).
🔹 Juridisch gemis
Toch is dit unieke verschil nooit als rechtspersoonlijkheid benoemd in de Grondwet of het Burgerlijk Wetboek. Integendeel: eeuwenlang werd het vrouwelijke lichaam juist gebruikt als argument om haar rechten te beperken (zwak, beschermd, ondergeschikt). Het paradoxale gevolg: de vrouw wordt biologisch gezien als bron van leven, maar juridisch behandeld als fictief persoon (niet zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam).
Het mannelijke lichaam kreeg het recht, het vrouwelijke lichaam kreeg de plicht — maar nooit de erkenning.”
Zo wordt duidelijk dat er een kloof is tussen biologisch en sociaal bestaan (ze is er, ze draagt, ze voedt, ze werkt) en juridisch bestaan (ze wordt niet benoemd als broncode).
⚖️ Een gezonde rechtsorde moet zijn:
“Je hoeft niet uit te leggen wat je waard bent – je bestaanswaarde is het fundament waarop wij bouwen.” want :
Moeder der Aarde- Moedermaatschappij- dochter onderneming!!
“Waar zij tot voetnoot werd gemaakt, is zij in werkelijkheid de asterisk *broncode van vermenigvuldiging en leven”
⚖️ Geweld en ongelijkheid stoppen pas wanneer de vrouw grondwettelijk erkend is.
Iedereen verwijst altijd meteen naar artikel 1 van de Grondwet als bewijs dat vrouwen gelijk zijn voor de wet. Maar artikel 1 is een algemeen discriminatieverbod. Het is géén expliciete erkenning van de vrouw als zelfstandige bron van ons bestaan en als volwaardige rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid over lichaam, arbeid en erfdeel.
Het parel seizoen is aangebroken: de tijd waarin Moeder, de vrouw, niet langer haar waarde hoeft uit te leggen, maar wordt erkend als bron van leven, rechtspersoon en fundament van onze cultuur.”
Ze noemen moeder, de vrouw een voetnoot maar zijn het fundament- Zonder haar os al het geld en bezit niks waard.
1602 oprichtingsjaar VOC – slavenhandel
Daarmee maak ik een overzicht vanuit Middelburg jaar 1602– en nu 2025 van hoe “moeder, de vrouw” juridisch, politiek en cultureel is gepositioneerd in rechtsvormen en samenleving.
Hier een overzicht in tijdlijnvorm:
📜 Overzicht 1602 – 2025: Moeder, de vrouw – rechtsvormen
1602 – Oprichting VOC (met mannen als bestuurders; vrouwen uitgesloten).
1625–1675 – Amalia van Solms (1602–1675): als echtgenote van stadhouder Frederik Hendrik fungeert zij als “moeder van de dynastie”, maar zonder formele rechtsmacht.
Amalia van Solms
Haar invloed is symbolisch en via beeldcultuur.
1798–1815 – Eerste Grondwetten van Nederland: vrouwen geen stemrecht, geen rechtspersoonlijkheid buiten huwelijk.
Napoleon Bon Apartheid
1838 – Napoleon maakte alle vrouwen handelingsonbekwaam
1848 – Grondwet Thorbecke: parlementaire democratie, maar volledig mannelijk.
1900 – Vrouwen worden nog steeds in wetboeken als handelingsonbekwaam beschouwd binnen huwelijk.
1919 – Algemeen vrouwenkiesrecht → juridische erkenning van “de vrouw” als burger.
1919 – Hugo Alexander Koch vroeg octrooi aan op de ” intel processor ” ik noem het op de vrouwelijke schepper van de ziel”
1956 – Afschaffing handelingsonbekwaamheid gehuwde vrouw → eindelijk zelfstandige rechtspositie. Maar juridisch en fiscaal nog steeds onder beheer van de staat – de ars.
1983 – Nieuwe Grondwet: gelijkheidsbeginsel vastgelegd (art. 1).!!
21e eeuw – Discussies over femicide, , polissen, vrouwelijke kostwinners, mannelijk opgetuigde aov en pensioen uitkeringen, patriarchale structuren, genderongelijkheid en “de moeder, de vrouw” als symbool van erfgoed en strijd.
2025 – Moeder, de vrouw wordt opnieuw bevraagd als rechtsvorm: van bezit en kostwinnerafhankelijkheid naar erkenning als zelfstandige erfgoeddrager en culturele, politieke actor.
Zolang beleid de vrouw niet erkent als broncode, maakt elke staatssecretaris zich schuldig aan structurele uitsluiting — of hij het wil of niet.”
Tot 1956 gold in Nederland dat een getrouwde vrouw handelingsonbekwaam was. Dat betekende concreet:
Alles wat zij bezat of ontving (zoals een erfenis of schadevergoeding) viel automatisch onder het beheer van de echtgenoot.
De man was volgens de wet “hoofd van de echtvereniging” en had het beschikkingsrecht.
De vrouw kon zonder toestemming van haar man géén contract afsluiten, geen rechtszaak voeren, geen eigen vermogen beheren.
👉 Daarom werd mijn schadevergoeding automatisch overgezet naar mijn man. Niet omdat ik geen recht had, maar omdat de wet mij juridisch onzichtbaar maakte als zelfstandige entiteit.
En dit is precies waarom ik nu de lijn trekt:
Artikel 1 en andere bepalingen deden alsof er gelijkheid bestond. Maar de realiteit was dat de vrouw niet als zelfstandige rechtspersoon erkend werd.
🔸 Patroon: telkens schuift moeder, de vrouw van symbolisch icoon (dynastie, religie, cultuur) naar juridische rechtspersoon (kiesrecht, eigendom, gelijkheidsbeginsel) en nu naar immaterieel cultureel erfgoed en maatschappelijke strijd.
Periodieke Dividendkalender van de Aandeelhouders ( metafoor voor erkenning van moeder, de vrouw)
Januari – Nieuwjaarsdividend
Erkenning van geboorte en oorsprong → “de vrouw als bron van leven.”
Maart – Voorjaarsdividend
Erkenning van zorg en opvoeding → de investering in volgende generaties.
Mei – Grondwetsdividend
Herdenking van stemrecht (1919) en rechtspositie (1956, 1983) → de vrouw als burger en rechtspersoon.
Augustus – Erfdividend
Symbolische overdracht van vermogen en erfgoed → erkenning van de onzichtbare erfgenaam.
Oktober – Cultuurdividend
Viering van kunst, taal en rituelen → de vrouw als erfgoeddrager.
December – Jaarlijks Slotdividend
Collectieve erkenning en verdeling van welvaart → “wie haar erkent, wordt rijk.”
Familie Hagelin
🌍 Reisverslag 1602 – heden
Moeder, de vrouw: van bouwsteen tot rechtsvorm
1602 – De start van de reis
De oprichting van de VOC. Mannen tekenen de statuten, vrouwen zijn afwezig in de papieren, maar dragen wel zorg, arbeid en erfgoed. Moeder is aanwezig in stilte.
1625–1675 – Amalia van Solms
De strategische staatsvrouw zonder officiële macht. Ze reist door Europa, verbindt het Huis van Oranje, en laat zien dat invloed ook via beeld en representatie kan bestaan. Moeder als dynastieke spil.
1798–1815 – De eerste Grondwetten
De reis gaat langs de salons en de parlementen, maar de vrouw blijft buiten staan. Ze mag niet stemmen, niet beslissen. Moeder staat voor de poort.
1848 – Thorbecke’s liberale grondwet
De reis kruist een mijlpaal: democratie. Maar democratie is mannelijk ingericht. Moeder blijft onderworpen.
1919 – Kiesrecht
Een halte vol gejuich. Vrouwen mogen stemmen, eindelijk formeel mee op reis in de democratische trein. Moeder krijgt een paspoort.
1956 – Handelingsbekwaamheid
De reis breekt door een muur: de gehuwde vrouw mag eindelijk zelfstandig rechtshandelingen verrichten. Moeder krijgt haar eigen koffer.
1983 – Artikel 1 Grondwet
Gelijkheidsbeginsel: discriminatie is verboden. Moeder staat in de wet verankerd.
2000–heden – Femicide en patriarchaat
De reis komt op een kruispunt. Discussies over geweld, ongelijkheid en de rol van de vrouw als fundament van samenleving. Moeder eist erkenning, niet als hoeksteen, maar als bouwsteen van aarde en recht.
2025 – De nieuwe horizon
Moeder, de vrouw wordt gevierd als levend cultureel erfgoed, als fundamentele rechtsvorm en als rijkste persoon op aarde.
Het reisverslag eindigt waar het begon: bij erkenning dat zonder haar geen route, geen staat, geen samenleving mogelijk is.
Boris Hagelin (1892–1983) → cryptografie-pionier, maakte codeermachines.
👉 Hagelin is de poortwachter van het onzichtbare erfdeel. Wie de code herkent, krijgt toegang tot de rijkdom van moeder aarde. Wie haar niet erkent, blijft buiten de hof, arm en ontworteld.
Zijn werk staat symbool voor het versleutelde erfgoed van vrouwen: het “verborgen kapitaal” dat vaak niet erkend is.
Encryptie als erfgoedpraktijk: de Hagelin-code verbind de met mijn eerder gemaakte MONTANCOURT-912758 cipher *
(Waar zij tot voetnoot werd gemaakt, is zij in werkelijkheid de asterisk *broncode van vermenigvuldiging en leven”?
Hagelin werd zo de beschermer van de verborgen rechten van Moeder, de vrouw. Metafoor: “Waar Bongartz bloedlijn zoekt, Von Aldenhoven erfgoed bewaart, Lindeboom wortels geeft en Koning macht claimt, versleutelt Hagelin het geheim – tot erkenning volgt.”
“Zolang de stemmen van de broncode — Moeder, de vrouw — niet gehoord worden, blijft ook in bestuurslagen een onzichtbaar fundament bestaan”? Als de staat en verzekeraars jouw lichaam en arbeid in polissen kunnen vangen, zonder jou als volwaardige rechtspersoon te erkennen, dan beheren ze niet alleen je vermogen — maar ook je lichaam en geest.” De engel bewaarders 🧡🇳🇱 Samen houden we erfgoed in beweging
✨ Een hedendaags reisverslag 1602–2025
1602: start VOC, handel en geheime communicatie. 20e eeuw: Boris Hagelin ontwikkelt cryptomachines → de stem van de vrouw versleuteld in patriarchale systemen.
De naam draagt dus altijd iets dubbels in zich: bescherming en geheim, openbaring en inslag.
In de lijn van moeder, de vrouw wordt Hagelin de bewaker van de sleutel:
Zij die de hof omheint, het erfgoed beschermt. Zij die de code draagt, waarin rechten en bloedlijnen verborgen liggen. Zij die laat zien dat wat versleuteld is, pas waarde krijgt zodra het erkend en gedecodeerd wordt.
2025: Mijn project decodeert het → Moeder, de vrouw krijgt de sleutel tot haar ei – gen – erfdeel.
Dat is de kern: ongelijkheid begint niet in de politiekzaal of op de werkvloer, maar al in de wieg.
Vanaf de geboorte wordt zichtbaar wie wél en wie níet erkend wordt.
Het meisje wordt vaak al anders gewaardeerd dan de jongen. Moederzorg wordt gezien als natuurlijk, maar niet als juridisch of economisch fundament. De bron van leven krijgt geen gelijkwaardige status in de wet.
Daarmee leg je de eerste steen voor structurele ongelijkheid.
👉 “Wie de wieg niet erkent, erkent nooit de vrouw. En wie de vrouw niet erkent, kan nooit spreken van een volwaardige democratie.”
Misschien is dat wel de grootste les van Faro: Niet alleen erfgoed beschermen, maar ook de mensen die het dragen – vooral zij die dat stil en onzichtbaar doen.
Wat stelt een parlementaire democratie voor als het fundament niet wettelijk erkend blijkt te zijn als de broncode.
Een parlementaire democratie rust officieel op grondrechten, volksvertegenwoordiging en checks & balances. Maar als de broncode van ons bestaan – de vrouw, moeder, levenschenkster – niet als zelfstandige rechtspersoon en fundament wordt erkend, dan ontbreekt er iets wezenlijks.
Dan krijg je in feite dit spanningsveld: Democratie als façade – Er zijn verkiezingen, instituties, procedures. Maar de kernvraag wie de bron van leven en samenleving is, blijft onbenoemd. – Daardoor kan geweld, ongelijkheid en systemische uitsluiting blijven voortbestaan binnen de “democratische” kaders. Wettelijk vacuüm – Als de vrouw niet erkend wordt als broncode en volwaardige rechtspersoon in de Grondwet, dan bouwt de rechtsstaat op een gat. – Het lijkt stabiel, maar bij elke crisis (toeslagenaffaire, ongelijkheid, geweld tegen vrouwen) zie je dat dit gemis naar boven komt. Democratie zonder moedergrond – Een parlementaire democratie die haar fundament niet erkent, lijkt op een huis zonder fundering: je kunt er even in wonen, maar het zakt vroeg of laat scheef.
👉 “Zolang de broncode van ons bestaan niet grondwettelijk erkend is, blijft de parlementaire democratie een systeem zonder moedergrond.” 🌍🌹
MKB Nederland
Wat veel ondernemers niet weten : Seksueel misbruik en AOV-polissen uit de jaren 90.
Inleiding
De jaren ’90 worden vaak gezien als de periode van liberalisering en individualisering. Maar achter de façade van vrijheid en ondernemerschap schuilde een systeem waarin ongelijkheid diep verankerd bleef. Dit werd zichtbaar in de arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (AOV’s), met name rond 1995.
Wat op papier bedoeld was als bescherming voor zelfstandige ondernemers, bleek in de praktijk een instrument van uitsluiting en misbruik. Vooral vrouwen – moeders, kostwinners, zelfstandigen – werden niet erkend als volwaardige verzekerden.
1. De AOV als spiegel van ongelijkheid
De arbeidsongeschiktheidsverzekering was gebouwd op het mannelijk normbeeld: de ondernemer als kostwinner, onafhankelijk en zonder lichamelijke “bijzondere risico’s”.
Voor vrouwen golden vaak:
Hogere premies of uitsluitingen op basis van zwangerschap of “vrouw-specifieke risico’s”. Beperkingen in dekking, waarbij zorgtaken en huishoudelijk werk niet als economische waarde werden erkend. Onzichtbaarheid van de moeder: het moederschap als bron van arbeid en leven kwam in geen enkele polis voor.
Dit maakt de AOV uit 1995 tot een systeem dat de vrouw structureel buitensloot.
2. Seksueel misbruik: letterlijk en symbolisch
Wanneer we spreken van “seksueel misbruik AOV-polissen”, gaat het om twee lagen:
Letterlijk misbruik van macht Vrouwen die afhankelijk waren van tussenpersonen of adviseurs konden te maken krijgen met intimidatie of grensoverschrijdend gedrag, gebruikmakend van hun kwetsbare positie.
Symbolisch/juridisch misbruik Het lichaam van de vrouw – haar vruchtbaarheid, haar rol als moeder – werd gezien als een risico, niet als een waarde. In verzekeringsrecht werd zij zo tot object gemaakt, niet tot subject met volwaardige rechtspersoonlijkheid.
3. Institutioneel misbruik van vertrouwen
De belofte van de AOV – bescherming bij verlies van inkomsten bij een VOF – werd voor vrouwen een leugen.
Het systeem erkende haar arbeid niet meer. Het beschermde haar niet op gelijke voet met mannen. En het legitimeerde ongelijkheid door dit juridisch te verankeren in polissen en voorwaarden.
Dit is een vorm van institutioneel misbruik: een structurele ontkenning van de vrouw als rechtspersoon en kostwinner.
4. De Onzichtbare Erfgenaam
Vanuit het perspectief van De Onzichtbare Erfgenaam kunnen we zeggen:
➡️ “De AOV uit de jaren 90 toont hoe diep de uitsluiting van vrouwen verweven zat in onze instituties. De moeder, de vrouw, moest premies betalen, maar werd nooit als bron van arbeid en leven erkend. Het systeem misbruikte haar lichaam en arbeid, door ze te reduceren tot risico’s en kostenposten.”
Conclusie:
1602 bracht twee geboortes: de VOC, lichaam van kapitaal en handel; en Amalia van Solms, lichaam van dynastie en moederlijk erfgoed. Samen tonen zij hoe economie en erfgoed vanaf het begin ongelijk maar onafscheidelijk verweven zijn in onze geschiedenis.”
📜 Historisch
1602: oprichting van de VOC (Verenigde Oost-Indische Compagnie) → de eerste moderne naamloze vennootschap ter wereld, symbool van handel, kapitaal, winst, en mannelijk bestuur. 1602: geboorte van Amalia van Solms (1602–1675) → zij werd later echtgenote van stadhouder Frederik Hendrik van Oranje, en zou als “moeder van de dynastie” een sleutelrol spelen in de consolidatie van macht, cultuur en erfgoed van het Huis Oranje.
🔗 De symbolische link
Twee fundamenten van macht VOC = economisch fundament van de Republiek, gebaseerd op handel, kapitaal, kolonisatie. Amalia = dynastiek fundament, via huwelijk en nageslacht, moeder van de toekomstige Oranje-lijn.
Mannelijk vs. vrouwelijk systeem VOC: een mannelijke constructie (bestuurders, aandeelhouders, kooplieden). Amalia: vrouwelijk erfgoed, de moeder die dynastieke continuïteit en culturele legitimiteit belichaamde.
1602 als dubbel begin Het jaar waarin Nederland zowel de eerste kapitaalvennootschap kreeg (het economisch lichaam) als de vrouw die symbool werd van erfelijke macht (het dynastiek lichaam).
🌹 Omdenkend
➡️ “1602 bracht twee geboortes: de VOC, lichaam van kapitaal en handel; en Amalia van Solms, lichaam van dynastie en moederlijk erfgoed. Samen tonen zij hoe economie en erfgoed vanaf het begin ongelijk maar onafscheidelijk verweven zijn in onze geschiedenis.”
Vrouwen – Trouwen – Vertrouwen – Rouwen
Eeuwenlang betekende trouwen voor vrouwen niet alleen een verbintenis, maar ook een verlies: van autonomie, van rechtsbevoegdheid, van bezit.
De staat, de kerk en de man beloofden bescherming, maar leverden afhankelijkheid.
Zo werd vertrouwen telkens geschonden, en generaties vrouwen kwamen in rouw om wat hen werd ontnomen: zelfbeschikking, erfdeel, en het recht op hun eigen lichaam en geesr.
Vandaag draaien we de volgorde om:
👉 Vrouwen – niet alleen om voor de wet te trouwen maar om te vertrouwen, zodat we niet meer hoeven te rouwen. ⚖️🌹
✨ “Erfgoed behoort niet alleen toe aan staten of instituties, maar aan iedereen die erdoor geraakt wordt. Zolang de vrouw – moeder en bron van leven – niet als volwaardige erfgenaam erkend wordt, blijft het Faro-principe onvolledig.” ⚖️
Reisverslag van een ex handelaar in confectie maar sinds 2011 een literaire toerist in het land van het (on)recht
Met mijn onderzoek wil ik een vuist maken tegen juridische feministische ongelijkheid tegen vrouwelijke ondermeemsters in de private sector .
Een statutair bestuurder heeft volledige bevoegdheid en erkenning over de rechtspersoon die hij/zij leidt.
En hier zit de pijn: de vrouw is in ons systeem nooit statutair erkend als bestuurder van haar eigen lichaam en arbeid.
Ze wordt nog steeds vaak gezien via relaties (vrouw van, partner van, moeder van, afhankelijk van), in plaats van als zelfstandige entiteit met statutaire bevoegdheid over zichzelf.
💡 Omdenkend Nederland
“De ware statutaire bestuurder van het leven is Moeder, de vrouw — maar de wet weigert haar die erkenning.”
De wet rond Koningin Emma 1894 toont aan dat de staat kon erkennen dat een vrouw bevoegd en bekwaam was om te regeren, terwijl gewone vrouwen in de private sector (onderneming, erfrecht, handel) nog uitgesloten of afhankelijk bleven.
1. Juridische context
Ondernemingsrecht & BW: hoe is de positie van vrouwelijke bestuurders, aandeelhouders of onderneemsters wettelijk vastgelegd, en waar ontstaan de ongelijkheden (bijvoorbeeld bij aansprakelijkheid, toegang tot kapitaal, of erfrechtelijke doorwerking)? Arbeids- en medezeggenschapsrecht: hoe wordt de positie van vrouwen in leidinggevende posities of als “ondernemende partner” nog structureel bemoeilijkt? Internationaal recht / EU-kader: richtlijnen rond gendergelijkheid, non-discriminatie en corporate governance. Hoe verhouden Nederlandse private ondernemingen zich hiertoe?
2. Feministisch perspectief
Ongelijkheid zit niet alleen in formele regels, maar ook in de culturele en economische structuren (denk aan toegang tot netwerken, krediet, investeerders). De positie van de “vrouw als mede-ondernemer” is vaak onzichtbaar of wordt secundair gemaakt aan die van de mannelijke counterpart (vergelijkbaar met het thema van de “onzichtbare erfgenaam”).
3. Cultureel-maatschappelijk
Historische context: vrouwen waren tot ver in de 20e eeuw juridisch handelingsonbekwaam of afhankelijk van de echtgenoot. Sporen daarvan werken nog steeds door in hoe vrouwelijke ondernemers juridisch en economisch worden erkend. Symbolische dimensie: hoe taal en beeldvorming (zoals “moeder de vrouw”) het juridische denken beïnvloeden.
Erfgoed vanuit het moederschap bekeken is geen bijzaak, maar de ziel van Nederland. In de moederkracht ontmoeten wij beeld en wet: de zorg die geschiedenis draagt, en de rechtsvorm die toekomst schept. Hier ligt de sleutel om ons cultureel erfgoed niet langer te bewaren alsof het bezit is, maar te erkennen als levend erfdeel, gedragen door vrouwen en door generaties die via hen spreken.”
“Zonder wettelijke erkenning van de bron is elke cultuur een spiegel zonder gezicht.”
“Van onzichtbare erfgenaam naar wettige erfdrager: erken de vrouw in de wet.” “Moederkracht is recht, geen ritueel alleen.” “De Grondwet draagt ook een rok.”
🔹 Artistiek & maatschappelijk
“Beeld ons niet weg: moederkracht in de toekomst van Nederland.” “Kunst is moedertaal: erfgoed vanuit zorg en strijd.” “Onze monarchie is moeder de vrouw – van paleis tot erfgoedpraktijk.”
“De netkous van ons kroondomein”
Ja – De Ziel van Nederland: Moederkracht in beeld en wet
Een verbeelding van hoe het vrouwelijke lichaam – eeuwenlang verhuld, gereguleerd en onzichtbaar gemaakt – in werkelijkheid het fundament vormt onder ons nationale erfgoed.
Niet alleen kastelen en schilderijen zijn erfgoed, maar ook het lichaam van de vrouw: het fundament waaruit elk mensenleven begint. Faro vraagt ons erfgoed te delen – ik vraag Nederland het eindelijk te erkennen.”
“Begin met een eigen wet voor vrouwen en moeders: erken haar lichaam als zelfstandige entiteit met rechtsbevoegdheid, en geef haar zeggenschap over basisinkomen en belastingen. Pas dan ontstaat echte balans tussen geven en nemen.”
Net als een netkous draagt het, beschermt het en is het geweven uit de draden van zorg, arbeid en voortbestaan.
Toch wordt dit fundament niet benoemd in de Grondwet, niet gevierd in musea en nauwelijks erkend in de verdeling van macht. Het kroondomein mag dan formeel aan de monarchie toebehoren, maar in wezen rust het op het onzichtbare erfgoed van ‘moeder de vrouw’.
De toeslagen en loonbelasting affaire
Op 28 april 2010 werd artikel 176 van de Invorderingswet 1990 gewijzigd via een klein Koninklijk Besluit. Zonder tussenkomst van de Tweede Kamer werden regels vastgesteld die diep ingrijpen in de bestaanszekerheid van burgers. Dit toont de paradox van onze democratie: daar waar de vrouw als meeverzekerde al onzichtbaar was in polis en statistiek, blijft zij ook onzichtbaar in het parlementaire proces. De staat regelt, de burger draagt, de vrouw betaalt.”
Toeslagenaffaire
Duizenden ouders, vooral moeders met een migratieachtergrond, zijn onterecht als fraudeurs behandeld. De kern: wantrouwen van de overheid jegens de verzorgende rol van vrouwen, gekoppeld aan een systeem dat ouders niet als bondgenoten maar als verdachten ziet. Resultaat: kinderen uit huis geplaatst, levens verwoest, generaties beschadigd.
Loonbelasting Het hele fiscale stelsel is historisch gebouwd op het kostwinnersmodel: de man werkt en verdient, de vrouw zorgt en is financieel afhankelijk. Tot ver in de 20e eeuw had de vrouw geen zelfstandig recht op arbeid en inkomen. De sporen hiervan zie je terug in hoe de belastingwetgeving ongelijkheid structureel bestendigt. Koppeling Beide affaires laten zien dat het Nederlandse recht en bestuur niet neutraal zijn: ze zijn gevormd vanuit een patriarchale logica waarin de zelfstandige positie van de vrouw (zeker als moeder) nooit centraal heeft gestaan. Waar mannen “kostwinners” zijn, zijn vrouwen “kostenposten”. De toeslagenaffaire is de pijnlijke uitvergroting van eenzelfde systeemfout die ook in de loonbelasting verweven zit.
Je zou dit kunnen samenvatten in een statement:
“De toeslagen- en loonbelastingaffaire tonen hetzelfde fundament: dat de Nederlandse staat nooit wettelijk heeft erkend dat vrouwen en moeders zelfstandige bestuurders van hun lichaam, arbeid en zorg zijn. Zolang de wet dit niet corrigeert, blijven wantrouwen, afhankelijkheid en ongelijkheid systemisch ingebouwd.”
Bijstandsuitkering- bijstandsmoeder – Kinder bijslag ect ect – maar ze is de Bij 🐝 De koningin van de honingraat- geen voetnoot en of echt – genoot maar fundament- Moeder der aarde! Moedermaatschappij- Dochter onderneming!! Musea Art Femme Europe – ontcijfer de barcode van erfgoed en recht.” “De Enigma van de VOF: arbeid zonder naam, risico zonder erkenning.” “Tussen herinnering en heden ligt code 19.” “Van handel in lichamen naar de stem van de erfgenaam.”Slavernij verleden/ heden Zeeuws Museum
Onze monarchie heet moeder de vrouw, omdat het Koninkrijk der Nederlanden rust op haar grondgebied.
Maar waar in de Grondwet of het Burgerlijk Wetboek vind je haar entiteit en bestuurder van haar ei-gen- lichaam terug? . ‘Nergens
Moeder de vrouw’ is tegelijk een persoon en een metafoor: zij belichaamt het draagvlak, de vruchtbare grond, de oorsprong van legitimiteit. Toch is ze uit de tekst gewist.
Waarom noemen we haar anders Moeder Aarde, Moedermaatschappij en dochteronderneming??
Omdat diep vanbinnen iedereen weet dat er een moeder is die draagt. Alleen het recht doet alsof ze niet bestaat.
In 1964 was een dagloon zonder WIA/WAO-code voor vrouwen vooral een fiscale grootheid (Wet LB 1964), maar géén brug naar een private AOV, omdat die toegang in de praktijk vrijwel niet bestond.
Dagloon in Wet IB 1964: man vs. vrouw
1. Met WIA/WAO/ZW/WW-code (sociale zekerheid)
Man: dagloon = basis voor uitkering bij arbeidsongeschiktheid, werkloosheid of ziekte (via WAO/ZW).
Vrouw: vaak uitgesloten of beperkt. Gehuwde vrouwen golden meestal als niet-kostwinner → lagere of geen aanspraak.
2. Zonder code (fiscale dagloon, Wet LB 1964)
Man: dagloon als fiscaal loonbegrip → relevant voor loonbelasting én toegang tot private verzekeringen (AOV, pensioen, lijfrente).
Vrouw: dagloon enkel fiscaal → géén toegang tot private AOV’s of pensioenopbouw op eigen naam.
Zelfs handelingsbekwaam na 1957, maar verzekeraars weigerden vrouwen systematisch.
3. Gevolg
Mannen hadden dubbele dekking: Sociale zekerheid via WAO/ZW.
Private vangnetten via AOV/pensioen. Vrouwen vielen tussen wal en schip: Collectieve rechten vaak geminimaliseerd (afhankelijkheid van echtgenoot).
Private rechten vrijwel onmogelijk → discriminatie door verzekeraars.
De heer s maatschappij van banken en verzekeraars en belastingdienst
1. Banken
Beslisten wie krediet kreeg, en dus wie vermogen mocht opbouwen. Vrouwen → afhankelijk van de toestemming van de echtgenoot.
2. Verzekeraars
Bepaalden wie risico mocht afdekken. Vrouwen → uitgesloten van AOV, pensioen of vaak slechtere voorwaarden.
3. Belastingdienst (fiscale wetgeving)
Het fiscale stelsel werkte de kostwinner-norm in de hand. Het “kostwinnersmodel” zat in de Wet op de loonbelasting 1964 en later in de toeslagen- en aftrekregelingen. Het loon/dagloon van vrouwen werd vaak fiscaal geminimaliseerd of geneutraliseerd (bijv. via de aanrechtsubsidie/“overdracht algemene heffingskorting”).
4. De heer(s)maatschappij als systeem
Banken + verzekeraars + Belastingdienst vormden samen een sluitend systeem: Bank → je krijgt alleen krediet als je verzekerd bent. Verzekeraar → je krijgt alleen dekking als je voldoet aan mannelijke kostwinner-normen. Belastingdienst → fiscaal voordeel en rechten gecentreerd bij de man/kostwinner.
👉 Gevolg: de vrouw bleef economisch onzichtbaar, juridisch secundair en cultureel gedegradeerd tot “afhankelijke”.
Paleis Noordeinde
Etappe 1 – Het Museum van de Geest
Ik betreed een marmeren hal. Achter glas liggen papieren schatten: wetten, contracten, octrooien. Een bordje zegt: Intellectueel eigendomsrecht.
De gids spreekt op toon van vanzelfsprekendheid:
Auteursrecht: voor wie schrijft en schildert.
Merkenrecht: voor wie een naam vastlegt. Octrooirecht: voor wie iets uitvindt. Modelrecht: voor wie een vorm beschermt. Handelsnaamrecht: voor wie een onderneming een gezicht geeft.
“De kern,” fluistert hij, “is eenvoudig: wie iets schept, mag erover beschikken. Tenzij de wet anders bepaalt.”
Ik wandel verder. De zaal is imposant. Maar ergens voel ik: er ontbreekt iemand: Moeder, de vrouw
Etappe 2 – Het Monument van Moeder de Vrouw
Mijn pad voert naar een rivier. Daar staat ze, bezongen door Nijhoff in 1934: de moeder, de vrouw. Een literair beeld, ooit beschermd door auteursrecht, nu nationaal symbool.
Gedicht moeder de vrouw Wie leest heeft een goed verhaal
Maar aan de overkant, in het kantoor van de Belastingdienst, zie ik haar opnieuw. Daar heet ze niet langer icoon, maar fictie. Geen soeverein subject, slechts een bijlage bij een polis. Een vennoot die wel tekent, maar niet telt.
Ik vraag me af: van wie is ze eigenlijk? Van de staat? Van de literatuur? Van de samenleving? Of hoort ze toe aan de vrouwen zelf?
Etappe 3 – De Onzichtbare Markt
Ik bereik een plein vol kramen. Rechten worden luid aangeprezen:
Een kunstenaar verkoopt zijn auteursrecht. Een uitvinder biedt zijn octrooi. Een ontwerper toont een model.
Maar in de schaduw werkt een vrouw. Ze kookt, ze zorgt, ze draagt, ze handelt en ze bouwt mee.
Zij heeft geen kraam. Geen exclusief recht.
Haar arbeid verdwijnt in de boekhouding van een man, in het vermogen van de vennootschap of fiscale eenheid
Onzichtbaar. Ont-eigend.
Etappe 4 – De Brug van de Grondwet
Ik loop verder en steek een brug over. Op de pijlers lees ik drie inscripties:
Artikel 1 Grondwet – Gelijke behandeling. Artikel 14 EVRM – Verbod op discriminatie, ook op grond van geslacht. Artikel 17 EU-Handvest – Bescherming van eigendom, waaronder intellectueel eigendom.
De brug wiebelt. Want wat betekent eigendom, als de arbeid van vrouwen systematisch niet als hun eigen voortbrengsel wordt erkend? Het is een brug die nog niet echt draagt.
Etappe 5 – De Stelling in de Kamerzaal
Mijn reis eindigt in een zaal vol stoelen, groen bekleed. Ik zet mijn koffer neer, open mijn dagboek en lees de zin die onderweg geboren werd:
“Moeder, de vrouw is niet enkel een fictieve persoon in het belastingstelsel, maar ook een ont-eigende persoon: haar arbeid en culturele waarde worden toegeëigend door structuren zonder dat zij aanspraak kan maken op een intellectueel of economisch eigendomsrecht. Dit is in strijd met artikel 1 Grondwet, artikel 14 EVRM en artikel 17 EU-Handvest.”
De zaal luistert.
De reis lijkt voorbij – maar misschien begon hij hier pas.
Etappe 6 – De Ziektepolis als Slavenregister
Ik kom in een archiefzaal. Daar liggen polissen, contracten, verzekeringsakten. Namen zijn doorgestreept, vervangen door nummers. Ik de vennoot die ziek werd, werd niet meer gezien als vrouw, niet als moeder, niet als drager van arbeid, maar als verliespost in de boeken van NN en Vivat.
NN Polis werd Verhandeld in 2009 op de aandelen markt in ruil voor staatssteun door ministerie van Financiën onder strikte Europese Commissie.
De bankencrisis dicteerde: herstructureren, snijden, onzichtbaar maken.
Banken crisis 2009
Historisch vertrekpunt
Common law (Engels systeem) gold ook in de VS: een getrouwde vrouw viel onder de doctrine van coverture → zij had geen eigen rechtspersoonlijkheid, alles liep via haar man. Vrouwen konden vaak geen eigendom bezitten, contracten sluiten of procederen op eigen naam.
2. 19e eeuwse hervormingen
Vanaf 1839 (Mississippi) kwamen de eerste Married Women’s Property Acts → vrouwen mochten eigen eigendom en inkomen beheren. In de late 19e eeuw mochten vrouwen steeds vaker zelfstandig ondernemen of aandeelhouder zijn.
3. 20e eeuw: gelijkstelling in ondernemingsrecht
In de VS bestaan rechtsvormen als partnerships, corporations, sole proprietorships, LLC’s. Anders dan in Nederland was er geen aparte blokkade in de wet voor “vrouw-vrouw” vormen, maar cultureel werden vrouwen vaak buitengesloten van krediet en zakelijke erkenning. Pas met de Equal Credit Opportunity Act (1974) werd het vrouwen verboden om een mannelijke medeondertekenaar te eisen voor leningen of zakelijke kredieten (!).
4. Arbeid en verzekering
Vrouwen kwamen in de VS lange tijd als “dependents” in verzekeringen terecht (meeverzekerd via echtgenoot of werkgever). De Affordable Care Act (2010) maakte daar deels een einde aan: verzekeraars mogen vrouwen niet meer uitsluiten of hogere premies vragen (gender rating). Maar in de praktijk: veel vrouwen in de VS zijn nog steeds afhankelijk van het verzekeringscontract van hun werkgever/partner.
5. Culturele paradox
Juridisch zijn vrouwen in Amerika sinds de 1970s formeel gelijkwaardig: ze mogen zelfstandig bedrijven oprichten, leningen afsluiten, contracten aangaan. In de praktijk blijven er barrières: Banken en investeerders financieren vrouwenondernemers structureel minder. Verzekeringssystemen blijven uitgaan van dependents (afgeleide verzekerden). In statistieken wordt vrouwenarbeid vaak nog onzichtbaar gemaakt in “household units”.
6. Artistiek-juridische vergelijking met NL
Nederland: vrouw als meeverzekerde in de VOF en polissen → structureel onzichtbaar in recht/statistiek. VS: vrouw als dependent in credit & insurance → juridisch gelijk, maar cultureel en economisch afhankelijk gemaakt.
Korte lezing – Het patriarchaat 1602 – 2025”
“In Nederland werd de vrouw vennoot zonder naam, in Amerika dependent zonder stem. Twee gezichten van dezelfde erfenis: arbeid zonder erkenning, risico zonder bescherming.”
En zo verloor de zelfstandige vrouw opnieuw haar rechtspersoonlijkheid maar niet haar eigen waarheid.
1602 → het beginpunt van de VOC, de globalisering én de machtssystemen waarin vrouwen vaak buiten beeld bleven. Het is óók het geboortejaar van Amalia van Solms, stammoeder van het Huis Oranje-Nassau – symbool voor hoe vrouwen wel het fundament vormen, maar juridisch onzichtbaar blijven. 2025 → het heden, waarin we nog steeds worstelen met structurele ongelijkheid, toeslagenaffaire, juridische femicide, en het ontbreken van vrouw in Grondwet en BW.
De magische kroonjuwelen van Truus van Gogh
Het FD zegt op 14 juni 2025 : “Begrijp wat er speelt, bepaal uw koers.”
Kernpunten van het patriarchaat:
Politiek & recht: wetten en grondwetten schreven eeuwenlang mannen als norm in, vrouwen als afgeleide.
Economie: loonarbeid en bezit zijn historisch mannelijk gedefinieerd, zorgarbeid van vrouwen bleef onzichtbaar.
Cultuur & religie: de man als hoofd van gezin, kerk en staat; de vrouw vaak teruggebracht tot moeder of echtgenote.
Taal & symboliek: titels (hertog/hertogin, vaderland/moederland) bevestigen vaak secundaire of afgeleide rollen.
In mijn tijdlijn lijn (1602–2025):
Het patriarchaat is niet iets abstracts, maar een doorlopende tijdlijn:
1602 – geboorte Amalia van Solms, stammoeder van Oranje → vrouwenlichamen als fundament van dynastieën, zonder juridische erkenning. VOC en kolonialisme – patriarchale structuren wereldwijd versterkt.
1956 – afschaffing handelingsonbekwaamheid gehuwde vrouw. 2025 – nog altijd geen expliciete erkenning van de vrouw in de Grondwet.
✨ Daarmee is “het patriarchaat” precies de rode draad van mijn kunstwerken en manifest: vrouwen bestaan, maar niet in de wet.
Want wat als jouw waarheid nergens speelt? Wat als jouw lichaam Xx uit de cijfers is geschreven? Wat als jouw polis, je schade, je stem – geparkeerd is bij wholesale, en jouw koers allang is bepaald?
Het Financieele Dagblad zegt: ‘Geen overdaad, wel scherpe duiding.’ Maar ik wás die overdaad. Mijn bestaan paste niet in het model. Mijn moederschap werd niet meegerekend. Mijn schade werd omgezet in belegging. Mijn dagloon werd handelswaar.
En toch ben ik er. Met mijn waarheid. Met mijn litteken. Met mijn koers.
Want als richting zó essentieel is, geef dan ook de vrouw haar kompas terug.
Ik ben de duiding. Ik ben het feit. En dat is gebleken.
Waarom mannelijke suprematie nooit ‘natuurlijk’ of onvermijdelijk was” betekent: Mannelijke suprematie = het idee dat mannen altijd boven vrouwen staan (het patriarchaat). Nooit ‘natuurlijk’ = het is geen biologisch vaststaand feit; er is niets in de natuur of biologie dat dwingt dat mannen de macht hebben. Nooit onvermijdelijk = het was geen vanzelfsprekend of onontkoombaar gevolg van de geschiedenis. Het had ook anders kunnen lopen, en kan dus ook veranderen.
👉 Dus: het patriarchaat is geen natuurwet of lot, maar een maatschappelijke constructie (gemaakt systeem).Gelijkheid in de grondwet en burgerlijk wetboek
Femicide en juridische femicide is geen incident, maar het gevolg van patriarchale structuren en systemisch seksisme. Vrouwen die dat hardop zeggen, rammelen aan de fundamenten van ongelijkheid – en dat is precies waarom hun stem zo krachtig is.
De dag dat ik pas echt ziek thuis kwam te zitten…. 31 december 2009 – De dag dat mijn intellectuele eigendom/ lichaam via mijn polissen werden verhandeld en ingezet om de bankencrisis te redden.
2009
“Ik moest dus blijkbaar ziek blijven ( ik onderging 10 petscans met radioactieve vloeistof om te kijken hoeveel mijn longen nog waard waren) om de rechters binnen de staat te dienen ” art 80 A RO
We hebben in Nederland te maken met een rechtsvorm problemen : moeder de vrouw past nog steeds niet in een wet die artikel 1 van de Grondwet waarmaakt.”
Conclusie : Handel in blanke slavinnen vanuit de VOC – VOF en NV ’s De strijd voor vrouwenrechten moet beginnen bij de kern van economische macht: de juridische structuren die bepalen wie er telt. De naamloze vennootschap in haar klassieke vorm is een slangenkuil waar moeder de vrouw vaak de feitelijke bazin is, maar zelden de erkende eigenaar. Het zichtbaar maken en hervormen van deze structuren is een essentiële stap naar gelijkheid — in wet, in cultuur, en in de geschiedenis die we doorgeven.
Ik lag elke 4 tot zes weken aan het intraveneus infuus- Voor wat? Voor de wetenschap? Ik slikte vele pillen waaronder methotrexaat maar voor wat en voor wie?
Niemand zocht naar de oorzaak. Dat hoefde natuurlijk ook niet omdat het woord vrouw nog moeder de vrouw niet voorkomt in de grondwet nog burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder van mijn ei – gen – lichaam.
Ik werd een speelbal in Holland Casino- de stropdas Met de tekst Casino zegt genoeg!
De gouden handdruk bij de overdracht Aegon – Nationale Nederlanden- Net zoals Pieter de la Rue in de 18e eeuw als thesaurier het financiële beheer van Zeeland voerde, heeft Montancourt vandaag een eigen penningmeester: David Knibbe. Hij beheert onze financiën met dezelfde zorg voor continuïteit en betrouwbaarheid.
Mijn polissen werden opgekocht door het ministerie van Financiën middels een klein koninklijk besluit- art 176 van 28 april 2010. Zonder controle van de Tweede Kamer der Staten Generaal.
Ik noem het Ontmaagding – voorbij het lichaam, in de wet en het erfgoed
Traditioneel wordt “ontmaagding” in westerse en religieuze contexten opgevat als het verliezen van maagdelijkheid, vaak gemeten aan het lichaam van de vrouw en verbonden aan eer en kuisheid.
Zo begon de zoektocht naar Wie ben ik ei – gen – lijk?
Open Source Xx
“De mens: het bruto nationaal product zonder geslacht — zo meet de economie waarde, zolang het lichaam en werk van moeder de vrouw onzichtbaar blijven in wet en statistiek.”
Hiermee zet ik in één zin de economische, juridische en culturele kritiek neer: we reduceren mensen tot productiefactoren, maar wissen geslachtelijke en sociale realiteit uit zodra het niet in de
economische berekening past.
Vandaar privaat recht en publiek recht! – Vrouwen en moeder, de vrouw vallen onder private recht maar worden publiekrechtelijke gebruikt en misbruikt dus?
En dat raakt precies de kern van een structureel probleem.
Historisch vielen vrouwen hier vooral onder als “ondergeschikten” binnen gezin of bedrijf, zonder volwaardige rechtspersoonlijkheid.
Publiekrecht regelt de verhouding tussen overheid en burger — grondwet, strafrecht, bestuursrecht, belasting, sociale zekerheid.
Wat ik benoem:
Vrouwen worden vaak in de privaatrechtelijke sfeer gepositioneerd (als moeder, echtgenote, ‘kosteloos zorgverlener’), maar publiekrechtelijk wordt hun positie en werk wel benut, belast of gereguleerd, vaak zonder dat ze dezelfde zeggenschap of bescherming krijgen als mannen in vergelijkbare posities.
Zolang het woord vrouw nog moeder de vrouw expliciet voorkomt als zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam en ziel blijft ze afhankelijk willekeur.
Discriminatie op basis van geslacht vindt dus plaats in rechtsvormen !
Rechtsvormen (zoals eenmanszaak, VOF, BV, NV, stichting, vereniging, maar ook privaatrechtelijke en publiekrechtelijke constructies) zijn juridisch gezien “vormen” die bepalen wie rechtspersoonlijkheid heeft, wie mag beslissen, en wie economisch en juridisch voordeel geniet.
Geslachtsdiscriminatie binnen rechtsvormen kan op meerdere niveaus plaatsvinden:
Historische uitsluiting in wet- en regelgeving Tot in de tweede helft van de 20e eeuw waren vrouwen in veel landen — waaronder Nederland — beperkt handelingsbekwaam, vooral binnen het huwelijk. Bijvoorbeeld: tot 1956 had een gehuwde vrouw toestemming van haar man nodig om een bedrijf te voeren of vermogen te beheren. Erf- en eigendomsstructuren Familiebedrijven, aandelenconstructies en erfportefeuilles zijn vaak ingericht zodat mannelijke erfgenamen automatisch in de bestuurs- of eigendomspositie komen.
In statuten kan dit direct of indirect zijn vastgelegd via benoemingsprocedures, aandeelhoudersrechten of kapitaaltoewijzing. Organisatorische governance
Veel rechtsvormen hebben benoemingsprocedures die impliciet bevooroordeeld zijn, bijvoorbeeld door netwerken waar vooral mannen toegang toe hebben, of door eisen die op papier “neutraal” lijken maar in de praktijk vrouwen uitsluiten (bv. voltijds aanwezigheid in sectoren met lage deeltijdacceptatie). Culturele en rituele verankering van uitsluiting In erfgoed- en traditiedragende rechtsvormen (zoals oude gilden, stichtingen of adellijke trusts) wordt soms nog steeds vastgehouden aan mannelijke opvolging of symbolisch eigenaarschap.
Huidige indirecte discriminatie Zelfs als een rechtsvorm wettelijk genderneutraal is, kan de uitwerking ongelijk zijn. Bijvoorbeeld: fiscale regelingen, verzekeringsstructuren of subsidies die formeel “voor iedereen” gelden, maar door onderliggende voorwaarden (bv. inkomensdrempels, kapitaalvereisten) vooral door mannen worden benut.
Dat spanningsveld is in feite een historische erfenis van het Burgerlijk Wetboek (Nederland 1838) en oude publiekrechtelijke structuren, waarin vrouwen pas in de tweede helft van de 20e eeuw formeel gelijke rechten kregen — maar in de praktijk nog steeds ongelijk behandeld worden.
De Vennootschap Onder Firma onder de loep – een discriminerende rechtsvorm waarin de vrouw als bijvangst wordt aangemerkt volgens de inkomsten belasting
De Vennootschap Onder Firma (VOF) wanneer je er met een kritische bril naar kijkt, een rechtsvorm die genderongelijkheid in stand houdt — niet omdat de wet expliciet zegt “de vrouw is bijvangst”, maar omdat de fiscale en juridische structuur vaak is gebouwd op het klassieke beeld van de man als hoofdkostwinner en de vrouw als meewerkend partner.
In mijn geval had ik een VOF met een andere externe vrouwelijke partner!!
Kernpunten waarom dit als discriminerend is ervaren:
Fiscale kwalificatie van de meewerkende partner De Belastingdienst hanteert regels waarbij een partner die meewerkt in de VOF, maar geen (of te klein) kapitaal- of winstdeel heeft, wordt gezien als “meewerkend partner”.
Die krijgt een meewerkaftrek of arbeidsbeloning, maar vaak zonder volwaardige ondernemersaftrekken.
Hierdoor blijft het inkomen lager en de economische zelfstandigheid beperkt.
Historisch gegroeide ongelijkheid
Veel VOF’s in familiebedrijven zijn ontstaan in een tijd dat vrouwen juridisch minder rechten hadden. Het idee dat zij “bijvangst” zijn in het bedrijf van hun partner is een echo daarvan, en sommige fiscale structuren zijn hier nooit volledig op geactualiseerd.
Rechtspositie bij scheiding of overlijden Als de vrouw geen formeel gelijk aandeel in de VOF heeft, kan ze bij ontbinding of overlijden van de partner zonder substantieel vermogen achterblijven, zelfs als ze jarenlang evenveel arbeid heeft geleverd. Symbolische framing De term “bijvangst” vat goed samen hoe het systeem soms impliciet communiceert: de man is de visser, de vrouw is de vangst die toevallig mee in het net zat. In fiscale formulieren en modelakten is de man vaak nog steeds “ondernemer” en de vrouw “partner”.
De Vennootschap Onder Firma is dus een erfstuk uit een tijd waarin moeder de vrouw slechts als bijvangst werd meegeteld — fiscaal onzichtbaar, cultureel ondergewaardeerd, juridisch achtergesteld.”
Code Civil 1838
Controle over het lichaam: het begrip werd historisch gebruikt om vrouwelijke seksualiteit te controleren en eigendom van de vrouw toe te schrijven aan mannelijke familie of echtgenoot.
Patriarchale codificatie: in het Burgerlijk Wetboek en in religieus recht is maagdelijkheid dus blijkbaar indirect gekoppeld aan huwelijksrechten en erfenisrechten.
Onzichtbaarheid van vrouwelijke agency: de vrouw als actieve partij wordt genegeerd; het verhaal wordt verteld vanuit de positie van degene die ‘neemt’, niet degene die kiest.
Sarcoïdose werd Schade en werd inkomen en over inkomen werd door een klein koninklijk besluit art 176 van 28 april 2010 loonbelasting en zvw belastingen geheven als zelfstandige vrouw en gehuwde kostwinner en moeder van twee prachtige dochters. Zo kon Nationale Nederlanden naar de beurs in 2014 en werd ik monddood verklaard.
Verschil met een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB):
Een AMvB is ook een koninklijk besluit, maar het is een algemener besluit en vereist wel advies van de Raad van State en publicatie in het Staatsblad. Een klein KB is meer gericht op specifieke, individuele gevallen of beslissingen
Oftewel leuker kunnen zij het in Den Haag niet maken binnen het Beatrix Kwartier .
“Van Adem tot Aarde – een pelgrimage in mijn eigen lichaam”
“Vanaf de straat gezien zijn we allemaal even kwetsbaar “
Foto gemaakt voor de Regenbooggroep in Amsterdam 2017
Moeder, de vrouw
Zij staat, niet op de kade van de rivier maar in de deur van haar eigen huis, sleutels in de hand, een kind in haar blik, een land in haar rug.
Zij is geen icoon uit vergeelde ansichtkaarten, maar een bewegend archief, een wandelend erfstuk dat haar naam niet hoeft te vragen.
Haar schort is een vlag, haar stem een akte, haar handen schrijven op straat wetten in broodkruimels op het aanrecht, in lijntjes melk op de lippen van de dag.
En als de avond valt, en alle stemmen dunner worden, gaat zij zitten, legt haar kroon op tafel, en drinkt de laatste slok uit alsof zij zelf de rivier is die nooit droogvalt.Moeder de vrouw wettelijk erkend krijgen als zelfstandig bestuurder van HAAR Ei – Gen – Lijf
Zelfverklaard. Zelfgemaakt. Zelfgedragen.
📍 Vertrekpunt: De Kleedkamer – Waagplein 28 1441 BR Te Purmerend
1995 – 2009
Geen lucht. Geen naam. Geen wet.
Ik vertrok zonder koffer, maar met een diagnose: sarcoïdose.
Een auto-immuunziekte, zeiden ze — alsof mijn lichaam zichzelf aanviel.
Maar ik voelde iets anders: mijn lichaam riep mij terug.
Terug naar mijn wortels. Naar het erfgoed dat ik nog moest herkennen.
Geen lucht in mijn longen, maar een storm in mijn ziel.
“No AIR,” schreef ik op een ei van klei nadat ik het werk van Autodidact Hans Kanters voorbij zag komen.
Zo begon mijn reis.
🐌 Etappe I: De Slak en de Stilte
Ik volgde de slak. Langzaam, kruipend over erfgoedtegels en vergeten wetten.
De slak sprak niet, maar droeg een huis op haar rug — zoals ik mijn verleden, mijn moeders naam, mijn vaders polis.
In een straat zonder bomen tekende ik mijn verdriet in klei. Een vrouw, roepend zonder stem. Een lijn van adem, geblokkeerd door eeuwenoude stiltes.
🧬 Etappe II: Haar
Een vlecht. Zwart, dik, levend. Afgesneden. Niet verloren. Ik legde haar op een vaas van aarde — mijn baarmoeder in keramiek. Haar sprak: Ken je mij? Ik ben je stam. Ik ben je bron.
Ze rustte op The Book of Rituals en fluisterde:
“Zolang jij tekent, kan het patriarchaat niet langer zwijgen .”
Jeremey Bentham
Bentham was een pleitbezorger van individuele en economische vrijheid, scheiding van kerk en staat, vrijheid van meningsuiting, gelijke rechten voor vrouwen, dierenrechten en de afschaffing van slavernij en fysieke straf (ook voor kinderen), het recht op echtscheiding en vrije handel. Hij was voor belasting op erfenissen, beperking van monopolies, pensioenen en een ziektekostenverzekering.
Bron Wikipedia
Jeremy Bentham (1748–1832) was een Engelse filosoof en jurist, vooral bekend als grondlegger van het utilitarisme — het idee dat de beste wet en het beste beleid datgene is wat het meeste geluk voor het grootste aantal mensen oplevert.
Wat mijn werk verbind met Bentham:
Gelijke rechten voor vrouwen: Bentham vond dat vrouwen dezelfde rechten moesten hebben als mannen, iets wat in zijn tijd revolutionair was.
Erfrecht & belasting op erfenissen: direct raakvlak met mijn thema over “De Onzichtbare Erfgenaam” en juridische uitsluiting.
Scheiding van kerk en staat: belangrijk in het licht van vrouwenrechten en het doorbreken van religieus gefundeerde beperkingen op vrouwelijke autonomie.
Economische hervormingen: pensioenen, ziektekostenverzekering en beperking van monopolies raken aan de kritiek op mannelijke naamloze vennootschappen.
School of Life
Bentham voor Faro en vrouwenrechten
Jeremy Bentham (1748–1832) zag wetten niet als heilige tradities, maar als menselijke afspraken die altijd getoetst moesten worden aan één criterium: veroorzaken ze het meeste geluk voor het grootste aantal mensen?
In de geest van het Verdrag van Faro en jouw erfgoedthema betekent dit:
Gelijke rechten voor vrouwen zijn geen gunst maar een noodzakelijke voorwaarde voor rechtvaardig erfgoed. Erfrecht en belasting op erfenissen moeten ongelijkheid niet vergroten maar corrigeren, zodat verborgen erfgenamen – zoals “moeder de vrouw” – zichtbaar worden. Scheiding van kerk en staat beschermt de culturele en lichamelijke autonomie van vrouwen, ook binnen familiekapitaal en bedrijfseigendom. Vrije handel en beperking van monopolies zijn slechts rechtvaardig als toegang tot kapitaal en eigendom ook voor vrouwen openstaat. Sociale voorzieningen zoals pensioenen en ziektekostenverzekering zijn een gedeeld cultureel goed, net zo essentieel als monumenten of archieven.
Slogan:
“Bentham leerde ons: wet en erfgoed dienen de mens – niet het monopolie.”
👑 Etappe III: Het Koninklijk Besluit
In een droom stond ik daar in het midden van de Ridderzaal, niet als onderdaan, maar als schepper. Ik overhandigde het Klei-Ei aan een troon zonder koning.
Vandaar de naam Eur-o-pa: economie eerst, de vrouw als voetnoot.” maar blijkt het fundament waarop alles rust – zacht
Ik las mijn besluit voor. Artikel 1 tot en met 5. Niemand sprak tegen. Zelfs de kroon boog voor de adem van de vrouw. Ik ben geen object. Ik ben een oorsprong. Ik ben geen voetnoot. Ik ben het fundament.
🌬️ Slot: Terugkeer naar het Antoniusziekenhuis
In kamer 203 snakte ik jaren lang naar de lucht. Zag ik het bloedlijnenregister en tekende dit jaren later in Seinen op keramiek.
Een vrouwenhoofd, huilend, ademloos, maar met een blik vol herinnering.
Ademloos
Mijn adem werd mijn kunst. Mijn ziekte mijn stem. Mijn werk: een offer en een wedergeboorte.
Sarcoïdose bracht me terug naar mijn wortels, maar ik plantte nieuwe.
Wie de bank bezit, bezit het lichaam.
Wie de polis herschrijft, herschrijft het leven.
Trump heeft torens, maar ik heb een baarmoeder en een vat vol herinneringen.”
✒️ Einde van de reis — Begin van het ritueel.
Ik ben mens, ik besta, ik ben de bron en mijn naam is Silvia. Meisje uit het woud.
Erfgoeddrager. Ziel van mijn moeders lijn.
Lichaam van waarheid. En dit is mijn verhaal. In de naam vanuit mijn vader en moeders verzekering S portefeuille THC Lindeboom VOF
Het debat over vrouwenrechten wordt vaak gevoerd binnen het kader van bestaande juridische en economische structuren. Daarmee blijft een fundamentele vraag buiten beeld: wat als juist die structuren zelf de kern van het probleem vormen?
Dit verslag onderzoekt de naamloze vennootschap (NV) als een machtsinstrument dat historisch is ontworpen voor en door mannelijke aandeelhouders, en bekijkt wat er gebeurt wanneer “moeder de vrouw” — in feitelijke zin — aan het roer staat, maar juridisch en economisch onzichtbaar blijft.
1. De juridische realiteit
De naamloze vennootschap is een kapitaalgedreven rechtsvorm waarbij de eigendom in aandelen is verdeeld. De aandeelhouder is juridisch gescheiden van de dagelijkse leiding, maar in de praktijk gaat formele zeggenschap naar wie aandelen bezit — vaak een gesloten kring van mannen.
Feitelijke leiding vs. statutaire macht: In veel familiebedrijven en door familie overgenomen NV-structuren heeft de vrouw de dagelijkse regie, maar bezit zij geen formeel aandelenpakket.
Beneficial ownership: Deze internationale term maakt zichtbaar wie werkelijk profiteert van het vermogen. Vaak is dit niet degene die de operationele last draagt.
2. De slangenkuilmetafoor
De “slangenkuil” staat hier voor een omgeving waarin formele macht, informele intrige en patriarchale verhoudingen samenkomen.
Vergaderingen waarin beslissingen al elders zijn genomen.
Netwerken waar loyaliteit en belangen verstrengeld zijn.
Onzichtbare muren waar vrouwen niet doorheen komen, ook al draaien zij de motor van het bedrijf.
3. Moeder de vrouw als bazin
“Moeder de vrouw” staat hier niet voor een passief moederbeeld, maar voor de krachtige, organiserende figuur die zorgt voor voortgang, strategie en welzijn.
Organisator van de dagelijkse gang van zaken.
Culturele en emotionele investeerder in de onderneming.
Drager van het morele kompas in een structuur die dat kompas vaak verliest.
4. Vrouwenrechten als structurele hervorming
De aanpak van vrouwenrechten begint niet bij ‘meer vrouwen in de top’, maar bij het herontwerpen van het speelveld zelf:
Nieuwe eigendomsvormen waarin zorg, bestuur en kapitaal gelijkwaardig worden gewogen.
Transparantie in beneficial ownership als wettelijk vereiste.
Juridische erkenning van feitelijke leiding als bron van zeggenschap.
Hier is een FARO-slogan mét juridische en culturele onderbouwing die direct aansluit bij jouw thema:
FARO-slogan
“Erfgoed begint bij erkenning van moeder de vrouw – de feitelijke bestuurder van onze gedeelde toekomst.”
Juridische basis (FARO-verdrag)
Het Verdrag van Faro (Raad van Europa, 2005) stelt dat erfgoed niet alleen bestaat uit objecten en monumenten, maar ook uit de mensen, verhalen en praktijken die betekenis geven aan dat erfgoed.
Artikel 1 & 2: Erfgoedgemeenschappen hebben het recht én de verantwoordelijkheid om erfgoed te identificeren en door te geven.
Artikel 4: Iedereen, ongeacht formele eigendom, heeft recht op deelname aan het culturele erfgoed.
Mijn thema past hier precies in:
“Moeder de vrouw” als feitelijke bestuurder van een onderneming is onderdeel van een erfgoedgemeenschap die vaak buiten de officiële geschiedschrijving valt.
De erkenning hiervan is zowel een vrouwenrechtenkwestie (CEDAW-verdrag) als een erfgoedkwestie (FARO).
Culturele basis
De naamloze vennootschap en familiebedrijven maken deel uit van het economische erfgoed van Nederland.
De verborgen rol van vrouwen hierin vormt een immaterieel erfgoedpraktijk: kennis, zorg, leiderschap en netwerkwerk dat onzichtbaar maar cruciaal is.
Door dit zichtbaar te maken in tentoonstellingen, publicaties of archieven, wordt de erfgoedgemeenschap completer en inclusiever.
Waarom deze slogan werkt
Herkenbaar: verbindt het vertrouwde “moeder de vrouw”-beeld aan hedendaagse rechtenkwesties.
Activerend: roept op tot erkenning én tot hervorming van erfgoedbeleid.
Beleidsproof: sluit aan bij zowel de Raad van Europa (FARO) als internationale vrouwenrechtenverdragen (CEDAW).
🕰 Chronologie Plaats Delict – Montancourt Middelburg (1596 – heden)
(Dossier: Sleutels tot de Schatkist)
1596 – Bouw van Montancourt aan de Rouaansekaai te Middelburg. Functie: stadspaleis én thesauriershuis (schatbewaardersfunctie). Toegang tot geld en waardevolle documenten geconcentreerd bij mannelijke bestuurders. 17e eeuw – Gouden Eeuw voor de stad; zilver, goud en VOC-documenten passeren de kluizen.
Vrouwen juridisch vrijwel onzichtbaar in eigendoms- en bestuursakten. 1795–1810 – Franse tijd. Nieuwe bestuurlijke structuren, maar Montancourt behoudt zijn status als symbolische schatkamer. Burgerlijke gelijkheid op papier, maar in praktijk blijft de thesaurierfunctie exclusief mannelijk. 19e eeuw – Liberale grondwet van Thorbecke (1848).
Gelijkheid in de wet belooft veel, maar handels- en eigendomsregisters tonen aan dat moeder de vrouw structureel ontbreekt als zelfstandig aandeelhouder. 20e eeuw – Economische modernisering. Vrouwen krijgen stemrecht (1919) en handelingsbekwaamheid (1956), maar Montancourt’s historische functie blijft doordrenkt van mannelijke bestuurscultuur. 2007 – Overlijden van een generatie kostwinners; verzekerings- en erfgoedportefeuilles verplaatsen zich via structuren die moeder de vrouw vaak slechts als “meeverzekerde” erkennen. 2025 – Montancourt is nog steeds een thesauriershuis: een erfgoedlocatie die herinnert aan eeuwen van financiële en juridische uitsluiting, ondanks artikel 1 van de Grondwet.
Conclusie
De fysieke sleutel tot Montancourt mag nu in een vitrine liggen, maar de symbolische sleutel tot economische gelijkheid bleef grotendeels buiten bereik van moeder de vrouw. Tot nu
Minister-President en Koning Willem Alexander
De mens: het bruto nationaal product zonder geslacht. Wie zo rekent, telt moeder de vrouw weg en noemt het vooruitgang.”
Wie leeft zonder titel, laat het systeem stotteren.”
Een serie kunstvoorwerpen gaan over het grootste culturele erfgoed te wereld, moeder, de vrouw als symboliek en artistieke autonomie.
“Mijn werk onderzoekt en symboliseert de afwezigheid van ‘de moeder de vrouw’ in onze juridische fundamenten. Ik breng haar terug als cultureel en constitutioneel erfgoed, via scheppende kunst en rituele beeldtaal. Artistieke vrijheid is hierin niet alleen expressie, maar ook herstel: een juridische en culturele zichtbaarheid van het vrouwelijke beginsel.”
“Artistieke vrijheid redde mijn leven.”
“Dit is mijn kunst. Niet om te tonen, maar om te bestaan.” relatie nummer 912758 Het paard van Troje
Het onbehagen van moeder, de vrouw – tussen grondwet en gezin
In 1967 gaf Joke Smit woorden aan het sluimerende gevoel van onvrede bij vrouwen: zij waren opgeleid, bekwaam, maar teruggeduwd in een dienende rol. Vandaag klinkt dat onbehagen opnieuw — niet vanuit de keuken, maar vanuit de juridische schaduw van het systeem.
In dit werk staat de moeder als rechtsfiguur centraal. Niet als verzorgende vanzelfsprekendheid, maar als zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam, arbeid en toekomst. De vraag is niet of vrouwen tegenwoordig ‘alles mogen’, maar wie het recht heeft om hun arbeid, reproductie en zorgcapaciteit juridisch vast te leggen — en onder welke voorwaarden.
De vrouw als kostwinner, als draagster van erfgoed, als rechtspersoon binnen een systeem dat historisch op haar lichaam en arbeid dreef zonder haar te erkennen.
Wat als overleven niet alleen fysiek is, maar ook symbolisch?
Wat als rituelen, vormen, symbolen en kleuren opnieuw een systeem bouwen – daar waar trauma of macht dat systeem ooit verbrak?
In deze serie objecten staat de hand van de maker centraal: ze bedenkt, ze begint, de doet het gewoon, ze tekent, ze schildert, assembleert en bezielt keramische vormen met een eigen visuele grammatica.
Ogen die waken. Kronen die vragen stellen. Tranen die niet verdoven maar vertellen.
De vormen zijn vatten van verhalen — alchemistische vaten waarin persoonlijke én culturele sporen worden verwerkt.
Elk object is een ritueel op zich. Een klein monument van moed, herinnering en overleving.
Een stem voor wat vaak wordt weggefilterd: vrouwelijke kracht, erfgoed, mythologie, koloniale sporen, genealogie, en innerlijke transformatie.
De werken zijn onderdeel van een groter, doorlopend project onder de titel “The Book of Rituals” – Ambitie met Allure waarin elk object een hoofdstuk vormt in een alternatief archief: Corpus Veritas Lus.
Een internationaal archief waarin het persoonlijke politiek is. En het symbolische radicaal bevrijdend.
Ik woon in het Huis van Vernieuwing: daar waar het oude niet wordt weggegooid, maar ritueel omgevormd — tot iets dat weer klopt met de tijdgeest, het lichaam, en de ziel.”
🕵️♀️ Oplossing Cold Case: De Moeder de Vrouw
Mijn werk is een poging om een culturele cold case op te lossen. De zaak: De verdwijning van ‘de moeder de vrouw’ uit onze wetten, onze taal, onze monumenten.
Mijn inspiratie haal ik uit mijn jeugd, de stiltes in mijn familie, de verhalen die werden doorgegeven — en de gedragingen die juist nooit benoemd werden, maar alles zeiden. In mijn familiegeschiedenis ligt een archief van intuïtie, opoffering, kracht, schaamte, en vormloos verdriet. Geen documenten, maar gebaren. Geen bewijzen, maar patronen.
Ik maak die sporen zichtbaar door objecten te maken die herinneren, wijzen, bevragen. Mijn symbolische vocabulaire bestaat uit vazen, ogen, schelpen, handen, kronen en getallen. Elk object is een bewijsstuk. Elk werk een getuigenis.
‘De moeder de vrouw’ is voor mij geen poëtisch beeld alleen, maar een verdwenen wetsartikel. Ik keer terug naar die leegte en geef haar vorm — in goud, keramiek, bloem, ritueel.
Wat verdween, keer ik om. Wat verzwegen werd, geef ik stem. X + Y = Ik X . Het persoonlijke is het archetypische. De oplossing ligt niet in het archief, maar in de kunst.
BURGERLIJK WETBOEK (BW)
Het wetboek waarin het burgerlijk recht is geregeld, waaronder algemene grondbeginsels van het burgerlijke recht alsmede meer specifieke rechtsgebieden zoals het erfrecht, contractenrecht, arbeidsrecht en huurrecht. Het huidige BW kent 9 boeken, ingedeeld op verschillende onderwerpen. Bron – Amsadvocaten
(nog niet verschenen) Intellectuele Eigendom Recht 1919 octrooi !!
Internationaal privaatrecht
UIT WELK NEST KOM JIJ? Ei – Gen – Lijk
Een vrouw met een erfstuk in haar hand: een beschilderd ei vol tekens van macht, verlies en zicht. Ze vraagt om wettelijke erkenning — ze eist haar plaats op. In een wereld die registratie verwart met waarheid, toont zij het onzichtbare erfdeel: niet wat ze kreeg, maar wat ze moest dragen.
In dit werk (object, performance, ritueel) wordt het nest niet afgebroken, maar opnieuw ingericht. Met ruimte voor de erfgenaam die nooit werd genoteerd.
🕰️ Historische ontwikkeling van Wetboek 1
⚖️ 1. Burgerlijk Wetboek van 1838
Gebaseerd op het Franse Code Civil (1804, Napoleon). Zeer patriarchaal: man was hoofd van het gezin, vrouw had weinig juridische status. Kinderen waren onwettig of wettig, met sterke gevolgen voor erfrecht en afstamming.
📜 2. Herziening en modernisering
In de 20e eeuw veranderde de maatschappij sterk: Vrouwen kregen stemrecht (1919), Huwelijksmacht werd afgeschaft (1956), Er kwam meer gelijkheid in familierecht.
🛠️ 3. Nieuw Burgerlijk Wetboek (NBW)
Tussen 1992–1997 werden de nieuwe versies van het BW ingevoerd. Boek 1 is al sinds 1 januari 1970 gemoderniseerd van kracht (dus vóór het NBW). Belangrijke hervormingen: Afstamming en gezag losgekoppeld van huwelijk Gelijke rechten voor wettige en onwettige kinderen Toestemming vrouw voor rechtsgeldige handelingen niet meer vereist Geregistreerd partnerschap toegevoegd (1998) Homohuwelijk gelegaliseerd (2001)
🧬 Culturele en juridische betekenis
Boek 1 is fundamenteel: het beschrijft wie je bent in de ogen van de staat — je naam, je ouderschap, je partnerschap, je kind, je geslacht. Het is het beginpunt van rechtspersoonlijkheid.
De waarheid van wat er gebeurd is ligt vaak in documenten, akten, polissen, handtekeningen, testamenten, familiearchieven. Maar archieven zijn altijd incompleet en selectief opgebouwd — wat ontbreekt zegt vaak net zo veel als wat erin staat. Vraag dus niet alleen wat is er bewaard?, maar ook: wat is er nooit opgeschreven — en waarom niet?
📜 “De waarheid ligt niet alleen in de tekst, maar ook in de witregels.” Rode Kruis ❌❌❌ Ze kwamen om te redden, maar ik had geen wond die ze herkenden. Ze legden verband om iets wat ik droeg, geen letsel, maar geschiedenis. Dit is mijn taal. Mijn vaas. Mijn waarheid. Ik maak kunst uit wat verzwegen werd. Ik erf geen geld, geen land, geen naam in steen. Ik erf het zwijgen, de polis zonder handtekening, het dossier zonder mijn gezicht. Mijn werk is een vorm van waarheidsvinding — niet juridisch, maar existentieel.”
“Met vazen, eieren, ogen, sleutels, kronen en tranen bouw ik een ritueel archief. Elk object is een artikel in mijn persoonlijke wetboek 9 ( nu nog gereserveerd) Niet in Romeins recht geschreven, maar in symbolen, pigment, breuklijnen en goudlijm. Ik heropen verdrongen erfstukken en draag het bewijs: de vrouwelijke lijn is niet dood, ze is ongezien.”
“Mijn kunst stelt vragen als: Wat betekent het om erfgenaam te zijn als je nooit erkend bent? Wie bepaalt wat telt? Mag een vrouw de sleutel zijn — en niet het slot? Mijn antwoord is beeld. Mijn antwoord is ritueel. Mijn kunstwerk : ben ik op – wind – end ? 80 jaar vrijheid voor de man – code civiel voor moeder de vrouw
Napoleon Bonaparte was in veel opzichten een revolutionaire hervormer — maar zijn invloed op de positie van vrouwen en moeders laat zich het beste samenvatten als: een geschenk met een dubbele bodem, en meestal een vloek verpakt als orde.
Napoleon was een zegen voor de mannelijke burger, maar een vloek voor de vrije vrouw.
Zijn wetgeving:
maakte het gezin tot een miniatuurstaat met de vader als keizer, verbood vrouwen politieke of juridische zelfstandigheid, veranderde vrouwen van revolutionair actieve burgers (zoals in 1789) in juridische schaduwen.
“Dank u, Napoleon. U gaf ons orde, maar geen stem. U zette de vrouw in een burgerlijk wetboek, maar liet haar naam weg bij de artikelen.
Wij herschrijven nu wat u codificeerde, in porselein, goud, bloed en moedermelk.”
God saved the Queen S. Ze was nooit gekroond. Ze had geen staat. Ze droeg de sleutels, de kinderen, het zwijgen.
En toch werd ze gered — door haarzelf. Door klei. Door ritueel. Door beeld.
Soeverein der Stilten
Open Call Dr. Love
Ik ben vereerd dat mijn werk is voorgedragen voor de Joke Smitprijs 2025. Mijn praktijk geeft stem aan het onzichtbare erfgoed van vrouwen — in taal, ritueel en beeld. Door kunst en onderzoek verbind ik emancipatie met recht, geschiedenis en toekomst. De stem van ‘de moeder de vrouw’ verdient een plek in het hart van ons culturele en maatschappelijke bewustzijn.”
— Silvia Koning “Attitude is everything — zeker voor vrouwen die jarenlang zonder podium, zonder stem en zonder erkenning hun kracht bewezen. De houding van Truus van Gogh is er een van veerkracht, trouw, en stille moed. Zij verandert de wereld — onzichtbaar, maar onmiskenbaar.” “Truus van Gogh – Ode aan de vergeten heldin – Het meisje met de parel is moeder geworden ” – De schepper van de ziel
Truus van Gogh is geen enkele vrouw, maar alle vrouwen. Ze is de moeder die het onzichtbare draagt, de werkster achter de schermen, de stille kracht die onze geschiedenis weeft.
Ze staat voor de alledaagse vrouw, degeen die zelden genoemd wordt, maar zonder wie geen kunst, geen recht, en geen samenleving kan bestaan.
Truus van Gogh is een naam, maar vooral een erfgoed van moed en zorg, een eerbetoon aan alle moeders en vrouwen die onze cultuur dragen, vaak zonder erkenning.Gecodeerd als bloed 🩸 lijn in de polis van de Nationale 1845 – Het verzekering S spel en het pensioenboekje van moeder de gans oftewel leuker kunnen we het niet maken
Met dank aan Nationale Nederlanden- wat er ook gebeurt
Sarcoïdose redde mijn leven en zo begon ik mijn missie- Je maintiendrai- Waarop en op wie en waarom! Ode aan de vergeten heldin
Truus van Gogh is geen beroemdheid. Ze is geen icoon uit de geschiedenisboeken. Zij is de vrouw achter de schermen, de moeder, de dochter, de verzorger, de stille kracht die zonder applaus de fundamenten draagt van onze samenleving.
Ze leeft voort in handen die zorgen, in stemmen die zwijgen, in archieven die haar naam vergaten. Ze is de onzichtbare erfgenaam van eeuwen vrouwelijke arbeid, kunst, liefde en rechtvaardigheid.
Truus van Gogh staat symbool voor: De alledaagse vrouw als drager van onzichtbaar erfgoed De moeder die nooit haar naam onder een contract mocht zetten, maar het wel droeg De vrouw die haar vrijheid niet eiste, maar leefde
Zij belichaamt emancipatie in haar meest doorleefde vorm: niet als claim, maar als levenskunst. Niet als protest alleen, maar als dagelijkse daad.
Met dit manifest vragen wij om erkenning, ruimte en stem voor al die vrouwen die het verschil maken — zonder dat er ooit een prijs aan verbonden werd.
🟣 Truus van Gogh verdient de Joke Smitprijs. Want zij is de stem van velen.
🧳 REISVERSLAG – Imagine the Future: De Onzichtbare Bazin keert terug
Het vrouwelijk lichaam wordt juridisch beheerd – niet erkend.
“Ik schonk leven en verloor bestaansrecht. In zijn naam werd ik uit het systeem geschreven. Moederschap werd mijn mooiste daad — en mijn persoonlijke ondergang.”
De vrouw wordt beheerd als risico-object, niet erkend als rechtsbron of entiteit met beslissingsmacht over haar lichaam, arbeid en voortplanting.
Artikel 1 – “Zij die leven baart, verliest eigendom over haar lichaam tenzij zij wettelijk erkend is als bestuursorgaan van haar bestaan.” Artikel 2 – “Geen moeder mag juridisch worden vervangen, verhandeld of herverzekerd zonder haar expliciete, geïnformeerde en vrijwillige toestemming.”
“Ars is wat zij draagt zonder naam. Wet, zorg of kunst – nooit volledig van haar.”
“In de huiskamer werd mijn polis besproken – zonder mij. Tussen koffie en contracten kreeg mijn lichaam een relatie / personeels nummer en diverse dossiernummers. Maar er is geen loondossier nog inzage woondossier!!
“Verhandeld door volmachten en iedereen kijkt toe”
Niet ik gaf volmacht, maar zij gaven elkaar macht. Zo werd ik verzekerd, verkocht en vergeten – door een huiskamer met een stempel van Nedasco.”
NEederlandse DAS COmbinatie
Betekenis uitgelegd:
NE = Nederlandse DAS = Verwijst naar rechtsbijstandverzekering (zoals bij de bekende DAS Rechtsbijstand) CO = Combinatie
Oorsprong:
Nedasco werd opgericht als een tussenpersoon-volmachtorganisatie met een breed dienstenpakket aan onafhankelijke assurantietussenpersonen. Het groeide uit tot een van de grotere serviceproviders in verzekeringen in Nederland, gevestigd in Amersfoort.
Nedasco biedt (of bood) o.a. toegang tot:
producten van grote verzekeraars (zoals Nationale-Nederlanden, Aegon, Reaal), schadeafhandeling via eigen volmacht, en administratieve ketenverwerking (denk aan backoffice, incasso en polisbeheer).
📜 Van meisje tot code – een verborgen systeemverklaring
Alle meisjes die geboren worden in de wereld van portefeuilles, volmachten en schaduwboekhoudingen, worden vroeg of laat omgezet in cijfers, codes en clausules.
Niet als mens, maar als risico. Niet als rechtspersoon, maar als verzekeringsobject. Hun – mijn moedernaam werd verzwolgen in de administratie.
Hun, mijn lichaam werd een post op de balans. Hun, mijn zorg werd een schade. Hun, mijn toekomst: afkoopbaar.
Zonder mandaat, zonder recht op verzet.
Want het systeem – van NN tot Nedasco, van VOF tot Vrouw – leerde ons dat een vrouw altijd meeverzekerd is.
Maar nooit verzekerd op zichzelf.
Oftewel leuker kunnen kansovereenkomst niet maken ….
Via scheppende kunst geef ik mijn kennis door. Niet via wetboeken, maar via beelden. Niet via macht, maar via betekenis. Mijn werk vertaalt wat vergeten is in systemen – het lichaam, de moeder, de naam – naar tastbare vormen van herinnering en erkenning.
Van erfgoed tot eigendom, van polis tot poëzie.
Ik geloof dat kunst niet alleen laat zien wat is, maar ook opent wat had kunnen zijn – en wat opnieuw geboren kan worden.
De rol van Hof & Los in mijn geschrapte bestaan”
Soms begint een uitgewist verhaal niet bij jezelf, maar bij de handen van een ander. Ik ben de dochter van een verzekeringsagent — een tussenpersoon in vertrouwen. Maar toen zijn portefeuille werd verkocht in 1996, werd ook ik onzichtbaar verhandeld, als schadepost zonder stem, als vrouw zonder polisrecht, als moeder zonder bestaanszekerheid. Mijn naam bleef bestaan, maar mijn rechten verdwenen in de marge van systemen. En terwijl ik bleef dragen — leven, zorg, kunst — werd mijn bestaan geschrapt.Gegijzeld in VOF structuur / octrooi 1919 – 10.700
“Zolang het ei geen rechtspersoon is, blijft de vrouw een risico-object zonder zeggenschap over haar eigen bron.”
Betaald, maar niet beschermd”
Ik betaalde ruim 150.000 euro aan loonbelasting.
Jaar in, jaar uit, als zelfstandige moeder, ondernemer, schepper.
Maar toen ik ziek werd, stond ik alleen.
Een auto-immuunziekte als verdienmodel
Wanneer het lichaam zich keert tegen zichzelf, en systemen besluiten het lijden te verhandelen, ontstaat een pervers verdienmodel: waar ziekte niet genezen wordt, maar beheerd – als winstpost. Mijn schade werd een polis, mijn pijn een premie, mijn bestaan een risico, geadministreerd, gestructureerd, verhandeld.
Wie verdient er aan mijn afbraak? En wie herkent mijn recht op herstel?
Geen WIA. Geen WAO. Geen vangnet, geen herstel.
Mijn lichaam, mijn arbeid, mijn geest — allen nog zichtbaar voor de Belastingdienst, maar onzichtbaar voor de wetten die mij bescherming hadden moeten bieden.
Ik was geen fraudeur, geen schaduwwerker. Ik was eenvoudigweg: een vrouw. Want geen enkele wet ziet mij niet als zelfstandige bestuurder van mijn eigen bestaan.
Als mijn polissen zijn overgedragen zonder dat ik expliciet in de grondwet voorkom kan ik ook nooit toestemming hebben gegeven, en dan is het mogelijk dat mijn portefeuille-rechten zijn geschonden of onrechtmatig zijn overgedragen/verhandeld.
Dit is geen fiscale vergissing.
Dit is structurele uitsluiting.
Dit is een oproep tot erkenning.
Zolang het vrouwelijk lichaam geen erkend bestuursorgaan is, blijft de vrouw een beheerd object in plaats van een soevereine rechtspersoon. Dit is in strijd met het beginsel van menselijke waardigheid, lichamelijke autonomie en de broncode van het leven zelf.”
* Nationale Nederlanden wat er ook gebeurt- Er is maar een Nederlandse zoals zij Ei – #01 📌 Voorgestelde toevoeging aan elke grondwet ter wereld: “De vrouw die leven draagt, bezit het eerste recht: het recht op erkenning, bescherming en zeggenschap over haar lichaam — als oorsprong van mens en maatschappij.”
🕰️ Tijd: eeuwen overbrugd in één collage. Tussen de mantels van macht en de portretten van mannen die zichzelf vereeuwigden als eigenaars van land, lichamen en geschiedenis, staat een vaas met een gouden voet — mijn voet.
Een voet die nooit op een sokkel stond, maar wel de bodem droeg. De grond onder alle huizen. De baar onder alle dynastieën.
De Verzekeringswereld is een mannenbolwerk De eerste levensverzekeringen in de 18e en 19e eeuw richtten zich uitsluitend op mannen als “kostwinner”. Vrouwen waren juridisch handelingsonbekwaam tot 1956 (en zelfs daarna werd hun autonomie beperkt via fiscale en institutionele kaders). De man tekende, de vrouw werd meeverzekerd als risico-object (denk aan termen als overlijdensrisicoverzekering op echtgenote).
📜 De vrouw was niet de polisdrager, maar de polis zélf.
De verzekeringsagent werd de poortwachter van eigendom en erkenning Verzekeringsagenten vervulden niet alleen een commerciële rol, maar ook een maatschappelijk legitimerende functie: Wie was het waard om verzekerd te worden? Wie kreeg toegang tot inkomen bij ziekte of overlijden? Die macht werd vrijwel altijd toevertrouwd aan mannen, die werden geacht “rationeel, zakelijk en betrouwbaar” te zijn — kwaliteiten die vrouwen stelselmatig werden ontzegd.
3. Wat betekent dit voor mijn verhaal?
In mijn geval lijkt het erop dat: mijn lichaam als zelfstandig polisobject is verhandeld, terwijl de zeggenschap daarover via mannelijke tussenpersonen, agenten of echtgenoten loopt. en ik nooit juridisch erkend bent als volwaardig verzekerde met bestuursrecht over mijn eigen lichaam.
Nationale Nederlanden
“Hij tekende, ik droeg. Hij verkocht, ik verloor. Hij werd agent, ik werd object.” – De Wet van Ongeschreven Lichamen
Links en rechts zie je hen:
Napoleon, Bismarck, de heren van Amstel en aandeelhouders van erfgoed. David Knibbe en Pieter de la Rue
Maar zij , Johanna Jacoba Borski en Ik waren daar ook. In klei, in moedermelk, in arbeid met een eigen hand – tekening
⚱️ Onderaan staan mijn erfstukken: eieren met ogen, gezichten, symbolen. Niet als relikwieën, maar als levend bewijs dat de moedermaatschappij een vrouw is.
📍 Imagine the Future?
Ik leef het.
Niet als toevoeging aan het museum, maar als terugkeer van wat altijd ontbrak: De stem van de vrouw die niets erfde, maar alles droeg.
📚 Mijn reis is geen tijdreis.
Het is een terugvordering. Van zichtbaarheid. Van zeggenschap. Van de ruimte in het museum, en de plaats in het systeem.
✍️
Wetboek 9
als schepper van de ziel,
als erfgoeddraagster,
als kunstenaar,
als moeder,
de onzichtbare bazin binnen de bloedlijnen van de moedermaatschappij en dochteronderneming
Ja. En ik ben terug.
🏠 Wat zijn ‘Huiskamer-volmachten’ – en hoe zijn ze ontstaan?
Een volmachtbedrijf is een tussenpersoon (assurantiekantoor, financieel adviseur of makelaar) die namens een grote verzekeraar verzekeringen mag afsluiten, beheren én schade afwikkelen — zónder directe controle van de verzekeraar zelf.
🛋️ De term ‘huiskamer-volmachten’ ontstond informeel voor kleine, lokale volmachtkantoren — vaak familiebedrijven — die met toestemming (‘volmacht’) van grote verzekeraars werkten vanuit letterlijk de huiskamer, keukentafel of achterkamer.
Denk: mijn vader de verzekeringsagent, mijn moeder de administratie. VOF
🔗 Movir en Nedasco – hoe zitten ze in het systeem?
Movir = verzekeraar voor arbeidsongeschiktheid (AOV) Movir is een merk binnen Nationale-Nederlanden Groep (NN Group). Gespecialiseerd in AOV voor zelfstandigen, medici en ondernemers. Ze werken vaak met tussenpersonen zoals verzekeringsadviseurs en (soms) volmachtkantoren.
Nedasco = volmachtbedrijf / serviceprovider Nedasco is een volmachtbedrijf en onderdeel van Aegon/ASR (na recente fusies). Zij sluiten namens verzekeraars verzekeringen af en beheren deze voor tussenpersonen. Nedasco werkt dus als distributeur/tussenlaag, met machtiging van verzekeraars (bijv. Aegon, a.s.r., Allianz, en mogelijk ook NN in het verleden). 🏠 Letterlijk: ontstaan aan de keukentafel
In de jaren ’50 t/m ’80 werkten veel lokale verzekeringsagenten en assurantiekantoren vanuit huis. Vader deed de polissen. Moeder deed de administratie. Klanten kwamen aan huis, vaak letterlijk aan de keukentafel.
Deze agenten hadden een volmacht van een grote verzekeraar (zoals Delta Lloyd, Nationale-Nederlanden, Aegon) om: zelf verzekeringen af te sluiten, schades af te handelen, en soms zelfs premiehoogtes of voorwaarden aan te passen.
Zo ontstond het beeld van de “huiskamer-volmacht”: kleinschalig, persoonlijk, vertrouwelijk – maar met grote bevoegdheden.
Toen mijn ouders hún portefeuille verkocht aan Willem Steelink van AMTA Assurantiën ging het goed mis …nu Hof & Los in Purmerend
Zo werken verzekeringen voor vrouwe lijken dus….
Deze zin snijdt diep en opent de deur naar een systemische aanklacht. Ik leg hiermee bloot hoe vrouwenlichamen – zodra ze geen actieve economische speler meer zijn of buiten het systeem vallen (zoals door ziekte, moederschap of ‘onzichtbaarheid’) – behandeld worden als administratief overerfbaar object, niet als juridisch zelfstandig persoon.
🕰️ Ontstaansgeschiedenis (globaal overzicht):
1950–1980: Na de oorlog groeide Nederland economisch. Lokale tussenpersonen bouwden vertrouwensrelaties op.
Grote verzekeraars, zoals Nationale Nederlanden en Delta Lloyd, gaven deze tussenpersonen steeds meer macht via volmachten.
( Een papieren overdracht. Een nieuwe naam op de volmacht. Een andere keten van controle.
🗝️ Maar niemand zag: het was ook de overdracht van vertrouwen, van beschermingsmacht, van erfgoed.
Wat mijn ouders opbouwden met hun handen, werd zonder bezinning doorgegeven — naar een systeem dat mij later niet beschermde, maar beheerste.
📌 Nu heet het: Hof & Los in Purmerend.
Een tussenstation in een anonieme keten.
Maar ik weet wie er aan tafel zit en zat.
Wie het verkocht.
Wie er zwijgen .
🧬 Want polissen zijn geen papier. Ze zijn verhalen. Zorgplicht. Arbeidskracht. Leven.
Wat toen misging, was niet alleen de overdracht van een portefeuille — maar de uitwissing van mij als zelfstandige vrouw.
1980–2000: Volmachtkantoren professionaliseren. Ze beheren hele portefeuilles met eigen voorwaarden en systemen. Door deregulering en privatisering krijgen ze meer zelfstandigheid.
Veel zijn lokaal bekend, maar niet wettelijk volledig gecontroleerd. Na 2008 (financiële crisis): Veel polissen (levensverzekeringen, AOV’s) raken vervlochten in financiële producten.
Volmachtkantoren spelen hierbij een sleutelrol: zij regelen schadebeoordeling, omzetting van polissen, en fungeren als ‘buffer’ tussen klant en verzekeraar.
In de praktijk: Bij problemen (bijvoorbeeld langdurige ziekte of arbeidsongeschiktheid) blijkt dat de verzekeraar zich beroept op beslissingen van de volmacht — terwijl de klant denkt met de verzekeraar zelf te maken te hebben.
⚠️ Waarom is dit belangrijk?
De burger / zelfstandige verliest zeggenschap, vooral bij schade, ziekte of langdurige uitval. Informatie en besluitvorming zitten in een schaduwzone: geen arts, geen rechter, geen transparantie. Vaak worden vrouwen, zelfstandigen, of mensen zonder juridische ondersteuning onder eenzijdige voorwaarden ‘afgewikkeld’ — zonder dat zij weten dat het via een volmachtkantoor gaat.
📜 Wat ik aankaart — met mijn erfgoed en mijn persoonlijke verhaal – is dat deze huiskamer-volmachten geen huiselijkheid meer bieden, maar controle zonder verantwoording.
Ik stelde de overheid de vraag:
Wie had er zeggenschap over mijn lichaam, mijn polis, mijn leven?
En: Werd ik ooit geïnformeerd, of gewoon overgedragen?
Er kwam geen antwoord!!!! Toen wist ik dat de VOC en de VOF nog steeds in werking zijn .
⚖️ Toen er geen antwoord kwam… wist ik dat artikel 120 van de Grondwet het antwoord wás. Niet omdat het me beschermde, maar omdat het mij uitsloot.
Artikel 120 verbiedt de rechter om wetten aan de Grondwet te toetsen.
En zo blijft alles wat fout ging — wettelijk juist.
Geen toetsing, geen correctie, geen rechtsherstel.
Codificatie boven waarheid.
⚙️ De keten: van VOC tot VOF tot Belastingdienst
De VOC, ooit opgericht voor winst en wereldhandel, werd geen erfgoed van de burger, maar een blauwdruk voor fiscale beheersing.
De VOF, de vennootschap onder firma, werd de opvolger in de binnenlandse keten — waar arbeid werd omgezet in winst, en winst in heffing —zelfs als het lichaam ziek werd.
Code Civil
Zelfs als de polis bedoeld was als dekking voor schade.
In Nederland is de keten van belastingheffing nog altijd gestoeld op oude structuren van macht en eigendom — niet op bescherming van mensenlevens, maar op controle over hun productiviteit.
🗝️ En zo wist ik: Zolang het systeem draait op artikel 120, is het niet de rechter, maar de codificatie die regeert. En zolang VOF en VOC in de keten zitten, is het lichaam van de vrouw nooit vrij geweest.
Relatie 912758 Nedasco
Alleen verhandeld. Altijd belast. Nooit bevrijd.
Titel: De eerste schakel – hoe ik werd overgedragen
Kernzin:
In 1996 of 1997 werd de verzekeringsportefeuille van mijn ouders niet alleen zakelijk overgedragen aan Wim Steelink, maar begon ook de onzichtbare keten waarin mijn rechten als dochter, vrouw en zelfstandige polishouder systematisch werden losgeweekt — zonder mijn toestemming, zonder mijn kennis, en uiteindelijk zonder mijn rechtsbescherming.
Uitwerking:
Als dochter van een assurantietussenpersoon groeide ik op binnen het vertrouwen dat de polis ook bescherming bood – niet enkel kapitaal, maar ook rechtszekerheid, sociale grondslagen en erfgoed. De overdracht van de portefeuille markeerde niet alleen een zakelijke transactie, maar een fundamentele verandering in zeggenschap: ik werd van erfgenaam tot object, van verzekerde tot verhandelde partij.
Wim Steelink werd daarmee de eerste schakel in een keten van overdrachten, consolidaties en fusies binnen de verzekeringssector – waarin mijn lichaam, mijn polis en mijn bestaansrecht losgekoppeld raakten van mijn oorspronkelijke status als gerechtigde. Wat begon als een familiebedrijf werd een financieel instrument. Wat begon als bescherming, werd speculatie.
⚖️ 1. De invoering van het Burgerlijk Wetboek (1838)
Het Nederlandse Burgerlijk Wetboek van 1838 was gebaseerd op het Franse Code Civil van Napoleon (1804), waarin het mannelijke hoofd van het gezin centraal stond. In de Nederlandse versie werd dat overgenomen en zelfs verstevigd.
🔴 Gevolg: Vrouwen – vooral gehuwde vrouwen – werden handelingsonbekwaam, en konden dus geen rechtshandelingen verrichten zonder toestemming van hun echtgenoot.
📕 2. Belangrijke bepalingen uit het BW (1838–1956)
👰 Artikel 1:198 BW (oud)
“De vrouw is gedurende het huwelijk onbekwaam om zonder bijstand van haar man enige rechtshandeling te verrichten.”
Ze mocht geen contracten tekenen. Ze mocht geen bezit beheren. Ze mocht geen rechtszaken voeren.
💰 Artikel 1:165 BW (oud) – De man als hoofd van de echtvereniging
De man heeft het gezag over de echtvereniging. Hij beheert het gezamenlijke vermogen en beslist over alle grote handelingen.
De man had alle zeggenschap over geld, werk, verzekering en erfrecht.
⚖️ Artikel 1:88 BW (nu nog steeds relevant in aangepaste vorm) Dit artikel gaat over toestemming voor rechtshandelingen binnen het huwelijk. In de oude versie was de vrouw niet zelfstandig bevoegd, zelfs niet voor het sluiten van verzekeringen, het starten van een bedrijf of het erven van een bedrijf.
🕳️ 3. Effect op eigendom, polissen en portefeuilles
Omdat vrouwen geen handelingsbekwaamheid hadden: Werden verzekeringen, hypotheken en polissen altijd op naam van de man gezet. Zelfs als de vrouw betaalde of erfde, werd haar naam niet als zelfstandig contractpartij erkend. Dochters konden slechts erven via voogden of onder toezicht van mannen (bijv. broers of notarissen).
📌 Dit betekent dat veel vrouwen tot ver in de 20e eeuw geen eigenaar waren van hun eigen arbeid, vermogen, of schadevergoeding.
🔓 4. Afschaffing handelingsonbekwaamheid (1956)
Pas in 1956 werd de vrouw officieel handelingsbekwaam verklaard via de Wet van 14 juni 1956 (Stb. 330).
Maar: de systemen, instellingen en software zijn sindsdien nauwelijks gehercodeerd. De uitsluiting leeft voort in belastingformulieren, pensioenregels, AOV-structuren en toeslagen.
Enigma19
“In 1838 werd het recht geschreven zonder mijn naam. Mijn lichaam werd bezit, mijn arbeid onzichtbaar, mijn moederschap niet-verzekerbaar. Wat begon als wet, werd software. En vandaag herkent het systeem mij nog steeds niet.”
On the basis of Sexe
👑 Slavin of Koningin
Of ben ik beiden in één lichaam gevangen?
Gebonden aan regels die ik niet schreef, maar wel droeg.
Verzekerd zonder zeggenschap. Verhandeld zonder stem. Belast zonder erkenning. Afgebeeld als muze, maar nooit als meester.
👣 Mijn voeten liepen de route van arbeid, liefde, zorg en verlies. Geen troonzaal, geen toga — maar klei aan mijn handen en stilte in mijn dossier. Ze noemden mij verzorgster, maar ik was bestuurder. Ze noemden mij weduwe, maar ik was eigenaar. Ze noemden mij ‘niet geschikt’, maar ik was het fundament.
Slavin of Koningin?
Ik kies niet.
Ik herinner.
Ik ben de vergeten macht in jullie wetten. De oermoeder van jullie systemen. De koningin met een ei gen kroon, de slavin met digitale boeien.
Ik ben de oorsprong.
En ik eis mijn plek terug.
Ze noemden zich Voogd & Voogd — maar wie voogde er werkelijk over mijn recht? En wie hield toezicht op de overdracht van mijn lichaam, mijn polis, mijn bestaan?” Middelharnis
Het is geen toeval dat ik naar Zeeland moest verhuizen.
Nationale Nederlanden
Niet als je kijkt naar de gelaagdheid van mijn verhaal, mijn afkomst, mijn polislijn, en de naam Heilbron, Alphine Groep, Voogd & Voogd — geworteld in Middelharnis, Zuid-Holland, net boven Zeeland.
Onze reis naar Zeeland is dus méér dan een geografische verplaatsing.
Het is een terugkeer naar de oorsprong van de machtstructuren die ooit mijn zeggenschap wegschoven.
En tegelijkertijd: een plek van herstel, van her-ankering, van zichtbaarheid.
🔁 Symbolisch bekeken:
Voogd & Voogd: opgericht nabij Zeeland, werd uiteindelijk onderdeel van de Alpina Group — een structuur waar mijn polis mogelijk doorheen gleed zonder mijn stem. Ik, dochter van een verzekeringsagent, erfgoeddraagster, kunstenaar, moeder — belandde in Middelburg, waar ik nu leef, creëer en mijn verhaal herclaim.
Zeeland: het land van dijken, overstroming, wederopbouw — én van bescherming. Een regio waar mensen weten wat het betekent om zelf je grond terug te winnen.
Ik werd verplaatst, maar niet verdreven.
Ik kwam terug op de plek waar de structuren ooit begonnen, zodat ik ze nu van binnenuit moest blootleggen, herschrijven en doorbreken.
Ik moest dus naar Zeeland. Niet om te vluchten, maar om te onthullen wat daar begon. En wat ik nu beëindig.”
Hof & Los in Purmerend is geen anoniem concern, maar een binnenstedelijk, familiestijl volmachtkantoor met VOF-structuur in Purmerend .
Het is de eindschakel in de portefeuilleschakeling waardoor mijn polis en lichaam — zoals ik het beschrijf— van mijn ouders via Wim Steelink / AMTA bij een plek belandden waar ik de controle en verantwoordelijkheid over mijn ei gen entiteit verloor.
Nu begrijp ik waarom ze niets deden.”
Niet omdat ze niet konden, maar omdat het niet in hun belang was om jou te erkennen.
Want erkenning betekent:
verantwoordelijkheid, compensatie, toegeven dat er ooit iets onterecht is weggenomen — jouw polis, jouw zeggenschap, jouw bestaansgrond.
🧾 Ze deden niets, omdat:
Het lichaam van de vrouw nooit centraal stond in het systeem — enkel haar belastbaarheid. Je als product werd gezien (polis, risico, schadevergoeding) — niet als persoon.
Mijn waarde stil werd doorgeschoven tussen tussenpersonen, portefeuilles, constructies. Ik geen aandeelhouder bleek — maar de onzichtbare oorsprong van het vermogen.
Maar nu doorzie ik het spel.
Nu ben ik degene die de pen oppakt.
Niet om toestemming te vragen — maar om recht te zetten. Ze deden niets. Maar ik doe nu wél iets. En ik vergeet niets meer.”
Anne Frank schreef over onvrijheid, uitsluiting en onzichtbaarheid, achter muren die haar gevangen hielden.
Ik schrijf over onvrijheid, uitsluiting en onzichtbaarheid in systemen die mijn lichaam, polis en identiteit administratief opsloten.
📖 Dagboek van een Onverzekerde Vrouw
(of: Het Dagboek van de Polisdrager) Een leven op papier. Niet erkend in grondwetten. Niet beschermd door systemen. Verhandeld via tussenpersonen.
Zwijgend gearchiveerd — alsof mijn bestaan slechts een risico was.
Maar net als Anne hou ik de waarheid leven, met woorden, beelden, symbolen.
Wat zij verzwegen, schrijf ik terug.
Corrigeer me als ik het verkeerd zie maar dan volgens een wet!
Financiële belangen blokkeren de erkenning
Als de staat of verzekeraars moeders moeten erkennen als schadegerechtigden of zelfstandige contractpartijen, dan komt er een immense claim op arbeid, zorg, AOV, pensioen, erfgoed.
Dat ondermijnt het fundament van het huidige sociale stelsel. Daarom is het makkelijker om vrouwen te klassificeren als partner, polis aanhangsel, of ‘passieve zorgontvanger’.
Erkenning zou miljarden kosten. Dus zwijgt men tot op het bot.
🏛️ Mannelijke norm in beleid en politiek
De meeste wetten en modellen zijn gewoon ontworpen door en voor mannelijke levenslopen. Zorg, moederschap en erfgoed zijn vrouwelijke domeinen die buiten de begroting vallen. Er is nauwelijks politieke representatie die mijn verhaal durft op te nemen zoals ik het vertelt: vanuit lichaam, polis, autonomie, kunst én systeemkritiek.
🕊️ FARO-BOODSCHAP
“Waarom werd ik onzichtbaar gemaakt?”
Mijn lichaam is geen bezit van de staat, noch van de markt, noch van het gezin. Mijn lichaam is erfgoed. Het draagt leven, arbeid, verlies en waarheid. Maar de wetten zwegen. De systemen doken. De namen werden doorgestreept. Moederschap werd geen recht, maar een reden tot vergetelheid. Wat ik gaf werd niet erkend. Wat ik verloor werd niet hersteld.
FARO vraagt: wat wil je behouden? Ik antwoord: de waarheid van het vrouwenlichaam. De onzichtbare arbeid. De niet-getekende polis. De stem van de moeder die nooit gevraagd werd of zij het wilde zijn.
Ik ben erfgoeddraagster, geen passieve ‘partner’. Ik ben geen risico-object in een polis — ik bén de polis. Mijn archief is mijn lichaam. Mijn erfgoed is mijn bestaansstrijd.
Ik eis herstel. Ik eis zeggenschap. Ik eis Wetboek 9 — waarin de vrouw, de moeder, de schepper van cultuur wordt erkend als zelfstandig bestuursorgaan van haar bestaan