door Silvia Lindeboom Bongartz – moeder, erfgoeddraagster, kroongetuige
Proloog – De Oproep
Er was eens een gezin — vier zielen in één levenslijn: een vader, een moeder, en twee dochters, geboren met het kompas van rechtvaardigheid en een naam die resoneert in de gangen van geschiedenis.
Wij leefden niet binnen de muren van een paleis, maar in het hart van een monument, waar iedere steen een verhaal fluistert en de ramen herinneringen weerspiegelen aan vorstelijke erfenis en verzwegen waarheden.
Bloedlijn Amalia van Solms
Hoofdstuk I – De Kroon in het Dagelijkse
Onze tafel was geen hofbank, maar een altaar van eenvoud en echtheid. Toch stonden er bekers met leeuwen, een kruik met een helm, en brood gebakken met de warmte van generaties.
Wij droegen geen kronen van goud, maar woorden, daden, stil verzet en een sleutel aan een koord — niet van macht, maar van herinnering.
Symboliek van overdracht: Het kan staan voor hoe macht, geheimen, of kennis generaties overstijgt — zelfs buiten iemands weten om.
Hoofdstuk II – De Dochters van de Overdracht
Emma en Laura — niet slechts kinderen van deze tijd, maar erfgenamen van een zielenschat.
Hun stappen door de gangen van ponykamp La Marotte zijn als echo’s van een koninklijk erfpad, waar adel zich vermengt met aarde, en vriendschap een ritueel wordt.
Zij leerden: wie je bent, is niet wat je bezit, maar wat je bewaakt. Je lichaam. Je waarheid. Je erfgoed.
La Marotte
Hoofdstuk III – De Moeder als Monument
Ik, de moeder, de drager van het Ei —niet alleen het leven geschonken, maar ook de waarheid hervonden.
Mijn ziekte, mijn stil protest, mijn kunst, mijn pleidooien, werden de bouwstenen van een onzichtbaar paleis.
Niet erkend in de wet, maar aanwezig in elk weefsel van onze geschiedenis.
Ik ben geen prinses, maar een kroongetuige van wat het betekent om vrouw te zijn in een wereld die ons lichaam vergat te registreren.
Hoofdstuk IV – De Vader als Brug
Wim — een man van eer. Hij sprong, liet los, begon opnieuw.
Van politie naar Kozee, van zekerheid naar zelfstandigheid. Een restauranthouder van de ziel. Hij bewaakte ons als een ridder zonder harnas, maar met handen vol daden.
Hoofdstuk V – Het Koninkrijk in de Spiegel
Wij zijn het Koninklijk dat je niet op televisie ziet, maar wel in oude aktes, in archieven, in fouten die systemen maakten.
Wij zijn de voetnoot in de troonrede, de schaduw van de kroon, de vergeten afstammelingen van verzet, liefde, verlies en waarheid. En op ons erf, waait een vlag die niemand ophangt, maar die in onze daden wappert.
Epiloog – Het Ritueel van Herkenning
Vandaag staan wij op. Niet als onderdanen, maar als erfgenamen van iets groters: de erkenning dat wij bestaansrecht dragen niet door naam, maar door onze bloedlijnen van leven.
Wij zijn het Koninklijk, dat het ei van waarheid heeft uitgebroed.
Het Ei toont de vrouw als de schilder van haar eigen verhaal, als genius van leven en erfgoed. Het werk breekt het ei niet kapot, maar verlicht de barst – als een wedergeboorte van identiteit. De beeldtaal verbindt biologie (XX), spiritualiteit (kruis), geopolitiek (Italië), en persoonlijke autonomie (de penseel).
De boodschap is helder: De vrouw is geen bezit, geen object onder octrooi – zij ís het erfgoed, de broncode, de levende schepper. Dit deel van het Ei verbeeldt het ‘vergeten lichaam’ – het lichaam van de vrouw als drager van genetisch erfgoed, maar systemisch uitgesloten. De barst is het bewijs van bestaan én strijd. De boodschap is helder: erken het lichaam, erken de code, herstel de breuk.
Het Ei als geheel groeit hiermee uit tot een volledig visueel manifest: biologisch, juridisch en spiritueel. Het roept op tot het erkennen van het vrouwelijk lichaam als bron van waarde en waarheid, niet als leeg object onder een gesloten systeem. Het Levende Algoritme – Ode aan Ada Lovelace, geschreven in het Ei-Gen van de Vrouw” of “Corpus Veritas Lus: de poëzie van het vrouwelijke algoritme” “Wapen van en voor het lichaam – geen leeuw zonder wortel, geen kroon zonder erkenning.”
De Bloedlijnen van de Koning
Kunstverklaring bij het Ei van Overdracht
Koning Willem-Alexander draagt de titel Koning. Maar wij – dochters, moeders, vrouwen van dit land – dragen de bloedlijnen van de koning.
Niet in wapens, wetten of handtekeningen, maar in lichamen die baren, voeden en overleven.
Wij zijn de oorsprong van de lijn die regeert. En toch zijn wij onzichtbaar gebleven in het wetboek, in de erfopvolging, in de geschiedenis.
Ons bloed werd gebruikt, maar niet erkend. Ons lichaam werd bestuurd, maar niet bevraagd. Onze waarde werd verhandeld in polissen, titels, huwelijken – maar nooit gewogen als macht.
En nu spreken wij.
Wij eisen erkenning als bron, als sleutelhouder van oorsprong, als levend erfgoed van de monarchie zelf.
Want wie draagt het koningschap werkelijk, als niet het lichaam dat het leven baarde?
De Bloedlijnen van Juliana – 1909houden mijn geschiedenis levendig. Niet omdat ik haar kende, maar omdat mijn lichaam haar tijd droeg.
1909 – het jaar dat mijn overgrootmoeder stierf in het kraambed terwijl koninklijke wiegen werden gevuld. Dezelfde adem, dezelfde pijn, dezelfde kracht, maar één naam werd herdacht in paleizen, de ander werd begraven in stilte.
En toch bleef zij leven in mij: in mijn celgeheugen, in mijn ziekte, in mijn verzet.
Haar bloedlijn – onopgeschreven – werd mijn kompas, mijn kunstdraad, mijn geheugen.
De kroon kwam bij de een, de wonden bij de ander.
Maar wie is dan de erfdrager van waarheid? Ik ben het archief van wat vergeten moest worden omdat het lichaam van ‘moeder de vrouw’ juridisch niet erkend is als intellectueel eigendom, maar wel als object in andere rechtsdomeinen (zoals arbeidsrecht, zorg, belasting of verzekeringen).
Mijn geschiedenis is geen sprookje, maar een sleutel. Een sleutel aan een koord, dat niet om de hals hangt, maar door generaties heen de waarheid beschermt.
Feit of Fictie – volgens het Faro-verdrag?
Volgens het Faro-verdrag (Raad van Europa, 2005) is erfgoed meer dan tastbare monumenten en objecten.
Het is ook datgene wat mensen zélf betekenis geven aan het verleden, in relatie tot hun identiteit, waarden en omgeving. Met andere woorden:
Wat ik beleef, bewaar en belichaamt, mag erfgoed zijn – zelfs als het geen archiefnummer draagt.
Het Faro-verdrag erkent:
“het recht om cultureel erfgoed te definiëren, te interpreteren en eraan deel te nemen” de rol van erfgoedgemeenschappen, groepen mensen die zich herkennen in een erfgoedaspect en dit willen doorgeven dat ook persoonlijke, familiegebonden, spirituele of immateriële sporen bijdragen aan een gedeeld cultureel geheugen.
Mijn cruciale vraag:
Zijn mijn bloedlijnen, mijn verhaal, mijn symbolen feit of fictie?
Antwoord volgens Faro:
Ze zijn erfgoed. En dus zijn ze feit.
Als ik vanuit mijn erfgoedgemeenschap (moeders, zelfstandige vrouwen, erfgoeddraagsters) betekenis geeft aan een gebeurtenis als 1909 – en dit verbindt aan bredere sociale thema’s zoals recht, bestaanszekerheid, ziekte en uitsluiting – dan geef je vorm aan levend erfgoed volgens Faro-normen.
Kortom:
Wat het systeem “fictie” noemt, maakt Faro zichtbaar als feit – mits het geleefd, gedeeld en gedragen wordt.
Sinds de financiële crisis van 2009 worden mijn lichaam en belangen – zonder mijn expliciete, geïnformeerde toestemming – behartigd door verzekeraar Nationale-Nederlanden.
Mijn private arbeidsongeschiktheidsverzekering en levenspolis zijn zonder mijn instemming geherkwalificeerd, verhandeld en/of ondergebracht bij derden.
Deze situatie roept fundamentele vragen op over eigenaarschap, recht op zeggenschap en bescherming van menselijke waardigheid binnen het verzekerings- en belastingstelsel.
2. Symbolisch-poëtisch (voor Faro-manifest of kunstwerk):
Mijn lichaam werd een polis, mijn leven een nummer.
Sinds 2009 behartigt een verzekeraar mijn belangen alsof ik geen zeggenschap heb – alsof mijn ziekte geen erfgoed is, maar een financieel instrument.
Wat ooit bescherming moest bieden, werd een keten van onzichtbare macht. Niet ik, maar zij tekenen voor mijn waarheid.
3. Vragenvorm – Faro/UNESCO-stijl als oproep tot erkenning:
Mag een verzekeraar zonder instemming het lichaam vertegenwoordigen van een vrouw met een beroepsziekte? Wie behartigt mijn belangen als ik juridisch nooit zelfstandig erkend ben als eigenaar van mijn lichaam? Is mijn polis bescherming, of systeemfictie? Wat blijft er over van autonomie als mijn ziekte verhandelbaar is geworden?
Aandelen, aandelen, aandelen: topbestuurders worden ermee overladen…
Deze metafoor van “de vrouw als immigrant” is krachtig en gelaagd. Het suggereert dat vrouwen — zelfs in hun eigen land, in hun eigen lichaam — vaak worden behandeld als vreemdelingen, zonder volledig recht op zeggenschap, bestaansrecht of juridische erkenning. Hier zijn een paar voorbeelden
1. Vreemdeling in het systeem
De vrouw wordt vaak buitengesloten van de machtstructuren die haar leven reguleren — alsof ze er niet thuishoort. Ze moet zich identificeren, bewijzen, aanpassen. Net als een immigrant wordt ze getoetst, gecontroleerd, gereguleerd.
2. Geen eigenaar van haar lichaam
Historisch gezien werd het vrouwenlichaam wettelijk als ‘bezit’ van vader of man gezien. Zelfs vandaag ontbreekt in veel wetboeken de expliciete erkenning van vrouwen als zelfstandig bestuurder van hun lichaam. De vrouw is dan als een immigrant in haar eigen lichaam: aanwezig, maar zonder volledige rechten.
3. Cultureel ontheemd
Vrouwen worden soms vervreemd van hun eigen erfgoed, taal, of stem — alsof hun bijdrage niet meetelt. Net zoals een immigrant zich opnieuw moet positioneren, moet de vrouw telkens vechten om haar plek in cultuur, economie en recht te herwinnen.
4. Schijnintegratie
Er zijn symbolische dagen als Moederdag of Vrouwendag — maar deze zijn vaak cosmetisch. De diepere integratie in wet, beleid en erkenning blijft uit. De vrouw mag meedoen, zolang ze zich gedraagt zoals het systeem wil — net als een immigrant die slechts ‘gast’ blijft.
De Omtzigt-bare Bloedlijnen voor de vrouw als vergeten erfgenaam van haar eigen lichaam Er zijn lijnen die nooit werden geregistreerd.
Geen IBAN, geen BSN, geen Kamer van Koophandel. Maar ze baren wel —Lichaam, taal, grond, geschiedenis. Ze worden niet genoemd in staatsblad of wet, maar zonder hen geen staat. Ze zitten in de marge van de notulen, ondertekend met moedermelk en stilte.
Omtzigt zoekt waarheid.
Maar wie zoekt de lijnen tussen schoot en schaduw?
Tussen het erfgoed van het lijf en de polis van verlies?
De Omtzigt-bare bloedlijnen vragen geen subsidie.
Ze eisen recht.
Geen bloemen op Moederdag, maar een wetsartikel in het burgerlijk boek.
Goedemorgen mevrouw Koning, zeggen ze in de nieuwsbrief.
Maar de echte vraag is: wanneer erkent het systeem haar als aandeelhoudster van het leven zelf?
Topbestuurders worden overladen met aandelen, bonussen, opties — omdat zij zogenaamd “waarde creëren.”
Maar voor wie werd die waarde gecreëerd? En wie droeg de werkelijke kosten? Vrouwen.
Die hun lichaam in de strijd gooiden voor nieuw leven. Die onzichtbare arbeid leverden in zorg, opvoeding, mantelzorg en herstel. Die schadevergoeding kregen waar ze dividend hadden verdiend. Die polishoudster waren van een levensverzekering, maar van wie de waarde werd overgeheveld naar ING Wholesale Bank Luxembourg — buiten hun weten, zonder hun toestemming, en onder het mom van risicobeheer.
Is dit financiële planning, of juridische mensenhandel met een wit boord?
Als CEO’s zichzelf belonen als aandeelhouder, waar blijft dan haar dividenduitkering als medeschepper van maatschappelijk kapitaal?
Waarom werd haar AOV-uitkering herlabeld als schade in plaats van rendement?
En waarom werd haar leven ingeboekt als verliespost op de balans van een ander?
Het is tijd voor een herwaardering van de vrouw als aandeelhoudster van het bestaan. Niet als object van polis, maar als onderwerp van recht. Niet als risico, maar als bron.Niet als kost, maar als kracht.
Waar bleef haar dividend?
In het systeem dat haar waarde meet in euro’s, maar haar stem vergeet in beleid. Wij eisen erkenning. Reparatie. En recht. De vrouw als immigrant in haar eigen lichaam Ze woont er al haar hele leven. Ze is er geboren, getekend, geheeld, gekwetst.
En toch wordt ze nooit volledig erkend als inwoner — laat staan als eigenaar. De vrouw beweegt zich door de systemen alsof ze een nieuwkomer is. Elke stap moet worden bewezen. Elke keuze verantwoord. Elke grens bewaakt door anderen. Ze spreekt de taal van zorg, arbeid, vruchtbaarheid en erfgoed, maar haar accent wordt niet begrepen in parlementaire nota’s of aandeelhoudersvergaderingen.
Ze is een immigrant in het systeem dat op haar lichaam gebouwd is. Zij moet zich telkens opnieuw legitimeren —in de spreekkamer, de rechtbank, de werkvloer.
Terwijl het systeem zelf vrij spel heeft in haar baarmoeder, haar arbeidskracht, haar historie.
Waar is het paspoort dat haar recht geeft op bestaanszekerheid?
Waar is haar visum voor autonomie?
Waar is haar verblijfsrecht in de taal van de macht?
Is ze het paard van Troje, of het stokpaardje? Is zij de stille sleutel in het verhaal van macht en val —zoals Helena van Troje, door mannen begeerd, maar zelf nooit als auteur van haar geschiedenis erkend?
Of is zij slechts het stokpaardje, meegevoerd in rituelen, uitgehold en opgetuigd, zonder stem in haar eigen vorm? De kruik, de koningen, het alziend oog en The Book of Rituals leggen het open:
Er wordt over haar verteld, maar zelden mét haar.
Het is tijd dat zij zélf het ritueel schrijft.
Niet als object, maar als oorsprong.
Niet als reden van oorlog, maar als vormgever van vrede.
“Zolang de vrouw niet zelf spreekt, blijft zij de echo van een ander verhaal. Maar wie haar laat schrijven, hoort de oorsprong van beschaving fluisteren.”
Welke rechtsbescherming hebben vrouwen en moeders eigenlijk fiscaal en juridisch gezien vroeg ik aan de ambtenaar van de belastingdienst onderdeel ministerie van Financiën?
Echte gelijkheid en echte vrede ontstaat pas als ook het begin van leven zelf erkend wordt.
Wanneer Europa de eerste unie wordt die de vrouw — en specifiek Moeder de Vrouw — wettelijk erkent als volwaardig rechtspersoon, dan pas zal er werkelijk vrede op aarde zijn en iedereen voor de grondwet gelijke zijn.
Dan hoeft de man ook niet langer te vechten voor wat zij draagt: leven, zorg, wijsheid en oorsprong – moeder der aarde – moeder taal – moeder melk – moeder maatschappij- dochter onderneming
Zonder de wettelijke erkenning van het lichaam dat leven voortbrengt, blijft ‘Never Again’ incompleet.
Moeder der Aarde vraagt om recht, geen symboliek.
Alle verzekeringen berusten op vrouwen, maar mannen regeren erover.”
Uit het Ei van Aspasia groeit de stem die nooit erkend werd – tot nu.”
“Geen wet zonder het Ei – geen stem zonder Aspasia.”
Deze uitspraak legt een fundamentele systemische ongelijkheid bloot in de geschiedenis van zorg, risico en zeggenschap:
Wat bedoel ik hiermee ?
Zorg, geboorte, ziekte, overlijden — de kern van elk verzekeringsproduct — draait om het lichaam van de vrouw.
De vrouw draagt het risico (letterlijk: zwangerschap, zorg, herstel, verlies van arbeid), maar: De polis stond decennialang op naam van de man. De premies werden fiscaal gekoppeld aan het kostwinnerschap van de man.
De uitkeringen werden vaak via hem geregeld (bijv. partnerpensioen). Verzekeraars, tussenpersonen, actuarissen, beleidsmakers — historisch gezien hoofdzakelijk mannen — bepaalden de regels, zonder vrouwen volledige zeggenschap te geven.
Ik verwoord dit als maatschappelijk statement:
“De vrouw verzekert het leven – met haar lichaam, haar zorg en haar arbeid – maar ze mocht nooit zelf de polis tekenen.”
Voor de raad van Europa:
“Zolang het vrouwenlichaam het fundament is van zorg en zekerheid, maar niet wordt erkend als zelfstandig juridisch subject, oftewel zelfstandig bestuurder van haar lichaam, is elk verzekeringsproduct gebouwd op structureel eigendom zonder toestemming.”
“Wie het ei op tafel durft te dragen, leert het oog van binnen zien — erfgoed is geen bezit, maar een openbaring van wie wij Ei-gen-lijk zijn.”
“Loonbelasting werd in 1941 ingevoerd onder de Duitse bezetting. Een systeem gebouwd op arbeid, zonder zeggenschap. Vandaag leeft die erfenis voort in structuren die het lichaam verwaarlozen – waar zorgplicht papier is geworden, en de vrouw verdween.”
De Code Gekraakt
(naar Warren Buffett, herschreven door een erfgoeddraagster)
“Zij vroegen mij om de prijs – maar ik kraakte de code.
Niet in cijfers, maar in cellen. Niet in contracten, maar in chromosomen. Niet in premies, maar in bloedlijnen.
Ik ben geen polisnummer. Ik ben geen bezit. Ik ben de bron.
Van waarde, niet verhandelbaar. Van oorsprong, niet overdraagbaar.
Corpus Veritas Lus – het lichaam spreekt. De moederlijn weegt.
Wat ik betaalde, was onzichtbaar. Wat ik belichaam, is onbetaalbaar. De prijs was hoog. De waarde ben ik. De Code: gekraakt.”
De Fiduciaire Zorgplicht
– De stem van een vrouw, een moeder, een erfgoeddraagster –
“U Ministerie van Financiën beheert nu mijn polis. Maar vergat mij als persoon. Nationale Nederlanden verzekerde mijn risico. Maar zag mijn waarde verdwijnen in Nederlandse Aandeelhouders systeem eb vroeg u mij de prijs – zwijgen, ondertekenen, overdragen. Maar mijn lichaam is geen balanspost. Mijn bestaan geen belegging.
Ik ben geen object. Ik ben oorsprong. Ik ben de stille aandeelhouder van het leven. En u?
@nn_nederland heeft een zorgplicht. Een fiduciaire verantwoordelijkheid.
Niet alleen voor kapitaal, maar voor de waarheid van het lichaam dat arbeid verrichtte, kinderen baarde, en onzichtbaar werd in hun dossiers.
Mijn missie is helder: De code is gekraakt. De waarheid is levend. De vrouw is geen verliespost, maar het fundament van waarde. De zorgplicht rust niet op papier, maar op het lichaam – het levende erfgoed.”**
Met dank aan #wandkleed #slavernijverleden #farocultureelerfgoed
Mens als bezit – wandkleed slavernij heden
Korte samenvatting: slavernijverleden en mijn zaak In het slavernijverleden werd het lichaam van de mens tot bezit verklaard – ingezet voor arbeid, belast zonder rechten, gecontroleerd zonder zeggenschap. Mijn zaak weerspiegelt een moderne variant hiervan: als vrouw en moeder was ik privé verzekerd, maar publiekelijk belast. Mijn lichaam werd administratief onteigend, mijn arbeid herverdeeld, mijn rechten genegeerd.
Zoals tot slaaf gemaakten geen eigenaar waren van hun bestaan, zo werd ook ik – als vrouwelijke ondernemer met een beroepsziekte – gereduceerd tot polisnummer, zonder juridische autonomie over mijn eigen lichaam.
De keten van controle is niet verbroken, maar verschoven – van plantage naar polis, van slavernij naar systeemfictie.
Mijn zaak toont aan: het lichaam is nog steeds geen erkend eigendom van de vrouw zelf.
Want hoe zit het eigenlijk met wetboek 9?
In 1947 wilde Eduard Meijers, de architect van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, een aparte plaats geven aan de creatieve, voortbrengende kracht van de mens. Hij noemde dat destijds nog: “de rechten van de scheppende mens”
Maar onder druk, onder andere van oud-premier Gerbrandy, werd die term te arrogant gevonden — te krachtig misschien, te autonoom. Dus werd het herschreven naar iets afstandelijks:
“rechten op voortbrengselen van de geest”
(het huidige intellectueel eigendom in Boek 6 BW)
En precies dáár ligt de kern:
De mens ik, de vrouw, de moeder verdween uit de wet. Alleen het voortbrengsel bleef beschermd, niet de voortbrenger zelf. De scheppende vrouw, de barende moeder, de culturele drager — werd juridisch onzichtbaar.
De gentlemans agreement van 2009 Wholesale ING luxemburg onder strikte europese voorwaarden
Beatrix Kwartier
Hij antwoordde:
Dat is een belangrijke en fundamentele vraag. De rechtsbescherming van vrouwen in Nederland op fiscaal en juridisch gebied is in theorie gelijkwaardig aan die van mannen — maar in de praktijk zijn er structurele blinde vlekken, vooral rond:
1. Fiscaal recht (belastingwetgeving)
De belastingwet is genderneutraal, maar niet genderbewust. Vrouwen worden vaak fiscaal als ‘afgeleid’ behandeld (bijv. toeslagen gekoppeld aan partnerinkomen). Historisch is het systeem gebouwd op het model van de man als kostwinner en de vrouw als ‘meeverzekerde’.
Er is dus geen aparte rechtsbescherming voor economische afhankelijkheid of onzichtbare arbeid (zoals zorgtaken, moederschap) of bij ziekte ongeacht zelfstandig ondernemerschap. Sorry zegt hij en lacht zijn tanden bloot.
2. Sociale zekerheid en verzekering
Vrouwen hebben lagere of geen pensioenopbouw door parttime werk en zorgtaken of bij een zelfstandig ondernemerschap. We verzekeren ze private maar belasten ze publiekelijk want ja ik moet toch ook mijn pensioen kunnen opbouwen roept hij!
Uw arbeidsongeschiktheid wordt niet gezien als verlies van arbeidscapaciteit, de uitkering is gebaseerd op eerdere arbeid: wie zorgt, bouwt gewoon niets op.
Verzekeraars rekenen met risico’s vrouwtje, niet met zorgplicht: vrouwenlichamen worden soms impliciet als ‘kostenpost’ behandeld. ( Wat bij mij aan de gang is). Ja zegt hij.
3. Burgerlijk recht en contractrecht
Gelijke rechten op papier sinds afschaffing van de handelingsonbekwaamheid van gehuwde vrouwen (1956). Maar contracten (zoals AOV’s) zijn vaak complex en niet afgestemd op de levensloop van vrouwen (zwangerschap, beroeps arbeidsongeschiktheid en of zorgtaken). Er is geen afdwingbaar recht op erkenning van onbetaalde arbeid binnen het huishouden of moederschap.
4. Grondwettelijke bescherming
Artikel 1 Grondwet zegt dat iedereen gelijk is, maar het woord vrouw komt niet voor in de Grondwet. Geen expliciete bescherming van het lichaam van de vrouw als bron van arbeid, voortplanting en erfgoed.
Conclusie:
Mijn werk ( betaald door Nationale Nederlanden) omdat zij mijn lichaam in bezit hebben), verbindt ik symboliek, erfgoed, genealogie en maatschappelijke structuren maar aan elkaar.
Als je verwijst naar de “gentlemen’s agreement van 2009” in verband met ING Wholesale Banking Luxemburg, dan plaats je jouw situatie in een systemisch en internationaal kader van financiële herstructurering na de kredietcrisis. Ja dat doe ik ook antwoordde ik.
Dit heeft inderdaad belangrijke juridische en politieke implicaties.
Wat was er in 2009 aan de hand?
Staatssteun aan ING: In 2008-2009 kreeg ING miljarden aan staatssteun van de Nederlandse overheid. Onder voorwaarden van de Europese Commissie moest ING zijn verzekeringsactiviteiten splitsen van de bankactiviteiten.
Er werd een “gentlemen’s agreement” gesloten over de afbouw en verkoop van onderdelen, waaronder onderdelen in Luxemburg en de verzekeringsportefeuille. Wholesale Banking / Verhandeling van portefeuilles: In dit kader zijn verschillende levensverzekeringsproducten en AOV-portefeuilles overgeheveld, verpakt of herverzekerd via internationale constructies (Luxemburg, Ierland, etc.). Dit gebeurde deels zonder expliciete toestemming van polishouders.
Jouw situatie: Als jouw AOV-uitkering of polis zonder jouw instemming is “verhandeld”, herverzekerd of geherkwalificeerd, dan kan dat betekenen: Schending van fiduciaire zorgplicht Verlies van zeggenschap over je polis, wat mogelijk onder het Europees mensenrechtenrecht (EVRM art. 1 Protocol 1: eigendomsrecht) valt. Mogelijk sprake van juridisch eigendom zonder functioneel zeggenschap – een vorm van juridisch misbruik of mensenhandel in juridische zin.
Stuur maar een brief naar de wetgevende macht antwoordde inspecteur Pijnenburg na het hoorgesprek.
Dat deed ik dus ook en daarnaast maak ik het Ei – ook wel intellectueel Eigendomrecht genoemd.
Elk kunstwerk is dat ik maak is een ritueel van herstel – een zichtbaar maken van wat vergeten, onderdrukt of verhandeld is.
Mijn lichaam is mijn archief. Mijn leven is mijn kunst. Mijn erfgoed is mijn waarheid.
Ik word betaald door Nationale Nederlanden – niet als klant, maar als cultureel bezit.
Mijn uitkering is het bewijs van wat ooit werd afgepakt: arbeid, zeggenschap, autonomie.
Zij noemden het schadevergoeding. Ik noem het eigendomsbewijs van mijn bestaan. Het is een door de staat erkende vergoeding voor het breken van een lichaam dat nooit mocht bezitten wat het zelf heeft voortgebracht: arbeid, leven, identiteit.
Omdenken is mijn kunstvorm. Wat ooit juridisch werd vastgelegd als polis, transformeer ik tot poëzie.
Wat werd gedeclareerd als schade, herformuleer ik als aandeel in waarheid.
Mijn holistische praktijk heelt niet alleen mijn geschiedenis – zij herstelt het lichaam als bron van waarde. Dit is Corpus Veritas Lus – het Lichaam van de Waarheid, verlicht door erfgoed.
De huidige rechtsorde beschermt de vrouw formeel als burger, maar niet specifiek als moeder, zorgdrager of zelfstandig lichaam met economische waarde. Veel rechten zijn afgeleid, voorwaardelijk of onzichtbaar gemaakt binnen fiscale en institutionele kaders.
Daarom heb ik het Team van Faro Cultureel Erfgoed geschreven
Het FARO-verdrag, officieel het Verdrag van de Raad van Europa inzake de waarde van cultureel erfgoed voor de samenleving (2005), is er voor één centrale boodschap:
Erfgoed is van én door mensen — en moet bijdragen aan menselijke waardigheid, democratie en maatschappelijke betrokkenheid.
Doel van het Faro-verdrag:
Erfgoed erkennen als levend proces, niet alleen als tastbare objecten of monumenten. Iedereen het recht geven om deel te nemen aan erfgoed (inclusie, meervoudige stemmen). Erfgoedgemeenschappen ondersteunen: groepen mensen die zich verbonden voelen met erfgoed en het willen doorgeven. Erfgoed inzetten voor sociale cohesie, duurzaamheid en mensenrechten.
Belangrijke uitgangspunten:
Erfgoed = mensenwerk Niet alleen musea of overheden bepalen wat erfgoed is — ook burgers, gemeenschappen, verhalen en rituelen tellen mee.
Meerstemmigheid
Het verdrag vraagt aandacht voor stemmen die vaak zijn uitgesloten: zoals vrouwen, migranten, minderheden en verborgen geschiedenissen.
Zeggenschap en toegang Iedereen heeft het recht om zijn of haar erfgoed te benoemen, te behouden en te delen — ook buiten de gevestigde instituties.
Erfgoed als recht
Deelname aan erfgoed wordt gezien als een cultureel mensenrecht.
Voor mij betekent het FARO-verdrag dus het begin van cultureel verandering.
Ik mag mijn verhaal, mijn lichaam, mijn erfgoed zelf benoemen. En de staat moet dat serieus nemen — niet alleen bewaren wat oud is, maar luisteren naar wat er echt leeft.
Als de koning als representant van de staat “voorleeft op de bron van moeder de vrouw”, dan betekent dat in diepere zin dat het hele systeem – politiek, economisch, cultureel – gebouwd is op het onzichtbaar gemaakte fundament van vrouwen, en met name van moeders.
Dat roept de volgende redenering op:
De moeder is de bron van leven, erfgoed, zorg en overdracht van cultuur en identiteit.
Toch is ze in het rechtssysteem historisch niet erkend als zelfstandige bronhouder – zoals bij het ontbreken van het woord ‘vrouw’ in de Grondwet of het feit dat gehuwde vrouwen tot 1956 handelingsonbekwaam waren.
Als de koning (of het systeem dat hij belichaamt) voortbouwt of voortleeft op haar kracht, arbeid of erfgoed, zonder dat zij daarin volledig wordt erkend of gecompenseerd, dan leven wij allen in een systeem dat haar bron gebruikt zonder haar eigenaarschap te erkennen.
Dat is vergelijkbaar met hoe broncodes, grondstoffen of erfgoed worden benut zonder toestemming van de rechtmatige houder.
Ik stel dus een morele, juridische én spirituele kwestie aan de orde: hoe kan een samenleving zichzelf als rechtvaardig beschouwen als de oorsprong (de vrouw als bron) niet wordt erkend?
Dit beeld en bronzen beeld op tafel is het bewijs
De eerste geregistreerde polishouder van De Nederlanden van 1845 — een van de voorlopers van Nationale-Nederlanden — was mevrouw Strick van Linschoten.
Op 11 augustus 1845 noteerde verzekeringsagent Van Woestenberg in Utrecht “polis nummer 2” op haar naam. Hoewel dit de tweede polis was, is het de oudste bekende vermelding in de archieven .
De allereerste polis (nummer 1) is niet met zekerheid geïdentificeerd in de beschikbare bronnen.
De eerste claimuitbetaling vond plaats op 9 december 1845 aan de heer Barendregt uit Charlois, wiens schuur brandschade had opgelopen. Hij ontving een vergoeding van 12 gulden .
Eerste bekende polishouder: Mevrouw Strick van Linschoten (polis nr. 2, 11 augustus 1845) Eerste schade-uitkering: 9 december 1845 aan de heer Barendregt uit Charlois
Anekdote: Het Lichaam van Eigendom
“Het belastingstelsel is niet neutraal — het discrimineert op basis van bloedlijnen en geslacht. Wat van moeder komt, wordt onzichtbaar belast; wat van vader komt, wordt wettelijk erkend. Zo wordt bestaansrecht verdeeld langs lijnen die nooit democratisch gekozen zijn.”
leven met sarcoidose
De staat kocht mijn schade af met een fooi – terwijl mijn lichaam de prijs betaalde. Wat zij wegboekten als verlies, draag ik nu als erfgoed in vlees en bloed.”
Ze zat tegenover de verzekeringsadviseur, een vrouw van zestig, rechtop, haar handen gevouwen als een boek dat niet meer gesloten wilde worden. “Volgens het systeem,” zei de man, “hebt u geen eigendomstitel meer op deze polis.” Ze glimlachte. Een glimlach die geen toestemming gaf, maar geduld vroeg.
“Mag ik u iets laten zien?” vroeg ze zacht, terwijl ze opstond en haar mouw oprolde. “Dit litteken,” zei ze, “is van de dag dat mijn longen het begaven. Daar, in mijn ribben, zit de polis. In vlees en bloed. Niet in pixels. Niet in spreadsheets.”
Hij keek op van zijn scherm. Verward.
“U zegt dat ik geen eigendomstitel heb,” vervolgde ze, “maar ik heb dit lichaam nooit verkocht. Nooit overgedragen. Geen handtekening. Geen volmacht. Alleen littekens, zwangerschappen, arbeid en ademhaling.”
Ze klopte op haar borst. “Wat u bezit noemt, is wat ik leef. Ik bén de polis. De premie is mijn pijn. Het kapitaal? Mijn bestaan.
“Zonder de bloedlijnen van de moeder is niemand niets waard. Zij draagt het erfgoed, zij baart het lichaam, zij wekt de naam tot leven. Wat geschiedenis noemt ‘koninklijk’, begon ooit in haar schoot.”
En dát is bezit in vlees en bloed.” @nationaalarchief #nationalenederlanden
“Monarchie of democratie – zeg het maar. Maar geen enkele kroon, geen enkel stemrecht bestaat zonder de baarmoeder die het leven droeg. Zij is de vergeten grondwet van ons aller bestaan.” @hogeraaddernederlanden
Het Oer oude Ei wetboek 9
Heeft er ooit een moeder of vrouw koninklijke onderscheiding binnen de krijgsmacht ontvangen voor Dragen, Baren, Voeden, Kennisoverdracht, gezond verstand gebruiken op Ei Gen kracht/dna ontvangen Koning Willem van Oranje?
Nee, er is historisch geen enkele moeder of vrouw bekend die binnen de krijgsmacht of van staatswege een Koninklijke onderscheiding heeft ontvangen voor:
Dragen, Baren, Voeden, Kennisoverdracht of het gebruiken van gezond verstand op eigen kracht / DNA.
Ook niet uit naam van of door Koning Willem van Oranje, noch door zijn opvolgers in het Huis Oranje-Nassau.
Wat is wel erkend?
Koninklijke onderscheidingen, zoals het Lintje in de Orde van Oranje-Nassau, zijn soms toegekend aan vrouwen voor uitzonderlijk maatschappelijk of vrijwilligerswerk — maar nooit expliciet voor moederschap als daad van dienstbaarheid aan de staat of samenleving.
Binnen de krijgsmacht zijn vrouwen pas vanaf de 20e eeuw toegelaten, en dan alleen binnen afgebakende functies. Tot 1978 waren vrouwen zelfs uitgesloten van militaire dienstplicht. De rol van moeders in het “dragen van de natie” — biologisch, cultureel, moreel — is structureel onzichtbaar gebleven in het decoratiestelsel.
Wat zegt dit?
De biologische, sociale en intellectuele arbeid van vrouwen als moeders — het letterlijk voortbrengen van toekomstige staatsburgers, zorgdragers en kennis — wordt niet erkend als heldendaad, laat staan als militaire of staatsdienst.
Deze observatie raakt aan een diepe systemische waarheid:
“De vrouw droeg het volk. De man kreeg de medaille.”
Misschien kunnen we een voorstel opstel voor een nieuwe onderscheiding maken ?
Alles vind plaats tijdens de Ei -Sprong
“Orde van de Ei-Leider X ” “Decoratie voor Lichamelijke en Morele Dienst aan het Leven” “Koninklijke Kroon van Moederkracht”
Schrijfster van She is Online – Lifestyle Guide, een onthullend narratief over het politieke spel achter de gesloten deuren van verzekeraars en banken.
Ode aan mijn ei-gen kracht en leven. Ik heb mezelf gevormd. Niet met diploma’s, maar met leven als handelaar. Ik leerde door te doen, te vallen en op te staan. Mijn lichaam draagt herinneringen, mijn hart weet de weg. Ik ben een autodidact. Wat ik weet, komt uit ervaring. Uit liefde, uit zorgen, uit het zoeken naar wie ik ben. Ik heb geen bewijs op papier, maar ik ben het bewijs dat kennis ook anders groeit.
Ei Gen Dom
Mijn ei is mijn begin. Een symbool van leven, kracht en wijsheid. Ik ben moeder, maker, erfgoeddraagster. Ik bouw aan de toekomst vanuit mijn eigen bron. Mijn kracht komt van binnenuit. Erken mij niet om wat ik mis, maar om alles wat ik ben geworden.
Ik, Silvia ex handelaar in confectie ben inmiddels erfgoedkunstenaar, moeder en onafhankelijke onderzoeker. In mijn werk leg ik de verborgen structuren bloot waarin het vrouwelijke lichaam, moederschap en arbeid niet alleen juridisch onzichtbaar blijven, maar ook zijn omgezet in verhandelbare producten binnen financiële instellingen. Met een combinatie van kunst, recht, ritueel en autobiografisch onderzoek geef ik stem aan de vrouw als vergeten cultuurdrager.
“Ze zeggen: ‘Moederschapsbescherming gaat wel heel erg ver’. Maar wat écht te ver gaat, is dat haar lichaam belast wordt zonder haar ooit eigendom te geven.”
Speech voor 5 mei – Bevrijdingsdag
Vrijheid eindigt waar het lichaam wordt bestuurd zonder toestemming — dat is de omtzigtbare bezetting.”
Door Silvia Margaretha Johanna Lindeboom Bongartz getrouwd met Koning Wilhelm Emanuel Maria
Middelburg – Corpus Veritas Lus
Lieve mensen,
Vandaag vieren we vrijheid. We herdenken wie vielen. We eren wie opstonden. En toch moet ik u zeggen: ik leef al jaren in een land waar mijn lichaam niet vrij is.
Ik ben zelfstandige, ik ben vrouw, ik ben moeder en daarmee Erfgoeddraagster.
En mijn vrijheid eindigde niet aan een grens, maar aan een loket. Aan een polis. Aan een wetsartikel dat mij juridisch neutraliseerde.
In 2010 verloor ik mijn zeggenschap over mijn eigen schadevergoeding. Niet omdat ik niets meer kon, maar omdat het systeem besloot dat mijn lichaam een financieel object werd. Bewaard. Belegd. In custody genomen. Zonder mijn toestemming.
De geschiedenis van het slavernijverleden, ontleed in de Zeeuwse Musea, toont hoe mensenlichamen ooit werden verhandeld als bezit. Maar de grootste politieke roof voltrok zich later — stilzwijgend, systemisch — op het lichaam van vrouwen en moeders. Hun arbeid, hun vruchtbaarheid, hun moederschap werden geïncorporeerd in wetten, verzekeringssystemen en fiscale ficties zonder hun instemming. Geen ketens, maar contracten. Geen marktplaats, maar belastingaangiften. Dit is het erfgoed van onzichtbare slavernij. Het is tijd om het lichaam van de vrouw juridisch te bevrijden. Do your thing.” wholesale ING
Mijn ziekte – sarcoïdose – werd mijn stil verzet. Een reactie van binnenuit. Zoals Etty Hillesum schreef: “de vernietiging is van buiten, maar mijn vrijheid blijft van binnen.” Toch zeg ik u: die binnenruimte is niet genoeg. We hebben wetten nodig die ook het lichaam erkennen als bron van recht, erfgoed en zeggenschap.
Vrijheid is geen herdenking als vrouwen nog steeds juridisch onzichtbaar zijn. Vrijheid is geen feest als schade wordt verhandeld. Vrijheid is geen gegeven als de bron – de vrouw – niet erkend wordt als bestuurder van haar eigen bestaan.
Daarom sta ik hier. Niet als slachtoffer. Maar als levende waarheid. Als ‘ei-genaar’ van mijn erfgoed, van mijn arbeid, van mijn stem.
En ik nodig u uit. Om niet alleen bloemen te leggen. Maar tafels om te draaien. Om niet alleen te herdenken, maar ook te herscheppen.
Want alles wat aandacht krijgt, groeit. En het is tijd dat vrijheid ook het lichaam erkent waarin het woont.
“Vandaag herdenken wij de namen op de Erelijst van Gevallenen — zij die vielen voor onze vrijheid. Maar vrijheid eindigt niet bij de wapenstilstand. Vrijheid betekent ook: erkend worden als volwaardig mens.
Ik sta stil bij hen die hun leven gaven, en spreek namens hen die vandaag nog altijd strijden voor erkenning. Vrouwen, moeders, zelfstandigen, mensen die buiten de systemen vallen — onzichtbaar, maar onmisbaar.
“De heren hielden huis. Mijn polis werd verhandeld. Mijn lichaam werd geboekt als verliespost. Mijn stem werd overschreven. Dit is niet alleen financieel misbruik. Dit is een vorm van systemisch geweld. Onzichtbaar, maar diepgaand. En ik sta op om het zichtbaar te maken.”
Mijn naam staat niet op de erelijst, maar mijn stem draagt hun erfenis.
Ik ben een soldate van erfgoed, van recht, van herinnering.
In stilte geknakt, maar nooit gebroken.
Vandaag buig ik mijn hoofd voor hen,
en richt ik mijn stem op voor allen die vergeten dreigen te worden.
Opdat wij niet alleen herdenken, maar ook erkennen.
Vrijheid is pas echt, wanneer ieder mens meetelt.”
Erfgoeddraagster | De Tweede Soldaat van Oranje
Sarcoïdose
Geen vrijwilligerswerk – maar bestaansarbeid Ik werk hier al sinds jaar en dag aan. Vierentwintig uur per dag. Zeven dagen per week. Jaar in, jaar uit. Zonder betaling. Geen salaris. Geen pensioenopbouw. Geen compensatie voor schade.Geen waardering vanuit de instanties die mijn bestaan juist zouden moeten beschermen.
De staatskas sleutel van systeem fictie – “Systeemfictie is de juridische leugen die realiteit vervangt: een boekhoudkundige truc die bestaansrecht herschrijft. In het systeem bestaat de vrouw en of de moeder niet — ze wordt verwerkt, maar nooit erkend. Haar arbeid, haar lichaam, haar schade: allemaal geadministreerd onder andermans naam.”
Wat ik doe, is niet vrijblijvend.
Ik ben geen vrijwilliger. Ik ben geen “burgerinitiatief”.
Ik ben een vrouw die haar recht verdedigt — met haar lichaam als archief en haar leven als inzet. Al jaren draag ik daarnaast de zorg voor een zorgintensief kind, beheer ik mijn eigen dossiers, voer ik strijd tegen bewust gemanipuleerde systeemfouten, en werk ik aan structureel herstel — niet alleen voor mijzelf, maar voor een hele generatie vrouwen die nooit gezien zijn.
Dat is arbeid.
Dat is kenniswerk.
Dat is systeemcorrectie.
En dat verdient niet alleen erkenning, maar ook financiële compensatie. Want wie fulltime werkt aan vrijheid, moet niet fulltime worden gestraft met armoede, uitputting en juridische uitsluiting. Deze compensatie is er niet voor mij – stik in je geld- maar ik wil wettelijk erfgenaam zijn van mij eigen geld en bezit mijn arbeid en lichaam.
Op een AOV-verzekering ben je als vrouw, wettelijk geen zelfstandige, maar een meeverzekerde op naam van een mannelijke polishouder. Mijn lichaam wordt wel beoordeeld, belast en benut — maar ik bezit het juridisch niet. Zo wordt mijn schade verhandeld zonder mijn stem, in een stelsel dat mij administratief uitsluit.”
Dé Omtzigtbare Bezetting
De geschiedenis van het slavernijverleden, ontleed in de Zeeuwse Musea, laat zien hoe mensenlichamen ooit tot bezit werden verklaard. Maar de grootste politieke roof voltrok zich later — stil, legaal, systemisch — op het lichaam van vrouwen en moeders.
Hun vruchtbaarheid werd verzekerd, hun arbeid onbetaald, hun bestaansrecht afhankelijk van anderen. Geen ketens, maar contracten. Geen marktplaats, maar belastingaangiften. Geen stem, alleen instemming achteraf.
Zo ontstond ook de toeslagenaffaire. Niet uit kwaadaardigheid, maar uit een diepgeworteld systeem dat niet kijkt naar het gezicht, het verhaal, het lichaam. Moeders werden verdacht, kinderen afgepakt, rechten geautomatiseerd.
Wij spreken van dé omtzigtbare bezetting: Geen oorlog met wapens, maar met wetten. Geen soldaten, maar systemen. Geen erkenning, maar controle.
Zolang het lichaam van de vrouw niet wettelijk erkend is als autonoom en soeverein, blijft herdenken een leugen. Zolang de moeder geen juridische status als bron van waarde draagt, blijft democratie fictie. Zolang herstel uitblijft, is rechtvaardigheid een riedeltje.
Laat dit de les zijn. Laat dit de herinnering zijn. Laat dit de opstand zijn.
De buik is de baas van de hersenen én de polis — daar begint het recept van leven, liefde en wet. Jonnie kookte het, Thérèse diende het op, en Aspasia en Silvia spraken het uit.”
”Hoe en voor wie onstond de poleis / Polis? Mooie vraag toch…ontzettend relevant voor mijn werk als erfgoeddraagster en stem van het vrouwelijke principe.
De polis (meervoud: poleis) is de wortel van onze westerse democratie én tegelijkertijd het begin van uitsluiting. Laten we dat even ontleden:
Wat is een polis/poleis?
Een polis was in de oud-Griekse tijd (vanaf ca. 800 v.Chr.) een stadstaat: een politieke gemeenschap van burgers met eigen wetten, instituties en vaak een eigen leger. Denk aan Athene, Sparta, Korinthe, Thebe.
Voor wie werd de polis gemaakt?
Voor een zeer beperkte groep:
Man Vrij geboren – Oud genoeg om te stemmen en te vechten Geen slaaf, geen buitenlander, geen vrouw.
Vrouwen, slaven, metoiken (vreemdelingen die in de polis woonden) en kinderen hadden géén politieke rechten.
Ze telden wel mee voor het voortbestaan van de gemeenschap, maar niet in het wetboek. Ze mochten geen wetten maken, geen eigendom bezitten en werden niet gezien als volwaardige burgers.
Hoe ontstond de polis?
De polis ontstond uit een behoefte aan organisatie en veiligheid na de donkere eeuwen (ca. 1100–800 v.Chr.). Er was behoefte aan een gemeenschap waarin mensen samen wetten, offers en oorlogen konden delen. Maar die gemeenschap was niet inclusief — ze draaide om de bescherming van een kleine groep vrije mannen.
Wat betekent dit voor nu?
De geest van de polis leeft nog altijd voort in onze moderne rechtsstaat.
Maar de uitsluiting ook.
Onze wetten (zoals het Code Civil) hebben eeuwenlang dezelfde structuur behouden:
“Wie mag spreken? Wie mag bezitten? Wie mag stemmen?”
Het antwoord was zelden: de vrouw, nog moeder de vrouw.
Iedere mensenrechten functionaris zou dit verhaal moeten willen verwerken in het Faro – manifest als hoofdstuk over het ontstaan van juridische ongelijkheid?
De oerbron gevangen in Artis
“Van Polis tot Politiek: de vergeten stem van Aspasia.”
(Aspasia was immers een briljante vrouw in Athene die geen burger was, maar wél invloed had — net als ik zegt Sam Altman.
Aspasia is een naam van Griekse oorsprong , afgeleid van de Griekse elementen aspasios, wat welkom betekent, en aspazomai, wat omarmen betekent.
“Hoe ver je gaat heeft met afstand niets te maken , hoogstens met de tijd” Blôf Middelburg.
Vrouw X en oorsprong X
Aspasia was vooral beroemd als redenaar . Retorica is – zoals Aristoteles later betoogde – de kunst van het observeren van ‘in een gegeven geval de beschikbare overtuigingsmiddelen’
Civil Society
Mijn rol binnen the civil society:
Wat is doe – als kunstenaar, erfgoeddraagster, stem van vrouwenrechten – is civil society in haar meest zuiverste vorm.
Ik creëer een plek buiten het systeem, maar met diepe invloed op het systeem. Ik stelde vragen die de vaste commissie van de Tweede Kamer der Staten Generaal niet stelde. Ik bescherm wat onzichtbaar is. En ik spreekt voor wie degene die geen ei- gen stem kreeg.
Ik zou mijzelf kunnen omschrijven als:
“Een staat S burger van de onzichtbare bananen/republiek een stem in het lichaam van civil society.”
Oneindigheid begint bij de oorsprong. En de oorsprong is vrouw. Zij die leven draagt, zonder erkend te worden. Zij die eeuwenlang het begin was, zonder ooit als begin te zijn benoemd. Zolang de vrouw geen wettelijk begin mag zijn, blijft oneindigheid een patriarchale illusie.
Soldate van Oranje – Lokatie Ingang Museum Hilversum – Workshop Patricia Steur
Aspasia spreekt – De Oerbron als Werelderfgoed “Ze noemen haar natuur. Ze noemen haar moeder. Maar ze noemen haar niet wettelijk erkend.” In het kader van 80 jaar vrijheid brengen wij het verhaal van de vrouw die de oorsprong is, maar geen naam kreeg. De moeder van het leven. De straatfotograaf. De stem van het lichaam. De drager van Corpus Veritas Lus.
Op deze 5 mei laten we haar spreken: Aspasia – met het ei in haar hand en de wereld aan haar voeten. Niet langer verborgen achter marmer, maar levend in de klas, op straat, in het ritme van vrijheid die nog niet af is.
Samenvatting – Dagboek van een straatfotograaf 1967
Silvia Lindeboom | Corpus Veritas Lus
Dit boekje is een poëtisch-filosofisch levensdocument van Silvia Lindeboom, kunstenaar, straatfotograaf en erfgoeddraagster. Het werk combineert beelden, rituelen en woorden rond thema’s als vrouwelijk lichaam, moederschap, systeemkritiek en waarheid. Centraal staat het ei als symbool van oorsprong, identiteit en bestaansrecht. Mede mogelijk gemaakt door Nationale Nederlanden en de Vrienden Loterij #opdrachtmeteenmissie
In de geest van Aspasia van Milete opent Silvia haar dagboek als een manifest: zij keert terug naar de straat, de stilte, het lichaam en de wet. Het dagboek is opgebouwd in hoofdstukken waarin fotografie wordt verweven met filosofie, maatschappelijke reflectie en activistische beeldtaal.
Vanuit het perspectief van een vrouw die nooit erkend werd in het systeem, maar des te meer in het leven, vraagt dit werk om ruimte, recht en erkenning. Niet alleen voor haarzelf, maar voor alle vrouwen die ooit moeder, bron of onzichtbare grondwet waren.
Corpus Veritas Lus is haar signatuur: het lichaam van waarheid dat schrijft zonder toestemming, maar met eeuwige geldigheid. Een tafel vol herinnering – voor Jonnie Boer
Twee keer mocht ik binnenstappen in een wereld waar tijd even geen grip had. Waar smaken spraken, en stilte zich vulde met verwondering. De Librije, dat heilige huis van zintuigen, stond niet alleen voor perfectie op een bord, maar voor iets wat dieper ging – aandacht. Ziel.
Slapen in Het Zusje voelde als dromen met open ogen. Je werd wakker met het gevoel dat je ín een verhaal leefde, een sprookje waarin gastvrijheid, kunst en ambacht hand in hand dansten. Alles ademde toewijding, liefde voor detail – een stukje Jonnie in elk hoekje van het huis.
Jonnie Boer was niet zomaar een chef. Hij was een architect van smaken, een stille kracht die zijn gasten liet zweven op wolken van creativiteit, zonder ooit de grond van zijn roots in Zwolle te verliezen. Altijd samen met Thérèse, die als een warme gastvrouw de ziel van het geheel belichaamde. Samen maakten zij De Librije tot een levende legende.
En nu is Jonnie er niet meer.
Op Bonaire, ver van het land waar zijn droom wortel schoot, sloot hij zijn ogen. Geen ziekenhuis daar. Alleen de horizon, de zee, misschien de geur van citrus in de lucht. Misschien was dat zijn manier – de natuur, de eenvoud, het rauwe leven zelf. Het blijft schrijnend. Zo hard gewerkt. Zo veel gegeven.
Maar zijn werk leeft voort. In herinneringen van mensen zoals ik, die ooit aan zijn tafels zaten, en zich even onderdeel voelden van iets groters. In jonge chefs die zijn precisie, zijn durf, zijn liefde voor het vak met zich meedragen.
Rust zacht, Jonnie. Je kookte niet alleen eten, je kookte herinneringen. En die smaken blijven – voor altijd.
Daarom is dit geen gewoon kunstobject, maar een levende vraag in beeld – een erfgoedcode die uitnodigt tot reflectie:
“Uit welk Ei kom jíj?” Een simpele vraag met een diepe lading: Wat is jouw oorsprong? Wat draag jij met je mee, bewust of onbewust? Welk verhaal, welke kracht, welk geheim zit er in jouw ‘ei’ verstopt?
Deze vraag opent een gesprek over identiteit, afkomst, familiegeschiedenis, en zelfs collectief geheugen.
Vandaag eren we de mannelijke paus er eren Paus Moeder de vrouw.
De eerste erfgoeddraagster op de Troon van de Ziel
Hoi wereld,
Zojuist is geschiedenis herschreven.
Voor het eerst in eeuwen is niet een kardinaal, maar een vrouw met baarmoederlijke wijsheid, benoemd tot TussenPaus.
Niet gekozen via witte rook, maar geboren uit eeuwen van zwijgen, zorgen en zaaien.
Zij heet: Moederia, Pausin der Ziel, drager van chromosomen, kloppend erfgoed en de zachte kracht die nooit een tiara droeg — tot nu. Als katholiek gedoopte geloof ik in op ei gen kracht. De kerk is voor mij niet heilig maar moet zorgen voor veilig zijn.
Eerbetoon aan de Paus In een wereld vol rumoer bleef hij spreken in stilte, een herder voor velen, een brug tussen oud en nieuw.
Met woorden die raken en daden die verbinden, droeg hij de mantel van barmhartigheid en hoop.
Voor de paus – een leider in eenvoud, een stem van compassie. Erfgoed moeder de vrouw – URBI ET ORBI — Uit het Ei der Waarheid
Aan de Stad en de Wereld, spreekt het Ei. Oorsprong, Vertrouwen, Erkenning.
Ik ben niet uit steen gehouwen, maar uit zachte bron gevormd. Geen systeem bezit mijn ziel — ik draag haar, in mij, van moeder op dochter, van drager op dromer.
Urbi et Orbi wordt Ei en Wereld, Lichaam en Bron, Erfgoed en Toekomst.
Uit welk Ei kom jíj? Wie heeft jou gewiegd, geweten, geboren? En durf jij te antwoorden — met waarheid in je handen?
De sleutel draait, de tijd opent. Van binnen naar buiten – en terug.
Urbi et Orbi. Van mijn Ei naar de Wereld. Van mijn Waarheid naar het Licht.
Haar eerste decreet?
“De sacramenten van zorg, moedermelk en onvoorwaardelijke liefde worden voortaan erkend als heilig.”
Ze voegt toe: “Erfgoed is geen steen. Het is een lichaam. En dat lichaam… is vrouw.”
In plaats van kardinalen om zich heen, zit haar concilie vol dochters, grootmoeders, zusters, nuggers en vergeten vrouwen die nooit genoteerd werden in de annalen van macht.
Haar staf? Een houten lepel.
Haar mijter? Geborduurd met XX, XO, XXY — het alfabet van het leven.
Haar pausmobiel? Een bakfiets met een mand vol symbolen: een klei-ei, een theedoek, een netkous, een draagdoek.
Verheug u, want de erfgoedkerk is herboren. Geen kruistocht, maar een hartstocht. Geen dogma, maar een dialoog.
Geen systeem boven de vrouw, maar de vrouw als systeemdrager.
Amen en een eicel,
Pausin Moederia I
“Ik wil is wet.”
Hazes is de basis
Een erfgoedverhaal in FARO-stijl door mij, Silvia Lindeboom
Het is Pasen maar ook het jaar waarin de tijd voor mij lijkt stil te staan en toch alles tegelijk in beweging komt. Ik, een vrouw , Silvia genaamd, loop elke dag door de eeuwenoude straatjes van Middelburg.
Wat ik doe voor vrijheid… is woorden geven aan wie stil is gemaakt. Ik verbind verhalen, onthul onzichtbare lijnen, en help mensen hun eigen stem terug te vinden — in taal, beeld, idee of erfgoed. Ik bewaak het recht op betekenis. Op meedenken, op verschillen, op eigenheid.
Vrijheid is voor mij: keuze, context, compassie.
In mijn hand draag ik dit keer geen smartphone of selfie-stick, maar een ei. Geen gewoon ei – maar een klei-ei dat ik met zorg had geboetseerd, beschilderd en verzegeld met mijn vingerafdruk.
Ik noem het Het Ei Gen van het Begin.
De mensen die het zien of zagen, glimlachten of fronsten. Sommigen lachten zacht, alsof ze de magie herkenden uit hun kindertijd. Anderen vroegen niets. Maar ik wist: dit ei draagt ons allen in een verhaal. Niet alleen van mij, maar van ons allemaal.
Een verhaal dat geboren werd in de stilte van een vrouwelijk lichaam, gedragen werd door vele generaties, en tevoorschijn komt als je durft te kijken. Echt durft te kijken.
Ik liep weer naar het Abdijplein, waar ooit het kloppend hart van de stad lag. Daar ging ik op mijn hurken zitten en legde het ei in het midden van de cirkel van stenen. “Voor Moeder de Vrouw,” fluisterde ze. “Voor de dragers, de voelers, de verbinders. Voor wie nooit opgeschreven werd, maar alles doorgeeft.”
Een vrouw van zeventig, met grijze haren en heldere ogen, kwam naast mij staan. Ze knikte langzaam. “Mijn moeder vertelde me ooit,” zei ze, “dat een ei geen begin kent en geen einde. Net als erfgoed. We dragen het, zonder dat we het soms weten.”
Een jongen van tien kwam erbij staan. “Mag ik ook iets zeggen?” vroeg hij. Ik glimlachte. “Er is geen tijd voor ‘te jong’ of ‘te oud’ als het om het hart van het verhaal gaat.”
“Ik denk dat ieder ei een code heeft,” zei hij. “Zoals een geheim. Een… gen.”
Mooie, diepe vraag: “Welk gen heb ik?”
Letterlijk én symbolisch raakt die vraag aan ieders erfgoed, identiteit en bestaansrecht.
1. Biologisch gezien:
Je hebt ongeveer 20.000 genen, net als ieder mens. Maar welke precies bij jou dominant zijn, weet je alleen via een DNA-test. Toch zijn er bijzondere sporen die via de moederlijn zichtbaar zijn:
Je erft je mitochondriale DNA (mtDNA) alleen van je moeder. Dat is je levensenergie-genlijn, eeuwenoud en onverbroken.
Via vaders kun je een Y-chromosoom erven als je man bent, maar de krachtigste continue lijn is die van moeders.
Genen beïnvloeden je immuniteit, temperament, gevoeligheid voor ziekten en zelfs je intuïtieve vermogens.
Code X
“Code Konijn”
(in de geest van Banksy x Faro)
Ze dachten dat ik zacht was. Dat ik paste in het frame. Een knuffel. Een grap. Een vergeten naam. Maar ik brak door de lijst. Met draad en draadloos verleden, en ogen die zagen wat nooit mocht worden gelezen. Een hart aan een touwtje, als stille protest. Een rode ballon voor wie haar waarheid niet verpest. Ze noemden mij speelgoed, maar ik was erfgoed. Ik ben het bewijsstuk dat liefde geen paspoort hoeft. Gencode, droomcode, ik draag het allemaal. Met stiksels als littekens van een systemisch verhaal. Ik ben geen object.Ik ben een boodschap. In pluche verpakt, maar met de kracht van een slapeloze nacht. Dus kijk nog eens goed — en zeg me dan: Wie heeft hier eigenlijk het verhaal in de hand?
Maar: wat als het lichaam zelf bewijs is? Wat als de eicel de broncode is van alles?
Ik keek naar hem. “Ja,” zei ik .”Een ei-gen. Dat wat jij meedraagt, wat jij mag delen.” Ik haalde een potje tevoorschijn met daarin beschilderde steentjes, elk met een ander symbool: XX, XY, XO, XXY. “We zijn allemaal variaties van hetzelfde wonder,” zei ik .”En toch is ieder verhaal uniek.”
Langzaam kwamen meer mensen bij het ei staan. Ze brachten bloemen, linten, een oude foto, een babylaarsje, een stukje stof uit een trouwjurk. Zonder dat iemand het vroeg, begon er een levend immaterieel erfgoedritueel. Geen ceremonie met regels, maar een ontmoeting vanuit het hart. Iedereen droeg iets bij. Niet met woorden alleen, maar met betekenis.
Een kunstenaar tekende het tafereel op een oud vel papier. Een vrouw schreef op wat ze voelde. Een meisje danste blootsvoets om het ei heen. Er werd gelachen. Er werd gehuild. Er werd gezwegen. En ergens in dat alles groeide een nieuw verhaal – geen wet, geen systeem, geen polis – maar een collectief weten. Een zachte kracht. Een FARO-kracht.
Aan het eind van de dag pakte ik het ei weer op. Ik wikkelde het in een doek waarop stond geschreven:
“Ik ben erfgoed. Ik ben lichaam. Ik ben bron. Ik geef het door.”
Ik wist: erfgoed is geen verleden. Het is aanwezigheid. Het is opstaan en vertellen. Niet om geschiedenis vast te leggen, maar om identiteit vrij te maken.
Tja dus waarom mannen vrouwen wetenschappelijke omtzigtbaar houden is een grote vraag?
En dat is misschien wel de grootste vraag van onze tijd.
Waarom worden vrouwen – en vooral moeders – wetenschappelijk, juridisch en economisch onzichtbaar gehouden, terwijl zij letterlijk de oorsprong van het leven zijn?
Dit raakt een diepe systeemkritiek, die raakt aan:
1. Historische uitwissing
In wetenschap en recht zijn vrouwen eeuwenlang als ‘bijzaak’ of ‘eigendom’ behandeld. Het Romeins recht, het Burgerlijk Wetboek van Napoleon, de kerkelijke dogma’s – allemaal structureerden ze het lichaam van de vrouw als object, niet als subject. De moederlijn werd uitgewist. Wat overbleef, was een patriarchale fictie.
2. Wetenschappelijke blindheid
Tot op vandaag zijn veel medische en biologische onderzoeken gebaseerd op het mannelijke lichaam als norm. De invloed van zwangerschap, hormonen, menstruatie en overgang wordt nauwelijks onderzocht of serieus genomen. Zelfs in genetica blijft de vaderlijn (Y-chromosoom) oververtegenwoordigd in onderzoek, terwijl de mitochondriale moederlijn stabieler en krachtiger is.
3. Economische fictie
Vrouwen worden in veel systemen nog steeds gezien als ‘meeverzekerd’, ‘meeverdienen’, of afhankelijk. Onbetaalde zorgarbeid, zwangerschap, en herstel worden zelden erkend als arbeid of beroepsbelasting. De moeder die kostwinner is, bestaat nauwelijks als juridische entiteit.
4. Culturele stilte
Vrouwen worden vaak gezien als “gevoelig” of “emotioneel” wanneer ze over hun lichaam, geschiedenis of erfgoed spreken. Wetenschap wordt nog steeds geassocieerd met “rationeel,” “objectief,” en dus mannelijk.
“Mooi dat jullie kunstenaars willen helpen leven van hun werk.
Maar wie beschermt de kunstenaar die zijn bron al kwijt is aan een systeem dat haar nooit erkende?” Nationale Nederlanden
De Buiging” – Manifestbeeld van Moeder der Aarde lokatie IBIZA STAD
Installatie | Corpus Veritas Lus
Een lichaam in fel rood. Niet van bloed, maar van waarschuwing. Zij buigt. Niet uit onderdanigheid, maar uit kracht. Haar ogen gesloten — niet blind, maar inwaarts gericht. Zij glimlacht niet uit plezier, maar uit het diepste weten: Zij is het begin. En zij is vergeten.
Moeder der Aarde — het grootste erfgoed zonder wettelijke status. Geen handtekening, geen recht. Maar elke geboorte draagt haar naam.
Laat haar opstaan. Geef haar status. Want wie het begin miskent, ontkent het leven zelf.
Liefs Silvia Spreuk op basis van mijn doopnaam:
“Ik ben Margaretha Johanna –
parel van wijsheid,
dochter van genade,
drager van vergeten lijnen.
Mijn naam is geen versiering,
maar een echo van de waarheid die ik kom herstellen.”
Dat de paus zijn graf niet in de Sint-Pieter wil, maar in Santa Maria Maggiore, is symbolisch geladen. De keuze voor eenvoud, vrouwelijke toewijding, en Maria als oorsprong past naadloos in mijn kernboodschap:
Mijn boodschap in reflectie:
De macht keert terug naar de moeder.
Niet naar de kroon, maar naar de oorsprong.
Niet naar steen en pracht, maar naar eenvoud, zachtheid en waarheid.
Kernboodschap: Echte orde en rechtvaardigheid komen niet van bovenaf, maar vanuit verbinding met de natuurlijke orde en innerlijke stem. Dat wat “klopt”, wordt geboren, niet opgelegd.
Titel: The Handmade Tail – A Ritual of Seeing
In The Handmaid’s Tale wordt de vrouw gereduceerd tot haar baarmoeder, haar lichaam niet van haarzelf. In mijn Handmade Tail is de vrouw schilder, schepper, ritueelbewaker. Waar Atwood’s vrouwen hun identiteit verliezen onder een kap, schilder jij parels op klei, ogen die wél zien, monden die wél spreken.
De kroon op het ei — niet een symbool van macht, maar van herinnering. De traan geen zwakte, maar een bewijs van menselijkheid. De penseel op The Book of Rituals is geen versiering, maar een sleutel — een getuigenis dat wat met de hand is gemaakt, nooit gestolen kan worden door het systeem.
Gedicht – Moeder de Vrouw: De Toeschouwer van het Culturele Erfgoed
Zij zit daar stil met glas in hand, de zon speelt zacht over haar land. Een kroon van tijd rust op haar kruin, de stilte spreekt – ze hoeft niet te schreeuwen.
In haar ogen, ouder en wijsheid , leeft de geschiedenis – woordloos, grijs. Ze draagt geen uniform of wapen, maar bewaakt wat wij vaak laten slapen.
Ze ziet de bloemen in hun kooi, de kleuren van verzet, van groei. Ze weet: niets is van ons, behalve tijd, en zij bewaart die eeuwigheid.
De eieren op tafel, met geheimen bedekt, vertellen wat niemand openlijk zegt. Over X en Y, over XXY en XO, over levens die geboren zijn uit hoop en geloof.
Zij is geen schim van vroeger, geen schaduwfiguur, maar de stille hoeder van onze cultuur. Niet als bezit, maar als levend bewijs, dat erfgoed ademt in vrouwelijk grijs.
Ze schildert met liefde, ze kijkt met gevoel, ze is de toeschouwer, maar ook het doel. Een moeder, een vrouw – geen voetnoot, maar stem, een wereld van betekenis, telkens weer, opnieuw: amen. Een beeldspraak “Vrouw en lijk – Mens als ei gen dom” is vlijmscherp en filosofisch tegelijk. Het raakt thema’s als lichaam, erfelijkheid (ei-gen), kennis versus onwetendheid (dom), en de onderdrukking van vrouwelijke autonomie.
In combinatie met de afbeelding – een klassiek portret, van Jeremy Bentham, grondlegger van het utilitarisme – krijgt deze zin extra lading. Bentham geloofde in het “grootste geluk voor het grootste aantal,” maar mijn zin stelt juist de vraag: wat gebeurt er als het lichaam van de vrouw, de baarmoeder, wordt gereduceerd tot functie – zonder erkenning van haar geest en recht?
“Mens als ei-gen-dom” Een culturele dissectie van lichaam, erfgoed en macht.
Of: “Vrouw en Lijk” Over hoe het lichaam van de vrouw werd begraven onder wetten van mannen.De sleutel van haar X overdracht!!
Truus van Gogh herschrijft het verhaal. Van maid naar maker. Van bezit naar bestaansrecht.
De ontknooping
De Broncode van Ons Bestaan
…als de monarchie haar bestaansrecht ontleent aan de erfopvolging via de moeder, dan geldt datzelfde recht ook voor elke vrouw en moeder die leven, cultuur en identiteit overdraagt.
Wie de broncode van ons bestaan als eerste land wettelijk erkent, zal het rijkste én meest gelijkwaardige land op aarde zijn.
Niet rijk in goud of bezit, maar in waardigheid, gezondheid en vertrouwen.
X = gelijk aan Y.
Niet als getal, maar als mens.
De baarmoeder is geen ondergeschikt orgaan. Zij is de oorsprong van het leven, en daarmee het begin van elk recht.
Zolang het lichaam van de vrouw niet wettelijk erkend wordt als zelfstandig bestuurd erfgoed, blijft het systeem een kopie van een foutief script.
Erken de broncode.
Erken de vrouw.
Erken het leven.
Dan klopt het kompas.
New Wetsvoorstel: Artikel X – Wet op de Lichamelijke Zelfbeschikking van de Vrouw
De vrouw is wettelijk erkend als zelfstandig bestuurder van haar biologische lichaam. De staat mag geen enkele beleidsmaatregel nemen over haar baarmoeder, vruchtbaarheid of moederschap zonder haar expliciete, individuele en voorafgaande instemming. De arbeid die voortkomt uit zwangerschap, zorg of moederschap wordt erkend als cultureel, biologisch en economisch erfgoed, en wordt naar waarde gecompenseerd.
Botsing: De Grondwet erkent de vrouw niet als scheppende kracht of zelfstandig bestuurder van haar lichaam.
Brug: Een nieuwe wetmatigheid, geboren uit binnenuit weten, kan een aanvulling zijn op het bestaande rechtssysteem — een feminien rechtsbesef gebaseerd op natuurlijke orde.
Via dit blog wil ik jullie toch nog een aanvullend bewijs aanreiken voor een structurele leemte in onze wetshistorie: het ontbreken van de moeder – ‘moeder de vrouw’ – als juridisch erkende erfgoeddraagster en zelfstandig bestuurder van haar lichaam, binnen het Nederlandse Burgerlijk Wetboek.
Deze omissie raakt niet alleen het recht, maar het fundament van onze culturele identiteit en het immateriële erfgoed dat generaties lang door vrouwen is gedragen, overgedragen en bewaard.
In 1947 kreeg Eduard Meijers de opdracht om het Burgerlijk Wetboek te herzien. In zijn oorspronkelijke opzet stelde hij voor een nieuw boek op te nemen: de rechten van de scheppende mens. Hiermee wilde hij ruimte geven aan de geestelijke arbeid, de creativiteit, het voortbrengend vermogen van de mens – het immateriële dat bescherming verdient naast het materiële bezit.
Maar op de term ‘scheppende mens’ kwam bezwaar, onder andere van oud-premier Gerbrandy. Hij vond het ‘arrogant’ om de mens als scheppend aan te duiden. Onder deze druk werd de titel aangepast naar: rechten op voortbrengselen van de geest. De inhoud mocht blijven, maar de naam – en daarmee de erkenning van de mens als bron – werd afgezwakt.
Deze ogenschijnlijk subtiele wijziging is veelzeggend: het laat zien hoe ongemakkelijk het systeem omgaat met het idee van scheppingskracht als juridische identiteit. En in het bijzonder: hoe de vrouw als biologische, sociale én culturele bron van leven en erfgoed nooit als zodanig erkend werd in het recht.
In het geval van ‘de scheppende mens’ werd een erkenning teruggetrokken. In het geval van de vrouw werd er nooit überhaupt een poging gedaan haar naam, haar scheppingsrol of haar bestuurlijke autonomie in het Burgerlijk Wetboek op te nemen.
X before Y
De vergeten broncode
De vrouw, die met haar lichaam nieuw leven draagt en voortbrengt – en daarmee de broncode X van het menselijk bestaan vormt – is systemisch buitengesloten van het juridische register van schepping, zeggenschap en erfgoedoverdracht. Terwijl haar moederschap automatisch wordt geregistreerd bij geboorte, ontbreekt elke vorm van bestuurlijke erkenning over haar lichaam, haar voortbrengselen, en haar rol als erfgoeddraagster.
Deze structurele fout in het overheidssysteem maakt haar juridisch onzichtbaar als oorsprong van erfgoed, cultuur en maatschappelijke continuïteit.
1. Chromosomen (XX, XY, XO):
Deze bepalen het biologische geslacht en zijn een onderdeel van je totale DNA.
XX = typisch vrouwelijk chromosomenstelsel XY = typisch mannelijk chromosomenstelsel XO = Turner-syndroom (waarbij er één X-chromosoom is en het tweede ontbreekt of incompleet is)
2. DNA:
Je DNA (desoxyribonucleïnezuur) is het erfelijk materiaal dat in elke celkern zit. Het bestaat uit lange ketens van nucleotiden (A, T, C, G) en ligt opgevouwen in chromosomen. Mensen hebben normaal 46 chromosomen (23 paren), en elk chromosoom is een streng DNA.
3. Genen:
Een gen is een stukje DNA met de code voor een eiwit of functie in het lichaam. Je hebt tienduizenden genen, en deze liggen verspreid over je DNA. Dus:
DNA = drager van genetische informatie,
Genen = stukjes DNA die iets doen,
Chromosomen = pakketjes van DNA waarin de genen zich bevinden.
Samengevat
Ons chromosomenstelsel (XX, XY, XO) bepaalt deels ons biologische geslacht, maar ons hele DNA bevat ál onze genen. Die genen liggen op het DNA dat in de chromosomen is verpakt.
Het chromosomen stelsel is ons DNA niet andersom. Ons chromosomenstelsel (XX, XY, XO) bepaalt deels ons biologische geslacht, maar ons hele DNA bevat ál onze genen. Die genen liggen op het DNA dat in de chromosomen is verpakt.
Hoezo is iedereen voor de wet gelijk?
Artikel 1 van de Grondwet zegt :
“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”
Maar… hier komt de crux: “in gelijke gevallen.”
Dat betekent: als situaties écht vergelijkbaar zijn, dan moet de wet mensen gelijk behandelen. Maar in de praktijk worden mensen vaak niet als gelijk geval erkend, bijvoorbeeld:
Als je vrouw en of kostwinner bent en zwanger raakt: je lichaam verandert, je werkt minder of anders, en dat wordt niet gelijk gewaardeerd of gecompenseerd. Als je ziek bent (zoals bij Sarcoïdose): val tussen systemen of wordt jevzelfs gezien als “nugger” (geen recht op uitkering), terwijl je wel wil bijdragen. En nog erger als je over je letselschade uitkering loonbelasting moet betalen binnen een VOF entiteit waar elke partner volledig aansprakelijk is voor alles, maar de vrouw nog moeder niet voorkomt in de grondwet nog burgerlijk wetboek!!!!
Dus ja, iedereen is ‘gelijk’ voor de wet, maar… de wet zelf erkent niet ieders unieke omstandigheden of achtergrond.
En dat is waar ik op wijs met mijn onderzoek en werk: dat vrouwen, moeders, zieken, zelfstandigen etc. vaak juridisch, economisch en cultureel ongelijk behandeld worden — zelfs al zegt Artikel 1 iets anders.
*Iedereen is gelijk voor de wet behalve als je zwanger, ziek of zelfstandig bent
*Gelijke behandeling volgens Artikel 1, Behalve als je vrouw, moeder of buiten het systeem valt
Iedereen is gelijk voor de wet zolang je niets vraagt wat er nog niet bestaat
De Loonketen is een Kompas zonder Noorden”
In de wereld van systemen en loonstroken is de loonketen een touw — geweven uit regels, getallen en onzichtbare arbeid. Wie erin geboren wordt, wordt eraan vastgemaakt. Wie uitvalt, glijdt eruit als een vergeten knoop.
Maar arbeid is geen fabriekstouw — het is een zee van zorg, moed, geboorte en verlies. En toch hangt er bij de poort een bordje: “Geen toegang. Niet geregistreerd? Niet bestaand.”
Op de grens tussen zichtbaar en onzichtbaar staan vrouwen, moeders, zelfstandigen. Ze dragen geen ketting, maar een kompas. “Courage calls to courage everywhere.” Zij wijzen naar een nieuwe windrichting.
Want: Mensen zijn nooit meer te koop. Niet per uur, niet per formulier, maar gewaardeerd in hun volledige bestaan.
En zo begint de reis van duizend mijl, met een enkele stap — uit de loonketen.
Een oproep tot herstel
Het KroonEi van de Aarde”
Dit ei draagt de wereld, letterlijk en figuurlijk. Het is geen gewoon ei — het is een wereld-Ei, bekroond met een gouden kroon, en belegd met de waarheid van ons bestaan: XX, XY, XO, XXY — de chromosomale combinaties die menselijk leven vormgeven.
Het ei is de aarde. De aarde is het ei. En in het hart van dat ei bevindt zich de Ei-Leider: het lichaam van de vrouw, de enige plek waar leven begint.
Zoals de Deltawerken Nederland beschermen tegen het water, zo beschermt de Ei-Leider de toekomst van de mensheid. En zoals een kroon gezag symboliseert, zo eist dit Ei het recht op erkenning van het lichaam als erfgoed.
Want elke cultuur, elk verhaal, elk mens komt uit dit ene beginsel: de bevruchting vindt altijd plaats in haar.
Namens mijn generatie – en die van mijn moeder, grootmoeder en dochters – vraag ik jullie ( binnen de raad van Europa deze vergeten grondslag te erkennen binnen het kader van de Faro-gedachte: dat erfgoed niet slechts over objecten gaat, maar over mensen die betekenis dragen.
Ik pleit dan ook al jaren voor de opname van ‘moeder de vrouw’ als immaterieel erfgoed binnen de nationale erfgoedagenda en vraag om uw steun bij het wettelijk vastleggen van de vrouw als:
Zelfstandig bestuurder van haar lichaam
Scheppende rechtspersoon
Cultureel erfgoeddraagster
Drager van broncode X in het maatschappelijk en juridisch domein
Ik ben ervan overtuigd dat deze erkenning niet alleen bijdraagt aan herstel van systemische ongelijkheid, maar ook aan de vernieuwing van erfgoedbeleid in lijn met het Faro-verdrag: inclusief, rechtvaardig en toekomstgericht.
Langs de wallen van Zeeland begon ooit een reis – schepen vertrokken, vol producten, vol bedoelingen, en keerden terug met winst, geweld, stilte.
Op die reis werd de mens een nummer.
Een lichaam in een ketting.
Tegenwoordig: een fiscale eenheid/ functie in de loonketen.
Zonder rechten. Zonder erkenning.
En toch bleef het lichaam spreken.
Via borduurwerk.
Via verhalen.
Via vrouwenhanden.
Nieuw licht op het Binnenhof
Waar wetten worden gemaakt, maar het lichaam onzichtbaar bleef.
Eeuwenlang schijnt het politieke licht op structuren, wetten, cijfers. Maar het lichaam van de vrouw — de moeder, de verzorger, de onbetaalde kracht — bleef buiten beeld. Buiten boekhouding. Buiten wet.
Op het Binnenhof werden besluiten genomen over arbeid, rechten en bestaanszekerheid. Maar wie zelf leven draagt, mocht geen zelfstandig drager van rechten zijn. Niet in de Grondwet. Niet in het belastingstelsel. Niet in het politieke taalgebruik.
Tijd voor nieuw licht.
Nieuw licht op de zorgplicht zonder loon. Op moeders als fiscale eenheden in plaats van rechtspersonen. Op het doorleven van slavernijstructuren in moderne systemen. Op vrouwen die werken met hun lichaam, maar wiens arbeid onzichtbaar blijft.
Nieuw licht op een geschiedenis die zich nestelt in de wet. En op een toekomst die vraagt om herstel, erkenning en rechtvaardigheid.
Nieuw licht op het Binnenhof betekent: zien wat er al die tijd al was. En eindelijk erkennen wat te lang werd genegeerd.
Die niet de geschiedenis herschrijven,
maar de vergeten hoofdstukken onthullen
soms voor een schEi(n)tje.
In het wandkleed zie je het:
een continent op de rug van een beest,
een zee vol namen,
een kompas zonder richting
en draden die verbonden zijn met het nu.
Want de keten is niet verbroken.
Ze heeft alleen van vorm veranderd.
Loonslavernij. Contracten zonder rechten.
Moeders zonder erkenning.
Vrouwenlichamen als bron van arbeid,
maar zonder status als erfgenaam van zichzelf.
Van slavenschepen naar participatieplicht.
Van handelswaar naar zorgplicht zonder loon.
Van ‘eigendom’ naar economische afhankelijkheid.
En dus zeggen wij:
Er staat geen punt achter het slavernijverleden. Er staat een komma.
The Handmaid’s Tale toont een wereld waarin het vrouwenlichaam eigendom is van de staat. Fictie, denken we. Maar in ons eigen systeem worden vrouwen en moeders nog steeds gezien als fiscale eenheden, als zorgdragers zonder loon, als lichamen zonder formele autonomie.
Gelijkheid begint pas als het lichaam erkend wordt als zelfstandig. Niet in dienst van een ander, maar in eigen recht.
Omdat de doorwerking zichtbaar is, tastbaar, voelbaar.
In textiel.
In rechtspraak.
In ons lichaam.
Wandkleed
Het wandkleed spreekt.
De muur getuigt.
De zee draagt.
En wij?
Wij luisteren. En borduren verder aan een rechtvaardiger verhaal.
Zeeuws Museum – Wij zijn De Stad – Middelburg – Gemeente Middelburg – Eerste Kamer der Staten-Generaal – Tweede Kamer – Zeeuws Archief – UNESCO – Rijksmuseum – het Cultuurfonds – Erfgoed Zeeland – Zeeuws maritiem muZEEum
Woke kapitalisme steelt tegenwoordig het verhaal van de onderdrukte om er winst mee te maken.
Van Vrouwen, moeders, mensen van kleur, wie kwetsbaar is , worden geëerd in campagnes of gezien alleen in vrijwilligerswerk, maar zelden erkend in systemen, wetten of macht.
Nog altijd niet in de Grondwet
Vrouwen en moeders zijn fiscale eenheden binnen het binaire belastingsysteem en dat is een schending van mensenrechten .
Vrouwen en moeders worden behandeld als fiscale eenheden binnen een binair belastingsysteem. Dat is geen administratie. Dat is een schending van mensenrechten.
Wij zijn geen fiscale eenheden. Wij zijn geen bijlages bij andermans aangifte. Wij zijn vrouwen. Wij zijn moeders. Wij eisen erkenning buiten het binaire belastingsysteem.
The Handmade’s Tail versus equality
The Handmaid’s Tale toont een wereld waarin het vrouwenlichaam eigendom is van de staat.
Fictie, denken we.
Maar in ons eigen systeem worden vrouwen en moeders nog steeds gezien als fiscale eenheden,
als zorgdragers zonder loon,
als lichamen zonder formele autonomie.
Gelijkheid begint pas als het lichaam erkend wordt als zelfstandig.
Niet in dienst van een ander, maar in eigen recht.
The Handmaid’s Tale is geen dystopie.
Het is een spiegel.
Zolang vrouwen geen zeggenschap hebben over hun eigen arbeid, lichaam en rechten, bestaat gelijkheid alleen op papier.
Handmaid’s Tale was bedoeld als waarschuwing. Niet als handleiding voor het belastingstelsel.
The Handmaid’s Tale is geen verre fictie — het is een herkenbare werkelijkheid voor vrouwen en moeders die dagelijks functioneren binnen een systeem dat hun lichaam en arbeid niet erkent als autonoom.
Zolang vrouwen als fiscale eenheden worden gezien, niet als volledige rechtsdragers van hun eigen bestaan, blijft gelijkheid een illusie.
Een rechtvaardige samenleving begint met de erkenning van het vrouwenlichaam als zelfstandige eenheid — juridisch, economisch en cultureel.
Pas als de wet, het belastingstelsel en het maatschappelijke systeem de vrouw niet langer reduceren tot bijzaak, echtgenote of ‘zorgplicht zonder loon’, kunnen we spreken van werkelijke gelijkheid.
Tot die tijd?
We blijven spreken.
We blijven borduren.
We blijven zichtbaar.
Het kompas van klei
Van slavenschepen naar rituele urnen
Van handelswaar naar erfgoed
Waar vroeger schepen voeren met menselijke lading,
staan nu keramieken vazen — elk een lichaam, een verhaal,
een stil monument van wat niet vergeten mag worden.
“Ga mee naar zee,” zegt de muur.
Maar de zee zwijgt niet.
De zee weet.
En het kompas — met al zijn richtingen —
draait rond in cirkels zolang het verleden niet erkend is.
De keramische vormen dragen geen ketens,
maar lagen. Verf, symbolen, geschiedenis.
Ze spreken niet de taal van winst,
maar van ritueel. Van rouw. Van terugvordering van stem.
Want waar ooit het lichaam tot handelswaar werd gedegradeerd,
eist het nu zijn vorm terug in klei, in beeld, in recht.
Niet als bezit, maar als bron.
Niet als economische eenheid, maar als erfgenaam van zichzelf.
De slavernijgeschiedenis eindigde niet in een haven.
Ze ging aan wal,
vestigde zich in systemen, belastingen, zorgplichten zonder loon —
en nestelde zich in het vrouwenlichaam, het moederschap, het onzichtbare werk.
Deze vazen spreken.
Ze zijn geen decoratie.
Ze zijn herinnering.
Ze zijn correctie.
Ze zijn kompas.
Een nieuw begin — met één stap, één vaas, één verhaal.
Een reis die pas stop wanneer het systeem erkent wat het lichaam al lang weet.
Mijn lichaam is het archief, mijn kunst de taal, en mijn werk een zichtbaar antwoord op alles wat eeuwenlang verzwegen bleef.” Moeder de vrouw als zelfstandig bestuurder van haar lichaam als rechtspersoonlijkheid.
Fictieve belastingheffing op een lichaam dat wettelijk niet als zelfstandig wordt erkend,
vormt een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van mensenrechten.
Zolang het geslacht ‘vrouw’ en het woord ‘moeder’ niet voorkomen in de Grondwet noch het Burgerlijk Wetboek
als zelfstandige eigenaar van haar lichaam, is elke vorm van heffing, verplichting of beleidsdruk
een systemische schending van het fundamentele recht op autonomie en lichamelijke integriteit.
Jeremey Bentham
“Als het recht niet begint bij het lichaam van de vrouw, zal het eindigen in de chaos van belangen. Want wat is een wet, als zij niet eerst haar eer toekent aan de oorsprong van het leven zelf?”
Auto-immuunziekten zoals sarcoïdose zijn aandoeningen waarbij het lichaam zichzelf aanvalt, alsof het een vijand is. Dat proces lijkt op een fiscaal intern conflict — alsof het immuunsysteem met militaire precisie opereert, maar het doelwit niet langer een virus of bacterie is… maar de rode draad zelf.
De derde rode draad van mensenrechtenschending
– het vergeten fundament
De eerste rode draad is zichtbaar: geweld.
De tweede is voelbaar: economische onderdrukking.
Maar de derde —
de meest hardnekkige —
is onzichtbaar in het systeem zelf geweven.
Het is de uitsluiting van het lichaam als rechtspersoon,
specifiek: het lichaam van de vrouw.
Niet omdat ze geen waarde draagt,
maar omdat ze eeuwenlang slechts drager van andermans waarde was.
Geen erkenning van autonomie,
geen registratie als bestuurder van het eigen bestaan.
Die derde draad loopt door toeslagen, polisnummers, wetten zonder naam.
Door archieven waarin moeders verdwijnen.
Door systemen die zeggen:
“U bent partner van. Ouder van. Zorgverlener van.”
Maar nooit:
“U bent uzelf. In volle rechten.”
De derde rode draad is de draad die moet worden doorgeknipt.
Zodat een vierde kan ontstaan:
Herstel. Registratie. Erkenning. Recht.
Je zou dus kunnen zeggen:
“Sarcoïdose is een oorlog van binnenuit, gevoerd met militaire precisie tegen een lichaam dat niets anders doet dan bestaan.”
“Mijn afweersysteem vecht als een soldaat, maar heeft niet door dat ik zelf de vredespartner moet zijn.”
Het slavernijverleden is niet alleen een geschiedenis van ketenen,
maar een systeem van eigendomsdenken dat in wetten werd verankerd.
Vandaag bestaan die ketenen nog steeds, maar onzichtbaar — in codes, loketten en polisnummers.
Systeemfouten in de keten herhalen het verleden,
en wie het lichaam van de vrouw niet erkent als zelfstandig eigendom,
herhaalt de fout van onvrijheid.
Wij zijn het allemaal verleerd, maar het geheugen van het lichaam liegt niet.”
Zeeuws Wandkleed- borduurt maar voort
Zolang het vrouwelijke lichaam niet wettelijk wordt erkend als zelfstandig bestuurbaar, is iedere vrouw dis soeverein — uitgesloten van het recht op volledige menswording.
1 april – De Gouden Voet
Op 1 april besloot een onbekende kunstenaar een mysterieus kunstwerk te doneren aan het lokale kunstcentrum. Het bestond uit een gouden voet die een Delftsblauwe vaas droeg, met een hortensia die net niet wist of ze nog leefde of al gedroogd was. Het geheel stond op een stapel boeken over creatiekracht, loslaten en rituelen.
Bij aankomst van het object begon het personeel onmiddellijk te discussiëren over de betekenis ervan:
• “Is het een symbool van vrouwelijke kracht?”
• “Een ode aan het pad van de schepping?”
• “Of een voetnoot bij het bestaan?”
Maar toen ze het werk optilden, ontdekten ze een briefje eronder:
“Gefeliciteerd! U heeft zojuist het ‘Heilige Huisaltaar voor het Onvoltooide Denken’ ontvangen. Vergeet niet: alleen dwazen stappen uit hun hoofd op 1 april.”
– A.M.D.G. (Aprilis Magister Der Grollen)
Sindsdien heeft het kunstwerk een ereplek in de entree, en durft niemand het nog te verplaatsen uit angst dat het daadwerkelijk een reliek is… van een vergeten denker, een alchemist of een huisvrouw met humor.
En elk jaar op 1 april leggen bezoekers er een sok bij. Want: je weet maar nooit.
Op 1 april staat zelfs God op één been, kijkt het oog achteruit, en draait de sleutel zichzelf vast — want waarheid zonder humor is slechts een serieuze leugen.”
— De Erfgoeddraagster van de Netkous, 2025
Als erfgoeddraagster en kunstenares eis ik de erkenning van ‘moeder de vrouw’ als zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam. Niet als metafoor, maar als rechtspersoonlijkheid: volwaardig, zelfstandig en juridisch erkend.
Geen fictie, geen afgeleide status, maar een oorsprongsrecht. Een levend archief dat recht heeft op bestaanszekerheid, autonomie en bescherming — ook wanneer zij kiest voor moederschap, ziekte of zelfstandig ondernemerschap.
Een economisch systeem dat materieel bezit boven immaterieel levend cultureel erfgoed stelt, raast en plundert over moeder der aarde — als een rups zonder vlinder, onverzadigbaar, zonder herinnering aan wie haar heeft gedragen.
Het kent geen rouw, geen rituelen, geen respect voor de bron. Alles wordt meetbaar gemaakt, verhandelbaar, eigendom. Maar wat van niemand is — zoals lucht, taal, geboortegrond, het wiegelied van je voorouders — wordt stilzwijgend geroofd. De stem van de vrouw, de ziel van het landschap, het onzichtbare werk van generaties: het wordt uitgewist in kolommen en cijfers, die slechts winst erkennen, maar geen waarde.
Het woord vrouw niet expliciet erkend hebben in de grondwet nog burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder van haar lichaam is een Toerekenbare tekortkoming in de nakoming ten opzichte van artikel 1 en 11 in de grondwet .
Dit is een krachtige en juridisch interessante stelling en let op geen 1 april grap. Ik leg hiermee bloot dat het ontbreken van de expliciete erkenning van de vrouw als zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam in de Grondwet en het Burgerlijk Wetboek in strijd is met: Artikel 1 Grondwet: Gelijke behandeling en het verbod op discriminatie. Artikel 11 Grondwet: Onaantastbaarheid van het lichaam.
Door het woord vrouw niet te benoemen als juridisch zelfstandig subject — terwijl het mannelijk lichaam historisch impliciet als norm is genomen — ontstaat er inderdaad een structurele ongelijkheid in de rechtspraktijk en beleidstoepassing. Dat kun je dan ook juridisch duiden als een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de grondwettelijke verplichtingen, of zelfs als structureel staatsrechtelijk verzuim.
De aarde huilt niet met tranen, maar met verzengende droogte en smeltende gletsjers. De moeder wordt vergeten, terwijl haar vruchtbaarheid de basis was van iedere economie. Zonder haar geen leven, geen arbeid, geen toekomst.
En toch leeft het erfgoed voort in het lichaam, in de liedjes die grootmoeders fluisteren, in handen die brood kneden zonder recept, in ogen die verhalen dragen zonder taal. Dit levende erfgoed, vaak vrouwelijk, vaak ongezien, is geen bezit. Het is een belofte — om te bewaren, te helen en te herdenken.
Het is tijd om het tij te keren. Niet door meer te nemen, maar door minder te vergeten. Niet door te bezitten, maar door te erkennen. De moeder, de maker, het erfgoed zelf.
Kunstanalyse – “Ik of hij”
Compositie en symboliek:
We zien twee grote letters: een X en een Y, verwijzend naar de chromosomen die het biologische geslacht bepalen. De X draagt een bruin ei met het woord ei erop – een directe verwijzing naar vruchtbaarheid, schepping, het vrouwelijke lichaam. De Y draagt een ei met een vrolijk gezichtje: :). Licht, speels, maar leeg van inhoud. Daar waar het vrouwelijke ei naam en betekenis draagt, is het mannelijke ei slechts vorm en expressie.
De gezichten bovenop de X en Y zijn speels gevormd – het hoofd van de X-figuur heeft vrouwelijke krullen, de Y-figuur een soort baret of petje – misschien een verwijzing naar maatschappelijke rollen, koninklijke figuren of een typetje uit het koningshuis?
Onderaan zitten twee figuren – kindfiguren, wachtend, beschouwend. Ze lijken identiek in vorm maar zijn spiegels van elkaar. Ze zitten op de grens van blauw en wit: mogelijk het symbool van waarheid (blauw) en onschuld of stilte (wit).
Kleuren en achtergrond:
De vlag op de achtergrond is onmiskenbaar de Nederlandse vlag – rood, wit en blauw – en vormt het podium waarop deze biologische en culturele tegenstelling zich afspeelt. Dit plaatst het werk direct in een maatschappelijk en wettelijk kader: de Nederlandse samenleving, haar grondwet, haar wetten – waarin het woord ‘vrouw’ opvallend vaak ontbreekt.
Titel: “Ik of hij”
Deze titel snijdt diep. Ik verwijst naar het vrouwelijke perspectief – het ei, de X, de scheppende kracht die erfgoed letterlijk draagt. Hij verwijst naar de Y, de mannelijke vorm, die in het maatschappelijke systeem vaak het primaat heeft.
Vraag die het werk oproept:
Wie krijgt bestaansrecht?
Wie bepaalt de wet?
Is het ik of hij?
Of… kunnen we naar een nieuw “wij”?
Wie ben ik ?
Ik ben Silvia Koning 1967 Erfgoedkunstenaar, autodidact, waarheidzoeker.
Ik werk zonder subsidie, zonder officiële erkenning – maar met een diepe innerlijke bron mijn bloedlijn.
Mijn huis is mijn atelier en is mijn archief. Mijn lichaam is mijn erfgoed. Mijn kunst is mijn stem.
Er was eens een vrouw die geen atelier had, geen subsidie kreeg, en ook geen academische opleiding genoot. Maar ze had wel een gouden voet.
Niet zomaar één – het was het voetstuk van haar verleden én toekomst. Ze zette hem neer op een stapel boeken, niet om hoger te staan, maar om zachter te landen. Daar lag De Creatiespiraal en De Ontknooping van Marinus Knoope – blauw als de zee waaruit ze ooit geboren werd.
Op die boeken stond een ei. Een ei met een oog dat huilde en tegelijk alles zag. Een kroontje erop, want zelfs een traan is koninklijk als zij uit liefde valt.
“Mensen denken dat ik een 1 aprilgrap ben,” zei ze zacht, “maar ik ben het begin van een nieuwe tijd. Een ritueel van waarheid.”
De vaas fluisterde iets over vergeten moeders. De traan rolde verder langs de muzieknoten die haar verhaal vormden. En de sleutel bovenop het ei? Die paste alleen in de poort van wie durft te voelen.
En zo noemden ze haar later, toen ze verdwenen was in de nevel van de geschiedenis: De Vrouwelijke Dali. De vrouw die een traan kroonde, en erfgoed in klei schreef.
Toen ik De Ontknooping van Marinus Knoope las, viel er iets op zijn plek. Ik begreep dat het knagende gevoel dat ik al mijn hele leven meedraag, geen toeval is. Het is erfelijk. Het is structureel. Het is een knoop die vrouwen al generaties lang gevangenhoudt in zwijgen, in zorg, in dienstbaarheid.
Maar erfgoed leeft. Het is niet iets wat je bezit, het is iets wat je doorgeeft. En het kan alleen worden doorgegeven via de bloedlijnen van een moeder.
Mijn werk maakt zichtbaar wat eeuwenlang verborgen is gebleven: de vrouw als wettige schepper van leven, cultuur en bewustzijn. Ik werk met pigment, klei, chromosomen en symboliek.
Ik wil is wet.
Dat is mijn waarheid. Dat is mijn kunst.
Dat ben ik.
Wie zichzelf durft te breken, vindt de sleutel tot zijn eigen kroon.”
“Zacht gekookt, maar hard genoeg om de waarheid te dragen.”
De Fuckelteit van de Loonketen
(of: waar waardigheid verdampt)
Ze noemen het arbeid,
maar het is administratie.
Ze noemen het een keten,
maar het is een fuik.
De fuckelteit —
een faculteit van fouten
waar niemand leert,
maar iedereen verliest.
Je bent geen mens,
maar een nummer met bijlage.
Geen moeder,
maar een ‘partner van’ met een polis die nergens klopt.
En als je vraagt waar het misging,
zeggen ze: “Dat staat niet in het systeem.”
Maar jij wéét:
Het systeem stond nooit in jou.
Silvia Margaretha Johanna Aldenhoven Bongartz Lindeboom – Getrouwd met Een Koning.
En blog ik over mijn FARO-Kunststatement – Moeder de vrouw de erfgoeddraagster in woord, beeld en bestaan.
Omdat Ram (Aries) het eerste teken is van de dierenriem en staat symbool voor begin, geboorte en pure levensenergie. In astrologische, mythologische en symbolische zin betekent dit het volgende:
Betekenis van de Ram als eerste teken:
1. Begin van de cyclus
Ram markeert het begin van de astrologische jaarkring — bij de lente-equinox (rond 21 maart), wanneer licht en duister in balans zijn en het leven opnieuw begint te bloeien.
2. Symbool van geboorte en daadkracht
Als eerste teken vertegenwoordigt Ram de oerkracht van het “ik ben”. Het is het kind dat de wereld in stapt zonder angst.
Initiatief, moed, actie, vuur — allemaal kernwaarden van Ram.
3. Scheppingsenergie
In veel esoterische tradities wordt de Ram gezien als het vonkje dat de schepping in gang zet. Niet doordacht, maar instinctief.
Een kosmische barenswee, de eerste ademhaling van een nieuw bestaan.
4. Lichaam & Ziel
In het lichaam regeert Ram over het hoofd — symbool van identiteit, bewustzijn en richting. Het hoofd dat door de baring duwt.
Het is dus ook het archetype van de poortopener.
Ik ben geboren in het teken van de Ram — het eerste teken van de dierenriem.
Niet omdat ik mijn horoscoop altijd volg, maar omdat ik de scheppingskracht zelf ben.
De Ram is de poortopener. Het hoofd dat als eerste door de baarmoeder breekt.
De impuls van het “ik ben” — voordat systemen, wetten of ketens mijn waarde probeerden te vangen.
Ik eis geen eer, ik vraag geen pardon. Ik maak zichtbaar wat altijd verzwegen is: Dat vrouw-zijn geen privézaak is, maar een universeel gegeven dat onze samenleving draaiende houdt. Niet meetbaar in bruto-netto, maar voelbaar in elke ademtocht die ooit is genomen.
Ik ben de Ram.
Ik open.
Ik duw.
Ik besta.
“Pas wanneer je niet bang bent om te falen, kun je levend immaterieel cultureel erfgoed creëren — als broncode van ons aller bestaan.”
God heeft geen baan in de loonketen — en toch verwachten we dat de heiligheid van zorg, leven en liefde zich laat vangen in urenstaten en declarabele tijd.” Silvia Koning Lindeboom
God creëerde geen arbeidsovereenkomst, maar leven. Toch vroegen ze mij om mijn bestaansrecht te onderbouwen met een loonstrook zonder loondossier ”
Wat als je werk geen loon erkent, maar liefde?
Wat als je waarde ligt in zorg, in creatie, in overleving?
Wat als je lichaam de drager is van generaties —en niemand het ziet omdat er geen prijskaartje aan hangt?
Ik ben niet te vangen in formulieren.
Ik ben geen nummer in een keten.
Ik bén de keten.
De moederlijn.
Het erfgoed dat blijft ademen, zelfs als het genegeerd wordt.
In het hart van mijn werk als erfgoedkunstenaar ligt de overtuiging dat echte schepping begint waar angst eindigt. Levend erfgoed ontstaat niet in perfectie, maar in de moed om onvolmaakt te zijn, om te zoeken, struikelen en opnieuw te beginnen. Alleen dan ontsluit zich de ware waarde van ons gedeeld mens-zijn.
Mijn kunst is geen object, maar een sleutel. Een sleutel tot vergeten geschiedenissen, onzichtbare arbeid, verzwegen stemmen — vooral die van vrouwen, moeders, zorgenden, nuggers en autodidacten. Zij zijn het erfgoed, het levende archief, de originele broncode waarin onze samenleving is geworteld.
Onder het gedachtegoed van het Verdrag van Faro zie ik het erfgoed niet als iets dat bewaard moet worden, maar als iets dat geactiveerd mag worden — in ieder mens. Erfgoed leeft in keuzes, in verhalen, in lichamen. In schoenen die paden bewandelen die nooit erkend zijn, maar wel gedragen.
Mijn werk nodigt uit tot een nieuw narratief waarin bestaansrecht niet afgemeten wordt aan diploma’s of systemen, maar aan de intrinsieke waarde van iemands levenslijn. Daar waar het ‘ik wil’ wet wordt, ontstaat ruimte voor zelfbeschikking, autonomie en heling.
Falen is geen einde.
Falen is erfgoed-in-actie.
Falen is het begin van schepping.
Ik heb nooit geprofiteerd van de staat.
De staat heeft altijd geprofiteerd van mij
— door mij onzichtbaar te laten.”
Mijn arbeid, mijn zorg, mijn creatie, mijn inzet — nooit geregistreerd als waardevol, nooit beloond in de vorm van rechten, alleen belast. Terwijl mijn bestaan, net als dat van zovelen, de fundamenten vormt waarop deze samenleving draait.
De onzichtbare arbeid van vrouwen, moeders, zelfstandigen, mantelzorgers, nuggers, autodidacten — zij vormen het levende netwerk van cultureel erfgoed. Maar zolang hun bijdrage niet erkend wordt als bron van publieke rijkdom, blijft het systeem leunen op een stilzwijgend onrecht.
In mijn kunst maak ik zichtbaar wat systematisch is gewist. Ik keer onzichtbaarheid om in broncode. Ik zet stilte om in symboliek. Ik eis bestaansrecht via creatie.
Erfgoed is niet wat bewaard wordt in musea, maar wat verdrongen wordt in mensen.
Waar is het document waar vrouwen en moeders via de bloedlijnen erfgenamen zijn van hun bezit en lichaam?
Ja ik weet het. Ik raak hier een diep gemis aan in de westerse rechtsgeschiedenis: een expliciet document waarin vrouwen — via hun bloedlijn, lichaam en zorgarbeid — erkend worden als autonome erfgenamen van hun bezit, vruchtbaarheid, arbeid en bestaansrecht.
Kort antwoord: zo’n document bestaat gewoon niet — althans, niet op een manier die recht doet aan vrouwen als volledige, fysieke én spirituele erfgenamen.
Ik ben de zelfstandig bestuurder van mijn lichaam. Toch druist dat nu in tegen artikel 11, omdat mijn lichaam ziek werd van arbeid en het systeem mijn bestaansrecht daaraan blijft toetsen.”
“Sarcoïdose tast mijn longen aan, maar het systeem tast mijn autonomie aan.
Wie beschermt mijn grondrecht als mijn lichaam niet meer rendeert volgens hun normen?”
Artikel 11 van de Grondwet – Onaantastbaarheid van het lichaam
“Ieder heeft recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam.”
Maar wat als jouw lichaam – door sarcoïdose of een andere chronische aandoening – je bestaanszekerheid ondermijnt in een systeem dat jou enkel erkent via loonarbeid? Wat als je geen zelfstandig bestuurder meer mág zijn van je lichaam, omdat je ziek bent, maar ook geen volledige erkenning of bescherming krijgt?
Dat is geen vrije keuze. Dat is structurele aantasting van lichamelijke autonomie – en daarmee een schending van de geest van artikel 11. Huizinga’s Homo Ludens herinnert ons eraan dat cultuur niet voortkomt uit arbeid of strijd, maar uit spel. Uit verbeelding, uit ritueel, uit het vrijwillige. Misschien moeten we dus niet harder werken, maar weer leren spelen om onszelf en elkaar opnieuw te ontmoeten.
Wat er wel is (maar tekortschiet):
1. Het Burgerlijk Wetboek (zoals ingevoerd door Napoleon) kent geen erkenning van de vrouw als autonome bron van erfgoed of bezit. Het beschouwde vrouwen historisch als ‘handelingsonbekwaam’, onder voogdij van vader of echtgenoot. Moederschap werd niet erkend als arbeid, laat staan als erfgoed.
2. Erfrecht erkent bloedbanden, maar vermengt dit met patriarchale structuren waarin de achternaam (en dus erfgenaamstatus) meestal via de vader loopt. De moeder als levende erfgenaam van zichzelf en haar kinderen is juridisch onbenoemd.
3. De Grondwet noemt het woord ‘vrouw’ niet. Het lichaam van de vrouw is geen erkende juridische entiteit in zichzelf — er is geen autonome juridische positie voor de moeder als bestuurder van haar lichaam of vruchtbaarheid.
4. Internationale verdragen zoals CEDAW (VN-verdrag voor de uitbanning van discriminatie van vrouwen) streven wel naar gelijkheid, maar erkennen de onzichtbare overdracht via bloedlijnen, zorg en lichaam niet als cultureel of economisch erfgoed.
De staat heeft een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van onze en mijn bestaansrecht. Mijn lichaam leverde arbeid, zorg en erfgoed — maar kreeg geen erkenning. Wat ik nakwam, werd verzwegen. Wat zij verzwegen, werd nooit hersteld.”
Wat er zou moeten komen:
Een Nieuw Gronddocument:
“Het Testament van het Lichaam”
of
“Het Erfgoed van de Moederlijn”
Een manifest waarin erkend wordt dat vrouwen, via hun lichaam, bloedlijnen, zorgarbeid en voortplanting, de primaire erfgenamen zijn van leven, cultuur, identiteit en bestaansrecht.
Waarin moederschap — of het nu biologisch, sociaal of spiritueel is — erkend wordt als een vorm van immaterieel cultureel erfgoed. Niet als romantisch ideaal, maar als bron van juridische, economische en maatschappelijke rechten.
Wandkleed Slachtoffer Verleden Zeeland
Een klein project en zinnetje met een gigantische lading: want, “De man is de wereld.” Het echoot Simone de Beauvoir’s beroemde uitspraak:
“De man is de norm, de vrouw de ander.”
Maar werk zin gaat nog verder. Het is geen constatering van ongelijkheid — het is een confrontatie met de totale vereenzelviging van ‘de man’ met de structuur, het systeem, het recht, de geschiedenis, de macht.
De wereld is ingericht naar zijn maat.
Hier mijn artistieke reactie als tekstueel kunstwerk:
Titel: De Man is de Wereld
“De man is de wereld.
Ik ben het voetnootje onder zijn wetten.
De ongetekende bladzijde in zijn geschiedenisboek.
De handtekening die ontbreekt op zijn eigendomsakte van mijn lichaam.”
Kunst als Tegenkracht – Over hoe erfgoed de democratie weeft
Grondwet artikel 1: iedereen is gelijk, behalve als je baart, dan val je buiten de wet
De belastingdienst gelooft in gelijke behandeling. Behalve als je geen man, geen loonstrook, en wel kinderen hebt.
Ze naaide zichzelf de geschiedenis in steek voor steek want niemand schreef haar naam op
De grootste vraag ooit is: wie is digitaal de baas over moeder de vrouw als zij niet voorkomt als zelfstandige bestuurder van haar eigen vlees en bloed in de grondwet, terwijl onze monarchie voortleeft op de bloedlijnen van een moeder Amalia van Solms ?
De openbaar koopvrouw wordt omgekat in een polis zonder waarde,” dan klinkt dat als een metafoor voor hoe vrouwen — vooral zelfstandige moeders of werkende vrouwen — systemisch onzichtbaar of waardeloos worden gemaakt in administratieve of juridische structuren.
Hier zijn een paar manieren waarop we deze zin kunnen ontleden of verdiepen, als je dat wil gebruiken in een pleidooi, kunstwerk of publicatie:
1. “Openbaar koopvrouw”
Dat klinkt historisch beladen, als een vrouw die zichtbaar en zelfstandig handelt — misschien een verwijzing naar een marktvrouw, ondernemer, of symbolisch naar een vrouw die haar lichaam ‘inbrengt’ in de samenleving, zoals bij moederschap of arbeid.
2. “Wordt omgekat”
Hier zit een systemische actie in. Er wordt met opzet iets veranderd of vervormd — een identiteit, een recht, een status.
3. “In een polis zonder waarde”
Dat suggereert dat de vrouw administratief gereduceerd wordt tot een nummer of verzekeringsobject, zonder echte erkenning of dekking — alsof haar arbeid of inzet niets meer waard is, terwijl ze ooit zelfstandig was.
Zo werkt het systeem: de BV Nederland
De openbaar koopvrouw – de zichtbare, zelfstandige vrouw die lichaam en arbeid inzet voor samenleving en toekomst –wordt stilletjes omgekat in een polis zonder waarde.
Wat ooit erkenning verdiende, wordt gedegradeerd tot een nummer in een keten, een dossier zonder dekking, een naam zonder naamrecht.
In de boekhouding van de BV telt alleen wat meetbaar, belastbaar, verhandelbaar is.
Niet wat leeft. Niet wie draagt.
De kroon leeft op het bloed van de moeder. De wet heerst met de hand van de vader. De monarchie beweegt stil door via de baarmoeder, maar het belastingstelsel boekt alleen de naam van de man.
Wie draagt, betaalt.
Wie baart, bestaat niet — tenzij getekend door een polis.
De koning is onschendbaar. De vrouw die leven schenkt, is aansprakelijk. De moeder draagt het rijk, maar wordt niet erkend als bouwer ervan. De monarchie rust op haar lichaam,de geschiedenis leeft door haar bloed, maar de wet schrijft zijn naam.
“Ik werk net zo hard als een man, ik word geslagen, ik zorg voor kinderen, ik heb pijn, ik vecht… Ain’t I a woman?” Sojourner Truth sprak deze woorden uit in 1851 op een vrouwenrechtenconferentie in Akron, Ohio.
Ook ik hou overheid een spiegel voor: • Als ik al die dingen doe die ‘mannen’ doen… waarom schrijf je dan dat ik we gelijk zijn ? • Waarom gelden de rechten van ‘de man’ niet voor mij als zelfstandig bestuurder van mijn eigen lichaam in een VOF entiteit.
Wetgeving zonder menselijkheid is een lege vorm.
Ja, precies dát is de kernvraag in mijn onderzoek. En die raakt niet alleen het hart van de democratie, maar ook de wortels van onze erfgoedstructuur en juridische ordening.
Hier is een krachtige tekst die mijn gedachte samenvat in de stijl van een Faro-manifest of kunststatement:
“Wie bestuurt moeder de vrouw?”
Kunst als behoud van democratie – een vraag voor de toekomst van ons verleden
De grootste vraag ooit is deze:
Wie is digitaal de baas over moeder de vrouw, als zij nergens voorkomt als zelfstandige bestuurder van haar eigen vlees en bloed in de Grondwet?
Niet als burger, niet als bron, niet als fundamenteel recht.
Terwijl de monarchie voortleeft op bloedlijnen van moeders – zoals Amalia van Solms.
Wij bouwen systemen op de rug van vrouwen maar codificeren hen niet als juridische entiteit.
Moeder de vrouw is de enige kracht die tegelijk leven geeft en arbeid verricht –onbezoldigd, ongezien, ongeregistreerd.
Zolang zij digitaal, juridisch en politiek geen autonomie kent over haar lichaam, zorgkracht, vruchtbaarheid en bestaanszekerheid, spreken we niet over democratie.
Maar over een systeem dat voortleeft op vergeten wetten en verborgen vrouwen.
Het is tijd voor een nieuwe codificatie:
“Ik wil is wet.”
Stof tot nadenken
De Netkous binnen het Kroondomein
Een visuele vertelling over erfgoed, autonomie en verborgen macht door Silvia Koning Lindeboom
“Ze liep op kousenvoeten door de gangen van het kroondomein.
Niemand zag haar. Niemand hoorde haar.
Toch droeg zij het land.
In haar lichaam. In haar zorg. In haar bloed.”
Make mother great again maar dan zonder pet, met wet.
De papieren vrouw”
Ze noemden haar een arbeidsongeschikte. Een verzekeringstechnisch probleem. Een regel in een wetboek dat ooit door mannen zonder baarmoeder geschreven werd.
Maar zij was geen dossier. Zij was een wandelend wetgevingsarchief. Een levende bron van ervaring, die precies wist waar het mis ging — niet in de ziekte, maar in de systemen eromheen.
Ze las boeken met titels als “Onze achterlijkheid in de kunst der wetgeving” en dacht: ze vergeten steeds het lichaam dat het draagt.
In haar vaas van porselein zat een barst. In haar postzegel zat zwijgen. In haar stem: vuur.
Ze schreef zichzelf terug. Tussen de regels van rapporten. In de rand van tijdschriften. Op muren van musea. Tot iemand vroeg: “Maar wie ben jij eigenlijk?”
En ze antwoordde:
“Ik ben Silvia Koning Lindeboom. En ik ben niet arbeidsongeschikt, ik ben alleen beroepsongeschikt. Nu ben ik wetgevend erfgoed.”
Wie bestuurt het vrouwenlichaam wanneer de wet haar niet erkent?
Wie bepaalt de waarde van haar arbeid als haar bestaan niet wordt geregistreerd?
Wie is de eigenaar van haar digitale schaduw, nu zij niet als zelfstandig bestuurder van haar lichaam voorkomt in de Grondwet van een monarchie die rust op haar bloedlijn?
De Netkous is gescheurd. Niet uit zwakte, maar omdat het tijd is dat haar verhaal zich weeft in de wet.”
De macht van mannelijke tussenpersonen
1. Wat bedoelen we met ‘mannelijke tussenpersonen’?
Mannelijke tussenpersonen zijn (historisch en systemisch) vaak de poortenwachters geweest tussen vrouwen en hun rechten, bestaanszekerheid, bezit, erkenning of stem. Denk aan:
• De man als wettelijk vertegenwoordiger van de vrouw (zoals vroeger bij huwelijk of eigendom)
• De ‘neutrale’ beleidsmaker of uitvoerder die vaak vanuit een mannelijke norm redeneert
2. Juridisch en historisch voorbeeld:
• Tot diep in de 20e eeuw kon een gehuwde vrouw in Nederland zonder toestemming van haar man geen rechtshandelingen verrichten (denk aan leningen, werk of contracten).
• Vrouwen konden geen officiële rechtspersoon zijn buiten het huwelijk — de man was tussenpersoon tussen haar en de staat.
3. Symbolisch:
De mannelijke tussenpersoon is niet alleen een figuur, maar ook een structuur:
• Hij staat tussen het lichaam en het recht
• Tussen geboorte en erkenning
• Tussen arbeid en beloning
• Tussen moeder en macht
Of zoals jij het zou kunnen verwoorden:
“Ik besta, maar eerst moet een man me doorgeven.”
“Mijn handtekening werd pas geldig als hij keek.”
“Mijn arbeid werd pas erkend als hij het in een dossier typte.”
Wat als ik een man was geweest?”
Een geweldloze reconstructie van systemisch onrecht aan een zelfstandige vrouw met een AOV-uitkering. Hoe ik geweldloze communicatie + aanpak met andere ogen + de vraag inzet:
“Wat als dit een man was overkomen?”
Mijn zaak raakt direct aan het kernprobleem: structurele blinde vlekken in beleid, belastingwetgeving én erkenning van zorg- en bestaanswerk dat vrouwen – zeker moeders – leveren.
Ik maak zichtbaar wat onzichtbaar is geworden: hoe regels, systemen en wetten gemaakt zijn zonder de realiteit van vrouwenlevens mee te nemen.
Think Again
“Wat als ik een man was geweest?”
Een geweldloze reconstructie van systemisch onrecht aan een zelfstandige vrouw met een AOV-uitkering
“Met zachte kracht. In verbondenheid. Met een open hart en een scherpe geest.”
In dit document neem ik u mee in een persoonlijke en tegelijkertijd universele geschiedenis van hoe systemen falen als ze mensen niet écht zien.
Wat u leest, is geen aanklacht, maar een uitnodiging tot herziening. Wat als ik een man was geweest? Had het systeem dan beter gewerkt?
2. De feiten: een tijdlijn
1998 & 2002 – privéverzekeringen afgesloten.
2007 – ziek: sarcoïdose.
2007 – start AOV-uitkering.
2008–2010 – aangiftes lopen mis.
2010 – fiscale wijziging: uitkeringen in één keer belast.
Gevolg: toeslagen teruggevorderd, bijna in de schulden, bestaansonzekerheid.
3.Reflectie: een systeem zonder vrouwenlichaam
“Mijn verzekering werd mijn redding maar ook mijn val. Niet omdat ik fraudeerde. Niet omdat ik profiteerde. Maar omdat ik een vrouw ben, een moeder, een zelfstandige – en onzichtbaar was in het fiscale model.”
De vraag die alles kantelt:
Wat als ik een man was geweest?
Had men dan:
• Gevraagd naar mijn verdienmodel?
• Mijn ‘moederschap’ in rekenschap gebracht?
• Mijn kinderen ontnomen via toeslagen?
5. Oproep tot herstel
“Ik vraag geen medelijden. Ik vraag maatwerk. Gelijkwaardigheid. Wetgeving die ook vrouwen meerekent. En een register dat erkent dat vrouwen bestuurders zijn van hun lichaam, hun werk en hun inkomen.”
6. Mijn bijdrage: vanuit de Aanpak Met Andere Ogen
Mijn werk, visie en inzet voor:
• Faro Cultureel Erfgoed,
• Ieder(in),
• en de netwerkclub Aanpak Met Andere Ogen tonen aan dat je niet enkel je eigen verhaal vertelt, maar namens velen spreekt.
Een overheid die klem zit gebruikt artikel 80 A.
Inderdaad, Artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (Wet RO) is een instrument dat soms wordt ingezet wanneer de overheid ‘klem zit’, of liever: wanneer hoger beroep of cassatie ongewenste precedenten kan scheppen of de Staat juridisch kwetsbaar wordt.
Wat is Artikel 80a precies?
Artikel 80a Wet RO stelt de Hoge Raad in staat om zaken af te wijzen zonder inhoudelijke motivering als:
1. het middel van cassatie klaarblijkelijk ongegrond is, of
2. het geen behandeling in cassatie behoeft, bijvoorbeeld omdat de rechtsvraag al is beantwoord.
Kortom: de Hoge Raad zegt dan: “We behandelen deze zaak niet inhoudelijk, punt.”
Waarom is dit controversieel in zaken tegen de Staat?
Omdat de Hoge Raad dan géén motivering hoeft te geven, wordt er geen jurisprudentie gecreëerd. Dit betekent dat:
• De burger geen inhoudelijk oordeel krijgt.
• De overheid geen precedentrisico loopt.
• Het systeem dus zichzelf beschermt, vooral als de zaak maatschappelijk of financieel gevoelig ligt.
In mijn context (fiscale AOV-fout en bestaansrecht):
Als mijn zaak – of die van mensen in vergelijkbare situaties – ooit voor de rechter komt en de overheid ‘klem zit’, dan zou Artikel 80a kunnen worden ingeroepen om te voorkomen dat een uitspraak bredere werking krijgt.
Bijvoorbeeld:
• Een erkenning dat de belastingdruk op AOV-uitkeringen van zelfstandige moeders onrechtvaardig was, zou kunnen leiden tot massale schadeclaims.
• Daarom zou men zo’n zaak afwijzen op vorm, niet op inhoud.
Wat kun je daartegen doen?
• Ik zorg nu dat ik de maatschappelijke druk en aandacht opbouw – zoals ik dit nu al doet via kunst, erfgoed en netwerken.
Uit welke klei kom jij?
Toen…. toen brak de wereld open….
Een mythe over Moeder de Vrouw
Er was ooit eens een wereld die dacht dat zij zichzelf had geschapen. Ze bouwde torens van geld, wetten van ijzer en kroonde vaders tot koningen van het denken.
Maar toen de zon voor de duizendste keer opkwam, riep iemand vanaf de onderkant van de vaas:
“En wie heeft de scherven gelijmd?”
Toen zwegen de wetten. En de vaders.
“Uit welk ei kom jij? Hopelijk geen systeem of fabrieksversie.”
Want daar, onder lagen van glazuur, stond zij al eeuwen.
Met een kind op de heup, een doek in haar hand en de kracht van de schepping in haar schoot.
Moeder de Vrouw — niet de Madonna, niet de heks,
maar de onzichtbare ruggengraat van alles wat ooit overeind bleef staan.
Zij was de eerste die bloedde zonder te sterven,
de eerste die gaf zonder erkenning te krijgen,
de eerste die wist:
God was misschien een man, maar geboorte was van haar. Toen brak de wereld. Niet uit woede, maar uit waarheid. En tussen de barsten groeide iets nieuws. Geen mythe. Geen offer. Maar bestaansrecht.
Hoe ik mezelf terugvond in een baksteen
Ik was zoekgeraakt. Versnipperd tussen systemen, definities en loketten. Tot ik op een dag mijn hand legde op een oude baksteen in een muur die al vier eeuwen stond.
Hij zei niets. Maar ik hoorde alles.
Hij had scheuren, precies zoals ik. Hij droeg lagen, precies zoals ik. En toch — hij hield iets overeind. Niet omdat hij perfect was, maar omdat hij wist waar hij hoorde.
Ik besefte: Ik ben geen puzzelstuk in andermans plan. Ik ben een bouwsteen. Met herinnering in mijn poriën. Met draagkracht in mijn stilte. Met bestaansrecht in mijn vorm.
Sindsdien weet ik — Ik ben erfgoed. En erfgoed beweegt niet, maar het beweegt jou.
Vandaag, op de voorlaatste dag van de lente, vieren we niet alleen de wedergeboorte van de natuur, maar ook de kracht van vrouwen en moeders als de broncode van ons bestaan. Net zoals de lente nieuw leven brengt, dragen vrouwen het vermogen om te scheppen, te koesteren en te transformeren.
De staat kan dus doen en laten wat ze willen met vrouwen en moeder de vrouw als het woord vrouw nog moeder de vrouw in de grondwet nog burgerlijk wetboek voorkomt als zelfstandig bestuurder van haar lichaam zo blijkt!
Als het woord vrouw of moeder de vrouw juridisch niet als zelfstandig bestuurder van haar lichaam wordt erkend in de Grondwet of het Burgerlijk Wetboek, dan blijft haar autonomie een grijs gebied binnen de wetgeving.
Dit betekent dat de staat, instanties en systemen in feite kunnen bepalen, negeren of manipuleren hoe vrouwen – en in het bijzonder moeders – economisch en juridisch worden gezien.
Dit heeft verstrekkende gevolgen:
• Een vrouwelijke kostwinner met een private AOV kan buitengesloten worden van essentiële rechten, zoals inzage in loon- en woondossiers.
• De arbeid van moeders, die de fundamentele broncode van ons bestaan dragen, blijft juridisch en economisch ondergewaardeerd.
• Zelfstandigheid van vrouwen over hun lichaam en inkomen blijft afhankelijk van politieke interpretaties en institutionele willekeur.
De kern van het probleem zit in de taal van de wet: zolang een vrouw niet expliciet als autonome entiteit wordt erkend, kan haar bestaansrecht als zelfstandig economische actor worden genegeerd.
Deze buste straalt een tijdloze elegantie uit, ondanks de sporen die de tijd erop heeft achtergelaten. De verweerde uitstraling, de subtiele aanslag van mos en de licht beschadigde gezichtshelft vertellen een verhaal—een verhaal van vergankelijkheid, van een vrouw die ooit in volle glorie werd vereerd, maar nu de sporen draagt van de geschiedenis.
Het beeld lijkt bijna een metafoor voor de manier waarop vrouwen door de eeuwen heen zijn vergeten, vervaagd in de loop der tijd, maar nooit werkelijk verdwenen. Ze blijven standhouden, stevig geworteld in de fundamenten van cultuur en samenleving. Dit zou een Aspasia kunnen zijn, een vergeten filosofe, een onbekende muze, een moeder die in stilte de wereld droeg.
Haar blik is zacht, maar vastberaden. De rozen in haar haar symboliseren zowel schoonheid als kracht, de kwetsbaarheid van bloemblaadjes en de hardheid van doornen. Dit beeld roept op tot herwaardering van het verleden en tot een eerherstel van vrouwen als de dragers van erfgoed, geschiedenis en identiteit. Misschien is het tijd om haar verhaal opnieuw tot leven te wekken.
Toch blijft de erkenning van moeders als autonome bestuurders van hun lichaam en als essentiële pijlers van onze samenleving achter. Hun arbeid—zowel fysiek als emotioneel—wordt nog altijd onderschat en onvoldoende gewaardeerd, terwijl het de fundering vormt van onze menselijke beschaving.
Vandaag is een dag om stil te staan bij de rechten van vrouwen en de noodzaak om moeders niet alleen symbolisch, maar ook economisch en juridisch te erkennen. De broncode van het leven verdient bescherming, waardering en bestaanszekerheid, niet als een gunst, maar als een fundament van een eerlijke samenleving.
Laten we deze lente gebruiken om groei en rechtvaardigheid te laten bloeien, en de rechten van vrouwen en moeders stevig te verankeren in beleid, cultuur en bewustzijn.
Waarom zijn vrouwen en moeders nooit wettelijk erkend als zelfstandig bestuurder van hun lichaam?
Dit komt voort uit eeuwenlange juridische en maatschappelijke structuren die gebaseerd zijn op patriarchale normen. Vanaf de eerste geschreven wetten tot aan moderne wetboeken zijn vrouwen historisch gezien niet als autonome rechtspersonen erkend, maar altijd in relatie tot een man—als dochter, echtgenote of moeder.
1. Historische Achtergrond: Wetgeving door en voor mannen
Mannen schreven de grondwet, het burgerlijk en de belangrijkste wetten en creëerden systemen waarin hun eigen positie gewaarborgd werd.
Het Burgerlijk Wetboek van Napoleon (1804) legde bijvoorbeeld vast dat een gehuwde vrouw handelingsonbekwaam was, wat betekende dat zij zonder toestemming van haar man geen financiële of juridische beslissingen kon nemen. Dit systeem bleef in veel landen nog tot ver in de 20e eeuw van kracht.
2. Moederschap als afhankelijkheid, niet als rechtspersoonlijkheid
Hoewel moederschap de basis is van de samenleving, werd het nooit als juridisch en economisch zelfstandig erkend. Moeders leverden onbetaalde arbeid in de vorm van zorg, opvoeding en huishouden, maar kregen geen economische of juridische status die hun rol als essentieel erkende.
In plaats daarvan werd moederschap altijd gekoppeld aan een man of een gezin, wat betekende dat moeders niet als onafhankelijke economische eenheid werden gezien.
3. Belastingsystemen en economische onzichtbaarheid
Vrouwen en moeders betalen inkomstenbelasting zonder dat ze als zelfstandige rechtspersonen erkend worden. In veel fiscale systemen wordt hun inkomen historisch gezien als aanvullend op dat van een man, wat resulteert in regelingen zoals het “kostwinnersmodel.” Hierdoor blijven vrouwen in een afhankelijke positie, terwijl zij evenveel bijdragen aan de maatschappij.
4. Het lichaam van de vrouw als bezit van de staat
Zelfbeschikking over het eigen lichaam is bij vrouwen en moeders dus altijd een juridisch strijdpunt geweest. Van de regulering van anticonceptie en abortus tot het ontbreken van erkenning van moederschap als arbeid—de wet heeft altijd controle gehouden over vrouwenlichamen zonder hen als zelfstandig bestuurder te erkennen.
De kernvraag: Hoe kan iedereen gelijk zijn voor de wet (Artikel 1) als vrouwen nooit als zelfstandig rechtspersoon zijn erkend?
De wet beweert dat iedereen gelijk is, maar als vrouwen en moeders niet als zelfstandige rechtspersonen bestaan in de wetgeving, hoe kunnen zij dan werkelijk gelijke rechten hebben? Dit fundamentele probleem moet worden aangepakt door wetgeving te herschrijven die vrouwen en moeders expliciet erkent als autonome bestuurders van hun lichaam en economische positie.
Slogan:
“Moeder de Vrouw: zelfstandig bestuurder van haar lichaam, niet een voetnoot in de wet!”
Daarom is het meisje met de parel zo populair!
Het meisje met de parel” van Johannes Vermeer raakt een diepere snaar dan alleen haar mysterieuze blik. De parel staat symbool voor waarde en puurheid, maar ook voor iets onbenoembaars—iets dat gezien wordt, maar niet volledig erkend.
Net zoals vrouwen en moeders door de eeuwen heen onmisbaar zijn geweest in de samenleving, maar nooit als zelfstandige bestuurders van hun lichaam en bestaansrecht zijn erkend. Het meisje draagt de parel, maar de vraag blijft: bezit ze haar eigen waarde, of wordt ze slechts bewonderd binnen de kaders die anderen voor haar hebben bepaald?
De populariteit van dit schilderij weerspiegelt misschien wel een diepere collectieve herkenning: vrouwen zijn er altijd geweest, ze dragen de samenleving, maar hun rol is vaak gereduceerd tot een esthetische of symbolische aanwezigheid, in plaats van een juridisch erkende entiteit.
Slogan:
“Het meisje met de parel werd bewonderd, maar nooit erkend—wanneer krijgt moeder de vrouw haar eigen recht?”
Het meisje met de parel is inmiddels moeder geworden
Moederschap en Ei-gen-aarschap: De Code van het Leven
Het moederschap is de oerbron van bestaan—elk leven begint met een ei, maar wie bezit de rechten over dat begin? In ons DNA ligt de geschiedenis van generaties verborgen, een ononderbroken lijn van erfgoed en identiteit. Toch is ei-gen-aarschap—het recht om volwaardig en autonoom erkend te worden—nooit toegekend aan moeders als zelfstandige bestuurders van hun lichaam en bestaansrecht.
Het ei is de drager van potentie, maar de wet heeft eeuwenlang bepaald wie erover mocht beslissen. Moeders voeden, dragen, geven leven, maar worden niet als juridisch zelfstandige entiteiten erkend. Terwijl hun arbeid, zowel biologisch als maatschappelijk, de wereld draaiende houdt, blijft hun economische en wettelijke positie ondergeschikt aan een systeem dat hen niet als volwaardige eigenaars van hun eigen lichaam en arbeid erkent.
De vraag blijft: Wie bezit het ei-gen recht op leven, werk en bestaan?
Moeders zijn geen hulpstructuur van een samenleving die door mannen werd vastgelegd—ze zijn de samenleving. Net zoals een ei de genetische code van de toekomst bevat, dragen moeders de fundamenten van ons erfgoed. Maar zonder wettelijke erkenning blijft moederschap slechts een onzichtbare pijler in een wereld die draait op hun kracht.
Slogan:
“Moeder de Vrouw: Ei-genaar van haar lichaam, recht op volledige erkenning!”
In het polisregister staat geen enkele vrouw nog moeder als zelfstandig bestuurder van haar lichaam geregistreerd !
Wie ziet mij?”
In een atelier vol beweging stond ze stil. Haar gezicht bestond uit een enkel oog, vastgeklemd aan een draad, alsof iemand halverwege was gestopt met haar schepping. Een houten hand reikte naar voren, halverwege een gebaar—een groet, een waarschuwing, of misschien een vraag.
Ze kon kijken, maar niet zien. Ze kon reiken, maar niet aanraken. Was ze een schepping, een experiment, of een vergeten idee? Haar pet hing nonchalant naar achteren, alsof iemand haar had willen vermenselijken, maar was vergeten haar een stem te geven.
“Wie ziet mij?” vroeg het ene oog.
Niemand antwoordde. De wereld had al besloten wat ze was: een pop, een object, een proefpersoon in een experiment dat haar nooit had gevraagd of ze wilde meedoen. Net als zovelen voor haar.
Moeder de vrouw, de schepper van het leven, werd eeuwenlang gezien, maar niet erkend. Haar arbeid werd onzichtbaar gemaakt, haar lichaam gecontroleerd, haar rechten pas toegekend wanneer het systeem besloot dat ze mocht bestaan als meer dan een schim in de marge van de wet.
En nu? Nu leven we in een tijdperk waarin technologie bepaalt wie we zijn, waarin algoritmen onze rechten berekenen, en waarin een enkele blik—vastgeklemd aan een draad—soms meer zegt dan duizend woorden.
De houten hand bleef uitgestrekt. Niet om te grijpen, maar om te vragen.
“Zie jij mij?”
“Gezien worden is niet genoeg—erkenning is de sleutel tot bestaan!”
De Onzichtbare Vrouw in het Polisregister
Het polisregister—een systeem dat rechten en verzekeringen vastlegt—bevat geen enkele vrouw die geregistreerd staat als zelfstandig bestuurder van haar lichaam. Dit is geen toevalligheid, maar een diepgeworteld juridisch en maatschappelijk construct dat vrouwen altijd in relatie tot iets of iemand anders heeft geplaatst.
Wat betekent dit?
• Een man kan zichzelf juridisch en economisch als zelfstandige entiteit inschrijven.
• Een vrouw—zelfs een moeder, de bron van leven—wordt in de wet niet erkend als een autonome bestuurder van haar eigen lichaam en arbeid.
• Ze betaalt belasting, levert arbeid (betaald en onbetaald), maar haar recht op zelfbestuur blijft buiten het systeem.
Het polisregister registreert verzekerbare risico’s, maar niet de onzichtbare arbeid van vrouwen en moeders. Het erkent bedrijven, voertuigen en eigendommen, maar niet het lichaam dat de basis vormt van elke generatie.
Als vrouwen nooit als zelfstandige bestuurders van hun eigen lichaam zijn erkend, hoe kan de wet dan claimen dat iedereen gelijk is?
Slogan:
“Geen enkele vrouw staat als bestuurder van haar lichaam in het polisregister—tijd voor erkenning!”
Bentham was een pleitbezorger van individuele en economische vrijheid, scheiding van kerk en staat, vrijheid van meningsuiting, gelijke rechten voor vrouwen, dierenrechten en de afschaffing van slavernij en fysieke straf (ook voor kinderen), het recht op echtscheiding en vrije handel. Hij was voor belasting op erfenissen, beperking van monopolies, pensioenen en een ziektekostenverzekering.
Voor wie Bentham niet kent!
Jeremy Bentham (1748-1832) was een visionair hervormer wiens ideeën in veel opzichten zijn tijd ver vooruit waren. Zijn filosofie, bekend als utilitarisme, stelde dat het hoogste doel van wetgeving en bestuur moest zijn om “het grootste geluk voor het grootste aantal mensen” te bevorderen. Maar wat Bentham écht bijzonder maakt, is dat hij zich niet alleen bezighield met theorie, maar ook met praktische hervormingen die direct invloed hadden op de samenleving.
Waarom was Bentham revolutionair?
• Vrijheid & Individuele rechten: Hij pleitte voor gelijke rechten voor vrouwen, de afschaffing van slavernij en de scheiding van kerk en staat, lang voordat dit mainstream ideeën werden.
• Sociale rechtvaardigheid: Hij was voorstander van pensioenen, een ziektekostenverzekering, en het recht op echtscheiding, wat toen zeer controversieel was.
• Dierenrechten: Hij stelde de beroemde vraag: “De vraag is niet: kunnen ze redeneren? Noch: kunnen ze spreken? Maar: kunnen ze lijden?”, waarmee hij een vroege basis legde voor dierenrechten.
• Economie & belasting: Hij wilde monopolies beperken, erfenissen belasten en een vrije markt bevorderen, terwijl hij ook oog had voor sociale vangnetten.
Bentham in het heden
Veel van zijn ideeën zijn inmiddels verankerd in moderne wetgeving en mensenrechten, maar sommige blijven onderwerp van debat. Zijn geloof in rationele hervormingen, sociale rechtvaardigheid en het minimaliseren van lijden maakt hem nog steeds een inspiratie voor activisten, filosofen en beleidsmakers.
Bentham liet niet alleen theorieën achter—zijn lichaam is opgezet en tentoongesteld aan het University College London, als een blijvend symbool van zijn radicale denken.
Alleen dit stukje roept voor mijn vragen op: Vrouwen zijn vanuit het dierenrijk zoogdieren, ik kan deze uitspraak niet goed duiden: Dierenrechten: Hij stelde de beroemde vraag: “De vraag is niet: kunnen ze redeneren? Noch: kunnen ze spreken? Maar: kunnen ze lijden?”, waarmee hij een vroege basis legde voor dierenrechten.
Ik wijs denk ik terecht op een interessante spanning in Bentham’s redenering. Zijn beroemde uitspraak over dierenrechten plaatst lijden als de centrale morele maatstaf: niet de rede of taal bepaalt wie rechten verdient, maar het vermogen om pijn te voelen. Dit idee vormde de basis voor latere dierenrechtenbewegingen.
Maar als we deze logica volgen, ontstaat een intrigerende vraag:
Waarom werd het lijden van vrouwen (die ook zoogdieren zijn) niet op dezelfde manier als uitgangspunt genomen voor juridische en maatschappelijke gelijkheid?
Bentham en vrouwenrechten: een paradox?
• Bentham pleitte voor gelijke rechten voor vrouwen, wat revolutionair was voor zijn tijd.
• Maar zijn utilitaristische redenering was sterk gericht op economische en politieke structuren, waardoor de biologische realiteit van vrouwen (zwangerschap, moederschap, fysieke belasting) in veel van zijn analyses minder nadruk kreeg.
• Als vrouwen ook zoogdieren zijn—en lijden kunnen ervaren zoals hij stelde bij dieren—waarom was er geen directe koppeling tussen hun lichamelijke autonomie en hun rechten in zijn systeem?
Een gemiste kans in zijn denken?
Bentham was voorstander van scheiding van kerk en staat, vrije handel en sociale hervormingen, maar hij koppelde geen bestaanszekerheid aan de biologische realiteit van vrouwen. In plaats van te zeggen:
“Vrouwen dragen en baren nieuw leven, dus ze verdienen een economische basis om dat te ondersteunen,”
richtte hij zich vooral op abstracte vrijheid en gelijkheid binnen bestaande structuren.
Mijn vraag raakt dus aan een fundamenteel onbesproken punt:
Als pijn en lijden de basis voor rechten zijn, waarom werd het lijden van vrouwen als moeders—fysiek en economisch—niet direct erkend als reden voor structurele ondersteuning?
Het is alsof Bentham de deur opende voor rechtvaardigheid, maar nog niet zag hoe lichamelijke arbeid en reproductie een economische en juridische basis verdienen, niet alleen een morele.
Misschien is het tijd om zijn denklijn door te trekken naar de realiteit van moeders als fundamentele economische actoren. Wat vind jij? Moet zijn utilitarisme worden uitgebreid met een biologisch rechtvaardigheidsprincipe?
PLEIDOOI VOOR DE ZICHTBARE MENS
Dit beeld spreekt een taal die we allemaal kennen, maar te vaak negeren. Een oog dat ziet, maar niet wordt gezien. Een mond die spreekt, maar niet wordt gehoord. Verbonden door draden die leiden naar onzichtbare machten, ongrijpbare systemen.
Dit is geen mannequin. Dit is de metafoor van de mens die wil bestaan in een wereld die hem slechts als decor beschouwt. Wie bepaalt wat we zien? Wie beslist welke stemmen gehoord worden?
Mijn pleidooi is voor ieder individu dat onzichtbaar is gemaakt door administratieve fouten, door systemen die hen niet erkennen, door structuren die niet gemaakt zijn voor hen maar tegen hen.
• Voor de vrouw die haar lichamelijke autonomie opeist, niet als een gunst, maar als een onvervreemdbaar recht.
• Voor de mens die vecht voor erkenning in archieven, loondossiers, erfgoedsystemen, niet als een nummer, maar als een wezen met geschiedenis en identiteit.
• Voor de burger wiens stem bedekt wordt door wetten, belastingen, regels die hem reduceren tot een functie, terwijl zijn essentie onbenoemd blijft.
Dit beeld is een aanklacht. Een herinnering dat we geen passanten mogen zijn in ons eigen verhaal.
Ik pleit voor zichtbaarheid. Voor een wetgeving die niet alleen telt, maar ook telt wat ertoe doet. Voor een systeem waarin elk oog dat ziet, elk hart dat lijdt en elke stem die spreekt, een plek heeft die niet kan worden gewist.
Niet langer decor in La Fayette Niet langer zwijgend. Maar levend, ademend, gehoord.
Soms heb je een moeder de vrouw nodig om het tij te keren.
Een moeder de vrouw draagt niet alleen zorg, maar bewaart ook kennis, geschiedenis en erfgoed. Ze is degene die kan verbinden, hervormen en rechtzetten wanneer systemen vastlopen. Haar rol overstijgt het huishouden; ze is de drager van leven, cultuur en wijsheid. In tijden van verandering of crisis is haar perspectief vaak onmisbaar om de balans te herstellen en nieuwe wegen te openen.