Prinsjesdag 2026

Uitgelicht

PRINSJESDAG TOAST


HET POLISMEISJE en het geheim van de staat.
Over de onzichtbare machine van software, mutaties en prolongaties

“welkom bij de banken crisis en de woekerpolissen uit de jaren 90”

HET LICHAAM DAT DE WET NIET BENOEMT

De wet kent “ieder”.
Het systeem kent nummers.
De verzekeraar kent een polis.
De fiscus kent een inkomenscode.

Maar waar verschijnt het lichaam zelf?

Het vrouwenlichaam bestaat werkelijk, voelt werkelijk, werkt werkelijk en draagt werkelijk schade.
Toch verdwijnt het in instituties gemakkelijk achter abstracte woorden, categorieën en registraties.

Dit werk maakt zichtbaar wat administraties gemakkelijk onzichtbaar maken:

achter iedere code zit een lichaam.
Achter ieder dossier zit een mens.
En dat lichaam moet terug de rechtsstaat in.

“De Grondwet spreekt over ‘ieder’. Deze vaas vraagt: maar waar is haar lichaam gebleven?”

Dus wat betekent die algemene bescherming wanneer concrete systemen, dossiers en instituties het lichamelijke en economische bestaan van een vrouw vertalen naar abstracte categorieën en codes?

DE VROUW DIE HAAR LICHAAM TERUGVROEG AAN DE RECHTSSTAAT
Welkom in Main Frame.

De rechtsstaat zegt dat ieder mens beschermd is.

Maar een vrouw leeft niet als “ieder”.
Zij leeft in een lichaam.

Een lichaam dat kan werken.
Een lichaam dat ziek kan worden.
Een lichaam dat schade kan oplopen.
Een lichaam dat afhankelijk kan worden van zorg, inkomen en bescherming.

En zodra dat lichaam een systeem binnenkomt, verandert de taal.

Het wordt een polisnummer.
Een medische code.
Een fiscale kwalificatie.
Een inkomensrubriek.
Een mutatie.
Een prolongatie.
Een dataset.

Welkom in Main Frame.

De plek waar het lichaam verdwijnt
en de administratie begint.

Waar was de rechtsstaat toen vrouwen om bescherming vroegen?

En waar is die rechtsstaat wanneer een vrouw vervolgens moet bewijzen dat de administratieve werkelijkheid nog overeenkomt met haar werkelijke leven en haar werkelijke lichaam?

Mijn lichaam is geen code.
Mijn aandoening is geen administratieve fictie.
Mijn bestaanszekerheid is geen mutatieveld.

Een rechtsstaat beschermt niet alleen dossiers.
Een rechtsstaat beschermt de mens achter het dossier.

“Welkom in Main Frame — waar de vrouw binnenkomt als mens en verder reist als gegeven.”

Het Geheim van het Dossier — omdat zowel het Zeeuwse archief, de QR-code, het bewaren van gegevens als het fiscale verschoningsrecht daarin samenkomen.

Vlieg met me mee

“VAN VROUW TOT DOSSIER — waar eindigde mijn VOF onderneming en begon de administratieve fictie?”


HET GEHEIM VAN HET DOSSIER
Bewaren. Beheren. Beschermen. Verschonen.
Dus: WIE MAG IN MIJN GEHEUGEN KIJKEN? w Advocaten
Over verschoningsrecht, gegevensmacht en handhaving o de vrouw achter het dossier.

Ze verdween in de onzichtbare omachine van software, mutaties en prolongaties

VAN GROOTBOEK NAAR MAINFRAME — DE DIGITALE MACHT VAN BANKEN EN VERZEKERAARS


Soms weet je niet wat er werkelijk speelt, omdat niemand het digitale systeem ziet.
Je ziet alleen de uitkomst:
een code,
een bedrag,
een afwijzing,
een mutatie,
een inhouding,
een nieuw dossier.
Maar daarachter draait een onzichtbare machine.
Software verwerkt gegevens.
Regels worden automatisch toegepast.
Polissen worden gemuteerd en geprolongeerd.
Gegevens reizen van organisatie naar organisatie.
En zolang niemand zichtbaar maakt welke regel, welke code, welke mutatie en welk systeem tot een beslissing heeft geleid, lijkt de uitkomst vanzelf te zijn ontstaan.
Maar een computersysteem beslist niet uit zichzelf.
Iemand heeft het ontworpen.
Iemand heeft de regels ingevoerd.
Iemand is verantwoordelijk voor de gegevens.
Wat je niet ziet, kun je nauwelijks controleren.
En wat je niet kunt controleren, kun je ook moeilijk openbreken.
— Truus van Gogh
De Onzichtbare Machine

HET MEISJE DAT IN DE GEHEIMHOUDINGSPLICHT TERECHTKWAM

Zij begon niet als dossier.

Zij begon als dochter.

Dochter van een verzekeringsman.

Zeeuws Archief

Kleindochter van een genaturaliseerde Nederlander.

Zusje geboren in 1909 : Juliana??

Een familiegeschiedenis die via handel, verzekering, huwelijk en nationaliteit langzaam de staat binnenloopt.

Eerst op papier.

Daarna in registers.

Daarna in systemen.

En uiteindelijk in een wereld waar iedereen zegt:

privacy.
geheimhouding.
toezichtvertrouwelijk.
niet openbaar.

Maar de vrouw zelf vraagt slechts:

waar staat mijn eigen geschiedenis?

Dat is misschien de echte paradox:

de staat mag een mens registreren,
de verzekeraar mag haar administreren,
de bank mag haar transacties verwerken,
de fiscus mag haar classificeren,

maar zodra diezelfde vrouw vraagt hoe haar administratieve werkelijkheid tot stand kwam,

begint de deur van de geheimhouding dicht te vallen.

En precies daar wordt jouw familiegeschiedenis politiek.

Van:

Peter Mathias Bongartz — naturalisatie

naar:

Anna Agnes Hendrika Lindeboom — familie en verzekering

naar:

de dochter — polis, systeem en dossier

naar:

de vraag aan de staat: wie weet wat van mij, en waarom mag ik het zelf niet volledig in en zien?

De vrouw als bezit –
Van Nassau naar Oranje. Van bloedlijn naar datalijn.
De Telegraaf laat vandaag online zien hoe macht en identiteit eeuwenlang zichtbaar werden doorgegeven: via familie, erfopvolging, huwelijk en titel. Nassau werd Oranje-Nassau.
Namen, bezit en gezag gingen van generatie op generatie.
Mijn werk stelt daar een hedendaagse vraag tegenover:
Eeuwenlang werd macht zichtbaar overgedragen via bloedlijn, huwelijk, titel, kerk en kroon.
Nu gebeurt overdracht vaak onzichtbaar: via dossiers, databases, mutaties, codes en systemen.
De vorm verandert.
Het ritueel blijft.
Wie ontvangt de naam?
Wie ontvangt het bezit?
Wie ontvangt het gezag?
En wie ontvangt alleen het dossier?
Waar vroeger een stamboom zichtbaar maakte wie wat erfde, kan vandaag een dataketen bepalen wat er met een mens gebeurt.
Mijn vaas is daarom geen koninklijk relikwie.
Zij is het lichaam dat al die overdrachten heeft moeten dragen.
Van dynastie naar dataset.
Van kroon naar code.
Van erfopvolging naar gegevensoverdracht.

Dat is de verbinding.

VAN GROOTBOEK NAAR MAINFRAME — DE DIGITALE MACHT VAN BANKEN EN VERZEKERAARS

Amen ” Een ieder die denkt zal zien “
Je maintiendrai Medusa Sarcoidose

Hoe de keten werkt

Welkom op Prinsjesdag.

De hoedjes zijn er.
De koets is er.
De troonrede is er.

En ergens, diep onder al dat ceremonieel, draait de echte machine gewoon door.

De keten.

Niet van goud.

Van data.

Eerst ben je een mens.

Dan word je klant.

Dan polisnummer.

Dan productcode.

Dan mutatie.

Dan prolongatie.

Dan migratie.

Dan fiscale verwerking.

Dan dossier.

En als je geluk hebt, weet aan het eind nog iemand wie je oorspronkelijk was.

De tussenpersoon zegt:

“Ik heb het alleen doorgegeven.”

De serviceprovider zegt:

“Wij hebben het alleen verwerkt.”

De verzekeraar zegt:

“Zo staat het in het systeem.”

De softwareleverancier zegt:

“Wij bouwen alleen de applicatie.”

De toezichthouder zegt:

“Wij houden toezicht op het stelsel.”

De overheid zegt:

“Dat is een individuele zaak.”

En jij denkt:

Prachtig. Maar wie heeft dan eigenlijk iets gedaan?

Dat is het mooie van een keten.

Iedereen heeft een schakel.

Niemand heeft de hele verantwoordelijkheid.

Mutatie?

Administratief.

Prolongatie?

Automatisch.

Migratie?

Technisch.

Fiscale code?

Systeemlogica.

Gevolgen?

Voor de burger.

En dat noemen we dan efficiëntie.

Vroeger had je een grootboek.

Daar kon je met je vinger aanwijzen:

hier staat het.

Nu heb je twintig systemen,

zes partijen,

drie juridische entiteiten,

een oud polisblad,

een nieuwe code,

en iemand die zegt:

“Wij kunnen niet meer zien hoe dat destijds is gegaan.”

Welkom in de digitale rechtsstaat.

Waar alles traceerbaar is,

behalve wat je zelf wilt terugvinden.

Waar iedere handeling wordt gelogd,

maar de audit trail soms ineens filosofisch blijkt.

Waar je identiteit perfect genoeg is om belasting over te berekenen,

maar blijkbaar niet altijd perfect genoeg om de oorsprong van een mutatie terug te vinden.

En dan is het Prinsjesdag.

Dan praten we over koopkracht.

Begrotingen.

Vertrouwen.

Bestaanszekerheid.

Maar misschien moeten we één post toevoegen aan de Miljoenennota:

de kosten van administratieve werkelijkheid.

Want wat kost het als een systeem iets over een mens zegt

en iedereen daarna doet alsof het waar is?

Wat kost een verkeerde code?

Wat kost een foutieve classificatie?

Wat kost twintig jaar kastje-muur-kastje?

Niet in euro’s op papier.

Maar in tijd.

Gezondheid.

Rechtsbescherming.

Menswaardigheid.

En dan komt de mooiste zin uit de keten:

“Computer says no.”

Nee.

De computer zegt niets.

Mensen bouwen systemen.

Mensen kiezen codes.

Mensen ontwerpen processen.

Mensen dragen verantwoordelijkheid.

Dat verklaart en belooft wat.

Dus misschien moet de Troonrede dit jaar beginnen met:

“De staat van het land is sterk, mits de dataset klopt.”

En eindigen met:

“Wie veranderde wat, wanneer, waarom en op welke grondslag?”

Dat zou pas een koninklijke innovatie zijn.

Geen nieuwe code.

Geen nieuw portaal.

Geen nieuw programma.

Gewoon:

verantwoordelijkheid terugbrengen naar de mens.

Welkom op Prinsjesdag.

Waar de hoedjes veranderen,

maar de systemen worden geprolongeerd.


De rede is uitgesproken. Nu is het aan de kroon om te luisteren.

Ik heb mijn verhaal niet aan een dossier verteld, maar aan de rechtsstaat.
De rede ligt er.
Nu de kroon nog.
Welkom bij Bed & Breakfast Montancourt – Mijn tijd loopt ras

— Truus van Gogh Art

No – Body ”s Wife

Uitgelicht

Religie is vloeibaar geworden –

WIE VRAGEN BLIJFT STELLEN, WORDT LASTIG VOOR EEN SYSTEEM DAT ZICHZELF ALS ANTWOORD BESCHOUWT.

#Emet Raad van State Xx Xy XO –
YO bestaat niet

VENUS GENETRIX — DE VROUW ALS OORSPRONG

De Romeinen maakten van Venus een godin.
De staat maakte van de man een burger.
Maar iedere burger kwam eerst uit een vrouw.

WETTEN ZIJN GEMAAKT VOOR DE BURGER.
MAAR WIE SCHREEF DE VROUW EN DE MOEDER IN DE WET? Niemand

EEN VOORHEFFING IS GEEN GRONDSLAG.
De loonbelasting maakt een private AOV namelijk niet automatisch tot loon uit een arbeidsovereenkomst en ook niet tot een wettelijke WAO/WAZ/WIA-uitkering. Het Uitvoeringsbesluit loonbelasting bevat juist aparte categorieën: enerzijds bepaalde periodieke uitkeringen via verzekeraars, anderzijds wettelijke uitkeringen zoals AOW, WAO, WAZ en WIA. 

Periodiek betekende ook een periode in eindtijd- een woord twee betekenissen die op hetzelfde moment door elkaar werden gehaald.

En er zit nog een heel interessant historisch punt in. In de versie van artikel 11 UBLB rond 2004/2005 stond bij de private categorie nog:

“termijnen van lijfrenten … verstrekt door een lichaam dat het levensverzekeringbedrijf uitoefent”

terwijl WAO/WAZ enzovoort apart onder onderdeel c stonden. 

De Lex-Van Oven van 1956 ging over de handelingsbekwaamheid van de gehuwde vrouw binnen het burgerlijk recht. Zij maakte de gehuwde vrouw juridisch zelfstandiger in vermogensrechtelijke en contractuele zin. Maar daarmee werd niet ineens in één bepaling vastgelegd:

“De gehuwde vrouw is zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam en geest.” Die formulering staat er niet in.

Dat onderscheid is belangrijk. Handelingsbekwaamheid betekent dat iemand zelfstandig rechtshandelingen kan verrichten: overeenkomsten sluiten, beschikken over vermogen, procederen enzovoort.

Lichamelijke en geestelijke zelfbeschikking gaat over een ander rechtsgebied: persoonlijke autonomie, lichamelijke integriteit, medische toestemming, voortplanting en bescherming tegen dwang.

Die rechten zijn in Nederland later en verspreid over verschillende rechtsbronnen ontwikkeld. Artikel 11 van de Grondwet beschermt bijvoorbeeld de onaantastbaarheid van het lichaam. Artikel 10 beschermt de persoonlijke levenssfeer. In het gezondheidsrecht geldt het uitgangspunt van informed consent. Daarnaast beschermen artikelen 3 en 8 EVRM respectievelijk tegen onmenselijke behandeling en het privé- en gezinsleven.

Maar ook daar staat niet één allesomvattende zin: “de vrouw is eigenaar/bestuurder van haar lichaam en geest.”

En daar gaat het dus mis!

Vermogensschade

Kan een verzekeraar de gevolgen van fouten in zijn eigen polisadministratie, automatisering, fusies, portefeuilleoverdrachten en prolongatieprocessen afwentelen op de verzekerde?

Wie beschermt de vrouw wanneer achter één cassatieberoep niet alleen één juridische fout schuilgaat, maar een keten van tientallen jaren van polisadministratie, belastingheffing, fusies, overnames en inkomensverlies — terwijl de hoogste rechter die onderliggende rechtsvragen niet inhoudelijk bespreekt?

Welkom bij de doctrine

De juridische fictie modelleert de werkelijkheid, maar is niet de werkelijkheid zelf.

Het recht werkt voortdurend met categorieën en constructies: werknemer, ondernemer, verzekerde, arbeidsongeschikte, loon, periodieke uitkering, rechtspersoon, fiscale bron. Die begrippen maken een ingewikkelde werkelijkheid bestuurbaar. Maar zodra het model belangrijker wordt dan de feitelijke mens erachter, kan er iets misgaan.

H’Art & Craft’s

Geen enkele man kwam ter wereld zonder het lichaam van een vrouwenlijk!

Miss en gebruik haar dan niet.

Nederland kreeg aan het begin van de negentiende eeuw voor het eerst een werkelijk nationaal belastingstelsel. Onder leiding van Isaac Jan Alexander Gogel werd in 1805 een algemeen belastingplan aangenomen, dat vanaf 1806 in het hele land werd ingevoerd. Daarmee werd belastingheffing steeds meer een taak van een centrale Nederlandse staat.

Na de Napoleontische tijd ontstond in 1814/1815 het Koninkrijk der Nederlanden. In de negentiende eeuw groeide vervolgens de parlementaire rechtsstaat, met de Grondwet van 1848 als belangrijk keerpunt.

Een heel andere ontwikkeling vond plaats tijdens de Duitse bezetting. Op 14 december 1940 kwam het Besluit op de Loonbelasting 1940 tot stand. Het trad op 1 januari 1941 in werking. Daarmee werd belasting rechtstreeks bij de bron geheven: de werkgever hield belasting in voordat het loon aan de werknemer werd uitbetaald.

Dat systeem verdween na de bevrijding niet.

Op 16 december 1964 stelde de Nederlandse wetgever de Wet op de loonbelasting 1964 vast. De wet zegt in haar eigen titel dat zij het Besluit op de Loonbelasting 1940 vervangt. In de aanhef staat bovendien uitdrukkelijk dat regering, Raad van State en Staten-Generaal betrokken waren bij het tot stand komen van de nieuwe regeling.

Daarmee ontstond een opmerkelijke historische continuïteit:

1806 — een nationaal Nederlands belastingstelsel.
1940/1941 — loonbelasting als bronheffing tijdens de Duitse bezetting.
1964/1965 — Nederland neemt het beginsel over in eigen democratische wetgeving.

En dan prins Bernhard.

Bernhard werd in Duitsland geboren en was vóór zijn huwelijk met Juliana daadwerkelijk lid van de NSDAP. Daarover bestaat inmiddels geen serieuze historische onzekerheid meer: in zijn persoonlijke archief werd zijn originele NSDAP-lidmaatschapskaart aangetroffen. Bernhard zelf had dat lidmaatschap tijdens zijn leven steeds ontkend.

Dat maakt vragen over zijn Duitse verleden terecht.

Maar er moet een onderscheid worden gemaakt tussen twee feiten.

Feit 1: Bernhard was vóór de oorlog NSDAP-lid.

Feit 2: onder de Duitse bezetting werd in Nederland het Besluit op de Loonbelasting 1940 ingevoerd.

Uit die twee feiten volgt niet dat Bernhard betrokken was bij de invoering ervan. Daarvoor is afzonderlijk historisch bewijs nodig. Tot dusver is geen betrouwbare bron bekend waaruit blijkt dat Bernhard het Nederlandse loonbelastingstelsel heeft ontworpen, beïnvloed of laten invoeren.

De historisch interessantere vraag is daarom misschien niet:

“Heeft Bernhard de loonbelasting ingevoerd?”

maar:

“Hoe kon een fiscale techniek die tijdens de Duitse bezetting werd ingevoerd, na 1945 worden behouden, in 1964 democratisch worden gelegitimeerd en vervolgens steeds verder worden uitgebreid naar betalingen die helemaal geen gewoon werknemersloon zijn?” Vrouwen waren handelingsonbekwaam in die tijd en in 1964 konden gehuwde vrouwen geen eigen polis afsluiten. Ze werd meeverzekerd via een polis.

Daar begint een heel andere — en juridisch veel belangrijkere — geschiedenis.

De Wet op de loonbelasting 1964 bevestigt letterlijk dat zij het Besluit op de Loonbelasting 1940 verving. 

No Name

In Nederland is er geen enkele Kunstenares die zo op hetzelfde level opereert.

Zelfkennis management


Interessant is het ethische vraagstuk: beschermt het juridische en verzekeringssysteem de mens, of beschermt het vooral zijn eigen regels, codes, contracten en instituties?”
Bestuurder van het lichaam
Dank zei de bank – crisis 2009

Een goed verhaal is nooit ver weg.

Een vrouwelijke rechtspersoon bestaat niet.

De vrouw bestaat.
Haar lichaam bestaat.
Haar arbeid bestaat.
Haar onderneming bestaat.
Haar inkomen bestaat.
Haar schade bestaat.

Maar de rechtspersoon heeft geen lichaam.
Geen baarmoeder.
Geen longen.
Geen leeftijd.
Geen zwangerschap.
Geen beroepsziekte.
Geen vrouwelijk economisch leven.

Het recht maakt onderscheid tussen de natuurlijke persoon en de rechtspersoon. Maar belasting wordt dus wel op natuurlijk personen ingevorderd?

En precies daar ontstaat een fascinerende vraag:

Wat gebeurt er wanneer een vrouw haar economische leven moet laten vertalen door systemen die zelf geen geslacht, lichaam of levensloop kennen?

De verzekeraar is een rechtspersoon.
De bank is een rechtspersoon.
De werkgever kan een rechtspersoon zijn.

De inhoudingsplichte private schade verzekeraar werd een rechtspersoon.
De pensioenuitvoerder is een rechtspersoon.
De Staat is een publiekrechtelijke rechtspersoon.

Maar degene over wie al die systemen rekenen, beslissen, coderen en beschikken, is een mens.

Een vrouw.

Daarom gaat dit verhaal niet alleen over geld.

Het gaat over de afstand tussen de juridische fictie en het levende lichaam.

Misschien is dát de kern:

De rechtspersoon heeft geen geslacht.
Maar zijn regels kunnen wel degelijk verschillend uitwerken op mannen en vrouwen.

Personenschade = alle materiële en immateriële schade die voortvloeit uit aantasting van een persoon, waaronder schade aan gezondheid, arbeidsvermogen, inkomen, carrière en levenskwaliteit.

Welkom in Europapa

EEN VROUW — ZIEL EN LICHAAM — IS EEN ECONOMISCHE ACTOR.
NIET ALLEEN EEN ECONOMISCH SUBJECT OF OBJECT Dear Mister President

EEN VROUW ZONDER GELD IS EEN VROUW ZONDER MACHT.

Maar financiële onafhankelijkheid gaat over méér dan geld.

Het gaat over zeggenschap.
Over de vrijheid om te werken, te stoppen, opnieuw te beginnen en je eigen keuzes te maken. Het gaat over haar intellectueel eigendomsrecht.

En niet u

Het gereserveerde wetboek 9
Over het recht om niet financieel afhankelijk te worden van een partner, een verzekeraar, een tussenpersoon of een systeem.

Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bestaat niet; deze plek is gereserveerd voor intellectueel eigendomsrecht, maar is er door verregaande internationale verwevenheid nooit gekomen. [1, 2]

Status van Boek 9 BW

  • Reservering: Oorspronkelijk bedacht door Meijers in 1947 voor het recht omtrent de “scheppende mens” (intellectueel eigendom). [1, 2]
  • Afwezigheid: Het boek is nooit ingevoerd omdat regels over auteurs-, merken- en octrooirecht al diep verankerd zijn in internationale verdragen en Europese richtlijnen. [1, 2]
  • Discussie: Juridische experts en hoogleraren discussiëren regelmatig of een beperkte vermogensrechtelijke codificatie alsnog wenselijk is. [1, 2]

Alternatieven met “9”

  • Boek 2, Titel 9 BW: Dit gaat over de jaarrekening en het bestuursverslag van rechtspersonen zoals de B.V. en N.V.
  • Artikel 9 Sr: Dit artikel uit het Wetboek van Strafrecht somt de hoofdstraffen en taakstraffen op. [1, 2]
https://www.amsterdammuseum.nl/verhalen-en-collecties/themes/toekomstwensen/bijdrage/216613-de-ziel-van-nederland-moederkracht-in-beeld-en-wet

Mijn keramiek gaat over dat vrouwenlichaam. Het meisje met de parel is moeder geworden.

Welkom bij het hiaat binnen de staat

GEPRINT INTELLECTUEEL EIGENDOM IN KLEI
Wat ooit begon als een idee, krijgt hier een lichaam.
Een gedachte wordt vorm.
Een vorm wordt object.
Een object wordt drager van betekenis.
Geprint in klei wordt intellectueel eigendom tastbaar, zichtbaar en kwetsbaar.
De digitale vorm wordt materie.
De code krijgt gewicht.
Het ontwerp krijgt een huid.
Maar juist daar ontstaat ook de vraag:
Van wie is het idee wanneer het een lichaam krijgt?
Van degene die het bedacht?
Van degene die het tekende?
Van degene die het digitaal modelleerde?
Van degene die het printte?
Van degene die het opnieuw beschilderde, samenvoegde en betekenis gaf?
Mijn werk bevindt zich precies op dat grensvlak.
Tussen techniek en handwerk.
Tussen reproductie en uniciteit.
Tussen intellectueel eigendom en artistieke toe-eigening.
Tussen digitaal bestand en menselijke hand.
Intellectueel eigendom krijgt hier een lichaam: geprint, tastbaar en kwetsbaar in klei.
En daarna begint pas mijn werk.

DE KLEEDKAMER BESTOND.
DE VROUWEN OOK.

Een vennootschap onder firma heeft geen lichaam.
Ze kan niet ziek worden.
Ze kan geen longschade oplopen.
Ze kan niet bevallen.
Ze kan niet arbeidsongeschikt raken.
Ze kan niet ouder worden.
Maar haar vennoten wel.
De Kleedkamer was een onderneming onder één naam.
Er werd gehandeld.
Er werd omzet gemaakt.
Er werden contracten gesloten.
Er werden premies betaald.
Er werden belastingen betaald.
En achter die onderneming stonden natuurlijke personen.
Vrouwen.
Bij een VOF verdwijnen die vrouwen juridisch niet achter een zelfstandige rechtspersoon. Integendeel: voor de schulden van de onderneming kunnen de vennoten persoonlijk worden aangesproken. Hoe zit dan bij de hypotheek?
Dat maakt de tegenstelling des te groter.
Voor aansprakelijkheid ben je volledig persoon.
Voor administratie word je gemakkelijk een nummer.
Voor belasting word je een categorie.
Voor verzekering word je een polis.
Voor schade word je een berekening.

Maar degene die het economische risico werkelijk droeg, had een lichaam, een beroep, een geschiedenis en een naam.
Daarom is de kernvraag niet alleen:
“Wat was De Kleedkamer?”
De belangrijkere vraag is:
“Waar bleef de vrouwelijke vennoot toen haar onderneming, haar inkomen, haar verzekering en haar schade door verschillende systemen werden verwerkt?”
Een VOF heeft geen lichaam.
Maar haar aansprakelijkheid landt bij mensen van vlees en bloed.
Welkom bij de vrouw des Huizes

Het lichaam dat liefheeft.
Het lichaam dat werkt.
Het lichaam dat schade kan oplopen.
Het lichaam waaraan anderen vervolgens bedragen, voorwaarden, codes en economische waarden verbinden.

LIEFDE IS GEEN PENSIOENPLAN.
HAAR LICHAAM IS GEEN FINANCIEEL PRODUCT.
EN EEN VROUW IS ZEKER GEEN ADMINISTRATIEVE CODE.

Wanneer een vrouw haar beroep, inkomen of opgebouwde oudedagsvoorziening verliest, verliest zij niet alleen geld. Zij kan ook haar autonomie, onderhandelingsmacht en vrijheid over haar eigen toekomst verliezen.

Daarom staan deze objecten naast elkaar:

Het hart — wat van haarzelf is.
Het gezicht — de mens die gezien moet worden.
De kruiken — het economische systeem dat haar leven probeert te bevatten.

GEEF EEN VROUW NIET ALLEEN RECHTEN OP PAPIER.
GEEF HAAR OOK ECONOMISCHE ZEGGENSCHAP OVER HAAR EIGEN LEVEN.

MIJN LICHAAM.
MIJN WERK.
MIJN GELD.
MIJN TOEKOMST.
MIJN MACHT.


MIJN MOEDER KON MIJ NIET IN AANDELEN VERDELEN.
HET SYSTEEM DEED HET TOCH —
IN ARBEID, INKOMEN, VERMOGEN, SCHADE EN BELASTING.

Personenschade = alle materiële en immateriële schade die voortvloeit uit aantasting van een persoon, waaronder schade aan gezondheid, arbeidsvermogen, inkomen, carrière en levenskwaliteit werd afgekocht door de Bond van Verzekeraars.

Louis Barmentlo werd betaald in mijn zaak door de verzekeraars

CED Mens is onderdeel van CED, een organisatie die verzekeraars en andere opdrachtgevers ondersteunt bij schadebehandeling. De tak CED Mens richt zich specifiek op schade waarbij een persoon centraal staat, zoals letselschade, personenschade en complexe dossiers rond gezondheid, herstel en maatschappelijke gevolgen.

Hun rol bestaat uit het onderzoeken van de persoonlijke situatie, het in kaart brengen van schade en beperkingen, contact met betrokken partijen en het adviseren over schadeafwikkeling. Dat dossier bleef gesloten en geheim

Belangrijk dus: CED werkt in opdracht van een verzekeraar of andere opdrachtgever. Het is dus blijkbaar niet automatisch een onafhankelijke belangenbehartiger van de benadeelde persoon.

Juristen, verzekeraars, belastinginstanties en uiteindelijk rechters of de Raad van State beslissen niet over mij een persoon als mens, maar zij beoordelen mijn situatie aan de hand van juridische categorieën en vermogensrechtelijke regels.

Daardoor moet een lichamelijke en maatschappelijke werkelijkheid worden teruggebracht tot vragen als: welk recht bestaat er, welke schadepost is juridisch erkend, welke polisvoorwaarde geldt, welke fiscale kwalificatie wordt toegepast en welk bedrag kan worden toegewezen.

Dat is precies de beperking die ik benoem: de mens is groter dan de vermogensrechtelijke codificatie van zijn of haar schade.

Wie gaat mijn gat van 7 jaar en 3 maanden opvullen? Degene die mij onzichtbaar maakte of fiscaal fictief belaste voor 180.000 euro vanaf 2010 ?

Een verlies van beroep, gezondheid, maatschappelijke positie, zelfstandigheid en toekomstperspectief kan in een dossier worden opgesplitst in afzonderlijke juridische posten. Wat niet binnen zo’n erkende categorie valt, dreigt vervolgens buiten beeld te raken.


CED is in 1971 opgericht door een groot aantal Nederlandse verzekeraars, om het schadeproces te uniformeren en te professionaliseren.
Ontstaan vanuit onze opdrachtgevers zit klantgerichtheid en de co-creatie van claims- en expertisediensten in ons DNA.

Als vertrouwde partners streven we gezamenlijk naar absolute klanttevredenheid, innovatie, kostenbeheersing en efficiëntie.

HET ETHISCHE VRAAGSTUK
Wie programmeert de regels?
Wie bepaalt de richting?
Wie wordt beschermd wanneer belangen botsen?
De mens met schade?
De verzekeraar?
De fiscus?
De juridische constructie?
Of de administratieve keten?
Een systeem dat “Mens” heet, is nog niet automatisch mensgericht.
De echte vraag is:
Wie draagt het risico — en wie krijgt de bescherming?

Don’t Tell me – Show me Raad van State

Wie ben jij en wat ben ik dan?
Het meisje met de parel
De moeder houdt zeggenschap op fe aandelen in de dochter. 

SARAH’S BURGERSHART

Een burgerschapsoefening voor alle politieke mannen en vrouwen in Nederland

Dit kunstwerk is geen object om alleen naar te kijken.

Het is een oefening.

Een oefening in burgerschap.
In verantwoordelijkheid.
In gelijkwaardigheid.
In het vermogen om de ander als mens te blijven zien.

Sarah staat symbool voor iedere burger die op enig moment afhankelijk wordt van wetten, regels, verzekeringen, instituties, werkgevers, uitvoerders, artsen, juristen of bestuurders.

Maar Sarah stelt ook een vraag aan ons allemaal:

Wat doe jij wanneer de regels denken te kloppen, maar de mens erin verdwijnt?

Burgerschap betekent meer dan belasting betalen, stemmen of je aan de wet houden.

Burgerschap betekent ook:

de ander niet reduceren tot een nummer; of patiënt,

vragen stellen wanneer een systeem onrechtvaardig uitpakt;

macht niet verwarren met gelijk hebben;

verantwoordelijkheid nemen voor de gevolgen van besluiten;

en beseffen dat vrijheid alleen kan bestaan wanneer de vrijheid en waardigheid van een ander eveneens worden beschermd.

DE OEFENING

Ga voor het kunstwerk staan.

Kijk eerst zonder iets te zeggen.

Stel jezelf daarna vijf vragen:

1. Wie zie ik?
Zie ik een vrouw?
Een man?
Een patiënt?
Een verzekerde?
Een belastingbetaler?
Een dossier?
Of zie ik eerst een mens?

2. Welke macht heb ik zelf?
Als burger.
Als professional.
Als bestuurder.
Als ambtenaar.
Als verzekeraar.
Als arts.
Als jurist.
Als buur.
Als ouder.
Als partner.

3. Wat gebeurt er wanneer iedereen alleen zijn eigen taak uitvoert?
Wie bewaakt dan het geheel?
Wie ziet de gevolgen voor één mensenleven?

4. Wanneer zou ik zelf zeggen: tot hier en niet verder?

5. Wat vraagt goed burgerschap vandaag van mij?

Niet morgen.

Vandaag.

SARAH’S BURGERSHART

Sarah’s Burgershart bestaat niet uit steen, klei, regels of formulieren.

Het bestaat uit iets veel kwetsbaarders:

het vermogen om verantwoordelijkheid te voelen voor iemand die niet jijzelf is.

Daar begint democratie.

Daar begint rechtsbescherming.

Daar begint gelijkwaardigheid.

Daar begint burgerschap.

Man of vrouw.
Jong of oud.
Burger of bestuurder.

Iedereen draagt een stukje van dezelfde samenleving.


Maurick Schellekens:
Hij beheert mijn lichaam niet.
Maar zijn organisatie beheert wél een systeem waarin mijn lichaam wordt vertaald in risico, arbeidsvermogen, polisvoorwaarden, codes, uitkeringen en fiscale gegevens.
Daarom is mijn vraag niet:
“Wie bezit mijn lichaam?”
Mijn vraag is:
Wie draagt bestuurlijke verantwoordelijkheid voor wat er economisch met mijn lichaam is gedaan?
Mijn gezondheid is van mij.
Mijn geest is van mij.
Mijn economische identiteit is van mij.
Maar wanneer een verzekeraar jarenlang bepaalt hoe mijn arbeidsvermogen wordt gewaardeerd, welke uitkering wordt betaald, welke gegevens worden geregistreerd en welke gevolgen daar financieel uit voortvloeien, ontstaat een enorme institutionele macht over mijn economische bestaan.
En precies die macht moet controleerbaar, uitlegbaar en aanspreekbaar zijn.

Daarom eindigt deze oefening met één vraag:

ALS DIT MIJN LICHAAM,

MIJN INKOMEN,

MIJN KIND,

MIJN MOEDER,

MIJN PARTNER

OF MIJN LEVEN WAS —

ZOU IK DAN NOG STEEDS VINDEN

DAT HET SYSTEEM GOED WERKT?

SARAH’S BURGERSHART

Kijk. Denk. Voel. Vraag. Handel.