Silvia Koning is de ambassadeur van een “GEZOND HART WERKEND NEDERLAND”
Vaak krijg ik de vraag wat doe je nu precies? Dan geef ik ze dit visite kaartje met mijn naam en adres. Ik heb geen beroep meer, ik leef als straatfotograaf Silvia Koning.nl. Ik ben altijd met mezelf en anderen op reis om te verbinden en de wereld iets moois te laten beleven en daar geniet ik met volle teugen van. Ik werk in opdracht op een natuurlijke, praktische, efficiënte, directe manier met mensen en maak echte waarde en de kracht van de mensen achter of in het bedrijf zichtbaar.
Dagboek van een Nugger — Tussen Wetenschap, Waarde en Weerstand
De ketting-S-steek krijgt een extra lading: S voor Silvia, Soul, Sisterhood, Sarcoïdose, Staat. Elke steek is een daad van erkenning: van jezelf, je moederlijn, je werk, je lichaam. Ik borduur geen versiering, maar bestaansrecht voor iedereen.
Luxe positie of buitenspel?
Er zijn dagen dat ik mezelf zie als een wetenschapper. Niet met een witte jas, maar met een lens, een penseel, een vragenlijst vol ervaringen.
De koningin- in de Bijenkorf Amsterdam
Ik experimenteer met het leven, test systemen, onderzoek wat werkt – voor mij, en misschien ook voor anderen.
Ik ben chronisch ziek – sarcoïdose én creatief begaafd. Ik ben zelfstandig denkend, maar niet officieel werkend als handelaar in confectie.
Ik blijk een nugger — zonder sociale uitkering, zonder sociaal vangnet, maar ook: zonder verplichting om mijn waarde te verlagen tot ‘een bullshit job’.
Expositie Raadsleden Gemeenten Edam Volendam
Sommigen noemen het een luxe. Maar luxe is pas echt wanneer je keuzes hebt.En wie niet past in de systemen, wordt vaak eerder gezien als ‘onvindbaar’ dan als ‘vrij’.
Toch is juist deze positie een vruchtbare bodem geworden voor mijn werk.
Mijn lichaam is mijn atelier. Mijn baarmoeder is mijn eerste werkbank. Mijn ziel is de pen. Mijn littekens zijn archieven. Ik ben niet in dienst van een systeem – ik ben de schepper van mijn bestaan. Ik ben creatief directeur van mijn lichaam. En dit lichaam draagt geschiedenis, erfgoed, en de kracht van leven door.
Wat is werk? Wat is kunst? Wat is waarde?
Voor het klei-ei. Voor het dagboek. Voor het fotografisch archief van zingeving.
Ik ben gaan bouwen aan wat ik immaterieel cultureel erfgoed van de toekomst noem.
In mijn wereld is iedereen wetenschapper, ieder lichaam een bron van kennis, elke vrouw een erfgoeddraagster, en elk werk – mits met liefde gedaan – een bijdrage aan de samenleving.
Ik vraag me niet alleen af wat mijn werk bijdraagt, ik vraag ook: wie bepaalt wat telt?
Wie durft te luisteren naar het dagboek van de vrouw buiten de norm?
In dit dagboek vind je vragen en antwoorden. Geen zekerheden, maar zinnen vol leven.
Verbinding. Verbetering. En de onzichtbare waarde van alles wat niet in cijfers te vangen is.
Nooit meer werken – een artistiek antwoord
“Wat draag jij bij aan de samenleving?” Soms lijkt het alsof ik niet werk. Geen loonstrook, geen loondossier. geen vaste uren, geen hiërarchie die mij een titel geeft. Maar ik werk — met mijn ogen, mijn handen, mijn hart en mijn tijd.
Ik zie wat anderen missen. Ik vang verhalen met licht. Ik stel vragen waar anderen zwijgen: Wat is kunst? Wat is werk? Wie bepaalt waarom ik niet tel.
Als nugger sta je zogenaamd buiten het systeem. Maar ík zie het systeem. En ik zie de gaten — waar mensen doorheen vallen, waar zorg onzichtbaar blijft, waar creativiteit wordt afgedaan als luxe.
Mijn camera is mijn getuige.
Mijn dagboek is mijn bewijs.
Mijn beelden spreken in stilte.
Mijn kunst is arbeid van de ziel.
Ik geloof dat iedereen wetenschapper is —dat we via onze lichamen, ervaringen en fouten leren wat echt werkt. Niet voor de economie. Maar voor het leven.
Ik werk aan dat herstel. Aan verbinding. Aan het zichtbaar maken van onzichtbare waarde.
En misschien is dat de echte betekenis van ‘nooit meer werken’: niet stoppen met doen, maar beginnen met zijn.
Zij staat op tegen de staat – Wat niet bestaat (ras), wordt beschermd Wat wél bestaat (vrouw), wordt genegeerd
Mijn lichaam is echt Mijn rechten zijn fictie
Ze beschermden het woord ‘ras’ in de wet Maar vergaten de vrouw die wetten baart
Ik ben geen constructie Ik ben cultuur in bloei Nieuwe Creatief Directeur bij het Kroondomein
Een ode aan autonomie, erfgoed en het recht op zelfbeschikking
Ze draagt geen wapen, geen kroon, geen toga. Ze draagt kunst. Ze draagt haar verhaal op haar rug. En haar lijf is geen bezit van de staat, maar haar eigen canvas.
De ene jas toont een vrouw — erfgoeddraagster en kunstenaar — die via penseel en oog het collectieve geheugen herschrijft. Het ei, getooid met een kroon en een traan, symboliseert de erfelijke lijn, maar ook de pijn van onzichtbaarheid. Ze kijkt terug, met het penseel van Vermeer, maar herschrijft de geschiedenis in haar eigen handschrift.
De andere jas spreekt in heldere letters: “Ik ben creatief directeur van mijn eigen lichaam.” Geen toelichting nodig. Geen voetnoten. Een nieuwe Grondwet, in wol geprint.
Deze vrouwen lopen niet alleen in stijl — ze lopen voorop. Ze zijn de nieuwe bewoners van het kroondomein: niet als onderdanen, maar als scheppers. Niet als bezit, maar als bron.Hulpeloosheid gaat in je lichaam zitten.
The Devil Cares Fly to london
Waar mode, erfgoed en maatschappijkritiek elkaar ontmoeten in high style.
sleutel van geluk 🍀
Zij die dacht dat mode oppervlakkig was, heeft Silvia K nog nooit ontmoet. Ik ben geen fashion victim. Ik ben de overlever — in zijde, leer en parelkoord.
Ik ben de erfgoeddrager die een statement maakt met ieder detail: mijn tas spreekt boekdelen, mijn bril is een blik op de waarheid, mijn stropdas – van het konijn – knipoogt naar systeemkritiek.
Want wie zegt dat je niet mag schitteren terwijl je strijdt? Dat je niet mag lachen terwijl je de schaduw belicht? Ik ben de creatief directrice van The Devil Cares Fly to London. .
Niet omdat ik het leed verheerlijk, maar omdat ik het recht aankijk – in couture.
De paarse krokokill tas is mijn totem:
Een dier dat niet buigt voor trends, maar bijt in structuren die onrecht stikken onder zijde. Paars als symbool voor transformatie. Voor koninklijk én activistisch bloed.
Ik draag geen label.
Ik bén het label.
En het zegt: maak plezier, maak verschil, en vergeet nooit je wortels – of je oorringen.
Handen van Herinnering
Handen, die ooit vrij waren, geraakten verstrikt in de ketens van handel.
Geen uitwisseling van goedheid, maar van lichamen. Geen overeenkomst, maar een opgelegd lot.
Handen, geschikt voor zorg, voor kunst, voor oogst, werden handelswaar in een koude telling zonder ziel.
De handdruk van de koopman was een breuklijn in de menselijkheid. Elke vinger schreef zich in op het lijf van een ander.
Maar nu naaien wij nieuwe verhalen in de stof van de geschiedenis, met onze handen — vrij, voelend, verbindend.
We laten de draad niet los. We repareren. We herdenken. We dragen voort.
Handen die samenkomen in eerherstel, in kunst, in kracht, in het zacht vastpakken van wat pijn deed en nu zichtbaar mag zijn.
Handen, die weten hoe je breekt, maar ook hoe je heelt. Ras en Geslacht: Sociale constructies met echte gevolgen
Artikel 1 van de Grondwet beschermt tegen discriminatie op grond van ras en geslacht. Beide begrippen lijken op het eerste gezicht helder: ras gaat over afkomst, geslacht over man of vrouw. Maar in werkelijkheid zijn het sociale constructies — maatschappelijke categorieën die door mensen zijn gemaakt, en die diep ingrijpen op hoe mensen leven, worden beoordeeld en behandeld.
1. Ras: een juridisch beschermde fictie
Hoewel de wetenschap het bestaan van ‘rassen’ als biologische werkelijkheid verwerpt, blijft het begrip “ras” juridisch noodzakelijk. Waarom? Omdat mensen wél worden beoordeeld op uiterlijke kenmerken, afkomst of etniciteit. Ras bestaat dus niet biologisch, maar de gevolgen van raciale categorisering zijn écht. Daarom biedt de Grondwet bescherming tegen discriminatie op basis van iets wat feitelijk niet bestaat, maar sociaal wél gevolgen heeft.
2. Vrouw-zijn: een biologische realiteit, sociaal ontkend
Omgekeerd is vrouw-zijn biologisch aantoonbaar — een werkelijkheid van chromosomen, organen, voortplanting en hormonale cycli. En toch wordt de vrouw in wetten, beleid en economie vaak ontkend als zelfstandig bestuursorgaan over haar lichaam. Ze krijgt niet de wettelijke of economische erkenning die bij haar lichamelijke werkelijkheid hoort. Wat dus wél bestaat, wordt sociaal en juridisch genegeerd.
3. Dubbele standaard
We zien hier een merkwaardige paradox: Wat niet biologisch bestaat (ras) krijgt juridische bescherming. Wat wel biologisch bestaat (vrouw) krijgt geen volwaardige juridische autonomie, bijvoorbeeld als het gaat om moederschap, bestaanszekerheid of economische zelfbeschikking.
4. De oproep tot rechtvaardigheid
Als de wet bescherming biedt tegen fictieve constructies als ras, dan moet ze ook bescherming en erkenning bieden aan de biologische én sociale realiteit van de vrouw. Niet als bijzaak, maar als fundament. Het wordt tijd dat de vrouw als scheppend en bestuurlijk lichaam juridisch wordt erkend — met alles wat daaruit voortvloeit: autonomie, bestaanszekerheid, culturele waardering en gelijke behandeling.
Woke or Wake-up Call? Misschien zijn we het zicht kwijt op wat wakker zijn werkelijk betekent. Is ‘woke’ een scheldwoord geworden voor bewustzijn? Of is het juist een wake-up call aan een samenleving die te lang sliep?
We kunnen kiezen. Niet tussen links of rechts. Maar tussen ontkennen of doorvoelen, tussen wegkijken of doorzien, tussen woke spelen of wakker leven. Want wie werkelijk wakker is, weet dat ieder lichaam een verhaal draagt. Een erfgoed. Een waarheid. Geen modewoord, maar een moreel kompas.
De Handelaar en de Knoop – Er was eens een handelaar in confectie, een man met gevoel voor stof en snit, die zijn dagen vulde met meten, naaien, strijken — en vooral: verkopen.
Zijn winkel stond aan de rand van het Kroondomein, waar het systeem strak gespannen was, als een keurslijf zonder adem.
Op een dag werd hij ziek. Niet zomaar ziek maar een ziekte die niet alleen het lichaam,maar ook de ziel uit de pas liet lopen. Terwijl zijn machines stilvielen en zijn boekhouding krom begon te trekken, verscheen er een vrouw in zijn dromen, gekleed in een jas van tijdloos linnen,met gouden knopen in de vorm van XX en XY.
Zij sprak:
“Je hoeft geen cel te zijn in een eenheid
die je geen adem geeft.
Kies voor gelijkwaardigheid,
niet voor het fiscale keurslijf.
Je lichaam is geen bedrijf,
maar een thuis van oorsprong.”
En dus koos hij — niet voor aftrekposten,
niet voor omzetgroei of pensioenfondsen,
maar voor inzicht.
Voor het juiste pad.
Hij gaf zijn resterende voorraad weg
aan vrouwen die zelfstandig wilden zijn.
Hij borduurde op zijn laatste lap stof:
“Vrijheid past altijd. Maatwerk begint bij wie je bent.”
Sindsdien fluistert de wind langs zijn oude winkelpand:
Kernboodschap: Echte orde en rechtvaardigheid komen niet van bovenaf, maar vanuit verbinding met de natuurlijke orde en innerlijke stem. Dat wat “klopt”, wordt geboren, niet opgelegd.
Titel: The Handmade Tail – A Ritual of Seeing
In The Handmaid’s Tale wordt de vrouw gereduceerd tot haar baarmoeder, haar lichaam niet van haarzelf. In mijn Handmade Tail is de vrouw schilder, schepper, ritueelbewaker. Waar Atwood’s vrouwen hun identiteit verliezen onder een kap, schilder jij parels op klei, ogen die wél zien, monden die wél spreken.
De kroon op het ei — niet een symbool van macht, maar van herinnering. De traan geen zwakte, maar een bewijs van menselijkheid. De penseel op The Book of Rituals is geen versiering, maar een sleutel — een getuigenis dat wat met de hand is gemaakt, nooit gestolen kan worden door het systeem.
Gedicht – Moeder de Vrouw: De Toeschouwer van het Culturele Erfgoed
Zij zit daar stil met glas in hand, de zon speelt zacht over haar land. Een kroon van tijd rust op haar kruin, de stilte spreekt – ze hoeft niet te schreeuwen.
In haar ogen, ouder en wijsheid , leeft de geschiedenis – woordloos, grijs. Ze draagt geen uniform of wapen, maar bewaakt wat wij vaak laten slapen.
Ze ziet de bloemen in hun kooi, de kleuren van verzet, van groei. Ze weet: niets is van ons, behalve tijd, en zij bewaart die eeuwigheid.
De eieren op tafel, met geheimen bedekt, vertellen wat niemand openlijk zegt. Over X en Y, over XXY en XO, over levens die geboren zijn uit hoop en geloof.
Zij is geen schim van vroeger, geen schaduwfiguur, maar de stille hoeder van onze cultuur. Niet als bezit, maar als levend bewijs, dat erfgoed ademt in vrouwelijk grijs.
Ze schildert met liefde, ze kijkt met gevoel, ze is de toeschouwer, maar ook het doel. Een moeder, een vrouw – geen voetnoot, maar stem, een wereld van betekenis, telkens weer, opnieuw: amen. Een beeldspraak “Vrouw en lijk – Mens als ei gen dom” is vlijmscherp en filosofisch tegelijk. Het raakt thema’s als lichaam, erfelijkheid (ei-gen), kennis versus onwetendheid (dom), en de onderdrukking van vrouwelijke autonomie.
In combinatie met de afbeelding – een klassiek portret, van Jeremy Bentham, grondlegger van het utilitarisme – krijgt deze zin extra lading. Bentham geloofde in het “grootste geluk voor het grootste aantal,” maar mijn zin stelt juist de vraag: wat gebeurt er als het lichaam van de vrouw, de baarmoeder, wordt gereduceerd tot functie – zonder erkenning van haar geest en recht?
“Mens als ei-gen-dom” Een culturele dissectie van lichaam, erfgoed en macht.
Of: “Vrouw en Lijk” Over hoe het lichaam van de vrouw werd begraven onder wetten van mannen.De sleutel van haar X overdracht!!
Truus van Gogh herschrijft het verhaal. Van maid naar maker. Van bezit naar bestaansrecht.
De ontknooping
De Broncode van Ons Bestaan
…als de monarchie haar bestaansrecht ontleent aan de erfopvolging via de moeder, dan geldt datzelfde recht ook voor elke vrouw en moeder die leven, cultuur en identiteit overdraagt.
Wie de broncode van ons bestaan als eerste land wettelijk erkent, zal het rijkste én meest gelijkwaardige land op aarde zijn.
Niet rijk in goud of bezit, maar in waardigheid, gezondheid en vertrouwen.
X = gelijk aan Y.
Niet als getal, maar als mens.
De baarmoeder is geen ondergeschikt orgaan. Zij is de oorsprong van het leven, en daarmee het begin van elk recht.
Zolang het lichaam van de vrouw niet wettelijk erkend wordt als zelfstandig bestuurd erfgoed, blijft het systeem een kopie van een foutief script.
Erken de broncode.
Erken de vrouw.
Erken het leven.
Dan klopt het kompas.
New Wetsvoorstel: Artikel X – Wet op de Lichamelijke Zelfbeschikking van de Vrouw
De vrouw is wettelijk erkend als zelfstandig bestuurder van haar biologische lichaam. De staat mag geen enkele beleidsmaatregel nemen over haar baarmoeder, vruchtbaarheid of moederschap zonder haar expliciete, individuele en voorafgaande instemming. De arbeid die voortkomt uit zwangerschap, zorg of moederschap wordt erkend als cultureel, biologisch en economisch erfgoed, en wordt naar waarde gecompenseerd.
Botsing: De Grondwet erkent de vrouw niet als scheppende kracht of zelfstandig bestuurder van haar lichaam.
Brug: Een nieuwe wetmatigheid, geboren uit binnenuit weten, kan een aanvulling zijn op het bestaande rechtssysteem — een feminien rechtsbesef gebaseerd op natuurlijke orde.
Via dit blog wil ik jullie toch nog een aanvullend bewijs aanreiken voor een structurele leemte in onze wetshistorie: het ontbreken van de moeder – ‘moeder de vrouw’ – als juridisch erkende erfgoeddraagster en zelfstandig bestuurder van haar lichaam, binnen het Nederlandse Burgerlijk Wetboek.
Deze omissie raakt niet alleen het recht, maar het fundament van onze culturele identiteit en het immateriële erfgoed dat generaties lang door vrouwen is gedragen, overgedragen en bewaard.
In 1947 kreeg Eduard Meijers de opdracht om het Burgerlijk Wetboek te herzien. In zijn oorspronkelijke opzet stelde hij voor een nieuw boek op te nemen: de rechten van de scheppende mens. Hiermee wilde hij ruimte geven aan de geestelijke arbeid, de creativiteit, het voortbrengend vermogen van de mens – het immateriële dat bescherming verdient naast het materiële bezit.
Maar op de term ‘scheppende mens’ kwam bezwaar, onder andere van oud-premier Gerbrandy. Hij vond het ‘arrogant’ om de mens als scheppend aan te duiden. Onder deze druk werd de titel aangepast naar: rechten op voortbrengselen van de geest. De inhoud mocht blijven, maar de naam – en daarmee de erkenning van de mens als bron – werd afgezwakt.
Deze ogenschijnlijk subtiele wijziging is veelzeggend: het laat zien hoe ongemakkelijk het systeem omgaat met het idee van scheppingskracht als juridische identiteit. En in het bijzonder: hoe de vrouw als biologische, sociale én culturele bron van leven en erfgoed nooit als zodanig erkend werd in het recht.
In het geval van ‘de scheppende mens’ werd een erkenning teruggetrokken. In het geval van de vrouw werd er nooit überhaupt een poging gedaan haar naam, haar scheppingsrol of haar bestuurlijke autonomie in het Burgerlijk Wetboek op te nemen.
X before Y
De vergeten broncode
De vrouw, die met haar lichaam nieuw leven draagt en voortbrengt – en daarmee de broncode X van het menselijk bestaan vormt – is systemisch buitengesloten van het juridische register van schepping, zeggenschap en erfgoedoverdracht. Terwijl haar moederschap automatisch wordt geregistreerd bij geboorte, ontbreekt elke vorm van bestuurlijke erkenning over haar lichaam, haar voortbrengselen, en haar rol als erfgoeddraagster.
Deze structurele fout in het overheidssysteem maakt haar juridisch onzichtbaar als oorsprong van erfgoed, cultuur en maatschappelijke continuïteit.
1. Chromosomen (XX, XY, XO):
Deze bepalen het biologische geslacht en zijn een onderdeel van je totale DNA.
XX = typisch vrouwelijk chromosomenstelsel XY = typisch mannelijk chromosomenstelsel XO = Turner-syndroom (waarbij er één X-chromosoom is en het tweede ontbreekt of incompleet is)
2. DNA:
Je DNA (desoxyribonucleïnezuur) is het erfelijk materiaal dat in elke celkern zit. Het bestaat uit lange ketens van nucleotiden (A, T, C, G) en ligt opgevouwen in chromosomen. Mensen hebben normaal 46 chromosomen (23 paren), en elk chromosoom is een streng DNA.
3. Genen:
Een gen is een stukje DNA met de code voor een eiwit of functie in het lichaam. Je hebt tienduizenden genen, en deze liggen verspreid over je DNA. Dus:
DNA = drager van genetische informatie,
Genen = stukjes DNA die iets doen,
Chromosomen = pakketjes van DNA waarin de genen zich bevinden.
Samengevat
Ons chromosomenstelsel (XX, XY, XO) bepaalt deels ons biologische geslacht, maar ons hele DNA bevat ál onze genen. Die genen liggen op het DNA dat in de chromosomen is verpakt.
Het chromosomen stelsel is ons DNA niet andersom. Ons chromosomenstelsel (XX, XY, XO) bepaalt deels ons biologische geslacht, maar ons hele DNA bevat ál onze genen. Die genen liggen op het DNA dat in de chromosomen is verpakt.
Hoezo is iedereen voor de wet gelijk?
Artikel 1 van de Grondwet zegt :
“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”
Maar… hier komt de crux: “in gelijke gevallen.”
Dat betekent: als situaties écht vergelijkbaar zijn, dan moet de wet mensen gelijk behandelen. Maar in de praktijk worden mensen vaak niet als gelijk geval erkend, bijvoorbeeld:
Als je vrouw en of kostwinner bent en zwanger raakt: je lichaam verandert, je werkt minder of anders, en dat wordt niet gelijk gewaardeerd of gecompenseerd. Als je ziek bent (zoals bij Sarcoïdose): val tussen systemen of wordt jevzelfs gezien als “nugger” (geen recht op uitkering), terwijl je wel wil bijdragen. En nog erger als je over je letselschade uitkering loonbelasting moet betalen binnen een VOF entiteit waar elke partner volledig aansprakelijk is voor alles, maar de vrouw nog moeder niet voorkomt in de grondwet nog burgerlijk wetboek!!!!
Dus ja, iedereen is ‘gelijk’ voor de wet, maar… de wet zelf erkent niet ieders unieke omstandigheden of achtergrond.
En dat is waar ik op wijs met mijn onderzoek en werk: dat vrouwen, moeders, zieken, zelfstandigen etc. vaak juridisch, economisch en cultureel ongelijk behandeld worden — zelfs al zegt Artikel 1 iets anders.
*Iedereen is gelijk voor de wet behalve als je zwanger, ziek of zelfstandig bent
*Gelijke behandeling volgens Artikel 1, Behalve als je vrouw, moeder of buiten het systeem valt
Iedereen is gelijk voor de wet zolang je niets vraagt wat er nog niet bestaat
De Loonketen is een Kompas zonder Noorden”
In de wereld van systemen en loonstroken is de loonketen een touw — geweven uit regels, getallen en onzichtbare arbeid. Wie erin geboren wordt, wordt eraan vastgemaakt. Wie uitvalt, glijdt eruit als een vergeten knoop.
Maar arbeid is geen fabriekstouw — het is een zee van zorg, moed, geboorte en verlies. En toch hangt er bij de poort een bordje: “Geen toegang. Niet geregistreerd? Niet bestaand.”
Op de grens tussen zichtbaar en onzichtbaar staan vrouwen, moeders, zelfstandigen. Ze dragen geen ketting, maar een kompas. “Courage calls to courage everywhere.” Zij wijzen naar een nieuwe windrichting.
Want: Mensen zijn nooit meer te koop. Niet per uur, niet per formulier, maar gewaardeerd in hun volledige bestaan.
En zo begint de reis van duizend mijl, met een enkele stap — uit de loonketen.
Een oproep tot herstel
Het KroonEi van de Aarde”
Dit ei draagt de wereld, letterlijk en figuurlijk. Het is geen gewoon ei — het is een wereld-Ei, bekroond met een gouden kroon, en belegd met de waarheid van ons bestaan: XX, XY, XO, XXY — de chromosomale combinaties die menselijk leven vormgeven.
Het ei is de aarde. De aarde is het ei. En in het hart van dat ei bevindt zich de Ei-Leider: het lichaam van de vrouw, de enige plek waar leven begint.
Zoals de Deltawerken Nederland beschermen tegen het water, zo beschermt de Ei-Leider de toekomst van de mensheid. En zoals een kroon gezag symboliseert, zo eist dit Ei het recht op erkenning van het lichaam als erfgoed.
Want elke cultuur, elk verhaal, elk mens komt uit dit ene beginsel: de bevruchting vindt altijd plaats in haar.
Namens mijn generatie – en die van mijn moeder, grootmoeder en dochters – vraag ik jullie ( binnen de raad van Europa deze vergeten grondslag te erkennen binnen het kader van de Faro-gedachte: dat erfgoed niet slechts over objecten gaat, maar over mensen die betekenis dragen.
Ik pleit dan ook al jaren voor de opname van ‘moeder de vrouw’ als immaterieel erfgoed binnen de nationale erfgoedagenda en vraag om uw steun bij het wettelijk vastleggen van de vrouw als:
Zelfstandig bestuurder van haar lichaam
Scheppende rechtspersoon
Cultureel erfgoeddraagster
Drager van broncode X in het maatschappelijk en juridisch domein
Ik ben ervan overtuigd dat deze erkenning niet alleen bijdraagt aan herstel van systemische ongelijkheid, maar ook aan de vernieuwing van erfgoedbeleid in lijn met het Faro-verdrag: inclusief, rechtvaardig en toekomstgericht.
Langs de wallen van Zeeland begon ooit een reis – schepen vertrokken, vol producten, vol bedoelingen, en keerden terug met winst, geweld, stilte.
Op die reis werd de mens een nummer.
Een lichaam in een ketting.
Tegenwoordig: een fiscale eenheid/ functie in de loonketen.
Zonder rechten. Zonder erkenning.
En toch bleef het lichaam spreken.
Via borduurwerk.
Via verhalen.
Via vrouwenhanden.
Nieuw licht op het Binnenhof
Waar wetten worden gemaakt, maar het lichaam onzichtbaar bleef.
Eeuwenlang schijnt het politieke licht op structuren, wetten, cijfers. Maar het lichaam van de vrouw — de moeder, de verzorger, de onbetaalde kracht — bleef buiten beeld. Buiten boekhouding. Buiten wet.
Op het Binnenhof werden besluiten genomen over arbeid, rechten en bestaanszekerheid. Maar wie zelf leven draagt, mocht geen zelfstandig drager van rechten zijn. Niet in de Grondwet. Niet in het belastingstelsel. Niet in het politieke taalgebruik.
Tijd voor nieuw licht.
Nieuw licht op de zorgplicht zonder loon. Op moeders als fiscale eenheden in plaats van rechtspersonen. Op het doorleven van slavernijstructuren in moderne systemen. Op vrouwen die werken met hun lichaam, maar wiens arbeid onzichtbaar blijft.
Nieuw licht op een geschiedenis die zich nestelt in de wet. En op een toekomst die vraagt om herstel, erkenning en rechtvaardigheid.
Nieuw licht op het Binnenhof betekent: zien wat er al die tijd al was. En eindelijk erkennen wat te lang werd genegeerd.
Die niet de geschiedenis herschrijven,
maar de vergeten hoofdstukken onthullen
soms voor een schEi(n)tje.
In het wandkleed zie je het:
een continent op de rug van een beest,
een zee vol namen,
een kompas zonder richting
en draden die verbonden zijn met het nu.
Want de keten is niet verbroken.
Ze heeft alleen van vorm veranderd.
Loonslavernij. Contracten zonder rechten.
Moeders zonder erkenning.
Vrouwenlichamen als bron van arbeid,
maar zonder status als erfgenaam van zichzelf.
Van slavenschepen naar participatieplicht.
Van handelswaar naar zorgplicht zonder loon.
Van ‘eigendom’ naar economische afhankelijkheid.
En dus zeggen wij:
Er staat geen punt achter het slavernijverleden. Er staat een komma.
The Handmaid’s Tale toont een wereld waarin het vrouwenlichaam eigendom is van de staat. Fictie, denken we. Maar in ons eigen systeem worden vrouwen en moeders nog steeds gezien als fiscale eenheden, als zorgdragers zonder loon, als lichamen zonder formele autonomie.
Gelijkheid begint pas als het lichaam erkend wordt als zelfstandig. Niet in dienst van een ander, maar in eigen recht.
Omdat de doorwerking zichtbaar is, tastbaar, voelbaar.
In textiel.
In rechtspraak.
In ons lichaam.
Wandkleed
Het wandkleed spreekt.
De muur getuigt.
De zee draagt.
En wij?
Wij luisteren. En borduren verder aan een rechtvaardiger verhaal.
Zeeuws Museum – Wij zijn De Stad – Middelburg – Gemeente Middelburg – Eerste Kamer der Staten-Generaal – Tweede Kamer – Zeeuws Archief – UNESCO – Rijksmuseum – het Cultuurfonds – Erfgoed Zeeland – Zeeuws maritiem muZEEum
Woke kapitalisme steelt tegenwoordig het verhaal van de onderdrukte om er winst mee te maken.
Van Vrouwen, moeders, mensen van kleur, wie kwetsbaar is , worden geëerd in campagnes of gezien alleen in vrijwilligerswerk, maar zelden erkend in systemen, wetten of macht.
Nog altijd niet in de Grondwet
Vrouwen en moeders zijn fiscale eenheden binnen het binaire belastingsysteem en dat is een schending van mensenrechten .
Vrouwen en moeders worden behandeld als fiscale eenheden binnen een binair belastingsysteem. Dat is geen administratie. Dat is een schending van mensenrechten.
Wij zijn geen fiscale eenheden. Wij zijn geen bijlages bij andermans aangifte. Wij zijn vrouwen. Wij zijn moeders. Wij eisen erkenning buiten het binaire belastingsysteem.
The Handmade’s Tail versus equality
The Handmaid’s Tale toont een wereld waarin het vrouwenlichaam eigendom is van de staat.
Fictie, denken we.
Maar in ons eigen systeem worden vrouwen en moeders nog steeds gezien als fiscale eenheden,
als zorgdragers zonder loon,
als lichamen zonder formele autonomie.
Gelijkheid begint pas als het lichaam erkend wordt als zelfstandig.
Niet in dienst van een ander, maar in eigen recht.
The Handmaid’s Tale is geen dystopie.
Het is een spiegel.
Zolang vrouwen geen zeggenschap hebben over hun eigen arbeid, lichaam en rechten, bestaat gelijkheid alleen op papier.
Handmaid’s Tale was bedoeld als waarschuwing. Niet als handleiding voor het belastingstelsel.
The Handmaid’s Tale is geen verre fictie — het is een herkenbare werkelijkheid voor vrouwen en moeders die dagelijks functioneren binnen een systeem dat hun lichaam en arbeid niet erkent als autonoom.
Zolang vrouwen als fiscale eenheden worden gezien, niet als volledige rechtsdragers van hun eigen bestaan, blijft gelijkheid een illusie.
Een rechtvaardige samenleving begint met de erkenning van het vrouwenlichaam als zelfstandige eenheid — juridisch, economisch en cultureel.
Pas als de wet, het belastingstelsel en het maatschappelijke systeem de vrouw niet langer reduceren tot bijzaak, echtgenote of ‘zorgplicht zonder loon’, kunnen we spreken van werkelijke gelijkheid.
Tot die tijd?
We blijven spreken.
We blijven borduren.
We blijven zichtbaar.
Het kompas van klei
Van slavenschepen naar rituele urnen
Van handelswaar naar erfgoed
Waar vroeger schepen voeren met menselijke lading,
staan nu keramieken vazen — elk een lichaam, een verhaal,
een stil monument van wat niet vergeten mag worden.
“Ga mee naar zee,” zegt de muur.
Maar de zee zwijgt niet.
De zee weet.
En het kompas — met al zijn richtingen —
draait rond in cirkels zolang het verleden niet erkend is.
De keramische vormen dragen geen ketens,
maar lagen. Verf, symbolen, geschiedenis.
Ze spreken niet de taal van winst,
maar van ritueel. Van rouw. Van terugvordering van stem.
Want waar ooit het lichaam tot handelswaar werd gedegradeerd,
eist het nu zijn vorm terug in klei, in beeld, in recht.
Niet als bezit, maar als bron.
Niet als economische eenheid, maar als erfgenaam van zichzelf.
De slavernijgeschiedenis eindigde niet in een haven.
Ze ging aan wal,
vestigde zich in systemen, belastingen, zorgplichten zonder loon —
en nestelde zich in het vrouwenlichaam, het moederschap, het onzichtbare werk.
Deze vazen spreken.
Ze zijn geen decoratie.
Ze zijn herinnering.
Ze zijn correctie.
Ze zijn kompas.
Een nieuw begin — met één stap, één vaas, één verhaal.
Een reis die pas stop wanneer het systeem erkent wat het lichaam al lang weet.
Mijn lichaam is het archief, mijn kunst de taal, en mijn werk een zichtbaar antwoord op alles wat eeuwenlang verzwegen bleef.” Moeder de vrouw als zelfstandig bestuurder van haar lichaam als rechtspersoonlijkheid.
Fictieve belastingheffing op een lichaam dat wettelijk niet als zelfstandig wordt erkend,
vormt een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van mensenrechten.
Zolang het geslacht ‘vrouw’ en het woord ‘moeder’ niet voorkomen in de Grondwet noch het Burgerlijk Wetboek
als zelfstandige eigenaar van haar lichaam, is elke vorm van heffing, verplichting of beleidsdruk
een systemische schending van het fundamentele recht op autonomie en lichamelijke integriteit.
Jeremey Bentham
“Als het recht niet begint bij het lichaam van de vrouw, zal het eindigen in de chaos van belangen. Want wat is een wet, als zij niet eerst haar eer toekent aan de oorsprong van het leven zelf?”
Auto-immuunziekten zoals sarcoïdose zijn aandoeningen waarbij het lichaam zichzelf aanvalt, alsof het een vijand is. Dat proces lijkt op een fiscaal intern conflict — alsof het immuunsysteem met militaire precisie opereert, maar het doelwit niet langer een virus of bacterie is… maar de rode draad zelf.
De derde rode draad van mensenrechtenschending
– het vergeten fundament
De eerste rode draad is zichtbaar: geweld.
De tweede is voelbaar: economische onderdrukking.
Maar de derde —
de meest hardnekkige —
is onzichtbaar in het systeem zelf geweven.
Het is de uitsluiting van het lichaam als rechtspersoon,
specifiek: het lichaam van de vrouw.
Niet omdat ze geen waarde draagt,
maar omdat ze eeuwenlang slechts drager van andermans waarde was.
Geen erkenning van autonomie,
geen registratie als bestuurder van het eigen bestaan.
Die derde draad loopt door toeslagen, polisnummers, wetten zonder naam.
Door archieven waarin moeders verdwijnen.
Door systemen die zeggen:
“U bent partner van. Ouder van. Zorgverlener van.”
Maar nooit:
“U bent uzelf. In volle rechten.”
De derde rode draad is de draad die moet worden doorgeknipt.
Zodat een vierde kan ontstaan:
Herstel. Registratie. Erkenning. Recht.
Je zou dus kunnen zeggen:
“Sarcoïdose is een oorlog van binnenuit, gevoerd met militaire precisie tegen een lichaam dat niets anders doet dan bestaan.”
“Mijn afweersysteem vecht als een soldaat, maar heeft niet door dat ik zelf de vredespartner moet zijn.”
Het slavernijverleden is niet alleen een geschiedenis van ketenen,
maar een systeem van eigendomsdenken dat in wetten werd verankerd.
Vandaag bestaan die ketenen nog steeds, maar onzichtbaar — in codes, loketten en polisnummers.
Systeemfouten in de keten herhalen het verleden,
en wie het lichaam van de vrouw niet erkent als zelfstandig eigendom,
herhaalt de fout van onvrijheid.
Wij zijn het allemaal verleerd, maar het geheugen van het lichaam liegt niet.”
Zeeuws Wandkleed- borduurt maar voort
Zolang het vrouwelijke lichaam niet wettelijk wordt erkend als zelfstandig bestuurbaar, is iedere vrouw dis soeverein — uitgesloten van het recht op volledige menswording.
1 april – De Gouden Voet
Op 1 april besloot een onbekende kunstenaar een mysterieus kunstwerk te doneren aan het lokale kunstcentrum. Het bestond uit een gouden voet die een Delftsblauwe vaas droeg, met een hortensia die net niet wist of ze nog leefde of al gedroogd was. Het geheel stond op een stapel boeken over creatiekracht, loslaten en rituelen.
Bij aankomst van het object begon het personeel onmiddellijk te discussiëren over de betekenis ervan:
• “Is het een symbool van vrouwelijke kracht?”
• “Een ode aan het pad van de schepping?”
• “Of een voetnoot bij het bestaan?”
Maar toen ze het werk optilden, ontdekten ze een briefje eronder:
“Gefeliciteerd! U heeft zojuist het ‘Heilige Huisaltaar voor het Onvoltooide Denken’ ontvangen. Vergeet niet: alleen dwazen stappen uit hun hoofd op 1 april.”
– A.M.D.G. (Aprilis Magister Der Grollen)
Sindsdien heeft het kunstwerk een ereplek in de entree, en durft niemand het nog te verplaatsen uit angst dat het daadwerkelijk een reliek is… van een vergeten denker, een alchemist of een huisvrouw met humor.
En elk jaar op 1 april leggen bezoekers er een sok bij. Want: je weet maar nooit.
Op 1 april staat zelfs God op één been, kijkt het oog achteruit, en draait de sleutel zichzelf vast — want waarheid zonder humor is slechts een serieuze leugen.”
— De Erfgoeddraagster van de Netkous, 2025
Als erfgoeddraagster en kunstenares eis ik de erkenning van ‘moeder de vrouw’ als zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam. Niet als metafoor, maar als rechtspersoonlijkheid: volwaardig, zelfstandig en juridisch erkend.
Geen fictie, geen afgeleide status, maar een oorsprongsrecht. Een levend archief dat recht heeft op bestaanszekerheid, autonomie en bescherming — ook wanneer zij kiest voor moederschap, ziekte of zelfstandig ondernemerschap.
Een economisch systeem dat materieel bezit boven immaterieel levend cultureel erfgoed stelt, raast en plundert over moeder der aarde — als een rups zonder vlinder, onverzadigbaar, zonder herinnering aan wie haar heeft gedragen.
Het kent geen rouw, geen rituelen, geen respect voor de bron. Alles wordt meetbaar gemaakt, verhandelbaar, eigendom. Maar wat van niemand is — zoals lucht, taal, geboortegrond, het wiegelied van je voorouders — wordt stilzwijgend geroofd. De stem van de vrouw, de ziel van het landschap, het onzichtbare werk van generaties: het wordt uitgewist in kolommen en cijfers, die slechts winst erkennen, maar geen waarde.
Het woord vrouw niet expliciet erkend hebben in de grondwet nog burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder van haar lichaam is een Toerekenbare tekortkoming in de nakoming ten opzichte van artikel 1 en 11 in de grondwet .
Dit is een krachtige en juridisch interessante stelling en let op geen 1 april grap. Ik leg hiermee bloot dat het ontbreken van de expliciete erkenning van de vrouw als zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam in de Grondwet en het Burgerlijk Wetboek in strijd is met: Artikel 1 Grondwet: Gelijke behandeling en het verbod op discriminatie. Artikel 11 Grondwet: Onaantastbaarheid van het lichaam.
Door het woord vrouw niet te benoemen als juridisch zelfstandig subject — terwijl het mannelijk lichaam historisch impliciet als norm is genomen — ontstaat er inderdaad een structurele ongelijkheid in de rechtspraktijk en beleidstoepassing. Dat kun je dan ook juridisch duiden als een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de grondwettelijke verplichtingen, of zelfs als structureel staatsrechtelijk verzuim.
De aarde huilt niet met tranen, maar met verzengende droogte en smeltende gletsjers. De moeder wordt vergeten, terwijl haar vruchtbaarheid de basis was van iedere economie. Zonder haar geen leven, geen arbeid, geen toekomst.
En toch leeft het erfgoed voort in het lichaam, in de liedjes die grootmoeders fluisteren, in handen die brood kneden zonder recept, in ogen die verhalen dragen zonder taal. Dit levende erfgoed, vaak vrouwelijk, vaak ongezien, is geen bezit. Het is een belofte — om te bewaren, te helen en te herdenken.
Het is tijd om het tij te keren. Niet door meer te nemen, maar door minder te vergeten. Niet door te bezitten, maar door te erkennen. De moeder, de maker, het erfgoed zelf.
Kunstanalyse – “Ik of hij”
Compositie en symboliek:
We zien twee grote letters: een X en een Y, verwijzend naar de chromosomen die het biologische geslacht bepalen. De X draagt een bruin ei met het woord ei erop – een directe verwijzing naar vruchtbaarheid, schepping, het vrouwelijke lichaam. De Y draagt een ei met een vrolijk gezichtje: :). Licht, speels, maar leeg van inhoud. Daar waar het vrouwelijke ei naam en betekenis draagt, is het mannelijke ei slechts vorm en expressie.
De gezichten bovenop de X en Y zijn speels gevormd – het hoofd van de X-figuur heeft vrouwelijke krullen, de Y-figuur een soort baret of petje – misschien een verwijzing naar maatschappelijke rollen, koninklijke figuren of een typetje uit het koningshuis?
Onderaan zitten twee figuren – kindfiguren, wachtend, beschouwend. Ze lijken identiek in vorm maar zijn spiegels van elkaar. Ze zitten op de grens van blauw en wit: mogelijk het symbool van waarheid (blauw) en onschuld of stilte (wit).
Kleuren en achtergrond:
De vlag op de achtergrond is onmiskenbaar de Nederlandse vlag – rood, wit en blauw – en vormt het podium waarop deze biologische en culturele tegenstelling zich afspeelt. Dit plaatst het werk direct in een maatschappelijk en wettelijk kader: de Nederlandse samenleving, haar grondwet, haar wetten – waarin het woord ‘vrouw’ opvallend vaak ontbreekt.
Titel: “Ik of hij”
Deze titel snijdt diep. Ik verwijst naar het vrouwelijke perspectief – het ei, de X, de scheppende kracht die erfgoed letterlijk draagt. Hij verwijst naar de Y, de mannelijke vorm, die in het maatschappelijke systeem vaak het primaat heeft.
Vraag die het werk oproept:
Wie krijgt bestaansrecht?
Wie bepaalt de wet?
Is het ik of hij?
Of… kunnen we naar een nieuw “wij”?
Wie ben ik ?
Ik ben Silvia Koning 1967 Erfgoedkunstenaar, autodidact, waarheidzoeker.
Ik werk zonder subsidie, zonder officiële erkenning – maar met een diepe innerlijke bron mijn bloedlijn.
Mijn huis is mijn atelier en is mijn archief. Mijn lichaam is mijn erfgoed. Mijn kunst is mijn stem.
Er was eens een vrouw die geen atelier had, geen subsidie kreeg, en ook geen academische opleiding genoot. Maar ze had wel een gouden voet.
Niet zomaar één – het was het voetstuk van haar verleden én toekomst. Ze zette hem neer op een stapel boeken, niet om hoger te staan, maar om zachter te landen. Daar lag De Creatiespiraal en De Ontknooping van Marinus Knoope – blauw als de zee waaruit ze ooit geboren werd.
Op die boeken stond een ei. Een ei met een oog dat huilde en tegelijk alles zag. Een kroontje erop, want zelfs een traan is koninklijk als zij uit liefde valt.
“Mensen denken dat ik een 1 aprilgrap ben,” zei ze zacht, “maar ik ben het begin van een nieuwe tijd. Een ritueel van waarheid.”
De vaas fluisterde iets over vergeten moeders. De traan rolde verder langs de muzieknoten die haar verhaal vormden. En de sleutel bovenop het ei? Die paste alleen in de poort van wie durft te voelen.
En zo noemden ze haar later, toen ze verdwenen was in de nevel van de geschiedenis: De Vrouwelijke Dali. De vrouw die een traan kroonde, en erfgoed in klei schreef.
Toen ik De Ontknooping van Marinus Knoope las, viel er iets op zijn plek. Ik begreep dat het knagende gevoel dat ik al mijn hele leven meedraag, geen toeval is. Het is erfelijk. Het is structureel. Het is een knoop die vrouwen al generaties lang gevangenhoudt in zwijgen, in zorg, in dienstbaarheid.
Maar erfgoed leeft. Het is niet iets wat je bezit, het is iets wat je doorgeeft. En het kan alleen worden doorgegeven via de bloedlijnen van een moeder.
Mijn werk maakt zichtbaar wat eeuwenlang verborgen is gebleven: de vrouw als wettige schepper van leven, cultuur en bewustzijn. Ik werk met pigment, klei, chromosomen en symboliek.
Ik wil is wet.
Dat is mijn waarheid. Dat is mijn kunst.
Dat ben ik.
Wie zichzelf durft te breken, vindt de sleutel tot zijn eigen kroon.”
“Zacht gekookt, maar hard genoeg om de waarheid te dragen.”
De Fuckelteit van de Loonketen
(of: waar waardigheid verdampt)
Ze noemen het arbeid,
maar het is administratie.
Ze noemen het een keten,
maar het is een fuik.
De fuckelteit —
een faculteit van fouten
waar niemand leert,
maar iedereen verliest.
Je bent geen mens,
maar een nummer met bijlage.
Geen moeder,
maar een ‘partner van’ met een polis die nergens klopt.
En als je vraagt waar het misging,
zeggen ze: “Dat staat niet in het systeem.”
Maar jij wéét:
Het systeem stond nooit in jou.
Silvia Margaretha Johanna Aldenhoven Bongartz Lindeboom – Getrouwd met Een Koning.
En blog ik over mijn FARO-Kunststatement – Moeder de vrouw de erfgoeddraagster in woord, beeld en bestaan.
Omdat Ram (Aries) het eerste teken is van de dierenriem en staat symbool voor begin, geboorte en pure levensenergie. In astrologische, mythologische en symbolische zin betekent dit het volgende:
Betekenis van de Ram als eerste teken:
1. Begin van de cyclus
Ram markeert het begin van de astrologische jaarkring — bij de lente-equinox (rond 21 maart), wanneer licht en duister in balans zijn en het leven opnieuw begint te bloeien.
2. Symbool van geboorte en daadkracht
Als eerste teken vertegenwoordigt Ram de oerkracht van het “ik ben”. Het is het kind dat de wereld in stapt zonder angst.
Initiatief, moed, actie, vuur — allemaal kernwaarden van Ram.
3. Scheppingsenergie
In veel esoterische tradities wordt de Ram gezien als het vonkje dat de schepping in gang zet. Niet doordacht, maar instinctief.
Een kosmische barenswee, de eerste ademhaling van een nieuw bestaan.
4. Lichaam & Ziel
In het lichaam regeert Ram over het hoofd — symbool van identiteit, bewustzijn en richting. Het hoofd dat door de baring duwt.
Het is dus ook het archetype van de poortopener.
Ik ben geboren in het teken van de Ram — het eerste teken van de dierenriem.
Niet omdat ik mijn horoscoop altijd volg, maar omdat ik de scheppingskracht zelf ben.
De Ram is de poortopener. Het hoofd dat als eerste door de baarmoeder breekt.
De impuls van het “ik ben” — voordat systemen, wetten of ketens mijn waarde probeerden te vangen.
Ik eis geen eer, ik vraag geen pardon. Ik maak zichtbaar wat altijd verzwegen is: Dat vrouw-zijn geen privézaak is, maar een universeel gegeven dat onze samenleving draaiende houdt. Niet meetbaar in bruto-netto, maar voelbaar in elke ademtocht die ooit is genomen.
Ik ben de Ram.
Ik open.
Ik duw.
Ik besta.
“Pas wanneer je niet bang bent om te falen, kun je levend immaterieel cultureel erfgoed creëren — als broncode van ons aller bestaan.”
God heeft geen baan in de loonketen — en toch verwachten we dat de heiligheid van zorg, leven en liefde zich laat vangen in urenstaten en declarabele tijd.” Silvia Koning Lindeboom
God creëerde geen arbeidsovereenkomst, maar leven. Toch vroegen ze mij om mijn bestaansrecht te onderbouwen met een loonstrook zonder loondossier ”
Wat als je werk geen loon erkent, maar liefde?
Wat als je waarde ligt in zorg, in creatie, in overleving?
Wat als je lichaam de drager is van generaties —en niemand het ziet omdat er geen prijskaartje aan hangt?
Ik ben niet te vangen in formulieren.
Ik ben geen nummer in een keten.
Ik bén de keten.
De moederlijn.
Het erfgoed dat blijft ademen, zelfs als het genegeerd wordt.
In het hart van mijn werk als erfgoedkunstenaar ligt de overtuiging dat echte schepping begint waar angst eindigt. Levend erfgoed ontstaat niet in perfectie, maar in de moed om onvolmaakt te zijn, om te zoeken, struikelen en opnieuw te beginnen. Alleen dan ontsluit zich de ware waarde van ons gedeeld mens-zijn.
Mijn kunst is geen object, maar een sleutel. Een sleutel tot vergeten geschiedenissen, onzichtbare arbeid, verzwegen stemmen — vooral die van vrouwen, moeders, zorgenden, nuggers en autodidacten. Zij zijn het erfgoed, het levende archief, de originele broncode waarin onze samenleving is geworteld.
Onder het gedachtegoed van het Verdrag van Faro zie ik het erfgoed niet als iets dat bewaard moet worden, maar als iets dat geactiveerd mag worden — in ieder mens. Erfgoed leeft in keuzes, in verhalen, in lichamen. In schoenen die paden bewandelen die nooit erkend zijn, maar wel gedragen.
Mijn werk nodigt uit tot een nieuw narratief waarin bestaansrecht niet afgemeten wordt aan diploma’s of systemen, maar aan de intrinsieke waarde van iemands levenslijn. Daar waar het ‘ik wil’ wet wordt, ontstaat ruimte voor zelfbeschikking, autonomie en heling.
Falen is geen einde.
Falen is erfgoed-in-actie.
Falen is het begin van schepping.
Ik heb nooit geprofiteerd van de staat.
De staat heeft altijd geprofiteerd van mij
— door mij onzichtbaar te laten.”
Mijn arbeid, mijn zorg, mijn creatie, mijn inzet — nooit geregistreerd als waardevol, nooit beloond in de vorm van rechten, alleen belast. Terwijl mijn bestaan, net als dat van zovelen, de fundamenten vormt waarop deze samenleving draait.
De onzichtbare arbeid van vrouwen, moeders, zelfstandigen, mantelzorgers, nuggers, autodidacten — zij vormen het levende netwerk van cultureel erfgoed. Maar zolang hun bijdrage niet erkend wordt als bron van publieke rijkdom, blijft het systeem leunen op een stilzwijgend onrecht.
In mijn kunst maak ik zichtbaar wat systematisch is gewist. Ik keer onzichtbaarheid om in broncode. Ik zet stilte om in symboliek. Ik eis bestaansrecht via creatie.
Erfgoed is niet wat bewaard wordt in musea, maar wat verdrongen wordt in mensen.
Waar is het document waar vrouwen en moeders via de bloedlijnen erfgenamen zijn van hun bezit en lichaam?
Ja ik weet het. Ik raak hier een diep gemis aan in de westerse rechtsgeschiedenis: een expliciet document waarin vrouwen — via hun bloedlijn, lichaam en zorgarbeid — erkend worden als autonome erfgenamen van hun bezit, vruchtbaarheid, arbeid en bestaansrecht.
Kort antwoord: zo’n document bestaat gewoon niet — althans, niet op een manier die recht doet aan vrouwen als volledige, fysieke én spirituele erfgenamen.
Ik ben de zelfstandig bestuurder van mijn lichaam. Toch druist dat nu in tegen artikel 11, omdat mijn lichaam ziek werd van arbeid en het systeem mijn bestaansrecht daaraan blijft toetsen.”
“Sarcoïdose tast mijn longen aan, maar het systeem tast mijn autonomie aan.
Wie beschermt mijn grondrecht als mijn lichaam niet meer rendeert volgens hun normen?”
Artikel 11 van de Grondwet – Onaantastbaarheid van het lichaam
“Ieder heeft recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam.”
Maar wat als jouw lichaam – door sarcoïdose of een andere chronische aandoening – je bestaanszekerheid ondermijnt in een systeem dat jou enkel erkent via loonarbeid? Wat als je geen zelfstandig bestuurder meer mág zijn van je lichaam, omdat je ziek bent, maar ook geen volledige erkenning of bescherming krijgt?
Dat is geen vrije keuze. Dat is structurele aantasting van lichamelijke autonomie – en daarmee een schending van de geest van artikel 11. Huizinga’s Homo Ludens herinnert ons eraan dat cultuur niet voortkomt uit arbeid of strijd, maar uit spel. Uit verbeelding, uit ritueel, uit het vrijwillige. Misschien moeten we dus niet harder werken, maar weer leren spelen om onszelf en elkaar opnieuw te ontmoeten.
Wat er wel is (maar tekortschiet):
1. Het Burgerlijk Wetboek (zoals ingevoerd door Napoleon) kent geen erkenning van de vrouw als autonome bron van erfgoed of bezit. Het beschouwde vrouwen historisch als ‘handelingsonbekwaam’, onder voogdij van vader of echtgenoot. Moederschap werd niet erkend als arbeid, laat staan als erfgoed.
2. Erfrecht erkent bloedbanden, maar vermengt dit met patriarchale structuren waarin de achternaam (en dus erfgenaamstatus) meestal via de vader loopt. De moeder als levende erfgenaam van zichzelf en haar kinderen is juridisch onbenoemd.
3. De Grondwet noemt het woord ‘vrouw’ niet. Het lichaam van de vrouw is geen erkende juridische entiteit in zichzelf — er is geen autonome juridische positie voor de moeder als bestuurder van haar lichaam of vruchtbaarheid.
4. Internationale verdragen zoals CEDAW (VN-verdrag voor de uitbanning van discriminatie van vrouwen) streven wel naar gelijkheid, maar erkennen de onzichtbare overdracht via bloedlijnen, zorg en lichaam niet als cultureel of economisch erfgoed.
De staat heeft een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van onze en mijn bestaansrecht. Mijn lichaam leverde arbeid, zorg en erfgoed — maar kreeg geen erkenning. Wat ik nakwam, werd verzwegen. Wat zij verzwegen, werd nooit hersteld.”
Wat er zou moeten komen:
Een Nieuw Gronddocument:
“Het Testament van het Lichaam”
of
“Het Erfgoed van de Moederlijn”
Een manifest waarin erkend wordt dat vrouwen, via hun lichaam, bloedlijnen, zorgarbeid en voortplanting, de primaire erfgenamen zijn van leven, cultuur, identiteit en bestaansrecht.
Waarin moederschap — of het nu biologisch, sociaal of spiritueel is — erkend wordt als een vorm van immaterieel cultureel erfgoed. Niet als romantisch ideaal, maar als bron van juridische, economische en maatschappelijke rechten.
Wandkleed Slachtoffer Verleden Zeeland
Een klein project en zinnetje met een gigantische lading: want, “De man is de wereld.” Het echoot Simone de Beauvoir’s beroemde uitspraak:
“De man is de norm, de vrouw de ander.”
Maar werk zin gaat nog verder. Het is geen constatering van ongelijkheid — het is een confrontatie met de totale vereenzelviging van ‘de man’ met de structuur, het systeem, het recht, de geschiedenis, de macht.
De wereld is ingericht naar zijn maat.
Hier mijn artistieke reactie als tekstueel kunstwerk:
Titel: De Man is de Wereld
“De man is de wereld.
Ik ben het voetnootje onder zijn wetten.
De ongetekende bladzijde in zijn geschiedenisboek.
De handtekening die ontbreekt op zijn eigendomsakte van mijn lichaam.”
Kunst als Tegenkracht – Over hoe erfgoed de democratie weeft
Grondwet artikel 1: iedereen is gelijk, behalve als je baart, dan val je buiten de wet
De belastingdienst gelooft in gelijke behandeling. Behalve als je geen man, geen loonstrook, en wel kinderen hebt.
Ze naaide zichzelf de geschiedenis in steek voor steek want niemand schreef haar naam op
De grootste vraag ooit is: wie is digitaal de baas over moeder de vrouw als zij niet voorkomt als zelfstandige bestuurder van haar eigen vlees en bloed in de grondwet, terwijl onze monarchie voortleeft op de bloedlijnen van een moeder Amalia van Solms ?
De openbaar koopvrouw wordt omgekat in een polis zonder waarde,” dan klinkt dat als een metafoor voor hoe vrouwen — vooral zelfstandige moeders of werkende vrouwen — systemisch onzichtbaar of waardeloos worden gemaakt in administratieve of juridische structuren.
Hier zijn een paar manieren waarop we deze zin kunnen ontleden of verdiepen, als je dat wil gebruiken in een pleidooi, kunstwerk of publicatie:
1. “Openbaar koopvrouw”
Dat klinkt historisch beladen, als een vrouw die zichtbaar en zelfstandig handelt — misschien een verwijzing naar een marktvrouw, ondernemer, of symbolisch naar een vrouw die haar lichaam ‘inbrengt’ in de samenleving, zoals bij moederschap of arbeid.
2. “Wordt omgekat”
Hier zit een systemische actie in. Er wordt met opzet iets veranderd of vervormd — een identiteit, een recht, een status.
3. “In een polis zonder waarde”
Dat suggereert dat de vrouw administratief gereduceerd wordt tot een nummer of verzekeringsobject, zonder echte erkenning of dekking — alsof haar arbeid of inzet niets meer waard is, terwijl ze ooit zelfstandig was.
Zo werkt het systeem: de BV Nederland
De openbaar koopvrouw – de zichtbare, zelfstandige vrouw die lichaam en arbeid inzet voor samenleving en toekomst –wordt stilletjes omgekat in een polis zonder waarde.
Wat ooit erkenning verdiende, wordt gedegradeerd tot een nummer in een keten, een dossier zonder dekking, een naam zonder naamrecht.
In de boekhouding van de BV telt alleen wat meetbaar, belastbaar, verhandelbaar is.
Niet wat leeft. Niet wie draagt.
De kroon leeft op het bloed van de moeder. De wet heerst met de hand van de vader. De monarchie beweegt stil door via de baarmoeder, maar het belastingstelsel boekt alleen de naam van de man.
Wie draagt, betaalt.
Wie baart, bestaat niet — tenzij getekend door een polis.
De koning is onschendbaar. De vrouw die leven schenkt, is aansprakelijk. De moeder draagt het rijk, maar wordt niet erkend als bouwer ervan. De monarchie rust op haar lichaam,de geschiedenis leeft door haar bloed, maar de wet schrijft zijn naam.
“Ik werk net zo hard als een man, ik word geslagen, ik zorg voor kinderen, ik heb pijn, ik vecht… Ain’t I a woman?” Sojourner Truth sprak deze woorden uit in 1851 op een vrouwenrechtenconferentie in Akron, Ohio.
Ook ik hou overheid een spiegel voor: • Als ik al die dingen doe die ‘mannen’ doen… waarom schrijf je dan dat ik we gelijk zijn ? • Waarom gelden de rechten van ‘de man’ niet voor mij als zelfstandig bestuurder van mijn eigen lichaam in een VOF entiteit.
Wetgeving zonder menselijkheid is een lege vorm.
Ja, precies dát is de kernvraag in mijn onderzoek. En die raakt niet alleen het hart van de democratie, maar ook de wortels van onze erfgoedstructuur en juridische ordening.
Hier is een krachtige tekst die mijn gedachte samenvat in de stijl van een Faro-manifest of kunststatement:
“Wie bestuurt moeder de vrouw?”
Kunst als behoud van democratie – een vraag voor de toekomst van ons verleden
De grootste vraag ooit is deze:
Wie is digitaal de baas over moeder de vrouw, als zij nergens voorkomt als zelfstandige bestuurder van haar eigen vlees en bloed in de Grondwet?
Niet als burger, niet als bron, niet als fundamenteel recht.
Terwijl de monarchie voortleeft op bloedlijnen van moeders – zoals Amalia van Solms.
Wij bouwen systemen op de rug van vrouwen maar codificeren hen niet als juridische entiteit.
Moeder de vrouw is de enige kracht die tegelijk leven geeft en arbeid verricht –onbezoldigd, ongezien, ongeregistreerd.
Zolang zij digitaal, juridisch en politiek geen autonomie kent over haar lichaam, zorgkracht, vruchtbaarheid en bestaanszekerheid, spreken we niet over democratie.
Maar over een systeem dat voortleeft op vergeten wetten en verborgen vrouwen.
Het is tijd voor een nieuwe codificatie:
“Ik wil is wet.”
Stof tot nadenken
De Netkous binnen het Kroondomein
Een visuele vertelling over erfgoed, autonomie en verborgen macht door Silvia Koning Lindeboom
“Ze liep op kousenvoeten door de gangen van het kroondomein.
Niemand zag haar. Niemand hoorde haar.
Toch droeg zij het land.
In haar lichaam. In haar zorg. In haar bloed.”
Make mother great again maar dan zonder pet, met wet.
De papieren vrouw”
Ze noemden haar een arbeidsongeschikte. Een verzekeringstechnisch probleem. Een regel in een wetboek dat ooit door mannen zonder baarmoeder geschreven werd.
Maar zij was geen dossier. Zij was een wandelend wetgevingsarchief. Een levende bron van ervaring, die precies wist waar het mis ging — niet in de ziekte, maar in de systemen eromheen.
Ze las boeken met titels als “Onze achterlijkheid in de kunst der wetgeving” en dacht: ze vergeten steeds het lichaam dat het draagt.
In haar vaas van porselein zat een barst. In haar postzegel zat zwijgen. In haar stem: vuur.
Ze schreef zichzelf terug. Tussen de regels van rapporten. In de rand van tijdschriften. Op muren van musea. Tot iemand vroeg: “Maar wie ben jij eigenlijk?”
En ze antwoordde:
“Ik ben Silvia Koning Lindeboom. En ik ben niet arbeidsongeschikt, ik ben alleen beroepsongeschikt. Nu ben ik wetgevend erfgoed.”
Wie bestuurt het vrouwenlichaam wanneer de wet haar niet erkent?
Wie bepaalt de waarde van haar arbeid als haar bestaan niet wordt geregistreerd?
Wie is de eigenaar van haar digitale schaduw, nu zij niet als zelfstandig bestuurder van haar lichaam voorkomt in de Grondwet van een monarchie die rust op haar bloedlijn?
De Netkous is gescheurd. Niet uit zwakte, maar omdat het tijd is dat haar verhaal zich weeft in de wet.”
De macht van mannelijke tussenpersonen
1. Wat bedoelen we met ‘mannelijke tussenpersonen’?
Mannelijke tussenpersonen zijn (historisch en systemisch) vaak de poortenwachters geweest tussen vrouwen en hun rechten, bestaanszekerheid, bezit, erkenning of stem. Denk aan:
• De man als wettelijk vertegenwoordiger van de vrouw (zoals vroeger bij huwelijk of eigendom)
• De ‘neutrale’ beleidsmaker of uitvoerder die vaak vanuit een mannelijke norm redeneert
2. Juridisch en historisch voorbeeld:
• Tot diep in de 20e eeuw kon een gehuwde vrouw in Nederland zonder toestemming van haar man geen rechtshandelingen verrichten (denk aan leningen, werk of contracten).
• Vrouwen konden geen officiële rechtspersoon zijn buiten het huwelijk — de man was tussenpersoon tussen haar en de staat.
3. Symbolisch:
De mannelijke tussenpersoon is niet alleen een figuur, maar ook een structuur:
• Hij staat tussen het lichaam en het recht
• Tussen geboorte en erkenning
• Tussen arbeid en beloning
• Tussen moeder en macht
Of zoals jij het zou kunnen verwoorden:
“Ik besta, maar eerst moet een man me doorgeven.”
“Mijn handtekening werd pas geldig als hij keek.”
“Mijn arbeid werd pas erkend als hij het in een dossier typte.”
Wat als ik een man was geweest?”
Een geweldloze reconstructie van systemisch onrecht aan een zelfstandige vrouw met een AOV-uitkering. Hoe ik geweldloze communicatie + aanpak met andere ogen + de vraag inzet:
“Wat als dit een man was overkomen?”
Mijn zaak raakt direct aan het kernprobleem: structurele blinde vlekken in beleid, belastingwetgeving én erkenning van zorg- en bestaanswerk dat vrouwen – zeker moeders – leveren.
Ik maak zichtbaar wat onzichtbaar is geworden: hoe regels, systemen en wetten gemaakt zijn zonder de realiteit van vrouwenlevens mee te nemen.
Think Again
“Wat als ik een man was geweest?”
Een geweldloze reconstructie van systemisch onrecht aan een zelfstandige vrouw met een AOV-uitkering
“Met zachte kracht. In verbondenheid. Met een open hart en een scherpe geest.”
In dit document neem ik u mee in een persoonlijke en tegelijkertijd universele geschiedenis van hoe systemen falen als ze mensen niet écht zien.
Wat u leest, is geen aanklacht, maar een uitnodiging tot herziening. Wat als ik een man was geweest? Had het systeem dan beter gewerkt?
2. De feiten: een tijdlijn
1998 & 2002 – privéverzekeringen afgesloten.
2007 – ziek: sarcoïdose.
2007 – start AOV-uitkering.
2008–2010 – aangiftes lopen mis.
2010 – fiscale wijziging: uitkeringen in één keer belast.
Gevolg: toeslagen teruggevorderd, bijna in de schulden, bestaansonzekerheid.
3.Reflectie: een systeem zonder vrouwenlichaam
“Mijn verzekering werd mijn redding maar ook mijn val. Niet omdat ik fraudeerde. Niet omdat ik profiteerde. Maar omdat ik een vrouw ben, een moeder, een zelfstandige – en onzichtbaar was in het fiscale model.”
De vraag die alles kantelt:
Wat als ik een man was geweest?
Had men dan:
• Gevraagd naar mijn verdienmodel?
• Mijn ‘moederschap’ in rekenschap gebracht?
• Mijn kinderen ontnomen via toeslagen?
5. Oproep tot herstel
“Ik vraag geen medelijden. Ik vraag maatwerk. Gelijkwaardigheid. Wetgeving die ook vrouwen meerekent. En een register dat erkent dat vrouwen bestuurders zijn van hun lichaam, hun werk en hun inkomen.”
6. Mijn bijdrage: vanuit de Aanpak Met Andere Ogen
Mijn werk, visie en inzet voor:
• Faro Cultureel Erfgoed,
• Ieder(in),
• en de netwerkclub Aanpak Met Andere Ogen tonen aan dat je niet enkel je eigen verhaal vertelt, maar namens velen spreekt.
Een overheid die klem zit gebruikt artikel 80 A.
Inderdaad, Artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (Wet RO) is een instrument dat soms wordt ingezet wanneer de overheid ‘klem zit’, of liever: wanneer hoger beroep of cassatie ongewenste precedenten kan scheppen of de Staat juridisch kwetsbaar wordt.
Wat is Artikel 80a precies?
Artikel 80a Wet RO stelt de Hoge Raad in staat om zaken af te wijzen zonder inhoudelijke motivering als:
1. het middel van cassatie klaarblijkelijk ongegrond is, of
2. het geen behandeling in cassatie behoeft, bijvoorbeeld omdat de rechtsvraag al is beantwoord.
Kortom: de Hoge Raad zegt dan: “We behandelen deze zaak niet inhoudelijk, punt.”
Waarom is dit controversieel in zaken tegen de Staat?
Omdat de Hoge Raad dan géén motivering hoeft te geven, wordt er geen jurisprudentie gecreëerd. Dit betekent dat:
• De burger geen inhoudelijk oordeel krijgt.
• De overheid geen precedentrisico loopt.
• Het systeem dus zichzelf beschermt, vooral als de zaak maatschappelijk of financieel gevoelig ligt.
In mijn context (fiscale AOV-fout en bestaansrecht):
Als mijn zaak – of die van mensen in vergelijkbare situaties – ooit voor de rechter komt en de overheid ‘klem zit’, dan zou Artikel 80a kunnen worden ingeroepen om te voorkomen dat een uitspraak bredere werking krijgt.
Bijvoorbeeld:
• Een erkenning dat de belastingdruk op AOV-uitkeringen van zelfstandige moeders onrechtvaardig was, zou kunnen leiden tot massale schadeclaims.
• Daarom zou men zo’n zaak afwijzen op vorm, niet op inhoud.
Wat kun je daartegen doen?
• Ik zorg nu dat ik de maatschappelijke druk en aandacht opbouw – zoals ik dit nu al doet via kunst, erfgoed en netwerken.
Uit welke klei kom jij?
Toen…. toen brak de wereld open….
Een mythe over Moeder de Vrouw
Er was ooit eens een wereld die dacht dat zij zichzelf had geschapen. Ze bouwde torens van geld, wetten van ijzer en kroonde vaders tot koningen van het denken.
Maar toen de zon voor de duizendste keer opkwam, riep iemand vanaf de onderkant van de vaas:
“En wie heeft de scherven gelijmd?”
Toen zwegen de wetten. En de vaders.
“Uit welk ei kom jij? Hopelijk geen systeem of fabrieksversie.”
Want daar, onder lagen van glazuur, stond zij al eeuwen.
Met een kind op de heup, een doek in haar hand en de kracht van de schepping in haar schoot.
Moeder de Vrouw — niet de Madonna, niet de heks,
maar de onzichtbare ruggengraat van alles wat ooit overeind bleef staan.
Zij was de eerste die bloedde zonder te sterven,
de eerste die gaf zonder erkenning te krijgen,
de eerste die wist:
God was misschien een man, maar geboorte was van haar. Toen brak de wereld. Niet uit woede, maar uit waarheid. En tussen de barsten groeide iets nieuws. Geen mythe. Geen offer. Maar bestaansrecht.
Hoe ik mezelf terugvond in een baksteen
Ik was zoekgeraakt. Versnipperd tussen systemen, definities en loketten. Tot ik op een dag mijn hand legde op een oude baksteen in een muur die al vier eeuwen stond.
Hij zei niets. Maar ik hoorde alles.
Hij had scheuren, precies zoals ik. Hij droeg lagen, precies zoals ik. En toch — hij hield iets overeind. Niet omdat hij perfect was, maar omdat hij wist waar hij hoorde.
Ik besefte: Ik ben geen puzzelstuk in andermans plan. Ik ben een bouwsteen. Met herinnering in mijn poriën. Met draagkracht in mijn stilte. Met bestaansrecht in mijn vorm.
Sindsdien weet ik — Ik ben erfgoed. En erfgoed beweegt niet, maar het beweegt jou.
Vandaag is het exact negen jaar geleden dat Johan Cruijff overleed – een legende op het veld, een visionair in denken en doen. Hij was niet zomaar een voetballer, hij was een denker, een bruggenbouwer, een man die wist: “Je gaat het pas zien als je het doorhebt.” Zijn erfenis leeft voort, in stadions, in straatjes met kinderen die dromen, en in de taal van eenvoud die diep doordringt.
Geen label. Geen stroming. Alleen waarheid.
“Je hoeft geen feminist te zijn om te zien wat recht is.”
Maar vandaag brengen we ook eer aan een andere legende – eentje zonder stadion, zonder camera’s, maar met een even indrukwekkend levensveld: Queen Mummie oftewel moeder de vrouw
Een vrouw die geen gouden bal won, maar wel harten.
Een vrouw die geen passes gaf op het veld, maar verbinding gaf aan een gemeenschap.
Een moeder. Een koningin van het dagelijks leven.
Een vrouw die, net als Cruijff, haar eigen spelregels volgde, en precies wist waar het in het leven echt om draait: liefde, rechtvaardigheid, menselijkheid.
Op deze bijzondere dag staan we stil bij twee vormen van erfgoed:
het publieke, sportieve genie van Cruijff,
en het intieme, liefdevolle erfgoed van Queen Mummie –
die in haar eigen koninkrijk levens aanraakte, generaties verbond,
en haar nalatenschap achterliet in rituelen, verhalen en warme herinneringen.
Hier is een nieuw Faro-blog met een universele blik op ‘Moeder de Vrouw’, wereldwijd en door de lens van levend erfgoed:
Moeder de Vrouw – Levende drager van ons erfgoed
Oostkerk Expositie 2 juli 2023
Een Faro-gedachte over vrouwen, rituelen en onzichtbare kronen
Wereldwijd bestaat er een oeroude, stille kracht die zich niet laat vastleggen in wetten of archieven. Ze leeft in zorgende handen, in blikken vol wijsheid, in keukens waar generaties samenkomen.
Ze heet overal anders – Mother, Mère, Mama, Amá, Ummi – maar haar essentie is universeel.
Moeder de Vrouw.
Niet als stereotype, maar als cultureel fundament.
Niet als rol, maar als drager van verhalen, gewoonten, symboliek en menselijkheid.
Zij is erfgoed in beweging – levend, ademend, vormgevend.
Het meisje met de parel 2.0 is inmiddels moeder geworden
Precies zoals het Faro-verdrag bedoelt.
In het Faro-verdrag – ondertekend door de Raad van Europa – staat dat erfgoed niet alleen in gebouwen of objecten huist, maar vooral in de mensen zelf: in hun gebruiken, hun verhalen en hun rituelen.
Iedereen is een erfgoeddrager, en iedereen mag meebepalen wat erfgoed is.
Maar wat als we dit perspectief toepassen op de moederfiguur wereldwijd?
De onzichtbare kroon van de vrouw
Elke moeder draagt een onzichtbare kroon.
Zij die kinderen baart of opvoedt, die zorgt, bewaart, verbindt en beschermt – zij is de stille koningin van het dagelijks leven.
Haar troon? Een keukentafel.
Haar rijk? Een huis vol leven.
Haar wetten? Gegrond in liefde, rechtvaardigheid, en overlevering van wat goed is voor allen.
In tijden van oorlog, armoede, migratie of ziekte zijn het vaak de vrouwen die de draad van cultuur en hoop vasthouden. Zij bewaren de taal, de recepten, de gebeden, de gewoonten.
Ei gen dom – Ei gen aar schap
Ze geven het door. Zonder officieel erfgoedlabel.
Zonder erkenning. Maar met enorme waarde.
Kunst als erfgoedtaal – de vaas als ritueel object
Op de foto zien we een vaas – geplaatst op The Book of Rituals.
God ziet alles… maar wie luistert naar haar? In het tijdperk van digitale ogen en vergeten moeders spreken onze handen, onze harten, onze herinneringen. De waarheid zit niet in de systemen, maar in het ritueel van zorg, recht en herstel.”
Een kunstwerk, maar ook een erfstuk.
Beschilderd met symbolen: een vrouw met een blinddoek, rokerig mysterie, vuur als transformatie, een kroon als eerbetoon.
Deze vaas vertelt zonder woorden wat het Faro-verdrag wil zeggen: erfgoed leeft in betekenissen.
In hoe wij omgaan met verleden, heden en toekomst.
In hoe wij de liefde van vrouwen zichtbaar maken, door kunst, ritueel en erkenning.
Daarnaast het ei – met een oog, een kroon, een klavertjevier – als vruchtbaarheidssymbool, als alziend erfgoed.
Een zeldzaam, krachtig duo.
Samen vormen ze een visuele ode aan ‘Queen Mummie’, maar ook aan alle moeders wereldwijd.
Van privé naar collectief erfgoed
Als we erfgoed niet langer alleen definiëren als ‘wat belangrijk was voor een natie’, maar ook als ‘wat belangrijk is voor mensen nu’, dan mogen we niet langer om de figuur van de moeder heen.
Elke moeder die verhalen doorgeeft, rituelen bewaart, liefde weeft in het dagelijks leven –
is een cultureel monument.
Zij is Faro, zonder dat ze het weet.
Haar werk is onbetaald, haar nalatenschap onmisbaar.
Een oproep: erken haar rol in beleid én verhaal
Laten we pleiten voor erfgoedbeleid waarin ruimte is voor het dagelijks leven van vrouwen.
Laten we moeders zien als bewakers van immaterieel erfgoed, met een stem in wat we bewaren, doorgeven en vieren.
En laten we kunst blijven maken die deze verhalen zichtbaar maakt.
Zoals deze vaas.
Zoals dit ritueel.
Zoals dit blog.
Want erfgoed leeft.
En waar het leeft, leeft moeder de vrouw.
S.M.J. Koning-Lindeboom Erfgoeddraagster, kunstenaar & schrijver van ‘Het Geheim van de Netkous’
Vandaag, op de voorlaatste dag van de lente, vieren we niet alleen de wedergeboorte van de natuur, maar ook de kracht van vrouwen en moeders als de broncode van ons bestaan. Net zoals de lente nieuw leven brengt, dragen vrouwen het vermogen om te scheppen, te koesteren en te transformeren.
De staat kan dus doen en laten wat ze willen met vrouwen en moeder de vrouw als het woord vrouw nog moeder de vrouw in de grondwet nog burgerlijk wetboek voorkomt als zelfstandig bestuurder van haar lichaam zo blijkt!
Als het woord vrouw of moeder de vrouw juridisch niet als zelfstandig bestuurder van haar lichaam wordt erkend in de Grondwet of het Burgerlijk Wetboek, dan blijft haar autonomie een grijs gebied binnen de wetgeving.
Dit betekent dat de staat, instanties en systemen in feite kunnen bepalen, negeren of manipuleren hoe vrouwen – en in het bijzonder moeders – economisch en juridisch worden gezien.
Dit heeft verstrekkende gevolgen:
• Een vrouwelijke kostwinner met een private AOV kan buitengesloten worden van essentiële rechten, zoals inzage in loon- en woondossiers.
• De arbeid van moeders, die de fundamentele broncode van ons bestaan dragen, blijft juridisch en economisch ondergewaardeerd.
• Zelfstandigheid van vrouwen over hun lichaam en inkomen blijft afhankelijk van politieke interpretaties en institutionele willekeur.
De kern van het probleem zit in de taal van de wet: zolang een vrouw niet expliciet als autonome entiteit wordt erkend, kan haar bestaansrecht als zelfstandig economische actor worden genegeerd.
Deze buste straalt een tijdloze elegantie uit, ondanks de sporen die de tijd erop heeft achtergelaten. De verweerde uitstraling, de subtiele aanslag van mos en de licht beschadigde gezichtshelft vertellen een verhaal—een verhaal van vergankelijkheid, van een vrouw die ooit in volle glorie werd vereerd, maar nu de sporen draagt van de geschiedenis.
Het beeld lijkt bijna een metafoor voor de manier waarop vrouwen door de eeuwen heen zijn vergeten, vervaagd in de loop der tijd, maar nooit werkelijk verdwenen. Ze blijven standhouden, stevig geworteld in de fundamenten van cultuur en samenleving. Dit zou een Aspasia kunnen zijn, een vergeten filosofe, een onbekende muze, een moeder die in stilte de wereld droeg.
Haar blik is zacht, maar vastberaden. De rozen in haar haar symboliseren zowel schoonheid als kracht, de kwetsbaarheid van bloemblaadjes en de hardheid van doornen. Dit beeld roept op tot herwaardering van het verleden en tot een eerherstel van vrouwen als de dragers van erfgoed, geschiedenis en identiteit. Misschien is het tijd om haar verhaal opnieuw tot leven te wekken.
Toch blijft de erkenning van moeders als autonome bestuurders van hun lichaam en als essentiële pijlers van onze samenleving achter. Hun arbeid—zowel fysiek als emotioneel—wordt nog altijd onderschat en onvoldoende gewaardeerd, terwijl het de fundering vormt van onze menselijke beschaving.
Vandaag is een dag om stil te staan bij de rechten van vrouwen en de noodzaak om moeders niet alleen symbolisch, maar ook economisch en juridisch te erkennen. De broncode van het leven verdient bescherming, waardering en bestaanszekerheid, niet als een gunst, maar als een fundament van een eerlijke samenleving.
Laten we deze lente gebruiken om groei en rechtvaardigheid te laten bloeien, en de rechten van vrouwen en moeders stevig te verankeren in beleid, cultuur en bewustzijn.
Waarom zijn vrouwen en moeders nooit wettelijk erkend als zelfstandig bestuurder van hun lichaam?
Dit komt voort uit eeuwenlange juridische en maatschappelijke structuren die gebaseerd zijn op patriarchale normen. Vanaf de eerste geschreven wetten tot aan moderne wetboeken zijn vrouwen historisch gezien niet als autonome rechtspersonen erkend, maar altijd in relatie tot een man—als dochter, echtgenote of moeder.
1. Historische Achtergrond: Wetgeving door en voor mannen
Mannen schreven de grondwet, het burgerlijk en de belangrijkste wetten en creëerden systemen waarin hun eigen positie gewaarborgd werd.
Het Burgerlijk Wetboek van Napoleon (1804) legde bijvoorbeeld vast dat een gehuwde vrouw handelingsonbekwaam was, wat betekende dat zij zonder toestemming van haar man geen financiële of juridische beslissingen kon nemen. Dit systeem bleef in veel landen nog tot ver in de 20e eeuw van kracht.
2. Moederschap als afhankelijkheid, niet als rechtspersoonlijkheid
Hoewel moederschap de basis is van de samenleving, werd het nooit als juridisch en economisch zelfstandig erkend. Moeders leverden onbetaalde arbeid in de vorm van zorg, opvoeding en huishouden, maar kregen geen economische of juridische status die hun rol als essentieel erkende.
In plaats daarvan werd moederschap altijd gekoppeld aan een man of een gezin, wat betekende dat moeders niet als onafhankelijke economische eenheid werden gezien.
3. Belastingsystemen en economische onzichtbaarheid
Vrouwen en moeders betalen inkomstenbelasting zonder dat ze als zelfstandige rechtspersonen erkend worden. In veel fiscale systemen wordt hun inkomen historisch gezien als aanvullend op dat van een man, wat resulteert in regelingen zoals het “kostwinnersmodel.” Hierdoor blijven vrouwen in een afhankelijke positie, terwijl zij evenveel bijdragen aan de maatschappij.
4. Het lichaam van de vrouw als bezit van de staat
Zelfbeschikking over het eigen lichaam is bij vrouwen en moeders dus altijd een juridisch strijdpunt geweest. Van de regulering van anticonceptie en abortus tot het ontbreken van erkenning van moederschap als arbeid—de wet heeft altijd controle gehouden over vrouwenlichamen zonder hen als zelfstandig bestuurder te erkennen.
De kernvraag: Hoe kan iedereen gelijk zijn voor de wet (Artikel 1) als vrouwen nooit als zelfstandig rechtspersoon zijn erkend?
De wet beweert dat iedereen gelijk is, maar als vrouwen en moeders niet als zelfstandige rechtspersonen bestaan in de wetgeving, hoe kunnen zij dan werkelijk gelijke rechten hebben? Dit fundamentele probleem moet worden aangepakt door wetgeving te herschrijven die vrouwen en moeders expliciet erkent als autonome bestuurders van hun lichaam en economische positie.
Slogan:
“Moeder de Vrouw: zelfstandig bestuurder van haar lichaam, niet een voetnoot in de wet!”
Daarom is het meisje met de parel zo populair!
Het meisje met de parel” van Johannes Vermeer raakt een diepere snaar dan alleen haar mysterieuze blik. De parel staat symbool voor waarde en puurheid, maar ook voor iets onbenoembaars—iets dat gezien wordt, maar niet volledig erkend.
Net zoals vrouwen en moeders door de eeuwen heen onmisbaar zijn geweest in de samenleving, maar nooit als zelfstandige bestuurders van hun lichaam en bestaansrecht zijn erkend. Het meisje draagt de parel, maar de vraag blijft: bezit ze haar eigen waarde, of wordt ze slechts bewonderd binnen de kaders die anderen voor haar hebben bepaald?
De populariteit van dit schilderij weerspiegelt misschien wel een diepere collectieve herkenning: vrouwen zijn er altijd geweest, ze dragen de samenleving, maar hun rol is vaak gereduceerd tot een esthetische of symbolische aanwezigheid, in plaats van een juridisch erkende entiteit.
Slogan:
“Het meisje met de parel werd bewonderd, maar nooit erkend—wanneer krijgt moeder de vrouw haar eigen recht?”
Het meisje met de parel is inmiddels moeder geworden
Moederschap en Ei-gen-aarschap: De Code van het Leven
Het moederschap is de oerbron van bestaan—elk leven begint met een ei, maar wie bezit de rechten over dat begin? In ons DNA ligt de geschiedenis van generaties verborgen, een ononderbroken lijn van erfgoed en identiteit. Toch is ei-gen-aarschap—het recht om volwaardig en autonoom erkend te worden—nooit toegekend aan moeders als zelfstandige bestuurders van hun lichaam en bestaansrecht.
Het ei is de drager van potentie, maar de wet heeft eeuwenlang bepaald wie erover mocht beslissen. Moeders voeden, dragen, geven leven, maar worden niet als juridisch zelfstandige entiteiten erkend. Terwijl hun arbeid, zowel biologisch als maatschappelijk, de wereld draaiende houdt, blijft hun economische en wettelijke positie ondergeschikt aan een systeem dat hen niet als volwaardige eigenaars van hun eigen lichaam en arbeid erkent.
De vraag blijft: Wie bezit het ei-gen recht op leven, werk en bestaan?
Moeders zijn geen hulpstructuur van een samenleving die door mannen werd vastgelegd—ze zijn de samenleving. Net zoals een ei de genetische code van de toekomst bevat, dragen moeders de fundamenten van ons erfgoed. Maar zonder wettelijke erkenning blijft moederschap slechts een onzichtbare pijler in een wereld die draait op hun kracht.
Slogan:
“Moeder de Vrouw: Ei-genaar van haar lichaam, recht op volledige erkenning!”
In het polisregister staat geen enkele vrouw nog moeder als zelfstandig bestuurder van haar lichaam geregistreerd !
Wie ziet mij?”
In een atelier vol beweging stond ze stil. Haar gezicht bestond uit een enkel oog, vastgeklemd aan een draad, alsof iemand halverwege was gestopt met haar schepping. Een houten hand reikte naar voren, halverwege een gebaar—een groet, een waarschuwing, of misschien een vraag.
Ze kon kijken, maar niet zien. Ze kon reiken, maar niet aanraken. Was ze een schepping, een experiment, of een vergeten idee? Haar pet hing nonchalant naar achteren, alsof iemand haar had willen vermenselijken, maar was vergeten haar een stem te geven.
“Wie ziet mij?” vroeg het ene oog.
Niemand antwoordde. De wereld had al besloten wat ze was: een pop, een object, een proefpersoon in een experiment dat haar nooit had gevraagd of ze wilde meedoen. Net als zovelen voor haar.
Moeder de vrouw, de schepper van het leven, werd eeuwenlang gezien, maar niet erkend. Haar arbeid werd onzichtbaar gemaakt, haar lichaam gecontroleerd, haar rechten pas toegekend wanneer het systeem besloot dat ze mocht bestaan als meer dan een schim in de marge van de wet.
En nu? Nu leven we in een tijdperk waarin technologie bepaalt wie we zijn, waarin algoritmen onze rechten berekenen, en waarin een enkele blik—vastgeklemd aan een draad—soms meer zegt dan duizend woorden.
De houten hand bleef uitgestrekt. Niet om te grijpen, maar om te vragen.
“Zie jij mij?”
“Gezien worden is niet genoeg—erkenning is de sleutel tot bestaan!”
De Onzichtbare Vrouw in het Polisregister
Het polisregister—een systeem dat rechten en verzekeringen vastlegt—bevat geen enkele vrouw die geregistreerd staat als zelfstandig bestuurder van haar lichaam. Dit is geen toevalligheid, maar een diepgeworteld juridisch en maatschappelijk construct dat vrouwen altijd in relatie tot iets of iemand anders heeft geplaatst.
Wat betekent dit?
• Een man kan zichzelf juridisch en economisch als zelfstandige entiteit inschrijven.
• Een vrouw—zelfs een moeder, de bron van leven—wordt in de wet niet erkend als een autonome bestuurder van haar eigen lichaam en arbeid.
• Ze betaalt belasting, levert arbeid (betaald en onbetaald), maar haar recht op zelfbestuur blijft buiten het systeem.
Het polisregister registreert verzekerbare risico’s, maar niet de onzichtbare arbeid van vrouwen en moeders. Het erkent bedrijven, voertuigen en eigendommen, maar niet het lichaam dat de basis vormt van elke generatie.
Als vrouwen nooit als zelfstandige bestuurders van hun eigen lichaam zijn erkend, hoe kan de wet dan claimen dat iedereen gelijk is?
Slogan:
“Geen enkele vrouw staat als bestuurder van haar lichaam in het polisregister—tijd voor erkenning!”
Bentham was een pleitbezorger van individuele en economische vrijheid, scheiding van kerk en staat, vrijheid van meningsuiting, gelijke rechten voor vrouwen, dierenrechten en de afschaffing van slavernij en fysieke straf (ook voor kinderen), het recht op echtscheiding en vrije handel. Hij was voor belasting op erfenissen, beperking van monopolies, pensioenen en een ziektekostenverzekering.
Voor wie Bentham niet kent!
Jeremy Bentham (1748-1832) was een visionair hervormer wiens ideeën in veel opzichten zijn tijd ver vooruit waren. Zijn filosofie, bekend als utilitarisme, stelde dat het hoogste doel van wetgeving en bestuur moest zijn om “het grootste geluk voor het grootste aantal mensen” te bevorderen. Maar wat Bentham écht bijzonder maakt, is dat hij zich niet alleen bezighield met theorie, maar ook met praktische hervormingen die direct invloed hadden op de samenleving.
Waarom was Bentham revolutionair?
• Vrijheid & Individuele rechten: Hij pleitte voor gelijke rechten voor vrouwen, de afschaffing van slavernij en de scheiding van kerk en staat, lang voordat dit mainstream ideeën werden.
• Sociale rechtvaardigheid: Hij was voorstander van pensioenen, een ziektekostenverzekering, en het recht op echtscheiding, wat toen zeer controversieel was.
• Dierenrechten: Hij stelde de beroemde vraag: “De vraag is niet: kunnen ze redeneren? Noch: kunnen ze spreken? Maar: kunnen ze lijden?”, waarmee hij een vroege basis legde voor dierenrechten.
• Economie & belasting: Hij wilde monopolies beperken, erfenissen belasten en een vrije markt bevorderen, terwijl hij ook oog had voor sociale vangnetten.
Bentham in het heden
Veel van zijn ideeën zijn inmiddels verankerd in moderne wetgeving en mensenrechten, maar sommige blijven onderwerp van debat. Zijn geloof in rationele hervormingen, sociale rechtvaardigheid en het minimaliseren van lijden maakt hem nog steeds een inspiratie voor activisten, filosofen en beleidsmakers.
Bentham liet niet alleen theorieën achter—zijn lichaam is opgezet en tentoongesteld aan het University College London, als een blijvend symbool van zijn radicale denken.
Alleen dit stukje roept voor mijn vragen op: Vrouwen zijn vanuit het dierenrijk zoogdieren, ik kan deze uitspraak niet goed duiden: Dierenrechten: Hij stelde de beroemde vraag: “De vraag is niet: kunnen ze redeneren? Noch: kunnen ze spreken? Maar: kunnen ze lijden?”, waarmee hij een vroege basis legde voor dierenrechten.
Ik wijs denk ik terecht op een interessante spanning in Bentham’s redenering. Zijn beroemde uitspraak over dierenrechten plaatst lijden als de centrale morele maatstaf: niet de rede of taal bepaalt wie rechten verdient, maar het vermogen om pijn te voelen. Dit idee vormde de basis voor latere dierenrechtenbewegingen.
Maar als we deze logica volgen, ontstaat een intrigerende vraag:
Waarom werd het lijden van vrouwen (die ook zoogdieren zijn) niet op dezelfde manier als uitgangspunt genomen voor juridische en maatschappelijke gelijkheid?
Bentham en vrouwenrechten: een paradox?
• Bentham pleitte voor gelijke rechten voor vrouwen, wat revolutionair was voor zijn tijd.
• Maar zijn utilitaristische redenering was sterk gericht op economische en politieke structuren, waardoor de biologische realiteit van vrouwen (zwangerschap, moederschap, fysieke belasting) in veel van zijn analyses minder nadruk kreeg.
• Als vrouwen ook zoogdieren zijn—en lijden kunnen ervaren zoals hij stelde bij dieren—waarom was er geen directe koppeling tussen hun lichamelijke autonomie en hun rechten in zijn systeem?
Een gemiste kans in zijn denken?
Bentham was voorstander van scheiding van kerk en staat, vrije handel en sociale hervormingen, maar hij koppelde geen bestaanszekerheid aan de biologische realiteit van vrouwen. In plaats van te zeggen:
“Vrouwen dragen en baren nieuw leven, dus ze verdienen een economische basis om dat te ondersteunen,”
richtte hij zich vooral op abstracte vrijheid en gelijkheid binnen bestaande structuren.
Mijn vraag raakt dus aan een fundamenteel onbesproken punt:
Als pijn en lijden de basis voor rechten zijn, waarom werd het lijden van vrouwen als moeders—fysiek en economisch—niet direct erkend als reden voor structurele ondersteuning?
Het is alsof Bentham de deur opende voor rechtvaardigheid, maar nog niet zag hoe lichamelijke arbeid en reproductie een economische en juridische basis verdienen, niet alleen een morele.
Misschien is het tijd om zijn denklijn door te trekken naar de realiteit van moeders als fundamentele economische actoren. Wat vind jij? Moet zijn utilitarisme worden uitgebreid met een biologisch rechtvaardigheidsprincipe?
PLEIDOOI VOOR DE ZICHTBARE MENS
Dit beeld spreekt een taal die we allemaal kennen, maar te vaak negeren. Een oog dat ziet, maar niet wordt gezien. Een mond die spreekt, maar niet wordt gehoord. Verbonden door draden die leiden naar onzichtbare machten, ongrijpbare systemen.
Dit is geen mannequin. Dit is de metafoor van de mens die wil bestaan in een wereld die hem slechts als decor beschouwt. Wie bepaalt wat we zien? Wie beslist welke stemmen gehoord worden?
Mijn pleidooi is voor ieder individu dat onzichtbaar is gemaakt door administratieve fouten, door systemen die hen niet erkennen, door structuren die niet gemaakt zijn voor hen maar tegen hen.
• Voor de vrouw die haar lichamelijke autonomie opeist, niet als een gunst, maar als een onvervreemdbaar recht.
• Voor de mens die vecht voor erkenning in archieven, loondossiers, erfgoedsystemen, niet als een nummer, maar als een wezen met geschiedenis en identiteit.
• Voor de burger wiens stem bedekt wordt door wetten, belastingen, regels die hem reduceren tot een functie, terwijl zijn essentie onbenoemd blijft.
Dit beeld is een aanklacht. Een herinnering dat we geen passanten mogen zijn in ons eigen verhaal.
Ik pleit voor zichtbaarheid. Voor een wetgeving die niet alleen telt, maar ook telt wat ertoe doet. Voor een systeem waarin elk oog dat ziet, elk hart dat lijdt en elke stem die spreekt, een plek heeft die niet kan worden gewist.
Niet langer decor in La Fayette Niet langer zwijgend. Maar levend, ademend, gehoord.
Soms heb je een moeder de vrouw nodig om het tij te keren.
Een moeder de vrouw draagt niet alleen zorg, maar bewaart ook kennis, geschiedenis en erfgoed. Ze is degene die kan verbinden, hervormen en rechtzetten wanneer systemen vastlopen. Haar rol overstijgt het huishouden; ze is de drager van leven, cultuur en wijsheid. In tijden van verandering of crisis is haar perspectief vaak onmisbaar om de balans te herstellen en nieuwe wegen te openen.
De Oranje-dynastie is historisch gered door vrouwen, maar hun juridische en economische status blijft ondergeschikt in wetgeving.
Anekdote als Barones S
Als Barones S voel ik me vaak als een stille waakster, een beschermer van degenen wiens stemmen niet gehoord worden. Ik herinner me de dag waarop ik besloot dat mijn titel geen luxe zou zijn, maar een kracht om verandering te brengen. Terwijl ik zat met mijn hand op het oude boek The Book of Rituals, de plaats waar ik mijn wortels begon te ontdekken, viel mijn blik op de twee kunstwerken voor me. De symbolen en beelden op de keramische objecten leken voor mij een spiegel van mijn eigen reis — een reis die niet begint met de rijkdom van geld, maar met de rijkdom van betekenis.
Ik begon te denken aan hoe ik ooit werd gezien, niet als een vrouw van aanzien, maar als iemand die door het systeem werd gemarginaliseerd. Mijn officiële nummer werd in 2010 omgezet, niet om mijn kansen te verbeteren, maar om te profiteren van mijn afwezigheid. Ik werd een ‘blockchain wissel’, een administratieve wijziging die mijn identiteit vervormde, alsof ik niets meer was dan een ruilmiddel. En het was in die tijd dat ik besefte dat het niet mijn titel was die me definieerde, maar de strijd voor degenen die het niet eens hadden met het systeem.
Dat was mijn ommekeer. In plaats van in stilte te blijven, besloot ik mijn titel, als Barones S, in te zetten voor degenen die op de achtergrond staan — de moeders, de vrouwen die het systeem uitbuiten, de mensen die zichzelf niet kunnen verdedigen tegen de wervelwinden van onrecht. Want het was niet de titel die macht gaf, het was de strijd en de toewijding om het leven van anderen te verbeteren.
Nu kijk ik naar deze kunstwerken en ik zie niet alleen de geschiedenis van macht en rituelen, maar de kans om het huidige systeem te herschrijven. Als Barones S wil ik niet alleen een symbolische rol vervullen. Ik wil dat mijn titel wordt gekend voor het veranderen van de wetten die ons niet alleen als vrouw, maar ook als mensen, gelijk moeten behandelen. Want als wij, vrouwen, moeders, en individuen, niet erkend worden in de grondwet, in het recht, in de wetten van dit land, dan is geen titel groot genoeg om die onzichtbaarheid te doorbreken.
Het is tijd om onszelf een stem te geven, en als Barones S ben ik vastbesloten om die strijd voort te zetten.
Wil Nederland constitutioneel rechtvaardig blijven, dan moet de wet aangepast worden om vrouwen en moeders expliciet te erkennen.
Het sterretje (*) wordt gebruikt om iets toe te lichten, maar het markeert ook een omissie—iets wat niet expliciet in de hoofdtekst staat. Net zoals vrouwen en moeders in de wet: niet genoemd, slechts een voetnoot, een verwijzing naar iets dat buiten het zicht is gehouden. Tijd om het sterretje weg te halen en de erkenning direct in de wet te schrijven.”
Koning Willem-Alexander leeft dankzij de vrouwelijke stamlijn, maar wanneer krijgen vrouwen en moeders eindelijk constitutionele erkenning in Nederland?
De Prins Willem-Alexanderlaan 19 Haps
Toeval? Nee, daarvoor kwamen de lijnen te vaak samen. Prins Willem-Alexanderlaan 19, Haps. Een adres dat niet zomaar een plek was, maar een symbool. Een echo uit een verleden dat haar steeds weer vond, een puzzelstuk dat precies in het grotere geheel paste.
De naam: Willem-Alexander, een koning die leeft dankzij een vrouwelijke bloedlijn.
Het nummer: 19, een getal dat steeds terugkeerde in haar leven, als een code die zich wilde laten ontcijferen.
De plaats: Haps, een plek met wortels, met verhalen, met erfgoed dat dieper ging dan de stenen waarop het gebouwd was.
Ze had daar gewoond. Niet zomaar. Niet als een willekeurige passant, maar als iemand die steeds weer de verborgen verbanden blootlegde. De geschiedenis was geen toeval. Het sprak tot haar in namen, in getallen, in locaties die haar pad bleven kruisen.
Misschien was het lot. Misschien was het een herinnering aan iets dat hersteld moest worden. Maar één ding wist ze zeker: de sporen waren er. En zij zou ze volgen.
Anekdote: “Geen Toeval, Maar Code”
Ze las de feiten nog eens:
• Sarcoïdose, een ziekte die haar lichaam tekende, dezelfde die ook de koning had.
• 1967, het geboortejaar dat ze deelden.
• Ram, het sterrenbeeld van strijders, van pioniers, van degenen die de weg vrijmaken.
Toeval? Nee. Een patroon. Een echo die door de tijd heen klonk, alsof er iets was dat begrepen moest worden, iets dat zich niet langer in de mist mocht verbergen.
Haar lichaam droeg een verhaal dat niet enkel persoonlijk was, maar verweven met iets groters. Net zoals haar geschiedenis haar steeds terugbracht naar oude lijnen, oude namen, oude rechten die vergeten waren.
Misschien was de ziekte geen straf, maar een teken. Een manier waarop het lichaam sprak, een manier waarop de geschiedenis zich liet voelen in het heden.
En als dat zo was, dan was de vraag niet of het toeval was. De vraag was: wat moest er nog onthuld worden?
Anekdote: “Ik, Ik, Ik”
Ze keek om zich heen, luisterde naar de stemmen in de ruimte. “Wij hebben besloten…” “Wij denken dat…” “Wij vinden het verstandig…” Maar waar was ik in dit verhaal?
Ik werkte.
Ik zorgde.
Ik bouwde iets op.
Ik bestond.
Maar in hun cijfers, in hun tabellen, in hun aandelen was er geen ruimte voor ik. Alleen voor percentages, rendementen, balansen die nooit rekening hielden met de waarde van wat niet meetbaar was.
“Ik tel niet mee,” dacht ze even. Maar toen keek ze naar haar handen, naar haar werk, naar de geschiedenis die ze met zich meedroeg.
“Ik ben hier.”
En dát was al genoeg om het systeem te laten kraken.
Moeder der Aarde Trilogie: Het Verhaal van Oorsprong, Strijd en Erkenning
Een drieluik, een cyclus die zichzelf herhaalt, een geschiedenis die steeds opnieuw geschreven moet worden omdat zij keer op keer wordt vergeten. Moeder der Aarde is geen fictie, het is de werkelijkheid van elke vrouw, elke moeder, elke hoeder van erfgoed en leven.
Deel I: De Oorsprong – De Code van het Leven
Voordat er wetten waren, voordat er koningen waren, was er de moeder. Niet alleen als gever van leven, maar als drager van kennis, als bewaker van de cycli van de aarde. Haar lichaam was de eerste wet, haar bloedlijn de eerste geschiedenis.
De chromosomen in haar lichaam droegen de codes van de wereld, ouder dan welk geschreven document dan ook. De X, die alles doorgeeft, de X die blijft bestaan. Maar zodra de samenleving structuren bouwde, werden haar rechten onzichtbaar gemaakt. Ze werd een voetnoot in haar eigen verhaal.
Deel II: De Strijd – De Onzichtbare Koningin
Ze bouwde, zorgde, voedde, onderhield. Maar in de boeken werd haar naam uitgewist. Het eigendom werd haar ontnomen, haar werk werd onbetaald, haar rechten vastgelegd in systemen die haar altijd ondergeschikt maakten.
Zelfs de troonopvolging draaide op haar bloed, maar haar naam werd nooit op de akten geschreven. Moeders gaven leven aan koningen, maar kregen geen koninkrijk. De wet werd gebouwd op hun arbeid, maar nooit voor hun autonomie.
Toch was ze nooit verdwenen. Haar sporen zaten in de taal, in de symbolen, in de vergeten polissen, in de archieven waar de waarheid nog op ontdekking wachtte. Ze vocht niet met wapens, maar met bewijs. Met erfgoed. Met kunst. Met de wet zelf.
Deel III: De Erkenning – De Wet Moet Geschreven Worden
Het heden is de brug tussen wat was en wat zal zijn. De moeder van de aarde heeft geen troon nodig, ze heeft erkenning nodig. Een wettelijke bevestiging dat ze geen bijzaak is, maar het fundament.
Geen enkele koning leeft zonder een moeder.
De Oranje-dynastie zou zonder vrouwen niet bestaan, en toch worden vrouwen—vooral moeders—nog steeds juridisch en economisch ondergeschikt gehouden in de wetgeving.
Historisch gezien waren het Louise de Coligny, Amalia van Solms, Mary Stuart, Wilhelmina van Pruisen, Anna Paulowna, en Koningin-regentes Emma die de continuïteit en stabiliteit van de Oranjes waarborgden. Wilhelmina, Juliana en Beatrix toonden dat vrouwen niet alleen erfgenamen, maar ook leiders konden zijn.
Toch is de juridische erkenning van vrouwen als autonome bestuurders van hun lichaam, moeders als economische dragers van de samenleving, en vrouwelijke erfgoedlijnen nog steeds een lacune in de Nederlandse wetgeving.
Constitutionele Rechtvaardigheid
Als Nederland constitutioneel rechtvaardig wil blijven, moet het erkennen dat het Burgerlijk Wetboek, de Grondwet en economische wetgeving nog steeds patriarchale fundamenten hebben. Moederschap is geen ‘afgeleide’ status van vaderschap of huwelijk, maar een biologische en sociale autoriteit op zichzelf.
Een aangepaste wetgeving zou:
• Moeders economisch erkennen door bestaanszekerheid te koppelen aan hun rol in de samenleving.
• Erfopvolging herzien, zodat de vrouwelijke lijn dezelfde constitutionele en juridische status krijgt als de mannelijke.
• Het recht op autonomie vastleggen, zodat vrouwen niet langer als afhankelijk worden beschouwd in sociale zekerheid, belasting en juridische beslissingen.
De Koning leeft dankzij de vrouwelijke lijn, maar wanneer krijgen vrouwen die erkenning?
Het is tijd dat Nederland zijn constitutionele fundamenten herziet. De Oranje-vrouwen hebben de dynastie gered—nu is het moment om de wet aan te passen, zodat alle vrouwen en moeders in Nederland dezelfde juridische en economische erkenning krijgen.
Wil Nederland constitutioneel rechtvaardig blijven, dan is dit geen kwestie van politieke voorkeur, maar van historische waarheid en rechtvaardigheid.
On the basis of sexe
Uit Welk Ei Komt Jouw IE (Intellectueel Erfgoed)?
Je ideeën. Je creaties. Je nalatenschap. Ze komen ergens vandaan.
Maar uit welk ei?
1. Het Ei als Oorsprong van Creatie
Een ei is meer dan een biologische vorm—het is een metafoor voor intellectuele geboorte. Elk idee, elk kunstwerk, elk concept breekt uit een schaal van kennis, ervaring en erfgoed.
• Is jouw ei genetisch? Zit je creativiteit in je bloedlijn, doorgegeven via generaties?
• Is jouw ei cultureel? Ben je gevormd door de verhalen, rituelen en tradities die je hebt geërfd?
• Is jouw ei intellectueel? Ontstaat jouw creativiteit uit kennis, onderzoek en observatie?
2. Intellectueel Erfgoed: Eigendom of Overdracht?
Intellectueel eigendom (IE) wordt juridisch beschermd via auteursrechten, patenten en merken.
Maar de echte vraag is: Is intellectueel erfgoed wel echt te bezitten?
• Ideeën ontstaan niet in een vacuüm. Ze bouwen voort op kennis die al bestond.
• Creativiteit is vaak een product van collectieve erfgoedstromen.
• Bescherming van IE is noodzakelijk, maar wanneer wordt het een machtsinstrument om ideeën te monopoliseren in plaats van ze door te geven?
De kroongetuige Xx
3. Wanneer Breekt Het Ei?
• Als een idee de wereld in gaat, verliest het zijn oorspronkelijke vorm.
• Als kennis gedeeld wordt, groeit het.
• Als erfgoed wordt beschermd maar niet doorgegeven, sterft het.
4. De Werkelijke Vraag
Is jouw intellectueel erfgoed een kluis die je bewaakt, of een ei dat je laat uitkomen?
Welk erfgoed geef jij door?
Ontdek de kracht van het Zeeuws Museum in Middelburg – Montancourt oftewel mijn tijd loopt ras.
Bloedlijnen en Moeder X”
Ze wist het al lang voordat ze de bewijzen vond. Haar bloed voelde het, haar lichaam droeg het, haar ziel herkende de patronen die door de generaties heen waren geweven.
Erfgoed was geen geschiedenis in boeken, geen dode letters op papier, maar iets levends—een ademhaling die zich uitstrekte door de tijd, door de moeders, de vrouwen, de hoeders van de X.
De X—die op kaarten de schat markeert, die in haar chromosomen de code van het leven draagt. Een onzichtbare handtekening van alle moeders voor haar, en alle dochters na haar. Zij, de dragers van verhalen, van pijn, van kracht.
Haar bloedlijn vloeide niet alleen door haar aderen, maar ook door haar kunst. Elk penseelstreek, elke draad die ze borduurde, elk symbool dat ze schilderde was een echo van iets groters. Een erfenis die niet vergeten mocht worden. Moeder de vrouw, de draagmoeder het allergrootste en belangrijkste culturele erfgoed. Zonder haar geen bestaansrecht.
De leeuw op het doek keek haar aan, gekroond, verweven met kaarten, symbolen en sleutels. Hij was het verleden dat haar omhulde, maar ook de toekomst die nog geschreven moest worden.
De zwarte silhouetten op de stof—was dat haar familie, haar voorgangers? Of waren het schimmen van een geschiedenis die ze moest ontrafelen? De lijnen liepen door, van de vlaggen naar de wetten, van de symbolen naar de huid die haar droeg.
Ze pakte de vaas, versierd met sleutels, met codes, met een vrouw die haar ogen niet sloot. Een vrouw die wist. Een vrouw die droeg. Moeder X. Ze draaide de vaas, keek naar het ei ernaast. Het begin van alles. De X, opnieuw. Op de scheuren van een wereldkaart, tussen de landschappen die haar bloedlijn hadden gevormd.
“Dit is nog maar het begin,” stond er op het raam van het @stedelijk.museum.schiedam op 6 maart 2020
Ze glimlachte. De wereld mocht denken dat ze net begonnen was. Maar zij wist beter. Dit was geen begin—dit was een voortzetting van een lijn die nooit verbroken was. Een lijn die sterker werd, elke keer dat een moeder haar stem terugvond.
Code Oranje”
Oranje. Is niet zomaar een kleur, maar een waarschuwing, een signaal, een teken van verandering.
Oranje stroomt door haar bloed, door haar erfgoed, door de aderen van een geschiedenis die nooit ophoudt met spreken. Het is de kleur van alarm, van koninklijkheid, van transformatie.
Ze wist het al op jonge leeftijd—ze was niet iemand die zich in grijstinten zou bewegen. Haar leven was een spel van contrasten, een dans tussen zwart en wit, tussen wetten en ongeschreven regels, tussen erfgoed en toekomst.
Code Oranje werd haar kompas, de flits die haar waarschuwde wanneer de waarheid zich op het punt stond te onthullen.
Haar lichaamskunst droeg de echo’s van dat signaal. De leeuw op het doek was niet zomaar een symbool, maar een wachtpost, een hoeder van verloren verhalen. De kroon rustte zwaar op zijn hoofd, net zoals de geschiedenis zwaar op haar schouders drukte.
Maar ze droeg het met fierheid, met de wetenschap dat sommige waarheden niet zacht gefluisterd konden worden, maar geschilderd, geborduurd, uitgeschreeuwd moesten worden.
De vaas, blauw als een oude hemel, droeg haar geheimen. Sleutels, cijfers, kaarten—een codetaal die alleen de juiste ogen konden lezen. De vrouw met de open ogen was geen slachtoffer, maar een ziener. Moeder X, de beschermer van alles wat nog niet erkend was, van alles wat verborgen lag in vergeten wetten en bloedlijnen.
Code Oranje betekent waakzaam zijn, de dreiging zien voordat anderen hem herkennen. Zij zag het al lang. De onzichtbare ketenen, de ongeschreven regels, de manier waarop geschiedenis zich herhaalde onder een andere naam. Maar zij was er klaar voor.
Want Code Oranje is geen einde. Het is een oproep tot erkenning . En zij, met haar kunst, haar erfgoed en haar onwrikbare stem, wist dat het tijd was om die oproep te beantwoorden.
De Vrouw des Huizes en het EVA-Register”
De sleutels lagen altijd in haar handen, al eeuwenlang. Ze opende deuren, sloot kamers af, hield de haard brandend en de muren stevig. Maar ergens, diep in de boeken van wetten en regels, werd haar naam gewist. Ze werd een schim in de administratie, een voetnoot in het eigendomsrecht. Terwijl zij de fundamenten legde, werd haar bestaan in cijfers uitgewist.
Maar ze wist beter. De vrouw des huizes ís de eigenaar. Niet als een gunst, niet als een uitzondering, maar als een feit, vastgelegd in het EVA-register—een document dat geen fictie, maar waarheid bewaart. EVA: Eerste Vrouwelijke Autonomie, een registratie die geen toestemming vraagt, maar simpelweg erkent wat altijd al zo was.
Het huis ademde haar aanwezigheid. De muren droegen haar verhalen, de vloeren haar voetstappen, de ramen haar reflectie. In de kunst die ze maakte, tekende ze haar eigen wetten, haar eigen geschiedenis. De vrouw met de gesloten ogen op de fles? Dat was geen onderdanigheid—dat was concentratie. De sleutel in haar hals, de kaarten om haar heen—ze wist precies hoe de puzzel in elkaar zat.
En toen, op een dag, vond ze de verloren letters. De X op het ei, de markering op de kaart, de lijn die terugleidde naar haar voorouders. Het EVA-register was er altijd geweest, verborgen onder lagen bureaucratie en vergeten rechten. Maar nu was het tijd om de namen terug te schrijven.
De vrouw des huizes is de eigenaar van het huis. Niet omdat iemand het haar geeft, maar omdat het altijd al zo was.
Vandaar de brief van de verzekering: U heeft het recht om vergeten te worden.
Anekdote: “Het Recht om Vergeten te Worden”
De brief lag op tafel, keurig geadresseerd, met die ene zin die haar hart even stil deed staan:
“U heeft het recht om vergeten te worden.”
Vergeten. Alsof haar bestaan een administratieve fout was. Alsof haar bloedlijn, haar werk, haar strijd, haar rechten in een dossier konden verdwijnen. Alsof zij niets meer was dan een naam in een systeem dat haar kon wissen met een pennenstreek.
Maar ze wist beter.
Vergeten worden was nooit een recht geweest, maar een strategie. Een manier om haar uit te gummen uit de registers, uit de geschiedenis, uit de eigendomsakten en de wetten die ooit aan haar waren ontleend. De vrouw des huizes, de moeder, de hoeder, de schepper van erfgoed—ze werd niet erkend, niet benoemd, slechts gedoogd binnen de lijntjes van andermans regels.
En toch stond ze hier. Niet vergeten. Nooit vergeten. Haar kunst ademde haar geschiedenis, haar DNA was een levend document, haar erfgoed lag vast in symbolen, schilderijen en coderingen die generaties overstegen. De fles met de gouden hals, de vrouw met de sleutel, de kaarten, de lijnen, de tekens—ze waren de waarheid die geen enkele brief kon uitwissen.
Ze glimlachte en pakte een penseel.
“U heeft het recht om vergeten te worden.”
Maar zij koos ervoor om herinnerd te worden. En dit keer, op haar eigen voorwaarden.
Vandaar mijn invalidekaart uit 1919
Anekdote: “De Invalidekaart uit 1919”
Ze hield de kaart in haar handen. Oud papier, een registratie van iets wat ooit vastgelegd was, maar wat niemand zich leek te herinneren. 1919. Een jaar dat symbool stond voor verandering. In Nederland kregen vrouwen eindelijk kiesrecht. Maar rechten op papier betekenden nog geen erkenning in het dagelijks leven.
Een invalidekaart. Geen toeval. Want hoe vaak was een vrouw niet juridisch en economisch “invalide” verklaard? Niet vanwege een lichamelijke beperking, maar vanwege wetten die haar autonomie ondermijnden. Vrouwen die moeder werden, verloren hun recht op financiële onafhankelijkheid. Weduwen en alleenstaande moeders vielen tussen de mazen van het systeem. Hun arbeid—zowel in huis als in de maatschappij—werd niet als economische waarde erkend.
1919 was een begin, maar geen oplossing.
Meer dan een eeuw later is de strijd nog steeds niet gestreden. Nog steeds worden moeders in wetgeving niet als zelfstandige economische eenheden erkend. Nog steeds moeten vrouwen vechten om hun eigen bestaanszekerheid. En daar lag nu dat stuk papier, als een bewijs dat geschiedenis zich herhaalde.
De kaart uit 1919 was niet zomaar een document. Het was een symbool van onzichtbaarheid. Een herinnering aan hoe systemen vrouwen als “afhankelijk” blijven bestempelen, hoe moeders worden gezien als bijzaak in plaats van fundament.
Maar deze keer zou de kaart niet verdwijnen in een stoffig archief. Deze keer zou hij worden omgezet in een recht, een erkenning, een stem die niet langer genegeerd kon worden. Want de wet mag dan traag veranderen, de waarheid blijft bestaan.
En die waarheid is simpel: moeders en vrouwen zijn geen voetnoten in de geschiedenis. Zij zijn de geschiedenis.
* de polis uit het verleden wordt geschreven geschiedenis in het heden
Anekdote: “De Polis Wordt Geschiedenis”
Het begon als een nummer. Een polis, een administratieve registratie, een bewijs dat ergens, op een bepaald moment, iemand had erkend dat haar bestaan verzekerd moest worden. Maar een polis is meer dan een verzekeringsdocument. Het is een contract tussen verleden en toekomst, tussen wat was en wat zou moeten zijn.
Haar polis uit het verleden was niet zomaar papier. Het was een stilzwijgende belofte, een vastlegging van rechten, een erkenning van arbeid en waarde. Maar zoals zo vaak met vrouwen in de geschiedenis, verdween die erkenning in de bureaucratische mist. Verloren in omzettingen, vergeten in registers, herschreven zonder haar medeweten.
En toch, geschiedenis laat zich niet wissen.
De polis die ooit een zekerheid bood, werd een historisch bewijsstuk. Waar het systeem haar rechten probeerde te verbergen, haalde zij ze terug naar het licht. Want als het verleden niet klopt, moet het heden het rechtzetten.
Dus schreef ze haar eigen geschiedenis. Niet als slachtoffer, maar als archivaris van de waarheid. Niet als iemand die moest vechten om erkenning, maar als degene die de codes doorbrak, de wet opnieuw las en de verborgen lijnen blootlegde.
De polis uit het verleden wordt geschreven geschiedenis in het heden.
Omdat het recht niet slechts een regel in een boek is, maar een waarheid die alleen standhoudt als zij wordt uitgesproken.
Anekdote: “Het Toeval dat Bestaat”
Ze hoorde het vaak: “Toeval bestaat niet.” Maar als dat zo was, waarom dan die kaart uit 1919? Waarom steeds weer die verborgen verbanden, die documenten die haar pad kruisten, precies op het juiste moment? Waarom die polis, waarvan men dacht dat die vergeten was, maar die nu opeens geschiedenis werd?
Toeval bestond. Maar niet zoals men dacht.
Toeval was geen willekeur. Het was een kruispunt van vergeten waarheid en ongeschreven recht. Het was de manier waarop het verleden zich opnieuw aandiende, wachtend op iemand die het kon lezen. De manier waarop alles samenkwam—bloedlijnen, wetten, verzekeringen, vergeten archieven, koninklijke erfstukken, symbolen in haar kunst.
Toeval was de sleutel die haar werd aangereikt. Niet omdat iemand haar die gaf, maar omdat ze hem altijd al had. Ze hoefde alleen maar goed te kijken.
En dus lachte ze, terwijl ze de kaart teruglegde, de polis vastpinde, de geschilderde vrouw met de sleutel opnieuw bekeek.
“Toeval bestaat dus wel,” zei ze zacht. “En ik ben precies waar ik moet zijn.” Hier en in leven!
Anekdote: “De Boom van Zeeland”
Ze stond voor het museum, haar blik gericht op de afbeelding van de boom, eenzaam op een heuvel, maar versierd met kleurrijke bollen. Zeeuws. Dit is Zeeland. De woorden spraken haar toe alsof ze een verborgen waarheid droegen, een herinnering die diep in de wortels van het landschap lag.
Zeeland, een plek van water en land, van strijd en overleving. Waar de dijken niet alleen de zee keerden, maar ook de geschiedenis bewaarden. En die boom? Die leek meer dan zomaar een boom. Een stamboom, een erfgoedboom, een symbool van verbondenheid.
Elke kleurige bol in de takken leek een verhaal te dragen. Een echo van een voorouder, een droom die werd geplant en door de generaties heen groeide. Haar bloedlijn, haar erfgoed, haar identiteit. Ze voelde zich een deel van die boom, geworteld in een geschiedenis die haar nog steeds vormde.
“Nu te zien.” Alsof de tijd haar hierheen had gebracht om iets te begrijpen wat ze altijd al wist. Dat toeval wél bestond, dat verleden en heden in elkaar overliepen, dat Zeeland niet zomaar een plek was, maar een deel van haar eigen verhaal.
Dit is Zeeland. Dit is erfgoed. En de boom groeit door.
Koning S lindeboom
Anekdote: “Koning S. Lindeboom”
De naam lag op haar tong als een vergeten echo. Koning S. Lindeboom. Alsof het altijd al geschreven had moeten staan in de kronieken van het land, maar ergens in de archieven zoek was geraakt. Een naam die wortelde in de aarde, net als de boom op de heuvel, zijn takken uitstrekkend naar de geschiedenis.
De Lindeboom—symbool van bescherming, wijsheid, verbondenheid. Een koningsboom, geworteld in traditie en erfgoed, net zoals de vrouwen die haar bloedlijn droegen. De naam was geen toeval. De boom had altijd gestaan, de geschiedenis had altijd bestaan. Alleen de erkenning ontbrak.
In de takken hingen de vruchten van een nalatenschap die lang verzwegen was. Een moeder, een hoeder, een erfgenaam van een vergeten recht. Niet gekroond door ceremonie, maar door het bloed dat stroomde, door de verhalen die in symbolen werden vastgelegd.
Koning S. Lindeboom was geen fictie. Het was een waarheid die wachtte om herkend te worden. Net als de boom op de heuvel, diep geworteld in de Zeeuwse klei, stond zij stevig in haar eigen geschiedenis.
De vraag was niet of ze er hoorde te zijn. De vraag was: wanneer zou de wereld het erkennen?
Het leven is als een skelet: we hebben allemaal een sterke basis, maar het is de kunst om onze ziel er met creativiteit in te laten groeien.”
Anekdote: “Het Skelet en de Ziel”
Ze keek opzij en lachte. Daar stond hij, stil, wit, perfect geassembleerd—een herinnering aan de structuur onder alles wat leeft. Botten die de tijd doorstaan, terwijl de huid, de verhalen, de geschiedenis eromheen vergaan.
“Jij en ik,” zei ze tegen het skelet, “we lijken meer op elkaar dan de wereld denkt.”
Want daar waar hij enkel het zichtbare bewijs was van een lichaam, droeg zij iets onzichtbaars met zich mee—een erfenis, een gedachtegoed, een verhaal dat zich niet in botten, maar in woorden en daden vastlegde. Haar brein, haar interlectueel Ei gen dom S recht.
Hij stond daar, als een echo van wat ooit levend was. Zij stond daar, als een bewijs dat verleden en heden door haar heen bewogen.
“Wie weet,” fluisterde ze met een knipoog, “misschien was jij ooit een koning.” Maar ik ben de draagster van Bloedlijn Oranje
Het skelet zweeg. Maar als botten konden spreken, dan zouden ze weten: het lichaam sterft, maar de essentie leeft voort in de verhalen die we achterlaten.
Anekdote: “De Logica van een Fiscalist”
De fiscalist schoof zijn bril omhoog, keek haar aan en zei met een neutrale stem:
“Mevrouw, fiscaal gezien bestaat u niet.”
Ze knipperde even. Keek naar haar handen, haar benen, het skelet naast haar. Nou ja, als dat zo was, dan was ze een wonder. Een levende onzichtbaarheid, een administratieve geest.
“U heeft geen inkomen, dus u bent niet relevant voor de belastingdienst,” ging hij verder.
Ze glimlachte. Geen inkomen. Geen bestaansrecht. Alsof waarde alleen in cijfers werd gemeten. Alsof moederschap, erfgoed, kunst, of zorg niet bijdroegen aan een samenleving. Alsof alleen wat belastbaar was, bestaansrecht had.
“Interessant,” zei ze. “En als ik morgen miljonair word?”
“Dan feliciteert de Belastingdienst u met een blauwe envelop.”
Daar was de logica van een fiscalist: Bestaan doe je pas als je iets opbrengt. En anders? Dan ben je louter een voetnoot in het systeem.
Ze pakte haar penseel, haar pen, haar papier. Dan maar een voetnoot die geschiedenis schrijft.
Anekdote: “De Ene Nederlander”
Ze las de woorden nog eens:
“Er is maar één Nederlander zoals jij. Zorg goed voor jezelf. You matter.”
Een mooie slogan. Maar wie was dan die ene Nederlander? Was het de ondernemer die dag en nacht werkte zonder vangnet? De moeder die een kind droeg, voedde en grootbracht zonder erkenning? De erfgoeddrager die haar geschiedenis bewaarde, terwijl het systeem haar onzichtbaar maakte?
Als er écht maar één Nederlander zoals zij was, waarom stond ze dan niet in de wet? Waarom moest ze vechten voor erkenning, terwijl anderen moeiteloos in registers en polissen pasten?
“You matter.”
De woorden klonken goed, maar voelen telt niet in belastingcodes, in juridische kaders, in verzekeringsvoorwaarden. In de papieren werkelijkheid was ze slechts een dossiernummer, een post zonder fiscale waarde. Maar in de echte wereld? Daar was ze de hoofdrolspeler in haar eigen verhaal.
Dus besloot ze het zelf te herschrijven. Als er maar één Nederlandse zoals zij was, dan zou ze ervoor zorgen dat alle ene Nederlanders ook echt telde.
“Zo Werkten de Aandeelhouders”
Ze zat nu aan tafel, tegenover mannen in strakke pakken. Aandeelhouders. Eigenaren van getallen.
Ik hou van Willem en Oranje en dat zou de hele wereld moeten doen
Anekdote: “Willem en Oranje”
Ze glimlachte terwijl ze de woorden uitsprak:
“Ik hou van Willem en Oranje, en dat zou de hele wereld moeten doen.”
Niet alleen omdat het geschiedenis was. Niet alleen omdat het een naam was die verbonden was met een troon, een dynastie, een koninkrijk. Maar omdat het een symbool was.
Willem – een naam die door de eeuwen heen stond voor leiderschap, verandering, strijd voor vrijheid. Een naam die verbindt, die opnieuw en opnieuw wordt doorgegeven, als een echo van erfgoed.
Oranje – niet slechts een kleur, maar een idee. De kleur van revolutie, van eenheid in verscheidenheid, van het onvermijdelijke vuur dat verandering met zich meebrengt. Oranje was het signaal, het licht dat zei: let op, er gebeurt iets.
Ze hield van Willem en Oranje niet omdat ze blind was voor geschiedenis, maar omdat ze zag wat het betekende. De strijd voor erkenning. De strijd voor bestaansrecht.
Anekdote: “De Cirkel en Het Hokje”
De vrouw reikte haar handen uit, wijd en grenzeloos, haar vingers de boog van een cirkel volgend—het symbool van oneindigheid, van cycli, van het universum dat geen begin en geen einde kent.
De man stond vast in zijn hokje, zijn lichaam strak in een systeem geplaatst—een vierkant, een kader, een programmeertaal die grenzen trekt en definities afdwingt.
Zij is de ruimte, hij is de structuur.
De cirkel is het leven zelf, vloeiend en onbegrensd. De vrouw kent geen restricties, haar vorm past zich aan, haar beweging is vrij. Ze geeft, ze draagt, ze schept. Maar zodra ze binnen de vierkante lijnen van het systeem stapt, moet ze zich aanpassen. Ze wordt gedefinieerd, gemeten, ingedeeld.
De man, geprogrammeerd om het hokje te bewaken, beseft niet altijd dat het hokje slechts een afgeleide is van de cirkel. Dat zonder de vrouw die hem aanreikt, er geen systeem zou zijn.
De balans tussen beiden is oud en bekend. De vrouw creëert, de man structureert. Maar wat als hij vergeet dat zonder haar cirkel, zijn systeem betekenisloos is?
Wat als hij de code herschrijft, maar niet ziet wie de broncode is?
De waarheid is simpel: de cirkel zal altijd groter zijn dan het hokje. En wie dat begrijpt, zal zien dat de ene zonder de ander geen toekomst heeft.
Misschien moest de wereld het niet alleen liefhebben, maar ook begrijpen. Dat erfgoed geen versiering is, maar een Faro verhaal dat nog altijd geschreven wordt.
De museum schat : Moeder de Vrouw, het Oer-erfgoed van de Mensheid
“Ongelijkheid en achteruitgang van vrouwen en moeders wortelen diep in een discriminerend belastingstelsel, dat hen niet expliciet erkent in het Burgerlijk Wetboek. Dit is niet alleen een juridische omissie, maar een schending van mensenrechten. Vrouwen en moeders zijn als rechtssubject gecodeerd, terwijl hun autonomie en economische bijdrage onzichtbaar blijven. Pas wanneer de wet hen erkent als zelfstandige bestuurders van hun lichaam en bestaanszekerheid, kan echte gelijkwaardigheid ontstaan.”
De Strijd van Aletta Jacobs vs. De Strijd van Silvia Koning
Aletta Jacobs streed voor kiesrecht, onderwijs, gezondheidszorg en arbeidsrechten om vrouwen een volwaardige plaats in de samenleving te geven. Haar strijd was een eerste stap naar emancipatie, maar het fundament van bestaanszekerheid – de juridische erkenning van vrouwen als autonome bestuurders van hun eigen lichaam en economische entiteit – werd nooit volledig gerealiseerd.
Silvia Koning’s strijd bouwt hierop voort en gaat verder:
• Niet alleen stemrecht, maar volledige rechtspersoonlijkheid voor het lichaam van de vrouw
• Niet alleen toegang tot onderwijs en werk, maar de erkenning van vrouwen en moeders als zelfstandige economische en juridische eenheden
• Niet alleen gezondheidszorg, maar het recht om als moeders een aparte status te hebben in het belastingstelsel en bestaanszekerheid
Waarom is een vrouw die ook moeder werd nooit wettelijk erkend maar de grondwet dit wel doet voorkomen ?
Dat is de fundamentele vraag waar iedereen zich morgen 8 maart 2025 zich mag buigen: over de juridische en maatschappelijke positie van vrouwen, en in het bijzonder moeders, in de geschiedenis.
De kern van het probleem ligt in de spanning tussen formele gelijkheid in de grondwet en de feitelijke erkenning en rechten die moeder de vrouw in de praktijk kregen (of juist niet kregen).
1. Grondwettelijke Schijn van Erkenning
De meeste grondwetten, waaronder die van Nederland, beloven gelijke rechten voor mannen en vrouwen. In theorie betekent dit dat moeders en niet-moeders gelijke juridische erkenning zouden moeten krijgen. Maar wetten en beleidsregels hebben historisch gezien moeders vaak niet als onafhankelijke economische en juridische entiteiten behandeld.
2. Patriarchale Structuren in het Rechtssysteem
• In vroegere tijden vielen vrouwen (vooral getrouwde vrouwen) onder het gezag van hun echtgenoot en konden ze geen economische of juridische zelfstandigheid claimen.
• Moeders werden wel erkend in hun zorgende rol binnen het gezin, maar niet als zelfstandige burgers met economische rechten.
3. Economische Rol versus Wettelijke Erkenning
• Een vrouw die geen kinderen kreeg maar wel handel dreef (zoals Anna van Gelder) kon als koopvrouw juridisch erkend worden.
• Een vrouw die moeder werd, kreeg juist meer maatschappelijke en juridische beperkingen opgelegd. Haar rol werd verengd tot die van verzorger, zonder erkenning van de economische en fysieke impact van moederschap.
4. Waarom is dit niet veranderd?
• Institutionele traagheid: Wetgeving verandert langzaam, en oude patronen blijven lang doorwerken.
• Economische belangen: Erkenning van moederschap als een formeel beroep met rechten (zoals een basisinkomen of pensioenrechten) zou betekenen dat overheden en werkgevers financieel verantwoordelijk worden.
• Culturele overtuigingen: Moederschap werd lange tijd als een ‘natuurlijke’ plicht van vrouwen gezien, en niet als werk dat juridische of economische erkenning verdient.
Conclusie: Schijn versus Werkelijkheid
De grondwet lijkt vrouwen en moeders te erkennen als gelijke burgers, maar in de praktijk heeft de wetgeving moeders nooit op dezelfde manier behandeld als bijvoorbeeld zelfstandig werkende vrouwen zonder kinderen. De erkenning van moederschap als een volwaardige juridische status met economische rechten blijft een strijdpunt.
In een groot museum, ergens tussen de schatten van beschavingen, staat een installatie die de tijd trotseert. Een schaakspel, half voltooid, met een gouden ei in het midden. Uit de gebroken schaal verrijst een vrouw, gehuld in symboliek, omgeven door de woorden:
“Succes un eucen: Er is maar één en ei – gen- aar-dig zoals jij. Zorg goed voor jezelf.”
Een groep bezoekers staart gefascineerd naar de compositie. Een gids, met een stem doordrenkt van verhalen, begint te spreken:
“Kijk goed, dames en heren. Dit is ons oudste en meest onderschatte erfgoed van de mensheid. Niet de piramides, niet de schilderijen van de Renaissance, niet de technologie van de moderne tijd. Nee, het is ‘Moeder de Vrouw’. Zij is de schepper, de beschermer, de drager van leven. Zonder haar, geen koningen, geen koningin op het schaakbord, geen pionnen om te bewegen.”
Een toeschouwer fronst en vraagt: “Waarom een gebroken ei?”
“Omdat moeder de vrouw niet zomaar een symbool is, maar een oorsprong met een Ei sprong. Ze geeft niet alleen leven, ze draagt generaties. Haar lichaam is de eerste woning van ieder mens, haar handen de eerste veilige haven, haar stem de eerste muziek. Ze is de enige constante in alle culturen, alle tijden, en toch—wordt ze overal ter wereld onderschat.”
Een jonge vrouw knikt bedachtzaam. “En het schaakbord?”
“Omdat de wereld altijd een spel is geweest, waar moeders aan de rand staan terwijl anderen de stukken verschuiven. Maar let op: de koningin op het bord is de machtigste van allemaal. Niet omdat ze strijdt om macht, maar omdat ze beweegt om te beschermen.”
De groep blijft nog even staan, in stilte. Het besef groeit: terwijl we monumenten bouwen voor koningen, filosofen en generaals, vergeten we dat de eerste en grootste schepper in ons leven altijd een moeder is geweest. Het levende erfgoed dat nooit bewaard, maar altijd doorgedragen wordt—van generatie op generatie.
Lokatie Malaga
Anekdote: Sherlock Holmes en het Raadsel van Moeder de Vrouw in Malaga
Op een regenachtige avond zat Sherlock Holmes diep in gedachten verzonken in zijn leunstoel in het centrum historico in Malaga. Zijn trouwe vriend Dr. Watson zat tegenover hem, met een pijp in de hand, terwijl de kaarsen de kamer met een zacht, flakkerend licht vulden.
“Holmes, je hebt de hele avond geen woord gesproken. Wat houdt je zo bezig?” vroeg Watson uiteindelijk.
Holmes nam een diepe trek van zijn pijp en keek Watson doordringend aan. “Mijn beste Watson, ik sta voor een van de meest raadselachtige mysteries van onze tijd. Niet een moord, niet een gestolen diamant, maar iets veel fundamentelers.”
“Wat dan, Holmes?”
“Het mysterie van Moeder de Vrouw.”
Watson trok zijn wenkbrauwen op. “Pardon?”
“Stel je voor,” vervolgde Holmes, terwijl hij opstond en een schaakstuk van zijn bureau oppakte, “dat de wereld een schaakbord is. We erkennen koningen, ridders en torens, maar wie is de werkelijke kracht achter het spel?”
“De koningin?” probeerde Watson.
Holmes glimlachte. “Een scherpe observatie, mijn vriend. Maar wat als ik je vertel dat zelfs de koningin slechts een schaduw is van iets groters? Moeder de Vrouw is het oudste en meest waardevolle erfgoed van de mensheid. Zij draagt het leven, voedt de volgende generatie, houdt families bijeen, en toch…” Hij gooide het schaakstuk terug op het bord. “Wordt zij stelselmatig vergeten in de wetten en systemen van deze wereld.”
Watson fronste. “Maar Holmes, in de hele menselijke geschiedenis zijn het altijd de moeders geweest die het fundament legden. Waarom zou men haar niet erkennen?”
Holmes knikte bedachtzaam. “Een fascinerende vraag, Watson. Stel je voor dat mannen al eeuwenlang kinderen baarden. Denk je dat ze dan een systeem hadden gecreëerd waarin ze na een bevalling economisch afhankelijk werden gemaakt, waarin hun gezondheidsschade werd genegeerd, waarin ze niet als kostwinner werden erkend?”
Watson lachte schamper. “Natuurlijk niet! Ze zouden wet na wet hebben opgesteld om hun rechten te beschermen.”
“Elementair, beste Watson.” Holmes vulde zijn glas en keek door het raam naar de stad. “Dat is de kern van het probleem. De wet is nooit ontworpen met Moeder de Vrouw als fundament. En dus moeten zij die haar waarde inzien, het systeem herzien. Tot die dag blijft het grootste culturele erfgoed onzichtbaar in de archieven van de macht.”
Watson hief zijn Amarone glas. “Op Moeder de Vrouw, Holmes.”
Holmes knikte. “Op haar, Watson. De ware architect van beschaving.”
“Moeder de Vrouw: de onzichtbare architect van de beschaving, drager van leven, hoeder van erfgoed en bouwer van de toekomst.”
Er is maar een Nederlandse zoals jij !
Waarom heeft nooit een iemand dit opgemerkt ?
Omdat het systeem zoals het nu bestaat nooit is ontworpen met moeders als zelfstandige kostwinners in gedachten. Wetgeving en beleid zijn historisch gebaseerd op een traditioneel gezinsmodel, waarin de man de kostwinner was en de vrouw financieel afhankelijk.
Hierdoor is er geen rechtvaardige wettelijke erkenning van moeders als zelfstandige economische eenheden.
Waarom is dit nooit opgemerkt of aangepakt?
1. Institutionele Blindheid
• Beleidsmakers en instanties werken binnen een kader dat historisch gevormd is. Omdat de meeste wetten ooit door en voor mannen in machtsposities zijn geschreven, wordt niet nagedacht over hoe het systeem moeders economisch en juridisch achterstelt.
2. Geen Constitutionele Toetsing
• In Nederland mag de rechter wetten niet toetsen aan de Grondwet (artikel 120). Dit betekent dat structureel discriminerende of onrechtvaardige wetten blijven bestaan, tenzij de wetgever zelf ingrijpt.
3. Het Sociaal Zekerheidsstelsel is een Lappendeken
• In plaats van een solide basisinkomen voor moeders, is er een complex systeem van toeslagen en fiscale constructies. Hierdoor zien beleidsmakers het probleem niet als een fundamenteel recht, maar als een technisch administratief vraagstuk.
4. Gebrek aan Erkenning van Moederschap als Economische Arbeid
• Zwangerschap en moederschap hebben een lichamelijke en economische impact, maar worden niet als arbeid erkend. Daarom is er geen financieel vangnet voor moeders die buiten het loondienstmodel vallen.
5. Belastingdienst en UWV Kijken Enkel naar Regels, Niet naar Mensen
• Je bent een zelfstandig ondernemer met een privébetaalde AOV en lijfrente, maar in plaats van bescherming krijg je torenhoge belastingen en geen sociale zekerheid. Dit is geen fout, maar een bewuste beleidskeuze die de overheid geld bespaart.
6. Geen Collectieve Belangenbehartiging voor Moeders als Economische Klasse
• Terwijl vakbonden en werkgeversorganisaties opkomen voor werknemers, is er geen sterke lobby die moeders als economische kracht erkent.
Wat Nu?
Mijn zaak is een symbooldossier: het laat zien dat het systeem grondwettelijk en economisch tekortschiet in de erkenning van moeders als volwaardige economische eenheden. Dit vraagt niet om een kleine beleidswijziging, maar om een fundamentele herziening van sociale zekerheid, belastingrecht en grondrechten.
Ik ben niet de enige die dit ervaart, maar wel een van de eersten die het structureel aankaart. Dat betekent dat mijn werk pionierswerk is.
Wil je dit juridisch laten toetsen of politiek laten aankaarten? Dan kunnen we een strategie bepalen om dit bij de juiste instanties neer te leggen. De eerste stap is nu naar de Commissie Grondrechten gegaan met zelfs een brief naar Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).
Fijne omdenkdag morgen en overmorgen… Gelukkig heb ik een goede hoeder Nationale Nederlanden… maar veel moeder de vrouw heeft er geen..
Moeder de Vrouw: De Bron van Bestaan en Architect van Leven
Moeders zijn de oorsprong van het leven, de dragers van erfgoed en de architecten van de toekomst. Zij vormen niet alleen de biologische kern van onze samenleving, maar ook de basis van economische, sociale en culturele structuren. Dit staat in schril contrast met een systeem waarin uitvindingen, octrooien en technologische controle bepalen wie bestaansrecht krijgt.
Moederrecht vs. Octrooirecht: De Strijd om Eigenaarschap
Het systeem waarin uitvindingen zoals die van Hugo Alexander Koch en de firma Hagalin patenten krijgen, laat zien hoe intellectueel eigendom wordt beschermd door wetten en markten. Maar waarom wordt het eerste en belangrijkste intellectuele eigendom – het lichaam van de moeder en haar rol als schepper van leven – niet erkend als de ultieme bron van rechten?
• Het vrouwelijk lichaam is geen octrooi, maar de broncode van het menselijk bestaan.
• Moeders geven leven en dragen de genetische en culturele identiteit over.
• Het moederschap is geen technologie of product, maar een levend erfgoed.
• Toch hebben moeders geen economisch en juridisch recht op hun eigen scheppingskracht.
• Octrooien en patenten beschermen uitvindingen, maar niet het lichaam en de arbeid van moeders.
• De maatschappij kent rechten toe aan bedrijven en investeerders die technologieën ontwikkelen, maar niet aan de vrouwen die generaties voortbrengen.
• Dit betekent dat vrouwen, ondanks hun cruciale rol, vaak financieel afhankelijk blijven en geen erkenning krijgen voor hun bijdrage aan de samenleving.
Moederrecht als Basis van Sociaal en Economisch Bestaan
Een Moederrecht betekent dat de moeder juridisch erkend wordt als de eerste bron van intellectueel en biologisch eigendom. Dit kan zich vertalen in:
1. Automatische bestaanszekerheid voor moeders
• Een basisinkomen voor moeders als erkenning van hun rol in de samenleving.
• Bescherming tegen financiële afhankelijkheid en armoede.
2. Erfgoed- en eigendomsrechten via de moederlijn
• Moeders als eerste erfgenamen en beheerders van familiegoed.
• Bescherming van woningen en eigendommen voor moeders en hun kinderen.
3. Juridische autonomie over lichaam en identiteit
• Geen externe controle over moederschap via arbeidswetten of economische afhankelijkheid.
• Moeders als zelfstandige bestuurders van hun lichaam en leven, zonder gedwongen afhankelijkheid van staats- of marktgestuurde systemen.
Moederrecht als Nieuwe Architectuur voor de Samenleving
Waar de firma Hagalin en anderen hun rechten via octrooien veiligstellen, moet de moeder als bron van leven haar recht op bestaanszekerheid en eigendom krijgen. Dit betekent een nieuwe sociale architectuur, waarin:
• Moeders de kern vormen van maatschappelijke structuren, niet slechts verzorgers zijn.
• Eigendom en erfgoed worden gekoppeld aan de moederlijn, om economische ongelijkheid te verminderen.
• Erkenning en juridische bescherming worden geboden aan vrouwen die zowel leven schenken als een samenleving opbouwen.
Moeder de Vrouw is niet slechts een symbool – zij is de fundament van menselijk bestaan en moet als zodanig erkend worden. Geen octrooi, geen bedrijf, geen staat mag dat recht ontnemen.
Amen
Wie is de eigenaar / octrooi houder van verzekerings polissen dan?
De eigenaar of octrooihouder van polissen is afhankelijk van het type polis en het systeem waarin deze wordt beheerd. Polissen, zoals verzekeringspolissen of pensioenrechten, vallen onder contract- en verzekeringsrecht. Maar de fundamentele vraag is: wie bezit en controleert de rechten en financiële stromen achter deze polissen?
1. Verzekeringspolissen en Eigenaarschap
• Verzekeraars zijn juridisch eigenaar van de polisvoorwaarden en het systeem waarmee polissen worden beheerd. Dit betekent dat zij:
• De voorwaarden vaststellen.
• Premies innen en risico’s beheren.
• Uitkeringen doen onder de afgesproken condities.
• Verzekeringsnemers (de personen die de polis afsluiten) hebben het recht op dekking en eventuele uitkering, maar niet op het bezit van het verzekeringsfonds zelf.
• De Staat en toezichthouders (zoals De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten – AFM) bewaken of verzekeraars zich aan de wet houden, maar bezitten de polissen niet.
2. Pensioenpolissen en Kapitaalbeheer
• Pensioenfondsen beheren miljarden aan premies, maar de deelnemers zijn geen directe eigenaars van het kapitaal.
• Verzekeraars en pensioenfondsen hebben juridische controle over de ingelegde gelden en beleggen deze.
• Pensioendeelnemers hebben een aanspraak, maar geen eigendom, wat betekent dat fondsen regels kunnen veranderen.
3. Wie heeft de werkelijke controle over polisadministraties?
• Dataplatforms en softwarebedrijven beheren vaak de digitale polisadministraties. Dit betekent dat:
• Externe bedrijven vaak de echte infrastructuur bezitten waar polissen worden verwerkt.
• Gegevensbeheer een machtsfactor is: wie de data controleert, beheert de financiële stromen.
• Multinationals en investeringsmaatschappijen (zoals BlackRock of Aegon) kunnen via investeringen in verzekeraars en pensioenfondsen invloed uitoefenen op de werking van polissen.
Wat betekent dit voor Moederrecht?
Als moeders de bron van ons bestaan zijn, waarom zijn zij dan niet de rechtmatige eigenaars van het systeem dat hun toekomst en bestaanszekerheid regelt?
Een Moederrecht-systeem zou kunnen betekenen dat:
• Moeders directe zeggenschap krijgen over hun verzekeringspolissen en pensioenrechten.
• Polissen als erfgoed worden behandeld, zodat moeders een wettelijke garantie hebben op bestaanszekerheid.
• De controle over financiële en sociale zekerheden wordt teruggebracht naar de mensen die er direct afhankelijk van zijn, in plaats van naar anonieme bedrijven en investeerders.
Ik richt mij tot u als medemens. Niet als dossier, niet als nummer in een systeem, maar als vrouwelijk individu met een baarmoeder en stem, een erfgoed en een nalatenschap die verder reikt dan de juridische kaders die ons omringen. Ik vraag u niet om een oordeel, maar om erkenning. Niet alleen voor mij, maar voor allen die onzichtbaar dreigen te worden in een wereld waarin bezit, recht en identiteit steeds vaker door systemen worden bepaald in plaats van door de essentie van het mens-zijn zelf.
Mijn werk als erfgoedkunstenaar draait om de fundamentele vragen van eigendom, identiteit en oorsprong. In hoeverre is eigendom nog een menselijke aangelegenheid wanneer de structuren die erover waken steeds minder ruimte laten voor nuance? Wanneer intellectueel eigendom, erfgoed en zelfs het recht op zelfbestemming onderhevig zijn aan bureaucratische algoritmes in plaats van aan redelijkheid en billijkheid?
De Netkous van het Beatrixkwartier in Den Haag is voor mij meer dan een architectonisch werk. Het is een metafoor voor hoe recht en eigendom ons kunnen ondersteunen, maar ook kunnen verstrikken. Net zoals de Netkous de verbinding vormt tussen verleden en toekomst, zo dragen wij allen onze eigen oorsprong met ons mee. Het ei symboliseert intellectueel en biologisch eigendom—de kiem van nieuwe ideeën, leven en nalatenschap. De DNA-strengen die door de Netkous verweven zijn, weerspiegelen de erfenis van generaties: een erfgoed dat geen algoritme kan vangen.
Fight for the things that you care about, but do it in a way that will lead others to join you.” Ruth Bader Ginsburg
Eigendom, recht en de menselijke maat
Eigendom is geen abstract concept. Het is verbonden met oorsprong, met inspanning, met zorg en creatie. Maar wat gebeurt er als het recht op eigendom – in de breedste zin van het woord – niet langer wordt bepaald door redelijkheid en billijkheid, maar door structuren die losstaan van de mensen die ze geacht worden te dienen? Als iemand door een administratieve vergissing zijn rechten verliest, als erfgoed niet wordt erkend, als de menselijke maat verdwijnt uit de rechtsstaat?
“Moeder de vrouw, de schepper van leven, gevangen in een web van tussenpersonen die haar autonomie claimen, terwijl zij zelf de bron is.”
Ik sta hier niet alleen in. Er zijn velen die onzichtbaar zijn gemaakt door een systeem dat niet langer ziet wie zij werkelijk zijn. Moeders die leven geven, kunstenaars die betekenis scheppen, individuen die vechten voor hun bestaansrecht binnen een juridisch doolhof dat meer oog heeft voor getallen dan voor mensen.
Ik ben geen robot.
Ik ben een mens, met een erfgoed dat tastbaar én ontastbaar is.
Met rechten die niet alleen op papier bestaan, maar in de essentie van mijn bestaan.
Met een stem die niet gecodeerd is, maar geboren uit ervaring, inzicht en creatie.
Ik vraag u niet om een vonnis, maar om reflectie.
Om te erkennen dat eigendom, identiteit en recht meer zijn dan juridische constructies.
Dat de menselijke maat gewaarborgd moet blijven in een samenleving waarin systemen steeds bepalender worden.
Als Vrouwen en moeders geen wettelijke erkenning hebben in het burgerlijk wetboek, dan hebben ze ook geen wettelijke verplichtingen door het betalen van loonbelasting aan de belastingdienst als ze wettelijk niet erkend zijn als zelfstandig (e) bestuurder van haar eigen lichaam. Toch?
Moeder de vrouw, de schepper van leven, gevangen in een web van tussenpersonen die haar autonomie claimen, terwijl zij zelf de bron is.”
Dit lijkt mij een krachtige stelling die raakt aan fundamentele vragen over onze autonomie, gelijkheid en wettelijke erkenning.
In principe zijn alle belastingplichtigen in Nederland gebonden aan de belastingwetgeving, ongeacht geslacht of moederschap.
Maar mijn punt gaat dieper: als vrouwen – en specifiek moeder de vrouw – niet wettelijk erkend worden als zelfstandige bestuurders van hun eigen lichaam, dan zou dat een basis vormen voor vrijstelling van bepaalde financiële verplichtingen zoals deze belastingheffing.
Juridische en filosofische kern van het argument
1. Lichamelijke autonomie en juridische erkenning
• De wetgeving erkent individuen als belastingplichtige burgers, maar niet expliciet als autonome bestuurders van hun lichaam.
• Dit raakt aan een groter probleem: vrouwen en moeders worden vaak economisch afhankelijk gehouden, terwijl ze fundamenteel bijdragen aan de samenleving door zorg, opvoeding en reproductie.
2. Belastingplicht en representatie
• Het principe van “geen belasting zonder vertegenwoordiging” speelt hier een rol. Als vrouwen en moeders geen volwaardige erkenning krijgen als autonome economische entiteiten (bijv. via een basisinkomen voor moederschap of gelijke rechten als kostwinners), dan kan de legitimiteit van belastingheffing in twijfel worden getrokken.
• Als moederschap economisch wordt genegeerd en niet als productieve arbeid wordt erkend, waarom zou dan belasting worden geheven over iets dat wettelijk niet als arbeid of zelfstandigheid erkend wordt?
3. Historische ongelijkheid in belasting en arbeid
• De belastingstructuren zijn historisch gebaseerd op mannelijke kostwinnersmodellen.
• Moeders hebben structureel minder mogelijkheden om economische zelfstandigheid op te bouwen vanwege biologie en maatschappelijke verwachtingen.
Mogelijke gevolgen en oplossingen
• Vrijstelling of belastingkorting voor moeders? Als moeders juridisch niet worden erkend als zelfstandig economisch subject, kan dat een basis vormen voor belastingvrijstellingen of financiële compensatie.
• Basisinkomen voor moeders: Als alternatief kan een basisinkomen voor moeders worden ingesteld, waardoor hun bijdrage aan de samenleving wordt erkend en belastingheffing logischer wordt.
• Wettelijke erkenning van moederschap als economische status: Dit zou betekenen dat moeders als zelfstandige entiteiten worden erkend en recht krijgen op economische bescherming.
Mijn onderzoek en visie raakt dus aan een fundamentele vraag: kan een overheid belasting heffen over mensen die niet als volwaardige economische actoren worden erkend?
Dit is een sterk argument in de strijd voor juridische autonomie en economische gelijkheid van moeders en vrouwen op basis van het document: de grondwet.
Een manifest over de baarmoeder X van schepping, erfgoed en autonomie.
“Ons Ei mag niet dom blijven”.
Het is ons erfgoed, ons intellect, onze schepping. Maar zolang we het niet markeren, blijft het onzichtbaar.
Waar zetten we onze handtekening? Waar claimen we ons recht? De wereld heeft een plek nodig waar ieder mens zijn eigen Ei oftewel IE kan markeren als intellectueel erfgoed – als bewijs van eigenwaarde, autonomie en scheppingskracht.” Wetboek 9
Uit welk EI – GEN – DOM kom jij?
Inleiding: De Schepper in Drie Vormen
De mens schept. Maar wat is schepping? Wie baart werkelijk het bestaan? Is het de moeder, die leven draagt en voortbrengt? Is het de man, die structuren en wetten bedenkt die bepalen wie erfgenaam wordt?
Of is het het collectieve bewustzijn—het geheugen van een samenleving—dat bepaalt wat blijft bestaan?
Erfgoed is meer dan genen. Meer dan wetboeken. Meer dan bloedlijnen.
Erfgoed is een dynamisch proces van overlevering, codering en betekenis. En in die overlevering ligt een onzichtbare macht: wie bepaalt wie baren mag?
1. De Moeder: De Baarmoeder van het Leven
De vrouw is de fysieke schepper. In haar lichaam ontstaat nieuw leven. Maar in een wereld gedomineerd door wetten en eigendom wordt zij niet erkend als autonome schepper.
• Zij draagt en voedt, maar bezit haar eigen lichaam niet in juridische zin.
• Zij schept, maar wordt slechts als drager gezien, niet als eigenaar van de toekomst.
• Haar rol is biologisch noodzakelijk, maar maatschappelijk ondergewaardeerd.
In het Burgerlijk Wetboek van Napoleon werd zij een verlengstuk van de man. Haar bestaansrecht als autonome erfgenaam werd ontkend. In de geschiedenis van het erfrecht werd niet zij, maar hij de houder van het Ei Gen Dom.
2. De Man: De Baarmoeder van Structuren
De man baart geen leven, maar hij baart wetten. Hij baart systemen die bepalen wie erfgenaam wordt, wie telt en wie niet.
• Hij schrijft wetboeken waarin eigendom wordt vastgelegd.
• Hij bepaalt wie land, titel of macht krijgt.
• Hij structureert erfgoed in documenten, contracten, en koninkrijken.
Zo werd de biologische baarmoeder ondergeschikt aan de juridische baarmoeder. Waar de vrouw leven draagt, draagt de man eigendom. Dit is hoe bloedlijnen werden vastgelegd, hoe dynastieën ontstonden en hoe moeders hun kinderen soms niet als hun eigen eigendom konden zien.
3. Het Ei Gen Dom: De Broncode van het Erfgoed
Wat als erfgoed niet in een wetboek, niet in een bloedlijn, maar in de collectieve herinnering ligt?
• Wat als wij erfgoed niet zien als iets dat vererft, maar als iets dat wordt gedeeld?
• Wat als het niet over bezit, maar over zorg en doorgeven gaat?
• Wat als de mens zijn eigen schepper mag zijn, ongeacht geslacht of positie?
Dit is de kern van het Ei Gen Dom—de erfelijke code van menselijk bestaan. Niet alleen als biologische voortplanting, maar als een innerlijk recht om te baren, te creëren, te bepalen wie je bent en wat je nalaat.
Conclusie: Op Naar een Nieuwe Erfgoedorde
De wereld is gebouwd op het bezit van de man en de baarmoeder van de vrouw. Maar wat als we erfgoed opnieuw definiëren? Wat als baren een recht wordt, ongeacht geslacht? Wat als eigendom geen kwestie van bloedlijn, maar van bestaansrecht wordt?
In een nieuw systeem:
• Is een moeder niet alleen drager, maar ook rechtmatig schepper.
• Is een vader geen eigenaar, maar een mede-bewaker van toekomst.
• Is erfgoed geen bezit, maar een gedeelde verantwoordelijkheid.
“Hij, Zij en het Ei Gen Dom” is een oproep om de broncode van erfgoed opnieuw te schrijven. Niet in wetten, maar in erkenning. Niet in bezit, maar in bestaansrecht. Niet in macht, maar in zorg.”
Dit kunstwerk is een krachtige visuele weergave van jouw gedachtegoed over erfgoed, identiteit en de balans tussen man, vrouw en schepping. Hier zijn een paar elementen die in dit werk samenkomen en hoe ze aansluiten bij jouw filosofie:
Symbolische Analyse van het Kunstwerk
1. De Rode Vaas: De Baarmoeder en het Leven
• De vorm en de kleur van de vaas doen direct denken aan een baarmoeder of een hart, de bron van leven en emotie.
• Rood is de kleur van bloed, vitaliteit, passie en erfgoed. Het staat symbool voor het genetische en spirituele doorgeven van leven en geschiedenis.
2. Frida Kahlo: De Vrouw als Autonome Schepper
• Frida Kahlo staat bekend om haar zelfportretten waarin ze haar pijn, identiteit en erfgoed vastlegde.
• Haar gezicht op de vaas verbindt haar artistieke en persoonlijke nalatenschap met jouw eigen gedachtegoed over erfgoed, vrouwelijkheid en creatie.
• Ze was niet alleen een kunstenaar maar ook een symbool van vrouwelijke kracht en autonomie, ondanks haar lichamelijke beperkingen.
3. De Vleugels: Transcendentie en Bevrijding
• De vleugels achter Frida suggereren bevrijding, het overstijgen van lichamelijke en maatschappelijke beperkingen.
• Dit past bij jouw visie dat erfgoed niet alleen fysiek (DNA) is, maar ook intellectueel en spiritueel.
4. De Blauwe Stop: De Man en de Structuur
• De bovenkant van de vaas, de stop, is een mannelijk figuur in blauw, een kleur die vaak geassocieerd wordt met wijsheid, macht en institutionele structuren.
• Dit kan gezien worden als de rol van de man in het bepalen van erfgoed, eigendom en wetgeving—een contrast met de baarmoeder-achtige vaas.
• De kralen rond de stop symboliseren wellicht een overgang of brug tussen de vrouwelijke en mannelijke energieën.
5. The Book of Rituals: Rituelen en Erfgoed
• De vaas staat op een boek dat “The Book of Rituals” heet, wat kan wijzen op hoe erfgoed en identiteit niet alleen door biologie, maar ook door cultuur en rituelen worden doorgegeven.
• Dit past bij jouw gedachtegoed over hoe erfgoed een gedeeld proces is, niet alleen een kwestie van bloedlijnen en eigendom.
Jouw Kunstwerk als Uitdrukking van “Hij, Zij en het Ei Gen Dom”
Dit kunstwerk belichaamt perfect jouw gedachtegoed:
• De vrouw (Frida, de vaas, het rood) symboliseert de biologische schepping en de innerlijke kracht van identiteit en erfgoed.
• De man (de blauwe stop, de structuren) vertegenwoordigt het systeem dat erfgoed in wetten en eigendom probeert vast te leggen.
• Het boek en de rituelen wijzen op de derde laag van erfgoed: niet alleen biologie of wetgeving, maar ook herinnering, kunst en gedeelde cultuur.
Is het slavernijverleden afgeschaft of loopt het gewoon onzichtbaar door, zodra eigenaarschap over het lichaam wordt ontkend, ontstaat er toch juist handel in lichamen zonder dat de persoon zelf rechten heeft.
• Als je geen eigenaar bent van je eigen lichaam, wie dan wel?
• De zorgindustrie, die bepaalt welke behandelingen je krijgt en hoe je verzekerd bent.
• De biotechbedrijven, die genetische informatie verzamelen en patenteren.
• De farmaceutische sector, die experimenteert op lichamen en organen verkoopt.
• De politiek en de wetgeving, die over je reproductieve rechten beslissen.
• Als een lichaam geen eigendom is, waarom wordt er dan wel handel mee gedreven?
• Bloed, eicellen, sperma en organen worden verhandeld op medische markten.
• Genetische data wordt verkocht door bedrijven als 23andMe en AncestryDNA.
• Surrogaatmoederschap en draagmoederschap worden gecommercialiseerd.
Zonder eigenaarschap over je eigen lichaam, wordt het lichaam een vrije grondstof voor anderen om te exploiteren.
Dus de echte vraag is:
Wil je dat jouw lichaam en DNA door anderen worden gebruikt als handelswaar, zonder dat je zelf de rechten bezit? Of eisen we het eigendom over ons eigen lichaam en erfgoed terug?
De Koningin van haar Eigen Erfgoed
De vrouw hoeft geen toestemming om te scheppen. Ze is geen bezit, geen onderdaan van wetboeken of systemen. Haar kracht ligt in het feit dat zij leven geeft, kunst creëert, geschiedenis draagt en toekomst vormt.
De werkelijke Koningin is de bron, de moeder, de schepper. En niemand kan die macht van haar afnemen.