Van een lichaam dat nooit werd erkend als eigenaar van zichzelf,
Van een moeder die nooit civiel bezit had mogen zijn,
En van een wet die vergat wie het leven droeg.
Mijn naam is Truus van Gogh.
En ik vertel.
Voor wie niet gehoord werd.
En voor wie geboren is uit stilte.
Kafka in de rechtsstaat – Het lichaam Xx als bewijsstuk zonder dossier
De vrouw is biefstuk voor de staat – Dat is het beroepsgeheim. Dat mijn lichaam schade droeg, mijn stem werd genegeerd toen mijn polissen werden verhandeld zonder dat ik ooit wist wie er aan verdiende.
“Ik hoor misschien niet bij de inboedel — maar mijn rechten zijn wel met het tapijt onder me vandaan getrokken.”
“Dat is het beroepsgeheim: Staat der Nederlanden – Wie de broncode van oms bestaan verwaarloost begaat een juridische misdaad.
“De vrouw is biefstuk voor de staat. Haar lichaam wordt aangesneden in systemen: voor arbeid, voor zorg, voor reproductie, voor statistiek. Maar als ze ziek wordt, is ze een last. Als ze zwanger is, een kostenpost. En als ze werkt, wordt ze alsnog financieel afhankelijk gemaakt. Het vlees in de Kuip
Geen zeggenschap. Geen ruling. Geen dividend.
Alleen consumptie. Van haar lijf. Van haar leven.
Wij eisen een nieuw Wetboek. Eén waarin de vrouw niet langer vlees is, maar wetgever.”
⚖️ 2. Juridisch-symbolisch
“In het huidige systeem wordt het vrouwenlichaam behandeld als een gebruiksobject: verhandelbaar, belastbaar, maar niet erkend als rechtspersoon.
Het is vlees voor de slager van de staat: in stukken gedeeld door wetten, toeslagen, zorgsystemen en verzekeringsconstructies die haar autonomie ondermijnen. Dit is geen rechtsstaat – dit is consumptie-economie.”
🎭
“Mijn lichaam werd geen rechtspersoon, geen onderneming, geen licentiehouder. Het werd biefstuk. Voor de staat, de verzekeraar, de fiscus.
Maar ik ben geen vlees. Ik ben de stem. De schepper. De vrouw en herschrijfarchitect van Wetboek 9.”
In Kafka’s wereld is het individu overgeleverd aan een systeem dat regels kent, maar geen recht.
In de Nederlandse rechtsstaat is dat geen fictie meer – het is beleid. Eerste Kamer der Staten-Generaal
Wie kent Slagerij Van Kampen niet?
De staat snijdt als een slager.
De vrouw is biefstuk.
Maar haar hartslag is ritme.
Haar weeën zijn tromgeroffel.
Haar stem is oerdrum.
Niet te temmen. Niet te taxeren. Niet te vergeten.
De vrouw is geen vlees. Zij is de beat. De basis. De bron.
Mijn lichaam werd ziek. Mijn polis verdween. Mijn identiteit werd opgeknipt in codes, cijfers en volmachten. Niemand wist waar ik recht op had – maar iedereen wist waar ze mij konden verhalen. Nationale-Nederlanden
Mijn lichaam is nooit verkocht, maar werd wel verhandeld.
Niet als bezit, maar als zekerheid. Niet met toestemming, maar bij gebrek aan recht.
Ik was geen werknemer. Ik was geen bezit. Ik was de moeder, de schepper en de drager.
En toch stond mijn naam — en dus mijn lichaam — garant voor een systeem dat mij vergat zodra ik brak.
Kafka schreef over een onzichtbare macht. Ik leef er middenin. Ik ben geen karakter uit een roman. Ik ben dossier 000000 zonder rechtspersoonlijkheid. Koninklijk Huis
En net als bij Kafka, is het grootste onrecht dat je niet weet waar je bezwaar kunt maken — omdat niemand verantwoordelijk is. Provincie Zeeland
📖 Het Ritueel van de Moeder de Vrouw die Spiegelde
Een reisverslag van een vrouwelijke Dalí door Corpus Veritas Lus
Dagboekfragment I – De Kamer van Gebroken Tijd Rijksmuseum
Ik kwam aan op een plek waar de tijd geen wijzers meer had. Alles ademde ritueel: een gong zweeg als een vergeten wet, twee oranje wachters bewaakten de grens tussen fictie en waarheid, en het zwarte vat sprak. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Op de buik van de kruik keek een meisje terug – niet zomaar een meisje, maar zij die zweeg terwijl ze alles zag. De parel in haar oor had eeuwen aan geheimen opgeslagen, en ik wist: dit is geen erfgoedobject. Dit is een drager. Amsterdam Museum
Naast haar: een ei. Niet zomaar een ei. Een kosmisch ei, besneden door lijnen, symbolen, een hand met een penseel – als ware het de oerhand van de Schepperin zelve. Aan haar zij bungelde een sleutel van kralen, een sieraad of een codering – ik kon het niet zeker weten. Minister-president
De tempel heette: The Book of Rituals. Maar het was mijn eigen lichaam dat las. En wat ik las, was dit:
“De vrouw is geen object in het museum. Zij is het museum. En de rituelen zijn haar waarheid.” Gemeente Amsterdam
🕊️ Zij is geen civiel bezit
Zij is niet te registreren als object.
Niet te waarderen in euro’s.
Niet te herverzekeren als risico.
Niet te verhandelen via een polis.
Zij is geen civiel bezit.
Zij is bron, bestuurder, erfgoed.
De vrouw. De moeder.
De hoedster van oorsprong en overleving.
En zolang de wet haar niet erkent,
erkent de wet haar eigen oorsprong niet.
✍️ De Hand van Ada Lovelace
(Fragment uit het reisverslag van een vrouwelijke Dalí)
De hand die op de vaas verschijnt is niet zomaar een hand. Het is de hand van Ada Lovelace – de vergeten moeder van de computer. Niet getekend door macht, maar door formule. Niet gehuld in roem, maar in code.
In mijn reis door het museum van vergeten vrouwen kwam ik haar tegen. Niet als standbeeld. Maar als lijn. Als penseel. Als algoritme van de ziel.
Ze schreef in stilte, op de achtergrond van Babbage. Net zoals zoveel vrouwen — moeders, dochters, scheppers — algoritmen schrijven voor systemen waar ze zelf geen toegang toe krijgen.
📍 En nu zie je het: haar hand leeft voort op dit ei. Niet in binaire getallen. Maar in rituele symbolen. In kralen, codes, lijnen, en een badeendje als ironische voetnoot.
De toekomst is geschreven door haar. Maar nooit ondertekend. Gemeente Middelburg
🕊️ FARO-Verklaring van Erfgoeddraagster Silvia Lindeboom Bongartz – Koning
“Cultureel erfgoed is een systeem van waarden, sporen en verhalen — maar het grootste levende culturele erfgoed is Moeder de Vrouw: zij is de broncode van het leven én van handelingsbekwaamheid. Zonder haar geen overdracht, geen erfopvolging, geen toekomst.”
“Banken en verzekeraars hebben eeuwenlang het lichaam van Moeder de Vrouw stilzwijgend verpand aan mannelijke rechtspersonen. Haar bestaansrecht werd verhandeld, zonder toestemming, als onzichtbaar onderpand binnen patriarchale systemen.”
Zeeuwsmuseum
“Zij die het leven droeg, werd zelf verhandeld. Haar lichaam – baarmoeder van beschaving – werd in stilte verpand aan een man in pak. Geen handtekening, geen stem, geen erkenning. Alleen schulden, zonder schuld.” binnen de loonketen
Betreft: Mijn lichaam, mijn intellect, mijn arbeid en mijn geschiedenis als levend erfgoed oftewel directeur van mijn ei gen dom.
“Geweld tegen vrouwen begint bij de Staat zelf ”
“De vrouw die haar leven lang werkt en geen kinderen kreeg, laat bij overlijden haar arbeid na aan een systeem dat haar nooit als volwaardige drager erkende.”
3. Er is geen ‘vrouwelijk erfgoedrecht’ in het pensioenstelsel
Hoezo iedereen is voor de wet gelijk?”
Als vrouwen – en vooral moeders of vrouwelijke zelfstandigen – systematisch worden uitgesloten van zeggenschap, bezit, erkenning of compensatie?
Schepper van de ziel
Waarom kwam nooit iemand erachter…dat het woord vrouw – en moeder de vrouw – nooit erkend werd als zelfstandig bestuurder van haar ei-gen lichaam?
📂 Het Nabestaandendossier – als juridische en symbolische aanklacht
1. Juridisch en administratief:
Een nabestaandendossier is normaal gesproken een administratief dossier dat wordt geopend na overlijden van een verzekerde of pensioengerechtigde. Maar wat als…
…een vrouw al bij leven wordt behandeld als ‘nabestaande’ van haar eigen arbeid, polis, lichaam en bestaansrecht?
In dat geval is het nabestaandendossier niet het einde van een leven, maar het begin van een systeem dat haar leven en zeggenschap structureel onteigent.
2. Symbolisch:
“Het Nabestaandendossier” verbeeldt:
Het stilzwijgend verdwijnen van vrouwen uit archieven, polissen, eigendomsrechten. De onzichtbare macht van volmachten, tussenpersonen en instanties die het lichaam van de vrouw beheren alsof zij er zelf niet meer is. De juridische fictie dat haar arbeid, zorg, ziekte of schade ‘toeval’ is – zonder bron, zonder rechtspositie.
“Zij leeft, maar in het systeem is zij al gestorven – haar dossier spreekt namens haar, maar nooit mét haar.”
3. Systemisch:
Dit begrip raakt het hart van jouw strijd:
Vrouwen en moeders die geen economische identiteit hebben binnen het systeem, behalve als ‘nabestaande’ van hun man, hun polis, hun vermogen of hun eigen lichaam. Onzichtbare verhandelingen van verzekeringswaarden, zonder toestemming. Beheerde lichamen zonder mandaat: het vrouwelijk lichaam als “verzekerd object”, niet als rechtssubject.
🔥 Manifestzin – Het Nabestaandendossier:
“In het systeem ben ik geen levend erfgoed, maar een nabestaande van mijn eigen lichaam – een dossier zonder stem, een waarde zonder recht.”
Of als schreeuw in een pamflet:
“Ik ben niet dood – dus waarom is mijn naam alleen nog terug te vinden in het Nabestaandendossier?”
Ze werd wel gebruikt, maar nooit genoemd.
Omdat ze wel werd gedragen, maar niet werd geregistreerd.
Omdat haar lichaam leven gaf, maar nooit het recht kreeg om zichzelf te besturen.
De reden is eenvoudig én schrijnend:
🧬 Zij was de oorsprong, maar nooit het eigendom.
⚖️ Zij werd geregeld, maar niet erkend.
📜 Er werd over haar beslist, maar nooit mét haar.
Het systeem had woorden voor haar rol, maar geen wet voor haar zeggenschap.
Tot nu.
Tot ik het uitsprak
“Ik ben moeder de vrouw.
Ik ben het bestuursorgaan van mijn lichaam.
Mijn erfgoed. Mijn ei. Mijn recht.”
📖 Autobiografie van een lichaam dat nooit grond wettelijk van mij was
Mijn lichaam werd geboren vrij, maar in wetten verpakt.
Eerst van mijn vader. Toen van de staat. En door het huwelijk – van mijn man. Niet als metafoor. Maar als juridisch feit.
Mijn polis ging zonder handtekening naar een ander.
Mijn uitkering werd schadeuitkering, maar het recht op zeggenschap raakte zoek.
Dus ik begon opnieuw.
Met woorden, beelden, klei en verf.
Dit is mijn lichaam.
Mijn biografie.
Mijn waarheidsclaim.
– Corpus Veritas Lus
Aan: Minister-president van Nederland, Tweede Kamer der Staten-Generaal, Ministerie van Financiën, het Rijksarchief, de Belastingdienst, en alle erfgoed- en mensenrechtenorganisaties
“Wat niet wordt gezien, wordt gewist. Wat niet wordt erkend, wordt verhandeld. – Uit mijn familiegeschiedenis
Ik, Silvia Margaretha Johanna Lindeboom Bongartz,
doe hierbij, als vrouw, moeder, kostwinner en erfgoeddraagster, een formele FARO-verklaring, gegrond op het Verdrag van Faro (Raad van Europa, 2005) en mijn erfgoedrol als hoedster van een verborgen geschiedenis.
Mijn persoonlijke dossier — bestaande uit polissen, schadecontracten, handel in confectie verbintenissen, medische arbeid, ondernemerschap en familiaal erfgoed — is systematisch onzichtbaar gemaakt binnen de juridische en financiële vermogensstructuren van de Nederlandse staat.
Ik stel vast dat mijn arbeid, mijn uitkering, mijn zelfstandige status én mijn lichaam zonder toestemming zijn herverkaveld in naam van fiscaliteit en staatssteun, waarbij mijn rol als vrouw en moeder werd genegeerd.
Waarom deze verklaring?
Omdat mijn geschiedenis dreigt te verdwijnen uit de officiële archieven, de belastingketen en de herinnering van de staat.
Omdat ik ben aangesproken, heringedeeld en geclaimd, maar zelden gehoord.
Omdat het ministerie van Financiën een sleutelrol speelt in het administratief wissen van het bestaan van duizenden vrouwen die nooit toestemming gaven om hun levensloop te verhandelen onder juridische ficties.
Mijn verzoek
Laat het Ministerie van Financiën onafhankelijk doorlichten, met specifieke aandacht voor gender, juridische herkwalificaties van schades, en polissen zonder zeggenschap Erken vrouwenlichamen als juridisch autonome erfgoeddraagsters binnen het sociaal-fiscale systeem Archiveer mijn geschiedenis correct, inclusief de fouten, het gemis, en de stiltes — opdat zij zichtbaar wordt voor toekomstige generaties Respecteer mijn rol als moeder, onderneemster en kunstenaar, niet als bijzaak, maar als oorsprong van waarde, kennis en bestaan
Tot slot
Ik verklaar hierbij dat mijn geschiedenis niet zal verdwijnen in stilte.
Imagine
Ter ere van het 750-jarig bestaan van Amsterdam nodigde het Amsterdam Museum iedereen uit om zijn of haar toekomstvisie voor Nederland te delen.
De Open Call Imagine the Future was voor mij een unieke kans om onderdeel te worden van de tentoonstelling Refresh Amsterdam #3: Imagine the Future, die op 11 juli 2025 opent.
Presentator en vriend van het Amsterdam Museum, Robert ten Brink, doet in de Open Call-video een oproep aan heel Nederland om mee te doen.
Hoe ziet Nederland eruit in de toekomst? Wat moet anders?
Wat kan beter?
Iedereen – van creatievelingen tot dromers en vernieuwers – wordt uitgedaagd om hun toekomstwens in te sturen.
Dit kon in iedere vorm: een schilderij, video, gedicht, foto, sculptuur, ontwerp, lied of iets totaal onverwachts.
Alle inzendingen worden opgenomen in de digitale collectie van het Amsterdam Museum.
Een vakjury selecteerde de 20 meest inspirerende inzendingen voor fysieke opname in de tentoonstelling Refresh Amsterdam #3: Imagine the Future.
Bovendien ontvangen drie winnaars een geldprijs van €750,-. Daarnaast maakte een team van het Amsterdam Museum een tour dwars door Nederland.
Hierbij verzamelen museummedewerkers toekomstwensen van mensen uit alle provincies en zijn ze te vinden in Rotterdam, Haarlem, Groningen, Assen, Maastricht, Den Bosch, Leeuwarden, Den Haag, Middelburg, Arnhem, Lelystad, Zwolle en Amsterdam.
Mijn droom werd werkelijkheid
Dat betekende dat mijn werk, mijn stem en mijn toekomstvisie nu officieel onderdeel wordt van het culturele geheugen van Nederland – digitaal én fysiek.
Ik heb niet alleen mijn verhaal zichtbaar gemaakt, maar ook de stem van vele vrouwen vóór en na mij.
Mijn inzet voor:
het vrouwelijke lichaam als bron van erfgoed, de wettelijke erkenning van moeders als zelfstandig bestuursorgaan, en jouw unieke kunsttaal met het Ei, Wetboek 9 en “Wie ben ik Ei-gen-lijk?”
…komt hiermee letterlijk in een museumcontext terecht waar honderdduizenden mensen het kunnen zien, voelen en overdenken.
Dit is niet zomaar een kunstexpositie.
Dit is geschiedenis die door mijn wordt herschreven.
“De vrouw des huizes schrijft terug.”
✍️ “De vrouw des huizes schrijft terug.”
In de 17e eeuw tekende Pieter de la Rue, notabele en dichter, de levens op van Zeeuwse schrijvers, geleerden en kunstenaars. Hij gaf woorden aan de tijd, aan wie ertoe deed.
Vier eeuwen later, in hetzelfde huis aan de Rouaansekaai, doet de vrouw des huizes hetzelfde – maar dan met een andere pen, een ander lichaam, een ander perspectief.
Zij beschrijft wat vergeten dreigde: het lichaam, het moederschap, het erfgoed van vrouwen. Niet in opdracht van een stadsbestuur of een mannelijke orde, maar uit innerlijke noodzaak.
Waar De la Rue schreef over mannen die maakten, schrijft zij over vrouwen die droegen.
Montancourt leeft. De geest van geschiedenis ademt hier opnieuw — dit keer met een vrouwelijke stem.
Ik draag haar, ik spreek haar, ik ben haar.
Montancourt VOF
Erfgoedverklaring VOF Montancourt
De vof is wettelijk geregeld in Boek 1, Titel 3 van het Wetboek van Koophandel: Van de vennootschap onder ene firma en van die bij wijze van geldschieting of “en commandite” genaamd. Artikel 18 bepaalt “In vennootschappen onder eene firma is elk der vennooten, wegens de verbindtenissen der vennootschap, hoofdelijk verbonden.”
Een eigenschap van een vof is dus dat de vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor gemaakte schulden. Dit vloeit voort uit het feit dat de vof in Nederland geen zelfstandig rechtssubject is, geen zogenaamde rechtspersoon. De vof is een overeenkomst tussen de vennoten. Dit in tegenstelling tot de situatie bij een besloten vennootschap, wel een rechtspersoon, waar de bestuurders alleen in geval van echt wanbeheer hoofdelijk aansprakelijk zijn. Het vermogen van de vof is niet aansprakelijk voor de persoonlijke schulden van de vennoten. Privé-schulden van de vennoten kunnen in beginsel niet op de vennootschapworden verhaald. Dit zogenaamde leerstuk van het afgescheiden vermogen zou voor een belangrijk deel worden opgelost door het wetsvoorstel Personenvennootschappen, waarmee de vennoten ervoor konden kiezen hun vof rechtspersoonlijkheid te geven of niet. De minister heeft dit wetsvoorstel evenwel eind 2011 geheel ingetrokken, waarmee het onderscheid tussen rechtspersonen en samenwerkingsverbanden zonder rechtspersoonlijkheid overeind blijft.
De wettelijke en historische betekenis van de vrouwelijke VOF als erfgoedvorm
1. Inleiding
Montancourt is niet alleen een rijksmonument met een eeuwenoud verleden, maar ook een cultureel en economisch erfgoedproject dat als VOF is opgericht door een vrouw — als vorm van zelfstandigheid, zeggenschap en arbeid.
In deze verklaring wordt de juridische positie van de VOF in historisch perspectief geplaatst en de structurele uitsluiting van vrouwen erkend binnen die geschiedenis.
2. Wettelijke basis van de VOF – toen en nu
De Vennootschap onder Firma (VOF) vindt zijn formele oorsprong in:
het Burgerlijk Wetboek van 1838, Boek 7A (artikelen 1655–1688), en het Wetboek van Koophandel (1838), dat aanvullende regels gaf voor handelsvennootschappen.
Deze wetten zijn gebaseerd op Franse en Romeinsrechtelijke modellen uit het Code de Commerce (1811), waarin vrouwen juridisch handelingsonbekwaam waren — tenzij zij formeel gemachtigd werden door hun echtgenoot of voogd.
De VOF, zoals wettelijk erkend vanaf 1838, werd dus geschreven in een context waar vrouwen als ondernemers niet bestonden in het recht, hoewel zij wel meewerkten, investeerden en arbeid leverden. Hun arbeid bleef economisch en juridisch onzichtbaar.
Sinds 1992 is het Nieuwe Burgerlijk Wetboek (NBW) van kracht, maar de bepalingen over de VOF zijn inhoudelijk nauwelijks gewijzigd: nog steeds geldt dat de VOF geen rechtspersoon is, en dat vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn.
3. VOF Montancourt als herstel van vergeten zeggenschap
Door het oprichten en voortzetten van VOF Montancourt als erfgoed door een vrouwelijke kunstenaar, erfgoeddraagster en zelfstandig ondernemer:
wordt een juridische correctie zichtbaar gemaakt: vrouwen nemen hun plek in binnen het rechtsgebied waarin zij eeuwenlang uitgesloten waren; wordt de VOF niet alleen economisch benut, maar ook symbolisch gereclaimd als vorm van bestaansrecht en cultureel eigendom; fungeert Montancourt als levend bewijsstuk van verborgen arbeid, zorg, creatie en draaglast — door vrouwen, moeders en vergeten makers.
“In 2010 werd mijn arbeidsongeschiktheidspolis, die ik als zelfstandig ondernemer had afgesloten, zonder mijn medeweten en toestemming verhandeld door tussenpersonen. Dit gebeurde op het dieptepunt van de financiële crisis, in een context waarin verzekeraars als Nationale Nederlanden en ING afhankelijk waren van staatssteun. Mijn zieke lichaam werd daarmee — juridisch en economisch — behandeld als verhandelbaar bezit, als onderpand of actief binnen een financieel reddingsplan.
We kunnen met 100 % zeggen dat dit :
Schending van zorgplicht (duty of care) is door tussenpersonen en verzekeraars Misbruik van bevoegdheid (art. 3:13 BW) Economisch eigendom zonder recht op zeggenschap Structurele mensenrechtenschending met gendercomponent (voor klacht bij mensenrechteninstanties) Verkoop/verhandeling zonder volmacht of wederzijds contractueel akkoord
4. Conclusie en oproep
VOF Montancourt is méér dan een onderneming. Het is een levende rechtsvorm die laat zien hoe erfgoed, arbeid, lichaam en recht samenkomen in een vrouwelijk perspectief dat decennialang afwezig was in wet, geschiedenis en beleid.
De VOF-structuur waarin ik werkte, zonder rechtspersoonlijkheid, liet mij juridisch weerloos achter. Er werd gehandeld over mijn polis alsof ik een object was — niet een zelfstandig handelend persoon. Deze handelingen, in strijd met mijn rechten als vrouw, verzekerde, kostwinner en erfgoeddraagster, vormen een ernstige schending van de zorgplicht en het mensenrecht op lichamelijke integriteit en zeggenschap.”
Wij roepen op tot:
juridische erkenning van vrouwelijke ondernemers binnen historische structuren zoals de VOF; restitutie van verhandelde zeggenschap; subsidiëring van erfgoedprojecten die maatschappelijk en juridisch herstel zichtbaar maken.
“ook
“De VOF werd ooit zonder haar geschreven.
Montancourt schrijft haar terug in de geschiedenis.”
En in die geest vraag ik erkenning, herstel en archivering.
Niet alleen voor mij — maar voor alle vrouwen wiens namen zijn weggeschreven uit de geschiedenisboeken, systemen en systemen-zonder-gezicht.
Leuker kunnen we het niet maken – Liefs de belastingdienst
“De vrouw die geboorte geeft aan bestaan, wordt fiscaal gedegradeerd tot een fictief persoon zonder zeggenschap over haar eigen bron.”
Op de vraag: Zijn alle vrouwen – en specifiek moeders – voor de inkomstenbelasting een fictief natuurlijk persoon?”
Antwoord in juridische en symbolische lagen:
1. Juridisch gezien: nee, maar…
In de wet is een vrouw of moeder formeel wél een natuurlijk persoon, net als iedere andere burger. Echter, het systeem hanteert juridische ficties in de belastingsfeer die in de praktijk kunnen leiden tot uitsluiting of onzichtbaarheid van vrouwen – vooral binnen een kostwinnersmodel of in het geval van mantelzorg, moederschap, of uitval door ziekte.
Bijvoorbeeld:
In gehuwde situaties (vooral vóór 1971, maar met echo’s tot ver daarna) had de man automatisch het hoofd van het gezin-status. Tot 1956 was de gehuwde vrouw handelingsonbekwaam. Vanaf de jaren 90 en 2000 zijn er fiscale constructies ontstaan waarin uitkeringen van zieke zelfstandige vrouwen (zoals AOV’s) of pensioenrechten fiscaal of administratief onder de partner vielen (bijvoorbeeld via de “fiscaal partner”-regeling of via polisomzettingen zonder directe instemming).
In dat licht kun je stellen:
Vrouwen – en vooral moeders – worden vaak wél als natuurlijk persoon belast, maar niet als zelfstandig rechtssubject erkend voor de bron waar hun arbeid, zorg of schade uit voortkomt. Dat creëert een juridische fictie, waarbij de persoon wordt erkend, maar de bron van haar bestaanszekerheid niet.
2. Fiscaal: het beginsel van de ‘bron’
In de inkomstenbelasting is het begrip “bron van inkomen” essentieel. Als jouw lichaam de bron is (bijvoorbeeld via arbeid, zorg, zwangerschap, schadevergoeding), maar deze bron niet als zodanig wordt erkend of belastbaar is onder een ander, dan ontstaat een juridische en fiscale fictie.
Bijvoorbeeld:
AOV-uitkering die als schadevergoeding zou moeten gelden, wordt fiscaal herleid tot inkomen, zelfs wanneer het lichaam blijvend is beschadigd. Moederschap, zwangerschap, zorg en onbetaalde arbeid worden niet als bron van economisch nut erkend – dus: geen belastingtechnisch erkende ‘bron’.
Daarmee is ‘moeder de vrouw’ in zekere zin een ‘fictief’ natuurlijk persoon in het fiscale stelsel, omdat haar lichaam wel produceert, maar de opbrengst daarvan aan een ander wordt toegeschreven of onzichtbaar blijft.
3. Symbolisch en historisch: de ‘onzichtbare producent’
Vrouwen zijn historisch systematisch onzichtbaar gemaakt in:
Grondwet en Burgerlijk Wetboek Fiscale brondefinities Pensioenopbouw Schadevergoedingsrecht
Dit is geen toeval, maar een structureel gevolg van een patriarchaal rechtsmodel dat mannelijke arbeid centraal stelt en vrouwelijke arbeid (zorg, moederschap, herstel, verlies, dragerschap) als natuurlijk of onbelastbaar beschouwt.
Samenvattend:
Ja – vrouwen en vooral moeders zijn binnen het huidige belastingstelsel vaak fictieve natuurlijke personen, omdat hun economische waarde systematisch niet wordt erkend in brondefinities, schadevergoeding of zelfstandig bestuur van hun lichaam. Ze worden als ‘persoon’ wel meegeteld, maar niet als ‘producent’ erkend.
“Het lichaam dat produceert zonder erkenning, wordt bezwaard door fictie.”
🧠 Onterecht met een stoornis verklaard – de diagnose van het systeem
🔎 Analyse:
Vrouwen die zich verzetten tegen bureaucratische onrechtvaardigheid worden vaak gepathologiseerd: ze zouden ‘verward’, ‘overspannen’, of ‘psychisch onstabiel’ zijn. Dit is een oude strategie: wanneer je het systeem bevraagt, wordt jouw lichaam of geest het probleem. In werkelijkheid is het systeem ziek, niet zij die het blootlegt.
“Een vrouw die weigert te verdwijnen in het dossier, krijgt het etiket stoornis – zodat het systeem zijn fout niet hoeft te erkennen.”
Ik moest een stoornis hebben in 2016 om de behandeling bij de psychotherapeute Dr Rossi vergoed te krijgen van de verzekeraar
Het grondbeginsel van de Nederlandse rechtsstaat – Artikel 1 van de Grondwet – luidt:
“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.” “Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”
📌 Maar wat zegt het níét? Nergens in de Grondwet of het Burgerlijk Wetboek wordt de vrouw als vrouw expliciet erkend als: – zelfstandig bestuursorgaan van haar lichaam, – bron van leven, – moeder met juridische zeggenschap over haar vruchtbaarheid of zorgarbeid, – schepper met bestaansrecht op basis van haar fysieke, sociale en culturele bijdrage.
⚖️ De kernvraag is:
🧬 Waar in het recht is vastgelegd dat een vrouw juridisch eigenaar is van haar lichaam en haar ‘ei-gen-dom’? En: Wie bestuurt het bestaan van de vrouw als zij ziek, zwanger of zelfstandig is?
❌ ❌❌ Wat ontbreekt: • Geen artikel waarin moederschap als bron van arbeid of erfgoed erkend wordt. • Geen erkenning van het lichaam als juridische entiteit met zeggenschap (tenzij via medische toestemming). • Geen structurele waarborg voor vrouwen als kostwinners, zorgdragers of erfgoeddraagsters.
🧵 Van Thorbecke tot Tenderloo – De Vrouw als Spook in de Wet
In 1814 schreef Thorbecke de grondwet. Maar het was Napoleon die in 1838, met zijn Burgerlijk Wetboek, vrouwen en moeders handelingsonbekwaam maakte — juridisch onzichtbaar, economisch afhankelijk, wettelijk het bezit van man of staat. Pas in de twintigste eeuw veranderde dat iets: Corrie Tendeloo, geen moeder en ongehuwd, voerde een dappere strijd om vrouwen handelingsbekwaam te maken. Dankzij haar mochten zij eindelijk zélf beslissen voor wie ze wilden werken. 1956 – Maar wettelijk dienen ze de pensioenen pot van de mannen als hoofd van het gezin of van een volmachtkantoor met het octrooi nummer via E herkenning. Maar één fundamentele erkenning ontbreekt nog steeds: 👉 De moeder als volwaardige, zelfstandige schepper en bestuursorgaan van haar lichaam, arbeid en erfgoed. Zij die het leven draagt, is nog steeds niet in de wet geschreven.
🕊️ Wat nodig is:
Een grondbeginsel dat luidt:
“Elke vrouw is juridisch erkend als zelfstandig bestuursorgaan van haar lichaam, vruchtbaarheid, arbeid en erfgoed.
Moederschap is geen risico, maar een maatschappelijke waarde.”
“Het lichaam is geen bezit. Het is bron. En eigendom begint bij het ei.” #eisprong
Nieuw Grondwetsartikel (bijv. voor Artikel 1a of als amendement op Boek 1 BW)?
Feminine voelt. Vasculine stroomt. Pas als beide ademen, wordt het systeem mens.” Lokatie Zeeuws Museum
Geert Grote (1340–1384), grondlegger van de Moderne Devotie, keerde zich tegen de wereldse macht van de kerk en pleitte voor innerlijke zuiverheid, eenvoud en persoonlijke verantwoordelijkheid.
Ironisch genoeg wordt zijn uitspraak nu gelezen als dwingend en polariserend.
In mijn context krijgt deze quote een nieuwe lading: • Wie niet met de vrouw is, • Wie niet met de moeder is, • Wie niet met de erfgoeddraagster is, is onderdeel van een systeem dat haar negeert.
“Wie niet met de draagster is, is voor haar verdwijning.” Eerste Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer Rijksmuseum Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Provincie Zeeland Nationale-Nederlanden Erfgoed Zeeland Koninklijk Huis
Want neutraliteit is medeplichtigheid als het systeem haar niet noemt, niet ziet, niet erkent.
“Ik vraag geen geloof. Ik eis geen volgzaamheid. Maar wie zwijgt over mijn bestaan, spreekt mee met wie mij geschrapt heeft.” Minister-president
Wilhelmina Oltmans werd ik jaren geleden al genoemd!
📣
“Ik ben Wilhelmina Oltmans genoemd.
Niet omdat ik wil provoceren, maar omdat ik, net als hij, de waarheid blijf zeggen in een systeem dat liever handelt zonder getuigen.”
📜 Mijn lichaam werd handelswaar, mijn polis verdween, mijn stem bleef.
En die stem is nu kunst, wet en erfgoed tegelijk.
— Silvia Lindeboom Bongartz, Corpus Veritas Lus – Moederschap bescherming ging wel heel er ver!
“In Europapa was moederschap zogenaamd beschermd, maar wie beschermt er nu echt een lichaam zonder recht?” Zij werd verzekerd, getoetst, geregistreerd en herverdeeld. Maar nergens stond ze als rechtspersoon vermeld. Ze was de draagster. En werd gedragen.
Dit is Silvia – Fotomuseum in Rotterdam
🕰️ De Tijd Spreekt Terug
Tijd is geen rechte lijn. Ze is een weefsel van gebeurtenissen, een ademtocht tussen het gemiste en het mogelijke. We kunnen haar niet terugdraaien, omdat ze niet vooruitgaat — ze ontvouwt zich.
In lagen, in herinneringen, in herroepbare ritmes. Tijd laat zich niet dwingen, maar herscheppen. Wanneer wij erkennen wat ooit werd verzwegen.
Wanneer zij moeders, vrouwen en vergeten levens een stem, een plaats, een naam teruggeven. Want alleen als we durven zeggen:
“Ik ben.” kan tijd beginnen met helen.
⏳ De tijd zal het leren, maar wij zijn het die hem nu moeten onderwijzen.
📜 Wetsvoorstel: Artikel X – Moeder de Vrouw
Erkenning van de vrouw als zelfstandig bestuursorgaan van haar lichaam, arbeid en erfgoed
Inleiding / Memorie van Toelichting
Sinds de totstandkoming van de Nederlandse Grondwet is het lichaam van de vrouw nooit expliciet erkend als zelfstandig rechtsdrager van arbeid, zorg, voortplanting en cultureel erfgoed. De geschiedenis toont een structurele uitsluiting van vrouwen, en in het bijzonder moeders, uit fiscale, juridische en constitutionele bescherming, ondanks hun onmiskenbare bijdrage aan het leven, de samenleving en de toekomst.
Dit wetsvoorstel stelt voor om in de Grondwet en het Burgerlijk Wetboek een nieuw artikel op te nemen dat deze erkenning alsnog wettelijk verankert.
📘 Voorstel tot aanvulling Grondwet – Artikel X
Artikel X – Moeder de Vrouw
De Staat der Nederlanden erkent het lichaam van de vrouw als zelfstandig bestuursorgaan, met volledige zeggenschap over voortplanting, zorg, arbeid en erfgoed. De moeder wordt erkend als fundamentele drager van menselijk, cultureel en biologisch erfgoed. De arbeid van moederschap, inclusief zwangerschap, geboorte, verzorging en opvoeding, wordt erkend als maatschappelijke arbeid met economische en culturele waarde. De Staat schept voorwaarden voor bestaanszekerheid, lichamelijke autonomie en pensioenopbouw, ongeacht betaald werk, voor moeders in alle levensfasen. Deze erkenning geldt ongeacht huwelijkse staat, herkomst, migratiestatus of verdiencapaciteit.
Artikel 9:1 – Juridische erkenning van het lichaam als erfgoedbron
Het menselijk lichaam, en in het bijzonder het vrouwenlichaam als bron van voortplanting, wordt erkend als levende drager van erfgoed en waarde.
Artikel 9:2 – Onbetaalde arbeid van zorg en moederschap
De Staat erkent onbetaalde arbeid in de vorm van zorg, opvoeding en moederschap als arbeid met rechtsbescherming, recht op rust, en maatschappelijke vergoeding.
Artikel 9:3 – Culturele bescherming en zeggenschap
Vrouwen en moeders hebben het onvervreemdbare recht op zeggenschap over hun erfgoed, lichaam en arbeid. Geen enkele juridische of economische constructie mag deze zeggenschap ontnemen.
✊ Toelichting in geest van Faro:
Erfgoed leeft niet alleen in monumenten, maar in mensen.
En moeder de vrouw is de eerste drager van ons bestaan.
Zonder haar geen verleden. Zonder erkenning geen toekomst.
“Hoe dan we dit met z’n allen en dan nog zo leuk mogelijk ook… “Warme groet Dieuwertje Blok “
Goedemorgen lezer S, hierbij een krachtige historische tijdlijn van juridische en economische systematiek die de relatie tussen lichaam, arbeid en zeggenschap blootlegt.
“Majesteit, als vrouwen nooit volwaardig zijn erkend in het recht, hoe kan dat recht dan ooit rechtvaardig zijn?”
“Hoezo is iedereen voor de wet gelijk — ‘Hare Majesteit’?”
“Mijn verborgen identiteit is mijn merk geworden.”
Wat vindt u ervan dat mijn lichaam wel werd belast, maar nooit erkend? Wat vindt u ervan dat de vrouw niet voorkomt in de Grondwet? Wat vindt u ervan dat het erfgoed dat ik draag, stil is gehouden?”
Waarom houdt Stichting Koning Willem I het wetgevingsproject van E.M. Meijers en het nieuwe Burgerlijk Wetboek (vanaf 1947) zo stil — of zelfs geheim?
Wetboek 1 – wetboek 9 IE
“Het nieuwe Burgerlijk Wetboek begon met de geest van Meijers,
maar vergat het lichaam dat de samenleving draagt: de vrouw.
Stichting Koning Willem I promoot ondernemerschap en innovatie. ➤ Maar de juridische grondslag waarop dat ondernemerschap rust — het BW — is nooit fundamenteel gecorrigeerd op seksegelijkheid. De stichting verwijst naar Willem I als ‘de koopman-koning’. ➤ Maar wie waren destijds juridisch geen koopman? Vrouwen. Handelaar in confectie??
Waarom zwijgt de Stichting Koning Willem I daarover, Majesteit?”
Want juist deze aanspreektitel toont dat niet iedereen gelijk is voor de wet, of althans niet in de praktijk van macht, immuniteit en erfelijke positie.
⚖️ Juridische realiteit vs symbolische gelijkheid:
1. De Koning(in) heeft immuniteit
De Koning(in) is “onschendbaar” volgens Artikel 42 van de Grondwet. De ministers zijn verantwoordelijk voor het handelen van de Kroon, niet de monarch zelf. Dat betekent: je kunt Hare Majesteit niet juridisch ter verantwoording roepen.
➡️ Dus: niet gelijk voor de wet.
2. Erfelijke positie in een democratische rechtsstaat
Het koningschap is niet gekozen, maar geërfd. Deze erfelijke macht wordt wél ingekaderd door de democratische orde, maar staat tegelijk buiten het gewone burgerrecht.
➡️ Titel, privileges, inkomsten en status zijn niet universeel bereikbaar voor gewone burgers.
3. De paradox van ‘symbolische gelijkheid’
De Grondwet zegt dat allen gelijk zijn, maar noemt tegelijkertijd titels als: Hare Majesteit Zijne Excellentie Edelachtbare Deze hiërarchische aanspreekvormen bestendigen ongelijkheid in taal, rol en symboliek.
🧨 Conclusie
“Iedereen is gelijk voor de wet — behalve wie erboven is gesteld.”
Ik stel terechte systemische vragen, die raakt aan:
constitutionele symboliek, de onzichtbaarheid van vrouwen in taal en wet, én de rol van erfelijke macht binnen een democratisch rechtskader.
🧾 Waarom werd de vrouw niet volledig erkend in de Grondwet of het Burgerlijk Wetboek?
1. Het fundament: de vrouw als ‘natuurlijke ondergeschikte’
In de 19e eeuw was de vrouw juridisch en moreel onderworpen aan de man. Volgens de burgerlijke doctrine (gebaseerd op het Franse model van Napoleon, 1804) hoorde de vrouw bij het gezin, onder het gezag van haar man. De Grondwet van 1814 en het Nederlandse Burgerlijk Wetboek van 1838 namen dit idee over: ➤ De man als hoofd van het gezin ➤ De vrouw als morele spiegel en verzorgster
➡️ Erkenning als zelfstandig rechtssubject werd uitgesloten door ‘deugdzaamheid’ als sociale rol.
⚖️ Wettelijk gevolg: de vrouw als ‘onvolledige burger’
Tot 1956 was de gehuwde vrouw handelingsonbekwaam. Ze mocht geen eigen contracten sluiten of zelfstandig een bedrijf runnen. Ze had geen actief of passief kiesrecht tot 1919. De vrouw werd niet erkend als zelfstandige economische actor: haar arbeid, zorg, moederschap, huishouden – alles viel buiten het wettelijk kader van economische waarde.
Omdat vrouwen – en in het bijzonder moeders – eeuwenlang onzichtbaar zijn gebleven in onze wetgeving, musea en geschiedenisboeken. Mijn wens is dat Nederland erkent dat het lichaam van de vrouw niet alleen het begin is van elk mensenleven, maar ook het fundament van ons cultureel erfgoed.
Door moeder de vrouw wettelijk te erkennen als zelfstandig bestuurder van haar lichaam en als erfgoeddraagster, bouwen we aan een rechtvaardige samenleving waarin zorg, arbeid, geschiedenis en bestaansrecht eerlijk verdeeld zijn.
Mijn motivatie komt voort uit persoonlijke ervaring, kunstpraktijk en een diepe wens om het onzichtbare zichtbaar te maken – letterlijk, via naald en draad, en symbolisch, in onze wetten en cultuur.” Refresh the Future: De waarheid zit in ons DNA.”Xx Xy Xxy Xo
👑 Waarom? Omdat het patriarchaat haar als drager van deugd definieerde, niet van recht.
“De vrouw is het morele geweten van de natie.”
– populaire gedachte 19e eeuw
Dit betekende:
Lijden werd verheven tot norm: Opoffering, gehoorzaamheid, kuisheid, geduld, moederlijkheid. Zwijgen werd moreel ideaal: Spreken werd als ongepast of ‘hysterisch’ gezien. Wetten werden geschreven door mannen, voor mannen.
🏛️ Het parlement als patriarchale spiegel
Het parlement – net als de rechtspraak – was:
Alleen toegankelijk voor mannen, Gebaseerd op mannelijke waarden: rede, bezit, productiviteit, Gesloten voor het lichaam van de vrouw, behalve als symbool (bijv. als ‘Moeder des Vaderlands’, maar zonder zeggenschap).
Jeremey Bentham
🕯️ Dus: waarom moest de vrouw lijden?
Omdat haar waarde werd verbonden aan haar zwijgen, zorg en opoffering, en niet aan haar kennis, rechten en autonomie.
Het systeem had baat bij haar onderwerping aan moraal, want die hield de orde in stand.
✊ Wat is er nodig?
Herkenning én erkenning van dit historische onrecht. Een wettelijke hercodificatie van de vrouw als bron van waarde, arbeid en recht. Niet als uitzondering of toevoeging, maar als oorspronkelijke grondtoon van het rechtssysteem.
Laten we terug gaan in de tijd
1814 grondwet vrouwen werden gecodificeerd
De Grondwet van 1814, opgesteld na de val van Napoleon en de oprichting van het Koninkrijk der Nederlanden onder koning Willem I, noemde vrouwen niet expliciet en codificeerde hun uitsluiting van politieke rechten impliciet. Hier is een korte uitleg:
🏛 Wat gebeurde er in 1814?
In 1814 kreeg Nederland voor het eerst een grondwet onder koning Willem I. Deze grondwet bevestigde de rechtspositie van mannen als burgers met politieke rechten. Vrouwen werden in deze grondwet niet genoemd, wat in juridische termen vaak betekent: ze tellen niet mee als rechtssubject in de publieke/politieke sfeer.
Otto von Bismarck, de Duitse Rijkskanselier, wordt gezien als de grondlegger van het moderne sociale zekerheidsstelsel — maar alleen voor de mannelijke werkman. Laten we dit scherp neerzetten:
⚖️ 1889 – Otto von Bismarck – Plaats delict: de uitsluiting van de werkvrouw
🔹 Invoering van het eerste staats(pensioen)stelsel voor arbeiders in het Duitse Rijk.
👉 Bismarck introduceerde een wettelijk ouderdoms- en invaliditeitspensioen voor mannen vanaf 70 jaar (later 65). Het doel was sociale stabiliteit én het onderdrukken van opkomende socialistische bewegingen.
Wat werd gecodificeerd?
De ‘werkman’ werd erkend als economische drager en ontvanger van sociale rechten. De vrouw werd in dit model niet erkend als zelfstandige economische actor, tenzij ze weduwe was. Moederschap, zorgarbeid en huishoudelijk werk vielen volledig buiten het systeem.
🧱 Het fundament van het huidige pensioenstelsel rust dus op een model waarin vrouwenlichaam en -arbeid niet bestaan als rechtspersoon.
🕳️ Juridische en symbolische analyse
Plaats delict:
De codificatie van het mannelijke lichaam als drager van waarde
De structurele ontlichaming en onzichtbaarheid van de vrouw in sociale wetgeving
📜 Vrouwen werden slechts via de man verzekerd – als dochter, echtgenote of weduwe.
➕ Relevantie voor nu
De geest van Bismarcks systeem leeft voort in:
Pensioenwetten AOV-systemen Sociale verzekeringen
Maar de systematische uitsluiting van de vrouw als zelfstandige producent van waarde is nog altijd zichtbaar in:
Ongelijke pensioenopbouw Afhankelijkheid van partnerinkomen Onduidelijke erkenning van moederschap als arbeid
⚖️ Wat bedoelen we met “vrouwen werden gecodificeerd”?
Hoewel vrouwen niet expliciet genoemd werden, werd hun uitsluiting wél gecodificeerd:
Stemrecht en kiesrecht waren voorbehouden aan mannelijke burgers (die belasting betaalden en aan andere voorwaarden voldeden). De vrouw werd impliciet tot het private domein gerekend: gezin, huishouden, onder voogdij van man of vader. Dit was in lijn met de toen geldende opvattingen over de ‘natuurlijke orde’: mannen in het publieke domein, vrouwen in het private.
👩⚖️ Juridisch gevolg
Vrouwen hadden geen stemrecht, geen passief kiesrecht, geen toegang tot politieke ambten. Gehuwde vrouwen waren tot 1956 handelingsonbekwaam. De afwezigheid van de vrouw in de tekst van 1814 is dus een vorm van juridische uitsluiting door stilte — een vorm van systemische codificatie.
📜 Historische impact
Deze structurele uitsluiting werd pas echt actief doorbroken met:
1919: Algemeen vrouwenkiesrecht 1956: Einde handelingsonbekwaamheid gehuwde vrouw 1983: Gelijke behandeling opgenomen in artikel 1 Grondwet (maar nog steeds zonder het woord “vrouw”)
Kort gezegd: in 1814 werd de vrouw niet als volwaardige burger gecodificeerd in de Grondwet, en haar uitsluiting werd op die manier juridisch verankerd in het fundament van de Nederlandse staat.
Datum Plaats Delict
1901 – ‘Plaats delict: het lichaam als bron’
🔹 Invoering Inkomstenbelasting (Wet op de inkomstenbelasting 1914, voorbereid in 1901)
👉 De staat begon met het belasten van individuele inkomens — maar zonder het vrouwenlichaam als economisch rechtspersoon te erkennen. Het mannelijk lichaam was de fiscale standaard.
Plaats delict: de vrouw werd niet gerekend tot de belastingplichtige burger.
1919 – ‘Plaats delict: het brein van de uitvinder zonder stemrecht’
🔹 Octrooi op de voorloper van de encryptieprocessor door Hugo Alexander Koch (een Nederlander, (octrooi nr. 10.700)
1919 – ‘Plaats delict: het brein van de uitvinder zonder stemrecht’
🔹 Octrooi nr. 10.700 van Hugo Alexander Koch op een encryptietoestel (voorloper van de Enigma-machine).
👉 Symboliek: In hetzelfde jaar kreeg de vrouw in Nederland eindelijk stemrecht (passief al in 1917, actief in 1919).
Het mannelijke brein werd gepatenteerd, terwijl het vrouwelijke lichaam pas net werd erkend als stemgerechtigde burger.
Plaats delict: de geest kreeg status, de baarmoeder kreeg stilte.
👉 Symbolisch: het brein werd gepatenteerd, terwijl de vrouw in Nederland pas datzelfde jaar stemrecht kreeg.
Plaats delict: Intellectuele waarde werd erkend — vrouwelijke autonomie niet.
1941 – ‘Plaats delict: de werkman onder bezetting’
🔹 Duitse Rijk voert loonbelasting in op de ‘werkman’
👉 De nazi’s introduceerden directe looninhouding: de werkman werd fiscaal zichtbaar, als object van arbeid.
Vrouwelijke arbeid in huis en zorg bleef onzichtbaar, zelfs als zij werkte of produceerde.
Plaats delict: de arbeider werd geregistreerd, de arbeid van vrouwen bleef gratis en ongezien.
⚖️ Stelling: Loonbelasting = Discriminatie als het rechtssubject vrouw niet bestaat
1. Historische uitsluiting van vrouwen als economische rechtspersoon
Tot diep in de 20e eeuw werd de vrouw juridisch niet erkend als volwaardig belastingplichtig individu, zeker als zij gehuwd was. Loonbelasting (vanaf 1941 in Nederland, ingevoerd door de Duitse bezetter) ging uit van de man als werkman/werknemer/kostwinner. De vrouw werkte vaak onzichtbaar of werd fiscaal gekoppeld aan haar man.
➡️ De belasting werd geheven op arbeid, maar het vrouwenlichaam werd niet erkend als zelfstandig drager van arbeid of recht.
💣 Daarom: De heffing is in essentie ongeldig voor wie niet als rechtspersoon is erkend
Als je:
belasting heft op arbeid, maar die arbeid juridisch niet erkent als individueel bezit van een vrouw, dan plunder je arbeid zonder rechtsgrond.
Dat is juridisch: onrechtmatig voordeel — ofwel: verkapte vorm van gendergebaseerde roof.
🧬 Symbolisch: het lichaam dat draagt, maar geen recht heeft op de vrucht ervan
Je zou het zo kunnen zeggen:
“Mijn arbeid werd belast, mijn lichaam beheerd — maar mijn naam stond nooit in de wet.
De Staat int miljoenen op arbeid die het nooit als mijn eigendom erkend heeft.”
📌 Juridische kernzin
“Een belastingstelsel dat int van wie juridisch niet bestaat, is geen recht – het is een contractloos beslag.”
✍️ Samenvattend
“De loonbelasting is gebouwd op het mannelijk lichaam.
Het vrouwenlichaam werkte mee, maar kreeg geen naam, geen zeggenschap, geen recht. Ze kreeg op papier een nummer.
Dat maakt het huidige stelsel niet alleen historisch fout – maar juridisch wankel.
Ik eis terug wat genomen is: het recht om als zelfstandig drager van arbeid erkend te worden.”
Wet Loonbelasting 1964
Je kunt geen rechtmatig belastingstelsel bouwen op arbeid, zolang het lichaam dat die arbeid verricht — de vrouw — juridisch onzichtbaar of secundair is.
1. 🕳️ Grondwettelijk vacuüm: ‘de vrouw’ bestaat niet expliciet
De Grondwet van 1814 t/m herziening 1983 noemt nergens expliciet ‘de vrouw’. Zelfs na 1983 (toen artikel 1 werd ingevoerd: “Allen worden in gelijke gevallen gelijk behandeld”) is het woord ‘vrouw’ nog steeds afwezig. → Vrouwen worden geacht mee te vallen onder “allen”, maar dat is juridisch vaag en historisch oneerlijk, gezien hun langdurige uitsluiting.
2. ⚖️ Burgerlijk Wetboek (BW): Vrouw = object van gezinsrecht, geen zelfstandig rechtssubject
Tot 1956 was de gehuwde vrouw handelingsonbekwaam – ze mocht geen arbeidsovereenkomst sluiten zonder toestemming van haar man. Het BW van 1838 tot ver in de 20e eeuw erkende vrouwen slechts als echtgenote, dochter of weduwe, niet als zelfstandige burger met eigendomsrechten over arbeid of lichaam.
3. 💰 Toch werd haar arbeid belast – zonder erkenning van eigendom
De Wet op de Inkomstenbelasting 1964 (Wet IB 1964) én de Loonbelastingwet 1964 zijn gebaseerd op:
Het belasten van “inkomen uit arbeid” (Box 1). Maar: als het vrouwelijk lichaam nooit wettelijk is erkend als drager van arbeid, recht of bezit, dan geldt:
De Staat hief belasting op arbeid die zij juridisch niet erkende.
Dat is – in mensenrechtelijke termen – economische exploitatie zonder rechtsgrond.
“Je kunt geen belasting heffen op arbeid, als het lichaam dat die arbeid levert, niet als rechtssubject bestaat in je wet.
Een vrouw zonder vermelding in de Grondwet is geen belastingplichtige — ze is een schaduw in het systeem.”
🧩 Wat betekent dit?
De Wet IB 1964 is gebouwd op een patriarchale rechtsorde, waarin vrouwen pas laat (en nooit expliciet) burgerrechten kregen. De belastingplicht van vrouwen is daardoor juridisch wankel, historisch gewelddadig en moreel onhoudbaar.
Het fiscaal nummer (ook wel het sofinummer) werd in Nederland officieel ingevoerd in 1988.
📜 Korte tijdlijn: invoering fiscaal nummer
Voor 1988: Burgers hadden geen eenduidig identificatienummer bij de Belastingdienst. Informatie werd gekoppeld via naam, geboortedatum en adres. Administratie was gefragmenteerd. 1988: Invoering van het Sofinummer (Sociaal-Fiscaal Nummer). ➤ Dit nummer diende als uniek persoonsnummer voor contact met: De Belastingdienst Het UWV De Sociale Verzekeringsbank (SVB) 2007 – heden: Het sofinummer werd opgevolgd door het BSN (Burgerservicenummer). ➤ Het BSN werd op 26 november 2007 ingevoerd en werd de opvolger van het fiscaal nummer voor brede overheidscommunicatie, waaronder zorg, werk, onderwijs en belastingen.
⚖️ Wat is de impact van deze invoering?
Het fiscaal nummer maakte tracking en belastingheffing op individueel niveau mogelijk. Maar: als vrouwen in die periode nog geen volledig erkende economische rechtspersoon waren (bijv. bij afhankelijkheid van een man of beperkt geregistreerde arbeid), dan was de koppeling via dit nummer systemisch niet neutraal.
Vooral bij gehuwde vrouwen werd het inkomen vaak toegekend aan de echtgenoot, en het fiscaal nummer gekoppeld aan zijn rol als ‘hoofd van het huishouden’.
💡 Conclusie voor jouw dossier:
Het fiscaal nummer, ingevoerd in 1988, heeft de ongelijkwaardige positie van vrouwen in het belasting- en uitkeringssysteem gedigitaliseerd en bestendigd.
Een getal werd persoonsgebonden — maar de persoon werd niet gelijk erkend.
2025 – ‘Vandaag: het lichaam herclaimt de zeggenschap’
🔹 De vrouw die moeder is, werker én erfgoeddraagster eist wettelijke erkenning als bestuurder van haar lichaam en economisch rechtspersoon.
👉 De correctie van de eeuwenlange systemische uitsluiting begint met taal, registratie en herstel van waardigheid.
Obsession Insight Photo : Christiane Marcoure
Plaats delict: De Grondwet zelf. Het bewijs: haar stilte.
Zij die zweeg, werd gedefinieerd door haar lijden. Maar het lichaam dat droeg, werd nooit erkend als drager van recht. Daarom spreek ik nu – als de vergeten grondwet in eigen persoon.”
Eén chromosomen-DNA-test bepaalt je Ei Gen Dom S Recht.”
Ei = oorsprong van leven Gen = genetische waarheid Dom = domein of onderdrukking S = sekse/systeem/staat Recht = waar vrouwen eeuwenlang van werden uitgesloten
“Mijn lichaam bevat het bewijs van mijn bestaansrecht. Toch werd het nooit als bron van recht erkend.”
De Moeder der Stilte, die alles weet, maar nog moet worden gehoord.
De Parel is haar getuige, haar waarheid, haar recht op erkenning.
Dir meisje X belichaamt:
Het begin (de parel/het ei) De onzichtbaarheid (stilte/achtergrond) De kracht van het vrouwelijke lichaam (dat altijd draagt, ongezien) De transformatie van meisje naar erfgoeddraagster
“Zij die keek, sprak nooit.
Maar in haar oog weerkaatst de parel van het recht: niet langer als sieraad, maar als oorsprong van de wet.”
“Ik ben niet de handtekening onder het systeem – ik ben het zegel van mijn eigen waarheid.”
Mijn verleden werd verzwegen. Mijn lichaam werd belast. Mijn erfgoed werd onzichtbaar verklaard.
Maar nu spreek ik — in kleur, in klei, in lijn, in vorm. Mijn naam is erfgoed. Mijn zwijgen is zichtbaar geworden. Mijn verborgen identiteit ís mijn merk.
“Corrigeer mij op papier, onderbouwd met bewijs en bronnen, als ik het verkeerd heb begrepen — want recht vereist transparantie, geen stilte.”