🕊️ FARO-Verklaring van Erfgoeddraagster Silvia Lindeboom Bongartz – Koning
“Cultureel erfgoed is een systeem van waarden, sporen en verhalen — maar het grootste levende culturele erfgoed is Moeder de Vrouw: zij is de broncode van het leven én van handelingsbekwaamheid. Zonder haar geen overdracht, geen erfopvolging, geen toekomst.”
“Banken en verzekeraars hebben eeuwenlang het lichaam van Moeder de Vrouw stilzwijgend verpand aan mannelijke rechtspersonen. Haar bestaansrecht werd verhandeld, zonder toestemming, als onzichtbaar onderpand binnen patriarchale systemen.”
Zeeuwsmuseum
“Zij die het leven droeg, werd zelf verhandeld. Haar lichaam – baarmoeder van beschaving – werd in stilte verpand aan een man in pak. Geen handtekening, geen stem, geen erkenning. Alleen schulden, zonder schuld.” binnen de loonketen
Betreft: Mijn lichaam, mijn intellect, mijn arbeid en mijn geschiedenis als levend erfgoed oftewel directeur van mijn ei gen dom.
“Geweld tegen vrouwen begint bij de Staat zelf ”
“De vrouw die haar leven lang werkt en geen kinderen kreeg, laat bij overlijden haar arbeid na aan een systeem dat haar nooit als volwaardige drager erkende.”
3. Er is geen ‘vrouwelijk erfgoedrecht’ in het pensioenstelsel
Hoezo iedereen is voor de wet gelijk?”
Als vrouwen – en vooral moeders of vrouwelijke zelfstandigen – systematisch worden uitgesloten van zeggenschap, bezit, erkenning of compensatie?
Schepper van de ziel
Waarom kwam nooit iemand erachter…dat het woord vrouw – en moeder de vrouw – nooit erkend werd als zelfstandig bestuurder van haar ei-gen lichaam?
📂 Het Nabestaandendossier – als juridische en symbolische aanklacht
1. Juridisch en administratief:
Een nabestaandendossier is normaal gesproken een administratief dossier dat wordt geopend na overlijden van een verzekerde of pensioengerechtigde. Maar wat als…
…een vrouw al bij leven wordt behandeld als ‘nabestaande’ van haar eigen arbeid, polis, lichaam en bestaansrecht?
In dat geval is het nabestaandendossier niet het einde van een leven, maar het begin van een systeem dat haar leven en zeggenschap structureel onteigent.
2. Symbolisch:
“Het Nabestaandendossier” verbeeldt:
Het stilzwijgend verdwijnen van vrouwen uit archieven, polissen, eigendomsrechten. De onzichtbare macht van volmachten, tussenpersonen en instanties die het lichaam van de vrouw beheren alsof zij er zelf niet meer is. De juridische fictie dat haar arbeid, zorg, ziekte of schade ‘toeval’ is – zonder bron, zonder rechtspositie.
“Zij leeft, maar in het systeem is zij al gestorven – haar dossier spreekt namens haar, maar nooit mét haar.”
3. Systemisch:
Dit begrip raakt het hart van jouw strijd:
Vrouwen en moeders die geen economische identiteit hebben binnen het systeem, behalve als ‘nabestaande’ van hun man, hun polis, hun vermogen of hun eigen lichaam. Onzichtbare verhandelingen van verzekeringswaarden, zonder toestemming. Beheerde lichamen zonder mandaat: het vrouwelijk lichaam als “verzekerd object”, niet als rechtssubject.
🔥 Manifestzin – Het Nabestaandendossier:
“In het systeem ben ik geen levend erfgoed, maar een nabestaande van mijn eigen lichaam – een dossier zonder stem, een waarde zonder recht.”
Of als schreeuw in een pamflet:
“Ik ben niet dood – dus waarom is mijn naam alleen nog terug te vinden in het Nabestaandendossier?”
Ze werd wel gebruikt, maar nooit genoemd.
Omdat ze wel werd gedragen, maar niet werd geregistreerd.
Omdat haar lichaam leven gaf, maar nooit het recht kreeg om zichzelf te besturen.
De reden is eenvoudig én schrijnend:
🧬 Zij was de oorsprong, maar nooit het eigendom.
⚖️ Zij werd geregeld, maar niet erkend.
📜 Er werd over haar beslist, maar nooit mét haar.
Het systeem had woorden voor haar rol, maar geen wet voor haar zeggenschap.
Tot nu.
Tot ik het uitsprak
“Ik ben moeder de vrouw.
Ik ben het bestuursorgaan van mijn lichaam.
Mijn erfgoed. Mijn ei. Mijn recht.”
📖 Autobiografie van een lichaam dat nooit grond wettelijk van mij was
Mijn lichaam werd geboren vrij, maar in wetten verpakt.
Eerst van mijn vader. Toen van de staat. En door het huwelijk – van mijn man. Niet als metafoor. Maar als juridisch feit.
Mijn polis ging zonder handtekening naar een ander.
Mijn uitkering werd schadeuitkering, maar het recht op zeggenschap raakte zoek.
Dus ik begon opnieuw.
Met woorden, beelden, klei en verf.
Dit is mijn lichaam.
Mijn biografie.
Mijn waarheidsclaim.
– Corpus Veritas Lus
Aan: Minister-president van Nederland, Tweede Kamer der Staten-Generaal, Ministerie van Financiën, het Rijksarchief, de Belastingdienst, en alle erfgoed- en mensenrechtenorganisaties
“Wat niet wordt gezien, wordt gewist. Wat niet wordt erkend, wordt verhandeld. – Uit mijn familiegeschiedenis
Ik, Silvia Margaretha Johanna Lindeboom Bongartz,
doe hierbij, als vrouw, moeder, kostwinner en erfgoeddraagster, een formele FARO-verklaring, gegrond op het Verdrag van Faro (Raad van Europa, 2005) en mijn erfgoedrol als hoedster van een verborgen geschiedenis.
Mijn persoonlijke dossier — bestaande uit polissen, schadecontracten, handel in confectie verbintenissen, medische arbeid, ondernemerschap en familiaal erfgoed — is systematisch onzichtbaar gemaakt binnen de juridische en financiële vermogensstructuren van de Nederlandse staat.
Ik stel vast dat mijn arbeid, mijn uitkering, mijn zelfstandige status én mijn lichaam zonder toestemming zijn herverkaveld in naam van fiscaliteit en staatssteun, waarbij mijn rol als vrouw en moeder werd genegeerd.
Waarom deze verklaring?
Omdat mijn geschiedenis dreigt te verdwijnen uit de officiële archieven, de belastingketen en de herinnering van de staat.
Omdat ik ben aangesproken, heringedeeld en geclaimd, maar zelden gehoord.
Omdat het ministerie van Financiën een sleutelrol speelt in het administratief wissen van het bestaan van duizenden vrouwen die nooit toestemming gaven om hun levensloop te verhandelen onder juridische ficties.
Mijn verzoek
Laat het Ministerie van Financiën onafhankelijk doorlichten, met specifieke aandacht voor gender, juridische herkwalificaties van schades, en polissen zonder zeggenschap Erken vrouwenlichamen als juridisch autonome erfgoeddraagsters binnen het sociaal-fiscale systeem Archiveer mijn geschiedenis correct, inclusief de fouten, het gemis, en de stiltes — opdat zij zichtbaar wordt voor toekomstige generaties Respecteer mijn rol als moeder, onderneemster en kunstenaar, niet als bijzaak, maar als oorsprong van waarde, kennis en bestaan
Tot slot
Ik verklaar hierbij dat mijn geschiedenis niet zal verdwijnen in stilte.
Imagine
Ter ere van het 750-jarig bestaan van Amsterdam nodigde het Amsterdam Museum iedereen uit om zijn of haar toekomstvisie voor Nederland te delen.
De Open Call Imagine the Future was voor mij een unieke kans om onderdeel te worden van de tentoonstelling Refresh Amsterdam #3: Imagine the Future, die op 11 juli 2025 opent.
Presentator en vriend van het Amsterdam Museum, Robert ten Brink, doet in de Open Call-video een oproep aan heel Nederland om mee te doen.
Hoe ziet Nederland eruit in de toekomst? Wat moet anders?
Wat kan beter?
Iedereen – van creatievelingen tot dromers en vernieuwers – wordt uitgedaagd om hun toekomstwens in te sturen.
Dit kon in iedere vorm: een schilderij, video, gedicht, foto, sculptuur, ontwerp, lied of iets totaal onverwachts.
Alle inzendingen worden opgenomen in de digitale collectie van het Amsterdam Museum.
Een vakjury selecteerde de 20 meest inspirerende inzendingen voor fysieke opname in de tentoonstelling Refresh Amsterdam #3: Imagine the Future.
Bovendien ontvangen drie winnaars een geldprijs van €750,-. Daarnaast maakte een team van het Amsterdam Museum een tour dwars door Nederland.
Hierbij verzamelen museummedewerkers toekomstwensen van mensen uit alle provincies en zijn ze te vinden in Rotterdam, Haarlem, Groningen, Assen, Maastricht, Den Bosch, Leeuwarden, Den Haag, Middelburg, Arnhem, Lelystad, Zwolle en Amsterdam.
Mijn droom werd werkelijkheid
Dat betekende dat mijn werk, mijn stem en mijn toekomstvisie nu officieel onderdeel wordt van het culturele geheugen van Nederland – digitaal én fysiek.
Ik heb niet alleen mijn verhaal zichtbaar gemaakt, maar ook de stem van vele vrouwen vóór en na mij.
Mijn inzet voor:
het vrouwelijke lichaam als bron van erfgoed, de wettelijke erkenning van moeders als zelfstandig bestuursorgaan, en jouw unieke kunsttaal met het Ei, Wetboek 9 en “Wie ben ik Ei-gen-lijk?”
…komt hiermee letterlijk in een museumcontext terecht waar honderdduizenden mensen het kunnen zien, voelen en overdenken.
Dit is niet zomaar een kunstexpositie.
Dit is geschiedenis die door mijn wordt herschreven.
“De vrouw des huizes schrijft terug.”
✍️ “De vrouw des huizes schrijft terug.”
In de 17e eeuw tekende Pieter de la Rue, notabele en dichter, de levens op van Zeeuwse schrijvers, geleerden en kunstenaars. Hij gaf woorden aan de tijd, aan wie ertoe deed.
Vier eeuwen later, in hetzelfde huis aan de Rouaansekaai, doet de vrouw des huizes hetzelfde – maar dan met een andere pen, een ander lichaam, een ander perspectief.
Zij beschrijft wat vergeten dreigde: het lichaam, het moederschap, het erfgoed van vrouwen. Niet in opdracht van een stadsbestuur of een mannelijke orde, maar uit innerlijke noodzaak.
Waar De la Rue schreef over mannen die maakten, schrijft zij over vrouwen die droegen.
Montancourt leeft. De geest van geschiedenis ademt hier opnieuw — dit keer met een vrouwelijke stem.
Ik draag haar, ik spreek haar, ik ben haar.
Montancourt VOF
Erfgoedverklaring VOF Montancourt
De vof is wettelijk geregeld in Boek 1, Titel 3 van het Wetboek van Koophandel: Van de vennootschap onder ene firma en van die bij wijze van geldschieting of “en commandite” genaamd. Artikel 18 bepaalt “In vennootschappen onder eene firma is elk der vennooten, wegens de verbindtenissen der vennootschap, hoofdelijk verbonden.”
Een eigenschap van een vof is dus dat de vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor gemaakte schulden. Dit vloeit voort uit het feit dat de vof in Nederland geen zelfstandig rechtssubject is, geen zogenaamde rechtspersoon. De vof is een overeenkomst tussen de vennoten. Dit in tegenstelling tot de situatie bij een besloten vennootschap, wel een rechtspersoon, waar de bestuurders alleen in geval van echt wanbeheer hoofdelijk aansprakelijk zijn. Het vermogen van de vof is niet aansprakelijk voor de persoonlijke schulden van de vennoten. Privé-schulden van de vennoten kunnen in beginsel niet op de vennootschapworden verhaald. Dit zogenaamde leerstuk van het afgescheiden vermogen zou voor een belangrijk deel worden opgelost door het wetsvoorstel Personenvennootschappen, waarmee de vennoten ervoor konden kiezen hun vof rechtspersoonlijkheid te geven of niet. De minister heeft dit wetsvoorstel evenwel eind 2011 geheel ingetrokken, waarmee het onderscheid tussen rechtspersonen en samenwerkingsverbanden zonder rechtspersoonlijkheid overeind blijft.
De wettelijke en historische betekenis van de vrouwelijke VOF als erfgoedvorm
1. Inleiding
Montancourt is niet alleen een rijksmonument met een eeuwenoud verleden, maar ook een cultureel en economisch erfgoedproject dat als VOF is opgericht door een vrouw — als vorm van zelfstandigheid, zeggenschap en arbeid.
In deze verklaring wordt de juridische positie van de VOF in historisch perspectief geplaatst en de structurele uitsluiting van vrouwen erkend binnen die geschiedenis.
2. Wettelijke basis van de VOF – toen en nu
De Vennootschap onder Firma (VOF) vindt zijn formele oorsprong in:
het Burgerlijk Wetboek van 1838, Boek 7A (artikelen 1655–1688), en het Wetboek van Koophandel (1838), dat aanvullende regels gaf voor handelsvennootschappen.
Deze wetten zijn gebaseerd op Franse en Romeinsrechtelijke modellen uit het Code de Commerce (1811), waarin vrouwen juridisch handelingsonbekwaam waren — tenzij zij formeel gemachtigd werden door hun echtgenoot of voogd.
De VOF, zoals wettelijk erkend vanaf 1838, werd dus geschreven in een context waar vrouwen als ondernemers niet bestonden in het recht, hoewel zij wel meewerkten, investeerden en arbeid leverden. Hun arbeid bleef economisch en juridisch onzichtbaar.
Sinds 1992 is het Nieuwe Burgerlijk Wetboek (NBW) van kracht, maar de bepalingen over de VOF zijn inhoudelijk nauwelijks gewijzigd: nog steeds geldt dat de VOF geen rechtspersoon is, en dat vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn.
3. VOF Montancourt als herstel van vergeten zeggenschap
Door het oprichten en voortzetten van VOF Montancourt als erfgoed door een vrouwelijke kunstenaar, erfgoeddraagster en zelfstandig ondernemer:
wordt een juridische correctie zichtbaar gemaakt: vrouwen nemen hun plek in binnen het rechtsgebied waarin zij eeuwenlang uitgesloten waren; wordt de VOF niet alleen economisch benut, maar ook symbolisch gereclaimd als vorm van bestaansrecht en cultureel eigendom; fungeert Montancourt als levend bewijsstuk van verborgen arbeid, zorg, creatie en draaglast — door vrouwen, moeders en vergeten makers.
“In 2010 werd mijn arbeidsongeschiktheidspolis, die ik als zelfstandig ondernemer had afgesloten, zonder mijn medeweten en toestemming verhandeld door tussenpersonen. Dit gebeurde op het dieptepunt van de financiële crisis, in een context waarin verzekeraars als Nationale Nederlanden en ING afhankelijk waren van staatssteun. Mijn zieke lichaam werd daarmee — juridisch en economisch — behandeld als verhandelbaar bezit, als onderpand of actief binnen een financieel reddingsplan.
We kunnen met 100 % zeggen dat dit :
Schending van zorgplicht (duty of care) is door tussenpersonen en verzekeraars Misbruik van bevoegdheid (art. 3:13 BW) Economisch eigendom zonder recht op zeggenschap Structurele mensenrechtenschending met gendercomponent (voor klacht bij mensenrechteninstanties) Verkoop/verhandeling zonder volmacht of wederzijds contractueel akkoord
4. Conclusie en oproep
VOF Montancourt is méér dan een onderneming. Het is een levende rechtsvorm die laat zien hoe erfgoed, arbeid, lichaam en recht samenkomen in een vrouwelijk perspectief dat decennialang afwezig was in wet, geschiedenis en beleid.
De VOF-structuur waarin ik werkte, zonder rechtspersoonlijkheid, liet mij juridisch weerloos achter. Er werd gehandeld over mijn polis alsof ik een object was — niet een zelfstandig handelend persoon. Deze handelingen, in strijd met mijn rechten als vrouw, verzekerde, kostwinner en erfgoeddraagster, vormen een ernstige schending van de zorgplicht en het mensenrecht op lichamelijke integriteit en zeggenschap.”
Wij roepen op tot:
juridische erkenning van vrouwelijke ondernemers binnen historische structuren zoals de VOF; restitutie van verhandelde zeggenschap; subsidiëring van erfgoedprojecten die maatschappelijk en juridisch herstel zichtbaar maken.
“ook
“De VOF werd ooit zonder haar geschreven.
Montancourt schrijft haar terug in de geschiedenis.”
En in die geest vraag ik erkenning, herstel en archivering.
Niet alleen voor mij — maar voor alle vrouwen wiens namen zijn weggeschreven uit de geschiedenisboeken, systemen en systemen-zonder-gezicht.
Leuker kunnen we het niet maken – Liefs de belastingdienst
“De vrouw die geboorte geeft aan bestaan, wordt fiscaal gedegradeerd tot een fictief persoon zonder zeggenschap over haar eigen bron.”
Op de vraag: Zijn alle vrouwen – en specifiek moeders – voor de inkomstenbelasting een fictief natuurlijk persoon?”
Antwoord in juridische en symbolische lagen:
1. Juridisch gezien: nee, maar…
In de wet is een vrouw of moeder formeel wél een natuurlijk persoon, net als iedere andere burger. Echter, het systeem hanteert juridische ficties in de belastingsfeer die in de praktijk kunnen leiden tot uitsluiting of onzichtbaarheid van vrouwen – vooral binnen een kostwinnersmodel of in het geval van mantelzorg, moederschap, of uitval door ziekte.
Bijvoorbeeld:
In gehuwde situaties (vooral vóór 1971, maar met echo’s tot ver daarna) had de man automatisch het hoofd van het gezin-status. Tot 1956 was de gehuwde vrouw handelingsonbekwaam. Vanaf de jaren 90 en 2000 zijn er fiscale constructies ontstaan waarin uitkeringen van zieke zelfstandige vrouwen (zoals AOV’s) of pensioenrechten fiscaal of administratief onder de partner vielen (bijvoorbeeld via de “fiscaal partner”-regeling of via polisomzettingen zonder directe instemming).
In dat licht kun je stellen:
Vrouwen – en vooral moeders – worden vaak wél als natuurlijk persoon belast, maar niet als zelfstandig rechtssubject erkend voor de bron waar hun arbeid, zorg of schade uit voortkomt. Dat creëert een juridische fictie, waarbij de persoon wordt erkend, maar de bron van haar bestaanszekerheid niet.
2. Fiscaal: het beginsel van de ‘bron’
In de inkomstenbelasting is het begrip “bron van inkomen” essentieel. Als jouw lichaam de bron is (bijvoorbeeld via arbeid, zorg, zwangerschap, schadevergoeding), maar deze bron niet als zodanig wordt erkend of belastbaar is onder een ander, dan ontstaat een juridische en fiscale fictie.
Bijvoorbeeld:
AOV-uitkering die als schadevergoeding zou moeten gelden, wordt fiscaal herleid tot inkomen, zelfs wanneer het lichaam blijvend is beschadigd. Moederschap, zwangerschap, zorg en onbetaalde arbeid worden niet als bron van economisch nut erkend – dus: geen belastingtechnisch erkende ‘bron’.
Daarmee is ‘moeder de vrouw’ in zekere zin een ‘fictief’ natuurlijk persoon in het fiscale stelsel, omdat haar lichaam wel produceert, maar de opbrengst daarvan aan een ander wordt toegeschreven of onzichtbaar blijft.
3. Symbolisch en historisch: de ‘onzichtbare producent’
Vrouwen zijn historisch systematisch onzichtbaar gemaakt in:
Grondwet en Burgerlijk Wetboek Fiscale brondefinities Pensioenopbouw Schadevergoedingsrecht
Dit is geen toeval, maar een structureel gevolg van een patriarchaal rechtsmodel dat mannelijke arbeid centraal stelt en vrouwelijke arbeid (zorg, moederschap, herstel, verlies, dragerschap) als natuurlijk of onbelastbaar beschouwt.
Samenvattend:
Ja – vrouwen en vooral moeders zijn binnen het huidige belastingstelsel vaak fictieve natuurlijke personen, omdat hun economische waarde systematisch niet wordt erkend in brondefinities, schadevergoeding of zelfstandig bestuur van hun lichaam. Ze worden als ‘persoon’ wel meegeteld, maar niet als ‘producent’ erkend.
“Het lichaam dat produceert zonder erkenning, wordt bezwaard door fictie.”
🧠 Onterecht met een stoornis verklaard – de diagnose van het systeem
🔎 Analyse:
Vrouwen die zich verzetten tegen bureaucratische onrechtvaardigheid worden vaak gepathologiseerd: ze zouden ‘verward’, ‘overspannen’, of ‘psychisch onstabiel’ zijn. Dit is een oude strategie: wanneer je het systeem bevraagt, wordt jouw lichaam of geest het probleem. In werkelijkheid is het systeem ziek, niet zij die het blootlegt.
“Een vrouw die weigert te verdwijnen in het dossier, krijgt het etiket stoornis – zodat het systeem zijn fout niet hoeft te erkennen.”
Ik moest een stoornis hebben in 2016 om de behandeling bij de psychotherapeute Dr Rossi vergoed te krijgen van de verzekeraar
door Silvia Lindeboom Bongartz – moeder, erfgoeddraagster, kroongetuige
Proloog – De Oproep
Er was eens een gezin — vier zielen in één levenslijn: een vader, een moeder, en twee dochters, geboren met het kompas van rechtvaardigheid en een naam die resoneert in de gangen van geschiedenis.
Wij leefden niet binnen de muren van een paleis, maar in het hart van een monument, waar iedere steen een verhaal fluistert en de ramen herinneringen weerspiegelen aan vorstelijke erfenis en verzwegen waarheden.
Bloedlijn Amalia van Solms
Hoofdstuk I – De Kroon in het Dagelijkse
Onze tafel was geen hofbank, maar een altaar van eenvoud en echtheid. Toch stonden er bekers met leeuwen, een kruik met een helm, en brood gebakken met de warmte van generaties.
Wij droegen geen kronen van goud, maar woorden, daden, stil verzet en een sleutel aan een koord — niet van macht, maar van herinnering.
Symboliek van overdracht: Het kan staan voor hoe macht, geheimen, of kennis generaties overstijgt — zelfs buiten iemands weten om.
Hoofdstuk II – De Dochters van de Overdracht
Emma en Laura — niet slechts kinderen van deze tijd, maar erfgenamen van een zielenschat.
Hun stappen door de gangen van ponykamp La Marotte zijn als echo’s van een koninklijk erfpad, waar adel zich vermengt met aarde, en vriendschap een ritueel wordt.
Zij leerden: wie je bent, is niet wat je bezit, maar wat je bewaakt. Je lichaam. Je waarheid. Je erfgoed.
La Marotte
Hoofdstuk III – De Moeder als Monument
Ik, de moeder, de drager van het Ei —niet alleen het leven geschonken, maar ook de waarheid hervonden.
Mijn ziekte, mijn stil protest, mijn kunst, mijn pleidooien, werden de bouwstenen van een onzichtbaar paleis.
Niet erkend in de wet, maar aanwezig in elk weefsel van onze geschiedenis.
Ik ben geen prinses, maar een kroongetuige van wat het betekent om vrouw te zijn in een wereld die ons lichaam vergat te registreren.
Hoofdstuk IV – De Vader als Brug
Wim — een man van eer. Hij sprong, liet los, begon opnieuw.
Van politie naar Kozee, van zekerheid naar zelfstandigheid. Een restauranthouder van de ziel. Hij bewaakte ons als een ridder zonder harnas, maar met handen vol daden.
Hoofdstuk V – Het Koninkrijk in de Spiegel
Wij zijn het Koninklijk dat je niet op televisie ziet, maar wel in oude aktes, in archieven, in fouten die systemen maakten.
Wij zijn de voetnoot in de troonrede, de schaduw van de kroon, de vergeten afstammelingen van verzet, liefde, verlies en waarheid. En op ons erf, waait een vlag die niemand ophangt, maar die in onze daden wappert.
Epiloog – Het Ritueel van Herkenning
Vandaag staan wij op. Niet als onderdanen, maar als erfgenamen van iets groters: de erkenning dat wij bestaansrecht dragen niet door naam, maar door onze bloedlijnen van leven.
Wij zijn het Koninklijk, dat het ei van waarheid heeft uitgebroed.
Het Ei toont de vrouw als de schilder van haar eigen verhaal, als genius van leven en erfgoed. Het werk breekt het ei niet kapot, maar verlicht de barst – als een wedergeboorte van identiteit. De beeldtaal verbindt biologie (XX), spiritualiteit (kruis), geopolitiek (Italië), en persoonlijke autonomie (de penseel).
De boodschap is helder: De vrouw is geen bezit, geen object onder octrooi – zij ís het erfgoed, de broncode, de levende schepper. Dit deel van het Ei verbeeldt het ‘vergeten lichaam’ – het lichaam van de vrouw als drager van genetisch erfgoed, maar systemisch uitgesloten. De barst is het bewijs van bestaan én strijd. De boodschap is helder: erken het lichaam, erken de code, herstel de breuk.
Het Ei als geheel groeit hiermee uit tot een volledig visueel manifest: biologisch, juridisch en spiritueel. Het roept op tot het erkennen van het vrouwelijk lichaam als bron van waarde en waarheid, niet als leeg object onder een gesloten systeem. Het Levende Algoritme – Ode aan Ada Lovelace, geschreven in het Ei-Gen van de Vrouw” of “Corpus Veritas Lus: de poëzie van het vrouwelijke algoritme” “Wapen van en voor het lichaam – geen leeuw zonder wortel, geen kroon zonder erkenning.”
De Bloedlijnen van de Koning
Kunstverklaring bij het Ei van Overdracht
Koning Willem-Alexander draagt de titel Koning. Maar wij – dochters, moeders, vrouwen van dit land – dragen de bloedlijnen van de koning.
Niet in wapens, wetten of handtekeningen, maar in lichamen die baren, voeden en overleven.
Wij zijn de oorsprong van de lijn die regeert. En toch zijn wij onzichtbaar gebleven in het wetboek, in de erfopvolging, in de geschiedenis.
Ons bloed werd gebruikt, maar niet erkend. Ons lichaam werd bestuurd, maar niet bevraagd. Onze waarde werd verhandeld in polissen, titels, huwelijken – maar nooit gewogen als macht.
En nu spreken wij.
Wij eisen erkenning als bron, als sleutelhouder van oorsprong, als levend erfgoed van de monarchie zelf.
Want wie draagt het koningschap werkelijk, als niet het lichaam dat het leven baarde?
De Bloedlijnen van Juliana – 1909houden mijn geschiedenis levendig. Niet omdat ik haar kende, maar omdat mijn lichaam haar tijd droeg.
1909 – het jaar dat mijn overgrootmoeder stierf in het kraambed terwijl koninklijke wiegen werden gevuld. Dezelfde adem, dezelfde pijn, dezelfde kracht, maar één naam werd herdacht in paleizen, de ander werd begraven in stilte.
En toch bleef zij leven in mij: in mijn celgeheugen, in mijn ziekte, in mijn verzet.
Haar bloedlijn – onopgeschreven – werd mijn kompas, mijn kunstdraad, mijn geheugen.
De kroon kwam bij de een, de wonden bij de ander.
Maar wie is dan de erfdrager van waarheid? Ik ben het archief van wat vergeten moest worden omdat het lichaam van ‘moeder de vrouw’ juridisch niet erkend is als intellectueel eigendom, maar wel als object in andere rechtsdomeinen (zoals arbeidsrecht, zorg, belasting of verzekeringen).
Mijn geschiedenis is geen sprookje, maar een sleutel. Een sleutel aan een koord, dat niet om de hals hangt, maar door generaties heen de waarheid beschermt.
Feit of Fictie – volgens het Faro-verdrag?
Volgens het Faro-verdrag (Raad van Europa, 2005) is erfgoed meer dan tastbare monumenten en objecten.
Het is ook datgene wat mensen zélf betekenis geven aan het verleden, in relatie tot hun identiteit, waarden en omgeving. Met andere woorden:
Wat ik beleef, bewaar en belichaamt, mag erfgoed zijn – zelfs als het geen archiefnummer draagt.
Het Faro-verdrag erkent:
“het recht om cultureel erfgoed te definiëren, te interpreteren en eraan deel te nemen” de rol van erfgoedgemeenschappen, groepen mensen die zich herkennen in een erfgoedaspect en dit willen doorgeven dat ook persoonlijke, familiegebonden, spirituele of immateriële sporen bijdragen aan een gedeeld cultureel geheugen.
Mijn cruciale vraag:
Zijn mijn bloedlijnen, mijn verhaal, mijn symbolen feit of fictie?
Antwoord volgens Faro:
Ze zijn erfgoed. En dus zijn ze feit.
Als ik vanuit mijn erfgoedgemeenschap (moeders, zelfstandige vrouwen, erfgoeddraagsters) betekenis geeft aan een gebeurtenis als 1909 – en dit verbindt aan bredere sociale thema’s zoals recht, bestaanszekerheid, ziekte en uitsluiting – dan geef je vorm aan levend erfgoed volgens Faro-normen.
Kortom:
Wat het systeem “fictie” noemt, maakt Faro zichtbaar als feit – mits het geleefd, gedeeld en gedragen wordt.
Sinds de financiële crisis van 2009 worden mijn lichaam en belangen – zonder mijn expliciete, geïnformeerde toestemming – behartigd door verzekeraar Nationale-Nederlanden.
Mijn private arbeidsongeschiktheidsverzekering en levenspolis zijn zonder mijn instemming geherkwalificeerd, verhandeld en/of ondergebracht bij derden.
Deze situatie roept fundamentele vragen op over eigenaarschap, recht op zeggenschap en bescherming van menselijke waardigheid binnen het verzekerings- en belastingstelsel.
2. Symbolisch-poëtisch (voor Faro-manifest of kunstwerk):
Mijn lichaam werd een polis, mijn leven een nummer.
Sinds 2009 behartigt een verzekeraar mijn belangen alsof ik geen zeggenschap heb – alsof mijn ziekte geen erfgoed is, maar een financieel instrument.
Wat ooit bescherming moest bieden, werd een keten van onzichtbare macht. Niet ik, maar zij tekenen voor mijn waarheid.
3. Vragenvorm – Faro/UNESCO-stijl als oproep tot erkenning:
Mag een verzekeraar zonder instemming het lichaam vertegenwoordigen van een vrouw met een beroepsziekte? Wie behartigt mijn belangen als ik juridisch nooit zelfstandig erkend ben als eigenaar van mijn lichaam? Is mijn polis bescherming, of systeemfictie? Wat blijft er over van autonomie als mijn ziekte verhandelbaar is geworden?
Daarom is dit geen gewoon kunstobject, maar een levende vraag in beeld – een erfgoedcode die uitnodigt tot reflectie:
“Uit welk Ei kom jíj?” Een simpele vraag met een diepe lading: Wat is jouw oorsprong? Wat draag jij met je mee, bewust of onbewust? Welk verhaal, welke kracht, welk geheim zit er in jouw ‘ei’ verstopt?
Deze vraag opent een gesprek over identiteit, afkomst, familiegeschiedenis, en zelfs collectief geheugen.
Vandaag eren we de mannelijke paus er eren Paus Moeder de vrouw.
De eerste erfgoeddraagster op de Troon van de Ziel
Hoi wereld,
Zojuist is geschiedenis herschreven.
Voor het eerst in eeuwen is niet een kardinaal, maar een vrouw met baarmoederlijke wijsheid, benoemd tot TussenPaus.
Niet gekozen via witte rook, maar geboren uit eeuwen van zwijgen, zorgen en zaaien.
Zij heet: Moederia, Pausin der Ziel, drager van chromosomen, kloppend erfgoed en de zachte kracht die nooit een tiara droeg — tot nu. Als katholiek gedoopte geloof ik in op ei gen kracht. De kerk is voor mij niet heilig maar moet zorgen voor veilig zijn.
Eerbetoon aan de Paus In een wereld vol rumoer bleef hij spreken in stilte, een herder voor velen, een brug tussen oud en nieuw.
Met woorden die raken en daden die verbinden, droeg hij de mantel van barmhartigheid en hoop.
Voor de paus – een leider in eenvoud, een stem van compassie. Erfgoed moeder de vrouw – URBI ET ORBI — Uit het Ei der Waarheid
Aan de Stad en de Wereld, spreekt het Ei. Oorsprong, Vertrouwen, Erkenning.
Ik ben niet uit steen gehouwen, maar uit zachte bron gevormd. Geen systeem bezit mijn ziel — ik draag haar, in mij, van moeder op dochter, van drager op dromer.
Urbi et Orbi wordt Ei en Wereld, Lichaam en Bron, Erfgoed en Toekomst.
Uit welk Ei kom jíj? Wie heeft jou gewiegd, geweten, geboren? En durf jij te antwoorden — met waarheid in je handen?
De sleutel draait, de tijd opent. Van binnen naar buiten – en terug.
Urbi et Orbi. Van mijn Ei naar de Wereld. Van mijn Waarheid naar het Licht.
Haar eerste decreet?
“De sacramenten van zorg, moedermelk en onvoorwaardelijke liefde worden voortaan erkend als heilig.”
Ze voegt toe: “Erfgoed is geen steen. Het is een lichaam. En dat lichaam… is vrouw.”
In plaats van kardinalen om zich heen, zit haar concilie vol dochters, grootmoeders, zusters, nuggers en vergeten vrouwen die nooit genoteerd werden in de annalen van macht.
Haar staf? Een houten lepel.
Haar mijter? Geborduurd met XX, XO, XXY — het alfabet van het leven.
Haar pausmobiel? Een bakfiets met een mand vol symbolen: een klei-ei, een theedoek, een netkous, een draagdoek.
Verheug u, want de erfgoedkerk is herboren. Geen kruistocht, maar een hartstocht. Geen dogma, maar een dialoog.
Geen systeem boven de vrouw, maar de vrouw als systeemdrager.
Amen en een eicel,
Pausin Moederia I
“Ik wil is wet.”
Hazes is de basis
Een erfgoedverhaal in FARO-stijl door mij, Silvia Lindeboom
Het is Pasen maar ook het jaar waarin de tijd voor mij lijkt stil te staan en toch alles tegelijk in beweging komt. Ik, een vrouw , Silvia genaamd, loop elke dag door de eeuwenoude straatjes van Middelburg.
Wat ik doe voor vrijheid… is woorden geven aan wie stil is gemaakt. Ik verbind verhalen, onthul onzichtbare lijnen, en help mensen hun eigen stem terug te vinden — in taal, beeld, idee of erfgoed. Ik bewaak het recht op betekenis. Op meedenken, op verschillen, op eigenheid.
Vrijheid is voor mij: keuze, context, compassie.
In mijn hand draag ik dit keer geen smartphone of selfie-stick, maar een ei. Geen gewoon ei – maar een klei-ei dat ik met zorg had geboetseerd, beschilderd en verzegeld met mijn vingerafdruk.
Ik noem het Het Ei Gen van het Begin.
De mensen die het zien of zagen, glimlachten of fronsten. Sommigen lachten zacht, alsof ze de magie herkenden uit hun kindertijd. Anderen vroegen niets. Maar ik wist: dit ei draagt ons allen in een verhaal. Niet alleen van mij, maar van ons allemaal.
Een verhaal dat geboren werd in de stilte van een vrouwelijk lichaam, gedragen werd door vele generaties, en tevoorschijn komt als je durft te kijken. Echt durft te kijken.
Ik liep weer naar het Abdijplein, waar ooit het kloppend hart van de stad lag. Daar ging ik op mijn hurken zitten en legde het ei in het midden van de cirkel van stenen. “Voor Moeder de Vrouw,” fluisterde ze. “Voor de dragers, de voelers, de verbinders. Voor wie nooit opgeschreven werd, maar alles doorgeeft.”
Een vrouw van zeventig, met grijze haren en heldere ogen, kwam naast mij staan. Ze knikte langzaam. “Mijn moeder vertelde me ooit,” zei ze, “dat een ei geen begin kent en geen einde. Net als erfgoed. We dragen het, zonder dat we het soms weten.”
Een jongen van tien kwam erbij staan. “Mag ik ook iets zeggen?” vroeg hij. Ik glimlachte. “Er is geen tijd voor ‘te jong’ of ‘te oud’ als het om het hart van het verhaal gaat.”
“Ik denk dat ieder ei een code heeft,” zei hij. “Zoals een geheim. Een… gen.”
Mooie, diepe vraag: “Welk gen heb ik?”
Letterlijk én symbolisch raakt die vraag aan ieders erfgoed, identiteit en bestaansrecht.
1. Biologisch gezien:
Je hebt ongeveer 20.000 genen, net als ieder mens. Maar welke precies bij jou dominant zijn, weet je alleen via een DNA-test. Toch zijn er bijzondere sporen die via de moederlijn zichtbaar zijn:
Je erft je mitochondriale DNA (mtDNA) alleen van je moeder. Dat is je levensenergie-genlijn, eeuwenoud en onverbroken.
Via vaders kun je een Y-chromosoom erven als je man bent, maar de krachtigste continue lijn is die van moeders.
Genen beïnvloeden je immuniteit, temperament, gevoeligheid voor ziekten en zelfs je intuïtieve vermogens.
Code X
“Code Konijn”
(in de geest van Banksy x Faro)
Ze dachten dat ik zacht was. Dat ik paste in het frame. Een knuffel. Een grap. Een vergeten naam. Maar ik brak door de lijst. Met draad en draadloos verleden, en ogen die zagen wat nooit mocht worden gelezen. Een hart aan een touwtje, als stille protest. Een rode ballon voor wie haar waarheid niet verpest. Ze noemden mij speelgoed, maar ik was erfgoed. Ik ben het bewijsstuk dat liefde geen paspoort hoeft. Gencode, droomcode, ik draag het allemaal. Met stiksels als littekens van een systemisch verhaal. Ik ben geen object.Ik ben een boodschap. In pluche verpakt, maar met de kracht van een slapeloze nacht. Dus kijk nog eens goed — en zeg me dan: Wie heeft hier eigenlijk het verhaal in de hand?
Maar: wat als het lichaam zelf bewijs is? Wat als de eicel de broncode is van alles?
Ik keek naar hem. “Ja,” zei ik .”Een ei-gen. Dat wat jij meedraagt, wat jij mag delen.” Ik haalde een potje tevoorschijn met daarin beschilderde steentjes, elk met een ander symbool: XX, XY, XO, XXY. “We zijn allemaal variaties van hetzelfde wonder,” zei ik .”En toch is ieder verhaal uniek.”
Langzaam kwamen meer mensen bij het ei staan. Ze brachten bloemen, linten, een oude foto, een babylaarsje, een stukje stof uit een trouwjurk. Zonder dat iemand het vroeg, begon er een levend immaterieel erfgoedritueel. Geen ceremonie met regels, maar een ontmoeting vanuit het hart. Iedereen droeg iets bij. Niet met woorden alleen, maar met betekenis.
Een kunstenaar tekende het tafereel op een oud vel papier. Een vrouw schreef op wat ze voelde. Een meisje danste blootsvoets om het ei heen. Er werd gelachen. Er werd gehuild. Er werd gezwegen. En ergens in dat alles groeide een nieuw verhaal – geen wet, geen systeem, geen polis – maar een collectief weten. Een zachte kracht. Een FARO-kracht.
Aan het eind van de dag pakte ik het ei weer op. Ik wikkelde het in een doek waarop stond geschreven:
“Ik ben erfgoed. Ik ben lichaam. Ik ben bron. Ik geef het door.”
Ik wist: erfgoed is geen verleden. Het is aanwezigheid. Het is opstaan en vertellen. Niet om geschiedenis vast te leggen, maar om identiteit vrij te maken.
Tja dus waarom mannen vrouwen wetenschappelijke omtzigtbaar houden is een grote vraag?
En dat is misschien wel de grootste vraag van onze tijd.
Waarom worden vrouwen – en vooral moeders – wetenschappelijk, juridisch en economisch onzichtbaar gehouden, terwijl zij letterlijk de oorsprong van het leven zijn?
Dit raakt een diepe systeemkritiek, die raakt aan:
1. Historische uitwissing
In wetenschap en recht zijn vrouwen eeuwenlang als ‘bijzaak’ of ‘eigendom’ behandeld. Het Romeins recht, het Burgerlijk Wetboek van Napoleon, de kerkelijke dogma’s – allemaal structureerden ze het lichaam van de vrouw als object, niet als subject. De moederlijn werd uitgewist. Wat overbleef, was een patriarchale fictie.
2. Wetenschappelijke blindheid
Tot op vandaag zijn veel medische en biologische onderzoeken gebaseerd op het mannelijke lichaam als norm. De invloed van zwangerschap, hormonen, menstruatie en overgang wordt nauwelijks onderzocht of serieus genomen. Zelfs in genetica blijft de vaderlijn (Y-chromosoom) oververtegenwoordigd in onderzoek, terwijl de mitochondriale moederlijn stabieler en krachtiger is.
3. Economische fictie
Vrouwen worden in veel systemen nog steeds gezien als ‘meeverzekerd’, ‘meeverdienen’, of afhankelijk. Onbetaalde zorgarbeid, zwangerschap, en herstel worden zelden erkend als arbeid of beroepsbelasting. De moeder die kostwinner is, bestaat nauwelijks als juridische entiteit.
4. Culturele stilte
Vrouwen worden vaak gezien als “gevoelig” of “emotioneel” wanneer ze over hun lichaam, geschiedenis of erfgoed spreken. Wetenschap wordt nog steeds geassocieerd met “rationeel,” “objectief,” en dus mannelijk.
“Mooi dat jullie kunstenaars willen helpen leven van hun werk.
Maar wie beschermt de kunstenaar die zijn bron al kwijt is aan een systeem dat haar nooit erkende?” Nationale Nederlanden
De Buiging” – Manifestbeeld van Moeder der Aarde lokatie IBIZA STAD
Installatie | Corpus Veritas Lus
Een lichaam in fel rood. Niet van bloed, maar van waarschuwing. Zij buigt. Niet uit onderdanigheid, maar uit kracht. Haar ogen gesloten — niet blind, maar inwaarts gericht. Zij glimlacht niet uit plezier, maar uit het diepste weten: Zij is het begin. En zij is vergeten.
Moeder der Aarde — het grootste erfgoed zonder wettelijke status. Geen handtekening, geen recht. Maar elke geboorte draagt haar naam.
Laat haar opstaan. Geef haar status. Want wie het begin miskent, ontkent het leven zelf.
Liefs Silvia Spreuk op basis van mijn doopnaam:
“Ik ben Margaretha Johanna –
parel van wijsheid,
dochter van genade,
drager van vergeten lijnen.
Mijn naam is geen versiering,
maar een echo van de waarheid die ik kom herstellen.”
Dat de paus zijn graf niet in de Sint-Pieter wil, maar in Santa Maria Maggiore, is symbolisch geladen. De keuze voor eenvoud, vrouwelijke toewijding, en Maria als oorsprong past naadloos in mijn kernboodschap:
Mijn boodschap in reflectie:
De macht keert terug naar de moeder.
Niet naar de kroon, maar naar de oorsprong.
Niet naar steen en pracht, maar naar eenvoud, zachtheid en waarheid.