God – Save the Queen

Haar hoofd wordt gefixeerd. Alsof haar denken gereguleerd wordt. Alsof haar afwijking gecorrigeerd moet worden.

Dit beeld (vanuit Internet geüpload) raakt direct aan al mijn eerdere thema’s

Institutionele gaslighting

De slaaf als eigendom werd de moeder als bezit. Welkom in de Loonketen via je BSN nummer dat niet je identiteit is.
Banned Womans

Biologisch is moederschap zichtbaar.

Vaderschap moest historisch worden “bewezen” via huwelijk en naamgeving.

Daarom werd controle op vrouwelijke seksualiteit gekoppeld aan erfenisrecht.

De vrouw werd drager van voortplanting, maar niet van overdraagbare macht. Dat is een machtsstructuur, geen natuurwet.

Code 32 – U hoort nog van ons als u 67 jaar en 3 maanden bent geworden
De sleutel van de doctrine

Art for Equality in Return

Uit de serie: The Book of Rituals

Beschilderde vaas met vergulde top

Artistieke Ontwikkeling Truus van Gogh

In God Save the Queen maakt en transformeer ik de vaas tot een soeverein lichaam — een ritueel vat dat macht, erfgoed en vrouwelijke subjectiviteit samenbrengt in één circulair narratief.

Het object, onderdeel van de serie The Book of Rituals, is geen decoratief gebruiksvoorwerp maar een draaiend manuscript: een 360-gradenbeeld waarin iconografie, staatsbeeldtaal, religieuze symboliek en persoonlijke mythologie in elkaar grijpen.

De vaas staat op een boek getiteld The Book of Rituals. Deze ondergrond fungeert niet enkel als sokkel maar als conceptuele fundering: het object rust letterlijk op een tekstuele, rituele orde. De gouden finiaal bovenop de vaas versterkt deze verticaliteit. De vorm herinnert aan een koninklijke staf, een architectonische toren, een as mundi. Het goud vangt het licht en verleent het object een aura van ceremoniële autoriteit. Tegelijkertijd verwijst het naar de kroon — niet enkel als monarchaal attribuut, maar als metafoor voor bewustzijn, hoofd, denken en soevereiniteit.

Het lichaam als drager van de staat

De vaas is buikig, rond, dragend. Haar vorm is uitgesproken corporeel. Zij fungeert als container, als baarmoederlijk vat waarin symbolen samenkomen. In mijn praktijk is het vrouwelijke lichaam geen passieve drager van macht, maar het strijdtoneel waar recht, ritueel en representatie elkaar ontmoeten. De monarchale frase “God Save the Queen” verschijnt in goud op het blauw geglazuurde oppervlak. De tekst is geen ironische echo van een volkslied, maar een performatieve vraag: wie wordt hier gered? De koningin als instituut? De vrouw als lichaam? Of het systeem dat haar nodig heeft als symbool?

Door de tekst op een rond object te plaatsen, wordt lineariteit opgeheven. De lezer — of kijker — moet zich verplaatsen. Het verhaal ontvouwt zich niet frontaal maar in beweging. Daarmee ondergraaf ik het hiërarchische perspectief dat vaak met staatsiconografie gepaard gaat. De macht is hier niet gefixeerd; zij circuleert.

De gekroonde paarse krokodil: instinct en instituties

Een van de meest opvallende motieven zijn de gekroonde paarse krokodilkoppen die een klein oranje kikkertje draagt. Naast hem wappert een Nederlandse vlag. De krokodil — een oerdier, koudbloedig, prehistorisch — belichaamt instinct en overlevingsdrift. Door het dier te kronen, schuif ik het instinctuele domein onder het teken van staatsmacht. Het beeld roept een ongemakkelijke vraag op: is de macht geciviliseerd, of rust zij nog steeds op reptielachtige reflexen van het Cool: Gen.

Het kleine oranje kikkertje vlakbij de bek of klauw van het dier kan gelezen worden als onderdaan, kind, of alter ego. De verhouding tussen macht en kwetsbaarheid wordt letterlijk zichtbaar. Tegelijkertijd is de krokodil niet eenduidig demonisch; hij is ook drager. Hij beweegt zich voort. Hij houdt het verhaal in gang.

De soldaat en het kruis: ceremonie en controle

Aan een andere zijde verschijnt een figuur in ceremonieel militair uniform. Napoleon. Zijn profiel is scherp, zijn blik gericht op de horizon. Boven hem zweven donkere bollen, bijna als gedachten, projectielen of planeten. Nabij is een kruis geschilderd. Deze combinatie van militair, religieus en kosmisch beeldmateriaal suggereert de historische verwevenheid van staat, kerk en geweld.

Toch is Napoleon dominant in compositie. Hij bevindt zich op het oppervlak van een vrouwelijk lichaam. De macht die hij representeert is afhankelijk van het vat dat haar draagt. Ik verschuif daarmee het centrum van autoriteit: niet het uniform maar de vorm van de vaas bepaalt het ritueel.

De slak en de walvis: tijd en diepte

Tussen de politieke en religieuze symbolen bewegen dieren die verwijzen naar andere tijdsdimensies. De slak, traag en tastend, kruipt over een vrouwenfiguur. De slak is tijd in vertraagde vorm, een metafoor voor genealogie en erfopvolging. Zij draagt haar huis op haar rug, zoals het individu zijn geschiedenis draagt.

De walvis daarentegen zweeft in het blauw als een archaïsch wezen uit de diepte. Wet Walvis. De kleur van de vaas wordt oceaan; het object wordt zee. De walvis roept mythische resonanties op — van Jona tot de oermoeder. Hier verschijnt het onderbewuste als stille tegenmacht tegenover het ceremoniële oppervlak van vlaggen en uniformen.

Tentakels en peper: zintuiglijkheid en dreiging van de polpo.

Aan de bovenzijde slingeren de tentakelachtige vormen naar beneden, geschilderd met gouden accenten. Ze verbinden de vergulde top met het blauwe lichaam. Deze organische lijnen contrasteren met de strakke symbolen van staat en religie. Ze suggereren netwerken, zenuwbanen, wortels. Macht is hier niet enkel hiërarchisch, maar ook diffuus en onderhuids.

Een rode peper hangt als een signaal. Zij introduceert scherpte, hitte, mogelijk gevaar. In dit beeldtaal functioneren zulke elementen als zintuiglijke interventies: zij verstoren de plechtigheid van het koninklijke discours en herinneren aan lichamelijkheid.

Fragmentatie van de vrouw

Verspreid over het oppervlak verschijnen fragmenten van een vrouwenlichaam: een tong, een oog, een gezicht in profiel. De vrouw is aanwezig maar niet volledig zichtbaar. Deze fragmentatie verwijst naar de manier waarop vrouwelijke subjectiviteit historisch is versnipperd binnen staats- en religieuze representaties. Tegelijkertijd vormt de vaas als geheel een integraal lichaam. Wat gefragmenteerd lijkt, wordt in de ronde vorm opnieuw samengebracht.

In deze spanning tussen fragment en totaliteit schuilt de kern van het werk. Ik stel simpelweg niet de monarchie ter discussie; ik onderzoek de voorwaarden waaronder het vrouwelijke lichaam symbool wordt — en de prijs die daarvoor betaald wordt.

Ritueel als tegenmacht

De serie op The Book of Rituals positioneert kunst als rituele praktijk. Het maken en beschilderen van de vaas is geen illustratie, maar een handeling die de objectstatus transformeert. Door iconografie, tekst en goud te combineren, creëer ik een hedendaags ritueel vat waarin persoonlijke en collectieve mythologie elkaar ontmoeten.

Het werk functioneert daarmee op meerdere niveaus: als sculptuur, als schilderkunstig oppervlak, als politiek commentaar en als autobiografische drager. Het is tegelijk ironisch en ernstig, speels en scherp. De titel God Save the Queen wordt in deze context geen patriottische kreet, maar een reflectie op de kwetsbaarheid van elk systeem dat zijn legitimiteit ontleent aan symbolen.

Soevereiniteit hergedefinieerd

Wat betekent soevereiniteit in een tijd waarin traditionele machtsstructuren onder druk staan? In dit werk suggereer ik dat ware soevereiniteit niet ligt in kroon of uniform, maar in het vermogen om betekenis te dragen. De vaas — het ogenschijnlijk kwetsbare object — wordt hier monumentaal. Ze houdt verhalen vast, absorbeert projecties en laat ze draaien.

Door het object te laten rusten op The Book of Rituals onderstreept de kunstenaar dat ritueel geen overblijfsel uit het verleden is, maar een hedendaagse strategie om macht te herinterpreteren. De monarchale frase wordt teruggeplaatst in het lichaam van de vrouw. Niet als onderwerping, maar als herinscriptie.

In God Save the Queen is de vraag niet wie de koningin redt. De vraag is: wie geeft haar vorm? En misschien, impliciet: kan het vat zichzelf redden?

Amen.

#Codeflikkers

Vermorzeld door de raderen van de belastingdienst omdat de Burgers niet worden beschermd over het functioneren van de fiscus omdat de rechtsbescherming van belastingbetalers tekortschiet door schuldvernieuwing en subrogatie.

De vraag die altijd bovenaan moet staan bij de Belastingdienst is: we behandelen de mens niet zijn nummer!

Het is vandaag 10 oktober 2023, de wereld staat in brand, mensenrechten blijken constitutioneel te worden geschonden en ik bleef me maar focussen op dit ene laatste puzzelstukje oftewel steeds maar blijven zoekende naar dat ene artikel …..van Edwin Heithuis Uitspraak van de Hoge Raad.

Hoe ik mijn eigen verdediging en advocate moest zijn en overvloedige post en bewijsmateriaal opstuurde naar de Rechtbank & Centrale raad van beroep.

Prof.dr.mr. E.J.W. (Edwin) Heithuis is hoogleraar fiscale economie aan de Universiteit van Amsterdam.

When you have to be right – Wolter Kluwer

Op 25 maart jl. heeft de Hoge Raad misschien wel het belangrijkste arrest van dit jaar in de loonbelasting gewezen. In dat arrest oordeelde de Hoge Raad dat ook letselschadevergoedingen die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst of uit een andere rechtspositionele regeling, zoals bijvoorbeeld een CAO, niet kwalificeren als loon.

Voor letselschadevergoedingen die niet uit de arbeidsovereenkomst of een andere rechtspositionele regeling voortvloeien, was dit al zo. Dit onderscheid vloeide voort uit het bekende Smeerkuil-arrest (HR 29 juni 1983, 21435, BNB 1984/2). Dit arrest werd in de praktijk zo uitgelegd dat een letselschadevergoeding alleen niet kwalificeert als loon, wanneer die vergoeding niet voortvloeide uit de arbeidsovereenkomst of een andere rechtspositionele regeling. Vloeide de letselschadevergoeding wel voort uit de arbeidsovereenkomst of een andere rechtspositionele regeling, dan was wel sprake van loon. Met betrekking tot deze laatste vergoedingen heeft de Hoge Raad nu dus beslist dat dit (ook) geen loon is.

In mijn zaak bleef de belastingdienst maar volhouden dat het loon was vanuit de WAZ / arbeidsovereenkomst maar dit is het nooit geweest. Maar hoe maak je dit duidelijk als de codeflikkers en code tikkers werkzaam zijn bij een naar mijn menig corruptie organisatie.

Rechtsbescherming en Rechtszekerheid

Hiermee heeft de Hoge Raad, en mijns inziens terecht, het in de praktijk onbevredigende onderscheid tussen letselschadevergoedingen die wel en die niet voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst of een andere rechtspositionele regeling, feitelijk geschrapt. Al deze letselschadevergoedingen zijn vanaf nu onbelast. Of daarbij sprake is van een publieke of private taak maakt overigens niet uit, zo heeft de Hoge Raad eveneens op 25 maart jl. beslist. Wel heeft de Hoge Raad een ander (nieuw) onderscheid gecreëerd, omtrent de hoogte van de vergoeding. Geeft de werkgever een hogere vergoeding dan uit zijn aansprakelijkheid voortvloeit, dan is voor het meerdere (nog steeds) sprake van (belast) loon. Alleen letselschadevergoedingen die niet hoger zijn dan uit de aansprakelijkheid van de werkgever voortvloeien, zijn dat niet. Hoe moet worden bepaald welk deel van de vergoeding voortvloeit uit de aansprakelijkheid en welk deel niet, zegt de Hoge Raad er overigens niet bij. Het zal nog een hele klus worden in de praktijk om dit vast te stellen, want zo duidelijk is dat natuurlijk niet.

Behalve dit belangrijke aspect is er nog een ander wezenlijk element in dit arrest en dat is de reden voor deze column. De Hoge Raad presenteert zijn arrest namelijk als een nadere invulling van zijn Smeerkuil-arrest uit 1983 en nadrukkelijk niet als een nieuwe jurisprudentiële lijn. Anders gezegd, de Hoge Raad “gaat” dus niet “om”. En dit betekent naar mijn mening dat ook gevallen uit het verleden die een letselschadevergoeding hebben gehad en waarop, naar nu blijkt ten onrechte, loonbelasting is ingehouden en afgedragen, nu ook een beroep kunnen doen op dit arrest via de weg van de ambtshalve vermindering. Wel geldt daarvoor een beperking in de tijd van vijf jaar; langer dan vijf jaar terug kan men niet. Maar de andere bekende uitzondering op de ambtshalve vermindering van nieuwe jurisprudentie is naar mijn mening nu niet van toepassing. Van nieuwe jurisprudentie is immers geen sprake maar ‘slechts’ van een nadere invulling, verduidelijking zo men wil, van, in dit geval al bijna 40 jaar, bestaande jurisprudentie.

In dit verband roep ik de uitspraak van Rechtbank Gelderland van 2 december 2020 (19/6815, V-N 2021/6.19.1) in herinnering. In die uitspraak over een ambtshalve vermindering besliste de rechtbank dat geen sprake was van nieuwe jurisprudentie. In die zaak had de belastingplichtige in 2018 een verzoek ingediend om zijn aanslag IB/PVV 2013 die in 2015 onherroepelijk was komen vast te staan, ambtshalve te verminderen. Aanleiding voor dit verzoek was een in 2018 gewezen arrest. Hoewel het arrest was gewezen in 2018, dus geruime tijd na het definitief worden van de aanslag IB/PVV 2013 (in 2015), wees de rechtbank het verzoek om ambtshalve vermindering (toch) toe. En dit kwam, omdat het arrest uit 2018 verwees naar een eerder arrest uit 2009 en dat arrest was geruime tijd vóór het definitief worden van de aanslag IB/PVV 2013 (in 2015) gewezen. Volgens de rechtbank betekende dit dat de onjuistheid van de aanslag IB/PVV 2013 niet voortvloeide uit het arrest uit 2018, maar uit de wet in combinatie met het arrest uit 2009. Met andere woorden, het arrest uit 2018 was volgens de rechtbank geen nieuwe jurisprudentie, maar een verduidelijking van bestaande jurisprudentie (uit 2009). Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of sprongcassatie ingesteld, dus kennelijk vonden de belastinginspecteur en de Staatssecretaris van Financiën dit ook.

Precies zo’n zelfde situatie doet zich nu voor. Het arrest waaruit volgt dat letselschadevergoedingen geen loon zijn, is het Smeerkuil-arrest uit 1983. Het recente arrest van 25 maart jl. is slechts een nadere verduidelijking hiervan. Dit betekent naar mijn mening dat alle letselschadevergoedingen die in de afgelopen vijf jaren zijn betaald en die, gelegd langs de meetlat van het arrest van 25 maart jl. bij nader inzien (toch) belastingvrij blijken te zijn, nu alsnog belastingvrij zijn. Belastingplichtigen kunnen dus de, naar nu blijkt ten onrechte, ingehouden en afgedragen loonbelasting ‘terughalen’ door middel van een verzoek tot ambtshalve vermindering. Dit kan door de destijds ingehouden en afgedragen loonbelasting terug te vragen, maar dit kan mijns inziens ook door die loonbelasting terug te vragen via de inkomstenbelasting, waarop de loonbelasting immers een voorheffing is. En daarvoor heeft men tot het einde van dit kalenderjaar 2022 de tijd. Art. 45aa lid 1 onderdeel a Uitv.reg. IB 2001 zegt namelijk dat de vijfjaarstermijn eindigt na vijf jaren na het einde van het kalenderjaar, waarop de belastingaanslag betrekking heeft. Voor in 2017 uitbetaalde letselschadevergoedingen is die vijfjaarstermijn dus gaan lopen na afloop van 2017 en eindigt op 31 december 2022. Dus tot eind 2022 heeft men de tijd om een verzoek tot ambtshalve vermindering te doen met betrekking tot in 2017 uitbetaalde letselschadevergoedingen waarop, ten onrechte, loonbelasting is ingehouden.

Voor in 2016 of eerder uitbetaalde letselschadevergoedingen gaat dit niet, daarvoor is men nu te laat. Helaas krijgt men geen rente vergoed over de belastingteruggaaf, maar de loonbelasting terugontvangen is natuurlijk al heel mooi. En als men dan toch bezig is met een verzoek tot ambtshalve vermindering, kan men in voorkomende gevallen de vermindering voor box 3 erin meenemen (zie daarover uitgebreider de Redactie Vakstudie Nieuws in V-N 2022/10.6). Dat gaat in één moeite mee door.

De Belastingdienst en de overheid heeft er weer een probleem bij, naast de Toeslagenaffaire en box 3. Het houdt maar niet op!

Informatiesoort: Column 

Rubriek: Loonbelasting 

Focus: Focus 

Carrousel: Carrousel

Bron: Taxlive.nl

Dat mijn loonbelasting zaak mij al jarenlang pijn doet interesseert de meeste mensen geen bal, maar denk dat juist in een wereld waar fictie de norm wordt door vereenvoudiging ( leuker kunnen we het niet maken wel makkelijker) we er juist voor elkaar moeten zijn door elk feit te omarmen en elke ervaringsdeskundige binnen een land voor een gezonde economie zou moeten kunnen zorgen.

Gelukkig belde de centrale raad van beroep vandaag en hoop ik dat er aan mijn jarenlange strijd met de overheid binnenkort een einde komt als de Centrale raad van beroep en anders de Hoge Raad een uitspraak gaat doen in mijn zaak #geefonsvertrouwen

Codetikkers en codeflikker Jan Kees de Jager ( destijds Minister van Financiën) heeft Koning Willem heel wat uit te leggen. Voor woe dacgf dat slavernijverleden was afgeschaft heeft het mis! Soeverein blijven blijkt een hele klus aangezien ik geen convenant of arbeidsovereenkomst heb afgesloten toen ik zelfstandige werd in op 15 augustus 1995.

Bestuurder van het lichaam

Ook heb ik geen grondrechtelijke toestemming gegeven om mij handelingsonbekwaam en belasting onmachtig te maken.