Op zoek naar de Waarheid #emet

HOE EEN FISCALE WIJZIGING, EEN KONINKLIJKE HANDTEKENING EN EEN KOPPELCODE MIJN PARTICULIERE POLIS DE LOONHEFFINGSKETEN IN TROKKEN

De hersenen van een vrouw

Het begon niet met mijn werkgever.

Ik had namelijk geen werkgever.

Het begon met een particuliere verzekering.

Een polis.
Een verzekerde.
Een verzekeraar.
Een contractueel recht op een uitkering.

En toen veranderde de fiscale infrastructuur.

Huiselijk geweld laat sporen na in een lichaam.Fiscaal geweld kan sporen nalaten in een levensverhaal.

Voor een zelfstandige kostwinner met een verzekerd beroep en sarcoïdose gaat bestaanszekerheid niet alleen over ziekte.

Het gaat ook over wat er gebeurt wanneer haar arbeid, haar particuliere verzekering, haar diagnose en haar inkomen door verschillende administratieve systemen worden vertaald in codes en fiscale categorieën.

Dan kan financiële afhankelijkheid ontstaan zonder dat iemand een hand op je legt.

Geen blauwe plek op de huid,maar een gat in het inkomen.Geen klap,maar een code.Geen zichtbare wond,maar jarenlange onzekerheid over je eigen bestaanszekerheid.

Dat noem ik:

FISCAAL GEWELD

wanneer een administratief of fiscaal systeem zo ingrijpt in de economische zelfstandigheid van een mens dat zij de zeggenschap over haar eigen leven dreigt te verliezen.

En juist voor een vrouwelijke zelfstandige kostwinner wordt dan de fundamentele vraag:

Wie beschermt de vrouw wanneer niet haar lichaam, maar haar economische zelfstandigheid wordt geraakt?

Naast fiscale registraties bestond binnen de financiële sector nóg een administratieve werkelijkheid: vrouwen konden worden opgenomen in interne en externe waarschuwingsregisters.

Via EVA konden financiële instellingen vervolgens controleren of iemand in het IVR of EVR voorkwam. Daarmee kon een administratieve registratie gevolgen krijgen ver buiten de instelling die haar oorspronkelijk had aangebracht.” 


DE IDENTITEITSVERSCHUIVING VAN LICHAAM NAAR SYSTEEM
Mijn lichaam bleef hetzelfde.
Mijn ziekte bleef hetzelfde.
Mijn polis bleef particulier.
Maar in de administratie veranderde mijn identiteit:
van verzekerde
naar inkomstenverhouding,
van particuliere AOV
naar pensioen/lijfrente,
van schade-uitkering
naar overige sociale verzekeringswet,
en uiteindelijk naar:
WAO/AAW.
Daar zit de werkelijke vraag:
Op welk moment werd de identiteit van de mens vervangen door de identiteit die het systeem nodig had om haar te verwerken?
Een lichaam heeft geen inkomenscode.
Een ziekte heeft geen loonheffingennummer.
Een vrouw is geen inkomstenverhouding.
Dat zijn administratieve constructies.
En wanneer zo’n constructie niet meer overeenkomt met de juridische werkelijkheid, moet worden vastgesteld wie de koppeling heeft gemaakt, welke gegevens zijn gebruikt en welke gevolgen daarvan op mijn naam zijn terechtgekomen.
Mijn lichaam veranderde niet.
Mijn administratieve lichaam wel.

En precies dáár begint het onderzoek

DE PRIJS VAN EEN NIET-ERKENDE BEROEPSZIEKTE

Mijn inkomsten verdween niet omdat mijn vermogen om te handelen ineens ophield te bestaan.

Mijn lichaam werd ziek door mijn beroep.

Sarcoïdose.

Wanneer een ziekte samenhangt met jarenlange blootstelling tijdens het werk, maar die relatie niet tijdig wordt onderzocht, vastgesteld of erkend, verdwijnt de economische schade niet.

Zij wordt alleen moeilijker zichtbaar.

De gemiste omzet blijft bestaan.
Het verloren arbeidsvermogen blijft bestaan.
De verloren carrièrejaren blijven bestaan.
De verzekeringspremies blijven betaald.
De inkomensachteruitgang blijft werkelijk.

Geen erkenning betekent niet: geen schade.

Het betekent dat de vraag onbeantwoord blijft:

Wie draagt de economische gevolgen wanneer een beroepsgebonden ziekte het lichaam beschadigt, maar het systeem die oorzaak niet erkent?

Mijn lichaam droeg de schade.

Mijn onderneming verloor de arbeid.

Mijn inkomen verloor de toekomst.

De ziekte werd medisch zichtbaar.
De inkomensschade moet economisch zichtbaar worden gemaakt.

Mijn sarcoïdose kostte niet alleen een deel van mijn longfunctie. Zij kostte arbeidsvermogen, ondernemingsjaren en toekomstig inkomen. Dat de beroepsmatige oorzaak niet juridisch werd erkend, maakt die economische schade niet ongedaan.”

Wie is toch mijn opa’s zusje 1906 geboren

DE KEEL & DE BAARMOEDER

De ene geeft geboorte aan woorden.
De andere kan geboorte geven aan leven.

Eeuwenlang werd over beide beslist:
over de stem van de vrouw
én over haar lichaam.

Maar haar stem behoort haar toe.
Haar lichaam behoort haar toe.

Wat zij denkt, mag zij uitspreken.Wat zij draagt, mag zij zelf besturen.

De keel is haar stem.
De baarmoeder haar lichaam.

En daartussen staat één ondeelbare persoon:

de vrouw — bestuurder van zichzelf.

“Het zaad van de man werd de leidraad van het nieuwe periodieke systeem: afstamming, arbeid, inkomen, verzekering en pensioen werden generaties lang georganiseerd vanuit een mannelijke levensloop.

Het vrouwenlichaam — dat draagt, baart, zorgt, ziek kan worden en economisch zelfstandig kan handelen — paste zich vervolgens aan categorieën aan die niet vanuit haar werkelijkheid waren ontworpen.”

Bron : https://www.ditjesendatjes.nl/duitse-media-willem-alexander-in-levensgevaar

Op 18 december 2008 werd bij koninklijk besluit het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 gewijzigd. Het besluit kwam tot stand op voordracht van staatssecretaris van Financiën Jan Kees de Jager, na advies van de Raad van State, en werd uitgevaardigd onder koningin Beatrix. (Officiële Bekendmakingen⁠)

In die wijziging verscheen een cruciale bepaling:

Bankencrisis moest toch terug betaald worden

periodieke uitkeringen en verstrekkingen ter zake van invaliditeit, ziekte of ongeval werden aangewezen voor inhouding van loonbelasting. (Officiële Bekendmakingen⁠)

De toelichting zegt letterlijk wat het doel was:

de nieuwe bepaling bewerkstelligt dat loonbelasting wordt geheven over deze periodieke uitkeringen. (Officiële Bekendmakingen⁠)

Daarmee gebeurde administratief iets ingrijpends.

Niet omdat mijn verzekeraar ineens mijn werkgever werd.

Niet omdat mijn polis een arbeidsovereenkomst werd.

Maar omdat de verzekeraar voor deze belastingheffing een nieuwe fiscale rol kreeg:

inhoudingsplichtige.

Beroep verwijderd van de polis 76


Staatsblad 2010, 237
 bevat een wijziging van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965. Hierin is geregeld dat loonbelasting wordt ingehouden op periodieke uitkeringen bij invaliditeit, ziekte of ongeval wanneer een levensverzekeraar deze verstrekt. [1]

Inhoud van de wijziging
Aanpassing: Artikel 11 van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 is gewijzigd.
Doelgroep: Het gaat om uitkeringen zoals bedoeld in artikel 3.100 lid 1 onder b van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Uitvoerder: De regeling ziet specifiek op situaties waarin een levensverzekeringsmaatschappij de periodieke uitkeringen of verstrekkingen doet.
De boete die een vrouw moet betalen bij een aandoening waar zij zelf niet schuldig aan is. Man Made Micro Fibers

De invoering liep vervolgens niet zoals oorspronkelijk gepland. In 2009 bleek dat sommige inkomensverzekeraars de inhoudingsplicht in 2010 niet konden uitvoeren. Volgens de officiële toelichting hield dat verband met verwachtingen die door de Belastingdienst zelf waren gewekt. Op verzoek van verzekeraars werd de feitelijke invoering daarom uitgesteld tot 1 januari 2011. (Officiële Bekendmakingen⁠)

En precies daar begint mijn onderzoek.

Want een wet is één ding.

De vertaling van die wet naar een digitaal persoon is iets anders.

Vanaf het moment dat een verzekeraar loonbelasting moet inhouden, moeten gegevens elektronisch aan de Belastingdienst kunnen worden aangeleverd.

Daarvoor bestaat de loonheffingsadministratie.

Daarin worden betalingen niet alleen gekoppeld aan een naam of polisnummer, maar verwerkt binnen een inkomstenverhouding. De Belastingdienst gebruikt daarvoor onder andere een nummer inkomstenverhouding. Het Handboek Loonheffingen kent daarvoor zelfs een afzonderlijk onderdeel. (Belastingdienst⁠)

En dáár zit voor mij de werkelijke onderzoeksvraag.

Niet:

Was mijn AOV belastbaar?

Maar:

Hoe is mijn particuliere polis administratief aan mijn persoonlijke fiscale identiteit gekoppeld?

Welke sleutel werd gebruikt?

Mijn BSN?
Mijn polisnummer?
Het relatienummer van het volmachtkantoor?
Het loonheffingennummer van de verzekeraar?
Het nummer inkomstenverhouding?
Een interne koppelcode?

En vooral:

welke kwalificatie werd vervolgens doorgegeven aan de inkomstenbelasting?

Want zodra zo’n koppeling automatisch door de keten loopt, ziet de belastingaangifte uiteindelijk alleen het fiscale resultaat.

De mens ziet:

mijn particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Het systeem ziet mogelijk:

inhoudingsplichtige → inkomstenverhouding → periodieke uitkering → ingehouden loonbelasting → vooraf ingevulde fiscale gegevens.

Dat verschil is enorm.

De loonbelasting die onderweg wordt ingehouden is immers geen zelfstandige nieuwe inkomstenbelasting. Zij functioneert als voorheffing op de uiteindelijke inkomstenbelasting.

Maar voor degene achter de polis kan die heffing vrijwel onzichtbaar ontstaan:

niet via een belastingaanslag die eerst persoonlijk wordt beoordeeld,

maar via de administratieve keten vóórdat het geld wordt uitbetaald.

En daarom wil ik de digitale route reconstrueren.

WET → VERZEKERAAR → POLISADMINISTRATIE → IDENTIFICATIE → INKOMSTENVERHOUDING → LOONAANGIFTE → BELASTINGDIENST → INKOMSTENBELASTING

De belastingdienst heft op nummers maar rekent af op de geest en haar lichamelijk bestuurder van het lichaam.

Daar ligt de echte vraag:

WELKE CODE VERANDERDE MIJ VAN POLISHOUDER IN EEN FISCALE INKOMSTENVERHOUDING?

De koninklijke handtekening maakte de wettelijke regeling mogelijk.

De fiscale uitvoeringsregel maakte de verzekeraar inhoudingsplichtig.

Maar de code bepaalde hoe mijn individuele identiteit vervolgens door de computerketen reisde.

En juist die laatste stap moet volledig controleerbaar zijn.

Want een computer mag een belastingregel uitvoeren.

Maar een koppelcode mag nooit bepalen wie een mens juridisch is.

Wanneer het papier de maat van de mens wordt, wordt de vrouw administratief een afgeleide categorie.”

Daarom werd mijn vraag over lichaan, rechtsvorm, arbeid, ziekte, verzekering en fiscale classificatie groter dan één dossier:

Wie bepaalde de definitie van de werkende mens?
Wie bepaalde wat arbeidsongeschiktheid is?

Waarom is een vennoot geen volledig mens, maar draagt wel alle aansprakelijkheid?
Wie ontwierp de inkomenscodes?
En was het lichaam van de zelfstandige vrouw daarin werkelijk als uitgangspunt meegenomen

“De vrouw hoeft niet langer te worden gedefinieerd in relatie tot een mannelijk systeem. Het systeem moet leren haar als een zelfstandig juridisch en economisch lichaam te erkennen.”

Amen