Wie ben ik?

Ik ben Silvia Koning. Dat is mijn naam.

Mijn lichaam is het archief, mijn kunst de taal, en mijn werk een zichtbaar antwoord op alles wat eeuwenlang verzwegen bleef.” Moeder de vrouw als zelfstandig bestuurder van haar lichaam als rechtspersoonlijkheid. 

Fictieve belastingheffing op een lichaam dat wettelijk niet als zelfstandig wordt erkend,

vormt een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van mensenrechten.

Zolang het geslacht ‘vrouw’ en het woord ‘moeder’ niet voorkomen in de Grondwet noch het Burgerlijk Wetboek

als zelfstandige eigenaar van haar lichaam, is elke vorm van heffing, verplichting of beleidsdruk

een systemische schending van het fundamentele recht op autonomie en lichamelijke integriteit.

Jeremey Bentham


“Als het recht niet begint bij het lichaam van de vrouw,
zal het eindigen in de chaos van belangen.
Want wat is een wet,
als zij niet eerst haar eer toekent
aan de oorsprong van het leven zelf?”

Auto-immuunziekten zoals sarcoïdose zijn aandoeningen waarbij het lichaam zichzelf aanvalt, alsof het een vijand is. Dat proces lijkt op een fiscaal intern conflict — alsof het immuunsysteem met militaire precisie opereert, maar het doelwit niet langer een virus of bacterie is… maar de rode draad zelf.

De derde rode draad van mensenrechtenschending

– het vergeten fundament

De eerste rode draad is zichtbaar: geweld.

De tweede is voelbaar: economische onderdrukking.

Maar de derde —

de meest hardnekkige —

is onzichtbaar in het systeem zelf geweven.

Het is de uitsluiting van het lichaam als rechtspersoon,

specifiek: het lichaam van de vrouw.

Niet omdat ze geen waarde draagt,

maar omdat ze eeuwenlang slechts drager van andermans waarde was.

Geen erkenning van autonomie,

geen registratie als bestuurder van het eigen bestaan.

Die derde draad loopt door toeslagen, polisnummers, wetten zonder naam.

Door archieven waarin moeders verdwijnen.

Door systemen die zeggen:

“U bent partner van. Ouder van. Zorgverlener van.”

Maar nooit:

“U bent uzelf. In volle rechten.”

De derde rode draad is de draad die moet worden doorgeknipt.

Zodat een vierde kan ontstaan:

Herstel. Registratie. Erkenning. Recht.

Je zou dus kunnen zeggen:

“Sarcoïdose is een oorlog van binnenuit, gevoerd met militaire precisie tegen een lichaam dat niets anders doet dan bestaan.”

“Mijn afweersysteem vecht als een soldaat, maar heeft niet door dat ik zelf de vredespartner moet zijn.”

Het slavernijverleden is niet alleen een geschiedenis van ketenen,

maar een systeem van eigendomsdenken dat in wetten werd verankerd.

Vandaag bestaan die ketenen nog steeds, maar onzichtbaar — in codes, loketten en polisnummers.

Systeemfouten in de keten herhalen het verleden,

en wie het lichaam van de vrouw niet erkent als zelfstandig eigendom,

herhaalt de fout van onvrijheid.

Wij zijn het allemaal verleerd, maar het geheugen van het lichaam liegt niet.”

Zeeuws Wandkleed- borduurt maar voort

Zolang het vrouwelijke lichaam niet wettelijk wordt erkend als zelfstandig bestuurbaar,
is iedere vrouw dis soeverein — uitgesloten van het recht op volledige menswording.

1 april – De Gouden Voet

Op 1 april besloot een onbekende kunstenaar een mysterieus kunstwerk te doneren aan het lokale kunstcentrum. Het bestond uit een gouden voet die een Delftsblauwe vaas droeg, met een hortensia die net niet wist of ze nog leefde of al gedroogd was. Het geheel stond op een stapel boeken over creatiekracht, loslaten en rituelen.

Bij aankomst van het object begon het personeel onmiddellijk te discussiëren over de betekenis ervan:

• “Is het een symbool van vrouwelijke kracht?”

• “Een ode aan het pad van de schepping?”

• “Of een voetnoot bij het bestaan?”

Maar toen ze het werk optilden, ontdekten ze een briefje eronder:

“Gefeliciteerd! U heeft zojuist het ‘Heilige Huisaltaar voor het Onvoltooide Denken’ ontvangen. Vergeet niet: alleen dwazen stappen uit hun hoofd op 1 april.”

– A.M.D.G. (Aprilis Magister Der Grollen)

Sindsdien heeft het kunstwerk een ereplek in de entree, en durft niemand het nog te verplaatsen uit angst dat het daadwerkelijk een reliek is… van een vergeten denker, een alchemist of een huisvrouw met humor.

En elk jaar op 1 april leggen bezoekers er een sok bij. Want: je weet maar nooit.


Op 1 april staat zelfs God op één been, kijkt het oog achteruit, en draait de sleutel zichzelf vast — want waarheid zonder humor is slechts een serieuze leugen.”


— De Erfgoeddraagster van de Netkous, 2025

Als erfgoeddraagster en kunstenares eis ik de erkenning van ‘moeder de vrouw’ als zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam. Niet als metafoor, maar als rechtspersoonlijkheid: volwaardig, zelfstandig en juridisch erkend.

Geen fictie, geen afgeleide status, maar een oorsprongsrecht. Een levend archief dat recht heeft op bestaanszekerheid, autonomie en bescherming — ook wanneer zij kiest voor moederschap, ziekte of zelfstandig ondernemerschap.

Een economisch systeem dat materieel bezit boven immaterieel levend cultureel erfgoed stelt, raast en plundert over moeder der aarde — als een rups zonder vlinder, onverzadigbaar, zonder herinnering aan wie haar heeft gedragen.

Het kent geen rouw, geen rituelen, geen respect voor de bron. Alles wordt meetbaar gemaakt, verhandelbaar, eigendom. Maar wat van niemand is — zoals lucht, taal, geboortegrond, het wiegelied van je voorouders — wordt stilzwijgend geroofd. De stem van de vrouw, de ziel van het landschap, het onzichtbare werk van generaties: het wordt uitgewist in kolommen en cijfers, die slechts winst erkennen, maar geen waarde.

Het woord vrouw niet expliciet erkend hebben in de grondwet nog burgerlijk wetboek als zelfstandig bestuurder van haar lichaam is een Toerekenbare tekortkoming in de nakoming ten opzichte van artikel 1 en 11 in de grondwet .

Dit is een krachtige en juridisch interessante stelling en let op geen 1 april grap. Ik leg hiermee bloot dat het ontbreken van de expliciete erkenning van de vrouw als zelfstandig bestuurder van haar eigen lichaam in de Grondwet en het Burgerlijk Wetboek in strijd is met: Artikel 1 Grondwet: Gelijke behandeling en het verbod op discriminatie. Artikel 11 Grondwet: Onaantastbaarheid van het lichaam.

Door het woord vrouw niet te benoemen als juridisch zelfstandig subject — terwijl het mannelijk lichaam historisch impliciet als norm is genomen — ontstaat er inderdaad een structurele ongelijkheid in de rechtspraktijk en beleidstoepassing. Dat kun je dan ook juridisch duiden als een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de grondwettelijke verplichtingen, of zelfs als structureel staatsrechtelijk verzuim.

De aarde huilt niet met tranen, maar met verzengende droogte en smeltende gletsjers. De moeder wordt vergeten, terwijl haar vruchtbaarheid de basis was van iedere economie. Zonder haar geen leven, geen arbeid, geen toekomst.

En toch leeft het erfgoed voort in het lichaam, in de liedjes die grootmoeders fluisteren, in handen die brood kneden zonder recept, in ogen die verhalen dragen zonder taal. Dit levende erfgoed, vaak vrouwelijk, vaak ongezien, is geen bezit. Het is een belofte — om te bewaren, te helen en te herdenken.

Het is tijd om het tij te keren. Niet door meer te nemen, maar door minder te vergeten. Niet door te bezitten, maar door te erkennen. De moeder, de maker, het erfgoed zelf.

Kunstanalyse – “Ik of hij”

Compositie en symboliek:

We zien twee grote letters: een X en een Y, verwijzend naar de chromosomen die het biologische geslacht bepalen. De X draagt een bruin ei met het woord ei erop – een directe verwijzing naar vruchtbaarheid, schepping, het vrouwelijke lichaam. De Y draagt een ei met een vrolijk gezichtje: :). Licht, speels, maar leeg van inhoud. Daar waar het vrouwelijke ei naam en betekenis draagt, is het mannelijke ei slechts vorm en expressie.

De gezichten bovenop de X en Y zijn speels gevormd – het hoofd van de X-figuur heeft vrouwelijke krullen, de Y-figuur een soort baret of petje – misschien een verwijzing naar maatschappelijke rollen, koninklijke figuren of een typetje uit het koningshuis?

Onderaan zitten twee figuren – kindfiguren, wachtend, beschouwend. Ze lijken identiek in vorm maar zijn spiegels van elkaar. Ze zitten op de grens van blauw en wit: mogelijk het symbool van waarheid (blauw) en onschuld of stilte (wit).

Kleuren en achtergrond:

De vlag op de achtergrond is onmiskenbaar de Nederlandse vlag – rood, wit en blauw – en vormt het podium waarop deze biologische en culturele tegenstelling zich afspeelt. Dit plaatst het werk direct in een maatschappelijk en wettelijk kader: de Nederlandse samenleving, haar grondwet, haar wetten – waarin het woord ‘vrouw’ opvallend vaak ontbreekt.

Titel: “Ik of hij”

Deze titel snijdt diep. Ik verwijst naar het vrouwelijke perspectief – het ei, de X, de scheppende kracht die erfgoed letterlijk draagt. Hij verwijst naar de Y, de mannelijke vorm, die in het maatschappelijke systeem vaak het primaat heeft.

Vraag die het werk oproept:

Wie krijgt bestaansrecht?

Wie bepaalt de wet?

Is het ik of hij?

Of… kunnen we naar een nieuw “wij”?

Wie ben ik ?

Ik ben Silvia Koning 1967 Erfgoedkunstenaar, autodidact, waarheidzoeker.

Ik werk zonder subsidie, zonder officiële erkenning – maar met een diepe innerlijke bron mijn bloedlijn.

Mijn huis is mijn atelier en is mijn archief. Mijn lichaam is mijn erfgoed. Mijn kunst is mijn stem.


Er was eens een vrouw die geen atelier had, geen subsidie kreeg, en ook geen academische opleiding genoot.
Maar ze had wel een gouden voet.


Niet zomaar één – het was het voetstuk van haar verleden én toekomst. Ze zette hem neer op een stapel boeken, niet om hoger te staan, maar om zachter te landen. Daar lag De Creatiespiraal en De Ontknooping van Marinus Knoope – blauw als de zee waaruit ze ooit geboren werd.


Op die boeken stond een ei.
Een ei met een oog dat huilde en tegelijk alles zag.
Een kroontje erop, want zelfs een traan is koninklijk als zij uit liefde valt.


“Mensen denken dat ik een 1 aprilgrap ben,” zei ze zacht,
“maar ik ben het begin van een nieuwe tijd. Een ritueel van waarheid.”


De vaas fluisterde iets over vergeten moeders.
De traan rolde verder langs de muzieknoten die haar verhaal vormden.
En de sleutel bovenop het ei?
Die paste alleen in de poort van wie durft te voelen.


En zo noemden ze haar later, toen ze verdwenen was in de nevel van de geschiedenis:
De Vrouwelijke Dali.
De vrouw die een traan kroonde, en erfgoed in klei schreef.

Toen ik De Ontknooping van Marinus Knoope las, viel er iets op zijn plek. Ik begreep dat het knagende gevoel dat ik al mijn hele leven meedraag, geen toeval is. Het is erfelijk. Het is structureel. Het is een knoop die vrouwen al generaties lang gevangenhoudt in zwijgen, in zorg, in dienstbaarheid.

Maar erfgoed leeft. Het is niet iets wat je bezit, het is iets wat je doorgeeft. En het kan alleen worden doorgegeven via de bloedlijnen van een moeder.

Mijn werk maakt zichtbaar wat eeuwenlang verborgen is gebleven: de vrouw als wettige schepper van leven, cultuur en bewustzijn. Ik werk met pigment, klei, chromosomen en symboliek.

Ik wil is wet.

Dat is mijn waarheid. Dat is mijn kunst.

Dat ben ik.


Wie zichzelf durft te breken,
vindt de sleutel tot zijn eigen kroon.”

“Zacht gekookt,
maar hard genoeg om de waarheid te dragen.”

De Fuckelteit van de Loonketen

(of: waar waardigheid verdampt)

Ze noemen het arbeid,

maar het is administratie.

Ze noemen het een keten,

maar het is een fuik.

De fuckelteit —

een faculteit van fouten

waar niemand leert,

maar iedereen verliest.

Je bent geen mens,

maar een nummer met bijlage.

Geen moeder,

maar een ‘partner van’ met een polis die nergens klopt.

En als je vraagt waar het misging,

zeggen ze: “Dat staat niet in het systeem.”

Maar jij wéét:

Het systeem stond nooit in jou.

Silvia Margaretha Johanna Aldenhoven Bongartz Lindeboom – Getrouwd met Een Koning.